Inventory 3791
Ceylon · 822 pages · 148 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
for a sum of well over 20000: rd=s in jewels under Council Member Johnson, as also by the same governor for a like purpose and understanding was done of pag: 2502: 5: in silverware. — § 440: Among the aforementioned jewels according to the inventory sent to Ceylon by the Batavia Orphan Chamber of the estate of the aforementioned van Vlissingen, a part having belonged to the sister of the mother of the aforementioned van Vlissingen, married to the captain of the regiment of Luxemburg, Des Roques, and the said captain having requested that the said widow might compensate him for the value of the said jewels or else that he might be allowed a sum of 6000: rd=s in reduction of his claim, it surprises us that the Ministers have complied with this request by granting the latter, since, in our opinion, they could and should have referred the said captain to the English Government with his claim. — The money to Captain Des Roques as well as the money to the bookkeeper Adamsz mentioned in the following paragraph below, was paid to the agents of the surviving widow of the governor van Vlissingen from the proceeds of the pledged jewels that were sold at Madras and remitted hither, by these —. § 441: The same is said regarding the sum of 4000 rd=s which the said widow of Vlissingen was also authorized to pay out to the aforementioned bookkeeper Adams as married to a certain Johanna Catharina Steenhuysen, whose jewels had also been pledged by the said van Vlissingen in the manner described above. § 442: Then, it did not appear very clear to us what was prescribed in your advices of 31: December that the 25563: 6: 5: pagodas paid to the English out of his private purse by the late governor van Vlissingen on account of the deficit in the main treasury had been left for the account of his estate, as that sum does not agree with the one mentioned hereinbefore in §: 439: unless this was not the principal sum, but solely what had to be made good in jewels, for lack of ready money, by the repeatedly mentioned van Vlissingen to satisfy the same. § 443: Indeed, the entire contents of the 109th paragraph of your aforementioned advices, wherein one has tried, as it were, to present several matters to us at once in summary, is so defectively arranged that it can by no means serve to give us, as is proper, a clear understanding of what was negotiated between you and the Ministers. And since a similar, not very suitable manner of writing has appeared to us among other main sections of these your direct advices, we would rather see that one refrains from the same in the continuation and, without being too verbose, nevertheless gives a fitting expansion to the matters that must be brought to our knowledge. § 444 In that same crowded report we find mentioned, among other things, that of the remaining administrators, the Mint Master Accama had not accounted for himself sufficiently, and that order had been given by the Secret Committee to detain the said Accama at Coromandel, as he otherwise intended to depart from there on a French ship for Europe. However, it is only by adding hereto what we have found reported in your secret letter of 10: December 1784: to the governor and the Secret Council, that we have been able to form a clear idea of what occurred regarding the said Accama. § 445: The same having actually arrived here in this country, we suppose that the order of the Ministers to the remaining Council Members at Nagapatnam, mentioned in the secret letter of 11: September 1784:, to demand from the said junior merchant Accama a sufficient accounting of his administration, and furthermore a specific account of those moneys which he himself admitted having had in his possession upon the surrender of Nagapatnam, supported by authentic proofs, and in case the aforementioned Accama should not be capable of doing so, then not to let him depart, we say that that order will not have been received in time by the said Council Members. — § 446: Nevertheless, as the said Council Members will probably not have been ignorant that, according to an account of the former secretary and cashier Stoffenberg, whereof mention is made in the Ministers' secret missive of 19: March, the aforementioned Accama must still account for 600: new pagodas, 4300: Januars
Dutch transcription
voor een som van ruijm 20000: rd=s aan Juweelen onder het Raadslid Johnson, zo als ook door den zelven gouverneur ten gelijken eijnde en verstanding was gedaan van pag: 2502: 5: aan zilver werken. — § 440: Onder de voornoemde Juweelen vol„ „gens de door de Bataviasche weetka„ Het geld aan kapritein Des Roques zoo wel als het geld aan den boekhou„ nier van de nalatenschap van der Adamsz vermeld bij de hier onder voorm: van vlissingen gemaakte volgende paragraaff, is uit het gepro„ flueerde vande verstande Juweelen die en naar Cijlon overgesondene Jnventa„ te Madras verkogt sijn, en herwaarts is, ris een gedeelte hebbende toebehoord aan de met den kapitein van het re„ overgemaakt, aan de zaak besorgers giment van Luxanburg Des Pro„ van de nagelaatene weduwe van den gouverneur van vlissingen door „ques getrouwde suster van de moe„ deeze betaald —. „duwe van gemelde van vliessingen en door gem: kapitein versogt zijnde dat deselve weduwe aan hem mog„ te vergoeden de waarde van voor fij„ de Juweelen of anders, dat aan hem mogt worden toegestaan een som„ ma van 6000: rd=s in mindering sijner vordering verwondert het ons, dat de Munisters in dit ver„ zoeken sijn getreeden door het laaste van deselve toetestaan, dewijl zij, onses bedunkens, ge„ „melden 2322 melden kapitein naar de Engelse Regeering met sijne vordering had„ „den kunnen en behooren overtewij„ „sijn. — § 441: Het zelfde zij getegd omtrent de Lom van 4000 rd=s die gem: weduwe van vlissingen meede gequalificeerd was uittekeeren aan den gedroon boekhouder Adams als getruwd met zeekere Johanna Catharina steenhuijsen, wier Juweelen door gem: van Vlissingen in manier als voorheid meede waaren versaad ge„ §442: Dan is ons niet zeer klaar voorgekoomen het voorgeschrevene bij uwe adviesen van den 31: xber dat de uijt hoofde van de tekort koming der groote kas door wijlen den gouverneur van vlessingen aan de Engelschen uit privebeurs betaalde pagooden 25563: 6: 5: voor reek: van syn boeder gelaaten waaren, als komen„ „de die som niet over een met de gem: hier voor §: 439: ten waare deeze niet als de hoofdsom; maar eeniglijk meest. — eeniglik als het geen aan Juwee „len tot vervulling van deselve, bi gebrek aan gereede penningen door meergemelden van vlitsingen had moeten voldaan worden § 443: Trouwens de gansche inhoud va de 109 paragraaph van voorm uwe adviesen, waarin men ver„ „scheijde zaaken tegelijk by verko „ting, als 't waare aan ons heeft willen voordragen zo gebrekkig ingerigt, dat deselve geenzints dienen kan, om aan ons, zo als 't be „hoord, een duijdelijk begrip te doen erlangen van 't geen tusschen UE en de Ministers verhandeld is. En vermits een zoort gelijke niet zeer gevoeglijke schrijfwijse on„ „der meer andere Hoofddeelen van deese uwe directe advresen, ons voorgekoomen is, zullen wij liefst zien, dat men in het vervolgtig van dezelve onthouden en sonder al te wijdlopig te zijn, nogthans aan de zaaken, die ter onter kennis gebragt moeten worden. eene gepaste uijtbreijding geeve §444 e F 2323 § 444 In dat zelfde op een gedrongen ver„ „slag vinden wij onder anderen ge„ meld, dat van de overige Admi„ nnstratriers, de Muntmeesters Accama zig niet voldoende had verantwoord, en dat door 't ge„ „heim Committe order was gegeven, om denzelven Accama op Corneli „del aan te houden, wijl hij anders voornoemens was van daar niet een franse schip naar Europa tevertrekken. Dan, 't is alleen door hier bij te voegen, 't geen wij in uwen secree„ „ten brief van den 10: December 1784: aan den heer Gouverneur raad en den secreeten „ gemeld hebben gevon„ „den, dat wij ons van het voorge„ „vallene, ten aanzien van gemel„ „den Accama, een klaar denk„ „beeld hebben kunnen vormen. § 445: Dezelve werkelyk hier te Lande zijnde aangekoomen, onderstellen wij, dat der Mitristeren onder aan de overgebleevene Raadsleeden te Nagapatnam, vermeld bij den Screeten rus : e E secreeten brieff van den 11:' 7ber: 1784:, ten eijnde van gemelde onderkoopman Accama, eene voldoende verandwoording van zijne administratie tevorderen. En voorts eene specificque reeke„ ning van die gelden, welke hij zelfs bekende bij de overgave van Naga„ „patnam onder zig gehad te hebben, met uthenticque bewijzen gesterkt. En om ingeval voorm: Accama daartoe niet in staat mogt zijn, hem als dan niet telaaten vertrek „ken, dat zeggen wy die order by ge„ de melde Raadtleeden niet tijdig ge„ „noeg ontfangen zal zijn. —. § 446: Even wel, daar deselve raadtlieden waarschijnlyk niet onkundig zullen zijn geweest, dat volgens eene reekening van den geweezen secreetaris en kassier Stoffenberg waar van bij der Ministeren secreete missive van den 19: Maart word gesprooken, voormed Accama nog moett verandwoor„ den 600: nieuwe pagooden, 4300: Januars
English
2324 fanums, and approximately 8000: pagodas, unminted, we are surprised that those members did not oppose the departure of the aforementioned Accama, unless it was understood by them that the aforementioned Accama had sufficiently accounted for himself, but then we are still ignorant of the grounds upon which this understanding of theirs rested. § 447: We do not doubt, therefore, that Your Excellencies, as well as the Ministers, will have looked further into the departure of the said Accama since the government of Batavia was restored, to which all the papers and orders concerning the Coromandel administration were sent, and everything concerning the Coast of Coromandel is handled by the Ministers there, and investigated whether the said Council members can properly answer for themselves in this regard. § 448: What is stated in the letter of the said Accama of 5: August 1784 to the Governor Falck and Secret Council, that it had appeared to them from the Indian Name-Book of the last of August 1783: that Your Excellencies had favorably granted his request to be allowed to sail home in general terms, this certainly could not have conferred any authority The mintmaster Accama departed before the offices on the coast were surrendered to us, and thus at a time when we did not have the power to be able to immediately prevent his departure. authority to allow the same Accama to depart, because it may with full right be assumed that Your Excellencies were not informed of the accounting that the said Accama was still obliged to render. § 449: Concerning the other members of the Nagapatnam Council, no grounds having been found by the Ministers to judge them guilty of neglect of duty, while on the contrary, according to their letter, it appeared to the aforementioned Ministers from all the received reports that they had helped defend the city with much cordiality, we shall acquiesce in this, trusting that the said Members will always observe their duty with the required fidelity. § 450: Nagapatnam having been surrendered to the enemy without an Inventory, it is undoubtedly difficult to accurately estimate the damage that the Company has suffered thereby. And the calculation statement that the Ministers 2325 Ministers have demanded from the remaining council members in that regard will therefore be subject to considerable uncertainties. § 451: As the Inventories, according to which the administrations were surrendered to the English, and which the Ministers sent in copy to Your Excellencies, were, contrary to your expectation, not bound over to us, we are thus also unable to judge whether these are to be understood of the Administrations in general, and thus of all, or only of some and indeed the principal ones in particular, while from what has been discussed here before it seems fairly certain that what concerns the administration of the Mint cannot be included herein. § 452: The loss suffered at the subordinate offices having only been stated with respect to Palleakatta and Jaggernaikpoeram, we still await that statement with respect to the remaining offices. § 453: Then, since it is more than probable that those who by the fortune of war came into possession of the Company's goods will not have proceeded as loosely and sloppily as those who had to surrender those goods to them, it might very well not be impossible to discover in that manner at how much the value of what was carried off was appraised by the English themselves. § 454: At least we think that there can be no objection to sounding out, since several books and other papers concerning the affairs of this government seem to have been appropriated by the said Nation, either with the government at Madras or wherever it might be of service, whether they were inclined to the return of the same, which therefore, as that return would certainly be of much service, is recommended to your and the Ministers' further consideration. § 455: According to the Ministers' letter of 4: January 1785: when the communication from the said government 2326 Specifically to the one or the other end of Madras was daily expected by them to take over again the Company's Garrisons on the Coromandel and Madura Coast. And Mr. van de Graaff having indicated in his secret Letter of 10 February that he was not disinclined to think that the Governor of Madras, Lord Macartney, was waiting for a specific interpretation from Europe as to what was actually to be understood by the words in the preliminaries that Nagapatnam with its dependencies was ceded to England, we hope to learn the complete outcome of this matter from the very next letters. § 456: We wish the same regarding the return of Trincomalee, concerning which the aforementioned Governor was to write to Brigadier Coutenceau, who had succeeded Mr. de Bussy in the French administration. § 457: With regard to what was written in the secret Letter of the Ministers, though those moneys were indeed not given, yet the French have repeatedly
Dutch transcription
2324 fanums, en ongeveer 8000: pagooden, ongemunt, zo verwondert het ons, dat die leeden zig tegen het vertrek„ van voorn: Accama niet verset hebben, ten waare bij deselve begree„ pen mogt sijn, dat voorn: Accama zich voldoende had verandwoord, maar dan zijn wy nog onkundig van de gronden, waarop dit hun begrip gerust heeft. —. §447: w:ig twijffelen dus niet, of UE: zoo meel leakatte weerder hersteld is, aan dewel„ als de Ministers zullen nader aan zeedert dat de regeering van Ba„ het vertrek van gem: Accama ke alle de papieren en ordres betrekkelijk zich hebben laaten geleegen sijn, en de kormandelse huithouding gezonden onderzogt of gem: Raadsleeden zig sijn, word alles wat de kust van kor„ mandel aangaat door de Ministers deswege behoorlijk kunnen ver„ aldaar behandeld. —. andwoorden. § 448: Het geen tog bij den brieff van gem: Accama van den 5: Augs 1784 aan De muntmeester Accama is ver„ den heer gouverneur Falck en „trokken voor dat de kantooren op en mits dien in een tijd dat we het ver„ secreeten raad word gezegd, dat hun de kust aan ons ingeruimt waaren uit het Jndisch Naamboekje den „moogen niet had „ om zyn vertrek van ult=o aug=t 1783: was geblee„ dadelijk te kunnen beletten „ken, dat UE: sijn verzoek om temwoo„ „gen thuis vaaren in algemeene ter„ „men goedgunttig hadden toege „staan, dit heeft zekerlijk geene bevoegdheid bevoegdheid kunnen uitleeveren om denzelven Accama te laaten. vertrekken, dewyl met volkomen regt ondersteld kan worden, dat UE: niet waar en onderrigt geweest van de verandwoording, die gem: Accamia nog schuldig was te doen §449: Omtrent de overige leeden van de Nagapatnamschen Raad bij de Mi„ lusters geen grond gevonden sijnde, om dezelve weegens pligt vertuim schuldig te oordeelen, terwijl aan voorn Munsters integendeel vol„ gens hun schrijven uit alle de onst„ fangene berichten wat gebleeken, dat zij de stad met veel hartelijk „heid hadden helpen verdeediegen, zullen wij hier in berusten vertwou„ wende, dat gem: Leeden hun pligt steeds net vereijschte getrouwleid zullen betragten. 5450: Nagapatnam buiten Jnventaris aan den vijand overgegeven sijnde, valt het buiten twijffel moeijelijk nauwkeurig te begrooten de schaa„ de, welke de Maatschappij daar bij heeft geleeden En de Calculatie opgave die de Ministers -: ƒ 2325 Ministers van de overgebleevene raadsleeden daar omtrent gevorderd hebben, zal oversulks aan vrijwat onzekerheeden onderhelvig zijn. § 451: De Jnventarissen, waarnaar men de administratien aan de En„ „gelschen overgegeven heeft, en die de Minsters. UE: in kopie hebben doen toekoomen teegen uwe verwagting aan ons niet gehonden weesende, kunnen wij dus ook niet oordee„ len of zulks van de Administra„ len „zien in het algemeen, en dus van alle te verstaan zijn, aan slegts van eenige en wel de voornaamste in 't bijsonder terwijl uijt het verhandelde hier voor vrij zeeker schynt te zijn, dat het geen de ad„ ministratie van de Munt be„ treft, hier onder niet kan sijn be„ „greepen. § 452: Het geleedene verlies op de onder„ noorige kantooren, wij alleen maar op gegeeven zynde ten aan„ „tien van Palleakatta en Jagger„ naikpoeram, blijven wij die opgave ten aantien van de overige kantooren nog afwagten 5453, aar de ers §453: Dan vermits het meer dan waarschijn, „lijk is, dat zij, welken het tot des oor„ „loys sComp=s goederen in de handen heeft doen vallen, niet zoo los en slordig zul„ „len zijn tewerk gegaan, als die geene welke aan hen die hen die goederen hebben moeten overgeeven, zou het veel ligt niet onmogelijk zijn, om langs dien weg te ontdekken, op hoe„ „veel de waarde van het vervoerde door de Eugelschen zelve geschot § 454: Althans: meenen wij, dat 'er geene bedenkelijkheid keen sijn, om daar er verscheijde boeken en andere papieren de zaaken van dit gouvernement betrefpende, door gemelde Natie schijnen te sijn, g'eijgend, te ondertaften 't sij bij de regeering te Madras, of waar sulks van dienst zoukun„ „nen sijn, of men tot de terug gaave van dezelve was geneegen, 't geen derhalven, alzo die terug gane zeekerlijk van veel dienst zou zijn, uwe en der Ministeren nadere overdenking word aanbevoolen § 455: volgens der Ministeren missive van den 4: Janu: 1785: toen dagelijks bij hun wordende tegemoet gesien het aanschrijven van gem: regee„ „ring wierd. —. 2326 Bepaaldelijk tot 't eene op 't ander eijn „ring van Madras om weder overte„ neemen sComp:s Bezettingen op de Cormandelse en Madureese Kust. En den heer van de Graaff bij zijne secreete Missive van den 10. febr: daaraan te kennen hebbende gegee„ „ven, dat hij niet vreemd was van te„ „denken, dat de gouverneur van Madras Loit Macart wij naar eene bepaalde uijtlegging uit Europa wagte, wat nen eijgent lijk teverstaan had door de woon den bij de preliminairen, dat Na gapatnam - met desselfs onderhoo„ righeeden aan Engeland wierd afgestaan, koopen wij uit de eerstvolgende brieve het volkome beslag dezer zaake te verneemen. § 456: Dat selfde wenschen wij omtrent ƒ de terug gave van Trinkonoma„ „le, waaromtrent voorm: Heer gouverneur zou schrijven aan den heer Vrugadier Coutenceau, die den heer de Vrutsij in het frantche bewind opgevolgd was. — § 457: Met opzigt tot hiet geschreevene „de sijn die gelden wel niet gegeven, dog bij de secreete Mitsive der Minis„ toe hebben de fransen te meermaalen „ters. p
English
letters of 19 March, that upon their urgent requests cash had to be disbursed, which was debited to their account each time and served as a reduction of the credit of two and a half million, we cannot fail to note, that at least the Ministers have expressed themselves in such a manner that from it the conception had to arise as if at least the Company had advanced the funds which the French had needed for the payment of their aforementioned land and naval forces. § 458: And however much in their letter of 11 September 1784 it is stated that the French land and naval guard at Trinkonomale was maintained by the Crown of France without the Company having paid anything for the same, the Ministers nevertheless immediately add that the French had requested on loan the 50,000 rupees per month at which those expenses were estimated, but that having replied to this that what was required was impossible, the matter had then remained at that. It appears nonetheless from what was written by the Ministers in their letter to us of 17 September 1784 that as long as the French had to keep house at Trinkonomale, as the Ministers express it, they, the Ministers, would not be able to evade advancing them some money from time to time, having been most strongly requested to do so by Mr. de Bussy, and that gentleman having insisted hard upon the satisfaction of the promised 2½ millions, last mentioned in our general letter of the past year, § 340. § 459. The Ministers having received an invoice of account for various goods that were dispatched from Batavia to Ceylon with the French snow De Vretsy, and although this vessel had stayed for some months at Trinkonomale, yet by its captain, the Knight de Kersaint, who had been several times with the Junior Merchant van Senden, nothing had been mentioned of any goods loaded in his ship for the Company's account, the Ministers did well to order the said van Senden to make an inquiry among the French for those goods, and we look forward to the outcome of this. The amount of these goods supplied at Batavia to the Knight Kersaint is, according to the account received from Batavia, placed to the account of the French Crown with ƒ 1076:14:8, as appears from the closed account of 30 July 1784. § 460: The Ministers having shown in their letters to us of 17 September 1784 that during the war various Company ships and vessels had been used by the French, for which a reasonable compensation for damages, as the Ministers express it, could rightfully take place, but that they were not in a position to draw up the account thereof, as they did not know on what terms the ships had been lent by the Cape Ministers to the French government, and that on that account they judged that the entire handling of this matter had to be left to us, sending to that end a list, approved by the French Agent Monneron, of such ships and smaller vessels used in the service of the Crown of France, in so far as the Ministers had any knowledge thereof. Thus we deem it necessary to remark in this regard that, even if it may have been impossible for the Ministers to obtain the necessary reports from the Cape Ministers in this respect, we nevertheless believe that even had one remained deprived of those reports, some equitable arrangement could nevertheless have been made regarding the use of those ships and vessels, which would have been considerably easier for those who knew from up close the services that the French had also enjoyed by means of those ships and vessels, than for us here in the homeland; and as the aforementioned list was by no means arranged in such a manner, and one still needs various reports regarding the same, we shall add to this letter a memorandum of the clarification required with regard to the contents of that list. § 461: You will, just as we have received from the Ministers, receive a copy of the concluded provisional account with the Crown of France, of which the balance in favor of the Company amounts to a sum of ƒ 1264474:11:–, and we accordingly refer to what was presented to you on the matter of that account in our general letter of the past year, § 337; the said account, together with the aforementioned list of the ships and vessels, having been placed into the hands of the Chamber of Amsterdam with the request to look after the Company's interests in that regard, under which therefore also belongs the keeping watch over the necessary arrangements concerning the calculation of the interest, which, as you will have seen, remained undetermined in that account. § 462: With the sale of the silk taken over from the frequently mentioned Agent Monneron, as appears from § 353 of our general letter of the past year, it did not turn out entirely contrary to our expectation, as there was lost on it, so far as a statement has already been given thereof, a sum of ƒ 18794:10:–, which thus shows that this accommodation by no means remained free of burden to the Company; wherefore we also hope that the Ministers will no longer find themselves in circumstances such as those that gave only all too much occasion for such accommodations. § 463: The negotiations with Captain Anthonij Rodrigo, commanding the Portuguese vessel Aurora, with whom the Ministers had sent 200 chests of Japanese copper to Malabar, ended unhappily, as the said
Dutch transcription
ters: van den 19:' Maart, dat men op hunne dringende vertreken kon„ tanten moeten verttrekken, die hun„ telkens op reekening gesteld sijn, en ge„zig niet herinner de gemeld te hebben „diend hebben in mindering van het kre„ dat de fransche vrezittingen te Trin kouomnale door de Comp: betaald sijn diet van twee en een halve mielioen. kunnen wi niet nalaaten aante merken, dat ten minsten de Me „wisterd zig zoo hebben uitgedrukt dat daar uit het denkbeeld moest worden gebooren, als off ten minsten de Comp: de penningen had vooruitgeschooten, welke de franschen ter betaaling van voorseijde hunne Landen Zeesna noodig hadden gehad. — § 458: En tive zeer ook bij hunnen brief van den 11: 7ber: 1784. word gezeg dat de fraasche Land en zee wagt te Trinkonomale door de kroon van Frankrijk was onderhoude zonder dat de Comp:e voor dezelve iets had betaald - volgenz de Ministers daar nogtans ons„ middelijk bij, dat de franschen de 50000: ro/a ter maand, waer „op men die uitgave begrootte ter leen gevraagd hadden, dog dat men hier op vertrond hebben„ „de, dat 't onmogelijk gevergd wierd ƒ . - - 2327 wierd, het dan ook daarbij was ge„ „bleeven. Het blijkt niet temin, uit het ge„ schreevene door de Munsters bij hunnen brief aan ons van den 17. ' 7ber: 1784: dat zoo lang de franschen te Trinkousmale moed„ „ten huid houden, zoo als de Minis„ ters zig uitdrukken, zij Ministers sig niet souden kunnen ontrekken aan deselven van tid tot tijd eenig geld voorte schieten zijnde daartoe door den heer Brutsij ten sterkstens verzogt, en hebben„ de die Heer hard aangedrongen op de voldoening van de toegeseg„ de 2½ milioenen laast vermeld bij onsen generaalen brief van den voorleeden Jaare 5: 340:—. §. 459. De Ministers ontfangen hebben„ „de een faktuur van aanreeke„ „ning van verscheijde goederen die met de fransche snauw de Vretsij van Batavia naar Cijlon waaren verzonden En opschoon dit vaartuijg eenige - maanden te Trinkonomale had. had vertoefd, nog thans door des„ „selfs kapitein den Ridder de kersaint die verschijde maalen bij den onderkoopman van senden was geweest; niets gemeld zijnde van eenige goederen in sijn schip voor 's Comp: Het bedraagen van deese goederen te Batavia aan den ridder kertaint ver„reekening gelaaden hebbende Minis„ „ters wel gedaan dezelven van sen„ „strekt is volgens de van Batavia ont„ „den te gelasten naar die goederen bij vangene aanreekening gesteld op de de franschen onderzoek te doen, en reek van de franse kroon met ƒ1076:14:8: blijkens de geslootene wij zien hier van den utsdag te ge„ reekening van den 30: Julij 1784. „moed §460: De Ministers bij hunne letteren aan ons van den 17: 7ber: 1784: ver„ „toond hebbende, dat 'er geduurende den oorlog verschijde Comp:s scheepen en vaartuijgen door de franschen ge„ bruijkt waaren voor welke een reedelijke scha-vergoeding, zoo als de Ministers zig uitdrukken, met regt kon plaats hebben, dan dat zij niet in staat waaren de reeke„ ning daarvan optemaaken, als niet weetende, op welke voorwaarde de scheepen door de Caabsche Ministers aan het frantile gouvernement waaren geleent, en dat uijt dien Hoofde bij hun g'oordeeld wat de gantshe behandeling deeser Laa„ ke 2328 „ke aan ons temoeten overlaaten, zendende ten dien eijnde een lijst door den franschen Agent Monne „ron goedgekeurd van sodanige schee„ „pen en mindere vaartuijgen in dienst van de Kroon van Frank „rijk gebruijkt, voor zo ver de Mi„ „nisters daarvan eenige kennis droegen. Zoo agter wij nodig hier omtrent aantemerken dat, zoo het al voor de Ministers onmoogelijk geweest mogt zijn van de kaafdsche Minis„ „ters te erlangen de nodige berigten in dit opzigt wij egter meenen, dat„ al waare men van die berichten verstroken gebleeven, nogthans wee„ „gens het gebruijk dier scheepen en vaartuijgen wel eenige billij„ „ke schikking temaaken zou zijn geweest, en het geen voor haten, die van na by kenden de diensten, welke de franschen ook door middel van die scheepen en vaartuijgen hadden genooten, vrij wat gemakkelij „ker zoude zijn geweest, dan voor ons hier te Lande, en daar de voor„ „schreeve lijst geenzints zodanig „ 1 is ingerigt geweest op men heeft omtrent dezelve nog verschijde berigten nodig zoo zullen wij bij deezen brief voegen een memorie van de opheldering, die niet betrek „king tot den inhoude van die Lyst vereijscht worden. §461: UE: zullen eeven als wy van de Mi„ „nisters hebben, ontfangen, een af„ schrift van de afgeslotene pro„ vicioneele reek=n met de wroon van Frankrijk, waarvan het saldo ten voordeele van de komp een som van ƒ.1264474: 11. –. bedragt en wij gedraagen ons mits dien aan het geen UE: op het stuk van die reek: is voorgehouden bij onsen generaalen brief van den vorilee„ „den Jaare 5337: zijnde die reeke„ „ning beneevens voorn: Lijst der„ „scheepen en vaartuijgen gesteld in handen van de kamer Am„ „sterdam niet verzoek om daar omtrent Comp:s belangen waar„ „teneemen, waar onder dus ook behoord het waaken van de noo„ dige schikkingen over de bereeke„ king van de Jntrest, die zoo als 2329 als UE: zullen hebben gesien, bij die reek: is onbepaald gebleeven § 462: Met den verkoop der zijde van meergemelde Agent Monneron blijkens §: 353: van onzen generaalen brief van den voorleeden Jaare overge„ ƒ noomen, is het Juist niet seer teegen onse verwagting uitge „vallen, als sijnde, voor zo verre, daar van reeds een opgave is gedaan, daarop verlooren een som van ƒ18794:10—. 't geen dus zien doed, dat die gerieplijkheid gantch niet is gebleeven buiten beswaar van de Maatschappij, waarom wij dan ook hoopen, dat de Minis„ „ters zig niet meer in omstandig „heeden zullen vinden, als die wel„ „ke voor zodanige gerieplijkheeden niet dan maar al te veel voet hebben gegeeven. § 463: De onderhandelingen met den kapitein Anthonij Rodrigo voe„ „rende het Portugeese vaartuijg Aurora, niet uien de Munsters 200: kisten Japans kooper naar de Mallabaar hadden gezonden zijn, ongelukkig afgeloopen, alzoo gem:
English
the said captain went bankrupt with that cargo, and although very urgent letters had been written about this to the Governor at Goa, little was to be expected from this, as the said captain, according to received reports, had departed for Europe. § 464. This captain having previously properly accounted for the cargoes entrusted to him, both at Colombo and at Cochin, this excuses the credit that the Ministers had now recently given him, and for that reason we shall also make no remarks concerning this. § 465. By our letter of the past year, § 364, it has already been made known by us that we very well understood what had caused the Ministers, in order to provide themselves with the necessary funds, to have had to take recourse to measures that otherwise, considered abstractly in the Company's interest, would not be entirely consistent, and just as we did not enter at that time into the discussion of any particulars regarding that matter, so we shall also presently, for those same reasons, remain in that course. § 466. Therefore, abiding by what was written at that time, we nevertheless consider not unfounded the remarks made by you that, insofar as some bills of exchange were drawn upon us by the Ministers in order to make the money counted in the treasury serve for the repayment of a portion of the capitals that one had had to negotiate during the war at 6 per cent per year, this money should rather have been applied to the repayment of liquid debts on Coromandel, which the Company there would sometimes have to discharge with an interest of 9 to 12 per cent. § 467. We furthermore wish, as a token of zeal and eagerness for the Company's interest, gladly to mention here the borrowing of a capital of 4000 rixdollars from Major Paravicini at the interest of three per cent, in order to pay off therewith a portion of another capital for which the Company was paying 4 per cent interest. § 468. The reasons that the ministers have given why paper money was not to be introduced on Ceylon deserve the utmost attention and do not appear unfounded to us; only, one might raise a concern regarding that which is stated, that all provisions coming to the bazaar must be brought in by the Sinhalese, and that these already make difficulties enough if one wishes to introduce an unusual kind of money; whether these Sinhalese know of another outlet for their agricultural produce than that of the Company's lands, and if not, whether one cannot then exercise some influence over them to the end that they willingly accept the receipt of this circulating currency. With the Sinhalese who come to the bazaar to sell their goods there, this would not go well, because that consists of small items; yet in regard to larger sums, the circulating currency, having been brought into use here for more than two years, retains its credit, through the fact that the holders thereof can always convert it in the Company's treasury whenever they see fit. It is even presently very convenient for people who have businesses and occasionally have large payments to make, because nothing circulates in commerce other than copper money, which is difficult to handle. We are nonetheless fully convinced that it is most essential to provide this government with the necessary funds, and it will already have appeared to you as well as to the ministers that we also apply the Company's utmost capacity to this end. § 469. We also acknowledge not to have found unacceptable the reasons cited by the Ministers in demonstration of why they had caused the silver received here from Batavia to be minted into rupees according to the alloy and weight of the Bombay rupees, and not according to that of the Batavian ones. And since the Ministers were to send you a pair of samples of those minted rupees, we shall await whether any objections to the same have occurred to you. § 470. We do the same regarding the copper dudus of one and four duits each, also sent to you; the receipt of those samples having very likely given you cause to examine how the account of the dudus stands for the Company in comparison with that of the duits. The dudus that are struck at Colombo give, above the cost price of the Japanese copper, still an advance of fully 23 per cent; nevertheless, the said duits turn out to be more profitable, because those are issued here for a quarter stiver Indian each, and the Company can sell the Japanese copper besides. § 471. And we still abide by the detailed discussion at § 364 and following of our general letter of the past year concerning the minting at Colombo for Tuticorin and Coromandel, as well as by what was written under the previous chapter. § 472. The deficit of the Galle cashier De Moor, to the sum of 17140 rixdollars, mentioned more fully in our general missive of the past year, § 368, having been reimbursed to the Company, we therefore also need not express ourselves further regarding that which was now further discussed between you and the Ministers with respect to the liability of the guarantors of the said De Moor, of which was mentioned in our aforementioned missive, § 375.
Dutch transcription
gem: kapitein met die lading bankeroet gegaan, en twe zeer men daar over aan den gouverneur te goa had geschreeven, hier van ech„ „ter wijnig tewagten was, als sijn„ de gem: kapitein volgens ontfange„ „ne berichten naar Europa ver„ „trokken. § 464. Deeze kapitein tevooren de hem toevertrouwdd ladingen, soo te Colombo als te Cochiem behoorlijk verandwoord hebbende, verontschul„ digt, sulks het credit het geen de Ministers nu laast aan den„ zelven gegeeven hebben, en wy sullen ook daarom hier over geene aan„ merkingen maaken. § 465: By onsen brief van den voorleeden Jaare 5364. is door ons reeds te kennen gegeeven, dat wij seer wel gevoeld hadden, waar door vervoor„ saakt was, dat de Ministers, om zig van de Nodige foudsen te voor„ „zien, tot middelen hadden moeten toevlugt neemen, die anders met Comp: belang in het afgetrokkene beschouwd, niet ten vollen bestaan„ „baar zouden sijn, en gelijk wij als toen omtrent dat stuk niet zijn getreeden 2330 getreeden in de verhandeling in de verhandeling van eenige byzonder„ „heeden, zoo zullen wij ook thans om die selfde reedenen in dat spoor blijven §466: Ons derhalven gedragende aan het als toen geschreevene agten wij in„ middels niet ongegrond uwe ge„ maakte aanmerkingen, dat in zoo ver door de Ministers eenige Assignatien op ons getrocken zijn, ten eijnde het in kas getelde geld te doen dienen ter afbetaaling van een gedeelte der kapitalen die men in den oorlog had moeten negotiee„ „ren tegen 6: p:r C: in 't Jaar, dit geld liever had moeten besteld worden tot afbetaaling: van liqeide schulden op Cormandel, als wel„ „ke de Comp: aldaar somtijds zou moeten afleggen met een rente van 9 a 12: p„r C=to § 467: wij willen voorts als een blijk van zucht en iever voor 'sComp=s ng belang hier gaarne aanhaalen het in leen neemen van een Capi„ taal „taal van 4000 rd=s van den Ma„ „joor Paravicini tegen den intrest van drie p„o Com daarmeede af „telossen een gedeelte van een ande Cap: waar voor de Maatschappij 4. p:r Crenten betaalde § 468: De reedenen die de ministers heb„ Met de singaleeten die ter bazaar „ben gegeeven waarom op Cijlon het komen om hunne goederen daar te ver„ „geld niet was intevoeren papieren terdienen de uiterste „hoopen, zoude dit, wijl dat in klijnig„ „heeden bestaat, niet wel gaan, dog opmerking en koomen ons niet on„ ten aanzien van grootere sommen, blijft gegrond voor; alleen zou men bede„ het passeer geld, zedert ruim twee kelykheid kunnen maaken, op daar jaaren hier in gebruik gebragt sijn, krediet behouden, door dien wesvigen gelegd word, dat alle leevens mid„ dat de houders daarvan telkens wanneer ze het goed vinden, het „delen die ter Bazaar koomen in 'skomp=s kas kunnen realiseeren. door de singaleeten moeten worden aangevoerd, en dat deeze reeds spelde Het is selfs thans seer konvenent voor liedden, die affaires hebben, genoeg maaken, als men een onge„ en nu en dan groote betaalingen „woon soort van geld wil invoeren tedoen hebben, wijl er in de wan„ gaat deling niets dan kooper geld geg, deeze singaleesen voor hunne landsvrugten een anderen uitweg dat moegelijk te behandelen is. —. weeten, dan die van Comp=s lan„ „den, en zo neen, of men daar door als dan op dezelve niet eenig J vermoogen kan oeppenen; ter dien eijnde, dat zij zich den ontfangst van dit passiere geld laaten welgevallen. wij Zalli De Ha N met - 2331 zijn niet temin volkomen over„ „tuijgd, dat het aller noodzaake kelijkst is, dit gouvernement, van de noodige penn: te voorzien, en 't sal UE zoo wel als de mi„ uisters reeds sijn gebleeken, dat wij ook hier toe Comp: uitterste ver„ moogen aan wenden. § 469: wij erkennen meede niet onaan„ neemelijk te hebben gevonden de reedenen door de Ministers aan„ gehaald, ten vertooge waarvin zij hiet van Batavia ontfangene zilver tot ropijen hadden laaten vermunten naar het alloij en 't gewigt van de Bombaijsche ropijen, en niet naar dat van de Bataviasche En naar dien de Ministers UE: een paar monsters van die gemunte Ropijen zouden senden, zullen wij afwagten, of op dezelve bij UE: eenige bedenkingen gevallen De doedoes die op kolombo ro 478: Het selfde doen wy omtrent de „slagen worden, geeven booven het utkoop medde aan UE: gesondene kopere Doedoes van een en vier duiten 't kotten, de van het Japans kooper nog een advans van ru in 23: prc=to Ct niet temin komt 't melde duiten zijn. —. voordeeliger Stuk - voordeeliger uit, wijl die hier voor stuk, zullende de ontfangst van eerkwart stx: indias worden uitge„ die monsters uE: veel ligt, aan le „geeven, ende komp: buijten die het ding hebben gegeeven om te onderzoeken Japans koper verkopen kan. hoe de reek: van de Doedoes staat voor de Maatschappij in vergelijking van die der duiten § 470: En gedraagen wij ons als nog aan het omstandig verhandelde bij §364. en volgende van onsen generaalen brieff van den voorleeden Jaare, by belangende het munten te kolvu„ „bo voor tutukorijn en Cormandee, als meede aan het geschreevene onder het voorige hoofddeel §472: De tekort koming van den Gaal„ „schen katsier De Moor, ter som„ ma: van rd=s 17140: breeder ver„ „meld bij onsen generaalen mitsi„ „ve van den voorleeden Jaare §368: aan de Comp:s vergoed sijnde, behoeven wij ons dan= ook niet verder uittelaaten, over het geen „ters tusschen UE: en de Minist„ thans nader verhandeld is, met opzicht tot de aanspraakelijkheid den burgen van gem: De Moor, waar van bij voorm: onse mitsuve 5378 1: 375: —.
English
2332 § 370: likewise mention is made § 473: Furthermore, we approve the orders that Your Honour gave to the Bengal Ministers, in the event that the citizen Kluine has not yet paid for the chiankoos granted to the same Kluine on credit in the financial years 1740 and 1779, to indemnify the Company in that regard, either from the possessions of the former Director Ross, or failing him, by the members of the Political Council, who by resolution of 20 December 1780 accepted the guarantee of the aforementioned Director Ross, and thus must be regarded as counter-guarantors. § 474: By the former Master of the Equipage van der Weggen, concerning the 30,000 pieces of long gunnies sent to Batavia without the consent of the Ministers, for which Your Honour had refused the requested 25 rixdollars per hundred, as they were judged to be of poor quality and single gunnies; it being represented that the same gunnies had been purchased by him from an English captain for 25 rupees per hundred, and that the 20,000 pieces of that same sort sold at Colombo to the Company were also accepted and accounted for there as double long gunnies, from which 8,000 pieces of cinnamon bale covers were delivered; requesting therefore that in your taken decision to pay the aforementioned van der Wegge no more than 12½ rixdollars for the same gunnies, some alteration might be made, and that he at least remain indemnified under the assurance that the aforesaid gunnies had been good double Bengal gunnies; we shall now await your decision on that proposal. § 475: And we note meanwhile regarding what was written by the Ministers in their marginal reply to the 173rd paragraph of our general letter of the year 1783: we will have a trial made to see whether the gunnies at Tuticorin can be made so well that they can be used with just as much confidence as the Bengal gunnies for the packing of cinnamon. 2333 1783: that the Bengal gunnies are far better than the Tuticorin ones, and that the latter are never used as long as the former can be obtained; that since it appears from your reply to the same paragraph of our letter of the year 1783, according to what the Ministers previously reported on the matter of those gunnies, it is not impossible that the Tuticorin ones can be manufactured of as good a quality as the Bengal ones; consequently this item should not be lost sight of, in so far as it may be more convenient for the Company to obtain those gunnies from Tuticorin rather than from Bengal. § 476: With respect to the purchases of equipage and other goods, we have repeatedly shown Your Honour that we have had considerable hesitation, and that this hesitation concerned not only the high prices which were sometimes spent on those goods, but especially also the means and ways which served to offer those goods to the Company for purchase. Referring ourselves thereto, and in particular to what was written in the general letter of the year 1781, § 280, we will not express ourselves on what appears regarding those purchases in the Ministers' resolutions, in the presupposition that those purchases were made absolutely out of necessity, and above all in the expectation that the Ministers will duly heed those remarks. While that which appears in their resolution of 3 August 1784 regarding a delivery of sailcloth made to the Company serves as a further reinforcement of what was written in our aforementioned letter of the year 1781. We have issued the necessary orders against this delay. We shall let this Your Right Honourable very esteemed recommendation serve for due guidance. § 477: On the occasion that we speak here of the resolutions of the Ministers, 2334 we must mention in a single word that because no marginal notes are found on those resolutions, such as we receive annually on the resolutions of almost all the other offices of the Company, and we thus also lack the summary of those resolutions, which is compiled from the collection of the marginal notes, it constantly caused us a rather troublesome search, which could be prevented by means of the aforesaid marginal notes and the collection thereof. Since at your table as well, in the description of this important main part of your correspondence with the Ministers, use is made of their resolutions, we assume that Your Honour will likewise have frequently experienced the aforesaid inconvenience, and we therefore expect that Your Honour will have this provided for here by the Ministers. § 478
Dutch transcription
2332 § 370: insgelijks melding aankomt § 473: voorts sijn van onse goedkeuring de ordres die UE: aan de Bengaalse Munsters hebben gegeeven, om in„ „geval door den burger Kluine niet als nog betaald wierden de op Crediet in het boekjaar 1740 en 1779 aan denzelven Vleume af„ gestane Chiankoosen, als dan de Comp:s des wegen schadeloos te stellen, 't zij uit de bezittingen van den ge„ „weesen Direkteur Rosj, dan wel bij ontstentenis van denzelven door de leeden van den Politieken raad, die bij resolutie van den 20: decem„ „ber 1780: de borgtogt van voorm: direkteur Rolf hebben aangeno„ „men, en dus als achterborgen moe„ „ten worden aangemerkt. —. § 474. Door den geweesen Equipagiemeester van der weggen weegens de niet der Ministeren toestemming naar Batavia verzondene 30000: stuks lange goenies, waarvoor UE: de ge„ „vraagde 25: rd=s voor het honderd ontzegd hadden, als sijnde geoor„ „deeld van een slegte soort, en en„ „kele goenies teweesen, vertrond zijnde - sijnde, dat de selve goeines door hem van een Engels kapitein voo 25: ropijen het hondert ingekogt waaren, en dat de 20000 stuks ver dat zelfde soort te Colombo voord komp: verkogt, aldaar ook ingeno „men en verand woord waaren voor de „belde lange goenies, sijnde daar va 8000: stux kanneel bolkvangers ge „leeverd, verzoekende mits dien dat in uw genoomene besluijt om aan gem: van der Wegge voor dezelve goeiies niet meer dan 12½ rijksd=s te betaalen, eenige verand ring mogt worden gemaakt, en da ten minsten schadeloos blijven on„ „der verseekering, dat de voorseh „de goenies goede dubbelde Ben„ gaalsche goenies geweest waaren sullen wij uwe beschikking op dien voordracht als nu afwagten § 475: En merken inmiddens aan op het we zullen en een proep van laaten geschreevene door de Munsters neemen of de goenies te Tutukorijn by hun marginaal antwoord zo goed kunnen gemaakt worden dat ze met eeven so veel gerustheid op de 173: paragraaff van onle als de Bengaalse goemes tot het generaalen brief van den Jaare embaleeren van kanneel kunnen worden gebruikt. 1783 2333 1783: dat de Bengaalse goenies ongelijk beeter zijn, dan de Tutu„ korijnte, en dat men de laaste nooijt gebruijkt, zo lang mende eerste kan krijgen dat vermits uit ruw andwoord op denzelfden paragraaff van onsen brief van den jaare 1783: blijkt, dat naar het geen de minitters op het stuk dier goenies tevooren gemeld hebben, het niet onmogelyk is, dat men de Tutuks rijnte van Zo goede deugd, als de Bengaalse doe vervaardigen, overzulks dit ar„ „tikel niet uit het oogdrend te„ worden verlooren en zo ver het voor de komp:e geleegener kan zijn, die goenies van Tutukorijn, dan van Bengale te bekoomen. §476: Met opzigt tot den inkoopen van Equipagie en andere goederen hebben van wij meermaalen UE: doen blijken, dat bij ons vrij wat bedenkelijkheid viel, en dat die bedenkelijkheid niet alleen zag op de hooge prijsen, welke voor die goederen som wijlen besteed wierden maar aare onte strekken. maar inzonderheid ook op de mi „delen en weegen, welke dienden om de komp: die goederen ter inkoop aan te bieden. ons daaraan gedraagende, en in 't bijzonder aan het geschreevene bij den generaalen brief van den Jaare 1781: §: 280: zullen wij ons „uit niet laaten over het geen noopens die inkoopen bij der Minitteren Resolutien voorkomt in de on„ volstrekt uit noodzaakelijkheid gedaan zijn, en voor al in de ver„ wagting dat de Ministers die aan„ merkingen behoorlijk zullen in agt neemen. — Terwijl het geen in hunne Resolu„ „tie van den 3. ' aug=s 1784: voor„ „komt wegens eene gedaane beve„ „rantie van zijldoek aan de Comp: tot eene naderen aandrang ver„ strekt van het geschreevene bij voorm: onzen brief van den Jaare wij zullen ons deese uwel Edele Hoog derstelling, dat die in koopen wij hebben teegens dit ver § 477: /zij gelegend heid dat wij hier van der ministeren resolutien spree„ „sium de nodige ordre gesteld- tot schuldige narigt laaten agtb: zeer g'eerde rekommandatie ken 1781: 2334 ken moeten wij met een enkelwoord aanhaalen, dat vermits op die resolutien geene marganaal en soda„ „nig, als wy die op de resolutien van meest alle de andere kantooren van de komt Jaarlyks ontfangen, gewvon„ „den worden, en wij dus ook den korten inhoud van die resolutien, dewelke uit de bij eenbrenging der Margi„ „naalen word zaamen gesteld, mis„ „sen, het zelve ons telkens een viij lattig nazoeken veroorzaakte, 't geen door middel van de voorsz: marginaalen, ende by een bren„ „ging van dezelve zoude kunnen worden voorgekoomen. —. Daar nu ook ter uwer Tafel bij de beschrijving van dit ge„ wigtig Hoofddeel van uwe „ der Ministeren brief wisseling van hunne resolutien word ge„ „bruijk gemaakt, zoo stellen, wij vast, dat uE: insgelijks het voorseijde ongerief meermaalen zullen ondervonden hebben, en mij verwagten derhalven, dat UE: hier en door de Ministers zullen doen voorsien § 478
English
Year 1784: were used in the service of Ceylon, and the smallness of the cargoes which they transported to the Principal Place, then it appears further from this how oppressive the burdens are which the Company, principally in recent years, has borne for the sake of this government. § 481: We acknowledge with him that the necessity of providing it with grain has been, for by far the greatest part, the cause thereof. We are seeking gradually to procure a consignment of rice for ourselves more and more from Koettien. Also this year, no other ships were used from Batavia for loading rice than those which sailed home via this government, or are still to sail home. And we must therefore bear those costs, under the recommendation nevertheless to devise further means in order to prevent in the future similar burdens, which not a little reduce the advantages that this island yields for the Company and which it so greatly needs in all its extent. Since the provisions to the French will cease with the concluded peace, that circumstance will now contribute to this of itself. § 482: Regarding that which was written to us by the Ministers in their letter of 31 January 1785 concerning the poor packing of the glassware brought to Ceylon by the ship De Doggersbank, the Amsterdam Chamber, for which that vessel had sailed out, has informed us that the supplier had declared that he proceeded in the packing of the aforementioned glassware in the usual manner, for which reason one must be exceedingly surprised at the aforesaid finding. That Chamber has nevertheless undertaken to take all possible precautions, both concerning the packing of the glassware and with regard to what is further mentioned in the aforementioned missive concerning the delivered cargo of the ship De Doggersbank. § 483: We have likewise requested that Chamber to attend to the Company's interests concerning the provisions made to and in the service of the country's frigate of war De Waakzaamheid, and the crew of that vessel, of which notice was given both by the letters of the Ministers and by those of the Galle servants. And it will be necessary that very accurate records are constantly kept of those provisions, and that a very clear account thereof is rendered each time, in order that the amount of such provisions may be reimbursed to the Company here in this country as soon as possible. § 484: With very great surprise and with no less displeasure, we learned from the Ministers' letters of 5 January 1785 that the same Ministers made no difficulty, after the repeated request of the Master of the Equippage van der Hegge to be allowed to sail home directly from Ceylon had been referred to us by your Honour, in letting the same van der Hegge depart for the Cape, in order there, as they expressed it, to go as it were to meet our answer. However much we have permitted, for such reasons as have already been cited in our Missive to your Honour of 23 November 1785, that the said van der Hegge should continue his voyage from the Cape hither, this does not in any way take away that the aforementioned step of the Ceylon Ministers must be regarded by us as entirely exceeding, yea going far too much beyond the bounds of those relations in which the same Ministers stand with respect to us, so that we must most strongly recommend to them to take good care that no such cause is ever again given to us, holding further here as repeated that which was presented to your Honour on the subject of not sailing directly home in our general letter of the past year § 469. § 485: The carelessness that took place in the wrong dispatch of the Cinnamon for Batavia, as also in sending thither a Tidorese Prince, who ought to have remained on Ceylon as a State Exile, these are both matters which we indeed wished we had not been obliged to touch upon. And it surprises us greatly to find no mention in the Ministers' letters that they have made those through whose doing or negligence these abuses were committed experience the marks of their rightful displeasure. § 486: Far more agreeable, on the other hand, it has been for us to be able fully to give our approval to the heartfelt and appropriate expressions made by the Councillor Extraordinary and present Governor van de Graaff concerning the loss which the Company suffered through the decease of the Councillor Ordinary and former Governor Mr. Iman Willem Falck. The undersigned Governor is highly and visibly grateful for the favourable confidence that your High Noblenesses are so good as to have in him. Nothing will contribute more to his happiness than to be allowed to make himself more and more worthy of the same through his zeal and fidelity. § 487: Feeling all the weight of that loss with him, we expect that the Lord Governor van de Graaff will constantly proceed with the same zeal to bring to the Company the greatest benefit from his abilities and acquired knowledge in the Company's affairs, and thus to share in an equal esteem as his predecessor uninterruptedly enjoyed, while his assumption of the Ceylon Government immediately after the decease of Mr. Falck perfectly accords with our intention. Agrees. Signed: G. De Elwijk, First Sworn Clerk.
Dutch transcription
Jaar 1784: ten dienste van Ceilonr ge„ „bruikt sijn, en de geringheid der ladingen, welke deselve naar de Hoofdplaats vervoerd hebben, dan blijkt daar uit nader het druk„ „kende van de lasten, welke de Comp voornamentlijk in de leeste Jaaren, om de wille van dit gou„ „vernement gedragen heeft. §481: Wijerkennen met hem in dat de noodzaakelijkheid, om het selve wij soeken gaande weg meer en meer van graanen te voorsien daarvan ons van koettien een parthij rijst te be„ voor ver het grootste gedeelte „zorgen. ook zijn dit Jaar van Batavia geene andere scheepen tot ryst laadin„ de oorsaak geweest is. En wy moe„ „gen gebruijkt, dan die geene die over dit gouvernement sijn 'thuijs gevaaren, ten ons derhalven die kosten ge„ „troosten onder aanbeveeling nog„ op nog staan thuis tevaaren. „tans om nader op middelen bedagt te sijn, ten eijnde zoortgelijke beswaa„ ke, „ren, die de voordeelen, wel dit eijland voor de Maatschappij uitleeverd, en die zij in alle derzelver uijtgestrekt „leid zo zeer nodig heeft, niet weinig verminderen, in 't vervolg voorte„ koomen; De verstrekkingen aan de franschen met de geslootene vreede sullende ophouden, zal de omttan„ digheid daartoe als nu van selfs meede werken. —. § 482: Op het geschreevene door de Minister aan a 2335 aan ons bij hunne letteren van den 31: Januarij 1785: weegens de slegte afpakking der glaswerken met het schip De Doggertbank op Ceilon aan „gebragt, heeft de kamer Amster„ „dam, voorwelke die bodem was uitge„ vaaren, ons tekennen gegeven, dat de leverancier verklaard hadde in de afpakking der voorseide glaswer„ „ken op den gewoonen voet tewerk te sijn gegaan, waarom men over de voorzijde bevinding ten uijttersten bevreemd moett weesen. Die kamer heeft niet temin aan„ „genoomen, om zo nopens de appak„ „king der glaswerken als ten aansien van het geen verder wegens uitgelee„ „verde lading van het schip De Dog„ „gersbank in voorn: missive ge meld word, alle mogelijke voorzie„ nige te sullen doen. § 483: wij hebben insgelijks die kamer ver„ „zogt, om weegens de gedaane ver„ ttrekkingen aan en ten dienste van 'slands fregat van oorlog De waak„ zaamheid, en de manschappen van dien bodem, waarvan zo bij de brieven der Muntters, als bij die van de Gaalze bediendens kennis is gegeeven, Comp: belangen waarteneemen. En sal het het nodig zyn, dat steeds van die ver„ strekkingen zeer nauwkeurige aan „teekening gehouden, en daarvan tel„ kens eene seer duidelyke reekening over gehouden worde, ten eijnde hier telande ten spoedigsten het bedra„ „gen van dergelijke verstrekkingen aan de Maatschappij soude kun„ nen voldaan worden. § 484: Met zeer veel bevreemding en met gee minder ongenoegen hebben wij niet der Ministeren letteren van den 5. Januarij 1785: vernoomen, dat de„ „zelve Ministers geene swarigheid hadden gemaakt, om na dat aan ons door ruE was overgeweesen 't heb „haaldtn verzoek van den Equipagie meester van der Hegge, om van Ca „lon direct te moogen thuis vaaren, denzelven van dertegge naar de kaap te laaten vertrekken, om daar gelijk zij zig hebben uitgedrukt, ons antwoord als 't waare tege„ moed te gaan. Hoe zeer wij om zodanige reedenen, als die bij onze Missive aan UE: van den 23: No„ vember 1785: reeds zijn aangehaald hebben toegestaan, dat gem: van der Hegge zijne rijte van de Caab herwaarts zoude vervorderen neemt zulks echter geensints weg: a 2 2337 weg, dat voorm: stap der Ceilonse Munsters door ons beschouwd moet worden als ten eenemaal overschreij„ „de, Jaa veel te vergaande buiten de paalen van die betrekkingen, waar in de selve Ministers staan ten onten opzigte, zulks wij hun ten terksten moeten aanbeveelen om wel te zorgen, dat nimmer wee„ „der eene der gelijke stof van ons werde gegeven, houdende wij verder hier voor herhaald, 't geen UE op het stuk van niet direct te huis vaa„ „ren is voorgehouden bij onsen gene„ „raalen brief van den voorleeden Jaare §: 469: § 485: De agterlootheid die in de verkeerde bestelling van de Caneel voor Bata„ via heeft plaats gehad gelijk meede in het senden derwaarts van een Tidoreetche Prins, die als Banneling van staat op Cijlon had moeten blijven, dit een en ander zijn saaken die wij wel wensten niet verpligt te zijn geweest te moeten aanroe ren. En 't verwondert ons seer in der Ministeren brieven geene melding tevinden, dat zij de geene, door welkere toedoen of versuim die abuiten begaan zijn, de blyken van hun regtmaatig ongenoegen hebben doen ondervinden. §486. veel aangenaamer is het daar tregen, voor § 487: Al het gewigt van dat verlies met hem gevoelende, verwagten wij, dat De ondergeteekende gouverneur is de heer gouverneur van de graaff ten hoogsten en kennelijk voor het gunstig vertrouwen dat uwel Hoog edelheeden zoo goed sijn van steeds met den zelven iever zal voort„ hem te hebben. Niets zal meer gaan, om van syne bekwaamleden en verkreege kennis in 'sComp=s zaa„ tot zijn geluk toedoen, dan sig ken de Maatschappij het meette voor„ het selve door sijn ijver en trou„ „we meer en meer temoogen waardig deel toete brengen, en alzo tedeelen in eene gelijke agting, als die sijn voorraad onophoudelijk genooten heeft, terwijl de aanvaarding door hem van het Cijlons Gou„ „vernement onmiddelijk na het overlijden van den heer Falck, met ontoogmerk volmaakt over een stemd /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ g: De Elwijk, E: g: klerk. maaken. voor ons geweest, onze goedkeuring tevollen te kunnen geeven aan de harte lijke en welgepatte betuigingen, die door den heer Raad Extra ordinair en tee„ genwoordigen gouverneur van de Graaff, sijn gedaan, wegens het ver„ „lies, 't geen de Maatschappij door het afsterven van den heer raad ordi„ „nair; en voornaligen gouverneur M=r Jman Willem Falck geleeden 174. heeft.
English
2338 Ships and vessels § 174. The ship the Leviathan returned to Gale on the 3rd of this month from its voyage to Koetsiem, where it was unloaded of the cargo it brought, and is now being loaded with some remaining goods for Koetsiem, after which it is expected here in order to also load the goods that we have received both from the Netherlands and from Batavia for Mallabaar, and to depart therewith to Koetsiem, from where it will return hither with a cargo of rice. § 175. Because we, according to what was recorded in our resolution of 27 August, designated this ship as a return vessel for the second consignment, the customary supply of equipment and other goods was delivered to the same for that purpose upon a requisition submitted by Captain Harmen Carel Visser, according to our resolution of 25 September. § 176. The ship Java departed for Gale on 31 December last, in order to be put in condition for the home voyage, and arrived there on the 2nd of this month. § 177. Upon the notification by Captain Jan Kraaij that a set of his sails was unusable, we had the same surveyed in the presence of a judicial commission by delegated seafaring personnel, and they were found to be completely unfit and worn out, even to such an extent that they could be pulled apart by hand, and usable for no other service than for parcelling on the ropes; wherefore we decided on 29 December to have new sails supplied to it for that purpose. § 178. Concerning the further repairs and supplies that necessarily had to be made to this vessel for the home voyage, we respectfully refer to our resolution of the 17th of this month, which accompanies the annexes hereof in extract, together with the further papers belonging thereto. § 179. The ship the Negotie, after having unloaded its Koetsiem cargo at Gale and taken in a portion of the goods brought for Mallabaar by the ships Veeren and Gouda, departed from there on the 8th of this month and arrived here on the 12th thereafter. A few more goods that we received from the Netherlands and from Batavia for that government were put aboard the same here, and it departed therewith for Koetsiem on the 16th of this month. § 180. The chartered ship the Vlugge Trekvoogel departed homeward from Gale on the 27th of this month, and we take the liberty humbly to present herewith to Your High Nobles the duplicate of our respectful letter sent therewith, dated the 20th of this month. § 181. 2339 § 181. No other supply was made thereto here than a heavy rope of 14 inches, as appears from what was recorded in our resolution of 22 December, except for what was ordered for the rigging. § 182. The chartered ship the Maria, after having unloaded its cargo brought from Silauw and Nigombo, departed for Gale on the 19th of this month with a ballast of saltpeter, and arrived there on the 23rd thereafter, and the same will be dispatched to the Netherlands for the Amsterdam Chamber as soon as the stock of return goods permits. § 183. Because the ship Gouda, which had already arrived at Gale on 11 July, lay there until deep into the following month of August, and Your High Nobles could with good reason have been surprised thereat, we ordered the officials by our letter of 11 August to communicate to Your High Nobles in their writings sent with that vessel the reason for that long delay; whereupon they sent to us, alongside their letter of the 19th thereafter, a report from the Gale Equipagemeester Abo, indicating the causes that he maintained had given occasion to the long detention of that vessel. § 184. § 184. In this report, a copy of which is included among the annexes, he says among other things: That although he had stated in a certain report that the ship would be able to depart within 15 days, and that the sails would be ready by that time, the making of the sails could nevertheless not be proceeded with until 31 July, when the full authorization for that and for the purchase of the missing sailcloth was first received. That since having stated that the ship would be able to depart on 14 August, this could also have taken place if he had not received orders on the preceding day to load another 100 bales of cinnamon into it, and if the master of the smiths had been able to make the missing ironwork sooner. And that having further received an extract from our letter of 14 August containing orders to load the ships to the full if goods were at hand for that purpose, he had therefore, with the consent of the commander Kraaijenhoff, shipped another 50 hawsers on the requisition for this book year in that vessel on the 17th thereafter, when the muster was also held at the same time. § 185.
Dutch transcription
2338 scheepen en vaartuijgen § 174. 'T schip de Leviathan is den 3. ' deezer, van syjne koet„ „siemte togt te gale terug gekoomen; alwaar het van de aangebragte lading ontlost is, en nu belaaden word met eenige overgeschotene goederen voor koetsiem, waar„ 4: na het selve hier word verwagt, om ook de goederen, die we zo uit Nederland als van Batavia, voor de Mallabaar hebben ontfangen, te laaden, en daar meere na koettiem te vertreckken, van waar het met eene lading rijst herwaards sal retourneeren. -. § 175: wijl wij dit schip, volgens het aangeteekende bij onse resolutie van den 27: aug=t hebben aangelegd gehad tot een retour bodem voor de tweede bezending, is aan het zelve ten dien einde, op een ingedienden eijsch van den kapitein Harmen Carel visser, volgens onse re„ solutie van den 25: zeptember, gedaan de gewoone verstrekking van Equipagie en andere goederen. § 176: 'T schip Java is den 31: december J:o Leeden na gale vertrokken, om de thuijs rijze teworden instaat ge„ „tteld, en is den 2:' deser aldaar aangekoomen §: 177: op de te kunnen geving van den kapitein Jan kraaij, dat een stel van zijne zijlen onbruikbaar waaren hebben we dezelve, ten overstaan van eene Justitiee„ „le Commissie, door gecommitteerde zeevarenden laea„ „ten opneemen, en zijn dezelven ten eenemaale onbekwaar„ en versleeten bevonden, selfs zodanig dat ze met de handen van malkanderen konden getrokken worden, en en niets dien tot geen ander dienst bruikbaar, dan tot smartings op de touwen: weshalven we op den 29: december beslooten hebben, aan 't zelve daar voo nieuwe zijlen te laaten verstrekken. —. § 178: Nopens de verdere vertimmeringen en verstrekken „gen, die aan desen bodem tot de thuijs rijke, noodsaake „lijk hebben moeten gedaan worden, refereeren we on eerbiedig aan onse resolutie van den 17: dezer, die in extrakt de bijlaagen deezes verzeld, met de ver„ „der daartoe gehoorende papieren §179. 'T schip de Negotie is, na dat het syne koettiem lading te gale ontlost, en een gedeelte vande met de scheepen veeren en gouda voor de Mallabaa aangebragte goederen ingenoomen had, den 8. ' deezer van daar vertrokken en den 12. daaraan al„ „hier aangekoomen. Aan 't selve sijn hier nog ee„ nige goederen die we uijt Nederland en van Na„ „tavia voor dat gouvernement, hebben ontvangen, ingegeeven, en is het daarmeede den 16: deezer na koetsiem vertrokken. —. 5180. T ingehuurde Schip de Vlugge Trek voogel is den 27: deezer van gale vaderwaards ver„ „trokken, en we gebruiken de vrijheid 't dupli„ „caat van onse daarmeede afgegaane eerbiedigen van den 20. ' deezer, hier nevens uw en Hoog Edelheeden nedrig aante„ bieden SS 101 2339 § 18. Daaraan is alhier geene andere verstrekking gedaan dan van een swaar touw van 14: d=os, blij„ „kens het aangeteekende bij onse resolutie van den 22:' xber, behalven het geen tot het vertuijgen is be „steld. — § 182: 'Tingehuurde schip de Maria is, na dat het zijne van Silauw en Nigombo gebragte lading heeft ge„ lost, met een ballast van salpeter, den 19:' dezer na gale vertrekken, en den 23: daaraaan aldaar g'arriveerd, en sal 't selve, zoo dra de voorraad van re„ „touren het zal geheugen, na Nederland worden ge„ depecheerd, voor de kamer Amsterdam. § 183: wijl het schip Gouda, dat reets den 11.' Julij te geele was aangekoomen, tot diep in de volgende maend augustus daar heeft geleegen, en uwe Hoog Edel„ heeden met grond zig daarover souden hebben kunnen verwonderen, hebben wij bij onsen brief van den 11: augustus den bedienden aanbevoolen, om bij hunne met dien bodem afgegaane schrij„ „vens, de reeden van dat lang vertoep aan hoogst deselve tebedeelen; waarop ze ons nevens hun„ „nen brief van den 19: daaraan, hebben toegesonden van den Gaalte Equipagiemeester bericht een krwijs Abo, aanwijsende de oorzaaken, die hij sustineerden tot het langduurig ophouden van dien boodem aan beiding te hebben gegeeven § 184. § 184. Bij dit berigt, waarvan copij onder de bijlaa„ „gen is gevoegd, zegt hij onder anderen: Dat schoon hij bij zeker berigt had opgegeeven, dat 't schip binnen 15: daagen soude kunnen vertrek„ „ken, en dat teegens dien tijd de zijlen gereed souden der 7 weesen, echter met het aanmaaken van zijlen niet had kunnen worden voortgevaaren tot den 31: Julij, wanneer eerst de volkome qualifica „tie daartoe, en tot den inkoop des ontbrekende „se zijldoeken was ontfangen. Dat hij zeedert hebbende opgegeeven, dat 't schip den 14.:' aug=s zoude kunnen vertrekken dit ook had kunnen geschieden, indien hij niet 'sdaags bevoorens order ontfangen had, om nog 100: baalen kanneel daar in aftelaaden, en hadde den baas der smeeden 't ontbreekende ijser werk eerder kunnen aan„ maaken en Dat hij nader ontfangen hebbende een extract uit onsen brief van den 14. ' aug=s houdende order om de scheepen ten vollen te laaden, indien daartoe goederen aan handen waren daarom, met toestemming van den gezaghebber Kraaij„ „enhoff, nog 50: trossen op den eijsch voor dit boek„ „jaar, indien bodem op den 17: daaraan had af„ gescheept wanneer ook tegelijk de monstering was geschied. —. § 185
English
2340 Section 185: We took into consideration that if the captain of the ship Gouda, in accordance with what is prescribed in the instructions for the senior sea officers, Title 4, Article 20, had upon his arrival in the Galle bay, or at least within 24 hours thereafter, submitted the statement according to what is prescribed in that article, the compliance with which we recently recommended to the Galle servants in our letter of 20 July 1785, and if at the same time, as ought to have happened, the usual commissions had been sent on board to examine the repairs and carpentry work that were necessary on it, the servants could have been informed in at least twice 24 hours regarding all of this, at least as far as the main points were concerned, whereas now, through this neglect, so many days have elapsed uselessly that a part of the work could already have been accomplished before one actually knew what needed to be done, besides the fact that the servants' resolution upon the incoming reports could have been taken earlier and communicated to us. That it had furthermore contributed quite considerably to delaying the departure of the aforesaid ship, that after receiving our granted qualification by letter of 25 January to provisionally have the repairs and supplies carried out that were visibly necessary on that vessel, the servants had not adequately ensured that this was immediately executed, and that regarding the order given by our letter of 11 August to ship 100 bales of cinnamon in the ship, and which was received at Galle on the 12th, there was enough time, even if the said letter had been delivered there on the 13th, to deliver those 100 bales of cinnamon on board in time, without this having had to prevent that vessel in any respect from sailing on the 14th, if it had otherwise been ready to sail; however, it appeared from the servants' letter of 19 August that among other things the sails were finished so late that they could only be bent on the 17th before then, and that it naturally followed from this that the statement of the Equipagiemeester Abo, that the shipping of the aforesaid 100 bales of cinnamon had contributed to delaying the departure of the ship Gouda, was a pure pretext. 2341 Section 186: Therefore, by resolution of 4 September of the past year, we resolved to communicate our said remarks to the Galle servants for their guidance in the future, and further to let the matter rest there, so as not to anticipate the answer that we await from Your Right Noblenesses to the report made by the servants, according to our order, to the same regarding the reasons that caused the frequently mentioned ship Gouda to have to stay so unimaginably long in the Galle bay, with orders, however, to the said servants to notify the Equipagiemeester Abo in the meantime that we expect him in the future to refrain from such negligence as noticed above from his aforesaid report. Section 187: But since the servants, upon sending the aforesaid report from the Equipagiemeester Abo, simultaneously informed us that they had sent no copy thereof to Your Right Noblenesses because the content thereof, in some circumstances cited by the said Abo, did not agree with what they had reported in their letter, we therefore requested a report from them as to what had actually given rise to the discrepancies between their account and the report of the Equipagiemeester, and in what those discrepancies consisted. Section 188: To this the servants answered in their letter of 7 October that the Equipagiemeester had not informed the Gezaghebber Kraayenhoff of the supposed hindrance from the ordered shipment of another 100 bales of cinnamon; that also upon examination of the master of the blacksmiths the pretext concerning the ironwork had lapsed, since he had proven with his notebooks that the necessary ironwork that had to be riveted on board the ship was daily prepared without delay and immediately delivered on board, as had also been the case with the ironwork that had to be repaired, while the spare goods that were provided had already been ready eight days before the departure of the ship, but were only collected two days before its departure; and finally that the servants had therefore thought it best not to bring the aforesaid report to the attention of Your Right Noblenesses, as it did not agree with the report made in their letter, wherein they had solely presented the extensive work that had to be done there on that vessel, and the obstacles encountered therein from bad weather, the heavy swells in the bay, etcetera. 2342 Section 189: And since the servants have requested us that this, as well as their further excuse regarding the long stay of the ship Gouda at Galle, namely that it could not be unloaded so quickly due to the strong squalls and unusually heavy swells in the bay, and that the reports of the inspection and the requisition for necessities had not arrived before 19 July because the ship's captain had stated he could not make a requisition for the necessities before he had conducted a proper survey of the ship's needs, which could not take place before the ship was at least for the greater part unloaded, might be brought to the knowledge of Your Right Noblenesses, we therefore resolved on 4 October to do so, as is respectfully done herewith. Section 190: Regarding what was demanded from the Galle servants according to section 8
Dutch transcription
2340 § 185: we namen daarop in achting, dat indien de kapitein van 't schip Gouda, overeenkomsttig met het voorschreevene bij de instructie„ ge voor de hoofdofficieren ter zee tit 4: art= 20:, met sijne komst in de gaalse baaij, of ten minsten binnen 24: uuren daarna, gedaen had de opgave volgens het voorgeschreevene bij dat articul, waarvan wij nog onlangs de naarkoming, den gaalschen bedienden bij onsen brief van den 20: Julij 1785: hadden aanbevoolen, en dat tegelijker tijd, zoo als dat had belooren te geschieden, na boord ge„ „sonden waaren de gewoone Commissien, om de reparatien en vertimmeringen, die daar aan nodig waaren, te ondersoeken, de bedienden in ten minsten tweemaal 24: uuren, nopens het een en andere, immers zo veel het hoofd„ „zakelijke aanging, hadden kunnen zijn on„ derrigt, daar nu met dit teversuijmen, nutteloos zijn verloopen zo veele dagen, dat een gedeelte van het werk reets hadde kunnen zijn verrigt, voor dat men nu eens regt heeft geweeten, wat 'er moesten worden gedaan, behalven dat ook der bedien„ „den resolutie op de ingekomene berigten, vroe„ „ger hadde kunnen genomen, en aan het ons bedeeld bedeeld zijn. Dat het voorts ook vry wat meede gewerk had, om 't vertrek van voorm: schip te ver„ traagen, dat na den ontfangen van ouse gege„ vene qualificatie bij brieff van den 25. ' Jann om bij provitie te laaten doen de reparatien en verstrekkingen, die aan dien bodem zicht„ baar noodzakelijk waaren, de bedienden niet meer toerijkende hadden gesongd, dat dit dadelijk wierd uitgevoerd en dat wat de order betref, dit gegeeven is bij onsen brief van den 11 aug=s, om 100: baalen canneel in 't schip afte scheepen, en welke den 12: te gale is ont„ „fangen, 'er tijds genoeg is geweest, als was het ook dat gem: brief den 13. ' aldaar was aange„ „bragt, om die 100: baalen kanneel nog tijdig na boord te besorgen, zonder dat dit in eenig opzigt had behoeven te beletten, om dien bodem den 14:' telaaten zijlen, zo het anders zijlvaar„ „dig was geweest, doch tot het uit der be„ dienden brief van den 19: aug=s bleek, dat on„ der anderen de zijlen zolaat zijn klaar ge„ koomen, dat ze eerst den 17: daartevooren hebben kunnen worden aangeslaagen, en dat daar uit van selve volgden, dat de betui„ „ging van den Equippagiemeester Abo, dat het 2341 het afscheepen van voorsz: 100: baalen Canneel, had meede gewerkt tot het vertraagen van 't vertrek van 't schip Gouda, een louter voor wendsel was. §186: Derhalven hebben we bij resolutie van den 4: 7ber: J: Z: beslooten, gemelde onse aanmerkingen: aan de gaalsche bedienden, tot hun narigt voor den aanstaande, te communiceeren en het voorts daar bij telaaten berusten, om niet te auticipeeren op het antwoord, dat we van uwe Hoog Edelheden verwagten, op het door de bedienden, volgens onse order, aan hoogst deselven gedaane verslag van de redenen, die voortgebragt hadden, dat meerm: schip Gouda„ zo onbegrijpelyk lang in de Gaalse bhaij had moeten vertoeven, met last egter aan gem: be„ dienden, om intusschen den equipagiemeester Abo aan teseggen dat we van hen verwagten, dat hij sig inden aanstaande zoude onthouden van diergelijke onachtzaamheeden als hierboven „op uit voorm: sijn berigt zijn „ gemerkt. §187. Dan wijl de bedienden ons, bij het toezenden van 't voorsz: bericht van den Equipagiemees„ „ter Abo, teffens hebben bedeelt, dat ze daar van geen afschrift aan uwe Hoog Edelheeden hadden gesonden, om dat de inhoud daarvan, in eenige door gem: Abo aangehaalde omstan„ „digheeden, niet overeenkraam met het geen zij by dat bij hunne brief hadden gemeld, hebben we daer „om van hun berigt gevraagd, wat eigentlijk aanleijding tot de verschillen, tusschen hun ver„ „slag en 't bericht van den Equipagiemeester gegeeven had en waarin die verschillen bestonden § 188: Hierop hebben de bedienden bij hunnen brieg van den 7: 8ber: geandwoord, dat de Equipagie„ meester den gezaghebber kraayenhoff niet had onderrigt van de onderstelde verhindering, uit de aanbevoolene afscheep van nog 100: , baale„ Canneel; dat ook bij Examinatie van den baas der Sweeden, het voorwendsel noopens het re ijzerwerk was komen te vervallen, wijl deeze met zijne aantekening, boekjes had beweezen, dat de nodige ijzerwerken, die aan boord van het schip moetten vast geklenken worden, dagelijks sonder versuijm klaar gemaakt en ten eersten aan boord besorgd waaren, gelijk sulks ook plaats had gehad met de ijser werken, die gereperareert moesten worden, terwijl de goederen, die ter waarloo meede gegeeven wierden, reets agt dagen voor het vertrek van 't schip in gereedheid geweest, dog maer twee daagen voor dies vertrek afgehaald waren; en eijndelijk dat de bedienden daarom best hadden gedagt 't voordchr: berigt niet onder het oog van uwe Hoog 2342 Hoog Edelheeden te brengen, als met over„ een komende met het gedaane verslag bij hunne brief, waarbij ze eenlijk 't meenigvul„ „dig werk dat aldaar aan dien boodem moest gedaan worden, ende daarin ontmoete hum„ dernissen van slegt weder, de swaare zeedij„ „ningen in de bhaij &=a vertoond hadden § 189: E: n terwijl de bedienden ons versogt hebben dat dit zoowel, als hunne nadere verschoning over het lang vertoef van 't schip Gouda: te gale, namentlijk dat 't zelve wegens de sterke rukwinden en ongemeene swaare zee„ „dijningen in de bhaij, met zoo spoedig hadden worden ontlaaden, en dat de rapporten van de kunnes vititatie en den eijsch van benodigden, niet voor 19: Julij waaren ingekomen, om dat de scheeps Capi„ „tein had betuigd, geen opgave van het benodigde te kunnen doen, voor dat hij eene behoorlijke overziening van de scheeps behoeftens had ge„ „daan, het geen niet konde geschieden voor dat het schip, ten minsten voor het grootste gedeelte, ontlaaden was: uwen Hoog Edel„ „heeden mogte ter kennis gebragt worden, zoo hebben we den 4: 8ber: beslooten sulks te„ doen, gelijk in eerbied geschied bij deesen. §790: op het volgens 5: 8: van de gaalse bedienden gevorderde
English
demanded report, concerning their notification made to your High Excellencies by their letter of 21 February 1787: that the return ships had not been able to take in a portion of their projected cargo, on account of the partitioned goods and provisions of the passengers: they have answered by their letter of the 8th of this month, which is appended in extract among the annexes, that they had only informed your High Excellencies that the ships 't Hof ter Linde and the Draak had not been able to take in the number of cinnamon bales specified for them, because after stowing the remaining merchandise no space remained therein, and that no more than twenty packages for the Cape could be sent on each of the said ships, because on the first-mentioned ship the goods and provisions of the passengers indeed had to be stored between decks, but principally also because the officers of that vessel made great objection to carrying some linen packages there, as the upper deck of the ship could not be caulked so tightly that the packages would remain out of danger of getting wet; while the Cape packages were stored between decks in the Draak, but no goods of passengers were stowed in the hold of the aforementioned ships. Section 191: We therefore humbly note therefrom that the goods of the passengers caused no impediment to the loading of further return cargo in the aforementioned vessels, and that the storage of the 20 Cape packages in the hold of 't Hof ter Linde, which occurred not so much because of the passengers' goods, but rather upon the complaint of the ship's officers regarding placing them between decks, cannot have taken away much space from the return goods pro patria, but that the excessive quantity of saltpetre shipped in both ships, as we noted in our respectful letter of 4 July last, is the principal cause that a portion of the projected cinnamon had to be left behind. Section 192: The vessels which we currently have at this government consist, besides the lesser vessels, principally of the barks De Liefde, De Jonge Willem Arnold, De Hervatting, and De Gustaaff, and the sloops Kolombo, Ceilon, and Gale, thus in total 7 vessels, instead of the 11 sloops stipulated by regulation, thus 4 vessels fewer. Section 193: The provisions, repairs, and rebuilding done to the sloops and lesser vessels in the most recently concluded financial year 1782 amount to the following: At Jaffanapatnam: 11,467: 12: 8. At Mannaar: 858: 14: —. At Gale: 1,240: 6: —. At Mature: 656: 4: —. At Tutukorijn and Kulkare: 47: 19: 6. 8. At Trinkouomale: —— At Kalpettij: 143: 5: 8. At Battekaloa: 866: 13: —. Here: 66,675: 6: —. Together: 85,627: 7: 8 florins, as will be shown further below under the Expenses. Section 194: One of our sloops, namely De Suida, which we have had here since the year 1762, has become so worn out and found unserviceable inside and out, that the shipwrights who inspected her declared that she was not worth the costs of a repair, which would run very high, and that she could not even recoup the costs of demolition. We therefore, according to the resolution of 11 July last, had her sold by public auction with the goods belonging thereto, except for the ammunition goods and the anchors, and she yielded 904:—. rixdollars, or 1,789: 18: 8 florins in Dutch currency. Section 195: Since it was of old the custom here to provide the sloops going to Trinkonomale with a double set of sails, both because of the squalls that often blow around that region, and because the sloops remain sailing in the waters between Trinkonomale and Battikaloa for nearly six months, and would get into distress upon suffering damage to the sails, without there having been, however, any order or regulation for this, we decided on 12 April last to legitimize this provision, provided that each time upon the return of such sloops, the double set of sails would be unloaded here again, in order to serve for further provisioning if they should be usable for that purpose. Delivered Cargoes Section 196: In our respectful letter of 14 August last we had the honour to inform your High Excellencies that on the 10th prior we had decided to defer the disposal of the cargo brought with the ship Gouda for Malabar to the Ministers at Koetsiem; but since the latter, as appears from the record in our resolution of 4 September, have left a principal part of that cargo, and also of the goods brought with the ship Veeze for Malabar, to us, and subsequently requested that we also have the cargo of Gouda traded here, we therefore decided on 14 December last to have the inspection report thereof drawn up here. Section 197: We disposed of this inspection report at the session of the 18th of this month, as appears from the extract of our resolution that accompanies the annexes hereof, and from which we take the liberty to note herewith that all the pernambuco sticks were found moldy, suffocated, and unserviceable, although the chest was dry and in good condition inside and out, on which account we had them sold by auction for the prevailing market price. Also
Dutch transcription
gevorderde berigt, nopens hunne gedaane melden aan uwe Hoog Edelheeden bij hunnen brief van den 21.:' febr: 1787: dat de retourscheepen een ge„ deelte van hunne geprojecteerde lading niet hadden kunnen inneemen, weegens de afgesche „te goederen en provisien der passagiers: hebben ze bij hunnen brief van den 8. deezer, die in eex „tract onder de bijlaagen gevoegd is, goedndwoord dat ze eenelijk aan uwe Hoog Edelheeden na „den bedeeld, dat de scheepen 't Hoff ter linde en de Draak, het daar voor bepaald getal van Can „neel baalen niet hadden kunnen innemen „na om dat daarin „ het wegttuwen van de overige koop waaren geen ruimte meer overbleeff, en dat ook niet ieder der gem: scheepen, niet meer de twintig pakken voor de kaap konden verzon„ „den worden, om dat wel op het eerst gem: schip de goederen en provisien der passagiers, tusschen deks moeten geborgen worden, dog voornaa„ „melijk ook, om dat de overheeden van dien bo„ „dem veel swarigheid maakten, eenige lijwaat pakken daar tebrragen, wijl het bovendek „zoo van het schip niet digt konde gecalpaat wor „den, dat de pakken buijten gevaar van nat wor „den bleeven; terwijl de kaabse pakken in de Draak 2843 Draak tusschen deks geborgen, dog geene goederen van passagiers in 't ruim van voorschr: scheepen gestuwd zijn. §191: we merken mits dien daar uit nedrig aan, dat de goederen der passagiers geene verhindering hebben toegebragt, aan het inladen van meerder re„ touren in voorsz: bodems, en dat het bergen van de 20: Caabse pakken, in het ruim van 't Hop ter Linde, niet so zeer om de goederen der pas„ „sagiers, als wel op de doleantie van de scheeps overheeden, om ze tusschen deks te plaatsen, ge„ schiet, niet veel ruimte aan de retouren pro patria kan hebben benoomen, maar dat de overmatige quatiteit salpeter, die in bij„ de de scheepen zijn afgescheept, gelijk we bij onsen eerbiedigen van den 4: Julij pass=o hebben opgemerkt de voornaamste oorsaak is, dat een gedeelte van de geprojekteerde Canneel heeft moeten agterblijven. —. §192 De vaartuijgen, die we thans ten desen gou„ vernemen te hebben, bestaan behalven de mindere vaartuijgen, voornamelijk inde barken de liefde, de Jonge Willem Arnold, de Hervatting en de Gustaaff en de sloepen kolombo, Ceilon en Gale, oversulks in het geheel geheel 7: stuks, in steede van de bij reglement bepaalde 11: sloepen, dus minder 4: stuks. — §193: De verstrekkingen en vertimmering en aan de sloepen en mindere vaartuijgen, in 't Jongst gepasseerden boekjaar 1782 gedaan, bedraa„ gen als volgt. te Jaffanapatnam. - - - - - - „ 11467: 12: 8. „ Mannaar. . . . . . . . . . . . „ 858: 14. — „ Gale. . . . . . . . . . . . . . „ 1240: 6. –. „ Mature. . . . . . . . . . . . „ 656. 4. -. „ Tutukorijn en kulkare. . . „ 47:19: 6. 8. —— „ Trinkouomale. . . . -:=:-„ „ kalpettij. . . . . . . . . . . . . „ 143: 5. 8. „ Battekaloa. - - - - - - - - - „ 866:13. —. Tezaamen ƒ: 85627: 7: 8: gelijk dat nader hier agter onder de Lasten zal worden vertoond. — § 194: Een van onse sloepen, naamelijk de suida„ die we zedert 't Jaar 1762: hier gehad hebben is zoodanig afgevaaren en binnen en buiten boord oubekwaam bevonden, dat de scheeps„ timmerlieden, die dezelve gevisiteerd hebben hebben verklaard, dat ze de onkotten eener reparatie, die zeer hoog souden loopen niet waardig was, en dat ze ook de onkos„ Alhier - - - - - - - - - - - - - ƒ66675:6. —. „ten 2344 „ten van de slooping niet kon goedmaaken „we hebben derhalven deselve, volgens beslugt van den 11: Julij pass=o per puplucque ven„ dutie laaten verkoopen, met de goederen daartoe gehoorende, excepto de ammonitie goederen en de ankers, en heeft ze gerendeerd 904:—. rd=s op ƒ 1789: 18: 8: Nederlands geld. § 195. vermits het van ouds af hier in gebruik was aan de sloepen die na Trinkonomale gaan, een dubbeld stel zijlen meede tegeeven, zoo om de ruk winden die veel om dien oortwaaijen, als om dat de sloepen bij na ses maanden, in het vaarwaater tusschen Trinkonomale en Battikaloa blijven vaaren, en bij het onder„ „gaan van schade aan de zijlen, in ongelegend„ „heid zouden geraaken, zonder dat echter daar„ „toe eenige order of bepaaling is geweest, hebben we op den 12:' April pass=o beslooten die ver„ strekking te wettigen, mits dat telkens bij de terugkomst van sodanige sloe„ „pen, 't dubbelde stel zijlen alhier weder souden geligt worden, om zoo ze daartoe bruikbaar mogten weesen nader tot de verttrekking te kunnen dienen. uitgeleverde. uitgeleeverde Ladingen § 196: Bij onsen eerbiedigen van den 14:' aug=s pass=o heb„ „ben we de eer gehad uwen Hoog Edelheeden te be„ „deelen, dat we den 10: bevoorens hadden betloo„ „ten, om de dispositie, over de met 't schip Gouda voor de Mallabaar aangebragte lading, te de„ „pereeren aan de Ministers te koetsiem; Maar dezelven 't sedert, blijkens het aangeteekende bij onse resolutie van den 4' 7ber: een voornaam „geveelte van die lading, en ook van de Met het schip veeze voorde Mallabaar aangebragte goederen, aan ons overgelaaten, en vervolgens versogt hebben, dat mede lading van gouda hier souden laaten verhandelen, hebben we mits dien op den 14:' xber: J: beslooten, de be„ „vinding daarvan hier te laaten opmaaken § 197: op deese bevinding hebben we gedisponeerd ter sessie van den 18. deezer, blykens het extrakt uit onze resolutie, dat de bijlaagen deezes ac„ „compagneerd, en waar uit wede vrijheid ge„ „bruiken hier bij tenoteeren, dat alle de perni schagten verschimmeld, verstikt en onver„ „strekbaar bevonden zijn, schoon de kas van buiten en binnen droog en wel gekonditioneerd was, weshalven we dezelven per vendutie voor het geldende hebben laaten verkoopen ook
English
Also, a bundle of half-anise hoops weighing 610 lb was found to be so heavily rusted and unserviceable that it likewise had to be sold. The crate with Russia leather, although in good condition on the outside, was nevertheless wet inside, and the hides were not only stained, but one hide among them was even found to have a piece torn off; at the request of the Ministers, we sent this leather to Hoetsiem. Section 190: Upon the findings concerning the Homeland and Cape cargo delivered here from the ship Leviathan, we disposed by resolution of 30 October last. From the cargo of this vessel, two cellars of gin and two cellars of brandy were received here with broken lids, and 10 empty bottles and 46 flasks less were found therein. Also among the leaguers of wine were two leaguers of sack and one leaguer of French wine of which the tin plates were fastened with new nails, and of which one leaguer of sack was 12 duim and the leaguer of French wine was 18 duim short, while the sack from the second leaguer was found to be too high in color and tasting of strong Cape wine. Therefore, we instructed the Chief Administrator to examine the commissioners who attended the unloading on board, to see whether, in accordance with what was ordered in the ordinance granted to them, before the tiers were broken up, they had gone into the hold and inspected whether the goods were properly stowed, and to ask them in what condition they had found the stowage, and especially whether they had not discovered that the aforementioned damaged cellars and leaguers had been tampered with; likewise when and where they had first discovered that the tins over the bungholes of the leaguers were nailed with new nails, and whether no sample bottles of the brought wines were received; if so, whether the wines delivered here were confronted against those samples; furthermore, to demand an explanation and accountability from the ship's officers in that regard and concerning whatever else might be declared noteworthy by the aforementioned commissioners. In the meantime, we decided to have the aforementioned leaguer of sack, which tasted of strong Cape wine and was judged unserviceable for rations, sold for the going rate, just as we previously, pursuant to resolution of 11 and 21 September, already had a leaguer of Cape wine from the cargo of this vessel, which was found to be strong and harsh of taste, sold for the going rate, together with 195 ells of blue soldiers' cloth and 51¼ ells of green velvet, which were found to be wet and musty. 5 pieces of scarlet red, dark blue, and grass-green cloths, which had been accounted for as fine, were found to be very coarse, and swatches thereof will be sent to the Netherlands, with some old used books that were brought out in new bindings. Furthermore, several crates of cloth and velvets were wet, and the crates with glass bells and vase lanterns were packed very poorly and not well protected against breakage, as a result of which 6 bells and 4 lanterns were broken, and 1 bell was found to be cracked. Section 194: Regarding the further investigation conducted concerning the aforementioned cellars and leaguers, the report of the Chief Administrator has not yet arrived. If it arrives in time enough to report on it in this document, we will do so at the foot of this, and otherwise on the next occasion. Section 200: The findings concerning the delivered Batavian cargo of the ship Java were recorded in our resolution of the 17th of this month, an extract of which is attached hereto, and we note therefrom that because the French large median paper received therewith was found to be so large that a sheet folded in breadth is slightly larger than a sheet of Dutch large median, and also a ream thereof contains only 240 sheets, we have therefore decided to have the same received and issued for large median paper, namely a French ream of 240 sheets for a Dutch ream of 480 sheets. We have also had the French paper received for small median, which was found to be as large as the Dutch large median, received for large median, namely two French reams, each containing 240 sheets, for one Dutch ream of 480 sheets. The shortages found on the gross weight of the 27 chests of nutmeg and 3 suckers of mace, after deducting the allowed 4 percent for ullage, we have had placed to the account of the officers, solely to comply with the strict order in place for that, as otherwise we had no reason to do so, because the chests and suckers were found to be in good condition, except that a single sucker had a tear on the outer wrapper; and Captain Kraaij's remark that the chests dry out severely appeared very plausible to us, as it is generally confirmed by experience. Section 201: By our resolution of the 14th of this month, which in extract under
Dutch transcription
2344 ook is een bos halve aanis banden, dat gewoogen heeft 610 lb: zoo sterk verroest en onverstrek„ „baar bevonden, dat het meede heeft moeten worden verkogt. De kas net Jugtleer was; hoewel welgekonditioneerd van buiten, echter van binnen nat, en de vellen waaren niet alleen gevlekt, maar selfs was 'er een vel onder waarvan een stuk afgescheurd is bevonden; we hebben dit leer, op verzoek van de Ministers, na hoetsiem gezonden. § 190: op de bevinding van de alhier uitgeleeverde Patriasche en Caabsche lading van 't schip de E Leviathan, hebben we gedisponeerd by reso„ „lutie van den 30:' october Jo Leeden uit de lading van deesen bodem zijn twee kelders met genever en twee kelders met brandewijn, met gebrokene deksels alhier ontfangen, en zijn daar in 10. flessen ledig en 46: pletsen min„ „der bevonden; ook zijn er onder de leggers met wijnen twee leggers zekwijn en een leg„ „ger fransche wijn gemeest, waarvan de blikgen „ken met nieuwe spijkers beslaagen waaren en waarvan een legger zekwijn 12: d=m en de legger franschewijn 18: d=m wan was, terwijl de zekwyn van de tweede legger, te hoog van kleur en de smaak naar sterk kaabse wijn - wijn bevonden is: weshalven we den hoofdadmi„ „nistrateur hebben opgedraagen, om de gecommit„ „teerdens, die de onlotsing aan boord hebben bijge„ „woond, te examineeren, of ze volgens het aanbe„ „voolene bij de aan „ verleende ordonnantie alvoo„ „rens de laagen wierden opgebrooken, zig in het ruim begeeven en inspectie genoomen hadden, of de goederen behoorlijk gestuwd waaren, en hun aftevragen in wat toestand ze de stuagie bevon„ „den hadden, en speciaalijk, of ze niet hadden ontdekt, dat de voorsz g'unfligeerde kelders e„ leggers gewerkt waaren? zoo ook wanneer en ver waar hetz het eerst ontdekt hadden, dat de blikken op de spoulgaten van de leggers, met nieuwe spijkers waren gespeijkerd, en of 'er van de aangebragte wijnen geene proefbottels zijn ont„ „fangen? zoo Ja of de hier uitgeleeverde wij„ „nen, tegens die proeven zijn geconfronteerd; voorts ook om van de scheeps overheeden daarom 1 „trent; en noopens het geen verder door de voor„ schreve gecommitteerdens, van opmerking mog„ „te werden verklaard, reden en verandwoording te vraagen. Intusschen hebben we beslooten de voormelde legger zekwijn, die na sterk Caabse wijn smaakte en tot randzoen onverstrekbaar is gekeurd, voor het geldende telaaten verkoopen, gelijk we reets volgens resolutie van den 11=e en 21: Iber 2345 7ber: bevoorens, nog uit de lading van deesen bodem, een legger Caalsewijn die sterk en vorang van smaak bevonden is, nevens 195 C@. blaauw sol„ „daate laaken en 51¼. @: groen fluweel, die nat en verstikt bevonden zijn, meede voor het geldende hadden laaten verkoopen. 5: stukken schair rood, donkerblaau en gratgroene Lakenen, die voor fijn waren aangereekend, zijn zeer grof bevonden, en zullen daarvan staaltjes na Nederland geson„ „den worden, met eenige oude gebruikte boeken, die in nieuwe banden zijn uitgebragt. voorts waaren verschijde kassen met lakenen en fluwer „len nat, en de kassen met glaze klokken en vaas lanthaarns zijn zeer slegt afgepakt geweest, en niet zo wel voorzien tegen het breeken, waar„ „door er 6: klokken en 4: lanthaarns gebrooken zijn, en nog 1: klok geborsten is bevonden. —. §144: Nopens 't nader gedaane ondersoek wegens de voorsz kelders en leggers is het berigt van de hoofd„ administrateur nog niet ingekomen. zoo het nog tijdig genoeg inkomt om daarvan in desen verslag te kunnen doen, sullen we dat doen aan den voer deses en anders bij de eerste volgende gelegentheid. 5200. De bevinding van de uijtgeleeverde Bataviasche lading van 't schip Java, is g'intereerd bij onse reso„ „lutie van den 17: deezer, waarvan extrakt deezen verteld, en we merken daar uit aan, dat wijl 't daar meede ontfangen frans grootmedi aan pa„ „pier pier zoo groot bevonden is; dat een vel in de breete „vouit iets grooter is dan een vel hollands groot diaan, en ook een riem daarvan maar 240 vell houd, wij daarom beslooten hebben 't selve tela „ten inneemen en verstrekken voor grootmediaa papier, namelijk een riem franse van 240: vel voor een riem hollandse van 480: vellen. Ook he we 't voor klijn medi aan ontfangen franse pass dat zo groot bevonden is als 't hollandse groode diaan, voor groot mediaan laaten inneemen, te weeten twee riemen franze dat elk 240: vellen houd, voor een riem hollandse van 480: vellen De bevondene minderheeden op het aeet bruto ge „wigt van den 27: kisten nooten miskaat en 3: zoekels foelij, hebben we, naa aftrek van de voor spillagie, laaten stellen, toegelegde 4: p„r Ct 6 op de reekening der overheeden eenelijk om te vol „doen aan de daartoe leggende stellige order wijl we anders daar toe geen reeden hadden, om dat de kisten en zoekels wel geconditioneerd sijn bevonden, behalven dat een enkelde soekel, aan den buijtensten omslag een scheur had, en de aanmerking van den kapitein kraaij dat de kitten sterk indroogen, is ons seer aanneemelijk voorgekoomen, wijl het doorgaans door de on„ dervinding bevestigd word. —. § 201: Bg ouse resolutie van den 14:' deser, die inextract onder
English
is added to the appendices, we have disposed according to a Galle resolution of the 7th of this month, containing the orders of the servants regarding the Cochin cargo of the ship de Negotie delivered there. We take the liberty of presenting a copy of the aforementioned Galle resolution to Your High Nobilities herewith, and furthermore respectfully note in that regard that we have had the ship's officers charged for 14656 lb of rice and 14495 lb of saltpetre, which they accounted for less than the granted spillage, although regarding the saltpetre they demonstrated that the uncommon deficiency was caused by water that had entered through a leak in the fore-bow and could not be cleared for lack of bow pumps, but we have referred them with the grounds of their objection in that matter to Your High Nobilities. Paragraph 202. Regarding the delivered Batavian cargo of the ship de Maria, the findings of which have not yet come in, we shall have the honour of making a further report to Your High Nobilities. Paragraph 203. On the occasion that the ship de Doggersbank upon arrival from Batavia, according to custom, was awaiting at the Punnaikayal roads the time that it might safely make sail for the Colombo roads, there was gradually unloaded from its cargo there a quantity of 36534 lb of rice, of which the Tuticorin servants not only gave us notice in their letter of the 18th of August last, but the Tuticorin administrator Anthonij van der Wall also granted a general receipt for it to the ship's officers, which is included in copy among the appendices; but when the ship afterwards arrived here and was to account for its cargo, Captain Abraham Tin, besides the aforesaid proof, produced a written order granted by the Tuticorin Chief Mekern to the ship's officers and also added in copy among the appendices, whereby they were ordered to unload 6000 lb of rice, and which he, Tin, therefore claimed here to have accounted for at Punnaikayal in addition to the lot mentioned in the aforesaid general receipt; and as this order had been receipted by a certain Dr. Rotsen, our chief administrator accepted the same in good faith, and consequently validated for the ship's officers, above and beyond the 36534 lb mentioned in the receipt, also this 6000 lb of rice against their Batavian cargo, with the spillage stipulated therefor by regulation, being 193½ lb, as appears from the finding inserted in our resolution of the 5th of October 1787, an extract of which was offered to Your High Nobilities alongside our humble letter of the 29th of December last. These two lots having since been charged to Tuticorin, the servants informed us that no more than the 36534 lb of rice mentioned in the receipt of the administrator van der Wall was discharged there from the Doggersbank, and that the 6000 lb mentioned in the order of the Chief was also included therein, according to the custom that a general receipt is granted for everything that is unloaded from a ship or vessel. The administrator van der Wall furthermore specifically pointed out, in a report of which a copy is among the appendices, that the Chief had issued two orders to the ship's officers, one for 30000 lb and one for 6000 lb of rice, of which upon the first order 30534 lb had been brought ashore, but the 6000 lb of the second order, being designated as rations for the ship de Pollux, was received directly by the aforesaid Rotsen, who was an officer of the Pollux, and transported to his ship, and that consequently a report of 36534 lb was drawn up and submitted for both lots by the commissioners who had attended the delivery, and which report Captain Tin himself had even signed for the delivery of 36534 lb. It appears from this report, from the notes that the commissioners kept of the weighing of the aforesaid rice, and from a notarial declaration granted by them, all of which accompany this in copy, all too clearly that the 6000 lb of rice mentioned in the order receipted by Rossen is indeed included under the 36534 lb for which the administrator van der Wall signed a receipt, so that Captain Tin was greatly mistaken in presenting the aforesaid order as an independent proof on its own. We have therefore resolved in the session of the 29th of December last to have the aforesaid 6000 lb of rice, with the spillage of 193½ lb validated thereon, thus together 6193½ lb of rice, charged to the Amsterdam Chamber at the purchase price; and we have requested the Honourable Esteemed Gentlemen Directors that the amount thereof may be demanded either from Captain Tin alone, who is the sole cause of this error, or from both him and his Captain-Lieutenant Juriaan Pietersz, who were both benefited thereby. Paragraph 204. With the aforesaid ship de Doggersbank, 50000 lb of Japanese copper were sent from here to Tuticorin, and since the Tuticorin servants have informed us by letter of the 15th of October last that the ship's officers had indeed delivered the 50000 lb of copper which they had brought with them for them, we have, in the assumption that
Dutch transcription
2346 onder de bijlaagen is gevoegd, hebben we gedisponeerd op eene gaalte resolutie van den 7: dezer, houdende te der bedienden dispositien op de aldaar uitgeleeverde koetsiemse lading van 't schip de Negotie. We ge„ bruiken de vrijheid, Copia van gemelde gaalse reto„ „lutie uwen hoog edelheeden hierneevens aantebre„ „den, en noteeren voorts daaromtrent eerbiedig, dat weden scheeps overheeden hebben doen belasten in voor 14656: lb: rijst en 14495: lb: salpeter, die ze boven de toe gelegde spillagie hebben minder ver andwoord, schoon ze omtrent de salpeter hebben aangetoond, dat de ondemeene minderheid was ver„ „oorzaakt door 't water, dat door een lek in de voorboeg was ingedrongen, en niet kwijt konde geraakt worden, bij gebrek van voorpompen maar wij hebben hun met de reeden van hun bes waar daaromtrent, over geweesen tot uwe Hoog edelheeden § 202: Nopens de uitgeleeverde Bataviasche lading van 't schip de Maria, waarvan de bevinding nog niet is ingekoomen, zullen wede eere heb„ „ben, uwen Hoog Edelheeden nader verslag te „doen. §203. Ter gelegendheid dat 't schip de Doggersbank by aankomst van Batavia, naar gewoonte op de ponnekaijlse rheede den tijd lag aftewagten, t dat het gerustheit de kolombosche rheede mogten den bezijlen bezijlen, is uijt desselfs lading aldaar successive, gelost een quantiteit van 36534. lb: rijst, waarvan de tutuko„ rijnsche bedienden ons niet alleen kennis gaven bij hunnen brieff van den 18: aug=s pass=o maar heeft ook de Tutuko„ „rijnse administrateur Anthonij van der wall daar voor eene generaale quitantie aan de scheeps over„ „heeden verliend, die in Copg onder de bijlaagen gaat; dog toen 't schip daarna hier kwam en syne lading soude verandwoorden, heeft de kapitein Abraham Tim, behalven het voorsz bewijs, nog geproduceerd eene schriftelijke ordonnantie, door 't Tutiekorijn„ „se opperhoofd Mekern op de scheeps overheeden ver„ „leend en meede inkopij onder de bylaagen gevoegd waarbij ze weden gelast om 6000 lb: rijst telossen, en die hij Tien derhalven hier voorgaf, boven de bij voorsz: generale quitantie vermelde parthij, nog te Ponnekaijl te hebben verandwoord, en wijl deze ordonnantie door eenen D' Rotsen was gequiteerd heeft onze hoofdadministrateur dezelve tergoe„ „der trouwe geaccepteerd, en mits dien de scheeps over„ „heeden, boven en behalven de bij quitantie vermel„ „de 36534: lb: ook deese 6000: lb: rijst op hunne bataviase lading gevalideerd, met de bij regle„ „ment daarvoor bepaalde spillatie, sijnde 193½. lb: , gelijk blijkt bij de bevinding, die gein„ sereerd is, bij onze resolutie van den 5. ' october 1787: waarvan extrakt uuw en Hoog Edelheeden is 2347 is aangebooden neevens onsen nedrigen van den 29: xber: pass=o. Deeze bijde parthijen 't zedert Tutukerijn ten laste gebragt sijnde, hebben om de bedienden berigt, dat al„ „daar uit de doggersbank niet meer sijn geligt, dan de 36534: lb: rijst, vermeld bij de quitantie van den administrateur van der Wall, en dat de bij de ordor„ nantie van 't opperhoofd verm: 6000: lb: meede daar onder begreepen waaren, volgens het gebruik, dat van al het geen, uit een schip of vaartuijg gelost word, eene generaale quitantie verleend werd. De admi„ „nistrateur van der wall heeft voorts speciaal „lijk, bij een berigt waarvan Copij onder de bijlaagen gaat, aangeweesen, dat 't opperhoofd twee ordonnan„ „tien op de scheeps overheeden had verleend, een voor 30'000 lb: en een voor 6000: lb: rijst waarvan op de eerste ordonnantie 30534: lb: aan de wal waren gebragt, dog de 6000 lb: van de tweede ordonnantie, als geschikt tot randzoon voor 't schip de Pollux, direct, door voorm: Rotsen die een officier van de Pollux was, ontfangen en na zijn schip getransporteerd, en dat mits dien ook van bijde parthijen, een rapport van 36534: lb: door de gecommitteerdens, die de uitlevering hadden bij gewoond, was opgemaakt en overgelegd, en waarbij ook zelfs Capitein Tin, voorde uitleevering van 36534: lb: had onderteekend. Het blijkt bij dit rapport, bij de aanteekening die de gecommit „teerdens van de weeging der voorsz: rijst gehouden hebben hebben, en bij eene secretarieele verklaaring door hun verleend, die alle in Copij deesen vertellen, niet dan al„ te duijdelijk, dat de 6000: lb: rijst, die bij de door Bos„ „sen gequiteerde ordonnantie sijn vermeld, inderdaad begreeppen sijn onder de 36534: lb:, waar voor de ad„ ministrateur van der wall heeft gequiteerd, zoo dat Capitein Tin sig seer heeft misgisz, met de voorsz: ordonnantie als een bewijs op sig selven te presenteeren. wij hebben derhalven ter sessie van den 29: xber J=L: beslooten, de voorsch: 6000: lb: ryk met de daar op gevalideerde spillagie van 193½ lb dus tesamen 6193½. lb: rijst na de kamer Amster„ „dam te laaten aanreekenen, teegens den uitkoops prijs: en we hebben de edele agtb: Heeren Bewind „hebberen versogt, dat 't bedraagen daarvan, 't zij van Capitein Tin alleen, die de eenigste oor„ „saak is van dit abuijs, dan wel bijde van hem en van sijn Capitein luitenant Juriaan Pie„ tersz, die bijde daardoor sijn bevoordeeld mag worden afgevorderd. —. § 204: Met voorm: schip de Doggersbank zijn van hier 50'000 lb: Jappans koper van Tutuko rijn gezonden, en wijl de Tutuko zijn te besienden ons, bij brieve van den 15: 8ber: J:oL: hebben bedeeld, dat de scheeps overheeden, wel hadden uitge„ „leeverd de 50'000: lb koper, die ze voor hun had„ „den meedegebragt, hebben we in de onderstelling Dat
English
that the full quantity of 50'000 lb had been delivered there to the aforementioned officers, as evidenced by our resolution of the 19th of November, having allowed credit thereupon for the wastage stipulated by regulation, amounting to 31¼ lb; yet when this wastage was charged to Tutukorijn, the servants there informed us, by letter of the 21st of December last, that the delivery of the aforesaid 50'000 lb of copper had taken place there after deduction of the customary wastage, as shown by the report accompanying this in copy, and that they, with their previous writing stating that the 50000 lb had indeed been delivered, had understood that this had occurred after deduction of the wastage; we have therefore, and because it appears from the report that the delivery of the aforementioned 50000 lb at Tutukorijn truly took place after deduction of the wastage, resolved by our aforesaid resolution of the 29th of December to likewise charge the 31¼ lb of copper credited here to the officers for wastage to the Amsterdam chamber, with the request to the Gentlemen Directors that the amount thereof may likewise be recovered from the often-mentioned Captain Tin and his Captain Lieutenant Cornelis Paulienling. § 205: We have also received from Batavia an invoice of the ultimo of August 1787, by which this government was charged for 37776 lb of rice that was still loaded there in the ship De Doggersbank, above the quantity mentioned in the bill of lading invoice received here with that vessel, since in this bill of lading invoice, instead of 677776 lb which was actually shipped in that vessel, 640000 lb was mistakenly entered; thus less by the aforesaid subsequently charged 37776 lb, for which the ship's officers ought on the other hand to have accounted here; but since the ship's officers accounted for their cargo here according to the bill of lading invoice received with that vessel itself, without showing anything of this mistake, and the supplementary charge was received here only after the departure of the ship, we have taken the liberty to now charge this unaccounted-for parcel, in accordance with the Batavian account, to the Amsterdam chamber, to the debit of the often-mentioned Captain Bzeem and his aforementioned Captain Lieutenant Pietersz. The Purchases § 206: Which were made during the past year in this government for various necessities, took place according to our need, and at the lowest prices that we were able to obtain. § 207: The goods purchased at Kolombo consist mainly of: Some anchors and cordage, the former at 20½ ropijen and the latter at 18½ ropijen per 100 lb, as shown by the resolution of the 16th of January past. 7087 bags of rice, at 4½ and 5 ropijen per bag of 150 lb, according to the resolutions of the 22nd and 26th of January, 16th of April, and 9th of July. 2505 bags of saltpetre at 14 ropijen per bag of 150 lb, as evidenced by the resolutions of the 22nd of January and 24th of December past. Various Batavian timber works, as shown by the resolution of the 17th of March. Some equipage goods, as shown by the resolutions of the 12th and 19th of April and 26th of July. Besides still some small items that are mentioned in our resolutions of the 24th of May, 4th of June, 1st and 9th of July, 11th of September, 6th and 22nd of December. § 208 At Jaffanapatnam, 5000 parras of paddy were purchased for the Wannij at 18 stuijvers per parra, according to our authorization given by resolution of the 4th of September; and the further purchases of necessities made there for the use of the household and to accommodate Trinkonomale are recorded in our resolutions of the 4th and 16th of January, 19th of April, 8th, 24th, and 31st of May, 20th and 24th of July, 11th of August, 4th of October, 19th of November, and 6th of December. § 209: The arrack required for provisioning the ships and military at Gale and Trinkonomale was purchased at Gale at 32 rds the leaguer of 400 kannen, as evidenced by the authorization given for that purpose in our resolution of the 12th of April; and whatever further had to be purchased there is mentioned in our resolutions of the 16th of January and 19th of November. § 210 At Tutukorijn a piece of timber was purchased for a gaff for the sloop Kolombo, as shown by the resolution of the 9th of October. § 211: At Trinkonomaale a few necessities were purchased, as shown by our resolutions of the 16th of January, 9th and 12th of July; besides which a further 2500 palisade timbers were contracted out for the benefit of the fortifications, according to our resolutions of the 19th of April and 20th of July; also purchased here for Trinkonomaale was a sailing thony, with its rigging and further accessories, for 480 rds according to our resolution of the 12th of April; and at Batakaloa 20 lasts of paddy were acquired for Trinkonomaale at 40 ropijen per last, together with a further 50 raft timbers to serve for the transport of the necessary materials for the fortifications, as evidenced by our resolutions dated 31st of May, 20th of July, and 27th of August. § 212. By our resolution of the 11th of January it was indeed decided to hold a public tender for 300 leaguers of arrack for the financial year 1785/6 to the lowest bidder, both for the needs of this Capital and to be able to supply the subordinate stations; yet because there was no one who wished to undertake this supply, recourse had to be taken to purchasing at market prices, which were 28, 33, 34, and also 44 rds, though for this last price no more than 4 leaguers were purchased. § 213 On the 19th of November last we again resolved to hold another tender for 300 leaguers of arrack for this financial year, specifically at market prices until the coming month of January, and on condition of our declaring whether we wished to continue the tender further on that footing; but for this too no bidders were found, and therefore arrack is for the present being purchased at the market price according to requirement.
Dutch transcription
2348 dat de volle quantiteit van 50'000 lb: aldaar e was uitgeleeverd, aan gem: overheeden, blijkens onse resolutie van den 19. ' 9ber, daarop laaten goeddoen de bij reglement bepaalde spillagie, uitmaakende 31¼: lb, dog toen deze spillagie na Tutukorijn wierd aangereekend, hebbende be„ diendens ons, bij brieve van den 21: xber: JZ: be„ „rigt, dat de leverantie van voorsch: 50'000: lb. koper aldaar was geschied, na aftrek van de ge„ woone spillagie, blijkens rapport deesen in Copij vertellende, en dat ze met hun voori„ ge schrijvens, dat de 50000: lb: wel uitgelee„ „was, hadden verstaan, dat dit was geschied „vert na aftrek van de spillagie, wij hebben daar„ „om, en omdat bij 't rapport blijkt, dat de leve„ rantie van de voorm: 50000. lb: te Tutukorijn, reëel na aftrek van de spillagien is geschied, bij voorsz: onse resolutie van den 29:' xber be„ „slooten, om de alhier aan de overheeden voor spil„ „lagie goed gedaane 31¼. lb: kopter, meede de ka„ „mer Amsterdam te laaten aanreekenen, met versoek aan de Heeren bewindhebberen dat het beloop daarvan intgelijks mag wor„ „den afgevraagd, van meerm: Capitein Tin en sijn Capitein luitenant Cornelis Paulien 5 205 ling 6 § 205: Ook hebben wij van Batavia ontfangen eene faktuir van ult=o aug=s 1787: waarbij dit gouvernement zijn ten latte gebragt 37776: lb: rijst, die nog aldaar in 't schip De Doggersbank gelaaden zijn, boven de quantiteit vermeld bij het Cognoissement factum met dien bodem hier ontfangen, wijl bij dit Cog„ noissement faktuur in plaats van 677776. lb: die werkelijk in die bodem was afgescheept, abutive was bekend gesteld 640000: lb: dus min„ „der de voorsz: nader aangereekende 37776: lb, welke wederhalven door de scheeps overleeden hier moesten doen verandwoorden, maar aangesien de scheeps overheeden hunne lading hier hebben verandwoord, naar de met dien bodem zelve ont„ fangene Cognossement factuur, sonder iets van deeze vergitsing te laaten blijken, en de nadere aan„ reekening hier ontfangen is, reets na 't vertoek van 't schip, hebben we de vrijheid gebruikt, deese minder verandwoorde parthij, naarvol„ „gens de Bataviase aanreekening, thans de kamer Amsterdam telaaten aanreekenen, ten laste van meermm: Capitein Bzeem en zijn voor„ „noemde Cappitein Luitenant Pietersz: De Inkoop 1 § 206: Die geduurende 't vergangen Jaar in dit gou„ „vernement is gedaan van diverse behoefftens, 2349 is geschied naar mate van onse benoodigdheid, en wegens de minste pryjsen, die we hebben kunnen be„ diegen. § 207: De ingekogte goederen te kolombo, bestaa„ voornaamelijk, in Eenige ankers en touwerken, de eerste teegens 20. ½. ropijen en de laatte 18½. ropijen de 100: lb: blijkens resolutie van den 16: Januarij pats=o 7087: zakken rijst, tegens 4½. en 5: ropijen de zak van 150: lb:, volgens resolutien van den 22. en 26: Januarij, 16: april en 9:' Julij. 2505: zakken zalpeter tegens 14: ropijen de zeek van 150: lb, uitwijsens resolutie van den 22:' Januarij en 24: xber pass=o. Diverse Bataviase Houtwerken, blijkens resolutie van den 17: Maart. Eenige equippagie goederen, blijkens resolutien van den 12e. en 19e: april en 26: Julij. Nevens nog eenige geringheeden die vermeld staan 1 „ 9. Juli bij onse resolutie van den 24: Maij, 4: Junij 42 11. 7ber:, 6 en 22: xber:. —. §208 Te Jaffanapatnam zijn 5000 parras Nelij inge„ kogt voor de wannij, tegens 18: stuijvers de parra volgens onse gegeevene qualificatie bij resolutie van den 4: 7ber:, en de verdere inkoop van be„ hoeftens, die aldaar ten behoeve van de huis„ „houding „ „houding, en om Trinkonomale tegerieven, ge„ „daan zijn, staan aangeteekend bij onse retolu „tien van den 4 en 16: Januarij, 19: appril, 8: 24: 31: Maij, 20: en 24: Julij, 11: augustus 4: oktober 19: 9ber en 6: xber: § 209: De benodigde arrak ter verttrekking aan de scheepen en Militairen te gale en trinkono„ „male, is te gale ingekogt tegens 32: rd=s de leg „ger van 400: kannen, blijkens de daartoe gegev „ne qualifikatie bij onse resolutie van den 12: april, en het geen aldaar verder heeft moe „ten worden ingekogt, is vermeld bij onse reto lutien van den 16: Januarij en 19: November. § 200 Te Tutukorijn is een stuk Hout ingekogt. tot een gaffel voor de sloep kolombo, blijkens resolutie van den 9: october: § 211: Op Trinkonsmale zijn eenige wijnige benodigd „heeden ingekogt, blijkens onse resolutien man van den 16: Januarij, 9 en 12: Julij, behalven dat nog 2500: pallisaad houten; ten behoeve van de fortificatie sijn aanbesteed, volgens onze retold „tien van den 19: april en 20: Julij, ook is alhier voor trinko nomale ingekogt een zijltonie, met die tuijg en verdere toebehooren, voor 480: rd=s volgens vanse resolutie van den 12: April, en te Bataka „loa zijn voor Trinhonomaale opgedaan, 20: lan ten 2350 „ten nelij tegens 40: ropijen 't last, nevens nog 50: vlothouten, om te dienen tot den afbreng van de nodige Materiaalen voor de fortifica„ „tien, uijtwijzens onze resolutien de dat is 31: Maij, 20: Julij en 27: augustus. —. § 212. Bij onse resolutien van den 11 Januarij is wel be„ „slooten, om voor 't boekjaar 178 6/5. eene aanbe„ „steeding tedoen van 300: leggers arrak, aan den minsten bieder, zoo ten behoeve dezer Hoofdplaats, e als om de onderhoorige Comptoiren te kunnen ge„ „rieven, dog wijl 'er niemand was die deze leve„ rantie wilde aanneemen, heeft men sijn toe„ vlugt moeten neemen tot den inkoop tegens de marksprijsen, die geweest zijn 28: 33: 34: en ook wel 44. rd=s doch voor welke laaste prijs niet meer dan 4 leggers zyn ingekogt §213 Den 19=e November JL: hebben wij wesen beslooten, om nog eene aanbesteeding van 300: leggers draak te doen voor dit boekjaar, en wel bepaaldelijk tegens de marksprijsen, tot de maand Januarij aanstaande, en onder beding van ons als aan te„ verklaren, of we op dien voet de aanbesteeding verder wilden Continueeren; maar ook hiertoe heeft men geene liefhebbers gevonden, en word derhalven voor eerst de arrak naar mate van de benodigdheid, tegens de marksprijs inge„ „kogt
English
bought. We shall however let it be tried once more for the deliveries that are needed in the course of a full year. Section 214: Since we need a good quantity of lime for the works that must provisionally be carried out on the fortifications, we have decided by resolution of 12 July, upon the offer of the inhabitants of the village of Madampe, to accept as much lime from them, at 3 rd=s per last, as they would be able to deliver. Section 215: We have also by the said resolution determined the prices for which certain leather goods might be purchased in the future for the Company. Section 216: As our requirement of Hartshorn, gumlac and kokkensmal for the use of the pharmacy was constantly requisitioned from Kalpettij, yet always very sparsely and sometimes not fulfilled at all because the suppliers received no payment for them, we have, upon the proposal made to that end by the Kalpettij servants, and because there is no obligation resting upon the inhabitants to deliver them, fixed by resolution of 25 7ber a small price of two rd=s for 100 lb of Hartshorn, 6 stuijvers for the lb of gumlac and the market price for the kokkensmal, in order thereby to encourage the suppliers. Section 217: Because the expenses of the Company's tile and brickworks at Jaffanapatna ran so high that the tiles and bricks it produced cost more than what could be obtained privately, we have abolished the said tile and brickworks, and have privately contracted out the delivery of the required tiles and bricks for the Company. This contract was made at 2 rd=s per thousand tiles and floor stones, and at 1 2/3 rd=s per thousand moppen bricks; but the contractor having since complained of the low level of these prices and requested that he might be paid 2½ rd=s for every 1000 roof tiles and floor stones, and rd=s 1 1/12 for every 1000 moppen bricks, we have by resolution of 6 March authorized Commander Raket to make that increase, should he find those higher prices moderate. Section 218: In the past financial year, 203840 lb of cowries were purchased from the Maldives traders as ballast for the return ships, of which 98414 lb here and 105426 lb at Gale. The Sale. Section 219: Besides the sloop Sunda, mentioned here before in section 194, we have also caused various unneeded and unserviceable goods of lesser importance to be sold by public auction at the prevailing rates, the proceeds of which are recorded in our resolutions of 12 June and 23 October, among which are also some Madurese linens which, according to the aforesaid returns, generally yielded an advance of 30 to 45 1/3 per cent on Dutch money. Section 220: We have also, by decision in the resolution of 12 July, caused to be sold at public auction the rector's house, which had stood empty since the departure of the last Rector and Minister Manger and is now no longer needed, because by the arrangement that no others than some Malabar and Sinhalese pupils will be trained in the seminary solely as schoolmasters, the necessity of a Rector has ceased; and the same fetched rd=s 3975 or ƒ7870:10:- Dutch money. Section 221: Furthermore, the sale of merchandise here and at the subordinate offices amounted to ƒ160666:5:- cost price and ƒ290878:18:8 sale price. So that a profit was made thereon of a sum of ƒ130212:13:8 Dutch money, according to the General Return inserted below. Section 222: Turning to the trade in the country's products, we shall make a beginning with The Elephants Section 223: The trial that we wished to make, according to what was reported in our humble letter of 30 January past, to sell these animals by public auction, has not turned out according to our wishes, because no other foreign merchants presented themselves for it than a single merchant; however, this man declared having no inclination to buy them at the auction, as he had specific orders regarding the quality that he had to buy, which he would have no opportunity to satisfy at the auction. By resolution of 8 May we nevertheless authorized the servants at Jaffanapatnam, should any foreign merchants still present themselves, to let the elephants go if necessary up to 50 per cent below the ordinary selling price; but since at the auction held for this, bids were made by some Jaffna merchants only for three head, up to 40 per cent below the ordinary price, we resolved on 20 July, as our aim to thereby encourage the native merchants was not fulfilled, to reject that bid. Section 224: The aforesaid foreign merchant has meanwhile bought eleven head of elephants at the ordinary prices, to wit 9 from the Company for rd=s 3836:- or ƒ7595:5:8, and 2 from private individuals, being Kandyan elephants that were presented to the Company's envoys by the king, for rd=s 2082:- or ƒ4122:7:- Dutch money. Section 225: The Company's merchant Antha Sitti has been the only one on the coast of Malabar who, upon the notices of the public sale sent thither, offered to buy 14 elephants at certain prices stated by him, which indeed amounted to somewhat more than the fixed prices; but because he requested therewith that they should be transported to Koetsien for the Company's account and delivered to him there, we decided at the session of 6 March, on account of the trouble, the costs and the risk associated with such transport, to have him informed that if he desired the requested
Dutch transcription
kogt. we zullen het egter nu nog eens laten probeeren voor de leverantie die in den loop van een rond Jaar nodig zijn. § 214: vermits we tot de werken, die bij provisie aan de fortificatien noodzakelijk moeten worden gedaan, eene goede kwantiteit kalk nodig heb„ „ben, hebben we op de aanbieding van de inwoonder van 't dorp Madampe, bij resolutie van den 12. ' Julij beslooten, van hun zoo veel kalk te accep„ „teeren, tegens 3: rd=s 't last, als ze souden kunne leeveren. —. § 215: Ook hebben we bij gemelde resolutie behaald de prijsen, waarvoor zonmige leedere goederen, in den aanstaande voor de komp: zouden mogen worden ingekogt. § 216: wyl onze benoodigdheid van WartsHoorn gom „lak en kekkensmal, ten behoeve van de appoteer steeds van kalpettij g'eijscht, dog altijd seer schraalen somtijds ook niets daarvan voldaan om dat de leverantie daarvoor niets betaald kree „gen. zo hebben we, op 'te daartoe gedaane voor„ „stel door de kalpettische bedienden, en om dat het geene verpligting is, die op de ingetetenen legd om ze teleeveren, bij resolutie van den 25: 7ber: een klijne prijs van twee rd=s voor de 100: lb: 2351 100: lb: Hartshoorn, 6: stuijvers voor 't ld: gem„ „lak en de marksprijs voor de kokkendmal ge„ „steld, om de leeveranciers daardoor aantemoe„ digen. —. §217: Door dien de onkosten van 's Comp=s pannebak„ kerij te Jaffanapatna in zo hoog liepen, dat de pannen en steenen, die deselve uitleeverden duur„ „der kwamen te staan, dan men ze particulier konden bekoomen, hebben wegem: pannebakke, „rij afgeschaft, ende leverantie van de benodigde„ pannen en steenen voor de komp:, particulier laaten aanbesteden. Deeze aanbesteeding is geschied tegens 2: rd=s de duijsend pannen, en vloer„ „steenen, en tegens 1: 2/3. rd=s de duijzend mopsteenen dog de aanneemer sig 't sedert over de geringheid dezer prijs en beswaard, en verzogt hebbende dat hem voor elk 1000: dakpannen en vloersteenen 2½. rd=s en voor. ieder 1000 mopsteenen rd=s 1: 1/12: mogte betaald worden, zo hebben we bij resolutie van den 6. ' Maart, den Commandeur- Raket tot die verhooging gequalificeerd, indien deselve die meerdere prijsen gemaatigd mogten vonden. —. § 218: Jn het voorleeden boekjaar zijn van de Maldi„ „vos vaarders 203840. lb: nauris, tot ballast voor de retourscheepen ingekogt, waarvan 98414 eb alhier alhier in 105426: lb: te gale. De verkoop. § 219 Behalven de sloep sunda, hier vooren 8: 194. ver„ „meld, hebben we nog diverse ongewilde en onbe„ kwaame goederen, van minder belang per publicque vendutie voor het geldende laaten verkoopen, waarvan de rendementen g'intereerd sijn bij onse resolutie van den 12: Junij en 23: octo „ber, daar onder sijn ook eenige madureese lij„ waaten die volgens de voorsch: rendementen. doorgaans van 30: tot 45 /3 p:r C: advans op 't Nederlands geld hebben gegeeven. § 220: ook hebben we 't rectorshuijs, dat zedert 't vertrek van den laasten Rector, en Predi„ „rant Manger, ledig stond en nu niet meer„ nodig is, om dat door de schikking, dat in 't semmarium niet dan eenige Mallabaarse en singaleete kweekelingen alleen tot school„ meesters zullen worden aangeleend, de nood„ „sakelijkheid van eenen Rector is koomen te Cesseeren, volgens besluit, bij resolutie van den 12: Julij, per publicque vendutie laaten verkoopen, en heeft 't zelve opgeworppen rd=s 397 of ƒ7870:10. -. Nederlands geld. § 221: voorts heeft de verkoop van handelwaaren hie en op de onderhoorige Comptoiren, bedraagen ƒ160666: 5. Tien 1283. 2352: ƒ 160666. 5. -. inkoops en ƒ290878:18:8: in't „koops. Zoo dat daarop geprofiteerd is eene somma van ƒ 130212:13:8: nederlands geld, vol„ „gens 't hier onder g'intereerde generaals Rende„ ment. J:Iutertie/ § 222: Overgaande tot de verhandeling van slands pro„ „ducten, zullen we een aanvang tmaaken moet. De Elephanten § 223: De proeff die we, volgens het bedeelde bij onsen eerbiedigen van den 30: Januarij pass=o, wilden neemen, oir deeze beesten per publicque vendu„ „tie teverkoopen, is niet naar onsen wensch uitgevallen, door dien'er zig geene andere vreem„ „de kooplieden toe hebben opgedaan dan een enkeld or„ koopman dog deeze verklaarde geen geneijgt„ „heid te hebben onze op de vendutie er te koopen, „ zooute wyl hij bepaalde last had omtrent de kwijs, die hij koopen moest, waaraan hij op de veu„e dutie geen gelegendheid souden hebben tevoldoen. Bry resolutie van den 8. ' Maij kwalificeerden vn wij niet temin den bedienden te Jaffanapatnam off zig somtijds nog eenige vreemde kooplieden mogte opdoen, om de Eliphanten des noods tot 50: p=r C=to beneeden de gewoone verkoops prijs temoogen laaten loopen, dan wyl'er op de gehoudene gehoudene vencutie hier van door eenige Jaffanaze kooplieden alleen voor drie stuks, tot 40: p:r C=to be„ needen de gewoone prijs gebooden is, hebben we wijl ons oogemerk om daar door de inlandse koop„ lieden aantemoedigen niet wierd vervult op den 20: Julij beslooten dat bod van de hand tewijzen. § 224: De voorn: uitlandse koopman heeft natusschen elf stuks Elephanten tegens de gewoone prijzen gekogt, teweeten 9: van de Comp: e voor rd=s 3836: of ƒ7595: 5:8:, en 2: van partikuleeren zijnde kandiaze Eliphanten, die aan sComp=s gelan„ „ten door de koning geschonken zijn, voor rd=s 2082:-. of ƒ4122: 7: —. Nederlands geld. —. § 225: De komp=s koopman Antha sitti, is de ee„ „nigste ter kuste Mallabaar geweest, die op de gesoudene biljetten van de publicqe verkoop, aangebooden heeft 14: Eliphanten te koopen, tegens zekere door hem opgegevene prijsen, da wel iets meer bedroegen dan de vast gestelde prijsen, maar wijl hij daarbij heeft begeerd dat ze voor komp=s reekening na koetsien zouden getransporteerd, en aldaar hem overgeleeverd worden, hebben we ter sessie van den 6: Maart beslooten, wegens den omslag, de kosten en retico, die aan zodanig transport verknogt sijn, hem te laaten aanzeggen, dat zo hij ge„ „vraagde
English
wanted to have the requested animals, he would then have to send someone himself to Jaffanapatnam, where every possible convenience would be shown to him; however, he did not do this, and consequently this purchase did not proceed. Section 226: Among the remaining elephants were several which it appeared nobody wanted because of their defects. At Jaffanapatnam they were merely a burden, and especially to the inhabitants; we have consequently, and so that the Company may still derive some service from them, according to the resolution of 20 July instructed the officials at Jaffanapatnam to have two members of their council, assisted by the brokers, inspect and select those animals that could be retained for trade with some prospect of success, and of the remainder, which are not suitable for that purpose, to send as many to Trincomalee and the Wanni as the Trincomalee officials and the Commander of the Wanni should deem necessary there for the Company's service, and to send the rest here, to be employed here on the fortifications. Section 227: According to a report received alongside the officials' letter of 9 October, this selection has already been carried out, and of the 54 elephants that are stabled at Jaffanapatnam, no more were approved for trade than 17 head in total, among which are 8 tuskers, 1 alias, and 8 females. Section 228: Two small elephants having been presented by the Vanniyar of Kottiyar to the Trincomalee chief of station, the latter handed them over to the Company, and at the same time informed the said Vanniyar, who is a subject of the Company, that the trade in elephants belongs exclusively to the Honorable Company. Section 229: The remainder of the elephants at Jaffanapatnam on the last of August 1786 consisted of 89 head. In 1786/7 there were added from the Wanni 13 head. Together 102 head. Of these there died in the stables in the provinces 29 head. and sold 15 head. 44 head. Remains on the last of August 1787: 58 head. Among them 13 tuskers, 4 aliases, 41 females; and of these, 8 head are used as decoy animals. Section 230: The sale of these animals has yielded as follows: in 1785/6 were sold 2 head for 1686 guilders, 19 stuivers. in 1786/7 ditto 15 ditto for 11444 guilders, 8 stuivers. Thus in the last year 13 head more sold, with an increase of 9757 guilders, 9 stuivers. Section 231: The maintenance of the elephants at Jaffanapatnam amounted in the book year 1785/6 to 1925 guilders, 1 stuiver. and in the book year 1786/7 to 2009 guilders, 7 stuivers. Consequently in the last year more by 84 guilders, 6 stuivers. The Horse Breeding. Section 232: Upon the representation by the overseer of Delft Island that the best lands on that island, where the horses can find good pasture, had been turned by the inhabitants into cotton gardens and sow fields, as a result of which the horses, especially in the dry season, had to consume poor and dry grass and perished for lack of necessary water, the Jaffanapatnam officials, by their resolution of 30 March, provided for this and furthermore consented to some arrangements proposed by the said overseer in order to better care for the horses, to separate the sick from the healthy, and to make the catching easier; and this resolution of theirs, a copy of which is added among the appendices, we approved in the session of 19 April last. Section 233: The stud on the last of August 1786 consisted of 263 head, namely: on the Jaffanapatnam islands 256 head. in the Wanni 7 head. Together 263 head. In the book year 1786/7 there were bred on the aforesaid islands 35 stallion and 27 mare foals, or together 62 head. Sent from Jaffanapatnam to the Wanni 4 head. Together 329 head. Of these sent here: for the stable, young stallions 8 head. for the powder mill, mares 12 head, making 20 head. to the Wanni as mentioned for the stud, mares 4 head. to Mannar for a riding horse for the chief, to save on coolies and provided that its maintenance remains outside the expense of the Company, a stallion 1 head. successively perished and written off: on the islands 46 head. in the Wanni 12 head, making 73 head. Total disposed 73 head. On the last of August 1787 there were thus remaining in the stud 256 head. Namely: On the islands: Persian breeding stallions 2 head. native young stallions 30 head. breeding ditto 5 head. adult mares 121 head. stallion foals 46 head. mare ditto 43 head. Total 247 head. In the Wanni: Persian breeding stallion 1 head. adult mares 8 head. Total 9 head. Counted as above 256 head. Section 234:
Dutch transcription
2353 „vraagde beesten wilde hebben, als dan zelve iemand moest zenden na Jaffanapatnam, daar hem alle mogelijke gerief soude worden beweezen; dog heeft hy dit niet gedaan, en is mits dien deze koop niet doorgegaan. § 226: Onder de bij restant sijnde Eliphanten waaren ver„ „scheijde die het bleek dat niemand hebben wilde, om derselver gebreeken. ze waaren te Jaffana maar tot last, en inzonderheid van de ingetetenen we hebben mits dien, en op dat de Comp daar„ van nog eenigen dienst hebbe volgens resolutie van den 20: Julij den bedienden te Jaffanapatnam aan „bevoolen, om door twee leeden hunner vergade, „ring, geadsisteerd van de makelaars, te laaten off neemen de beesten, die met eenig voor uit zigt tot den handel souden kunnen aangehouden wor„ „den, en van de overigen, die daartoe niet dienstig zijn, zoo veel na Trinkonomale en de waarini tezenden, als de Trinkonomaalse bedienden en de Commandant van de Wanna zouden oordeelen, aldaar tot sComp=s dienst nodig teweesen, en de rest na herwaarts tesenden, om hier tewor„ „den gebruikt bij de fortificatien. — §227: volgens een ontfangen berigt, nevens der be„ „dienden brief van den 9:' october, is deese op„ „neem riets geëffectueerd, en sijn van de 54: Elikhante Elephanten, die te Jaffanapatnam op stal zijn, meer tot den handel goedgekeurd, dan 17: stuks in 't geheel, waar onder 8: getanden, 1: alia en 8: wijfjes. § 228: Door den wanniaar van koetjaar twee klijne Elischanten aan 't Trinkonomaalse opperhoofd van senden vereerd zijnde, heeft deeze dezelven aan de Comp: overgegeeven, en teffens dien warniaar, die een onderdaan van de Comp: is, onderrigt, dat de handel in Elisanten alleen aan haar edele toekomt. §229: Het restant der Elephanten bestaad onder ultimo aug 1786: te Jaffanappatnam in - - - - - . . stuks 89. – in 178/ zijn daarbij gekoomen uit de 13. — „ tezamen stuks 102. – Daar van zijn op de stallen in de provintien gecreveerd - - - - - - - - stuks 29:—. en verkogt – – – – – – – – – „ 15. — 44. — ven Stuks 58. —. Belt ult=o aug=s 1787: - - - - - - t daaronder 13: getanden, 4: aliasen, 41: wijfjes; en worden hier van 8: stuks tot Jaag beesten gealkammitte gebruikt. —. wannij - - - - - - - - - - - - § 230: De verkoop deezer beesten heeft opgebragt als volgt in 178 5/6. zijn verkogt 2: stux voor ƒ1686: 19. —. „11444. 8. —: —15: d=o „ 178 5/7 d=o dus 't laatste Jaar 13. stuks meerder verkogt, met - - - - . 9757. 9. - min § 231 2354 §. 231: Hlet onderhoud der Elephanten, heeft in 't boek„ Jaar 178 5/6. te Jaffanapatnam bedraagen ƒ 1925:1. — en in 't boekjaar 1786/7. - - - - - - - - - - - - . . „ 2009: 7:— u over sulx het laatte Jaar meerder- 84. 6. - De Paardenzeeld. §232: Op de vertooning van den opsiender van het Eijland Delft, dat de beste gronden op dat eijland, waar de„ paarden eene goede wijde kunnen vinden, door de inwoonders tot Cattoen tuijnen en saayvelden waaren aan gelegd, waardoor de paarden, inzonderheid in den droogen tijd, slegt en droog gras, moesten nutti„ „gen en bij gebrek aan nodig water Creveeren, heb„ „den de Jaffanase bedienden, bij hunne resolutie van den 30:' Maart, daarin voorsien, en voorts bewilligt in eenige door gedagte opsiender voor gestelde schik„ „kingen; om de paarden beter teverzorgen, de zieken van de gesonden te separeeren en de vangst gemakke„ lijker temaaken en deeze hunne resolutie, die in Copij onder de bijlaagen is gevoegd, hebben we ter setsie van den 19:' april pass=o geapprobeerd. — § 233: De stoeterij heeft ult=o aug=s 1786: bestaan in 263: stuks, naamelijk op de Jaffanase zilanden stuks 256: 7 stuks. 263. in de wannie - - - - - - - in 't Vroekjaar 178 5/7. zijn op de voortz: Eiland en aangeteeld 35: hengst en 27: mer„ 62. -. reveulens, of tezamen - - - - - - - - - - - „ van Jaffana na de wannij gesonden - - - - tesaamen stux 329. - Daarvan Stux 329. - Daar van zijn herwaarts gezonden. voor de stal Jonge hengsten stux 8. „ „ kruitioole nierries. . . . ƒ. 12: „ 20. —. na de wanny als gezegd voor de stoeterij merries. . . . . . . . . - - - - - - - . . . . „ 4. –. na Mannaar tot een rijpaard voor het opperhoofd, ter betparing van koelies en mits het onderhoud blyven buijten laste van de komp: hengst - - - - - - . „ 1. –. successive verrekt en afgeschreeven op de Eylanden - - - - - - - - - - - - - - - - „ 46. -. in de waning - - - - - - - - - - - - - - „ 12: —„ 73: — onder ult=o aug=s 1787: waren en dus bij -- stux 256:- restant in de Htoeterij - - - - - - Mc Namelijk op de Eijlanden. persiasche springhengsten - - - - - - - . stux 2:-. inlandse Jonge hengsten - - - - - - - . . „ 30:—. — Spring d=o - - - - - - - - - „ 5. —. do volwatsene merries - - - - - - - - - - - „ 121:—. hengst veulen - - - - - - - - - - - - - - „ 46:-. merrie _-o - - - - - - - 3:-9 13 n 247. —. Jn de wannij. springhengst persiasche - - stux 1: volwatsene merries - - - - - - „ Jn Teld als booven stux 256: —. §234:
English
2355 Section 234: The expenses for the horse stud in the financial year 1785/86 amounted to at Jaffanapatnam ƒ 1447:3:8. in the Wanni „— ƒ 1447:3:8. In the financial year 1786/87 they amounted at Jaffanapatnam to ƒ 669:—:— in the Wanni „ 524:9:8 ƒ 1193:9:8 Thus less in the last year ƒ 253:14:—. Section 235: Of the aforesaid 8 young stallions that were sent hither from Jaffanapatnam, 2 pieces were sold here for ƒ 594:—:— which, deducted from the expenses of the two studs amounting to „ 1193:9:8, leaves in excess costs ƒ 599:9:8. Section 236: The 8 mares in the Wanni are now covered, and since Commandant Nagel has sold another 4 pieces, these are to be procured for him, as he has testified that no more personnel need be hired for this than the 8 Nalluas who already serve at the stud. The Cinnamon Section 237: The harvest of this product has amounted to: fine coarse dust in 1785/86: bales 5750: bale 26:1/85: bale 31:64/85. in 1786/87: „ 5522:12/85: „ 158:—. „ 29:1/170. thus the last year less bales 227:73/85: bale 108:39/85: bale 2:13/170. Section 238: Among the delivery of the year 1786/87 are included 1663 bales of fine garden cinnamon, to wit: from the cleared woods and gardens of the Company bales 492:33/85. from the gardens of private individuals 1170:52/85. Together as stated bales 1663:—. In 1785/86 the delivered garden cinnamon amounted to bales 623:—. Thus more in the last year bales 1040:—. Section 239: For the aforesaid 1170:33/85 bales or 3511:1/10 bundles of private garden cinnamon, we have, in accordance with the note in our resolution of 25 September last, caused to be paid to the owners of those gardens the price determined therefor of 4 stuivers rixdollar per bundle; and we have at the same time determined that this payment must be made before two commissioned members from the respective Landraads, who must thereby have the recipients issue a receipt. Section 240: From the aforesaid 158 bales of coarse and 29 bales of dust cinnamon, 36 lb 1 3 7 3 oil has been distilled here, which was subsequently sent to the Netherlands. We also had delivered to the pharmacy for the distillation of oil the twenty bales of cinnamon mentioned in our respectful letter of 4 April 1786, which were returned to us by Your High Excellencies, and from which, according to the report received, six lb and one and a half drachms of oil were obtained. Section 241: The clearing of the cinnamon woods was continued last year in the Colombo Dessavony with roughly 350 hands, and in the Marandaans of Colombo, Ekelle, Morottoe, and several other places, they cleared circa 600 morgens of land of wilderness, uprooted the roots, fenced it with palisades, and planted many empty places with cinnamon. Section 242: The Lieutenant and Commandant at Kalutara, Rudolph, 2356 Rudolph, has applied himself with great goodwill to planting cinnamon at Kalutara as well, just as he had previously done as Commandant at Negombo, and among other things he had double palisades set on both sides along the road from Kalutara to Maggona, as well as on the north side of the Kalutara river along the road that goes to Panadura, in order to plant cinnamon within them. Section 243: But since the compulsory laborers in the Kalutara district are too few to be able to complete this good and already far advanced work, we decided by resolution of 4 June to authorize the aforementioned Commandant Rudolph to hire 100 hands for a full year against the customary maintenance of one rupee and one parra of rice per month each, in order to promote by these extraordinary means the planting of cinnamon in the Kalutara district in every possible manner. Section 244: We simultaneously instructed him to use some of those 100 hands for planting pepper, coffee, and areca in all such places where those products would grow best, and where these plantings could be done most suitably without thereby causing detriment to the cinnamon plantation. Section 245: And since on the small hills of Maggona some cinnamon still grows here and there, we likewise ordered him to have the same cleared for the greater promotion of its growth, and insofar as the soil there might not be found suitable for cinnamon cultivation, to have it planted with other useful products; likewise to have teak and other serviceable trees planted along the roads and wherever else it can be done without detriment to other more useful things; and finally to indicate every six months what he has had performed in the manner aforesaid in the service of the Company. Section 246: However, of the permission to hire 100 hands, the said Rudolph was able to make only a very moderate use, as in the long run he could not obtain that many personnel there, having kept them in service only during the months of June, July, and August, and since then done with slight provisions to maintain the established plantation. Section 247: According to the report that he rendered on these plantations as of the ultimate of December last, there were planted in the Kalutara district: in the year 1786 15406 and last year
Dutch transcription
2355 § 234: De onkosten tot de paarden stoeterij hebben in 't boekjaar 178 5/16: beloopen te Jaffanapatnam. . - . . . . . . . . . . . . . ƒ 1447:3: 8. in de warnie - - - - - - - - . . . . . „— ƒ 1447:3: 8. in 't boekjaar 178 5/1. beliepen te Japfana patta nam. . . . . . . . . . . . . . . . . . . ƒ 669: — – in de wannij - - - - - - - - - - - - - „ 5249. 8: dƒ193:98: Dus het laaste Jaar minder - - - - - ƒ 253: 14. —. mi §. 235: van de voorsz 8: Jonge hengsten, die van Jaffanapatnam herwaarts gesonden zijn, zijn alhier 2: stuks verkogt voor. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ƒ 594. — — die afgetrokken van de onkosten der bij de Hoe„ terijen, ten bedragen van - - - - . . . . . . . . . . . . „ 1193: 9:8. Blijven aan meerdere kosten - - - ƒn5 9 9 9: i § 236: De 8: merries in de wannij zijn tans bezet, en wijl de Commandant Nagelom nog. 4: noog stux heeft verkogt, staan die hem te worden bezorgd, vermits hij betiigd heeft, dat daar voor geen meer volk behoefd aangenoomen te worden, dan de 8: Nalluassen, die reeds bij de stoeterij dienen„ De Canneel § 237: De inzaam van dit product heeft bedraagen aan: gruijs grove fijne 64 in 178 5/6: - - - - - - - . . balen 5750: baal 26: 1/85: baal 31: /85. -. „ 29: 1/170. „ 5522: 12/85: -. „ 158: —. in 178/7. . . . . . . . . W dus het laatte Jaar minder - - - - - - - - - baalen 227 9/5: baal 108 39/5. baal 2. 13/70. §238: Onderde Leverantie van A=o 178 6/, zijn begreepen 1663: baalen fijne tuijn Canneel, teweeten uit de schoongemaakte bossen en tuijnen van de Comp:s baalen 492 3/35. 1170. 2/5. 117 uit de tuijnen van particulieren - - - - - - - - Tezamen als gezegd baalen 1663. —. in in 178 7/6. heeft de geleverde tuijn Canneel bedraa - - - - - - - - baalen 623:—. gen - - . . . . . . dus het laaste Jaar meerder baalen — 1040. — §239: voor de voorszz: 110 3/35. baalen of 316 1/1olbotsen particuliere tuijn. Canneel, hebben we volgens het aangeteekende bij onsen resolutie van den 25: 7ber: J:oZ: aan de eigenaars dier tuijnen laaten betaalen, de daar voor bepaalde prijs van 4d: rijk2d=s per bos; en we hebben daar bij teffens bepaald dat die afbetaaling moet worden gedaan, voor twee gecom„ mitteerde leeden uit de respective Landraaden, die daar door de ontfangers moeten doen quiteeren § 240: van de voorm: 158: baalen grove en 29: baalen gruijs Canneel is alhier gestrokt 36: lb: 1: 3: 7: 3: olio, die successive na Nederland verzonden is. we hebben ook tot het stooken van oli aan den apsteek laaten afgeeven de twintig baalen kanneel vermeld bij onsen eerbiedigen brief van den 4. ' April 1786: die ons door uw Hoog Edelheeden zijn terug gezonden, en is, daar van volgens het inge„ komene rapport gekoomen ses lb: en een en een half dragma oli. § 241: Het schoonmaaken der Canneel botschen is voor„ „leeden Jaar, in de kolombote Dessavonij, met rugg„ „vaar 350: koppen voortgezet, en hebben deselven in de Marendaans van Kolombo, Ekelle, Mo„ rottoe en meer andere plaatsen, circum Circa 600: —. morgen lands van wildernis gesuiverd, de wortels uitgeroeijd, om paggerd en veele ledige plaat„ „sen met Canneel beplant. § 242: De Luitenant en Commandant te kaliture Rudolph - 3 „ 2356 Rudolph, heeft zich met groote welmeenendheid toegelegd, om even gelijk hij het tevooren als Comman„ „dant te Nigombo gedaan had, ook te kaliture Canneel aante planten, en heeft hij onder anderen na langs den weg van kaliture v„n Makoene, als meere aan de noordzijde van kalitureete rivier„ langt den weg die na Panture gaat, aan weers„ „kanten dubbelde paggers laaten zetten, om daarin Canneel te planten. §243: Dan wijl de verplichtelingen in 't kalitureesch district tewijnig zijn, om dit goed en reets verre ge„ vorderd werk te kunnen voltooijen, hebben we bij # resolutie van den 4: Junij beslooten, den voormelden Commandant Rudolph te qualificeeren om 100: koppen voor een rond Jaar temoogen indienst neemen, tegens de gewoone mainctementos van een ropij en een parra rijst smaands ider, ten einde door deese buijten gewoone middelen, het aanplanten van Can„ „neel in 't kalitureesch district op alle mogelijke wijse te bevorderen. § 244: wij hebben hem gelijk tijdig aanbevoolen, om van die 100: koppen, eenige tegebruiken tot het aanplanten van peper, koffij en arreek, op alle sulke plaatsen daar die producten best souden willen groeijen, en daar deze aanplantingen bekwaamst konden geschieden, sonder daardoor naadeel toete bren„ „gen aan den Canneee plantagie § 245 § 245: En wijl op de bergjes van Makoere, hier en daar nog wat Canneel groeyd, hebben we hem teffens ge„ last om dezelven, ter meerder bevordering aan den groeij daarvan, te laaten schoonmaaken, en voor zo verre de grond daarop, tot de Canneel Culture niet bekwaar mogte bevonden worden, die te laaten be„ planten, met andere nuttige producten: zoo ook om langs de wegen en waar het verders, zonder be„ „naadeeling van andere nuttiger dingen, geschieden kan, kiate en andere dienstige boomen te laaten aanplanten; en eijndelijk om alle ses maanden aantewijlen, wat hij invoegen voorschr:, ten dien„ „ste van de Comp: heeft laaten verrigten. §246: van de vergunning, om 100: koppen in dienst tenee„ „men, heeft egter gem: Rudolph niet dan een Leer maatig gebruik kunnen maaken wijl hij op den duur daar zo veel volk niet krijgen konde als hebbende hun maar geduurende de maan„ den Junij, Julij en aug=t in dienst gehouden, en 't zedert met den geringe verstrekkingen gedaan, om de aangelegde plantagie, te onderhou„ den. §247: volgens het bericht, dat hy van deese plan„ „tagien, onder ult=o December, Jongstleeden heeft gedaan, zijn er in 't kaliturees gebied aange„ „plant, in 't Jaar 1786: 15406: en voorleeden Jaar
English
2357 year 44932, thus together 60338 cinnamon plants, among which 20000 plants for his own account. In addition to that there are still planted 240 pepper vines, 2728 coffee and 2088 areca plants. § 248. Among the annexes to this we offer to your High Mightinesses the account of what has been expended on the cinnamon plantations here, as well as at Gale and Mature, in the book-year 1785. The Collection of Linens § 249. In order to get nothing collected but sound goods, on the occasion that we qualified the Tutukorijn servants to enter into a new contract with the merchants, we simultaneously, as appears from what was noted in our resolution of 15 February past, wrote to them to see to it that the cloths delivered by the merchants correspond with the samples, since we intended to have them examined here and at Gale, and to impose the lesser value of whatever does not satisfy the samples as compensation on those who had accepted them. § 250. What principally gave us cause for this decision was that during the inspection of some bales, which we had done by way of trial in the month of January past, both here and at Gale, Gale, several pieces were rejected as not satisfactory; but upon the report demanded in that regard from the Tutukorijn servants, they gave us very plausible reasons why it is possible that all the pieces of one and the same assortment do not equal each other, and that it may well be that some individual pieces run among them that differ somewhat from the rest, but that it does not follow therefrom that these differing pieces would therefore be bad, or of lesser value, wherefore they maintain that the Ceylon inspectors who had performed the aforesaid rejection did not possess sufficient skill to be able to judge thereof with reason. We have therefore by resolution of 31 May decided to acquiesce in that justification, especially since the servants thereby gave us the strongest assurance that they would ensure with all possible attentiveness that our recommendations to receive nothing but good and sound goods were fulfilled. § 251. It even appears to us to some extent that sometimes no all too great reliance can be placed on 2358 on the inspection of linens that is done here, since in earlier years the cloths that were judged at Gale to be some percent of lesser value nevertheless fetched good prices in Europe. Also, here from the pieces recently rejected at Gale, one piece of Kilkar guinees coarse bleached 1st sort was sold with an advance of 67¼ percent on Dutch money, as appears by the return that is inserted in our resolution of 23 October. § 252. The contracting for this year was, according to what was noted in our aforesaid resolution of 31 May, done on the basis of the demand for the year 1787, with revocation, however, of the five percent price increase on coarse goods granted in the year 1786; and the Tutukorijn servants give us hope that the linens sent this time will be satisfactory. § 253. Although the demand that we received from the Netherlands in the month of July for this year has increased considerably, and thus very far exceeds the contracted quantities, the same could nevertheless have been fully satisfied if we had received a bit more gold with the first two Batavian ships; but now that we have obtained a further relief thereof with the ship De Vlugge Trekvogel, we trust that the fulfillment will come very close to the demand. § 254. The King of Travancore had, in the latter part of the year 1786, increased the toll on every baar of cotton imported into his realm by 10 rupees, and moreover introduced a new duty for the stamping of the linens. Upon the objections brought against this by our merchants, the Tutukorijn servants wrote to that prince about it and requested the revocation of this new tax, whereupon he answered by a very friendly letter that he could make no change therein, but that, for the sake of the interest he takes in the Company, he had reduced the tolls for the linens delivered to Your Honors in another manner. The linens are consequently now burdened above the ordinary tolls only with a trifle, namely the piece of salempores with 1/8 and the ½ piece of guinees with 3/16 fanam; and since the merchants are satisfied therewith and it is thus without damage to the Company, we have decided by resolution of 31 May past to leave it at that. § 255. In our respectful [illegible] of 14 August we have
Dutch transcription
2357 Jaar 44932:, dus tesaam en 60338: Canneel plank „jes, waar onder 20000: plantjes voor sijne eijge„ „ne reekening boven dien sijn 'er nog aangeplant 240: peper ranken, 2728: koppij en 2088: arreeks plantjes. -. § 248: Onder de bijlaagen dezes bieden we uw en Hoog Edelheeden de reekening aan, van het geen hier, zo wel, als te gale en Mature, en 't boekjaar 1785 aan de Carmeel plantagien veronkottigd is. De Inzaam van Lijnwaaten § 249: twe hebben, om niet dan deugslaan goed ingezaa„ „meld te krijgen, ter gelegendheid dat we den Tutu„ korijnsche bedienden qualificeerden, om een nieu contract met de kooplieden aantegaan, huu teffens, blijkens het aangeteekende bij onse resolutie van den 15: febr: pass=o aangeschreeven om toete sien dat de doeken, die door de koop„ lieden wierden geleeverd, overeenkomen met de Monsters, wijl we voorneemens waaren, om ze hier en te gale te laaten examineeren, ende mindere waarde van het geen aan de monsters niet voldoed, den geenen, die ze geaccepteerd hadden, ter vergoedind opteleggen. §250: Tot dit besluit heeft ons voornamelijk aan„ „lijding gegeeven, door dien bij de bezigtiging van eenige pakken, die we ter preuwe in de meland Januarij pass=o, zo hier als te Gale N Gale hebben laaten doen, verschijde stukken, zijn uijtgeschooten, als niet voldoende, dog op het derwegens gevorderde berigt van de Tutukorijn se bedienden, hebben zo nat zeer aannemelijk vale hebben ze ons zeer aanneemelijk redenen gegeeven waarom het mogelijk is, dat alle de stukk van een en deselfde zorteering, niet met den d „deren egauliseeren, en dat het dus wel zijn kan dat 'er enkelde stukken onder loopen, die eenig „sints van de rest differeeren, maar dat daar „uit niet volgd, dat deeze verschillende stuk „ken daarom niet goed, of minder waardig zouden zijn, weshalven ze sustineeren, dat de Cijlonte bezigtigers, die de voorgeschrevene uitschieting hadden gedaan, geene genoegsaam kundigheid bezaten, om 'er met grond over t „kunnen oordeelen. we hebben derhalven bij res „lutie van den 31: Maij beslooten, in die veran„ „woording te berusten inzonderheid wijl de bedd „dens ons daarbij de kragtigste verzekering hebben gedaan, dat ze met alle mogelijke op lettendheid zoude zorgen, dat aan onse recor mandatien, om niet dan goed en deugdsaam goed te ontfangen wierde voldaan. § 251: 'T komt ons selfs eenigermaate voor, dat 'er somtijds geen al te groot staat is temaaken op 3 2358 op de verziening van lijwaaten, die hier ge„ „daan word, wijl in vroegere Jaaren de boeken, die te gale eenige prcenten minder waardig g'oor„ „deeld sijn, evenwel in Europa goede prijsen hebben behaald. ook is alhier van de onlangs 41 te gale uitgeschotene stukken, een pees kilkars guinees grof gebl: 1. zoort, verkogt met een advans van 67:¼ p=rC=o op het Nederlands geld„s gelijk blijkt bij 't rendement, dat in onse reso„ „lutie van den 23: october is g'intereerd. — § 252: De aanbesteeding voor dit Jaar is, volgens het aangeteekende bij onte voorschreeve re„ „solutie van den 34: Maij, gedaan op den voet van den eijsch voor 't Jaar 1787:, met intrekking echter van de in 't Jaar 1786: toegestaane vijf p:r C:=to prijs verhooging op 't grove goed; en de Lutu„ „korijnte bedienden doen ond koopen, dat de lijn„ „waaten, die ditmaal worden gezonden, voldoen„ de sullen zijn. 70 § 253. schoon de eijsch, die we in de maand Julij Z. voor dit Jaar uit Nederland hebben ontfangen aanmerkelijk vergroot is en dus de aanbestee„ „de quantitijten zeer verre overtreft, zoude deselve egter ten vollen hebben kunnen worden voldaan, indien we met de twee eerste baarsche scheepen, wat meerder goud hadden uitgekree„ „gen, dog nuwe met 't schip de vlugge Trek„ vogel „vogel, een nader ontzet daar van hebben bekomen vertrouwen we, dat de voldoening heel naby aan den eijsch zal komen. § 254: De koning van trevankoer had, in 't laast van 't Jaar 1786; den tol van ieder baar kattoen, dat in zijn rijk wierd ingevoerd, met 10: roppijen verhoogd, en daar en booven eene nieuwe geregtig„ „heid ingevoerd, voor 't sjappen der Lijwaaten. op de daartegen ingebragte beswaarnitsen door onze kooplieden, hebben de Tutukorijnse bedienden daarover aan dien vorst geschreeven, en om de in„ „trekking van deeze nieuwe belasting verzogt, waarop dezelve bij even vriendelijke brief heeft geandwoord, dat hij wel daar in geene verander „ring konde maaken, geene, maar dat hij, om 't belang dat hij in de Comp: steld, de tollen voor de lijwaaten, die aan haar Ed: geleeverd worden, op eene andere wyse verminderd had. De lijwaaten worden mits dien tans booven de gewoone tollen, maar met eene geringheid be„ „last, namentlijk 't stuk salmpoeris met 1/8: en '½ stuk gunees met 3/16: fanum en wijl de„ kooplieden zig daarmeede tevreeden houden en het dus buiten schade van de komp: is, hebben we bij resolutie van den 31: Maij pass=o be„ „slooten, het daarbij telaten berusten. —. §255: Bij onsen eerbiedigen van den 14:' aug=s hebben ne
English
we informed Your High Noblenesses of the orders that we gave to the Tutukorijn servants to stop the export of the linens of the Company's sorting, which the paymaster of Paleamkotte, in company with the manigaar Moettoe wierappapoelle and a pandaram sittie, had collected. Since then, the said paymaster, seeing the preparations that the servants had made to execute our order, went to Madras without shipping his linens, where, according to the report of the Tutukorijn servants, he worked very hard so that an English Factory might be established on the Madura coast; but having failed therein, he afterwards sent his interpreter to the resident at Princekail, the bookkeeper Francken, to inform him that he intended to ship his linens at once to Trankebar: § 256: Resident Francken replied thereto that he was informed that these linens consisted of the Company's sorting, for the transport of which he could give no permission, whereupon the aforementioned interpreter requested that they then be taken over for the Company, offering to deliver the 100 pieces, which he said cost his master 105 pagodas, for 100 pagodas, which is precisely the price of the six-foot Guineas, which he said these linens consisted of. § 257. The Tutukorijn servants thereupon, considering that although this linen, strictly speaking, does not belong to the Company's sorting, they nevertheless could not tolerate the export thereof without opening a way that could tend greatly to the disadvantage of the Company's trade, because the English, through their power, could easily bring about that all linens were brought to this sort, wrote to the resident Francken to tell the frequently mentioned interpreter that in this single case and without it ever happening again, his master's linens, which consisted of about 100 bales, would be taken over fairly, if they were sufficient for the sorts for which they are declared. § 258: As this linen can be consumed on Ceylon equally with the third sort, and by refusing this takeover, difficulties might easily have arisen which were now entirely prevented without any disadvantage, while also thereby one of the Company's foremost privileges there on the coast, after having been openly contested by a prominent Englishman, was acknowledged and given new force before the eyes of the whole country, we have approved the action of the servants herein by our resolution of the 11th of September of the past year. § 259: Shortly thereafter, the aforementioned Moettoe wierappa poelle, following the example of the English paymaster, also had a request made that a couple of thousand pieces of linen of the Company's sorting might be shipped off or taken over for the Company, offering to deliver them for the price that the merchants paid to the curators in the country, and the servants also had the same taken over, which we approved by resolution of the 9th of October of the past year. § 260: Since then, the Manigaar of Kailpatnam wanted to try to ship a parcel of linen that had already been brought to the beach by his people under cover of some sepoys and lascars, of which he also gave notice to both the resident at Ponnekaijl and the postholder at Kaijepatnam; but as the latter would grant no permission nor passes for this without first inspecting the linens to see if the Company's sorting was among them, to which nevertheless the Manigaar and a servant of the English Captain Bonneveau, who said that the linens belonged to his master and were not of the Company's sorting, would not agree, the Company's people who were called to the inspection were arrested, and the postholder was fetched to his house by armed sepoys to demand a pass from him. But when he persisted in the refusal, he and his people were released, and they acted as if they had abandoned the shipment. § 261: About eight days thereafter, however, unexpectedly, while our appointed cruisers had had to move away somewhat from there, 24 bales of linens were shipped in one night into a Moorish thony, which set sail with them in the morning without a pass, whereupon this vessel was overtaken that same morning by our cruising thony and brought to Tutukorijn. § 262: Meanwhile, the servants had already received a letter from the Residents at Mannapaar, stating that the aforementioned Manigaar, who had been in negotiations with them for some time to deliver a parcel of linen, had let them know that the linens which he had dispatched at Kaijepatnam for Mannapaar, had been by our
Dutch transcription
2359 we Uwen Hoog Edelheeden bedeeld, de orders die we aan de Tutukorijnse bedienden hebben gegeeven, om te setten den uitvoer van de lywaa„ „ten van Comp=s sorteering, die de paaijmeester van Paleamkotte, in Comp: met den manigaar Moettoe wierappapoelle en eenen pandaram sittie, hadden ingetameld. 'T zedert heeft ge„ „melde paaijmeester, siende de aanstalting die de bedienden hadden gemaakt, om onse ordre uitte voeren, sonder sijne lijwaaten aftescheepen zig na Madras begeeven, daar hij, volgens 't berigt van de Tutukorijnse bedienden; seer ge„ „ werkt heeft, dat 'er eene Engelsche Factorij op de kuste Madure mogte opgerigt worden; maar daarin niet geslaagd sijnde, zond hij daarna zijn tolk bij den resident te Princekail„ de boekhouder Fracken, om hem kennis te„ „geeven, dat hij voorneemens was sijne lijn„ waaten ten eersten afte scheepen na Tranke„ „baar: 2 §256: De Resident Francken gaf daarop ten andwoord, dat wij onderrigt was dat deese lijwaaten bestonden in 'sComp: zorteering, tot welker vervoer hij geen verlop mogte geven, waarop de voorm: tolk verzogte om se dan voor de komp: over teneemen, aanbiedende 9 aanbiedende om de 100: stukkken, die hij Lijde aan zijnen meester 105: pagooden te kosten, teleeveren vo 100: pagooden, 't welk Juitt de prijs is van 't ses voets guinees, waarom hij sijde dat die lijwa „ten bestonden. §257. De Tutukorijnse bedienden hebben daarop, uit„ aanmerking, dat hoewel dit lijwaat striks gesprooken wel niet tot sComp=s sorteering be„ „hoord, ze egter den uitvoer daarvan niet konden gedoogen sonder een weg te openen, die seer tot na„ „deel van sComp=s handel konde strekken, wijl de Engelschen door hun vermoogen, ligt hadden kunnen teweeg brengen, dat alle lijwaaten tot dit soort gebragt wierden, den resident Franc„ „ken aangeschreeven, om den meerm: tolk aan te„ ^ in dit enkelde geval en zonder gat het „seggen, dat men ^ ovijt weder soude geschieden, sijn meesters lijnwaaten die ongevaar in 100: pakken bestonden na billijkheid soude over„ neemen; indien ze voldoende waren voor de soorten, waarvoor ze zijn opgegeeven. § 258: wyl dit lijnwaat gelijkelijk met de derde soort op Cijlon kan worden gesleeten, en door deeze overneeming tewijgeren, ligtelijk beswaaren, hoed „den kunnen ontstaan, die nu geheel buiten eenig nadeel wierden voorgekomen terwijl ook daar door een van sComp: voornaamt te voorrechten daar ter kust, na opentlijk door een voornaam Engelsman „ 2360 Engelsman bestreeden te zijn, erkend en als eene nieuwe kragt voor 't oog van 't geheele Land wierd bijgezet„ hebben we der bedienden handeling hier in g'appro„ beerd bij onse resolutie van den 11=e 7ber: J:o Leeden § 259: kort daarna heeft ook de voorm: Moettoe wierap„ „pa poelle, naar het voorbeeld van den Engelschen „dat Bietaalmeester, laaten verzoeken „ een paar dui„ „lend stukken lijnwaat van sComp=s zorteering, op afgescheept of voor de Comp=s overgenoomen mogten worden, onder aanbieding om ze teleeveren voor den prijs, die de kooplieden aan de Curatoren in het land betaalden, en de bedienden hebben deselven meede laaten overneemen, 't welk weg approbeerd hebben bij resolutie van den 9:' october J. o Leeden. § 260: Tzedert heeft de Maningaar van kailpatnam„ willen probeeren, om een parthij lijwaat, die door sijn volk reets op strand was gebragt onder dek„ „king van eenige sipahis en laskorijns, afte schee„ „pen, waar van hij ook zoo wel den resident te Ponnekaijl, als den potthouder te kaije pat„ „nam, kennis liet geeven, dog wijl desen daar„ „toe geen verlop, nog passen wilden verleenen, zonder de lijwaaten alvoorens tevisiteeren, om te zien op 'er Comp=s sorteering onder was„ waartoe nog tans de Mannigaar en een be„ diende van den Engelschen Capitein Bonne„ veau „veau, die zijde dat de lijwaaten zijn en mees„ „ter toekwam en geen sComp=s zorteering nas„ niet wilden verstaan, wierde sComp=s volk dat tot visitatie geroepen was, gearresteerd. en de potthouder door gewapende lipahis in't sijn huis gehaald, om hem een pas aftevraagen. maar toen deze bij de wijgering volharde, wierd hij en zijn volk los gelaaten, en men hield sig, als of men van den afscheep had afgezien. §261: Omtrent agt dagen daarna, wierden 'er ech„ „ter op 't onverwacht, terwijl onse gestelde kruijters zig eenigsints daarvan daan hadden moeten verwijderen, op eenen nagt 24: pakken lijwaaten in eene Moorse thonij afgescheept, die daarmeede smorgens sonder pas onder zijl ging, waar is dit vaartuijg denselven morgen door onse kruijs thonij agterhaald en te Tutukorijn opgebragt. —. § 262: Jntusschen hadden de bedienden reetseen brief van de Residenten te Mannapaar ontfangen, houdende dat de voormelde Man„ „nigaar, die sedert eenigen tijd met hun in onderhandeling was geweest, om een parttij lijnwaat te leeveren, hun had laaten weeten, dat de lijwaaten die hij te kaijepatnam had afgelaaden voor Mannapaar, door onze
English
had been taken away and brought up by our cruising thony, requesting that the residents would bring about their release. Paragraph 263: And although, besides other considerations that disproved the Mannigaar's pretext, it was further noted that on each bundle of the seized linens an ola was tied, upon which was written: a bundle from the Captain of Palleankotte, Bonneveau, shipped in the thony of the Moor Magoedien Tambie Mapulle; the officials nevertheless availed themselves of the Mannigaar's aforementioned pretext in order to be able to release these linens with decency, and they have accordingly sent them to Mannapaar, to be accepted there for the account of the Mannigaar. We have judged the officials' conduct in this matter to be the most appropriate, both to uphold the Company's rights and to prevent unpleasantness, and have accordingly approved the same by our resolution of October 9th last. Paragraph 264: The linens mentioned herebefore, which were offered by the English paymaster at 100 Company pagodas per 100 pieces, were found upon inspection of the two pieces shown as samples to be of such poor quality that they could not be included under the Company's assortment; but nevertheless, in order not to let any linen made of Guineas or salempores yarn be transported privately, and because they can come in useful for Ceylon, the officials offered 100 Porto Novo pagodas for the 100 pieces, provided that they were delivered at Ponnekaijl free of toll and other charges. Paragraph 265: However, when it came to the delivery of the entire lot, which consisted of 1,500 pieces, it appeared that they were neither six-foot Guineas nor of such quality as the samples provided, but that everything was merely seven-foot Guineas; whereupon this linen was taken over by the merchants for the same price that they pay for it at Palaam, and was further brought by them, as was also done with the lot taken over from Moettoe Wierappa Poelle, for inspection in the usual manner and delivered to the Company. The Areca. Paragraph 266: The lots of these nuts sold in the financial year 1786/7 consisted of the following quantities, namely: At Kolombo: 7,465 ammunams, 21,797 pieces; thus more than the previous year by 1,612 ammunams, 11,967 pieces; At Gale: 828 ammunams, 18,730 pieces; thus compared to the year before, 97 ammunams and 16,540 pieces more; At Kalpettij: 322 ammunams, 20,300 pieces; thus less than the previous year by 1,414 ammunams and 3,325 pieces. Together: 8,617 ammunams, 12,827 pieces. The sales in the financial year 1785/6 amounted in total to 8,321 ammunams, 11,647 pieces; Consequently, the latter year 1786/7 was more by 269 ammunams, 1,180 pieces. Paragraph 267: The profit on the aforementioned sold quantities amounted in 1786/7, of which a portion was traded as usual for revenues: At Kolombo: f 62,667: 8: 8. At Gale: f 7,123: 9: —. At Kalpettij: f 5,824: 16: —. Total: f 75,615: 13: 8. In 1785/6 the profit on sales was: Here: f 58,613: 18: 8. At Gale: f 6,252: 17: —. At Kalpettij: f 11,078: 14: —. Total: f 75,945: 9: 8. Thus the Company has gained less on this trade in 1786/7 by f 324: 16: —. Paragraph 268: The douceur of the Governor on the areca sold at Kolombo amounted, on account of 649 ammunams and 4,621 pieces of excess weight with which it was delivered to the Company and which was sold among the rest of the Company's areca for the same prices, to Rds. 7,440: 40: ½; and for that which the areca was sold higher than the Company price of Rds. 8: 44 per ammunam established for it, to Rds. 15,708: 44: ¾. Paragraph 269: In the planted areca gardens, the following number of trees was found at the latest survey, to wit: At Gale: 428,988. At Mature: 475,431. Total: 904,419. In the previous year there were: At Gale: 456,013. At Mature: 321,867. Total: 777,880. Thus the latter year has more by 126,539. Paragraph 270: The decrease of 27,025 trees in the Gale Korle was, according to the report of the officials, in spite of all efforts made to improve and extend these plantations, and notwithstanding that several of them were actually expanded in the last year and new plantations were also established, caused by the uncommonly great heat and long-continued drought in the first four months of 1787, whereby a great number of plants, both large and small, are said to have perished. Paragraph 271: On the other hand, the increase of 153,564 trees at Mature has arisen principally because there have now been added 149,414 trees from the plantations laid out by several native headmen who had bound themselves thereto upon obtaining their offices, which plantations had not been surveyed in earlier years. Paragraph 272: In the past year, for reasons mentioned herebefore in paragraph 21, no survey was made of the planted areca trees in the Kolombo Dissavony, but henceforth only the Company's plantations will be surveyed and shown. Paragraph 273: From these established plantations, the delivery in the financial year 1786/7 was: At Kolombo: 24 ammunams, 1,500 pieces; At Gale: 2 7/8 ammunams, 1,900 pieces; At Mature: 5 3/8 ammunams, 1,370 pieces. Together: 32 3/8 ammunams, 1,520 pieces. In the year before it amounted to: At Kolombo: 27 ammunams, 1,500 pieces; At Gale: 2 ½ ammunams, 2,740 pieces; At Mature: — ammunams, — pieces. Total: 29 7/8 ammunams, 1,040 pieces. Thus the latter year had more by 2 ¼ ammunams, 480 pieces. Paragraph 274: According to the report of the Gale officials, the trees in most of these plantations that were established in the early years are placed so close to one another that they seldom reach a good and fruit-bearing state before they are 15 to 20 years old; and this defect in planting is
Dutch transcription
2361 onse kruijstonij waaren weggenoomen en op ge„ „bragt, met verzoek dat zij residenten derzelver ontslag wilden bewerken. §263: En hoewel buijten andere bedenkingen, die de voor„ „gaave van den Mannigaar logen straften, en dit nog bij kwam, op dat elk pak van de aange„ „haalde lijwaaten, eene ola was gebonden; waarop geschreeven stond, een pak van den Capitein van Palleankotte Bonneveau afgescheept in de tonij van den Moor Magoedien Tambie Ma„ pulle; hebben de bedienden nogthans, zig van 's Mannigaars voortsh: voorwendzel bediend, om deze lynwaaten met fatsoen te kunnen ontslaan, en zij hebben mits dien dezelven na Mannapaar gesonden, om ze voor reekening van den Manni„ „gaar aldaar teworden geaccepteerd: we hebben der bedienden handeling in deesen, als de geschikte g'oordeeld, bijde om sComp=s regten te hauhaaven en onaangenaam heeden voor te komen, en hebben mits dien dezelve geapprobeerd bij onse resolutie van den 9=e october J:L:—. §264: De hiervooren vermelde lijwaaten, die door den Engelschen Paaijmeester, aangebooden zijn, tegens 100: Comp: pagooden de 100: stuks, zijn bij besigtiging van de vertoonde twee stukken tot monsters zoo slegt bevonden dat ze niet onder sComp=s zorteering konden begreepen worden, maar om even even wel geen lynwaat, dat van guinees of salm poeris gaarn gemaakt is, partikulier te laaten ver voeren; en om dat ze voor Cijlon kunnen te pasko „ kagaden „men, hebben de bedienden 100: partanoorse „ voor de 100: stukken gebooden, mits dat ze vrijvan tol en andere ongelden te Ponnekaijl geleeverd wierden. § 265: Dog toen hiet tot de leeverantie van de geheele parthij kwam die in 1500: stukken bestonden bleek het dat ze geen ses voets ginees noch toeit zo„ zus als de gegeevene monsters waaren, maar dat alles enkel 7: voets gunees was, waar op dit lijn „waat door de kooplieden, overgenoomen is voor d „selven prijs, die ze 'er te Palaam voor betaalen, en is dezelve voorts door hun, gelijk met de overge„ noomene parthij van Moettoe wierappa Poell ook geschied is, op de gewoone pijse ter besigti„ „ging gebragt en aan de komp: geleeverd. — De Arreek. §266: De verkogte parthijen diezer nooten, hebben in 't boekjaar 1786/7: bestaan in de volgende quianti„ teijten, als stuks amm: te kolombo - - - - - - - - - - 7465: 21797: —. dus meerder dan 't voorige Jaar ann: 1612: stuks 11967. -. overzulks in vergelijk van Ao tevooren 97: am: en 16540: stuks te Gale - - - - - - - - - - - - - . 828: 18730. —. meerden 2362 amm: stuks meerder te kalpettij. . . . . . . . . . . . 322: 20300 -. dus minder dat 't voorige Jaar 1414: ann: en 3325: stuks. tezamen - - - 8617: 12827: — De verkoop in 't boekjaar 178 3/6. bedroeg in 't geheel. - . . . . . . . . . 8321: 11647. –. oversulks 't laatte 178 /7: meerder 269: 1180. –. § 267: De winst op de voorschr: verkogte quantiteiten, be„ „droeg in 1786/7: waar van een gedeelte als na gewoonte op inkomsten verhandelt is „ kalpettij - - - - - - - - - - in 178 5/6: is op den verkoopge wonnen alhier - . - - - - ƒ 58613: 18: 8. tegale. . . . . . . . „ 6252: 17. -. „ kalpettij - - - - - „ 11078 14. -. r„ 75945: 9: 8. dus heeft de komp: in 178 6/7: op desen mindla 324: 16. —. handel gewonnen - - - - - - ƒ §268: T douceur van den gouverneur op de arreek die te„ kolombo verkogt is, heeft bedraagen wegens 649: amm: en 4621: stuks overmaat werden waarmeede dezelve aan de komp: geleeverd is, en welke on„ „der de overige arreek van de komp:s voor de„ „selfde prijsen verkogt is, rd=s 7440: 40:½. en „ 5824. 16. -. m Teld - - - - ƒ 75615:13: 8. te kolombo - - - - - - - - - - - - ƒ 62667: 8. 8. „ gale. - - - - - - - - - - - - „ 7123: 9. —. voor voor het geen de arreek hooger verkogt is, dain de daar voor vastgestelde Comp: prijs van rd=s 8: 44: de Aum:, rd=s 15708: 44:¾. —. §269: Jn de aangeplante arreeks tuijnen is by den Jong„ „sten opneem gevonden, 't volgende aantal van boo„ „men, teweeten te gale. - - - - . . - - - - - - 428988. -. in 't voorig Jaar waaren 'er te Gale - - - - - - - . - 456013: —. „ Mature - - - - 321867:—. 777 7880. –. 1 dus 't laatte Jaar meerder 126539: —. nu §270 De Minderheid van 27025 boomen in de gale korle is volgens der bedienden berigt in weerwie van alle aangewende moeijte tot verbeetering en uitbreg „ding deeser plantagien, en niet tegenstaande verschijde derzelve in 't laatte Jaar werkelijk uitgebreid, en ook nieuwe plantagien aangelegd zijn, veroorsaakt door de ongemeene groote hitte, en lang aangehoudene droogte in de vier eerste maanden van 1787:, waardoor een groot aantal, zoo groote als klijne plantjes, zou„ „den vergaan zijn §271: Daar en tegen is de meerderheid te Mature van 153564: boomen, voornaamelijk daarugt Telt 904419. - - „ Mature - - - - - - - - 175431. —. gesprooten 2363 gesprooten, wijl nu daar bij gevoegd zijn 149414: boomen, uit de aangelegde plantagien door verschij„ „de inlandse hoofden, die sig daartoe bij de obtenu hunner bedieningen hebben verbonden en welke plantagien in vroeger Jaaren niet zijn opgenomen §272 Jn het voorleeden Jaar is, om reedenen hier vooren §: 21: gemeld, geen opneem gedaan van de aangeplan„ „te arreeks boomen, in de kolombose dissavonij, dog zullen voortaan alleen de komp: aanplantingen opgenoomen, en vertoond worden. § 273: uit deze aangeligde plantagien, is in het boekjaar 178/7: geleeverd. „ Mature - - - - - - - - - - - - - te Kolombo - - - - - - - - - - - - 24:—. 1500: — in 't Jaar tevooren bedroeg ze amm: stuks te kolombo - - - - - - 27:—. 1500. „ gale. . . . . . . . . 2½. 2740. . -. „ Mature - - - - - 29 7/8: 1040. –. mi dus 't laaste Jaar meerder 2¼. 480. –. Ma §274: volgens het berigt van de Gaalse bedienden, zijn de boomen in de meeste deezer plantagien, die in„e eerste Jaaren zijn aangelegd, zo digt bij den anderen geplaat„ zelden dat ze n in eenen goeden en vrugtdraagenden staat geraaken, voor dat ze 15: tot 20: Jaaren oud worden; en dit gebrek in de aanplanting amm: stuks 53/6 1370. —. tesamen 32 3/8: 1520. –. „ gale. . . . . . . . . . . . . . . 2 7/8: 1900. –. is
English
is certainly the cause of the little fruit that has been obtained from it thus far. We shall take measures to improve this as much as possible. § 275: Of the areca nut that the native must deliver by virtue of obligations, there was received in the book year 1786/7: ammunams pieces at Gale 340 5/8 735 at Mature 192 1/8 3143 at Kaliture 700 1/2 500 Together 1232 7/8 1128 In the previous year this delivery amounted to: at Gale 387 7/8 2541 at Mature 476 7/8 1556 at Kaliture 865 - - Total 1729 3/8 847 Thus the latter year was less by 496 4/8 ammunams 2969 pieces. § 276: According to what is noted in our resolution of the 19th November of the past year, the small delivery at Mature was mainly caused by an extraordinary continuous drought at the time the areca trees were in bloom, whereby most of the blossoms were said to have dried up and fallen off. § 277: The Gale servants have nevertheless promised us that they will exert all their efforts to obtain settlement of the arrears on this obligation, from both the Gale and Mature residents, in kind or in cash, at the fixed price of three rixdollars per ammunam. § 278: Upon the request of the Mature servants to discharge from that tax several gardens encumbered with areca duties, which upon survey were found to be provided with not a few areca trees, but mostly devastated and abandoned, and the rest planted with cinnamon, we resolved by resolution of the 11th September of the past year to write off the obligation resting thereon of 1 5/16 ammunams and 423 pieces of areca nut. § 279: Delivered on behalf of the Court of Kandy in the last-ended book year was a quantity of small areca nuts: ammunams 927 pieces 16437, and in the previous book year 815 1/2 ammunams - pieces; thus the latter year had more by 111 1/2 ammunams 16437 pieces. § 280: The servants at Kalpettij, alongside their letters of the 20th October and 9th November 1786, sent us two accounts of 1676 ammunams and 23625 pieces of areca nut sold for the account of the book year 1785/6; and since we did not find this parcel accounted for in their trade books of that book year, we had this sold parcel accounted for in our general ledgers of that book year, in order to be able to show both the quantity and the profit gained thereon in the same book year, as was proper. § 281: Since then, the servants informed us by their letter of the 30th May past that the year 1785/6 had been mistakenly stated in their aforementioned accounts, but that the aforesaid parcel of areca nut had actually been sold in the book year 1786/7. § 282: But as we could make no change therein at that time because our books had been dispatched to Batavia, we instructed the servants, according to what is noted in our resolution of the 9th June past, not to enter the profit made on that sold quantity in their books of 1786/7 under the profit account, but to the credit of the Ceylon Office. § 283: Although this error was thereby adjusted, the areca nut sold at Kalpettij and the profit thereon will consequently appear larger in the book year 1786/7 than they appeared in the year 1785/6. Cardamom. § 284: Of this product there was collected in the book year 1786/7: at Mature 7225 1/2 lbs and purchased at Gale 148 1/4 lbs Together 7373 3/4 lbs In the previous book year the collection amounted to 7274 1/2 lbs Thus the latter year had more by 99 1/4 lbs. § 285: The Mudaliyar of Morruakorle, who is obliged to deliver 10000 lbs of cardamom annually, delivered no more than 7077 lbs, which is included in the aforesaid parcel received at Mature. For his excuse he indicated that he had not been able to send people to the King's territory for the gathering of the same more than once, because the fever and red flux had raged there so severely that well-nigh 60 persons had died thereof. § 286: On the favorable recommendations of the Mature servants, we decided by resolution of the 8th May past to let him suffice with this for this time; with the warning, however, that this grace would no longer be shown to him, but that in the future he must refund the money received for the purchase with a 50 percent advance, according to his instruction. This purchase is somewhat disadvantageous for the aforesaid Mudaliyar in view of the small price that the Company pays for it, and reasonable leniency ought therefore to be exercised in this matter. Coffee Beans. § 287: Of this, the collection in 1786/7 amounted to: at Colombo 8564 1/2 lbs at Gale - lbs at Mature 4727 lbs at Kalpettij 214 1/2 lbs Total 13506 lbs In the previous book year the collection amounted to: at Colombo 2129 lbs at Gale, Mature and Kalpettij nothing Total 2129 lbs Consequently the latter year had more by 11377 lbs. § 288
Dutch transcription
is sekerlijk de oorsaak van de winige vrugt, die meij'er tot nog toe van gehad heeft. we zullen ders stellen, om dit zo veel mogelijk teverbeeters §275: van de arreek die de inlander wegens vekplichten moet leeveren, is in het boek Jaar 178/: ingekoome anm; stuks „ Mature - - - - - - - 192 /8. 3143: — „ kaliture - - - - - - 700.½. 500. -. min Tesamen 1232: 7/8: 1128. -. in 't Jaar tevooren bedroeg dese. leverantie te gale - - - - - - - - - - - 340 5/8. 735. — te gale. . . . . . 387 7/8: 2541: „ Mature. . . . . . 476 7/8. 1556: „ kaliture - - - - - 865. —. —. mn 21729 3/8 847:— dus 't laatte Jaar meerder 496 /8: 296.9. – §276 volgens het aangeteekende bij onse resolutie van de 19:' november J:oL, is de geringe leverantie te Ma„ „ture voornamelijk veroorsaakt door eene buijte gewoone aanhoudende droogte, in den tijd dat de arreeks boomen in bloeij stonden, waardoor de meeste bloeijtels zouden verdroogd en afgeval„ „len zijn. —. § 277: De Gaalse bedienden hebben ons nog thans beloofd: dat ze alle hunne pogingen sullen aanwenden, om de agterstallen op deese verpligting, zoo van de gaalse als Matureese ingesetenen, in natura d 2364 of Contant, tegens de beptaalde prijs van drie rd=s de amm=n, voldaan te krijgen. —. §278: Op 't verzoek van de Matureese bedienden, om eenige by met arreeks geregtigheid beswaarde thuijnen, die bij op neem bevonden zijn met geene wynige arreeks boo„ts „men voorzien, maar meest verwoest en verlaaten, en: de rest met kanneel beplant te zijn, te onthafgen van die belasting, hebben wij bij resolutie van den 11. 7ber: J:ol beslooten, de daarop gelegene verplig„ „ „ting van 1 5/16: amm: en 423: stuks arreek, te laaten afschrijven. —. § 279: van wegens het Hof van kandia in 't laast g'eija„ „digd boek jaar geleeverd eene quantitijd van klij„ ne. . . . . . - - - . . . . annu 927: stuks 16437. 815½. „ —. en in 't voorige boekjaar - --- dus het laaste Jaar meerder amm: 111½. stux 16437: § 280 De bedienden te kalpettij hebben ons, nevens hunne brieven van den 20:' 8ber: en 9:' 9ber: 1786;, twee reeke„ „ningen overgesonden van verkogte 1676: anm:s en 23625: stuks arreek voor reek: van het boek„ „Jaar 178 5/6., en wijl we dieze partij niet verhan„ „deld hebben gevonden, bij hunne negotie boeken van dat boekjaar, hebben we, en de daarop be„ „haalde winst in 't selfde boekjaar, gelijk dat behoorde te kunnen vertoonen, deze verkogte par„ „thij bij onze hoofdboeken van dat boekjaar laa„ „ten verhandelen 3281 tura ƒ § 281: 'T zedert hebben de bedienden ons, bij hunnen brief va den 30: Maij pass=o berigt, dat het Jaar getal van 178 5/6 abutief bij hunne voorm: reekeningen wat gestel maar dat voorschr: parthij arreek eygentlijk was verkogt in het boekjaar 178 6/7. -. § 282. Dan wijl we, mits de afzending onser boeken na Bra „tavia, toen daarin geene verandering konden maak hebben we den bedienden, volgens het aangeteekend bij onse resolutie van den 9:' Junij pass=o gelast, op 't geprofiteerde op die verkogte quantiteit, bij huun boeken van 178/5:, niet tebrengen op de winst reeke„ „ning, maar ten voordeele van 't Cantoor Cijlon Hier door is wel dit erreur verevend, maar even daar §283: sullen in 't boekjaar 178/:. De verkogte arreek te kalpettij en de winst daar op zig meerder vertoo„ „nen, dan ze daardoor in A=o 17876. grooter voorgekoo„ „men zijn De Cardamom. §284: van dit product is in 't boekjaar 178/7: te Mature ingesameld - - - - - - - - - - - - lb: 7225: ½. en te gale ingekogt. . . . . . . . . . „ 148:¼. – 73 tesaamen lb: 7373:¾. -. in 't voorig boedjaar bedroeg de in„ Laameling - - - - - - - - - - - - - - - - „ 7274:½. dus het laatte Jaar meerder lb: 99:¼. § 285: De Modliaar van Morruakorle die verpligt is Jaarlijks 10000: lb: Cardamom teleeveren, heeft niet met 2365 niet meerder geleeverd dan 7077: lb: die begreepen is. onder de voorsz te Mature ingekomene parthij, tot zijne verschooning heeft hij tekennen gegeeven, dat hy tot den afbreng derzelve, niet meer dan eens volk na skonings land had kunnen souden den om dat de Noorts wel en roode loop aldaar zo lievig hadden gewoed, dat ersz: 60: koppen aan overleeden waaren. § 286: wij hebben op de gunstige voorschrijvens van de Matu„ „reete bedienden, bij resolutie van den 8: Maij pass=o beslooten, hem voor dit maal daarmeede te laaten volstaan; met waarschouwing egter dat hem dese gratie niet meer zoude worden beweesen; maar dat hij in 't vervolg 't ontfangene geld tot den inkoop, volgens sijne Jnstructie; met 50: p=rC=to advans zal moeten uitkeeren . Dezen inkoop is voor de scha voorsch: modliaar wat erdelijk aangesien de gerin„ „ge prijs die de komp: daar voorgeeft en diend mitsdien daarin een redelijke inschikkelijkheid teworden geveffend. -. De koffijboonen. § 287: Hiervan heeft de insaam in 178 5/: bedraagen te kolombo - - - - - - - - - - - - lb: 8564:½. —. —. „ Mature. - - - - - - - - - „ 4727: —„ kalpettij - - - - - - - - - „ 214:½. „ m Teld. - - - . . lb: 13506. —. In't voorig boekjaar bedroeg de insaam te kolombo. - - - - - . . . . . . lb: 2129:-. „ gale, Mature en kalpettij niets „ —. „ 2124. —. oversulks 't laaste Jaar meerder lb: 11377:— „ gase - - - - - - - - - - - - „ §288
English
Section 288: The planted coffee trees have in 1787 amounted to the following: at gale 55672 at Mature 8981 Total 64653 In the year 1786 there were: at gale 53314 at Mature 3185 56504 thus the last year more: 8149. Section 289: In the Colombo Dessavony no survey was made this year of what is still in existence from the previous planting, but in addition there were planted in the last year, both for the Company's and private account, 120647 coffee saplings. Pepper. Section 290: The collection of this article in 1786/7 was large. at kolombo lb 66489 at gale lb 2950 3/4 at Mature lb 2499 5/8 at Battikaloa lb 225 Total lb 72463 1/16. In 1785/6 the collection amounted to: at kolombo lb 58429 1/2 at gale lb 1070 5/8 at Mature lb 1586 at Battikaloa lb 1735 62821 1/8. thus the last year more: lb 9642 3/16. Sappanwood Section 291. In the year 1787 was delivered of this the following, namely: at kolombo lb 9965 at gale lb 550 Total lb 10515. In the year 1785/6 the delivery was: at kolombo lb 10118 at gale lb [illegible] 10118. thus the last year more: lb 397. Section 292: The number of planted trees amounted in the past year to: at kolombo 24013 at gale 107489 at Mature 6877 Total 138379. In the year 1786 there were: at kolombo 20710 at gale 102670 at Mature 5361 128741. consequently in the last year more: 9638. Section 293: The aforementioned Ceylon products cost at purchase as follows: the bale of Cinnamon ƒ 13: 15: 3: with the Packaging ƒ 16: 2: 5: the purchased areca at kolombo and kalpettij, each amanam ƒ 5: 9: 11: the compulsory areca of gale and Mature, the amanam ƒ 2: 19: 8: that of kaliture ƒ 1: 11: 10: the lb of Cardamom ƒ 0: 3: 5: the lb of pepper ƒ 0: 4: 2: the lb of sappanwood ƒ 0: 1: 0: the lb of coffee ƒ 0: 1: 10: Cowries Section 294: Along the Ceylon beaches we have had a small parcel of 104 lb dived up, and the same goes over with the ship Java as a sample. We have had them charged at 2 Indian stivers the lb, with the request to the Gentlemen Directors to elucidate to us whether they can be sold at a profit, as we see a chance to obtain a fair quantity of them annually. The same will come to stand at 2 to 2 1/2 Indian stivers the lb, and thus according to the last price, the kotti at 62 1/2 stivers, for which 90 Indian stivers are paid to the Maldivians. The Chank fisheries Section 295: For the book-year 1787, as we communicated in our respectful letter of 30 January past, they were leased out, namely: the Ceylon one for Rds 11000 and the Tuticorin one for 2500 pagodas, making Rds 5239: 43 Total Rds 16239: 43. And for the running book-year of 1787/8 was leased: the Ceylon one for Rds 15300 the Tuticorin one for 2300 pagodas or Rds 4820: 34 20120: 34 thus the last year more: Rds 3880: 39. Section 296: Because the best Tuticorin divers in the book-year 1787 were used for inspecting the pearl banks, and also the diving, both through bad weather and through a great multitude of sharks that showed themselves in the sea, had many setbacks in the first months, after which the same had to stand completely still on account of the held pearl fishery, because all the divers had to be used for that fishery, we have, upon his request made thereto by resolution of 25 January past, discharged the lessee from that lease and had the fishery continued for the Company's account. Section 297: The aforementioned lease sum of the Tuticorin fishery of 1787 amounting to Rds 5239: 43 is consequently entirely written off, and in return taken over from the lessee for the Company all the chanks that he had dived up, and which consisted of 41549 pieces, namely: 3881 pieces 1st sort 3865 pieces 2nd ditto 28936 pieces 3rd ditto 4413 pieces 4th ditto 454 cullings. Section 298: To the discharged lessee we have, on account of the expenses incurred by him for having the said chanks dived up, upon an account thereof submitted by him, according to our resolution of 2 August past, caused to be paid Rds 717: 6: 7/8.
Dutch transcription
§ 288: De aangeplante koffijkoomen hebben in 1787: bek in 't volgende. „ Mature. . . . . Anno 1786: waaren 'er te gale. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55672: te gale - - - - -. . . . . . 53314: —. „ Mature. . . . . . . . - . 3185. —. ƒ56504:— dus 't laaste Jaar meerder „ 81. 49. §289: Jn de kolombose Dessavonij is dit Jaar geen op neem „saa gedaan, van 't geen er uit de voorige aanplanting nog in weezen zijn, maar zijn er boven dien in 't laaste Jaar, zoo voor Comp: als partikuliere re„ kening, aangeplant 120647:–. koffij boompjes De Peper. § 290: De inzaam van dit artikul is in 1786/: groot geweest. te kolombo - - - - - - - - - - - lb: 66489: — „ gale. . . . . . . . . . . . . . . . „ 2950. ¾ „ 225. — Teld: lb: 72463: 1/16. „ Mature - - - - - - - - - - - „ 2499: 5/8. „ Battikaloa - - - - - - - - Jn 178 5/6. bedroeg de insaam te kolombo - - - - - - lb: 58429:½. „ gale. . . . . . . . . „ 1070: 5/8. „ Mature. - - - - - „ 1586. —. „ Battikaloa - - - - „ 1735:—. 62821: 1/8. van dus 't laatte Jaar meerder lb: 964.2: 3/16. Bom Sappanhout . . . . . . . . .. 8981. Telt 6:4653:— 3 2366 Sappanhout §291. Jn A=o 1787. is hier van geleeverd; t volgende, als: te kolombo - - - - - - - - - - - - - - - lb 9965. —. 550. — „ gale. . . . . . . . . . . . . . . . „ 2 Teld . - - lb: 10515. —. in A=o 178 5/6. was de leverantie te kolombo. . - - - - - - - - lb: 10118:—. „ gale. . . . . . . „ — —. 10118. —. tin dus 't laatse Jaar meerder. lb: 397. —. § 292: 5: getal der aangeplante boo men bedroeg in anno pass=o te kolombo - - - - - - - - - - - - - - 24013. —. Telt - - 138379. in 't Jaar 1786:;, waaren 'er te kolombo - - - - - - - - - - - . . 20710. „ gale. . . . . . . . . . . . 102670 „ Mature. . - . . . . . . - 5361: 128741:—. 2 overzulks in 't laaste Jaar meerder 9638. —. §293: De voorm: Cijlonse perdukten hebben inkoopt, gekost als volgt. de baal Canneel - - - - - - - -. . . . . . . . ƒ 13: 15: 3: met de Emballagie - - - - - - - - - - „ 16: 2. 5. de ingekogte arreek te kolombo en kalpettij, elke amm: - - - . . . . . . . . „ 5: 9. 11. de verpligtings arreek van gale en „ gale - - - - - - - - - - - - - 107489. —. „ Mature. - - - - - - - - - „ 6877. —. Mature, de duim: - - - - - - - - - „ 2: 19. 8. die van kaliture. - - - - - - - - - - - - „ 1. 11. 10 't: lb: Cardamom - - - - - - - - - - - - - - - - „ — 3. 5: „ „ peper. . . . . . . . . . . . . . . . . . „ —4. 2. „ „ sappanhout - - - - - - - - - - - - - „ —1. — „ „ koffij - - - - - - - - - - - - - - - - „ —1. 10: Sauris § 294: Hhebben we langs de Cijlonte stranden, een klijne parthij van 104: lb: laaten opduiken, en dezelve gae met 't schip Java ter preuve over. we hebben ze laaten aanreekenen tegens 2: Jndise stx: 't Eb: met verzoek aan de heeren Brewindhebberen, on ons te Elucideeren of ze met voordeel kunnen worden verdebiteerd, wije we kans zien om 'er Jaarlijks, eene tamelijke quantiteit van opte„ doen. Deselve sal op 2: a 2:½. indiase stx: 't lb: te staan: komen, en dus naar de laaste prijs, 't kotty op 62½. stx: waarvoor aan de Maledivers worden betaald 90: indise stuijvers. —. De Sjankos duijkerijen §295: zijn voor 't boekjaar 1787: gelijk we bij onsen eer„ „biedigen van den 30:' Januarij pats=o hebben bedeeld verpagt, namelijk de Cijlouse voor. . . . . . . - - rd=s 11000. –– en de tutuko rijnte voor 2500: pagooden, Telt. rd=s 16239:43. en voor 't looszend boekjaar van 178 7/8: is verpagt de Cijlonse voor. . - - - - - rd=s 15300: – – „ tutukorynte voor 2300 pag=n of - - - - - - - - „ 4820:34— 20.120:34: 2 dus het laaste Jaar meerder. rd=s 3880:39. — § 296: wyl de beste Tutukorijn te duijkers in het boekjaar 1783. , zijn gebruijkt tot het visi„ uitmakende - - - - - - - - - - - - - „ 5239: 43 Cauris. „teeren 2367 „teeren van de paarebanken en ook de duykeri, zo door slegt weder en als door eene groote menigte haaijen, die sig in zee vertoonden, in de eerste maanden „ heeft veele tegenspoeden „ gehad, waarna dezelve wegens gehoudene paarevitserij geheel moest stelstaan„ omdat alle de duijkers tot die visserij moetten gebruikt worden, hebben weden pagter, op zijne daartoe gedaane versoek bij resolutie van den 25: Januarij pass=o van die pagt ontslaagen en de duijkerij voor sComp=s reekening laaten voor„ § 297: De voorschreevene pagtschat van de Tutukorijnse duu„ kerij van 1787: groot rd=s 5239: 43:—. , is mitsdien geheel afgeschreeven, en daar en tegen van den pagter voorde komp: overgenoomen, alle de tjankoten die hij heeft laaten duiken, en die bestaan hebben in 41549: stuks, naamelijk 3881: stuks 1: zoort „ 2: d=o 3865: 28936. „ 3: d=o 4413: „ 4. d_o 454: uitschot. § 298 Aan den ontslagen en pagter hebben we, wegens de door hem gedaane ongelden, tot het laaten duiken van gemelte stjankooten, op eene door hem daarvan overgelegde reekening, volgens onze resolutie van den 2: augustus pass=o, laaten voldoen rd=s 717: 6: 7/8. -. §299 zetten. —. m 39