VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3792

Ceylon · 1,076 pages · 151 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3792_0514 view scan ↗

English

to be allowed to return to his country, but also that his vessels, women, slaves, and effects left behind there may be sent hither. We take the liberty of presenting the said petition to Your High Excellencies herewith. We commend Your High Excellencies and the interests of the Company to God's safe keeping and remain with all respect and fidelity, (was signed) as before, (signed) W: J. van de Graaff, P: Sluysken, E: G: E: Holst, M: P: Raket, I: Reintous, and C: J: Schreuder. (In margin) Colombo, 5 July Anno 1788. After the closing of our respectful letter of the 5th of this month, the Ceylon general ledgers and the copy of the Trincomalee trade books for Batavia having furthermore arrived, we take the liberty of presenting the same to Your High Excellencies herewith, with the humble notice as before, notice at the same time, that the copy trade books of Colombo and the further subordinate offices are now also being transmitted in a chest per the ship Den Leviathan. To the authorized agents of Johannes Pleen, Captain of the ship De Negotie, we have granted a bill of exchange in duplicate on Your High Excellencies for rixdollars 2451. 44. –., which they have counted into the Company's treasury at Galle, to be paid out at cost, after deduction of the customary agio, to the said Captain or his authorized agents. We humbly request Your High Excellencies that the said bill of exchange may be honored with payment, and have the honor to present the memorandum thereof to Your High Excellencies among the appendices. Furthermore, we take the liberty to let this be accompanied by an order for three hundred leagers of arrack api, which we humbly request may be sent to us with the first and following opportunities, as there is quite a demand for it, and the same in these To as before. these present circumstances can be of use to us, to serve in payment for the grains that are brought in by foreign traders. We commend Your High Excellencies and the interests of the Company to God's safe keeping and remain with all respect and fidelity, (was signed) as before, (signed) W: I: van de Graaff, P: Sluysken, D: J: Gretz, C: Jilenius, M: P: Raket, I: Reintous, and C: F: Schreuder. (In margin) Colombo, 14 July 1788. §1. With the ship De Leviathan, which departed on 27 July last from Trincomalee for Batavia, we had the honor to present to Your High Excellencies our respectful letters of 5 and 14 July, and we take the liberty now to transmit the duplicates thereof, alongside the duplicate of our secret letter of the last-mentioned date, and the original of the articles proposed by Mr. Buchanan, envoy envoy of the Nabob of Arcot, enclosed in a sealed box. §2. The ship De Batavier arrived on the roadstead of Punnaikayal on 4 August last, and here on the 21st thereafter, and with it we have had the honor to receive Your High Excellencies' most revered dispatches of 20 November past and 15 April of this year, to which we take the liberty hereby to serve our humble reply. First, the first-undersigned Governor has the honor very respectfully to thank Your High Excellencies for the favorable congratulations which Your High Excellencies have been so good as to extend to him on his promotion to Ordinary Councilor of the Dutch Indies. He hopes, and will employ his utmost efforts thereto, by doubling his zeal for the advancement of the Company's service, to become increasingly worthy of this favor, and very humbly requests Your High Excellencies to be pleased favorably to convey his dutiful gratitude therefor in Your High Excellencies' general general dispatch to the Noble, Highly Esteemed Gentlemen Masters. §4. Regarding the 2000 rupees expended to Captain de Perrot to ascertain whether the commission entrusted to him could be of any service toward recovering the sloop De Krap, and in particular whether any assistance could thereby be brought to the distressed crew that had been assigned to it, the first-signed Governor dutifully acquiesces in what has been further ordered to us by Your High Excellencies in that regard. §5. In handling the ship cargoes, we shall henceforth dutifully conform to Your High Excellencies' recommendation and the instructions sent to us; while we shall, through Your High Excellencies' goodness, await the model promised to us in that regard with the first opportunity. §6. The account of the Danish muskets which we promised to Your High Excellencies in our respectful letter of 31 January § 14, not yet having been delivered by the trade bookkeeper, he has been further enjoined to draw it up expeditiously, and we shall therefore have the honor to present the same to Your High Excellencies with a subsequent dispatch. §7. In granting transport to Malay Mohammedan priests, we shall henceforth strictly conform to Your High Excellencies' esteemed recommendation. A couple of priests who have since requested transport from us, and could not prove that they had departed from Batavia on a Company's ship after having previously obtained permission thereto from Your High Excellencies, have also already been refused. §8. All the Dutch guilders that were brought with the ship De Draak have been sent to the coast of Madurai

Dutch transcription

na zijn land temogen terug keeren, maar ook dat zijne aldaar agtergebleevene vaertuigen, vrou„ wen, slaaven en effecten, herwaerds mogen wor„ den gezonden. wij gebruiken de vrijheid, gemelde addres uwen Hoog Edelheeden hiernevens aantebieden wij beveelen uw Hoog Edelheeden en de belangen der Maatschappij in Godes veilige hoede en blijven met alle eerbied en trou„ we (:onderstond) als vooren /:getekend:/ W: J. Gilenius, van de Graaff, P: sluijsken, E. G: E: Holst, M: P: Raket, I: Reintous en C: J: Schreuder (:in margine) Kolombo den 5:' Julij A:o 1788. Na het sluiten van onsen eerbiedigen van den 5. e dezer, nog ingekomen zijnde de Ceilonsche hoofd boeken, en de Copia Tainkonomaalsche Negotie boeken voor Batavia, zoo gebruiken we de vrijheid dezelven hiernevens uwen Hoog Edelheeden aantebieden, met nedrig Aan als vooren. bericht - 2710 bericht tevens, dat de Copia negotie boeken van ko„ lombo en de verdere onderhoorige Comptoiren, tans mede per het schip den Leviathan in een kas overgaan. Aan de gemachtigden van Iohannes Pleen, Capitein van het schip de Negotie, hebben we eene assignatie in duplo op uwe Hoog Edelheeden verleend voor rd:s 2451. 44. –. , die ze te Gale in sComp: Cas hebben geteld, om â Costi na aftrek van de gewoone agio, te worden uitbetaald aan gem: Capitein of zijne gemachtigden. wij verzoeken uwe Hoog Edel- heeden nederig, dat gemelde assignatie met betaaling mag worden vereerd, en hebbende eere de Memorie daar van, hoogst dezelven onder de bijlaegen aantebieden Voorts gebruiken we nog de vrijheid, deezen telaaten verzellen een Eisch van Driehonderd leggers arrak api, die we nederig verzoeken, dat ons met de eerste en volgende geleegent- heeden mogen worden toegezonden, wijl 'en nog al veel vraage na is, en dezelve in deeze Aan als vooren. deeze tijds omstandigheden ons te pas komen kan, om te dienen in afbetaaling der graanen, die door vreemde traffiquanten worden aangebragt. wij beveelen uw Hoog Edelheeden en de belangen der Maatschappij in Godes veilige hoede en blijven met alle eerbied en trouwe /:onder„ „ stond) als vooren (getekend) W: I: van de Graaff, P: Sluijsken, D: J: Gretz: C: Jileni„ „us, M: P: Raket, I: Reintous, en C: F: schreuder (:in margine) Kolombo den 14:' Julij 1788. — §1. Met het schip de Leviathan, het welk den 27:e Julij I: L: van Tainkonomale na Batavia ver„ trokken is, hebben we de eene gehad uwen Hoog Edelheeden aantebieden onze eerbiedige brieven van den 5:' en 14:' Julij, en we gebruiken de vrijheid de duplikaaten daar van tans te laaten over- gaan, nevens het dubbel van onzen sekreeten brief van laastgemelden datum, en het origineel der artikelen door den Heer Buchanan afge„ zaut 2711 zant van den Nabab van Aakadi voorgesteld, geslooten in een verzegelde doos. §2. Het schip de Batavier is den 4:e aug:s S„o Lleden ter Ponnekailsche rheede, en den 21:' daar aan alhier gearriveerd, en hebben we daar„ mede de eene gehad te ontfangen, uwer Hoog Edelheeden zeer gevenereerde Missives van den 20: 9ber: pass=o en 15. april deezes Jaars, waerop we de vrijheid gebruiken mits deezen te dienen van ons nedrig antwoord. vooraf heeft de eerst ondergeteekende gouverneur de eene uwen Hoog Edelheeden zeer eerbiedig te bedanken voor de gunstige filicitatie die hoogst dezelve zoo goed zijn geweest hem te doen met zijn promotie tot raed ordinair van Nedere„ lands Jndien. Hij hoopt en zal daar toe zijn uiterste pogingen aanwenden, om door verdubbe„ ling van zijn ijver ter bevordering van 'sComp:s dienst, deeze gunst meer en meer te moogen verdienen, en verzoekt uwen Hoog Edelheeden zeer ootmoedig om bij hoogst derzelver gene„ naale 13. raale Missive aan de Edele Hoog achtb: heeren Meesteren, daar voor zijn verpligte dankbaer- heid gunstiglijk te willen afleggen. § 4. Nopens de uitgegevene 2000. ropijen aan den Cap: de Perrot ter bepuneving of de kommissie hem opgedraegen van eenigen dienst konde zijn tot het te rug krijgen van de sloep de krap, en inzonderheid of daar door eenige hulp konde worden toegebragt aan de daarop bescheijden geweest zijnde noodlijdende Equipa„ ge, berust de eerstgetekende gouverneur plichtschuldig in het geen ons door uwen Hoog Edelheeden derwegens nader is aan„ bevoolen. 55. Jn het behandelen van de baarsche ladingen, zullen we ons voortaan pligtschuldig nich„ ten naar uwer Hoog Edelheeden aanbevee„ ling, en de ons toegezondene voorschriften; terwijl we het ons dienaangaande toege„ zegde Model, door uwer Hoog Edelheeden goedheid, met de eerste gelegentheid zullen 2712 zullen afwagten. 56. De reekening van de Deensche geweeren die we uwen Hoog Edelheeden bij onzen eerbiedigen van den 31:' Janu: § 14. hebben beloofd, door den Negotie boekhouder nog niet bezorgd zijnde, is hem nader aanbevoolen, om dezelve spoedig op„ temaaken, en zullen we derhalven de eene hebben dezelve uwen Hoog Edelheeden bij een vol„ gende aantebieden. § 7. Jn het verleenen van Transport aan Maleijd- sche Mahomethansche priesters, zullen we ons voortaan stiptelijk gedraegen, naar uwer Hoog Edelheeden g'eerde aanbeveeling. Een paar priesters die ons zedert om transport verzogt hebben, en niet konden aanwijzen met een komp:s schip van Batavia te zijn ver- trokken na daartoe vooraf verlof van uwe Hoog Edelheeden te hebben geobtineert, zijn ook reeds afgeweezen. § 8. Alle de hollandsche guldens, die met het schip De Draak zijn aangebragt zijn ter kuste Madure

NL-HaNA_1.04.02_3792_0520 view scan ↗

English

Madure, issued in payment for the collected linens. The merchants accepted the same according to the intrinsic value, just like the ducatoons and other coin species that are not currencies of the country, and in the absence of pagodas, in place of the same, have repeatedly been given to them in payment and received by them. In the internal administration no use was made thereof, just as also for a long time therein no notable use has been made of any silver or gold money, all of which has been spent for the continuation of the linen trade, and for a portion of the saltpeter that we have purchased here ourselves from foreigners. Paragraph 9. We ask Your High Excellencies for forgiveness that we decided upon the sale of the building that was formerly occupied by the Rector of the seminary, without having previously requested Your High Excellencies' approval for it. It was very dilapidated and needed substantial repairs, and we proceeded to the sale thereof solely out of fear that, standing empty now, it would decay more and more. Paragraph 10: When we might receive report in the near future that linens, being the Company's assortment, are being manufactured on the Madurese coast for the account of private individuals, we shall, in accordance with the means suggested to us by Your High Excellencies, timely cause the necessary representations to be made against it. Formerly that might perhaps not have helped much, but we hope that it will be of more fruit when the proposals made by Mr. Buchanan might be found acceptable by Your High Excellencies, because thereby, if they come to fruition, the Company's privileges will be confirmed anew. Paragraph 11. We shall, in accordance with Your High Excellencies' highly esteemed recommendation, henceforth no longer allow any supplies on credit to be made to French royal ships: To Trincomalee and likewise to Gale we have also already sent the necessary orders to that effect, transmitting an extract from the general missive of the Lords Masters of 12 December 1786. Paragraph 12: Regarding the junior merchant Conradie, we thought that it was Your High Excellencies' intention, by Your very esteemed missive of 24 August 1706, that by virtue of the permission granted for that purpose by the Lords Masters, we might allow him to repatriate directly from Ceilon when he made a request to that effect. To the dethroned king of Goach we have, pursuant to Your High Excellencies' authorization, granted another seven rixdollars per month, so that he now enjoys monthly 75 rixdollars in cash and 26 1/4 parras of rice, whereof 25 rixdollars are withheld monthly Paragraph 13. there in deduction of the principal advanced to him for the settlement of his private debts. Paragraph 14. The ship the Doggersbank had already, before the arrival of the ship Dordrecht, been designated as an early return ship, and taken in hand for that purpose. We had the prospect of also being able to provide cargo both to Dordrecht and to the ships Java and Maria, which were then still expected, and if we had now made this change therein, that we had designated Dordrecht instead of the Doggersbank, Doggersbank would have had to remain lying until January. Paragraph 15. It is true that the Company, as Your High Excellencies observe, would not then have had to pay for such a large number of lay days for Dordrecht, but on the other hand Your Honors would have remained burdened with the expenses of a ship of 150 feet, the monthly costs of which are well equal to what the Company pays to the owners of the chartered ships for the additional lay days, and we hope therefore that Your High Excellencies will favorably approve the conduct maintained by us in this matter. Paragraph 16. As for the ship Java, this was expressly destined by Your High Excellencies as a return ship, and in order dutifully to comply with this arrangement of Your High Excellencies, we had to alter our arrangement made regarding the Leviathan before we were informed of this intention of Your High Excellencies. Paragraph 17. The contracting of the linens usually takes place in April and May on the basis of the previous year's demand, because we do not receive the demands from the Netherlands for the current year before the month of July or August, and then the contract is increased or reduced, depending on whether the latest demand contains larger or smaller quantities than the previous year's. This uncertainty, and whether in case of an increase all that is demanded will come in, as well as that one is sometimes not too certain of the quantity of cinnamon that is to be delivered, as well as the uncertainty of the quantity of returns that we must expect from Surat, makes it not all too feasible to calculate long in advance the space that one may need for the returns. We shall nevertheless, in accordance with Your High Excellencies' highly esteemed recommendation, as soon as we can foresee with good reason that we shall have so much more returns over and above those that can be loaded into the usual three ships, that one or more ships are still needed for that purpose, dutifully give timely notice thereof to Your High Excellencies; we only ask very humbly to be allowed to know how we shall act if that only comes to light around the usual return season, and that we

Dutch transcription

Madure, in betaaling voor de ingezamelde lijwaeten, uitgegeven. De koop lieden hebben dezelve naar de inwendige waarde aangenoo„ men even als de dukatons en andere geldspe„ cien die geen munten van het land zijn, en bij onstentenis van pagooden, insteede van dezelve, te meermaalen aan hun in betaaling gegeven en door hun ontfangen zijn. Jn het huishou„ delijke is daar van geen gebruik gemaekt, zoo als ook zedert lange in dezelve geen naam„ waardig gebruik gemaakt is van eenig silver goud geld, het welk alles tot voortzetting of van den lijwaat handel, en tot een gedeelte der salpeter die we van de vreemden hier zelve hebben ingekogt, uitgegeven is. § 9. we verzoeken uwen Hoog Edelheeden om verschoo„ ning dat we tot de verkooping van het gebouw dat eertijds door den Rector van het seminarium is bewoond, hebben beslooten, zonder daartoe voor af uwen Hoog Edelheeden goedvinden te hebben gevraagt. Het was zeer bouvallig en hadde mer 2733 merkelijke reparatien nodig en we zijn tot den verkoop daar van mits dien alleen getreeden uit bedugting, dat het nu leedig staande meer en meer zoude vervallen. § 10: wanneer we in den aanstaande berigt mogter krijgen, dat voor reekening van partikulieren, lijwaaten, zijnde komp: sorteering, op de Madu„ resche kust worden aangemaakt, zullen we over eenkomstig het door uwen Hoog Edelhee- den ons in bedenking gegevene middel, daer- teegen in tijds de noodige vertoogen laaten doen. hertijds zoude dat misschien niet veel geholpen hebben, dog we hoopen dat het van meer vrugt zijn zal, wanneer de voorstellen door den Heer Buchanan gedaen, bij uwen Hoog Edelheeden mogten worden aan„ nemelijk bevonden, wijl daar door als ze tot stant konnen, komp: voorregten op nieuw zullen zijn bekragtigt. §11. we zullen overeenkomstig met uwer Hoog Edelhee„ den zeer g'eerde aanbeveeling, voortaan geen ver verstrekkingen meer laaten doen op Crediet aan franse kooning scheepen: Na Tain Conomale en insgelijks na Gale hebben we daartoe ook reeds het noodige aanschrijving gedaan onder toezending van een Extrakt uit de generaale missive der Heeren Meesteren van den 12:e xber: 1786. §. 12: Noopens den onderkoopman Conradie hebben we gedagt dat het uwer Hoog Edelheeden intentie was bij hoogst denzelver zeer g'eerde missive van den 24:' aug:s 1706. dat we hem uit kragte van het daartoe gegevene verlof door Heeren Meesteren, mogte toestaan om di„ rekt van Ceilon te repatrieeren wanneer hij daar toe verzoek deed. Aan den gedetroneerden kooning van Goach, hebben we, ingevolge uwer Hoog Edelheeden kwalificatie, nog seven rd: smaands toege„ legd, zoo dat hij tans maandelijk geniet 75. rd:s Contant en 26¼: parr:s rijst, waer van maandelijks 25. rd:s worden ingehou den § 13. 2736 dar in mindering van het aan hem uitgeschoo= ten Capitaal, ter voldoening zijnen particu„ liere schulden § 14. Het schip de Doggersbank was, reeds voor de aankomst van het schip Dordrecht, tot een vroeg retour schip aangelegt, en daar toe onder handen genoomen. we hadden het voor uitzigt, om ook laading te kunnen bezorgen zoo wel aan Dordrecht, als aan de toen nog verwagt wordende scheep en Java en de Maria, en zoo we nu daar in deeze verandering hadden gemaakt, dat we insteede van de Doggersbank Dondrecht hadden aan„ gelegt, zoude Doggersbank hebben moeten blijven leggen tot in Janu: _§ 15. Het is waar dat de Comp:e zoo als uwen Hoog Edelheeden dat aanmerken, dan zoo een groot getal van legdagen niet zoude hebben moeten betaalen voor Dordrecht, dog doen en teegen zoude haar Edele zijn belast gebleeven, met de ongelden van een schip schip van 150. voeten, waar van de maande„ lijkse onkosten ruim egaal staan met het geen de komp: voor de meerdere legdaegen aan de reeders der ingehuurde scheepen betaalt, en we hoopen mits dien, dat uwen Hoog Edelheeden het door ons in deezen gehou„ den belijd gunstig zullen goed keuren. § 16. wat het schip Iava aangaat, dit was door uwen Hoog Edelheeden expres gedestineerd tot een vetoer schip en om aan deeze uwen Hoog Edelheden schik„ king schuldpligtig te voldoen, moesten we onze schikking nopens de Leviathan gemaakt, voor dat we van deeze uwer Hoog Edelheeden intentie waaren geinformeerd, veranderen. § 17. De aanbesteeding der lijwaeten geschied gewoon„ lijk in april en Meij op den voet van den voor„ jarigen Eisch, om dat we de eischen uit Nederland voor het loopend jaar, niet voor de maand Julij of aug:s ontfangen, en dan word de aanbesteeding g'augmenteerd of verminderd, na maate dat de laatste eisch grooter of minder kwantiteiten, dan 1775 dan de voorjaerige behelst. Deeze onzeekerheid, en of ingeval van augmentatie, al het g'eischte zal inkoomen, als mede dat men somtijds niet al te zeeker is van de hoeveelheid kanneel, die staat geleverd te worden; zoo wel, als de onzee„ kenheid van de kwantiteid retoeven, die we van Soeratte moeten verwagten, maakt het niet al te doenlijk, om lange voor uit de ruuimte te kal- kuleeren, die men voor de retouren kan noodig hebben. we zullen niet te min, over eenkom„ stig uwer Hoog Edelheeden zeer g'eerde aanbe„ veeling, zoo dra we met gronds kunnen voor- zien, dat we zoo veel meer retoeren zullen hebben booven de geene, die in de gewoone drie scheepen kunnen worden afgelaeden, dat daer toe nog een of meer scheepen noodig zijn, uwer Hoog Edelheeden daar van pligtschuldig in tijds kennis geeven, alleen verzoeken we zeer nedrig te mogen weeten, hoedanig we hande„ len zullen, indien dat eerst teegens de ge„ woone retour tijd komt te blijken, en dat we tie

NL-HaNA_1.04.02_3792_0526 view scan ↗

English

we consequently cannot look forward to Your Right Excellencies' highly esteemed disposition on this matter before the time for dispatching the return shipments expires. Paragraph 18. Of our decision to arrange these bills of exchange according to the previous footing when accepting money on bills of exchange from the English, and to dispense with the clause of the powers of attorney, we have dutifully given notice to Your Right Excellencies in our respectful letter of 31 January of this year, paragraph 426. Paragraph 19. We shall, as closely as possible, comply with Your Right Excellencies' recommendation to also dispatch the chartered ships departing for Europe at the time appointed for the Company's ships. Paragraph 20. We shall transmit the papers concerning the sloop De Krab to the Gentlemen Majores, and have meanwhile instructed the pay officials to write off the wages of the servants who were posted thereon, as far as concerns those currently in this Government, from the day they were taken prisoner until the day they arrived on Ceylon. The others have either passed away or have already departed thither, as appears more fully from the pay note respectfully appended hereto. Paragraph 21. Besides the uncertainty whether the ship Dordrecht would have needed its remaining 51 laydays, we were also especially moved to the decision to have the laydays of this ship commence as early as was done, because it was more advantageous for the Company to pay the stipulated 80 guilders per day for the excess laydays to expire, which in one month amounts to f 2400. -. -, than to make good the freight on the basis of a domestic voyage, as the same, given that this ship measured 449 lasts, would amount to f 3951. 4. - in one month, including the 10 per cent average. Paragraph 22. We shall henceforth, in accordance with Your Right Excellencies' order, not allow the warping cables used in the service of chartered ships to be taken back, but have them charged to their expense accounts. The masters of the chartered ships who transported the Regiment de Meuron have protested against this order; yet we nevertheless instructed the officials at Galle to execute the same, and have also informed the Noble, Right Honourable Gentlemen Directors of the aforesaid protest, a copy of which accompanies this letter. However, in order to prevent in the future, as much as possible, all disputes regarding this matter, and especially since the aforesaid masters also object that the ropes were given to them unrequested, we have resolved henceforth, before any ropes are provided, to give notice of Your Right Excellencies' aforesaid order to the masters of chartered ships, and to ask them whether they desire to have any ropes, and if so, of what calibres. Paragraph 23. The anchors of the State's Squadron salvaged in the Bay of Trincomalee we shall send thither when opportunity arises, and in the meantime have the value thereof, after deduction of the diving fee, credited thither in favour of the State's Squadron. Paragraph 24. Likewise, we shall have written off the value of the porcelains that were received broken here by the ship De Doggersbank. Paragraph 25. The provision for the future of a 10 per cent write-off for the floor tiles brought from Batavia shall serve as our dutiful guidance. Paragraph 26. We have always had the unloading of the chartered ships carried out in the presence of a committee sent on board the ships for that purpose. This was specially observed with regard to the ship Dordrecht both here and at Galle, and before this committee went ashore, all the rice that was on board was unloaded from the ship. Paragraph 27. No evidence of any bad faith has appeared to us in this regard, yet when one is determined upon it, the best supervision can hardly prevent it. The straw bags in which the Batavian rice is imported break for a large part during loading, during the voyage, and especially during unloading. The masters meanwhile plead that they are only liable for the number of bags, but these are often so broken and torn that they can no longer even be counted; but even if one could do that, and one holds oneself assured that all the bags, when they come on board, properly contain their weight, there still always remains a great uncertainty regarding the weighing of the rice, which must take place on board the ships and, because of the rolling water generally experienced here on the roadstead and even sometimes in the Bay of Galle, cannot be done very accurately. For this reason, one cannot properly require the receivers on shore to account for the rice as it was weighed on board, and upon subsequent re-weighing, a shortfall is not infrequently found once again. Paragraph 28. All these uncertainties would be removed for a good part if the masters of the private ships could be obliged to discharge their rice cargoes onto the jetty, where the lighters

Dutch transcription

we mits dien daarop, uwer Hoog Edelheeden zeer g'eerde dispositie niet kunnen te gemoed zien, voor dat de tijd om de retoeren te kunnen verzenden, verloopt. 5 18. van ons besluit, om in het accepteeren van gel„ den op assignatien van de Engelsen, deeze assig„ natien interigten, naar den voorigen voet, en te excuseeren de Clausule van de procu„ natien, hebben we uwen Hoog Edelheeden pligtschuldig kennis gegeven, bij onzen eer„ biedigen van den 31. ' Janu: deezes Jaars § 426. § 19. we zullen, zoo na immers moogelijk, opvolgen uwer Hoog Edelheeden aanbeveeling om ook de gehuurde scheepen, die na Europe vertrek„ ken, te depecheeren op den voor sComp:s schee„ pen bestemden tijd. § 20. De papieren betrekkelijk tot de sloep de krab, zullen we aan de Heeren Majores over„ zenden, en hebben intusschen de zoldij bedien„ den gelast, om de gagie van de dienaaren die daarop 2716 daarop zijn bescheiden geweest, voor zoo verre aangaat de geenen, die zich in dit Gouverne„ ment bevinden, afteschrijven van den dag af, dat ze gevangen genoomen zijn tot dien, wan= neer te op Ceilon zijn aangekomen. De overi„ gen zijn of overleeden, of reets na derwaards vertrokken, gelijk breeder blijkt bij de Zoldij notitie, deezen in eerbied bijgevoegd. § 21: Behalven de onzeekenheid, of het schip Dor- drecht zijne resteerende 51. legdaegen, zoude noodig gehad hebben, zijn we ook inzonderheid, bewoogen tot het besluit, om de legdaegen van dit schip zoo vroegeels geschied is, te doen ingaan, wijl het voor de Comp:e voordeeliger uitkwam voor de meerdere te verloopene legdaegen, te betaalen de bedongen 80: guld:s sdaags, welke in een maand beloopen ƒ2400. –. – dan de vragt goed te doen op den voet eenen binnenlandsche tocht, wijl dezelve, vermits dit schip groot was 449. lasten in in een maand, med de 10. p:r C:t avarij, be„ draegen ƒ 3951. 4. -. § 22 wij zullen voortaan, volgens uwer Hoog Edelheeden ordre, de kaijer touwen, die ten dienste van gehuurde scheepen wor„ den gebruikt, niet laaten te rug neemen, maar op derzelver onkost reekeningen doen belasten. De schippers van de gehuurde scheepen, die het Regiment van Muron hebben overgebragt, hebben teegen deeze ordre geprotesteerd; dog we hebben niet te min den bedienden te Gale gelast, om dezelve te executeeren, en hebben van het voorsz: protest, dat in kopia deezen verzelt, ook de Edele Hoog achtb: heeren Bewindhebberen kennis gegeven. om nogtans in den aanstaande, zoo veel het geschieden kan, alle verschillen omtrent dit stuk te voorkomen, en inzonderheid wijl de voorsz: schippers ook daarop excipieeren, dat de touwen hen ongevraagt gegeven ƒ 2757 gegeven zijn, hebben we beslooten voortaan aan de schippers van gehuurde scheepen, alvoorens daar aan eenige touwen wor- den verstrekt, van voorsz: uwer Hoog Edel= heeden ordre kennis te geeven, en hun aftevrae„ gen, of ze eenige touwen begeeren te hebben, en zoo Ja van welke Calibers. §23. De in de baaij van Trinkonomale opgedooke„ ne ankers van 'slands Esquader, zullen we bij gelegentheid na derwaards overzenden, en in„ tusschen het bedraegen daar van, na aftrek van het duikloon, ten faveure van 'slands Esquader, derwaards laaten ten goede bren„ gen. § 24. Jnsgelijks zullen we laaten afschrijven het bedraegen van de porcelijnen, die met het schip de Doggersbank alhier gebrooken ontfangen zijn. § §25: De bepaaling voor den aanstaande, van 10. p:r C:t afschrijving voor de Estrikten, die van Batavia worden aangebragt, zullen gt zullen we ons tot schuldig naricht laaten strekken. § 26. Het ontlaeden der ingehuurde scheepen, hebben we steeds ten overstaan van een kommissie lae„ ten doen, die ten dien eijnde aan boord der scheepen gezonden is. Dit is speciaal nopen het schip Dordrecht zoo hier als te Gale, in agt genomen, en voor dat deeze kommissie is van boord gegaan, is uit het schip gelost al de rijst die aan boord was. — § 27. Blijken van eenig ontrouw zijn ons in dee„ zen niet voorgekomen, dog wanneer het daerop toegelegd is, kan het beste toezigt dat nauwelijks beletten. De stro-zakken, waarin de Bataviasche rijst word aan„ gebragt, breeken voor een goed gedeelte onder het laeden, geduurende de wijze en inzon„ heid bij het lossen: De schippers beroepen zig intussen daarop, dat ze alleen voor het getal der zakken aanspreekelijk zijn, dan deeze zijn veel al zoodanig gebrooken 2738 gebrooken en gescheurd, dat ze zelfs niet meer te tellen zijn, maar al konde men dat ook doen, en dat men zig daar bij verzekert houd, dat alle de zakken, als ze aan boord koomen, nigtig hun gewigt inhouden, zoo blijft en nog altoos een groote onzeeker- heid over, wegens het weegen der rijst, dat aan boord der scheepen geschieden moet, en om de wille van het rolle water, dat men hier door= gaans op de reede, en zelfs somtijds in de baaij van Gale heeft; niet al te naukeurig geschieden kan. Hierom kan men de ontfangens aan de wal, niet wel opleggen, dat ze de rijst zul„ len verantwoorden, zoo als aan boord afgewoo„ gen is, en bij nader naweging, word niet zele„ saam op nieuw een minderheid bevonden. — § 28. Alle deeze onzeekerheeden zouden voor een goed gedeelte worden weggenoomen, indien de schippers van de partikuliere scheepen, kon„ den worden verpligt, dat ze hun rijst leee„ dingen aan het zeehoofd, daar de losvaer„ tuigen

NL-HaNA_1.04.02_3792_0532 view scan ↗

English

vessels arrived, delivered. One could then have a scale placed there, to have the rice weighed and received right there by the purveyors, who would then have to keep the further spillage up to the warehouses for their own account. Paragraph 29. That we requested instruction from the ministers at Paliakatte as to how the gold brought by the ship the Vlugge Trekvogel could most safely be sent thither, occurred because the transport had to take place with native dhonis by sea, or else by land, and we, due to the remoteness of Paleakatta, could not know whether this transport, which had to pass the possessions of various foreign nations, might not sometimes, in the time in which it had to be done, be exposed to danger. Paragraph 30. We have duly informed the Gentlemen Masters regarding the discrepancy concerning the keg with 50 lb vermilion accounted for here by the officers of the aforementioned ship, instead of a small box with 100 pounds. Paragraph 31. The consumption of cloves on Ceylon, in so far as they are sold on this island and on the Madura coast, is of little importance, and we do not think that it would noticeably increase if the Company were to lower the selling prices somewhat, or the reduction would have to be quite substantial. Paragraph 32. It is true, Ceylon could now perhaps sell a good quantity of cloves to foreign merchants who arrive here, for the reason that silver and gold specie have for some time stood uncommonly high above their numerical value here, relative to our copper currency; but for that very reason it is not advisable for the present to sell more cloves on Ceylon to foreigners than is necessary for them to provide themselves with this and that indispensable necessity. Those who need cash on the coast of Coromandel, on the Malabar, or at Suratta would still find a fairly good profit in it, even if they had to lose 10 per cent on the copper currency with which they pay for the cloves here, which would cause significant detriment to the Company's trade in all these places; so that, even if your High Mightinesses should decide to lower the selling price of cloves in all other places in the Indies, this should nevertheless, in our humble opinion, for the present and until the equality in numerical value between the gold and silver specie and our copper currency shall have somewhat recovered, remain deferred on Ceylon. Paragraph 33. Whether at the further offices to the west of the Indies where cloves are sold in considerable quantities, the reduction of the selling price will so noticeably increase the turnover that this reduction will thereby be made good, is something that we, not being sufficiently informed of the particulars on which this expectation would have to be grounded, dare not judge. Paragraph 34. At the time that the first-undersigned Governor was Director at Suratte, he, in compliance with your High Mightinesses' honored command regarding this same question, submitted as his humble opinion that he thought the reduction of the selling price of cloves was not advisable. He judged the matter then according to the circumstances of those times, and after having previously spoken about it with the principal merchants of Suratte, and in so far as no reasons have since intervened that should have a significant influence in this matter, he is still humbly of the opinion that the uncertainty whether the assumed turnover will be able to make good the reduced price is somewhat questionable. Paragraph 35. The gratuity of 5 per cent cash money charged from the Netherlands on the foreign textiles sold there in the year 1785 will be paid out to the servants according to the regulation. Paragraph 36. The report of the Visitor General Domis, which your High Mightinesses were so good as to send to us, regarding the calculation of 83 guilders Netherlands against 20 Company's pagodas, sets the value of these guilders at 20 stivers Netherlands and at 24 2/35 Indian stivers, and according to this same value, they have also been calculated and issued here. In so far there is thus no difference, but regarding what further appears in this report, namely that the pagoda would be issued and circulated at Tuticorin according to the fixed value against 90 Indian stivers, we request permission to make a humble remark. Paragraph 38. That your High Mightinesses, by circular letter of the 8th of January 1768, ordered that all monetary specie must be calculated and accounted for in the books according to the Netherlands value, only with this condition, that as it makes no change in the pay books, it must also not make the least alteration, neither in the payment of wages, nor in the disbursement on account of monthly salaries, nor in board allowances and emoluments; but that all and whatever is further related thereto must be continued on the old footing. Paragraph 39. That in accordance with this, all monetary specie in matters not included under the aforesaid conditions, has since been treated in the books according to its Netherlands value.

Dutch transcription

tuigen aankoomen, leverden. Men zoude dan daar een schaal kunnen laeten zetten, om de rijst aldaar zelfs te laeten weegen en ontfan„ gen door de dispenciers, die dan de verdere spillagie tot in de pakhuisen, zouden moe„ ten houden voor hunne reekening § 29. Dat we de Ministers te Paliakatte on„ derrichting hebben gevraagd hoe het goud met het schip de vlugge Jrekvogel aan„ gebragt, vijligst, derwaards konde gezonden wonden, is geschied, om dat het Transport met inlandse tonijs over zee, dan wel te lande moest geschieden, en we, om de afgeleegen„ heid van Paleakatta, niet konden weeten, of dit transport, het welk de bezittingen van verscheide vreemde Natien moest passeeren, niet somtijds in den tijd, waarin het moeste worden gedaan, aan gevaar konde gtest geexponeerd zijn. §30. wa hebben de Heeren Meesteren plicht„ schuldig g'informeerd van het verschil„ omtrend 2779 omtrend het door de overheeden van evengemelde schip, alhier verantwoorden vaatje met 50. lb: vermilioen, in stede van een kasje met 100. ponden. § 31. Het vertier der ganiossel nagel is op Ceilon, voor zoo verre die ten deezen Eilande en op de Madu„ nesche kust gesleeten worden, van weinig belang, en we denken niet dat het merkelijk zoude vermeerderen, zoo de Comp„e de uitkoops prij- zen wat verlaagde, of de verlaaging zoude al wat veel moeten zijn. § 32. Het is waar, Ceilon zoude tans misschien een goede partij nagelen aan vreemde koop„ lieden, die hier aankoomen, kunnen afzetten, ter oorzaak dat hier de zilvere en goude specien, zedert eenigen tijd, buiten gewoon hoog staan boven haare nummerieke waarde, relatief tot onze koopere munt; dog even daarom is het voor het tegenwoordige niet aantenaeden, om aan de vreemden meer Nagelen dan noodig is, om zig bij hun van ct„ van deeze en geene niet te ontbeenen noodwendighee„ den te voorzien, op Ceilon te verkoopen zulke die kontanten op de kust van kormandel, op de Mallabaar of suratta nodig hebben, zoude en nog een vrij goede reekening bij vinden, al moesten ze ook 10. p:r C:o verliezen op de koopere munt, waar meede ze de nagelen hier betaelen, het geen tot merkelijke nadeel zoude ver„ strekken op 's komp:s handel op alle deeze plaet„ sen, zoo dat, indien ook uwen Hoog Edelhee„ den mogten besluiten, om de uitkoops prijs der nagelen op alle andere plaatsen in Jndien te verlaagen, dit naar ons nedrig inzien nochtans, voor eerst en tot dat zig de egali„ teid in het numerieke tusschen de goude en zilvere specien en onse kooper munt, wat zal hebben hersteld, op Ceilon dient te blij„ ven uitgesteld. — § 33. of op de vender kantooren om de west van Jndien daar de nagelen in merkelijke roeveel„ heid worden verkogt, de verlaaging van de 2720 de uitkoops prijs, het debiet daar van zoo mer„ kelijk zal vergrooten, dat deeze verlaaging daar door zal worden goed gemaakt, is iets dat we, niet genoeg onderrigt zijnde van de bezonderheeden, waarop deeze verwagting zoude moeten gegrond zijn, niet durven be„ oordeelen. — §34. Ten tijde dat de eerst ondergeteekende Gou- verneur, Directeur te suratte was, heeft hij, ter voldoening aan uwen Hoog Edelheeden g'eerde bevel, noopens deeze zelfde vraege, voor zijn nedrig gevoelen opgegeven, dat hij dagte, dat de verlaaging van de uitkoops prijs der nagelen niet aan te reeeden was. Hij heeft de zaak toen beoordeeld na de omstan- digheeden dier tijden, en na alvoorens daar over met de voornaamte kooplieden van suratte te hebben gesprooken, en voor zoo venre en sedert geene reedenen mogten zijn ingetreeden, die in deezen van merkelijken invloed moeten zijn, is hij nog altijd nedrig van gevoelen, dat de onzeekerheid ghee„ Chee„ ien ali„ blij„ van onzeekerheid, of het vermeendende debiet de verminderde prijs zal kunnen goedmaken, wat bedenkelijk zij. § 35: Het uit Nederland aangereekende douceur „ van 5. p:r C:o Cas geld, op de aldaar in het Jaar 1785: verkogte overwalsche lijwaeten, zal aan de bedienden, volgens de bepaaling worden uitgekeerd. § 36. Het berigt van den Heer visitateur Generael Domis, dat uwen Hoog Edelheeden zoo goed zijn geweest ons toetezenden, nopens de bereekening van 83. guld: Nederlands tee„ gens 20. komp:s pagooden, steld de waarde van deeze guld: op 20. stuiv:s Nederlands en op 24 2/35. H: Jndias, en na deeze zelfde waarde, zijn ze ook hier bereekend en uit„ gegeven. Jn zoo verre is 'er dus geen verschil, dog nopens het geen bij dit berigt wijdens voor„ komt, dat namentlijk de pagood, na de vast gestelde waarde teegens 90. stuiv:s Jndias 137. 2721 Jndias, op Tutukoaijn zoude worden uitge„ geven en rouleerd, verzoeken we verlot om nedrig te mogen aanmerken. § 38. Dat uwen Hoog Edelheeden, bij Cinkulaire missive van den 8:e Janu: 1768. hebben aan„ bevoolen, dat alle geld specien bij de boeken, na de Nederlandse waarde moeten worden bereekend en verandwoord, alleen met deeze bepaaling, dat gelijk het bij de zoldij boeken geen verandering maakt, het ook geen de minste alteratie moet maeken, nog in de betaaling van gagie, nog in de verstrek- king op reekening van maandgelden, nog ook in de kostgelden en emolumenten; maar dat alles en het geen daar meer betrekking toe heeft, op den ouden voet moet worden gekontinueerd. § 39. Dat overeenkomstig hiermede, alle geld. specien in zaaken onder de voorsch: bepaa„ lingen niet begreepen, zedert bij de boeken zijn verhandeld na derzelver Nederlandse waerde 7

NL-HaNA_1.04.02_3792_0538 view scan ↗

English

§ 41. value as was recently further recommended in a Ceylon resolution of 19 March 1785, approved by your High Nobilities in your very esteemed missive of 17 November 1786, according to which the Madura servants were ordered to use the calculation of the pagoda at 90 stuivers in no cases other than solely for the payment of the salaries and emoluments of the servants stationed there. § 40. That consequently 100 Company pagodas must be calculated as equal to 415 Dutch guilders, or 20 pagodas to 83 Dutch guilders, as the guilders received with the Draak have been calculated and accounted for. That we consequently cannot see otherwise than that this has been handled in accordance with the literal meaning of your High Nobilities' aforesaid very esteemed orders, and that we in particular do not see that the aforesaid calculation tends in any respect to the disadvantage of the Company, as the Lord Visiteur General states in his report: § 42. for even if one should admit for a moment, against the clear meaning of these orders of your High Nobilities, that the pagodas, instead of which the aforesaid guilders were issued, ought to have been debited at 11 2/15 percent in favor of the General Office; even then, in our humble view, nothing else would follow from it than that the charging of the linens, which were purchased for these guilders, was done improperly, and that the aforesaid 11 2/15 percent, which ought to have come to the favor of the General Office, the Company has now borne less on the prices at which these linens were charged. § 43. We have had the further reports of Captain-Engineer Reimer regarding the Ceylon fortifications delivered into the hands of the engineers here, and we shall have the honor of sending whatever they come to report thereon to your High Nobilities on a next occasion. § 44. The pay servants have been ordered henceforth to guide themselves, in the crediting of wages to outbound servants, by the report sent to us by the head of the General Pay Office. § 45. The former French Chargé d'Affaires Mencier and the Count de Bourous have properly fulfilled the contract entered into with them for the delivery of 7000 bags of rice. § 46. By virtue of your High Nobilities' approval, the punishment of death decreed against him by the Council of Justice of this castle has already been executed upon the slave Jupiter. § 47. The servants who have been promoted by your High Nobilities or confirmed in their provisionally obtained offices offer their bounden gratitude to the same for this, with the assurance that they will endeavor to make themselves worthy of these tokens of favor through a diligent performance of duty. In particular, this is done by the Secretary Benediktus Lambertus van Zitter and First Sworn Clerk Gernard Joan Sijbrands, promoted by your High Nobilities, with the very humble request that it may favorably please your High Nobilities to recommend them favorably to the Lords Majors for obtaining the ranks of merchant and junior merchant standing to their services. § 48. We have ordered the servants at Galle to inform us regarding what the Peranakan Chinese woman Tjoa Kiernio has represented to your High Nobilities regarding her son Oesoep. So if we receive an answer thereto before the departure of this letter, we shall have the honor to communicate it at the foot, and otherwise on the first following occasion. § 49. The servants at Galle and Tuticorin have been enjoined to make proper provision that the linens are neither wet upon shipment, nor incorrectly addressed in the papers. § 50. We shall take into further consideration your High Nobilities' recommendation, contained in an extract received from the general resolutions taken in the Council of the Indies on 3 December 1787, to introduce a poll tax for the slaves of the inhabitants, as soon as the annual census of households, which is presently in hand, shall have been completed. § 51. We shall also take for our information the granted advance payment to the supplier of the Chinese seafarers of two months' wages for each man; and the engagement entered into with him to provide them on behalf of the Company, besides 9 rixdollars per month each, nothing other than the usual ration of rice and firewood. § 52. In the sale of the nutmegs and mace, we shall henceforth guide ourselves by the augmented prices mentioned in the received extract from the minutes of what was resolved in the Council of the Indies on 28 December 1787. § 53. Henceforth we shall grant no permission to any Company servants, under whatever pretext it might be, to depart for the Netherlands with the state's warships or frigates as passengers, outside of ship's service. § 54. Also, in the future, of all books and further papers that are sent annually to the Chambers of Amsterdam and Zeeland, we shall send one set to the Chambers of the Southern and Northern Quarters, and address one to the Chamber of Delft, and the other to the Chamber of Hoorn. § 55. But since the ordinary work of the writing offices is noticeably increased hereby, the heads of the offices have requested us for the following increase of personnel, to wit: for the Secretariat: 10 the Trade Office: 7 the Pay Office: 4 § 56. Solely in order not to retard the work, we have had to agree thereto provisionally and pending the further pleasure of your High Nobilities, and we request your High Nobilities that this increase of personnel may be granted to the aforesaid offices, over and above what is determined by the regulations, and that consequently this provisionally granted increase may serve to

Dutch transcription

§ 41. waarde zoo als dat nog onlangs nader is aanbevoolen bij een door uwen Hoog Edel- heeden bij hoogst derzelver zeer g'eerde missive van den 17:' 9ber: 1786. geappro„ beende Ceilonse resolutie van den 19. Maert 1785. , volgens welke de Madunesche be„ dienden is aangeschreeven, om de beree„ kening van de pagood tot 90 stvxr: in geen gevallen te gebruiken, dan alleen bij de betaaling der soldijen en emolumenten der aldaar bescheidene dienaaren. § 540. Dat bij gevolg 100. komp:s pagooden moeten worden gereekend gelijk te slaan met 415. guldens Nederlands, of 20. pa- goden met 83. guld: Nederlands, zoo als de guld: met de Draak ontfangen, zijn bereekend en verantwoord. Dat we dienvolgens niet anders kunnen zien, dan dat in deeze is gehandeld vol„ gens den letterlijken sin van voorsch: uwen Hoog Edelheeden zeer g'eerde beveelen, en 2722 en dat we inzonderheid niet zien, dat de voorsz: bereekening in eenig opzigt ten na„ deele van de komp: is strekkende, zoo als de Heer visitateur Generaal dat bij zijn berigt opgeeft: §42. want dat zoo men ook teegens den dui„ delijken zin van deeze uwer Hoog Edelhee„ den beveelen voor een oogenblik admitteerd, dat de pagooden, instede van dewelke de voorsz: guld: zijn uitgegeven met 11 2/15. p:r C:t ten faveure van het kantoor generaal hadde moeten worden belast; ook dan nog, naar ons nedrig inzien, daar uit niets anders volgen zoude, dan dat de aanreekening der lijwaeten, die voor deeze guldens zijn ingekogt, kwalijk is gedaan en dat de voorsz: Pr 11 24/5. p:r C, die ten faveure van het generaal hadden moeten koomen, de Comp: nu minder heeft gedraegen op de puijzen, waarmede deeze lijwaeten zijn ƒ is zijn aangereekend. §43. De nadere berigten van den kaptein ingenieu Reimer, nopens de Ceilonse fortifikatien, heb- ben we aan de Jngenieurs alhier laaten ter hand stellen, en zullen we de eene hebben, het geen ze daar over koomen te berigten uwen Hoog Edelheeden, bij een volgende gelegentheid toetezenden. 544. De soldij bedienden zijn gelast, om zich voor„ taan, in de goeddoening van gagie aan uit„ koomende dienaaren te richten naar het ons toegezonden bericht van het opperhoofd van het generaale zoldij komptoir. § 45. De gew: fransche Cherge d' afaire Mencier en de Graaf de Bourous, hebben aan het met hun aangegaan Contract, tot de leverantie van 7000. zakken rijst, behoorlijk voldoen. §96. uit kragte van uwer Hoog Edelheeden approbatie, is aan den slaaf Jupiter, reeds g'executeerd, de door den raed van Justitie deezes kasteels, teegen hem gedecerneerde Anasse 97 2723 straffe des doods. §47. De dienaaren die door uwe Hoog Edelhee„ den bevondend of in hunne provisioneel ver- kreegene anpten bevestigd zijn, offeneeren hoogst dezelven hunne verschuldigde dankbaer- heid daar voor, met verzeekering dat ze zich deeze gunst bewijsingen, door eene vlijtige pligts betragting, zullen tragten waardig te maaken. Jnzonderheid doen dit de door uwe Hoog Edelheden bevondenden Sekretaris Bene„ diktus Lambertus van Zitter en Eerste gezw: klerk Gernard Joan Sijbrands, met zeer nederig verzig dat 't uwe Hoog Edelheeden gunstig mogten behaagen hun aan de Heeren Majores favorabel voortedraagen ter obtenu van de tot hunne diensten staande qualiteiten van koop- man en onderkoopman § 48. Den bedienden te Gale hebben we gelast, om ons te informeeren weegens het geen de pamakan Pamaken Chineese vrou Tjoa Kiernio, noo„ pens haaren soon oesoep, aan uwe Hoog Edelheeden heeft vertoond. zoo dart we daer op nog voor het afgaan dezer antwoord ont„ fangen, zullen we de eer hebben dat aan den voet te bedeelen en anders bij de eerst vol„ gende gelegentheid §49. De bedienden te Gale en Tutukorijn zijn gere„ kommandeerd, om behoorlijke voorziening te doen, dat de lijwaaten bij den afscheep niet nat, noch bij de papieren verkeend gead„ dresseerd worden. § 50: wij zullen uwer Hoog Edelheeden aanbevee„ ling, vervat bij een ontvangen Extrakt uit de generaale resolutien, genomen in raade van Jndie op den 3. xber: 1787. , om een hoofd geld te introduceeren voor de slaaven van de ingezeetenen, nader in overweeging neemen, zoo dra de Jaarlijksche beschrijving der huisgezinnen, welke, tans onder randen is, zal zijn geabsolveerd. § 51 2724 § 51. ook zullen we tot ons naricht laaten strekken, de g'accordeerde voor uit verstrekking aan den Leverancier der sineesche zeevaarenden, van twee maanden gagie voor ider Man; en het met hem aangegaan engagement, om aan hun, behalven 9. rd:s smaands ider, niet anders Comp:s wegen te verstrekken, dan het gewoone randsoen rijst en brandhout. §52. Jn den verkoop van de Noten musschaten en foeli, zullen we ons voortaan richten naar de geaugmenteerde prijzen, vermeld bij 't ontfangene extract uit de Notulen van het geresolveerde in raede van Jndie, op den 28=e december 1787. §53. we zullen voortaan aan geene Comp: dienaaren, on„ der welk pretext het ook zoude mogen weezen, permissie verleenen, om met 'slands scheepen of fregatten van oorlog, als passagiers, buiten scheeps dienst, na Nederland te vertrekken. § 54. ook zullen we in den aanstaande, van alle boeken en verdere papieren, die aan de kame„ ren aen Amsterdam en Zeeland Jaarlijks worden ge„ zonden, een stel aan de kameren van 't Zuijden en noorder-quaritier zenden, en addresseeren het eene aan de kamer Delft, en het andere aan de kamer Hoorn. §8. 55. Dan wijl hiermede het gewoone werk der schuijf„ kantooren merkelijk word vermeerderd, hebben de baazen der kantooren ons verzogt om de volgende vermeendering van borsten te weeten voor de sekretarij „ het negootsie kantoor „ „ soldij kantoor §56. om alleen het werk niet te veragteren, heb„ ben wij daar in bij provisie en tot op het nadere welbehagen van uwe Hoog Edelheeden moeten bewilligen, en we verzoeken uw Hoog Edelheeden dat aan de voorsch: kantooren deeze vermeerdering van borsten mag wor„ den toegelegt, boven het geen bij het reglement is bepaald, en dat mits dien deze provisioneel toegestaane vermeendering, moge strekken .10. — tot „ 7. —. 4.

NL-HaNA_1.04.02_3792_0545 view scan ↗

English

to an addition to the regulations. §57. The order to send sworn declarations to the Netherlands regarding the condition of the glassware brought from there has been observed here for several years, and will continue to be complied with in the future. §58. We take as our dutiful instruction the permission granted by the Lords Masters to Colonel de Meuron to pay 80,000 guilders annually into the Company's treasury here, and when this occurs, we will issue the required bills of exchange on the Netherlands for it. §59. Proceeding further to the report of affairs that have occurred since our last respectful letter, we have the honor, concerning the subject of ships and vessels, to inform Your High Nobilities that of the five chartered ships mentioned in our respectful letter of 5 July, we have only needed to employ four for transporting the Luxembourg Regiment to Lorient, namely: the Vrouwe Johanna, the Drie Gebroeders, the Fortuin, and the Suzanna. We would otherwise have been somewhat embarrassed, because the fifth ship, Josephus de Tweede, according to the charter party, must return directly to the roadstead of Rammekens, from where it sailed, and consequently could not be sent to any other port in Europe. §60. It has not been possible, however, to dispatch the said transport ships toward the end of the month of July, as we assumed in our aforementioned letter, due to the difficulty of gathering together as many provisions as were required for such a large number of people. Because of a shortage within the Company, not only did a large portion thereof have to be purchased, but almost everything, along with the heavy baggage of the regiment, also had to be transported from here via Tuticorin to Galle, because direct navigation from here to Galle is still prevented by the adverse monsoon. §61. These four ships are consequently to depart shortly from Galle under convoy of the national war frigate Ceres, which arrived at Galle on 20 August. We shall make mention below of their departure and of the strength of the troops crossing with them, if we receive timely notice thereof from Galle. From the aforementioned regiment remains behind the detachment that, according to our secret letter of 6 October 1787, was sent among other troops to Cochin and could not return due to the adverse monsoon; and some sick will also remain behind in the hospitals to obtain transport to Europe on a later occasion, alongside the Cochin detachment. §62. The consumption accounts of the said transport ships and of Josephus de Tweede are inserted into the Galle resolution of 7 August, which we approved in the session of the 27th following, with these amendments: that the skippers should not be credited for the provisions indicated therein as having been additionally accounted for by them, because that additional accounting, in all probability, arose from the write-offs made according to the regulation without an actual additional supply having taken place, which could have happened all the less on these ships because, according to the charter parties, they were not permitted to export anything beyond what was provided on behalf of the Company and therefore also had nothing from which the additional supply could have been made; and also that what the skippers entered as supplied to the passengers who came over on these ships from the Cape of Good Hope, and who consisted of women, children, and servants of some members of the Meuron Regiment, shall be reimbursed to the Company by the said passengers, because it has not appeared to us that any board money was paid for them at the Cape, or that free board was granted to them on board. §63. Regarding the 18 persons who, according to the aforementioned Galle resolution, were additionally entered into the consumption accounts of the ships Fortuin, Drie Gebroeders, and Josephus de Tweede during the crossing from Punnaikayal to Galle, the skippers, upon the further explanation required concerning this, made known that they consisted of 1 pilot and his servant on the Fortuin, 1 pilot and 1 servant of Captain Zoan on the Drie Gebroeders, 1 pilot and 4 men from the small vessel De Hoop on Josephus de Tweede, but that the remaining 9 persons had been brought on board by Colonel De Meuron with his regiment, and they, the skippers, did not know who they had been; and since the entered supply for these additional men, who, after deducting the pilots and the crew of De Hoop, still constitute 11 persons, consisted of a trifling amount or only four days of rations, we decided to pass it. §64. Since then, the skippers of the ships Vrouwe Johanna, Fortuin, Drie Gebroeders, and Josephus de Tweede, by a petition which is attached in copy among the annexes, demonstrated to us that the aforementioned provisions accounted for in excess were found to be too much only because they had often had the necessary supplies issued to the crew from their own provisions, with the request therefore that the same might be credited to them; but for reasons mentioned hereinbefore, we could not grant this request, and have therefore given the necessary notification thereof.

Dutch transcription

2725 tot een adietsie van het reglement. §57. De order, om b'eedigde declaratoiren na Ne„ derland tezenden; van de bevinding van de van daar aangebragt wordende glaswerken, is hier zedert ettelijke Jaaren geabsolveerd, en zal ook in het vervolg nagekomen worden. §58. we nemen tot ons schuldig naricht, de ver- gunning van de heeren Meesteren, aan den Colonel de Meuron, om Jaarlijks alhier in 'sComp: Cas temogen tellen ƒ80000. –. –. en zullen wanneer dit geschied, daar voor de vereischte assignatien na Nederland ver- leenen. 559. voorts treedende tot het verslag van zaaken; zedert onsen laatsten eerbiedigen voorgevallen, hebben we de eer, met betrekking tot de mate„ nie van scheepen en vaartuigen uwen Hoog Edelheeden te berichten, dat we van de vijf ingehuurde scheepen, vermeld bij onzen eerbiedigen van den 5:e Juli, alleen vier hebben nodig nodig gehad te emploijeeren, tot het transportee„ ren van 't regiment van Luxemburg na l'onient, naamelijk: de vrouwe Johanna, de drie Ge„ broeders, 't fontum en suzanna. we zouden anders wat in verlegentheid geweest zijn, wijl 't vijfde schip Jozephus de twede, volgens de Centepantij, direct na de rheede Ramme„ kens, van waar het afgevaaren is, moet retourneeren, en mits dien na geene andere haven in Europee konde worden gezonden. § 60. Het heeft echter niet kunnen lukken, om ge„ melde transport scheepen, zoo als we dat bij voorm: onsen brief onderstelden, tegens het laatst van de maand Juli te depecheeren, door de moeije„ lijkheid om zo veele provisien, als benodigd wa„ ven voor een zoo groot aantal van volk, bij den anderen te brengen, wijl daar van mits ont„ stentenis bij de Comp:, niet alleen een groot ge„ deelte heeft moeten ingekogt, maar ook meest alles, nevens de swaare bagagie van 't Regi„ ment, van hier over Tutukorijn na Gale ge 2726 getransporteerd worden, om dat de directe vaant van hier na Gale, tot nog toe door de kwalde mousson belet word. § 61. Deeze vier scheepen staan mits dien eerst- daags van Gale te vertrekken, onder Convooij van 'slands oorlogs fregat Ceres, 't welk den 20:' aug:s te Gaele is aangekomen en zullen we van denzelven vertrek en van de sterkte van de troepes, die daarmede overgaan, hier agter melding doen, zoo we in tijds daar van bericht van Gale enlangen van 't voorsch: regiment blijft te rug, 't detache„ ment, dat volgens onzen secreeten van den 6: 8ber: 1787. onder andere troepes na koetsiem gezonden is, en wegens de kwaede mousson niet heeft kunnen te rug komen: en zullen er ook eenige zieken in de hospitaalen. agter blijven, om bij eene nadere geleegent- heid, nevens 't koetsiems detachement, trans„ port na Eunoper te erlangen. § 62. De Consumtie reekeningen van gem: trans„ port port scheepen en van Iozephus de twede, zijn ge„ insereerd bij de Gaalsche resolutie van den 7:e aug:s, die we ten sessie van den 27:' daar aan hebben geapprobeerd, met deeze veranderingen, dat aan de schippers niet zouden worden goedge„ daan de provisien, die daar bij als door hun meerder verantwoord zijn aangeweezen, om dat die meerder verantwoording, naar alle waarschijnlijkheid, is gesprooten uit de ge„ daane afschrijvingen naar de bepaaling, zon„ der dat in in effecte eene meerdere verstrek- king is geschied, welke op deeze scheepen te minder plaats konde gehad hebben, om dat ze, volgens de Centepanthijen, boven het geen van wegen de Comp: was mede gegeeven, niets mogten uitvoeren en derhalven ook niets hadden, waar uit de meerdere ver„ strekking konde zijn gedaan: en ook dat het geen de schippers hebben opgebragt, als verstrekt aan de passagiers, welke met deeze scheepen van de Caab de Goede Hoof 2797 2727 Hoop zijn overgekomen, en die bestaan hebben uit vrouwen, kinderen en bedienden van eeni„ gen uit 't regiment van Meuron, door ge„ melde passagiers aan de Comp: zal vergoed wonden, om dat het ons niet is gebleeken, dat voor hun eenig kostgeld aan de Caab betaald, dan wel dat hun de vrije kost aan boord toegestaan was. §63. Nopens de 18. koppen, die blijkens voormelde Jaal- resol: bij de Consumtie reekeningen van de schee„ pen 't foutuin, de drie Gebroeders en Iosephus de Tweede, geduurende de overtogt van Ponnecail na Gale, meerder zijn opgebragt, hebben de schippers op de derwegens gevondende nadere Expli„ catie, te kennen gegeven, dat ze hebben bestaan in 1. loots en zijn dienaar op 't fortuin, 1. Loots en 1. knegt van den Cap: Zoan, op de drie ge„ broeders, 1. loots en 4. man van 't scheepje de Hoop op Jozephus de Jwede, dog dat de overige 9. koppen, door den Collonel De Meuron met desselfs regiment waren aan boord gebragt gebragt, en zij schippers niet wisten wie ze ge„ weest zijn: en wijl de opgebragte verstrekking voor dese meerdere manschappen, die wanneer de lootsen en de manschappen van de Hoop afgaan, nog 11. koppen uitmaken, in eene geringheid of slegts vier dagen randsoen bestond, hebben we besloten dezelve te passeeren § 64. Het zedert hebben de schippers van de scheepen de vrouwe Johanna, 't fortum, de drie Gebroeders en Jozephus de Jwede, bij een ad„ daes, dat in Copij onder de bijlaegen gaat, aan ons vertoond, dat de voorsch: meerder verantwoorde provisien, alleen te veel bevon„ den zijn, door dien ze dikwijls uit hunne eigene provisien, de nodige verstrekkingen aan 't scheeps volk hadden laten doen, met verzoek derhalven, dat deselve aan hun mogten worden goedgedaan; maar we heb- ben, om redenen hier voren vermeld, in dit verzoek niet kunnen bewilligen, en heb- ben derhalven daar van de nodige kennis 8

NL-HaNA_1.04.02_3792_0551 view scan ↗

English

notice was given to the Gentlemen Majors. Section 565. In the aforementioned consumption accounts, considerable write-offs were made for found short weight, leakage, and spoilage of various provisions; and furthermore, as we have also not received the lists of provisions supplied for the outward voyage to the ships Susanna, De Drie Gebroeders, and 't Fortuin, in order to be able to judge whether the same have been properly entered into the consumption accounts, and as we likewise did not know whether the write-offs that were made to the debit of the troops of the regiment of Wurtemberg, who were transported from Europe to the Cape with four ships, had taken place properly, since it was not known to us how many of those men had been on each ship, we have therefore ordered the Galle servants to send to the Gentlemen Majors the copies of the aforementioned accounts, and of the documents from which they were drawn up, for the further disposition of their High Mightinesses. Paragraph 66. On the ship De Drie Gebroeders, 18 sailors were placed at the Cape of Good Hope due to a lack of crew, and on the ship Susanna 1 sailor, provided that their wages to be earned are charged to the expense accounts of these ships, and the Ministers have deferred the further disposition over these men to us; but as all these men had large arrears on their pay accounts, and therefore could not directly enter the service of the owners of these ships, and we also had no sailors who were not more or less in debt on their accounts to replace the Cape men, we have decided, since the ships will call at the Cape anyway on the return voyage, to let them continue on board, and have given notice thereof to the Cape ministers. Only the sailors Pieter Vernoey and Johan Wilhelm Schmeltz from among these men, at their request, were transferred to soldiers and remained at Galle, and we have therefore had their earned wages, from the time they came aboard the ship De Drie Gebroeders until they were discharged at Galle, charged to the expense account of that vessel. In place of these, two other sailors were delivered to this ship at Galle, who were not only directly discharged from the Company's service with the closing of their pay accounts, but it was also announced to them that it shall be up to the Gentlemen Majors to give them the customary premium or not to give it, according to what their High Mightinesses shall see fit. Paragraph 67. On the occasion that the said skippers received orders from the Tuticorin chief to sail from the Punnaikayal roadstead to Galle, they delivered to the same the notarial attestations, which are transmitted in copy among the enclosures, whereby they declare that whereas, by order of the Cape ministry, they had sailed with their vessels to Punnaikayal, and had there partially unloaded their cargoes and taken in other goods again, they therefore maintained that the passage to Galle, according to the charter parties, must be considered an inland voyage, and be paid to the owners on that basis; but since their arrival at Galle, they have made a two-part request to us by a petition, a copy of which also goes among the enclosures, that either the passage from Punnaikayal to Galle might be considered and paid as an inland voyage, or else that the lay days of the ships at Galle might commence the day after their arrival there. And as we judged that the roadstead of Punnaikayal, for the outbound ships, cannot be considered a Ceylon port, but only a refreshment station, we have therefore decided to consent to the second request, as providing a better account for the Company, and consequently to let the lay days at Galle commence with the day after they arrived there. As a consequence of this arrangement, we have also promised them, in accordance with the charter parties, the payment of eighty guilders per day for the additional time that they should have to remain in the bay of Galle beyond the stipulated number of 121 lay days for each ship, and this right has furthermore, for greater certainty, been reserved to their owners by the skippers of the Vrouwe Johanna, De Drie Gebroeders, 't Fortuin, and Josephus de Zweed, by means of notarial attestations drawn up, which also accompany this in copy. Section 569. In addition, the skipper of the ship 't Fortuin, in this his last attestation, has reserved to his owners the right to demand payment for the days he had spent on the passage from Punnaikayal to Galle on the basis of an inland voyage. Paragraph 70. The chief surgeons of the aforementioned transport ships have requested that, for conveying the regiment of Wurtemberg, they might enjoy the same gratuity that the Gentlemen Masters had granted by resolution of 19 October 1783 to the chief and second surgeons of chartered ships with which troops were transported to the Cape or further to the Indies, or else that they might be granted the premium and permitted chests that are granted to the chief surgeons on the Company's return ships; but as we are not equipped with any orders or instructions in this regard, we have not been able to consent to their requests.

Dutch transcription

2728 kennis gegeeven aan de Heeren Majones. = 565. Bij de voorsch: Consumtie reekeningen zijn aanmerkelijke afschrijvingen gedaan, over bevondene minwigt, lekkagie en bederf aan dieversche provisien, en wijl we ook boven dien niet hebben ontfangen, de Lijsten van de mede gegevene provisien tot de uit- reijs, aan de scheepen Susanna, De Drie Gebroeders en 't fortuin, om te kunnen beoordeelen, of dezelven behoorlijk bij de Consumtie reekeningen zijn ingenomen, en we insgelijks niet wisten, of de afschrijvingen, die gedaan zijn ten laste van de troepes van 't re„ giment van wuntenburg, welke met, vier schee„ pen uit Europa na de Caab zijn getranspor teerd; naar behoren waren geschied, vermits ons niet bekend was, hoe veel van die manschap„ „pen op elk schip geweest is, hebben we der- halven de Gaalsche bedienden gelast, om aan de Heeren Majores toetezenden de Copijen der voormelde reekeningen, en van de beschijden beschijven waer uit die geformeerd zijn, ter nadere dispositie van hoogst dezelven. § 66. op 't schip de Drie Gebroeders zijn aan de Caap de Goede Hoop, mits gebrek aan volk, geplaatst 18. Mattroosen en op 't schip Suzanna 1. Mattroos, mits hunne te verdienene gagien be„ last worden op de onkost reekeningen dezer scheepen, en hebben de Ministers, de verdere dispositie over deze manschappen, aan ons gede„ fereerd; maar wijl al dit volk groote agter„ stallen op hunne soldij reekeningen hadden, en mits dien niet direkt in den dienst van de rheeders dezen scheepen konden overgaan, en wij ook geene mattroosen hadden, die niet min of meer bij hunne reekeningen te kwaad stonden, om het Caabsche volk te remplaceeren, hebben we besloten, wijl de schepen tog op de te rug rijse de Caap zul„ len aandoen, hun daarop te laaten Conti„ nueeren, en daar van de kaabsche mi„ nisters kennis gegeven. Eenelijk zijn van 2729 van deze manschappen, op hun verzoek, tot sol- daten overgeschreeven en te Gale verbleeven, de mattroosen Pieter vernoe, en Johan wilhelm schmeltz, en wij hebben daarom hunne ver- diende gagie, zedert dat ze aan boord van 't schip de Drie Gebroeders zijn gekomen, tot dat ze te Gale geligt zijn, laten belasten op de onkost reekening van dien bodem Instede van deze zijn twee andere mattroosen, te Gale„ aan dit schip afgegeven, die niet alleen die„ rekt in't 'sComp:s dienst zijn ontslaegen, met af„ sluiting hunner soldij reekeningen, maar is ook hun aangekondigd, dat het aan de Heeren Majores sal staan, om hun de ge„ wone premie te geeven of niet te geeven, naar dat hoogst dezelven dat zullen goed vinden § 67. Gemelde schippers hebben, bij gelegendheid dat ze van 't Jutukorijns opperhoofd onder kregen, om van de Ponnekailsche rheede te verzijlen na Gale, aan dezelven overgegeeven de secretarieele aan„ tekeningen tekeningen, die in Copia onder de bijlaegen over„ gaan, waar bij ze verklaaren, dat terwijl ze, op last van het kaabs ministerie, met hunne bodems waren gezeild na Ponnecail, en aldaer hunne ladingen gedeeltelijk gelost, en weder andere goederen ingenomen hadden, zij mits dien sustineerden, dat de togt na Gale, volgens de Certeparthijen, moest aangemerkt worden als een binnenlandsche togt, en daar voor op dien voet aan de rheeders worden betaald; dog se„ dert hunne arrive te Gale, hebben se aan ons bij een addres, waar van ook kopij onder de bijlaegen gaat, gedaan 't twee ledig ver- zoek, dat, of de togt van Ponnekail na Gale mogte worden aangemerkt en betaald als eene binnenlandsche togt, dan wel, dat de legdagen van de schepen te Gale mogten ingaan, 's daags na hunne arrive aldaer: En wijl we oordeelden, dat de rheede van Ponnecail, voor de uitkomende scheepen, niet als een Ceilonsche haven, maer 2730 1 568. maar alleen als een verwersch plaats kan worden aangemerkt, hebben we derhalven besloten in het twede verzoek, als betere reekening voor de Comp: geevende, te bewil„ ligen, en mits dien de legdagen te Gale te laten ingaan, met den dag na dat ze daer zijn aangekomen. Als een gevolg van dese schikking, hebben we ook aan hun, overeenkomstig met de Certe„ parthijen, toegezegd de betaaling van tagtig guldens 'sdaags„ voor den meerderen tijd, die ze, boven 't bepaald getal van 121. legdagen voor elk schip, in de bhaaij van Gale, souden moeten vertoeven, en dit regt is nog ten overvloede, door de schip„ pers van de vrouwe Johanna, de drie Gebroeders, 't fortuin en Jozephus de swede, aan hunne rheeders gereserveerd, bij gedaane secretarieele aantekeningen, die mede Copieelijk dezen verzellen. 569. Daar en boven heeft de schipper van 't schip schip 'T fortuin, bij deze zijne laatste aantee„ kening, aan zijne rheeders voorbehouden 't negt, om voldoening te vragen voor de dagen; die hij had doorgebragt met de overtogt van Ponnecail na Gale, op den voet eener binnenlandsche togt. §70. De oppermeesters van meerm: transport schee„ pen hebben verzogt, dat ze voor 't overvoeren van 't regiment van Linenburg, mogten genie„ ten 't zelfde douceur, dat de Heeren Meesteren bij resolutie van den 19:' 8ber: 1783. hadden toegelegd aan de opper en twede-meesters van gehuurde scheepen, waarmede troepes na de Caab, of verder na de Jndien werden getransporteerd, dan wel, dat hun mogten worden vergund de premie en gepermit„ teerde kisten, die aan de oppermeesters op sComp: retour scheepen zijn toegelegd; doch wijl we hieromtrent niet zijn gemunieerd met eenige orders of aanschrijvens, hebben we in hunne instantien niet kunnen bewillige H

NL-HaNA_1.04.02_3792_0557 view scan ↗

English

to grant, but only given notice thereof to the Gentlemen Masters. §71. At the request of Mr. van Halm, Captain of the State's frigate Ceres, we have ordered the servants at Gale to assign to His Honour some men from the released personnel to complete his crew, provided that they be discharged from the Company's service and sign secretarial deeds whereby they submit to the discretion of the Gentlemen Majores regarding the granting or not granting of the bounty; and we have also recommended to the servants to prefer in this matter those who wished to enter the State's service voluntarily, and to have it inserted into the deeds they were to grant that they had transferred at their own request and thereby directly renounced the bounty. Copies of these deeds are added among the appendices hereto for Your High Nobilities' esteemed perusal. §72. The State's brig the Diana, mentioned in our respectful letter of the 5th of July last, departed on the 25th thereafter back to the Netherlands; and we have the honour to present herewith to Your High Nobilities the copies of the letters sent thereby and with the aforementioned ships to the Netherlands and the Cape of Good Hope. §73. The small vessel the Hoop crossed over on the 3rd of August last from Ponnecail to Gale to convey a quantity of provisions for the Regiment of Luxemburg, where it arrived on the 11th thereafter; and since Trincomalee was not yet sufficiently provided with grain, we had to employ this ship, besides other goods which it loaded at Gale for Batticaloa and Trincomalee, also to transport a cargo of paddy from Batticaloa thither. §74. The consumption account of this vessel, on account of the provisions and ship's sails and cordage also supplied in the Fatherland, has been properly accounted for and inserted into the Gale resolution of the 5th of September last, which was approved by us and is transmitted in copy among the appendices. According to a report from the ship's officers, which likewise accompanies this in copy, they found the aforesaid provisions very good during the voyage. §75. The ship's log was examined at Gale, and according to the report received thereof, which is enclosed herewith in copy, everything was found to be in good order and properly kept; and the ship's officers, by a separate report added hereto in copy, declared that during the voyage they had encountered no shallows, rocks, or banks that are not known on the Company's charts. §76. Likewise, the surgeon's journal of the said vessel was examined at Gale, and as shown by the report received thereof, a copy of which accompanies this, all care and means were employed to heal the sick and to preserve the healthy from diseases. §77. Upon the inspection of this ship and its rigging, such defects were found thereon as are mentioned in the inspection reports, inserted into the Gale resolution of the 25th of August last, whereby the servants resolved to have the discovered defects repaired and to have the necessary supplies furnished for that purpose. This resolution was approved by us on the 31st thereafter and is transmitted in copy among the appendices. §78. The ship the Gouverneur Falck, which sailed from Texel on the 31st of January with 342 heads and arrived at the Cape of Good Hope on the 23rd of May after having had 5 deaths on the voyage, departed from there again on the 23rd of June and arrived in the roadstead of Ponnecail on the 23rd of August, manned according to the accompanying short muster roll with 299 heads, among them the minister Carl Fredrik Schröter, the passenger Gijsbert Wiggert de Ranitz, and 146 soldiers, having had 10 dead and missing from the Cape to Ponnecail. The letters that we received therewith from the Netherlands and from the Cape are transmitted in copy among the appendices. §79. This ship arrived here in the roadstead on the 1st of September last, and is to depart for Gale after it shall have discharged its cargo, in order to be fitted out there for the homeward voyage, as we have designated it as an early return vessel for the Amsterdam Chamber; and we request permission to be allowed to postpone the further report regarding this vessel to a subsequent opportunity, due to the lack of the reports required for that purpose. §80. The aforementioned ship the Batavier, after the discharge of its cargo, departed on the 10th of this month for Tuticorin, to transport from there the linens lying ready to Gale, from where it will be sent to Cochin to collect a cargo of pepper. We have also designated this ship as a return vessel, to sail home for the second consignment, likewise for the Amsterdam Chamber. §81. Regarding the discharged cargoes of the aforesaid five chartered ships, we have disposed thereof by our resolutions of the 9th, 14th, 16th, and 21st of July and the 1st of August last, all of which are transmitted in extracts among the appendices, along with the documents relative thereto. The cargo from the Fatherland, as far as the packages are concerned, was properly delivered, and we have therefore resolved to liquidate the defects found in the contents, which consisted of trifles, according to the order, by taking in and writing off. The goods which they loaded at the Cape of Good Hope were delivered here with some surpluses and deficits, regarding which the skippers maintained they were not liable, claiming that they had received everything closed, and thus unweighed and unmeasured, on board itself.

Dutch transcription

2731 bewilligen, maar alleen daar van kennis gegeeven aan de Heeren Meesteren. §71. op 't verzoek van den Heer van Halm, Capitain van slands fregat Ceres, hebben we den bedienden te Gale gelast, aan zijn Edele eenige manschappen uit de verlossens toetevoegen, ter Completeering van desselfs Equipagie, mits dat ze uit sComp: dienst ontslaegen, en door hun secretarieele acten getee- kend werden, waar bij ze nopens het geeven of niet geeven van de premie, zich onderwierpen aan het goedvinden van de Heeren Majores: en we hebben den bedienden tevens aanbevoolen, om in deezen de zulken te preteneeren, die zich vrij„ willig in slands dienst wilden begeeven, en bij de acten, die ze zouden verleenen, te laaten in„ vloeijen, dat ze op hun verzoek zijn overgegaan; en mits dien direct afstand deeden van de premie. Copijen dezer acten zijn onder de bijlae„ gen deszes gevoegd, ten uwer Hoog Edelhee„ den g'eerde speculatie 572. slands brik de Diana, vermeld bij onzen eer v eerbiedigen van den 5. Julij J„o Leden, is den 25. daar aan na Nederland terug vertrokken; en we hebben de eene afschriften van de brieven, die daarmede en met de voormelde scheepen na Nederland en de Caab de Goede Hoop zijn afgezonden, uwen Hoog Edelheeden hiernevens aantebieden. 573. 'T scheepje de Hoop is den 3:e aug:s I:L: van Ponnecail na Gale overgestooken, ten overbreng van een parthij provisien voor 't regiment van Luxemburg, alwaar 't zelve den 11. daar aan gearriveerd is: en wijl TainConomale nog niet genoeg van graanen was voorzien, hebben we dit schip moeten emploijeeren, om behalven andere goederen, die het te Gale voor Battikalaa en TainConomale heeft inge„ laaden, ook eene lading neli van Battikalaa derwaards overtevoeren. §74: De Consumtie reekening van deezen bodem, wegens de in 't vaderland mede gegeevene provisien en scheeps kleedenen, is behoorlijk ver 2732 verantwoord, en g'insereerd bij de Gaalsche resol: van den 5. 7ber: I: L:, welke door ons geapprobeerd is en in Copij onder de bijlaegen overgaat. vol- gens een bericht van de scheeps overheeden, 't welk mede in afschrift deezen verzeld, hebben ze de voorsch: provisien, geduurende de rijse zeer wel bevonden. §75. T. scheeps Journaal is te Gale g'examineerd, en vol„ gens 't daar van ingekomen bericht, dat in Copij hiernevens gaat, is alles in goede order en naer behooren gesteld bevonden: en hebben de scheeps overheeden bij een apart bericht, deezen in af„ schrift bijgevoegd, verklaerd, dat ze geduurende de rijse, geene droogtens, klippen of banken had„ den ontmoet, die niet bekend staan bij sComp: kaarten §76. Jnsgelijks is 't Chirurgijns Journaal van gemelden bodem te Gale g'examineerd, en uit„ wijsens 't daar van ingekomen bericht, waar van Copij deezen accompagneerd; is 'er alle zorge en middelen aangewend, om de zieken te van d van eng aan zien, o inge„ tikalaa lijk te geneesen, en de gezonden voorziekten te preser„ veeren §77. Bij de visitatie van dit schip en dies tuig, zijn zoodanige manquementen daar aan bevonden, als vermeld staan bij de visitatie rapporten, g'insereerd bij de Gaalsche resol: van den 25. aug:s P: E:, waar bij de bedienden hebben beslooten, de 7e ontdekte gebreeken telaaten verstellen en de benodigde verstrekkingen daar toe te laaten doen. Deeze resolutie is door ons den 31:e daar aan geapprobeerd, en gaat Copieelijk onder de bijlaegen over. § 78. 'T schip de Gouverneur Falck, dat den 31:e Januari met 342. koppen uit Texel gezijld, en den 23:' Maij aan de Caab de Goede Hoop g'arriveerd is, na dat het op de uijs 5. dooden gehad heeft; is den 23:e Juni weder van daar vertrokken en den 23. ' aug: ter rheede van Ponnecail g'arriveerd, bemand volgens de nevens gaande korte sterkte, met 299. koppen, daar onder de predikant Caal fredrik schroter, de passagier Gijsbert wijgert de 2 73. de Ranitz en 146. militairen, hebbende van de Caab tot Ponnekail 10. dooden en vermisten ge- had. De brieven die we daarmede uit Neder- land en van de Kaab hebben ontvangen, gaan onder de bijlaagen in Copia over §79. Dit schip is den 1:e 7ber: I:o Leden alhier ter rheede gekomen, en staat, na dat het zijne lading zal hebben gelost, na Gale te vertrekken, om aldaer tot de t' huijs wijse in staat te worden gesteld, wijl we let bestemd hebben tot een vroeg retour bodem voor de kamer Amsteldam: en we verzoe„ ken verlof, om 't verder verslag nopens dezen bodem, mits manquement van de daartoe beno„ digde berichten, temogen uitstellen tot eene vol- gende geleegentheid § 80. 'T hier vooren gemelde schip de Batavier is, na de ontlossing van zijne lading, den 10: dezer na Tutukorijn vertrokken, om van daar de in gereedheid leggende lijnwaeten overtevoeren na Gale, van waar het na koetsiem zal wor„ den gezonden, ter afhaal van eene lading peper peper. We hebben dit schip ook aangelegd tot een netour bodem, om voor de twede bezending te huijs— tevaaren, mede voor de kamer Amsterdam. 581. Over de uitgeleeverde Ladingen van de voorsch: vijf gehuurde scheepen, hebben we gedisponeerd bij onze resolutien van den 9:' 14: 16. en 21. Juli en 1 aug: I: L:, welke alle in extrakten onder de bijlaegen overgaan, met de stukken daartoe relatief. De Patriasche la„ ding is, voor zoo verre de stukken aanbelangd, wel uitgeleeverd, en we hebben daerom beslooten, om de manquementen aan den inhoud bevonden, en in klijnigheden bestaan hebbende, naar de onder, door inneeming en afschrijving te liqui„ deeren. De goederen, die ze aan de Caabde goede Hoop hebben ingelaeden, zijn hier met eenige meer en minderheeden uitgeleeverd, waer over de schippers sustineerden niet aanspreeke„ lijk teweezen, voorgeevende dat ze alles geslooten, dus ongewoogen en ongemeeten, aan boord zelve hadden

NL-HaNA_1.04.02_3792_0563 view scan ↗

English

had received; however, we had no report of this from the Ministers, and it also did not appear in the Cape bills of lading, which were drawn up just like the ordinary bills of lading of the Company's ships, and signed by the skippers without any objection against them. Because we nevertheless had no reason to doubt the unanimous statement of these skippers, and also because the deficits calculated in money do not differ much from the surplus accounted for and from the wastage permitted by the regulation of entry and write-off on the aforementioned goods, we have, by our aforementioned resolution of 21 July, decided to defer the decision thereon to the Lords Majores, and consequently have had drawn up for each ship in particular a statement of what each skipper must reimburse to the Company on account of deficits, and of what on the other hand must be reimbursed to him, both on account of surplus accountability and the permitted wastage; and these statements have been sent to the Netherlands with the ships that have now departed, and the Cape Ministers have also been requested to elucidate to their High Mightinesses in what manner the shipment of the aforementioned goods took place there. In the meantime, we have caused an account to be opened in our trade books for each of these skippers for the amounts of the aforementioned statements, to be settled upon receipt of notice regarding their Right Honorable and Highly Esteemed disposition to be made thereon. Paragraph 82. The findings concerning the cargo of the ship de Hoop delivered at Ponnekail are inserted in our resolution of 8 August last, which accompanies this in extract and to which we take the liberty to refer, with this remark only: that we have had written off the discovered deficit of 112 lb of common gout, 28 lb of beans, and 36 lb further, and have charged the cost thereof to the delivered lot, because the transshipment of these legumes from the ship into the sloop with which they were brought here took place without weighing, and consequently neither the officers of the ship nor those of the sloop could be held accountable for it. We have nevertheless made the necessary arrangements to at least have such things weighed gross to the carriers in the future. Paragraph 83. On the cargo of this vessel delivered at Gale, the officials have disposed by their resolution of 1 September last, an extract of which is included among the appendices. We respectfully request permission to refer thereto, as we, during the session of 8 September, approved the decisions of the officials after they were examined and found correct by the visitor: we only note herewith, for the esteemed consideration of Your High Mightinesses, that the 7 hogsheads of English beer, which according to the said resolution were found sour and flat in taste, and had been purchased to provision the ships that transported the regiment of Luxembourg, we have had returned to its supplier. Paragraph 84. Regarding the findings of the delivered cargo at Trinconomale, the officials there will have the honor of reporting directly to Your High Mightinesses as necessary. Paragraph 85. The cargo of the ship de Batavier was properly delivered here, according to the findings received thereof, which are inserted in our resolution of 22 September, an extract of which is among the appendices: only 5019 lb of rice were found wet, caused, according to the accompanying copy of the ship's declaration, by a leak in the body and sheer seams against the side, as well as through the two lower gunports, and a seam on the outside below the fore-chains on the port side, which could not be properly repaired during the voyage, both because of the high and rolling seas and due to the illness of both ship's carpenters, who during the voyage were unable to perform even the slightest service: wherefore we had this wet rice, which was still usable for livestock, sold at public auction for the going rate. Paragraph 86. The 23 bales of cinnamon brought back with this vessel are from the delivery of 1782, and from the notes of these deliveries kept by the captain of the cinnamon, it appears that they were delivered as medium sort. We had these 23 bales further examined and, as appears from the accompanying report, all of them were found extraordinarily coarse and without taste, wherefore, according to our resolution of 9 September, we had them delivered to the apothecary to see if oil can still be extracted from them. Paragraph 87. The findings concerning the cargo of the ship de Gouverneur Falck not having been received yet, we shall report thereon to Your High Mightinesses in our next; in the meantime, we have the honor to inform Your High Mightinesses that with this ship were brought: uncoined gold in bars, namely marks 266. 11. 5. 22 1/2 of 18 karats 5 1/2 grains ditto 212. 12. -. - of 15 karats refined silver marks 2763. -. - of 11 pennies 20 grains for Batavia, and in copper duits f 6160. -.- Netherlands currency. Paragraph 88. Regarding the aforementioned gold and silver, we have no other instructions than the usual invoices, from which, however, it does not appear whether the gold of 15 karats is intended for Ceylon or Coromandel. We have nevertheless, because this gold is not of the assay that is ordinarily sent out for Ceylon, and

Dutch transcription

hadden ontvangen; doch hier van hadden we geen bericht van de Ministers, en het bleek ook niet bij de Caabsche Cognoissement, die in„ gerigt waren even als de gewoone Cognoissementen van sComp:s scheepen, en door de schippers zonder eenige aanmerking daar tegen onderteekend. wijl we nochtans geene reden hadden, om aan het eenpaarig gezegde van deeze schippers te twijffelen, en ook de minderheden in gelde beree= kend; niet veel disfoneeren van het meerder ver„ antwoorde en van de spillagie, die 't reglement van in - en afschrijving op de voorsch: goederen per„ mitteerd, hebben we bij voorsch: onse resolutie van den 21:' Juli beslooten, de dispositie daerop te defereeren aan de heeren Majores, en mits dien van elk schip in het bezonder laaten formeeren eene aanwijzing, van het geen ider schipper, wegens minder verantwoording, aan de Comp: moet vergoeden, en van het geen daarentegen aan hem, zoo wegens meerder verantwoording als de toegestaane spillagie, moet een huijs — moet worden vergoed; en deeze aanwijsingen. zijn met de tans vertrokkene scheepen, na Neder„ land verzonden, en zijn ook de Caabsche Ministers verzogt, om hoogst dezelven te elucideeren, op wat wijse de inscheeping der voorsch: goederen, aldaar geschied is. Jntusschen hebben we aan elk dezer schippers, voor het bedraegen der voormelde aanwijsingen, eene reekening bij onze negotie boeken laaten geeven, om teworden verevend bij den ontvang van naricht, wegens hunnen wel Edele Hoog achtb: daarop te vallene dispositie §82. De bevinding van de te Ponnekail uitgelevende lading van 't schip de Hoop, is g'insereerd bij onze resolutie van den 8:e aug: I:o Leden, die in extract deezen verzeld en waar aan we de vrijheid gebruiken ons terefereeren, met deeze aanmerking eenelijk, dat we de bevondene minderheid van 112. lb: gemeene gout, 28. lb: boonen en 36. lb: nog hebben laaten afschrij- ven, en het kostende daar van laaten be„ swaaren 2735 swaaren op de uitgeleeverde parthij, om dat de overscheep dezer peulvrugten, uit 't schip in de sloep, waarmede ze hier zijn aangebragt, zon„ der weeging geschied is en mits dien daar over, noch de overreden van 't schip, noch die van de sloep konden aangesproken worden. we hebben nogthans de nodige onder gesteld, om in den aanstaande diergelijke dingen ten minsten bruto telaaten toewoegen aan de overvoerdens. § 83. op de te Gale uitgeleverde lading deezes bodems, hebben de bedienden gedisponeerd bij hunne a resol: van den 1: 7ber: I: L:, waar van extratit onder de bijlaegen overgaat. we verzoeken eerbiedig verlof ons daar aan temogen gedrae„ gen, wijl we der bedienden dispositien, als door den visitateur g'examineerd en wel bevonden zijnde, ten sessie van den 8:' 7ber: geapprobeerd hebben: alleen noteeren we hierbij nog, ten g'eerde speculatie van uwe Hoog Edelheeden, dat we de 7. oxhoof„ den Engelsch bier, die volgens gemelde resolutie resolutie zuur en flaau van smaak bevonden, en ingekogt waren tot het proviandeeren van de scheepen, die 't regiment van Luxemburg overvoeren, aan dies leverancier weder heb Een laaten terug geeven. § 84. van de bevinding der uitgeleeverde lading te TrinKonomale, zullen de bedienden aldaer de eere hebben, 't nodig verslag direct aan uwe Hoog Edelheden te doen. 585. De lading van 't schip de Batavier is al- hier wel uitgeleeverd, volgens de daar van ingekomene bevinding, die g'insereerd is sij onse resolutie van den 22.:' 7ber:, waar van extract onder de bijlaegen gaat: eenelijk zijn er 5019. lb: rijst nat bevonden, ver- oorzaakt, volgens nevensgaande Copia scheeps verklaaring, door eene lekkagie in de lijf en zetnaaden tegen boord, als mede door de twee onderste schutpoorten, en een naad buiten boords onder de fokke rust aan bakboord zijde, waarin op de wijse tij 2736 rijse niet naar behooren hadde kunnen wor- ui den voorzien, zoo wegens de hooge en rolle zee, als door de ziekte van bijde de scheeps¬ timmerlieden, die geduurende de wijse bui= ten staat waren geweest, om eenige de min„ „ste dienst te kunnen doen: weshalven we deeze natte rijst, die nog briikbaar was voor het ver, per publicque vendutie voor het geldende hebben laaten verkoo„ pen. 586. De 23. baalen kaneel, die met deezen bodem zijn terug gebragt zijn van de leverantie van 1782., en bij de aantekeningen van deze levenantien, door den kap: van de kaneel gehouden, blijkt dat ze voor middel zoout gelevert zijn. we hebben deze 23. balen nader doen examineeren en zijn alle dezelve blijkens nevens gaande rapport, extra ordinair grot en zonder smaek bevonden, weshalven weze volgens ons besluit van den 9:e 7ber: aan den apothecar hebben laaten afgeeven, om te zien of er nog die uit te haalen §. 87. , van te de is. 2 § 87. De bevinding van de lading van 't schip de gouverneur Talck, nog niet ingekomen zijnde, zullen we uwen Hoog Edelheeden daar van bij onsen naasten verslag doen; Jntusschen hebben we de eene uwen Hoog Edelheeden te bedeelen, dat met dit schip zijn aange„ bragt: ongemunt goud aan staeven, als m:ss: 266: 11. 5. 22½. van 18. kar: 52. guijn: d— 212: 12. —. „ 15. „ B3 haar zilver mss: 2763. —. van 11. penn: 20. gr: voor Batavia, en aan kopere duiten ƒ 6160. –. –. Nederlandsch geld. 6. 88. Nopens 't voorsch: goud en zilver hebben we geene andere aanschrijvens, dan de gewoone aam„ reekeningen, waar bij echter niet blijkt, of 't goud van 15. karaten voor Ceilon of Korman„ del geschikt is. wij hebben nochtans, om dat dit goud niet is van 't essai, dat voor Ceilon ordinair wond uitgezonden, en

NL-HaNA_1.04.02_3792_0569 view scan ↗

English

and since we assumed that it would be a remainder of the lot which, according to the letters received anno passato from the Gentlemen Mayores, was to be sent via Ceilon for Kormandel, we offered the same to the Ministers at Paleakatta, and at the same time informed them that, out of necessity, we had to authorize the servants at Tutukorijn to have six bars of the 17 bars of which this gold consisted minted there into fanums. Since then, the § 89. But since then, the Tutukorijn servants have demonstrated to us that from the aforementioned gold of 18 carats 5 1/8 grains, no more was realized than 24873 pagodas, which were already disbursed except for a trifle, and can contribute little to satisfy the large demands for Europa, Batavia, Ceilon, and the Caab, with an urgent request that, while the year is drawing to a close, means be devised to provide them promptly with money, also giving us to know that they thought that of the gold of 15 carats, which could not be minted into ordinary Company pagodas without great loss, at least some bars could be disposed of on the same footing as if pagodas had been struck from it, and possibly also for the invoiced price from Europa, which would turn out to be another three-quarters percent more advantageous. § 90. The staying away of the Zeeland ship, with which we expect gold, places us in considerable embarrassment to be able to continue the collection; and the uncertainty as to when this ship will yet appear caused us on 30 September last to decide to authorize the Tutukorijn servants to try whether the remaining gold of 15 carats, which we had otherwise intended for Kormandel, could, according to their proposals, be disposed of; we have come to this decision the sooner because, if this gold really is for Kormandel, and might be absolutely necessary there, we can then, upon the arrival of the Zeeland ship, accommodate them with other gold. § 91. The Ministers at Koetsien had already shown us in the month of April last that Their Honors, through purchasing such large quantities of rice for this government and through other unusual expenses, were lacking money and had not the slightest resource there to obtain it, with the request that from the first gold we received from the Netherlands, we would send thirty thousand pagodas thither; and since then they have replied to our demand for 1200 lasts of rice that they will fulfill it if money is not lacking; and since, as already said, the gold received has yielded no more than upward of 24000 pagodas, and this is far from sufficient merely to keep the collection of piece goods going, we decided in the session of 9 September to detain here the silver brought for Batavia, and to ask the Ministers for information as to how far it would be necessary to provide them with cash from here, as well as whether the aforementioned silver can be sold at Koetsien without loss, or whether they would choose that we had rupees struck from it, according to the Surat monetary standard of 11 pennings and 8 grains. § 92. But upon the letters received thereafter from Tutukorijn, stating that the collection had virtually come to a standstill due to a lack of money, and that the best time was slipping away because the rainy monsoon was approaching, during which there is almost no delivery, we decided on 27 September to put it to the consideration of the servants at Tutukorijn what will be most advantageous for the Company if one had to make use of the aforementioned silver for the cloth trade, namely to mint it into rupees on the Surat monetary standard, or to sell it unminted; with authorization at the same time, if the collection absolutely could not be continued for lack of money, then provisionally to issue as much of this silver as would be necessary for the time being, for the same price as that for which the guilders were issued, provided attention is paid to the difference that exists between this silver and that of the guilders, in order to augment its price proportionately as well. § 93. Out of this silver, in so far as it can at all be spared, we shall also see to accommodate Koetsien somewhat, for which we have already given orders to the Tutukorijn servants, in the hope that meanwhile the Zeeland ship may appear. § 94. Meanwhile, we respectfully ask Your High Excellencies' pardon for having taken the liberty to dispose of this silver destined for Batavia, considering that we were compelled thereto by the utmost necessity, because the time is steadily approaching when our return ships must depart, and without this expedient we saw no chance of being able to fulfill at least a part of the demand. Concerning the Domestic Affairs we take the liberty, pursuant to our resolution of 11 September last, respectfully to represent to Your High Excellencies that the Boards which are charged with the administration of poor and orphan funds are considerably obstructed by the right which the Company exercises here to the special mortgages of administrators

Dutch transcription

2737 en we mits dien onderstelden, dat het een restant zoude zijn van de parthij, die volgens de in anno passato ontvangene aanschrijvens van de heeren Majones, over Ceilon voor kormandel stond gezonden te worden, 't zelve den Ministeren te Paleakatta aan- gebooden, en hun tevens bedeeld, dat we mits noodzaakelijkheid, den bedienden te Jutu„ korijn hebben moeten qualificeeren, van de 17. staaven, waaruit dit goud bestond, ses staaven aldaar tot fanums telaeten vermun- ten 't zedert hebben de § 89. Dan 't zedert hebben de Tutukorijnsche be„ dienden ons vertoond, dat van 't voorsch: goud van 18. kar: 5. L: gr:, niet meer zijn gekomen dan 24873. pag:, die reets op eene klijnig„ heid na waren uitgegeeven, en wijnig kun„ nen toebrengen, om de groote Eisschen voor Europa, Batavia, Ceilon en de Caab te voldoen, met instantig verzoek, om, terwijl 't Jaar na 't einde loopt, mid- delen delen te beraamen, om hun spoedig aan geld te helpen, geevende ons tevens tekennen, dat ze dachten, dat van 't goud van 15. kar:, 't welk niet zonder groot verlies tot gewone Comp:s pagooden konde worden vermunt, ten minsten eenige staaven zouden kunnen van de hand worden gezet, op denzelven voet, of en pa„ gooden van geslaegen waren, en mogelijk ook wel voor den aangereekenden prijs uit Europa, 't welk nog drie quant percent voordeeligen zoude uitkomen. § 90. Het weg blijven van 't seeuws schip, waermede wij goud verwagten, steld ons in merkelijke verleegentheid, om den inzaam te kunnen voortzekten; en de onzeekenheid, wanneer # 17 dit schip nog wel opdaegen zal, heeft ons op den 30: 7ber:, I: Leden doen besluiten, om de Tutukorijnsche bedienden te qualificee„ ren, om te beproeven, of het overig goud van 15. kar:, dat we anders kormandel had- den toegedacht, naar hunne propositien, konde 2738 konde van de hand gezet worden: we zijn te eerder tot dit besluit getreeden, om dat zoo dit goud werkelijk voor kormandel is, en daar volstrekt mogte nodig zijn, we hun dan bij arrive van 't Zeeuwsch schip, niet ander goud kunnen gerieven. § 91. De Ministers te koetsiem hadden ons reets in de maand april I:L: vertoond, dat hun Ed:, door zulke groote quantiteiten rijst voor dit gouvernement intekoopen, en door andere ongewoone uitgaven, geld gebaek en aldaar geen de minste resounce hadden, om daar aan tekomen, met verzoek dat we van het eerste goud, dat we uit Neder„ land kreegen, dertig duizend pagooden derwaards willen zenden; en zedert hebben dezelven, op onsen Eisch van 1200. Lasten rijst, geantwoord, dezelve te zullen vol- doen indien het aan geen geld ontbrak: en wijl, gelijk reets gezegd, het ontvan„ gen goud niet meer dan ruim 24000. pag: pag: heeft uitgeleeverd, en dit in verre na niet toerijkt, om den inzaam van lijnwaet slegts gaande te houden, hebben we ter sessie van den 9:' 7ber: beslooten, 't voor Batavia aangebragte zilver hier aante- houden, en de Ministers onderrigting te vrae„ gen; in hoe verre het nodig zoude zijn, dezelven van hier met Contanten te voorzien, zoomede, of te koetsien 't voorsch: zilver onschadelijk kan worden verkogt, dan wel of ze vertoosen dat we daarvan ropijen lieten slaan, naar den soenatschen munt voet van 11. penn: en 8. grijn § 92. Maar op de daarna ontfangene aanschrij„ vens van Jutukorijn, dat de inzaam we„ gens gebrek aan geld genoegzaam stilstond, en dat daarmede de beste tijd heen liep, wijl de negen mousson naderde, geduuren„ „de dewelke 'er bij na geene leeverantie is, hebben we op den 27. 7ber: besloo„ ten, den bedienden te Jutu Konijn in over 2739 overweeging te geeven, wat het voordeeligste voor de Comp: zal zijn, indien men tot den lijnwaat handel, van 't voorm: zilver moest gebruik maaken naamelijk het te vermunten tot ropijen op den soeaatschen muntvoet, dan wel onvermunt te verkoopen: met qua„ lificatie teffens om intusschen, zoo de inzaam bij gebrek van geld volstrekt niet konde worden voortgezet, als dan zoo veel van dit zilver, als voor eerst nodig zoude zijn, bij provisie uit te geeven voor den zelfden prijs, als waar voor de guldens zijn uitgegeeven, mits lettende op het verschil, dat 'er is tusschen dit zilver en dat van de guldens, om naar evenreedig„ heid ook den prijs daar van te augmen„ teeren. §93. we zullen uit dit zilver, voor zoo veel het eenig„ zins kan gemist worden, ook koetsiem wat zien te genieven, waar toe we reeds de Jutukonijnse bediendens last gegeven hebben, in hoope dat mid 595. middelerwijl het Zeeuwsche schip op daegen mag. §94. Jntusschen verzoeken we uwer Hoog Edelheeden eerbiedig om verschooning, over dat we de vrijheid hebben genomen, om over dit voor Batavia bestemd zilver te disponeeren; uit aanmer„ king dat we door de uitterste noodzaakelijk- heid daar toe zijn gedrongen, om dat de tijd vast aannaderd dat onze retourscheepen moeten vertrekken, en we zonder dit middel geen kans zagen, ten minsten een gedeelte van den eisch te kunnen voldoen. Betreffende de Huijsselijke bestellingen gebruiken we de vrijheid, om ingevolge ons besluit van den 11:' Sept: Jongstl:, uwer Hoog Edelheeden eerbiedig te vertoonen, dat de Collegien, welke met de administratie van armen en we„ zen middelen zijn belast merkelijk belemmert worden door 't recht, 't welk de Comp: hier oessend, om de speciaale hijpoteequen van administra„ teurs

NL-HaNA_1.04.02_3792_0575 view scan ↗

English

administrators who fall short, by way of preference: because said Boards therefore do not dare to risk advancing money to such persons, all the more since these, for the very same reason, can hardly find anyone willing to bind themselves as guarantor for them, and if they occasionally still obtain guarantors, these are nevertheless seldom sufficient enough for the creditors, in the absence of mortgages, to obtain full compensation. § 96. And because hereby the Boards often remain sitting on their funds, or must deposit them with the Company for less interest than they can get from private individuals, to the detriment of the poor and orphans: we therefore take the liberty of humbly submitting to your High Honours whether your Honours might not see fit to grant favourably that henceforth the action of the orphan chamber, native estate chamber, diaconate, and other such Boards that are appointed for the administration of orphan and poor funds, in case of shortfall or insolvency of administrators, may be preferred over special mortgages, above the claim of the Company. Judicial matters. § 97. In the month of February of this year, the lieutenants and sub-lieutenants of the regiment of Luxemburg, des Rozieus, Jissot, Joui, Bonnel, and Fabron went out on a hunting party, and in passing they called at the village of Kalanie, situated about 2 and a half hours walk from here, to view the heathen temple there. The four last-named were provided with firearms, and as they were all young people, they playfully shot dead some chickens belonging to the inhabitants along the way, of which they paid for some and others not; and having arrived in the temple at Kalanie, Fabron took a priestly robe that he found there, wrapped himself in it, and thus walked up and down a few times, after which he laid the robe down again. This, and the aiming by one of them with his firearm at the idol in the temple, certainly gave offense to some Sinhalese who stood by and watched everything; yet it would still have ended well if one of these Sinhalese, when Bonnel upon leaving tapped him on the shoulder saying good Boedoe, had not dealt Bonnel a slap in the face, whereupon this officer, unable to swallow that insult, dealt the said Sinhalese a blow with the butt of his musket, which unluckily struck another Sinhalese. Hereupon a party of Sinhalese gathered together, all armed with sticks, surrounded the aforementioned officers, and laid hands upon them, probably to disarm them, but this gave rise to these officers defending themselves and shooting at the crowd, whereby one Sinhalese fell dead instantly, and several others were lightly and severely wounded, of whom one more has since died. § 98. These officers, having thereupon on their return been met and brought in by a patrol sent out, were provisionally placed under arrest with the provost, and the fiscal was ordered to conduct an inquiry regarding the case; but while this was taking place, four of them, namely Gissot, Joui, Fabron, and Bonnel, escaped at night over the wall of the provost's dwelling, without anyone being able to discover whither they had gone. Meanwhile, the fiscal proceeded with his legal actions, and in the course thereof, it being found that Lieutenant des Roziers was innocent, he was released from his arrest; but on the other hand, the said defaulters and contumacious persons, upon the submitted intendit of the fiscal, were condemned by the Council of Justice of this Castle, upon our approbation, to be deposed from office, rank, and salary, and furthermore to be banished from all lands, cities, and places of the Company, without ever being allowed to enter them again, on pain of corporal punishment; with a declaration of not having earned any salary since the day of their arrest, and with condemnation of them, not only to the reimbursement of the medical expenses of the wounded and the burial costs of those shot dead, but also to a fine of 500 rixdollars for the benefit of the widows and children of the deceased, to the fine for the elapsed defaults, and to the costs and expenses of justice. § 99. Now, although it appeared very evident from the documents of this trial that everything the aforementioned four officers did on the way to Kalanie and there in the temple occurred out of jest, and that the whole accident was mainly caused by the rashness of the Sinhalese who struck Sub-Lieutenant Bonnel, and because the gathered Sinhalese surrounded them and attempted to disarm them, which gave occasion to these officers to defend themselves, perhaps without intention to take anyone's life: we nevertheless, in consideration that on account of their improper conduct they must be regarded as the aggressors, and because by violating their arrest they made themselves more suspect and more punishable, approved the aforementioned sentence of the Council of Justice at the session of 21 July last. § 100. Since then, Johanna Catharina van Dort, wife of the aforementioned Sub-Lieutenant Bonnel, has requested of us by petition that, whereas her husband has done nothing else

Dutch transcription

2740. teurs die te kort komen, bij weege van preferentie aanteslaan: wijl gemelde Collegien het daerom niet duwen waagen, aan de zulken geld op te schie„ ten, te meer deeze ook om dezelfde reden be„ swaarlijk iemand kunnen vinden, die zich voor hun als borg wil verbinden, en zoo ze nog al somtijds borgen bekomen, die nochtans zelden zoo sufficant zijn, dat de Crediteuren, bij het gemis van de hijpoteequen, eene volkoo„ mene schadeloos stelling kunnen erlangen. § 96. En wijl hier door de Collegien veel al met hunne gelden blijven zitten, of die bij de Comp: moeten deponeeren voor minder interest, dan ze van particulieren kunnen krijgen, tot na- deel van de armen en weezen: zoo neemen we de vrijheid uwen Hoog Edelheden nederig voor„ testellen, of hoog dezelven niet zouden kun- nen goed vinden, om gunstiglijk toetestaan„ dat voortaan de actie van de weeskamer, inlandsche boedelkamer, diaconie en andere diergelijke Collegien, welke gesteld zijn tot 9. den we„ nt t„ st tot het administreeren van weezen en armen middelen, in cas van te kort koming of insol„ ventie van administrateurs, mag worden geprefereerd op de speciaale hijpoteequen, W boven de pretentie van de Comp: Justitieele zaaken. § 97. Jn de maand februarij dezes Jaars zijn de luitenants en sous Luitenants van 't regi ment van Luxemburg, des Rozieus, Jissot, Joui Bonnel en Fabron op een Jacht parthij uitgegaan, en en passant deeden ze 't doup kalanie, omtrent 22. uuren gaans van hier gelegen, aan, om den Hijdenschen Tempel aldaar te bezien. De vier laatsten waren van schietgeweiren voorzien, en terwijl ze alle Jonge luijden waren schoo„ ten ze uit dantelheid onderwegen eenige hoenders van de ingezeetenen dood, waar van ze sommige betaalden en andere niet, en te kalanie in den Tempel ge„ komen, nam Gsabron een priesterlijk kleed 2741 kleed, dat hij daar vond, omzing zich daer — meede en wandelde dus eenige keeren op en neder, waar na hij 't kleed weder afleijde. Dit en het aanleggen door een hunner met zijn schietgeweir, op 't afgodsbeeld in den Jem- pel, gaf zeekerlijk aanstoot aan eenige singaleezen, die daar bij stonden en alles aan„ zagen; doch het zoude nog wel afgeloopen heb- ben, indien een deezer singaleezen, toen Bon„ nel in het heenen gaan, hem op den schouder kloppende, zeijde goede Boedoe, rem Bonnel niet een oorzijg hadde toegebragt, waarop deeze officier, dien hoon niet kunnende verduwen, gemelden singalees een slag met de kolf van zijn geweir toebragte, die onge„ lukkiglijk eenen anderen singalees trof. Hierop rotteden een parthij singaleezen tezamen, alle met stokken gewapend, om„ singelden de voorschreeve officieren en sloe„ gen de handen aan hun, waarschijnelijk om ze te ontwapenen, doch dit gaf aan aanleijding, dat deeze officieren zich te weer stelden en op de menigte schooten, waar door en een singalees oogenblikkelijk dood neder- viel, en ettelijke andere ligt en swaar ge„ blesseerd wierden, waar van het zedert nog één is komen te sterven § 98. Deeze officieren daarop in het terug keeren, door een uitgezondene patruilje ontmoet en opge„ bragt zijnde, zijn bij provisie bij den pre„ voost in arrest gesteld, en den fiscaal is gelast om enqueste nopens 't geval te doen; doch onderwijl dat dit geschiede, zijn vier hunnen, naamelijk Gissot, Joui, sabron en Bonnel, des nachts over de muur van de woning van den provoost g'echapeerd, zonder dat men heeft kunnen ontdekken, werwaards te zich hebben begeeven. De fiskaal is onderstusschen met zijne proce„ duures voortgegaan, en in den loop derzelve bevonden zijnde, dat de Luitenants des Raziers onschuldig was, is hij uit zijn ar„ rest ontslaagen, maar daar en tegen zijn gemelde 2742 gemelde defailjanten en gecontinuaceerden, op 't gediende jntendit van den fiscaal, door den raed van Justitie deezes Casteels, op onse approbatie, gecondemneerd, om van ampt, quali„ teit en gagie gedeponteert, en voorts ge„ bannen teworden uit alle landen, steden en plaatsen van de Comp:, zonder 'er ooit weder temogen inkomen, op pane van lijfstraf; met verklaaring van geene gagie gewonnen te hebben, zedert den dag van hun arrest, en met Condem„ natie van hun, niet alleen tot de vergoedinge van 't geneesloon der gekwetsten, en de beguaffe„ nis kosten der doodgeschootenen, maar ook in eene boete van 500 rd:s, ten behoeve van de weduwen en kinderen der overleedenen, in de boete van de verloopene defaulten en in de kosten en misen den Justitie. § 99: of schoon nu uit de stukken van dit proces zeer evident bleek, dat al het geen de voorsch: vier officieren, in het gaan na kalanie en al- daar in den Tempel hebben gedaan, uit boerterij boerterij was geschied, en dat 't geheele ongeval voornaamlijk veroorzaakt is door de voorbae„ righeid van den singalees, die den sousluitenant Bonnel heeft geslaegen, en door dat de samen„ gerotte singaleezen, hun omcingeld en getragt hebben te ontwapenen, waar door aan deeze officieren aanleijding gegeven is, om zich te weir te stellen, zonder intentie misschien om iemand aan 't leven te komen: hebben we noch„ tans, uit aanmerking dat ze wegens hunne ongepaste handelwijse, als de aggresseurs moe„ ten aangemerkt worden, en om dat ze door het violeeren van hun arrest, zich meer ver- dacht en staafbaarder gemaakt hebben, ter sessie van den 21: Juli I: L:, de voorsch: sen„ tentie van den raed van Justitie geappro- beerd. § 100. 't zeedert heeft Johanna Catharina van Dort, huisvrou van voorm: sousluit Bonnel, ons bij requeste verzogt, dat ver„ mits haare Man niet anders gedaan ƒ heeft 8

NL-HaNA_1.04.02_3792_0581 view scan ↗

English

has done, other than defending himself in distress against an armed superior force, and only fled from his arrest to avoid scandals, it might therefore please us, in consideration that he has otherwise always behaved piously and honestly, to pardon him for whatever he might have transgressed in this case, and thereby relieve him of the banishment decreed against him; undertaking to perform the imposed civil amends, as far as his share is concerned; but since the granting of such pardons depends solely upon Your High Nobilities, we take the liberty of submitting their request to Your High Nobilities by this means, and to that end we humbly present the aforementioned petition, together with the documents belonging to the trial, to the very same here attached. § 101. Last year, a maidservant who under the name Jesmina had been in servitude for about ten years at the house of the bookkeeper Arend van Hagt, addressed herself by petition to the fiscal here; making known that she, named Simbegewalli, born in the village Paentjalin Koeringie on the Madura coast, and now 10 to 12 years ago, had come down with her mother Ponnamaelle to Tutukorijn, and had settled there; but that one Rama Sawerie, having requested and obtained her from her mother under the promise of caring for her upbringing, brought her hither and placed her with the aforementioned van Hagt, where she was very well off as long as the aforementioned Rama Sawerie was alive, but after his death she had to endure unreasonable mistreatment and chastisements, and having finally learned that she was to be transferred as a slave to the daughter of van Hagt, she had sought an opportunity to escape and make her complaint: requesting thereby that justice might be done to her, so that she might retain her freedom and return to her country. § 102. Van Hagt thereupon addressed himself to the Council of Justice of this Castle, making known that he had bought the aforementioned maid in the year 1777 from Rama Sawerie for thirty rixdollars, of which he had immediately paid off 20 1/8 rixdollars, namely 15 1/8 rixdollars to the seller himself, and 5 rixdollars at his request to the commander of the sloop with which she had been brought over from Tutukorijn, for freight and other expenses; the payment of the remaining 9 7/8 rixdollars remaining deferred until Rama Sawerie should have procured the proof of ownership, which he was still expecting from Tutukorijn, and this he, van Hagt, proved with a private receipt signed by Rama Sawerie and two witnesses, with the affirmation at the same time that, through the death of Rama Sawerie, he had remained deprived of the promised proof of ownership; although the then first clerk of Tutukorijn, Lunel, upon his written inquiry, had acknowledged having received some Malabar olas from Rama Sawerie in order to pass a proof of ownership. § 103. But since it did not appear, therefore, that Rama Sawerie had bought the aforementioned maid and consequently had the right to sell her, van Hagt, in order to prove this, also submitted: a secretarial declaration of a slave named Maij, who testifies that he had been a slave of Rama Sawerie, and had been with him in Tutukorijn when Rama Sawerie, having bought this maid, had placed her with a certain woman, until he, returning hither, brought her along and sold her to van Hagt; a secretarial declaration of a Paravar, Bastiaan Santiagoe Kroes Fernandoe, son of the aforementioned woman, who declares having found the said maid with his mother, and having learned from this mother of his that Rama Sawerie had bought her and placed her there; and a declaration of the aforementioned commander, who attests that when he transported the maid from Tutukorijn, he had inquired after her with the aforementioned first clerk Lunel, and had learned from him that she was indeed a bought slave of Rama Sawerie. § 104. The fiscal, on the other hand, produced in favor of the maid the testimony of several persons whom he heard extrajudicially, namely: a sepoy named Wiranen, who declares that he served as a lascar with Rama Sawerie when the latter was in Tutukorijn, and on that occasion had seen that Rama Sawerie had requested and obtained this maid from her mother for her upbringing; and the former housekeeper of Rama Sawerie and the Moor Audel Kandoe Marthain Kader, who declared having learned from Rama Sawerie himself that she was a free maid whom he had taken in for upbringing. § 105. After several more papers had been submitted in this case, both by the fiscal and by van Hagt, the Council of Justice, by definitive sentence, declared the oft-mentioned maid to be a free woman, and condemned the estate of Rama Sawerie to the restitution of the money advanced by van Hagt, and also to the costs of these proceedings. § 106. Van Hagt has aggrieved himself to us concerning this sentence by a petition, which is attached to the documents of the trial, principally because the case had not been handled according to the customary style

Dutch transcription

2743 heeft, dan zich in nood te verweeren tegen een gewopende overmacht, en eenelijk uit zijn arrest is gevlugt, om schandaalen te ontgaan, het ons derhalven mogte behae„ gen, hem, uit aanmerking dat hij zich an„ ders altoos vroom en eerlijk heeft gedraegen, te pardonneeren het geen in dit geval mogte hebben misdreeven, en mits dien te ontheffen van 't tegen hem gedecerneerd ban„ nissement; aanneemende om de opgelegde Civiele beetering, voor zoo veel zijn aandeel betreft, te presteeren; Dan wijl het ver- leenen van diergelijke gratien, alleen depen„ deerd van uwe Hoog Edelheeden, neemen we de vrijheid haar verzoek uwen Hoog Edelheeden mits deezen voorte draegen, en bieden ten dien einde 't voorsz: request, met de stukken tot 't proces ge„ hoorende, hoogst dezelven nederig hier nevens aan. § 101. voorleeden Jaar heeft eene meid, die onder t: onder den naam Jesmina, Circum Circa tien jae„ ren in dienstbaerheid geweest is ten huijse van den boekhouder Arend. van Hagt, zich bij ne„ queste geaddresseerd aan den fiskaal alhier; te kennen geevende dat ze simbegewalli gen: in 't dorp Paentjalin koeringie ter kuste Ma„ duere gebooren, en nu 10. â 12. Jaaren geleeden, met haare moeder Ponnamaelle na Jutuko„ zijn afgekomen was, en zich daar nederge„ zet had; doch dat eene Rama sawerie, haer van haare Moeder verzogt en verkreegen hebbende, onder belofte van voor haare opvoe„ ding te zullen zorgen, haar herwaards ge„ bragt en bij voorm: van Hagt besteed had, alwaar zij het heel wel had, zoo lange voorsch: Rama sawerie in leven was, doch na zijn dood hadde zij onredelijke mishan„ delingen en kastijdingen moeten ondergaen, en eindelijk vernomen hebbende, dat ze als eene slavin aan de dochter van van kagt zoude overgetransporteerd worden, rad 27. 44 had zij geleegentheid gezogt om het te ont- komen en haar beklag te doen: verzoekende mits dien dat haar recht mogte worden gedaan, op dat ze haare vrijheid behou„ den, en na haar land terug keeren mogte. § 102. van Hagt heeft daarop zich geaddresseerd aan den Raad van Justitie dezes Casteels, te kennen gee„ vende, dat hij voorsch: meid in 't Jaar 1777. van Rama Sawerie had gekogt voor dertig uijxd:s, & waar van hij daedelijk 20 1/0. rd: had afbetaald, naamelijk 15 1/8 rd: aan den verkooper zelve, en 5. rd:s op zijn verzoek aan den gezaghebben van de sloep, waarmede ze van Tutukorijn was overgebragt, voor vragt en andere on„ gelden; blijvende de betaaling van de restee„ rende 9 7/8 rd:s uitgesteld, tot dat Rama sawverie 't eigendoms bewijs zoude hebben bezorgd, 't welk hij nog van Jutukorijn verwagtte, en dit bewees hij van Hagt met een onderhands bewijs, door Rama Sawerie en twee getuigen onderteekend, met betuiging teffens had teffens, dat door het overlijden van Rama sawenie, hij verstooken was gebleeven van 't beloofde eigendoms bewijs; schoon de toenmae„ lige eerste klerk van Jutukorijn Lunel, op zijn aanschrijven; erkend had eenige Mallabaarsche olas van Ramasawerie te hebben ontfangen, om een eigendoms be„ wijs te passeeren. § 103. Dan wijl het derhalven niet bleek, dat Rama sawerie de voorsch: Meid gekogt en mits dien recht had om haar te verkoopen, heeft van tagt om dit te bewijsen, tevens overgelegd. eene secretarieele verklaaring van eenen slaat gen: Maij, die getuigd, dat hij een slaat van Rama sawere was geweest, en zich met hem te Jutukorijn bevonden had, toen Rama sawerie deeze meid gekogt hebbende, bij zeekere vrou besteed had, tot dat hij herwaarts terug keerende, haar mede gebragt en aan van Hagt verkogt had eene 2745 eene secretarieele verklaaring van eenen parua Bastiaan Santiagoe Kroes fernandoe, soon van evengem: vrou, welke verklaerd gem: Meid bij zijne Moeder gevonden, en van deeze zijne moeder vernomen te hebben; dat Rama Sawerie haar gekogt en daar besteed had; en eene verklaaring van voorsch: gezaghebber, die attesteerd, dat een rij de Meid van Jutuko„ rijn vervoerde, zich bij voormelden eersten klerk Lunel na haar g'informeerd, en van hem vernomen had, dat ze werkelijk eene gekogte slavin van Rama Sawerie was. —§ 104. De fiskaal heeft daar en tegen, ten voordeele van de Meid bijgebragt het getuigenis van verschijde perzonen, die hij extra Judiceel heeft gehoord, naamelijk: een sipahi gen:t wiranen, die verklaard, dat hij bij Rama sawerie, toen deeze zich te Jutukorijn bevond, als Laskorijn gediend § 106. gediend en bij die geleegenheid gezien had, dat Rama saiverie deeze meid van haare moeder ter opvoeding verzogt en verkreegen had, en de gew: ruijshoudster van Rama Sawverie en de moor Audel Kandoe Marthain Kader, welke verklaarden van Rama Sawverie zelve vernomen te hebben, dat ze eene vrije meid was, die hij ter opvoeding had aangenomen. § 105. Naa dat in deeze zaak nog verschijde papie„ ven waren ingediend, zoo door den fiscaal als door van Hagt, heeft de raad van Justitie, bij disfinitive sententie, meermelde meid ver- klaard te weezen eene vrije vrouw, en den boedel van Rama Saiverie gecondemneerd, tot de restitutie van het door van tagt uit„ geschooten geld, en ook in de kosten van deeze proceduures. van Hagt heeft zich over dit vonnis, bij een request, dat onder de stukken van 't proces is gevoegd, bij ons beswaerd, voornaa„ melijk om dat de zaak niet naar den steil

NL-HaNA_1.04.02_3792_0587 view scan ↗

English

style of proceeding, and he therefore had no knowledge of all the writings that the fiscal has submitted, since in this case no terms were observed, but the fiscal repeatedly provided reports on the petitions of van Hagt, of which he received a reading, without any mutual summons of the parties having taken place to see each other's writings served; and nor were the proofs, which were obtained either privately or notarially, brought into formal legal evidence: wherefore he requested us that, because the matter in question was beneath the appealable sum, we would set aside the aforementioned verdict, and on the other hand grant him permission to have his proofs sworn under oath, and by virtue of the same to allow a proof of ownership of the aforementioned maid to be passed in his name, promising never to mistreat her on account of her bad step, nor to tolerate that it be done by others. Paragraph 107. This petition having been placed in the hands of the Council of Justice to provide a report thereon, the same has demonstrated by a petition, which is also placed among the documents of the trial, that the grounds upon which the aforementioned verdict rests mainly consist in this: 1. that the private deed of sale produced by van Hagt, besides the defects it had in its form, was also inadmissible according to our edict of 1 August 1771, whereby the buying and selling of slaves on private deeds is prohibited. 2. that the ten-year stay of the maid with van Hagt provides no proof of slavery, because here many free people engage themselves for food and clothing, and thus remain serving for long years; and 3. that the proofs produced by van Hagt did not sufficiently substantiate that the maid had been a slave of Ramasawerie when he sold her to van Hagt. Paragraph 108. In our deliberations held on 8 August concerning this matter, the opinions were very divided to be able to take a decisive resolution in so important a case. The dessave prets and Trade Bookkeeper Raket were in favor of the approval of the judicial verdict. Lieutenant Colonel Jilenius maintained that the proofs ought to be brought into formal legal evidence before one could decide upon it, and the Pay Bookkeeper Holst advised the adjudication of the request of van Hagt, namely to set aside the verdict of the court, and to permit him, van Hagt, after his witnesses shall have taken the oath, to allow a proof of ownership of the maid in question to be passed in his name; provided that he would immediately have to sell her in order to be transported from here. The Governor could not join with the members who were in favor of the approval of the verdict, because the handling of the case occurred completely informally, yet he could also not join with the two other members to award the maid to him after the swearing-in of the witnesses of van Hagt, because in his view, owing to the defect in the proceedings held, the case ought to be resumed anew in raw action. Paragraph 109. Now, because appealing to the Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle of Batavia, especially in cases such as these, generally involves long and very troublesome consequences, and that to place the matter again in such a state that it could be litigated in raw action also appeared somewhat questionable to us, we have resolved with unanimity of votes to bring this occurrence to the very esteemed disposition of Your High Excellencies, as we take the liberty to do by this, and for that purpose humbly offer all the papers relative to the case under the enclosures hereof to the Very Same. Paragraph 110. But because in the writings of the fiscal and in the report of the Council of Justice mention is made of the edict of the year 1771 prohibiting the buying and selling of slaves on private deeds, we must furthermore only remark here, for the information of Your High Excellencies, that since and even a short time after the enactment of that edict, it has often happened, as appears from many of our resolutions, that authorization was granted by us to allow secretarial deeds to be passed for slaves who had been bought on private deeds, without the violation of the aforementioned edict being taken into consideration as a motive that could prejudice the ownership of the buyer, and that we therefore maintain that such cannot properly take place in this particular case either. Paragraph 111. It frequently happens here that in civil cases which are beneath the appealable sum, the aggrieved party addresses us in order to obtain redress; and it will consequently serve greatly to our peace of mind if Your High Excellencies could see fit to instruct us for our future governance as to how far we may go in such cases in order to grant satisfaction to people who might indeed appear to have been aggrieved by the judgment of the Judge.

Dutch transcription

2746. steil van 't procedeeren is getracteerd, en hij dus geen kennis van alle de schriftuuren heeft gehad, die de fiskaal heeft inge„ diend, vermits in dit geval geen termijnen geobserveerd zijn, maar de fiskaal telkens van bericht heeft gediend op de addressen van van Htagt, waar van hij lecture kreeg, zonder dat 'er eenige wederzijdsche dag„ vaarding van parthijen is geschied, om el kan„ ders schriftuuren tezien dienen; en zijn ook de bewijsen, die of onder de hand of notarieel zijn ingewonnen, niet gebragt in forma probantie: weshalven hij ons verzogte, dat we, wijl de questi was beneeden de somma appellabilis, het voorm: vonnis buiten effect wilden stellen, en rem daarentegen vergunnen, om zijne bewij- sen telaaten beeedigen, en uit kragte derzelven een eigendoms bewijs van meerm: meid, op zijnen naam temo„ gen laaten passeeren, beloovende haar 2a uit„ ze is,bi „ en haar, wegens haare kwaade stap, nimmen kwalijk te zullen behandelen, noch ge„ doogen dat het door anderen wierd ge daan. § 107. Dit request gesteld zijnde in handen van den raed van Justitie, om daarop te dienen van bericht, heeft dezelve bij een addres, dat almede onder de stukken van 't proces is gelegd, vertoond, dat de gronden, waarop 't voorm: vonnis nust, hoofdzaakelijk daar in bestaan: 1. dat 't onderhands verkoops bewijs, door van Hagt geproduceerd, behalven de defecten die het in zijne inrigting had, ook onbestaanbaar was, volgens ons placcaat van den 1:e aug:s 1771., waar bij het koopen en verkoopen van slaeven op onderhandsche bewijsen is verbooden. 2. dat het tien jaarig verblijf van de Meid bij van Hagt, geen bewijs van slaavor„ nij uitleeverd, om dat hier zich veele vrije 2747 vrije lieden voor de kost en kleeding engagee„ ren, en dus lange jaaren blijven dienen en 3. dat de geproduceerde bewijsen door van Hagt, niet genoegdoende staafden, dat de meid eene slavin van Ramasa„ werie was geweest, toen hij ze aan van Hagt verkogtte. § 108. Jn onze op den 8:e aug:s gehoudene deliberatien. over deeze zaak, wanen de sentimenten zeer verschillende, om in een zoo gewigtige zaak een decisief besluit te kunnen neemen. De dessave pretz: en Negotie boekhouder Raket, waren, voor de approbatie van 't Justitiel vonnis. De luitenant Colonel Jilenius sustineerde, dat de bewijsen dienden teworden gebragt in forma probanti, een men daarop konde disponeeren, en de zoldij boekhouder Holst adviseerde, tot adjudicatie van 't ver„ zoek van Hagt, om naamelijk, 't vonnis f van den gerechte te stellen buiten effect, en en hem van Hagt te permitteeren, om na dat zijne getuigen den Eed zouden hebben gedaan, een eigendoms bewijs van de meid in questi, op zijn naam temogen laaten pas„ seeren; mits dat hij haar ten eersten zoude moeten verkoopen, om van hier teworden vervoerd. De gouverneur konde zich bij de leden niet voegen, die voor de approbatie van 't vonnis waren, wijl de behandeling van de zaak volstrekt informeel is geschied, doch konde hij zich ook bij de twee andere leden niet voegen, om naa de be-eediging van de getuigen van van Hagt, de meid aan hem toetewijsen, om dat naar zijn inzien, wegens het defect in de gehoudene proceduures, de zaak wel in raau actie diende hervat te worden. §109. wijl nu het appelleeren aan den Edelen agtb: raad van Justietsie des kasteels Batavia, inzonderheid in zaken als deze, doorgaan van lange en zeer moejelijke nasleep zijn, en 2748 en dat om de zaak wederom te stellen indien staat, dat daar over in rauw actie konde worden geprocedeert, ook ons wat bedenkelijk is voorgekomen, hebben we met eenparig- heid van stemmen beslooten, dit voorval te brengen ter zeer g'eerde dispositie van uwe Hoog Edelheeden, gelijk we de vrijheid ge„ bruiken te doen door deezen en daar toe alle de papieren tot de zaak relatief, onder de bijlaegen deezes hoogst dezelven nedrig aanbieden. § 110. Dan wijl bij de schriftuuren van den fiscaal en bij 't bericht van den raad van Justitie, wond gewag gemaakt van 't placcaat van 't Jaar 1771. verbiedende het koopen en ver„ koopen van slaeven, op onderhandsche bewij„ sen, moeten we hierbij, tot informatie van uwe Hoog Edelheeden, nog eenelijk aan„ merken, dat het zedert en wel zelfs korten tijd na het arresteeren van dat placcaat„ dikwijls gebeurd is, gelijk blijkt bij veele onse s gen gtb: zy 9 onse resolutien, dat door ons qualificatie is — verleend, om voor slaeven, welke op onderhandsche bewijsen gekogt waren, secretarieele bewijsen telaaten passeeren, zonder dat het overtree= den van 't voorsch: placcaat, als eene motief is in aanmerking gekomen, die de eigendom van den kooper konde benaadeelen, en dat we daerom sustineeren, dat zulks ook in dit bezonder geval, niet gevoeglijk plaats kan hebben. § 111. Het gebeurd hier veeltijds dat in Civiele zae„ ken, die beneeden de somma appellabilis zijn, de benadeelde parthij zich aan ons addues„ seerd, om redres temogen hebben; en het zal mits dien zeer tot onse gerustheid strekken, indien uwe Hoog Edelheeden konden goed„ vinden, ons tot onser bestiering in den aan„ staande te onderrigten, in hoe verre wij in zulke gevallen mogen gaan, om aan luijden, die het blijken mogten inderdaed bij het ge„ wijsde van den Rechter tezijn benaadeeld, voldoening

NL-HaNA_1.04.02_3792_0593 view scan ↗

English

to provide satisfaction. Section 112. In fulfillment of Your High Nobilities' command, contained in the highly esteemed missive of 17 November 1786, to have the Major and former head of the Militia at Nagapatnam Haselman prosecuted here before the Court of Justice, we requested the Paleakat Ministers, by separate letter of 20 February 1787, to be so good as to send him hither by the first opportunity, together with the documents belonging to his case. Upon this, the Ministers informed us, by letter of 23 January of this year, that his illness had greatly increased and that he was moreover now blind, transmitting to us along with it a copy of a letter written some time before by his wife to the late Honorable Commander Blaaukamer, together with three certificates from two doctors and a surgeon, serving as proof that the said Major was not in a condition to undertake the voyage to Ceylon. But as it was beyond our power to excuse him from coming hither, we requested the Ministers, by letter of 30 April of this year, to have him further notified to betake himself hither as soon as possible; whereupon the Ministers, together with a letter of 31 August, transmitted to us a copy of a further letter from the wife of the aforementioned Major Hazelman, wherein she testifies that her husband is in the utter impossibility of being able to undertake a voyage; but the certificate of the English doctor at Nagapatnam mentioned in this letter, we have not received. We respectfully request Your High Nobilities to be pleased to furnish us with your supreme further pleasure regarding this matter, and take the liberty, for Your High Nobilities' inspection, to include among the enclosures to this letter the aforementioned copies of letters and certificates. Further Domestic Orders Section 113. From the ship Alblasserdam, on account of illness, three eastern soldiers have remained behind at Gale, named Marta of Samarang, Sidien of Batavia and Mingo of Jakatra, whom we have since, at their request, enlisted into the eastern Company of Captain Jalip; and as they have requested us to be permitted to have their accrued wages, we take the liberty of requesting Your High Nobilities that we may be informed how much they had due to them when they were discharged from the ship at Gale. Section 114. The Captain in the Regiment of Luxembourg, de Roques, has requested us for the restitution of the money that accrued to him from the estate of the late Coromandel Governor van Vlissingen, for the jewels of his wife sold at Madras, which had been pawned by the said Mr. van Vlissingen. Your High Nobilities had the goodness, by missive of 19 August 1785, to permit this money, amounting to six thousand rixdollars, to be paid out to him under an obligation of restitution, but he has until now left it standing with the Company at interest; and as he now had to return with the regiment to Europe, and was not in a condition to provide sureties for it, as we have already had the honor to inform in our respectful letter of 18 May 1785, we resolved on 23 July last to grant his request and to have the aforementioned amount paid out to him. We found the less difficulty in this because we maintained that his right thereto cannot be disputed, and if it should contrary to our expectation be found otherwise, he, de Roques, left behind among his wife and attorneys quite enough that this sum can if necessary be restored to the Company. Section 115. Since then the Bookkeeper Adamsz, who likewise has a similar claim on the estate of the late Mr. van Vlissingen on account of sold jewels of his wife, and has already received this money, likewise amounting to six thousand rixdollars, under cautio de restituendo, as we have informed Your High Nobilities in our aforementioned respectful letter of 18 May 1785, has requested us that this security might be canceled; but as he is not in the same situation as Captain de Roques, and consequently the disposition on this request of his can brook delay, we resolved at the session of 13 August to bring it to the attention of Your High Nobilities, and to await thereon your supreme pleasure. Section 116. The Commandant of the Wanni, Nagel, has represented to us that he does not have the least income as a means of subsistence, requesting that we would be pleased to grant him, just as has been granted to the Dissave of Mature, the excess measure of 10 percent on the paddy that the Wanni gives to the Company, and some fields instead of a pantry village. The Dissave of Mature and the Chief of Battikaloa have always had ten percent of the paddy that comes in for the Company as revenue in each district, and is delivered with this excess measure, it even amounting to somewhat more in the Batticaloa district; also the Mature Dissave as well as that of Colombo and the Chief of Batikaloa each have a pantry village, of which they enjoy the revenues that belong to the Company as a means of subsistence; and as the Commandant of the Wanni has nothing else than solely his salary and emoluments, while he nonetheless, by virtue of his office, must make various expenditures and also has some expenses in the correspondence with the neighboring Wannias of Nogore and Soeneli in order to live on good terms with them, we have, at the session of 8 August

Dutch transcription

2749 voldoening te bezorgen. § 112. Jn voldoening aan uwer Hoog Edelheeden bevel, vervat bij zeer ge-eerde missive van den 17=e 9ber: 1786., om den Majoor en gew: hoofd dok Militie te Nagapatnam Haselman, alhier voor den raad van Justitie te doen actioneeren, hebben we bij aparten brief van den 20:' febr: 1737. , de Paleakatsche Ministers verzogt, hem, ne„ vens de stukken tot zijne zaak gehoorende, met den eersten herwaarts te willen zenden. Hierop hebbende Ministers ons, bij brieve van den 23:e Janu: deezes jaars, bedeeld, dat zijne ziekte zeer toegenomen en hij daar bij tans blind was, ons daarnevens toe„ zendende een Copia brief, door zijne huijsvrouw eenigen tijd te vooren aan wijlen den E: gezag„ hebber Blaaukamer geschreeven, nevens drie attesten van twee doctoren en een Chirurgijn, ten blijke dat gemelde Majoor niet in staat was tot de rijse na Ceilon. Doch wijl het buiten ons vermogen was, om hem van de overkomst her„ waarts te excuseeren, hebben we den ministeren bij N eeld bij brieve van den 30:e april dezes Jaars verzogt, hem nader te doen aankondigen, om zich zoo dra doenlijk dit heen te begeeven: waerop de Ministers ons nevens brieve van den 31: e aug:s, hebben toege„ zonden Copia van eenen naderen brief van de huijsvrouw van meerm: Majoor Hazelman, waar bij ze betuigd, dat haare Man in de finaale onmogelijkheid is, om eene rijse te kunnen onder- neemen; doch 't bij deezen brief vermelde at„ test van den Engelschen doctor te Nagapatnam, hebben we niet ontvangen. we verzoeken uwe Hoog Edelheeden eerbiedig, ons niet hoogst der- zelver nader goedvinden hieromtrent tewil„ len munieeren, en neemen de vrijheid, tot uwer Hoog Edelheeden speculatie, onder de bijlaegen deezes telaaten overgaan, de voorsch: Copia brieven en attesten. Verdere Huijsselijke bestellingen §: 113. Van 't schip Alblasserdam zijn, mits ziette, te Gale verbleeven drie oostersche soldaeten, met naamen Marta van Samarang, sidien van 2750 5 114. van Batavia en Mingo van Jakatra, dien we 't zedert op hun verzoek hebben ingetrokken bij de oostensche Comp:e van den Capitein Jalip; en wijl ze ons hebben verzogt; hunne tegoed gemaakte gagie temoogen hebben, neemen we de vrijheid uwe Hoog Edelheden te verzoeken, dat ons „hebben mag worden bedeeld, hoe veel ze te goed „ gehad, toen ze te Gale van 't schip zijn geligt. De Capitein in 't regiment van Luxemburg de Roques, heeft ons verzogt om de restitu„ tie van 't geld, dat hem uit den boedel van wijlen den Heer kormandelsch gouverneur van vlissingen toekwam, voor de te Madraft. verkogte Juweelen van zijne huijsvrouw, wel„ „ke door gemelden Heer van vlissingen waren verpand geweest. uwe Hoog Edel- leden hadden de goedheid, bij missive van den 19. aug:s 1785. te permitteeren, om dit geld, bedraegende ses duizend rijxd:s, on„ der verbintenis tot restitutie aan hem te mogen uitkeeren, doch heeft hij het tot nog zigt a ns enge„ h: sidien nog toe, op interest, bij de Comp:e laaten staan: en wijl hij nu met 't regiment na Europee moest terug keeren, en niet in staat was om daar voor borgen te stellen, gelijk we dat neets de eer hebben gehad te bedeelen, bij onsen eerbiedigen van den 18:e Maij 1785. , hebben we op den 23:' Juli I:o L: beslooten, in zijn verzoek te bewilligen en 't voorsch: bedrae„ gen aan hem telaaten uitkeeren. we hebben daarin te minder swaarigheid gevonden, om dat we sustineerden, dat zijn recht daar toe niet kan worden betwist, en zoo het ook tegen onze verwachting anders mogte worden be„ vonden, hij de Roques onder zijne huijsvrou en gemachtigden nog wel zoo veel agterliet; dat deese som des noods weder aan de Comp: kan worden gerestitueerd. § 115. Het zedert heeft ook de boekhouden Adamsz:, die mede wegens verkogte Juweelen van zijne huijsvrouw, eene gelijke pretentie op den boe„ del van wijlen den Heer van Vlissingen heeft 2751 heeft, en dit geld, bedraagende insgelijks ses duizend rijxd: reets onder Cauti de restituendo heeft ontvangen, gelijk we dat uwen Hoog Edelheeden hebben bedeeld, bij voorsch: onsen eer- biedigen van den 18:e Maij 1785. , ons verzogt, dat deeze Cautie mogte worden vernietigd; maar wijl hij niet is in 't zelve geval met den Capitain de Roques, en mits dien de dispo„ sitie op dit zijn verzoek uitstel kan veelen, hebben we ter sessie van den 13:' aug:s beslooten, het te brengen onder het oog van uwe Hoog Edelheeden, en daarop hoogst derzelven goed„ vinden aftewagten § 116. De Commandant van de wanni Nagel, heeft aan ons vertoond, dat hij het minste in„ komen niet heeft, tot een middel van bestaan, met verzoek dat we aan hem, even gelijk aan den Dessave van Mature is vergund, wilden toeleggen de overmaat van 10. p:r C=o op de Neli die de wanni aan de Compe: geeft, en eenige velden in steede van een Dispens : s Dispens-dorp: De dessave van Mature„ en 't opperhoofd van Battikaloa, hebben altijd tien p:r C:o gehad van de Neli, die we„ gens gerechtigheid in elks district voor de Comp: inkomt, en met deze overmaat gele„ vert word, zelfs bedraagt het in het Ba„ tikalose iets meer, ook hebben de naturee„ sche dessave zoo wel als die van kolombo en het opperhoofd van Batikaloa elk een dispens dorp, waar van ze de gerede„ tigheeden, die de Comp:e toekomen, tot een middel van bestaan genieten; en wijl de Commandant van de wanni niets an„ ders heeft, dan alleen zijne gagie en emo„ lumenten, daar hij nochtans, uit hoofde van zijn ampt, verscheide depenches moet doen, en nog al eenige ongelden heeft in de Correspondentie met de naabuurige wannias van Nogore en soeneli, om met hun in goede verstandhouding te leven, hebben we ter sessie van den 8=e aug=s

NL-HaNA_1.04.02_3792_0599 view scan ↗

English

2752 August last resolved to propose to Your High Excellencies, as we take the liberty to do herewith, to have the Nelij that is collected for the Company's dues in the wannies delivered henceforth with an overmeasure of 10 percent, and to assign this overmeasure to the Commandant of the wanni, now and in time, in accordance with the request of Captain Nagel, as a means of subsistence; and furthermore, instead of the dues of an entire village, to grant to him and his successors in time the yield of four fields that lapsed to the Company, which the wannias formerly possessed, and which in the year 1786 together yielded 1059 parras of Nelij. In case it might please Your High Excellencies to favorably grant this, then we humbly request that the enjoyment thereof may be allowed to Captain Nagel, since he entered into the administration of the wannie. Section 117. The officers of the Company of sumanappers, who are stationed in garrison at Trinconomale, have requested us that their salary might be equalized with the officers of other eastern Companies who are stationed there; the more so because they have already served for some years for a lower salary. From this Company, the Captain receives 20 rd:s, a lieutenant 12 rd:s, and an ensign 10 rd:s per month, whereas of the ordinary eastern troops, a Captain receives 26 rd:s, a lieutenant 16 rd:s, and an ensign 12 rd:s per month. This difference in salary, although based on the contract of engagement, causes some jealousy among these people, as they all perform equal service and are subject to the same expenses. We have therefore promised them that we will submit their request to Your High Excellencies, as we now have the honor 2753 to do, with the respectful request that Your High Excellencies may be pleased to authorize us to permit the officers of the aforementioned Company, as well as the officers of the other Company of sumanapers which for some time was stationed in garrison in the wannij and is now also at Trinkonomale, to be provided with the very same salary as is enjoyed by the officers of the eastern Companies who were stationed on Ceilon before the last war. Section 118. The eastern ensign Samsoedien, also currently stationed in the Trinconomale garrison, has shown us by a petition, which is forwarded among the annexes, that since the surrender of Nagapatnam to the English until the month of November 1786, when he was re-engaged in the Company's service, he had neither maintenance nor pay; requesting that we, as was done for other Company servants, would cause to be credited to him his accrued five years' pay: in consideration that he disregarded all advantageous offers and strong solicitations from the English and native grandees there to enter their service, but returned to the Company, and that in the meantime he had to manage very poorly, and not only had to sell his goods, but also had to run heavily into debt. We did not deem ourselves authorized to decide on this request, much as we maintained that it deserved equitable consideration, and therefore take the liberty to solicit Your High Excellencies' decision thereon most humbly. Section 119. The office of Dessave of Colombo, which has lost considerably in income by not taking paresses, is moreover still quite somewhat diminished by the regulation of the taverns outside the city and the arrangements 2754 that were made regarding this about three years ago. The latter could, so it is said, in former years be reckoned at 1500 to 2000 rd:s per year. The outer arrack farm, under which the aforementioned farm of the taverns is included, from the year 1772/73 to 1785/86, and thus in 14 years, yielded no more than rd:s 42115, being on average one year with another rd:s 2811. After the new arrangement, this farm has, in the last three years, yielded rd:s 34100, being rd:s 11366 per year. Section 120. When a very similar farm at Gale, in the year 1784, was considerably increased in yield by an arrangement introduced there at that time, in consideration that the fiscal at Gale had enjoyed some benefits which he now had to forgo because of this arrangement, as appears from our resolution of 30 September 1784, it was granted to the said fiscal henceforth to enjoy from this farm all that it yields above 500 rd:s, until it amounts to 800 rd:s and above. And as the office of Dessave at Colombo is truly barely provided for enough to properly subsist thereon, we hope not to do wrong by proposing to Your High Excellencies whether Your Excellencies, on the grounds of the aforementioned considerations, might not be pleased to favorably grant that the Dessave of Colombo may enjoy, from the aforementioned Colombo outer arrack farm, that which it yields above 8000 rd:s per year, until it yields 10000 rd:s and above: and this the more so, because the good supervision of the Dessave, in having the established order concerning the taverns properly observed, contributes very much to this farm being farmed out so high at present. Section 121. We take the liberty to present to Your High Excellencies, among the annexes hereto, a petition from the junior merchant Johan Fredrik Conradi, in which he has requested our intercession with Your High Excellencies to obtain

Dutch transcription

2752 aug:s I: L: beslooten, uwen Hoog Edelhee„ den voortedraegen, gelijk we de vrijheid ge„ bruiken mits dezen tedoen, om de Nelij die voor komp:s geregtigheid in de wannies in komt, voortaan te doen leveren met een overmaet van 10. ten hondert, en om deeze overmaet den Commandant van de wanni, nu en in der tijd, over eenkomstig 't verzoek van den Capitein Nagel, tot een middel van be„ staan toeteleggen; en voorts om in stede van de gerechtigheden van een geheel dorp, hem en zijne opvolgers in der tijd toetevoegen 't gewasch van vier aan de Comp: vervallene velden, die de wannias eertijds hebben bezeeten, en die in 't Jaar 1786. met den an„ deren hebben opgebragt 1059. parras Neli„ Jngevalle het uwe Hoog Edelheeden mog„ ten behaagen, dit goedgunstig te accordee„ ren, dan verzoeken we nedrig, dat het genot daar van aan Capitein Neegel mag wor- den vergund, zedert dat hij is getreeden in e„ „ een - de. „ o„ de et 8en in het bestier van de wannie. §117. De officieren van de Compagnie sumanappers, die te Trinconomale in guarnisoen legd, hebben ons verzogt om in hun tractement, temogen worden gelijk gesteld met de officieren van andere oostersche Compagnien, die aldaar bescheijden zijn; te meer zij reets eenige jaaren voor een minder tractement hebben gediend. van deeze Comp: genieten smaends de Capitain 20. rd:s, een luitenant 127. rd:s en een vaandrig 10. rd, s daar van de ge„ woone oostersche troepes, een Capitain 26. rd:s een luitenant 16 rd:s en een vaandrig 12. Ed: smaands geniet. Dit verschil in trac„ tement, schoon gegrond op 't Contract van engagement, baard eenige Jalousie bij deeze luijden, wijl ze alle gelijke dienst doen, en aan dezelfde onkosten onderworpen zijn. we heb ben hun derhalven toegezegd, dat we hun verzoek uwen Hoog Edelheeden zullen voordraegen, zoo als we dat de eer 2753 eer hebben tans te doen, met eerbiedig ver- zoek, dat uwe Hoog Edelheeden ons ge„ lieven te qualificeeren, om aan de officieren van gem: Comp:, zoo wel, als aan de officieren van de andere Comp: sumanapers die een tijd lang in de wannij heeft in garnisoen gelegen, en nu ook te Trinkonomale is, even het zelfde tractement temogen laeten verstrekken, als genieten de officieren van de oostersche Comp:, die voor den laatsten oorlog op Ceilon zijn bescheiden geweest. § 118. De oostersche vaandrig samsoedien, mede tand in 't Trinconomaalsch guarnisoen bescheiden, heeft ons bij een request, dat onder de bijloe„ gen overgaat, vertoond, dat hij zedert den overgang van Nagapatnam aan de Engel- schen, tot de maand 9ber: 1786. , wanneer hij weder in 's Comp:s dienst is g'engageerd, geen onderhoud noch bezolding gehad heeft; met verzoek dat we, even als is geschied aan andere Comp: dienaeren, aan aan hem wilden laaten goed doen, zijne te goed gemaakte vijfjaarige bezolding: uit aanmer„ king dat hij, alle voordeelige aanpresen„ tatien en sterke aanzoeken van de Engelscheen en inlandsche grooten aldaar, om bij hun dienst teneemen, niet geacht, maar zich weder bij de Comp: vervoegd heeft, en dat hij intusschen zich zeer anmoedig had moeten behelpen, en niet alleen zijne goederen verkoopen, maer ook zich zeer in schulden steeken moeten wa„ hebben ons niet bevoegd g'oordeeld, om op dit verzoek te disponeeren, hoe zeer we ook sustineerden, dat het eene billijke re„ flectie verdiende, en gebruiken derhalven de vrijheid, daarop uwer Hoog Edel„ heden dispositie nederigst te insteeren. § 119. Het ampt van Dessave van kolombo, dat niets merkelijk in de inkomsten verlooren heeft, door het niet neemen van paressen, is boven dien nog vrij wat vermindert, door het bepaalen der schaggerijen buiten de stad en de schik= kingen 2754 kingen, die daar omtrend voor omtrent voor onstvoort drie jaaren zijn gemaakt. Dit laatste kon, zoo men zegt, in vroegene jaaren op 1500. â 2000. rd:s sjaans gereekend worden. De buiten aaraks pagt, waer„ onder de voorsch: pagt der schaggerijen begreepen is, heeft van het Jaar 17 23/2. tot 17 3/6. , en dus in 15: Jaaren, niet meer gerendeerd dan rd:s 42115. zijnde het eene jaar door het andere rd:s 2811. –. Na de nieuwe schikking heeft deeze pagt, in de drie laatste jaaren, gedaan rd:s 34100: - zijnde jaars rd:s 11366. –. –. 5120 Toen een even diergelijke pacht te Gale, in 't Jaar 1784. merkelijk hoogen was genesen, door eene schik„ king daar te dier tijd ingevoerd, is uit aanmer- king dat de fiskaal te Gale eenige voordee„ len hadde genooten, die hij door deeze schik„ king nu moest missen, blijkens onse resol: van den 30: 7ber: 1784. , aan gemelden fiscaal vergund, om voortaan uit deeze pacht te mogen genieten, al het geen dezelve boven de 500. rd:s doet, tot dat ze 800. rd:s en daer boven boven geld. En wijl het ampt van Dessave te kolombo, werkelijk net genoeg bedeeld is, om daar van behoorlijk te kunnen bestaan, zoo hoopen we niet te misdoen, met uwen Hoog Edelheeden voortedraegen, of hoogst dezelven, uit hoofde van de voorsch: Consideratien, niet zouden kunnen goedvinden, om gunstig toete„ staan, dat de dessave van Kolombo, uit de voorsch: kolombosche buiten arvaks pacht, mag genieten het geen ze meer doet dan 8000 ad. c sjaars, tot dat ze 10000. rd:s en daar boven doet: en zulks temeer, wijl 't goede toezicht van den dessave, om de gestelde onder nopens de schaggerijen, behoorlijk te doen naarkomen, heel veel toebrengt, dat deeze pacht tans zoo hoog kan worden gemeind. § 121. wij gebruiken de vrijheid, onder de bijlaegen dee„ zes, uwen Hoog Edelheeden aantebieden een ne„ quest van den onderkoopman Johan fredrik Conradi, waar bij hij onse intercessie bij uwe Hoog Edelheeden heeft verzogt, ter ver- krijging

NL-HaNA_1.04.02_3792_0605 view scan ↗

English

2755. obtaining permission for the export of the money that he has standing there, or is still to receive on his account for the linens already sent by him to Batavia or yet to be sent, in so far as it appears from the auction lists and will be demonstrated by his authorized agents that these are funds accrued from the linens sent by him to Batavia, and we take the liberty to support this request of his with our humble intercession, in so far as your High Mightinesses shall find that it can be granted, since in truth he could not sustain that trade in the long run without it. Paragraph 122. Upon the notice given to the resident at Silau, Ebell, that it has pleased your High Mightinesses, by highly respected missive of 31 July 1787, to reduce the bonus and table money allocated to him by us, the former to 400 rixdollars and the latter to 50 rixdollars per year, he has presented to us the petition which we have the honor to offer to your High Mightinesses among the appendices. He demonstrates thereby that the Commanders at Silau formerly had the full benefit of the excise on arrack and gambling houses, and that in addition they had not only always had the unsown Company paddy fields sown for their own account, but had also had the freedom to sell salt and to fine offenders, whereby they had a generous livelihood and had even been able to save something; but that he, the petitioner, lacks all these benefits, since not only is the arrack retail leased for the Company, and the paddy fields sown for the Company, but also the transport of salt and the levying of fines are forbidden beyond what is determined by the decrees, unless in special cases, which must then be presented to us in order 2756 to be disposed of here itself, and that he therefore having nothing other than his salary and board money, alongside what your High Mightinesses had been pleased to add to it, has no sufficient means of subsistence; with the request therefore that we would present his suit to your High Mightinesses for the retention of the entire bonus as it was allocated to him by us subject to your High Mightinesses' approval, consisting of whatever the Silau arrack lease yields above the 400 rixdollars, up to 1400 rixdollars and more, and in 100 rixdollars for table money. Paragraph 123. We cannot withhold praise from this man that he, since his arrival at Silau, has been untiring in contributing everything to the improvement of the land, and thereby not only to increase the Company's revenues, but also to provide the inhabitants with a more generous livelihood, whereby in this region, in which previously only a few paddy fields were sown, a number of new fields and also several plantations have now already been laid out, both of coconut trees and of coffee, pepper, and cotton, so that, with the continuation of these efforts, one may have the best expectations thereof; as appears from the report of the said Ebell, which also accompanies this in copy: and it is in consideration of this zeal and diligence of his that we could not deny his prayer, but have decided to bring it to the attention of your High Mightinesses, as we take the liberty to do through this, with the humble request that your High Mightinesses please cast a favorable reflection upon it. Paragraph 124. The free merchant Johannes Franchel has very urgently requested us that we would solicit your High Mightinesses' help for him 2757 to obtain payment from the estate of the late merchant Hollenhagen for a bill of exchange amounting to 5067. 6. - rixdollars, which was drawn in his favor by the former Nagapatnam minister J. Fr. van de Werth under the date of 25 July 1785 on the aforementioned Hollenhagen, and also accepted by the said Hollenhagen, but nevertheless remained unpaid because his partner, the English Captain Scott, to whom he endorsed the bill of exchange, had neglected to present the bill of exchange for payment on the due date. The Reverend Orphan Masters there, who administer the estate of Hollenhagen, having since been summoned to satisfy the same, have refused to proceed thereto until the estate should be liquidated, and Captain Scott is in circumstances that give little hope of any recovery from him. We have therefore not been able to turn down the request of Franchel, but take the liberty of bringing this hereby to the attention of your High Mightinesses, whether it might please your High Mightinesses to show him some favor in this matter, the more so as he is a debtor of the Company, and the loss of several vessels, through the bad faith of their captains, has totally ruined him. His petition, with the documents belonging thereto, is transmitted in original among the appendices. Paragraph 125. The cramped nature of the building that is suited for an arsenal here has always made it necessary that the artillery and ammunition goods had to be stored in various places, which causes not only that one cannot keep as good an eye on them as when everything is stored together in one place, but also that in times of danger, it could create considerable confusion. The

Dutch transcription

2755. krijging van verlot tot het uitvoer van 't geld, dat hij aldaar heeft staan, of nog voor zijn reekening staat in te komen voor de lijwaeten, door hem be„ reeds na Batavia verzonden of nog te verzenden, in zoo verre het uit de vendu lijsten blijkt en door zijne gemagtigdens zal worden aange„ toond, dat het gelden zijn, geproflueerd uit de lijwaeten door hem na Batavia gezonden, en we gebruiken de vrijheid dit zijn verzoek met onze nedrige voorspraak te onderstou- nen, in zoo verre uwen Hoog Edelheeden zullen bevinden dat het kan worden toege„ staan, wijl hij in der daed dien handel op den duur zonder dat niet zoude kunnen goed- maeken. § 122. op de gegevene advertentie aan den resident te silau Ebell, dat het uwe Hoog Edelheeden heeft behaagd, 't door ons aan hem toegeleijde douceur en tafelgeld, bij zeer gerespecteerde missive van den 31:' Juli 1787. , te verminde„ aen 't eerste tot 400 rd:s en 't laatste tot 50 rds 5 50. rd:s sjaar, heeft hij aan ons gepresenteerd 't nodres, dat we de eer hebben uwe Hoog Edel„ heeden onder de bijlaegen aantebieden. Wij vertoond daar bij, dat de Commandanten te silau eertijds 't volle genot gehad hebben van de Iuri en arraks pacht, en dat ze boven dien niet alleen de onbezaaijde Comp: Neli velden, steeds voor eigene reeke„ ning hadden doen bezaaijen, maar ook de vrijheid hadden gehad om zout te verkoopen, en strafschuldigen in boeten te beslaan, waer door ze een ruim bestaan hadden en zelfs iets hadden kunnen op leggen; doch dat hij supp:t alle deeze voordeelen mist, wijl niet alleen de arraks Japperij voor de Comp: ver„ pacht, in de neli velden voor de Comp: bezaaid worden, maar ook 't vervoeren van zout en 't neemen van boetens verbooden is, hooger dan ze bij de plakaaten zijn be„ paalt, ten zij in bezondere gevallen, die ons dan moeten worden voorgedraegen om daerop 2756 daarop hier zelfs te worden gedisponeerd, en dat hij dus niet anders hebbende, dan zijn gagie en kostgeld, aan het geen uwe Hoog Edelheden hem hadden gelieven toetevoe„ gen, geen toerijkend middel van bestaan heeft; met verzoek derhalven, dat we zijne instantie aan uwe Hoog Edelheeden wilden voordraegen, tot behoud van 't geheel douceur zoo als hem dat door ons op uw Hoog Edelheeden goedkeuring is toegelegd, bestaande in het geen de silausche arraks pacht boven de 400 rd:s opbrengt, tot dat ze 1400 rd:s en meer doet, en in 100 rd: tot tabel ged. § 123. wij kunnen aan dezen man den lof niet onthou„ den, dat hij, zedert zijne komste te silau, on„ vermoeid is geweest, om alles toetebrengen ter verbeetering van 't land, en om daar door niet alleen 'sComp:s inkomsten te vermeerderen, maar ook aan de ingezeetenen een ruimer bestaan te bezorgen, waer door in dit Land„ schap landschap, waarin te vooren slegts eenige wij„ nige Neli velden tans worden bezaaijt zelf reeds een parthij nieuwe velden, en ook ette„ lijke plantagien zijn aangelegd, zoo van ke„ kus boomen, als van kossi, peper en kattoen, invoegen dat men, bij voortduuring dezen poogingen, de beste verwachting daar van kan hebben; gelijk dat blijkt bij 't bewicht van gemelde Ebell, 't welk mede in Copia deezen verzeld: en het is uit aan„ merking van deeze zijne iver en arbeid„ saamheid, dat we zijne beede niet hebben kunnen ontzeggen, maar beslooten hebben die te brengen onder 't oog van uwe hoog Edelheeden, gelijk we de vrijheid gebrui„ ken te doen door deezen, met nedrig ver„ zoek, dat uwe Hoog Edelheeden daerop eene gunstige reflectie gelieven te slaan. §124. De vrij koopman Johannes Sranchel, heeft ons zeer instantig verzogt, dat we uwer Hoog Edelheeden hulpe voor hem wilden 2757 wilden solliciteeren, ter verkrijging van betaaling uit den boedel van wijlen den koopman Hollenhagen, voor een wissel groot rd:s 5067. 6. —. , die door den gew: Naga„ patnamschen predikant J: fr: van de werth, onder dato 25:' Juli 1785., ten zijnen voordeele op voormelden Hollen ra- gen getrokken, en ook door gem: Hollenhagen geaccepteerd, doch echter onbetaald gebleeven is, om dat zijn Compagnon, de Engelsche Capitein scott, op wien hij de wissel g'endosseerd heeft, verzuimd had de wissel ten verval dage tot de betaaling te presenteeren. De Eerwaarde Heeren weesmeesteren aldaar, die den boedel van Hollenhagen administeeren, 't zedert tot de voldoening van dezelve gesommeerd zijnde, hebben gewijgend daar toe te treeden, voor en al, eer de boedel tot liquiditait zoude zijn gebragt, en Capitainscott is in omstandigheeden, die wijnig hoop tot eenig verhaal op hem geeven. wij hebben der- halven halven 't verzoek van franchel niet kunnen afslaan, maar gebruiken de vrijheid dat bij dee„ zen tebrengen onder 't oog van uwe Hoog Edel- reden, of het hoogst dezelven mogte behaegen hem in deezen eenige gunst te bewijsen, te meer„ wijl hij een debiteur van de Comp: is, en het verlies van eenige vaartuigen, door de kwaede trouwe van dies gezagvoerders, hem totaal geruineerd heeft. zijn addres gaat met de stuk„ ken daartoe gehoorende, in origineel onder de bijlaegen over. § 125. De benknoptheid van 't gebou, dat tot een ansenaal alhier is geschikt, heeft het altijd noodzaakelijk gemaakt, dat de arthillerie en ammonitie goederen, op diversche plaetsen hebben moeten worden geborgen, het gunt veroorzaakt, niet alleen dat men en geen zoo goede acht op kan slaan, dan wanneer alles bij den anderen op een plaats gebor„ gen is, maar ook dat in tijden van gevoer, merkelijke Confusie zoude kunnen baaren. De

NL-HaNA_1.04.02_3792_0611 view scan ↗

English

The first-signed governor has therefore ordered the Major and Chief of the Artillery to devise a location where an arsenal could be established, sufficiently spacious not only to hold all the stores of artillery and ammunition goods, but also to have the necessary space for the workmen belonging to the artillery department. Paragraph 126. In a report, a copy of which is included in the appendices, he demonstrates that the former orphanage is very suitable for this purpose, and that, with some extensions to the front and side of the house, it can provide an arsenal where everything can be kept together; and since, because of the strength and straightness of its walls, only very few alterations need to be made to the main building of the aforesaid orphanage, he calculates the expenses for completing the new arsenal at only about 4000 rd:s. Paragraph 127. In our respectful letter of 31: ' Janu: last, we informed Your High Nobilities that we had employed this orphanage as a barracks; but since, with the departure of the regiment of Luxemburg, so much space is for now not needed to house the soldiers, this orphanage can therefore well be spared for the very useful purpose mentioned above, and the land that one also wishes to incorporate into it can also be occupied without causing any detriment, especially since a very spacious square will then remain in front of the house. Paragraph 128. In the precincts of the Government House, or behind the residence of the first-signed governor, lies a large plot of land that is of no use there and will fetch quite some money upon sale, because four reasonable houses could be built on it, as is pointed out in the aforesaid report of Major Paravicini; there are only a few very dilapidated rooms on it, which are used as the search office, bookbinder's shop, and workshops for the craftsmen of the artillery. Paragraph 129. If it should please Your High Nobilities to authorize us to appropriate the orphanage for an arsenal on the proposed footing, and in return to be permitted to sell the present arsenal, the aforementioned plot of land behind the Government House, and the Company's house that is now used as a Trade Office and is also very dilapidated, the proceeds arising from this sale would roughly cover the costs necessary for the new arsenal, and for having the necessary buildings constructed on the site where the trade office formerly stood, both for a trade office and for a search office and bookbinder's shop. Company's Lands and Subjects. Paragraph 130. Chief Administrator Sluijsken, from whom, pursuant to what was communicated in our respectful letter of 31. ' Janu: of this year, paragraph 66., we demanded further indications of what in his opinion could serve to improve the method followed here in the planting of cinnamon, has provided for this purpose the report that is inserted in our resolution of 14. e Febr: of this year, which is forwarded in copy under the appendices, and to which we respectfully beg leave to refer. We only briefly remark on this that from the statement of the Dissave Fretz, recorded in the said resolution, and from the remarks of the council made in the margin of the aforesaid report, it will appear to Your High Nobilities that, concerning the clearing of the forests and the planting of cinnamon, everything is being done that could be devised for the best progress of that work, and this will continue to be done. The Servants. Paragraph 131. The titular Lieutenant Colonel and chief of the militia in this Government, Johan Philip Christiaan Filenius, has represented to us that, whereas the regiment of De Meuron is commanded by an effective Colonel, he, on account of his lower quality and rank, faced many unpleasantnesses, both in the service and in private; with the request, therefore, that he might be placed in the same grade as the Commander of that regiment, and consequently be favored with the title and rank of Colonel: maintaining that this would be in accordance with the intention of the Gentlemen Majors, who in their very honored missive written to us under date of 28:e 7ber: 1781. were pleased to insert this consideration, that to the person who holds the post of head of the militia on Ceylon, during the then circumstances of the times, could and ought to be given the title and rank of Colonel; and that by those circumstances of the times, on account of which it was deemed necessary that the head of the militia on Ceylon be a Colonel, was certainly meant the presence of foreign troops commanded by Colonels, which intention he thinks must be inferred even more clearly from their subsequent instructions to us, in their respected missive of 28' xber: 1786. , that the appointment of the present Commander of the militia at Trincomalee, Van Drieberg, as effective Lieutenant Colonel, should not prejudice the rank of him, Filenius. But as the appointment of staff officers directly depends

Dutch transcription

2758 De eerstgeteekende gouverneur heeft derhal- ven, den Majoor en Chef van de arthillerie aanbevoolen, om een plaats uittedenken, daer men een arsenaal zoude kunnen hebben, zoo ruim, dat het niet alleen al den voor- raed van de arthillerie en ammonitie-goe„ deren zoude kunnen bergen, maar ook de nodige plaats kan hebben, voor de arbeids lieden, die tot 't departement van de arthillerie gehooren § 126. Bij een bericht, dat in Copij onder de bijlaegen gaat, toond hij aan dat 't gewee„ zene weeshuis, daar toe zeer geschikt is, en dat het met wat voor en bezijden 't huijs uittespringen, een arsenaal kan uitleeveren, daarmen alles bij den anderen kan hebben; en terwijl aan 't hoofd gebou van 't voorsch: weeshuis, wegens de sterkte en regtheid van dies muuren, niet dan zeer wijnige verandering moeten worden gemaakt, calculeerd hij de onkosten; om om 't nieuw arsenaal tot stand tebrengen op omtrent maar 4000 rd:s § 127. wij hebben uwe Hoog Edelheeden bij onsen eer„ biedigen van den 31: ' Janu: J:ol: bedeeld, dat we dit weeshuis tot een Casean hadden g'em„ ploijeerd; maar wijl met 't vertrek van 't regiment van Lunxemburg, er voor eerst zoo veel plaats niet nodig is, tot huijsvesting voor de soldaaten, kan dit weeshuis derhalven wel gemist worden, tot 't zeer nuttig ge„ bruik hier voren gemeld, en de grond die men nog daar bij wil intrekken, kan ook worden geoccupeerd zonder ergens aan te benaadeelen, wijl 'en dan inzonderheid voor 't huijs een zeer ruijme plein overblijft. §128. Jn den omtrek van 't Gouvernement, of agter de wooning van den eerstgeteekenden gouverneur, legt een groot stuk grond, dat daar aan van geen nut is en bij verkoop nog al wat gelds zal opbrengen, wijl er vier reedelijke huijsen op zouden kun„ nen 2759 nen worden geboud, gelijk word aangewee„ zen bij 't voorsch: bericht van den Majoor Paraviani; eenelijk staan er op eenige zeer bouvallige vertrekken, die gebruikt worden tot 't visite Cantoor, boekebinders winkel, en werkplaatsen voor de am„ bachtslieden van de arthilleria. § 129. Jndien het uwe Hoog Edelheeden mogten behaegen, ons te qualificeeren om 't wees- huijs, op den voorgestelden voet, tot een ansenaal te approprieeren, en daerente„ gen 't tegenswoordig arsenaal, 't hier„ vooren gemelde stuk erf agter 't Gouver„ nement, en 't Comp: huis, dat nu tot een Negotie Cantoor word gebruikt, en mede zeer bouvallig is, temogen verkoopen, zoude het geen uit deezen verkoop pro„ flueerd, ten naasten bij goedmaeken de kosten, die nodig zijn tot 't nieuwe arsenaal, en om ter plaats daar bevoo„ rens 't negotie Cantoor heeft gestaan, de de nodige gebouwen telaaten aantimmeren, zoo tot een negotie Cantoor, als visite Can„ toor en boekebinders winkel. Comp:s Landen en onderdanen. § 130. De hoofd administrateur sluijsken, van wien we, volgens het bedeelde bij onsen eerbiedigen van den 31. ' Janu: dezes jaars §. 66. , gevorderd hebben eene nadere aanwijzing, van het geen naar zijn inzien zoude kunnen dienen, tot verbeetering van de methode, die men hier houd in het aanplanten van kaneel, heeft daartoe gediend t bericht, dat ge insereend is in onze resolutie van den 14. e febr: dezes jaars, welke in Copij onder de bijlaegen overgaat, en waar aan we verlot verzoeken, ons eerbiedig temogen gedraegen: Eenelijk wer„ ken we daarop kortelijk aan, dat het uit de verklaaring van den Dessave Fretz, ter gemelde resolutie aangeteekend, en uit de aanmerkingen van de vergadering, gesteld in margine van 't voorsch: bericht, uwen 2760 uwen Hoog Edelheeden blijken zal, dat er omtrent het schoonmaeken der bosschen en aanplanten van Canneel, alles gedaan word wat men tot den besten voortgang van dat werk, heeft kunnen uitdenken, en dit zal bij voortduuring geschieden. De dienaaren. § 131. De lit: Luitenant Colonel en chef van de militie in dit Gouvernement Iohan Philip Christiaan Jilenius, heeft aan ons vertoond, dat terwijl 't regiment van Meuron word gecommandeerd door een Colonel effectief, hij, wegens zijne min„ dere qualiteit en rang, veele onaangenaam„ heden te gemoet zag, zoo in den dienst als in 't particulier; met verzoek derhalven, dat hij met den Commandant van dat regiment in gelijke graed gesteld, en mits dien met den titul en rang van Colonel begunstigd mogte worden: sustineerende dat dit over„ eenkomstig zoude zijn, met de intentie van de heeren Majores, welke bij hoogstder- zelven ien 1 zelver zeer g'eerde missive, onder dato 28:e 7ber: 1781. aan ons geschreeven, deeze consideratie hebben gelieven te insereeren, dat aan die geene, die de post van hoofd der ottilitie op Ceilon bekleed, geduurende de toenmaalige tijds omstandig„ heden, zoude kunnen en behooren te worden gegeeven de titul en rang van Colonel; en dat door die tijds omstandigheden, waarom het noodzaakelijk wiend g'oordeeld, dat 't hooffd der militie op Ceilon Colonel zij, zekerlijk gemeind was 't aanwezen van vreemde troupes, die door Colonels worden gecommandeerd, welke intentie hij meend nog nader temoeten worden afgeleid, uit hoogst derzelven zedert gedaane aanschrijvens aan ons, bij gerespec„ teerde missive van den 28' xber: 1786. , dat de aanstelling van den presenten Commandant van de militie te Trinconomale van Duiberg, tot luitenant Collonel effectief, niet moest pre„ sudicieeren den rang van hem Filenius. Dan wijl 't aanstellen van staf officieren direct dependeerd 3

NL-HaNA_1.04.02_3792_0617 view scan ↗

English

2761 depends on your High Nobilities, we decided on 21 July last to place this request of his at the disposal of your High Nobilities, as we have the honor to do herewith, and in the meantime, in order to prevent all disputes regarding rank, which we especially anticipated in private, merely to order here that the head of the militia Jilenius should be regarded in the garrison here as Colonel, without having made the least change regarding him in any other respect. We let his petition accompany the annexes hereof. § 132. We also offer to your High Nobilities among the annexes a petition from the Captain and Commander of the artillery here, Johan Ernst Kuhn, who, upon the expiration of his five-year contract, solicits an increase in salary. § 133. Upon the notification given by the merchant and administrator at Jaffanapatnam, Adam de Lannoij, that he cannot accustom himself to the climate there and is therefore constantly subject to illness, with a request to be dismissed from that post while retaining his rank and salary, and to be permitted to come over here to await employment; we granted this request of his at the session of 8 August last in so far as it concerns his dismissal from the aforesaid administration, leaving the remainder requested in his petition, which is transmitted among the annexes, to the esteemed disposition of your High Nobilities. § 134. In his place we provisionally appointed as administrator of Jaffanapatnam the junior merchant Qualterus Mooijaart; and conferred his offices of tomb-holder and shopkeeper at Jaffanapatnam upon the junior merchant Theodorus Williamsz. 2762 The office of secretary of the Land and Civil Council there, which was held by Williamsz, we assigned to the junior merchant Jan van Ebbenhorst, to be performed alongside his function of pay bookkeeper, until the post of cashier, which, as shown by our respectful letter of 20 May 1786, was separated from the pay bookkeeper's office, is reunited with it. The petitions of these servants are transmitted among the annexes, and we humbly request your High Nobilities favorably to confirm them in the aforesaid offices assigned to them, and to nominate the first-named, Mooijaert, to the Gentlemen Majors for the attainment of the rank and salary of Merchant. § 135. The office of fabric here having fallen vacant through the transfer of the Captain of the infantry Tornbauer to the garrison of Trincomalee, we appointed the master of the blacksmiths' and coopers' shop, Rijnier Hendriksz, who has given proof of his abilities in various works assigned to him, as fabric, with the reduction of his earned salary from 40 guilders to that of 30 guilders per month. The Regulation assigns to the fabric the salary, emoluments, and rank of a lieutenant, but the said Hendriksz requested us to be favored only with the title and rank of junior merchant, and we therefore take the liberty humbly to propose this to your High Nobilities, all the more because, as is noted in the aforesaid Regulation, the fabric must have some standing in order to be able to exercise proper authority over the master craftsmen. His petition accompanies the annexes hereof. § 136. Upon the death of the Lieutenant of the infantry at Galle, Simon Uhrij, we promoted Ensign Frans Jozeph Weber, subject to your High Nobilities' approval, to Lieutenant, and in his place Cadet Lodewijk Joseph Soeter to Ensign. We offer their petitions, praying for confirmation in those ranks, to your High Nobilities among the annexes. § 137. The junior merchant and First Resident at Manapaar, Hendrik Willem August Keunman, having requested his dismissal from that post, in which he has already served for eighteen years, in order to come here to await another employment; we could not conveniently refuse him this, on account of his advanced age and many years of service on the Madura coast, but accepted it in hopes of your High Nobilities' approval. § 138. In his place we appointed as First Resident of Manapaar the junior merchant Jan Jacob Augier, as qualified by the Gentlemen Majors to be employed at one of the linen-producing offices; and the office of secretary of the Court of Justice here, held by him, we conferred upon the bookkeeper and sworn clerk Johan Coenraedt Feisser. § 139. To the senior merchant and Dissava of Jaffanapatnam, Daniel de Bok, we granted, upon his request, permission to repatriate on one of the return ships of the second dispatch, pursuant to the permission obtained from the Gentlemen Majors; provided he posts security for his administration. § 140. Subject to the esteemed approval of your High Nobilities, we appointed as Dissava of Jaffanapatnam the merchant Carl Fredrik Schreuder, and in his place as Fiscal of Colombo, the merchant Mattheus Petrus Raket. The office of Trade Bookkeeper at Colombo held by the latter, we conferred upon the junior merchant Abraham Samlant, and in his place as head of the Mahabadde, appointed the junior merchant Theodorus van Teijlingen, as well as in place of the last

Dutch transcription

2761 dependeerd van uwe Hoog Edelheeden, hebben we op den 21:e Juli I: L: beslooten, om dit zijn verzoek tebrengen ter dispositie van uwe Hoog Edelheeden, gelijk we de eer hebben dat te doen bij deezen, en om intusschen, tot voor- koming van alle disputen over den rang, die we inzonderheid in 't particulier tegemoet zagen, hier op de ordre alleen te laaten belas„ ten, dat het hoofd van de militie Jilenius hier in het gaanisoen zoude moeten worden aangemerkt als Colonel, zonder dat voor het overige nopens den zelve de minste veran„ dering hebben gemaakt. Desselfs request lae„ ten we de bijlaegen deezes verzellen. § 132. ook bieden we uwen Hoog Edelheeden onder de bijlaegen aan, een request van den Capitein en Commandant den anthillerie alhier Johan Ernst kuhn, die mits expiratie van zijn vijfjaarig verband, om vermeerdering van gagie solliciteerd. op de takken tekennen geeving door den § 133. koopman koopman en administrateur te Iassanapatnam Adam de Lannoij, dat hij zich aan 't Climact aldaar niet kan gewennen, en daerom door gaans aan ziekten onderworpen is, met ver„ zoek om, behoudens qualiteit en gagie, van dien post temogen ontslaegen worden, en hem te vergunnen, ter afwagting van emploij, al„ hier temogen overkomen; hebben we ter sessie van den 8:e aug: I:L:, dit zijn verzoek in zoo verre zijn ontslag uit de voorsz: admi„ nistratie aangaat geaccordeert, latende het verder verzogte bij zijn request, dat on„ der de bijlaegen overgaat, over aan de zeer g'eerde dispositie van uwe Hoog Edel„ heeden § 134. Jn zijn plaats hebben we p:l als adminis „ trateur van Jaffanapatnam aangesteld, den onderkoopman Qualterus Mooijaart; en zijne bedieningen van Trombohouden en win„ kelier te Jaffanapatnam, begeeven aan den st onderkoopman Theodorus Williamsz. T ampt 2762 'T ampt van secretaris van den land en Civielen raad aldaar dat door williamsz: is bekleed, hebben we opgedraegen aan den onderkoopman Ian van Ebbenhorst, om bij zijne functie van soldij boekhouder te worden waargenomen, tot dat de dienst van Cassier, die van 't zoldij boekhoudenschap, blijkens onsen eerbiedigen van den 20. ' Meij 1786. , is gesepareerd, weder daarmede vereenigd word. De requesten van deeze bedienden gaan onder de bijlae„ gen over, en we verzoeken uwe Hoog Edel„ heden nederig, hem in voorsch: aan hun op„ gedraagene bedieningen gunstiglijk tewillen bevestigen, en den eerstgenoemden Mooijaert aan de Heeren Majones tewillen voordrae¬ gen, ter obtenu van de qualiteit en gagie van Koopman. § 135. Door de verplaatsing van den Capitain van de infantenie Tornbauer, in 't guarnisoen van TainConomale, 't ampt van fabricq alhier opengevallen zijnde, hebben we den baas van van de snaeden en kuijpers winkel Rijnier Hendriksz:, die in verscheide aan hem opgedraee„ gene werken, blijken van zijne bekwaamheden gegeeven heeft, aangesteld tot fabricq, net te rug schrijving zijner winnende gagie van ƒ. 40. tot die van ƒ30. ter maand. 'T: Reglement legt aan den fabricq toe, de gagie, emolumenten en rang van een luitenant, doch heeft gem: Hen„ driksz: ons verzogt, om alleen met den titul en rang van onderkoopman temogen worden begunstigd, en we neemen denhalven de vrijheid, dit aan uwe Hoog Edelheden nederig voortedraegen, te meer, gelijk bij 't voorsch: reglement word aangemerkt, de fabricq eenig aanzien moet hebben, om het behoorlijk gezag over de werk baazen te kunnen voeren. zijn request verzeld de bijlaegen deezes. § 136. Mits het overlijden van den luitenant van de infanterie te Gale Simon uhrij, heb„ ben we den vaandrig frans Jozeph weber 2763. weber, op uwer Hoog Edelheden approbatie tot Luitenant, en in zijn plaats den Cadet Lode„ wijk Joseph soeter tot vaandrig bevondend. Hunne requesten, suppliceerende om bevestiging in die qualiteiten, bieden we uwen Hoog Edelheeden onder de bijlaegen aan. § 137. De onderkoopman en Eerste resident te Ma„ napaar Hendrik willem August Keunman, zijn ontslag van dien post, waarin hij reets — achtien jaaren gefungeerd heeft, verzogt heb= bende, ten einde alhier een ander emploij te komen afwagten; hebben we hem dat, uit hoofde van zijnen hoogen ouderdom en veeljaarigen dienst ter kuste Madure, niet gevoeglijk kunnen wijgeren, maar op hoope van uwer Hoog Edelheeden goedkeuring geaccepteerd. § 138. Jn zijn plaats hebben we als eersten Resident van Manapaar aangesteld, den onderkoopman Jan Jacob Augier, als door de Heeren Majores geschikt, om op een der lijnwaat geevende Comptoiren teworden g'emploijeerd; en het door door deezen bekleedde ampt van secretaris van den raad van Justitie alhier, hebben we begreven aan den boek„ houden en gezid: klerk Iohan Coenraed t feissor § 139. Aan den opperkoopman en Dessave van Jalfana„ patnam Daniel de Bok, hebben we op zijn verzoek toegestaan, om ingevolge verkreegen ver„ lof van de Heeren Majores, met een der retoerschee„ pen van de twede bezending temogen repatriee„ ren; mits stellende borgtogt voor zijne admi„ nistratie. § 140. We hebben op de geeerde approbatie van uwe Hoog Edelheeden, als dessave van Jaffanapat„ nam aangesteld, den koopman Caal fredrik schreuden, en in deezes plaats tot fiskaal van Kolombo, den koopman Mattheus Pe„ trus Raket. 'T door deezen bekleede ampt van Negotie boekhouder te kolombo, hebben we be„ geeven aan den onderkoopman Abraham samlant, en in zijn plaats als hoofd van de Mee„ habadde aangesteld, den onderkoopman Theodo„ rus van Teijlingen, mitsg:s in steede van den laatst

NL-HaNA_1.04.02_3792_0623 view scan ↗

English

2764. the last-mentioned, appointed as overseer of the Galle coule, the junior merchant Pieter Willem Ferdinand Adriaan van Schuler. We present their requests to Your High Excellencies among the appendices, with the humble request that Your High Excellencies may be pleased not only to confirm them in the positions obtained, but also favorably to recommend the provisional dessave Schreuder and the provisional trade bookkeeper Samlant to the Lords Majors, for the acquisition of the status and salary of senior merchant and merchant, as determined for the said offices by regulation. § 141. In place of the junior merchant Boers, whom Your High Excellencies have been pleased to appoint as purveyor of Colombo, we have placed the assistant Robbertus Henricus Leembruggen into the vacant service of consumption bookkeeper at Mature, under promotion to bookkeeper. § 142. The junior merchant Johan Fredrik Conradi has represented to us that the sickly condition of his wife and other domestic circumstances do not yet permit him to make use of the obtained leave for departure to Europe; requesting therefore that his salary might be stopped until he would be able to repatriate, and that he in the meantime, in consideration that he has been a junior merchant since the year 1775, might be favored not only with the title and rank of merchant, but also with the expectancy that, if in time he found himself forced to abandon the voyage home entirely, he might again be employed in the Company's service. § 143. Consequently, we have had his salary stopped directly, but as the granting of his further petitions depends solely on the goodness of Your High Excellencies, we take the liberty of transmitting his submitted request among the appendices for Your disposition, and 2765. insofar as his request to be favored by Your High Excellencies with the title and rank of merchant is something that can be granted without prejudice to the Company, we take the liberty of supporting the same with our humble recommendation. § 144. To the head surgeon Balthazar van der Putte, who, according to the report in our respectful letter of 29 December 1787, had remained behind here on account of illness from the ship the Pollux, we have permitted, at his request and because his continuing illness did not allow him to go to Batavia, to proceed to the Coromandel coast with suspension of salary. § 145. We humbly present to Your High Excellencies a request from the junior merchant and head at Manaar Daniel Ditlot van Ranzon, who thereby solicits Your High Excellencies' favor that, in consideration that he has already been a junior merchant for 14 years, following the example of some of his predecessors in his said service, he may be favored with the status and salary of merchant. § 146. The junior merchant and secretary of police and justice at Galle, Hendrik Levin Martheze, has made a request that, on account of a severe chest illness which rendered him unable any longer to perform the continuous writing work attached to his office, he might be discharged from his said position; and continue as a member of the council of police, with a seat also on the council of justice at Galle, until we could favor him with another suitable service. And since it has appeared to us from several certificates, both from the Galle head surgeon and from the surgeons of the regiments of Luxemburg and De Meuron, that the said Martheze, upon further continuation at the writing work, runs the risk of losing his health entirely, we have discharged him from 2766. his office of secretary, with permission to act, pending the further pleasure of Your High Excellencies, as a member of the councils of police and justice there. § 147. In his place, we have appointed as secretary of police and justice at Galle the bookkeeper and sworn clerk at the secretariat of police here, Karel Lodewijk van Albedijhl, who for some time was attached to the said Martheze to assist him in the writing work; wherefore we respectfully request Your High Excellencies that he may be confirmed in this office, and favorably recommended to the Lords Majors for the acquisition of the standing status and salary of junior merchant. His request, wherein he makes the same petition, is transmitted among the appendices. § 148. The surgeon major of the battalion here is fixed by the regulation of the permanent European servants for this Government at the salary of 36 guilders per month; yet several of them have nevertheless, directly upon their appointment, been favored with the salary of 50 guilders, and even, after expiration of their contract, increased to 60 guilders. Following this example, we have, as shown by our resolution of 5 April 1787, at his request and on account of ample expiration of time, increased the salary of the present surgeon major Godfried Kanusz, who on 19 July 1773 was appointed thereto at 50 guilders, to 60 guilders. He has since presented to us the request that we have the honor of offering to Your High Excellencies among the appendices, containing a request to receive the surplus of salary from the time that his 50-guilder contract had expired until his salary was increased; and this in consideration that during the intermediate period of more than 8 years, he had not asked for an increase of salary in the hope of an advantageous transfer

Dutch transcription

2764. laatst genoemden, als op ziender van de Gale koule benoemd, den onderkoopman Pieter willem Ferdinand Adriaan van Schuler. Hunne requesten bieden we uwen Hoog Edelheeden onder de bij„ laegen aan, met nederig verzoek, dat uwe Hoog Edelheeden hun niet alleen in de ver- kreegene bedieningen gelieven te bevestigen, maer„ ook den p:l dessave schreuden en den p:l Negotie boekhouder Samlant, aan de Heeren Majores gunstig voortedraegen, ter verkrijging van de qualiteit en gagie van opperkoopman en koop„ man, tot gemelde ampten bij reglement be- paad. 5141. Jn plaats van den onderkoopman Boers, dien uwe Hoog Edelheeden tot dispensier van kolom„ „bo hebben gelieven aantestellen, hebben we den assistent Robbertus Henricus Leembruggen, in den vacanten dienst van Consumtie boekhouder te Mature gesteld, onder bevordering tot boekhouder. § 142. De onderkoopman Johan fredrik Conradi heeft „ heeft ons vertoond, dat de ziekelijke toestand zijner huisvrouw en andere huijselijke omstan- digheden, hem als nog niet permitteeren gebruik temaaken van 't verkreegen verlof, ter vertrek na Europa; met verzoek dat derhalven zijne gagie mogte worden afgeschreeven, tot dat hij zoude kunnen repatrieeren, en dat hij intus„ schen, uit aanmerking dat hij zedert a:o 1775. onderkoopman is, niet alleen met den titul en rang van koopman, maar ook met de ex„ pectantie mogte begunstigd worden, om, zoo hij in der tijd zich genoodzaakt vond van de t' huijs rijse volstrekt aftezien, weder in 'sComp:s dienst te worden g'emploijeerd. §143. we hebben ingevolge van dien zijne gagie direct laaten afschrijven, maar wijl de ver- krijging van zijne verdere instantien, alleen afhangen van de goedheid van uwe Hoog Edelheeden, zoo gebruiken we de vrijheid, zijn ingediend request, tot hoogst denzelven dis„ positie, onder de bijlaegen telaeten overgaan, en 2765. en in zoo verre zijn verzoek om door uw Hoog Edelheeden te worden begunstigt met den titeel en rang van koopman iets is, dat buiten schaede van de Comp: kan worden toegestaan, gebruiken we de vrijheid hetzelve met onze nedrige voordragt te onderstennen. § 144. Aan den oppermeester Balthazar van der Putte, die, volgens het bedeelde bij onzen eerbiedigen van den 29:' xber: 1787. , mitsziekte van 't schip de Pollux hier was terug gebleeven, hebben we op zijn verzoek, en om dat zijne aanhoudende ziekte hem niet toeliet na Batavia te gaan, gepermitteerd, met stilstand van gagie na de kust kormandel temogen gaan. § 145. wij bieden uwen Hoog Edelheeden nederig aan, een request van den onderkoopman en opperhoofd te Manaar Daniel Ditlot van Ranzon, die daar bij uwer Hoog Edelhee„ den gunste solliciteerd, om uit aanmerking dat hij reets 14. Jaaren onderkoopman is, naar het voorbeeld van eenige zijner ante„ cesseurs cesseurs, op gemelde zijnen dienst, met de qua„ liteit en gagie van koopman temogen worden begunstigd. §146. De onderkoopman en secretaris van politie en Justitie te Gale Hendrik Levin Mantheze, heeft verzoek gedaan om, wegens eene swaere borst-ziekte, die hem buiten staat stelde om 't Continueel schrijfwerk, dat aan zijn amps verknogt is, langer te verrigten, van gemelee zijne bediening temogen ontslaegen worden; en als lid in den raed van politie te blijven Continueeren, met sessie tevens in den Raed van Justitie te Gale, tot dat we hem met een ander Convenabel dienst konden begunsti„ gen: En vermits ons uit verscheijde attesten, zoo van den Gaalsch oppermeester, als van de Chirurgijns van de regimenten van Luxem„ burg en Meuron, gebleeken is, dat gemelde Martheze, bij verder Continuatie aan 't schrijfwerk, gevaar loopt om zijne gezond„ heid geheel te verliesen, hebben we hem van 2766. van zijn ampt van secretaris ontslaegen, met ver„ gunning om, tot nader goedvinden van uwe Hoog Edelheeden, temogen fungeeren als lie in de raeden van politie en Justitie aldaer. § 147. Jn zijn plaats hebben we als secretaris van politie en Justitie te Gale aangesteld, den boekhouder en gesw: klerk ter secretarije van politie alhier Karel Lodewijk van Albedijhl, die eenigen tijd aan gemelden Martheze is toegevoegd geweest, om hem in 't schrijfwerk te assisteeren: weshalven we uwe Hoog Edelheeden eerbiedig verzoeken, dat hij in dit ampt bevestigd, en ter obtenu van de daartoe staande qualiteid en gagie van onderkoopman, aan de Heeren Majores gun„ stig voorgedraegen mag worden. zijn request, waar bij hij 't zelve verzoek doet, gaat on„ der de bijlaegen over. §: 148. De Chirurgijn Majoor van 't battaljon al„ hier, is bij 't reglement van de permanente Europeesche dienaaren voor dit Gouvernement, gesteld op de gagie van ƒ36. ter maand, doch zijn zijn niet te min verschijdene hunnen, direct bij hunne aanstelling, met de gagie van ƒ 50. — begunstigd, en zelfs, na expiratie van hun verband, verbeeterd tot ƒ60: Naar dit voor- beeld hebben we den presenten Chirurgijn Majoor Godfried kanusz:, die den 19:e Juli 1773. daartoe met ƒ 50. was aangesteld, blijkens onse resolutie van den 5:e april 1787, op zijn verzoek en mits ruime tijds expiratie in gagie verbeeterd tot ƒ 60. hij heeft ons 't zedert gepresenteerd 't request, dat we de een hebben uwen Hoog Edelheeden onder de bijlaegen aantebieden, houdende ver„ zoek om surplus van gagie temogen heb- ben, zedert den tijd dat zijn 50. guldens verband was g'expineerd, tot dat hij in gagie is verbeeterd; en zulks uit aanmerking, dat hij geduurende den tusschen tijd van ruim 8. Jaaren, niet von vermeerdering van gagie had verzogt, op hoop van eene voordeelige verplaet„ sing

NL-HaNA_1.04.02_3792_0629 view scan ↗

English

and because it is known that he has nothing in his post other than his salary and board money. We have not dared to take it upon ourselves to consent to this request, and therefore take the liberty of requesting Your High Excellencies' honored disposition thereon. § 149. The Senior Merchant and Officer in Charge of the Galle Commandment, Cornelus Dionijsius Kraijenhoff, has requested us on this occasion to transmit to Your High Excellencies the petition included in the enclosures, wherein he, on account of the meager income he receives in his post and the numerous responsibilities attached to it, by which he testifies to have declined both in his worldly fortune and in his health, makes a request to be discharged therefrom and permitted, after a proper transfer has been made and the usual sureties provided, together with his wife and children, to depart for the Netherlands on one of the first returning homeward-bound ships departing from Galle, retaining his rank, with the baggage of a Commander, and with the salary of a Senior Merchant; as well as that Your High Excellencies may be pleased to grant him, for the loss of income which the Commanders previously enjoyed, and of the further proposed bonus from the areca nut revenues, a suitable compensation according to your highest pleasure. § 150. Since then, with the arrival of the ship De Gouverneur Falck, we have received a dispatch from the Lords Directors, dated 8 January of this year, a copy of which is enclosed, wherein Their Right Honorable Worships, while forwarding a copy of a similar petition presented to them on behalf of the aforementioned Officer in Charge of Galle, of which a copy is also included among these enclosures, were pleased to instruct us, if we should have no reasons to the contrary, to take a favorable view thereof. § 151. We gave notice of this instruction to the repeatedly mentioned Officer in Charge of Galle, and thereupon he, by letter of 10 September last, requested us once again to submit further to Your High Excellencies his aforementioned request to be discharged from his present post with permission to repatriate, together with the reasons for it. § 152. These are contained in the extract from the aforementioned Galle letter of 10 September last, to which, for the sake of brevity, we ask permission to refer, and we note from it only § 153. That we do not know that the Honorable Kraijenhof has been disadvantaged in any way in the matter of income compared to what his predecessors in the commandment enjoyed, unless it might be in the matter of the abolished perquisites, insofar as the commanders might formerly have participated in them, as we have otherwise never made any arrangements or stipulations in this regard; that we furthermore do not know whether the late Governor Falck of blessed memory secretly promised any additional income to the Honorable Kraijenhoff in order to induce him thereby to accept the office of Officer in Charge of the Galle Commandment; but that we, whether the first-signed Governor alone or together with the Council, never promised him anything more than that we would use our good offices for that purpose with Your High Excellencies, as we have indeed done with diligence, since in truth the Galle Commander is not provisioned in accordance with the expenses that a commander cannot conveniently avoid incurring. § 154. That the district of Divitoere, situated in the Galle Korle, of which the Officer in Charge Kraijenhof speaks in his aforementioned letter, has many times been taken in hand in vain to see what advantage could be derived from it. That nevertheless, to make another trial of it, we, by our resolution of 9 September 1784, further assigned this to the then Mohandiram of the Gate at Galle and present Maha Mudaliyar of the Governor's Gate, Nicolas Dias, under such conditions as are described at length in this resolution and were communicated to Your High Excellencies in our humble letter of 31 January 1785. § 155. That the aforementioned Maha Mudaliyar informed the undersigned Governor a few months ago that there was a commission in the aforementioned district, assisted by two carpenters, who were busying themselves with investigating very scrupulously what kinds of timber have been felled from time to time in the Divitoere district, and surveying the extent of the forests that had already been cut down, without him, as the contractor, having received any information regarding the purpose for which this was being done, and that he gave notice thereof in particular because it caused considerable unrest among the few inhabitants who had now settled in that formerly wild district, fearing that some misfortune might occasionally befall them on that account. § 156. That having requested a report from Galle regarding this matter, with instructions to suspend this commission until our further orders, we were answered that a great quantity of good timber had reportedly been cut down in the Divitoere district, to the great detriment of the Company, and that in the meantime nothing, or at least nothing worthy of note, had been accomplished therein pursuant to

Dutch transcription

2767 sing, en wijl het bekend is, dat hij in zijn post niets heeft, dan zijne gagie en kost- geld. we hebben het op ons niet durven neemen, om in dit verzoek te bewilligen, en neemen derhalven de vrijheid, daerop te verzoeken uwer Hoog Edelheeden g'eerde dispositie § 149. De opperkoopman en gezaghebber in 't Taalsch Commandement Cornelus Dionijsius Kraijenhoff, heeft ons verzogt om bij deeze geleegentheid uwen Hoog Edelheeden telaaten toekomen 't request, dat onder de bijlaegen overgaat, waar bij dezelve, wegens 't gering inkomen, dat hij in zijn post heeft, en wegens de veele bezigheeden daar aan verknogt, waer door hij betuigd, bijde in zijn tijdelijk vermogen en in zijne gezondheid afgenomen te zijn, ver„ zoek doet, om daar van ontslaegen en geper„ mitteerd mogen worden, om na behoorlijk gedaane transport, en het stellen van de gewoone borgen, nevens huijsvrou en kinde„ ren ren, met een der eerst van haele vertrekkende retourscheepen, behoudend qualiteit, met de bagagie van een Commandeur, en met de gagie van opperkoopman, na Nederland temogen vertrekken; zoomede, dat uwe Hoog Edelheeden hem; voor het gemis der inkomsten, die de Commandeurs tevooren gehad hebben, en van 't nader geproponeerd douceur uit de arreeks tinnen, eene naer hoogst derzelven welgevallen Convenabele schadeloos stelling gelieven toeteleggen. §150. 't zedert hebben we met de komst van 't schip de Gouverneur Falck, ontvangen eene onder de bijlaegen in Copij overgaande missive van de Heeren Majores, de dato 8=e Janu: dezes jaars, waerbij hunne wel Edele Hoog achtb: ons, onder toezending van Copij van een diergelijk request, van wegen voorm: Gaals gezaghebber aan hoogst dezelven gepresenteerd, en waer van ook Copij onder de bijlaegen deezes is 2768 is gevoegd, hebben gelieven aan teschrijven, om indien we geene reedenen ter Contrarie mogten hebben, daarop een gunstig ne„ guard te slaan. § 151. we hebben den meermelden Gaalsch gezaghebber, van dit aanschrijven kennis gegeeven, en heeft hij daarop bij brief van den 10„e 7ber: I:L: ons andermaal verzogt, dat we voorsz: zijn verzoek, om te zijn ontslaegen uit zijn pre„ sente post en verlof om te moogen repatrieeren, nader aan uwe Hoog Edelheeden wilden voordraegen, met de reedenen van dien. § 152. Dezelve zijn vervat in het Extraket uit de voorsch: Gaalse brief van den 10. Sept: IZ: waar aan we kortheids halven verlof ver- zoeken ons te moeten gedraegen, en merken daar uit alleen van § 153. Dat we niet weeten, dat dE: Kraijenhof in het stuk van de inkomsten in eenig opzigt is benadeeld, in vergelijk van het geene zijne voorzaaten in het kommandement genooten eerd genooten hebben, ten zij het zijn mogt in het stuk van de afgeschafte paressen, in zoo verre de kommandeurs daarin eertijds mogten hebben geparticipeerd, want we voor het overige hieromtrent nimmer eenige schik- kingen of bepaalingen gemaakt hebben, dat we voorts niet weeten of den Hoog zaligen Heer Gouverneur Falck, aan den E: Kraij- en hoff eenige meerder inkomsten op eene stillige wijze heeft toegezegt, om hem daar door te beweegen, tot het aanneemen van het ampt van Gezaghebber van het Gaals kommande„ ment, dog dat wij, het zij de eerstgeteekende Gou„ verneur alleen, of met den raed te saamen, hem nooijt meer beloofd hebben, dan dat we onze goede officien daar toe bij uwe Hoog Edelheeden zouden aanwenden, zoo als we dat ook met en„ pressement hebben gedaan, wijl in der daed het Gaals kommandant niet bedeeld is over een„ komstig met de onkosten die een kommandeur niet gevoeglijk vermijden kan te doen. § 154. 2769 § 154. Dat het landschap Dirvitoere, gelegen in de Gale Korle, waar van de Gezaghebber kraijenhof bij voorsch: zijn brief spreekt, menigmaalen vrugteloos onder handen genoomen is, om te zien wat partij daar van konde worden getrokken. Dat om niet te min nog eens daar van een proef te neemen, we bij onze resolutie van den 9 e Sept: 1784. , dat nader hebben opgedraegen aan den toenmaligen Modliaan van de porta te Gale en tegenswoordig Maha modliaar van s Gou- verneurs ponta Nicolas Dias, op zoodanige konditien, als bij deeze resolutie in het brede zijn beschreeven, en aan uwen Hoog Edelhee„ den bij onzen nedrigen brief van den 31:e Jann: 1785. zijn bedeeld. §155. Dat de voorsch: Maha Modliaar nu eenige maanden geleeden den ondergeteekende Gou- verneur heeft aangediend, dat zig in het voorsz: landschap bevond een kommissie, geassisteerd van twee simmerlieden, die zig bezig hielden met zeer angstvallig nategaan, wat zoorten van d van houtwerken in het Diwitoeresche van tijd tot tijd zijn gekapt, en op teneemen de groote der bosschen die reeds omgehakt waaren, zonder dat hem als aanneemer daar van eenige onderrig„ ting- was toegekoomen nopens het oogmerk waar toe dit geschiede, en dat hij inzonder, heid daar van kennis gaf, om dat het mer„ kelijke ongerustheid baarde bij de wijnige ingezeetenen, die zig nu, in dat eertijds woeste landschap hadden neergezet, vreezende dat hun daar over somtijds iets kwaeds zouden weder vaaren. § 156. Dat we daaromtrend berigt gevraagd heb- bende van Gale, met aanschrijving om tot onze nadere last deeze kommissie te stae„ ken, ons daarop is geantwoord, dat in het landschap Diccitoere een menigte goede houtwerken zouden zijn gekapt, tot groot nadeel van de komp: en dat middelerwijl daarin tot nog toe niets, of ten minsten niets naamwaardigs verrigt was, ingevolge en

← previousnext →