Inventory 3792
Ceylon · 1,076 pages · 151 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
2770 and in satisfaction of our aforementioned resolution. Section 157. That it already appeared somewhat doubtful to us that in the district of Diwitoere such a great quantity of good timber should now in earnest have been discovered, since the same has been searched so many times without any trace of this being found in the reports received from time to time, and also that the overseers of the Galle Korle, which office has been served successively by three members of our present assembly, in their annual compendiums, in which the places where timber has been cut from time to time for the Company are indicated, nowhere give any indication that a single piece of wood cut in the district of Diwitoere has been delivered to the Company. Section 158. That this doubt seemed all the greater to us because this district lies close to the river which discharges not far from Galle, and thus offers a great facility to bring everything down by water from there, and it did not seem very conceivable to us that such a convenient opportunity to obtain timber in such a well-known place would have been neglected until now, all the more because in many places where timber is cut for the Company, the same must sometimes with great difficulty be dragged over several mountains before it can be brought into the river. Section 159. That it likewise appeared very doubtful to us that until now nothing, or nothing of note, should have been accomplished in this district, and this all the more because the undersigned Governor, more than a year ago, went to see it in person, and finding that a fairly good beginning had already been made then, had recommended anew with great emphasis to proceed diligently therewith. Section 160. That we moreover believed to discern from the Galle reports 2771 that this commission, probably brought into the world through erroneous information, was carried out in a manner that seemed to have the aim more to search whether something blameworthy might be discovered in this work than to investigate the good that might already have been accomplished there. Section 161. That it even appeared to us in some measure that the Commander Kraijenhof had allowed himself to be taken with somewhat too much prejudice against this work. Already in his first reports, and before the investigation had reached any maturity, he depicted the conduct observed by the Maha Mudaliyar and his son, who currently manages this in his name, as fraudulent and deserving of punishment. Section 162. That we consequently, both to be able to be informed with more reassurance regarding all the preceding and to prevent that by continuing the investigation on such a footing as it appeared to us to have been begun, any hindrance would be caused to the further progress of a work of which we have hitherto received nothing but good reports, have ourselves appointed a commission here, consisting of the merchant Raket and the junior merchant van Schulen, in order to investigate on the spot itself what truth there might be in the timbers which, according to the Galle report, were said to have been cut in the Diwitoere district to the great damage of the Company, and at the same time to inspect what had been done toward preparing the low lands and planting the high grounds with cinnamon and other useful trees. Section 163. Finally, that over and above all the reasons recounted here before, we think ourselves fully entitled, whenever we find it necessary for the service of the Company, to have such an investigation conducted by a commission appointed by ourselves as we deem proper, without our owing any explanation thereof to the servants subordinate to us, and without these latter, when they are informed thereof as has happened in this matter, having any right to take offense at it and to complain about it as an ill-treatment done to them. Section 164. The Instructions that were given along to the aforementioned commission are enclosed in copy herewith, along with the appendices which among other things contain the first Galle reports, as well as a copy of the Report received thereof with its appendices, and a copy of the petition presented to us since by the aforementioned Maha Mudaliyar, on all of which papers we would already have decided had we not been hindered therein by several other affairs that were more pressing. Section 165. As soon as this has taken place, we will send Your High Excellencies all the papers relative to this, insofar as they are not already being transmitted now under the aforementioned appendices; meanwhile Your High Excellencies will see from the aforementioned report that, after much investigation, no timber useful for the Company's service was found anywhere in the district of Diwitoere; that what has been accomplished in preparing the sowing lands and planting the high grounds also hitherto fairly corresponds to the hopes conceived thereof, and that in particular no trace was found anywhere that the aforementioned Maha Mudaliyar and his son had conducted themselves fraudulently in any respect. Section 166. This is also the less to be suspected because, in the first place, it does not appear, nor does anything of the kind even occur in the Galle reports, that either the Maha Mudaliyar or his son made any use of the cut timbers, however high in value the Galle reports state them to be, just as in reality they are good for nothing anywhere; and that regarding that which in relation to
Dutch transcription
2770 en ter voldoening van voorsch: onze resolutie. §157. Dat het ons reeds wat bedenkelijk voor- kwam, dat in het landschap Diwitoere nu ernst een zoo groote menigte goede houtwerken zoude zijn ontdekt, daar het zelve zoo veele maalen is doorzogt, zonder dat bij de van tijd tot tijd ingekomene berigten hier van eenig spoor gevonden word, en dat ook de opzienders van de Gale Korle. welk ampt door drie leeden onzer tegenwoordig verga„ dering successive is bediend, bij hunne jaarlijksche kompendiums, waar bij worden aangeweezen de plaatsen, daar van tijd tot tijd houtwerken voor de Comp: gekapt zijn, nergens eenige aanwijzing doen, dat 'er een enkeld stuk hout, gekapt in het landschap Diwitoere, vijf aan de komp:e geleverd is. §158. Dat deeze bedenkelijkheid ons te grooten scheen, wijl dit landschap digt aan de ne„ vier legt die niet ver van zale uitloopt, en dus een groote faciliteid geeft om alles van van daar, te water aftebrengen, en het ons niet heel bevattelijk scheen, dat een zoo gemakkelijke gele„ gentheid om aan houtwerken te koomen op een zoo bekende plaats tot nu toe zoude zijn verwaarloost, te meer wijl op veele plaatsen, daar houtwerken voor de komp:e gekapt worden, dezelve somtijds met groote moeite over verscheide bergen moeten worden heen gesleept, voor dat ze kunnen worden in de rivier gebragt §159. Dat het ons insgelijks zeer bedenkelijk voor„ kwam, dat 'er tot nog toe in dit landschap niets of niets van naam zoude zijn verrigt, en zulks te meer, wijl de ondergeteekende Gouverneur, ruim een Jaar geleeden, het zelfs in perzoon is gaan zien, en bevindende dat er reeds toen een vrij goed begin was ge„ maakt, op nieuw met zeer veel nadruk had gerekommandeert, om daarmede vlijtig„ voorttegaan. §1. 60. Dat we uit de Gaalse berigten booven dien 2771 dien meenden te bespeuren, dat deeze kom„ missie, waarschijnlijk door verkeerde opga„ vens in de wereld gekoomen wierde uitge„ voerd op eene wijze, die meer scheen ten oog„ merk te hebben, om op te speunen of 'er in dit werk ook iets berispelijks mogt kunnen worden ontdekt, dan om te onderzoeken het goede, dat 'er reeds konde zijn verrigt. § 161. Dat het zelfs ons eenigermaate toescheen, dat de gezaghebber kraijenhof zig met wat veel voor oordeel teegens dit werk hadde laaten inneemen. Reeds bij zijn eerste berig„ ten en voor dat nog het onderzoek tot eenige rijpheid gekoomen was, maalde hij het gehou= 2 den gedrag van den Maha modliaar en zijn soon, die dit tans in zijn naam bestiend, als bedriegelijk en straf waardig af. §162. Dat we mits dien, zoo om niet te meer gerust„ heid nopens al het voorenstaande te kunnen zijn geinformeert, als om te voorkomen, dat met het onderzoek op dien voet voorttezetten, als het ons tig ons scheen te zijn begonnen, aan den verderen voortgang van een werk, waar van we tot hier toe niet dan goede berigten ontfangen hadden, geen hinder wierde toegebragt, hier zelve een kommissie hebben benoemd, bestaande uit den koop„ man Raket en den onderkoopman van schulen, ten eijnde op de plaats zelve te onderzoeken, wat 'er mogte zijn van de houd werken, die volgens het Gaals berigt, in het Diwitoeresche, tot groote schaade van de komp: zoude zijn ge„ kapt, en tevens opteneemen het verrigte ter bekwaam maaking der laege landen, en het beplanten van de hooge gronden met kanneel en andere nuttige boomen. § 163. Eijndelijk dat we buiten en behalven alle de hier voor verhaalde reedenen, denken volkoomen geregtigt te zijn, om wanneer we het ten dienste van de Comp: nodig vin„ den, door een kommissie bij ons zelve te benoemen, zulk een onderzoek te laaten doen, als we oorbaar agten, zonder dat we aan 2772. aan de aan ons ondergeschikte bedienden daer van eenig reeden schuldig zijn, en zonder dat deeze, wanneer ze daar van worden onderrigt, zoo als in deezen is geschied, regt hebben om zig dat aantetrekken, en zig daar over als een mishandeling hun aangedaan, te beklae„ gen. § 164: De Jnstruksie die aan de voorsch: kommissie is mede gegeven, gaat met de bijlaege, die onder anderen de eerste Gaalse berigten bevatten, in kopij hiernevens, als mede een kopij van het daar van in gekome Rapport met de bijlaegen, en een kopij addres door den voorsz: Maha modliaar zedert aan ons gepresenteerd, over alle welke papieren. we reeds zouden hebben gedisponeerd, zoo we door ver- scheide andere bezigheeden, die meer pressant waren, daarin niet waaren gehinderd: § 165. we zullen uwe Hoog Edelheeden, zoo drae dit is geschied, alle de papieren hier toe re„ latief toezenden, in zoo verre ze niet reeds nu onder de voorsz: bijlaege overgaan; in„ tusschen ter t elle tusschen zullen uwe Hoog Edelheeden uit het voorsch: rapport zien, dat 'er na veel onderzoek, nergens eenig houtwerk in het landschap Disi„ toene is gevonden, bruikbaar tot 's Comp:s dienst; dat ook het verrigte in het bekwaam mae„ ken der Zaaijlanden en het aanplanten der hooge gronden, tot hier toe tamelijk voldoet aan de daar over op gevatte hoop, en dat 'er inzonden heid nergens eenig spoor gevonden is, dat voorsz: Maha Modliaan en zijn soon in eenig opzigten zig bedriegelijk zouden hebben gedrae„ gen § 166. Dit is ook te minder te vermoeden, wijl het voor eerst niet blijkt noch ook zelfs bij de Gaalse berigten daar van iets voorkomt, dat nog de Maha modliaan, nog zijn soon, van de gekapte hout werken, hoe hoog de gaalse berigten die ook in waarde opge„ ven, eenig gebruik hebben gemaakt, zoo als ze ook met der daed nergens goed toe zijn, en dat nopens het geene met betrekking tot
English
2773. regarding their further actions appears in this report, it is evident that the Maha Mudaliyar, since he has taken the bad outcome of the enterprise upon his own account, would deceive not so much the Company as himself if he did not ensure that the expenses already incurred by him for that purpose were put to good use. §167. It grieves us, contrary to our custom, to have had to occupy Your High Excellencies for so long with this internal matter, in order to point out the grounds for the grievances of Commander Kraijenhoff regarding the management pursued by us in this affair. § 168. Furthermore, we have the honor to present to Your High Excellencies the petitions of the following servants, who solicit Your High Excellencies to be favored with the Commandment of Galle, and with the offices that may further become vacant, namely: namely: The Chief Administrator Peter Sluijsken, the Colombo Disava Dieterich Thomas Fretz, the Matara Disava Mr. Christiaan van Angelbeek, request to be favored with the Commandment of Galle. The First Warehouse Keeper Johannes Reintoux likewise requests the Commandment of Galle, or, if one of the Senior Merchants of Ceylon is appointed thereto, to then succeed this Senior Merchant in office and rank. The First Examiner Willem Adriaan Berghuijs and the Galle Administrator Matheus van der Spar urge to be favored with a Senior Merchant's office in Ceylon, upon a vacancy. The Mannar Chief Daniel Ditlof van Ranzou solicits the Matara Disavaship or the Fiscalship of Colombo. The Second Warehouse Keeper Mr. Joannes Adriaan 274. Adriaan Vollenhove and the Cashier Benjamin Pieter Cornelis de Haart petition for the Fiscalship or the office of First Warehouse Keeper in Colombo. The Trade Transferrer Assuerus Issendorp requests the office of Trade Bookkeeper, Fiscal, or any other appointment. The Shopkeeper Coenraad Sebastiaan Wickerman, to be appointed upon a vacancy as Cashier or Second Warehouse Keeper of Colombo. The Provisional Overseer of the Galle Korale Pieter Willem Ferdinand Adriaan van Schule, to be favored with the Chiefship of Mannar, and The Sworn Clerk at the Secretariat of Police Pieter Adolf Lofman requests to be favored with the office of Second Warehouse Keeper, Cashier, or Shopkeeper. § 169. The Bookkeeper and Secretary of Police and Justice at Trincomalee Pieter Pietersz, who is already 62 years old and has served the Company for 45 years, has made a request to be discharged from his office on account of his advanced age and infirmity, and to be maintained on his full salary, as he has been greatly impoverished and fallen into debt due to the plundering and damage suffered in the war. At the session of 19 September, we granted the first part of his petition and discharged him from his office, but take the liberty hereby to submit his further request humbly to Your High Excellencies, and for that purpose to include his petition among the appendices. § 170. The Secretariat of Police and Justice at Trincomalee we have assigned to the Bookkeeper Jan George Hubbe, to be administered alongside his offices of Fiscal and Cashier, as we have decided that these three offices, each of which in itself gives little to do, shall henceforth be held by one person, just as at Tuticorin. § 171. 2775. § 171. The Bookkeepers Geerlof Siegertsz and Bernardus Fransz, stationed at Trincomalee, have, just like the aforementioned retired Secretary Pietersz, requested to be maintained on full pay on account of age, infirmity, and poverty. They are both over 60 years old and each has already served the Company for 50 years. We take the liberty to include their petitions likewise among the appendices, and to request a favorable decision thereon, as these subjects, although they are all three native-born children, in our humble view certainly deserve some consideration on account of their many years of service and the misfortunes they have suffered, so that they will not suffer want in their old age and infirm condition. § 172. We also present herewith to Your High Excellencies a petition from the Captain Lieutenant and Commandant of the Artillery at Galle Jean Clevaet, containing a request for promotion to effective Captain upon the expiration of his contract. He is an officer who has now served the Company well for 27 years, and has been employed in almost all extraordinary occasions, and therefore we could not refuse him to bring this request of his, although there is no vacancy, before Your High Excellencies. § 173. The Captain of the State warship the Ceres, Mr. van Halm, who came from Galle to Colombo for a few days, has, being here, made known to the first-undersigned Governor: That a sailor named Verschoor, who had engaged himself in Holland in His Honor's service for the State, and was still engaged therein, was reclaimed by him at Galle, where he had found him to be in the Company's service, and was thereupon provisionally placed under arrest at the main guardhouse. That this man, having informed him, Mr. van Halm, that he for several days
Dutch transcription
2773. tot hunne verdere handelingen bij deze berigt voorkomt, het zigtbaar zij dat de Maha mod„ liaan wijl hij den kwaden uitslag van de onder- neeming heeft genomen voor zijn reekening, hij niet zoo zeer de Comp:, als zig zelve zoude bedriegen indien hij niet zorgde dat de on„ kosten door hem bereeds daartoe aange„ went, nuttig wierde besteed. §167. Het doet ons leed, tegens onze gewoonte uw Hoog Edelheeden met deeze huisselijke zaak dus lange te hebben moeten bezig hou„ den, om aantewijzen waarop gegrond zijn de beswaarnissen van den gezaghebben kraij„ en hot over de door ons in deze gehouden direktsie. § 168. Voorts hebben we de eene uwen Hoog Edelhee„ den aantebieden, de requesten van de volgen„ de dienaaren, die uwe Hoog Edelheeden solli„ citeeren om met 't Gaalsch Commandement, en met de bedieningen, die verder mogten vacant raaken, temogen worden begunstigd, naamelijk: naamelijk: De hoofd administrateur Peter sluijsken, de kolombosche dessave Dieterich Thomas pretzen de Maturesche dessave Mr Christiaan van Angelbeek, verzoeken om met 't Gaalsch Commandement temogen worden degunstigd. De eerste pakhuismeester Johannes Reintous verzoekt mede om 't Gaalsch Commandement, of zoo een der opperkooplieden van Ceilon daarin word gesteld, als dan deezen opper„ koopman in ampt en qualiteit te succe„ deeren. De eerste visitateur willem Adriaan Berg„ huijs en de Gaalsch administrateur Matheus van der ppar, insteeren om met een opper- koopmans bediening op Ceilon, bij vaca- tura, te mogen worden gefavoniseerd. T Mannaarsch opperhoofd Daniel Ditlot van Ranzou solliciteerd om de Maturee„ sche Dessavonie of 't fiscalaat van Colombo. De twede pakhuismeester M:r Joannes Adriaan 274. Adriaan vollenhove en de Cassier Benjamin P Pieter Cornelis de Haart, suppliceeren om 't fiscalaat of den dienst van eerste pakhuis„ meester te kolombo. De Negotie overdrager Assuerus Issendorp, verzoekt om den dienst van Negotie boekhou„ „der, fiscaal of eenige andere bediening. De winkelier Coenraad Sebastiaan wickerman, om bij vacatura, als Cassier of twede pak„ huijsmeester van Kolombo te worden aan„ gesteld. De p:l opziener der Gale korle Pieter willem Ferdinand Adriaan van Schulea, om met 't opperhoofdij van Manaan temogen wor- den gefavoriseerd, en De gezw: klerk ter secretarije van politie Pieter Adolb Lofman, verzoekt om met 't ampt van twede pakhuismeester, Cassier of winkelier teworden begunstigd. § 169. De boekhouder en secretaris van politie en Justitie te Trinconomale Pieter Pietersz:, die d die reets 62. jaaren oud is en 45. Jaaren de Comp: gediend heeft, heefd verzoek gedaan, omr we„ gens zijne ouderdom en swakheid, van zijn ampt temogen ontslaegen, en met zijn volle tractement ingezien worden, wijl hij door de ondergaane plundering en schade in den oorlog, zeer verarmd en in schulden geraakt is. we hebben ter sessie van den 19. ' 7ber:, in 't eerste lid zijner instan„ tie bewilligt, en hem van zijne bediening ont„ slaegen, doch gebruiken de vrijheid zijn verder verzoek, mits deezen aan uwe Hoog Edel„ heden nederig voortedraegen, en daartoe zijn request onder de bijlaegen te laeten overgaan. § 170. 'T secretariaat van politie en Justitie te Trinko„ „nomale, hebben we opgedraagen aan den boek„ houder Jan George Hubbe, om bij zijne ampten van fiscaal en Cassier teworden waargenomen, wijl we beslooten hebben om deeze drie bedienin„ gen, die ider op zich zelve wijnig te doen geeft, voortaan even als te Tutukorijn, door een perzoon telaaten bekleeden. 5 171. 2775. § 171. De boekhouders Geerlof Siegentsz: en Gernar- dus Fransz:, bij de te Tainkonomaale bescheiden, heb= ben even als de voorm: afgegaane secretaris Pietersz: verzogt, om wegens ouderdom, swakheid en armoe„ de, met volle gagie temogen worden ingezien. ze zijn bijde ruim 60. Jaaren oud en heeft elk de Comp: reets 50. Jaaren gediend. we gebruikende vrijheid hunne requesten mede onder de bijlaegen te laaten overgaan, en daar op eene gunstige dispo„ sitie te verzoeken, wijl deeze subjecten, schoon ze alle drie inlandsche kinderen zijn, wegens hunne veeljaarigen dienst en geleedene onge„ lukken, naar ons nederig inzien, wel eenige aanmerking verdienen, op dat ze in hunnen ouden dag en swakken toestand, geen gebrek komen te leijden. § 172. Nog bieden we uwer Hoog Edelheeden hiernevens aan, een request van den Capitein Luitenant en Commandant der arthillerie te Gale Jean Clevaet, houdende verzoek om bevordering tot effective Capitain mits tijds en, in„ oor tijds expiratie. Wij is een officier, die nu 27. jaaren de Comp: wel gediend heeft, en in bij na alle extra ordinaire voorvallen is geemploij„ eerd geworden, en daerom hebben we hem niet kunnen weijgeren, om dit zijn verzoek, schoon 'er geen plaats vacant is, onder het oog van uwe Hoog Edelheeden te brengen. § 173. De kapitein van 'slands schip van oorlog de Ceres„ de Heer van Halm, die van Sale„ voor eenige daegen naar Kolombo gekoomen is, heeft hier zijnde den eerst ondergeteekenden Gouverneur bekend gemaakt: Dat een Mattroos genaamt verschoor, die zig in Holland bij zijn Edele in 'slands dienst had„ de geangageerd, en daarin als nog geangageerd was; door hem te Gale, daar hij hem hadde bevonden te weezen in 'sComp: dienst, was ge„ reklameerd, en daarop provisioneel aan de hoofdwagt was in arrest gezet. Dat deeze Man hem Heer van Halm heb- sende doen weeten, dat hij in verscheide daegen
English
had not been provided with food for days, His Honour had made this known to the Commander Kraijenhoff by verbal message, with the request to have this provided for. That His Honour having received in answer thereto that the aforementioned commander would make the necessary orders in this matter, he Mr. van Halm had rested content therewith, but that subsequently there had been delivered to His Honour a copy of a written report from an officer to the Commander Kraijenhoff made concerning this matter, with the following note placed at the top thereof by him: For Messrs. van Halm and Abo, to their Honours' complete conviction that the pretext of the mischievous prisoner is entirely false, and that one does ill to rely immediately upon such complaints without investigation and to produce differences where they are entirely unnecessary. That he Mr. van Halm had thereupon written a letter to the Commander Kraijenhof to bring to His Honour's attention the impropriety of this conduct, and that as it had remained unanswered, His Honour requested that the first undersigned Governor would take cognizance thereof and confer with the Commander Kraijenhoff about it, delivering along with it all the aforementioned papers, which accompany this in copy, together with a declaration in proof of how the complaint of the aforementioned arrested sailor regarding lack of provisions had come to his knowledge, which also lies enclosed herewith in copy. Section 174. In order to try to what extent this unpleasant matter could be kept from further consequences, the first undersigned Governor first wrote a separate letter concerning it to the Commander Kraijenhof, adding that it would be pleasing to him if the same could devise a suitable means with which Mr. van Halm could be satisfied, and furthermore with orders to send him, as soon as it could be done, whatever he should find necessary to report on this. A small apology on the part of the Commander Kraijenhof would most likely have satisfied Mr. van Halm. Section 175. The reply of the Commander Kraijenhof to the Governor's separate letter accompanies this in original. Therein appear very many things which, besides being foreign to the case in question, are also of such a nature that in our deliberations held thereon we thought it best not to communicate this letter to Mr. van Halm, in order not to make things even more complicated thereby. Section 176. We have accordingly also deemed it best not to enter into various particulars that appear therein, which are mostly matters of too little importance for a ministerial correspondence. For this reason, for the satisfaction of Mr. van Halm, we have only taken note of the declaration of the Commander Kraijenhoff which appears therein, namely that he had not the slightest intention of offense, and much less of any insult, by placing or providing his abovementioned remark on the aforementioned report. Section 177. And pursuant to our resolution taken thereon, accompanying this in extract, and in accordance with the same, the Commander Kraijenhof was conferred with regarding this incident by a separate letter, which lies enclosed herewith in copy, and we have thereby made known to him that his conduct held in this matter had greatly displeased us, with the recommendation to refrain therefrom in the future. Section 178. Our aforementioned resolution has also been sent to Mr. van Halm with the letter accompanying this in copy, and His Honour has considered himself satisfied with this settlement, as appears from the reply received thereto, which also lies enclosed herewith in copy. Section 179. We hope that the same may also have Your High Honours' approval, and we would not have made such extensive mention of this as of a settled matter, were it not for what still appears, among other things, in the aforementioned letter of the Commander Kraijenhof concerning an almost similar case with the Captain-Commander Mr. van Braam, who likewise complained with great emphasis to the undersigned Governor about his conduct held towards him. The letter written by Mr. van Braam on that subject accompanies this in copy, wherein Your High Honours, if you please, will be able to see at length wherein the complaints have consisted; and as Mr. van Braam addressed the Governor on this only in private, we also wrote to the Commander Kraijenhof concerning it only in private. He indeed kept no copy of this letter of his, but it was virtually of the same content as the letter, still accompanying this in copy, from the Governor to Mr. van Braam, only with this addition, as far as he recalls, that he thereby left it to the choice of the Commander Kraijenhof to comply with the advice given him therein for the settlement of this matter, or else to await a ministerial decision thereon. The Commander Kraijenhof
Dutch transcription
277 2776. daegen niet van eten was verzorgt, zijn Ed: dit den Gezaghebber kraijenhoff door een monde„ linge bootschap hadde laaten aandienen, met verzoek om daarin te willen doen voorzien. Dat zijn Ed: daarop tot antwoord hebbende ontfangen, dat gem: gezaghebber hierin de noodige ordre zoude stellen, hij Heer van Halm daarin hadde berust, dog dat vervol„ gens aan zijn Ed: was besteld een kopij schrifte„ lijke rapport van een officier aan den Gezag„ hebben kraijenhoff noopens, deeze zaak gedaen, met de volgende aanteekening door hem aan het hoofd daar van gezet. voor de Heeren van Halm en Abo, tot hun Es Ed: volkoomen overtuiging dat de voor„ gave van den ondeugende gearresteerden geheel volsch is, en men kwalijk doet zig zoo maar aanstonds zonder onderzoek, op diergelijke klagten te verlaeten en ver„ schillen voorttebrengen daar ze geheel on„ noodig zijn Dat _o eur zig erd de ge¬ . Dat hij Heer van Halm daar op aan den Gezag„ hebben kraijenhof hadde geschreeven een brief om zijn Edele de onwelvoeglijkheid van deeze handelwijze te doen opmerken, en dat wijl die onbeantwoord gebleeven was, zijn Edele verzogt dat de eerst ondergeteekende Gou„ verneur daar van wilde kennis neemen en den Gezaghebber kraijenhoff daar over onderhouden, geevende daarnevens over alle de voorsz: en in kopij hiernevens gaande papieren met en benevens een verklaring ten bewijze hoe de klagte van voorsz: gearresteerde Mattroos, over gebrek van mond kost ten zijnen kennisse gekoomen was, die ook in kopij hier nevens legt. § 174. De eerst ondergeteekende Goeverneur schreef om te beproeven in hoe verre deeze onaangenaame zaak konde wor- den gehouden buiten verder gevolg, eerst 2777 2777 eerst daar over een apparte brief aan den Gezagheb„ ber kraijenhof met bijvoeging dat het hem aan„ genaam zijn zoude, indien dezelve een betame„ lijk middel konde uitdenken waarin de heer van Halm zoude kunnen genoegen neemen, en wijders met last om zoo spoedig het ge„ schieden konde hem te laaten toekoomen het geen hij zoude noodig vinden hierop te berig„ ten. Een klijne apologie van de zijde van den gezaghebber kraijenhof zoude naast denkelijk de Heer van Halm hebben voldaan. §175. Het antwoord van den Gezaghebber kraijenhof op 's Gouverneurs apparte brief, gaat in origineel hiernevens. Daar bij koomen zeer veele din„ gen voor, die behalven dat ze aan het geval in kwestie vreemd zijn, ook zijn van dien aart dat we bij onze daar over gehoudene deliberatien best gedagt hebben om deeze brief niet aan den Heer van Halm te kommuniceeren, ten eijnde de dingen daar door niet nog meer gekomplikeerd te § 177. te maaken. § 176. wij hebben dienvolgens ook gemeent best te doen niet te treeden in verscheide bezonderheeden die daar bij voorkomen, en meerendeels dingen zijn van te klijn belang voor een ministrieele konnes„ pondentie. Hierom hebben we tot voldoening van den Heer van Halm, alleen gelet op de betuiging van den Gezaghebber Kraijenhoff die daar bij voor komt, dat hij namentlijk geen het minste oog„ merk van aanstoot en veel minder van ee„ nige beleediging gehad heeft, met het stellen of voorzien van bovengem: zijne aanmerking op voorsz: rapport. En is volgens onze in Extrakt hiernevens gaande resolutie daarop genomen, en over„ eenkomstig met dezelve de Gezaghebben kraijenhof bij een apparte brief die in kopij hiernevens legt, over dit voorval onderhouden, en hebben we hem daar bij te kennen gegeven dat zijn in deeze gehoudene 2778. gehoudene handelwijze ons zeer hadde mis- haagt, met rekommandatie om zig in den aan„ staande daar van te onthouden. § 178. voorsz: onze resol: is ook aan den Heer van Halm gezonden met de in kopij hiernevens gaande brief en heeft zijn Edele zig met dee„ „ze afdoening gehouden voor voldaan, blijkend het daarop ontfangen antwoord dat ook in kopij hiernevens legt. § 179. we hoopen dat ook dezelve uwe Hoog Edelhee„ den goedkeuring zal mogen hebben, en we zouden hier van als van een afgedaane zaak, geen zoo breede melding gedaan hebben, was het niet om het geen bij de voorsch: brief van den Gezaghebber kraijenhof onder anderen nog voorkomt nopens een bijna diergelijk geval met de kaptein kommandeur de Heer van Braam, die zig insgelijks bij den onder ge„ teekenden Gouverneur met zeer veel nadruk heeft beklaagt over zijne handel wijze teegens hem gehouden. De briev door den heer doen die Heer van Braam daar over geschreeven gaat in kopij hiernevens, waar bij uwen Hoog Edel„ heeden des gelievende in het breede zullen kunnen zien waar in de klagten hebben be„ staan, en wijl zig de Heer van Braam alleen in het partikuliere aan de Goever„ neur hier over heeft geaddresseert. Wij ook daar over niet dan in het partikulier aan de Gezaghebber kraijenhof geschreeven. van deezen zijn brief heeft hij wel geen kopij gehouden, dog ze is na genoeg geweest van den zelfden inhoud als de nog in kopij hier„ nevens gaanden brief van den Gouverneur aan den Heer van Braam, alleen met deeze bijvoeging zoo veel het hem voorstaad, dat hij het den gezaghebber kraijenhof daar bij heeft gesteld in zijn verkiesing, om zig naar den raed hem daar bij gegeven ter afdoening van deeze zaak, te schikken, dan wel om daar over een Ministerieele decisie af te wagten. De Gezaghebber kraijenhof
English
Kraijenhof acquiesced in it at that time, without demanding a public decision, and Commander van Braam was also satisfied with the arrangement proposed by the Governor, as appears from another letter from him, a copy of which is also enclosed herewith. Whether the Commander Kraijenhof now has reason to complain about the conduct of the first undersigned Governor in this matter, as he does, is something he gladly submits to the highly esteemed judgment of Your High Excellencies. Section 180. From the aforesaid letter of the Commander Kraijenhof, we also take the liberty to remark that we cannot see that the aforesaid Governor's separate letter written to him about the case of Mr. van Halm could in any respect authorize the warning he gives therein of preferring to resign his post immediately rather than make any further submission to Mr. van Halm, either in person or by representation; and especially not to propose, somewhat further in this same letter, that the Governor, in his opinion, would do best to simply relieve him of the management of affairs during Mr. van Halm's stay and entrust the care thereof to the two presiding members of the Council. Section 181. Something similar happened once before on another occasion, and we would finally not have been able to let these repeated recurrences pass in silence, were it not that, having already obtained leave from the Lords Masters to repatriate, he is now also making a further request to Your High Excellencies to be allowed to take advantage of that leave. The Regiment of Luxemburg Section 182. The Lieutenant Colonel and Commandant of this Regiment, the Knight de Raijmond, already received orders on 9 July to keep his men ready to march, in order to depart for Gale at the first further order to be embarked there; however, the gathering of the necessary coolies to carry the baggage of this Regiment to Gale, and that of the regiment of Meuron in return back here, caused some delay, so that the entire regiment, which marched from here in three divisions, did not arrive in Gale until toward the end of the month of August; and the Lieutenant Colonel de Raijmond, who stayed here a few more days for his private affairs, also departed for Gale toward mid-September. Section 183. Before his departure, we settled everything that could serve to settle all matters with this Regiment, both regarding the supplies provided to it since its arrival on this Island and regarding the claims that the said Commandant has made on behalf of the regiment; whereof we take the liberty to briefly report to Your High Excellencies below. Section 184. In accordance with the provision in the 22nd article of the old Capitulation, confirmed by the 9th article of the new Capitulation, it was decided to have all the weapons of this regiment appraised by a joint commission of officers, both from the National battalion and from the said regiment. And although Lieutenant Colonel de Raijmond, in a petition forwarded in copy among the enclosures, protested against the prejudice to the rights of the Prince of Luxemburg regarding the whole or a part of those weapons, we nevertheless had our aforesaid decision executed, as evidenced by the reports that are enclosed herewith in copy. And we have also brought into account the weapons that were lacking to fulfill the complete number, because we maintained, from the further arrangements in the aforesaid Capitulation, that the payments specified in the 3rd and 15th articles of the old Capitulation are conditioned upon a full-strength regiment; however, to prevent all exceptions, we had these missing weapons appraised at the lowest price, according to the valuation at Gale. Section 185. The amount of this valuation, totaling 4374 guilders 9 stivers, we had demanded, pursuant to our resolution of 5 August last, from the Commandant of the aforesaid regiment, Lieutenant Colonel de Raijmond. However, in a petition accompanying this in copy, he only offered to pay for the weapons received from the Company and the cannons, requesting that the remainder be postponed until the return of the regiment to Europe, to be decided there by the Most Honorable Lords Seventeen and the Prince of Luxemburg. But since, by the offered partial payment, the matter would only be half settled, we resolved on 12 August to refer it in its entirety to Their Most Honorable Excellencies; and accordingly, the account drawn up from this valuation, and signed as seen by the first-signed Governor and by Lieutenant Colonel de Raijmond, was sent to them; just as we have the honor to also offer a copy thereof to Your High Excellencies among the enclosures to this. We proceeded to this all the sooner because it appeared to us that the appraisal, especially of the cannons with their
Dutch transcription
kraijenhof heeft te dier tijd daarin berust, zonder een publieke decisie te verlangen, ook is de Heer Kommandeur van Braam met de door den Gouverneur voorgestelde schik„ king te vreede geweest, zoo als dat blijkt uit nog een brief van hem, die ook in kopij hiernevens gaat, of nu de gezaghebben kraijen„ hof reede heeft zig in deeze over de handel wijze van den eerst ondergetekende zoe„ verneur te beklaegen, gelijk hij doed, is iets dat hij gaarne steld ter hoog g'eerde beoordeeling van uw Hoog Edelheeden. § 180. uit de voorsch: brief van den Gezaghebber kraijenhof neemen we nog de vrijheid aan te merken dat we niet kunnen zien dat voorsz: 's Gouverneurs apparte brief aan hem over het geval van den Heer van Halm geschreeven, in eenig op zigt zoude kunnen autoriseeren de waarschouwing die hij daar bij doet van liever zijn ampt daadelijk te willen nederleggen als om aan den heer van v 779 van Halm nog in perzoon nog bij represen„ tatie eenige aacster onderstelling te doen, en in„ zonderheid niet om wat verder bij deeze zelfden brief voor te stellen, dat de Gouverneur na zijne gedagten best zoude doen, om hem maar van de maneance van zaaken, ge„ duurende het verblijf van den Heer van Halm, te ontslaan, en de zorge daarvan aan de twee voorzittende leeden van den Raed op te draegen § 181. Bij een andergelegentheid is iets dienge„ „ lijks nog eens gebeurd, en we zouden eijn„ delijk deeze herhaalde repetitien niet met stilzwijgen hebben kunnen passeeren, waere het niet dat hij reets verlof van de Heeren Meesteren bekoomen hebbende om te repatrieeren nu ook aan uwen Hoog Edelheeden nader verzoek doed om van dat verlot te moogen profi„ teeren T Regiment 2780 'T Regiment van Luxenburg § 182. De luitenant Colonel en Commandant van dit Regiment de Ridder de Raijmond, heeft reets den 9:e Juli onder gekreegen, om zijn volk mansch vaardig te houden, ten einde op de een„ ste nader ordre na Gale te vertrekken, om daar te worden ingescheept; doch het verza„ melen van de nodige koelies, om de bagagie van dit Regiment na Gale, en die van 't regiment van Meuron in retour herwaerds te brengen, heeft het wat doen vertraegen zoo dat 't geheel regiment, 't welk in drie divie„ sien van hier is gemarcheerd, niet eerder dan tegens het laatst van de maand aug:s te Gale aankwam; en de luitenant Colonel de Raijmond, die om zijne eigene affaires nog hier eenige dagen heeft vertoefd, is tegens Medio 7ber: mede na Gale ver- trokken. § 183. voor zijn vetrek hebben we alles geschikt, wat dienen konde om alle zaaken met dit Regiment en„ van t om Regiment te vereffenen, zoo nopen de gedaane ver„ strekkingen aan 't zelve, zedert dies komst ten dee„ zon Eilande, als nopens de pretentien, die gemelde Commandant, wegens het regiment, heeft gedaan; waar van we de vrijheid gebruiken, uwe Hoog Edelheden hier onder kortelijk verslag doen. § 184. volgens de bepaaling bij 't 22. art: van de oude Capitulatie, bevestigd bij 't 9. art:s van de nieuwe Capitulatie, beslooten, alle de wape„ nen van dit regiment, door eene samen gevoeg„ de Commissie van officieren, zoo wel van 't Na„ tionaale battaljon, als van 't gemelde regie„ ment, te laaten estimeeren, en schoon de luit„ Collonel de Raijmond bij een addres, dat in Copij onder de bijlaegen overgaat, heeft ge„ protesteerd teegen de benaadeeling der nech„ ten van den Heer Prins van Luxemburg, op het geheel of een gedeelte van die wape„ nen: hebben we nogtans ons voorsch: be„ sluit laaten executeeren, blijkens de nap„ porten, die in Copij hier nevens gaan, en we 2781 we hebben daar bij ook in reekening doen brengen de wapenen, die in ontbrooken heb-e„ ben ten vervulling van 't Compleete getal, om dat we uit de verdere arvangementen bij de voorsch: Capitulatie sustineerden, dat de betaalingen, bepaald bij de 3. en 15. ƒ „ artikuls van de oude Capitulatie, zijn geconditioneerd voor een voltallig regiment; echten hebben we, om alle exceptien te voor„ komen, dese manqueerende wapenen doen stellen op den laagsten prijs, volgens de ƒt8 taxatie te Gale. § 185. 'T bedraegen deser taxatie, uitmakende ƒ4374. 9. —. hebben we, volgens ons besluit van den 5:' aug:s I:oL:, laaten afeisschen van de Commandant van 't voorsch: regiment, de luitenant Collonel de Raijmond; dog heeft dezelve bij een addres, dat in Copia dezen verzeld, alleen aangebooden te voldoen de wapenen, die van de Comp: zijn ontfangen, en de Cannons, met verzoek verzoek om het overige uitgesteld te laeten, tot de terug komst van 't regiment in huno„ pa, om daar te worden gedecideerd door de wel Edele Hoog achtb: Heeren Zeventienen en den Heer Prins van Luxemburg: Dan wijl door de aangebode gedeeltelijke vol„ doening, de zaak slegts ten halven zoude zijn afgedaan, hebben we op den 12:' aug:o beslooten, dezelve in haar geheel aan hunne wel Edele Hoog achtb: te defereeren; en is mits dien de reekening, die van dese taxatie geformeerd, en door den eerst„ getekenden Gouverneur en door den luit: Collonel de Raijmond voor gezien on„ derteekend is, aan hoogst dezelven toege„ zouden: gelijk we de eene hebben ook een Copij daar van, uwen Hoog Edelheeden onder de bijlaegen deze aantebieden. we zijn hier toe te eerder overgegaan, wijl het ons voorkwam, dat de estimatie, inzonderheid van de kannons, met haare
English
2782. its appurtenances, which occurred cheaply. Section 186. Although we have successively sent the accounts of the supplies provided to this Regiment up to the last of August 1787 to the Gentlemen Seventeen and the Zeeland Chamber, we nevertheless deemed it necessary to have a general account drawn up of all supplies that have been provided to it since the arrival of this regiment here until now; and we have caused this account to be delivered to Lieutenant Colonel de Raymond, in order to examine the same and, if he had any remarks upon it, to communicate his remarks to us in writing. Section 187. In a petition that is inserted in our resolution of 25 July last, an extract of which accompanies the annexes hereof, he remarked nothing other than that in the aforementioned account several drum implements were entered, which he maintained ought to be charged to the Company, as items that do not properly belong to weapons; and at the same time he requested therein to credit the regiment with an amount of 33 piastres and 3 stuivers, which it had paid as an extra gratuity to certain soldiers who, from September 1785 to December 1786, had repaired the regiment's weapons, because the Company's people, who usually perform this work, were too much occupied in their Honors' own service; further offering only to settle here with the Company the supplies provided since September 1787, as he assumed that the necessary supplies, according to the accounts already sent, would have been deducted from the Prince of Luxembourg. Section 188. We have therefore, as appears from our aforementioned resolution of 25 July, in consideration that the aforementioned drum implements were items that, strictly speaking, do not appear to belong to weapons, and moreover do not amount to much, and also that, in the repair of weapons by the Company's people, the wages of these workers were never charged to the regiment, resolved to take the aforementioned drum implements and the gratuity provided to the soldiers who repaired the weapons on the Company's account; and whereas we, in addition to the special communication given to the Right Honorable Gentlemen Seventeen in our respectful letters of 28 February and 17 September 1784 regarding the supplies of cash and goods provided to supply the regiment with its first year of equipment, have also since then, as has already been said, successively sent over to the Netherlands the accounts of all supplies provided, in so far as they have not been paid here up to the last of August 1787 inclusive, and therefore trust that payment for the amount thereof will have been demanded and received from the Prince of Luxembourg; we have therefore resolved to request payment from Lieutenant Colonel de Raymond only for the supplies that were provided since the first of September 1787, amounting to 94. 8. 8., and which amount he has therefore also already paid into the Company's treasury. Section 189. Nevertheless, we have now sent to the Zeeland Chamber a general account of the supplies provided to this regiment since its arrival on Ceylon, together with two memoranda of the drum implements entered therein, namely, one concerning what relates to the supply since September 1787, which, as stated, has been allowed here to the regiment, and one of what was entered in the accounts already sent to them, in order that the amount thereof, being 191. 6. —, may, with the pleasure of the Gentlemen Directors, be credited to the account of the Prince of Luxembourg. Section 190. And whereas in the accounts already sent there was also entered the amount for gunpowder, cartridges, fuses, primers, and several other items that were supplied to the regiment for conducting the annual exercise, while nevertheless these things, according to our humble view, cannot be considered as having to be charged to the Prince of Luxembourg, and were therefore also omitted from the aforementioned general account communicated to Lieutenant Colonel de Raymond and now being sent over; we have, as appears from our aforementioned resolution of 25 July, resolved to have a separate memorandum drawn up for the amount of all these items in the accounts already sent up to the last of August 1787, which has likewise been sent to the Zeeland Chamber, in order that, in case the Gentlemen Directors should approve thereof, the amount thereof, being 3142. 13., may be credited to the account of the Prince of Luxembourg. Section 191. On this occasion, we also reminded their Honors that the supply of 4112 piastres and 54 stuivers, which according to our resolution of the 9th and 17th of February 1784 was provided to the officers of the aforementioned regiment for travel expenses from the Cape to Ceylon, and of which notice was given to the Right Honorable Gentlemen Seventeen by letter of the 28th of the said month, was not reclaimed from those officers, because from the reply that we received thereto from the Gentlemen Directors of the Zeeland Chamber in an esteemed missive of 12 May 1785, we maintained that it did not appear to be their Honors' intention that such reclaim should take place. Section 192. In our respectful letter of 30 January 1787.
Dutch transcription
2782. haare toebehooren, wat laag is geschied. §. 186. schoon we de reekeningen van de gedane verstrekkingen aan dit Regiment tot ult=o aug:o 1787. , neets successive aan de Heeren seventienen en de kamer Zeeland hebben toegezonden, hebben we het nogthans nodig g'oordeeld, om eene generaale reek: telae„ ten opmaeken van alle de verstrekkingen, die zedert de komst van dit regiment alhier, tot nu toe daar aan zijn gedaan; en hebben we dese reekening doen ter hand stellen aan den luit: Collonel de Raijmond, om dezelve te examineeren en zoo hij daar iets op aantemerken hadde, zijne aanmerkingen aan ons in geschrifte te bedeelen. § 187. Hij heeft daarop bij een ardres, dat g'inseneerd is in onze resol: van den 25. Juli J=l, waar van een extrakt de bijlaegen dezes verzeld, niet anders aangemerkt, dan dat bij de voorsch: reek: waren opgebragt verscheide trom gereed- schappen — schappen, die hij sustineerde ten laste van de Comp: temoeten komen, als dingen, die niet eigentlijk tot de wapenen behooren; en tevens daar bij verzogt aan het regiment goed te doen een be draegen van 33. piastens en 3. stx:, die het als een extra douceur had betaald aan eenige soldaeten, welke sedert 7ber: 1785. tot xber: 1786. de wapens van 't regiment hadden gere„ pareerd„ om dat 'sComp:s volk, 't welk dit werk anders plagt te doen, te veel geoccupeerd was in haar Ed: eigen dienst: met aanbie„ ding wijders, om alleen de verstrekkingen zedert 7ber: 1787. gedaan alhier aan de Comp: te voldoen, wijl hij onderstelde dat de nodige verstrekkingen, ingevolge de reets gezondene reekeningen, van den prins van Luxemburg zouden zijn afge„ houden. § 188: wij hebben derhalven, blijkens onse voorsz: resolutie van den 25. Julij, uit aanmerking dat de voorsch: trom gereedschappen dorigen waren ƒ 2783. waaren, die strikt gesproken niet tot de wape„ nen schijnen te behooren, en boven dien niet veel bedraegen, en dat ook, bij de reparatie van de wapenen door sComp: volk, 't loondee„ zer arbeijdens 't regiment nimmer in reeke„ ning is gebragt, beslooten, de voorsch: tromge„ reedschappen en 't verstrekte douceur aan de soldaeten, die de wapenen hebben gerepareerd, teneemen voor Comp: reek:, en terwijl we, be„ halven de gegevene speciaale Communicatie aan de wel Edele Hoog achtb: Heeren seventienen, bij onze eerbiedige brieven van den 28:' febr: en 17. 7ber: 1784. , van de gedaane verstrek„ king van Contanten en goederen, om 't regi„ ment 't eerste Jaar van monteering te voor„ zien; ook 't zedert, gelijk reets gezegt is, successive de reekeningen van alle gedaane verstrekkingen, voor zoo verre die hier niet zijn betaald tot ult=o aug:s 1787. in clu„ sive, na Nederland hebben overgezonden, en mits dien vertrouwen, dat voor het beloop beloop derzelven van den Prins van Lux emburg, voldoening zal zijn g'eischt en be„ koomen; hebben we derhalven beslooten, van den Luit: Collonel de Raijmond de betaaling te vraegen alleen voor de verstrekkingen, die gedaan zijn sedert p=mo 7ber: 1787. , uitmakende ƒ94. 8. 8. , en welk bedraegen hij mits dien ook reets in sComp:s Cas heeft voldaan. § 189: Niettomin hebben we thans aan de kamer zee„ land gezonden, eene generaale reekening van de gedane verstrekkingen aan dit regiment, zedert desselfs komst op Ceilon, nevens twee notitien van de daar bij opgebragte trom gereedschappen, namelijk, een van het geen aangaat de ver„ strekking zedert 7ber: 1787. , welke gelijk ge„ reijd hier aan 't regiment gevalideerd is, en een van het geen opgebragt is bij de reets aan dezelve toegezondene reekeningen, ten eijnde 't bedraegen daar van, groot ƒ 191. 6. — met believen van Heeren Bewindhebberen, den prinse van Luxemburg in reekening te 0 2784. te worden geleeden. § 190. En aangezien ook bij de reets gezondene reek: is opgebragt 't bedragen van 't kruit, de kar- doesen, sinders, espoletten en meer andere zaken, die tot het doen van de Jaarlijksche exercitie aan 't regiment zijn verstrekt, daer nogthans deze dingen naar ons nederig in„ zien, niet kunnen worden g'acht, den prins van Luxemburg ten laste te moeten komen, en daarom ook bij de voorsch: aan den luit: Collonel de Raijmond gecommuniceerde, en tans overgaande generaale reekening uit„ gelaaten zijn; hebben we, blijkens voorsz: onze resol: van den 25. Juli, besloten, om ook voor zoo veel alle deze articulen in de reets verzondene reekeningen tot ult=o aug:s 1787. bedraegen, daar van te doen for- meeren eene aparte notitie, welke insge„ lijks aan de kamer Zeeland gezonden is, ten eijnde, ingevalle Heeren Bewindheb- beven dat mogten goedvinden, 't bedragen daar en daar van, zijnde ƒ 3142. 13. den Prince van Luxxemburg te kunnen worden in ree„ kening geleeden. § 191. Bij deze gelegentheid hebben we ook hunne wel Edele achtb: erinnerei dat de verstrek- king van 4112. piasters en 54. stuivers, die volgens onze resol: van den 9=t en 17: fiebr: 1784. , aan de officieren van 't voorsch: regiment is gedaan, wegens de rijs ongelden van de Caab na Ceilon, en waar van aan de wel Edele Hoog achtb: Heeren zeventienen, kennis gege„ ven is bij brieve van den 28:e van gem: maand, van die officieren niet is terug gevraagd, om dat we uit 't andwoord, 't welk we daer op van Heeren Bewindhebberen ter kamer Zeeland, hebben ontfangen, bij g'eerde mis„ sive van den 12:' Meij 1785:, sustineerden, ƒ dat het hunner wel Edele achtb: intentie niet scheen te zijn, dat die terug vorde„ ring geschiede. § 192. Bij onzen eerbiedigen van den 30.:' Janu: 1787.
English
2785. 1787. we have informed your High Noblenesses that Lieutenant Colonel de Raijmond, both in his capacity as Commander of the regiment and in his private capacity, had bound himself to satisfy to the Company the bill of exchange of 25000 livres, which we granted to the late Colonel de Beaudrap. He has also, pursuant to this obligation, progressively paid off so much on it that only 4309 florins, 11 stivers, 8 penningen are still lacking for full satisfaction, which we, as appears from our multiple resolutions of 25 July, have had demanded from him, but he excused himself from this, because he had only bound himself to satisfy the aforementioned bill of exchange after deduction of that which the former Colonel and second de Bas should be found to owe to the Regiment, and he therefore maintained that the Company must recover the arrears on the aforementioned bill of exchange from the assets of the said de Bas, who had acknowledged owing 1452 piasters to the regiment. We have therefore, therefore, in consideration of the fact that although he, Lieutenant Colonel de Raijmond, by virtue of that reservation, is no further liable in his private capacity, the regiment nevertheless remains liable for the full amount of the bill of exchange, resolved on 12 August to request from him, de Raijmond, in his capacity as Commander of the regiment, and in the name and on behalf of the Prince of Luxemburg, a voucher to be able to receive the aforementioned 3409 florins, 11 stivers, 8 penningen from the proceeds of the goods of Colonel de Bas which are still to be found here, insofar as that should be found sufficient for it, and the remainder from that which is further to come in for the benefit of the regimental treasury, after a ruling shall have been made by the Council of Justice of this Castle on the claims which the said Lieutenant Colonel de Raijmond has made against Colonels de Hugouet and de Bas, and against Captain de La Roche. We shall take these 1452 2786. Section 193: 1452 piasters from the aforementioned proceeds for the settlement of this matter. Regarding the claims of the regiment with respect to the recruits who arrived with Colonel de Hugouet, we have disposed by our resolutions of 8 May and 25 July last, both accompanying this in extract, and to which we respectfully request permission to refer, with this remark only, that we thereby granted some minor claims which, though uncertain, were nevertheless not entirely improbable, in order to leave nothing unsettled that could in any way be arranged while the regiment was on the point of departure; and we hope that your High Noblenesses will be pleased to favorably approve this. Section 194. The officers of the detachment of the regiment of Luxemburg, which was in garrison at Trinkonomale, have submitted to us a memorial, which accompanies this in copy, in which they showed that this detachment, both on the outward journey to Trinkonomale, as well as during the stay there, and on the journey hitherward, had suffered many hardships and damages; with a request that a reasonable compensation for damages might be granted to them for it. And this request was supported by Lieutenant Colonel de Raijmond, by an address, of which a copy is also attached hereto. But because the aforementioned memorial only contained a description of the circumstances that had caused the loss, without sufficiently determining the damage itself, we have, according to our resolution of 8 August last, demanded from them a more specific indication of the loss suffered, together with an estimate of its value. Section 195. Since then, Captain de Jakob, who commanded the aforementioned detachment, has, by 2787. by an address that is forwarded in copy, given a more specific indication of that which the same detachment has lost, yet with the declaration of not being able to estimate the value thereof; and Lieutenant Colonel de Raijmond maintained that three months of full pay to officers and soldiers would compensate the damage, as appears from his address, also added in copy among the appendices. Section 196. The adversities, hardships, and losses which the aforementioned detachment has undergone are matters that actually happened, though this certainly is nothing uncommon to the military profession, and a soldier must therefore put up with it, without any right to ask for any compensation or indemnification for it. But because this detachment, when it was sent out from Trinkonomale, for reasons mentioned in our respectful secret letter of 5 April last, to camp outside the forts, truly suffered much, and one is otherwise accustomed in such cases to give field gratuities, we have, according to our resolution of 22 August, had a gratuity provided to the same by way of gratification; namely: to the Captain Commandant 258 rixdollars, amounting to three months' allowances; to the Lieutenants and Sub-Lieutenants each 75 rixdollars, amounting to approximately the average sum of the combined allowances of a Lieutenant and a Sub-Lieutenant for two months; to the Assistant Surgeon, and the quartermasters and Sergeants each 10 rixdollars; to each Corporal 7 1/2 rixdollars; and to each private 4 3/4 rixdollars, amounting to approximately one month's allowances: this gratuity having therefore amounted to a sum of 1298 rixdollars, 36 stuivers. Section 197. The repeatedly mentioned Lieutenant Colonel de Raijmond has shown, by an address which goes in copy among the appendices to this, that the 17th article of the first and the 8th article of
Dutch transcription
2785. 1787. hebben we uwen Hoog Edelheeden bedeeld, dat de Luit: Kollonel de Raijmond, zoo in zijne qualiteit als Commandant van 't regiment, als in zijn prive, zich hadde verbonden, om de wissel van 25000. livres, die we, aan wijlen den Colonel de Beandraps hebben verleend aan de Comp: te voldoen. Wij heeft ook, ingevolge deze verbinte„ nis, successive daar op zoo veel in mindering afgelegd, dat nog alleen aan de volle voldoe„ ning ontbreeken ƒ 4309. 11. 8. , die we hem, blij„ kens meerm: onse resol: van den 25. Julij hebbe laaten afvraegen, dog hij heeft zich daar van verschoond, om dat hij zig eenelijk had verbon„ den de voorsz: wissel te voldoen, na aftrek van het geen de gew: Colonel en second de Bas, zoude worden bevonden schuldig te zijn aan 't Regiment, en hij derhalven sustineerden, dat de Compenie 't agterstallige op voorsch: wissel, moest verhaalen op de middelen van gem: de Bas, die erkend had aan 't regiment 1452. piasters schuldig te weezen wij hebben derhalven derhalven, uit aanmorking, dat of schoon hij luit: Colonel de Raijmond, uit kragte van die reservatie, niet verder in zijn prive aan„ spreekelijk is, 't regiment nogtans voor het geheele beloop van de wissel aanspreekelijk blijft op den 12:' aug:s beslooten, van hem de Raijmond, in zijne qualiteit als Commandant van 't regi„ ment, en uit naam en van wegens den Prins van Luxenburg, te vraegen een bewijs, om voorschreeve ƒ 3409. 11. 8. te kunnen ontfan„ gen, uit 't product van de goederen van den Collonel de Bas, die hier nog te vinden zijn, voor zoo verre dat daar toe toerijkende zoude worden bevonden, en de rest uit 't geene ten behoeve van de regiments Cas, verder staat intekoomen, na dat bij den raed van Justitie dezes Casteels, uitspraak zal zijn gedaan op de vorderingen, die gem: luit: Colonel de Raijmond, tegen de Colonels de Hugouet en de Bas, en tegen den Capitain de La Roche gedaan heeft we zullen dese 1452. 2786. § 193: 1452. piastens uit 't voorsch: product ligten ten verevening dezer zaak. op de vorderingen van 't regiment, ten aan„ zien van de recruten, die met Colonel de Hu„ gonet zijn aangekoomen, hebben we gedisponeerd bij onze resol: van den 8:e Maij en 25. Julij I:o L: bijde in extrakt deezen verzellende, en waer aan we verlof verzoeken ons eerbiedig temogen gedraegen, met deze aanmerking alleen, dat we daar bij eenige geringe pretentien, die schoon onzeker, echter niet geheel omwaarschijn„ lijk waren, hebben ingewilligd, om terwijl 't re„ giment op zijn vertrok stond; niets onverevend telaaten, dat maar eenigzints konde worden geschikt: en wij hoopen dat uwe Hoog Edel- J heeden, zulx gunstig zullen gelieven te pas„ seeren. § 194. De officieren van 't detachement van 't regiment van Luxemburg, 't welk te Trinkonomale in guarnisoen heeft geleegen, hebben aan ons overgegeeven eene Memorie, die in Copij dezen verzeld aan verzeld, waar bij ze vertoonden, dat dit detoe„ crement, zoo wel op de heen rijse na JaimCono„ male, als geduurende 't verblijf aldaar, en op de rijse na herwaards, veele ongemakken en schaden had geleeden; met verzoek, dat daar voor aan 't zelve eene billijke schaavengoeding mogte worden toegelegd en dit verzoek wierd. ondersteund, door den Luit: Colonel de Raij„ mond, door den Suit: Casael de Ruijmand, bij een addres, waar van ook een Copij dezen is bijgevoegd. dan wijl de voorsch: Memorie alleen eene beschrijving behelsde van de om„ standigheeden, die 't verlies hadden veroor- zaakt, sonder de schade zelve genoegzaem te bepaalen; hebben we volgens ons besluit van den 8:' aug:s I:o L:, eene speciaaler aan„ wijzing van 't geleeden verlies, van hun gevorderd, nevens eene begrooting van dies waarde. § 195. 'T zedert heeft de Cop: de Jakob, die 't voorm: detachement heeft gecommandeert, bij 2787. bij een addres, dat in Copij overgaat, eene specialer aanwijzing gedaan, van het geene 't zelve detache„ ment heeft verlooren, met betuiging nogtans van de waarde daar van niet te kunnen begrooten; en de luit: Colonel de Raijmond sustineerde, dat drie maanden volle gagie aan officieren en soldaeten, de schade zoude vergoeden, blij- kens zijn addres, mede in Copia onder de bij„ lagen gevoegd. § 196. De tegenspoeden, ongemakken en verliesen, die 't voorsch: detachement heeft ondergaan, zijn zae„ ken die wezentlijk gebeurd zijn, hoe we dit ze„ ker niet ongemeens is aan den militairen stand, en ook soldaat zich mits dien dat moet lae„ ten welgevallen, zonder eenig recht om daar voor eenige vergoeding, of schadeloos stelling te vroegen. Maar wijl dit detachement, toen het van Tainkonomale, om reedenen vermeld bij onsen eerbiedigen secreeten brief van den 5. April I:o L:, wierd uitgezonden, om buiten de forten te Compeeren, in waerheid veel geleeden geleeden heeft, en men anders gewoon is, in zulke gevallen veld-douceuren te geeven, hebben we volgens ons besluit van den 22. e aug:s, aan 't zelve bij weege van gratificatie, een douceur laeten verstrekken; namelijk: aan den Capitein Com„ mandant 258: rijksd:, uitmaekende drie maanden appoinctementen, aan den Luitenants en sous luitenants elk 75: rd:s, beloopende om„ trend 't gemiddeld bedraegen, van de bij een getrokkene appoinctementen; van een Luit: en een sous luitenant, voor twee maanden; aan den aide Chirurgijn, en de fouriers en Zergeants ider 10 rd:s, aan ider Corporaal 72. rd:s en aan elk gemeene 4¾ rd: bedrae„ gende omtrend een maand appoinctementen: hebbende mits dien dit douceur bedraegen eene somma van rd:s 12. 98: 36. — § 197. De meerm: Luit: Colonel de Raijmond heeft bij een addres, dat Copieelijk onder de bijlaegen dezes gaat, vertoond, dat 't 17. articul van de eerste en 't 8. artikul van
English
2788. of the second Capitulation states that the aforesaid regiment would be defrayed during the journey, and that undoubtedly on that account, the table for the officers had been furnished by the Company, both for the voyage from Europe to the Cape, and from the Cape to Ceylon, without any deduction having been made from them for it; with the simultaneous request that, if we should find difficulty, now that the regiment is returning to Europe, in having the table for the officers also provided at the expense of the Company, we would then be pleased to grant them as a gratuity a sum of three thousand rixdollars, and this on account of the straitened circumstances in which they find themselves, which were further increased because the two months of appointments that were to be furnished to them at the beginning of the voyage had to be received by them in copper coin. Paragraph 198. This request was certainly contrary to the instructions of the Gentlemen Directors of the Chamber of Zeeland by Missive of 12 May 1785, namely to allow the officers, when they are on a voyage, to retain their emoluments for table money; but on the other hand we were convinced that they were indeed in a very straitened condition, and most had plunged themselves deeply into debt, so that with the two months of emoluments they would receive upon their departure, they could accomplish little, on account of the great scarcity and dearness of almost all necessities. We have therefore, according to our resolution of 12 August, announced to Lieutenant Colonel de Raymond: 1. That the Company would take the expenses of the table for the officers on its account, in case he, the Lieutenant Colonel, preferred that instead of the emoluments of himself and the other officers during the voyage, which would then be withheld for that purpose, and provided that to the same, as long as the voyage lasted, only the wages would be paid, without emoluments, because the emoluments to the officers of the regiment of Luxembourg, during the voyage, were paid solely to make good out of them, among other things, the expenses of the table. 2. But that if he, the Lieutenant Colonel, preferred now that the regiment is leaving, to abide by the established custom, namely that the officers, instead of the defrayment spoken of in the aforesaid articles of the Capitulations, continue during the voyage to enjoy the emoluments in addition to the wages; we would then, out of special consideration for the request of him, de Raymond, and because he assured us that the circumstances of the officers are very straitened, for their relief, solely by way of gratuity and not on account of any obligation, deliver here into the hands of him, de Raymond, fifteen hundred rixdollars from here to the Cape, and fifteen hundred rixdollars from the Cape to Europe, thus together the sum of three thousand rixdollars requested by him. Paragraph 200. And since Lieutenant Colonel de Raymond, pursuant to the second part of this our reply, accepted, subject to the enjoyment of the wages and emoluments, to take the aforesaid three thousand rixdollars as a gratuity, with the request to have the entire amount thereof disbursed to him here in cash, we consented to it and had this amount provided to him here; and we trust that your High Honours will kindly be pleased to approve this, in consideration that the officers of this regiment would otherwise not have been able to furnish the table, and also this gratuity amounts to only about half of what was granted to them solely for the voyage from the Cape to Ceylon in the year 1784. Paragraph 201. Furthermore, we have, in hopes of your High Honours' favourable indulgence, according to our resolution of 19 September, out of special consideration, caused to be provided to Lieutenant Colonel de Raymond, who on account of his rank must incur greater expenses than the other officers, 300 rixdollars as a supplement to his house rent since he has commanded the regiment, because he actually had to spend 40 rixdollars a month on rent to be accommodated in any way decently, and his ordinary house rent amounts to 25 rixdollars monthly. Paragraph 202. As appears from our humble letter to the Right Honourable Gentlemen Seventeen, which accompanies this in copy, Lieutenant Colonel and Commander of the Regiment of Luxembourg de Raymond already some time ago complained to us about the copper coin with which the Regiment was paid for a time, and sought to maintain that this was in many respects very disadvantageous to it. Now that the regiment was about to depart, he has further pursued this by a letter of 17 July last, and thereby requested compensation from us for the damage that he calculated in this letter the regiment had suffered from it. Paragraph 203. In this letter he also requested of us to have paid to the regiment the amount that, according to our resolution of 19 July 1785, whereby the payment to the non-commissioned officers and the soldiers was fixed according to the capitulation, was paid less to them than formerly, and finally he sought to maintain thereby that on account of the custom that national soldiers, after serving out their first term of enlistment, are increased from 9 guilders to 11 guilders upon entering into a new enlistment
Dutch transcription
2788. van de twede Capitulatie zegt, dat 't voorsz: regiment zoude worden gedetroijeerd geduu„ rende de rijse, en dat ongetwijffeld uit hoofde van dien, de tafel voor de Heeren officieren, door de Comp: was getourneerd, zoo wel voor de rijse uit Europa na de Caab, als van de Caab na Ceilon, zonder dat daar voor aan dezelven eenige korting was ge„ daan; met verzoek tevens, dat zoo we swarigheid mogten vinden, om, nu 't regiment terug gaat na Europa, de tafel aan de officie„ ven ook ten laste van de Comp: te laaten gee„ ven, als dan tot eene gratifikatie aan hun te willen toeleggen eene somma van drie duizend rijxd:, en zulks uit hoofde van den bekrompen toestand, waar in ze zich bevinden, die nog werd vergroot, door dien de twee maanden appoinctementen, welke hun bij het aangaan van de rijse zouden worden verstrekt, bij hun in kopere munt moesten worden ontfangen. § 19. 8 en n 2 99 5 § 198. Dit verzoek was zeekerlijk strijdig tegen de aanschrijvens van de Heeren Bewindhebbe, ren ten kamer Zeeland bij Missive van den 12. Meij 1785., om namelijk aan de officieren, wan„ neer ze op rijs zijn, hunne emolumenten te laaten behouden voor tafel geld; dog aan de andere kant waren we overtuigd, dat ze inderdaed in een zeer bekrompen toestand waren, en de meesten zig diep in schulden gestooken hadden, zoo, dat ze met de twee maanden emolumenten, die ze bij hun ver- trek zouden ontfangen, wijnig konden uit„ voeren, wegens de groote schaarsheid en duurte van meest alle noodwendigheeden. we hebben derhalven, volgens ons besluit van den 12: ' aug:, den luitenant Colonel de Raijmond aangekondigt. I. dat de Comp: de ongelden van de tafel voor de officieren zoude nemen voor haare reekening, ingevalle hij luitenant Colonel dat verkoos, instede van de emolumen„ ten 2 29 2789 ten van hem en de verdere officieren geduurende de rijse, die als dan daar voor zouden worden ingehouden, en mits dien aan dezelven, zoo lange de rijs duurde, alleen worden be„ taald de gagien, zonder emolumenten, wijl de emolumenten aan de officieren van 't regi„ ment van Luxxemburg, geduurende de rijse, alleen daarom werden betaald, om daer uit goed temaaken onder anderen de ongelden van de tafel. 2. Dog dat indien hij Luit: Colonel verkoos, om nu, dat 't regiment gaat; te blijven bij de ingevoerde gewoonte, dat namelijk de officieren, instede, van 't defroijement, waer van bij de voorsch: artikuelen van de Capi„ tulatien gesproken word, geduurende de rijse, behalven de gagien, blijven genieten ook de emolumenten; wij als dan uit bij„ zondere consideratie voor 't verzoek van hem de Raijmond, en wijl hij verzee„ kend dat de officieren hunne omstandig„ reeden heeden zeer bekrompen zijn, tot soulagement van dezelven, alleen bij weege van gratificatie, en niet uit hoofde van eenige verbintenis, hier in handen van hem de Raijmond, zouden geeven vijftien honderd rijxd: van hier tot de Caab, en vijftien honderd rd:s van de Caab tot na Europee, dus tezamen de door hem gevraagde som van drie duizend rd:s § 200. En wijl de Luit: Colonel de Raijmond, in„ gevolge het twede lid van dit ons antwoord, heeft geaccepteerd, behoudens het genot van de gagie en envolumenten, de voorsch: drie duizend rd:s aanteneemen als eene quatifi„ catie, met verzoek om het geheel bedraegen daar van, hier zelve in Contant aan hem te laaten uitkeeren, hebben we daarin bewil„ ligd en dit montant alhier aan hem laaten verstrekken: en we vertrouwen dat uwe Hoog Edelheeden, zulx gunstig zullen gelieven te passeeren, uit aanmerking dat de officie„ ren van dit regiment, anders niet vermo„ gend 2790. gend zijn geweest om de tafel te fourneeren, en ook deeze quatificatie omtrend maar de helfte bedrangt, van het geen hun alleen voor de rijs van de Caab na Ceilon, in 't Jaar 1784. is toegestaan §201. Voorts hebben we aan den luit: Colonel de Raijmond, die wegens zijnen rang meerder onkosten moet doen, dan de andere officieren, op hope van uwer Hoog Edelheeden gunstige inschikking, volgens ons besluit van den 19:e 7ber:, uit bijzondere konsideratie laaten verstrekken rd: 300. tot supplement van zijn huishuur, zedert dat hij het regiment. kommandeert, wijl hij in der daet 40. rd:s smaands heeft moeten verwonen om eeniger mate ordentelijk te zijn gelogeert, en zijn gewoone huis huur maandelijks rd:s 25. bedraagt. §202. Blijkens onsen nedrigen brief aan de wel Ede„ „le Hoog achtb: Heeren XVII=men, die in Copij de„ zen verzeld, heeft de luit: Colonel en kom„ mandant van het Regiment van Luxenburg de Raijmond, zig reeds eenigen tijd geleeden bij bij ons bezwaard over de kopere munt; waer mede het Regiment een tijd lang is betaald, en zoeken te beweeren dat dit voor 't zelve in veele opzigten zeer nadeelig was. Nu dat het regiment stond te vertrekken heeft hij bij een brief van den 17=e Julij IL: dit nader gedaan, en daar bij vergoeding van de schaede„ die hij bij deze brief bereekend, dat het regiment daarop geleeden heeft, van ons gevraagt. § 203. Bij dezen brief heeft hij nog van ons gevraagt, om aan het regiment te laaten betaalen het bedreee„ gen, dat volgens onze resol: van den 19:e Julij 1785. , waar bij de betaling aan de onder officieren en de soldaaten, volgens de kaputulatie is be„ paald, minder aan hun betaald is, dat eertijds, en eijndelijk heeft hij daar bij zoeken te bewee„ ren, dat uit hoofde van de gewoonte, dat de nationale soldaaten, na het uitdienen van hun eerste verband, bij het aangaan van een nieuw verband van ƒ 9. tot ƒ 11. worden verbeeterd
English
improved, the soldiers of the Regiment van Luixemburg are also entitled to this improvement of ƒ2. after the expiration of the first 5. years of their engagement, notwithstanding that they were engaged for 8. years, and inquired about the amount thereof. § 204. On the 25: of that same month we deliberated upon this letter in our meeting, and by our resolution taken thereupon on that same day, in which this letter is inserted and accompanies this in extract, we think we have shown the groundlessness of all these demands in a very satisfactory manner, and have therefore decided to dismiss all of them. § 205. This resolution has since been communicated to the Lieutenant Colonel, and we have thereupon received from him a further letter written on the 1:st 7ber:, in which he grieves over this our resolution, and further insists on the demands made in his aforesaid letter; but however much nothing of any weight appears in this letter that is not already found in substance in his aforesaid letter of the 17:th July, and that we therefore could have considered this second letter answered by our resolution of the 25. July, we nevertheless thought it better to reply further to the principal points thereof by our resolution of the 26: 7ber: last, in which the last-mentioned letter is inserted and sent in extract to Lieutenant Colonel de Raijmond; in this resolution we persisted in our aforesaid resolution of the 25:th July, and only added some further amplifications to further elucidate the groundlessness of his claims. § 206. We very humbly request, in order to avoid too great prolixity, to be permitted to refer to both of these our decisions, which were intentionally drawn up somewhat more circumstantially than strictly speaking was necessary to refute such very groundless demands; in case these same demands might hereafter, although denied by us here, be brought up for discussion with the Gentlemen Directors, and whether in such a case this might therefore serve for the greater convenience of their highest deliberations to be held on the matter. § 207. In case it might also be of some service specifically in the matter of the reduced pay, we have transmitted to the Gentlemen Directors an original letter written by Lieutenant Colonel de Raijmond to the first undersigned Governor on the 5:th 8ber: 1785., and thus shortly after the introduction of the reduced pay, in which he made not the slightest objection against the same. § 208. We cannot deny Lieutenant Colonel de Raijmond the praise that he has always conducted himself quite reasonably in all respects, and we suspect, as we think with good reason, that he would not have proceeded to make all the aforesaid very strange representations, were it not that he was incited thereto by a party of officers of his regiment, to test whether they could make it possible in this manner to draw something more from the Company. § 209. We are the more strengthened in this opinion by a letter from the corps of officers, written to us from Gale on the 8:th 7ber:, when the entire regiment had already departed thither, and which was sent to us along with the servants' letter of the same date. This letter, of which we shall speak further below, was sent by us back to Gale, with orders to the servants to return it to the corps of officers and to announce to them that we would expect no more such addresses from them, and that if they had anything to propose, they could do so to their commander. § 210. The aforesaid letter was subsequently sent by the often-mentioned officers to Lieutenant Colonel de Raijmond, who sent it to us with an accompanying letter, and thereupon the resolution was subsequently taken by us, which also accompanies this in extract, in which this letter, which is also transmitted in copy among the enclosures, is inserted. § 211. Apart from a very impertinent request that appears therein, we may well call it so, namely that the Company would charge itself with the table for the officers, notwithstanding that they know very well that the emoluments for the voyage are given to them for that purpose, this letter contains only the same proposals that Colonel de Raijmond made to us further in his aforesaid address, and which we denied on the grounds indicated in our aforementioned resolution. We request to be permitted to refer also to this our resolution, which was communicated to Lieutenant Colonel de Raijmond, and only note from it that we thought we should draw his attention to the very serious step that the officers permitted themselves in this letter, by requesting from the Government, on behalf of the non-commissioned officers and soldiers of the regiment, compensation for what has been paid less to them than formerly, notwithstanding knowing that this petition was denied to Mr. de Raijmond, and that at the moment that the regiment is, so to speak, about to be embarked. § 212. In our often-mentioned resolution we clearly demonstrated that the difference between the copper currency and the gold and silver specie, about which so much fuss is made in the aforesaid papers, could have had little influence with respect to the regiment, and it is indeed more ideal than real, except only for those who need to export cash in specie, and against this inconvenience we have provided with respect to the regiment. We still wish it ƒ taris 0
Dutch transcription
2791 verbeeterd, de soldaaten van het Regiment van Luixemburg, ook tot deze verbeetering van ƒ2. geregtigd zijn, na verloop den eerste 5. Jaaren van hun verband, niettegenstaande dat ze voor 8. jaaren geengageert zijn, en om het mon„ tant daar van gevraagd. § 204. Den 25: van die zelfde maand hebben we op dezen brief in onze vergadering geraad„ pleegt, en bij onze ten zelven dage daarop genomene resol:, waar bij deze brief is geinse„ neerd en in Extrakt hiernevens gaat, denken we de ongegaondheid van alle deeze vorderin„ gen, op een zeer voldoende wijze te hebben aangeweezen, en hebben mits dien beslooten alle dezelve te wijzen van de rand. § 205. Deeze resol: is aan den Luit: kolonel zedert, gecommuniceerd, en hebben we daarop van hem ontfangen een nadere brief geschreeven den 1:e 7ber:, waar bij hij zig over deze onze resol: bezwaard, en nader aandringt op de vorderingen bij voorsch: zijn brief gedaan, dan roe zeer ook bij dezen brief niets van eenig gewigt voor komt, dat den dat ook niet reeds in substantie gevonden word bij voorsch: zijn brief van den 17:' Julij, en dat we mits dien deeze twede brief, door onze resol: van den 25. Julij hadden kunnen houden voor beand„ woord, hebben we nogthans beeter gedagt om op de voornaamste pointen daar van, naden te antwoorden bij onze resol: van den 26: 7ber: J: L:, waar bij laast gem: brief is g'insereerd en aan den luit: kolonel de Raijmond in Extrakt is toegezonden, bij deze resolutie ge„ pensisteert bij voorsch: onze resol: van den 25:e Julij, en hebben daar bij alleen gevoegt eenige meerdere uitbrijdingen, tot verdere ophelderingen van de ongegrondheid zijnen eijschen. § 206. we verzoeken zeer nederig om ons, ter vermij„ ding van al te groote wijdloopigheid, aan bijde deeze onse besluiten te mogen gedraegen, die met voordagt wat omstandigen gesteld zijn, dan 't strikt gesprooken, ter wederlegging van zulke zeer ongegoonde eisschen noodig was; ofsomtijds na dezen die zelfde vorderingen, schoon hier door 2792. door ons ontzegt, bij de Heeren Bewindheb= deren mogten worden ter spraak gebragt, en of dit inzulk een geval mits dien mogte kun„ nen strekken tot eenig meerder gemak van hoogst derzelven daar over te houdene delibera„ tien. § 207. of het ook somtijds speciaal in 't stuk van de verminderde betaling van eenige dienst konde zijn, hebben we aan Heeren Bewindhebberen overgezonden een origineel brief, door den luit: kolonel de Raijmond aan den eerst ondergeteeken„ „de gouverneur geschreeven den 5=e 8ber: 1785., en mits dien kort na de introductie van de verminderde betaaling, waar bij hij tegen dezelve geen de minste objektie gemaekt heeft.. § 208. wij kunnen aan den luit: kollonel de Raijmond niet wijgeren den Lot, dat hij zig steeds in alle opzigten vrij schikkelijk gedraegen heeft, en we vermoeden zoo we denken met veel gronds, dat hij tot het doen van alle de voorsch: seer vreemde voorstellingen niet zoude zijn getree„ den den, was het niet dat hij daar toe ware aange„ zet door een parthij officieren van sijn regiment, om te beproeven of ze het konden mogelijk mae„ ken, om op deeze wijze de Comp: nog wat te ont„ draagen. § 209. we worden in dit gevoelen te meer gesterkt door een brief van het koups officieren, van Gale, den 8:e 7ber: aan ons geschreeven, toen nu het geheele regi„ ment reeds na derwaards vertrokken was, en welke ons nevens der bediendens brief van den zelfden datum is toegezonden. Dese brief, waar van we hier onder nader spreeken zullen, is door ons we„ der na Gale gezonden, met last aan de bediend:, om ze aan 't koops officieren te rug te geven en hun daar bij aan te kondigen, dat we geen meer diergelijke addressen van hun souden ver„ wagten, en dat zoo se wat voortestellen hadden, ze het konden doen aan hun kommandant. § 210. voorsch: brief is vervolgens door de meerm: officie„ ren gezonden aan den luit: kollonel de Raij„ mond, die ze ons met een geleijde brief heeft 2793 heeft toegezonden, en is vervolgend door ons 5 daarop genomen de resol:, die in Extrakt nog hiernevens gaat, maar bij deze brief, die ook onder de bijlaegen in: Copij overgaat, is geinsereerd § 211. Behalven een zeer inpertinent verzoek dat daer bij voorkomt /:we mogen 't wel zoo noemen:/ dat de Comp: namentlijk, zig wilde belasten met de tafel voor de officieren, niet tegenstaande dat ze zeer wel weeten, dat hun de emolumen„ ten geduurende de rijse daar voor gegeven worden, komen bij dezen brief alleen voor de zelfde voorstellen, die de kolonel de Raijmond, ons bij voorsch: zijn addres nader heeft gedaan, en die we op de gronden, bij voorm: onse resol: aangewezen, hebben ontzegt we ver„ zoeken ons ook aan deze onse resolutie, die den luit: Collonel de Raijmond is gecom„ municeerd, te mogen gedraegen, en merken daar uit alleen aan, dat we gemeend heb„ ben hem daar bij te moeten doen opmerken, E de zeer nadenkelijke demarche, die de officieren zig bij dezen brief hebben gepermitteerd, met daar bij van het Gouvernement, ten behoeve van de onder officiers en soldaaten van 't regi„ ment, vergoeding te vraegen van het geen aan dezelve minder betaald is, dan eertijds, niet tegenstaande te weeten dat dese in„ stantie aan den heer de Raijmond is ontzegt, en sulx op het ogenblik, dat 't regiment om zoo te spreeken staat te worden ingescheept. § 212. Bij meerm: onse resol: hebben we duidelijk aangewezen, dat 't verschil tusschen de kopere munt en de goude en silvere spetien, waarov over zoo veel op het bij de voorsch: papieren word gemaakt, ten aanzien van 't regiment van wijnig invloed heeft kunnen wesen, en 't is ook in derdaad meer idiaal dan reëel, dan alleen voor de sulken die nodig hebben kon„ tanten in spetien uit tevoeren, en tegens dese ongelegendheid hebben we ten aansien van 't regiment voorzien. we willen 't nog ƒ taris „ 0
English
2794 cannot now deny that it has been more or less disadvantageous, particularly to the officers, when purchasing provisions and other necessities from foreigners, and it is also especially out of that consideration that we made them the present of 3000 rd. mentioned hereinabove, although we thought it best not to give it to them under that name, in order to prevent them from sometimes drawing conclusions therefrom to more or less legitimize what they have asked of us on that subject. § 213. It may well be that in special cases persons who needed to export cash in specie, on occasions when they could obtain no trade goods that suited them, exchanged silver or gold against copper money at a loss of 25 to 30 p:r C:t, but the scarcity of gold and silver money on Ceylon has never had such a detrimental influence on provisions and what is needed for clothing, because a good portion of what the foreigners bring is paid for with the country's products, which are still always more or less at the same price as they were during the recent war, when almost nothing other than gold and silver money circulated on Ceylon, so much so that there was even a time when copper money was so scarce that in order to exchange a piaster for duiten one had to lose 7 or 8 st:t; it is not very easy to calculate, but presumably the price increase that arose on some articles from the scarcity of silver money will not amount to 5 to 6 p:r C:t, and on the country's products, in so far as they consist of provisions, it cannot have had any influence at all, or at least no noticeable influence. § 214. In the year 1786 a Baron de Bissij arrived here, sent out by the Prince of Luxemburg to be employed as an officer with the regiment; but as we had no instructions from the Gentlemen Directors on his behalf, no salary was credited to him here until after he was actually employed upon a vacancy. He has since requested us to grant him something toward the expenses of his outward voyage, and upon the strong insistence of Lieutenant Colonel de Raijmond, we have, according to our resolution of the 7th of August last, ordered six months' salary of a Cadet to be paid to him for that purpose. § 215. Likewise, there arrived this year from the Cape of Good Hope on one of the chartered ships that brought the regiment of Meuron, one Migot de La Combe, who has since been placed with the regiment here as lieutenant upon a vacancy; he also had no other instructions than that he was recorded on the Cape muster rolls 2795 as second lieutenant at the head of some recruits who arrived on the same occasion for the regiment of Luxemburg. We have therefore, according to our resolutions of the 16th of July and the 8th of August last, granted him the salary of a Cadet for three months, or from the departure from Europe until his departure from the Cape, and the salary of a second lieutenant for three months, or during the voyage from the Cape to Ceylon. § 216. Due to vacancies, according to our resolutions of the 21st of July and the 22nd of August last, approval was given, upon the written proposals made for that purpose by Lieutenant Colonel de Raijmond, to the following promotions in the aforementioned regiment, namely: Captain-Lieutenant de La Egrevisse to Captain-Commandant, in place of Captain de H: Angel, who departed for Europe and whose leave had already expired several months ago. 2796 First Lieutenant des Rosiers to Captain-Lieutenant, in place of de l'Egrevisse. First Second Lieutenant de la Gueze to Lieutenant, in place of des Rosiers. Adjutant Montjoset to Second Lieutenant, in place of de la Gueze. Sergeant of the Grenadiers Muller to Second Lieutenant, in place of Second Lieutenant Martin, who was granted his discharge at his request. Lieutenant de La Chasse to Captain-Lieutenant, in place of the aforementioned Captain de l'Egrevisse, who was provided with the vacant company of d'Elmillac. First Second Lieutenant du Platel to Lieutenant, in place of de La Chasse. Cadets de Raimont and Bouet to Second Lieutenant, to fill two vacant posts. § 217. Herewith all officer posts in the regiment are filled, with the sole exception of that of the former Captain d'Elmillac, mentioned in our respectful letter of the 14th of August 1787, who will depart for Europe on a subsequent occasion; but regarding whom, upon the proposal made for that purpose by the first-undersigned Governor to the commandant of the regiment, the latter has agreed not to fill that post, because the aforementioned Delmillac, having nothing of his own, will have to be maintained by the Company until his departure and during the voyage. § 218. The salaries of the entire regiment of Luxemburg have been paid here up to the end of September, and in addition an advance of two months, or for this and the upcoming month of November, has been made to the men who are now returning to L'Orient, namely pay and emoluments to the officers, and pay only to the non-commissioned officers and soldiers, as appears from the payroll that was sent by the officials at Galle to the Gentlemen Directors
Dutch transcription
2794 tans niet ontkennen, dat 't de officieren in„ zonderheid, min of meer schadelijk geweest is, bij 't inkoopen van provisien en andere noodwendigheeden van vreemdelingen, en het is ook inzonderheid uit die konsideratie, & dat we aan hun het. present van 3000. rd.. hier boven vermeld hebben gedaan, schoon we gemeind hebben het hun onder die naam niet te moeten geven, ter voorkoming dat ze daar uit somtijds gevolgen zouden afleiden, om 't geen zee op dat onderwerp van ons gevraagd hebben, min of meer te wettigen. § 213. Het kan wel zijn dat in speciale gevallen luiden, die nodig hadden kontanten in spetie uit te voeren, bij gelegentheid dat ze geene negotie goederen, die hun teekenen, konden krijgen, zilver of goud tegens koper geld heb- ben ingewisselt met een verlies van 25. tot 30: p:r C:t, dog van zulk een schadelijken in —ij vloed is de schaarsheid van 't goud en zilver geld op Ceilon nooijt geweest op de levens- middelen ds r middelen en 't geen tot kleeding nodig is, wijl een goed gedeelte van 't geen de vreemdelingen aanbrengen met slands producten werden be„ taald, die nog altoos min of meer zijn op de zelf„ den prijs, dan ze geweest zijn geduurende den Jongsten oorlog, wanneer 'er op Ceilon bij na niets anders dan goud en zilver geld in de wan„ deling ging, zoo zeen, dat men selfs een tijd gehad heeft, dat 't koper geld zoo schaans was, dat men om een piaster tegens duiten te ver„ wisselen 7. of 8. st:t verliesen moest- wet is niet al te wel na te rekenen, dog vermoede„ lijk zal de verduuring, die op sommige artikelen uit de schaarsheid van zilver geld is ontstaan, geen 5. à 6. p:r C:t bedraegen, en op slands producten, zoo veel ze in levensmid„ delen bestaan, heeft 't geheel geen of ten minsten geen merkbaare invloed kunnen hebben. § 214. Jn 't Jaar 1786. is hier eene baron de Bis„ sij aangekomen, uitgezonden door den heer Prins Prins van Luxxemburg, om bij 't regiment als officier teworden g'emploijeerd; dog wijl we sij„ nent wegen gene aanschrijvens van Heeren Bewindhebberen hadden, zijn hem hier gene appoinctementen goed gedaan, dan na dat hij bij vacature werkelijk is geemploijeerd gewor„ den. Hij heeft ons 't zedert verzogt, hem iets toeteleggen voor de kosten van zijne uitrijs, en op de kragtige instantie van den Luit: Colonel de Raijmond, hebben we hem, vol„ gens ons besluit van den 7:' aul: I: L:, daer voor laaten betaalen ses maanden appoincte„ menten van een Cadet. § 215: Jnsgelijks is dit Jaar met een van de gehuur de scheepen, die 't regiment van Meuron hebben voorgebragt, van de Caab de Goede Hoop aangekomen eene de Migot de La Combe, die 't zedert hier mits vacatura, bij 't regiment als luit: is geplaatst wij had ook gene andere aanschrijvens, dan dat hij bij de Caabsche monsten volstond 2795 aan aangeteekend als sous luit:, aan 't hoofd van eenige recruten, die bij dezelve gelegentheid, voor 't regiment van Luxemburg zijn aangekomen. wij hebben hem derhalven, volgens ons besluiten van den 16: Julij en 8: aug=o I: L:, toegelegt de appoinctementen van een Cadet voor drie maan„ den, of zedert 't vertrek uit Europa tot zijn vertrek van de Caab, en de appoinctementen van een sous luit: voor drie maanden, of geduurende de rijse van de Caab na Ceilon § 216. Mits vacatura, is volgens onse resol: van den 21: Julij en 22:' aug:s J:oL:, op de daar toe ge„ dane schriftelijke voorstellen door den luit: Colonel de Raijmond, 't agnement gegeeven tot de volgende bevorderingen bij 't meerm: regiment, namelijk: de Capit: luitenant de La Egrevisse tot Cap: Commandant, insteede van den na Europa vertrokkenen Capitein de H: An„ gel, wiens verlof reets verscheide maan„ den was g'expireerd. de 2796 de eerste luit: des Rosiers tot Cap: luit, instede van de le grevisse. De eerste sous luit: de la Gaeze, tot Luit: in plaats van des Rosiers. de adjudant Montjoset tot sous luit:, in stede van de la Gueze. de sergeant der granadieus Muller tot sous luit:, in stede van den sous luit: Martin, aan wien op zijn verzoek, zijne demissie is gegeven. de luit: de La Crasse tot Cap: luit:, in plaats van voorm: Cap: de L' EGrevisse, die begeven is met de vacante Comp: van d' Elmillac. de eerste sousluit: du Platel tot luit:, in plaats van de La Chasse. de kadets de Raimont en Bouet tot sous luit:, ter vervulling van twee vakante plaatsen. §217. Hiermede zijn alle de officiers plaatsen in het regiment vervult, alleen uitgezondert die van de gewezene kaptein D'Elmillac, ver den vermeld bij onsen eerbiedigen brief van den 14:' aug:s 1787. , die met een volgende gelegentheid na Europa vertrekken zal; dog nopens den„ welken, op het daartoe gedanen voorstel door den eerst ondergeteekende Goeverneur aan den kommandant van 't regiment; dese heeft aangenoomen, die plaats niet te zullen vervullen, wijl voorm: Delmillac niets van zig zelve hebbende tot zijn vertrek en geduurende de rijse, door de Comp: zal moeten worden onderhouden. §218. De appoinctementen van 't geheel regiment van Luxemburg, zijn hier voldaan tot ult=o 7ber:, en is boven dien aan de manschappen, die tans na L'orient terug vertrekken, eene voor uit verstrekking gedaan van twee maan„ den, of voor deese en de aanstaande maand 9ber:, namelijk gagie en emolumenten aan de officieren, en alleen gagie aan de ouden offi„ cieren en soldaaten, blijkens de betaalings lijst, die door de bedienden te Gale aan Heeren Bewind
English
will be presented to the Directors. Section 219. Of the officers mentioned in the aforementioned payroll, the following persons are not departing at this time, namely: Captain de la Motte, who has been ordered by the Commander of the regiment to remain here until the detachment from Cochin has returned, in order to make the necessary arrangements regarding the same and the sick who will then have recovered. Captain de La Possaij, who will depart on the ship Josephus the Second, because, being married, he cannot have suitable lodging for his family on any of these four ships. The Lieutenants and Sub-Lieutenants Des Inavoux, De Crock, De Sejourne, and Salanave, who have permission from the aforementioned Commander to remain here until a further opportunity on account of indisposition. The Surgeon Major Guilland, who has been ordered to remain here to care for the sick who are left behind here, and Sub-Lieutenant de Raijmond. The Commander of the Regiment requested us to have an additional 4 to 5 months of allowances disbursed to these 7 officers and the Surgeon Major, should they ask for it, on which account we have requested the Gentlemen Directors that no further payment may be made to the regiment for them until we have informed their Right Worships more closely regarding the same. Upon the demonstrated necessity by Lieutenant Colonel de Raijmond that an officer be sent ahead to France, we granted him that the Captain Treasurer de la Tour should proceed thither via Pondicherry, and at the request of the said Lieutenant Colonel, as appears from the resolution of 10 June last, of which an extract has been added among the appendices, we have had disbursed to him one year of allowances, calculated from 1 June last to the last of May next, under the condition, however, that if the regiment were disbanded sooner, he must refund what was received in excess, and that if the regiment remained longer in the service of the Company, his allowances for the remaining time shall also be credited to him. Section 221. Among the Regiment of Luxembourg were a number of Germans, handsome young fellows, who had a great inclination to enlist in the Company's service. From time to time a party went inland and hid there among the Sinhalese, with the intention of returning once the regiment should be gone. They sent an offer that they would serve the Company for 8 years at the pay of 13 guilders, which is given to the soldiers who have served out their first contract and re-enlist for 5 years. Section 222. Without getting into difficulties with the Regiment, we could hardly have avoided having them seized in order to deliver them to the regiment, and as the Commander insisted on this with great emphasis, we took into consideration, during the deliberation on this matter at the meeting of 22 August last: 1. That these men, consisting of 22 persons, among whom were three sergeants who also agreed to enlist as soldiers, if they went along with the regiment, must cost the Company in pay—the sergeants at 20 guilders and the soldiers at 9 guilders for 8 months, for which the voyage seems likely to be estimated—well over 1800 guilders, and in rations during the voyage approximately 1500 guilders, amounting to 3300 guilders. 2. That an equal number of soldiers being sent out by the Company at 9 guilders, if one calculates the voyage at only 6 months, would cost the Company in pay 1188 guilders, and for the rations 800 guilders, making 1988 guilders. That consequently, if one calculates what it must cost the Company to send the aforementioned 22 persons back, and adds to that the expenses of sending out 22 recruits, this amounts to nearly 240 guilders per head. We therefore decided, in the hope of favorable approval, to give a commission to ascertain for what price the Colonel would be willing to give passports to these men. After some negotiation, he agreed to this at 225 guilders per man, which were paid to the Commander of the Regiment in the amount of 2062 rixdollars 24 stivers, and consequently the aforementioned 22 persons were accepted into the Company's service on a contract of 8 years at 13 guilders. We think, subject to favorable approval, that the aforementioned 22 persons are well worth this money to the Company, considering that they are all young, capable men, already accustomed to the climate, and we therefore flatter ourselves that your High Excellencies will most favorably approve this arrangement of ours, the more so as it at the same time more or less facilitated the acquisition by way of exchange from the regiment of another 27 Germans, all young, capable fellows, on a contract of 5 years at 13 guilders, against an equal number of men from the National troops whose time was expired or nearly expired, or who, on account of persistent illnesses or other reasons, were of almost no further service to the Company, and showed themselves inclined to this exchange in order to transfer to the Regiment of Luxembourg. Section 223. These soldiers transferred to the Regiment of Luxembourg, of whom two were from Colombo and 25 from the Gale garrison,
Dutch transcription
2747 Bewindhebberen zal worden aangeboden. § 219. van de officieren, bij gem: betalings lijst vermeld, gaan de volgende perzoonen tans niet mede, namelijk; de kap: de la Motte, die door den Comman„ dant van 't regiment gelast is hier te blijven, tot dat 't detachement van koetsiem zal zijn terug gekomen, ten einde omtrent het zelve en de rieken, die als dan zullen zijn reusteld, de nodige bestellingen te doen. de Cap: de La Possaij, die met 't schip Josephus de twede vertrekken zal, om dat hij als zijnde getroud, geen bekwaam logement op een van dese vier scheepen kan hebben voor zijne familie. de luit: en sous luit:s des Jnavoux, de Crock, de sejourne en salanave, die verlof hebben van voorm: Commandant, om mits indis„ positie, tot eene nadere gelegentheid hier te blijven Guilland, die gelast de Chirurgijn Majoor 2 is hier te blijven, om voor de zieken te songen, die hier worden agtergelaaten, en de sous luitenant de Raijmond. De Commandant van 't Regiment heeft ons ver„ zogt, om aan dese 7. officieren en den Chinur„ gijn Majoor, als te 'er om mogten vragen, te laaten verstrekken nog 4. â 5: maanden ap„ poinctementen weshalven wij de Heeren Bewindhebberen hebben verzogt, dat voor hun geen verdere betaling aan 't regiment mag worden gedaan, tot dat wij hunne wel Edele achtb: nopens dezelve nader zouden hebben onderhouden. op de vertoonde noodzakelijkheid door den luit: Colonel de Raijmond, dat een officier voor uit na faankrijk werd gezonden, hebben we aan hem toegestaan, dat de Cap: tresorier de la Jour, over Pondicherij na derwaards. ging, en we hebben op ver zoek van gemelde Luitenant Colonel, blij„ kens resol: van den 10: Junij I: L:, waar §220. van 2798. van Extrakt onder de bijlaegen is gevoegd, aan hem laaten verstrekken een Jaar appoincte„ 7 menten, gereekend van p=mo Junij I: L: tot ult=o Maij aanstaande, onder voorwaarde egter, om indien 't regiment eerder wierd afgedankt, het te veel genootene te moeten restitueeren, en dat zoo het regiment langer in dienst: van de Comp: bleef, hem ook zijne appoincte„ menten voor den overigen tijd zullen wor- den goedgedaan § 221. onder het Regiment van Luxemburg waren een parthij duijtsers, knappa Jonge kerels, die groote geneigtheid hadden om zig in sComp: dienst te enga„ geeren. voor en na begaaven 'er zig een parthij landwaards in, en hielden zig daar schuijl bij de singaleezen, met 't voorneemen, om als het regi„ ment zoude weg zijn, terug te komen. te lieten aanbieden, dat ze de Comp: 8. Jaaren zouden dienen op de gagie van 13. guldens, die gegeven word aan de soldaeten, die hun eerste verband hebben uitgediend en zig op nieuw d e nieuw voor 5. Jaaren en gageeren. § 222. zonder in moeijelijkheid te raaken met het Regi„ ment, souden we het niet wel hebben kunnen ontwijken, om ze te laaten opvatten, ten eijnde ze aan het regiment te laaten overgeven, en wijl de kommandant met veel nadruk daarom aanhield, hebben we bij het delibereeren over dese zaak, ter vergadering van den 22:e aug:s I: L:, in overweeging genomen. 1. dat deze luijden, bestaande in 22: stux, waer onder waren drie sergeants, die ook aannae„ men dienst te neemen voor soldaeten; wanneer ze met het regiment mede gingen, de Comp: aan gagie moeten kosten, de serge antste„ gens ƒ 20. en de soldaeten tegens ƒ 9. voor 8. maanden, waarop men de reijse schijnt te ƒ 1800: –: — moogen reekenen, ruijm en aan randsoenen geduurende de rijse na genoeg „. 1500. – – Teld ƒ 3300. -. 2:' dat 2799 99 Dat een gelijk getal, soldaaten door de komp: uitgezonden wordende â ƒ 9. , als men de rijse maar op 6. maanden reekend, de Compenie kosten aanga„ ƒ 1188. -. . gie en voor de randsoenen - - „ 800. —. ƒ 1988. —. Dat mids dien, als men reekend wat het de Comp: kosten moest, de voorsch: 22 koppen te rug te zenden, en daar bij teld de onkosten tot het uitzenden van 22. recruten, dit na genoeg uitkomt op 240. guldens per kop, we hebben daarom, in hope van gunstige welduidinge, beslooten om kommissie te geeven, ter ervaring, waar voor de kolonel de paspoorten aan dese luiden zoude wil„ len geeven na eenige onderhandeling, heeft hij daarin bewilligt teegens ƒ 225:— De man, die aan den kommandant van het Regiment betaald zijn met rd: 2062. 24, en zijn mits dien de voorsch: 22. koppen in 'sComp: dienst aangenoomen, op een verband 2 - verband van 8. Jaaren met ƒ 13. we denken onder gunstige welduiding, dat voorsch: 22. koppen dit geld aan de komp: ruim waard zijn, als men reekend dat het alles Jong knap volk is, reeds gewent aan het klimaat, en we vlijen ons dus, dat uwe Hoog Edelheeden dese onse schikking hoog gunstig zullen goedkeuren, te meer het tevens min of meer heeft gefaciliteerd, het overnomen bij weege van ruiling van het regi„ ment, van nog 27. duitsers, alle Jonge knappe kerels, op een verband van 5: Jaaren à ƒ 13. teegens een gelijk getal manschappen uit de Nationaale troupen, die hunne tijd uit of bij na uit was, of om aanhoudende ziektens of andere redenen, de Comp: van bij na geen dienst meer waren, en tot deze ruiling, om in het regiment van Luxemburg over te gaan, zig geneigt toonden. § 223. Deeze in het regiment van Luxxemburg overgegane soldaaten, waar van 'er twee van kolombo en 25. uit het Zaalsch guar- insoen
English
2800. garrison, have executed a notarial act whereby they have declared that they have transferred to the aforesaid regiment at their own request, and are therefore content that their pay accounts with the Company be closed, with renunciation of all further claim upon the Company, not only on account of any further wages, but also on account of the bonus paid to those who sail home on a Company ship after their expired bond. Of the acts executed by these people as aforesaid, two copies are forwarded under the appendices hereof for Your High Nobilities' esteemed consideration. Section 224. Herewith everything was performed and settled that concerned the regiment and could hinder its departure, and consequently nothing remained but to settle with them concerning the expenses of the mess, for since the troops sent from here to Gale to be embarked could not board there for the same money for which those in permanent garrison there received their board, we were obliged, upon the objections lodged by the caterers, to grant them an augmentation of one rixdollar per month for each man at the expense of the Company, subject to the customary payment by the troops from their own means, which thus had to be disbursed there by Lieutenant Colonel de Raymond, who had received the allowances for the entire regiment for the last three months here. Section 225. We have therefore, as soon as the said Lieutenant Colonel departed for Gale, not only instructed the officials by letter of the 23rd of September to do so, but also prescribed to them fully how it was to be done, and what they further had to observe regarding the muster and embarkation of the regiment; and since it appeared to us thereafter from a letter from the said de Raymond that our 2801 our intention regarding the aforesaid settlement was not well understood, we clarified that further by letter of the 30th of September, with the recommendation at the same time to make all haste in dispatching the ships. Section 226. But apart from the tardiness of the aforesaid Lieutenant Colonel in providing the necessary lists for drawing up the muster rolls, and many difficulties raised on behalf of the regiment about not yet being ready for departure, we received, alongside the officials' letter of the 7th of this month, an address from the said Lieutenant Colonel, a copy of which accompanies this, in which he requested: 1. That we should make an equal payment to the regiment for 19 heads of the regiment who were hiding in Gale, as was done here for the 22 heads mentioned above. 2. That we should provide compensation for some baggage that was lost on board the sloop during the transfer from here to Gale. 3. That we should also grant the caterer the supplement of one rixdollar for the two companies that have been in garrison at Gale, or otherwise lend him that much to be reimbursed again at the Cape. 4. That we should cause to be made to the regiment during the voyage the very same provision of rations as the Regiment de Meuron had on the voyage from the Cape to Ceylon. And several other demands of lesser importance, to be seen more at large in the aforesaid address. Section 227. In view of the absurdity of practically all these claims, we declined most of them in an ordinary letter written by us on the 9th of this month to the Gale officials, which we present herewith in copy for Your High Nobilities' consideration; but because we considered that Lieutenant Colonel de Raymond might sometimes not be satisfied therewith, 2802. we at the same time, by a separate letter which also accompanies this in copy, authorized Commander Kraijenhoff that, if he thought that our refusal to grant the aforesaid claims could give occasion to delay the departure of the ships, he might then also concede the articles declined by us; and to prevent the time of the ships' departure from being prolonged by correspondence back and forth, we at the same time instructed Commander Kraijenhoff thereby to provide as well as possible, either alone or with the advice of the council, for any further representations that might be made on behalf of the regiment. Section 228. Since then we have received no other report concerning this regiment than that the officials report to us in their letters of the 15th and 16th of this month that the ships have been riding at anchor ready to sail since the 14th, without being able to be piloted out of the bay on account of contrary wind; and if we obtain any further report before the dispatch of this letter, we shall note it at the foot, or otherwise impart it to Your High Nobilities in a subsequent one. Section 229. Meanwhile we hope that Your High Nobilities will favorably indulge that we have detained the small ship De Hoop, which arrived at Trincomalee on the 20th of September last, for some time in order to be able to give Your High Nobilities report of the departure of the aforesaid regiment, holding ourselves assured that this news, which we could not foresee when we would have another opportunity to impart to Your High Nobilities, will give the very same great reassurance in these uncertain times. The Regiment de Meuron Section 230: Has at the Cape of Good Hope, according to the lists sent to us from there, not only had the very same pay as
Dutch transcription
2800. nisoen zijn, hebben een notarieele akte ge„ passeert, waar bij ze hebben verklaard, dat se op hun verzoek in het voorsch: regiment zijn overgegaan, en mits dien te vreeden zijn, dat hunne soldij reek: bij de komp: worden afgeslooten, met renunciatie van alle verdere aanspraak op de komp:, niet alleen wegens eenige verdere gagie, maer ook wegens de premie, die betaald worden aan de genen, die met een komp: schip na zijn uitgediend verband t' huis vaart. van de aktens door dese luiden invoegen voorsz: gepasseert, gaan twee stux tot uwer Hoog Edelheeden g'eerde speculatie, onder de bijlaegen dezes over. § 224. Hiermede was alles verrigt en geschikt, wat 't regiment betaof en dies vertrek hinderlijk konde zijn, en 'er schoot mits dien niets over, dan om daarmede aftereekenen, over de on„ gelden van 't kombuijsen, want vermits de troupes, die van hier na Gale zijn gezonden om om te worden ingescheept, aldaar niet voor 't zelfde geld konden schaffen, waar voor die daar vast in guarnisoen lagen de kost kreegen, hebbe we op de ingebragte bezwaarnissen der schafbaasen, aan hun een augmentatie van een rijxd: sm:s voor elk man moeten toeleggen, ten laste van de Comp:, behoudens de gewoone betaaling door de troupes, uit hunne eige middelen, welke dus door de luitenant Colonel de Raijmond, die de appoinctementen van 't geheel regiment„ voor de laatste drie maanden hier had ont= vangen, aldaar moest worden uitgekeerd. § 225. we hebben derhalven, zoo dra gemelde luite„ nant Collonel na Gale vertrok, den bedienden bij brieve van den 23. e 7ber: niet alleen aan„ geschreeven om dat te doen, maar ook hun ampel voorgeschreeven hoe het geschieden moest, en wat zij wijders nopens de monstering en inscheeping van 't regiment te observeeren had„ den; en wijl ons 't zedert uit een brief van gemelde de Raijmond voorkwam, dat onse 2801 onse intentie nopens de voorsch: afreekening niet wel was begreepen, hebben we dat nader opgehelderd, bij brieve van den 30: 7ber:, met recommandatie tevens om alle spoed temae= ken, in het afvaardigen van de scheepen. § 226. Doch behalven de agterlijkheid van voorm: buite„ nant Colonel, om de nodige lijsten te bezorgen, tot het formeeren van de monster rollen, en veelerlijswaerig„ heden van wegens 't regiment voortgebragt, van nog niet gereed ter vertrek te zijn; ontvingen we nevens der bedienden brief van den 7:' dezen, een addres van gemelden luitenant Colonel, dat in Copij hiernevens gaat, en waar bij hij verzogte 1. dat we voor 19. koppen van 't regiment, die zich te Gale schuijl hielden, een evengelijke betaaling aan 't regiment zouden doen, als hier geschied is voor de 22. koppen zier vooren vermeld. 2. dat we vergoeding zouden doen voor eenige bagagie, die bij overvoer van hier na Gale, aan boord van de sloep waren verlooren. 3. dat 3. dat we ook voor de twee Comp:, die te Gale in guarnisoen hebben geleegen, het supplement van een rd:s aan den schafbaas zouden toestaan, of anders zoo veel aan hem leenen, om aan de Caa weder te restitueeren. 4. dat we aan 't regiment geduurende de rijse, even dezelfde verstrekking van randsoenen zouden laaten doen, als gehad heeft 't regiment van Meuron, op de rijse van de Caab na Ceilon. en nog eenige andere eisschen van minder belang, breeder bij 't voorsch: addres te zien. §227. uit aanmerking van de ongereijmdheid van ge„ noegzaam alle deese pretensien, hebben we de meeste derzelven gedeclineerd, bij eene ordinaire brief den 9:e dezer door ons aan de Gaalsche bedienden geschreeven, en die we tot uwer Hoog Edelheeden speculatie, in Copij hierne„ vens aanbieden; maar wijl we Considereerden, dat de luitenant Colonel de Raijmond zich somtijds daarmede niet zoude vergenoe„ gen 2802. gen, hebben we tegelijk bij eenen aparten brief, die ook in Copij deezen verzeld, den gezag„ hebben kraijenhof gequalificeerd, om zoo hij dagt, dat onse wijgering om de voorsch: pre„ tentien te bewilligen, aanleijding konde geeven om het vertrek der scheepen te doen vertrac„ gen, als dan ook de door ons gedeclineerde ar„ ticulen temogen toestaan: en om voortekomen, dat door het over en wederschrijven, de tijd van 't vertrek den scheepen word verlengd, hebben we den gezaghebber kraijenhot daer bij tevens aangeschreeven, om in de verdere instantien, die wegens 't regiment mogten worden gedaan, het zij alleen, of met advies van den raad, zoo goed doenlijk te voorzien. § 228. 'T zedert hebben we geen ander bericht, no„ pens dit regiment gekreegen, dan dat de be„ dienden ons, bij hunne brieven van den 15. en 16. dezer melden, dat de scheepen ze„ dert den 14: zijl rheede lagen, zonder dat ze wegens Contrarie wind de bhaij konden worden worden uitgelootst; en zoo we nog nader eenig benicht erlangen, voor het afzenden deezes, zul„ len we dat aan den voet noteeren, of an„ dens uwen Hoog Edelheeden bij eene vol„ gende bedeelen. § 229. Jntusschen hoopen we, dat uwe Hoog Edel„ heden 't gunstig zullen inschikken, dat we 't scheepje de Hoop, 't welk den 20: ' 7ber: J: L: te Tain Konomale is gearriveerd, eenigen tijd hebben opgehouden, om uwen Hoog Edelh: bericht te kunnen geeven, van 't vertrek van 't voormelde regiment, ons verzekert houdende dat deze tijding, die we niet konden voorzien wanneer we andere gele„ gentheid zouden hebben die uw Hoog Edelh: te bedeelen, hoogst dezelve in deeze onze„ kene tijden, veel gerustheid geven zal. T Regiment van Meuron § 230: Heeft aan de Caab de Goede Hoop, blijkens de aan ons van daar toegezondene lijsten, niet alleen even 't zelfde tractement gehaed, als het
English
the Regiment of Luxemburg during its presence there, and in the first two years of its arrival here; but also at the Cape, as appears from an extract from the Ministers' resolution of 25 March 1783, it received an additional allowance on account of the high cost of living necessities and lodgings. Section 231. According to the 18th article of the Capitulation, this regiment, whose pay is fixed, must be treated equally with the other troops of the Company with regard to emoluments; but because we had allowed the officers of the regiment of Luxemburg to retain their Cape salary, for such reasons as are more fully mentioned in our resolution of 25 August 1783; we decided on 9 September last, in order to give the officers of this regiment no reason to complain that they are treated less favorably, for the time being and until further orders from Your Right Excellencies, to grant the officers of this regiment, from the Colonel Commandant down to the assistant surgeons inclusive, the same emoluments as they had at the Cape, excepting only the allowance under the aforementioned resolution, as having no relation to this Government; however, with regard to the non-commissioned officers and privates, we have decided to grant all those who earn 20 guilders and less in pay the same board money as is enjoyed by the other military personnel of the same ranks in Colombo, together with one parra of rice per month to the corporals and soldiers. Section 232. Also, in consideration of the fact that there is currently no Major with the regiment, we have allowed the surplus of the emoluments of a Major to be retained by the senior Captain who serves as Major, in accordance with the arrangement made regarding this at the Cape, namely that he shall have to refund this surplus in case the Lords Majors should disapprove of it. Section 233. The Cape Ministers permitted this regiment to have one Cadet with each Company, with the salary of a sergeant, and we have therefore decided to make no change in this. Section 234. The gentlemen deputies of the Company granted the three staff officers of the regiment four secretaries, with the rank of lieutenant, but without any salary. Currently there is only one secretary with the regiment, to whom the Cape ministers allocated the emoluments of a lieutenant; and we have decided to let him retain this, until further orders from Your Right Excellencies. Section 235. Also, 12 supernumerary officers were granted to the regiment by the said gentlemen deputies, with sergeants' salaries; but the Cape Ministers allocated to them the pay and emoluments of second lieutenants: wherefore we have decided likewise to leave that on that footing, until Your Right Excellencies' further pleasure. Section 236. By the Capitulation, a lieutenant was designated as Treasurer, with the pay and emoluments belonging thereto; but because the last Treasurer had advanced to Captain-Lieutenant, and this office is now performed by another, the latter enjoyed the emoluments of a Captain-Lieutenant at the Cape. Considering that the pay of a lieutenant is saved through this, which compensates for the higher emoluments, we decided to let him retain that, until Your Right Excellencies' further disposition. Section 237. By the Capitulation, no Adjutant was granted to the regiment, yet in the Cape list the officer serving as such was credited with the emoluments of a Captain-Lieutenant; and upon the statement of the Colonel Commandant that this had been granted by the Ministers shortly after the arrival of the regiment at the Cape, and that the regiment expects an actual Adjutant from Europe, we decided to make no change in this regard either, until Your Right Excellencies' further pleasure. Section 238. By a resolution of the Chamber of Zeeland, a supreme judge was granted to the regiment, with the rank and salary of Captain-Lieutenant; but the present supreme judge having been commissioned as a Captain, we decided to allow him to retain the Captain's salary which he enjoyed at the Cape. Section 239. According to the Capitulation, the sick who are cared for in the hospital must forfeit their full pay, but the Cape Ministers reduced this to two-thirds; and because that is still more than other Company troops pay for hospital expenses, we decided provisionally to leave it at that. Section 240. At the Cape, payment for deceased non-commissioned officers and soldiers was made not only for the month in which they died, but also for the following month, if the date of death was the 20th of the month or earlier; but having died later, payment was made, besides for that month, also for two additional months, namely for the month in which they died, pay and board money belonging to their rank, and for the following months only the pay, and all this without distinction at 9 guilders per month. It is nowhere evident upon what foundation this rests, but because the Colonel Commandant requested of us that this payment may continue to be made on that footing, we granted it to him provisionally, and until further orders from Your Right Excellencies.
Dutch transcription
2803 het Regiment van Lunxemburg bij aanweezen aldaar, en in de eerste twee Jaaren van dies komst alhier; maar ook heeft 't aan de Caab, blijkens een Extrakt uit der Ministeren ne„ solutie van den 25. Maart 1783. , nog een toe„ laage gehad, wegens de duurte der levens behoeften en logementen. § 231. volgens 't 18. articul van de Capitulatie, moet dit regiment, waar van de gagie be„ paald is, ten aanzien van de emolumenten eguaal behandeld worden met de andere troepes van de Compagnie; maar wijl we de officieren van 't regiment van Luxem„ burg, om zoodanige reedenen als breder zijn vermeld bij onse resol: van den 25:' aug:os 1783. hun Caabsch tractement hadden laaten behouden; hebben we om geen reden van klaegen aan de offi„ cieren van dit regiment tegeeven, dat ze min gunstig worden behandeld, op den 9. e 7ber: I:oL: beslooten, om voor eerst. en g zul„ vol„ e ber: 2 gen igland niet en tot nader order van uwe Hoog Edelheeden, aan de officieren van dit regiment, van den Collonel Commandant af tot de aide Chirurgijns in Clusive„ dezelfde emolumenten te laaten verstrekken, als ze aan de Caab hebben gehad, uitgenomen alleen de toelaage bij voorsch: resolutie, als geen betrek„ king tot dit Gouvernement hebbende, doch ten aanzien van de onderofficieren en gemeenen heb„ ben we beslooten, om aan alle die geenen, die § 20: en minder aan gagie winnen, 't zelfde kostgeld te laaten verstrekken, als genieten de overige militairen van de zelfde graaden te kolombo., nevens een parra rijst smaands aan de Couporaals en soldaaten. § 232. ook hebben we uit aanmerking dat 'er tans geen Majoor bij 't regiment is, 't suaplus van de emolumenten van een Majoor, laaten be„ houden aan den oudsten Capitain, die als Majoor fungeerd, overeenkomstig met de schikking derwegens aan de Caab gemaakt, naamelijk dat hij dit surplus zal moeten restitu„ eeren 2804 eeren, ingevalle de Heeren Majoues het kwamen te dis approbeeren. § 233. De Caabsche Ministers hebben aan dit regi„ ment toegestaan, om bij elke Comp: een Cadet temogen hebben, met de appoinctementen van een zergeant, en hebben we derhalven beslooten, om daarin geen verandering te maeken. §. 234. De Heeren gedeputeerden van de Comp:, hebben aan de drie staf officieren van 't regiment, vier secretarissen toegestaan, met de qualiteit van luitenant, doch zonder eenige appoinc„ tementen. Jans is en maar eene secretaris bij 't regiment, aan wien de Caabsche minis„ ters de emolumenten van een luitenant hebben toegelegd; en we hebben beslooten om hem dit telaaten behouden, tot naeder onder van uwe Hoog Edelheeden. §235. ook zijn door gemelde Heeren gedepu- teerden, aan 't regiment 12 officieren a la suite toegestaan, met sergeants appo„ inctementen; maar de Caabsche Ministers hebben aan llen trek„ heb„ de te aan s g ijk 2 vlingelandt hebben hun toegelegd, de gagie en emolumenten van sous luitenants: weshalven we beslooten hebben, om dat insgelijks op dien voet telaeten, tot uwer Hoog Edelheeden nader goed vinden. § 236: Bij de Capitulatie is een luitenant be„ paald als Tresonier, met de daartoe staande gagie en emolumenten; doch wijl de laatste Jresonier tot Capitein luitenant was opgetree„ den, en dit ampt nu door een ander word waar„ genoomen, heeft deeze aan de Caab de emolu„ menten van een Capitain luitenant genoten. we hebben uit aanmerking, dat hier door de gagie van een luitenant word uitgewon„ nen, het gunt de hoogen emolumenten Com„ penseerd, beslooten hem dat telaeten behou„ den, tot uwer Hoog Edelheeden nadere dispositie: § 237. Aan 't regiment is bij de Capitulatie geen. aide Majoor toegestaan, doch is bij de Caab- sche lijst aan den officier, die als zodanig fur„ geerd, de emolumenten van een Capitein luita„ nant § 238. nant goedgedaan; en op de betuiging van den Collonel Commandant, dat dit kort na de komst van 't regiment aan de Caab, door de Ministers was toegestaan, en dat 't regiment een effective aide Majoor uit Eunopa verwagt, hebben we beslooten ook hier om„ trent, tot uwer Hoog Edelheeden naden goedvinden, geene verandering te maaken. Bij eene resolutie van de kamer Zeeland, is aan 't regiment een opperrechter toegestaan, met de qualiteit en appoinctementen van Capitain luitenant; doch de tegenswoordige opperrechter gebreviteerd zijnde als Capitein, hebben we beslooten hem telaaten behou„ den de Capitains appoinctementen, die rij aan de Caab heeft genooten. § 239. volgens de Capitulatie moeten de zieken, die in 't hospitaal worden gecureerd, hunne volle gagie missen, maar hebben de Caalsche Ministers dit verminderd op twee derde; en wijl het dan nog meer is, als andere 2805. Comp: ten ste t tree„ „ - - t„ 28 10 Comp: troepes voor hospitaals ongelden betae„ len, hebben we beslooten het bij provisie daar bij te laaten. § 240. Aan de Caab is voor de overleedene onder officieren en soldaaten betaaling gedaan, niet alleen voor die maand waarin ze zijn gestorven, maar ook voor de volgende maand, indien de sterfdag is geweest den 20. van de maand of vroeger, maar laaten gestorven zijnde, is de betaaling gedaan behalven voor die maand, ook nog voor twee maanden, naamelijk voor de maand, waarin ze zijn gestorven, gagie en kostgeld tot hunne qualiteit staande, en voor de volgen„ de maanden alleen de gagie, en zulks alle zouden onderscheid tegens ƒ 9. smaands. het blijkt nergens op wat fondament dit rust, maar wijl de Colonel Commandant ons verzogt heeft, dat deeze betaaling op dien voet mag blijven continueeren, hebben we het hem bij provisie, en tot uwer Hoog Edelheeden nader onder, geaccordeert. De
English
The Exiles Section 241. Sitia Jsa, widow of the Prince of Bantam Rattoebagoes Abdoella, whose maintenance, due to her husband's death, we have reduced to 6 rijksdaalders and 4 parras of rice per month according to the resolution of 8 March last, as appears from the distribution reported in our respectful letter of 5 July following, has since repeatedly requested us to grant her a slightly larger allowance, and at the same time to permit her to return to Batavia. We have therefore, at the session of 5 September last, granted her an additional three rijksdaalders per month; but as Your High Nobilities have forbidden us to send back any exiles or their families without your very special authorization, we take the liberty humbly to submit her request for the return journey to Your High Nobilities herewith. We commend Your High Nobilities and the interests of the Company to God's safe protection and remain with all respect and loyalty. Underneath stood: as before. Signed: W. J. van de Graaff, P. Sluijsken, D. J. Fretz, C. Jilenius, M. P. Raket, J. Reintous, B. L. van Zitter and A. Samlant. In the margin: Colombo, 17 October 1788. Lower down: P.S. We requested a copy from Galle as early as the 14th of this month of the letter written by the first undersigned Governor regarding the subject of Mr. van Braam to the Commander ad interim Kraijenhoff, and mentioned hereabove in Section 179, but have not received it as of yet. Having received word from Galle this morning that the State's frigate Ceres and the four chartered ships transporting the Regiment of Luxemburg departed from there on the 18th of this month, To as before. we take the liberty to humbly inform Your High Nobilities thereof by this postscript, transmitting it as well to the Netherlands and the Cape, as dispatched to Your High Nobilities. Commander Kraijenhoff has further informed us that Lieutenant Colonel de Raijmand has waived the claims mentioned in our respectful letter of the 17th of this month, Section 226, concerning the provision of rations, the missing goods, and the absent personnel, and that he has instructed one of the officers remaining behind to arrest them upon their appearance and to convey them to Europe at the next opportunity. The former Eastern Lieutenant Aesoep was deported to Cochin and sent here on the ship Ceres in the late part of the year 1783, in order to be sent to Batavia on the same ship as a mischievous and harmful subject; however, since this ship did not continue the voyage thither until June 1784, he was provisionally landed at Galle and placed in the materials warehouse, where by mistake he has remained until now. We shall provide him with transport to Batavia at the first opportunity. We commend Your High Nobilities and the interests of the Company to God's safe keeping and remain with all respect and loyalty. Underneath stood and signed: as before. In the margin: Colombo, 20 October 1788. Agrees. Examined Dijbrands, First Clerk L. V. D. Linde Colombo To the Noble Sir Willem Jacob van de Graaff, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, and Governor and Director of the Island of Ceylon and its dependencies, together with the Council there. Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, very Discreet Sir and Friends! Since the dispatch of our last letter to your Honors, dated 6 August of this year, with the chartered ship De Vlugge Trek Vogel, in which the receipt of the orders from the High Noble Lords Seventeen, and likewise from the Noble, Greatly Esteemed Lords Directors of the Amsterdam Chamber to this Government regarding the transport of the de Meuron Regiment to Ceylon was communicated to your Honors, and of which last letter the duplicate accompanies this one, there have successively arrived here with the Württemberg troops, between 25 October and 20 December last, the four chartered private ships named Josephus the Second, Het Fortuin, De Drie Gebroeders, and De Vrouwe Johanna, which are destined for the transport of the said de Meuron Regiment to Ceylon, as well as the fifth chartered ship for that transport, De Susanna, on the 20th of the recently passed month of January. Of the same five ships, the four first-mentioned—after proper cleaning and the time that elapsed waiting for the last of them to regulate the embarkation—having been put back in condition to convey the de Meuron troops to your Honors' Government, the following officers, non-commissioned officers, and privates have been distributed among them according to the capacity of their holds and pursuant to the accompanying lists, namely: On Josephus the Second 1 Colonel 11 Officers and Cadets 15 Non-commissioned officers 102 Soldiers On Het Fortuin 13 Officers and Cadets 34 Non-commissioned officers 189 Soldiers On De Drie Gebroeders 16 Officers and Cadets 43 Non-commissioned officers 210 Soldiers On De Vrouwe Johanna 1 Lieutenant Colonel 13 Officers and Cadets 26 Non-commissioned officers 172 Soldiers the remaining personnel of the said de Meuron Regiment also being conveyed with
Dutch transcription
2806 De Bannelingen §241. Sitia Jsa, weduwe van den Prins van Bantam Rattoebagoes Abdoella, wier onderhoud we„ mits haare Mans dood, volgens resolutie van den 8:e Maart J:o l:, tot 6. rijksd: en, 4. parras rijst smaands hebben verminderd, blijkens het bedeelde bij onzen eersiedigen van den 5. Julij daar aan, heeft het zedert ons een en andermaal verzogt, haar iets meer te willen toeleggen, en teffens te permitteeren om weder na Batavia te mogen terug keeren. we hebben haar der„ halven, ter sessie van den 5=e 7ber: I: L:, nog drie rijxd:s smaands toegelegd; maar wijl uwe Hoog Edelheeden ons verbooden heb= ben, eenige bannelingen of hunne fami- lien terug te zenden, zonder hoogst der zel„ ver speciaale qualificatie, zoo gebruijken we de vrijheid, haar verzoek tot de terug rijse, uwen Hoog Edelheeden mits dee„ zen nederig voortedraegen wij tae„ en die maand, gen„ N, n wij beveelen uw Hoog Edelheeden ende belangens der Maatschappij in Godes vijlige roede en blijven met alle eerbied en trouwe. /:onder„ stond:/ als vooren /:getekend:/ w: J: van de Graaff, P: Sluijsken, D: J: Fretz:, C: Jilenius, M: P: Raket, J. Reintous, B: L: van Zitter en A: Samlant /:in margine:/ Kolombo den 17:' oktober 1788. /:Lager:/ P: S: we hebben een Copia van de brief door de eerst ondergetekende Goeverneur over het sujet van de Heer van Braam aan den Faalsch gezaghebber kraijenhoff geschreeven en hier voren bij § 179. vermeld, reeds den 14:e dezer van Gale gevraagd, dog tot als nog niet ont„ vangen. Heden morgen van Gale bericht ontfangen hebbende, dat slands fregat Ceres en de vier gehuurde scheepen, die 't regiment van Luxemburg overvoeren, den 18.:' dezer Aan als vooren. van 28:10 2807. van daar vertrokken zijn, zoo gebruiken we de vrijheid, uwer hoog Edelheeden daar van nog bij dit na briefje nederig kennis te geven, onder aanbie„ ding daarmeede zo na nederland en de Caab, als aan uwe hoog Edelheeden afgevaardigd De gezaghebber kraijenhoff heeft ons wijders be„ rigt, dat de luitenant kollonel de Raijmand haad afgezien van de pretentien, vermeld bij on„ sen eerbiedigen van den 17. deser §. 226. , nopens de verstrekking van randsoenen, de vermiste goederen en de absente manschappen, en dat hij een van de terug blijvende officiers had belast, om hun bij opdaeging te arresteeren en bij nader geleegentheid na Europa te bezorgen, De gew: oostersche luitenant aesoep is te koetsien gedeporteerd, en met het schip Ceres in 't laatst van 't Jaar 1783. herwaards gezonden, om als een ondeugend en schaadelijk subject, met 't zelfde schip na Batavia te zenden; dan vermits dit schip eerst in Junij 1784. , de rijs na derwaards heeft voortgezet is hij bij provisie te n te Gale geligt en in 't materiaalhuijs geplaatst alwaar hij bij vergissing tot nog toe is geblee„ ven we zullen hem met de eerste gelegent„ heid, transport na batavia verleenen. wij beveelen uw hoog Edelheeden en de belan„ „gens der maatschappig in godes vijlige twede en blijve met alle eerbied en trouwe /:onderstond en /geteekend:/ als vooren. /:in margine :/. kolom„ „bo den 20: 8ber: 1788. Achordeert. Nagezien Dijbrands Eglerk L:V: D: Linde amen 2820 laatst blee„ „ lan wede sload kolom„ 2808. 2830 Colombo Aan den Edelen Heer Willem Jacob van de Graaff Raad Extra ordinair van Nederlands Jndia mitsg:s Gouverneur en Direkteur des Eilands Ceilon en des„ selfs resorte, benevens den Raad aldaar Edele, Erntfeste, Manhafte, Wijze voorzienige zeer Diskreete Heer en Vrienden! zedert het afsenden van onse laatste letteren aan uwel Ed:s, in dato 6. august d:o beeden; met het ingehuurd schip de vlugge trek vogel, waar bij den ontvangst der aan- „schrijvens van de Hoog Edele Heeren seventienen, en zo meede van de wel Edele Groot achtb: Heeren Bewind hebberen ter kamer Amsterdam aan dit Gouvernement„ betreffende het oversenden van 't meuronse Regiment Regiment na Ceilon, aan uwel Ed:s gecommu„ „niceert, en van welke onse laatste letteren het Duplikaat deesen is versellende, zijn tusschen den 25: oktober en 20. De- „cember laastleeden, successivelijk alhier o met de wurtenburgse troeps aange- „koomen, zodaanige vier ingehuurde Partikuliere scheepen, met naamen Jose„ „phus de tweede, 't fortuijn, de drie gebroeders en de vrouwe Johanna als tot transport van het gem: Meu„ „ronsche Regiment na Ceilon bestemd zijn, mitsg:s meede nog op den 20. der Jongst gepasseerde maand Ianuarij, het vijfde tot dat transport ingehuurd schip de Susanna. Van deselve vijff scheepen, de vier eerstgem: na behoorlijke rijniging, en den teid die er met het inwagten der laaste van hun tot het reguleeren der inschee„ ping, verloopen is, wederom in staat ge„ „steld zijnde om de Meuronsche trou„ „pes na uwel Ed:s Gouvernement overtebrengen, zijn - 2809. zijn na de toelating van derselver ruim. — „tens volgens de overgaande lijsten daar op verdeeld de volgende officieren onder officieren en gemeenen, teweeten: op Josephus de tweede 1. Collonel 11. officieren en Cadets 15. onder officieren 102. Zoldaaten op 't Fortuijn 13. officieren en Cadets 34. onder officieren 189. Zoldaaten op de drie gebroeders 16. officieren en Cadets 43. onder officieren 210. zoldaaten op de vrouwe Johanna 1. luitenant Collonel 13. officieren en Cadets 26. onder officieren 172. Zoldaaten zullende de overblijvende manschappen van 't ged:e Meuronsche Regiment, meede met m eren mu„ De- h en hee„ „ brung 2830
English
be dispatched with the aforementioned fifth ship, the Susanna. The most highly mentioned Lords Seventeen having previously pleased to instruct us that the oft-mentioned Meuron Regiment should be transported to Trincomalee, as it had been thought that the mentioned four ships would arrive in False Bay, and that they thus would have been able to depart from here to Ceylon again with the beginning of the month of September last. And also the Right Honourable Greatly Respected Lords Directors of the Amsterdam Chamber, in a further communication, having stated that the mentioned ships should take in the Meuron troops for the mentioned transport not in False Bay, but in this Table Bay, expecting that it would nevertheless turn out regarding the time of their departure from here in such a manner that those vessels would have to turn the bow 2830 towards the mentioned Bay of Trincomalee. As well as having gathered from the letter written by the well-mentioned Honourable Greatly Respected Lords Directors of the Amsterdam Chamber under date 6 January 1787 to Your Honour, and enclosed to us under cachet volant, of which we only had the opportunity to let one depart to Your Honour with the Vlugge Trekvogel, and the two other received are enclosed alongside this, that Your Honour will also be expecting those ships in the Bay of Trincomalee. We have therefore requested of the sea captain and provisional equipage master here Johan Arnold Volteren, and other sea captains who are familiar with the navigation in the bays of Ceylon, their report and considerations whether the present season of the year still permitted that the aforementioned ships could call at the Bay of Trincomalee. And it being stated by them that the Bay of Trincomalee can indeed still be called upon, and what is to be observed therein to obtain pilots, but that on account of the inconveniences and the uncertainty with which it is accompanied, it was deemed by them better and necessary that these ships first call at Tuticorin in order to receive there the pilots and Your Honour's orders as to where the troops should be disembarked, a copy of this report has been delivered into the hands of each skipper of the aforementioned four ships, in order to serve for their guidance upon making Ceylon. Since the Right Honourable Greatly Respected Lords Directors of the Amsterdam Chamber have also desired, further because the soldiers in the Meuron Regiment who were taken into service for no long time, such as that of three years, might demand their discharge instead of willingly letting themselves be transported to Ceylon, 2835 that some time before the embarkation it should be made known to them very explicitly that those who demanded their discharge on account of an expired contract would be able to obtain the same, but that they would then simultaneously be obliged to depart for Europe with the very first opportunity, which means their Right Greatly Respected Honours hoped could be employed with success to cause these men, who were only accepted for three years, to enter into a new contract of five or at least three years, the undersigned Governor has also dispatched a written order to the gentleman Colonel or commanding officer of that regiment on 31 December last, in order to bring the aforesaid order to the knowledge of the soldiers of the regiment in the appropriate manner so clearly and distinctly that they would not be able to pretend any ignorance thereof. Whereby, on the occasion of some requests made by the gentleman Colonel of that regiment at our meeting of 28 of the just-past month of January, we have required of His Honour an accurate list of all the men who could not pass over on the aforementioned four ships, with the addition of the time of their engagement and the expiration thereof, in order to be able to send those among them whose contracted time has expired and who might not engage anew with the regiment, pursuant to the aforementioned instructions, to the fatherland with the first shipping opportunity, and thus prevent them from continuing to wander about here in the colony. The mentioned gentleman Colonel, however, not yet having complied with this requisition, we are unable to state 2812 to Your Honour to what extent the regiment might find itself reduced thereby, and also how many men will consequently still remain to be embarked on the ship the Susanna, of which, however, if the report comes in on time, we will send the same to Your Honour alongside this. Furthermore, having been instructed by the Right Honourable Greatly Respected Lords Directors of the Middelburg Chamber to give Your Honour, upon the departure of the Meuron Regiment to Ceylon, the necessary notification of the instructions issued successively to us concerning the same regiment, in so far as such shall serve for Your Honour's guidance in the future, we have, in compliance therewith, not only attached hereto the copies and extracts of all the same highly respected instructions, but also extracts from our resolutions taken from time to time concerning the same regiment; in case there might appear therein one thing or another that Your Honour might think would serve to your
Dutch transcription
met het voorm: vijfde schip de Susanna werden afgesonden. Hoogst gem: Heeren seventienen ons voor af hebbende gelieven aanteschrijven, dat het meerm: Meuronsche Regiment na Thinconomale zoude moeten werden overgebragt, als in de gedagten geweest zijnde, dat de gem: veere scheepen in de baaij fals aankoomen zouden, en dat dezelve alzo weder met het begig der maand september laastl: van hier na Ceilon zouden hebben kunnen vertrekken En ook de wel Edele Groot Achtb: Heeren Bewindhebberen ter kamer Am„ „sterdam bij eene nadere Communicatie dat de gem: scheepen niet in de baaij Fals, maar in deese tafelbaaij de Meuronsche troupes tot het gem: transport, zouden moeten inneemen, staat makende, dat het echter met den tijd van hun vertrek van hier zodanig uijtkoomen zoude, dat die vaartuigen den steeven zouden moeten werden 2830 wenden na de gemelde Baaij van Trinconomale„ Mitsg:s daar bij meede uijt den brief door welgem: Ed: Groot Achtb: Heeren Bewind hebberen ter kamer Amsterdam in dato 6:e Januarij 1787., aan uwel Ed: ge„ „schreeven, en onder Cochet volant aan ons ingeslooten geweest, waar van wij alleen met de vlugge trek vogel ge= „legendheid hebben gehad, een aan uw Ed: twee te laaten afgaan, en de „ andere ontfan„ „gene Nevens deesen ingeslooten zijn ontwaard hebbende, dat ook uwel Ed: die scheepen in de Baaij van Trincons- „male zullen verwagtende zijn. hebben wij dierhalven van den kapi„ „tain ter zee en prointerum Equipa „giemeester alhier Johan Arnold vol„ „teren, en andere Capiteins ter zee, die het vaarwater in de baaijen van Ceilon bekend zijn, gevordert dersel„ „ver berigt en Consideratien of het tegenwoordige Jaar saisoen nog toeliet dat de voorm: scheepen de Baaij van Trinconomale zouden kunnen arndoen, En anna voor En door deselve opgegeven sijnde, dat wel de baaij van Trinkonomale als nog kan werden aangedaan, en wat daar bij tot het bekoomen der lootsen te observeeren vaet„ dog dat om de ongemakken en de onse „kerheid welke daar meede verseld gaan bij hun bete en nood zakelijk wierd ge„ „acht, dat deese scheepen eerst Tutukorijn aandeeden om aldaar de lootsen en uwel Ed:s ordres te ontvangen, waar de troupes zullen behooren te werden ontscheept, is van dit bericht aan ieder schipper der voorm: vier scheepen een afschrift ter hand gesteld, ten einde in het aan„ „doen van Ceilon, tot derselver narigt te kunnen dienen. Nadien de wel Edele Groot Achtb: Heeren Benindhebberen ter kamer Amsterdam, al verders om dat de zoldaaten in het Meuronsche Regiment die voor geen langen teid, als die van drie Jaaren in dienst genoomen zijn, in plaats van zig gewillig nadier overbrengen hun afscheid Ceilon te laaten ƒ zouden 2835 zouden kunnen verlangen, insgelijks hebben begeerd, dat eenigen teid voor de inschee„ „ping, aan deselve wel uijtdrukkelijk zoude worden bekend gemaakt, dat de geenen welke ter zaake van uijtgediend verband hun ontslag verlangden het selfde zoude kunnen bekoomen, maar dat zij als dan teffens gehouden zouden zijn, met de aller eerste gelegendheid naar Europa te vertrekken, welk middel haar wel Edele Hoog Achtb: dat met vrugt zouden kun„ hoopten „nen worden in 't werk gesteld, om „deese manschappen, welke eeniglijk voor drie Jaaren aangenoomen waaren een nieuw verband van vijff of ten minsten drie jaaren tedoen aangaan, heeft ook den ondergetekende Gou„ „verneur aan de heer Collonel of kommandeerende officier van dat regiment op den 31. december J:o l:, g' Expedieert een schriftelijk last, om aan de zoldaaten van 't regiment, op de daar toe Convenable wijze de voorsz: vo„ troupes r rigt Achtb: de t t t heid den voorsz: ordre indier voegen klaar en duijdelijk tot derselver kennisse te brengen, dat zij daar van geen ignorantie soude kunnen pretendeeren. waar bij wij ter gelegendheid van eenige door den heer Collonel van dat Regiment, ter onser vergaderinge van den 88. der evengepasseerde maand Januarij gedaane verzoeken van zijn E: hebben gerequireert een pertinente lijst van alle de mon- schappen, dewelke op de voorn: vier schee„ „pen niet zouden kunnen overgaan, met bijvoeging van den teid hunner engage= „ment en dies Expiratie, ten einde de zodanige hunner, welkers verbonden tid verstrecken weesende zig niet op nieuw bij het regiment mogten koomen te engageeren, ingevolge de voorm: aan= „schrijvens, bij de eerste scheeps gelagendheid na het vaderland te kunnen verzenden, en dus te beletten dat deselve niet alhier in de Colonie blijven omswerven Gede Heer Collonel egter als nog aan niet hebbende voldaan, deese requisitie staat uwel Ed:s te kunnen zijn wij buiten opgeeven - 28. 12 opgeeven hoe verre het regiment zig daar door zoude moogen vermindert vinden en ook hoe veel manschappen mits dien ter inscheeping op het schip de Susanna nog zullen koomen overteblijven, waar van egter nog bij teids de opgave inkomende, zullen wij uwel Ed:s deselve nevens deesen laeten toekoomen. Verders door de wel Edele Groot Achtb: Herg Bevind hebbenn ter kamer Middelburg aan ons gelast zijnde bij het vertrek van het Meuronthe Regiment na Ceilon aan uwel Ed:s de nodige kennisse te geeven van de aanschrijvens successivelijk aan ons gedaan wegens het zelve regiment voor zoo verre sulx tot uwel Ed.:s narigt voor het vervolg zal moeten dienen, hebben wij ter vol„ doeninge daar aan, deesen niet alleen bij gevoegd de afschriften en Extrakten van alle deselve zeer gerespekteerde aanschrij„ „vens, maar ook Extrakten uijt onze resolutien van tijd tot tijd betreffende het zelve regiment genoomen: of daar bij het een of het ander voorkoomen mogt dat uwel Ed: meenen zouden, tot derselver k d — ven gv -
English
to be able to provide elucidation thereof, the said copies and extracts will be made known by the register accompanying this letter. Wherewith also now go over such seven sealed packets as we have received here from the Patria for further transmission to Your Honours, just as we likewise presently offer Your Honours two packets with the secret signal flags for the return ships in the coming year 1789. The cargo space in the aforementioned currently departing ships Josephus de Tweede, Vrouwe Johanna, and De Drie Gebroeders still having permitted sending Your Honours therewith some fulfillment of the previous as well as currently received requisitions, we have therefore availed ourselves of this opportunity and caused to be loaded: In the ship Josephus de Tweede: 185 mudden of wheat. In the ship De Vrouwe Johanna: 140 mudden of wheat. In the ship De Drie Gebroeders: 370 mudden of wheat. Above which there has also been shipped in the aforesaid ship De Drie Gebroeders: 12156 pounds of Cape butter on the last received requisition. 11039 pounds of tallow, of which 10000 lb on the previous year's and 1039 lb on the last received requisition. Just as there was also sent from here per the ship 't Fortuijn fifteen barrels of copper duiten brought here from the fatherland with the ship Belvliet. Of all of which the bills of lading and invoices enclosed herein are going over, whereto is also added an invoice of account closed under the ultimate of August on account of under-calculated pay premiums of the advanced good months to some recruits of the Luxembourg regiment who passed through here, as well as an invoice whereby Your Honours' government has been charged for the monthly wages advanced here to some of the aforesaid recruits now crossing over to Ceylon with the ship De Drie Gebroeders. On the 23rd of the month of January just past, having safely arrived here in the roads with 2 dead and 7 disabled, the return ship Doggersbank dispatched by Your Honours, wherewith we have received your friendly letter of 12 November of the past year, we thank Your Honours for the dispatch both of the letter for the commander of the state's squadron, Mr. Silvester, to Batavia, and of the letters and goods for the Malabar government and for the ministers at Suratte; while deferring the reply to the further contents of Your Honours' aforementioned writing until a further shipping opportunity, we must meanwhile communicate to you the following in relation to the Company's return vessels De Paarl and De Draak. The first-mentioned ship, De Paarl, having appeared very unexpectedly under Robben Island on the aforesaid 12 November and from there here in the roads, which vessel, according to the report given thereof by the officers, after departing from Ceylon on the 26th of December following, was overtaken at the south latitude of 17 degrees and longitude of 93 degrees by a fierce hurricane, in which the main and mizzen masts were carried overboard and lost, while the ship became considerably leaky and fell into such a helpless condition that the officers were forced to resolve to call at the island of Mauritius, where upon inspection of the cargo it was found that all the saltpetre had melted and the coffee beans and a large part of the pepper, due to the leakage, the sea water taken on, and fermentation in the ship, were entirely rotten and spoiled, which consequently had to be thrown into the sea; while the linen packs were also wet and moldy, but were immediately washed out again in fresh water, bleached, and dried. Whereupon the officers, having provided the said ship De Paarl again with spars by purchase from one of the ships stranded on the island of Mauritius in the same hurricane and having repaired the damage suffered, the same departed from Port Louis on the 15th of April of last year, turning the prow toward this corner, but on the 15th of May was overtaken by a heavy storm from the west and, the main and seam joints having worked open again through heavy labouring and the ship having become considerably leaky, while the stormy weather continued with contrary winds, whereby the crew was exhausted and the provisions were almost entirely consumed, the officers were compelled on the 8th of June following to bear away for Rio de la Goa, in order to be able to careen the ship there as much as possible and to provide themselves with the missing provisions. Pursuant to that resolution, having arrived at Rio de la Goa on the 30th of June, and the ship having been caulked and repaired inside and outboard, the same departed from there again on the 12th of October. The ship thereupon having been found here upon examination by nautical experts and shipwrights to be utterly impossible to bring back into condition to leave this bay, much less to transport the cargo contained therein further to the Netherlands, we have therefore judged best for the interests of the Company, and consequently resolved, to make use of the ship De Vreede, presently here and chartered by the Chamber of Zeeland, to transport the remaining cargo thereof.
Dutch transcription
derselver Elucidatie te kunnen verstrekken, zoo sal de gem: afschriften en Extrakten bij de deeser versellende register zijn be„ kend gestelt. Waar bij thans mede overgaan zodanige seven geslootene Pacquetten, als wij ter verdere oversending aan uwel Ed:s uijt het Patria alhier ontvangen hebben, gelijk wij uwel Ed: thans insgelijks aanbieden, twee Pacquetten met de sekreete sein vloggen, voor de retour„ „scheepen in 't aanstaande Jaar 1789. De scheeps ruijmte in de voorm: tans vertrekkende scheepen Josepheus de tweede, vrouwe Johanna en de drie Gebroeders, nog toegelaten hebbende uwel Ed:s daarmede eenige trade op de voorgaande als nu ontvangene Eijsschen tedoen toekoomen, hebben we ons dierhalven van deese gelegentheid bedieneerde, doen laaden Jn 't schip Josephus de Tweede 185. mudden Taawe In 't schip de vrouwe Johanna 140. mudden tarwe. te 2813 1039. Jn 't schip de Drie Gebroeders. 370. mudden tarwe Boven het welke nog in het evengem: schip de drie gebroeders zijn afgescheept. 12156. ponden Caabse boter op den laatst ont„ „vangen Eijsch ponden Talk waar van 10000. lb: op den voorjarigen en 1039. lb: op den laaste ontvangen Eijsch. Gelijk meede per het schip 'te for- „tuijn van hier werden versonden vijf„ „tien vaaten kopere duijten met het schip Belvliet uijt het vaderland alhier aangebragt. Cognora„ Van welk een en ander de ment faktuuren in deesen geslooten overgaande zijn daar bij ook nog gevoegd Een faktuur van aanreke„ „ning onder ult:o aug:s afgeslooten wegens temin berekend zoldij op„ „gelden der verstrekte goede maanden aan eenige hier gepasseerde recruten van 't Luxemburgse regiment, als mede nog een faktuur waar bij uwel Ed: akten k ge ten ben, 178 tou die dat op wde hed ede a te 3 uwelEd:e Gouvernement zijn aangerekend geworden de alhier verstrekte maand= „gelden aan eenige der voorsz: reclutien thans met het schip de drie gebroe„ „ders naar Ceilon overvaarende op den 23. der even afgeweeken maand Januarij met 2. overleeden, 7. impotenten behouden hier ter rheede aangeland sijnde het bij uwel Ed:s afgevaardigde retour„ schip Doggersbank waar meede wij ontvangen hebben, derselver vriendelijke tet„ „teren van 12. November de anno pas„ „sato, bedanken wij uwel Ed:s voor de afvaardiging, zoo van den brief voor den Commandant van 'slands Esqua„ „der de heer silvester na Batavia, als van de brieven en goederen voor 't mallabaars Gouvernement en voor de Ministers te sucatta: terwijl de teschip„ „tie op den verderen inhoude van gem: uwel Ed:s schrijvens tot nadere scheeps gelegentheid uijtgesteld latende, moeten wij deselve intusschen, met relatie tot 's Comp:s retour wodems de Paarl en de 2814 de Draak het volgende bedeelen. Het eerstgem: schip de Paarl, op voorsz: 12. November zeer onverwagt onder het Robben Eiland en van daar hier ter rheede verscheenen zijnde welken boden volgens het daar van gegeeven relaas der overheeden na het Depart van Ceilon den 26. december daar aan op de Z. b:t van V7. gr: en lengte van 93. wr: door een fellen okcaan is beloopen geworden, waar in de groote en bezaans masten over boord en verlooren geraakt, mits a: het schip Considerabel lek en in zodaanigen reddeloosen toestand geraakt was, dat zij overheeden hadden moeten resolveeren het Eiland Mauritius te moeten aandoen, alwaar bij visita„ „tie der lading bevonden is, al het salpeter gesmolten de koffi boonen en een groot gedeelte der peper door de laccagie het overgekreegen zee- „water en broeijeng in het schip ten eenemaal verrot en bedorven te zijn, dewelke maand tin sijnde tour„ n tavia, te schip heps et tot aal en de ge: de dewelke dus in zee hebben moeten werden geworpen; terwijl ook de lijwaat pakken nat en aangeslagen, dog terstond in versch water wederom uijtgewassen, gebleekt en gedroog zijn geworden. Waar op de overheeden door inkoop van een der ten eilande Mauritius in deselve orcaan gestrande scheepen, het ged: schip de Paarl weder van rond houten voorsien en de geledene schaden hersteld hebbende, is het zelve op den 15. April des voor- „leeden Jaars van Port Louis vertrokken, den steeven naar deesen uijthoek werdende, dog op den 15: maij door een swaaken storm uijt het wetten overvallen geworden en de lijf en zet naaden door zwaar arbeiden wederom opengewerkt en het schip Considerabel lik geworden zijnde, mitss: het Hormnagtig weer met Con- „trarie winden blijvende Continueeren, waar bij de Equipagie afgemat en de victualie bij na geheel geconsumeert was, zijn zij overheeden genoodsaakt geworden op den 8. Junij daar aan naar Rio de la 2815 la goa aftehouden, ten einde het schip aldaar zo veel mogelijk te kunnen Colto„ „ten en zig van de ontbrekende provi„ „sien te voorsien. Jngevolge van dat besluijt op den 30. Junij te Rio de la goa g'arriveert, en het schip binnen en buiten boord gecalfaat en gerepareerd geworden zijnde, is het selve den 12. oktober wederom van daar vertrokken. Het schip daar op alhier bij Exa- „minatie van zee kundigen en scheeps- „timmerlieden bevonden weesende dat met geen mogelijkheid wederom in staat konde werden gebragt, om deese boaij te verlaaten veel minder om de daarin zijnde lading verder naar Nederland te Transporteeren. hebben wij derhalven voor de belangen der maatschappij best g'oordeeld en dienvolgens beslooten, van het thans hier aanwesend bij de kamer Zeeland ingehuurd schip de vreede gebruijk te maeken, om de overgeblevene lading van dien en van een sien ende„ en de de en was, de la
English
to transfer that vessel's cargo to the Netherlands, destined for the Presidial Chamber, which cargo still consists of: 198399 lb pepper 16650 lb sappanwood 147837 lb cowries 418 packs of linens 67 bales of cotton yarns 1600 ditto cinnamon 76 ditto cardamom 1 small chest with 12 lb cinnamon oil Excluding 27 packs of linens which, having been found damaged and rotten, had to be sold here by public auction; while Captain Cornelis in het Anker, who had been appointed to the aforementioned vessel de Paarl, is to repatriate with the aforementioned flute ship de Vreede, retaining his rank and wages, in order to account in Europe for the cargo being sent therewith, and especially for the packs of linens that were washed out on Mauritius and remained unmarked. The ship de Draak also appeared here in the roadstead on the 3rd of December last, which, according to the report of the officers, having endured many disasters in a sudden storm and hurricane, which was encountered on the 25th of March at the south latitude of 22 degrees 22 minutes and longitude of 84 degrees 48 minutes, was forced, with the loss of all its masts, to call at the aforementioned island of Mauritius, where upon inspection of the cargo it was found that all the saltpetre had melted, the coffee beans and a large quantity of the pepper were wet and completely spoiled and rotten due to fermentation, a lot of bales of cinnamon and all the rice for provisions were likewise completely spoiled, so that all this spoiled portion of the cargo could not be re-embarked, after an inspection thereof had been carried out by a commission on behalf of the royal court of justice at Mauritius, and it was thrown into the sea outside the harbor in the presence and under the supervision of that commission; the linens found wet were washed out in fresh water ashore, bleached, and dried. The officers of the vessel de Draak, just like those of the ship de Paarl, in order to enable themselves to put to sea again, likewise purchased one of the stranded ships, and having applied the masts, spars, etc., thereto, that vessel is now, through these repairs, in a state to continue the voyage to the Netherlands. Just as this has been confirmed by a commission of nautical experts and shipwrights, whom we deemed necessary to appoint to examine the ship in the very same manner as was done concerning the ship de Paarl. The high commanding Lord Masters in the Fatherland having sent to us, alongside their most honored letter dated the 28th of December of the year 1786, a memorandum containing several points regarding which their Right Honorables, in relation to the use made for the service of the French during the late war of various Company ships, still require such clarifications as that memorandum indicates, and in which memorandum, among other things, there was also found a point concerning the shallop de Elisabeth, which in the year 1782 was sent here from Your Honor's Government, as Your Honors will further perceive from the aforementioned letter from the most aforesaid Lord Masters and the attached memorandum, extracts of which are transmitted herewith. So we request Your Honors either to provide this government with the answers to that point, or to elucidate directly to their Right Honorables themselves the conditions under which the aforementioned shallop de Elisabeth was in French service, as was stated to us in Your Honor's dispatch of the 12th of February 1782. The master of the ship de Drie Gebroeders, Jan Roelofs de Groot, having requested us by petition that, since during the voyage hither from the fatherland several members of his crew had died, and also a part of them had to be left behind at this place as invalids, and consequently finding himself unable to continue the voyage to Ceylon due to the lack of a full crew, he, the master, might therefore be assisted with a number of 14 to 15 experienced sailors; we, acceding to this request, had placed upon the aforementioned ship de Drie Gebroeders a number of eighteen seamen, who are recorded both on the muster roll of that vessel and on a separate list transmitted enclosed herewith alongside the other pay-records, and this for the same wages as they earned with the Honorable Company, their accounts having been closed on the 8th of January last, when they transferred into the service of the shipowners. We commend Your Honors and the Company's interests to the protection of God, and remain after friendly greetings (underneath stood) Honorable, Valiant, Gallant, Wise, Prudent, very Discreet Sir and friends, Your Honor's service-devoted friends and servants. (was signed) C: I: van de Graaff, I: Rhenius, R: I: Gordon, I: I: Lesueur, and O: G: De Wet (in the margin) In the Castle of Good Hope, the 4th of February Anno 1788. To the same as before In our last letter of the 4th of this month, dispatched with the four ships serving for the transport of the Meuron troops, Josephus de Tweede, 't Fortuijn, de Drie Gebroeders, and de Vrouwe Johanna, of which de Drie Gebroeders set sail from here on the 9th of this month and the three others one day later, having informed Your Honor among other things that the remaining men of the Meuron Regiment were to follow with the also chartered ship de Susanna, that vessel is now ready for this voyage to Your Honor's Government; and on which there are thus still placed from the said regiment: 1 sergeant 3 corporals and 56 soldiers There currently still remain here as invalids, to follow after their recovery: 1 lieutenant
Dutch transcription
dien bodem voor de Presidiale kamer waar voor gedestineerd was naar Ne„ „derland overtebrengen bestaande die lading nog in 198399. lb: Peper 166. 50. „ Sappanhout 147837: „ Cauris 418. Pakken lijwaaten 67. Baalen Cattoene gaarnen 1600. d=o Canneel 76. do Cardamom 1. kasje met 12. lb: Canneel olie Behalven 27. pakken lijwaeten, dewelke na't aangeslagen en verrot bevonden sijnde, p:r Publicque vendutie hebben alhier werden verkogt: terwijl den op moeten meerm: bodem de Paarl bescheiden geweest zijnde Capitain Cornelis in het anker behoudens zijn qualiteit en gagie met het voorm: fluijt schip de vreede staat te repatrieeren, ten einde de daar mede overgesonden werdende lading en voor al de pakken lijwaeten die op Mauritius uijtgewassen en en ongemerkt zijn gebleeven, in Europa te verantwoorden. de zijnde het schip de Draak den 3de december laastl: mede hier ter rheede verscheenen, het welk volgens rapport 2 der overheeden door het uijtstaan van veele rampen in een vliegende storm en sullen oncaan; waar van den 25. maart op de Z. b=te van 22: gr: 22. min: en lengte van 84: 48. is beloopen geworden, niet ver„ „lies van alle zijne masten, genoodsaekt geweest, het voorm: Eiland Mauri„ „tius aantedoen, alwaar men bij visi„ „tatie der lading, al de salpeter gesmolten, de koffi boonen in een groote quantiteid der peeper nat en door de broeijing ten eenemaal be „dorven en verrot, een partij baalen Canneel, en al de rijst voor provisie insgelijks ten eenemaal bedorven be„ „vonden heeft, zo dat al dit bedorvene der lading niet weder hebbende kun„ „nen werden ingescheept, na dat daar van door eene Commissie van wegens het 0 welke gewassen en e 2816: 8 het koninglijke geregts hof te Mauri„ „tius inspectie was genoomen, ten over„ „staan en in presentie van die Commissie buiten de haven in zee is geworpen geworden zijnde nat bevondene lijwaaten aan land in versch water uijtgewassen, gebleekt en gedroogt. De overheeden van den Bodem de Draak even als die van 't Schip de Prarl, ten einde zig wederom in staet te kunnen stellen om zee te bouwen, insgelijks een der gestaande scheepen ingekogt, en de masten, rond houten &=a daar toe aangewend hebbende, bevind zig dien boven door deese reparatie in staat om de reize naar Nederland voorttesetten. gelijk sulks geconfirmeerd is ge¬ „worden, door eene Commissie van zee- „kundigen in scheepstimmerlieden, die wij noodig g'oordeeld hebben even en in zelvervoegen als omtrend het schip de Paarl geschied is, tot Ixaiinatie van het schip te stellen. De 2817. De Hoog gebiedende Heeren meesteren in het 0 Patria ons Nevens hoogst derselven g'eerd aanschrijvend de dato 28. december des 3 Jaars 1786. toegesonden hebbende eene memorie vervattende eenige poincten de waar omtrend haar Edele Hoog agtb: met betrekking tot het gebruijk het 5: welk ten dienste der franschen geduu„ „rende den laatsten oorlog van deese en geene Comp:s scheepen is gemaakt als nog zodanige op helderingen vor„ „deren, als die memorie aantoond, en bij welke memorie onder anderen meede gevonden werd, een poinct, betreffende de Chaloup de Elisabeth dewelke in den Jaare 1782. van uwel Ed: Gouvernement hier aangeweest is, zoo als uwel Ed:s uijt voorm: schrijvens, van Woogst ged:e heeren Majores en de bijgevoegde memorie; van dewelke de Extrakten in deesen overgaan nader zullen ontwaaren. zo verzoeken wij uwel Ed:s 't zij dit gouvernement ter beantwoordinge van i„ ver„ i tie De „ de 6 van dat poinct dan wel Haar Edele Hoog agtb: selve direct tewillen Elu„ „cideeren van de Conditien op welke de voorsz: Chaloup de Elisabeth gelijk ons bij uwel Ed:s missive van 12. februarij 1782. is voorge„ „koomen in franschen dienst geweest is. Den schipper van het schip de drie gebroeders Jan Roelofs de Groot, aan ons bij request verzogt hebbende, dat vermits op de herwaards reijze uijt 't vaderland verscheijde man- schappen van desselfs Equipagie waaren koomen te overleiden, en ook een gedeelte van deselve als impotent hier ter plaatse moetende werden agtergelaatig, en zig derhalven mits gebrek eener voltallige Equipagie niet in staat bevond de reise naar Ceilon voorttesetten hij schipper over- „sulx met een getal van 14. â. 15. be„ „vaarene mattroosen mogte werden geadsisteerd; hebben wij in dit versoek bewilligende, op het voorm: schip de - 2838: de drie gebroeders doen plaatsen, een getal van agtien zeevaarende, dewelke, zo op de Rolle van dien bodem, als op eene aparte lijst nevens de andere zoldij papieren in deesen geslooten overgaande, bekend gesteld zijn ende sulx voor deselfde gagien als bij de E: Comp: gewonnen hebben, zijnde derselver reecq: onder den 8. Januarij I:o leeden wanneer in dienst der rheeders zijn overgegaan afgeslooten. Wij beveelen uwel Ed:s en 'sComp:s belangens in de bescherminge Godes, en blijven na vriendelijke groete (:onderstond:) Edele Erntfeste Manhafte wijze voorzienige zeer Diskreete Heer en vrienden, uwel Edelens Dienstgenee„ „gene vriend en Dienaaren. (:was getekend:) C: I: van de Graaff, I: Rhenius, R: I: Gordon, I: I: Lesueur en O: G: De Wer (: in margine:) Jn 't kasteel de goede 4:e Februarij A:o 1788. — Woop den Aan dele lu„ t is. ie de, ze 16 waaren ean t den aar be„ soek schip de - Aan als vooren Bij onse laatste letteren van den 4: deeser afgegaan met de tot transport der Meuronsche troupes dienende vier scheepen, Josephus de tweede, T fore„ „tuijn, de drie gebroeders in de vrouwe Johanna van welke de drie gebroeders op den 9. deeser en de drie anderen een dag laaten de reise van hier hebben aangenoomen, aan uwe wel Edele onder anderen hebbende berigt gegeeven, dat de overblijvende manschappen van het Meuronsche Regiment met het meede ingehuurt schip de Susanna stonden te volgen, vind zig dien bodem tot deese reise na uw Ed:s Gouvernement thans gereed; en waar op zig also van 't gem: regiment nog geplaatst vinden 1. sergeant 3. Corporaals en 56. Zoldaaten Blijvende alhier thans nog overig als impotenten om na hunne herstelling te volgen 1. Luijtenant 1. Luitenant e -
English
1. Lieutenant, à la suite 1. Second Surgeon, and 16. Soldiers. Also, for the depot established here for the sick and recruits: 1. Captain 1. Sub-Lieutenant 1. Second Surgeon 4. Sergeants 6. Corporals 1. Master Tailor 1. Ditto Shoemaker, and 2. Soldier-Servants; as well as a Captain-Lieutenant on leave for eighteen months. While, on account of the expiration of their term of service, discharged from the regiment to be sent over to Europe from here with the first opportunity: 18. Sergeants 12. Corporals 2. Sappers 1. Musician 3. Drummers 3. Drummers and Fifers, and 160. Soldiers. In the aforesaid vessel, the Susanna, we have also had loaded for Your Honour's government: 351. 2. mudden of wheat 1872. –. ditto of rye 40. Leaguers of wine of various sorts 1. Aam of tent wine 1. Half aam of tarragon vinegar 10. Half aams of headed cabbage 10. Ditto ditto of Savoy cabbage 10. Ditto ditto of cauliflower 10. Ditto ditto of red cabbage 10. Ditto ditto of sour cabbage 43. lb. of dried peaches 99. lb. ditto of [illegible] 33. lb. ditto of apples 156. lb. of fine garden seeds 144. lb. of coarse ditto 50. lb. of canary seed; more fully specified on the bill of lading and invoice drawn up for it and sent herewith, on which also have been noted: 10. cases of hammocks received here from the fatherland to serve for the Luxemburg regiment, which are being forwarded with the aforesaid ship Susanna. Meanwhile, on the 20th of this month, there appeared in the roadstead here the Company's small ship de Hoop, bound for Ceylon and commanded by Captain Laurens Smit, having sailed from Texel on the 1st of September of last year, its crew consisting of 32 heads, of which 12 were brought in disabled, while the rest of the crew is also suffering from scurvy due to the length of the voyage. By that vessel, we were instructed by the Right Honourable Lords Directors of the Amsterdam Chamber that certain orders concerning the Regiment of Luxemburg are also passing over to Your Honour on the same, and that we should inform Your Honour by that ship at what time the ships which are to transport the said regiment of Meuron would depart from here, if they had not already begun the journey thither, and in any case to let the aforesaid vessel de Hoop proceed on its voyage to Your Honour's Government as speedily as possible; this order we currently find ourselves only able to obey to the extent of making all possible haste to have that small ship resume its voyage. The Right Honourable Lords Directors of the Zeeland Chamber, under the date of 25 June of the past year, having likewise written to us that Colonel-Commandant de Meuron was permitted, from such amount of 80,000 guilders as his permission allows annually from Ceylon to transfer into the treasury before his embarkation from here to Your Honour's Government, to pay into the treasury here what he should deem necessary from that amount, and that we should issue the necessary bills of exchange for it, in such manner as we have seen was reported to Your Honour, giving notice thereof to Your Honour in order to be able to regulate matters accordingly; and, pursuant to this permission, having paid into the Company's treasury here, just before his embarkation, by the said Colonel de Meuron, a sum of 8,667 pieces of ducatoons, for which the bills of exchange for payment in the fatherland are to be issued, we hereby convey to Your Honour the said communication recommended to us. Our requisition of supplies for this government for the coming year 1789 being enclosed herewith, we very kindly request Your Honour that it may be fulfilled, and likewise that Your Honour please have the goodness to provide reliable delivery for the enclosed packet for the Director and Council at Surat. Enclosed herewith is also a packet containing the invoice and bills of lading of the cargo on the previously mentioned ship de Hoop for Your Honour's Government, which packet, having been brought here from the Fatherland on the ship de Schelde among other Company papers, was opened by mistake. To the same as before. Commending Your Honour's and the Company's interests to the protection of the Almighty, we remain, with friendly greetings, beneath, as before, signed, C. I. van de Graaff, I. Rhenius, R. J. Gordon, I. I. Lesueur, and O. G. de Wet. In the margin: In the Castle of Good Hope, the 23rd of February 1788. The small ship de Hoop mentioned in the header, now lying ready to sail to proceed on its voyage to Your Honour's Government, we offer Your Honour herewith the duplicate of our last letter dated the 23rd of February, sent off with the ship the Susanna, which vessel departed from here on the 27th following; while the return ships de Draak and Doggersbank dispatched by Your Honour sailed onward to the Netherlands on the 4th of this month. Furthermore, the bearer of this, the said small ship de Hoop, besides 350 mudden of wheat and six mudden of common groats for Your Honour's Government itself, is also laden for that of Cochin with: 3. mudden of rye 3. ditto of beans 8. half aams of sauerkraut 4. ditto ditto of white cabbage 11. ditto ditto of cauliflower 5. ditto ditto of red cabbage 3. ditto ditto of Savoy cabbage 181. lb. of dried apples 148. lb. ditto of [illegible] 84. lb. ditto of peaches 88. lb. ditto of apricots 91. lb. ditto of quinces 41. lb. of fine garden seeds 31. lb. of coarse ditto; all more fully specified on the bills of lading and invoices annexed hereto, which goods for the Government of
Dutch transcription
2819 1. Luitenant, alasuite 1. second Chirurgijn en 16. Zoldaaten. Mitsg: tot het alhier gestelde depot voor de zieken en recouten 1: Capitein 1. sous luitenant 1. second Chirurgijn 4. sergeants 6. Korporaals 1. m=ken tailleur 1. d=o Cordonnier en 2. Zoldaaten Domesticquen als ook een Capitein luit met Conge voor agtien maanden. Terwijl mits Sijpiratie van hun verbonden teid van het regiment ge= „congedieert zijn, om met de Eerstet gelegendheid van hier naar Europa tewerden overgesonden 18. Sergeants 12. Corporaals 2. Sapeurs 1. musikant 3. tambours desen e ders hebben e t s 3. tamboers en pijpers en 160. Zoldaaten Jn voorsz: bodem de Susanna heb„ „ben wij meede voor uwelEd: gouver- „nement doen laaden 351. 2. mudden taawe 1872. –: d=o vogge 40. Leggers wijn inzoort 1. aan wijn tint 1. half aam dragon azijn 10. halve aamen kop kool 10. d=o do savooij d=o d=o — bloem d=o 10. d=o 10. d=o d_o roode d=o 10. do d=o zure d=o 43. lb: gedroogde persiken do - paeken. 99. „ d=o appelen 33. „ 156. „ fijne thuijn zaaden 144. „ Grove d=o 50. „ Canarij zaad: breder, gespecificeerd op de daar van gemaakte en nevens deesen overgaande Cognossement faktuur waar op ook 2820 ook nog zijn bekend gesteld. 10. kassen hangmatten alhier uijt het patria ontvangen om te dienen voor het luxemburgse regiment, dewel„ met het voorsz: schip Susan„ „ken „na werden voortgezonden. Jntusschen is op den 20. deeser hier ter Rheede verscheenen het naar Ceilon gedestineerd Comp:s scheepje de Hoop gecommandeert door den Capitein Laurens Smit zijnde op den 1. september des voorleeden Jaars uijt Texel geseild, bestaande desselfs Equipagie in 32. koppen, waar van 12. Jmpotent aangebragt zijn, terwijl ook het overige gedeelte van het volk door de lang durigheid der reise aan de scorbute laboreert. Met dien Bodem is ons door de wel Edele Groot Achtb: heeren Be„ „wind hebberen ter kamer Amster„ dan aangeschreeven, dat ook op dezelve aan uwelEd: overgaan eenige heb„ er- van de ook eenige ordres, betrekkelijk tot het regiment van Zuxemburg, en dat we met dat schip uwel Ed: zouden moe„ „ten informeeren, op welke teid de scheepen die het ged:e regiment van Meuroor overbrengen moeten, van hier zouden vertrekken, indien deselve niet reeds de reise der- „waarts aangenoomen hadden, en in allen gevalle voorsz: bodem de Hoop, de reise na uw Ed: Gouvernement ten spoedigsten te laaten vervorderen: deese ordre vinden wij ons thans alleen in staat, in zoo verre te obtempe„ „reeren, om alle mogelijke haast te maken tot het verder doen voortsetten der reise van dat scheepje. De wel Edele Groot Achtb: heeren Bew ind hebberen ter kamer zee= „land, sub dato 25. Junij A:o passato insgelijks ons hebbende aange- „schreeven dat aan den heer Collonel „ Commandant 2821 Commandant de Meurom was toegestaen om van zodanig montant van ƒ 80000. als zijn E: permissie nod: Jaarlijks van Ceilon in kas temogen overmaken voor desselfs inscheeping van hier na uwel Ed: Gouverne„ „ment, in Cas alhier temoogen tellen, het geen hij oordeelen zoude van dat bedragen als dan noodig te hebben, en dat wij daar van de noodige Assignatien zouden. af„ „geeven, indien voegen als wij gesien hebben dat zulks aan uwel Ed: is gemeld, niet kennis geeding dien aangaande aan uwel Ed:s ten einde zig daarna tekunnen re= „guleeren, en ingevolge deese permis„ „sie door ged:e heer Collonel de Meuron even voor desselfs inschee„ „ping alhier in 'sComp:s Casja geteld zijnde eene somma van 8667. p:s dukatonnen, waar van de assig„ „natien ter betaaling in 't vader„ tewerden afgegeeven, staan land Fo 6 ato - Collonel t - zoo brengen wij uwel Ed: hier van bij deesen toe de gem: ons aanbevo„ „lene Communicatie. onzen Eijsch van benodigtheeden voor dit gouvernement in den aan„ „staanden Jaare 1789. in deesen overgaande, verzoeken wij uwdel Ed: seer vriendelijk, dat aan deselve moge werden voldaan, en zo meede dat uwel Ed: ge- „liede de goedheid te hebben, aan het inleggend Pacquetje voor den heer Direkteur en Raad te souratte zeeker bestellinge te ver„ „leenen. zijnde in deesen ook nog gesloten een Pacquet waar in de faktuur Cognossementen van het geladene en in het voorwaards gem: schip de Hoop voor uwel Ed: Gouverne— „ment, welk Pacquetje onder meer andere Comp:s Papieren met het schip de schelde uijt het Patria alhier aangebragt zijnde, abusive 2822 Aan als vooren. abusive geopend geworden is. uwel Ed:s en 'sComp:s belangen de protectien des allerhoogsten aanbe- „veelende blijven wij onder vrien „delijke groete (:onderstond:) als vooren (:getekend:) C: I: van de Graaff, I: Rhenius, R: J: Gordon, I: I: Zesueur en O. G. de wet (:in margine:) Jn het kasteel de Goede Hoop den 23. febr: 1788. Het in den hoofde gem: Scheepje de Hoop, thans zijlvaardig leggende ter verdere rijsvorderinge naar uwel E: Gouvernement, bieden wij uwelE: in deesen aan het Duplikaat van onse laatste letteren de dato 23:e februarij met het schip de susan„ „na afgegaan, welken bodem den 27. daar aan van hier vertrokken is; Terwijl de bij uwel Ed: afgevaar„ „digde retour scheepen de Draak en Doggersbank op den 4. deser maand naar Nederland zijn voortgestevend. zijnde be heeden te met ijnde sive zijnde voorts in brengen deeses het ged:e scheepje de Hoop behalven 350. mud den Tarwe en ses mudden ge„ „meene gordt voor uw Ed: Gouverne„ „ment selve, ook nog voor dat van Cochin afgelaaden. 3. mudden rog ge 3. do boonen 8. halve aamen zuure kool witte d=o 4. d=o d=o 11. d=o d=o bloem d=o 5. d_o do roode d=o 3. d=o d=o savooij do 181. lb: gedroogte appelen 148. „ d:o - peeken 84. „ do persiken 88. „ d:o Abricosen do quee peeren 91. „ 41. „ fijne Thuijn zaaden. 31. „ grove het een en ander breder gespecifi„ „ceert op de deesen bijgevoegde Cog„ „nossement faktuuren welke goederen voor het Gouvernement van -
English
from Cochim, together with the enclosed small packet of letters addressed to the Noble Lord Governor and Council there, which we kindly request Your Honours to forward thither at a convenient opportunity; while this is also accompanied by a small packet containing the duplicate invoice and bill of lading of the cargo laden in the aforesaid vessel the Susanna for Ceilon, brought hither from the Fatherland by the small ship de Hoop. Furthermore, upon the written request made by Laurens Smit, captain of the small ship de Hoop, which is now ready to sail, on account of his indisposition, due to which he was frequently obliged to keep to his bed on the voyage hither, and the necessity of having to remain ashore for some time to recover his health, we have permitted him to remain here for the aforesaid purpose with suspension of wages. The command of that vessel has been assigned to Captain-Lieutenant Anthonij van Rhijn, stationed thereon, as commanding officer, after prior examination by the Provisional Acting Master of the Equipage and the written report submitted by him in this regard, he having been found to possess the requisite experience to be entrusted with such a command with confidence. Meanwhile, in order to replace the officer's post that has fallen vacant there, the cadet of the navy Egbertus Wegenaar, who was stationed on the permanent frigate ship de Meermin here, has also been promoted and appointed as a capable subject to sub-lieutenant on the aforesaid vessel de Hoop, with a halving of wages to ƒ18. There having also been placed on this vessel de Hoop, in order to cross with it to Ceilon, 4 soldiers of the regiment of Meuron who were left behind here as invalids, two months' pay and service money in advance have been issued to each of them, as noted in a memorandum drawn up thereof and appended hereto. While commending Your Honours and the weighty interests of the Company to God's protection, we remain with friendly greetings. It was signed below: Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, very Discreet Sirs and Friends, Your Honours' affectionate friends and servants. It was signed: C: I: van de Graaff, I: Rhenius, R: I: Gordon, I: S: Lesieur, and O: G: de Wet. In the margin: In the Castle of Good Hope, 18 March 1788. To the same as before. With the small ship de Hoop, which departed under sail from here for Your Honours' Government on 21 March of this year, we addressed to Your Honours our last letters of the 18th of the same month, of which the duplicate has since been dispatched with the State's brigantine ship the Diana, which likewise departed from here for Ceilon on 15 April last. Since then, with the arrival in False Bay of the return ship Java on the 1st of this month, we have been honored with Your Honours' esteemed letters of 16 February of this year, the answering of which, owing to the shortage of time, has had to be deferred to a later opportunity; referring ourselves in the meantime to that which we requested of Your Honours in our letters of 4 February of this year concerning the matter of the assistance rendered to the Crown of France with the Company's ships during the late war. The aforesaid return ship Java, on the 16th of the past month off this corner, suffered so much in a violent storm—by which the victualling ship Avenhoven was also blown from its anchors here in the roads and driven ashore—that not only did the officers find themselves forced to throw 14 pieces of cannon overboard, but the ship was also completely worked out of joint and the rigging became severely disabled. Upon receiving report hereof from the said Bay, and having considered how much the circumstances of the Company now more than ever demand that every possible diligence and labor be applied to enable such a precious return vessel to resume its voyage as soon as possible at this already far advanced time of the year, the naval Captain and Provisional Acting Master of the Equipage here, Jan Arnold Voltelen, together with fellow naval Captains Paulus Kroon and Axel Land, commanding the ships de Gouverneur Falck and Weverwijk, have been expressly commissioned by us, assisted by the master of the shipwrights Mijndert van Eijk, to inspect and examine as speedily and accurately as possible, in the presence of the aforesaid captain of the ship Java, the defects present on that vessel, as well as on its rigging and spars and otherwise, as also what repairs are indispensably required to both, together with how and in what manner the same can be effected in the quickest and best possible manner, and what time will be needed for that before the aforesaid keel could again be in a condition to undertake the voyage to the Netherlands. Whereby we have at the same time authorized the said Provisional Acting Master of the Equipage, after the aforesaid examination and finding, without allowing any time to be lost by sending the report from False Bay hither and awaiting further orders, to set all hands to work in the meantime with the greatest possible dispatch, in order to repair the defects of the aforesaid vessel from what is available in stock in the said Bay, and thereby to bring the ship into a condition for the speedy continuation of the return voyage; the resident of the said False Bay having also been instructed by us for that purpose to make available from what has been brought thither from the Fatherland.
Dutch transcription
2823 van Cochim nevens inleggend brief Pacquetje aan den Edelen Heer Gouver- „neur en Raad aldaar geaddresseert, wij uw Ed:s vriendelijk verzoeken, dat bij bequaame gelegendheid na der„ „waards mogen werden voortgeschikt, terwijl deesen ook nog is versellen„ „de een Pacquetje waarin geslooten is, de Duplikaat faktuur en Cognossement van het gelaadene in het voorwaards gem: schip de susanna voor Ceilon p:r het scheepje de Hoop uijt het Patria alhier aangebragt. Wij hebben voorts op het schrifte„ „lijk gedaan versoek van den Capitiin op het thans zeilvaardig leggend scheepje de Hoop Laurens Smit uijt hoofde zijner indispositie, door welke hij op de herwaards reise dikwert genoodsaakt is ge„ „weest het bed te houden en de noodsakelijkheid, om tot herstelling zijner gezondheid eenigen tijd aan land Ai land te moeten vertoeven, aan den „selven gepermitteerd om met stil„ stand van gagie ten einde voorsz: alhier te moogen overblijven. zijnde het Commando op dien bo- „den aan den daar op bescheiden Capitein Luit: Anthonij van Rhijn als gezaghebber opgedragen als na voorgaande Examinatie van den Pro. Jnterin Equipagiemeester en het door denselven deswegens gegeeven schriftelijk rapport bevonden zijnde, de vereijschte ervarendheid te besitten om een zodanig Commando met gerust„ „heid te kunnen werden toever„ „trouwd: Terwijl om de daar leedig gevallene officiers plaats weder te remplaceeren ook nog als een bequaam suject tot sous luit: op meerm: Bodem de Hoop is bevorderd en aange„ „steld den op het hier perma„ „nent freguat schip de meermin bescheiden 2824 geweest zijnde kadet de bescheiden Egbertus wegenaar marine met halveering van gagie tot ƒ18. op deesen bodem de Hoop ook nog geplaatst zijnde om daarmede naar Cei„ „lon overtevaaren 4. zoldaaten van het regiment van Meuron als impo= tenten hier agtergebleeven, is aan ieder van deselve twee maanden zoldij en servies geld in advans verstrekt geworden, gelijk zulks bij eene daar van geformeerde deese bij gevoegde memorie genoteerd is, Terwijl wij uwel E: en de gewigtige belangen der maatschappije in Godes hoede bedeelende onder vriendelijke groete blijven (:onderstond:) Edele Erntfeste, Manhafte, wijze, voor„ zienige zeer Diskreete Heer en vrienden, uwel Ed:s dienstgenegene Vrien en dienaaren (:was getekend:) C: I: van de Graaff, I: Rhenius, R: I: Gordon, I: S: Leseieur en O: G: de wek (:in margine:) In 't Casteel de Goede Hoop den 18. maart 1788. Aan nog den Aan als vooren. Met het scheepje de Hoop het welk op den 21: maart deses Jaars van hier na uwel Ed: Gouvernement is afge= zijlt, hebben wij aan uw Ed: gerigt onse laatste letteren van den 18:e der„ selver maand, waar van het dupli= „kaat zedert met het, op den 15. April laastl: mede van hier na Ceilon vertrokken 's lands brigatijn scheepje de Diana, is afgesonden. zedert hebben wij ons met de komst in de baaij fals van het retourschip Java op den 1. deeser mogen vereert vinden met uwel Ed: g'agte letteren van den 16. februarij dezes Jaars, welkers beantwoording door de kortheid des tijds tot nader gelegentheid heeft moeten uijtgesteld blijven: ons intusschen refereerende aan het geene wij omtrend de mate„ „rie der in den laatsten oorlog aan den kroon van Frankrijk betoonde met 'sComp:s scheepen adsistentie uwel Ed: - 2825 uwel Ed: bij onse letteren van den 4. febr: deezes Jaars hebben verzogt. Het voorm: retourschip Java heeft op den 16: der gepasseerde maand op de hoogte van deesen uijt hoek in eenen hevigen storm door welke het provisie schip Avenhoven ook hier ter rheede van desselfs ankers geslagen en op staand gedreeven is; zoo veel geleeden, dat niet alleen de overheeden, zig genoodsaakt hebben gevonden 14. p:s Canon over boord te werpen; maar ook het schip geheel uijt malkander ge- „werkt en het tuijg zeer ontron„ „poneerd is geraakt. Op het bekoomen berigt hier van uijt de gem: Baaij, overwogen hebben„ „de hoe zeer de omstandigheeden der Maatschappije thans meer dan ooit vorderen, dat alle mogelijke vlijt en arbeid worde aangewend, om een zodanige pretieuse retour bodem in deese zo verre reeds ge- „— vorderde elk Ed: „vorderde tijds des Jaars, ten spoedigsten tot het voortsetten van haare rijse en staat te stellen, is de Capitein ter zee en prointering Equipagi„ „meester alhier Jan Arnold voltelen, nevens de mede Kapiteins ter zee Paulus Kroon en Axel Land voerende de scheepen de Gouverneur Falck en weverwijk, Expres door ons gecommitteerd, om geadsisteerd met den baas der scheeps tin„ „merlieden Mijndert van Eijk, in 't bijzijn van opgem: kapi „toin van het schip Java ten spoedigsten en zo nauw keurig mogelijk op teneemen en te Exa= „rineeren de gebreeken, welke zig aan dien Bodem, zo wel als aan dies tuigagie en rond houten als ondersints bevinden, gelijk mede welke reparatien aan het een en ander noodwendig worden vereijscht, mitsg: ook hoe en op welke wijze deselve op de spoedigste en beste wijze mogelijk 2826 mogelijk zullen kunnen worden g'effec„ „tueerd, en welken teid men daar toe zal komen te benodigen, voor een al eer gem: kiel wederom in staat zoude kunnen zijn, de reise naar Nederland te onderneemen; waar bij wij ged:e pro intekem Equipagiemeester teven hebben gequalificeert, omme na de voorsz: Examinatie en bevinding, zonder door het oversenden van het rapport uijt de baaij fals herwaards en het afwagten van nadere ordre eenigen teid te laaten voor bijgaan, intusschen met den meest mogelijken spoed alle handen aan 't werk teslaan, ten einde uijt het geene zig in ge „ zegde baaij bij voorraad bevind de defecten van meerm: bodem te herstellen, en het schip daar door tot het spoedig voortsetten der retour reise in staat te brengen, zijnde de resident van gem: baaij fals ten dien einde ook door ons gelost geworden om van de aldaar uijt 't Patria aan gsten se rneur door seer tien „ k, pi rig E a- 1 der sg: elve ijze lijk d 1 erd
English
brought ship's equipment goods, to have everything provided that may be conducive to such an objective. Your Honours will however, to our regret, perceive from the report of the aforementioned Commission accompanying this in copy, what important defects have been discovered on that vessel, and that for the repair of all of them, no matter how much speed and effort is applied thereto, 2 to 3 months must elapse, which makes us very much afraid that the time of the year will then no longer permit that vessel to pursue its return voyage; and that it will therefore have to remain here to winter until the beginning of the coming year. Having found that in the ship Blitterswijk bound for China, which departed from here thither on 8 May last, there were laden six cases marked R: S: H: Nos 53 to 58 with clothing and ammunition goods for the regiment of Meuron, although nothing of this appeared either from written orders or from invoice, we have caused the same six cases to be discharged from the aforementioned vessel and delivered to Captain de Meuron de Motier as overseer of the depot here, in order to be sent over to the same Regiment on Ceylon at the first suitable opportunity, which is now taking place with the abovementioned ship de Gouverneur Falck, as appears from the Bill of Lading accompanying this. The strong crew of the aforementioned ship de Gouverneur Falck, as it departs from here with a number of 327 heads, has prevented us from having the recruits proceed therewith to Your Honour's Government, who were brought here for the just-mentioned regiment with the said ship Blitterswijk, as well as those of the men of that Regiment who remained behind here due to indisposition, presently consisting together of: 1 Captain Lieutenant named Kijborg 1 ditto named Bernard 1 Lieutenant named de la Harpe 1 ditto à la suite named Henri Notre 1 Sub-Lieutenant named Baar 3 Sergeants 7 Corporals 74 Privates. We commend Your Honours' persons and the Company's important interests to God's safe protection and remain with friendly greetings. Underneath was written: as before. Was signed: C: S: van de Graaff, I: Rhenius, I: I: Lesueur, O: G: de Wet, and W: F: V: Reede van Oudshoorn. In the margin: In the Castle of Good Hope, 14 June Anno 1788. We have the honour to address to Your Honour herewith the duplicate of our last letter under date 14 June last written to Your Honour per the ship de Gouverneur Falck, which vessel undertook the voyage to Your Honour's government out of False Bay on the 23rd of the aforementioned month. Having in our aforesaid letter given detailed report to Your Honours of the unseaworthy condition in which the ship Java was found upon its arrival at the roadstead of Simons Bay, and of our efforts to put that vessel in a state to be able to undertake the return voyage to the Netherlands with ease of mind, we cannot refrain from now informing Your Honours that we left nothing unattempted to effect a project with which the interests of the Honourable Company in its present position are so closely linked, but that the circumstances and the time of the year, added to the revered orders of our Lords Principals, have deprived us of that pleasure and forced us to let the aforementioned vessel Java spend the ordinary laying-up time in False Bay; which now being expired, we have ordered Captain Jan Kraaij to depart at the first suitable opportunity for this roadstead, where upon his arrival we shall undertake the major careening and repairing of the keel, and complete it with the utmost speed, in order to dispatch to the Noble Company with him the precious return cargo of which he is the carrier, as soon as the season allows. However grievous this delay is to us, we are nevertheless much more affected by the disasters that befell the private ship de Maria, which, having departed from Gale on 2 April of this year, lost 21 men during the voyage out of the 40 heads that formed its crew, and with the remainder, of whom only 5 were capable of doing any service, came to anchor by a special disposition of Providence on 13 August near Plettenberg Bay, just at a time when we had dispatched the frigate de Meermin to that seldom navigated Bay to take in a cargo of timber, and had commissioned Sea Captain Francois de Minij, together with the Junior Merchant Egbertus Bergh, for the loading of that vessel. These commissioners, as well as the officers of the aforementioned frigate ship, did not fail upon hearing the distress signals to dispatch a boat with men to the Maria, and succeeded on the 16th of the aforementioned month of August in causing that ship to anchor inside Plettenberg Bay, but found it in a disastrous condition, being entirely unseaworthy, the main seams worked open, the pumps choked while 6 feet of water stood in the hold, the standing and running rigging so helpless that the masts were in danger of going overboard, and the mariners who had escaped death almost entirely consumed by scurvy. In this condition, however, the said commissioners still hoped that by the assistance which they could offer to that vessel and its tortured crew, according to the circumstances of the place and their abilities, and which they indeed contributed, they would succeed in preserving the ship and its precious cargo; but fate frustrated that hope, and through a storm from the South East arising on the 23rd of the more-mentioned month of August, the motion of the ship
Dutch transcription
aangebragte scheeps Equipagie goederen al dat geene te laaten verstrekken wat aan een zodanig oogmerk bevor„ derlijk kan zijn. zullende unde Ed: egter tot ons leedweesen uijt het in Copia deesen versellend rapport van de voorm: Commissie ontwaren, welke importan„ „te gebreken aan dien bodem zijn ont„ „dekt, en dat tot herstelling van alle deselve, hoe veel spoed en ijder daar toe ook werde aangewend 2. à„ 3. maanden verloopen moeten 't geen ons zeer bedugt doet zijn, dat de teid des Jaars als dan niet meer zal toelaaten om dien bodem haare retour- reise tedoen ver„ „vorderen; en dat deselve dus tot het begin, des aanstaanden Jaars alhier zal moeten blijven overwinten: Bevonden hebbende dat in het na China gedestineerd schip Blitterwijk, het welk op den 8. Maij J:o leeden van hier derwaarts vertrokken is, gelaaden 2827. oederen gelaaden waaren ses kassen gem:t R: S: H: N=os 53. â 58. met klederen en ammunitie goederen voor het regiment van Meuron, hoedel, nog bij aanschrijvens nog bij faktuur hier van iets kwam te blijken, hebben wijn deselve ses kassen uijt voorm: bodem doen ligten en aan den Capitein de Meu„ „von de Motier als op zigter van het de pot alhier, overgegeeven, ten einde bij eerste bekwame gelegendheid na Ceilon aan het zelve Regiment te kunnen werden overgesonden het geene dan ook thans met bovengem: schip de Gouver„ „neur Falck geschied, blijkens het deesen versellend Cognossement. De sterke bemanning van het voorm: schip de Gouverneur Falck; zoo als het zelve van hier vertrekt met een aantal van 327. koppen heeft ons verhindert, na uwel Ed: Gouvernement daarmede tedoen overgaan de recruten, dewelke voor het evengem: regiment met ged:e schip Blit„ „terswijk alhier zijn aangebragt en ook zodaanige der manschappen van dat 3 Regiment be s esen r e: portan„ ont„ „ alle daar 3. geen dat de er ver¬ to inter den is, n na Aan als vooren Regiment als nog door indispositie, alhier agter gebleeven waaren thans tezaamen bestaande in 1. Capitain Luit gen:t Kijborg „ Bernard 1: d=o de la harpe 1. luitenant „ 1. d=o â la suite „ Henri Notre Baar 1. sous luit: 3. sergeants 7. korporaals 74. Gemeenen. Wij beveelen uw Ed:s perzoonen en 'sComp:s importente belangen in Godes vijlige bescherminge en verblijven onder vriendelijke groete (:onderstond:) als vooren (:was getekend:) C: S: van de Graaff, I: Rhenius, I: I: Lesu„ „eur, O: G: de wet en w: F: V: Reede van ouds hoorn (:in margine:) Jn 't kasteel de Goede Hoop den 14. Junij A:o 1788. Wij hebben de eer uwel Ed:e hier nevens te addresseeren het duplicaat onser laatste „ 2831 2828 laatste letteren sub dato 14. Junij JL: aan uw Ed: geschreven p:r het schip de Gouverneur Falck, welke bodem op den 23. der gem: maand uijt Baaij Falfs de reijse na uw Ed gouvernemrent heeft ondernoomen Bij voorsz: onse letteren aan uw Ed:s omstandig berigt gedaan hebbende van de ontranpo„ veerden staat, waar in het schip Java bij dies aankomst ter rheede van simons Baaij bevond, en van onse pogingen om die bodem in staat te brengen, de retour reijse naar Nederland met gerustheid te kunnen onderneemen, kunnen wij niet afzijn uw Ed:s thans te bedeelen, dat wij niets onbezogt hebben gelaaten, om een project waarmede de belangens der E: Comp: in haare tegenswoordige positie zoo nauw verknogt zijn, te Effectueeren, dog dat de omstandig heeden en de tijds des jaars gevoegd, bij de gevenereerde or„ ders van onse Heeren Majores, ons van dat genoegen hebben beroofd, en genood„ „saakt gem: bodem Java de ordinaire leg tijd in baaij Fals te laten vertoeven, welke thans verloopen zijnde hebben wa den Capitain Jan Kraaij g'ordon„ „neert, bij eerste bequaame Gelegendheid te vertrekken, naar deese rheede, alwaar„ wij alhier men 'tComp:s den J: van Lesu„ Reede in't 4. Junij te er ste wij bij zijn aankomst de Capitaale ver„ matting en vertimmering van de Kiel zullen onderneemen, en met de meeste spoed volbrengen, om met hem het pre„ cieut retour, waar van hij brenger is, zo dra het saisoen zulx toelaat aan de Edele maatschappij te Expidieeren Hoe grievend dit retard ook voor ons is zijn wij egter veel meerder getroffen door de rampen het particulier schip de Maria overgekoomen, het welk den 2. April deses Jaars van Gale vertrok„ „ken geduurende de rijse 21. man heeft verlooren, van de 40 Coppen die desselfs Equipagie vormnde, en met de overige, waar van slegte 5. in staat waaren ee„ „nigen dienst te doen, door eene bij zon„ dere schikking der voorsienigheid op den 13. aug: na bij de Plettenbergs baaij. ten anker is gekoomen, Juijst in een leid dat wij het fregat de Meermin naar die op schaars bevoerde Baaij hadden afgevaardigt, om een lading hout inteneemen, en den Capitain ter Zee Francois de Minij, nevens den onderkoopman Egbertus Bergh ge„ committeerd hadden tot het belaeden van die Bodem. Deese 2831 Deese gecomm: so wel als de opperhoofden van gem: fregat schip hebben niet nagela„ „ten op het hooven der noodschooten, dezel een vaartuijg met volk naar de Maria of tevaardigen, en is het Een op den 16. der gem: maand aug:s geleekt, dat schip bin„ nen Plettenbergs baaij te doen ankeren, dog eene rampzalige toestand, als zijn„ „de geheel ontransponeerd, de lijfnaaden opengewerkt, de kompen waar bij 6. voeten water in 't ruijm stonden ont klaar, het staand en lopend wond, zo reddeloos dat de masten gevaar lie„ „pen over boord te staan, en de scheepe„ „lingen die den dood waren ontkoomen bij na geheel door het schorbut verteerd bevonden. Js deese toestand egter, hooften gem gecomm: nog, dat het Een door de bijstand die zij dien Bodem en desselfs gefolterde Equipagie naar omstandigheid der plaats en hunne vermogens konden bieden, en ook werkelijk toegebragt hebben, zou gelukken, het schepen desselfs dier„ baar lading te behouden, dog het nood„ „tot veriedelde die hoop, en door een storm uijt den Z: O: op den 23. der meerm: maand aug: ontstaande beweeging van 't schip„ 2829 het ver„ Miel te t „ den
English
the leak having increased to such an extent that the ship would certainly have foundered at its anchors, the skipper and second mate were forced to take the resolute decision to run the ship aground the following day, where that vessel, notwithstanding all diligent efforts made, is already partly shattered and nothing of its valuable cargo saved except 300 packs of linens, without much likelihood of being able to salvage more thereof, though the 9 chests and one lead box of papers discharged into this vessel by Your Honour for the mother country were transshipped into the Meermin and received by us, in order to forward the same thither at the first convenient opportunity. The ship that will carry this, having arrived at this roadstead in good condition on the 18th of the past month, is today being made ready to continue its voyage. We have made use of that opportunity to cause to depart for Your Honour's government 133 military men belonging to the Swiss Regiment de Meuron, namely 11 men who remained behind here in the hospital upon the departure of the Regiment, 61 ditto of the recruits arrived per Batavier, 11 ditto of the recruits landed with the Slot ter Hooge, and 50 ditto recruits arrived with the bearer of this, thus together 133 men. With regard to that Corps we cannot omit reporting to Your Honour that on the 5th of this month there arrived here the private ship Berkshoven, bringing 13 military men belonging thereto, among whom is Major Gregorius Moravik. Upon the request made by him for this purpose, we have granted permission to Lora Paraboa of Cochin to depart with the bearer of this for Your Honour's Government, and there to request leave to return to his country, having come hither in the year 1777 solely for the attendance of his father banished hither, who died already about six years ago. Enclosed we have the honour to offer Your Honour, alongside the expense account of the bearer of this, an invoice of account for f 200 which, in the invoice of the wheat dispatched to Your Honour's Government per the ship Susanna, was erroneously undercalculated, with a polite request to please have the same rectified accordingly. We wish that the bearer of this, through God's blessing, may sail safely, and that the Company may forever remain protected from such striking blows as those of which we give Your Honour notice, commending its interests alongside Your Honour's persons to the protection of the Almighty, we remain, after cordial greetings, was signed: C: I: van de Graaff, I: Rhenius, I: I: Le Sueur, O. G. de Wet and W: F: v: Rheede van Oudtshoorn. In the margin: In the Castle of Good Hope, the 8th September, Anno 1788. Agrees: Hybrands, First Clerk. Examined: Maal No. 9 Cape of Good Hope. To the Honourable Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director over the Company's Important Trade and Affairs, alongside the Council there. Honourable, Valiant, Brave, Wise, Prudent, Very Discreet Sir and Friends! The ship the Doggersbank, with which our letter of the 12th November last was dispatched to Your Honours, departed from Galle on the 15th thereof, and we offer Your Honours herewith the duplicate of the said letter. On the 28th of the same aforementioned month, the chartered ship the Vlugge Trekvogel arrived at Galle, and with it we duly received Your Honours' esteemed letter of the 6th August past, alongside the small chest with gold shipped therein, from the cargo of the ship Hinloopen. We have already made the necessary arrangements for the reception of the Regiment de Meuron and the re-embarkation of that of Luxembourg; and meanwhile thank Your Honours kindly for the further communications concerning the first-mentioned regiment, and for the assistance rendered at our request to secure an extension of his furlough for Lieutenant de Goupelliere. We have written to the officials at Galle to send the barrel of brown ochre intended for Your Honours' government, if found upon the unloading of the Vlugge Trekvogel, thither with the chartered ship Dordrecht. The said ship Dordrecht, which is now returning for the Amsterdam Chamber, is the bearer of this, and concerning the cargo of that vessel we refer to the documents which the officials at Galle will present to Your Honours. Therewith we have granted passage to Your Honours' government to the court and commercial agent of the King of Prussia, Mr. Jacob Gabriel von Möller, who arrived here from Coromandel, provided he pays the passage and board money stipulated in the charter-party of this vessel. We still have here the ships Java and the Maria, which the High Indian Government has designated as return vessels, and will consequently also depart this spring. For three ships we had too much cargo, and perhaps for 4 ships there will be a slight shortage. The space that might remain empty we shall leave in the ship Java, which departs in the latter part of this month, because the Maria might at times be in circumstances not to call at the Cape. This empty space in the Java may perhaps be of service at the Cape to fill with whatever is on hand there for Europe. Furthermore, we add here for Your Honours' information that to the skipper of the bearer of this, Pleun van der Giesen, has been handed a sealed packet of the Cape signal flags for this year, according to the receipt signed by him.
Dutch transcription
het lek dermaten hebbende doen toenee„ „men dat Het schip zekerlijk voor de ankers zou hebben gezonken, hebben den schipper en onderstuurman het Condaat besluijt moeten neemen dat schip des anderen daags op strand te zetten, al„ „waar die bodem niet tegenstaande alle aangewende moeijte miever, reeds ten deele verbrijseld is en van dies kost„ baare loeding niets geborgen, als 300. pakken lijwaaten, zonder veel waar schijnlijkheid daar van meerder te„ kunnen sarveeren, sijnde egter de 9. kassen en Een loode doos met papie„ „ren door uw Ed: voor 't patria in dee„ sen Bodem afgeladen, in de Meer„ min afgescheept, en bij ons in ont„ fangst gewoomen, om deselve bij eerst bequaame occasie derwaards te versenden. Het schip dat deeze zal vervoeren, op den 18. der Jongst afgewekene maand ter deeser rheede in goede staat gearriveerd, word heden in gereedheid gebragt desselfs reise te vervorderen Wij hebben van dien gelegendheid gebruik gemaakt om uw Ed: gouvernement te doen ver„ „trekken d s 2831 2830 trekken. 133. Mai Militaire tot het switschersche reqimrent de Meuron behoorende, als 11. Man bij vertrek van het Regiment alhier in de pot verbleeven 61. d=o van de recunten p:r Betlerswijk gearriveerd. 11. d=o van de recruten met 't slot ten Hoge aangeland en 50. d=o recueten met brenger deezes aan„ gekoomen. dus tez: 133. Man Ten aanzien van dat Corps kunnen wij niet afzijn uw Ed: te melden dat op den 5. deezer alhier is g'arriveerd, het par„ ticr schip Berkshoven aanbrengende 13. militaire daar toe behorende, waar onder den Major Gregorius Morak„ Wij hebben op 't door hem hier toe gedaan versoek toegestaan aan Lora Para„ boa van Cochim om brenger deeser waar uw Ed:s Gouvernement te vertrekken, en aldaar verlof te versoeken, naar zijn land te keeren, als zijnde in den Jaare 1777. eeniglijk herwaards gekoomen ter oppassing van zijnen naar hier verbannen vader die voor omtrend ses toenee„ de den at des „ alle ten ost„ 300. waar te„ 9. pie dee¬ r on bij ds n, an de in te ien taris en „ „. 10 ses jaaren reeds overleeden is. Jngeslooten hebben wij d' Eer uw Ed: nevens de onkost reekening van brenger deses aantebieden, een faktuur van aanree„ kening, over ƒ 200. — die bij het faktuur van de Jarwe p:r het schip Susanna naar uw Ed:s Gouvernement g'expedieert, obusive te min zijn berekend, met vier„ delijk verzoek zulx Conform te willen laaten redresseeren. Wij wenschen dat brenger deeses door Gods zeegen behouden mogt vaaren, en dat de Maatschappij voor altoos beveiligd mogt blijven van sulke treffende slaagen, als die, waar van mij uw Ed: naricht geeven haare belan„ gen benevens uw Ed: persoonen in de toe voorsigt des almagtigen beveelende, verblijven wij naar Cordiale groete /onderstond / als vooren /was geteekend/ C: I: van de Graaff, I: Rhenius, I: I: Lesiurr, O. G. Dewet en W: f: v: Rheede van oudshoorn /in margine/ Jn het Casteel de Goede Hoop den 8. ' 7ber: A:o 1788. — Akkordeert Hijbrands E„klerk 2831 vens deses a„ tuur rt, vrer„ illen en, toos ke van belan„ de de te d I: de Casterl „ Nagezien Maal No: 9 2831 Cabo de goede Hoop Aan den Edelen Heer Cornelis Jacob van de Graaff, Gouverneur en Direkteur over sComp:s Jmportanten handel en omslag Nevens den Raad aldaar Edelen, Erntfesten, Manhaften, wijzen voorzienigen zeer Diskreeten Heer en Vrienden! 'T schip de Doggersbank, waarmeede onsen brief van den 12. November Jongstleeden aan uwel Edelens is afgevaardigd; is den 15. daar aan van gale vertrokken en wij bieden uwel Edelens hier ne„ „vens aan 't Duplicaat van gemelden brief Den Den 28:e van evengemelde maand, is 't ingehuurde schip de vlugge Trek vogel te gale gearriveerd, en we hebben daarmede wel ontvangen uw wel Edelens g'achte schrijvens van den 6:e augustus passato, ne„ „ „vens 't daarin afgescheepte kasje met goud, uijt de laading van 't schip Hinloopen. Wij hebben reets de nodige schikkingen gemaakt, tot den ontvang van 't regiment van Meuron, en het weder inscheepen van dat van Luxemburg; en bedanken uwel Edelens intusschen vriendelijk, voor het verder gecommuniceerde No- „pens 't eerstgemelde regiment, en voor het gecontribueerde op ons verzoek, om aan den luitenant de Goupelliere eene prolongatie van zijn verlof te besorgen. Wij hebben den bedienden te Gale aangeschreeven, om 't vat bruijnen oker voor uwel Ed:s gouvernement geschikt v 2832 geschikt, indien het bij de ontlae„ „ding van de vlugge Trek vogel word gevonden, met 't ingehuurde schip Dordrecht na derwaarts te zenden. Gemelde schip Dordrecht, dat voor de kamer Amsterdam tans re- „tourneerd, is de brenger deeses, en we gedraagen ons, nopens de lading van dien bodem, aan de bescheiden, die de bedienden te Gale indel Edelens zullen aanbieden. Daarmede hebben we transport na uwer wel Edelens gouverne„ „ment verleend, aan den hof en Commercie Agent van den koning van Pruijsen, de heer Iacob Gabriel von Moller, die van Kormandel alhier aangekoomen is, mits daar voor betaalende 't transport en kostgeld, bij de Certe parthij van desen bodem bepaald. We hebben hier nog de scheepen Java tie Iava en de Maria, die de hooge Jndi„ sche Regeering tot retourbodems heb= „ben bestemd, en mits dien meede in dit voorjaak zullen vertrekken. Voor drie scheepen hadden we te veel lading en misschien zal 'er voor 4. scheepen wat te kort komen. De ruijmte die 'er mogt overschieten zullen we laaten in het schip Java dat in het laatste van deese maand vertrekt om dat de Maria zomtijds konde zijn in de gelegent„ „heid van de kaak niet aantedoen. Deeze ledige ruijmte en Java kan misschien aan de kaap van dienst zijn om die te vullen met het geen daar voor Europa aan handen is. Voorts noteeren we hier nog bij tot uwer wel Edelens naricht dat aan den schipper van brenger deses Pleun van der giesen, is ter hand gesteld een versegeld paket van de Caabse zein vlaggen voor dit Jaar volgens de door hem getekende recipisse