Inventory 3791
Ceylon · 822 pages · 148 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Paragraph 442. ...were required to convert the Trade Office and the sailors' guard into a suitable hospital, and how much time and expense would have to be spent on it; and upon the report of the servants that the Trade Office and the sailors' guard had to be provided with new timber framework, doors, and windows, alongside two small lean-tos, and that at the same time a small privy and kitchen had to be built onto it, but that they could not determine the required time and costs for it, yet would do their best to complete the work promptly and in the least expensive manner, we have, according to the resolution of 19 October last, authorized them to carry out the aforementioned alterations. Paragraph 440. The repairs that had to be done to the blacksmith shop at Gale, and which according to our resolution of 10 October 1785 were contracted out privately for 714 2/3 rixdollars, having been properly completed by the contractor, and even beyond his obligation a new lean-to roof having been made on it, we have, by resolution of 5 April last, approved that the contract wage be paid out to him. Upon the notice given by the Gale servants that the old Dissave's residence at Mature, which for some years was used as a military barrack, but since then for storing ammunition, weapons, and equipage goods, was found completely dilapidated and irreparable, and that the Mature servants had requested permission for the construction of another storage place for those goods and of a guardhouse for the lascars who were currently making do with an ola mandapam, with the report also that both buildings, erected of lime and stone, would cost more or less 600 rixdollars: we have, according to our resolution of 17 March last, granted authorization to the servants for the construction of the proposed warehouse and guardhouse. Paragraph 443. Likewise, upon the proposal of the Gale servants, we have, by resolution of 9 June, granted the proposal of the servants at Mature to have two small lean-tos made at the warehouse of Tangale, and to have the rainwater cisterns there, the woodwork of which was rotted away, repaired; and by resolution of 9 July, we have authorized them to have the banquettes on both points of the small fort of Tangale, which were broken due to the sinking of the filled earth, and the flat roof of the buildings alongside the roof of the rest house there, repaired. Paragraph 444. The buildings at Ponnekail, which were entirely ruined in the late war, were surveyed and inspected last year in order to discover what needs to be done to them; and the Tutukorijn servants have reported to us that first of all, the most necessary thing there is a residence for the first Resident, for which, if the house were restored to its former state, the old foundations and even still some pieces of walls could serve, which they also judged to be more advantageous because it would limit many expenses, especially since one can hardly get solid ground at Ponnekail, and furthermore they have shown us the necessity of restoring the lodge at Ponnekail as it had been of old, because quite some privileges are still attached to it which could come in handy again at some time, and that this could be done at no small expense if the house were brought back to its former state. And since the servants also reported to us that they had not been able to find anyone who was willing to undertake the renewal of these works all at once, and that they therefore had builders survey what would be needed for it by estimate, who had judged that for the restoration of the entire lodge, comprising the residence of the first Resident, the outbuildings for his servants and for keeping the necessary provisions, a writing office, a room for the clerk, and a quarters for the military, alongside the erection of an enclosing wall that is fallen down, excluding the materials and coolie wages for the transport of the same, would amount to 700 pagodas in labor costs alone; we have, according to the resolution of 31 May, written to them that it would be agreeable to us if this work could be done by contract just as at Manapaar, but if that were not possible, that we then authorized them to have it executed on the Company's account. Since then the servants have communicated that the restoration of the lodge with its aforementioned buildings, except for the enclosing wall, has been undertaken by the master carpenter of the island of Allelande for the sum of 700 pagodas, provided that the Company would supply the required materials, such as lime, stones, timber, posts, laths, and tiles, alongside the doors and windows with their full ironwork, and that the raising of the timber framework would also be done at the Honorable Company's expense, and this contract we have, according to the circumstances, [illegible]
Dutch transcription
2407 6 §442: Heed er vereijst wierden, om het Negoottie Comptoir en de mattroosen wagt, tot een bekwaam hospi„ „taal aan te leggen, en hoewel tyd en kosten daaraan souden moeten besteed worden? en op 't bericht van de bedienden, dat het Negotie Comtoir en de mat„vr „troose wagt, van nieuwespanwerk deuren en vengem: „sters nevens twee klijne afdakken moetten worden voortien, en dat daarbij teffens een klijn gemak„ roe „huis en kombuis moesten aangebouwd worden, dog dat ze de daartoe benodigde tijd en kosten met konden bepaalen, maar rum best souden doen om 't werk, spoedig om op de minst kostbaarste wijze tevolbrengen hebben we dern, volgens resolutie van den 19: 8ber: pass=o, tot het doen van de voor „schreeve verandringen gequalificeerd. § 440: De reparatie die aan de smits winkel te Gale in moesten gedaan worden, en volgens onse resolutie van den 10: 8ber: 1785: voor rd=s 714 2/3. particulier ek aan besteed sijn, door den aanneemer behoorlijk volbragt, en selfs boven zijn verbintenis, een nieuw halfdak daar aan gemaakt sijnde, hebben me bij resolutie van den 5: april pass=o geapprobeerd, dat aan hem 't aanbesteedings loon uitbetaald 28 Op de tekennen geeving door de gaalse bedienden dat de oude Dessaves wooning te Mature, die eeni„ „ge Jaaren tot een militair Catern, dog zedert Not is. tot het bergen van ammonitie, wapen en equi„ pagie goederen was gebruikt, te eenemaal bou„ „vallig en inreparabel bevonden was en dat de Matureese bedienden verlop verzogt hadden, tot den opbouw van een ander berg plaats voor die goederen, en van een wagthuis voor de lathorijn die zig thans met een ola mandoe behielpen, met bericht tevens dat bijde gebouwen, van kalk en steen opgehaald, min of meer 600: rd=s souden kosten: hebben we volgens ons besluit van den 17: Maart pass=o, den bediend en qualificatie ver„ leend, tot den aanbouw van 't voorgestelde pak en wagthuis. —. § 443. Jnsgelijks hebben we, op den voordragt van de gaalsche bedienden, bij resolutie van den 9 Junij g'accordeert 't voorstel van de bedienden te Ma„ ture, om aan 't pakhuis van Tangale twee kliy „ne afdakken te laaten maken, en om de regenbal „ken aldaar, waarvan 't houtwerk, vermoland was, te laaten herstellen; en bij resolutie van den 9. ' Julij, hebben we hun gequalificeerd, om de banketten op de byde punten van 't Tangaalde fortje, die door het zakken van de opgevulde grond, stukken geraakt zijn, en het platte dak van de gebouwen nopens 't dak van 't rust huijs aldaar, te laaten verhelpen. §444 2408 0 §444. De gebouwen te Ponnekail, die in den Jongsten oorlog geheel geruineerd zijn, zin voorleeden Jaar op genoomen en besigtigd, om te kunnen ontdekken, wat 'er aan diend gedaan teworden; en hebben de Tutukorijnse bedienden ons bericht, dat daar voor eerst 't aldernoodzaakelykst is, eene wooning gem: voor den eersten Resident waartoe indien 't huijs ge„ weder, in den voorigen staat hersteld wierd, de ouderhoe„ fondamenten en selfs nog eenige stukken van min „ren zouden kunnen dienen 't welk zij ook voordeeli„ „ger oordeelden, om dat door veele ongelden bepaald wierd, insonderheid wijl men op Ponnekail be „swaarlijk een vasten grond krijgen kan, en boven dien hebben ze ons vertoond, de noodsaakelijkheid om de logie te Ponnekail, zoo als die van ouds ge„ weest is, te herstellen, om dat daaraan nog al eenige voorregten verbonden zijn, die te eeniger tijd in2 weder tepas konde komen, en dat dit niet wijnig kosten kongeschieden, wanneer 't huis weder in den voorigen staad gebragt wierd: En wijl de bedienden ons tevens hebben berigt, dat ze niemand hadden Gerd kunnen vinden, die de vernieuwing van deeze werken en in eens had willen aanneemen, en dat ze daar om 26 door boukundigen hebben laaten opneemen, wat daartoe calculatief zoude nodig weezen, die geoordeeld hadden, dat tot de Herstelling van den de geheele logie, bevattende de wooninge van de eersten resident, de bijgebouwen voor sijne bed „den en tot het bewaaren van eenen noodsaakelijken voorraad, een schrijf vertrek, een kamer voor de schriver en een vertrek voor de dr Militairen, nevens het ophaalen van een ringmuur, die om verlegd, behalven de neteriaalen en koelgloon voor den aanbreng van dezelve, alleen aan arbei loon op 700: pagooden soude komen te staan; het „ben we hun, volgens resolutie van den 31: Maij, aan geschreeven, dat het ons aangenaam soude zijn, indien dit werk even als te Manapaar bij aan„ betteeding konde geschieden, dog so dat niet moge„ „lijk was, dat we dan hun qualificeerden, om het voor Comp: reekening te laaten introeijen. 'T zedert hebben de bedienden bedeeld, dat de herstelling van de logie met haare voorschr: gebouwen excepsi de ringmuur door den baas timmerman ten eilande Allelande is op zich genoomen, voor de somma van 700: pag: mits dat de komp=s de benoodigde materiaalen, gelijk kalk, steenen, houten, pralen, latten en paanen, nevens de deu„ „ren en vensters met haar volle beslag soude besorgen, en dat ook het op setten van de spauwer„ „ken op haar Ed: kosten gedaan worde, en deeze aan besteeding hebben we, ons naar de gelegend„ „tierd
English
§ 445: convenience of the place was fairly advantageous for the Company, approved by our resolution of 29 December past, and we have nevertheless recommended to the Tuticorin chief to consult the present circumstances of the times regarding the continuation or postponement of this work, in order not to incur useless expenses thereon. On the occasion of inspecting the aforementioned lodge, the chief Mekern, together with the resident Franken and some of the most knowledgeable natives, also examined the condition of the village of Ponnekail and its environs, and the servants of Tuticorin have reported to us concerning this that since the English war the old dikes of the village have been completely neglected, so that almost no trace of them remains, and that the embankments constructed outside the village have been neglected in like manner. For many years past, means have already been devised to block the course of the upper water, which increasingly took its course toward the village of Ponnekail and threatened it with the utmost danger, and to make it take another path, but opinions regarding this have differed. Major Paravicini, who investigated the condition of Ponnekail and its environs in the year 1772, then proposed in a report to construct a heavy dam in the branch Tjammankel, through which the water is led from the large river to Ponnekail, and thus to block the flow of the water and force it to continue its course straight through the large river itself. This expedient, which the servants now also consider the best and simplest, was also approved at the time, it seems, because in the said year 1772 a dam was placed in the said branch, which has held fairly well until now. At that time, just above this, a small channel was also dug in order to divert the water and carry it into the sea below the village of Ponnekail, but this small channel very quickly widened into a large river, which expands more from time to time and now has only a very small strip of land between itself and the branch that runs along Ponnekail; and this strip of land, consisting entirely of loose and marshy soil, must naturally break through before long, whereby the village of Ponnekail will come into a much greater danger than it ever has been, because the current, which previously struck at the corner of the village from the branch Tjammankel and scoured past it, will, if the said strip breaks through, bear down with its full force upon the entire village and scour directly through the middle of the village. The servants have therefore found it of the utmost necessity to place a dam higher up in the branch Tjammankel, which would check the water and force it to continue its course through the large river, for which purpose they have selected a place where a heavy and long island is already situated in the middle of the said branch, so that now only the openings that have remained on either side of the branch need to be closed. This work is estimated at eighty pagodas, which the Company will have to defray, since the inhabitants of Ponnekail, the poorest people on that coast, are incapable of contributing anything toward it; but they have nevertheless undertaken, if the Company would construct the aforesaid dam at its own expense, to restore the old dikes of Ponnekail to their former state in order to withstand an unexpected rush of water. Because of the great importance of this matter, which made it necessary that the aforesaid dam be constructed during the very first dry season, when the branch Tjammankel is completely dry, the servants provisionally gave orders to work on it, and we could not fail to approve its execution by resolution of 31 August past. § 446. The restoration of the lodge at Manapaar, with the buildings standing thereon, which the first resident Keunman, according to the resolution of 14 June 1785, had undertaken to carry out, provided the costs thereof, according to further stipulation, did not exceed the sum of two thousand pagodas, having since been completely effected and found satisfactory upon inspection, and even in a better condition than they had ever been before; we have therefore, upon the submitted account amounting to 2165:1/20 pagodas and upon the request made to that end by the said Keunman, decreed on 31 May past that for what he has expended on the aforesaid lodge and further buildings, whenever he might change his service, there shall be reimbursed to him the two thousand pagodas stipulated for the rebuilding, with a moderate reduction, by his successor in office, and in case of the latter's inability, by the Company; and that in like manner this payment shall be made to his heirs should he happen to pass away in his present post; and that, since it appeared from the transmitted account that he, Keunman, actually expended more on it than the 2000 pagodas stipulated for it, the reimbursement in both cases shall be made even without any deduction if it should occur within the period of three years, but that after that time, for all [illegible], the reduction shall take place each year by 50 pagodas. § 447.
Dutch transcription
10 2409 § 445: bheed „heid van de plaats tamelijk voordeelig voor de komp: gl geapprobeerd bij onse resolutie van den 29: xber scleeden en wij hebben nogtans 't Tutukorijns opperhoofd gerecommandeerd, om met het voortzetten of uitstellen van dit werk, teraade te gaan met de tegenswoordige tijds omstandigheid, ten einde geene nutteloote kosten daaraan te doen. Ter gelegendheid van de bezigtiging der voorsz: sogie, heeft ook 't opperhoofd Mekern, met den resident Franken en eenige van de kundigste Jnlanders, onder „sogt de toestand van 't dorp Ponnekaie en desselfs stte enviros, en de bedienden van Tutukorijn hebben ons in derwegens bericht, dat sedert den engelschen ovrlogter de oude dijken van 't dorp ten eenemaal verwaarloost er zijn, so dat 'er haast geene schaduwe meer van over van „rig is, en dat de bedijkingen, die buijten 't dorp sijn Ellen gemaakt, intelvervoegen verwaarloost zijn reets innen sedert veele Jaaren is men op middelen bedagt geweeskt rak om den loop van 't opperwater, dat meer en meer sijn h: loop na 't dorp Ponnekail nam, en 't selve met eer het uitterste gevaar drijgde, te sluijten en een an„ wierd „deren weg te doen neemen, dog de gevoelens daarom„ „trent verschillende geweest De Majoor Paravi, men Cat „ni die de gesteldheid van Ponnekail en dies invi„ „rous in anno: 1772: heeft ondertogt, heeft toen bij een berigt voorgesteld, om in de spruit Tjamman„ „kel, waar door het water uit de groote rivier re na na Ponnekail geleid word, een swaaren dam teleggen, en dus den loop van 't water te sluiten en het tenoodsaaken, om rechts streeks zijn loop te vervolgen door de groote rivier zelve. Dit expedient, 't welk de bedienden tans ook voor het beste en een„ voudigste houden, is ook toen zoo 't schijnt geappr „beerd, wijl in gem: Jaar 1772: een dam in gemelde spruit gelegd is, die sig tot nu toe reedelijk wel gehouden heeft; Men heeft ook toen, even boven dee„ „zen, een spruitje gegraaven, om 't nater afteleiden en in zee tevoeren beneeden het dorp Ponnekail, maar dit spruitjes is heel schielijk verwijderd tot eene groote rivier, die sig van tijd tot tijd meer uitbreid en thans maar een heel klijn strockje grond heeft tusschen dezelve en de spruit, die langs Ponnekaie loopt, en dit strookje grond, geheel uit losse en moeratsige aarde bestaande, moest natuurlijk binnen korten doorbreeken wanneer 't dorp Ponnekaijl in een veel grooter gevaar sal koomen, dat het ooijt geweest is, wil de stroom, die te vooren uit de spruit sjaarman„ „kel, op den Hoek van 't dorp aanstiet, en daar voorbij schuurde, wanneer het gem: stookje doorbaak met zijn volle kragt op 't geheele dorp zal komen aanloopen, een een schuuring midden door 't dorp maaken. De bedienden hebben 2410 hebben het daarom van de uitterste noodsakelijkheid gevonden, om hooger op in de spruit sjammankel een dam teleggen, die het water soude stuijten, en noodsaaken zijnen loop te vervolgen door de groote rivier, waartoe ze een plaats hebben verkooten, daar zig reets een swaar en lang eijland in 't minden van gem: spruit heeft geplaats, zo dat nu alleen de openingen die ter wedersijden in de spruit gebleeven zijn, behoe„ ven teworden gestopt. Dit werk is geschat op tachtig pagooden, die de Comp: zal moeten bekostigen wijl de ingezetenen van Ponnekail, de armtte menschen daar ter kuste, onvermogend zijn om daartoe iets te contribueeren, maar ze hebben egter aangenoomen, wanneer de Comp:s aeten dam voor eijgene reek: wilde aanleggen, de oude dijken van ponnekaijl in haaren voorigen staat te herstellen, om een onverwagten aanloop van water te kunnen tegenstaan om het groot belang van deese saak die 't nodig maakte, dat de daar voortch: dam in den allereersten droogen tijd, wanneer de spruit SJammankel geheel droog is wierd gelegd, hebben de bedienden bij provisie last gegeeven om daaraan tewerken en we hebben niet kunnen nalaaten, om bij resolutie van den 31: aug=s passo de executie daarvan te approbeeren. §446 De Herstelling van de logie te Mannapaar, met de daar instaande gebouwen, welke de eerste resi„ dent eer „dent keunman, blijkens resolutie van den 14 Junij 1785: had aangenoomen te doen, mits de onkosten daar van, volgens nadere bepaaling, de som van twee duizend pagooden niet excedeerden, 't zedert volkoomen geeffectueerd en bij den opneem voldoende bevonden zijnde, en selfs in beeteren toestand, dan ze nimmer tevooren waaren; zoo hebben we op de daar van ingekomene reekening groot 2165:1/20. pag:, en op het daartoe gedaan versoek door gem: keunman, den 31: Maij pass=o g'arresteerd, dat voor het door hem bekostigde aan voorsch: logie en verdere gebouwen, wanneer hij van dienst mogte verwis„ „selen, aan hem zullen worden gerembourteerd, de ter vertimmering bepaalde tweeduijsend pagoo„ „den, met een matige vermindering, door zijn naa„ „volger in officio, en bij deezes onvermoogen door de komp, en dat inzelvervoegen deese betaaling zal geschieden aan zijne Erven, wanneer hij in zijne presente bediening mogte komen te overlijden; en dat, wijl het uit de overgesondene rekening bleek, dat hij keunman werkelijk daaraan meer bekos „tigd heeft, dan de daartoe bepaalde 2000 pag:n het remboursement in bijde gevallen zal geschie„ „de zelfs sonder eenige korting, indien ze mogte voorvallen binnen den tijd van drie Jaaren, dog dat na dien tijd voorde allende, de vermindering zal geschie„ „den elk Jaar met 50: pagooden §447.
English
2411 Paragraph 447. Upon the proposal of the Tutucorin servants to also be permitted to have the residence of the second resident at Manapaar, which is not included in the aforementioned lodge, repaired by means of contracting out, we have, in accordance with our aforementioned resolution of 31 May, granted them authorization to do so, and that work has accordingly, as appears from the resolution of 21 July, been contracted out for 388 2/3 pagodas. Paragraph 448. Concerning what further pertains to this main part, we humbly request permission to refer to our resolutions of 31 May, 11 August, 23 October, and 6 December last. Paragraph 449. The consumption of gunpowder, as appears from the statement of the visitor transmitted among the appendices, amounted in the financial year 1785/6 to 26,997 1/16 lbs, thus 7,497 1/16 lbs more than the allotment. We have passed this excess, as appears from our resolution of 31 May last, because it was caused by extraordinary circumstances, such as the arrival and departure of the National Squadron, the journeys of the Captains of the said Squadron, the arrival and departure of the Nawab's Ambassador, and the elephant hunt held at Negombo. The write-offs and write-ins. Paragraph 450. However, we have deemed it necessary to make some arrangements for a more economical use of gunpowder, and have therefore resolved in our aforementioned resolutions that henceforth, regarding the powder used for salute shots as well as for the drills of the military and artillerymen and for blasting rocks, the necessary statements shall be attached to the annual powder accounts to demonstrate that the powder written off had indeed to be consumed, and at the same time we have ordered that for firing salute shots, as far as possible, none but light cannons must be used, and that no more powder must be spent for that purpose than one third of the weight of the ball. Paragraph 451. The usual annual report of the goods found unserviceable during the inventory at the end of August 1786 was inserted in our resolution of 9 July last, and in addition, such other goods here that were successively found unserviceable have been destroyed and written off, as appears from our resolutions dated 9 January, 2 and 17 March, 11 June, and 11 December last. Paragraph 452. The usual quarterly findings of surpluses and deficits, together with discovered defects and the accompanying memoranda of unserviceable goods at Colombo, have been inserted in our resolutions 2412 of 16 January, 30 May, 20 and 21 July, and 25 September last, and we humbly request permission to refer thereto, everything having been handled according to orders. Paragraph 453. The quarterly memoranda of surpluses and deficits at Hulftsdorp and the subordinate posts have been entered in our resolutions dated 19 April, 24 May, 4 September, and 19 November, and dispositions have likewise been made thereon according to orders. Paragraph 454. Over the findings of surpluses and deficits, defects, and unserviceable goods at Jaffanapatnam and Manaar, the servants there have made dispositions, and these dispositions, having been generally found correct upon prior examination by the visitor, have been approved by us in our resolutions of 2 August, 9 October, 19 November, and 6 December. Paragraph 455. The findings and memoranda of surpluses and deficits, defects, and unserviceable goods at Galle and Mature have also, along with the servants' dispositions, after examination by the visitor, been approved in our resolutions of 16 January, 15 February, 19 April, 8 and 31 May, 9 June, 11 and 25 October, and 14 December. Paragraph 456. Upon the findings of surpluses and deficits, as well as concerning the unserviceable goods at Tutucorin and subordinate residencies, the servants have made dispositions, and their dispositions, having been found correct upon examination by the visitor, have been approved by us in resolutions dated 12 April, 31 May, 2 August, 23 October, 6 and 29 December. We merely note from the aforementioned resolutions that we had the deficit found on a quantity of paddy, which was sent from Jaffna to Tutucorin, calculated back to Jaffna, in so far as it was caused by the difference in the parras, of which the Jaffna one was found to be larger than that of Tutucorin, and these parras have since been compared here against the standards and equalized with them. We have also, instead of the ordinary 1 1/2 percent, allowed 3 percent wastage on the aforementioned paddy, because the vessels had to be unloaded and reloaded while navigating the Manaar River. Paragraph 457. The findings of surpluses and deficits, as well as unserviceable goods, at Trincomalee, together with our dispositions thereon, have been inserted in our resolutions of 16 January, 26 July, 11 and 27 August, 30 October, 19 November, and 6 and 20 December. Paragraph 458. The write-offs at Batticaloa, on account of found surpluses, deficits, and defects, have been noted in our resolutions of 19 April and 9 and 30 October. Paragraph 459. Here the reconciliation in various administrations and workshops, under the end of August 1786
Dutch transcription
2411 § 447. op 't voorstee van de tutuko rijnsche bedienden, om de wooning van den tweeden resident te Manapaar, dee in de voorm: logie niet is begreepen, meede bij weege van aanbetleeding temoogen laaten herstellen, hebben we hun daartoe, volgens voortz onze resolutie van den 31: Maij, qualificatie verleend, en is dat werk mits dien, blijkens resolutie van den 21: Julij, aan„ besteed voor 388: 2/3. pagooden §448. wegens het geen verder dit hoofdeel betreft verzoeken we verlof ons nedrig temoogen gedraa„ „gen, aan onse resolutien van den 31: Maij, 11: aug=t 23 8ber: en 6: December passato §449. De consumptie van buspoeder heeft, blijkens de on„ „der de bijlaagen overgaande aanwijzing van den visitateur, in 't boekjaar 178 5/6. bedraagen 26997: 1/16: lb:, dus 7497. 1/16. lb: meerder dan de bepaaling. we hebben deze meerderheid, blijkens onse resolutie van den 31: Maij pass=o gepasseerd, om dat ze door extra ordinaire gevallen zijn veroorsaakt, gelijk zijn de aan komst en 't vertrek van slands Esquader, de togten van de Heeren capiteins van gem: E&qua„ „der, de aankomst en vertrek van swababs Am„ batsadeur en de gehoudene Eliphants Jagt op Ni„ „gombo. —. De in en afschrijvingen. 5450 § 450 Echter hebben we nodig g'oordeeld, eenige schikkin„ „gen temaaken tot een menagieweser gebruik van 't buskrutt, en hebben derhalven bij voorsch: onse resolu„ „tien beslooten, dat voortaan van 't kruit 't welk zo wel tot salutschooten, als tot de exercitie van de Militairen en Arthilleristen, en tot het doen se prin„ „gen van de klippen word verbruikt, de nodige aanwij„ „lingen bij de Jaarlijksche kruitreekeningen, zullen wor„ „den gevoegd, ter aantooning dat 't afschreeven kruit, niet 'er daad heeft moeten worden verbruikt, en teffens hebben we gelast, dat tot het doen der salut„ „schooten, zoo veel het geschieden kan, niet dan ligte kanons moeten worden gebruikt, en dat daar toe niet meer kruit moet worden besteed, dan een derde van de swaarte van d' kogel. §451. Het gewoon Jaarlijks berigt van de goederen die bij den opneem onder ult=o aug=ts 1786, onbekwaam zijn bevonden, is g'intereerd bij onse resolutie van den 9. ' Julij pass=o, en zijn buiten dien alhier zoda„ „nige andere goederen, die successive onbekwaam bevonden zijn, vernietigd en afgeschreeven, als blijkt bij onse resolutie de datis 9' Januarij, 2 on 17: Maart, 11: Junij en 11: xber: passato. §452: De gewoone drie maandige bevindingen van meer„ en minderheeden, nevens ontdekte defecten, met de daar bij gehoorende memorien van onbekwaame goederen te kolombo, zijn g'intereerd bij onse reto„ „lutien 2412 „lutien van den 16: Januarij, 30: Maij, 20: en 21:' Julij en 25: 7ber: pass=o, en we versoeken nedrig verlof, om ons daaraan temogen refereeren, als alles naar de ordre behandeld zijnde §453. De driemaandige Memorien van meer en minderheeden op Hulftsdorp en de onderhoorige posten, sijn inge„ „schreeven bij onse resolutien de datis 19: April, 24: al Maij, 4:' 7ber:, en 19:' 9ber:, en is daarop dwaw meede naar de ordre gedisponeerd. — §454. Over de bevondene meer en minderheeden, defecten en onbekwaame goederen te Jaffanapatnam en Ma„ naar hebben de bedienden aldaar gedisponeerd, en zijn deze dispositien, naar voorgaande examinatie door den visitateur, als doorgaans wel bevonden sijnde, door ons g'approbeerd bij onse resolutien van den 2:' aug=t, 9 8ber:, 19: 9ber: en 6:' xber: §455. De bevindingen en Memorien van meer en minder„ heeden, defecten en onbequaame goederen en te gale o„ Mature zijn meede nevens der bedienden dispositie„ na gedaane examinatie door den visitateur, ge„ „approbeerd bij onse resolutien van den 16: Januarij, 15: febr:, 19: april, 8: en 31: Maij, 9. Junij, 11: en 25:' 8ber: en 14: December.. §456. op de bevondene meer en minderheeden, zoo ook noopens de onbekwaame goederen, te Tutuko rijn en onderhoorige residentien, hebben de bedienden gedisponeerd en zijn hunne dispotitien, als door de„ vititateur vititateur by examinatie wel bevonden, door ons g'approbeerd bij resolutien de datis 12: april, 31:' Maij 2:' aug=s, 23: 8ber:, 6: en 29 xber: Eenelijk merken we uit de voorschr: resolutien aan, dat we de be„ vond en den minderheid op eene quantiteit Nelij, die van Jasfana na Tutukorijn versonden is, na Jassan hebben laaten terug reekenen, boor zoo verre die veroorsaakt was door 't different in de parras„ waarvan de Japfanase grooter bevonden is, dan die van Tutukorijn, en zijn deese parras 't sedert alhier tegens de slaafters geconfronteerd en daarme „de g'equaliteerd. ook hebben we op de voorsz nelij, insteede van de ordinaire 1:½. p:r C:, 3: p:r C: 6 spillagie gevalideerd, om dat de vaartuigen, bij het door vaaren van Maarnaarte rivier, hebben moeten ontlaaden, en weder beladen worden. § 457. De bevondene meer en minderheeden, zoo ook onbequaa „me goederen, te Trinkonomale zijn met onze dis„ positien daar op g'intereerd bij onse resolutiden van den 16: Januarij, 26: Julij, 11: en 27: aug=s 30:' 8ber 19 9ber: en 6: en 20: december. —. §450: De afschrijvingen te Battikaloa, wegens bevonden „ne meer en minderheeden en defecten, zijn aange „teekend bij onse resolutien van den 19: april en 9: en 30: october. §459. Alhier is de Confrontatie in verschijde admi nistratien en werkwinkels, onder ult=o augt 1786
English
1786, and the findings thereof, upon which we have disposed according to order, were inserted into our resolution of 19 June, and we have furthermore caused a quantity of gunpowder and ammunition goods, which upon the handover by Major Paravicini to Captain Kuhn were found to be in excess, to be taken in for the Company, according to the resolutions of 2 March and 28 November. § 460. The administrations at Jaffanapatnam were compared as of the end of August last, and the dispositions taken thereon by the servants were approved by us, as appears from the resolution of 19 November regarding this. § 461. At Kalpettij, upon the transfer of the blacksmith shop due to the demise of the smith, some goods were found in excess, which we have caused to be credited to his widow, as appears from the resolution of 25 September. § 462. The quarterly reports of the apothecary here concerning the compounds prepared by him were inserted into our resolutions of 6 March, 9 June, 25 September, and 6 December. § 463. Major and head of the artillery Paravicini having demonstrated that, in his view, the saltpetre used for making gunpowder ought to be refined better than has been done hitherto, so that the foreign particles remaining in it do not cause the powder to spoil after it has been stored in warehouses for some time, or at least diminish its quality to such an extent that, as experience shows, it ultimately becomes good for almost nothing except firing salute shots; therefore, in order to conduct a test, a lot of saltpetre that had already been refined according to the former custom was once more refined under his supervision to the extent he deemed necessary to purify it of the foreign particles still remaining therein, and this yielded a loss of 17 33/57 percent. § 464. In consideration of the high necessity of having the gunpowder made as good as is in any way possible, even if the same should thereby cost somewhat more, we decided by resolution of 9 January last to have the aforesaid occurred loss written off, and furthermore instructed Major Paravicini to have another lot of crude saltpetre refined in the very same manner, in order to be able to determine from this further test the true loss that the Company ought to bear on the saltpetre when it is refined properly and as it should be. § 465. We have also ordered the said Major to cause the gunpowder made from this further refined saltpetre to be kept separately, and after it has stood for some time, to have it tested anew to discern whether, in proportion to this further purification, it has preserved better than the ordinary gunpowder. § 466. Pursuant to the aforesaid decision, a quantity of 11000 lb of crude saltpetre has since been refined up to three times, and the same yielded a loss of 2702 lb, or 24 2/5 percent, which, as appears from the resolution of 17 March, we have passed for write-off, with orders at the same time to the master powdermaker to refine the saltpetre in future on the same footing, and to use no other saltpetre for making gunpowder than that which is refined in this manner, provided that each time, before the refined saltpetre is used for that purpose, he shall show a sample thereof to the Head of the artillery to judge whether it is well refined. § 467. On the request of the master of the sloop Sunda, Jan Jacobsz, to be relieved of f 200:9:8 charged to the pay accounts of himself and his quartermaster for 1 3/30 last of paddy, accounted for short by them in the year 1785 upon delivering 68 lasts from Mannapaar: we, considering that this is the same lot of paddy for which, due to the difference in the measure by which the purchase and shipment took place, a write-off was granted to Junior Merchant Keunman by our resolution of 29 June 1786, as we communicated to Your High Noblenesses in our respectful letter of 30 January last, § 220, decided on 9 January to grant the request of the aforementioned master, and thereby to have the pay accounts of him and his quartermaster relieved of the aforesaid charge. § 468. The soldier of the Regiment of Luxemburg, Atzlé, who here earns a living by repairing clocks, having been sent to the court of Kandia upon its requisition, repaired various clocks of the king there, and upon his return here submitted an account of 213 rixdollars for springs and other necessities consumed, with a request for payment thereof and for a reward for his journey and labour; and since this could not be arranged otherwise because the Court is accustomed to pay for nothing, we caused three hundred rixdollars to be delivered to him, according to the resolution of 16 January last, and had the same written off to the account of gifts. § 469. Likewise, the Court of Kandia, having been informed by the returned ambassador that there was a glassblower here who had various kinds of glassware for sale, requisitioned this man, being a soldier named Sukkie.
Dutch transcription
2413 1786: geschied, en is de bevinding daarvan, waarop we naar de order hebben gedisponeerd, g'intereerd bij onze resolutie van den 19: Junij, en hebben we voorts een quam„ „titeit kruit en ammonitie goederen welke bij overgave door den Majoor Paraviciu aan den Capitein Kuhn„ meerder zijn bevonden, voor de komp: laaten inneemen, volgens resolutien van den 2. ' Maart en 28: November §460. De Administratien te Jaffanapatnam zijn onder ult=o aug=s pass=o geconfronteerd, en der bedienden daar„ „ op genomene dispositien door ons g'approbeerd, blijkens resolutie van den 19 November daaraan 0 §461 Te kalpettij zijn bij overgaan van de smitsw inkel„ mits het overlijden van den smit, eenige goederen over bevonden, die we aan zijne weduwe hebben laaten goed doen, blykens resolutie van den 25: 7ber: §462: De driemaandige berigten van den apothecar alhier wegens de door hem aangemaakte Compolitas, zijn g'intereerd bij onze resolutien van den 6: Maart 9: Junij, 25: 7ber: en 6: December. §463. De Majoor en hoofd der arthillerij Paravicini vertrond hebbende, dat naar sijn inzien de sal„ „peter, die tot het waaken van buskruit word gebruikt, beter dan tot hiertoe geschied was, be„ hoorde teworden gerafineerd, op dat de vreemde deelen, die daarin overblijven, 't kruit, naa dat het eenigen tijd in magazijnen geborgen was, niet deeden bederven, of ten minsten in zoo verre in deugd doen ons doen verminderen, dat 't eyndelyk, soo als dat by de bevinding blijkt, bijna tot niets goed word, dat tot het doen der salutschooten, zoo is, om 'er een proef ver teneemen, een parthij salpeter, die reets waars de vroe „gere gewoonte geraffineerd was, nog eens onder zyn opzicht in zoo verre geraffineerd, als hij nodig oor„ deelde om ze te zuijveren, van de daarin nog over„ gebleevene vreemde deelen, en heeft dit een verlies 634 gegeeven van 17. 3/3/57. p:r C: — §464. we hebben, daar op uit aanmerking van de hooge noodsakelijkheid, om het kruit zo goed te laaten maaken, als dat eenigsints mogelijk is al was 't ook dat 't selve daardoor wat duurder moet te„ staan komen, bij resolutie van den 9 Januarij pass=o beslooten, 't voorsz gevallen verlies te laaten afschr „ven, en voorts den Majoor Paravicini aanbevoo„ „len, om nog een andere parthij in't ruwe Lac„ peter, op even deselve wijl te doen rafineeren, ten einde uit dese nadere proeve te kunnen bestem„ „men, 't waare verlies, dat de Comp:e op de sal„ peter behoord tedraagen, wanneer die behoor„ „lijk en zoo als het geschieden moet, word gera„ „pineerd. § 465: Ook hebben we gemelden Majoor gelast, om 't kruit, dat van deese nader gerafineerde salpeter word gemaakt, apart tedoen bewaaren, en naa dat het eenigen tijd zal hebben gestaan, op nieu te doen 2414 te doen probeeren ter ontwaaring of het sig, naar maate van deese nadere suijvering, beter dan 't gewoon kruit, heeft geconserveerd. — §. 466 volgens het voorsz: besluijt is 't sedert, eene quantiteit van 11000: lb: ruw salpeter, tot drie„ maalen toe gerafineerd, en het dezelve een verlies gegeeven van 2702: lb: op 24: 2/5: p:r C:, die we, blij„ „kens resolutie van den 17: Maart, ter afschrij „ving hebben gepasseerd, met last teffens aan den baas kruitmaaker, en in 't vervolg op denselven voet de salpeter terafineeren, en tot het maaken van kruit geen ander salpeter te gebruiken, dan die op deze wijse is gerafineerd, mits dat hij telkens, eer de gerafineerde salpeter daartoe word gebruikt, daarvan een monster aan 't Hoofd der arthillerij zouden hebben te vertoonen, om te bevoordeelen op ze wel gerapineerd is. — § 467. Op 't versoek van den gesaghebber van de sloepsun„ „da Jan Jacobsz, om ontheeven temogen worden van ƒ 200: 9:8: die op de soldij reekeningen van hem en zijnen quartiermeester zijn belast, voor 1 3/30: last Nelij, door hun in A=o 1785:, bij aanbreng van 68: lasten van Mannapaar minder verandwoord: hebben wij uitaanmerking, dat dit deselfde parthij Nelij is, waarvoor, wegens de difperent van de maat waarmeede de inkoop en afscheep is geschied, bij onse resolutie van den 29 ' Junij 1786. , den onderkoopman keunman eene af„ schrijving „schrijving is toegestaan, gelijk we het uwe Hoog Edelheeden hebben bedeeld bij onsen eerbiedigen van den va den 30: Januarij pass=o, §: 220:, op den 9:' Janu„ „arij beslooten, 't versoek van voorm: gesaghebber te accordeeren, en mits dien de zoldij reekeningen van hem en zijnen quartiermeester, van voorsch belas„ „ting te laaten ontheffing. § 468: De zoldaat van 't regiment van Luxemburg Atzlé, die alhier zig met het repareeren van Ho„ rologien erneerd, op 't requisit van 't hoff van kan„ „dia, derwaards gesonden zijnde, heeft aldaar verschij „de Horolggien van den koning gerepareerd, en heeft bij zijne terug komst alhier, eene reekening over„ gelegd van 213: rd=s, wegens verbruikte veeren en andere benoodigdheeden, met versoek om de voldoe„ „ning daarvan, en om eene belooning voor sijne rijse en arbeid; En wijl dit niet anders te schikken was„ om dat het Htoff voor niets gewoon is te betaalen, hebben we aan hem, volgens resolutie van den 16 Januarij pats=o driehonderd rd=s laaten toestel„ „len, en dezelfe op reekening van schenkagien doen afboeken. —. § 469 Insgelyks heeft het Hoff van kandia door de terug gekeerde Ambassadeur onderrigt, dat zig hier een glasblaater bevond, die verschijde soorte„ van glas werken tekoop had, deesen Manr, zijn„ de een soldaat genaamt sukkie, gerequireerd
English
and from him various glassware, consisting of telescopes, barometers, spyglasses, etc., were taken over: and because he proved by a declaration that those things were knowingly retained at the court, we have, according to our resolution of 8 February last, had 359 rixdollars paid to him for them in accordance with his submitted account, likewise charged to the account of gifts. Section 470. Upon the notification by the aforementioned glassblower Sukkij that he had received back, one month later, his chest containing the remaining glassware which he had been obliged to leave behind upon his departure from Kandy, and then found that several glass items therein were broken and others had been spoiled by becoming wet, for which he claimed 224 rixdollars and 16 stuivers as indemnification, we have, in consideration that he immediately gave notice of this discovered damage to the late Dessave Billing, and that upon inspection by the ordinary commissioners the poor condition thereof was indeed found to be such, decided by resolution of 30 May last to grant him the requested compensation for damages, provided that he declared under oath that the spoiled and broken works were truly worth as much as he had asked for them. Section 171. Pursuant to the authority granted by your High Excellencies for that purpose to the undersigned Governor in your highly esteemed separate letter of 17 November 1786, we have, according to the notation in our resolution of 6 March, ordered the write-off of four hundred ducats that were spent in the Company's service. Section 472. In the wagonmaker's shop here, theft was committed up to three times in short succession, and various Company and private tools were stolen from there; and because an investigation showed that the locks of the doors were forced and the theft had actually been committed, for which reason a sentry has also since been posted in front of that shop, we have, upon the request of the master of the aforementioned shop, according to the resolution of 17 March, ordered the write-off of the lost Company tools, provided that he confirmed under oath that they had been in the shop and were stolen from there. Section 473. In the month of November 1786, the Malabar ministers sent hither a cargo of rice on freight for the Company with the private French snow Taton, and the captain of that vessel, being a certain Monron, indicated here by petition that the Governor, Mr. van Angelbeek, had promised him exemption from all port dues. Accordingly, we also, by resolution of 13 November 1786, exempted him from all those dues and charged them to the Company's account, because we could not imagine that a man of good name and reputation could go so far astray as to avail himself of falsehoods in this matter. Since then, the ministers have informed us to the contrary, but by then he had already departed and had in the meantime referred the Master of the Equippage, who had made some provisions to him both for the rigging of his vessel and for the retrieval of his anchors lost here in the roadstead and for the unloading of his cargo, to us, with which the aforementioned Andringa also, by virtue of our aforementioned decision, was satisfied; and since he thus acted in good faith in this matter, we decided by resolution of 19 November of the past year to allow the aforementioned provisions to be credited to him. Section 474. The Dutch guilders that were brought in the year 1786 by the ship De Draak for the Cape of Good Hope, but were spent on the linen trade at Tuticorin, having been charged from the Netherlands with a 3 percent agio, we have, according to our resolution of 12 April, ordered this agio to be written off against the profit of the Tuticorin mint. Section 475. Of the goods that the ship Gouda brought from the Netherlands for Malabar, and which were stored in the warehouse on the island of Allelande in order to be sent to Cochin when occasion offers, 6 half-aams of linseed oil and 2 half-aams of olive oil were found empty; and the master carpenter on the aforementioned island, who has oversight of the aforementioned warehouse, declared that he had inspected the goods from time to time and had always found everything in good order, but that at last he had suddenly found the aforementioned half-aams empty. Upon an investigation by a judicial commission, it was discovered that the hoops were loose on those casks, but that the tinplates on the bungholes of those casks were properly nailed and that they were not damaged, wherefore the aforementioned commission supposed that through the drying out of the staves the hoops must have become loose and the oil ran out as a result, as the ground where those casks were placed was found to be like clay and mud from oil. We have, upon the observation of the searcher that these casks were kept in a cramped warehouse where they could not be stored without being stacked one upon another, and that because of this the leakage to which oil casks are constantly subject could not be so easily discovered, besides the fact that the master, who must attend to carpentry work the entire day, could not possibly have kept that close supervision over it which a warehouse master, who is always in his warehouse, is obliged and able to do, decided on 30 October of the past year to request your High Excellencies' favorable authorization for the writing-off of the aforementioned leaked-out linseed and olive oil, as we take the liberty to do herewith, the more so
Dutch transcription
2415 en van hem verschijde glaswerken, bestaande in Telecorpen, barromeeters, verrekykers &=ra overgenoomen: en wijl hij met eene verklaa„ „ring heeft beweesen, dat die dingen wetentlyk aan 't hoff zijn aangehouden, hebben we hem, blijkens onse resolutie van den 8: febr: pass=o daarvoor, volgens zijne overgelegde reekening laaten voldoen 359: rijksd=s, meede ten laste van de reekening van schenkagie § 470 op de tekennen geeving van voorsz: glas blaaser suk„ „kie, dat hij sijn kist met de resteerende glas„ werken, die hy by vertrek van kandia had moeten agterlaaten, een maand daarna hadde terug ontfangen en toen bevonden, dat daarin ver„ schijde glaswerken gebrooken en andere door het nat worden bedorven geraakt waaren, waarvoor hij rd=s 224: 16:—. eijschte ter schadeloos stelling soo hebbe we, uit aanmerking dat hij van deze „wijlen ontdekte schade, ten eersten aan „ den dessave Bil„ „ling heeft kennis gegeeven, en dat bij besigtiging door de ondinaire gecommitteerdens, de slegte Constitutie daarvan wesendelyk sodanig be„ vonden is, bij resolutie van den 30: Maij pats=o beslooten, aan hem de gevraagde schaa-vergoe„ „ding te accordeeren, mits hij met Eede verklaarde, dat de bedorvene en gebrookene werken, waarlijk zo veel waardig waaren, als hij daarvoor heeft gevraagt. — §471 Hoog § 171 Op de door uwe Hoog Edelheeden daartoe, aan den onder„ geteekenden gouverneur, gegeeven qualificatie bij hoogtt derzelver seer g'eerde aparte missive van den 17:' 9ber. 1786:, hebben we, blijkens het aangeteekende bij onse resolutie van den 6' Maart, laaten afschrijven vier honderd ducaaten, die in sComp=s dienst zyn uitge„ geeven § 472 Jn de wagenmakers winkel alhier is kort na den anderen tot drie maalen toe diefstal gepleegd en zijn daar verschijde komp:se en partikuliere gereedschappen „door ontstoolen, en wijl bij ondertoek is gebleeken, dat de slooten der deuren zijn geporceerd, en de diverij wer„ „kelijk gepleegd is, waarom ook 't sedert een schildwagt voor die winkel is geplaatst, hebben we op 't versoek van den baas van gem: winkel, volgens resolutie van den 17: Maart laaten afschrijven de verloorene komp: gereedschappen, mids hij met bede bevestigde, dat ze inde winkel geweest en daar uitgestoolen zijn. §473: Jn de maand 9ber: 1786 hebben de mallabaarse Ministers, met de partikuliere franse snaau Taton, eene laading rijst op vragt voor de komp: dit heen gesonden, en de kapitein van dat vaartuig„ sijnde eene Monron, gaf hier bij requeste teken„ „nen, dat hem de heer gouverneur van Angel„ beek hadde toegesegd, vryheid van alle haven ongelden. we hebben mits dien ook hem bij reto„ lutie van den 13: 9ber: 1786:, vrijgekend van alle die ongelden en deselven genomen voor komp=s reekening gen 2416 om dat we niet konden denken, dat een manstaan„ „de ter goeder naam en faam, zig zoo verre konde misgaan van sig in dezen van onwaarheeden te be„ „dienen; 'T zedert hebben de Ministers ons van het tegendeel onderrigt, dog toen was hij al ver„ „trokken en hadde intusschen den Equipagiemees„ „ter, die eenige verstrekkingen aan hem had ge„ daan, zoo tot vertuiging van zijn vaartuig, als tot het opvissen van zijne hier ter rheede verloo„ „rene ankers en tot ontlossing zijner lading, aan ons overgeweezen, waarmeede gemelde Andrin „ga ook, uit hoofde van voorsz ons besluit, zig heeft tevreeden gehouden; en wijl hij dus in deezen ter goeder trouwe heeft gehandeld, hebben weter resolutie van den 19: 9ber: J:oZ: beslooten, de voortch: verstrekkingen aan hem te laaten goeddoen. § 474. De Hollandse guldens die in't Jaar 1786: met 't schip de Draak voor de kaab de goede Hoog aangebragt dog tot den lijnwaat handel op Tutuks zijn besteed zijn, uit Nederland met 3: prC: agio zijnde aange„ „reekend, hebben we dese agio, blykens onse resolutie van den 12:' april, laaten afschrijven op de winst van de Tutukerijnse munterij. § 475: van de goederen, die 't schip Gouda uit Nederland voor de Mallabaar heeft aangebragt, en in 't pakhuis ten eijlande Allelande opgelegd zijn, om bij geleegendheid na koetsiem teworden versonden zijn 'er 6: halve aamen lyn oly en 2: halve aamo„ olijven e„ oogt. er „ olijven olij ledig bevonden, en de baas, Timmerman ten gem: eijlande, die 't opsigt over„t gem: pakhuis heeft, heeft verklaard, dat hij de goedere van t tot tid naagesien, en alles steets wel bevonden ha maar dat hy op 't laatst de voorschr halve a „men, eensklaps leedig hadde bevonden. By oude „soek door eene Justitieele Commissie, is ontdek dat de hoepelslos op die fusten zaten, dog dat de blikken op de spoutgaten dier fusten behoorlijk ge spijkerd en dat dezelve niet geswigt waaren, meer „halven gem: kommissie onderstelde, dat door 't indroogen der duijgen, de hoepels moesten las ge„ „worden en daar door de olij er uit geloopen zijn, de grond, daar die fusten geplaatst waaren, als kly en slijk van olij bevonden was, we hebben op de aan merking van den visitateur dat dese pusten sijn bewaart geweest in een bek=r opt pakhuis, daar ze, niet sonder op een staapeling konden gebor „gen worden, en dat daar door ook de lekkagie, died olij futten steets onderworpen zijn, niet zoo ligt heeft kunnen ontdekt werden, behalven dat de baas, die de geheelen dag zig bij 't timmerwerk moet ophou„ „had „den, onmogelijk die nauwe toetigt daarop „ kunnen houden, welke een pakhuismeester, die altoos in zijn pakhuis is, verplicht is en kan doen, op den 30: october J:o Leeden beslooten, uwer Hoog Edelheeden gunstige qualificatie te versoeken, tot de afschrij „ving van voorm: ledig gelekte lijn en olijven olij gelyk we de vrijheid neemen te doen bij deezen, temeer
English
all the more as there is no reason to suspect the aforementioned master, who is known as a man of good conduct, of bad faith or neglect of duty in this matter. § 476. The Trinkonomaale Chief van Senden made a tour in the Trinkonomaale district in the year 1786, by order of the undersigned Governor, to inspect the condition of the country and to issue the necessary orders regarding the service; and since this first tour after the war could not well be charged to the impoverished inhabitants, he was ordered to incur the expenses himself and subsequently submit an account thereof. This he did since then, and by resolution of the 16th of January past we decided to have the amount of the same, being rd=s 385: 37 1/6, paid to him. § 477. To the Forester at Battikaloa, whose duty it is to have the required timber for the Company cut and delivered in the forests, we have, upon the proposal of the Battikaloa officials in order to bind him thereby to a better performance of his duty, granted the usual 5 per cent as appears by resolution of 19 April of last year, which is otherwise credited on the worked timber, and that only on the timber that shall be transported from there. § 478. To the divers who, both here and in Trinkonomale and elsewhere, have dived up various goods and delivered them to the Company, we have, according to the condition of the goods, had such payment made for their further encouragement in that work, as appears by our resolutions of the 16th of January, 2nd of March, 19th of April, 9th of June, 4th of September, and 14th of December. § 479. Concerning some further write-offs of lesser importance, for which we have successively granted authorization, we take the liberty humbly to refer to our resolutions dated 9 January, 15 February, 6 March, 5 and 12 April, 12, 20 and 26 July, 2, 11, 14 and 16 August, 4 September, 9, 23 and 30 October, 19 November, and 6, 14 and 29 December. The Debits and Compensations § 480. Having been instructed by a received extract from the Homeland Memorandum of remarks on the pay books, dated 5 December 1785, to indemnify the Company for rd=s 54: or ƒ 144: which in the book year 1778/9 were charged to the pay account of the sergeant Koebe, who died on the 10th of September 1778 at Tuticorin; we, upon the report of the pay officials that this charge had arisen on account of a debt to the late merchant and trade bookkeeper de Bordes, who had received the wages of the aforementioned Koebe, but that he, Koebe, at the close of the account at his death was in arrears to the Company no more than ƒ 136: –. –, imposed the compensation of this amount, as appears by resolution of the 9th of January past, upon the Galle Administrator van der Spar, as currently married to the widow of the aforementioned trade bookkeeper de Bordes. § 481. Mr. Lucas, Captain of the State's frigate the Scipio, noted here upon signing the expense account for the provisions supplied to it that 14,188 lb of rice and 445 lb of salt were charged in excess; and pursuant to the resolution of the 28th of December 1786 we demanded an accounting in that regard from the dispenser Tavel, which has since been received, wherein he, Tavel, maintained that he had actually supplied the quantity of rice and salt that he had charged. However, since he could not prove this statement of his with any written evidence, which according to orders he should have obtained for the provisions supplied by him, we decided at the session of the 30th of January to have the aforementioned rejected quantity of rice and salt reimbursed by him to the Company, and to credit the amount thereof to the Netherlands to the benefit of the expense account of the aforementioned frigate. § 482. Since the compulsory oil that the Shabandar of Billigam was to deliver was not received, and thereby the Galle officials were under the necessity of purchasing the required oil, both for domestic use and to meet the Coast and Batavia requisitions, at exceedingly high prices, the officials charged the excess cost of this purchased oil over the ordinary price, amounting to rd=s 34: 41: —, to the aforementioned Shabandar for compensation, and we approved this by our resolution of the 5th of April past. § 483. With respect to what further concerns this main section and is of lesser importance, we most respectfully refer to our resolutions of the 2nd and 6th of March, 19th of April, 31st of May, 30th of October, and 6th and 14th of December. The Trade Books. § 484. In drawing up the Trinkonomaale trade books of the year 1785/6, which for lack of expert persons was done for the first year at Jaffanapatnam, it was discovered that in the cash account of November 1785, through counting errors, a mistake of 100 rd=s was committed; and by resolution of the 6th of March we ordered the officials to have this error rectified. § 485. On the annual report of the Chief Administrator concerning such entries as were brought forward in the Ceylon general ledgers of the year 1785/6 to meet with rectification, we disposed by our resolutions of the 19th of April and 9th of July, and we take the liberty humbly to refer thereto, as they contain no particulars.
Dutch transcription
2417 temeer 'er geene reedenen zijn, om meerm: baas, die bekend is voor een Man van een goed gedrag, in deesen teverdenken van kwaade trouw of pligt verkui § 476 1/5 trinkonomaalse opperhoofd van senden, heeft in het Jaar 1786:, ter ordre van den ondergeteekende gouverneur, een ronde gedaan in 't trinkonomaalse district, om de gesteldheid van 't land in oogenschijn teneemen, en de nodige orders testellen omtrent den dienst, en wijl deeze eerste ronde na dewoor„ „log, niet wel ten laste van de veraamde ingesee„ „tenen kon gebragt worden, is hy gelast geweest om selfs de kosten te doen, en daarvan vervolgens eene reekening overteleggen. Dit heeft uijt Le„ „dert gedaan, en we hebben by resolutie van den 16: Januarij pats=o beslooten, om 't beloop derselve, zijnde rd=s 385: 37 1/6. aan hem te laaten voldoen 5477. Aan den Houtvester te Battikaloa, wiens pligt het is de benodigde houtwerken voor de komp:, in de bossen te laaten klappen en leeveren, hebben we op den voorstel van de Battikaloate bedienden, om hem daardoor tot beeter betragting van zijn pligt te verbinden, blijkens resolutie van 19: april J:oL: toegelegjd de gewoone 5: prC: 6 die anders op de verwerkte houtwerken word gevalideerd, en dat alleen op de Houtwerken, dee„ van daar sullen worden vervoerd. — 5478: Aan de duijkers, die zoo hier als te Trinkonoma„ „le man khuis 1 t had 4 „le en elders, diverse goederen op gedoeken en aan de kom geleeverd hebben, hebben we naar de gesteldheid der goederen, sodanige betaaling, ter verdere aanmoedi„ „ging tot dat werk, laaten doen, als blykt bij onde resolutien van den 16: Januarij, 2: Maart, 19' apr 9. Junij, 4. ' zber: en 14: december. — §479. wegens eenige verdere afschrijvingen van minder be„ „lang, waartoe we successive qualificatie hebben verleend, neemen we de vrijheid ons nederig te beroepen op onze resolutie, de datis 9. January, 15: febr:, 6: Maart, 5: en 12: April, 12: 20: en 26: Julij, 2: 11: 14: en 16: aug=t, 4: 7ber:, 9: 23: en 30: 8ber:, 19 9ber: en 6:' 14: en 29: december. —. De Balastingen, en vergoedingen §480 Bij een ontfangene extrakt uit de Patriase Memo„ „tie van remarques op de soldij boeken, gedateerd, 5: xber: 1785: aangeschreeven zijnde om de komp: schadeloos te stellen voor rd=s 54: of ƒ 144:, die in 't boek„ Jaar 177 8/9 zijn belast op de soldij reekening van den sergeant koebe, welke den 10: 7ber: 1778: te trituko zijn overleeden is; zoo hebben we op 't bericht van de soldi bedienden, dat deeze belasten was gesprooten, uit hoofde van eene schuld aan wijlen den koopman en Negotie boekhouder de Bordes, die de gagie van voorm: koebe hadde genooten, dog dat hij koebe, bij slot van reekening, met zijn overleiden niet meer aan de komp:s ten agteren Nas 2418 was gebleeven, dan ƒ 136: –. – de vergoeding van dit bedraagen, blijkens resolutie van den 9:' Januarij passo den Gaals administrateur van der spar opgelegd, als tans getrouwd met de weduwe van voormn: Negotie boekhouder de Bordes. — Capitein op slands fregat de schipio, heeft Heer daar aan gedaene verstreckingen, alhier §481. D: e ucas bij het teekenen van de onkostreekening van de nmmen„ „aangemerkt dat daar bij teveel waren opgebragt 14188: lb: rijst en 445: lb: sout, en we hebben volgens reso„ lutie van den 88: xber: 1786. , daaromtrent gevordert de verandwoording van den dispensier Tavel, die het sedert ingekoomen is, en waarbij hij Tavel staan„ „de held, de quantiteit rijst en zout, die hij opge„ „bragt had, werkelijk verstrekt te hebben; Dan wijl hij dit zijn gesegde niet heeft kunnen probee„ „ren, met eenig schriftelijk bewijs, dat hij naar de ordre voor zijne gedaane verstrekkingen had moe„ „ten neemen, hebben we ter sessie van den 30:' Jann: beslooten, de voorsz: gerejecteerde quantiteijt rijst en sout, door hem aan de komp: telaaten ver„ goeden, en het beloop daarvan na Nederland aante reekenen, ter voordeele der onkostreening van 't voorsz fregat. § 482: vermits de verpligte olij, die de Labandaar van Billagam moest leeveren, niet ingekomen is en daar door de gaalse bedienden in de noodzaakelijkheid sijn geweest, om de benoodigde olij, zoo voor de huyshouding 9 appr 19 be„ huishouding, als ter voldoening der Caaste en Ed „loute Eijschen, teekens duure prijsen intekoopen, heb ben de bedienden het meerder bedraagen deser ingek te olij, dan de ordinaire prijs ten bedraage van rd=s 34. 41:—, den voornoemden sabandaar ter vergoeding of onze „gelegd, en we hebben dit geapprobeerd bij resolutie van den 5: april passato. —. 5483. Nopens 't geen verder dit hoofddeel aangaat, en van minder belang is, gedraagen we ons eerbie„ „digtz, aan onse resolutien van den 2: en 6: maar 19: april, 31: Maij, 30: october en 6: en 14=' December De Negotie Boeken. §484. Bij het opmaaken van de Trinkonomaalse negoti boeken, van A=o 178 5/6., dat bij gebrek van des kundig landen, voor 't eerste Jaar te Jaffanapatnam is ge„ „schied, is 'er ontdekt dat bij de Cassa reekenind van 9ber: 1785:, door tel pouten een abuis was begaa van 100: rd=s, en we hebben bij resolutie van den 6: Maart den bedienden gelast om dit abus te laaten redresseerd § 485. Op 't Jaarlijks berigt van den Hoofdadministrateur wegens sodanige posten, als bij de Cijlonse Hoofd boeken van A=o 1785/6. , ter ontmoeting van redras„ sijn voortgedraagen, hebben we gedisponeerd bij onse„ resolutie van den 19:' april en 9:' Julij, en we gebruiken de vrijheid ons daar aan nedrig te gedraagen, als geeie bijtonderheeden
English
containing particularities that require quotation in this instance; we merely note from this that we, on this occasion, have repeatedly recommended the trade servants to comply with our resolution of 14 June 1784, whereby they are ordered to indicate what prevents them from settling the running credit accounts by means of confrontation, as well as likewise to comply with our resolution of 27 May 1785, whereby they were recommended to show the running credit entries, just as is done with the running debit accounts, annually in a separate specification, and this for the two last financial years simultaneously, each in its own column, in order to be able to ascertain which credit entry has increased through an unforeseen contingency, and which has decreased through confrontation and settlement; furthermore, in view of the great increase of the running credit accounts of the year 1785/6 to an amount of ƒ 73527:11:12, we have ordered the trade servants to demonstrate, as soon as possible and at least within the space of one month in a written report, item by item, from what source this very actual increase in that financial year had arisen. Section 486: Because the limited administration that takes place at Kalpettij, Battikaloa, and Manaar makes it entirely unnecessary that separate trade books be kept at each of these places, whereas Kaltere, Nigombo, and Calpentyn, which have no less administration, keep no separate books but conclude their business with a consumption account, we decided on 19 November of last year to abolish the keeping of trade books at the first-mentioned three places, and to have the business of Kalpettij and Battikaloa handled in the Colombo trade books, but that of Manaar in the Jaffnapatnam trade books, and to let this take effect as of primo September last. Section 487. The Trincomalee servants have reported to us in their letter of 5 December of last year that the original journal and specifications of the last six months of the year 1785/6 were found missing from the trade office on the morning of 29 November, the door lock of the office having been forced open in the morning, and the drawer in which those papers were locked the evening before was found empty on the floor in the morning. We ordered the servants to have an accurate investigation made into this audacious act, and in the meantime not to delay the work, so as to be able to send the statement of account here at least in time, which, however, owing to shortness of time, we have not yet received. Section 488. Through this unexpected event we are therefore at present unable to present the complete statement of account of this Government to Your High Excellencies now as usual. We hope nevertheless to do this by the next opportunity, and have in the meantime had a provisional statement of account prepared, with the omission of Trincomalee, which we append among the annexes merely for the speculation of Your High Excellencies. Section 489. But we shall have the honor of providing the usual indication of the general expenditures and profits, with the reasons for increases and decreases occurring therein, both in comparison with the previous financial year and with the specification in the Memoir of Economy, when the general statement of account has been received. Section 490. At that time we shall also make mention of the general outstanding balances, as this cannot be done now either, on account of the lack of the Trincomalee papers. The Pay Books. Section 491. The general muster rolls of the servants in this government as of ultimo June 1786 have been collated against the pay books and the regulations, and upon the reports received thereon, we made dispositions by our resolutions of 5 April and 8 May last. Section 492: On the report of the pay bookkeeper concerning the revision of the deed books of Jaffnapatnam and Gale, we made dispositions by resolution of 19 April, and regarding the recruitment mentioned therein of 4 sailors at ƒ 12 each, the servants at Gale were reproved, with the recommendation to guard against this in the future. Section 493. The pay books of Colombo and Gale of the financial year 1785/6 have, according to our resolutions of 9 June, 12 July, and 9 October, been properly inspected, and we have issued the necessary orders to redress the errors found therein without detriment to the Company. Section 494. Upon the representation by the Gale servants that the disbursement of six months' pay, instead of the previously determined 3 months, to common soldiers who stand in debt on the books, was disadvantageous to the Company because there are also those among them who are encumbered with monthly payment certificates, we have, by resolution of 8 May last, so altered our decision taken regarding this on 14 December 1786 that only those who are encumbered with a single assignment shall be disbursed six months' pay together with the ordinary subsidy of ƒ 2 per month, but that such who, in addition to their assignment, are still encumbered with a monthly payment certificate, must remain with the previous benefit of three months' pay and ordinary subsidy. Section 495: The Trincomalee servants having made a request that, as before, the pay books of the servants stationed there might also be kept there locally, we have, according to
Dutch transcription
2419 bijzonderheeden behelsende, die in deesen aanhaaling vereisschen; Eenelijk noteeren wij daaruit, dat we bij dese gelegendheid, den negotie bedienden bij herhaaling hebben aanbevoolen, om tevoldoen aan ons besluit vanden 14: Junij 1784. waarbij ze gelast zijn om op te geeven, waardoor ze beset worden, om de Credit loopende ree„ keningen door middel van Conprontatie te vereffe„ „ „nen, zomeede om inzelver voegen tevoldoen aan ons besluit van den 27: Maij 1785; waarbij hun aan bevoolen is de Credit loopende posten, wven gelijk geschied van de debet loopende reekeningen, Jaarlijks bij apar„ „te specificatie te vertoonen, en zulks van de twee laatte boekjaaren tegelijk, elk in zijn Colom, om te konnen ervaren welke Credit pust, door een onvoorsien toeval, vermeerderd, en welke door Confrontatie en ver„ „evening, verminderd zij voorts hebben we nog, uit aanmerking van de groote augmentatie der Cre„ „dit loopende reekeningen van a=o 178 5/5, tot een bedraa„ „gen van ƒ 73527:11:12. , den negotie bedienden gelast, om ten spoedigsten en ten minsten binnen den tijd van een maend bij een schriftelijk berigt, van post tot post aante„ „wijsen, waar uit deze zoo werkelijke vermeerdering in dat boekjaar was ontstaan. § 486: wijl de bekrompene hushouding, die 'er tekalpettij Battikaloa en Manaar, plaats heeft, het te ee„ „nelijk noodeloos maakt, dat op elk deezer plaat bij„ sondere negotie boeken gehouden worden, daar nogtans kaltere Le H van en 4 eede - Kaltere, Nigombo en Schau, die geen minder omslag hebben, geene aparte boeken houden, maar hunne zaaken met eene Consumtie reekening afgemaaken. hebben we op den 19: 9ber: Jz: beslooten, om het houden van Nigotieboeken op de eerstgem: drie plaatsen afte„ schaffen, en de zaaken van kalpettij en Battikaloa bij de kolombose, dog die van Manaar bij de Jaffa„ „nate Negotie boeken te laaten verhandelen, en uit telaa„ „ten ingaan met primo september passato. —. § 487. De Trinks nomaalse bedienden hebben ons, bij hunne brief van den 5: xber J:oL: berigt, dat de orgineele Journaal en specicatien van de laaste ses maanden van a=o 178 5/8 den 29: 9ber: smorgens ten Negotie Comptoire ablent waaren bevonden, als sijnde het deurslot van 't Cantoor smorgens geforceerd geweest, en de laade, daar die papieren savonds tevooren ingesloo„ „ten waaren, smorgens ledig op de grond gevonden. we hebben den bedienden gelast, eene naaukeurige recharge na dit stout bestaan te laaten doen, en intusschen spoedig niet't werk telaaten voortgaan, om ten min„ „sten bij tijds de staatreekening dit heen te kunnen senden, die we egter, mits kortheid van tijd, nog niet hebben ontfangen § 488. Door dit onverwagt geval zijn we dus tans buijten gesteld, om de volleedige staatreekening Deses Gouvernements. nu naar gewoonte Uwen Hoog edelheden aante bieden 2420 bieden. we hoopen niet temin dit per naaste gele„ „gentheid te doen, en hebben in tusschen eene provisioneele staatreekening laaten opmaaken, met uitlaating van Trinkonomale die we eenelijk ter speculatie van uwe Hoog Edelheeden, onder de bijlaagen voegen. —. §489. Doch de gewoone aanwijzing van de Generaale Lasten en winsten. „nen met de reeden van meer en minderheeden, die daarbij voorkomen, zo in vergelijk tegens het voorigheo„ boekjaar, als tegens de bepaaling bij de Memorie van Menagie, zullen we de eeze hebben te doen wanneer de generaale staat reekening zal zyn ingekoomen. §490. Als dan zullen we ook metding doen van De Generaale Restanten wijl zulks tans almeede niet kan gedaan worden, wegens 't gemis van de Trinkonomaalse papieren. De Zoldij Boeken. §491. De generaale monster rollen, van de Dienaaren ten deezen gouvernemente, onder ult=o Junij 1786; zijn tegen de soldij boeken en de reglementen gecontfronteerd, en op daar van ingekomen berichten, hebben we geedis„ poneerd bij onse resolutien vanden 5: April en 8: Maij passato: —. §492: op 't bericht van den soldij boekhouder, nopens de revitie van de acte boeken van Jaffanapatnam en gale, hebben we gedisponeerd bij resolutie van den g e 9 den 19. april en nopens daarbij aangehaalde in dienst neeming van 4: mattroozen tegens ƒ 12: ider, zijn de be„ „dienden te gale gereproceerd, met recommandatie om sig in den aanstaande daarvoor tewagten §493 De zoldij boeken van kolombo en gale van 't boekjaar 178 5/6. zijn blijkens onse resolutie van den 9: Junij, 12: Julij en 9: 8ber: behoorlijk gevisiteerd, en we hebben de nodige ordres gesteld, om de erreuren die daar bij voor„ noomen, buijten nadeel van de komp: te redresseeren. §494. Op de vertooning door de gaalte bedienden dat de ver„ „strekking van des maanden gagie, insteede van de tevooren bepaalde 3: maanden, aangemeene militaire die bij de boeken tekwaad staan, naadeelig voor de de komp: was, omdat 'er ook onder loopen, die met maand Ceduls sijn beswaard, hebben we bij res „lutie van den 8:' maij pass=o, ons daaromtrent ge„ „noomen besluit van den 14: December 1786: sodan „nig g'altereerd, dat alleen de geesen, die met een en „kelde transport zijn belast, ses maanden gagie sjaa met de gewoone subsidi van ƒ 2: smaars, zal wo „de verstrekt, maar dat zulken, die boven hun trau „port, nog war met een maand cedul belast zijn moeten blijven bij 't voorig genot van drie maand gagie en gewoone subsidie. — §495: De Trinkonomaalte bedienden verzoek gedaan heb hebde, dat gelijk tevoozen, ook tuis aldaar de sol„ dig boeken mogten gehouden worden, van de Dienaa„ „ren daar ter plaatse beschijden, hebben we, blij„ kens
English
by resolution of 11 August, asked for their report as to why such was necessary, and wherein lay the inconveniences arising from keeping those books in Kolombo. And because they gave no other reason of necessity therefor than that one would then immediately be able to verify what each servant was due, we decided by resolution of 4 September to persist with the arrangement already introduced and approved by Your High Nobilities. Section 496. Nevertheless, for the convenience of the offices whose pay books are kept here, we on the same day ordered the pay clerks, upon forming the new books and henceforth always, to keep separate quires for the servants of such offices with the Kolombo books, and to draw up therefrom and send to each office a statement of all those who are in debit on their account and consequently may not enjoy full pay. Section 497. But upon the representation of the pay clerks that it would be better to keep separate books rather than separate quires, not only to perform the work in better order, but also to finish it sooner, because otherwise the books sometimes cannot be closed on account of the returns of a single office, we authorized them by resolution of 19 November to keep separate books for Tutukorijn and Trinkonomale, and with the latter also to include Battikaloa. Section 498. Upon the request of the said pay clerks to be enlightened concerning the permission mentioned in the received extract of the Patrias missive of 23 October 1785 and in the extract from the minutes of what was resolved in the Council of India on 18 August 1785, namely to pay out to the common soldiers, whether they have served out their first contract or not, all that is due to them, and what further is prescribed therein, whether it must also apply to the officers, we informed them, as appears from the resolution of 19 November, that because in those instructions it is specifically stated that when speaking of common soldiers, the officers must be considered excluded therefrom, yet those permissions may nevertheless be extended to the non-commissioned officers, since these are generally understood under the denomination of common soldiers. Section 499. Upon the receipt of the approval from the Noble Respected Lords Directors of the Amsterdam Chamber regarding the provision of the pay of Lieutenant Jan Ernst Sabienskij to his widow Anna Catharina Groman, their Noble Respectedness having also written to have a receipt passed by his son Joan Paul Labienskij for the receipt of his share, whereby the Company is indemnified against all subsequent demands, an extract from the aforesaid instructions humbly requests Your High Nobilities that such an act may be demanded from the said Sabientkij there, since he has already departed thither, before the receipt of this order, with the ship Middelwijk in the year 1786. The Indent of Requirements Section 500. for this government accompanies the appendices of this letter and is likewise inserted below according to order, with a respectful request that it may be complied with as closely as possible. Insertion Section 501. We have made our indent of cloves somewhat large this time, because we can often manage quite well with foreign merchants with them, who otherwise must be paid with gold or silver money; and we consequently humbly request that, even if the supply of nutmegs and mace might not allow the requested quantities thereof to be fully supplied, the full quantity of cloves may nevertheless be sent to us. The Balances of Cash and Grains Section 502. in this government have consisted of the following, namely: Cash, Netherlands currency; Rice, lasts; Paddy, lasts; Grains sufficient for: here under the date of this letter: ƒ62519:12:—; 710:19/0; 24 12/15; 10 months 1 day. at Jaffanapatnam under the ultimate of December 1787: ƒ9169:9:—; —:—; 6177:12; [illegible] at Manaar under the same: ƒ1268:—:—; 1 ¼; 22:9/15; [illegible] at Mature under the same: [illegible] in the Wannij under the same: [illegible] at Gale under the same: ƒ83363:7:4; 267 ½; 89:—; for 8 months at Tutukorijn under the ultimate of November: ƒ2859:19:—; —; —; [illegible] at Trinkonomale under the ultimate of December: ƒ22742:5:8; 135:—; 240:—; 19 months at Kattikaloa under the ultimate of December: ƒ11541:12:8; —; 51 1/10; 8 months at Kalpettij: ƒ14308:3:—; —; —; [illegible]
Dutch transcription
2421 2 „kens resolutie van den 11:' aug=s, van hun berigt ge„ „vraagd, waarom sulks nodig wat, en waarin de inconvenienten bestonden, die spruiten uit het houde van die boeken te kolombo: en wyl ze daar voor geene andere reeden van noodsaakelijkheid hebben gegeeven, dan, dat men als dan ten eersten zouden kunnen nasien, wat elk dienaar moest hebben: hebben we bij resolutie van den 4 7ber beslooten te pense „sisteeren bij de reets g'introduceerde, en door uwe Hoog Edelheeden g'approbeerde schikking. — § 496: Niet temin hebben, we, tot gemak van de kantooren waarvan de soldij boeken hier worden gehouden, ten selven dage den soldij bedienden aanbevoolen, om van de dienaaren van sulke Cantooren, bij 't for„ meeren van de nieuwe boeken en voortaan altijd aparte Caterns bij de kolombose boeken te houden, en daar uit op temaaken en na elk kantoor te„ „senden eene aanwijsing van alle die geenen, die hij hunne reekening tekwaadstaan, en mits dien geene volle gagie mogen genieten. —. § 497. Dog op de vertooning van de soldij bedienden, dat het be„ „ter waare aparte boeken te houden, dan aparte caterns, niet alleen om 't werk in een det te geschikter order teverrigten, maar ook om daar meede te eer„ „der te kunnen klaar komen, wijl anders somtijds, om de opgaves van een enkelde kantoor, de boeken niet kunnen worden geslooten: hebben ne hun bij resolutie, van den 19: 9ber: gequalificeerd, on voor st Jaar de ran 24 „ §498 op het versoek van gemelde soldij bedienden, om temoge worden g'elucideerd, op de vergunning vermeld bij 't ontfangen extrakt Patriase missive van den 23: 8ber: 1785: en bij 't extract uit de notulen van 't ge„ resolveerde in raade van Jndia van den 18:' aug=s 1785, om aan de gemeene militairen, of ze hun eerste ver„ „band hebben uitgediend dan niet al het te goed hebben „de aftegeeven, en het geen daar bij meer bij voorgeschree„ „ven is, ook betrekking, moet hebben tot de officieren hebben wij hun blijkens resolutie van den 19: 9ber:, wijl bij die aanschrijvens bepaaldelijk word onderrigt, dat „ gesprooken van gemeene militairen, de officieren daarvan moeten worden g'agt teweesen uitgesonderd, maar dat die vergunningen Echter mo„ „gen worden geextendeerd tot de onderofficieren, vermits deze doorgaans onder de benaming van gemeene Militairen worden begreepen §499. Bij de ontfangene approbatie van de Edele Agtb: Heeren Bewindhebberen van de kamer Amsterdam, op de gedaane verstrekking van de gagie van den luitenant Jan Ernst Sabienskij, aan sijne weduwe Anna Catharina Groman, hun Edele agtb:, teffens aangeschreeven hebbende, om ook door sijn zoor Joan Paul Labienskij een quitantie voor den ontfang van sijn aandeel te laaten passee„ „ren, waar bij de komp:e word geguarandeerd voor voor Tutukorijn en Trinko nomale aparte boeken te houden, en bij de laaste ook Battikaloa in tetrek„ „ken. alle 2422 alle namaningen van een extract uit voorsz: aan„ schrijvens, uwe Hoog edelheeden nedrig te versoeken, dat aldaar eene sodanige acte van gem: sabientkij mag worden gevorderd, wijl hij reets voor den ontfang diezer order, met 't schip Middelwijk, na derwaarts is vertrokken, in 't Jaar 1786. — De Eisch van Benodigdheeden §500. voor dit gouvernement verseld de bylaagen deeses en word teffens naar de order hier onder g'inte„ reerd; met eerbiedig versoek, dat daaraan zoo na mogelijk mag worden voldaan. - /:Jutertie:/ §501: wij hebben onsen eijsch van Nagelen dit maal wat groot genoomen, en dat wij dikwijls met de vreem„ „de kooplieden daarmeede nog al te recht kunnen koomen, die anders met goud of zilver geld moeten worden betaald, en we versoeken mits dien nedrig„ dat zo ook den voorraad van nooten en foeli niet mogte toelaaten, de daarvan versogte quantiteiten geheel tevoldoen, niet temin de volle quantiteit na„ „gelen ons mag worden toegesonden De Restanten van Contant en Graanen. §. 502. hebben in dit gouvernement bestaan, in 't volgende als. Contanten ryst Nelij toerijkend. Ned: geld: lasten. lasten de graanen - „ - - -. - „ 6177:12. -. — –. 10. -. „ 1. „ alhier onder dato dezer. . . . . . . . . . . ƒ62519:12:—: 710:19/0. 24 12/15. te Jaffanapatnam onder ult=o xber 1787. . . . . . . „ 9169: 9. —. —:— „ Mauuaar - - - „ „ do . - - - - - „ 1268: —. —. 1. ¼. 22: 9/15. „ Mature - „ „ _o in de wannij. - - - „ „ gale - „ „ do „. . . . . „ 83363:7:4. 267.½. 89. —. v=o 8 m: „ Tutukorijn „ „ November „ - - . „ 2859:19.—. —. –. —. –. „ Trinkonomale „ „ December „ . . . . „ 22742. 5. 8. 135. -. 240. -. „ 19. „ „ Kattikaloa. „ „ December „ - . - „ 11541:12:8. —. –. 51 1/10. „ 8. „ te kalpettij - - - „ - - - - - - - - - „ - - - „ 14308: 3. —. —. –. —. . De ken te trek een r 1 „ ... . . - -.
English
The Retrenchment Section 503. is pursued as much as can be done without detriment to the Company's service, and we hope that better times will give us more opportunity for it. Meanwhile we take the liberty to briefly show below what was accomplished by us during the past year with regard to retrenchment. Section 504. The overseer of Gale Korte has for some years, instead of the 6 coolies stipulated by regulation, continuously had 10 coolies in service; however, as appears from the resolution of 16 January, we have brought this number back to 6 heads, with orders to use oeliammers in occurring cases of urgent expeditions into the country, if the additional required coolies could not be waited for. Section 505. For some years, due to a deficiency in the established number of sailors, 25 natives under the denomination of padi boys have been in service with the Equipage here; wherefore, to prevent them from unnoticedly continuing in the long run, we have, according to the resolution of 17 March, ordered the visitateur to pay attention to this and to report from time to time as the number of sailors increases. Section 506. The former chief surgeon of Tutukorijn, Lytner, who due to old age and sickly condition did not return thither upon the restoration of the place, but remained at Negombo and Silau, has erroneously continued to enjoy house rent; we have, on account of his great poverty, remitted the past to him, but decided by resolution of 5 April henceforth no longer to allow house rent to be provided to him. Section 507. Whereas the sergeant who was stationed as postholder at the Vendeloose Bay was not necessary there in peacetime, we have, upon the report of the Battikaloa servants that this post is sufficiently manned with 1 kangaan and 2 lascorins who are assigned there, decided by resolution of 19 April to withdraw the said postholder. Section 508. At Battikaloa, according to regulation, a carpenter and a cooper were assigned, who had oversight there over the carpenter's and cooper's shops; however, since according to the report of the servants it could be managed with one alone, we have, upon the demise of the cooper, united both shops and placed them under the oversight of the carpenter, as appears from the just-mentioned resolution. Section 509. By the abolition of the trade books at Kalpettij, Mannaar, and Battikaloa, the offices of consumption bookkeeper at Kalpettij and Manaar and of trade transferrer at Battikaloa having become unnecessary, we have accordingly withdrawn the same, as appears from resolutions of 9 October and 19 November past, and we have entrusted the administration of the warehouses to the chiefs at Kalpettij and Manaar as well, just as has taken place at Battikaloa. For the function of authorized agent at Kalpettij and Manaar, which was previously performed by the consumption bookkeepers, we have appointed two clerks without filling their previous places, but on the other hand we have reduced the number of clerks at Manaar, fixed by the regulation at 6 heads, to 3 clerks and 1 apprentice. Section 510. From the Company's sepoys of Captain Segoe Oessin, as appears from the resolution of 11 December, we have caused to be discharged the captain, a subaltern officer, 3 sergeants, 3 corporals, 1 drummer, and 63 privates, and retained no more of them in service than one subaltern officer, one sergeant, one corporal, and about 30 privates to garrison Tutukorijn. Section 511. Furthermore, we have by resolution of 24 May determined what in the future may be provided here for the hauling of a sloop onto and off the shore, amounting in money value to f 104. 19:- less than was charged for it in the 15 preceding years. Section 512. And since the provision of oil and tar for the coating of cannons and other artillery goods was also handled somewhat lavishly, we have also regarding that, calculated on an average according to the provisions made at Kolombo from the year 1779/80 to 1785/6, made a fixed regulation for the future, both for Kolombo and for the subordinate stations, as appears from resolutions of 9 June, 2 and 27 August, 4 and 25 September, 9 October, and 19 November. Section 513. On the other hand, as appears from the resolution of 25 December, we have withdrawn the otherwise customary annual provision of 200 cans of oil for making pitch torches at Gale. The
Dutch transcription
De Menagie §503. word zo veel het, biiten benadeling van sComp:s dienst geschieden kan, betragt, en we hoopen dat betere tijde„ ons daartoe meer gelegentheid zullen geeven. Jntusschen gebruiken we de vrijheid, om het geen, met betrekking tot de menagie, voorleeden Jaar door ons is verrigt, hier onder kortelijk te vertoonen. — §504. De opziender van gale korte heeft sedert eenige Iaaren, insteede van de bij reglement bepaalde 6: koelijs, geduurig 10: koelijs in dienst gehad, dog hebben we, blijkens resolutie van den 16: Januarij, dit getal weder op 6: koppen gebragt, met last, om bij voorko„ „mende gevallen van spoedige togten in 't land, daartoe oeliammers te gebruiken, indien de meerder benodigde koelijs niet konden worden afgewagt. —. §505. zedert eenige Jaaren zyn alhier, mits manquement aan 't bepaald getal Mattroosen, 25: Jnlanders, onder benaaming van padi-Jongens, bij de Equipagie indienst geweest; waarom voortekoomen, dat ze niet ongemerkt op den duur blijven continueeren, hebben we, volgens reto„ „lutie van den 17: Maart, den visitateur gelast, om er op teletten, en naar maate, dat het getal der mattroosen toeneemt, daarvan van tijd tot tijd bericht tedoen. §506 De gew: oppermeester van tutukorijn Lytner„ die mits ouderdom en ziekelijken toestand, bij de weder herstelling van de plaats, niets „ derwaards is terug gekeerd, maar sig te Negombo op silau heeft onthouden, heeft abusive geduurige huis„ huur blijven genieten, we hebben hem 't voorleedene wegens 2423 ^ dock hebben toe bij resol: van den 5: april beslooten wegens sijne groote armoede kwijtgescholden ^ voortaan geen „aan huis huur meer „ hem telaaten verstrekken. § 507. vermits de sergeant, die als posthouder aan de vendeloose baaij, heeft geleegen, in vreedens tijd aldaar niet nodig was hebben we, op 't berigt van de battikalvase bedienden, dat die post genoeg is beset met 1. kangaan en 2: laskorijns, die daar beschijden zijn, bij resolutie van den 19: april be„ slooten, gemelden posthouder intetrekken §508: Te Battikaloa zijn volgens reglement, een timmerman en een kuiper beschijden geweest, die daar het opsigt hadden over de timmermans en kuijpers winkels, dog wijl, volgens der bediend en bergt, het met een alleen te stellen was, hebben we mits het overlijden van den kuij„ „per, de by de winkels vereenigd en ze, blijkens even gem: resolutie onder 't opsigt van den Timmerman ge„ „steld. — §509: Door de afschaffing van de Negotie boeken te kalpettij, Mannaar en Battikaloa, de bedieningen van Contum tie boekhouder op kalpettij en Manaar en van Nego„ „tie overdraager te Battikaloa onnodig zijnde ge„ „worden hebben we deselven mits dien ingetrokken, blyken resolutien van den 9: 8ber: en 19: 9ber: pass=o, en we hebben de administratie van de pakhuisen gelijk te Batti„ „kaloa heeft plaats gehad, ook te kalpettij en Manaar aan de opperhoofden, opgedraagen. - Tot de functie van g'au„ „thoriseerde te kalpeltij en Manaar, die tevoorens door de konsumtie boekhouders is waargenoomen, hebben we twee schribenten benoemd, zonder hun plaatsme„ „der tevervullen, maar daar en tegen hebben ne op 't getal p:s dienst ne„ gens getal der schribenten te Manaar, bij het reglement op 6: koppen bepaald, gereduceerd tot 3: schribenten en 1: aan„ kweekeling. —. § 510: van de komp: lepalis van den Capitein segoe Oessin, hebben we blikens resolutie van den 11:' xber: den Capitein een sibaltern officier, 3: zergeant, 3. korporaals, 1: term„ „boer en 63: gemeenen laaten afdanken, en daarvan niet meer in dienst gehouden, dan een subaltern officier, een ser„ geant, een Corporaal, en omtrent 30: gemeenen, om te Tutukorijn guarnisoen te houden § 511: voorts hebben we bij resolutie van den 24: Maij be„ paald, wat in den aanstaande alhier, tot het op en van de wal haalen van een sloep, zal mogen verstrekt worden, bedraagende in gelds waarde ƒ 104. 19:- minder„ dan in de 15: voorgaande Jaaren daarvan is opgebragt. §512: En wijl het met verstrekking van olij en theer, tot het afsineeren van kanons en andere arthillerij goe„ „deren, meede wat ruim toeging, hebben we ook daarom„ „trent, naarmate van de gedaane verstrekking te„ kolombo, zedert A=o 17 3/80. tot 178 5/6 door den anderen gereekend, eene vaste bepaaling voor den aanstaande gemaakt, zoo wel voor kolombo als voor de onder„ „noorige Comptoijren, blijkens resolutien van den 9' Junij, 2: en 27: augustus, 4. en 25: 7ber:, 9:' 8ber: en 19: 9ber § 513. Daaren tegen hebben we, blijkens resolutie van den 25:' xber: ingetrokken de andersins gewoone Jaarlykse ver„ strekking van 200: kannen olij, tot het maaken van pikkaartsen te gale De
English
2424 The Domestic Administration Paragraph 514. Since several sections are included under this, we take the liberty to begin with The Boards. Paragraph 515. The capital of the Dutch Orphan Chamber here amounted, as of ultimo August 1787, to 223,340 rixdollars, 46 stuivers, 13/0 duits, as appears from the balance sheet submitted thereof, which was inserted into our resolution of the 14th of this month. Paragraph 516. The capital of the native Estate Chamber here amounted, as of ultimo August aforesaid, to 19,230 rixdollars, 7 stuivers, 0 duits, as appears from the balance sheet, inserted into the resolution of the 6th of October. Paragraph 517. The fund for the lepers amounted, under the aforesaid date, to 29,289 rixdollars, 43 stuivers, of which the balance sheet was inserted into the resolution of the 10th of this month. Paragraph 518. The Diaconate here had, under the repeatedly mentioned date, a capital of 14,474 rixdollars, 4 stuivers, 7/8 duits, as shown by the balance sheet that is transmitted in copy. Paragraph 519. Upon the repeated urgent petitions of the Colombo deacons to grant them some means for the improvement of the diaconate's income, which had indeed decreased, we have made such arrangements for this purpose as appear from our resolutions of the 19th of April, 24th of May, 11th of August, and 8th of December; and specifically included herein is a lottery of 10,000 rixdollars, which we announced for this purpose as appears from our resolution of the 4th of June, and of which the profit, amounting to 706 rixdollars, 9 stuivers, is designated, one half for the relief of needy widows and orphans of officers and civil servants, and the other half for the widows and children of non-commissioned officers and common soldiers and sailors, both of the militia, as well as the artillery and the navy. Paragraph 520. At Tutukoryn, a Board of Matrimonial Affairs was re-established last year, just as had existed prior to the outbreak of hostilities, as appears from our resolution of the 15th of February. Paragraph 521. At Trinkonomale, the Boards of Matrimonial Affairs and Native Estate Administrators, which likewise existed there before the war, have been re-established, as appears from our resolutions dated the 12th of April, 27th of August, and 13th of September. Judicial Affairs Paragraph 522. Concerning the criminal trials concluded by the Councils of Justice here, at Jaffanapatnam, and Galle, we have disposed of them as recorded in our resolutions of the 9th, 16th, and 25th of January; 2nd and 17th of February; 17th of March; 12th and 19th of April; 24th and 31st of May; 30th of June; 12th and 20th of July; 25th of September; 30th of October; 19th of November; and 6th of December. The Church. Paragraph 523. Is properly conducted here by the ministers Sybrandsz and Hofman, together with the candidate minister Camp, in the Dutch congregation; by the minister Philipsz and the candidate ministers Gipening and Philipsz in the Sinhalese congregation; and by the candidate minister Ondaatje in the Malabar congregation; at Jaffanapatnam by the ministers Ondaatje and Hugouis; at Galle by the minister Capelle and candidate minister Engelbregt; at Mature by the candidate minister Don Louw; and at Trinkonomale by the candidate minister Ondaatje. 2425 The recently arrived ministers Kauwerts and Meijer have not yet been called. Paragraph 524. The school visitations were conducted, according to the reports transmitted among the annexes, in the Colombo Dissavony by the ministers Sybrandsz, Philipsz, and Hugouis; in the Jaffanapatnam Commandery and also in Trinkonomale and Batticaloa by the minister Ondaatje; and in the Galle Commandery by the minister Capelle; at Tutukoryn, the Holy Sacraments were administered by the minister Kauwerts. Paragraph 525. The number of Christians, both in the Colombo as well as the Jaffna, Galle, Trinkonomale, and Batticaloa districts, according to the aforesaid reports of the school visitations, consisted of the following, namely: At Colombo: 91,501 Jaffanapatnam and Mannaar: 203,093 Galle and Mature: 58,846 Batticaloa: 779 Trinkonomale: 1,900 Among these are 2,116 communicant members, namely: At Colombo: 1,855 Jaffanapatnam and Mannaar: 190 Galle and Mature: 69 Trinkonomale: 1 Batticaloa: 1 The Seminary Paragraph 526. Currently gives nothing special to report, since what there was to report we have already communicated in our humble letter of the 14th of August last past. The Printing Office Paragraph 527. Has produced the following during the past year: The placards and notices that are posted annually. The letters of credit. The placards against the buying and selling of slaves by private agreements. The regulations and tickets for the lottery that was held. Copies of payment assignments. Notifications of the day of prayer, and other ordinary reports, etc. The Correspondence Paragraph 528. With the neighbouring offices has been properly maintained, as appears from the exchanged letters, which are transmitted in copy among the annexes. Other Domestic Administration Paragraph 529. The late Major Christiaan Emanuel von Berskij, by a private sealed will, declaring that he had neither ascendants nor descendants, bequeathed all his estates, half to the poor of the diaconate here, and the other half to the poor of his religion, being the Roman Catholic. As this will, although found sealed, was not notarially superscribed, his executors named therein, Captain-Lieutenant Mackana and shopkeeper Wickerman, who, according to the order, by a
Dutch transcription
2424 De Hluijtelijke bestellingen § 514. Hier onder begreepen zijnde verschijde afdeelingen, zoo neemen we de vrijheid te beginnen met De Collegien. §515. 'T: Capitaal van de Nederlandsche weeskamer alhier, heeft onder ult=o aug=s 1787: bedraagen rd=s 223340:46 13/0. blijkens de daarvan ingekomene staat reekening die g'intereerd is bij onze resolutie van den 14: Deser. §516 'T Capitaal van de inlandsche boedelkamer alhier bedraeg ult=o aug=ts voormeld rd=s 19230: 7: /0, blijkens de staat„ reekening, g'insereerd bij resolutie van den 6: october. §517. 'T fonds der zeprooten belief onder voorm: datum rd=s 29289: 43. –, waarvan de staatreekening is g'intereerd bij resolutie van den 10: deser. § 518: De Diacoma alhier had onder meermelden datum een Capitaal van rd=s 14474: 4: 7/8, uitwijtens de staat ree„ „kening die in Copij overgaat § 519 op de verhaalde kragtige instantien van de Colobose Diakonen, om hun eenige middelen toetevoegen, tot ver„ beetering van diacouias inkommen, die werkelijk waaren verminderd, hebben we daartoe sodanige schikkingen gemaakt als blijkt bij onse resolutie van den 19: april 24:' Maij, 11: augt, en 8: xber, en speci„ „aalijk is hier onder begreepen een loterij van 10'000: rd=s, die we daartoe blijkens onse resolutie vanden 4: Junij hebben uit geschreeven en waarvan de winst ten bedraage van rd=s 706: 9. –. bestamd is, de helfte tot tegemoed kominge van behoeftige weduwen en weesen . er 9ber ver„ weeten van officieren en Civiele bediendens, en de wederhet voor de weduwen en kinderen van onderofficieren en ge„ als „meenen, zoo van de Militie „ als artillerij en zeevaard. §520. Te Tutukoryn is voor leeden Jaar een Collogie van Huwelijk saaken, gelijk dat voor de op braake heeft plaats Gehad, weder opgerigt, blijkens onse resolutie van den 15: februarij §521. Te Trinkonomale zijn de Collegien van huwelijk te zaake en inlandse Boedelmeesteren, die meede voor den oorlog daar geweest zyn, weder opgericht, blykens onze rezo„ lutien de datis 12: april, 27: aug=s en 13: zeptember Iustitieele zaaken §522: Op de Crimineele processen, die door de raaden van Juste „tie alhier, te Jaffanapatnam en gale getermineerd zijn, hebben we zoodanig gedisponeerd, als aangeteekend staan, bij onze resolutien van den 9:' 16. ' en 25: Januarij 2: en 17: febr:, 17: Maart, 12: en 19: april, 24. en 31: Maij, 30: Junij, 12: en 20: Julij, 25: September, 30: october, 19: Novem„ „ber, en 6 December De Godsdienst. §523. word behoorlyk verrigt, alhier door de predikanten Tuj„ „brandsz: en Hofman, nevens den proponent Camp, inde Nederduijtsche, door den predikant Philipsz en de propo„ nenten gipening en Philipsz in de singaleese, en door den preponent oudaatje in de Mallabaarse gemeente te Jaffanapatnam door de predikanten ondaatje en Hu„ „gouis, te gale door den predikant Capelle en popsonent Engelbregt, te Mature door den proponent Don Louw en te Trinkonomale door den proponant ondaatje. De 2425 De onlangt aangekomene predikanten Kauwerts en Meij„ „er., zijn nog niet beroepen. § 524. De schoolvisites zijn, volgens de onder de bylaagen overgaanderige rapporten, verrigt, in de kolombosche Dessavonij door de predikanten Fybrandsz, Philiptz en Hugouis; in 't Jaffanapatnams Commandement en ook in 't Trinkonomaalsche en Battikaloate door den predikant Ondaatje, en in 't gaals Commandement door den pre„ „dikant Capelli, te Tutukorijn zijn de H: Lacramenten toegediend door den predikant kauwerts. §525: 1 getal der Christenen heeft bestaan, zoo in 't kolombose als Jaffanale, gaalte, Trinkousmaalte en Battika, „loate volgens de voorsz: rapporten van de schoolvisite„ in 't volgende, als: „ Jaffanapatnam en Mannaar - - - - - 203093: 779. daar onder zijn 2116: Ledemaaten naamelijk te kolombo. . . . . . . . . . . . „ 1. 855. „ Jafanapatnam en Mannaar - - - 190 „ gale en Mature - - - - - - - „ Trinkonsmale - - - - - - - I Seminarium §. 526. Geeft tans niets besonders te zeggen, wijl we, het geen er temelden was, reets bedeeld hebben bij onse eerbiedigen van den 14: aug=t passato. — „ gale en Mature - - - - - - - - 58846. „ Battikaloa - - - - - - - - „ Battikaloa. . . - - - - - - - „ „ Trinkousmale. - - - - - - - - - 1900. te kolombo - - - - - - - - - - - - - - - - - 91501: De derhet k2 ari uste Novem„ Fi inde 181 t Louws 69 1: 1: De Boekdrukkerij §527. Heeft voorleeden Jaar uitgeleverd, te volgende. De placcaaten en advertissementen, die Jaarlijks wor „den ge=affigeerd. - De Credit brieven. De placcaaten teegen het kopen en verkoopen van slaa„ „ven op onderhandsch bewijzen. De reglementen en briefjes voor de uitgeschrevene loterij Excemplaaren van Assignatien. Notificatien van den beedendag. en andere gewoone rapporten &=ra De Correspondentie § 528: Met de nabuurige Cantooren is behoorlijk onder„ „houden, gelijk blijkt uit de gewisselde brieve, welke copieelijk onder de bylaagen overgaan. De verdere Huijtelijke bestellingen §529 De overleedene Majoor Christiaan Emanuel von Berskij, heeft bij een onderhandse beslooten testament onder verklaaring van geen asch noch descendenten te hebben, alle sine nalatenschappen besprooken, de helfte aan de diaconia armere anlhier, en de weder„ „helfte aan de armen van sijne Religie, zijnde de roomsche. Wijl dit testament, schoon verse„ „geld bevonden met Notarieel wat gezuperschri„ beert hebben sijne daarbij benoemde executeurs de Capitein luitenant Mackana en winkelier Wickerman, die hetzelve naar de order door een
English
had it opened by a notary, requested our authorization to be permitted to execute the disposition of the testator. In consideration of the good intention of the deceased, and that, owing to his own advanced age, it is not likely that any of his ascendants could still be alive, while, having never married, he could also have no legitimate descendants, we judged that the lack of formalities in the will ought not to be an impediment to the execution of his disposition, but that his military status and the charitable objective were working motives to excuse an unconsidered omission, and have therefore, by resolution of 9 January, approved the aforementioned private will, and authorized the executors to carry out his disposition, under this condition nevertheless, that half of the estate shall be deposited into the Company treasury, and the interest thereof paid to the diaconate, so that, if unexpectedly someone should appear who is entitled to the legitimate portion, it may be satisfied from that. Section 530. Upon the favorable authorization of Your High Mightinesses, contained in an extract from the Minutes of 15 August 1786, to grant the soldier 3 kannen of arrack per month, we, in order to also let the sailors benefit from this proof of favor, decided on 16 January last to have provided, both here and in Jaffanapatnam, Gale, and Trinkonomale, to the common soldiers and artillerymen among the National forces and of the regiment of Luxemburg, as well as to the sailors, two kannen of arrack each, but to the military artillerymen, on top of that, an extra kan during the time that they must drill. The execution of this decision in Jaffanapatnam is nevertheless suspended for the present, on account of the small number of European men in the garrison there. Section 531. The auctioneer of the fish market of Mutwal, Benaldus Andraado, having made a request to be appointed as modliar and Head over the fishermen of Kolombo, we, in consideration of the good services which he and his ancestors have rendered to the Company, and that this appointment could take place without damage to the Company and without prejudice to anyone's rights, granted his request, provided he pays an office fee of one thousand rijksdaalders, as he is a well-to-do man, and others in similar circumstances are now generally required to plant a quantity of cinnamon or other useful products according to everyone's means, which one thousand rijksdaalders we, pursuant to the aforementioned resolution of 16 January, have also had received for the benefit of the cinnamon plantation. Section 532. Upon the grievance of the chief surgeon of the Dutch hospital here, that the medicines here are now much more expensive than before, we, by resolution of 19 April, appointed a Committee to investigate and report on what causes this; and this report having since come in, whereby it appeared that the simplicia, from time to time, have been charged more expensively from the Netherlands, we, because the increase in the price of medicines may also have other causes, decided by resolution of 9 July to further instruct the aforementioned chief surgeon of the Hospital, the Surgeon Major, and the town chief surgeon, in accordance with our decision of 9 December 1779, to be present at all composita, or preparations of remedies that are prepared here in the pharmacy, and thereby to see to it that the simplicia, in the prescribed qualities and of good virtue, are actually prepared, mixed, and used for that purpose, and furthermore to have the prepared composita weighed, and to keep record of that as well as of the quantities of the simplicia that have been used for each compositum, and to give an indication thereof in the report that they, not and together with the apothecary, must submit every three months according to the aforementioned resolution of 9 December 1779. Section 533. And accordingly, at the same time, instructed the apothecary to make no composita of any kind except in the presence of the aforementioned committee members, or at least two of them, if at times one of them, through illness or other lawful hindrances, might be prevented from being present, in which case we ordered that, for a single occasion and in so far as it cannot be avoided, the dresser or another qualified assistant surgeon shall assist therein. Section 534. Furthermore, in consideration that the Apothecary Strasburg already in the year 1780 pointed out in a report that it would be necessary that some changes be made in the prescriptions drawn up by the late apothecary Stork and mentioned in our resolution of 18 June 1757, as was also done at that time in several matters according to an indication of the apothecary submitted alongside his aforementioned report: in order to ascertain whether there are also other composita that require any change or improvement, we decided by our aforementioned resolution of 9 July that the aforementioned committee members and the apothecary shall further investigate and report whether in the composita mentioned in the aforementioned indication of the apothecary Stork
Dutch transcription
2426 een Notaris hebben laaten openen, onze qualificatie vertogt, om de dispositie van den Testateur temoogen executeeren. we hebben uit aanmerking van de goedsig intentie van den overleedenen en dat het wegens zijn eigen hoogen ouderdom, niet waarschynlijk is dat iemand sijner ascendenten meer in 't leeven soude kunnen sijn, terwijl hij als noogt getrouwd ook geene wettige descendenten konde hebben, geoordeeld dat het gebrek aan de formalias in 't testament, niet behoord te zijn een empediment, omtrent de uitvoering sijner dispositie, maar dat bij de sijn militaire stand en 't weldaadig oogmerk, werij, „kende motieren waren om eene onvoordagte omis„ „sie teverschoonen, en hebben derhalven bij resolutie van den 9: Januarij 't voortchr: onderhandse tes„ tament geapprobeerd, en de executeurs ter uitvoe„ „ring zijner dispositie gequalificeerd, onder deese bepaaling nochtans, dat de helfte van den boedel in Comp: Cas zal worden gedeponeerd, en de interest daar van aan de diacoina betaald worden, om indien buiten verwagting zig iemand mogte opdoen, die tot het legetien aandeel gerechtigd is, dat daar uit te kunnen vinden. § 530. Op de gunstige qualificatie van Uwe Hoog Edeheden, vervat bij extract uit de Notulen van den 15: aug=s 1786:, om den soldaat toeteleggen 3. kannen arrak smaands, hebben we, om ook de mattroosen van dit grinst bewijs te doen seuitseeren, op den 16: Januarij passe pass=o besloten, om zoo wel alhier, als te Jaffanapatna gale en Trinkonomale aan de gemeene Militairen en Arthilleristen bij de Nationaale en van 't regiment van Luxemburg, zoo ook aan de mattroosen, te laaten ver„ „strekke, elk twee kannen arrak, dog aan de Militaire Arthilleristen, daar en boven nog een kan tot extra geduurende den tijd dat te exerceeren moeten. De executie van dit besluit te Jaffanapatnam is nogthans voor eerst opgeschot, om 't gering aan„ stal van Europeese manschappen in het guarne „zoen aldaar. § 531. De afslaager van de vischmarkt van 't Matuaal Benaldus Andraado, vertoek gedaan hebbende om tot modliaar en Hoofd over de visschers van kolombo teworden aangesteld, hebben we, uit aan„ merking vande goede diensten, die hy en sijne voorouders aan de koonpenie gedaan hebben, en ov dat deeze aanstelling buijten schaade van de komp en sonder benaadeling van iemands rechten kon geschieden, zijn verzoek ingewilligd, mits betaal „lende een ampt geld van duijsend rijksd=s wijl hij een wel bemiddeld man is, en andere indiergelijke gelegendheeden daarvoor thans doorgaans word opgelegd, het aanplanten van een partij kanneel op andere nuttige producten, na maate van een elks geleegendheid, welke een duijsend rd=s, we ook mits dien blijkens voorsz: resolutie van den 16 16 2427 16: Januarij, ten voordeele van de Canneel plantagie hebben laaten inneemen § 532: Op de beswaarnisse van den oppermeester van 't Nederlands hospitaal alhier, dat de medicijnen thans alhier veel duurder zijn, dan bevoorens, hebben we bij resolutie van den 19 april, eene Commissie benoemd, om naategaan en van bericht tedienen, waardoor dit veroorsaakt word; en dit bericht zedert ingekoomen zijnde, waarbij bleek, dat de simplicia, van tijd tot tijd, uit Nederland duurder zijn aagereekend, hebben we, om dat de verduuring van de medicijnen ook andere oor„ „saaken kan hebben, bij resolutie van den 9: Julij be„ „slooten, dere voorm: oppermeester van 't Hospitaal den Chirurgijn Majoor en den stads oppermeester nader tegelasten, om overeenkomstig met ons besluit van den 9: December: 1779; present te sijn bij alle Compicita, of toeberijdingen van middelen die hier in den apoteek worden aangemaakt, en daar bij toete„ zien, dat de simplicias, in de daar toe voorgeschree„ „vene qualiteiten en van goede deugd, werkelijk wor„ „den geprepareerd, gemengd en daartoe gebruikt, en voorts om de gemaakte Compocita te doen weegen en daarvan zo wel, als van de quantiteiten der sim„ padias, die tot elk Compoeita gebruikt zijn, aan„ teekening te houden en daar van aanwijzing te doen bij 't bericht, dat ze alle drie maanden, niet en be„ „neevens den apothecak, volgens voorz resolutie van § 534. van den 9: xber: 1779, moeten indienen §533. En„s mits dien de apothecar ter selver tijd gelast, om geen compocita, hoegenaamd ook temaaken, dan in presentie van voornoemde gecommitteerdens, of ten minsten van twee derzelver, zoo somtijds een van hun, door siekte of andere wettige belettelen, mogte verhindend wor „den daar bij tegenswoordig te zijn, in welk geval wij bevoolen hebben, dat voor een enkelde maal en voor zoo verre dat niet kan worden ontweeken, de ver„ bandmeester op een ander bekwaam ondermeester daarbij sal moeten assisteeren. voorts hebben we uit aanmerking, dat de Apothekar Strasburg reets in 't Jaar 1780. bij een bericht heeft aangeweesen, dat het noodig waare, dat in de voorschriften, door wijlen den apothekar stork opgemaakt, en vermeld bij onse resolutie van den 18: Junij 1757:, eenige veranderinge gemaakt wier„ „de, zoo als dat ook toen in verschijde stukken ge„ „daan is, volgens eene aanwysing van den apothe„ „car nevens zijn voorsz: bericht overgegeven: ter erwaring of 'er ook andere Compositas zijn, die eenige verandering of verbeetering nodig hebben, bij voorm: onse resolutie van den 9:' Julij beslooten, dat de voornoemde gecommitteerdens en de apothesar, nader sullen moeten ondertoeken en opgeeven, of 'er in de Compotitas, die vermeld zijn bij de voorsz: aanwijzing van den apothecar Stork
English
2428 stork, there are still some besides those which have already been specified by the apothecary Strasburg, in which some alteration should be made, and if so, which compositions they are, and what alteration they deem necessary in that regard. § 535: And because there are several compound remedies that can be kept for many years without fear of spoilage, for which reason it might perhaps be just as convenient for the Company to requisition them from the fatherland as to have them prepared here, we have furthermore decided on this occasion that the aforementioned commissioners and apothecary shall investigate and report which kinds of compound remedies, in their view, it would be better to send for from the fatherland, instead of the simples from which they are prepared here. § 536: Also, because sometimes in the requisitions to the Netherlands for the pharmacy too much of some things and not enough of others is requested, we have decreed that henceforth the requisitions for the apothecary, before they are sent to the Netherlands, shall be placed in the hands of the aforementioned commission, who must compare them with the remaining stocks, and state in a written report whether they have found them to be in accordance with the requirements, or what in their opinion has been requested too much or too little of them. § 537: Because the materials personnel, or rather the convicts, were distributed across various places, such as on the water paddies and in the administrative offices, and we needed these people for the work on the fortifications, we decided on 19 June to withdraw them for that purpose, and to place hirelings on the water paddies and in the administrative offices; and accordingly, as appears from what is recorded in the resolutions of 9 and 24 July, 52 hands were hired for this, namely 37 hands at 2½ rixdollars and one parra of rice, and 15 at three rixdollars per month each. § 538: Since the letters from here to the subordinate offices and back from there, principally those from and to Jaffanapatnam and Trinkonomaale, remained en route too long, we, in consideration of the inconveniences that could sometimes arise from this, deemed it necessary to make a firm arrangement in that regard, and to encourage the letter carriers to a better performance of duty by granting a sufficient reward, and to be able to have a sufficient fund for this purpose, we have at the same time established post offices here and at the subordinate offices, and determined a moderate letter postage for private letters, as is all shown in detail in the regulation enacted for it, which is inserted in our resolution of 4 July, to which we humbly beg leave to refer. § 539: With the arrival here of Lieutenant Colonel van Drieberg, the same has handed over to the undersigned Governor 2429 Governor a copy of a decision recently made by the Right Honourable Lords Directors regarding the post of Head of the Militia at the Cape of Good Hope, which was communicated to him, von Drieberg, by the Colonel and Head of the Militia there, Gordon; containing among other things, that the concept of Head and Chief of the Company's militia necessarily implies that neither any officer nor private who forms part of the Company's military force can or may exempt himself from the obedience which he must show to that head, to that Chief of the Company's troops, because the same is the head and Chief, and that with this concept the capitulation of the regiments of Luxemburg and Meuron can by no means conflict, as therein not a single article is found whereby that obligation, as resulting from the fact that the aforementioned regiments belong to the Company's troops, would be repealed, while on the contrary everything that appears in those capitulations to indicate that the Company or those who represent it in the Indies have a full right to dispose of the service of those regiments, just as over that of the Company's other troops, serves to strengthen and further emphasize that obligation; since neither the Company, nor any governor, nor any other supreme commander or commander of lower rank who represents it in its possessions, will ever be able or allowed to have any other will than that in the place where a Head or Chief of the Company's troops is present, all, whether regiments, battalions, companies, or individual officers and privates belonging to the aforementioned troops, shall also stand under the orders of that head in military service. § 540. The undersigned Governor brought the aforementioned copy of the decision into our meeting for deliberation, and we have taken into consideration regarding it: 1.) That one cannot doubt its authenticity, because it was signed as a true copy by the aforementioned Colonel and Head of the Militia at the Cape of Good Hope, Gordon, and delivered in his public capacity to Lieutenant Colonel von Drieberg. 2.) That as far as the artillery specifically was concerned, of which very detailed mention is made in this decision, indicating that the Head of the Militia, under the supreme direction of the Governor of the Colony, ought to have the general supervision and command over all the troops without distinction that make up the military force of the Company, and thus also over the Artillery Corps, as being a part of the military force, what was prescribed on this subject, at least as far as the main point was concerned, was formerly also in use in Ceylon, specifically at the time that the late
Dutch transcription
2428 stork, nog eenige zijn buijten die, welke door den apothecar strasburg reets sijn opgegeven, waarin eenige verandering soude dienen teworden gemaakt, en zo Ja„ welke Compoertas het zijn, en welke verandering ze daaromtrent nodig achten. — § 535: En wijl 'er verschijde gecomponeerde middelen zijn, die veele Jaaren kunnen worden bewaard, sonder vrees voor bederf, waarom het mitschien voor de komp:s al zo Con„ „venent konde zijn, om die uit het vaderlands te eijsschen, dan om ze hier te laaten aanmaaken, hebben me nog bij deese gelegendheid beslooten, dat de voorsz gecommitteerdens en apothecar, sullen moeten onder„ „soeken en berichten, welke soorten van gecomponeer„ de middelen, het naar sijn insien beter waare, uit het vaderland te ontbieden, insteede van de simpli„ „cias, waarvan ze hier worden aangemaakt. §536: Ook hebben we, om dat 'er somtijds bij de Eisschen na Nederland, voor den apoteek van sommige din„ „gen teveel en van andere niet genoeg gevraagd word, gearresteerd, dat voortaan de eijschen voor den apo„ „thecar, voor dat deselve na Nederland worden ge „sonden, sullen worden gesteld in handen van de meer„ „melde Commissie, die deselve sullen moeten vergelij„ „ken met de restanten, en bij een schriftelijk bericht opgegeeven, of ze deselve hebben bevonden, overeen„ komstig te zijn met de benodigdheeden, dan wel wat naar hunne gedagten daarvan teveel op tewijnig gevraagd is. —. 5. 537 §537: wijl 't materiaals volk, of eijgentlijk de gecondem„ „neerden, op verscheijde plaatsen, als op de waterpadies en bij de administratien, verdeeld was en we dit volk nodeg hadde tot den arbeid van de fortificatien, hebben we den 19 Junij beslooten hun daartoe intet rekken, en op de waterpadis en bij „ administratien huurlingen te plaatzen; en zijn mits dien, blijkens het aangetee „kende bij de resolutien van den 9: en 24: Julij, daar toe 52: koppen ingehuurd teweeten 37: koppen teegens 2½ rd=s en een parra rijst, en 15. tegens drie rd=s smaands iede §538 vermits de brieven van hier na de onderhoorige Com„ „toiren en van daar terug, voornamentlijk die van e na Jaffanapatnam en Trinkonomaale, telang onder weege bleeven, hebben we uit aanmerking van de onge legendherden, die daaruit somtijds konden voortspruij „ten, nodig geagt daaromtrent een vaste schikking temaaken, en om de brieve draagers, door toelaage van een toerijkende belooning, tot eene beetere plicht betragting aantemoedigen, en daartoe een genoeg zaa „me fonds te kunnen hebben, hebben op we te gelijk post Cantooren hier en op de onderhoorige Cantoor opgericht, en eene matige brieve post bewaald, voor de particuliere brieven, gelyk alles omstandig blijkt bij het daarvan g'arresteerd reglement, het welk g'insereerd is bij onse resolutie van den 4: Julij waarvan we ons nedrig versoeken temmoogen ge„ draagen § 539: Met de arrive alhier van den luitenant Collone van Drieberg, heeft dezelve aan den ondergeteekend gouverneur 2429 gouverneur overgegeeven, een Copij van een onlangs gedaane decitie door de wel Edele Hoog agtb: Heeren Bewindhebberen, in de post van Hoofd der Militie aan de Caab de goede Hoop, welke door den Collonel en Hoofd der Militie aldaar Gordon aan hem von Drieberg is meede gedeeld; houdende onder anderen, dat 't denkbeeld van Hoofd en Cheff van skomp:s militie noodsaakelijk meedebrengt, dat zoo min eenig officier als gemeene, welke sComp=s militai„ „re macht heeft uitmaaken, zig onttrekken kan, noch mag, aan de gehoorsaamheid, welke hij aan dat hoofd, aan dien Cheff van 'sComp: troepen, om dat dezelve 't hoofd en Cheff is, moet bewijzen, en dat met dit denkbeeld de Capitulatie der regi„ „menten van Luxemburg en Meurou geenzins kunnen sertrijden, als in welk net een eenig arti„ „cul gevonden word, waarbij die verpligting, als daaruijt, dat voorsz: regimenten tot komp: troepen behooren, voortvloegende, zouden zijn op„ „geheeven, terwijl integendeel al het geene bij die Capitulatien voorkomt, om aantewijsen, dat de komp:e of de geene, welke haar in Jndien repre„ „senteeren, een volkoomen recht hebben, om over den dienst van die regimenten, even als over dien van skomp:s overige troepen te beschikken, Juntt dient ter versterking, en tot nader aandrang van die verpligting; aangesien nog de maatschappij, nog eenig gouverneur of eenig ander opperbestierd er van ur van minderen rang, die op haare besittingen haar ver tegenwoodigen, nimmer een ander wil zal kunnen of mogen hebben, dan om ter plaatze, waar lig bevind een Hoofd of Cheff van sComp=s troepen alle, 't zij regimenten, bataillond, Compagnien of bezondere officieren en gemeenen, die tot voorsz troepen behooren, in den Militairen dienst ook onder de orders van dat hoofd tedoen staan. § 540. De ondergeteekende gouverneur heeft de voorsz Copia decitie, in onse vergadering ter deliberatie gebragt, en wij hebben daar op in achting genoomen. 1. ) dat men aan de echtheid daarvan niet kan twijffelen, wyl dezelve door den voorsz Collonee en Hooft der Militie aan de Caab de goede Hoop Gor„ „don, voor het accordaamd was geteekend en in zijne publicque qualiteit aan den luitenant Collonel von Drieberg terhand gesteld. 2:/ Dat wat speciaal de arthillerij aanging, waarvan bij deese decisie zeer omstandig gesprooken word, ter aan„ wijsing dat 't Hoofd der Militie, onder het opperbestier van den gouverneur van de Colonie, 't generaal opsicht en bevel behoord te hebben over alle de troepen, zonder onderscheid, die de Militaire macht van de komp: uitmaaken, en dus meede over 't Corps arthille risten, als een deel van de Melitaire macht sijnde, 't daarbij voorgeschreeve op dit subject, ten minsten zoo veel 't Hoofdzaakelijke aanging, eertijds ook op Ceilon ingebruik geweest is, speciaal ten tijde dat wijle de
English
the Colonel and Head of the Militia in the Indies, Mr. Frankena, was Head of the Militia here, and only, so to speak, tacitly fell into disuse from time to time; 3: that although the Chiefs who have successively commanded the regiment of Luxemburg up to now have seemingly claimed, by virtue of the 20th article of the Capitulation, that in military service they were not required to receive nor comply with orders from the Head of the Company's militia, except only in the case specified in the following 21st article, and that they also, on that ground and as a consequence thereof, do not need to make, or cause to be made, any reports whatsoever to the Chief of the military force on Cijlon, nevertheless it was very clear from the aforementioned decision that this ran contrary to the intention of the Directors, and that therefore the meaning of the aforementioned 20th article of the Capitulation could not be deemed to extend any further than solely to that which does not belong to what is properly the military service, whereof mention is made in the aforementioned decision; 4: that it was also evident from the very nature of the matter that only this and no other meaning can, nor ought to, be given to the aforementioned 20th article of the Capitulation, because even in times of peace it caused its inconveniences, and in times of war it might cause the greatest confusion, if the Governor, and likewise the subordinate rulers at the subaltern offices, were continually obliged to intervene between both parties; in order to receive from the regiment of Luxemburg, and subsequently to have made known again here to the Head of the Company's Militia, and at the subordinate offices to the Military Commandants there, all reports that otherwise, according to the regulations of the service, must be made directly to the Head and Chief of the Company's militia; and if, in like manner, the Head of the Company's military force on Cijlon were obliged to go to the Governor, and the Heads of the militia at the subordinate offices to the lesser rulers, whenever anything regarding the military service, and which is nothing belonging to their department, needs to be ordered of the regiment of Luxemburg, in order to make that known, so that these orders might subsequently be issued, here by the Governor to the Chief of the regiment, and at the subordinate offices by the lesser rulers to the Commandants of the detachments garrisoned there; 5: finally, that although the aforementioned decision of the Lords Directors had not yet been communicated to this government, and consequently in the strictest sense could not yet serve for our guidance, yet even if this decision had not been given, it was evident from what has been set forth above that if the military service were to proceed well, and the Head of the Company's military force on Cijlon, and the subordinate Commandants at the subaltern offices, were to be able to fulfill the duties that their office imposes on them, the orders and arrangements contained in the aforementioned decision could not be introduced too soon, and that this was particularly and absolutely necessary with respect to Trinkonomale, on account of the remoteness of the place, and to prevent the inconveniences that might arise from the uncertainty as to how far not only the Corps of artillerymen, but especially the detachment of the regiment of Luxemburg garrisoned there, was obliged to obey the orders of the Head of the Company's militia there. §540: wherefore we, as appears by resolution of the 4th of September last, have resolved: 1.) that the aforementioned decision should be delivered in copy to the Head of the Company's military force on Ceiloen, and to the Head of the Ceylonese artillery, to serve for everyone's guidance and to regulate themselves accordingly, and that copies thereof should also be sent to the subordinate offices, with orders to have transcripts thereof delivered, as far as Jaffanapatnam, Gale, and Trinkonomale are concerned, to the Commandants of the Company's military there, as well as to the Commandants of the artillery, but that at the remaining small offices, where no more than one officer is stationed as Commandant of the Militia, and only one non-commissioned officer of the artillery, these copies shall only be delivered to the commanding officer. 2.) that whereas here with the Chief of the regiment of Luxemburg, and at the subaltern offices with the subordinate Commandants of the Detachments of the same regiment garrisoned there, the practice has hitherto been maintained that they made their reports directly here in Kolombo to the Governor, and at the subordinate offices to the lesser rulers, and likewise received their orders from them, it was therefore necessary that the Chief of the said regiment should be informed of the change which it is necessary to make herein, and that accordingly the letter should be written to him which is inserted in our aforementioned resolution, whereby he is not only informed further of our aforementioned resolution, but also
Dutch transcription
2430 de Collonel en Hoofd van de Militie in Indien, de Heer Frankena, hier hoofd van de Militie geweest is, en alleen, om zo tespreeken, stilswijgende van tyd tot tijd in onbruik gekomen is; 3: dat wel de Chefs, die 't regiment van Lixxan„ „burg successive gecommandeert hebben, tot hier toe, zoo 't scheen, uit hoofde van 't 20: articul van de Capitulatie, hebben gepretendeerd, dat ze in den mi„ liteiren dienst geene orders van 't Hoofd van komp militie behoefden te ontfangen nog naar te koomen, dan alleen in het geval bepaald bij 't daaraan vol„ „gende 21: articul en dat ze ook uit dien hoofde, en als een gevolg daarvan, aan den Cheff van de militaire macht op Cijlon, geene rapporten behoeven te doen op telaaten doen, hoegenaamd, doch dat het uit de voor„ „schreeve decitie heel duijdelijk was, dat dit aanliep, tegens de intentie van de heeren van 't Bewind, en dat dus de zin van 't voorsz 20: artikul van de Capitulatie, niet kon geacht worden zig verder uittestrekken, dan alleen tot dat geene, dat niet behoord tot het geene eigentlijk is de militaijre dienst, waarvan bij de voorsz: decitie word ge„ sprooken 4: dat het ook selfs uit den aart der zaake blijk „baar was, dat alleen deze en geen andere zin aan 't voorsz 20: art=l van de kapiteilatie kan, noch behoord, teworden gegeeven, wijl het selfs in tijden van vreede syne ongeleegendheid had, en in tyde„ van „ van oorlog de grootste Confusie soude kunnen baaren, indien de gouverneur, en inzelvervoegen de ondergeschikte gebieders op de subalterne Cantoo „ren, telkens souden moeten tusschen bijde treeden; om van 't regiment van Luxemburg te ontfangen, en vanvolgens wederom temoeten laaten bekend maaken, hier aan 't hoofd van sComp=s Militie, en op de onderhoorige Cantooren aan de Militaire Commandanten aldaar, alle rapporten der ander„ „sints, volgens de regels van den dienst, aan 't Hoofd en Cheff van sComp=s militee direct moeten worden gedaan, en wanneer inzelver voegen 't Hoofd van sComp=s militairen Macht op Cijlon, bij den gouverneur, en de Hoofden van de militie op de onderhoorige Cantooren bij de mindere gebieders souden moeten komen, telkens wanneer er iets aan 't regiment van Luxemburg moet worden belast, den militairen dienst aangaande, en 't welk niets dien van hun departement is, om dat bekend temaaken, ten einde deze orders ver„ „volgens worden uitgevaardigd, hier door den gouverneur aan den Chef van 't regiment, en op de onderhoorige Cantooren door de mindere ge „bieders aan de Commandanten van de detach menten, die daar in guarnisoen leggen 5: eyndelyk dat wel de voorsz decisie van Heeren Bewindhebberen, aan dit gouvern „ment 2431 „ment nog niet was gecommuniceerd, en mits dien in den striksten zin, als nog niet konstrekken tot onze naricht, dog dat, zoo ook selfs deeze decitie niet gegeeven was; het uit 't hiervooren aangeweesene blykbaar was, dat soude de militaire dienst wel gaan, en 't Hoofd van sComp:s militaire macht op Cijlon, en de ondergeschikte Commandan„ „ten op de subalterne Cantooren, in staat zijn, om te vervullen de plichten, die hun ampt hen opleggen gen, de orders en schikkingen in de voorsz decitie vervat, niet tespoedig konden worden ingevoegd, en dat zulks inzonderheid volstrekt nodig was ten aanzien van Trinkonomale, om de afgelegendheid van de plaats, en om te voorkoomen de ongeleegendheeden, die souden kunnen ontstaan uit de onzeekerheid in hoeverre niet alleen 't Corps arthilleristen, maar voornaamelijk 't detachement van 't regiment van Luxemburg dat daar in guar„ uitoen legd, schuldig was tegehoorzaamen aan de beveelen van 't hoofd van sComp=s militier al„ daar. §540: weshalven we, blijkens resolutie van den 4:' 7ber pass=o beslooten hebben 1. ) dat de voorsz: decitie in Copia zouden worden afgegeeven aan 't hoofd van 'sComp: militaire magt op Ceiloen, en aan 't hoofd van de Cilonse ad„ „tchillerij om te dienen tot een elks naricht en om zig daarnaar tereguleeren, en dat ook Copijen daarvan en daarvan souden worden gesonden na de onderhoorige Cantooren, met last om daarvan afschriften te laa„ „ten afgeeven, zoo veel Jaffanapatnam, gale en Trinkonomale betrof, aan de Commandanten van komp=s militaire aldaar, als meede aan de Commandanten van artillerij, dog dat op de overige klijne kantooren, daar niet meer dan een officier als Commandant van de Militie legd, en maar een onder officier van de arthillerij deese Copien alleen sullen worden afgegeeven aan den Com„ 6 mandeerenden officier. 2. / dat gemerk hier met der Chef van 't regiiment van Lwxemburg, en op de subalterne Cantooren met de ondergeschikte Commandanten van de De„ tachementen van 't selve regiment, die daar inguarnisoen leggen, tot hier toe gehouden is dee„ „len voet, dat deselve hier te kolombo aan den gouverneur, en op de onderhoorige Cantooren aan de mindere gebieders hunne rapporten direct hebben gedaan, en insgelijks hunne orders ontfan „gen hebben, dat het daarom nodig ware, dat de chep van gedagte regiment van de verandering die het nodig zij hierin temaaken, wierdt onder„ richt en dat dien volgens aan hem soude worden geschreeven den brieff, die g'intereerd is bij onse voorsz resolutie, waarbij hem niet alleen bedeelt is vnrder ons voorsz: besluit, maar ook
English
also that he, consequently, in the future in all matters which, properly speaking, belong to the military service, would receive orders from the Head and Chief of the Company's military forces on Ceilon, which would be regarded by him as emanating directly from the governor, and that he would also have to make to this Head and Chief, or according to circumstances have made, all such reports as must be made in the military service, according to the established order, to the Head and Chief of the Company's military forces, whereby he was at the same time instructed, in accordance with this our notification, also to issue the necessary notification to the Commanders of the detachments garrisoned at Gale and Trinkonomale. § 542: However, the Commander of the aforementioned regiment, Lieutenant Colonel de Raijmond, to whom the aforementioned letter was written, maintained in his written reply submitted thereto that our aforementioned disposition was contrary to the Capitulation, and requested therefore that no change be made in that regard, with respect to the regiment, until the arrival of Mr. de La Fage, who is expected as Colonel Commandant. § 543: And because we considered that, although from the nature of the case it was certainly true that the regiment in that which properly constitutes the military service, just like other Company troops, must be subordinated to the Chief of the Company's troops, nevertheless, as far as the Capitulation was concerned, this speaks so sparingly of this subject that from it alone this matter could not be decided with such certainty that there did not always seem to remain some uncertainty on one side or the other; so, in consideration thereof, and that the regiment had hitherto been treated on a different footing, we decided by our resolution of 13 October to suspend provisionally, and for as long as peace remains, the execution of our resolution of the aforementioned disposition, so far as concerns the Regiment of Luxemburg, and in that regard to await the decision of the Gentlemen Directors of the Zeeland Chamber; provided that the regiment would nevertheless be obligated, in the event that in the meantime, and before the receipt of their Honorable Worships' disposition, a rupture should break out, to submit immediately and comply with the aforementioned decision. § 544: Notice of this was given to the officials at Gale and Trinkonomale for their information, with special orders to the commanders of these places that, in case the Commanders of the detachments of the said regiment garrisoned there should raise any difficulties in the aforementioned event to submit to our repeatedly mentioned decision, they shall then, with the advice and approval of the Commanders of the Company's troops there, take such measures against this as they would deem necessary at the time to compel obedience; and notice of this further disposition and notification was also given to the aforementioned Lieutenant Colonel De Raijmond, to serve for his information, and to inform the commanders of the detachments at Gale and Trinkonomale thereof, as he has done. § 545: The Gale officials having represented, against the abolition of 28 rope-yard boys recommended according to the resolution of 24 December 1786, that they have served at the rope-making for many years, and that they were now all the more necessary because of the scarcity of coolies, who otherwise would be little suitable to properly knot the coir, in which they would thus first have to be taught, but that this, with the continuous changes and turnover, could not conveniently take place: we have, by resolution of 31 May past, since otherwise hired coolies must now and then be taken into service for the rope-yard work, authorized them to take back into service, as before, 28 rope-yard boys at 1½ rds and one parra of rice monthly each, and this for so long as the Administrator Kraaijenhoff should find that they are truly necessary, and that this is more economical than hiring separate coolies for this now and then. § 546: The officials at Trinkonomaale have requested us that, because of the extraordinary dearness of provisions, an allowance might be granted to the officers there above their usual emoluments, and that also the board money of the common soldiers might be made equal to that of the European soldiers here, of which the Corporals receive rds 1: 32: — and the privates rds 1 —½, whereas at Trinkonomale the Corporals receive rds 1: 12 — and the privates rds 28:½ each; but however much we were convinced of the dearness at Trinkonomaale and of the necessity to accommodate the servants there, especially the military, we nevertheless did not dare to intervene therein, but decided in the session of 20 July to bring this request before the eyes of Your High Excellencies, and thereupon to request Your most esteemed disposition. § 547: Since then, the Commander of the Militia at Trinkonomale, the Lieutenant Colonel Von Dreeberg, has represented with great urgency the distress of the garrison there, requesting that it be speedily
Dutch transcription
2432 ook dat hij dienvolgende, in den aanstaande in alle saaken die, eygentlijk gesprooken, gehooren tot den Militairen dienst, de orders zoude ontfan„ „gen van 't Hoofd en Cheff van komp=s militaire macht op Ceilon, die door hem soude worden aan„ gemerkt, als direct voortvloeijende van den gou„ „verneur, en dat hij ook aan dit Hoofd en Chepfsou„ „de moeten doen, of naarmaate van de omstandigheeden laaten doen, alle sodanige rapporten, als in den mili„ tairen dienst, volgens de g'etabliseerde order, aan het Hoofd en Cheff van komp:s militaire macht, moeten worden gedaan, waar bij hen teffens is aan bevoolen, om overeenkomstig met dit ons aanschrijven ook het nodige aanschrijvens tedoen aan de Commandanten van de detache„ - menten, die te gale en Trinkonomale in guar„ „uitoen leggen § 542: Doch heeft de Commandant van 't voorsz: regiment, de luitenant Collonel de Raijmond aan wien de voorsz brief is geschreeven, bij zijn daarop gediende schrifte„ „lijk andwoord, gesustineerd, dat voorsz onse dispo„ „sitie strijdig was tegen de Capitulatie, en mits dien verzogt, dat daaromtrent, met betrekking van 't regiment, geene verandering mogte worden gemaakt, tot de komst van den heer de La Fage, die als Collonel Commandant word tegemoet gesien. §543 §543: En wijl we Considereerden, dat schoon het wel uit aart der saake zeeker was, dat 't regiment in da geen, wat eigentlijk den militairen dienst uitmaa even als andere komp: troepen, aan den chep van sComp:s troepen, moet gesabordonneerd zijn, het„ echter wat de Capitulatie aanging, deese tospaa saam van dit onderwerp spreekt, dat daaruit alleen, deese kwestie niet met so veel zeekerhoitd kon worden beslist, dat er niet altoos aan de eene of andere zijde, eenige onzeekerheid scheen over te blijven, zo hebben we uit aanmerking van dien, en dat het regiment tot dus verre op eenen anderen voet wa behandeld, bij onse resolutie van den 13: october be „slooten, om onse resolutie vanden voorsz disposi „tie, voor zoo verre aangaat het regiment van Luxemburg, bij provisie en tot zoo lange het vreed blijft, telaaten buijten executie, en daar omtrent te insteeren de decitie van de Heeren Bewindheb„ „beren ter kamer Zeeland; mits dat 't regimen nogtans verpligt soude zijn, om bij aldien 'er intusschen, en voor den ontfang van hunner edele agtb: dispositie, eene rupture mogte komen te ontslaan, zich als dan daadelijk te onderwerpen en voldoen aan voorsz: besluit. §544: Hiervan is kennes gegeeven aan de bedienden te Gale en Trinkonomale, tot hun naricht, met spe„ ciaale last aan de gebieders deeser plaatsen, om ingevalle 2433 ingevalle de Commandanten van de detachementen van gedagte regiment, welke aldaar in guarnisoen leggen, in 't voorsz geval eenige difficulteiten mog„ „ten maaken, om aan ons meerm: besluit te ondermerpen, ze als dan, niet overlegen goedvinden van de Commandanten van sComp: troepen aldaar, daarteegen sullen moeten neemen zulke maatregulen, als ze in der tijd zouden nodig achten, om sig te doen gehoorzaamen, en is ook van deese nadere dispositie en aanschrijvens kennis gegeeven aan voorm: Luitenant Collonel De raijmond„ om te dienen tot zijn naricht, en om de kommandanten van de de tachementen te gale en Trinkonomale daar„ van te informeeren zo als hij heeft gedaan §545: De gaalse bedienden, tegens de, volgens resolutie van den 24: december 1786:, aanbevoolene afschaffing van 28: baan Jongens, vertoond hebbende, dat ze van lange Iaaren af bij het tou slaan dienst gedaan hebben, en dat ze nu temeer nodig waaren, weegens de schaars„ „heid van koelijs, die buiten des wijnig geschikt zouden zijn, om de kaijer behoorlijk te knoopen, waarin sij dus eerst souden moeten worden geleert, doch dat sulks bij de geduurige verandering en verwisseling, niet ge„ voeglijk kon geschieden: hebben we, bij resolutie van den 31: Maij pass=o, wijl 'er toeh andersins gekuurde Koelijs tot het baanwerk, nu en dan moeten in dienst genoomen worden, hun gequalificeerd, om als bevoorens, 28: baam jongens, tegens 1½: ld=s en een parra rijst sm=s ieder, weder in dienst tenwoo„ 2oo „gen neemen, en sulks tot /m lange de getaghebber kraaijenhoff zoude bevinden, dat ze werkelijk nodig zijn, en dat dit beeter reekening geaft, dan om daar „toe nu en dan aparte koelijs te huuren. §546: De bedienden te Trinkonomaale hebben ons ver „sogt, dat weegens de ongemeene duurte van de leevens middelen aan de officieren aldaar een toelaag mogte vergunt worden, boven hunne gewoone en „lumenten, en dat ook 't kostgeld der gemeene Mili „tairen, eguaal mogte worden gesteld met dat naar van de europeese militairen alhier, waarvan de Corpo„ raals rd=s 1: 32: —. en de gemeenen rd=s 1 —½: genieten, terwijl te Trinkonomale de Corporaals rd=s 1: 12 —. en de gemeenen rd:s 28:½: ieder krijgen; Dan hoe seer we verseekerd waaren, van de duurte te Trinkono„ „maale om van de noodsaakelijkheid, om de Die„ „naaren aldaar, insonderheid de Militairen, tegemoet te koomen, hebben we echter daarin niet durven treeden, maar ter sessie van den 20: Julij beslooten, dit versoek tebrengen onder het oog van uwe Hoog Edelheeden, en daarop te versoeken hoogst derselver g'eerde dispositie. —. §547: 'T zeedert heeft de Commandant van de Militie te Trinkousmale, de luitenant kollonel voor Dreeberg, met veel aandrang vertoond de nood van 't guarnisoen aldaar, met versoek dat daarin spoedig
English
2436 might be provided for quickly and sufficiently; and since recently, during an interrogation of five deserters from the detachment of the Regiment of Luxemburg that is garrisoned at Trinkonomale, a similar complaint about lack and scarcity also occurred, we could not delay the provision therein until receiving your High Excellencies' disposition, out of fear that this might sometimes lead to evil consequences. §548: We have therefore, according to the resolution of 22 December last, qualified the Chief of Senden and Lieutenant Colonel von Drieberg by a separate letter to provisionally have paid to the caterers, for each European soldier of our national troops, twenty Indian stivers; and since these national soldiers were thereby placed on an equal footing with those of the Regiment of Luxemburg, who have 48 stivers board money, we have furthermore written to him to also provide to the caterers, for each European company, both national and of the aforesaid regiment, according to their strength, a gratuity of ten rixdollars or thereabouts, in order to relieve them all the more. §549: However, in order to keep it in our power to withdraw both the giving of the aforesaid twenty stivers and the gratuity when better times permit, we have recommended to the aforesaid servants not to let it appear that these allowances were ordered by us, but to make that arrangement just as if they themselves, subject to our approval and for as long as the high prices continued, had granted this relief. §550: Upon the representation of the Kalpettij servants that the coolie wages for Kalpettij and Putulang annually amount to a considerable sum, and that they are further noticeably aggravated by the rent money that is paid for the use of private thonys; to prevent which they proposed to us to take 48 native sailors into permanent service for two Kalpettij and one Putulang thony, since all the ordinary work, both piloting and loading, as well as keeping the fortifications clean, etc., could be performed therewith, we decided in the session of 14 December to approve their proposal, all the more because the number of 48 native sailors was not too large, as 34 heads are already stipulated for Kalpettij alone by the regulation of 11 August 1758; and we have ordered the servants to write off what is paid to these native sailors against the head taxes of the Kalpettij aeliammers. §551: Regarding some other domestic arrangements of lesser importance concerning both this capital and the subordinate stations, we take the liberty to refer respectfully to our resolutions of 4 and 25 January, 15 February, 2, 6, and 17 March, 5, 12, and 19 April, 8, 24, and 31 May, 4 and 19 June, 12, 20, and 26 July, 11 and 27 August, 4 and 11 December, 9 and 19 October, 19 and 26 November, 6, 8, 14, and 29 September. The 2435 Regarding the native affairs: §552: We take the liberty in the first place, with respect to The Court of Kandia, §553: humbly to report that the customary annual embassy from that Court arrived here on the 6th of this month, being held by the Dessave of the Three and Four Korles Pilimotalauwe Balhamij, the Attepattoo Mohotiaar Pattepelle Balhami, and the Mohandiram Niramoelle. At the first audience they handed the Governor the letter, which goes over in copy among the appendices, and the ambassadors had nothing further in their mandates, as appears from the notes kept of both the first and the farewell audience; they departed again on the 12th thereafter. §554: Since we have noted the necessary details regarding the content of the aforesaid letter in our currently departing respectful secret dispatch, we humbly request permission to refer to it in this matter. §555: We have appointed the Fiscal Schreuder to the counter-embassy, and we shall have the honor to present the copies of the letter and instructions to be given to him to your High Excellencies on a later occasion. The Madura Kingdom §556: provides us with nothing remarkable at hand to make a special mention of here; except only that regarding the nuisance caused to the Company's people at Kailpatnam, and of which mention was made before in § 260, a complaint was lodged with the land regent, but no satisfactory answer has as yet been received to it. The Marrua Kingdom §557: The Danish merchant Verwijk contracted for some linens in this kingdom last year, and upon the report given thereof by the Tutucorin servants, we ordered him by resolution of 31 May to make the necessary representations against it at the Court if it were worth the trouble. This has not yet been able to take place due to the absence of the Teuver, or Prince of Marrua; meanwhile the servants have since informed us that Verwijk is now making the purchase of his linens in the northern part of the kingdom, and thus without noticeable detriment to the Company, which obtains its linens from the southern part. The Maldive Islands §558: The letter from the Sultan of these islands, which was brought by his customary annual envoy, goes over in copy among the appendices, together with a copy of the answer given thereto, and of the memorandum of the counter-gift that was sent to him. §559: From these islands, nine vessels arrived here in the past year, and three at Gaale, which sold their imported cowries to the Company, of which the quantity was noted before in § 218. §560:
Dutch transcription
2436 spoedig en toerijkende mogte worden voorsien; en wijl ook onlangs, bij een verhoor van vijf deserteurs van 't detactement van 't regiment van Luxemburg, dat te Trinkonomale in guarinsoen legt, eene diergelijke klagte over gebrek en schaarsleid is voorgekoomen, hebben het niet mogen salardeeren, om de voorsztienig daar „in uittestellen tot den ontvang van uwer Hoog Edel„ heeden dispositie, uit beduchting dat sulks somtijts aanleiding tot quade gevolgen mogte geeven. §548: wij hebben derhalven, blijkens resolutie van den 22: xber: Jol:, 't opperhoofd van senden en den luitenant Collonel von Drieberg, bij een apparte brief gequalificeerd, om bij provisie aan de schafbaasen, voor elk europeese soldaet van onse nationaale troepes, telaaten betaalen twin„ „tig jndise stx: en wijl daardoor deese nationaale soldaa„ „ten, eguaal gesteld wierden met die van het regiment van Luxemburg, die 48: stx: kostgeld hebben, hebben we hem nog aangeschreeven, om boven dien aan de schapbaa„ „len, voor elke komp: Europeesen, zo wel nationaa„ „le als van 't voorsz regiment, naar maate dat ze sterk zijn, te laaten verstrekken een douceur van tien rd=s of daar omtrent, om deselven daardoor temeer te soulageeren. — § 549: Om het echter is ons vermoogen te houden, om zoo wel het geeven van voortz twintig stv=s, als van 't dou„ ceur, weeder te kunnen intrekken, wanneer beetere tijden het toelaaten, hebben we den voorm: bedienden aanbevoolen, om het niet telaaten blijken, dat deese toelange toelaage van ons gelast zijn, maar die bestelling te doen, even of zig zelven dit soulaas, op onse approbaar „sie en voor so lange de duurte aanhield, toelijden. §550: op de vertooning van de kalpettische bedienden, dat de koelieloonen voor kalpettij en putulang, Jaarlijks eene aanmerklyke somma bedraagen, en dat ze nog merkelijke verswaard worden door de huur penninge die voor het gebruik van partikuliere thouijs uwer worden betaald; tot welker voorkoming ze ons voor gesteld hebben, voor twee kalpettijsche en een putulangse thonij, 48: inlandse mattroosen in vasten dienst neemen, wijl daarmeede al het ordinaire werk, zo van lotsen en laaden, als het schoon houden der fortificatien & konde worden verrigt, hebben we ter Lessie van den 14: december beslooten, hun voorstel te approbeeren, temeer „van het getal „ 48 inlandse mattroosen niet te groot was, wij er alleen voor kalpettij 34: koppen bij het reglement van den 11: aug=s 1758: zijn bepaald, en wij hebben den bedienden gelast om het geen aan dese inlandse mat„ „trooten word betaald, afte schrijven op de Hoofdgelden der kalpettijse aeliammers. §551. Nopens eenige andere huisselyke bestellingen van minder belang, zoo deeze hoofdplaats als d onderhoorige Cantooren betreffende, neemen wij de vrijheid ons eerbiedig terefereeren aan onse resolutien van den 4: en 25: Januarij, 15: febr:, 2:6: en 17: Maart, 5:12: en 19: appril, 8: 24: en 31: Maij, 4: en 19: 1 Iunij, 12. 20. en 26. Julij, 11: en 27: aug=s, 4: en 11: xber: 99: en 19: 8ber: 19: en 26: 9ber:;, 6: 8: 14: en 29:' 7ber: De 2435 De Inlandsche zaaken. §552. betreffende, gebruiken we de vrijheid uwer Hoog edel„ heeden in de eerste plaats, nopens: T Hof van Kandia §553: Nedrig te bedeelen, dat 't gewoone Jaarlijks gelantschap van dat Hoff, den 6: deser alhier aangekomen is, zijnde bekleed bij den dessave der drie en vier korles Pilimota„ „lauwe Balhamij, den attoepattoe mohotiaar Patte„ „pelle Balhami, en den Mohandiram Niramoelle. Bij de eerste audientie hebben ze den gouverneur ter hand gesteld de brief, die & in Copia onder de bijlaagen overgaat, en hebben de gesanten voorts niet anders in mandatis gehad, gelijk blijkt bij de gehoudene aanteeke„ „ningen, zo van de eerste als van de afscheids audientie, ze zijn den 12: daaraan weder vertrokken. § 554. Wyjl we over den inhoud van den voormelden brief, het nodige bij onze tans afgaande eerbiedige secreete schrij„ vens hebben aangeteekend, versoekende we nederig verlof, ous in deezen daaraan temogen reperreeren. 5: Wij hebben den fiscaal schreuder tot de contraamba„ ƒ555 55 „ copijen van gebrief en instruksie. „lade benoemd, en zullen de eer hebben die aan hem te staan teworden meede gegeeven bij eene nadere gelee„ „gendheid uwer Hoog Edelheeden aanbieden T Madureesche rijk aan 556. Geeft ons niets aanwerkelijks bij de hand, om er hier eene speciaale melding van temaaken; behalven alleen dat wegens den overlast, aan sComp:s volk te kailpat„ nam aangedaan, en waarvan hiervooren §: 260: ge„ „sprooken en 3 5 „sprooken is, bij den landregent klagte gemoveerd, dog daarop tot nog geen voldoende andwoord ontfangen is. T Marruasche Rijk §557. De Deensche koopman verwijk heeft voorleeden Iaar in dit rijk eenige lijwaaten aanbesteed, en op het daarvan gegeeven bericht door de Tutukoryhte bedien„ „den, hebben we hem bij resolutie van den 31: Maij gelast„ om zoo het de moeijte waard was, daartegen de noo „dige vertoogen aan 't hoff, tedoen; Dit heeft nog niet kunnen geschieden, mits de afweesigtheid van den Theuver, off vorst van Marrua in tusschen hebben de Bedienden, ons Seedert Bedeeld dat verwijk nu de Inkoop van sijn Lijnwaaten doet in t noot„ oerdeel van 't Rijk en dus buijten merkelijke na¬ deel van de Comp: welke haare Lijwaaten uit 't Zuijder deel krijgt. De Maldivosche Eijlanden. § 558. De brieff van den sultan deezer Eijlanden, die door zijn gewoone Jaarlijkse gesant is aangebragt. gaat in Copij onder bijlaagen over; nevens Copij van „t daar op gegevene Antwoord; en van de Memorie van t Contrageschenk, dat aan hem is gesonden. §559 van deeze Eilanden zijn in 't gepasseerde Jaar al„ hier negen en te gaale drie vaartuijgen ^ aangekomen die hunne aangebragte Kauris aan de Comp: ver¬ „kogt hebben, waar van de quantiteit hier voor § 218 is genoteerd. 1560.
English
Company lands and subjects Paragraph 560: The brief summary of the chenas that the inhabitants of Silau, Gale, and Mature requested to be permitted to clear have been inserted into our resolutions of 15 and 18 January and 19 November of the past year, whereby we granted the requested permission for this under the usual restrictions. Paragraph 561: To various petitioners who requested diverse uncultivated Company lands, both in Colombo, Gale, and Mature as well as Silau, for preparation and cultivation, we granted this according to our resolutions dated 6 March, 8 May, 9 June, 9 July, 27 August, and 19 November. Paragraph 562: To the female Wanniyar Nelle Naatje, who passed away here on the 4th of this month, we have successively arranged for provisions to be made, both for the maintenance of herself and her husband and for the benefit of her further family, to be repaid from her possessions in the Wanni, as appears in our resolutions of 16 January, 6 March, 9 June, 12 July, and 19 October; and to secure her possessions, we have issued such orders as are recorded in our aforementioned resolution of 9 June and in that of 19 October; meanwhile, her fields, since the Wanni was brought under the administration of the Company, are sown for the Company's account and the crop thereof is held as if under sequestration. Paragraph 563: In order to be assured that the people who, upon obtaining offices, have voluntarily bound themselves to carry out plantations of cinnamon and other products, and also that others who obtained Company lands on the same condition, faithfully fulfill the terms, we have, by renewal and amplification of our resolution of 30 December 1784, according to the resolution of 6 March of the past year and the letter sent to Gale under date of 9 October, further instructed the landregenten to have an annual survey made thereof and to append each time to their reports a comparison of the latest survey against that of the previous year. Paragraph 564: Because the cinnamon peelers of the villages Kaloemodere, Monregalle, and Kallimoelle, consisting of approximately 300 heads, generally had no more annual income from the village of Aloetgam accommodated to them than 3 to 4 parras of paddy in tithes and 12 rixdollars in garden dues, the Governor has consented that, according to our resolution of 12 April, the revenues of the Governor's provision villages Tannebaddegamme, Morregode, and Toendoewe, situated in the Gale portion of the Wallalewitte Korle, have additionally been granted to them, of which the tithe right of the paddy in the last 10 years has amounted to no more than from 20 to 50 parras of paddy per year. Paragraph 565: A certain weaver who had come over from the Coromandel coast to Jaffanapatnam, having offered to come settle in the Colombo district together with some of his companions and to continue their weaving, we accepted this, considering the utility that this will bring to the Company and the country; and we granted them, besides the necessary lands for residence and cultivation, also some privileges such as exemption from taxes for some years and free exercise of religion, according to our resolutions of 31 May and 9 October, whereby we also advanced them on loan, at an interest of six percent per year, an amount of two thousand rixdollars, in order that they might establish themselves here thereby and to be paid off successively from the proceeds of their manufacture; they have already arrived here and, through their diligent work, provide the best prospects. Paragraph 566: Because we have not been able to carry into execution our objective of introducing the planting of paddy on Ceylon according to our resolution of 16 May 1786, approved by your High Mightinesses' respected missive of 17 November thereafter, because shortly afterward, for lack of sailors, we had to place the Chinese ploughman who was employed for that purpose on the ship Zeeland, and besides this we found no suitable subjects for it among the convicts, the Governor, during the presence here of Mr. de Bonvoust, made known his desire that some farmers from the Coromandel coast might come settle here. Mr. de Bonvoust, having since returned to the coast, communicated to the Governor that eight to ten families of farmers who had some reasons for dissatisfaction were resolved to come settle here permanently under such conditions as they had drawn up and submitted in writing. Paragraph 567: In the deliberation over these conditions, we took into consideration that these people, according to the report of Mr. Bonvoust, regardless of the reasons for dissatisfaction that they have, would resolve on no other conditions to leave their country; and that, although they would cost the Company somewhat the first year, this will nevertheless not come to be as expensive as the maintenance of the Chinese ploughman whom we first wished to employ for this purpose; besides which, the example of these people might at times have a favorable influence on others, which is certainly very desirable for Ceylon, where so many fine lands still lie uncultivated, which lack only cultivators to bring forth fruits. And we have accordingly, and because we humbly
Dutch transcription
2436 Comp„s Landen en Onderdaanen § 560: De korte sommier van de sjenas, die de in gesee„ tenen van Silau, Gale, en Mature versogt hebben, te moogen kappen zijn geinsereerd bij onse Resolutien van den 15 en 18. Iann: en 19. 9ber: pass„o waar bij wet verzogte ver„ loff daar toe gegeven hebben, onder de gewoo„ „ne restrictien. § 561. Aan verschijde versoekers, die diverse woest„ leggende Comp: gronden, zoo in Colom„ „bose, Gaalse en Matureese als silause, ter bekwaam maaking en bebouwing verzogt, hebben, hebben we sulks toegestaan blij„ „kens onse resolutien de datis 6 Maart, 8 Maij, 9 Iunij, 9 Iulij, 27 aug: en 19. 9ber. §562 Aan 't wannetje Nelle Naatje die op den 4 deezer alhier overleeden is, hebben, we Successive, zoo tot onder houd van haar en van haaren man, als ten behoeve van haare verderre familie, zodanige verstrekkingen laaten doen, om uit haare besittingen in de wanni te worden gerestitueerd, als blijkt bij onse resolutien van den 16. Ianuarij, 6 Maart 9 Iunij 12 Iulij en 9. ' October en ter verseeke„ ring van haare Besittingen, hebben we sodanige orders gesteld, Als aangeteekend staan, bij voorsz: onse resolutie van den 9 Ju„ „nij en bij die van den 19:' october, ondertus„ schen worden haare velden, zedert dat de wan„ „nie onder de beheering van de Comp: is gebragt. Voor dog en is. . voor Comp: reekening besaaid en het gewasch daar van als in sequestratie gehouden 1563. om verzeekerd te weesen, dat de luiden, die bij het optineeren van bedieningen, zich vrij„ willig verpligt hebben tot het doen van aan plantingen van Caneel en andere producten, en ook dat andere, die op gelijke voorwaarde sComp gronden verkreegen hebben, getrouwelijk aan de Conditien vol„ doen, hebben we bij renovatie en ampliatie van ons besluit van 30:' xber: 1784: blijkens. resolutie van den 6 Maart J:o L: en afge„ gaane brief na Gale sub dato 9' 8ber, den landregenten nader opgelegd, om saar„ lijks een opneem daar van te laaten doen en bij hunne berichten telkens te voegen een vergelijk van den laasten opneem teegens dien van t voorig Iaar. §564. Vermits de Canneel Schillers van de dorpen kaloemodere, Monregalle en kallimoes„ „le, bestaande omtrent in 300. koppen uit het aan hun geaccomodeerd dorp Aloetgam, door gaans Jaarlijks geen meer inkomsten hadden, dan 3. a 4: pa„ rasse Kelij aan tienden en 12 rd=s aan tuinsgerechtigheid heeft de Gouverneu in in bewilligd, dat aan hun blijkens onse resolutie van den 12 April nog is toegevoegd, de inkomsten van s Gou „verneurs dispens dorpjes Tannebadde gamme 2437 Gamme, Morregode en Toendoewe geleegen in het gaalsch gedeelte der wall alle witte korle waar van de tiende geregtigheid der Nelij, in de laaste 10. jaaren niet meer heeft bedraagen dan van 20. tot 50. parras Nelij 's Jaars. 1565. zeekere wever, die van de kust kormandel te Iaffanapatnam was overgekoomen, aan gebooden hebbende zig, neevens nog eenige van Sijne makkers in t Kolombose dis„ trict te koomen Nederzetten en hunne weeverijen voorttesetten, hebben we uit aanmerking vande nuttigheid, die dat bij de aan de Comp: en 't land sal toe brengen zulks geaccepteerd, en aan hun, behalven de noodige gronden ter woonen bebouwing, ook eenige voorrech„ „ten, gelijk vrijheid van lasten voor eenige Iaaren, en vrije oeffening van Godsdienst „toegestaan blijkens onse resolutien van den 31. Maij en 9' October, waar bij wij hun nog teegens den intrest van ses p:r C=tos sjaars ter leen, hebben voorge„ schooten een bedraagen van twee duisend rd=s, ten einde zig daar door hier te kun„ „nen inrichten en om successive uit den 5 mme den vertier, van hun fabricq afbetaald te worden ze zijn reets hier aangekoomen en geeven door hun vlijtig werken de beste voor uitzigten. §566. wijl we ons oogmerk, om het planten van nelij op Cijlon in te voeren, volgens ons besluit van den 16. maij 1786. g'approbeerd bij uwen hoog Edelheeden gerespecteerde missive van den 17. ' 9ber, daar aan. 158. , niet hebben kunnen ter uitvoer brengen om dat we de ploeg =sineesen die daar toe was geemploijeerd kort daar aan, bij gebrek van mattroosen op t schip Zeeland hadden moeten plaatsen en we ook buiten dien daar toe onder de gecondemneerden geene ge¬ =schikte onderworpen gevonden hebben heeft de Gouverneur bij aan wiesen alhier van den heer de Benroust zijn verlangen te kennen gegeeven, dat eenige landbouwers van de kust kor¬ mandel hier mogten koomen stabillee „ren. De heer de Bonvoust 't zedert op de kust te rug gekeert, heeft aan den Gouverneur bedeeld, dat acht a tien famiciën van landbouwers, die eenige reeden 1 2438 reeden van ongenoegen hadden, geresol„ veerd waaren zich hier met er woon te koomen nedersetten onder zodanige voor„ waarden, als ze schriftelijk hadden op„ gesteld en overgegeeven. 1567. Bij de deliberatie over deese voorwaarden hebben we in aanmerking genoomen, dat deese luijden volgens het bericht vanden Heer Bonvoust onaangesien de reedenen van misnoegen die ze hebben, op geene andere Conditien zouden besluijten hun land te verlaaten; en dat Schoon ze 't eerste Jaar de Comp: wat souden kosten dit echter niet zoo hoog sal koomen te staan, als het onderhoud van de ploeg sineesen, die wel eerst daar toe wilden gebruiken; behalven dat het voorbeeld van deese Luijden somtijds van eene gunstige in fluantie op anderen Sou„ de kunnen sijn, t welk seekerlijk zeer wenschelijk is voor Ceilon daar nog soveele schoone landen woest leggen, die het alleen aan bebouwers ontbreeken, om vrugten voort te brengen En hebben we mitsdien en om dat we nedrig 6 den 2
English
humbly hoped that your Right Excellencies, who have been so good as to approve the employment of the Chinese plowmen, will not less favorably accept these reduced expenses, by which such an excellent benefit is to be obtained. As appears from our Resolution of the 5th current, Mr. Bonvoust was authorized to negotiate further with the aforementioned farmers on the basis of their offer and to transport them hither. We hope that they will arrive soon, and that we shall have just as much reason to be satisfied with their labor as we are with that of the weavers mentioned above. Section 568. The Jaffna servants have proposed to us to resume the land and tree registration in the Jaffna territory, which for some time could not be continued as had been done formerly, and lastly in the financial years 1754/15 and 1755/6, by way of renovating the thombo through the majorals and under-officials; because to do so according to the instruction in our resolution of 29 October 1785, mentioned in our respectful letter of 28 January 1786, required too much time and the Company would thereby remain deprived of the allocated benefit for too long. Likewise, that the female jaggery trees along the borders of the Vanni might, as of old, remain exempt from taxes, provided that the additional trees planted by the planters are bought up by the Company for 8 stuivers, because the inhabitants of that region paid no annual dues like those of the four Jaffna provinces; and that, in forming the new land thombo, the inhabitants of the aforementioned provinces and the inhabited islands might be granted a certain deduction on the compulsory delivery of the necessary wooden laths and olas for the repair of the churches, resthouses, and elephant stables, and for fodder for the elephants. Section 569. By resolution of 8 May past we granted all these propositions, as serving the benefit of the Company and of the inhabitants; but regarding the continuation of the land surveying simultaneously proposed by the servants, we instructed them to postpone that until the renovation of the land thombo according to their proposal should be completed. Section 570. Considering that many useless guard posts have been established in the Galle korle, which are manned by lascorins, whereby the Company was deprived of the service that these people could perform elsewhere with considerably more benefit, we charged Chief Administrator Sluijsken and Dissave Fretz, having served for several years as overseer of the Galle korle, by resolution of 11 August, to deliberate and provide their considerations as to whether some of those guard posts could not be withdrawn without causing any hindrance to the service. Upon their advice and designation, as appears from the resolution of 9 October, we withdrew five unnecessary guard posts, which are ordinarily manned by at least 1 aratchi and 6 lascorins. Section 571. The canal excavation undertaken in the Giruwapattu, having demonstrated the possibility and usefulness of this work, has prompted the inhabitants of the Weligam korle in the Matara district to propose a similar excavation, whereby the water from the river of Polwatte can be directed into that of Matara. They offered to work on it themselves and to bear all the costs thereof, only requesting that the Company have a dam built at a certain bridge, and grant some rush lands in compensation to those inhabitants on whose ground the excavation would fall. Upon the favorable report of the Galle servants that it would serve just as much benefit for the Company as for the inhabitants, that the Company need provide nothing more for the proposed dam than the materials, because the Moors of Weligam and the Weligam korle had offered to supply the necessary laborers for it, and that the requested rush lands were of little importance and yielded virtually no or very little profit, we decided by resolution of 9 October past to give our consent to all this. In order to assist the inhabitants so that this work may be properly planned and executed, we ordered the surveyor Toenander to survey the tract of land where the excavation must take place and to give the necessary instructions regarding it. For the execution of this useful work, however, nothing more than some preliminary arrangements have been able to be made thus far, and we shall not proceed any further with it until we know whether it meets with your Right Excellencies' favorable approval that it be done. Section 572. Because it has appeared that the mudaliyar of the Morawak korle, ever since the jaggery peelers who had been pressed into peeling cinnamon in the year 1778 were from
Dutch transcription
nedrig verhoopten dat uwe Hoog Edel„ heeden, die soo goed sijn geweest t'emploij van de ploeg sineesen goed te keuren deese mindere kosten, waardoor een soo„ uitnemende nut te verkrijgen is, niet min gunstig zullen gelieven op te nee„ men blijkens onze Resolutie van den V: C=te den heer Bonvoust gequalificeerd om met voorm: land bouwers verder op den voet hunner aanbieding te handelen en ze herwaarts te transporteeren. we hoopen dat ze spoedig zullen over komen, en dat we even so veel reeden sullen hebben, om met hun arbeid vergenoegd te sijn, als we het sijn met dien van de wevers hier vooren ge„ meld. §568. De Iaffanase bedienden hebben ons voor gesteld om de land en boombeschrijving in t Jaffanase gebied die sedert eenigen tijd niet heeft kunnen worden voortgesch zoo als eertijds was geschied, en wel het laast in de boek Jaaren 175 4/15 en 17. 2439 175 5/6. weder te laaten onder handen nee„ men, bij weege van renovatie der thombo, door de Majoriaals en ondereede, wijl om dat te doen naar het voorschrift bij onse re„ solutie van den 29. ' October 1785. vermeld bij onsen eerbiedigen van den 28. Jan: 1786. te veel tijds vereyschte ende Comp: daar door van 't bedeelde voordeel te lang ver steeken soude blijven: zoo mede dat de wijfjes jaager boomen aan den boord der wannij als van ouds, van belastingen mogten bevrijd blijven, mits dat de meerder aangeplante boomen door de planters van de Comp: worden afgekogt teegens 8. Stuijvers, om dat de inwoon¬ ders aan dien streek geene Iaarlijkse renten opbragten gelijk die van de vier Iaffanase provintien; en dat bij het formeeren van de nieuwe land tombo, aan de ingeseetenen van gem: provintien en de bewoonde eijlanden op de verpligte leveranti van de nodi„ ge houten latten en olas tot de repara„ tie der kerken, rusthuisen en Ele„ phants stallen en tot roeder voorde Elephanten seker afslag mogten — worden loij worden toegestaan. 1569. we hebben bij resolutie van den 8. Maij pass=o alle deese propositien, als strekkende ten voordeele van de Comp: en uit der ingeseetenen geaccordeerd dog nopens de teffens door de bedienden gepropo¬ neerde voortsetting van de meeting der landen hun aanbevoolen om dat uit te stellen dat de renovatie der land thombo naar den door hun gedaane voorstel, soude zijn afgeloopen: 1570. uit aanmerking dat er in de Gale korle veele nutteloose wachtposten ingesteld zijn die door laskorijns worden beset, en de Comp: daar door den dienst kwam te mis„ sen, die deeze Luijden elders en met vrij meer nut konden verrigten hebben wij bij resolutie van den 11 ' aug: den hoofd= administrateur Sluijsken en dessare Fretz als verschijde Jaaren den dienst van obsiender der Gale korle gefun„ „geerd hebbende opgedragen, om te over„ leggen en van hunne Consideratien te dienen off niet eenige van die wacht¬ posten souden kunnen worden ingetrok „ken sonder eenig hinder aan den dient toe - 2440 toe te brengen, en op hun adries en aan „wijsing, hebben we, blijkens resolutie van den 9 8b=r vijf onnoodige wachtposten. die ordinair met ten minsten 1. Rangaan en 6. Laskorijns worden beset ingetrokken. §571. De ondernoomene doorgraaving in de giroe waijs, de mogelijkheid en nuttigheid van dit werk aan den dag gelegd hebbende, heeft sulks de ingeseetenen van de Bel„ ligam korle in t Maturees district op gewekt, om eene diergelijke doorgraaving waar door het water uit de Rivier van Polwatte in die van Mature kan geleijd worden te proponeeren. zij booden aan selfs daar aan te arbeiden en alle de kosten daar van te draagen alleen ver„ zogten ze dat de Comp: een beer aan zeekere brug wilde laaten maaken, en aan sulke ingeseetenen, op wier grond de voorgraving soude vallen, eenige bies„ „landen in vergoeding afstaan. we hebben op de favorablle voordragt van de Gaalse „bedienden, dat het tot even veel nut sou„ de Strekken voorde komp:, als voor de ingeseetenen, dat de Komp: tot de voorgestelde beer niet dan de materialen behoefde te verschaffen wijl de mooren van ele wij van Belligam ende Belligam Koole hadden aangebooden, daar toe het ben digde arbeijdsvolk te Leeveren en dat de verzogte bieslanden van wijnig belang waaren,oftzi waij¬ # g waan, en genoegsaam geen off zeer wijnig voordeel aanbragten bij resolutie van den 9 8ber Passato besloot tot het een en ander onse toestemming te geeven, en om de ingeseetenen te recht te helpen, op dat dit werk wel aangelegd en uitgevoerd word, hebben we den Land meeter toenander gelast, de landstreek waar de door Graaving moet geschieden. op te neemen, en daar omtrent verder de nodige aanwijsingen te doen, Tot de uit¬ voering van dit nuttie werk, hebben in tusschen tot nog toe niet dan eenige voorloopende schikkingen kunnen worden gemaakt, en we zullen ook daar meede nu niet verder voortgaan, tot dat we weeten of het van uw Hoog Edel heeden gunstige Goedkeuring zij dat het geschied. 1572. wijl het gebleeken is dat de modliaar van de Morrua Korle sedert dat de Jagereros, die in het Jaar 1778. tot het schillen van Canneel waaren geprest, van
English
Section 573. The Modliaar had collected from those who had been excused from that work for up to three years the quantity of iron that they had formerly been obliged to deliver annually to the Company, which obligation we, according to the report in our respectful letter of 28 January 1780 on the aforementioned matter, had revoked by our resolution of 26 January 1779. Upon the proposal of the Matara officials, the Galle servants resolved not only to reintroduce the aforementioned obligation, amounting to 675 lb of iron annually, but also to compel the aforementioned Modliaar, who had not accounted to the Company for the three-year obligation he had collected, to do so, and furthermore to sentence him on that account to a fine of 25 rixdollars for the benefit of the Matara Diaconie. We approved this disposition of the Galle servants by our resolution of 11 September last. Commandant Nagel has made known that the inhabitants of the Wannij simultaneously have three to four women in marriage, whom they abandon again at their pleasure, and that the women do likewise, which gives rise to many disputes concerning the division of estates, requesting that we might make the necessary provision against this. Consequently, as appears from our resolution of 12 July, we sent to him the advertisement of 5 June 1773, in which the prohibited degrees of marriage are indicated, in order to be published and affixed in the Wannij, with orders nevertheless not to conduct any investigation into the past unless necessary, and only when complaints were lodged concerning it, and that in this case he should manage matters in such a way that the inhabitants were gradually guided to conduct themselves in their marriages in accordance with our institutions. Section 574. Upon the request of the farmers in the Wannij to supply them with the necessary seed corn so that they might sow their fields, since they had none of it left, having lost their previous harvest due to the severe drought, we authorized Commandant Nagel, pursuant to the resolution of 31 August, upon his assurance that this could be done without fear of loss, since it is repaid when the harvest turns out well, whereas otherwise the fields would have to remain unsown and the Company would lose its tithe rights, to lend up to two thousand parras of nelij to the inhabitants for seed corn. Section 575. Pursuant to our resolution of 19 April, the Korle Pattoe in the Battikaloa territory has since been surveyed by the Sergeant and former Postholder at Vendeloose Bay, following the proposal made for that purpose by the Battikaloa servants. The servants have transmitted the report thereof to us, with some proposals to place the administration of the land on a better footing, since the arable lands there were incomparably more fertile than in the Battikaloa district, without the Company having yet derived the slightest benefit from it, although they declared they did not know the reason why, after the Company had conquered it, the obligation of the tithes of the crop and of the oelij service were not introduced in that district. However, as this matter required a closer and clearer investigation in order not to err in the arrangements to be made in that regard, we provisionally appointed another head over the aforementioned district, pursuant to the resolution of 11 September, and suspended further disposition until the receipt of a more complete report. Section 576. The Battikaloa servants having resolved to have surveyed the mountain ranges belonging to the province of Akkrepattoe, which according to incoming reports are said to be a considerable, extensive, and fertile tract of land bordering the country of Ouwa and inhabited by Sinhalese and Veddas, where they abundantly harvest neli and other grains, and where much wax is also gathered, the revenues of which the head of Akkrepattoe had hitherto collected because the previous chiefs were mistakenly informed that the greater part of that tract of land lay within the King's limits, we approved this resolution by our resolution of 9 October last. Section 577. Speaking of Battikaloa, we cannot fail to do justice here to the chief, the Junior Merchant Burnat, by testifying of him with praise that through his untiring zeal for the promotion of agriculture in that district he has made himself highly deserving. The Company's dues in the Battikaloa district amounted this year to 27,801 parras, which is unprecedented, and he gives us well-founded hope that, through the good order introduced by him in that district, this year
Dutch transcription
2„142 §. 573: De van dat werk zijn geexcuseerd, tot drie Jaaren toe, van hun had ingevorderd de quantiteijt ijzer, die ze te vooren verpligt waaren geweest aan de Comp: Jaarlijks te leeveren, en wel„ „ke verpligting we, volgens het bedeelde bij onsen eerbiedigen van den 28. ' Jann: 1780. ter zaake voorsz: bij onse resolutie van den 26. Januarij 1779. hadden ingetrokken. hebben de Gaalse bedienden op den voorstel van dien van nature beslooten, niet alleen de voorsz: verpligting, bedraagende s jaars 675. lb ijzer, weder te introduceeren, maar ook den voorsz: Modliaar die de inge„ vorderde drie saarige verpligting aan de Comp: niet had verantwoord, daar toe te noodsaaken, en hem boven dien der wee„ gens te Condemneeren in eene boete van 25 rd=s ten behoeve van de Matureese Dia„ conie, en deeze dispositie van de Gaalse bedienden, hebben we geapprobeerd bij onse resolutie van den 11 7ber Passato. Commandant Nagel heeft te kennen gegeeven dat de ingeseetenen van de wanni teffens 3 „ 4. vrouwen ten Huwelijk hebben die ze na Goedvinding weeder verlaaten, en dat de vrouwen het meede zoo doen, waar door er veele verschillen over de deeling der nalaaten„ schappen ontstaan, met verzoek dat we daar teegen de noodige voorsiening mogten doen En we hebben mitsdien blijkens onse reso„ „lutie kort le bij 1 t te g van 776 176 cutie van den 12. Iulij, 't advertissement van den 5e Junij 1773. waar bij de verbondene Graaden in de huwelijken worde aangeweesen. aan Hin toege„ sonden om in de wannij te worden gepubli„ ceerd en geaffigeerd met last nogtans om geen andersoek te doen op het voorleedenen buijten noodsaakelijkheid, en niet dan wanneer daar over klagten wierden ingebrag en dat hij in dit geval het sodanig moest zi te schikken dat de ingeseetenen gaande weg daar heenen wierden geleid, om zich in hun „nen huwelijken te richten, overeenkomstien met onse Insettingen § 574. op t verzoek van de landbouwers in de wan „nij om hun 't noodige zaad koorn te Lee„ veren, ten eijnde hunne velden te kunne besaaijen, wijl ze daar van niets over nad„ „den, als hebben hun voorige Oogst door de swaare droogte verlooren, hebben wij op de verzeekering van den Commandant Nagel dat dit buijten beduchting voor schaade kon geschieden, wijl het, wanneer de Oegst wee uitraed, weder word geresti„ „tueerd, daar andersints de velden onbe„ saaijd souden moeten blijven, en de Comp: haare tiende geregtigheid soude verlie„ „sen, blijkens resolutie van den 31. aug: denselven gequalificeerd, om tot twee duisend parras nelij toe, aan de ingeseetenen tot 2442 tot zaad kooren uitteleenen § 575. De korle pattoe in 't Battikaloase gebied, is op de daar toe gedaane propositie door de Batti„ kaloase bedienden blijkens onse resolutie van den 19. april, t seedert door den Ter„ geant en geweesen Posthouder aan de vende„ loose baaij opgenoomen, en hebben de bedien„ den ons 't rapport daar van overgezouden, met Eenige propositien aan 't Landsbestier op eenen beeteren voet te brengen wijl de saaijlanden aldaar ongelijk vrugtbaarder waaren, dan in het Batticaloasen sonder dat de Comp: daar van nog 't geringste voordeel had getrok„ ken, hoewel ze betuigden, der reeden niet te weeten waar om in dat landschap, nadat de komp: het geconquesteerd had, niet zijn ingevoerd de verpligting van de tien„ den van 't gewasch, en van den Oelij dienst, wijl echter dit stuk een nader en duijdelij¬ ken ondersoek vereijschte, om in de Schikkin¬ „gen, die daar omtrent moeten gemaakt worden, niet mis te tasten, hebben wij bij provisie, blijkens resolutie van den 11. 7ber een ander hoofd over 't voorsch: Landschap aan„ gesteld, en de verdere dispositie gesurcheerd, tot den ontfang van een volleediger bericht„ §576. De Batikaloasche bediendens beslooten Heb„ „bende, om de Gebergtens die aan de provin„ tie Akkrepattoe gehooren en volgens ingekoo¬ ^memen van zee s ne tot =mene berigten eene aanzienelijke uitgestre „te en vrugtbaare Landstreek soude zijn Grensende aan t Land van ouwa en bewoon door singaleesen en weddassen, te laaten opneemen. wij ze overvloedig neli en andere graanen gaeren, en er ook veel waks ingesaa„ meld word, waar van t hoofd van Akkrepa „toe tot nog toe de revenuen hadden getrok„ „ken door dien de voorige opperhoofden kwaa lijk waaren onderrigt, dat 't groots te gedeel¬ „te van die land streek, binnen s' Konings Limieten geleegen was; hebben we dit besluit g'approbeerd, bij onse resolutie van den 9 October Jongst Leeden § 577. van Battikaloa spreekende kunnen wij niet voor bij om aan het opperhoofd den onder„ koopman Burnat het regt te doen van hier van hem met Lof te moeten getuijgen, dat hij door sijnen onvermoeiden sever ter bevordering van de landbouw in dat Landschap zig ten hoogsten verdien„ stelijk heeft gemaakt. s Comps geregtig heid in het Battekaloase heeft dit Iaar bedraagen 27801. parras het geen buijten voorbeeld is, en hij geeft ons ge¬ gronde hoop dat het door de goede ordre in dat Landschap door hem ingevoerd, dit Jaar
English
year will turn out even better. We have hereby been enabled to provide Trinkonomale for a large part with the necessary grains, using this paddy received at Battikoloa and a parcel of paddy which we caused to be purchased there further. Private individuals have also exported a parcel of paddy from the Batticaloa region to Trinconomale for the convenience of the community there, and the entire quantity of paddy exported thither amounted to six hundred lasts. In order to arouse the inclination of the farmer there more and more, we have, upon the proposal of the said chief, resolved to allow the inhabitants the free exportation of grains to Trinconomale and Jaffana for as long as the price of the paddy there does not rise higher than 15 stivers per parra. § 578. Regarding the remaining items relating to this main section, we take the liberty, on account of their lesser importance, respectfully to refer to our resolutions of the 9th, 16th, and 18th of January, 6th of March, 5th of April, 1st of June, 12th and 20th of July, 17th of September, and 19th of October. The Presents. § 579. Those which had to be made to the native chiefs, to the land regent of Tirnebelli, and to the chancellor of the Teuver, are reported in our resolutions of the 6th of March, 12th of April, 2nd of August, and 6th and 29th of October. § 580. We take the liberty, according to custom, to place hereunder a brief statement of the amount of the presents account for the most recent financial year. Here: To the King of Kandia - - - - ƒ 23083. 1. To the Company's envoy and scribe - . . . ƒ 2052. 9. To the Kandyan envoys and retinue - - ƒ 9885. 16. To the Maldivian Sultan . . . . . . . ƒ 113. 24. Total: ƒ 35134. 10. At Jaffanapatnam: The elephant servants . . . . . . ƒ 3669. 11. At Gale: To the Maldivian Sultan . . . . . . . ƒ —. —. At Tutukorijn: To the merchants on the first day of the year - - - - ƒ 1242. —. 8. To the land regent of the Madura lowlands ƒ 230. 5. — To the chancellor of the Teuver . . . . . . ƒ —. —. — To the King of Trevankoor . . . . . . ƒ —. —. — ƒ 1472. 5. 8. At Trinkonomale: To the Tamblegam and Koetjaar chiefs ƒ —. —. Together: ƒ 40276. 6. 8. In 1785/6 the presents amounted to . . . . . . . ƒ 57564. 9. 4. Thus the last year less . . . . . . ƒ 17288. 2. 4. Foreign Nations. § 581. Whereas the Right Honorable the Gentlemen Seventeen, upon the report made by us to the same in letters of the 18th of March 1786—stating that, upon the assurance of some captains of French royal vessels and of the government of Pondicheri that a further arrangement had been made between the respective governments in Europe regarding the continuation of supplies to the royal vessels, we had resolved provisionally and until further clarity should be obtained in that regard, to cause all royal vessels to be provided with what was needed—have been pleased to observe in their most respected dispatch of the 28th of December 1786 that no such arrangement exists, and that, just as the credit given to the French had taken its origin from the circumstances of the war, it was therefore self-evident that, now that the cause for granting that credit has ceased, the same can at present no longer take place; we therefore resolved on the 6th of December last to allow only the supplies that were then being made at Trinkonomale to His Majesty's ship Astrea to continue on the former footing, but otherwise in the future to make no other supplies to the French vessels than only such without which they would not be able to continue their voyage and which, consequently, could not be refused without giving offense; and to give notice thereof in the most appropriate manner to the government at Pondicherij, with the request to inform the captains of His Majesty's ships of this so that they may guide themselves accordingly in the future. § 582. Meanwhile we have sent to the Netherlands with our latest return ships, De Doggersbank and Dordrecht, two bills of exchange drawn by the government of Pondicherij on the Royal Treasury of the Navy and Colonies in Paris, the one amounting to forty thousand and the other to ten thousand livres tournois, which were transmitted to us to serve in reduction of the supplies which, according to what was communicated in our respectful dispatch of the 30th of January last, were furnished to the agent, Mercier; and the remainder of these supplies has been refunded here in cash into the Company's treasury by the said agent, as appears from the resolution of the 14th of December last. § 583. Of the remaining supplies successively made to the royal vessels, both on Ceylon and at Koetsien and Soeratta, the account was closed under date of the 15th of December last and sent to Pondicherij with a balance amounting to ƒ 15243. 19. —, and we requested the government there to provide us with bills of exchange for it for transmission to the Netherlands. A copy of the said account accompanies the appendices hereof for the esteemed inspection of Your Right Honors, and we shall send the bills of exchange that we are to receive for it to Europe with the ship De Maria. Private Navigation and Trade. § 584. Yielding no matter for discussion, we proceed to The Servants. § 585. According to what was communicated in our respectful dispatch of the 30th of January last, § 311 and 312, that we intended to establish a Company's country militia of the Javanese children born in this country, we have, by resolution of the 15th of February, qualified the son of the deceased Captain Sassera Ningare, who had offered to carry out the recruitment for it,
Dutch transcription
2443. Iaar nog beeter uitvallen zal we zijn hier door in staat gesteld Trinkonomale met deeze te Battikoloa ingekomene nelij en met een Parthij nelij die we daar nog hebben doen inkoopen, voor een groot gedeel„ „te van de nodige graanen te voorsien Particulieren hebben ook een Parthij nelij na Trinconomale uit het Battikaloase uitgevoerd tot gerief van de Gemeente aldaar en heeft de geheele uitgevoerde quantiteid nelij aldaar bedraagende ses hondert Lasten om de lust van den Landbouwer aldaar meer en meer op te wekken, hebben we op de voordragt van gem: opperhoofd beslooten aan de ingeseetenen toe te staan den vrijen uit„ voer van graanen na Trinconomale en Jaffana tot zoo lange de prijs van de nulij aldaar niet hooger stijgt dan 15. Str: de parra. § 578. Nopens de overige posten relatie hebbende „tot dit hoofddeel; neemen wij de vrijheid mits de mindere aangeleegendheid daar van ons Eerbiedig te refereeren aan onse resolutien van den 9e: 16en 18: Januarij 6 maart, 5 april 1 Junij, 12 en 20' Julij 17 7=ber en 19' October. aa pa waa deel s niet tig aar De Geschenken. § 579. die aan de inlandsche roosten, aan den landregent van Tirnebelli en den Cancelier van den Teuver, hebben moeten worden gedaan, zijn „meld bij onse resolutien van den 6. maart 12 april 2. augustus en 6' en 29e' & ber §580. wij gebruiken de vrijheid om waar gewoonte eene korten aanwijsing van het beloop der reekening van Schenkagie en t Iongste boekjaar hier onder te Plaatsen Alhier. Aan den koning van kandia - - - - ƒ23083. 1. „ sComp: Gesant en schriba - . . . „ 2052. 9. „ de Candiase gesanten en gevolg. - - „ 9885. 16 — „den Maldirosen Sultan. . . . . . . „ 11324. Telt. ƒ 35134. 10. Te Iaffanapatnam de Eliphants bedienden. . . . . . „ 3669. 11. te Gale „ de Maldivisen Zultan. . . . . . . „ —„ — Te Tutukorijn „de kooplieden op den eersten dagr van 't Iaar - - - - ƒ1242„—8-„ den landregent der Ma„ „dureesen beneeden landen „ 230„ 5„ — den Cancelier van den 't teuren. . . . . . „—„—„— „ den Koning van trevankoor„ —„—„— „1472„5„ 8. te 9 2444 te Trinkonomale aan de Tamblegamse en koetjaarse hoofden„ „—„ in 1785/6. bedroegen de Geschenken. . . . . . . „ 57564„9„ 4. Dus het Laatste Iaar minder. . . . . . ƒ17288. 2. 4. Vreemde Natien. §581. Vermits de wel Edele Hoog Achtbaare Heeren Zeven„ tienen, op het door ons aan hoog deselven, bij brieven van den 18 Maart 1786, gegeeven berigt, dat we op de verseekering van eenige Capiteins van franse konings scheepen, en van het gouvernement van Pondicheri, dat in een na„ der arrangement tusschen de wedersijdsche gouvernementen in Europa was gemaekt weigens de Continuatie van de verstrekking aan de konings scheepen, beslooten hadden om bij Provisie en tot dat men daar omtrent nader soude Gelucideerd weesen, aan alle konings scheepen het benodigde te laaten ver„ strekken, bij hoogst den zelven seer gerespec¬ „teerde missive van den 28' xber: 1786. hebben Gelieven aante merken dat er geen sulk een avangement, Plaats heeft en dat gelijk het gegeeven Credict aan de fransen, sijn oorsprong genoomen had uit de omstandigheeden van den Oorlog, het dus van zelfs sprak, dat nu de oorsaak van die Crediet geeving ophoud ƒ „ te saamen. . ƒ 40276„ 6„ 8. de g gent 83. 1. 2.9. 885. 16 — 13. 24. 34. 10. 69. 11. 052 08 „5„ 8. §582. deselve tans niet meer plaats kan hebben, zoo hebben we op den 6 December Pass=to beslooten om alleen de verstrekkingen, die te Trinkono„ male aan s' Konings schip Astrea toen gedaan wierden, op den voorigen voet, te laaten Conti„ nueeren doch voor 't overige in den aanstaan de, geene andere verstrekkingen aan de franse scheepen te doen, dan alleen soda¬ nige fonder de welke ze hunne rijse niet zouden kunnen vervorderen en die men mits dien, sonder aanstoot te geeven, niet souden kunnen wijgeren en daar van op de best voegelijkste wijse aan 't gouvernement te Pondicherij kennis te geven met ver„ zoek om de Capiteins van s konings scheepen daar van te informeeren op dat ze zig in t vervolg daar na mogten nichten. In middens hebben we, met onse laatste retour„ „scheepen De Doggersbank, en Dordrecht nu Neederland gesonden twee wissel( door het Gouvernement van Pondicherij getrok ken op de koninglijke tesaurie van de Mari¬ ne en de Colonien te parijs, de eene groot veertig duisend ende andere tien duisend Livres tournois, die ons zijn toegesonden om te dienen, in mindering van de verstrek„ kingen, die volgens het bedeelde bij onsel = Eer„ 2445 Eerbiedigen van den 30 Januarij pass=o, aan den agent, Mercier zijn toegesonden, en 't restant van deeze verstrekkingen is door gemelde agent, blijkens resolutie van den 14 december S. Leeden alhier Contant in s Comp: kas gerestitueerd. § 583. van de overige verstrekkingen, successive gedaan aan de konings scheepen, zoo wel op Ceijlon als te koetsien en soeratta is de reekening afgeslooten onder dato 15 ' xber: pass:o met een Saldo groot ƒ 15243. 19. - na Pondicherij geson¬ „den, en we hebben het gouvernement aldaar versogt om ons daar voor wissels te besorgen ten versending na Neederland eene Copij van Gemelte reekening verseld de bijlaagen dee¬ ses, ter geerde speculatie van uwe Hoog Edelheeden en we zullende wissels die we daar voor staan te ontfangen met het schip de Maria na Europa senden. De Particuliere vaart & Handel § 584 gelge stoffen tot verhandeling geevende, gaan we over De Dienaaren. § 585. volgens het bedeelde bij onsen Eerbiedigen van den 30' Ianuarij pass=o § 311. en 312. dat we voornee„ „mens waaren eene Comp: land militie Opte„ richten, van de Iavaanse kinderen hier te lande Gebooren, hebben wij bij resolutie van den 15 febr:, den zoon van den overleeden Capitein Sassera Ningare, die aangeboo¬ den had de werving daar toe te doen, gequa„ =lificuerd n Zoo aan tour„ tot. er„ E
English
qualified to recruit 100 men, and we then appointed him captain over them, and took the other officers from other Eastern Companies; however, this recruitment has had no effect, because no one wanted to engage on conditions other than those of the Ordinary Eastern troops. Section 586. Because the master blacksmith at Trinkonomale, who at the same time has oversight over the armory, now that this administration involves a greater workload and that there is also much to do in the smithy, both due to the large garrison and on account of the labor on the fortifications, cannot possibly look after everything properly on his own, we have, upon the recommendation of the servants, decided by resolution of the 12th of July to assign him a master journeyman for his assistance. Section 587. The servants at Gale have represented to us in their letter of the 19th of August that the copious writing work at the secretariat there, and particularly in the Department of Justice, caused ceaseless occupations which, with the number of scribes determined in the year 1784, could not well be performed, because frequently two or more of them, exhausted by the continuous writing, fell ill and were unable to work for that period, with the request therefore that at least a couple more scribes might be added to the aforementioned secretariat. As appears from the resolution of the 27th of August, we have granted this request, and added two more scribes to them for the Secretariat; nevertheless, the number of scribes at the Gale secretariat remains two short of what the regulation allows for it. Section 588. The captain of the infantry, Saul François, Count de Bonneval, who came out in the year 1786 with the ship De Draak, has requested that his wages might be credited to him from the date of the signing of his commission; but because we have received no instructions regarding this from the Netherlands, we have decided by resolution of the 4th of September to provisionally let him receive his wages, according to the constant custom, from the day that he sailed from Texel, and to submit the remainder of his request to the disposition of Your High Mightinesses, as we have the honor to do hereby. Section 589. The Trinkonomale servants have submitted to us the request of the ordinary pyrotechnist there, Jacob Carstens, to be promoted to Lieutenant of the artillery, in consideration of the fact that he was already advanced to his present quality on the 5th of June 1777; and we take the liberty, pursuant to our resolution taken to that end on the 9th of October, humbly to present this request to Your High Mightinesses. Section 590. The currently acting pay-transfer clerk, Rutgerus Kriekenbeek, whom we proposed as such for confirmation to Your High Mightinesses in our respectful letter of the 27th of November 1786, has shown to us by a petition, the original of which is among the enclosures, that he has not yet been approved in that post, and has consequently requested, in consideration of the fact that he has been serving the Company since the year 1748 and for more than 22 years as a bookkeeper, first holding the office of sworn clerk and subsequently that of Secretary to the Council of Justice, that we be pleased to recommend him further to Your High Mightinesses, so that he, who as an old servant of the Company had flattered himself that he would attain some promotion in the service, might through Your High Mightinesses' goodness be confirmed as pay-transfer clerk and, in order to obtain the associated quality and wages of junior merchant, be proposed to the Gentlemen Majors. The pay-bookkeeper Holst, in an address which is likewise enclosed in the original, supported the request of the aforementioned Kriekenbeek, who has already performed the service of pay-transfer clerk for a year and a half to satisfaction, with his urgent representation, since there are no other unassigned junior merchants currently on Ceylon than Hendrik Anthonij Johnson and Hendrik Willem Franke, who have freshly arrived from Europe and neither of whom is suited for it, especially now that the pay work has increased so considerably. Your High Mightinesses were indeed pleased to reply in a most esteemed missive of the 1st of May to our aforementioned recommendation of Kriekenbeek, that we must adhere to the orders, and in accordance with them place the unassigned junior merchants into vacant junior merchant posts, and that this should also be observed regarding the service of Pay-transfer clerk at Colombo; but because the junior merchant Jan Jacob Augier, whom we appointed as Secretary of Justice here upon the transfer of the Junior Merchant Jan Jacob David De Estandau as fiscal to Gale, which office Kriekenbeek held previously and when he was promoted to pay-transfer clerk, has since been approved in that post by Your High Mightinesses in a most respected missive,
Dutch transcription
lificeerd om 100 koppen aan te werven, & we „kapitain senden hem dan daar over tot „ aangesteld en de verdere officieren uit andere Oostersche Comp: genoomen hebben, maar deeze aanwerving heeft geen gevolg gehad, wijl zich niemand wilde engageeren op andere Conditien aan die der Gewoone Oostersche troupen- § 586 wijl de baas der Smeeden te Trinkonomale, die teffens het opsigt heeft over de waapenkaamer is nu dat deese Administratie van Grooter omslag is, en dat 'er ook veel op de Smits winkel te doen valt, zoo door het groot quar„ nidoen als weegens den arbeijd aan de forti„ „ficatien, niet mogelijk alleen alles naar behooren kan gaade slaan, hebben we op den voordragt van de bedienden, bij resolutie van den 12 Iulij beslooten hem een meester knegt tot zijne Assistentie toe tevoegen, 1587. De bedienden te Gale hebben aan ons bij hun„ „nen brief van den 19 aug: vertoond, dat het menig vuldig schrijfwerk ter secretarij aldaar, en wel voornaamentlijk in t depar„ tement van de Justitie, & en ophoudelijke Besigheeden gaven, die met het in Ao. 1784. bepaald getal van Schribenten, niet wel konden verrigt werden, wijl dikwijls twee en meer daar van door het geduurig schaij ven afgemat, ziek wierden en voor dien tijd niet werken konden, met verzoek der 2446 derhalven, dat ten minsten nog een paar schri„ benten aangem: secretarije mogten worden toe gevoegd; we hebben blijkens resolutie van den 27 aug: dit verzoek g'accordeert, en hun nog twee schri „benten voor de Secretarije toegevoegd. blijvende niet temin 't getal der schribenten ter gaalse secretarije nog twee stuks minder, dan het regle¬ „ment daar voor toe staat/. 5588. De Capitein van de infanterij Saul françois Grave de Bonneral, die in het Jaar 1786. met t schip De Draak is uitgekoomen heeft verzogt dat aan hem zijne gagie mogte worden goedgedaan, van den datum der teeke„ „ning zijner Commissie, maar wijl we„ derweegens geen aanschrijvens uit Nederland hebben ontfangen, hebben we bij resolutie van den 4 7ber beslooten, aan hem bij Provi„ „sie volgens het Constant gebruik, zijne Gagie te laaten goeddoen van den dag aff dat hij uit Texel geseijld is en 't verdere van sijn verzoek te brengen ter dispositie van Uwe Hoog Edelheeden, gelijk wij de eere hebben dat bij dezen te doen. §589 De Trinkonomaalse bedienden hebben aan ons voor„ gedraagen t' verzoek van den ordinaire vuur wer„ ken aldaar Iacob Carstens, om uit aanmer„ king dat hij reets den 5e: Junij 1777. tot Sijne presente qualiteit is geadvanceerd, te moogen worden bevorderd tot Luitenant der artillerij en wij Gebruijken de vrijheid ingevolge ons daar toe genoomen besluit op den 9:' 8b=er dit ver„ Loek de wilde der kaamer ar„ to der =zoek aan Uwe Hoog Edelheeden nedrig voor „te stellen § 590. De tans fungeerende zoldij overdrager Sustinus Krie„ „kenbeek, die we als sodanig ter bevestiging aan uw Hoog Edelheeden hebben voorgesteld bij onsen Eerbiedigen van den 27:e 9ber 1786. heeft aan ons bij een request, dat in orgineel onder de bijlaagen gaat, vertoond, dat hij nog niet in dien post is, geapprobeerd en heeft mitsdien verzogt om uit aanmerking dat hij sedert A=o 1748. de Comp: dient en ruim 22. Jaaren als boekhouder, Eerst het Ampt van gesw: klerk en vervolgens dat van Secretaris bij den raad van Justitie heeft bekleed hem nader aan uwe Hoog Edelheeden te willen voordraagen, op dat hij die als een oud die naar van de Comp:, zich gevlijd had eenige bevorde„ ring in den dienst te zullen verwerven door uwe Hoog Edelheedens goedheid, als soldij ovendrager bevestigd en ten verkrijging van de daar toe staande qualiteit en gagie van onderkoopman aan de Heeren Majores voorgedraagen mogte worden. de soldijboek houder Holst heeft bij een addres t welk meede in orgineel onder de bijlaagen gevoegd is, 't verzoek van gem: Kriekenbeek, die reets ander halff Iaar den dienst van soldij overdraager ten genoegen heeft waargenoomen met zijne instantie ondersteund, wijl er geene andere 2447 andere ledig loopende onderkooplieden thans op Ceijlon zijn, dan Hendrik Anthonij Johnson en Hendrik Willem Franke, die kersvers uit Europa gekoomen sijn en geen van beiden zig daar toe schikt, voorna„ mentlijk nu dat 't solaij werk zoo aan„ merktelijk is, vermeerderd Uwe Hoog Edel„ heeden hebben wel, bij zeer GeEerde mis„ „sive van den 1. Maij, op onsen gedaanen voordragt van gem: kriekenbeek 559 ge„ „lieren te andwoorden, dat we ons moeten hou„ den aan de ordres, en Conform deselve de leedige loopende onder kooplieden Plaatsen in open vallende, onder koopmans posten, en dat dit ook diende geobserveerd te worden, omtrend den dienst van Soldij overdrager te kolom„ „bo, maar wijl den onderkoopman Ian Jacob Augier, dien we bij de verplaat„ „sing van den Onderkoopman Ian Jacob David De Estandau als fiskaal na Guali„ hebben aangesteld tot Secretaris van Justitie alhier, welke bediening krie„ =kenbeek te vooren en toen hij tot soldij overdraager is bevorderd, heeft bekleed, door Uwe Hoog Edelheeden 't sedert in dien Post is geapprobeerd bij zeer gerespecteerde mis voor aan naar n n dere