VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3790

Ceylon · 936 pages · 139 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3790_0309 view scan ↗

English

1869 will be presented to Your Right Honourable Nobilities by the servants of Galle. At the request of the aforementioned Mr. van Halm, we ordered the servants of Galle to hand over 10 to 12 men to His Honour to complete the crew of the aforementioned frigate, on the condition that their wage accounts be closed, and that they furthermore sign a secretarial deed in which they declare, regarding the granting or withholding of the premium, to submit to the discretion of Your Right Honourable Nobilities; the servants were also ordered to prefer in this matter those who voluntarily wished to engage in the country's service, and to record in the deed they must provide that they are transferring at their own request and consequently directly waive the premium. These deeds will also be presented to Your Right Honourable Nobilities by the servants of Galle. Under convoy of the repeatedly mentioned frigate, the chartered ships the Vrouwe Johanna, the Drie Gebroeders, 't Fortuijn, and the Susanna are now also departing, which, according to what was pre-advised in our aforementioned respectful letter, serve for the transport of the regiment of Luxemburg to Lorient. The masters of the said ships and of the ship Josephus de Tweede have submitted the consumption accounts of the provisions which they received both in the Netherlands and at the Cape of Good Hope and at Tuticorin, and the servants of Galle have ruled thereon as appears from their resolution of the 7th of August of last year, which is transmitted in extract among the appendices, and was approved by us with these alterations, namely: that the provisions accounted for in excess by the masters shall not be reimbursed to them, because this excess accounting in all likelihood arose from the write-offs made according to the regulation, without an actual excess provisioning having occurred, which could take place all the less on these ships because, beyond what was given to them by the Company, they are not allowed to have anything from which the supplement could have been made. That 1870 which they included therein on behalf of some passengers who came over with these ships from the Cape of Good Hope, consisting of women, children, and servants of some officers and privates of the regiment of Meuron, we charged to the said passengers for reimbursement, because it was not evident to us that the customary boarding fee had been paid for them at the Cape, or that free board had been granted to them on board. Regarding the 18 men who, according to the aforementioned Galle resolution, were accounted for in excess in the consumption accounts of the ships 't Fortuijn, the Drie Gebroeders, and Josephus de Tweede during the crossing from Punnaikayal to Galle, the masters, upon the further explanation demanded thereof, made known that they consisted of 1 pilot and his servant on 't Fortuijn, 1 pilot and 1 servant of Captain Zorn on the Drie Gebroeders, 1 pilot and 4 men from the small ship de Hoop on Josephus de Tweede, but that the remaining 9 men were brought on board by Colonel de Meuron with his regiment, and they, the masters, did not know who they were; and because the reported provisioning for these additional men, who, after deducting the pilots and the men of de Hoop, still make up 11 men, consisted of a trifling amount or only four days of rations, we decided to approve the same. The masters of the ships the Vrouwe Johanna, 't Fortuijn, the Drie Gebroeders, and Josephus de Tweede also demonstrated to us, by a petition which is enclosed in copy among the appendices, that the aforementioned provisions accounted for in excess were only found to be surplus because they had often had the necessary provisions supplied to the crew from their own provisions, requesting therefore that the same might be reimbursed to them, but for the reasons mentioned here before, we could not grant this request, and consequently give notice thereof to Your Right Honourable Nobilities herewith. In the aforementioned consumption accounts, 1879 considerable write-offs were made for found short weight, leakage, and spoilage of various provisions, and because in addition we have not received the lists of provisions supplied for the outward voyage to the ships Susanna, the Drie Gebroeders, and 't Fortuijn to be able to judge whether they were properly included in the consumption accounts, and we likewise do not know whether the write-offs made at the expense of the troops of the regiment of Wurttemberg, which were transported with these four ships from Europe to the Cape, were properly carried out, since it is not known to us how many of those men were on each ship, we therefore ordered the servants of Galle to send to Your Right Honourable Nobilities the copies of the aforementioned account and of the documents from which they were compiled, for the further disposition of Your Right Honourable Nobilities. We have had these ships reprovisioned anew for the return voyage to Europe, both for the crew and for the crossing

Dutch transcription

1869 zal door de Gaalsche bedienden uwel Edele Hoog Achtb: worden aangeboden. Op 't versoek van voorm: Heer van Halm hebben wij den Gaalsche bedienden gelast, aan zijn Ed: 10: â 12: koppen aftegeeven, ter Compleetering van de Equipagie van het voor„ schreeve fregat, mits dat hunne zoldij reeke„ ningen afgeslooten, en door hun wijders een secretarieel acte getekend worde, waar bij ze verklaaren, nopens het geeven of niet geeven van de paemie, zich te zullen onder„ werpen aan 't goedvinden van uwel Ed: Hoog achtbaare; zijnde tevens de bedienden gelast, om in deesen de sulken te preffereeren, die zig vrijwillig in slands dienst wilden en gageeren en bij de akte, die ze moeten verleenen te notee„ aen, dat ze op hun verzoek overgaan en mits dien direct, afstand doen van de paemie. Deeze actens zullen meede door de Gaalsche bedienden uwel Edele Hoog Achtb: worden aangeloden. Onder Convoij van meerm: fregat vertrekken tans ook de gehuurde scheepen de vrouwe Johanna, de drie gebroeders, 'T fortuijn en de Susanna, die volgens het g'preadverteerde bij onsen voorsz: m, 1 voorschr: eerbiedigen brief dienen tot, trans„ port van 't regiment van Lussemburg na Lorient. De schippers van gemelde scheepen en van 't schip Josephus de Tweede, hebben de Consum„ tie reekeningen overgelegd van de provisien, die zo zo wel in Nederland, als aan de Caab de Goeds Hoop en te Tutucorijn hebben ontvangen, en hebben de gaalsche bedienden daar op sodanig gedisponeerd, als blijkt bij hunne resolutie van „den 7. ' augustus J:o leeden, die in Extrakt onder de bijlaagen overgaat, en door ons geapprobeerd is met deese veranderingen, namelijk: dat de pro„ visien, door de schippers meerder verantwoord, aan hun niet sullen worden goedgedaan, wijl die meerder verantwoording naar alle waarschijn„ lijkheid is gesprooten, uijt de gedaane afschrij„ vingen naar de bepaaling, zonder dat 'er wesent„ lijk eene meerdere verstrekking is geschied, welke op deese scheepen te minder plaats konde hebben, om dat ze, boven het geen hun door de Comp: is meede gegeven, niets moogen hebben, waar uijt het supplement hadde kunnen werden gedaan. Het 1870 Het geen ze daar bij hebben opgebragt ten behoeve van eenige passagiers, welke met deese scheepen van de Caab de goede Hoop zijn overgekoomen, en uijt vrouwen, kinderen en bedienden van eenige officieren en gemeenen van 't aegiment van Meuron bestonden, hebben we gemelde passagiers ter vergoeding opgelegd, om dat het ons, niet gebleeken is, dat voor hun het gewoon kostgeld aan de Caab be„ taald, of dat hun de vrije kost aan boord toege„ staan was. Nopens de 18: koppen die, blijkens voorm: gaalsche resolutie, bij de Consumtie weeke„ ningen van de scheepen 't fortuijn, de drie gebroeders en Josephus de tweede, geduurende de overtogt van Pornekail na Gale, meerder zijn opgebragt, hebben de schippers, op de derwe„ gens gevorderde nadere Explicatie, te kennen ge„ geeven, dat ze hebben bestaan in 1: loots en zijn dienaar op 't fortuijn, 1: loots en 1: knegt van den Capitain Zorn, op de drie gebroeders, 1: loots en 4: man van 't scheepje de Hoop op Josephus de tweede, doch dat de overige 9: koppen door den Collonel de Muron met desselfs regiment regiment waaren aan boord gebragt, en zij schippers niet wisten wie ze geweest zijn en wijl de opgebragte verstrekking voor deese „meerdere manschappen, die wanneer de lootse en de manschappen van de Hoop afgaan, nog 11: koppen uijtmaaken, in een geringheid of slegts vier dagen aandsoen bestond, hebbenw beslooten deselve te passeeren. Ook hebben de schippers van de scheepen de vrouwe Johanna, 't fortuijn, de drie gebroeder en Josephus de tweede, bij een addres, dat in Copij onder de bijlaagen gaat, aan ons vertoond, dat de voorschreeve meerder verantwoorde provisien, alleen teveel bevonden zijn, door dien ze dikwils uijt hunne eigene provisien, de nodige verstrekkingen aan 't scheepsvolk hadden laaten doen, met versoek derhalven, dat deselve aan hun mogten worden goedge„ daan, maar we hebben, om reedenen hier vooren vermeld, in dit verzoek niet kunnen bewilligen, en geeven uwel Edele Hoog achtb: mits dien, daar van bij desen kennis. Bij de voorschreeve Consumtie reekeningen zijn 1879 zijn aanmerkelijke afschrijvingen gedaan, over bevondene minwigt, lekkagie en bedeaf aan diversche provisien, en wijl we ook boven dien niet hebben ontvangen, de lijsten van de mede gegeevene provisien tot de uijtreis aan de scheepen Susanna, de drie gebroeders en 't fortuijn, om te kunnen beoordeelen, of deselven behoorlijk bij de Consumtie reekenin„ gen zijn ingenoomen, en we insgelijks niet weeten, of de afschrijvingen, die gedaan zijn ten laste van de troepes van 't regiment van wuatenburg, welke met deese vier scheepen uijt Europa na de Caab zijn getransporteerd, naar behooren zijn geschied, vermits ons niet bekend is, hoe veel van die manscherpen op elk schip geweest is, hebben we derhalven de „gaalsche bedienden gelast, om aan uwel Edele Hoog Achtb: toetesenden de Copijen der voorm: reekening en van de bescheiden waar uijt die geformeerd zijn, ter nader dispositie van uwel Edele Hoog Achtbaare Wij hebben deese scheepen weder op nieuw laaten provianderen voor de terugreise na Eucopa, zo ten behoeve van de Equipagie, als van de overvaarende

NL-HaNA_1.04.02_3790_0314 view scan ↗

English

crossing troops; and at the request of the lieutenant colonel and commander of the regiment of Luxemburg, the Chevalier de Raymond, we have permitted a committee of two officers of that regiment to be present at the shipping of the provisions, in order to inspect their quality. However, since it might occasionally happen that the supply of some articles will be found insufficient to provide the ships for as much time as is determined for the return ships, we have ordered the officials at Gale, in such a case, to notify the Cape ministers thereof, whom we have requested to kindly supply the same further there. Regarding these and the further provisions of cash, medicines, and so forth, made to these ships at Tutukorijn and Gale, we take the liberty of referring humbly to the expense accounts thereof signed by the skippers, which the officials at Gale will have the honor of presenting to your Right Honorable Worships under their cover letters. The Honorable High Government of the Indies has ordered us to let the skippers of the chartered ships keep the kedge ropes used for the service of those ships, and to have them charged to the expense accounts of the ships; and we have ordered the officials at Gale to execute this order also with regard to the five chartered ships mentioned herein, despite the skippers having protested against it, as appears from the documents respectfully accompanying this. However, in order to prevent all disputes regarding this in the future, we will have the skippers of the chartered ships who might yet arrive here informed of the prescribed order before supplying any ropes, and at the same time have them asked which ropes or of what calibers they desire to have. On the ship de Drie gebroeders, 18 sailors were placed at the Cape of Good Hope due to a lack of crew, and on the ship Susanna 1 sailor, on condition that the wages to be earned by them be charged to the expense accounts of these ships; and the ministers have deferred the further disposition of these men to us. But because all these men had large arrears on their pay accounts, and consequently could not transfer directly into the service of the owners of these ships, and we also had no sailors whose accounts were not more or less in deficit to replace the Cape crew, we have decided—since the ships will touch at the Cape on the return voyage anyway—to let them continue on them; and to notify the Cape ministers thereof, as is being done now. Only from among these men, upon their request, were the sailors Pieter Vernoe and Johan Wilhelm Schmeltz transferred to soldiers and remained at Gale; and we have therefore had their earned wages, from the time they came aboard the ship de Drie Gebroeders until they were discharged at Gale, charged to the expense account of that vessel. In their place, two other sailors were delivered to this ship at Gale, who were not only directly discharged from the Company's service, with the closing of their pay accounts, but were also informed that it will be up to your Right Honorable Worships whether to grant them the customary premiums or not, as your Worships shall see fit. On the occasion that they received orders from the chief of Tettukorijn to sail from the Ponnekail roadstead to Gale, the said skippers submitted to him the notarial protests, which are transmitted in copy among the enclosures, whereby they declare that, since they had sailed with their vessels to Ponnekail by order of the Cape ministry, and had partially unloaded their cargoes there and taken in other goods again, they consequently maintained that the voyage to Gale, according to the charter parties, had to be considered as an inland voyage, and be paid as such to the owners on that basis. However, since their arrival at Gale, they have made a two-fold request to us by a petition, a copy of which also goes among the enclosures, asking that either the voyage from Ponnecail to Gale might be considered and paid as an inland voyage, or else that the lay days of the ships at Gale might commence the day after their arrival there. And because we judged that the roadstead of Pornekail, for the outgoing ships, cannot be considered as a Ceylon port, but only as a place of refreshment, we have therefore decided to consent to the second request, as providing a better account for the Company, and consequently to let the lay days at Gale commence with the day after they arrived there. As a consequence of this arrangement, we have also promised them, in accordance with the charter parties, the payment of eighty guilders per day for the excess time that they should have to remain in the bay of Gale beyond the determined number of 121 lay days for each ship; and this right has furthermore been reserved by the skippers of the Vrouwe Johanna, de Drie gebroeders, 't Fortuijn, and Josephus de tweede for their owners by made notarial protests, which also accompany this in copy. In addition, the skipper of the ship 't Fortuijn

Dutch transcription

overvaarende troepes; en op het verzoek van den luijtenant Kollonel en kommandant van 't regiment van Luxemburg, de Ridder de Raijmond, hebben we toegestaan, dat eene Commissie van twee officieren van dat Regiment present mogte zijn, bij den afscheep der vivaes, om toetezien op derzelven deugd„ saamheijd, dog wijl het somtijds zoude kunnen gebeuren, dat de voorraad van sommige arti„ culen niet toerijkende zal worden bevonden, om de scheepen voor zoo veel tijds te voorsien, als omtrend de retourscheepen is bepaald, heb„ ben we den bedienden te Gale gelast, om in zulk geval daar van kennis tegeven aan de Caabsche ministers, die door ons zijn versogt, dezelve aldaar verder tewillen laaten supplee„ aen. Noopens deese en de verdere verstrekkingen van Contanten, medikamenten en wesmeer, te Tutukorijn en Gale aan deese scheepen gedaan, gebruijken we de vrijheid ons nedrig te refereeren aan de daar van geteekende onkost reekenin„ gen door de schippers welke de Gaalsche bedienden de 1872 de eere zullen hebben, onder hunne geleide letteren uwel Edele Hoog achtb: aantebieden. De Edele hoge Jndische regeering heeft ons bevoo„ len, om de Kaijertouwen, die ten dienste van de gehuurde scheepen worden gebruijkt, aan de schippers derzelve telaaten behouden en op de onkostreekeningen van de scheepen te laten belasten, en wij hebben de gaalsche bedienden gelast, om deeze order ook te Executeeren aan de vijf gehuurde scheepen, in desen vermeld on„ aangesien de schippers daar tegen hebben ge„ protesteerd, blijkens de akten desen in eerbied verzellende, om nogtans in den aanstaande alle disputen derwegens te voorkomen, zullen we de schippers van de gehuurde scheepen, die hier nog mogten aankomen, alvorens eenige „touwen te verstrekken, van de voorschreeve order doen informeeren, en teffens laaten afvraagen, welke touwen of van welke Cali„ beas zij begeeren te hebben. Op 't schip de Drie gebroeders zijn aan de Caab de Goede Hoop, mitsgebrek aan volk, ge„ plaatst 18: mattroosen en op 't schip Susanna Een 1: mattroos, mits hunne te verdienene gagie belast worden op de onkost reekeningen deser scheepen, en hebben de ministers, de verdere dispositie over deese manschappen, aan ons gedefereerd; maar wijl al dit volk groote agterstallen op hunne soldij reekeningen hadden, en mits dien niet direkt in den dienst van de Rheeders deeser scheepen konden overgaan, en wij ook geene mattroosen hadden, die niet min of meer bij hunne reekeningen te kwaad stonden, om het Caabsch volk te remplaceeren, hebben we beslooten, wijl de scheepen toch op de terug rijse decaab zullen aandoen, hun daar op telaaten Continueeren; en daar van de kaapsche ministers kennis tegeven, gelijk tans geschied. Eenelijk zijn van deese manschappen, op hun versoek, tot soldaten overgeschreeven en te Gale verbleeven, de mattroosen Pieter vernoe en Iohan Wilhelm Schmeltz: en wij hebben daarom hunne verdiende gagie, zedert dat ze aan boord van 't schip de Drie Gebroeders zijn gekomen, tot dat ze te Gale geligt zijn laten belas„ ten op de onkost reekening van dien bodem. In„ steede van deese zijn twee andere Mattroosen te Gale aan dit schip afgegeeven, die niet alleen direkt 1873 direkt uijt 'sComp:s dienst zijn ontslagen, met afsluijting hunner zoldij reekeningen, maar is ook hun aangekondigd, dat het aan uwel Edele Hoog Achtb: zal staan om hun de gewoone pre„ mies tegeven of niet tegeven, naar dat hoogst de„ zelven dat sullen goedvinden. Gemelde schippers hebben, bij geleegentheijd dat ze van 't Tettukorijns opperhoofd order kreegen, om van de Ponnekailsche rheede te verzijlen na Gale, aan denzelven overgegeven de secretari„ eele aantekeningen, die in Copia onder de bijlaagen overgaan, waar bij ze verklaaren, dat terwijl ze, op last van het kaabsche ministerie, met hunne bodems waren gezeild na Ponnekail, en aldaar hunne ladingen gedeeltelijk gelost, en weder andere goederen ingenoomen hadden, zij mits dien susti„ neerden, dat de tocht na Gale, volgens de Certepar„ thijen, moest aangemerkt worden als een binnen„ landsche tocht, en daar voor op dien voet aan de Rheeders worden betaald, dog zedert hunne arrive te Gale, hebben ze aan ons bij een addres, waar van ook kopij onder de bijlaagen gaat gedaan 't twee -ledig versoek, dat, of de togt van Ponnecail na Gale mogte worden aangemerkt en betaald als eene binnenlandsche binnenlandsche togt, dan wel, dat de legdaagen van de scheepen te Gale mogten ingaan, sdaags na hunne araive aldaar: En wijl wa oordeelden, dat de rheede van Pornekail, voor de uijtkomende scheepen, niet als een Ceilonsche haven, maar alleen als een verversch plaats kan worden aan„ gemerkt, hebben we derhalven beslooten in het tweede versoek, als betere reekening voor de Komp: geevende, te bewilligen en mits dien de legdagen te Gale te laten ingaan, met den dag na dat ze daar zijn aangekomen. Als een gevolg van dese schikking, hebben we ook aan hun, overeenkomstig met de Certepar„ thijen toegesegd de betaaling van Tagentig guldens sdaags, voor den meerderen tijd, die ze boven 't bepaald getal van 121: legdagen voor elk schip in de bhaaij van Gale zoude moeten veatoeren, en dit regt is nog ten overvloede, door de schippers van de vrouwe Johanna, de Drie gebroeders, Tfortuijn en Josephus de tweede„ aan hunne rheeders gereserveerd, bij gedaane secretarieele aantekeningen, die meede Copieelijk deesen versellen. Daar en boven heeft de schipper van 't schip T fortuijn

NL-HaNA_1.04.02_3790_0319 view scan ↗

English

15: 1874 Het Fortuijn, in this his latest note, reserved to his shipowners the right to demand compensation for the days he had spent on the crossing from Ponnekail to Gale, at the rate of an inland voyage. When these ships were to depart from Ponnekail to Gale, a pilot was placed on each ship to bring it before the bay of Gale, and the servants at Gale were also ordered to send pilots on board as soon as these ships came in sight to pilot them into the bay. Nevertheless, the skippers of the ships De Vrouwe Johanna, Het Fortuijn, and De Drie Gebroeders filed a protest at Tutukorijn against any damages the ships might suffer if they had to lie waiting for the pilots before Gale. And although it has not appeared to us that they suffered any loss on that account, and they consequently can have no claim in this regard, we nevertheless include copies of those protests among the enclosures. The chief surgeons of the aforementioned four ships have, by an address that accompanies this in copy, requested that by virtue of your Right Honourable Lordships' resolution of 19 November 1783, whereby a gratuity was granted to the chief and second surgeons of the chartered ships by which troops are transported to the Cape or further to the Indies for each of those men who should arrive alive at their place of destination, the same gratuity might now be accorded to them for the troops of the Regiment of Luxemburg who are crossing with these ships to L'Orient, or else that such premium and permitted chests might be granted to them as are assigned to the chief surgeons on the Company's return ships. But as we did not find ourselves qualified to take a definitive decision on these requests of theirs, we promised them to give notice thereof to your Right Honourable Lordships, as we also hereby do; and meanwhile we have qualified the servants at Gale to grant them the requested certificates of the number of men of the Regiment of Meuron that 1875 that was brought to Ponekail with each of these ships. Since the naval captain and Gale master of the equipage Abo declared that the aforementioned four ships are sufficient for the transport of the Regiment of Luxemburg, according to the copy of the report included among the enclosures, and the skippers of those vessels had no objection thereto, we have, although Lieutenant Colonel de Raymond maintained that four ships were not enough, had the troops of that regiment, so far as they are now able to depart, distributed over these four ships. The Gale servants have been ordered to inform your Right Honourable Lordships of the actual strength of the regiment after the muster that is to be held over it before it goes on board, and how it is distributed among the ships. However, from this there remains behind for the present the detachment of artillerymen, which, with several other troops, was sent to Koetsiem, as your Right Honourable Lordships will have seen from the copy of our secret letter of 6 October 1787 written to the High Indian Government, because upon our request made for that purpose to the ministers directly after the arrival of the ships that brought the Regiment of Meuron, their Honours replied that the bad monsoon, which had already set in, made it impossible to send troops from Koetsiem overland to Tutucorijn, both on account of the continuous rains that fall along the coast and on account of the multitude of streams caused by the mountain waters which are unfordable, and where one finds at most only one or two small craft with which no more than 4 to 5 men can be ferried across at a time. We shall therefore send this detachment over at a later opportunity, the same consisting of 1 lieutenant, 1 quartermaster, 1 sergeant, 3 corporals, 1 drummer, and 30 privates. Here at Kolembo, at Jaffena, and at Trinquenemale, 1 sergeant and 5 privates have remained sick in the hospitals. Concerning the sick who remain behind in the hospital at Gale, the Gale servants will report to your Right Honourable Lordships, and all these we shall, as soon as they have recovered, grant transport to Europe with the first presenting opportunity. Of the officers, pursuant to the proposal made to that end by 1876 by the commander of the regiment in his letter that is transmitted among the enclosures, there remain here, to depart with a following opportunity: Captain de Lamotte Bertein, who remains here until the detachment from Koetsiem shall have arrived, in order to make the necessary arrangements regarding the same and the sick who shall then have recovered. Captain de La Sosaij, for whom the commander requested that he might follow with the Josephus de Tweede, because he is married and could not conveniently be lodged with his family on the ships that are now departing. The lieutenants and sub-lieutenants de Traveaux, de la Sejourne, de Krok, and Salanave, on account of indisposition; and Surgeon Major Goullaat, to care for the sick of the regiment who remain behind. To all these persons, as well as to Sub-Lieutenant de Raimont, who likewise does not go along at present, we have, just as to the entire regiment, caused two months' pay and emoluments to be disbursed; and as we were requested by the commander of the regiment to

Dutch transcription

15: 1874 'T fortuijn, bij deese zijne laatste aanteekening, aan zijnen rheeders voorbehouden 't regt, om voldoening te vragen voor de dagen, die hij had doorgebragt met de overtogt van Ponnekail na Gale, op den vaet eener binnenlandsche togt. Toen deese scheepen van Ponnekail na Gale zouden vertrekken, is op ider schip Een loots geplaatst, om het tebrengen voor de bhaaij van Gale, en aan de bedienden te Gale is ook order gegeeven, om zo daa deese scheepen in 't gezigt kwamen, lootsen na boord tesenden om ze binnen de bhaaij te lootsen. Niettemin hebben de schippers van de scheepen de vrouwe Johanna, 't fortuijn en de drie gebroeders, te Tutukorijn protest aangetekend tegen de schade, die de scheepen mogten lijden, indien ze voor Gale na de lootsen moesten leggen wagten, en schoon het ons niet is voorgekomen, dat ze uijt dien hoofde eenig verlies hebben gehad, en ze mits dien derweegens geene aan„ spraak kunnen hebben, laten we nogtans Copijen van die protesten meede onder de bijlagen overgaan De oppermeesters van de voorschreeve vier schee„ pen, hebben ons bij een addoes, dat in Copij dezen verzeld, verzogt dat uijt kragte van uwer uwer wel Edele Hoog achtb: besluijt van den 19: November 1783:, waar bij aan de opper en tweede meesters van de gehuurde scheepen, waarmede troepes na de Caab of verder na indien worden overgevoerd, een douceur is toegelegd voor elk van die manschappen, die leevendig ter plaatse destinatie 7 hunner distinctie zoude aankomen, aan hun nu 't zelfde douceur mogte worden geakkor„ deerd, voor de troepes van het regiment van Luxemburg, die met deese scheepen na L orient overvaaren, dan wel dat aan hun zoodanige paemie en gepermitteerde kisten mogten vergund worden, als toegelegd zijn aan de oppermeesters op 'sComp:s retour scheepen, Maar wijl we ons niet gequalificeerd vonden, op deese hunne instantien een stellig besluijt teneemen, hebben we hun beloofd uw wel Edele Hoog Achtbaare daar van kennis te zullen geven, gelijk mede een hebben dat bij desen te doen, en intusschen hebben weden bedienden te Gall gequalificeerd, om aan hun de versogte Certificaaten te verleenen, van het getal der manschappen van 't regiment van Meuaon, dat 1875 dat met elk deser scheepen te Ponekail is aangebragt. vermits de kapitain ter zee en gaalsch Equipagie„ meester Abo, heeft verklaard dat de voorm: vier scheepen toerijkende zijn, tot transport van 't regiment van Luxemburg, volgens Copia bericht onder de bijlaagen gevoegd, en de schippers dier bodems daar niets tegen hadden, hebben we schoon de luijtenant Collonel de Raijmond sustineerde, dat vier scheepen niet genoeg waren de troepes van dat aegiment, voor zoo verde die nu kunnen vertrekken, laaten verdeelen over deese vier scheepen. De gaalse bediende zijn gelast uw Edele Hoog achtb: te bedeelen de werkelijke steakte van het aegiment na de monstering, die daar over staat teworden gehou„ den voor dat het aan boordgaat, en hoe het op de scheepen is verdeeld. Doch daar van blijft voor eerst terugt detache„ ment aathilleristen, 't welk met meer andere troepes, na Koetsiem is gesonden, gelijk uwel Edele Hoog Achtb: zullen gezien hebben bij de Copij van onsen secreeten brief van den 6.' October 1787: aan de hooge indische regeering geschreeven geschreeven, wyl op ons daar toe gedaan versoek aan de ministers direct na de caaive van de schee„ pen, die't aegiment van Meuron hebben aange„ bragt, hun Edelens hebben geantwoord, dat de reets doorge„ brooken kwademousson het onmogelijk maakte, om taoe„ pes van Koetsiem over land na Tutucorijn tesen„ den, zoo wel wegens de onophoudelijke negens, die en langs de kust vallen, als wegens de menigte van spruijten, die van het bergwater gemaakt worden en onwaadbaar zijn, en waarman op zijn hoogst maar een â twee klijne vaartuijgjes vind, waarmede niet meer dan 4: â 5: man telkens kunnen worden overgeset. Dit detachement zullen wederhalven, bij eene nadere gelegentheijd overzenden, bestaande 't zelve in 1: luijtenant, 1: fourier 1: zergeant, 3: Korporaals, 1: Tamboer en 30: gemeenen. Hier te Kolembo, Z Jaffena en te Trinsmarn als ^en5: gemeene. zijn ziek in de hospitaalen gebleeven 1: Sergeant van de Zieke die te Gale in het hospitaal agter blijven, zullen de gaalse bediendens uw Edele Hoog achtb: verslag doen, en deese alle zullen we zoo daa ze hersteld zijn, met de eerst voor komende gelegent„ heid transport verleenen na Europa van de officieren blijven op het daar toe gedaan voorstel van 1876 van de Kommandant van het regiment bij zijn brief die onder de bijlaagen overgaat hier, om met een volgende gelegentheid te vertrekken. De Kapitain de Lamotte Bertein die hier blijft tot dat het detachement van Koetsiem zal zijn aangekomen, ten einde omtrent het zelve en de zieken die als dan zullen zijn hersteld, de nodige bestellingen te doen. De Kapitain de La Sosaij, waar voor de kom„ mandant heeft versogt, dat hij met de Josephus de tweede volgen mogt, wijl hij getaouwt is en op de scheepen die tans vertrekken met zijn famille niet gevoegelijk konde worden gelogeert. De luitenants en sous luijtenants de Traveaux de la sejourne, de krok en Salanave mits on„ passelijkheid en De Surigeijn majoor Goullaat om voor de zieken van het aegiment die agterblijven te zorgen. Aan alle deeze luiden, als mede aan de sous luijtenant De Raimont die ook tans niet meede gaat, hebben weeven als aan het heele regi„ ment Twee maanden gagie en Emolumenten laaten verstrekken, en wijl we door de kom„ mantant van het regiment zijn verzogt om

NL-HaNA_1.04.02_3790_0324 view scan ↗

English

to allow up to 4 to 5 months to be supplied to them if they ask for it, we request that for all of them no further payment may be made to the regiment until we shall have had the honor to confer further with Your Right Honorable Worships concerning them. Among the Regiment of Luxemburg were a party of Germans, handsome young fellows, who had a great inclination to engage in the Company's service. From time to time, a party of them went inland and hid themselves there with the Sinhalese, with the intention of returning when the Regiment should have departed, and having it offered that they would serve the Company for 8 years at the wage of 13 guilders, which is given to the soldiers who have served out their first contract and re-engage for 5 years. Without getting into trouble with the regiment, we could not well have avoided having them arrested in order to have them handed over to the Regiment, and as the commander insisted upon it with great emphasis, we took into consideration when deliberating on this matter at the meeting of 22 August last: 1. That these people, consisting of 22 persons among whom were three sergeants who also agreed to enlist as soldiers if they had gone with the regiment, must have cost the Company in wages, the sergeants at 20 guilders and the soldiers at 9 guilders for 8 months, on which one seems to be able to count for the voyage, and in rations during the voyage nearly 1500 guilders, making 3300 guilders. 2. That a like number of soldiers being sent out by the Company at 9 guilders, if one counts the voyage at only 6 months, would cost the Company in wages 1188 guilders, and for the rations 800 guilders, amounting to 1988 guilders, roughly 1800 guilders. That consequently, if one calculates what it would have to cost the Company to send back the aforesaid 22 heads and adds thereto the expenses for sending out 22 recruits, this comes to nearly 240 guilders per head. We have therefore, in the hope of favorable construction, decided to grant a commission to ascertain for what price the colonel would be willing to give the passports to these people, and after some negotiation he consented thereto for 225 guilders a man, which were paid to the commander of the Regiment in 2062 rixdollars 24 stuivers, and consequently the aforesaid 22 heads were accepted into the Company's service on a contract of 8 years at 13 guilders. We think, under favorable construction, that the aforesaid 22 heads are well worth this money to the Company, considering that they are all young, capable men, already accustomed to the climate, and we therefore flatter ourselves that Your Right Honorable Worships will most favorably approve this arrangement of ours, the more so as it also more or less facilitated the taking over by way of exchange from the regiment of another 21 Germans, all young, capable fellows, on a contract of 5 years at 13 guilders, against an equal number of men from the national troops whose time was expired or nearly expired, or who on account of continuous illnesses or other reasons were of almost no service to the Company any longer and showed themselves inclined to this exchange to transfer to the Regiment of Luxemburg. These soldiers transferred to the Regiment of Luxemburg, of whom two are from Colombo and 19 from the Galle garrison, have executed a notarial deed whereby they have declared that they have transferred to the aforesaid Regiment at their own request, and consequently are satisfied that their pay accounts with the Company be closed, with renunciation of all further claims upon the Company, not only for any further wages, but also for the premium that is paid to those who return home with a Company ship after their expired contract. Of the deeds executed by these people in the aforesaid manner, two copies, together with a list of names, are enclosed with the annexes to this. The remaining deeds, likewise accompanied by a list of names, the Galle officers will have the honor to send to Your Right Honorable Worships. Concerning our further proceedings and arrangements regarding the Regiment of Luxemburg, we take the liberty respectfully to refer to the report that we are presently making thereon to the Chamber of Zeeland, by the letter that departs to the same today, of which we have the honor to offer a copy to Your Right Honorable Worships. Regarding the discharged cargoes of the repeatedly mentioned four transport ships, as well as of the ship Josephus the Second, we have disposed by our resolutions of 9, 14, 16, and 21 July, alongside that of 1 August last, which all go forward in extracts among the annexes, with the documents relative thereto. The homeland cargo, so far as the pieces are concerned, has been duly discharged, and we have therefore decided to liquidate the shortages found in the contents and consisting of trifles according to the order, by entry and write-off to the profit and loss account. The goods that they loaded at the Cape of Good Hope have been discharged here with some surpluses and deficits, for which the skippers maintain they are not liable, pretending that they received everything closed, thus unweighed and

Dutch transcription

om aan hun als ze 'er om vragen nog tot 4: â 5: maanden te laten verstrekken, verzoeken we dat voor alle dezelve aan het regiment geen verdere betaaling mag worden gedaan tot dat „ hebben we de eer zullen gehad „ uw Edele Hoog achtb: nopens hun nader te onderhouden. Onder het Regiment van Luxemburg waren een parthij Duitseas knappe Ionge Kerels die groote geneigtheid hadden om zig in 's Komp:s dienst te engageeren: voor en na, begaaven 'er zig een paatij landwaards in, en hielden zig daar schuil bij de singaleesen, met het voorneemen om als het Regiment zoude weg zijn terug te koo„ men, te lieten aanbieden dat ze de Komp: 8: Jaren zouden dienen op de gagie van 13: guldens, die gegeven word aan de Zoldaaten die hun eerste verband hebben uitgediend, en zig op nieuw voor 5: Jaaren engageeren. zonder in moeijelijkheid te raaken met het regi„ ment zouden we het niet wel hebben kunnen ontwijken, om ze telaaten opvatten, ten eijnde ze aan het Regiment te laaten overgeeven, en wijl de kommandant met veel nadauk daarom aanhield, hebben we bij het delibereeren over deeze 917 18112 1877 deeze zaak ter vergadering van den 22. aug=s J=ol: in overweeging genoomen. 1: Dat deeze luiden bestaande in 22: stuks waar onder waaren drie sergeants, die ook aannamen dienst tenemen voor Zoldaaten, wanneer ze met het regiment meede gingen de Komp: aan gagie moeten kosten de Sergeants tegens ƒ 20: en de zoldaten tegens ƒ 9: voor 8: maanden, waar op Men de rijze schijnt te moogen reekenen en aan randzoenen geduurende de „ 1500: —. — rijze nagenoeg - - - - . . . . . . . 2:e dat een gelijk getal zoldaaten door ƒ 3300: de Komp: uitgezonden wordende, à ƒ 9: als men de aijze maar op 6: maan„ den reekend de komp: kosten aan gagie. . . . . . . . . . . . . . . . ƒ1188:— en voor de randzoenen. . . . „ 800:—„ 1988: ruijm - - - - - - - - - - - - - - - - - . ƒ1800: —. — Dat mits dien als men reekend wat het de Komp: kosten moest, de voorsz: 22: koppen terug te zen„ den, en daar bij teld de onkosten tot het uijtzen„ den van 22: rekauten dit na genoeg uijtkomt, op 240: guldens per Kop: we hebben daarom in in hoope van gunstige welduijdinge beslooten om kommissie tegeven ter ervaring waar voor de kollonel de paspoorten aan deeze luijden zouden willen geeven, en na eenige onderhan„ deling heeft wij daar in bewilligt tegens ƒ 225: de Man, die aan den kommandant van het Regiment betaald zijn met rd:s 2062: 24:, en zijn mits dien de voorsz: 22: koppen in 'skomp:s dienst aangenomen op een verband van O: Jaaren met ƒ 13: we denken onder gunstige welduijding dat voorsz: 22: koppen dit geld aan de komp: ruim waard zijn als men reekend dat het alles Iong knap volk is, reets gewent aan het Klimaat, en we vlijen ons dus dat uw wel Edele Hoog Achtb: deeze onze schikking hoog gunstig zullen goedkeuren, temeer het tevens min of meer heeft gefaciliteerd het overneemen bij wege van duiling van het regiment, van nog 21: duijtsers alle Ionge knappe kerels op een verband van 5: Jaaren aƒ 13: tegens een gelijk gelal manschappen uijt de Nationaale troupen die hunne tijd uijt of bij na uijt was, of om aanhoudende ziektens of andere reedenen de Komp: van bijna geen dienst 2 o 1878 dienst meer waaren en tot deeze ruiling om in het Regiment van Luxemburg over tegaan zig geneigt toonden. Deeze in het regiment van Lustembuaij over„ gegaane Zoldaaten, waar van er twee van kolombo en 19: uijt het gaalse guaanizoen zijn, hebben een notarieele akte gepasseert, waar bij ze hebben verklaard, dat ze op hun verzoek in het voorsz: Regiment zijn over„ gegaan, en mits dien tevreeden zijn dat hunne zoldij reekeningen bij de komp: worden afge„ slooten, met renunciatie van alle verdere aanspraak op de komp:, niet alleen weegens eenige verdere gagie maar ook wegens de paemie, die betaald worden aan de geenen, die met een komp: schip na zijn uijtgediend verband luisvaaat. van de aktens door deeze luijden invoegen voorsz: gepasseerd gaan twee stuks met een naamlijsje onder de bijlaagen deezes over. De overige aktens insgelijks verzelt van een naamlijst zullen de Gaalsche bedien„ dens de eere hebben aan uwel Edele Hoog achtb: tezenden. Nopens onze verdere verrigtingen en schikkingen omtrent omtrent 't aegiment van Lusemburg, gebruijken we de vrijheid ons eerbiedig te refereeren aan het verslag, dat we daar van tans doen aan de kamer van Zeeland, bij den brief die heeden aan dezelve afgaat, en waar van weeere hebben Kopia uwel Edele Hoog Achtb: aantebieden. Over de uijtgeleverde ladingen van de meermelde vier transport scheepen, zoowel, als van 't schip Josephus de tweede, hebben we gedisponeerd bij onse resolutien van den 9: 14:' 16: en 21: Julij, nevens die van den 1: augustus J:o leeden, welke alle in Extrakten onder de bijlaagen overgaan, met de stukken daar toe relatief. De patriasche lading is voor zoo verre de stukken aanbelangd wel uijtgeleverd, en hebben we daarom beslooten, om de manquementen aan den inhoude bevonden en in klijnigheeden bestaande naar de order, door inneeming en afschrijving ten voordeele en laste van de winstreekening te liquideeren. De goederen, die ze aan de Caab de goede Hoop hebben ingelaaden, zijn hier met eenige meer en minderheden uijtgeleverd, waar over de schippers sustineeren niet aanspreekelijk teweesen, voor„ geevende dat ze alles geslooten, dus ongewoogen en

NL-HaNA_1.04.02_3790_0329 view scan ↗

English

and unmeasured, on board itself, but concerning this we have no report from the Ministers, nor was it evident from the Cape bills of lading, which were drawn up just like the ordinary bills of lading of the Company's ships, and signed by the skippers without any objection against them. Because we nonetheless had no reason to doubt the unanimous word of these five skippers, and also the deficits calculated in money do not differ much from the surplus accounted for and from the wastage that the regulation of write-offs permits on the aforesaid goods, we thought it best and accordingly resolved by our aforesaid resolution of 21 July to defer the decision thereon to your Right Honorable Worships, and therefore ordered our trade officials to draw up a statement for each ship in particular of what each skipper must reimburse to the Company on account of a deficit in accounting, and of what, against this, should be reimbursed to him, as well on account of a surplus accounted for as for the permitted wastage; and we now respectfully present these statements herewith to your Right Honorable Worships, while on this occasion we request the Ministers at the Cape to elucidate to your Right Honorable Worships in what manner the shipment of the aforesaid goods took place there. Meanwhile, for the amounts of the aforesaid statements, an account has been opened in our trade books for each of these skippers, to be settled upon the receipt of news regarding the decision to be made thereon by your Right Honorable Worships. The ship Josephus the Second will, as soon as it has taken in its cargo, commence the voyage to Zeeland, and we think that this will be able to take place at the latest around 15 or 20 October next. On the occasion that the Lieutenant Colonel and Commander of the Regiment of Luxemburg, De Raymond, complained to us for the first time that, since the regiment received nothing but copper money, those who had some of their salaries left over could make no use of it for sending elsewhere or taking with them, we answered him that we would point out a way to those who had money left over by which this inconvenience would be removed. For those who wished to make use of it and preferred to receive their money at the Cape rather than in the Netherlands, we decided, whenever they made a request to that effect, to grant drafts on the Cape, solely at a loss of an agio of six percent, which still works out more advantageously for them than taking specie with them. No private individuals made use of this except for a single officer, to whom a draft on the aforesaid basis on the Cape was given to the amount of 180 Ducatoons. Yet now that the regiment was about to depart, the aforesaid Lieutenant Colonel de Raymond requested us that we would at least let the two months of wages that had to be advanced to the regiment be paid to him in silver specie; and since this could not be done because we are not supplied with it, we allowed him to pay into the Company's treasury at Galle in cash, either for the Netherlands or for the Cape at his Honor's discretion, the money from the aforesaid two months that the regiment would not need to spend here, and which he accordingly desired to take along, as well as whatever else he might have, and that drafts would be granted to him for it, for the Netherlands with the usual discount and for the Cape with an agio of six percent. We have therefore sent to the officials at Galle, signed in blank, a draft in duplicate on your Right Honorable Worships, and one in duplicate on the Cape Ministers, to be filled in with such sums of money as he, de Raymond, should specify to them; and the officials are instructed, if the aforesaid drafts directed to your Right Honorable Worships are used, to give notice thereof to your Right Honorable Worships. To Lieutenant Brillon, who is assigned to the regiment of Luxemburg and is now crossing over with it, we have granted permission to take his wife Petronella Wilhelmina Bartels with him; and we have granted him permission to do this without payment of the usual transport and board money, provided that she remains without expense to the Company. We hope that your Right Honorable Worships will kindly be pleased to approve this on account of the man's known insolvency. We have also on this occasion granted passage to Europe to the Second Lieutenant of the Regiment de Meuron, named de Quevenet, who was discharged at his own request. He is one of the officers who have no further advancement to expect in the Regiment de Meuron; and since he has no means of his own, the Colonel Commandant of the said regiment requested the first undersigned Governor that, in order to enable the said Second Lieutenant Quevenet to cover his travel expenses, he might be given a full year or twelve months' salary, and three months in addition to that for the covering of the table on board, binding himself to refund the same to the Company in the event that this might be disapproved by your Right Honorable Worships; and on these conditions we decided to let the aforesaid 15 months' salary be paid to him. We 27 September 1788 We commend your Right Honorable Worships, together with the weighty interests of the Company, to God's safe keeping, and have the honor to remain with due respect, Colombo, Your Right Honorable Worships' Humble and Duty-bound Servants, W. D. van de Graaff P. Huydkoper Geust J. Frost A. Chr. Kilenius A. v. BeLaket Samlant P. Helmius D. Han Zitter Right Honorable, Wise, Provident, Most Generous Sirs.

Dutch transcription

147 1879 en ongemeeten, aan boord zelve hadden ontvan„ gen, doch hier van hebben wegeen bericht van de Ministers, en het bleek ook niet bij de Caabsche Cognoissementen, die ingerigt waaren even als de gewoone Cognoissementen van 'sComp:s scheepen, en door de schippers zonder eenige aanmerking daar tegen ondertekend. wijl we nochtans geene reden hadden, om aan het eenpaarig gezegde van deese vijf schippers te twijffelen, en ook de minderheden in gelde bereekend, niet veel differeeren van het meerder verantwoorde en van de spillagie, die het reglement van in - en afschrijving, op de voorsz: goederen permitteerd, hebben we bestgedagt en mits dien bij onse voorschreeve resolutie van den 21. ' Iuli beslooten, de dispositie daar op te defereeren aan uwel Edele Hoog achtbaaren, en derhalven onse Negotie bedienden aanbevoo„ len, om van elk schip in 't bezonder te formee„ aen eene aanwijsing, van het geen ider schipper, wegens minder verantwoording; aan de Comp: moet vergoeden, en van het geen daar tegen aan hem, zoo wegens meerder verantwoording als de toegestaane spillagie, zoude moeten worden vergoed vergoed, en deese aanwijsingen bieden nue uis wel Edele Hoog Achtb: hier nevens eerbiedig aan, terwijl we bij desen geleegentheijd de Ministers aan de Caab versoeken, om uwel Edele Hoog achtb: te elucideeren, op wat wijse de inscheeping van de voorsz: goederen, aldaar geschied is; Jntusschen is aan elk deeser schipper, voor het bedraagen. der voorsz: aanwijsingen, eene reekening bij onse Negotie boeken gegeeven, om teworden verevend bij den ontvang van naaicht, wegens uw wel Edele Hoog Achtb: daar op te vallene dispositie. schip Josephus de tweede zal, zo daa het zijne laading in heeft, de rijse nu Zeeland aantreeden, en we denken dat dit uitterlijk tegens 15: of 20: oktober aanstaande zal kunnen geschieden. Bij geleegentheid dat de luijtenant Kollonel en Kommandant van het Regiment van Lurst„ embuag De Raijmond zig bij ons voor de eerste„ maal beswaard heeft, dat wijl het regiment niet dan kopergeld ontfing, de zulke die van hunne taaktementen wat overhielden, daar van geen gebruijk konde maaken ter ver„ zending na elders, of om het meede teneemen, hebben we hem geantwoord, dat we aan die 2 1880 107 die geenen die geld over hadden, eenen weg zouden aanwijsen waar door deese ongeleegentheid zoude worden weggenoo„ men. voor die geene die daar van gebruijk wilde maaken en liever hun geld aan de Kaab dan in Nederland ontfangen, we hebben beslooten, wanneer ze daar toe verzoek deede, assignaties te ver„ leenen op de kaab, alleen met verlies van een agio van ses percentos het geen nog altoos voor hun voordeeliger uijt„ komt, dan het meede neemen van kontante specie. geene particulieren hebben daar van gebruijk gemaakt dan een enkelde officier, aan wien een assignatie op voorschreeve voet op de kaap gegeeven is ten bedraage van 180. Dukatons. Dan nu dat het regiment stond op wijze tegaan, verzogt ons de voorschree„ ve luijtenant Kollonel de Raijmond, dat we ten minsten de twee maanden gagie die voor uijt moesten verstrekt worden worden aan het regiment, aan hem wil„ den laaten voldoen in silvere specie, en wijl dit niet konde geschieden om dat we daar van niet voorzien zijn; hebben we hem toegestaan om het geld dat het Regiment van de voorsz: twee maanden niet noodig zoude hebben hier te besteeden, en hij mits dien verlangde meede teneemen, zowel als het geene hij verder konde hebben, in kontant te Gale in 's kompanies Kas temoogen tellen, het zij na Nederland of na de Kaab na zijn E:s verkiesing, en dat hem daar voor assignatien zouden worden verleend, na Nederland met het gewoone rabat en na de kaap met een agio van ses percent. Wij hebben derhalven in blanco geteekend„ aan de bedienden te Gale, toegezonden, een assignatie in duplo op uwel Edele Hoog achtb:, en een in duplo op de Caabsche Ministers, om teworden ingevuld met zoodanige bedraagen van geld, als hij de Raijmond hun zoude opgeeven: en zijn de 1282 1881 1017 de bedienden gelast, zoo de voorschreeve op uwel Edele Hoog Achtb: gerigte assignatien worden gebruijkt, daar van kennis tegeeven aan uwel Edele Hoog Achtb: Aan den luijtenant Brillon, die bij 't regiment van Lustemburg beschij„ den is, en daarmede tans overgaat, heb„ ben we toegestaan om zijne huijsvrou Petronella wilhelmina Bartels temoogen meede neemen; en we hebben hem vergund dit temogen doen, zonder betaaling van 't gewoone transport en kostgeld, mits zij blijve buijten lasten van de Compagnie. we hoopen dat uwel Edele Hoog achtb: zulks gunstig zullen gelieven te passeeren, uijt hoofde van smans bekende onvermogen. Ook hebben we bij deese geleegentheijd transport na Europa verleend, aan den op zijn versoek gedemitteerden sous luijtenant van 't Regiement van Meuron, genaamt de querenet. Hij Hij is een van de officieren die in het regiment van Meuron geen verder avancement tewagten hebben en wijl hij van zig zelven geen vermoogen heeft, heeft de kollonel kommandant van het zelve regiment, den eerst ondergeteekende gouverneur verzogt, dat aan gemelte sous luijtenant quevenet om zijn rijs kosten te kunnen goedmaaken, mogte worden gegeven een vol Iaar of twaalf maanden appoinctement, en nog drie maanden boven dien ter goedmaaking van de tafel aan boord, zig verbindende, het„ zelve aan de kompenie te zullen te„ rug geeven ingevalle zulks door uw wel Edele Hoog Achtb: mogte wor„ den gedisapprobeert, en op deeze voor„ waarden hebben we beslooten de voorschreeve 15: maanden appoinc„ tement aan hem te laaten betaa„ len Wij 107 1882 den 27. September 1788: Wij beveelen uw wel Edele Hoog Achtb: nevens de swaarwigtige belangens der maatschappij, in Godes vijlige hoede en hebben de eer met verschul„ digde respekt te blijven. Kolombo uw wel Edele Hoog Achtb: Onderdanige en Trouw schuldige Dienaren. W:D: van de Graaff P Huijdkr Geust JFrost A Chr. Kilenius Av: BeLaket Samlant Wel Edele Hoog Achtb: Wijze voorzienige zeer Genereuse Heeren. P: Heinious. # D HanZitter. er

NL-HaNA_1.04.02_3790_0338 view scan ↗

English

Examined Pottman No. 1 1883 Register of the papers belonging to the secret letter which, by order of the Right Honorable Greatly Respected Willem Jakob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch East Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, is sent via Galle by the privately chartered ships the Drie Gebroeders, the Vrouwe Johanna, the Susanna, and the Fortuijn, under convoy of the national war frigate the Ceres, consigned to the Right Honorable and Most Respected Directors in the Assembly of the Seventeen representing the Dutch General East India Company at the Presidial Chamber of Amsterdam. No. 1. Original secret missive of this date. No. 2. Copy of the petition from the masters of the chartered ships the Drie Gebroeders, the Vrouwe Johanna, the Susanna, the Fortuijn, and Josephus the Second, requesting to be provided on their return voyage to Europe with the convoy of the national brig the Diana. 3 47 No. 3. Copy of a letter from Mr. Belleman, commander of the national brig the Diana, written on 15 July. No. 4. Ditto petition from the masters of the aforementioned ships, requesting that the national frigate the Ceres might convoy their ships on the return voyage. No. 5. Ditto letter from Mr. van Halm, written on 28 August. No. 6. Ditto petition from the aforementioned masters, in which they declare that they would rather have no convoy than wait a single day longer for it or thereby cause any difficulties to their shipowners. No. 7. Secret resolution of the 14th of this month. Colombo, 27 September, in the year 1788. Hybrands Chief Clerk 107 1884 Secret. 207 Patria. To the Right Honorable and Most Respected Gentlemen Directors In the Assembly of the Seventeen, representing the General Chartered Dutch East India Company, at the Presidial Chamber Amsterdam. Right Honorable, Most Respected, Wise, Prudent, and Most Generous Gentlemen. Upon the arrival here of the national brig the Diana, the masters of the chartered ships the Drie Gebroeders, the Vrouwe Johanna, the Susanna, the Fortuijn, and Josephus the Second submitted a proposal to us by a petition, a copy of which is enclosed herewith, to provide them on the return voyage to Europe with the convoy of the aforementioned national brig. This having been submitted by us for consideration to Mr. Welleman, Commander of the aforementioned brig, his Honor, as appears from his letter enclosed herewith in copy, declared that however gladly he wished to comply with the desire of the aforementioned masters, he could nevertheless not consent thereto, both because his vessel, on account of its small size, was not suited for it in the present case, and also in particular because the orders given to his Honor to govern his conduct commanded him to return to Europe with all speed. Since then, the said masters, after the arrival of the national war frigate Ceres, further requested by a petition, which is transmitted herewith in copy, that this frigate might convoy their ships on the return voyage; and upon the communication thereof given by us to the Captain of the said frigate, Mr. van Halm, his Honor replied by letter of 28 August of the current year, also accompanying this in copy, that his Honor would grant the requested convoy, with the further communication that the aforementioned frigate had to call at the Cape of Good Hope, and if circumstances permitted at all, would sail on 1 October. Having deliberated upon this in our meeting on 31 August, we did consider on the one hand that the delay of these ships until 1 October would, through the expiration of additional lay days, cost the Company too much, 807 1885 but that on the other hand it was also not to be risked to let these so weakly manned ships, laden with so large a number of foreign troops, depart without convoy at a time when the peace in Europe is perhaps still somewhat unstable, now that there was an opportunity to do so; all the more as we feared that, if anything should have happened to those ships, this might at times have given rise to difficult disputes with the shipowners. We have therefore resolved to grant the request of the aforementioned masters, and consequently to let the ships carrying over the Regiment of Luxembourg depart under the convoy of the aforementioned national frigate; but as these ships were then as good as ready to sail, so that they could have been dispatched by the 8th or 10th of this month, and consequently the longer detention of these ships was solely a consequence of the convoy requested by the masters, we have at the same time resolved to refer to your Right Honorable and Most Respected Worships the question of whether, for the lay days that the aforementioned ships spent in the Bay of Galle after the 10th of this month, the eighty guilders per day for each ship stipulated in the charter-party will also have to be paid to the shipowners. This resolution of ours having been made known by the servants at Galle to the masters of

Dutch transcription

s O Naagezien Pottman No. 1 1883 Register der papieren, gehorende tot de sekreete brief, die ter ordre van den wel Edelen Groot agtb: Heer Willem Jakob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Jn- dia, Gouverneur en Direkteur van het Eiland Ceilon met dies onder- hoorigheeden over Gale met de par- tikulier ingehuurde scheepen de Drie Gebroeders, de vrouwe Jo- hanna, de Susanna en het fortuijn onder Convoij van slands tregat van oorlog de Ceres, word verzonden, gekonsigneerd aan de wel Edele Hoog Agtb: Heeren Be= windhebberen ter vergaadering van Zeventienen representeerende de Generaale Nederlandsche oost Jndische kompenie ter Presidi= ale kamer Amsterdam N=o 1. Origineele sekreete missive van heden „ 2. kopij addres van de schippers der gehuurde schee= pen de drie Gebroeders, de vrouwe Johanna, de Susanna, 't fortuijn en Josephus de tweede, verzoe¬ kende om aan hun op de te rug rijze naa Europa te bezorgen het Convoij van slands brik de Dianna 3 47 N:o 3. Kopia brief van den Heer Belleman, komman „dant van slands brik De Dian- na den 15. Julij geschreeven „ 4. d_o. addres van de schippers der voorm: schee= pen verzoekende dat slands fre= gat de Ceres hunne scheepen op de te rug rijze mogte Convoij= eeren „ 5. d=o. brief van den Beer van Halm den 28. aug:s geschreeven. „ 6. d=o. addres van voorm: schippers, waar bij ze verklaaren liever geen Convoij te willen hebben als daar op een enkelde dag langer te wag„ „ten of daar door eenige moeije lijkheeden aan hunne Rheeders aan te brengen. „ 7. sekreete rezolutie van den 14. dezer kolombo den 27=e 7ber: A=o 1788. Hijbrands Vlijklerk 107 an 1884 secreet. 207 Patria. Aan de Wel Edele Hoog Achtbaare Heeren Bewindhebberen Ter Vergaadering van Seeventhienen, representeerende de Generaale Neederlandsijke geogtroijeerde Oost- Indische Kompenie, ter Presidiaale Kaemer Wel Edele Hoog Achtbaare Wijze Voorzienige zeer Genereuse. Heeren. Amsterdam. Bij aanweeken alhier van 'slands Brik de Diana, heb„ „ben de schippers van de gehuurde scheepen de Edrie Gebroe„ „ders, de Vrouwe Johanna, de Susanna, 't fortuijn en Josephus de tweede, ons bij een addres, dat in copij hiernevens gaat, het voorstal gedaan, om aan hun, op de terug reijze naa Europa Europa te bezorgen 't convoij van gem:'slands Brik. Dit door ons aan den Heer Welleman, Commandant van voorsz: brik, in overweeging gegeeven zijnde, heeft zijn E: blijkens desselfs in dopij hiernevens gaande brief verklaard, dat hoe gaarne hij ook aan 't verlangen der voorsz: schippers wilde voldoen, hij echter daarin niet konde bewilligen, zoo om dat zijn vaartuijg, weegens dies klijnheijd, zigh in het presente geval daartoe niet schikte, als ook inzonderheijd, om dat de orders, die aan zijn E: gegeeven waeren, om zich daarnaar te bastieren, heen bevolen, om met alle spoed na Europatenij te keeren. zeedert hebben gemelde schippers, naa de komst van 'slands oorlogs fregat Ceres, bij een addres, dat hiernevens in copia overgaat, naader verzogt, dat dit fragat hunne scheepen op de terug reijs mogte convoijeeren; en op de daarvan door ons gegee„ „vene communicatie aan den Capitein van geen: fragat de Heer van Walm, is door zijn Ed: bij brieve van den 28. Aug=s Joc: meede in copia deezen verzellende geantwoord, dat zijn Edele het gevraagde convoij zoude verleenen, met communixa„ „tie wijders, dat 't voorsz: fregat de Caab de Goede Hoop moest aandoen, en indien de geleegentheijd het eenigzints toeliet, den 1: October Zijlen zoude. Wierover in onze vergoedering op den 31: Augs: gedelibereerd zijnde, hebben we aan de eene zijde wel overwoogen, dat het vertoef van deeze scheepen tot den 1: October, door het ver„ „loop van de meerdere legdaagen, de Komp:e te veel zoude Moomen 807 1885 koomen te kosten, doch dat het ook aan de andere kant niet te hajardeesen was, om deeze zoo swak bemande scheepen belaaden met zoo een groot getal vreemde troepen, in een tijd dat de rust in Europa mitsschien nog wat wankelbaar is, zonder convoij te laaten vertrekken, tans dat daartoe geleegentheijd was; te meer we bedugt waren, dat zoo die scheepen iets mogte zijn overgekoomen, dit zomtijds aan„ „leijding zoude hebben kunnen geeven tot moeijelijke ge„ „schillen met de Rheders. we hebben derhalven beslooten te bewilligen in 't verzoek van voorsz: schippers, en mitsdien de scheepen die 't Re„ „gimeet van Luxemburg overvoeren, te laaten vertrekken onder het convoij van voorm: 'slands fregat; doch wijl deeze scheepen toen zoo goed als zijlvaardig lagen, zoo dat ze den 8: of 10: deezer zouden kunnen zijn gedepe„ „cheerd, en mitsdien het langer ophouden van deeze scheepen, alleen was een gevolg van het door de schip„ „pers vertogte convoij, hebben we teffens beslooten, om aan UwelEdele Hoog Achtbaare te defereeren de vraage, of ook voor de legdaagen, die de voorsz: scheepen, naaden 10: deeter, in de bhaij van Gale, toebragten, aan de Rhe„ „ders zullen moeten goedgedaan worden, de bij de Certe„ „parthij bepaalde tachtig Guldens sdaagd voor elk schip„ Dit ons besluijt, door de bedienden te Gale, aan de schippers van

NL-HaNA_1.04.02_3790_0346 view scan ↗

English

having been announced to the aforesaid four transport ships, they have declared by an address, of which a copy likewise accompanies this, that they would rather have no convoy than to wait for it a single day longer than we should think fit to detain them, or thereby to cause any difficulties to their owners; with the request at the same time that their departure might be determined by us as soon as possible. For the reasons mentioned above, however, and because the resolution that has now already become known, that the ships which were to convey the Regiment would not depart until the 1st of October, had caused considerable delay to various preparations that the Regiment needed to make in order to get ready to march, we have thought it best to make no change in our aforesaid resolution of the 31st of August, and therefore to persist therein, the more so because around that time an unknown frigate had appeared here in sight several times, which seemed somewhat suspicious to us on account of its sailing up and down; meanwhile the captains have been answered that we would notify Your Noble High Mightinesses of their aforesaid protest, as we have the honor to do hereby. The aforesaid protests are enclosed in copy under the annexes. Since then, the aforementioned Mr. van Walm, who in the meantime had come over to us from Gale to Kolombo a few days ago, asked us by a letter, inserted in our secret resolution of the 14th of this month, which accompanies this in copy, to what extent His Honor might go if the Regiment of Leexenburg were to be demanded by a French war frigate. Having considered, together with the said Mr. van Walm, who, upon the request made to His Honor to that end, took a seat in our assembly during the deliberation and decision upon his aforesaid letter, that the said Regiment, with permission of the King of France, has entered into the oath and service of the Company, and that according to the Capitulation, in case of disbandment, it must be returned to a French port in Europe, in order to be paid off there and discharged from the oath; we have therefore, in agreement with the said Mr. Captain van Halm, deemed it proper to declare for our opinion, as we have done, that in such case of a demand, when no amicable representations could avail against it, force must be repelled with force; and we have at the same time resolved to have delivered to the repeatedly mentioned Mr. van Walm, for his guidance, authentic copies of the papers mentioned in our aforementioned secret resolution. Also, upon the question asked in the ongoing Assembly by Mr. van Walm, it was likewise declared by us, unanimously with his opinion, that we are of the opinion that in case the Regiment of Leikemburg, or any members of the same, should behave disobediently, and the disobedience is not of such a nature that it requires more severe measures to quell it, the culprits ought to be placed under arrest and transferred to the national frigate, in order to be able to consult further with the Government at the Cape of Good Hope regarding them, if Mr. van Walm should think fit. We Kolombo The 27th September Anno 1788 We commend Your Noble High Mightinesses, together with the weighty interests of the Company, to God's safe keeping, and have the honor to remain with due high esteem, Noble High Honorable, Wise, Prudent, Most Generous Sirs, Your Noble High Mightinesses' Humble and Dutiful Servants W: vander Graaf [illegible] [illegible] [illegible] P: Sluijsken [illegible] Chr: Klenke Hs. Kaket J: Van Ditter [illegible] No. 1. Examined P: C: de Vos To the Noble Honorable Sir, Cornelius Dionysius Kraijenhoff Commander of the city and lands of Gale, Mature, etc. Noble Honorable Commanding Sir, Jan Jansz: de Groot, Michiel Poest, Claas Swart, Jan Daale, and Johannes Wolf, skippers and masters of the privately chartered ships presently lying at anchor in the Bay of Gale, the Drie Gebroeders, the Johanna, the Susanna, the Fortuin, and Josephus de Tweede, take the liberty to respectfully demonstrate hereby to Your Noble Honor that, whenever the highly honored government of this island might be pleased to load their said ships again here with men or troops and the baggage and provisions serving them, in order to convey them to such place as the said government will be pleased to determine, they will then be obliged to bring a considerable difficulty against this and to request Your Noble Honor's highly wise provision in that regard, namely that their ships being too weakly manned, this crew is in no way suitable in the event of an unexpected and (God forbid) arising rupture, which according to a multitude of previous sad examples might occur on the voyage, and of which prudence reminded them to make such a necessary proposal, to the end that all possible precautions may be taken against it in time. Among other means deemed more adequate and of effect by Your Noble Honor at a time when the external affairs of Europe, so to speak, are not as they should be, the petitioners take the liberty, for the preservation of their ships and precious souls, to propose to Your Noble Honor that the said ships may stay together on their return voyage for mutual assistance and be convoyed by the national brig the Diana, which, as the petitioners have understood, is equipped with 14 pieces of artillery.

Dutch transcription

van voorsz: vier transport scheepen aangekondigd zijnde, heb„ „ben ze bij een addres, waarvan meede 5 opij hiernevens gaat, ver„ „klaard, liever geen convoij te willen hebben, als daarop een enkelde dag langer te wagten, dan wij zouden goed„ „vinden hun aantehouden, of daardoor eenige moeijelijkheeden aan hunne Rheders aantebrengen: met verzoek taffens, dat hun vertrek, zoo spoedig mogelijk, door ons mogte bepaald worden. Om de hier boven vermelde reedenen nogtans, en wijl ook het nu reeds bekent geworden besluijt, dat de scheepen die het Regiment zoude overbrengen eerst den 1: October zoude vertrekken, merkelijke vertraaging had toegebragt aan deeze en geene bestellingen die 't Regiment noodig had„ „de te doen om zig mars vaardig te maaken, hebben we best gedagt, om in voorsz: ons besluijt van den 31: Aug=s geene verandering te maaken, en mitsdien daarbij te persi„ „steeren, te meer wijl er zig omstreeks die tijd hier in het gezigt verscheide maalen had vertoont een onbekend fregat, dat ons door zijn op en neer zijlen eenigzints bedenkelijk „ voorkwam, intusschen hebben de kapiteins laaten antwoor„ „den, dat we van voorsz: hun protest Uwel Edele Hoog Achtbaare zouden kennis geeven, zoo als we de eese hebben van te doen door deezen. De voorsz: protesten gaan in copij onder de bijlaagen over- 'T zeedert heeft gem: Heer van Walm die intusschen voor eenige weijnige daagen van Gale naa Kolombo was 207 1886 was overgekoomen ons bij brief, g'insereerd in onte secreete resolutie van den 14: deezer, die in copij deezen verzeld, ons gevraagd, in hoe verre zijn Ed: mogte gaan, indien het Regimeet van Leexenburg door een fransche oorlogs fregat wierd opgeijscht! met gemelde Heer van Walm die op het daar„ „toe aan zijn Ed: gedaane verzoek bij het deli„ „breeven en besluijten op voorsz: zijn brief, in onze vergaedering heeft sessie genoomen, overwoogen hebbende, dat het gemelde Re„ „gement, met vergunning van den Koning van Frankrijk, in eed en dienst van de kom„ „penie is getreeden, en dat het volgens de Pa„ „pitulatie, in geval van afdanking, in een fran„ „sche haeven in Europa moet terug bezorgd— worden, om aldaar afbetaalden uijt den eed ontslaagen te worden, hebben we derhalven overeenkomstig met gem: Heer kapitein van Halm Halm, voor ons gevoelen meenen te moogen verklaeren, ge¬ „lijk we hebben gedaan, dat in dat geval van zoodaanige opeijscheng, wanneer geene minnelijke vertoogen daarteegen konden helpen, geweld met geweld moet worden gekeert: en hebben we tevens beslooten, om aan meermelde Heer van Walm, tot desselfs bediening te laaten afgeeven autentique ropijen van de papieren, bij voorm: onze secreete resolutie vermeld. Ook is, op de staande Vergaedering gedaane vraag door den Heer van Walm, insgelijks eenstemmig met desselfs gevoelen door ons verklaard, dat we van oor„ „deel zijn, dat ingevalle 't Regiment van Leikemburg, of eenige leeden van 't Zalve, zich disobedient mogten gedroegen, en de disobedientie niet is van dien aart, dat ze meer strenge middelen om die te stluijten noo„ „dig heeft, de schuldigen in arrest dienen genoo„ „men en op 'slands fregat overgebragt te wor„ „den, ten eijnde nopens dezelve indien de Heer van Walm zulks mogte goedvinden, naader te kunnen raadspleegen met de Regee„ „ring aan de Caab de Goede Hoop. Wij 1887 207 P Kolombo Den 27:' September A=o 1788: Wij beveelen UwelEdele Hoog EAchtbaare, nevens de swaarwigtige belangens der maatschappij in Godes vijlige hoede, en hebben de eer met verschuldigde hoogagting te blijven WelEdele Hoog Achtbaare Wijze, Voorzienige zeer Genereuse Heeren Uwwel Edele Hoog Achtbaare Onderdaanige en Grouws schuldige Dienaaren B vander Grlaer Te Huystem t Hen ros P: Veioeit aemland. Chr. Klenius Ho. Kaket J Van Ditter. en 2 N=o 1. nagezien P: C: de Vos 1888 207 Aan den welEdelen Achtb: Heer. Cornelius DionijSius Kraijenhoff Gesaghebber der stad en landen van Gale Mature EtC: el Edele Achtbaare Gebiedende Heer Jan Iansz: de Groot Michiel Poest, Claas Swart, Ian Daale en Iohannes Wolf, schip pers en Gesagvoerders der partikulier ingehuur„ de intans in de Baij van Gale geankerd leg„ „gende scheepen, de drie Gebroeders de Johanna de Soisanna, het fortuin en Iosephus de tweede, neemen de vrijheid uw welEd: Agtb: bij deesen eerbiedig te vertoonen dat wanneer de hoogg'Eerde regeering deeses Eijlands behaagen mogte gemelde hunne scheepen weeder met manschappen of troopes en de voor hun die„ nende Bagasie en provisie alhier te belaaden om deselve overtebrengen na zoodaanigen plaats als welmelde regeering zal gelieven te te bepaelen, zij als dan verpligt zijn eene aan merkelijke swaarigheid daar teegen inte„ brengen en te versoeken uwelEd: Achtb: hoog wijser voorsiening daaromtrent namelijk dat hunne scheepen teswak bemand zijn„ „de deese bemanning in geenen deele ook geschikt is om bij onverwagte en /:God ver„ hoede :/ optekoomene ruptuur, welke na een meenigte, voorgaande droevige exempa len zoude op de rijse kunnen voorvallen, en waaraan de voorsigtigheid hen deed herinne„ ren om een zoo noodig voorstal daarvan te doen ten einde alle moogelijke voorsorgen daar teegen in tyds konnen in het werk gesteld worden. onder anderen meer toeijkende en van effekt door uwelEd: agtb: bevonden wordende midde„ len in een tijd dat de uitwendige zaeken van Europa zoo men wil, niet soo staan als ze weesen moeten neemen de supplian„ ten de vrijheid, tot behoud van hunne scheepen en kostelijke zielen, uw welEd: Achtb: voorte„ „staan dat gem: scheepen in hunne terug rijse bij een tot hulp van elkander moogen blijven en gekonvoieerd worden door 'slands Brik de Diana dewelke; zoo de supp=en vernoonen hebben met 14. stukken geschut voorsien is

NL-HaNA_1.04.02_3790_0353 view scan ↗

English

297 1889 is, and is also soon to be dispatched to the Netherlands by the highly esteemed government of this island. Beneath which stood: Doing which, etc. Was signed: Jan Roelofsz: de Groot, Claas Swart, Jan Daele, Johannes Woeff, and Michiel Boest. Beneath which stood: Agrees. Signed: P: G: de Vos, sworn clerk. Agrees. Hijbrands, First Clerk. Checked. =1dc No 2. 1890 207 To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor & Director of the island of Ceylon with its dependencies. Right Honorable, Highly Esteemed Lord. Serving in reply to the message received from Your Right Honorable, Highly Esteemed, wherein the masters of the privately chartered ships of the Company currently lying at anchor in the Bay of Galle make a request that I would be willing to escort them as convoy to the place of their destination, however gladly I would wish to grant that request in order in order to remove all apprehension for those ship commanders, I must furthermore say that the State brig Diana under my command is not suited for this now, for in rough weather, if I were compelled to adjust sail to the fleet, I myself would thereby become the victim of the affair, rather than when I could carry sail according to the circumstances of the weather, having the least difficulty. And secondly, my orders from His Highness the Lord Prince of Orange and Nassau are to return to Europe with all haste at the earliest opportunity, so I must decline this. Wherewith I have the honor to call myself, with all high esteem and respect, beneath which stood: Right Honorable, Highly Esteemed Lord, Your Right Honorable's obedient servant. Was signed: J: C. Helleman. In the margin: Colombo, the 15th of July, in the year 1788. Agrees. Wijbrands, First Clerk. 207 2 J:s Pompeus. Checked. No 3. 207 1891 To the Honorable and Esteemed Lord: Cornelius Dionisius Kraijenhoff, Commander of the City and Lands of Galle, Matara, etc. etc. Honorable, Esteemed Commanding Lord! Jan Jansze De Groot, Michiel Poest, Claas Swaart, Jan Daale, and Johan Wolf, masters of the privately chartered ships lying here in the roads, De Drie Gebroeders, De Johanna, De Susanna, 't Fortuijn, and Josephus de Tweede, take the liberty respectfully to request Your Honorable and Esteemed by this means that the State frigate De Ceres, currently arrived in this bay, may convoy them on the return voyage to the fatherland, since the Honorable, Severe Lord Van Halm, Captain and Commander of the said frigate, having been spoken to by the petitioners concerning this, has declared himself completely willing, subject to the referral by the petitioners, however, to Your Honorable and Esteemed. The precaution and prudence that will thereby will thereby be brought about against all, God forbid, unforeseen disasters, damages, and accidents, both onboard and outside their entrusted ships on the said return voyage, the petitioners have already taken the liberty to bring to Your Honorable and Esteemed's attention in writing, and thus hope that this their further petition may be granted favorable consideration and fulfilled. Beneath which stood: Doing which, etc. Was signed: Jan R: De Groot, Michiel Poest, Claas Swart, and Jan Daale. Lower down: Agrees. And signed: P:s G:s de Vos, sworn clerk. Agrees. Hijbrands, First Clerk. 897 No. 4. Checked. we 897 1892 To the Right Honorable, Severe Lord Van de Graaff, Governor and Director over the island of Ceylon and its dependencies, together with The Honorable and Esteemed Lords Councillors. Right Honorable, Severe and Honorable, Esteemed Lords. I received yesterday the resolution taken by Your Right Honorable, Severe and Honorable, Esteemed of the 25th of this month, containing the petition of the masters of the five chartered ships De Drie Gebroeders, De Johanna, De Susanna, Het Fortuijn, and Josephus de 2:e, who have addressed themselves to Your Right Honorable, Severe and Honorable, Esteemed with a request to be convoyed by the State frigate under my command to transport the Regiment Luxemburg to France; and Your Right Honorable, Severe and Honorable, Esteemed have seen fit to send this address to me by extract, with the request to inform Your Right Honorable, Severe and Honorable, Esteemed as to what extent the aforementioned requests can or cannot be met. I have the honor to answer Your Right Honorable, Severe and Honorable, Esteemed hereupon by this means: That That my orders given by the Commander of the State Squadron in the East Indies are to grant convoy if requested by the Company, but to call at the Cape on my homeward voyage and not to sail past it; wherefore, in fulfillment of the said order, I shall grant convoy to the five named ships, and set my sailing day for it on the 1st of October next (if circumstances permit in any way to step my mainmast in time). I am, with true high esteem, beneath which stood: Right Honorable, Severe and Honorable, Esteemed Lords, Your Right Honorable, Severe and Honorable, Esteemed humble servant. Was signed: H: S: Van Halm. In the margin: On board the State frigate Ceres, in the Bay of Point de Galle, the 28th of August 1788. Agrees. Hijbrands, First Clerk. 337 2 Checked. J:s Pompeus. No 5.

Dutch transcription

297 1889 is, en almeede binnen korten door de hoog ge„ Eerde regeering deeses Eiland staat te worden geExpedieerd na Nederland /:onderstond:/ T: welk doende Etc: /:was getekend:/: Ian Roelofsz: de Groot, Claas Swart, Ian Daele, Johannes Woeff en Michiel Boest /:onderstond:/ Akkordeert /:getekend:/ P: G: de vos G: klerk. Accordeert. Hijbrands Eklerk ƒ nagezin =1dc N=o 2. 1890 207 Aan Den Weledele Groot achtb:: Heer Willem Iacob vande Graaff Raad ordienaijr van Nederlands in dia Gouverneur & Direct„ „teur van het eijland Ceijlon. met dies onderhorigheeden. Wel Edele Groot Achtb: Heer. In antwoord dienende op van uweledele Groot Agtb: ontfangene bericht, waar in des schippers van de Partiekie„ liere ingehuur de scheepen van de kom„ pagnie thans geankert leggen in. de Baaij van gale doende versoek, dat ik haar als Comvooijer zoude wil len geleijden na de plaats van haa„t re destinatie, hoe geerne ik aan dat verzoek zoude willen accordeeren om Om alle bevreestheijt voor die scheeps overheden uijt den weg te ruijmen Zo moet ik voorts zeggen dat mijn on„ derhebbende 's lands Brick de Diea„ na daar nu toe geschikt is, want in Ruw weer diende ik als genoodzaak zoude zijn zijle na de vloot, te vooren ik zelfs daar door de Dupé van de Historie zoude werden dan wan„ „ zeil neer ik na tijts gelegentheijd zoude konnen voeren de minste zwarigheij zoude hebben. En ten anderen so i mijn ordernwar van zijn Hoogheijt den Heer Prince van Oranje en Nassouw om bij de eerste met aller spoed na Eropa weder tekeeren, dus moet ik. zulks van de hand wijsen. Waarmeede Ik de eer heb, mij met alle Hoogag„ ting en Respekt, te noemen / onders„ ^ Heer uwel Edelens tont / weledele Groot Agtb: DW Die„ naar /Was getekend I: C. Helleman. en margine Colombo Den 15. ' Julij Ao 172 Akkordeert Wijbrands Egkeerk 207 „. 2 J„s Pompeus Nagesien N=o 3. 207 1891 Aan den wel Edelen Achtbaren Heer: Cornelius Dionijsius Kraijenhoff, kommandeur der staden Landen van Pale Mature &:a &c:a Wel Edele Achtbaare Gebiedende Heer! Jan Jansze De Groot, Michiel Poest, Claas Swaart, Jan Daale en Johan Wolf, schippers van de alhier ter Rheede leggende particulie„ „re ingehuurde scheepen De Drie gebroeders, De Johanna, De Susanna, T fortuijn, en Jo„ „zephus de tweede, neemen de vaerheid, uw wel„ Edele Achtb: door deeze eerbiedig te verzoeken dat het thans in deeze baij aangekoomen 'slands fregat De Ceres hun in de te rug reize naar het vaderland mag Convoijeeren, alzoo den wel„ Edelen Gest:r Heer Van Halm, Capitain en Com„ „mandant van gem: Fregat, door de supp:n daar over onderhouden zijnde, betuijgd heeft volkoomen geneegen te zijn, met verzuijginge van de suppten echter aan uw wel Edele achtbaare De voorzorge en behoedzaamheid, die daar door zal zal te weege gebragt worden, tegen alle God, ver„ „hoede onvoorziene rampen, schaden en ongelukken zoo binnen als buijten boord hunner aanver„ „trouwde scheepen op gem: hunne te rug rei„ „zo, hebben de supp=ten de vreeheid genoomen uw wel Edele Achtb: reeds schriftelijk onder het oog te brengen en hoopen dus, dat aan deeze hunne nadere instantie eene gunstige re„ plexie mag geslaagen en voldaan worden /:onder „stond:/ 'T welk doende EtC:ra /:was geteekend:/ Jan R: De Groot, Michiel Poest, Claas Swart en Jan Daale /lager:/ akkordeerd:/ en /:geteekend:/ P:s G:s de Vos gklerk: Akkordeert Hijbrands Egklerk 897 No. 4. nagetien we 897 1892 Aan Den Wel Edele Gestrenge Heer Van de Graafe Gouverneur en Directeur over het Eiland Ceilon en dies onderhevrigheeden benevens De Edele Agtbaaren heeren Raaden Wel Edele Gestrengen en Edele Agtbaaren Heeren. Ik heb gisteren ontvangen uuwelEgst: en Edele Agtbaaren genoomen Resolutie van den 25:e deezer, inhoudenden het gehulird Request van de schippers der vijff geheueurden scheepen de drie gebroeders de Iohanna de Susanna het Forthuijn en Iosephus de 2:e welken zig bij uwel Edele gest: en Edele Agtbaare hebben geaddresseerd met versoek om door mij onderhebbende 'slands Fregaat te wor„ na „den geconvoijeert, om het Regiment Luxemburg an Frankrijk te transporteeren en uwelEgst: en Edele Agtb: hebben goedgevonden dit addres bij extrakt aan mij te willen toezenden met verzoek uwel Egst: en Edele Agtb: te willen onderrigten in hoe verre aan de voorsch: in„ „stantiën al of niet kan worden voldaan. hier Ik heb de eer uwelEdele gst: en Edele Agtb: op bij deezen te antwoorden Dat S Dat myn orders door den Commandant van 'sland Esquader in de oostindien gegeven zijn Indien mij door den Comp: Convooij gevraagd wierd zulks te verlee„ nen dog op mijne thuijs Rijs de caap aantedoen en de„ zelven niet voor bij te zijlen, waar om dan ter voldoening van de zelve order aan vyff genoemden scheepen Convooi ^zijldag daar verleenen en mij ^ toe op den 1:e octb: aanstaanden bepaalen /:Jndien de gelegendheid maar eenigzints toelaat om mijn groote maste bij tijds te kunnen jnzetten:/ Ik ben met waare hoogagting /:onderstond:/ wel Edele gestrenge en Edele Agtbaare Heere uwelEdgst: & Ede „le Agtbaare ootmoedige Dienaar /:was geteekend:/ H: S: Va Halm /:in margine:/ aan boord van 'slands Fregut Ceres in de baaij van P:o Gale den 28: aug:s 1788 Accordeert. — Hijbrands Vliklerk 337 2 Nagesien J„s Pompeies No 5.

NL-HaNA_1.04.02_3790_0367 view scan ↗

English

397 1893 To the Honorable, Worshipful Sir, Cornelius Dionijsius Kraijenkop Commander of the City and Lands of Gale, Mature, etc. Honorable, Worshipful, Ruling Sir, We the undersigned have the honor to inform your Honorable Worship that it has been clearly announced to us by the secretariat officials, by order of your Honorable Worship: First, that upon our respectful request made to that end, it has been permitted to depart for Europe under the convoy of the State's frigate the Ceres. Second, that since our ships are now as good as seaworthy, we would therefore be able to sail on the 8th or 10th of this month. Third, that the longer stay of these ships is solely a consequence of the convoy requested by us, and therefore the question would be referred to the Lords Directors whether the 80 guilders for each day stipulated in the charter-party would also be compensated for the lay days after the 10th of this month. We most respectfully take the liberty to reply to the foregoing: That we did indeed request to be allowed to depart under convoy, but that our intention has by no means been to wait for the same; but that we assumed we would have the requested convoy as soon as we are dispatched by the esteemed Ceylon government. That we by no means intend to remain lying here in the bay a single day longer than until we shall be dispatched, and that we only await orders and the cargo destined for our ships in order to set sail immediately, it being for the rest very agreeable to us, and possibly also in accordance with the interests of the Company, if the requested convoy is granted to us after we have been dispatched. We hope that the foregoing contains good reasons to respectfully convince the esteemed Ceylon government that we would rather depart without convoy as soon as we are dispatched, than take upon ourselves to cause our shipowners any difficulties regarding the payment of the 80 guilders for each day that we are detained beyond the lay days stipulated in the charter-party. We furthermore request that, if this can be done, a day may be determined for us when we shall sail, and that our departure may take place the sooner the better, while for the rest we have the honor to be with the highest esteem, was written below: Honorable, Worshipful, Ruling Sir, your Honorable Worship's humble servants, was signed: I: R: de Groot, C: Swart, Ian Dalé and M: Poett. In the margin: Gale, the 5th of September 1788. Agrees. Wijbrands First Clerk 397 1801 Examined [illegible] No. 6. E 397 1834 Sunday, the 14th of September 1788. Present: The Honorable, Highly Worshipful Sir, Governor Willem Iakob van de Graaf The Honorable, Rigorous Sir, Lieutenant Colonel and Captain of the State, commanding the State's ship the Ceres: A: J: van Halm The Chief Administrator: Peter Sluijsken The Lieutenant Colonel and Head of the Militia: Jan Philip Christ:n Filenius The provisional Jaffna Dissava: Carl Fredrik Schreuder The provisional Fiscal: Mattheus Petrus Raket The First Warehouse Master: Iohannes Reintous The Secretary: Benedictus Lambertus van Zitter The provisional Trade Bookkeeper: Abraham Samlant Absent: The Dissava: Diederich Thomas Fretz The Pay Bookkeeper: Gerrit Engel Holst Resolution taken in a combined secret meeting of Ceylon. Upon the request made to that end by the Governor to Captain van Halm, commanding the State's warship the Ceres, His Honor took a seat in this assembly, in order to consult jointly with the same and to decide with the same upon the contents of the letter inserted below, written by the aforementioned Captain van Halm on the 12th of this month to the Governor and Council, of which it has been resolved to keep this record: To the Honorable, Rigorous Sir, Governor, and the Honorable, Worshipful Gentlemen Councillors at Kolombo. Honorable, Rigorous Sir, Honorable, Worshipful Gentlemen! Hereby I have the honor very kindly to request to know the intention of your Honorable Rigorous and Honorable Worships. How far I must go if, during the convoying of the four ships that carry the regiment Lixemburg, one of them were to be demanded by a French warship; your Honorable Rigorous and Honorable Worships will oblige me by instructing me regarding this, and to communicate to me their capitulations relative to this article, in which expectation I have the honor to be with the greatest esteem, was written below: Honorable, Rigorous Sir, Honorable, Worshipful Gentlemen! Your Honorable Rigorous' humble servant, was signed: A: I: van Halm. In the margin: Kolombo, the 12th of September 1788. First, information was given by the Governor to the aforementioned Captain van Halm: 1. of the 8th and 9th articles of the first capitulation with

Dutch transcription

397 1893 Aan den Wel Edelen Achtbaaren Heer. Cornelius Dionijsius Kraijenkop kommandeur der Staden Lande van fra Gale Mature EtC WelEdele Achtbaare Gebieden„ de Heer Wij ondergeteekende hebben de eere uwel Edele Achtb: te berig„ „ten dat ons welenduijdelijk door de sekretarij Bedienden, op last van uwel Edele Achtb: aangekondigd is. Eerstens, dat op ons ten dien einde gedaan eerbiedig verszoek. toestaen is, om onder 't convooij van het slands Tre„ „gat de Ceres na Europa te moogen vetrekken Tweedens Dat wij wijl onze onderhebbende scheepen nu zoo goed als zijlwaerdig zijn, dus op den 8. ' of 10. ' deezer zouden konnen zijlen. Derdens Dat 't langer leggen van deeze scheepen alleen een gevolg is van 't door ons verzogt Convooij, en dus aen de heeren Bewindhebberen zoude gedefereerd worden de vraager of voor de legdaegen na den 10. ' deezer ook de bij de Certe partij bedonge 80. guld:s voor ieder dag zou„ „de goed gedaen worden Wij gebruijken eerbiedigst de vrijheijd op Het voorenstaande inandwoord te dienen. Dat wij wel verzogt hebben onder convooij te moogen vertrekken, doch dat onze intentie geenzints geweest is om na 't zelve te wagten; maar maer dat wij ondersteld hebben 't verzogte Convooij te zullen hebben, zoo dra wij door de geEerde Ceijlonsche regeering gedepechee worden. Dat wij geenzints pretendeeren een enkelde dag langer alhier in de Baeij te blijven leggen dan tot dat wij zullen afgewaer„ „digd worden, en dat wij alleen orders, en de voor onze schee„ pen gedestineerde laading verwagten om direkt onder zijl te gaan zullende 't ons voor t overige zeer aangenaem, en mog gelijk ook met 't belangen van de komp:s overeenstemme „de zijn, indien ons na dat wij gedepecheerd zullen zijn, 't ver„ zogte Convooij word verleend. Wij verhooper dat 't voorenstaande goede reeden vervat, om de geevrde Cij„ lonsche regeering in eerbied te overtuigen, dat wij liever zonder Convooij willen vertrekken, zoo dra wij gedepeceerd zijn, dan op ons neemen, aen onze Reeders eenige moeijelijkheeden toetebrengen weegens 't betaelen der 80 ' guld:s, voor ieder dag dat wij booven de bijde Certe-partey bepaelde legdaagen opgehouden worden. Wij verzoeken voorts dat ons, indien dit geschieden kan, een dag mag bepaald worden. wanneer wij zijlen zullen, en dat ons vertrek hoeeer hoe liever mag plaats vinden, terwijl wij voor't overige de Eere hebben met de meeste hoogagting te zijn /onderstond:/ wel Ed: achtb: Geb: heer uwel Ed: agtb: onderdaanige Dienaeren /:was geteekend:/ I: R: de Groot C: Swart, Ian Dalé en M: Poett. /:in margiene:/ gale den 5. 7ber: 1788. Accordeert. Wijbrands Egkeerk 397 1801 nagezi toe No. 6. E 397 1834 Zondag den 14. September 1708 Present De wel Edele Groot Agtb: Heer Gou: Willem Iakob van de Graas A: J: van Halm De wel -Edele Gestrenge Heer luijtenant kollonel en kapitijn van den staat; kommandeerende slands schip de Clres DE: Hoofdadministrateur. . Peter Sluijsken dE: situt: kol en Hoofd den Militie Jan Philip Christ:n Filenius dE: p:l Jaffeinase Dessave : Carl Fredrik Schreuder Mattheus Petrus Raket dE: p:l fiskael - - - dE: Eerste Pakhuijsmeester Iohannes Reintous Benedictus Lambertus van Zitter OE: sekretaris - . dE: p:l negotie boekhouder Abraham Samlant dE: Dessave -- dE: soldijboekhouder- Op het daar toe gedaan verzoek door den Heer Gouverneur aan de Heer kapitijn van Balm, kommandeerende slands schip van oorlog de Ceres, heeft zijn Edele in deeze vergaedering Cessie ge= noomen, om gekombineerd met dezelve te raad- kleegen en met dezelve te besluijten over den in- houd van de hier onder geinsereerde brief door absent Diederich Thomas Fretz Gerrit Engel Holst Rezolútie, genoomen in een ge- kombineerde sekreete vergaede- ving van Ceilon wel welgem: Heer kapitijn van Halm den 12. deezer aan den Heer Gouverneur en Raad geschreeven, waar van verstaan is deeze aanteekening te houden Aan den welEdele Gestrenge Heer Gou„ verneur en de Edele Agtb: Heeren Raaden te Kolombo. Wel Edele Gestrengen Heer Edele Agtbaare Heeren! Per deeze heb ik de eer zeer vriendelijk te verzoeken de intentie van uwelEd: Gestr: en Edele Agtb: te moogen weeten. Hoe verre ik gaan moet, indien mij onder het konvoijeeren van de vier scheepen de welke het regiment Lixemburg in hebbe eens dezelven door een frans oorlogs schip wierd opg'eijscht; uwel Edele Gestr: en Edele Agtb: zal mij verpligten mij hier omtrent te willen onderrigten /:en mij op dit artikul relatief:/ haar kapitulatien meede te deelen, in welk verwagting de eer heb met de mees„ te agting te zijn /: onderstond:/ wel Edele Gesttrenge Heer Edele Agtb: Heeren! uwel Ed: Gestrenge ootmoedige dienaar /:was getekend:/ A: I: van Halm /:in margine:/ kolon bo den 12. 7ber: 1788. voor af is door den Heer Gouverneur aan welgem: Heer kapitijn van Halm kennis gegeeven. 1. / van het 8: en 9 art:l van de eerste kapitulatie met

NL-HaNA_1.04.02_3790_0373 view scan ↗

English

no 1897 1895 with the Regiment of Luxemburg, which are confirmed anew in the 5th article of the second capitulation, treating of that which shall be observed in case the Company might deem it necessary to disband the regiment; 2ndly, of the notification from the Right Honourable Gentlemen Directors by letter of the 21st of June 1787, containing their highest and most venerated order to send the aforesaid regiment back to France to the port of Lorient. Proceeding thereupon to deliberation, it was taken into consideration that the aforesaid regiment, standing in the oath and service of the Honourable Netherlands Company, must be regarded as continuously persisting in that oath and service without any change until the same shall have been transported back into the aforesaid port of Lorient, and that it shall have been discharged of the oath sworn to the same upon the express order of their Honours, just as that was also prescribed most clearly for his abundant guidance by the Prince of Luxemburg to the lieutenant colonel and commander of the aforesaid regiment, Mr. de Raymond, in his letter of the 25th of July 1787, of which an authentic copy was sent to this assembly by the Right Honourable Gentlemen Directors, and that accordingly, especially because the aforesaid capitulation was concluded with the approval of the King of France, the well-mentioned King cannot be regarded as having any right whatsoever to oppose in any respect the sending back of the regiment in the aforesaid manner, not even were it in time of war with France, because the aforesaid capitulation states very clearly that in such a case the Company has the right to send cartel ships with as many troops as the Regiment of Luxemburg is strong, for the relief of the same, and subsequently to have the same regiment transported back to Europe; and it is consequently, regarding the special question that occurs in the aforesaid letter of Mr. van Halm, namely how far his Honour should go if, during the convoying of the four ships that are to transport the Regiment of Luxemburg, the same were demanded by a French warship, after having first requested and obtained thereon the advice of the well-mentioned Mr. van Halm, approved and resolved to declare that the unanimous opinion of this assembly, and consequently also of the well-mentioned Mr. van Halm, is, in the aforesaid hypothetical case, and when no amicable representations can avail against it, to repel force with force. Furthermore, 2 897 1896 Furthermore, it is resolved that to the well-mentioned Mr. van Halm there shall be delivered for his Honour's service a copy of the capitulation with the Regiment of Luxemburg, along with an extract from the aforesaid letter of the Right Honourable Gentlemen Directors ordering the sending back of the regiment to the port of Lorient, and a copy of the aforesaid letter from the Prince of Luxemburg to the lieutenant colonel and commander of the said regiment, Mr. de Raymond. Further deliberation having been held upon a question raised during the meeting by the well-mentioned Mr. van Halm as to what the assembly considers should be done in case the Regiment of Luxemburg or any members of the same should behave disobediently, it was further approved and resolved to declare that the unanimous opinion of this assembly, and consequently also of Mr. van Halm, is that in case the demonstrated disobedience is not of such a nature that it requires more severe measures to end it, it is most advisable to have the culprits placed under arrest and to have them transferred to the country's warship, in order, regarding them, if Mr. van Halm should think fit, to be able to consult further with the Government of the Cape of Good Hope. Finally, Examined Finally, it is resolved that a copy of this resolution shall be given to the repeatedly mentioned Captain van Halm, to serve for his Honour's service. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. (Was signed) W. J. van de Graaff, N. J. van Halm, P. Sluysken, C. Tilemus, J. Schreuder, M. P. Raket, J. Reintow, B. L. van Zitter, and A. Samlant. Agrees. Ijsbrandsz Head Clerk Lontman 1437 No. 7. Was read an inserted report from the Honourable Administrator van der Spar as Trade Bookkeeper concerning the consumption accounts submitted by the officers of the chartered ships De Susanna, De Vrouwe Johanna, 'T Fortuin, De Drie Gebroeders, and Josephus de Tweede, namely two from each ship, as follows: one of the consumption that they accounted for at the Cape during the voyage from the Netherlands until their arrival at that government, and the other with respect to the provisions since their arrival there until the arrival in the bay here, showing what has been consumed thereof and what was found to remain. Right Honourable Commanding Sir! The officers of the following chartered ships having submitted the consumption accounts, namely: two from each ship, as follows, one of the consumption that they accounted for at the Cape during the voyage from the fatherland until the arrival at that government, and the other with respect to the provisions since their arrival there until their arrival in the roadstead here, showing what has been consumed thereof and what was found to remain: thus the undersigned Trade Bookkeeper has To the Right Honourable Sir: Cornelius Dionysius Kraijenhoff, Governor of the city and lands of Galle, Matara, etc. Thursday the 7th of August 1788. Extract of Resolution Taken in the Council of Galle upon

Dutch transcription

no 1897 1895 met het Regiment van Luxemburg, welk bij het 5. art:l van de tweede kapitulatie op nieuw zijn gekonfirmeerd, spreekende van het geen zal worden geobserveerd, ingevalle de komp: het noodig mogte oordeelen het regiment te licen= cieeren 2o van het aanschrijven van de wel Edele Hoog Agtb: Heeren Bewindhebberen bij brief van den 21. Junij 1787, houdende, Hoogst derzelver zeer gevenereerde ordre om het voorsz: regiment te rug te zenden naa Frankrijk in de saaven van Porient. vervolgens ter deliberatie getreeden zijnde, is in agting genoomen, dat het voorsz: regiment staande in eed en dienst van de Ed: Nederland= sche komp: moet geagt worden bij voortduuring in dien eeden dienst te kontinueeren zonder eenige verandering tot dat het zelve zal zijn, terug gevoerd in de voorsz: Haeven van Lé orient, en dat het daar op expresse last van haar Ed: van den eed aan dezelve gedaan zal zijn ontslaagen, zoo als dat ook door den Prins van Luxemburg aan den luijtenant kolonel en kom- mandant van voorsz: regimant de Heer de Raijmond tot zijn narigt ten overvloede op het duijdelijkst is voorgeschreeven bij zijn brief van den 25: Julij 1787 waar van een authen- tique Copij door de wel Edele Hoog Agtb: Hee„ ren Bewindhebberen aan deeze vergaaedering ge gezonden is, en dat mids dien inzonderheid wijl de voorsz: kappitulatie met agtement van den koning van J: vankrijk geslooten is welgem: koning niet kan geagt worden eenig regt te hebben hoe ge= naamt ^ om zig teegens het terugzenden van het regiment in voegen voorsz: in eenig opzigt te verzetten, zelfs niet al waare het in tijde van oorlog met Frankrijk wijl de voorsz: ka= pitulatie zeer duidelijk zegt, dat i zulk een geval de komp: het regt heeft om Parlemen- taire scheepen te zenden, met zoo veel troupes als het Regiment van Luxemburg sterk is, ter aflossing van 't zelve, en om vervolgens het zelve ed Regiment te laaten te rug voeren naa Europa, en is dienvolgens noopens de speciaale vraage die bij de voorsz: brief van den Heer van Halm voor- komt, hoe verre namentlijk zijn Ed: zoude moeten gaan, indien onder het Convoijeeren van de vier scheepen, welke het regiment van Luxembuke staan overlevoeren, dezelve door een frans oorlogs schip wierden opgeeijscht, na alvoorens daar op te hebben verzogt en ingenoomen het advies van welgem: Heer van Halm, goedgevonden en verstaen te verklaaren, dat het eenstemmig gevoelen van deeze vergaedering en dienvolgens ook van wel gem: Heer van Halm zij, om in het voorsz: ver- onderstelde geval, en wanneer geene minnelijke ver toogen daar teegens helpen kunnen geweld met ge„ weld te keeren voorts 2 897 1896 voorts is verstaan, dat aan welgem: Heer van Halan tot zijn Ed=s bediening zal worden afgegeeven een kopij, van de kapitulatie met het regiment van Luxemburg, met en beneevens een extrakt uijt den voorsz: brief van de welEdele Hoog Agtb: Heeren het terug zenden van Bewindhebberen, beveelende het Regiment naa de saaven van Lorient, en een kopij van de voorsz: brief van den Print van Luxemburg aan den luijtenant kolonel en kom- mandant van gedagte regiment de Heer de Raijmond. wijders gedelibereerd zijnde op een door wel gem: Heer van Walm staande vergaedering gedaane vraage hoedaanig de vergaedering van oordeel zij, dat zoude behooren te worden gehandelt, in gevalle het regiment van Luxemburg of eenige leeden van het zelve, zig dis obedient mogten gedraegen, is nog goedgevonden en verstaan te verklaaren, dat het eenpaarig gevoelen van deeze vergaa- dering, en dien volgens ook van den Heer van halm zij, dat ingevalle de betoonde disobe= dientie niet is van dien aart, dat ze meer strenge middelen om die te sluiten noodig heeft, het raadzaamst zij, om de schuldigen te doen neemen in arrest, en die te doen over- brengen op slands schip van oorlog, ten einde noopens dezelve, indien de Heer van Walm- zulks mogte goedvinden, naader te kunnen raadpleegen met de Regeering van de kaap Goede Hoop. Eindelijk Naagezien Eindelijk is verstaen, dat van deeze rezolutie zal worden kopij gegeeven aan meerm: Heer kapitijn van Halm, om te kunnen strekken tot zijn Ed:s bediening Aldus Gedaan ende Geresolveert in 't kasteel kolombo ten daage maand en Jaare voorsz: /:wat getekend:/ W: I: van de Graaff N: I: van Halm, P: sluijkken, C: Tilemus J: Schreuver, M: P: Raket, J: Reintouw B: L: van Zitter en A: Samlant. Akkordeert Hijbrands Eijklerk Lontman 1437 N=o 7. wierd geleesen een ten deesen geinsereerd berigt van den E: Adminis„ „trateur van der spar als Negotie boekhouder wegens de door de overheeden van de ingehuurde scheepen De Susanna, De vrouwe Iohanna, 'T Fortuijn, De Drie gebroeders en Josephus de tweede overgelegde Consumptie reekeningen, teweeten van elk schip twee, als, een van de Consumptie die zij aan de kaap ver„ antwoord hebben geduurende de reise uijt Nederland tot hunne aankomst ten dien gouvernement, en de andere ten opzigte van de provisien na Hunne komste aldaar tot de arrive in de Baaij alhier; wat 'er van verconsumeerd en per restant bevonden is. —. wel Edele Achtbaare Gebiedende Heer! De overheeden van de volgende ingehuurde scheepen over„ gelegd hebbende, de Consumtie reekeningen teweeten: van elk schip twee als eene van de Consumtie, die zij aan de Caab verantwoord hebben geduurende de reijze uijt het vaderland tot de arrive ten die gouvernemente ende andere ten opzigte van de provisien zedert hunne arrive aldaar tot derzelver aankomst ter rheede alhier, wat er van verkonsumeerd en per Restant bevonden is: zo heeft de ondergeteekende Negotie Boekhouder Aan den welEdelen Achtbaaren Heer: Cornelius Dionijtius Kraijenhoff, gezaghebber der stad en Landen van Gale Mature Etca Donderdag Den 7. ' Augustus 1788. —. Extract Resolutie Genoomen in Raade van Gale de op.

NL-HaNA_1.04.02_3790_0380 view scan ↗

English

the honor to report hereby to Your Right Honourable: First, that the remaining provisions consist of: 13518 17/16 lb hard bread 2716 1/16 lb meat 5142 1/16 lb bacon 307 ¼ lb butter 161 2/5 cans wine etc. 749 1/5 cans vinegar 155 2/5 cans olive oil 172 3/10 cans arrack 2250 lb rice 86 bags barley 23 lb candles 26 cans lamp oil from the Vrouwe Johanna: 25 lb hard bread 1934 3/8 lb meat 2224 ¼ lb bacon 735 2/5 cans wine 135 2/5 cans olive oil 641 1/10 cans vinegar from the Drie Gebroeders: 53 1/16 lb bacon 504 9/20 cans wine 70 1/5 cans arrack 1340 lb rice 1608 lb flour 3 half aams linseed oil from 't Fortuijn: 330 5/16 lb meat 1019 ¼ lb bacon 512 2/5 cans wine 544 17/20 cans vinegar 215 2/5 cans arrack 51 1/16 lb butter 3 half aams train oil from the Susanna: from Josephus de Tweede: 467 1/10 cans arrack 160 cans wine 281 ¾ cans vinegar Over and above the aforementioned remaining provisions, the officers of the following ships still have to account for the provisions to be mentioned, which were given to them in the homeland for the voyage home, and therefore were not included and accounted for in the consumption accounts, namely: from the Drie Gebroeders: 7160 lb bacon 5194 lb meat 16 half aams olive oil 6 half aams rapeseed oil or train oil from 't Fortuijn: 7092 lb meat 5182 lb bacon 16 half aams olive oil 6 half aams rapeseed oil or train oil All of which must be delivered here by them. Secondly, that the officers have consumed more of the following, namely: from the Vrouwe Johanna: 144 3/20 cans arrack 2 lb candles 590 lb rice 34 cans lamp oil from the Drie Gebroeders: 2455 lb hard bread 733 3/8 lb meat 1 1/10 can vinegar 105 3/10 cans olive oil 27 3/10 cans rapeseed oil or train oil 44 1/16 lb butter ½ bag barley 23 3/16 lb candles from 't Fortuijn: 247 lb bread 94 1/20 cans olive oil 30 2/5 cans rapeseed oil or train oil 32 3/16 lb candles 1208 lb rice 257 lb hard bread 29 3/16 lb butter 37 19/20 cans olive oil 1/10 can lamp oil 15 5/16 lb candles. Thirdly, for how many persons the officers have charged consumption, namely: from the Susanna: During the voyage from the homeland up to the Cape, from 129 to 128 persons. During the lay days at the Cape, 30 persons. During the voyage from the Cape until the arrival at Tuticorin, or from 23 February to 10 May, 90 persons, consisting of 30 crew and 60 military personnel. During the stay at Tuticorin, or from 10 May to 6 June, from 90 to 134 persons. During the voyage from Tuticorin to here, or from 6 to 11 June, 134 persons, consisting of 104 military personnel and 30 ship's crew. from the Vrouwe Johanna: During the voyage from the homeland up to the Cape, 238 to 221 persons. During the stay in the Cape roads, 34 persons. During the voyage from the Cape until the arrival at Tuticorin, or from 2 February to 10 May, from 249 to 246 persons, namely 34 crew, 212 military personnel, and 3 passengers, being 2 women and 2 children, the last two counted as 1 person. During the stay at Tuticorin, or from 10 May to 10 June, 246 persons to 270 persons. During the voyage from Tuticorin to here, or from 10 to 17 June, 270 persons, consisting of 233 military personnel, 34 crew, and the 3 aforementioned passengers. from the Drie Gebroeders: During the voyage from the homeland until the arrival at the Cape, 286 to 211 persons. During the stay at the Cape, 40 persons. Ditto, the voyage from the Cape until the arrival at Tuticorin, or from 2 February to 11 May, 322 to 320 persons, consisting of 40 crew, 269 soldiers of Meuron, 10 soldiers of Luxemburg, and 3 passengers, being 2 women and 1 slave. During the stay at Tuticorin, or from 11 May to 17 June, 320 to 276 persons, instead of 268 persons, as this ship brought 225 military personnel from Tuticorin, which together with the 40 crew and 3 passengers make 268 persons, thus 8 persons too many, whose ration in those 4 days amounts to the following: 18 5/16 lb bread 3 7/16 lb meat 6 1/8 lb bacon ½ can vinegar 4 4/5 cans arrack 5 7/16 lb butter which the captain will have to account for here. During the voyage from Tuticorin to here, or from 17 to 21 June, 276 persons. from 't Fortuijn: During the voyage from the homeland until the arrival at the Cape, 257 to 251 persons. During the stay at the Cape, 35 persons. Ditto, the voyage from the Cape until the arrival at Tuticorin, or from 2 February to 16 May, from 273 to 272, instead of 274 persons, as this ship brought from the Cape 236 military personnel, to which are added 35 crew, and according to the captain's statement 3 passengers, namely the wife of Captain Henri, the wife of Joseph Gijger, and counting one black servant, making 274 persons, thus 1 person less. During the stay at Tuticorin, or from 16 May to 17 July, 272 to 251 persons. During

Dutch transcription

de Eer Uwel Edele Achtb: bij deesen te berigten Eerstelijk dat de restanten bestaan in 13518 17/16. lb: Hardbrood 2716: 1/16. „ vleesch 5142: 1/16. „ spek 307. ¼. „ koter 161. 2/5. kann: wijn inz: 749. 1/5. „ Azijn 155: 2/5. „ olyven olij 172: 3/10. „ Arak 2250: —. . lb: Rijst 86: zakken gort 23: lb: kaarsen 26: kann: lanpolij van de vrouwe Johanna 25. lb: Hard brood 1934: 3/8 lb: vleesch 2224.¼ „ spek 735 2/5. kann: wijn 135. 2/5. „ olijven olij 641: 1/10: „ Azijn van de Drie Gebroeders. 53 1/16: lb: spek 504: 9/20: kann: wijn 70: 1/5: „ Arrak 1340 —. lb: Rijst 1608. –. „ Meel. 3. –. halve aamen lijn olij van T Fortuijn 330 5/16: lb: vleesch 1019:¼ „ spek 512. 2/5. kann: wijn 544. 17/20 „ Azijn „ Arrak 215: 2/5. 51: 1/16. lb: Broter 3: — halve aamen traan van de Susanna. - van van Josephus de Tweede 467 1/10. kann: Arrak 160 —. „ wijn 281:¾ „ Azijn Buijten en behalven de bovengemoemde Restanten hebben de overheeden van de volgende scheepen nog te verantwoorden de temeldene provisien, die hen in het vaderland voor de thuijs rijze meede gegeeven deerhalven bij de konsumtie Reekenings niet ingenoomen en verantwoord zijn, teweeten van de Drie Gebroeders. 7160 –. lb: spek 5194. –. „ vleesch 16. halve aamen olijven olij 6. „ „ Raap olij of traan van T Fortuijn 7092: lb: vleesch. 5182: „ spek 16. halve aamen olijven olij 6 „ „ Raapolij of Traan Alle welke door hem alhier dienen geleeverd te worden Ten tweeden dat de overheeden meerder vercontineerd heb„ „ben het volgende als: van de vrouwe Johanna. 144 3/20: kann: Arrak 2. –. lb: kaarsen 590. —. „ rijsz. 34. —. kann: lampolij van de Drie Gebroeders. 2455: lb: hardbrood 733 3/8. „ vleesch 1. 1/10 kan Azijn 105: 3/10 „ olijven olij 27. 3/10. „ raapoly of traem 44: 1/16. lb: boter — ½. Zak gort 23. 37/16. lb: kaarsen van van T Fortuijn 247. -. lb: Brood 94: 1/20: kann: olijven olij „ Raap olij op traan 30 2/5. 32: 3/16. lb: kaarlen 1208: —. „ rist 257 -. lb: hardbrood 29 37/16: „ boter 37. 39/20: kann: olijven olij — 1/10: „ Lampolij 13 15 5/16: lb: kaarsen. Ten derden dat de overheeden voor hoeveel koppen konsumtie opgebragt, hebben, teweeten van de Susanna Geduurende de reize uyt het vaderland tot aan de Caab van 129: tot 128: koppen. kaap geduurende de legdaagen aan de 30: koppen. geduurende de reise van de Caab tot de arrive op Tutukorijn of van den 23: febr: tot den 10: Maij. 90: koppen bestaande in 30: koppen equipagie en 60: Militairen. geduurende het leggen op Tutukorijn of van den 10 Maij tot den 6: Junij van 90: tot 134: koppen. geduurende de rijze, van Tutukorijn na herwaards op van den 6: tot den 11:' Junij 134: koppen bestaande in 104: Militairen en 30: koppen scheeps Equipagie te la van de vrouwe Johanna geduurende de rijze uijt het vaderland tot aan de Caab 238: tot 221: koppen. geduurende het leggen op de Caabse Rheede 34: koppen geduurende de reize van de Caab tot de arrive op Tutuko „rijn of van den 2: febr: tot den 10: Maij van 249: tot 246. kopp „pen, teweeten 34: Equipagie 212: Militairen en 3: passa„ „giers zijnde 2: vrouwen en 2: kinderen de twee laatste vor 1. kop gereekend. gedurtden 1897 : Geduurende het leggen op Tutukorijn of van den 10: Maij tot den 10: Junij 246: koppen tot 270: koppen Geduurende de rijze van Tutukorijn na herwaards of van den 10: tot den 17 ' Junij 270 koppen bestaande in 233: Militairen 34: koppen Equipagie en 3: passagiers evengem: van de drie Gebroeders. geduurende de rijze uijt het vaderland tot de arrive aan de Caab 286: tot 211: koppen. geduurende het leggen aan de Caab 40: koppen. do — de reize van de Caab tot de arrive op Tutukorijn of van den 2: febr: tot den 11: Mai 322: tot 320: koppen bestaande in 40: koppen Equipagie 269: Militairen van Meuron, 10: Mili„ „tairen van Luxemburg en 3: passagiers zijnde 2: vrouwen 91: slaag. geduurende het leggen op Tutukorijn of van den 11: May tot den geduurende de rijze van tutukprijn na herwaaerds of van den 17: tot den 21: Juurij 276: kopf: 17: Junij 320. tot 276. koppen, in plaats van 268: koppen alzo dit schip 225: Militairen van Tutukorijn heeft meede ge„ bragt, welke nevens de 40 koppen Equippagie en 3: passagiers uit maaken 268: koppen dus teveel 8. koppen welkers randzoe in die 4: daagen bedraagd als volgt. 18. 5/16. lb: 12 rood 3 7/16 „ vleesch 6 1/8. „ spek — ½. kan Azijn 4. 9/5 „ Arrak 5. 7/16 lb: Broter welke de schipper alhier zal moeten verantwoorden. van T Fortuijn geduurende de rijze uijt het vaderland tot de arrive aan de Caab 257: tot 251: koppen. geduurende het leggen aan de Caab 35: koppen. do —de reize van de Caab tot de arrive op Tutukorijn of van den 2: febr: tot den 16:' Maij van 273: tot 272: insteede van 274: koppen alzo dit schip van de Caap heeft meede gebragt 236: Militairen waar bij zijn 35: koppen Equipagie en volgens opgave van den schipper 3: passagiers teweten. de Huijsvrouw van kapitein Henri, de Huijsvrouw van Joseph Gijger en een swarte jongen tellende, uijtmaken 274: koppen dus 1: kop minder geduurende het leggen op Tutucko rijn of van den 16: Maij tot den 17: Julij 272: tot 251: koppen. geduurende

NL-HaNA_1.04.02_3790_0384 view scan ↗

English

during the voyage from Tutukorijn to this place, or from the 17th to the 21st June, 251 instead of 249 heads, as this ship brought along from Tutukorijn 211 soldiers, which together with the 35 crew members and 3 passengers amounted to 249 heads, thus 2 heads more, whose ration in 4 days amounts to: 13 1/8 lb rice consumed for lack of bread - 1/8 lb meat 1 3/16 lb bacon - 1/10 can vinegar 1 1/5 can arrack - 1/10 can olive oil which must be accounted for by the master. Concerning Josephus De tweede during the voyage from the fatherland to the Cape, from 160 to 156 heads. during the stay at the Cape roads, 28 heads. ditto the voyage from the Cape to Tutukorijn, or from the 2 February to the 23 May, from 168 to 165 heads instead of 167 heads, as this ship brought along from the Cape 129 soldiers, counting with them 30 crew members and, according to the statement of the master, 8 passengers of the Meuron regiment, amounting to 167 heads, thus 1 head more. during the stay at Tutukorijn, or from the 23 May to the 20 June, 165 to 155 heads. during the voyage from Tutukorijn to this place, or from the 20 to the 24 June, 155 heads instead of 147 heads, as this ship brought along from Tutukorijn 109 soldiers, its crew consisted of 30 heads, and the passengers 8 heads, or together 147 heads, thus 8 heads more, whose ration in 4 days amounts to: 18 1/16 lb bread 3 5/16 lb meat 6 7/8 lb bacon 4 4/5 cans arrack - 1/5 can olive oil - 1/2 can vinegar which must be accounted for here by the master of the same. Fourthly, that the masters had declared that they had boarded the passengers whom they conveyed on behalf of the Company, because they all consisted of women, children, and slaves of Meuron's regiment, thus they considered them all as people belonging under that regiment. Fifthly, that the officers, over and above the ordinary ration and other provisions such as stockfish, cheese, tamarind, sugar, prunes, peas, beans, etc., in addition to that which was issued as extra, have further written off as consumed the following, namely: Concerning the Susanna Accounted for in the consumption account at the Cape: 1100 lb bread, namely: 300 lb used during the voyage in beer 800 lb issued as fodder for the livestock 295 cans wine, namely: 195 cans leaked out, according to the statement of the ship's officers, which is not submitted here 100 cans issued during the voyage as extra to the cabin guests and the sick. 424 cans brandy, namely: 250 cans issued during the voyage as extra to the sick, as well as in hard weather 174 cans leaked out, according to the statement of the ship's officers, which is not submitted here. 770 cans vinegar, namely: 500 cans used during the voyage for airing and sprinkling the ship 270 cans, or 3/4 leaguer, leaked out, according to the statement of the officers, which is not submitted here 228 1/2 lb butter found short upon opening the casks, according to the statement of the ship's officers, which is not submitted here. 257 1/2 cans olive oil, namely: 247 1/2 cans leaked out on the voyage, according to the statement of the ship's officers, which is not submitted here 10 cans ditto issued during the voyage for greasing the firearms and to the doctor. 200 lb sugar found short on the voyage upon opening the casks, according to the statement of the ship's officers, which is not submitted here. Accounted for here in the consumption account: 1200 lb hard bread found spoiled during the voyage, according to annexed declaration No. 1. 150 lb meat found tainted, according to the declaration just mentioned. 940 lb bacon, thereof: 500 lb found spoiled, according to the mentioned declaration 440 lb as extra 8 lb butter as extra 667 cans wine found short in the leaguers, according to the declaration annexed hereto marked No. 2. 250 cans vinegar for sprinkling 46 1/2 cans olive oil, namely: 8 cans as extra 38 1/2 cans leakage found in the half aums, according to the declaration just mentioned 427 2/5 cans gin, brandy, and arrack, namely: 74 4/5 cans leakage found in the half aums of gin, according to the declaration last mentioned 17 1/2 cans idem in the half leaguers of Cape brandy, according to the declaration just mentioned 26 1/2 cans ditto in the Tutukorijn brandy, according to the mentioned declaration 309 cans issued during the voyage as extra to the sick, as well as to the crew in hard weather. [illegible] bags of groats spoiled on the voyage, according to the declaration annexed hereto No. 3. 2 lb candles as extra 22 1/2 cans lamp oil or train oil on account of leakage found in the half aums, according to the declaration just mentioned. 1500 lb beer consumed during the voyage from the Cape. Concerning the Vrouwe Johanna Accounted for in the consumption account at the Cape: 1400 lb bread, thereof: 800 lb consumed during the voyage in beer and bread 600 lb delivered as fodder for the livestock. 500

Dutch transcription

geduurende de reize van Tutukorijn na herwaards of van de 17:' tot den 21: Junij 251: insteede van 249: koppen alzo dit schip van Tutukorijn heeft meede gebragt 211: Militairen waar bij de 35: koppen Equipagie en 3: passagiers tezaamen tellende uijtmaaken 249: koppen, dus meerder 2: koppen welkers randsoen in 4: dagen bedraagd. —. 13 1/8. lb: rijst bij gebrek van brood verbruijk — 1/8. „ vleesch 1. 3/16. „ spek — 1/10. kan Azijn 1: 1/5: „ Arrak — 1/10. „ olijven olij welke door den schipper dienen verantwoord tewerden. van Josephus De tweede geduurende de rijze uijt het vaderland tot aan de Caap van 160: tot 156: koppen. geduurende het leggen ter Caapse rheede 28: koppen. d=o — de reize van de Caap na Tutukorijn of van den 2 febr: tot den 23: Maij van 168: tot 165: koppen insteede van 167: koppen, alszoo dit schip van de Caab heeft meede gebragt 129: Militairen waarbij tellende 30: koppen Equipagie en vol„ „gens opgave van den schipper 8: patsagiers, van het regiment van Meuron uijtmaaken 167: koppen dus 1: kop meerder. — geduurende het leggen op Tutuk orijn of van den 23: Maij tot den 20: Junij 165. tot 155: koppen. geduurende de rijze van tutukozijn na herwaards of van de 20: tot den 24: Junij 155: koppen insteede van 147. koppen alz dit schip van tutukorijn heeft meede gebragt 109: Mili „ren, zijn Equipagie bestond in 30: koppen en de Passagiers 8: kop of tezaamen 147: koppen dus 8: koppen meerder welkers randzo in 4: daagen bedraagd. — 18 /16 lb: Brood 3 5/16 „ vleesch 6 7/8. „ spek. 4. /5. kann: arrak — 1/5. „ olijven olij — ½. „ azijn welke door dies schippers alhier moeten verantwoord nor en Ten vierden dat de schippers betuijgd hadden dat zij aan de Passagiers die zij overgebragt hebben, van wegen DE: komp:s de kost gegeven hebben, om dat zij alle bestonden in vrouwen, kinde„ „ren en slaven van Meurous regiment dus hebben ze hen alle aangemerkt als luijden, die onder dat regiment gehoorden. — Ten vijfden dat de overheeden boven het ordinaire randzoen en andere provitien gelijk stokvis, kaas, Tammerinde, Zuijker, pruijmen, Erten boonen entz, nevens het geen dat tot extra verstrekt is, als verkonsumeerd nog afgeschreeven hebben, het volgende als: van de Susanna n Bij de konsumtie reek: aan de Caap verantwoord. 1100: lb: Brood als 300: lb: geduurende de rijs in Bier vervarberd 800: „ tot voeder voor het vee verstrekt 295: kann: wijn als.. 195: kann: volgens verklaring der scheeps overheeden die hier niet overgelegd is, uijtgelekt 100 „ geduurende de rijs extra aan de kajuijts gasten en de zieken verstrekt. n 424. kann: krandewijn, als 250: kann: geduurende de rijs extra aan de zieken mitsg=s bij hard weer verstrekt 174. „ volgens verklaring der scheeps overheeden /: die hier met overgelegd is:/ uijtgelekt. 770 - kannen azijn, als. 500: kann geduurende de rijz tot lugten en besprengen van het schip verbruijkt 270 „ of - ¾. legger volgens verklaaring der overheeden /:die hier net overgelegt is:/ uijtgelekt 228½: lb: Boter volgens verklaaring der scheeps overheeden/ die hier met overgelegt is:/ bij het openen der vaten temin bevonden. 257:½: kann: olijven olij, als 247½: kann: volgens verklaaring der scheeps overheeden /:die hier niet overgelegd is:/ op de reis uijtgelekt 10. –. d=o geduurende de rijs tot het smeeren der geweeren en aan den Doctor verstrekt m 200: lb: zuijker volgens verklaaring der scheeps overheeden die hier niet overgelegt is:/ op de rijs bij het openen der vaten temin bevonden. Bij de kontumtie reekening alhier verantwoord 1200: lb: hardbrood geduurende de rijze bedorven bevonden volgens ge„ annexeerde verklaaring N=o 1: 150: lb vleesch beduten en bevonden, volgens verkraaring even gem: 1898 940: „ spek daarvan 500: lb: bedorven bevonden volgens gem: verklaring 440: „ tot extra 8. lb: Boter tot Extra 667: kann: wijn op de leggers temin bevonden, volgens verklaring hier bij geannexeerd gem: N=o 2. 250: kann: Azijn tot besprengen 46½: „ olijven olij als 8: kann: tot extra 38:½. „ lekkagie bevonden op de halve aamen volgens even gem: verklaaring 427. 2/5. kann: genever, kaandewijn en Arrak als. 74 /5. kann: lekkagie bevonden op de halve aamen genever volgens verklaring laast gem: 17½. „ Idem op de halve leggers Caabse brandewijk volgens evengem: verklaaring 26½. „ adidem op de Tutukorijnse brandewijn volgens gem: verklaaring 309 - . „ geduurende de rijze aan de zieken mitsg=s aan het volk in hardweer voor extra verstrekt. „w: zakken gort op de rijs bedorvens volgens verklaaring hier bij geaunexeerd N=o 3: 2. lb: kaarsen tot extra 22:½. kann: Lampolij optraan wegens bevondene lekkagie op de halve aamen volgens verklaring evengem: 1500: lb. Biertt geduurende de reize van de Caab afverkonsumeerd. van de vrouwe Johanna vrij de konsumtie reekening aan de Caab verantwoord.- 1400: lb: Brood, daarvan 800 lb: geduurende de rijze in bier en brood gekonsumeerd 600: „ tot voeder van het vee afgelangd. 500

NL-HaNA_1.04.02_3790_0387 view scan ↗

English

500 cans of brandy during the voyage during extra rough weather, etc. 71 3/10 cans of wine during the voyage as extra for the cabin guests 500 cans of vinegar during the voyage for sprinkling the ship 203½ lb of butter during the voyage as extra 20 cans of olive oil during the voyage as extra Accounted for here in the consumption account: 13215 lb of hard bread found spoiled and unusable according to annexed declaration No. 4. 194 cans or 1 half leaguer of wine found empty according to annexed declaration No. 5. 500 cans of arrack as extra 65 cans of olive oil, thereof: 45 cans in 2 half aams found half empty according to the aforementioned declaration. 20 cans as extra. 500 cans of vinegar as extra and for sprinkling. 127 bags of barley found spoiled according to the aforementioned declaration from the Drie Gebroeders. Accounted for in the consumption account at the Cape. 3500 lb of bread, thereof: 600 lb consumed in beer during the voyage 400 lb for boiling bread-wine for the sick 1000 lb as fodder for the livestock 1500 lb spoiled during the voyage according to the declaration of the ship's officers, which is not submitted here 570 lb of meat during the voyage extra for boiling soup for the sick. 480 1/10 cans of brandy during the voyage as extra during rough weather and for the use of the doctor for the sick 1220 cans of vinegar, as: 500 cans used during the voyage for airing and sprinkling the ship. 720 cans likewise dispensed extra to the sick 56 lb of butter during the voyage as extra for the cabin 102 cans of olive oil, as: 12 cans during the voyage for greasing the weapons and for the service of the doctor 90 cans leaked out according to the declaration of the ship's officers, which is not submitted here. 45 cans of lamp oil leaked out during the voyage according to the declaration of the ship's officers, which is not submitted here. Accounted for here in the consumption account. 1150 lb of bread spoiled during the voyage according to annexed declaration No. 6. 1368 lb of Cape meat found stinking, rotten, and unusable, thus thrown into the sea, ditto No. 7. 852¼ lb of bacon found short in 4 half leaguers, ditto No. 8. 610½ cans of wine, as: 388 cans or 1 leaguer of wine found empty according to aforementioned declaration No. 6. 113 2/5 cans as extra 108 3/10 cans for 3 celebration days 324 cans of vinegar as extra and for scurvy 309½ cans of arrack, as: 50 cans while lying in the Cape roadstead as extra 92 4/5 cans ditto to the military 166 7/10 cans during the voyage as extra 60 cans of olive oil leaked out according to aforementioned declaration No. 6. 22 sheep perished during the voyage according to annexed declaration No. 9. 14020 lb of rice consumed during the voyage from Het Fortuyn Accounted for in the consumption account at the Cape. 8065 lb of bread, thereof: 750 lb consumed in beer during the voyage 1000 lb provided as fodder for the livestock. 6315 lb spoiled during the voyage according to the declaration of the ship's officers, which is not submitted here. 214½ cans of brandy during the voyage during extra rough weather to the ship's crew and for the use of the doctor for the sick. 500 cans of vinegar used during the voyage for airing and sprinkling the ship 106½ lb of butter during the voyage as extra for the cabin 222 cans of olive oil, thereof: 10 cans during the voyage for greasing the weapons and for the use of the doctor. 212 cans leaked out during the voyage according to the declaration of the ship's officers, which is not submitted here. 70 cans of lamp oil leaked out during the voyage according to the declaration of the ship's officers, which is not submitted here. Accounted for here in the consumption account: 4438 lb of bread spoiled, used as fodder for the livestock according to declaration annexed hereto No. 10. 644 lb of meat found spoiled and inedible according to annexed declaration No. 11. 792½ cans of wine, as: 22 cans for the sick 770½ cans leaked out according to annexed declaration No. 12, as: 388 cans or 1 whole leaguer entirely empty 382 cans leaked out of 3 leaguers, each 12 ditto 520 cans of vinegar as extra and for sprinkling 104½ cans of arrack, thereof: 14½ cans for the sick 90 cans as extra during stormy weather to the crew 130 lb of butter as extra 193 cans of olive oil, thereof: 10 cans for greasing the weapons and instruments 43 cans leaked out according to annexed declaration No. 13. 25 cans of rapeseed oil or train oil as extra 36 lb of candles as extra 140 lb of sugar, thereof: 68 lb as extra 72 lb for the sick 56 head of sheep, according to annexed declaration No. 14, due to a heavy sea that broke over the ship, the greatest part were half dead and several entirely dead, so that little or no benefit was had from them. 3 half aams of linseed oil leaked out according to annexed declaration No. 15 from Josephus the Second Accounted for in the consumption account at the Cape. 3600 lb of bread, as: 600 lb consumed in beer during the voyage 400 lb as fodder for the livestock 2600 lb spoiled and found inedible during the voyage according to the declaration of the ship's officers, which is not submitted here 300 cans of brandy during the voyage as extra during rough weather 300 cans of vinegar used during the voyage for airing and sprinkling the ship 305

Dutch transcription

500: kann: Brande wijn geduurende de ryze by extra hardweer et C=ra 71: 3/10 „ wijn geduurende de rijze tot extra voor de kajuijts gasten 500: —. „ Azyn geduurende de rijze tot het besprengen van het schip 203½. lb: Broter geduurende derijze tot extra 20. –. kann: olijv en olij geduurende de reize tot extra Bij de konsumtie reek: alhier verantwoord 13215: lb: hardbrood volgens geannexeerde verklaring N=o 4: bedurven en onbruijkbaar bevonden. 194: kann: of 1: halve legger wyn volgens geannexeerde verklaaring N=o 5: leedig bevonden. —. 500: „ Arrak tot Extra 65: „ olijven olij, daarvan 45: kann: op 2: halve aamen halfledig bevonden volgens even„ gem: verklaring. —. 20:–. -„ - tot extra. 500: kann: Azijn tot extra en besprengen. 127: zakken gort volgens evengem: verklaaring bedurven bevonden van de Drie gebroeders. vrij de konsumtie reekening aan de Caap verantwoord. 350:0: lb: Brood, daarvan 600 lb: geduurende de rijs in bier gekonsumeerd 400: „ tot het kooken van Brroodwijn voor de zieken 1000 „ tot voeder voor het vee 1500: „ volgens verklaaring der scheeps overheeden /:die hier net overgelegd is op de rijs bedorven 570 lb: vleesch geduurende de rijs extra tot het kooken van soep voor de zieken. 480 1/10 kann: Brandewijn geduurende de reis tot extra bij hart we„ „der en tot gebruijk vao van den Doctor voor de zieken 1220: „ Azijn, als 500: kann geduurende de rys tot lugten en besprengen van het schip verbruikt. 720: „ Jdem extra aande zieken vertrekt 56: lb: Boter geduurende de rijs tot oxtra aan der najuijt 102: kann: olijven olij, als 12: kann: geduurende de rijs tot het smeeren der wapenen en ter dienste van den Doctor 90 kann: volgens verklaring der scheeps overheeden /:die hier niet overgelegd is:/ uyjtgelekt. 45: kann: lampolij volgens verklaaring der scheeps overheeden die & die hier niet overgelegd is/ op de rijs uijtgelekt. Bij konsumtie reek alhier verantwoord. — 1150: lb: 12 rood volgens annexe verklaring N=o 6: op de rys bedorven. 1368: „ vleesch Caapte Idem N=o 7: stinkend verrot en onbruijkbaa bevonden dus in zee geworpen. 852¼ „. spek Idem N=o 8: in 4 halve leggers temin bevonden 610½. kann: wijn, als 388: kann: of 1: legger wijn volgens evengem: verklaring N=o 6: ledig bevonden. 113 2/5. kann: tot Extra 108 3/10 „ voor 3: hagjes dagen mu 324 kann: Azijn tot extra en scorbut 309½. „ Arrak als. 50 —. kann: ter Caapte rheede leggende tot extra 92 24/5. „ Idem aan de Militairen 166 7/10: „ geduurende de reize tot extra m 60 kann: olijven olij volgens bovengem: verklaaring N=o 6: uitgelekt. 22: schaapen op de rijs gekrepeerd volgens annexe verklaring N=o 9: 14020: lb: ryst geduurende de reize gekonsumeerd van T Fortuijn Bij de konsumtie reekening aan de Caap verandwoort. 8065: lb: Brood daarvan. 750 lb: geduurende de rijs in bier gekonsumeerd 1000 „ tot veeder voor het vee verstrekt. 6315. „ volgens verklaring der scheeps overheeden /: die hier met overgelegt is:/ op de rijs bedorven. 214½. kann: Brandewyn geduurende de rijs tot extra hard weer aan het scheeps volk en tot gebruijk van den Doctor voor de zieken. 500: „ A zijn geduurende de rijs tot lugten en besprengen vaan het schip verbruijkt 106½: lb: Broter geduurende de rijze tot extra voor de najuijt 222 —. kann: olijven olij, daarvan 10: kann: geduurende de rijs tot het smeeren der wa „penen en tot gebruik van den Doctor. 212: kann: volgens verklaring der scheeps overheeden /:die hier niet overgelegt is:/ op de reis uijtgelekt. 70 kann: Lampolij volgens verklaaring der scheeps overheeden :/ die hier niet overgelegd is:/ op de rijs uijt gelekt Bij Bry de konsumtie reekening alhier verantwoord 4438: lb: vrood bedurven tot voeder van het vee volgens verklaring hier bij annex N=o 10: 644: „ vleesch bedurven en oneetbaar bevonden volgens annexe verklaaring N=o 11: 792:½: kann: wijn, als 22: kann: voor de zeeken 770½. „ volgens annexe verklaaring N=o 12: uijtgelekt als 388: kann of 1: heele legger geheel leeg 382: „ uijt 3: leggers ider 12: d=m uijtgelakt 520: kann: Azijn tot extra en besprengen 104½. „ Arrak, daarvan 14½: kann: voor de zieken 90:—. „ tot extra in storm weer aan de Equipagie 130: lb: Boter tot extra 193. kann: olijven olij, daar van 10 kann tot het smeeren der wapenen en Jnstrumenten 43: „ volgens annexe verklaaring N=o 13: uytgelekt. —. 25: kann: Rapolij op traan tot extra 36: lb: kaarsen tot extra 140: „ zuijker, daarvan. 68 lb: tot extra 72: „ voor de sieken 56: stuks schaapen volgens annexe verklaring N=o 14: door een swar„ „re zee die over het schip sloep het grootste gedeelte half dood en verschijde geheel dood waaren zo dat men er wij„ „nig of geen nut van gehad heeft. 3: halve aamen Lijn olie volgens annexe verklaaring N=o 15: uijtgetekt van Josephus De tweede Vrij de konsunutie reekening aan de Caab. verantwoord 3600: lb: Brood, als 600: lb: geduurende de rijze in Bier gekonsumeerd 400: „ tot voeder voor 't vee 2600: „ volgens verklaring der scheeps overheeden /: die hier niet overgelegt is:/ op de reize bedorven en onretbaar bevonden 300: kann: Brrandewijn geduurende de rijze tot extra bij hardmeer 300: „ Azijn geduurende de reize tot lugten en besprengen van het schip verbruijkt 305

NL-HaNA_1.04.02_3790_0390 view scan ↗

English

1899 305 lb butter, according to the statement of the ship's officers, which is not submitted herewith, received short in the fatherland. 8 cans olive oil for the cleaning of the weapons, etc. 88 lb sugar, according to the statement of the ship's officers, which is not received herewith, received short in Europe. Accounted for here in the consumption account: 227 7/16 lb meat, as: 47 7/16 lb for extra, 180 lb according to annexed statement No 16. 423 5/8 lb bacon. 130 cans arrack for extra. 252 1/4 cans wine consumed during the voyage for extra and in barley. 300 cans vinegar for extra and sprinkling. 2500 lb rice consumed during the voyage. 17 sheep died, according to annexed statement No 17. Sixthly, that only 2 provision lists on behalf of the Company have been received here, namely from the Vrouwe Johanna and Josephus de Tweede; but from the remaining three ships, having demanded them from those captains, they were found as follows: that of the Susanna in print, signed only by its captain, but with additions and signatures in manuscript; that of the Drie Gebroeders undated and unsigned, with the striking out of some articles and the addition of others, in which the captain had also shown 2 written lists, likewise undated and unsigned, one of which shows what of the provisions stated on the printed list was unloaded, and the other what remained of them on board, according to which latter list the provisions were entered into the account; and that of Het Fortuijn, the printed one unsigned and undated, with the striking out of some articles and the addition of others, as well as noted after various articles what of the same had been unloaded in Vlissingen, which was also written off in its consumption account submitted at the Cape. These last three provision lists, along with the two written lists of the Drie Gebroeders, have been returned to the captains at their persistent request, after the intake was properly collated with the consumption account. While While the undersigned has the honor to subscribe this with great respect, stood below: Honorable, Respected, Ruling Lord, Your Honorable, Respected humble servant, was signed: M. van der Spar, in the margin: Gale, 31 July Anno 1788. And it has been approved and agreed to let the remaining provisions serve as a supplement to those which the officers must receive here for the homeward voyage, as well as those which the officers of the Drie Gebroeders and Het Fortuijn brought with them from the fatherland for the homeward voyage and must account for. On the other hand, to credit to him the provisions accounted for in excess by the officers. To have accounted for here the provisions brought up in excess by the captain of the Drie Gebroeders for 8 persons, as also by that of Het Fortuijn for 2 persons, and of Josephus de Tweede for 8 persons, provisions brought up in excess. To pass the provisions furnished by the officers to the passengers as well as above the ordinary ration, besides that which was furnished for extra, as continued written-off provisions, as well as those which have been written off by virtue of the submitted statements. And to acquiesce in the report made concerning the provision lists and their true condition. Agrees, Ysbrands, First Clerk. 8 J. de Vos, examined. 1300 No 4. 1220 1901 To the Honorable, Respected Lord Cornelius Dionijsius Krayenhoff, Commander of the city and lands of Gale, Matara, etc. Honorable, Respected, Ruling Lord. Having been informed by the esteemed Colombo missive of 28 August of the past year that the undersigned captains of the ships De Vrouw Johanna, 't Fortuijn, De Drie Gebroeders, and Josephus de Tweede, shall not be credited for the provisions accounted for by them in excess, because, as the said notification dictates, that excess accounting is said to have originated from what was found left over; we, the undersigned, take the liberty most humbly to request Your Honorable, Respected to bring to the attention of the High Ceylon Government with a favorable recommendation that this excess accounting did not at all stem from what was found left over, but that this provisioning was actually made from the undersigned's own provisions, so that the undersigned may thereby still be reimbursed for what they have accounted for in excess in their consumption account. The undersigned have the honor to subscribe with all high esteem, stood below: Honorable, Respected, Ruling Lord, Your Honorable, Respected obedient servants, was signed: Michiel Poest, Jan Daale, Jan De Groot, and Johannes Wolff, in the margin: Gale, 15 September 1788. Agrees, Ysbrands, First Clerk. 0 Examined, [illegible] No 5. 1902 Today, 29 August Anno 1788. Appeared before me, Michiel Justinus Gratiaen, First Sworn Clerk of Police and Justice, present the witnesses to be named hereafter: The honorable Jan Jansze de Groot, captain of the private fluyt ship De Drie Gebroeders, The honorable Michiel Poest, captain of the private ship De Johanna, The honorable Claas Swart, captain of the private ship De Susanna, and The honorable Jan Daale, captain of the private ship Het Fortuijn, who together and each of them in particular declared that they have been notified by the naval captain and equipment master here, Mr. Erland Nikolaij Abo, in the name and on behalf of the esteemed Government of Ceylon, that the Honorable High Indian Government in Batavia has been pleased to order that the coir cables which are used in the service of the chartered ships, to [illegible] become No 201.

Dutch transcription

1899 305: lb: Boter volgens verklaring der scheeps overheeden /: die heer met overgelegd is:/ in het vaderland temin ontvangen. 8: kann olijven olij tot het sineeren der geweeren etcra 88: lb: zuijker volgens verklaaring der scheepsoverheeden /:die hier met ontvangen is:/ in Europa temin ontvangen Bij de konsumtie reekening alhier verantwoord. 227 7/16. d: Vliesch als: 47: 17/16. lb: tot extra 180:—. „ volgens annexe verklaring N=o 16. 423: 5/8: lb: spek 130:—: kann Arrak tot extra 252:¼ „ wijn geduurende de ryjse tot extra en in gort gekonsumeerd 300:—. „ Azijn tot extra en besprengen 2500: lb: rijst geduurende de rijze gekonsuneerd 17: stuks schaapen volgens annaxe verklaaring N=o 17: gekrepen Ten sesden dat hier skomp=s wegen maar 2: provitie lijsten ontvangen zijn namentlijk van de vrouwe Johanna en Jote„ „phus de tweede, dog van de overige drie scheepen van dien schip „pers afgevraagd en dezelven zodanig bevonden zijn als die van de so „sanna in druk alleen geteekend door dies schippers, dog met ver bijvoegsels en hantteekeningen in het geschrift die van de drie gebroeders ongedateerd en ongeteekend met deurhaling v eenige artikels en bijvoeging van andere, waar bij de schipper na 2: geschreevene lysten meede ongedateerd en ongeteekend had ver„ „toond, bij een dewelke blijkt wat van de provisien, die bij de gedrukte List vermeld staan ontlost en bij de ander wat daarvan binnen boord verbleeven is, naar welke laatste de pro„ „visien bij de reek: ingenoomen zijn. En die van 't Fortuijn „de gedrukte ongeteekend en ongedateerd, met den rhaaling van eenige artikels en bijvoeging van andere, mitsgaders agter „schijde artikels aangeteekend wat van dezelven in vlissing gelost was, 't welk ook bij dies conssumtie reekening aand Caab overgelegd, afgeschreeven is. Deeze drie laatste provisie Lijsten met de twee geschreeven lijften van de drie gebroeders zijn roeder aan de schippers op hun aanhoudende begeerte afgegeeven na dat den inneem bij de kom sumtie reekening behoorlijk gekonfronteerd was. Terwijl Terwijl de ondergeteekende de eere heeft dezen met veel eerbied te onderschrijven /:onderstond:/ wel Edele Achtb. gebiedende Heer uwer wel Edele Achtb: onderdanigen Dienaar /:was geteekend:/ M=r van der Spar /:inmargine:/ Gale Den 31: Julij A=o 1788. En is goedgevonden en verstaan de per Rosteert zijnde provisien tot supplement van die de overheeden voor de te huijs reize alhier ontvangen moeten, telaten dienen, zo meede de sulke die de overhee„ „den van de Drie gebroeders en T Fortuijn in het vaderland voor de te huijs reize meede gebragt hebben en verantwoorden moeten. Daar en teegen de door de overheed en meerder verandwoorde provisi„ „en aan hem telaaten goeddaen. De door den schipper van de drie Gebroeders voor 8. koppen meer„ „der opgebragte provisien, alhier telaaten, verantwoorden, gelijk ook door die van 'T fortuijn voor 2: koppen, en van Josephus de tweede voor 8: koppen teeee opgebragte provisien De door de overheeden aan de passagiers verstrekte zo wel als ook boven het ordinaire Randtoen neffens het geen dat tot Extra verstrekt is, als vercontinueerde afgeschrevene provi„ „sien te passeeren zo meede de sodanige welken uijt kragte der ingediende verklaaringen afgeschreeven zijn. En te„ berusten bij het berigt nopens de provisie Lijsten van der„ „zelver waare gesteldheid gedaan Accordeert Dijbrands Egklerk 8 J de vos nagezien 1300 N:o 4. 1220 1901 Aan den welEdelen Achtbaaren Heer Cornelius Dionijsius Krayenhoff Gezaghebber der stad en Landen van Gale, Ma= ture etca Wel Edele Achtbaare Gebie= dende Heer By geEerde kolembose missive van den 28: Augustus J=o Leeden aangeschreeven zynde dat de ondergeteekendens schippers van de scheepen de vrouw Johanna, 't Fortuijn De driegebroeders en Josephus de tweede, de door hun meerder verant= „woording provietiën niet zullen worden goedgedaan uijt hoofden gelijk gem: aanschrijving dicteerd, dat die meerdere verantwoording zoude voortgesprooten zijn uit het geen overbevonden is, zo gebruijken wij ondergeteekendens de vrij „hijd uwel Edele Achtbaare ootmoedigst te verzoeken verzoeken de Hooge Ceilonse Regeering met een gunstige voorschrijvens tewille onder het oog te brengen, dat deeze meerdere ver= „antwoording geenzints uijt de overbevonde „ne maar wel dat die verstrekking door eijge provietien van de ondergeteekendens weezendlijk geschied is, op dat de ondergeteek: daar door als nog mogen vergoed krijgen, het geen ze bij hún komsumtie Reekening meerder hebben verandwoord De ondergeteek: hebben de Eer met alle hoon agting te onderschrijven /:onder stond:/ WelEdele Achtbaare Gebiedende Heer uwer wel Edele Achtbbaare gehoorzaame Dienaaren /:was geteekend:/ Michiel Poest, Ian Daale, Jan De Groot en Johannes „wolff, /: In marsine:/ Gale den 15:' 7ber 1700; Akkordeert Hijbrands Egklerk 0 Nagezien =Ipaar N:o 5. 1902 Heden den 29:' Augustus Anno 1788. Kompareerde voor my Michiel Justinus Guatiaen Eerste gezw: klerk van Polietie en Justitie present de natenoemene ge= tuijgen. De E: Jan Jansze de Groot, schipper van het Partukuleer fluytschep de drie „gebroeders, De E Michiel Poest, schipper van het partukulier schip de Johanna, De E: Claas Swart schipper van het partuku= „lier Schip De Zusanna, en De E: Jan Daale schipper van het partuku= Lier schip het Fortuijn, Dewelken te Zaamen en een ieder van hen in het bezonder te kennen gaven, dat zi door den kapiteijn ter Zee en Equipa„ „giemeester alhier de H=r Erland Nikolaij Abo uyt naam en van weegen de ge Eerde Regeering van Ceilon aan= gekondigd zijn dat de Edele Hoog Jn„ „diasche Regeering te batavia heeft heeft gelieve te gelasten dat de Kayer Gouwen die ten diensten van de Jngehuur „de scheepen worden gebruykt, om bekwaam N=o 201: geworde

NL-HaNA_1.04.02_3790_0400 view scan ↗

English

having become so, not taken back, but left to the skippers and must be debited to the expense accounts of those vessels, just as the three hawsers that were already provided as springs to the ships De Drie gebroeders, 't fortuijn, and the vrouw-Johanna and have broken must be debited to their expense accounts, and that in the future, to prevent all disputes concerning this treatment, the skippers of the chartered ships must immediately upon their arrival here be informed thereof and asked which ropes they desire; against which the appearers declare they must object, that their principals according to the charter parties did indeed find it proper to deliver the ships staunch, tight, and strong, provided with anchors, cables, sails, and in a word with everything that is necessary for a voyage to the East Indies and back from there to the satisfaction of the Gentlemen Charterers, but on the other hand said Gentlemen Charterers 1903 Charterers in another place of said charter party promised them suitable harbors and to provide them with all possible help and assistance, as well as clearly: that the ships at the Cape, nor on Ceylon or Batavia, nor on the inland voyage shall pay any harbor or other expenses of that nature; that the appearers accordingly, under the maritime laws and customs for the insurers, can suffice with three anchors and cables, and that each of them instead thereof had used and are still using four anchors and cables here in the roads for their ships, which which however do not suffice, especially in this monsoon and time of the year in this bay, while the squalls and gusts from the south and south-west, accompanied by heavy rollers and sea swells, often bring the ships by day as well as by night and unseasonable hours into great danger, as has happened several times during the appearers' presence, since the best domestic cables, to the great detriment of the appearers' shipowners, in various places due to the foulness of the bottom, which everywhere is strewn with sharp rocks, within a period of two, three, and five days have chafed and 1304 and have broken to pieces, just as the appearers cite a fresh proof thereof from the national frigate the Ceres, which recently arrived in this bay and within a period of twenty-four hours had lost a domestic cable in such a manner; and that furthermore, if the Master of the Equipage had not accommodated the appearers with anchors and cables and continued to assist them therewith, their ships in all probability would have found themselves in the extreme danger of being shattered on the steep rocks of Klippenburg, or being driven onto the beach. That the aforesaid Master of the Equipage therefore deemed it very necessary to assist and support each of the appearers' ships for the account of the Honorable Company with another anchor and coir foresheet-cable and two springs to run out astern, as was done to five other chartered ships that preceded them and were dispatched from this bay in the same manner: the Faktor, Mentor, Dordrecht, the vrouwe Maria, and the vlugge Trekvogel; of which use the skippers, upon their departure, merely gave said Master of the Equipage a written receipt. That 1305 That notwithstanding said coir ropes are judged better and are very much in use in these countries, some of those that have been provided to the appearers have already broken to pieces on account of the sharp rocks on the bottom of this bay, as the Honorable Government has been informed thereof, and that the remainder, which are still in use on the appearers' ships until the same shall be dispatched, being constantly subject to said damage, will notoriously be found unfit and useless for other service; wherefore the appearers appearers declare that, however gladly they would submit to the order of the aforesaid Government, they cannot take said cables with them because they must necessarily set sail out of this bay with a head and stern cable and are thus forced to slip the same, nor can they permit that the same, contrary to the interest of their principals, shall be debited to the expense accounts of their vessels, but must most vigorously protest against it, as they do hereby, leaving 1306 to the consideration of the aforesaid Government how greatly the burdens of their ships will thereby be increased, making it indefensible for the appearers that for each fore-cable of 20 to 16 inches ƒ1200.- and ƒ943.4.-, namely charged with two capital advances, as well as for the springs pro rata are brought to account against them, although the necessary ship supplies, according to the charter party, must be provided to the appearers at market price, and they cannot know whether the two capital advances, by virtue of said condition, will be deducted therefrom. Requesting Requesting, for all the aforementioned given and in the appearers' opinion sufficient reasons, solely that it may continue according to the customary practice up to now, and that they may merely issue written receipts to the Honorable Master of the Equipage for the coir cables and springs used on their ships in this bay, of which matters the appearers requested to make record for proof, and thereof an act in form. ƒ25 Thus done and passed in the city of Gale, on the island of Ceylon, at the Secretariat of Policy and of Justice on the day written above, and in the presence of the

Dutch transcription

geworden zinde, niet te rug genoomen, - maar aan de schippers overgelaaten en op de onkost reekening van die Bodems moeten belast worden, zo als de drie Cou„ „wen die tot springen aan de scheepen De Drie gebroeders, 't fortuijn en de vrouw= Johanna reets verstrekt en gebrooken zijn op derzelver onkost re„ „keningen moeten worden belast, en dat in het vervolg, om alle disputen over deze behandeling voortekoomen, de schip „pers van de Jngehuurde schepen di„ reikt by hunne aankomsten alhier daar van moeten worden onderregt en gevraagt welke touwen zij begeeren waer tegen de komparanten betuijgen te mo„ „te inbrengen, dat hunne principaalen volgens volgens de serte patijen wel bevon= den hebben de scheepen te leeveren hegt digt en sterk, voorzien van Ankers Jou„ ven zijlen en in Een woord van al het geen atis tatgt een rise nodigis na oostjndien en van daar terug ten genoe „gen van de Heeren Bevragters beno= „digd is dog daar en tegen gemelden Heeren Bevragters 1903 Bevragters bekwaame havens en op- eene andere plaats van gemelde Cherte Parthij beloofd hebben hun te zullen toebrengen alle mogelijkes Hulpe en assistentie, mitsgaders ook duidelijk: dat de scheepen aan de kaas; noch op Ceilon of Batavia nog op de Binnenlandsche Rijze gee„ „ne haven of andere onkosten van die natuur betaalen zullen Dat de komparanten ingevolge van dien volgens de Rechten en Kostumen der Zee voor de Assu„ „radeurs volstaan kunnen met drie Aukers en touwen en dat elk van hun in steede van dien vier ankers en touwen alhier ter Rheede voor hunne scheepen hadden gebeezigd en nog gebruijken die „ n die echter niet volstaanbaar, voor al in deeze Alousson en tijd van het Jaar in deeze Baij zijn, terwijl de Buijen en Rukwinden uijt het Zuijden en Zuijdwesten, verzeld met swaare rollings en zee-Den „ningen, dikwils de scheepen bij Dag, zo wel, als bij nacht en ontijden in groot gevaar bren„ „gen zoo als dat met der kom„ „paranten aanweesen tans ver„ „schijde Rijzen gebeurd is al„ „zoo de besten vaderlandsche touwen, tot groote schade van der komparanten Rheeders, op onderscheidene plaatsen door onzuijverheijd van de grond, die over al met scherpe klippen bezaaid is in tijd van twee, Drie en vijf dagen geschavield en 1304 en aan stukken geraakt zijn, gelijk de komparaanten eene versche Blijk daar van aanhaalen van het in deeze Baij onderdaags aan„ „gekoomen 'slands fregat de Ceres, het welk in tijd van vier en twin„ „tig uuren een vaderlandsch jouw zoodanig had verlooren en dat voorts, indien de Equipagie mees„ „ter de komparanten niet niet Ankers en touwen was te ge„ „moed gekoomen en daar meede als nog bleef assisteeren, Hun„ „ne scheepen naa de meeste waar„ „schijnlijkheijd, in het uijtterste gevaar zich zouden bevonden hebben, om op de steile Rot„ „zen van Klippenburg te ver„ „brijzelen, of op het strand ge„ „zet te worden. Dat voormelde heer Equipagie meester Abo dus zeer nodig „meester heeft bevonden met nog een Anker, en vijger-voor-Jou en twee springen, om achter uijt te brenger, aan Elk der Komparanten scheepen, voor Reekening van de E: komp: bij „ te springen en dezelve te assis„ „teeren, zoo als dat gedaan, is aan andere vijf voor-afge„ „gaane en uijt deeze Baij in derzelver voegen geExpedieer„ „de ingehuurde scheepen de Taktor, Mentor, Dordrech de vrouwe Maria en des vlugge Trekvogel; van wel¬ „ke gebruijk de schippers, bij hun vertrek, aan gemelden Egei „pagie meester alleen een schrifte„ „lijk Bewijs gegeeven hebben. Dat 1305 Dat niet tegenstaande gemelde vijger Touwen voor beeter gekeurd C„ „ve zeer veel in deeze Landen in gebruijk zijn, van die wel„ „ke aan de komparanten ver„ „strekt zijn, reeds Eenige wegens de scherpige klippen op den Bodem deezer Baij, aan stuk gegaan zijn, zoo als de ge-Eerde Regeering daar van kennis gegeeven is en dat de overigen, die op der kom„ „paranten scheepen nog in gebruik zijn tot dat dezel„ „ve geExpedieerd zullen worden steeds aan gedagte schade onderheevig zijnde notoir onbekwaam en onnut tot andere diensten zullen wor¬ „den bevonden: weshalven de Komparant „ Komparant verklaren, dat hoe gaarne sij zich aan de order van welmelde Regeering wilden onderwerpen gemel„ „de jouwen niet te kunnen na zich neemen wijl se nood„ „wendig met een voor en „ ag„ „ter touwen uijt deeze baij zich onder zijl moeten begee„ ^zijn „ven en dus genoodzaakt „ de„ „zelve te laaten slippen, noch ook te kunnen toestaan dat dezelve tegen het belang hunner Heeren principalen, op de onkost reekeningen hunner Bodems belast zullen worden, maar wel ten kragtigste daar teegen te moeten protesteeren, gelijk zij doen bij deezen, met in 1306 in Consideratie van welgemelde Regeering te laaten, hoe zeer de laasten hunner scheepen daar door zullen worden beswaard en voor de komparanten onver„ „andwoordelijk gemaakt, dat voor idere voor touw van 20. â: 16. d=m ƒ1200. — en ƒ943. 4. — te weeten met twee kapitaalen advans beswaard, mitsga„ „ders voor de springen na Ra„ „to hem in Reekening worden gebragt, schoon de noodige scheeps behoeftens, volgens de Charte= Partij, aan de Comparanten Prijs Courant moeten worden ver„ „strekt en sij niet weeten kun„ „nen of de twee kapitaalen Ad„ „vans, uijt hoofde van gemel„ „de Beding, daar van zullen wor„ „den afgetrokken. versoekende 2a op. Verzoekende om alle de voormelde gegevene en na der Komparanten gedagten voldoende Reedenen, eenelijk, dat het bij het tot hier toe gewoon gebrúijk mag blijven „van Continueeren en dat zij de in die „ze baijde aan hunne scheepen gebeezigde vijgertouwen en springen den E: Equipagie mees„ „ter alleen schriftelijke Bewijze mogen afgeeven, van welk een en ander de komparanten ten blijken insteerden Aantekening te houden en daar van akte in foria. ƒ. 25 Aldus Gedaan en Gepasseert in de stad Gale, op het Eijland Ceijlon, ter Sekretarije van Po„ „litie en van de Justitie ten dage voor„ „schreeven en ter presentie van de

NL-HaNA_1.04.02_3790_0409 view scan ↗

English

1907 First Sworn Clerk the clerks Andreas Justinus van Zitter and Pieter Hendrik Reijhart, as witnesses, who have signed the minute of this, which is written on a similar stamp of twelve stuivers, alongside the appearers and me, the First Sworn Clerk. Below stood: Which I attest. Was signed: M: J: Gratiaan, First Sworn Clerk. Agrees. Hijbrands First Sworn Clerk Examined. Joannes Pompens No. 6. 1908 Today, the 8th of September 1788. Appeared before me, Michiel Justinus Gratiaan, First Sworn Clerk of Policy and Justice, in the presence of the witnesses to be named below: The Honorable Johannes Wolff, skipper of the chartered ship Josephus the Second, lying at anchor in this bay, who acknowledged and declared: That he has been informed by the naval captain and equipage master here, the Honorable Erland Nicolaij Abo, in the name and on behalf of the Esteemed Government of Ceylon, that the Noble High Indian Government at Batavia has been pleased to order: That the coir ropes used in the service of the chartered ships, having become unserviceable, shall not be taken back, but left to the skippers and charged to the expense account of those vessels; as the three ropes supplied as springs to the ships the Drie Gebroeders, the Tortuijn, and the Vrouwe Johanna have already been broken; and that henceforth, in order to prevent all disputes regarding this treatment, the skippers of the chartered ships must be informed thereof immediately upon their arrival here and asked which ropes they desire. Concerning which the appearer declares he must submit that, according to the charter party, his entrusted ship was delivered tight, staunch, and strong, provided with anchors, cables, sails, and everything required for a voyage to and from the East Indies; and that he, the appearer, according to the laws and customs of the sea for the insurers, can suffice with three anchors and cables; but that instead thereof he has used and still uses four anchors and cables here in the roadstead for his said ship, which nevertheless were not sufficient, because the squalls and gusts from the south and southwest, accompanied by heavy rolling and ground swells, frequently place the ships in this bay in the greatest danger, so that without the usual assistance of anchors and cables, which all previous privately chartered ships arriving in and departing from this bay have received from the Honorable Equipage Master for the Company's account, they most likely 1909 would have had to shatter upon the steep rocks of Closenburg or be driven onto the seacoast. That the situation and the condition of this bay always, and all the more so in this bad monsoon, make the aforementioned assistance necessary, such that all ships arriving in and departing from this bay, none excluded, cannot manage without it, as they are first provided with one fore and two aft cables or springs, which they themselves do not carry with them, because their daily and own cables that they cast out are very quickly cut to pieces by chafing on the sharp rocks which lie scattered and strewn over the bottom of this bay (over which the authorities must constantly keep a watchful eye in order not to fall into the utmost danger upon rising storms or foul weather); declaring that one of the appearer's best daily and the first homeland anchor cables was chafed and so damaged to pieces here in the bay within the first three days after his arrival; and also that the recently arrived frigate of the state, the Ceres, in the space of twenty-four hours in this bay, likewise lost a homeland cable; that the appearer's charter party also dictates that the gentlemen charterers shall provide suitable harbors and all possible assistance and help, and also that the ship at the Cape, Batavia, and on Ceylon shall not have to pay any harbor, pilotage, beacon, light, or any other ship expenses. That the appearer, therefore, however gladly he would wish to submit to the orders of the well-mentioned government, declares that he cannot take with him those cables with which the Honorable Equipage Master has assisted him for the Company's account, since he must also necessarily set sail out of this bay with a fore and aft cable and will thus be compelled, as all other ships do, to slip them, nor can he consent that the same, against the interest of his principals, be charged to their account or to the expense account of this vessel; against which he, the appearer, on the contrary declares himself obliged hereby most strongly to 1910 protest, requesting only, for the aforementioned given and in his, the appearer's, opinion sufficient reasons, that the customary practice until now may continue to be maintained, namely that for those coir fore-cables and springs of the Company used in this bay for the preservation of his entrusted ship, he, the appearer, may issue written and signed receipts to the equipage master, just as the skippers of the previously departed and dispatched ships from this bay, the Factor, Mentor, the Vrouw Maria, and the Vlugge Trek Vogel have done. Of all of which the appearer desired a record to be kept and an authentic act thereof to be made. Thus done and passed in the city of Galle on the island of Ceylon at the Secretariat of Policy and Justice on the day aforesaid, and in the presence of the clerks Adam Christoffelsz Luijk and Hendrik Rijhart, clerks, as witnesses, who have duly signed the minute of this, which is written on a similar stamp of twelve stuivers, alongside the honorable appearer and me, the First Sworn Clerk. Below stood: Which I attest. Signed: M: J: Gratiaan, First Sworn Clerk. Agrees. Hijbrands First Sworn Clerk Examined. Cornelis Adrianus Spaar No. 7.

Dutch transcription

1907 Egklerk de klerken Andreas Justinus van Zitter en Pieter Hendrik Reijhart, als getuijgen, die de minute deses, welke op een gelijke Zegel van Twaalf stuij¬ „vers geschreeven is, nevens de komparanten en mij eer„ „ste gezwooren klerk hebben onderteekend /:onderstond:/ T welk Getuijgd. /:was ge¬ „teekend:/ M: J: Gratiaan E: g: Klerk Accordeert Hijbrands voors v Nagesien Jo T„s Pompens No: 6. 1908 Heeden den 8. September 1788. Kompareerde voor mij Michiel Justinius Gratiaan, Eerste Gesw: klerk van politie in Justitie ten bij weesen van de nate„ noemene Getuijgen D E: Iohannes Wolff schipper van het Inge„ huurde en in deese baaij geankert leggend schip Josephus de tweede dewelke bekende ende verklaarde. Dat hij door den kapitain ter zee en Equipa„ giemeester alhier de H:r Erland Nicolaij Abo uijt naam ende van weegen de G'eerde regeering van Ceilon aangekondigt is dat de Edele Hoog Indiasche regeering te Ba„ tavia heeft gelieven te gelaster. „ dat de Kaijer touwen die ten diensten „ van de ingehuwde schepen worden Ge„ „„bruijkt onbekwaam geworden zijnde „ niet terug genoomen, maar aan de schip„ pers overgelaaten en op de onkost reek: van die bodems moeten belast worden zoo als de drie touwen die tot springen „ aan de scheepen de drie Gebroeders 't Tor„ „tuijn en de Vrouwe Johanna reeds ver„ strekt en gebroken zijn en dat in het vervolg om alle dusputen over deese be„ „handeling voor te komende schippers „ „ „ van „ „ van de ingehuurde scheepen direkt bij hunne aankomste alhier daar van moe„ ten werden onderrigt en gevraegd welke „ touwen zij begeeren. betuijgd waar omtrent de komparant besluijt temoe„ ten inbrengen dat volgens de Charte partij zijn aanvertrouwd schip Geleevert is, hegt digt en sterk voorsien van ankers, tou„ „wen, zeijlen en van al het geen dat tot een reijse na, en van oostendien benoodigd is, en dat bij Comparant volgens de regten en Costumon der zee boor de assuraders volstaen kan, met drie ankers en touwen dog dat hij instegde van dien vier ankers en touw en alhier ter rheede voor gemelde zijn schip gebeesigd hadde en noch gebruijkt die echter niet volstaan baar waaren, vermits de buijen en rukwinden uijt het zuijden en zuijd westen, verseld met zwaare rol„ ling en Leedijningen de scheepen in deese baaij dik wils in het Grootste gevaar brengen dat ze zonder de gewoone as„ sistentie van ankers en touwen die al„ „le de voorgaande in deese baaij aange„ koomen en vertrokkene partikulier ingehuurde scheepen gehad hebben van den E: Equipagiemeester voor Comp:s reekening na de meeste waarschijnelijk heid 1909 heid op de stijle rotsen van Klotsen„ burg zouden hebben moeten verbrijselen of op het zee strand geset worden. Dat de Tituatie en de geleegentheid van deese Baaij altijd en welte meer in deese kwae„ de mousson gemelde onderstaand nood„ sakelijk maakte, dat alle scheepen die in deese baaij aankoomen en vertrekken geene uijtgesondert daar buijten kan als werdende ten eersten van een voor en twee agter touwen of springen voorsien die zee zelfs niet meede brengen vermits hunne daags en Eige touwen die zij uijtwerpen, door het schavelen op de „zer scheepe Klip welke op den bodem d'ee„ baaij verspreid en besaaijd leggen zeer schielijk aan stuk raaken (waar over de overheeden gedurig Een oplettend oog moeten houden om bij op komrende storm of onweer niet in het uiterste gevaar te geraken verklarende dat een van des Comparants beste daags en de Errste vaderlandsche ankertouw alhier in de baaij in de Eerste drie dagen na zijne komste geschaveeld en zodanig aan stuk geraakt was mitsg:s dat het onderdaags in deese baaij aan„ „ „gekoomen gekoomen slands fregat de Ceres in tijd van vier en twintig weren ook een vader„ landsche touw heeft verlooren dat des Comparants Charlij partij ook dicteerd dat de heeren bevragters bekwaame ha„ „vens, en alle mogelijke assistentie en hulpe zullen toebrengen mitsg:s dat het schip aan de Kaab Batavia op Ceilon geen Htaven, loots, baak vuur, en alle ver„ dere scheeps onkosten zal hoeven te betalen. Dat de kompar: dus hoe gaarne hij zig aan de ordre der welgem: regeering wilde onder„ werpen verklaard die touwen waar meede den H: Equipagiemeester hem voor Comp: reekeng: bij gesprongen heeft niet te kun„ hun na zig neemen, wijl hij ook nood„ „wendig met een voor en agter touw uijt deese baaij zig onder zeil moet begeven en dus Genoodsaakt zyn zal, gelijk alle andere scheepen doen deselve te laten slippen, nog ook te kunnen toestaan, dat deselve teegen het belang van zijn heeren principale op hunne reek: dan wel op die van de onkosten deeses bo„ denis zullen belast werden waar voor hij kompar: in teegendeel betuijgd ver„ „pligt te zijn, ten kragtigste bij deese te 1910 te moeten protesteeren versoekende alleen om de voorm: gegeeven en na zijn kompar: gedagten, voldoende reedenen dat 't bij 't tot hier toegewoon Gebruijk mag blijven Continueeren namentlijk dat van die in deese baaij tot behoud van zijn aan„ vertrouwd schip gebeesigde vijger voortou„ wen en springen van de Compagnie, Hij Comparant aan den Equipagie meester schriftelijk en onderteekend bewijsen mag afgeeven, zoo als de schippers van de voor afgegane en uijt deese baaij geexpideeerde scheepen de factor mentor de vrouw maria de vlugge trek vogel en gedaan hebben. van welke een en ander de kompar: ten blijke begeerde aanteekening te houden en daar van acte in forma. Aldus gedaan en Gepasseerde in de stad gale op het Eiland Ceilon ter sekretarije van politie en Justitie ten dage, voorsz: en ten bij weesen van de klerken Adam Christoffelsz: Luijk en Hen„ „drik Rijhart klerken als getuij„ „gen die de minute deeses, dewelke Gesch: is, op een Gelijken Zegel van twaalf stuijv: nevens den E: komparant en mij 0 mij Eerste gesw: klerk behoorlijk hebben onderteekend /:onderstond:/ 'T welk Getuijg /:getekend:/ M: J: Gratiaan E: g: Klerk. Akkordeert. Hijbrands VEgklerk Nagezien Corn„ Adrian „ Spaar N:o 7.

NL-HaNA_1.04.02_3790_0419 view scan ↗

English

1911. Today, the 14th of June Anno 1788. Appeared before me, Gustavus Adolphus Gratiaen, First Sworn Clerk of Police here, and before the witnesses to be named hereafter, Mr. Jan Roelofsz: de Groot, skipper commanding the ship De Driegebroeders chartered by the Honorable Company, who gave to know that having received orders from the Right Honorable Presiding Mr. Martinus Mekern, Senior Merchant and Chief of this place, to sail from here to Gale with his aforementioned ship, he had declared to His Right Honor that since the ship, pursuant to orders received from the Honorable Ministers of the Cape of Good Hope to call at Tutukorijn and await there the orders of the esteemed Government of Ceylon, had arrived at the Punnaikayal roadstead, discharged there and again loaded other goods, and now had to depart for Gale, the Appearer maintained that this voyage should be considered an inland voyage, No. 53. and that for this the Honorable Owners of the ship should be compensated as was stipulated in the charter-party, the Mr. Appearer requesting me, First Sworn Clerk, that this note and deed in due form be kept of his aforesaid declaration. Thus done and passed in the Dutch office of Tutukorijn, in the presence of Henricus Dominicus Ide and Louis van der Heuvel, clerks, as witnesses. Was signed: Jan Roelofsz: De Groot. In the margin: present before us. Was signed: H: D: Ide and L: van der Heuvel. In the middle: to my knowledge. Was signed: G: A: Gratiaen, First Sworn Clerk. Underneath stood: Agrees. Was signed: G: A: Gratiaen, First Sworn Clerk. Agrees. Hijbrands, First Sworn Clerk. Examined. Dd Sraater. No. 8. 1912. No. 54. Today, the 14th of June 1788, appeared before me, Gustavus Adolphus Gratiaen, First Sworn Clerk of Police here, and before the witnesses to be named hereafter, Mr. Jan Daale, skipper commanding the ship 't Fortuijn chartered by the Honorable Company, who gave to know that having received orders from the Chief of this place, the Right Honorable Presiding Mr. Martinus Mekern, to sail from here to Gale with his aforementioned ship, he had declared to His Right Honor that since the ship, upon orders received from the Cape Government, had arrived here, discharged, and loaded other goods, and now lies ready to sail to Gale, the Mr. Appearer maintained that this voyage should be regarded as an inland voyage and that the Honorable Owners of the ship should be compensated for it as was stipulated in the charter-party, the Mr. Appearer requesting me, First Sworn Clerk, that for the benefit of the Honorable Owners this note and deed in due form be kept of his aforesaid declaration. Thus done and passed in the Dutch office of Tutukorijn, in the presence of Henricus Dominikus Ide and Louis van der Heuvel as as witnesses. Was signed: Jan Daale. In the margin: present before us, H: D: Ide and L: v: d: Heuvel. In the middle: to my knowledge. Was signed: G: A: Gratiaen, First Sworn Clerk. Underneath stood: Agrees. Was signed: G: A: Gratiaen, First Sworn Clerk. Agrees. Hijbrands, First Sworn Clerk. Examined. Jb Bekker. No. 9. 3 1913. Extract of a letter dated the 11th of June 1788 from Tutukorijn to Kolombo. The captain of the ship Susanna mentioned nothing of the kind, but before his departure he gave the Chief to know that upon his arrival from the Cape he could have sailed to Gale just as quickly as to Tutukorijn; but that having now arrived here upon orders received at the Cape, having lain here for a considerable time, discharged, and again loaded other goods for the Honorable Company, he believed that the voyage to Gale now at hand should be considered an inland voyage, and that the owners of the ship should be compensated for it as was stipulated in the charter-party, further requesting that mention might be made of this objection of his in the Company's papers for the benefit of his owners, which we hereby do, respectfully informing Your Right Honorable and Highly Esteemed of this. Agrees. Hijbrands, First Sworn Clerk. Examined. Ss Pompeus. No. 10. 1 1974. To the Right Honorable Presiding Mr. Cornelius Dionysius Kraijenhoff, Commander of the City and Lands of Gale, Matara, etc. Right Honorable, Esteemed, Presiding Mr. The skippers and commanders of the privately chartered ships that have arrived safely in this bay one after another, De Drie Gebroeders, De Johanna, De Susanna, and Het Fortuijn, named: 1: Johan Roelofsz: de Groot 2: Michiel Poest 3: Claas Zwart and 4: Jan Daale take the liberty most respectfully to submit hereby to Your Right Honorable Esteemed: That the Honorable Highly Esteemed Directors, as charterers of the aforementioned ships in Amsterdam, stipulated according to the charter-parties to have the ships sail from the Cape of Good Hope to Trincomalee or such other suitable suitable place on the island of Ceylon as should be designated to the petitioners by the ministry at the Cape. That pursuant thereto, the petitioners, by extract resolution of the said Government dated 28 January of this year, according to advice obtained from expert sea captains at the said point of land, were instructed that it was necessary at this time of year to call first at the roadstead of Tutukorijn, in order to await there the orders of the esteemed Government of Ceylon. That the petitioners, having arrived at Tutukorijn, were ordered by the Chief, the Honorable Mr. Martinus Mekern, to sail again with their ships from there to Gale, but that they had then declared, both orally and in writing by having secretarial records kept thereof, that this voyage from the Punnaikayal roadstead to Gale should be considered an inland voyage, according to the stipulations in

Dutch transcription

1911. Heden den 14. ' Junij A=o 1788. Compareerde voor mij Gustavus Adol„ phus Gratiaen Eersten gezwooren klerk van politie alhier en voor de natenoemene getuigen de heer Ian Roelofsz: de Groot schipper voerende het door dE: komp: gehuurd schip de Driegebroeders, dewelke te ken„ nen gaf dat hij van de wel Edele Gebiedende heer Martinus Me„ kern opperkoopman en opperhoofd deeser plaats ordre ontfangen hebbende om met zijn schip voor„ „meld van hier naar Gale te zij„ len aan zijn welEdele verklaard had dat vermits het schip in gevolge Bekome ordre van de heeren Ministers van de Caab de Goede Hoop om Jutukorijn aante doen en aldaar de ordres van de g'eerde Ceilonsche Regeering afftewagten, ter ponnecailsche reede aangekomen aldaar gelost en weder andere goede„ „ren ingenoomen hebbende tans naar Gale moeste vertrekken dE Comparant sustineerde dat deese togt voor een binnelandsche reise moest gehouden N=o 53. aes en daar voor aan de Heeren reeders van 't schip goedgedaan worden het geen bij decerte partij bedongen was verzoekende de heer Comparant mrij eerste gezwoore klerk dat van voorschreeve zijne verklaaring gehou„ den word deeze aantekening en Akte informa Aldus Gedaan en Gepasseerd in 't Nederlandsch Kantoor Tutukorijn ter presentie van Henricus Po„ minicus Jde en Louis van der Heuvel Klerken als getuijgen /was geteekend/ Jan Roelofsz: De Groot /inmargine /ons present/ /was geteekend/ H: D: Jde en L: vae der Heuvel in 't midden Jurmijn ker„ „nis /was geteekend/ G: A: Gratiaen Egklerk /onderstond/ Akkordeert/ /was geteekend/ G: A: Gratiaen Egklerk Akkordeert Hijbrands Egklerk Nagezien Dd Sraater N:o 8. 1912. No: 54. Heeden den 14. Junij 1788. komparaerde voor wij Gustavus Adolphus Gratiaen Eersten ge= zwooren klerk van politie alhier en voor de na- tenoemene getuijgen, DHeer Ian Daale schipper het door DE: komp:e gehuurd schip 't Fortuijn voerende te kennen gaf, dat hij van 't opperhoofd dewelke deezer plaatse de welEdele gebiedende Haar Marta- nus Mekern:r ordre bekoomen hebbende om met zijn schip voormeld van hier naar Gale te zijlen, aan zijn welEdele gedeklareerd had dat vermits het schip op ontfangene ordre van de Caabsche Regearing alhier aangekoomen gelost en andere ingenoomen hebbende tans gereed legd goederen naar Gale te zeilen, de Heer Comparant sus- tineerde dat deeze reize moeste aangemerkt worden als een binnelandsche togt en daar voor aan de Heeren Reeders van 't schip goedgedaan worden, 't geen bij de Caate partij bedongen was, verzoekende de Heer komparant mij Laasten gezwooren klerk dat van voorsz: zijne ver- klaaring ten behouven van de Heeren Readen gehouden word deeze aantekening in acte in forma. Aldus gedaan onde Gepasseert in 't Nederlandsch kantoor Tietukorijn, ter presentie van Wan- rikus Dominikus Ide en Louis van der Heuvel als als getuijgen /:was getekend:/ Jan Daale /:in margi ons present W:e D:s Jde en L: V: d: Hervel /. in 't midden in wijn kennis /: was getekend:/ G: A: Gratiaen Eikle /:onderstond:/ Akkordedrt /: was getekend:/ G: A: Egklerk Gratiaen Akkordeert Hijbrands V Eeklerk Nagezien Jb Bekker N:o 9. 3 1913. Kolombo geschreven. De kaptijn van 't schip Susanna, heeft van niets dier gelijks gerept, maar voor zijn vertrek gaf hij aan het opperhoofd te kennen, dat hij bij zijn komst van de kaap, na Gale even soo schie„ „lijk had kunnen zijlen als naar Tutukorijn; maar„ dat hij nu op ontvangen ordre aan de kaap al„ hier aangekomen zijnde, een geruimen tijd alhier gelegen, gelost en weder andere goederen voor D:E: komp: geladen warom hij meende, dat de tans voor handen sijnde rijse naa Gale voor een bin„ „nenlandsche togt moest worden gehouden, en daar voor aan de reders van 't schip Goed gedaan, 't geen bij de Certeparthij bedongen was versoe„ kende. voorts dat van deeze zijne beden„ king ten behoeven van zijne reders bij sComp:s papieren mogt worden melding gedaan, 't geen wij mits deezen doen en uwel Edele Groot Achtb: daar van eerbiedig kennis geven. Akkordeert. Hijbrands xtrakt Missive de dato 11 e Junij 1788. van Tutukorijn na V Eiklerk Nagesien S„s Pompeus z N:o 10. 1 - 1974. Aan den wel Edelen Gebieden„ „den Heer Cornelius DionijSius Kraijenhoff, kommandeur der stad en Lan„ den van Gale, Matuoe etc:a WelEdele achtbaare Gebiedende Heer. De schippers en gezagvoerders der partiku„ liere ingehuurde en na den anderen behouden in deeze baaij aangekoomene scheepen, de drie gebroeders, de Johanna, de Susanna, en het Fortuijn met naamen 1: Johan Roelofz: de Groot 2: Michiel Poest 3: Claas zwart en 4: Jan Daale neemen de vrijheid uw wel Edele achtb: op het eerbiedigst door deezen tevertoonen. Dat de Edele Hoog achtbaare Heeren Bewind„ hebberen als bevragters van gem: scheepen in Amsterdam bedongen hebben volgens deCherte partijen, om de scheepen te doen zilen van de kaap de goede Hoop na Trinkenomaale of zodaanige andere bequaame te bequaame plaats van het Eiland Ceilon, als door het ministerium aan de Kaab den supplianten zoude worden aangewa zen. Dat ingevolge van dien de supp:ten bij Extrakt Resoluutsie van gedagte Gouvernement in dato 28: Januarij deezes Jaars, volgens ingewonne advies van des kundige zee kapiteins aan gedagte uithoek onderrigt zijn geworden, noodzaake„ lijk in deeze tijd van het Jaar de reede van tutukorijn eerst temoeten aan„ doen, om aldaar de orders van de g'eer„ de Ceilonsche Regeering aftewagtens. Dat de Juff:te te Tutukorijn aangekoo„ men weezende van het opperhoofd VE: Heer Martinus Mekeru zijn aanbevoo len; weeder van daar met hunne scheepen te zijlen na Gale doch dat ze als doen zig zoo mondelijk als schrifte lijk door sekaetarieele aantekeningen daar van te laaten houden, verklaard hadden, dat deeze togt van de Ponne„ Kailsche rheede na Gale zoude dienen gehouden teworden voor een binnen„ landsche togt, volgens het bedongene bij

NL-HaNA_1.04.02_3790_0433 view scan ↗

English

1915 by their aforesaid charter parties, wherein among others it is stated: "the voyage from one port to another on Ceilon etc. shall be calculated and paid as domestic voyages at eight guilders per last per month with 10 percent ordinary average." That the petitioners, having now completed the aforementioned voyage to this place, respectfully request of Your Right Honourable to be informed whether the domestic voyage will indeed be credited to them according to the charter party, because in that case that domestic voyage will have to be calculated starting the day after they received their dispatch from Tutukorijn and continuing until the time the petitioners shall have declared to be ready to receive cargo here again. Yet if it should please Your Right Honourable otherwise, the petitioners consider themselves obliged to demonstrate to Your Right Honourable that their laydays shall again commence the day after their arrival here in the roads or from the day that they began to unload. And that the aforementioned laydays are stipulated in the charter party at one hundred and twenty-one, to be calculated after the departure from off Vlissingen, to unload and load at the Caab, Seilon or Batavia, as well as to unload again upon arriving before the city of Amsterdam. That of these one hundred and twenty-one laydays, according to signed receipts received both at the Caab de goede Hoop and Tutukorijn, have already expired and are still remaining here, as follows: for the ship de Drie gebroeders at the Caab 62 and at Tutukorijn 37 days, together 99, thus 22 days still remain, which latter, as stated, shall then commence the day after the arrival here in the roads, which was the 21st of June last, and shall end on the 11th of this current month of Juli 1788; for the ship de Johanna at the Caab 64 and at Tutukorijn 30, together 94, thus 27 days still remain, which 1916 latter, as with the immediately preceding ship, shall then commence after the arrival here in the roads or from the 17th of Junij last and shall end on the 13th of this current month of Juli 1788; for the ship de Susanna at the Caab 56 and at Tutukorijn 26 days, together 82, thus 39 days still remain, which latter, as aforesaid, shall commence on the 11th of Junij last and end on the 19th of this current month of Julij 1788; for the ship het fortuijn at the Caab 49 and at Tutukorijn 31, together 80, thus 41 days still remain, which latter likewise shall commence on the 22nd of Junij last and end on the 1st of the upcoming month of August 1788. According to this demonstration, it would thus follow that for each day beyond the aforesaid indicated days that each of the petitioners is detained, eighty guilders must be paid according to the condition of the charter parties, wherefore the petitioners find themselves further obliged to inform Your Right Honourable that when their aforesaid laydays here shall have expired, they must, according to their instructions, protest against all detention without the stipulated compensation of eighty guilders for each day. They therefore request to obtain Your Right Honourable's much respected disposition as to whether they shall be credited for the aforementioned domestic voyage until the day the petitioners shall have declared to be ready to receive cargo here again, or rather that their laydays shall commence the day after their arrival here in the roads and end according to the specification made above for each ship individually, as they, in accordance with their instructions, find the one and the other very necessary and appropriate for the interest and benefit of their masters, the shipowners and principals. Below stood: Doing which etc. Was signed: J. R. de Groot, C. Swart, J. Daale and M. Roest. Lower: Agreed. Was signed: P. G. Devos, sworn clerk. Agreed. IJsbrands sworn clerk Checked H. Thomarsse No 11. 1917 No. 194. Today, the 9th of Julij Anno 1783, appeared before me, Michiel Justinus Gratiaan, first sworn clerk at the secretariat of Police and Justice here, in the presence of the witnesses to be named hereafter, Jan Wolf, skipper commanding the private ship Jozephus de tweede, chartered by the Honourable Company and presently lying here in the bay, who acknowledged and declared that, according to the charter party of the said ship, one hundred and seventy-one laydays are stipulated for unloading and reloading and for final unloading, and that for all the remaining days that come to be spent in loading or unloading, eighty guilders per day has been stipulated, to be disbursed and paid by the gentlemen charterers for each additional day that he, the appearer, with the said ship entrusted to him, should be detained. But since he, the appearer, declares to have spent in laydays, according to written proofs received, in Middelburg 26, at the Caab de goede Hoop 105, in the roads of Ponnekail 26, and here until yesterday 14 days, or collectively a total of one hundred and seventy-one days, as stipulated and aforesaid; it is thus that he desires from today onward that the gentlemen charterers shall pay eighty guilders for each additional layday according to the charter party, and he therefore most emphatically protests by these presents against all detention without the aforementioned compensation of eighty guilders for each day, requesting at the same time to receive written proofs of the remaining laydays here until he with his entrusted ship shall be dispatched, as at other places. Thus

Dutch transcription

1915 bij voorm: hunne Cherte partijen, alwaar de onder anderen staat. „zullende de rijze van de eene haven „ na de andere op Ceilon etc:a als „ binnenlandsche togten worden ge„ „reekend en betaald tegens agt gul„ „dens per last smaands met 10: „ p:r C:o ordinaire avarij. Dat de suff:en evengemelde togt tans tot hier afgelegd hebbende uw wel Edele en achtb: eerbiedig verzoeken temoogen wee„ ten of hun daar voor de binnenland„ „sche rijze ook werkelijk zal te goed gedaan worden volgens de Cherte partij, om reeden als dan die binnenlandsche reijze zal moeten gereekend worden, te begin„ nen sdaags na dat ze hunne depeche hebben bekoomen van Tutukorijn en voortteloopen tot tijd toe de supp:n zullen gedeklareerd hebben, gereed te zijn om al„ hier weeder laading te ontvangen. Dan zoo het uw wel Edele achtb: anders en mogte behoogen, getuigen de supp:t verpligt te zijn hoog dezelve te vertoo„ nen, dat hunne legdaagen weeder aanvang 0 2 dr aanvang zullen neemen 'sdaags na hunne komst alhier ter relde ofte van den dag af, dat zij hebben begonnen te lassen. En dat evengem: ligdaagen bepaald zijn bij de Cherte partij op honderd een en twin„ tig, te reekenen na het vertrek van onder vlissingen, om aan de Caab sei„ lon of Batavia te lossen en te laaden, mitsg:s voor de stad Amsterdam koomende weeder te lossen Dat van deeze honderd een en twintig leg„ daagen volgens ontvangene geteekende bewijzen, zoo aan de Caab de goede Hoop als Tutukorijn reeds verloopen en al„ hier nog voor handen zijn, als volgt: van het schip de Drie gebroeders aan de Caab 62: en op Tutukorijn 37: daagen tezamen 99: dus nog overblijven 2Z: daagen welke laasten als gezegd dan beginnen zullen 'sdaags na de komste alhier ter rheede, dat geweest is den 21:e Juni J:ol: en eindigen zullen den 11:e dee„ zer loopende maand Juli 1788: van het schip de Johanna aan de Caab 64: en op Tutukorijn 30: tezamen 94: dus nog overblijven 27: daagen welke 1916 welke laatsten als van het eeven voor„ „gaand schip dan zullen beginnen na de komste alhier ter rheede ofte van den 17:e Junij J:ol: en eindigen zullen den 13:e deezer loopende maand Juli 1788: van het schip de Susanna aan de Caab 36: en op Tatukorijn 26: daagen tezamen 2r 82: dus nog overblijven 39: daagen, wel„ ke laasten als voorzegd zullen beginnen met den 11:e Junij J:ol: en eindigen den 19:e deezer loopende maand Julij 1788: van het schip het fortuijn aan de Caab 49: en op Tutukorijn 31: tezamen 80: dus nog overblijven 41: dagen welke laasten ad- idem zullen beginnen met den 22:e Junij J:o leeden en eindigen den 1:e der aanstaande maand aug:o 1788: volgens deeze aantoning zoude dus voort„ vloeijen dat aan elk der supp:ten voor ieder dag meer dan de voorm: aangeweezene daagen opgehouden worden de volgens de condutsie der Cherte partijen, zullen moeten betaald worden taggentig gulden, weshalven de supp=ten zig alverder genood„ zaaket vinden uw wel Edele achtb: bekend temaaken, wanneer voorm: hunne legdaagen alhier verstreeken zullen zijn volgens 14 volgens hunne Instrubetsies temoeten pro„ testeeren teegen allen ophoud, zonder de bepaalde voldoening van taggentig gulden voor ieder dag. verzoeken Ind temoogen erlangen Hoog des„ zelfs veel g'eerde disposietsie of hun zal te goed gedaan worden de hier voorm: bin„ venlandsche rijze tot den dag toe de stufp:r zullen gedeklareerd hebben gereed te zijn om alhier weeder laading te ontvangen dan wel dat hunne legdaagen aanvang zullen neemen, srdaagt na hunne aan„ komste alhier ter rheede en eindigen zoo als de hier vooren gedaane aanwij„ zing van elk schip in het bijzonder, alzoo zij het een en ander volgens hunne in„ struktsies zeer noodig en overeenkom„ „stig vinden voor het interest en belang hunner Heeren Scheeders en Principaalen /:onderstond:/ 't welk doende etc:a /:was„ „getekend:/ J: R: de Groot C: Swart, J: Daale en M: Eoest /:lager:/ akkorseerd /: was ge„ tekend:/ P: G: Devos, g: klerk Akkordeerd Hijbrands J. Egklerk 1244 dr 1a Eif ren Nagezien ƒ H Thomarsse .P N:o 11. 1917 No. 194. Heden den 9:e Julij Anno 1783, Compareerde voor mij Michiel Justinus Gratiaan Eerste gesw: klerk ter secretarije van Politie en Justitie alhier is present de natenoemene getuijgen. Ian Wolf, schipper voerende het particulier door dE:. Comp:s ingehuurd en tans in de baij alhier leggend schip Iozephus de tweede, de welke bekende ende verklaar„ „de, dat volgens de Chartepartij van gedachte schip, tot E: ontlossinge en weder lading en tot uijtlossinge bepaald zijn, Hondert een en seventig legdagen, en dat voor alle de overige dagen, die tot laden of lossen koomen te slijten bedongen zijn taggentig gulden 'sdaags, om door de heeren Bevragters, voor ieder overige dag, dat hij Comparant, net gedagte zijn aanvertrouwd schip zoude worden op gehouden, te worden uijtgekeert en betaald. Dan wijl hij Comparant verklaard volgens ontvangene schrif„ telijke beweizen aan legdaagen versteeten te hebben in Middelburg 26. aan de Caab de goede Hoop 150. ter rheede van Ponnekail 26. –. en alhier tot gister 14. dagen ofte gezamentlijk een aantal van Honderd een en seven„ „tig dagen, als bedongen en voorzegd is; zoo is het dot hij van Heeden af begeerd, dat de heeren bevragters zullen betaalen taggentig gulden voor ieder overige leg„ „dag volgens de Chartepartij, en protesteerd dus ten kragtigste bij deeze teegen allen ophoud zonder meer„ melde voldoening van Taggentig gulden voor ieder dag, niet verzoek tevens, om van de overige leg„ „daagen alhier, tot dat hij met zijn aanvertrouwd schip, zal worden g'expedieert, zoo als op andere plaatzen, schriftelijke beweisen te mogen ontvangen. Aldus „

NL-HaNA_1.04.02_3790_0440 view scan ↗

English

Thus done and protested, in the City of Gale at the Secretariat of Police and Justice, on the day aforesaid, and in the presence of the clerks Adam Christoffel Luijk and Hendrik Reijhart as witnesses, who have signed the minute hereof, which is written on a similar stamp of twelve stuijvers, alongside the appearer and me, the first sworn clerk. Below stood: Which I attest. Was signed: M: I: Gratiaen, First Sworn Clerk. Agrees: G. Hijbrands, Sworn Clerk. Has been checked: J:s Pompeus. 1005 1318. No 195. Today, the 12th of July, in the year 1788, appeared before me, Michiel Justinus Gratiaen, First Sworn Clerk at the Secretariat of Police and Justice here, present the witnesses to be named hereafter, Johan Roelofse De Groot, skipper commanding the private ship De Drie gebroeders, chartered by the Honorable Company and currently lying in the bay here, who acknowledged and declared that, according to the charter party of the said ship, one hundred and twenty-one lay days are stipulated for unloading and reloading and for discharging, and that for all remaining days spent loading or unloading, eighty guilders per day have been agreed upon, to be settled and paid by the gentlemen charterers for each remaining day that he, the appearer, with his said entrusted ship, should be detained. But whereas he, the appearer, declares that, according to written proofs received, he has spent in lay days: at the Cape of Good Hope, 62; at the roadstead of Tonnekail, 37; and here up to today, 23 days, or together a total of one hundred and twenty-one days, as agreed and aforesaid; therefore, from tomorrow onward, he desires that the gentlemen charterers shall pay eighty guilders for each remaining lay day, according to the charter party. And he hereby most strongly protests against all detention without the repeatedly mentioned payment of eighty guilders for each day, requesting at the same time to receive written proof, as at other places, of the remaining lay days here until he shall be dispatched with his entrusted ship, and that this note and formal act be made of his said declaration. Duplicate copies hereof being granted at the request of the appearer, of which this is the second. Thus 1005 1022 1319 Thus done and protested in the city of Gale at the Secretariat of Police and Justice on the day aforesaid, and in the presence of the clerks Adam Christoffelsz: Luijk and Hendrik Reijhart, as witnesses, who have signed the minute hereof, which is written on a similar stamp of twelve stuijvers, alongside the appearer and me, the first sworn clerk. Below stood: Which I attest. Was signed: M: J: Gratiaen, First Sworn Clerk. Below stood: Agrees. Was signed: P: P: De vos, Sworn Clerk. Agrees: Hijbrands, Sworn Clerk. Has been checked: J:s Pompeus. 15 1005 1920. No 196. Today, the 14th of July, in the year 1788, appeared before me, Michiel Justinus Gratiaan, First Sworn Clerk at the Secretariat of Police and Justice here, in the presence of the witnesses to be named hereafter, Michiel Poest, skipper commanding the private ship de Johanna, chartered by the Honorable Company and currently lying anchored in the bay here, who acknowledged and declared that, according to the charter party of the said ship, one hundred and twenty-one lay days are stipulated for unloading and reloading and discharging, and that for all remaining days spent loading or unloading, eighty guilders per day have been agreed upon, to be calculated and paid by the gentlemen charterers for each remaining day that he, the appearer, with his said entrusted ship, should be detained. But whereas he, the appearer, declares that, according to written proofs received, he has spent in lay days: at the Cape of Good Hope, 64; at the roadstead of Ponnekail, 30; and here up to yesterday, 27 days, or together a total of one hundred and twenty-one days, as agreed and aforesaid; therefore, from today onward, he desires that the gentlemen charterers shall pay eighty guilders for each remaining lay day, according to the charter party. And he hereby most strongly protests against all detention without the repeatedly mentioned payment of eighty guilders for each day, requesting at the same time to receive written proofs, as at other places, of the remaining lay days here until he shall be dispatched with his entrusted ship, and that this note and formal act be made of his said declaration. Duplicate copies hereof being granted at the request of the appearer, of which this is the second. Thus done and protested in the City of Gale, on the Island of Cijlon, at the Secretariat and date aforesaid, and in the presence of the clerks Andreas Justinus van Litter and Pieter Hendrik Rijland as witnesses, who have signed the minute hereof, which is written on a similar stamp of twelve stuijvers, alongside the appearer and me, the First Sworn Clerk. Below stood: Which I attest. Was signed: M: J: Gratiaan, First Sworn Clerk. Below stood: Agrees. Signed: P: G: de Vos, Sworn Clerk. Agrees: Hijbrands, Sworn Clerk. Checked: Spaar.

Dutch transcription

Aldus Gedaan en Geprotesteert, inde Stad Gale ter secretarije van Politie, en Justitie, ten dage voorsz: en ter presentie van de klerken Adam Christoffel Luijk en Hendrik Reijhart als getuijgen, die de minute deezes de welke geschreeven is op een gelijke zegel van twaalf stuijvers, nevens den Comparant en mij eerste gezwoore klerk hebben onderteekend. /:onderstond:/ 'T welk Getuijgd /:was geteekend:/ M: I: Gratiaen E: G: klerk Akkordeert G Hijbrands Egklerk Is J„s Pompens Nagesien 1005 1318. N=o 195. Heden den 12. ' Julij A=o 1788. kompareede voor mij Michiel Justinus Gratiaeir Eerste gesw: klerk ter secre„ „1 „tarije van Politie en Justitie alhier present de natenoemene getuijgen. Johan Roelofse De Groot schipper, voe„ „rende het partikulier door d'E: komp: ingehuurd en tons in de Baij alhier leggend schip, De Drie gebroeders, de„ „welke bekende ende verklaarde, dat volgens de Cortepartij van gedagte schip, tot ontlossinge en weeder laa„ „ding en tot uijtlossinge bepaald zijn Honderd een en twintig legdaagen en dat voor alle de overige daegen, die tot laaden of lossen koomen te sleijten bedongen zijn taggentig guldens sdaags, om door de Heeren bevragters voor ieder overige dag, dat hij kompa¬ „rant, niet gedagte zijn aenvertrouwd schip zoude worden opgehouden te worden uitgekeerd en betaald. Dan wijl Hij komparant verklaard vol„ „gens ontvangene schriftelijke bewijsen aan 1 aen logdaegen versleeten te hebben aan de Caab de Goede hoop 62. ter Rheede van Tonnekail 37. en alhier tot heeden 23. daegen ofte gezamentlijk een aen„ „taal van Honderd een en twintig doegen als bedongen en voorzegd is, zoo is het dat hij van morgen af begeerd dat de heeren bevragters zullen betaalen taggentig gulden voor ieder overige legdag, volgens de Certe partij en protesteerd dus ten kragtigste bij deese teegen allen opgehoud zonder meerm: voldoening van Jaggintig guldens voor ieder dog niet ver¬ „soek tevens om van de overige leg „dagen alhier tot dat Wij met zijn aenvertrouwd schip zal worden ge„ expidieert, zo als op andere plaatsen schriftelijk bewijsen te moogen ont„ „fangen en dat van gemelde zijne ver„ „klaaring gehouden word deese anteeke ning en acte in forma. Werdende ten verzoeke van den komparant van dubbelde afschriften verleend, waarva dit het tweede is. Aldus 1a05 1022 1319 Aldus Gedaan en Geprotesteerd in de stad Gale ter secretarije van Politie en Justitie ten daege voorschr: en ter presentie van de klerken Adam Chris„ „toffelsz: Luijk en Hendrik Reijhart, als getuijgen, die de Minute deses dewelke geschreeven is op een gelijke Zegel van twaalf stx:s nevens den Komparant en mij eerste gesw: klerk hebben onderteekend /onderstond/T welk Getuijgd /was geteekend/ M: J: Gratiaen Eerste gesw: klerk (onderstond/ Accordeert /was geteekend:/ P: P: De vos gesw: klerk. Accordeert Hijbrands VEgklerk Is J„s Pompeus Nagesien 15 1005 1920. Heden Den 14: Julij Anno 1788: Kompareerde voor mij Michiel Justinus Gratiaan Eerste. Gezw: klerk ter sekretarije van Politie en Justitie alhier, ter presentie van de naartenoemene Getuigen Michiel Poest, schipper voerende het partikulier door de E: komp: ingehuurd en tans in de Baij al„ hier g'ankerd leggend schip de Johanna, dewelke bekende en verklaarde, dat volgens de chaate paathij van ged: schip, tot ontlossinge en wederlaeding en uitlossing bepaald zijn Eenhondert een en twintig leg„ daagen en dat voor alle de overige dagen, die tot Laden of lossen komen besluijten bedongen zijn Tag„ gentig guldens 'sdaags, om door de Heeren Bevrag„ „ters voor ieder overigen dag dat hij komparant met ged:te sijn aanvertrouwd schip soude worden opgehouden teworden uitgereekend en betaalt Dan wijl hij kompa„ rant verklaard volgens ontvangene schriftelijke Bewij„ zen aan legdagen versleeten te hebben aan de Kaab de Goede Hoop 64:, ter rheede van Ponnekail 30: en alhier tot gister 27: dagen, of Tesamen een aantal van een Honderd Een en twintig dagen, als bedongen en voor zegd is, zoo is het dat hij van heeden af begeerd, dat de Heeren Bevragters zullen betalen Taggentig guldens voor ieder overigen leg dag volgens de Certe„ parthij en protesteerd dus ten kragtigsten bij dese tegen allen ophoud, sonder meermelde voldoening van Taggentig guldens voor ieder dag met versoek tevens om van de ove„ rige legdagen alhier, tot dat hij met zijn aavertrouwd schip sal worden g'expedieerd, zoo als op andere plaat„ N:o 196: sen 8 „sen, schriftelijke Bewijsen temogen, ontvangen, en dat van gem: zijne verklaaring, gehouden word, deeze aanteekening en akte in forma werdende ten versoeke van den komparant hier van dubbelde afschrifte verleend waar van dit het tweede is: Aldus Gedaan en Geprotesteerd in de Stad Gale, op het Eijland Cijlon, ter sekretarije en dato voorsz: en ten bijweken van de kleaken Andaeas Justinus van Litter en Pieter Hendrik Rijland als getuijgen Die de minute deses dewelke geschen ven is op een Gelijke segel van twaalff stuijvers, nevens den Komparant en mij Eerste Geswoore klerk hebben ondertekend /:onderstond:/ 'T welk Getuijgd /:was getekend:/ M: J: Gratiaan E: G: klerk /:onderstond:/ Accordeert /:getekend:/ P: G: de Vos g: klerk: Accordeert Hijbrands Egklerk : ƒ. 1025 ta G: Spaar Nagezien

NL-HaNA_1.04.02_3790_0451 view scan ↗

English

100 1921 No. 198. Today, the first of August, Anno 1788, appeared before me, Michiel Justinus Gratiaen, first sworn clerk of Police and Justice, in the presence of the witnesses to be named hereafter, Jan Daalen, commanding the private ship het Fortuijn, chartered by the Honorable Company and presently lying in the bay here, who acknowledged and declared: Firstly, that he, the appearer, alongside the other captains of the ships lying in this bay, the Driegebroeders, the Johanna, and the Susanna, has requested in writing from the Honorable Government here compensation for the inland voyage from Tutukorijn to this place, according to the Charter Party, at eight guilders per last per month and 10 per cent ordinary average; but that the aforementioned Government, pursuant to instructions received from the Supreme Government of this Island, has seen fit to notify him, the appearer, that, considering the roads of Ponnekail for the outbound ships can be regarded not as a Ceylon harbor, but only as a victualing station, the said Supreme Government has resolved to let the laydays of the ships at Gale commence rather on the day after their arrival here, and that for the extra days which the aforementioned ships happen to remain here beyond the laydays stipulated for each of them, according to the Charter Parties, eighty guilders per day shall be compensated to their owners; upon which the appearer testifies to have no objection, provided that it is thereby understood as a matter of course that the laydays spent at the Ponnekail roads, which he had to spend in discharging and loading according to signed receipts received, will be credited to him, and thus only to have to protest concerning the difference of three or four days spent in sailing from the Ponnekail roads to Gale without the stipulated compensation of eight guilders per last per month and 10 per cent ordinary average for an inland voyage; yet that he, the appearer, considers this difference of so little weight that the same might well be deferred for a decision by the gentlemen freighters on the one hand and charterers on the other hand, upon his, the appearer's, return to the fatherland. Secondly, that he, the appearer, having demonstrated the reasons and causes why, without protection or convoy, he could not undertake the return voyage from here with his entrusted ship and shipment of men, is hereby obliged to protest against all, God forbid, unforeseen disasters, damages, and accidents which might happen to occur both inboard and outboard the aforementioned ship of his, without the proper addition of the Flag Troostjen, so urgently requested by him, the appearer, and so necessary. Finally, or thirdly, that according to the Charter Party of his, the appearer's, aforementioned entrusted 8 2 1405 1322 ship, one hundred and twenty-one laydays are stipulated for discharging and reloading and for final unloading, and that for all the remaining days that come to be spent in loading or discharging, eighty guilders per day have been stipulated, to be paid out and settled by the gentlemen charterers; And that he, the appearer, accordingly declares to have spent, according to written certificates received, in laydays: at the Cape of Good Hope, 49; at Tutukorijn, 31; and from the 22nd of June last up to this day here at the roads, 41 days; which together make up a total of the aforementioned stipulated one hundred and twenty-one days; Desiring, therefore, from tomorrow onward, that eighty guilders for each remaining layday according to the Charter Party shall be paid to his principals, the gentlemen charterers, and hereby protests most strongly against any delay without the aforementioned payment of eighty guilders per day, requesting at the same time to be allowed to receive written certificates, both for the laydays already expired and those still to come here, until he, the appearer, with his entrusted ship, shall be dispatched, as were granted to him at the aforementioned places, and that of his said threefold declaration and protest this record and formal act be kept. Thus Checked Thus done and protested in the city of Gale at the Secretariat of Police and Justice, on the day aforesaid, and in the presence of the clerks Adam Christoffelsz. Luijk and Hendrik Reijhart as witnesses, who, alongside the appearer and me, the first sworn clerk, have signed the original minute hereof, which is written on a proper twelve-stiver stamp. Below stood: Which I witness. Was signed: M. J. Gratiaen, first sworn clerk. Agrees. Hijbrands, clerk P. H. W. Freicker

Dutch transcription

100 1921 N=o. 198. Heeden den Eersten Augustus Anno. 1788. — kompareede voor mij Michiel Justinus Pratiaen eer„ „ste gesw: klerk van Politie en Justitie present de nate„ noemene getuijgen Jan Daalen voerende het Partikulier door DE: komp: ingehuurt en tans in de Baij alhier leggend schip het Fortuijn, dewelke bekende en verklaarde. Eerstelijk dat hij komparant nevens de andere schip „pers van de in deese baaij leggende scheepen de Drie„ „gebroeders de Johanna ende Susanna, de Peerde Regeering alhier schriftelijk heeft verzogt om te goeddoening van de binnenlandsche rijse van Tutukorijn tot hier volgens de Charte partij â acht guldens per last smaands en 10. p=r C=to ordinaire avarij, dog dat welm: Regeering vol„ „gens bekoomen aanschrijven van de opper-Regee„ „ring deeses Eijlands hem komparant heeft gelie„ „ven te laaten aankondigen, dat uijt aanmerking de Rheede van Ponnekail voor de uijtkoomende scheepen, niet als een Ceijlonsche Haven, maar al„ leen als een ververfplaats kan worden aangezien, wel„ melde opper-Regeering beslooten heeft de legdaage„ van de scheepen te Gale, liever te laaten ingaan met den dag na dat ze alhier aangekoomen zijn en dat voor de meerdere daagen die voorm: scheepen booven de voor elk derzelve bepaalde legdaagen al„ hier koomen te vertoeven, volgens de Charte par„ „tijen, aan hunne Rheders zal worden goedgedaan taggen „tig Guldens per dag, waar op de komparant be„ „tuijgd. „tuijgd niets teegen te hebben, wanneer daar bij versta „wort dat hem als van zelve spreekende de legdaa „gen, ter Ponnekailse Rheede die hij tot lossen en laaden heeft moeten slijten volgens ontvangene geteekende bewijsen, te goed gedaan zullen worden en dus alleen te moeten protesteeren over het verschil van drie of vier daagen die bij het verzijlen van de Ponnekailsche Rheede tot Gale zijn toegebragt, zonder de bepaalde voldoening van acht guldens per last smaands en 10. p=r C=to ordinaire avarij voor een binnenlandsche rijse, dog dat hij kompa„ „rant dit verschil van zoo wijnig gewigt agt„ dat het zelve wel zoude kunnen ter decisie uijt„ „gesteld worden gelaaten aan de Heeren vervragterster eenre ende bevragters aan de andere zijde, met zijn komparants terug komste in het vaderland. zelve Ten tweeden dat wij komparant vertoond hebben„ „de de reedenen en oorzaaken, waarom zonder besche„ ming of Convooij met zijn aanvertrouwd schip en inlading van Manschappen, de terug reijze van hier niet zoude kunnen aanneemen, bij deeze verpligt is te protesteeren teegen alle God verhoede onvoorziene Rampen, schaaden en onge„ „lukken welke zoo binnen als buijten boord van gem: zijn schip zoude kunnen koomen te veroorzaaken, zonder de behoorlijke toevoeging van de door hem komparant zeer instandig verzogte en zoo noodige vlagge Troostjen. Eijndelijk of ten derden dat volgens de Charte par„ „tij van zijn komparants hier voorengen: aan„ „vertrouwd 8 2 1405 1322 „vertrouwd schip tot onlossinge en weder laa„ „dinge en tot uijtlossinge bepaald zijn Honder een en twintig legdaagen en dat voor alle de overige daagen, die tot laaden of lossen koomen te sluijten bedongen zijn taggentig gulden s daags, om door de Heeren Bevragters te worden uytgekeerd en betaald En dat hij komparant dienvolgende verklaard volgens ontvangene schriftelijke bewijsen aan ligdaagen versleeten te hebben, aan de kaap de Goede Hoop 49, op tutukorijn 31. , en van den 22. Junij I:o L: af tot heeden alhier ter Rhee„ „de 41. daagen, welke te zaamen een aantaal uyjtmaaken van voorm: bedongene Honderd een en twintig daagen Begeerende over zulks van morgen af dat aan zijne Principaalen de Heeren Bevragters zal worden betaald tag„ „gentig gulden voor ieder overige legdag vol„ „gens de Clanta Partij, en Protesteerd bij deese te„ kragtigste teegen allen ophoud zonder meer„ „melde voldoening van g taggentig gulden per dag, met versoek tevens zo van de reeds verstreeke als nog voorhanden zijnde legdaa¬ gen alhier, tot dat bij komparant met zij aan„ vertrouwd schip zal worden geexpidieert schip „telijke bewijsen te moogen ontfangen, zoo als hem die verleend zijn op de hier voorengen: plaat„ „sen en dat van gem: zijne drie voudige verklaa„ „ring en Protest gehouden word, deeze aantee„ „kening en Acte in forma. Aldus ^ Nagetien Aldus gedaan en Geprotesteerd in de stad Gale ter secretarij van Politie en Justitie, ten daage voorsz: en ter Presentie van de klerken Adam Christoffelsz: Luijk en Hendrik Reijhart als getuijgen, die de Minute deezes dewelke geschree „ven is op een gelijke zeegel van twaalf stver: ne„ vens den komparant en mij eerste gezw: klerk hebben onderteekend. /: onderstond:/ 'T welk Getuijgd /:was geteekend:/ M: J: Gratiaen eerst gesw: klerk. Accordeert. Hijbrands lyklerk P„ H„ W„ Freicker

← previousnext →