Inventory 3792
Ceylon · 1,076 pages · 151 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
... had done work, with the heaving down of the French warship la Resolution, and without any noticeable defects has already been returned to the Company, is due to follow the bearer of this shortly. We commend Your High Nobilities and the interests of the Company to God's safe keeping and remain with all respect and fidelity (below stood:) High Noble Grand Honorable Far-ruling Lord, Right Noble Strict Lords! Your High Nobilities' humble and very obedient Servants (was signed:) W: J:s van de Graaff, D: E Fretz, C: Filenus, G: E: Holft, M: P: Raket, J:s Reintous and C: F: Schreuver (in the margin:) Colombo the 5th of April 1788. (lower:) P: S: The Galle Papers regarding the cargo of the ship Maria not having been brought in up to the closing of this, we shall have the honor of offering the same to Your High Nobilities on a following occasion. Upon the received report from the Galle servants that the ship de Negotie would be ready for departure in the late part of last week, we sent our respectful letter of the 5th of this month, of which the duplicate accompanies this, to Galle, in order to be dispatched to Your High Nobilities with that vessel; but after its departure, the servants informed us that the Master of the Equipage Abo had declared that he had been mistaken in that regard, and that he even doubted whether that ship could indeed be ready this week. It had already caught our attention that the ship Alblasserdam, which arrived at Galle on the 22nd of February, had been detained there too long, because although it had nothing else to do there than to unload 353 packs and cases and to take in again 6365 bundles of coir, 38 packs of linen, 10 ropes and 50 cables, it nevertheless departed from there again only on the 13th of March. It is true that three of the Galle lighters had been lent to the French warship la Rezolution, which was careened and repaired there, but by hiring some native vessels of private individuals which could have served very suitably for that purpose, this difficulty could for the greatest part have been cleared out of the way; and if the servants had taken recourse to this means, then it is certain that this would truly have hastened the unloading and especially the loading of Alblasserdam, whereas now six full twenty-four hour periods were spent on the unloading of the aforesaid cases and packs alone; and that which especially provided the most visible proof that the dispatch of this ship could have been worked on with more expedition than occurred, is that since then another 12 full twenty-four hour periods elapsed to load the goods mentioned above into it. With the unloading of the cargo of the ship de Negotie, it likewise appeared to us that this could have been done with more expedition. On the 20th of March this ship arrived in the bay of Galle, and by the 24th everything had already been unloaded from it, except 1214 bags of saltpeter and 115950 lbs of pepper, which it had loaded at Cochin. The saltpeter could have been unloaded with the aforesaid private vessels, and as it appears to us, that would also have presented no great difficulty regarding the pepper in good weather; nevertheless, we saw from a received Memorandum of remaining return goods that all the pepper and saltpeter still lay in the ship on the 30th of March, so that in six full twenty-four hour periods nothing seemed to have been done to this ship; and if serious work had been done only from that time until the 4th of this month, when the servants communicated to us the aforesaid report from the Master of the Equipage Abo, the unloading of the saltpeter and pepper could very easily not only have been done within that time, but at the same time the ballast could also have been brought on board with native vessels, insofar as no Company vessels were at hand for that purpose. On the ship Houtlust there was also not much to do. It had already been returned to us on the 31st of March, and according to the report of the servants had suffered very little and almost negligible damage only to the fore-shrouds during the careening of the French warship, so that not much time was required to put this ship in a condition for the voyage to Batavia. Nevertheless, the servants added to the aforesaid declaration of the Master of the Equipage Abo in their letter this further report: that the dispatch of the ships Houtlust and de Negotie could still be long delayed. We therefore thought it necessary to urge them to greater expedition, and accordingly wrote to them on the 7th of this month to ask the Master of the Equipage Abo categorically by what time we, with the assistance that the servants were able to give him, could count on each of the aforesaid ships being able to undertake the voyage to Batavia; announcing at the same time that we hoped that the answer which we were to
Dutch transcription
daan werk heeft gekreegen, met het kren= gen van het fransch oorlogschip la Resoluti on, en zonder eenige merkelijke gebreeken reeds aan de komp: terug gegeeven is, staat eerstdaags den brenger deezes tevolgen. Wij beveelen uw Hoogedelheden in de belangens der Maatschappij in Godes veilige hoede en blijven met alle eerbied en trouwe (:onderstond:) Hoog Edele Groot Agtb: wijdgebiedende Heer, wel Edele Gestrenge Heeren! uwer Hoogedelh:s onderdanige en zeer gehoorzaame Dienaaren /:was getekend:/ W: J:s van de Graaff, D: E Fretz C: Filenus, G: E: Holft, M: P: Raket J:s Reintous en C: F: Schreuver /:in margine:/ Kolombo den 5:' April 1788. /:laager:/ P: S: De Gaalsche Papieren, weegens de laading van 't schip Mharia, tot op het sluijten deezes nog niet aangebragt zijnde, zullen we de eere hebben dezelven bij eene volgen- de gelegentheid uwer HoogEdelheden aan- tebieden Op het ontfangen berigt van de Gaalsche bedienden, dat het schip de Negotie in het Aan als vooren laatst 2662 laatst van de voorleedene week, ter vertrek gereerd zoude zijn, hebben we onzen eerbiedigen van den 5. deezer, waar van het duplikaet deezen verzeld, na Gale afgezonden, om met dien bodem aan uwe Hoogedelheden te worden afgevaardigt; doch naa het afgaan van den- zelven, bedeelden ons de bedienden, dat de Equipagiemeester Abo hadde verklaard, zich daar omtrent te hebben vergift, en dat hij zelfs twijffelde, of dat schip wel in deeze week zoude kunnen klaar koomen. Het was ons reets in het oog gevallen, dat het schip Alblasserdam, 'twelk den 22. februarij te Gale arriveerde, telang aldaar was opgehouden, wijl niet tegenstaande het daar niet anders ttedoen had, dan 353. pakken en kassen telossen en weder 6365 bossen kaijen, 38. pakken lijwae ten, 10: touwen en 50. trossen inteneemen, is het echter eerst den 13. Maart van daar weder vertrokken. Het is waar, dat drie van de Gaarsche gammels aan het fransche oorlog schip la Rezolution, dat daar gekield en vertim- merd wierd, geleend waren, doch door het in „ huur neemen van eenige inlandse vaartuigen van re genl: che het van partikeulieren die daar toe heel bequaa melijke hadden kunnen dienen, waare deeze swarigheid voor het grootste gedeelte uit den weg te kunnen geweest, en zoo de bedienden tot dit middel toevlugt hadden genoomen, dan is het zeker, dat zulks het lossen en inzon derheid belaaden van Alblasserdam werkelijk zoude hebben verhaaft, daar nu alleen met het lossen van de voorsch: kassen en pak- ken, ses volle etmaalen waaren toegebragt, en het geene voornamelijk een allerzicht- baaast bewijs uijtleeverde, dat 'er met meer voortvaarentheid aan de depeche van dit schip hadde kunnen worden gewerkt dan geschied zij, is dat er zedert nog 12. volle etmaalen zijn verloopen, om de goe= deren hier bovengemeld daar in aftelaa den. Met het lossen van de laading van het schip de Negotie. Den 28. saaat is aht schip de Nog kwam het ons ingelijks voor, dat zulks met meer voortvaarentheid hadde kunnen geschieden. Den 20. Maart is dit schip in de baaij van Gale gekoomen en den 2663 den 24. was reeds alles daar uijt gelost, be halven 1214. zakken salpoeter en 115950. ld:s soe= per, die het te koetsien heeft ingelaaden. De salpoeter konde met de voorschr: particulieren vaartuigen gelost zijn, en naar het ons voorhe komt, zoude dat ook geene groote swarig. heid gehad hebben omtrent de peper bij goed weer; nochtans zagen we, bij eene ontvange ne Memorie van restant retouren, dat al de peper en salpeter nog den 30. Maart in het schip hebben geleegen, zoo dat aan dit schip, in volle ses etmaalen, niets scheen te het zijn gedaen, en indien alleen van dien tijd af tot den 4. deezer, wanneer de bedienden ons het voorsz: berigt van den Equipagie meester Abo bedeelden, met ernst gewerkt was, hadde het lossen van de salpoeter en peper, zeer gemakkelijk niet alleen bin- nen dien tijd kunnen zijn geschied, maar had ook tegelijker tijd de ballast, met inlandsche vaartuigen kunnen worden aan boord gebragt, voor zoo verre daar toe geen komp:s vaartuigen aan handen waaren. Aan het schip Houtlust was 'er ook niet veel a cht. en de veel te doen. Het was reets den 31. Maert aan ons terug gegeeven, en hadde volgens der bedienden berigt, bij het kielen van 't fransche oorlog schip, zeer wijnig en bij na niet naamwaardige schaade alleen aan het fok ke want geleden. zoo dat 'er om dit schip, tot de rijze na Batavia in staat te stel len, geen veel tijds vereischt wierd. Niet te min voegde de bedienden, bij de voorschr: verklaaring van den Equipagiemees ter Abo, in hunnen brief, nog dit berigt; dat de afvaardiging van de scheepen Hout lust en de Negotie nog lange konde aan= houden. We hebben daarom gemeent hem tot meerder voortvaarentheid te moeten opwekken, en dienvolgens den 7. deezer hun aangeschreeven, om den Equipasiemeester Abo Catogoorisch aftewaagen, tegens wat tijd we, met de hulp die de bedienden in staat waren hem tegeeven, staat konden maaken, dat een elk der voorschr: scheepen, de rijze na Batavia zoude kunnen aan- „vaarden; met aankondiging tevens, dat we hoopten dat het antwoord dat we daar op te
English
which we anticipated would be such that we could acquiesce in it, as we would otherwise send the Colombo Master Attendant to Galle in order to have the work performed with greater speed. In response to this, the servants reported to us by letter of the 9th of this month that Master Attendant Abo had confirmed that the ship De Negotie could be dispatched today, weather and wind permitting, and that the ship Houtlust could also depart as soon as we should order it. We hope, therefore, that De Negotie will have departed today, and let this serve as an escort for the ship Houtlust, regarding whose cargo we humbly refer to the report that the servants in Galle will make concerning it to Your Right Excellencies. Returning with this ship are the eight sailors who were placed in Batavia on the chartered ship De Maria, and to whom we have had two good months advanced toward the payment of their debts to the skipper of the said vessel. The said skipper would gladly have retained four of them for his ship's service, but as we did not have their pay accounts, and the skipper did not wish to bind himself for whatever might be in arrears on their accounts, four other sailors from the Galle crew were ceded to him. Also traveling with the bearer of this are the second lieutenant Simon Pietersz and five sailors, all of the crew of the sloop De Krab. As these people had nothing to live on, we have had advanced to each of them three months' wages, which, along with the provisions made at Paleakatta and Batticaloa, have been debited to their pay accounts, which the Galle servants will present to Your Right Excellencies. Already on the 13th of February, we wrote to the acquaintances at Galle to have the said commander of the aforementioned sloop, Daniel Strale, examined in the presence of the fiscal by Master Attendant Abo and another ship's captain concerning his management since the departure from Batavia until the sloop happened to drift to Pegu, as well as regarding the condition in which he had left that vessel upon his departure from there; and at the same time also to demand an accounting from him for the expenditure of 5000 sicca rupees, for which, while still at Pegu, he drew a bill of exchange on the Ministers in Bengal, and of 951 pagodas 6 fanams 40 cash, which he received at Paleakatta. We further repeated this order in our letter of the 18th of March last, when the servants presented his request to us to be permitted to go to Batavia with the first departing ship, and there to be allowed to account for the one and the other. But today we received from the servants only a report from Master Attendant Abo and Captain Pleen of the ship De Negotie, alongside a copy of the report of the aforementioned Straalen and the second lieutenant Pieterssen, both of which are transmitted in copy among the enclosures, alongside the journal kept on the aforementioned sloop during the voyage, to which we take the liberty of referring, with this remark only: that according to the report of the aforementioned examiners, the courses steered were found to be in accordance with the sailing orders and the chart of the Indian Sea, but that the lost voyage must have been caused by the leeway of the currents and from a great miscalculation by the officers in the use of the azimuth compass, which they deemed not to have been in proper order; the commander and the second lieutenant declaring in their report that they had not accepted the sloop because, the skin having been eaten through by worms and the spars decayed, the vessel could not sail without undergoing a heavy repair. The aforementioned accounting for the moneys he received has thus not yet been furnished to us, but the servants have, on the other hand, repeated his request to be permitted to go to Batavia, and this we have now granted provided he first accounts for the aforementioned moneys; so that in this case he will also cross over with the bearer of this, and we have qualified the servants to send the account that he submits for the expenditure of the aforementioned moneys to Your Right Excellencies for your highest disposal. Regarding the Cochin cargo of the ship Houtlust delivered here, we have disposed by our resolution of the 21st of March last, which is annexed hereto in extract and to which we humbly defer, as there is nothing to remark upon it; and regarding the cargo delivered at Galle, we refer to the servants' resolution of the 6th of March, which is added in copy among the enclosures, as we have approved the decisions appearing therein as being in accordance with the standing orders. We commend Your Right Excellencies and the interests of the Company to God's safe keeping and remain with all respect and fidelity, underwritten and signed as before, in margin: Colombo, the 12th of April 1788.
Dutch transcription
2664 te gemoet zagen zoodanig zoude zijn, dat we er in konden berusten wijl we anders den kolomboschen Equipagiemeester na Gale zouden zenden, om het werk met meerder spoed te doen verrigten. Hier op hebben de bedienden ons bij brieve van den 9. deezer berigt, dat de Equipagiemeester Abo had betuigd, dat het schip de Negotie heden zoo weer en wind het toeliet, zoude kunnen worden af= gevaardigt, en dat ook 't schip Houtlusf konde vertrekken, zoo dra we het zouden beveelen. We hoopen derhalven, dat de Negotie heden zal zijn vertrokken, en laaten deezen dienen ten gelijde van 't schip Houtlust, nopens welks lading we ons nedrig refereeren aen het verslag, dat de gaalsche bedienden daer van aan uwe Hoogedelheden zullen doen. met dit schip gaan terug de agt mattroosen, die te Batavia op het ingehuurd schip de Maria zijn geplaatst, en aan wien we twee goede maanden hebben laaten verstrekken, ter afbetaaling hunner schulden aan den schipper van gemelden bodem. Gemelde schipper hadde ok , bout a hem n 60 e hadde gaaane vier hunnen tot zijn scheeps dienst willen behouden, maar wijl we hun ne soldij reekeningen niet hadden, en de schipper zig niet wilde verbinden, voor het geene ze op hunne reekeningen te quaad mogten staan, zijn hem vier andere mat- troosen van de Gaalsche equipagie afgestaen. Ook gaan met brengen deezes over de sous luijtenant Simon Pietersz en vijf mat„ troosen, alle van de Equipagie van de sloep de krab. wijl deeze menschen niets. had„ den, om 'er van te kunnen leeven, hebben we aan hun laaten verstrekken elk drie maanden gagie, die met de gedaane ver- strekkingen te Paleakatta en Battika loa belast zijn op hunne soldij reekenin gen, welke de Gaaesche bedienden uwen Hoog edelheden zullen aanbieden Reets den 13. februarij hebben we den bekenden te Gale aangeschreeven, om door den Equipagie meester Abo en nog een scheeps kapitijn, den gen: gezaghebber van voorm: sloep Daniel strdale, ten overstaan van den fiskael, te lae= ten examineeren over zijne directie, zedert het 2665. het vertrek van Batavia tot dat de sloep op Pegu was komen te vervallen, zoo meede nopens den toestand, waar in hij dat vaar- tuig, bij zijn vertrek van daar had gelaeten; en ter gelijker tijd ook van hem verantwoor= ding te vraagen, weegens het emploij van 5000: sicca ropijen, waar voor hij, nog te Pegu zijnde, een wissel op de Ministers in Bengale heeft getrokken, en van pagooden 951: 6. 40, die hij te Paleakatta heeft ontvangen. Deeze or- der hebben we nader herhaald bij onzen brief van den 18. Maart J:L:, toen de bedienden ons zijn verzoek voordroegen, om met het eerst vertrekkend schip na Batavia temogen gaan, en daar van het een en ander verantwoor- ding temogen doen: Doch heden ontvangen we van den bedienden, alleen een berigt van den Equipagiemeester Abo en den kapitijn van 't schip de Negotie Pleen, nevens een kopia berigt van gem: straalen en den sous luijtenant Pieterssen, die bijde in Copia onder de bijlaagen overgaan, nevens het Journaal op gem: sloep geduurende de wijze gehouden, waar aan we de vrijheid gebruijken ons te heeft te refereeren, met deeze aanmerking alleen, dat volgens het berigt van voorsz: exami nateurs, de gehouden Courssen overeenkomstig bevonden zijn met de zijlaas orders en de kaart van de Jndische zee, maar dat de verloore rijs moest veroorzaekt zijn, door verlijding van de stroomen en uijt eene groote misgissing van de overheden, bij het gebruijk van het pijl Compas, dat ze oor- deelden niet van deugd te zijn geweest: be= tuijgende de gezaghebber en de sout luijte= nant bij hun berigt, dat ze de sloep niet hadden geaccepteerd, om dat de huijd van de wormen doorvreeten en de rondhouten ver- gaan zijnde, het vaartuig niet vaaren konde zonder eene swaare reparatie te hebben. De gewaagde verantwoording wegens de gelden, die hij ontfangen heeft, is ons dus nog niet bezorgd, maar hebben de bedienden daar en teegen herhaald zijn verzoek, om na Bata via temogen gaan, en dit hebben we tans toegestaan mids hij alvoorens reekening doet van de voorschreeven penningen: zoo dat hij in dit geval ook met brenger deezes zal over- vaaren 2666 vaaren, en we hebben den bedienden gequalifi ceerd, om de reekening, die hij van het emploij van de voorw: gelden overlegt, aan uwe Hoog de edelheden toetezenden, tot hoogst derzelver dis- positie. Op de alhier uijtgeleverde koetsiemsche lading van het schip Houtlust, hebben we gedisponeerd bij onze rezol: van den 21. Maart J: E: die in extrakt hier nevens gaat, en waar aan wij ons nedrig gedraagen; wijl 'er niets op aantemerken valt, en nopens de uijtgeleeverde laading te Gale refereeren we aan der bedienden rezolutie van den 6. Maart, die in kopij onder de bij- laagen gevoegd is, wijl we de daar bij voor- koomende besluijten, als overeenkomstig met de leggende orders, geapprobeerd hebben. wij beveelen uw Hoogedelheden in de belangens der staatschafij in Godes vijlige hoede en blij„ ven met alle eerbied en trouwe /:onderstond:/ en :geteekend:/ Als vooren /:in maagine:/ ko„ lombo den 12. April 1788. Alen l een tig et Bak ans doet hij over- den
English
To the same as before Section 1. The ships Negotie and Houtlust departed from Gale for your destination on 13 and 16 April last, and we have the honor to present herewith to Your Right Worshipfuls the duplicate of our respectful letter of the 12th of the said month, dispatched with the Houtlust. Section 2. We now take the liberty respectfully to reply to Your Right Worshipfuls' respected dispatch of 23 October past, the receipt of which we have already communicated to Your Right Worshipfuls in our humble letter of 31 January last. Section 3. Up to now no ship nor any other vessel of the King of Bramer has arrived here, and if this should happen in the future, we shall, in accordance with Your Right Worshipfuls' recommendation, take into further consideration whether the junior merchant Boers could seize it to indemnify himself, and whether that could be done without any adverse consequences with regard to the Court of Kandia. Section 4. It has always been observed by us, as far as practicable, to inform the Gale officials in good time which goods we designated for the cargo of each return ship, and we shall also continue doing so henceforth, although with respect to the Surat and Madura linens this can rarely be done with great precision, owing to the uncertainty of the quantity that is brought in. Section 5. Concerning the 40 bayonets and 40 cutlass scabbards, along with 1627 bombs of various sorts, which were received from the ship Veere in excess of what was charged in the invoices from the Zeeland Chamber, we have dutifully notified the Lords Major in our respectful letter of 12 November 1787. Section 6. The petition of Chief Surgeon Nicht, mentioned in the aforesaid very respected letter of Your Right Worshipfuls, section 11, has not been received by us. Nevertheless, by our resolution of 18 April last, our Chief Administrator was instructed to investigate the medicine chest mentioned therein. According to the report submitted regarding this by the said Chief Administrator, a copy of which is enclosed herewith, it is very plausible that this Nicht handed over the chest to his successor in office, Chief Surgeon Otto Hendrik Eenhuijs; however, certain proof of this has not been received, and this is also the reason why the pay account of the aforementioned Nicht has not been cleared of it here. According to the custom in such cases, Chief Surgeon Nicht should have taken a receipt stating that he had handed over and accounted for his medicine chest, so that the Chief Administrator could have issued an order to the pay officials to clear his pay account of it, which was not done by the aforesaid Nicht; and it is therefore due to this negligence of his own that the aforesaid medicine chest has not been deducted from his pay account and placed upon the account of his aforesaid successor. In order, however, the better to prevent all such errors in the future, the Master of the Equipage has been ordered, in all such transfers, as is the case here, to give notice thereof to the Chief Administrator. Section 7. That we gave notice to the Nabob of the Carnatic of the requested discount by the lessee of the pearl fishery recently held at Tutukorijn, was done because half of the lease money had to be disbursed to the said Nabob, and we feared that if we granted the requested discount without his consent, this might sometimes have brought us into difficulties with him: since it might easily have entered his mind to hold a consent granted by us without his prior knowledge solely for the account of the Company, and consequently to insist upon full payment of his half of the lease money, whereas now he has also borne his half of the discount. Section 8. In our respectful letter of 31 January last, section 306, we had the honor to inform Your Right Worshipfuls that we, pursuant to our resolution of 24 July 1787, had permitted the aforesaid lessee to settle with the payment of 18,760 rixdollars. The discount granted to him therefore amounts to 14,740 rixdollars; and that in our respectful letter of 4 July 1787 we had only informed Your Right Worshipfuls that the discount granted to the lessee was made in proportion to 500 divers for 25 days, amounting to 12,500 divers for one day, which were due to the lessee according to the terms, and to 350 divers for 20 days, being 7,000 divers for one day, which were actually used for diving, and which two numbers stand in the same proportion to each other as the full lease sum of 33,500 rixdollars stands to that which the lessee was actually required to pay, occurred because the calculation in money had not yet been made at that time. It has since been received, and a copy of it is enclosed herewith. Section 9. We have also, in our aforesaid respectful letter of 31 January last, section 307, indicated what the Company, after deduction on the aforesaid fishery
Dutch transcription
Aan als vooren §1: De scheepen de Negotie en Houtkust zijn op den 13. en 16. April J:=o Leeden, van Gale na der- waards vertrokken, en we hebben de eer, het displiteact van onzen eerbiedigen van den 12. van gem: maand, met Houtlust afgevaer- digd, uwen Hoog Edelh: hier nevens aantebieden § 2. Tans: gebruijken we de vrijheid eerbiedig te antwoorden, op uwer Hoog Edelh: gevenereerde missive van den 23. oktober pass:o welker ontfang wij uwen Hoog Edelh: reeds hebben bedeeld, bij onzen nedrigen van den 31. Janu„ arij J:o Leeden. §. 3. Tot nog toe is geen schip, nog eenig ander # vaartuig van den koning van Bramer, al- hier aangekoomen, en wanneer dit in het vervolg mogte geschieden, zullen we, vol- gens uwer Hoog Edelh: aanbeveeling, nader in overweeging neemen, of de onderkoopman Boers arrest daar op zoude kunnen leggen, tot zijner schadeloos stelling, en of dat buij„ ten eenige nadeelige gevolgen, ten aanzien van het Hof van kandia, zoude kunnen geschieden. 54. 2667 § 4. Htel is altijd door ons geobserveerd om zoo veel het doenlijk was, in tijds de Gaalsche bedienden te informeeren, welke goederen we tot de lae ding van elk retour schip bestemden en we zullen ook voortaan daar bij Continueeren, hoe wel dit ten opzigte van de soeratsche en Madureesche lijwaaten, zeldzaam heel naaukeurig kan geschieden, wegens de onzee- kerheid van de quantitijd, die 'er aange bragt word. §5. van de 40. bajonets en 40. houwers scheeden, nevens 1627. bommen inzoort, die uijt het schip veere boven het aangereekende bij de faktuuren, van de kamer Zeeland, zijn ont- vangen, hebben wij aan de Heeren Majores bij onsen eerbiedigen van den 12. November 1787. plichtelijk kennis gegeeven. § 6. Het request van den oppermeester Nicht, vermeld bij voorsch: uwer Hoog Edelh: zeer gerespekteerden brief 511. hebben we niet ontfangen. Bij onze rezol: van den 94 18. April J: L: , is onzen Hoofdadministra- teur niet te min aanbevoolen, om onder- zoek te doen na de medicijnkist daar bij bij vermeld. volgens het daar van door gem: Hoofdadministrateur ingediend berigt, dat in kopij hier nevens gaat, is het zeer ge- loofbaar, dat deeze Nicht de kist aan zij= nen vervanger in officie, de oppermeester otto Hendrik Eenhuijs, heeft overgegee ven; doch zeker bewijs is daar van niet in gekoomen, en is dit ook de oorzaek, dat de soldij reekening van voorm: Nicht daar van hier niet is ontlast. Naar het gebruijk in diergelijke gevallen, hadden de oppermeester Nicht eene quitantie moeten neemen, dat hij zijn medisijn kist hadde overgegeeven en verantwoord, ten einde de hoofdadministrateur eene ordonnantie hadde kunnen verleenen op de soldij bedienden, om zijne soldij reek: daar van te ontlasten, het geen door voorschr: Nicht niet is gedaen; en het is mids dien aan dit zijn eigen verzuijm tewijlen, dat de voorschr: medicijn kist niet van zijne soldij reek: is afgeschree ven, en gesteld op de reekening van voornz: zijne vervanger. Om echter te meer alle 2668 alle zulke abuijsen in den aanstaande tevoorkoo= men, is de Equipagiemeester gelast, om bij alle zulke verwisselingen, als is het geval in deezen, daar van kennis tegeeven aan den Hoofd administrateur. §7. Dat we van het verzogte afslag, door den Pachter van de Jongst te Tutukorijn gehoudene paarlvisserij, aan den Nabab van karnatika kennis hebben laaten geeven, is geschied om dat aan gem: Nabab, de helfte van den pacht- # schat moest worden uijtgekeerd, en wij bedugt waren, dat zoo we de verzogte afslag buij„ ten zijne bewilliging toestonden, dit ons som= tijds in moeijelijkheeden met hem zoude hebben gebragt: wijl het hem ligtelijk in het hoofd had kunnen komen, om een Consent in dee- zen, door ons buijten zijne voorkennis ver- leend, te laaten alleen voor reekening van de komp. , en mids dien aantedringen op de volle betaaling van de halve pachtschal, in steede dat hij nu ook voor zijne helfte in den afslag gedraagen heeft. §8. Bij onzen eerbiedigen van den 31. Januarij J: L: §306. , hebben we de een gehad uwen hoog gem: is — dat het en oord e op : hoog Edelheden te bedeelen, dat we den Pagter voorm:, volgens onze rezolutie van den 24. Ju= lij 1787, hadden laaten volstaan met de betae- ling van rd=s 18760. –. De aan hem verleende afslag bedraagt mids dien rd=s 14740. -; en dat we bij onzen eerbiedigen van den 4. Julij 1707. uwen Hoog Edelheden alleen hebben bedeeld; dat de afslag aan den Pagter verleend, was geschied in proportie van 500. duijkers voor 25. daegen, uijtmaekende 12500. duijkers voor een dag, die den Pagter volgens de Conditie toekwamen, en van 350. duijkers voor 20. daegen, zijnde 7000. duijkers voor een dag waar meede werkelijk gedooken is, en wel- ke bijde getallen staan tot malkanderen, ge- lijk de volle pagtschat van 33500. rijksd=r staet, tot het geen den Pagter werkelijk is opgelegd te betaelen, is voortgekoomen, wijl de bereekening in geld te dier tijd nog niet was gedaan. ze is zedert ingekoomen, en gaet daer van een afschrift hier nevens. §. 9. Ook hebben we, bij voorschr: onzen eerbiedigen van den 31. Januarij J:o l: 5307. , aangeweezen, wat de komp: op de voorsz: visserij, naa aftrek
English
after deduction of all charges; however, we take the liberty to present herewith the specific account thereof mentioned by Your High Excellencies. § 10. Regarding the Jarrego Lease, we have submitted for further consideration to the servants at Jaffenapatnam whether it might not be maintained with a reduction to five percent, with orders to inform us of their thoughts thereon in detail. § 11. Pursuant to Your High Excellencies' permission, we have had the arrears of Trinkonomale on account of the administration before the war, amounting to ƒ 266038:11:8, written off in the Ceylon general ledgers, and shall send an account thereof to the Gentlemen Masters, showing what the Company recovered upon the restitution of Trinkonomale and Oostenburg, which together amounts to ƒ 79202:17:8, and has also already been entered into the books. § 12. Oostenburg, to which the entire administration of Trinkonomale had been transferred, fell by storm, as is known to Your High Excellencies. In such confusion, one can easily imagine that little thought was given to taking care of the papers and accounts, and that everyone took whatever came within his reach. Even private property was not spared. We are therefore humbly of the opinion that the English Government, even if we were to find it inclined to send us a statement of what was found there, will most likely only be able to do so very defectively. We shall nevertheless request it, should Your High Excellencies find that, notwithstanding this our humble observation, it might be of any service to do so. § 13. By virtue of Your High Excellencies' authorization, we have also had the arrears of the Ponnekail Dorpoelingen written off in the Tutukorijn books, as there is in fact no possibility of getting them settled. § 14. On the Rupees that we had minted here, the Company has not suffered the least loss, because according to the drafted Instruction for the Mintmaster, inserted in our resolution of 12 May 1787, out of each pound of silver purchased for 48 rupees, 50 rupees were struck, each weighing 1/50 pound Amsterdam weight; for which, on each pound of silver delivered by the mintmaster, 2 rupees were credited to him on account of loss and further charges, and he was paid the value thereof. § 15. Through these and similar expedients, especially by the minting of copper, our supply of money has been extended quite considerably; for the gold and silver specie received by us have, except for a trifle, all been used for trade. We shall nevertheless, in accordance with Your High Excellencies' recommendation, proceed no further with this as soon as we are provided with the necessary money for the administration by Your High Excellencies or directly from the fatherland. § 16. We shall furnish the Gentlemen Majores with all possible elucidation regarding the ships and lesser vessels that were used in the service of the French crown during the war against Great Britain, and have already requested the necessary information from the Cape Ministers for that purpose. § 17. The Commandant of the Wanni, Nagel, and the pay bookkeeper of Jaffenapatnam, Van Ebbenhorst, who according to our respectful letter of 31 January last investigated the complaint of the Charmaarse Parruas, have submitted a report of their findings to the servants at Jaffenapatnam, who, pursuant to our authorization given to dispose thereof according to equity, decided by their resolution of 3 April last, a copy of which is enclosed herewith, to consider the extortions of money complained of by the Parruas as having occurred before the renewal of the edict prohibiting the taking of fines and paresses, as a matter of the past, and merely to dismiss the Manaar Mudaliyar Ritnasinga from his service. § 18. Besides the fact that in this resolution several matters requiring a special decision were left unsettled, such a settlement did not at all accord with the purpose of the commission appointed by us, namely to show the Parruas that, however much the step taken by them in abandoning their dwellings was highly reprehensible and punishable, one was nevertheless inclined properly to heed the motives which they said had moved them thereto, and to grant them redress for wrongs suffered, should such be discovered. § 19. We therefore, at the session of 20 June, disapproved the aforesaid Jaffna Resolution, in so far as insufficient regard was paid therein to the reasonableness that whoever is shown to have had something wrongfully taken from them should obtain restitution. § 20. The taking of fines and paresses in the manner described in the complaints of the Parruas may indeed to some extent be regarded as a consequence of the harmful examples of that nature which were found all too frequently in former times, not only in the Manaar district but elsewhere as well. In that respect Ritnasinga is perhaps no more guilty than a multitude of others along with him. These things, however, would never have exceeded so greatly the bounds within which they ought to have remained, had not we, as well as many native servants in other places, very greedily lent a hand to the practice of such vexations, whereby they also tended to find their own profit in a manner none too proper. Matters of this kind, especially when, like these, they occurred some time ago, are
Dutch transcription
2669 aftrek van alle ongelden,; heeft geprofiteerd: echter gebruijken we de wrijherd; de daer van door uwe Hoog Edelheden gewaagde specifi= que reekening, hier nevens aantebieden. 510. Nopens de Jarrego Pagt, hebben we den be- dienden te Jaffenapatnam nader in overwee= ging gegeeven, of ze niet in stand zoude kun„ wy gelaaten worden, met eene vermindering tot vijf percent; met last om ons hunne gedagten daar over omstandig te bedeelen. § 11. Wij hebben, ingevolge uwer Hoogedelheden toestemming, het agterstal van Trinkono- male, weegens de huijshouding voor den oorlog, bedraagende ƒ266038: 11:8. , bij de Ceibonsche Hoofdboeken laaten afschrijven: en p zullen daar van eene reekening aan de Heeren Meesters toezenden; met aanwijzing van het geen de Comp:, bij de restitutie van Trinkonomale en oostenburg, heeft te rug gekreegen; dat met malkanderen be- draagt ƒ79202:17:8. , en ook reeds bij de boe„ ken ingenoomen is. §12. Oostenburg, daar de heele huijshouding van Trink: 2 2 § 13. Trinkonomale was overgebragt, is, zoo als dat uwen Hoogedelheden bekend is, bij storm overgegaan. Jn zulke Confusie kan men ligt denken, dat 'er wijnig gedagt is; om eenige zorge te draagen voor de Papieren en Reekeningen; en dat een elk genoomen heeft, wat onder zijn berijk kwam. De Eigendommen van de Partikulieren zijn zelfs niet ontzien. De Eigendommen van de Partikulieren zijn zelfs niet ontzien. we zijn mids dien nedrig van gedagten, dat het Engelsch Gouvernement, zoo we het ook mogten geneigd vinden, om ons eene opgave tezenden van het geen daer gevonden is, dat naast denkelijk niet dan zeer gelrek kig zal kunnen doen. We zullen het nog tans vraagen, indien uwe Hoogedelheden mogten bevinden, dat het, niet teegenstaen de deeze onze nedrige aanmerking, van eenigen dienst zijn kan, dat het geschiede Het agterweezen van de Ponnekailsche Dor„ poelingen, hebben we meede, uijt kragte qualifikatie van uwer Hoog edelheden bij 2670. bij de Tutuk orijnsche boeken laaten afschrij„ ven wijl er in der daad geene mogelijk- heid is, om het voldaen te krijgen. §§ 14. Op de Ropijen, die we hier hebben laaten munten, heeft de komp: geen de minste schade gehad: wijl volgens de beraamde Jnstruttie voor den Munter, g'insereerd bij onze rezol: van den 12. Maij 1787, van elk pond zilver, ingekogt voor 48. ropijen, geslaagen zijn 50. rofijen, elk weegende 1/50. Ed:e Amsteldamsch gewigt; waar voor op elk Ed:e zilver aan den Munter, weegens verlies en verdere ongelden, gevalideerd zijn 2. ro- pijen, die de munter geleeverd heeft, aen hem met de waarde daar van is voldaen. § 15. Door deeze en diergelijke hulpmiddelen, in- zonderheid door het munten van koper, is onze geld voorraad nog al merkelijk ge= rekt; want het door ons ontfangene goud en de zilvere muntspetien; zijn, op eene klijnigheid na, alle tot den handel gebruijkt. we zullen niet te win, overeenkomstig met uwer hoog edelheden aanbeveeling, er niet verder ls ƒ r te verder meede voortgaan, zoo dra we door uwe Hoogedelheden, of direkt uijt het vadir„ land, van het nodig geld voor de huijshouding zullen zijn voorzien. §16: Wij zullen alle mogelijke elucidatie aan de Hee- ren Majores suppediteeren, wegens de scheepen en mindere vaartuigen, die geduurende den oorlog tegen groothrittantje in dienst van de fransche kroon gebruijkt zijn, en hebben reeds daar toe: de nodige onderrigting van de kaap- „sche Ministers gevraagd § 17. De kommandant van de wanni Nagel en de soldijboekhouder van Jaffena=mn van Ebbenhorft, die volgens onzer eerbiedigen van den 31. Januarij ge J:Leeden de klagte van de charmaarse Parruas hebben onderzogt, hebben weegens hunne bevin- ding van rapport gediend aan de bediendens te Jaffenap=m die volgens onze gegeevene qualifika= tie om daar op naar billijkheid te disponeeren bij hunne rezolutie van den 3: April J:o Leeden, die in kopij hier nevens gaet, beslooten heb= ben, de gedaane geld afpersingen, waar over de Parauas hebben geklaagt als g'exteerd voor 2671 voor de renovatie van het plakkaet verbieden de het neemen van boeten en paressen, aante merken als een gepasseerde zaak, en eenelijk den Mannaarschen Modliaar Ritnasinga van zijnen dienst te casseeren. § 18. Behalven dat bij deeze rezolutie verscheide dingen die een speciaale dispositie vereijschten om beslift gelaaten waaren strookte ook zulk een afdoening geheel niet met het oogmerk van de door ons benoemde kom- missie, om namentlijk aan de Parruassen te doen zien, dat hoe zeer ook de door hun gedaane stap met hunne wooningen te verlaaten, ten hoogsten berispelijk en strafwaardig was„ men des niet te min op de motieven die ze zeiden hun daar toe te hebben bewoogen, gezind was na be= hooren te letten en hun voor geledene onge- lijken, zoo ze ondekt wierden, voldoening te bezorgen. §19: We. hebben daarom ter sessie van den 20:e Junij de voorsz: Jaffenasche Rezolutie ge= dis approbeerd, in zoo verre daar bij niet genoeg. nog de t genoeg gelet is op de reedelijkheid, dat de gee ne van wien het blijkt; dat ten onregten iets genoomen is, restitutie erlange. § 20. Het neemen van boetens en paressen op die wijze als volgens der parruassen klagten is geschied, is wel eenigermaate aantezien als een gevolg van de schaadelijke voorbeel- den van dien aart die men niet alleen in het Mannaarsche maar ook elders in vroe„ gere tijden niet dan te veel vond. Ritnesin ga is in dat opzigt misschien niet schuldigen van een menigte aandoen met hem. Deeze dingen zouden nogtans iimmer, zoo zeer getreeden zijn buijten de paalen, waar in ze hadden behooren te blijven, zoo niet Wij zoo wel als veele porta bediendens op andere plaatzen, met groote greetigheid, de hand geleend hadden tot het oeffenen van diergelijke kwellingen, waar bij ze tevens hun eigen voordeel op een niet al te betaamelijke wijze pleegen te vinden. zaaken van dien aart, inzonderheid wan- neer ze gelijk deeze wat geleeden zijn, zijn ƒ
English
are generally not to be brought into such light as is necessary to make an ordinary and distinct judgment thereon, yet because it was fully evident that Retnesinge has acted wrongly in this matter, we have therefore—and so that he and other servants at the Portaas may conduct themselves more in accordance with their duty in the future—imposed upon him a fine of rds 2500, in order that reasonable satisfaction may be provided therefrom to the aggrieved parties. We shall have the execution hereof carried out by the commissioners who conducted the investigation of the complaints, and if any of the aforesaid sum should remain, we have decided to have it distributed to such poor inhabitants of Manaar, especially from among the Parruas, who shall be found to need it the most. Section 21. We would nevertheless have approved the aforesaid Jaffna resolution, insofar as Ritnesinga was thereby dismissed from his office; however, apart from it nowhere appearing to us that Ritnesinga, who otherwise has always given satisfaction in his office of Adigaar, has further made himself guilty in any respect after the latest edict whereby the taking of paresses and money fines was anew prohibited, the Chooren, who constitute a large part of the inhabitants in the Manaar district, as well as others who are not Parruas, have since requested through several olassen that Ritnesinga might be preserved in his post of Adigaal of Mantotte; and for this reason we have approved the aforesaid Jaffna resolution only insofar that the Parruas in future, instead of being under Ritnesinge, shall stand under the Head of their caste, being the Head Adepenaar, whom we have placed under the immediate authority of the Chief of Manaar, and herewith we have considered the case of Ritnesinge to be settled. Section 22. Regarding what further appears in the aforesaid Report of the commissioners for the investigation of the complaints of the Parruas concerning these and other matters about which they grieve, we have decided: 1. That it shall be further recommended to Manaar that the servants must ensure that, when the Parruas are employed in the Company's service, the full maintementos that have been determined of old are provided to them. 2nd. That no one shall be permitted to press them against their will into private services, and that those who voluntarily undertake to do so must be properly paid according to the custom of the country. 3rd. That on the coir which they bring down from Jaffna, they shall no longer need to pay the 4 stuivers per bundle hitherto paid to the kannekappels, and to the renters at Jaffna and Manaar, no more than each 5 percent. 4th. That for the deeds of their lands, they shall not need to pay anything to the Modliaar, under whatever name it may be, and thus nothing other than the ordinary expenses. 5th. That they shall not need to deliver anything to travelers who are not traveling in the Company's service, except for cash payment. 6. That in the future no native chiefs shall be permitted to rent the tithe right of the nelie crop in the Manaar district or participate therein in any manner, upon penalty of a fine as large as the entire amount of the rent tax; and to prevent them from nevertheless doing this in a manner that is sometimes difficult to discover, we have decided to have the aforesaid chiefs further notified with this prohibition that they shall have to clear themselves on oath in this matter as often as it is required of them. 7. That the betel rent, introduced as a kind of equivalent for the tarrego rent and which, according to our respectful letter of the 31st of January last, has been provisionally suspended, shall now be finally revoked, and that on the contrary the tarrego rent shall again be farmed out on the old footing, since the Parruas have declared that they prefer to continue paying it. 8th. That the Manaar servants shall further investigate the proposal of the Parruas which appears in the report of the repeatedly mentioned commissioners; namely, instead of paying the fish rent, to pay a capitation tax similar to that of the Jaffna fishermen, provided that in return they remain exempted from all land services and tributes for their tonies, ballangs, and nets; and until this shall have been disposed of, we have decided to leave deferred the final disposition concerning the fish rent, the collection of which we have caused to be provisionally suspended. Section 23. Finally, for the reassurance of the Parruas regarding their emigration, we have decided to grant them a full amnesty for this time, but that it shall be announced to them therewith to take careful heed in the future. Section 24. We would not have proceeded to an undertaking such as the excavation in the Girreways, mentioned in our letter of the 4th of July 1787, especially in view of the indicated expenses that will be involved therewith, without beforehand having the consent of Your High Mightinesses, had it not been that we—moved by the lamentable condition to which the inhabitants of that Pattoe have been brought for several years by the prolonged and unbroken droughts, and out of compassion for these poor people, whom we thought could not be helped quickly enough—were moved thereto; of which the distress has sometimes been so great that, solely to keep them from perishing of hunger, we have had to provide a quantity of rice to them, as was communicated to Your High Mightinesses in our respectful letter of the 31st of January 1785. We shall nevertheless Your High Mightinesses' most esteemed remark that we beforehand to that
Dutch transcription
2672 zijn doorgaans niet in dat dagligt te stel. len als noodig is om daar op een gewoone en onderscheidene uitspraak te kunnen doen, dan wijl het volkoomen bleek dat Ret- nesinge in deezen wij kwaalijk gehandelt heeft, hebben we daarom; en op dat Bij en andere bediendens aan de Portaas, zig in den aanstaande meer overeenkomstig met hun nen pligt gedraagen moogen, hem opgelegt een boete van rd=n 2500. , ten einde de belee= „dig de daar uit na reedelijkheid voldoening kan worden bezorgd. De uijtvoering hier van, zullen we laaten doen, door de gekom= mitteerdens, die het onderzoek van de klagten gedaan hebben, en zoo er van de voorsz: som iets mogte overschieten, hebben we beslooten dat te laaten uitdeelen aan zulke der Man- naarsche arme ingezeetenen, inzonderheid uit de Parruassen, die bevonden zullen wor- den dit het meest te behoeven. § 21. De voorsz: Jaffeniase rezolutie voor zoo ver- ke Ritnesinga daar bij is afgezet van zijn ampt, zouden we des niet te min hebben hebben geapprobeerd, dog behalven dat het ons nergens gebleeken is, dat Ritnesinga die anderzints in zijn ampt van avigaar steeds genoegen gegeeven heeft, na het jongste plakkael, waar bij het neemen van pa- ressen en geld boetens op nieuw verbooden is, zig in eenig opzigt daar aan verder heeft schuldig gemaakt, hebben ook de chooren die een groot gedeelte, van de ingezeetenen in het Mannaarsche distrikt uitmaaken, zoo wel als anderen, geene parruassen zijnde zeedert bij verscheide olassen verzogt, dat Ritnesinga in zijn post van Adigaal van Mantotte mogte blijven gekonserveerd, en om deeze reeden hebben we de voorsz: Jaffena„ sche rezolutie alleen in zoo verre geapprobeerd, dat de parruassen voor den aanstaende in steede van onder Ritnesinge zullen staen onder het Hoofd hunner kaste zijnde de Hoofd adepe= naar, die we gesteld. hebben onder het im- mediaal gezag van het opperhoofd, van Ma- naar en hier meede hebben we de zaek van Ritnesinge gemeend te mogen houden voor afgedaen. 522. 2673 §22. Op het geen bij het voorsz: Rapport van de gekommitteerdens tot het onderzoek der klag= ten van de Parruas wijders voorkomt noo- pens. deeze en geene dingen waar over ze zig beswaaren, hebben we beslooten 1. dat nader na Manaar zal worden gerekom „mandeert, dat de bediendens moeten zorgen, dat aan de Parruassen wanneer ze in komp:s dienst worden gebruijkt de volle maintementos die van ouds bepaald zijn worden verstrekt. 2:e dat niemand dezelve hunnes ondanks, tot partikuliere diensten zal moogen pressen, en dat de geene die dat vrijwillig aanneemen te doen, naar slands gewoonte behoorlijk moeten worden betaeld. 3:e dat ze op de kaijer die ze van Jaffena af= brengen de tot hier toe aan de kannekappels betaalde 4. stuijv:s ter bondel, niet meer zullen behoeven te betaelen, en aan de pagters te Jaffena en Manaar, niet meer dan elk 5. p:r C:os 4:e dat ze voor de brieven hunner landerijen, niets aan de Modliaar zullen behoeven te betaelen n betaelen, onder wat benaaming het ook zij, en dus niets dan de gewoone onkosten. 5:e dat ze aan de passagiers, die niet in 'skomp:s dienst rijzen, niets zullen behoeven te leveren, dan voor kontante betaaling 6. dat in den aanstaende geene inlandse hoofden de tiende geregtigheid van het nelie gewas in het Mannaarsch zullen moogen pagten of daar in op eeniger hande wijze deel neemen, op peine van een boete zoo groot als het heele bedraagen van de pagt schat; en ter voorkoo= ming dat ze dit des niet te min doen op eene wijze die somtijds moeijelijk te ont= dekken is, hebben we beslooten de voorsz: hoofden bij dit verbod nog te laaten aan- kondigen dat ze zig zoo dikwils als het van hun gevorgt word, in deezen met een eed zul„ len moeten zuiveren. 7. dat de betelpagt ingevoerd tot een zoort van equivatent voor de terrego pagt en die volgens onze eerbiedige van den 31. Januarij /:Leeden bij provisie is opgeschort geweest nu finaal zal worden ingetrokken, en dat daar en ƒ 2674. en teegen de tarrego pagt wederom zal wor- den verpagt op den ouden voet, wijl de pak- ruassen hebben verklaard die liever te willen blijven betaalen. 8: dat naader door de Mhaimaarse bediendens zal worden onderzogt het voorstel der Parru- assen dat bij het berigt van de meermelde gekommitteerdens voorkomt; om namentlijk in steede van de vistagt of te brengen een even zoodanig hoofd geld als de Jaffenase vissers, mits ze daar en teegen van alle land- diensten en tributen voor hunne tonies, bal= langs en netten blijven bevrijd, en tot dat hier over zal zijn gedisponeerd hebben we be- slooten om de finaale dispositie nofens de vis= pagt waar van we het heffen bij provisie hebben doen opschorten; te laaten uitgesteld §. 23. Eindelijk hebben wa beslooten ter gerust stelling van de parruassen weegens hunne gedaane uijtwijking, voor ditmael aan de= zelve te verleenen eene volleedige amnestie, dog dat hun daar bij zal worden aangekundigd om zig in den aanstaande voor zorgvuldig te wagten. §24. komspt aar § 24. We zouden tot een werk, zoo als is de doorgra= ving in de girewaijs, vermeld bij onzen brief van den 4. Julij 1787, insonderheid uit aan- merking van de aangeweezene kosten, die daar meede zullen gemengd zijn, niet getreeden zijn, zonder daar toe voor af te hebben 't Consent van uwe Hoogedelheden, was het niet dat we, aangedaan met den beklaaglijken toestant, waar in de inwoon= ders van die Pattoe, zedert verschijde Jaeren gebragt zijn, door de langduurige en on= afgebrooke droogten, uit moedelijden met dit arme volk, dat we dagten niet spoe= dig genoeg te kunnen worden geholpen, daer toe waren bewoogen geworden, waar van de nood somtijds zoo groot geweest is dat we alleen om ze niet van honger: te doen omkomen, een partij rijst aan hun hebben moeten laaten verstrekken, zoo als dat uwen Hoog Edelheden bedeeld is bij onzen eerbiedigen van den 31: Januarij 1785. we zullen niet te min uwer Hoog Edelheden zeer g'eerde aanmerking, dat we daer toe voor
English
ought to have requested their High Mightinesses' approval in advance, shall serve as our dutiful guidance for the future. Section 25. That we, in our humble report thereof, did not speak of the dissava Fretz, whom we do not wish to deprive of the praise in this matter of having cooperated in the most well-meaning manner in discovering the aforementioned means to supply the Girrewaij with water, occurred without any intention, but solely through an oversight; just as it was solely through an oversight that the engineer Johannes, who was also consulted about this plan, was not mentioned in our aforementioned report. Section 26. The account of the expenses incurred for the aforementioned excavation, we shall have the honor of presenting to your High Mightinesses as soon as the work has been completed. Section 27. The diving up of the goods from the French ship L'Orient, wrecked near Trinkonomale, is carried out from time to time as the weather permits. This work has thus far reasonably met our expectations, and we present to your High Mightinesses among the annexes an account of what was salvaged last year. Section 28. The servants who have been confirmed in their offices and favored with promotion by your High Mightinesses offer their humble gratitude to your High Mightinesses for this; and we humbly request the same that the commission for Captain-Lieutenant Engineer Johannes may be sent to us when convenient. Section 29. To Prince Mhajoor of Batjam, Jadat Alam, we have added to his previous allowance of 14 rd=m and 11 parras of rice, one rd=m in cash and four parras of rice per month, so that he now receives monthly 15 rd=m, 15 parras of rice, 1/4 pack of salt, and 3 1/4 lb of pepper. Section 30. We have already given orders that our resolutions sent to the Netherlands are to be provided with the necessary marginals and indexes, just as is done regarding the resolutions sent to your High Mightinesses. Section 31. Regarding the recommendation by extract from the Minutes of 20 September of last year concerning the improvement of finances, we request permission to defer our humble reply until the first undersigned Governor shall have received your High Mightinesses' approval of his humble proposals made in his separate letter of 28 February last. Section 32. Regarding the complaint of the captain of the ship Gouda, Claas Voet, the Gale pay-bookkeeper Martheeze has justified himself by a petition, a copy of which is enclosed among the annexes, from which it appears that the captains of outbound Danish ships, both here and at Gale, have always paid 150 rd=m for the drawing up of their books, and that Captain Voet had also agreed to do so himself, but since having wished to pay no more than 50 rd=m, the deficiency was, upon the complaint of the said Martheze, charged to his account by order of Commander Kraijenhoff. Section 33. Proceeding herewith to the report of what has occurred since our last respectful letter, we take the liberty under the heading of Ships and Vessels to inform your High Mightinesses most humbly that the ship the Leviathan, which, according to our respectful letter of 31 January last, was then loading at Gale, arrived here on 14 February following, and after having discharged here its cargo for this place, departed for Koetsjiem on the 19th, laden with the remaining goods brought from the Netherlands as well as from Batavia for the Mallabaar and stored here and at Gale. Section 34. This ship returned to Gale from Koetsjiem on 10 May, and since we, by reason of the small number of our sloops, saw no opportunity to supply Trinkonomale with the necessities for a full year, especially because the sloops taken at the earliest cannot return before the end of October or mid-November, which would have greatly inconvenienced us, the more so because the bark De Liefde, on account of its severe defects, had to be brought ashore for repair; we have, upon the received advice of the Equipment Master, a copy of which accompanies this, stating that it would cause almost no hindrance to the voyage of the Leviathan to Batavia, whither we otherwise intended to dispatch it directly, if we were to let this ship first call at Trinkonomale, because otherwise, due to the south-east monsoon which it would have encountered off the west coast, it would have been delayed in the direct voyage from here, decided to make use of this vessel for the conveyance of a quantity of rice and other provisions to Trinkonomale, from where it will immediately commence the voyage to Batavia. Section 35. We have ordered the officials at Gale to ship in the said vessel the linens that are on hand there for Batavia and the eastern offices, together with the coir and hawsers that are still in arrears on the Batavian demand; and we have also sent to them, for shipment with that vessel, two boxes with twelve cardamom plants, namely one box with six brown-stemmed plants of Ceylon cardamom and the other with six green-stemmed plants of Mallabaar cardamom from the Ceylon plantations. Section 36. To this ship at Gale, for the voyage to Batavia, such provisions were made as were found necessary upon inspection by express commissioners, and we refer humbly in this regard to the Gale resolution of 21 May last, which with the relevant documents is annexed in copy hereto. Section 37. Formerly the custom here was that the commissioners
Dutch transcription
2675. voor af hoog derzelver goedvinden hadden be- horen te vragen, ons tot schuldig narigt laeten verstrekken voor den: aanstaende § 25. Dat we bij ons nedrig berigt daar van; van den dessave Fretz niet hebben gesproken, dien wa in dezen den lof niet willen ont- houden, van in het opspeuren van voorschre- ve middel, om de Girrewaij aan water te helpen, op de welmeenendste wijze te hebben mede gewerkt, is niet met eenig opzet, maer alleen bij in advertentie geschied, zoo als het ook alleen bij in advertentie is, dat bij voorsz: ons berigt niet is gesprooken van den inge- meur Johannes, die ook over dit plan is gerad pleegd. §26. De reekening van de ongelden, die aan de voorsz: doorgraving worden gedaen, zullen wé de eere hebben uwen Hoog Edelheden aantebieden, zoo dra het werk zal zijn geab= solveerd. § 27. Het ofdunken van de goederen, van het omstreeks Trinkonomale verongelukte fransche schip L orient word van tijd tot tijd gedaan, naar maate dat n te dat het weder zulx toelaet. Dit werk heeft tot nog toe, reedelijk wel aan onze verwagting voldaan, en we bieden uwen Hoog Edelheden onder de bijlaegen eene noti„ tie aan, van het geen 'er voorleeden Jaar opgedoken is. § 28. De dienaaren, die door uwe Hoog Edelheden in hunne ampten bevestigd en met bevor- dering begunstigd zijn, offereeren uwe Hoog Edelheden daar voor hunne onderdanige dank baarheid; en we verzoeken hoogst dezelven nedrig, dat de akte voor den kapitijn luijte nant ingenieur Iohannes, ons bij geleegent„ heid mag worden toegezonden § 29. Aan den Prins Mhajoor van Batjam Ja= dat Alam, hebben we bij zijn voorig ge= not van 14. rd=m en 11. Parras rijst, nog toe gevoegt een wd=r kontant en vier parras rijst smaands, zoo dat hij nu maandelijks geniet 15. rd=m, 15. parras rijst, ¼. Parken zout en 3¼. ld: peeper. § 30. Wij hebben reeds order gesteld, dat onze re= zolutien die na Nederland gezonden worden, met 1 2676 met de nodige marginaalen en registers, worden voorzien; gelijk dat geschied omtrent de rezolutien, die aan uwe Hoog Edelheden wor- den gezonden. § 31: Nopens het aanbevoolene bij extrakt uit de Notulen van den 20. september anno passato, betrekkelijk tot het verbeeteren van de finan cien, verzoeken we verlof ons nedrig ant- woord te mogen uitstellen, tot dat de eerst ondergeteekende Gouverneur van uwe Hoog Edelh: zal hebben ontfangen, hoogst derzelver goedvinden op zijne nedrige voorstellen, gedaen bij zijnen apparten brief van den 28: febr: J: E: §32. Op de klagte van den kapitijn van het schip Gouda Claas voet, heeft zig de Gaalsche soldij boekhouder Martheeze verantwoord bij een addres, dat in Copia onder de bijlagen overgaet: waar bij blijkt, dat de kaspitijns van de uijtkoomende daarsche scheepen, zoo wel hier als te Gale voor het opmaeken hun nen boeken altoos 150. rd=m betaalt hebben en dat kapitijn voet het ook zelve had aangenoomen tedoen, dog zedert niet meer dan gent dan 50. rd=m hebbende willen betaelen, was het mankeerende op de klagte van hem Martheze, ter ordre van den gezaghebber kraijenhoff, op zijne reek: belost. § 33. Hier meede overgaande tot het verslag van het geen, zedert onzen laatsten eerbiedigen, is voorgevallen; gebruijken we de wijherd, onder het artikul van Scheepen en vaartuijgen uwer Hoogedelheden nedrigst te berigten dat het schip de Leviathan, het welk, vol= gens onzen eerbiedigen van den 31 Januarij J: L:, toen te Gale in laeding lag; den 14. fe= bruarij daar aan alhier gearriveerd, en naa zijne laeding voor deeze plaats hier te heb= ben ontlost, den 19. na koetsjiem vertrok- ken is, belaaden met de resteerende goede ken, die zoo uijt Nederland als van Bata- via, voor de Mallabaar aangebragt, en alhier en te Gale opgelegd geweest zijn. §34. Dit schip is den 10. Meij van koetsjiem op Gale terug gekoomen, en wijl we mits het gering getal van onze sloefen geen kans zagen ƒ 2677 zagen om Trinkonomale daar meede van het noodige voor een rondjaar tevoorzien, inzonderheid wijl de slrepen op het vroegere genoomen niet voor het einde van oktober of half November kunnen te rug keeren, het gunt ons zeer zoude hebben ontriefd, te meer wijl de back de liefde, wegens zijne swaare gebreeken ter vertimmering op den wal heeft moeten worden gehaald, hebben we op het ingekoomen advies van den Equipar giemeester, 't welk deezen in kopij verzeld: dat het in de rijze van de Leviathan na Ba„ tavia, werwaarts wij het anders direkt dagten te depecheeren, bij na geen beletzel zoude toebrengen, indien we dit schip eerst Trink onomale wilden laaten aangieren, wijl het toch anders door de zuijd ooste mousson, die het onder de westkust zoude hebben aangetroffen, in de directie rijze van hier zoude opgehouden zijn, beslooten, om ons van deezen bodem te bedienen, ter verzending van eene quantitijd rijst en andere benodigtheeden na Trink onomale, van waar het daadelijk de het de rijze na Batavia zal aantreeden § 35. wij hebben den bedienden te Gale gelast, om in gemelden bodem afteschreepen de lijwaaten die aldaar voor Batavia en de oostersche Comptoiren aan handen zijn, benevens de kaij= er en trossen, die op den Bataviasen eisch nog ten agteren staan; en hebben we ook hun ter verzending met dier bodem, toegezonden, twee bakken met twaalf kardamom plan- tjes, naamelijk een bak met ses bruijnstee= lige plantjes van Ceilons kandamoin en de andere met ses groensteelige plantjes van Mallabaars Cardamom, uijt de Ceilensche plantagien. §36. Aan dit schip zijn te Gale, tot de rijze na Batavia, zoodanige verstrekkingen gedaan, als bij visitatie door expresse gekommitteer- dens nodig bevonden zijn en we gedraagen ons daar omtrent nedrig, aan de Gaalsche rezo- lutie van den 21: Mhaij J:o Leeden, die met de daar toe gehoorende beschijden, Copieelijk bij de bijlaagen deezes zijn gevoegd. § 37. je vooren was hier het gebruijk, dat de gekom- mitteerds
English
2678 commissioners who inspected the ships and their rigging had to swear to their reports under oath; but in order to spare all oaths that were not strictly necessary, it was established by our resolution of 23 October 1778 that henceforth these reports would be sworn to only by the master and chief mate. This has been observed until now, not without the said two first officers sometimes complaining about it, as was brought to the attention of Your High Noblenesses last year by the Gale servants regarding the captain of the ship Middelwijk, De Klerk. Since it nevertheless appeared to us that further provision was necessary in this matter, in particular to make the commissioners more circumspect in stating what was required for making and repairing sails and similar goods, we decided on 24 May last, while upholding our aforementioned decision of the year 1778, that in the future the head and assistant sailmakers who assist in the inspection of the ship's rigging shall also be made to declare under oath, after the sailmaker's work specified in the inspection report has been carried out, how much sailcloth and other necessities have been used by them for the same purposes as specified in their inspection report; and this decision has already been executed with regard to what was done for the Leviathan, as evidenced by the copy of the declaration also accompanying this. 538. From the provisions of the ship the Leviathan, 2283 pounds of gunpowder were brought ashore at Gale, which upon inspection was found to be spoiled and unfit for use; and since the authorities, by a declaration from the ship's officers, have proven that the powder was properly turned and the powder magazine was free of leaks, so that no other cause for its decay could be assumed than its age and the newness of the ship, the Gale servants decided by their resolution of 29 May last to have the said powder dried and used ashore for salute shots. We approved this decision at the session of 20 June last, and we have the honor to present to Your High Noblenesses, among the appendices, a copy of the aforementioned Gale resolution and declaration. 2679 Section 39: With this ship there have come over from Koetsiem, in order to obtain transport with it to Batavia, the junior merchant Pieter van Spall and the sub-adjutant Johan Adolf Alles; of whom the last-named is now crossing over, but to the junior merchant Van Spall we have granted, at his request, on account of the indisposition of his wife, permission to remain here until a further opportunity; and we have furthermore left on this vessel a certain Jean Baptist Drapier Morloie de Lizij, who was placed thereon at Koetsien, to perform lieutenant's duty on board for his keep. Section 40. Furthermore, on this ship we have granted transport thither to the lawyer Jan Hendrik Schreuder, who sailed out for Batavia with the ship the Pollux in the past year; to the second lieutenant Willem Coops, who was assigned to the ship Houtlust and remained in the Gale hospital due to illness; to Willem Fredrik Ernst Wilmans, mentioned in our respectful letter of 29 February last, in accordance with his request made to us for that purpose; to Madam Catharina Geertruijda Schreuder, wife of the captain in the Regiment of Luxemburg Louis Hipolitte de Roques; and to Mariana Michamble, daughter of the aforementioned ensign in the Company's service Michamble. Section 41. We have also written to the servants at Trinkonomale to let the chief surgeon Balthazar van der Putte and the ship's carpenter Andries Dirksz, who remained behind there sick from the ship the Pollux, also cross over to Batavia on this vessel, if they should already have recovered and be fit for the voyage. 2680 Section 42. On 10, 11, 16, and 21 May last there arrived at the roadstead of Ponnekail the ships chartered by the Company, the Vrouwe Johanna, the Drie Gebroeders, Susanna, Het Fortuijn, and Josephus de Tweede, which have brought over from the Cape of Good Hope the Regiment of Meuron, consisting, according to the accompanying short strength report, of 906 heads, whereof: 1 Colonel 1 Lieutenant Colonel 53 Officers and Cadets 122 Non-commissioned officers, and 729 Soldiers. Section 43. These ships have already arrived at Gale with the aforementioned troops, and of these we have sent four companies to Trinkonomale with the Leviathan to garrison there, two companies will be left at Gale, and the remaining four companies, with the staff, are due to come hither; and the said ships will be dispatched towards the end of this month with the troops of the Regiment of Luxemburg, which must be transported with them to Lorient, if we can meanwhile supply the provisions needed for that purpose to Gale, in so far as they are not on hand there. Section 44: Since or on 17 June last there also arrived at the Ponnekail roadstead the Company's small ship De Hoop, which sailed out for the Chamber of Amsterdam, with which there also came over from the Cape of Good Hope 4 soldiers of the Regiment of Meuron, out of the 36 heads who had remained behind there both on account of sickness and to look after it. Section 45. Also, on 20 June aforementioned, the State's brig Diana arrived here, which sailed out from Ter Veere on 22 December past, and will soon undertake the return voyage to the Netherlands. Section 46. The usual reports concerning the small ship De Hoop we shall have the honor to present to Your High Noblenesses in more detail later; and in the meantime we take the liberty to send the copies of the letters that we have received with the aforementioned brig and ships, both from the Netherlands and from the Cape.
Dutch transcription
2678 mitteerdens, die de scheepen en derzelver tuijgagien visiteerden, hunne Rapporten moesten b'eedigen; maar om alle niet hoogst nodige eeden te mena= geeren, is bij onze rezolutie van den 23: octob: 1778 vastgesteld, dat in het vervolg die rapporten, alleen door den schipper en opperstuurman zouden beeedigd worden. Dit is tot dus lange geob= serveerd, niet zonder dat de gem: twee eerste officieren, zich somtijds daar over hebben be- swaard, gelijk dat, van den kapitijn van het schip Middelwijk de klerk, uwen Hoog edelheden is ter kennis gebragt in het voorleeden Jaar door de Gaalsche bedienden. wijl het ons nog- tans voorkwam, dat in dit stuk eene nadere voorziening nodig was, om inzonderheid de ge- kommitteerdens in de opgaave van het benoodigde tot het aanmaeken en verstellen van zijlen en diergelijk goed, omzigtigen temaaken, hebben we op den 24. Maij J:o Leeden beslooten, om met stand- houding van voorm: ons besluijt van het Jaar 1778; in den aanstaande ook door de opper en on- der Zijlmakers, die bij de visitatie van het scheeps- tuijg assisteeren, naa dat het bij visitatie rapport op kom- opgegeeven zijlmaakers werk zal zijn verrigt, met eede tedoen verklaaren, hoe veel zijldoek en andere benodigtheeden, door hun verbruijkt zijn tot dezelfde eindens, als bij hun visitatie Rapport zijn opgegeeven: en is dit besluijt reeds g'excuteerd ten opzigte van het geen voor de Leviathan is gedaen, blijkens de kopia verklae= ning deezen meede verzullende. 538. Uijt de behoeften van het schip de Leviathan zijn te Gale aan de wal gebragt 2283. ld:s bus„ kruijt, dat bij bezigtiging bedorven en onbequaem bevonden is; en wijl de overheden, met eene ver- klaaring van de scheeps officieren, hebben bewee= sen, dat het Veruijl behoorlijk gekeerd en de kruijt kamer van lekkagie bewijd geweest is, zoo dat er geen andere oorzaek van dies bederf te onder stellen was dan dies ouderdom en de nieuwig- heid van het schip: hebben de Gaalsche bedienden, bij hunne rezolutie van den 29. Maij J:o Leeden, beslooten, gedagte kruijt telaaten droogen, en aan de wal tot salutschooten gebruijken. we hebben dit besluijt geapprobeerd ter sessie van den 20. Juni J:o Leeden, en hebben de eere, kopij van de voorsz: 2679 voorsz: gaalsche rezolutie en verklaaring, uwer Hoogedelheden onder de bijlaagen aente- bieden. § 39: Met dit schip zijn van koetsiem overgekoo- men, om daar meede na Batavia transport te erlangen, de onderkoopman Pieter van spall en de onder adjudant Johan Adolf Al- les; waar van de laast genoemde tans overgaet, doch aan den onderkoopman van spall hebben „we op zijn verzoek, mits de onpasselijkheid van zijne huijsvrouw, toegestaen, tot eene na- dere geleegentheid alhier te mogen overblijven: en hebben we wijders op deezen bodem gelaeten, eenen te koetsien daar op geplaatsten Iean Baptist Drapier Morloie de Lizij, om voor de kost luijtenants dienst aan boord te doen. met § 40. Nog hebben we dit schip transport na der- „waards verleend. aan den advokcaet Jan Hendrik Schrender, die met het schip de Pollux in anno Passa to voor Batavia uitgekoomen is. aan den sous luijtenant willem Coops, die op op het schip Houtlust beschijden geweest, en mids ziekte in het Gaalsch hospitael ver- bleeven is. aan den bij onzen eerbiedigen van den 29. fe„ bruarij J:r L: vermelden Willem Fredrik Ernst wilmans overeenkomstig met zijn aan ons daar toe gedaen verzoek. aan Mhe Juffw Catharina Geertruijda Schreu bij het der huijsvrouw van den kapitijn regiment van Luxemburg Louis Hipolitte de Roques, en aan Mariana Michamble, dogter van den gen: vaandrig in 'skomp: dienst MMichan ble. § 41. Ook hebben we den bedienden te Prink ono- male aangeschreeven, om den oppermeester Balthazar van der Putte en den scheeps- timmerman Andries Dirksz, die aldaar van het schip de Pollux ziek agterge bleeven zijn, meede met deezen bodem na Batavia telaaten overgaen, indien ze reeds hersteld en tot de rijze in staet, mogten weezen. 542. 2680 §42. Den 10. 11. 16 en 21. Maij J:o Leeden zijn ter Rheede van Ponnekail gearriveerd, de bij de komp: in gehuurde scheepen de vrouwe Johanna, de drie ge- broeders, Susanna, Het Fortuijn en Josephus de tweede, die van de Caab de Goede Hoop hebben overgetragt het regiment van Meurons bestaende volgens nevensgaande korte sterkte in 906. koppen laar van 1. Kollonel 1. luijtenant kollonel 53. officiers en kadels 122. onder officiers. en 729: soldaeten. §§ 43. Deeze scheepen zijn reeds met de voorsz: troc„ pes te Gale gearriveerd, en hebben we daer van vier kompannen, na Trinkonomale gezin den met den Leviathan, om aldaar guarni- zoen te houden, twee komt: zullen te Gale gelaaten worden, en de overige vier komp: staen, met den staf, herwaards tekoomen; en zullen gemelde scheepen tegens het laatste van deeze maand worden gedepecheerd, met de troepes van het regiment van Luxenburg, die 70 - § 44: die daar meede na b'orient moeten worden overgevoert indien we de daar toe noodig zijnde provisien, intussen kunnen na Gale, be voor zorgen zo verre ze daar niet aan handen zijn. Het sedert of op den 17. Junij J:o L: is nog ter Ponnekailsche rheede aangekoomen; het voor de kamer Amsteldam uijtgevaaren komp:s scheepje de Hoop, waar meede van de kaap de Goede Hoop nog overgekoomen zijn, 4. militaire„ van het regiment van Meuron, van de 36. koppen, die zoo wegens ziekte, als om 'er voor tezorgen, aldaar waren terug gebleeven §. 45. Ook is op den 20. Junij voormeld alhier ge- arriveerd slands Erik Diana, die op den 22: xber: passato van ter veele is uijtgezijld, en eerstdaags weder de terug rijze na Neder land zal onderneemen. § 46. De gewoone berigten wegens het scheepje de Hoop, zullen we de eere hebben uwen Hoog edelheden nader aantebieden; en intusschen gebruij ken we de vrijheid, om de kopijen van de brieven, die we met voorsz: Brik en scheepen, zoo uijt Nederland als van de kaap, hebben ontvangen
English
received, among the annexes to this letter, to be submitted for Your Noble Excellencies highly honored consideration. Delivered Cargoes Paragraph 47. Regarding the findings on the delivered cargo brought here from Gale in the month of February last by the ship Leviathan, we have made provisions by our resolution of 20 June last, an extract of which accompanies the annexes to this letter. We respectfully request permission to refer to it, as nothing particular occurs therein that requires a special mention here. Paragraph 48. The cargo that this ship brought from Koetsjiem and delivered at Gale was dealt with in the Gale resolution of 4 June last, a copy of which is enclosed herewith; and having found the servants dispositions to be in accordance with the orders, we approved them by our aforesaid resolution of the 20th of the said month, as appears from the extract thereof that also accompanies this letter. In this extract Your Noble Excellencies will be pleased to see that we have upheld the decision of the Gale servants to reimburse the ship officers in the form of buying-out for 989 pounds of hoop iron, which they had accounted for in excess, contrary to the contention of our first visitateur; who believed that this surplus could have arisen from an error made at Koetsien, and therefore ought provisionally to be taken in for the Company. We proceeded to approve the Gale decision because just before, we had imposed on them the compensation for 1435 pounds of hoop iron that they had delivered in shortfall on the Gale cargo here, and on the supposition that both these surplus and shortfall deliveries could have arisen from a mistake during the unloading here in the month of February, since the Leviathan at that time had hoop iron on board both for Kolombo and for Koetsiem, of which the Kolombo portion was delivered here with the aforesaid shortfall of 1435 pounds, while the portions for Koetsiem remained on board, and having also been only partially unloaded at Koetsien, the rest was accounted for upon its return to Gale, with the aforementioned surplus of 989 pounds, which thus presumably resulted from the aforementioned shortfall in delivery here, and which reciprocal compensation could therefore in fairness not be withheld from the ship officers. Paragraph 49. In our respectful letter of 31 January last, we reported to Your Noble Excellencies on the findings regarding the delivered home cargo of the Leviathan, and at the same time reported that among it there were 2 cellarets of gin with broken lids, and 2 leagers of sack and 1 leager of French wine whose tin plates over the bungholes were fastened with new nails. Since then, the officers have justified themselves and indicated that, according to their journal, they experienced severe weather on 21, 22, and 23 May 1787, during which the ship suffered greatly, and that they therefore assumed that on that occasion the cellarets must have broken, causing the breaking and leaking empty of some bottles therein, just as they also attributed the ullages found here in the wine leagers to this, with the assurance that to their knowledge no theft had been committed regarding the aforesaid cellarets; while regarding the new nails with which the tin plates of the aforesaid leagers were attached, they testified that this had been done here in the roadstead after the commissioners who attended the unloading had opened and inspected them. That the breaking of the cellarets and a lot of bottles, the leaking empty of some bottles, and the leaking of the wine casks could have been caused by the working of the ship during the continuous severe weather seemed to us possible and even very probable; and it was presumably in these moments of confusion, or since then during the restoring of order in the hold caused thereby, that the crew took advantage of the opportunity to steal a lot of bottles of brandy and gin from the broken-open cellarets: and as all this thus evidently happened through no fault of the officers, we decided in the session of 16 June last, as appears from the accompanying extract of our resolution, to write off the broken, leaked-empty, and short-found bottles of brandy and gin, as well as the ullages of the wine leagers; but in contrast, we charged the ship officers to compensate for the lesser yield of the leager of sack wine, which was high in color and tasted like strong Cape wine, and was therefore sold for current value according to our decision of 30 October last, because a notorious adulteration had taken place in that regard, against which they should have taken care. Paragraph 50. In the past year, when accounting for the Batavia cargo, the officers of the ship Doggersbank delivered here 99 small tinkanse planks instead of the 100 large tinkanse planks that they, according to the
Dutch transcription
268 ontvangen, onder de bijlaegen deezes; ter uwer Hoogedelheden veel geeerde speculatie, telaeten overgaen. Uitgeleeverde Ladingen § 47. Op de bevinding van de uijtgeleeverde lading, die het schip de Leviathan, in de maand februarij J: L:, van Gale alhier heeft aangebragt, hebben we gedisponeerd bij onze rezolutie van den 20. Juni J:o L: waar van extract de bijlaegen deezes verzeld. we verzoeken eerbiedig ver- lof om ons daar aan temogen refereeren, wijl daar bij niets bezonders voorkomt, dat in deezen eene speciaale aanhaaling vereischt §48. De lading, die dit schip van koetsjiem heeft aangebragt en te Gale uitgeleverd, is verhan= veld bij de Gaalsche rezolutie van den 4. Junij J:o L: die in kopia hier nevens gaat; en hebben we der bedienden dispositien, als naer de order ingerigt bevonden zijnde, geapprobeerd bij onze voorsz: rezolutie van den 20. der gem: maand, blijkens het extrakt daar van dat deezen meede akkompagneerd. Bij dit extrakt zullen uwe Hoogedelheden gelieven x te zien. tezien, dat we het besluijt van de Gaalsche bedienden, om 989. ld:e sioepijzer, die de scheeps overheden hadden meerder verantwoord, uijtkoops aan hun goed te doen, in stand hebben gehouden, kontrarie de sustenue van onzen eersten visi tateur; die vermeinde, dat deeze meerder heid uijt een te koetsien begaane abuijs konde ontstaen zijn, en daarom bij provisie voor de komp: behoorde ingenoomen te wor- den. we zijn tot de approbatie van het Gaalsch besluijt getreeden, om dat we hun even te vooren 1435. ld:s hoepijzer, die ze op de Gaalsche laeding hier hadden minder verantwoord ter vergoeding hadden opgelegd, en uijt suppositie dat bijde deeze meer en minder leverantien, uijt eene vergissing, bij de ontlossing in de maend februarij alhier, konde ontstaen zijn, wijl de Leviathan toen hoep ijzer heeftin gehad, zoo wel voor kolombo als voor koetsiem, waer van de kolombosche partij hier met de voorsz: minderheid van 1435. ld: uijtgeleverd is, terwijl de partijen voor koetsiem binnen boord verbleef, en ook te koetsien maar gedeeltelijk 2682 gedeeltelijk gelost zijnde, de rest bij zijne te rug komst te Gale verantwoord is, met de voor- melte meerderheid van 989. ld:s, die dus pre„ sumtief uijt de meerm: mindere leverantie alhier geresulteerd is, en welken wederkeerige vergoeding derhalven, den scheeps overheden in billijkheid niet konde worden onthouden. § 49: Bij onzen eerbiedigen van den 31. Januarij J: E: hebben we uwen Hoog edelheden verslag gedaan, van de bevinding der uijtgeleverde vaderland- sche lading van den seviathan, en daar bij tevens bericht, dat daar onder 2. kelders genever zijn geweest met gebroken dekzels„ en 2. leggers zek en 1. legger fransche wijn welker blikken van de spontgaeten met nieuwe spijkers beslaegen waaren. zeedert hebben de overheden zich daar op verantwoord, en te kennen gegeeven dat ze uijtwijzens hun Journaal, op den 21. 22. en 23. Maij 1787 swaer weder hebben gehad, waar bij het schip veel had moeten lijden, en dat ze derhalven onder stelden, dat bij die geleegentheid de kelders moesten gebrooken, en daar door veroorzaekt zijn zijn het breeken en ledig loopen van eenige fles- sen daar in, gelijk ze daar aan meede toschreeven de alhier bevondene wannigheden in de wijn leggers, met verzeekering dat hunnes weetens, geene diverij omtrent de voorsz: kelders was „ gepleegd; terwijl ze omtrent de nieuwe spijkers, waar meede de blikken der voorsz: leggers waren aangeslaagen, betuijgden, dat zulks hier ter rheede was geschied, naa dat de gekom= mitteerdens, die de ontlossing bijwoonden, de- zelven geopend en gesijld hadden. Dat het Eree- ken van de kelders en een partij flessen, het leedig loopen van eenige flessen, het leedig loopen van eenige flessen en het lekken van de wijn fusten, door het werken van het schip, geduurende het aanhoudend swaar weder, konden veroorzaekt zijn, kwam ons mogelijk en zelfs zeer waarschijnelijk voor; en het is vermoedelijk in deeze oogenblikken van Con- fusie, of zedert bij de herstelling van de ver- waaring, die daar door in het ruijm is veroor zaekt, gebeurd, dat het volk zich van de ge= leegentheid bediend heeft, om van de opengebroken kelders 2683 kelders, een partij flessen brandewijn en gene ver weg te steelen: en terwijl dit alles dus kelaarblijkelijk buijten schuld van de overheden is geschied, hebben we ter sessie van den 16. Junij J: b: blijkens het nevensgaande extrakt uijt onse rezolutie, beslooten, om de gebrookene, ledig geloopene en minder bevondene flessen met brandewijn en genever, zoo wel, als de wannig heden van de wijn leggert te laaten afschrijven, maar daar en tegen hebben we den scheeps over heden ter vergoeding opgelegd, het minder kan dement van de legger zekwijn, die hoog van koleur en naar sterk kaabsche wijn smaaken de geweest, en daarom volgens ons besluijt van den 30. octob: pass:o, voor het geldende verkogt is, wijl daar omtrent notoir eene vervalking heeft plaats gehad, waar tegen ze zorge hadden moeten draegen. § 50. De overheeden van het schip de Doggersbank ƒ hebben in a:o pass:o, bij de verantwoording van de Bataviasche laeding, alhier uijtgeleeverd 99. klijne tinkanse planken, in steede van 100. groote tinkanse planken, die ze volgens de
English
the bill of lading invoice, had loaded at Batavia: wherefore, as appears from our resolution of 5. Octob: past, of which an extract was offered to Your High Mightinesses alongside our respectful letter of 29. Decemb: 1787, we charged the large Jinkanese planks to them for reimbursement, and on the other hand credited them for the small Jinkanese planks. Since then, the junior merchant Conradi, as representative of the captain of that vessel, Abraham Tim, requested of us by petition that we would ask Your High Mightinesses to have the necessary investigation conducted there, because according to a ship's declaration made at the requisition of the said Tim, no other Jinkanese planks had been shipped in the aforesaid vessel at Batavia than those he had delivered here. We take the liberty humbly to inform Your High Mightinesses of this request, and let the aforesaid petition, with the declaration attached thereto, pass over in original among the annexes, 2684. pass over, for the high disposition of Your High Mightinesses. § 51. In our respectful letter of 29. xber: 1787. we informed Your High Mightinesses that, at the request of the officers of the ship Leviathan, by resolution of 29. xber: past, we had granted them permission to postpone the accounting of the remaining homeland provisions until they should have indicated some items which they attested the searcher had not validated for them. Pursuant to this decision, the remaining provisions that they had not accounted for here were, upon the departure of the ship for Koetsiem, placed on the bill of lading of the cargo; and as the officers had neither accounted for them nor given an indication of what had to be done in that regard, the Galle servants, at the accounting of the last Koetsiem cargo, charged the same to them for reimbursement, as appears from the hereinbefore mentioned Galle resolution of 4. Junij last, which we approved in the session of the 20th thereafter; and consequently these remaining provisions were charged at Gale to the pay accounts of the ship's officers. § 52. Since then, the captain of that vessel, Herman Carel Visser, in accordance with the permission in our aforementioned resolution of 29. xber: past, indicated by an address what still had to be validated for him of the aforesaid provisions, both on account of found underweight and spoiled goods, and on account of extra disbursements; and as he substantiated his assertions with certificates from the ship's officers, we, after having taken the advice of our chief searcher thereupon, today, as appears from the accompanying extract from our resolution, decided to validate the indicated underweights, spoiled goods, and extra disbursements to the ship's officers, and accordingly to have the same credited to Batavia, to be placed to their benefit on their pay accounts, as the ship has already departed for Trinkourinale, where 2685 where this work cannot well be done, and therefore the mentioned account passes over herewith. § 53. Regarding the further request of the aforementioned officers, that the remaining provisions, as being already almost consumed, might be placed on the expense account of the ship, to be accounted for at Batavia, we could not grant it, for the same reason of the departure of that vessel for Trinkonomale; but since it is nevertheless equitable that, if they can account for them under the ordinary ship's consumption, their pay accounts should then be relieved thereof, we take the liberty humbly to inform Your High Mightinesses of this request of theirs herewith. The sale § 54. Regarding the French cloth that was brought with the ship Katwijk aan Rijn, we now have the honor humbly to present to Your High Mightinesses the report of the Head Administrator promised in our respectful letter of 31. Januarij last, § 15; and Your High Mightinesses will please see therein that this cloth, which was brought directly from France to the Cape with the chartered ship De Twee Gesusters, was not only in poor condition, but was also deficiently accounted for, so that one had to proceed to some extent by guesswork in order to reconcile it with the French invoice, as is further apparent from the finding of its delivery at Gale, inserted into the Galle resolution of 18. Augustus 1784, which now also passes over in copy. The high purchase price of this cloth is the reason why not all of it could be sold, and it cannot be issued to the militia, even for the purchase cost, because the uniform, on account of the narrowness of the cloth, ends up being more expensive than that of Dutch cloth; and while the largest part of the remainder is damaged by moths and covered with stains, we, in order to prevent further decay and the greater damage resulting therefrom, resolved on 17. Maert last to sell the entire remainder by public auction
Dutch transcription
de kognoissement faktuur, te Batavia had den ingelaaden: wishalven we, blijkens onze resolutie van den 5. Octob: pass:o, waar van extract uwen Hoogedelheden is aangbooden nevens onzen eerbiedigen van den 29. Decemb: 1787 de groote tinkanse planken hun ter ver= goeding hebben opgelegd, en daar en tegen de klijne tinkanse planken hun hebben laaten goederen. zedert heeft de onderkoofman Conradi, als gemagtigde van den kapitijn van dien bodem Abraham Tim, ons bij re= queste verzogt, dat we uwen Hoogedelheden wilden verzoeken, om daar na het nodig onderzoek aldaer te laaten doen, wijl vol- gens eene ter requisitie van gemelden Tim belegde scheeps verklaaring, geene andere Jinkansche planken te Batavia in voorsz: bodem zouden afgescheept zijn, dan die hij hier hadde uijtgeleverd. We gebruijken de vrijheid uwen Hoogedelheden van deeze in- stantie nedrig kennis tegeeven, en laasten het voorsz: request, met de daar bij gevoegde verklaaring, in origine onder de bijlaegen overgaen 2684. overgaan, ter hooge dispositie van uwe Hoog Edelheeden. § 51. Bij onzen eerbiedigen van den 29. xber: 1787. heb- ben we uwen Hoogedelheden bedeeld, dat we op het verzoek van de overheden van het schip de Leviathan; bij rezol: van den 29. xber: pass:o aan hun hadden toegestaen, om de verantwoor= ding van de restant vaderlandsche provisien te mogen uijtstellen, tot dat ze zouden hebben aangeweezen eenige artikulen, die ze betuijgden dat de visitateur hun niet had gevalideerd volgens dit besluijt zijn de restant provisien, die ze hier niet hadden verantwoord, bij het vertrek van het schip na koetsiem, gesteld op het kognos. sement van de lading, en terwijl de over- heden dezelven nog verantwoord, nog aanwij sing gedaan hebben, van het geen hun daar van moest worden gedaen, hebben de Gaalsche bedienden bij de verantwoording van de laatste „koetsiemse lading, dezelven hun ter vergoeding opgelegd, blijkens de hier vooren vermelde Gaalsche rezolutie van den 4. Junij J:o Leeden, die l- in de egen die we ter sessie van den 20. daar aan hebben geapprobeerd, en zijn dienvolgende deeze restant provisien, te Gale belast op de soldij zeeke- ningen van de scheeps overheden. § 52. Het zevert heeft de kaptitijn van dien boden Herman Carel visser, volgens de vergun= ning bij voorm: onze rezolutie van den 29: xber: pass:o, bij een addres aangeweezen, wat hem nog van de voorsz: provisien, zoo wegens bevondene minwigt en wannigheden, als wegens extra verstrekkingen, moeste gevalideerd worden; en terwijl hij zijne positien, met attesten van de scheeps officieren heeft gesterkt, hebben we naa daar op te hebben ingenomen het advies van onzen eersten visitateur, op heden blijkens. nevens gaande extrakt uijt onze rezolutie, beslooten; de aangeweezene min- wigten, wannigheden en extra verstrekkin gen, aan de scheeps overheden tevalideeren, en dezelven mits dien na Batavia telaeten ten goede brengen, om op hunne soldij keeke„ ningen te worden bevoordeeld wijl het schip reeds na Trinkourinale vertrokken is, al- waer 2685 waar dit werk niet wel kan worden gedaan, en gaet derhalven de gemelde aanreekening hier nevens over. § 53. In het verder verzoek van de voorm: over- heden, dat de overige provisien, als reeds ge- noegzaam gekonsumeerd, op de onkostreeke- „ning van het schip mogte gesteld worden, ter verantwoording te Batavia, hebben we niet kunnen bewilligen, om dezelfde reden van het vertrek van dien bodem na Trinkonomale„ dan wijl het egter billijk is, dat zoo ze die kunnen verantwoorden onder de ordinaire scheeps consumtie hunne soldij reekeningen als dan daar van worden ontlast, gebruijken we de vrijheid, uwe Hoog Edelheden van deeze hunne instantie, bij deezen nedrig kennis te geeven. De verkoop § 54. Nopens 't fransch laken, dat met 't schip katwijk aan Rijn is aangebragt, hebben we tans de eere, het bij onzen eerbidigen van den 31. Januarij J:o L: § 15. beloofde berigt van den Hoofdadministrateur, uwen Hoog Edelheden nedrig aantebieden: en zullen uwe Hoog 9 Hoog Edelheden verig atekee daar bij gelieven tezien, dat dit laken, 't welk met het gehuurd schip de twee gesusters, direkt uijt frankrijk aan de kaab is gebragt, niet alleen kwaalijk gekonditioneerd, maar ook gebrek„ kig aangereekend was, zoo dat men eeniger maate bij de gis heeft moeten aangaan, om het met de fransche faktuur overeentelven- gen, gelijk dat nader blijkt bij de bevin= ding van dies leverantie te Gale, geinsereerd bij de Gaalsche rezolutie van den 18. Augustus 1784, die meede nu in kopij overgaet. De hooge inkoops prijs van dit laken, is de oorzaek dat alles niet heeft kunnen worden verkogt, en aen de chilitie kan het, zelfs voor het inkoops kostende, niet worden afgegeeven, om dat de monteering, wegens de smalte van het laken duurder komt te staan, dan van het hollands laken: en terwijl het grootste gedeelte van het restant, van de motten beschadigt en met vlakken beslaagen is, hebben we, om het verder bederf en de daar uijt te resulteerene meerdere schade voortekoomen, op den 17. Maert J:o Leeden beslooten, het gantsche restant per publieke vendutie
English
to have them sold at public auction for the prevailing price. The Domains Paragraph 55. In fulfillment of Your Excellencies' demand, communicated by respected dispatch of 31 July last, 665, namely to state what the Company profits from the farming out of the chaya root digging, we take the liberty, in accordance with our promise in the aforesaid our respectful Paragraph 25, to present herewith to the same a copy of a return received from Jaffna, indicating the profit gained on the chaya roots in the last five financial years prior to the introduction of the farming out, namely from the Year 1780/1 to 1785/6, and what was gained on it in the financial year 1786/7, when the digging was farmed out; and it appears therefrom that the profit in the aforesaid 5 years, calculated on average, amounted annually to 1999 florins 18 stuivers, and in the last year 3353 florins 16 stuivers, thus 1353 florins 18 stuivers more, or, in comparison with the financial year 1782, when the profit was greatest and amounted to 2522 florins 15 stuivers, was 831 florins 1 stuiver more. Paragraph 56. According to our promise in Paragraph 27 of our aforementioned respectful dispatch of 31 January, we now present to Your Excellencies copies of the statements we received from Jaffnapatnam regarding the revenues that the Postholders of the passes derived therefrom before they were farmed out. It appears therefrom that their emoluments, one year more and another less, amounted annually to 430 to 455 rixdollars, and that 144 rixdollars were paid annually out of this to certain privileged widows. Paragraph 57. When only the toll on the trade goods passing through the said passes was farmed out, these passes yielded for the Company: in the Year 1780/1: 2100 rixdollars in the Year 1781/2: 1825 rixdollars in the Year 1782/3: 2040 rixdollars in the Year 1783/4: 2120 rixdollars in the Year 1784/5: 1500 rixdollars Together 9585 rixdollars or calculated on average annually: 1917 rixdollars. Carried forward: 1917 rixdollars. But since the income of the Postholders and ferrymen was incorporated therein, and farmed out together with the toll, the said passes yielded: in the Year 1785/6: 2800 rixdollars in the Year 1786/7: 3010 rixdollars in the Year 1787/8: 3500 rixdollars Together 9310 rixdollars or calculated on average annually: 3103 1/3 rixdollars. Thus at present 1186 1/3 rixdollars more. Against this, from this surplus amount, nothing other is currently disbursed than 252 rixdollars annually to three privileged widows entitled thereto. Financial Matters Paragraph 58. In our humble dispatch of 27 November 1786 we had the honor to inform Your Excellencies of our decision taken to employ the Dutch whole and half guilders, brought by the ship de Draak, for the linen trade, and that we had authorized the Madura servants to issue them at 83 pieces for 20 Company pagodas. This decision and this valuation of the guilders was also approved by Your Excellencies in your most respected letter of 1 May 1787. Paragraph 59. The doubts that have nevertheless since been received from our Trade servants regarding this valuation, we had the honor to detail to Your Excellencies in our respectful letter of 14 August 1787, showing that the same were based on what is in our view a very mistaken notion, namely that on the Madura Coast the value of a Company pagoda should be calculated at no higher than 90 Indian stuivers. However, as the aforesaid Trade servants asserted that their notion regarding the manner in which they thought the pagoda should be calculated on the Madura Coast was based on the order given upon the introduction of the Dutch money, they were charged to produce this order of ours, but to date this has not been complied with. Paragraph 60. Meanwhile, regarding the aforesaid calculation of the abovementioned guilders and other coin species on the Madura Coast, a report was submitted by Chief Administrator Sluijsken, as appears from our resolution of 14 February last, a copy of which is attached hereto, stating that, in preparing the Ceylon general ledgers of 1785/6, having further considered the treatment concerning the Dutch guilders and having therefore taken the Madura books in hand first, he had found himself bound by duty to point out the loss that the Company might thereby suffer, not only on the Dutch guilders but also on the other gold and silver species, since these guilders and other species, even if they had been ceded for their value, should nevertheless according to the order have been treated differently in the books. Paragraph 61. Pursuant to our aforesaid resolution of 14 February, we sent a copy of this report to Tuticorin, with orders to the servants to answer it in the margin. Paragraph 62. When this report arrived at Tuticorin, Chief Mekern was on the point of departure to make a short trip here, for which we had granted him permission upon his request; and that he did not postpone his journey in order to satisfy this requirement first occurred because the first-undersigned Governor had written to him that his presence on Ceylon might occasionally be necessary during the negotiations with Mr. Buckanan, particularly as far as the Madura Coast is concerned. Paragraph 63. For this reason, the aforesaid answer requested from the Madura servants has not yet been received. The aforesaid Chief Mekern, during his presence here, as appears from our resolution of 15 May last, only submitted a preliminary report, a copy of which is also attached hereto, containing in essence: 1. That the guilders were issued at 20 stuivers Dutch money according to our authorization given to him, in accordance with our resolution of 16 August 1786, in our separate
Dutch transcription
2686 vendutie voor het geldende te laaten verkoopen. De Domainen § 55. In voldoening van uwer Hoogedelheden ac= quisit, bij gevenereerde missive van den 31. Ju- lij pass:o 665. , om naamelijk optegeeven, wat de komp: bij de verpagting van de zaaij. delve hij profiteerd, gebruijken we de vrijheid, volgens onze belofte bij voorsz: onzen eerbiedigen § 25, hoogst dezelven hier nevens aantebieden, kopij, van een van Jaffana ontfangene rendement, aanwijzende de behaalde winst op de Zaaije wortelen in de vijf laatste boekjaeren, voor de introductie van de verpagting, naamelijk van A:o 178½ tot 178 5/6 en wat er op gewonnen is in het boekjaer 1786/7, wanneer de delverij verpagt was; en blijkt daar bij, dat de winst in voorsz: 5. Jaaren, door elkanderen gereekend, 'sJaars heeft bedraagen ƒ1999: 18. — en in het laatste Jaer ƒ 3353: 16. — dus meer der ƒ1353. 18. , of in vergelijk tegens het boek= Jaer 1782, wanneer de winst het meest of ƒ2522:15. — bedroeg wog ƒ 831: 1. – meerder. §56. volgens onze promesse bij 527. van onzen meerm: eerbiedigen van den 31. Januarij, bieden wij e wij uwen Hoogedelheden tans aan kopijen van de opgaven, die we van Jaffenapatnam hebben gekreegen, nopens de inkomsten die de Posthou= ders van de passen, bevoorens dezelve ver- pagt wierden, daar van hebben gehad. Daer bij blijkt, dat hun genot, het eene Jaar meer en het andere minder sjaars heeft bedraegen 430. a 455. rd=r en dat daar van aan zekere ge- priviligeerde weduwen Jaarlijks uijtgekeerd zijn 144. rd=r. §57. Toen alleen de tol op de koofwaren, die de ge- melde passen passeeren, wierd verpagt, hebben deeze passen voor de komp: opgebragt. in A:o 178/%. . - - - rd=s 2100: —. —. „ „ 178½. - - - - „ 1825. —. –. - „ 2040. –. – „ „ 178 5/5. - - „. 2120. –. — „ „ 178 2/5. - - ni - Gezaamen rd=s 9585. –. – of door elkanderen gereekend sJaars. . . rd:s 1917. –. — Doch zedert dat het inkomen van de Posthouders en veerlieden daar bij ingetrokken, en tezaamen met „ „ 178¾. . . Die Transporteere . . . de 2687 P:r Transport. . rd=n 1917. —. de tol verpagt is, hebben de gemelde Passen gerendeerd. „ „ „ 178 7/8. in A:o 1785/6. - - - - - rd:n 2800: —. — Gezaamen rd=n 9310. –. – of door elk anderen gereekend s Jaers - - „ 3103:1/3: Dus tans meerder rd=n 1186 1/3. daar en tegen word tans, van dit meerder bedraagen, niet anders uijtgekeerd dan 252: w=t Or sJaars, aan drie daar toe gepriviligeerde we- duwen. „ 178 /7 - - - - „ 3010. —. — Geldzaaken § 58. Bij onzen nedrigen van den 27. November 1786 hadden we de eere uwe Hoogedelheden kennis tegeeven, van ons genoomen besluijt om de Hollandse heele en halve guld:s, aange- bragt met het schip de Draak tot den lij- waet handel te amploijeeren en dat we de Mhaduresche bediendens hadden gequalificeerd om die uit te geeven 83. stuks teegens 20. komp:s pagooden. Dit besluijt en deeze be- reekening der guld:s is ook door uwe HoogeEeld: bij - - - bij hoogst derzelven zeer gerespeciteerden brief van den 1=e Maij 1787. goedgekeurd. §59. De twijffelingen die des niet temin zedert, over deeze bereekening bij onze Negotie bed: zijn ontfangen, hebben we de eere gehad uwe Hoog Edelheeden bij onzen eerbiedigen brief van den 14:' aug: 1787. omstandig te bedeelen, met aantooning dat de zelve uusteden op een, naar ons inzien zeer verkeerd begrip, dat namentlijk op de Madurese Kust de waarde van een Comp:s pagood moeste wor- den bereekend op niet hooger dan 90. stve: Jndias wijl nogtans de voorsch: Negotie bediendens beweerd dat hun begrip over de wijze waer na ze dagte dat de pagood op de Madunese kust moest worden berekent steund op de ordre gegeven bij de introductie van het Nederlands geld, is hun opgelegt deze onze ordre aante„ wijzen, dog daar aan is tot nog toe niet voldaan. 560. Jntusschen is over de voorsch: bereekening van de bovengem: guld: en andere geld specien op de 2688 de Maduresche kust, door de Hoofd administrateur sluijs„ ken blijkens onze resol: van den 14. e Febr: J:o L: overgegee„ ven een bericht dat in kopij hiernevens gaat, hou„ dende, dat hij bij het vervaardigen van de Ceilonse hoofd boeken van 178 5/e. de behandeling omtrend de hollandse guld:, nader overwoogen en daerom de Maduresche boeken het eerst bij der hand genomen hebbende, bevonden had, door hed en plicht verbonden te zijn, om aantetoonen het verlies, dat de Comp: moogelijk daar door, niet alleen op de hollandse guld: maar ook op de andere goud en zilver specien zoude koomen te lijden, alzo o deeze guld: en andere specien, indien ze voor haare waarde waaren afgestaan, echter na de ordre anders bij de boeken hadde moeten verhandeld worden. § 61: Dit bericht hebben we volgens onze voorsch: resolutie van den 14:' Febr: gezonden in kopij na Tutucorijn, met last aan de bed: om het in margine te beantwoorden. § 62. Joen dit bericht te Jutukorijn kwam, stond het deeze het opperhoofd Mekern op zijn vertrek tot het doen van een springtogt na herwaards, waar toe we hem op zijn verzoek verlot hadden gegeven, en dat hij zijne rijze niet heeft uitgesteld om aan dit rekwisiet eerst te voldoen, is geschied, wijl de eerst ondergeteekende Goeverneur hem hadde geschreeven, dat zijn tegenwoordigheid op Ceilon somtijds zoude kunnen noodig zijn bij de hande„ lingen met den Heer Buckanan, inzonder- heid zoo veel de Maduresche kust. aangaat. §63. om deeze reeden is de voorsch: van de Maduresche bediendens gevraagde beantwoording nog niet ingekoomen. Alleen heeft voorsch: opperhoofd Meken„ bij zijn aanweezen alhier, blijkens onze resol: van den 15. Maij I:L: ingediend een voorloopend bericht, dat ook in Copij hiernevens gaat, hou- dende hoofd zaakelijk: 1. dat de guldens zijn uitgegeven tegens 20. st:s Nederlands geld volgens onze kwalifikatie aan hem gegeven, overeenkomstig met onze resolutie van den 16:' aug:s 1786. , bij onze affarte
English
separate letter of 24 August 1786, and that regarding the notions of the Head Administrator Sluijsken, that 83 guilders should have been calculated as 27 2/3 pagodas instead of 20 pagodas, the Company in effect would neither gain nor lose thereby, because in such a case, upon the expenditure of 83 Dutch guilders, 7 2/3 pagodas would have been credited to the general account as a profit, which upon the shipping of the linens would again have been charged with that same sum as a debit entry, so that this entire matter would amount to a mere formality completely contrary to the purpose for which the new currency calculation was introduced. 2nd. That the remaining coin species, with the exception of the Mexicans, were likewise issued for the price at which they were accounted from Colombo in Dutch money, in accordance with the still very recently reiterated order of Your High Noble Mightinesses to make all calculations of coin species, except for the wages, board money, and emoluments paid to the servants on the Madura coast, in Dutch money, and likewise in accordance with the practice that has taken place since the new introduction of the coin species. 3rd. That regarding the Mexicans in particular, they were issued at 8 pieces for 5 Company pagodas, which amounts to 51 1/5 Dutch stuivers per piastre. Paragraph 64. We declare that we can see it in no other way than that the calculation of the aforementioned coin species, done in the manner indicated by Chief Mekern in his report, occurred in accordance with the order and intention upon the introduction of Dutch money, and we would let the matter rest with this single remark for the present and until the complete report of the Tuticorin servants comes in, were it not that in the aforementioned report of the Head Administrator Sluijsken a few remarks appear that require a small clarification: Paragraph 65. He states therein that against a remark appearing in a Tuticorin report, namely that the servants thought that a certain declaration concerning the actual expenditure of the guilders, which they had obtained and is detailed more fully in their aforementioned report, would be sufficient to stop the mouths of all slanderers, he had wished to object by an address dated 12 April, but on the advice of the first-undersigned Governor omitted doing so. Paragraph 66. The Governor has forgotten the details of this matter. Only this occurs to him, that on the occasion when the aforementioned Tuticorin report was deliberated upon in the meeting of 24 May 1787, the Head Administrator Sluijsken wished to take offense at the aforementioned remark appearing therein, and that he advised him against doing so, insofar as such might only have the purpose of publicly placing himself among those whom the Tuticorin servants in their aforementioned report regarded as their accusers of having acted in bad faith in this matter, without however naming anyone, because such things are of no use and only serve to cause bitterness to arise among the servants, and that without going so far, he could nevertheless, and even ought to, further point out what he thought necessary on this subject. Paragraph 67. The Governor nevertheless, since the submission of his aforementioned report, asked the Head Administrator for the aforementioned address of 12 April 1787 mentioned therein, who answered him thereupon that he no longer had this address, and that he had also kept no minute of it, adding that it had contained nothing more than a mere indication that he thought himself insulted by the aforementioned, as he thought, all too bold remark of the Madura servants, which he felt he ought to take to heart, without otherwise entering into any investigation or demonstration of whether the guilders were properly or improperly expended. Paragraph 68. Furthermore, the Head Administrator says in his aforementioned report, in order to support his opinion that the guilders should have been issued for 30 stuivers, that the Governor, in his memorandum left for the information of the council on the occasion of his departure for Trincomalee, had ordered not to issue the Dutch guilders lower than at 30 stuivers. That this was stated in this memorandum had no other purpose than to dispose of the guilders, insofar as it might have been necessary to draw upon them for use in the administration on Ceylon, where silver money in trade among private individuals had already risen above its usual value relative to copper money, by way of sale against copper coin for not less than 30 Indian stuivers. That the aforementioned recommendation in this matter is to be understood in no other sense is very clear in itself. To make the guilders current among the public for 30 Indian stuivers could not occur except by a resolution and after such had first been made known to the public by a publication, or even were it otherwise, that would still prove nothing with regard to the value of the guilders on the Madura coast, where regard was paid solely to the actual value that the Company thinks fit to give to them in its colony. Paragraph 69. The Trade Books of Trincomalee, which, according to what was communicated in our respectful
Dutch transcription
2689 apparte brief van den 24:' aug:s 1786. en dat wat betreft de begrippen van de Hoofd administrateur sluijsken, dat 83. guldens in steede van 20. pagooden hadde moeten reekenen 27 2/3. pagood, de Comp: in essekte daar bij nog gewinnen nog verliezen zoude, wijl in zulk een geval bij het uitgeven van 83. hollandse guld: ten voordeele van het generaal zoude gebragjt zijn als een winst 7 2/3. pagood, die bij het verzin„ den van de lijwaeten wederom met die zelfde som als een bezwaar post zoude weezen belast, zoo dat dit heele stuk op een formaliteid zoude uitloopen geheel en al strijdig met het oogmerk waartoe de nieuwe gelds bereekening is inge„ voert. 2:e Dat de overige geld specien uitgenomen des de mexikanen insgelijks zijn uitgegeeven voor de prijs waar voor ze aangereekend zijn van kolom„ bo in Nederlands geld, over eenkomstig met de nog zeer kortelijk herhaalde ordre van uwe Hoog Edelheeden, om alle de bereekening der geld specien, uitgezonderd de gagien kostgelden en e en emolumenten die aan de bediendens op de Madureesche kust betaald worden, in Nederlands geld te doen, en insgelijks overeenkomstig met de behandeling die zedert de nieuwe introduktie der geld specien heeft plaats gehad. 3:e Dat wat de meiikanen in het bezonder aan„ gaat, die zijn uitgegeeven 8. stuks voor 5: Comp:s pagooden het welk 51 7/5. Stuiver Nederlands de piaster uitmaakt. §64. we betuigen niet anders te kunnen zien, dan dat de bereekening der voormelde geld specien, gedaan op dien voet als het opper- hoofd Mekern dat bij zijn berigt aanwijst, is geschied overeenkomstig met de ordre en intentie bij de introductie van het Nederlands geld, en we zouden het bij deze enkelde aan„ merking voor het teegenswoordig en tot dat het volleedig berigt van de Jutucorijnsche bediendens inkomt, laaten berusten, was het niet dat bij voorsch: berigt van den hoofd= administrateur sluijsken een paar aan„ men 2690 merkingen voorkomen die een kleine op heldering nodig hebben: §65. Wij zegt daar bij, dat hij zig tegens een aanmer- king die bij een Tutukorijnse berigt voorkomt, dat namentlijk de bediend:s dagte dat een zeekere ver- klaring nopens de werkelijke uitgave der guldens die ze hadden ingewonnen en bij voorsch: hun be„ rigt breeder is vermeld, voldoende zoude weezen om alle kwaadspreekens de mond te stoppen, bij een addres gedagteekend den 12:e april heeft willen verzetten, dog het op goedvinden van den eerst ondergeteekenden Goeverneur heeft nagelaaten § 66: Het is den Goeverneur ontdagd wat hier van zij. Dit alleen staat ham voor dat ter gele„ gendheid dat in de vergadering van den 24=e Maij 1787: gedelibereerd wierd over het voorsz: Tutukorijns berigt, de Hoofd administrateur sluijsken zig de voorsz: daar bij voorkoo- mende aanmerking wilde aantrekken, en dat hij hem heeft ontraeden dit te doen, in zoo verre zulks zulks alleen ten oogmerk mogt hebben om zig opentlijk te stellen onder die geenen, die de Jutuko- rijnse bed: bij voorsz: hun berigt als hunne beschuldi„ gens van in deezen ter kwader trouw te hebben ge„ handeld, aanzaagen, zonder nogtans iemand te noe„ men, wijl zulke dingen geen nut doen en alleen dienen om verbitteringen onder de dienaaren te doen ontstaan en dat hij zonder zoo verre te gaan het geen hij op dit stuk dagte nader te moeten aanwijzen, des onverminderd doen konde en zelfs behoorde te doen. §67. De gouverneur heeft des niet te min den Hoofd administrateur zedert het indienen van voorsz: zijn berigt gevraagt na het voorsz: daar bij vermelde addres van den 12. april 1787. die hem daarop heeft geantwoord, dat hij dit addras niet meer had, en dat hij ook daar van geen munut hadde gehouden met bijvoeging, dat het niets anders hadde behelst dan een bloote aanwijzing dat hij zig beleedigd dagte door de voorsz:, zoo hij dagte al te ƒ. vrijmoedige 2691 vrijmoedige aanmerking van de Maduresche bediendens die hij meende zig te moeten aan„ trekken, zonder voor het overige daar bij te zijn getreeden in eenig onderzoek of aanwij- zing of de guldens wel of kwalijk uitgegeven waaren. §68. Nog znverent zegd de Hoofd administrateur bij voorsch: zijn berigt, om te onderstennen zijn opinie dat de guld: voor 30: stuivers hadde moeten worden uitgegeven, dat de Gouverneur bij zijn Memorie tot narigt van de vergade„ ring nagelaaten ter gelegentheid van zijn ver„ trek na TainConomale, hadde gelast, om de hollandse guld:s niet laager uittegeven dan toe„ gen 30: A: Dat dit bij deeze Memorie gezet is, hadde geen ander oogmerk dan om de guldens in zoo verre het mogte zijn noodig geweest die aantelasten, tot gebruik in de huishouding op Ceilon, daar het zilver geld, in den handel tusschen partikulieren, toen reeds ging reeds relatief tot het koper geld booven zijn gewoone waarde gesteegen was, bij weege van verkoop teegens kopere munt voor niet minder dan teegens 30. stuivers Jndias van de hand te zetten. dat voorsch: aanbeveling in deezen in geenen anderen zin is te verstaan, is uit zig zelven zeer duidelijk. om de gul„ dens voor 30. stve:s Jndias onder de gemeente gang„ baar te maaken, konde niet geschieden dan op een besluit en na dat zulks alvorens bij een publikatie aan de gemeenten was be„ kend gemaakt, dan wel al was het ook anders, zoude dat nog niets bewijzen ten aanzien van de waarde der guld: op de Madunese kust, daar alleen gelet wond op de werkelijke waarde die de Comp: in heer kolonie goedieind daar aan te geven. §69. De Negotie Boeken van TrinConomale, die, volgens het bedeelde bij onzen eer- biedigen
English
2692 respects of the 31st January of the previous year, having fallen behind due to the absence of a portion thereof, finally being received here on the 13th of May following, caused the general ledgers of Ceylon not to be ready to be sent thither on this occasion, wherefore the same are to follow later. In the meantime, there has been formed therefrom: § 70. The balance sheet of this Government, which is transmitted among the appendices, and from which it appears that in the last financial year the general charges amounted to f 1532955. 19. -, and thus less than the previous financial year by f 74423. -. 4., and the profits f 793749. 17. 8., thus less than the previous year by f 15552. 17. 8., as is briefly demonstrated below: Anno 1786/7: Anno 1785/6: Anno 1786/7: More Less The Charges - f 1532955. 19. - f 1607378. 19. 9. f - - - - - f 74423. - 4. Profits - f 793749. 7. 8. f 809302. 15. -. f - - - - f 15552. 17. 8. The lesser profits subtracted from the lesser charges, it appears that the Ceylon Government in the year 1787, in comparison against the previous financial year, has come ahead by f 58870. 2. 12. § 71. Furthermore, we take the liberty, in compliance with your High Noblenesses' orders in the very esteemed missive of 17 November 1786, to let follow below a comparison of each charge account in particular against that of the preceding financial year, indicating the causes that have occasioned the increase or decrease. Ordinary rations amounted to: Anno 1785/6 - - - f 200253. 18. -. Anno 1786/7 - - - f 205968. 9. -. Thereof: Anno 1786/7: More Less More Less - - - - f 5714. 11. -. At Colombo - f 8784. 9. 8. Mainly caused by the issue of board money and rations to the European and Eastern soldiers who arrived last year from Europe and from Batavia; and by the issue of arrack to the soldiers, artillerymen, and sailors. At Jaffanapatnam - f 485. 10. -. By the lesser issue of rations to the qualified personnel, due to lack of provisions. At Manaar - f 325. 2. 8. By the higher price of the rice issued as rations to the soldiers and other servants, in lack of paddy which they otherwise enjoy, and by the issue of board money and rations to the crews on the cruising vessels, of which there were more in service this year. At Galle - f 1476. 12. 8. This was mainly caused by the lesser issue of rice, as there were fewer servants who enjoy rice. At Mature - f 40. 1. -. On account of arrack issued to the soldiers. At Trincomalee - f 96. 6. 8. Mainly by the lesser issue to the soldiers, who were fewer in number this year. At Batticaloa - f 51. 14. -. By lesser issue to the soldiers and craftsmen, who were reduced in number by deaths. Carried forward - f 9149. 13. - f 2110. 3. - f 5714. 11. - 2693 Brought forward - f 9149. 13. - f 2110. 3. - f 5714. 11. - At Kalpitiya - f 61. 7. 8. Mainly caused by lesser issue to soldiers and artillerymen, whose number was reduced by deaths. At Tuticorin - f 175. 14. - Mainly caused by the departure of the Eastern soldiers who were detached there in the previous financial year. At Manapaar - f 172. 11. -. Due to fewer soldiers having been stationed there in the last financial year. At Kilkare - f 89. 1. 8. Mainly by the board money issued to a clerk, who was not there in the previous year but has since been added. At Cape Comorin - f 17067. 14. 8. f 2180. 19. 8. Caused by the relief of the soldiers who were there in the previous financial year. Money: f 9238. 14. 8. f 3524. 3. 8. Deduct the lesser from the greater - f 3524. 3. 8. Remains, as above for increase - f 5714. 11. -. Ordinary expenses amounted to: Anno 1785/6 - - - - - - - - f 159470. 11. 8. Anno 1786/7 - - - - - - - - f 142402. 17. - Thereof: Anno 1786/7: More Less At Colombo - f 2787. 17. 8. Mainly by the lesser issue made here in the household, both from the provisions warehouse, trade warehouse, and iron warehouse, as well as from the ammunition house, ship's warehouse, and the printing office; and also by the lesser issues made in the Disavany and the posts subordinate thereto. At Jaffanapatnam - f 1004. 8. -. Particularly by the greater issue of necessities from the trade warehouse, the blacksmith's shop, and the equipment warehouse; as also by the greater number of convicts and serfs who were charged to this account. To carry forward.
Dutch transcription
2692 biedigen van den 31:' Janu: I:o L:, door het ab„ sent zaaken van een gedeelte derzelven, agter uit waaren geraakt, eindelijk op den 13. Maij daer aan alhier ontfangen zijnde, is daar door ver= oorzaakt, dat de Ceilonsche hoofdboeken niet heb„ ben kunnen in gereedheid gebragt worden, om bij deeze geleegenheid na derwaerds te worden ge„ zouden, weshalven derzelve naderstaan te volgen. Jntusschen is daar uit geformeerd. §70. De staatreekening deezes Goevernements, die onder de bijlaegen overgaat, en waar bij blijkt, dat in het laatste boekjaar de generaele Lasten hebben bedraegen ƒ1532955. 19. -. , en dus minder dan het voorig boekjaar ƒ74423. —. 4. , en de winsten ƒ793749. 17. 8. , dus minder dan het voorig jaar ƒ15552. 17. 8. zoo als dat hier onder kortelijk word aangeweezen A:o 178 2/. A:o 178: 5/6: Ao 178 2/3. meerd:r minder De Lasten - ƒ1532955:19. ƒ1607378:19:9. ƒ - - - - - ƒ 74423. –4. „winsten - „ 793749. 7. 8. – „ 809302. 15. –. „ — - . – „ 15552. 17. 8. De mindere winsten van de mindere Lasten afgetrokken, blijkt dat het Ceilonsch gouvernement in A:o 1787. , in vergelijk tegens het voorig boekjaar, te vooren geraakt is - - -- -ƒ 58870: 2. 12. § 71. le o § 71. voorts gebruiken we de vrijheid, in voldoening aan uwer Hoog Edelheeden onder, bij zeer g'eerde missive van den 17. 9ber: 1786. hier onder telaaten volgen eene vergelijking van elke Last-reekening in het bezonden, tegens die van het voorafgegaane boekjaar, met aanwijzing van de oorzaken, die de vermeerdering of vermindering hebben gecauseerd. A:o 178 /7. Meender minder meerd: minder -- - - ƒ 5714. 11. -. ƒ8784. 9. 8. Je Kolombo hoofdzaakelijk veroorzaakt door de gedaane ver„ „strekking van kostgelden randzoenen, aan de Europeesche en oostensche militairen, die voorlee„ den jaar uit Europa en van Batavia zijn aan- gekomen; en door de verstrekking van annak aan de militairen, arthillenisten en zeevaaren„ „ Jasfanapatnam - door de mindere verstrekking van randzoen aan de gequalificeerden, mits manquement van provisien. „ Manaar- . . - „ 325. 2. 8. door den hoogeren prijs van de rijst, die tot randsoen verstrekt is aan de militairen en andere dienaaren, bij manquement van neli„ die ze anderzins genieten, en door de verstrek- king van kostgeld en randzoen aan de man„ schappen op de kruis vaartuigen, die er dit Jaar meer in dienst zijn geweest. Gale door de mindere verstrekking van rijst is dit voornaamelijk veroorzaakt, wijl en minder dienaaren zijn geweest, die rijst genieten „ 40. 1. —. wegens verstrekte arrak aan de militairen Mature Jain Conomale voornaamelijk door de mindere verstrek- king aan de militairen, die er dit Jaar minder in getal zijn geweest. „ Battikaloa — -: door mindere verstrekking aan de mi„ litairen en ambachtslieden, die door sterf„ ƒ 9149. 13. — ƒ 2110. 3. — ƒ 5714: 11. —. gevallen verminderd zijn. ƒ „ 96. 6. 8. „ 1476. 12. 8. 51. 14. -. ƒ 485. 10. —. - ƒ 200253. 18. -. „ 205968: 9. —. — Daar van A:o 178 5/6. - - - „ 178 /. - - - - Randsoenen ordinair, beliepen Transporteere- .. den. -- - - „ „ - o 2693 Te kalpettij P„r Transport „ 61. 7. 8. „ 175. 14 — ƒ17067: 14:8. - -ƒ2180. 19:8. voornaamelijk veroorzaakt door mindere verttrekking aan militairen, en anthil- lenisten, welken getal door sentgevallen verminderd zijn. voornaamelijk veroorzaakt door het ver- trek van de oostensche militairen, die in het voorig boekjaar, aldaar zijn gedetacheerde geweest. „ Manapaan - door de mindere militairen die er in het laatste boekjaar hebben ge„ Julukonijn — leegen. „ 89. 1. 8. „ Kilkane voornamelijk door het verstrekte kostgeld, aan een pennist, die en in het voorig jaar niet geweest maar zedert toegevoegd is. veroorzaakt door het ligten van de militairen, die in het voorig boek- jaar daar geweest zijn. „ Caab Commerijn - - - - Geld ƒ9238. 14. 8. ƒ3524. 3. 8. Gaat af het mindere van het „ 3524. 3. 8. meerdere - - - - Rest, als vooren voor vermeerdering - ƒ5714. 11. -. e onkosten ordinair bedroegen. A:o 178 3/6: - - - - - - - - ƒ159470. 11. 8. „ 178 5/7. - - - - - - - - „ 142402. 17. - daar van voornamelijk door de mindere verstrek= king, die alhier in de huishouding is ge„ daan, zoo uit het provisie magazijn, ne„ gotie pakhuis en ijzer magazijn, als uit het ammonitie ruis, scheeps maga- zijn en de drnkkerij: en ook door de min„ dere verstrekkingen, die in de Dessavonie en de daar aan onderhoorige posten gedaan zijn. Je Kolombo - - - - „ Jassenapatnam - - - Jnzondenheid door de meerdere ver„ strekking van benodigdheeden, uit het negotie pakhuis, de smits winkel en 't Equipagie pakhuis; zoo ook door het meerder getal van gecondemneer„ dens en lijfeigenen, die ten laste dezen ƒ2787. 17. 8: - „ 1004. 8. -. ƒ9149. 13. — ƒ2110. 3. — ƒ 5714. 11. — meerd:r mind:r Ao: 178/ meend. s minder die Transporteere. rekening — - - . „ 172. 11. -. - —
English
more 18441. 9. —. worked on account; by less advantage on this account due to charges as well as otherwise, by the increase of salaried servants and servants enjoying house rent; and on account of the purchase of various stationery supplies. At Manaar - - caused by some more supplies provided for the household. 2965. 17. -. mainly caused by the increase of salaried personnel and native craftsmen, by the greater provision of various supplies for the household there, both from the grain magazine, equipment warehouse, the blacksmith shop and armory, as well as from the Galle Korle, and finally also by the lesser charges to the benefit of this account. Jale - account. - - 498. 14. 8. by the supplies provided to the crew who sail on a newly built dhoney; and by some other supplies in the household, which in the last financial year fell larger, offset by a decrease of servants enjoying house rent and firewood money, by the few coolies who worked on public works during the first two months, by the withdrawal of the double board money that was previously provided to some servants, and by the lesser provision of supplies from the Magazines. Mature Trinkonomale - Battikaloa - by the reduction of salaried personnel, and by lesser supplies in the household. by the reduction of the crew who previously served on the dhoneys; by the lesser provision of weaponry goods and by fewer dhoneys being taken into service. Kalpettij - - - - - - mainly caused by the return accounting of weaponry goods of the soldiers who returned from there. Manapaar caused by the fact that in the previous year a flagpole was erected there, and the ground rent for the washermens lodge was paid, which circumstances did not exist in the last year. Tuticorin Carried forward - ƒ5687. 3. — ƒ22730. 7. 8. ƒ 5714. 11. — ƒ17467. 14. 8. 120. 14. 8. 9. 8. 8. - - - 324. 8. -. 41. 12. -. less more less Brought forward - ƒ2180. 19. 8. ƒ 2787. 7. 8. ƒ 5714. 11. —. ƒ 17067. 14. 8. Anno 1786/7. ƒ 7 -. —. — 1 96. 10. -. supplies from the Magazines. Anno 1785/6 2694 At Hilkane ƒ17067. 14. 8. --ƒ64573. 3. 8. 47. 19. 8. mainly through the receipt of a tarpaulin for use. Cape Comorin - through less oil provided to the military guard, and through lesser payment to peons. Counted - ƒ5690. 8. — ƒ22750. 2. 8. deduct the excess of the lesser - - - - - 5690. 8. —. Remainder, as before, for decrease extraordinary expenses have amounted to - - -ƒ355206. 13. 8. -. . 290633. 10:— at Colombo - - mainly caused by the lesser provision to the Company of Madurese, which was sent back to Batavia, by the lesser charges from the subordinate Offices debited to this account, by the lesser provision of wages and emoluments to the regiment of Luxemburg, and by 1784/5 — — — Anno 1785/6 - - - - - - the lesser provisions in the Wanni; because in the last year expenses were incurred for the journey of the undersigned governor, and by the provisions made to the retinue of Mr. de la Lostuiene, and the Company of the regiment of Luxemburg, which relieved the Trincomalee garrison. originally from the supplies made of wages, board money, rations, etc., to the Sepoy soldiers, who were not present in the previous financial year. Manaar Galle mainly because in the last financial year less expenditure was incurred for the states squadron and other extraordinary events. Mature - on account of jetties built at the river for the arrival of the Honorable Galle Commander. Trinkonomale - - - by the withdrawal of the extra gratuity that was previously provided to the military, this reduction in particular took place. Carried forward - - ƒ15269. 5. — ƒ82951. 6. - ƒ5714. 11- - ƒ81640. 18. — – - - —. — ƒ15862. 12. 8. 13087. 14. 8. - - - - ƒ2178. 5. —. ƒ67040:14. —. -. 27: 15. — less more less Brought forward - - ƒ5687. 3. — ƒ2730. 7. 8. ƒ 5714. 11. —ƒ 17067. 14. 8. 67 14. 8. 3. 5. —. more Jaffanapatnam - ƒ 7. 14. 8.
Dutch transcription
meerd:r „ 18441. 9. —. reekening hebben g'arbeid; door mindere bevoondeeling op deeze reekening wegens aanreekeningen als anderzins, door de vermeerdering van gegagieerden en van huijs huur genietende dienaaren; en mits den inkoop van diversche schrijfgereedschap„ Je Menaar - - veroorzaakt door eenige meerder verstrekte benodigdheden in de huijshouding. „ 2965. 17. -. voornamelijk veroorzaakt door de vermeen„ dering van gegagieerden en inlands ambagts„ lieden door de meerdere verstrekking van ver„ schijde benodigdheeden in de huishouding aldaar, zoo uit het graan magazijn equipagie pakhuis de smitswinkel en wapenkamer, als uit de Gale Koule, en eindelijk ook door de mindere aanreekeningen ten voordeele dezen pen. „ Jale - reekening. - - „ 498. 14. 8. door de verstrekking aan de manschappen die op een nieu aangemaakte tonie vaaren; en door eenige andere verstrekkingen in de huishouding, welke in 't laatste boekjaar door vermindering van huijshuur en brandhouts„ geld genietende dienaaren door de wijnige koelies, die en in de eerste twee maanden aan de gemeene werken hebben g'anbijd, door de intrekking van het dubbeld kostgeld dat te vooren aan eenige dienaaren is verstrekt en door de mindere verstrekking van be- grooten zijn gevallen. - „Mature Tain Konomale - „ Battikaloa - door de vermindering van gegagieerden, en door mindere verstrekkingen in de huishouding. door de vermindering van de manschappen, die te vooren op de tonies hebben dienst gedaan; door de mindere verstrekking van wapen goe„ deren en door de mindere thonies die er in dienst genomen zijn. „ kalpettij - - - - - - voornamelijk veroorzaakt door de terug nee„ kening van wapen goederen der militai- ven, die van daar terug gekeerd zijn. Manapaar veroorzaakt door dien in het voorig jaar een vlaggestok aldaar opgezet, en de grond- huur voor de wasschens logie betaald is, welke gevallen en in het laatste Jaar niet hebben g'exteerd. Jutur Korijn m Transporteere - ƒ5687. 3. — ƒ22730. 7. 8. ƒ 5714. 11. — ƒ17467. 14. 8. 120. 14. 8. 9. 8. 8. - - - „ 324. 8. -. „ 41. 12. -. mind:r meerd:r mind:r P„r Transport - ƒ2180. 19. 8. ƒ 2787. 7. 8. ƒ 5714. 11. —. ƒ 17067. 14. 8. A:o 178 /7. ƒ 7 „ - „ ƒ -. „ — - —. — 1 96. 10. -. - - — nodigdheden uit de Magazijnen. - - - -- - - A:o 178 5/6 2694 Te Hilkane ƒ17067. 14. 8. --ƒ64573. 3. 8. 47. 19. 8. voornamelijk door den ontfang van een pre„ senning tot gebruik Caabcommerijn - door minder verstrekte oli aan de militaire wagt, en door mindere betaaling aan re„ Teld - ƒ5690. 8. — ƒ22750. 2. 8. pressen. gaat af het meerdere van het mindere - - - - - „ 5690. 8. —. Rest, als vooren voor vermindering onkosten extra ordinair hebben bedraegen - - -ƒ355206. 13. 8. -. . „ 290633. 10:— te Kolombo - - hoofdzaakelijk veroorzaakt door de mindere ver„ strekking aan de Comp: Madureschen, die na Batavia: tering gezonden is, door de mindere aanreekening van de onderhorige Comptoiren, ten laste dezer reekening: door de mindere verstrekking van gage en emo„ lumenten aan 't regiment van Luxemburg, en door „ 178 2/5„ — — — A:o 178 5/8 - - - - - - de mindere verstrekkingen in de wanni door dat in het laatste jaar ongelden zijn gedaan voor de rijse van den ondergeteekenden, gouverneur, en door de gedaane verstrek- kingen aan het gevolg van den Heer de la Lostuiene, en de Comp: van 't regiment van Luxemburg, die het Trinconomaals guarnisoen verwisseld hebben. oonspronkelijk uit de gedane verstrek„ kingen van gagie, kostgeld, randsoenen Er:a aan de sipahische militairen, die en in het voorig boekjaar niet zijn ge„ weest. „Manaan Gale voornaamelijk om dat 'er in het laat„ ste boekjaar minder is veronkostigd wegens slands esquaden en andere extra voorvallen. „ Matiine - wegens gemaakte stijgers aan de rivier tegens de komst van den E: gaalsch gezag„ hebben. Trinkonomale - - - door de intrekking van het extradou- ceur, dat bevorens aan de militairen is verstrekt, is deeze vermindering Transporteere - - ƒ15269. 5. — ƒ82951. 6. - ƒ5714. 11- - ƒ81640. 18. — inzonderheid geschied. – - - —. — ƒ15862. 12. 8. „13087. 14. 8. - - - - ƒ2178. 5. —. ƒ67040:14. —. -. „ 27: 15. — minder meerd:r minder P„r Transport - - ƒ5687. 3. — ƒ2730. 7. 8. ƒ 5714. 11. —ƒ 17067. 14. 8. 67 14. 8. „ „ -- — - „ 3. 5. —. meerder „ Iaffanapatnam - ƒ „ — m 7. 14. 8.
English
Carried forward through the lower provision of maintenance to the kangan and lascars, who watched over the ripening paddy two months longer than in the previous year, and through the maintenance provided to the coolies of two commissioners who went there from Trinconomale to investigate certain complaints. At Battikaloa - ƒ2583. 17. — through the expenses incurred during the journey of the first-signed governor, on the trip to Trinconomale, as well as upon the arrival of the present chief, and the departure of the outgoing commandant. Kalpetti - 371: 18: 8 Tuticorin through the expenses incurred at the arrival of the land regent at Meloen, and through the costs incurred for laying a dam in the river ShammanKaal. 40. 17. 8. through the expenses incurred upon the arrival there of the Tuticorin chief. Total - ƒ18378. 2. 8. ƒ82951. 6. -. Deduct the increase from the decrease - ƒ18378: 2. 8. Remainder as above for reduction - ƒ64573. 3. 8. Carpentry and Repairs amounted to In the year 1785/6: ƒ55709. 4. -. In the year 1786/7: ƒ46423. 11. -. Decrease: ƒ9285. 13: — At Colombo ƒ9796. 1. —. through the fewer alterations to the Company's buildings, and especially also because in the previous year there was written off to this account the entire amount of the expenses for the dwelling for the ambassadors, which thus in the last year shows a decrease in charges. Jaffanapatnam ƒ1410. 11. — through the additional repairs, beyond the ordinary maintenance, performed on some buildings. Manaar ƒ1433. 14.- also through the repairs performed on the buildings, which were in highest need of such. Galle ƒ377. 2. -. in particular caused by the renewal of the smithy, which was in a very dilapidated condition. Carried forward - - - ƒ3221. 7. — ƒ9796. 1. — ƒ5714. 11 — ƒ90926: 11. — Increase Decrease Decrease Increase ƒ15269. 5: — ƒ82951. 6. — ƒ5714. 11. - ƒ8640. 18. — ƒ512. 4. 8. At Mature - ƒ133. 13. —. Trinconomale ƒ3613. 17. —. through some additional repairs to the Company's buildings Battikaloa ƒ68. 8. —. also through the additional repairs to the Company's buildings, which for the most part are very dilapidated. Kalpetti - ƒ554. 19. 8. caused by the Malabar kitchen having been completed in the last year, and also major repairs having had to be made to the warehouses and living quarters, which were not done in the previous year Tuticorin - ƒ359. 2. 8. through the fewer expenses incurred in the last year for the re-roofing, plastering, whitewashing, etc. of the Company's buildings. Mannapaan 95. 18. -. caused because in the previous year the Company's buildings were relieved of their chief defects, and in the last year only minor repairs were made to them. Kilkane - 578. 17. — through the erection of an ola shed at Alandale, for the resident postholder there Cape Comorin 71. 10. — principally through the making of a mandu at Pambe, for the cannapole and lascar. because in the previous year, on account of damage caused by a storm, more expenses were incurred than in the last year 23. 9. —. Total ƒ4326. 6. — ƒ13611: 19.— Deduct the increase ƒ4326. 6. - Remainder as above for reduction - - ƒ9285. 13: —. Fortifications cost In the year 1785/6. — ƒ42778. 14. -. In the year 1786/7 — ƒ57312. 2. - Increase: ƒ14533. 8. -. At Colombo ƒ4035: 19: — caused because more men worked, as well as through some travel expenses for the engineers. Carried forward - - ƒ4035. 19. — ƒ —. —. ƒ20247. 19. — ƒ90926. 11. —. Carried forward . . . ƒ3221. 7. — ƒ9796. 1. — ƒ5714. 11. — ƒ90926. 11. — Increase Decrease Decrease Increase At Jaffanapatnam ƒ855. 7. — through some items credited to this account in the previous year, which did not take place in the last year, and therefore appear as an increase in charges. Manaar - - ƒ371. 7. -. because in the previous year some repairs were made to the bell, cistern, and gate, which were not done in the last year. Galle - - 129. 4. 8. because less was provided for the blasting of rocks, less work was done on the fortress, and on the other hand more ammunition was cleared from the rampart, for which this account was credited. Mature 31: 5. — because in the last year no repair was made to the redoubt of Eck, as in the year before. Trinconomale - - ƒ12737. 16. -. mostly through the large number of coolies who worked in the last year at the expense of this account. Battikaloa — ƒ32. 1. 8. because the bases of the rampart walls were repaired in the last year, and this was not done in the previous year. Kalpetti - ƒ1549: 17. 8. because in the previous year the barrier was renewed and provided with other palisade wood, and new gun-carriages were also received, which did not occur in the last year. Tuticorin ƒ78. 1. 8. because in the last financial year nothing was expended there on the fort. Total - ƒ17177. 3. 8. ƒ2643. 15. 8. Deduct the decrease - - ƒ2643. 15: 8:— Remainder as above for the increase ƒ14533. 8. -. The Hospital cost In the year 1785/6. — ƒ21547. 10. 8. In the year 1786/7 — ƒ29457. —. — Increase: ƒ7909. 9. 8. Carried forward - ƒ20247. 19. — ƒ98836: — 8. Decrease Increase Decrease Increase Carried forward ƒ4035. 19. - - - - - ƒ20247: 19. — ƒ90926: 11. –.
Dutch transcription
P„r Transport door de mindere verstrekking van onder houd. aan den kangaan, en laskonijns, die twee maan„ den langer op het rijpend neli gewesch gepast hebben, dan in het voorig jaar, en door het ver„ strekte onderhoud aan de koelies van twee gecomm:, die van Trinconomale aldaar ge„ weest zijn, om zeekere klagten optenemen. Te Battikaloa - „2583. 17. — door de gedaane ongelden bij de passagie van den eerstgeteekenden gouverneur, op de tocht na TainConomale, rod ook bij de aankomst van het presente opperhoofd, en het vertrek van den afgegaan en Com= mandant. Kalpetti - - 371: 18: 8 „ „ Julu korijn door de gedane ongelden sijde komst van den Landregent te Meloen, en door 't veronkostigde tot het leggen van een dom in de rivier SjammanKaal. 40. 17. 8. door de gevallene ongelden bij aankomst aldaar van het Jutukorijnsch opperhoofd. a Teld - ƒ18378. 2. 8. ƒ82951. 6. -. F haat af het meerdere van het „ 18378: 2. 8. mindere - - - — Rest als vooren voor vermindering - ƒ64573. 3. 8. Timmeragie en Reparatie hebben beloopen ƒ 55709. 4. -. - - - - „ 46423. 11. -. „ Kilkane - ƒ9796. 1. —. Je Kolombo „ door de mindere vertimmeringen aan 'sComp:s gebouwen, en voornaamelijk ook om dat in het voorig jaar op deeze reete: is afgeboekt, het geheel bedraagen van het bekostigde aan de woning voor de ambassadeurs, het gunt dus in het laatste jaar eene minderheid in de lasten vertoond. ƒ1410. 11. — „ Jaffanapatnam door de meerdere reparatien, boven het gewoon onderhoud, aan sommige gebouwen gedaan. „ 1433. 14.- „ckanaar mede door de gedaane reparatien aan de gebouwen, die zulks heeft hoogst nodig hadden. „ 377. 2. -. „Galen- inzonderheid veroorzaakt door de vernieuwing van de smits winkel, die in eenen zeer bouvalligen toestand was. Transporteere - - - ƒ3221. 7. — ƒ 9796. 1. — ƒ 5714. 11 — ƒ90926: 11. — A:o 178 5/6: „ 578. /7. — „ 9285. 13: — mind. r meerd„s mind:r meend:r ƒ15269. 5: — ƒ 82951. 6. — ƒ5714. 11. - ƒ8640. 18. — - - - - - - - „ 512. 4. 8. - ƒ -- — — — 269 te Mature - „ 133. 13. —. „ 3613. 17. —. „ 68. 8. —. A:o 178 5/6. — door eenige meerdere reparatien aan sComp:s gebouwen - - - „ 554. 19. 8. Juin Konomale mede door de meerdere reparatien van sComp:s gebouwen, welke meerendeels zeer bouvallig zijn. „ 359. 2. 8. „ Battikaloa - veroorzaakt door dat de Mallabaansche keuk in het laatste Jaar voltooijd is, en en ook voorna„ me reparatien aan de pakken en woonhuizen hebben moeten worden gedaan, die in het voorig Jaar niet zijn geschied Kalpettij - - 95. 18. -. door de mindere ongelden die in het laatste jaar zijn gedaan, tot het verdekken, plijcste„ aen, witten &:a van 'sComp:s gebouwen. veroorzaakt door dien in het voorig jaar sComp:s gebouwen van haare voor- naamste gebreeken zijn verholpen, en in het laatste jaar niet dan ge„ ringe reparatien daar aan zijn ge„ „ Jutukorijn - Mannapaan door het oprechten van een olasse loots te Alandale, voor den posthouden aldaar Kilkane- voornamelijk door het maken van een mandoe te Pambe, voor de kanne¬ kappel en laskorijn. Kaab Commorijn door dien in het voorig jaar, we„ gens veroorzaakte schade door een storm, meerder onkosten zijn ge¬ daan, dan het laatste jaar Teld ƒ. 4326. 6. —ƒ13611: 19.— gaat af het meerdere „ - - - „ 4326. 6. - reft als vooren voor vermindering - - ƒ9285. 13: —. Fortificatien hebben gekost te Kolombo veroorzaakt door dien er meer volk gewerken heeft als mede door eenige rijs ongelden aan de ingenieurs. Transporteere - - ƒ4035. 19. —ƒ —. —. ƒ20247. 19. — ƒ90926. 11. —. ƒ4035:19:— ƒ42778. 14. -. „ 57312. 2. - „ 14533. 8. -. „ 23. 9. —. P„r Transport. . . ƒ3221. 7. — ƒ9796. 1. — ƒ5714. 11. — ƒ 90926. 11. — meend:r mind:r meerd:r - - daan. „ „ 178 /3. - - daar van . — 6: 71. 10. - „ mind Te Jaffanapatnam P A:o 1785/6. — „ 178 /7 — door eenige in het voorig jaar op deeze reekening bevoordeele posten, die in het laat„ ste jaar geen plaats gehad hebben, en daarom als vermeerdering den lasten voorkomen. - „ 371. 7. -. door dien in het voorig jaar eenige re„ paratien zijn gedaan aan de klok re„ genbak en poort, welke in het laatste jaar niet zijn geschied. wijl er minder verstrekt is tot het doen springen van klippen, minder werk aan de vesting gedaan is, en daar en tegen meerder ammonitien van de wal geligt zijn, waar voor deeze reek: is bevoordeeld. Gale - - „ Mature om dat in het laatste jaar geene re„ paratie is gedaan aan de redout van Eck, gelijk in het jaar te vooren. - „12737. 16. -. meest door het grooten getal van Koe„ lies, die in het laatste jaar ten laste dezer reekening hebben g'arbeid. - - „ „ 32. 1. 8. „ Battikaloa — door dat de voeten den wal muuren in het laatste jaar zijn gerepareerd en zuls in het voorig jaar niet is geschied. „ kalpettij - door dat in het voorig Jaar de barriere vernieuwd en van andere pallisaad- hout voorzien is, ook nieuwe afsuiten ont„ vangen zijn, het gunt in het laatste jaar niet geschied is. p „ Juluconijn om dat in het laatste boekjaar al- daar niets aan 't fort is bekostigd. m Geld - ƒ17177. 3. 8. ƒ 2643. 15. 8. gaat af het mindere - - „ 2643. 15: 8:— rest als vooren voor de meerderheid ƒ14533. 8. -. 'T Hospitaal heeft gekost „ Tain Conomale- -. „ 21547. 10. 8. -- - - ƒ 29457. —.— „ 7909. 9. 8. Transporteere - ƒ20247. 19. —ƒ98836: — 8. – — - „ 855. 7. 129. 4. 8. 31: 5. — - - - „ 1549: 17. 8. -ƒ 78. 1. 8. mind:t meerd:r mind:r meerd:r P„r Transport. ƒ4035. 19. - - - - - ƒ20247: 19. — ƒ 90926: 11. –. „ Manaar - - „ - „ - - - . - — - — 1 - . „
English
2696 - - - - ƒ4500. 5. 8. 205. 13. 8. at Kolombo - at Jaffanapatnam - at Manaar - Gale - at Mature - at Trinconomale - at Batikaloa due to more sick persons - ƒ 43. 11. —. at Kalpettij, where fewer sick persons at Tutukorijn due to more sick persons who were brought into the hospital both from the ships and vessels „ 833. 5. 8 Total - ƒ 876. 16. 8 ƒ8786. 6. — deduct the surplus - - - - „ 876. 16. 8. Remainder as above for reduction - - ƒ7909. 9. 8 Expenses of sloops and minor vessels amounted to Anno 1785/6. - - - - - - ƒ 97642. 7. 8. thereof Anno 1786/7. - - - - - „ 96269. 15. -. were - - - - thereof this decrease is caused by the fewer repairs and provisions that were made to the vessels in the last year compared to the previous one, and the reduction would have been even greater, if in the last year this account had not been debited with ƒ23673. 13. , which were charged from Batavia, on account of the cost for rebuilding as well as otherwise of the bank de Hervatting. at Kolombo. - - due to the more extensive rebuildings that had to be done to the two sloops and other minor vessels, as well as because more hired thonies were used for the transport of the required goods to Trinconomale. at Manaar - due to fewer repairs to the thonies, and less coolie wages paid to haul them ashore. Gale. . both through fewer rebuildings to the cargo and rowing vessels, and particularly through the charging to Trinconomale of a gammel sent thither. Carried forward. . . ƒ 4500. 5. 8. ƒ 7306. 16. 8. ƒ 20247. 19. — ƒ100208. 13. — „ 1965. 15. —. --ƒ 5135. 8. —. „ „ 1372. 12. 8. - - „ 54. 6. 8. – - „ 586. 6. —. - - - „ 48. 6. - ƒ 956. 11. -. – - - - - „ 1370. 1. 8. – – – – – – – „ 83. 10. 8. more less more less Brought forward 11. — - - „ - - - - — - — — - - - „ 5687. 4. 8. — - 2 - . . . . . . . . . . - x at Jaffanapatnam - - required to Trinconomale. - ƒ: . ƒ - . 8. -ƒ20247. 19. — ƒ98836. — 8. at Mature on account of more repairs made to the vessels, as well as by the construction of a new thonie. due to the charging of the Gale gammel, by the construction of a new boat and by the purchase of a thonie, this increase was caused, where otherwise this account would have shown a considerable reduction. Trinconomale reduction. at Battikaloa — principally by the construction of a new padie due to the minor repairs that the vessels there required. due to the fewer provisions that were charged there to this account. vessels. Tutukorijn - - at Kilkare at Kalpettij - - - especially due to the greater provision to the cruising vessels. Total ƒ 6386. 19. - ƒ7759. 11. 8. „ 6386. 19. -. deduct the surplus 3 remainder as above in reduction - ƒ1372. 12. 8 Account of Condemnation and Confiscation amounted to Anno 1785/6 - - - - - - - - ƒ 7000. — 8. - - - - „ 7230. 1. —. Anno 1786/7. — particularly due to the fewer prisoners who sat with the Jailer in the last year. ƒ 511. 14. 8. on account of provisions supplied to a larger number of delinquents. both through the fewer condemned persons who were there in the last year, and through the confiscation of some smuggled linens, the proceeds of which were credited to this account. ƒ 511. 14. 8. ƒ 281. 14. - Total „ 281. 14. — deduct the lesser amount Remainder as above for the increase ƒ 230. — 8. - ƒ Carried forward ƒ2047. 19. 8 ƒ100208. 13. —. at Kolombo at Gale - at Kalpettij - - - -- thereof ƒ 167. 19. 8. 230. 113. 14. 8. 93. 6. —. „ 263. 13. -. 42. 16. 8. -- „ 1630. 13. - 119. 18. -. more less more less ƒ4500. 5. 8. ƒ1306. 16. 8. ƒ20247. 19. — ƒ10208. 13. — Brought forward „ - - „ „ „ 189. 2. – „ - - 2697 Brought forward „ 19071. 9. — 1513. 11. 8. „ 2295. 14. 8. ƒ 3517. 2. 8. Land salaries amounted to Anno 1786/7 - - - - - - - „426929. 10. -. thereof Anno 1785/6. - - - - - - ƒ446000. 19. — principally due to the lower charge of hospital expenses of the sick, through fewer provisions in the Wannij where fewer troops were stationed in the last year, and through the lower charge of Trinconomale, debited to the detached personnel there. at Jaffanapatnam. - especially through the lower charge for hospital expenses, and through the lower charge of Trinconomale. because there were fewer servants in the last year. at Manaar — at Kolombo. - through lower charges for hospital expenses, and through fewer provisions to the native soldiers. through fewer provisions to some servants who left their wages untouched. at Mature - - - solely caused because the provisions made in the previous financial year to the native soldiers were not settled on this account then, and therefore being written off in the last year as prior-year expenses, cannot now enter into the comparison, whereby the entire provision of the last year now appears as an increase, from which, however, are deducted the lower charges of hospital expenses, and fewer provisions to the European servants. at Batikaloa. - due to the decease of some soldiers. at Trinconomale - servants. Kalpettij due to the decease of some servants and through lower charges on account of hospital expenses. Total ƒ 3517. 2. 8. ƒ22588. 11. 8. deduct the surplus - - - - „ 3517. 2. 8. Remainder as above, for reduction ƒ19071. 9. — Carried forward - . ƒ2047. 19. 8 ƒ 119280. 2. — 278. 8. 8. „ 357. 10. 8. ƒ16891. –. —. — more less ƒ2047. 19. 8. ƒ100208. 13. —. more less 1 „ „ -- — at Gale - - - 781. 1. 8. 471. 5. —. 13
Dutch transcription
2696 - - - - ƒ4500. 5. 8. 205. 13. 8. te Kolombo - „ Jaffanapatnam - „ Manaar - gale- „ Mature - „TrinCononiale - „ Batikaloa door meerdere zieken - ƒ 43. 11. —. „ kalpettij, alwaar mindere zieken t „ Jutukorijn door meerdere zieken die en van de scheepen en vaertui¬ gen in het hospitaal zijn gebragt „ 833. 5. 8 Teld - ƒ 876. 16. 8 ƒ8786. 6. — gaat of het meerdere - - - - „ 876. 16. 8. Rest als vooren voor vermindering - - ƒ7909. 9. 8 onkosten van sloepen en mindere vaertuigen bedroegen A:o 178 5/6. - - - - - - ƒ 97642. 7. 8. daar van „ 178 /7. - - - - - „ 96269. 15. -. wanen - - - - daar van door de mindere reparatien en verstrek„ kingen, die in het laatste jaar in verge„ lijk tegens het voorige aan de vaartui„ gen zijn gedaan, is deeze minderheid veroorzaakt, en zoude zelfs de vermin„ dering grooten zijn geweest, indien in het laatste jaar op deeze reekening niet ware belast ƒ23673. 13. , die van Batavia zijn aangereekend, wegens het kostende bij vertimmering als anderzins van de bank de Herwatting. te Kolombo. - - door de meerdere vertimmeringen die aan de twee sloepen en andere mindere vaartuigen hebben moeten gedaan worden, zoo ook om dat er meere der huur tonies zijn in gebruik ge- weest, tot den overbreng van het beno„ „Manaar - door mindere reparatien aan de to- niet, en minder betaalde koeliloon om ze op staand te haalen. Sadé. . zoo door mindere vertimmeringen aan de los en roeijvaartuigen, als inzonderheid door de aanreekening na Trinconomale, van een na der - waards verzondene gammel. Transporteere. . . ƒ 4500. 5. 8. ƒ 7306. 16. 8. ƒ 20247. 19. — ƒ100208. 13. „ 1965. 15:—. --ƒ 5135. 8:—. „ „ 1372. 12. 8. - - „ 54. 6. 8: – - „ 586: 6. —. - - - „ 48. 6. - ƒ 956. 11. -. – - - - - „ 1370:1. 8. – – – – – – – „ 83. 10. 8. meerd:r mind:t meerd:r mind:t P„r Transport 11. — - - „ - - - - — - — — - - - „ 5687. 4. 8. — - 2 - . . . . . . . . . . - x „ Jaffenapatnam - - digde na Trinconomale. - ƒ: . ƒ - . 8. -ƒ20247. 19. — ƒ98836. — 8. te Mature wegens gedaane meerdere reparatien aan„ de vaartuigen, als ook door den aanbou van eene nieuwe thonie. door de aanreekening van de Gaalse gammel, door den aanbou van een nieuwe boot en door inkoop van een Jonie, is deeze meerderheid veroor¬ zaakt, daar anderzins deeze nee- kening eene aanmarkelijke vermin„ Tain Conomale „dering zal vertoond hebben. „ Battikaloa — voornamelijk door den aanbou van eene nieuwe padie door de geringe neparatien, die de vaer„ tuigen aldaar nodig gehad hebben. door de mindere verstrekkingen die aldaar ten laste dezer reekening zijn gedaan. tuigen. Jutukorijn - - „ kilkane „ kalpettij - - - inzonderheid door de meerdere verstrekking aan de kruis vaer„ Geld ƒ 6386. 19. - ƒ7759. 11. 8. „ 6386. 19. -. gaat af het meerdere 3 rest als vooren aan vermindering - ƒ1372. 12. 8 Reekening van Condemnatie en Confiscatie bedroeg A:o 178 5/6 - - - - - - - - ƒ 7000. — 8. - - - - „ 7230: 1: —: „ 178½. — inzonderheid door de mindere gevangenen die er in het laatste jaar bij den Cipier ge„ zeeten hebben. ƒ 511. 14. 8. wegens verstrekte mondkost, aan een grooter getal van delinquanten. zoo door de mindere gecondemneerdens die in het laatste jaar aldaar zijn ge„ weest, als door de Confiscatie van eenige geslookene lijwaaten, welker rendement op deeze reekening is bevoordeeld. ƒ 511. 14. 8. ƒ 281. 14. - eld „ 281. 14. — gaat af het mindere Rest als vooren voor de meerderheid ƒ 230. — 8. - ƒ Transporteere ƒ2047. 19. 8 ƒ100208. 13. —. te Kolombo „ Gale - „ kalpettij - - - -- daar van ƒ 167. 19. 8. 230. 113. 14. 8. 93. 6. —. „ 263. 13. -. 42. 16. 8. -- „ 1630: 13. 119. 18. -. meerd:r mind:t meerd:r mind:r ƒ4500. 5. 8. ƒ1306. 16. 8. ƒ20247. 19. — ƒ10208. 13. — P„r Transport „ - - „ „ „ 189. 2. – „ - - 2697 P„r Transport „ 19071. 9. — 1513. 11. 8. „ 2295. 14. 8. ƒ 3517. 2. 8. zoldijen aan Land hebben bedraegen „ 178 2/7 - - - - - - - „426929. 10. -. daar van A:o 178 5/6. - - - - - - ƒ446000. 19. — voornamelijk door de mindere belas„ ting van de hospitaals ongelden der zieken door mindere de verstrekkin„ gen in de wannij alwaar in het laatste jaar mindere troepes hebben geleegen en door de mindere aanreekening van TrinConomale, ten laste der gedetacheer„ den aldaar. „Jafsanapatnam. - inzonderheid door de mindere belasting over hospitaals ongelden, en door de mindere aanreekening van Trinconomale. door dien en in het laatste jaar min„ dere dienaaren zijn geweest. „Manaar — te Kolombo. - door mindere belasting van hospitaals, ongelden, en door mindere verstrek„ kingen aan de oostensche Militairen. door mindere verttrekking aan eenige dienaaren, die hunne gagie hebben laaten staan. „ Marune - - - eenelijk veroorzaakt, door dat de ver„ Rtrekkingen die in het voorig boekjaar aan de inlandsche militairen zijn ge= daan, toen niet op deeze reekening af„ gebeekt zijn, en daarom in het laatste jaar op voorjaarige lasten afgeschree„ ven, zijnde, nu niet in de vergelijking kunnen worden komen waar door de geheele verstrekking van het laaste jaar tans als eene meerderheid voor- komt, waar van echten afgaan de min„ dene belasting van hospitaals ongelden, en mindere verstrekkingen aan de „Balikalog. - door het overlijden van eenige militai„ europesche dienaaren. „TuinConomale - ven. kalpettij door het overlijden van eenige dienaren en door mindere belasting wegens hospi„ Teld ƒ 3517. 2. 8. ƒ22588. 11. 8. taals ongelden. gaat af het meendere - - - - „ 3517. 2. 8. Rest als vooren, voor vermindering ƒ19071. 9. — Transporteere - . ƒ2047. 19. 8 ƒ 119280. 2. — 278. 8. 8. „ 357. 10. 8. ƒ16891. –. —. — r meend:r minder ƒ2047.19. 8. ƒ100208. 13. —. meerw: minder 1 „ „ -- — „ Jale - - - 781. 1. 8. 471. 5. —. 13
English
Anno 1785/6. thereof Ship wages amounted to Anno 1785/6: ƒ 19128. 10. 8. Anno 1784/5: ƒ 13478. 3. 8. Brought forward Increase Decrease Increase Decrease ƒ 20477. 19. 8. ƒ 119280. 2. — ƒ 5650. 7. -. ƒ 1026. 14. 8. on account of more debits to the accounts of the ship authorities for less accounted goods on the cargoes brought in by them. ƒ 4623. 12. 8. both through higher debits on the accounts of the ship authorities, and through higher disbursed pay, advance wages, etc., to the crew members. Balance as above for decrease ƒ 5650. 7. –. Native servants monthly wages amounted to Anno 1785/6: ƒ 33696. 9. 8. Anno 1784/5: ƒ 27596. 12. — at Colombo Galle thereof at Colombo through the filling of the post of second interpreter at the secretariat, which was vacant in the previous year, through the provisions made to the three native proponents who were appointed in the last year, and because the provisions to the native servants in the Vanni were not debited to this account last year, but to extraordinary expenses. because the Captain Adigar of the Oeliammers was provided with pay for only 5 months in the previous year, but for 12 months in the last year. ƒ 327. 7. — through the increase of the wages of the aratchies, canganies, and lascars, in the last year. through the payment of full wages to the Malabar interpreter at the secretariat, who was suspended for 6 months in the previous year and received nothing during that time; through the higher price of Malabar paddy, which was provided to some native servants who previously used to receive Ceylon paddy; and because the newly appointed rough painter was entered on this account as a native servant, whereas the rough painters previously were European servants. Matara because the pay of the interpreter for the thombo registration, which is otherwise entered on the revenue account, was partly placed on this account in the last year, as he served for some months at the secretariat. at Trincomalee through less provision of maintenance to native servants. Batticaloa through the filling of the post of overseer of public works, which was vacant in the previous year. Kalpitiya because the first Malabar interpreter received 12 months wages in the last financial year, but for 6 months in the previous year because the post was vacant in the first six months. Tuticorin because in the last year, a part of the wages of the native servants was charged to expenses of linens and to the account of condemnation. Mannar Jaffnapatnam ƒ 345. 9. 8. Galle ƒ 119. 10. -. ƒ 19. 17. —. Carried forward ƒ 6352. 4. 8. ƒ 32228. 4. — ƒ 119280. 2. — ƒ 6099. 17. 8. ƒ 5540. 1. —. 1785/6 2698 294. 2. — Total ƒ 6422. 16. 8. ƒ 322. 19. — ƒ 30505. 6. 4. ƒ 27043. 14. 4. Manapad through the reduction of pagodas to guilders. Cape Comorin through the reduction of one water fetcher for the military. Deduct the decrease ƒ 322. 19. —. Remains as above for the increase ƒ 6099. 17. 8. Account of gifts, amounted to ƒ 77422. 1. 12. Anno 1785/6. ƒ 50378. 7. 8. Anno 1784/5. thereof at Colombo because in the previous financial year two embassies were sent to the court of Kandy, but in the last year only the ordinary embassy, whereby fewer expenses and gifts were made: also in the last year no embassy of the Nawab of the Carnatic was here. Jaffnapatnam through the maintenance provided to the envoys of the aforementioned Nawab, who were at the court of Kandy, together with their retinue, during their stay in the Jaffna district. Galle because in the last year no gift was sent to the Maldivian Sultan. Trincomalee because the provisions made, chargeable to this account, were in the previous year debited to extraordinary expenses. ƒ 3212. 15. — ƒ 30514. 4. 1. ƒ 3228. 4. — ƒ 146323. 16. 4. Carried forward less ƒ 59. 16. —. 18. 8. ƒ 3152. 19. -. ƒ 35. 13. 8. 34. 16. 8. Increase Decrease Increase Decrease Brought forward ƒ 6352. 4. 8. ƒ 32228. 4. — ƒ 119280. 2. — ƒ 1. 17. —. 2 guilders. Galle 12 1 27. —.
Dutch transcription
„ 178 /. - - daar van scheeps zoldijen bedroegen - - - - „ 19128. 10. 8. A:o 178 5/6: - - - - ƒ 13478. 3. 8. Pr „r Transport meend:r mind:t meend:e mind: ƒ20477. 19. 8. ƒ 119280. 2. — „ 5650. 7. -. - ƒ 1026. 14. 8. wegens meerdere belastingen op de ree„ keningen der scheeps overheden, voormin„ der santwoorde goederen op de door hun aangebragte ladingen. „ 4623. 12. 8. zoo door in eerdere belastingen op de reek: der scheeps overheden, als door meer„ der verstrekte gagie, goedemaanden &a aan de scheepelingen. Jeld als vooren voor vermindering ƒ 5650. 7. –. Inlandsche dienaars Maandgelden beliepen „ 33696. 9. 8. A:o 178 5/6: - - - - - - ƒ 27596: 12. — te Kolombo Gale daar van te Kolombo- door de vervulling van den dienst van twede Jolk ten secretarij, die in het voorig jaan vacant is geweest, door de gedaane verstrek„ kingen aan de drie inlandsche proponenten, die in het laatste jaar zijn aangesteld, en door dat de verstrekkingen aan de In- landsche dienaaren in de wanni, voorleeden jaar niet op deeze reekening, maar op ongkosten extra ordinair zijn afgeboekt. door dien aan den Cap: adigaar der oeli„ ammers in het voorig Jaar maar voor 5. maanden, doch in het laatste jaar voor 12. maanden bezolding is verstrekt. -„ 327. 7. — door de yenhooging van het loon van de arraatjes, kangaans en laskonijns, in door de verstrekking van het volle loon aan den Mall: tolk ter secretarij, die in het voorig jaar 6. maanden gesusper„ deerd is geweest, en in dien tijd niets genoten heeft, door de hooger prijs van de Malla- baarsche Neli, die aan eenige inlandsche dienaaren is verstrekt, welke anders Ceilonsche Neli plagten te genieten, en door dat de nieu aangestelde kladschilder, als een inlandsche bediende op deeze reeke- ning is gebragt, daar de kladschilders te vooren europesche dienaaren zijn ge„ „Matune om dat de bezolding van den tolk bij de tombo, beschrijving, die anders op de reek: van inkomsten word geboek, in het laatste jaar gedeeltelijk op deeze reekening. het laatste jaar. weest. „Manaar - — „ Jaffanapatnam - - - - - - - „ 345. 9. 8. „ Jale - „ 119. 10. -. „ 19. 17. —. Transporteere - ƒ6352. 4. 8: - - - -. ƒ32228. 4. — ƒ 119280. 2. — – – – – – – – „ 6099. 17. 8. ƒ 5540. 1. —. „ 178½. - - - „ - — 2 - „ - - - „ 2698 294. 2. — ƒ Teld - ƒ 6422. 16. 8. ƒ 322. 19. — ƒ30505. 6. 4. „ 27043. 14. 4. reekening is gesteld, wijl hij eenige maanden ter secretarij heeft dienst gedaan. te Tain Konomale door mindere verstrekking van onder- houd aan inlandsche dienaaren. „ Battikaloa door de vervulling van den dienst van op zichten der gemeene werken, die in het doorig jaar vacant is geweest. „ kalpettij door dien de eerste mallabaarsche tolk in het laatste boekjaar, voor 12. maanden loon reeft gehad, doch in het voorig jaar voor 6. maanden om dat de dienst, in de eerste ses maanden, vacant is geweest. Julukorijn om dat in het laatste jaar, een gedeelte van het loon der inlandsche bedienden gebragt is op onkosten van lijnwaeden en of rekening van Condemnatie. „ Manapaan - door de reductie van pagooden tot „ baabCommerijn - door de vermindering van een water- haalden voor de militairen. gaat of het mindere - - - „ 322:19. —. Rest als vooren voor de meerderheid - - „ 6099. 17. 8. Rekening van schenkagie, bedroeg ƒ77422. 1. 12. A:o 178 5/8. -- - - „ 50378: 7. 8. „ 178 2/3. daar van te Kolombo „ wijl in het voorig boekjaar twee ambassades na het hof van kandia gezonden zijn, maar in het laat„ ste jaar alle en de ordinaire ambassade, waar door er mindere ongelden en geschenken zijn gedaan: ook is in het laatste jaar geen ambassade van den Nabab van kaanatika hier geweest. Jassanapatnam - door het verstrekte onderhoud aan de zen„ delingen van voorm: Nabab, die aan het hof van kandia zijn geweest, nevens denzelven gevolg, geduurende het aan„ weezen in het Jaffanasche. wijl 'en in het laatste jaar geen geschenk gezonden is aan den Malediooschen zultan. TrinConomale - - door dien de gedaane verstrekkinge, ten laste dezer reekening, in het voorig jaar op onkosten extra ondi„ nair zijn afgeboekt. ƒ 3212. 15. — ƒ30514. 4. 1. ƒ3228. 4. — ƒ146323. 16. 4. Transporteere min „ 59. 16. —. .18. 8. 7 ƒ 3152. 19. -. = - - „ 35. 13. 8. 34. 16. 8. Meendr: Mind. Meerd: Mind. P„r Transport. . ƒ 6352. 4. 8. . . ƒ32228. 4. —ƒ19280. 2. - - - „ „ ƒ 1. 17. —. - - - - - - - - „ — 2 - guldens. - - Gale. - „— 12 1 „ 27. —.
English
by the gifts presented to the country regent, both during the presence of the chief at Sinnevelli, and upon the arrival of the said regent at Meloer. at Tutucorin - ƒ 127. 16. 8. on account of the gift sent to the Chancellor of the treuven, in order to obtain toll-freedom for the export of linens. - ƒ - 10 8. Cape Comorin by the gift presented to the new Captain of the line gate and to a new Manigar Total - ƒ3470. 10. 8 | ƒ 30514. 4. 12. deduct the increase - - - - ƒ 3470. 10. 8. remainder as above for the decrease - ƒ27043. 14. 4. Expenses of ships amounted to in the year 1785/6. - ƒ95362. 14. - in the year 1786/7. — ƒ 135035. 6. - there. at Colombo — ƒ35928. 2. —. by the increased provisioning of victuals and equipment goods, and by the greater repairs done to the ships, although no more Company vessels have called here than in the previous year; principally through the greater provision of equipment goods, caused by the arrival of the two newly arrived ships Veere and Gouda. Trincomalee as no ships have been there in the last book year: Batticaloa - as no ship has been there in the last year either. ƒ 2605. 19. 8. Tutucorin - mostly through the provisioning of victuals and other necessities provided to the newly arrived ship Gouda, during its presence at the roadstead of Punnaikayal. Total - ƒ42123. 4. — | ƒ 2450. 12. — deduct the decrease ƒ 2450. 12. - remainder, as above for increase ƒ39672. 12:— - - - - - ƒ 3589. 2. 8. to. Galle Total ƒ 71900. 16. — | ƒ146323. 16. 4. deduct the increase ƒ 71900. 16. -. Remainder as above for the decrease in general charges and expenses - ƒ 74423. — 4. 48. 17. -. ƒ2401. 15. —. thereof ƒ 39672. 12. - Carried forward Less ƒ3212. 15. — | ƒ 30514. 4. 12. | ƒ 3223. 4. — | ƒ146323. 16. 4. Increase decrease increase §72. Now Kilkare 129. 8. 8. — - 0 2699 §72. Now we take the liberty to compare the amounts of charges and profits of the latest book year against what was stipulated in the Memoir of Retrenchment. The charges amounted in the last book year to ƒ1532955. 19. —. The Memoir of Retrenchment stipulates for that ƒ 902500. - Indian currency, amounting in Dutch currency to ƒ 744562. 10. -. Thus in the last year more. . . . ƒ788393. 9. —. The profits amounted in the last book year to ƒ793749. 17. 8. The stipulation in the Memoir of Retrenchment amounts in Indian currency to ƒ1168000. —, which makes in Dutch currency - - - ƒ 963600: —. –. Therefore in the last year less ƒ169850. 2. 8. § 73. The general balances of cash, merchandise, provisions, equipment, ammunition and other goods, amounted as of the ultimate of August 1787, as shown by the accompanying statement of accounts, to a sum of ƒ4395794. 2. 4. On the other hand, they amounted as of the ultimate of August 1786 to ƒ4286092. 6 4. Consequently in the last year more 109701. 16. - § 74. We also now present our usual requisition of cash to Your High Nobilities, with the humble request that it may be favorably fulfilled: said requisition is inserted below. Cash As of the ultimate of March 1788, our balance, both here and at the subordinate offices, was ƒ368342. 6. 8., from which the letters of credit amounting to ƒ74480:—. – being deducted, we set down for cash alone a round sum of ƒ290000. —. –. From Company domains at Colombo, which in total amount to ƒ176953. 4. -., only ƒ16296. –. – has yet come in; for what we think is due to come in from that and from the arrears of the previous year, we set down up to the ultimate of August next a round sum of ƒ 100000. –. -. We estimate the monthly sales at ƒ 8400. —. –., thus in the last months - ƒ 42000. —. - The further revenues, such as the Lord's rights, the small stamp, ship recognition fees, etc., we estimate at - - - - - ƒ 9000. –. — The revenue of the subordinate offices, according to the annexed cash account of 1786/87, we calculate for the said 5 months at - - - ƒ 229000. —. - Together ƒ670000. –. –. Which we carry forward. 2700. 165 Carried forward - ƒ670000. — - For the expenditure here and at the subordinate offices in the last 5 months, estimated according to the book year 1786/87, we set down ƒ 860000. - - According to this calculation, we would fall short under the ultimate of August 1788 by - ƒ190000: —. - To demonstrate this requirement up to the ultimate of August 1789, we arrange it according to the annexed cash account of 1786/87 and assume that our expenditures will more or less surmount our income in 1788/89 by - - ƒ1060000. — - Thus we need as of the ultimate of August 1789 - - - ƒ1250000. — - The letters of credit, which we have successively, amount to 236150 Rds. - - or ƒ566760. —. —: of which are outstanding and must be satisfied by us - - - ƒ 492280: - - The capital of the creditors with the Company as of the ultimate of March 1788 was large, and which we also need to satisfy. . . . . - ƒ 441234. 1. —. Adding one to the other, we require ƒ2183000. —. – We expect without doubt that this year one may receive the relief from the Netherlands shown and deemed necessary in the requisition, which amounts to - - ƒ 800000. –. - - - - ƒ 1383000. –. - Furthermore, we calculate in bills of exchange to the Netherlands on a couple of tons of gold - - - ƒ 200000. —. - Thus we are still short of, and which we request may, by the pleasure of Your High Nobilities, be supplied in ducatoons and rupees: ƒ 1183000. –. - Gold We hope to receive directly from the Netherlands from the Gentlemen Masters, and indeed as much as will be necessary for the minting of pagodas of 18 carats and 52 grains for the expected requisition of linens. The requirement calculated by the Tutucorin servants in their Memoir amounts to 150000 pagodas or ƒ675000. –. –. §75. The balances of cash and grains amounted, under the following dates, at this office:
Dutch transcription
door de gedaane geschenken aan den landre„ gen, zoo bij aanwezen van 't opperhoofd te Sinnevelli, als bij de komste van gem: re„ gent op Meloer. te Jutukonijn - „ 127. 16. 8. wegens het gezonden geschenk aan den Cancelier van den treuven, ter verkrij- „ging van tot-vrijheid tot den uitvoer van lijwaaten. -. „ — 10 8. kaab commerijn door het gedaan geschenk aan den nieuwe Capitain van de linie poort en aan een nieuwe Mannigaer Geld - ƒ3470. 10. 8 ƒ 30514. 4. 12. gaat af het meendere - - - - „ 3470. 10. 8. rest als voren voor de vermindering - ƒ27043. 14. 4. onkosten van scheepen beliepen -ƒ95362. 14. - A:o 178 5/6. - - – – – „ 135035. 6. „ 178 /7. — aldaar. ƒ35928. 2. —. te kolombo — door de meerdene verstrekking van provi„ sien en Equipagie goederen, en door de meen- der gedaane vertimmeringen aan de schee„ pen, schoon hier geen meerdere Comp: bodems zijn aangeweest, dan in het voorig voornamelijk door meerdere verstrek„ king van equipagie goederen, veroorge zaakt door de komst van de twee baarsche scheepen veere en gouda. TrinConomale als zijnde in het laatste boekjaar gee„ ne scheepen aldaar geweest: „ Battikaloa - wijl aldaar ook in het laatste jaar geen schip geweest is. „ 2605. 19. 8. „ Jutukorijn - meest door de gedaane verstrekking van provisien en andere behoeften, aan het baansch schip gouda, bij aan„ wezen ter rheede ponnekail. Teld - ƒ42123. 4. — ƒ 2450. 12. — gaat of het mindere „ 2450. 12. - rest, als vooren voor vermeerdering ƒ39672. 12:— - - - - - „ 3589. 2. 8. aan. Gale Teld ƒ 71900. 16. — ƒ146323. 16. 4. „ 71900. 16. -. gaat of het meerdere Rest als vooren voor de minderheid der generaale Lasten en ongelden - ƒ 74423. — 4. 48. 17. -. ƒ2401. 15. —. „ 39672. 12. daar van P„r Transport Minder ƒ3212. 15. — ƒ 30514. 4. 12. ƒ 3223. 4. — ƒ146323. 16. 4. Meendr minder meerder §72. Nu „ kilkane 129. 8. 8. — - 0 2699 §72. Nu gebruiken we de vrijheid, om het bedrae„ gen der lasten en winsten van het Jongste boek„ jaar, te vergelijken tegens het bepaalde bij de Memorie van Menagie De Lasten bedroegen in het laatste boek„ Jaar „ Memorie van Menagie bepaald daar voor ƒ 902500. - Jndiasch geld, uitmakende in Nederlands geld „ 744562. 10. -. /8 Dus in 't laatste Jaar meerder. . . . ƒ788393. 9. —. De winsten beliepen in het laatste boek„ jaar de bepaaling bij de Memorie van Menagie, bedraagd aan Jndisch geld ƒ1168000. —, uitmaakende in Nederlandsch geld - - - „ 963600: —. –. 3 overzulks in het laatste Jaar min„ ƒ169850. 2. 8. der § 73. De generaale Restanten van Contanten ƒ793749. 17. 8. ƒ1532955. 19. —. Koop koopmanschappen, provisien, Equipagie- ammonitie en andere goederen, hebben onder ult=o aug: 1787. blijkens aanwijzing bij de overgaande staatree„ kening, bedraegen eene somma van ƒ4395794. 2. 4. daar en tegen bedroegen ze onder ult=o august 1786: — gevolglijk in het laatste Jaar meer„ der 109701. 16. - § 74. Onse gewoonen Eisch van Contanten bieden we tans mede uwen Hoog Edelheden aan, met ne„ derig verzoek dat daar aan gunstig mag wor- den voldaan: zijnde gemelde Eisch naar de onder hier onder g'insereerd. Kontant onder ult:o Maart 1788. is zoo hier als op de onderhoorige kantooren ons restant groot geweest ƒ368342. 6. 8. waar van de krediet brieven ten bedragen van ƒ74480:—. – afgetrokken zijnde, zoo stelle voor het kon„ ƒ290000. —. –. tant alleen een ronde som van van Kompenies Domeinen te Kolombo, die in alles ƒ176953. 4. -. bedragen is nog maar ƒ16296. –. – ingekomen, voor het gene„ wij denken, dat daar van en van de achterstallen van 't voorig jaar staat intekomen, stellen wij tot ult:o aug:s aan„ „ 100000. –. -. .- - staande eene ronde som van den maandelijkschen verkoop gisse op ƒ 8400. —. –. dus in de „ 42000. —. laatste maanden- De verdere inkomsten als 's Heeren gerechtigheid, het klein zegel scheeps rekognietsie enz: gisse op - - - - - „ 9000. –. — de inkomste van de onderhonige kantooren naar de nevens- gevoegde kontante rekening van 17 3/87. rekene voor gem: 86 -„ 229000. —. zamen ƒ670000. –. –. 5 maanden - - - „4286092. 6 4. Die Transporteere. . ƒ 2700. 165 Transport - ƒ670000. — voor de uitgave alhier en op de onderhoonige kantooren in de laatste 5/m: naar gissing volgens het boekjaar 17 38/7. stelle „ 860000. volgens deze rekening zoude voor ons onder ult:o augo 1788. te kort schieten- - . ƒ190000: —. om deze benoodigheid tot ult:o aug:s 1789. aantetoonen zoo schik„ ken wij het naar de nevens gevoegde kontante rekening van 17 8/87. en veronderstellen dat onze uitgaven ons in„ komen in 17 8/899. min of meer zullen surmonteeren - - „1060000. — Dus hebben wij onder ult:o aug:o 1789. nodig - - - ƒ1250000. — De kredit brieven, die wij suksessive hebben zijn groot rd:s 236150. — - - of ƒ566760. —. —: waar van uitslaande zijn en welke door ons moeten voldaan worden - - - „ 492280: Het kapitaal der krediteuren bij de kompenie onder ult=o Maart 1788. is groot geweest en 't welk wij ook dienen te voldoen. . . . . - Het een bij 't ander gedaan, zoo hebben wij nodig ƒ2183000. —. – wij verwachten zonder twijfel, dat men in dit jaar het bij eisch naar Nederland aangetoond en nodig geoor- deeld ontzet van daar zal mogen bekomen en 't welk ƒ 800000. –. voorts rekenen wij aan assignaatsie naar Ne„ derland op een paar sou„ Dus ontbreekt ons nog, en 't welk wij ver- zoeken, dat, met believen van uw Hoog Edelheeden, in dukatons en ropijen mogte worden voldaan. ƒ 441234. 1. —. bedraagt. . - Goud Hoopen wij van de Heeren Meesters direkt uit Nederland te ontvan„ gen en wel zoo veel als tot het slaan van pagooden van 18. kar: en 52. gr: voor den te verwachtenen Eisch van lijnwaaten nodig zal zijn. De door de Tutucorijnsche bedienden bij hunne Memorie gekalku- leende benoodiging is groot 150000. pa /o of ƒ675000. –. –. §75. De Restanten van Contanten en quaanen hebben, onder de volgende datums ten - - -„ 1183000. –. - - - „ 200000. —. deezen - - - - — — - onder —
English
this government consist of Paddy Cash Rice: sufficient for chests Lasts the grains at Kolombo as of ult:o June last. ƒ 2410:12. 8. 82 2/20: -„ 1106: 6: —. —. — „ Mature „ „ 8 — „ 9642. 12. —. —. 93. - 5. 8— „ Tuticorin and at the Residencies as of ult=o March „ 27149. 7. 8. „ Trincomalee as of ult:o May „ 13577. 7. 8. 62 2/½. 140: -. „ Batticaloa „ „ 8 — „ 5472. 17. -. „ Kalpitiya „ „ 8 — „ 4768. 19. —. Judicial matters. §76. The fiscal of this Government, Carl Fredrik Schreuder, has represented to us by a written address, which is attached in copy among the annexes hereto, that here, at the request of the authorized agents of Anthonij Rustemeijer, chief surgeon on the chartered ship the Vlugge Valk, several trade goods were sold by execution, consisting of gold „ Manaar „ „ do —. . „ 26. —. —. —. 13 1/1. „ Jaffnapatnam „ „ May „ Galle. . „ „ do „ 33318: 9. -. 492. -. 66: - 15: months 9. do —. 19 1/1. 2½. d:o and —. 2701 and silver passementerie, gold and silver wire etc. that had been exported by the said Rustemeijer, contrary to the prohibition in the charter party, which, as appears from the extract attached hereto, strictly forbids all trade to the crew members, under penalty of confiscation of the trade goods, and forfeiture of a fine of 10000: guilders by the freighter: requesting accordingly, that the proceeds of the aforementioned sold goods might be seized, and dealt with as we might deem appropriate. The Council of Justice of this Castle acknowledges, by a report which it has submitted upon our demand regarding this matter, and which is likewise transmitted in copy, that the aforementioned Rustemeijer had brought out a tin box with gold and silver braids, gold and silver wire etc., which, having been inspected here at his request and found to be false, very bad and spoiled, had been sold by judicial sale and had yielded in net proceeds rixdollars 545: 15¼. , the said Council nevertheless testifying that it had no - and had no knowledge of the prohibition in the charter party, and that the fiscal, who in the course of this matter had always voted along and had attended the judicial sale of the goods, had also given no notice thereof. It is an oversight of the secretariat clerks that no copy of the aforementioned charter party was delivered to the Council of Justice, against which provision has already been made for the future; but concerning the matter itself, considering that the repeatedly mentioned chief surgeon Rustemeijer has departed for Batavia on the ship the Vlugge Valk, we have resolved to solicit the highly respected decision of Your High Excellencies, as we have the honor to do by this document, and meanwhile the aforementioned proceeds of the sold goods will be deposited in the Company's treasury. Domestic affairs — §77. Since the cylinders of the two newly con- 2702 constructed powder mills, the drawing of which was presented to Your High Excellencies with our respectful letter of 29: February of last year, could not be moved with that speed which is necessary to make a sufficient quantity of powder with them, although horses are harnessed to them instead of buffaloes, the building master Tornbauer has proposed to add a gear train to those mills, consisting of a large star wheel of 144. teeth, and a small star wheel of 30. teeth, with a lantern pinion of 70. staves between the two, by which he considers that the cylinders will make about five revolutions in the same time that the large wheel turns once. The drawings that the said building master has made of the aforementioned gear work, we present herewith to Your High Excellencies, with a copy of his report submitted in that regard, and we shall await thereon Your High Excellencies' highly esteemed decision. Indigenous matters. §78. The Company's ambassador to Kandy, the merchant and he and fiscal Schreuder, on account of the smallpox that has prevailed in the upper countries, wherefore the King had left his usual residence for some time, could not depart for the court before the 3rd of May, and only returned from there on the 14th of June last: §79. The report of his commission is attached hereto, from which we take the liberty only to note that, because it had become so late with this embassy that the time when the cinnamon harvest usually begins had already passed, a party of cinnamon peelers had provisionally crossed over into the Three and Four Korales to set up their peeling tents in the meantime, and that this, having become known in Kandy, some of the court grandees, who are somewhat unfavorable to the Dissava of the 3. and 4. Korales, reported this to the King in the gravest terms, adding that even some of these cinnamon peelers had crossed over into the extra- ordinary 1703 ordinary places, which gave rise to the customary permission for peeling cinnamon being postponed until the first undersigned Governor of Colombo should have sent an assurance that the trespassing of the cinnamon peelers into the forbidden places would be prevented. § 80. In the Saffragam and the Seven Korales the cinnamon peelers had also in the meantime already begun work in the beginning of May, which they have since continued undisturbed, and it is thus only in the Three and Four Korales where work could not be carried out until the ola, which is attached hereto in copy, was written by the Colombo Dissava to the Dissava of the Three and Four Korales, whereupon permission was promptly sent, as appears from the answer received thereto, which is also attached hereto in copy. §81: Among the servants we have, since it and n
Dutch transcription
deezen gouvernemente bestaan in Nelij Contanten Rijst: kende voor kasten Lasten te kolombo onder ult:o Junij I: Loden. ƒ 2410:12. 8. 82 2/20: -„ 1106: 6: —. —. — „ Mature „ „ 8 — „ 9642. 12. —. —. 93. - 5. 8— „ Jutukonijn en op de Residenties onder ult=o Maant „ 27149. 7. 8. „ Jain Conomale onder ult:o Maij „ 13577. 7. 8. 62 2/½. 140: -. „ Batikaloa „ „ 8 — „ 5472. 17. -. „ Kalpettij „ „ 8 — „ 4768. 19. —. Justitieele zaaken. §76. De fiskaal dezes Gouvernements Carl Fredrik schreuder, heeft ons bij een schriftelijk addres, dat in Copia onder de bijlaegen dezes gevoegd is, ver- toond, dat hier op verzoek van de gemachtig„ den van Anthonij Rustemijer, oppermeester op het ingehuurd schip de vlugge saekvogel, per executie waren verkogt verscheide nego„ tie goederen, bestaan hebbende in goude de graanen toerij- „ Manaar „ „ do —. . „ 26. —. —. —. 13 1/1. „ Jasfanap: „ „ Maij „ Gale. . „ „ do „ 33318: 9. -. 492. -. 66: - 15: maanden 9. do —. 19 1/1. 2½. d:o en —. 2701 en zilvere passementen, goud en zilverdraed &=a die door gedachte Rustemijen waren uitgebragt, Contra- rie het verbod bij de Certeparthij, die, blijkens het hiernevens gevoegd extrakt, volstrekt alle handel aan de scheepelingen verbied, op peene van Confis= catie van den handel wharen, en verbearte eener boete van 10000: guldens door den vervragter: ver„ zoekende mits dien, dat het rendement van de voorsch: verkogte goederen in beslag genomen, en daarmede gehandeld mogte worden, zoo als we dat zouden be„ vinden te behooren. De Raad van Justitie dezes Casteels erkend bij een bericht, het welk dezelve, op onze vordering, wegens deeze zaak heeft overgelegd, en mede in Copia overgaat, dat voorm: Rustemijer een trommel had uitgebragt, met goude en zilvere galons, goud en zilver draed &:a, die op zijn verzoek hier nagezien en valsch, zeer slegt en bedurven bevonden zijnde, Justitieel verkogt waren en aan zuijvere pro„ venu opgeworpen hadden rijxd: 545: 15¼. , be„ tuigende nochtans gem: raed, dat dezelve geen - en geen kennis had van het verbod bij de Certe parthij, en dat ook de fiskaal, die in den Cours deezer zaak altoos mede gestemd, en den gerechtelijken verkoop der goederen bijgewoond had, daar van geen kennis had gegeeven. Het is een verzuijm van de secretarij bedienden, dat van de voorsch: certe parthij geen afschrift aan den raed van Justitie is besteld, waar tegen voor de aan„ staande reeds is gezorgt; doch nopens de zaak zelve hebben we, uit aanmerking dat de meerm: oppermeester Rustemijer, met het schip de vlugge srek vogel na Batavia vertrokken is, beslooten te in„ steeren de hoog g'eerde dispositie van uwe Hoog Edelheeden, gelijk we de eene heb- ben te doen door deezen, en zal intus- schen het voorsch: rendement van de ver„ kogte goederen, in 's Comp:s kas worden geseponeerd. Huisselijke bestellingen — §77. vermits de Celiender van de twee nieu aan 2702 aangelegde kruitmolen, welker afteekening uwen Hoog Edelheeden aangebooden is nevens onzen eerbiedigen van den 29: febr: J:o L: niet met die snelheid konden bewoogen worden, als nodig is om een genoegzaeme hoeveelheid kruit daarmede aantemaaken, schoon er paarden aan gespannen worden, in steele van bussels, heeft de fabricq Tornbauer voorge„ steld, om een vaderwerk aan die moolen bij te zetten, bestaande uit een groote sterrad van 144. tanden, en een klijne sterrad van 30. tanden, met een schijfloop van 70. stokken tusschen bijden, als waar door hij oordeeld, dat de Celindeus om„ trent vijf omwentelingen in den zelfden tijd zul„ len doen, dat het groot rad eens rond gaat De afteekeningen, die gem: fabuice van het voorsch: Raderwerk heeft gemaakt, bieden we uwen Hoog Edelheeden hiernevens aan, met een Copij van zijn derwegens overgelegde bericht, en we zullen daarop uwer Hoog Edelheeden zeer ge= eerde dispositie afwagten. Inlandsche zaaken. §78. 'skomp:s gezant na Kandia de koopman en hij en fiskaal schreuder, heeft mits de in de boven landen geheerst hebbende kinder ziekte waerom de koning een tijd lang zijn gewoon verblijf hadde verlaaten, niet voor den 3. e Maij naar het tot kunnen vertrekken en is eerst den 14. Junij P„o Leden van daar te rug gekeerd: 179. Het rapport van zijn kommissie gaat hier ne„ vens, waar uit we de vrijheid gebruiken al„ leen aantemerken, dat wijl het niet dit ge„ zantschap zoo laat was geworden, dat de tijd dat de kanneel oogst gewoonlijk begint, reeds was verstrecken, een parthij kaneel schillens bij provisie ook in de drie en vier korles waeren overgegaan om intusschen hunne schildtenten op terigten, en dat dit in kandia bekend zijnde geworden sommige der Hofs grooten, die de dessave van de 3. en 4. koules wat ongunstig zijn dat aan den koning op het swaarste hebben aangediend, met bijvoe„ ging dat zelfs eenige van deeze kaneel schillers waaren overgeloopen op de buiten gewoone 1703 gewoone plaatsen, het welk aanleijding gegeeven heeft dat het gewoon vanlof tot het kanneel schillen is uitgesteld tot dat de eerst ondergeteekende gouverneur van ko„ lombo zoude gezonden hebben een verzee„ kering, dat het overloopen van de kaneel schillers op de verboodene plaatsen zoude worden belet. § 80. Jn de sassengam, en de zeven korls waaren ook intus„ schen de kaneelschillers in het begin van Meij reets met het werk begonnen het geen ze zedert ongestoort hebben voortgezet, en het is dus alleen in de drie en vier korles waarin niet heeft kunnen worden gewerkt dan na dat door de kolombosche Dessave aan den Dessave van de drie en vier korles geschreeven is de ola, die in kopij hiernevens gaat, waar op het verlof spoedig gezonden is, blijkens het antwoord daarop ontfangen, dat nog in kopij hiernevens gaat. §81: onder de Dienaaren hebben we, mits het en n
English
the death of the junior merchant Iohannes Franciscus Gratiaan, appointed as overseer of the Galle korle, the junior merchant Theodorus van Seijlingen, whose service as overseer of the iron warehouse here, in accordance with the determination in the regulations, was again granted to a bookkeeper: we humbly request Your High Excellencies that the said van Teijlingen, whose petition is included among the annexes, may be favorably confirmed in the office entrusted to him. §82. Upon the representation by the Trincomalee servants that the number of officers stationed there and at Oostenburg was insufficient to be able to man the necessary posts in the event of an enemy attack, we, in the session of 24 March last, by reason of the necessity to provide for this, promoted to ensign Cadet Gerrit Nicolaas Deijbert, who was proposed for that purpose by the servants, and at the same time transferred to Trincomalee the provisional ensign Lodewijk Gustaaf Claassen. The latter was already appointed ensign by the Ministers at Cochin in the year 1782, and was proposed to Your High Excellencies for confirmation, along with several other appointed officers, in the ministers' letter of 31 March 1783; but the news of the then impending peace, and the large number of supernumerary officers there, moved Your High Excellencies to withhold approval and to write to the ministers in Your High Excellencies' letter of 15 September 1783 that Your High Excellencies would allow these provisionally appointed officers to fill occurring vacancies, wherefore they also did not step down, but continued to perform officer's duties. We therefore take the liberty to most humbly request Your High Excellencies' favorable approval for him, Claasen, as well as for the first-named Deijbert, who are both very suitable subjects, and submit their petitions to Your High Excellencies herewith: wherein especially the said Claasen urges Your High Excellencies that his seniority may be determined from the day of his appointment at Cochin, and the pay since our aforementioned decision until this, his further nomination. §83. The comforter of the sick Harmanus Helmers, who has now served for more than 21 years in that capacity, both at Trincomalee and here, and completed his last contract more than a year ago, has requested us to be favored with junior merchant's emoluments; but because his request is contrary to the regulations, whereby junior merchant's emoluments are granted solely to the Castle's reader, who earns ƒ 36 in pay, we decided in the session of 8 March to bring this request to the attention of Your High Excellencies, as we have the honor to do through this. We nevertheless take the liberty to humbly remark herewith that the petitioner, whose duty is primarily limited to the hospital, alternately with the reader conducts service in the Dutch church and conducts himself well in all respects: and because he thus performs just as much service as the reader, and yet according to the regulations earns only ƒ 30 in pay, we respectfully request that Your High Excellencies may deign to reflect favorably upon his prayer, while we let his petition accompany the annexes of this. §84. We have received from Jaffanapatnam a petition from the Captain Lieutenant of the artillery Hans Lodewijk Brochet, dedicated to Your High Excellencies, wherein he urges for the retention of the gratuity of 1000 rds, which we had granted him from what the lessee of the chank dues must account for over and above the lease sum, but which was disapproved by Your High Excellencies in the respected letter of 31 July past. We take the liberty to present this petition to Your High Excellencies, and on account of the motives alleged therein, humbly to urge a favorable disposition upon it. §85. The junior merchant, administrator, and warehouse master at Tuticorin, Anthonij van der Wall, has made a request to be promoted to merchant in his present post: we do not dare to propose this request to Your High Excellencies, as it is contrary to the regulations; but because van der Wall has served the Honorable Company for over fifty years, and of those has been a junior merchant for 34 years and in his present post for 24 years, because the man, with his advancing years, is still exceptionally strong and diligent, and because this singular example will not be able to be drawn into a precedent, we nevertheless could not refuse to bring the request of the said van der Wall to the attention of Your High Excellencies, whether it might please Your High Excellencies to honor him, who is in every way worthy of Your High Excellencies' favor, with the rank and title of merchant. §86. The bookkeeper and mint master at Tuticorin, and first Resident at Punnaikayal, Fredrik Damman, has also made a request for promotion to junior merchant; and because he has discharged the duty of mint master to particular satisfaction for about twenty-five years, and the mint masters on Coromandel have always been junior merchants, we take the liberty respectfully to propose to Your High Excellencies the request of the said Damman, and to support it with our recommendation, as this in general will serve for the emulation of the servants.
Dutch transcription
het overlijden van den onderkoopman Iohannes Franciscus Gratiaan, tot opzienden der Gale korle aangesteld, den onderkoopman Theodorus van Seijlingen, wiens dienst van opziender van het ijzer magazijn alhier, Conform de bepaa„ ling bij het reglement, weder aan een boek„ houden begeeven is: wij verzoeken uwe Hoog Edelheeden nedrig, dat gemelte van Teijlingen, wiens request onder de bijlaegen overgaat, in het aan hem opgedraagen ampt gunstiglijk mag worden bevestigd: §82. op de vertooning van de Tainconomaalsche be„ dienden, dat het getal der officieren, aldaar en op oostenburg bescheijden, niet toerijkende was, om, in cas van een vijandelijken aanval, de nodige posten te kunnen bezetten, hebben we ter sessie van 24. Maart J:o L:, uit hoofde van de noodzaakelijkheid om 'er in te voor- zien, den door de bedienden daartoe voorgedrae„ genen Cadet Gerrit Nicolaas Deijbert tot vaandrig bevondend, en tevens na srinCono„ male 2 704r male verplaatst, den p:l vaandiig Lodewijk Gustaaf Claassen. De laatste is reets in 't Jaer 1782. door de Ministers te koetsiem tot vaan„ ding benoemd, en aan uwe Hoog Edelheeden nevens meer andere aangestelde officieren, ter bevestiging voorgedraegen bij der ministeren brief van den 31:e Maart 1783.; maar de tij„ ding van de toen op handen zijnde vreede, en het groot getal officieren boven de bepaa„ ling aldaar, hebben uwe Hoog Edelheeden bewoogen de approbatie te rug tehouden, en den ministeren bij hoogst derzelven missive van den 15 7ber: 1783: aanteschrijven, dat uwe Hoog Edelheeden wel mogten lijden, dat dee„ ze p:l aangestelde officieren bij voorkomende vacaturas invallen, weshalven ze ook niet zijn terug getreeden, maar officiers dienst hebben blijven doen. we gebruiken derhal= aen de vrijheid, voor hem Claasen zoo wel„ als voor den eerstgenoemden Deijbert, die beijde zeer geschikte subjecten zijn, uwer amp uwer Hoog Edelheeden gunstige approbatie nede„ rigst te verzoeken, en bieden daartoe hunne requesten hoogst dezelven hiernevens aan: waar bij inzonderheid gem: Claasen uwe Hoog Edelheeden insteerd, dat zijne anciënniteit mag worden bepaald, van den dag zijner aanstelling te koetsiem, en de gagie zedert ons voorsch: besluit tot deeze zijne nadere voordragt. §83. De krankbezoeker Harmanus Helmers, die nu ruim 21 Jaaren in die qualiteit, zoo te sum„ konomale als alhier dienst gedaan, en zijn laatste verband ruim een Jaar geleeden uitgediend heeft, heeft ons verzogt met onderkoopmans emolu„ menten temogen worden begunstigd; maer wijl zijn verzoek tegen het reglement strijd, waer bij alleen aan den Casteels voorleesen, die ƒ 36: aan gagie wint, onderkoopmans emolumenten zijn toegelegd, hebben wij ter sessie van den 8. Maart beslooten, dit verzoek te brengen onder het oog van uwe Hoog Edelheeden, gelijk 2705 gelijk we de eer hebben te doen door deezen. wij gebruiken echter de vrijheid hier bij nederig aantemerken, dat de supp:t, wiens dienst voornaa- melijk aan het hospitaal bepaald is, beurtelings met den voorleeser dienst doet in de Nederlandsche kerk, en zich in alle opzichten wel gedraagd: en wijl hij dus evenveel dienst doet als de voor- leesen, en nochtans volgens het reglement maar § 30. aan gagie wint, verzoeken we eerbiedig dat uwe Hoog Edelheeden op zijne beede gunstig gelieven te reflecteeren, terwijl we zijn request de bijlaagen deezes laaten ver- zellen. §84: We hebben van Iaffanapatnam ontfangen een request van den Capitain Luitenant der arthillerij Hans Lodewijk Brochet, gedediceerd aan uwe Hoog Edelheeden, waer bij hij insteerd om het behoud van het dou- ceur van 1000 rd:s, het welk we hem uit het geen de pachter der Chicos penningen, boven den pachtschat, moet verantwoorden, heb- ben de„ ben toegelegd, doch door uwe Hoog Edelheeden bij gerespecteerde missive van den 31: Juli pass=o afgekeurd is. we gebruiken de vrijheid dit request uwen Hoog Edelheeden aantebie„ den, en om de motieve daar bij geallegeert daarop eene gunstige dispositie nederig te insteeren §85. De onderkoopman administrateur en pakhuismeester te Tutukorijn Anthonij van der wall heeft verzoek gedaan, om tot koopman te mogen worden bevorderd op zijnen presenten dienst: wij durven dit verzoek, als strijdig met 't reglement, aan uwen Hoog Edelheeden niet voordraegen; maar wijl van der wall dE: kompenie over de vijftig jaaren gediend heeft, en daar van 34. jaaren onderkoopman en 24. jaaren in zijnen presenten dienst is geweest, wijl de Man bij zijne toenemende jaaren nog bijzonder sterk en ijverig is en wijl dit zonderlinge voorbeeld niet in gevolg zal kunnen 2706 kunnen worden getrokken, hebben wij echter niet mogen weijgeren, om het verzoek van gemelden van der wall te brengen onder 't oog van uwen Hoog Edelheeden, of 't hoogst den zelven mogte behaagen, om hem, die uwen Hoog Edelheeden gunste allezints waardig is; te vereeren met den rang en titel van koop- man. §86. ook heeft de boekhouder en muntmeester te Tutukorijn, en eerste Resident te Ponnecail Fredrik Damman verzoek gedaan, om be„ vordering tot onderkoopman; En wijl hij ongevaar vijf en twintig jaaren, den dienst van muntmeesten tot bijzonder genoegen heeft waargenoomen, en de muntmeesters op kor- mandel altijd onderkooplieden geweest zijn, bevrijmoedigen wij uwen Hoog Edelheeden 't verzoek van gemelden Tamman eer- biedig voortedraegen, en met onze voorsprake te onderstennen, wijl dit in 't algemeen zal strekken tot emulaatsie van de dienaeren
English
on the Madurese coast, who require some encouragement, and particularly of the poorly provided mint officials, while through this, moreover, some proper distinction will be made between the mintmaster, the assayer, and the mint commissioners, who currently all hold equal ranks. §87: The state exiles who reside here have, since the recent increase in their maintenance allowance, which Your High Excellencies were pleased to favorably approve in the honored dispatch of 17 November last, ceaselessly approached the first-signed governor for a further increase, because they testified that with what was allotted to them, alongside their numerous households, they could not live according to their status, and that up to now they had managed by contracting debts, but that they now found no more credit for this. In order to properly relieve himself of their vexations, and at the same time to be placed in a position to judge their grievances with foundation, the governor commissioned the chief administrator Sluijsken and the Dissave Fretz to conduct an accurate survey of their families and households, and also to hear what requests they had to make. §88. The report received thereof was reviewed in our meeting of 8 March last, and as it appeared to us therein that the allowance of most of these exiles was indeed not sufficient to subsist in these expensive times in any way according to the status of their birth, with their often numerous families and further households; and considering moreover that in those who were treated too narrowly, it gave rise to a very visible discontent at having to get by in such distressing circumstances, which we nevertheless judged ought to be prevented to some extent, because these people are sometimes recalled again and restored to their former dignities: we have therefore, subject to the favorable approval of Your High Excellencies, granted to those who in our view required it such a small increase in salary as appears from the extract of our resolution taken in this regard, which accompanies the appendices of this letter, and from which we only note here that all the increases together amount to 47:2 rixdollars in cash and 50 paras of rice per month; and that on the other hand, due to his decease, there have been withdrawn from the salary of the Prince of Bantam, Ratoe Bagoes Abdulla, 12 rixdollars in cash, 8¼ paras of rice, 1 7/48 lb of tamarind, 2 lb of wax candles, ¼ lb of cotton yarn, and 2¼ cans of lamp oil per month. We most humbly trust that Your High Excellencies will be pleased to favorably approve this our disposition. §89. On the occasion when the aforesaid commission was engaged in the inquiry assigned to them, the Crown Prince of Tidore, Mara Raja Moedagh, made known to them that in Batavia he had been promised 60 rixdollars per month, alongside butter, oil, candles, katjang, fish, spices, and sugar, as well as free lodgings or house rent, which he consequently requested to still be allowed to obtain. We have most humbly deferred the disposition on this request of his to Your High Excellencies, and therefore take the liberty to present his petition to the same among the appendices, with a brief report that the said Prince currently enjoys monthly 59 rixdollars in cash, 27 paras of rice, 1/3 para of salt, and 1 lb of pepper. §90. The former King of Kupang, Carel Bonie, who has resided here since the year 1762 and is currently an elderly man, has likewise requested by petition that his maintenance be increased, and that there might additionally be granted to him an allowance of bacon, meat, candles, butter, lamp and olive oil, vinegar, wine, and beer. Thereupon, as appears from our aforesaid resolution, we have increased his maintenance by 2 rixdollars and 5 paras of rice per month, so that he now enjoys monthly 40 rixdollars in cash, 24 paras of rice, ¼ para of salt, and ¼ lb of pepper, but the further requests we have left to the disposition of Your High Excellencies. §91. Since then, he has requested in a further petition our recommendation to Your High Excellencies to be allowed to obtain the lifting of his banishment, and permission to return with his household to Batavia. We take the liberty to present both his petitions herewith to Your High Excellencies. §92. Also transmitted among the appendices is a petition from Neij Manaas, likewise a former King of Kupang, in which he indicates that the bookkeeper of the Island of Edam, when he was on the verge of his departure hither, had taken from him his slave named Spapa and a servant named Latoen Ponno; with the request that we, through our intercession with Your High Excellencies, would bring it about that his said slave and servant be sent hither. We humbly submit this urgent request of his to Your High Excellencies, and let his aforesaid petition accompany the appendices of this letter. §93. After the dispatch of our respectful letter of 5 April last, the Arabian Said Mahometh Ebenoe Abdullah, mentioned therein, presented to us an address directed to Your High Excellencies, in which, while demonstrating his innocence, he not only beseeches the same to be pleased to permit him to
Dutch transcription
op de Maduresche kust, die eenige aanmoe„ diging nodig hebben, en in 't bijzonder van de schraal bedagte munt bedienden, terwijl daer door boven dien eenig betamelijk onderscheid zal worden gemaakt, tusschen den muntmee„ ster den Essaijeur en de muntgekommitteer- den, die tans alle egaale graeden hebben. §87: De staatsbannelingen, die zich hier bevin„ den, hebben zedert de Jongste vermeesde ring van hun onderhoud, welke uwe Hoog Edelheeden bij g'eerde Missive van den 17. 9ber: pass=o gunstig hebben gelieven te approbeeren, den eerstgeteekenden gouverneur onophoudelijk aangeloopen om eene verdere vermeerdering, wijl te betuijgden met het hun toegelegde, nevens hunne talrijke huis- gezinnen, naar hunnen staat niet te kunnen leeven, en dat ze zich tot hier toe hadden be„ holpen net schulden te maaken, maar dat re nu daar toe geen Credit meer vonden. om zich met voeg van hunne kwellingen te ontslaan 2707 ontslaan, en tevens in staat te geraaken om hunne beswaarnissen niet grond te kunnen bevordeelen, heeft de gouverneur den hoofd- administrateur sluijsken en den Dessave Fretz: gekommitteerd, om eenen naaukeuri„ gen opneem te doen van hunne familien en huisgezinnen, en tevens te hooren wat ze te verzoeken hadden. §88. Het daar van ingekomen bericht is in onze bij eenkomst van den 8: ' Maart I: L: geresu- meerd, en wijl het ons daar bij voorkwam, dat het genot der meesten van deeze ban„ nelingen, in derdaed niet toerijkende was om, eenigzins overeenkomstig den staat hunner geboorte, met hunne veel al tal- rijke familien en verdere huisgezinnen, in deezen duuren teid, te kunnen bestaen; en daar bij in aanmerking namen; dat het in de zulken, waarmede het al te be„ krompen omkwam, een zeer zichtbaar mis- noegen deed ontstaan, zich zoo zeer kom- merlijk merlijk te moeten behelpen, het geen we nochtand oordeelden dat eenigermaaten diende teworden voorkomen, wijl die luiden somtijds wederom worden opgeroepen, en in haare voorige waer„ digheeden hersteld: hebben we derhalven, op de gunstige approbatie van uwe Hoog Edelhee„ den, aan de zulken, die dat naar ons inzien nodig hadden, zodanige klijne vermeerde„ ring van traktement toegevoegd, als blijkt bij het Extrakt uit onze derwegens geno„ mene resolutie, 't welk de bijlaegen dezes accompagneerd, en waer uit we hier bij eenelijk noteeren, dat alle de vermeende„ ringen te samen bedraegen rd: 47:2. aan Con= tant en 50. paaras rijst smaands; en dat daar en tegen van het traktement van den Prins van Bantam Rattoebagoes Abdulla, mits zijn overlijden, ingetrokken zijn 12. uijxd: Contant 8¼. parras rijst 1 7/48. lb: Tammerinde, 2. lb: wakskaarsen, ¼. lb: kattoene gaanen en 2¼. kannen lamp die 's maands. we vertrouwen nederigst 2708 nederigst, dat uwe Hoog Edelheeden deeze onze dispositie gunstiglijk zullen gelieven te approbee„ ven. § 89. Bij geleegentheid dat de voorsch: Commissie aan het hun opgedraagene onderzoek be„ zig waren, heeft de kroon punns van Tidor Mara Raja Moedagh aan dezelven te ken- nen gegeven, dat hem te Batavia was toe„ gezegd 60 rd:s smaands, nevens boter, olie, kaarssen, kadjang, visch, specerijen en zui„ ker zoo ook eene vrije wooning of huijshuur„ welke hij mits dien verzogte als nog temogen erlangen. wij hebben de dispositie op dit zijn verzoek nederigst gedefereerd aan uwe Hoog Edelheeden, en gebruiken der hal= ven de vrijheid zijn request hoogst dezelven onder de bijlaegen aantebieden: met een bie- dig berigt, dat gem: Prins tans maande„ lijks geniet 59: uijxd: Contant, 27. paraas rijst, 1/3. parra zout en 1. lb. peper. § 90. De gew: koning. van koepang Carel Bonie, die nd die zedert het Jaar 1762. zich hier bevind, en tans een hoog bejaard Man is, heeft mede bij re„ queste verzogt, dat zijn onderhoud vermeerderd, en hem daar bij nog toegevoegd mogte worden eene verstrekking van speke, vleesch, kaars„ sen, boter, lamp- en olijven-olie, a zijn, wijn en bier. wij hebben daarop, gelijk blijkt bij voorsch: onse resol:, zijn onderhoud ver„ meerderd met 2 rd:s en 5. parras rijst sm:, zoo dat hij nu maandelijks geniet 40 rd: Contant, 24. parras uijst: ¼. parna zout en ¼. lb: peper, doch het verder verzogte hebben we gelaaten ter dispositie van uwe Hoog Edelheeden. §91. 'T zedert heeft hij bij een nader request onze voorschrijvens aan uwe Hoog Edelheeden ver„ zogt, om ophessing: van zijn bannissement te mogen verkrijgen, en verlof om zich met zijn huisgezin terug na Batavia temogen keeren. we gebruiken de vrijheid zijne bijde smeeke„ schriften, uwen Hoog Edelheden hiernevens aan 1709 aantebieden. §92. ook gaat onder de bijlaegen over een request van Neij Manaas, mede een gew: Koning van koepang, waar bij hij tekennen geeft, dat de boekhouder van het Eiland Edam hem, toen hij op zijn vertrek na herwaards stond, afgenomen had zijn slaaf gen: spapa en een dienaar gen: Latoen Ponno; met verzoek dat we, door onze intencessie bij uwe Hoog Edelheeden, wilden te weeg brengen, dat gem: zijn slaaf en dienaar dit heen worden gezonden we drae„ gen deeze zijne instantie uwen Hoog Edel„ reden nederig voor, en laeten zijn voorsch: request de bijlaegen deezes verzellen. §93. Na het afgaan van onzen eerbiedigen van den 5. April I:o L: , heeft de daar bij vermelde Ara- dien said Mahometh Ebenoe Abdullah, aan ons gepresenteerd een addres gerigt aan uwe Hoog Edelheeden, waar bij hij onder vertoning zijner onschuld, hoogst dezelven niet alleen smeekt hem te willen permitteeren om na