VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3791

Ceylon · 822 pages · 148 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3791_0592 view scan ↗

English

Section 299 The aforementioned Tuticorin chank shells have been sold, the first three sorts at 55 pagodas and the fourth sort and the refuse at 10 rixdollars per thousand, this together for 4335 rixdollars 42 stuivers, or in Dutch currency, 8585 guilders - stuivers 8 pennings. Deducting from this the paid dues to the renter, 1419 guilders 18 stuivers 8 pennings, there remains 7165 guilders 2 stuivers - pennings. Adding to this the rental fee on the chank diving along the Ceylonese shores, being 17000 rixdollars or 21780 guilders - stuivers - pennings, it thus appears that the Company has profited from the chank fisheries in 1786/1787 28945 guilders 2 stuivers - pennings. The profit in 1785/1786 amounted to 22713 guilders 13 stuivers - pennings, thus in the last year more by 6231 guilders 9 stuivers - pennings. The Pearl Fishery Section 300. On the occasion that the latest fishery was to be held, the Chief of Tuticorin, Mekern, submitted to us in his separate letter of 16 January past some considerations and questions regarding the gathering place and what further had to be observed during the fishery, and we replied to him accordingly, pursuant to our resolution of the 25th following, by secret letter of the 31st: Section 301. That he had to use Haas Island, as had happened in former times, as the gathering place for the fishery, and for that purpose, since the buildings there were already all collapsed, have the necessary structures erected there for dwellings and otherwise at the Company's expense, provided that the materials thereof are subsequently employed for other uses in the service. Section 302. That because the Nabob's people could not conveniently be prevented from sailing back and forth thither, the Chief, in order to prevent the inconvenience that might arise therefrom, had to direct matters in consultation with the Nabob's commissioners so that, as was also determined during the leases held in former times, it was stipulated that no one was allowed to come to Haas Island except with the permission of the renter. Section 303. That because this island, as well as the other islands on the Madura coast, has hitherto been regarded as the Company's property, it would be agreeable to us if the claim that might be made to fly the Nabob's flag there during the fishery could be dismissed; but that if the Chief did not find this feasible, it was better not to speak of it, and to let it pass unnoticed that the Nabob's commissioners fly their flag there on the same footing as they have had it according to ancient custom in the free fisheries when those were held on the mainland; because if one spoke of it now and nevertheless had to let it slide afterwards, the matter would only be aggravated thereby. Section 304. That under the new contract regarding the bazaar of provisions and other such things, it is stipulated that everything should remain on the old footing, and according to the best reports that could be obtained, provisions have remained untaxed in the previous fisheries in order to encourage the supply thereof, it would be agreeable to us if the said Chief could arrange that this now also remained on that footing; but as for the remaining duties of the bazaar, if there were any that could be collected according to old customs, the fairest arrangement that we could devise would be that, if the Nabob's commissioners should claim the benefits they yield, and when he saw no way to dismiss this, he then proposed to them to lease this right simultaneously with the pearl fishery to the renter of the fishery himself, because it would then serve in equal shares, both to the benefit of the Company and of the Nabob. Section 305. We have nonetheless given freedom to the Chief Mekern, notwithstanding our aforementioned instructions, to make such arrangements therein as he would find most useful and possible in the best service of the Company; and we have already communicated to your High Noblenesses, in our secret letter of 22 April last, that he was finally, and only for this time, obliged to allow two separate bazaars under separate flags, namely one for the Company and one for the Nabob. Section 306. According to what was communicated in our respectful letter of 4 July past, that we granted the renter a reduction for the fewer diving stones and diving days, the Tuticorin servants have since delivered to us a demonstration of what the renter actually had to pay, and pursuant thereto we decided in the session of 21 July following to let him suffice with the payment of 18760 rixdollars. Section 307. Consequently, the Company has had from this fishery half thereof, being 9380 rixdollars, or 4414 7/60 pagodas, amounting to 18318 guilders 11 stuivers 8 pennings. From which are deducted the 8 percent gratifications for the Governor and commissioners mentioned in our aforesaid respectful letter of 4 July, to the sum of 1465 guilders 10 stuivers - pennings, and the further expenses of structures, provisions, etc., amounting to 1290 guilders 1 stuiver 8 pennings, together 2755 guilders 11 stuivers 8 pennings. Thus remains in net profit 15563 guilders - stuivers - pennings.

Dutch transcription

§ 299 De voorschr: Tutukorijnse Sjaakoten zijn verkoo de drie eerste soorten tegens 55: pag: en de vierde soort en 't uitschot tegens 10: rd=s 't duizend, dis tezaamen voor rd=s 4335: 42: of nederlands geld. . . . ƒ 8585: — 8. waarvan afgetrokken de betaalde „ 1419:18. 8. ongelden aan den pagter.- rest ƒ 7. 165: 2: — Hierbij gevoegd de pagtschat op de sjan kos duijkerij, langs de Cylonse stranden, zijnde - - - rd=s 17000- of „ 21780. –. – zoo blykt dat de komp: op de sjan„ „kos duijkerijen in 178 /: heeft gepro„ De winst in 178 5/6. bedroeg- - - - - - ƒ 22713:13. —. dus 't laatse Jaar meerder ƒ 6231: 9. — ƒƒ De Paarlvisscherij §300. Ter gelegendheid dat de Jongste visserij zouden, gehouden worden heeft het opperhoofd van Unt „korijn Mekern, ons bij zijn aparite brief vee den 16: Januarij pats=o, eenige bedenkingen en vraagen voorgesteld, ten opzigte van de ver„ Samelplaats, en het geen verder bij de vissorn in agt moest genoomen werden, en we hebben hem daarop, volgens ons besluijt van den 25: daar aan, bij secreete brief van den 3.1: geantwoord. — fiteerd - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 28945:2. –. § 300: Dat hij 't Hlaatzen eijland, gelijk eer tijds ge„ „schied . 2368 „schied was, tot devertanelplaats voor de visserij moest gebruiken, en ten dien eijnde vermits de ge„ „bouwen aldaar reets alle ingestort waaren, daar de noodige opstallen tot wooningen als andersints, voor 's komp=s reekeninge laaten oprigten, mits de materiaalen daar van vervolgens, tot ander gebruiken den dienst worden g'emploijeerd. §302 Dat wijl snababs volk niet gevoeglijk het af en aan vaaren derwaarts konde belet worden, hij opperhoofd om voor te komen de ongelegend„ „heid, die daaruit soude kunnen voor't vloeijen, met overleg van snababs gecommitteerdens het daar keenen moest dirigeeren, dat ook uu„ gelijk bij de eertijds gehoudene verpagtingen, bepaald wierd, dat niemand op 't Haazen Eijland mogte komen, dan met verlop van den pagter. §303: Datwijl dit Eijland, zoo wel, als de andere Eijlanden aan de kuste Madure, tot nu toe als sComp=s eijgendom aangesien is, 't ons aange„ naam soude weeten, indien de pretentie, die er gedaan mogte worden, om daar geduurende de visserij snababs vlag te laaten waaijen, konde worden ontlegd; dog dat zo 't opperhoofd zulks niet unrgelijk mogte vinden, het beter was om er niet te spreeken, en het ongemerkt te laaten doorgaan, dat snababs gecommitteer in „dens daar sonn vlag voeren op dien voet, als ze haar hog naar 't oud gebruik in de vrije visserijen geheed hebben, wanneer die aan de vatte wal sijn ge„ houden: wijl zoo men „ nu van sprak, en het naderhand evenwel moette laaten glifften, de zaak daardoor maar verergerd zoude worden. §304: Dat bij 't nieuwe Contract, nopens de bazaar der levens middelen en andere diergelijke dingen, bepaald is, dat alles op den ouden voet souden blij nen, en volgens de beste berigten, die men er van heeft kunnen krijgen; de levensmiddelen bij de voorige vitscherijen onbeswaart gebleeven zijn, om „ danvoer daarvan aantemoedigen, het ons aan„ genaam souden waeten, indien het gedagte opper„ hooft konde schikken, dat dit nu ook op dien voet bleeff; dog wat de overige geregtigheeden van de bazaar betrop, dat zoo 'er zulke waren, die volgens oude gebruiken konden geheven wor„ „den, de regtvatigste schikking, die we daarop konden uitdeuken, souden zijn, dat hij, indien snababs gecommitteerdens aanspraak mogten maaken op de voorteelen, die deselve geeven, en wanneer hij niet zag dit te kunnen ont„ „leggen, als dan aan hun voorstelde, om dit regt tegelijk met de paarlissery teverpagten, aan den pachter van de visserij selve, wil het dan in eguaale portien zoude strekken, zoo wel ten voordeele van de Comp:, als van den Nabab. 5305 2368 §305. We hebben daar bij des niet temin aan het opperhoofd Mekern vryheid gegeeven, om onaangetien onze voorsz dispositien, daar in sodanige schikkingen temaaken, als hij dat ten meesten diensten van de komp:e nuttig en mogelijk zoude vinden; en we hebben uwen Hoog edelheeden reets, bij onzen secreeten van den 22. ' april J:oZ:, bedeeld, dat hij eijndelijk en alleen voor dit maal, twee afsonderlyke ba„ „jaars heeft moeten toestaan, onder bijsondere vlaggen, teweeten een van de komp: en een voor den Nabab. §306: volgens het bedeelde bij onzen eerbiedigen van den 4: July pass=o, dat we aan den pagter een afslag hebben toegestaan voor de mindere thouijs en duikdagen, is door de Tutuko„ „zijnde bedienden ons liet zedert eene aanwijsing besorgd van 't geen de pagter eygentlijk moeste betaalen, en ingevolge van dien hebben wij ter sessie van den 21: Julij daaraan beslooten, hem te laaten volstaan net de betaaling van 18760:–. rijktdaalders. §307. Oversulks heeft de komp van deeze visserij gehad, de helfte daarvan, sijnde rd=s 9380:—. of pagood en 4414 7/60. , uitmaakende. . . . . . . . . ƒ 18318: 11. 8. waarvan afgaan de 8: p:r C. douceurs voor den gouverneur en gecommitteerdens vermeld bij onsen voormelden eerbiedigen van den 4: Julij ter somma van - - - - - - ƒ1465. 10. —. en de verdere ongelden van op„ stallen provisien &=a bedraagende „ 1290. 1. 8. m „2755:11:8. dun Rest aan Zuijverwinst ƒ 15563. —. — 5308

NL-HaNA_1.04.02_3791_0596 view scan ↗

English

§308: The other half of the lease sum has, according to our resolution of the 19th of June last, as we communicated that to Your High Noblenesses in our aforesaid letter of the 4th of July, been accounted for to the Nabob cleanly and without burden of any expenses, to prevent a counter-account of costs, which certainly would have run considerably higher than those of the Company; we furthermore take the liberty, regarding everything that has occurred in this fishery, both concerning the suspension thereof for the price of 33,500 rixdollars offered for it, as well as all that further relates to it, to refer to the extracts from the Tuticorin reports, which are forwarded with this enclosure. §309 Because the inspection of the pearl banks along the Madura shores took place in the spring of 1787, and we therefore maintained that the resumption thereof, so shortly afterwards, was not very necessary, we have, according to the minute noted in our resolution of the 4th of September last, authorized the Tuticorin resident Mekern to have the banks inspected again in the past autumn, or to postpone such until this year, according to the expectation that might exist of some of them being stocked with rich oysters; and he thought it best to postpone the inspection so as to incur no needless expense on it. §310 And since it also appeared most clearly from the received reports of the last inspection of the Mannar and other Ceylon pearl banks that there was not the least hope that anything of importance would be found on them at present, we resolved by the just-mentioned resolution to postpone the inspection thereof also until this year; and we were primarily resolved to do this in order not to give occasion, through an inspection of the Mannar banks which one could assume in advance would turn out fruitless, unnecessarily to new disputes that might have arisen therefrom with the Nabob of the Carnatic, and which we judged it most prudent to avoid, as that otherwise would have given cause, if besides there should be any expectation that he will ratify the treaty recently concluded with Mr. Dodt, to put that again on the long finger. In the meantime, we take the liberty hereby to repeat our humble request in our respectful secret letter of the 25th of February 1787, that Your High Noblenesses will be so good as to send us provisionally the ratification on the Company's part. We take the liberty all the more to do this because, according to the letter from Mr. Campbell, Governor of Madras, of which mention is made above in the answer to the Patria extract in §401, and to which we request to be allowed to refer here, we are shortly to receive a letter about this from the Nabob of Arcot, at least regarding the pearl fisheries. Jagger Wood and Jagger Laths. §311. The transport of this wood and laths was leased out in the financial year 1786/7 for 6,183 rixdollars 16 stivers, or 12,243 guilders; for this current financial year of 1787/8, the same was leased out for 6,400 rixdollars, or 12,672 guilders; thus the last year yielded more: 429 guilders. §312. From the lease sum of 1786/7 amounting as stated to 6,183 rixdollars 16 stivers, or 12,243 guilders, have been deducted for the gratification assigned to the Jaffna servants: 9,900 guilders; remainder: 2,343 guilders. For the wood and laths that were delivered by contract, more was paid than the ordinary purchase price, namely: on behalf of Jaffna: 850 guilders 12 stivers 8 pennings. on behalf of Trincomalee: 684 guilders 15 stivers. Total: 1,535 guilders 7 stivers 8 pennings. So that the Company on this lease in the year 1786/7 made a net profit of 807 guilders 12 stivers 8 pennings. §313. The private export thereof consisted of 109,112 pieces of jagger wood and 404,645 jagger laths; and in the year 1785/6 the transport amounted to 105,560 jagger wood and 202,850 ditto laths; thus the last year more: 3,552 wood and 201,795 laths. The Red Dyeing §314. Which is directed by private persons appointed thereto, has in the financial year 1786/7, against the usual payment, delivered for the Company: 100 pieces of red cloths for the Patria and 250 pieces of gingham for Batavia. The Chay-root Digging §315. Has by farming out for the financial year 1786/7 yielded: at Jaffnapatnam: 28,000 pounds. at Mannar: 24,480 pounds 8 ounces. Total: 52,480 pounds 8 ounces. In 1785/6, when the digging took place under the supervision of adigars appointed thereto, the delivery amounted to 27,855 pounds; so that by the farming out more was profited: 24,625 pounds 8 ounces. §316. The farming out for this current financial year 1787/8 has yielded: at Jaffnapatnam: 28,000 pounds. at Mannar: 24,000 pounds. Total: 52,000 pounds. Thus in comparison to the previous financial year, when the same as stated yielded 52,480 pounds 8 ounces, the last year less: 480 pounds 8 ounces. §317. The last year's farmer of the Jaffna chay-root digging having represented that due to lack of rain the chay-roots, whose flowers and leaves were withered and indistinguishable from other herbs, could not be dug as usual, the more so because the chay-diggers, on account of the introduced lease, had mostly fled to Trincomalee and the Vanni, with the intention...

Dutch transcription

§308: De weder helfte van den pagtschat is, volgens ons be sluit van den 19' Junij pass=o gelyk we dat uwen Hoog Edelheeden bij onsen meerm: brief van den 4.:' Julij hebben bedeeld, suijver en sonder beswaar van eenige onge aan den Nabab verandworden, tot voorkoming va kontra reekening van ongelden, die zekerlijk vrijd hooger zouden geloopen hebben, dan die van de komp: we neemen voorts de vrymoedigheid om on „is voorgevallen nopens alles wat nog in dese visserij „ zoo noopen het aanstaan derzelver voor de daar voor geboode „ne prijs van rd=s 33500. – – als alleen wat verder daartoe betrekking heeft, ons te gedraagen aan uittreksels uit de Tutukorijn te berigten, dat ont de bijlage dezen overgaat „reeven §309 wijl de visitatie der paarl Zmanman, langs de Ma„ „dureese stranden, in 't voor Jaar van 1787. geschiedi en we mits dien sustineerden, dat de hervatting van dien, zoo kort daarop, niet seer noodsakelijk wa hebben we, volgens het aangeteekende bij onze re„ „solutie van den 4. ' 7ber: J=o Leeden, 't Tutukorijnse opperhoofd Mekern gequalificeerd, om naar mat van de verwagting die 'er sijn mogt, dat de banken op sommige derzelven met rijke oesters bezet souden weesen, dezelven in het gepasseerde na Jaar weder te laaten visiteeren, of zulks uittestellen tot dit Jaar, en hij heeft best gedagt de vititatie uitte„ stellen om geene noodeloose onkosten daar aan te doen § 310 En vermits hiet ook uit de ingekomene rappor„ „ten 2369 „ten van de laaste vititaatsie der Manaarte en verdere bijlonse paarle reevere, ten duijdelijksten bleek, dat 'er geen de minste hoop was, dat er thans iets van belang op souden gevonden worden, hebben we bij evengem: resolutie beslooten, de visitatie daar van meede tot dit Jaar uit„ te stellen, en hiertoe zijn we voornamelijk ook geresol„ „veerd, om niet door eene visitatie van de Mannaarse banken, die men vooraf kon onderstellen vrugteloos te „zullen uitvallen, buijten noodsaakelijkheid aan lei„ „ding te geeven tot nieuwe disputen, die daaruijt met den Nabab van karnatika souden hebben kunnen ontstaan, en die we het voorzigtigste oordeelden te„ vermijden, wijl dat andersints voet soude hebben geeven, om, zo 'er ook buijten des eenige verwagting zijn mogt, dat uij 't onlangs met den heer Dodt gesloten tractaat zal ratificeeren, dat op nieuw te„ brengen op de lange baan. we gebruijken intus„ „schen de vrijmoedigheid om door desen te herhaalen ons nederig versoek bij onsen eerbiedigen secreeten van den 25:' febr: 1787: dat uw en Hoog Edelheeden zo goed willen zijn ons bij provisie de ratifikatie van 'skomp=s sijde toetesenden. we neemen temeer de vrijheid om dit tedoen wijl we volgens de brieff„ van den Heer Campbell gouverneur van Madras, waer van bij de beandwoording van de Patriase oxtrakt hierbooven §: 401: gesprooken is, en waar aan we versoe„ „ken om ons hier te moogen gedraagen, eerstdaags van den Nabab van arkadde hier over schrij„ „vens staat, te ontfangen ten minsten over de paarl Iagerhouten en Iagerlatten. §311. De vervoer dezer houten en latten is het boekjaar 1787: ver„ pagt voor rd=s 6183: 16:—. of - . . . . . - . ƒ 12243:— – voor dit loopend boekjaar van 178 5/8: is de„ „zelve verpagt voor rd=s 6400:—. op - - - - - - - „ 12672. - – dus 't laatte Jaar meerder - - - - - ƒ 429. —. —. §312. van de pagtschat van 178/e bedraagende als gesegd rd=s 6183: 16:- op - . . . . . . . . . . . . . - ƒ12243. —. -. zijn afgegaan wegens 't toegelegde douceur aan de Jaffanale bedienden - - - - - - - - „ 9900. –. – rest ƒ 2343. —. — voor de houten en latten, die by aanbe„ „steeding zijn geleeverd, is meerder vol„ „daan, dan de gewoone inkoops prijs, als: ten behoeve van Jaffanas: ƒ 850:12:8. „ „ van Thin houomale „ 684:15. —. m „1535: 7. 8. zoo dat de komp:e op deeze pagt in a=o 178½: stuijver gewonnen heeft - - - - 807:12:8. ƒ §3. 13: De partikuliere uitvoer daarvan heeft bestaan in 109112: stuks Jagerhouten en 404645. „ Jagerlatten en in a=o 1787/6: was, de vervoer groot 105560 Jagerhouten en 202850. d=o latten. dus 't laaste Jaar meerder 3552: houten en 201795. latten De Roodverwerij §314: Die door daartoe bestande partikuliere persoo„ paarl visserijen. „nen 2370 „nen word gederrigeerd, welt in het boekjaar 178 6/. tegens de gewoone betaaling, voor de komp: uitge„ leeverd. 100 p=s rveries pro patria en 250: „ gingam voor Batavia. De Zaaijdelverij §315: Heeft by verpagting voor 't boekjaar 1785: opgeworpen te Jaffanapatnam - - - - - - lb: 28000. –. „ Mannaar - - - - - - - - - - - „ 24480: —:8: 52480 in 178 5/8, toen de delverij onder opzigt van daar„ toe gestelde Adigaars geschiede, wat de le„ verantie groot - - - - - - - - - - - - - - „ 284 55 zoo dat bij de verpagting meerder geprofi„ „teerd zijn. - - - - - - - - - - - - - - - - lb: 24625. - §316: De verpagting voor dit loopend boeksjaar 178 7/8. heeft opgeworpen. te Jaffanapatnam - - - - - - - l: 28000. –. „ Mannaar - - - - - - - - - „ 24000: —: rl: 52000. –. dus in vergelijk tegens 't voorig boek„ „jaar, toen deselve als gezegd heeft opgeworpen - „ 52480. —. 't laaste Jaar minder - - - - - - lb: 480. —. §317: De voorleeden jaarse pagter van de Jaffenake saaij aan „delverij, vertoond hebbende, dat door gebrek van reegen de Laaijwortelen, welker bloemen en blaa„ „deren verdord en van de andere kruijden niet te on„ „verschijden waren, niet naar gewoonte hadden kunnen gedolven worden, temeer om dat de zaaijgraavers, wegens de ingevoerde pagt, voor na Trinkonsmale en de wannij geweeken waar met oo„

NL-HaNA_1.04.02_3791_0600 view scan ↗

English

with a request that, because he had suffered damage due to the conveniënten, he be permitted to retain this lease for 3 to 5 years, or otherwise be allowed to suffice with accounting for what had been collected up to the time he made the request to us. Because this request appeared very questionable to us, since, notwithstanding the alleged aversion of the diggers, he nevertheless wished to retain the lease for 3 to 5 years, we resolved by resolution of 24 May last to request a report regarding this from the Jaffanase servants. §318: And whereas, by resolution of 23 November 1786, we had permitted the Manaarse farmer to continue the digging leased by him as he saw fit, as we reported to Your High Mightinesses in our respectful letter of 24 January 1787, we also at about the same time requested the considerations and advice of the Jaffanase servants as to whether, in case the farmer should carry the digging of the chaya roots too far, any damage would thereby be caused to the lease in the future, and whether digging should not at least be suspended during the time these roots are in bloom, until the seed has fallen. § 319: The servants accordingly reported, first regarding the grievance of the aforementioned farmer, by letter of 19 July last, that for two to three years past there has really been such an extraordinary drought in the country that hardly any roots could be dug up, and that this caused (thus not the introduced leasing) the diggers to leave Jaffana, Trinkonomale, and the Wannij, all the more because the farmer constrained them too strictly to deliver the contingent of roots they were obliged to supply, which was nonetheless impossible for them to produce. §320: Their advice on the second subject, namely carrying the digging too far, amounted mainly to this: that in the northern or rainy monsoon, when the chaya bushes are in bloom, the roots could best be dug because they are then easy to discover, and that digging them at that time, if not done to excess, causes no damage; that digging in the southern or good monsoon is difficult because the roots are then generally leafless and flowerless, and consequently cannot well be distinguished from other bushes; but that if the digging of the roots, in whichever monsoon it may be, is carried too far, this would, in their opinion, be harmful in the long run. § 321: The servants nevertheless supported this opinion of theirs with no proof drawn from examples or experience, although there will undoubtedly be some places here and there where digging has now and then been carried on more than usual; regarding which they therefore, in order not to proceed on mere conjectures, ought to have had investigated whether this had had such unfavorable consequences there as they thought they had to foresee from an excessive continuation of digging. It was also neglected in this connection to examine whether any precaution was ever used in the past to limit this work, because mere conjectures in cases like the one in question cannot accomplish much. §322: It is indeed not to be denied that it might ultimately be possible to carry the digging too far, but on the other hand it is also known that the number of people who do this work in the Jaffanapatnam district is not so great as to necessitate having such gloomy thoughts about the continuation thereof, at least for now; all the more because the farmer, although digging was carried further last year than formerly, nevertheless requested it as a favor to be allowed to retain the lease for another 3 to 5 years, which certainly gave much ground to believe that he had no lower opinion of it for such a series of years than formerly. §323: Finally, because digging usually takes place during the time the roots are in bloom, one could hardly think that the ordinary diggers, in whom one cannot well assume any other motives than merely to fulfill their obligation, would have performed this work with a kind of management for the future; and this seemed to us to furnish proof that the chaya roots grow like a kind of weed that can hardly be extirpated, or at least that one might well try for a single year to let the leasing of the digging continue, without having to fear such a great destruction thereof that it would not soon recover. § 324: We have therefore denied the request of the Jaffanase farmer to continue in this lease for another 3 to 5 years, and on the other hand, because experience in this matter will in any case be the surest way to govern oneself accordingly in the future, resolved by resolution of 26 July last to try provisionally the leasing of the chaya digging for another year; and we shall, at the close of this fiscal year, further in

Dutch transcription

met verzoek om hem derhalven, wijl hij doo de Convenienten schade had geleeden, deese pagt voor 3: â 5: Jaaren te laaten behouden, of anders te laaten volstaan met de verandwoording van het geen, tot dien tijd toe, dat wyj het verzoek dee „ons was gevolven: zoo hebben we wijl „ dit vertoek niet seer bedenkelik voorkwam om dat hij tegen„ „staande de voorgeevene afkeerigheid der delver eeven wel de slagt voor 3: â: 5: Jaaren wel wilde behouden, bij resolutie van den 24: Maij pats=o beslooten, om dien aangaande van de Jaffanase bedienden bericht tevraagen. —. §318: En wijl we bij resolutie van den 23: 9ber: 1786:; aan den Manaarten pagter hadden toegestaan, om de door hem gepagte delverij, naar goedvrn„ den temogen voortsetten gelijk we dat uwen Hoog Edelheeden hebben bezigt, bij onsen eerbiedigen van den 24: Januarij 1787:, hebben we ook omtrent ter selver tijd, de Consideratien en 't advies van de Jasfa „nate bedienden gevraagt op ingevalle de pagter het delven der saagwortelen al te verre mogte voortzetten, daardoor geen nadeel aan de pagt in het vervolg soude worden toegebragte, en op niet ten minste met de delverij moest worden opge„ houden, geduurende den tijd dat deese wortelen bloeijen, tot dat het saad soude zijn afgeval„ „len. § 319 2371 § 319: De bedienden hebben mits dien, voor eerst nopens de bezwaarnis van den voornoemden pagter, bij brieve van den 19:' Julij pass=o berigt, dat 'er zedert nu twee à drie Jaaren herwaarts, werkelijk eene soodanige buijten gemeene droogte in 't land is geweest, dat 'er bijna geene wortels hebben kunnen uitgedoenen worden, en dat daar door /:dus niet door de inge„ „voerde verpagting:/ veroorzaakt is, dat de delvers zig van Jaffana Trinkonomale en de wannij had„ „den begeeven, temeer de pagter hun al te sterk Con„ „stringeerde, om 't Contingent van wortelen, daar ze toe verpligt waaren teleeveren, 't gunt ze egter on„ mogelijk kouden opbrengen 5320: thun advies op het tweede onderwerp, naamelijk het te sterk doorsetten der delverij, kwam hoofd„ zaakelijk hier op uit, dan in de Noorder op regen moutson, wanneer de zaaij struijken bloeijen, de wortelen best tedelven waren, wijl ze dan gemakkelijk zijn te ontdekken, en dat als dan het ii't delven daarvan, zoo het niet teveel ge„ schiet geen schaade toebrengt; Dat het delven in de zuijder op goede Moutson moeijlijk valt, om dat de wortelen aan gemeenlijk Raade- en bloemloos zijn, en mits dien niet wel van andere struijken kunnen worden onderscheijden; dog dat, zoo het delven der wortelen, het zij in welk moutson teverre word voortgezet, dit daar hunne opinie op val„ —. op den duur schaadelijk zoude zijn. — § 321: Dit hun gevoelen hebben de bedienden nogthans, door geen bewijs, gehaald uit voorbielden of onder„ vinding gestaafd, schoon 'er ongetwijffeld hier en daar enkelde plaatsen sullen zijn, daar nu en dan de delverij meer dan naar gewoonte is voort „gelet, waaromtrent ze derhalven, om op geene gissingen tewerk te gaan, hadden behooren te laaten nagaan, of dit aldaar sulke ongunstige gevolgen gehad heeft, als ze van eene al te groote voort„ setting van de delverij meinden temoeten voor„ sien: ook was daarbij versuint na tegaan, ver eertijds ovijt eenige voorzorge gebruikt is, om dit werk te bepaalen, wijl en kelde gissingen in ge„ „vallen als in de questie in deezen, niet veel kun„ „nen afdoen. §322: T is wel niet tegenspreeken, dat het eijndelijk mo„ „gelijk zoude kunnen zijn, de delverij teverre voortsetten, dog is het daaren teegen ook bekend, dat het getal der lieden, die in 't Jaffanapatnam„ „se dit werk doen, met zoo groot is, om van de voortzetting daarvan, ten minsten nog voor eert, zulke swaarmoedige gedagten temoeten hebben, temeer wijl de pagter, schoon de delverig voor„ „leeden Jaar verder aan eertijds was voorgetet, het des niet te min als eene gunst verzogt, om de pagt voor nog 3: a 5: Jaaren, temoogen behouden„ het 2372 het geen zekerlijk veel gronds gaf om tegelooven dat hij daarvan, voor nog zulk eene reeks van Jaa„ „ren, geene minder opinie had dan eertijds. —. §323: Eijndelijk konmen ook wijl het selven gewoonlijk ge„ schied in den tijd, dat de wortelen bloeijen, kwaalijk deuken, dat de gewoone delvers, bij wien men niet wel andere insigten kan onderstellen, dan om alleen maar hunnen verplichten toe tevoldoen, dit werk met eene soort van menagement voor het toeko„ mende souden hebben verrigt; en dit scheen ons een bewijs uijtteleeveren, dat de Zaaijwordelen groeijen „roeijen als een soort van onkruijd, dat bijna niet uittee is, ten minste, dat men het nog wel voor een eenkeld Jaar zoude kunnen probeeren, om het met de verpag„ „ting van de delverij te laaten doorstaan, sonder eene so groote distructie daarvan te vreesen te hebben dat „ sig niet spoedig wederom soude herstellen. „dit § 324: wij hebben derhalven hiet verzoek van den Jaffanate. pagter, om in deese pagt nog voor 3 â 5: Jaaren te blijven Continueeren ontzeid, en daar en teegen om dat in alle gevalle de bevinding in deezen de zekerste weg zijn zal, om sig in den aanstaande daar naar - tereguleeren bij resolutie van den 26:' Julij pass=o beslooten, om het bij provisie, met het verpagten der zaaijdelverij nog voor een Jaar te probeeren: en me„ zullen met het afloopen van dit boekjaar, nader in

NL-HaNA_1.04.02_3791_0604 view scan ↗

English

take into consideration what will have to be determined in that regard for the future, in proportion to the yield of the digging in this year. § 325. The Mannar servants, by their letter of 18 July past, conveyed to us the request of the chay-diggers there to appoint an Adigaar over them again as before, since they could not get along with the farmer, provided, however, that the diggers would be directly under the resident and would have to deliver daily as many roots as he would determine, so that the Adigaar would have no opportunity to oppress the diggers. § 326. But since we consider that no more rights have been granted to the farmer than the Adigaars had previously, and that the diggers consequently could not complain about the aggravation of their burdens, we rejected this request by resolution of 12 July, and wrote to the servants that the resident can use precisely the same precaution to protect the diggers against the vexations of the farmer as he offered to effect against the proposed Adigaar. § 327. Furthermore, in view of the fact that it is truly of importance to the Company that the dye-works and dye-houses in the districts of Jaffnapatnam and Mannar are carried on more and more, and that it is consequently necessary to do everything possible for their encouragement and promotion, we further decided by our aforesaid resolution of 29 July that a list of names shall be made of all the weavers and dyers who need chay-root in this their trade, which must be renewed every year, and that a survey should be made of them annually as to how much chay-root of each kind each of them needs, which will be supplied to them at certain fixed prices to be determined by the Jaffna servants subject to our further approval; and that annually, after the weavers and dyers have been provided for in an adequate manner on that footing, the remaining chay-roots will be sold by public auction, and out of the proceeds thereof the gratification assigned to him from it as a means of subsistence by our resolution of 13 September 1785 shall be paid to the warehouse keeper. § 328. Finally, at the session of 15 August past, we decided to stipulate in the Jaffna lease conditions of this digging that the farmer shall be bound to deliver his quota in one-third Karaitivu and two-thirds Seven-Villages chay-roots; and to add to the Mannar lease and conditions that the farmer is permitted to sell and transport all that he will dig in excess of the farmed-out quantity to whomever and wherever he pleases. The Domains § 329. The general farming-out for the current financial year 1787/8 yielded in Netherlands currency ƒ 492098. 4- and in the financial year 1786/7 the same amounted to ƒ 440555: 19: 8, thus in this year ƒ 51542:4: 8 more. § 330. The arrack farmer of the Castle, Marten Hillebrand, having complained that he stood to suffer damage from the introduced provision of arrack to the soldiers, artillerymen and sailors, because thereby not only less trade in the taverns, but also a smaller export would follow; requesting therefore to be allowed some reduction on his lease rent, or to be released entirely from that lease: we have, in consideration that his grievance was well-founded and ought reasonably to be met, decided by resolution of 6 March past, instead of reducing the lease rent or releasing him from the lease, for the present to raise the retail prices of the arrack, and thus to set the same at 24 stivers per can in the Castle and 18 stivers per can outside the Castle. § 331. But since the farmers showed that this increase could tend to the obstruction of sales, whereby they feared greater disadvantage, we left that decision unexecuted, and on the other hand, upon a further address from the Castle farmer, according to the minute of the resolution of 25 September of last year, commissioned the Dissava Fretsz and the Fiscal Schreuder to investigate the grievance of this farmer and subsequently to serve with advice as to how much, in their opinion, ought to be remitted to him, and as soon as this advice will have been received, we will dispose thereof according to equity. § 332. Upon the representation of the Batticaloa resident Burnand that two leases could be introduced there, namely one on the digging of chay-roots along the shores, and the other on the ferry of the river there, including therein a small tax on the fishing and plying tonies, we gave our consent thereto by resolution of 19 April past, on such conditions as are inserted in the said resolution. Of these leases, provisionally only the chay-digging was subsequently leased out on the last of December of last year for 55 Rds. or ƒ 108:18. —, which is indeed a trifle, yet the same will in all likelihood become of greater importance in the future.

Dutch transcription

in overweeging nemen, wat voor den aanstaande daaromtrent te bepaalen zal weesen, naar maate van den uit slag der delvery in dit Jaar § 325. De Mannaarse bedienden hebben ons, by hunnen brief van den 18: Julij pass=o voordraagen 't versoek van den saaijdevers; aldaar om weder over hun gelijk tevooren een Adigaar aante stellen, wijl ze met den pagter niet overweg konden mits dat nogthans de delvers direct souden staan onder hiet opperhoofd, en sdaags zo veel wortelen moett leeveren, als hy bepaalden zoude, op dat de Adigaal geen occagie had de delvers te onderdrukken. § 326: Maar wijl we Considereeren, dat aan de pagter geene regten meer zijn toegestaan, dan de Aodigaan tevooren hebben gehad, en dat de delvers mitsdien „venverwaaring sig niet klaagen konden, over de neveassen hunner lasten, hebben we bij resolutie van den 12: Julij dit verzoek ontzegd, en den bedienden aangeschreeven, dat het opperhoofd even dezelf „de procautie kan gebruiken, om de delvers tegen de kwellingen van den pagter te bevijligen als hij heeft aangebooden tegen den geproponeerden Adigaar te bewerkttelligen §327: voorts hebben we uijet aangemerking, dat er de komp: werkelijk aan geleegen is, dat de mee„ „in de districten „verijen en ververijen van Jakanastatnam en Mannaa meer 7„ 2 - 2373 meer en meer worden voortgezet, en dat het dien„ volgens nodig is, om al het mogelijke te doen, ter aanmoediging en bevordering van dien bij onze Juli voorsz resolutie van den 29. ' nog beslooten, dat van alle de weevers en verwers, die in deeze hunne hand „teeking saaij wortel en behoeven, eene naamlijft zal worden gemaakt, die alle Jaaren moeten worden ver„ „niend, en dat van hun Jaarlijks zoude worden opgenoo„ „men, twewee Laaijwortelen een elk hunner van ider soort noodig heeft, die tun zullen worden geleeverd tegens sekere gesette prijsen, door de Jappe „nase bedienden op onse nadere goedkeuringe te„ bepaalen: en dat Jaarlijks nadat de wevers en verwers op dien voet op eene toerijk ende wijse zullen zijn voorzien, de overige saaijwortelen bij public„ „que rendutie zullen worden verkogt, en uit het ptrovenu daarvan aan den pakhuismeester zal worden uitgekeert 't douceur, hem daar„ „uijt tot een middel van bestaan toegelegd, bij onse resolutie van den 13: 7ber: 1785. §328: Eijndelijk hebben we ter sessie van den 15: augustus pass=o beslooten, om bij de Jaffanase pagt konditie deezer delverij te besaalen, dat de pagter gehouden zal zijn, zijn quota te leeveren en een derde kare„ „divoote en twee derde zeven plaatsche zaaijworten, „len; en bij de Manaarte pagt en Conditie te voegen dat het den pagter vergund word, al het geen hij meer delven zal, dan de verpagte gantiteit teverkoopen te verkoopen en vervoeren aan wien en werwaards hij begeerd. —. De Domainen §329: De generaale verstagting voor 't loopend boekjaar 1787/8. , heeft geworpen en Nederlandtgeld ƒ 492098. 4- en in 't boekjaar 578½: heeft deselve dus in dit Jaar meerder ƒ 51542:4: 8. §330 De arraks pagter van 't Casteel Marten Hillebrand sig beswaard hebbende, dat hy door de ingevoerde ver„ „strekking van arrak aan de Militairen, arthille „risten en zeevaarenden, schaade stond te lijden, wijl daar door niet alleen minder vertier in de schagge„ zijen, maar ook een geringer uitvoer zouden volgen; niet versoek derhalven om eenigen afslag op sijn pagtschat temoogen hebben, of geheel van die pagt temoogen ontslaagen worden: zoo hebben we, uit aan merking dat hij in zijn beswaarnis gegrond was en billijk diende teworden te gemoet gekomen, bij resolutie van den 6: Maart pass=o beslooten, om insteede van de pagtschat te verminderen, of hem van de pagt te ontslaan, voor eerst de verkoops prijsen van de arrak teverhoogen, en dus dezel„ „ve testellen op 24: stuijvers w kan in 't kasteel„ in 18: stv: de kan buijten het Casteel. bedraagen - - - - - - - - - - - - - - - - „ 440555: 19: 8: „ver §331. Dan wijl de pagters gntoond hebben, dat deeze verhooging tot stremming van den vertier soude 2374 zoude kunnen strekken waardoor ze voor grooter nadeel vreesden, hebben we dat besluit gelaaten bui„ ten executie, en daar en tegen op een nader addres van den Casteels pagter, volgens het aangeteekende bij resolutie van den 25: 7ber: J:Z; Den dessave Fretsz in den fiscaal schreuder gecommitteerd, om het beswaar van desen pagter te ondertoeken en ver„ volgens tedienen van advees, hoeveel naar hun insien aan hem zoude behooren teworden gera„ mitteerd, en zo dra dit advies zal zijn ingekoo„ „men, zullen we daar over naar billijkheid dispo„ neeren. §332: Op de vertooning van 't Battikoloas opperhoofd Burnand, dat aldaar twee pagten souden kunnen ingevoerd worden, naamelijk een op het delven van zaaijwortelen langs de stranden, en de andere op het veer van de riveer aldaar, daar onder begree„ „pen een klijne belasting op de vissende en over en we „der vaarende tonies, hebben wij bij resolutie van den 19: april pass=o onze toestemming daartoe ge„ „geeven, op sodanige Conditien als ter gem: resolutie zijn geintereerd. van deese pagten is sedert onder ult=o december sZ: bij voorraad alleen de zaagj„ delverij verpagt voor 55: Rd=s op ƒ 108:18. — het geen wel een geringheid is, dog zal dezelve naast„ denkelijk bij vervolg van meer aangelegendheid worden 3333 9:8:

NL-HaNA_1.04.02_3791_0608 view scan ↗

English

§333: On the occasion that the Governor, on his journey to Trinkonomale, was at Jaffanapatnam, the Chinias there represented to him that, owing to their poverty, they had always sustained themselves by gathering salt, but that it fell too hard upon them to pay for this the duty of three duijten per parra, according to a custom introduced by the farmer; requesting therefore to be allowed in the future to suffice with giving a tenth of the gathering for duty. To accommodate these poor people, the Governor has fixed this duty at a fifth part of the gathering, with which they are very well satisfied, and we have confirmed that determination by resolution of 24 Maij passato. §334: The servants at Trinkonomaale have proposed to us, as appears from what was noted in the resolution of 12 Julij, to exempt the farm on the import of all foodstuffs at the leasing of the Company's domains for this financial year, because thereby, in these very expensive times, the inhabitants were too much oppressed. But because this proposal was made somewhat too indefinitely, we asked them for clarification as to which farms they meant by this. To this they replied that it was properly the Tawelangs farm that they judged necessary to be withdrawn for the time being; but since it was not to be presumed that they would desire that all the articles belonging under the Tawelangs farm were freed from the payment of farm duty, we ordered them, as appears from the resolution of 27 aug=s pass=o, to specify to us which articles of foodstuffs would need to be exempt from the farm. §335: Upon their further report that they had thereby understood all provisions that belong under the Tawelangs farm, such as horned cattle and poultry, butter, coconuts, fruits, and suchlike, with the exception of grains, we decided by resolution of 9 8ber: j:l: to exempt, provisionally and for as long as the high prices continue there, the foodstuffs that are included under the Tawelangs farm from the toll that is otherwise paid on them; and we have consequently authorized the servants to have this farm leased de novo with that exception. §336: We have also provisionally, and until the grievances of the Mannar paruas should be examined, decided at the session of 20 Julij pass=o to leave the fish and betel farms of Mannaar unleased for this financial year. §337: In accordance with what was noted in our respectful letter of 30 Januarij pass=o § 126, that we would make a further arrangement regarding the leasing of the Company's domains in the Wannij, we have, as appears from the resolution of the 24th thereafter, recommended the servants at Jaffanapatnam to make an arrangement regarding this after taking the advice of the Commandant Nagel; since then they have been ordered, as appears from what was noted hereinbefore § 34, to conform therein to the instructions of Your High Nobilities in the very respected missive of 30 Julij passato. §338: Because the complaints of the Trinkonomaale fish farmer, that several fishermen there, instead of going to sea to fish, sustained themselves with woodcutting on the shore, made us suspect that the introduced rate of the fish farm there possibly gave occasion to some hardship, and that if the fisheries are not properly continued and encouraged, the community would thereby come to suffer much inconvenience, because foodstuffs are currently scarce there besides, and thus this scarcity would be still further increased if less fish were caught, we have, since our intention in taking the resolution of 9 Maij 1786 for the leasing of the fishery within the bay of Trinkonomaale was not to cause anything to be paid by the fishermen above that which they were accustomed of old to pay, decided by resolution of 7 aug=s pass=o to write to the Trinkonomaale Chief van Senden by a separate letter to make the necessary investigation regarding this, with the recommendation that, in case he should find that the fish farm there was really too high and that this gave occasion to divert the fishermen from catching fish, he should report to us conscientiously what alterations and reductions he considered to be necessary therein. §339: Hereupon Chief van Senden has reported to us that the fishermen there had previously been obliged to unload and load the Company's ships and vessels, to provide fish daily for the Chief and the Commandant of the garrison, and also to bring letters to Kattikalva and Jaffanapatnam; but that now, being obliged according to the farm conditions to give up 25 p:r C: of the fish, which was since reduced to 20 p:r C:, most of the fishermen for that reason abandoned their livelihood in order to switch to woodcutting; wherefore he proposed to reduce the duty on the fish catch to 10 p=r C=to and further to stipulate that the fish should not be sold by auction with advancing and declining bidding, but only by Dutch auction with declining bidding, in order to prevent it from being driven up too high by mutual agreement of the fishermen.

Dutch transcription

§333: Bij gelegendheid dat de Gouverneur, op sijn togt t na Trinkonomale, sigte Japfanapatnam bevond, hebben de Chinias aldaar aan denzelven vertoond, dat ze sig mits hunne armoede, steeds niet vergaderen van Lout hadden erneerd, maar dat hun teswaar viel, om daarvoor naar een door den pagter daar in gevoerde gewoonte de geregtigheid van drie duijten per parra opte brengen; versoekende derhalven in het vervolg temoogen volstaan, met een tiende van de intameling voor gereg„ „tigheid tegeeven. De gouverneur heeft om deese schaa in Eedelieden te gemoet te koomen, deese gereg„ „tigheid bepaald op een vijfde deel van den insaam waar meede zij zeer te vreeden zijn en we hebben die bepaaling geconfirneerd bij resolutie van den 24: Maij passato. §334: De bedienden te Trinkonomaale hebben ons, blij„ „kens het aangeteekende bij resolutie van den 12. Julij, voorgesteld, om bij de verpagting van sConp domamnen voor dit boekjaar, de pagt op den invoer van alle levens middelen te excuteeren, wyl daardoor, in dezen zeer duuren tijd, de inge„ leetenen teveel gedrukt wierden, Dog wijl dit wat voortzee „ al te onbepaald was gedaan, hebben we van hun opheldering gevraagd, welke pag„ „ten ze daar bij hebben bedoeld. Hierop ant„ „woorden ze, dat het eygentlyk de Tawelangs pagt 2375. pagt was, die ze nodig oordeelden dat voor eerst, ingetrokken wierden; maar vermits het met te pretuteeren was, dat zo zouden begeeren dat alle de articulen, behoorende onder de fawe„ „langs pagt, van het betaalen van pagt bevrijd wierden, hebben we hun, blijkens resolutie van den 27: ' aug=s pass=o gelast, om ons speciaalijk opte geeven welke artikulen van leevens midde„ „len, van de pagt zouden behoeven teworden ont„ teeven. § 335. Op hun nader berigt, dat ze daardoor hadden begreopen alle mondbehoeften, die onder de Ta„ welangs pagt gehooren, als hoorn en pluumvel„ boter, klappers, vrugten en wet meer, uitgezon„ de graanen. hebben bij resolutie van den 9: „dert 8ber: J:oL beslooten, om bij provisie en tot zoo lan„ „ge de duurte aldaar aanhoud, de leevensmiddelen die onder de Tawelangs pagt begreepen zijn, te ontheffen van den toe, welke anders daardoor word betaald; en we hebben mits dien den bedien„ „den gequalificeerd, om deese pagt de novo met die uitzondering te laaten verpagten. §. 336 Ook hebben wy provisie, en tot dat de beswaarnisse„ van de Manaarse paruas souden onderzogt zijn; ter sessie van den 20: Julij pats=o beslooten, om de visch en betel pagten van Mannaar voor dit boekjaar onverpacht telaaten 5337 § 337: Jngevolge het genoteerde bij onsen eerbiedigen van den 30: Januarij pats=o §: 126: dat we eene nadere schik„ king zouden maaken, omtrent de verpagting van sComp=s Domaijnen in de wannij; hebben we blij„ kens resolutie van den 24' daaraan, den bedienden te Jaffanapatnam aanbevoolen, om na ingenoomen advies van den Commandatrt Nagel, derwegens eene schikking temaaken; zedert zijn ze gelast, blijkend het aangeteekende hiervooren §: 34: om zig daarin terigten naar uwer Hoog Edelheeden aanschrij vens, bij seer g'respecteerde Missive van den 30. Julij passato. - - § 338: wyl de klagten van den Trinkonomaalsen vis„ pagter, dat verscheide visschers aldaar, in plaats van na zie tegaan vissen, zig met houtkappen aan de wal geneerden, ons deeden vermoeden, dat den inge„ voerden voet van de vispagt aldaar, mogelijk aan„ „lijding tot eenig beswaar gaf, en dat indien de visserijen niet behoorlijk worde voortgeset en aangemoedigt. daar door de gemeente veele ongerief zoude koomen te lijden, om dat 'er thans de leevens middelen buijten dien schaars zijn, en dus deeze schaartheid nog soude worden vergroot, indien 'er minder visch gevangen wierd hebben we wijl onse intentie, bij het neemen van de resolutie wan den 9: Maij 1786; tot het doen verpagten van de visserij binnen de baaij van ƒ Trinkousmale, niet geweest is, om daarmeede door 2376 door de vissers iets te doen op brengen, booven het geen datze van ouds pleegden op te brengen, bij resolutie van den 7: aug=s pass=o beslooten, 't Trinkouwmaalse „brief opperhoofd van senden bij een appartin „ kwg aan„ „te schrijven, om derweegens het nodig ondertoek te doen met recommandatie om, ingevalle hij mogte bevin„ „den, dat de vispagt aldaar werkelijk te hoog stond„ en dat dit aanlijding gaf om de vissers van den visvangst te diverteeren, ons naar gemoede te berig„ „ten, welke veranderingen en verminderingen hij den daarin noodig agte te zijn. — §: 339: Hierop heeft 't opperhoofd van senden ons bericht, dat de vissers aldaar bevoorens verpligt waaren geweest 'sComps scheepen en vaartuijgen te lossen en laaden, dagelijks 't opperhoofd en den Commandant van 't guarnizoen visch te besorgen, en ook brieven na kattikalva en Jaffanapatnam te brengen; dog dat ze nu, volgens de pagt Conditie moetende opgeeven 25: p:r C: van de visch, die sedert was vermindert tot 20: p:r C:, daarom de meeste vissers hunne brood„ winning verliezen, om tot de houtkasparij overte„ „gaan: weshalven hy proponeerde, om de geregtig„ „heid op den visvangst tereduceeren tot 10: p=r C=to en voorts te bepaalen dat de visch, niet bij den op -en af„ „slag, maar alleen byj apslag moest worden verkogt, om te beletten dat ze, bij onderlinge afspraak van de vissers, niet te hoog wierd op geaagd. —. 5340

NL-HaNA_1.04.02_3791_0612 view scan ↗

English

Section 340 And upon this we decided on 4 September of last year to qualify the servants at Trincomalee to reduce the tax of this duty to 50 and thereby also to reduce the lease sum for this financial year in proportion to that reduction, and according to what one might reasonably think the lease was worth less due to the further arrangement; and we have at the same time permitted them that the fish there shall henceforth be sold only by the [illegible], with orders that if the farmer is not reasonably willing to submit to this, then to put the lease up for auction anew under these conditions. Section 341 The servants having thereupon submitted for our consideration whether it would not be better to lease out anew this fishery, which by the granted reduction from 25 to 10 percent would undergo a decrease of 1292 and a half rixdollars and thus for 11 months would yield only 861 and two-thirds rixdollars, since they sustained that because of the reduction of the duty more fishermen would be willing to go to sea, and the farmer could thereby have just the same profit from the 10 percent as he would otherwise have enjoyed from the 25 percent; we have by resolution of 13 October of last year consented to this proposed further leasing, but in order not entirely to cast off the farmer, who had bid for it for this financial year and had already directed it for 1 and a half months, we have given him the preference to be allowed, if he so desires, to take over the lease for that which might be bid for it by others. Section 342 But this further leasing ended fruitlessly, as it had to be withheld for 800 rixdollars because the bids were too low and no interested parties appeared for it; wherefore we again decided by resolution of 6 December to let the same farmer retain it for this financial year, who bid for this lease at the last held general leasing for 2500 rixdollars, with a reduction of the lease sum to 666 and one-third rixdollars for the last eight months, or from the first of this month to the ultimate of August next, being the proportion of the reduction of the duty from 25 to 10 percent that may henceforth be levied on that catch of fish. Section 343 The Alphandigo lease of Jaffnapatnam was here, at the held general leasing of the domains, withheld for 38000 rixdollars, as appears from the record in our resolution of 15 August past. However, the elephant broker Kawalen Sittiaar Waitelingen has since requested of us by petition that not only might that lease be transferred to him for this financial year for 40000 rixdollars, but also that he might at the same time be granted the privilege to retain this lease annually, whether in a rich or a poor harvest of tobacco, for 28000 rixdollars, and the Jaffna, Mannar, and Kalpitiya chank lease, presently leased by him for 15300 rixdollars, for 12000 rixdollars, under this further condition, that whenever those leases might be bid for by others at a public leasing for higher than the sums offered by him, he should then have the preference to take them over, if he so wishes, for the bid prices, so that he might thereby find annual opportunity to collect partly his outstanding moneys among the merchants and others; while he, upon a favorable disposition to this request of his, was further willing to obligate himself to take over annually from the Company for the ordinary prices seven elephants, namely one tusked, five alias, and one female without actual defect and at least 5 and a half cobidos high, to be paid in six months. Section 344 We have hereupon taken into consideration that the Alphandigo lease at Jaffnapatnam, which is of very great importance to the Company, has since the year 1768 almost always been bid for and directed by him, and thus has remained as if continuously in the same hands, in a manner with which we have been fully satisfied, so much so that under the administration of the late Governor Falck, of blessed memory, it was twice transferred to him for the price offered by him for it, without having it knocked down at the general leasing, both because he is a well-to-do man and there is thus no fear of bad payment, and because through the reasonable manner of dealing maintained by him during a series of years in this business, not only have the Jaffna tobacco planters been more and more encouraged to cultivate it, but also the Quilon merchants to come to Jaffna to trade, to which it is principally to be ascribed that this lease, under which tobacco is included, in the trade of which besides the profit that the Company has from it the inhabitants of Jaffna are also so very much interested, has indeed from time to time risen in price. Section 345 And therefore, as well as not to have the Company run the risk that someone obtains it who becomes farmer for a single year and thereby has no interest, in so far as the future is concerned, to treat both the tobacco planters and the foreign merchants with that reasonableness and accommodation that is necessary to encourage them thereby for the future, we have by resolution of 27 August past decided the aforesaid Alphandigo

Dutch transcription

§ 340 En hierop hebben we op den 4: 7ber J:oL besloot den bedienden te Trinkouoinale te quadificeeren om den tox deser geregtigheid, teverminderen tot 50 en mits dien ook de pagtschat voor dit boekjaar waar proportie van die reductie, en naar het ge men reedelijker wijse mogte denken, dat door de nadere schikking de pagt minder waard was, te verminderen, en we hebben hun teffens toegestaan dat de visch voortaan aldaar, alleen bij den afse zoude worden verkogt, met last, om zoo de pagte zig daartoe in het reedelyke niet wil laaten va „den, als dan de pagt op deeze conditien, de novo te laaten opvijlen. §341: De bedienden ons daar op in bedenking gegeeven hebbende, of het niet beter waare deese vissag die door toegestaane reductie van 25: tot 10. p=r eene vermindering soude onder gaan van rd=s 1292: ½: en dus voor 11: maanden maar 861: 2/3. rd=s soude opbrengen, op nieuw te laaten verpagten, wijl ze zusfineerden, dat er weegens de vermindering van de geregtigheid meerder vissers na zee souden willen gaan, en de pagter daardoor van de 10: p=r C„to even het selfden voordeel soude kunnen hebben, als hij anders van de 25: p=rC=t hadde genooten; hebben we bij resolutie van den 13:' october J:oL: in deese ge„ proponeerde nadere verpagting bewilligd, maar om den pagter, die ze voor dit boekjaar gemeijn„ en reets 1½: maand gederigeerd had, niet geheel ƒ 5 Zeverstooten 2377 178 teverstooten hebben we aan hem de preveren„ „tie gegeeven, om des begeerende de pagt te moogen overneemen, voor het geen, waar voor dezelve door andere mogte worden gemeint. — §342: Doch deese nadere verpagting is vrugteloos afgeboo„ „pen, wijl dezelve heeft moeten opgehouden worden voor 800: rd=s, om dat ze telaag liepen en 'er geene liefhebbers toe op daagden; weshalven we bij retolu„ „tie van den 6: December weder beslooten hebben, dezelve voor dit boekjaar nog te laaten behouden aan den selfden pagter, die deeze pagt, bij de Jongste gehoudene generaale verpachting gemeind heeft voor 2500: rd=s, onder vermindering van den pagtschat tot rd=s 666: 1/3: voor de laatste agt maan„ „den, of van p=mo deser tot ult=o Augt aanstaande zijnde de prapportie van de reductie der geregtigheid. van 25: tot 10: p:r C:o die voortaan van die visch vangst zal mogen worden geheeven §343: De Alphandigo pagt van Jaffanapatnam is „generaele alhier, bij de gehoudene verpagting van de Domai„ „nen, opgehouden voor 38000: rd=s, blijkens het aan„ geteekende bij onse resolutie van den 15: Aug=ts pass=o Doch heeft de Eliphants makelaar kawalen sittiaar waitelingen, ons het sedert bij requeste verzogt, dat aan hem die pagt niet alleen voor dit boekjaar, voor 40000: rd=s mogte overgelaa„ „ten worden, maar ook dat hem teffens t voorregt mogte heel: en mogte worden vergund, om Jaarlyks deese pagt, het zij bij eene rijke dan wel slegte intameling van tabak voor 28000: rd=s en de Jaffanase, Ma„ naar te en kalpettijsche tjankos pagt, tans door hem voor 15300: rd=s gepagt voor 12000: rd=s temoogen behouden, onder dese voorwaarde wijders, dat wan„ „neer die pagten, bij e publicque verpagting, door anderen voor hooger dan de door hem aangeboodene somman mogten worden gemeind, hij als dan de pre„ ferentie zoude hebben, om dezelven (:des willende:) voor de gemeinde prijsen overteneemen, op dat hij daardoor Jaarlijks gelegenReid mogte vinden, om penningen syne uitstande, onder de kooplieden en anderen gedeeltelijk in tevorderen; terwijl hij, by eene favorabele dispositie op dit sijn verzoek zig alvorder wilde verpligten, om 's jaars van de komp: voor de ordinaire prijsen overteneemen seven Elephanten teweeten een getande, vijf alias en een wijfje zou„ „der werkelijk gebrek en ten minsten 5½. Cobidos hoog, om in ses maanden te betaalen §344: We hebben hierop in aanmerking genoomen, dat de Alphandige pagt te Jaffanapatnam, die van zeer veel aangelegendheid is voor de kompt:, zedert het Jaar 1768: af, meest altijd door hem is gemeind en gederigeerd geweest, en dus als bij Continuatie in dezelve handen geverteerd heeft, ƒ 2378 heeft, op eene wyze daar we ten vollen genoegen ingenoomen hebben, zoo zeer, dat onder het besteer van den hoogzaliger heer Gouverneur Falck, hevn deselve twee maalen voor de door han daarvoor ge„ bodene prijs is overgelaaten, zonder ze bij de generaale verpagting te laaten afslaan, zor om dat hij een welge„ goed „ is, en er dus voor geene kwaade betaaling tewieesen „man is, als om dat door de raedelyke handelwyjse, door hem geduurende eene reeks van Jaaren in dit bedrijf ge„ houden, niet alleen de Jaffanase tabaks plantjes, tot het Cultiveeren daarvan meer en meer zijn aangemoed digd, maar ook de koijlangse kooplieden vm te Jaf„ „fana ten handel te koomen, waaraan men het voornamelik heeft toeteschrijven, dat deeze pagt, waar onder de tabak bij welker handel behalven 't voordeel dat de komp: daarvan heeft ook de ingesetenen van Jaffana zo seer zijn g'interes„ „seerd, begreepen is, zoo werkelik van tijd tot tijd in prijs getteegen is. — § 345: En hebben daarom „e wel, als om de komp: niet „zoo tedoen loopen 't gevaar, dat iemand dezelve in han„ „den krijgt, die voor een enkeld Jaar pagter word, en mits dien geen belang heeft, zoo veel dan aanstaen„ „den aangaat, om zoo wel de tabaks plantjes, als de vreemde kooplieden, te behandelen met die reede„ lijkheid en inschikkelikheid, als nodig is om hun daardoor voor het vervolg aantemoedigen, bij re„ solutie van den 27:' aug=s passo, beslooten, de voorsz Alphandige

NL-HaNA_1.04.02_3791_0616 view scan ↗

English

customs lease of Jaffna again to be auctioned off publicly here, and to grant the same to the aforementioned Chettiar Waittilingam, if it should be bid higher than the offered sum of 40,000 rds, for that amount for the account of this financial year, leaving his further request regarding the preference for the coming years out of consideration for the time being. Consequently, the said lease was bid by him at auction for 40,000 rds at f 7,920. § 346: Since then, this Waittilingam has repeated in Jaffna his requests previously left without disposition by us, and we have therefore, upon the favorable proposal of the Jaffna officials, who consider his offer very advantageous both for the Company and the inhabitants, resolved on the 24th of this month to bring this humbly before Your High Excellencies' eyes, and to request Your High Excellencies' decision thereon, as we also take the liberty to do through this. The Jaffna proposal and the request of the aforementioned Waittilingam are among the enclosures to this. In addition, the aforementioned Waittilingam has informed the undersigned Governor that, if it may be of service to the Company, he also wishes to obligate himself to deliver annually a quantity of 4 to 500 lasts of clean winter rice, either from Bengal or from northern Coromandel, at Colombo, either at the market price or at fixed prices to be agreed upon further. Through his extensive trade and wide correspondence, this man is perhaps more capable than anyone on Ceylon of fulfilling such an obligation, for which the chanks may also be of great service to him. If it please Your High Excellencies, one could limit such a contract to a certain number of years, for example 10 years, with the express condition, moreover, that the Company reserves the power to break this contract as soon as Waittilingam fails to fulfill the rice contract. § 347: Having been requested by the Mohandiram of Attepattoo, Don Cornelis de Alwis, to be allowed to dig for precious stones for an entire year in the Maha and Gange-baddepattoes of the Pasdun Korle, specifically in the villages of Hallookandawe, Bellende, Ambegodde, and Karrenagelle, against the payment of 25 rds to the Company; we have, as no mining has previously taken place in those locations, granted this request by our aforementioned resolution of 27 August, and consequently granted those stone quarries to him for one year, for the further encouragement of such discoveries, without putting the same up for public lease. § 348: Since on the occasion of the departure of the Mannar Parruas, according to what was recorded in the resolution of 5 April last, 1 Adapanar and 40 fishermen from Jaffnapatnam were sent to Mannar to man the cruising vessels, they—in addition to the subsistence granted to them, also during their stay in Mannar—remained exempt from paying poll and service taxes, both to the Company and to the fish lessees; since then, the fish lessees of Navanture, Colombogamme, and Jaffnapatnam, under whose jurisdiction these fishermen belonged, have requested compensation for damages. § 349: And as this request of theirs was founded on fairness, we have, upon the proposal of the Jaffna officials, as appears from our repeatedly mentioned resolution of 27 August, granted them a proportionate reduction on the lease sum. Namely: to the lessee of Navanture, for 10 head whom he had to do without for 2 months, calculated at 6 stivers daily each, rds 75.—.—; to the lessee of Colombogamme, for 20 head in 5 months and 11 days, calculated as before, rds 402:24.—; and to the lessee of Jaffnapatnam, for 10 head in 5 months and 11 days, rds 201:12:—. And this remitted amount of rds 678:36 we have ordered to be written off from the revenue of the Mannar fish lease. § 350: While the Governor was in the Jaffna district in the month of October 1786, the fishermen of Pannerijn, Polverainkattoe, and Ilpekarwe complained to him about the fish lessee of those districts, that he forced them to go out fishing daily, thereby depriving them of the opportunity to cultivate their fields, as a result of which they not only could not pay the Company's tithes, but also themselves, along with their wives and children, had to go without the necessary food. And as the Governor found upon investigation that these people had from olden times practiced agriculture and fishing equally, and that they had not, like other fishermen, made a daily work of the catch, but had gone out for it as often as it suited them; he, as we had no intention when introducing these leases by resolution of 6 August 1785 to impose anything upon these people, whose means of subsistence are not too ample, beyond that to which they have been obligated of old, ordered for the future that none of the inhabitants living thereabout, against their will and

Dutch transcription

Alphandige pagt van Jaffana wederom alhier pr „blicq te laaten afslaan, en deselve aan voorm: k „met „walen sittiaar wagtelingen, indien ze voor„ hoo dan de aangeboodene somma van 40'000: rd=s mogte gemeend worden, daarvoor aftestaan voor reekening van dit boekjaar, laatende zijn verder versoek, nopens de prevesantie voord aanstaande Jaaren, voor als toen buijten ditse bij „sitie, en is de gemelte pagt dienvolgende af „slag door hem gemeind voor 40000 rd=s op ƒ 7920. ƒ §346: T: zedert heeft deese waijtelingen, voortchn: zijne door ons buijten dispositie gelaatene instantien te Jaffana herhaald, en we hebben derhalven op den gunstigen voordragt van de Jaffanale bedienden, die zijne aanbieding als zeer voordee „lig beide voor de komp: en de ingezetene aan„ merken, op den 24. ' deser beslooten, sulks ruwwe Hoog edelheeden nedrig onder orgen tebrengen, en daarop hoogst derzelver dispositie te verzoeken, gelijk mede vrijheid gebruiken dat door dezen te doen. De Jastanate voordragt, en het rekept van voorsz: waijteliagen, leggen onder de bijlaagen deeser - Hierbij heeft voortz: waijtelingen de ondergetekende gouverneur nog doen infor„ „meeren dat indien het de komp:e van dienst zijn kan, dat hij Jaarlijks een kwantiteid van 4 â: 500: lasten kar gezoen rijst, het bij Bengaalse of van noorderkormandel, op kolomnbo doet leeveren - 2380 leeveren, hij zig ook daartoe verbinden wil, ben het zy teegens de prijs van de markt of tegens ka„ vastgestelde prijsen die men nader kan konne„ „neeren door zijn uijtgebreiden handel en uitgestrek„ „te korespondentie is dezen Man misschien, meer dan iemand op Cijlon instaak tot het vervulle„ van zulk een verbinten is, waartoe hem de Chian„ „koten, tevens van veel dienst kunnen zijn men soude zulk een kontrakt met believen uwen zekere Hoog Edelheeden kunnen bepaalen aan een zakan go„ „tal van Jaaren bij voorbeeld 10: Jaaren, met eex pres beding boven dien dat de komp: het in haar vermoo„ „gen houd om dit kontract te breeken zo dra waij„ telingen niet aan het rijst kontrakt voldoet §: 347: Door den Mohanderam van atte pattoe Don Cor„ „nelis de Aliis verzogt zijnde, om in de Maha en gange - baddepattoes van de patdien korl en wel in de dorpen halloekandawe, Bellende Ambegodde en karrenagelle, een geheel Jaar edele gesteentens temoogen laaten graaven, tegens de betaaling van 25: rd=s aan de komp=s zoo hebben wij, wijl bevoorens op die plaatsen geene graave „hij geweest is, dit verzoek bij vooorsz onze resolutie van 27:e aug=t geaccordeerd, en mits dien die steengroeven, ter verdere aanmoedigding tot diergelijke ontdekkingen, aan hem voor een jaar afgestaan, zonder deselve publicq te laaten ver„ „pagten. 2379 5348 - §348: vermitser bij gelegeerdheid van de uitwijking der Manaarse Parruas, volgens het aangeteekende bij resolutie van den 5: April passo 1 Adoponaar en 40: vissers van Jaffanapatnam na Manaar zyn gesonden, om de kruijsthouijs te besetten, niets het boven liet aan hun toegelegde onderhoud, ook ge„ duurende hun verblijf te Manaar, bevrijd blij „vende van de betaaling van Hoofd in dienttgel„ „den, bijde aan de komp: en aan de visch pagters. hebben 't zedert de vitcrpagters van Navan„ „ture, kol ombogamme en Jaffanapatnam onder wien deeze vissers hebben gesokteerd, derweegens scha vergoeding versogt. §349: En wijl dit hun versoek op de billijkheid ge„ grond was, hebben we op den voordragt van de Jaffanaze bedienden, blijkens onze meerm: resolu „tie van den 27: augt, aan hun een evenreedig af„ slag op den pagtschat toegestaan Naamelijk aan den pagter van Naventure, voor 10: koppen, die hij geduurende 2: maanden heeft moeten mitsen, â 6 stux=s sdaagt ieder gereekend, aan den pagter van kolonibogamino, voor 20: koppen in 5: maanden en 11: dragen, als even geree„ „kend, rd=s 402:24. - en aan den pagter van Jaffanapatnam, voor 10: keppen in 5: maanden en 11: daagen, rd=s 201:12:—. rd=s 75. —. —. 2380 en dit geremitteerd bedraagen van rd=s 678:36. hebben we laaten afschrijven op het ingekomene van de Ma„ „naarse vischpagt. —. §350 Terwijl de gouverneur sig in de maand 8ber 1786: in 't Jaffanate bevond, hebben de vissers van pannerijn Polverainkattoe en Ilpekarwe, sig bij denzelven bezwaard over den vispagter van die distrikten, dat hij huun dwong om dageliks op visschen uittegaan, en daar door de gelegendheid benam om hunne velden te kunnen belaaijen, waar door ze niet alleen 's Comps tienden niet konden opbrengen, maar ook selven, ne vens hunne vrouwen en kinderen, 't noodige tot voedsel moegten ontbeeren; En wijl de gouverneur bij ondersoek heeft bevonden, dat deeze linden van ouds af, den landbouw en de visserij gelij„ kelijk hadden gehandteerd, en dat ze niet, gelijk andere visschers, van den vitvargst een dagelijks„ werk hebben gemaakt, maar dat ze daar toe waaren uitgegaan, zoo dikwils het hun gelee„ „gen kwam, zoo heeft dezelve, wijl we bij het invoeren diezer pagter bij resolutie van 6: aug=t 1785; geen voorneemen gehad hebben die Menschen, welker middelen van bestaan niet teruim zijn, iets op teleggen booven het geene waartoe ze van ouds sijn verpligt geweest, order gesteld voor den aanstaande, dat iemand der ingesetenen, die daaromstreeks woonden, tegen wil en

NL-HaNA_1.04.02_3791_0620 view scan ↗

English

willy-nilly had to be forced to fish, or whether in default thereof anything might be confiscated. Section 354: Since then, the farmer of those fisheries has made known that, on account of that established order, in the financial year 1786/ he had not been able to collect more of his farm rent, amounting to 300 rixdollars, than 52 rixdollars 24 stivers, requesting therefore that the shortfall might be remitted to him; but considering this farm, under the same condition whereby he says he suffered loss, has been farmed out for this financial year for 140 rixdollars, we have decided by resolution of the 27th of August aforementioned to let the aforesaid farmer also pay the same amount for him for the year 1786/, and consequently to remit no more of the farm rent than a sum of 160 rixdollars. Section 352: The Headmen of the Moors at Galle have complained that on account of the decrease in workers, through mortality as well as otherwise, they were no longer in a position to fulfill their obligation, of which we had the honor to give notice to Your High Excellencies in our respectful letter of the 31st of January 1785, requesting therefore that we might somewhat relieve them, either by revoking the farm of the absent uliyam workers or by reducing the number of people for whom they had to account, the more so because they were much obstructed by the farmer of the absent uliyam workers in supplying the fixed number of uliyam workers. Section 353: Since it would now run entirely counter to the purpose for which the farm of the absent uliyam workers was introduced, if the inconvenience were gradually connected with the fact that a number of Moors, as the headmen alleged, keep themselves hidden at the registration, solely in the hope of compounding afterwards with the farmer of the absent uliyam workers for a smaller sum than their poll tax promises, whereas this farm otherwise only extends over such people as cannot be traced by the Headmen of the Moors themselves. Section 354: We have therefore, and also in order to be able in some measure to judge whether the revocation of the aforesaid farm was more advantageous for the Company than maintaining the same, instructed Commander Kraijenhoff, according to our resolution taken thereto on the 27th of August last, to ask the first Headman of the Moors at Galle whether, if this farm were revoked and he were thereby restored again as first Headman of the Galle and Matara Moors, under that name and on that footing as he had been some years ago: 1. How many Galle uliyam workers he would then be able to deliver daily for labor. 2. How many Matara Moors he would then be able to deliver during the time that these, according to the standing arrangement, must come to labor at Galle. And 3. How many laborers he can deliver, during the busy time, over and above that, for the payment of one schelling per day. Section 355: With further instructions that if from what the said first Headman of the Moors undertook it was found that this arrangement yielded the best result, and if Commander Kraijenhoff might thereby find that it would serve towards the greater attainment of the purpose in this matter, and at the same time to the encouragement of the second Headman of the Moors to deliver fully the uliyam workers who must work during the months that he performs the service, we would then give to the latter, instead of the name of second Headman of the Moors, the title of Headman of the Galle Moors. Section 356: Furthermore, we have ordered the officials at Galle to deliberate with the officials at Matara, where a number of Moors have been exempted from the uliyam service, among other things for conveying paddy to the Tangalle warehouse, whether it might sometimes be advantageous for the service of the Company that these exempted Moors were recalled, and that on the contrary the transportation of the aforesaid paddy were done by Sinhalese or other inhabitants, provided they were granted something for it. Section 357: Thereupon the Galle officials informed us that the aforementioned first Headman of the Moors had declared that, upon the abolition of the farm of the absent uliyam workers and his restoration as first Headman of the Galle and Matara Moors, he would be able to deliver daily 60 Galle and 32 Matara uliyam workers, the latter during the time that they are obliged to come to labor, and moreover in the busy time as many hirelings for one schelling a day as would be imposed upon him according to an equitable arrangement. Section 358: Whereby the Galle officials remarked that it appeared to them more advantageous for the service of the Company, while maintaining the farm of the absent uliyam workers, to revoke the payment of the poll tax again, at a time when a large number of working people was required for the fortification work and further necessary labor. Section 359: However, the aforesaid first Headman of the Moors has since come over here in person, and according to what was recorded in our resolution of the 25th of December last, has bound himself provisionally for the period of three years: 1. To deliver daily to the Company 60 uliyam workers from the Galle Moors who reside in the Galle and Matara districts, and from the Matara Moors who likewise reside in the Galle district. 2. To deliver daily to the Company, during the months of November, December, January, and February, 40 heads from the Matara and Weligama Moors. 3. To make these deliveries properly, without buying off the number lacking therein with a schelling a day, but, if on some single days fewer heads were delivered, to supply them again in the following days. 4. To pay to the Company over and above that, during the aforesaid three years, annually 600 rixdollars for the 60 Galle Moors who pay poll tax.

Dutch transcription

wie en dank tot het visschen moesten worden ge„ dwongen, of bij faute van dien iets mogt worden af genoomen § 354: 'T zedert heeft de pagter van die visserijen te kannen „gegeven, dat hij wegens die gestelde ordre, in het boekjaar 178 6/, van zijn pagtschat goort rd=s 300: niet meer had kunnen tebienen krijgen dan rd=s 52: 24: versoekende mits dien, dat hem 't man queerende mogte worden geremitteerd; maar ge merkt deeze pagt, op dezelfde Conditie, als we waar door hij zegt schaade te hebben geleeden, voo dit boekjaar is verpagt voor rd=s 140:—. —. hebben wij bij resolutie van 27: aug:s meerm: beslooten, ook door den voorsz: pagter even zoo veel voor „hem a=o 178 6/: te laaten opbrengen, en „ mits dien van d pagtschat niet meer teremitteeren, dan eene somma van 160: rd=s §352: De Hoofden der Mooren te gale hebben zig be„ „swaard dat ze weegens de vermindering van vekammers, door sterfte als andersints, niet langer instaat waaren om te voldoen aan hunne verbintenis, waarvan we de eere hadden, bij onsen eerbiedigen van den 31: Janur:r 1785: 3: 16 uuwen Hoog Edelheedens kennis te geeven, met verzoek oversulks, dat we, 't zij, door het intrekken van de pagt der absente oeliammen„ 2381 of door de vermindering van het getal van volk dat ze verandwoorden mogten, hun eenigsints wil„ „den verligten, temeer, wijl ze door den pagter der absente oeliammers, seer belemmerd wierden in het op brengen van't bepaald getal oeliammers. §: 353 wijl het nu geheel tegen 't oogmerk soude aan „gaan, waarom de pagt der absente oeliammers is ingevoerd, indien langzaamenhand verbonden wierd het ongemak, dat een parthij Mooren, gelijk de hoofden voorgaaven, sig bij de beschrijving schuijd houden, alleen in de hoop om naderhand met den pagter der absente oeliammers, voor een gerin„ „zig teverdragen, daar deze paart „ger som dan hun hooft geld belooft „ zig ander sints alleen uitstrekt over sulks volk, als door de hoofden der Mooren zelve niet kan worden opgespoord. —. §354: zoo hebben we daarom, en ook om eeniger maa „te te kunnen beoordeelen, op hiet intrekken der voorsz: pagt voor de koonp: voordeliger was, dan om deselve te doen stand grijpen den gezaghebber kraijenhoff, volgens ons daartoe genoomen besluit op den 27: aug=s pass=o, ge„ „latt, om het eerste hoofd der Mooren te gale afte vraagen, indien deese pagt wierd ingetrok„ ken, en hij daarbij wederom wierd hersteld als eerste hoofd der gaalse en Matureele invoren, ouder ge„ merd 3 dat onder dien naam en op dien voet als hij voor eenige Jaaren geweest is. 1/ hoeveel gaalte oeliammers Myj als dan dage„ „lijks ten arbeid soude kunnen leeveren. 2:/ hoeveel Matureese Mooren hij dan soude kun„ „nen leeveren geduurende den tyd, dat deese, vol„ „gens de leggende schikking te gale moeten ten arbeid komen. en hoeveel werkvolk hij gedieurende den 3: drukken tijd, voor de betaaling van een schelling Lo= nog boven dien leeveren kan. § 355. Met verdere aanschrijvens, dat indien uit het geen gedagte eerste hoofd der Mooren aan„ „nam, bevonden wierd, dat deeze schikking de beste reekening gaf, en indien de gezaghebber kraijenhofd, daarbij mogte bevinden, dat het strekken zoude ter meerdere berijking van het oogmerk in deezen, en teffens ter aan moed gingm in ardan kisens ten anwardg van het tweede hoofd der Mooren, om Compleet te leeveren de oeliemmers, die geduurende de maanden, dat hy den dienst waarneemd, werken moet, wij als dan aan desen, in steede van den naam van tweede hoofd der mooren den 2382 den titul soude geeven van Hoofd der gaalse Moo„ „ren. §356: voorts hebben we den bedienden te gale gelast, om met de bedienden te Mature, alwaar een parthij moo„ „ren van den oelij dienst zijn vrijgelaaten, onder an„ „deren tot het overbrengen van Nely in het Tangaalse pakhuijs, overteleggen, op het somtijds voor den dienst van de komp: vorderlijk konde zijn, dat deeze gelargeerde invoren weder ingetrokken wierden, en dat daar en tegen het transporteeren van de voorsz nelij, wierd gedaan door Lingalee„ „sen op andere ingezetenen, mits hen daarvoor iets wierde toegelegd. — § 357: Hier op hebben de gaalse bedienden ons berigt, dat 't voorm: eerste hoofd der Mooren had betuijgd, bij de afschaffing van de pagt der absente oeliam„ „mers, en sijne herstelling als eerste hoofd der gaal„ „le en Matureese Mooren te zullen kunnen leeveren dagelijks 60: gaalse en 32. Matureete veliammers, de laatte geduurende den tid dat zij verpligd zijn ten arbeid te koomen, en nog booven dien in den druk„ „ken tijd, zoo veel huurlingen, voor een schelling 'sdaags, als hem naar een billijke schikking sou„ „de worden opgelegd. §358: waar bij de gaalse bedienden hebben aangemerkt dat het hun, voor den dienst van de komp, voor„ „deeliger toescheen, met stand houding van de pagt an nige pagt der abzente oeliammers, de betaaling van het hoofd geld weder inte trekken, in een tyd dat er een groot getal van arbeids volk vereijscht wierd, tot de vetting bou en het verder nodig werk. — §359: Dog is 't voortchr: eerste hoofd der Mooren 't zedert in perzoon alhier & overgekoomen, en heeft be „kens het aangeteekende bij onse resolutie van den 25: xber: pass=o, bij provisie voor den tijd van drie Jaaren zig verbonden. 1/ om dagelijks aan de komp: dgw inis teleeveren 60: oeliammers uit de gaalse Mooren, die by de in het gaalte en Matureese distrikt woonen, en uit de Matureeze Mooren, die meede in het Gaalse district woonagtig zijn. 2 / om de geduurende de maanden November, de Cem„ ber, Januarij en februarij, uit de Matureete en ^ televeren Belligamte Mooren, aan de komp: daagelijks„ 40: koppen. 3 / om deeze leverantien rigtig te doen, sonder het daar aan ontbreekend getal aftekoopen met een schelling 'sdaags, maar, indien 'er bij enkelde dagen eenige koppen minder geleeverd wierden, die weder te suppleeren in de volgende dagen. 4 om booven dien geduurende de voorschr: drie Jaaren, Jaarlijks aan de komp:e te betaalen 600: rd=s voor de 60 gaalse Mooren die hoofdgeld op brengen, 9

NL-HaNA_1.04.02_3791_0625 view scan ↗

English

to bring, and 1000: rd=s for the 200: Matureese oelidamiers, who also pay poll tax, and 5th to do his best, in order to still, during the busy season, deliver as many laborers to the company for one schelling per day as he will be able to bring together, without however binding himself to a fixed number. §360 And since, in comparison against the latest registration, and the number of Moorish oeliammers that according to it ought to have been delivered to Gale for labor, the convenience of the additional oeliammers, which the aforementioned first chief of the Moors now undertook to deliver, far exceeded the profit from the farm of the absent oeliammers, we have, as appears from our aforesaid resolution of 25 December, revoked the said farm and, on the contrary, promoted the contractor to first chief of the Gale and Matureese Moors. §361 Furthermore, the servants have reported, with respect to the released Moors for transporting nelij to the Tangaale warehouse, that these men, besides this work, still perform several other services without enjoying any wage or subsistence for it, and that it was therefore more advantageous for the company to let them continue in this than to employ other servants for it, who, besides the maintenance that would have to be given to them, would still have to be provided with pack oxen and sacks for transporting the nelij; we have therefore, by resolution of 6 December of the past year, decided to leave this on the old footing. § 362 The coolie expenses that were incurred for the transport of the French director of the engineers, Mr. de La Lustriere, from Trinkonomale via Jaffanapatnam to this place, and on his return journey to Jaffanapatnam; as well as the provisions that were made in Jaffanapatnam and Manaar to the coolies of the undersigned governor on his journey made in the year 1786: to Trinkonomaale, we have, according to resolutions of 14 August and 4 September last, ordered to be charged to the farm of the Nallua and Palla slaves in Jaffanapatnam. We have, by the first-mentioned resolution, also decreed that this must also happen in the future on all such occasions, because if this farm had not been introduced, those slaves would have been summoned as obligate laborers for those journeys, and all provisions of maindementos would have been made to them. 2384 §363: We have also decided, by resolution of 9 October of the past year, to have the expenses that had to be incurred on account of the evacuation of the Manaar Parvas, in so far as they might exceed the amount of the revenue received for the Manaar fish farm, also written off against the aforesaid farm of the private slaves, because otherwise they would have performed the work that has now had to be done by hired people. §364 Although we have already, regarding the elucidation required by Your High Mightinesses in your highly respected letter of 1 May last, concerning the cause of the successive decrease of the farm of the measuring of grains at Jaffanapatnam since the year 1777½, indicated the presumed reasons thereof in our humble letter of 14 August 1787, we nevertheless requested the report of the Jaffanapatnam servants on the matter, and they answered in their letter of 9 October of the past year that this decrease, in their opinion, was caused by the reduction of the duty on grains, which stood at 7½ percent when the memorandum of economizing was made, but since, or actually in the year 1774, was set by Your High Mightinesses at 3¾ percent. It is, however, very clear that this reduction of the duty by half has contributed less to the decline of the farm than one would have had to expect in proportion thereto, since it appears from the presentation in our humble letter of 27 November 1786 § 40, that this farm still yielded more or less ƒ 8000 in the financial years 1775/6, 1776/7, and 1777/8 after that reduction, and thus not much less than in the financial years 1768/9 and 1772/3, when it fetched ƒ 9642. 12. - and ƒ 9504. -. –, so that in our view, as we also noted in our aforesaid humble letter of 14 August last, the rise and fall of the said farm must primarily be attributed solely to the good or bad expectations that the farmers have of an abundant or meager supply of grain, in accordance with the outcome of the harvest, both inland and on the Coast of Coromandel. § 365 Upon the question asked by Your High Mightinesses in your highly respected letter of 17 November 1786, concerning the amount that the chiefs of Trinkonomaale previously enjoyed from the revenues of the fish and betel farms, the Trinkonomaale servants informed us in their letter of 4 November of the past year that the fishermen

Dutch transcription

2383 brengen, en 1000: rd=s voor de 200: Matureese oeli„ dumiers, die meede hoofd geld voldoen en 5. / om sijn best tedoen, ten einde nog, geduurende den drukken tyd, zoo veel werksvolk voor een schelling sdragt aan de komp: telieveren, als hij zal kunnen bij malkanderen brengen, sonder zig agter derweegens tot een bepaald getal te ver„ „binden. §360 Ennadien, in vergelijk tegens de jongste be„ „schrijving, en het getal der Moorte oeliaan„ „mers, dat volgens dezelve te gale zoude hebben, moeten ten arbeid geleeverd worden het geriep van de meerdere oeliammers, die voorsz: eerste hoofd der Mooren nu aannan teleeveren, verre overtrof het voordeel van de pagt der absente oeliammers, hebben we blijkens voortz: onse resolutie van den 25.' zber: gem: pagt ingetrokken en daar en tegen den aanmeemer bevorderd tot eerste hoofd der gaalse en Matureese Mooren. §361 voorts hebben de bediend en bericht, ten opsig„ „ „te van de gelargeerde mooren om Nelij na het Fangaals pakhuijs tevervoeren, dat deese behalven dit werk; nog verschijde andere diensten doen, sonder daarvoor eenig loon op onderhoud te genieten, en dat het dus voor de van het rd tot een em en ren lik - de komp: voordeeliger was hun daarin telaaten, continueeren, dan andere dienttelingen daartoe te emploijeeren, die behalven het onderhoud, dat daaraan soude moeten worden gegeeven, nog zullen moeten voorsien worden van draag ossen en zakken, tot het transporteeren van de Nelij, we hebben derhalven, bij resolutie van den 6: xber: J:oL beslooten, dit telaaten op den ouden voet. § 362 De koelij ongelden die gedaan zijn, tot transpor „port van den pransen directeur van de genie, de heer de La Lustriere, van Trinkonomale over Jaffanapatnam na herwaarts, en op desselfs terug rijse na Jaffanapatnam; soo ook de ver„ „strekkingen, die in het Jaffanase en Manaar„ „se zyn gedaan, aan de koelijs van den onderge„ „teekenden gouverneur, op desselfs gedaane togt in a=o 1786: na Trink ouomaale hebben we„ volgens resolutien van den 14: aug=s en 4: 7ber: pass=o laaten belasten op de pagt van de Nae„ „luasse en pallasse slaaven te Jappanapatnam we hebben bij eerst gem: resolutie teffens g'ar„ „retteerd, dat dit ook in dien aanstaande, bij alle diergelijke gelegendheeden, moet geschie„ „den, om dat zoo deese pagt niet was inge„ voerd, die slaaven als verpligtelingen tot die togten souden ontbooden, een alle verttrek„ kingen 2384 a aa kingen van maindementos, aan hun zouden gedaan zijn. §363: Ook hebben wij bij resolutie van den 9' 8ber J:o Leeden beslooten, om de onkosten, die weegens de uit wijking van de Manaarte Paruas hebben moeten gedaan worden, voor zoo verre die mogten surpasseeren het beloop van 't ingekoomen & voor de Manaarte vispagt, meede telaaten afschrijven op de voorsz pagt van de particuliere slaaven, wijl die anders zouden hebben verrigt het werk, dat nu niet ge„ „huurd volk heeft moeten worden gedaan. §364 schoon we reets op de door uwe Hoog Edelheeden, bij seer gerespecteerde missive van den 1. Maij pass=o, gevorderde elucidatie, weegens de oorzaak van de successive vermindering van de pagt van het afstrijken der maaten te Jaffanapatnam ze„ „dert het Jaar 1777½, bij onzen eerbiedigen van den 14: aug=s 1787:, de vermoedelijke reedenen daarvan hebben aangeweezen, hebben we nogthans daarom„ van „trent liet berigt mat de jaffonase bedienden ge„ „vraagd, en deese hebben bij hunnen brief van den 9 8ber: J:s L: g'andwoord, dat die vermindering naar hunne gedagten veroorzaakt is, door het vermin„ deren van de geregtigheid op de graanen, die toen de memorie van menagie gemaakt wierd op 7½. p=rC: stont, dog 't zedert, of eijgentlijk in a=to a=o 1774, door Uwe Hoog Edelheeden op 3:¾ C: na gesteld. T is egter zeer duijdelijk, dat deese ver„ mindering van geregtigheid tot op de helfte, min „der tot het daalen van de pacht heeft gewerkt, dat men naar proportie daar van souden hebben moeten verwagten, wijl het vertoonde bij onsen eerbied „gen van den 27. ' 9ber: 1786: §: 40: blijkt, dat deeze pagt nog na die reductie en wel in de boekjaaren 174 5/6, 187 /7. en 177 7/8. min of meer ƒ 8000. opgebragt heeft, en dus niet veel minder dan in de boek„ Jaaren 1768/4 en 17 3/10. toen ze gegolden heeft ƒ 9642. 12. -. en ƒ4504. -. –, zodat naar ons in„ „zien, gelijk we het ook bij onzen voorm: eerbie„ „digen van den 14. ' aug=s pass=o hebben aange„ „merkt, het rijten en daalen van gem: pagt, voornaamelijk moet worden toegeschreeven, alleen aan de goede of slegte verwagting, die de pagters hebben op neemen wunnen of schraalen aanbreng van graanen, naar maate van den uitslag des oogsts, zowel binnenlands als op de kust van kormandel. „de § 365 Op„s door uwe Hoog Edelheeden gedaane vraagt bij seer gerespecteerde missive van den 17: 9ber: 1786:, nopens het bedraagen, dat de opperhoofd en van Trinkonomaale bevoorens, uit de revenuen van de visch en betel pagten„ genooten hebben, hebben de Trinkonomaalse bedienden ons, bij hun „nen brief van den 4: 9ber J=ol bedeeld, dat de visschers -

NL-HaNA_1.04.02_3791_0629 view scan ↗

English

fishermen had to yield one rd=s in fish daily, and that the betel sometimes brought in 500: rd=s and even 11: to 1200: rd=s in a year, so that the latter, calculated on average, amounted to between 6: to 800: rd=s, and the chief Van Senden has at the same time urgently requested us, in our letter to Your High Excellencies, in order to obtain a fixed income for him, to please take into consideration that the previous chiefs, besides these two items, had many other revenues, of which now none but an uncertain statement can be given, and that the living expenses at Trinkonomale, in earlier times, were not as oppressive as in the last five years. §366: We hope that it will not be necessary here to dwell at length upon the truth of his declaration concerning the present higher cost of living, as the dearness is the necessary consequence of the larger garrison that now lies there, which is at least three times stronger than it was before the last war, besides the fact that there is now also a heavier resort of ships, both for repair and otherwise, whereby not only foodstuffs must rise in price, but the chief is also placed under the necessity, for the preservation of the national reputation, to incur considerably more expenses than he would otherwise need to, and for which reason we firmly trust that Your High Excellencies will be pleased to see the equity of his retaining at least those revenues which his predecessors enjoyed. §367: In order nevertheless not to leave this indeterminate either, we take the liberty respectfully to propose to Your High Excellencies whether it may please Your High Excellencies to allocate to the Trinkonomale chief, now and in time, as a means of subsistence, the entire proceeds of the aforesaid fish and betel farms, until they shall jointly render 4500: rd=s, while everything they might yield above that must accrue to the benefit of the Company, provided that on the other hand the chiefs shall have to renounce all other advantages and revenues, in order always to be able to clear themselves thereof by oath when required. §368 Since the public farming out of these two items was introduced, the fish farm has yielded in the year 1785/6 for the last 2½: months rd=s 300:, in the year 1786/7. rd=s 2770: and in the year 1787/8: rd=s 2500: or, according to the reduction mentioned here before in §342:, rd=s 1500, and the betel farm has produced in the year 1785/6. for 2½ months rd=s 104: 1/6, in 1786/7 rd=s 755: and in 1787/8 rd=s 650. §369. And as the chief Van Senden has repeatedly complained that he, through the great expenses which he had to incur during the presence of the State's squadron at Trinkonomale, and continuously must especially incur on account of the French King's ships, of which there is usually at least one lying in the bay, has had to consume much of his means, and even had to run into debt, we have resolved at the session of the 24: instant to authorize him to receive provisionally the aforesaid revenues, which, so far as they have already been accounted for by the farmers, have hitherto been deposited in the Company's treasury, provided he remains obliged to the restitution thereof, if it should please Your High Excellencies to dispose otherwise in that respect. §370: Since the Chikos farm for this current book-year has been farmed by another person and for a larger sum than the previous farmer Maha Dou Anthonij Ratakaria Sittonabela Modliar had been willing to give for it, this latter, who is the same person who gave occasion to the introduction of that farm, as appears from the share in our respectful letter of 28 January 1786;, and who also farmed the farm himself in the first two years, has urgently requested us that we, to compensate for his trouble and for the loss which he had suffered from it in the last year, would grant him the right to the delivery of the 420: oeliammers who daily must come into the Company's service, while retaining the pay of 25: rd=s a month allocated to him as Captain Adigar. §371: This man has certainly rendered himself meritorious in the introduction of the aforesaid farm, whereby so considerable a benefit was brought to the Company in the revenue of the Chikos monies, and as he has not done that without hope of reward, it would serve little as encouragement for such undertakings if one were now, when the farm has been brought on a good footing and is farmed by another, to abandon him entirely, the more so as it is very probable that, besides the trouble of putting the matter into train, he will also have suffered some loss thereby, as well as on the farm of the private slaves at Jaffanapatnam, which he also farmed the first year. §372: We have therefore, according to resolution of 8: November last, granted him the retention of the monthly pay of 25: rd=s, solely for this current book-year, and also authorized Commander Raket, if that can be done without

Dutch transcription

2 24 a 2385 visschers sdaags een rd=s aan visch hebben moeten opbrengen, en dat de betel somtijds 500: rd=s en ook wel 11: a 1200: rd=s in 't Jaar had opgebragt, zoo dat het laatste, door malkanderen gereekend, op tusschen de 6: â 800: rd=s kwam te staan, en het opperhoofd van senden heeft ons teffens in„ onze „stantig versogt, om bij schrijvens aan uwe Hoog Edelheeden, ter verkrijging van een vast inko„ „men voor hem, in aanmerking tewillen neemen dat de voorige opperhoofden, buijten deeze twee artikulen, nog veele andere inkomsten hebben gehad, waarvan tans geene dan eene onzeekere opgaave kan worden gedaan, en dat de verteerin„ „gen te Trinkonomale, in vroeger tijd, zoo druk „kende niet waaren geweest als in de laaste vijf Jaaren. §366: wij hoopen dat het niet noodig zal zijn, hier bij de waarheid van zijne betuiging nopens de tegentwoordige meerdere vertiering, in het bree„ de aantewijlen, wijl de duurte ten noodsaake, „lijk gevolg is van de meerdere bezetting, die thans daar legt, en ten minsten drie maal sterker is, dan ze was voor den laasten oorlog, behalven dat er ook tans een sterker aanloop is van scheepen, zoo ter vertimmering als andersints, waardoor niet alleen de levensmiddelen in prijs moeten rijsen, maar ook 't opperhoofd in de noodzaake„ lijkheid 74 g 2 lijkheid word gesteld, om tot behoud van de nationarle reputatie, merkelijk meer onkosten toedoen, dan hij andersints zoude behoeven, en waarom wenadrigg ver„ trouwen, dat uwe Hoog Edelheeden de billijkheid zullen gelieven in te zien, dat hij ten minsten die inkomsten behoud, welke zijne antecetseurs heb„ „ben gehad. §367: Om nochtans ook dit niet onbepaald te laaten, ge„ bruiken we de vrijheid Uwen Hoog Edelheeden eer „biedig voortestellen, of het hoogst dezelven mag behaagen aan 't Trinko nomaalse opperhoofd, nu en in der tijd, tot een middel van bestaan toete leggen, 't geheel provenu van de voorsz visch en betel pag„ „ten, tot dat ze tezaamen 4500: rd=s zullen komen teren desen, terwijl al het geen dezelven boven dien mogten gelden, ten voordeele van de komp: zal moeten komen, mits dat daar en tegen de opper„ „hoofden zullen moeten afsien van alle andere voor„ „deelen en inkomsten, om zig altoos derweegens, des gerequireerd wordende by eede te kunnen zuijve„ § 368 zedert dat de publicque verpagting van deese twee articulen zijn ingevoerd, heeft de vispagt gerendeerd in A=o 1787/6 voor de laaste 2½: maan„ „den rd=s 300:, in A=o 1786/7. rd=s 2770: en in A=o 178 7/8: rd=s 2500: op volgens de hier voor §342: vermelde reductie ren. 244 2386 reductie rd=s 1500, en de betelpagt heeft opgeworpen in a=o 178 35/6. voor 2½ maanden rd=s 104: 1/6, in 1786/: rd=s 755: en in 178 7/8 rd=s 650. §369. En wyl het opperhoofd van senden bij verhaaling heeft geklaagd, dat hy door de groote kosten, die hij hadde moeten doen geduurende 't aanweezen - van 'slands Equader te Trinkonomale, en bij Continuatie inzonderheid moet o doen om de franse konings scheepen, waarvan er doorgaans ten minsten een in de braaij legd, sterk heeft moei „ten agter uitteeren, en zig zelfs in schulden moeten steeken, hebben we ter sessie van den 24: deezer be„ „slooten hem te qualificeeren, om de voorsz revenueen die voor zo verre ze door de pagters riets zijn verand „woord, tot nog toe in sComp:s kas gedepositeerd zijn geweest, bij provisie te mogen ontfangen, mits ver „plicht blijvende tot de restitutie daarvan, indien het uwe Hoog Edelheeden mogten behaagen daaromtrent anders te disponeeren §370: Nadien de Chikos pagt voor dit loopend boekjaa is gemeind door een ander perzoon en voor een groo„ „ter somma, dan de voorige pagter Maha dou Anthonij Ratakaria sittonabela modhaar„ daar voor had willen geeven, heeft deeze laatte, die de selfde perzoonen is, welke aanzeijding tot het invoeren van die pagt heeft gegeeven, blij„ „kens het bedeelde bij onsen eerbiedigen van den 28. January 1786;, en die ook in de twee eerste Jaaren zelfs „: gemeint heeft gehad, ons instantig verzogt, selfs de pagt, dat we hem tot verzeeting sijner moeijte en van de schaade, die uij't Laatte Jaar daar aan had geleeden, wilden vergunnen het regt tot de leve rantie van de 420: oeliammers, die dagelijks tot 'sComp=s dienst moeten komen, onder behoud van de aan hem, als Captitein Adigaar, toegelegde beholding van 25: rd=s 'smaands. —. § 371: Deeze man heeft zig zeekerlijk verdienstelijk ge„ „maakt, bij de invoering van de voorschreeven pagt„ waardoor aan de komp: in 't inkoomen van de Chi„ „kos penningen, een zoo aanmerkelijk voordeel is toege„ „bragt, geworden, en wijl hij dat niet sonder hoop op belooning gedaan heeft, soude het wijnig tot aanmoediging tot diergelijke onderneemingen „strekken, indien men hem thans nu de pagt op een goeden voet gebragt en door een ander gemeind is, geheel en al liet vaaren, temeer het zeer waar„ „schijnlijk is, dat hij boven de moeijte om de laakt in train tebrengen, ook wel eenige schade daarbij geleeden zal hebben, zo wel als bij de pagt van de Particuliere slaaven te Jaffanapatnam„ welke hij meede het eerste Jaar heeft gemeind. § 372: wij hebben derhalven, volgens resolutie van den 8: 9ber: J=l, hem toegestaan het behoud van de Maandelijkse betolding van 25: rd=s, alleen voor dit loopend boekJaar, en ook den komman „ „deur Raket gequalificeerd, om zoo dat zonder

NL-HaNA_1.04.02_3791_0633 view scan ↗

English

without giving occasion and without giving lawful reason for complaints to the present renter, could take place, to assign to him the direction over the further 420 oeliammers, and the said Commander has therefore arranged it in such a manner that the present renter will have to deliver the oeliammers to the said previous renter, in order to be further distributed and provided by him for the labor. § 373: Regarding the further resolutions which we have taken with respect to the Domains, and are of too little importance to be mentioned specifically herein, we take the liberty humbly to refer to our resolutions of the 15th, 16th, and 27th of August, the 4th and 11th of September, the 9th of October, and the 8th of November, and the 20th of December last. § 374: Finally we also mention herewith that the Manaar servants, in response to the report required of them according to § 30, answered by letter of the 18th of this month that they had found no creeping abuses in the Tarrego lease, but that they had deemed the abolition of the toll on the import of rice and nelij necessary only because it was much too oppressive for the inhabitants, because, particularly in lean times, during crop failure due to lack of rain, as has now taken place three years in succession, they not only had to buy the grains very dearly, but also had to forfeit a part of it for the lease, besides also that the barkiers often sailed past Manaar and brought their grains for sale elsewhere, where no duty was paid for it; that however the tarrego lease is not entirely abolished, but as far as it concerns small livestock, it still continued, as the same was leased again in this closing book year for 550 rds, and that the loss suffered by the Company through the abolition of the toll on rice and nelij would have been compensated for by the introduced betel lease, if the same remained in place, as it can yield well over 500 to 600 rds a year. The Head Adigar, office monies, and Land Rents. § 375: Which are collected at Jaffanapatnam from the inhabitants, and accounted for annually in four terms to the Company, amounted in the book year 1786/7 to ƒ 74933: 14.– and in the previous book year the same amounted to a sum of ƒ 82416: 11: 8. Thus the last year more ƒ 7482: 17: 8. The duty of the Nelij crop § 376: Amounted in the book year 1786/7 to: in the Colombo Dessavony lasten 137: 1/25. in the lands of Jaffanapatnam lasten 99: 3/15. in the Manaar Lands lasten 42: 12/25. in the Galle korle lasten 59: 7/10. in the Matara Dessavony lasten 374: 1/15. in the lands of Trincomalee lasten 38: 15. in the Vanni lands lasten 20: 14/15. in the Kalpitiya and Puttalam lands lasten 3: 3/10. in the Batticaloa provinces lasten 370: 1/15. in the Chilaw ditto lasten 31: 4/15. Total lasten 1079 2/5. In the book year 1785/6 this duty amounted to lasten 1773: 19/100. Thus the last year less lasten 693 79/100. § 377: This decrease is caused by the continuous great drought that has plagued the lands under Colombo, Jaffanapatnam, and Galle, and why principally in the lands under the Jaffanapatnam jurisdiction, the Vanni and Manaar included therein, many seedfields have remained unsown, and the crop of others that were sown has perished. § 378: Two ottoe fields, which had already been granted to the arratche at Matara, having erroneously been leased for the great harvest, we have, upon the proposal of the Galle servants, qualified them by resolution of the 16th of January last to be permitted to write them off. § 379: At the introduction of the leasing of the Nelij duty in the Galle korle, it was determined in the year 1784 that the renters would have to account for the same to the Company with 4 per cent excess, but through an incorrect translation of the lease conditions into Sinhalese, it was stated instead that the renters would have to deliver it with 4 koernies excess on every amunam, which otherwise holds 40 koernies or 8 parras, and on that footing the delivery also took place in the first two years: but in the past year the new renters discovered the error, and wanted to hold to the actual determination of 4 per cent, against which however the village headmen, who must receive the Neli for the Company, have complained, requesting that the delivery might take place at 44 koernies the amunam, as they would otherwise have to suffer damage because for every amunam they must account for 8 parras or 43 1/15 koernies of Nelij in the dispensary, since the parra, although calculated at 5 koernies, actually contains 5 7/15 koernies. § 380: And as we consider that the village headmen were well-founded in their request, and fairly ought to be met, because besides the loss which they certainly have upon receiving and accounting for the Nelij, they are also obliged to deliver the same free into the Dispensary, wherefore they thus, at the delivery of the amunam at 44 koernies, would still profit something like 14/15 koernies on the amunam, whereas otherwise, if the determination of 4 per cent went through, they notoriously had to suffer loss, we have therefore decided by resolution of the 5th of April that the renters would have to make the delivery at 44 koernies the amunam, and the conditions were also consequently altered thereafter, the more so as the renters could with no ground thereon

Dutch transcription

2 242 2387 sonder geleegendheid en zonder wettige reden van kla„ „gen aan den tegens woordigen pagter te geeven, kon ge„ „schieden, aan hem toetevoegen vvan de directie over de voortz 420: oeliammers en gemelde Commandeur heeft mits dien het zodanig geschikt, dat de tegenswoordi„ „ge pagter de oeliammers aan gem: voorjaarige Pag„ „ter zal moeten leeveren, om door hem tot den arbeid verder verdeeld en besorgd teworden. §373: Nopens de verdere besluiten, die we ten aanzien van de Domainen genomen hebben, en van te wijnig bellang zijn om in desen speciaaliter teworden gemeld, gebrui„ „ken wij de vrijheid ons nedrig terepereeren, aan onse resolutie van den 15: 16: en 27: Aug=s, 4.:' en 11. ' 7ber:, 9: 8ber: en 8: 9ber en 20: xber: pass=o. § 374: Eenelyk melden we hierbij nog, dat de Manaarte bedienden, op het aan hem volgens 5: 30: gevordeerd berigd, bij brief van den 18: deezer hebben geandwoord dat ze bij de Tarrego pagt geene ingesloopene misbruiken gevonden hadden, maar dat ze de af„ „schaffing van den toe op den iwoer van rijst en nelij, eenelijk hadden noodig g'oordeeld, om dat die veel te drukkend was voor de ingeteekenen, wijl ze, insonderheid in schraale tijden, bij mis gewakch door gebrek van regen gelijk nu drie Jaaren agter een weder plaats heeft gehad, niet alleen de graanen zeer duur mogten kopen, maar ook daar uit voor de pagt een gedeelte hadden moeten missen, behalven ook dat de barkiers veelmaal en Ma„ naar en man „naar voor bij voeren, en hunne graanen elders te„ „koop bragten, daar 'er geene geregtigheid voor be„ „taald werd; dat egter de tarrego pagt niet geheel is afgeschaft, maar zoo verre het klijn geweedsen betreft, nog bleeff continueeren, gelijk dezelve in dit loostend boekjaar weder voor 550: rd=s is verpagt, en dat het nadeel, door de afschaffing van den toe op rijst en nelij, bij de komp:e geleeden, zoude vergoed zijn geworden door de ingevoerde betee pagt, indien deselve in staad bleef wijl ze ruim 500: â 600 rd=s sjaars kan opwerpen. De Hoofd=adigaarij, officie„ gelden en Landrenten. §375: Die te Jaffanapatnam van de ingesetenen inge„ vorderd, en Jaarlijks in vier termijnen aan de komp:e verandwoord worden, hebben in 't boekjaar 1785/7: bedraagen - - - - ƒ74933: 14.– en in 't voorigboekjaar beliepen de„ zelven eene somma van. . . . . . . . „ 82416: 11: 8. Dus 't laaste Jaar meerder ƒ 7482: 17:8. De geregtigheid van 't Nelij gewasch §376: Heeft bedrangen in 't boekjaar 1785/. 134. .. . . lasten 137: 1/25. in de kolombote Detsavonij „ „ landen van Jaffanapatnam - - - - - - - „ 99: 3/15. „ „ Maanaarse Landen. . . . . . . . . . . . „ 42:1 12/25. „ „ gale korle. . . . . . . . . . . . . „ 59. 7/10. „ „ Matureete De savouij - - - - - - - - „ 374. /15. „ „ landen van Trinkouomaale - - - - „ 38. 15. „ „ wannese landen - - - - - - - „ 20: 14/415. „ „. kalpettijse en Putulang te landen. „ 3. 3/70. „ „ kattikaloase provintien. . . . . . . . . „ 370 1/15: „ „ Zilause. . _:o - - - - - „ 31: 4/15. 3913 Telt latten 1079 2/63/5. „ 2388 in 't doekjaar 178 5/6. bedroegen deeze geregtig„ 661 heid. . . . . . . . . . . . . . . . . . . lasten „ 1773: 197/00. 37069 dus 't laaste Jaar minder lasten 69 6 /0. §377 Deeze minderheid is door de aanhoudende groote droogte veroortaakt, die de landen onder kolombo, Jaffanapatnam en Gale heeft gekeerst, en waarom voornaamelijk in de landen onder 't Jaffanapatnamo gebied de wanni en Manaar, daar onder begreepen, veele zaaijvelden onbesaaijd gebleeven zijn, en het gewasch van anderen die bezaayd waaren vergaan is. § 378: Twee ottoe velden, die reets aan den arraatje te Mature geäccordeerd waaren, abutive voor den grooten oegt „ng verpagt geworden zijnde, hebben we op den voordragt der gaalse bedienden, hun bij resolutie van den 16: Januarij pass=o gequalificeerd om deselve temoogen laten afschrijven. §379 Bzij den invoer van de verpagting der Nelij geregtig„ „heid in de gale korle, is in 't Jaar 1784. bepaalt, dat de pagters dezelve aan de komp: zouden moeten verandwoorden met 4: p=rC=to overmaat, dog door een verkeerde vertaaling van de pagt Conditie in 't singalees, is daarvoor gesteld, dat de pagters ze zouden moeten leeveren met 4: koernis overmaat op elke ammonam, die anders: 40: koerines op 8: parras houd, en op dien voet is ook de leverantie in de twee eerste Jaaren geschied: Maar in 't voor„ „leeden Jaar hebben de nieuwe pagters het abuijs ontdekt /5. ontdekt, en wilden zig aan de eijgentlijk bepaa„ ling van 4: ten honderd houden, waartegen agter de dorpshoofden, die de Neli voorde komp: moeten ontfangen, zig hebben beswaard verzoe„ „kende dat de leverantie mogte geschieden tegens 44: koernies de ammonams, wijl ze an„ „zoude „ders schaaden moeten lijden om dat ze voor elk ammonam 8: parras of 43 1/15: Roernies Nelij in 't dispens moeten verandwoorden, vermits de pa„ „ra schoon op 5: koernies word gereekend, wer„ kelijk 5: 7/15: koernies inhoud. § 380: En wijl we Considereeren, dat de dorps hoofden in hun verzoek gegrond waren, en billijk dien„ „den tegemoet gekomen worden, om dat ze buij„ „ten het verlies, 't welk ze sekerlijk hebben bij het ontfangen en verandwoorden van de Ned ook verpligt zijn deselve vrij in 't Dispens teleeveren, waarover ze dus, bij de leeverantie van de ammonam tegens 44: koernies, nog iets op 1/45: koerines op de amm: souden profitee „ren, daar ze anders, indien de bepaaling van 4: p=r C=to doorging, notoir schaade moesten leg „den= hebben wederhalven bij resolutie van den 5: april beslooten, dat de pagters de leverant souden moeten doen tegens 44: koernies de amm:, en is ook de Conditien mits dien daarnaa veranderd, temeer de pagters niets met gerond daar

NL-HaNA_1.04.02_3791_0637 view scan ↗

English

could bring against it, because they had leased the farm in good faith based on the poorly translated conditions, and the error was only discovered afterwards. Paragraph 381. The farmers of the paddy duty in the Mature district for the financial year 1785/6, seeing no prospect of settling their arrears in kind, have requested permission to suffice with payment in cash, at three rixdollars the amunam or 10 stivers the parra; and since the Mature officials assured us that there was indeed no chance of obtaining the rent in kind from them, we authorized the acceptance of the cash settlement by resolution of 9 June last. Paragraph 382. Likewise, the Mature farmers of the great harvest of last year requested permission to pay a large part of their paddy rent in cash, as they had suffered much damage and were therefore not in a position to deliver the same in kind; and by our aforementioned resolution, we authorized the Dessave to accept money only from such farmers who were found completely unable to account for the rent in paddy. Paragraph 383. To the farmers of some of the Company's fields in the Baygams, for the great harvest of last year, we have remitted their farm sum amounting to 8 amunams and 5 3/4 coernies of paddy, as appears from our resolution of 11 September last, because an investigation found that the crop of those fields had completely withered due to the persistent heat and lack of water. Paragraph 384. According to constant custom, the seed corn is always deducted first from the harvested paddy, and subsequently the Company's duty is levied on the remainder. However, some farmers who had leased certain portions of old fields in the Mature district have, in a misunderstanding because this was not explicitly stipulated in the lease condition, levied the duty on the entire harvest. Therefore, upon the complaints made in this regard by the owners, according to the minute in our aforesaid resolution of 11 September, we allowed 30 amunams and 14 1/2 coernies of paddy to be validated to them in this matter, and also decided to stipulate in the conditions for the future that the seed corn must be deducted before the crop is appraised to pay the duty out to the farmer. Paragraph 385. In order to test whether the leasing of the paddy duty could also be introduced with good success in Trinkonomaale, as appears from the minute in our resolution of 12 July last, we sent copies of the lease conditions of Jaffanapatnam, Gale, and Batticaloa to the officials at Trinkonomaale, with orders to draft from them a condition best suited to the country's constitution and to send it to us for review. But instead of such a draft, we received from them a resolution of 8 August, whereby they decided to proceed with the leasing under this anxious precaution: namely, that the resident of Tamblegaen and the vannias of Koetjaar and Katkolampattoe would be informed that this leasing would only take place to try in the first year whether it would meet our objective, with orders to make this known among the people, out of fear that they might otherwise abandon their sowings and plantings. Paragraph 386. Since we nevertheless could not understand on what the officials based this apprehension of theirs, as appears from our resolution of 27 August following, we requested a report from them regarding what the inconveniences of the aforesaid leasing were that made them fear that the inhabitants would abandon their sowings and plantings on account of it, and wherein, therefore, according to their thoughts, the method of taxation would be less burdensome and preferable for the community over the instrument of farming out the revenue. Paragraph 387. Meanwhile, and before they had received our letter in which that report was requested, they informed us in their letter of 27 August that the Chiefs of the provinces of Koetjaar, Katkolampattoe, and Tambelegamme were unanimously of the opinion that the farming out of the tithes there could not be introduced without the danger of seeing not only the new inhabitants—who had recently been returning gradually to cultivate their long-abandoned lands again—but even the old inhabitants abandon the country, since a farmer would have his tithe remeasured down to the last modied, whereas now the commissioners make only as close an estimate as possible, whereby the inhabitants were usually not treated with the utmost severity; and that, although it is true that now to the Company, just

Dutch transcription

2389 daar tegen konden inbrengen, om dat ze de pagt ter goeder trou gemeind hadden op de kwaalijk vertaalde Conditien, en 't abuijs eerst daarna ontbekt 1. — §384 De pagters van de Neli geregtigheid in 't Matu„ „reese distrikt voor 't boekjaar 178 /6, geen kans siende om hunne agterstallen in natura tever„ „eevenen, hebben verzogt temoogen volstaan met de betaaling in Contant, tegens drie rd=s de amm: of 10: stx: de parra, en wijl de Matureese bedien„ „den ons verzeekerden, dat 'er werkelijk geen kans was, om de pagt, in natura van hun te„ bekoomen, hebben we bij resolutie van den 9: Junij pass=o qualificatie gegeeven tot de accep„ „tatie van de contante voldoening. — §382: Jnsgelijks hebben de Matureete Pachters van den grood „ten oegst van 't voorleeden Jaar t versogt, om een groot gedeelte van hunne pacht Nelij in Contant temoogen voldoen, wije ze veel schaade geleeden hadden en derhalven niet in staat waaren, om de„ „zelve in Natura teleeveren: en wij hebben bij even gem: onse resolutie den Detsave gequalificeerd, om alleen geld te accepteeren van zodanige pagter, als volstrekt niet in staat bevonden worden, de pagt in nelij te verandwoorden. — § 383: Aan de pagters van eenige 'sComp: velden in de de Baygams, voor den voorleeden Jaarschen groo„ „ten oogst, hebben we, blijkens onse resolutie van den 11:' 7ber: pass=o, geremitteerd hunne pagt„ schat groot 8: amm: en 5¾. Coernies nelij, wijl bij gedaane ondersoek bevonden is, dat 't ge„ „wasch van die velden, door de aanhoude hitte en gebrek aan water, ten eenemaal was ver„ dord. —. „het § 384: volgens „ Constant gebruik, word altijd van de „die. Nelij„ ingeoegtt is, eerst 't zaadkoorn afgetrok„ „ken, en vervolgens op de rest sComp: geregtigheid ge„ „heeren, dog eenige pagters, die sommige parven oude velden in 't Matureerse hebben gepagt, hebben in't uisverstand, om dat dit bij de pagt Consi„ „tie niet uijtdrukkelyk was bepaald, de gereg„ „tigheid op den geheelen oegst geheeven. we hebben derhalven, op de zerwegens gedaane klagten door de eijgenaars, volgens het aangeteekende bij onse voorsz resolutie van den 11: 7ber: aan hun derwegens laaten valideer en 30: Ammen 14½. koerinas Nelij, en toffens beslooten om voor den aanstaande bij de Conditie te bepaalen, dat 't „zaad kroon moet worden afgetrokken, voor dat 't gewasch word getaxeerd, om de geregtigheid aan den pagter uittekeeren § 385 2390 § 385. Om te besproeven of de verpagting van de Nelij ge„ regtigheid, ook te Trinkousmaale met goed succes„ zoude kunnen worden ingevoerd, hebben we, blijkens t aangeteekende bij onze resolutie van den 12:' Julyj J:o L:, Costijen van de pagt Conditien van Jaffanapat„ „nam, gale en Battikaloa, aan de bedienden te Trinkonomaale gesonden, met last om daar uit, een met 'slands Constitutie best overeenkomende, Conditi te ontwerpen en aan ons ter resumtie toete zenden; Maar insteede van zodanige ontwerp hebben me van hun ontfangen eene resolutie van den 8: aug=s waarbij zo hebben beslooten met de verpagting voor „tegaan, onder dese kommerlijke voorsorg, dat naa„ „melijk de resident van Tamblegaen, en de wan„ „nias van koetjaar en katkolampattoe, zouden worden g'informeerd, dat die verpagting alleen zouden geschieden, om in 't eerste Jaar teprobeeren of ze aan ons oogmerk soude voldoen, met order om dit onder 't volk gemeen temaaken, uit vreese dat het anders sijne bezaaijingen en be„ plantingen mogten verlaaten. §386 vermits we nogtans niet konden bevroeden, waer op de bedienden deeze hunne bedugting fondeer„ „den, hebben we, blijkens onse resolutien van den 27: aug=t daaraan, van hun bericht gevraagt welke de inconvenienten waren van de voorsz verpagting — verpachting, die hun doen bedugt zijn, dat de ingezetenen des weegens hunne betaaijingen en beplantingen zouden verlaaten, en waar in der„ „halven naar hunne gedagten, de weg van tarca„ „tie minder onerent, en voor de gemeinde te pre„ fereeren souden zijn, booven het middel van de verpagting. —. §387: Jntusschen en voor dat ze onsen brief, waarbij dat bericht gevraagd wierd, hadden ontfangen, bedeelden ze ons bij hunnen brief van den 27: aug=t, dat de Hoofden van de provintien koe „jaar, katkolompattoe en Tambelegomino, een „paarig van gevoelen waaren, dat de verpagting van de tienden aldaar niet soude kunnen worden ingevoerd, sonder gevaar van niet allee de nieuwe ingezeetenen, die zedert korten tijd langsaamerhand terug kwaamen, om hun „ne voorlange verlaatene landen weder te be„ bouwen, maar selfs de oude ingezeetenen van 't land tetien verlaaten, vermits een pag„ „ter sijne tiende tot op de laaste modied souden laaten nameeten, daar nu de gecommit„ „teerdens, maar eene so na mogelijke overslag maaken, waarbij gewoonelijk de ingesetenen niet ten strengsten wierden behandeld; en dat opschoon het wel waar is, dat nu aan de Comp:e, even

NL-HaNA_1.04.02_3791_0641 view scan ↗

English

2390 just as to the farmer of the revenues, the tithes were due, yet the cultivator preferred to deal with his landlord rather than with the tax farmers; and that it therefore appeared to them, namely to the officials, that in a country like Trinkonomale, where one should endeavor to draw back the former inhabitants who currently resided in the Kandyan territory, one should make them find as much advantage as in the Kandyan territory, where on that side there is no farming out of taxes, for which reason they requested that for the time being everything might still be left on the old footing, until the great objective for Trinkonomaale, namely a noticeable increase of inhabitants, should be achieved. §388. Since then, the officials have answered to the aforementioned report required of them that they can give no other reason why the valuation should be less onerous than the farming out, other than that which they, as mentioned herebefore, had demonstrated in their letter of 27 August; but as this representation consisted of nothing other than assumed difficulties, which all came down to the point that the people would be treated more severely by the tax farmers than by the otherwise usual collectors of the tithes, the validity of which the officials ought to have investigated more closely, without contenting themselves with the pretenses of the native chiefs, who have their own interest in the continuation of the valuation, we therefore resolved on 13 October of the past year that, until this further investigation should have taken place, the levying of the nelly duty in the Trinkonomaale district should provisionally be carried out on the old footing. §389. As the chiefs of the Batikaloa provinces have generally been somewhat slow with the delivery of the nelly duty, whereby the arrears from year to year mounted too high, the Batikaloa officials, in their letter of 15 December 1786, made a proposal to us to have the country chiefs in the future, for the amount of the overdue tithes for which each must account, pass secretarial bonds under obligation to pay the usual interest of 50 percent; and as this has had such a good result that, according to their report by letter of 7 April last, all the arrears of the tithe duty were already paid, we resolved by resolution of 19 April thereafter to approve their aforementioned proposal. 5390. 2392 §390. Furthermore, upon the received report that of the nelly crop there was lost through high water in the Batikaloa province Karrewauwe 179½ amunams and in the Trinkonomaale province Koetjaar 6¼ amunams, we have, according to what was recorded by resolution of 12 July and 25 December last, granted qualification to the officials to allow the tithes thereof to be written off. The Duty on Manaar Cooking Butter. §391. Yielded in the year 1785 by farming out lb 3937¾; in 1785/6 the same amounted to lb 3108⅞; thus the last year more lb 828⅞. The Recognition Dues §392. Were in the past year only received from the ship crews on the vessels Veere and Zerathan, because with the vessels Gouda, Pollux, and the Vlugge Trekvogel no recognition goods were brought out; and that which has come in from this has, according to what was recorded by resolutions of 20 July and 8 November last, amounted to rds 1460, ƒ 2890:16; in the previous year there came in on that account rds 2370:–:–, ƒ 4692:12:–; thus the last year less ƒ 1801:16:–. 1393 The Small Stamp §393. The profit on the sale thereof in this government amounted in the book year 1787: here: ƒ 4010:17:8 at Jaffanapatnam: ƒ 2936:7:– at Manaar: ƒ 130:8:– at Gale: ƒ 1222:–:– at Mature: ƒ 241:12:– at Tutukorijn: ƒ 85:14:– at Trinkonomaale: ƒ –:–:– at Kalpettij: ƒ 114:3:8 at Battikaloa: ƒ 18:5:– Total: ƒ 8759:7:8 In 1785/6 there was gained thereon: ƒ 7108:1:– Thus the last year more: ƒ 1651:6:8 The General Arrears. §394. Regarding the arrears under the ultimate of August 1787, we shall have the honor, according to annual custom, to report more fully to Your High Mightinesses in a separate letter as soon as the usual memorial thereof shall have come in. §395. But as we, of the arrears under the ultimate of August 1786 mentioned in our respectful letter of 2 April 1787, have since allowed some items to be written off, we shall take the liberty to report respectfully on this herewith. §396. The farmer of the Manaar tarrego revenue of the year 1785/6 having shown that he, both through crop failure due to lack of rain and

Dutch transcription

2390 even gelijk als aan den pagter, de tienden toekoomen„ de landbouwer echter liever met sijne Landheer, dan met de pagters, wilden te doen hebben: en dat het derhalven hun naamelijk den bedienden voorkwam, dat in een Land als Trinkonomale, daar men behoorde te tragten om de oude ingeseetenen, die zig thans in 't kandiate op hielden, terug te trek„ „ken, men hun zoo veel voordeel moest doen vinden als in 't kandiase, alwaar aan die kant geene verpagting is, weshalven ze versogten, dat voor eerst nog alles op den ouden voet mogt worden gelaaten, tot dat het groot oogmerk voor Trinko„ „nomaale, namentlijk eene merkelijke vormeer„ „dering van inwoonders, soude berijkt weesen. §388. 'T zedert hebben de bedienden op 't voorsz: van hun gevorderd berigt geandwoord, dat ze geene andere reden kunnen geeven, waarom de taxatie minder onereus soude zijn dan de verpagting, dan het geen ze, gelijk hier voorgemeld bij hunnen brief van den 27:' aug=s hadden vertoond; Dan wijl dit vertoonde in niet aaders bestond, dan in onder„ „stelde swaarigheeden, die alle daarop uit lie„ „pen, dat 't volk door de pagters straffen soude behandeld worden, dan door de andersints ge„ „woone Collecteurs van de tienden, welker ge„ „grondheid de bedienden nader hadden behooren te - te ondersoeken, sonder zig tevergenoegen met de voorgaves van de Jnlandse hoofden, die bij de Continuatie van de taxatie hun belang houden hebben. zo hebben wij op den 13. ' 8ber J=o L: beslooten om tot dat dit nader ondersoek soude geschied zijn, de neffing van de Nelij ge„ regtigheid in 't Trinkonomaalse, bij provisie te laaten doen op den ouden voet. —. §389: wijl de Hoofden van de Batikaloasche pro„ „vintien doorgaans wat traag geweest zijn met de leeverantie van de Nelij geregtigheid, waar „door de agterstallen van Jaar tot Jaar te hoog opziepen, hebben de Batikaloase bedienden bij hunnen brief van den 15: xber: 1786: aan ons 't voorstel gedaan, om door de Landshoofden in 't vervolg, voor het beloop van de agterstallige tienden, die elk verandwoorden moet, secretari„ eele obligaatien te laaten passeeren, onder verbin„ „tenis tot den opbreng van de gewoonelijke in„ en aangesien dit van so een „trest van 50: puclo 6 goed gevolg is geweest, dat volgens hun be„ „richt bij brieve van den 7. ' april pass=o, alle de agterstallen van de tiende geregtigheid reets voldaan waaren, hebben we bij resolutie van den 19=e april daaraan beslooten, hunr voorschreeve voorstel te approbeeren 5390 . 2392 § 390: voorts hebben we op 't ontfangen bericht, dat van 't Nelij gewasch door hoog water ver„ looren gegaan zijn, in de Batikaloase provin„ „tie karrewauwe 179½. amm: en in de Trinko„ „nomaalse provintie koetjaar 6¼. amm:, vol„ gens 't aangeteekende bij resolutie van den 12: Julij en 25: xber: pass=o, den bedienden qualitika„ „tie verleend, om de tienden daarvan temoogen laaten afschrijven De Geregtigheid van de Man„ „naarsche kookboter. § 391. sleeft in a=o 1785: bij verpagting opgebragt lb: 3937:¾ in 178 5/6. bedroeg dezelve. . . . . . . . . . „ 3108: 7/8. dus 't laaste Jaar meerder. - . . . lb: 828 7/8. in De Recognitie Penningen §392: zijn in voorleeden Jaar, alleen ontfangen van de schee„ pelingen op de scheepen veere en Zerathan, wijl met de scheepen Gouda, Pollux en de vlugge Trek vogel, geene recognitie goederen zijn iitge bragt, en 't geen daarvan ingekomen is, heeft vol„ „gens het aangeteekende bij resolutien van den 20: Julij en 8: 9ber: passato, bedraegen rd=s 1460. ƒ 2890:16 in 't voorig Jaar is derweegens ingekoo„ „ 4692:12:— i dus 't Laaste Jaar minder - ƒ 1801:16. — men rd=s 2370: –. – - - - - - - - - - - - 1393 'T klijn Zegel §393. De winst op den vertier daar van ten deesen gouve nemente, heeft in 't boek Jaar 1787: bedraggen alhier - . . . . . . . . . . . . ƒ 4010: 17: 8 te Jaffanapatnam. . . . - - - - - „ 2936. 7. — „ Manaar. . . . . . . . . . . . . . . „ 130. 8. — „ gale. . . . . . . . . . . . . . „ 1222: —. „ Mature - - - - - - - - - - „ 241. 12. — „ Tutukorijn - - - - - - - - - „ 85. 14. - „ Trinkonomaale - - - - - - - „ —. —. — „ kalpettij - - - - - - - - - - - - „ 114. 3. 8 „ nattikaloa - - - - - - - - - - - 18. 5. — i Teld - - ƒ 8759. 7. 8. in 178 5/6. is daarop gewonnen - - - - - „ 7108: 1. — dus 't laatte Jaar moerder ƒ 1651: 6:8. De Generaale Agterstallen. §394. Nopens de agterstallen onder ult=o aug=s 1787:; zul „len wede eer hebben uwen Hoog edelheeden, volgens Jaarlijks gebruik nader bij een af„ „sonderlijken brief verslap tedoen, zoodra de gewoone Memori daarvan zal zijn ingekoom §345: Dan wijl we van de agterstallen onder ult=o aug 1786; vermeld bij onsen eerbiedigen van den 2: appril 1787, zedert eenige posten hebben laaten afschrij„ „ven, sullen we de vrijheid gebruiken, om daarvan bij deezen eerbiedig bericht te doen. §396: De pagter van de Manaarse tarrego pagt van a=o 178 5/6. vertoond hebbende dat wij, zoo door mit gewas wegens gebrek aan reegen als

NL-HaNA_1.04.02_3791_0645 view scan ↗

English

2393 as through the heavy storm of the month of April 1786 he had suffered great damage, having been able to collect no more than a quarter part of the lease amount, which was rd=s 700: we have therefore, considering that the Manaar servants confirmed his statement, and he himself having shown by two notarial declarations, which were confirmed by witnesses at his request, that he had received no more in lease monies than rd=s 186: 15., thus rd=s 513: 33:— less than the lease amount, resolved by resolution of 24 May passed, subject to the further pleasure of Your High Noblenesses, to remit to him half of his loss, being rd=s 256: 40. ½. §397: As the farmer of the fish lease in front of the castle at Jaffanapatnam has shown that in the financial year 1785/6, at the inspection of the Manaar and Aripo pearl banks which took place twice, he had each time been required to provide two thonys with 28 heads from his district for that purpose, who were engaged in that work for 52 days the first time and 56 days the last time, requesting therefore that the damage which he had suffered thereby in his lease might be credited to him: we have therefore, upon the proposal of the Jaffna servants, just as we according to our resolutions of 29 June and 30 August 1786 granted a reduction for the same reason to the fish farmer of Colombogammo, resolved by resolution of 29 November last to credit also to this farmer, subject to Your High Noblenesses' approval, for the last 56 days, 196 rd=s, calculated for each fisherman whom he had to do without per day at 6 stuivers a day. §398: The fish farmer of Mature, Mirisse and Dondure of the financial year 1785/6, having shown that on account of the smallpox which raged very severely in the Mature district at that time, he had suffered great loss in his lease because, through the departure of a large part of the inhabitants, especially fishermen, the fishery at Mature had practically come to a standstill in the months of November and December 1785 and January, February and March 1786, in which time, being the best fishing months, the full lease amount otherwise usually came in, and having requested a reduction of his lease amount, totaling 1700 rd=s: the Galle servants, upon the report received from those of Mature that this farmer had transferred the fisheries of Mirisse and Dondure to others for 800 rd=s and had retained only that of Mature of 900 rd=s for himself, but that on the Mature fishery, according to incoming declarations of witnesses, among them five pattebandas, he had indeed lost a quarter of the lease sum, have by their resolution of 6 June 1786 resolved to grant said farmer a reduction of a quarter of the aforesaid 900 rd=s, for which he had retained the Mature fishery for himself, with this stipulation however, that the writing off thereof should not take place until at the end of the lease year it should have appeared that the said farmer had not subsequently been able to recover wholly or in part from his loss through an extraordinary fish catch, and precisely because of the same uncertainty, we resolved by our resolution of 29 June 1786 to postpone the decision on the aforesaid Galle resolution until the result thereof should have appeared with the ending of the financial year. 2394 §399 Since then the Galle servants, by letter of 12 May passed, have requested our decision thereon, and as they have also communicated that the Mature servants had informed them that no advantageous fish catch occurred there during the aforesaid financial year on account of the smallpox that prevailed at the time, by which the farmer could have had an opportunity to recover his suffered loss: we have, subject to Your High Noblenesses' approval, in the session of 31 May resolved thereupon to approve the aforementioned Galle decision and consequently to remit 225 rd=s to the often-mentioned farmer. §400: The farmer of the Galle and Mature absent oeliammers of the year 1785/6 having complained that almost all Moors who were registered as absent and consequently should have paid poll tax to him, were pressed into the oelie service by the head of the Moors, and also that due to the late completion of the registration of the Mature oellians, of which he had received no copy, he had not been able to make the collection of his lease from the Mature Moors, requesting therefore that as he had collected the full lease from the Galle absent oeliammers, whose registration was begun in November 1785, only in the first two months, and had received nothing as yet from those of Mature at that time, it might be permitted to him to suffice

Dutch transcription

2393 als door den swaaren storm, van de maand april 1786:, groote schaade had geleeden, als hebbende niet meer dan een kwart gedeelte binnen van den pagtschat, die groot was rd=s 700. besenen kunnen krijgen: zoo hebben we, uit aanmerking dat de Manaarse bedienden en sine voorgaave Con„ firmeerden, en hy selve met twee secretarieele verklaaringen, die ter sijner requisitie door getuij„ „gens zijn belagd, aangeweezen heeft, niet meer aan pagt penningen ontfangen te hebben dan rd=s 186: 15. dus rd=s 513: 33:—. minder dan de pagtschat, bij re„ „solutie van den 24:' maij pass=o, tot op het nader goedvinden van uw Hoog Edelheeden beslooten, de helfte van zijn verlees, zijnde rd=s 25,6: 40. ½. aan hem teremitteeren. §397: wyl de pagter van de visch pagt voor't. brond van het Casteel te Jaffanapatnam, heeft vertoond dat hij in 't boekjaar 1785/6. , bij de tot tweemaalen ge„ daanen opneem van de Manaarse en Aripote paare„ „banken, telkens twee thonijs met 28: koppen uit zijn district daartoe had moeten besorgen, die de eerstemaal 52: in de laaste maal 56: daagen met dat werk besig zijn geweest, met versoek overzulks, dat hem de schaade mogte worden gevalideerd, die hij daar door in zijn pagt had geleeden: zoo hebben we op den voordragt van van de Jaffanase bedienden, even gelijk we volgens onse resolutien van den 29:' Junij en 30' aug=s 1786:, om deselfde reeden aan den vis„ „pagter van kolombogammo een afslag hebben g'accordeerd, bij resolutie van den 89: 9ber J:o Z: beslooten, ook aan deesen pagter, op uwen Hoog Edelens approbatie, voor de laaste dange 56: daagen, te falideeren 196: rd=s, gereekend elk had visser, die bij dag moeten missen, tegens 6 str §398: De vischpachter van Mature, Mirisse en Don„ „dure van het boekjaar 178: 5/6. , heeft onder ver„ „tooning dat hij de wegens de kindersiekte, die te dier tijd in 't Madureese zeer sterk heeft ge„ „woed, in sijne pagt groote schaade had ge„ „leeden, om dat door de verhuising van een groot gedeelte der inwoonderen voornamelijk van vissers, de visscherij te Mature in de maan„ „den 9ber: en xber: 1785: en Januarij, februarij en Maart 1786, in welken tijd, als de beste vangst maanden, anders de volle pagtschat gewoonlijk in kwam, genoegtaam stil gestaan had, verzogt hebbende om een afslag van zijn pagt„ „schat, groot 1700: rd=s, zoo hebben de gaalse be„ „dienden, op het bekoomen berigt van die van Mature, dat deze pagter de visseryen van Mi„ „risse en D'ondure aen anderen voor 800: rd=s had sdaags. —. Nts. 2394 had overgedaan, en alleen die van Mature van 900: rd=s voor zig behouden had, dog dat hij op de Matureese visserij, volgens ingekomene verklaaring van getuijgens, daar onder vijf pattebendas, wel een„ „kwart van de pagtschat, souden hebben verlooren, bij hunne resolutie van den 6: Junij ij mij 1786: be„ „slooten, om aan gem: pagter een afslag te verleenen van een kwart van voorz: 900: rd=s, waarvoor hy de Matureese visserij voor zig had behouden, onder deese bepaaling nogthans, dat de afschry„ „ving daarvan niet soude geschieden, dan wan„ „neer bij 't eijnde van 't pagt Iaar zoude gebleeken zijn, dat hij pagter zig in den vervolge, door eene extra ordinaire vischvangst in het geheel of voor een gedeelte van zijne schade niet hadde konnen herstellen, en even om dezelfde onteekerheid, heb„ „ben we by onze resolutie van den 29:' Junij 1786: beslooten, om de dispositie op 't voorsz gaalse besluit, uittestellen, tot dat met het eidigen van 't boekjaar, de uitkomst daarvan sou„ „de gebleeken zijn. §399 'T zedert hebben de gaalse bedienden, bij brieve van den 12. ' maij pass=o, onse dispositie daar„ op verzogt, en wijl ze daarbij tevens hebben bedeeld, dat de Matureese bedienden hun hadde berigt, dat aldaar geduurende 't voorsz: boek„ Jaar „Jaar, wegens en toenmaals geregeerd hebben te indersiekte, geene voordeele vitvangst in geschied, waardoor de pagter gelegendheid had „de kunnen hebben, om sijne geleedene scha „de te herstellen: hebben we op uwen Hoog Edelheedens approbatie ter sessie van den 31: maij daaraan beslooten, 't voorm: gaar besluit te approbeeren en mitsdien aan den mee melde pagter 225: rd=s teremitteeren: -. §400: De pagter van de gaalse en Matureese abder „te oeliammers van A=o 178 5/6. klagtig geva „len zijnde, dat meest alle mooren die als ab„ lent beschreeven waren en mits dien aan hem hoofdgeld hadden moeten betaalen, door 't hoof der Mooren tot den oelidieust zijn geprest ge„ „worden, en dat ook door de laate absolvatie van de Matureese olliains beschrijving, waar van hij geen Copij bekoomen had, de invordere van zijn pagt van de Matureese Mooren niet hadde kunnen doen, met verzoek derhalven dat wijl hij van de gaalse absente oeliammer waarvan de beschrijving in 9ber: 1785: be„ gonnen was, maar alleen in de twee eerste ma „den de volle pagt ingevorderd, en van die van Mature toen nog niets ingekreegen had, het hem toegestaan mogte worden, temoogen vol„ „staan -

NL-HaNA_1.04.02_3791_0649 view scan ↗

English

to suffice with accounting for what he had collected, provided that he make oath that he had truly received no more than would be demonstrated by him, and that he might thereby be discharged from his lease: so the Galle servants, in consideration that the Chiefs of the Moors had done no more than their duty by causing all absent oeliammers whom they could discover during the new registration to be enlisted into the oelie service, and that the aforesaid lessee could therefore have no cause of grievance on that account, but that he nevertheless merited some consideration because, the registration having been held after the leasing, he had thereby suddenly lost the prospects he had had regarding the enlisted absent oeliammers, while the Matara registration, on account of the children's disease that had persisted there, could not be completed earlier than in the month of July 1786, resolved by their resolution of 8 August 1786 to grant the aforementioned lessee an extension until the ultimate of December of that year for the payment of his lease sum, since, the Matara registration having only recently ended, he had been unable to collect anything from the absent Moors there; promising the lessee at the same time that when, after the expiration of that term, he should have made a clear demonstration of what he had collected of his lease sum, they would propose him to us for the purpose of obtaining a reasonable reduction, in proportion to his loss and unforeseen accidents during his lease period. § 401. In consequence thereof, the aforesaid Lessee has since demonstrated that, in addition to an amount of 90 rds which he had collected previously, he had, since the aforementioned decision, received a further 150 rds 30 stivers from both the Galle and the Matara absent oeliammers, so that on his lease sum amounting to 540 rds he still fell short by 249 rds 18 stivers, requesting therefore to be permitted to suffice, under the taking of the oath already offered by him, with the payment of the aforementioned totally collected amount of 240 rds 30 stivers, and to be permitted to remain exempt from the payment of what is still lacking; whereupon the Galle servants resolved by their resolution of 4 May past to grant his request, provided that he, in accordance with his offer, confirmed by oath that he had not been able to collect more than the aforesaid 240 rds 30 stivers of his lease sum: and we have approved this disposition, as being based upon the grounds of equity, subject to the approval of Your High Mightinesses, by our resolution of 9 June past, and have consequently caused the deficiency of 299 rds 18 stivers to be written off, the more so because we deemed it necessary that some indulgence be exercised with this lease, both because of the great uncertainty thereof, and especially because it had only been instituted to better ascertain the actual number of oeliammers, whereby it might have happened that, if one insisted too strictly on the collection thereof, no one would dare to bid on it. § 402. In the year 1785, the Kandians, availing themselves of the freedom to fetch salt duty-free from the Lewayas, carried off a quantity of salt which the lessee of the financial year 1784/5 had caused to be heaped up, and hereupon this lessee petitioned that 294 rds 43½ stivers might be validated for him, estimating the carried-off salt at 64 heaps, each heap at the load of 17 beasts, and the load of each beast at 9½ stivers; whereupon the Galle servants resolved by their resolution of 27 October 1786, in consideration that the removal of the aforesaid salt, having occurred virtually at the beginning of the lease year, when no vessels could yet go to the Lewayas, and the lessee thus had no opportunity to sell or transport the salt, undeniably must have caused him a great loss, to propose to us to grant that lessee, on account of the loss he suffered, which from all obtained clarifications and circumstances could with difficulty be determined or adjusted according to any estimate, a reduction of 218 rds 36 stivers, being a fourth part of his lease sum amounting to 875 rds, instead of the loss of 294 rds 43½ stivers stated by him. § 403. But before disposing of this proposal, we, according to the entry in our resolution of 23 November 1786, instructed the Matara dissave to immediately conduct the investigation into the aforesaid removal of the salt, which had been recommended to him shortly thereafter but had remained unpursued through a misunderstanding, and to provide us with his considerations concerning the reduction that ought to be granted to the lessee on that account; and hereupon the said Dissave, according to what was communicated by the Galle letter of 29 May past, reported that the lessee, regarding the quantity of the carried-off salt, had been unable to produce any other proof than a statement from an Eastern soldier, and that he, the Dissave, had obtained no further light regarding this than the information of a former lessee that the stated carried-off heaps of salt, estimated at 204 amunams, would cost 75 rds 24 stivers with the lease; but that, on the other hand, another former lessee had declared that the heaps of salt contain from 10 to 20 amunams, and each heap was sold for 5, 6, to 7 rds, and that the complaining lessee had confirmed this, saying that there were 30 heaps that were heaped up for his own account, and that of the remaining 38 heaps only half belonged to him, wherefore the said Dissave maintained that the aforesaid 30 and the half of the 38 heaps, thus together 49 heaps, could be calculated according to the average price of 6 rds, altogether amounting to 294 rds. § 404

Dutch transcription

2395 „staan met de verandwoording van het geen hij ingevorderd had, mits doende den eed, dat hij waarlijk niet meer hadde ontfangen, dan door hem soude worden aangetoond, en dat Uij daarmeede van zijn pagt mogte worden ontslaa„ „gen: zoo hebben de gaalse bedienden, uit aanmer „king dat de Hoofden der Mooren niet meer dan hun plicht hadden gedaan, met bij de mers nieuwe beschrijving alle absente oeliam die zij konden ontdekken, tot den oeliedienst telaaten intrekken, en dat de voorsz: pag„ „ter dus geen reeden van beswaar derweegen kon hebben, dog dat hij des niet temmeeren „ge consideratie meriteerde, om dat de beschrij„ „ving naa de verpagting gehouden zijnde, hij daar door de uitzichten, die hij op de inge„ „trokkene absente oeliammers heeft gehad, eensklafts had verlooren, terwijl de Maturee„ „se beschrijving, weegens de aldaar aangehouden hebbende kindersiekte, niet eerder dan in de maand July 1786: had konnen volbragt worden, bij hunne resolutie van den 8: augs: 1786. beslooten, aan voorm: pagter tot ult=o xber van dat Jaar uitstel tegeeven, tot de voldoening van zijn pagtschat, wijl de Ma„ tureese beschrijving toen korteling eerst afgeloopen afgeloopen zijnde, hij van de abtente Mooren aldaar niets hadd konnen invorderen, met toe„ „zegging teffens aan hem pagter, dat wanneer hij, naa verloop van dat termijn, eene duide„ lijke aanwijzing zoude hebben gedaan, van het geen hij van zijn pagtschat had ingekree„ „gen, zij hem aan ons souden voordraagen, ter ver„ krijging van een billijk afslag, naar evenree„ „digheid van zijne schaade en onvoorziene toevallen in zijn pacht tijd. —. § 401. Jngevolge van dien heeft de voorsz Pachter het sedert aangeweesen, dat hij behalven een bedraagen van 90: rd=s, 't welk uij tevoo„ „ren hadde ingevorderd zedert het voormelde ƒ11„ besluit, zoo van de gaalse als van de Ma„ „tureese absente oeliammers nog ontfangen had rd=s 150: 30. –., zo dat hy op zijn pagt„ „schat groot rd=s 540:-. -. nog rd=s 249:18. —. tekort kwam, versoekende derhalven om„ onder het afleggen van de door hem reets aan geboodene Eed, met de betaaling van voorm: in 't geheel ingevorder „ bedraagen van rd=s 240: 30:—. termoogen volstaan, en van de voldoening van het nog ontbree„ „kende temogen bevrijd blijven; waarop de 2396 de gaalse bedienden bij hunne resolutie van den 4: Maij pass=o, beslooten hebben zijn verzoek te accor„ „deeren, mits hij volgens zijn aanbieding, met eede bevestigde dat hy niet meer, dan voorsz rd=s 240: 30:—. van zijn pagtschat had kunnen te binnen krijgen: en we hebben deze dispotitie„ als op de gronden van billijkheid steunende op uwen Hoog Edelheeden approbatie goedgekeurt bij onse resolutie van den 9:' Junij pass=o, en mitsdien de „ kort gekomene rd=s 299: 18. –. laaten afschrij„ „te „ven, temeer we het nodig oordeelden dat met deeze pagt eenige inschikkelijkheid wierde gebruikt, zoo om de groote onseekerheid daarvan„ als inzonderheid, om dat dezelve alleen was in„ „gesteld, om te beter agter het werkelijk getal der oeliammers te koomen, waardoor het hadde kunnen gebeuren, dat als men op de invor„ dering daarvan altestreng bleef staan, nie„ „mand deselve zoude durven meinen. §402: Jn 't Jaar 1785: hebben de kandianen zig bediendende van de vrijheid om zout toevrij uit de Zewaijs temoogen haalen, een parthij zout, 't welk de pagter van het boekjaar 178 /5. hadde laaten ophoopen, weggenoomen, en hierop heeft dese pagter verzoek gedaan, dat hem daarvoor rd=s 294: 43:½. mogten worden gevalideerd, schattende sclattende het weggevoerde zout op 64 koopen, elk hoop voor de dragt van 17: beesten, en de dragt van elk beest op 9½. stx: waar op de gaalse bedienden bij hunne resolutie van den 27: 8ber 1786: beslooten hebben, om uit aanmerking dat de wegneeming van 't voorsz: zout, geschied zijnde genoegzaam in 't begin van het pagtjaatt, wanneer nog geene vaartuijgen, na de Lewaijs konde gaan, en de pag„ „ter dus geene geleegendheid hadde om het zout teverkoopen of vervoeren, hem daardoor ontegen„ spreekelijk eene groote schaade moest veroorlackt zijn, aan ons voortedraagen, om aan dien pagter, uit hoofde zijner geleedene schade, die uit alle„ „zins ingewonne ophelderingen en omstandigheden beswaarlijk konde beptaald of naar eenige overslag geschikt worden, een afslag te geeven van rd=s 218: 36. —. zijnde een kwantgedeelte van zijn pacht „schat groot rd=s 875:—:—, insteede van de door hem opgegeevene schade van rd=s 294: 43:½. —. § 403: Dog alvoorens op dit voorstel te disponeeren, hebben we, volgens het aangeteekende bij onse resolutie van den 23: 9ber: 1786;, den Maturees dessave opgelegd, het hem kort op de voorsz wegvoering van het sout aanbevoolen ondertolk, dat door mis verstand onvervolgd was gebleeven, daadelijk te doen en ons voorsz te dienen 6 2397 te dienen van zijne Consideratien, omtrent den afslag, die derwegens aan den pagter soude be„ twee en teworden verleend; en hierop heeft de ge„ melde Dessave volgens het bedeelde bij gaalsen brief van den 29:' Maij pass=o bericht, dat de pag„ „ter wegens de quantiteit van 't ontvoerde sout„ geen ander bewijs had kunnen leeveren, dan eene verklaaring van een en oosterschen soldaat, en dat hij Dessave geen verder ligt dien aangaan„ „de bekomen had, dan de informatie van eenen voormaaligen pagter, dat de opgegevene ont„ „voerde koopen zout, geschat op 204: amm: met de pagt soude kosten rd=s 75:24:—. dog dat daar en tegen een ander geweesene pagter „wel hadde verklaard, dat de koopen sout van 10 tot 20: anm: houden, en elk hoop voor 5: 6. â 7: rd=s verkogt wierden, en dat de klagende pagter zig hiermeede had geconfirmeerd, zeggen„ „de, dat 'er 30: noopen waaren die voor zijne eijgene reekening zijn opgehoopt, en dat van de overige 38: hoopen hem maar de helfte toe„ „kwam, weshalven gem: Dessave sustineerde dat de voorsz 30: en de helfte van de 38: koopen dus te zaamen 49: hoopen naar de middel prijs van 6 rd=s soude kunnen gereekend worden, op te saamen voor rd=s 294. –. –. § 404 :: . .

NL-HaNA_1.04.02_3791_0654 view scan ↗

English

Paragraph 404: In consideration of the fact that one cannot be overly strict regarding the salt farm of Sewaij, because the farmers are often caused great damage by the Kandians which cannot well be prevented except by such measures that one is reluctant to employ out of management consideration for the king's subjects, all the more so because if the farmer has the fallen salt collected before the Kandians come down, they can have little benefit from the free gathering of salt that is permitted to them, we have decided, by resolution of 9 June last, subject to Your High Nobilities' favorable approval according to the proposal of the Galle servants, to remit to the farmer a fourth part of his farm lease or 218 rixdollars 36. Paragraph 405: Upon the representation of the Trinkonomaale areca farmer of the book year 1785/6 that he had suffered damage on this farm because the kaffirs deserted from the French, who roam the country there, had obstructed the delivery of areca, we requested information from the Trinkonomaale servants, as appears from our decision of 24 May last, as to how far the farmer's assertion was well-founded and by how much he was in their judgment shortchanged thereby. The servants reported thereupon in their letter of 15 July last that it was the truth that due to the robbery of the aforementioned kaffirs, no or at least very little areca was brought down from the upper lands, and that they therefore maintain that at least half of the farm lease could be forgiven to the farmer. Paragraph 406: But as this advice rested on too uncertain a foundation, we further instructed the servants, according to what was recorded in the resolution of 2 August last, to investigate how much the farmer had actually received during his farm tenure. Upon their report that no more than 54 amanam of areca had been transported, for which the farmer had received the farm lease at 6 rixdollars the amanam, we decided in the session of 25 December to let the farmer suffice with accounting for the farm lease received, amounting to 324 rixdollars, and to remit to him the remainder of the farm lease, which in total amounted to 400 rixdollars. Paragraph 407: Furthermore, regarding the further arrangements for a speedy and complete collection of the arrears, we humbly refer to our decisions taken in this regard by resolutions of 24 May, 20 July, 2 August, 4 and 25 December, and 19 October last. Money matters. Paragraph 408: Upon the report of the Tuticorin servants that of the gold brought in the year 1786 with the ship Zeeland from the Netherlands, and also brought in that year from Batavia, no more than a good 10000 pagodas would remain once the contracted debts were paid off, and that this surplus was barely sufficient for one month for the purchase of linens, which then began to proceed vigorously; considering the great interest that the Company has in continuing the linen trade in order to maintain the renewed exclusive right thereto, according to what was recorded in our resolution of 30 January last, we requested the Malabar Governor van Angelbeek, by a separate letter of 31 January, to negotiate on account of this government a sum of 20000 pagodas or somewhat more, even if it were at 12 percent per year. His Honor thereupon accepted 50000 rupees from the Junior Merchant Jan Lambertus van Spall at the interest of 6 percent per year, on condition that bills of exchange on the Netherlands would be granted to him here, should he desire it. Paragraph 409: As according to the Trinkonomaale letter of 18 January last, the cash treasury there had been unprovided with money to make the payment for the month of December, and the transport of copper money from Jaffna overland could not take place quickly enough, we decided on 7 February last, in order to prevent the bad consequences that might have arisen if the troops there had to wait too long for their monthly pay, to exchange 2000 pagodas here with an agio of 7½ percent and to send them to Trinkonomaale, to be disbursed there again charged with the agio, as was indeed done, since the bankers gladly took them over at that price. Paragraph 410: Since the trustees of the estate of the late former Coromandel Governor van Vlissingen, among the funds of that estate which they transferred into the Company's treasury according to our resolution of 15 April 1786, also counted into the said treasury a sum of 4253 rixdollars 18 that belonged to Captain de Roques of the Regiment of Luxembourg, as being married to the widow Meijbaum, and he, upon his return from Trinkonomaale where he had been stationed for some time, requested to let that amount continue on interest with the Company [illegible]

Dutch transcription

§: 404: wij hebben daarop, ii't aanmerking dat men omtrent de zewaijse zoutpagt, met altenaukeurig zijn kan„ wijl de pagters veeltijds door de kandiaanen groote schade toegebragt worden het geen men niet wel tegen gaan kan, ten zij door sulke middelen, die men uitmenagement voor skonings onderdan„ „nen, niet gaarne tewerk steld, zoo veel temeer, wijl ingevalle de pagter't gevallen zout meest doen versamelen: voor dat de kandianen afkomen, deese wijnig nit kunnen hebben van het vrij zout haar „len, dat aan deselve is toegestaan, bij resolutie van den 9: Junij pass=o beslooten, om op uw Hoog Edel„ „heedens gunstige approbatie volgens den voordragt van de gaalse bedienden, aan den pagter een kwart gedeelte van zijn pagt-schat of rd=s 218: 36. zere„ „mitteeren §405: Op de vertooning van de Trinkonomaalsen ar„ „reeks pagter van het boekjaar 178 5/6, dat hij schaade op deze pagt had geleeden, door dien de ve„ de fransen gedroste kaffers, die daar in het land stroopen, de afbreng van arreek hadden belen„ „merd, hebben we blijkens ons bebluit van den 24: maij pass=o van de Trinkonomaalse bedienden berigt gevraagd, in hoe verre des pagters voorgane gegrond en hoeveel hij naar hun oordeel daardoor verkort was, en de bedienden hebben daarop, bij hunnen brief van den 15. ' Julij pass=o bericht, dat het de waarheid was, dat weegens de rooverij 2398 rooverij der voorsz kaffers, geen of ten minsten seer wijnig arreek van de bovenlanden was af„ gebragt, en datse derhalven sustineeren, dat ten minsten de helfte van de pagtschat, aan den pagter soude kunnen kwijt gescholden worden §: 406: Maar wijl dit advies op eenen al te onzeren grond rustte, hebben we volgens het aangeteekende bij rasolutie van den 2:' Aug=s pass=o, den bedienden „voolen nader aanbezusnmomen, om te ondersoeken, hoeveel de pachter, geduurende zijn pagtgaate, werkelijk genooten had: en op hun bericht, dat 'er niet meer dan 54 amm:s arreek waaren vervoerd, waarvoor de pagter de pagt ontfangen tegens 6: rd=s de amm hebben we ter sessie van den 25: xber: beslooten, den pagter te laaten volstaan wins met de verandwoording van de ontfangene pagt, uit„ „maakende rd=s 324:–. –. , en hem niets dien het overige van de pagtschat, die in 't geheel groot was rd=s 400:–:- teremitteeren. —. §407 voorts gedraagen we ons nedrig nopens de ver„ „dere schikkingen tot eene spoedige en Compleeze invordering der agterstallen, aan onse derwegens genomene besluijten bij resolutien van 24: Maij 20: Julij, 2: aug=s, 4. en 25: xber: en 19: october passato. De geld-zaaken. §408. Op 't bericht van de tutukorijnse bedienden dat dat van 't goud, 'tt welk in 't Jaar 1786: met 't schip Zeeland uit nederland, en ook in dat Jaar van Ba„ „tavia aangebragt is, niet meer dan een groote 10000: pageoden souden overschieten, wanneer de gemaakte schulden afbetaald wierden, en dat dit overschot naulijks voor eene maand toerijkende was tot den insaam van Lijnwaaten, die toen met kragt begon voortte gaan, hebben we uijt aanmer „king van 't groot belang, dat de Comp=e heeft in het doortzetten van den lijnwaathandel, ter mainetineering van 't vernieuwd exclusive recht daarop, volgens het aangeteekende bi onse resolutie van den 30: Januarij pass=o, den heer Mallabaartch gouverneur van Angelbeek, bij een apparte brief van den 31: daaraan versogt, om voor reekening van dit gouvernement een somma van 20000. pagoden of wat meer te negotieeren, alwaar het selfs tegens 12: pac=to in 't Jaar, en heeft zijn Ed: daarop van den onder„ koopman Jan Lambertus van Spall, 50000 ropijen geaccepteerd tegens den intrest van 6: p=r C=to sjaars, onder voorwaarde dat aan hem daar„ „voor, zo hij het mogte begreven, alhier as„ signatie op Nederland zouden worden ver„ „leend. —. §409. wijl volgens Trinkousmaalse brieff van den 18 2399 18: Januarij pass=o, de Cas aldaar van geen geld voorsien was geweest, om de verstrekking voor de maand xber te doen, en 't transport van koper geld van Jaffana overland met spoedig genoeg konde ge„ schieden, hebben we op den 7: febr: pass=o, tot voor„ „koming van de kwaade gevolgens die 'er hadden kunnen ontstaan, wanneer de troepes aldaar telang na hunne maandgelden moesten wagten, beslooten om 2000: pagooden alhier intewisselen, met een agio van 7½. p:r C=t, en ze na trinkonoma„ „le tezenden, om dezelve aldaar beswaard met de agio weder uitgegeeven te worden, gelijk ook wer„ „kelijk geschied is, door dien de barkiersze gaarne tegens dien prijs hebben overgenoomen. §410. vermits de Curateuren des boedels van wijlen den heer gew: kormandels gouverneur van Vlissin„ „gen, onder de penn: van dien boedel, die ze volgens onse resolutie van den 15: april 1786: in sComp=s kas hebben overgebragt, ook in gem: Cassa heb„ „ben geteld eene somma van rd=s 4253: 18. —. die den kapitein van 't regiment van Luxemburg de Roques, als in huwelijk hebbende de wedu„ „we Meijbaum, toekwam, en dese niet zijne terugkomst van Trinkonomale daar hy een - „gen tijd beschijden was geweest, versogt, heeft dat bedraagen op interest bij de komp: te laaken voortloopen - 000 C :p=r „ r„ den

NL-HaNA_1.04.02_3791_0658 view scan ↗

English

to run on, we have since, upon his request made to that effect, in accordance with the resolution of 17 February past, caused to be paid to him the interest accrued thereon at 9 percent per annum. § 411: Upon the report of the Cashier that, of the credit letters that are current here, 183 pieces amounting to 22850 rixdollars had become entirely written over and unusable, we decided by resolution of 5 April past to have them destroyed and, against that, to have new credit letters issued for 50000 rixdollars, and consequently the aforesaid unusable notes have been duly destroyed and written off, as appears from what was recorded in our resolution of 10 June following. § 412: The Commander of the Wannij Nagel having represented that, for lack of money in the Company's treasury, he had successively been obliged to advance funds for making the necessary supplies, with the request that on the sums advanced by him the usual interest might be granted, we have, in consideration of the fairness of his petition, decided by resolution of 19 November last to allow him thereon interest of 9 percent per annum. § 413: Furthermore, in order to keep matters going here, since all the gold and most of the silver money that we received from Europe have been employed in the linen trade, and because the small amount of copper money received, along with the few dudu's struck here, could not suffice for the necessary expenditures, we have successively negotiated on interest from private individuals such sums of money as stand recorded in our resolutions of 17 March, 12 and 31 May, 9 June, 20 and 21 July, 2 August, 4 September, 23 October, 19 November, and 6 December past. § 414: On the other hand, of the borrowed principal sums, there have successively been repaid here 4000 rixdollars and at Pietikoryn 28317 pagodas, according to resolutions of 17 March, 24 and 31 May, and 19 November past. § 415: We furthermore take the liberty to offer to your High Nobilities, among the enclosures hereto, an account of the principal sums of private individuals which, as of the ultimate of August past, were held at interest by the Company, amounting to rixdollars 265791: 43. The Pagoda Mint § 416: Produced in the financial year 1786/7 118665 1/1200 pagodas from 1652 mark troy, 7 ounces, and 7 1/2 engels, or 13179/9497 136864 mark of fine gold, and a profit was made thereon of a sum of 15989 guilders: 14: 2, making over 3 5/6 percent, as all further appears from the following specific demonstration. [Insertion] The Fanams Mint § 417: Yielded in the aforesaid financial year 49062 1/8 fanams, from 34 mark troy, 7 ounces, and 18 1/4 engels, or 27 1/47456 5713 mark of fine gold, on which was gained 405 guilders: 8: -, calculated at over 3 7/8 percent, as appears from the account inserted in this regard. [Insertion] The Rupees Mint § 418: Which is conducted here according to what was communicated in our respectful letter of 4 July past, has in the financial year 1787/8 delivered 6800 rupees, from 136 lb of silver which was purchased for rixdollars 4250: -: - or 8415 guilders: -: -. The Dudu's Mint § 419: According to what was communicated in our respectful letter of 31 March past, that for lack of Japan copper the dudu's would be struck from the metal of old cannons, there was minted here from that in the financial year 1786/7 12500: -: - rixdollars in dudu's. § 420: As appears from what was recorded in our resolution of 17 March past, to every 100 lb of metal, 8 lb of red copper had to be added to prepare the metal for striking dudu's, and the further expenses to refine it and cast it into bars would amount to rixdollars 2: 41: - for every 100 lb of metal, besides a loss of 9 1/4 lb on the melted specie combined, so that from the 108 lb of metal and copper, 98 3/4 lb of prepared metal would result, from which the dudu's had to be struck according to the regulation in our resolution of 14 December 1786, mentioned in our respectful letter of 30 January past. § 421: But since the master smith Rijnier Hendriksz, who operates this mint, has since represented that he found by a carefully conducted trial that, on account of the hardness and brittleness of the specie, which in working gave him nearly double work in everything, it could by no means be made good with the allowance granted in the aforesaid resolution for the working of Japan copper, we have, as appears from what was recorded in the resolution of 24 May, granted him the payment and spillage allowance that were granted by resolution of 14 December 1784 for the dudu's of Japan copper. § 422: The entire quantity of dudu's that were struck in the financial year 1786/7, both from Japan copper and old metal, has consisted of: here - - - - - - - - - - rixdollars 28422: 29. - at Jaffanapatnam - - - - - - rixdollars 3211: 38. - at Gale - - - - - - - - - rixdollars 20986: 16. - Together rixdollars 52626: 35. -

Dutch transcription

voortloopen, hebben we het sedert, op zijn daar toe gedaan vertoek, volgens besluit van den 17: febr: pass=o aan hem laaten voldoen de daarop verloopene renten tegens 9: p=rC=to 's Jaars. — § 411: Op 't berigt van den Cassier, dat van de Crediet brie „ven die alhier aan de gaag zijn, 183: stuks bedraagen „de 22850: rd=s vol beschreeven en onbrunkbaar ge„ „raakt waren, hebben we by resolutie van den 5: april pass=o beslooten, deselve te laaten vernieti„ „gen en daar en tegen voor 50000: rd=s nieuwe Crediet brieven te doen expedieeren en zijn mitsdien de voorsz onbruikbaare briefjes, behoorlijk ver„ „nietigd en afgeschreeven, blijkens 't aangeteeken„ „de bij onze resolutie van den 10 Junij daaraan. § 412: De Commandant van de wannij Nagel ver„ toond hebbende, dat hij by gebrek van Geld in 'sComp=s kas, successive in verschot had moeten weesen, tot het doen van de noodige verstrekkin „gen, met versoek dat op de door hem ver„ schotene sommen, de gewoone intrest mog„ „te worden goedgedaan, zoo hebben we uit aan„ „merking van de billijkheid zijner instantie bij resolutie van den 19:' 9ber: J=l beslooten aan hem daarop toeteleggen den intrest van C=to 'sJaars. — Pr 9 3413 2400 „om §413. voorts hebben we„ de saaken alhier gaande te houden, wijl al het goud en 't meeste zilver geld, dat we uit Euro„ „pa hebben ontfangen, tot den Lijnwaats handel sijn g'emploijeerd, en om dat 't geking bedraagen van 't ontfangen koper geld, met de wijnige doedoes die hier worden geslaagen, niet konden toerijken tot de nodige uitgaves, successive zoodanige sommas van pennin„ „gen van particulieren op intrest genegotieerd, als aan„ „geteekend staan. bij onse resolutien van den 17. ' Maart 12: en 31: Maij, 9: Juunij, 30: en 21: Julij, 2: aug=s, 4 7ber: 23: 8ber, 19 9ber: en 6: xber: passato. —. § 414 Daar en tegen zijn van de geleende Capitaalen, succes„ „sive terug betaald alhier 4000: rd=s en te Pietikoryn 28317: pagooden, volgens resolutien van den 17: Maart 24. en 31. Maij en 19. 9ber: passato. §415. Wij gebruiken voorts de vrijheid, om onder de by„ „laagen deezes uwen Hoog Edelheeden aan tebie„ „den eene aanwijsing van de Capitaalen van per ticulieren die onder ult=o aug=to pass=o bij de Comp:s op intrest stonden, bedraagende - rd=s 265791. 43. - De Pagoodsmunterij §416 Heeft in het boekjaar 178 /. uitgelieverd 118665: 1/1200. Pagooden van 1652: marktrois 7. onsen en 7½ eng: 79 of 131 136864. mark fijn goud en is daarop geprofiteerd 9497. eene eene somma van ƒ15989:14:2:, uitmaakende 3/6 prC=t ruim, gelijk alles nader blijkt bij de ondervol„ C „gende specificque aantooning. /:susertie:/ De Fanums munterij § 417. Heeft het voorsz boekJaar gegeeven 49062: 1/8 fa„ „mums, van 34 mark trois, 7 onsen en 18.¼. engelsen of 27. 1/47456. mark fijn goud, waarop gewonnen is ƒ405:8. - 5713 reekende 3 7/8. p=r C=t ruim, blijkens de ten dezen g'inte„ reerde aanwijsing /:Lutertie:/ De Ropias munterij. §418. Die alhier, volgens het bedeelde bij onzen eerbiedigen van den 4. ' Julij pass=o gedaan word, heeft in het boekjaar 178 8/e geleeverd 6800: ropijen, van 136: lb: zilver 't welk ingekogt is voor rd=s 4250:-. —. off ƒ 8415. -. —. De Doedoes munterij §419 volgens het bedeelde bij onsen eerbiedigen van den 31: Maart pass=o, dat bij gebrek van Japans koper, de doedoes souden geslaagen worden van 't Mej „taal van oude kannons, zijn daarvan in 't boek„ „ Jaar 178 6/, alhier 12500:—. rd=s aan Doedoes go„ munt. §420 Blijkens het aangeteekende bij onse resolutie van den 17. ' Maart pass=o, moest bij elk 100: lb: metaal, 8: lb: rood koper gevoegd worden, om het metaal 2401 metaal te prepareeren tot het slaan van Doedoes„ en de verdere onkosten, om het te rafineeren en tot„ staaven tegieten, Louden op rd=s 2: 41:—. voor elk 100: lb metaal komen te staan, behalven een verlies van 9¼. lb: op de tezaamen gesmoltene specie, zoo dat van de 108: lb: metaal en koper, 98:¼ lb: gere„ „pareerde metaal souden komen, waarvan de Doc„ „ does moesten geslaagen worden naar de bepaa„ „ling bij onse resolutie van den 14. xber: 1786;, ver„ „meld bij onsen eerbiedigen van den 30: Januarij pass=o §421. Dan wijl de baas Smit Rijnier Hendriksz die zdeede munterij doet, 't zedert heeft vertoond, bij eene naaugenoomene proef bevonden te hebben, dat wegens de hardigheid en brotheid van de spe„ „cie, die in de bewerking hem genoegsaam in al„ „les dubbeld werk gaf, het met geene mogelijk„ „heid konde goed gemaakt worden, met het toe„ gelegde bij voorsz resolutie voor de bewerking van 't Japans koper, hebben we hun, blijkens het aangeteekende bij resolutie van den 24:' Maij toegestaan, de betaalingen spillagie, die bij resolutie van den 14.:' xber: 1784. voor de Doe„ „does van Japans koper zijn toegestaan. §422: De geheele quantiteit Boedoes, die in het boek jaar 178 /. zoo van Japans koper als oud metaal, geslaa„ „gen zijn, heeft bestaan alhier - - - - - - - - - - rd=s 28422: 29. –. te Jaffanapatnam - - - - - - „ 3211: 38. —. Tesamen rd=s 52626:35. — „ gale - - - - - - - . . „ 20986. 16. -. 5423 -

NL-HaNA_1.04.02_3791_0662 view scan ↗

English

§ 423. The profit thereon, calculated excluding the precipitate on copper and metal, amounted to: Here - - - - - - - - - - - - Rd:s 14116: 10: - At Jaffanapatnam - - - - - - - - 75: 17: 8 At Gale - - - - - - - - - - - 8473: 11: - In Rd:s 22665: 18: 8. The Assignments. § 424. Those which we have granted on the Netherlands, since the departure of our general report of 30 January past, amount to a sum of ƒ 293938: 12: -, according to the memoranda sent herewith among the appendices. § 425. Because last year we obtained the opportunity to procure a parcel of rice and saltpetre from the Cochin merchant Isaac Surjon, we, in order not to deprive ourselves of the few silver coin species that we then had left here in balance, granted him for the amount thereof, according to what was recorded in our resolution of 22 and 30 January past, a bill of exchange on the Malabar government amounting to 8680 1/15 rupees, without payment of the otherwise customary agio. § 426. The Tuticorin servants having informed us that from time to time the opportunity had occurred to them to obtain small sums of money by bill of exchange to the Netherlands, but that the new order to state on the bills of exchange that payment will be made to the holders, or to their attorneys properly authorized for receipt by a notarial or legally executed power of attorney, made this entirely impossible, because the English on this basis would take no bills of exchange, as they are always accustomed to transfer bills of exchange by private endorsement on the back of the same, and they, moreover, since it is strictly forbidden to them to place money with foreigners, cannot subject themselves to making public acts of power of attorney or transfer thereof; we resolved by resolution of 30 May past to grant the bills of exchange to foreigners on the old basis, that payment will be made to the holders thereof, or to their authorized representatives and heirs. Of this we have also already given notice to the Honorable Gentlemen Seventeen; we humbly hope that this will be taken in the best part, on account of the reasons given for it, and because without the assistance we have procured for ourselves thereby, we would often have been in embarrassment to find the money necessary for the purchase of the piece goods. The Fortifications. § 427. Cost in the financial year 1786/7: Here - - - - - - - - - - - - - - ƒ 23168: 4: 8 At Jaffanapatnam - - - - - - - - - - - - 942: 1: 8 At Manaar - - - - - - - - - - - - 98: 7: 8 At Gale - - - - - - - - - - - - 9110: 15: - At Mature - - - - - - - - - - 293: 19: - At Trinkonomale - - - - - - - - - - - - At Kalpettij and Putulang - - - - - - - - 209: 18: 8 At Battikaloa - - - - - - - - - - 66: 2: 8 Total - - - ƒ 33889: 8: 8 In the financial year 1785/6, these expenses amounted to - - - 43477: 3: - Thus the last year, excluding Trinkonomale, less ƒ 9587: 14: 8. § 428. At Colombo, beyond the necessary maintenance of the works, work was done provisionally according to our secret resolution of 4 July, whereof we had the honor humbly to give notice to your High Mightinesses by secret letter of the said day, on the raising of the covered way, from the bastion Middelburg to the bastion Rotterdam. A parapet was also made along the seashore, 16 rods long, beginning from the salient angle of the covered way in front of the bastion Middelburg and ending on the prolongation of the left face of the said bastion; and the glacis, which lies between the sea and the common highway, was raised two feet, in order to cover the covered way and the main rampart somewhat more against the elevation lying in front of it. The revetment walls of the left lower face and flank of the bastion Middelburg, which had been severely damaged and washed out by the water, were repaired. The glacis in front of the left face of the bastion Middelburg was provisionally raised two feet over a length of 26 and a width of 2 1/2 rods, and behind it a banquette was constructed. Also, the glacis in front of the place of arms, between the bastions Middelburg and Rotterdam, was raised and widened; and on the bastion Hoorn and on the battery Batenburg, in place of the rotted wooden platforms, tamped platforms of kabok earth were made. § 429. At Gale, a portion of the parapet at the Vlaggeklip collapsed over a length of 5 to 6 rods, as well as between the Vlaggeklip and the bastion Triton over a length of 9 to 10 rods, and between the Triton and the bastion Neptunus an equal distance, upon receiving

Dutch transcription

§423. De winst daarop, gereekend buiten het gepaes„ „piteerde op 't koper en Metaal, heeft bedraagen alhier te Jaffanapatnam - - - - - - - - „ 75: 17: 8 r„ 8473. 11. -. 1n Rd=s 22665: 18: 8: De Assignatien. §424. Die wij op nederland hebben verleend, sedert 't afgaan van ons, generaale verslag van den 30. ' Januarij pass=o, be„ draagen eene somma van ƒ293938:12. —. volgens de daarvan onder de bijlaagen overgaande Memorien § 425 wijl we voorleeden Jaar gelegentheid hebben gekreegen, om van den koetsiems koopman Isaac Surjon, een parthij rijst en salpeter op tedoen, hebben we, om ons niet te ontblooten van de wijnige silvere munt„ „specien, die we toen hier bij restant hadden aan hem voor het beloop daarvan, volgens het aangeteekende bij onse resolutie van den 22: en 30: Januarij pats=o, een witsel op 't Mallabaars gouvernement verleent, groot rop: 8680 1/15. sonder betaaling van de andersints gewoone agio. § 426 De Tutuko rijnze bedienden aan ons tekennen agegeeven hebbende, dat hun van tijd tot tijd gelegendheid was voor„ „gekoomen, om klijne geldsomman op wissel na neder„ „land te bekomen, maar dat de nieuwe order om bij de witsels bekend te stellen, dat de voldoening sal ge„ „schieden aan de houders, of aan hunne gemagtigden, tot den ontfangst bij eene Notarieele of geregtelijk ten gepasseerde procuratie behoorlijk gequalificeerd, . . . . . . . . - rd=s 14116: 10. – „ gale - - - - - - - - - - - dit 2402 dit geheel onmogelijk maakte, wijl de engelschen op deezen voet geene wissels mlden hebben, om dat se altoos gewoon zijn de wissels bij onderhandsche over„ „dragt agter deselven, te transporteeren en zij boven dien, daar het hun scherpelijk verbooden is, om geld bij vreemdelingen te besteeden, zig niet kunnen ondermer„ „pen, om publicque acten van volmacht of overdragt daarvan temaken hebben we bij resolutie van den 30=e maij pass=o beslooten, om de wissels aan vreemdelingen te verleenen op den ouden voet, dat de voldoening zal ge„ schieden, aan de houders derzelve, of aan hunne gemag„ „tigden op erven; waarvan we ook de hoof achtb: Heere„ zeventienen, reets kennis hebben gegeeven, we hoo„ „pen nedrig dat dit ons ten besten zal worden gedeid, uit hoofde van de daar van gegeevene redenen, en dat we sonder de hulp die we ons daardoor bevoogd hebben, dikwils in verleegentheid soude zijn geweest om het geld voor de lynwaats insaam nodig tevinden. De Fortificatien § 427. Hebben in 't boekjaar 178/. gekost. – – – – - - - - - - - - - - ƒ 23168:4:8. alhier te Jaffanapatnam - - - - - - - - - - - - „ 942: 1. 8. „ Manuaar - - - - - - - - - - - - „ 98. 7: 8. „ gale - _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ 9110. 15. –. „ Mature - - - - - - - - - - „ 293: 19. — „ trin kowomale - - - - - - - - „ —. — —. — „ kalpettij en Putulang - - - - - - - - „ 209. 18. 8. „ Battikaloa - - - - - - - - - _ „ 66. 2. 8 Telt - - - ƒ 33889:8:8. in 't boekJaar 178 5/6. belieen deese onkost en - - - „ 43477. 3. -. 2 „minder 9587:14:8: Dus 't laatse Jaar, behalven Trinkono male ƒ F 428. § 428. Te kolombo is, buiten het noodzaakelyk onderhoud na de werken, bij provisie volgens onse secreete resolutie va den 4:' Julij, waarvan wij de eere hadden uwen Hoog Ed „heeden nedrig kennis te geeven bij secreeten brieff van gemeld dag, gewerkt aan de ophooging van den bedekten weg, van de punt Middelburg tot de punt Rotterdam, ook is er een borstweering langs Zeestrand gemaakt, lang 16: roeden, beginnende van de uitspringende hoek van den „punt bedekten weg voor de „ Middelburg en eyndigende op 't pro„ „longement vande linker face van gem: punt, en het glaas, dat tusschen de zee ende gemeene rijweg legd, is twee voeten opgehoogd, ten eijnde den bedekten weg en de hoofd wal, iets meer tegen de daar voor leggende aa „hoogte tedekken. De bekleedings muuren van de linker laage face en plank van de punt Middel„ „burg, die sterk door 't water beschadigd en uit gekab„ „beld waren, zijn gerepareerd.- T glacis voor de lin„ „ker face van de punt Middelburg, is bij provisie ter lengte van 26. en ter breete van 2½. roeden, twee voeten verhoogd en daar agter een banquet aange„ maakt. Ook is 't glacis voor de wapen plaats, tusschen de punten Middelburg en Rotterdam, verhoogden verbreid, en zijn op de punt Hoorn en op de batterij Batenburg, in plaats van de verrotte houte beddin „gen, aangestampte beddingen van kapokaarde gemaekt § 429 Te gale is een gedeelte van de borstweering aan de vlag„ geklep, ter lengte van 5: â 6: roeden ingestort, zoo ook tusschen de vlaggeklip en de punt de Triton, ter lengte van 9 â 10: roeden, en tusschen de Triton en de punt Neptinus eene gelijke distantie, op 't ontvangen

NL-HaNA_1.04.02_3791_0665 view scan ↗

English

received report of this, and that the entire line, from the Akkersloot battery up to the Neptunus point, except for the face on the east side of the Utrecht battery, was completely incapable of mounting any pieces of cannon upon it, without fear that, whenever the pieces were fired, they would plunge down together with the parapet: we have, pursuant to our resolution of 6 March last, ordered the commander Kraayenhoff by separate letter of the 27th of the same month: 1. to have the necessary preparations made as speedily as possible to repair the salient angle of the Utrecht point and the southern part of that battery, and to have a start made therewith immediately and to proceed according as the weather would permit. 2. to have the revetment of the rampart, from this battery up to the Flag Rock, in so far as it was undermined by the sea, repaired of these defects, as well as that part of the parapet which had collapsed. 3. in view of the fact that the revetment of the curtain between the Flag Rock and the Triton had to be completely renewed, to have this curtain extended outwards by some feet, according to the design which the lieutenant engineer Johannes made thereof two years ago: to prevent building out into the sea. Regarding some other preliminary arrangements concerning the Galle fortification works, on which, however, not much could be done up to now, we take the liberty to refer to our aforesaid resolution, and the secret resolutions taken since on 26 July, 2 August, and 11 September last. Section 430. Concerning that which must be provisionally executed with respect to the fortifications of Trinkonomale and Oostenburg, we have, according to what was recorded in our secret resolution of 18 July last, ordered Engineer Lowe: to lay out on the ground, pending further orders from Your High Excellencies, only the plan of De La Lustriere as far as the front on the land side is concerned, in order that, in his provisional operations, according to what was written in the secret letter of 16 March last, he may direct things as much as possible so that they may serve for the execution of this plan, if it should be approved. Section 430. Because we had to give something of value to the frequently mentioned Mr. de La Lustriere for his trouble taken in drawing up plans for the improvement of the Ceylon fortifications and as defrayment for the expenses of the journeys to and fro, but could find nothing that could be offered to him in a decent manner, we resolved by our secret resolution of 11 July last to thank His Honour for the trouble taken by him, and further to request him, in view of the fact that nothing could be found here that could be offered to His Honour to serve as defrayment and at the same time as a token of remembrance, to be pleased to accept a sum of two thousand pagodas, in order to employ it for the purchase of some piece or other that might be pleasing to him; and furthermore to give one hundred pagodas to a drawing master brought along by Mr. de La Lustriere for the expenses of his journeys to and fro. But Mr. de La Lustriere, having excused himself in the most polite manner from accepting the aforesaid 2000 pagodas, would take no more thereof than two hundred pagodas, which he said would approximately cover the expenses of his journey; wherefore the Governor, upon His Honour's departure back to Pondicherry, gave His Honour as a token of remembrance a gold snuffbox and a diamond ring, together valued at four hundred rixdollars according to the appraisal made thereof by the ordinary appraiser Rijnier Hendriksz; and in addition, as it appeared that such would not be displeasing to Mr. de La Lustriere, there was given to the drawing master, instead of the 100 pagodas stipulated in the aforesaid resolution, one hundred and fifty pagodas, and to a non-commissioned officer of the Regiment of Luxemburg who assisted Mr. de La Lustriere in the clerical work and was recommended by the latter to the Governor, fifty rixdollars; all of which we decided, by resolution of 2 July last, to charge to the account of fortifications. Section 432. For the rest, the absolute essentials have been done to the further fortifications of this government to maintain them and preserve them from decay; while we take the liberty, regarding the arrangements with respect to the labourers who work on the fortifications here, in Galle, and in Trinkonomale, and on account of the allowances granted to them, to refer humbly to our resolutions of 6 March, 24 May, 12, 18, and 20 July, 24 August, and 9 and 19 October last. Carpentry and Repairs Section 433. Those that were carried out on the Company's buildings amounted in the financial year 1786/7 to: in Colombo: ƒ 24053: 1. — in Jaffnapatnam: ƒ 3649: 17. 8 in Manaar: ƒ 3209: 2. — in Galle: ƒ 4821: 3. 8 in Matara: ƒ 1514: 8. 8 in Tuticorin and dependencies: ƒ 5948: 6. — in Trincomalee: ƒ —. —. — in Kalpitiya and Puttalam: ƒ 478: 11. — in Batticaloa: ƒ 884: 18. 8 Together: ƒ 44556: 8. — In the financial year 1785/6 these expenses amounted to: ƒ 55709: 4. — Thus the last year less, excluding Trincomalee: ƒ 11152: 16. — Section 434.

Dutch transcription

2403 ontvangen berigt hiervan en dat de geheele linie, van de Batterij akkersloot, af tot aan de punt Nepti„ „nus toe, uitgesonderd de face aan de oostkant van de batterij Utrecht, volstrekt buiten staat was om ee„ „nige stukken kanons daarop te plaatsen, sonder be„ dugting dat, wanneer de stukken wierden afgeschooten, deselve met de borst weering te gelijk om laag storten: hebben we, volgens ons besluit van den 6. ' Maart pass=o den gesaghebber kraayenhoff bij apparten brief van den 27:' daaraan gelast 1: om ten allerspoedigsten de nodige toeberijdselen te„ laaten maaken, om de uitsteekende boek van de punt Utrecht, en het suidelijke gedeelte van die batterij te herstellen, en daarmeede aanstaands te laaten begin„ „nen en voortvaaren, naar dat het weer het soude toe„ laaten 2. om het bekleedsee der wal, van deeze batkerij af tot de vlaggeklip toe voor so verre dat door de Zee onder meind was, van deese gebreeken te doen herstellen, als meede dat gedeelte van de borstweering, 't welk inge„ „stort was. —. 3. om uit aanmerking, dat het bekleedsel van de gordijn, tusschen de vlaggeklep en de Triton, ten acre„ „maal moest worden verniend, deese gordijn eenige voeten telaaten uitrekken, naar 't ontwerp, dat de luitenant ingenieur Johannes, daarvan voor twee Jaaren gemaakt heeft: ter voorkoming om niet in zee uitte bouwen. omtrent eenige andere voorlopende schikkingen nopens 2e4 N nopens de gaalse fortificatie werken waaraan echter tot nog toe niet veel heeft kunnen worden gedaan, gebrui„ „ken we de vrijheid ons te gedraagen aan voorsz: onse re„ solutie, en de sedert genoomene secreete resolutien van den 26: Julij, 2: augustus en 11: 7ber: passato. § 430 Nopens het geen, met betrekking tot de vesting wer „ken van Trinkonomale en oostenburg, provisioneel moet worden g'executeerd, hebben we, volgens het aangeteekende bij onse secreete resolutie vanden 18: Julij pass=o den Jngeneur Lowe gelast: om tot uw Hoog Edelheeden nader order alleen het plan van de La Lustricre zo veel het pront na de land sijde aangaat op de gront aftesetten ten einde in siyne provisionele verrigtingen volgens het aangeschreeve„ „ne bij secreete brief van den 16:' Maat J=L: de dingen zo veel het geschieden kan daar na te bestieren dat ze voor de exekuutsie van dit plan kunnen van dienst zijn, zo het mogt worden goedgekeurt. —. § 430 wijl we aan meerm: heer de La. Lustriere, voor zijne genoomene moeijte tot het formeeren van plans, ter verbeetering van de Cijlonse vesting werken en tot de proijement voor de onkosten op de heen en weder rijsen, iets naamwaardigs moesten geeven, dog niet kunnen vinden, het geen op een welvoeglijke wijse denselven konde aangebooden worden, hebben we bij onse secrete resolutie van den 11: Julij pass=o beslooten, zijn E: te bedanken voor de door hem genoomene moeijte, en voorts denzelven te verzoeken, om, uit aanmerking dat men 24046 men hier niets had kunnen vinden, 't welk zyn E: kon„ „de worden aangebooden, om te dienen tot een deproijement en tevens tot een teken van aandenken, tewillen accepteeren eene somma van twee duisend pagooden, ten einde die te eeploijeeren tot het inkoopen van 't een of ander 1o stuk, dat hem aangenaam konde zijn, en voorts om aan een Teken meester, door den heer de La Lustriere meede gebragt, voor de kosten van zijn heen en weder ryzen, tegeeven een honderd pagooden, Maar de hier de La Lustriere zig op de heuschte wyjze verschoond hebbende, om de voorsz: 2000. pagooden te accepteeren hieft daar van niet meer willen neemen dan twee honderd pagooden, die deselve zijde, ten naasten bij te „sullen uitmaaken de onkosten van desselfs rijse; wes„ „halven de gouverneur aan zijn E:, bij desselfs terug vertrek na Pondicherij, tot een teken van aandenken heeft gegeeven een goude snuijfdoos en een diamante ring, tesaamen volgens de daarvan gedaane taxatie door de gewoone taxateur Rijnier Hendriksz waardig vierhonderd rd=s, en zijn boven dien wijl het scheen, dat zulks den heer de La Lustriere niet onge„ „vallig zoude zijn, aan den teekenmeester, insteede van de bij voorsz: resolutie bepaalde 100: pag: gegeeven een honderd: en vijftig pag: en aan een onderofficier van 't regiment van Luxemburg, die den Heer de La Lustriere in 't schrijfwerk heeft geas„ „sisteerd „sisteerd, en door deezen aan den gouverneur is gere„ commandeert, gegeeven vijftig rd=s al het welke we bij resolutie van den 2:' Julij passato beslooten hebben, tel „ten afschryven op de reekening van fortificatien. § 432 voor het overige is aan de verdere vetting werken deen gouvernements, gedaan het volstrekt noodzaakeln om ze te onderhouden en voor verval te bewaaren, to wijl wede vrijheid gebruiken, nopens de schikking en ten opsigte van 't arbeids volk dat hier, te gale en Trinkonomale, aan de vettingmerken arbeiden, en wegens de verstrekkingen die aan hun zijn toegelegd ons nederig te refereeren aan onse resolutien van den 6:' Maart, 24: Maaj, 12: 18: en 20: Julij, 24. aug=s en 9: en 19: 8ber pass=o. De Timmeragien en Reparatien §433 Die aan 's Comp: gebouwen zijn gedaan, hebben in't boekjaar 178/7. bedraagen. te holombo - - - - - - - - - - - - - - ƒ 24053: 1. —. „ Jaspanapatnam - - - - - - - - - - „ 3649: 17. 8. Manaar - - - - - - - - - - „ 3209: 2. — „ gale - - - - - - - - - – – – -„ 4821: 3. 8. „ „ Mature - - - - - - - - - „ 1514: 8: 8. „ Tutuko rijn en onderhoorige - - - - - - „ 5948. 6. —. „ Trinhouomale - - - - - - - - „ —. —. — „ kalpettij en Putulang - - - - - - „ 478 11. — „ Battikaloa - - - - - - ½ 884. 18. 8 tezaamen ƒ44556:8. — in 't boekjaar 178 5/6. bedroegen dese onkosten - - - - 55709. 4. - Dus 't laatte Jaar minder behalven, trinkononale ƒ 152: 16. — § 434.

NL-HaNA_1.04.02_3791_0669 view scan ↗

English

Section 434. Since the military personnel here were very cramped for lodging due to a lack of necessary barracks, and a large portion of them even resided in thatched sheds that frequently caught fire, it was decided by resolution of 26 May last to allocate and appropriate the orphanage within the castle as a military barracks, and, on the other hand, to use the rector's house in the old town, which had stood vacant since the departure of the last rector, the minister Manger, as an orphanage after its defects had been repaired. Consequently, the repair of the said rector's house was contracted out according to the resolution of 31 May last for 340 rixdollars, in addition to some small timber work stipulated by the contractor for this work. However, since the seminary house also became vacant as a result of our subsequent arrangement by resolution of 4 July thereafter, and this building was better suited for an orphanage than the rector's house, which, moreover, would find more interested buyers upon sale than the seminary, we decided by resolution of 12 July to have the rector's house sold, as took place according to section 220 above, and conversely to use the seminary as an orphanage after the necessary repairs. Consequently, the aforementioned contract for 340 rixdollars was transferred to this building, which was thus repaired for that amount, as appears from the record of the resolution of 23 October last, except that somewhat more timber had to be supplied for it than had been stipulated for the rector's house. Section 435. The military kitchen at the victualling yard at point De Briel requiring very necessary repair, this work was also contracted out, as appears from the resolution of 12 July last, for 100 rixdollars and some materials. Section 436. The masonry of almost all the burial vaults having collapsed due to the collapse of the Dutch church here, we also had this repaired by contract, and it cost 40 rixdollars, as appears from our resolution of 9 October last, which we have had booked to a separate account, to be reimbursed from the fund to be established for the repair of the church. Section 437. The paddy warehouse at Silau, which was constructed of earth clay, having collapsed due to the heavy rain, we granted authorization to repair the same, as appears from the resolution of 21 May last. However, the Dutch Reformed church at Nigombo was found upon inspection to be so dilapidated that it must be considered beyond repair; wherefore, pursuant to the resolution of 27 August, we had it completely demolished, and ordered that divine service henceforth be conducted in the rest house of the Dessave, which is sufficient for the small congregation there. Section 438. Furthermore, as appears from the resolution of 25 September last, we authorized the Dessave Fretsz to have the warehouse and the guardhouse at Hangewelli, and the school at Kottelawolle, the walls of which have fallen over, repaired by private contract, provided that the necessary materials are supplied on behalf of the Company. Section 439. On the occasion that, pursuant to the authorization of Your High Nobilities, we requested the necessary reports from the servants at the subordinate offices regarding the improvement of the internal administration of the hospitals of this government, it was, among other things, represented to us by the servants at Jaffanapatnam, as appears from the record of our resolution of 11 September last, that the proximity of the blacksmith shop to the hospital there was very harmful to the sick, and that consequently the hospital ought to be relocated. We thereupon requested a report from them as to where, in their view, the hospital could best be located, and if a new building had to be erected for that purpose, what it would approximately cost. And upon their report that, in order to move the hospital away from the blacksmith shop at the least expense, it would be best for this shop to be transferred to the gun-carriage maker's shop, and the gun-carriage maker's shop to a certain building next to the ammunition house—in which rearrangement no other expenses needed to be incurred than that a new roof frame be placed upon the gun-carriage maker's shop and the masonry altered somewhat—we, considering the benefit that will thereby be afforded to the sick in the hospital, and that thereby the blacksmith shop is also simultaneously moved away from the powder magazine at point Utrecht, where most of the gunpowder is always stored, granted authorization to the servants for the aforementioned rearrangements, pursuant to our resolution of 19 October last. Section 440. Likewise, the Manaar servants indicated that the hospital there was situated in a very inconvenient and completely unhealthy place, and that, moreover, the ground was very damp due to the cold and the water dripping along the wall of the cistern; simultaneously proposing to have the Trade Office and the sailors' guardhouse there converted into a suitable hospital. Thereupon, according to the record of the resolution of 27 August last, we requested a report from the servants as to what alterations there

Dutch transcription

2405 § 434. vermits de Militaijren alhier, bij gebrek van de noodi„ heid „ge Caserdis, seer bekrompen gelogeerd waaren, en selfs een groot gedeelte in opstallen met olas gedekt hun verblijf helden, die dikwils in den brand sijn geraake bij resolutie van den 26: Maij pats=o beslooten 't wees„ „huis binnen 't Casteel tot een Militaire Casern telaan, en „ten approprieessen, en daar en tegen 't Reetors huis, in de oude stad, 't welk zedert 't vertrek van den 20 laasten rector, de predikant Manger, ledigstond, naa dat het van zijne gebreeken soude zijn verhol„ „pen, tot een weethuis te emploijeeren; en is mits dien, de reparatie van gem: Rectors huis, volgens re„ solutie van den 31: Maij pass=o aanbesteed voor 340: rd=s, nevens eenige wijnige houtwerken, die de aan„ „neemer van dit werk heeft bedongen. Maar wijl door onze zedert gemaakte schikking bij resolutie van den 4' Julij daaraan 't semindrium thuis ook ledig raakte, en dit gebouw eerder tot een weethuis schikte, dan 't rectors huis, 't welk buiten dien bij verkoop, meer liefhebbers soude vinden, dan 't se„ minarium, hebben we ter resolutie van den 12: Julij beslooten, 't rectors huis te laaten verkoopen, gelijk geschied is blijkens §: 220: hiervoor, en daar en tegen 't seminarium na noodige reparatie, te„ gebruiken tot een weeshuis, en is dien volgende de voorschr: aanbesteeding voor 340: rd=s, overge„ bragt tot dit gebouw, 't welk dus daarvoor is gerepareerd, blijkens het aangeteekende bij resolutie 6 resolutie van den 23: 8ber: J:L: behalven dat daar aan eenige meerder houtwerken hebben moeten worden verstrekt, dan voor 't rectars huijs bedrangen was. — §435. 'T Militaire kombuis op de schafbaaserij aan de punt de Briel, eene reparatie seer nodig vereijscht hebben „de, is dit werk, blijkens resolutie van den 12: Julij pass=o meede bij aan besteeding gedaan, voor 100: rd=s en eenige matteriaalen. §436: Door de instorting van de Nederlandse kerk alhier, 't metzelwerk van meest alle de gaafkelders inge„ zakt zijnde, hebben we dat meede bij aanbesteeding laaten herstellen, en heeft het, blykens onse resolutie van den 9: 8ber: pass=o, 40: rd=s gekost, die we op een apparte reekening hebben laaten boeken, om uit 't opterichten konds, ter herstelling van de kerk, tewerden terug betaald. —. §437. T nelij pakhuis te silau, dat van aarde klij was opgehaald, door den swaaren reegen ingestort sijnde, hebben wij, blijkens resolutie van den 21: Mai pass=o qualifikatie gegeeven, om 't selve te herstellen; Doch de Nederduitsche kerk te Nigombo, is bij den ge„ „daanen opneem zoo vervallen bevonden, dat 't voor„ inreparabel moett worden gehouden, weshalven we dezelve, volgens resolutie van den 27:' aug=t geheel hebben laaten afbreeken, en bevoolen, om den godtdienst voortaan teverrigten, en 't rust huijs van 2406 0 van den Dessave, 't welk toerijkende genoeg is voor de Heed klijne gemeinte aldaar.. §438. voorts hebben we, blykens resolutie van den 25: 7ber. pass=o den dessave Fretsz gequalificeerd, om door aan„ betteeding aan particulieren, te laaten herstellen 't Pakhuis en de wagt te Hangewelli, en de school te kottelawolle, waar van de muuren om ver zijn gevallen, mits de benodigde materiaal en daartoen Comp=s wegen worden gegeven. §439 Ter gelegentheid dat we, ingevolge de qualifikatie van uwe Hoog Edelheeden, ter verbeteringe van 't huishoudelijke in de hospitaalen deeses gouver„ „nements; daartoe de nodige berichten van de bediende op de subalterne Cantooren hebben gevraagd, is ons on„ „der anderen ook, blijkens het aangeteekende bij onze resolutie van den 11: 7ber: pass=o door de bediend te Jaffanapatnam vertoond, dat de nabijheid van de smits winkel aan 't hospitaal aldaar seer nadeelig voor de sieken was, en dat mits dien t hos„ pitaal diende verplaats teworden. we hebben daarop van hun bericht gevraagd, waar naar hun inzien 't hospitaal best zoude kunnen worden geplaatst, en zoo daartoe een nieu gebouw moest worden opgehaald, wat het dan Calcula„ „tief zoude komen te kosten? en op hun bericht, dat om 't hospitaal met de minste kosten van de smitswinkel te verwijseren, het best waare waare dat deeze winkel wierde overgebragt, in de affuitmaakers winkel, en de affuitmaa„ „kerij in zeker gebouw naast 't ammonitie huis, bij welke verschikking geene andere kos„ „ten behoefden gedaan teworden, dan dat op de affuitmaakers winkel een nieuwe kdak„ „werk wierd opgeset, en de muragie eenigs int veranderd worden, hebben we uit aanmerking van de nuttigheid, die daar door aan de zieken in 't hospitaal zal worden toegebragt, en dat daar door ook teffens de Smits winkel ver„ wijderd word van de kruitkelder aan de punt Utrecht, daar altijd 't meeste kruit word gebor„ „gen, den bedienden, volgens onse resolutie van den 19: 8ber: patso qualificatie gegewen, tot de voorsz verschikkingen. —. §440 Jntgelijks hebben de Manaarte bedienden te kennen gegeeven, dat het hospitaal aldaar, op een zeer ongemakkelijke en gants ongetonde plaats stond en dat daarbij de grond, door de konde en het druipend water langs de muur van de zegen„ „back zeer vogtig was; met propositie teffens, om 't Negotie cantoor en de mattroosen wagt aldaar, eren tot een bekwaam hospitaal te laaten verand e we hebben daarop, volgens het aangeteekende bij resolutie van den 27: aug=t pass=o van de be„ dienden bericht gevraagd, welke veranderingen er

← previousnext →