Inventory 3791
Ceylon · 822 pages · 148 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
2229 To the Right Honourable Sir Cornelius Dionijsius Kraijenhoff, Commander of the city and lands of Gale, Mature, etc. Right Honourable Commanding Sir! In compliance with your Right Honourable's respected written order of the 6th of this month, we the undersigned, Jan Vogelensang, master of the ship- and house carpenters, Nicolaas van Borgonje, journeyman of the first- mentioned craftsmen, Frans Tobias, and Wijnant Cooij, ship carpenters from the shore, proceeded to the return ship De Gouverneur Falck, currently lying at anchor in this bay, and there, in the presence of the Captain at Sea and Equipment Master here, the Esteemed Erland Nicolaij Abo, and the captain of the said vessel, the Esteemed Paulus Kroon, inspected that hull exactly and carefully in order to ascertain whether the same is fit to safely undertake the voyage to the fatherland, and found to be required the undermentioned repairs, namely: One piece of bulkhead athwartships at the front of the main hatch One ditto ditto at the back of the main mast. One One piece of bulkhead athwartships by the aft stairway. One cleat against a piece of deck beam of the upper deck. Two props under two pieces of hold beams. Three new planks in the upper deck. One chafing board on the mizzen mast. Eight new knees in the main top. The water and cowrie bulkhead in the hold, and to batten and mat the same, sail locker and katjang pen between decks. To repair the sheathing on starboard and port side, to tear down the washboards forward and strakes aft, to cover the stem seams with sheet lead, subsequently to caulk on and between decks, the forecastle, quarterdeck, cabin, and outside around. Wherewith the undersigned hope to have complied with your Right Honourable's respected order and style ourselves with due respect. (was written below:) Right Honourable Commanding Sir! Your Right Honourable's humble servants. (was signed:) J. Vogelensang, N. van Bourgonje, F. Tobias, Wijnant Kooij. (in the margin:) Gale the 12th of December 1788. (lower down:) In our presence (was signed:) E. N. Abo, Paulus Kroon. Agrees. Hijbrands First Clerk Examined J.s Pompens 1 2234 To the Right Honourable Sir Cornelius Dionijsius Kraijenhoff, Commander of the city and lands of Gale, Mature, etc. Right Honourable Sir! The undersigned Equipment Master considers himself obliged to inform your Right Honourable, that the Company's ships lying here in the bay, De Gouverneur Falck and Straalen, require the following heavy ropes, namely: De Gouverneur Falck, one heavy hauser rope of 18 to 19 inches and Straalen . . . . . four ditto ditto ditto in place of those lost and rendered unserviceable. The first I can accommodate with a rope that remains in stock here, and the second with one of coir serving as a mooring rope. The remaining required ropes will thus need to be requested from Colombo, and I request that the same may reach me as soon as possible. I I have the honour to be with high esteem, (was written below:) Right Honourable Sir! Your Right Honourable's obedient servant (was signed:) E. N. Abo. (in the margin:) Gale the 12th, submitted the 13th of December Anno 1788. Agrees. Hijbrands Assistant Clerk Examined J.b Pompers 2231 must have must have To the Equipment Master E. N. Abo. Indent of the required equipment goods for the Honourable East India Company's ship De Gouverneur Falck 1 hook for the shield of the jib-boom 1 eye bolt for the topsail halliard 2 eye bolts for the rudder gudgeons 1 pintle for the gallery blind 10 hinges for the blind 10 bolts ditto 100 lb nails for the must have: 1 tiller must have: 4 studding-sail booms 1 of seven palms 10 of 20 lines in must have: 2 hawsers of 15 yarns for topgallant gear must have: 50 pieces of nails 10 tarpaulins for the hatches 6 collars for the masts 6 preventer collars 1 inner and 1 rudder breeching 1 outer The necessary pump- and tarpaulin nails and flatheads The necessary blackings for the painting The necessary paints 30 lb of nails that were used for lining the paddy at Tangalle in place of unserviceable cable of 12 inches for a sea anchor in place of unserviceable heavy hauser of 18 inches, and to repair the unserviceable goods. Gale the 12th of December Anno 1788. (was signed:) Paulus Kroon. (was signed:) E N Abo. Agrees. Hijbrands First Clerk Examined J.s Pompeus 2232 Today, the 6th of January Anno 1789, appeared before me, Michiel Justinus Gratiaen, First Sworn Clerk of Police and Justice here, in the presence of the witnesses to be named below: The Honourable Valiant Jacob Mittler, Lieutenant Military, Johannes Emanuel Vlamming, Ensign ditto, and Hendrik van Hoven, master of the blacksmiths, all stationed here in those capacities, who jointly and each of them in particular declared it to be true: That pursuant to the respected order of the Right Honourable Sir Cornelius Dionijsius Kraijenhoff, Ruler of the city and lands of Gale, Mature, etc., contained in a written ordinance of the 17th of December of the past year, they have proceeded today on board the return ship De Gouverneur Falck, currently lying at anchor in this bay, and there, all the weapons, both those that belong to the said vessel, as well as those which have been supplied to the said ship in place of the unserviceable ones, have inspected exactly and accurately and found that all the same are good and serviceable. Herewith the deponents end their given declaration, which they testified to contain the upright and pure truth, giving as reason of knowledge as in the text, consequently remaining prepared to confirm what has been attested further by oath. Thus declared in the city of Gale at the Secretariat of Police and Justice, on the day aforesaid and in the presence of the clerks Johannes Andreas De Vos and Hendrik Reijhart as witnesses, who
Dutch transcription
2229 Aan den wel Edelen Achtbaaren Heer Cornelius Dionijsius Kraijenhoff„ kommandeur der stad en Landen van Tale, Mature Etcra Wel Edele Achtbaare Gebiedende Heer! Ter voldoening aan uwel Edele Achtb: g'eerd schriftelijk bevel van den 6:' deezer, hebben wij ondergeteekende Ian Vogelensang baas der scheeps en huijstimmerlieden, Nicolaas van Borgonje meesterknegt der Eerstge„ „melde Ambagtslieden Frans Tobias en Wijnant Cooij scheepstimmerlieden van de wal vervoegd op 't thans in deeze baaij geankert leggende Retour schip De Gouverneur Falck en aldaar ten overstaan van den kapitain ter Zee en Equipagiemeester alhier dE: Erland Nicolaij Abo, en den kapitein van gedagte Bodem dE: Paulus Kroon dien kiel Exakt en naauwkeurig gevisiteerd ter ontwaaring of dezelve bequaam zij, om met gerustheijd de reijze naar 't vaderland zal konnen onderneemen en hebben bevonden benodigt te zijn de naargenoemde repara„ „tien als: Een P=s scholdwars scheeps aan de voorkant van 't groot luijk Een „ do d-o - - . „ . - „ agterkant van de groote — mast. Een Een P=s scholdwars scheeps bij de agter trap. Een - „ sleutel tegen Een p=s dekbalk van 't bovendek. Twee „ stutte onder twee p=s ruijm balke Drie „ nieuwe planken in 't bovendek Een. - „ vrijfschaal op de Bezaans Mast Agt „ nieuwe kniezen in de groote Mars Het waater en kauries schot in 't ruijm, en gemelde te schalme en aftematte, zeijl kooij en katjang hok tusschen Deks. De dubbelhuijt aan stuur en bakboord zijde te re„ „pareeren, de blaasbalken voor en strooken agter aftebreeken de steeven naden met plaat loot te be„ „kleede, vervolgens op en tusschen deks, de bak, half„ „dek Companje en buijten om te kalfaaten. Waarmeede hoopen de ondergeteekendens aan uwel Edele Achtbaare g'eerd bevel te hebben voldaan en noemen ons met verschulde eerbied - (:onderstond:) Wel Edele Achtbaare Gebiedende Heer! uwel Edele Achtb: onderdanige Dienaaren (:was geteekent:) I: vogelensang, N: van Bourgonje, F: Tobias, Wijnant Kooij (:in margiene:) Tale den 12. ' December 1788. (:lager:) Ten onsen overstaan (:was geteekent:) E: A: Abo, Paulus Kroon, Accordeerd Hijbrands EGklerk Nagezien J„s Pompens 1 2234 Aan den wel Edelen Achtbaaren Heer Cornelius Dionijsius Kraijenhoff Commandeur der stad en Lande van Gale Mature Etca. Wel Edele Achtbaare Heer! De ondergeteekende Equipagie meester agt Zig verpligt uwel Ed: Achtb: te moeten berigten, dat de alhier in de Baaij leggende s'Comp: schee„ pen, De Gouverneur Talck en Straalen, de volgende swaare touwen benodigt zijn als: De gouverneur Talk een Swaar hollt touw van 18 a 19 d=m en Straalen. . . . . . vier d=o— „ d=o — d:o in plaats van de verloorene en onbequaem geraakte. De Eerste kan ik gerieve met een touw dat hier per restand is. En t tweede met een van kaijer dienende tot een Tuijtouw, De overige benoodigde touwen zullen dus van kolombo die„ nen geEijscht te worden En ik verzoeke dat de zelve mij ten spoedigste mogen toekoomen Ik Ik heb de Eer van met hoog agting te zijn /:onderstond:/ wel Edele Achtbaare Heer:! Uwel„ Ed: Achtb: gehoorzaamen dienaar /:was geteekend) 6 E: N: Abo. /:in margine:/ Gale den 12. ingediend den 13. ' December A=o 1788. Accordeert. Hijbrands byklerk Nagezien J„b Pompers 2231 moet hebben moet hebben Aan Den Equipagiemeester E: N: Abo. Eijsch der benodig„ de Equipagie Goederen voor t Edele oost Indiasche sComp:s Schip de Gouverneur Faeck 1 haak voor het schild ran t kluijfhout 1 oogbout voor 't marse val 2: oog bouten voor de ligters van 't roer. 1 duijm voor de blinde van de galderij 10 hengsels voor de blinde. 10. grendels „ „ d=o 100. lb Spijkers in't moet hebb: 1 roerpen moet hebb: 4 Lijzijls Spieren 1 zeeven palmen. 10. . . . . . 20. lijnen in moet hebb: 2. trossen van 15 draads voor bramgoed moet hebb: 50 stuks nagels. 10. Presennings voor de luijken. 6. kraagen voor de masten 6. Antkragen. 1. binnen en 1 broeking voor t roer. 1. buiten. . . De nodige Pomp en Presenning Spijkers en platkopen De nodige Swartsels. tot 't Schilderen. De nodige Terven. 30 lb spijkers die tot garniering van de nelij op tanga„ „le verbruijkt heeft. in steede van onbekwame kabeetouw van 12 d=m voor een Drijff Anker. in steede van onbekwak holl: Swaartouw van 18 d=m, en 't onbequaame goederen te repareeren Gale den 12. December A=o 1788: /:was geteekend:/ Paulus Kroon. Accordeert. was geteekend:/ E N Abo. Hijbrands Egklerk Nt Nagezien Is J„s Pompeus - 2232 Heden den 6. Januarij Ao. 1789. kompareerden voor mij Michiel Justinus Gratiaen, Eerste gesw: klerk van Politie en Iustitie alhier, present de natenoemene getuijgen Den E Manhaften Jacob Mittler, Luijtenant Militair Iohannes Emanuel vlamming, vaandrig d=o — en Hendrik van Hoven, baas der Smeeden. Alle in die kwalitijten alhier bescheijden, de„ welken te zamen, en ieder van hun in het bij„ „zonder verklaarden, waaragtig te weesen: Dat zij ter geëerde order van den wel Edelen Achtb: Heer Cornelius Dionijsius Kraijen¬ „hoff, Gezaghebber der Stad en landen van Gale Mature Etc=a, vervat bij schriftelijke ordonnantie van den 17:' xber a=o pass=o, hun op heeden hebben begeeven, aan boord van het thans in dees Baij geankerd leggend retoer schip de Gouverneur Falck, en aldaar alle de wapengoederen zoo wel, die opgedagte bodem bodem gehooren, als, die dewelke insteede van de onbekwaame aan gem: schip verstrekt zijn, Exakten naeur¬ „keurig gevisiteerd en bevonden hebben dat alle dezelve goed, en bekwaam zijn. Eijndigende hier meede de attestanten hunne gegevene verklaaring die zij betuijgden de opregte en suijvere waarheid te behelsen, gevende voor reeden van weetenschap, als in den text, over zulks bereijd blijvende, het ge„ attesteerde nader met Ede gestand te doen. Aldus verklaard in de stad Gale ter secretarije van Politie en Justitie, ten daage voorsz: en ter Presentie van de klerken Iohannes Andreas De Vos, en Hendrik Reijhart, als getuijgen, die
English
2233 who signed the minute hereof, together with the deponents and me, the first sworn clerk. Below was written: Attested by me, was signed: M: I: Gratiaen, sworn clerk. — Agrees. Hijbrands First Sworn Clerk Maas Checked No. 16. 2224 2233. a To the Right Honourable, highly esteemed Lord Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and its dependencies. Right Honourable, highly esteemed, High-Commanding Lord. Johan Willem Uhlenbeek, town-major in the garrison here, informs Your Right Honourable with due respect; That Mr. Delmillac, former captain in the Regiment of Luxembourg, being indebted to the petitioner for borrowed money in the amount of two hundred rds., on a certain morning at his house communicated that he would obtain on loan from Mr. Reintous five hundred rixdollars at the interest of three-quarters of a rds. per cent per month, and would then pay the petitioner, with the request at the same time, that as he was at that moment in need of three hundred rds., to help him therewith, with the promise then to pay the petitioner all at once the entire sum of five hundred rds. which was expected from Mr. Reintous. That the petitioner, relying on this, also counted out the requested three hundred rds. to him, and on the same day, upon meeting Mr. Reintous, asked whether he had promised any money to Mr. Delmillac, but learning to his utmost astonishment that his Honour had not even thought of such a thing, he confronted Mr. Delmillac with this and then received the reply that he had thought that Mr. Reintous would lend him that sum, and although he now found himself mistaken therein, that he would pay the petitioner as soon as possible. That the petitioner was thus compelled to make a virtue of necessity, and to accept a bond from this his defaulted debtor, which the petitioner now takes the liberty of presenting to Your Right Honourable in the original with the translation, whereby the petitioner expressly stipulated the interest of three-quarters per cent, yet only with the intention of inducing the aforementioned Mr. Delmillac the sooner to satisfaction, but not to actually derive any benefit therefrom, just as the petitioner has similarly assisted with money nearly all the officers of the aforementioned regiment in their declared distress, yet has never taken any profit or interest. Then 2225 Then, as Your Right Honourable readily 2233. b understands, that for an officer, simply to lose five hundred rds. must fall more than too hard, the more so as no way is open to him, as befits an honest man, to make it good again, he therefore very humbly requests Your Right Honourable, that it may please Your Excellency to cause the petitioner to recover his advanced money as far as possible; which doing Agrees G Wijbrands First Sworn Clerk Checked Js. Pompeus No. 17. 2226 2233. To the Right Honourable, highly esteemed Lord Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of the Netherlands Indies Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies Right Honourable, highly esteemed, High-Commanding Lord! The undersigned head surgeon most respectfully informs Your Right Honourable, that there are two military persons in the hospital who are entirely incurable here, and for whom all efforts applied have been in vain, and who therefore ought to be sent to Europe, namely: from the Grenadier Company: Godfried Jacob Lauw, of Hagen, soldier, with gravel, discharging at times a sandy and stony, and at other times a mucous matter, having been in the hospital since 17 November 1787. from the Company of Capt. Meijtens: Pieter Johan Versluijs, of Engen, soldier, with idiopathic epilepsy, having arrived here on the ship De Leviathan and having been in the hospital since 10 December of the previous year. Wherewith the undersigned has the honour to subscribe himself with deep respect; below was written: Right Honourable, highly esteemed, High-Commanding Lord, Your Right Honourable's obedient servant; was signed: J: B: Aleman; in the margin: Colombo, 6 October, anno 1788. Wijbrands Sworn clerk Agrees G. Checked Maas No. 21. 2227 2233. d To the Right Honourable Valiant Lord Abo This serves to communicate to Your Honour that by God's blessing I arrived here on 3 December with the vessel under my command. I shall give Your Honour a brief report of the condition of the ship here, which is the Honourable Company's ship Straalen. Destined for Bengal, I departed in July from False Bay, and on 16 October we arrived off the coast of Africa, having sighted the same; from there we went to the west, but experienced daily calms and a strong current to the south which carried us below the river Ganges; we then still drifted in calm, current to the S.W., until on 26 October we sighted the land of Golconda; we then saw that we were unable to continue the voyage to Bengal; we then had over a hundred sick and not enough water and victuals to make the crossing therewith, and Right Honourable Valiant Lord. 1
Dutch transcription
2233 die de minute deezes, nevens de attestanten en mij eerste Gesw: klerk hebben onder„ „teekend. /:onderstond:/ 'T welk getuijgd, /:was geteekend:/ M: I: Gratiaen Egklerk. — Accordeert. Hijbrands T EgKlerk Maas Nagezien No 16. 2224 2233. a Aan den wel Edelen Groot achtb: Heer Willem Jacob van de Graaff raed ordinair van Nederlands Jndia, Goeverneur en direkteur van het Eiland Ceilon met dies onderhoorigheeden. Wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer. Johan willem uhlenbeek, ondermajoor in het„ guarnisoen alhier, geeft uwel Edele groot achtb: met verschuldigde eerbied te kennen; Dat den Heer Delmillac gewezen kapitein in het Regiment van Luxemburg, aan den supp:t over geleend geld tweehondert rd:s schuldig geweest zijnde, op zekenen morgen bij hem aan huis gecommuniceerd heeft, dat hij van den Heer Reintous vijf hondert rijksd:s tegen den intrest van drie quart rd:s p:r C:t smaands, ter leen krijgen en als dan de supp:t betaalen zoude, met verzoek tevens, dat wijl op het moment om drie hondert rd:s verle„ gen was, hem daarmede te helpen, met belofte als dan de geheele som van vijf hondert rd:s die van den heer Reintous verwagt word, in eens eens aan den supp:t te zullen afleggen. Dat de supp:t hierop staat maakende, die ge„ gevraagde driehondert rd:s aan denzelven ook toegeteld, en denzelfden dag den heer Reintous bij ontmoeting gevraagt heeft, of eenig geld aan de Heer Delmillac toegezegd had, dog tot uitterste verwondering verstaande, dat zijn E: zulx niet eens in gedagten had, den Heer Delmillac dit voorgehouden en als toen ten antwoord beko„ men heeft, van gedagt te hebben dat den heer Reintous hem die som leenen zoude, en of schoon zig nu daarin g'abuseerd vond, de supp:t zo spoedig mogelijk te zullen betaelen. Dat de supp=t dus genoodzaakt was van de nood een deugd te maeken, en een obligatie van dezen zijnen gemankeerden debiteur te neemen, die de suff:t tans de vrijheid ge„ bruikt in origineel met het Translaat, uwel Edele Groot achtb: aantebieden, waar bij de supp:t den intrest van drie quart p:r C:t expres heeft bedongen, dog slegts met oognierte om meerm: heer selmillac, des te eerder tot de voldoeninge te beweegen, dog niet om daar van werkelijk genot te hebben, gelijk den supp:t even zodanig meest alle de officieren van voorm: regiment, in hunne betuigde ver- legentheid, met geld- bijgestaan, dog nooijt eenig winst of intrest genomen heeft. Dan 2225 Dan dewijl uwel Edele Groot achtb: ligt 2233. 6 begrijpt, dat voor een officier, vijf hondert rd:s zo maar te verliesen, meer dan te hard val= len moet, te meer en geen weg voor hem open is, om die gelijk een eerlijk man betaant, weder goed temaken, zo verzoekt hij uwel Edele groot achtb: zeer ootmoedig, dat het hoogst dezelve behagen mag; hem supp:t na mogelijkheid aan zijn verschoten geld te doen geraaken (:onderstond) 'T welk doende a Ac=o Akkordeert G Wijbrands V. Egklerk Nagezien J„s Pompeis No 17. 2233. 2226 Aan Den welEdelen Groot achtb: Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands India Gouverneur en Direkteur van het Eijlande Ceilon met dies onderhoorigheeden WelEdele groot agtb: Hoog Gebiedende steer! Den ondergeteekende oppermeester geoft uw wel Ed: Groot agtb: eerbiedigst te kennen, dat zig in het hospitaal bevinden twee militaire persoonen, die hier volstaekt ongeneeslijk zijn en ware aan ook alles aangewende vergeefs geweest is, en dus na Europa dienden gesonden te worden als. van D' Gaannadier Komp:e Godfried Jacob Lauw, van Hagen sold:t met graveel, lodende dan eens een sand en steenagtige, en dien eens weder een slijm stoffe, sijnde 't zeedert den 17. november 1787. en het hospitaal, van D' komp: van Kap: Meijtens Pieter Johan Versluijs, van Engen, sold:t met eijgenleijdige vallende siekte sijnde met 't schip De Leirathan, hier aangekoomen en 't zedert den 10. December des voorige Jaar in het hospitaal Waarmeede Den ondergetekende D' Ede heeft sig met diep ontsag te onderschrijven /:onderstond:/ wel Ed: groot agtb: hoog Geb: Helr uw welEd: groot achtb: gehoorsaeme Dienaar /:was getekend:/ J: B: Aleman /:in margiere:/ Kolombo den 6. 8ber: A:o 1788. Wijbrands Eyklerk Accordeert G. ^aa Nagezien Maas N=o 21. 2227 2233. d Den welEdelen Manhaften Heer Abo Deeze is dienende om uwE: tekommuniceeren als dat ik door godszeegen alhier den 3:e De„ „cember met mijn onderhebbende bodem ben g'arriveerd, de toestant van het schip zal ik uwE: hier in 't kort een berigt van geeven, dat is 's: E: komp: schip straalen. Gedestineerd na Bengalen, ik ben den Julij van baaij fals vertrokken en den 16:e oktob: zijn wij onder de Rust van Avrican gearri„ veerd, dezelve in zigt gehad van daar zijn wij om de west gegaan, maar dagelijks stil„ te gehad en sterke stroom om de zuijd die ons vervoerd heeft beneeden de rivier de gan„ „ges, dreeve doen nog in stilte stroom om de Z: W: tot op 26: 8ber: kreegen wij 't land van Golconda te zien, zien toen dat wij ontstoo„ ken waaren van de rijs na Bengalen toe te zetten, wij hadden doen over de honderd zieken en geen water en fictualij genoeg om de doorsteek daarmeede te doen, en WelEdele Manhafte Heer. 1
English
The entire ship's crew being subject to scurvy, it was then resolved to go to the Dutch trading post Bimilepatnam and there put our sick ashore and provide ourselves with water and further provisions. On the 29th of October we arrived at the aforementioned roads, then disembarked the sick, and took water on board daily, having then lain there for 32 days in order that the crew might refresh themselves. We were then ready to continue our journey again by God's blessing, but unfortunately on the 24th of November we caught a heavy storm from the north-northeast, by which we lost 3 anchors; the fourth we had to cut in order not to run aground on a lee shore, because with this wind the coast here is a sheer lee shore. Being at sea, the storm began so violently that one could not carry a shred of sail; we then drifted under a small part of the mizen; the staysails were blown away. At night, the weather then subsided, having set our course toward the bay of Trinkenomaale, where on the 30th of November I sighted the island Ceilon approximately 8 miles north of the aforementioned bay. Then anchored there at night in order not to overshoot the bay, and also due to the scantness of the wind. In the morning I got the anchor home with much difficulty; then in the evening at sunset sighted the north point of the bay. Resolved to tack back and forth during the night because I dared not approach the shore to anchor, as a topsails gale was currently blowing from the northeast with a high sea, and I have only one anchor that I can rely upon, having another anchor, but that is eight hundred pounds too light. In the morning, seeing that I had been set below the bay and the current ran strongly to the south, and the wind being at the northeast, could not make the bay; resolved to go to the bay of punto Galo because I did not find it advisable to cruise here for long, because it is currently a sheer lee shore here, and I have no anchors to present. We then came to anchor on the evening of the 3rd of December, having Pangaalen northeast 12 miles from us. My captain is not on board; he remained at Bimilipatnam because his Honor was ashore when the storm began and could not come on board, although the aforementioned went into the surf with a catamaran, but was overturned and very severely injured. Now most kindly requesting your Honor to be pleased to let us have a pilot as soon as possible. If I have the fortune to speak with your Honor, I shall further explain the circumstances verbally, requesting you to excuse me for being so bold as to write to your Honor and that you will take my writing into consideration. Wherewith I have the honor to sign myself with respect. Below stood: Right Honorable Valiant Sir, your Honor's obedient servant. Was signed: H: vlugger, Captain-Lieutenant. Lower: The name of my captain is Gerardus Masson. In the margin: Done on board the Honorable East India Company ship straalen off the south coast of the Island Ceilon, the 5th of December 1788. Lower: Agreed. Was signed: M: J: Gratiaen, first sworn clerk. Agreed. Sijbrands, first sworn clerk. Examined, Maas. Right Honorable Sir. Your Honor's esteemed letter of the 5th of December we have received this morning at 8 o'clock; this serves in reply that the name of this vessel is straalen, Captain Gerardus Masson, sailed from Texel on the 31st of January of this year, being destined for Bengal, along with the Honorable East India Company ships the Gouverneur Generaal Falck, Captain P: Kroon, to Ceilon; zoutman, Captain Anker, to Batavia; and de Beverwijk, Captain Axelland, to China via Batavia. We became separated from these aforementioned ships in the Channel, and on the 5th of July arrived alone in the False Bay, having had 6 deaths during the voyage, among whom a sub-lieutenant and the chief carpenter. Furthermore, we departed again from False Bay on the 22nd of July, and on the 16th of October arrived off the coast of Arrakan; encountering calms there, we were driven past the Ganges by the heavy currents, and on the 29th of the same month came to anchor off Bimilipatnam, thus being interrupted in the voyage, having also so to speak not a single healthy person on board, all having scurvy, lying down alone, over 100 who could do nothing in the world; yet nevertheless having had only one death on that voyage, who fell overboard. Having refreshed ourselves there, and lying ready again to depart to continue this voyage to Bengal, we were then overtaken on the 24th of November by a heavy storm, whereby four anchors were carried away, thus having had to leave those roads and resolved to continue the voyage to Punto Gale, because one had no more anchors or cables to make the voyage to Bengal, as well as on account of the very strong currents running to the south, whereby nothing could be gained. As for the news from Europe, I think your Honor will likely have heard the same from the Gouverneur Generaal Falck, and
Dutch transcription
't geheele scheepsvolk aan de scheurbuijk on„ derhevig zijnde resolveerden doen om na het Hollandsche komptoir Bimilepatnam te gaan en daar onze zieken aan land te„ zetten en ons van water en verdere provisie teversien den 29:e oktober kwamen wij op voorm: reede, scheepte toen de zieken af, kiee„ „ge daagelijks water aan boord hebbende toen daar 32. week geleegen om reede dat 't volk zig zoude verversen, waare doen klaar om onze rijze weeder door gods zeegen voorttezetten maar het on„ „geluk wilde dat op den 24:e 9ber: wij een zwaare storm kreegen uit den N: N:o O: waar door wij 3: ankers verlooren 't vier„ de hebben moeten kappen om niet op een laager wal bezet te raaken door dien de kuest hier met deeze wind een botte laager wal is. in zee zijnde begonde storm, zoo heevig dat men geen lap zijl konde voeren hebben doen gedreeven voor een klijn gedeelte van de bezaan, de onderstag„ zijls waaren weggewaaijd, 's nagts bedaarde toen 2228 2233. e toen het weer hebbende onze koers na de baaij van Trinkenomaale toe gezet, alwaar ik op den 30=e 9ber: 't eijland Ceilon inzigt heb gekreegen cirka 8: mijl benoorde voorm: baaij, doen daar snagts geankerd om met de baaij voor bij te geraaken en ook door de schraalheid van de wind, smor„ „gens kreeg ik het anker thuijs met veel moeijte, kreege doen 'savonds met sons on„ dergang de noordhoek van de baaij tezien resolveerden om 't over en weer te leggen snagts door dien ik niet na de waldorst genaaken om te ankeren, door dien 't tans een Marszijls koelte waaijde uit N:o O: met een hooge zee, en ik maar een anker heb daar ik mijn op kan verlaaten hebbende nog een anker maar dat is agthonderd pond te ligt, 'smorgens zien dat ik beneeden de baaij was gezet en de stroom sterk om de zuijd liep en de wind aan 't N: 10: konde doe mit de baaij beleggen resolveerden om na de baaij van punto Galo te gaan door dien ik niet raadzaam vond om hier lang lang te kruijsen door dien het tansheir een botte laager wal is, en ik geen ankers heb om te kunnen presenteeren zijn doen den 3:e xber: savonds ten anker gekoomen hebbende Pangaalen N:o 0: 12. mijl van ons. Mijn kapitein is niet aan boord dezelve is op Bimilipatnam gebleeven door dien zijn E: aan land was, doen de storm begon„ en nit aan boord konde koomen, alhoe„ wel, meergem: met een Nattemarauw in de branding is geweest maar om vergeslaagen en zig zeer zwaar ge„ kwest. verzoekende nu op 't vriendelijkste aan uwE: om een loots ten spoedigsten temoo„ „gen hebben. De omstandigheeden zal zoo ik het geluk„ heb om uwE: te spreeken verders mon„ delings verklaare, verzoekende mij te verexcuseeren dat ik zoo vrijpos„ „tig ben om aan uw E: te schrijve en mijn geschrift zal in aanmerking neemen. 2229 2233. F neemen. waarmeede ik de eer heb mijn met eerbied te onderteekenen /:onderstond:/ wel Edele Manhaften Heer! uwE: Dienst, willige Dienaar /: was getekend:/ H: vlugger Capitein Luitenant /:lager:/ de naam van mijn kapitein is Gerar„ dus Masson /:inmargine:/ Actum aan boord van 's E: O: z: komp: schip straalen onder de zuijd kust van het Eiland Ceilon den 5:e December 1788: /:lager:/ Akkordeerd /: was getekend:/ M: J: Gratiaen, E: g: klerk Akkordeerd. Sijbrands HEgklerk Nagezien Maas. 2230 2233. 9. WelEdele Heer. UwelEdele g'eerde missive van den 5:e December hebben heeden ogtend om 8: uur ontvangen; dienende deeze in antwoord als dat den naam van deezen boodem is straalen, kapi„ tein Gerardus Masson gezijlt uit Texel den 31:e Januarij deezes Jaars, zijnde gedestineerd na Bengale, beneffens de E: O: Z: Komp: scheepen de Gouverneur Generaal Falck Kapitein t P s kroon na Ceilon, zoutman kapitein Anker na Batavia en se Beverwijk Kapitein Ax„ elland na China over Batavia, van deeze voornoemde scheepen zijn in 't kannaal afge„ raakt en zijn den 5:e Julij alleenig in de baaij fals g'arriveerd, hebbende geduurende de rijze 6: dooden gehad waar onder een sout. luitenaat en den Oppertimmerman, verders zijn den 22:e Julij uit baaij fals weder vertrokken en den 16:e Oktober onder de kust van Arrakan gekoomen aldaar stiltens treffende, zijn door de zwaare stroomen de Ganges voor bij gedree„ ven en zijn op den 29:e derzelver maand onder Bimilipatnam Bimiliepatnam ten anker gekoomen, zijnde dus ontstooken van de rijs, hebben„ de ook om zoo te zeggen geen een gezonde aan boord, zijnde alle scheurbutiek leggen„ de alleede, over de 100: die niets ter we„ reld doen konde, dog hebbende nogtans maar een doode op die rijs gehad, die over boord gevallen is, aldaar ons ververst heb„ bende, en weeder gereed leggende om te vertrekken, om deeze reis na Bengale te vervorderen, zijnde als doen den 24:e 9ber: door een zwaar storm beloopen waardoor vier ankers zijn weggeslaa„ gen hebbende dus die reede moeten ver„ laaten en geresolveerd om de reis na Printo Gale te vervorderen, door dien men geen ankers of touwen meer had om de reis na Bengale te doen als meede we„ „gens de zeer sterke stroomen die om de zuijd liepen waar door niets konde winnen Wat 't nieuws uit Europa aanbetreft den„ ke uwel Edele 't zelve van de Gouverneur Generaal Falck, wel zult vernoomen hebben, en
English
a244 2231 2233. 5 and since we have sailed alongside the same, we have no other news. Goods or letters for the Honorable Mr. Angelbeek or Mr. Palin are not on board with us, because our voyage was destined for Bengal. Today I have also received the letter via the signalman, hoping to have fulfilled Your Honor's intention, and have the honor to call myself with high esteem. was signed: Honorable Sir, Your Honor's humble servant, was signed: W:k Vlugger, Captain Lieutenant; in the margin: aboard the Honorable East India Company ship Straalen, 6 December Anno 1788, sailing off Mature; lower: P.S. my captain is not on board because he was not on board during the severe storm that I experienced on the coast and has not been able to come on board; was signed: Agreed, was signed: M. F. Palm, authorized; lower: Agreed, signed: B. van Albedijhl, private secretary. Agreed. P. Hijbrands, first clerk. Examined. Maas. No. 22. 1an 2232 2233. I To the Honorable, Respected Sir Cornelius Dionijsius Kraijerhoff, Ruler of the city and lands of Gale, Mature, etc., etc. Honorable, Respected Sir, In fulfillment of Your Honor's respected order, contained in the written warrant of the 18th of this month containing the command to examine the journal of the Company ship Straalen, which has arrived in this bay having missed its voyage, being destined for Bengal and presently commanded by its Captain Lieutenant Hendrik Vlugger, we have the honor to report that this journal has been reviewed and examined to the best of our knowledge by us, the undersigned, as far as the limited time and also the continuous and numerous activities permitted, and that we have found nothing therein that should not have been done properly, we being unable to comment on the long stay of this ship on the Coast of Coromandel, nor to cite the reasons thereof, because the captain, the Honorable Jacob Masson, who remained behind there due to the storm, has his journal in keeping, from which one would then have to judge such and further other circumstances and occurrences relating to the voyage. We trust hereby to have fulfilled Your Honor's objective, having therefore the honor to be with particular high esteem, was signed: Honorable, Respected Sir, Your Honor's obedient servants, was signed: E. N. Aboen, Paul. Kromn.; in the margin: Gale, the 24th of December Anno 1788; lower: In my presence, signed: J. J. D. D. Estandan; was signed: Agreed, signed: M. I. Gratiaei Eyklock. Agreed. Hijbrands, first clerk. 2222 L. V. D. Linde. Examined. No. 23. 2233 2233. K To the Honorable, Respected Sir Cornelius Dionisius Kraijenhoff, Commander of the City and Lands of Gale, Mature, etc. Honorable, Respected, Commanding Sir, In fulfillment of Your Honor's respected written order of the 9th of this month, we, the undersigned, Jan Voogelensang, master of the shipwrights and house carpenters, Nicolaas van Borgonje, master journeyman of the first-mentioned craftsmen, Frans Tobias and Wijnand Cooij, ship carpenters from the shore, have repaired to the ship Straalen presently lying at anchor in this bay, and there, in the presence of the Captain at Sea and Master of Equipment here, the Honorable Erland Nicolaij Abo, and the Captain Lieutenant of the said vessel, the Honorable Hendrik Vlugger, have visited and inspected that keel exactly and accurately to observe whether the same be fit to undertake the voyage to Bengal with peace of mind, and have found to be required the following named repairs, namely: Three pieces of new crosstrees on the mainmast. One One piece of new foretopmast. One piece of topgallant mast. Two pieces of studdingsail booms on the main yard. Four pieces of capstan bars for the capstan. One piece of main topgallant crosstree. Two pieces of trestletrees on the mainmast. One piece of mizzen topgallant crosstree. Two pieces of cheeks on the mainmast. Wherewith the undersigned hope to have fulfilled Your Honor's respected order, and call ourselves with due respect, was signed: Honorable, Respected, Commanding Sir, Your Honor's humble servants, was signed: I. Vogelensang, N. van Bourgonje, F. Tobias, and W. Kooij; in the margin: Gale, the 12th of December 1788; lower: In our presence, signed: E. N. Abo and H. Vlugger. Agreed. Sijbrands, first clerk. Examined. L. V. D. Linde. - 2234 To the Honorable, Respected Sir Cornelius Donijsiuss Kraijenhoff, Commander of the City and Lands of Gale, Mature, etc., Honorable, Respected, Commanding Sir, In fulfillment of Your Honor's respected written order of the 9th of this month, we, the undersigned Abraham Breedeveld, pilot, and Jurriaan Duagheim, boatswain here, have repaired to the ship Straalen presently lying at anchor in this bay, and there, in the presence of the Captain at Sea and Master of Equipment here, the Honorable Enland Nicolaij Abo, and the Captain Lieutenant of the said vessel, the Honorable Hendrik Vlugger, have visited and inspected its entire rigging exactly and accurately to observe the condition thereof and whether the voyage to [illegible] can be undertaken therewith, and have found to be required: One new main shroud. Two ditto main candeels. Two ditto main topmast windreeps. Furthermore, the cook's, steward's, smith's, and cooper's goods should be inspected, repaired, tinned, and in place of the unfit ones, new ones should be supplied. Wherewith Wherewith the undersigned hope to have fulfilled Your Honor's respected order, and call ourselves with due respect, was signed: Honorable, Respected, Commanding Sir, Your Honor's humble servants, signed: A. Breedenveld and J. Draagheim; in the margin: Gale, the 12th of December 1788; lower: In our presence, signed: E. N. Abo and W. Vlugger. Agreed. Hijbrands, first clerk. Examined. LVD Linde.
Dutch transcription
a244 2231 2233. 5 en vermits wij met dezelve gelijk gezijlt zijn, geen andere nieuws hebben. Goederen of brieven voor E: E: Heer Angelbeek of de Heer Palin zijn bij ons niet aan boord, door dien onze rijs na Bengale was gedestineerd. Op heeden hebbe de brief per den vlaggeman ook ontvangen hoopen uwel Edele intentsie te hebben voldaan, en hebbe mij met hoog agting tenoemen. /:onderstond:/ welEdelitteer: uw elEdele E: W: Dienaar /:was getekend:/ W:k vlugger Kapi„ tein Luitenant /:in margine:/ aan boord van het S: E: O: I: Komp: schip Straalen 6:e xber: A:o 1788: zijlende voor Mature /:lager :/ P: S: mijn kapitein is niet aan boord door dien de„ zelve met de zwaare storm die ik op de kust gehad heb niet aan boord was en niet aan boord heb kunnen koomen /:onderstond:/ Akkordeerd /:was getekend:/ M: F: Palm geauth: /:lager:/ Akkordeerd /:getekend:/ B: van Albedijhl, p:l sek:s Akkordeerd P. Hijbrands leCklerk Nagezien Maas No. 22. 1an 2232 2233. I Aan den wel Edelen Achtb: Heer Cornelius Dionijsius Kraijerhoff gezaghebber der stad en lan„ den van Gale mature et=a etc=a WelEdele Achtbaare Heer In voldoening aan uw weled: Achtb: ge= eerde order, vervat bij schriftelijke ordonnantie van den 18. ' deezer inhouden„ de last tot de Examinatie van 't per„ naal van het in deeze Baij, als sijn Reijze gemist hebbende, aangekoo„ men en voor Bengale gedestineerde komp:s schip straalen, tans gevoerd bij dies kapitijn luitenant Hend:k vlugger, hebben wij de Eed te berichten, dat dit Joernaal door ons ondergetee„ kenden zoo veel de Jijd=te Leer bepaald was en ook de aanhoudende en mee¬ nigte beezigheden, het toelieten, naa beste kenisse is naagegaan en ge examineerd en dat wij daar in niets hebben gevonden, het geen niet naa behooren behooren zoude gedaan zyn kunnen„ de wij niet over het lang verblijf van dit schip op de kust Coromandel aan merken, noch ook de rheeden daar van aanhaalen, door dien de kapi„ toijn, de weled: Manh: H:r Jacob Mas„ „ aldaar „son die door de storm is achterge„ bleeven, sijn Joernaal in bewaaring heeft, waar uit Men dan zulks en andere verdere omstandigheden de reijze in betrekking hebbende toevallen, zoude moeten beoordeelen wij vertrouwen hiermeede aan uw wel Ed. Achtb: oogmerk te hebben voldaan, hebben dierhalven de Eer met bezondere hoog achting te zijn /onderstond:/ wel Ed: Achtb: Heer uw wel Ed: Achtb: gehoorzaamme Dienaaren /was geteekend/ E: N: Aboen Paul: Kromn: /:inmargine/ Gale den 24. December Ao 1788. /laager/ Ten mij overstaan van /geteekend/ J: J: D: D Estandan (onderstond/ Accordeert/ /geteekend/ M: I: Gratiaei Eyklock Accordeert. Hijbrands VEijklerk 2222 LVD Linde Nagezien N o. 23. 2233 2233. K Aan den Wel Edelen Achtbaaren Heer Cornelius Dionisius Kraijenhoff, kommandeur der Stad en Landen van Gale, G Gva Mature Etca Wel Edele Achtbaare Gebiedende Heer Ter voldoening aan uwel Edele Achtb: g'eerd schriftelijk bevel van den 9: deeser Hebben wij ondergeteekende Jan voogelensang baas der scheeps en huijstimmerlieden, Nicolaas van Borgonje Meesterknegt der Eerstgemelde ambagtslieden, Frans Tobias en Wij„ nand Cooij scheepstimmerlieden van de wal, ons vervoegt op 't thans in deese Baaij g'ankert leggende schip straalen, en aldaar ten over„ „staan van den kapitain ter Zee en Equipagiemeester alhier DE: Er„ land Nicolaij Abo, en den kapitain Luijtenant van gedagte Bo„ dem den E: Hendrik Vlugger, dien kiel Exakt en naauw tieu„ rig gevisiteerd ter ontwaaring of de zelve bequaam zij, om met ge„ rustheid de rijse naar Bengalle zal konnen onderneemen en hebben bevonden benodigt te zijn de naargenoemde reparatien als. Drie p:s nieuwe dwarszaalings op de groote Mast. Een Een p:s nieuwe voorsting Een „ 8 — Bramsteng Twee „ 8 — Lijzeijls spieren, op de groote Raa. vier „ 8 — wintboomen, voor 't gang spil, Een „ 8 —. groote Bramzaling, twee „ 8 = langs zaalings op de groote Mast Een „ 8 — kruijs bramzaling twee „ 8 — wangen op de groote Mast Waarmeede hoopen de ondergeteekenden aan uwel Ed: Achtb: g'eerd bevel te hebben voldaan en noemen ons met verschulde eerbied /:on„ derstond:/ Wel Edele Achtbaare, Gebiedende Heer uwel Ed: Achtb: onderdanige Dinaaren /:was getekend:/ I: Vogelensang, N: van Bour„ gonje, F: Tobias en W: Kooij /:in margine:/ Fale den 12:' December 1788. /:Lager:/ ten onsen overstaan /:getekend:/ E: N: Abo en H: Vlugger. Accordeert. Sijbrands Egreerk Nagezien L: V: D Linde - 2234 Aan den wel Edelen, achtbaaren Heer Cornelius Donijsiuss Kraijenhoff Commandeur der Rad en landen van Gale, Mature Etc=a, Wel Edele Achtbaare Gebiedende Heer Ter voldoening aan uwel Ed: achtb: g'eerd schriftelijk bevel van den 9. e dezer hebben wij ondergeteekende Abraham Breedeveld Loots en Jurriaan Duagheim bootsman alhier ons vervoegt op 't thans in dese baaij geankert leggende schip straalen, en al„ daar ten overstaan van den Cap: ter zee en Equipa giemeester alhier dE: Enland Nicolaij Abo, en den kap: luitenant van gedagte bodem den E: Hen„ drik vlugger Exact en naauwkeurig gevisiteerd dies geheele tuijg om te ontwaaren de gesteldheid daar van en of daarmede de rijse naar -- zal konnen onderneemen en hebben bevonden beno- digt te zijn. Een nieuwe groot want Twee do groot kandeels twee d – groot stenge windneepen. wijders dient de koks botteliers, smits en kuij- pens goederen nagezien, gerepareert, vertinden insteede van onbequaame nieuwe verstrek te worden. waarmede waarmede hoopen de ondergeteekenden aan uwel Ed: achtb: g'eerd bevel te hebben voldaan en noemen ons met verschulde eerbied /:onderstond:/ wel Edele achtb: Gebiedende Heer, uwel Edele achtb: onderdanige Dienaaren /:getekend/ A: Breedenveld en J: Draagheim /:in margine/ gale den 12.:' xber: 1788. (:lager) ten onsen overstaan (:getekend:/ E: N: Abo en W: Vlug„ ger. Accordeert en G Hijbrands Eeklerk d Nagezien LVD Linde
English
2235 To the Honorable and Respected Sir Cornelius Dionijsius Kraijenhoff Commander of the city and Lands of Gale, Mature, Etc. Honorable, Respected, Ruling Sir. In compliance with your Honorable's respected order verbally commanded to us through the Sea Captain and Master of Equipage here, the Honorable Erland Nicolaij Abo, we, the undersigned Roelof Smit, master sailmaker, Hendrik Zegiel Bogaarts and Jacob Nettes, assistant sailmakers of the shore, and Christoffel Ditmond, master sailmaker, and Hendrik Monsterman, assistant sailmaker of the ship Straalen lying at anchor here in this bay, have presented ourselves before the sailmaker's workshop here, and there, in the presence of the Honorable Master of Equipage mentioned above, and the Captain-Lieutenant of said vessel, the Honorable Hendrik Vluggen, have exactly and accurately inspected the sails of that vessel, and have found: One piece foresail One piece mainsail One piece main topgallant sail One piece fore ditto One piece main topmast staysail One piece jib One piece mizzen topsail worn out at the middle cloths, the lining, at the sides, and in various places; the same need to be repaired, for which is required approximately 493 ells of Muscovy sailcloth. With which the undersigned hope to have complied with your Honorable's honored order, and subscribe ourselves with due respect, underneath was written: Honorable, Respected, Ruling Sir! Your Honorable's humble servants, signed: R: Smit, H: E: Boogaars, J: Nette, C: Ditman, and H: Munsterman. In the margin: Gale, the 12th of December 1788. Below: In our presence, signed: E N: Abo and H: Vlugger. First Clerk Wijbrands Agrees Checked L: V: D Linde 2236 Honorable East India Company ship Stralen Length over the stem 140 feet Mounted with 16 pieces of iron cannon at 6 lb. 4 pieces of iron cannon at 3 lb. 2 metal swivel guns at 1 lb. Manned with 257 heads, among which 200 sailors, 53 soldiers, 4 passengers, total 257 heads. Namely: Captain, Captain-Lieutenant, Lieutenant, 3 Sub-Lieutenants, 2 Cadets, Assistant, Comforter of the Sick, Chief Surgeon, together with 28 petty officers, 161 common sailors, together 200 sailors. One Commander, 2 Corporals, 1 Drummer, 49 common soldiers, together 53 soldiers. The wife of the Comforter of the Sick, two children of the same, one Bengali maid, together 4 passengers. Total 257 heads. Sailed out of Texel the 31st of January 1788, being destined for Bengal. Arrived in False Bay the 5th of July of this year, having had 6 deaths during the voyage, namely: 1 Sub-Lieutenant 1 Master Carpenter 2 children of the Comforter of the Sick 1 Sailor 1 Soldier Together 6 deaths. Departed from the Cape the 23rd of the same month, 234 heads strong, among which 50 soldiers, 3 passengers. On the 29th of October came to anchor at Bimelipatnam, having had one death during the voyage, the same being drowned. From there, on the 24th of November, were blown from our anchors by a heavy storm, having remained in the Honorable Company's hospital 43 disabled persons, and the Captain, 1 Lieutenant, 1 Cadet, 1 Chief Surgeon, 1 Assistant, 1 Passenger, 6 petty officers, 2 common sailors, together 13 heads. On the 9th of December of this year arrived here at the roads, 177 heads strong, among which 144 sailors, 31 soldiers, 2 passengers, together 177 heads, having 1237 having had no deaths during the voyage. Done on the Honorable Company's ship aforesaid, the 9th of December 1788. Underneath was written: Your Honorable's servant, signed: H:k Vlugger. Agrees. First Clerk Wijbrands Checked L: V: D Linde 2238 must have signed: E N: Abo. To the Master of Equipage E: N: Abo. Requisition of the necessary equipage goods for the Honorable East India Company ship Straalen, namely: 2 pieces heavy anchors of 3000 to 3300 lb. 5 pieces anchor cables of 18 inches, of which one light anchor cable 1 3/4 3 pieces main shrouds of 6 pairs 2 pieces iron hawsers 4 pieces wheel hawsers of 24 yarns 2 pieces ditto of 21 yarns 2 pieces ditto of 18 yarns 12 pieces ditto of 15 yarns 12 pieces tarred lines of 12 yarns 12 pieces ditto of 9 yarns 12 pieces ditto of 6 yarns 1 piece heavy white lead-line 1 piece iron hawser of 8 pairs for cat falls 5 bundles of houseline 5 bundles of marline 30 pieces single blocks including: 12 pieces double-sheaved ditto 2 pieces topsail-sheet ditto 4 pieces ditto pins 100 pieces block pins including: 1 piece buoy rope 1 piece main topgallant mast 1 piece tiller rope hawser 4 pieces lanyard ditto, and to repair the unserviceable goods. Gale, the 12th of December Anno 1788. was signed: H:k Vlugger. Agrees. First Clerk Wijbrands Checked Challier 2239 We, the undersigned senior and petty officers of the Honorable East India Company ship Straalen, Declare at the requisition of Captain-Lieutenant H:k Vlugger that on the 24th of November 1788, lying at the Bimlipatnam roads with a heavy storm from the north-northeast accompanied by a high surging sea from the east to east-southeast, in the morning the bow cable happened to part, thus losing the anchor; we hauled in the cable and found that the same was broken off 14 fathoms from the anchor, being for the most part caused by chafing on the ground, the same being a new cable. We were then still lying before one anchor, being the sheet anchor and a new cable; resolved, as it was not deemed advisable to present an anchor again, to see if it was possible to heave home the anchor and then leave the roads, as we did not risk lying here any longer; the cable being halfway in, the cable-clinch happened to break, the bights of the hauled-in cable
Dutch transcription
2235 Aan den wel Edelen achtbaaren Heer Cornelius Dionijsius Kraijenhoff kommandeur der stad en Landen van Gale Mature Etc=a Wel Edele Achtbaare Gebiedende Heer. Ter voldoening aan uwel Ed: achtb: g'achte ordre door den kap: ter zee en Equipagiemeester alhier dE: Erland Nicolaij Abo, ons mondeling gelast, hebben wij onderge„ teekende Roelof Smit opperzeijlmaker, Hendrik Zegiel Bogaarts en Jacob Nettes, onder Zijlmakers van de wal, en Christoffel Ditmond opperzeijlemaker en Hendrik Monsterman onder Zijlmaker van 't al„ hier in deese baaij geankert leggende schip straalen, ons vervoegt voor de zijlemakers winkel alhier, en al„ daar ten overstaan van den E: Equipagiemeester boven„ gemeld, en den kap: luitenand van ged:e bodem den E: Hendrik vluggen, de zijlen van dien bodem Exakt en naauwkeurig gevisiteerd, en hebben bevonden Een p:s Jtok - aan de middelste kleeden, de Een „ grootzijl stoot lap, aan de zijden en op Een „ grootmanzijl verscheide plaatsen versleeten, Een „ voor d — dienen dezelve gerepareert Een „ groot stengestag zeijl te worden, waar toe benodigt Circum Cinca 493. ellen Moskovis Een „ kluijver Een „ kruijszijl - 1 Zijldoek. waermede - -- - waarmede hoopen de ondergeteekenden aan uwel Ed: achtb: g'eerd bevel te hebben voldaan, en noemen ons met verschulde eerbied (:onderstond) wel Edele achtb: Gebiedende Heer! uwel Edele achtb: on„ dendaanige Dienaaren (:getekend) R: Smit, N: E: Boogaars, J: Nette, C: Ditman en W: Munsterman /:in margine:) Gale den 12„e xber: 1788. /:Lager) Ten onsen overstaan /:gete„ kend) E V: Abo en H: Vlugger. Eklerk _e Wijbrands accordeert Nagezien L: V: D Linde 2236 P S: E: O: S: Comp: schip Stralen Lang over steeven 140 voet Gemonteert met 16. p:s ijzer Canon â 6. lb: 4. „ „ „ „ 3. „ 2. Metaale draaijbassen â 1. lb: bemand met 257: koppen waar onder 200. zeevaarende 53. Militaire Als Capitein 4. passagiers Capitein luit: luitenant 257. koppen 3. sous luit: 2. Cadets assistent zieken troosten oppermeester beneffens 28. deks officieren 161. gemeene Tezamen 200: zeevaarende Een Commandeur 2. Couponaals 1. Jamboer 49. gemeene tezamen 53. Militaire de huijsvrouw van de rieketrooster twee kinderen van dezelve 4. passagiers Een Bengaalse meijd. Tezamen 257: koppen suit Texel gezeijld den 31:' Janu: 1788. zijnde gedestineerd na Bengaalen. Jn - - . . Jn de Baaij Fals g'arriveert den 5:' Julij deezes jaars hebbende geduurende de rijse 6. dooden gehad als 1. sous luitenant 1. opper timmerman 2. kinderen van de zieketrooster 1. Matroos „soldaat Tezamen 6. dooden van Cabo vertrokken den 23:e dierzelver maand sterk waar onder 50: militairen 234. koppen 3. passagiens op den 29:' oktober zijn op Bimelipatnam ten an„ ker gekomen, hebbende geduurende de rijse Een doode gehad zijnde dezelve verdronken, van daar zijn op den 24. 9ber: door een swaane storm voor onse an„ kens weggeslaegen zijnde in 't sE: Comp:s hospitael gebleeven 43. Jmpotenten En den Capitein 1. luitenant 1. Cadet 1. oppermeester 1. assistent 1. passagien c: deks officiers 2. gemeene zeevaarende op den 9. ' december deezes Jaars zijn alhier ter rheede gearriveerd sterk 577. koppen waar onder 144. zeevaarende 31. Militairen 2. passagiers Tezamen 577. koppen. Tezamen 13: koppen hebbende 1237 Hebbende geduurende de rijse geen dooden gehad. rijf Actum Jn sE: Comp: schip voorm: den 9:' December 1788. /:onderstond:/ uEd: Dienaar (:getekend:/ W:k vlugger. ge Accordeert VEijklerk Hijbrands e L: V: D Linde Nagezien 2238 moet hebbe /geteekend:/ C N: Abo. 2. — Aan den Equipagiemeester E: N: Abo. Eijsch der benodigde Equipagie goederen voor 't Edele oost- Jndiasche 'sComp:s schip straa„ „len, als: p:s swaare ankers van 3000. â. 3300. lb: „ anker touwen „ 18. d=m 5. — 3 waar van een feijger 1. ¾ „ groot want van 6. paar: „ Eijzer trossen 2. — „ wieltrossen „ 24. gar:s „ do „ 21. 4. = „ do 2. — „ „ 18. „ - 2. — do — „ „ 15. „ 12. — geteerde lijnen „ 12. „ „ 12. — do — „ 9. „ „ do „ 6. „ 12. — „ 1. — „ swaar witte lood lijn. 1. „ Eijzer tros van 8. paar: voor katloopers 5. – Bossen huijsings „ marlijnen 5. — p:s Enkelde blokken inz: 30. — „ twee scheide d=o 12. — „ marsschoot d=o 2. — d=o Nagels „ 4. bloknagels inz: 100. — „ huijs boeijleer 1. — „ groot bramsteng 1. — „ stuurreeps tros 1. — „ talreeps d=o en „ Het onbequaame goederen te repareeren. Gale den 12. December A:o 1788. - (:was getekend:) H=k vlugger. Akkordeert. 1. — Dijbrands HEgKlerk 4.— Nagezien = Challier 2239 Wij ondergetekende opper en onder officieren van 's E: O: I: Comp:s schip straalen Verklaaren ter requisitie van den Captijn Zuij„ „tenant H=k vlugger dat op den 24. No- „vember 1788: leggende ter rheede Bimi„ „lipatnam met een swaare storm uijt N: N:O: verseld met een hooge aanschieten„ „de zee uijt O:t O: Z: O:t smorgens kwam het boeg touw te breeken verlooren dus 't anker haalden 't touw in en bevonden dat 't zelve 14. vaam van 't anker was afgebroken zijnde meerendeel veroorsaakt door schaveeling op den grond het selve was een nieuw touw leijde toen nog voor een anker zijnde plegt en een nieuw touw resolveerden door dien men niet raadzaam vond om weder een anker te presenteeren om te sien of 't mogelijk was om 't anker t huijs te winde en dan de reede te ver- „laaten also men niet resigueerde hier langer te blijven leggen 't touw halff binnen zijnee kwam de kabelading te breken de bogten van 't ingewonden touw
English
cable had we seized around stanchions and through ring bolts, but all in vain; the cable ran completely out of the hawsehole together with the messenger and stoppers; decided to cut the same, which was done immediately; thus lost the anchor and fully 80 fathoms of cable together with the messenger, and thus got off the roadstead. This above statement we declare to be the pure truth, and if so desired, are prepared to confirm the same with an oath. Was signed: Sub-lieutenant Pieter Tuchsen, Sub-lieutenant P: Druwe, boatswain with a cross and written around it, this was set by M: Lins, boatswain's mate Wollering, Gunner Piter Piterse Kaul. In the margin: Done on the aforesaid ship, the 26th November 1788. Agrees, Hijbrands First Clerk G Checked we 2240 We, the undersigned senior and junior officers of the Honorable East India Company's ship Straalen, declare at the requisition of the Captain-Lieutenant at Sea Hendrik Vlugger that on the 23rd November 1788, lying at anchor in the roadstead of Bimilipatnam, the daily sheet cable broke due to an oncoming storm, whereupon we immediately dropped the bower anchor; found the daily sheet cable, which had broken close to the bend, to be chafed in several places and very long-stranded halfway through, because the same had already been in use in the roadstead of Texel and False Bay; did not risk trusting the Honorable Company's vessel to the same, for which reason spliced it off. On the same date in the afternoon we came to lose the best bower anchor; immediately let go the sheet anchor and paid out the bower and sheet cables to bear equally; hauled the best bower cable and found that the ring of the anchor was broken because we recovered the entire cable with the clinch and bend, in which also several yarns were broken, and it was very long-stranded, for which reasons we condemned the same and did not trust the Honorable Company's vessel to it. This above statement we declare to be the pure truth, and are prepared to confirm the same with an oath if desired. Was signed: Sub-lieutenant Piter Tuchsen, Sub-lieutenant P: Druwe, boatswain with a cross and written around it, this was set by M: Lins, boatswain's mate Wollering, Gunner Piter Pieterse Krul. In the margin: Done on the aforesaid ship, the 23rd November 1788. First Clerk Agrees, D yjbrands G Checked toe 2241 We, the undersigned senior and junior officers of the Honorable East India Company's ship Straalen, declare at the requisition of the Captain at Sea Gerardus Masson that on the 19th November 1788, lying at anchor in the roadstead of Bimilipatnam, we inspected the best bower cable broken already on the 16th of the aforesaid month, and found both ends entirely unfit to trust the Honorable East India Company's precious vessel to it, or to splice again; spliced the forerunner of the daily sheet and used the same for a best bower cable, and clinched the follower of the daily sheet again into its anchor. This above statement we declare to be the pure truth, and are prepared to confirm the same with a solemn oath if desired. Was signed: Captain-Lieutenant W:m Vlugger, Sub-lieutenant Pieter Tuchsen, Sub-lieutenant P: Druwe, boatswain with a cross, written around it: this was set by M: Lins, boatswain's mate Wollering, Gunner Piter Piterse Kaul. In the margin: Done aboard the aforesaid ship, the 19th November Anno 1788. Piter Agrees, Hijbrands First Clerk Checked te 2242 Resolution taken in the Ship's Council aboard the Honorable East India Company's ship Straalen on the 25th November Anno 1788, sailing from the roadstead of Bimilipatnam. It was resolved in the Council, because it is currently impossible to continue our voyage toward Bengal, since the current was running strongly toward the south-west and the wind blew daily from the north, and to set our voyage to the south or toward the coast of Aracan could not be done because we now had only two anchors left, and at the same time a third being two kedge anchors with swivel guns lashed together; and if it might happen that we reached the East coast and we along the shore there sometimes had to drop anchor, and if we were to arrive near the river Ganges or near the shoals, perhaps only having one anchor left, whereby the Honorable Company's vessel and the souls aboard were exposed to great danger of being shattered by sea and wind; thus, having taken one thing and another into consideration, it was deemed fit to set our voyage to the bay of Trincomalee, and there try to obtain anchors and cables again, and then wait for the time that wind and current would be of service to us to continue our voyage, under God's blessing, to our destination. Thus done and resolved in the aforesaid ship, date as above. Was signed: Captain-Lieutenant W:m Vlugger, Sub-lieutenant Pieter Tuchsen, Sub-lieutenant P: Druwe, boatswain with a cross, and written around it: this was set by M: Luns. Agrees, First Clerk H Hijbrands Checked toe
Dutch transcription
touw hadden wij genaaijd om stutten en door ring bouten Edog alles vrugteloos het touw liep geheel beneffens de Cabe„ „laring en seijfings de sluijs uijt besloo= „ten om 't selve te kappe 't geen op stond geschiede verlooren dus 't anker en groote 80. v=m touw beneffens de Cabelaring en geraakte zo van de rheede, dit boven „staande verklaare de zuijvere waarheid te sijn en zo sulx begeerd werdende sijn bereid het selve met Eede te sterken (:was getekend:) Sous luijt: Pieter Tuchsen, sous luijt: P: Druwe, bootsman met een kruijs en daaromme geschreeven, dit is gesteld door M: Lins, schimans Wollering, maat— Constabel, Piter Piterse Kaul, (:in mor „gine:) Actum in 't schip voorn: den 26:' November 1788. —. Akkordeert Hijbrands V Eiklerk G nagezien wé 2240 Wij ondergetekende opper en onder officiers van S: E: O: v: Comp:s schip straalen verklaaren ter requisitie van den Captein luijtenant ter Zee Hendrik vlugger dat op den 23. No- „vember 1788. leggende geantrest ter rheede Bimilipatnam door een op komende storm daags touw te breken kwam waar op wij terstond het boeg anker hebben laaten toegaan bevonden 't daags touw 't welk digt bij de steek was afgebroken op ver„ „scheide plaatsen behadigt en op de helft van 't zelve seer langstrengig te zijn door dien 't selve ter rheede Texel en baaij fals al in 't gebruijk was geweest resi- gueerde niet om 's E: Comp:s boodem aan 't zelve te betrouwen splitse het om dien reede off, op denselfden dato ma„ „middags kwamen wij 't thuij anker te verliesen lieten terstond het pligt anker vallen en steeken boeg en plegt touw gelijk dragtig haalden 't thuij touw en bevonden dat de ring van 't anker gebroken was om dat wij 't geheele touw touw met de steek en kreegen van 't selve waarin ook verscheide gaarens gesprongen en 't was zeer lang strengig om welke reeden wij 't selve afkeurde, en sE: Comp: boodem daar niet aan vertrouwde. dit bovenstaende verklaare de zuijvere waarheid tesijn, en zijn bereid het selve des begeerende met Eede te sterken. (:was getekend:) Sous luijt: Piter Tuchsen, sous Zuijt: P: Druwe, boots man met een kruijs en daar omme geschreven, dit is gesteld door M: Lins, schie „ mans maat - - - - - - - - Wollering Constabel Piter Pieterse Krul, (:in margine:) Actum in 't schip voorn: den 23. November 1788. —. Vegklerk Akkordeert D yjbrands G nagezien toe 2241 Wij ondergetekende opper en onder officiers van I: E: O: w:te Comp:s schip straalen. Verklaaren ter requisitie van den Captein ter zee Gerardus Masson, dat wij op den 19. No¬ vember 1788. leggende geankert ter reede Bimilipatnam het bereeds op den 16. van voorn: maand gebrooken Thuij touw gevisen„ „teerd hebben en bevonden alle beide de enden ten eenemaal onbequaam om s: E: O: w: Comp:s duurbaaren bodem aan 't selve te betrouwen of weder te splitsen, oplitste de voorloper van daags en ge- bruijkte deselve voor een Thuij touw en steeken de volger van daags weder in desselfs anker Dit bovenstaande verklaaren de zuijvere waarheid tesijn en zijn bereid het zelve begeerd werdende met solemneele Eede te sterke (:was getekend:) Capt: Zuijt: W=r vlugger sous Luijt: Pieter Tuch„ „sen, sous luijt: P: Druwe, bootsman met een kruijs, daar omme geschreeven dit is gesteld door M: Lins, schiemansmaat - - – – – Wollering, Constabel Piter Piterse Kaul (:in margine:) Actum aan boord van 't schip voorn: den 19:e November A:o 1788. —. Piter Akkordeert Hijbrands Egklerk Nagezien te 2242 Resolutie genoomen in den scheeps Raad aan boord van s E: o: s: Comp:s schip straa„ „len op den 25. November. A:o 1788. Zeij- „lende van de reede Bimilipatnam. wierd in den Raad beslooten door dien 't thans onmogelijk is om onse reijse na Bengaalen toe voorttesetten door dien de stroom sterk om de Z:t: w:t liep de wind dagelijks uijt 't noorden waaij„ „de en om onse reijse om de zuijd te zette of na de kust van Arri„ „can konde men niet doen door dien wij nu maar twee ankers meer hadde en teffens een derde zijnde 2. werp ankers met draaij bassen op malkander gesjord en zo al sulks mogt komen te gebeuren dat wij de O:t kust bereijkten en wij daar langs de wal zomwijlen moesten ankers presenteeren en zo wij bij de rivier de ganges of bij de banken waaren gearriveert zomtijds nog maar een anker meer hadde als dat daar s E: Comp:s s: E: Comp:s bodem en de daar op sijnde zie„ „len in groot gevaar blood stond om van zee en wind verbrijseld teworden: dus wij 't een en ander in overweging ge= „noomen hebbende goedgevonden wierd om onse reijse na de baag van Trin„ konomale toe te zette en aldaar weder ankers en touwen zien te krijgen en dan de teid afwagten dat wind en stroom ons dienstig wierd om onse reise (:onder Godes zeegen:) na onse bestemde plaats voorttezetten. Aldus Gedaan en Geresolveert in 't schip voorn: datum als Booven (:was getekend:/ Capt: luijt: W=m vlug„ „ger, Sous luijt: Pieter Tuchsen, sout luijt: P: Druwe, bootsman met een kruijs, en daaromme geschreeven, dit is gesteld door M: Luns. Akkoreert VEgklerk H Hijbrands nagezien toe
English
2243 Today, the 13th of December Anno 1788. Appeared before me, Michiel Justinus Gratiaan, first sworn clerk of Police and Justice here, in the presence of the witnesses to be named below, the Honorable Hendrik Vlugger, Captain Lieutenant, and Pieter Puchsen, Sub-Lieutenant, both stationed on the ship Straalen, currently lying at anchor here in the Bay, who together and each of them in particular declared to be true: That upon the inspection carried out on the said vessel as well as on its sails by commissioners expressly appointed here, the following defects and necessities were discovered thereon, for which provision is necessarily required, as is stated below. The following must be newly made for the said vessel, namely: Three pieces new cross-trees for the mainmast. One ditto topmast One ditto topgallant mast Two ditto studdingsail booms on the main yard Four ditto capstan bars for the capstan One ditto main topgallant cross-tree Two ditto trestletrees on the mainmast One ditto mizzen topgallant cross-tree Two ditto cheeks on the mainmast. Furthermore, there must be provided to the aforesaid vessel in satisfaction of the requisition: Four pieces heavy anchors of 3000 to 3300 lb Five pieces anchor cables of 18 inches One and three-quarter pieces main shrouds Two pieces iron hawsers of 6 yarns Two wheel hawsers of 24 yarns Four ditto of 21 yarns Two ditto of 18 yarns Two ditto of 15 yarns Twelve pieces tarred lines of 12 threads Twelve ditto of 9 threads Twelve ditto of 6 threads One piece heavy white lead-line One iron hawser of 8 yarns for cat falls Five bundles of houseline Five bundles of marline Thirty pieces single blocks of various sorts Twelve pieces double-sheave blocks Two pieces topsail sheet blocks Four ditto pins One hundred pieces block pins of various sorts One hide of buoy leather One piece main topgallant mast One tiller rope hawser One tackle fall hawser Furthermore, the cook's, steward's, blacksmith's and various unserviceable goods must be inspected, repaired, tinned and, in place of the unserviceable ones, other new ones must be provided. For the standing rigging, the following are very necessary, namely: One new main shroud Two ditto ties Two ditto topmast pendants The sails of the aforesaid vessel must also be provided for in the following 2244 manner, namely: One piece Foresail . . . . . The middle cloths, the One piece Mainsail chafe-lining, at the sides and in One piece Main topsail several places being worn out, One piece Fore ditto the same must be repaired, One piece Main topmast staysail for which are required, according to the One piece Jib statement of the sailmakers, roughly 493 ells One piece Mizzen topsail of muskores canvas. The declarants stating that the aforementioned defects and necessities have arisen through prolonged use in the service since the outbound voyage, which was on the 31st of January of this year, from the Texel roads destined for Bengal, but having been driven past the Ganges off the coast of Arrakan by calms and heavy currents, and thus deprived of the said voyage, and having also been overtaken by a heavy storm in the roads of Bimelipatnam and parted from four anchors, they were forced to seek out this Island; that therefore the ship not only has a great lack of anchors and ropes, but that the same must also of necessity be provided with and remedied of all the defects and necessities stated hereinbefore in order to continue the voyage to Bengal; and that furthermore, of the aforesaid worn-out, broken, lost, unserviceable goods and those lacking for the said voyage, no others are to be found in the ship in such abundance, since what is still there is urgently needed to be used in the event of any unforeseen accident and to prevent distress. Herewith the declarants end their given declaration, which they attested to contain the sincere and pure truth, giving as reasons for knowledge as in the text, remaining furthermore prepared to confirm what has been attested more closely under oath. Thus declared in the city of Gale, at the Secretariat of Police and Justice, on the day aforesaid and in the presence of the clerks Andreas Justinus van Zitter and Hendrik Johannes Bregman, as witnesses, who signed the original minute hereof alongside the declarants and me, the first sworn clerk. Below stood: Which I witness. Was signed: M: J: Gratiaan, First Sworn Clerk. Today, 2245 today, the 16th of December Anno 1788. Appeared before the Honorable appointed judicial members named below the declarants mentioned in the foregoing declaration, to whom the same having again been properly and clearly read, they fully persisted therein without desiring any change, further confirming the same by oath, being Protestants, raising the first two fingers of their right hand and each of them pronouncing these words: So truly help me God Almighty. Thus recollected, persisted in, and sworn in the city of Gale in the ordinary Council Chamber of Justice on the day aforesaid, in the presence of the Honorable members Pieter de Vos and Andries van Hek. Was signed: H: Vlugger, Pieter Puchsen. In the margin: In our presence. Was signed: Pieter de Vos, Andries van Hek. In the middle: To my knowledge. Was signed: M: J: Gratiaan, First Sworn Clerk. Agrees. Sworn Clerk Hybrands
Dutch transcription
2243 Heden den 13. ' December A=o 1788. kompareerden voor mij Michiel Sustinus Pratiaan, eerste gesw: klerk van Politie en Justitie alhier, present de natenoemene getuigen D E: Hendrik Vlugger, kapitein Luitenant en „ „ Pieter Puchsen, sous Luitenant bijde be„ schijden, op het tans alhier in de Baij gean„ „kerd leggend schip Straalen, dewelken te„ „zamen en ider van hun in het bijsonder ver„ „klaareden waaragtig teweesen. Dat bij gedaane visitatie van gem: bodem zo wel als van zijne Zijlen door expresse gekommit¬ „teerden alhier de volgende gebreeken en be„ „noodigheeden daar aan ontdekt zijn, waar in noodzaakelijk voorziening vereischt word, zodanig als hier onder vermeld staat. Het volgende diend aan gem: bodem nieuw aangemaakt teworden, teweeten: Drie p=s nieuwe dwars Zalings op de groote mast. Een - „ d=o voorsteng Een. „ d=o - bramsteng Twee „ d=o - Lij zijls spieren op de groote rha do - . windboomen voor 't gang spil Vier „ do - . groote bramzaling Een. . „ do —. langzaalings op de groote mast Twee „ d=o —. kruijsbramzaling Een. - „ d:o —. wangen op de groote mast. Twee „ Voorts dienen aan voorschr: bodem in voldoening van den Eijsch verstrekt teworden Vier p=s swaare ankers van 3000. â 3300. lb: vijf Vijf p=s anker touwen van 18. d=m Een en drie quart p=s groote want Twee p=s ijzer trossen van 6. paaren Twee „ wieltrossen. - - - „ 24. gaaren Vier. - „ d=o - - - - „ 21. - - „ Twee „ do . . . „ 18. . . „ Twee „ d=o. . . . . „ 15. . . . „ Twaalf p=s geteerde lijnen van 12. d=m Twaalf „ do - - - „ Twaalf. „ do _. . . „ 6. . „ Een p=s swaare witte lood lijn Een. „ ijzer tros van 8. saaren voor katloopers Vijf bossen huijsings Vijf - - - „ - - Marlijnen Dertig p=s enkelde blokken in zoorten Twaalf p=s twee schijfde blokken Twee p=s mars schoot blokken Vier - - - „ d=o nagels Een honderd p=s bloknaagels in zoorten Een huijd boeijleer Een p=s groot bramsteng Een „ stuur reepstros Een „ tatireeps tros Wijders dienen de koks, botteliers, smits en diverse onbequaame goederen nagezien, gerepareerd, ver„ „tint en insteede van de onbequaame andere nieu„ „we verstrekt te worden. Tot het staande tuig zijn de volgende zeer nood„ „zaakelijk, als: Een nieuwe groote want Twee d=o - - - - „ - - - kardeels Twee d=o - - - - „ stenge windreepen De Zijlen van voorm: bodem dienen ook in volgen¬ „der 2244 „der voegen voorzien teworden, teweeten: Aan de middelste kleeden, de Een p=s Fok . . . . . stootlap, aan de zijden en op„ Een - „ groote zijl verschijde plaatsen versleeten Een „ - - - „ marsijl zijnde, dienen dezelve gerepa„ „reerd teworden, waar toe be„ Een. „ voor d-o . „nodigd zijn, volgens opgave Een „ groote stenge stagzijl der Zijlmakers C:C: 493. ellen Een „ kluijver moskoris doek. Een - „ kruijszijl - - - - - - - - - - - - - Verklaarende de attestanten dat de voorenstaande gebreeken en benoodigdheeden ontstaan zijn, door langduurig gebruik in den dienst zedert de uijtrijze dat geweest is den 31. ' Ianuarij deezes Iaars, van de reede Texel gedestineerd na Bengale, dog onder de kust van Arrakan door stiltens en swaare stroomen de Ganges voor bij gedreeven en van gedagte rijze dus duus ontstooken, mitsgaders van de rheede van Bimelipatnam door een zwaare storm beloopen en van vier ankers ook weggeslaagen zijnde, dit Eijland hebben moeten opzoeken, dat dus het schip niet al„ „leen groot gebrek van Ankers en touwen heeft, maar dat hetzelve ook van alle hier vooren opgegeevene gebreeken en benoodigd¬ „heeden noodzaakelijkheijd diend voorzien en verholpen te worden tot het voortzetten der reijze na Bengale en dat voorts het voorschr: gen„ voorschreeven versleetene, stukkende, weggeraakte, onbequaame en voor ge„ „dagte rijze mankeerende goederen, geene andere zo ruijm in het schip te vinden zijn, also het geen 'er nog is, hoog nodig diend om bij eenig onverhoopt ongeval teworden gebruikt en buiten verleegenheijd te blijven. Eindigende hiermede de attestanten, hun¬ „ne gegevene verklaring, die zij betuig„ den te behelsen de opregte en Zuijvere waar heijd, geevende voor reeden van weetenschap als in den text, over zulks berijd blijvende het geattesteerde nader met eede te bevestigen Aldus verklaard in de stad Gale, ter sekretarij van Politie en Iustitie, ten daage voorschr: en ter presentie van de klerken Andreas Justinus van Zitter en Hendrik Johannes Bregman, als ge¬ tuigen die de minute deezes nevens de attes¬ „tanten en mij eerste gesw: klerk hebben on„ derteekend (:onderstond:) 'T welk Getuigd. (:was geteekent:) M: S: Gratiaan E:g: klerk. Heeden .1 2245 Heden den 16. December Ao. 1788. kompareerden voor D'E=s ondertenoeme ge„ „kommitteerde Iustitieele Leeden de At„ „testanten vermeld bij de voorenstaande ver„ „klaring aan dewelken dezelve weder wel en duijdelijk voorgehouden zijnde bleeven zij daar bij ten vollen opersisteeren zonder eenige verandering te begeeren, bevestigende dezelve voorts met Eede als zijnde protestanten on„ „der het opsteeken der twee voorste vingeren hunnes regterhands en het uitspreeken door een ider van Hen dezer woorden: Zoo waarlijk helpe mij God Almachtig. Aldus Gerecolleerd, Gepersisteerd ende B'eedigd in de stad Pale ter ordinaire Raadkamer der Iustitie ten dage voorschr: ter ter presentie van d'Es Leeden Pieter de Vos¬ en Andries van Hek, (:was geteekent:) H: Vlugger, Pieter Tuichsen (:in margie„ Pr. „ne:) Ons Present (:was geteekent:) de vos, And=s van Hek (:In 't midden:) In mijn kennis (:was geteekent:) M: I: Pratiaan Egklerk. Accordeert. Vegklerk H ijbrands gie¬ ) J:
English
2246 Today, the 16th of December Anno 1788. Appeared before me, Michiel Justinus Gratiaan, First sworn clerk of Police and Justice here, present the witnesses to be named hereafter. The Honorable George Michiel Kroner, Military Lieutenant, and Frans Diersen, Extraordinary Artificer, both assigned here in those capacities, who together and each of them in particular declared to be true, that they, deponents, in compliance with the esteemed order of the Right Honorable Worshipful gentleman Cornelis Dionysius Kraijenhoff, Commander of the city and Lands of Gale, entered by written ordinance of the 15th of this month, proceeded to the flag rock here, and having there conducted the ordinary test of the gunpowder of the return ship De Gouverneur Falck, lying anchored in this Bay, against that of the shore, found that the gunpowder of the said ship struck through the cap during the test as follows. The coarse powder - - - - 6 feet The fine ditto - - - - 4 ditto With further declaration by the deponents that they, with the captain and gunner of the aforementioned vessel, also proceeded to the point Utrecht and that there, by the second deponent and aforementioned gunner, a metal cannon firing balls was inspected, which subsequently was loaded successively with 9 lb of powder with the correctly weighed test powder of the aforementioned vessel and set at a proper elevation, and having been distinctly discharged, the ball each time calculated according to the distance of the toni beacon, which lay with a flag at 500 rods in the Bay from the aforementioned point, was carried as follows. By the powder of the ship De Gouverneur Falck, 500 rods or slightly further than the aforementioned toni beacon, and By the powder from the shore, 50 rods further. The deponents hereby ending their given declaration, which they affirmed to contain the upright and pure truth, giving as reason of knowledge as in the text, therefore remaining prepared to confirm what has been attested further under Oath. Thus declared in the city of Gale, at the secretariat of Police and Justice, on the day aforesaid, and in the presence of the clerks Johannes Martinus Anthonisz and Johannes Andreas de Vos as witnesses, who have signed the minute hereof alongside the deponents and me, first sworn clerk. Below was written: Which Testifies, M: I: Gratiaan, First Sworn Clerk. Agrees. Iijbrands First Sworn Clerk Examined Maas 2247 Today, the 22nd of December Anno 1788. Appeared before me, Michiel Justinus Gratiaan, First sworn clerk at the secretariat of Police and Justice here, present the witnesses to be named hereafter: 1. Roelof Smit, aged 33 years, and 2. Jakob Nettes, aged 20 years, both Reformed. The first, master sailmaker, and the latter, under-sailmaker, assigned here on shore. Who together and each of them in particular, in compliance with the orders of the Venerable Ceylon Government by letter of the 24th of May 1788, declared to be true: The first, that he and the latter deponent, according to their report of the 12th of this month, in the presence of the Honorable Master of Equipage Abo, together with the Captain Lieutenant of the vessel Haerlem arrived in this Bay and bound for Bengal, named Hendrik Vlugger, have examined the sails of the said Vessel exactly and accurately and found that four hundred and ninety-three ells of Muscovy sailcloth were required for it, just as he, deponent, now after the completion of work on the sails of the said ship, declares that the aforementioned quantity of 493 ells of Muscovy sailcloth has also actually been used and consumed, namely: On a foresail, a mainsail, the main topsail, a ditto single reef sail, a jib, and a crossjack sail, on which the chafing patches on the middle cloths, and on the sides, were worn out in several places. The second deponent fully confirms the statement of the first deponent. The deponents hereby ending their given declaration, which they affirmed to contain the upright and pure truth, giving as reason of knowledge as in the text, therefore remaining prepared to confirm what has been attested further under oath. Thus declared in the city of Gale, at the secretariat of Police and Justice, on the day aforesaid, and in the presence of the clerks Andreas Justinus van Zitter and Hendrik Reijhart as witnesses, who have signed the minute hereof alongside the deponents and me, first sworn clerk. Below was written: Which testifies. Was signed: M: I: Gratiaan, First Sworn Clerk. Agrees. Iijbrands First Sworn Clerk 2248 Today, the 23rd of December Anno 1788. Appeared before the undermentioned Honorable commissioned Judicial Members the persons named in the preceding declaration, to whom the same having been clearly read out again, they fully persisted therein, without desiring any change; furthermore confirming the same with an oath, and this, as being Protestants, with the raising of the two front fingers of their right hand and the uttering by each of them of these words: So truly help me God Almighty. Thus reviewed, persisted in, and sworn in the city of Gale, at the ordinary Council Chamber of Justice, on the day aforesaid, and in the presence of the Honorable Members Pieter De Vos and Andries van Hek. Was signed: Roelof Smit and Jacob Nettes. In the margin: Present before us. Was signed: P:r De Vos and Andries van Hek. In the middle: Signed to my knowledge: M: I: Gratiaan, First Sworn Clerk. Agrees. Iijbrands First Sworn Clerk Maas Examined No 24.
Dutch transcription
2246 Heeden den 16. December Anno 1788. kompareerden voor mij Michiel Justinus Gra„ „tiaan, Eerste gezm: klerk van Politie en Iustitie alhier, present de natenoemene getuijgen. D E: George Michiel kroner, Luijtenant Mi„ „litair en Frans Diersen, Extra ordinaijre vuurwer„ ker bijde in die kwaliteiten alhier bes beschij„ „den, dewelken tezamen en ider van hun in 't bijzonder verklaarden waeragtig te weezen, dat zij attestanten, in voldoening aan de g'eerde order van den wel Edelen Agtb: heer Cornelia Dionijsius kraijen= hoff, gezaghebber der stad en Landen van Gale, mature E : tervat bij schriftelijke ordonnantie van den 15. de„ „zer hun begeeven hebben aan de vlagge„ „klip alhier, en aldaar de ordinaire proef genoomen hebbende van 't buskruit van 't in deeze Baij g.'ankerd leggende retour schip de Gouverneur Falck teegen dat van de wal bevonden hebben dat 't bus„ poeder van gedagte schip door de dop bij de proef geslagen heeft als volgd. Het groove kruit - - - - 6 voeten fijne do— -„ - 4. _-o Met verdere verklaring door de attestanten dat zij met de kapitain en konstabel van voorm: bodem hun ook begeeven hebben na de punt utrecht en dat aldaar door den twee „den attestant en evengem: konstabel gevi= „siteerd is een metaele kanon schietende wet bals baes, 't welk vervolgens met 't korekt afgewoogen proefkruit van voorn: bodem na den anderen met 9 lb: kruit gelaaden en op een behoorlijke hoogte gesteld, mitsg:s distinktelijk afgeschoo„ ten zijnde, de koegel telkens gekal„ kuleerd na de distantie der tonie baak, die met een vlaggetje van gem: punt op 500. roeden in de Baij lag, gevoerd wierd, als volgd. Door 't kruit van 't schip de Gouverneur Falck 500. roeden ofte iets verder dan gem: tonie baak en Door 't kruit van de wal 50. roeden verder. indigende hiermeede de attestanten hunne gegevene verklaring dit zij betuigden te behelsen de oprigte en zuivere waarheid geevende voor reeden van weetenschap als in den text over zulx berijd blijvende 't g:'tattesteerde nader met Eede gestand te doen. Aldus verklaard in de stad Gale, ter secretarij van Politie en Iustitie, ten daage voorsz: en ter presentie van de klerken Iohannes Martinus Anthonisz: en Johannes Andreas de Vos als getuigen die de minute deezes neevens de attes„ tanten en mij eerste gezw: klerk hebben onderteekend /: onderstond:/ 'T welk Getuijgd M: I: Gratiaan E: G: klerk Accordeert. Dijbrands EGklerk Nagezien Maas 2247 Heden den 22:' December Anno 1788. — kompareerden voor mij Michiel Justinus Gra„ tiaan, Eerste gezw: klerk ter sekretarije van Politie en Justitie alhier, present de natenoemene getuijgen 1. Roelaf Smit, oud 33. Jaaren en 2. Jakob Nettes, oud 20. Jaaren, beide gereformeerd. De eerste opper en de laetste onder zeilmaeker alhier aan de wal bescheijden De welke tezaemen en een ider van hen in 't bijzon„ der, ter voldoening aan de ordren der Gevenereer de Ceilonsche Regeering bij brief van den 24. Maij 1788, verklaarden waaragtig te weezen De eerste dat hij en de laatsten attestant, blijkens hun rapport van den 12. deezer ten overstaan van den E: Equipagiemeester Abo, mitsgaders den kapitijn Luijtenant van het in deeze Baij aan„ gekoomen en na Bengale gedestineerd, Baarsch schip Htaaalen; Jn naame Hendrik vlugger de zijlen van eeven genoemden Bodem exact en naauw keurig bezichtigd en bevonden hebben daar toe vier Honderd drie en Neegentig ellen Mus„ kovisch zijldoek benoodigd te zijn gelijk Hij attestant als nu na gedaan werk aan de zijle„ van gedagte schip verklaard, dat eeven gem: quan„ titeijd van 493: ellen Muskovisch zijldoek, ook werkelijk opgegaan en verbruijkt is; als Aan een p:s bok aan welke de stoot een „ groot zijl lappen aan de middelste den „ grootmaas zijl kleeden, en aan de een „ d=o senge slag zijl zijde op verschijde plaatsen versluten een. „. kluijver en waaren een „ kruijs zijl De De Tweede attestant confirmeerd zig ten vollen met den eersten attestant Eijndigende Hier meede de attestanten Hunne gege„ vene verklaring, die zij betuijgden de opregteen zuijvere waarheid te behelsen, gevende voor reeden van wetenschap als in den text, over zulks be„ reijd blijvende het geattesteerde nader met eede gestand te doen. Aldus verklaard in de stad Gale, ter sekae„ taaije van Politie en Justitie ten dage voorsz: en ter presentie van de klerken Andreas Jus„ tinus van Zitter, en Hendrik Reijhart, als getuijgen, die de minute deeses, neevens de attestanten en mij eerste gezee klerk hebben onderteekend. /:onderstond:/ 'T welk getuijgd /:was geteekend:/ M: I: Gratiaan eg klerk Accordeerd. Hijbrands Og. V Egklerk 2248 Heden den 23. December A„o 1788 Compareerden voor de ondertenoemene E:s ge„ kommitteerde Justitieele Leeden de Perzoonen genoemd bij voorenstaande verklaaring aan dewelke Dezelve weder duidelijk voorge houden zijnde, bleeven sij daar bij ten vollen persisteeren, zonder eenige verandering te begee„ ren: bevestigende voorts dezelve met hoe, en zulks, als zijnde Protestanten, onder het opsteeken der twee voorste vingeren hunnes bech„ terhands en het uijtspreeken door een ieder hunner deezer woorden zoo waarlijk helpe mij God Almachtig. Aldus Gerekolleerd, gepersisteerd en be„ eedigd in de stad Gale ter ordinaire Raad„ „kamer der Justitie, ten dage voorsz: en ter presentie van de E: Leeden Pieter De vos en Andries van Hek. /was getekend:/ Roelof smit en Jacob Nettes /:in margine:/ ons Present /:was geteekend:/ P:r De vos en Andries van Hek, /:in het midden:/ In mijn kennis geteekend:/ M: I: Gratiaen eerste gezw: klerk Accordeert Dijsrands Eykleck Maas Nagezien No 24.
English
Finding or Yield of 2200 Troy Marks or 2169 Marks 5 Pennings 8 Grains fine silver, in 275 silver bars of 8 marks each bhar, from two chests marked No. 1 and 2, being from the parcel of 5856 Troy Marks brought here from Batavia by the ship Willem Fredrik, which, by the honored order of the Right Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord, Mr. Iman Willem Falck, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and its dependencies, were issued by the Right Honorable Lord Daniel de Bok, Chief Administrator here, from the Company's general treasury into the mint, for the striking of Ceylon silver rupees; subsequently assayed by the Assayer Godfried Stiegling, and by me, the undersigned Mintmaster, in the presence of the commissioners, the aforementioned Stiegling and Harmanus Engelbert Dender, properly caused to be melted, and poured into granulations, as well as handed over to the Minters, namely: Marks Ounces Angels 2200. —. —. —. In 275 silver bhars, containing in assay 11 pennings 24 grains. —. 2. 11 ¼. Deduct for 41 sample pieces, each at 1¼ angels, delivered to the Right Honorable Lord Chief Administrator in the general treasury. 2199. 5. 8 3/8. Remains in silver. 31. 3. 7. 23/16. In refined Japanese copper, added hereto to bring the same to the standard of 11 pennings 16 grains. 2231. —. 16 23/16. In mint material. 28. 1. 10. —. Lost in melting and granulating. 2202. 7. 6. 23/16. Remainder. —. —. 2½. In two trial pieces, each at 1¼ angels, delivered as before, assayed at 11 pennings 16 grains. 2202. 7. 4. 2/56. Remains. —. —. 2½. In 2 trial pieces at 1¼ angels each, being from 2 struck rupees taken from the entire heap by an unknown person in the mint in the presence of the Honorable Fiscal and members, subsequently assayed and found as before. 2202. 7. 1 13/16. Thus kept pure, calculated at 21 1/37 rupee weight per mark, making - - - - - - - - - - - - - - - - - - - rupees 46308 3153/3836. Deduct for minters' wages at 11½ rupees per thousand - rupees 532 4230743/7672000. For coal, granulating pots, pans, limes, tamarind, and peons or lascars at 2 7/16 rupees per thousand - - - rupees 112 53872999/61376000. Comes together to 13 15/16 rupees per thousand, deducts - - - - - - - - - - rupees 645 26342943/61376000. Remains . . rupees 45663 24105057/61376000. Whereof, in the manner as before, delivered to the Honorable Fiscal and members for conveyance into the general treasury. - - - rupees 2. Remains for the mass - - - - - rupees 45661 24105057/61376000. Which is carried forward. - - - rupees 45661 24105057/61376000. Deduct 31 marks 3 ounces 7 4/16 angels of refined copper, or 27¼ lbs of unrefined Japanese copper at the cost of - - - - - rupees 5 667872643/6076224000. Brought forward - - rupees 45661 24105057/61376000. Remainder. rupees 45656 4659552643/6076224000. Add here again the value of 5 angels delivered from the aforementioned mass . . . . . . . . . . . . rupees [illegible] 137. Counts . . . rupees 45656 4659552643/6176224000. Put as delivered into the general treasury . . . . . . . . . . . rupees 2. Adds - - - - rupees 45658 4659552643/607624000. The aforementioned 2200 Troy Marks of silver are 2169 Marks 5 pennings 8 grains fine, calculated at f 26. —. – per mark fine, after deduction of the samples of 2 ounces 11¼ angels at the cost of f 8. 4. 3 - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - f 56397. 6. 14. Here add the cost of the copper - - - - - . . . . . . . - - - - - f 6. 10. 12. The purchase cost comes to f 56403. 17. 10. Whereof, as said before, after the deduction of the incidental expenses incurred thereon, there have been struck for the Honorable Company 45658 4659552643/6076224000 rupees, calculated into ducatoons at 66 stuivers, being 17122 608736643/16203264000, amounting in Netherlands currency to . . . . . . . . . . . f 56502. 14. 8. On which a profit shows of — 1/64 percent or - - - - - - - - - - - - - - - - - - - f 98. 16. 14. And the Netherlands currency advanced by 21 1/3 percent to bring it into Indies currency, the purchase cost in Indies currency comes to _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - - - - - - f 68368. 6. 13. and the rupees struck for the Honorable Company, which are also advanced by 21 1/3 percent to bring into Indies currency, comes in Indies currency to - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - f 68488. 3. — On which a profit shows of — 1/64 percent or - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - f 119. 16. 3. Colombo, the last of June 1784. (was signed:) F: Dammann (in the margin:) Calculated (was signed:) P: Stiegling and H: E: Dender. Agrees. Dijbrands First Clerk 5. 99. 28 90 161 2250 Batavia Section 1. To His Excellency, The High Noble, Highly Esteemed, Widely-Commanding Lord, Mr. Willem Arnold Alting, on behalf of the State of the United Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company, Governor-General, And The Right Honorable, Severe Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Highly Esteemed, Widely-Commanding Lord, and Right Honorable, Severe Lords, We take the liberty of having this serve to report to Your Excellencies, according to our duty, on the state of this Government, and our proceedings in the Master's service during the course of the past year, in so far as the same has not been brought to the attention of Your Excellencies in our successive dispatches sent since our last general report of 30 January 1787. We therefore begin with the main section of Received and Dispatched Letters, and take the liberty to respectfully answer Your Excellencies' highly honored missives dated 1 and 22 May, 31 July, 24 and 31 August, and 27 September of the past year. The instruction that we, on 27 October 1786, for the Chief and the Council
Dutch transcription
Bevinding of Rendement van 2200: Mark trois of Mark fijn 2169. 5. penn: 8. grijn aan 275. staaven zilver van 8. mark ider bhaar uit twee kisten gem:t N=o 1. en 2. zijnde uit de parthij van 5856. mark trois per 't schip Willem Fredrik van Batavia alhier aangebragt welke ter g'eer„ „de ordre van den wel Edelen Groot Achtbaaren hoog Gebiedende Heer M=r Iman Willem Falck Raad ordinair van Nederlands India Gouverneur en directeur van 't Eiland Ceilon en dies onderhoorigheeden door den wel Edelen heer Daniel de Bok hoofd administrateur alhier uit 's Comp=s groote geld kassa in de munt verstrekt zijn, tot 't slaan van Ceilonse zilvere ropijen, vervolgens door den Essaijeur Godfried stiegling g'Essaijeerd en door mij on„ „dergeteekende Muntmeester ten bijweesen der gekommitteerdens den voorm: stiegling en Harmanus Engelbert Dender behoorlijk doen smelten, en tot gruisgieten, mitsgaders de Munters inhandigt, Namentlijk: Mark one Eng=s 2200. —. —. —. Aan 275. Bhaaren zilver houd in Essaij 11. penn: 24. grijn. —. 2. 11 ¼. Paat af aan 41. stuks proeven ieder â 1¼. Eng=s aan den wel Edelen heer hoofd admi„ nistrateur in de groote geld kassa afgegeeven. 2199. 5. 8 3/8. Blijft aan zilver 31. 3. 7. 23/16. Aan geraffineerd koper Iappans hier bij gedaan om het zelve tebrengen op het gehalte van 11. penn: 16. grijn. 2231. —. 16 23/16. Aan munt Materiaal 28. 1. 10. —. Bij 't smelten en gruijsen verlooren. 2202. 7. 6. 23/16. Rest —. —. 2½ Aan twee oproeven, ider â 1¼. Eng=s gelijk als vooren overgegeeven g'Essaijeerd â 11. penn: 16. grijn. 2202. 7. 4. 2/56. Blijft —. —. 2½. Aan 2. proeven â 1¼. Eng=s ider zijnde van 2. geslagene ropijen uit den heelen hoop gelangd door een in de munt onbekent perzoon ter presentie van dE: fiskaal en leeden, vervolgens g'Essaijeerden bevonden gelijk vooren. 2202. 7. 1 13/16. Dus zuijver gehouden gerekent â 21 1/37. ropij swaarte ider mark 3153. uitmaakende - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - rop=s 46308 3836. 4230743 Paat af voor muntersloon â 11½. ropij p=r mil-rop=s 532. 7672000. Voor koolen, gruispotten, pannen, limoenen, tam„ 53872999. „merijn, en pionsof laskorijns â 2 7/16. ropij p=r mil - - - „ 112. 61376000. 26342943. komt tesamen â 13 1/16. ropij opermil, gaat af - - - - - - - - - - rop s 645. 61376000. 24105057. Blijft. . rop=s 45663 61376000. Waar van in manier als vooren aan DE: Fiskaal en leeden ter overbrenging in de groote geld kassa afgegeeven.„ Blijft voor de Massa - - - - - rop=s 45661. 61376000. 24105057. Die Transporteere. - - - rop=s 45661 61376000. 24105057. 2. 24105057 Trek af mark 31. 3. 7 4/16. Eng=s geraffineerd koper dan wel 27¼. lb: ongeraffineert koper Iappans ten kos„ ten van. P=r Transport - - rep=s 45661. 61376000. ƒ667872643 Rest. rop=s 45656 6076224000 Voege hier weederom bij de waarde van 5. Eng=s uit 137. voorschreevene Massa afgegeeven. . . . . . . . . . . . . „ 4659552643 Telt. . . . rop=s 45656. 6176224000 stelle in de groote geld kassa afgegeeven. . . . . . . . . . . „ 2. 4659552643 Addeert - - - - rop=s 45658. 607624000. Voorschreevene 2200. Marken zilver trois zijn Marken fijn 2169. 5. penn: 8. grijn bereekent â ƒ 26. —. –. 't mark fijn naar aftrek der proeven van 2. onc: 11¼. Eng=s ten kosten van ƒ8. 4. 3. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ56397. 6. 14. Hier addeert 't kostende van 't koper - - - - - . . . . . . . - - - - - „ 6. 10. 12. T inkoops kostende komt ƒ56403. 17. 10. Waar van gelijk vooren gesegt naar de traktie der daar op ge„ „vallene ongelden voor DE: Companie geslaagen zijn 4659552643. ropijen 45658 89/6076224000. gereekent tot Dukatons â 66. stuivers 608736643. 17122. 16203264000. bedraagende aan Nederlandsch geld. . . . . . . . . . . „56502. 14. 8. Waar op zich een winst verthoont van — 1/64. p=r C=to r=m of - - - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 98. 16. 14. En 't Nederlandsch geld met 21 13/3. p=r C=to beswaart om tot Indias geld te brengen komt 't inkoops kostende aan Indias geld _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - - - - - - ƒ68368. 6. 13. en de ropijen voor D'E: Comp:e geslagen die ook met 21 13/3. procento beswaart om tot Indiasch geld tebrengen komt aan Indias geld - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „68488. 3. — Waar op zich een winst verthoont van — 1/64. p=r C=to r=m of - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 19: 16 3: Kolombo den Laasten Iunij 1784. (:was geteekent:) F: Dammann (:inmargiene:) Bereekent (:was geteekent:) P: Stieyling en H: E: Dender. Accordeert. Dijbrands G Egklerk - – – – – – – – – – „ 5. 99. 28 90 161 2250 Batavia §1. Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Achtb: wijd gebiedende Heer Mr. Willem Arnold Alting wegens den staat der veijevereenigde Nederlanden en de Generaale Nederlandsche geoktroijeerde Oost Indische Compagnie Gouverneur Generaal En De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edele groot Acht„ „baare wijd Gebiedende Heer en Wel Edele Gestrenge Heeren Wij gebruijken de vrijheid, deezen te 52 te laaten dienen, om aan uwe Hoog Edelheeden, vol„ „gens onse pligt, verslaen te doen van den staat deezes Gouvernements, en onze verrigtingen in Smeestersdienst, ge¬ duurende den loop van 't Jongst gepasseerde Jaar voor zoo verre sulks bij onze successive afgegaane adriesen, zedert, ons laast generaale verslag van den 30. Januarij 1787. niet onder 't oog van Uwe Hoog Edelheeden is gebragt.— Wij beginnen derhalven met t 2251 13. t Hoofdeel van Ontfangene en afgegaa„ „ne brieven. en nee„ „men de vrijheid eerbie„ „dig te andwoorden op uwer Hoog Edelheeden zeer GeEerde Missives de dato 1e en 22e. Meij, 31: Iulij 24. en 31. au„ „gustus en 27. Septem„ „ber I=o Leeden. De instructie die weden 27:' October 1786. voor opperhoofd en den raad
English
54. council at Trincomalee have determined is substantially the same as that which was inserted in our resolution of 18 January 1785, but because some additions and alterations were made to it, which we deemed necessary according to the circumstances of the time, we have revoked that of the year 1785. The requisition for 100 leagers of Batavian arrack, 2252½ arrack, the fulfillment of which Your High Nobilities have been pleased to excuse, was made by us chiefly in the belief that the sale thereof might be of service to the Batavian distillery, but in the future we shall make do with the Ceylon arrack, and furthermore, according to Your High Nobilities' order, requisition the necessary wax candles and wax from Cochin, and the European goods directly from the Netherlands. § 5: The dessave of Colombo has been ordered to procure some plants of the Malabar cardamom from the plantations in the Colombo dessavony, which we shall have the honor of sending to Your High Nobilities. § 6: In order to better judge why the account of expenses for sloops and vessels has come to run higher in recent years than formerly, we have ordered the captain-at-sea and master of equipage here, Andringa, to draw up a comparison of the disbursements that were made in the five years immediately preceding the late war against those that have taken place under his administration since the war, and we shall have the honor, as soon as this comparison has come in, to present it to Your High Nobilities. § 7: From our respectful letter of 29 December of last year, it will be evident to Your High Nobilities that the sloop De Krab has not yet arrived here, but that it has been abandoned by its crew; the ship that the merchant of Voram, according to the report of the commander Straalen, intended to send to Ceylon, has likewise not 2253 not appeared; but should it still happen to show up, we shall take into further consideration to what extent Your High Nobilities' recommendation regarding compensation for the Company concerning the sloop De Krab and its stolen cargo can be effected. § 8: Regarding that which the Galle servants reported to Your High Nobilities in their letter of 21 February last, namely that the return ships had not been able to take in a portion of the cargo intended for them owing to the shipped goods and provisions of the passengers, we have demanded a further and clearer report from the said servants, as that pretext did not seem well-founded to us, because no goods of passengers are stowed in the hold; likewise, the 20 packages for the Cape that were put into each ship of the second consignment cannot have caused any great hindrance to the returns for the fatherland, besides the fact that the stowing of these Cape packages in the hold of the Hof ter Linde also occurred because the ship's captain raised difficulties about stowing the same between decks. We shall in due course report to Your High Nobilities concerning the explanation that the Galle servants provide in that regard, under the heading of the ships. § 9: The recommendation regarding the Mecca pilgrims who come to request transport to Batavia, we shall take for our instruction, and furthermore, avoid sending strangers with the Company's ships as much as possible. § 10 2254 § 10: We shall also in the future dutifully follow the order for the return of goods that are brought defective from the Netherlands. § 11: Regarding the small advance obtained in the book year 1785/1786 on the sale of the merchandise from the fatherland and provisions, and of the Japanese bar copper, we have demanded a report from our trade bookkeeper, and when it has come in, we shall give a humble account thereof below, under the item of sales. Meanwhile, regarding the Japanese copper, and for Your High Nobilities' honored information, we can already state this much at present: that the Japanese copper in this government has always been sold, and is still being sold, at f 94 Indies money per hundred pounds, or Rds. 48:46 per picul, and that for that reason we suspect that the difference noted by Your High Nobilities in § 31 of your very honored letter of 31 July last between the Batavian and Ceylon sale prices arose from the fact that the latter were drawn up after deducting everything that, according to the order by which the yields are drawn up, must be charged against them. § 12: With respect to the Danish muskets, we take the liberty respectfully to represent to Your High Nobilities that our uncommonly small supply of flintlocks, at a time when there were good grounds to believe they would be needed on Ceylon, induced us—upon the information received from the junior merchant Geeke that a good quantity thereof could be obtained at Tranquebar—to authorize him, according to our decision by secret resolution of 16 April 1782, to purchase 5,000 pieces if the piece could be bargained for 2½ pagodas, but only 2,500 pieces if the piece should cost up to 3 pagodas. Geeke was indeed ordered, by an instruction given to him under date of 30 April 1782, to take nothing but good grenadier muskets with bayonets, to which he also
Dutch transcription
54. raad te Trinconomale hebben gearresteerd is hoofd zaakelijke wel dezelve met die, wel¬ „ke bij onze resolutie van den 18 Januarij 1785. is geinsereerd dan wijl daar bij eenige ampli¬ atien en alteratien, zijn gemaakt die we naar tijds omstandigheeden daar bij nodig dagten hebben wij die van het Iaar 1785. ingetrokken. De eijsch van 100: leggers Bataviasch arrak 2252½ rarrak, welker voldoening uwe Hoog Edelhede„ hebben gelieven te excuseeren, is door ons voor„ naamlijk gedaan in de gedagten dat het de„ „biet daar van aan de Bataviasche branderij „en konde van dienst sijn, doch zullen we in het vervolg het stellen met de Cijlonte arrak en voorts volgens uwer Hoog edelhee„ „den last, de benodigde waks kaarsen en waks van koetsiem, en de Europische goederen direct uit Nederland requireeren §5: Den dessave van kolombo is gelast om te be„ sorgen eenige plantjes van de Mallabaarse kardamoi, uit de plantagien in de kolom„ „bose Dossavonij die we de eere zullen hebben uwer Hoog edelheeden toetesenden. — § 6: Om tebeter te kunnen oordeelen, waardoor de reekening van onkosten van sloepen en vaartuijgen, zedert eenige Jaaren meerder nomen komen teloopen, dan voorheenen, hebben we den kapitein ter zee en Equipagiemeester alhier Andringa gelast, om een vergelijk op temaaken van de verstrekkingen, die ge„ daan zijn in de vijf Jaaren, die vermiddelijk zijn voorgegaan, aan den Jongsten oorlog, tegens dien, die onder zijne administratie zedert den ovglog geschied sijn, en we zullen de eere hebben, zoo dra dit vergelijk zal sijn ingekoomen, het uwen Hoog edel„ „heeden aantebieden. —. §7: uit onsen eerbiedigen van den 29 xber: J=sZ: zal uwe Hoog Edelheeden blijken, dat de stoep de krab hier nog niet aangekoomen maar dat ze van haare Equipagie, ver„ laaten is, 't schip dat de vokst van Voramd volgens 't berigt van den gezaghebber straa „len, na Ceilon wilde senden, is meede niet 2253 niet verscheenen; maar mogte het nog ko„ „men opdaagen, dan zullen we nader in over„ weeging neemen, en twe verre Uwer Hoog Edelheeden aanbeveeling, tot schadeloos stel„ ling van de Comp:t, nopens de sloep de krab en haare geroafde laading, zal kui„ „nen bewerkstelliegd worden. §8: weegens het geen de galsche bedienden, bij hunnen brief van den 21: febr: pass=o, aan ruwe Hoog Edelheeden, hebben bericht, dat naamelijk de retourscheepen een geden„ „te van de daar voor bestemde laading niet hadden kunnen inneemen, weegens de af„ gescheepte goederen en provisien der passagier hebben wy van gemelde bedienden een nader en duijdelijker bericht gevorderd, wijf ons die voorgaave niet gegrond is voorgekoomen om dat 'er geene goederen van passagiers in 't ruim worden geborgen, ook kunnen de e de 20: pakken voor de Caab, die in elk schip van de tweede bezending zijn afge¬ „stooken geen groote kinder aan de re retouren propatria hebben toegebragt behalven dat ook het bergen van deeze caabse pakken, in 't ruim van 't H of ter Linde geschied is, om dat de scheeps Ca„ „piten swaarigheeden maakte, de selve tusschen deks te bergen, we zullen van de explicatie, die de Gaalde bedienden daar„ „omtrent komen tegeeven, uwe Hoog Edel„ Z „heeden in 't vervolg verslag doen, onder 't Hoofddeel van de scheepen. § 9: T. aan bevoolen nopens de Mekkasche beede vaart gangers, die transport na Batavia komen te versoeken, zullen we tot ons naricht neeme en voorts hiet overzenden, van vreandelingen met s Comp=s schreppen, zoo veel mogelijk meena„ „geeren. § 10 2254 §: 10: Ook zullen wij in 't vervolg pligtschuldig op volgen de order tot de terug sending van goederen die depect uijt Nederland worden aangebragt § 11. Nopens de gtringe advans behaald in 't boek jaar 17 5/6. op den verkoop der vaderlandte koopmanschap„ „pen en provisien „ van het sapans staafkopper, hebben we bericht gevordert van onsen Negotie boekhou„ „der, en zullen wanneer het zal ingekomen zijn daarvan hier agter nedrig verslag doen onder 't articul van verkoop intusschen kunnen we doffens het Japans kopperen tot uwer Hoog Edelheeden g'eerde informaatie, en tans reeds zoo veel van zeggen dat 't en Japanus n dit goevernement steeds is, verkogt; en ook „koper nog word verkogt, tegens ƒ 94: indisch geld de keon„ „dert ponden op rd=s 48: 46: 't picol, en dat ue om die reede vermoeden dat het door uw Hoog Edelheeden bij §: 31. van Hoogst deselve zeer g'eerde brief van den 31: Juli pass=o opgemarkte verschil tusschen de Bataviase en Cijlonse uitkoops prijsen daar uijt is onstaan dat de laatste zijn opgemaakt na aftrek van alles wat na de order waar na de rendementen rendementen worden opgemaakt, daar op moet worden gedraagen § 12: Ten opsigte van de Deense geweeren, gebruijken we d=o vrijheid, uwer Hoog Edelheeden eerbiedigtwertoo„ ƒ „ven, dat onse buijten gemeen geringg voorraad van snapkaaken, in een tijd dat men miet veel gronds meende deselve op Ceilon tetul„ „len nodig hebben, ons bewoogen heeft, op de bekomene informatie van den onderkoopman goede Geeke, dat men daar van eene grn parthij te Trankavebaar tinmn soude kunnen bekoomen om hem, volgens ons besluijt bij secreete resolutie van den 16: April 1782: tot den inkoop van 5000: stux, indien 't stuk voor 2½. pagood te bedin„ „gen was dog maar van 2500: stux zoo 't stuk l 5 tot 3: pagooden mogten kosten, te qualificeeren geeke was wel bij eene aan heen onder dato 30: April 1782: gegeevene instructie, gelast geweest, om niet dan goede granadier geweeren met bajonetten teneemen waar aan hij ook en
English
in so far as concerns the type of flintlocks, it complied according to the firearm sent over by him as a sample, which was approved here by a letter written to him on 4 July 1782, but that for the rest many others were found which, on account of their various defects that were subsequently discovered in them, ought not to have been received by him, seems reasonably to be attributed to his insufficient expertise, besides the fact that in a time of war in a place where many of the enemy nation also resided, not much commotion could be made toward a more precise investigation. Otherwise, we can respectfully assure Your High Excellencies that no evidence whatsoever has appeared to us that the said Geeke acted in bad faith in this matter. Paragraph 13. That we decided by resolution of 30 March 1786 to provide the pennisten, burghers, etc., with these Danish firearms was solely done because the same, although good serviceable firearms in their kind, were nevertheless of a different caliber than those which our soldiers use in the garrisons. Paragraph 14. We have ordered our trade bookkeeper to draw up an accurate account of the said firearms, and to indicate therein how many were purchased and for what price, how many of them and for what prices were sold, and how many of them still remain. This account has not yet come in, and we shall thus have the honor of mentioning it further under the article of sales, if it comes in early enough for that purpose, otherwise upon a following occasion. Paragraph 15. Regarding the French cloth that was brought with the ship Katwijk aan Rhijn, we have demanded a report from the Chief Administrator, indicating: what appears from the papers concerning the sending of the same, how it was found upon arrival here, how much of it, according to successively taken resolutions, has been sold and for what prices, and what still remains of it. And if this report should still come in on time, we shall take the liberty of likewise mentioning it under the article of sales. Paragraph 16. We have notified the Tuticorin servants of Your High Excellencies' repeated recommendation for the fulfillment of the Indian demands, and earnestly enjoined them to apply all their efforts to that end. Paragraph 17. It is by mistake that Paragraph 52 of our respectful letter of 30 January past stated that 26 2/5 bales of cinnamon had been gathered from the Company's gardens, whereas this gathering actually amounted to 202 1/15 bundles, and we shall take care that in the future such erroneous entries do not occur. Paragraph 18. That in the book year 1784/5 the expenses of the cinnamon at Gale amounted to only f 368:2:8, whereas at Kolombo according to the account rendered thereof they ran to f 30964:10:-, arises from the fact that at Gale no woods have been cleared as here, where some hundreds of morgens of land have been cleaned and, where necessary, planted with cinnamon, on which accordingly much labor has worked, which had to be provided with sustenance and tools; whereas on the contrary at Gale and Mature there are almost no Company plantations, except in so far as what has been performed there consists of that which the native headmen, out of obligation for the acquired offices, had to lay out at their own expense for the korale, just as that also occurs so much in the Kolombo Dissavony, but cannot compare to the extensive lands that were cleared in this Dissavony for the account of the Company; for such lands cultivated out of obligation, the Company therefore makes nothing but a small allowance to maintain them further. Paragraph 19. But to distinguish and describe the sorts of cinnamon upon shipment in such a manner that the cinnamon from the King's lands could be distinguished from that which is peeled in the Company's lowlands is not altogether feasible; the cinnamon peelers do not work in the same place throughout the entire harvest, and accordingly deliver the cinnamon, which they have peeled in various places, mixed together; wherefore concerning the cinnamon peeled in the woods one cannot well do anything more or other than to ensure that nothing but good and sound cinnamon is delivered. One could thus only regarding the garden cinnamon, and that peeled on the lands cleared of forest, if necessary and if Your High Excellencies should approve, have this marked on the bales; yet also regarding this we must remark that, in all probability, a portion of the cinnamon peeled from these lands also gets mixed with that delivered as sought out from the woods, as it is not altogether possible to prevent the cinnamon peelers working in the nearby woods from sometimes crossing over to the cleared lands to cut some cinnamon wood there. So that even by the aforesaid precaution, the objective can only be achieved very imperfectly. Paragraph 20. Regarding the small quantity of 493422 areca trees, which in our latest general report, as under the ultimate of August 1786, were reported found alive at the census in the Kolombo Dissavony, the Dissave, from whose compendium that entry was made, reported that the stated number of 2591475 trees in the year 1784/5 consisted of all the trees that had been planted since 1774/5 until 1781/2, of which very many have died since, and that on the contrary the 493422 trees stated in 1785/6 consisted only of young trees that were found alive at the census in August 1786. Paragraph 21.
Dutch transcription
2255 in zoo verre als aangaat het zoort van snap haanen heeft voldaan volgens het door hem daar van over„ gezondene gemeer tot monster dat alhier is goedge„ keurd bij een brief, die den 4: Juli 1782: aan hem geschreeven is, dog dat 'er voor het overige veele an„ der gevonden sijn, die wegens derselver verschijdene gebreeken die naderhand daar aan zijn ontdekt, door hem niet hadden behooren teworden ontvangen, schijnt men billijk te moeten toeschrijven aan zijne niet genoeg toerijkende kundigheid, behalven dat in een tijd van ooklog in een plaats, daar ook veele van de vijandelijke natie zich ophielden, geen veel be„ weeging konde worden gemaakt, tot een naaukeu„ „riger onderzoek, Andersints kunnen weuwen Hoog Edelheeden in eerbied verzeekeren, dat ons nergens eenig blijk is voorgekomen dat gemelde geeke hier in ter kwaader trouw soude sijn tewerk gegaan. § 13: Dat we bij resolutie van den 30: Maart 1786: hebben beslooten, om de kennisten, Burgers &a van „tevoorzien van deese deensche geweeren ^ s eenelijk geschied om dat dezelve, schoon goede bruikbaare geweeren in haar zoort, echter van een ander Caliker we„ „ren, dan die, welke onse Militairen in de quar„ miszoenen gebruijken. § 14: We hebben onzen Negotie boekhouder gelast: on„ eene accurate reekening van gemelte gemeere„ optemaaken, en daarbij aantewijzen, hoe veel daar ingekogt zijn en voor welke prijs? hoe veel daar van eern voor welke prijsen verckogt zijn. en hoe „van veel 'er „ nog per restant zijn. deeze reekening is nog niet ingekoomen, en zullen we dus de eere hebben, daar van nader onder 't articul van verkoop melding te doen, zoo ze daartoe tijdigen genoeg inkomt, anders bij een volgende gelegendheid. —. §15: wegens 't fransche Laken, dat met 't schip katwijk aan Rhijn is aangebragt, hebben we van den Hoofd Administrateur bericht gevordert, aanwijsende: wat bij de passieren komt teblijk en nopens het uijtzenden van 2256 't zelve ? hoe het bij aanbreng hier bevondn is, hoe veel daar van, volgens successive genoomen besluijten is verkogt en voor welke prijsen . en wat daar van nog bij restant is! en zoo dit bericht nog tijdig mogte inkomen, zullen we de vryheid gebruijken, om daar van insgelijk melding te doen, onder het articul van verkoop: § 16: wij hebben den Tuitukiarijnse bedienden kennis gegee„ „ven van uwer Hoog Edelheed en herhaalde re„ Commandatie tot de voldoening van de Jndische Eijschen, en hun erdittig aanbevoolen, om daartoe alle hunne pogingen aan te wenden. § 17: Met is bij vergissing, dat §52: van onsen eerbiedi„ „gen van den 30: Januarij pass=o is ter nederge„ „steld, dat 26 2/5: baalen Canneel uijt 'sComp:s thuijnen was ingesamelt wijl deesen inzaam werkelijk heeft bedraagen 202 1/15: bossen, en we zullen zorgen, dat in den aanstaande diergelyke abutive vullingen niet geschieden §18: Dat in het boekjaar 17875: de ongelden van de Canneel te gale maar ƒ 368:2:8: hebben bedraa„ „gen „gen, daar ze te kolombo volgens de daar van ge„ „dene reekening ƒ. 30964: 10. –. beliepen, spruijt daar uit, dat te gale geene bosschen gefuiverd sijn gelijk hier, daar eenige honderden morgen lands schoon gemaakt, en daar het nodig was met Canneel befflant sijn, waar aan mitsdien veel volks heeft gearbeid, 't welk van onder„ „kond en gereerdschappen moest voorsien worden waar en tegen te gale en Mature bij na geene 'sComp:s plantagien sijn als voor zoo verre het geene daar verrigt is bestaat in het geen de inlandse hoofden, uit verpligting voor de ver„ „klagene bedieningen, op eijgen kosten voor de koraf hebben moeten aanleggen zoo als dat ook in de kolombose dessavonie zoo veel geschied dog niet koint in vergelijking van de uijtgestrek„ „te gronden, die in deeze dessaving voorreeke„ „ning van de komp: sijn schoon gemaakt, aan zulke uit verpligting bewerkte gronden doet de Comp=e derhalven niet dan eene geringe vertrekking om die verder te onderhouden § 19. 2257 §14: Doch om de zoorten van de Canneel bij verzending, zo„ „danig te distinqueeren en beschrijven, dat de Canneel uit 's konings landen van die, welke in 's Comp: be„ „needen landen word geschild, zoude kunnen onderschij„ niet alte „den worden, is genme midoenlijk de Canneel schil„ „lers werken den geheelen oogst door, niet op deselfse plaats, en leeveren mits-dien de Canneel, dieze op verschillende plaatsen hebben geschild, door mal„ „kanderen weshalven men omtrent de Canneel, die in de bossen geschild word, niet wel iets meer of anders doen kan dan te zorgen, dat 'er niet dan goede en deugssaame Canneel geleeverd word- Men zoude dus alleen nopens de tuin Canneel, en die gekteld word op de van botschagie gesuiverde gronden, des noods en zoo uwe Hoog Edelheeden dat mogten goedvinden, dit op de baalen keun„ „nen laaten bekend stellen, dan ook hier omtrent moeten we aanmerken dat ook van de kanneel die van deeze gronden geschild word na het hoogste vermoede, een paritij komt onder dee geene, die geleeverd word als uit de botsen opgezogt ge„ opgezogt, wyl het niet altemogelijk is, om te „de beletten, dat de kanneel schillers, die in „ nabij gelegene botsen werken somtijds na de gesuiver„ „de gronden overloopen, om daar wat kanneer hout te kappen. Zo dat ook door de voorsz voorzorge, het oogmerk niet dan seer ge„ brekkig kan worden berijkt 520: Noopens de geringe quantiteijt van 493422:—. arreeks boomen, welke bij ons Jongste gene„ „raal verslag, als onder ult=o augustus 1786. bij den opneem in de kolombose Dessavonij in weten bevonden sijn bekend gesteld, heeft de Des„ „save, uit wien Compenduum die vulling is ef„ geschied, bericht dat het opgegeeven getal van 2591475: boomen in a=o 178 7/5: heeft bestaan in alle de boomen die zedert 177/5. tot 178 2/5. waaren aangeplant waar van 'er zedert zeer veel zijn door gegaan en dat daar en tegen den 178 /6. opge„ geevene 493422: boomen hebben bestaan alleen en Jonge boomen, die bij den op neem in aug=s 1786: in weeten zijn bevonden. —. 321.
English
2258 Section 21. By the said report, which is transmitted in copy among the annexes, the said Dissave demonstrates the difficulty of surveying the private plantations, and we have therefore granted him, at his request, permission for the future to survey only the plantations of areca trees that are planted for the Company's account. Section 22. We shall keep Your High Excellencies' recommendation to report the amount of the yield of the leases not only in rixdollars but also in guilders Dutch currency before us for our dutiful guidance. Section 23. Besides the fact that it is known from earlier times that after the pearl banks have once been stripped bare, a great series of years has always had to pass before a fishery could be held again, we can supply no other reasons for this than some conjectures that appear in the already forwarded reports of the visitation. Section 24. Although the purchase of jaggery wood and laths for the Company to free the inhabitants from extortions takes place by public tender, and these consequently cost slightly more than before, we may nevertheless reasonably hope that what is now paid more for them will be amply compensated for by what remains for the Company from this lease. Section 25. We have requested an indication from Jaffanapatnam of what the Company has gained on the chaya root diggings of Jaffna and Mannar in the last five years prior to the recently introduced farming-out, and what the profit was in the last completed lease year; and if this last report arrives early, we shall report on it under the article of the chaya root diggings. Section 26. The resolution of 25 August 1786 to introduce the use of sealed bids at the farming-out was taken by us before the receipt of Your High Excellencies' highly respected missive of 17 November 1786, to which we already had the honor to reply by letter of 31 March 1787 that what was written by Your High Excellencies on this subject would be dutifully complied with. Section 27. Concerning the benefits that are disbursed from the proceeds of the lease of the Jaffna passes to those who previously enjoyed them, a report has been requested from the officials there, and upon timely receipt thereof, we shall make mention of it under the subject of the Domains. 2259 Section 28. Meanwhile we take the liberty respectfully to show Your High Excellencies that we proceeded to the decision to lease out the duty of the aforementioned passes, and yet allow the former beneficiaries of those revenues to retain them, solely out of the consideration that on the one hand it is convenient in many respects that the Company turns to Domains, and that on the other hand it would have been very hard to deprive thereof especially the destitute widows who derived a livelihood therefrom, because the funds of the Deacons on Ceylon are already so burdened that they have trouble keeping the monthly distributions going, and consequently could not be burdened with this disbursement either. Section 29. As the Jaffna officials, by their resolution of 28 August 1786 and letter of the 29th following, of which copies have been presented to Your High Excellencies along with our respectful letter of 30 January 1787, have assured that the statement of the lessee of the brokerage in tobacco and jaggery sugar for the financial year 1785/6 regarding his suffered losses in that storm of the month of April 1786 was well-founded, and that he could have concealed nothing of the lease monies received, because the quantity of transported tobacco and jaggery sugar is also fully evident from the passports at the secretariat there, we have, in accordance with the favorable authorization granted thereto by Your High Excellencies, caused the loss of 1469 rixdollars 4 fanams stated by him to be written off in the books. Section 30. In order to comply as much as possible with Your High Excellencies' intention, we have requested the considerations of the Mannar officials as to what extent the Tarege lease could be maintained while suppressing the oppression thereof or countering the abuses that have crept into it; and of the answer that we expect from them on this, we shall respectfully report to Your High Excellencies under the main section of the Domains. 2260 Section 31. The right to the purchase of areca in the three Mannar provinces was leased out in the financial year 1785/6 for 50 rixdollars for only the last six months of that financial year. Section 32. Chief Administrator Sluysken, due to various inconveniences, has not yet been able properly to get the work of the trepang fishery under way, for which reason we must postpone the requested report on its outcome until this work shall have been accomplished. Section 33. The required collection of lease conditions that are in use throughout Ceylon and under the jurisdiction of Tuticorin is transmitted among the annexes to this. Section 34. We have ordered the Jaffna officials to arrange the lease conditions for the Vanni in such a manner that the inhabitants pay no duty on export for those products on which duty is levied upon import into the Jaffna district. Section 35. According to Your High Excellencies' favorable authorization, we have caused the arrears of the remaining textile and other lessees, to the amount of 46469 guilders 8 stuivers, to be written off, and we shall dutifully endeavor
Dutch transcription
2258 § 21: Bij gem: bericht, dat in Copia onder de bylaagen overgaat, toond gem: ditsave de moeyelykheid aan van den opneem der partikuliere aanplantiingen, en we hebben hem derhalven op sijn verzoek toegestaan, om in den aanstaan„ „de alleen te laaten opneemen, de aanplantingen van arrees boomen, die voor 'sComp=s reekening worden gedaan. § 22: we zullen uwer Hoog Edelheeden aanbeveeling om het bedraagen van 't rendementen der Pachten, niet alleen in ryksdaalders maar ook in guldens Nederlandsch geld temelden, ons voorstaan tot schuldige naricht strekken. § 23: Berhalven dat het uit de vroegere tijden kenbaar is dat na dat de Paarlbanken eens afgewischt zijn geweest en steets eene groote reeks van Jaaren heopt moeten verloopen, voor dat 'er op nieuw eene ies„ „serij heeft kunnen worden gehouden, weeten we daar van geene andere reedenen te suppiditeeren dan eenige gissingen, die bij de reeds overgesondene Rap„ „porten vande visitatie voorkomen §24. schoon de inkoop van de Jagerhouten en latten Kwel„ voor de komp: tand om de ingeseetenen van hr „lingen te bevrijden bg aanbesteeding geschied, en de„ „selve daar door iets meer kosten dan tevooren kunnen ne kunnen we echter met grond verhoopen, dat het geen daarvoor nu meer word betaald, ruim zal kunnen worden goedgemaakt uit het geener voor de komp: van deeze pacht overscheet. § 25: We hebben van Jaffanapatnam eene aanwijzing. gevraagd, wat de komp: op de zaaije delverijen van Jaffana en Mannaar heeft, gewonnen in„ de vyf laatte Jaaren, voor de onlangs ingevoerde verpagting, en wat de winst geweest is, in het laaste afgeloopen pacht Jaar: en indien dit Jaatz bericht vroeg aankomt, zullen we daar van verslag doen onder 't articul van de Zaaijeselverg §26: 'T besluijt van den 25: Aug=s 1786: om bij de verpach„ „ting het gebruijk van beslooten biljetten in te voeren is door ons genomen voor den ontvang van uwer Hoog Edelheeden zeer gerespecteerde Missive van dan 17:' 9ber: 1746:, waarop we bij brieve van den 31:' Maart 1787: reeds de eere hebben gehad te aart„ „woorden, dat het aangeschreevene door uwe Hoog Edelheeden op dit onderwerp, schuldpligtig soude worden nagekoomen. 527: Nopens de voordeelen, die uijt 't rendement van de pagt der Jaffanaso passen, worden uijtge „keurd 2259 § 29: „keurd aan de zulken, die er tevooren het genot van gehad hebben, is bericht gevraagd van de bediende„ aldaar en we zullen bij eene tijdige ontvang van 't selve, daar van melding doen onder de meterie van De Domainen. §28: Jntusschen gebruiken de vrijheid uwen Hoog Edelheeds eerbiedig tevertoonen, dat we tot het besluijt om de geregtigheid van voortz passen te laaten versach„ „dezelven „ten, en echter de voorige genieters dier voordeelen„ te laaten behouden, alleen getreeden syjn, uit aan„ „merking dat het aan „ eene kant in veele opsigten de convenent zij, dat de Comp:s naare Domaijnen kand, en dat het aan de andere kant zeer hart soude sijn gemeest, om insonderheid de behoeftige weduwen, die daar uijt een onderhoud gehad hebben, daarvan teversteeken, wijl de fondsen van de Diaconen op Cij„ „lon reeds soo beswaard zijn, dat ze werk hebben om de maandelijkse uitdeelingen gaande te houden en mits dien ook met deese uitkeering niet konden worden belast. wijl de Jaffanasche bedienden bij hunne resolutie van 28: augs 1786. en brief van den den „ 29. daar aan waar van uwen Hoog Edelheeden de Copijen sijn aangebooden neevens onsen eerbie„ 6 „digen digen van den 30:' Januarij 1787: vertekerd hebben dat de opgave van den pagter van de makelaardij in tabak en Jagersuijker van 't boekjaar 178 5/6. „zijn weegens „ geleedene schade in dien storm van de maand april 1786: gegrond was en dat hij van de ontvange„ ne pagt penn: niets konde versweegen hebben, om dat de quantiteijt van de vervoerde tabak en Ja„ „ger zuijker, ook bij de paspoorten ter secretaryje aldaar ten vollen blijkt, hebben we ingevolge uwer Hoog Edelheeden daartoe gegeevene guisti„ „hem „ge qualificatie, het door „ opgegeeven verlies van rd=s 1469: 4:—. bij de boeken laaten afschrijven. § 30: om zo veel mogelijk aan uwer Hoog Edelheeden intentie te kunnen voldoen hebben wede Contide „ratien van de Manaarse bedienden gevorderd, in hoe verre de Tarege pagt soude kunnen in staad gehouden worden, met de drukking derserve, of de daarby ingesloopene misbruij„ „ken tegen te gaan en we zullen van 't beschijd, dat we daarop van hun verwagten, uwen Hoog Edelheeden eerbiedig verslag doen onder 't hoofddeel van de Domainen 531. 2260 § 31: Trecht tot den inkoop van arreek in de drie man„ naarsche provintien, is in 't boekjaar 178/: verpagt voor rd=s 50: alleen voor de laatste ses maanden van dat boekjaar § 32. De Hoofdadministrateur sluijsken heeft, wegens verschijdene inconvenienten, het welk van de tri„ „paan vangst, nog niet recht aan den gang kunnen brengen, weshalven we't gevordert bericht van dies uijtslag, moeten uijtstellen tot dat dit werk tot stand zal sijn gekomen § 33: De gerequireerde verzameling van de pagt Conditien, die over geheel Cijlon en onder 't rescort van tuth„ „korijn in gebruijk zijn, gaat onder de bijlaageer dee„ „ses over §34: We hebben den Jaffanase bedienden aanbevoolen, de pagt Conditien voor de wannie sodanig inte„ rigten, dat de ingesetenen geen thoe bij den uijtvoer betaalen op die producten, waar van by den in„ „heeven voer in 't Jaffanasche geregtigheid word gezod aaran. §35: volgens uwer Hoog Edelheeden gunstige quali„ „fikatie hebben we het agterstal vande overige „van lijwaats en andere pagters, ten somma ƒ 46469:8. laaten afschrijven, en we zullen pligtschuldig tragten „
English
endeavor to hold the leaseholders to this in the future, that they pay their lease dues at the proper time. § 36: The arrears of the junior merchant Geeke, insofar as they consisted of liquidated entries, have already at his request been debited to Paleakatta, in order to be paid by him there to the Company. The remaining entries charged to his account, as well as the account of Captain Lieutenant de Bellon, are to be settled soon, as soon as the report from the trade bookkeeper regarding the confrontation made between both of these accounts has been received. The arrears of the merchant Simons, the bookkeeper Wasz:, and Mr. Botinoth, have also already been debited to Paleakatta to be settled there, but the account of Lieutenant de Marin has been properly liquidated. § 37: The Regulation of 30: July 1783:, according to which Your Right Honourables wish us to direct ourselves in settling the account of interest, we have not yet received here, wherefore we humbly request that it may be sent to us. § 38: Pursuant to the authorization given by Your Right Honourables, the amount charged to the account of the burgher Casper Heuninck has already been debited back thither by an invoice, which was sent over alongside our respectful letter of 29: December. § 39: We have already mentioned here before in the 3rd volume that the sales price of Japanese copper in this government has always been set at f 94: the 100: lb:, and therefore take the liberty to present among the enclosures of this letter to Your Right Honourables the requested returns of the doedoes coinage, both of Kolombo, and for Jaffanapatnam and Gale, to which is also added a return of the doedoes minted here from old metal. From the aforementioned returns it appears that the Company, over and above the profit on the copper and metal, also makes a profit on the doedoes in Kolombo of 23: per cent, in Jaffana of 5:, and in Gale of 12 1/4: per cent. The first examiner Berghuijs, who drew up the aforementioned returns, shows in a report, a copy of which is enclosed herewith, that the difference in profit on this coinage between the three places arises from the fact that here 37: doedoes are delivered for one lb: of copper, but in Gale 32: and also 33:, yet in Jaffana 30:, in addition to which at the latter two places 10 per cent wastage on the copper and also some expenses for tools, etc., are brought to account, which is not the case here, and regarding which we shall make arrangements to bring these mintings to a more equal footing. § 40: This coinage takes place here according to our resolution of 19: April 1787: by a sworn minter, but in Jaffana and Gale, where it is of less importance, by native minters under the supervision of the administrator. § 41: We shall forcefully urge the free merchant Franchel to the settlement of his arrears to the Company, and in the meantime dutifully follow Your Right Honourables' recommendation not to deliver any of the Company's merchandise on credit henceforth. § 42: On the elucidation requested by Your Right Honourables as to how our calculation of English specie against the Dutch works out, we take the liberty to inform you that we calculate each pound sterling at 20: English shillings, or 11: Dutch guilders, and that, calculating the star pagoda at 8 1/3: English shillings, one pound sterling comes to 2 2/5: star pagodas; however, if the English count Porto Novo pagodas into the treasury here for bills of exchange for the Netherlands, they then moreover pay as much per cent agio as the exchange rate of the star pagodas differs from the Porto Novo pagodas. On this footing, in May 1786, we granted a bill of exchange to a certain Mr. Bilderbeek for 4800: star pagodas, to be paid in the Netherlands with 2000: lb: sterling, for which he counted 5376: Porto Novo pagodas into the treasury at Tutukorijn, calculated with 12: per cent agio on the star pagodas. § 43: Lieutenant Colonel de Raijmond has since then, on the remaining arrears of the late Colonel de Beandraps amounting to Rds 4158: 14:-, further paid Rds 2436: 14.-, and will also pay off the remaining Rds 1722: shortly. § 44: We requested the opinions of the Ceylon engineers, Major Paravicini, and Captains Cornbaur and Kuln, on the remarks of Captain Rijmers, concerning the proposed demolition of another block of houses in the old town here, and they presented to us on that matter such a report as we have the honour to present to Your Right Honourables in copy among the enclosures. § 45: We proceeded to the purchase of the land on which the two new powder mills have been constructed, and to the construction of those mills themselves, primarily because, in the event that the plans for the improvement of the Kolombo fortress are approved, the old powder mill will then have to be demolished, and in such a case there is certainly no more suitable place to erect one or more powder mills.
Dutch transcription
tragten, om in 't vervolg de pagters daar toe te houde dat ze hunne pagtschat ter behoorlijken tijd opbren „gen. §36: 'T' agterweezen van den onderkoopman Geeke, voor zo verre dat in liqtide posten bestond, is reeds op sijn verzoek nas Paleakatta aangereekend, om aldaar door hem aan de Comp: teworden betaald. De overig posten ten zijnen laste, zoo wel, als de reekening van den Capitein Luitenant de Bellon, staan eerst„ „daagt verevend te worden, zoo dra het bericht van den Negotie boekhouder zal ingekoomen zijn van de gedaane Conffrontatie deezer bijde recke„ „ningen. 'T agterweesen van den koopman si „mons den boekhouder Wasz: en den Heer Botinoth, is ook reets na Paleakatta aange„ „reekend, om daar teworden verevend doch de ree„ „kening van den Luijtenant de Marin, is be„ „tioorlijk geliquideerd. —. §37: T. Reglement van den 30: Juli 1783:, waar na uwe Hoog Edelheeden begeeven, dat we ons souden rigten in het vereffenen van de reekening van interessen, hebben we hier nog niet ontfan„ „gen 2261 „gen weshalven we nedrig versoeken, dat 't ons mag worden toegesonden. §38: Jngevolge Uwer Hoog Edelheeden gegeevene qualificatie, is het aangereekende ten laste van den burger Casper Heuninck, reets na derwaard terug gereekend bij een faktuur, die neevens onsen eerbiedigen van den 29:' xber: overgesonden is. —. §39: we hebben reets hier vooren 3: W1: gemeld, dat het verkoops prijs van 't Japans kopper in dit gouvernement altijd is gesteld geweest op ƒ 94: de 100: lb:, en gebruijken derhalven de vrijheid onder de bylaagen deezes uwer Hoog Edelhee„ „den aantebieden, de gevraagde rendementen van de Doedoes munterij, zoo van kolombo, als na„ Jaffanapatnam en Gale, waarbij nog gevoegd is een rendement van de alhier geslaagene doe„ „does van Oud metaal. Bij gemelde rendemen„ ten blijkt, dat de Comp:, boven de winst op't koper en metaal, nog op de doedoes wint te kolombo 23: p=rC=to te Jaffana 5: en te gale rC=t. De eerste visitateur Berghuijs, 12¼. pr die de voormelde rendementen heeft opge„ „maakt „maakt toond bij een bericht 't welk en kopij hier neevens gaat, aan, dat 't onderseheid van de winst op deeze Munterij tusschen de drie plaatsen, daer uit spruijt, dat hier voor een lb: koper 37: doch te gale 32: en ook 33: maar te Jaffana 30: doedoes gelee„ verd worden behalven dat op de bij de laaste uCte spillagie op het koster en plaatsen 10 p nog eenige ongelden van gereedschappen &=a worden opgebragt, 't gunt hier geen plaats heeft, en waaromtrent we schikking zul„ „len maaken om deeze vermuntingen, te brengen op een meer egalen voet. — - § 40: Deeze munterij geschied alhier volgens onze resolu„ „tie van den 19: april 1787: door een beeedigde mun „ter, maar te Jaffana en Gale, alwaar dat van minder belang is, door inlandse munters on„ der 't opzigt vande administrateur. § 41: we zullen den vrijkoopman Franchel met na„ „druk aanzetten tot de vereening van zijn ag„ ter weesen aan de Comp:e, en in tusschen schuldig opvolgen 2262 opvolgen uwer Hoog Edelheeden recommandatie, om voortaan geene 's Comp: koopmanschappen op crediet aftegeeven § 42: op de door uwe Hoog Edelheeden gevraagde elu„ „cidatie, hoe onse bereekening der Engelsche spe„ „tien tegen de Nederlandse uijtkomt. ? gebruiken we de vrijheid hoog dezelven teberichten, dat we elke pond sterling reekenen op 20: Engelsche schellingen, of u: hollandse gulden, en dat dester pagood gereekend teegens 8 1/3: engelsche schellingen een pond sterling komt testaan op 2 1/5: ster pagooden, doch zo de Engelschen op Assignatien voor Nederland alhier Portouovose pagooden in Cas tellen, betaalen ze dan boven dien nog zoo veel p=r C=to agio, als de Coers der sterre pagooden Cto differeerd van de Portonovosche op deesen voet hebben wij in maij 1786, aan eenen heer Bil„ „derbeek een witsel verleend voor 4800: sterre pagooden, om in Nederland te worden betaald met 2000: lb: sterlings, waar voor lij te Tutuko„ „rijn 5376: portauovole pagooden heeft in Cas ge„ teld, bereekend met 12: prc=to agio op de sterpagooden. 543. § 43: De Luijtenant Collone de Raijmond heeft 't zedert, op 't restant agterweezen van wylen den Collonel, de Beandraps groot rd=s 4158: 14:- nog betaald rd=s 2436: 14. —. en zal ook de resteerende r=s 1722: eerst: daags afbetaalen. §44: we hebben van de Cijlonse Jngenieurs, de Majoor Pa„ „ravicine, en de kapitein Cornbaur en kuln, hun„ „ne Consideratien gevraagd op de aanmerkingen van Capitein Rijmers, betrekkelijk tot de geproponeerde afbraake van nog een blok huisen in de oude stad al„ „hier, en ze hebben ons derweegens een zodanig bericht gepresenteerd, als we de eere hebben uwen Hoog Edelheeden in Copia onder de bylagen aantebieden. §45: Tot den aankoop van de grond, waarop de twee nieuwe kruijtmoolen zijn aangelegt, en tot den aanleg dier moolen zelfve, zijn we voorna„ melijk overgegaan, om dat, ingevalle de plaant ter verbetering van de kolombosche vestingn „mogten „ken „ worden geapprobeerd, als dan de oude kruijt„ moolen sal moeten worden afgebrooken, en in„ „sulk een geval is 'er zeekerlijk geen geleegener plaats, om er een of meer kruijtmoolen op te„ „richten
English
than the aforementioned purchased land, because it is situated by the water or the so-called Lake, whereby the gunpowder mills stand out of danger and transports back and forth are very easy to perform. Paragraph 46: The function of Equipment Supervisor at Jaffanapatnam and Trinkonomale has been assigned to the Commanders of the Artillery, according to an arrangement of the late Governor Falck, entered into our resolutions of 10 April 1777, which was approved by Your High Noble Lands in their highly respected missive of 31 December following. Paragraph 47: Regarding the remark that Your High Noble Lands have been pleased to make with respect to the contracted carpentry repairs of the Company buildings, that if the Company must supply everything for this, the master builder could also oversee the labor, we take the liberty humbly to point out to Your High Noble Lands that in this case, in proportion to the supply, the price of the contract also turns out lower, and that besides this the contractor of the work is obliged to manage with the specified quantities of materials set at the contracting, and to supply any deficit from his private purse; wherefore we believe we may trust with good reason that this method of doing things yields a much better account than when matters, in the otherwise usual manner, are carried out for the account of the Company. Paragraph 48: Following the recommendation of Your High Noble Lands, we shall have the purchase amount of the 8000 lb of carwaat, which was sent from here to Gale with the ship Stavenisse and was delivered there spoiled, refunded to the Company by the storekeeper Javel. Paragraph 49: The recommendation of Your High Noble Lands to disinterestedly apply all sincere and well-intentioned efforts toward the reduction, retrenchment, and saving of burdensome entries and expenditures that have crept in unusually and have successively increased, we shall take as our dutifull instruction; and meanwhile we take the liberty humbly to assure Your High Noble Lands that this has always been and shall also henceforth be our primary aim, although the circumstances of times and affairs have not permitted our intentions in this matter to succeed hitherto according to our cordial wish. Paragraph 50: The difference in the price of the bronze cannons mentioned in our respectful letter of 30 March past arises from the fact that all the cannons, by an erroneous habit, run together here in the books without distinction of calibers and weight, whereby it is caused that when a single piece is accounted for, the price is taken according to the number of pieces remaining, whereby without doubt a cannon of 1 lb caliber must come to cost just as high as one of 24 lb. We shall issue the necessary order to redress this erroneous practice both with respect to the cannons and other articles, and to bring the goods to competent prices. Paragraph 51: That we have also extended to the craftsmen the order to grant six months of wages to soldiers who are in debt, happened upon their urgent request made for that purpose, primarily because we considered that these people, who are mostly married and have families, can hardly subsist on the good months, especially since foodstuffs here are also generally more expensive now than in former years. We therefore take the liberty humbly to request of Your High Noble Lands that they may continue to benefit from this favor, all the more so since there are not many European craftsmen on Ceylon, and the Company will consequently suffer no notable disadvantage from it. Nonetheless, we have instructed the pay clerks here to proceed with all possible moderation in this matter. Paragraph 52: Since we received the report of the customary annual church and school visitation in the Jaffna and Mannar districts from Jaffanapatnam only in the month of April 1787, we could not mention the number of the members there in our respectful letter of 30 January prior, and therefore we had to be content only to note therein the number of native Christians from the compendium of the dessave. We now have the honor to inform Your High Noble Lands that the native members, according to the aforesaid report of the visitation, consisted of 194 individuals in Jaffanapatnam and Mannar. Paragraph 53: It is in accordance with our resolution of 29 October 1785, then communicated to Your High Noble Lands in our respectful letter of 28 January 1786, and approved by the same in the revered missive of 17 November 1786, namely to reduce the number of students in the seminary, who have consisted of European children, Sinhalese, and Malabars, and to limit it solely to some Sinhalese and Malabars, that we, by resolution of 15 April 1786, fixed the number of Sinhalese students at 24, and consequently no change has thereby occurred in the first-mentioned plan. Paragraph 54: Our resolution to have the soldiers train in the service of the cannon, with an allowance of one rixdollar a month as a bonus, could not be put into execution, because there were no more than 4 to 5 soldiers who volunteered for this. Paragraph 59: Upon the received order from Your High Noble Lands to make the necessary arrangements, pursuant to the qualification of the Gentlemen Majors, for the improvement of the management in the hospitals, we requested the necessary reports for that purpose from the subordinate offices. These reports have successively come in, and we have, according to what was recorded in our resolution of 19 October of the past year, had them delivered to the outside Regents of the Dutch
Dutch transcription
2263 richten, dan de gemelde ingekogte grond; wil. deselve aan 't water of zoo genaamde Lak geleegen is, waar door de kruijtmoolens buijten gevaar staan„ ende tansporten heenen weder zeer gemakke„ „lijk te doen sijn. §46: De functie van Equipagie opsigter, bij de te Jasfa„ napatnam en Trinkonomale, is aande Comman„ „danten van de Arthillerij opgedraagen, volgens eene schikking van wijlen den heer Gouverneur Falck, g'intereerd bij onsen resolutien van den 10: april 1777: die door uwe Hoog Edelheeden geapprobeert is bij hoogst derselver gerespec„ „teerde missive van den 31: december daar aan. § 47: op de aanmerking, die uwe Hoog Edelheeden, ten opsigte van de aanbesteede vertimmeringen van sComp:s gebouwen hebben, gelieven temaa„ „ken dat als de Comp: daartoe alles moet four„ „neeren, de fabricq het opsigt over den arbeid meede soude kunnen waarneemen, gebruiken we de vrijheid uwe Hoog Edelheeden nedrig te doen opmerken dat in dit geval, na mate van 'te fournissement, de prijs van de aanbe„ „steeding „steeding ook laager komt tevallen, en dat buij„ „ten des de aanneemer van 't werk, verpligt is het te stellen met de bepaalde quantiteiten van de materiaalen bij de aanbesteeding, op het manquerende te suppleeren uit prive beurs, weshalven me met veel gronds meer„ „nen temoogen vertrouwen, dat deese wijze van doen, veel beter reekening geeft, dan wanneer de zaaken, op de andersints ge„ „woone wijse, geschieden voor reekening van de Comperie. — § 48: we zullen volgens uwer Hoog Edelheeden aanbeveeling, door den dispentier Javel aan aan de Comp: laaten vergoeden, 't inkoops bedraagen van de 8000 lb:, Carwaat, die van hier met 't schip stavenisse na gale versonden en aldaar bedorven uitgeleeverd sijn. §49: uwer Hoog Edelheeden recommandatie, om belangloos alle hartelijke en welmeenende „n pogingen aante wenden, ter reductie, besoeij„ „ing en bespaaring van latt posten en uijt ganpen 2264 „gaaven, die buijten gewoon ingesloopen en suc„ „cessive vermeerderd, zijn sullen we tot schuldig narigt neemen; en intusschen gebruijken we de vrijheid uw en Hoog Edelheeden nedrig te„ verzoekeren, dat dit steeds geweest is en ook voortaan sijn sal onse voornaam te betrag„ „ting, schoon de omstandigheeden van tijden en we zaaken niet hebben toegelaaten, dat in deese onse bedoelingen tot nog toe maar onsen hartelijken wensch hebben mogen slagen. § 50: 'T verschil in de prijs van de metaale kannons vermeld bij onsen eerbiedigen van den 30: Maert pass=o, is daar uit herkomstig, dat alle de Can„ „nons, door eene verkeerde gewoonte, alhier bij de boeken onder een loopen, sonder onder„ scheid van Calibers en swaarte, waar door het veroorzaakt word, dat wanneer er een en„ kelde stuk bereekende watd, de prijs genoomen is na 't getal der per restant sijnde stukken waardoor no twijtte een Canon van 1. lb: Caliber, even zo hoog moet koomen te staan, als een van 24: lb: we zullen de nodige orderstellen, om deeze verkeerde verkeerde handelwijze zoo ten opzichte van kelen de Cannons, als van andere artiins teredres„ „seeren en de goederen op Competente prijken tebrengen. § 51: Dat we de ordre, om aan zoldaaten die tekwaard staan, ses maanden gagie te laaten verstrek „ken, ook hebben g'extendeert tot de Ambachts „lieden is op hunne daartoe gedaane instan „tie geschied voornamentlyk om dat we der bij considereerden, dat deese Luijden, die meerte al getrouwd zijn en huijs gezinnen hebben, van de goede maanden bezwaarlijk bestaan kunne voor al, wijl de levensmiddelen hier ook tans doorgaans duurder sijn, dan in vroeg „re Jaaren. we gebruiken derhalven de vrijde ruwen Hoog Edelheeden nedrig te versoeken, dat ze van die gunste mogen blijven profi „teeren temeer er niet veel Europeese Ambag lieden op Cijlon sijn, ende Comp: derhalven geen merkelijk nadeel daar bij loopen sal„ Niette min hebben weden soldij bedienden alhier aanbevoolen, om in dit stukx niet alle 2265 alle mogelijke menagement tewerk te gaan §52: vermits we 't rapport van de gewoone Jaarlijkse kerk en schoolvisite, in het Jaffanaze en Mannaar„ „se, eerst in de maand April 1787: van Jaffanapat„ nam hebben ontfangen, konden we bij onsen eer„ biedigen van den 30: Januarij tevooren, geene melding doen van 't getal de Ledemaaten aldaar, en daarom hebben we ons moeten ver„ genoegen niet alleen, uit het Compendieum van den dessave, daar bij tenoteeren 't getal der Jn„ Tans hebben we de eere „landse Christenen. uwwen Hoog Edelheeden te bedeelen, dat de inlandse Ledemaaten, volgens het voorsz: rapport der visitatie, te Jaffanappatnam en Mannaar in 194: koppen hebben bestaan §53: is overeenkomstig met ons besluit van den 29: 8ber: 1785:, dan uwwe Hoog Edelheeden be„ „deeld bij onsen eerbiedigen van den 28: Januarij 1786:, en door Hooght deselven geapprobeerd bij gevenereerde missive van den 17.:' 9ber 1786: om naamelijk het getal der kwekelingen in 't seminarium, die in Europeesche kinderen singaleeten singaleesen en Mallabaaren bestaan hebben, te verminderen en het alleen bij eenige singalee„ „sen en Mallabaaren te besaalen, dat we bij resolutie van den 15: April 1786:, 't getal der singaleese kwekelingen op 24.:' hebben be„ paald, en is mits dien daardoor geene verande„ „ring in het eerstgemelde Plan geschied §54: Ons besluijt om de soldaaten in het bedienen van het Cannon te laaten oeffenen, onder toe„ „laage van een rijkd=s 'smaands tot een doucen heeft tot geene executie kunnen gebragt worden, wijl 'er niet meer dan 4 â 5. soldaaten sijn gemeest„ die zich daartoe vrijwillig hebben aangenoomen. §59: Op de ontfangene ordre van uwe Hoog Edelheede om ingevolge de qualificatie van de Heeren Matjores, de nodige schikkingen temaaken, ter verbeetering van de Huijshouding in de Hospi„ „taalen, hebben we van de subalterne Cantooren gevraagd, de nodige berichten daartoe. Deze berichten sijn successive ingekoomen, en hebben we deselven, volgens het aangeteekende bij onse resolutie van den 19: october J:o P: laate„ afgeeven aan de buijten Regeerten van 't Nederlands
English
Dutch Hospital here, together with the chief surgeon of the said hospital and the Surgeon Major of the Dutch battalion, with instructions to examine the proposals made in the aforementioned reports and from them, in proportion to what has been determined for the Colombo hospital, and according to the particular circumstances of each place, to devise a regulation regarding what should still be granted to each hospital at the subordinate stations, over and above what has traditionally been provided to them. As soon as this committee has fulfilled this duty, we shall also have the honor of reporting thereon to Your Right Excellencies, and at the same time indicating what additional expenses the Company will have to bear for it. Section 56. For Manaar, by the regulation of the permanent native servants, dated 17 August 1758, approved by Your Right Excellencies' respected dispatch of 10 August 1759, three cruising vessels were determined, namely two to cruise along Adam's Bridge, and one to guard the Wanni coast, and this determination is indeed not not too much. Section 57. The instruction for the Tuticorin burgher council is now forwarded in copy among the appendices. This body was actually established because complaints have arisen that the village accounts have remained unsettled for several years, and that many of the principal inhabitants, under all kinds of pretexts, have been exempted from the payment of tribute, and also that there were village burdens which constitute a hardship for the inhabitants. Consequently, the council has been charged with the duty to investigate, redress, and place everything on a good footing, which must result in the actual relief of the poor inhabitants, and thus gives no ground to fear any disadvantageous consequences from it. Section 58. We have further ordered the city chief surgeon Wolkers to provide us with a report concerning the means and ways that, in his view, might be suitable to make the inoculation of smallpox on Ceylon more general, if possible, and as soon as this this report arrives, we shall have the honor of presenting it to Your Right Excellencies. Section 59. The provisional Matara Dissave van Angelbeek offers his gratitude to Your Right Excellencies for the permission to be allowed to keep the tusked elephant that was presented to him by the King of Kandy. Section 60. We have requested a report from Tuticorin regarding the determination of the tribute of the Tuticorin Paravas; and we shall provide it further to Your Right Excellencies. Section 61. The European military personnel on the Madura coast currently consist in total of 36 men, of whom 24 are garrisoned at Tuticorin, and the rest are distributed among the residencies or serve elsewhere as postholders, so that for the time being we can make no reduction in that regard. Section 62. We have requested a report from the Manaar officials concerning the progress of the cotton plantation laid out by the bookkeeper Driemond, and for how long, in their view, it would be necessary that the 100 Valliars and 100 Moors assigned to him continue to be released for the service of the said plantation; and if we receive this report in time, we shall report on it under the main section of the Company's lands and subjects. Section 63. By the land regents, regarding whom we stated in our respectful dispatch of 30 January 1787 that we did not know whether they were forbidden from establishing plantations anywhere, we meant not native chiefs, but only the Dissave and the overseer of the Galle Corle, since the direct supervision of agriculture is entrusted to them. However, we have requested a further explanation from the Chief Administrator Sluysken concerning the Mudaliyar, of whom he said in his advices that he had become the owner of 100 morgens of land in four years, although previously he could not point to a single piece of land of his own. Section 64. And because Your Right Excellencies have furthermore deemed it entirely ill-advised for the land regents to occupy themselves with plantations, we have had extracts of Your Right Excellencies' honored letter issued to the respective land regents, to serve for their instruction and for them to govern themselves accordingly. Section 65. Since Your Right Excellencies have been pleased to waive the proposal to have the plantations established by the late Dissave Billing continued for the Company's account, we have, in consideration of the fact that through his death the objection as to whether he might retain those plantations privately has ceased, and also because he has already incurred many expenses on them, relinquished the ownership of the same to his widow, provided that they are used for the very same ends for which they were requested by the aforementioned Dissave. Section 66. In order to make the necessary use, in accordance with Your Right Excellencies' recommendation, of the writings of the Chief Administrator Sluysken, dealing with the granting of lands for cultivation and the laying out of cinnamon plantations, we have, according to what was recorded in our resolution of 23 October of last year, instructed him to collect from his aforementioned writings and to indicate all such articles
Dutch transcription
2266 Nederlandse Hospitaal alhier, nevens den oppermees„ „ter van gem: ziekenhuijs en den Chirurgijn Ma„ Joor van 't Hollands batteljon, met last, om de propositien, die by voorsz: berichten worden gedaan, te examineeren en daar uit, naar maate van het bepaalde voor 't kolombose hospitaal, en nade bij „sondere gelegendheid van elke plaats eene bepaa„ „ling te beraamen, van het geen aan elk Hospitaal op de onderhoorige Comptoiren, boven het geen daar aan van ouds verstrekt word, wog soude moeten toegelegd worden so dra deese Commis„ sie daaraan voldaan sal hebben, zullen mede eere hebben uwen Hoog Edelheeden daarvan ver„ „slag tedoen, en daar bij tevens aantewijsen, welke meerdere ongelden de Compagnie daarvan sal moeten draagen § 56: voor Manaar zijn bij 't reglement van de perma„ „nente Jnlandse dienaaren, de dato 17: aug=s 1758: geapprobeerd bij uwer Hoog Edelheedens gerespecteer„ „de Missive van den 10: aug=s 1759: drie kruijttho„ „nijs bepaald, namentlijk twee om langs den Adamsbrug te kruissen, en een om de wannissche wal te bewaaken, en deese bepaaling is inderdaad niet niet teveel §57: De Jnstructie voor den tutukorijnschen Brurger- raad gaat in Copia thans onder de bijlaagen over. Dit Collegie is eijgendlijk opgericht, om dat er klagten sijn voorgekoomen, dat de dorps ree„ keningen, zedert verschijde Jaaren, sijn onvere: „vend gebleeven, en dat veele der voornaamtte Jngeseetenen, onder allerleij voorwendsels, van de betaaling van tribut sijn verschoond gebleeven, so meede dat 'er dorpslatten waren, die tot beswaar strekken voor de ingeseetenen en is mits dien 't Collegie gelast met de zorg, om alles te ondersoeken, redresseeren en op eenen goeden voet brengen, 't welk tot werkelijke verlich„ „ting der arme ingeseetenen moet uitvallen, en dus geen grond geeft om daaruit eenige nadeelige gevolgen te dugten § 58: Wij hebben den stads oppermeester wolkers, na„ „der gelast, om ons tedienen van bericht wegens de middelen en weegen, die naar sijn inzien bekwaam souden sijn, om was het moogelijk de in-enting der kinderpokken op Cijlon meer algemeen te kunnen maeken en zullen zoo dra dit 2267 dit bericht inkomt, de eere hebben het uwen Hoog Edelheeden aante bieden §59: De p=l Matureese Dessave van Angelbeek offereert rwen Hoog Edelheeden sijne dankbaarheid, voor de vergunning om den getanden Eliphant temoo„ „gen behouden, die door den koning van kandia aan hem is geschonken §60: we hebben van Tutukorijn bericht gevraagd nopens de bepaaling van 't tribut der Tutukorijnsche Baruas; en sullen het uwen Hoog Edelheeden nader betorgen § 61: De Europeese Militairen ter kuste Madures bestaen thans in het geheel in 36: koppen, waarvan 24: te sutto„ „korijn in guarnisoen leggen, en de rest sijn verdeeld op de residentien, of fungeeren elders als posthouders. zoo dat we daaromtrent vooreerst geene verminde„ „ring kunnen maaken. § 62: we hebben van de Mannaarse bedienden bericht gevraagd, nopens de vordering van de door den boek„ „houder Driemond aangelegde Cattoen plantagie en tot hoelange naar hun inzien het noodig soude sijn, dat de aan hem toegevoegde 100: wal„ n „leassen en 100: mooren, nog ten dienste van gem: plantagie - plantagie worden vrij gelaaten, en zo we dit be„ richt bij tijds ontfangen, zullen we daarvan verslag doen, onder 't Hoofddeel van sComp:s Lan„ „den en onderdaanen §63: Door de Landregenten waaromtrent we bij onsen eerbiedigen van den 30: Januarij 1787: hebben be„ „tuiggd, niet teweeten of hun ergens het doen van aan„ plantingen verbooden was, hebben we geene inland „se Hoofden maar alleen de Dessave en den opsiender der gale koile bedeeld alzo aan hun 't onmaddelijk opzicht over het landsbettiek is toevertrouwt, Ech„ „ter hebben we van den Hoofdadministrateur sluijt „ken nadere explicatie gevraagd wegens den modli„ „aar, waarvan dezelve bij sijne advisen gezegd heeft, dat hij in vier Jaaren eijgenaar van 100: morgen lands was geworden, schoon bevoorens geen stukje eijgen land kon aanwyzen §64: En wijl het uwe Hoog Edelheeden voorts geheel onge„ raaden hebben g'oordeerd, dat de landregenten zich met aanplantingen bezig houden, hebben we ex„ „tract uijt uwer Hoog Edelheedens g'eerd schrijvens, aan de respective landregenten laaten afgeeven, om te dienen tot hun naricht en om zig daarna te regis„ leeren 565 - 2268 § 65: Nadien uwe Hoog Edelheeden hebben gelieven aftesien van het voorstel, om de door den overlee„ „den Dessave Billing aangelegde plantagien, voor 'sComp:s reekening telaaten voortsekten, zoo hebben we uijt aanmerking dat door des„ „selfs afsterven de bedenking, of hij die planta„ „gien in het partikulier mogte behouden, kom tecesseeren en ook om dat hij daaraan bereets veele kosten heeft gedaan deselven in eijgendom over gelaaten aan desselfs weduwe, mits ze gebruikt worden, tot even deselfde eijndens als waartoe ze door voorm: Detsave zijn verzogt. § 66: om volgens uwer Hoog Edelheeden aanbeveeling het noodige gebruik te kunnen maaken van de geschriften van den Hooffadministrateur sluijsken, handelende van de afgaave van gronden ter Cultiveering en van het aanleg„ „gen van Canneel plantagien, hebben we, vol„ „gens het aangeteekende bij onse resolutie van den 23. ' october J:oL, aan denselven opge„ draagen, om uit zijne voormelde geschriften te Colligeeren en aante wijsen alle sodanige artikulen
English
... forests Dessave, is now remarkably diminished, we have taken the liberty to propose to Your High Mightinesses to add the new vidane of Kiemboelapittie to him as a second dispens-village, in order to enjoy the designated duty from the paddy of that village up to 3000 parras per year. Furthermore, what this new vidane and the old dagonnes are, as well as what the revenues are from them at present, and the little likelihood there is that they can be noticeably improved, appears in detail from a report by the Dessave Frretsz, which is transmitted among the enclosures. Section 71: The fixed purchase price of five stuivers for a lb of pepper, which is purchased in the Wanni, consists of Indian currency. Section 72: We have emphatically recommended to the respective land regents to keep a watchful eye on the cutting of chenas, and to use all possible precautions for the preservation of the woods from which the Company must obtain its timber. Section 73: We have, since his request made thereto, because his office does not permit him to be absent for long, relieved the Jaffna Dessave Detzoek, who by us, alongside the junior merchant and thombo-keeper there Mooijaart, was charged with the commission to investigate the complaints of the Mannar Parawas, as well as the junior merchant Mooijaart, who also has his hands full with the compilation of a new head thombo. In their place, we have appointed the Commandant and land regent of the Wanni, Nagel, and the junior merchant and pay bookkeeper at Jaffanapatnam, Van Ebbenhorst; and we are still awaiting the decision of the Jaffna servants on the report received thereon, in order to inform Your High Mightinesses of the outcome thereof. Meanwhile, we must add here provisionally that the aforementioned Parawas, among other things, have offered, if they are relieved from the fish and betel lease, to pay an increased poll tax in compensation thereof. Section 74: To the increase of the account of gifts in the financial year 1785/6, besides the expenses incurred for the embassy of the Nabob of Carnatica to the amount of f 3721:4:8, the high prices of various goods that had to be purchased as gifts for the King of Kandia have contributed the most. But in the future, as far as it may accord with the Company's interest, the gifts will be arranged in such a manner that this account will no longer turn out so high. Section 75: We express our heartfelt thanks to Your High Mightinesses for the granted permission to place two of the children of the Ceylon officers and other officials on each return ship as Naval Cadets. In order to ensure that these children remain in naval service, and that their engagement does not take place with the intention of bringing them to the Netherlands at the expense of the Company, we have decreed in the session of 23 October last that the parents or guardians of such young people shall be obliged, before their departure from here, to bind themselves by a notarial deed to the restitution of the wages and to the payment of the usual passage and board money for such of those young men who, arriving in the Netherlands, might resign from continuing to serve the Company at sea. Section 76: It has long been the custom here, when military personnel were accused of misconduct, to have the matter investigated by a military commission and subsequently decided politically, insofar as they were not of such a nature that a criminal prosecution absolutely had to follow upon it. This appears especially from our resolutions of 28 April 1764, 21 December 1765, 6 June and 12 September 1766, 21 April 1777, and 21 November 1782, whereby various officers, captains as well as lieutenants and an ensign, for cowardice, insolence, drunkenness, and other bad qualities, even sometimes without such an investigation, were broken by us, dismissed from the service, or punished with lesser penalties; and we have proceeded all the more on that footing because Your High Mightinesses, by your highly honored missive of 21 June 1765, on the occasion of your supreme disposition regarding Captain Erlebach, mentioned in our aforementioned resolution of 28 April 1764, were pleased to authorize us to act likewise in the future when the occasion arises. Section 77: It is certain that the Galle pilots, in comparison with their difficult service and heavy responsibility, earn too little wages, whereby especially those among them who have a wife and children can barely subsist, principally now that lodgings and foodstuffs, due to the larger garrison stationed there and due to the arrival of more ships, have actually risen in price. The chief pilot has the rank of second mate and earns f 32 in wages; there are 2 pilots who each may earn no more than f 24, and 2 apprentice pilots who each earn f 16. If it should not please Your High Mightinesses to place the Galle pilots on the same footing as those of Bengal, we would humbly submit that, upon expiration of time, the chief pilot be improved each time by 4 to f 48 with the rank of first mate, just as the pilots of Bengal; that
Dutch transcription
„boschen Dessave, tans aanmerkelijk verminderd is, dat wede vrijheid hebben genoomen aan uwe Hoog Edelheeden voortestellen, om de nieuwe vidanie van kiemboelapittie, aan hem tot een tweede dis„ „pens dorp toetevoegen, ten eijnde de kieerde gereg„ „tigheid van de nielij van dat dorp tenroogen genie„ ten, tot 3000: parras 'sjaars toe. wat voorts deezen nieuwe vidanie en de oide dagonnes sijn, als mee„ „de wat de inkomst thans daarvan sijn, en de wijnige apperentie die 'er is, dat ze merkelijk zullen kunnen worden verbeterd, blijkt om„ standig bij een berigt van den dessave Frretsz:, dat onder de bijlangen overgaat. §71: De bepaalde inkoops prijs van vijf stuijvers voor een lb: peper, die in de wanni word ingekogt bestaat in Jndisch geld. —. §72: wij hebben den respective landregenten nadruk„ „kelijk gerecommandeerd, om een waakend oog te„ „houden op de Chenas kapperij, en alle mogelij „ke voorzorgen te gebruiken, tot Conservatie van de botschagien, waaruijt de Compene haare timmerhond moet haalen §73: we hebben den Jaffanasche dessame Detzoek, die 2270 die door ons, neevens den onderkoopman en thon„ bohouder aldaar Mooijaart, gelast was met de Commissie, om de klagten van de Manaarse „daar toe paruas te ondersoeken, sedert op sijn „ gedaane versoek wijl sijn ampt hem niet permitteerd lang afweesig te sijn, daarvan ontslagen, als mee„ „de den onderkoopman Mooijaart die ook sijn haar„ „dec vol heeft met de beschrijving eeven nieuwe Hoofd thombo; in hunne plaats hebben we daar„ „tre benoemd den Commandant en landregent van de wanni Nagel, en den onderkoopman en zoldij boekhouder te Jaffanapatnam van Ebbenhorst en we wagten nog na de dispositie der Jaffanase bedienden op het daarop ingekomen berigt, om uw en Hoog Edelheeden van den uijtslag daarvan berigt te doen. Jntusschen moeten we hier bij voorraad alles aan dat de voorm: pa„ rewassen onder anderen hebben aangebooden zo ze van de vis en betel pacht worden ontklaa„ gen, om in vergoeding daarvan, een verhoogd hoofdgeld te betaalen 574: tot het accressement van de reekening van schenkagie in 't boekjaar: 178/6. hebben, be„ halven het veronkostigde aan het geland„ „sicap. schap van den Nabab van karnatika, ten be„ drage van ƒ3721:4. 8:, het meest toegebragt de hooge prijsen van verschijde goederen, die men tot geschenk voor den koning van kandia heeft moeten inkoopen; maar toe zullen in den vervolge, soo veel het met 'sComp=s interest strooken kan, de geschenken sodanig sier teschikken, dat deeze reekening niet meer zoo hoog komt uittevallen. §75: We betuigen uw en Hoogedelheeden onzen harte„ „lijken dank voor de verleende toestemming, om uit de kinderen van de Cijlonte officieren en andere amptenaaren, op elk retourschap twee als Cadets der Marine temoogen plaatsen, om te zorgen dat deese kinderen bij den zee„ „dienst blijven, en dat hun engagement niet geschieden met een oogmerk om hun ten laste van de Compenre na Nederland te krijgen heb„ „ben we ter cessie van den 23: 8ber: Jz: g'ar„ „resteerd, dat de ouders of voogden van sodanige jongelieden „e pligt zullen sijn, om voor hun vertrek van hier, zig bij eene secretarieele acte te verbinden, tot de restitutie van de gagie 2271 gagie en tot betaalinge van het gewoon trans„ port en kostgeld, voor zulken van die Jongelin„ „gen, die in Nederland komende aftien mogten, om de Comp: verder ter zee te blijven dienen. §76: 1: is hier zedert lange de gewoonte geweest, wan„ neer Militairen van wangedrag wierden beschuldigd, de zaak te laaten ondersoeken door eene militaire Commissie, en vervolgens politicq te decideeren, voor zoo verre ze niet van zoda„ „nigen aart waaren, dat 'er eene Crimineele actie volstrekt op moest volgen. speciaalijk blijkt dit bij onse resolutien van den 28: april 1764: 21: xber: 1765:, 6: Juni en 12:' 7ber: 1766:, 21 april 1777: en 21: 9ber: 1782:, waarbij verscheide officieren, zoo wel kapsiteins, als Luijtenantzen vaandrigt, over lafhartigheid, brutaliteijt, dronkenschap en andere slegte hoedaanigheeden zelfs somtijds zonder een dergelijk ondersoek, door ons zijn gecasseerd, uit den dienst gesteld of met mindere straffen gestraft: en we zijn temeer op dien voet tewerk gegaan, uit hoofde dat uwe Hoog Edelheeden, bij zeer geerde missi„ „ve van den 21:' Juni 1765:, ter geleegentheid van Hoogst derselver dispositie over den kapitein Erlebach, e Erlebach, vermeld bij onse voorm: resolutie van den 28. ' April 1764; ons hebben gelieven te kwalificeeren, om in het vervolgenen zoda„ „nig te handelen, bij voorkomende geleegentheid. §77: T: is zeker, dat de gaalse Lootsen, in vergelijk van hunne moeijelijken dienst en swaare verandwoording, tewijnig gagie winnen, waardoor inzonderheid de zulken onder hun die vrouw en kinderen hebben, naaulijks bestaan kunnen, voornamentlijk nu dat de logees en levens middelen, door de grootere be„ zetting die daar legt, en door de aankomst van meerdere scheepen, werkelijk in prijs zijn gesteegen. De opperloott is onderstuurman en kwaliteit en wint ƒ 32: aan gagie, 2: lootsen zijn er die elk niet meer moogen winnen dan ƒ 24. , en 2: Jonglooppen die ider ƒ 16: wint. Jndien het uwe Hoogedelheeden niet mogten de„ „haagen, om de gaalse lootsen te stellen op den„ selfden voet als die van Bengale, zouden we nedrig sustineeren, dat bij tijds expira„ „tie, de opperloots telkens met 4: worde verbee„ terd tot ƒ48: met de qualiteit van opper„ „stuurman wven als de lootsen w Bengale„ dat
English
that the second mates are likewise to be advanced by ƒ 4 each time up to ƒ 32, with the rank of second mate, and the junior mates also by ƒ 4 up to 24; this being the highest wage that a second mate is currently permitted to earn. §78: To Raden Tommengang Wiero Coesoemo, who was sent hither on the ship the Maria, whom Your High Mightinesses have ordered us not to regard, in the allowance for his necessary upkeep, as a state exile but as an evildoer, we have, in accordance with the record in our resolution of 19 November of last year, granted for maintenance, both for himself and his two children, as well as for his step-father or father-in-law Djomongelo and his wife, twelve rixdollars in cash and five parras of rice per month. §79: This Tommongong arrived here with chains on both legs, and on that account he and his retinue were lodged during the first days in the materials storehouse here. But the state exiles present here, having urgently requested us to set them at liberty, under the promise of standing surety for their persons and conduct, we resolved, on the same day, in consideration of the fact that it does not appear from the papers received that they must remain locked up or be put to labor, to release them provisionally from the materials storehouse until the receipt of Your High Mightinesses' further pleasure, which we hereby humbly request. §80: The requested copy of the pay ledger account of the deceased sailor Jan Everhard Leets is enclosed among the annexes. §81: Pursuant to our resolution of 8 December of last year, we have placed the memorandum and plans of Captain Reimer relating to the plans of Mr. De Salustrieze, together with the memoranda and plans that we recently received from the Governor of the Cape, into the hands of Major Paravicini and Captains Fornbauer and Kuhn, with orders to provide their considerations and advice both regarding the aforesaid memoranda and plans and regarding the memoranda, plans, and reports that have been received on this subject during the past years. §82: And in order that they may be all the more informed of everything that may serve for their information, we have authorized them to take perusal of everything regarding the matter of the fortifications that appears in the letters received from the Noble High-Mighty Lords Seventeen and from Your High Mightinesses, as well as in our outgoing letters to their Noble High-Mightinesses and Your High Mightinesses. §83: We have also ordered the said engineers to take into proper consideration and to report to us what, in their view, could and should be done in the meantime and until Your High Mightinesses' further pleasure to the fortifications of Colombo, Galle, and Trincomalee, in order, on the one hand, to do nothing that might at times not accord with what Your High Mightinesses might subsequently resolve to establish, and, on the other hand, not to let the time slip away that could be usefully spent on this, so as to carry out beforehand what can be done provisionally, especially insofar as that may also serve for the greater security of the aforesaid places. §84: Furthermore, in accordance with Your High Mightinesses' recommendation, we shall send copies of the aforesaid plans, profiles, and memorandum of Captain Reimer at the first opportunity to Governor van de Graaff and the director of those fortifications, Gilquin, at the Cape of Good Hope. §85: The undersigned Governor most humbly thanks Your High Mightinesses for your favorable consent allowing him, in accordance with his request made to that end, to take over from the Company Hulfstdorp, which was formerly inhabited by the dissaves. §86: We have delivered to the Colombo Court of Justice the letter from the Court of Justice of Batavia Castle, with the sentence enclosed therein in the case of the French senior officer D. Hugouet and his associates, of which Your High Mightinesses also sent us a copy. §87: We have always been of the opinion, and do not conceal that we still are today, that the advocate fiscal of India was obliged ex officio to maintain and stand up for the interests that our fiscal, or rather the officium fisci, might have in the further course of these proceedings at Batavia, because the officium fisci throughout the whole of India is but one, although on account of the diversity of places it must be administered by various persons. §88: Our fiscal at that time, Mr. Christiaan van Angelbeek, was also of this view, and therefore, when this lawsuit was sent to Batavia, he wrote extensively and candidly about it to the Advocate Fiscal of Matasau, entrusting him with the merits of the case without reservation and placing his interests entirely in his hands, with such unreserved confidence that he himself disclosed to him certain mistakes that some knowledgeable persons believed they had discovered in the formalities of the proceedings. §89: Yet our fiscal has to date received no information regarding this lawsuit from his substitute in office; on the contrary, we have learned indirectly that prior to the passing of the definitive sentence certain proceedings took place before the Court of Justice of Batavia Castle, and even that written pleadings were submitted not only on the part of the fiscal plaintiff but also by the accused, of the nature and content of which we have no further knowledge. §90: Owing to the absence of these legal documents and the resulting lack of proper elucidation, we are not now in a position to give our opinion regarding
Dutch transcription
2272 dat de onderlootsen insgelijks telkens met ƒ 4: worden verbelerd tot ƒ 32:, met qualifeit van onderstuurmac„ en de Jongelootsen mede met ƒ 4: tot 24; zijnde de Hoogste gagie, die een onderloots tans mag win„ „nen. §78: Aan den met 't schip de Maria herwaarts gesonde„ „nen Radeen Tommengang wiero Coesoemo, wien uwe Hoog Edelheeden ons gelast hebben, in de toe„ lage van 't nodig onderhoud, niet aantemerken als een staats bammeling maar als een kwaad doen„ „der, hebben we volgens het aangeteekende bij onse resolutie van den 19: 9ber: J:o L: tot onderhoud, zoo voor „stiof hem en zijne twee kinderen, als voor sijn, schoonva„ der Djomongelo en sijn wijf, toegelegd twaalff rd=s aan Contant en vijf parras rijst smaandt. —. §79: Deeze Tommongong is alhier aangekomen met de ketting aan bijde beenen, en is mits dien in de eerste daagen, met sijn gevolg in 't Matteriaal huijs alhier gehuis vert geweest; Doch de alhier zich bevindende staats bannelingen, ons instan„ „tig versogt hebbende om hun op vrije voeten testee„ „len, onder belofte van voor hunne perzoonen, en gedrag te sullen instaan, hebben we uit aan „merking, dat het bij de ontfangene passieren niet blijkt, dat ze opg'slooten moeten blijven, off aan den arbeid gesteld worden, ten zelven dage be„ slooten hun tot op den ontvang van Uwer Hoog Edelheeden nader goedvinden dat we mits deesen nederig vertoekden, bij provisie uijt 't materi „aal huijs teslaaken. —. -. §80: De gerequireerde Copia zoldij reekening van den over„ leeden mattroos Jan Everhard Leets, gaat on„ der de bylaagen over. §81: wij hebben volgens onse resolutie van den 8:' xber: J:s L:, de memorie en plans van den Capitein Rijmer opzicht hebbende tot de plans van den heer De salustrieze nevens de memorien en plans, die we deser dagen van den heer Gouverneur van de Caab hebben ontfangen, laaten stellen in handen van „ Majoor Paravicina; ende Cassitein „den fornbaur en kuhn, met last, om zo nopens de voorsz: Memorien en plans, als de memorien, plans en rapport, die geduurende de Jongste Jaar op dit onderwerp sijn ingekoomen, tedienen van hunne Consideratien en advresen. §82: En op dat ze temeer mogen onderrigt sijn van alles, wat tot derzelver informatie kan dien„ hebben we hun gequalificeert om bectura te„ „neemen, van al het geene, nopens het stuk van 2273 van de fortificatien, voorkomt bij de ontfangene brieven van de Edele Hoog agtb: Heeren Zeventie„ „nen en van uwe Hoog Edelheeden, als meede bij onse afgegaane brieven aan hun Edele Hoog agtb: en uwe Hoog Edelheeden. §83: Ook hebben we gem: Jngenieurs gelast, om behoor„ „lijk in overweeging teneemen en aan ons te berich„ „ten, wat naar hun insien intusschen, en tot uwer Hoog Edelheeden nader goed vinden, soude kunnen en behooren gedaan teworden, aan de vestingwerken van kolombo, gale en Trinkouo„ „male, om aan de eene zijde niets tedoen, het geen „met somtijds niets strooken soude „ 't geen ruwe Hoog„ Edelheeden na deesen souden goedvinden vast testellen, en aan de andere zijde niet te laaten verloopen den tijd, die men ten deesen nuttig soude kunnen besteeden, om vast aftedoen het geen bij provisie geschieden kan, insonderheid in zoo verre dat tevens kanstrekken, ter meerde„ „re bevijliging van de voorsz: plaatsen §84: „e zullen voorts, volgens uwer Hoog Edelheeden aan beveeling, Copijen vande voorsch: plans, profils en memorie van den Captitein Reimer bij eerste gelegendheid zenden aan den heer gouverneur r gouverneur van de Graaff en den directeur dier fortificatien. Gilquin aan de Caab de goede Hoop. § 85: De ondergeteekende gouverneur bedankt, uwe Hoog Edelheeden, op het nedrigst voor hoogst: der„ selver gunstig kondent om over eenkomstig met sijn daartoe gedaan verzoek; Hulfst„ „dorp, dat eertijds door de dessaves is bewoond, van de kompenie temoogen overneemen. § 86: Aan den kolombosen Raad van Justitie hebben wij laaten afgeeven den brief van den Raad van Justitie des kasteels Batavia met de daarin geslootene sententie in de zaak van den fran„ „se Hoofd officieren D: Hugouet C: S: waarvan uwe Hoog Edelheden ons ook een afschrift geson„ „den hebben. §87: wij zijn altijd van begrip geweest en ontveijnden: ook niet het nog heeden te sijn, dat de advocaat fiscaal van Jndien ex officio verpligt was, de belangen, die onse fiskaal, of eijgentlijk het officium fisci bij den verderen loop dezer pro„ „cedures te Batavia kost hebben aldaar te handhaaven en voor testaan door dien het offi„ „cium fisci door geheel Jndien maar een is; hoe wel het, wegens de verscheidenheid der plaatse door verschijdene persoonen moet geadmirus„ „treerd 2274 „treerd worden. §88: Onze Tidkaal te dier tijd M=r Christiaan van An„ „gelbeek is ook in dit denkbeeld geweest, en heeft daarom, toen dit proces naar Batavia gezonden wierd, daar over aan den H=r advocaat fiscaal van Matsau omstandig en oppenhartig geschreeven, hem de merita Causce sonder agterhouding toe„ vertrouwd en sijn belangen volkoomen in desselfs handen gesteld, met dat onbepaald vertrouwen, dat Hij zelve aan hem heeft opening gedaan van eenige misslaagen, die sommige kundige menschen meenden inde formaliteiten van de procedures ondekt te hebben. §89: Dan onse fiskaal heeft tot nog toe van sijnen vervanger in officio geene onderrigting noopens dit proces erlangd, en we hebben daaren teegen van ter zijde verstaan, dat voor het vellen van de definitive sententie eenige procedures bij den raad van Justitie der kasteels Batavia hebben plaats gehad, zelfs dat 'er niet alleen van de sijde van den ratt: off: eijscher maar ook van de geakkuseerd en schrif„ „tuuren souden ingeleeverd sijn, van welker natuur en inhoud wij geene verdere kennis hebben §90. wij zijn door het geuis van deese proces stukken en het daar uijt spruijtende gebrek van behoorlij„ „ke elucidatie niet instaat, om ons nu nog ain„ trent
English
to declare regarding that sentence, and especially not to take a positive decision whether we can acquiesce in the same or consider it necessary to lodge a revision against it, and we therefore request Your High Nobilities, who have had the goodness to send us the condemnatory sentence, now also to be pleased to have the goodness to demand from the Honorable Council of Justice of the castle there and send to us authenticated copies of all the minutes and pleadings, and of all the writings submitted, with the accompanying annexes and further documents that were added to the case before Their Honors during the course of the proceedings, in order that, after receiving the same, we may properly deliberate on this weighty matter. § 91: We are all the more entitled to this reasonably requested justice, because not only, in arresting the French superior officers and ordering the proceedings against them, did we have no other aim than to preserve the rights of the Company against infringement and the lawful authority of the government against insults, but also because our honor and reputation might become suspect to the world, which is not yet informed of the true nature of this matter. § 92: All the more so, because those new documents must contain the grounds on which the aforementioned superior officers were acquitted and declared innocent, who, according to the procedural documents sent from here, committed various acts which we in all conscience have regarded as deeds of disobedience, insubordination, and mutiny, of which we set forth from those same documents the principal ones here as briefly as is feasible for us without being obscure. § 93: The improper conduct already maintained by Colonel De Hugonet upon his arrival, in his various demands and the manner in which he sought to push them through, was, among other things, circumstantially demonstrated in our humble letters of 12 November 1785 to the Noble and Most Honorable Gentlemen Seventeen and of 28 January 1786 to Your High Nobilities. In particular, this was done in the case prepared against Colonel D'Hugonet and his associates. § 94: In order not to exceed in this the framework that we have prescribed for ourselves herein, with regard to all events of lesser weight we refer to what appears concerning them in the aforementioned documents and papers, and we therefore begin with the steps which Colonel D'Hugonet took the liberty of taking in appointing and publicly presenting Captain de La Roche as Major in the Regiment of Luxemburg. § 95: That the first undersigned Governor not only formally refused his assent to Colonel D'Hugonet for this appointment, but, what is more, very explicitly forbade him from making this appointment, has been shown in all its circumstances in our aforementioned letters and requires no further proof. § 96: Furthermore, it was at the same time shown from the 7th article of the capitulation that the Governor had a complete and decisive right to refuse his assent. The same states that, the nominated officers being taken from the troops serving the Company in India, the Governor of the settlement where the regiment is garrisoned shall give or refuse his assent to their appointment, subject to the further pleasure of the Chamber of Seventeen; for the claim that the words appearing in this 7th article of the capitulation, namely "et si l'officier étoit pris dans la troupe servant la Comp: des Indes etc: etc:", should be understood as referring to the national troops and not to the Regiment of Luxemburg, as some seem to have asserted, in our humble view deserves no refutation. Hitherto, with the exception of the case with Captain de La Roche, no officer has ever been appointed or promoted in the Regiment of Luxemburg except after the Chief had requested and obtained the assent of the Governor for that purpose. Colonel D'Hugonet even asked the Governor's assent for the appointment of the officers mentioned in our resolution of 14 July 1785; and that he also did so for the appointment of Captain de La Roche as Major is evident from the act itself. § 97: Nor was any right ever given by the Company to the Prince of Luxemburg, and still less to his Colonel, to be permitted to nominate anyone from the national troops. This could even regarding the aforementioned appointment of Captain de La Roche as Major, to say a single word about the giving or not giving of a written prohibition, about which, as we have indirectly understood, some question had arisen. Apart from the fact that the verbal refusal to this appointment made by the Governor on the 18th in the morning, with an explicit prohibition not to proceed thereto, was repeated in writing to Colonel D'Hugonet that very same day in a ministerial letter written according to the order of the service; such an explicit and repeated refusal, and much less a prohibition, was not even necessary. Colonel D'Hugonet was not permitted to proceed to the appointment of Captain de La Roche before he had explicitly received the Governor's assent thereto, and strictly speaking, neither verbal nor written orders were necessary in this case to forbid him from doing so. It was enough that the Governor had not given his assent. § 102: If Colonel D'Hugonet had conducted himself according to the Governor's orders, as was his duty, he could and might have asked a
Dutch transcription
trent die sententie te verklaaren, en vooral niet om een potitief besluijt teneemen, of wij dezelve acquiesseeren kunnen dan wel noodig agten „telaeten tegen dezelve de revisie, interponeeren en ver„ „soeken derhalven Uwe Hoog Edelheeden, die de goedheid gehad hebben, ons de kondemnateire sententie toetesenden, nu ook de goedheid ge„ „lieven te hebben, van den Achtb: Raad van Jus„ „titie des kasteels aldaar op te eijschen en ons toet en den geauthentiseerde kopijen van alle de Notuten en Dingtaalen en van alle kinc inde ingediende schriftuuren met de daartoe gehoorende bijlaagen en verdere stukken, die ge„ „duurende den loop der procedures voor Haare Agtbaarheden bij het proces gevoegd sijn, ten einde =tons, naar bekooming van deselven op dit wigtig stuk behoorlijk te kunnen beraaden. § 91: wij zijn tot dit opzicht billijk versogte meer geregtig„ „heid, wijl we niet alleen bij het arresteeren van de franse Hoofdofficieren en het ordonneeren van de procedures teegen dezelven, geen andere oogmente gehad hebben dan om de rechten van de komp: tegen inbreuk, en het wettig gezag van het gouvernement teegen insultes te bewaaren maar N 2275 maar wijl ook onze eere en repitaatsie zoude van kunnen suspect worden bijde weereld, die anvaan de waare natuur dezer zaake met nader onder„ regt is. —. § 92: Alles temeer, wijl die nieuwe stukken alleende gronden moeten onthouden waarop de meerm: Hoofdofficieren vrijgesprooken en onschuldig ver„ „klaard sijn, die volgens de van hier overgesonde, „ne proces stukken verscheidene dingen gedaan hebben die wy in gemoede voordaaden van onge„ hoorsaamheid wederspannigheid en op roer ge„ „houden hebben, waarvan we uijt dezelve stukken de voornaamsten hier zoo kort als ons dat sonder onduidelijk tesijn, doendelijk is. — §93: Het onbetaamelijk gedrag door den holloriel De Hu„ „gonet reets met sijn komst gehouden in syne ver„ „scheide vorderingen, en de wijze waarop hij die heeft zoeken door te dringen, is onder anderen omstandig aangeweezen, bij onse nedrige brieven van den 12.:' November 1785: aan de Edele Hoog Achtb: Heeren 17=nen en van den 28: Januarij 1786: aan uwe Hoog Edelheeden Jnzonderheid is dit gedaan bij 't tegens Holonel D: Augonet C: S: geinstrueerd proces. — §44: om in deesen niet te treeden buiten, het bestak dat dat we ons hier in hebben voorgeschreeven gedraa gen we ons nopens alle gebeurtenissen van min„ der gewigt, aan het geen derweegens bij de voorsz stukken en papieren voorkomt, en beginnen daarom met de stappen die de kollonel D' Hugonet zig heeft gepermitteerd in het aanstellen en publick voorstellen van kapitein de La Boehe tot Majoor bij het regiment van Luxemburg § 95: Dat de eerst ondergeteekende gouverneur aan hollonel D' Hugonet zijn agrement tot deeze aanstelling, niet alleen formeel heeft gewijgert maar dat hij hem wat meer is, het doen van deezze aanstelling zeer uijtdrukkelijk verboo„ den heeft, is bij voorsz: ouse brieven in al zijn omstande, vertoond en heeft verder geen bewijs noodig. —. § 46: Daar bij is uijt het 7: artikel van de kappitulatie tevens getoond dat de gouverneur tot het wijge„ „ren van syn agrement een volkoomen en gedeci„ „deerd regt had. Het zelve segt dat de genomi„ „neerde officieren genomen wordende uijt de trou de pes, komp:s in Jndian dienende, de gouverneur van het etablissement daar het regiment in guarnitoen legt, zijn agrement tot der „Zilver 2276 geeven of wigeren zal tot op tot selver aanstelling het naader welbehaagen van de kamer van 17=nen want dat de woorden die bij dit 7: artikul van de kaptitulatie voorkoomen namentlijk Ek se L' of ficier eto it presdans la trolessé servant la Comp: des Jndes etc: etc: zouden moeten worden verstaan van de nationaale troupen, en niet van het regi„ ment van Luxemburg zoo als dat bij zommig en schijnt te zijn beweerd verdiend naar ons nedrig inzien geen werderlegging. Tot nog toe iser, uijtge„ sondert het geval met bastitein de La Roche, mim„ mer een officier bij het regiment van Linxemburg aangesteld of bevordert, dan na dat de Chiff deatoe het agrement van den Gouverneur hadde versogt en bekoomen hollonel D' Hugonet heeft selfs het agrement van den gouverneur gevraagd tot de aanstelling van de officieren die vermeld zijn bij onze resolutie van den 14: Juli 1785: vin dat hy het ook gedaan heeft tot de aanstelling van kassi„ „tein de La roche tot Majoor is uijt de daatzelve blijkbaar. § 47: Door de komp: is ook wanneer aan den Prins van Luxemburg en noch veel minder aan zijn kolo„ vel, eenig regt gegeeven, om uijt de Nationale trousen iemand temoogen nomineeren. Dit konde zelfs pens de voorsz: aanstelling van kappitein de za„ Roche tot majoor, een enkeld woord te zeggen van het geeven of niet geeven, van een schriftelijk ver„ „bod, waar over zoo we van ter sijden hebben ver„ „staan, eenige bedenking soude zijn onstaan. Bre„ „halven dat het door den gouverneur op den 18: sulx in den morgenstond gedaane mondelinge refus tot deese aanstelling, met een uijtdrukke„ lijk verbod om daar toe niet te treeden, hem kolo„ „nel D: Hugonet nog dien selfden dag bij een mi„ „nisterieele brief, na de ordre van den dienst ge„ „schreeven, schriftelijk is herhaald; wat sulks een uijtdrukkelijk en herhaald repus, en veel minder een verbod, selfs niet eens nodig kolonel D: Hugonet mogte tot de aanstelling van kap: De La roehe niet treeden voor dat hij daartoe het agrement van de gouverneur uijtdrukkelijk ontfangen had, „ en waaren mids dien in dit geval strikt gesproo„ „ken, nog mondelinge nogschriftelijke ordres woo„ „dig om hem dat teverbieden. Genoeg was het dat de gouverneur sijn agrement niet gegeeven §102: Judien kollonel D' Hugonet zig na de orders van den gouverneur, volgens sijn pligt hadde ge„ „draagen, hadde hij kunnen en morgen vraagen een had. —.
English
a written certificate that the governor had refused his approval for the appointment of Captain de La roche, in order to make use of it before the Prince van Lwxemburg, to show the reasons why the Captain De La Roche, nominated by him, had not been appointed major in the regiment, and such a certificate would not have been refused him, if he had asked for it, to prohibit him in writing from appointing Captain De Laroche as Major in the regiment, now after he had already executed the matter against the governor's prohibition, and prior to that time he had never requested such an order, would certainly have been very extravagant advice. Section 103: This is not the place, nor does it belong to our present purpose, to investigate specifically to what punishment Colonel D: Hugonst has made himself guilty by his aforementioned steps taken on 18 July. This was amply demonstrated in the demand of our fiscal, and we thus merely and simply note here that these steps of his alone were found by Captain-Commander van Braam—to whom the resolution of 19 July 1785, in which the events of 18 July are circumstantially described, along with all other related papers, was sent by the Governor—and the other Captains of the country's warships, expressly assembled together to deliberate thereon and at the request of the governor to give their opinion thereon, to be of such a nature that the well-born Lord van Braam, both for his Honor and in the name of the aforementioned Captains, in a letter written to the governor on 12 August 1785 and sent as an annex to our humble letter of 5 April 1786 to your High Honors, made the following declaration: we have all, as officers of honor, been extremely surprised, not to say indignant, over the conduct of the aforementioned colonel, and unanimously declare that his actions, according to all military laws known and established among us, have deserved an exemplary punishment, and we would, with a clear conscience, determine the same at nothing less than a dismissal with a declaration of incapacity to serve the country in any military post ever again, namely in the event that this regiment were in our direct service. This exception, in the event that the regiment were in our direct service, which at that time constituted a point of hesitation for the aforementioned Gentlemen, can no longer be so at present, since the letter received since then from the Noble Honorable Directors of the Chamber of Zeeland written on 12 May 1785 on the subject of the regiment of Luxemburg, and specifically concerning the incident occurring therein with the Major of the same regiment, van stettenhoffen, says verbatim: we therefore order you hereby in all seriousness not to make use of such concessions in the future anymore and to have your orders respected in a proper manner by having those punished exemplarily according to the laws of the Company who cause the slightest hindrance to the execution thereof or are disobedient thereto. Section 104: Colonel D' Hugonet has, as has also already been noted in our previous humble report, furthermore, according to all military laws known to us, made himself guilty in a very high degree, by not complying with the order given to him by the late Colonel Coquart, first orally and afterwards in writing, namely to have two companies of the regiment of Luxenburg commanded to Trinkoromale. Section 105: The manner in which he refused this, in his letter written on 20 August 1785 to Colonel Coquart, does nothing to change the essence of the matter, besides the fact that it is in and of itself to be held as an equivalent to an absolute refusal; it is also enough that Colonel D' Hugonet in effect did not comply with this order, to hold him guilty hereby as well of an act of far-reaching and even punishable disobedience, which, particularly under the circumstances of the times in which public affairs in Europe then stood, could have had the most terrible consequences. Section 106: We have only briefly indicated the aforementioned matters without specially citing what appears in proof thereof in the court trial, because they are evident and thus need no proof. Section 107: In the account of the matters of which we will now speak further in this, however much the things happened before the eyes of the whole world and of which since then no one in kolombo is ignorant, we will mainly occupy ourselves with pointing out what is shown thereof in the trial documents. And if things also appear therein that have already been circumstantially communicated in our earlier reports, which we, for the concatenation of matters,
Dutch transcription
2278 een schriftelijk bewijs, dat de gouverneur sijn agre„ ment tot de aanstelling van kapitein de La roche gewijgerd had, ten eijnde zig daarvan te kunnen be„ „dienen bij den Prins van Lwxemburg, ten blijke van de reedenen waarom de door hem genoomineerde kapitein De La Roche, niet tot majoor bij het regi„ ment was aangesteld, en zulks een bewijs soude hem „vraagt niet zijn gewijgerd, zo hij het gewijngand had, aan om hem het aanstellen van kapitein De Laroche tot Majoor bij het regiment schriftelijk te verbieden, nu na dat hij de saak teegens het gouverneurs verbod reeds hadde uijtgevoerd, en voor dien tijd heeft hij nooyt sulke eene ordre gevraagd, soude zeeker„ „lijk een seer buiten spoorige Raad geweest zijn. § 103: Het is hier de plaats niet nog hoord ook niet tot ons tegenswoordig oogmerk om te ondersoeken aan wat straffe kollonel D: Hugonst zig met voorsz: sijne stappen op den 18:' Julij gedaan, bepaaldelijk heeft schuldig gemaakt. Dit is bij den eijsch van onsen fitcaal omstandig getoont, en we merken dus hier alleen en eenvoudig aan, dat alleen deeze sijne stap„ „pen, door den Heer kapitein kommandeur van Braam, aan wien de resolutie van den 19: Julij 1785: waarbij het voorgevallene op den 18: Julij omstandig beschreeven staat neevens alle verdere papieren papieren daartoe relatief door den Gouverneur is toegesonden en de overige Heeren kapiteins van 'sLands oorlog scheepen, expres tezaamen vergaa„ „derd om daar over teraadpleegen, en ten versoek van den gouverneur daarop hun opinie te geeven, sijn bevorden teweesen van dien aart, dat welgeed heer van Braam, so voor sijn Edele als uit naam van de voorsz: Heeren kappiteins, bij een brief den 12: aug=s 1785: aan den gouverneur ge„ „schreeven en als een bijlaage bij onse nedrige brieff van „den 5: april 1786: aan uwe Hoog Edelheeden u gesonden is, heeft gedaan de volgende verklaaring wij zijn alle als officieren van Eer ten hoogsten verwondert geweest, om niet te leggen geindig„ „neerd over het gedrag van den meergenoemde kollonel, en verklaaren een paarig dat zijne demaches na alle bij ons bekende en g'etablis„ seerde Militaire wetten, eene exemplaijste stra „te verdient heeft en wij souden deselve met een gerust gewitse, tot niets minder aan een deportement met verklaring van inhabila teijd om den lande in eenige Militaire post meer te kunnen dienen, bepaalen, ingeval naamelijk dat regiment in onsen directen Deese uytzondering, ingevalle dienst stond. het 2279 het regiment in onzen direk ten dienst stond, welke te dier tijd bij voorsz Heeren een poinct van bedenking uitmaakte, kan het teegentwoordig niet meer sijn, wijl de zeedert ontfangene brief van de Edele agtb: Heeren Bewind hebben van de kamer Zeeland van den 12: Maij 1785: geschreeven op het subjet van het regiment van Luxemburg en spe„ „ciaal nopens het daarbij voorkoomend geval met de Mazjoor van het selve regiment van stetten„ „hoffen woordelijk zegt. wij gelasten derhal„ ten UE: bij deezen op het serieus van in het ver„ „volg dergelijke toegeeventheeden niet meer tege„ bruiken en uE: orders op een behoorlijk wijs te doen respecteeren door exemplaarlijk volgens de wetten van de komp: zoodanige telaaten straffen wel„ „derzelve ke aan de uitvoering de minste kinder toebien„ „gen daar aan dis obedient zijn. § 104: kollonel D' Hugonet heeft zo als ook dat bij onse voorgaande needrige reeds is aangemerkt, zig voorts, na alle bij ons bekende Militaire wetten, nog in een zeer hoogen graad schuldig gemaakt, met niet naar tekoomen de ordre han door wij„ „len den kollonee Coquart eerst mondeling en naderhand schriftelijk gegeeven, om nament„ lijk twee komp: van het regiment van Luxen„ „burg „burg te laaten kommandeeren na Trinkoro male § 105: De wijze waarop hij dit gewijgerd heeft, bij sijn brief den 20: aug=s 1785: aan kollonel Coquart geschreeven, doed niets tot het weeten der saake behalven dat ze aan en op sig selfs, voor een equi„ valent van een volstrekte wijgering te houden is, is het ook genoeg dat kollonel D' Hugonet in effecten aan deese ordre niet heeft voldaan, om hem hier meede schuldig te houden aan een daad van verre gaande en selve strafwaardige ongehoorzaa „heid, die insonderheid in de omstandigheeden van tijde waaren de publieke zaaken in Europa toen stouden de aller schromelykste gevolgen had kunnen hebben. § 10: 6: wij hebben de voorsz: zaaken alleen kortelijk aange„ „weeten, sonder het geen toen blijke daarvan bij hiet pro „ces voorkomt, speciaal aan te haalen, wijl ze wvident syn en dus geene bewijzen noodig hebben. § 107: Jn het verhaal der zaaken waarvan we in deezen nu nader gaanspreeken, zullen we, twe seer ook de dingen sijn geschied onder het oog van de geheele we „reld, en waar van zinds dien, niemand op kolombo onkuendig is, ons voornamentlijk besig houden, met aantewijzen wat daar van bij de proces stukken blijkt. En zoo ook daarbij voorkoomen dingen, die bij onse vroegere berigten reeds omstandig sin bedeelt, het geen we om de aan een schakeling der zaaken -
English
2280 could not avoid matters, we hope that your High Excellencies will favorably accommodate that. Section 108: The continuous punishable conduct of Colonel D'Hugonet recounted herebefore, added to his several very suspicious conversations and the conduct he permitted himself in general, proved all too well that he counted on the means he thought he could dispose of. This caused the Governor on the 21st of August 1785, out of a precaution that he thought he owed in this matter to his duty regarding the better provisioning of the chests with cartridges which, according to an established arrangement, stand in the Military guards, to give to the Town Major the order mentioned in our humble letter of the 12th of November 1785 to the Gentlemen XVII, a copy of which was presented to your High Excellencies alongside our respectful letter of the 29th of December thereto. Section 109: This order, which undoubtedly made Colonel D'Hugonet, convinced that he had given us all too many reasons to mistrust his violent intentions, think that the government was finally about to take measures to make itself obeyed, was no sooner executed than one noticed several unusual movements within the regiment. Still that same morning, around 10 o'clock, Colonel D'Hugonet had the officers of the regiment assemble at the house of Lieutenant Colonel de Raymont, and one soon saw measures being taken that cannot be compared with the preceding, which in itself is also very punishable. Section 110: On the 22nd of August in the forenoon, the undersigned Governor received report from various sides that the French in their barracks were occupying themselves with the making of cartridges. He sent the Town Major to take further knowledge thereof, who shortly thereafter reported to him that it was indeed so and that he had seen it himself, and in the afternoon the field pieces of the regiment were taken from their usual storage place to place them at the Galle Gate, where the greatest part of the regiment lay in the barracks. One saw the French that same day transfer some powder barrels and a quantity of lead, from a small magazine that had been granted to them, but wherein one had never known that they had such a large store of ammunition as appeared afterward, to one of the French guards. People were sent to various persons and among others to Lieutenant Brohier for a quantity of coarse linen at whatever price it might be, which (so publicly known were now already the intentions for which it was requested) was refused by every one without exception. Section 111: These things happened with such publicity as if one openly defied the government, so much so that one even had the audacity to ask back from the Company's arsenal the tin grape-shot canisters or case-shot of the regiment's pieces, which the late Governor Falck, who never trusted them with much good, had already had brought there. Section 112: One can easily imagine what a sensation this made on the entire community, and the criminal intent with which all these things occurred, being known, was all the more undeniable precisely because they, so to speak, immediately followed the execution of the aforesaid order. Nor was there anyone in Colombo who did not conclude a violent undertaking from such preparations. Section 113: In a writing of Captain de La Roche sent by him to the Governor after he was arrested, the original of which lies with the documents of the trial, there appear among others, as we have already pointed out in our respectful letter to their High Excellencies of the 28th of January 1786, these remarkable words: we thought that Colonel D'Hugonet was on the point of being arrested, and from that arose the question: if this happens, what shall we do? If this happens, said Mr. de Bas, then I cannot refrain from giving an order to Mr. de La Roche to assemble the regiment, and I will go there with all the gentlemen officers to the Government to request of Mr. the Governor the release of the Colonel. When one now considers in addition that the making of cartridges and the moving of the cannons, as well as all the rest recounted hereinbefore, soon followed upon this conversation, the conclusion is easily drawn that the intention was there to force through the aforesaid request with violence if necessary and if it were refused. Section 114: Colonel D'Hugonet, examined about the aforesaid conversation, did not directly deny it, but declared with his usual arrogance that he as Colonel was not bound to reveal the conversations that his officers had held with him, as appears from the deed of the confrontation held under date 9th of May 1786 between him and the Gentlemen de Bas, de Raymond, and de La Roche and others. Section 115: Against that, the second Colonel de Bas says,
Dutch transcription
2280 zaaken niet hebben kunnen vermijden, hoopen we dat uw Hoog Edelheeden dat gunstig inschikken zullen. § 108: Het hier voor verhaalde zoo gesontineerd strafwaar„ dig gedrag van kollonel D: Augonet gevoegd bij sijn verschijde zeer verdagt gesprekken, en de konduites die hy zig over het afgemeenen permitteerde bewees niet dan te zeer, dat hij reekende op de middelen waar over hy dagt te kunnen disponeeren. Dit died de gouver„ neur den 21: aug: 1785: uijt een voorzorge die nij dag„ „te in deezen aan zijn pligt schuldig te weesen. noopen het beeter voorsien der kisten met pattroonen die volgens een vast gestelde schikking in de Militaire wagten staan, aan den onder majoor geeven de order vermeld bij onsen nedrigen brief van den 12: 9ber: 1785. aan de keeren 17=nen waarvan Copij uwen Hoog Edel„ „heeden is aangebooden neevens onsen eerbiedigen van den 29: xber: daar aan. § 109: Deeze ordre die kollonel D:' Hugouet, overtuijgd dat hij aan ons niet dan teveel reedenen gegeeven had, om sijne uitdaadige oogmerken temoten mittrou„ „men, ongetwijffeld deed denken, dat het gouverne„ „ment eijndelijk maatregelen stond teneemen be„ „kwaren om sig te doen gehoorzaamen, wat zoo dra niet uitgevoerd, of men bemerkte bij het regi„ „ment verschijde ongewoone beweegingen. Nog dien selfden morgen, omttreeks 10: uuren, deed Kollonel D' Hugonet de officieren van het regi„ „ment. „ment aan het huijs van den luitenant hollonee de Raijmont vergaderen, en men zag eerlang maat„ regelen neemen die met het voorgaande, twe zeer dat ook op sig selven seer strafbaar is, ingEén verge lijk te brengen sijn. § 110 Den 22: aug=s inde voormiddag kreeg de ondergetee „kende gouverneur van verscheide kanten berigt dat de fransen zig in hunne kasernen besighielden met het maaken van pattroonen. Hij zonde de ondermajoor om daarvan nader kennis te nee „men, die hem kort daaraan berigt deed dat het was werkelijk zoo „ a en dat hij het selfs gesien had, en in den namiddag wierden de veldstukken van het regiment van hunne gewoone bergplaats gehaar om ze te plaatsen aan de Gaalse poort, daar het grootste gedeelte van het regiment in de kaler„ „nen lag. Men zag den plansen die selfden dag eenige kruitvaaten en een partij lood, uit een klijn magasijn, dat hun was ingeruunt, dog waar in men nooyt geweeten heeft dat ze zoo een grooten voorraad van ammonatie hadden, als naderhand is gebleeken, overbrengen na een der franse wagten. Brij verschijde linden en onder anderen bij den luitenant Brohier wierd gesonden om een partij grop linnen tot wat prijs het ook sijn mogte het geen C:Loo 2281 /:soo algameen waaren de oogmerken waartoe hiet ge gevraggd wierd, nu reeds bekend:/ door elle geen uijtge„ sonderd gewijgerd wierd. —. §WW. Deeze dingen geschieden met een publicitijd als of men het gouvernement opentlijk uijtdaagde, zoo zeer, dat men selfs de stondheid had om uijt skomp:s arfenaece terug te laaten vraagen, de blicke koegel of schoot bussen van de regiments stukken, die reeds den Hoog zal: Heer Gouverneur Falck die hun nimmer veel goeds toevertrouwde, daar had doen brengen. § 112: Men kan zig ligt verbeelden wat sen faatsie dit op de geheele gemeente maakte, en het misdaadig oogmerk waarmeede alle deze dingen geschiede, mg geskende, was even daarom des te ontwijffelbaars ver„ om dat ze, om zoo te spreeken, onmiddelijk volgden op de uitvoering der voorsz: ordre. Ook was 'er niemand op kolombo die uit zulke aanstallen niet besloot een geweldig voorneemen §113: mij een geschrift van kapitein de La Roche door deesen aan den gouverneur gesonden na dat wij was gearresteerd, het welk in origineel bij de stukken van het proces legt, koomen onder anderen, zoo als we dat reeds bij onzen eerbiedigen aan Hunne Hoog Edel„ heeden van den 28: Januarij 1786: hebben aangemeesen tot deese aanmerkelijke woorden voor- we dagten dat # kolonel D'Hugvuet op het point stond van te worden worden gearresteerd, en ontstond daar uit de vraage als dit gebeurd wat zullen we doen? als dit gebeurd zijde Mijn Heer de Ras dan kan ik mij niet ont„ houden om order tegeeven aan den heer DeLa roche, dat hy het regiment vertaemeld, en ik zal daar met alle de Heeren officieren gaan na het Gouver„ „nement om mijn heer de Gouverneur het ontslag van den kolouel teverzoeken. Als men nu hier bij bedenkt, dat het maaken van Pattroonen en het verplaatsen van de kanons als meede al het verder hierbooven verhaalde op 4: 100. dit ge„ „sprek spoedig gevoegd zijn, laat zig het besluit ligt opmaaken, dat het voorneemen er lag om het voorsz verzoek des noods en zoo het gewij„ „gert wierd, net geweld te doen doorgaan. § 114: De kollonel D' Hugouet over het voorsz: gesprek g'examineerd, heeft het niet regtstreeks ontkand, maar met sijn gewoone trotsheid verklaard, dat hij als kollonel niet gehouden was, om de gesprec„ „ken die sijne officieren met hem gehouden hebben te openbaaren blykens de akte van de onder dato 9: Meij 1786: gehoudene konfrontatie, tusschen kemende Heeren de Bas, de Raijmond, en de La Roche en desEusfers. —. § 115: Daar en teegen zegt de tweede kollonee de Bas,