Inventory 3790
Ceylon · 936 pages · 139 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
1987 the Regiment, the discharge would nevertheless be for the benefit of the latter. It is also noted that these 15. stuijv:s per man were not enough for these expenses, notwithstanding a day's pay that the gentlemen officers missed, one was forced to make the men pay for several necessary items which would have been given to them either for free or for a lower price. Let us occupy ourselves for a moment with the 6th and 7th years of service, the 8th having only begun this month, and let us see how far the loss goes that the old soldier suffers. § 9. § 9. 9. That according to art: 3: of the first capitulation the Lord Prince of Luxemburg bound himself that the soldiers of the Regiment of Luxemburg would have an engagement of 8. years; That by the 2nd art: of the new capitulation no change was made in this, and that indeed this special condition cannot be considered to have been deviated from in any respect by the 3rd art: of the new capitulation, because that which is established therein is only a derogation from the 4th art: of the first capitulation. And that therefore the proposition of Mr. de Raijmond that those soldiers of the Regiment of Luxemburg after the expiration of 5. years would have the right to ask for an increase in pay is not admissible, and even less so because when they were paid ƒ13: 5. —., and even now that they receive ƒ11: 8. 8., in effect they still receive 15. st:rs more than a regular soldier of the Company after he, following the completion of his first term of service, is improved from ƒ 9 to ƒ 11. The tariff that we cited shows that the soldier of the Noble Company, after 5. years, enjoys 13. guld:s and 8. st:s. Very simple calculations will show us that this part, which is the largest of the Corps and now amounts to more than 600. men, according to the reduction, in addition to the loss of the just-mentioned benefit, loses 2. guld:s and 15. stuijv:s per month on a payment that legally belonged to them according to the Capitulation, but to which they never could have laid claim if one had continued with the payment of 13. guld:s 5. st:r, which was the only one that could be due to them, since all the 1388 engagements of the recruits, as being from the founding of the Regiment, are for 8. years, and that this spared all doubt, avoided trivial work that one would have had to start anew every month, and disadvantaged neither the Noble Company nor the men. That because according to the 3rd article of the new capitulation it was agreed that the corps of volunteers of Luxemburg will be treated on the exact same footing as the other troops of the Noble Dutch Company, both the gentlemen officers and the non-commissioned officers and soldiers should on that account have been satisfied with receiving the payment of their wages just like the National troops at 15. st:s to the guilder; and that the Lord Prince of Luxemburg himself understood this in this and in no other sense appears very clearly from the letter written by His Highness to Colonel Mr. de Beandraps on 12. March 1783. § 10. That Perhaps one will object against this the advantage that the Regiment enjoyed on account of being paid the guilder at 20. stuijvers instead of 15. st:rs; but this is a favor that was granted to its status as foreigners, and which can in no way serve as compensation for its loss; if it were otherwise, it would be giving with one hand to withhold again with the other, which the delicacy of the Noble Company cannot tolerate. That it was therefore a matter of pure goodwill on the part of the Company that it tacitly acquiesced in all the pay of the regiment of Luxemburg being paid at 20. stuijv:s to the guilder, for this was only continued pending the further approval of the Noble Highly Esteemed Gentlemen Directors. § 11. That all the foregoing clearly demonstrates that the request made here in the margin by Mr. de Raijmond, namely to have disbursed to the Regiment that which has been paid to the soldiers less than previously since September 1785, is not grounded upon any right nor even upon the least equity, and that therefore this gathering has resolved not only to deny the aforesaid request, as it is denied by these presents, but at the same time to reserve to the Company the right to demand back that which it, based on misleading reports such as that indicated above in § 2, paid in excess, in case the Noble Highly Esteemed Gentlemen Directors should at the time I think I have proved clearly enough the soldier's right to the payment of 13. guilders 5. stuijv:s; it only remains for me to conclude the compensation that he may have due to him. In the hope of acting amicably, I will pass over in silence that which he can claim by reason of non-enjoyment before the date of 2ber 1785. I will even limit my requests to the simple disbursement of one guilder sixteen stuijvers and six penningen for each man, every month, counting from that time onward.
Dutch transcription
1987 het Regiment, zoude het ontslag de daar van niet te min ten voor- deele van deeze laatste ten goede zijn. Men merkt ook aan dat dee„ ze 15. stuijv:s per ieder man niet genoeg zijnde geweest voor deeze onkosten, niet tegenstaen de een dag gagie die de Heeren officieren hebben gemist, is men verpligt geweest aen het volk verschijdene voorwerpen van benoodigheeden te laaten betaalen welke hen of gratis of voor mindere prijs zouden zijn gegeeven geworden. Laaten wij ons een oogenblik beezig houden met de 6:e en 7:e Jaaren van de dienst neeming, zijnde het 8:e eerst deeze maand begornen, en laat ins zien, tot hoe verre het verlies gaat dat den ouden soldaet ondergaet 5. 9 §9. 9. Dat volgens aat: 3: van de eerste Het tarif, dat wij hebben aen kapitulatie den Heere Prince van Luxemburg zig heeft verbonden dat gehaald, toort aan dat den sol„ de soldaeten, van het Regiment van daet van de Edele kompaginie, Luxemburg zouden hebben een enga= gement van 8. Jaaren; na 5. Jaaren, 13. guld:s en 8. st:s Dat bij het 2. art: van de nieuwe kapitulatie hier in geen verande= geniet zeer gemakkelijke Cal„ king is gemaekt, en dat ook zelfs van dit speciaal beding niet kan culatien zullen ons doen zien, geagt worden in eenig opzigt te zijn afgeweeken door het 3. akt: van de dat dit gedeelte, het welke nieuwe kapitulatie, wijl het gee= het grootste van het Corps ne daar bij is vastgesteld alleen is een derogatie van het 4. art:l van is, en tans tot op meer als de eerste kapitulatie 600. koppen belooft, navolgens En dat mids dien de stelling van den Heer de Raijmond dat die sol= daaten van het Regiment van Lux de reductie, booven het gemis emburg na verloop van 5. Jaaren van het zoo even vermelde het regt zoude hebben een verhoo= ging van gagie te vraagen niet voordeel, 2. guld:s en 15. stuijv:s admisibel is, en zulks te minder smaands verliest op een betaeling wijl dezelve toen hun ƒ13: 5. —. betaald wierden, maar ook zelfs die hen wettiglijk volgens nu nog dat ze ƒ11: 8. 8. genieten, in effekte, nog 15. st=rs meer genie- de Capitulatie toequam, maer ten dan een gewoon soldaet van de komp:e na dat hij na het uit op het welke zij nooijt geen dienen van zijn eerste verband, van aanspraak zoude hebben kun ƒ 9 tot ƒ 11. verbeeterd is. nen maaken, indien men met de betaeling van 13. guld:s 5. st=r had voort-gevaaren, welke de eenigste was die het zelve kon de toekoomen, vermits alle de 1388 de verbanden der rekruten, als zijnde van de grond van het Regiment, van 8. Jaaren zijn, en dat dezelve alle twijt be- spaarde een beuselagtig werk vermidde dat men alle maen- den zoude hebben moeten op nieuw beginnen, en nogte de Edele komp: nogte het volk benadeelde. Dat wijl volgens het 3. artikel Misschien zal men hier teegen van de nieuwe kapitulatie is bedongen, dat het korps vocontairs in brengen het voordeel, dat het van Luxemburg zal behandeld wor„ den even en op dien zelfden voet als Regiment genooten heeft, weegens de overige troepes van de Edele Ne= de gulden teegen 20. stuijvers be= derlandse komp: zoo wel de Hee- ren officieren als de onder officieren taald te krijgen in plaats van en soldaeten, zig uit dien hoofde zouden hebben moeten te vreeden 15. st=ns; maar dit is een gunst houden met de betaaling hunner denwijs die toegestaen is geworden gagie te ontfangen even als de Nationaale troepen teegens 15. aan desselfs hoedanighijd van st:e de gulden; en dat ook de Heere Prince van Luxemburg vreemde, en die in geenen deelen zelve, dit in dien en geenen an- tot vergoeding kan dienen voor deren zin verstaan heeft, blijkt desselfs verlies; Jndien het an= zeer duidelijk uit den brief door Hoogst denzelven geschree= ders waare zoude het zijn, met ven aan den kolonel de Heer de Beandraps den 12. Maart de eene hand geeven om met 1783. 5 10. Dat de 5. 10. ing Dat het mids dien een loutere goedwil= de andere weeder in te houden, ligheid van de komp: geweest is, dat ze stilswijgende er wel in heeft het welk de kieschheid van willen berusten dat alle de gagien van het regiment van Luxemburg toe de Edele komp: niet kan gens 20. stuijv:s de gulden zijn betaeld, want dit alleen is gekontinueerd tot lijden. op het nader goedvinden van de Edele Hoog agtb: Heeren bewinthebberen. § 11. Dat al het voorenstaande dui= Jk denke klaar genoeg beweezen delijk aantoond dat het ver- te hebben het regt van den sol- zoek door den Heer de Raij- mond hier ter zijde gedaan om daet tot de betaaling van 13. gul„ namentlijk aan het Regiment dens 5. stuijv:s mij blijft maar te doen uitkeeren het geen zedert september 1785 aen de solvaeten overig om de schadeloosstelling die minder dan eertijds betaald is, denzelven kan te goed hebben, te niet gegrond is op eenig regt nog zelfs op de minste billijk- besluijten. Jn hoope van in het heid, en dat mids dien, deeze ver- vriendelijke te handelen, zal ik goedering beslooten heeft voorsz: stilswijgende die voor bij gaan, instantie niet alleen te ontseg- welke hij kan vorderen om ree- gen zoo als ze ontzegt word door deezen, maar daar bij denen van het niet- genieten voor teevens aan de komp: te reser de tijdstip van 2ber: 1785. Ik veeren het regt om te rug te vraagen het geen ze op mislij-, zal zelfs mijne verzoeken bepae= dende berigten zoo als dat len bij de bloote uijtkeering van hier boven §2. is aangewee= zen, te veel heeft betaald, in een gulden sestien stuijvers en dien de Edele Hoog Agtb: Heeren zes penn: voor ieder man, elke Bewind hebberen in der tijd mogten maand, te reekenen van die tijd 11. goed d af
English
1989 deem fit to make use of this right. from until and including the month of Junij 1788, and in order to avoid all small accounts, I shall not include therein what the deceased, deserted, or discharged persons from the Regiment might have been entitled to during each month. I dare to flatter myself, Sir Governor! that Your Honour will not only take into consideration the motives which I have the honour to lay open before Your Honour, supported by the accompanying list, but that Your Honour will favorably accept a request which is founded on equity, and which I only make because my office obliges me to do so, which makes me answerable and responsible for the interests of the corps and in particular for those of the soldier, who, since his share is the heaviest though greater in number, stands in need of greater support, and must draw the attention of the chiefs more towards himself. List of the sums which remain owing to the men since the month of 7ber: 1785. until and including the month of Junij 1788, at 1. guld:s 16. st:r 6. penn: per month, for each soldier, drummer, or oboist. 7ber: 1785 736. heads. f 1343. 4. — 8ber: „ 732. „ „ 1335. 18. - 9ber: „ 725. „ „ 1323. 2. 6 xber: „ 719: „ „ 1312. 3. 6 Januarij 1786. 719. „ „ 1312. 3. 6 februarij „ 717. „ „ 1308. 10. 6 Maart „ 710. „ „ 1295. 15. – April „ 710. „ „ 1295. 15. -. Meij. „ 707. „ „ 1290. 5. 6 Iunij „ 706. „ –„ 1288. 9. – Carried forward f 13105: 5. 14: 1990. Brought forward. f 13105. 5. 14. Julij 1786: 701. heads „ 1279. 6. 6 Aug:s „ 698. „ „ 1273. 17. – 7ber: „ 694. „ „ 1266. 15. — 8ber: „ 693. „ „ 1264. 18. 6 9ber: „ 695. „ „ 1268. 11. 6 - xber: „ 722. „ „ 1317. 13. — Januarij 1787. 703. „ „ 1282. 19. 6 febr: „ 700. „ „ 1277. 10. – Maart „ 698. „ „ 1273. 17. — April „ 697. „ „ 1272. 6. — Meij „ 737. „ „ 1345. 6. — Junij „ 736. „ „ 1343. 4. – Julij „ 733. „ „ 1337. 14. 6 Aug:s „ 738. „ „ 1346. 17. – 7ber: „ 733. „ „ 1337. 14. 6 8 ber: „ 728. „ „ 1328. 12. — 9ber: „ 722. „ „ 1317. 13. — xber: „ 714. „ „ 1303. 1. — Janua:j 1788. 706. „ „ 1288. 9 — febr: „ 701. „ „ 1279. 6. 6. Maert „ 692. „ „ 1263. 2: — April „ 692. „ „ 1263. 2. — Meij „ 676. „ „ 1233. 14. – Junij „ 676. „ „ 1233. 14. – Together - f 44104: 10. —. After having requested Your Honour's justice and benevolence, Sir Governor, in favour of the soldier, I shall have the honour most respectfully to demonstrate to Your Honour the right of the Corps to an indemnity for and on account of not having been paid in silver money for thirty-four months; notwithstanding the requests which I have already had the honour to make to Your Honour both verbally and in writing. When the Lord Prince of Luxemburg negotiated with the Honourable Company, the mutual intention was not to deceive one another, and thus not to make the regiment a victim of any speculation: It is also certain that the contracting parties, in specifying a salary for the troops, did not imagine that 1991. a large part of this salary would be made illusory by paying it in money of a low value that would bring with it a loss, which presently amounts to nearly two fifth parts. In vain would one make objections here from the equalization of the payment of the regiment with that of the National troops; I have already proven that, although this equalization should substantially have been with regard to the amount of the payment and other benefits that should have accompanied it, the regiment nevertheless never enjoyed the same; it still remains for me to prove that the same was established solely for the benefit of the Corps, and not to its loss. § 12. That the Company's ordinary troops are obliged to receive the money that they get for their monthly pay according to the rate of exchange of the country in which they are situated, and that since by the 3rd article of the new capitulation it is established that the volunteers of the corps of Luxemburg shall be treated precisely on the same footing as the Company's ordinary troops, it cannot by this article therefore be deemed to have deviated in this respect from the literal sense of that part of the 4th article of the first capitulation which in so many words says: that the officers and soldiers of the regiment of Luxemburg shall receive their salaries according to the rate of exchange of the coin species in the country where they serve. That the Company's ordinary troops during all the time spoken of here have been paid with precisely the same coin species with which the regiment of Luxemburg was paid, and that § 12. By examining the two capitulations it will be easy to discover this. The first had fixed a sum in general for the payment of the whole regiment; the gentlemen officers being informed that this sum was less than that which they were accustomed to pay to the National troops of equal number, these representations were made, which gave rise to the second capitulation; in which it was agreed that the regiment regarding its payment and other benefits should be placed on an equal footing with the troops of the Honourable Company; from which it follows that this act was made solely to promote the well-being of the regiment.
Dutch transcription
1989 goedvinden van dit regt ge- bruik te maaken. af tot en daar onder begree pen de maand Junij 1788, en om alle klijne verhaalen te vermijden, zal ik er niet on- der begrijpen, het geen de over- leevenen, gedeserteerden, of van het Regiment ontslagene per-e zoonen mogten te goed hebben geduurende ieder maand. Jk durve mij vlijen, Mijn Heer Gouverneur! dat uwwel Edele niet alleen in aanmerking zal neemen de beweegreedenen die ik de eer heb uw wel Edele open te leggen steunende op de hier neevens gaande lijst, maar dat uw welEdele in goeden zal aan- neemen een verzoek dat op de billijkheid gegrond is, en het welk ik niet doe, als om dat mijn bediening er mij toe verpligt, welke mij aanspreekelijk en verantwoordelijk maakt voor de belangens van het korps en in het le het bijzonder voor die van den soldaet, die, wijl zijn aandeel het swateste is hoe wel grooter in getal, een grooter ondersteun zel van nooden heeft, en den aen„ dagt der opperhoofden meerder tot zig moet trekken. Lijst der sommen, welke men aan het volk is schuldig geblee= ven zeedert de maand 7ber: 1785. tot en daar onder begaee. pen de maand Junij 1788, tee= gens 1. guld:s 16. st=r 6. permn: per maand, voor ieder soldaet tamboer of hauboist. 7ber: 1785 736. koppen. ƒ 1343. 4. — 8ber: „ 732. „ „ 1335. 18. - „ 725. „ „ 1323. 2. 6 9ber: xber: „ 719: „ „ 1312. 3. 6 Januarij 1786. 719. „ „ 1312. 3. 6 februarij „ 717. „ „ 1308. 10. 6 Maart „ 710. „ „ 1295. 15. – April „ 710. „ „ 1295. 15. -. Meij. „ 707. „ „ 1290. 5. 6 Iunij „ 706. „ –„ 1288. 9. – Transporteere ƒ 13105:5. 14: 1990. P:r Transport. ƒ 13105. 5. 14. Julij 1786: 701. koppen „ 1279. 6. 6 Aug:s „ 698. „ „ 1273. 17. – zber: „ 694. „ „ 1266. 15. — „ „ 1264. 18. 6 8ber: „ 693. Gber: „ 695. „ „ 1268. 11. 6 - xber: „ 722. „ „ 1317. 13. — Januarij 1707. 703. „ „ 1282„ 19. 6 felr: „ 700. „ „ 1277. 10. – Maart „ 698. „ „ 1273. 17. — April „ 697. „ „ 1272. 6. — „ 737. „ „ 1345. 6. — Thij „ 736. „ „ 1343. 4. – Junij p Julij „ 733. „ „ 1337. 14. 6 Aug:s „ 738. „ „ 1346. 17. – xe xber: „ 733. „ „ 1337. 14. 6 8 ber: „ 728. „ „ 1328. 12. — 9ber: „ 722. „ „ 1317. 13. — xber: „ 714. „ „ 1303. 1. — Janua:j 1788. 706. „ „ 1288. 9 — febr: „ 701. „ „ 1279. 6. 6. Maert „ 692. „ „ 1263. 2: — April „ 692. „ „ 1263. 2. — Meij „ 676. „ „ 1233. 14. – Junij „ 676. „ „ 1233. 14. – N Tezaamen - ƒ 44104: 10. —. Na uw wel Edeles regtvaardig- heid en goedgunstigheid te heb= ben verzogt, Mijn Heer Gou verneur verneur ten voordeele van den soldaat zal ik de eer hebben uwwel Ed:ele eerbiedigst te ver= toogen het regt van het Corps tot een indemniteit voor en weegens het niet betaeld wor- den in silver geld zedert vier en dertig maanden; niet tee= genstaande de verzoeken, wel„ ke ik reeds de eer heb gehad uwwelEd: te doen zoo woorde lijk als in geschrifte. Doen den Heer Prins van Lupenburg met de Edele komp: gehandelt heeft is de weeder zijdsche meening niet geweest zig van weerskanten te bedrie= gen, dus het regiment geen slagt offer van eenige bespiegeling te maken: Het is ook zeeker, dat de kontrakteerende parthijen, bij het specificeeren van een traktement voor de troepen, zig niet verbeeld hebben dat meyr 1991. men een groot gedeelte van dit traktement bedriegelijk zoude maken door het zelve te doen. met geld van een laage waer de dat een verlies na zig zou= de sleepen, het welk thans bij na twee vijfde gedeeltens bedraagt. Te vergeefs zoude men hier teegenwerpingen maaken uijt de gelijkstelling van de betaeling van het regiment met die van de Nationale troepen, ik heb reeds beweezen, dat, hoe wel deeze gelijkstelling werzent- lijk had moeten zijn omtrent het montant van de betaeling en andere voordeelen die daar meede moesten verzelt zijn, het regiment egter niet te min dezelve nooijt had genooten, mij blijft nog over te bewijsen dat dezelve niet is vast gesteld geworden dan ten voordeele van § 12. § 12. Dat 'skomp:s gewoone troepen Door de twee kapitulalien na verpligt zijn om het geld dat ze voor hunne maandgelden krij- te gaan zal het ligt zijn zulks gen te ontfangen naar den kvers te ontdekken. De eerste had van het land waar in dezelve zig bevinden, en dat wijl bij eene somma in het Generaal het 3:e artikel van de nieuwe bepaald voor de betaeling van kapitulatie is vastgesteld dat de volontairs van het korps het geheele regiment; De Heeren luxemburg zullen worden be- officieren onderrigt zijnde, dat handelt even en op dien zelfden voet als komp:s gewoone troe - deeze somma minder was als pen, door dit artikel mids die welke men gewoon was dien niet kan geagt worden in dit opzigt te zijn afgeweeken aan de Nationaale troepen ten van den letterlijken zin van gelijken getalle te betaalen deese dat gedeelte van het 4. arti= kel van de eerste kapitulatie vertoogen welke oorzaak gaven welk met zoo veel woorden zegt: tot de tweede kapitulatie; in dat de officieren en soldaaten van dewelke men over een kwam, dat het regiment van Luxemburg hunne appointementen zullen ont.- het regiment aangaande deszelfs fangen naar den koers der geld soecien in het land daar betaaling en andere voordeelen ze dienen zoude gelijk worden gesteld met Dat 'skomp:s gewoone troepen ge- de troepen van de Edele komp:s duurende al den tijd waar van hier gesprooken word, zijn be= waar uijt voortoloeijt, dat deeze ƒ taald met even de zelfde muntspe„ cien waar meede betaald is het akte niet is gemaekt als om het regiment van Luxemburg, en wel zijn van het regiment te bewerken van het Corps, en niet tot des„ selfs verlies. dat Nien
English
One must now know whether, in introducing an equalization, it was introduced according to the state of present affairs, or whether it was calculated according to the future. It is certain that, in drawing up the Capitulation, neither the increases nor the decreases that might occur over time in the payment of the troops of the Noble Company were kept in sight in any way, and that essentially no calculation was made other than according to the state of affairs then in existence. Consequently, one had no other prospect than the quantity and the materials that determined the payment, which these troops enjoyed at the time of the alteration of this treaty. Now it is certain that at that time gold and silver were used for their payment, and that consequently, in establishing the mutual interests of the two parties, nothing other than this species of money was kept in sight to effect the remuneration of the service. Thus, to deprive the Regiment of this, of the own motion of one of the parties without the consent of the other, would be to deprive it of an acquired reward and to deceive the good faith of this second party. But I know, Sir Governor, that it is neither your Honour's intention nor that of the Noble Company. Perhaps it will also be said, relying on the equalization, that the national troops, having the same right as the Regiment, have nevertheless made no demands, and that consequently the Corps is not admissible in theirs. I will maintain in the first place that the nationals do not have the same rights as the foreigners; that the status of subjects might perhaps oblige them to bear the burdens of the state, while the foreigners cannot be forced to do so, especially having to be regarded as nothing other than auxiliary troops, essentially being in the possessions of the Noble Company pursuant to a treaty upon which one cannot infringe without violating the law of nations. On the other hand, one could not draw a conclusion from the silence of these troops, because it is permitted to a Corps, just as to a private individual, to neglect its rights, indeed even to cede them, without this making a law against anyone who wishes to maintain his own. That, meanwhile, this Regiment has also been treated on an equal footing in this respect. That the reasons indicated in the resolution of this Government of 29 December of last year, for which the salaries of the officers and soldiers of the Regiment of Luxemburg were paid in no other coin species than has occurred, continue to persist to this day, and that this Government consequently has nothing to add to its aforesaid resolution, other than to repeat hereby what was offered therein, namely to point out a way to all those of the Regiment of Luxemburg who, upon the departure of the Regiment, might have surplus cash which they do not know how to spend, so that they may remain free of loss; and that consequently all such members of the said Regiment who are in this situation and apply for that purpose will, for the money they do not know how to spend better, be given bills of exchange on the Company payable at the Cape of Good Hope or in Europe, as they shall prefer, which will even turn out to be considerably more advantageous for them than taking silver or gold money in kind with them to Europe. § 13. It has been asserted in the response which the Government of Colombo has given to the petition that I had the honour to submit in order to request that the payment might be made in silver money, that the Regiment suffers no loss, because the coin given in payment is current on the island and is accepted by the Noble Company for the same price at which it has issued it. But this response fails, since, since the introduction of that coin, the foodstuffs and merchandise— That this loss is less great than Mr. de Raysmond makes it appear here. That during all the time spoken of here, rice has usually been at an ordinary and very moderate price, and that when, not long ago, it began to rise, the officers as well as non-commissioned officers and soldiers of the Regiment of Luxemburg had the liberty to have Kannendorse rice brought from the Company's warehouse for their use at 10 schellingen per pack. That on the other foodstuffs, at least those of prime necessity and brought from the countryside, payment in copper coin cannot have had any significant influence, because the natives who bring them for sale accept them just as eagerly as other coin. That—
Dutch transcription
1992 dat mids dien het zelve Regiment Men moet nu weeten, of bij het ook in dit opzigt daar meede is invoeren van eene gelijk stelling behandelt op eenen egaalen voet. Dat de reedenen aangeweezen bij zij dezelve ingevoerd heeft na de rezolutie dezer Regeering. van den 29. December J:o Leeden waa- volgens den staat der tegen- voor de appointementen van de officieren en soldaaten van het woordige zaaken of dat zij Regiment van Luxemburg in gaen dezelve navolgens het toekoo- andere geld specien zijn betaald dan geschied is, tot nog toe voort mende heeft gecalculeerd: Hete duuren, en dat deeze Regeering is zeeker, dat bij het in order mids dien bij voorsz: haare re brengen van de Capitalatie men solutie niets te voegen heeft, dan door deezen te herhaalen, het geenzints: in het oog heeft ge= daar bij aangeboodene om na- had de verhoogingen nog de mentlijk aan alle die geene van het Regiment van Luxemburg, verminderingen, die met 'er tijd die bij het vertrek van het konden voorvallen in de betae= Regiment. kontanten mogten over hebben die ze niet waeten iling van de troepen van de Edele te besteeden, eenen weg aante - komp:, en dat men weezentlijk wijzen ten eijnde buiten schaade te blijven, en dat mids dien al-geene Calculatie heeft gemaekt le zulke van het zelve Regi- dan navolgens den staet der Zae- ment, die in dit geval zijn en ken die toenmaels in weezen zig daar toe addresseeren, voor het geld dat ze niet beeter wee - waaren dat men bij gevolg geen ten te besteeden, wissels gegee= ander vooruijtzigt gehad heeft ven zullen worden op de komp: betaalbaar aan de kaap de als de quotiteit en de stoffen goede Hoop of in Europa, na die de betaaling bepaelden, welke dat ze dat zullen verkiezen en het welk voor dezelve, zelfs deeze troepen ten tijde van de merkelijk voordeeliget zal verandering van dit traktaet uit genooten t 7 uitkoomen. dan om zilver of goad genooten. Nu is het zeeker, dat geld in natura meede te nee= op die tijd het goud en zilver tot men na Europa hun betaling gebruikt wierd, dat men bij gevolg door de weder- zijdsche belangens van de twee partijen tot stand te brengen, niet dan deeze spetie van geld in 't oog heeft gehad, om de be„ looning van den dienst te be„ werken; dus het Regiment hier van te berooven, uijt eigen beweeging van eene van de partijen, zonder toestemming van de andere, zoude weezen, het zelve te berooven van een verkreegen belooning, en de goede trouwe van deeze tweede partij te bedriegen, Maar ik weet, Mijn Heer Gouverneur, dat het nog uw wel Edeles oog= merk nog dat van de Edeele komp: is; Misschien zal men ook zeggen, op de gelijkstelling steunende dat de nationaale troepen 1993 troepen het zelfde regt hebbende als het Regiment, egter geene eijsschen gedaan hebben dat bij gevolg het Corps in de hunne niet aanneemelijk is. Ik zal ten eersten beweeren dat de Nationaalen met dezelfde regten hebben als de vreemden; dat de hoedanigheid van onderdaanen hen mitschien zoude kunnen ver- pligten om de lasten van den staet te dragen, terwijl de vreemden hier toe niet kunnen gedwongen worden: voornamentlijk niet anders moetende worden aenge- merkt als Hulf troepen in wee„ zen zijnde in de bezittingen van de Edele komp:, navolgens een traktaet waar op men geen in- breuk kan doen zonder het regt der volkeren te schenden; van een een anderen kant zou de men niet kunnen gevolg trekken uijt het stilswijgen van van deeze troepen, om dat het ge„ oorlofd is aan een Corps; even gelijk als aan een partikulier zijne reg„ ten te versuijmen, Ja zelfs die aftestaen, zonder dat zulks een wet maakt teegen die geen, die de zijne wil staande houden § 13. 13 „intusschen Men heeft voorgegeeven in het Dat dit verlies „ minder groot zij dan de Heer de Raijsmond het antwoord het welk de Regeering hier doed voorkoomen. Dat de rijst geduurende al den tijd van kolombo heeft gegeeven, op waar van hier gesprooken word, ge- woonlijk is geweest op een ordinaire het request dat ik de eer heb en zeer matige prijs, en dat toen niet lang geleeven, dezelve eens aan gehad in te dienen om te verzoe„ het rijzen wat, de officieren zoo. ken, dat de betaaling mogte wor„ wel als onder officieren en soldaeten van het regiment van Luxemburg den gedaan in zilver geld; dat het de vrijheid gehad hebben, om uijt regiment geen verlies heeft, wijl skomp:s pakhuijs kannendorse die munt ter betaaling gegeeven rijst tot hun gebruik te kunnen laaten haalen teegens 10. schellingen gangbaar is in het Eiland, en de pakke. door de Edele komp: word aange„ Dat op de overige levens middelen ten minste zulke die van de noomen voor dezelfde prijs, daar eerste noodzaakelijkheid zijn, en uit het land aangebragt wer= ze die heeft voor uijtgegeeven. den, de betaaling in kooper munt Maar dit antwoord vervalt, de„ geen merkelijken invloed heeft kunnen hebben, wijl den Jnlanderen wijl zeedert de invoering van die die dezelve te koop brengen, die munt; de eedwaaren en de koop- even zoo gaeetig ontfangen als andere munt. Dat manschappen -
English
1994. That as regards in particular the lower ranks, whether native officers and soldiers who eat at the messmasters, or foreign, these have therefore paid not a penny more, and that also with respect to the clothing it cannot be considered to have been to their detriment, since everything that the staff deemed necessary to request from the Company's warehouses has been provided at cost price. That as regards the officers, it cannot indeed be denied that the receipt of copper currency has been somewhat less advantageous for them in paying for goods brought in from outside than if payment had been made in silver or gold specie, but that all other servants of this Government have likewise had to put up with this, and especially the officers of the National troops, with whom the officers of the regiment of Luxemburg are on a par in salary. They have doubled in price, whereas those goods paid for with silver undergo no other price increase than that related to the scarcity caused by the copper money, which has not only deprived the Regiment of many a pleasure, but has also prevented the private individuals from utilizing their ingenuity and thrift, which consequently brings them to the most miserable state. It is true that the Honorable Company accepts this new coin at the same price for which it issued it, and that the price of foodstuffs in its warehouses almost never undergoes any change, but it is also true that the portion of the Regiment's pay which comes into its treasury is far too small to be taken into account, and that this benefit generally does not apply except for goods concerning their general staff, because it alone has sufficient means to purchase in bulk, while the private individuals, who can only resort to it for small items such as sugar and rice, frequently finding the warehouses devoid of provisions, are obliged to buy at the markets or from retail merchants. I was obliged last year to pay 8 stivers for a pound of sugar and this year 80 stivers for a parra of rice, while the price of the first-mentioned 1995. in the Company's warehouses is only 5 stivers and that of the second 48 stivers, for the same kind. It is thus that all small items belonging to the principal necessities of man have risen to an extraordinary price, as a necessary consequence of copper taking the place of gold and silver money. 514. That the assembly trusts that the intention of Mr. de Raymond was not to assert anything here other than that the Company was not unprovided with gold and silver specie in so far as these were to serve for the continuation of trade at Tuticorin. In vain would one contend that Ceylon is poorly provided with money; everyone knows that it is not, and that Tuticorin is the staple of its finances and its commerce. One is likewise convinced that all other Indian establishments belonging to the Honorable Company are abundantly supplied with it, and that at the first word your Honor will be pleased to utter, Tuticorin and even Cochin will supply your Honor more than abundantly to satisfy the pay of the Regiment and its compensation. Furthermore, even if there were truly no gold or silver money in India, the compensation would nonetheless be legitimate, because this scarcity could bring no change to the treaty between the Prince and the Honorable Company, nor consequently to the value of the payment of the troops. It is certain, Governor, that if the King of France, who has foreign troops in his service, were obliged, due to considerations of state, commerce, or finances, to let a coin of low value circulate in his country, 1996. he could make no use of it with his troops without keeping them free of loss, either by paying them with the specie in use at the time of their enlistment or giving a sufficient amount of the new to make them equal to the exchange rate; and in case of disbandment, without exchanging that portion of these species which they would not have spent in his states. It must likewise be so here, Governor, for the regiment of Luxemburg. When its capitulation was made, the silver and gold specie were in circulation; having since that time been withdrawn, it nevertheless has the right to be paid in those species, and in default of those, as much of the new must be counted to it as is sufficient to make them equal to the former in value, for to pay a debt it is not enough to pay the amount in denomination, but in value, and this value must moreover be acknowledged as such by foreigners. Certainly, Governor, if the loss had been only for a short time, the Regiment would have assisted with much zeal on behalf of the state and would have refrained from making the slightest demand, but it has been for thirty-four months that it has suffered continuous loss.
Dutch transcription
1994. Dat wat in het bezonder de onder manschappen, het zij inlandsche officieren en soldaaten die bij de schapbaazen eeten aangaat, deeze of uijtlandsche, dubbeld in prijs daarom geen penn: meet hebben zijn gesteegen, daar die waaren betaald en dat het ook ten aanzien van de kleeding niet kan geagt die met zilver betaeld worden worden aan deze schadelijke te geene andere prijs verhooging zijn geweest, wijl alles wat de staf daar toe noodig geagt ondergaan als die betrekking heeft te vraagen iit 'skomp:s heeft tot de zeldzaamheid door pakhuijzen teegens het inkoops kostende verstrekt is. het koper geld veroorzaakt Dat wat de officiers aangaet„ het welk niet alleen het Regi= het wel niet kan worden ont= kend, dat het ontfangen van ment heeft berooft van meenig koopere munt, hun in het af- genot, maar ook de partiku- betaalen van goederen die van 1 ƒ buiten aangebragt worden eeni- lieren belet heeft zig zijn schran- genmaeten min voordeelig ge-derheid en zuijnigheid ten nutte weest dan wanneer in zilvere off goude geldspoecien waare te maken, het geen hem bij ƒ betaald, dog dat zig dit ins- gevolg tot de elendigste staet gelijks hebben moeten laaten brengt. Het is waar, dat de welgevallen alle overige die= naaren van dit Gouvernement; Edele komp: deeze nieuwe munt en speciaal de officieren van aanneemt voor dezelfde prijs de Nationaale troepen met de= welke de officieren van het waar voor zij die heeft uijtge= regiment van Luxemburg in geeven, en dat de prijs der eed= apointement ruum gelijk staen: waaren in haare pakhuijzen bij na nooijt eenige verandering ding ondergaat, maar het is ook waar dat het gedeelte van g 1 g 1 1. van de betaaling van het Regi„ ment, het welk in desselfs „kassa komt, al te gering is om er agt oplegeeven, en dat dit voordeel in het algemeen geen plaats heeft, als voor de goederen die hun grooten staf aangaan, om dat die alleen genoegzaame middelen heeft, om 'er zig in het groot van te voorzien terwijl de particulie ken, die 'er hun toevlugt niet kunnen neemen als vóor klijne zaaken zoo als de zuijker en rijst, de pakhuijzen dikwils ontbloot vindende van provisien verpligt zijn op de markten of bij de in het klijn handelen de kooplieden te koopen Ik ben het voorleedene Jaar ver„ pligt geweest 8. st=s voor het pond zuijker in dit Jaer 80: st=r voor de parra rijst te betaalen terwijl de prijs van het eerst genoemde 1995 genoemde in 'skomp:s pakhuijzen maar 5. st=rs en dat van het tweede 48. st=n is, van dezelfde zoort. Het is aldus, dat alle klijne zaaken die onder de meeste be- noodigtheeden van den mensch be= hooren, tot op een buijten gewoone prijs zijn gesteegen, door een nood= zaakelijk gevolg van het stand- grijpen van het kooper in plaets van goud en zilver geld. 5 14. 514. Dat de vergaedering vertrouwd Te vergeefs zoude men bewee„ dat de intentie van den Heer „ken dat Ceilon net voorzien is. de Raijmond niet geweest is hier iets anders te avanceeren, van geld ieder een weet dat het dan dat de komp: niet onvoor= en is, en dat Tutukorijn de stapel zien is geweest aan goude en zilvere specien in zoo verre is van haare finantien en van die hebben moeten strekken ter haar koophandel: Men is van voortzetting van den handel op Gutukorijn gelijken overtuijgt dat alle an= dere indische 'scomptoiren aan de Edele komp: toebehoorende 'er overvloedig van voorzien zijn, en dat op het eerste woord, dat uw welEdele zal gelieven te uijtten, Tutuk: Tutuk orijn Ja zelfs Cochim uw welEdele ter overvloedig zullen leeveren om de betaaling van het Regiment en deszelfs scha„ deloosstelling te voldoen. Voor het overige, al was 'er tant geen goud- of zilver- geld in Jndien, zoude de schadelvos stelling det niet temin wettig weezen; om dat deeze schaars- hijd geen verandering heeft kunnen toebrengen aan het traklaat van den Print en de Edele komp: bijgevolg ook niet aan de waarde van de betae ling van het volk. Het is zeeker, mijn Heer Gou„ verneur dat, indien de koning van frankwijk, die vreemde troepen in zijn dienst heeft, ver= pligt was, weegens betragtingen van staat van koophandel, of van finantien een munt van laage waarde in zijn land te laaten 1996. laaten Circuleeren Bij van het zelve geen gebruijk zoude kun„ nen maken, met zijne troepen, zonder dezelve buijten schaade. te stellen, het zij door dezelve te betaalen met de ten tijde van hun dienst-neeming in ge= bruijk zijnde specien of Een genoeg geevende van de nieuwe om hen gelijk te stellen met de wissel=Coers; en ingeval van afdanking; zonder het ge= deelte deezer specien te verwis= selen, 't welk zij niet in zijne „staaten zouden hebben verteerd. Het moet hier insgelijks zoo zijn, Mijn Heer Gouverneur, voor het regiment van Zux- emburg: Joen desselfs kapitu latie gemaakt is geworden, waren de zilver en goud vese tien in gang; zedert dien tijd vernietigd zijnde, heeft het zelve niet te min het regt en om in die specien betaald te worden, en bij gebrek van die moet aan het zelve zoo veel nieuwe worden geteld als ge= noeg is om hen gelijk te stel= len met de voorige in waar- dij, want om een schuld te betaalen is het niet genoeg het getal te betaalen in benaa= ming maar wel in waarde, en deze waarde moet daar en boven door de veemdelingen daar voor erkend worden Zeekerlijk, mijn Heer Gouverneur indien het verlies maar voor een korten tijd was geweest, zoude zig het Regiment met veel ijver ten behoeve van den staat hebben bijgestaan en zig wel gewagt hebben de minste eijsch te doen maar het is zeedert vier en dertig maanden dat het zelve geduurige schade lijd
English
1997 suffered; and such a considerable lapse of time as well as the magnitude of the loss not permitting them to remain silent, particularly at a moment when it ceases to be in the Company's service, and has no other prospect than an imminent separation. Necessity joined with justice, My Lord Governor, are thus the ground of their claim: I think to have sufficiently proven this to Your Honour. It only remains for me to have the honour to propose to Your Honour the means to see what the price may be at which the indemnification can be set. From the moment that the the copper money began to circulate, the rate of discount has been from ten per cent and has successively risen to this day up to 38 and more. To establish the average price of 34 months, I shall record: 1 month at 10. . . . . 10. — 1 ditto 11. — . . 11. 1 ditto 12. — . . 12. 1 ditto 13. . . . 13. 1 ditto 14. . . . 14. 2 ditto 15. — . . 30. 1 ditto 16. . . . 16. 1 ditto 17. . . . 17. 1 ditto 18. — . . 18 1 ditto 19. . . . 19 2 ditto 20. . . . 40. 1 ditto 21. . . . 21. 1 ditto 22. . . . 22. 1 ditto 23. — . . 23. 1 ditto 24. . . . 24. Carried forward: 17 months, 290. 1998 17. Carried forward: 290. 2 months at 25. — . . 50. 1 ditto 26. . . . 26 1 ditto 27. . . . 27. 1 ditto 28. . . . 28 1 ditto 29. . . . 29 2 ditto 30. . . . 60 1 ditto 31. — . . 31 1 ditto 32. . . . 32 1 ditto 33. — . . 33. 1 ditto 34. — . . 34 2 ditto 35. . . . 70 1 ditto 36. . . . 36. 1 ditto 37. . . . 37. 1 ditto 38. — . . 38. — Together: 34 months, 821. of which the 34th is 24 1/34 per cent. The average month of the rate of discount thus being 24 1/34 per cent, in order to know to what price the indemnification must come, it only remains to check the entire sum that constituted the payment of the Regiment during 34 months. In order not to arrive again at difficult calculations on account of the various distributions of the Regiment, I shall set for an average month the following list, in which will not be included the sums paid for board money, since the same was delivered in kind to the caterers. 1 Lieutenant Colonel . . f 447. 6. — 1 Captain Treasurer . . 180. 6. — 7½ places of Captains Commandant . . 1502. —. — 1½ places of Captain Lieutenants . . 193. 10. — 11 places of Lieutenants . . 1033. —. — 12½ ditto of Sub-ditto . . 1085. —. — Carried forward — f 4441. 2. — 1999 f 10. 17. — Board money: 2. 8. — Together: f 13. 5. — Carried forward: f 4441. 2. — 1 place of Field Preacher . . 103. —. — 1 place of Surgeon Major . . 103. —. — 1 place of 2nd Surgeon . . 76. —. — 63 non-commissioned officers, Cadets and 3rd masters . . 1260. —. — 88 corporals . . 1232. —. — 712 privates, drummers and musicians, making the average calculation of 34 months at f 10. 17. . . 7440. 8. — Total: f 14655. 10. — which multiplied by 34 will amount for the entire payment of the Regiment during 34 months to f 498287. — and for the indemnification of of 24 17/34 per cent f 120321. 13. 8 Adding to this that which the troops still have due, amounting to 44104. 10. — It is found that the Noble Company is still indebted to the regiment for these two items: f 164426. 3. 1/2. This list, My Lord Governor, may perhaps seem too exaggerated to Your Honour, but this not being my intention, it will be with great zeal that I shall correct my calculations, if Your Honour will have the goodness to have delivered to me authentic price currents of the exchange rate, from month to month, since December 1785 to the present day. The Corps, on its part, willingly agrees to make a deduction 2000 of a pro rata for the sums that have been paid in kind into the Company's treasury by those of the Regiment, as having suffered no loss on this; and if one points out to the same any others that might have escaped them, the deduction thereof shall likewise be made. § 15. That however gladly this meeting would wish to agree to the request of Mr. de Raymond to have that which must hereafter still be paid to the regiment for ordinary salaries fulfilled in silver specie, this is not in its power due to the lack thereof; that, however, in order to accommodate this as much as was in its power, it has gladly agreed, upon the proposals of Mr. de Raymond, now that the regiment is on the verge of its departure, to still have made a fairly large distribution as usual against the cost price of linens for clothing for the soldiers. It remains for me, My Lord Governor, to request Your Honour to order that payment henceforth be made on the old footing and in silver money. It is unnecessary to explain to Your Honour the reasons that give rise to this request, since it is a necessary consequence of those that establish the right to the two indemnifications.
Dutch transcription
1997 lijd; en zoo aanmerkelijk ver- loop van tijd als ook de grootheid van het verlies haar niet toelaatende stil te swijgen, voornamentlijk in een ogenblik daar het zelve ophoud van in 'skomp: dienst te zijn, en geen ander vooruijtzigt heeft als eene aanstaande scheiding. De nood bij de geregtigheid gevoegt Mijn Heer Gouverneur, zijn dut de grond van haaren Eisch: Jk denke uw wel Edele zulks genoegzaam te hebben beweezen. Chij blijft maar overig de eere te hebben aan uw welEd: voor te stellen het middel om te zien welke de prijs kan zijn waar op de schade= loosstelling kan gebragt wor- den. Van het oogenblik af dat het het koper geld heeft beginnen te Circuleeren is de prijs van de af¬ korting geweest van tien op het hondert en is successive tot hee„ den toe gesteegen tot of 38. en meet. van de middelmatige prijs te stellen van 34. maanden zal ik tekenen 1. maand à 10. . . . . 10. — 1. do „ 11. - . „1. do — „ 12. - -. 12. 1. 1. do — „ 13. . . 13. 1. do „ 14. . . . 14. 2. do — „ 15. - - . 30. 1. do „ 16. „ . . 16. 1. do „ 17. . . 17. 1. do „ 18. - . 18 1. do — „ 19. . 19 2: do — „ 20. . . . 40. 1. do „ 21. . . 21. 1. do— „ 22. . . 22. 1. do —„ 23. -. . 23. 1. do —„ 24. . 24. 290. m Die Transp. 17. . 1998 17. P:r Transfort 290: 2. maanden â 25. -. . . 50. 1. do „ 26. . 26 1. do „ 27. . . 27. 1. do — „ 28. . 28 1. do— „ 29. . 29 2. do— „ 30. . . . 60 1. d=o — „ 31. - . 31 1. do „ 32. . . 32 1. do — „ 33. - . 33. 1. do — „ 34. - - 34 2. do — „ 35. . . 70 1. do— „ 36: . . 36. 1. 8o —„ 37. . . 37. 1. d=o — „ 38. - 38: — Tezaamen. 3 -. 821. JA: Laaamen waar van de 34:e is van 24 1/34. p so De gemeene maand van de prijs van afkorting dus zijnde van 24 1/34 pa/o blijft, om te weeten tot welke prijs de schadeloos stelling moet koo= men, alleenlijk over, na te zien de geheele somma die de de betaling heeft uijtge- maakt van het Regiment zeederd 34: maanden. Om niet wederom op moeijelij„ ke Calculatien te komen vermits de verschijdene verdeelingen van het Regi= ment, zal ik voor een mid. delmaatige maand de vol„ gende lijst stellen, waar in men niet zal begrijpen de betaalde sommen voor het kostgeld, wijl dezelve in natura aan de schafbaa zen zijn afgegeeven. 1. luijt kollonel. . ƒ 447: 6. — 1. kapitijn tresoriek „ 180. 6. — 7½ plaetsen van kapi- tijns kommand:s „ 1502: —. — 1½ plaetsen van kap:n luijtenants - - - „ 193. 10. — 11. plaetsen van luijt:s „ 1033. — – 12½ d–o. van sous d=o „ 1085. —. — Transporteere - ƒ 4441: 2. — 1999 ƒ10: 17. — Kostgeld „ 2. 8. — 1 te zamen ƒ 13: 5. — — P: Transfort ƒ 4441: 2. — 1. plaats van veld presikeer „ 103. —. — 1: „ „ Chirurgijn majoor „ 103. — — 1. „ „ 2:e Chirurgijn „ 76. — — 63. onder officiers, Cadets en 3:e meesters „ 1260. –. – 88. korperaels. - - „ 1232. —. 712. gemeenen, tamboers en Mulikanten, in't maakende de middel maatige reekening v„ „17440: 8. — 34. maenden â ƒ 10: 17. Sommea ƒ 14655: 10. — welke gemultipli- ceerd door dinim zal uijtmaaken voor de geheele betaeling van het Regiment geduurende 34. maenden ƒ 498287. — en voor de schadeloos stelling van van 24 17/34. p„r Co ƒ120321:13: 8 Hier bij voegende het geene de troepen nog te goed hebben bedraegende „ 44104:10:—: 4:10:-- Bevind Sil. de Edele komp: nog schuldig te zijn aan het regi- ment voor deeze twee voorwerppen - - - ƒ164426:3: 1/½. Deeze lijst Mijn Heer Gouver¬ heur zal uwwelEdele misschien te vergroot kunnen schijnen, maar dit mijn oogmerk niet zijnde, zal het met veel ijver zijn dat ik mijne bereike ningen zal verbeeteren, indien uwwelEd: de goetheid wil wij ter hand te doen stellen egte /:Mhercuriallet:/ van de wis= sel prijs, van maand tot maand„ zedert xber: 1785. tot heeden toe. Vel Corts bewilligt van zijn kant gaarne aftrekking te 2000 te doen van een prorata voor de somma, die in natura be- taald zijn geworden in skomp:s kassa door die van het Regi- ment als hier op geen verlies gehad hebbende chet aan het zelve eenige andere te doen zien, die hen zouden zijn ont= gaan zal de aftrek daer van insgelijks gedaen worden. 515. §. 15. Dat hoe gaarne ook deeze ver- Mij blijft nog overig Mijn gaedering zoude willen, bewilligen in het verzoek van de Heer de Heer Gouverneur, uw wel Edele Raijmond om het geen na dezen te verzoeken om te belasten nog aan het regiment voor ge= woone appointementen moet worden dat de betaaling voortaen op betaald, te laaten voldoen in zilve= re spoecien, dit niet in haar ver-de oude voet en in zilver geld mogen is, door ontstentenis daer geschiedde Het is onnoodig van, dat ze egter om dit zoo veel het in haar vermoogen ge-uwwelEd: de reedenen uijtteleg weest is, te gemoed te koomen, gen die dit verzoek veroor- gaarne heeft bewilligt om op de voorstellen van den Heer de Zaeken, vermits het zelve Raijmond nu dat het regiment een noodzaekelijk gevolg is op zijn vertrek staet, nog te laaten doen een vrij groote ver- van die, welke het regt tot strekking naar gewoonte tee- de twee schadeloosstellingen gens het inkoops kostende, van lijwaeten tot kleeding voor de vast stellen. soldaeten Het 13. 1½¼
English
soldiers and for whatever else is needed for the service of the regiment. Finally, that this Government, in view of what was alleged in § 12, however much inclined in every respect to be extremely reasonable toward the regiment, has found nothing that could in any respect have authorized it to grant any compensation to the Regiment on account of the payment made to it in copper coin, and that it has consequently resolved to deny the request made thereto by Mr. de Raymond, as it is denied by these presents. The Corps dares to flatter itself that Your Honour's justice and delicacy will not allow Your Honour not to accept the legitimacy of these requests; and it begs Your Honour to be most humbly assured that, penetrated by the most sincere feeling of gratitude for all your kindnesses, it takes great pleasure in making them known and publishing them in all parts of Europe, showing that there is on Ceylon a representative of sovereignty whose deeds all have benevolence, justice, generosity, and a great number of other virtues as their foundation. On the other hand, its wishes, which increase daily, will have as their goal Your Honour's prosperity and renown. As for me, Governor, Sir, who am merely its instrument: for a long time past Your Honour's kindnesses have awakened in me feelings of gratitude which it would be as difficult to express as those of the deepest respect with which I am, underneath was written, Governor, Sir! Your Honour's most humble and obedient servant, was signed, Ch: de Raymond, Lieutenant Colonel. In the margin, Colombo the 17th of July, the year 1788. Lower down, for the translation, signed, G: J: Onstein de Hoen, sworn translator. Agrees, Hybrands, First Clerk. Number 40. D d before March. Checked. Memorial of the officers of the detachment of Trincomalee, presented to the Governor of Colombo. We have the honour to bring to Your Honour's attention the loss that the detachment has suffered since the time of its departure from Colombo for Trincomalee until its return to Colombo. At the time of the departure of the two Companies, then commanded by Mr. De Wybier, they were, upon their arrival at Kaillepetit, embarked on dhonies in order to proceed to Mannar. But such a violent storm arose that the officers and soldiers would have been without provisions for three days through the force of the waves; the fury of the wind and of the tempest compelled us to turn back and go again to Kaillepetit. This circumstance, Governor, Sir, is all the more notable because on that same day and at the same latitude, three laden dhonies were wrecked. Furthermore, Mr. Kiehn, then Commandant there and presently at Colombo, alone can confirm to Your Honour the reality of the matter. Not only did the officers lose a considerable amount of goods, but especially Mr. de Jacob, who, being charged with an entire Company, had the misfortune that all his goods were found to be completely spoiled or lost. Moreover, upon the arrival of the detachment at Trincomalee, Governor, Sir, Mr. de Jacob gave clear evidence thereof to Mr. van Senden en Scheede, then Commandant of the garrison there, and he is still able to give convincing proof thereof to the Governor by the notes that he kept thereof in his register. This circumstance, Governor, Sir, seems to permit us to add, in support of our moving yet humble representations, not only the burdensome expenses into which we were plunged by the continual stay of the ships of His Majesty, having been obliged to entertain the officers of those various ships, especially during the absence of Mr. van Senden, but also the ill-treatment that the detachment suffered from the 15th of March until its arrival at Colombo on the 15th of July 1788. Notwithstanding the strong representations that Mr. de Jacob had the honour to make to Mr. van Senden concerning the order he had given him to proceed with his Company to Madampe, and to let that of the Lieutenant Colonel, commanded by Mr. de la Crasse, depart for the Great Salt River, regarding the impossibility of lodging the men there and of providing oneself with tents, the Governor persisted, saying to me that the regiment had to provide me with them. It is impossible, Governor, Sir, to represent feelingly to Your Honour the condition in which each of us found himself; officers and soldiers were at Madampe
Dutch transcription
soldaaten en waar toe het anders Het Corps durft zig vlijen, dat ten dienste van het aegiment uw wel Edeles regtvaardigheid nodig is. Eijndelijk dat deeze Regeering en kiesheid uw welEd: niet zul„ uit hoofde van het geallegeerde op § 12 hoe zeer anderzints ge len toeladen om de wettigheid neigt om in allen opzigten tee= van deeze verzoeken niet aen gens het regiment ten uijtter„ sten reedelijk te zijn, niets heeft te neemen en het verzoekt uw gevonden dat haar in eenig op- welEdele ootmoedigst verzeekert zigt zoude hebben kunnen au= thoriseeren om aan het Regi- te zijn, dat doordrongen van ment uijt hoofde van het daer het opregtste gevoelen van erken aan gedaane betaeling in kope tenis voor alle uwe goedheeden ke munt eenige schadeloos stelling, toetestaen, en dat ze het zelve zig met veel ver- mids dien heeft beslooten om de instantie in deezen daer toe maak voorsteld om dezelve in door den Heer de Raijmond alle de deelen van Europa te gedaen, te ontzeggen zoo als koemen en te doen weeten, dat dezelve ontzegt word door dee= er op Ceilon een representant van de souverantijl is, aanrs daaden alle tot grondslag heb= ben de weldadigheid de regt- vaardigheid, de edelmoedigheid en een groot getal andere deug= dan, van een andere kant zul= len desselfs wenschen die dage- lijks vermeerderen tot doelwil hebben uw wel Edeles voorspoed en zoam; zen. wat 2001 Wat mij aangaat, Mijn Heer Gouverneur die alleenlijk des- zelfs werktuijg ben; het is zeedert langen tijd dat uw welEd:s goed heeden in mij hebben opgewekt gevoelens van dank- baarheid die het alzoo moeije. lijk zoude zijn uijt te drukke„ als die van de diepste eerbied waar meede ik ben /:onderstond:/ Mijn Heer Gouverneur ! Wwel Edeles ootmoedigste en Gehoor- zaamste dienaar /: was getekend:/ Ch: de Raijmond L:tk Colonel /:in margine:/ Kolombo den 17. Julij Ao 1788 /:laager:/ voor de vertaaling (:geteekend:) G: J: onstein de Hoen gezw: Frans- lateur Akkordeert Hijbrands Egklerk G N:o 40. D d vo: Maarten Nagetien Lo02 Memorie schrift van de Heeren officieren van het detachement van TainConomale, opgedraegen aan den Heer Goeverneur van Colombo. Wij hebben de een uw wel Edele onder het oog te brengen, het verlies dat het detachement geleeden heeft zedert den tijd van deszelfs vertrek van Colombo na Jui„ Conomale tot desselfs te rug komst te Colombo. sen tijde van het vertrek van de twee Compagnien, toenmaals gecommandeert door den Heer De wijbier„ zijn dezelve bij hun komst te kaillepetit op tonies ingescheept om zig na Manaar te begeeven, maar en is zoo een reevig onweer ontstaan, dat de heeren officieren en soldaaten drie dagen zouden leevens middelen zijn geweest door het geweld den gelven: de verwoedheid van de wind en van het omweder heeft ons genoodzaakt te rug te keeren en weder na kaillepetit te gaan. Deeze omstandigheid, Mijn Heer Gouverneur is des te kenbaarden, wijl en dien zelfden dag en op dezelfde hoogte drie gelaadene tonie zijn verongelukt; Buiten dien kan de heer kichn toenmaals Commandant aldaar, en thans te kolombo teegenwoordig, alleen uw wel Edele het wezentlijke van de zaak bevestigen. Niet alleen hebben de heeren officieren aanmerkelijk veele goederen verlooren, maar in het bijzonden den Heer de Jacob, die met eene, geheele Compagnie belast zijnde, het ongeluk gehad heeft dat alle zijne goederen geheel bedorven of verlooren zijn bevonden; buiten dien heeft de heer de Jacob, bij de komst van het detochement te Juinconomale, Mijn Heer Goeverneur. en er blijkbaare bewijzen van gegeeven aan den Heer van senden en scheede toenmaals Commandant van het garnisoen aldaar, en hij is nog in staat 'er over tuigende bewijzen van te geeven aan den wel Edelen heer Goeverneur door de aanteekeningen die zij daar van op zijn register heeft gehouden. Deeze omstandigheid, Mijn Heer Goeverneur schijnt„ ons toe te laaten, om tot ondersteuning van onze beweeglijke dog ootmoedige vertoogen te voegen niet alleen de lastige onkosten waarin wij gedon peld zijn geweest door het geduurig verblijf der scheepen van zijn Majesteit, zijnde verpligt geweest de officieren van die verscheidene scheepen set te onthaalen voornamentlijk geduurende de af„ weezendheid van den Heer van Senden maar ook de slegte behandeling die het detachement weel der heeft ondergaan zedert den 15. Maart tot op des- zoda zelfs komst te Colombo den 15. Julij 1788. steld Niet teegenstaande de sterke vertoogen die den heer ge m de Jacob de een heeft gehad aan den heer van Sen Rot den te doen, op de ouder die hij hem heeft gegee„ die ven om zig met zijn Compagnie na Madame uit te begeeven, en die van de luitenant Colonel ge„ ein Commandeert door den Heer de la Crasse nade gou woo zoute rivier te laaten vertrekken, op de onmoge„ een lijkheid van aldaar het volk te logeeren en zig doen van tenten te voorzien, bleef den heer Goeverneur ren persisteeren mij zeggende, dat het regiment doe mij daar van moest voorzien. Het is onmogelijk, Mijn Heer. Goeverneur, uw wel Edele gevoeliglijk voor te draegen de gesteldheid waarin zig een ider van ons be„ vonden heeft; officieren en soldaaten zijn te Madame
English
2003 Madame been forced to make, or have made, huts of leaves to shelter themselves from the heat of the sun, but not from the bad weather. Mr. de la Chasse, on the 16th, being the day after his arrival, having written to Mr. de Jacob that he and his men were at the Salt River without water and provisions, in a condition making it utterly impossible to remain there, I presented myself to Mr. van Senden, who, after having heard my reasonable requests, said to me: "I feel, Mr. de Jacob, the reasonableness of your requests; I wish with all my heart that it was in my power to provide for you better; meanwhile, order the Company lying at the Salt River to proceed to Madame." It is easy for the Governor to see from this brief account how much the goods of the soldiers have suffered in such a condition; the fatigue, the dust, and the rain they endured finally induced the Governor to pay us a visit, which entirely made him resolve to give orders for the emptying of the rice warehouses of the bazaar, and on the 28th the detachment received orders to move into them. Notwithstanding the care that Mr. de Jacob took to have the clothes packed, it was found upon opening the bundles to lay them in the sun that white ants and other vermin had wrought a terrible destruction in them; several trunks of the non-commissioned officers, as well as their goods, were found completely gnawed through; the weapons of the two Companies were found for the most part without screws, without bayonets; the cartridge boxes and the bandoliers completely ruined and lost. Finally, on the first of May, I received orders to have my detachment march again to Trinconomale, but the soldiers, having had to leave their hammocks behind there, found none upon their return, through which they incurred new expenses. We could not, Governor, let it be thought or suspected with injustice that it was the fault or ill will of Mr. van Senden; on the contrary, we can only attribute it to the necessity in which he found himself to remove the detachment, for reasons that can be known only to him and to Baron van Drieberg, Commandant of the Trinconomale garrison. This is also partly, Governor, what caused such great desertion among my detachment; a circumstance just as distressing for my Chief as burdensome for me, since most were in debt and it is still a substantial loss to my account. Finally, Governor, to cut short these all too long and distressing stories, we do not restrict ourselves to reminding Your Honour of the time of departure of the detachment from Trinconomale, being the 23rd of May, and shall remind Your Honour of the unpleasantries we still underwent on the journey; the Chevalier de Raymond was obliged to make this known to Your Honour, and to hand Your Honour a copy of a report delivered on board the vessel named Le Galle, signed by the Captain, against the Commander of Jassenapatnam, on account of the meager provisions 2004 which he had delivered to my men, and of which I have the receipt signed by the administrator. We dare, Governor, to hope from Your Honour's goodness and justice for compensation, having been oppressed not only by the expenses at Trinconomale due to the continuous arrival of ships, but also by the expenses which the coolies caused us on the journey: our gratitude will convince Your Honour of the deep respect with which we have the honor to be (was written below) Governor, Your Honour's most humble and obedient servants (was signed) De Jacob: Soufflot: de la Chasse: de la Gree (in the margin) Colombo 27 July 1788. (was written below) for the translation (signed) G. J. ontteinde Hoen, sworn Translator. Agrees. Wijbrands Clerk A. v. V. Straaten Examined No. 41. 2005. Translation Sir The state of discomfort and misery in which the detachment of Luxembourg has found itself on countless occasions, related at large in the memorial of Mr. De Jacob, obliges me to petition on their behalf; I am assured, Governor, that Your Honour will take into consideration the countless losses which the officers and soldiers have suffered; and that memorial cannot fail to arouse Your Honour's sympathy; these men find themselves so heavily burdened with debt that they still owe the full advances made to them upon their arrival, and would depart entirely loaded with debts if Your Honour did not have the goodness to come to their aid before their departure for Europe. After having taken full cognizance of the misfortune of the officers and soldiers of that Detachment, I think that 3 months' full pay to both would balance everything evenly; for the rest, everything is in Your Honour's hands. I have the honor to be with very deep respect (was written below) Governor, Your Honour's most humble and obedient Servant (was signed) Ch. de Raymond (in the margin) Colombo the 15th of August 1788. Below for the translation (signed) G. F. instein de Hoen, sworn Translator. Governor. Wijbrands Agrees Clerk . . P. Tupker No. 42 Examined
Dutch transcription
2003 Madame genoodzaakt geweest hutten van blae„ deren te maken of laaten maaken om zig voor de hitte der sou te bergen, dog niet voor het niuwe weder. De heer de la Chasse den 16: zijnde sdaags na zijn komst, aan den heer-de Jacob geschreeven hebbende, dat hij en zijn volk aan het zoute rivier waaren zonder water en levens middelen, in een gesteldheid om er volstrekt niet te kunnen blijven, heb ik mij bij den Heer van senden vervoegt, die, na mijne het is den heer Joe„ billijke verzoeken aangehoort te hebben, mij zeide, verneur ligt, uit ik gevoele MijnHteen de Jacob de billijkheid van dit beknopt ver- uwe verzoeken, ik wenschte van al mijn hart dat raal te zien, roe het in mijne vermogen was u beter te verzorgen, veel de goederen n der soldaaten in gelast intusschen de Compagnie die aan het zoute zodanig eene ge„ rivier legt, zig na Madame te begeeven. e steldheid hebben heer geleeden de ver„ nmoeidheid, het Niet teegenstaande de songe, die den heer de Jacob heeft genomen om de kleederen te laaten inpakken, stof en de neegen heeft men bij het openen der pakken, om ze in de die zij en hebben eindelijk den heen son te leggen, bevonden, dat de witte mieren en uitgestaan hebben andere ongedienten en een schrikkelijke vernie- gouverneur be„ woogen om er ons ling in hadden gemaakt; verscheidene kisten een bezoek te komen van de onder-officieren als ook hunne goederen doen het welke hem geheel heeft zijn geheel doorgeknaagt bevonden, de wapens van de twee Compagnien zijn voor het grootste doen besluiten om ouders te geeven gedeelte zouden schroeven, zonder tot het leedig ma„ zonder baijonetten bevonden; de patroon-tassen en ken van de rijst pakhuizen van de bazaar, en den bandeliers geheel bedorven en verlooren: Einde 28. heeft het detar„lijk heb ik den eersten Maij onder ontvangen om chement onder ont„ mijn detachement wederom na Juin Conomale fangen om 'er zig in te begeeven. te laaten trekken, maar de soldaten hunne en Kooij 8 kooijen aldaar hebbende moeten agterlaaten hebben 'er bij hun te rug komst geene gevonden, waer door zij zig in nieuwe onkosten hebben gestooken. wij zouden Mijn Heer Gouverneur, zouden onregt, niet kunnen laaten denken of vermoeden, dat het de schuld of kwaade wil van den heer van senden was; wij kunnen het in teegendeel alleen toeschrijven aan de nood zaakelijkheid, waarin hij zig heeft bevonden om het detachement te verwijderen, wegens reede„ nen, die hem en den heer Baron van Drieberg Commandant van het TainConomaelsch garni„ soen alleen kunnen bekend wezen. Dit is ook gedeeltelijk Mijn Heer Goeverneur het geen zoo groote desertie onder mijn detache ment heeft kunnen veroorzaaken; Een omstan„ digheid eeven zoo verdnietig voor mijn Chef als lastig voor mij, wijl de meesten schuldig waaren en dat het nog een wezentlijk verlies is voor mijn reekening. Eindelijk, Mijn Heer, Goeverneur, om de al te lange en verduietige verhaalen af te breeken bepaelen wij ons niet aan uw wel Edele te doen rerinneren de tijd van het vertrek van het gestad ment van Trinconomale zijnde den 23. Maij, en zullen uw wel Edele reninneren de on-aan¬ genaamheeden die wij nog op de reijze hebben ondergaan; Den Heer ridder de Raijmond heeft uw wel Ed: zulks moeten te kennen geeven, en uw wel Ed: een Copij ten hand stellen van een pro¬ ces verbaal overgegeeven aan boord van het vaertuig gent Le Galle, geteekend door den Cap: teegen den heer Commandeur van Jassena= patnam, wegens de weijnige leevens-mid„ delen 2004 delen, die hij aan mijn volk heeft laaten, gee„ ven, en waar van ik het bewijs heb geteekend door den administrateur. Wij durven Mijn Heer Goeverneur van uw wel Ed: goedheid en regtvaardigheid eene schaede vergoeding verhoopen, zijnde niet alleen onderdrukt geworden door de onkosten te Tainonomale wegen de geduu¬ rige komst der scheepen, maar ook door de onkosten, welke ons de Coelies op de rijze hebben veroorzaekt: onze erkentenis zal uw wel Ed: overtuigen van de diepe eerbied, met dewelke wij de een hebben te zijn (:onderstond) Mijn Heer Gouverneur, uw wel Ed: ootmoedigste en schoorzaamste dienaeren /:was getekend) De Jacob: Sousslot: de la Chasse: de la Gree /:in margine:/ Colombo 27. Julij 1788. (:onderstond) voor de vertaling /:gete„ kend:/ G. J: ontteinde Hoen gezw: Translateur. accordeert. Hijbrands VEgklerk A: v: V: Straaten Nagezien N:o 41. 2005. Translaat Sijn Heer En staat van ongemak en elende waar in zig het cetachement van Luxemburg bij ontelbaare geleegendheeden heeft bevonden, wijdloopig verhaalt in de memorie van de Heer De Iacob verplichten mij ten desselfs voordeele te verzoeken; ik ben verseekerd M:r Goeverneur uwel Edele in overweeging zal neemen de ontallige verliesen die de officieren en zoldaaten geleeden hebben; en die memorie kan niet dan uw wel Edeles gevoligheid opwekten; dit volk bevind zig zo zeer met schulden belast, dat het zelve de volle verstrekkingen aan hen bij hun aankomst gedaan nog schuldig is, en zoude geheel met schulden belaaden vertrekken, indien uwel Edele de goedheid niet had het zelve voor zijn vertrek na Europa te hulp te koomen. Na een volkoomen kennis genoomen te hebben van het ongeluk van de officieren en zoldaaten van dat Detachement, denk ik dat 3„ maanden volle gagie aan bijde alles in een gelijk evenwigt zoude stellen, overigens is alles in uw wel Edeles handen Jk hebde Per met zeer diepe„ eerbied te zijn /:onderstond:/ Mijn Heer Goeverneur uw wel Edeles ootmoedigste en gehoorsaamste Dienaar /:was geteekend:/ CB: de Raijmond /:in margine:/ Colombo den 15. aug:s 1788. lager voor de vertaaling /:geteekend:/ G: F: instein de Hoen gesm Translateur Goeverneur. Wijbrands Akkordeert V Eyjklerk . . P Tupker No. 42 Nagezien
English
2006 Translation Sir Knight. I have the honor to bring to your attention the considerable losses which the detachment of Trinconomale has suffered since its departure, being March 21, 1786, until its return to Colombo on July 15, 1788. I have the honor to request you to have the goodness to make these known to the Honorable Governor, in order to obtain from his justice such compensation as the Honorable Governor shall deem fit. At the time of the departure of 2 companies, then commanded by Mr. De Wijbier, the detachment was obliged to embark in order to proceed from Kaillepetit to Manaar; during that passage it endured a severe storm which would have brought it into danger of an inevitable shipwreck, were it not for the help employed by using the bundles containing the clothing of the officers and soldiers, as well as everything that could be taken to serve in stopping the leaks, under which it would have succumbed in such vessels. This hurricane and its consequences having lasted for six days, the commanders of the vessels chose on the seventh day the only course remaining to them and returned to anchor at Kaille-petit; this decision was all the more fortunate, as at that same latitude and on that same day three dhonies were lost with all hands. To the Knight De Raymond, Lieutenant Colonel Commanding the Regiment of Luxemburg. The detachment having disembarked, the bundles were immediately opened and generally inspected in the presence of Mr. Coen and other servants of Kaille-petit; it was then found and acknowledged that the said goods were in a very poor state, and almost all unfit for service, remaining in this lamentable condition until Trinconomale during a two-month voyage, the weapons, bundles, chests, and trunks having become wet from sea-water for several days, which obliged me to provide the soldiers, upon many disembarkations, with shoes and other urgent supplies, and finally the officers, non-commissioned officers, and soldiers were compelled upon their arrival at Trinconomale to procure a new equipment for an extraordinarily high price, all the more so because this country was foreign to them, and the ships that bring the necessary articles there do not accept copper money, which, on top of the usual high prices, caused an expense of at least one third for exchanging the currency. I also have the honor to submit to you, Sir Knight, that in these grievous circumstances I have lost 500 pairs of stockings, sixty complete sets of under-uniforms, 100 shirts, and other necessities destined for my company; in addition, sixty of the most precious books from my library, and all that belongs to the equipment of a Captain; which all the more demonstrates the considerable loss 2007 that the officers and the entire detachment have in fact suffered, not only in their property but also personally, having arrived in the worst state of health, and many soldiers having been forced to remain behind in hospitals along the way. The detachment of Mr. de Roques, Sir Knight, received a special allowance in proportion to what the garrison of Trinconomale received as an additional grant, without having undergone the same incidents or any loss, and at a time when the Honorable Company paid in gold or silver money; whereas the detachment, for which I request the justice and goodness of the Governor, arrived when copper money had been introduced, which had a great influence on the dearness of all things. Moreover, after the departure of Mr. De Wijbier, having been obliged in my capacity as Commander of this French detachment to receive the foreigners who frequently arrive at Trinconomale, this caused endless expenses to me as well as to the officers of the detachment, particularly during the three-month absence of Mr. van Senden, chief of that garrison. The detachment was, as I have had the honor to give you account of, sent by order of Mr. van Senden on March 15, 1788, one half to the post of Madame and the other to that of the Salt River. The impossibility of settling at this last post obtained for us the favor of reuniting my detachment at the post of Madame, where it was extremely fatigued in the service, not only by the numerous patrols stationed in the service of the Honorable Company to observe foreign vessels, landings, etc., but also by those which I was forced to have made to prevent the desertion of my men, which was all the more to be feared, as their condition could make them disheartened. This vexatious situation for everyone lasted until the end of March, without lodgings or tents, thus exposed to all the inclemencies of the weather, moreover ill-treated by the quality of the provisions, suffering from a lack of water, and forced to drink buffalo blood, as happened to several soldiers in pressing moments, and threatened every day with lacking everything.
Dutch transcription
2006 Translaat Heer Ridder. Jk heb de Eer uEd: onder 't oog te brengen de aanmer„ „kelijke verliesen welke het ditachement van trincono„ „male heeft geleeden zeedert desselfs vertrek, zijnde den 21. maart 1786. tot op desselfs terug komst te Colombo den 15. Julij 1788. — Ik heb de eer uwEd: te versoeken de goedheid te willen hebben van deselve aan den wel Edele Heer gouverneur te kennen te geeven, om van zijn Edeles geregtigheid te erlangen de schadeloos stellingen welke zijn wel Edele zal goed vinden Ten tijde van het verstrek van 2. Compagnien toen„ „maals gekommandeerd door den heer De wijbier, was het Tetachement verpligt zig in te scheepen, om zig van— kaillepetit na Manaaa te begeeven; in die overtogt heeft het zelve een heevige storm uitgestaan die het selve in gevaar van een onvermijdelijke schip. breuk zoude gebragt hebben, zonder de hulpe, die aan„ „gewend wierd, van de pakken waar in de kleederen van de Heeren officieren en die van de zoldaaten waaren, als ook alles wat men konde neemen om te dienen tot het stoppen der lekkagien, waar onder het zelve zoude besweeken hebben in diergelijke vaartuigen Deeze orkaan en desselfs gevolgen zes dagen lang geduurt hebbende, kooz de gezaghebbers van de vaartuijgen den zeevenden dag de eenigste partij die hen overig was en kwamen weederom te kaille - pe„ tit ankeren; dit besluijt was des te gelukkiger, wijl er op die selfde hoogte en op dien zelfden dag drie tonies zijn vergaan met man en muijs— Aan den Heer Ridder De Raijmond Luijtenant Colonel Commandeerende het Regiment van luyemburg Het Het Detachement ontschupt zijnde zijn de pakken aanstonds geopend en in 't algemeen gevisiteerd in teegenwoordigheid van den Heer Coen en andere bedienden van kaille-petit; er wierd toen bevonden en erkend, dat gemelde goederen in een zeer sligten staat waaren, en bijna alle buijten staat om te dien „nen, zijnde in deezen Jammerlijken toestand geblee„ „ven tot aan Trinkonomale geduurende twee maand reijs, de wapens, pakken, kisten en kopfers nat ge„ „worden zijnde door het zee-water verscheidene dagen lang, het welk mij verpligt heeft om aan de sol„ daaten, bij veele ontscheepingen schoenen en andere dringende vertrekkingen te bezorgen, en eijndelijk zijn de heeren officieren, onder offecieren en soldaa„ ten genootzaakt geweest zig bij hun komst te trin„ konomale een nieuwe uijtrusting te besorgen voor een buijten gemeen hooge prijs, des te meer, wijl dit land hen vreemd was, en de scheepen, die er de nodige voor werpen brengen, geen kooper-geld aanneemen, het geen bij de gewoone duurte, ten minsten een derde voor het wisselen van het geld veroorsaakte Ik heb de Eer uEd: ook voor te stellen, Mijn Heer Ridder, dat ik in deese droevige omstandigheid 500. paaren koussen, zestig volle ondermonteerin„ „gen 100. hembden en andere voor mij kompag„ „nie beschikte benoodigtheeden verlooren heb: daar en boven sestig boeken van de kostelijkette van mijn biblietheek, in alles wat tot de toe„ rusting van een Capiteijn gehoord; het welk des te meer aanwijst het aanmerkelijk verlies dat 2007 dat de Heeren officieren en het geheel detacha„ „ment in der daad hebben geleeden, niet alleen in hunne goederen maar ook perzoonlijk, zijnde in de slegtste staat van gezondheid aangeland, en veele zoldaaten genootsaakt zijnde geweest om onderweegs in de hospitaalen te blijven. Het Tetachement van de Heer de Roques, Mijn heer Riddea, heeft een bijzonder tractement ontfangen na maate van het geen het guarnisoen van trin„ „konomale als een toelaag-gifte ontfingt, son„ „der deselve voorvallen nog te eenig valies te ver hebben ondergaan en in een tijd toen de E: Compagnie met goud of zilver-geld betaal„ „de; terwijl het ditachement, voor het welke ik de regtvaardigheid en goedheid van den Heer gouverneur verzoeke, aangekomen is toen het kopergeld is ingevoerd geworden, het welk veel invloed heeft gehad op de duaate van alle zaaken buijten dien na het ver„ „trek van de Heer De wijbier verpligt zijn„ „de geweest, in mijn qualiteid van Comman„ „dant van deen fransch Tetachement, de vreemdelin„ „gen te ontvangen, die dikwils te trinkono„ „male aankomen, heeft zulx aan mij als ook aan de Heeren offecieren van detache„ „ment on-eijndige onkosten veroorsaakt de voornamentlijk geduurende drie-maandige afweezendheid van den Heer van senden opperhoofd van dat guarnisoen Het Het Detachement wierd, gelijk ik de Eer gehad heb uEd: hier van reekenschap te doen, uijt onder van den Heer van senden den 15. maart 1788. de eene helfte na de post van Madance en de andere na die van de zoute rivier gezonden De onmoo„ gelijkheid om zig op deeze laaste post ter neder te zetten, deed ons de gunst erlangen om mijn Detachement bij een te verzaamelen op de post van Madame, alwaar het zelve ten uijtersten vermoeijd wierd in den dienst, niet alleenlyk door de meenigvuldige patronilles die ten dien „te van den E: Compagnie geplaatst wierden om de vreemde vaartuigen, de landigen &=a te obser„ veeren, maar ook door die welke ik genoodzaad was te laten doen om de desectie van mijn volk te bezetten, die des te meer te vreesen was; wijl hun gesteldheid ten mismoedig konde maken Deeze verdrietige gesteldheid voor ader een heeft geduurt tot het eijnde van Maaat, zonder logeminten of denten, dus blood gesteld aan al„ „len ongemakken van het weer, buijten dien kwalijk behandelt door de goedanigheid der leevens middelen, gebrek aan water genoodzaakt van Buffelsbloed te drinken, gelijk sulx aan verscheij„ „dene zoldaaten is overgekomen, en dringende ogenblikken, en alle dagen gedreigd om aan alles gebrek te lijden Het
English
The detachment remained in this unfortunate condition during all the time it was stationed at this last post, from where it finally departed, exhausted from fatigue, the majority going to the hospital, having moreover, for lack of proper lodgings, lost all their possessions, or worn them out or sold them in order to obtain some relief from the unutterable discomforts that have never occurred except in times of war during the most difficult campaign, and of which the description that I have the honor to present to your Honor is but very imperfect. The detachment departed from there to proceed to the bazaar of Trinconomale, where it was lodged in the rice warehouses, dwellings open on all sides where the soldier was no happier than at the post of Madame; from there deserted the number of men of which I had the honor to inform your Honor. Having remained in this continuous state of discomfort until the first of May, the detachment marched back into Trinconomale, where it found none of the goods it had left behind there, consequently being obliged to procure at its own expense reed mats, small mats, and other necessities of the first urgency. I was in the same situation with regard to my furniture, as were also the officers, which brought us to new expenses. Having received orders to proceed quickly with my detachment to Colombo and wishing to make the necessary preparations, I found the weapons and equipment in the worst condition, caused by the reasons mentioned above, and on the 23rd of May I departed with my men from Trinkonomale. It would take too long, Sir Knight, to relate to your Honor in detail the actual damage and loss that this departure has caused, having suffered a shortage of provisions during the sea crossing, and having lost nearly all our goods, having moreover arrived in Colombo in the very worst condition, after a journey by water and by land and expensive resting places during two months. I most humbly request your Honor to believe, and to assure the Governor, that without exaggerating what we endured on this journey, it can absolutely be compared to what the transport of the detachment from Colombo to Trinconomale made them suffer, and that the compensations which the discerning goodness of the Governor will be pleased to grant to the officers, non-commissioned officers, and soldiers, in whose name I have the honor to present this memorial to your Honor, will be justly deserved, and that my expressions are far below the reality of the matter upon which my requests are founded, hoping moreover, Sir Knight, that your equitable intercession will come to the aid of the weakness of my style. I most humbly request your Honor also to be pleased to take into consideration on my own account in particular, and to remind the Honorable Governor of the relinquishment I made in favor of Messrs. de Maizeroij and De Wijbier, of six months' pay to each of those gentlemen; the loss that I suffered on the furniture that I had at Trinkonomale, and which I had transported as far as Manaar, where I thought I would be garrisoned, and where I disposed of it at two-thirds below value, knowing absolutely nothing of the departure of the Regiment for Europe. Likewise, Sir Knight, the 40 gold Louises that were taken from me aboard the Forberek by a cadet of that vessel, for which I have not been reimbursed, most humbly requesting the Honorable Governor to grant justice on this last article, and to have the goodness to inform me of the relevant judgment that may have been rendered at Batavia. It is with the confidence inspired by matters stated with sincerity, and the sentiments of infinite respect, with which I am, below stood, Sir Knight, your Honor's most humble and obedient servant, was signed, De Iacob, in the margin, Colombo the 15th of August 1788, below stood for the translation, was signed, G. I. Onstein de Hoen, sworn translator. Agrees, Sijbrands, First clerk. Examined, No. 43. Governor, Translation. Following the urgent and reasoned request which Mr. De Iacob had the honor to present to your Honor, concerning the bad or rather miserable state in which the detachment of Trinconomale found itself, I will not proceed to that detailed account. I know that anyone who suffers soon awakens your Honor's charity, and I now appeal to it on behalf of the officers and soldiers who come from that garrison destitute, so to speak, of everything. I know, Governor, that your Honor is the father of the soldiers, and the two months' pay in full which your Honor had the goodness to promise me for both will fill them as well as myself with the deepest gratitude. I am with the deepest respect, below stood, Governor, your Honor's most humble and obedient servant, was signed, Chevalier De Raijmond, in the margin, Colombo the 7th of August 1788. Lower for the translation, signed, G. J. Onsteinde Hoen, sworn translator. Agrees, Sijbrands, First clerk. W. Van Geezel. Examined, No. 44.
Dutch transcription
2008 Het Ditachement is in deeze ongelukkige ge„ steldheid gebleeven geduurende al den tijd dat het zelve op deeze laatste post zijn verblijf heeft gehad, van waar het eijndelijk vertrokken is, afgemat van vermoeijdheiden, het grootste gedeelte om in het hospitaal te gaan hebbende bovendien bij gebrek van behoorlijke logemen„ „ten al hem goed verlooren, of versteeten of verkogt om zig eenige versagting te bezorgen in de onuijtdrukkelijke ongemakken die nooit geen plaats gehad hebben als bij oor„ „logt-tijden in de aller-moeijelijkste veld togt, en waar van de beschrijving die ik de eere heb uE: te doen, niet dan zeer on„ „volmaakt is. Met Ditachement is van daar vertrokken om zig na de Bazaar van trin conomale te begee„ „ven, alwaar het zelve in de rijst-pakhuijsen is gehuijsvest geworden, huijsvestingen van alle kanten openen alwaar den soldaat niet geluk„ „kiger was als op de Post van Madame, daar van zijn gedeserteerd het getal manschappen waarvan ik de Eer heb gehad uE: kenniste geeven: In deese voortduurendheid van ongemak „ken gebleeven zijnde tot primo Maij, is het detachement weeder in tain Conomale binnen getrokken; alwaar het selve geene van de goe„ „deren heeft weederom gevonden die het aldaar had„ agtergelaaten, bij gevolg genoodzaakt om zig op zijne dere noo„ neder M post ijn zijne onkosten Rooijen, Matjes en andere zaaken van de eerste noodzaakelijkheid te bezorgen Ik ben in het zelfde geval geweest ten opsigte van mijne Meubels als ook de heeren offecieren, het geen ons op nieuwe onkosten heeft gebragt. Order gekreegen hebbende om mij schielijk met mijn Detachement na Colombo te begeeven en de noodige toebereijdsels willende maaken, heb ik de wapens en uijtrusting in de slegste staat bevon„ „den veroorzaakt door de hier vooren vermelde reede„ „nen, en den 23=e Maij ben ik met mijn volk van Trinkonomale vertroken Het zoude te lang vallen Mijn Heer Ridder UE: nog omstandig te verhaalen de weesendlijke schaade en verlies die dit vertrek heeft veroor„ saakt, hebbende in de overtogt ter zee gebrek gel aan leevens-middelen, en hebbende, op zeer wij „nig na, alle onse goederen verlooren, zijnde boven dien in de aller slegtste staat te Colombo aange„ „komen, na een reijs te water in te land en kost „baare rust-plaatsen geduurende twee maanden Ik versoek uE d oodmoedigst te gelooven, en den ha gouverneur te verzeekeren, dat zonder te ver„ grooten het geen wij op deese reijs hebben uijtgesta deselve volstrekt kan vergeleeken worden met het geen het transpord van het Detachement van Colombo na Tain Conomale hen heeft doen onder„ „gaan, en dat de schaadeloos stellingen welke de oordeelkundige goedheijd van den Heer gouver„ „te „neur zal gelieven toegevoegen aan de heeren „onderoffic: offecieren en zoldaaten, in welkers naam ik de eer heb uE: deese memmorie aante bieden, mat reg zullxx 2000 zullen zijn verdient, en dat mijne uijt drukkin„ „gen verre beneeden het weezendlijke van de zaak zijn, waar op mijne versoeken zijn gegrond, hoopende daar en boven, Mijn Heer Ridder dat uw billijke voorspraak de swakheijd van mijn stijl zal te hulpe komen. Ik versoeke uE: oodmoedigst ook in overwoeging te willen nemen voor mijn reekening in 't bij zon„ der, en Den wel Edele Heer Gouverneur te doen herinneren aan den afstand die ik gedaen heb ten voordeele van de Heeren de Maizeroij en De wijbier, van ses maanden appointimenten aan ider van die Heeren; Het verlies dat ik gehad hebt op de Meubels die ik op Trinkonomale had, en die ik tot manaar toe heb laaten overbaen„ „gen, alwaar ik dagt guarnisoen te houden, en al„ „waar ik mij van de zelve ontdaan heb met twee derde onder de waarde, weetende volstrekt, niets van het weastrek van het Regiment na Europa. Insgelijks, Mijn heer Ridder de 40. goude Louisen, die mij aan boord van de Forberek door een Cadet. van dat vaartuijg zijn ontnomen geworden, waar voor ik niet weder betaald geworden ben, oodmoedigs„ „ten versoekende aan den wel Edelen Heer Gouverneur„ reht te willen geeven op dit laatste artikel, en de goedheid te hebben van mij kennis te geeven van het daar toe betrekkelijke oordeel, het welk op Batavia zoude mogen gevallen zijn Het ik Het is met het vertrouwen het welk de door de opregtheid opgegeevene zaaken imboesemen, en de gevoelens van de on-eijndige eerbied, waar meede ik ben /:onderstond:/ Mijn heer Ridder uEd:s oodmoe„ digsten en gehoorsaamste Dienaar /:was geteekend:/ De Iacob /:in margine:/ Colombo den 15. augus„ „tus 1788. /:onderstond voor de vertaaling /:was getekend G: I: onstein de Hoen gesw: Translateur. Akkordeert Hijbrands V EGklerk Nagezien N:o 43. 2010 Mijn Heer Goeverneur Translaat Navolgens het door reedenen aangedrongen versoek het welk den Heer De Iacob de eer gehad heeft uwel Edele aantebieden, betrekkelijk tot den slegten of veel eer elendigen staat, waar in zig het Detochement van Trinconomale heeft bevonden, zal ik niet tot dat omstandig verhaal over„ gaan. jk weet, dat een ieder, die lijd, wel haast uw wel Edeles weldadigheijd opwekt, en ik beroepe mij thans op dezelve voor de officieren en soldaaten, die van dat garnizoen koomen ontbloot, om zoo te spreeken van alles. Jk weet mijn Heen Goe„ verneur, dat uwel Edele de vader der soldaaten is, en de twee maanden appointementen in het geheel die uwel Edele de goedheid gehad heeft mij te belooven voor den een en ander zullen henlieden gelijk ook mij door dringen met de diepste enkentenis Ik ben met de diepste eerbied /:onderstond:/ Mijn Heer goeverneur uw wel Edeles ootmoedigste en gehoorsaamste dienaar /:was geteekend:/ Ch:r De Raij„ „mond /:in margine:/ Colombo den 7. aug:s 1788. Lager voor de vertaaling /:geteekend:/ g: J: onsteinde Hoen gesw: Translateur Akkordeert Sijbrands Egklerk de kend W„k Van Geezel Nagezien N:o 44.
English
2011 Translation The proximity of the departure of the Regiment, and the necessity to provide for the table of the gentlemen officers from Ceilon to the Cape of Good Hope, make me decide to offer the following considerations to your Honour. The 17th Article of the First Capitulation, confirmed by the 8th Article of the second, says that the Regiment during the crossing shall be free of travel expenses, and it is without doubt pursuant to the same Article that the table was provided from Europe to the Cape on French ships by the Company, and continued from the Cape to Ceijlon on Dutch ships, without any deduction whatsoever from the salary of the gentlemen officers. And there are circumstances, my Lord Governor, where custom makes the law; and I do not believe that occasions could ever present themselves where the cases are more applicable, if the word pay were in any case subject to an interpretation, which does not appear probable to me. My Lord Governor, If your Honour should nevertheless think, my Lord Governor, not to be able to take it upon yourself to allow the same treatment regarding the table to continue at the expense of the Company, as has occurred up to the present day, and without which the gentlemen officers cannot subsist on board; I request your Honour to let a sum of 3000 rijksdaalders be given as a gift solely to those of the gentlemen who shall depart with the Regiment for Europe, divided into portions according to rank, or to provide themselves jointly with the unavoidable necessities for a long and arduous voyage, without prejudice to the rations that are assigned to them on board. My representations, my Lord Governor, seem to me all the more well-founded, because upon the departure from Europe to the Cape and from the Cape to Ceilon all those gentlemen were abundantly provided for, whereas on the contrary from this climate they take nothing with them but quite poor health, accompanied, I dare say, by the most urgent 2012 necessity, which is further increased by the all too considerable loss which they suffer by the payment in copper coin of their two months advance at the moment of embarkation: which cannot but arouse your Honour's sensitivity and that of the Gentlemen Councilors. It is therefore on this occasion, my Lord Governor, that the Capitulation should be interpreted in their favor, being very convinced that the Gentlemen of the Chamber of 17 will approve all that your Honour shall do for the Corps at the moment that it shall part from your Honour. These gentlemen dare to expect everything from your Honour's justice and benevolence, and they appeal to the same for the last time; with all the more confidence, as they are certain to obtain it, their gratitude shall know no bounds: as for mine, my Lord Governor, it must be infinite, I request your Honour to be just as convinced of it as of the sincerity of my feelings and of the very profound respect with which I am, undersigned, my Lord Governor, your Honour's most humble and most obedient servant, in margin: Colombo the 11th of August 1788, undersigned: for the translation, signed: G: J: Onstein de Hoen Sworn Translator. Agrees. Wijbrands First Clerk No. 15. Examined J. Pompeus 2013 Extract Resolution taken in the Council of Ceilon on Tuesday the 10th of June Anno 1788. Read an address of the aforementioned Honorable Lieutenant Colonel De Raijmond, whereby he gives to know that reasons of the greatest importance had caused him to decide to send an officer via Pondicerij to Europe; requesting therefore that the Governor would be pleased to agree thereto, and consequently consent that Captain Treasurer de la Tour, who has full knowledge of the affairs of the regiment and of all that may relate thereto, be employed for that purpose, as well as that said de La Tour might be granted one year of salary to reckon from the first of this month, in order, in case the regiment should not enjoy a full year's salary, to refund the surplus of what he might have received, and likewise under the condition that, if this corps should enjoy pay longer, since the said date until its arrival in Europe, he shall be compensated his salary for the longer expired time. Whereupon having deliberated, it was approved and understood to agree to the departure of the Captain Treasurer de La Tour, and to let him be provided, on the proposed conditions, with one year of his salary to reckon from the first of this month until the last of May next: Agrees. Sijbrands First Clerk Examined J. Pompeus No. 46. 2014 Extract Resolution taken in the Council of Ceilon, Friday the 26th of December 1788. Read at the meeting the subsequent address of the Lieutenant Colonel and Commander of the Regiment of Luxemburg, Mr. de Raijmond, dated the 1st of September, but only received on the 11th following, being a reply to the resolution of this government of the 25th of July prior thereto. Whereupon after deliberation, and however much also in the judgment of this meeting this further address can be held to be sufficiently answered and refuted by the aforesaid resolution, it was nonetheless approved and understood to dispose thereupon in such manner as is noted below in the margin of each item. To My Lord. Mr. van de Graaff, Councilor Ordinary of the Dutch Indies, Governor and Director General.
Dutch transcription
2011 Translaat De nabijheijd van het vertrek van het Regi„ ment, en de noodzakelijkheijd om in de tafel te voorzien van de heeren officieren, van Ceilon tot aan de Caap de Goede Hoop, doen mij be„ sluijten om uw welEdele de volgende overweegin„ gen aan te bieden. De 17=de Artikel van de Eerste Capitulatie, bevestigd door de 8:e Artikel van de tweeden zegt, dat het Regiment geduurende de over„ togt vrij van de reijs-onkosten zal zijn, en het is zonder twijffel navolgens dezelfde Artikel, dat de tafel is verstrekt geworden van Europa tot de Caap op faansche scheepen door de Compagnie, en voortgeduurt heeft van de Caap tot Ceijlon op hollandsche schee„ pen, zonder eenige afkorting hoegenaamd van het Tractement van de Heeren officieren. En zijn omstandigheeden Mijn Heer Gouver„ neur, daar het gebruijk de wet maakt„ en ik geloove niet, dat zig ooijt gelee„ gentheeden kunnen aanbieden, daar de geval„ len toepasselijker zijn, indien het woord soldij in alle geval onderheevig was aan eene uijtlegging, 't welk mij niet waarschijnlijk voorkomt Mijn Heer Gouverneur Jndien H Indien uw wel Edele egter denkt, Mijn Heer Gouverneur, niet op uw wel Edele te kuinnen neemen, het zelfde tractement, omtrent de tafel, op onkosten van de Comp: te laaten voortduuren, gelijk zulks tot heeden toe is geschied, en zonder het welke de Heeden officieren aan boord niet kunnen bestaan; verzoeke ik uw wel Edele aan die geener van die Heeren alleen, die met het Regiment na Europa vertrekken zullen, eene somma van 3000. rijksdaalders tot een geschenk te laaten geeven, in gedeeltens verdeelt volgens de Graad, of om zig gezae mentlijk te voorzien van de onvermijdelijke benoodigtheeden voor eene lange en moeije„ lijke reijse, zonder nadeel van de randsoe„ nen die hen aan boord zijn toegelegt. Mijne vertoogen, Mijn Heer Gouver„ neur; schijnen mij des te meer gegrond, om dat bij het vertrek van Europa na de Caap en van de Caap na Ceilon alle die Heeren overvloedig voorzien waaren, daar zij in teegendeel uijt dit Climaat niets meede neemen als een genoegsaam slegte gezond„ heijd, verzeld, durve ik zeggen, van de dain„ genste 2012 gendste noodzakelijkheijd, die nog vermeerderd word door het al te aanmerkelijk verlies het welk zij ondergaan door de betaling in kooper geld van hunne twee maanden ver„ strekking op het oogenblik van de inschee„ ping: Het welk niet dan uw wel Edeles gevoeligheijd en die van de Heeren Raaden kan opwekken. Het is dus bij deese geleegentheijd, Mijn, Heer Gouverneur dat de Capitulatie ken hunnen voordeele zoude moeten worden uijtgelegt, zeer overtuijgt zijnde, dat de tteeren van de kamer van 17:m al het geen uwel Edele voor het Corps zal doen op het ogenblik dat hetzelve van uw wel Edele zal scheijden, zullen goedkeuren. Deeze Heeren durven alles verwagten van uw wel Edeles regtvaardigheijd en wal„ daadigheijd, en zijn beroepen zig op dezelve voor de laatste maal; met des te meer vertrouwen, wijl zij verzeekert zijn die te erlangen, hunne erkentenis zal zonder paalen zijn: wat de mijne betaeft, Mijn Heer Gouverneur, dezelve moet on-eijndig weezen, ik verzoeke uw wel Edele daar van eeven B Nagesien J„s Pompens overtuijgt te zijn, als van eeven zo zeer de opregtheijd mijne gevoelens en van de zeer diepe eerbied, waar meede ik ben /:onder„ stond:/ Mijn Heer Gouverneur, uw wel Edeles „ /:was getek:/ C: De Raijmond ootmoedigste en gehoorsaamste dienaar /: in margine:/ Colombo den 11. Augustus 1738. /:onderstond:/ voor de vertaaling /:getekend: G: J: Onstein de Hoen Gesw: Translateur Accordeert. Wijbrands Eeklerk N:o 15. 2013 Extrakt Resolutie geno„ „men in Raade van Ceilon op Dingsdag den 10 Iunij A:o 1788. Is geleesen een addres van voormelden E: luijte„ nant Colonel De Raijmond waarbij dezelve te ken„ nen geeft, dat reedenen van de grootste aangelegend„ „heid, hem hadden doen besluijten een officier over Pondicerij na Europa te zenden; verzoekende derzalven dat de heer Gouverneur daar in wilde bewillige, sig en dien volgende Consenteeren, dat de Capitein tresor„ rier de la Pour, die volkoomen kennis heeft van de zaaken van 't regiment, en van alles wat daartoe bestrekking kan hebben, daartoe worde g'emploijeerd, zoo ook dat aan gemelde de La Taur mogte worden toegestaen een Jaar app=l te reeken van p=mo deezer af„ om geval 't regiment geen geheel jaar tractement kwam„ te genieten, 't surplus uittekeeren van 't geen hij mogte hebben genooten, en insgelijks onder voorwaarde, dat indien dit corps langer zoldij genoote, zedert gem: datum tot desselfs komst in Eerropa, hem zal worden ijn goed gedaan zijne app=ten voor den meerder verloopenen in tijd. Waer over gedelibereert zijnde, is goedgevonden en verstaan, te bewilligen E te bewilligen in het vertrek van den Capitein tresorier de La Tour, en aan hem, op de voorgestelde Conditien, te laaten verstrekken een jaar van zijne app=ten te reekenen van p=mo deezer tot ult=o maij aanstaande: Accordeert. - Sijbrands EGklerk Nagisien 70 J„s Pompeus N:o 46. 2014 Extrakt Resolutie genoomen in raede van Ceilon rijdag den 26. xber: 1788 Is ter vergadering geleesen het ondervol„ „gend advres van den luitenant kollonel en kommandant van het regiment van Lupi„ „xemburg den Heer de Raijmond gedateerd den 1. 7ber: dog eerst den 11. e daar aan ontvan „gen, zijnde een antwoord op de resolutie deezer regeering van den 25:e Julij daer tevooren. Waarop na deliberatie, en hoe zeer ook na het oordeel van deeze vergadering dit nader addres kan worden gehouden voor genoegzaem beantwoord en wederlegd door de voorsz: resolutie, is niet te min goedge „vonden en verstaan, daar op zodanig te disponeeren als hier onder in margine van elke post staat aangeteekend. Aan Mijn Heer. Den Heer van de Graaff, Raad ordinair van 1me Nederlands Jndien Gouverneur en Directeur zijn Generaal op rm
English
General of the Island of Ceylon and its dependencies, Sir, etc.: My Lord Governor, I received on 22 August the reply from the Council of Policy, dated 25 July last, to the letter I had the honor of writing to Your Honor on the 17th of the same month. [Marginal note: In the aforesaid resolution of 25 July, in the view of this assembly, a very clear and direct answer was given to all points of any importance that appeared in the address of Mr. de Raymond of 17 July last.] Allow me to point out to Your Honor that this reply is by no means the resolution to the questions and observations I had the honor of putting before Your Honor, and that it very cautiously avoids the most pressing articles I proposed. Whatever motives the Council of Policy may have for this reticence, I shall be careful not to complain of it. But I hope, My Lord Governor, that Your Honor will forgive me this new attempt that I make before Your Honor to prove to Your Honor the legitimacy of the regiment's demands, and to refute the reasons on which the refusals are grounded. [Marginal note: In accordance with the 3rd article of the new capitulation, the soldiers of the Regiment of Luxembourg must be paid as much as is paid to the National soldiers. This has been more than fulfilled; not only have they, even after being reduced to f 11. 8. 8. per month, with mess money included, in effect received 45 stuivers per month more than the serving national soldiers during their first enlistment, but even 15 stuivers more than the national soldiers receive, who after serving out their first enlistment are increased to 14. –, as was indicated in the resolution of 25 July last, 5. 1. and 9.] It is not out of doubt that I have maintained that the actual pay of the soldier of the regiment was and ought to be 13 guilders and 5 stuivers. It is in accordance with certain fundamental rules and calculations that I have determined it; my proofs arise from the equalization mentioned in the second capitulation, and from the eight-year enlistment. I have submitted that over the course of 8 years, the national soldiers enjoy two rates of pay: the first, during the first five years, was 11 guilders 8 stuivers; the second, during the other 3 years, 13 guilders 8 stuivers. I have argued that the regiment, by virtue of the equalization, had acquired the right to enjoy these two rates of pay, indeed even higher, to the benefit of those soldiers who remained in service for a greater number of years. Subsequently, decomposing the payment of 13 guilders and 5 stuivers, and combining it according to the payments customary in Colombo, I found that the average of 5 months at 11 guilders 8 stuivers and 3 months at 13 guilders 8 stuivers was 12 guilders 3 stuivers. [Footnote: 5 months at 11 guilders 8 stuivers make . . . . . 57 guilders — stuivers 3 months at 13 guilders 8 stuivers . . . . . . . . . . 40 guilders 4 stuivers together - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 97 guilders 4 stuivers of which 1/8 is 12 guilders 3 stuivers. The pennies that came with the deduction for the quartermasters were not calculated, which would only have been 20 pennies if the soldiers had not yielded to them the 4 pennies that were due to them monthly.] I have argued that it was advantageous for the Company to grant this pay to the soldier of the regiment, who by this means waived the advantage tied to the last three years, since it spread over his entire pay throughout the 8 years of his enlistment. It is this combination, so simple, so natural, and which in no way departed from the Capitulation, that convinced me that the Commissioners themselves, when they granted this pay to the regiment upon its establishment, had considered it according to this principle. I have also argued that since 22 stuivers per man almost covered the expenses of the grand staff in general, this sum ought to be allocated to them, in order to spare the Honorable Company the unpleasantness of entering into their minor details. This manner seemed natural to so powerful a body, which seemed obliged to treat the foreign troops in its service with generosity. What further confirms my views in this regard is that at the Cape, the actual pay of the soldier was 12 guilders 3 stuivers, the grand staff at that time deducting no more than 20 stuivers from the 13 guilders and 5 stuivers, as one may be convinced by a certificate from Mr. de la Brousse, wherein mention of it is made. I shall very readily agree that at this time the soldier of the regiment would have been treated better than that of
Dutch transcription
Generaal van het Eijland Ceilon en dies onderhoorigheeden H:r &: Mijn Heer Gouverneur Jk heb den 22. aug:s het antwoord Bij de voorsz: resol: van den 25: Julij is naar het inzien deezer verga„ ontvangen van den raad van „dering zeer duidelijk en regtstreks Regeering, gedateerd den 25. geantwoord, op alle de poincten Julij Jongstleeden, op de brief„ van eenig aanbelang, die voor„ „koomen bij het addres van den die ik de eer heb gehad uw Heer de Raijmond van den 17. Julij wel Edele te schrijven den Jongstlefden. 17. van de zelfde maend. staa mij toe uw wel Edele v te doen aanmerken, dat, dat so antwoord geensints de oplos„ „sing is der vraegen en aan „merkingen die ik de eer heb gehad uw wel Edele te doen dat het zelve zeer behon„ „diglijk de dringendste artikels vermijd welke ik heb voorgesteld. Welke beweegreedenen de Raad van Regeering ook mooge 3. 1. 2015 5 mooge hebben tot deeze ingetoogenheid zal ik mij wel wagten van 'er over te klaegen, Maar ik hoope Mijn Heer Gouverneur, dat uw wel Edele mij de nieuwe ke poging zal vergeeven die ik bij uw wel Edele doe om uw wel Edele de wettig„ ns „heid te bewijzen van de en eisschen van het regi „ment en de beweiss reede „nen te vernietigen waar„ op de weigeringen gegrond zijn. overeenkomstig met het 3: artikel Het is niet ingevolge van van de nieuwe kapitulatie, moet aen de een twijffefing dat ik soldaeten van het regiment van Luixemburg eeren zoo veel worden betaald, als betaeld staande heb gehouden worden aan de Nationaale soldaeten. hier aan is meer als voldaen ze hebben dat de weezendlyke t niet alleen zelfs nog na dat ze gebragt heb zijn op ƒ 11. 8. 8. smaands het kastgeld betaling van de zoldaet daar onder begreepen, in effekte 45. i van het regiment was en stuijv:s 'smaends meer genooten dan ge „wietende nationaele soldaeten ge„ moest weezen van 13. „duurende hunne eerste verband, maer zelfs nog 15. stuijv:s meer dan de natio„ guldens en 5. stuivers „naele soldaaten genieten, die na het uijtdienen van hun eerste verband tot Het is na volgens ge„ 14. – zijn verhoogd, zoo als dat bij de resolt van den 25:' Julij J:o leeden 5. 1. en 9. is „ wisse grondregels en aangeweezen. Calculatie 1. 2. 1 8 Calculatien dat ik dezelve heb bepaeld, mijne bewijzen ontstaen uit de gelijk stel „ling vermeld bij de tweede kapitulatie, en van het ver„ „band van agt Jaeren. Jk heb voorgedraagen dat in den tijd van 8. Jaeren de nationaele soldaaten twee betaelingen genieten, de eerste geduurende de vijf eerste Jaaren wan van 11. guldens 8. stuijvers, de 2:e geduurende de 3. andere Jaaren, van 13. guldens 8. stuijvers. Jk heb beweerd, dat het regiment uit kragte van de gelijke stelling het regt verkreegen had om deeze twee betaelin „gen te genieten, Ja zelfs hoogeze, ten voordeele van die geene der soldaeten die geduurende een meerder getal 2016 getal van Jaeren in den dienst waeren gebleeven. Vervolgens de betaeling van 13. guldens en 5. stuijvers ontbindende, en dezelve vereenigende na volgens de te kolombo gebruikelijke betaelingen heb ik bevon„ „den dat de middel reeden van 5. maenden à 11. guldens 8. stuijvers en van 3. maenden â: 13. guldens 8. stuijvers was van 12. guldens 3. stuijvers t Jk heb beweert dat het voordeelig was voor de Comp e deese beta „ling toe testaen aan den soldaet van het regiment, die door dit middel afzag van 't voordeel dat aan de drie laatste Jaeren. verknogt x 5. maenden â 11. guldens 8. stuijvers maeken. . . . . . 57. guld.s — stuijv 3. maenden â 13. guld:s 8. stuijvers. - - - - -. 40. „ 4. — tezaemen - - 47. „ 4. — waar van de 8. is van 12. „ 3. — men bereekendde penn: niet die bij de afhouding van de fouriers kwaemen welke maar van 20. penn: zouden zijn geweest, indien de soldaeten hen de 4. penn: die hen maandelijks toequam, niet hadden tafgestaen. e zelv selve dat 6 verknogt was vermits het selve zig over zijne geheele be „taeling verspreijd de geduu „rende, de 8. Jaeren van zijn dienst neeming Het is deeze zoo eenvoudige zoo natuurlijke vereeni„ „ging en welke in niets van de Capitulatie afweek, die mij heeft overtuigd, dat de heeren Commissarissen zelve toen zij bij het oprigten van het regiment deeze betal „ling aan het zelve vergun „den dezelve navolgens dit grondstel hadden over „gelegt. Jk heb ook beweert, dat 22. stuijvers per man de onkosten van de groote staf in het alge „meen bijna voldoende, deeze somma aan dezelve moest worden toegeweezen, om aan de Edele Compagnie te vermij „den de ongengenaemheid van in hunne kleine be „schreijvingen te treeden. Deeze mannier scheen natuurlijk 2017 natuurlijk te zijn aen een zoo magtig korps, het welk de in hun dienst zijnde vreemde troupen met edel „moedigheid scheen te moe „ten behandelen, het geen mijne gevoelens ten deeze opzigte nog komt te be vestigen is, dat aan de Caab de weezendlijke betaeling van de soldaet was 12 guldens 3. stuijvers. de groote staf toenmaals niet meer afhoudende als 20. Stuivers op de 13. guldens en 5. stuijvers, zoo als men er zig van kan overtuigen door een certifikaet van den heer de la Brousse, alwaar van dezelve word melding gemaekt. Jk zal zeer gaarne toestem „men dat op dit tijdstip den soldaat van het regi „ment beeter zoude behan„ „deld zijn geworden als die van 2
English
from the Honourable Company, to receive the guilder at 20 stuivers, had he not been deprived of a greater advantage, which was to obtain at the Company's price the necessary linens and Chinese cloth for his undergarments; he had been deprived of it because, considering the payment not in its true value, it had been thought that the regiment was already being treated all too well. The memorandum whereof Mr. Raymon speaks here contains only the supplies of weapons and what belongs thereto, which have been furnished for the service of the regiment. That which has been furnished for the clothing of the soldiers is not brought into this account, and that the furnishings of that nature which have been made to the regiment, even before the date mentioned here to the side, have been calculated according to the true purchase price, has already been pointed out to Mr. de Raymon with an extract from the trade books of the year 1784, which was handed to his Honour. It thus appears that the regiment, both before and after the aforesaid date, was also treated in this respect just like the national troops. The memorandum of the goods furnished by the Honourable Company will show your Honour, My Lord Governor, that no furnishing relative to this article had been made until December 1785; and the letter written to me by Mr. Billing on your Honour's orders, of which a copy is annexed hereto, proves this loss even more, since it expressly states that, in consideration of the reduction of the payment to the soldier, he is permitted to enjoy the advantage of obtaining at the Company's price, just like their other troops, the necessary linens and Chinese cloth for his undergarments. Had the regiment enjoyed the same previously, it would have been quite useless to specify such in that letter. For the rest, the regiment, if your Honour desires it, will gladly waive all its claims to the payment of 12 guilders 3 stuivers, but will, on the other hand, for the benefit of its soldiers who have served out their first five years, request the increase of 2 guilders per month which it is customary to pay to those of the Company who, after five years, serve for another three years. The third article of the new capitulation is only a derogation from the fourth article of the first capitulation, and consequently has not the least relation to the third article of the new capitulation, according to which the soldiers of the Regiment of Luxemburg are engaged for 8 years, as was already pointed out in the resolution of 25 July 1789. According to the rules of the Company's service, everyone must not only serve out the time for which he has engaged himself before he is entitled to ask for any advancement, but even then it rests with the Company whether they wish to give him a new engagement with an improvement or not, just as it rests with him who has served out his term of engagement whether, if the Company is inclined thereto, he wishes to engage himself anew. What is consequently of no application in this matter is that the Company usually engages its soldiers for 5 years, for if the Company were also to engage these, like the soldiers of Luxemburg, for 8 or more years, they would, just like these, have to serve out their term of engagement at the pay upon which they were taken into service. Moreover, it appears nowhere in the capitulation that it was in any case the intention to give the soldiers of the Regiment of Luxemburg an increase in pay, even after serving out their term of engagement of 8 years. One even seems to be permitted to think the contrary, since the 10th article of the capitulation states that to every non-commissioned officer and soldier who has served the Company for 25 years and one day, there shall be given a pension of four louis d'or, which is given to no national soldiers returning to Europe, no matter how long they have served. In vain is it asserted that by subjecting the soldier to serve for eight years, it was not intended to let him enjoy the advantage that is attached to the last three years. One finds in no article of the second capitulation a waiver of this advantage or of anything that can tend thereto; on the contrary, one sees therein nothing but a complete and perfect equalization with the national troops. These troops enjoy that advantage; the regiment must enjoy the same, because the equalization would no longer exist if it were deprived thereof. It is true, a soldier enters into an engagement for 8 years instead of one for five and one for three years; it is an additional burden for him which does not exclude him from the advantage. Were it otherwise, his pay would differ greatly from that of the soldiers of the Honourable Company, and the equalization would be destroyed to his disadvantage. On the other hand, can one not maintain that an engagement of 8 years is not quite as much as one of five and one of three years? The most inexperienced person could not refrain from testifying to the contrary, and acknowledging that the greatest advantage of this engagement is for the benefit of the Honourable Company, to which it saves the expenses of the frequent departure of soldiers to France, and also those of the bounties, the number of which necessarily diminishes, both through the deceased and through the deserters, not counting the advantage which arises from these bounties during three years.
Dutch transcription
van de Edele Compagnie, met de gulden teegens 20. stuijvers te ontvangen, indien hij niet beroofd was geworden van een grooter voordeel, het welk was van voor s Comp:s prijs te bekomen de noodige lijwaaten en Chinees linnen tot zijne ondermonteeringen hij was er van onstoken ge „worden, wijl men de betae„ „ling niet in desselfs waere zig overlegd hebbende, ge „dagt had dat het regiment reeds altewel behandeld wierd. De Memorie van de door de De memorie waar van de Heer Raijmond Edele Compagnie verstrekte hier spreekt, bevat alleen de fournituaes van wapenen en wat daar toe behoord, goederen, zal uwE: aenwijzen die ten dienste van het regiment ver„ „strekt zijn. Het geen toekleeding van Mijn Heer Gouverneur dat „de zoldaaten is verstrekt, is niet op deeze reekening gebragt, en dat de verstrekkin er geene verstrekking be „gen van die natuur, die gedaan zijn aan „trekkelijk tot deeze arti„ het regiment ook zelfs voor het tijd„ „stip, hier ter zijde vermeld, na de waare „kel gedaan is geworden tot inkoops paijs bereekend zijn, is de Heer de Raijmond reeds aangeweezen met aan xber: 1785. en de brief een Extract uijt de Negotie boeken van mij door den heer Billing het Jaar 178/4. dat aan zijn Ed: is ter hand gesteld. wet blijkt dus dat het op uw wel Edelens ordres regiment geschreeven § 3. 2018 regiment, zoo wel voor als na het voorsz: tijdstip, ook in dit opzigt is behandeld even als de nationaale troupen. geschreeven waar van Copij hiernevens gaat, bewijst dit verlies nog meer wijl dezelve stelliglijk zegt, dat uit aanmerking van de vermindering van de betaeling aan den soldaet vergunt word heb voor „deel te genieten om voor Comp:s prijs evengelijk haere andere troupen de noodige lijwaeten en Chi „neeslinnen te bekoomen voor zijne ondermontee„ „ringen, Jndien het regi„ „ment hetzelve van te vooren genoten had, zoude het zeer onnut zijn ge „weest zulks in die brief te specificeeren. voor het overige zal het regiment indien uwwel Edele het begeert, gaerne afzien van alle zijne pre„ „tentien op de betaeling van 12. guldens 3. stuijvers, maar e eld de maar zal, daar en teegen ten voordeele van desselfs soldaeten die hunne vijf eerste Jaeren hebben uitge „diend, verzoeken de 2. gul „dens vermeerdering per 8 maand die men gewoon is 9 te betaelen aan die geenen van de komp:e, die, na vijf Jaeren nog drie Jaeren lang dienen Te vergeefs beweerd men het 3:e artikel van de nieuwe kapi„ „tulatie is alleen een derogatie van dat door den soldaat te 't 4:de artikel van de eerste kapitu„ onderwerpen om agt Jaeren „latie en heeft mitsdien geen de min„ „ste betrekking tot 't 3of artikel van te dienen, men niet voornee„ de nieuwe kapitulatie, volgens wel„ mens is geweest hem het „ke de soldaaten van 't regiment van luxemburg voor 8. Jaeren g'engageert voordeel te laaten genie„ zijn, zoo als dat reeds bij de resolutie„ ten dat aen de drie laetste van den 25=ste Julij 1. 9. is aangeweezen. Jaeren verknogt is. Men Naarde reegels van 'skomp:s dienst moet een elk niet alleen de tijd uit vind in geen artikel van dienen waar voor hij zig heeft g'inga „geert voor dat hij geregtigd½ stb 4 de 2:e kapitulatie, een af„ vragen van eenige verbeetering, maarook, stand van dit voordeel of „dan zelfs staat 't aan de komp:e of ze hem „ een nieuw engagement geeven wil met van iets dat daartoe strek„ „ een verbeetering of niet, zoo wel als „ ken kan, Men ziet er in 't aan die geene staat die zijn verband heeft uitgediend, of hij wanneer de komp e daarteegendeel niet dan eene toe geneigt is, zig op nieuw wil engagie „ren. wat is mitsdien in deezen van geen geheele en volkoomene applikatie dat de komp: gewoonlijk haare soldaaten voor 5. Jaaren en gageert, want zoo de komp: ook deeze gelijk de soldaaten van Euxemburg gelyk 3. 4. n 2019 na Eudopa te rug keeren gegeven word hoe Lungemburg voor 8. of meer Jaaren, en gageerde, gelijk stelling met de nati„ zouden zeeven als deeze hun verband op de „onaale troupen. Deeze trou gagie waarop ze in dienst genoomen zijn moeten uitdienen. Bovendien blijkt 't pen genieten dat voordeel „ nergens bij de kapitulatie, dat 't meenig geval de intentie geweest is om de sol het regiment moet de zelve „daaten van 't regiment van luyemburg genaeten, om dat de gelijk ook na 't uitdienen van hun verband van 8. Jaaren een verhooging van gagie te „stelling niet meer geeven. Men schijnt/ zelfs 't teegendeel zoude bestaan, indien te moogen denken wijl 't 10 de artikel en van de kapitulatie zegt, dat aan elk on het zelve daarvan be „der officier en soldaat die de komp: 24: vijf Jaaren en een dag gediend heeft, zal worden„ roofd wierd. 9 lang gegeven een pensioen van vier louisdor 't geen aan geene Nationale soldaaten die det is waar een soldaet maekt een verbintenis voor 8. Jaeren, in plaets van een voor vijf en een van drie Jaeren, het is voor hem een last temeer die hem van het voordeel niet uijt „sluijt, indien het anders, was zoude zijn trakte „ment grootelijks ver „schillen van dat der soldaaten van de Edele Compagnie en de gelijk „stelling zoude vernie „tigd zijn tot desselfs na „deel, van een anderen kant lang ze ook gediend hebben. kan en kan men niet beweeren dat een verband van 8. Jaeren niet eeven zoo veel is aen een van vijf en een van drie Jaeren, de alder- onervae „rendste mensch zoude, zig niet kunnen onthouden het teegendeel te betuigen en te erkennen dat het grootste voordeel van dit verband is ten voordeele van de Edele Comp:e aen dewelke hetzelve de onkosten vermijd van het meenigvuldig vertrek der soldaaten na Frank „rijk, en ook die der pre„ „mien, welkers getal zig noodzaekelijk vermin „derd, zoo wel door de dooden als door de deserteurs zonder het voordeel het welk spruijt uit deeze premien geduurende drie Jaaren te reekenen. Te
English
In vain the guilder is calculated here at 20. stuijvers instead of 15. It is a gift given to the regiment in its capacity as a foreigner, which has nothing in common with the payment. The same can have no other consideration than that of gratitude, which the regiment shall always retain toward the Honorable Company on that account. It can all the less be taken for a settlement, because upon granting the same it was ordered that otherwise equalization should take place in its entirety, and it was not stipulated that the same would be an obstacle to the enjoyment of present or future advantages. The letter from the Prince of Luyemburg to the Knight de Beaudraps clearly proves that his intention was to nullify the deduction of 25. p:r C:o with which the regiment was threatened. The continuation of the payment in large guilders at 20. stuijvers is a proof of the result that his actions have had. Furthermore, My Lord Governor, have the goodness to take into consideration the pay of the regiment of Meuron and to compare the same with that of Sluxemburg, and see which of the two is the most burdensome; consider further that the one is reckoned to be composed of Swiss, close allies of the French, and the other of Frenchmen whose ancestors caused the fortunate change whereby the Dutch Republic was born, and whose brothers preserved her possessions and her commerce in the last war; see then whether the two regiments are not in a position to enjoy equal advantages. The government does not complain about this guilder at 20. stuijvers regarding the Swiss regiment; why should it complain about it regarding the French! One will perhaps say that the guilder at 20. stuijv:s was stipulated in the capitulation of Meuron, whereas this is not the case in that of Euxemburg. This is true, but Luijemburg has in its favor a later privilege, whether verbal or written, and if one wishes to examine the intention of the drafters, one will see that when the second capitulation was drafted, the Prince knew nothing of this deduction of 25. p:r C=to, of which the Commissioners were probably not informed, as they did not warn him of it. This omission in the capitulation can therefore be considered nothing other than a mistake arising from the lack of knowledge of the customs of the country, and the demand of the Prince in this respect becomes proof of it. In the resolution of the 25th of July, § 10, what was necessary concerning this has already been noted. I shall not enter into the means proposed by the Knight de Beaudraps; I shall content myself with acknowledging that he noticed that the payment of 13. guilders 5. stuijv:s was lawful, that the persons who drew up his memorials were never able to fathom the cause of this lawfulness, and that they suggested false arguments to him, which gave rise to the documents that arrived from Europe contradicting what he had put forward. It would be difficult to maintain that there are no expenses with the general staff of the Honorable Company's troops, whereas they are there, but they are settled in a manner different from that of the regiment. It is not the general staff that pays them, it is the Company itself; such are the favors it grants from time to time to its troops, whether during the exercise period or on other occasions, the medicines it provides for the sick who are treated at the guardhouses, its clerical expenses, its music, its expenses for instruments, and a thousand other things that one cannot describe because one does not know them or because they do not occur to the imagination. But there is one that must be taken into great consideration, and that is: The incapacitated and incurable national soldiers are sent back to Europe without the advantage that the soldiers of Luxembourg have, who from time to time, on the proposals of the commander of the regiment, have been sent back as incapacitated, having been provided with several months' pay; and they are thus treated more favorably in this respect than the national troops, whereas the pay, on the contrary, is granted to the nationals to be admitted among the invalids when they are too weakened, while the soldiers of the regiment are deprived of this; many have already been sent to Europe, after having been treated for a long time by the general staff in their quarters. I could, My Lord Governor, have left Your Honor about 200. men of that sort, and Your Honor would thereby have made the regiment far more burdensome than by the amount of the expenses of the general staff that I claim, and which, although our customs differ from yours, are nevertheless owed. Your Honor knows it; there are customs among the nation that are always to be respected. Your Honor can, with your people, at your pleasure, make a soldier a drummer, a musician; to obey is his duty. With the French, he must consent to it himself; something he does only by virtue of high pay; to compel him is an injustice, unless he enlisted as a drummer or musician.
Dutch transcription
2020 Je vergeefs, bereekent men hier de gulden op 20. stuij„ „vers in steede van 15. het is een gifte aan het regi¬ „ment gegeeven in des „selfs qualiteid als vreemdeling, welke niets gemeens heeft met de betaeling, de „zelve kan geen andere aanmerking hebben als hl die van erkentenis, wel „ke het regiment daar voor altijd Jeegens de Edele Compagnie zal behouden, Dezelve kan des te minder voor een vereffening genomen. worden wijl bij het ver„ „gunnen van de zelve belast geworden is dat voor het overige de gelijk stelling in zijn geheel zoude plaats hebben en men niet dat ie niet bedongen heeft, dat dezelve een hinderpaal zoude zijn voor het genot„ der teegenwoordige of toekomende voordeelen. De brief van den heer Prins van Luyemburg aan den heer Ridder de Beau„ „draps bewijst duidelijk dat desselfs voorneemen was de afkorting van 25. p:r C:o, waarmeede het reqiement gedreijgd wierd, te vernietigen. De voortduuring van de betaeling &aen de groote guldens teegens 20. stuij„ „vers is een bewijs van het gevolg dat zijne han „delwijsen gehad hebben. Buijten dien, Mijn Heer gouverneur hebt de goed „heijd in overweeging te neemen het traktement van het regiement van Meuron 2021 Meuron en het selve te vergelijken met die van Sluxemburg, en Ziet welke van beijden het meeste ten laste is over „weegt vervolgens; dat het een word gereekend zaemen gestelt te zijn uit Switsers, naeuwe bond genooten der fran„ „schen, en het andere uit franschen welkers voor ouders de geluk „kige verandering heb„ „ben veroorzaakt waere door de hollandsche republicq is gebooren geworden, en welkers 2 broeders haere bezit „tingen en haare koop handel in den laetsten oorlog hebben bewaerd ziet vervolgens, of de twee twee regiementen niet in het geval zijn om ge „lijke voordeelen te ge „nieten De regeering be„ „klaagt deese gulden tegen 20. stuijvers niet, om „trent het Switser regie„ „ment, waarom zoude zij die beklaegen om „trent het fransche! Mey zal misschien zeg „gen, dat de gulden teegen 20. stuijv:s bedongen is in de kapitulaetsie van Meuron, terwijl zulks in die van Eux „emburg niet is. Dit is waar maar luijem „zijnen „burg heeft, ten „ voordeele een laeter voorrecht het zij woordelijk het zij schriftelijk en indien men wil overgaen tot de zig 2022 bij de resol: van den 25:' julij is § 10. hier over bereeds 't noodige aan„ „gemerkt zin der opstelders, zal men zien dat toen de tweede kapitulatie opgestelt, den Prins niets wist van deese afkorting van 25. p:r C=to waar van de Heeren Commissa¬ „rissen waarschijnlijk niet onderrigt waeren „hem wijl zij „ daar van niet hebben gewaarschouwd. Deese agterlaetigheijd in de kapitulatie kan dus niet anders worden aangemerkt als een misslag voortkoomende uit het gebrek van kennis der gebruijken van het land, en den Eijsch van den Prins ten deesen opzigte word er een be„ „wijs van Ik zal niet treeden in de „den middelen door „ heer ridder de de Beaudraps voorge „stelt, ik zal mij vergenoam „gen met te erkennen dat hij bemerkt heeft; dat de betaaling van 13. guldens 5. stuijv:s wettig was dat de perzoonen die zijne Memorien hebben opge¬ „stelt, nooit de oorzaek van dese wettigheid heb „ben weeten te doorgronden en dat zij hem valsche„ middelen hebben inge„ „blasen, die aanleijding hebben gegeeven tot de stukken die uit euro „pa zijn aangekoomen teegenspreekende het geen hij had voorgebragt Het zoude moeijelijk zijn te willen beweeren dat er bij de groote staf van 's E Comp:s troupen geene onkosten zijn, daar zij er 2023 er maar deselve worden vereffend op eene wijse die verschillende is van die van het regiement. Het is de groote staf niet die deselve betaelt het is de Comp:e selve, dus, „danig zijn de gunst be„ „wijsingen welke deselve van tijd tot tijd van haere troupen verleent, het zij in de exercitie tijd of bij andere geleegent „heeden, de medidamen „ten welke zij verstrekt voor de zeeken die aan de wagten behandelt worden haere schrijf on„ „kosten, haer musiek haere onkosten voor de instrumenten, en duij „zent andere zaeken welke men niet kan beschrijven om dat men deselve n deselve niet weet, of om dat ze zig niet aan de verbeelding opdoen maar daar i er een die veel in aanmerking moet koomen dat is De onbekwaam en inkurable nationale zoldaten worden na Europa te rug gezonden zonder het voordeel het welk gagie daar en tegen zijn aan de de nationaalen hebben zoldaaten van Luxemburg die nu en dan op de voorstellen van om onder de invaliden den kommandant van het regi„ „ment als onbekwaam zijn te te koomen wanneer zij rug gezonden, eenige maanden, te zeer verswakt zijn, gagie verstrekt, en ze zijn dus in dit op zigt gunstiger be„ terwijl de soldaeten „handeld dan de nationaal trou„ van het regiement daar van zijn ontstooken veel zijn reeds na Europa¬ verzonden, na langen tijd door de groote staf in hunne quartieren te zijn behandelt. Ik ha Mijn Heer Gouverneur uw wel Edele omtrent 200. mannen van dat zoort kunnen laeten, en uw wel Edele daar door het regiement veel meer ten 5. 6. „pen. 2024 ten laste doen strekken als door het bedraegen der onkosten van de groote staf die ik vor-„ „dere en die hoewel onse gewoontens van de uwe t verschillen des niet temin verschuldigt zijn uw wel Edele weet het e daar zijn onder de natie gewoontens, die alteijd te achten zijn uw wel klij Edele kan, bij uw volk na goeddunken van een soldaat een tamboer een musikant maeken; gehoorzaemer is zijn pligt, Bij de franschen moet hij selve er in bewilligen, hij geen hij niet doed als uit kragte van hooge betaeling, hem te dwingen, is een onregt. wanneer hij voor tam „boer of musikant dienst namt
English
took, is to enjoy this high pay; to refuse it to him is to fall into the same misfortune. It is just the same with the writers. An adjutant, a drum major, a sergeant major cannot remain without high pay, because their service requires a greater workload than that of the other non-commissioned officers, and custom among us has sanctified this high pay, as well as that of the grenadiers. These latter were here for some time without enjoying it. Daily violence had to be done to the men who were chosen to complete this company. The reason for this reluctance was founded on the greater maintenance and on the lack of this customary high pay. Forcing them made bad soldiers of them. By this means there was no emulation among the troops. I have reintroduced this high pay, and since that moment a great change has had to be noticed in the behavior and attitude among the soldiers. One has Section 7. Whenever the surgeon major or the assistant surgeons have asked for medicines for the service of the regiment, that has never been refused. Nor has the regiment ever been refused permission to store what it might need, keeping it in the Company's warehouses. considerable allowances must be made to those surgeons who could not make good the expenses of the medicines for the sick out of their salaries, the Company having provided them with none or very few. It is clear from the capitulation that the Company needs to support none of such burdens. Finally, a multitude of other matters such as gratuities to the troops, indemnities to certain officers, office expenses, warehouse rent, transport charges, etc. There must without doubt be funds to make good these expenses, which should not be at the charge of the troops, since the national troops pay none. The payment of these expenses by the Honorable Company, far from harming the equalization, is on the contrary a necessary consequence of it, and it is by mistake that one thought that the 20 stuivers allocated for this settlement were an increase of pay for the troops. These indeed should be regarded as nothing other than a means adopted by the Honorable Company to determine the fixed price of those expenses, with regard to the number of men who would be in the regiment at different times, and to prevent them from being brought to a higher price. However, it appears from the government's answer to my first memorial that it wished to maintain that this charge had to be borne by the Prince of Luxemburg, since it refers to the 6th article of the capitulation which concerns his salary; but considering this salary along with the charges that are essentially expressed in the capitulation, one will convince oneself of the contrary. The salary of that Prince, included therein one hundred louis for the maintenance of the weapons, amounts in all to eighty-two thousand four hundred livres a year, say 82400. Each uniform which he has provided every two years and in advance in accordance with the capitulation, has cost him approximately 61000; he has provided four, which amounts to 244000, 1/3 in the year 34857. The tailoring costs and the expenses of maintenance can amount annually to 6000. The maintenance of the weapons and their renewal have in an ordinary year amounted to more than 3000. And approximately 1200 men have been taken into service since that regiment has been in existence; calculating the enlistments on average at 144, one puts the same at a very low price, and one finds that the same have cost him in seven years one hundred seventy-two thousand and eight hundred livres, which annually amounts to 25000. [Total] 68557. There remains to them net approximately 14143. If Your Honor has him bear the expenses, Governor, of the grand staff, which amount to at least 9000 guilders a year, which makes almost 18000, Your Honor will find that his salary could not have been enough for his burdens. It is thus very clearly proven that the Prince could not bear the charges of his grand staff, and these expenses, not being able to fall to the charge of the troops, must necessarily fall back upon the Honorable Company. Section 8. The government in this matter has ordered nothing. It only permitted, on the proposal of the lieutenant colonel and commander, Mr. De Raijmond, the deduction of the 15 stuivers, and it was otherwise up to His Honor to make use or no use of that according to his discretion, as already in the The government having, with the reduction of the pay, ordered the abolition of the 20 stuivers allocated to this employment, I found myself outside
Dutch transcription
namt, is het om deese hooge betaeling te genieten, hem deselve teweijgeren, is in het selfde ongeval te ver„ „vallen. Het is eeven eens met de schrijvens; Een adjudant, een tamboer Majoor een sergeant majoor kunnen niet zonder hooge betaeling blijven, om dat hun dienst een grooter om„ „slag vereischt als die der andere onder officie „ren, en het gebruik heeft bij ons deese hooge be„ „taaling geheeligt ge „lijk ook die van de gre„ „nadiers deese laetste zijn eenigen tijd lang hier geweest zonder de „selve te genieten. Men moegt dagelijks geweld doen aan b lete 2026 2025 § 7. wanneer de Chirurgijn majoor of de onder„ chirurgijns om medicijnen gevraagt nooijt aan de manschappen die men uitkoost om deese Compe voltallig temaeken. De beweeg. „reeden van deese teegen zin was gegrond op het grooter onderhoud en op het gebrek van deese gebruijkelijke hooge betaeling, door hen „lieden, tedwingen maekte er slegte soldaeten van Door dit middel was er geen na ijver on „der het volk. Jk heb deese hooge betaeling weeder ingevoert, en zeedert dat oogenblik heeft men een groote verandering en het ge „drag en de houding moe„ „ten bemerken onder de soldaeten; Men heeft hebben, ten dienste van het regiment is dat aanzienlijke trakte menten nooijt geweigert. Ook is aan het regiment nooijt geweigert om het geen het nodig konde hebben te bergen, in 's Comp:s ma„ „qua zijnen te laaten bewaaren. dat de Comp:e geene van diergelijke lasten behoeft te suporteeren. menten moeten doen aan die Chirurgijns die de onkos„ „ten van de medikamenten voor de zieken niet konden goedmaeken op hunne appo „inktementen hebbende de Companie henlieden er geene of zeer weijnige: Het is uijt de kapitulatie duijdelijk verstrekt. Eyndelyk een menigte andere zaeken gelijk als de gra„ „tificatien aan het volk„ schaede vergoedingen aan zeekere officieren, kantoors onkosten, pak„ „huijs-huur, transport ongelden etca Er moes„ „ten zonder twijffel fondsen zijn om deese onkosten goed te maeken welke niet ten laste van het volk moesten zijn wijl de nationaelen er geene betaelen. De be „taeling deeser onkosten door 3. 8. 2026 door de Edele Compe. wel verre van de gelijkstel „ling te benadeelen, is en in tegendeel een nood „zaekelijk gevolg van en het is bij misgis„ „sing dat men gedagt heeft dat de 20. stuij „vers geschikt tot deese voldoening eene vermeerdering van betaeling was voor het volk deselve moes„ „sten in der daad niet anders worden aange „merkt als een middel door de Edele Comp. e genoomen om de gezette prijs van die onkosten te bepaelen, met op: „zigt op het getal der manschappen die op verschillende tijden bij reqiement en weesen zoude zoude zijn, en om te be„ „letten van ze op geen hooger prijs te brengen echter blijkt uit het antwoord van de regee „ring op mijn eerste mi„ „morie, dat deselve heeft willen beweeren dat dee „se last door den prins van Luxemburg moest worden gedraegen, wijl deselve zig beroept op de 6. artikel van de kapitulatie die zijn traktement betreft maar dit tractement overweegende met de lasten die wesentlijk in de kapitulaatsie zijn uitgedrukt zal men zig van het teegen „deel overtuijgen het traktement van dien Prins 2027 Prins, daar onder begreepen Hondert Louisen voor het onderhoud der wa „pens bedraegt in het geheel twee en tagentig duijzent vier hondert Civres 'sjaars Zegge 82400. - Jeder kleeding die hij alle twee Jaaren en voor uit heeft ver „strekt overeenkomstig met de Capitulatie heeft hem ten naes. „ten bij gekost 61000. hij heeft er vier ver„ „strekt het welk be„ „draegd 2440000. 1/3n in het Jaar 34857. het makeloon en de onkosten van onder „houd kunnen Jaar „lijks bedraegen 6000. Het onderhout der wapens, en der zel„ „ver vernieuwing hebben in een ge¬ meen Jaar meer be„ „draegen dan 3000. En zijn ten naesten bij 1200. koppen in dienst genoomen geworden zedert dat „ regie „ment inweesen is de engagementen door malkander reekenende op 144. stelt men deselve op een seer laege prijs en men bevind dat deselve hem in zeeven Jaeren gekost hebben hondert twee en zeventig duijzent en agt hondert li „wres het welk sjaart „lijks bedraagd - - - 25000 Blijft hun net over omtrent. . . . . 14143. Jndien uw wel Edele hem de onkosten laet draegen, Mijn Heer Gouverneur van de groote staf, die ten minsten op 9000. guld:s 68557. sjaars 2028 'sjaars beloopen het welk bij na 18000. uitmaakt zal uw wel Edele be „vinden dat zijn tracte „ment niet heeft kunnen genoeg zijn voor zijne lasten. Het is dus zeer klaar be„ „weesen dat den Prins de lasten van zijn groote staf niet heeft kunnen draegen en deese onkosten niet kunnende ten laste van het volk vallen, moe„ „ten noodzaekelijk op de Edele Comp:e te rug kee„ „ren. 29 De regeering heeft in deeze niets De regeering met de re bevoolen. ze heeft alleen op het voor„ „duktie van de betaeling „stel van den luijt:kollonel en Com„ „mandant de heer De Raijmond toege„ de afschaffing belast „staan om de 15. stuijvers te mogen korten, en het heeft voor het overige hebbende van de 20. stuij„ aan zijn Ed: gestaan om daar van ge„ „vers tot dit employ ge „bruijk, of geen gebruijk te maken na zijn goed vinden, zoo als dat reeds bij „schikt, vond ik mij de buijten 68557. 3.
English
the resolution of this government of the 25. July paragraph 7 is noted: also, Mr. De Raijmand, having been questioned on this part of his letter by the Governor, openly acknowledged to his Honor that he not only requested the Governor to be permitted to deduct these 15. stuivers, but that he even on that occasion requested to be permitted to raise this deduction to 20. stuivers, and that consequently this part of his letter was poorly phrased. unable to bear all the burdens, for this reason it is that on the 15. October 1785, not yet having the ordinance of the reduction in my hands, I had the honor to request your Honor's permission to withhold 15. stuivers per man from the regiment, because this was the only means to support a structure that had acquired a condition sufficient to make it totter; it was then that, instead of an answer to my request, I received a letter from Mr. Billing dated 29. September, which is the only proof that has been handed to me to prove the reduction, and in which I found that the government, sensing of itself the necessity of determining a sum to make good the expenses of the grand staff, had anticipated my request. A copy of this letter will convince your Honor, Governor, of the truth that I have the honor to submit to your Honor, from which it arises that it is not an assent given by the government to my request, as is said in the reply to my Memorial, but rather a foresight of the government itself, which had perceived the necessity of this assent before I had requested it; the dates demonstrate this proof. Furthermore, it is certain that when I wrote that letter, I had no papers of the regiment in my hands, which were also sealed or in the hands of the Judiciary, so that I consequently did not know its rights; the manifold work that occurred in rapid succession in my offices only allowed me to fathom them slowly. It would therefore not be fair to make an argument against the regiment from the contents of that letter. Besides, if I had entered into engagements, they would not be acceptable if they were detrimental to the Corps, because with respect to the same I cannot be regarded as anything other than an administrator of the property of minors. The meeting considers the above more than sufficient to refute this very unfair demand; had they had any substance, they ought at the time to have been submitted, in order to pay attention to them, and not now that the regiment is about to depart. The necessity of letting the grand staff enjoy an adequate fund to bear such unavoidable costs being proven, it is certain that the Noble Company cannot refuse the compensation of that which was deducted beforehand from the regiment without infringing upon the second Capitulation, whose 6. article, cited in the reply to my first Memorial, says nothing that appears to be contradictory to the equitable claims of the Corps in that respect: The 15. stuivers for each man not having been enough, and the officers having been obligated to add the shortage, it is likewise equitable to compensate them; this has prompted me to set my demands at 20. stuivers per man for this object instead of 15. stuivers that were deducted from the soldiers beforehand: I therefore persist in this demand, agreeing to waive the request for the compensation of 2. stuivers or 20. pennies for the benefit of the quartermasters. The necessary remarks on this have already been made in the resolution of 25. July § 6. Moreover, that I previously consented to the payment remaining fixed at 11: guilders 8. Stuivers, anticipating the value of the distribution of two guilders that is owed per month to the men who have begun the last three years, being equal to the second enlistment of the National troops. I would have the honor, Governor, to show your Honor at once the list of what this article amounts to, as well as that of the 20. stuivers that the grand staff is owed; but I have the honor to inform your Honor that both objects together will amount to about 60000. guilders instead of forty-seven thousand, which could be the amount of the demand taken in the previous manner. I have not known until now, Governor, of the favor that your Honor had shown to the soldiers of the detachments; had I been informed of it, I would have had the honor long ago to assure your Honor of the gratitude of the men, and in particular of my own, and it is with the greatest pleasure that I now acquit myself of that duty. However, I have the honor to submit to your Honor that this favor can only with difficulty lead to a settlement, because, not having been known, it could only turn to the benefit of the mess caterer, the soldier having paid for his provisions at the same price as in Colombo, which he certainly would not have done had he known that he was to have them one guilder cheaper by order of the Company; for the rest, Governor, I submit myself to your Honor's favor concerning this article. One will, if your Honor approves
Dutch transcription
de resolutie deezer regeering van den buijten staat alle de las 25. Julij 5. 7. is aangemerkt: ook heeft, de heer De Raijmand over „ten tedraegen, om deese dit gedeelte van zijn brief, door reeden is het dat ik den den heer Gouverneur onderhouden zijnde, vijlmondig aan zijn Ed: na„ 15. oktober 1785. de ordon„ doer bekend, dat hij niet alleen de heer gouverneur verzogt heeft, „ nantie van de reduktie om deeze 15. stuijv:s te moogen korten, nog niet in handen heb maar dat hij zelfs te dier geleegend„ „heid verzogt heeft om deeze kortings bende, de eer heb gehad te mogen brengen op 20. stuijv:s en dat midsdien dit gedeelte van uw wel Edele verlof te zijn brief kwaalijk gestelt was. verzoeken om 15. stuijvs per man afte houden, bij het regiement, om dat dit het eenigste middel was om een gebouw te ondersteunen het welk een staat gekreegen had die genoeg was om het zelve te doen waggelen, het was toen, dat ik, in „steede van een antwoord op mijn verzoek, een brief ontfing van den heer Billing gedateert 29. 7ber: welke het eenig „ste bewijs is dat mij ƒ is 2029 is ter hand gestelt om de reduktie te bewij „sen, en waar in ik ge „vonden heb, dat de re „geering uit haar zel„ „ven gevoelende de nood „zaekelijkheijd van eene somma te bepae „len om de onkosten van de groote staf goed te maaken, mijn verzoek had voorgekoomen. 6 Een kopij van deese brief zal uw wel Edele over „tuijgen, Mijn Heer Gouver„ neur van de waarheijd die ik de eer heb uwel 't Edele voortedraegen t waar uit onstaat, dat„ het geene toestemming is door de regeering op mijn verzoek gedaen gelijk gelijk gezegd word in het antwoord op mijne Memo„ „rie, maar wel eene voor„ „bedagtzaamheijd van de regeering zelve die de noodzaekelijkheijd van deese toestemming be „merkt had alvoorens ik deselve had verzogt, „uit het bewijs blijkt„ dit de datums. overigens is het zeeker dat toen ik die brief geschreeven heb, ik geene papieren van het regie „ment in handen had, welke ook verzeegelt of in de handen van de Justitie waeren, dat ik bij gevolg desselfs regten niet wist het menigvuldig werk, dat schielijk agter malkan der 2030 der in mijne Comptoi „ren is voorgevallen, heeft mij zelfs niet dan lang „zaemen hand toegelaa „ten deselve te doorgron„ „den, het zoude dus niet billijk zijn zig uit den inhoud van die brief een bewijs teegen het regiement temaeken. Buijten dien indien ik er verbintenissen inge„ „noomen had, zouden de „selve niet aanneeme „lijk zijn, indien ze schaedelijk waaren voor het Corps, om dat ik ten opzigte van het selve niet anders kan worden aangemerkt als een bestierder der goederen van de onmon. „digen 5 10 meer als toereikende ter ontlegging van deezen zeer onbillijke eisch: de groote staf een genoeg „saem fonds te doen genie ten tot het draegen van zoo onvermijdelijke kos„ „ten, beweezen zijnde, is het zeeker dat de Edele Compe de vergoeding niet kan weijgeren van het geen voorafgeligt is op het reqiement zon der inbreuk te doen op de tweede Capitulaetsie welkers 6. art: aange haelt bij het antwoord op mijn eerste Memorie niets zegt, dat tegen „strijdig schijnt te zijn aan de billijke preten¬ „tien van het Corps ten dien op zigte: De 15. stuij „vers voor iderman niet genoeg geweest zijnde, en Wel bovenstaande agt de vergadering Dde noodzakelijkheijd om digen. de 14 6 2 tij 2031 hadden die diergen zoo ze eenige wezend„ lijkheid gehad hadden in der teid moeten worden de heeren officieren ver„ „pligt zijnde geweest het te kort koomende bij tevoegen, is het insge lijks billijk deselve te vergoeden, dit heeft mij aangezet om mijne eisschen te stellen op 20. stuijvers ieder man voor dit voorwerp in plaats van 15. stuijv:s die voor af waeren afge „trokken van de soldaa „ten: Jk persisteere dus bij deesen eisch, bewilli „gende om af te zien van het verzoek van de ver„ „goeding van 2. stuijvers of 20. penn: ten voordeele van de fouriers. hier op is reeds het noodige aangemerkt hier vooren toegestemd heb bij resolutie van den 25. Julij §. 6. bovendien„ beide dat de betaling- bepaald blyven op 11: gul„ „dens te vertrekken. worden op gegeeven, om daar op te kunnen dens 8. Stuijvers onder voor „ning van twee gulden die men schuldig is per maand aan de menschen die de laatste drie Jae „ren hebben begonnen zijnde gelijk met het tweede verband der Na„ „tionaale troepen. Jk zoude de eer hebben Mijn Heer Gouverneur, uw wel Edele aanstonds te doen zien de lijst van het geen deeze artikel bedraagd, als ook die van de 20. stuivers die de groote staf te goed heeft; maar ik heb de eer uwel Edele te verwittigen dat de beide voorwerpen te zaa„ „men zullen beloopen om „trent 60000. guldens in „steede van zeeven en letten, en niet nu het regiment staat „ waarde van de uitreeke veertig 2032 veertig duizend die het bedraagen zouden konnen weesen van de vordering die op de voorige ma „nier genoomen is. Ik heb tot nu toe niet geweeten, Mijn Heer Gou „verneur, de gunst die uw wel Edele aan de soldae „ten van de de tachementen had beweezen, indien ik er van onderrigt was geweest, zoude ik reeds voor lang de eer gehad hebben uwel Edele te verzeekeren van de dank „baarheijd van het volk en in het bijsonder van de mijnen en het is met het grootste ge „noegen dat ik mij tans van die pligt kwijte. Echter heb ik de eer uwel Edele te vertoogen vertoogen, dat deese gunst met dan beswaarlijk tot een vereffening kan koomen, wijl deselve niet bekent geweest zijnde, alleenlijk ten voordeele van den schaf „baas heeft kunnen kie„ „ren hebbende den soldaat zijne levens middelen be „taalt tot deselve prijs als te kolombo, het welk hij zeekerlijk niet zoude gedaan hebben indien hij geweeten had „ in't dat hij die „us ordre van de Compenie een gulden beeter koop moest hebben, voor het overige Mijn Heer Gouverneur gedraege ik mij aan uwel Ed:s gunst om „trent dit artikel, Me„ zal zoo uwel Edele het goedvind
English
deems fit, to draw up a statement of what the men whose five years have expired are able to pay toward their indemnification for this excess amount, which will be difficult for the detachment of Gale because of the various movements that have taken place there. As regards those whose five years have not yet expired, as well as what has been paid to others before that point in time, such shall fall as a pure loss to the Honorable Company. It shall likewise be the same with with what was paid to the men before the time of my administration in excess of the 41. guilders 8. stuijvers, from which Your Honour deducted the payment, and I am certain that the Gentlemen Directors will read with sorrow the withholdings of the government in this respect, because they offend their dignity, especially when they consider that the non-commissioned officers and corporals, who at this time receive nothing other than a wage that is less than that which was due to them, have made no claim for reimbursement; that the quartermasters of of the Colonel's Company, those of the Chasseurs, and those of the company quartered under sheds, as well as the non-commissioned officers of this latter, have likewise claimed nothing for the housing they paid for, or for the wainscoting they had made at their own expense; that the Sergeant Major, the Drum Major, the assistant surgeons, and the cadets, who have never had any lodgings, keep silent regarding this loss. Have the goodness, Governor, to cast an eye on the barracks in which these companies were quartered. Your Your Honour will see that those of the Colonel's Company, since there was only one private room in them, were not spacious enough to house two quartermasters, eight sergeants, a music master, a third surgeon, and a cadet. In those of the Chasseurs there was not a single place left for the non-commissioned officers, for one was obliged to house a part of the company under sheds, and currently Mr. de Meuron is forced to have a part of the company that took the place of the Chasseurs of Luxembourg lodged in another quarter. I was thus not seeking to lead Your Honour into error error when I had the honor of bringing this matter to Your Honour's attention in my first memorial, and it is not for their pleasure that these non-commissioned officers paid for housing. Indemnification for non-payment in silver coin. It is well to defend one's rights and to rely on proofs, but one must, in addition, give them their true interpretation. In the 4th article of the first capitulation it is said: That according to the Capitulation, the officers and soldiers of the regiment of Luxemburg must receive their salaries according to the exchange rate of the species of money in the country where they serve, which means that they must receive them not only in the species of money mentioned here alongside, but in all other species of money according to the rate that the Company sets on them, and therefore also, among others, in duijten, which were forgotten to be counted here at the side, and which have circulated in this government from all times, of which four pieces make a stuijver, 100. to 105. pieces go, and therefore fully 45. stuijvers to a lb. On the other hand, no more than 37. to 38. stuijver pieces of dudoes go to a lb., and these dudoes, about which there are so many complaints, therefore have an even greater intrinsic value than the duijten. § 12. said that the regiment of Luxemburg shall receive its payment according to the exchange rate in the country where it shall serve; but this means only that it shall receive the Spanish dollar for 63. stuijvers, each being worth 12. silver penningen, the rupee for 30. stuijvers, the pagoda for 17. schellingen, etc., and this does not say that it shall receive a coin of low value, namely a piece of about eight penningen for 12. This does not mean that it shall content itself for a rupee with 30. of those pieces of 8. penningen, while in order to obtain an actual rupee it will be obliged to give 42. or 43. for it; nor does it mean that it shall receive 63. pieces of 8. penningen instead of a piaster that will cost it 84. or 85. I had, in my first memorial, favorably anticipated the objections that could be made to me in this regard, and I was very far from thinking that they would be almost copied to be set to be set against sound reasons that should have been refuted in order to silence me. I had foreseen from my first memorial that the government would tell me that its troops were paid with the same currency as the regiment, but I had had the honor to inform Your Honour, Governor, that everyone was free to defend his rights or to waive them, and that he who waived them could not, by his well- or ill-conceived example, prejudice him who wished to defend his own. This proposition, which is grounded in the law of nations, ought to have seemed just enough to warrant the approval of the persistent requests of the regiment, notwithstanding the silence of the national troops, for the latter could surrender a part, indeed even the whole of their wage, without the Corps being bound to forfeit a single penning of theirs. This was the proposition that had to be refuted by proving to me that, if it pleased the national troops to give presents to the Honorable Company, the regiment was obliged
Dutch transcription
2033 goedvind, een opgave mae„ „ken, van het geen de man „schappen welkers vijf Jaeren verscheenen zijn in staat zijn te betaelen op hun schaedeloos-stelling voor dit meerder bedra „gende, het geen moeije „lijk zal zijn voor het de tachement van Gale „vermits de„ „verscheijdene beweegin„ „gen die aldaar hebben plaats gehad. wat aan „gaet het geen de zulken betreft wiens vijf Jae „ren nog niet verscheenen x. zijn, als ook het geen aan anderen betaalt is voor dat tijd stip, zulks zal tot een zuij„ „ver verlies voor de Edele Compagnie vallen. Het zal even insgelijks zijn met met het geen voor de teijd mijner administratie aan het volk betaalt is gewor „den booven de 41. guldens 8. stuijvers, aan dewelke „de uw wel Edele betaeling hebt afgekort en ik ben verzeekert dat de heeren Bewindhebberen met verdriet zullen leesen de agterhoudenheeden van de regeering ten deesen op zigte, om dat deselve hunne waardigheid kwes„ „sen, voor al wanneer zij zullen overweegen, dat de onder officiers en korporaals, die ten dee„ „sen tijde niet anders ontfangen als een gagie die minder is als die welke hen toequam geene terug vordering gedaan hebben, Dat de fouriers van 2034 van de Collonels Compe die van de Jaegers en die van. Comp. e die onder olas „sen ingekwartierd zijn als ook de onder officie „ren van deese laeste ins„ „gelijks niets hebben ge „vordert voor de huijs ves„ „ting welke zij betaalt hebben of voor de bozi „winge die zij op hunne kosten hebben laaten maeken. Dat den sergeant Majoor de tamboer Maxoor de onder Chirurgijns en de Cadets, die nooit geen logies gehad hebben, op dit verlies stilswijgen hebt de goedheijd mijn heer Gouverneur een oog te slaan op de Casornen waarin deese Comp: laegen uw uw wel Edele zal zien dat die van de Colonels Com „pagnie, wijl er maar een bijzondere kamer in was, niet ruijm genoeg was om twee fouriers agt serge „ants een musiekmeester een derde Chirurgijn en een kadet te huijs vesten. In die van de Jaegers was geen enkelde plaats over voor de onder officiers want men is verpligt geweest om een gedeelte van de Comp:e onder olas„ „sen te huijsvesten en tans is de heer de Meu „ron genoodzaakt een gedeelte van de Comp. e die in de plaats van de Jaegers van Luxemburg gekoomen is, en een an„ „der kwartier te laaten „logeeren. Jk zogt dus niet uw wel Edele in de dwaling D en 2 n 2035 dwaling te brengen, toen ik de eer heb ge „had uw wel Edele dit voorwerp onder het oog te brengen in mijn eerste memorie, en het is niet voor hun pleisier dat deese onder officie „ren huijvvesting betaalt hebben. Schadeloos-stelling weegens geen betaeling in zilver geld. Het is goed zijne regten en zoldaten van het regiment van te verdeedigen en op Luxemburg, hunne appoinctementen moeten ontvangen, naar den koers der bewijsen te steunen geld specien in het land daar ze dienen, wil zeggen, dat ze die moeten maar men moet daar ontvangen niet alleen inde geld„ en boven aan dezelve specien hier nevens vermild, maar in alle andere geld specien, naar den hunne waere uijtteg boers die de komp:e daar op zet, en mits dien ook onder anderen in duijten„ ging geeven: Jn de 4:e die hier ter zijde vergeeten, zijn, op„ artikel van de eerste „te tellen, en welke van alle tijden, in dit gouvernement hebben, gerouleerd kapitulatie word ge„ van deeze waar van vier stuks een Dat volgens de Capitulatie de officieren stuijver „zegd § 12. stuijver doen, gaan 100. tot 105. stuks zegd, dat het regiment en mits dien ruijm 45. stuijvers op een lb. Daar en teegen gaan er niet meer van Luxxemburg zijn dan 37. â 38. stuijver stukken op betaeling zal ontfan doedoes op een ld. en hebben mitsdien deeze toedoes; waar over zoo zeer „gen volgens de geld koers geklaagd word zelfs een grooter in het land waar het int rinsegen waarde als de duijten. zelve den dienst zal doen; maar dit wil alleen „lijk zeggen dat het zelve de spaansche mat zal ontfangen voor 63. stuijvers waardig zijnde 12. zilvere penningen ider de ropij voor 30. stuijvers de pagood voor 17. schellingen etc:a en dit zegt niet dat het zelve een munt van laege waarde nament„ „lijk een stuk van om „trent agt penn: zal ontfangen voor 12. dit wil niet zeggen dat het 2036 het selve zig voor een ropij zal tevreeden houden met 30. van die stukken van 8. penn:, terwijl het om een wezentlijke ropij te bekoomen verpligt zal zijn om er 42. of 43. voor te geeven, zulks wil niet zeggen, dat het 63. stukken van 8. penn: zal ontfangen in plaats van een praster die aan het selve 84. of 85. zal kosten. Ik had in mijn eerste me morie op een voordeelige wijse de teegenwerpingen voorgekoomen die mij daar omtrent konden gedaan worden, en ik was zeer verre van te denken dat deselve ten naesten bij zouden gecopieerd worden om gestelt te „worden teworden teegens lastbaere reedenen die men had moe „ten wederleggen om mij te doen swijgen. Jk had van mijne eerste memorie of voorzien dat de regee „ring mij zoude zeggen dat haere troepen moet deselfde munt betaelt wierden als het regiement maar ik had de eerge „had uw wel Edele te melden, Mijn Heer gouver„ „neur, dat het een ieder vrij stond zijne regten te verdeedigen of van deselve aftezien, en dat die geen die van deselve afzag door zijn wel of kwal „lijk begreepen voorbeeld niet konde benadee „len den geenen die de zij „nen wilde verdeedigen. Dit voorstel, het welk gegrond 2037 gegrond is op het regt der volkeren, had regt „vaardig genoeg moeten schijnen om de aanhou„ „dende verzoeken van het regiement te doen goedkeuren niet tegen staande het stilswijgen van de nationaale troe„ „pen, want deselve kon„ „den een gedeelte Ja zelfs hunne geheele gagie ver„ „laeten, zonder dat het Corps gehouden was een penning van de haere te laeten vaaren; Dit voorstel was het dat men moest wederleg. „gen met mij te bewij „sen, dat indien het de nationaele troepen be „haagde geschenken aan de Edele Comp. te „geeven, het regiment verpligt
English
was obliged to follow their example, and as long as this has not been clearly proven to me, I can do nothing other than abide by what I have already said, and what I have just repeated. In vain does one rely on the fact that this coin circulates throughout the entire Colony and meets with no difficulty: we refuse it just as little as they do; we only ask to enjoy the same advantage as they do. She receives this coin in exchange for merchandise, but she will give no more of her goods than a portion proportionate In the resolution of 25. July mentioned several times, it has already been pointed out that rice and other provisions have not become more expensive on account of the circulating copper coin, and that the non-commissioned officers and soldiers who boarded with the victualers paid not a single penny more on that account than when they received their appointment in gold or silver specie. If the provisions had not become as expensive as is stated here on this side, it would certainly have been impossible for the military victualers to board those who ate with them for the same money that they had consumed with them at all times; and this not being the case, what has further already been noted in the aforesaid resolution of 25. July, the assembly considers more than sufficient for the necessary answer in this matter. § B. 2038 proportionate to the quality of the coin she receives, at the rate of the price of the discount of the money; and since this discount is one third, she demands one third more in money, or delivers only two thirds, indeed even only half of her goods. It is certain that what formerly cost two duijten now costs three and four. By this means the colony has maintained itself in equilibrium and has no reason to complain; but with the Corps it is not so. We receive a fixed fixed payment, and being obliged to pay one third more for everything, we suffer a loss of one third. This loss being a necessary consequence of the deficiency in value of the coin with which we are paid, compensation is due to us to put us in equilibrium with the discount of the money and with the Colonists. Does your Honorable Sir Governor think that if it pleased the government to call the piece of 8. penn:, which your Honor now gives, 2039 gives for a piece of 12. penningen, an rd:s, the regiment would be obliged to accept it, while the Colonists did not refuse it because the Colonists have other means to indemnify themselves, which the regiment cannot do unless your Honor gives to the same a sufficient number of those rd:s to match the value of the discount of the money, and consequently that of the Colonists, who sell their goods proportionally. It is precisely the same from the small to the large. Your stuijv.:s is worth only 8. penn.; the regiment receives it for 8. penn:, and gives up the surplus of their payment by renouncing the indemnity relative to its board money, it favors the Comp:e because its food has truly decreased, whether on the part of quantity or quality. The loss is so heavy that the government, in its answer, attempting to make one lose the notion 2040 the notion of it, could not refrain from granting the same to the benefit of the officer. If the officer loses, the soldier loses proportionally. Everything is relative, and the soldier is less able to sacrifice anything because he is less rich. In order to divert attention completely from that loss, the government says that the regiment is placed on an equal footing in this with the other servants of the Honorable Comp.e. Allow us to ask whether the Comp=e has the right to let the one and the the other perish: one is very far from being assured of that. On the contrary, it is believed that the same must pay enough new specie to the one and then to the other to keep him free from loss, and that she must, by preference, do so for foreigners who ask for it and who entered into her service only to receive their proper wages for it, and not to be deprived of a part thereof, especially at the moment when they lose their employment without cause. I 2041 I had likewise anticipated the objection relative to the provisions made to the regiment by offering to take into account, toward the indemnification of the pro rata, what could arise from the sums counted into the Comp.s Treasury to pay for these provisions. If these sums turn out to be equal in amount to the payment of the regiment, the Compe will be free of the indemnification; but if there is a difference, the same will be liable in proportion to this difference. This
Dutch transcription
verpligt was, hun voor„ „beeld tevolgen, en zoo lang mij dit niet duijdelijk zal zijn beweesen kan ik niet anders als mij gedraa „gen aan het geen ik reeds gesegd heb, en het geen ik soo even heb herhaalt. Te vergeefs verlaet men Bij de resolutie van den 25. Julij meerm: is reeds aangeweezen, dat de rijst en zig dat, deese munt de andere levens middelen om de wille van de rouleerende koper munt niet geheele Colonie door Cir„ zijn verduurt en dat de onder officie„ „ren en zoldaaten, die bij de schafbaasen cieleert, en er geene swa gegoeten hebben daarom geen penning meer hebben betaald, dan doen ze hun „regheid ontmoet: wij appoinctement in goud of zilver weijgeren het eeven zoo specie ontfingen, Jndien de levens middelen niet der daar zoo ver„ wijnig als zij wijwae¬ „duurd waaren, als hier toe zijde word opgegeeven, zoude het zeeker „ gen alleenlijk om het „lijk voor de militaire schafbaa„ selve voordeel te genie „sen onmoogelijk geweest, zijn, de geene ten als zij ontfangt die bij hun aten de kost te geeven. voor het zelfde geld dat ze ten allen tij„ deese munt in verruij„ „de bij hun hebben verteerd, en dit niet het geene, voorts bij de voorsz: „ling teegen koopwaa„ resolutie van den 25. Julij bereeds ren maar zij zal van is opgemerkt, agt de vergadering meer als genoeg ter noodige be„ haare waeren niet meer andwoording in deezen. geeven als een gedeelte evenredig § B. 2038 evenredig met de qua„ „titeijd van de munt die zij ontfangt, na rato van de prijs van de kor „ting van het gelt, en vermits deese korting is van een derde, eischt zij een derde meer in gelt of leevert maar twee derdens Ja selfs maar de helft van haare waeren Het is zeeker dat het geen eertijds twee duijten kostende, thans drie en vier kost, door dit middel heeft zig de kolonie in haar eeven „wigt gehand haeft, en heeft geen reeden om te klaegen, maar met het Corps is het niet al zoo wij ontfangen eene vaste. vaste betaeling, en ver„ „pligt zijnde alles een derde duurder te be „taalen, ondergaen wij een verlies van een derde„ dit verlies een nood zal kelijk gevolg zijnde van het gebrek aanwaende van de munt met de welke wij betaald war¬ „den; komt ons een schaede vergoeding toe om ons en evenwigt te stellen met de korting van het geld en met de Colo „nisten: Denkt uw wal Edelen Mijn Heer Gou„ „verneur dat indie het de regeering geliefde rd:s te noemen het stuk van 8. penn:, het welk uw wel Edele thans geeft 2039 geeft voor een stuk van 12. penningen, het regie „ment verpligt zoude zijn, het selve aante „neemen, terwijl de Colonisten het niet weij„ „gerende om dat de Co„ „middeler „lonisten „ wandes me hebben om sig schade loos te stellen, het welk het regiement niet doen kan, ten zij uw wel Edele aan het zelve een toerijkend getal van die rd:s geeft om de waarde van de korting van het geld bij gevolg die van de Colonsten die hunne waaren na proportie verkoopen te berijken. Het Het is zoo even zoo van den kleijnen tot den grooten uw stuijv.:s is maar 8. penn. waardig, het regiement ontfangt hen voor 8. penn:, en vordeels het surplus van haere be„ „taeling door afstand te doen de indemniteijt betrekkelijk tot des „selfs kostgeld, beguns „tigt het de Comp:e om dat desselfs spijze wezendlijk vermin „dert is geworden het zij van de kant van de quantiteid of kwali„ „teijt. Het verlies is zoo zwaar, dat de re „geering en haar ant „woord het denkbeeld daar van tragtende te doen 2040 te doen verliesen, zig niet heeft kunnen onthouden van het zelve toe te staan ten voordeele van den officier. Jndien den offi„ „cier verliest, verliest den soldaat na propor „tie. Alles is betrek „kelijk en den soldaat is minder in staat om iets te offeren om dat hij minder rijk is om de aandagt van dat verlies geheel en al aftetrekken zegt de regeering dat het reqiement daarin gelyk stelling is met de andere die „naaren van de Edele Comp. e stae ons toe te „vraegen, of de Comp=e het regt heeft de een en de de andere telaeten verder „ven: men is zeer verre van daar van verzeekert te zijn. men gelooft ien teegendeel„ dat deselve aan de een en dan de andere genoeg nieuwe spetien moet betaelen om hem buij „ten schaede te stellen, en dat zij het, bij prefe „rentie, moet doen aan vreemdelingen die er om vraegen, en die bij haar geen dienst genoo „men hebben als om er hun quaa loon voor te ontfan„ „gen, en niet om voor een gedeelte daar van ver„ „strokken te worden voor „namentlijk op het oogenblik dat zij zon „der beweegreeden hun dienst verliesen. Jk 2041 Jk had insgelijks de tegen „werping, betrekkelijk tot de aan het regiment gedaene verstrekkingen voorgekoomen, door aan „te bieden, van reek: te „zullen houden, op de schae „deloos stelling van de prarata welke konden voort koomen uit de „ Kassa in 'sComp.s getelde som „men om deese verstrek „kingen te voldoen. Jn „dien deese sommen inge„ „lijk bedraegen koomen met de betaeling van het regiement, zal de Compe wij zijn van de schadeloos stelling; maar indie er een ver „schil en is, zal deselve schuldig weesen, na maa „te van dit verschil. Dit
English
3. 14. What the regiment has received since the month of 7ber: 1785. is known from the treasurer's register, and concerning the demanded indemnifications, the groundlessness thereof has been discussed at length above. The Company has never made any change in the numerical value of the coin species circulating here during the period of which mention is made here, and of what has occurred in that regard among private individuals, the Government has taken no notice. It is an account to be made in which one will include the amounts of all the items that are not subject to the indemnification. I still persist in this reclaim, and in case of refusal, I request that the amount of the payment of the regiment since the month of 7ber: 1785. be proven, as well as the items that do not belong to the indemnification, and that authentic reports be delivered to me of all the degrees of reduction of the money from that period onwards; 2042 onwards; so that the regiment may assert its means before the Chamber of 17 or other tribunals. It grieves me to the utmost, Sir Governor, to be obliged to trouble Your Honour with my demands, but permit me to demonstrate to Your Honour that the evident justice of my requests, grounded on the soundest reasons, prevents me from listening to refusals that were subject to changes. On one side and the other, I cannot neglect the precautions that must secure the interests of the Corps. I am with very deep respect, underneath stood, Sir Governor, Your Honour's most humble and most obedient servant, was signed, Chevalier de Raymond, Lieutenant-Colonel, in the margin, Colombo on the Island of Ceylon, the 1. 7ber: Anno 1788. Underneath stood, before the translation, signed, G: J: Onstein de Hoen, sworn translator. Agrees, Sybrands, VOC clerk. Examined, No 7, P.s Pompeus. No. 47. 2044 Colombo, the 3 8be. 1784. Referred to Resolution. Monsieur the Governor, Yesterday I had the settlement of accounts made to the regiment, and everything passed off in the greatest order, with the exception of one bad subject; upon whom I caused the strongest punishment to be inflicted this morning: I have the honour to assure you that there has not yet been a drunkard since the payday, and that everyone is perfectly satisfied. Each individual will henceforth see, Monsieur the Governor, the state of his pay, what is due to him, and will dispose of it at his will, which will provide for his better maintenance; and by means of this principle, it will not be difficult for me to establish the strictest discipline in the Corps. I answered verbally to Monsieur Bilting regarding the letter you did me the honour of addressing to me 3 days ago. Monsieur the Second has granted me the absence of Mr. Dubuisson, Tissot, and Sejourné, in so far as I took it upon myself with you; they will have the honour of assuring you of their most humble respects at Colombo, to be back the day after tomorrow, and please continue your kindness to me and receive my most profound respects. 1. that to them in general may be made Your most humble and most obedient servant, P: de Raymond. Monsieur the Governor. 2043 made the time Examined, F.s Pompeus. 2044 Extract Resolution the and the to d refuses these formerly and that to them in general may be made made of J.s Pompeus. Examined, No. 48. 2044 Extract Resolution taken in the Council of Ceylon, Friday the 26th 7ber: Anno 1788: There was read in the meeting a Missive from the Lieutenant-Colonel and Commandant of the Regiment of Luxembourg, the Lord De Raymond, written the 14th of this month, accompanying an address from the officers of the said Regiment of the 8th prior to that, containing: 1: a request that the Company during the voyage would charge itself with the expenses of the table for the gentleman officers on board. 2: that without injustice there cannot be refused to the troops the reimbursement of that which they have received less since 7ber: 1785. than formerly. 3. that to them in general may be made an indemnification for the loss that they have suffered on their salaries since the copper money, as they say, was introduced here. Whereupon, having deliberated, it was approved and agreed to inform the Lord De Raymond as His Honour is informed by this: 1. That the aforesaid request of the gentleman officers, namely that the Company would give them a free table on board, has very much surprised this assembly, as it cannot be unknown to the gentleman officers; that in accordance with the choice made by him, Lord Raymond, in his letter of the 11th of August, instead thereof there have been allocated to them during the voyage the full salaries as they enjoyed them on shore, whereas otherwise, and if the Company had taken the 2045 table to the charge of Their Honours, they would have been allowed to enjoy no more than their wages without emoluments, and that consequently this assembly has resolved to deny the aforesaid instance as it is denied by this. 2: that this assembly considers the further contents of the aforesaid letter of the gentleman officers answered and refuted by its Resolutions taken on the 25th of July last and today upon His Honour's letters written the 17th of July and 1st of this current month, which were communicated to His Honour, and that it consequently deems it unnecessary to enter anew into any further discussions about that. That meanwhile the assembly regarding the instance of
Dutch transcription
3. 14. Wat het regiment ontfangen heeft it is een temaeken reeke„ zeedert de maand 7ber: 1785. is bij de „ning waar in men zal register van de tresorier bekend, en van de gevraagde schadeloosstellen begrijpen het bedraegen „gen de ongegrondheid van dien, is van alle de voorwerpen hierboven wijdloopig gesprooken. De komp: heeft in de neemerike waarde die niet onderheevig der hier rouleerende geld specie ge „duurende de tijdstif waarvan hier zijn aan de schade loos gesprooken word nimmer eenig verandering gemaakt, en wat daar stelling. Jk volharde omtrent opder de partikulieren nog in deese terug vor is voorgevallen daar van heeft het Gouvernement geen kennis „dering en ingeval van genoomen. weijgering verzoeke ik dat het bedraegen van de betaeling van het reqiement zeedert de maand 7ber: 1785. be „weesen werde, als ook de voorwerpen die tot de schaedeloos stelling niet gehooren, en dat mij authentike tijdin„ „gen werden ter hand gesteld van alle de trap „pen van korting van het geld van dat tijd stif af; 2042 af; op dat het reqiement zijne middelen moge doen gelden bij de kamer van 17m of andere vier schaeren. Het is mij ten uittersten leed, Mijn Heer Gouver „neur genoodzaakt te zijn uwel Edele met mijne eisschen te ver „moeijen, maar stae mij toe uw wel Edele te ver„ „toogen dat de klaarblij„ E „kenderegtvaardigheid van mijne op de gesondste reedenen gegrondigt verzoeken, mij belet om na weijgeringen te luijsteren die aan veran „deringen onderheevig waaren. van een en ander kant kan ik de omzig „tigheeden niet verzuij„ „men die de belangens van van het Corps moeten ver„ „zeekeren. Jk ben met zeer diepe eerbied /:onderstond:/ Mijn heer Gouverneur uw wel Ed: oodmoedigste en gehoorzaamste dienaar: /:was geteekend:/ Cher:n de Raijmond luijtenant Collo„ „nel /:in margine:/ Kolom „bo op het Eijland Ceilon den 1. 7ber: A:o 1788. /. onder „stond:/ vóor de vertaling /:geteekend:/. G: J: onstein de Hoen gezwoore trans „lateur Accordeert Sijbrands VEgklerk Nagesien 7o P„s Pompeus N:o 47. 2044 Cotombe de 3 8be. 1784 rat. tot Relaluttie Monsieur te gouverneur je fis faire hier te decompte au regt, et tout Si passa dam replus gram ordre, à d'exception dun mauvais sujet; ce qui jai fait infligen ce matit la stus forte punition: jai T'honnour de vous apsurer quis ni à pas encore eu & nommer jures depuis la paie, Et que tout te monde ext parfailement content. Maque individu verra desormai, monsieur de gouverneur; d letut de sa sotde Ce qu, qui devient, et en dispasera c songré, lo re quir sera pourran de son mienn liorge; et mojenant le princiue it ne me sera por difreisle ditabtir dum le Covys la disciptine lasten sereere. jai Repondis verbatement à monheur Bilting sus la lettre que vous me fites Chonneur de moitresser itz a 3 jour Montieur le secom, re ma accor dé Sabsence de Mr. dubuisson, tissot is Sejourné, quantant que je menchargoai auxris de rous; it auront thonneus de vour asswrr de seur tus zumble respets a neucombe pour etre de Retours ren apis demain e continués moy sit rou, stait ros Bonter as Recevis mer pur profonds Respecti 1. dat aan hun in het generaal mag worden Jotrekes Jumbees cat tier obeidant Verseer ze PJ: vHaijmond Montieur de gouverneur 2043 gedaan de tijd Nagesien F„s Pompeus 2044 Extrakt Resoluuttie de ende de eren d gert „ze ertijds e. van aem nu om een gemraal mag worden gedaan van J„s Pompeus Nagesien N o 48. 2044 Extrakt Resoluuttie genomen in Raade van Ceilon Vrijdag den 26:e 7ber: A:o 1788: Is ter vergadering geleezen een Missive van den Luitenant Kollonel en komman„ dant van het Regiment van Luxemburg den Heer De Raijmond geschreeven den 14:e deezer ten gelijde van een addres van de officieren van het zelve Regiment van den 8: daar tevooren, houdende 1: een verzoek dat de komp: geduurende de reize zich wilde belasten met de onkosten van de tafel voor de Heeren officieren aan boord. 2: dat zonder onregtmatigheid aan de troepen niet kan worden gewijgert het remboursement van het geen ze zedert 7ber: 1785. minder dan eertijds genooten hebben 3. dat aan hun in het generaal mag worden op gedaan gedaan een scha vergoeding voor het ver„ lies dat ze geleeden hebben op hunne appoinktementen zeedert dat het koo„ per geld zoo als ze zeggen hier is in„ „gevoerd. waar op gedelibereerd zijnde is goedgevonden en verstaan den Heer De Raij mond te informeeren zoo als zijn Ed: gein„ „formeerd word door deezen. 1. Dat het voorsz: verzoek der Heeren officieren, dat de kompenie nament„ lijk aan hun wilde geeven een vrije tafel aan boord, deeze vergadering zeer heeft gesurpreneerd, wijl het de Heeren officieren niet kan onbekend zijn; dat overeenkomstig met de keuze door hem Heer Raijmond bij zijn brief van den 11:e aug:s gedaan, in steede van dien aan hun geduurende de rijze zijn toegelegd de volle appo„ „nictementen zoo als ze die aan de wal genooten hebben, daar ze ander„ zints en wanneer de kompenie de 2045 di tafel tot haar Edele laste hadde ge„ „noomen niet mier dan hunne gagien zonder emolumenten zouden hebben moogen genieten, en dat mits dien deeze vergadering heeft beslooten fe„ melde instantsie te ontzeggen ge„ lijk dezelve ontzegd word door deezen. 2: dat deeze vergadering de verdere inhoud van voorsz: brief der Heeren officieren houd voor beantwoord en wederlegd bij haare Resoluuttie den 25:e Julij Jongstl: en heeden geno„ men op zijn Ed: brieven geschreeven den 17:e Julij en 1:e deezer loopende maand die aan zijn Ed: zijn gekom„ municeerd en dat dezelve het mits dien onnoodig acht om daar over op nieuw in eenige verdere diskus¬ „sien te treeden. Dat intusschen de vergadering nopens de instantsie van ver„
English
of the gentlemen officers to receive compensation for the losses suffered on copper currency during the time that they received their salaries therein, cannot pass over noting here that it trusts that if they, in making this petition, had recalled that, however unfounded it might be, this Government nevertheless wished to give the officers corps a very generous gift of three thousand rix-dollars in order to relieve them in providing everyone's share of the table expenses, and thereby enable them to retain all the more of the emoluments paid to them during the journey as reimbursement for the same, this assembly would have been spared the unpleasantness of having to bring this up here as proof of the attention and goodwill of this Government toward the gentlemen officers; leaving it otherwise to the judgment of Mr. De Raimond himself, preferably deferred to decide to what extent the step the gentlemen officers allowed themselves, in their letter not to say that the troops cannot without injustice be refused the reimbursement of that which the pay to which they were set in September 1785 according to the capitulation amounts to less than that which they formerly enjoyed, is proper and well-placed, especially, so to speak, at the moment that the regiment is about to be embarked. Agreed. Hijbrands E. V. Eyklerk Checked L. V. D. Linde No. 49. Monsieur van de Graaff Ordinary Councilor of the Indies and Governor-General of the Island of Ceylon and Its Dependencies Monsieur the Governor, As a fully satisfactory reply was not given to the Memorial presented to you by Mr. the Chevalier de Raymond on 18 July, we are inclined to believe that this document was not given all the attention it appeared to deserve, and we consequently consider ourselves entitled to place our claims before your eyes a second time, observing to you, Monsieur the Governor, that one cannot, without offending the regard due to a respectable Officers Corps, refuse to its legitimate request the justice it is all the more entitled to expect since it is founded in part upon an authentic Capitulation made between Mr. the Prince of Luxembourg and the Noble Company, whose intentions we are persuaded we follow in begging you not to derogate from it. We are authorized, Monsieur the Governor, to request of you that the table be granted to us during our entire crossing without any restriction, and as we received it upon our departure from Europe according to the orders of the Noble Company, which imposed this obligation upon itself in Article 17 of the first Capitulation, confirmed by Article 8 of the new one. One cannot without injustice refuse to the troops the reimbursement of the reduction made to their pay in September 1785, and to all of us in general the indemnity fixed in the memorial of Mr. the Chevalier de Raymond for the loss of one-third of our salaries which we have suffered since the introduction of copper into the Colony; and as a consequence of the same principle, we request to be paid henceforth in Spanish piastres or rupees of India. The validity of this last request is further motivated by the conduct of Mr. the Governor of the Cape and of his Council toward the Gentlemen Officers of the Swiss Regiment of Meuron, who first obtained one-third of their salary in silver and subsequently half with an increase of ten rix-dollars per month as compensation for the losses that paper money caused them to suffer; this conduct, approved by the Gentlemen Directors of the Noble Company, will without doubt have determined that which the Gentlemen of Meuron are currently maintaining in their refusal to receive a currency without value, and authorizes ourselves to ask to share in an indemnity to which we have equal rights. Such are, Monsieur the Governor, the just claims that we have the honor to present to you, and to the legitimacy of which your equity will not permit you to refuse. We are with respect, Monsieur the Governor, Your very humble and very obedient servants, De La Motte Mertin, Betachae, Defeid, De Champenoije, W. de Hogiis, Du Platel, De Legreviken, J. Jacob Daniels, Veyen, Illon, Capt. Jonert, De Wopies, Souffloz, Juelens, Du Buinor, Dela Grese, De Migol, De Valincour, Menewille, Signet, M. Hout Satet, Meetter, Damdieu, Du Bipij, St. Maurice. Galle, 8 September 1788. to 172. 2049 2048 Amsterdam Monsieur the Governor, I have the honor to send you a Memorial from the Corps of the Gentlemen Officers of the Regiment of Luxembourg which I have the honor to command. The confidence I have in your kindness and your justice does not permit me to doubt its success. I am with profound respect, Monsieur the Governor, Colombo, 14 September 1788. Your very humble and very obedient servant, Chevalier de Raymond Lieutenant No. 51. 2049 Amsterdam To the Noble Honorable Gentlemen Directors of the Chartered Dutch East India Company at the aforesaid Chamber. Noble Honorable Gentlemen! We hope that our respectful letter of 21 July last, dispatched with the country's bark De Diana, which departed from here on the 25th following, will have a timely and proper delivery; and have the honor to enclose the duplicate thereof.
Dutch transcription
van de Heeren officieren om te hebben een scha vergoeding voor de verliesen geleeden op de koopere munt ge„ duurende de tijd dat ze hunne ap„ poinctementen daar in hebben ont„ vangen niet voor bij kan hier aantemerken, dat ze vertrouwd dat bij aldien dezelve zig bij het doen deezer instantsie hadden herinnerd dat hoe ongegrond ook dezelve zij deeze Regeering nogtans aan het korps afficieren wel heeft willen doen een zeer genereus present van drie duizend Rijxd:s om de„ zelve in het fourneeren van een elks aandeel in de onkosten van de tafel te soulageeren en ze daar door in staat te stellen om des temeer te kunnen overhouden van de emolumenten die hun geduurende 2046 geduurende de reize ter goedmaking van dezelve worden betaald, daar door aan deeze vergadering zoude zijn ge„ „spaard het disagrement om dat hier te moeten ophaalen ten blijke van de attentsie en goedwilligheid deezer Regeering voor de Heeren officieren, laatende het voor het overige aan het oordeel van den Heer De Raimond zelve liefst gedefereerd om te beslissen in hoe verre de demarche die de Heeren officieren zig hebben gepermitteerd niet bij hun brief te zeggen dat aan de troupes zonder en Justietsie niet kan worden gewijgerd het rem„ bourcement van het geen de betaaling waar op ze in 7ber: 1785. over een komstig met de kapitulaatsie, ge„ steld zijn minder bedraagt dan het „ geen ze eertijds genooten hebben beta„ melijk en wel geplaatst zij, inzon„ derheid om zoo te spreeken op het ogenblik ogenblik dat het regiment staat te worden ingescheept. Akkordeerd. Hijbrands E V Eyklerk Nagezien LVD Linde N:o 49. Monsieu van de Graaff Conseiller Ordinaire des Indes et Gouverneur General de Lisle dse Ceylau et Ser Dependancen Consieur le Gouverneur. Somme il na par ête fait une reponce bien satisfaisante Au Memoize que vous a presenté Mr. le Chs. de Raymond le 18 Juillet, nout Sommes porter a croire quon na par fuita cet ecrittoute l'attention quil paroissoit meriter, et nous nous croyons consequemment en droit ese vour mettre une seconde soix nos reclamations Sour les yeux, en vous observant, Monsieur le Gouverneur, quon ne pent saur blesseo lex Egarer dux à un Corpa d'Officiez& respectabler refuser à sa legitime demande la Monsieu Justice quil est d'autant plus en droit d'es perer quelle est fondée en partie sur une Capitulation authentique faite entze M. le Prince De Luxembourq et la Voble Compagnie dontnonx Sommer persuadér Puivze lex intentiona en voux priant de ne par y dezoger. Nous Sommer autorisés Monsieurle Gouverneur, a vous demander que la table nous soit accordéé pendant toute notze traverséé Saur aucune restriction, et telle que nous l'avour recue à notze depart d'Europe d'apres les Ordres de la Noble Compagnie qui J'en est imposéé l'obligation dan Narticle 17 de la premieze Capitulation confirméé paol article 8. de la Nouvelle. Ou ne peut refuser aue injustice a la troupe le remboursement de la diminution quon a faita sa paye en 7bre 1785, et à nous lour en genéral lindemnité sixcé daus le memoire de Mr. le M. s de Haymond, pour la perte duntier de nos Appointement que nous avous eprouvéer de puir l'intzoduction du Cuivre Daus la Colonie, et paoune Suite du meme principe Nous demandous à êtse payer dorenavant en piarte despagne ou Roupier ese & Iude. La Validité de cette dermeze demaude est motivee de plus paola conduite de M. le Gouverneur du Capet de Son Couseil envers MeMrs. len Officiers du Regiment Puisse De Meuzon qui ont d'abore obtenuletiez de leur appointement „en argent et ensinte la moitié avecune augmentation de Dix dixdalles par moir en dedomagement des perter quele papier monnoye leur faisoit essuyer cette conduite approuvée pav MeMr. les Directeurs dela Noble Compagnie, aura Sauce oute Petermin celle que tiennent en ce moment MeMs. Je Meuzon Danile refur quils fout de recevoir une monnoye Jau Naleur, eM Mouk autorise nous même a Demander de participevaune ed omugem Jt. Maurice auquel nouravour Eijalement der dwits. Oeller Sout Monsieur le Gouverneur, les Juste Reclamations que nous avour l'houneuodse vour presenter, et à la Legitimité der queller votze equité nevour permettra point de vous refuser. Nous Sommer aver respectie Consieur le Gouverneur. Coste& Humbler entel Obeissants Serviteurs. De La Molte Mertin. q Betachae . Defeid De Champenoije W: de Hogiis i Du Platel De Legreviken Jejacob:Diniels veyen illon Copt Jonert De wopies Souffloz 1666 Juelens is Du Buinor Dela Grese De Migol De Valincour =Menewille Signet MHout Satet 5 meetter Damdieu D1 Bipij Gale le 8 Septembre 1788. ment u em 4 a 172. 2049 2048 Amsterdam Monsieur te Gouverneur Pai thouseur de vous envoyer un Memoire du Corps de M. M. r ter officiers der Regiment de Luxembourg qui jai thouneur de commander. la confiance que j'ai dans vos boutér en vevoou justice ne me permés pas de douter deson succés Jesuis avec un profond respecs. Monnieur de Gouverneur 7bre 1788.. Cotonwo 14. Potre Erée hemble extres obeinamt Serviteur. 1. E.r de aijmond Lele Tn tentenr No. 51. 2049 Amsterdam Aan De Edele Achtbaare Heeren Bewindhebberen Van de Geoktroijeerde Nederlandsche Oost Indische kompenie ter voormelde Kamer. Edele Achtbaare Heeren! wij hoopen dat onse eerbiedige van den 21. Iulij J:o l:, afgezonden met slands buik De Diana, die den 25. daar aan van hier vertrokken is, eene tijdige en behoorlijke bestelling zal en langer; en hebben de eere, het duplikaet daar van.
English
have received in the Netherlands as well as at the Cape of Good Hope and in Tuticorin, and the Galle servants have made such disposition thereon as appears from their Resolution of 7 August last, which is transmitted in extract among the enclosures, and has been approved by us with these changes, namely that the provisions accounted for in excess by the skippers shall not be credited to them, since this excess accounting has in all probability arisen from the write-offs made according to the regulation, without an actual excess issue having taken place, which could all the less have occurred on these ships because, beyond what was provided to them by the Company, they may possess nothing from which the supplement could have been made. That which they entered on the account on behalf of some passengers who arrived with these ships from the Cape of Good Hope, 2051 and consisted of women, children, and servants of some officers and privates of the regiment of Meuron, we have charged to the said passengers for reimbursement, because it has not appeared to us that the customary board was paid for them at the Cape, or that they were granted free board on shipboard. Regarding the 18 heads which, as appears from the aforementioned Galle Resolution, were entered in excess on the consumption account of the ships 't Fortuijn, De Drie Gebroeders, and Josephus de Tweede during the passage from Punnaikayal to Galle, the skippers, upon the further explanation required thereof, have indicated that they consisted of 1 pilot and his servant on Het Fortuijn, 1 pilot and 1 servant of Captain Zorn on De Drie Gebroeders, 1 pilot and 4 men from the small vessel De Hoop on Josephus de Tweede, but that the remaining 9 heads were brought on board by Colonel de Meuron with his regiment, and they, the skippers, did not know who they were; and since the recorded supply for these additional men, which when the pilots and the men of De Hoop are deducted still amounts to 11 heads, consisted of a trifling amount or merely four days of rations, we have decided to pass the same. Likewise, the skippers of the ships De Vrouwe Johanna, 't Fortuijn, De Drie Gebroeders, and Josephus de Tweede, by a petition that is included in copy among the enclosures, have represented to us that the aforementioned excess accounted provisions were only found to be surplus because they had frequently made the necessary supplies to the ship's crew from their own provisions, requesting therefore that the same might be reimbursed to them; but for the reasons mentioned hereinbefore, we have not been able to grant this request, 2052 and we therefore give notice thereof to your Honorable Worships by this letter. In the aforementioned consumption accounts, considerable write-offs have been made for discovered short-weight, leakage, and spoilage of various provisions; and since we furthermore have not received the lists of provisions supplied for the outward voyage to the ships Susanna, De Drie Gebroeders, and 't Fortuijn to be able to judge whether they were properly entered into the consumption accounts, and we likewise do not know whether the write-offs that were made to the debit of the troops of the regiment of Württemberg who were transported with these four ships from Europe to the Cape were done properly, since it is not known to us how many of those men were on each ship, we have therefore instructed the Galle servants to send to your Honorable Worships the copies of the aforementioned accounts and of the documents from which they were drawn up for the further disposition of your Honorable Worships. We have had these ships provisioned anew for the return voyage to Europe, both for the use of the crew and of the returning troops, and at the request of the Lieutenant Colonel and Commander of the regiment of Württemberg, the Chevalier de Raymond, we have permitted a committee of two officers of that regiment to be present at the shipping of the victuals to inspect their quality; however, since it might occasionally happen that the supply of some articles will be found insufficient to provide the ships for as much time as is stipulated regarding the return ships, we 2053 have instructed the servants at Galle to give notice thereof in such case to the Cape ministers, who have been requested by us to be pleased to supplement the same further there. Regarding these and further supplies of cash, medications, and what else were made at Tuticorin and Galle to these ships, we take the liberty to refer humbly to the expense accounts signed for them by the skippers, which the Galle servants will submit to your Honorable Worships under their covering letters. The Honorable High Indian Government has ordered us to let the skippers of the chartered ships retain the hawser ropes that are used for the service of the same, and to charge them to the expense accounts of the ships, and we have instructed the Galle servants to execute this order also with respect to the five chartered ships.
Dutch transcription
Nederland als aen de Caab de Goede Hoofd en te Tutukorijn hebben ontvangen, en hebben de Gaalsche bedienden daar op „ zodanig gedisponeerd, als blijkt bij go hunne Resol: van den 7. Augusto V: l: die in Extraht onder de bijlaegen over„ „gaat, en door ons g'appobeerd is met deese veranderingen, namelijk dat de provisien, door de schippers meerder venantwoord, aen hun niet sullen worden goedgedaan, wijl die meerder verantwoording, naer alle waarschijn„ „lijkheid is gesprooten, uit de gedaene afschrijvingen naar de bepaaling, sou„ „den dat en wesentlijk eene meerdere verstrekking is geschied, welke op deese scheepen teminder plaats konde hebben, om dat ze, boven het geen hun door de Comp: is mede gegeeven, niets mogen hebben, waer uit het supplement hadde kunnen worden gedaan. Het geen te doen bij hebben opgebragt ten behoeve van eenige passagiers, welke met dese schrepen van de Caab de goede Hoop. 2051 Hoop zijn overgekomen en uit vrouwen kinderen en bedienden van eenige offi¬ „cieren en gemeenen van het regiment van Meuron bestonden, hebben we gem: passagiers ter vergoeding opge „legd, om dat het ons niet gebleeken is, dat voor hun het gewoon kostgeld aan de Caab betaald, of dat hum de vrije kost aan boord toegestaan was. Nopens de 18. koppen, die blijkens voorm:e gaal „sche Resol:, bij de Consumtie reek: van de scheepen 'T fortuijn, de drie gebroeders en Josephus de tweede, geduurende de overtogt van Ponnekail na Gale, meerder zijn opgebragt, hebben de schippers; op de derwegens gevorderde nadere explicatie te kennen gegeeven, dat ze hebben bestaan in t. loots en zijn dienaar op het fortuijn, 1. loots en 1. knegt van de Capitein Zorn op de drie gebroeders, 1. loots en 4. man van het scheepje de Hoop op Jozephus de tweede, dog dat de overige 9. koppen doer den Colonel de Meuron met deszelfs. deszelfs regiment waren aen boord gebragt, en zij schippers niet wisten wie ze geweest zijn: en wijl de opgebrag „te vonstrekking voor deese meerdere manschappen die wanneer de lootsen en de manschappen van de Hoop affgaen nog 11. koppen uitmaken, in een gering „heid of slegts vier dagen randsoen bestond, hebben we beslooten deselve te passeeren Ook hebben de schippers van de scheepen D' vrouwe Johanna, T Fortuijn D' drie gebroeders, en Jozephus de tweede, bij een addres, dat in Copij onder de bijlaegen gaat aen ons vertoond, dat de voorschr: meerder verantwoorde pro„ „visien, alleen teveel bevonden zijn door dien ze dikwijls uit hunne eigene pro„ „visien, de nodige verstrekkingen aen het scheeps volk hadden laeten doen, met verzoek derhalven, dat deselve aan hun mogten worden goed gedaan maer we hebben, om reedenen hier vooren vermeld in dit verzoek niet kunnen bewilligen 2052 bewilligen, en geeven uwel Edele hoog agtb: mits dien, daar van bij deeze her„ „vis. Bij de voorschr: Consumtie reekeningen zijn aanerkelijke afschrijvingen gedaen, over bevondene minwigt, lekkagie en bederf aen dieversche provisien; en wijl we ook boven dien niet hebben ontfangen, de lijsten van de mede ge„ „gevene provisien tot de uitreijs, aen de scheepen Susanna, De drie gebroe„ „ders en 'T Fortuijn, om te knemen b'oordeelen, of dezelven behoorlijk bij de consieutie reek: sijn ingenoomen, en we insgelijks niet weeten, of de af schrijvingen, die gedaan zijn ten laste van de tnoepes van het regiment van Wurtenburg welke met dese vier schee„ „pen uit Europa na de Caab zijn: ge„ „transporteerd, naar behooren zijn geschied, vermits ons niet bekend is, hoe veel van die manschappen op elk schip geweest is, hebben we derhalvear de Gaalsche bedienden gelast, om aan uwel uwel Edele Agtb: toetezenden de Co„ „pijen der voormelde reekeningen en van de beschijden, waer uit die gefor„ „meerd zijn ter nadere dispositie van uwel Edele Agtb: wij hebben dese scheepen weder op nieuw laaten proviandeeren voor de terug rijse na Europa, zoo ten behoeve van de Equipagie als van de overva„ „nende troepes, en op het verzoek van den luitenant kollonel en kom„ „mandant van het regiment van sup„ „emburg de Ridder D' Raijmond, heb„ „ben we toegestaan, dat eene commis„ „sie van twee officieren van dat Re„ „giment present mogte zijn, bij den afscheep der vivres, om toete zien op derzelver deugdzaamheid, dog wijl het somtijds zoude kunnen gebeuren, dat de voornaad van sonninge Anti„ „culen niet toerijkende sal worden bevonden, om de scheepen voor zoo veel tijds te voorzien, als omtrend de retourscheepen is bepaald, hebben we. 2053 we den bedienden te Gale gelast, om in zulk geval daar van kennis te geeven aan de Caabsche Ministers, die door ons zijn verzogt dezelve aldaar verder te wil„ „den laaten suppleeren. Noopens deeze ende verdere verstrekkin„ „gen van contanten, medikamenten en wesmeer, te Tutukorijn en gale aen deeze scheepen gedaan gebruiken we de vuijhen ons nedrig terefereeren aen de daer van geteekende onkost reeke„ „ningen door de schippers, welke de gael„ „sche bedienden d' eene zullen hebben on„ „der hunne geleide letteren uwel Edele Agtb: aentebieden De Edele hooge Jndische Regeering heeft ons bevoolen, om de haijertouwen, die ten ten dienste van de gehuurde scheepen worden gebruikt, aen de schippers der „zelve telaten behouden w op den onkost „reekeningen van de scheepen telaaten be„ „lasten, en wij hebben de gaalscho bedien„ „den gelast, om dese ordre ook te executeeren aen de vijf gehuurde scheepen.