VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3792

Ceylon · 1,076 pages · 151 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3792_0282 view scan ↗

English

Mr. Buchanan has been persuaded. That concerning what further appears in the aforementioned articles, namely that the person who on behalf of the Nabob shall have the direction over his tonies, as a sign of honor and distinction for His Highness, shall be permitted to fly the Nabob's flag close to his dwelling, and that he moreover may have with him a guard of 50 sepoys commanded by an officer, Mr. Buchanan has declared that these are two points which the Nabob recommended to him in his instructions in the most emphatic manner, and that all efforts made to persuade His Honor to omit them from his proposals have been fruitless. Whereupon, having deliberated and considered: That it is very evident from everything that in drafting these articles, calculation was made upon the interest that the Company may have therein in order to continuously enjoy the free and undisturbed exercise of its trade in the lands of Madura and Marawa, and that the consideration of the proposed points also only deserves to be weighed relative to these interests, since otherwise they are entirely unacceptable. That the Mannar pearl fishery in the course of 40 years has yielded about 1,500,000 rixdollars to the Company, being on average 37,500 rixdollars per year. That according to this calculation, the sixth part of the tonies that would now have to be granted to the Nabob amounts to 6,250 rixdollars per year, and that if the Nabob makes no use of the freedom to send the number of tonies specified therein to a fishery and instead chooses to have a fourth of the net amount of the lease sum, this amounts to 9,375 rixdollars, being a difference from what was established in the treaty with Mr. Dott in the first case of almost 900 rixdollars per year, and in the second case of 3,125 rixdollars per year. That it would have been especially desirable if the number of tonies could have remained on the footing regulated in the treaty concluded with Mr. Dott, in order that this might give the Nabob less encouragement to send them; for although the difference in money, if the Nabob chooses a fourth part of the lease sum, amounts to considerably more than the difference in value of the second tonies, it would nevertheless, in the view of this government, still always be better if the Nabob were constantly to choose this. That thereby not only would many unpleasantries and complications in the fishery be avoided, which no matter what one does are always more or less to be feared, but it is also even very probable that when the bidders for the lease are assured that the Nabob will send no tonies, the higher lease sum in such case will amply make up for the amount by which the portion in money relative to the whole lease sum is greater than the portion in tonies which the Nabob by these articles is given the option to send to the fishery relative to the number of tonies used by the Company for that purpose. That as far as the 9th article is concerned, it is certainly to be expected that as long as there continues the mistrust that people have sought to inspire in the Nabob, namely that the Company would keep the true condition of the banks concealed, the person whom he sends to direct his tonies, in case he chooses to send them, moved by these doubts and as long as this prejudice lasts, will wish to make use of the power which this article gives him in order to convince himself of the truth or untruth of such rumors; but that in the view of this assembly, one can be certain that he, having recovered through the discovery of his error, instead of letting his tonies wander in uncertainty in this manner, will soon follow the example of others who go with their tonies inside the demarcated places where they are certain to find oysters, and this article may therefore not be considered of such very great importance. That as far as the matter of the flag and sepoys is concerned, especially for such reasons as are broadly indicated in the resolution of this government taken on 20 February 1786 on the occasion of the negotiation with Mr. Dott, it would have been above all desirable if the envoy could have been persuaded to omit this article from his proposals, but that one cannot deny that the Nabob had both of these at the latest fishery, and the sepoys even in a number far exceeding that of 50; that he likewise had his flag when two fisheries were still held, and that the addition that this is done solely for honor's sake and especially that the person who has the management over the Nabob's tonies shall for the rest be subject to the laws and regulations of the Ceylon Government, at least has somewhat fewer inconveniences than the earlier demands of the Nabob, in so far as he therein also claimed jurisdiction over his people. That although in return for all this nothing is granted to the Company in the aforementioned articles beyond what lawfully belongs to Their Honors, the 10th article, in the view of this assembly, is sufficiently satisfactory, since it states that the Company without interruption shall continue to retain the full and peaceful enjoyment of its trade and all its privileges in His Highness's lands of Madura and Marawa.

Dutch transcription

de Heer Buchanan is te beweegen geweest. Dat noopens het geene bij voorsz: aatikelen wijders voorkomt dat naamentlijk de geene die van wee„ „gens den Nabab de directie zal hebben over zijn tonies tot een teeken van eene en dtstinktie voor zijn Hoogheid digte bij zijn woonig zal moogen laaten waaijen snababs vlag, en dat wij boven dien bij zig zal moogen hebben een wagt van 50: sipaaijen gekommandeert door een officie de Heer Buchanan heeft verklaard te zijn twee pointen, die de Nabab hem bij zijne instructie heeft gerekommandeert op de aller nadruk„ „kelijkste wijze en dat alle aangewende poogingen ten eijnde zijn Ed: te bewesgen, om dat uit zijne voorstellen te laaten zijn vrugteloos geweest. waar op gedilibereerden in agting genoomen zijnde Dat het uit alles zeer blijkbaar is dat in het opstellen van deeze artikelen is gereekend op het intrest dat en de komp: bij hebben kan om 69: voortduuring te genieten de vrije en ongestoorde exercitie van haaren handel inde landen van Madual en Marruen en dat de overweeging van de voorgestelde pointen ook alleen 2599 2603 alleen relatief tot deeze intresten verdienen te worden overwoogen wijl ze buijten dien geheel onaanneemelijk zijn. - Dat de Manaaase Baarlvisserij in den loop van 40: jaaren omtrent 1500000: rd:s aan de komp heeft opgebragt zijnde het een jaar door het ander 37500: ad:s Dat naa deeze reekening het sesde gedeelte van de tonies dat nu aan den Nabak zoude moeten worden toegestaan bedraagt 6250: m=t in het jaar en dat zoo de Nabab geen gebruikt maakt van de vrijheid „om het daar bij bepaald getal van tonies bij een visscherij te zenden en daar en tegen verkieft te hebben een quaat van het zuivere bedragen door pagt schat dit beloopt 9375: rd:s zijnde, een verschil met het vast gestelde bij het traklaat met den Heer Dodt in het eerste geval van naa„ „genoeg 900: rd:s srjaars en in het tweede geval van 3125: rd:s sjaars. Dat het inzonderheid waare te wenschen geweest dat het getal van de tonies hadde kunnen blijven op dien voet als dat bij het raaklaat met den Heer Podt geslooten is gereguleerd ten einde dit den Nabab te minden mogte aan„ „moediging „moediging tot het zenden daar van want dat hoe zeer ook het verschil in geld indien de Nabab een quant gedeelte der pagtschat verkieft merkelijk meer beloopt als het verschil der „ van twisde waarde „ tonies het niet te min naar het inzien van deeze regeering nog altijd beeter waere dat de Nabab dit steeds mogte verkiesen. —. Dat daar door niet alleen veel onaangenaam„ „heeden en omslag in de visserij zoude worden voorgekoomen die hoe men het ook maakt altijd min of mela te vreezen zijn maar dat het ook zelfs zeer vermoedelijk is dat wanneer de lief heb„ „beus tot de pagt verzekert zijn dat de Nababgee„ „ne tonies zenden zal de hooge ut pagtschot in zul„ „ken geval ruim zal goedmaaken het geen de portie in geld relatief tot de geheele pagtschat grooter is aan de portie in tonies die het de Nabab bij deeze artikelen word in zijne op„ „portie gesteld tot de vissenij te zenden relatief tot het getal der tonies die door de komp: daar toe worden gebruikt. . Dat wat het 9. artikel aangaat het zeekerlijk te vermilden is, dat zoo lange blijft voortduuren het mistrouwen dat men de Nabab heeft zoe„ „ken te inspireeren dat naamentlijk de komp: de wel „ „ de 2600 2603 de waare gesteldheid der banken zoude verbea„ „gen houden den geenen die hij zena om zijne tonies te diregeeren ingevalle wij verhieft die te stuuren door deeze duijfen bewoogen en zoo lange dit voor oordeelt duurd gebruik zal willen maaken van het vermoogen dat hem dit artikel geoft ten einde zig van de waarheijd of onwaarheid van zulke spargementen te overtuijgen dog dat men naar het inzien van deeze vergadering wij zeeker zijn kan dat wij door de bevinding van zijne dwaaling herkoomen zijnde in steede van op deeze wijze zijne tonies in het onzeekere te laaten dwaalen spoedig volgen zal het voor„ „beeld van anderen die met haare toonies gaan bin„ „nen de afgebaakende plaatsen daar ze zeekene zijn oesters te vinden en dit artikel midsdien van geen zoo heel groot gewigt kan worden geagt te weezen. Dat wat het stuk van de vlag en sipaaijen aangaat, tot inzonderheijd om zodanige reedenen als in het brede zijn aangeweezen bij de rezolutie van deze nogee„ „ring van den 20: fb: 1786: genoomen ter gelegentheid van de handeling met den Heer Doat voor al te wenschen geweest waere dat de gezant hadde kunnen worden bewoogen dit artikel uit zijne voorstellen. voorstellen te laaten dog dat men niet ontkennen kan dat de Nabab dit een en ander gehad heeft bij de jngste vischerij en de sipaaijen zelfs in een getal verre overtroffende dat van 50: dat wij insge„ „lijks zijn vlag gehad heeft toen 'er nog wija visserijen gehouden wierden en dat het bijvoegsel dat het alleen geschied eevenshalven en in zonder „heid dat de geene die het bestier over Nababs. tonies heeft voor het overige zal onderwerpen zijn aan de wetten en aegeementen van de Ceilonsche Regeering ten minsten eenigen maaten mindere in„ „convenienten heeft dan de vroegere eijschen van den Nabab in zoo verre wij daar bij ook gevorderd heeft de jurisdiktie over zijn volk. —. Dat schoon bij weeder keening voor dit alles in de voorsz: artikelen wel niets aan de komp: word. toegestaan dat het geene Haar Edele wettig toekomt het 10: autikel in zoo veare naar het inzien van deeze vergadering wij voldoende is wijl het zelve zegt dat de komp: zonder interauptie zal blijven behouden het volle en geruste genot van haaren handel en alle haare voorregten in zijne hoogheid landen von Madure en Maarua.

NL-HaNA_1.04.02_3792_0287 view scan ↗

English

2601 2603 and Madura. That although the exclusive right of the King is not clearly named therein, the conclusion of the aforementioned article clearly answers that it must be understood thereunder, and especially when one combines with it what is said in the article immediately following, namely that from both sides the sense and true meaning of the aforementioned proposals shall be observed in the most benevolent sense and most natural meaning of the words. That the value of the Company's trade on the opposite coast cannot well be calculated, as that depends on the lesser or greater quantity of linens that it may suit the Company to have collected there, but that if one calculates the collection as it occurred in recent years, which one year with another amounts to approximately 250000 rixdollars in purchase, one seems safely able to assume that the Company, after deduction of all expenses and of the burdens on the Madura coast borne for the sake of that trade, could retain in net profits thereon, more or less, 60000 rixdollars in the year. That. That this trade, without the burdens of the Madura coast becoming greater on that account, can easily be expanded if the Company in time might deem it proper, and that whether this occurs or with a new confirmation of the Company's rights and privileges, it can also notably serve that purpose, that when the Company has no competition in the trade, the merchants can be better held to it so that they deliver no inferior, but virtuous goods, and that on the contrary the competition that the Company could encounter therein could cause it significant damage. It is, after consideration of all the foregoing, and that it would be a useless attempt to test further whether Mr Buchanan would wish to make any change in his proposals, in consideration thereof and that the interest of the Company, in the view of this assembly, requires gaining as much time through protracting the negotiations as is necessary to bring the foregoing under the attention of Their High Mightinesses, approved 2602 2608 and resolved to rest in the proposal of Mr Buchanan, namely to present to Their High Mightinesses the aforementioned articles drafted by him, after they shall have been approved by the Nabob, arranged in the form of a treaty signed on both sides, solely in order that, if Their High Mightinesses approve them, they can be ratified by the same without further lapse of time. Thus done and resolved in the castle of Kolombo on the day, month and year aforesaid. Was signed W: J: van de Graaff, P: Sluisken, D: T: Faetz, C: Telenius, M: Mekern, G: E: Holst, M: P: Raket, J: Reintous, C: F: Schroder. Agrees. Sijbrands First Clerk 2603 1683 The Honorable Trade Bookkeeper - - - The Honorable First Warehouse Master - - - - Johannes Reintous. The Honorable Dessave - - - - - - - - The Honorable Pay Bookkeeper - - - - - Gerrit Engel Holst. The Honorable Chief Administrator - - - Pieter Sluijsken The Honorable Fiscal - - - - - Carel Fredrik Schroder Secret Resolution, taken in the Council of Ceylon on Thursday the 13th of May Anno 1788. Present Diederich Thomas Faeth. Mattheus Petrus Raket. Absent. The Right Honorable Lord Governor Willem Jacob van de Graaff: The Honorable Lieutenant Colonel - - - - Johan Philip Christiaan Telenius Taking into consideration that one seems now able to rely with great confidence on the continuation of peace between the neighboring powers in Europe, it is for that reason, as well as in consideration that one may now soon have tidings regarding the prepared plans of what is necessary for the better fortification of the fortresses of Kolombo, Gale, Trinkonamale, and Oostenburg, and that also the present rainy season is not suitable to proceed with the work, approved and resolved, to now put into execution the decision taken on the 28th of February last, which, due to the alarming movements of the government of Pondicherry made shortly thereafter, had remained without effect, and consequently to stop all the recommended provisional fortifications on the aforementioned fortresses, in so far as they are things that afterwards would have to be cleared away again, or at least for the most part altered, and therefore to have nothing else done to them than the ordinary repairs and what is necessary so that they remain properly closed. And it is furthermore resolved to demand a report from the fabric-master here, and from the engineers at Gale and Trinkonamale, regarding what has been done by them to the aforementioned fortresses, how many people have worked on them, and what expenses have been incurred thereon, both regarding wages and maintenance of the laborers, and the materials used. Thus done and resolved in the castle of Kolombo on the day, month and year aforesaid. Was signed W: J: van de Graaff, D: T: Faeth, C: Telenius, G: E: Holst, M: P: Raket, and J: Reintous. Agrees. Sijbrands First Clerk

Dutch transcription

2601 2603 en Maarua„ Dat schoon wel het uijtsluijtend regt van de koning daar bij niet duidelijk genoemt word het slot van het voorsz: artikel duijdelijk aantwoord dat het hier onder moet worden verstaan en zonderheid wan„ „neer men daar meede verbiend het geen in het onmiddelijk daar aan volgend artikel gezegt word dat naamentlijk van weerzijden den zits en waaren meening van de voorsz: voorstellen zal wor„ „den naagekoomen in den meest welmeenen sten zien en ongedwongste beteekenis der woorden. Dat de waarde van skomp: handel op de over wal niet wel te calculeeren is wijl dat afhangt van de mindere en meerdere hoeveelheid van lijwaa„ „ten die het de komp: konvenieeren kan aldaar te doen in zaamelen dog dat als men reekend. den inzaam zoo als ze in de jongste jaaren geschied is die het eene jaar door het andere naagenoeg 250000: rd: inkoops bedraagd men het vijlig doar voor schijnt te moogen houden dat de komp naa aftrek van alle ongelden en van de lasten op de Ma„ „dureesche kiest die om de wille van dien handel gedraagen worden aan zuivere winsten daar op overhoudende kon min of meer 60000: d:s in het Jaar. Dat. nen Dat deeze handel zonder dat de lasten van de Maau„ „reesche kust daarom grooter worden nog meake„ „lijk kan worden uijtgebrijd indien de komp: dat in den tijd mogte goedvinden en dat het zij dit geschied of met een nieuwe bevestiging van skomp: regten en voorregten ook merkelijk daar toe kan strekken dat wanneer de komp: geen Concurentie in den handel te weezen heeft de kooplieden en ter beeter toe zullen kunnen worden gehouden dat ze niet aan goeden deugd zaam goed leeveren en dat daar en teegen de Conurentie die de komp: daar in konde ontweeten haar een merkelijke schaade toelvengen kan. - Js na overweeging van al het voorenstaande en dat het nutteloos poeging zijn zoude om nader te be„ „proeven of de Heer Buchanan in zijne voor„ „stellingen eenige verandering zoude willen maa„ „ken uit aanmerking van dien en dat het belang van de komp: naar het inzien deezen vergade„ „ring verdeud om met het rekken van de handelin„ „gen zoo veel tijd te winnen als noodig is om het hier voorenstaande te kunnen brengen, onder het oog van Hunne Hoog Edelheeden goedgevonden en. 2602 2608 en verstaan te berusten in het voorstel van den Heer Buchanan om namentlijk de voorsz: door pen ontworpene artikelen naa dat ze door den Nabab zullen zijn goedgekeurd Hunne Hoog Edelheeden aan te beeden gebragt in de form van een traklaat welderzijds geteekend alleen daarom op dat zee indien hunne Hoog Edelheeden die goedkeuren door hoogst dezelve zonden ver der verloop van tijt kunnen worden geartifi„ „ceerd. - Aldus gedaan ende Geresolveerd in het kasteel kolombo ten daage waard en Jaare voorsz: / was. geteekend W: J: van de Graots: P: Sluisken D: J: Faetz: C: Jilenius M: Mekern G: E: Hotst. M: P: Raket. J: Reintous C: f schaeuder— accordeert. Sijbrands HEiklerk du„ 2603 1683 D: E: negotie: Boekhouder - - - D: E: Eerste pakhuijsmeester - - - -„ Johannes Reintous. D: E: Dessave - - - - - - - - D: E: Zoldij Boekhouder - - - - -„ Gerrit Engel Holst. D: E: Hoofdadministrateur. - - _ „ Pieter Sluijsken D: E: Fiskaal - - - - - Jnachting genoomen zeijnde, dat men tans met veel vertrouwen schijnt te moogen staat maaken, op de voortduuring van de vreede tusschen de nabuurige mogendheeden in Europa, is daarom zoo wel, als uijt aanmerking dat men nu spoeje „dig tijding kan hebben, nopens de vervaardigdtj plans, van het geen ter beetere, versterking van de vestingen van Kolombo, Gale, Tain kona„ „male en oostenburg noodig is, en dat ook de tans zijnde neegentijd niet geschikt is, om met het werk voortte gaan, goedgevonden en verstaan, „Canel Fredrik Schoeuder secreete Resolutie, Genoomen in Raade van Ceilon op Donderdag den 13: meij A: 1788. — Present „Diederich Thomas Faeth. „Mattheus Petrus Raket. Ab Cent. De Wel Edele Groot achtb Heer Gouverneur„ Willem Jacob van de Graaff: D: E: Luijtenant Collonel - - - -„ Johan Philip Christiaan Telenius om. om het genoomen besluijt op den 28: Febr: Jol, dat, mits de kort daarop gemaakte ontrustende bewe „gingen van het gouvernement van Dondicherij, buijten effect is gebleeven, als nu ter executie te doen stellen, en mitsdien alle de aanbevoolene provisioneele versterkingen aan de voorsz: vestingen te doen staaken, en zoo verre dat dingen zijn, die naaderhand weederom zouden moeten worden weggeruima, of ten minsten grooten deels veranderd, en over zulks daaraan niet anders te laaten doen, dan de gewoone reparatien en het geen noodig zij, op dat ze behoorlijk geslooten blijven:— Een is voorts verstaan, van den fabricq alhier, en van de jngenieurs te Gale en Tainkonomale bericht te vorderen, wegens het geen door hun aande voorsz: vestingen gedaan is hoeveel volk dat daar aangewerkt heeft, en welke ongelden daar aan gedaan zijn, zoo weegens loon en onderhoud der ak„ „bijders, als de verbruijkte materiaalen Aldus gedaan ende Geresolveert in het kasteel kolombo ten daage, maanden en jaare voorsz: /was geteekend & W: J: 7: # van de Guads: D: T: Fultz: C: Telenius: G: E: Holft M: P: Raket: en J: Beintous: accordeert Eijbrands CiCalenk gen aden ander 1 noodig en ericti daar aan ar„ 60 Wolft

NL-HaNA_1.04.02_3792_0297 view scan ↗

English

2604. Secret Resolution taken in the Council of Ceylon on Saturday, June 21, Anno 1788. Present: The Right Honorable Lord Governor, Willem Jacob van de Graaff The Honorable Head Administrator, Peter Sluysken The Honorable Dissave, Diederich Thomas Fretz The Honorable Lieutenant Colonel, Joh: Ph: Chr: Tilenius The Honorable Pay Bookkeeper, Gerrit Engel Holst The Honorable Trade Bookkeeper, Mattheus Petrus Raket The Honorable First Warehouse Master, Johannes Reinhout The Honorable Fiscal, Carel Fredrik Schreuder There was received from Mr. Buchanan, envoy of the Nawab, the following letter below. To the Right Honorable Lord Willem Jacob van de Graaff, Councilor Extraordinary of the High Council of Batavia and Governor of Ceylon, etc., etc., etc. My Lord, I have had the honor to receive an answer from His Highness the Nawab of the Carnatic to the representations that were offered to him regarding the Pearl Fishery of Mannar and Tuticorin, with His Highness's conditional approval in that regard; and I have also had the honor of a letter from the Knight Archibald Campbell, K.B., Governor and Commander-in-Chief of Madras for the same object, likewise granting His Honor's confirmation and approval of these treaty articles. Moved by the same sincerity with which I flatter myself Your Honor will agree that I have acted throughout this entire negotiation, I brought the original to Your Honor's attention, just as I now submit for Your Honor's perusal a copy of His Highness's letter. The conditions of his approval of the propositions are expressed in the following paragraphs from him: Upon examining these articles we were not a little surprised to observe 2605. to observe that there was no mention whatsoever in them concerning the Chank Fishery at Tuticorin. For this reason, His Highness the Nawab of the Carnatic has charged me to inform Your Honor that he cannot consider the articles now proposed as a perfected treaty until the matter of the Chank Fishery is mentioned therein. Therefore, he requested Your Honor to have the same added thereto, and as a proof of his friendship for the Lord Governor van de Graaff, and to show his goodwill toward the Dutch Company, he will consent to receive the same portion of this fishery as is proportioned from the Pearl Fishery at Tuticorin, and cannot agree to less. His Highness, expressing himself so clearly while leaving me at the same time no alternative or means to negotiate, plainly shows his desire to settle all disputes by this treaty. Therefore, it depends on Your Honor to decide whether Your Honor, by consenting to this condition, which in itself is certainly no object to dispute over, will now secure by treaty to the Honorable Company its ancient trade and privileges in His Highness's country, or by leaving this matter long unsettled, and for an object that is not to be compared with the advantages the Company can secure for itself by this means, expose to a future dispute the completion of a matter that is so much to be desired. This is no new pretension of His Highness, nor a consequence of the propositions relative to the pearl fishery, but a part of His Highness's claims from several years ago, as Your Honor can see from what I pointed out in a previous paper containing the letter from His Highness to Pieter Sluysken, 2606. Squire, in the year 1770, these words with respect to Tuticorin: the entire pearl and chank fishery of this place is the property of the Sirkar. This, just like the pearl fishery, is a long-disputed property that daily diminishes in value, just as the use of this article is also no longer so much sought after. With the inclination I have to favor the interests of the Honorable Dutch Company by preference, it would cause me the utmost regret if, leaving this matter unsettled, I should find myself obliged as agent of His Highness and for his interests to take steps that might cause damage to the trade of the Company, and perhaps hereafter exclude the treaty now offered on such easy terms. A treaty that was brought forward chiefly through the friendly mediation of the Knight Archibald Campbell, and by his departure, when I return, will again, as before, become an object of dispute, which may be my duty. In case Your Honor will not consent to these conditions, it will be my duty, though against my inclination, to correspond with the Danish merchants of Tranquebar to offer them and receive from them such propositions as I shall think tend to the advantage of His Highness, conforming myself in that country in no way to any regulation to which His Highness has not given his confirmation by treaty or any other written instrument capable of giving his consent. I request Your Honor to be pleased to give me Your Honor's decision as soon as it shall be convenient for Your Honor, since my departure on His Highness's interests in matters of great importance will soon be absolutely necessary. I have the honor to be with the greatest respect, undersigned, Your Honor's most obedient and humble servant, was signed, James.

Dutch transcription

2604. Sehreets Resolutie genoomen Jn Raade van Ceilon op Baterdag Den 21: Junij A:o 1788: Present. De wel Edele groot agtbaar Heer Gouvernreur„ Willem Jacob van de Graalt: D: E: hoofdadministrateeur - - - -„ Peter sluijcken D. E. Dessave - - - - - - - - - - „ Diedeaich Thomas Fultz: D. 8. Luitenant Colonel - - - - - „ Joh: Ph: Chr: Tilenius D. 8. Zolaij boekhoudsr - - - - - - „ Gerrit Engel Hotst. D. E. Negotie boekhouder - - - - „ Mattheus Petrus Ratter. D. E. Eerste pakhuijsmeetter - - - „ Johannes Reintous D: E: fiskaal - - - - - - - - „ Carel fredrik schoeuaer. Js ontvangen van den Heer Bechanan gezant van den Nabab de hier onder volgende brief. Aan den wel Edelen Heer willem Jacob van de Graaff: Raad exter ordinair van de Hooge raad „en van Batavia „ Gouverneur van Ceilon &a & a &ca. Mijn Heer. Jk hebde eer gehad antwoord te ontvan„ „gen van zijn Hoogheid de Nabab van Caunata. Carnati op de voorstellingen die hen zijn aangebooden geworden met betrekking tot de Baarlvissiaij van Mannaar en Jutukorijn met zijn Hoogheid goed„ „keurig daaromtrent conditioneel en ik heb ook de eere gehad van een brief van den Ridder auchibala Campbell K: B: Gouverneur en Commandeur en Cheff van Madaal voor het zelfde voor„ „werpen zijn Ed:s bevestiging en g goed keu„ „rig over deeze artikels van tractaat insgelijks te kunnen geevende.. Door de zelfde beweegreedenen van op regt„ „heid met dewelke ik mij vlije dat uwe led zal toestemmen dat ik in deeze geheele negotiatie gehandeld heb, heb ik uwel Ed: het orgineel onder het oog gebragt zo als ik thans ter exquisitie van uweledele een Copij brenge van de brief van zijn Hoogheid. De voor waarden van deszelfs goedkeurig op de propositien zijn in de volgende paar„ „gualt: van deszelfs uitgeduukt.—. Bij het onderzoeken van deeze artikels waaren wij niet wijnig verwonderd te bemerken 2605. bemerken dat er geen tijding in was hai„ „genaamt omtrend de Charkoos visserij t1 Jutukorijen hier om heeft zijn Hoogheid de Nabab van Caunate mij belast uwelad kennis te geeven dat hij de thans voorge„ „stelde artikelen niet kan aanmerken als een volmaakt Jroctaat tot dat de zaak van de Chankoofvissirij en en ver„ „meld zij hier om verzogt hij uwel Ed: dezelve daar bij te laaten voegen en tot een bewijs van zijn vrindschap door den Heer gouverneur van de Graaff: en om zijn goedegenegerheid tegens de holland¬ „sche Comp. te doen blijken zal hij in„ willigen de zelfde portie van deeze vissi¬ „rij te ontfangen zo als die geproportio„ „neerd is van de Paarloisserij te Juti ko¬ „rijn en kan niet voor minder akordeeren zijn Hoogheid zig zo klaar uitdrukkende daar hij mij tenzelver tijd geene alternative ofte middel overlaat om te handelen toont duidelijk desselfs verlangen om door dit Juactaat alle twisten te besliffen wier om hangt het van uwel Ed: afte beslucten of uwel Ed: door. door het toestaen van deeze Conditie /die op zig zelfs zekenlijk geen voorweap zijn om en over te twisten thans door tractaat aan de Edele Comp: haar oude koophandel en Privelegien in zijn Hoogheids land zal verree„ „keren aan wel door deeze zaak lan„ „gen om afgedaen te laaten en om een voorwerp dat niet te vergelyken is met de voordeelen die de komp: zig door dit midael kan verzeekenen aan een toe komen de dispoutie bloot stellen om een zaak te volbrengen die zo zeer te verlangen is. - Dit is geene nieuwe pretentie van zijn Hoogheid nog een gevolg op de proposi„ „tien betrekkelijk tot de paarlvisse„ „rij maar een gedeelte der paetentiva van zijn Hoogheid van voor eenige jaaren gelijk uweld kan zien uit het geen ik in een voor gangd papier heb aangeweezen bevattende de brief van zijn Hoogheid aan Pieter Sluijk„ „ken 2606 „ken schild knaap in het jaar 1770. deeze woorden ten opzigte van totukonye de geheele paaal en Cankool visserij van deeze plaats is de eijgendom van den Cincan. . Dit is eeven gelijk de paart vissewij een lang betwiste eijgendom die daagelijks in waarde vermindert gelijk het ge„ „bruikt van dit artikel ook met meer zoo zeer gezogt word. Met de geneegentheid die ik heb om de belangens van de Edele Hollandsch moet schappij bij prefrentie te begunstigen zoude het mij ten uitersten leedwerzen indien ik deeze zaak onafgedaan laaten de mij verpligt zoude vinden als agent van zijn Hoogheid en voor des„ „zelfs belangens strappen te doen die van den koophandel van de komp: nadeel kunnen toebrengen en misschien het thans op zulke ligte voorwaerden aan„ „gebooden verdrag naderband uit sluiten Een verdrag dat voornaamentlijk door de vrendelijke tuschen komst van den ridder archib: Campbell. is voorgebragt en door deszelfs. (:wanneer ik te rug keere mijn pligt kunnen weezen, deszelfs afweeken wederom gelijk voor„ „heen een voorwerp van twist zal worden Jngevalle uwelEd: deeze Conditien niet wil inwilligen zal het om tegen mijn zien met de deensche kooplieden van Juanque baar. te Correspendeeren om hem aantebieden en van hen lieden te ontfangen zoodaanige propositien als ik zal denken ter voordeele van zijn Hoogheia te steeken mij in dat land in geenerlij wijze gedraagende aan eenig regelement waar toe zijn Hoogheid zijn bevestinging niet heeft gegeeven bij Jrae„ „taat of eenig ander deszelfs toestem„ „ming te kunnen geeven schaeftelijk instrument. Jk verzoeke uwel Ed: my uwel Ed: decessie te willen geeven zoo spoedig als zulk uweld: zal geleegen zijn wijl mijnen vertrek voor de belangens van zijn Hoogheid in zaaken van groote aangelegentheid wel haoft vol„ „stuekt nood zaakelijk zal zijn, —. Jk heb de een met de grootste hoogagting te zijn /onderstond/: uwelEd: gehoorzaamste en ootmoedige dienaar /:was geteekend Jeams.

NL-HaNA_1.04.02_3792_0303 view scan ↗

English

2607 James Buchanan in the margin, Colombo, 19 July 1788. Lower down for the translation, signed G. J. Oostiende Hoen, Sworn Translator. Further down, P.S.: In case Your Honour gives his consent to the conditions mentioned above, I shall consider it my duty, as agent of His Highness the Nabob, to cooperate with Your Honour to take such measures as Your Honour shall recommend to me and may be approved by His Highness the Nabob, in order to prevent all encroachments of whatever nature by other nations into the trade of the Dutch Company, in accordance with the spirit and intention of the treaty, signed James Buchanan. Whereupon, having deliberated, it was taken into consideration: That, according to the returns drawn up by the examiner, the Tuticorin chank diving from the year 1770 to the year 1786/7, taking one year with another, has yielded almost 5000 rixdollars annually. That, besides the fact that ceding half of it constitutes a considerable sum, it is moreover to be presumed that this item will by no means be improved by having the Nabob participate in it, and that consequently the half which the Company would still retain for the future will probably even be worth less than the whole once was. That regarding the pearl fishery and previous custom, some appearance of a claim may yet be given, but that concerning the chank diving it is evident that the Nabob has never had any right to it, and that it has always been assumed and managed as a property of the Company. That consequently the Nabob's demand not only to participate in it for half henceforth, but also wanting it to be considered as a favour that he allows the Company to retain the other half, is so strange and unlawful that it can be no subject of inquiry, except in so far as the Company deems it convenient to consent to it for the furtherance of other interests; for although, among others, in the year 1771 the Nabob's land agent on the Madura coast, as appears from what was noted in the general resolution of 7 December 1775, claimed that the Nabob also had a right to the chank diving of Tuticorin, and this was not only repeated since by Mr. Doodt, as appears from the secret resolution of 15 February 1786, and also spoken of in some letters of the Nabob on that subject, as well as in the letter of Mr. Buchanan written to the committee on 9 April, the Nabob has always written to acquiesce in the demonstrations on that account made from time to time on the part of the Company. 2608 Tuticorin the Nabob had right, and this not only has since been repeated by Mr. Doodt, as appears from the secret resolution of 15 February 1786, and also even spoken of in some letters from the Nabob on that subject, as well as in the letter from Mr. Buchanan written to the commissioners on 9 April, the Nabob has always written to acquiesce in the indications made in this regard on the part of the Company from time to time. That also, according to the communication made to the meeting by the Governor, Mr. Buchanan, to whom His Honour had shown this, had already assumed in his first conversations that the chank diving would not be spoken of, as indeed did not happen in the 12 articles mentioned in the resolution of 25 April. That also, as the Governor likewise communicated to the meeting, Mr. Buchanan, after receiving the aforesaid answer from the Nabob, privately informed His Honour that the Nabob, upon his departure from Madras, on his special questions as to how he should conduct himself regarding the chank diving, had answered him that if the rest suited his purposes, he did not consider the matter of the chanks a matter of much importance, and he therefore left him at liberty to act therein according to the state of affairs. That in the view of this meeting, this gives some presumption that the confirmation of the Company's privileges by the 10th article at Madras made an impression that noticeably altered the inclination of the Nabob to conclude with the Company on such a footing as Mr. Buchanan presented to him, and that he therefore made all the less difficulty in recommending the article of the chank diving to the envoy in a manner which, as Mr. Buchanan notes in his aforesaid letter of 19 June, if it were not accepted, must cause the negotiations to cease. That for this reason, serious consideration should all the more be given to the very remarkable warning which Mr. Buchanan makes in this letter of his, that if things could not be brought to a conclusion according to his proposal now further made therein, he would consider himself obliged, in that capacity of agent of the Nabob on the Madura coast, to take steps in support of his interests that might be detrimental to the trade of the Company, and of which it might possibly be that, 2609 once they were taken, the conclusion of an agreement such as was presently offered would thereby be prevented. That the assembly therefore sees itself placed in the alternative of having to take upon itself to make a further concession to the Nabob's demand on the chank diving in addition to the 12 articles proposed by Mr. Buchanan, or to suspend negotiations and await the remainder of the outcome. That although it may be uncertain whether Mr. Buchanan would really decide, in case the negotiations were broken off, to take such steps to the detriment of the rights and privileges of the Company as he warned in his aforesaid letter, the emphatic addition he made thereto in his public capacity—that in such a case he would pay no regard to the arrangements of whatever name to which His Highness the Nabob had not given his ratification by treaty or other written instruments—nevertheless deserves much attention. That in case the negotiations are broken off, the consequences thereof may have a most detrimental influence on the Company's state and trade on the opposite coast and throw many things there into great confusion. That

Dutch transcription

2607 James Buchanan / in margiene kolombo den 19: Jullij 1788: /Lagers voor de vertoo„ „ling /:geteekend G: J: onstiende Hoen Gesrw: tranclaaleur nog laager P: S: Jngevalle dat uweled: zijne toestem ming geeft tot de candutien hier boven gem: zal ik het van mijn pligt reeken om als agent van zijne Hoogheid den Nabab met uwe Ed: meede te werken om te neemen zulke mesures als uweled: mij zal aan beveelen en bij zijn voog„ „heid de Nabab kunnen worden goedge„ „keurd om te voorkoomen alle onder kruij„ „pingen van wat acrt ook de andere na„ „leer „tevied in den Handel van de Hollandschel komp: overeenkomstig met de geeft en de meening van het taaxtoot /:geteekend. James Buchanan. . Waar op gedelibereerd zijnde / is in agting genoomen. Dat volgens de aan wijzingen opgemaakt door den visitateur de tatu korijnse Chankoos duikerij van het jaar 1770: tot het jaar 1786/7: het eene jaar door het ander gereekend heeft opgebragt na genoeg 5000 rd:s sjaars. - Dat. Dat behalven dat de afstaand van de helft daar van mitsdien nog al een merkelijk soo uitmaakt het bovenden te vermoeden is dat dit artikel door den Nabab daar en te doen participeeren voor al niet bete worden zal en dat bij gevolg de helfte die de komp: en nog zoude behouden voor den aanstaande waarschijn„ „ merder „lijk zelfs „ zal waerd zijen aan re eentijcs was: Dat omtrend de paarlvisserij en voorgaande gebruik„ nog eenigen schijn van jaggt geeven dog dat nopens de schamkoos duikerij „ heeft blijkbaar is dat de nabab daar op noit eenig regt gehad heeft en dat die altijd als een eijgendom van de komp: is aangemen„ „ten bestierd. . Dat mitsdiens Nababs eijsch om daar in niet alleen voortaan voor de helfte te partipicipeeren maar dat hij het nog daar bij wil hebben aangemerkkt als een gunst dat hij de andere helft aande komp: „ is laat behouden zoo vreemden onwettigt, dat de ingeen gerigt van onderzoek zijn kan dan in zoo verre de komp: het Convement oordeelt ten bevordering van andere belangens daar in te bewilligen want dat schoon onder anderen in het jaar 1771: s Nababs landoe„ „gent op de madureesche kust blijkens het aange„ „1775: „tekend bij de gemeene resolutie van den 7: decC:r JoC: heeft beweend dat ook op de Chan Voos duikereij van tulikorijen 2608 Juteikorijn de Nabab regt hadde en dit met alleen het zeedert door den Heer Dodt washerhaald. blijkens te se„ „kreete rezolutie van den 15: feber: 1786: en aen ook zelfs bij eenige brieven van den Nabob op dien taart daar over gesprooken word als meede bij de brief van den Heer Buchanan aan de geconn: geschreeven den 9. aprial de Nabab in de aanwijzing dea„ „ver „weegens van de zijde der Comp:e er tijd tot tijd gedaan steeds heeft schrijven te berusen. —. Dat ook volgens de Comunicatie door den Heer gouver„ „neur ter vergadering gedaan de Heer Buchanen aan wien zijn Ed: dit hadde vertoond reeds in zijne eerste gesprekken heeft aangenoomen dat van de Chankoos duikerij niet zoude worden gesprooken zo als dat ook niet is geschied in de 12: artikel en bij de resolutie van den 25: aprill „ vermeld: —. Dat ook zo als de Heer Gouverneur dat insgelijksten vergadering heeft gecomminiceerd. de Heer Buc„ „hanan na het ontfangen van voorsz: s Nababs ant„ „woord aan zijn Ed: invertrouwen heeft meede gedeelt dat de Nabab bij zijn vertrekt van Madaas op zijn speciaale vraagen hoe hij zig noopens de Chan„ „koos duikerij gedraagen zoude hem haade geantwoord dat zo„ rost zig naa zijne oogmeaken schikte hij het. het stuk van de Chankoosen niet hieeld. voor een raak van veel belang en hij han daarom meesten liet om daar in na bevinding van zaaken te moogen handelen Dat naar het inzien van deeze vergadering dit eenig vermoeden geeft dat de bevestiging van 'skomp: voor„ „regter bij het 10: artikel te madaas een induuk gemaakt heeft die de neiging van den Nabab om met de komp: te sluiten op dien voet zo als de Heer Buchanan dat aan har heeft voorgesteld meuke„ „vervlord „lijk heeft „ verond en dat hij daarom te minder swaa„ „righeia gemaakt heeft om het artikel van de Chanhoof duikerij dengezant aan te beveelen op eene wijze die gelijk de heer bulhanan dat in voorsz: zijn brief van aen 19: junij doet opmerken zo het niet wierde aangenoomen de handelingen moeste doen stoeken Dat hier om te meer ineerstige overweegingen dient te worden genoomen de zeer aanmerkelijk waar se hou„ „wing die de Heer Buchanan bij deeze zijn brief doet dat zo de dingen volgens zijn voorszel daar bij nu nadere gedaan niet tot Conclusie konde worden gebragt wij zig zoude verpligt agten in die qualiteit„ van agen van de Nabab op de maduaelsche kiest tot voorstand van deszelfs belangen stappen te doen die zouden kunnen nadeelig zijn aan de negotie van de komp: en waar van het mogelijk konde worden tal. 2609 dat ze eensgedaan zijnde daar door zoude worden verhinderd het sluiten van een overeenkomstig zo als za tans aangebooden wierd. — Dat dus de vergadering hier door zig gebaagt ziet in de attennative om het te moeten over haar nemen om bij de 12: alt: door den Heer Buchanan voorgesteld nog te doen inseuse aan den eijsch. van den Nabab op de Chankoos duikerij of de handelingen te staaken en de rest van de uitkomst afte wagten.—. Dat het wil onzeklal zij of en de heer Buchanan werkelijk toe zoude besluiten om ingevalle de handelingen gestaakt wirr den zulke stappen te doen in nadeele van de regtenen voorregten van de komp als wij bij voorsz: zijn bailf waarsehouwd dog dat de nadrukkelijke bijvoeging die hij daar bij in zijn publique qualiteit dat hij in zoo een geval geer agt zoude slaan op de schikkingen hoe genaamd waare aan zijn Hoogheid de Nabab niet gegeenen heeft. zijne bekragting bij tractaat of andere instrument bij geschrifter niet te min veel opmeaking ver„ „diend. Dat ingevalle de handelingen worden afgebrooken de volgen daar van van een allerschadelijkste in„ „vloed kunnen zijn op skomp: staat in handelop den overwal en veele dingen daar brengen in groote. verwaarings. - Dat. i.

NL-HaNA_1.04.02_3792_0308 view scan ↗

English

That, on the other hand, adopting the aforesaid articles with the point concerning the chank fishery inserted therein, in order to submit them for approval to Their High Noble Excellencies, reserves for the same the opportunity to judge for themselves what course it is advisable to take in this matter for the interests of the Company. That the sacrifices which the Nabob demands of the Company, beyond what was formerly granted to him, and which can certainly only be a matter of consideration insofar as the Company deems it in its interest, by means of the same under a new contract, to secure for itself the undisturbed execution of its privileges in the lands of the Nabob, amount to nearly 4000 rixdollars per year, if the Nabob, instead of accepting one-fourth of the total sum for which the Mannar fishery is leased, as is more than probable, takes as many tonies as are demanded for him in the aforesaid articles, namely: For the fourth part in the Tuticorin pearl fisheries that was granted to him in the treaty concluded with the Dodt, over and above the fourth part he already possessed therein, and which, according to what was indicated in the secret resolution of this assembly of 25 April last, can be calculated to be worth 5000 rixdollars; For the amount by which, as indicated above, 36 thonies are worth more than 30 thonies, 900 rixdollars; and For half of the chank fishery, 2500 rixdollars. Finally, that however substantial this sacrifice may be in itself, it is nevertheless, in the judgment of this assembly, perhaps more advisable for the Company to make that sacrifice for the undisturbed exercise of its rights in trade in the lands of Madura and Marawa, rather than to have constant unrest over it, and in particular rather than awaiting the outcome of what the Nabob might wish and be able to undertake, both with respect to the Company's trade in his lands and with respect to his claims upon the Tuticorin pearl and chank fishery; concerning which latter matter Your Honour, as appears from the secret letter written to Tuticorin on 7 December in the year 1771, already considered that it was not a matter of such great weight that, in view of the obstacles then expected to be encountered from time to time, measures should be taken that might occasionally give rise to difficulties. And upon these grounds it has been approved and agreed to permit the article concerning the chanks to be inserted into the aforesaid 12 articles; and that consequently the following letter shall be written to Mr Buchanan in answer to his above-mentioned missive: To the Right Honourable and Respected Sir, James Buchanan, Esquire, Ambassador of His Highness the Nabob of the Carnatic to the Honourable Dutch East India Company. Right Honourable and Respected Sir: I have had the honour to receive the letter with which Your Honour favoured me on the 19th of this month, serving to inform me that the articles drafted by Your Honour, and which we agreed should be submitted by Your Honour to His Highness the Nabob of the Carnatic for approval—so that, after being approved by His Highness, they might also be submitted by me for approval or disapproval to Their High Excellencies the Supreme Government of the Dutch Indies—have been approved by His said Highness only conditionally, and that His Excellency the Right Honourable Archibald Campbell, Knight of the Bath, Governor and Commander-in-Chief of Madras, who was so kind as to offer His Excellency's mediation and interposition in this matter in the friendliest manner, which friendly offer was also most cordially accepted by me, had likewise approved the same in the manner aforesaid. I cannot but be very satisfied, Sir, with the candid and resolute manner of proceeding consistently displayed by Your Honour in the execution of the commission with which Your Honour has been invested by His Highness the Nabob; and it serves as further proof thereof, the confidence with which Your Honour had the kindness to show me the original letter from His Highness to Your Honour containing the condition upon which His Highness gave his approval to the aforesaid articles, an extract of which letter, so far as it pertains to this matter, was inserted in Your Honour's aforesaid missive. In return, I flatter myself, Sir, that Your Honour will have found that I have guided myself by the same rules of sincerity and goodwill, and that Your Honour will have observed my sincere disposition to cooperate with Your Honour in order to bring about between the high contracting parties a permanent treaty founded upon just and equitable conditions to their mutual advantage. It is also by virtue of these principles that I agreed with Your Honour to submit the aforesaid articles, after they had been approved by His Highness the Nabob, likewise to Their Excellencies the Supreme Government of the Dutch Indies, and furthermore to bring the matter to a conclusion to the extent that the aforesaid articles would be put by us into the form of a treaty, provisionally signed by us, solely so that the high contracting parties on both sides, upon approving them, might ratify them immediately and without the need for any further intervening acts. I had therefore greatly hoped, Sir, that no new proposals would have been added to the proposals contained in the aforesaid articles, and that these

Dutch transcription

Dat daar en tegen de voorsz: artikelen met het point vande Chankoos duikerij daar bij g'insereerd overteneemen om ze ter goedkeurig aan hunne voog„ Edelheeden aantebieden Hoogst dezelven menageert de geleegentheid om zelve te kunnen oordeelen wat parthij het in deeze raadzaam zig voor de inlesten van de komp: te neemen. . Dat de sacuifices die de Nabab van de komp: eijschet boven het geene eertijds aan hem is ingewilligd en die zekerlijk alleen een point van overweeging zijn kunnen in zo verae de komp: van haar belong reekend om zig door midael van dezelve bij een nieuw Contract te verzeekeren van de ongestooade executie haerer voorregten in de landen van den Nabob na genoeg 4000: rd:s syaars beloopend wanneer d' Na„ „bab insteede van te occepteeren een quart der geheele som waar voor de mannaaase eisserij verpagt word gelijk dat meer dan waarschijnlijk is zo veel tonies rend als bij de voorsz: artikelen voor hen worden gevraagt te weeten. 2. voor het quaat in de tuturijnsche paarl visserijen. dat „keer hem bij het Juactaat met den Dodt geslooten nog is toegelegd booven het quart dat hij reeds. daarin bezat en volgens het aangewezene bij de se creste resolutie van deeze vergaadering van den 25: April j=o L: kan gereekend warden waardig te zijn ado 5000 voor het: 2680 voor het geen volgens hier booven aangeweezen 36: thoo„ „nies meer dan 30. thonies waerd zijn rd:s 900. en. voor de helfte in de Chankoofduikerij ad:s 2500: — Eijndelijk dat hoe zelv ook deeze op offering vrij groot. is het nogtans naar het oordeel van deeze vergade„ „ring de komp: misschien meer aante raaden is om liever die op offering te doen voor de ongestoorde oeffening haaren regten in den handel in de landen van Nadure en Marrua dan om daer over gestaadieg on„ „rust te hebben en in zonderheid om van de uit komst afte wagten wat de nabab zoude willen en kunnen onderneemen zoo ten aanzien van skomp: handel in zijne landen als ten aanzien van zijne eijschen op de tutu korijsche Daaal en Chankoos duikevij nopens welk laaste uE: reeds in het jaar 1771:— blijkens gecreete brief van den 7: xber: na tutuke„ „rijn geschreeven heeft gemeent dat het geen zaak was van zoo quaot gewigt om met betrekking van de hindernissen die men in deeze tijd meende daar in zomtijds te zullen ontwoeten maatregelen te neemen oms zomtijas moeijlijkheiden zoude heb„ „ben kunnen doen ontstaan. —. En is op deeze guonden goedgevonden en verstaan om toete staan dat het art: van de verkoosen bij de voosz: 12: artikelen. 12: artikelen nog zal worden geinsereerd en dat mitsdien aan den Heer Buchanan in antw: op zijn boven gem: missive zal worden geschreeven de het ae onder volgende brief. —. Aan den wel Edele Gestrenge Heer James Buchanan. schild knaap ambassadeur van zijn Hoogheid de Nabab van Caanatika bij de edele nederland„ „sche oostindesche komp: wel Edele Gestrenge Heere: Jk heb de eer gehad te ontfangen de brief waar meede uw Ed: gesta: mij den 19: deezer heeft be„ „gunstigd dien einde dien mij kennis te geeven dat de artikelen door uwe Ed: gestr: ontwerpen ende we zijn overeengekoomen dat daar uwe Ed: gestr: aan zijn Hoogheid de Nabab van karnatika ter apporbatie zouden worden voorgesteld ten einde na dat ze daar hoogst den zelven zouden zijn goedgekeurd ook door mij ten goed keuring of afkeuring te worden aangebooden aan hunne Hoogedelheeden de vooge aegeering over neder„ „land Cijardia„ 26. 11. Jndia door wel gem: zijn voogheid alleen Conditioneel zijn geapporbeerd en dat zijn exelentie de Hooge geb: heer archibald Campbell: Ridaer van het Badth: gouv: en Comm: en Chef van Madaas die de goedheid gehad heeft hoogst: des zelfs bemiddeling en tusschen komst in deezen op het vrinde„ „lijkst aante beeden en welke vaindelijke aanbieding ook door mij op het welmeenenst is aange ingenoomen de zelve insgelijks in voege voorsz: hadde goedgekeurd: 2: Jk kan niet dan zeev voldaan zijn. Mijn deer over de openhartig en kordate handelwijze door uwel Ed: gestr: bij voortduuring betoond in uitvoering van de kommissie waar meede uwel Ed: gestr: door zijn Hooghed de nabab is bekleed en staakt mij tot een nader be„ „wijs daar van het vertrouwen waar meede uwel Ed: Gestr: de vrindelijkheid gehad heeft mij te vertoo„ „nen de oorspronkelijk brief van zijn Hoogheid aan uwel Ed: gestr: houdende de Conditie waar op hoogst dezelve aan voorsz: artikelen zijn goed keuring ge„ „geeren heeft en uit welke brief een vxtraft en zoo veral het hier toe behoord en voorsz: uwel Ed gestr: missive is g'insereerd bij weeder keering duaf ik mij olzijen mijn Heer dat uwel Ede Gestr: zal hib„ „ben. land„ „ben bevonden dat ik mij na dezelfde riegels van opregtheid en wel meenendheid heb bestierd en dat uwel Ed: gestr: daar uit zal zijn gebleeken mijne opregte geneigtheid om uwel Ed: gestr: mee„ „de te werken ten einde tusschen de hooge Contra„ „teerende partheijen te bewerken een permanent tractaat gegrond op regdvaardige en billijke voor„ „waarende tot derzelver werder zijds voordeel ook is het uit hoofde van deeze principes dat ik met uwel Ed: gestr: ben overeen„komen om de voorsz: artikelen naa dat ze door zijn Hoogheid de Nabab zoude zijn goedgekeurd insgelijks aan hunne Voog„ „hieden de Hooge regeering over Nederlands yndia aantebieden en dat wederre zaak voorts in zoo veroe zouden tot conclusie brengen dat de voorsz: artike„ „len door ons zouden gebragt in de form van een traclaat door ons provisioneele geteekend alleen daarom op dat de weder zijdsche hooge Cortraclan„ „ten dezelve goedkeurende die daadelijk en zonder dat er eenige verdere tusschen beiden koomende aatens nodig zijn kunnen ratificee„ „ren. - Ik hadde mitsdien zeer gekoopt Mijn Heer dat ia geene nieuwe voorstellen zouden zijn gevoegt bij de voorstellen die in voorsz: artikelen zijn ver vat en dat deze

NL-HaNA_1.04.02_3792_0313 view scan ↗

English

and that the same until such time as this occurs, and that this should have satisfied His Highness in all respects. The chank fishery, in which His Highness the Nabob now also desires to participate for one half, is, as is known to your Right Honourable, a domain of the Honourable Dutch Company. The same has been treated and managed without interruption by their Honours as their property, and however much it goes without saying that all our acts will only have force and effect after they shall have been approved and ratified by the high contracting parties on both sides, therefore not being able to be regarded as obliging the aforementioned high contracting parties in any respect or binding them to anything, nor even causing any change to the state of affairs as it was prior to entering into our negotiation. I repeat that, notwithstanding this, I would have found very great difficulty, in accordance with your Right Honourable's aforementioned letter concerning the Tuticorin chank fishery, in having inserted into the aforementioned articles that His Highness the Nabob shall also participate for one half in the net proceeds thereof, were it not that I was moved thereto by the very definite declaration that appears in the aforementioned letter of your Right Honourable, namely that if matters cannot at least be brought to a conclusion in the manner stated above, your Right Honourable would consider yourself obliged, in your capacity as agent of His Highness the Nabob and for the support of his interests, to take steps that might be detrimental to the trade of the Company, and which, once done, might possibly prevent the agreement now offered by your Right Honourable, which mainly, so far as it has presently advanced, was brought about by the well-mentioned His Excellency the Most Honourable Lord Archibald Campbell, and which, through His Excellency's absence, could once again become a subject of dispute; with the very express addition that if I could not consent in the aforementioned manner to the proposal regarding the chanks to also have that inserted in the oft-mentioned articles, it might become your Right Honourable's duty, against your Right Honourable's inclination, after your Right Honourable shall have returned from here to the opposite coast, to enter into negotiations with Danish merchants of Tranquebar in order to offer them, and receive from them, such proposals as your Right Honourable shall judge to serve the promotion of the interests of His Highness the Nabob, without otherwise paying any regard whatsoever to arrangements in that country to which His Highness the Nabob has not given his confirmation by treaty or other written instrument indicating His Highness's consent. That what has primarily moved me, Sir, to acquiesce in the aforementioned manner, as I hereby do, in the oft-mentioned proposal of your Right Honourable regarding the chanks to also insert that into the aforementioned articles, is the very friendly and well-meaning assurance added by your Right Honourable to your letter, that your Right Honourable, this taking place, in your capacity as agent of His Highness the Nabob, will consider yourself bound to take together with me such measures as I might recommend to your Right Honourable and as might be approved by His Highness the Nabob, in order to prevent all detrimental enterprises of whatever name against the trade of the Honourable Dutch Company, in accordance with the true sense and intention of what is contained in the abovementioned articles, and about which I shall have the honour to have the necessary proposals made to your Right Honourable by the Chief of Tuticorin, Mr. Mekerren. I have the honour to be with the highest esteem in the most distinguished manner, underneath stood: Right Honourable Sir, your Right Honourable's humble and obedient servant, was signed W. J. van de Graaff. In the margin: Colombo, the 30th of June 1788. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid, was signed W. J. van de Graaff, P. Sluysken, D. T. Fretz, J. P. C. Tilenius, G. E. Holst, M. P. Raket, J. Reintous, C. F. Schreuder. Agrees. Lijbrants, first clerk. Present: The Right Honourable Governor Willem Jacob van de Graaff The Honourable Chief Administrator, Peter Sluysken The Honourable Dessave, Diderich Thomas Fretz The Honourable Lieutenant-Colonel, Joh. Ph. Cha. Tilenius The Honourable Pay Ledger Keeper, Gerrit Engel Holst The Honourable Trade Ledger Keeper, Mattheus Petrus Raket The Honourable First Warehouse Keeper, Johannes Reintous The Honourable Fiscal, Carel Fredrik Schreuder There were read in the meeting the articles proposed by the Nabob's envoy, Mr. Buchanan, for a treaty, more fully mentioned in the resolutions of the 10th and 25th of April and 21st of June last, put into the form of a treaty, as also a draft of a separate article for the further confirmation of what was written to Mr. Buchanan in the letter of Monday, the 7th of July 1788. Secret Resolution taken in the Council of Ceylon on the [illegible]

Dutch transcription

2612 en dat dezelve tot zoo lange dat dit geschied, en dat deze zijn Hoogheid in alleen op zichte zoude hebben voldaan. De Chan koos duikerij waar in zijn Hoogheid de Nabab nu ook voor de helft verlang te particepeeren is zo als uwel Ed: gestr: dat bekend is een domijn van de E:d: nederlandsch. komp: dezelve is zonder interuplie door haar ed: steeds als haar eijgendom behandeld en bestierd en hoe zeer ook zo als aat van zelve spreekt alle onze verrigtingen alleen van kragt en effect zullen worden na dat zi door de weeder zijasche hooge Contencten zullen zijn goedgekeurd en geartifi„ „ceerd (mitsdien niet kunnen g'agt wordende voorsz: „ten hooge Contrac„ten in eenig op zigt te verpligten of tot iets te verbinden nog zelfs eenige verandering toebrengen aan den staat der zaak zo ze was voor het aangaan onzer handeling. 2. Jk herzegge dat ik des niet tegensstaande en zeer veel zwaarigheid in zoude gevonden hebben om overeenkomstig met uwel Ed: gestr: brief in deezen voorm: nopens de Juti korijnse Chan koos duikerij bij de voorsz: artikelen te doen insereeven dat zijn Hoogheid de Nabab ook in het zuiver product daar van voor de helfte zal participee„ „ren was het niet dat ik daar toe waare bewoogen door de zeer stillige declanatie die bij voorsz: uw Ed: Gestr: brief voorkomt dat zaamenlijk zoo de din„ „ro „gen ten minsten niet in „ 3: verve als hier booven is. 7: Cee„ t is gezegd kunnen worden gebragt tot Conclusie „agten uwel Ed. gestr: zig zoude verpligt in deszelfs qualiteit van agen van zijn Hoogheid de Nabab en tot voorstand van des zelfs belangens strrppen te doen die zouden kunnen nadeelig zijn aan de negotie van de komp: en waar van het moge„ „lijk is dat ze eens gedaan zijnde zoude verhiende„ „nen de door uwel Ed: Gestr: nu aangeboodene over eenkoming die hoofazaakelijk in zoo verre het tans daar meede gevorderd is tot stand gebragt is door wel gem: zijn exeleutie den Hoogerd geb: veer archibala. Campbell. en die door hoogst deszelfs afweezendheid wederom zoude kunnen worden een onderwerp van verschil met zeer expresse bijvoeging dat zo ik in voege voorsz: niet konde bewilligen in het voorstel noopens Chankoopen om dat ook te doen insereeren bij de meerm: aat: het teegens uwel Ed Gestr: geneigtheid uwel Ed: gestr: pligt zoude kunnen worden om na dat uwel Ed gestr: van hier zal zijn terug gekeurd nae de overwal in onderhandeling te treeden met deense kooplieden van Jaankebaar om hun aantebieden en van hun te ontfangen zulke propositien als uwelEd: gestr: zal oordeelen te strek„ „ker tot bevordering der intresten van zijn Hooghied de Nabab. 2613 de Nabab zonder voor het overige eenig agt te slaan op schikkkingen hoegenaamt in dat Landwaa aan zijn Hoogheid de Nabab niet gegeeven heeft zijn bekragtiging bij tractaal of onder instru„ „ment bij geschrifte aan duidende hoogst desselfs toestemming. 2. Dat het geen mij voornaementlijk heeft bewoogen Mijn Heer om op voor zijde wijze te berusten zo afsg „voorstel ik door deezen doe in meerm: uwel Ed: gestu „pis nopens de Chankoosen om dat ook in de voorsz: artikelen te injereeren is de zier vrindelijke en welmeende aaitie door uwel Ed: gestr: bij desselfs brief gevoegd dat uwel Ed: gestr: bij essehhrief dit geschiedende in desselfs qualiteit als agent van zijn Hoogheid de wabab zig zal verbonden agter om met mij te zaamen te neemen zulke maat zegelen als ik uwel Ed gestr: zoude recommandeeren en door zijn Hoogheid de Nabab kunnen worden goed gekeurd om te voorkoomen alle nadeelige onderneemin„ „gen van wat naam ook tegens den handel van de Ed: Nederlandsche komp: overeenkomstig met den waaren zien en intentie van het geen in de boo„ „ven gem: artikelen beqreepen is en waar over ik de eer zal hebben uwel Ed: gestr: de nodige voorstellen te laaten. te laaten doen door het opperhoofd van Jutikoaijn de Heer Mekeun: Jk heb de gene met de hoogste agting op de geraus„ „shingeerste „ter gedraste wijze te zijn onderstond /: wel Edele gestr: werr uwelEd: gestr: onderdanige en gehoor„ „zaame dienaer /:was geteekend W: J: van de Graaff: in margiene/ kolombo. den 30. junij 1788: —. —. Aldus gedaan ende geresolveerd in het kasteel. kolombo ten daage maanden en jaare voorsz: was. geteekend w: J: van de Graaff: B: sluijker D: J: paetz. C: Jilinius G: E: Holft. en: P: Raket. Js: Reintous u C: C: J: Schoeuden. . accordeert. Lijbrands 1 lijklerk 26:14 De wel Edele groot agtb: Hoer gouverneuren Willem Jacob van de Graaff: DE: hoofdadministrateur - - - „ Peter sluijsken D: E: Dessave - - _ - _ - _ _ _ _ „ Diderich Thomas Fretz. D E. Luitenant Colonel - - - - - „ Joh: Ph: Cha: Tilenius D E: Zoldij boekhouder - - - - - „ Gerrit Engel Holst. D: E: Negotie boekhouder - - - - - „ Mattheus Petrus Raket. D E: eerste Pakhuismeester - - - - Johannes Reintous D E: Fiskaal - - - - - - __ „ Carel Fredrik Schreuder zijn ter vergadering geleezen de door s Nababs gezant de Heer Buchanan, voor gestelde autike„ „len tot een verdrag breeder vermeld bij de resolutien van den 10 en 25 april en 21: Junij Jol: „als gebragt in de form van een tractaat „ meede een concept van afzonderlijk artikel ten meerdere bevesting van het geschreevene aan den Heer Buchanan bij de brief van Maandag Den 7. Julij 1788. Paesent. Sekreete Resolutie genoomen Jn Raade van Ceilon op den. kom in

NL-HaNA_1.04.02_3792_0318 view scan ↗

English

the 30th of June, which is inserted in the resolution of the 21st of June, namely that the signing of the aforementioned articles, drafted in the form of a treaty, only took place so that their High Excellencies, if they think fit, may ratify the same without further loss of time. And it being found that the one and the other agreed with the content and the intention of the abovementioned resolutions, it was approved and agreed to acknowledge the aforementioned articles, drafted in the form of a treaty and of which four copies, two in Dutch and two in English, have been made; and that one Dutch and one English copy thereof shall be given to Mr. Buchanan in order to be exchanged, after being ratified by the Nabob, against the copies in Dutch and in English which shall be sent to their High Excellencies, in case their High Excellencies shall think fit to ratify them, of which it is understood to keep this note. Thus 2615. Thus done and resolved in the castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W: J: van de Graaff, P: Sluisken, D: T: Fretz, C: Telenius, M: P: Raket, J: Reintous, and C: F: Schroder. Agrees. Sybrand van Egkelen 2616. The Honorable Chief Administrator: Peter Sluisken The Honorable Fiscal: Carel Fredrik Schroeder Both absent: the first due to indisposition, and the latter for a quick journey to Galle. The Right Honorable Governor, Willem Jacob van de Graaff. The Honorable Disava: Diederich Thomas Fretz. The Honorable Lieutenant Colonel: Joh: Ph: Cha: Tilenius. The Honorable Trade Bookkeeper: Mattheus Petrus Raket. The Honorable Warehouse Master: Johannes Reintous. The Honorable Pay Bookkeeper: Gerrit Engel Wolst. Secret Resolution taken in the Council of Ceylon on Monday the 21st of July 1788. Upon the communication given to the Trincomalee servants regarding the instructions written by the Right Honorable Lords Directors at the presiding Chamber of Amsterdam in their very secret missive of the 8th of October of last year, concerning what one has to observe in case of a rupture between England and France; the aforementioned servants having requested in their secret letter of the 11th of this month to be furnished with the orders of this Government as to how they should conduct themselves when one or more French ships lying there wish to prevent English ships from approaching or entering, whether by their own force or by requesting Company assistance, basing themselves on the standing alliance: It was thereupon deliberated and taken into consideration that the order contained in the aforementioned letter of their Right Honorable Lordships, which was sent in copy to the servants, commands with a clarity that leaves no doubt: 1. In case of a misunderstanding between the Courts of Versailles and London, to observe above all things the strictest neutrality, and from the time that one shall be informed thereof, carefully to avoid all acts from which it could be inferred that one would wish to favor or assist one of those nations above the other. 2. In the aforementioned case, to use all appropriate precautions and to work with all zeal so that the Company's possessions may not be surprised by the armed force of either of those powers, nor any harm be inflicted upon them. And it has therefore been approved and agreed to bring this further to the attention of the servants at Trincomalee, commanding them therewith in the most emphatic manner to adhere to these orders literally and without any deviation. Furthermore, regarding the aforementioned specific question posed by the servants, it has been approved and agreed to inform them: that no one on foreign soil may undertake anything against the will of the sovereign to whom the territory thereof belongs; that consequently it is also not permitted to attack one's enemy in a neutral country, nor to commit any hostilities against the same; and that permitting this without opposing it would be tantamount to favoring one of the two parties, which cannot consist with neutrality. Therefore with the recommendation that, if the French, in the case assumed in the servants' letter, should wish to prevent the entering of English ships, then, upon their request, not only to grant them no help nor any assistance, but on the contrary to oppose it in the most emphatic manner and to prevent it by deed; provided however, in so far as time and circumstances may permit, before the French make the least movement toward committing hostilities that would apparently make the execution of this order necessary, to have the necessary warning given to them in a friendly, yet at the same time most serious manner, adding at the same time that the orders which they, the servants, have, oblige them to maintain a strict neutrality. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W: J: van de Graaff, P: Sluisken, D: T: Fretz, C: Telenius, M: P: Raket, J: Reintous. Agrees.

Dutch transcription

den 30: Junij die in de resolutie van den 21: Junij: is geinsereerd dat naamentlijk de onderteeke„ „ning van de voorsz: artikelen gebragt in de form van een tractaat, alleen geschied op dat hunne Hoogedelheeden des goedvindende de„ „zelve zonder verder tijd verzuim kunnen ratificeeren. En bevonden zijnde dat het een en ander over eenstemde met den inhoud en de intentie van de hier boven gem: resolutien, is goedgevonden en verstaan de voorsz: artikel, gebragt in den form van een taactaat en waar van vier af„ „schriften twee in het hollands en twee in het Engels zijn gemaakt te kennen, en dat daar van een Hollands en een Engels afschrift zol worden gegeeven aan den Heer Buchanan om door den Nabab geartificeerde zijnde teworden uitgewisseld tegens de afschriften in 't hollands en in het Engels, die aan hun„ „ne Hoogedelheeden zullen worden gezonden ingevalle Hoogst dezelven zullen goedvinden die te artifibeeren waar van verstaan is dee„ „zo aantekening te houden:2. Aldus 2615. Aldus gedaan ende geresolveerde in het kasteel Kolombo ten daage maand en Jaare voorschreven /:was geteekend: W: J: van de Graaff: P: Sluisker D: I: Fretz: C: Telenius M: P: Rathet J: Rein„ „tous en C: f: Schaeuder: accordeert. Sijbrands Egkelen van den en r 2616. D' E: hoofdadministateur - - - „ Peter sluisken D: E: fiskaal - - - - - - - _ Op de gegevene Communicatie aan de Juinko„ „nomaalse bedienden van het aangeschreeve„ „ne door de wel Edele agtb: Heeren Bewind„ „hebberen ter presidiale kamer amster„ „dam bij hoogst der zelver zeer geceade vSo. secreete missive van den 8 geber: pjo nopens het geen men te observeeren heeft ingeval Schreete Resolutie genoomen Jn Raade van Ceilon op Maandag den 21: Julij 1788: absent. „Carel Fredrik Schoeuder De eerste mits onpasselijkheid en de laaste voor een sprintogt na Gale: De wel Edele groot agtb Ver gouverneur, Willem Jacob van de Graaff: D E: Dessave - - - - - - - - - „ Diederich Thomas Faetz. D: E: Luitenant Colonel - - - - - -„Joh: Ph: Cha: Tilenius D: E: Negolie boekhouder - - - - „ Mattheeus Petrus Raket D: E: Pakhuijsmeester - - - - - „ Johannes Reintous D: b: zoldij boekhouder - - - - - - „ Gerrit Engel Wolst. eener - eener ruppture tusschen Engeland en franke„ „rijk door gem: bedienden bij hunnen secreeten brief van den 11: deser verzogt zijnde met de beveelen deser Regeering te moogen worden gemunieerd hoedanig zo zich zullen moeten verhouden wanneer een of meer franschen scheepen daar leggende het nadeaen of binnen lopen van Engelsehe scheepen wil den belatten het zij met eigene magt dan wel afvraagen Comp: hulp, zig guonden de op de standsgaij„ „pende verbintenis:— js daar op gedelibereerd en in achting genoomen dat de order vervat bij voorm: hunner Edele achtb: brief die in Copij aan de bedienden is toegezonden met eene duijdelijkheid, die geen twijffel overlaat beveeld:— 1. om ingevalle van misverstand, tusschen de hoodden van versaillesen London voor alles in agt te neemen de allerstipste neutraliteit en van der tijd dat men daar van zal zijn onderrigt of aan zoag„ „ „vuldig te vermijden alle daaden waaruit zoude kunnen worden geelicieerd dat men de eene van die natien boven de andere zoude wil„ „len favoriseeren of behulpzaam zijn. 2 om in. 2617 2: om in het voorsz: geval alle gepaste voorzorgen te moeten gebruiken en met alle iever werkzaam zijn dat sComp: possesien niet door de gewapende magt van de eene of andere diea moogen heeden worden overrompeld of aan dezelven eenig naadeel worde toegebragt: En is derhalven goedgevonden en verstaan dit den bedienden te juinconomale nader te doen op merken „ hun daar bij op de alles nadruk„ lijkste wijse aante beveelen om bij de dese orders letterlijken zonder eenige aferijking naa te„ „koomen. - voorts is nopens de voorsz: door de bedienden gedaane speciaale vraag goed gevonden en verstaan hun te informeeren; dat niemand op eene vreemde„ bodem iets mag onderneemen tegen de wil van den souverain aan wien het grond gebied daar van behoord dat 't bij gevolge ook niet g:' oorlofd is zijne vijand aante tasten in een neutaaal land nog tegen den zelven eenige hostitelijten aante rigten en dat dit toetelaaten zonder zich daartegen te verzetten aelts eene begunstiging zoude zijn van een ter bijde partijen die met de neutraliteit niet bestaan kan. an 12„ oude wil„ kan met recommandatie derhalven om wanneer de faanschen in het bij den bedienden brief onder„ „steld geval het binnen loopen van Engelsche scheepen wilde beletten als dan aan de zelven op hun verzoekt niet alleen geen hulp nog, eenigen bijstand te verleenen maar zelfs in teegendeel het op denadrukkelijkste wijze tegen te gaan en met de daad te beletten mits egter voor zoo verre de tijd en omstandigheden dat kun„ „nen toelaaten alvorens de franschen op de minste beweging tot het doen van hostiletijten die de executie deser order aparent zouden nodig maa„ „ken in het vrindelijken dog teffens op de ernstig„ „te wijze daar van de nodige waarschouwing laa„ „ten de doen met beijvoeging tevens dat de orders die zij bedienden hebben hun verpligten tot 't houden van eene stipfte neutraliteit. 2: Aldus gedaan ende Geresolveerde in 't Casteel kolombo ten daage maand en Jaare voorsz:/ was geteekend W: J: van de Graaff: P: sluijsker D: 9 pretz: C: Jilenius m: P: Raket. J: Reintous. accordeert.

NL-HaNA_1.04.02_3792_0325 view scan ↗

English

2618 Secret Resolution taken in the Council of Ceylon on Tuesday the 12th of August 1788. Present: The Right Honourable and Highly Respected Governor Willem Jacob van de Graaff. The Honourable Head Administrator Peter Sluysken. The Honourable Dessave Diederich Thomas Fretz. The Honourable Lieutenant Colonel Johan Philip Christiaan Jenenius. The Honourable Trade Bookkeeper Mattheus Petrus Raket. The Honourable First Storekeeper Johannes Reinbout. The Honourable Fiscal Carel Fredrik Schreuder. The Trincomalee servants having sent over, along with secret letters of the 11th and 19th of July last, a draft instruction for the officer who, pursuant to orders from this government by secret letter of the 26th of June last, has been stationed as commander at Cottiar, together with the specified signals for him to thereby give notice to the servants at Trincomalee of whatever might happen to him, and a draft of a protest which he must use in case an attempt should be made on his post by a foreign superior force whereby the Company's territory might be violated; So it is, after consideration of the said papers, approved and resolved to sanction the aforementioned instruction and signals, and to insert the said instruction below; but that the protest which according to the received draft ought to be made by and on behalf of the council at Trincomalee, shall be made directly by the commander of the place himself, in the name and on behalf of Their High Mightinesses the Lords States General of the United Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company, according to the text of the draft which is also inserted below, and of which a copy will be sent to the servants at Trincomalee for the use of the commander at Cottiar. Secret instructions for the officer who is to reoccupy the post of Cottiar with some troops, as in former years. The increase of our garrison fully permitting us to provide the post of Cottiar again with a garrison as in former years, our choice has fallen upon Your Honour as head of the same, while we expect that your zeal and diligence in the observance of all obligations pertaining to that service will justify our choice, both to us and in the eyes of the esteemed Ceylon Government. We do not deem it necessary to proceed to recommend the maintenance of good discipline among the garrison entrusted to Your Honour, nor the care that ought to be taken to prevent the few inhabitants from being treated discourteously; we are assured that this would be superfluous for an enlightened judgment, and we therefore restrict ourselves solely to the following: Article 1. The administration of the district remains under the authority of the native chief, the Wannia, which chief is responsible for this to the administration here. Article 2. If, in the meantime, this chief should appear suspicious to Your Honour in any matters that could be related to the promotion or neglect of the Company's interests, Your Honour shall not only be at liberty, but is strictly ordered to give notice thereof immediately, though without raising an alarm, whereupon we shall send the necessary orders as the circumstances may require to Your Honour or to the chief of the district himself. Article 3. The Wannia will be ordered to command the inhabitants to provide a free bazaar or market at the place where Your Honour is stationed with your men; by this is understood that Your Honour and everyone under your command shall have complete freedom to buy all provisions and other necessities from anyone who can or wishes to sell, without being forced in the least to make purchases from a single vendor. 2620 The interests and welfare of the garrison entrusted to Your Honour are so intertwined with those of the Honourable Company that it goes without saying that the contrary ought to lead to the required complaints if a monopoly should be established. Article 4. The garrison entrusted to Your Honour shall consist of 1 European sergeant, 1 corporal, 1 drummer, and 16 privates, besides 1 native sergeant and 12 privates, to whom, for the sake of convenience, monthly wages and allowances must be provided just as here; whilst, in the hope of a favourable approval from the esteemed Ceylon Government, we shall ensure that one month of everything will always be in stock under Your Honour's custody and accountability, in order to prevent any lack of vessels, bad weather, or other inconveniences from causing any scarcity to be suffered. Article 5. No vessels, large or small, may henceforth depart from here to the district of Cottiar without a permit ola from the first undersigned, and in order not to make the crossing and return expensive for the inhabitants, those permit olas shall be issued free of charge; while, to prevent them from being used twice, the first undersigned will sign and date them by his own hand. All such vessels shall be obliged to report at Muttur and may not bring more persons than are mentioned by name in the permit ola; whereas, if they need to be at another place, Your Honour shall merely sign the ola as seen, and all those who cross unmentioned or without proof must be sent back hither, for which transport the Wannia shall be ordered to provide a boat. Article 6. If any foreign vessels of whatever origin, except in case of bad weather, should anchor at Muttur or off the coast of Cottiar and put men ashore...

Dutch transcription

2618 t een door hun „structie, voor den De wel Edele Goodt agtb Wele Gouvern:= - „ willem Jacob van de QuaaWf: D: E: Hoofd administrateeur - _ „ Peter sluijcken. D. E. Dessave - - - - - - - - - Deedericq Thomas Faetz. D: E: Luijtenant Kolonel - - - - - - „ Joh Philip Christiaan Jelenius D: E. Negotie boekhouder - - - - „ Mattheus Petrus Raket. D: E: Eerste pakhuismeester - - - Johannes Reintous D: E: fiskaal - - - - - - „ Carel Fredrik Schoeuder De Juinkonomaalsche bedienden neevens Gekreete brieven van den 11: en 19: Julij Jol: overgezonden heb„ ontworpende in „bende tofficier die in gevolge aanschrijvens dee zer regeering bij gekreeten brief van den 26: junij als. kommandant te koetjaar geplaats is neevens de benaamde zeinen voor hem om daar door aan de „ kemaan bedienden te Juinkonomaale kennis te geeven van het geen hem mogte voor koomen en een ont„ „werp van een protest waar van hij zig zal moeten bedienen ingevalle door een vreemde over magt iets op zijn post wierd ondennoomen waar door skomp:s grond gebira zoude kunnen worden geschoudene Sekreete Resolutie genoomen Jn Raade van Ceilon op: Dingsdag den 12: Augustus 1788— zoo a a„ zoo is na ausumptie van gem: papieren goedgevonden en verstaan de voorsz: instruktie en reinen te appro„ „te „beeren en gem: instruktie hier onder het insereeren dog het protest tot welk volgens 't ontvangen ont„ „werp zoude moeten gedaan worden door en van wee„ „gen den raad te Juinkonomaale te laaten doen di„ „rekt door den kommandant van de plaats zelve uit naamen en van weegen hunne Hoog Mogende de Heeren staaten generaal dea vereenigde weeder„ „landen en de geneeraal Nederlandsche geoktroijue„ „de oost yndische komp: naar luijd van het Concept dat hier onder meede word geinsereerd en waar van een afschrift ter bedining voor den komman„ „dant te koetjaar aan de bedienden te Juinkono„ „maale zal worden toegezonden. 2. Geheime onderrigting voor den officier die de post koetjaar„ weeder gelijk in vroegere jaaren met eenigen manschappen staat te bezetten. De vermeerdering onzer bezetting ons volkoomen toelaaten de 2619 toelaatende de post van koetjaar weeder met eene bezetting gelijk in vroegere jaaren te kun„ „nen voortzien is onze keuse op uw Manh: als hoofd van dezelve gevallen terwijl wij verwag„ „horg, „ten dat „ zij ijver en vlijt in het waarneemen van alle verpligtingen tot dien dienst betoeke„ „lijk onze keuse zoo wel voor ons als voor list oog den g'eerde Ceijlonse Regeering billijken zil„ „ „den wij vermeenen niet over te moeten gaan tot aanbeveiling van goede tucht houding onder de uw: Manh: aanvertrouwd woraende bezettelingen „d nog de zong die geraagen behoord te worden om te beletten dat de weinige ingezeetenen niet onheusch behandelt worden wij zijn verzeekend dat dit voor een verligt oordeel overboodig zoude zijn en bepaalen ons dus alleen tot het volgende Aut 1 „blijft Het lands bestier „ onder het gezag van het inland sh hoofd den wannia jaaoe Marnoewen toeja id der„ „wienasinga walla Mapene die daar voor verant„ „woordelijk is aan het bestier alhier. Aut: 2. den r„ man„ kono„ aan a n art to zoo deezen intusschen aan uw: Manh: verdagt mogt voorkoomen in eenige zaaken die betrekke„ „lijk konde gemaakt worden tot het al of niet behartigen van smaatschappijs belangen zal het uw Manh: niet alleen vrij staan, maar word denzelven eunstig gelast daar van ten eersten egter zonder op het kenniste geeven als wanneer wij de noodige beveelen naar vereisch van zaaken aan uw: Manh: of het hoofd des landschaps zol„ „ve zullen zenden. . Aut: 3: Aan aen wannia zal gelast worden de inwoonde„ „ren te beveelen vrye bazaar of maakt der plaatze waar uw: Manh: met uw manschappen bevind te be„ „zorgen hier meede verstaande dat uw: Manh: en elk der onder zig hebbende volkoomen vrijheid zul¬ „len hebben alle bevensmiddelen en andere benoo„ „digtheiden te moogen koopen van elk die ver„ „koopen kan of wil weezen zonder in het minst gedrangen te kunnen worden bij eenen verkoo„ „pea te maakkt te moeten gaan. — stut 2: Dat 2620. Dat belangens en welvaard van de uw: Manh: toe vertroude bezettingen is zoo verknogt aan die der Ed: Maatschappij dat het van zelve sprecke dat het tegendeel behoord tot de geeischt worden de klagten zoo eenen alleen verkooping mogt opgerigt worden. - Aat 4: De uw Manh: aanbetrouwde bezetting zal bestaan uijt 1: Europees zergeant 1. korperaal 1. tam„ „boer en 16: gemeene beneffens 1: oostersche serge„ „ant en 12: gemeene aan welken om het gemaakd„ wille de maandgelden en toevoeg zellen moeten verstrekt worden even als hier terwijl wij op hoop eener gunstigt goed keuring van de geeerde Ceilonsche Regeering zullen zorgen dat steeds „ voor hn een maand van alles in voorraad zal zijn order uw: Manh: berusting en verantwoording om voor te koomen dat gebrek aan vaartuig slegt weder of andere ongemakken eenig gebrek zoude doen lijden Ant: 5 „tullen Geene vaartuigen „ voortaan groot of klein van hier naa het. De naa het landschap koetjaar moogen vertrekken zonder een vealof ola van den eerst geteeken„ „de en om de ingezeetenen der over en welder vaart niet kostbaar te maaken zullen die oek „lof olassen voor niets afgegeeven worden terwijl om te beletten dat ze niet tweemaal gebruikt worden den eerstgeteekende ze eijgenhandig teekenen en dogteekenen zal alle dezelve vaartuigen zul„ „len zig te Moedaar moeten aangeeven en niet meer menscher moegen meede brengen als bij de verlof „ wet ola „ naamen gemelde zijn terwijl zoo ze op een ande „re plaats moeten weezen uw: Manh: eenlijk voor het gezien op de ola teekend en alle die onver„ „mild of zonder bewijs. overkoomen moeten her„ „waards gezonden worden tot welken verzending dez wannia gelast zal worden een ballang te moeten bezaagen. 2. „oort zoo eenige vreemde vaartuigen van welken ot ook koomende ten zij bij noodwede te Moenaar of voor het voetjaansche ten anker gaan en menschen Aut: 6: aan de wal.

NL-HaNA_1.04.02_3792_0331 view scan ↗

English

2621 came ashore to ask for necessities, they must be referred to us, unless they are provided with our letters of permission; and since we know that your Manliness's garrison cannot cover the whole coast, the warnia is ordered to give commands so that your Manliness is notified as soon as possible. Article 7: If there should be any persons on vessels arriving there due to bad weather who wish to go inland, this shall not be permitted without our prior knowledge and a statement of reasons, while it goes without saying that all others cannot do so without special permission. Article 8: It is not likely that warships or merchant vessels of foreign nationalities will ever seek to collect provisions, firewood, or water on the Koetjaar shore without having previously requested permission for this from the government here; should this nevertheless happen, your Manliness has nothing else to do than to refer them to us, without whose permission your Manliness is forbidden to grant any concession of that nature. Article 9: Should it nevertheless happen, despite your Manliness's notification and short of proven impossibility to call at Trinkonomale, that one or more ships of foreign nationalities wish to land people, whether to cut firewood, fetch water, or for other reasons, the necessary counter-declarations are enclosed herewith, sealed in various languages such as Dutch, French, English, High German, Portuguese, and Latin, which bundle your Manliness shall not be permitted to open except in the event that superior force and circumstances make it necessary. In all other cases, the bundle must remain closed, and your Manliness's prudence, paired with steadfastness and force, must prevent any other law from being respected against our will than that of the sovereign of the land. Article 10: It is not likely that a ship or ships will be found off the Koetjaar shore 2622 without our having knowledge of it. In order, meanwhile, not to leave your Manliness at a loss to indicate to us the quantity, the nature, the probable intentions, and to which nation such ships belong, we shall also, subject to the approval of the honored Ceylon Government, determine the signals by which we may be informed, both by day and by night, of that which could become less certain through correspondence, as that is subject to interception. Article 11: To that end, a flagpole shall be erected as quickly as possible, which must always raise the flag as soon as the flagpoles of Trinkonomale or Oostenburg have done so, unless the post catches sight of one or more notable vessels sooner, in which case it warns us. The signals are as follows: 1. Ship in sight. 2. Two-masted vessel. 3. One-masted vessel. 4. The ship is Dutch. 5. The two-masted vessel is Dutch. 6. The one-masted vessel is Dutch. 7. The ship is French. 8. The two-masted vessel is French. 9. The one-masted vessel is French. 10. The ship is English. 11. The two-masted vessel is English. 12. The one-masted vessel is English. 13. The ship is Danish. 14. The two-masted vessel is Danish. 15. The one-masted vessel is Danish. 16. The ship is Portuguese or Tuscan. 17. The two-masted vessel is Portuguese or Tuscan. 18. The one-masted vessel is Portuguese or Tuscan. 19. An unusual flag. 20. An unusual flag. 21. An unusual flag. 22. Warships, large or small. 23. Merchant or private vessels. 24. Has or have troops aboard. 25. Are equipped with this much artillery. 26. Request permission to land people. 27. Request assistance. 28. Attempt to force it. 29. Absolutely force it /: NB: / time to hand over the counter-declaration. 30. Everything in vain. Article 12: 2623 If the last signal is necessary, your Honorable Manliness must see to returning with his men, and to that end reconnoiter the surrounding roads in good time. For greater convenience, the first undersigned also gives his travel map of the Koetjaar region, which must be burned or hidden in good time so as not to serve to enlighten others. Article 13: We believe we have hereby achieved the principal objective and further command you to report all occurrences as soon as circumstances allow, reserving the right to make such changes herein as the honored Ceylon Government shall order us or entrust us to do on our own authority according to the state of affairs; otherwise commending your Manliness to God's safe keeping. Was written below: Trinkonomale, the 10th of July 1788. Was signed: J: F: van Senden and C: D: von Drieberg. Lower down was written: After-order: If by chance it should be asked by any stranger

Dutch transcription

2621 aan de wal kwaamen om benoodigtheeden te vraa„ „gen moeten dezelve aan ons overgeweezen worden ten zij zij van onze vealof brieven voorzien zijn, en wijl wij weeten dat uw Manh: bezetting de geheele kust niet kan dekken, word den warnia gelast beveelen te geeven ten einde uw: Manh: ter spoedigsten verwittigt word:2. zoo op uit nood weer daar koomende vaartuigen eenig„ „ge menschen mogten weezen die landwaards in wilde gaan zal zulks niet toegelaaten worden zonder onze voorkennisse met opgaave der reede„ „nen ter wijl het van zelve spreekt dat alle de anderen zonder een bijzonder verlof het niet vermoogen te doen. . Aut: 8: Het is niet waarschijnlijk dat scheepen van oorlog of koophandel van vreemde landaarten wimmer op de koetjaarsche wal zullen zoeken levens behoeften brandhout of waater te verzaamelen zonder alvoorens daar voor verlof gevraagd te hebben aan het bestild alhier mogt dit egter gebeuren zoo heeft uw: Manh: niets anderes te doen aan hem overtewijzen aan ons zonder wiens verlof het uw: Aut: 7: Manl: 1 Manh: verbooden is eenige toelaating van dien naa„ „tuur toetestaan.. Mocht, het egter na uw: Manh: te kunnen geeving buiten beweezen onmogelijkheid om Juinkonomaale aante doen gebeuren dat een of meer scheepen van vreemde landaaaten volk aan de wal wilden zet„ „ten het zij om brandhout te kappen het zij om waater te haalen het zij om andere redenen zoo gaan hier neevens de noodige teegen verklaarin„ „gen verzeegeld in verschillinge taalen als Holland„ „sche Faansche Engelsche Hoogduijtsch Portugees en Latijnsche welken bonael uw: Manh: niet zult mogen openbreken dan ingeval dat overmagt en gemeld het noodzaakelijk ngt Merkt Jn alle andere gevallen moet de bondel geslooten blijven en uw Manh: voorzigtighijd gepaard met standvastigheid en magt moet beletten dat tegen wil en dank geen andrre wet g'eerbiedigt word. dan die van den land weeu: 2. Art: 10: Het is niet waarschijnlijk dat een schip of schee„ „pen zig voor de koetjaarsche wat zullen bevinden, Art: 9: zonder. 2622 zonder dat wij en kennis van hebben om intusschen uw: Manh: niet verleegen te laaten ons de hoeveelheid, de hoedaenigheid de waarschijnlijke voorneemens in welke landaart diergelijke scheepen toebe„ „hooren aante auiden zullen wij almeede op de goedkeuring der g' eerde Ceilonse regeering de teekenen bepaalen waar door wij zoo bij dag als bij nagt onderrigt worden van het geen door briefwisseling min zeeker zoude kunnen worden, wijl die aan opvatting onderhevig 18:—. Nut: 11: Ten dien einde word zoo schielijk moogelijk een vlaggestok opgerigt die altoos zoo dra de vlagget„ „stokken van Jain konomaale of oostenburg de vlag geheezen hebben het zelfde moet doen ten zijde post eerder een of meer vaartuigen van aanzien in het gezigt kuijgt in welke geval zij ons waarschouwd. De telkenen zijn als volgd. 1. / schip in het gezigd. 2/ twee mastig vaartuig. 3. / een mastig vaartuig 4. / het schip is Hollandsch. 5. / het twee mastig vaartuig is Hollandsch. 6 tot een mastig naa„ in9 aale s inden, 6. / het een mastig is Hollands. 7. het schip is faansch 8 / 't twee mastig is faansch. 9: / 't een mastige is faansch. 10. / 't schip is Engelsch: 11:/ 't twee mastig vaartuig is Engelseh. 12. / 't een mastig is Engelsch 13. /het schip is Deensch. 14. / 't twee magtige vaartuigen is Deensek. 15. / 't eenmastige is Deensch. 16. / het schip is Partugees of Jose aan schi. 17. / het twee mastige is portugees of Joscaan pek. 18. /. het een mastige is portugees o7 toscaansch. 19. / een niet gewoone vlag. 20. / een niet gewoone vlag. 21: / een niet gewoone vlag 22. oorlogs vaartuigen groot of klein 23. / koophandel of bij zondere vaartuige 24. / heeft of hebben land bezoldingen voor voord: 25. / zijn van zoo veel geschut voor zien. 26. / verzoeken te moogen volk landen 27. / verzoeken hulp. 28. / tragten het te dringen 29. / dwingen het volstrekt /: BB: / tijd om de tegen verklaaring over te geeven 30. / alles vergeefsch: —. Nat: 12: 2623 zoo het laatste teeken noodig is moet uw Ed: Manh: zien terug te keeren met desselfs manschappen en ten dien einde bij tijds de omleggende weegen op neemen tot meerder gemaakt geeft den eerst geteekende mee„ „de zijn reijs kaart door het kaetjaarsche. die bij tijds verband of verborgen moet worden om niet tot opheldering van anderen te strekken.. Aut: 13: wij gelooven hier meede het voornaamste doetwit be„ „rijkt te hebben en gelasten overigens van alle voor „vallen zoo zaer de geleegentheeden het toelaaten kennis te geeven, ons voorbehoudende in deeze zooda„ „nige veranderingen te kunnen maaken als de g' eende Ceilonsche. Regeering ons zal willen gelasten of toevertrouwen op eijgen gezag naa gelang van zaaken te doen beveelende uw: Manh: overigens in Godes vijlige hoede /:onderstond. Juir konomaals. den 10: julij 1788: / was geteekend J: f: van sen„ „den en C: D: von Duiebeug /:laager stond:/ Naden bevel zoo bij geval gevraagt moet worden door eenig Aut: 12: vreemdeling ing

NL-HaNA_1.04.02_3792_0336 view scan ↗

English

stranger or inhabitants why a flagpole has been erected, it can be politely answered that this rightfully belongs to all the Company's places where a servant of special importance resides as subordinate head, and that this has not taken place for some time because the consequences of the aforementioned war have prevented taking those necessary precautions to collect the country's revenues and to protect against malicious inhabitants. I, the undersigned, Commander of Fort Koetjaar, situated in the Trincomalee district, and belonging to the Noble Dutch East India Company, hereby declare, in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the free United Netherlands, as the lawful sovereigns of this place, and on behalf of the aforementioned Dutch East India Company, as the possessor thereof, to protest in the most solemn and earnest manner against all the steps that the gentleman commanding the ship lying anchored off this place, notwithstanding all my friendly and earnest admonitions, has already taken here in violation of the territorial rights of Their High Mightinesses and of the possessory rights of the Dutch Company, and against all that might further be done by said gentleman or by his order, in contempt of the lawful rights of the frequently mentioned Their High Mightinesses, and of the Dutch East India Company. Reserving the right of my aforementioned superiors to demand satisfaction for this at the proper time and place, and leaving all the consequences of these undertakings, which are contrary to the law of nations, to the account and responsibility of the aforementioned gentleman. Koetjaar, the Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. (was signed:) W: J: van de Graaff. P: Sluijsken, D: T: Fretz, J: P: C: Tilenius, M: P: Raket, J: Reintoux, C: A: Schreuder. Agrees Sybrandsz First Clerk 2625. Tuesday the 9th of September 1788. Present: The Right Honorable Governor Willem Jacob van de Graaff. The Honorable Chief Administrator Peter Sluijsken. The Honorable Dissave Diederich Thomas Fretz. The Honorable Colonel and Head of the Militia Joh: Philip Christ: Tilenius. The Honorable Fiscal Mattheeus Petrus Raket. The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintoux. The Honorable Secretary Benediktus Lamb: van Zitten. Absent: The Honorable Provisional Dissave of Jaffna Carel Fredrik Schreuder. The Honorable Provisional Trade Bookkeeper Abraham Samlant. The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel: Wolff. The first occupied in service, the second due to indisposition, and the last on commission from Kalutara. Was read an address received from Galle from the masters of the chartered ships de Vrouwe Johanna, De Drie Gebroeders, Susanna, and Het Fortuijn, reading verbatim: Extract Resolution taken in the Council of Ceylon on... To the Honorable, worshipful Sir Cornelius Dionisius Kraaijenhoff, Commander of the city and lands of Galle, Matara, etc. Honorable, worshipful, commanding Sir, We, the undersigned, have the honor to inform Your Honor that it has been well and clearly announced to us by the secretariat officials by order of Your Honor: Firstly, that upon our respectful request made to that end, permission has been granted to depart for Europe under the convoy of the state's frigate the Ceres. Secondly, that as our vessels under command are now as good as ready to sail, we could therefore sail on the 8th or 10th of this month. Thirdly, that the longer stay of these ships is solely a consequence of the convoy requested by us, and therefore the question would be referred to the Honorable Directors whether the 80 guilders stipulated per day by the charter party would also be compensated for the lay days after the 10th of this month. We most respectfully take the liberty of serving the following in reply to the above: That we indeed requested to be allowed to depart under convoy, but that our intention was by no means to wait for it; rather, we assumed we would have the requested convoy as soon as we were dispatched by the honored Ceylon government. That we by no means claim to remain lying here in the bay a single day longer than until we shall have been dispatched, and that we are only awaiting orders and the cargo destined for our ships to set sail immediately. For the rest, it would be very agreeable to us, and possibly also in accordance with the interests of the Company, if the requested convoy were granted to us after we have been dispatched. We hope that the foregoing contains good reasons to respectfully convince the honored Ceylon Government that we would rather depart without convoy as soon as we are dispatched than take upon ourselves to cause any difficulties to our shipowners regarding the payment of the 80 guilders for each day that they are kept beyond the lay days stipulated by the charter party. We further request that, if this can be done, a day may be determined for us when we shall sail, and that our departure may take place as soon as possible, while for the rest we have the honor to be with the highest regard, (was underneath:) Honorable, worshipful, commanding Sir, Your Honor's humble servants (was signed:) Jan R de Groot, Claas Swaart, Jan Daane, and Michiel Poest (in the margin:) Galle the 5th of September 1788. Whereupon, having deliberated and taken into consideration that, apart from the considerations that moved this government at the session of the 31st of August last to allow the aforementioned ships to depart under the

Dutch transcription

vreemdeling of ingezeetenen waarom een vlag gestok opgerigt is kan heusch: geantwoord worden dat alle Maatschappijs plaatzen waar een die naar van bij zonder aanbelang als onderschikt hoofd. legt dig toekomt en het zeedert eenigen tijd niet geschied is om dat de gevolgen van een ver„ „meld hebben de ooklog belet hebben die noodige „breng voorzorge te gebruiken om slands voor „ #ze len te verzaamelen en teegens quaad willige ingereetenen te bescheumen. Ik ondergeteekende, Commandant van 't fort koet jaar, geleegen in het Trin konomaalsch distrikt, en toebehoorende aan de Edele nederlandsche oosjndische Compagnie verklaare mits deezen, uijt naam en van weegen de hoogmoogende heeren Staaten Generaal der vrije verenigde nederlanden, als wettige souverai¬ „nen deezer plaats, en van weegen de voorsz: Nederlandsche ont„ „ Jndische Comp: als bezilfter daarvan, op de plegtigste en ern„ „stigste wijze te protesteeren, teegen alle de stappen„ Commandeerende het voor die de heer deeze plaats geankerd leggende schip, onaangezien degen alle mijne vriendelijke en ernstige vermaningen tot krenking van het territoriaal regt van hunne hoogmoogende en van het bezit regt van de Neder„ „landsche Comp: , reets hier heeft gedaan, en teegen „ door al het geen gem: heer 07 zijn bevel verder mogte worden gedaan, in Vilipandi 2624 Vilipende van de wettige regten van meermelden hunne hoogmoogenden, en van de Nederland„ „sche oost Jndische Compagnie Reserveerende het recht van mijne hooggemelde superieuren, om daarvoor satisfaktie te vraagen ter behoorlijker tijd en plaats, en laatende alle de gevolgen van deeze, teegen het regt der volkeren, strijdende onder„ „neemingen, voor reekening en ter verantwoording van meermelden heer koetjaar den Aldus gedaan en de geresolveerd in het kasteel kolombo ten daage maand en Jaare voorsz: (:was geteekend:) W: J: van de Graaff. P: Sluijsken D: T: Fretz. J: P: C: Tile „nius M: P: Raket J: Reintous C: A: Schree„ „der Accordeert Sijbrands Wlijklerk He r ne 2625. Dingsdag den 9: september 1788: Bezent De wel Ed: Groot agtb veer Gouverneeur „ willem Jacob van de QuaaW: D: E: Hoofd administrateur - - - - „ Peter sluijsken D: E: Dessave - - - - - - - - - _ _ „ Diederich Thomas Faetz. D: E: Kolonel en Woosa den Militie - - - „ Joh: Philip Christ: Tilenius D: E: p:r fiskaal - - - - - - - - „ Mattheeus Petrus Rakel. D: E: Eerste pakhuismeesten - - - - - - „ Johanes Reintoul. D: E: se kretauus - - - - - - _ „ Benediktus Lamb: van Zitten absent. de eerste geoccupeeerd in den dienst. de tweede mids indispositie en de laaste in kommissie van kalutual D: E: p:l dessave van Jaffena - - - - - -„ Carel Fredrik Schueuder D: b: p:s negotieboekhouder - - - - - - „ Abraham samlant: D: b: zoldij boekhouder - - - - - - - - „ Gerrit Engel. Wolfl. Js geleezen een van Gale ontvangen addaes van de schip„ „peus van de gehuurde scheepen de vrouwe Johanna de drie gebroeders susanna en het fortuijn luijdende in verbies. - sekaerte Rezolutie genoomen Jn Raade van Ceilon op. Aan Aan den wel Edelen achtb: Heer Cornelius Dionisius Kraaijn Vott kommandeeur der staden landen van Gale Mature etca wel Edele achtbaare gebiedende Heer wij ondergetekende hebben de eere uwel Edele agttb: te berigten dat ons wel en duijdelijk door de se„ „kretanij bediendens op last van uwel Edele agtb: aangekondigt is. Eerstens dat op ons ten dien einde gedaan eerbie dig versoek toegestaan is, om onder het Convooij van het slands fuegat de beres na Europa te moogen vertrekken Tweedens dat wij wijl onze onderhebbende scheepen nu zoo goed als zijlvaardig zijn dus op den 88: of 10: deezer zouden kunnen zijlen Derdens dat het langer leggen van deeze scheepen alleen een gevolg is van het door ons ver„ „zogt Convooij en dus aan de weeren be„ „windhebberen zoude gedefereerd worden de vraage of voor de legdaagen na den 10: dexzea 2626. 10 deker ook de bij de Certe partij bedonge 80: guldens voor ieder dag zoude goedgedaan worden: wij gebruiken eerbeidigst de vrijheid op het voo„ „renstaande in antwoord te dienen: Dat wij wel verzogt hebben onder Coonvooij te moogen vertrekken dog dat onze intentie geenzints geweest is om na het zelve te wagten maar dat wij ondersteld hebben het verzogte Convooij te zullen hebben, zo daa wij daar de ge eerde Ceilonsche regeering gedepecheerd worden Dat wij geen zints pretendeeren een enkelde dag langer alhier in de baaij te blijven leggen dan tot dat wij zullen afgevaardigt worden en dat wij alleen orders en de voor onze sehee„ „pen geaestineerde lading verwagten om direct onderzijl te gaan zullende het ons voor het overige zeer aangenaam, en mogelijk ook met het belangen van de komp: over„ „eenstemmende zijn indien ons na dat wij gede„ „pecherude zullen zijn het verzogte Convooij werd verleend. wij verhoopen dat het vooren staande goede redenen vervat Heer n vervat om de g'eerde Ceilonsche Regeering in eerbied te om't overtuigen dat wij lieven zonder Convooijwil„ „len vertrekken zoo daa wij gedepecheerd zijn dan op ons neemen aan onze reeders eenige moeijelijk„ „heeden toetebrengen weegens het betaalen der 80 gul„ „dens voor ieder dag dat gij boven de bij de Certepartie bepaalde legdaagen „ gehouden worden:—. wij verzoeken voorts dat ons indien dit geschieden kan een dag mag bepaala worden wanneer wij zij„ „len zullen en dat ons vertrek hoe eer hoe lieven mag plaats vinden terwijl wij voor het overige de eene hebben met de meeste hoogagting te zijn /:onderstond /: wel Edele achtb: gebiedende Heer uwel Edele agtb: onderdanige dienaaren /:was getee„ „kend /: jan R de Groot, Claas swaat jan Daare en Michiel Poest /:in margiene /: gale den 5 september 1788:a waar op gedeliberserd en in agting genoomen zijnde, dat behalven de Consideratien die deezer rlgeering ter sessie van den 31: aug:s Jol: hebben bewoogen om de voorsch: scheepen te laaten vertrekken onder het.

NL-HaNA_1.04.02_3792_0345 view scan ↗

English

2627. the convoy of the national frigate the Ceres, but that to these reasons has now been added that, through the public announcement of the resolution that these ships would only depart on the 1st of October, a notable delay has arisen in various orders that the regiment of Luxemburg needed to execute to enable themselves to depart, and that it is also very dubious that for some days an unknown frigate has been lingering about here and one does not know what it intends by its sailing up and down. It is therefore approved and agreed to persist with the resolution of the 31st of August aforesaid, and to cause it to be announced to the aforesaid skippers that no change can be made therein because the arrangements have already been made accordingly, but that of their address knowledge shall be given today to the Gentlemen Majors. Thus done and resolved in the castle of Colombo, day, month, and year aforesaid. Was signed: W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, D: T: Fretz, J: P: C: Jilenius, M: P: Raket, J: Reintoux, B: L: van Zitter, Sybrands. Agrees. Wytkeerk 2628. Secret Resolution taken in the Council of Ceylon on Thursday the 11th of September 1788: Present. The Right Honorable Lord Governor — Willem Jacob van de Graaff. The Honorable Chief Administrator - - - - Peter Sluijsken. The Honorable Dessave - - - - - - - Diederich Thomas Fretz. The Honorable Colonel and Commander of the Militia - - Joh: Phil: Christ: Jilenius. The Honorable Fiscal - - - - - - - Mattheus Petrus Raket. The Honorable Provisional Secretary - - - - Benedictus Lambertus van Zitten. Absent. The Honorable Dessave of Jaffnapatnam - - - Carel Fredrik Schreuder. The Honorable Pay Bookkeeper - - - - - Gerrit Engel Holst. The Honorable Provisional Trade Bookkeeper - - Abraham Samlant. The Honorable First Warehouse Master - - - - Johannes Reintoux. The first two being on a commission for the reception of Captain van Halm, and the second two indisposed. The Chief at Tuticorin, Mr. Meckern, having demonstrated by separate letter of the 5th of this month: That their High Mightinesses, at the introduction of the monetary calculation in Netherlands money by circular missive of the 8th of January 1788, prescribed that gold must be entered into the books at ƒ 375.- per mark fine, and that the surplus or deficit charged must be brought to the account of the General Company. That until that time gold was charged below ƒ 375: — — per mark fine and the account of the General Company therefore always received an advantageous credit; but that since then the price of gold has risen from time to time and has now climbed to such a height that the Company, upon the coinage both of pagodas and of fanams, instead of obtaining a profit will suffer a loss. That this appears especially from 20 bars of gold of 400 marks weight which were coined at Tuticorin in January 1787 and charged from Zeeland with the agio of 9¾ per cent for ƒ 119859. 19. —, whereas the pagodas minted from it, with the 20 assay pieces retained, did not amount to more than ƒ 119233: 13. 11., so that the Company lost thereon ƒ 626. 5. 5., or a full half per cent, although on the yield of the coinage of that parcel a profit of 3 5/16 per cent had been indicated, arising from the calculation of the mark fine against the fixed price of ƒ 375. — —, and that even if this gold had been coined into fanams, which 2629. are minted one quarter per cent more advantageously than the pagodas, the Company would nevertheless have lost ¼ per cent on the amount charged. That the gold of 18 carats 5½ grains brought out with the ship the Gouverneur Falck is charged with an agio of 10 per cent, and that therefore upon coining the same into pagodas, in accordance with the aforesaid indication, a full 3 per cent will be lost. That the gold of 15 carats brought with the said ship is charged with an agio of 8¼ per cent, and that since fanams must be struck from this gold, a full 3 per cent will likewise be lost thereon. That His Honour is indeed of the opinion that, on account of the high price of gold, no change must be made in the coin or the alloy of the pagodas, because presumably the gold will after some time decrease again so far that one can mint the pagodas without loss, and that in the meantime one could place the loss occurring upon coinage onto a separate account and debit therewith the piece goods being dispatched, the more so because debasing a coin is always detrimental to the credit of a nation and would in particular have a detrimental influence there on the coast, where the goodness of the money had contributed much to preserving the Company's good name and credit; besides that experience had also taught that the debasement of the pagodas in the year 1769 by 3 7/16 per cent was not advantageous for the Company, and that although these pagodas circulated thereafter as before, their credit after that debasement diminished so much among the native population that they were regarded little above the Porto Novo pagodas, and one was thereby compelled, there as well as on the Coromandel coast, to give the merchants a price increase on the piece goods that exceeded the reduction in the alloy of the pagodas. Yet that these considerations have no relation to the fanams, since the loss on the gold upon coinage into pagodas is compensated by the profit on the piece goods, whereas the loss on the gold upon coinage into fanams is absolutely lost, because the fanams are merely a currency that mostly serves for internal domestic use, not being current outside the territory of Tuticorin, on which account the reduction of their value cannot be equated with the pagodas, which are current throughout the entire country and where

Dutch transcription

2627. het Convooij van slands fucgatd' Geres tans nog deeze reedenen en bij gekoomen zijn dat door het publik worden van het besluit dat deeze scheepen eerst den 1: october zouden vertrekken in verscheide bestellingen die het regiement van Lugemburg nodig hadde te doen om zig „ter vertrek in staat te stellen merkelijke vertraaging is ontstaan, en dat het ook zeer bedenkelijk is dat zeedert eenige daagen een onbekend fregat zig hier omstreeks op„ „houd en men niet wert wat hij daor zijn op en neder zijlen bedoeld. Js der halven goedgevonden en verstaan te persistee„ „ren bij het besluit van den 31: aug: voormeld. en aande voorsch: schippers te doen aankondigen dat daar in geene verandering kan worden ge„ „maakt om dat reeds de schikkings daar na zijn ingerigt maer dat van hun addes addaag kennis zal worden gegeeven aan de weeven ee Maajues: a. Aldus gedaan en de geresolveerd in het kasteel Kolombo ben de ing en Kolombo daage maand en jaare voorsz:/:w as getek„ „kend /: W: J: van de Quaav: B: sluijsken D: J: Jneth: J: B: C: Jilenius M: P: Raket J: Reintous B: L: van zitter Sijbrands accordeert. Weijkeerk 2628 sekreste Resolutie genoomen yn Raadt van Ceilon op. Donderdag Den 11: 7ber: 1788: Present. De wel Edele Groot agtb: Heer Gouverneur — „ willem Jacob van de Graaff: D: E: Hoofdadministrateur - - - - - - -„ Peter sluijsken. D: E: Dessave - - - - - - - - - _ „ Diedenich Thomas Fuetz: D: E: Kolonel en Vosfder Militie - - - - „ Joh: Phil: Chrit Jilenius. D: E: fiskaal - - - - - - - _ _ _ „ Aattheus Petrus Raket. D: b: p:l sekretaris - - - - - - - - „ Bensdectus Lambertus van Zitten absent. „Abraham Samlant. de eerste, de uar en vizade in konmissie tot de acceptie van den Heer Kapietein van Halm en de tweede mets in dispoc „sitie D: E: Jaffenasa Dessave - - - - - - - „ Carel fredrik Schueuder D: b: zoldij boekhouder - - - - - - „ Gerrit Engel Holst: lb: E: p:l negotie boekhouder - - - D: E: Eerste pakhuijsmeester - - - - - „ Johannes Reintous. T oppenhoofa ts juti konijn 2b: Mekiern bij appatte builf van den 5: deezer vertoond hebbende: Dat hunne Hoogedelheeden bij de introductie van de Gelds. bereekening in Nederlandsche gela. bij Circulaaie missi„ „ve van den 8: Jann: 1788: hebben voorgeschreeven dat het goua bij de boeken moet worden ingenoomen met ƒ 375- tot maak. mark sijn en dat het mecader op minder aangerae„ „kend moet worden gebragt op de reekening van het generaal. Dat to dier tijd het goud beneeden ƒ375: — — het maak fijn wiera aangereekend en de reekening van het generaal dus altijd voordeelige aanreekening bekwa: maar dat zederd de prijs van het. goua van tijd tot tijd geweesen en tans tot zulk eene hoogte geklommen is, dat de komp: bij de verwuntingen zo wel van pagooden als van fanusmes instelde van wienst te behalven schaade lijden zal: 2. Dat dit inzonderheid blijkt uit 20: staaven goud van 400 Maaken tuois die in Jann: 1787: te tutukonijn ver„ „munt, en van zeeland met de agio van 9¾: p=rCo aan „gereekend zijn voor ƒ 119859. — 19. - . – daar nogtans de pagooden daar van geslaagen met de aangehoudene 20: proeven, niet meer hebben bedraagen dan ƒ11923: 13. 11. , zoo dat de komp: daar op verlooren heeft ƒ 626. 5. 5. of een half paco. ruim schoon bij het rendement van de vermunting op die parthij een winst van 35 3 5/16: p„ar co„ E:„ was aangeweesen oorspronglijk uit de bereekening van het mark fijn teegens den bepaalen prijs van ƒ375. — — en diet zelfs in dien dit goud vermunt was tot fanums die een. 2629. een quart p„r C:o voordeeliger geslaagen aan de paagooden de Comp: aan bij echter ¼. pap:t op het aangereekende bedraagen zoude verlooren hebben:—. Dat het goud van 18: kan: 5½: gaijn met het schip de gouver„ „neur falk. uitgebragt is aangereekend, met een agio van 10: papc:s en er dus bij het vermanten van het zelve tot pagt„ „den overeen komstig de voorsz: aanwijzing verlooren zal worden 3: pac: curim. —. dat het goud van 15 kraat met gem: schip aangebragt is aangereekend met een agio van 8¼ pap:t en dat ver mits van dit goud fanums moeten worden geslaagen daar op meede 39: pacq: ruim zal worden verlooren: — —. — Dat zijn E: wel van gevoelen is, dat weegens den hoogen prijs van het goud geene verandering inde munt of het gehatte deapagooden moet gemaakt worden om dat ver„ „moedelijk het goud na eenigen tijd werder zoo ver daa„ „len zal dat men de pagooden zonder schaade kan munten en dat men daarom om intusschen het verlies bij de ver„ „munting vallende op een apparte reekening zoude ku„ „nen brengen, en daar meede de verzonden wordende bijwooten belasten te meer het verlaagen van een munt altoos nadee„ „lig is voor het Credit van eene Natie en het inzonderheid van eene en ns de 1192 9233: die eenen nadeligen invloed zoude weezen daar ter kuste al„ „waar de deugazaamheid van het geld veel tot bewaaring van komp:s goeden naam en Credit had toe had, toegebragt „tot behalven dat de ondervinding ook geleerd had de verlaafing van de pagooden in het jaar 1769 met 37/6: prc: voor de komp: niet voordeelig is geweest, en dat schoon deeze pagooden daar na geroulleerd hebben als te vorren derzelver quedit na die verlaaging bij den inlander zodanig verminderd is dat ze wijnig booven dat de poatonoowesche pagooden geagt worden en men daar door aldaar zoo wel als ter kuste koumandel in de noodzaakelijkheid gebragt is om aan de kooplieden eene prys verhooging op de Lijwaaten te geeven die de vermindering van het gelatte der pagooden te booven ging Doch dat deeze bedenkingen geene betrekking hebben op de fanums wijl het verlies op het goud bij de vermunting tot pagooden vergoed word door de winst op de lijwaaten daar het verlies op het goud bij vermunting tot fanums volstrekt verlooren is om dat de fanums slegts een paijement zijn die meerendeels dienen tot eigene huis„ „houding als zijnde niet gang baar buiten het ter retoia van tutukorijn weshalven de vermindering van der„ „zelver waarde niet vangelijk gesteld worden met de pagooden die het geheele land door gangbaar zijn en waar

NL-HaNA_1.04.02_3792_0353 view scan ↗

English

and why His Honour proposes to reduce the fanums by 2 to 3 percent in alloy, whereby the Company would not only remain indemnified but even retain a small profit, and that, although this difficulty attends it, namely that the servants of the Nabob might well refuse to accept those debased fanums when the tributes of the Parruas of Tutucorijn are paid in Tutucorijn fanums, this would nevertheless be no reason to refrain from that reduction, since the Company ought not to lose on the minting of the fanums. Whereupon, having deliberated, it was taken into consideration that the order of the High Government of the Indies is very explicit that gold must be booked at 375 Dutch florins per mark, whether it is reckoned higher or lower in price, and that it is therefore not within the power of this government to alter so positive an order without authorization, and that, however certain it is that the loss on the expensively charged gold upon minting into fanums is an absolute loss without offering a reciprocal profit like the pagodas that are issued for the cloth trade, it is nevertheless not permissible, without Their High Excellencies' consent, to make any reduction in the alloy of an already established coin: And it is therefore approved and agreed to bring these proposals of the Honourable Mekern to the attention of the High Government of the Indies in order to obtain their highest disposition thereon, and to write to the Honourable Mekern to maintain in the meantime the calculation of the gold and the alloy of the fanums on the current footing, with authorization, however, in order to ascertain the actual outcome of the minting, to have briefly indicated after the customary yield what the Company, pursuant to the Dutch calculation, actually gains or loses thereon. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graaff, P. Sluysken, D. T. Fretz, J. P. C. Jillnius, M. P. Raket, B. L. van Zitter. Sijbrands, First Clerk. Agrees. Friday, 19 September 1788. Present: The Right Honourable Governor, Willem Jacob van de Graaff The Honourable Chief Administrator, Peter Sluysken The Honourable Dessave, Diederich Thomas Fretz The Honourable Colonel and Head of the Militia, Joh. Ph. Chr. Jilenius The Honourable Fiscal, Mattheus Petrus Raket The Honourable First Warehouse Keeper, Johannes Reintous The Honourable Secretary, Benedictus Lambertus van Zitter The Honourable Trade Bookkeeper, Abraham Samlant Absent: The first being occupied in service, and the latter ill. The Honourable Jaffna Dessave, Carel Fredrik Schreuder The Honourable Pay Bookkeeper, Gerrit Engel Holst The Resident of Tutucorijn, the Honourable Mekern, having communicated by separate letter of the 3rd of this month that, whereas the chank diving there was about to be farmed out for the benefit of the Company and of the Nabob, His Honour had deemed it necessary Secret Resolution taken in the Council of Ceylon on to make some alteration to the old conditions of the lease, namely: 1. Because in Article 9 of the old conditions it is stipulated that the lessee may employ as many thonies as he can gather without prejudice to the Company's daily service, which restriction, however, was entirely unnecessary since only manchus can serve for the chank diving, of which the Company makes no use. 2. Because according to Articles 5, 10, 14, and 17 of the old conditions, the chank fleet had to be escorted and observed at sea by a cruising thony, which had to ensure that the chanks were not embezzled, that no strange thonies mingled among the fleet, and that the chank thonies did not visit the pearl banks under pretext of diving for chanks, which might very easily give occasion for the Nabob also to demand to add his armed thony to the chank fleet; wherefore His Honour maintained that the aforesaid stipulation, which appears to have been made when the Company conducted the diving for its own account, could be dispensed with and left to the lessee himself to watch over his thonies, the more so as it is hard to imagine that so many thonies at once would rob the pearl banks, as that would easily be discovered, besides which, as an extra measure, the armed thony that is in the fairway to inspect passing vessels could be used to watch the pearl banks that are guarded. And 3. Because according to Articles 13 and 15, a thony that is not provided with a certificate and the smuggling thonies found among the group must be confiscated for the benefit of the Company, which cases might indeed occur in a pearl fishery when the thonies go to sea at night, but hardly in a chank diving when the thonies only go to sea at sunrise, wherefore these articles seemed very useless, and would moreover give occasion for the Nabob also to demand half of such seizures and to add his armed thony in order to be more assured that he is not curtailed in his share. Thus, after deliberation and in consideration that these alterations are very necessary to cut off all new pretensions that the Nabob might put forward to the prejudice of the right of sovereignty that the Company has hitherto exercised over the sea along the Madura coast, it is approved and agreed to permit the aforesaid articles to be dispensed with in the lease conditions of the chank diving, and consequently to approve the new conditions drafted by Mekern and the same here

Dutch transcription

2630 en waarom zijn E: voorsteld: om de fanums met 2: a 3: prco:t te verminderen in alloij waar door de komp: niet alleen schadeloos blijven maar zelfs nog eene klijnigheid over„ „houden zoude en dat hoe wel er deeze zwaeringheid bij is dat de bedienden van den Nabab de tributen van de Paaru„ „as van tutu korijn aien in tutukorijnsche fanums worden betaald veelligt zouden weigeren in die verlaagde fanon te accepteeren zulks egter geen reeden zoude weesen om die verlaaging daar om nate laaten wijl de kompe bij het munten van de fanums niet behoord te verliesen. —. waar op gedelibereed zijnde is in agting genoomen dat de order van de Hooge indische Regeering zeer expres is om het goud teegens ƒ375:- - - - - nederlandsch 't maak sijn bij de boeken te verhandelen het zij dat 't zelve hooger of laager in prijs word aangereekend en dat het dus niet het vermoogen deezer regeering is om eene zo stellige order buiten qualifikatie te verarderen en dat hoe zeer zeeken het ook is dat het verlies op het duar aangereekende goud bij de vermunting tot, fanums vol„ „strekt word verlooren zonder dat het eene weederkeenige winst geeft gelijk de pagooden die tat den lijnwaat handel worden uit gegeeven het nochtans niet te kasen den aan is om buiten hunner hoog edelheeden walof in het gehalte van zijn van eene reeds vastgestelde munt eenige vermindering te maaken: En is derhalven goed gevonden en verstaan deseze bij de voorste„ „len van den Ea: Mekeun te brengen onder het oog van de hoogeindische regeering om daar op te erlangen hoogst derzelven dispositie en den E: Mekern aante schrijven om in tusschen de bereekening van het goud en het gehalte dea fanums te laaten op den tegenswoordigen voet met qualifikatie echter om ter iavaaring van de weezend„ lijke uitkomst der vermunting agter het gewoone aen„ „dement daar van koutelijk te laaten aanwijzen wat de komp: ingevolge de Nederlandsche aanreekening daar op in effecte winst of verliest.—. Aldus gedaan ende Geresolveerd in 't kasteel kolombo ten daage maand en jaare voorsz: /was geteekend/ W: J: van de Guaaff: P: sluijsken. D: J: Fretz: J: P: C: Jillnius. M: P: Raket. B: L: van Zitten. — Sijbrands J ejlerk accordeert. 1. : 2631 Vrijdag den 19. September 1788: Prosent. De wel Edele Grootgagtb: Heer gouveneur, Willem Jacob van de Guaaff: D: E: Hoofdadministrateur - - - - „ Peter sluysken - - - - - -„Diederich Thomas Fuetz: D: E: Dessave - - D: E: Kolonel en Hoofd der militie -„ Joh: Ph: Chr: Jilenius. D: E: fiskaal - - - - - - - „ Mattheus Pitrus Ratet. „Johannes Reintous. D: E: Eerste pakhuismeester - - - D: E: Sekretarus - - - - - - - -„ Benedictus Lambertus van Zitter D: E: Negotie boekhouder - - - - - „ Abraham Samlant. absent. de eerste g'occupieerd in den dienst ende laaste ziek D: E: Jaffenase Dessave - - - - - - „ Cauel Fredrik Schreuder D: E: Zoldij boekhouder - - - - - - „ Gerrit Engel Holft. T opperhoofa van Tutukonijn de E: Mtekian bij aparte brief van 3: deezer bedeela hebbende dat zijn E: terwijl de sjankoos duijkeweij aldaar ten voordeele van de komp: en van den Nabab stond verpagt te worden nodig had gevondeert Sekreete Resolutie genoomen in Raade van Ceilon op om. om bij de oude Conditie van de verpagting een „ge verandering te maaken en wel 1: om dat bij ant: 9: van de oude Conditie bepaala is dat de pagtia zoo veel tonies mogte gebruiken als hij zonder projuaitie van skomp: dagelijk„ schen dienst kan bij een brengen welke res„ „triktie egter geheel onnoodig was wijl tot de sjankoos duijkereij alleen manscous dienen kunnen waar van de komp: geen gebruik maakt. —. 2: om dat volgens art: 5. 10. 14. en 17: vande oude Conditie de sjankoos vloot na zee moest bege„ „lijd en gaade geslaagen worden door een kruijs„ „tonie welke zorgen moest: dat de sjankoos niet wierden verduijsterd dat en geene vreemde to„ „nies zig onder de vloot-mengden, en dat de sjankoos tonies onder voouwendsel van sjankoos te duijken de paaalbanken niet bezogten het welk veel ligt aan lijding zoude kunnen geeven dat ook de Nabab zal vorderen, om zijne gear„ „meerde toonie bij de pjankoos vloot toevoegen weshalven 2632 weshalven zijn E: sustineerde dat de voorsz: be„ „paaling welke schoon te zijn gemaakt toen de komp: de duijkerij voor eigene reekening liet doen welke konde g'exkuseerd en het aan den pagter zelve gelaaten worden, om voor zijne toonies tewaaken te meer het kwaalijk te denken is dat zoo veel tonies tegelijk de paarlbanken zullen berooven door dien dat ligtelijk zoude ontdekt worden behalven dat men ten overvloede de gearmeeude tonie die daar in het vaarwaater is om de passeerende vaartui„ „gen te visiteeren zoude kunnen gebruijken om de paaalbanken die bezet zijn gaade te slaan, en 3: om dat volgens art: 13. en 15. een tonie die van geen certifikaat voorzien is en de sluijktonies die onder de hoop bevonden worden ten voordeele van de komp: moeten worden gekonfisqueerd welke gevallen nogtans wel zouden kunnen extel„ Gt„ „ren in een paaalvisscherij wanneer de tonies in den nagt. geen de en k oude bege„ gen in den nagt na zee gaan maar beswaarlijk bij eene fjankoos duijkerij wanneer ac tonies eerst met zons opgang na zee gaan weshalven dee„ „ze articulen zeer nutteloos scheenen, en daar bij nog gelegentheid zouden aan de handgeeven dat de Nabab ook de helfte vraagt van zulke aanhaalingen en om zijne gearmeerde tonie en bij tevoegen ten einde temeer verzeekend: te weezen dat hij in zijn aandeel niet word ver„ „kort: - zoo is na de liberaatie en uijt aanmerking dat deeze veranderingen zeer noodzaakelijk zijn om den pas aftesnijden tot alle nieuwe pretentien die de Nabab zoude kunnen uijtbrengen ten nadeele van het regt van keerschappij die de komp: tot dus lan„ „ge over de zee langs de Madureische kust heeft groefffend: goedgevonden en verstaan toete staan dat de voorsz: artikulen worden g'excuseerd. bij de verpagtings conditie van de sjankoosduij„ „keuij en mids dien te apporbeeren de door den Metkean ontwoupene nieuwe Conditie en dezelve hier

NL-HaNA_1.04.02_3792_0361 view scan ↗

English

2633 to be inserted below. Conditions and terms under which the chank diving along the shores of Madura will be leased for the period of 6½ months from 1 November 1788 until mid-May 1789, or as long as the season will permit, to the highest bidder or the one who offers the highest bid. 1. The lease will be held publicly here by bidding up and down, and will be left to the first claimant or highest bidder if it is not bid higher in Colombo; but if the lease is bid higher in Colombo, the Colombo claimant shall be the lessee. 2. If two persons bid at the same time and disputes arise concerning this, the lease shall be raised again and knocked down, and the first claimant thereafter shall be the lessee. 3. The lessee must pay his promised lease money into the Company's treasury only after the conclusion of this fishery, provided that in the meantime he provides two or more sufficient sureties who, together with him, will each bind themselves in solidum for this as security for the Honourable Company. 4. The lessee may use as many thonies as he can bring together, but not more than 200 divers. 5. To prevent this as well as to ensure that no strange thonies mingle with those of the lessee to dive for chanks in a clandestine manner, the lessee shall submit here at the Secretariat the names of all divers, head for head, the thonies starting with No. 1 and continuing as far as they run, in order to be registered and recorded there, and subsequently to have a slip of paper handed to the mandadoor of each thonie, 2634 on which the name of the mandadoor and the number of divers is stated, so that one may know upon inspection which thonies actually belong to the lessee, as all those who cannot produce such a slip of paper will be apprehended as smugglers. 6. In case one or more of the persons should absent themselves /against which the lessee or his chambatties must however take care/ or become incapacitated through illness, the lessee shall be free, under the aforementioned conditions, to substitute others in their place. 7. The lessee may allow diving along the shores from the corner of Waliemoekkan down to as far south as those shells are found, wherever he sees fit, but whenever he wishes to change diving grounds, he must give notice thereof each time. 8. However, the lessee shall not be permitted to allow diving for lesser sorts than the first, second, and third sort. 9. And to verify this, the diving thonies coming from the sea in the afternoon shall be obliged to put ashore at the place where those shells are stored, where all the fished-up chanks will then be counted and measured in the presence of commissioners before the lessee may carry off and store any of them; and at Ponnekoil the diving thonies must likewise arrive at the usual place, where supervision remains entrusted to the resident, for all fourth and lesser sorts will be thrown back into the sea. 10. Each of the chambotties or mandadoors must be provided with a certificate authenticated by the signature of the secretary, stating that he is an employee of the lessee, by what name, and how many divers are to be found on his vessel, with one toder and two mandakkers or haulers. 2635 The thonie that cannot produce such a certificate shall be regarded and treated as a smuggler. 11. No one shall disturb the pearl banks or venture upon them with a dragging anchor, and much less dive for pearl oysters, on pain that those found so doing upon them shall without mercy be publicly flogged and branded, and furthermore banishment in chains to the Cape for all their lives, pursuant to the contents of the placard issued on that matter under 15 November 1745. 12. The lessee may transport his chanks wherever he pleases, provided that he obtains proper passes from the Honourable Company for the vessels departing therewith. 13. If the divers or other employees of the lessee do not conduct themselves according to their duty or do not observe the agreement they entered into with the lessee, they shall be punished according to their deserts; on the other hand, they shall also be maintained in all fairness in case they are not treated properly and paid by the lessee, and the Chief himself shall investigate the complaints from both sides and deliver judgment thereon. 14. Lastly, it is promised to protect the lessee in all fairness in every respect, so that, complying with the foregoing conditions, he may peacefully and quietly enjoy this his bid lease. Tuticorin, the --- 1788. /in the margin was written/ in our presence as commissioners of His Highness the Lord Nabob: 2636 Thus resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforementioned. /was signed/ W. J. van de Graaff, P. Sluijsken, D. J. Faetz, C. Tilenius, M. P. Raket, J. Reintous, B. L. van Zitter, and H. Samland. Agrees. Lijbrands, Sworn Clerk. Examined. H. Hanbrick No. 4. No. 2. 2637 Batavia. To His Excellency, The Right Honourable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, Mr Willem Arnold Alting, Governor-General on behalf of the State of the Free United Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company, and The Right Honourable and Valiant Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honourable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, and Right Honourable and Valiant Lords! I. 1. We take the liberty, with the bearer of this, being the Surat ship Alblasserdam, in a

Dutch transcription

2633 hier onder te inseeren. kondietsien en voorwaarden waar op de pjankaos duijkerij langs de staanden van Madure voor den tijd van 6½: maanden van pr:o No„ „vember 1788: tot med: Meij 1789: of zoo lange het zaizoen zal toelaaten aan de meest bieaende of hoogst mijnende zal wouden verpagt. —. De verpagting zal alhier publiekelijk geschieden bij op en afslag aan den eersten mijnder off hoogsten bieder overgelaaten worden in din de„ „zelve te kolombo niet hoger word gemeind maar indien de pagt te kolombo hooger word gemind zal de kolombosche Mijnder pagter weezen. —. Twee perzoonen te gelijk mijnende en daar over dis¬ „puten komende te ontstaan zal de verpagting 2: weder K deeze ze 1: zelve weder verhoogt en afgeslaagen wordende den eersten mijnder daar op pagter zijn. De pagtia zal zijn uit teloovene pagt penn: eerst na het afloopen dier visseaije in skomp: kassa moeten betaalen mitsgaders intusschen twee of meer suffiçante borgen stellen die zig nee„ „vens hem ieder in solidum daar voor zullen moeten verbinden tot sekuriteit van dE: komp: De pagter zal zoo veel tonies-moogen gebruiken als hij bij den anderen brengen kan dog niet meer dan 200: duikens—: om zulks zoo wel te beletten als dat zig geene vreemde toonies onder die van den pagter mengen om op eene klandstine wijze jjan koosen te duiken zal de pagter alhier ter jekretarije opgeeven de naamen van alle auikers hoofd voor hoofd be„ „ginnende de tonies met N. 1. tot zoo verre de zel„ „ven loopen ten einde aldaar geregisteert en opge„ „schreeven mitsgaders vervolgens aan de manda„ „rijs 5. 2 2634 9 „rijs van iedra tonie een briefje ter hand gesteld te worden waar op de naam van den mandaaij en het getal der duijkers bekend staat op dat men bij onderzoek kan weeten welken tonies eij„ „gent lijk van den pagter zijn alzo alle de geene die een zoodaanig briefje niet konnen vertoonen als sluijker zullen worden opgebragt. - 6. Bij aldien van de perzoon een ofte meer zig mogten absenteeren / waar voor den pagter of zijne Chiam„ „baattijs egter sorge mogten draagen:/ off door seckte onbequaam worden zo zal het den pagter vrijstaan onder voorsz: konditien andere in hunne plaatze te stellen: 2. De pagter zal moogen laaten duijken langs de staan„ „den van de hoek van waliemoekkan af tot zoo ver„ „rt Zuidswaaras als er van die hoorns gevonden worden waar wij het goedviend, maar hij zal wanneer hij van duikplaats veranderen wil daar van telkens moeten kennis geeven. Doch den gen ken en opge„ da„ 7: Doch zal den pagter niet gepermitteerd worden min„ „der zoorten te laaten duiken dan de eerste tweede en deuden zoout. . En om zulx te ervaaren zullen de duijktonies sagter„ „middags uit zee koomende gehouden weezen ter plaatze aanteleggen daar die hoorns gebergen worden alwaar dan alle de opgedookene sjankoosen ten voorstaan van gekommitteerden zullen geteld en nagemalt wer„ „den een en alvoorens de pagter zal vermoogen daar van iets opdragen en bergen te laaten en op ponnekoil zullen de duiktoonies meede ter gewoone plaatse moeten aankoomen alwaar aan de toesigt den reside„ „ten bevoolen blijft want alle vierde en mindere zoor „ten zullen weder worden in zee geworpen.a. 10: Jder der sjambonotties of mandaries zal moeten voor„ „zien weezen van een Certifikaat met de signatu„ „ue van de sekretaries bekragtigt inhouden de dat hij is een bedienden van den pagter hoe genaamt en hoe veel duikers op zijn vaartuig te vinden zijn met een toder en twee mandekkeus of ophaaldens, 9: 8: 21 2635 De thonie die zulken Certifikaat niet kan ver„ „toonen zal aangezien en gehouden werden voor een sluijker. - Niemand zal de paaulbanken ontrusten of zig daar op met een sliepend anker begeeven en nog veel minaer paarloesters gaan op duiken op poene dat de geene die daar op dusdanig bevonden werden zonder genade publickelijk zullen ge„ „geeseld en gebaandmerkt mitsgaaders voor al haar lieven na de kaap in de ketting gebannen werden na den inhoud van het plakaat zub 15. 9ber: 1745 op dat stuk geEmaneerd:. 13: De pagter zal zijn sjankoosen moogen vervoeren waar het hem belieft mits dat hij voor de daar meede vertrekkende waartuigen behoorlijk passende van dE: komp: neemt: 2: 700. min„ weede sagter agter„ wea¬ koil iden„ zoor e voor„ tu„ t zijn 12: 11: zoo de duikers of andere bedienden van den kagten zig niet na hunne pligt gedraagen of het akkood„ dat zij met den pagter aangegaan hebben niet onderhouden zoo zullen dezelve na verdienst ge„ „straft werden daar teegen zullense ook in alle billijkheid werden gemainttineerd ingevalle zij door den pagter niet na behoeven gehandelt en vol„ „daar werden en zal het opperhoofd zelve de klagten van beiden zijden onderzoeken en daar over de uit„ „spraake door. — Laastelijk belooft men den pagter na billijkheid in alle opzigten de handen boven het hoofd te zullen houden op dat hij voldoende aan de voorenstaande konditsien weedig en gerust mag jouisseeren van deeze zijn gemeind pagt Jutu kouijn den . - - -: 1788. /: bezijden stond/ in onze pacpiatie als gekommit teen„ „den van zijn Hoogheid den Heer Nabab: 14: Aldus line 15: 2636 Aldus Geresolveerd in het kasteel kolombo ten daage maand en jaare voorsz: /was geteekend/ W: J: van de Graaff: P: Sluijsken D: J: Faetz: C: Tilenius. M: P: Raket. J:s Reintous B: L: van zitter en H: Samland: accordeert. Lijbrands Wigklerk alle zij lagten uit„ heid zullen. de van mitteee Nassezien H HAnbrick N. 4 N: 2. 2637 Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot achtbaaren wijdgebiedenden Heer M:r Willem Arnold Alting, van wegens den staat der vrije vereenigde Neder„ G G „landen en de Generaale Nederlandsche geok„ troieerde Oost- Indische Kompenie Gouverneur Generaal en De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlandsch Indiën. Hoog Edele, Groot achtbaare, Wijdgebiedende Heer, en Wel Edele Gestrenge Heeren! I. 1: Wij gebruiken de vrijheid uwe Hoog Edelheeden met brenger deezes zijnde het Coerats schip Alblasserdam, in een

NL-HaNA_1.04.02_3792_0370 view scan ↗

English

to offer a separate chest, our respectful letter of 31 January of last year, containing the customary annual report of our activities during the past year, together with the annexes belonging thereto. Section 2: In our respectful letter of 29 September 1787, we had the honor to inform your High Mightinesses that we had designated the ship Maria for the conveyance of the last returns, so as to depart therewith at the end of this month or in the first half of the coming month. Our sloops sent to the opposite coast to convey the linens to Gale could not make a trip in between with the linens that were already packed there, because they could not then be back on the Madura coast in time to convey, for the loading of the Maria, the linens that have gradually come in there since, and we had therefore primarily designated the ordinary Surat returns for the loading of the ship Java. Section 3: We waited until the 9th of this month for the Surat ship, and because we then had as yet no news from Gale that it had arrived there, we deliberated further on that same day in our meeting about the loading of Java. On the one hand, we took into consideration the orders concerning the departure of the return ships; but on the other hand, considering that the Company's own ships must at least be regarded, both with respect to the crew and with respect to the ships themselves, to be fully as good as, if not better than, the private ships, which are not bound by any fixed sailing date, it seemed to be the true interest of the Company rather to divide the linens destined for shipment with the ship Java and the aforesaid private ship Maria equally over both these ships—since the greatest capital depends thereon—than to let the ship Java depart fully laden with the 233 packs of Madura linens that were then alone at hand at Gale, along with the 1200 bales of cinnamon destined for this ship, and further with pepper. Yet, because we did not dare take it upon ourselves to stretch this consideration too far, we resolved on that same day to wait only until the 12th, and if there was then still no news of the arrival of the Surat ship, to send orders to the Gale servants not to wait for it any longer, but to proceed with the loading of Java; with the understanding, however, that if in the meantime while this was happening, the Surat ship or one or more sloops with linens from the opposite coast should happen to arrive at Gale, they should then again cause as much pepper to be discharged from the ship Java as was necessary for the packs that the servants should find they could still load into it; and lest this should perhaps only occur during the final days, and thereby provide cause for the ship Java being detained somewhat longer than we hoped, we resolved especially on that account to ask the Captain at Sea and Equipage Master Andringa and the Captain of the ship Houtlust, Holle, as was done, whether they might also have anything to observe regarding the later departure of the return ships than customary that ought to be taken into account, beyond what was stated by the late Vice-Admiral Houting and other naval experts in their submitted advices, recorded in our Resolution of 13 February 1763. From the report they gave thereof, they declared they had nothing to bring to mind beyond what appears in the aforesaid advices; and since on the 12th we still had no news of the Surat ship, we resolved to instruct the Gale servants, in accordance with our aforesaid Resolution of the 9th, as was done that very same day, to proceed with the loading of the ship Java; provided, however, that if the Surat ship should happen to appear in the meantime, they should then cause as much pepper to be discharged from Java again as was necessary to ship therein as many Surat packs as could conveniently be loaded into it, and that the same should likewise be done if Madura packs were brought in the meantime. We also wrote to them at the same time, in accordance with the order given in a similar case with respect to the ship Noordbeveland in 1763, to leave to the officers of the ship Java the liberty to call at the Cape of Good Hope or the island of St. Helena, as they should find necessary; and since the latter cannot be counted upon with too great a certainty, the Gale servants were further instructed that they should have the ship Java provisioned just as if it would call at neither the Cape of Good Hope nor St. Helena, lest it might sometimes happen that it could call at neither of these two places. We have furthermore ordered them to leave it to the choice of the ship's officers whether the ship should steer north-about or through the Channel, as they should find expedient according to good seamanship; and in case the ship might call at St. Helena, we have sent 200 Spanish dollars to Gale to be handed to the officers, in order to be able to purchase the necessary refreshments in such an event. Section 4: In response to our question as to when the ship Java could depart, the Gale servants wrote to us that the Equipage Master Abo had stated that it would be fully laden on the 19th. Meanwhile

Dutch transcription

een apparte kas adntebieden onzen eerbiedigen van den 31:e Januarij J:o l: houdende het gewoon Jaarlijks ver„ „slag; van onze verrigtingen in het voorleeden Jaar met de daar toe gehoo„ rende bijlaagen. 3. 2: Bij onzen eerbiedigen van den 29:e 7ber: 1787:, hebben we de eere gehad uwe Hoog Edelheeden te bedeelen, dat we het schip de Maria hadden geschikt tot het overbrengen van de laatste retouren om daarmeede in het eijnde van deeze maand of in de eerste helft van de aanstaande maand tever„ trekken. Onze sloepen gezonden na de overwal om de Lijwaaten na Gale overtebrengen, konden tusschen bijde geen togt doen met de Lijwaaten, die daar reeds in den band waaren, wijl ze dan niet tijdig genoeg op de Maduaesche 2638 Maduresche kust konden terug zijn, om voor de laading van de Maria overtebrengen de Lijwaaten, die daar zeedert nog gaande weg zijn ingekoo„ men, en we hadden daarom voor de belaading van het schip Java, voor„ namentlijk bestemd de gewoone Iurafsche retoeren. §. 3: We hebben tot den 9:e deezer na het Suratsche schip gewagt, en wijl we toen nog geen tijding van Gale had„ den, dat het daar was aangekoo„ men hebben we ten zelven daage in onze vergadeering, over de belaa„ ding van Java nader gedelibereerd. We naamen daar bij aan den eenen kant in achting, de ordre op het vertrek der retoerscheepen, doch dat het aan de andere kant, als men bedenkt dat 'skomp:s eige scheepen ten minsten minsten moeten geacht worden, zoo ten aanzien van de Equipagie als ten aanzien van de scheepen zelve, ruim zoo goed, indien niet beeter, te zijn, dan de partikuliere scheepen, die aan geen vaste zijldagbepaald zijn, het waare intrest van de komp: scheen teweezen, om de Lij„ waaten, gedestineerd ter verzending met het schip Java en het voorsz: par„ tikulier schip de Maria, liever egaal over bijde deeze scheepen te verdeelen, wijl daaraan het grootste kapitaal hangt dan om het schip Java met de 233: pakken Maduresche Lijwaaten, die toen noch alleen te Gale aan handen waaren, nevens de 1200: —. baalen kanneel voor dit schip gedes„ tineerd, en voorts met Peeper vol„ „laaden te laaten vertrekken. wijl we het 2639 het nogtans niet dorsten over ons neemen om deeze konsideraatsie te verre uit testrekken, beslooten we ten zelven daage, om het alleen nog tot den 12:e intezien, en om wanneer 'er als dan nog geen tij„ „ding was van de komst van het Suratsch schip, de Gaalsche bediendens ordre te zenden, om niet langer daar na te wagten, maar met de belaading van Java voorttevaaren met dien verstande nogtans dat in„ dien intusschen dat dit geschiedde, het Suaatsche schip, dan wel een of meer sloepen van de overwal met Lijwaa„ ten te galen mogten aankoomen, als dan wederom zoo veel Peeper uit het schip Java tedoen lossen als voo„ dig was voor de Pakken, die de be„ diendens zouden bevinden daar in nog nog te kunnen aflaaden, dan of dit somtijds eerst in de laatste daagen voorviel, en mits dien aanlijding geeven mogte, dat het schip Java daar door nog eenigermaaten langer dan we hoopten, wierde opgehouden besloo„ ten we inzonderheid daarom, om van den kaptein ter zee en Equipa„ „giemeester Andringa en de Kap„ tein van het schip Houtlust Holle te vraagen, zoo als geschied is, of ze noopens het laater vertrek der ae„ toerscheepen dan na gewoonte, ook nog iets mogten te reauineren heb„ ben dat behoorde teworden in acht genoomen, buiten het opgegeevene door wijlen den Heer vice Admi„ Houting en andere zee ver„ raal „standigen bij hunne ingediende ad„ viesen, aangetekend bij onze Reso„ tuutsie 2640. luutsie van den 13:e februarij 1763. Bij het bericht dat ze daar van hebben gedaan, verklaarden ze niets te herinneren te hebben, buiten het geene bij de voorsz: adviesen voor„ komt, en wijl we nu den 12:e nog geen tijding hadden van het Iuratsch schip, beslooten we de Gaalsche bedien„ dens, overeenkomstig met voorsz: onze Resoluutsie van den 9:e aan„ te schrijven gelijk dien zelfden dag nog geschied is, om met het belaaden van het schip Java voorttegaan; zoo egter dat wanneer intusschen het Ju„ ratsch schip mogte koomen opdaa„ „gen, als dan zoo veel Peeper uit Java wederom te laaten lossen als noodig was, om daar in aftescheepen nog zoo veel stratse pakken, als daar in bekwamelijk zouden kun„ nen „nen worden afgelaaden, en dat dit insgelijks geschieden moeste, indien er intusschen Maduresche pakken wier„ den aangebragt. We schreeven hun daar bij tevens aan, om overeenkom„ stig met de ordre, die in een diergelijk geval; ten aanzien van het schip Noord„ beveland; in 1763: gegeeven is, aan de overheeden van het schip Java, de vrijheid te laaten, om na dat ze het noodig zouden vinden, de Kaab de Goede Hoop of het Eiland S:t Helena aantedoen, en wijl op dit laatste met geen al te groote zeekerheid kan geree„ kend worden, is den Gaalsche bediendens nog aangeschreeven dat ze het schip Java moesten doen proviandeeren, even als of het de kaap de Goede Hoop nog S:t Helena zoude aangieren, of het som„ tijds mogte gebeuren dat hetzelve op geen van 264. van beide deeze plaatsen konde aan„ „gaan. we hebben hun wijders gelast, om het aan de verkiezing van de scheeps overheeden temoeten overlaaten, of het schip benoorden om, of door het kannaal moest steevenen, zoo als ze dat na goede zeemanschap zoude dienstig vinden, en of het schip somtijds S:t Helena mogte aandoen, hebben we na Gale gezonden 200: —. spaansematten, om aan de overheeden teworden ter hand gesteld, ten einde in zoo een geval daar voor de noo„ dige verversching te kunnen in„ koopens. 5. 4: Op onze vraage wanneer het schip Java konde vertrekken, schreeven ons de Gaalsche bediendens, dat de Equipagie„ meester Abo hadde opgegeeven, dat het den 19:e zoude vollaaden zijn. Intusschen

NL-HaNA_1.04.02_3792_0378 view scan ↗

English

Meanwhile, on the morning of the 17th, a sloop with Madurese linens arrived at this roadstead, which we immediately dispatched to Gale, and in accordance with our resolution of the 12th, we wrote to the Gale officials that they still had to unload the linens, which were to be brought by this sloop, into the ship Java. In this season, the sloops usually make the voyage to Gale in twenty-four hours, and our Master of the Equipage therefore thought that we could safely reckon that this sloop would be at Gale on the 18th. It was indeed in sight at Gale on the morning of the 19th, but due to contrary winds and currents could not sail into the bay before the afternoon of the 22nd; and although the officials had informed us that, upon the first news that this sloop was still to come, they had immediately begun to make the necessary space in the ship Java, this ship nevertheless did not become ready to sail until the 24th. The officials also informed us that, although the ship Alblasserdam from Suratte had now also arrived in Gale Bay on the 22nd, they had nonetheless not transshipped any bales from it into Java, since that vessel would thereby have been detained for a few days longer. Section 5. The ship Java consequently departed from Gale on the 25th of this month with a cargo which, at prime cost including expenses, amounts to ƒ266032: 4: 8, as appears from the documents received from Gale, which we have the honor to enclose herewith and present to Your Right Excellencies, in the humble confidence that You will be pleased to look favorably upon our conduct regarding that vessel for the reasons given. Section 6. The Suratte return cargo is currently being loaded into the ship de Maria, and as soon as the Madurese linens, which we expect daily, have been brought in, this ship will also begin the voyage to the Netherlands. Meanwhile, like the ship Java, we have had it provisioned for a direct voyage to Europe, in case it might occasionally not be able to call at the Cape or St. Helena. Section 7. The ship Houtlust arrived here from Cochin on January 26th, and after its cargo was delivered here, we sent it to Barberyn on the 13th of this month to discharge a quantity of rice there and subsequently to steer for Gale to take on a cargo of coir for Batavia. Meanwhile, the French warship la Resolution, bound from Pondicherry for the Malabar coast, arrived at Gale with a major leak, which brought the water in the ship from 53 to 58 inches high in the span of half an hour, as a result of which the ship could not continue its voyage without apparent danger, all the more so because they did not know where and how large the leak was. Its captain commandant, the Count de Keroullas de Cohars, requested to be assisted with a large vessel in order to be able to careen his ship in the bay of Gale to discover and repair the leak, and he has since repeated this request with great urgency in a letter written to us, a copy of which is among the enclosures, and specifically asked for a ship. We were not a little encumbered by this request, as we could devise no way to decline it with the least propriety. The aforesaid warship was utterly incapable of making the voyage without the assistance requested of us, so that the refusal thereof would have been an act of the utmost unfriendliness, which we thought we should avoid all the more since the Company's ships may also need such assistance in French ports. We therefore resolved on the 12th of this month to allow our beacon vessel de Liefde to be used for this purpose; but upon the incoming advice of our Master of the Equipage Andringa and the captain of the ship de Leviathan, Visser, that the said beacon vessel is not suited for it, but that Houtlust can be used for that purpose under certain precautions, as appears from the copy of the said advice accompanying the enclosures to this document, we resiled on the 18th of this month from our first resolution and, instead, resolved to lend Houtlust, which arrived at Gale on the 22nd of this month, as a careening hulk. Section 8. Since it is nevertheless quite possible that some damage could be inflicted on that vessel thereby, and it could even be placed in considerable danger, we at the same time instructed the Gale governor Kraaijenhoff to represent to the aforesaid Count de Keroullas de Cohars the fairness of securing the Company against the disadvantage that could be caused by this accommodation, just as Mr. de Roij, when he was commandant of Trincomalee, on the occasion that the ship de Vrijheid was lent to the French Crown, bound himself by a written deed that all the damage that might arise from it would be paid by the King of France, as has since happened; with the added order to make known accordingly to the said Count de Keroullas de Cohars that not only all damage and accidents that could befall the ship Houtlust by this careening will be for the account of the Crown of France, but that there shall also be charged to it the daily expenses of that vessel for as long as it shall remain idle with respect to the Company in the service of the aforesaid warship.

Dutch transcription

Intusschen kwam den 17:e in de voormiddag een sloep met Madu„ resche Lijwaaten ter deezer Reede„ die we ten eersten na Gale deeden vertrekken, en overeenkomstig niet ons besluit van den 12:e, schreeven we de Gaalsche bediendens aan, dat ze der Lijwaaten, die met deeze sloep stonden te worden aangebragt, noch in het schip Java moesten doen aflaa„ den. In dit saisoen doen de sloepen de rijze na Gale doorgaans in een etmaal en onze Equipagiemeester meende dus, dat we met gerustheid konden reekenen, dat deeze sloep nog den 18:e op Gale zoude zijn. ze was ook den 19:e smorgens te Gale in het gezigt, doch konde door tegenwind en stroom niet voor den 22:e smid„ dags de baaij bezijlen, en schoon de bediendens 2642 bediendens ons hadden bedeeld, dat ze op de eerste tijding dat deeze sloep nog stond te koomen, aanstonds waaren begonnen om de noodige ruimte in het schip Java temaaken, is des niet te min dit schip eerst den 24:e zijlvaardig geworden, en hebben ons de bediendens daar bij bedeeld, dat schoon nu ook het schip Alblasserdam van Suratta den 22:e in de Gaalsche baaij was gekoo„ men, zij nogtans daar uit geene pakken in Java hadden doen over„ „scheepen, vermits dien boodem daar door nog eenige daagen langer zou„ de zijn opgehoudens. 5. 5: 'T schip Java is mits dien op den 25:e deezer van Gale vertrokken net eene laading, die inkoops met de ongel„ den ƒ266032: 4: 8: kost, blijkens de daar „ d daar van van Gale ontvangene bescheiden, die we de eere hebben in deezen geslooten uwen Hoog Edel„ heeden aantebieden, in nedrig ver„ trouwen dat Hoogst denzelven ons gehouden beleid omtrent dien bodem, uit hoofde van de daar van gegeeve„ ne reedenen gunstig zullen gelieven inteschikken. 5: 6: De Joeratsche Retouren worden tans in het schip de Maria belaaden en zoo dra de Maduresche Lijwaaten die we dagelijks verwagten, zullen aangebragt zijn, zal ook dit schip de rijs na Nederland aantreeden. Wij hebben intusschen hetzelve, even als het schip Java, doen proviandee„ ren tot de direkte rijze na Europa„ of het somtijds de Kaab of S:t We„ lena niet mogte kunnen aanloopen, 3. 7: 2643. §. 7. 'T schip Houtlust is den 26:e Janu: van Koetsiem alhier aangekoomen en na dat dies laading alhier was uitgeleverd hebben we hetzelve den 13 13:e deezer na Berberij gezonden om aldaar een quantiteit rijst te lossen en vervolgens na Gale te steevenen, ter inneem van eene laa„ „ding kaijer voor Batavia; naar Intusschen kwam het fransche oor„ log schip la Resolution gedestineerd van Pondicherij na de kuste Mal„ labaar te Gale aan, met eene groote lekkagie, die het water in den tijd van een half uur van 53: tot 58: duimen hoog in het schip bragt, waar door het schip, buiten oogschijnlijk gevaar, zijne rijze niet konde vervolgen, temeer men niet wist waar en hoe groot het het lek was. De kapitein kom„ mandeur van hetzelve de Heer Graaff de Keroullas de Cohars, ver„ zogte met een groot vaartuijg temo„ „gen worden geassisteerd, om zijn schip in de baaij van Gale temoogen kielen, ten einde het lek temoogen ontdekken en verhelpen, en zedert heeft denzelven dit verzoek bij een brief aan ons geschreeven, die in kopij onder de bijlaagen gaat, met veel aandrang herhaald, en daar bij bepaaldelijk om een schip, gevraagd. we waaren met dit verzoek niet wijnig belemmerd, wijl we geen uitweg konden bedenken, om het met de minste gevoeglijkheid te kunnen ontleggen. P' voorsz: oorlogschip was volstrekt buijten staat om zonder de hulp die men ons 2644. ons verzogt, de rijze te doen, zoo dat de wijgering daar van eene daad zoude zijn geweest, van de uitter„ ste onvriendelijkheid, die we te meer hebben gemeent temoeten ver„ meiden, wijl ook komp:s scheepen in fransche havenen diergelijke assistentsie kunnen noodig heb„ ben. we hebben daarom op den 12:e deezer beslooten onze baak de Liefde daar toe telaaten gebruiken: maar op het ingekoomen advies van onzen Equipagiemeester An„ dringa en Ten kapitein van het schip de Leviathan visser, dat gemel„ de baak zich daar toe niet schikt doch dat Houtlust tot dat einde kan worden gebruikt onder zeeke„ te voorzorgen, blijkens kopia van gemelde advies, de bijlaagen deezes verzellende; ƒ verzellende; hebben we op den 18e: deezer geresilieerd van ons eerste besluit, en daar en teegen beslooten Houtlust dat den 22:e deezer te Gale is gearriveerd, tot een kielhaalder te leenen. 5. 8. vermits het nogtans heel mogelijk is, dat daar door eenige schaade aan dien boodem konde worden toege„ bragt, en het zelfs daar door in mer„ kelijk gevaar koomen konden hebben we tegelijk den Gaalsch gezaghebber Kraaijenhoff gelast, den voorsz heer Graaff de Kerolillas de Cohars voor„ tehouden de billykheid dat de komp: worde verzeekerd tegen het nadeel dat door deeze gerieflijkheid konde worden toegebragt, even gelijk de Hecr de Roij, toen hij kommandant van Trinkenomaale was, ter gele„ „gentheid 2645. „gentheid dat het schip de vrijheid aan de fransche kroon geleend is, zich bij eene schriftelijke akte heeft verbon„ den dat alle de schaade, die daar uit mogte ontstaan, door den koning van Frankrijk zoude worden vol„ daan, gelijk zeedert geschied is; met bijgevoegd bevel om dien volgende aan gemelde Heer Graaf de Keroullas de Cohars bekend temaaken, dat niet alleen alle schaade en ongelukken, die het schip Houtlust door dit kie„ len konden overkomen, voor ree„ kening van de kroon van Frank„ rijk zullen koomen, maar dat ook daar op zullen worden gesteld, de dagelijksche ongelden van dien boodem zoo lange het ten dienste van voorsz: oorlogschip omtrent de komp: werkeloos zal blijven leggen „

NL-HaNA_1.04.02_3792_0386 view scan ↗

English

lay, and we have consequently sent a copy of the report—which the late Commander Rooseboom presented to Your High Mightinesses under the date of 29 April 1755 regarding the daily expenses and wear and tear of the Company's ships and smaller vessels—to the officials at Galle, in order that they may govern themselves accordingly in drawing up the account. We humbly hope that Your High Mightinesses will be pleased to favorably pass this granted accommodation for the reasons of necessity given for it, and that our taken precaution to keep the Company free from damage in every respect may carry Your High Mightinesses' highest approval. Paragraph 9. The Government of Pondicherry has sent us, for the balance of the recently closed account payable by the French Crown mentioned in our respectful letter of 31 January last, paragraph 583, a bill of exchange in triplicate charged to the Treasurer of the Navy and Colonies in Paris to the amount of 32092 livres, 10 sols, and 6 deniers tournois, and we have tendered the first of exchange thereof to the Lords Masters by the ship Java. Paragraph 10. Further, we take the liberty humbly to present to Your High Mightinesses the drawing, required by Your High Mightinesses' honored dispatch of 31 July last, of the two new powder mills constructed here, together with an account of what they have cost. Paragraph 11. The officials at Kalpitiya have submitted to us the request of the retired consumptie bookkeeper Franchimont for the remission of 7424 5/6 lb of rice, which was found short upon the handover of his administration, because the rice, which was received at 40 lb per parra, has since become infested with a multitude of weevils and worms, and thereby became so dusty that upon handover it weighed no more than 36 1/2 to 37 1/2 lb per parra. We did not deem ourselves authorized to grant permission for the write-off of this deficit, but take the liberty to request a favorable decision from Your High Mightinesses in this regard, in consideration that this loss occurred through no fault of his, and he is, moreover, a poor person who has served the Company long and well. Paragraph 12. The undersigned Governor received a few days ago a letter from the English Colonel at Ramanathapuram, Mr. Martins, dated the 11th of this month, a copy of which is included among the appendices, in which he gives notice, by order of the Nawab of the Carnatic, that His Highness had appointed a Mr. Buchanan as Ambassador to treat with this Government concerning the pearl fishery and chank diving, with a request to send a vessel to Kilakarai to fetch him. We have ordered the officials at Tuticorin to send a vessel thither for that purpose, and we shall subsequently have the honor to report to Your High Mightinesses on his commission and on what shall be transacted with him. Paragraph 13. Your High Mightinesses were so good, by Your High Mightinesses' separate dispatch to the undersigned Governor dated 31 July last, as to grant the Commander of the Vanni, Thomas Nagel, the capacity and rank of Captain of the Artillery, and we hope not to do amiss that we take the liberty hereby respectfully to request Your High Mightinesses also favorably to grant him the salary attached thereto. Paragraph 14. Lieutenant David Kahle, who was stationed in the Oostenburg garrison, was, as a member of the Trincomalee Court of Justice, frequently employed on commissions, and could therefore not always attend to his military functions himself, which consequently had to be performed from time to time by the two other officers of his company. One of these officers, being Ensign Willem Fredrik Erendrijk Wilmans, was so dissatisfied about this that he wished to persuade Lieutenant Kahle directly to refuse to serve any longer as a member of the Court of Justice; but this was done in somewhat of an improper manner, and gave rise to a dispute that brought both these officers to an immediate confrontation. Ensign Wilmans subsequently refused to defend his honor, and even had the baseness to say to Lieutenant Kahle that he could beat him. Paragraph 15. This incident, related by Wilmans himself to another officer within earshot of non-commissioned officers and soldiers, immediately became public, and consequently had to be treated seriously because of the consequences. We therefore had it investigated by a military commission, and upon the confession of both, resolved on 18 January last, pursuant to the advice of the Lieutenant Colonel and Commander at Trincomalee, Von Drieberg, to sentence Lieutenant Kahle—as an officer who has grown grey in the Company's service and has otherwise always been of quiet and irreproachable conduct—to two months' arrest, along with a transfer to Jaffnapatnam; and, on the other hand, to dismiss Ensign Wilmans from the Company's service as having rendered himself unworthy of the character of an officer, and to send him to the Netherlands with one of the first return ships. Paragraph 16. In the place of the said Wilmans, we have promoted to ensign, to serve in the Trincomalee garrison, the sergeant and under-adjutant at Jaffnapatnam, Christoffel Pikkel, and in place of

Dutch transcription

leggen, en we hebben mits dien kopij van het bericht, dat wijle de kom„ 6 mandeur Rooseboom, nopens de daagelijksche ongelden en slijtagie van 'skomp:s scheepen en minder vaar„ tiigen, sub dato 29:e April 1755: aan uwe Hoog Edelheeden heeft ge„ „presenteerd, aan de Gaalsche bedien„ den toegezonden, om zich in het opmaaken van de reekening daar naar te kunnen rechten. we hoo„ „pen nederig dat uwe Hoog Edelhee„ den dit toegestaan gerief, om de daar van gegeevene reedenen van noodzaakelijkheid gunstiglijk zul„ len gelieven te passeeren en dat onze genomene voorzorg, om de komp: in allen opzichte buijten schaade te houden Hoogst derzelver goedkeu„ ring zal moogen wegdraagens. 5. 9 2646 S: g: 's Gouvernement van Pondicherij heeft ons voor het saldo van de Jongst af„ „geslootene reekening ten laste van de fransche kroon, vermeld bij on„ zen eerbiedigen van den 31:e Janu„ arij Jol: §. 583: toegezonden een wissel in triplo ten laste van den Thesaurier van de Marine en der kolonien te Parijs groot 32092:— livres, 10: sols en 6: deniers tournois en we hebben het eerste daar van per het schip Java den Heeren Meeste„ ren aangeboodens. 5. 10: Pans gebruiken we de vrijheid uwen Hoog Edelheeden nedrig aantebieden, de bij Hoogst derzelver ge-eerbiedig„ de Missive van den 31:e Julij J:ol: gevorderde teekening van de twee alhier aangemaakte nieuwe kruijtmoolen nevens eene reeke„ ning „ning van het geen dezelven gekost hebben §. 11: De bedienden te Kalpettij hebben aan ons voorgedraagen het verzoek van den afgegaanen konsmutsie boek„ houder Franchimont, om kwijt„ „schelding van 7424: /6: lb: rijst, die bij de overgave zijner administraat„ sie temin bevonden zijn, wijl de rijst, die tegens 40: lb: per parra ontvangen is, het zedert met eene menigte van kalenders en wormen bezet geraakt, en daar door zoo stoffig was geworden, dat ze bij over„ „gave niet meer dan 362. â: 372: lb: per parra heeft gewoogen. wij hebben ons niet bevoegd geoordeeld, tot de afschrijving deezer minder¬ heid qualifikaatsie te verleenen maar gebruiken de vrijheid daar„ omtrent 2647 omtrent eene gunstige disposietsie van uwe Hoog Edelheeden te ver„ „zoeken uit aanmerking dat deeze schaade buiten 's chans toedoen is ont„ staan, en hij buiten dien een arm perzoon is die de komp: lang en wel gediend heeft. §. 12. De ondergetekende Gouverneur heeft voor eenige daagen, een brief ontvan„ „gen van den Engelschen Kollonel te Rammenadeporam M:r Maa„ tinz gedateerd den 11:e deezer en die in kopij onder de bijlaagen gaat waar bij dezelve op ordee van den Nabab van karnatika kennis geeft, dat zijne Hoogheid eenen Heer Bucka„ nan als Ambassadeur had benoemd om met dit Gouvernement te han„ delen over de Paarlvisscherij en sjan„ kosduijkerij, met verzoek om een vaartuig ost daar„ vaartuig na Kilkare tezenden, tot deszelfs afhaal. wij hebben den be„ dienden te Tutukorijn gelast, een vaartuig daar toe derwaards tezen den, en zullen nader de eer hebben van zijne kommissie en het geen niet hem zal worden verhandeld aan uwe Hoog Edelheeden ver„ slag te doen. 5. VB: uw Hoog Edelheeden zijn zoo goed geweest bij hoogst derzelver apar„ te missive aan den ondergeteken„ den Gouverneur, de dato 31:e Julij Jongstleeden, aan den kommandant van de wanni Thomas Nagel toe te leggen de qualiteit en rang van Kapitein der Aatillerij en we hoopen niet te misdoen, dat we door deezen de vrijheid neemen uwe Hoog Edel„ heeden eerbiedig te verzoeken om hem 2648 hem ook de daar toe staande gagie gunstig te willen toeleggen. 3. 14. De Luitenant David Kahle, die in het Oostenburgsch guarnisoen bescheiden was, wierd als Lid in den Trinkeno„ maalschen Raad van Justietsie, dik„ wils in kommissien gebruikt, en konde daarom niet altijd zelfs zijne Militaire functien waarnemen, die mits dien door de twee andere affi„ cieren van zijne kompenie nu en dan moest worden verrigt. Een dee„ zer officieren, zijnde de vaandrig Willem Fredrik Erendrijk Wilmans, was hier over zoo te onvreeden, dat hij den Luitenant Kahle wilde persua„ „deeren, om direkt tewijgeren langer als lid van de Justietsie te fungeeren, doch dit geschiede op wat een ongeschikte wijze, en gaf aanlijding tot een dis„ „put, n ƒ eld uli t toe n om „put, dat deeze beide officieren tot een dadelijke explikaatsie deed koomen. De vaandrig wilmans wijgerde vervolgens zijn eer te verdedigen, en had zelve de laagheid van tot de luitenant khale te zeggen dat hij hem vogtelen konde. §. 15: Dit geval door hem wilmans zelve ten aanhooren van onderofficieren en soldaaten, aan een ander officier verhaald, wierd ten eersten rugtbaar en moest mits dien, om der gevol„ „gen wille ernstig behandeld worden. wij hebben het derhalven door eene Militaire kommissie laaten onder„ zoeken, en op de bekentenis van bijden op den 18=e Januarij J:ol: beslooten; om naarvolgens het advies van den Luitenant Kollonel en kom„ mandant te Trinkenomale van Driberg 2649 Drieberg, den Luitenant Kahle, als een officier die grijs in 's komp:s dienst geworden, en anderzints altyd van een stil en onbesprooken gedrag geweest is, teverwijsen tot een twee maandige arrest, on„ der verplaatsing na Jaffenapat„ nam en daar en teegen den vaan„ „daig wilmans als zich het karak„ ter van een officier onwaardig ge„ maakt hebbende te demitteeren uit skomp:s dienst, en met een der eerste retoer scheepen na Neder„ land teverzenden. §. 16: Iusteede van gem: wilmans hebben we tot vaandrig bevorderd om in 't Trinkenomaalsch guarnisoen dienst te doen den sergeant en onder adjudant te Jaffenapat„ nam Christoffel Pikkel, en in Steede van

NL-HaNA_1.04.02_3792_0394 view scan ↗

English

stead of Ensign Pannenberg, appointed for Mannaar according to our respectful letter of 29 December last, who continues in the garrison here, we have promoted Sergeant Claas Tideman to ensign, to remain stationed at Mannaar provisionally; and the extraordinary fireworker at Jaffnapatnam, Hendrik Aldout, we have appointed, due to a vacancy, as ordinary fireworker, to also serve for the time being at Mannaar, where it seemed necessary to us at this time to station an artillery officer, as commanding officer of the artillery. The petitions of these three officers are enclosed herewith, and we respectfully request Your High Nobilities that their appointment may be honored with your supreme approbation, as they are all very suitable subjects who merit this favor. Section 17. With the ship Java there has arrived here one Johan Fredrik Matthijs of Amsterdam, who, according to the received extract from the minutes of the resolution in the Council of India on 27 July 1784, was banished for ten years, without our having received any further written instructions concerning him. He knows no trade to be able to make a living here, and thus, by leaving him to himself, nothing else was to be expected than that he would fall into further evil, which is why on the 25th of this month we resolved to have him serve on the Matrozenpunt until Your High Nobilities' further orders, with the pay of a native sailor, consisting of two rixdollars and one parra of rice. Section 18. The Malay priests Adjee Braijum and Adjie Agamad, who have returned from their pilgrimage, have requested us to be permitted to depart for Batavia on a Company ship. Pursuant to Your High Nobilities' order in the highly respected letter of 31 July past, they were examined and declared that they departed from Banjarmasin in a small prahu for Muscat without anyone's permission, according to the freedom the priests enjoy there, and that they arrived here from Muscat on a two-masted vessel; as appears from a copy of the declaration granted by them, also accompanying this letter; and we hope that Your High Nobilities will favorably accommodate our having granted their aforesaid request; the more so because it might be somewhat precarious, by refusing their passage on Company ships, to place this sort of people in the position of sometimes turning to the English. We commend Your High Nobilities and the interests of the Company to God's safe keeping, and remain with all respect and fidelity, (below stood:) High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lord and Right Honorable, Stern Lords! Your High Nobilities' humble and very obedient servants, (was signed:) W: F: van de Graaff, P: Sluijsken, I: F: Fetz, J: P: C: Filenus, G: E: Holst, M: P: Raket, and J: Reintous. (In the margin:) Colombo, 29 February 1788. To the same as before. The bookkeeper Jakobus Bouman, who requested us for his relief to Banda, where his wife and children are located, we have—because it was beyond our power to grant his aforesaid request—permitted, upon the expiration of his term, to depart for Batavia with preservation of rank and pay. He therefore now crosses over on the ship Alblasserdam, and we take the liberty hereby to humbly inform Your High Nobilities thereof. We commend Your High Nobilities and the interests of the Company to God's safe keeping, and remain with all respect and fidelity, (below stood:) as before, (was signed:) W: J: van de Graaff, J: P: C: Filenius, G: E: Holst, M: F: Raket, J:s Reintous, and C: F: Schreuder. (In the margin:) Colombo, 4 March 1788. Batavia. Batavia. To His High Nobility, the High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, on behalf of the State of the Free United Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company, Governor-General, and the Right Honorable, Stern Lords, Councilors of the Dutch Indies. High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lord, Right Honorable, Stern Lords! Section 1. With the ship Alblasserdam, which departed from Galle on 13 March, our respectful letters of 31 January, 29 February, and 4 March last were dispatched, and we now have the honor to present the duplicates thereof to Your High Nobilities herewith. Section 2. The ship De Maria, which according to our aforesaid letter of 29 February was loading at Galle, had to wait for the final collection of the Madurese linens, which were brought to Galle only on 20 March last, and since then we have had to detain this ship a few more days, for reasons mentioned in our secret letter dispatched now. It departed from Galle on the 2nd of this month, with such cargo as appears from the Galle trade documents, which we have the honor to accompany the enclosures of this letter, along with the copies of the letters sent therewith. Section 3. The skipper of the aforementioned vessel, Pier Zeskes, has demonstrated to us that, since his arrival in Batavia, he has had no other supply of provisions than solely for the voyage home, and that he consequently had to consume from these provisions; requesting therefore that this might not only be supplemented, but that there also be supplied to him that which is supplied as extra to the Company's vessels sailing locally; and because this claim of his was founded upon the charter party of this vessel, we have, as appears from the resolution of 17 March last, which

Dutch transcription

steede van den volgens onzen eer„ biedigen van den 29:e December Jongstleeden voor Mannaar aan„ „gestelden vaandrig Pannenberg die alhier in het guarnisoen kon tinueerd; tot vaandrig bevorderd den sergeant Claas Tideman, om bij provisie te Mannaar, beschij„ den te blijven, en den Extra ordi„ naire vuurwerker te Jaffena„ „patnam Hendrik Aldout, heb„ ben we mits vakatura aange„ „steld als ordinaire vuurwerker om meede voor eerst op Man„ naar daar het ons in deeze tijd noodig scheen een officier van de artillerie te leggen, als kom„ mandeerende officier van de Arthillerie te fungeeren. De re„ „questen van deeze drie officieren gaan 2650 gaan onder de bijlaagen deezes en we verzoeken uwe Hoog Edelheedens eerbiedig, dat hunne aanstelling niet hoogst derzelver approbatie mag worden vereerd, als zijnde alle zeer geschikte subjekten die deeze gunste meriteeren. §. 17. Met 't schip Java is alhier aangekoo„ men eene Johan Fredrik Mat„ thijs van Amsteldam die vol„ „gens ontvangene extrakt uit de Notulen van het geresolveerde in Raade van India op den 27:e Julij 1784:, voor tien Jaaren geban„ nen is, zonder dat we omtrent hem eenig verder aanschrijvens heb„ ben ontvangen. Wij weet geen am„ bagt om hier te kunnen aan de kost koomen en was ier dus, met hem aanzig zelven overtelaaten, niets anders d anders te wagten, dan dat hij tot verder kwaad zoude vervallen, waarom we op den 25:e deezer hebben beslooten, hem tot uwer Hoog Edelheeden nader order op de Mattroose punt telaaten dienst doen, met het traktement van een Inlandsch Mattroos, bestaan„ de in twee rijxd: en een parra 5. 18: De Maleidsche Priesters Adjee Braij„ um en Adjie Agamad die van hunne gedaane beedevaart terug gekeerd zijn, hebben ons verzogt, om met een komp:s schip na Batavia temoogen vertrekken. ze zijn volgens uwer Hoog Edel„ „heeden order bij zeer gerespeciteerde missive van den 31:e Juli pass:o g'examineerd en hebben verklaard, van rijst: 2651 van Banjermaas met een klijne praau na Meskat te zijn vertrok ken, zonder iemands verlof, vol„ „gens de vrijheid die de Priesters aldaar hebben, en dat ze van Meskat, met een tweemastig. vaartuig alhier zijn aangekoomen; blijkens kopij van het door hun verleende de klacatoir, deezen mee„ de akkompagneerende, en we hoopen dat uwe Hoog Edelheeden het gunstig zullen inschikken, dat we in voorsz: hun verzoek hebben bewilligt; temeer het misschien wat bedenkelijk is, dit slag van volk, door hun passagie te wijgeren met komp:s scheepen, te brengen in het geval om zig somtijds aan de En„ „gelsche tevervoegens. Wij beveelen uw Hoog Edelheeden en en de belangens der Maatschappij in Godes veijlige hoede en blijven met alle eerbied en trouwe /:on„ derstond:/ Hoog Edele Groot achtb: wijdgebiedende Heer en wel Edele Gestrenge Heeren! uwer Hoog Edel„ „heden onderdaanige en zeer ge„ hoorzaame Dienaaren /:was ge„ „tekend:/ W: f: van de Graaff, P: sluijsken, I: F: Fetz: J: P: C: Filenus, G: E: Holst, M: P: Ra„ Ket en J: Reintous (:in margine:/ Kolomibo den 29:e februarij 1788: Aan als vooren. Den boekhouder Jakobus Bouman die ons om zijne verlossing na Banda heeft verzogt, alwaar zig 2652 zich zijne vrouw en Kinderen be„ vinden, hebben we, wijl het buij„ ten ons vermogen was, om in voorsz: zijn verzoek te bewilligen. /10 toegestaan, om mits tijds expiraat„ „sie behoudens qualiteit en gagie na Batavia temogen vertrekken. Wij vaart dus tans met het schip Alblasserdam over, en we ge„ bruijken de vrijheid uwen Hoog Edelheeden daar van bij deezen ne„ „drig kennis te geeven. Wij beveelen, uw Hoog Edelheeden en de belangen der Maatschappij in godes veilige hoede en blijven met alle Eerbied en trouwe /:onder„ stond:/ als vooren /: was getekend:/ W: J: van de Graaff, J: P: C: Filenius, G: E: Holst, M: F: Raket, J:s Reintous, en en O man en C: F: Schreuder /:in margine:/ Kolombo Den 4:e Maart 1788: Batavia & 2653 Batavia Aan zijn Hoogedelheid Den Hoog Edelen Groot agtbaaren wijdgebiedenden Heer M:r Willem Arnold Alting Weegens den staet der vrije vereenigde Nederlanden en de Generaale Nederlandsche Geoktroijeerde oost Jndische kompagnie Gouverneur Generaal en De wel Edele gestrenge Heeren Raaden van Nederl: Jndien Hoogedele Grootachtbaare wijdgebiedende Heer Wel edele Gestrenge Heeren! 51. Met 't schip Alblasserdam, 't welk den 13. Maart van Gale is vertrokken, zijn afge gaan onze eerbiedige brieven van den 31. Janu- arij, 29. februarij en 4. Maart J:o Leeden, en we hebben tans de eere de duplikaaten daer van, uwer Hoogedelh: hier nevens aante- bieden. §2. 'T schip de Maria, dat volgens voorsz: onzen brief van den 29. febr: te Gale in laa= ding lag, heeft moeten wagten na de laatste in 9 inzaameling van de Madureesche lijwaaten die eerst den 20. Maart J:L: te Gale zijn aangebragt, en zedert hebben we dit schip nog eenige dagen moeten ophouwen, om redenen vermeld bij onzen tans afgaenden sekreeten brief. Het zelve is den 2. deezer van Gale vertrokken, met zodanige inlaading als blijkt bij de gaalse negotie papieren, die we de eere hebben, nevens de Copijen van de daar meede afgegaane brieven, de bijlaagen deezers te laaten verzellen. § 3. Die schipper van gem: bodem Pier Zeskes heeft aan ons vertoond; dat hij, zedert zijne arrive te Batavia, geene andere verstrek- king van provisien heeft gehad, dan alleen voor de thuijs rijze, en dat hij mids dien van deeze provisien had moeten Consumeeren; met verzoek derhalven, dat dit niet alleen mogte gesuppleerd, maar ook aan hem ver- strekt worden het geen, aan Comp: in land vaarende scheepen, tot extra word verstrekt: en wijl deeze zijne pretentie gegrond was op de Chertepartij van deezen bodem, hebben we, blijkens rezolutie van den 17. Maert J: E: die

NL-HaNA_1.04.02_3792_0403 view scan ↗

English

which is included in the extract among the appendices, granted the aforementioned requested provisions. Paragraph 4. The ship De Negotie, which according to our respectful letter of 31 January last had returned to Cochin, arrived back here on 12 March last, and we sent it on 18 March to Galle, in order to be put in a state there for the voyage to Batavia; and it is therefore the bearer of this letter. Paragraph 5. To this ship were made here, upon the requisition submitted by Captain Johannes Pleen, such provisions of ship's supplies as appears by our resolution of 14 January last, of which an extract is transmitted among the appendices. Paragraph 6. After the loading of the ship De Maria, no more than 39 bales of cinnamon were left over, which are now being transferred with the bearer of this letter, and the remainder of its cargo will consist of as many textiles and coir as may be on hand at Galle, regarding the quantity of which we therefore refer to the report that the Galle servants will make thereof to Your High Noblenesses. Paragraph 7. The Ministers at Cochin have sent to us with this ship 9 casks with 5835 lbs of nails of 8, 9, and 10 inches, which could not be disposed of there, with the request to send them to Batavia if they found no market here either. We do not need these nails here, and also see no prospect of selling them, wherefore we have sent them to Galle, with orders to send them to Batavia by the bearer of this letter insofar as they might not be needed there. Paragraph 8. On this ship there travel thither three easterners, whom we have judged necessary, as harmful subjects, to deport from this island, namely: Suma Groena of Sumenep, former ensign, and Singa Bangsa, former sergeant, both of the company of Captain Wieramangala, who, having formed a conspiracy of about 30 men of their company, made themselves guilty of theft and various other offenses, and were therefore, by decree of the Council of Justice at Jaffnapatnam, of which a copy is included among the appendices, dismissed from their posts; and Bapa Benda of Surabaya, otherwise also called Bajoa Sara, former soldier of the company of Captain Pansenap, who, after having absented himself for over a year, finally turned up in the Vanni, and is not without reason suspected of having also kept company among the Kaffir robbers who make the Trincomalee and Vanni lands unsafe. Paragraph 9. Regarding the cargoes discharged here from the ship De Maria, we have disposed by resolution of 9 February last, of which an extract is attached among the appendices to this letter. We take the liberty respectfully to note therefrom that we had to write off the deficits on the Batavia cargo, although particularly that of the rice amounted to a considerable quantity of 158337¼ lbs, because the skipper signed the Batavia bill of lading with this added declaration: that the contents, as well as the weights and measures of the enclosed packages, were unknown to him. The aforesaid rice was also indeed found to be so old and dusty here that the dispenser made objections to receiving it without some precaution, wherefore 200 lbs thereof were winnowed, which gave a 5 5/8 percent loss; and since it is thus certainly to be foreseen that the same will be subject to more loss during administration than good grains, we have resolved, upon the request of the dispenser to grant him an extraordinary write-off thereon above the usual spillage of 3 percent, to make the alternative proposal to Your High Noblenesses, either to credit the dispenser on this rice, above the ordinary 3 percent, with an additional 5 5/8 percent, being the loss incurred in the winnowing of the aforesaid 200 lbs, or else to allow to be written off whatever is found to be short when the entire lot shall have been distributed, provided the dispenser confirms by oath that such deficit was caused solely by the bad quality of this rice. We therefore humbly request that Your High Noblenesses please provide us with your esteemed decision regarding this matter. Regarding the shortage of 227 parras of paddy on the cargo brought from Chilaw, we asked for a report from the commissioners, because the skipper, upon receiving it, refused to answer for the contents of the bags; and they attributed this primarily to the careless handling by the ship's crew, through which much was spilled and lost, both during loading and unloading; and since we could thus seek no recovery for it, we resolved on 8 March last, as appears from the transmitted extract of our resolution, to have the said shortage written off. On account of the shortage of 19 pieces of beams and timbers in the delivery from Chilaw and Negombo, we demanded an accounting from the skipper, and he proved, as appears from what is noted in our aforesaid resolution of 8 March, with receipts from the masters of the lighters, that he had delivered all.

Dutch transcription

2654. die in eextrakt onder de bijlaagen gaat, dewil= ligd in voormelde gevraagde verstrekkingen § 4. 'T schip de Negotie, dat, volgens onzen eerbiedigen van den 31. Januarij J:o E: na koetsiem was te rug gekeerd, is den 12. Maart J:o Leeden alhier we„ der aangekoomen, en we hebben het zelve den 18. daar aan na Gale gezonden, om aldaar tot de rijze na Batavia te worden in staat gestelt; en is mids dien 't zelve de brenger dezes § 5. Aan dit schip zijn alhier op den gedaanen eisch van den kapitain Johannes Pleen, zodanige ver strekkingen van scheeps behoeften gedaan, als blijkt bij onze rezol: van den 14. Januari J:o L: waar van extrakt onder de bijlaagen over- goet. § 6. Naa de belaading van 't schip de Maria, zijn niet meerder overgeschooten dan 39. baalen kan- neel, die tans met brengen deezes overgaan, en zal de verdere laading daar van bestaen in zoo veel lijwaaten en kaijer, als te Gale aan handen mogten zijn, nopens welker quantitijt wij ons mids dien refereeren aan 't berigt, dat de Gaalsche bedienden uwen Hoogedelh: daar van zullen doen. 57. J:E: §7. De Ministers te koetsien hebben ons met dit schip toegezonden, 9. vaaten met 5835. lb:o spijkers van 8. 9 en 10. d=m, die aldaar niet konden vertierd worden, met verzoek om, zoo ze hier ook geen debiel vonden, dezelve na Batavia teverzen den. We hebben deeze spijkers hier niet woo- dig, en zien ook geen apparentie om ze tever koopen, weshalven we dezelve na Gale hebben gezonden, met last, om voor zoo verre al- daar niet benodigt mogten zijn, per Even- gen deezes na Batavia te zenden. § 8. Met dit schip vaaren na derwaards over drie oosterlingen, die we nodig geoordeelt hebben, als schadelijke subjecten, van dit Eiland teverzenden, naamelijk: suma Groena van Sumanap gew: vaandrig en singa Bangsa gew: sergeant, bij de van de Comp: van den kapitijn wieramanga= la, die een Complot van omtrent 30. man van hun Comp: gemaakt hebbende; zich aan diverij en verschijde andere delicten schuldig gemaakt hebben, en daarom bij appoinctement van den raad van Justitie te Jaffenaf=en, waar van Cosoij onder de bijlaegen 2655. bijlaagen gaat, van hunne qualiteiten gedimoveerd zijn, en Bapa Benda van soerabaijk anders ook gen: Bajoa Sara gew: soldaet van de Comp: van kapitijn Pansenap, die na zig ruim een Jaar te hebben geabsen- teerd, eindelijk in de wanni ter hou ge- koomen, en niet zonder reden verdagt is, van zig meede te hebben opgehouden onder de kafferse Roovers die de Prin konomaalsche en wannische landen on- vijlig maaken. 59. op de alhier uijtgeleverde ladingen van 't schip de Mharia, hebben we gedisponeerd bij rezol: van den 9. februarij J:o Leeden, waar van ex= trakt onder de bijlaagen deezes is gevoegd. we gebruijken de vrijheid daar uijt eerbiedig tenoteeren, dat we de minderheden op de Ba taviasche lading, hoewel inzonderheid die van de rijst eene aanmerkelijke quantitijt van 158337¼. Ed: bedroeg, hebben moeten laaten afschrijven, om dat de schipper 't Bataviasche Cogurissement heeft onderteekend met deeze bijgevoegde verklaaring; dat de inhoud zoo wel ie wel als de gewigten en maaten van de ge- slootene volumes hem onbekend waren. Ook is de voorsz: rijst inder daad zoo oud en stof= fig hier bevonden, dat de dispensier swaa„ righeid heeft gemaakt dezelve zonder eeni„ ge voorzorge te ontfangen, weshalven 200. ld:s daar van uijtgewonnen zijn die 5 /8 p:r C:o ver lies hebben gegeeven, en wijl 't dus zeker it te voorzien, dat dezelve in de administra tie meer verlies onderworpen zal zijn, dan goede graanen, hebben we op het verzoek van den dispensier, om hem daar op, boven de gewoone spillagie van 3. p: C:o eene extra ordinaire afschrijving tevergunnen, beslooten het alternative voorstel aan uwe Hoog edelheden tedoen, om aan den dispencier op deeze rijst, boven de ordinaire 3. p:r C:o nog tevalideren 5 5/8 p„r C:o of het verlies bij het uijtwannen van voorsz: 200. Ed:s gevallen, dan wel daar op ter afschrijving te passeeren het geen, wanneer de geheele partij zal zijn uijt„ verstrekt, daar op te kort word bevonden, mids de dispencier met eede bevestiged, dat zoodanige minderheid alleen door de slegte hoe 2656 hoedanigheid deezer rijst waare veroorzaekt. We verzoeken derhalven nedrig, dat uwe Hoogedel„ heden ons hier omtrent met hoogst derzelver ge eerde dispositie gelieven tevoorzien. Nopens de minder bevondene 227. parras nelie, op de aen- gebragte lading van silauw, hebben we, wijl de schipper, bij den ontfang derzelve, voor den inhoud der zakken niet heeft willen instaan, bericht van de gekommitteerdens gevraagd, en deeze hebben zulks voornamelijk toegeschreeven aan de onverschillige behandeling van 't scheeps volk, waar door 'er, zoo bij de inlaading als bij de ontlossing, veel gestort en verlooren was gegaan; en wijl we er dus geen verhael op konden zoeken, hebben we op den 8. Maart J: L: blijken overgaande extrakt onzer rezol: beslooten gemelde minderheid telaaten afschrijven. wegens de minder geleeverde, 19. stuks valken en houten, bij aanbreng van silauw en Nigom= bo, hebben we van den schipper verantwoording gevorderd, en hij heeft, blijkens het aangetee- kende bij voorsz: onze rezolutie van den 8. Maart, met quitanties van de gezagvoer- # dert op de losvaartuigen beweezen, dat hij alle en nog h gte slegt

NL-HaNA_1.04.02_3792_0408 view scan ↗

English

had properly discharged all the timber, and upon further investigation it appeared that during the unloading of this timber, for greater speed and in order to empty the lighters sooner, the pieces of wood were thrown onto the pier and onto the beach without the committee members being present, so that the aforementioned shortfall was either fished up after having sunk or after having drifted into the sea; wherefore, as appears from our resolution of 19 March, we have decided to write off the 17 pieces that are still missing, as being timber of little value, with the recommendation, however, to the Master of the Equipage to issue sufficient orders in order to prevent this in the future. Regarding the goods sent to Silan with this vessel, a shortfall was found there of 42 cans of double arrack and 23 cans of coconut oil, which we likewise, according to our aforementioned resolution of 8 March, have had written off, because the skipper was willing to sign for the casks, but not for their contents. § 11. The findings concerning the cargo delivered at Gale from the said vessel are inserted in our resolution of 14 February last, which accompanies this in extract. In order to be able to decide upon the resulting shortfall of 1563¼ lb of Ceylon pepper, we requested a report from the warehouse masters here regarding the underweight of 7¼ lb found at Gale, both on the gross and net weight of the sample box that had been sent from here to Gale, and they served us with the report that this pepper had been brought from Hulftsdorp, where it is delivered daily by the native, only the day before shipment, and that it, therefore, having still been very fresh, must have dried out; and as this supposition appeared very plausible to us, on account of the equal underweight on the gross and net weight of the sample box, we decided, as appears from our aforementioned resolution of 19 March, to write off the aforementioned pepper found deficient at Gale; the more so because the skipper, on the bill of lading, did not sign for the quantity of the pepper, but only for the number of bags. Nevertheless, care shall be taken that for the future no pepper is delivered into the warehouses until after it has been properly dried out. § 12. Concerning our decision on the delivered cargo of the ship De Negotie, upon its first voyage from Cochin, we reported to Your Excellencies in our respectful letter of 31 January, and since then, on 9 February, we have decided upon the cargo that the same brought here from Gale, as appears from the extract from our resolution which accompanies the annexes hereto, and to which we humbly refer, as there is nothing special to note about it. § 13. The Cochin cargo of the ship De Negotie, which was brought with its last voyage, in so far as it was partly unloaded here, was dealt with in our resolution of 21 March last, an extract of which is forwarded among the annexes, and as there is nothing special to note about it, we take the liberty to refer to that extract, with the further respectful report that we have authorized the officials at Gale to make a direct report to Your Excellencies regarding the findings of the cargo of this vessel that was delivered there and has not yet been sent to us. § 14. Of the goods remaining at Gale from the cargo of the ship Veere, two cases of window panes and one case of cartridge paper have since been opened there, and therein, as appears from the accompanying copy of the Gale resolution of 12 February last, were found 71 panes of 9 and 11 inches and 97 panes of 8 and 10 inches damaged at the edges, 24 panes of 9 and 11 inches and 41 panes of 8 and 10 inches broken in pieces and fragments, and 18 quires of cartridge paper smothered and damaged by mold. We have dutifully notified the gentlemen Messores of this, offering a sworn statement regarding the aforementioned panes. § 15. In our latest requisition, it was omitted to ask for one hundred copies of the booklet entitled Compendium of the Doctrine of the Truth which is after Godliness, printed in half-sheets in the Dutch and Portuguese languages, which the Scholarchal meeting has requested for the use of the schools. We humbly request Your Excellencies, if they are in stock at Batavia, that these books may be sent hither when opportunity offers. § 16. The Council of Justice here has submitted to us for approval a sentence passed by the same against the soldiers of the Regiment of Luxemburg, Jean Baptist Huet and Anthonie Thomma, who were prosecuted by the fiscal on suspicion of having stolen from the Company's powder magazine. The first-named is condemned to run the gauntlet through a corps of 250 men, and subsequently to be sent to Europe with the last-named, with the banishment of both forever outside the Company's territory, forfeiture of their wages since the day of their detention, and condemnation in the costs and expenses of justice. The first-named has confessed that he was solicited by the latter to allow him, while he should be standing sentry before the powder magazine, to go into the same and take powder, and he also admits therewith that while he stood sentry before it that same evening an attempt had been made upon

Dutch transcription

alle de houtwerken behoorlijk had ontscheept, en bij gedaane verder onderzoek is gebleeken, dat bij het lossen deezer houtwerken tot meer der spoed en om de los vaartuigen te eerder ledig te krijgen, de houten aan 't Zeehoofd en op strand zijn gesmeeten, zonder dat er de gekommitteer den nog bij waren, zoo dat de voorsz: min„ derheid of gezonken of in zee gedreeven zijn op= gevischt; weshalven we, blijkens onze rezol: van den 19. Maart, beslooten hebben, de nog mankeerende 17. stuks, als zijnde houten van geringe waarde, te laaten afschrijven: met rekommandatie nogtans aan den Equipagie meester, om toerijkkende orders te stellen; ten einde dit in den aanstaende te voorkomen. op de goederen, die met deezen bodem na si- lan gezonden zijn, is aldaar eene minderheid bevonden van 42. kannen arrak dubbelde en 23. kannen kokus olie, die we insgelijks, volgens voorsz: onze rezol: van den 8. Maert, hebben laaten afschrijven, om dat de schipper wel voor de fusten, maar niet voor derzel= ver inhoud heeft willen teekenen. § 11. De bevinding te Gale uijtgeleverde laading 510. van 2657. van gemelden bodem, is geinsereerd bij onze rezol: van den 14. febr: J: L:, die in extrakl deezen verzeld. Om te kunnen disponeeren op de daar bij voorkoomende minderheid van 1563¼. ld: peper Ceilonsche, hebben we van de Pakhuijsmees ters alhier berigt gevraagd, nopens het te Gale bevindene minwigt van 7¼ lb:, bijde op het truto en netto gewigt van 't monster katje, dat daar van na Gale was gezonden, en zij hebben ons daer op gediend, dat deeze peper, eerst 'sdaags voor den afscheep, van hulftsdorp, alwaar dezelve door den inlander dagelijks word geleeverd, was aen- gebragt, en dat ze dus, nog heel versch geweest zijnde, moest ingedroogt zijn; en wijl deeze onderstelling ons zeer waarschijnelijk voor- kwam, ter zaake van het eguaal minwigt op 't trito en netto gewigt van het monster kasje, hebben we, blijkens voorschr: onze- rezol: van den 19. Maart, beslooten, voorschr: te Gale minder bevondene peper te laaten afschrijven; te meer ook om dat de schiffer bij 't Cognoisse- ment, niet voor de quantitijt van de peper, maar alleen voor het getal der zakken heeft geteekend. Niet temin zal en gezorgt worden dat dat voor den aanstaande geen pepoer in de pak. huijzen word gelevert dan na eerst behoorlijk zal zijn uijtgedroogd. § 12. van onze dispositie op de uijtgeleeverde lading van 't schip de Negotie, bij desselfs eerste tocht van koetsiem, hebben we uwen Hoog edelheden verslag gedaan bij onzen eerbiedigen van den 31. Januarij, en het zedert op den 9. februarij, hebben we gedisponeerd op de lading, die het zelve van Gale alhier heeft aange„ tragt, blijkens het extrakt uijt onze rezol: dat de bijlaagen deezes verzeld, en waar aan we ons nedrig gedraagen, wijl 'er niets bezonders op aantemerken valt. 513. De koetsiemsche lading van het schip de ne- gotie, die met desselfs laatste togt is aenge- tragt voor zoo verre dezelve hier ten deele gelost is, verhandelt bij onze rezol: van den 21. Maart J:o Leeden, waar van extrakt onder de bijlaagen overgaat, en wijl daar op niets bezonders aantemerken valt, zoo gebruijken we de vrijheid ons aan dat extrakt te refeereeren met eerbiedig berigt wijders, dat we den be- dienden te Gale gequalificeerd hebben, om van de 2658 de bevinding der lading deezes bodems. , die aldaer uijtgeleeverd en ons nog niet toegezonden is, di- rect verslag tedoen aan uwe Hoogedelheden §14. van de goederen, die uijt de lading van 't schip veere te Gale zijn verbleeven, zijn aldaer het zedert twee kassen met ruijten en een kas met kardoes papier geopend, en zijn daar in, blij- kens nevensgaande Copia gaalsche resolutie van den 12. febr: J: L: bevonden 71. ruijten van 9. en 11. d=m en 97. ruijten van 8. en 10. d=m aan de kanten geschonden, 24. ruijten van 9. en 11. d=m en 41. ruijten van 8. en 18. d=om aan stukken en brokken, en 18. boeken kardoes papier verstikt en aangeslaagen. We hebben hier van den Heeren Messores pligtelijk kennis gegeeven onder aanbieding van eene beeedigde ver- klaaring wegens de voorsz: kuijten. §15. Bij onzen Jongsten Eisch is geommitteerd te vraagen, Een Hondert exemplaaren van het boekje getituleerd kortbegrip van de leere der waarheid die na de Godzaligheid is, halverblads gedrukt in de Hollandsche en Portugeesche taalen, welke de scholarchale vergaadering, ten behoeve der schoolen heeft g'eischt. We verzoeken uwe Hoog Edelheden nedrig van nedrig, zoo ze te Batavia in voorraad zijn dat deeze boeken bij gelegentheid herwaards mogen worden gezonden. § 16. De Raad van Justitie alhier heeft aan ons ter approbatie aangebooden, een door denzelven ge„ slaagen vonnis tegen de soldaaten van 't negi= ment van Luxemburg Jean Baptist Huet en Anthonie Thomma, die over sustitie van skomp:s kruijtkelder te hebben bestoolen, door den fiskael zijn geactioneerd. De eerst genoemde is gekondemneerd, om door een Corps van 250. Mann spitshoede gelijd, en vervolgens met den laast genoemden na Europa gezonden teworden, met verbanning van bijden voor altijd buijten 'skomp:s territoir, verbeurt verklaaring hun= ner gagie zedert den dag hunner detentie en Condemnatie in de kosten en wisen der Jus- titie. De eerstgen: is in Confessie, dat hij door den laatsten aangezogt is, om terwijl hij op schild wagt zoude staan voor de kruijtkelder, hem toetelaaten in dezelve temogen gaan en kruijt neemen, en daar bij bekend hij ook, dat too= wijl hij denzelven avond daar voor op schild- wagt stond 'er eene tentame was gedaan op

NL-HaNA_1.04.02_3792_0413 view scan ↗

English

at the powder magazine; and as it has become evident that the door lock of the powder magazine was forced and powder was actually stolen from it, we have deemed that the said Jean Baplist Huet may with good reason be held suspect of having provided the opportunity for the theft: for it is apparent from the gait of the thief, who he says retreated onto the rampart, that it had been a soldier of the regiment of Luxemburg, and his failure to give notice of this and of the aforementioned request made to him gives reason to suppose that he is complicit in this theft. His negligence in itself had, in our view, well deserved a heavier punishment because of the consequences, since the care for the safety of the place is entrusted to a sentry, and through such conduct, especially at such important posts as are the powder magazines, very easily occasion could be given to villains for undertakings that can drag the ruin of an entire city in their wake. We have therefore, at the session of 28. February last, decided to leave this verdict undetermined and to submit the entire case to Your Right Honourables, in order to have upon it Your very esteemed decision. The same is accordingly transmitted among the annexes, and we also, therefore, let the two prisoners be transferred with the bearer of this letter. Paragraph 17. On 15. March last there arrived here the Ambassador of the Nabob of Arkadi, Mr. James Buckanon, mentioned in our respectful letter of 29. February. We are not yet able to inform Your Right Honourables definitively what outcome his mission will have, although we still have some good expectations of it, and therefore take the liberty of submitting herewith provisionally copies of the letters that he brought, both from the Nabob and from the Governor of Madras, Mr. Campbell. Paragraph 18. Among the said copy letters Your Right Honourables will find one from the aforementioned Nabob, which was written expressly to request the release of the sayyid Sharif Sahib, being the Arab said Mohamad Ebenoe Abdullah, whom Your Right Honourables sent hither with the ship Dordrecht, with instructions in your esteemed missive of 31. August last to put him to work in chains on the public works. We could not entirely reject this request, but decided on 17. March to reply to the aforementioned Ambassador, who verbally requested his release with great insistence, that we could not let him depart without special qualification from Your Right Honourables, but that we in the meantime, out of regard for the intercession of the Nabob, would have him unchained from the irons and give permission to lodge outside the Material House somewhere within the Castle itself. He has consequently also been released from the chains and lodges in a rented house in the Castle; and at his request we have, at the session of the 3rd of this month, granted him 60. rupees and 10. parras of rice for maintenance, and 8. rixdollars for house rent per month. This khan is held in extraordinarily high esteem among the Mohammedans, as is also evident from the special reverence that they show him here in every way, and we have therefore thought that it may be conducive to the Company's interest to treat him on that footing for the sake of the Nabob. We hope that Your Right Honourables will kindly be pleased to approve the aforementioned allowance, the more so as we can have an answer to this from Your Honours in four to five months as to whether we may let him depart or not. Paragraph 19. The chief of Trinkonmale Van Senden, having touched at Jaffnapatnam last year on his return journey from Colombo, used upon his departure from there a certain native ceremony in the city itself, which according to the custom of the land belonged only to the Commander. Commander Raket complained to us about this, and upon the report demanded in that regard from the chief Van Senden, he did not deny it, but declared that he had no intention thereby to insult the Commander: Yet although the aforementioned ceremony used is nothing in substance except in so far as the native attaches importance to it, we have—the more so because the said Van Senden did that notwithstanding that the resident of Kaits, Mooijaart, had pointed out to him the impropriety thereof—upon the further request of Commander Raket to have satisfaction in this regard, ordered the chief Van Senden, according to the resolution of 29. December last, to apologize to the aforementioned Commander for this in a decent manner in a public Company's letter, with an express declaration of having had no intention thereby to insult the said Commander or to show any disrespect. But the said Van Senden has written to us that he felt aggrieved by this ruling and requested that we impose some other correction on him: wherefore we thought it best to request Your Right Honourables, as we take the liberty to do herewith, to be pleased to make a ruling on it yourselves, and to that end we present to Your Honours the papers relating thereto in a separate bundle. Paragraph 20. The ship Houtlust, which on 31. March last

Dutch transcription

2659 op de kruijtkelder; en terwijl het gebleeken is, dat het deurslot van de kruijtkelder ge= forceerd en werkelijk kruijt daar uijt gestoo„ len is, hebben we gemeind dat gemelden Jean Baplist Huet, met grond mag worden ver dagt gehouden, van geleegentheid tot de diverij te hebben gegeeven: twant het is uijt de gang van den dief, die hij zegt op de wal gewee= ken tezijn, blijkbaar, dat het een soldaat van het regiment van Luxemburg was ge= weest, en zijn verzuijm om hier van en van het voorschr: gedaane aanzoek kennis tegeeven, geeft aanlijding om te onderstellen, dat hij in deeze diverij gecomplikeerd is. zijn verzuijm op zich zelven hadde, naar ons inzien, wel een swaarder straf verdiend, om der gevolgen wille wijl aan een schildwagt de zorg voor de vijligheid van de plaats word toevertrouwt, en door een dergelijk ge= drag inzonderheid op zulke gewigtige posten, als zijn de kruijtkelders, veel ligt occagie aan booswigten zoude kunnen worden gegee= ven, tot onderneemingen die de rui van een geheele stad kunnen naar zich sleepen. wij hebben hebben derhalven, ter sessie van den 28. februari J:o leeden, beslooten, dit vormis te laaten buijten dispositie, en het geheel proces uwer Hoog edelh: aantebieden, om daar op temogen hebben hoogst derzelver g'eerde decisie. Het zelve gaat uids dien onder de bijlaagen over, en we laaten ook derhalven de twee gevangenen, met brenger deezes overgaan. §17. Den 15. Maart J:o is alhier gearriveerd de bij onzen eerbiedigen van den 29. februarij vermel= de Ambassadeur van den Nabab van Arkadi, de Heer James Buckanon. We zijn nog niet in staat, om uwen Hoogedelheden stellig te be rigten, wat uijtslag zijne zending zal heb ben, hoe wel wij er nog al eenige goede ver wagting van hebben, en neemen derhalven de vrijheid, om bij voorraad hier nevens aante bieden Copijen van de brieven, die hij heeft aen- gebragt, bijde van den Nabab en van den Gouver= neur van Madras de Heer Campbell § 18. Onder gemelde Copij brieven, zullen uwe Hoog Edelheden eene van voorm: Nabab vinden, die ex- pres geschreeven is, om het ontslag te verzoeken van den seijed scharief Sahib, zijnde de Arabier said G 2660 said Mohamad Ebenoe Abdullah, die Uwe Hoogedelheden met 't schip Dordrecht herwaerds gezonden hebben, met aanschrijvens bij g'eerde iis= sive van den 31. aug:s pass:o om in de ketting aan de gemeene werken ten arbeid te stellen. Wij hebben dit verzoek niet geheel kunnen van de hand wijzen, maar op den 17. Maart beslooten aan voorm: Ambassadeur, die zijn ontslag met zeer veel aandrang monde- ling verzogte, te antwoorden, dat we hem niet konden laaten vertrekken, zonder speci- aale qualifikatie van uwe Hoogedelheden, p maar dat we hem intusschen, uijt inzigt voor de intercessie van den Nabab, uijt de ketting zoude laaten klinken en verlof geeven, om buijten 't Materiaalhuijs ergens in het Casteel zelve te logeeren. Wij is ook dienvolgende uijt de ketting ontslaagen en logeerd in een gehuurd huijs in het Casteel; en op zijn verzoek hebben we hem, ter sessie van den 3. deezer, toegelegd 60. ropijen en 10. parras rijst tot onderhoud, en 8. rijk1d=r tot huijshuur smaands. Deeze chan is in ongemee ne hoog agting bij de Mhahomethaanen, gelijk dat ruari ook bij l- et dat blijkt aan de bijsondere eerbied, die ze hem hier allesins bewijzen, en we hebben derhalven gemeind, dat het voor 'skomp:s inte= rest vorderlijk kan zijn, hem ten gevalle van den Nabab op dien voet te behandelen. We hoopen dat uwe Hoogedelh:, de voorschr: toe- laage gunstig zullen gelieven te passeeren, te meer we hier op in vier â vijf maanden antwoord van hoogst dezelven kunnen hebben, of we hem mogen laaten vertrekken of niet §19. 'T opperhoofd van Grink onrinale van senden, voorleeden Jaar op zijne terug rijs van ko- lombo, te Jaffenap=n aangeweest zijnde, heeft bij zijn vertrek van daar, zeekere inland- sche statie in de stad zelve gebruijkt, die d na slands gebruik alleen aan den Comman- deur toekwam. De kommandeur Raket heeft zig hier over bij ons beswaard, en op het derwegens gevordert berigt van 't opperhoofd van senden, heeft hij dat niet ontkend, maar verklaard daar bij geen inten tie gehad te hebben, om den kommandeur te beledigen: Dan schoon de voorsz: gebruijkte statie, niets in weezen is, dan voor zoo verre de 2661 de inlander daar werk van maakt, hebben we temeer wijl gem: van senden dat gedaan heeft, onaangezien de resident van Kaits Mooij aart hem de ongevoeglijkheid daar van had doen opmerken, op het nader verzoek van den kommandeur Raket, om derwegens voldoe ning temogen hebben, het opperhoofd van senden, volgens rezolutie van den 29. xber: pass:o aange= schreeven om zich daar over in een publicque Comp:s brief, bij voormelden kommandeur op eene betaamelijke wijze teverschoonen met expresse verklaaring van daar bij geene inten tie gehad te hebben, om gemelden kommandeur daar meede te beleedigen, of eenige klijn agting aantedoen. Doch gedagte van senden heeft ons geschreeven, dat hij zich bij deeze uijtspraek beswaard vond, en verzogt hem eenige andere Correctie opteleggen: weshalven we best gedagt hebben, uw Hoogedelhh: te verzoeken zoo als wel de vrijheid neemen te doen bij deezen om daar over zelve uijtspraak te willen doen en bieden ten dien einde hoogst dezelven de papieren daar toe betrekkelijk, in een apparte bondeltje aan. § 20: Het schip Houtlust, dat den 31. Maert J:L: ge= daen ver

← previousnext →