Inventory 3792
Ceylon · 1,076 pages · 151 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
to be able to consent thereto, and then to request the French to postpone the disembarkation until they shall have requested and received further instructions in that regard from this Government; but if they, notwithstanding these notifications, should nevertheless proceed with the disembarkation of the troops, and that all representations of the officials against it achieve nothing, so that it becomes apparent that this could not be prevented except by physical force, they should then, unless it should appear to them that it is done with a hostile intent, leave the matter as it is, and give notice of everything to this Government with the utmost speed. That it furthermore goes without saying that the troops which the French send to their assistance, even if it occurred upon an express request made for that purpose, must in no case be treated otherwise than as ordinary auxiliary troops, but that it is best, so long as Trinkonomale and Oostenburg are not immediately besieged, that the French troops, even in the event they were also sent upon a request made for that purpose, camp outside, and that this must take place far more so when they, contrary to expectation and without a request, send troops to Trinkonomale, and the officials could not prevent the disembarkation thereof in the manner prescribed above; but that that in such a case it is most advisable, when they make a request for it, to have a place assigned to them for that purpose at the Salt River or wherever it is most convenient, as far out of the way as can be done without giving too great an offense. 4: That the French, arriving uninvited, can in fairness claim no provisions; but if they should nevertheless do so, the officials must plead that within Trinkonomale and Oostenburg there are no other victuals than those strictly necessary for the garrison, and that consequently nothing thereof can be spared. That in the meantime, if the French request rice or paddy and salt, if it cannot be refused, they may for the present and until further orders from this Government allow them to be provided with as much as they require for the maintenance of the troops they have brought with them, so far as the supply of grain can permit this without fear of their own shortage; and that they also, to prevent the soldiers from wandering and vagabondizing in the country, may allow them to be provided, if they make a request for it, with as many cattle as they need and can be done without their own inconvenience. 5: That 5: That the Regiment of Meuron has no separate company of artillerymen, as appears from the Capitulation, but that the officials in the meantime are authorized, instead of the four companies of that Regiment destined for Trinkonomale, to retain them until further orders from this Government. 6: That the ships serving for the transport of the said Regiment are chartered ships, and probably will not bring much along that can be of service at Trinkonomale, but that the officials are nonetheless authorized to take from them, so far as they are Company goods, whatever they should judge necessary for Trinkonomale; and 7: That if the officials should judge these ships, whether all or some of them, to be of service to be retained for some time for the better defense of Trinkonomale, they must then immediately make known to this Government the condition of these ships and to what extent they can be of service for the aforementioned purpose, and in the meantime and until further orders may retain these ships. That they also, if it is necessary, may retain the entire Regiment of Meuron until further orders from this Government; and that in the event the aforementioned transport ships should have to remain at Trinkonomale for a considerable time, and consequently cannot serve for the transport of the two companies of the Regiment of Luxembourg to this side of the island, the officials must then command both of these companies to march to Jaffanapatnam, to hold garrison there until further orders. And since the circumstances of the times make it necessary make it necessary that a Secret Council be established at Trinkonomale to handle matters that require secrecy, it has been approved and agreed to appoint as a member of that Council the Captain-Lieutenant and Commander of the Artillery Heupner, to constitute from now on, together with the Honorable Chief van Senden and the Honorable Commander of the Militia van Drieberg, the aforementioned Secret Council; with authorization at the same time to the said Chief to appoint someone from among the clerks as secretary thereof and to have him sworn in for that purpose. Furthermore, it being considered that in the aforementioned Trinkonomale letter of 30 December last, several remarks appear pointing out the inconveniences that may be connected with calling in French aid, directly contradicting the proposals and objections that the Chief, the Honorable van Senden, presented in his separate letter of 23 May past, in order by all means not to allow French aid to be called in; it has, after deliberation, and however much the assembly for the rest would gladly recognize in the argument presented in the first-mentioned letter the good intention with which it was done, nonetheless been approved and agreed to point out to the officials that this argument, especially as far as the Honorable van Senden is concerned, is entirely misplaced. Finally, on this occasion it was also agreed to order the officials at Manaar the strict observance of the order of the Noble High Indian Government, contained in the respected missive of 13 May 1766, namely, not to allow any vessels from
Dutch transcription
2543 om daarin te kunnen bewilligen, en dan franschen verzoeken, de ontscheeping uijttestellen, tot dat zij dien aangaande naadere instructie van deezer Reegering zullen hebben gevraagd en bekoomen; Doch zo zee, niet teegenstaande deeze aanzeggingen, nochtans met het ontscheepen der troepes mogten voortgaan, en dat alle der bedienden vertoogen daarteegen niets uijtwerken, zoo dat het blijke, dat dit niet dan met fijtelijk geweld zoude kunnen worden belet, zij dan, ten zij het hun mogte blijken, dat het met een vijandig oogmerk geschied, het daar bij laaten, en van alles aan deeze Regeering ten spoedigsten kennis geeven moeten. Dat het voorts van zelve spreekt dat de troepes, die de franschen ter hulp zenden al was het ook, dat het op een daartoe gedaan expres verzoek geschiede, in geen geval, anders moeten wor„ Jan „den behandeld, dan gewoone hulptroepen, doch dat het best is, zoo lange Tain konomale en oostenburg niet daadelijk beleëgerd worden, dat de faansche troepen, zelfs in gevalle ze ook op een daartoe gedaan verzoek gezonden waren, buijten campeeren, en dat dit veel meer moet geschieden, wanneer ze teegens verwach„ „ting, buijten verzoek, troepes naa Tainkonomale zenden, en de bedienden het ontscheepen daar van, invoegen voorschreeven niet konden keeren; maar dat dat in zulk een geval het raadzaamst is, om hun„ wanneer ze daartoe verzoek doen, aan de zoute ai„ „vier of waar het meest comverent is, een plaats daar„ „ toe te laaten aanwijzen, zoo verre van de hand, als dat„ zonder al te groote aanstoot te geeven, geschieden kan 4: Dat de franschen, ongevraagd koomende, in billijk„ „heid geene verstrekkingen kunnen eijschen; maar zoo ze het nochtans doen mogten, de bedienden zich daarop moeten beroepen, dat er binnen Trinkonoma„ „le en oostenburg geene andere vivaes zijn, dan die vol„ „strekt noodig zijn voor de bezetting, en dat mitsdien „daer van „niets kan worden gemist. Dat ze intusschen van rijst of neelij en zout, wanneer de franschen daarom verzoeken, zoo het niet te ontleggen is, voor eerst en tot naader order deezer Regeering, zoo veel dan hun moogen laaten verstrekken, als ze tot onder„ „houd van de troepes, die ze meede hebben gebragt, noodig hebben, zoo verre den voorraad van quaa„ „nen, zonder bedugting van eijgen gebrek, dat toe„ „laaten kan; en dat ze ook, ter voorkooming dat de zoldaaten niet in het land loopen vagabondeeren, aan hun, zoo ze daartoe verzoek doen, zoo veel koebees „ten moogen laaten bezorgen, als ze noodig hebben en zonder eijgen ongeuief geschieden kan: 5 Dat 2544 5: Dat het Reegiment van meuron geene aparte Compenie ant= hilleriesten heeft, zoo als dat bij de Capitulatie blijkt, de maar dat de bedienden intusschen worden gequalifi„lieeu „ceerd, om insteede van de voor Trinkonomale bestemden vier Compagnien van dat Regiment te moogen aan„ „houden, tot nader order deezer Regeering. 6: Dat de scheepen, die tot transport van gem: Regiment dienen, gehuurde scheepen zijn, en waarschijnlijk niet veel meedebrengen zullen, dat te Trinkonomale van dienst zijn kan, doch dat de bedienden des niettemin ijn gequalificeerd worden, om daarvan, voor zoo verre het goederen van de Comp: zijn, te moogen afneemen, het geen ze voor Tuinkonomale zouden noodig oordee„ „len, en 7: Dat zoo de bedienden deeze scheepen, het zij alle of zom„ „mige daarvan, oordeelden van dienst te zijn, om ze voor eenigen teit, ter beeter defensie van Trinkono„ „male, aantehouden, zij als dan ten eersten de gesteld„ „heid deezer scheepen, en hoe verre ze ten einde voorsz: van dienst kunnen zijn, aan deeze Regeering moeten bekend maaken, en intusschen en tot naader onder„ un deezes scheepen moogen aanhouden Dat ze ook, zoo het noodig is, het geheele Regiment van meuron, tot naader 2d onder deezer Regeering moogen aanhouden; en dat inge„ ten „valle de voorsz: transport scheepen, een merkelijke tijd te Trinkonomale zouden moeten blijven, en mitg dien niet dienen kunnen, tot het transport van de ene twee Compenien van het Regiment van Luxemburg, le naa deeze kant van 't Eijland, de bedienden als dan deeze bijde Compenien moeten commandeeren, om te marcheeren naa Jaffanapatnam, om daar Guar„ „nizoen te houden tot nader order„ En aangezien de omstandigheeden van tijding het noodig maaken maaken, dat te Trinkonomale eene secreete Raadword gecueerd, om zaaken, die geheijmhouding vereijschen, te behandelen, zoo is goedgevonden en verstaan om tot een Lid van dien Raad te benoemen, den Capitein Luijtenant en Commandant van de artillerie Heups„ „nen, om voortaan met 't: E: opperhoofd van sendenen den E: Commandant van de militie van Daieberg, den voorsz: secreeten Raad uijtemaaken; met qualificatie teffens aangem: opperhoofd, om iemand uijt de pennisten, tot pennevoerder daarin te benoemen, en hem daar„ „toe te laaten b'eedigen Voorts geconsidereed zijnde, dat in den voorsz: Tuinkono„ „maleschen brief van den 30: december Jongstl: ver„ „schijdene aanmerkingen voorkoomen, om aantewij„ „zende inconverienten, die met het inroepen van de faansche hulp kunnen verbonden zijn, direct contra„ „rieerende de voorstellen en bedenkingen, die 't opper„ „hoofd de E van senden, bij desselfs apparten brief van den 23: meij passato, heeft aangevoerd, om de hulpden franschen voor al niet te laaten interoepen: zoo is naa deliberatie en hoe zeer ook de vergaadering voor 't overige, in het betoog, dat bij eerstgemelden brief voorkomt, gaarne wilde inzien het goed oog„ „merk, waarmeede het zelve is gedaan, nochtans goed„ „gevonden en verstaan, den bedienden te doen opmer„ „ken, dat dit betoog, inzonderheijd zoo veel den E van senden aangaat, geheel ongeplaatst is. Einde„ „lijk is bij deeze geleegendheid nog verstaan den bedienden te manaar de stips te naarkooming aante beveelen, van de order van de Edele hooge jndia„ „sche Regeering, vervat bij gerespecteerde missive van den 13 meij 1766:, naamelijk, om geene vaartuijgen van
English
2545 of foreign nations to pass the river of Manaar, with the addition, however, for the information of the servants, that this has no reference to vessels sailing solely for merchant trade, and which consequently cannot be suspected of evil intentions. Thus resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graaff, P. Sluijsken, Chr. Tilenius, G. E. Holst, M. P. Raket, and C. F. Schreuder. Agrees: Sijbrands First Clerk 2546 Thursday the 24th of January 1788. Present The Right Honorable Lord Governor, Willem Jacob van de Graaff. The Honorable Chief Administrator, Peter Sluijcken. The Honorable Dissave, Diederich Thomas Fretz. The Honorable Lieutenant Colonel, Joh. Th. Christiaan Tilenius. The Honorable Pay Bookkeeper, Gerrit Engel Holst. The Honorable Trade Bookkeeper, Mattheus Petrus Raket. The Honorable First Warehouse Master, Johannes Reintous. The Honorable Fiscal, Carel Fredrik Schreuder. Alongside a secret letter from Jaffanapatnam dated the 12th of this month, a secret resolution of the 8th prior has been received, in which the servants, in compliance with the recommendation of this Government pursuant to the secret resolution of this board of the 29th of December past, to place themselves in a good state of defense, have resolved to propose to this Government: 1. To send some good sailors thither, for manning four cruising tonies, of which two should cruise from Pas Pijl to near Trincomalee, and two from Pas Pijl to the mouth of the river of Kayts. 2. The defenseless condition of Jaffanapatnam, through lack of men, provisions, ammunition, etc., and the necessity of an adequate provision therein on account of the importance of the place with respect to Trincomalee and Manaar, which can be supplied with what is required from there; and 3. To provide the small fort Hammenhiel, as in the last war, with men, artillery, ammunition, and provisions. Whereupon, having deliberated and taken into consideration that care must first be taken for the main fortresses, and thus Jaffanapatnam cannot at present be provided with a larger garrison, it is understood for the present to leave matters to the authorization given to the servants, according to the secret resolution of the 29th of December last, to employ for the reinforcement of their garrison the means they made use of in the late war; and it is further resolved to send as many sailors to Jaffana as can be spared here, with authorization to supply the missing number for manning the cruising tonies with native sailors, and to suspend the decision regarding the lack of ammunition, 2547 ammunition, etc., until the lists of their supplies shall have been received. Thus resolved in the Castle of Colombo, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graaff, P. Sluijsken, D. T. Fretz, C. Tilenius, G. E. Holst, M. P. Raket, J. Reintous, and C. F. Schreuder. Agrees: Sijbrands First Clerk 2548 Secret Resolution, Taken in Council of Ceylon on Monday the 25th of February Anno 1788. Present The Right Honorable Lord Governor, Willem Jacob van de Graaff. The Honorable Chief Administrator, Pieter Sluijcken. The Honorable Dissave, Diederich Thomas Fretz. The Honorable Lieutenant Colonel, Joh. Philip Christiaan Tilenius. The Honorable Pay Bookkeeper, Gerrit Engel Holst. The Honorable Trade Bookkeeper, Mattheus Petrus Raket. The Honorable First Warehouse Master, Johannes Reintous. The Honorable Fiscal, Carel Frederik Schreuder, absent. Resumed is a secret letter from Trincomalee dated the 8th of this month, wherein the servants, among other things: 1. Request a positive order, if certain news should arrive of a war having broken out between the Republic and England, or between England and France, and their garrison is not at that moment in such a state as to be able to hold the places entrusted to them with hope of a good outcome, to be allowed to call for aid from the allies; as also to be allowed to reject uninvited aid without them deeming it necessary. 2. Offer their recognition letters drawn up in various languages, with the proposal to be allowed to adhere thereto, both with respect to ships showing the French flag as all others, unless the former display the signal devised by Monsieur de Saint Riveul. 3. Show that on the side of the Salt River no other than a temporary encampment can be made because there are no water wells, and that if the unsolicited auxiliary troops were placed there, these, who usually make so many demands, might perhaps, under a slight pretext of ill treatment, wish to play the master, and thereby cause much confusion, if not worse. 4. Request to be provided with a copy of the treaty of alliance between the Crown of France and the Republic, in order to be better able to follow the tenth article of the same. 5. Show how impossible it is to accommodate there those who would have to be inside during a siege, requesting therefore that either the Company takes all the dwellings for its own account
Dutch transcription
2545 van vreemde Natien, de rivier van manaar te laaten passeeren met bijvoeging echter tot den bedienden naaricht, dat deeze onder geen be„ „trekking heeft tot vaartuijgen, die eenelijk ter koopvaardij vaaren, en mitsdien van kwade oogmerken niet kunnen verdocht zijn: Aldus Geresolveerd in 't Kasteel Kolombo ten daage maand en jaare voorsz: / was geteekend /: W: J: van de Graaff: P: sluijsken Chr: Tilenius: G: E: Holft m: P: Raket: en C: F: Schreuder. accordeert: Hijbrands Eijklerk dword i 2546 Donderdag den 24: Januarij 1788. Present Den Wel Edel Groot achtb: Her Gouverneur , Willem Jacob van de Graaff: D: E: Hoofd administrateur - - - - - „ Peter Sluijcken. D: E: Dessave - - - _ _ _ - - _ _ _ _ „ Diederich Thomas Furtz. D: E: Luijtenant Collonel - - - - - „ Joh: Th: Christiaan Tilenius D: E: Zoldij Boekhouder - - - - - - „ Gerrit Engel Holst. D: E: Negotie Boekhouder - - - - - „ mattheus Peterus Rakel D: E: Eerste pakhuijsmeester - - - - - „ Johannes Reintous D: E: Fiscaal - - - - _ _ _ _ _ - _„ Carel Fredrik Schreuder Js nevens Jaffanapatnamsche secreeten brief van den 12: deezer, ontfangen eene secreete Resolutie van den 8: bevoorens, waar bij de bedienden ter voldoening aan de recommandatie deezer Re„ „geering, in gevolge secreete resolutie deezer tafel van den 29: x=len passato, om zich in eenen goeden staat van defensie te stellen, beslooten hebben aan deeze Regeering voor te stellen s: eenige goede mattroosen derwaards te zenden, ter bemanning van vier kruijs tonies, waar van twee van de paspijl af tot bij Tainkonomale, en twee tijds Secreete Resolutie, Genoomen in Raade van Ceijlon van op van paspijetot aan de mond van de rivier van Kai zouden kruijsen 2: Den weerloosen toestand van jaffanapatnam, bij ge„ „brekst aanvolk, provisien, amonitien &c: en de noodzaak „toe „lijkheid van eene „ roerijkende voorziening daarin„ weegens de aangeleegentheid van de plaats, met op zich tot Tuin konomale en manaar, die van daar met het benoodigde kunnen worden voorzien, en, 3: om het fortje JCam- en- hiel, gelijk in den laatsten oor„ „log te voorzien met volk, geschut, ammonietie en pro„ „visien waar over gedelibereerd en in achting ge„ „noomen zijnde, dat men in de eerste plaats zorger moet voor de hoofdvestingen, en dus tans Jaffanapat „nam van geen grooter guarnizoen kan worden voor„ „zien, is verstaan het voor eerst te laaten bij de ge„ „geevene qualificatie aan de bedienden, volgens ues„ „creete resolutie van den 29:' xber: j=:o leeden om tot versterking van hun guarnizoen de midde„ „len te emploijeeren, waar van ze zich in den Jongs„ „sten oorlog hebben bediend; en is wijders besloo„ „ten zoo veel mattroosen naa Jaffana te zenden, als hier kan worden gemist, met qualificatie om het ontbreekend getal, ter bemanning van de Kruijstonies, te suppleeren met inlandsche mattroosen, en de dispositie over het gebrek aan ammonitien. 2547 ammonitien &c:a te surcheeren tot dat de lijsten van hunnen voorraad zullen zijn ingekoomen, Aldus Geresolveerd in 't kasteel Kolombo, ten daage maand en jaare voorsz: /:was geteekend —. W: J: van de Graaff: P: Sluijsken D: F: Faetz: C: Tilinius G: E: Holft: M: P: Raket j: Reintous en C: F: Schreuder accordeert Sijbrands gklerk 2548 Secreete Resolutie, Genoomen in Raade van Ceijlon op Maandag den 25: Februari A:o 1788:— present De wel Edele Groot achtb: Her Gouverneur —„ Willem Jacob van de Graaff. „ Pieter Sluijcken. absent. „ Carel Frederik Schreuder. Js geresumeerd eene Tuinkonomalesche secreete brief van den 8: deezer, waar bij de bedienden onder naderen s: een stellige bevel verzoeken, om zoo daar zeekere tijding van een uijtgebrooken oorlog, tusschen de Republicq en Engeland, dan wel tusschen Engeland en Faankrijk, ingekoomen is, en hunne bezetting niet in dien staat zich bevind op dat oogenblik, van met hoop van een goed gevolg de hun toebe„ „trou„ de plaatsen te kunnen bewaaren, hulp van de bondgenooten te moogen inroepen; zoo ook om opgedrongene hulp, zonder dat zij die noodig D: E: Luijtenant Collonel - - - - - -„ Joh: Philip Christiaan Tillnius. D: E: negotie Boekhouder - - - - - - „ mattheus Petrus Raket. D: E: Dessaire - - - - - - - - - „ Diederich Thomas Faetz. D: E: Hoofd administrateur - - - - D: E: Zoldeij Boekhouder - - - - - - „ Gerrit Engel Holst. D: E: Eerste pakhuijsmeester - - - - - „ Johannes Reintous. D: E: Fiscaal - - oordeelen oordeelen, te moogen afwijzen. 2. aanbieden hunne in verscheijde taalen ingenichte verkennings brieven, met voorstel om zich daaraan te moogen houden, zoo wel ten op zichtte der faan„ „se vlag toonende scheepen, als alle anderen ten zij de eerstgenoemde het teeken, door den heer de S=t Riveul beraamd, vertoonen„ 3 vertoonen, dat aan de kant van de zoute rivier geene, dan eene oogenblikkelijke legerplaats. kan gemaakt worden wijl er geen waterputten zijn, en dat zoo de ongevraagde hulp troepen daar geplaatst wierden, deeze, die gewoonlijk zoo veel eijsschen voorbrengen, wel eens, onder een ligt voorwendsel, van kwaade behandeling, den baas mogten willen speelen, en daar door veel ver„ „warring, zoo niet ergers veroorzaaken zouden. 4: verzoeken, te moogen worden voorzien met een afschrift van het tractaat van verbintenis, tus„ „schen de kroon van frankuijk en de Republicq, om hettiende lid van 't zelve te beeter te kunnen agtervolgen. 5: vertoonen, hoe onmoogelijk het is om aldaar die geenen, die in een beleg binnen zouden moeten weezen, te kunnen bergen, met verzoek derhal„ „ven, dat, of de Comp: alle de wooningen vooreigen reekening
English
takes over the account, in so far as they do not belong to Company servants, or that they be granted the liberty, upon an outbreak of war, to expel all residents not in service and [illegible], on which, having deliberated, it was approved and understood: 1: Regarding the request for French assistance, in addition to what has already been written in separate letters of this Government dated 22 April and 7 July last, to further qualify the servants, when they have certain news that war has broken out between the Republic and England, to be permitted to ask for French auxiliary troops, in case the passage of time required to first await the further approval of this Government could, in their judgment, be dangerous, and they moreover conscientiously and as men of honor believe that with the force on hand, they are not capable of defending Trincomalee and Oostenburg in the event of an enemy attack; further writing to them that if war should arise only between England and France, the aforementioned assistance must not be requested unless circumstances relative to the Republic come to their knowledge that make such reinforcement necessary, and no time was left for them to await the orders of this Government in that regard; but that this Government, regarding the conduct which the servants should maintain if troops are sent unrequested, presently has nothing to add to what was prescribed to them in the separate letter of 16 January, to which they must accordingly adhere. 2: To approve the sent drafts of recognition letters for the ships and vessels that would wish to sail into the ports of Trincomalee, provided that the beginning thereof is altered and arranged in this manner: The undersigned Chief of Trincomalee, etc., etc. 3: To inform the servants that in the aforementioned separate letter of 16 January, regarding the encamping of the unrequested auxiliary troops, should they be disembarked against their will, it was merely suggested to them whether that could not take place here or there around the Salt River; and that it therefore remains deferred to them to designate such a place as they shall find most suitable to keep these troops as far from both forts as is necessary in such a case according to the custom of war, because the French, however much allied to the Republic, may not be admitted into those forts before they have actually been accepted as auxiliary troops; and it goes without saying that the servants must keep both forts entrusted to them in possession for the Company, without being allowed to surrender the same to any other power, under whatever pretext it might be, unless forced thereto by violence, but that in all such cases, if that should make it necessary, they must appeal as subordinate servants to this Government and refer everything that might occur to them in that regard directly to this Government. 4: Although the treaty of alliance recently concluded between the Republic and France has not yet been communicated to this Government by the Gentlemen Majors, nor by the High Indian Government, nevertheless to send a copy thereof to the servants, as it was published in the Post-Rijder of the month of December 1785, in order to be able to make the necessary use of it, and 5: To qualify the servants, in case of a siege, to cause all those whom they shall find necessary to move outside, in order thereby to make more space for the servants who must lodge inside, and so that these people can at least make some provisional arrangements beforehand, to give them secretly as much notice thereof in time as will be necessary for that purpose. On this occasion it having been taken into consideration that it could sometimes happen that Trincomalee is attacked unawares, and the servants are thereby deprived of the opportunity to write about it to the government of Pondicherry: it was furthermore approved and understood to order them to devise in time the most capable means in order to be able to send their letters to the same overland, in original and duplicate, to Jaffnapatnam to the Commander, Mr. Raket, to be forwarded from there as quickly as possible to Pondicherry; but in case hostilities should overtake them so quickly and unexpectedly that they do not even have the opportunity to prepare a letter to Pondicherry, at least not as detailed as may be necessary in such an event, then especially to ensure that the said Commander is informed as accurately as possible of their condition, particularly regarding all such matters as are necessary to be made known by His Honor to the French government, and especially among these the estimate of the assistance that they deem necessary. And it was accordingly also understood to instruct the aforementioned Commander Raket, upon receipt of the servants' writings for the government of Pondicherry, to forward the same as quickly as possible to
Dutch transcription
2549 reekening overneemt, voor zoo verre ze aan geen Comp:s dienaaren toebehooren, dan wel aan hun de vrijheid worde gegeeven, bij een ontstaane oor„m „log, alle de niet in dienst zijnde ingezeetenen en zijn te moogen buijten stellen, waar over gedelibe„ „reerd zijnde, is goedgevonden en verstaan, ende s: om nopens het vraagen van faansche hulp, buij„ a „tenen behalven het reets aangeschreevene bij aparte brieven deezer Regeering de datis 22: april en 7: julij Jongstl:, den bedienden nog te qualificeeren, om wanneer ze zeekere tijding hebben, dat de oorlog ver tusschen de Republicq en Engeland is uijtgeborsten, het frans secours te moogen vraagen, in gevalle het verloop van tijd, om daartoe eerst het naader goedvinden deezer Regeering te kunnen afwagten, naar hun oordeel konde gevaarlijk zijn, en zij daar„ und „ bij in gemoede en als mannen van eer denken, dat al 2d ze met de macht daar aan handen, niet in staat zijn, om Tuinkonomale en oostenburg, in gevalle van een vijandelijken aan val te kunnen verdeedigen, met aanschrijvens wijders, dat wanneer de oorlog alleen tusschen Engeland en Faankrijk mogte ont„ „staan, het voorsz: secours niet moet worden gevraagd, dan wanneer daarbij hun omstandigheeden ter kennis koomen, met relatie tot de Republicq die zoodanige liceu zodanige verstarking noodzaakelijk maaken, en en voor hun geen tijd overschoot, om derweegens de be„ „veelen deezer Regeering aftewagten; maar dat deeze Regeering nopens het gedrag, het welk de bedienden zouden hebben te houden, wanneer er ongevraagd troepen gezonden worden, tans niets meer heeft tevoegen, bij het geen hun voor„ „geschreeven is bij aparten brief van den 86: Januarij waaraan ze mitsdien zich houden moeten: 2: De gezondene ontwerpen van verkennings brieven, voor de scheepen en vaartuijgen, die de havens van Tuinkonomale zouden willen inzijlen, te approbeeren, mits dat het begin daar van ver„ „anderd, en in deezen voegen ingericht worde: Het ondergetekende opperhoofd van Tuin konomale tca &ec=a: 3 Den bedienden te onderrigten, dat bij voorsz: apparten brief van den 16: Januari, tot het compee„ „ren van de ongevraagde hulptroepen, wanneer ze teegen wil en dank worden ontscheept, hun eene„ „lijk in bedenking is gegeeven, of dat niet hier of daar omstreeks de zoute rivier zoude kun„ „nen geschieden; en dat het mitsdien aan hun gedefareerd blijft, om daartoe te bestemmen zodanige plaats, als ze zullen bevinden be„ „kwaamst te zijn, om deeze troepen zoo verre van 2550 van bijde de forten te houden, als dat in zulk een geval, naar kuijgs gebruijk noodig is, wijl de franschen, hoe zeer ook aan de nepublicq geallieeurd in die fouten niet moogen worden ingenoomen, voor dat ze werkelijk als hulptroepen zullen zijn aangenoomen, en het van zelve spreekt, dat de bedienden, bijde de aan hun toevertrouwde forte voor de Comp:e moeten in bezit houden, zonder de ze dezelven aan eenig ander vermoogen, onder wat voorwend zel het ook zoude kunnen zijn moogen overgeeven, anders dan daartoe gedwoo „gen door geweld, maar dat ze in alle zulke gevol „len, als dat konde noodig maaken, zich als onder „geschikte bedienden op deeze Regeering beroepen en alles wat hun derweegens zoude kunnen voorkoomen, direct aan deeze Regeering overwij„ „zen moeten. 9: schoon het alliantie tractaat, onlangs tusschen de Republicq en frankrijk geslooten, door de heeren majoores, noch door de hoogejndische Regeering, tot nog toe aan deeze Regering niet is gecommund „ceerd, echter een afschrift daar van, zoodanig all het geplaatst is in den postuijden van de maand december 1785: aan de bedienden toetezenden, ten einde daarvan het noodig gebruijk te kunnen maaken, en. 5 Den bedienden te qualificeeren, om in cas van eene beleegering, alle de geenen, waar van ze dat zullen noodig vinden, naa buijten te doen verhuijsen om daar door meer ruijmte te maaken voor de dienaaren, die binnen moeten logeeren, en op dat deeze luiden ten minsten voorloopend eeni „in „ge bestellingen kunnen doen, hun daar van ^ tijds onder &a 7 pee¬ onder de hand zoveel kennis te geeven, als ten dien einde noodig zal weezen. Bij deeze geleegentheijd in bedenking gekoomen zijnde, dat het zomtijds zoude kunnen gebeuren, dat Tuinkonomale onverhoeds aangevallen, en de bedienden daar door de geleegentheid benoomen word, om aan het gouvernement van pondi„ „cherij over ze te kunnen schrijven: is alverder goedgevonden en verstaan hun te gelasten, om in tijds de bequaamste middelen uijtedenken, ten einde hunne brief aan het zelve, over land, in origineel en dupla; te kunnen zenden naa Jaffanapatnam aan den heer commandeur Rakel om van daar ten eersten te worden voortgeschik na pondicherij, doch ingevalle hun de vijandelijk„ „heeden zoo spoedig en onverwagt mogten overkoo„ „men, dat ze ook zelfs geen geleegentheijd hebben om een brief naa pondichatij in gereedheijd te brengen, ten minsten niet zoo omstandig als het in zoo een geleegentheid kan noodig zijn, als dan inzonderheijd te zorgen, dat ged: heer Com„ „mandeur van hunnen toestand, zoo naauwkerig „alle moogelijk, word ondernigt, vooral omtrent zulke zaaken, als noodig zij dat door zijn E: aan het faansch gouvernement worden bekend gemaakt en daar onder speciaal de begrooting van het secor dat ze noodig achten. En is dienvolgende ook verstaan voorm: Heer Com„ mandeur Raket aante beveelen, om bij ontvang van der bedienden schrijvens voor het gouver„ „nement van pondicherij, dezelve ten spoedigten naar
English
to convey thither, and constantly to keep an eye out for a suitable opportunity to do so in an unnoticed manner; and should the Trincomalee servants have no opportunity to write to the aforementioned government themselves, but should inform His Honour of their condition and the necessary succour, His Honour shall in such a case communicate this as speedily as possible to General the Count de Conway, Governor of Pondicherry, and thereby request in the name of this Government to send to Trincomalee the succour that the servants shall state they require, with orders further to the aforementioned Commander to make at the same time the necessary arrangements so that, if this succour arrives, it can be conveyed as quickly as possible along the shortest route overland to Trincomalee, if the Governor of Pondicherry should have it put ashore somewhere in Jaffna, to which end His Honour, when asking for the succour, must also be informed where the disembarkation of the same could most suitably take place. Thus resolved in the Castle of Colombo, on the day, month and year aforesaid. Was signed W. J. van de Graaf, P. Sluysken, D. T. Fretz, J. P. C. Tilenus, G. E. Holst, M. P. Raket, and J. Reintous. Agrees: Sybrands, First Clerk. Secret Resolution, taken in the Council of Ceylon, on Thursday the 28th of February 1788. Present: The Right Honourable the Governor, Willem Jacob van de Graaff The Honourable Senior Merchant and Chief Administrator Pieter Sluysken The Honourable Dessave Diederich Thomas Fretz The Honourable Lieutenant Colonel Johan Philip Christiaan Telenius The Honourable Merchant and Fiscal Gerrit Engelbert Holst The Honourable Trade Bookkeeper Mattheus Petrus Raket The Honourable First Warehousekeeper Johannes Reintous The Honourable Pay Bookkeeper Absent: Carel Fredrik Schreuder, on account of indisposition. The Governor communicated to the meeting the letter written by Their High Mightinesses, the Noble High Indian Government, by their separate missive of 23 October last regarding the fortification works. Whereupon, after deliberation and considering that, besides the fact that in the present circumstances it would be more advisable to occupy oneself for the present only with having the defects in the fortification works repaired provisionally as well as possible rather than undertaking new works, the time is also drawing nearer and nearer to be able to expect soon the positive orders of the Lords Masters or at least the opinion of the Governor of the Cape and the Lieutenant Colonel Bilquin on the proposals made from time to time in this regard, it has been approved and agreed that this shall be brought most humbly to the attention of Their High Mightinesses, and accordingly to leave the making of a beginning on the construction of all new works postponed until the receipt of such plans, after which those things can be undertaken and continued with certainty. Next was read the report inserted below from the committee for engineering works, the Major Paravicini di Capelli and the Captains Tornbauer and Kuhn, whereby they, pursuant to and in compliance with what was demanded by the general resolution of the 8th of December last, indicate what in their view could and ought to be done to the fortifications of Colombo and Trincomalee, pending Their High Mightinesses' further orders. Whereupon, after deliberation and taking into consideration that what is indicated in this report are necessary things for the preservation of the works and to put them in a state of defence against an unexpected attack, so that they do not belong to the new works mentioned above: It has therefore been approved and agreed by a majority of votes, as far as the fortifications of Colombo are concerned, to embrace the proposals made in the aforesaid report and accordingly to have the same executed; but on the forts of Trincomalee and Oostenburg provisionally only to have as much done as is necessary to make these places defensible as well as possible, and especially that what is done to the waterpass battery below Oostenburg, in so far as is feasible in this provisional reinforcement, be done in such a manner that it is given the solidity necessary subsequently to execute in its entirety the double battery as proposed by Monsieur de la Lustrière; against which the Gentlemen Sluysken and Holst declared that they adhered to their advice mentioned in the secret resolution of the 4th of July last, and thus at present only consented to the execution of such works as must absolutely be done, the judgement of which their Honours wished to leave to the engineers who are charged with the execution and who should be answerable for it. To the Right Honourable Willem Jacob van de Graaff, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, and Governor and Director of the Island of Ceylon. Right Honourable Sir, In respectful compliance with the resolution of the Honourable Council of this island, dated 8 December 1787, that the undersigned should take into consideration what in their view could and ought to be done in the meantime, and until Their High Mightinesses' further pleasure, to the fortifications at Colombo, Galle, and Trincomalee, so as on the one hand to undertake nothing that might sometimes not accord with what the aforementioned Their
Dutch transcription
2551 naar herwaards te bezorgen, en daartoe staets eene bekwaame geleegentheid, op eene onver„ „merkte wijze, in het oog te houden; en zoo de Trinkonomaalesche bedienden geen geleegent„ „heid mogten hebben, om zelve aan het voorsz gouvernement te schrijven, maar zijn E: van hunne toestand en het benoodigd secours mogt „ten informeeren, zijn E: in zulk een geval zal aan den generaal den heer de Conwaij, gouver„ „neur van pondicherij, dat ten spoedigsten moe bedeelen, en daarbij uijt naam deezer Rege „ring verzoeken, om naa trinkonomale te zen„ „den het secours, dat de bedienden zullen op„ „geeven noodig te hebben, met last voorts aangem heer Commandeur, om ter gelijken tijd de nood „ge schikkingen te maaken, ten einde zoo daa dit secours aankomt, het zelve ten spoedigsten langs den korssten weg, over land naa tuin ko„ „nomale te kunnen bezorgen, wanneer de hee gouverneur van pondicheaij, het ergens in heb Jaffenase mogte doen aan de wal zetten, en waar „toe aan zijn Edele, bij het vraagen van het secob teffens moet worden bedeeld, waarde ontschee„ „ping van het zelve het bekwaamst zoude kunnen geschieden Aldus Geresolveerd in 't kasteel Kolombo, ten daage maand en jaare voorsz was geteekend W: J: van de Graaf P: sluijsken. D: I: Treaz. b: Tilenus G: E: Holft m: P: Raketenj Reintous accordeert Sijbrands Eiklerk n n 2552 D: E: Luijtenant Collonel - - - - - D: E: Zoldij Boekhouder - - - D: E: Hoofd administrateur - - - - „ Pieter sluijsken. D: E: Eerste pakhuijsmeester - - -„ Johannes Reintous. D: E: Fiskaal - De heer Gouverneur heeft ter vergadering gecom„ „municeerd, het geschreeven door Hunne Hoog Edel, „heeden de Edele Hoog Jndiasche Regeering bij Hoogst denzelve apparte missive van den 23: october Jol: noopens de fortificaatie werken: Waarop gedelibereerd en in achting genoomen zijnde, dat behalven dat het in de teegenswoordige oms„ „tandigheeden meer aante raaden zijn, om zig voor eerst alleen beezig te houden met de defecten aan de fortificaatie werken zoo goedmoogelijk pro„ secreete Resolutie, Genoomen in Raade van Ceilon op Donderdag den 28: Februarij 1788. Present. „ Johan Philip Christiaan Telenius „Gerrit Engel, Holst. absent. „carel Fredrik Schaeuder. mids indispositie. De Wel Edele Groot achtb: den Gouverneur, Willem Jacob van de Quaa V: D: E: Negotie Boekhouder - - - - - „ Mattheus Petrus Raket D: E: Dessave - - - - - - - - - _ „ Diederich Thomas Fuetz: „visioneel- „visioneel te doen verhelpen, dan om nieuwe stukken onder handen te neemen, ook de tijd meer enmeer naadeud, om spoedig te kunnen te gemoet zien de stellige beveelen der heeren meesteren of ten minsten het gevoelen van den Heer Gouver„ „neur van de kaap en de Luijtenant Collonel D: E: bilquin op de voorstellen van tijd tot tijd derweegens gedaan, is goedgevonden verstaan, dat dit op het needright zal worden gebragt onder het oog van Hunne Hoog Edelheeden, en om dien volgens het maa„ „ken van een begin tot het aanleggen van alle nieuwe werken uijtgesteld te laaten, tot den ontfangst van zoodaanige plans, waarnaa die dingen met gerlstheid kunnen worden onder„ „noomen en voortgeziet.— vervolgens is geleesen het hier onder ginsireerd be„ „richt van de gecommitteerdens tot het werk van de genie, de E: majoor Paravicine de Capil„ „le, in de Capitains Tornbauea en kuhn, waar bij dezelven, in gevolge en ter voldoening aan het gedemandeerde bij gemeene resolutie van den 8: Deb passato, aanwijzen wat naar hun inzien, tot wun„ „ner Hoog Edelheeden naader order, aan de vesting werken van kolombo en Tuin konomale zoude kunnen en behooren gedaan te worden. waar 2555 Waarover gedelibereerd en in achting genoomen zijnde, dat het geen bij dit bericht worden aange„e „weezen, noodzaakelijke dingen zijn tot conserva„ „tie van de werken, en om ze tiegen een onver„ „hoopte aanval in staat van de pensie te brengen, zoo dat ze niet gehooren tot de nieuwe werken, waar van hier boven is gewaagd: Is derhalven met meerderheid van stemme goedgevonden en verstaan, voor zoo verre aangaat de vesting wer„ „ken van kolombo, te amplecteeren de propositien bij voorsz: bericht gedaan, en dezelve mitsdien te laaten executeeren; doch aan de forten van Tuin„ „konomale en oostenburg bij provisie alleen zoo veel te laaten doen, als noodig is om deeze plaat„ „sen zoe goed moogelijk houbaar te maaken, en inzonderheid het geen aan de batterij het waater„ „pas onderoostenburg gedaan word, voor zoo verre dat bij deeze provisioneele versterking doenlijk is, te laaten geschieden op eene wijze, dat daaraan gegeeven word de soliditeit, die noodig is om vervol„ „gens in zijn geheele te kunnen executeeren de dub„ „belde basterij, zoo als ze door den Heer de Lo sustrie„ „re is voorgesteld: hebbende daar en tegen de E: sluijsken en Holft verklaard zich te gedraagen aan dea„ „zelver advies, bij secreete resolutie van den 4: Julij den 9 passato passato vermeld, en mitsdien tans alleen gecon„ „sinteerd in de uitvoering van zodaanige werken, als volstrekt noodzaakelijk moeten gedaan worden, waar van hun E=d. de beoordeeling wil¬ „den gelaaten hebben aan de jagenieurs, die met de uitvoering zijn belast, en daar voor aanspreeken „lijk zoude moeten weezen aan den Wel Edelen Groot achtb: Heer Willem Jacob van de Guaatt: Raad Extraoudinaire van Neder„ „lands Jndia mitsgaaders Gouver„ „neur en Directeur van het eijland beijldn. r wel Edele Groot achtbaare Heer: Ten eerbiedige bevolging van het geresolveerde in den Edelen agtbaaren Raade deezes eilands, onder dato den 8: December 1787:, dat de ondergeteekenden zullen hebben in overweeging te neemen, wat naar hun inzien intusschen, en tot Hunne Hoog Edelheeden naaden goedvinden, zoude kunnen en behooren te worden gedaan, aan de vesting wer„ „ken te kolombo, Gale en Trinkonomale om aan de eene zijde niets te werken, het geene zomtijds niet strooken zoude, met het geene welgemelde Hunne
English
12556 Their High Excellencies may hereafter find it fit to determine, and on the other hand not let slip the time that could usefully be spent on this matter, in order to settle permanently what can be done provisionally, especially in so far as it may simultaneously serve to increase the security of the aforesaid places: the undersigned have the honor hereby to inform Your Right Honorable, that whereas at Colombo the covered way, from the Point Middelburg up to the place of arms near the powder mill, lies for the most part exposed against the high foreground of the Galle Plain, the crest of the Glacis being barely 6: feet elevated above the terreplein of the covered way, so that primarily for this reason, that part of the covered way which lies along the left face of the point Rotterdam can be directly fired upon from this elevation, and anyone standing upon the same can see right down to the shoes of anyone passing over the Rotterdam bridge and along this part of the covered way: under these circumstances it is unavoidably necessary to raise the glacis several feet, which, in order to save time and expense, can initially be done only to a width of 30 feet and consequently as a glacis coupé. The place of arms for the front between Middelburg and Rotterdam being uncommonly small and cramped, it ought to be enlarged in order to be able to entrench oneself therein, and thereby be able to defend the covered way with so much the more emphasis. Besides the advantage that by this arrangement the covered way is placed in a better state of defense, all of this added earth is also at the same time of service, whichever Plan project Their High Excellencies may please to choose in the course of time for the fortification of Colombo. In order to directly sweep the beach before the point Middelburg and successfully counter the enemy's approach under cover of its elevation, a work ought to be constructed outside the Galle Gate, since this objective can neither be properly achieved from the point Middelburg nor from Klippenburg, the revetment of this last battery being moreover so dilapidated that a year ago a large part of it collapsed; one could thus, during the present calm and low sea, 2555 make a beginning with laying out this work with quarry stones, and, once it is elevated several feet above the sea, it ought to remain lying through at least one bad monsoon in order to settle. The dam before the curtain between the Points Delft and Leyden serves among other things to cover the foot of the revetment of the main rampart lying behind it. Yet, its parapet being only a little wall of 2: feet thickness, the same ought to be thickened to 12: feet, which thickness may be judged sufficient because this dam cannot be fired upon other than obliquely, and besides that, there is not everywhere enough space for an ordinary parapet of 18: feet thickness. —. The ditch before this curtain is entirely dry, and the revetment wall of the low flank of the Point Leyden having only a slight height, this part, especially during a siege, is very much exposed to being taken by surprise. At this moment, for lack of time and means, no work of importance can be carried into execution, so one will have to make do by making access difficult through small obstacles; along the foot of the wall one can plant a hedge of wild pineapples, and palisade the dam as well as the ditch; and finally one can make a small alteration to the salient place of arms, in order to be able to sweep the low right beach with somewhat more musket fire. The ditch for the front between the points Middelburg and Rotterdam runs dry when the lake is drained, and thus all the more a cunette ought to be dug, as the revetment walls of the low wall of Middelburg and Rotterdam have only a very moderate height. For the rest, several parapets of the main rampart along the sea ought to be raised and the covered way properly palisaded. Concerning Trincomalee, all proposals drawn up for the strengthening of this place agree that the front toward the landward side ought to be enlarged, and the reasons for the necessity of this enlargement are easily deduced from the Report concerning the present condition thereof, dated the 10: November 1786. Therefore, one could begin with laying out the interior space of the Point which 2556 will be built out into the southern bay, and of which one will initially be able to make a place of arms, which in case of attack, before anything of greater importance could have been executed, may be of great advantage. Concerning the execution of this work, the undersigned believe they are obliged to make the observation that the Lieutenant and commander of the artillery at Trincomalee, C: Heupner, to whom the supervision of the fortification works is presently entrusted, will possibly find difficulty in undertaking the construction of this work, and of the water-level battery at Oostenburg, because he has not hitherto been employed in works of this nature. No one is known here who seems to be more capable for this than the French engineer Captain Marchand, who has been here for some time, and in whom the undersigned have not only observed very great skill in the theory of fortification, but who, as is known, has been employed for a long series of years in the construction of fortifications as well as civil buildings, and thereby has had the opportunity to [illegible]
Dutch transcription
12556 Hunne Hoog Edelheeden, naa deezen zullen goedvinden vast te stellen, en aan de andere zijde niet te laaten verloopen den tijd die men ten dee„ „zen nuttig zoude kunnen besteeden, om vast af te„ „doen, het geene bij provisie geschieden kan, in zonder„ „heid in zoo verre dat teffens kan strekken, ten meerdere beveijliging van de voorsz: plaatsen: heb„ „ben de ondergeteekenden de eer uwel Edele Groot agtb: hiermeede te berigten, dat aangezien te kolombo de bedekte weg, van de Punt middelburg af tot aan de waapenplaats bij de kruitmoolen, teegen de hooge voor grond van de Gaatsche vlakte, groostendeels onbedekt legd, als zijnde de kruin van het Glacis naauwelijks 6: voeten boven het teureplein van de bedekte weg verheeven, zoo dat voornaamentlijk om deeze reeden, het gedeelte van de bedekte weg, dat langs de linken face van de punt Rotten„ „dam lega, van deeze aanhoogte uit, directe kan beschooten worden, en men op dezelve staande elk een tot op de schoenen toe kan zien, die over de Rotterdamse baug, en langs dit gedeelte van de bedekte weg passeerd: het bij deeze gesteldheid onvermijdelijk noodig is, het glacis eenige voe„ „ten te verhoogen, dat ter uitweinning van tijd en kosten, voor erst slegts ter breede van 30 voeten en bij en bij gevolg als een glaeis Compe kan worden gedaan De waapenplaats voor de front tusschen middel„ „burg en Rotterdam, buiten gemeen klein en beknompen zijnde, diend vergroot te worden, om zich in dezelve te kunnen verre taanchee„ „ren, en daar door de bedekte weg met zoo veel te meer naadruk te kunnen verdeedigen. Behalven het voordeel, dat door deeze schikking de bedekte weg, in beeteren staat van verdeedi„ „ging gesteld word, is ook te gelijker tijd, alle deeze aangebragte aande van dienst, wat Plan„ project Hunne Hoog Edelheeden in het vervolg van tijd, ter versterking van kolombo, te verkiesen gelieven: om het staand voor de punt middelburg regtstreeks te bestrijken ens vijands aannaade „ring onder bedekking van desselfs verheevendheid, met succes teegen te gaan, diend buiten de Gaalse Poort een werk aangelegd te worden, dewijl men van de punt middelburg, nog van klippenblrg dit oogmerk behoorlijk beuijken kan, zijnde bui„ „ten dien het Revetement van deeze laaste battenij zoo bouwaallig, dat een jaar geleeden, een groot gedeelte daar van ingestort is, men zoude dus bij de teegenwoordige stille en laage zee kunnen een 2555 een begin maaken, met dit werk van klipsteenen uitteleggen, dienende het zelve op eenige voeten boven zee verheeven zijnde, ten minsten een kwaade mousson door, te blijven leggen, om zich te kunnen vastzetten: De dam voor de Gordijn tusschen de Punten Delft en Leijden, diend onder anderen de voet te dekken, van het Revitement des agter leggende hoofd wals. Toch desselfs borstweering slegts een muurtje zijn„ „de van 2: voeten dikte, diend dezelve tot 12: voeten verdikt te worden, welke dikte men toerwijkende oor, aa „deelen kan, wijt deeze dam niet anders als schuins kan worden beschooten, en behalven diens, niet overal uuimte genoeg is, voor eene gewoone borste weering van 18: voeten dikte. —. De gracht voor deeze Goudijn, is ten eenemaal daorg, en de bekleedings muur der lage flank van de Pant Leijden, maar eene gedinge hoogte hebbende, is dit gedeelte, voor al geduurende eene beleegering, zeer aan eene overwasching blootgesteld: jn dit moment kan bij gebrek aan tijd en midde„ „len geen werk van belang ter uitvoer gebragt worden, dus zal men zich moeten behelpen, door kleine hinderpaalen den toegang moeijelijk te maaken, men kan langs de voet van de wet eene heining heining van wilde ananassen planten, en de dam benevens de geracht pallisadeeren; en eindelijk kan men aan de uitspringande waapenplaats eene klyne verandering maaken, om het laage regten „staand, met iets meer snaphaan vuur te kunnen bestrijkenr. De Gracht voor de front, tusschen de punten middel„ „burg en Rotterdam loopt droog, als het lak afge„ „laaten word, en diend dus zoo veel te meer eene cunette gequaeven te worden, als de bekleedinge muuren van de laage wat van middelburg en Rot„ terdam, maar eene zeer maatige hoogte hebben. voor het overige dienen verscheijde borst weeringen van de hoofd wal langs zee verhoogd ende bedek„ „te weg behoorlijk gepallisadeerd te worden. Trinkonomale aangaande stemmen alle voors„ „tellen, tot versterking van deeze plaats opge„ „maakt, daarin overeen, dat het front naar de land zijde, diend te worden vergroot, en zijn de reedenen van de noodzaakelijkheid deezer ver„ „grooting, uit het Rapport over den teegen wordi„ „gen toestand van het zelve, onder dato den 10: novem„ „ber 1786: gemaklijk aftelijden: Dierhalven zoude men kunnen beginnen, met het uitleggen der binnennuimte van de Punt, die in de 2556 inde zuijderbaag zal worden uitgebouwd, en waar van men voor eerst een waapenplaats zal kunnen maaken, die ingeval van attaque, aleer nog iets van meer gewigt, heeft kunnen geexecuteerd worden, van groot voordeel zal kunnen zijn. Nopens de executie van dit werk, gelooven de ondergeteekenden verpligt te zijn, de aanmen„ „king te moeten maaken, dat de Luitenant en kommandant der aatillerie te Tuinkonomale C: Heupner, aan wien tans de opzicht over de fortificatie werken opgedraagen is, moogelijk zwaa „digheid vierden zal, den op bouw van dit werk, en van het waaterpas te oostenburg te ondernee„ „men, om dat dezelve tot nu bij werken van dreze natuur niet is, geemploijeerd geweest. Hier is niemand bekend, die daartoe bekwaa„ „mer te weezen schijnt als de fransche jnge„ „nieur kapitein maachand, die zeedert eeni„ „gen tijd zich hier beviend, en bij wien de ondere„ „geteekenden, niet alleen zier veel kundigheid in de thoorie van den vestingbouws waargenoomen hebben, maar die gelijk bekent is, een lange reeks van jaaren gebruikt is geweest, bij den opbouw zoowel van vesting werken, als van civile gebouwen, en daar door geleegendheid gehad heeft, zich de
English
to practice and make themselves proficient: The principal part of the fortifications at Oostenburg being the water battery, which was constructed to prevent the enemy's ships from entering the inner bay, and which currently lies partly ruined, we believe that it should be restored as soon as possible, with a masonry parapet, in order to be able to vault this battery gradually, building a small vault over each cannon. Besides the advantage of covering the battery by means of these vaults against the plunging fire of the ships, which can sail past it at a distance of a long pistol shot: these are also, in time of a siege, of very great utility and so to speak of necessity for the garrison: for the rest, it is necessary to level the bare hill, and to deepen the moat as much as possible. Furthermore, the undersigned find themselves obliged most respectfully to submit to Your Right Honourable that at the two fortresses Kolombo, Gale and Trinkonomale several gardens and houses lie too close to the fortifications and that the enemy will be able to throw up his batteries behind them, without the garrisons being able to perceive anything thereof, and that therefore the same, for these and still other reasons, should be demolished at a distance of at least 150 rods! We have the honour to be with the greatest respect: was undersigned: Right Honourable Lord, Your Right Honourable's most humble, most obedient servants: was signed: J: Paravicini di Capelli: J: G: Fornbauer: J: E: Küng: in the margin: Kolombo, the 31st of January 1788:— Thus done and resolved in the castle of Kolombo on the day, month and year aforesaid: was signed: W: J: van de Graaff: P: Sluijsken D: T: Fretz: C: Telenius, G: E: Holst: M: P: Raket and J: Reintous. — Agrees Sijbrands First Clerk Secret Resolution Taken in the Council of Ceylon, Saturday the 8th of March Anno 1788: Present The Right Honourable Lord Governor Willem Jacob van de Graaff: The Honourable Dissave Diederich Thomas Fretz. The Honourable Lieutenant Colonel Johan Philip Christiaan Telenius The Honourable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst The Honourable Trade Bookkeeper Mattheus Petrus Raket The Honourable First Warehouse Keeper Johannes Reintous The Honourable Fiscal Carel Fredrik Schreuder Absent. The Honourable Chief Administrator Pieter Sluijsken, having departed on a brief excursion to Gale. There has been resumed by circulation and is now tabled, a secret letter from the Honourable Commander of Gale, Kraijenhoff, dated 22nd of January last; whereby he reports on the arrangements that have been made and on what must still be done, in order, according to what was recommended by secret letter of this Government of the 29th of December past, pursuant to the decision taken on that day to that end, to be on his guard and to put the city of Gale into a state of defense against any hostile attack: Whereupon, having deliberated, it has been approved and agreed: 1: To approve that His Honour has caused an inventory to be taken of the state of the ammunition and artillery goods on hand there, and in addition has taken the opinions of the heads of each military department garrisoned at Gale concerning the defense of the place. 2: Concerning what provisionally must be done to the fortifications of Gale, to refer to the report of the Honourable Major Paravicini di Capelli and company, which, along with the plan and profile belonging thereto, was sent to Gale pursuant to the resolution of the 28th of January last, and to recommend the execution thereof. 3: To supply the ammunition and weapons that Gale still needs, according to the reports inserted in the aforesaid letter, as quickly as possible thither, according to the stock available here, and 4: To approve the preliminary arrangements made, and to recommend the aforementioned Honourable Commander to continue to do all that is necessary and possible in order to be prepared against all eventualities, trusting nonetheless that this will be done with all possible consideration, and with economizing on that which is not strictly necessary or can for the present still be spared. Thus done and resolved in the castle of Kolombo on the day, month and year aforesaid: was signed: W: J: van de Graaff: D: T: Fretz: C: Telenius G: E: Holst: M: P: Raket, J: Reintous and C: F: Schreuder Agrees Sijbrands First Clerk Secret Resolution Taken in the Council of Ceylon on Sunday the 9th of March Anno 1788. Present. The Right Honourable Lord Governor Willem Jacob van de Graaff: The Honourable Dissave Diederich Thomas Fretz. The Honourable Lieutenant Colonel Johan Philip Christiaan Telenius The Honourable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst. The Honourable Trade Bookkeeper Mattheus Petrus Raket: The Honourable First Warehouse Keeper Johannes Reintous The Honourable Fiscal Carel Fredrik Schreuder Absent. The Honourable Chief Administrator Pieter Sluijsken, for a brief excursion to Gale. Together with a letter from Manaar of the 6th of this month, there has been received a copy of a letter written by the Residents at Kilkare under date of 25th of February last to the officials at Manaar, containing among other things the report that a party of tonies were gathering at Dambe, so it was said, for the purpose of holding a pearl fishery in the bay of Kondaatje, but that it was also suggested that this was merely a pretext, and that the actual purpose was to make use thereof to compel by force the Theuver, who was still staying outside Ramenade-waram, to submit to the Nabob.
Dutch transcription
zich te oeffenen en bekwaam te maaken: Het voornaamste gedeelte van de vesting wer„ „ken te oostenburg het waaterpas zijnde, dat aangelegd is, om aan 's vijands scheepen den ingang in de binnenbaaij te beletten, en dat tang ten deele om verre legd, vermeenen we dat het zelve ten eersten heersteld te worden diend, met een gemetselde borstweering, om deeze bat„ „tirij na en na te kunnen verwulden, met over elk kanon een klijn verwulfte bouwen. Dehalven het voorleel, door deeze verwulfen de batterij teegen het plongeeren der scheepen te dekken, die op een groote pistoolschoot langs. dezelve heen kunnen zijlen: zoo zijn de zelve ook in tijd van eene beleegering voor de bezetting vanr zea groote nuttigheid, en zoo te zeggen van noodzaaklijkheid: voor het overige is het noodig de kaale berg te slegten, en de Gragt zoo veel moogelijk uit te diepen voorts vinden zich de ondergeteekenden verpligt uw wel Edele Groot achtbaare eerbiedigst voorte „stellen, dat aan de twee vestingen Kolombo, Gale en Trinkonomale verscheijde Thuijnen en huijsen te digt aan de vesting werken leggen en dat de vijand agter dezelven zijne basterijen zal kun„ nen 2557 „nen opwerpen, zonder dat de bezettingen iets daarvan kunnen gewaar worden, en dat dus de „tzelven om dee ze ven nog meer andere reedenen op een afstand van ten minsten 150: ge roeden„ „geslegt te worden dienen! wij hebben de eene met de grootste eerbied te zijn: /onderstond:/ Wel Edele Groot achtb: Heer uwer wel Edele Guoot achtb: onderdaaning Gehoorzaamste die naaren (: was geteekend. J: Panavicini de Capelle: J: G: Fornbausa J: E: kung /:in maagiene /: kolombo den 31: Januarij 1788:— aldus Gedaan ende Geresolveerde, in het kasteel kolomba ten dage waarden Jaare voorsz: / was geteekend: W: J: van de Graaff: P: Sluijsken D: T: Faetz. C: Telenius, G: E: Holft: m: P: Raket en J: Reintous. — accordeert Sijbrands Egkleerk de 2558 secreete Resolutie, Genoomen in Raade van Ceijlon Zaterdag den 8 maart A: 1788: Present De Wel Edele Groot achtbaare Heer Gouv:„ Willem Jacob van de Graaff: D: E: Dessave - - - - - - - - _ „ Diederich Thomas Fretz. D: E: Luijtenant Collonel - - - - „ Johan Philip Christiaan Telenius D: E: Zoldij Boekhouder - - - - „ Gerrit Engel Holft D: E: Negotie Boekhouder - - - - „ Mattheus Petrus Rakel D: E: Eerste pakhuijsmeester - - - - „ Johannes Reintous D: E: Fiskaal. - - - _ _ _ _ _ _ „ Carel Fredrik Schueuder absent. D: E: Hoofd administrateur - - - Pieter Sluijsken. zijnde voor een springtogt nagale vertrokken Js door nondzending geresumeerd en tans ter tafel gebragt, een secreete brief van den E: gaalsch Gezag„ „hibber Kraijen hoff: de dato 22: Januarij Jol; waar bij dezelve verslag doet van de schikkingen die gemaakt zijn en van het geener nog gedaan moet worden, ten einde, volgens het aanbevoolen bij secreete brief deezer Regeering van den 29: xber passato, uijt kragte van het ten dien daage daartoe genoomen besluijt, zicht op zijne hoede te houden en de stad Gale in staat van defensie te stellen, teegen allen vijandelijken anval: waar Waarop gedelibereerd zijnde, is goedgevonden en ver¬ „staan. s: te apporbeeren, dat zijn E: den staat de r amonitie en aathilleais goederen, aldaar aan handen, heeft laten opneemen, en daar bij nopens de defensie van de plaats, heeft ingenoomen de advisen van de hoofden van elk militair de partiment, te Gale guarnizoen houdende. 2: Nopens het geen bij provisie aan de Gaalse vesting wer „ken moet worden gedaan, te refereeren aan het beuust van den E: majoor. paravicine de Capelle C: s: het wil nevens het daartoe gehoorende plan en profil, vold resolutie van den 28: Januarij jongstl: na Gale ge„ „zonden is, ende executie daar van aan te beveelen 3: De ammonitie en wapengoederen, die Gals nog, vol„ „gens de bij voorsz: brief geinsereerde Rapporten, woo„ „dig heeft, naar maate van den voorraad alhier, zoo spoedig moogelijk derwaards te bezorgen, en 4: te apporbeeren de gemaakte voorlopende schikkin „gen, en den voorm: E: gezaghebber te recommandelaen, om bij voortduuring te doen al wat noodig en mooge„ „lijk is, ten einde teegen alle evenementen geprepa„ „uierd te zijn, in vertrouwen nochtans, dat dit met alle moogelijke overleg, en met bezuijniging van het 2559 het geen niet volstrekt noodig is of voor eerst nog kan worden gemist, geschieden zal. Aldus gedaan en de geresolveerd in het kasteel kolombo ten daage maanden jaare voorsz: / was geteekend:/ W: J: van de Graa W: D: I: Fretz: C: Telenius G: E: Holst: m: P: Raket. J: Reintous en C: F: Schreuder accordeert Sijbrands Wagklerk en ver„ n wed a„ ge„ pa„ 2560 D: E: Eerste pakhuijsmeester - - - - D: E: Zoldij Boekhouder - - - - - - „ Gerrit Engel Holft. D: E: Fiskaal - - - - - - - __ D: E: Hoofd administrateur - - - - - „ Pieter Sluijsken. voor een springtogt na Gale. Js nevens mannaarsche brief van den 6: deezer, ontvangen een copij brief, door de Resiedenten te Kilkane onder dato 25: Febr: Job: aan de bedienden te manaar geschreeven, houdende onder anderen berichi„ dat er op Dambe eene parthij tonies zich verzaamel„ „den, zoo gezegd wierd, tot het houden eener paarl„ „visscherij in de bogt van Kondaatje, doch dat er ook gegift wierd, dat zuls slegts een voorwendsel waar „re, maar dat het eijgentlijke but zoude zijn, daar van gebruijkt te maaken om den Theuver, die zich nog al buijten Ramenade waram op hield met geweld tot onderwerping aan den Nabob te noodzaaken„ secreete Resolutie Genoomen in Raade van Ceilon op. Zondag den 9: maart Anno 1788. present. „ Johannes Reintous „ Garel Fredrik Schueuder absent. De Wel Edele Groot achtb: ten Gouverneur e„ Willem Jacob van de Graaff: D: E: Negotie Boekhouder - - - - - - „ mattheus Petrus Raket: D: E: Dessave - - - - - - - - „ Diedenich Thomas Faelz. D: E: Luijtenant Collonel - - - - - - „ Johan Philip Christiaan Tesenius Naa.
English
After which resumption, having deliberated upon the request of the Mannar servants to be supplied with orders as to how they should conduct themselves should any tonies and people arrive there from the opposite shore with the intention of holding a fishery, or should the people of the Theuver, who are being pursued by the Nabob, cross over there and seek refuge with the Company, it has been taken into consideration that it is not probable that the Nabob would make any preparations for the pearl fishery on an uncertain footing, and that it is even less conceivable that at a time when he, by the appointment of an ambassador to this government, gives evidence of his inclination toward an amicable accommodation, he would entertain the intention of undertaking a fishery on the Mannar pearl banks by force; but that it seems more credible that the gathering of people and tonies is intended to curb the Theuver, who has resisted him for some time, and to prevent his escape, and that therefore, should it happen that the latter or his people take refuge at Mannar and seek the protection of the Company, the same ought to be turned away, so as not to become embroiled in difficulties should the Nabob come to demand him from the Company. And it has consequently been approved and agreed, in order to be prepared as much as possible for both cases, to write to the Mannar Chief van Ranzow by a separate letter: Firstly, to cause the Mannar and Arippu pearl banks to be cruised for the present, and until the boat Ceylon returns from Tuticorin, by two armed cruising tonies, and immediately to prevent whatever is undertaken upon them by whomever it may be, whether to inspect them or actually to fish upon them; with orders to the commanders on those cruising vessels that, if this should be undertaken with greater force than they could resist, then, if they could do nothing else or more, to forbid those who might wish to undertake this in the name of this Government, and that subsequently one of the cruising vessels must come ashore to give notice thereof to the Chief, who must at once send as many armed vessels as shall be found necessary to arrest all vessels assisting in the aforesaid undertaking and bring them to Mannar; and that when this occurs, the Chief must at once give notice thereof to the Honorable Commander of Jaffnapatnam, as well as to this Government. Secondly: that if the Theuver should take flight to Mannar, it be announced to him upon his appearance, in a polite yet very earnest manner, that he cannot be admitted into the Company's territory, and if he should already have arrived thereupon before the Chief could have this announcement made to him, to have him told then that he must leave the Company's territory immediately, without however hindering him in his flight elsewhere, or interfering therewith in any respect, but on the contrary conniving at it and leaving the way thereto as open to him as could be done without compromising the Company or doing anything that might give rise to disagreeable disputes with his feudal lord, the Nabob of the Carnatic; and finally, that access to the Company's territory must be barred to all strangers who appear suspicious in this matter, and that the said Chief, in judging what can or cannot be done in this case without prejudicing the Company's good right and the duties of neutrality, must take as a basis that the Nabob of the Carnatic is the lawful sovereign of the Madura country and at the same time the feudal lord of the Marawa kingdom, and that the Theuver must be considered nothing other than a vassal who has risen against his feudal lord, the aforesaid Nabob. And it is furthermore resolved to give notice of the aforesaid instruction to Mannar and of this resolution to the Honorable Commander of Jaffnapatnam, with instructions to put the necessary measures into effect in due time, in conformity with this resolution. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day and year aforesaid. (Signed) W. J. van de Graaff, D. T. Fretz, C. Felenius, E. Holst, M. P. Raket, J. Reintoux, and C. F. Schreuder. Agrees: Sijbrands, Clerk. Secret Resolution, taken in the Council of Ceylon on Wednesday the 12th of March, Anno 1788. Present: The Right Honorable Lord Governor, Willem Jacob van de Graaff. The Honorable Chief Administrator, Pieter Sluijsken. The Honorable Dessave, Diederich Thomas Fretz. The Honorable Lieutenant Colonel, Johan Philip Christiaan Felenius. The Honorable First Warehouse Master, Johannes Reintoux. Absent: The Honorable Fiscal, Carel Fredrik Schreuder. The Honorable Trade Bookkeeper, Mattheus Petrus Raket. The Honorable Pay Bookkeeper, Gerrit Engel Holst. By the Commander of Jaffnapatnam, Raket, alongside a separate letter of the 6th of this month, there having been transmitted a copy of a letter written by the bookkeeper Scheuneman under date of the 3rd of this month from Negapatnam to His Honor, containing a report that he had very secure tidings that on the 28th of February 4 private ships had departed from Pondicherry, with 1200 European soldiers and the Governor, to make themselves master of Colombo, or to take possession in the name of
Dutch transcription
Naa welker resumtie gedelibaeerd zijnde op het ver„ „zoek van de monaarsche bedienden, om met order te mogen worden gemunieerd, hoe ze zich zouden hebben te gedraagen, wanneer er eenige tonies en volk, met in zicht om eene visscherij te houden, van den overwal aldaar mogten aankoomen of zoo het volk van den Theuven, dat van den nabab weud vervolgd, aldaar ^ zijn mogte overkoomen en bij de Comp=e toevlugt zoeken js in achting genoomen, dat het niet waarschijnelijk is dat de nabab op eenen onzeekeren voet, eenige pre„ „paaaties tot de paarlvijsscherij zoude maaken en dat het nog minder te denken is, dat hij in eenen tijd, dat hij, door de benoeming van eenen ambas„ „asdeur aan dit gouvernement, een blijkt geeft van zijne geneigdheid tot een minnelijk accomo„ „dementen het voorneemen zoude voeden, om eene visscherij op de mannaarsche paarlbanken met geweld te onderneemen; maar dat het meer geloof„ „lijk schijnt, dat de verzaemeling van volken tonies geaigt is om den Thuuver, die zich zudiat eenigen tijd teegen hem verzit heeft, te beleuge„ „len en het ontvlugten te beletten, en dat derhalven zoo mogte gebeuren, dat deeze of zijn volk dewijl naa mannaar en den toevlugt tot de Comp:= neewe dezelve behoorde te worden afgeweezen, om niet in moeijelijkheeden te geraaken, indien de nababhem vande Comp:e mogte koomen te reckameeren:— En is mits dien goedgevonden en verstaan, om in bij de gevallen 2561 gevallen zoo veel doenlijk geprepareerd te weezen, het mannaarsche opperhoofd van Ranzou bij een apar„ „ten brief aante schrijven: Eerstelijk om de mannaar„ „sche en arriposche paaalbanken voor eerst en tot dat de boot Ceijlon van tutukorijn terug komt, door twee gearmeerde Kruijstonies te doen bekruijsen, en daadelijk te doen beletten het geener op, door win„ het ook zij, word ondernoomen, het zij om die te visiteeren, of om erwerkelijk op te visschen; met last aan de Gezagvoerders op die kruijs vaartuijgen om zoo dat mogte worden onderneemen met groote r macht, dan zij zouden kunnen teegenstaan, als dan, zoo ze ook niets anders of meer konden doen, den geenen, die dit mogten willen onderneemen, het uijt naam deezzer Regeering te verbieden, en dat vervolgens een der kruijsvaartuijgen aan de wal moet koomen, om er kennis van te geeven aan het opperhoofd, die aanstonds zoo veel gaarmeerde vaartuijgen moet zenden, als noodig zullen worden bevonden, om alle vaartuijgen, die bij de voorsz: onderneeming afsisteeren, in arrest te nee„ „men en naa mannaar optetvengen; en dat als dit geschied het opperhoofd. daar van aan den Hua Com„ „mandeur van Jaffenapatnam, zoo wel, als aan deeze Reegering ten eersten kennis moet geeven. Ten anderen pal en en eene et hem Ten anderen: om zoo de theuver de wijk mogte neemen naa mannaar, aan hem bij verschijning op eene heusche doch tevens zeer ernstige wijze te doen aankondigen, dat hij op 'sComp: territoir niet kan worden geadmitteerd, en zoo hij reets daar op mogte zijn aangekoomen, voor dat het opperhoofd hem die aankondiging had kunnen laaten doen, hem als dan te doen aanzeggen, dat hij Comp:t gebied aanstonds moet verlaaten, zonder hem nochtans in zijne vlugt naa elders hinderlijk te zijn, of zich in eenig op zicht daarmeede te bemoeijen, maar in teegendeel oogluijkende hem den weg daar toe zoo ruim laatende, als zoude kunnen geschieden, zonder de Comp:e te compaomitteeren of iets te doen, dat aanleijding kan geeven tot onaangenaame ver„ „schillen met zijnen leerheed, de nabab van Kaa„ „natika: en eindelijk dat aan alle vreemdelingen, die in deezen verdacht voorkoomen, den toegang op s Comp:s grond gebied moet worden bezet, en dat het gem: opperhoofd, in het beoordeelen van het geen in dit geval geschieden kan of niet zonder te kort te doen aan sComp: goed recht ende plichten der„ „nutualiteit, tot een basis moet neemen, dat de nabab van karnatika de wettige vorst van het madureesche landen teffens de leen hera van het marauasch uijk is, en dat de theuven niet anders 2562 anders moet worden geconsidereerd, dan een Leenman, die teegen zijn leenheer, de voorm: Nabab, opgestaan is: En is wijders verstaan, van het voorsz: mannaaa„ „sche aanschrijvens en dit besluijt, kennis te gee„ „ven aan den heer Commandeur van Jaffenapat„ „man, met aanschrijvens om in tijds, overeenkomp„ „tig met dit besluijt, de noodige maat vergelen in het werk te stellen. aldus Gedaan ende geresolveert in het kasteel kolombo ten daage maar den Jaare voorsz: /: /:was geteekend /: W: J: van de Graav: D: T: Fretz: C: Felenius E Holft: m: P: Raket. J: Reintoub en C: F: Schreuder: accordeert- Sijbrands WVlgklerk men 700 van - 2563 secreete Resolutie, Genoomen in Raade van Ceilon op Woensdag den 12: maart A:o 1788: Present De: Wel Edele Groot achtb: Heer Gouverneur, Willem Jacob van de GraaW: D: E: Hoofd administrateur - - - „ Pieter sluijsken. . D: E: Dessave - - - - - - - — „ Diedeaich Thomas Faetz. D: E: Luijtenant Collonel - - - - - - „ Johan Philip Christiaan Telenius D: E: Eerste pakhuijsmeester - - - „ Johannes Reintous Absent. D: E: Fiskaal - - - - - _ _ „ Carel Fredrik Schaeuder D: E: Negotie Boekhouder - - - „ mattheeus Petrus Rakel. D: E: zoldij Boekhoudrr - - - - „ Gerrit Engel Holst. Door den heer Jaffanapatnams Commandeur Rakel nevens aparte brief van den 6: deezer, overgezon„ „den zijnde de Copij van eenen brief, door den boek„ „houder scheuneman, onder dato 3: derzer, van Nage„ „patnam aan zijn E: geschrelven, en houdende bericht, dat hij zeer secuure tijding had, dat den 28: februarij fol: 4: particulieere scheepen van Pondichaeij oea„ „trokken waaren, met 1200: Europeesche militai„ „ren en den gouverneur, om zich meesten te maa„ „ken van Kolombo, of in bezit te neemen uijt naame
English
name of the Lords States General: deliberation was held thereon and it was considered that, however much the attributed objective cannot well be assumed from the aforesaid arming, and it is therefore very probable that this expedition has a different destination, the aforementioned report is nevertheless given with so much certainty that one seems scarcely permitted to doubt it; and that prudence therefore requires all measures to be taken in order to be constantly on guard and armed against all attempts. And it is therefore approved and agreed to repel with force all acts of aggression, under whatever pretext, undertaken against this or the subordinate places, until orders for the further conduct of this Government in this matter are brought forth, the authenticity of which cannot be doubted; and accordingly to write a circular to the servants at the subordinate offices, to exercise all possible vigilance and to report directly to this Government everything that could or might occur to them regarding the posts entrusted to them under the higher authority of this Government, with orders also in the meantime to resist with all the power placed in their hands all acts of aggression that might be undertaken against them. Lastly, it is also agreed to give humble notice of this to the Noble High Indian Government, in order to be able to send it to Batavia with the ship Alblasserdam, if it should not have departed yet from Gale. Thus done and resolved in the Castle Colombo, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graaff, P. Sluijcken, D. T. Faetz, C. Telenius, and Johannes Reintoux. Sybrandsz Wegteerk, agrees. Secret Resolution, taken in the Council of Ceylon on Monday, the 17th of March, Anno 1788. Present: The Right Honourable Governor Willem Jacob van de Graaff. The Honourable Chief Administrator Pieter Sluijcken. The Honourable Disava Diederich Thomas Faetz. The Honourable Lieutenant Colonel Johan Philip Christiaan Telenius. The Honourable Trade Bookkeeper Mattheus Petrus Raket. The Honourable Fiscal Carel Fredrik Schreuder. The Honourable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst. The Honourable First Warehouse Master Johannes Reintoux. During the meeting, an inserted note was received, sent by Mr. Buchanan, ambassador of the Nabob of the Carnatic, to the Governor. Mr. Buchanan requests to know whether His Excellency Governor van de Graaff will permit the 30 thonies now lying ready at Rameswaram to be employed to conduct a trial pearl fishery during this monsoon on the banks of Mannar, for the joint account of His Highness the Nabob of Arcot and the Honourable Dutch East India Company. The proceeds will be divided as agreed upon at the last fishery, and the expenses of the vessels, thonies, etc. shall be paid in equal proportion by each party. His Excellency may appoint capable persons for this purpose to supervise it without delay on the part of the Honourable Dutch East India Company. Below stood: At the Governor's House, the 17th of March, 1788. Lower down: His Excellency Governor van de Graaff, etc., etc. After the reading of which, the proposal made therein being deliberated upon and considered: that, besides the uncertainty of whether the banks are stocked with mature oysters, and the shortness of time to collect a sufficient number of thonies and divers before the impending adverse monsoon breaks out, it completely conflicts with the Company's interest to consent to holding a pearl fishery on the Mannar banks before the contract concluded with Mr. Dott is ratified by the Nabob, or a reasonable agreement is reached with this new ambassador. It is therefore approved and agreed, through the commissioners appointed by today's general resolution, the Honourable Sluijcken and Holst, to have Mr. Buchanan answered: That according to constant custom, before a fishery can be proclaimed, the pearl banks must first be inspected to discover whether they are stocked with mature oysters; and that if the banks are found sufficiently stocked with mature oysters, the leasing is then proclaimed and held. That the aforesaid inspection takes place in the months of November and December, in order to be able to begin the fishery early in the spring, which must start in February to have the work completed early in March, as otherwise the approaching monsoon prevents the fishery. That without a prior inspection, no fishery can be held, and that even if such were possible, it is now nevertheless impracticable and the effort would be fruitless, since the suitable time for it has passed and the northern monsoon is due to break out any day. That the Lord Ambassador will therefore please understand that the proposal for an immediate fishery cannot be entered into, and that it is consequently unnecessary to
Dutch transcription
naam van de heeren staaten Generaal: js daar over gedelibereerd en in achting genoomen dat hoe zeer uijt de voorsz: anmature, het daar aan toegeschreeven oogmerk niet wet te onderstel„ „len, en het derhalven zeer waarschijnelijk is dat deeze expeditie eene andere bestemming heeft, het voorm: bericht nochtans met zoo veel zeekerheijd word gegee„ „ven, dat men het bijnaa niet in twijffel schijnt te moogen trekken: en dat derhalven de voorzigtig„ „heijd vereischt, alle maatveegelen te neemen, ten einde teegen alle attentaaten steeds op hoede en gewapend te zijn. En is derhalven goedgevonden en verstaan, on alle daadelijkheeden, onder wat voorwendsel ook die teegen deeze of de onderhoorige plaatzen worden ondernoomen, met geweld aftekeeren, tot dat orders, tot verdere bestiering deezer Regeering in deezen, worden toegebragt, welker aut„ „henticiteit niet in twijffel te trekken is; en mitsdien den bedienden op de subaltiane can„ „tooren circulaia aanteschrijven, om alle mooge„ „lijke waakzaamheijd te gebruijken, en alles wat hun, nopens de aan hun, onder het hooger gezag deezer regeering, toebetrouwde posten, zoude 2564. zoude kunnen of mogen voorkoomen, direct aan deeze Regeering over te wijzen, met last tevens om intusschen alle daadelijkheeden, die men tegen hun zoude willen onderneemen, teegen te gaan met al het vermoegen, dat hun in handen is ge„ „stela:— Laatstelijk is ook verstaan, hier van het den zelve neederig kennis te geeven aan de Edele Hooge Jndi„ „sche Regeering; ten einde met het schip & alblas„ serdam, indien het nog niet van Gale mogte zijn vertrokken, naa Batavia te kunnen worden ver zonden„ Aldus Gedaan ende geresolveert in het Kasteel Kolombo, ten daage maanden jaare voorsz: /was„ geteekend:/ W: J: van de Graaff: P: sluijcken D: T: Faetz: C: Telenius en J:s Reintous. —. Sijbrands Wegreerk accordeert. om ¬ alle die den 2565 D: E: Hoofdadministrateur - - - „ Pieter Sluijcken D: E: Dessave - - D: E: Negotie Boekhouder - - - -- D: E: Fiskaal - - - - - _ - D: E: Zoldij Boekhouden - - - - „ Gerrit Engel Holft. D: E: Eerste pakhuijsmeester - - - - „ Johannes Reintous Js staande vergaadering ontfangen een hier onder ginsereerde Beljet, door den heer Buckanan, am„ „bassadeur van den Nabab van kaanatika, aan„ „den Heer Gouverneur gezonden. De heer Buchanan verzoekt te weeten, of zijn Exel¬ „lentie de Gouverneur van de Graaff: wil toestaan, dat dit op Ramanawanam nu gereed leggende 30: tonies geemploijeert worden, om voor gezaamentlijke weeke„ „ning van zijn hoogheijd den Nabab van arcat en „de honorable neederlandsche oost Indische Compag„ „nie in deeze mousson eene proef van de paarle„ secreete Resolutie, Genoomen in Raade van Ceilon op Maandag den 17: maart A:o 1788. Present. - — — „ Diederich Thomas Faetz: D: E: Luijtenant Collonel - - - - -„ Johan. Philip Christiaan Jelenus „mattheus Petrus Raket „Carel Fredrik schaeuder De Wel Edele Groot achtb: Her Gouvreneur„ Willem Jacob van de Graaff: visscherij: — „visscherij te maaken, op de Banken van man„ „aan het product zal worden verdeelt, zoo als men bij de laatste visscherij, is eenig geworden /: over eengekoomen:/ ende onkosten van de vaartuigen, Tonies etz: zullen in gelijke propotie van ieder parthij betaald worden. zijne Exellentie ordonnee „re hiertoe bequaame perzoonen om zonder ver„ „toog daar op te letten van wijlen der honouoble neederlandse o: 7: Compagnie :/ onderstond:/ s Gouver„ „neurs thuijs den 17: maart 1788: /lager:/ zijn Exellentie Gouverneur van de Graaf: etc: - etc:a Naa reseemtie van het welk, op de daar bij gedaane propositie gedelibereerd, en in achting genoomen zijnde, dat behalven de onzeekerheid of de banker van rijpe oesters bezet zijn, ende kortheijd des tijds tot de verzaameling van een genoegzaam aantal van tonies en duijkers, een de raakende kwaade mousson doorbreckt, het volstrekt teegen sComp:s belang stuijd, om in het houden van eene paarlvisscherij op de manaansche banken te bewil„ „ligen, alvoorens het geslooten contract met den heer Dott door den nabab geratificeerd, dan wel met deezen nieuwen ambassadeur een reedelijk verdrag getroffen zal zijn. — Js der 2566. Js der halven goedgevonden, en verstaan, door de bij gemeene resolutie van heeden benoemde gecommit„ „teerdens, de E: sluijsker en Holst, aan den Heer Buc„ „honan te laaten antwoorden: Dat volgens een Constant gebrlijkt, alvoorens eene visscherij kan worden uijtgeschreeven, eerst de paarlbanken moeten worden gevisiteerd, ter ontwaaring of ze met rijpe oesters bezet zijn, en dat zoo de banken genoeg met uijpe oestens bezet bevonden worden, als dan de ver„ „pachting word uijtgeschreeven en gehouden.— Dat de voorsz: visitatie in de maanden november en December geschied, om vroeg in het voorjaar met de visscherij te kunnen worden begonnen, die in februarij moet aangaan, om vroeg in maart gedaan werk te kuijgen, wijl anders de naader mousson de visschenij belet. Dat zonder eene voor ofgaande visitatie, geene visscherij kan worden gehouden, en dat zoo ook zulken moogelijk waare, nu nochtans ondoenlijk is en de moeite vrugteloos zoude weezen, vermits de bequaame tijd daartoe verloopen& is, en de noorder mousson daagelijks staat door te breeken Dat de heer Gezant mitsdien zal gelieven te begrij„ „pen, dat in de propositie tot eene daadelijke vissching niet kan worden getreeden, en dat het gevolglijk onnoodig is, n daar
English
it is unnecessary to allow the tonies of the Lord Nabab to come up. Together with the secret letter from Jaffnapatnam of the 14th of February last, having received a secret resolution of the 29th of January preceding, whereby the officials have decided to have the defects found in the fortification works, ammunition, and weapon supplies—upon an inspection carried out by the Captains of the infantry Bodenschatz and de Bonneval, together with the Captain Lieutenant of the artillery Brochet, according to the indications made thereof in the report of this Commission—remedied, and to requisition the missing ammunition and weapon supplies from here. It is, after resumption of the same, approved and agreed to sanction the dispositions of the officials, and to qualify them for the execution of the same, in proportion as circumstances will allow. In the aforesaid resolution having been noted, among other things, upwards of 500 muskets that are either unserviceable or unusable due to various defects, wherefore the officials in their aforementioned letter request that 500 new and capable muskets might be sent from here: it is, in consideration that the Jaffnapatnam armory is tolerably well provided with craftsmen, and that therefore the repairable muskets can be repaired and put in order right there, approved and agreed to send thither, of the requested quantity, at the first opportunity only 200 capable muskets, with written orders to have the defective muskets repaired there themselves; and furthermore to request a report from the officials as to which of the weapon supplies found defective can be remedied and made usable there, and in how much time that can take place, with orders at the same time to indicate how many muskets have been repaired there in the last three years, besides what is in use by the garrison, and further with authorization to send hither, by sea opportunity, the muskets that are irreparable and utterly unserviceable. Lastly, it is approved to authorize the officials further, in accordance with the proposal of the aforesaid military Commission, to have 12-pounder grapeshot made from 1288 1-pounder round shot that are remaining there, and to send to Trincomalee 10 barrels of bomb fuses, for which they have no caliber there. Thus done and resolved in the castle of Colombo, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, D: T: Fretz, C: Telenius, G: E: Holst, M: P: Raket, J:s Reintous, and C: F: Schreuder. Agrees, Sijbrands, Sworn Clerk. The Right Honorable and Highly Esteemed Lord Governor, Willem Jacob van de Graaff. The Honorable Chief Administrator, Pieter Sluijsken. The Honorable Lieutenant Colonel, Johan Philip Christiaan Telenius. The Honorable Pay Bookkeeper, Gerrit Engel Holst. The Honorable First Warehouse Master, Johannes Reintous. The Honorable Fiscal, Carel Fredrik Schreuder. Absent: The Honorable Dessave, Diederich Thomas Fretz, due to illness. The Lord Governor having communicated to the meeting that His Honour had received the Leiden Couriers up to the 2nd of November past, and that it appears therefrom that peace in the Republic has been restored through God's goodness, so it is, in consideration that the apprehension of a war between the neighboring powers thereby ceases, and everything returns once again to the usual order of things, approved and agreed to write to the officials at Trincomalee that everything written to them by secret letters of the 16th of January and 6th of this month, concerning the conduct to be observed if the French should bring unrequested aid, must be considered null and void, since if they might now still be sent unrequested, one cannot reasonably presume that it is done with good intentions. Secret Resolution Taken in Council of Ceylon Friday the 21st of March, Year 1788. The ministers at Cochin, having by missive of the 4th of this month, while demonstrating that they are entangled with the King of Travancore in a very disagreeable dispute over the Company's privileges, submitted to the consideration of this Government whether the present state of this government can allow the detachment sent thither to remain there during the bad monsoon; since it was very natural that the aforementioned prince, who now already threatens with measures of violence and with the end of friendship, will become much more insolent and unmanageable if the aforesaid detachment should now be sent back. So it has been deliberated upon and taken into consideration that, the restored peace in the Republic having removed the concern for a war on that account, one finds for the present in this government no reason why one should not come to the aid of the Malabar government in its present need, and it is therefore approved and agreed to leave it deferred to the ministers to send the aforesaid detachment back with the ship the Leviathan, or else to retain it yonder until after the bad monsoon, as Their Honours, according to the state of affairs, shall judge to serve best the service of the Company. Thus done and resolved, in the castle of Colombo, on the days, months, and years aforesaid. Was signed: W: J: van de Graaff, P:r Sluijsken, C: Telenius, G: E: Holst, M: P: Raket, J:s Reintous, C: F: Schreuder. Agrees, Sijbrands, Sworn Clerk.
Dutch transcription
onnoodig is, de tonies van den Heer Nabab: te laaten opkoomen. Nevens javenase secretts brief van den 14: februarij Jol;, ontfangen zijnde eene secreete resolutie van den 29: Januarij bevoorens, waar bij de bedienden hebben beslooten, om de bevondene gebreeken aande forti„ „ficatie werken, ammonitie en waapen goederen, bij gedaanen opneem door de Capitains van de insaa„ terie Bodenschatz en de Bonneval, nevens den Capi„ „tein Luijtenant der arthilleaij Brochet, volgens de daar van gedaane aanwijzing bij het rapport deeser Commissie, te laaten verhelpen, ende ontbree„ „kende ammonietie en waapen goederen van hier te requireeren. — Is naa recumtie van dezelve, goedgevonden en verstaan der bedienden dispositien te approbeeren, en hun tot de uijtvoering der zelven te qualificeeren, naar maate dat de omstandigheeden dat zullen, gedoogen. Bij voorsz: resolutie onder anderen aangeteekend ge„ „vonden zijnde ruim 500: geweeren, die of ombequaame of door verscheide gebreeken onbuuikbaar zijn, waar door de bedienden bij hunnen voorm: brief verzoe„ „ken, dat van hier 500: nieuwe en bequaame geweraen mogten gezonden worden: is uijt aanmerking, dat de Jaffanapatnamse waapen koamer tamelijk wel van ambagtslieden 2567 ambagts lieden is voorzien, en dat mitsdien de repa„ „rable geweeren geweeren dat zelfs kunnen gereparcer„ „den in order gebragt worden, goedgevonden en verstaan, van de gevraagde quantitijt, bij eerste occagie alleen 200: bekwaame geweeren derwaards te zenden, met aanschrijvens om de defecte geweeven daar zelve te laaten repareeren; en voorts van de bedienden beriaht te vraagen, welke van de defecte bevondene waapen, „gooederen, aldaar verholpenen buuijkhaar gemaakt kunnen worden, en in hoe veel tijds dat geschieden kan, met last teffens om daar bij aantewijzen hoe veel geweeren in de laaste drie jaaren aldaar gerepa„ „reld zijn, buijten het geene bij het guarnizoen in gebruijk is, en met qualificatie wijders, om de ge„ „weeren, die irueparable en volstrekt onbequaam zijn, bij zees geleegentheijd dit heenen te zenden. Laastelijk is goed gevonden der bediend nogte qualificeeren om overeenkomstig met de propositie vande voorsz: mili„ „taire Commissie, van 1288: een ponder rondscherpen, die aldaar perrestant zijn, 12: ponders druijven te laa„ „ten aanmaaken, en om 10: vaatjes bombuijsen, waar toe ze aldaar geen Calibia hebben, te verzenden naa Tuinkons„ aldus Gedaan ende Geresolveert in het kasteel kolombo, ten daage maand, en jaare voorsz:/ was ge„ „maale. „teekend: ten Jol „teekend W: J: van de GraaW: P: Sluijsken. D: I: Faelz. C: Telenius G: E: Holft m: P: Raket j:s Reintous en C: I: Schaeuder. Egkeerk Sijbrands accordeert. 2568 D: Wel Edele Groot agtb Heer Gouverneur, Willem Jacob van de Graaff: D: E: Hoofd administrateur. . . - - - „ Pieter Sluijsken D: E: Luijtenant Collonel - - - - -„ Johan Philip Christiaan Telenius D: E: Zoldij Boekhouder - - - - - - „ Gerrit Engel Holst. D: E: Eerste Pakhuijsmeester - - - - - „ Johannes Reintous D: E: Fiscaal - - _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ Carel Fredrik Schreuder Absent. D: E: Dessave - - - - - - „Diedenich Thomas Faetz. mids ziekte Door den heer Gouverneur aan de vergaedering ge„ „communiceerd zijnde dat zijn Edele had ontfangen de Leidsche Couranten tot den 2: November passato, en dat daar bij blijkt, dat de rust in Republicq door Gods goedheid hersteld is, zoo is uijt aanmerking, dat daar door de beduchting ver eenen oorlog tusschen de naabuurige mogendheeden komt op te houden, en alles weederom treed in de gewoone order van zaaken, goedgevonden en verstaan, den bedienden te Tuin kono„ „male aante schrijven, dat al het geen hun bij secueete brieven van den 16: Januarij en 6: deezer, aangeschree„ „ven is, raakende het te houden belijd, indien de fran„ secreete Resolutie Genoomen in Raade van Ceilon Vrijdag den 21 maart A:o 1788: schen. 6 - „schen ongevraagd hulp aanbragten moet worden ge„ „houden voor vervallen, wijl zoo ze nu nog ongever„ „zogt mogte gezonden worden, men met geene reeden kan veronderstellen, dat het met een goedoogmee geschied.. De ministers te koetjiem, bij missive van den 4: dees onder vertooning dat ze met den koning van Trevankoor, in een zeer onaangenaam geschil over s Comp:s voorrechten verwikkeld zijn, aan deeze Rege „ring in bedenking gegeeven hebbende, of de teegen won „dige toestand van dit gouvernement gedoogen kan, heb derwaards gezonden de tachement de kwaade mousson aldaar te laaten overblijven; alzoo het zeer naturi „lijk was, dat voorm: voust, die nu veerts met middelen van geweld en met het einde van de vrindschap dreigd veel tussschen en onhandelbaarder worden zal, als het voorsz: detachement tand terug gezonden worden. Zoo is daar over gedelibereerden in achting genoomen dat de herstelde rust in de Republicq de bekomening voor een oorlog derweegens hebbende weggenoomen, men in dit gouvernement diehalven voor eerst geen reeden vind, waarom men het mallabaarsch gouvernement in dies presente nood niet zoude mogen te gemoet koomen en is mitsdien goedgevonden en verstaan, het aan de ministers gedefereerd te laaten, om voorsz: detachement 2569 detochement met het schip de Leviathan terugte zenden, dan wel ginter aante houden tot naa de kwaade mousson, naar dat hun Edelens, naar bevinding van zaaken, zullen oordeelen ten mees„ „ten dienste van de Comp: te verstrekken. Aldus Gedaan ende Geresolveert, in het kasteel kolombo, ten dagen, maanden en jaaren voorsz: / was. geteekend W: J: van de Graaf: P=r Sluijsker C: Tele„ „nius G: E: Holst. m: P: Raket J:s Reintous C: F: Schaeuder Accordeert Sijbrands Wegklerk 0 mea deer ng ment aan voorsz:
English
2570 Secret Resolution Taken in the Council of Ceylon on Saturday, 22 March Anno 1788. Present. The Right Honourable Governor, Willem Jacob van de Graaff. The Honourable Chief Administrator, Pieter Sluijsken. The Honourable Dessave, Diederich Thomas Fretz. The Honourable Lieutenant Colonel, Johan Philip Christiaan Telenius. The Honourable Pay Bookkeeper, Gerrit Engel Holst. The Honourable Trade Bookkeeper, Mattheus Petrus Raket. The Honourable First Warehouse Master, Johannes Reintous. The Honourable Fiscal, Carel Fredrik Schreuder. Was read a secret letter from Trincomalee received today, dated the 15th of this month, serving to accompany a copy of a letter written by the Governor of Pondicherry, the Chevalier de Conway, under date of the 8th of this month from on board the frigate L'Astrée to the Chief, the Honourable van Senden, and the reply sent thereto by the same on the 15th of this month: the said letter from the Chevalier de Conway stating that, having received certainty regarding the embarkation of a corps of English troops at Madras, after a large quantity of ammunition of war had been shipped off during the month of January to Nagapattinam, Adirampatnam, and other parts of the Thanjavur region situated nearest to Ceylon, this had permitted him no further delay, but had caused him to resolve to bring over in person to Trincomalee all the aid that he could draw from Pondicherry and had made ready upon the aforesaid preparations at Madras: this being in order to obey the commands of his King, in his instructions, and pursuant to the treaty of alliance of 10 November 1785: with the further addition, moreover, that it is at the request of the Governor, in His Honour's letter of 19 January last, that he, the Chevalier de Conway, comes to help preserve Trincomalee, the loss of which would undoubtedly entail that of the whole of Ceylon, and subsequently also of all the possessions of the Dutch Company, and that if he had contented himself with merely giving notice to the Governor and the Honourable Chief van Senden of the departure of the English, he would have neglected his duty, 2571 since the King had commanded him even to sacrifice his own possessions in order to save those of his allies, along with several other allegations to excuse this step and to remove any suspicion concerning it. While the aforesaid reply from the Honourable Chief van Senden mainly contains that, without positive orders from this Government, no foreign troops can be admitted within the forts, nor within the range of their artillery, with a proposal, therefore, to disembark the troops and keep them at Kottiyar, for which purpose they would even send a pilot to bring the ships thither, since the relief could, if necessary, be at Trincomalee from there within twelve hours. Whereupon was deliberated and taken into consideration that this démarche of the Chevalier de Conway does not at all fall within the terms of the order given to the Trincomalee officials regarding the conduct they were to maintain in case the French should send them any unsolicited aid; but that his very suspicious account of the alarming preparations of the English Government at Madras, and especially the interpretation he gives to the letter written to him by the Governor on 19 January past, are so many proofs of a sinister design: since this letter, which, as is evident, is a reply to the assurance repeatedly made by him, the Chevalier de Conway, that one could rely upon his assistance in all circumstances, obviously says nothing more than that one would make use of this kind offer of his whenever one should find assistance to be necessary, and what is further mentioned therein concerning the placing of orders upon the troops garrisoned on the ships of His Most Christian Majesty that might arrive at Trincomalee, namely to be obliged to do whatever should be required of them, is clearly nothing other than a simple acceptance of a provisional precaution offered by the Chevalier de Conway in a letter of 17 December past, in case it might be of service in due course, in order to be able to make use or no use thereof according to circumstances. Besides that, even independently of all these remarks, there is absolutely no correspondence between bringing relief and coming uninvited with a force which, according to a letter written by the Honourable Lieutenant Colonel van Drieberg to the Honourable Lieutenant Colonel Telenius, was estimated by the sailors of the small vessel the Panda, with which the aforesaid letter was delivered to Trincomalee, at 2400 men, and thus nearly twice as large as the garrison there: and that it clearly appears that the Chevalier de Conway himself felt the weight of all these remarks, since His Honour even considered it necessary, in his aforesaid letter to the Honourable van Senden, to say that the nature of the force he had with him (of which he nevertheless does not state the size) proved that it was suitable only for the protection of the place, and not to attack it: which is language that is not at all fitting for an ally, unless he otherwise had nothing to reproach himself with.
Dutch transcription
2570 secreete Resolutie Genoomen in Raade van Ceilon op Zaterdag den 22: maart A 1788. present. De Wel Edele Groot achtb: Heer Gouverneur „ Willem Jacob van de Graa W: De E: Hoofd administrateur - - - „ Pieter Sluijsken: D: E: Dessave - - - - - - - - „ Diedewvich Thomas Faetsz. D: E: Luijtenant Collonel - - - - „ Johan Philip Chritiaan Telenius D: E: zoldij Boekhouder - - - - „ Gerrit Engel Holst. D: E: Negotie Boekhoeder - - -„ mattheus Petrus Raket. D: E: Eerste pakhuijsmeester - - -„ Johannes Reintous. „ Carel Fredrik Schueuder D: E: Fiskaal - - - - - Is geleesen een op heden ontfangene Twinkonomaal„ „sche secreete brief van den 15 deezer, dienende ten gelijde van een Copia brief, door den Gouver„ „neur van pondicherij de Heer de Conwaij, onrder dato 8: deezer van boord van het fagat L, Astace aan het opperhoofd de E: van senden geschree„ „ven, en het daarop door den zelven gezonden antwoord van den 15: deezer: houdende gem: brief van den Heer de Corawaij, dat zijn Ed: de zeekerheid hebbende gekaegen, van de in„ „schelping van een Corps. Engelsche troepen te madaas, naa dat geduurende de maand Januarij Januarij, na nagepatnam, aijderpatnam en andere gedeeltens van het Transjoursche, dat het naast bij Ceijlon geleegen is, eene groote hoeveelheid van ammonitie van oorlog was afgescheept, dit hem geen uijtstel meer had gepermitteerd, maar hoed doen besluijten om zelve naa Jain„ „konomale over te brengen alle de hulp, die de zelve uijt Bondicherij konde trekken en in gereedheid had gebragt op de voorsz: toerusting te maduas: zulks om te gehoorzaamen aan de beveelen van zijnen koning, in zijnne instructien en in gevolge het tractaat van alliantie van den 10: november 1785: met verdere bijvoeging tevens, dat het is op het verzoekt van den Heer„ Gouverneur, in zijn Ed: brief van den 19: Januoij laastleeden, dat hij weerde Conwaij komt om Trinkonomale, wels verlies ongetwijffeld dat van geheele Ceijlon, en vervolgens ook van alle de bezittingen van de holandsche Comp:e zoude ten gevolge hebben, te helpen conserveeren, en dat indien hij zich vergenoegd had, met alleen aan den Heer Gouverneur en het E: opperhoofd van senden, kennis te geeven van het vertrek der Engelschen, hij zijnen plicht 2571 plicht zoude hebben vertuijmd, wijl de koning hem bevoolen had, zijne eijge bezittin„ „gen zelfs opte offeren om die van zijne bond„ „genooten te redden, nevens meer andere alle„ „gotien om deezen stap te verschoonen, en het naadenken der weegens te beneemen. Jerwijl het voorsz: antwoord van het E: opper„ „hoofd van senden hoofd zaakelijk behelsd, dat zonder positive vader deezer Regeering, geen vreemde troepes binnen de Vorten, noch binnen het bewijk van der zelver geschut, kunnen worden toegelaaten, met propositie derhalven, om de troepes te ontscheepen en houden op koetjaar, waartoe ze zelfs een loots zonden, om de scheepen derwaards te brengen, wijl het secoeus, des noods in twel uwaer van daar op Tainkonomale konde weezen? Waar op gedelibereed en in achting genoomen is, dat deeze demaache van den Heer de Conwaij in 't geheel niet valt in de teomen van de order, die aan de Trinkonomaalsche bedienden gegeeven de is, nopens het beleid dat ze te houden hadden ingevalle de faanschen hun ongevraagd eenige hulp toeschikten; maar dat desselfs zeer verdochte verdachts vertrlsel, van de ontrustende toerustingen van het Engelsch Gouvernement te madaas, en inzonderheid de uitlegging die hij geeft aan den buidf, door den Heer Gouverneur den 19: Januari pb: aan hem geschreeven, zoo veel bewijzen zijn van een slings oogmerk: wijl deeze brief, die, zoo als dat blijkt, een antwoord is op de door hem veer de bonwaij bij herhaaling gedaane verzeekering, dat men in alle geleegendheeden op zijn en bijstand konde staat maaken, klaarblijkelijk niets meer zegt, dan dat men van deeze zijne vriendelijke aanbieding gebruikt zoude maaken, wanneer men zoude bevinden bijstand noodig te heb„ „ben, en het geene daarbij wijders voorkomt, noo„ „pens het stellen van ouders aan de trospes, quar„ „nitzoen houdende op de scheepen zijner aller„ „Christelijkste magisteit, die te Juin konomale mogten aankoomen, om naamelijk te moeten doen, het geen van hun zoude worden gene„ 4 „quireerd, blijkbaar niet anders is, dan eene eenvoudige aanneeming van eene door den weer de Conwaij, bij briefe van den 17: xber: passerto, aangeboodene provisioneele voorzorg, of het in inder 2572 inder tijd van dienst konde zijn, ten einde daar van, naar maate van de omstandigheeden, ge„ „bruijk of geen gebruijk te kunnen maaken, Behalven dat zelfs, onafhankelijk alle desze aanmerkingen, in gantsch geene overeen komst is, tusschen het brengen van secoers, en het onge„ „vraagd koomen met eene macht, die blijkens eenen buief, door den E: Luitenant Collonel van Drieberg aan den E: Luitenant Collonel Telenius geschreeven, door den mattroosen van het scheep„ „je de Pandaa, waarmeede voorsz: brit op Juinkons„ „maale is besteld, bequoot is op 2400: man en dus naa genoeg tweemaal zoo groot als de bezitting aldaar: en dat het klaarlijk blijkt, dat de Heer de Conwaij zelve het gewigt van alle deeze aanmerkingen heeft gevoeld, wijl zijn Ed: zelfs het noodig heeft geagt, bij voorsz: zijnen brief aan den E: van senden, te zeggen, dat de natuur van de macht, die hij bij zich had /: waarvan hij nochtans de groote niet op geeft. / bewees, dat ze alleen geschikt was tot bescherming van de plaats, en niet om dezelve aantevallen: het geen een taal is, die geheel niet voegd van een gealli„ „eerde, indien hij zich anders niets te reprochee„ „ven i ten
English
... had, and therefore clearly can have no other objective than, if possible, to reassure the aforesaid chief and inspire carelessness concerning his arrival at a juncture when, according to the most accredited reports, it was completely unnecessary, and that too without giving notice or disclosure thereof until, as it seems, he was already on his way: wherefore the servants, in response to his aforesaid letter, ought simply to have answered that they did not find themselves in the necessity of requiring any succour, and that they consequently requested him not to arrive at Tuinkonomale with the troops brought with him, instead of the very imprudent answer, contrary to the orders so clearly given, that they sent in response thereto. Yet, as it would presently be useless to make further remarks on the conduct of the servants in this matter, it has been approved and resolved merely to point out the foregoing to them, in the trust that having since come to greater reflection, they will immediately have taken the necessary measures to be on their guard against all eventualities, and, as faithful and honor-loving servants, to preserve the post entrusted to them against all insults, and if necessary to repel force with force; the more so as they have already been informed, both from here and from Jaffanapatnam, of the coast reports concerning the embarkation of the Lord de Conwaij with a party of troops. And whereas one cannot doubt that the step which the Lord de Conwaij has taken the liberty of making in this matter is a consequence of an order brought to him with the vessel de Pandoer, which, as is now heard, departed from Europe in October, and thus at a juncture when it still seemed very uncertain to what extent peace between the neighboring powers could continue to be preserved: it has therefore been approved to recommend further to the servants to be constantly and continuously vigilant, and especially to be on guard against all surprises. Furthermore, it has been resolved likewise to write to the Lord de Conwaij, and thereby to express the astonishment of this Government, not only over the embarkation of troops for transport to Tuinkonomale without the permission and prior knowledge of this Government, but also over the strange interpretation that his Honour has given to the letter written to him by the Lord Governor on 19 January last, with the further request that, on account of the most certain intelligence received that all disputes in the Republic have ended, whereby one is not now in the case of requiring any help, he be pleased to send back the troops brought along with his Honour as soon as it can be done, if that has not already taken place upon the reports that may have been given to him at Tuinkonomale that everything in the Republic is once again in peace and quiet; and at the same time expressing that it is trusted that his Honour will comply with this request without delay, since to act otherwise would be an enterprise against the sovereign rights of the Republic and an infraction of the alliance treaty of the year 1785, which gives no right whatsoever and in no respect permits the bringing of armed troops, unasked, or at least without prior knowledge, onto either side's territory, much less keeping them there against the will of the owner of the place. And it has furthermore been approved to send this letter to the Tuinkonomaale servants, with instructions that the same must be delivered in person to the Lord de Conwaij by the Honorable Chief of the same, either alone or accompanied by the Honorable Lieutenant Colonel von Drieberg, circumstances permitting, or that it must otherwise be sent to him by an officer, with the request to let a complete answer thereto reach this Government as soon as it can be done, and with authorization to the servants to open this answer and take perusal of it, in order that they may have knowledge thereof all the sooner. As it goes without saying that the authorization given to the servants by secret resolution of 14 January last, to be allowed to make some provisions of rice and victuals, if necessary, to the French troops if they were sent unasked, has no application in the present case and must be regarded as null and void, it has nevertheless, in consideration that there could be circumstances in which some exception herein was necessary, been approved to leave it to the discretion of the servants, if the French troops might already have been disembarked at the designated place before the receipt of these instructions, to be allowed to act therein until further orders from this Government according to the state of affairs, as they should find to be most to the service of the Company. Yet it has at the same time been approved to instruct the servants that, if the aforesaid troops should not yet have been disembarked, and the Lord de Conwaij, after receiving the letter of this Government, nevertheless effectively persists in his intention to disembark his imported troops on the Company's territory, then in short terms and without evasion, in the name of this Government, to declare to him that the bringing of any armed men onto the Company's territory cannot be permitted, and that they, the servants, have orders to prevent this immediately if it cannot be otherwise.
Dutch transcription
„nen had, en dus blijkbaar niets andrrs ten oogmerk kan hebben, dan om het voorsz: opperhoofd, waare het moogelijk, gerust te stellen en zorge„ „loosheid inte boeseman, nopens zijne komste in eenen tijdstip, dat die, volgens de meest geaccoe„ „diteerde tijdingen, geheel onnoodig was en zulks nog, zonder daarvan kennis of opening te geeven, dan naa dat hij, zoo het schijnt, niets op weg was: weshalvende bedienden, op woorsz: zijnen brief, eenvoudig hadden moeten antwoorden, dat ze zich niet bevonden in de noodzaakelijkheijd van eenig secoers noodig te hebben, en dat ze hem mitsdien verzogten, om met de troepes door hem meedegebragt, niet op Juinkonomale te koo„ „men, in steede van het zeer onvorzigtig, en teegen de zoo duijdelijk gegeevene orders stuijdig antwoord, dat zi daarop hebben gezonden. Dan wijl het voor het teegenswoordig nutteloos zoude zijn, op den bedienden handelwijze in dee„ „zen verdere aanmerkingen te maaken, is goedge„ „vonden en verstaan, alleen het voorenstaande hun te doen opmerken, in vertrouwen dat ze zee„ „dert, tot meer naadenking gekoomen zijnder, aanstonds het noodige zullen hebben in het werk „ gesteld, 2573 gesteld, om teegen alle evenementen op hoede te zijn, en als getrouwe en eerlievende dienaaren, de hun toevertrouwde post teegen alle insultes te bewaaren, en des noods geweld met geweld te keeren te meer ze aeets, zoo wel van hier als van Jaffana„ „patnam, zijn onderrigt van de kust tijdingen, weegens de inschelping van den Heer de Conwaij= met een parthij tuoepes: — En vermits men niet twijffelen kan, of de stap, die de weer de Conwaij zich in deezen heeft gepermitteerd, is een gevolg van eene order, hem met het scheepje de Pandoer toegebragt, dat, zoo men tans hoovd, in october uijt Europa is vertrokken, en dus in eenen tijdstip, dat het nog zien onzeekerscheen, in hoe verre de augt tusschen de naabuurige moogendheeden zoude kunnen blijven geconserveerd: is derhalven goedgevonden, om den bedienden al verder te recommandeeren, om steeds en bij voortduuring waakzaamte zijn, en inzonderheid op hoede te weezen teegen alle surpasses.—. Voorts is verstaan, om insgelijks aan den Heeude Conwaij te schrijven, en daar bij de verwondering deezen hoofd deezer Regeering te betuijgen, niet alleen over het inschelpen van troepes, ter overbreng naa Tuinkonomale, buijten toestemming en voorken„ „nis deezer Regeering, maar ook over dezer vreemde uitlegging, die zijn Ed: heeft gegeeven aan den brief van den Heer Gouverneur, den 19: Januari joC: aan hem geschreeven, met verzoek voorts, om uijt hoofde van de bekoomene zeeker„ „ste naarichten, dat alle verschillen in de Repu„ „blicq geindigd zijn, en waar door men tans niet in het geval is, van eenig hulp noodig te hebben, de met zijn Edele meedegebragte troepes, zoo spoedig het geschieden kan, te willen terugzen, „den, indien dat niet reets mogte geschieden zijn, op de berichten die hem te Tainkonomale kunnen gegeeven zijn, dat het in de Republicq alles weeder in aust en vreede is, en met betuij„ „ging tevens, dat men vertrouwd, dat zijn Ed: aan dit verzoek zonder vootraaging zal voldoen, wijl anders te handelen eene onderneeming zoude zijn, teegen de souveraine Rechten vande Republicq en een inbreuk in het alliantie tractaat van het jaar 1785: dat geen recht altoos geeft en in geen opzicht permitteerd, om ongevraagd, of ten 2574 ten minsten zonder voorkernis, gewaapende, troe„ „pes te brengen op weeder zijdsch territoir, veel minder om ze daarop te houden teegen den wille van den eijgenaar der plaats. En is wijders goedge„ „vonden, deezen brief te zenden aan de Jair ko„ „nomaalje bedienden, met aanschrijvens dat de„ „zelve door het E: opperhoofd van senden, het zij alleen dan wel verzeld van den E: Luijtenant Collonel von Drieberg, in perzoon aan den Heer de Conwaij moet worden overgegeeven, de omstandig„ „heeden daarnaa zijnde, of dat die anders hem door een officier moet worden toegezonden, met verzoekt, om daar op, zoo spoedig het geschieden kan, een volleedig antwoord aan deeze regeering te laaten toekoomen en met qualificatie aan de bedienden, om dit antwoord te openen, en wlactuu„ „ren van te neemen, ten einde zete eerder daar van kennis mogen hebben „het Wijl van zelve spreekt, dat de gegeevene qualifi„ „katie aan de bedienden bij secreete resol: vanden 14:' Januari jol:, om aan de Jaansche troepes, zoo te ongevraagd gezonden wierden, des noods eenige veastrekkingen van rijst en leevens middelen te moogen doen, in het presente geval geene appli„ „catie heeft over en, zen„ l „catie heeft, en voor vervallen moet gehouden wor„ „den js nochtans uijt aanmerking, dat er omstan„ „dig heeden naa zouden kunnen zijn, dat hier„ „in eenige uijzondering noodig was, goedgevonden, het aan den bedienden bescheijdenheid overte„ „laaten, om, zoo de faansche troepes, voor den ont„ „vangen deezer aanschrijvens, weets ter aangewee„ „zine plaats mogte zijn gedebaaqueerd, daar „in tot naader order deezer regeering, naar bevinding van zaaken te moogen handelen, zoo als ze dat ten meesten dienste van de Comp: zouden bevinden te behooren. Doch is tevens goedgevonden, den bedienden aante„ „schrijven, om, zoo de voorsz: troepes nog niet mogten zijn gedebaaqueerd, en de Heerde Corwaij, naa den ontvang van den brief deezer Regeering, echter met er raad bij zijn voorneemen blijft, om, zijne meedegebragte troepes op sComp:s grond gebied te ontscheepen, als dan in korte bewoordingen en zonder onweegen, uijt naam derzer Regering hem aante zeggen, dat men niet kan toestaan het brengen van eenig gewoopend volk op sComp:s terretoir, en dat zij bedienden onder hebben omdat, zoo het niet anders zijn kan, daadelijk te beletten
English
2575. to prevent it, with orders further to the servants that, if the Monsieur de Conway nevertheless appears to proceed with debarking, they shall send to him, by a committee which they deem most suitable for the purpose, a formal written protest wherein, after pointing out behavior contrary to the law of nations, it must be protested on behalf of the High and Mighty Lords States-General and their Chartered East India Company against all consequences that may arise therefrom, leaving the same for the account of him, Monsieur de Conway, Governor of Pondicherry, with a declaration at the same time that if he will not let himself be moved thereby to desist from disembarking his troops on the Company's territory, they, the servants, will then regard him as an open enemy and act against him accordingly; just as they are also hereby ordered, if all of this avails nothing against Monsieur de Conway to make him desist from the actual disembarking of the troops, to regard him then as an open enemy, with authorization on the other hand, in so far as Monsieur de Conway is brought to reason by their representations, to treat him with all politeness and required distinction, and if he should request to be allowed to bring his troops, who may be fatigued by the long voyage, ashore for a short time, to grant him this as well, provided that the same come ashore in turns and in such portions as can be permitted, at such a place as they, the servants, shall designate for that purpose. It being considered that in the present case not much reliance can be placed on the two companies of the Regiment of Luxemburg that are detached at Trincomalee, it has been approved, in order to prevent all inconvenience, to authorize the servants, if they should have the least founded reason to doubt their loyalty, and much more if they should believe that they are dangerous, to order their commander, the Captain de Jacob, to proceed with the said two companies to Jaffnapatnam, in order to hold garrison there until further orders; And whereas 2576 And whereas there is currently no reason to fear that Mannar has to fear any hostile attack from the side of the opposite coast, and Trincomalee on the other hand is in need of more reinforcement, it has been approved and understood to cause the company of Sumanappeus and the company of Sepoys, stationed at Mannar and at the subordinate posts, to assemble and, as soon as possible, with Ensign Tideman detached there, to have them march through the Vanni to Trincomalee, and likewise to have all the Eastern soldiers who are still there, and as many native riflemen as can conveniently be spared, march from the Vanni to Trincomalee, as well as to summon the company of Jaagers from Galle and transport them by sea to Mannar, in order to march from there also to Trincomalee; while on the other hand it is understood to send from here to Mannar the remainder of the company of Moors, of which a part is already stationed in the Vanni, with orders to employ 18 heads thereof to occupy Talaimannar, and to dispatch the rest to the Vanni, to remain stationed there. Since Trincomalee now especially needs capable officers upon whom one can rely in time of danger, it has been approved to send thither, in order to hold garrison there until further orders, the Captain of Infantry Fornbauer and the Captain of Artillery and Commander of the Vanni Nagel; and consequently to order the said Nagel that, as soon as the aforementioned two companies of native troops shall have arrived from Mannar in the Vanni, he shall place himself at their head and, with the above-mentioned Vanni troops, march to Trincomalee, after having first provisionally handed over authority over the Vanni to Ensign Theile stationed there, if he is fit for it, or otherwise to someone whom the Jaffna government will have to send thither for that purpose; And it is further understood to write to the servants at Trincomalee to give the said Captains Fornbauer and Nagel a seat in the Secret Council there, next to the Honorable Lieutenant Colonel von Drieberg, and also to have the command over the artillery and engineers handed over to Captain Nagel, provided that the administration of the artillery and ammunition goods remains under Captain-Lieutenant Heupner; whereas on the other hand, upon the proposal of the Honorable Governor, it has been approved to recall from there Captain Marchand, who recently departed for Trincomalee to have the direction over the department of the engineers there. Thus done and resolved in the Castle Colombo, on the day, month and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graaff, P. Sluysken, D. J. Fretz, C. Jelenius, G. E. Holst, M. P. Raket, and J. Reintous. C. J. Schneider. Agrees Sijbrands First Sworn Clerk
Dutch transcription
2575. te beletten, met last wijders aan de bedienden, om, zoo de weer de Conwoijdes niet te min, met het debaaqueeren duijgt te zullen voortgaan, hem door eene commissie, die ze daartoe het gevoeg„ „lijkst zouden oordeelen, toe te zenden een formeel schriftelijk protest, waar bij naa aanwijzing van teegen het recht der volken stuijdig gedrag, uit naamen van weegende Hoog moogen de Heeren staaten Generaal, en derzelver geoctroijeerde oost yndische kompenie, moet worden geaprotesteerd teegen alle de gevolgen die daaruit kunnen ontstaan de zel„ „ven laatende voor reekening van hem Heer de Gonwaij, Gouverneur van Pondicherij, met verklaa„ „ring tevens, dat indien hij zich daar door niet wil laaten beweegen, om het ontscheepen zijner troepen op sComp:s grond gebied naate laaten, zij bedienden als dan hem zullen aanmerken als een openbaare vijand, en zodaanig teegen hem handelen: gelijk zij ook door deezen woa„ „den gelast, zoo dat alles niets op den Heer de Conwrij vermag, om hem van de werkelijke ontscheeping der troepes te doen afzien; hem als dan als een openbaaren vijand aantemerken, met qualificatie daaren teegen, om voor zoo verre de Heer wor„ wee„ aa„ 700 p: te; ogten den echter zijne te de Heer de Conwaij, door hunne vertorgen, tot inkeer word gebragt, hem met alle beleefdheid en vereijschte distinctie te behandelen, en zoo hij verzoeken mogt om zijne troepes, die door de langerijze kunnen gefatigeerd zijn, voor eenen kouten tijd te moogen aan land brengen, hem zulks ook toe te staan, mits dezelve bij beurten en bij zulke gedeelten, als dat toegestaan kan worden, aan de wal koomen op zoodanige plaats, als zij bedienden daartoe zullen bestemmen. overwoogen zijnde, dat in het tegenswoordig ge„ „val, geen veel staat te maaken zal zijn, op de twee Comp: van het Regiement van Luxem„ „burg, die te Jain konomale gedetacheerd zijn, is om alle ongeleegentheid, voorte koomen goedge„ „vonden, den bedienden te qualificeeren, om indien ze de minsten gegaonde reeden mogten hebben, hunne trouwe in twijffel te trekken, en veel meer in dien ze mogten gelooven dat ze gevaarlijk zijn, aan hunnen Commandant, der Capitein de Jacob, onder te geeven, om met gem: twee Conpenien te maacke aen naa jaffena„ „patnam, ten einde daar Guarnizoen te hou„ „den tot naader order: En wijl 2576 En wijl en tans geen reeden is om te dugten, dat mannaar voor eenigen vijandlijken aan„ „val van de kant der overwal te vreesen heeft, en Juin konomale daar en teegen meer versterking noodig heeft is goedgevonden en verstaan, de Comp: sumanappeus en de Comp: sipahis, die te mannaar en op de onder hoorige posten leggen, te doen zaemen trekken en zoo spoedig doenlijk, met den aldaar getaeheerden vaan„ „drig Tideman, door de wanni naa Juin koro„ „male te laaten maalheever, en insgelijks van de wanninaa Joekkonomale te laaten optuek„ „ken alle de oostensche militairen, die zich aldaar nog bevinden, en zoo veel inlandsche schutters als en bekwaamelijk gewist kunnen worden, zoo ook om de Comp: Jaagers van Gale te ontbieden, en over zee na mannaar te taans„ „porteeren, ten einde van daar meede naa Juin„ „konomale te marcheeden: terwijl daaren teegen verstaan is, van hier naa mannaar te ren„ „den het overschot van de Comp: mooren, waar„ „van reets een gedeelte in de warni legt, met aanschrijvens, om daar van 18: koppen te emploijeeren om zalmannaar te bezetten, en de aest de en de rest naa de wanni voort te schikken, om daar bescheijden te blijven. vermits Juinkonomale nu vooral kundige officieren noodig heeft, daar men zich in tijd van gevaar op kan verlaaten, is goedgevon„ „den derwaards te zenden, om aldaar tot naader onder guarnizoen te houden, den Capitein von de infarterie Fornbauea en den Capitein van de aatilleaie in Commardant van de wannee nagel; en mitsdien aan gem: Nagel onder te „komp: zenden, om zoodaa de voorsz: twee asin inlandsche troepes, van mannaar in de wanni zullen zijn aangekoomen, zich aan hun Hoofd te stellen, en met de hier vooren vermelde wannische troepes, op te trekken naa Tain konomale, naa alvoorens het gezag over de wannie, bij provisie te hebben overge„ „geeven aan den aldaar bescheijdenen vaandrig Theilea, zoo hij zich daartoe schikt, of anders aan iemand, die de jaffenasche Regesving daar„ „toe derwaards zal moeten zenden:= En is wijders verstaan, der bedienden te Jain„ „konomale aante schrijven, om aan gew: Capitein Tonnbauer en Nagel sessie te geeven in de secreete 577 2577 secreete vergadering aldaar, naast den E: Luijtenant Collonel vor Drieberg en ook om aan den Capitein nagel te laaten over„ „geever het Commando over de artillerie en genie, mits blijvende de administratie van de autillirie en ammonitie goederen onder„ den Capitein Luijtenant Heupneu: waa„ „nen teegen op de propositie van den Heer Gou„ „verneur goedgevonden is, om den Capitein marchand, die onlangs naa Tuinkonomale is vertrokken, om aldaar de directe te heb„ „ber over het de partement van de genie, van daar terug te roepen! aldus gedaan ende Geresolveert in 't kasteel kolombo. ten dage maand en Jaare voorsz: was ge„ „teekend: W: J: van de GraaH: P: sluijsken DJ Fnetz: C: Jelenius G: E: Holft: M: P: C: J: Schueuder Raket en J: Reintous. accordeert t Sijbrands V EgClerk der tein
English
2578 Secret Resolution taken in the Council of Ceylon on Thursday the 27th of March Anno 1788. Present The Right Honorable Lord Governor, Willem Jacob van de Graaff. The Honorable Chief Administrator Pieter Sluijsken. The Honorable Lieutenant Colonel Johan Philip Christiaan Telenius. The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst. The Honorable Trade Bookkeeper Mattheus Petrus Raket. The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous. Absent The Honorable Dessave Diederich Thomas Fretz. The Honorable Fiscal Carel Fredrik Schreuder. Read at the meeting was the following written memorial from Mr. James Buchanan, Envoy of His Highness the Nabob of Arcot. To Pieter Sluijsken and G. E. Holst, Esquires, appointed Commissioners in the name and on behalf of the government of Ceylon, etc., etc. I have the honor to inform Your Honors that I have received Your Honors' reply to my proposal to the Right Honorable Lord Governor regarding a pearl fishery in this season, which Your Honors decline to accept for reasons that Your Honors have stated in detail. I now have to propose to Your Honors that, as the rights and proportions of His Highness the Nabob and the Honorable Dutch East India Company concerning the Pearl Fishery of Tuticorin and Mannar have for a long time been a subject of dispute between His Highness and the Honorable Company, and as these have not yet been clearly regulated by the parties, one can also now enter into negotiations to mediate this misunderstanding, and to secure their mutual rights and proportions by a clear and permanent decision in a treaty. In accordance with Your Honors' requisition to be informed what the objections of His Highness the Nabob are against the treaty proposed by Mr. Dott, I have informed Your Honors that I have seen a copy of a letter from His Highness to Mr. Dott, disapproving in general terms that he had exceeded the power entrusted to him, chiefly regarding the proposal of an exclusive right for the Honorable Company to the trade in the country of Tinnevelly, which His Highness was not inclined to grant to the detriment of his friends and allies the English, and other circumstances in that treaty which had no immediate connection with the subject of the matters in dispute, namely the pearl fishery. His Highness has informed Your Honors with what commission it has pleased him to honor me, and for the present I wish to limit the subject of the negotiation to the pearl fishery alone; and I take the liberty to cite what have been the ancient, long-established usages and customs, as they were stated by His Highness in a letter to Pieter Sluijsken, Esquire and member of Your Honors' Council, dated 30 October 1770, and which are as follows: The rights of the Circar outside those of the Polygar are from 20 tonys and 96½ stones; above these 96½ stones, the Circar has a right to that which is fished up daily in one dive by each diver, as also to all that is dived up on one day of the week, whichever day it may be; finally two pearls in ten or a fifth part of all large pearls, and an officer of the Circar must be present at the fishery with the crier and a bazaar, and allow the flag of His Highness the Nabob to fly during the fishery and receive the duties of the bazaar for the Circar. To expedite the proposed objective, I would be of the opinion that Your Honors, instead of those various rights or pretensions of His Highness, proposed and determined such a proportion of the entire fishery as Your Honors would deem right and equitable, on a generous and fair footing, as a basis for a treaty, and which one will offer without delay to His Highness the Nabob for his approval. I have the honor to be, was written underneath, Gentlemen, Your Honors' most humble and obedient servant, was signed, James Buchanan. In the margin: Colombo the 22nd of March 1788. Lower stood: For the translation, signed, G. J. Ongsteind de Hoen, Sworn Translator. Whereupon, having deliberated, it was approved and agreed that the commissioners for negotiation with the aforesaid Mr. Envoy, the Honorable Chief Administrator Sluijsken and the Honorable Pay Bookkeeper Holst, shall be authorized, as they are authorized by this, to reply thereto as follows: That regarding the pearl fisheries, both on the Madura coast and that of Mannar, everything was determined with great clarity during the negotiations with Mr. Dott; that if Mr. Envoy Buchanan nevertheless believes he finds any obscurity therein, His Honor is requested to specifically point out wherein that consists according to His Honor's view; That in the act of authorization granted by His Highness the Nabob of Arcot to Mr. Dott, nothing more is stated than that His Highness the Nabob to his
Dutch transcription
2578 secreete Resolitie Genoomen in Raade van Ceijlon op Donderdag den 27: maart A: 1788. — Prezent De Wel Edele groot achtb Heer gouverneur, Willem Jacob van de Graaff: D: E: Hoofdadministrateur - -- „Pieter Sluijsken D: E: Luijtenant Collonel - - - - „ Johan Philip Christiaan Telenius D: E: Zoldij Boekhouder - — „ Gerrit Engel Holst. D: E: Negotie Boekhouder - - - - „Mattheus Petrus Rakel D: E: Elrste pakhuijsmeester „Johannes Reintous. absent „Diederich Thomas Fretz. „Carel Fredrik Schaeuder. D: E: Dessave - D: E: Fiskaal - - - - - - _ Is ter vergadering geleesen de ondervolgende schriftelijke memorie van den Heer James Buckanan, Gezant van zijn Hoogheijd de Nabab van aukadi- Aan Pieter Sluijsken en G: E: Holft: schildknaapen, benoemde Commissionarissen uijt naam en van weegen het gouverne„ „ment van Ceilon &: &: Jk. heb de een uwel Ed: kennis te geeven, dat ik uw Ed: antwoord heb ontfangen op mijne propositie aan -- aan Den wel Edelen Heer Gouverneur, betrek„ „kelijk tot een paarl visscherij in dit jaar getij„ „de, welke uwel Ed: afzien aanteneemen, om reedenen die uwel Ed: omstandig hebben gemeld, Jk heb tans aan uwel Ed: voortestellen, dat gelijk de regten en proportien van zijn Hoogheijd de Nabab en de achtbaare neederlandsche oost indi„ „asche Compagnie aangaande de Paarlvisscherij van Tutukouijn en mannaar geduurende lan„ „gen tijd een onderwerp van geschil tusschen zijn Hoogheid en de achtbaare Compagnie zijn geweest, en wijl dezelve door de parthijen nog niet duijdelijk geneegeld zijn mede thans in onderhandeling kan tweeden, om dit mis verstand te bemiddelen, en hunne weederzijdsche regten en proportien door een duijdelijk en bestendig be„ „sluijt te verzeekeren in een verdrag: overeenkomstig met uwel Ed: requisitie om onderrigt te weezen, welke de teegen werpin„ „gen zijn van zijn Hoogheid de nabab teegen het door den Heer Dott voor gestt de verdrag, heb 2 ik uwel Ed: berigt, dat ik een copij van een brief van zijn Hoogheid aan den heer Dott gezien heb, in algemeene uijtdrakkingen afkeu„ „nende, 2579 „rende, dat hij de aan hem toevertrouwde mogt„ had te buijten gegaan, voornaamentlijk omtrent het voorstellen van een uijtsluijtend regt voor de achtbaare Compagnie van den handel in het land van Tinnewellij, welke zijn Hoogheid niet geneegen was toe te staan, ten nadeele van zijne vrienden en bondgenooten de engelschen en andere omstandigheeden in dat verdrag, die„ geene onmiddelijke Connectie hadden met het onderwerp van de in geschil zijnde zaaken, naamentlijkd Daaulvisschewij: zijn Hoogheid heeft uwel Ed: berigt, met welke commissie het hem gelieft heeft mij te ver„ eeren, en voor 't teegenwoordige wensche ik het „ order onderwerp van de „ handeling te bepaalen bij de Paaulvisscherij alleen; en ik neeme de vrijheid aantehaalen, welke de oude langen tijd vastgesteld gebruijken en gewoontens zijn geweest, zoo als dezelve vermeld zijn door zijn Hoogheid in een brief aan Pieter sluijsken schildknaap en lid van uwel Eed: Raad, gedateerd „ 30 october: 1770: en welke zijn als volgt„ De regter van den Ciacar /: buijten die van de polijgaars:/ zijn van 20 tonies en 96½ steenen; 96 - nd ten be„ „boven dier 96½ steenen, bwen heeft de circaa regt op het geen alle daagen op een maal door ieder duijken word opgevischt, als ook op al het geen word opgedooken op een dag van de welk, welke dag het ook zijn; Eijndelijk twee paarlen in thien /:of een vijfde gedeelte, van alle groo„ „te paarlen, en een officier van den Circau moet bij de visscherij teegenwoordig zijn met 't roepen en een Bazaa, ende vlag van zijn Hoogheid de nabab, geduurende de visscherij laaten waagin en de regten van de Bazaa voor den Circaa ont„ „fangen. om het voorgesteld oogmerk te verhaaften, zoude ik van meenig zijn, dat uwel Ed: in steede van die verschilkende regten of puetensien van zijn Hoogheid, zoodanig eene proportien van de geheele visscherij voorstelde en vaststelde als uwel Ed: regt en billijk zoude dunken, op een eedelmoedige en billijke voet, als een grondslag tot een verdaag, en het welk men zonder uijt„ „stel aan zijn Hoogheid den nabab tot desselfs approbatie zal aanbieden. Jk hebde eerte zijn /:onderstond:/ mijne Heeren:/ uwel Ed oot„ „moedigste en gehoorzaampte dienaar /:was geteekend: 2580. geteekend:/ James Buchanan:/ in maagiene Kolombo den 22: maart 1788: /Lager stond:/ voor de vertaaling:/ geteekend G: J: onsteinde Hoen Gezw: translateuar Waar op gedelibereerd zijnde is goedgevonden en verstaan dat de gecommitteerdens tot onderhandeling met de voorsz: Heer getzaadt D: E: Hoofd administrateur sluijcken en D: E: zoldijboekhouder Holst, zullen worden geau„ „toriseerd zoo als ze geauthoriseerd worden door deezen, om daar op te antwoorden als volgd: Dat nopens de paaalvisscherijen, zoo wel op de madureesche kust als die van mannaar, bij de handelingen met den Heer Dott; alles met groote klaarheijd is bepaald: Dat zoo den Heer gezant Buckanan, nogtans daarin eenige duijsterheid mogt meenen te vinden, zijn Edele word verzogt, speciaal te willen aanwijzen waarin die, naa zijn Edeles in„ „zien, bestaat: Dat bij de acte van authorisatie, door zijn Hoogheijd den nabab van ankadia op den Heer Dott: verleend, wel niets meer staat, dan dat zijn Hoogheid de nabab aan zijne op der ain wa
English
had given full power to his faithful friend Mr. James Dott to negotiate with the Lord Governor of Ceylon concerning the pearl fisheries of Tuticorin and Mannar, but that the letter of His Highness the Nabob, written to the Lord Governor at the same time, states that His Highness sends Mr. Dott to negotiate concerning the pearl fisheries and other matters, and that it is very clear that the latter could have no application other than to the other interests on the Madurese coast between the Noble Dutch Company and His Highness the Nabob; but that, without making this a point of question for the present, the commissioned members merely note that it was already demonstrated to His Highness the Nabob by a letter of 22 February 1787 that, strictly speaking, in the treaty concluded with Mr. Dott, only the matter of the Madurese pearl fishery was further regulated, and by the friendly agreement, that of the Mannar pearl fishery, and that, furthermore, in the aforementioned treaty nothing else was done than to declare on both sides that everything should remain on the former footing without any change; that this latter is consistent with what His Highness the Nabob has declared on several occasions to be, in all respects, His Highness's sole desire; that His Highness the Nabob repeated this declaration further in the most friendly manner in a letter written on 6 February 1787, and thus several months after the conclusion of the aforementioned treaty; and that the Noble Dutch Company, for its part, desires nothing more nor anything else; that consequently, by this aforementioned mutual declaration, nothing new or that did not already exist has been desired or forced by either side, and that Mr. Dott therefore cannot be considered to have exceeded the power with which he was vested by His Highness the Nabob; that the Nabob, nevertheless, was answered to his aforementioned letter of 6 February that the Lord Governor would gladly await what His Highness, being of the intention according to this letter, to remark further concerning the negotiation with Mr. Dott; but that as this has not happened since, the Lord Envoy Buckanan, if His Honor might find it necessary to remark anything in particular on the aforementioned mutual declaration or the brief expansion thereof, is kindly requested to please do so point by point; that in the friendly mission of Mr. Dott, it was evidently the intention of His Highness to thereby remove out of the way everything that had given rise to difficulties now and then; and that although the letter of His Highness the Nabob, brought along by the Lord Envoy Buckanan, this time indeed speaks specifically only of the pearl fisheries, one may nevertheless, from the goodwill with which this letter was written, not doubt that His Highness the Nabob, in the mission of Mr. Buckanan, likewise had this same friendly purpose; that this good purpose, however, would only be very incompletely achieved if all the other mutual interests on the Madurese coast between the Noble Dutch Company and His Highness the Nabob were not included in this further negotiation; that at the holding of the latest Tuticorin pearl fishery in the past year, arrangements were made regarding the flag of His Highness the Nabob in the bazaar, by which one could abide for the future as far as this fishery is concerned; and that regarding the Mannar pearl fishery, everything was regulated in the friendly agreement with Mr. Dott in a manner that in all respects must be considered sufficient to properly manage the dhonies of His Highness in this fishery, in case His Highness chooses to have them; but that all this would be arranged in the most proper manner, and at the same time serve to the greater advantage of His Highness the Nabob himself, if His Highness declared once and for all that he wished to keep to the enjoyment of a sixth part of the whole lease amount, as was left to the choice of His Highness in the aforementioned friendly agreement; that in the Tuticorin pearl fishery, instead of a more or less poor share, which even now is worth incomparably more than it was formerly worth, half has been allocated to His Highness the Nabob according to the number of stones by which this is calculated; and instead of the 96½ stones in the Mannar pearl fishery, which at the time of the free fisheries perhaps did not amount to a 50-stone share of the whole, a sixth part of what the Mannar pearl fishery will yield upon leasing, if His Highness wishes to profit from that instead of the fixed number of dhonies; that it thus appears that the Company in these its dealings has been utterly equitable, and has shown all reasonable regard for the interests of His Highness the Nabob; that finally the friendly advice of Mr. Buckanan tending to the effect that, on this occasion, on a
Dutch transcription
zijne getrouwe vriend M: James Dott volkomen magt hadde gegeeven om met den Heer Ceilon„ „sche Gouverneur te handelen nopens de paaalvisscherijen van Tutukorijen en mannaar„ dog dat bij de brief van zijn Hoogheid der nabab, aan den heer Gouverneur ter zel„ „ver tijd geschreeven, staat, dat hoogst den zel„ „ven den Heer Dott: zend om te handelen over de paarlvisscherijen en andere zaaken en dat het zeer duijdelijk is dat dit laatste geen applicatie konde hebben, dan op de ove„ „dige belangens op de madureesche kust, tusschen de Edele nederlandsche komp=e en zijn Hoogheid den nabab: Dog dat zonder dit voor het teegenswoordige tot een point van questie te maaken, zij gecommitteerde leeden alleen aanmerken, dat reeds bij een brief van den 22: Fber: 1787: aan zijn Hoogheid de nabab is vertoond, dat bij het traclaat met den Heer Dott: geslooten, strict gesprooken, alleen het stuk van de ma„ „duneesche paaal visscherij naader is gere„ „guleerd, en bij de vriendelijke overeen„ „komstig, dat van de manaarsche paaal„ „ visscherij 2581 „visscherij, en dat voorts bij het voorsz: tuactaat, niets anders is gedaan, dan van weir zijde te verklaaren, dat alles zoude blijven op den voorigen voet, zonder eenige verandering Dat dit laaste overeenkomstig is met het geene zijn Hoogheid de nabab, bij verscheide geleegentheeden heeft verklaard, in allen op zichte te weezen hoogst desselfs eenigste verlangen: Dat zijn Hoogheid de nabab deeze verklaering op het vrindelijkste naader heeft herhaald bij een brief geschreeven den 6: Jeber: 1787: en dus verscheijde maan„ „den naa het sluijten van het voorsz: tractael„ en dat de Edele neederlandsche Komp:e— ook van haare kant niets meer nog niets anders verlangt: Dat door deeze hier voor verhaalde weederzijdsche verklaaring; mitsdien niets nieuws, of het geene niet reeds bestond nog van de een nog van de andere zijde begeerd, nog bedwongen is, en dat dus de Heer Dott: niet kan geagt worden, het vermoogen te hebben onver„ „schreeden, waarmeede hij door zijn Hoogheid den nabab is bekleed geweest. Dat aan de Nabab men nabab niet te min op voorsz: desselfs brief van den 6: Jeber: is geantwoord, dat de Heer Gouverneur gaarne zoude afwagten, het geene zijn Hoogheid bij deeze brief zijnde voorneemens te zijn, nopens de handeling met den Heea Datt: naader aante merken dan dat wijl dit zeedert niet is geschied, de Heer Gezant Buckanan, indien zijn Ed: op de voorsz: weederzijdsche verklaaring, of de korte uitbreiding daar van, iets in het bijzonden mogt noodig vinden aantemerken vande „lijk word verzogt, dat stuks wijze tewillen doen: Dat bij de vrindelijke zending van den Heer Dott, het blijkbaar de intentie van zijn Hoogheid is geweest, om daardoor alles, wat nu en aan aanlijding tot moeijelijkheeden gegeeven had, uijt den weg te ruimen, en dat schoon de brief van zijn Hoogheid den Nabab, door den Heer Gezant Buckanan meedegebragt, dit maal wel alleen bepaaldelijk van de paaalvis„ „scherijen spreekt, men niet te min, uit de welmeenendheijd waarmeede deeze brief geschreeven is, niet 'twijffelen mag, dat zijn Hoogheid de nabab, in de zending van den Heer 2582 Heer Buckanan, insgelijks dit zelfde vrinde„ „lijk oogmerk heeft gehad. Dat dit goede oogmerk nogtans niet dan zeer onvollee„ „dig zoude berijkt worden, indien niet alle overige weederzijdsche belangen op de madu¬ „reesche kust, tusschen de Edele needer„ „landsche komp:e en zijn Hoogheid de nabab„ in deeze naadere handeling wierde begreepen Dat bij het houden van de jongste Jutuko„ „rijnsche paaalvisscherij in het voorleeden Jaar, nopens de vlag van zijn Hoogheid de nabab in de bassaaa, schikkingen zijn gemaakt waar bij men voor den aanstaande, zoo veel deeze visscherij, zoude kunnen blijven, en dat omtrent de manaansche paaulvisschen bij den vriendelijken overeenkomst met den Heer Dortt, alles gereguleerd is op een wijze, die in allen op zichten moet geagt worden toerijkende te zijn, om behoorlijk te kun„ „nen doen bestieren de tonies van zijn Hoog„ „heid in deeze visscherij, in gevalle hoogst dezelve verkiest die te hebben, dan dat dit alles op de bequaamste wijze zoude geschikt zijn, en tans tevens strekken tot meerder voordeel voordeel van zijn Hoogheid de nabab zelve, indien zijn Hoogheid eens voor al verklaarde zig te willen houden aan het genot van een sesde gedeelte van de geheele pagt schat, zoo als dat bijde voorsz: vriendelijke overeenkomp in de verkissing van zijn Hoogheid gelaaten is= Dat in de Tutukorijnsche paaulvisschenij aan zijn Hoogheid de nabab. insteede van min of meer een quaat gedeelte, dat zelfs nu onge„ „lijk veel meer waard is, dan eertijds waadig was, het getal der steenen, waarnaa dit is bereekend de helft is toegedeeld, en in steede van de 96½ steen in de mannaaasche paaal„ „visscherij, die ten tijde van de vrije visscherijen misschien geen 50: stux gedeelte van het geheel be„ „droegen, een ses de gedeelte van het geen de manar„ „sche paarlvisscherij bij verpagting doen zal, indien zijn Hoogheid, in steede van het bepaald getal der tonies daar van wil profiteeren, Dat het dus blijkt dat de komp:e in deeze haare handeling ten uittersten billijk geweest is, en alle reede„ „lijke inzigten voor de belangende van zijn Hoogheid de Nabab getoond heeft: Dat eindelijk het vriendelijk advies van den Heer Buckanan daatoe lijdende, om bij deeze geleegentheid op een
English
to place it on a firm and unshakable footing, which can serve to remove everything that in the future might give rise to any misunderstanding, is highly pleasing to the Governor and the Council. That Their Honors, on their part, are also very well inclined to cooperate in this with [illegible], but that they trust in the most complete manner that Envoy Buckanan himself, perceiving the reasonableness of all that is alleged above, will find that with what is pointed out above, everything that in fairness can be required of Their Honors has been done on the part of the Honorable Dutch Company. A letter having been received from the Chief of Jainkonomale, the Honorable van Senden, dated the 19th of this month, solely communicating that General de Conwaij had arrived there that morning with the frigate L'Astree and was to depart again that very same evening, and further serving to accompany a letter which the aforementioned Mr. de Conwaij had handed to him for transmission hither, and in which the aforementioned Mr. de Conwaij informed the Governor that, having learned of the preparations of the Government of Madras and the embarkation of English troops, he had considered it his duty not to lose any time in hastening, according to the orders of his King, to the relief of Tainkonomale; but that, having been delayed by contrary winds off Kaarkal, and having learned that the English troops had actually been sent to Bombay, he had proceeded in person to Jainkonomale, leaving his convoy behind, in order to convince himself of the truth of that report, and that, since he had now found everything to be so and Juinkonomale out of danger, he was about to return again. It was deliberated and taken into consideration that, although this expedition of Mr. de Conwaij has had no consequences, and one therefore seems able to be at ease concerning Tainhonomale, prudence nevertheless requires not relying too much upon this, since one cannot know what orders the Government of Pondicherij has from Europe, and it is therefore very necessary to provide as much as possible for the security of Tainkonomale and Oostenburg. And it is therefore approved and understood to let the company of Sumanappers and the company of Sipahis, mentioned in the secret resolution of the 22nd of this month, still proceed to Trinkonomale, but for the present to excuse the sending of more European troops, and likewise to countermand Captains Jornbauer and Nagel, but nonetheless to persist in the recall of Captain Marchand, and also provisionally to transfer the two companies of the Regiment of Luxemburg from Tainkonomale and Mannaar. Thus done and resolved in the Castle of Kolombo, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graaff, P. Sluijsken, C. Jelenius, G. E. Holst, M. P. Raket, and J. Reintoub. Agrees: Sijbrands W. Eiklerk The Right Honorable Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Chief Administrator Peter Sluisken The Honorable Dessave Diederich Thomas Faetsz The Honorable Lieutenant Colonel Joh. Ph. Cha. Jelenius The Honorable Chief of Tuticorin Maatthinus Mekean The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst The Honorable Trade Bookkeeper Mattheus Petrus Raket The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous The Honorable Fiscal Karel Fredrik Schreuder There was read by the Honorable Members and brought to the table a report from the Honorable Chief Administrator Sluysken and the Honorable Pay Bookkeeper Holst, who by resolution of 17 March last were appointed to enter into negotiations with the envoy of His Highness the Nabab Machmet Alichan, Mr. James Buchanan, stating: That they had begun their commission by proposing to the said envoy that he furnish to Their Honors in writing the objections of the Nabab against the treaty concluded with Mr. Dodt. Secret Resolution taken in the Council of Ceylon on Thursday, 10 April 1788. That they had thereupon received from the said Mr. Buchanan on the 22nd the letter accompanying their report, stating: That since the rights and proportional shares of the Nabab and the Dutch Company regarding the Pearl Fisheries have long been a subject of dispute, and as the same have not hitherto been clearly determined by the mutual parties, one could presently enter into negotiations to provide for this misunderstanding and to secure each party's rights and portions by a clear stipulation in a treaty. That, in order to satisfy their desire to be informed of the objections of the Nabab against the treaty concluded with Mr. Dodt, he informed them that His Highness had in general terms disapproved of the actions of Mr. Dodt, because he had exceeded the powers with which he had been invested by him, especially in that which:
Dutch transcription
2583 op een vaste en onwankelbaaren voet te brengen, het geen dienen kan om weg te neemen alles, wat in de aanstaande tot eenige mis verstand zoude kunnen aanteijding geeven, de Heer Gouver„ „neur en den Raad ten hoogsten welgevallig is.— Dat haar Ed: van hunne kant, ook heel zedr geneigt zijn, om met en paessement hier toe meede te werken, dog dat dezelve op de volkoomentste wijze vertrouwen, dat de Heer Gezant Buckanan zelve, inziende de reedelijkheid van al het hier boven geallegeerde, zal bevinden, dat met het hier boven aangeweezene, van de zijde van de E: nieder „landsche kompenie is gedaan alles, wat naa bil„ „lijkheijd van haar Ed: kan worden verlangt:— ontfangen zijnde een brief van het Jain kono„ „maalsche opperhoofd, de E: van senden, van den 19: deezer, houdende eenelijk communicatie, dat de Heer Generaal de Conwaij dien morgen, met het faegat L: aftuee, aldaar gearriveerd was, en nog den eijgensten avond weeder stond te vertrek„ „ken, en dienende voorts ten geleijde van eenen brief, die gem: Heer de Conwaij aan zijn E: hadter hand gesteld, ter verzending naa herwaards, en waar bij gem: Heer de Conwaij aan den Heer Gouverneur verwettigd, dat hebbende vernoomen de toenesting i min ge„ be„ naar e er heid de toenefting van het Gouvernement van madras, en de inschelping van Engelsche troepes, hij het van zijn plicht had geoordeeld, geen tijd te moeten verzuimen, om volgens de ouders van zijnen koning, tot hulp van Tainkonomale te spoeden, doch dat hij door teegenwinden opge„ „houden, voor kaaikal vernoomen hebbende, dat de Engelsche troepes eigentlijk naa Bombaij gezonden waren, met agterlaating van zijn Convooij, zich in perzoon na Jain konomale begee„ „ven had, om door zich zelven van de waarheid dier tijding te overtuijgen, en dat wijl hij nu alles zodaanig, en Juinkonomale buijten nood bevonden had, weeder stond terug te keeren: Js daar over gedelibereerd en in achting genoomen, dat schoon deeze optocht van den Heer de Conwaij geen gevolg heeft gehad, en men dus omtrent Tainhonomale gerust schijnt te moogen weezen, het nochtans de voorzichtigheid vereijscht, om zich daar op niet te veel te verlaaten, wijl men niet kan weeten, wat voor beveelen het Gouvernement van pondicherij uijt Europa heeft, en het derhalven zeer nodig is, om voor de zeekerheid van Tain konomale en oosten„ „burg, zoo veel doenlijk te zorgen: En is den N1. 2584 En is derhalven goedgevonden en verstaan, om de Compenie Sumanappers en de Comp:e sipahis, vermeld bij secreete resolutie van den 22: deezen, als nog naa Trinkonomale te laaten gaan, doch het zenden van meer Europeesche troepens voor eerst te excuseeren, en insgelijks de Capi„ „tains Jornbauer en Nagel te contramandeeren, maar des niet te min te persisteeren bij de terugroeping van den Capitain marchand, en ook de twee Comp: van het Regiement van Luxemburg, bij provisie te verplaatsen van Tainkonomale en mannaar. —. 2 aldus gedaan ende Geresolveert in het kas„ „teek kolombo, ten dage, maanden en yaare voorsz /: was geteekend:/ W: J: van de Graaff: P: Sluijsken C: Jelenius. G: E: Holft M: P: Raket en J: Reintoub: accqudeert Sijbrands W Eiklerk d en 2585 2592 De wel Edele groot agtb Hoer gouverneur„ Willem Jacob van de Graaff: D. E. hoofdadministratedua - - - - „ Peter sluisken D: E: Dessave - - - - - - - - - _ „ Diederich Thomas Faetsz: D. E. Luitenant Colonel - - - - - - „ Joh. Ph: Cha: Jellnius D: E: utukorijnsche hoofd - - - „ Maatthinus Mekean. D: E: zoldij boekhouder - - - - - „ Gerrit Engel Holst. D. E. Negotie boekhouder - - - - „ Mattheus Petrus Raket. D: E: Eerste pakhuijsmaester - - - „ Johannes Reintous D: E: Fiscaal - - - - - - — _ „ Cauel Fredrik Schreuder js, bij DE:s Leeden aondgeleezen en tants ter tafel gebragt een bericht van den E. hoofdadmi„ „nistrateur sluytken en den E: zoldij boekhouder Holft die bij resolutie van den 17. maart jol: zijn benoemd om in onderhandeling te treeden met den gezant van zijn hoogheid de Nabab Machmet Alichan de Heer James Buchanan houdende:= Dat zij hunne kommissie hadden begonnen met aan gem: gezant voortestellen van aan hun E: Sekreete Resolutie genoomen yn Raade van Ceilon op Donderdag Den 10: april 1788: schriftelijk schriftelijk te willen op geeven de spjektien van den Nabab teegens het verdrag met den Heer Dodt geslooten. —: Dat zo daar op den 22: van gem: Heer Buchanan had¬ „den ontfangen de missive bij hun rapporten ge„ „schreeven houdende: Dat wijl de regten en proportieneele aandeelen van den Nabab en de hollandsche komp: nopens de Paarlvisserijen, zeedert langs geweest zijn een onderwerp van verschillen en dat gelijk dezelve tot nog toe door de weederzijdsche part„ „hijen niet duidelijk zijn uitgemaakt men tee„ „genswoordig in onderhandeling konde tweeden om te voorzien in dit misverstand en te verzekore een elks regten en gedeeltens door een duidelijke ooststelling bij een tractaat:—. Dat hij ten einde te voldoen aan hun verlangen om te weezen onderwigt van de objektien van den Nabab teegens het tractaat met den waer Dodt geslooten hun informeerende dat zijn Hooghed in algemeene bewoordingen de handelingen van den Heer dodt hadde afgekeurd, wijl hij hadde overschreeden de magt, waar meede hij door hem was bekleedt geweest speciaal in het geene daar bij:
English
2586 2592 appeared regarding an exclusive right of the Company to the cloth trade in the lands of His Highness, which he was not inclined to grant to the same to the prejudice of his English friends and allies, and because other matters dealt with therein had no direct connection with the matter in dispute, the Pearl fisheries. That the Nabob, having informed this government of the purpose of this present further embassy, desired, in accordance with the orders given to him, to limit his negotiations to the pearl fisheries, presenting therewith an indication of what he calls the ancient customs, corresponding with what appears on that subject in a letter written by the Nabob concerning this to the first commissioner, the senior merchant Sluysken, on 30 October 1770 on the occasion when he was with him as an envoy of the Company, and about which the envoy expresses himself in the following manner: The rights of the Sircar (the Nabob) are, with the exception of those of the Paligars, twenty thonies with diving stones, and the Sircar is furthermore entitled to one dive from each diver per day, as well as to the dive of an entire day in each week, and finally the right to take 2 out of 10 of all large pearls, to have an officer at the fishery accompanied by a party of soldiers to let his flag fly during the fishery, as well as to collect for his benefit the duties of the bazaar. That he, the envoy, in order to promote the proposed objective, would be of the opinion that instead of all these various rights and claims of His Highness, one should propose and establish such a proportion in the entire fishery as would be considered to be just and equitable, in order to serve as a basis for a treaty to be offered to His Highness as soon as possible. That the commissioners thereupon had answered Mr. Buchanan by a letter, which is inserted in their aforesaid Report according to the instruction given to them on the 3rd of this month, and had made every possible effort to convince him of the reasonableness of the treaty concluded with Mr. Doodt, pointing out that in the same, apart from what was stipulated regarding the pearl fishery (for which Mr. Doodt was specially authorized), nothing new was asked nor demanded, but it was understood that everything should remain on the old footing, and that consequently Mr. Doodt could not be considered to have exceeded his powers therein. That thereupon on the 9th thereafter they had received a further letter from Mr. Buchanan, which is also written into their report and amounts to this: That the Nabob must be considered to be the best interpreter of the extent of the power given by him to Mr. Doodt and of the instructions given to him, and that as he had already assured and now confirmed, that His Highness had disapproved his actions, the envoy for that reason would limit himself to the subjects in question, the pearl fisheries, and that he consequently could not take the treaty concluded with Mr. Doodt as a basis for these further negotiations. That if, however, the intention were to connect other interests of the Company with these negotiations about the Pearl fisheries, he had no objection against it, in so far as the share to which His Highness already had a right were increased thereby, and consequently such offers were made to His Highness as might persuade him to secure to the Dutch Company its trade and other privileges in the country of the Nabob. Whereupon, having deliberated and considered: That it appears very clearly that the purpose of the Nabob in sending this further embassy tends, among other things, to make the Company observe that the continuation of the exercise of its rights and privileges on the Madura and Manaar coasts, in so far as they entitle it to an exclusive trade in cloths, depends solely on his goodwill, in order to make it a point of reflection for Their Excellencies as to how far they consider it in their interest to secure the continuation thereof. That one can also discern not obscurely from what appears in the letters of the Governor of Madras, Sir Archibald Campbell, written on 29 January and 7 February 1787, that it is his intention to suggest this to the Company by proposing to settle, by a friendly arrangement based on principles of justice and mutual good faith, all the subjects that are to be negotiated between the Dutch Company and His Highness the Nabob. That the Company on the opposite coast, relative to its trade in the lands of the Nabob, has from time to time encountered more and more difficulties, and that although these were for a long time somewhat more tolerable than before, nevertheless recently several attempts were made to the detriment of its rights, directly tending to undermine them, which could not be checked except by acts of force. That those matters indeed remained without consequence, but that this is perhaps for a great part to be attributed to the fact that although the negotiations concluded with Mr. Doodt were not approved by the Nabob, he nevertheless proceeded to no innovations to the detriment...
Dutch transcription
2586 2592 bij voorkomt noopens een exkluesief regt van de komp: tot den lijwaat handel in de landen van zijn Hoogheid het welk hij niet gekint was aandezel„ „ve toetestaan in prejuditei van zijne, Engelse vrienden en bontgenooten en door andere daar bij verhandelde zaaken geen onmiddelijk ver„ „band hebbende met de zaak in verschil de Paaal„ „visserijen. . Dat de Nabab deeze regeering geinformeerd heb„ „bende van het oogmerk deeze teegenwoordige naadere bezending hij overeenkomstig met de last hem gegeeven zijne handelingen verlangde te bepaalen aan de paarlvisserijen doende daar bij een aanwijzing van het geen hij noemt de oude gewoontens overeenstemmende met het geen derweegens voorkomt bij een brief door den Nabab daar over aan den eersten gekommitteer„ „den de opperkoopman sluijsken geschreeven den 30: 8ber: 1770: ter geleegentheid hij bij den zelven als afgekant van de komp: geweest is en waar oover hij gezant zig in volgender wijze uit duurkt De regten van den serkaar /: de Nabab /: zijn uit gezonderd die van de Paliageus twintig tonies met aar met over steen en is de seukaar voorts geregtigd tot een duiksel van elke duiker s'dags zo als ook tot het duiksel van een geheelen dag in elke week en eindelijk het regt om van alle groote paarlen 2 van 10:, te neemen om te hebben een officier bij de visserij verzeld van een partij Mili„ tairen om zijn vlagte, laaten waaijen geduurende de visserij als meede om tot zijn voordeel te heffen de regten van de basaar: 2. Dat hij gekant om te bevorderen het voorgestelde oogmark van meenig zoude zijn dat men insteede van alle deeze verschillende regten en pretensien van zijn hoogheid voor stelde en vaastelde zulk een proportie in de geheele visserij als zoude geagt worden te zijn regtmatig en regt ten eijnde te kunnen strekken tot een basis voor een traktaat om ten spoedigsten aan zijn Hooheid te kunnen worden aangebooden Dat zij gekommitteerdens daar op den Heer Bachanan bij een brief die hij voorsz: hun Rapport is ge insereerd volgens de jnstructie den 3. deezer aan hun gegeeven hadden geantwoord en alle mooge„ „lijk moeijte gedaan hadden om hem te overtuigen van de redelijkheid van het geslooten traklaat met den Wedr Dodt onder aanwijzing dat bij het. 2587. 2592 het zelve buiten het geen noopens de paarlvissinij„ /waar toe de zeer Doat speciaal geauthoriseerd was /. is vast gesteld niets nieuws gevraagd nog bedongen was maar verstaan dat alles zoude blijven op den ouden voet, en dat mitsdien de Heer Doat daar in zijn magt niet kondt geagtworden te hebben overschueeden:. Dat ze daar op den 9. daar aan van den Heer Bucha„ „nan hadden ontvangen een naadere brief die ie ook bij hun bericht in geschreeven en hierop uit loopt. Dat de Nabab moet geagt worden te zijn de beste uitlegger van de uitgestuektheid der magt door hem aan den Heer Dodt gegeeven en van zijn aan hem gegeevene instruksie en dat gelijk hij reeds verzeekend hadde en nu naader dead, dat zijne hoog„ „heid zijne handelingen hadde afgekeurd wij Heer gezant om die reeden zig zoude bepaalen tot de onderwerpen, in kwestie de paaalvisserijen en dat hij mitsdien het geslootene tractaat met den Heer dodt niet kondeneemen tot een grondslag van deeze naadere handelingen: Dat indien nogtans het voorneemen waare, om ook andere intresten van de komp: met deeze handelingen over tot an over de Paarlvisserijen te verbinden wij daar teegens „jek geene op „ gesitien hadde in zoo verre daar bij het ge„ „ragt „deelte waar toe zijn hoogheid reeds „ hadde wierde vermeerderd en mits dien aan zijn hoogheid wierden gedaan, zoodaanige aanbiedingen die her zoude kunnen overhaalen om aan de hollandsche komp: te verzekeren haaren handel en andere privile„ „gien in den lande van de Nabab:a. waarop gedelibereerd en agting genoomen zijnde Dat het heel duidelijk blijkt dat het oogmark van den Nabab in het doen van deeze naade wil bezending onder anderen strekt om de komp: te doen, opmerken dat de voortduuring van de exercitie l van haar regten en voorregten op de 12e4e Maduresche en Maanuasche Kustenag in zoo„ die haar wettigen tot een eijklustfe handel in de lijwaaten alleen afhangt van zijn goedwilligheid ten einde het bij haar Ed: te maaken tot een poinct van bedenking in hoe verre ze het van haar belang agt, om zig van de voortduuring daar van te verzeekeren— Dat men ook uit het geene voorkomt bij de baisven van den gouverneur van Maaras de Heer Aschi„ berl. 2588 2592 „bal Campbell geschreeven den 29: Jann: en 7: febr: Jo2: niet onduister bespeuren kan dat het zijn meening „ge zij de komp: dit in„dagten te geeven door aan te vaa„ „den om door een vriendelijke schikking rustende op principes van uegtvaardigheid en op weder zijdse goedtrouwe te verevenen alle de onderwerpen die tusschen de hollandsche komp: en zijn Hoogheid de Nabab te verhandelen staan. Dat de komp: op de overwal relatief tot haaren han„ „del in de landen van den Nabab van tijd tot tijd meer en meer stubbelingen heeft ontmoet en dat schoon die wel een tijd lang nog aldragelijker geweest zijn dan te vooren en niet te min nog onlangs ver„ „scheide opgingen ten nadeele van haare regten zijn gedaan regtstrekt strekkende om dezelve te ontgenuwen die men niet dan door daadelykhee„ „den heeft kunnen keeven. — Dat die dingen wel buiten gevolg gebleeven zijn dog dat dit misschien voor een groot gedeelte is, toe te schrijven daer aan dat schoon de Handelingen met den Heer doot geslooten bij den Nabab niet zijn goedgekeurd hij nogtans tot geen innovatien ten nadeele. gens a
English
has wished to resolve to the detriment of the Company, nor to favor those until the outcome of the mediation offered by Mr. Archibald Campbell, which was accepted both by the Nabob and by this government. That it is uncertain with what eye one might regard such acts of violence in the future, particularly if the English government went so far as not to prevent its subordinates from providing the vessels with which the linens are transported with English passes and flags. That it could even become a rather questionable matter to have vessels sailing with the Nabob's flag and pass detained and brought in by our cruisers solely because they carry linens purchased in the Nabob's lands, if we were otherwise willing to permit them that. That if, however, such encroachments as have been undertaken repeatedly cannot be prevented, the competition that must arise therefrom could soon have a most detrimental influence on the Company's trade, all the more so since it is beyond dispute that when Englishmen stationed in any post in those lands came to interfere in it, they would without much difficulty direct matters so that they became masters of the best and most sought-after goods. That the objective of the Company in all previous transactions concerning the pearl fisheries has likewise tended toward securing for itself more and more the free exercise of its rights and privileges in his lands by paying all possible heed to the Nabob's proposals regarding this matter. That the objective would consequently be only partially attained if one were now to limit the negotiations solely to the matter of the pearl fisheries, especially after the declaration made by Mr. Buchanan in his public capacity, that the Nabob is not inclined to grant the Company an exclusive right to the linen trade in his lands. That among the means proposed by the commissioners, the measure to test to what extent the Nabob could be bought off with a sum of money regarding his claims on the pearl fisheries would presumably amount to quite a high sum; that Mr. Blaawkamer, merely to make the Nabob abandon a parcel of ridiculous claims in his agreement with the same, had disposed the matter in such a way as to think it advisable for the Company to make a present for that of 60000 star pagodas. That it is evident that if one also wishes to include in these negotiations a further confirmation of the Company's rights and privileges on the Madura coast, he would also demand that this be taken into account when seeking an equivalent in money to satisfy the Nabob. That besides it being difficult to find such a sum, this measure moreover seems subject to the consideration of whether, upon the payment thereof, one could expect the same effect with any certainty once the Nabob had pocketed the money, as would be expected from the continuation of mutual interests in which both parties have a reciprocal interest to manage. That apart from this, however great the necessity seems to work toward concluding an agreement with the Nabob on reasonably fair terms if possible, it would be very questionable for this assembly to proceed with offering a sum large enough to expect the desired effect from it. That it likewise appears highly questionable to this assembly to make, on its own initiative and before Mr. Buchanan might express himself more fully on this matter, any offer beyond what was regulated in the treaty concluded with Mr. Dott. That it would be fruitless labor to enter into new discussions with Mr. Buchanan about the pretensions of the Nabob in order to demonstrate thereby how very reasonable the Company has already been in the settlement with Mr. Dott. That the investigation and refutation of the pretensions of the Nabob to the pearl fisheries have repeatedly been described with great clarity and detail without having produced any effect, and that consequently undertaking this anew would serve no purpose other than to delay the matter and complicate it more and more, at least not insofar as one also does not wish to leave neglected the interests of the Company, as far as they concern its trade in the lands of Madura and Marawa, for it clearly appears that the Nabob, with this further finding, as has already been noted here above, aims to make the Company, for its part, reckon upon that in the arrangements which it will find reasonable. And finally, that because Mr. Buchanan states that he is limited by his instructions solely to the negotiations concerning the pearl fisheries, the Company for its part, in order to promote its further interests, might make some offer tending thereto, for which this government does not find itself authorized; and that it is nevertheless necessary also to include the further interests of the Company on the Madura coast in these negotiations, and consequently nothing else remains than to have the envoy notified that this government, finding itself not qualified to make any offers
Dutch transcription
naedeele van de komp: heeft willen besluiten nog die begunstigen tot den uitslag der Mediatie door den Heer Auchebald Campell. aangebooden en die zoo wel bij den Nabab als bij deeze reegeering aangenoomen is Dat het onzekere zij met wat oog men voor den aanstaan„ „de diergelijke daadelijkheeden zoude aanschouwen inzonderheid indien het Engelsche gouvernement zoo verre ging om aan haare ondergeschikten niet te verhindgaen, dat de vaartuigen waarmeede de ner„ „lijn -ater „tije „ vervoerd worden zig van Engelsche passen en vlaggen voorzien. —. Dat het zelfs een vrij bedenkelijk poinct zoude kunnen worden om vaartuigen vaarende met s' wababs vlagen pas door onze kuuisers te doen aanhouden en op drengen alleen daarom om dat ze lijwaaten vervoeren in sHababs landen ingekogt indien wij hun dat anders wilde veroorloven:—. Dat indien nogtans diergelijke inkruipingen als te meer maalen zijn ondernoomen niet konnen worden geweest de koncurentie die daar uit moet ontstaan spoedig van een aller naedeligsten invloed op 'skomp: han„ „del zoude kunnen zijn, zoo veel te meer als het buiten geschil is. dat wanneer Engelschen dier in die landen 2589 2592 die landen in eenige post gesteld zijn, zig daar meede gingen bemoeijen dezelve zonder veel moeijte de zaaken daar heen zouden derigeeren dat ze van het beste en meest gewildste goed meester wierden. — Dat ook het oogmerk van de komp: in alle de vroegere handelingen noopens de paarlvisserijen tevens daar toe gestrekt heeft om door alle moogelijke agt te slaan op de voorstellen van den Nabab dier aangaande zig meea en meer te verzekeren van de vrije execitie haaren regten en voorregten in zijne landen: Dat het mitsdien het oogmerk maar gedeeltelijk zoude getraffen zijn, zo men tans alleen de handelingen bepaalden aan het stuk van de paarlvisserijen inzonderheid na de verklaaring door den Heere Buchanan in zijn Publicque kwaliteid gedaen, dat de Nabab niet gezint is om aan de komp: te okkoodeeren een eyklusief regt in den lijwaat handel in zijne landen:2. Dat onder de voorgeslaagene middelen van de gekom„ „mitteerdens het middel om te beproeven in hoe verre de Nabob met een stuiver geld nopens zijn pretentie in de paarlvisserijen zoude kunnen wor„ „den uitgekogt naest denkelijke al op een vaij hooge som zoude beloopen dat de Heer Blauwkamer alleen om offde. die meed „o de Nabab te doen afzien van een patij redukeele pretensien in zijn overeenkomst met den zelven de zaak daar na gedisponeerd heeft meenen te vierden om te denken dat het de komp: aan te naaden waere om daar voor te doen een present van 60000: steave pagoden: 2. Dat het duidelijk zij dat indien men in deeze han„ „delingen ook wil begrijpen een nadere bevestiging van s komp: regten en voorregten op de Modureesche kust ook in het zoeken van een equivalent in geld om den Nabab te vreede te stellen, bij zoude begeeren dat ook daar op wierden gereekend:—. Dat behalven dat het moeijlijk zoude zijn om zulk een somte vinden dit middel ook bovendien schijnt onderworpen te zijn aan deeze bedenking of men wel bij aanhouahus daar van het zelfde effeckt met eenige gerustheid zoude moogen verwagten indien de Nabab het geld eens gestreeken had als van het voort duuren van weederzijdsche belangend waar omtrend bijde de partijen een weederkeering i „treft „strter hebben om die te menagesven. Dat het buiten dien hoe goost ook de noodzaakelijkheid scheijnt. „om 2590 2592 scheijnt te werken om met den Nabab zoo het op eenigen„ „maaten reedelijken voorwaarden geschieden kan te stuiten voor deeze vergaadering heel bedenkelijk zoude „ een weezen om te treeden tot het aanbieden van„ som groot genoeg om daar van de verlangde uitwerking te kunnen verwagten. —. Dat het ensgelijks deeze vergaedering ten hoogsten bedenkelijk voorkomt om uit zig zelven en voor dat de Heer Buchanan zig op dit stuk breeden mogte openen eenige aanbieding te doen boven het geene bij het tractaat met den Heer Dodt geslooten is gereguleerd. —. Dat het vrugteloosen arbeid zijn zoude om met aen Heer Buchavan over de paetentien van den Nabab in nieuwe discusien te tweeden om daar uit te toonen hoe zeer reeds de komp: in 't vergelyk met den Heer Dodt zeer veedelijk geweest is. —. Dat het onderzoeken en wederleggen van de pretensien van den Nabab op de paaulvisserijen te meermaalen „en uijtgeggeijdheijd met veel duidelijkheid is geschild zonder dat het eenige uitwerking gedaan heeft en dat mits dien dist op nieuw te willen onderneemen tot niets strekken zoude. le oude t in kheid zoude dan om de zaak op te houden en ze meer en meer te kompliceeren ten minsten niet in zoo verre men ook de intresten van de komp: zoo vesel z1 betreffen haaren handel in de landen van Madure en Maarua niet wil onbezorgt laaten, want het klaarlijk blijkt dat de Nabab met deeze naadere bevinding, zoo als dat hier booven reeds is aangemerkt het oogmerkst heeft om den komp: aan haare zijde in „te de schikkingen die „ zal veedelijk vinden daar op te doen reekenen. - En Eijndelijk dat wijl de Heer Buchanan zegt, door zijn instruksie te zijn bepaald alleen tot de handelingen over de Paartvisserijen zij de komp: van haare zijde om ook haare verdere intresten te bevorderen eenige aanbieding mogte doen daar toe lijdende waartoe deeze Regeering zig niet vind geautoriseerd en dat het nogtans noodig zij ook de verdere intresten van de komp: op de Maduressche kust in deeze handelingen te begreijpen, en mits dien niets anders overschiet dan om den gezant te laaten aanzeggen dat deeze Regeering zig niet gekwalificeerd vindende tot het doen van eenige aanbiedingen
English
2597 2592 offers going above and beyond what has already been granted in the negotiations with Mr. Dodt, he will report this further mission to Their High Mightinesses the High Indian Government and thereby cease these negotiations, because the rights now brought up again, which the Nabab claims to have over the fisheries, have often been refuted to such an extent as could be done regarding matters founded upon nothing; and that it would therefore be useless to enter into discussion about this anew, or otherwise to try by another way whether Mr. Buchanan can be brought to declare himself in a clear manner regarding the basis upon which the Nabab would wish to come to terms with the Company, provided that at the same time the Company's rights and privileges on the Madura and Marawa coasts are confirmed. That the first course of action will offend the Nabab somewhat, and is therefore somewhat precarious, the more so as it will probably not have the most favorable effect upon the Lord Governor of Madras, who in his letter of 7 February says in so many words: —. allow me to be permitted to repeat my own earnest prayer, that these subjects may be treated in a friendly manner upon principles of justice and reciprocal good faith, whereby all parties will enjoy substantial benefits. —. That the Nabab, already somewhat displeased in himself, when he perceives that it would not be unwelcome at Madras, could soon cause many unpleasantries to arise, which one would either have to witness passively or, if one wished to oppose them, could entangle the Company in great difficulties; and it is therefore, in consideration of all that is written above, approved and agreed to first try the second course of action; and because the envoy is lodged with the Governor, His Honour has taken this upon himself, of which it is understood this record shall be kept. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. /was signed/ W: J: van de Graaff: P: Sluijsken, D: T: Fretz, Joh: Ph: Chr: Tilenius, M Mekern, G: E: Holst, M: P: Raket, Joh: Reintous, and C: F: Schreuder. All agrees. Sijbrands First Clerk 289½ om mbo Tilenius 2592. Secret Resolution, taken in the Council of Ceylon on Friday the 18 April A: 1788. Present: The Right Honorable Lord Governor Willem Jacob van de Graaff: The Honorable Chief Administrator - - - Pieter Sluijsken The Honorable Dissave - - - - - Diederich Thomas Fretz. The Honorable Lieutenant Colonel - - - - Johan Philip Christiaan Tilenius The Honorable Pay Bookkeeper - - - - Gerrit Engel Holst. The Honorable Trade Bookkeeper - - - - Mattheus Petrus Raket The Honorable First Warehouse Master - - - - Johannes Reintous The Honorable Fiscal - - - - - - - - Carel Fredrik Schreuder Has been reconsidered by circulation, a separate letter from the Tuticorin Chief, The Honorable Mekern, dated 19 March last, whereby he communicates that the Lord Malabar Governor Van Angelbeek had given him notice of the request of the King of Travancore to be permitted henceforth to deliver himself to the Company the linens which until now have been delivered by his merchants at Cape Comorin, with His Honour's considerations thereon: and regarding which the said Honorable Mekern shows that if the King himself became the supplier, he would certainly, as Mr. Van Angelbeek rightly remarks, take from the weavers all that is produced in his country, good or bad, at the lowest prices, and wish to deliver it to the Company for the contract prices; and that in this case a strict sorting would displease him, and indulgence would ruin the Company's trade; 2. That the experience of all time has taught that the strictest stipulations, and admonitions to comply with them, could not prevent the merchants from trying from time to time to deliver linen of lesser quality, and that a strict supervision, and the fear of being dismissed, alone were able to bring them back to delivering sound goods: —. That the delivery at Cape Comorin, consisting only of coarse Guinees and Salempores, yields very little profit, and is therefore of so little importance, that it is very doubtful 2593 whether the King, if he paid the servants through whom he would direct the trade, would actually gain anything from it, since the merchants, who are simple natives and manage everything themselves most frugally, themselves gain little or nothing from it, as they complain yearly, and thus mainly keep to this trade because they are proud of the title of Company's merchant, which gives them some credit in the country, which is further supported by the small advances they receive, and with which, in a moneyless country, they know how to pursue their particular advantage. That thus the King, seeing that little or nothing is to be gained from the delivery, would immediately request an increase in price, and if this were not granted, would deliver worse goods, and if it were not accepted, would cease delivering altogether. That also assigning the delivery to the King of Travancore would result in, King and has time to fear in of 2
Dutch transcription
2597 2592 aanbiedingen gaande booven en buiten het reeds inge„ „willigde bij de handelingen met den Heer Dodt dezelve aan hunne Hoogedelheeden de Hooge Jndiasche Regee„ „ring van deeze naadere bezending zal verslag doen en daar meede deeze handelingen staaken want dat de nu naadere weeder opgehaalde regten die de Nabab beweend op de visserijen te hebben riea dikwijls zijn weeder legt voor zoo verre dat van zaaken op niets gegrond, genegeld heeft kunnen geschieden en dat het dus nutteloos zijn zoude daar over op nieuw in duscussie te treeden of anderzints langenen anderen weg te beproeven of den Heer Buchanan te brengen is op zig op een duidelijke wijze te verklaa„ „ren over den voet waar op de Nabab zig met de komp: : zoude willen verdraagen mits daar bij tefens 's komp:se rigten en voogregten op de Maduaesche en Marursche kujsten worden bevestigd. Dat het eerste middel de Habab wat stolen zal en mitsdien wat bedenkelijk is te meer het ook waarschijnlijk niet de gustigste uijtwerking zal doen bij den Heer gou„ „verneur van Madras die bij zijn brief van den 7. febr: met zoo veel woorden zegt: —. staa mij toe mijne zelv ernstige beide te moogen herhaalen, dat deeze onderwerpen net op een vrunde. vrindelijke wijze moogen worden getaoffeer op princepes van regtvaardigheid en werder zeid se goedetrouw waar door alle de partijen wezentlijke voordeelen zullen genieten. —. Dat de Nabab roeds uit zig zelve wat misnoegd wan„ „neer hij bespeurd dat het te Madaas niet ongevalle zijn zoude spoedig veele onaangenaamheeden zoude kunnen doen ontstaan die men of goedschiks zoude moeten aanzien of zoo men zig daartegens wilde verzetten de komp: in groote Moeijelijkheeden zoude kunnen inwikkelen en is mitsdien uit hoofde van al het voorschreevene goedgevonden en verstaan om voor of het tweede middel te beproeve en wijl de gezant bij den Heer Gouverneur gelogeerd is, heeft zijn Ed: dit op zig genoomen waar van verstaan is deeze aantekening te houden. Aldus Gedaan ende Geresolveerd in 't kasteel holombo ten daage maand en Jaare voorsz: /was geteekend W: J: van de Graaff: P: Sluijsken D: Z: Fuetz. Joh: Ph: Cha: Tilenius, M Mekern. G: E: Holst. M: P: Raket. Joh: Reintous en G: F: Schreuder alle accordeert Sijbrands Eiklerk 289½ om mbo Gllenien 2592. secueste Resolutie, Genoomen in Raade van Ceilon op Vrijdag den 18 April A: 1788. Present De Wel Edele Grootachtb: Hoele Gouverter Willem Jacob van de Graaff: D: E: Hoofdadministrateur - - -„ Pieter sluijsken =„ Diederich Thomas Fretz. D: E: Dassave - - - - - D: E: Luijtenant Collonel - - - - „ Johan Philip Christiaan Jelinius D: b: Zoldij Boekhouder - - - - „ Gerrit Eengel Holst. D: E: negotie Boekhouder - - - -„ mattheus Petrus Raket D: E: Eerste pakhuijsmeester - - - -„ Johannes Reintous D: E: Fiskaal - - - - - - - -„ Carel Fredrik Schaeuder js door rondzending geresumeerd, een aparte brief van het Jutu kouijnsche opperhoofd D: E: mekeun, de dato 19: maart 7ol: waarbij dezelve bedeeld, dat de Heer mallabaarsche Gouverneur van angelbeek aan zijn E: had kennis gegeeven, van 't verzoekt van den koning van Jrevankoor, om voortaan de lijn„ „waaten, die tot nu toe door zijn kooplieden aan de Caab Commerijn geleeverd zijn, zelfs aan de Comp:e te moogen leeveren, met zijn Edelheijds consideratien daarop: en waaromtrent gemelde gemelde E: mekern vertoond, Dat als de koning zelve leeverancien wierd, hij zeekerlijk, zoo als de Heer van angelbeek te recht aanmerkt; al wat in zijn land valt, goed of slegt, vande weevers teegens de laagste prijsen zoude aanneemen, en voor de aanbesteldings prijsen aan de Comp: willen leeveren: en dat in dit geval eene scherpe zorteering hem mishaa„ „gen, en toegeeventheid sComp: handel kalkken zoude: 2. Dat de ondervinding van alle tijding geleand heeft dat de naauwste bepaalingen, vermaaningen tot derzelver naar kooming, niet konden beletten, dat de kooplieden van tijd tot tijd beproefden, om lijwaat van minder deugd te leeveren, en dat een stipte toezigt, ende bedug„ „ting van afgezet te zullen worden, alleen in staat waaren, om hen tot het leeveren van deugdzaam goed terug te brengen:—. Dat de leeverantie aan de Caab Commorijn; als alleen in guof guinees en salmpoeris be„ „staande, heel wijnig profijt geeft, en daarom van zoo wijnig belang is, dat het zeer bedin„ „kelyk is, 2593 „kelijk is, of de Koning, indien hij de Dienaaren, door welke hij den handel zoude laaten bestieren, betaalde, en wel iets bij zoude ge„ „winnen, daar de kooplieden, die eenvoudige inlanders zijn, en alles zelfs ten zuijnigsten dirigeeren, er zelve wijnig of niets op winnen zoo als ze jaarlijks klaagen, en dus voornaa„ „melijk zich bij deezen handel houden, om dat ze groots zijn op den titul van Comp:s koopman, die hen eenig Crediet geeft e in het land, 't welk verder ondersteund word door de kleijne vooruit verstrekkingen, die ze krijgen, en waarmeede in een geldeloof„ „land, hun bij zonder voordeel weeten te betragten Dat dus de koning, ziende dat bij de leeveran„ „tie wijnig of niets te winnen is, al aanstonds om prijs verhooging zoude verzoeken, en indien dit niet ingewilligd wierd, stegter goed leege„ „ren, en zoo het niet geaccepteerd wierd, geheel ophouden te leveren. Dat ook de opdragt van de leverantie aan den Koning van Jaevan Koor, ten gevolge zoude hebben, Koning en heeft tijd te dug„ in van 2
English
have, that one could hardly refuse further deliveries to the native rulers of the Madura Coast, who have made many attempts to obtain the same; because the natives have acquired such a taste for trade that the Regents now all participate in it more or less. That in the year 1785: Mr. Dott:, who then administered the government of the country for a short time, wanted to force himself by violence as the supplier of all piece goods, and only with great difficulty could be diverted therefrom; and that in the past year, being in conversation with the present Land Regent, he, with the purpose of becoming master of all the Company's pagodas, had requested that the Company's money be sent to him, for which he would provide piece goods; but that His Honour had had the very most trouble in that regard with the Land Regent Talwaij Moddeli, dismissed some years ago, whose family for half a century, from time to time, has had the government of the Madura lands, and for whom very much is now being done to help him back into the government. That it is indeed true that if one did not confer the delivery upon the King of Trevancour, he, as Mr. van Angelbeek noted, would not only become angered and make his displeasure felt in all kinds of ways, particularly in the collection at Cape Commorijn, but would also enter into piece goods contracts with other European traders; yet that it did not seem impossible to His Honour that the said King, when he is informed of the difficulties that exist against it on the Company's side, and of the smallness of the object, would desist from his intention; and that even if this should not succeed, the difficulties which the King's displeasure over the refusal of his request might cause would, in His Honour's view, not outweigh the difficulties that one would bring upon oneself if the delivery were conferred upon him, because one cannot compel him to deliver nothing other than sound goods, and no one can act as arbitrator if the piece goods passed as good by the King's servants were rejected on the Company's part. That as far as the making of piece goods contracts with foreign European traders was concerned, the King, who now wishes to play the role of a great merchant and sells his goods to whoever offers him the most money, would not be restrained therefrom by conferring upon him the delivery at Cape Commorijn; since he would always be able to obtain more from foreigners than from the Company, so that one can be almost certain that the small collection at the Cape will diminish even further by conferring the delivery upon the King, because he will deliver little or nothing to the Company as long as there is an opportunity to be able to deliver the piece goods to foreigners. That it is true that the King, in the contract of the year 1753:, had promised to deliver all the piece goods in his country to the Company, but that it is also true that the Company has only made use of the coarse guinees and salempoeries, because the other finer sorts were delivered just as well at Mannapaar and Ponnekail, and because, moreover, these sorts are only demanded in a small quantity, so that one could not with any reason require of the King that he should not be permitted to sell those piece goods that are produced in his country and which the Company does not take; just as for that very reason on the Coast of Madura, where very close watch is kept that no coarse guinees and salempoeries are exported by private individuals, the export of fine piece goods is not prevented. Which having been deliberated upon, it has been taken into consideration that the reflections of the Hon. Mekern are well-founded, and that however very slight the collection at Cape Commorijn is, it is nonetheless absolutely detrimental to the interest of the Company to consent to the request of the King of Trevancoor, because his example will undoubtedly be followed by the Regents of Madura and Marrua, whereby the trade of the Company in these countries will be irreparably injured and ruined, because the Company will then be placed in the position of having to conform to the despotic actions of these Regents, and accept defective goods, or repeatedly have to raise the price. It is therefore approved and understood to authorize the aforesaid Tuticorin Resident, the Hon. Mekern, to decline the repeated request of the King of Trevancoor in the most tactful manner, and to give notice thereof to the Malabar Governor, Mr. van Angelbeek, in reply to His Honour's aforesaid letter. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W: J: van de Graaff: P: Sluijsken D: T: Faetz: C: Jelenius G: E: Holst. M: P: Raket and J: Reintoux and C: F: Schreuder: Agrees, Lijbrants Clerk
Dutch transcription
hebben, dat men de verdere leeverantien kwaalijk zoude kunnen wijgeden aan de land bestierders van de kuste madure, die om dezelve te bekoomen velts poogingen hebben gedaan: wijl de inlanders zoo veel smaak in den handel hebben gekreegen, dat de Re„ „genten tans alle meer of min daarin deel hebben, 2 Dat in 't jaar 1785: de Heer Dott:, die toen een korten tijd het landbestier waarnam, zich met geweld tot leeverancier van alle zijn„ „waaten wilde opdringen, en niet dan met veel moeijte daar van had kunnen worden gediverteerd: en dat in het voorleeden jaar met den presenten Landregent in gespoekzijn„ „de, hij, met het oogmeak om meesten van alle sComp=s pagooden te worden, had verzogt, sComp:ts geld aan hem te zenden, waar dr hij lijnwaat wilde bezorgen; doch dat zijn E: daar„ „omtrent het allermeest te stellen hoed gehad, met den voor eenige jaaren gedemitteerden Land„ „negent Talwaij moddeli, wiens familie zee„ „deut een halve eeuw, van tijd tot tijd, het bestier 2595 bestier der madureesche landen gehad heeft, en voor wien nu heel veel word gewentig, om hem welder in het bestier te helpen Dat het wel waar is, dat indien men de leeverantie aan den koning van JrevanKou niet op droeg, hij, zoo als de Heer van an„ „gelbeek aanmerkte, niet alleen verstoond worden, en zijn misnoeger op allerlij wijze, inzonderheid in den inzaam aan de Caab Commorijn, doen gevoelen, maar ook lijnwaat contracten met andere Europeesche hande„ „laans aangaan zoude; doch dat het zijn E: niet onmoogelijk voorkwam, dat gemelde koning, als hij van de swaarigheeden, die daarteegen aan sComp:s zijde zijn, en van de klijnheid van het voorwerp, onderrigt word, van zijn voor„ „neemen zoude afzien; en dat zoo dit al niet mogte lukken, de moeijelijkheeden, die 's konings ongenoeg, over het afslaan van zijn verzoek, mogten veroorzaaken, naar zijn E: inzien, niet zouden opweegen de moeijelijk„ „heeden, die men op den hals zoude haalen, wanneer hem de leeverancie wierde opgeduaa„ „gen, om dat men hem niet kan noodzaaken per niet niet anders dan deugdzaam goed te zeeveren, en er ook niemand schijdsman kan werren, als de lijnwaaten, die door 'skomp: bedienden voor goed worden opgegeeven, Comp:s weegen wierden afgekeurd Dat wat aanging het maaken van lijnwaats contracten met vreemde Europeesche hande„ „laars, de koning, die tans de rol van een groot koopman speelen wil, en zijne waaren verkoopt, aan die hem het meeste geld bied, daar van niet zoude worden terug gehouden; door hem de leeverantie aan de Caab commorijn op te draagen; alzoo hij van vreenden altoos meer zoude kunnen bekoomen dan van de Comp:, zoo dat men haast zeeker kan weezen, dat de Klijne inzaam aan de Caab, door den „opdragt der leeverantie aan den Koning, nog meer verminderen zal, wijl hij aan de Comp: wijnig of niets zal leeveren, zoo langer gelee„ „gentheid zoude zijn, om de lijnwaaten aan vreemden te kunnen leeveren. 2 Dat wel is waar, de koning bij 't contract van het jaar 1753: had beloofd, alle de lijnwaaten in zijn 2595 in zijn land aan de Comp: te leeveren, maar dat het ook waar is, dat de Comp: alleen gebruijk heeft gemaakt van het grove gunees en salmpoedies, wijl de andere fijnere zoorten wel zoo goed werden geleeverd te mannapaar en ponnekail, en wijl boven dien deeze zoorten, maar in eene kleijne quanti„ „teit geijscht worden, zoo dat men met geene reeden van den koning zoude kunnen vergen, dat hij niet zoude moogen verkoo„ „pen die lijwaaten, die in zijn land vallen en die de Comp: niet neemt, gelijk men even daarom op de kust van maaure, daar zeer naauw word toegezien dat geen grof guinees en salmpoeries door particulieeren worden uijtgevoerd, niet verhinderd den uijtvoer van fijn lijnwaat: 2. waarop gedelibereerd zijnde, is in achting gewoo„ „men, dat de bedenkingen van den E: mekern zeer gegaond zijn, en dat hoe zeer de inzaam aan de Caab commorijn zeer gering is, het nochtans voor het intrest van de Comp: volstaakt nadeelig is, te bewilligen in het verzoekt van den koning van Jaevan koor, om dat zijn aen w en zijn voorbeeld ongetwijffeld zal worden gevolgd, door de Regenten van maduwe en marrua„ waar door den handel van de Comp: in deeze landen, onherstelbaar gekrenkt en bedua„ „ven zal worden, wijl de Comp: dan in 't geval zal gesteld worden, van zich te moeten schikken naar de dispotique handelingen deezen Regenten, en onduigend goed accep„ „teeren, of telkens der paijs verhoogen moeten. Een is derhalven goedgevonden en verstaan, tet voorsz: Jutt korijnsche opperhoofd, de E: me„ D „kean, te qualificeeren, om het meerm: ver„ „zoek van den koning van Jae van Koor, op de bekwaamste wijze te declineeren, en daar van aan den Heer mallabaarsche Gouverneur van angelbeek, in antwoord op zijn Edeles voorsz: schrijvens, kennis te geeven: aldus Gedaan ende Geresolveert in het Kasteel kolombo ten daage, maand, en Jaare woorsz: was geteekend:/ W: J: van de Graaff: P: Sluijsken D: T: Faetz: C: Jeleni„ „us G: E: Holft. m: P: Rahet en J: Reintoup en C: F: Schreuder: accordeert Lijbrands Clenk
English
2596 2603 Present. The Honorable Head Administrator - - - - - - Peter Sluijsken The Honorable Fiscal - - - - - - - Carel Fredrik Schreuder The Honorable First Warehouse Master - - - - Johannes Reintous The Right Honorable Lord Governor Willem Jacob van de Graaff. The Honorable Dissave - - - - - - - - - - Diederich Thomas Fretz. The Honorable Trade Bookkeeper - - - - - Mattheus Petrus Raket. The Honorable Lieutenant Colonel - - - - - Joh: Ph: Cha: Tilenius The Honorable Chief of Tuticorin - - - - - Martinus Mekern. The Honorable Pay Bookkeeper - - - - - - Gerrit Engel Holst. Friday the 25th of April 1788: Secret Resolution taken in the Council of Ceylon The Lord Governor communicated to the assembly that, in accordance with the intent of the resolution of the 10th of this month, he held several conversations with the envoy of the Nabob, Mr. Buchanan, in which Mr. Buchanan repeatedly stated that in his public capacity he had no freedom to make any other or more specific proposals beyond what is contained in his letters mentioned in the aforesaid resolution, and therefore continued to await the reply of this government. That he nevertheless, adding that this was done in his private capacity, had submitted twelve articles, which the Lord Governor now laid before the assembly and which he stated he would recommend to the Nabob if this Government would also undertake on its part to sign them with him, once they have been put into the form of a treaty after the Nabob approves them, and to send them for approval to Their High Excellencies the Supreme Indian Government. That Mr. Buchanan declared herewith that he could make no other proposals to the Nabob than those contained in these articles, adding very expressly that if this government should find difficulty in sending them in the aforesaid manner to Their High Excellencies, he would herewith consider his commission terminated. That he, the Lord Governor, relative to the Mannar fishery, had taken very great pains to persuade Mr. Buchanan not to make any change in his proposals, neither in the share in money 2597 2603 in money nor in the number of the dhonies for the Nabob beyond what is determined in the treaty with Mr. Doat, but that he would not agree to this. That he, Mr. Buchanan, concerning the increase of the dhonies from 30 to 36 vessels, sought to argue that this arrangement falls within the terms of Their High Excellencies' letter written to the Nabob on 3 January 1769, and that in accordance with the intent thereof, 36 dhonies instead of 30 dhonies ought already to have been given to the Nabob in the earlier fisheries, because the number of 20 dhonies in a fishery of 30 days or 30 dhonies in a fishery of 20 days granted therein to the Nabob, according to him, is included in the entire number of the dhonies with which the fishing is conducted, and that the same must therefore not be considered to be an addition above the number of dhonies with which the fishery is proclaimed, as has been understood on Ceylon. That in the letter of the Nabob of 25 January last, the matter of the inspection of the Mannar pearl banks is indeed only spoken of somewhat vaguely, but that Mr. Buchanan declared declared that the Nabob had strictly commanded him to conclude no agreement except one in which it would also be permitted to him to send some dhonies to the inspection of the Mannar banks. That Mr. Buchanan, to the Governor's remarks against this, answered that it was unnecessary to enter into a discussion about the legality or illegality of such a demand, which his instructions also did not allow, and that it therefore remained merely a point of consideration for the Company to judge what weight it attached to its privileges relative to the trade in the lands of the Nabob, in order to decide in this matter according to what it should find to suit it best. That after having held many conversations about this, Mr. Buchanan was nevertheless persuaded, instead of this most unreasonable demand of the Nabob, to state in the 9th article of his proposals that whoever the Nabob sends to Mannar to manage his dhonies in the fishery shall be allowed to fish on whichever banks he sees fit, without any hindrance or impediment whatsoever. 2598 2603 named. That although the 5th article certainly explains very clearly the motive why a share in the Mannar fishery is given to the Nabob, and therefore excludes the possibility of deducing any disadvantageous consequence regarding the ownership of the banks from the aforesaid 9th article, and because Mr. Buchanan also judged that by this article the intention of the Nabob is satisfied, and no doubt remains that the true objective thereof is only, as Mr. Buchanan did not conceal in several conversations held about this, to reassure the Nabob regarding what ill-disposed persons have repeatedly reported to him, namely that the Company causes the Mannar pearl banks to be inspected merely for appearances, and that it keeps their true condition hidden in order to avoid thereby the displeasure of having to permit some dhonies of the Nabob in this fishery, it would nevertheless have been desirable to be able to avoid this particular point, but that this is the utmost to which Mr.
Dutch transcription
2596 2603 Present. D: E. hodfaadminstaa teuw - - - - - - _ _ „ Peter sluijsken . hel aan D. E. Fiskaal - - - - - - - D: E. Eerste pakhuismeester - - - - „ Johannes Reintous 2 De heer Gouverneerr heeft ter vergadering gekom„ „miniceert dat hij overeenkomstig met de intentei van de rezol: van den 10: deezer met den afge„ „zant van den Nabab. de Heer Buchanan ver„ „scheijde gesprekken gehad heeft waarin de veer Buchanan bij herhaling heeft verklaard dat hij in zijne publique qualitijt geen vrijhijd hadde om buiten het geene vervat is in zijne brieven bij de voorsz: rezol: vermeld eenige andere of meen „carel Fredrik schoeuder De wel Edele groot agtb: Heer Gouverneur „ willem Jacob van de Quaaff: D: E: Dessave - - - - - - - - - - _ „ Diederich Thomas Faetsz. D: E. Negotie boekhouder - - - - - „ Mattheus Petrus Raket. D: E. Luitenant Colonel - - - - -„ Joh: Ph: Cha: Tilenius D: E. Jutu kouijns opperhoofd - - - - - „ Mautinus Mekeun. D. b: Zoldeij boekhouder - - - - - - „ Gerrit Eengel Holst. Vrijdag den 25: April 1788: Sekreete Resolutie genoomen yn Raade van Ceilon bepaalde voorstallen en 4 op bepaalde voorstellen te doen en mids dien daar op bleeg afwagten het antwoord van deeze regeering. — Dat hij nogtans onder bijvoeging dat dit geschiede in zijne prive qualiteit opgegeeven hadde twaalef artikelen, die de Heer Gouverneur tans ter verga„ „dering overlijde en welke wij gezegt heeft aan den Nabab te zullen rekommandeeren indien deeze Regeering ook van haare zijde wil op zig neemen om wanneer de Nabab ze goed keurd die naa dat ze zullen gebragt zijn in de form van een traklaat met hem te teekenen en ter goed keuring te zenden aan Hunne Hoogedelheeden de Hooge jndi„ „asche Regeering. — Dat de Heer Buchanan hier bij heeft verklaard dat hij geene andere voorstellen dan in deeze aatikelen zijn vervat aan aen Nabab. doen konde met zeer expresse bijvoeging dat zoo deeze regee„ „ning zwaarigheid mogte vinden om die in voege voorsz: aan hunne Hoog Edelheeden toete zenden wij hier meede zijne kommissie zoude houden geeijndigd Dat hij Helr Gouverneeur relatif tot de Mannaarsche visserij zeer veel moeite genoomen had van den Heer Buchanan te beweegen dat hij bij zijne oorastellen geene verandering wilde maaken nog in de portie in geld. 2597 2603 in geld nog in het getal des tonis woor den Nabab in het geene bij het traktaat met den Heer Doat is bepaald dog dat hij hier toe niet heeft willen verstaan. Dat hij heer Buchanan nopens het vermeerderen der tonies van 30: tot 36: stuks heeft zoeken te beweeren dat die schikking valt in de teomen van Hunne Hoog Edelheeden brief aan den Nabab geschreeven den 3: Januari 1769: en dat een over een„ „komstig met de intentie daar van reeds in de vroegere visserijen in steede van 30. tonies, 36. tonies aan de Nabab hadde behooren te worden gegeeven, wijl het getal van 20: tonies in een visserijen van 30: daagen of 30: tonies in een visserij van 20: daagen de Nabab daar bij ingewilligt, volgens hem is begreepen in het geheele getal der tonies, waar meede ge„ „gevist word en dat dezelve dus niet moeten geragt worden te zijn adchtie boven getal der tonies waar meede de visserij uitgeschreeven word zoo als dat op Ceilon is begreepen:- Dat bij de brief van den Nabab van den 25: Jann: Jol: wel niet dan wat ingewikkeld gesprooken word van het stuk van de visitatie der Mannaarsche paaal„ „banken, dog dat de Helr Buchanan heeft ver„ „klaard: „klaard dat de Nabab hem vol staekt bevoolen had van geen overeenkomstig te sluiten dan waar bij het ook aan hem zoude zijn toegelaaten om eenige tonies bij de visitatie der Mannaarsche banken te zenden. - Dat de Heer Buchanan op s Gouverneurs aan mer„ „kingen daar teegen heeft geantwoord dat het onnoodig was om over de wettigheid of onwettig„ „heid van zulk een eisch in dusecussie te tree„ „den het geen zijn instructie wanr ook niet toe„ „tiet, en dat het dus alleen een point van beden„ „king bleef voor de komp: om te oordeelen van wat gewigt ze agtede te zijn haare voorregten betuek„ „kelijk tot de handel in de landen vande Nabab. ten einde zig in deezen te decideeren naar het geen ze zoude bevinden haar meest te converee„ „aen.. Dat naar veele gesprekken daar over te hebben ge¬ „houden de Heer Buchanan niet te min is bewoo„ „gen om in steede van deezen aller onbillijksten eisch van den Nabab in het 9. artikel van zijne voorstellen te zetten dat de geene die de Nabab Nda wannaar zend om zijne tonies in de vissesi te bestieven zal moogen visschen op welke banken hij goed vind zondere hindernies of beletzel hoe genaamtt, 2598 2603 genaamt. Dat schoon het 5 artikel zeekerlijk heel duijdelijk expliceerd het notiefi waarom aan den Nabab een parsie in de Mannaarse visse aij gegeeven word en midsdien de mogelijkheid uijtsluit om uit tot voorsz: g: artikel eenig naadelig gevolg noopens. den eigendom der banken aftelijden en wijl ook de Heer Buchanan geoordeeld heeft dat door dit arti„ „kel aan de intentie van den Nabab word voldaan en wel geen twijffel overschiet dat het waare oog„ „merk daar van alleen zij zoo als de Heer Bucha„ „nan in verschuide gesprekken daar over gehouden dat ook niet heeft ontveinst om den Nabab ge„ hem „aust te stellen weegens het geene „ ##n kwalijk gezienden te meer maalen hebben aangediend dat naamentlijk de komp: de Manaarsche paarl„ „banken alleen om de leus doet visiteeren, en dat ze de waare gestelheid daar van verborgen houd ten einde daar door te ontgaan het desagre„ „ment om eenige tonies van den Nabab in deeze visserij toete laaten het nogtans te wenschen ge„ „weest waare deeze bezonderheid te kunnen ont„ „wijken dog dat dit het uitterste is waar toe de Heer a„