Inventory 3793
Ceylon · 1,154 pages · 155 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
3305. Kolombo To the Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lord Willem Jacob van de Graaff Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Cijlon with its dependencies, together with the Council. Honorable, Highly Esteemed Lord and Sirs, Yesterday morning, in addition to the brig Le Papillon already lying in the roadstead here, the Pandour first appeared in sight, followed by the frigate L'Astre. And as the former had set sail, the others anchored with it again in the outer roadstead. The day before, the first signatory had received a visit from the second-in-command of the last vessel lying in the roadstead, and all his answers were suspicious, as he said he had not found the general at Pondicherij, namely that he had departed—with many, not knowing how many, vessels; not knowing with how many men and what troops; in a word, acting as though he had merely come to seek the general. At half past ten, very unexpectedly, His Right Honorable arrived on shore accompanied by the Colonel of the regiment Île-de-France, the Major, Captain of the Grenadiers, Aide-de-Camp, etc., and was received in haste by the troops under arms and a twenty-one gun salute. The general, having entered the garden outside, withdrew with the first two signatories into a private chamber and informed them that, having learned that the English had embarked a large number of troops at Madras and that young men among them were even spreading the rumor that they were going to take possession of Trinkonomale for the Stadtholder, he, the general, had not thought he should wait to see to what extent this was true or not. Consequently, in accordance with the orders given to him, he had immediately prepared everything to come to our aid, initially with a battalion and 50 artillerymen, totaling 800 men, 12 pieces of cannon, 2 mortars, 2 howitzers, 30000 lb of gunpowder, and provisions and funds for 8 months. However, being detained by contrary winds, he had been obliged to put in before Karikal, and having learned there that the troops embarked by the English had been sent to Bombay, he had consequently left his convoy there and had come himself to see to what extent the various rumors were true. His Right Honorable declared that he was compelled to act thus, as the orders of his King dictated that he should rather abandon His Majesty's own possessions than fail to protect those of his allies, and especially to keep a watchful eye on Ceylon, and in particular Trinkonomale, so that it had been sufficiently impressed upon him that, in order not to cause the slightest suspicion, he had brought enough men with him to help protect the place, but not to take it. Seeing that he was presently unnecessary here, both on account of our arrangements and the conduct of the English, he intended to depart again in the evening for Karikal to return his convoy to Pondicherij; and he had to confess that we had handled the matter entirely well. Subsequently, His Right Honorable showed us his orders, signed by the King himself and countersigned by Marshal de Castries, regarding what pertained to rendering assistance; and we saw therein that his assertions about preferring to abandon His Majesty's possessions rather than those of his allies agreed with the truth, as well as that Ceylon, and especially Trinkonomale, had been particularly commended to him. 3306. His Right Honorable informed us that the English had received news via the brig De Schorpioen that the King of Prussia, by his rapid march from the vicinity of Kleve to The Hague, had caused the Stadtholder to be completely reinstated on the 18th of September, with the same prerogatives as those granted in the year 1748, and also that negotiations had been entered into with Amsterdam, while in the meantime the most extreme Utrecht Patriots had united with the Amsterdammers; and he promised to send us the English newspapers upon his return to the Coast. We thanked His Right Honorable in the most friendly manner, not only for the intelligence communicated, but also for the readiness and zeal with which he had brought us assistance, with the assurance that should we need it in due time, we would request it with the utmost dispatch. We demonstrated the impossibility of receiving an increase of troops due to lack of accommodation, as all the fluctuating rumors of war and peace had compelled us to carry out with zeal the demolition of the houses around the place, which had long been ordered and which we had suspended for a while out of compassion; and that if His Right Honorable had brought tents with him, we would have offered for that purpose the province of Koetjaar, as being healthy at this time of year and close at hand. His Right Honorable proceeded to find our conduct particularly orderly, and stated that he had not brought tents, but had imagined that, by paying three to four times the rate, sheds could be erected in haste, which we assured him was impossible due to the lack of olas for roofing. In the afternoon at half past 4 o'clock, the general returned on board and was escorted out in the same manner as he was received; and as soon as he was on board, the vessels set sail, shaping their course toward the Coast after having made a tack.
Dutch transcription
3305. Kolombo Aan den wel Edelen Gestringen groot Achtbaeren Heer Willem Jacob van de Graaff Raad Extraordinair van Nederlands indien gouverneur en directeur van het Eijland Cijlon met dies onder„ hoorig heeden, beneevens den Raad wel Edele Groot Agtb: Heer en Heeren Testeren morgen kwaamen alhier eerst, buijten het hier rheede leggende brik Le: Sapillon, de Tandour, en daar na het fregat L: astre in 't gezicht en wyl de eerste onder Zeijl gegaan was, kwaamen de anderen met hem wee„ der op de buitenrheede ten anker-sdaags te vooren hadden eersten teeke„ naar een bezoek van den tweede van 't laast ter rheede leggende vaartuig gehad, en al zijn andwoorden waaren verdagt, wijl hij zijde den generaal niet te pondicherij gevonden te hebben; teweeten dat vertrokken awas — met veel niet te weeten hoe wel vaartuigen - niet te weeten met hoe veel volk en wat troepen, met een woord zich houdende of eene lijk was gekoomen om den generaal of te zoeken Om half elf zeer onverwacht kwam zijn hoog edelheid aan de walverseld van den Kolonel van 't regiment L„o is le de franse, den Majoor, kapitein der grenadiers, aide de Comp: Acct: en wierd in der haast met het volk in het geweer en een en twintig schoola ontfangen, den generaal buiten in de tuijn gekoomen zijnde, begjaf zich met de twee eerste tekenaare, in een afgezonderd vertrek, en melde hun, dat vernoomen hebben hoede engelschen een groot getal troepen te mac hadden dras ingescheept hebben en dat zelfs Jongelieden onder hen uijtstrooij Den. de ter den, dat zij Trinkonomale in bezit gingen neemen, voor den stadhou„ der, hij generaal, niet gedacht hadte moeten afwachten, in hoe ver dit waar was dan niet, en dus ingevolge de hem gegeevene beveelen, terstond alles instaat gebracht had, om ons te koomen bijsprengen, voor eerst met een bataillon en 50. artilleristen, maakende 800: koppen uit, 12: stukken kannon 2: mortieren, 2. houwitsen, 30000 lb kruijd en voor 8: maan„ den gelden provisien, doch dat door tegenwinden opgehouden zijnd hij verpligt was geweest voor karikal te koomen, en aldaar vernoomen had dat de engelschen ingescheefte troepen, na bombaij gezonden waaren en dus zijn konvooij aldaar hadlaaten leggen, en zelfs eens was koomen zien, in hoe ver de verschillende geruchten waar waaren, zijn van hoog Ed: betuijgde dus te moeten handelen, wijl de beveelen kan zijn kooning meede bragten, liever zijn maajestijds eijge bezettinge te verlaaten, dan die zijner bondgenooten niet te beschermen, en voornamentlijk een waakend oog op Ceylon in 't bij zonder trinko nomale te houden, zo dat 't genoeg op zijn hoofdaanbefoolen was dat hij om geen de minste argwaente veroorzaaken genoegvolk meede gebragt had, om de plaats te helpen beschermen, maar niet om ze teneimen, dat wijl hij zag hier tans onnoodig te zijn, zoo door onze schikkingen, als 't gedrag der engelschen hij des avonds weeder meende te vertrekken na karikal, om zijn konvooij te pondicherij terig te brengen; en dat hy Moest bekennen, dat wij volkoomen wel de zaak behandeld hadden, vervolgens vertoonde zijn hoog Ed: ons zijne door den kooning zelve geteekende beveelen, weder=teekend door den marschalk de kastries omtrend 't geen betrekking op hulp verleenen konde hebben, en wij zaagen daar bij dat zijne voorge„ vens om lieven zijne maajestijds bezittingen teverlaaten dan die zijner bondgenooten met de waarheijd over eenstemde, als ook dat Ceilon en voor al trinkonomale hem bij zonder aam bevoo Len 3306. len waaren, zijn hoog edelheijd vertelde ons dat de engelschen door de brik de schorpioen 't nieuws gekreegen hadden, hoe de kooning. van pruisen door den schielijke march van omstreeks kleef d tot den haag, den stadhuder op den 18; 9ber: weeder volkoomen had doen erkennen, met dezelfde voorrechten als die in het Jaar 1748. toegestaan, als ook dat men in onderhandelingen met amsterdam, wal getreeden uitrechtse terwijl intusschen de uiterste patriotten, zig met de amsterdam mers vereenigd hadden, en beloofde ons de engelsche koeranten bij terug komst ter kust toetesenden, wij bedankten zijn hoog edele op 't vriendelijkste, niet alleen, voor de gegeevene bedelingen, maar ook teevens voorde bereijd vaandigheijd en ijver waarmeede ons hulploegebragt had, onder verzeekering, dat zoo wij die in der tijd mogten noodig hebben, wij ze ten spoedigsten verzoeken zouden, wij betoogden de onmoogelijkheijd om een vermeerdering van troepen te kunnen aanneemen, door gebrek aan huisvesting wijl al de verwisselende geruchten van oorlog en vreede ons ge„ noodzaakt hadden, de reeds voor lang gelaste afbraak der huijsen, rondom de plaats, die wij uitmeede lijden noch wat opgeschort hadden, met ijver doorte zetten, en dat wij niet& zijn hoog Edele ten ten meede gebragt had, daar om de provinsie van koet„ jaar als gezond in deeze tijd van 't jaar, en digt bij der hand aangeboo„ den hadden, zijn hoogedele vervolgde met ons gedrag bij zonder regelmaatigh tevinden, en betuijgde geen ten ten meede gebragt, maar zich verbeeld te hebben, mits drie a: 4: dubbeld betaalende, in den haast lootsen tekun„ nen laaten opslaan, 't geen wij verzeekerden onmoogelijk te zijn, door gebrek aan oolassen tot dekkinge sagtermiddags ten half 5: uuren ging den generaal weeder na boord, en wierd op dezelve uit- als - inge„ lijd, en zoo als aan boord was, gingen de vaartuigen onder zeijl hun koers zeltinde naar de kust, na dat zij een slag boeg gedaan hadden stadhou„ dit waar les een n hij had en as n,zijn an n tinge a ulp vo0
English
had, probably to round the Jaffna point all the more securely; however, as these are circumstances of the time in which everything must be anticipated, we have at night quietly had katjemaraus, each with a trusted Malay on board, keep watch between the Jaffna point and Pagoda Hill, in order to prevent the Luxembourgers stationed at the Madame from seeking communication, or if they had already arranged it; and upon your Right Honorable, Highly Esteemed sirs obtained approval, we shall retain the two katjemaraus used for that purpose for a few more days at one rupee each per night, while we shall send a third now and then, though always at the daily rate, as far as Tiriaij, likewise in the hope of approval. The utmost care is taken with guards and posts, and especially the Pagoda Hill is occupied at night in such a manner that overpowering it might be possible, but surprising it becomes impossible. The general seemed very well pleased with everything upon his departure, and his company with the reception given them; and whatever will further become of all these matters must be left to that great teacher, time. We are doing the utmost possible, in the widest sense of the word, but lack many necessities. Cartridge paper is entirely gone, and that sent in the past year is too heavy to be used effectively, although one has nevertheless made do with it. Old paper is not to be found here, belonging neither to the Company nor to private persons; the first signatory has already handed over all he could and which at the time was not strictly necessary for the justification of his conduct over the past six years; everything that could be cut up has been or is being used. Clean paper would, even in these circumstances, upon approval not be spared, but only one and a half reams of it remain in the entire warehouse. Provisions, paddy excepted, are also very scarce here, especially that kind of provisions which would be most needed if we had to call in foreign aid, who, it is true, would have brought an abundance with them, but in the event of an unexpected call would have the right to ask that they be provided for. Indeed, there are not even refreshments for the hospitals. From Jaffna, for lack of linen for bandages, we requested at least one or two corges of linen; and to prevent it from not being supplied under the pretext that the requested kinds were not there, we left the choice of what kind to their discretion. There is no money, and we do not even receive an answer to several of our latest letters in that regard. Our boat remains away without our knowing why, although we needed it most urgently and let it depart only on the condition of a prompt return, in order to bring back the money and a part of the necessities requested by the third signatory for Trincomalee. The Ensign Bikkel intended for us has also not yet been sent. We most humbly take the liberty to request your Right Honorable, Highly Esteemed sirs that the administration at Jaffna be written to, at least to answer our letters, as we must otherwise doubt their delivery. In the hope of favorable approval, we have sent the letter accompanying this in copy to the bookkeeper Schenneman. We have duly received the cipher sent with your Right Honorable, Highly Esteemed sirs honored secret circular letter of the 14th and the separate secret letter of the 12th of this month; we shall make use of the cipher when occasions arise, just as we shall follow what was ordered in the last-mentioned respected letters, should we receive troublesome requests. We have the honor to be with deep respect, Honorable, Highly Esteemed Sir and Sirs, your Right Honorable, Highly Esteemed sirs humble and obedient servants. Was signed: I: P: van Senden, I: C: van Dreberg, F: C: Heupner. In the margin: Trincomalee, 20 March 1788. Lower down: Respectful P.S. Yesterday evening a katjemaratuw arrived here from Karikal, bringing a packet in lead for General de Conway. The first signatory closely questioned the bearer, who had been thirteen days on the way and was sent from there eight days after the departure of the general. He declares that the general arrived at Karikal with 6 three-masted and two two-masted ships, and after a stay of two days departed with all those vessels, without any of them having returned or being seen when he was sent away. We assume from this that our letter to General de Conway has had the good effect which His Honor attributed to his news received at Karikal, and that the convoy either returned with him or is still cruising here out of sight of land. In order not to arouse suspicion, we shall send the packet back, and hope to obtain satisfaction with our conduct. Still lower, in the margin: Trincomalee, 20 March 1788. Agrees: Vlijklerk Sijbrands
Dutch transcription
hadden, waarschijnlijk om zoo veel te zekerder de jaffenase koek te looven te koomen, wijl 't egter tijds omstandigheeden zijn, waar„ in alles veracht moet voorkoomen, hebben wij des nachts in stil„ te Katjemaraus met een vertroude maleijer op elk, tusschen de jaffenasche hoek ende pagoodsberg laatens wacht houden om te belatten, dat, te mits, de aande madam leggende luxemburgers geen kommunikatie mogten zoeken, of reeds afgesprooken hadden, en wij zul„ daar len op uweled: gestr: groot agtb: erlangde goedkeuring de twee toe gebruikt worden de katjemaraus, noch eenighe daagen teegen een ropij elk voor den nacht aanhouden, terwijl wij een derde nu en dan, doch altoos bij de dae„ gelijksche betaaling, tot Tiriaij toe zullen zenden, almeede op hoof van goedekeuring. - De uiterste zorg word met wachten en posten 't gedraagen, en voor al de pagoodsberg snachts zo bezet, dat overmee„ „teren moogelijk doch overvallen onmoogelijk word: Den generaal scheen zeer vergenoegd, bij zijn vertrek over alles, en zijn geselschap over 't onthaal hun aangedaan, en wat nu verder van al dio zaaken worden zal, moet aen den grooten leermeester de tijd overge„ laaten worden - wij doen het moogelijke, in den uitgestrekste zinder spreekwijze, dog hebben gebrek aenveele noodwendigheeden Patroon papier is er in 't geheel niet meer, en 't invoorleedene jaargezondene tes waar om nuttig gebruijkt te worden, hoe wel min zich echter meede beholpen heeft, oud papieren is hier niet te vinden, nog perzoonen dan demaatschappeij noch bij zonder perz: toebehooren den eersten teeke: heeft al afgegeeven wat hij konde, en inder tijd niet volstrekt nood „zakelijk moest = weezen, tot de verantw: van zijn gedrag, zeedert de laaste zes jaaren - al wat versneeden heeft kunnen worden is of word gebruijkt schoon papier zoude zelfs indeezee omstan„ dig 3307 Digheijd op goedkeuring niet vrygeslift zendog daar van is noch maar ander half riem in 't geheel pakhuijs aan handen pro„ „visien, nelij uit gezondert, zijn hier ook zeer schaars, voor al van die zoort van provisien, die men 't meest benoodigd zoude zijn wanneer wij vreemde hulf moesten inroepen, die nu wel is waar overvloed meede gebracht hadden, doch bij onverwagte inroeping recht zouden hebben te vragen, t men voor hen zorgde, Ja zelfs zijn er geen verfrischingen voor hospitaalen- van Taffena hebben wij uit gebrek van lijwaat voor 't ver„ band, ten minsten een of twee korsies lijwaat g'eijst, en om te beletten, dat er niet aan voldaan wierd, onder voorgeeving dat de gevraagde zoorten daar niet en waaren, hebben wij de voldoening in wat zoort in keuze gelaaten- geld iser niet, en zelfs bekoomen wij geen andwoord op verscheijdenen onzer laaste brieven, ten dien opzichte- onzen booth blyft zonder teweeten waarom weg, schoon wij ze zeer hoog noodig hadden en ze niet als op die mits van spoedige terug zending dat geld heen hebben laaten vertrekken; ten eijnde heldt en een ge„ deelte der door den derdenteekenaar verzogte noorwendig„ heeden voor trinkonomale meede te brengen - den ons toegedagte vaandrig bikkel, is ook noch niet gezonden, wij neemen nedrigst de vrijheijd uwel EEd: gestr: groot agtb: te verzoeken, dat 't ministerium te jaffena mooge aan„ geschreeven worden, ten minsten onze briven te beant¬ woorden, wijl wij anders, aen denzelven bestelling moeten twijfelen de „ ten mee zijn en an„ zijn twijffelen wij hebben op hoope van gunstige goedkeuring den in af„ schrift deezen verzellende brief aan den boek houder schen„ neman gezonden — Wij hebben 't gezondene Cijffer met uweled: gestr: groot agtb: geëerde circulaire cirkuluijre sekreete brief van den 14: en den apparte sekreete van den 12. deezer wel ontfangen, van 't Ceijffer zullen wij gebruik maaken bij voorkoomen de geleegendheeden even zoo wel als wij 't gelaste bij laast gem: geëerbiedigde letteren, zullen opvol„ „gen, zoo wij lastige aanzoeken mogten krijgen Wij hebben de eer met diep ontzag te zijn /:onderstond:/ Weled: gestr groot agtb: heer: en: heeren uwel Ed: gestr: groot agtb: onderdannige en gehoorzaamen dienaren /:was geteekend:/ I: p: van senden- I: C: van Dreberg, F: C: heupner /:in margiene:/ trinkona„ male den 20. Maart 1788: /:lagen:/ eerbiedig P: S: Gesteren avond kwam alhier een katjemaratuw van karikal, meede brengende een paket in lood voor den generaelide Conwaij den eers„ tenteekenaar heeft den overbrengen die dertien daagen onderweg geweest, en agt daagen na 't vertrek van den gineraal van daar gezonden was, nauwkeurig ondervraagd; hij verklaard dat den generaal te karikal gekoomen is, met 6: drie masgen twee twee mast scheppen / na twee daagen vertoevens met aldie vaartuijgen was vertrokken, zonder dat toen hij gezonden wierdenena terug gekeerd of te zien was wij veronderstellen hier uit dat onze brief aanden generaal de Conwaij de goede uitwerking gehad heeft, die zijn hoog Ed: aan zijne te 3308. se karikaal erlangde tijdingen toeschreef, en dat 't kon„ vooij, of met hem te ruggegaen is, op hier noch buijten 't gezicht van 't landrondswerfd, wij zullen om geen argwaan te geeven „t paket terug zenden, en hoopen vooldoening overz' ons gedrag te moogen erlangen /:nog lager /:in margiene:/ trinkonomale den 20 Maert 1788. Accordeert Vlijklerk Sijbrands in af¬ schen„ geëerde an k op vol„¬ d: gestr nige: en—. kona„ teren eede eers„ en neraal laard en zijne
English
3309. With the boat Ceilon via Mannaar Kolombo. To the Right Honourable, highly revered, high-commanding lord Willem Jacob van de Graaff, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceijlon and its dependencies, etc., etc., etc., alongside the Council. Right Honourable, highly revered, high-commanding lord! I have had the honour to receive Your Right Honourable's most esteemed secret letter of the 14th of this month; the departure of the lord Governor Conwaij from Pondi Cherij with 1200 men was also communicated to me from Cormandel, with this distinction, that the objective was said to be to secure Trinkonomaale against an attack by the English, and I gave notice of this to Your Right Honourable at once privately; nonetheless, this precaution will have become fruitless due to the restored tranquility that has since ensued in our Republic, of which our English neighbours have given us the greatest assurance, and which has also been confirmed by the honourable Lord Governor van Angelbeek. I have the honour to be, with due respect and fidelity, was signed: Right Honourable, highly revered, high-commanding lord, Your Right Honourable's humble and faithful servant, was signed: M: Mekern, in the margin: Tutukorijn, the 19th of March 1788. Agrees. Sijbrands Clerk 3310 Kolombo To the Right Honourable, Highly Respected Lord Willem Jacob van de Graaff, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the island of Ceijlon with its dependencies, alongside the Council. Right Honourable, Highly Respected, High-Commanding Lord! We have had the honour to receive duly Your Right Honourable's highly respected circular as well as general missives of the 14th and 19th of this month, alongside the cipher code, in order to make use thereof whenever circumstances should make it necessary, as well as with the sealed password; We shall take as our bounden information what was ordered by Your Right Honourable, both regarding that matter and the approval of our secret resolution of the 29th of January last concerning the survey of the fortification works here, as well as that instead of 500, 200 muskets will be sent to us. Regarding the defective muskets, we shall have the honour to render a further report to Your Right Honourable, namely how many muskets have been repaired here in the last 3 years, besides those that are in use with the garrison. Furthermore, we shall have what is necessary done and repaired for the ammunition supplies according to proposal, and also specifically send the 1208 one-pounder round shots, 12 lb canister shot, as well as the 10 barrels of filled bomb fuses, for which there is no calibre here, to Trinkonomale. We declare, furthermore, to be with all sentiments of high esteem, was signed: Right Honourable, Highly Respected, High-Commanding Lord, Your Right Honourable's humble and obedient servants, was signed: Bs I: Raket, and D: D: Bok, A: 3311 A: D: Lannoij, and W: D: Bodenschat, in the margin: Iaffenap:, the 27th of March 1788 Agrees. Sijbrands Clerk 3312 Kolombo To the Right Honourable, highly respected Lord Willem Jacob van de Graaf, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the island of Ceijlon and its dependencies, alongside the Secret Council. Right Honourable, highly respected, high-commanding Lord. Having had the honour to receive Your Right Honourable's most respected secret missive of the 22nd of this month, I respectfully submit in response that I did not fail to write immediately to the Captain and Land Regent of the Wannie, the Honourable Nagel, and to consult with His Honour regarding the provisioning of rice and further necessities at the halting places in the Wannie region, upon the marching off from here to Trinkonomale of the Company's Lascarins and Sepoys garrisoned here on detachment, who, in conformity with Your Right Honourable's esteemed orders, have been assembled and stand ready to march with Ensign Theideman from here to the Wannie as soon as I shall have received a reply from the said Honourable Nagel, in order to break camp from there under the command of the said Honourable Nagel for Trinkonomaele. Since, on account of the present unseasonable conditions, not many coolies can be obtained here, I wrote, upon receipt of Your Right Honourable's aforementioned secret missive, at once to the Honourable Lord Commander in Iaffenapatnam, and requested the necessary coolies for the transport both of the said men and of Captain Tornbaur to Trinkonomale. Furthermore, taking the remainder of what was commended in the above-mentioned esteemed secret missive as bounden instruction and observance, I take the high honour to subscribe myself with complete respect and high esteem, was signed: Right Honourable, highly respected, high-commanding Lord, Your Right Honourable's humble and obedient servants, was signed: D: D: van Ranzou, in the margin: Mannaar, the 28th of March 1788. Agrees. Sijbrands Clerk 3313 Kolombo. To the Right Honourable, Highly Respected, High-Commanding Lord Willem Jacob van de Graaff, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceijlon and its dependencies, alongside the Council. Right Honourable, Highly Respected, High- Commanding Lord. We have had the honour duly to receive Your Right Honourable's highly esteemed missive of the 22nd of this month. The Chief of Trinkonomale, the Honourable van Senden, has written to us by letter of the 28th of this month that the French Governor-General was there with a frigate and two barks on the 18th, but departed again for the coast on the evening of the 19th, of which we Your
Dutch transcription
3309. Met de boot Ceilon over Mannaar Kolombo. Aan den WelEdele groot agtb hooggebiedende heer Willem Jacob van de Graaff„ Raad Extra ordinar van nederlands in die a gouverneur & Direkteur van het Eijland Ceijlon en dies mdeta „re & &: &: neevens den raad. WelEdele groot agtb: hoog gebie„ dende heer! Ik heb de Eer gehad te ontfangen uwel Edele groot agtb: hoogst geerde sekreete Letteren van den 14 deezer het vertrek van den heer gou¬ verneur Conwaij van Pondi Cherij met 1200 man, is mij van Cormandel meede bedeeld, met dit onderscheijd dat 't oogmerk zou„ „de weezen om Trinkonomaale te sekureeren teegen een aanval van de Engelschen en ik heb hier van aan uwwe Edele groot agtb: agtb: ten Eersten uijt partikulier gegeven dochtans, zal deeze voorzorg vrugteloos zijn geworden, door de zeederd gevolgde herstelde rust in onze republiek, waar van onze Engelsche buuren ons de gr: grootste verzeekering hebben gegeeven, en welke door den Eedele heer gouverneur van angelbeek meede bevestigd is. Ik heb de here met verschuldigde eerbied en trouwe te zijn /:onderstond:/ Wel Ed: groot agtb: hoog geb: heer uer Wel Ed groot agtb: onderdaenige en getrouwe Dienaar /:was geteekend:/ M: Mekern, /:in margiene:/ Tutukorijn Den 19 maart 1788. in het Accordeert. Sijbrands kennis WEgklerk n 12212 3310 Kolombo Aan den wel Edelen Groot agtbaaren Heer Willem Jacob van de Graaff„ Raad Extra ordinair van Neederlands Jndia gouver„ neur en Directeur van 't eijland Ceijlon met dis onderhoorigheeden, Neevens den Raad —. WelEdele Groot agtbaare Hoog Gebiedende Heer! Wij hebben de Eere gehad wel te ontfangen uwel Ed Groot agtb: seer gerespecteerde soo surculaijre als gemene missives van 14. ' en 19. ' deezer nee„ vens 't Cijffer Caracter, om wanneer er de omstan digheeden, het zoude noodig maaken, ons deer„ van te bedienen, als ook met 't verzeegeld wagt„ woord; Wij zullen 't geordonneerde door uwel Ed: groot agtb: zoo wel dien aangaande, als de goed„ „keuring goedkeuring onsen secreeten resoluuitsie van den 29:' Jann: J:o L: noopens den opneem der fontifi„ katie werken alhier, tot ons schuldig narigt neemen, zoo meede dat ons insteede van 500. 200. geweeren sullen worden gezonden Aangaande de, defecte geweeren, daar van zullen wij de eere hebben uwel Ed: groot agtb: nader verslag te doen naamentlijk hoeveel geweenen er in de laatste 3. Jaaren hier zeijn gerepareert, buiten die bij 't guarnizoen ingebruijk zijn Voorts zullen wij 't noodzaakelijke aan de am„ monitie goederen, volgens voorstel laaten aan maaken en herstellen, ook speciaalijk de 1208. een ponder rondscherpen. 12. lb: druiven mitsgaaders de 10. vaatjes gevulde bombuise waar toe hier geen kaliber is, na Trinkono„ „male senden. Wij betuijgens overigens te sijn met alle gevoe¬ „lens van hoog agting /:onderstond:/ wel Ed: Groot agtb: Hoog geb: Heer uwer wel„ Ed:s Gr: agtb: onderd: en gehoorz: Dienaer /:was geteekend:/ Bs I: Raket, en D: D: Bok A: 3312 3311 A: D: Lannoij en W: D: Bodenschat, /:inmargiene:/ Iaffenap: den 27. Maart 178: 8 Accordeert. Sijbrands Vliklerk den den den nen e ert, 3 m„ d an ven uis ond„ vol¬ en 3312 Kolombo Aan den wel Ed: groot agtbare re Heer. Willem Jacob van de Graaf Raad Extra ordinaijr van neederlans india gouverneur en Directeur de eijlands Ceijlon en Dies onderhoorigheeden neevens den seckreeten raad. WelEd: groot agtb: hoog gebiedende Heer. Uw wel Ed: groot agtb: hoogst gerespecteerde secreete missive van den 22:' deezer, de eere gehad hebbende te ontfangen zo diene ik daar op mits deezen reverentelijk, dat ik niet hieb verzuijmt, ten eersten aen den kap:t en landregent van de wannie DE: Nagel te schrijven en met zijn Ed: te overleg„ gen omtrent 't bezorgen van rijst en verdere benoodigd heeden op de rustplaatsen en 't wannische, bij 't afmarcheeren van hier naer Trinkonorale van de alhier gedatacheer„ „de leggende Comp:s Sumanaspers en sipahis de werken Con„ „form uwel Ed: groot agtb: geeerde ordre bij een getrokken en klaar staen, om zoo dra ik antw: van gem: E: Na„ „gel zal hebben bekoomen, neevens den vaendrig Theideman van hier naar de wannie te marcheeren, ten eijnde van daer onder kommando van gem: E: Nagal op te brak„ „ken ken naar Trinkonomaele. Dewijl men weegens de teegenswoordige schraaletijds, om tijnd stan dighiid, geen veele koelief alhier kan bekoomen zoo heb ik op den ontfangst uwer wel Ed: groot agtb: voorm se„ „creete missive, ten eersten aen den Ed: gtb: heer komman„ deur naar jaffenap:t geschreeven, en om de benoodigde koelief verzogt, tot 't transport, zoo wel van gem: man „schaeppen, als van den kap:n DE: Tornbaur naar Tain„ „konomale. Voorts 't verder aanbevoolene bij opgem: geeirde secreete missive tot schuldige narigt en observantie neemende, ik de hooge ee„ „re aenmatige van med 't volmaakt respect en hoogagting mij te onderschrijven /:onderstond:/ wel Ed: gr: agtb: hoog geb: Heer uwer wel Ed: gr: agtb: onderdaenige engehoor„ „zaeme Dienaeren /:was geteekend:/ D: D: van Ran„ „zou /:in margiene:/ Mannaar den 28. ' Maart 1784. Accordeert. en. Sijbrands HEeiklerk 8 1 3313 Kolombo. Aan den welE: Groot agtb: Hoog gebiedende Heer. Willem Jacob van de Graaff Raad Extra ordinair van Neederlands indien Gouverneur en Directeur van 't Eijland Ceijlon en dies onderhoo„ „righeeden neevens den Raad. Weled: Groot Agtb: Hoog Gebiedende Heer. Wel Edele groot agtb: seer geeerde mis„ ƒ „sieve van den 22. deezer, hebben wij de eere ge„ had welte ontvangen. 'T opperhoofd van Trinkonomale DE: van senden heeft ons bij brief van den 28. deezer aangeschreeven, dat de faanschen gouverneur generaal, met een fregat en twee baikker den 18. daar walsgeweest dog den 19. savonds weeder kustwaards is vertrokken, waar van wij uwel
English
humble notification. We have observed from Your Most Honourable's letter that Your Honour wishes the two companies of Sumenap and sepoy troops, who are stationed on detachment at Mannar, to march through the Vanni to Trincomalee under the command of the Honourable Captain Nagel, who has also been ordered by Your Most Honourable to take along to Trincomalee all the eastern military personnel and a party of riflemen currently in the Vanni. Also how the Mannar officials will have to conduct themselves regarding the dispatch of these two companies, as well as the provision of the necessary supplies at the posts and concerning the hiring of the necessary coolies. We shall likewise not fail to provide the Mannar officials with as many coolies as they requested of us by letter of the 26th of this month, just as the Honourable Nagel also requested 120 coolies for himself and the Honourable De Bellon, and we shall provide them to His Honour for transport to Trincomalee. We have taken note for our information that Your Most Honourable will send the remainder of the Moorish company, part of which is already stationed in the Vanni, overland to the Vanni to serve there in the garrison, and that the Mannar officials have been authorized by Your Most Honourable to retain 18 men thereof for Talaimannar. In the absence of the Honourable Nagel, Ensign Theile will direct affairs in the Vanni, as according to the testimony of the said Honourable Nagel he is suitable for the task. Captain Marchand has, in accordance with Your Most Honourable's order, been instructed to return to Colombo; His Honour will also undertake the journey from here thither within two to three days. Captain-Lieutenant the Honourable De Bellon, who has until now been unable to depart for Trincomalee due to a lack of opportunity, will now continue the journey overland with the Honourable Nagel. We declare further to be, with all sentiments of high esteem, below stood, Most Honourable, High and Noble Lord, Your Most Honourable's very obedient and faithful servants, was signed, B. J. Raket, D. De Bok, and H. D. Bodenschat. In the margin, Jaffnapatnam, the 29th of March 1788. Agrees. Sybrands W. G. Klerk 3315. Colombo. To the Right Honourable, High and Mighty Lord Willem Jacob van de Graaff, Extraordinary Councillor of the Dutch East Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and the Coast of Madura, etc., etc., etc., together with the Council. Right Honourable, High and Mighty Lord. The Right Honourable and Gallant Lord Extraordinary Councillor of Malabar, Governor Van Angelbeek, has informed me that the King of Travancore had made a request that the linens which have hitherto been delivered by his merchants at Cape Comorin might henceforth be delivered to the Company by himself. His Honour was also so kind as to share with me the considerations which he had submitted on this matter to Your Most Honourable and to the Noble High Government of the Indies, with the request that I would also add my reflections thereto. The considerations of the Honourable Lord Van Angelbeek are so well-founded and satisfactory that I could conform to them without any addition, were it not that some circumstances which occurred after the departure of His Right Honourable and Gallant Lord from this coast, and of which he could therefore have no knowledge, made it necessary to expand upon this matter a little further. If the King himself were to become the contractor, he would, as the Noble Lord Van Angelbeek rightly remarks, certainly accept whatever was in his country, whether good or bad, from the weavers at the lowest prices, and wish to deliver it to the Company at the contract prices. A strict sorting would displease him, and indulgence would damage and ruin our trade. 3316 Experience has at all times taught that the most precise stipulations and admonitions for their compliance cannot prevent merchants from attempting from time to time to deliver linen of inferior quality. A strict supervision and the fear of being dismissed are alone capable of bringing them back to the delivery of sound goods. We must therefore have merchants who, if they do not meet the contract conditions, can be dismissed, which could not take place in the case of the King of Travancore. The delivery at Cape Comorin, consisting only of coarse guinees and salempores, on the supply of which there is very little profit, is also of so little importance that it is very doubtful whether the King, if he were to pay the servants through whom he would have the trade managed, would gain anything by it at all. The merchants we presently have are simple natives, who direct everything themselves in the most frugal manner and therefore do not need to pay servants. They
Dutch transcription
uwel Ed: groot agtb: onderdaanigst: kennisse geevin. Wij hebben uijt uwel Ed: groot agtb: brief beoogt dat hoogst de zelve na Tainconomale de Twee Komp: Sumenaspers in sipaijers die te mannaar gedetacheerd leggen, door de wannij wil laaten marcheeren, onder het Comman„ „do van den E: Kap:t nagel, die teevens door uwel Ed: groot agtb: gelast is, alle de oosterse Militaijren en een partij schutters die sig in de wannie bevinden meede te neemen na Trinkonomale. Ook hoedanig de marmaarse bediendens zig zullen hebben te gedraagen, noopens 't afzenden deezer twee komp: als 't bezorgen van de noodige provisien op de posten en omtrent 't in huuren der noodige Caelis. Wij zullen meede niet verrurmen om zoo veel koel is als de mannaaase bediendens, ons bij brieff van den 26. deezer verzogt hebben, hun te bezorgen, gelijk meede DE naagel ook voor sig en de E: de bellon 120: koelies hoeft gewaagt, en wij zullen die zijn E: geeven, tot transport na Trinkonomaele. Dat uwel Ed: groot agtb: 't overschot van de moor ze komp: waar van reeds een gedeelte in de wannie zegt, over Land na wannij sal senden, om daar in bezetting te zeggen en dat de mannaarse bediendens door uwel Ed: Groot agtb: sijn gequalificeerd, om daar van 18. mak aante houden voor Tallemannaar hebben wij tot narigt genoomen., Mits absentie van DE: nagel, sal den vaandrig Theile de zaaken in de wannij dierigeeren, wijl volgens betuij„ „ging van gem: E: Nagel denzelven daartoe geschikt is De kap:t marchand is volgens uwel Ed: groot agtb: ordre aan„ „gezegd om na kolombo te rugte keeren, zijn E: zal ook de reijse binnen twee â drie daagen van hier na derwaards aanneemen. Den 3314. Den kap:t Luijtenant DE: de bellon Die tot nog uitge„ brek aan Deesgeleegendheijd niet na Trinconomale heeft heeft kunnen vertrekken, sal tans met DE. Nagel over land derijze voortzetten. Wij betuijgen overigens te zijn met alle gevoelens van hoog agting /:onderstond:/ wel Edele Groot agtb: Hoog Geb: Heer uwel Ed: Groot agtb: seergehoorzaame en trou„ „schuldige Dienaaren /:was geteekend:/ B: I: Raket. D De Bok en H: D: Bodenschat. /:in margiene:/ Iaffenap:s Den 29 Maart 1788. Accordeert. Sijbrands W Giklerk 2 3315. Kolombo. Aan den weledele groot agtbaaren Hoog gebiedende Heer. Willem Jacob van de Graaff Raad Extra ordinair van Neederlands Jndien gouverneur direkteur van 't Eijland Ceijlon en de kust madure. EtC=rs EtC=ra EtC=ra Neevens den raad 6 Weledele Groot Agtbaare Hoog Gebiedende Heer. De wel Ed: gestr: Heer Raad Extra ordinair van Malabaars gouvereneur van Angelbeek, heeft mij bedeelt, dat de kooning van Taefankoor had versoek gedaan dat de Lijwaaten die tot nu toe door zijne koop„ lieden aan de kaap Commerijn geleevert zijn voortaan door hem zelve aan de Companie mog„ „ten 6 worden ten geleevert zijn, voorta zijn weledele heeft ook de Goedheijd gehad, om mij meede te deelen de konsideratien, die hij omtrent dit stuk den uweled: groot agtb: en aan de edele hooge Jndi„ „asche Regeering had opgegeven, met versoek, dat ik ook mijne bedenkingen hijer bij wilde voegen. De konsideratien van den Ed: Heer van Angelbeek zijn Zo gegrond en voldoen „de, dat ik mij daarmeede zonder eenige bij voeging zoude kunnen konformeeren, indien niet eenige omstandigheeden; die nae 't ver„ trek van zijn wel Ed: gestrenge van deeze kust zijn voorgevallen, en waar van hij dus geen kennis konde dragen, het noodzae„ kelijk maakten, om deeze zaak een wijnig werden uijttebrreijden. Als de koning zelve Leverancien wierd, zoo zoude hij zoo als de eedele Heer van Angelbeek te recht aanmerkt, zeeker al wat in zijn land veel goed of slegt van de weevers teegen de Laaste prijsen aanneemen, en voor de aanbesteeding prijsen, aan de komp: willen leeveren, Een scherpe sorteering zoude hem mishaagen en toegeventheid zoude onsen handel krenken en 3316 en bederven De ondervinding heeft van alle tijden geleend, dat de naauw„ „ste bepaalingen in vermaaningen tot derselver naakoominge niet kunnen beletten, dat de koop„ met lieden niet van tijd tot heijd beproeven, om lijn„ een stipte wal van minder deugt te leeveren Enstupte toezigt, en de bedugting van afgezet te zullen worden, is alleen in staat om hen tot 't leevenen van deugdzaam goed te rugge te berengen: wij moeten derhalven kooplieden hebben die indien zij aan de aanbesteedings konditien niet voldoen, kunnen, worden afgezat 't welk omtrend der kooning van Trefankoor geen plaats zoude kunnen hebben. De leverantsie aan de kaapkommerijn, als alleen in grof guinees en salampoeris bestaande, op welker leverancie heel wijnig profijt is, is ook van zo wijnig belang, dat 't zeer bedenkelijk is, of de ko„ ning, indien hij de dienaaren door welke hij den handel zoude laaten bestieren, betaalde, en wel iets bij zoude gewinnen. De kooplieden die wij tans hebben zijn eenvoudige zijnigsten dirigeeren inlanders, die alles selfs ten Suirigsten diriget en dus geen bedienden, behoeven te betaalen. zij k
English
They take pride in the title of Company merchant, which gives them some credit in the country, which is further supported by the small advances they receive, with which they—who can prevent it—know how to pursue their private profit in a cashless land, so that, although they win little or nothing on the supply to the Company, as they complain yearly, they are nevertheless satisfied because of the advantages that are attached to the capacity of Company merchant; but these advantages will not be taken into consideration by the king. Thus, seeing that there is little or nothing to be gained from the supply, he will immediately come forward with a request for a price increase. If we do not grant this, he will supply worse goods, and if we do not wish to accept these, he will cease supplying; yet this is not all: when we assign to the king of Travancore the supply of the linens at Cape Comorin, then we will also hardly be able to refuse the further supplies to the governors of this coast, who have already made attempts to obtain them, for the natives have acquired such a taste for trade that the regents nowadays all more or less have a share in it. In the year 1785, Mr. Dot, who then administered the country for a short time, wanted to force himself by violence as supplier of all linens, and it was not without great difficulty that I was able to divert him from that. Last year, while in conversation with the regent of the country, he requested me, with the intention of making himself master of all our pagodas, that I should send our money to him, for which he would provide me with linen. I also talked him out of this, but most of all I had to contend with the Country Regent Talwai Mudaliar, who was dismissed some years ago, whose family from time to time has held the administration of these lands for half a century, and on whose behalf much work is being done to help him back into the administration. This man has tried very hard to become a supplier to the Company. He requested this with so much persistence that I, not wishing to offend him entirely, could not refuse him the request to be allowed to deliver a parcel of linen, which he already had in stock, to the Company; but the sample of what he sent us having been found too poor to serve for the Company, we were thereby freed from further applications by a compliment that he, Talwai Mudaliar, was too great a lord to be a linen merchant of the Company. If we do not assign the supply to the king, then, as the noble Mr. van Angelbeek rightly remarks, he will not only become offended and make us feel his displeasure in all sorts of ways and especially in the collection at Cape Comorin, but also conclude linen contracts with European traders. But it does not seem impossible to me that the king, when he is informed of the difficulties that exist against this on our side, and of the insignificance of the object, will desist from his intention; and should I be mistaken in this, in my view the difficulties that the king's displeasure over not assigning the collection to him will cause us will not outweigh the difficulties that we shall bring upon ourselves if we assign the supply to him, for how shall we compel the king to supply none other than sound goods? Who shall be the arbiter if the linens that are declared good by the King's servants are rejected by us, etc.? As for the making of linen contracts with foreign European traders, the king, who now wishes to play the role of a great merchant and sells his goods to whoever offers him the most money, will not be restrained from this by assigning him the supply at Cape Comorin, since he will always be able to obtain more from foreigners than from us, so that we can almost be certain that the small collection at the Cape will diminish even further by assigning the supply to the king, because he will deliver little or nothing to us as long as there is an opportunity to sell the linens to foreigners. Finally, I must say a word about the contract of the year 1753. It is true that the king thereby promised to deliver all the linens in his country to us, but it is also true that we have only made use of the coarse Guineas and Salempores, because the other fine varieties are supplied just as well at Manapad and Punnaikayal, and because, moreover, these varieties are demanded only in a fixed and small quantity, so that we could not reasonably demand of the king that he should not be allowed to sell those linens that are produced in his country and which we cannot take according to the contract; just as we also on the coast of Madurai, where we watch very closely that no coarse linen consisting of Guineas and Salempores is exported by private individuals, do not prevent the export of fine linen, because we can always obtain more of it there than we need to satisfy the demands. I have the honour to be with due respect and fidelity, Right Honourable, Highly Esteemed, Noble Sir, Your Right Honourable's humble and obedient servant. Signed M. Mekern. In margin: Tuticorin, 19 March 1788. Agrees: Wijbrands, clerk.
Dutch transcription
zij zijn groots op den tietel, van komp: koopman die geeft hen eenig krediet heef i 'tland, 't welk verder on„ dersteund word door de kleene vooruijtversterkin„ „gen, die zij krijgen, waarmeede zij /:wie kan te beletten:/ in een geldeloos land hun bijzonder voordeel weeten te betragten, zoo dat zij, schoon op de leverantie aan de komp: wijnig of niets winne„ als ze de zo Iaarlijks klaagen, echter te vreeden zijn, om de voordeelen die aan de qualiteijt van kom„ penies koopman verknogt zijn, maar deeze voordeelen zullen bij den koning niet in aen„ „dat merking koomen. Hij zal dus ziende, beij de lever andie wijnig of niefs te winnen is, al aanstonds met een verzoek om prijs verhooging te voorschije koomen. Indien wij dit niet inwilligen, zal willen hij slegter goed leeveren, en zo wij diet niet wijlle aannemren, zal hij op houden te leeveren; Doch dit is 't nog niet al, wanneer wij den kooning van Trivankoor De Leverancie op draagen, van de Lijnwaaten aan de kaapkommerijn, dan zullen wij de verdere leverancien ook kwaalijk kunnen wij geren aan de Landbestierders van deeze kust, die om dezelve te bekoomen, reeds poogingen hebben gedaan 3317. gedaan, want de jnlanders hebben zooveel smaa in den handel gekreegen dat de regenten tans min, alle meer of hun daar indeel hebben. In 't Jaer 1785. wilde de heer dot, die toen een korte tyd't landbestier waarnam; met geweld zich tot lever„ ancier van alle Lijnwaaten op dringen, en 't was niet dan met veel moeijte dat ik hem daar van konde diverteeren. In 't voorleeden Jaar met den landregent in gesprek zijnde, versogt hij mij met 't oogmerk om meester van alle onze pagooden te worden, dat ik ons geld den hen wilde zenden waar voor hij mij lijnwaat wilde bezorgen. Dit heb ik ook afgepraat, maer al„ „gehad, lermeest heb ik te stellen met den voor eenige jaaren gedemitteerden Landnegent Talwaij Moddelie, welks familie sedert een halve eeuw van teijd tot teijd t bestien, deezer landen gehad heeft, en voor wien heel veel gewerkt word, omhea„ weeder in 't bestier te helpen. Deeze man heeft zeer getragt om een Leverancier van de komp: teworden. Hij verzogt dit met ze veel empressement, dat ik hem, die ik niet geheel voor 't hoofd wilde stooten niet konde wijgeren/. 't verzoek om een partij Lijnwaet, het het welk hij reeds in voorraad had, aan de komp: temoogen leeveren, maar 'tenanster 'tgeen hij ons toezond te slegt bevonden zijnde, om voor de kom dienen penie te kunnen dienien, zijn wij daar door door een kompliment dat hij /: Talwaij Modelie :/ een al te groot hoer was om een lijnwaat koopman van van de kompanie te weezen, van verdere aanzoeken bevreijd gebleeven. Indien wij den kooning de Lever ancie niet opdraagen, zo zal hij, zo als de Edele heer verstoord van angelbeek te recht aanmerkt, niet alleen verstond worden, en zijn misnoegen ons op allerlij wijse en in„ zonderheijd en den inzaam aan de kaapkommerijn doen gevoelen, maar ook Lijnwaat kontrakten met ew ropische handelaars sluijten, Maar 't komt mij niet onmoogelijk voor dat de kooning, als hij van de zwaarigheeden, die daarteegen aan onze zijde zijn, en van de klijnigheid van 't voorwerp onderrigt word zoo ik van zijn voorneemen zal afzien, en zik mij hier in mogt misgissen, zullen na mijn inzien de moeijelijkheeden, die ons koonings ongenoegen over t niet aan hem opdraagen, van den inzaam zullen veroorzaaken, met op weegen de moeijeleijkseeden, die wij ons op den hals zullen haalen, wanneer wij hem de leverancee opdragen, want hoe zullen wij 3318. wij den kooning noodzaaken, om geen ander dan deugdzaam goed te leeveren! wie zal, er scheijdsman 's Konings weesen als de lijnwaaten die door scomp:s bedien worden den voor goed worden opgegeeven, door ons worden afgekeurd. enz: Wat 't maaken van lijnwaat kontraften met vreemde Europsche handelaars betreft; hier van zal de kooning die tans de rol van een groot koopman speelen wil en zijn waaren verkoopt, aan die hem 't meste geld biedt, niet worden te rugge gehouden, door hem de Leverancie aan de kaap Commereijn op„ te draagen, alzo hij van vreemden altoos meer zal kunnen bekekoomen dan van ons, zo dat wij zeeker haast kunnen weezen, dat de klijne inzaam aan de kaap door 't opdraagen van de Leverancie aan de kooning nog verminderen zal, wijl hij aan ons wijnig of niet zal leweeren, zoo lang er geleegend heid is, om de lijnwaaten aan vreemden te kunnen verkoopen. Eijndelijk moet ik nog een woord spreeken van 't kontrakt van 't jaar 1753. 't is waar, dat de kooning daar bij beloofd alle de leijwaaten in zijn land aan ons te leeveren, maar 't is ook waer dat wij alleen hebben gebruik gemaekt van 't grove guinees n gunees en salmpoeris, wijl de andere fijne zoor„ ten wel zoo goed gelievert worden te mannapaer en ponnekail, en wijl boven dien deeze zoorten; maar in eene bepaalde en kleijne quantiteijd g. eijscht worden, zo dat wij met geen reede van den kooning zouden kunnen vergen, dat hij niet zoude moogen verkoopen die lijnwaaten, die in zijn Landvallen, en die wij volgens 't kontrakt niet neemen kunnen, gelijk wij ook op de kust wij van madure, daer wij zeer naauw toezien, dat er geen grof lijnwaat bestaande in gunees en salem poeries door partikulieren word uitgevoerd, met verhinderen den uitvoer van fijn lijnwaat, om dat wij daar van altoos meer kunnen magtig worden dan wij tot voldoening van de eijschen noodighebben Ik heb de eer met verschuldigde eerbied en trouwe te wijn /:onderstond:/ wel ed: groot agtb: Hoog geb: Weer uwerweled: groot agtb: onderdaenige engehoor„ zaame dienaaren /:was geteekend/ M: Mekern /:in margiene:/ Tutukorijn den 19:' Maart 1788. Accordeert: Wijbrands lyklerk
English
3319 Colombo. To the Right Honorable, Highly Esteemed, and Venerable Sir, Willem Jacob Van de Graaff, Extraordinary Councilor of Dutch India, Governor and Director of the Island of Ceylon and its Dependencies, together with the Council. Right Honorable, Highly Esteemed Sir and Friends, Your Right Honorable's separate secret missive of the 12th of this month, via Mature, was delivered to me this morning, and Your Right Honorable's circular letter of the 14th, via Trinconomaele, on the 25th in the morning. The recommendation in the former concerning the necessary vigilance to be exercised in the present circumstances, I shall dutifully comply with. Likewise, according to orders and to the best of my judgment, I will do everything possible to protect the interests entrusted to me from all enemy attacks, as far as the poor state of the artillery here and the weakness of the garrison will permit. Following Your Right Honorable's orders, use will be made from here of the cipher and password enclosed with the circular letter. I shall keep the latter sealed at all times and not open it until such time as it shall be necessary. If anything should occur here, I shall dutifully provide Your Right Honorable, without delay, with the necessary reports via Trinconomaele and via Mature, both by ordinary post and by expresses. For the rest, I have the honor to subscribe myself with all due respect, Right Honorable, Highly Esteemed Sir and Gentlemen, Your Right Honorable's very humble and dutiful servant, was signed, Burnand. In the margin: Batticaloa, the 26th of March, Anno 1788. Agrees. Sijbrands, clerk. 3321. 3320 Colombo. To the Right Honorable, Highly Esteemed, and Venerable Sir, Willem Jacob van de Graaff, Extraordinary Councilor of Dutch India, Governor and Director of the Island of Ceylon, with its Dependencies, together with the Secret Council. Right Honorable, Highly Esteemed, High-commanding Sir! We have the honor to inform Your Right Honorable that the remainder of gunpowder as of the last day of March 3321. Colombo. To the Right Honorable, Highly Esteemed, and Venerable Sir, Willem Jacob van de Graaff, Extraordinary Councilor of Dutch India, Governor and Director of the Island of Ceylon with its Dependencies, together with the Council. Right Honorable, Highly Esteemed Sir and Gentlemen, We have had the honor to receive in due time Your Right Honorable's esteemed secret letters of the 21st and 23rd of March, and we would have dutifully answered them earlier had we not hoped that what we humbly communicated by letter of the 20th of March would have prompted Your Right Honorable to issue further orders, the receipt and execution of which could have been communicated at the same time. We shall strictly carry out everything ordered in the last-mentioned respected letter, insofar as current circumstances may now or hereafter require. We only take the liberty of returning the letter for General de Conway, as it has happily not been necessary. Meanwhile, we are most deeply affected to have observed that our conduct—attempting as much as possible to keep the French out, while reconciling the successive orders received regarding how to treat them under various circumstances with the confidence that we had to display before the eyes of the world toward them as obliging allies—has met with disapproval. We knew nothing certain of the settlement of affairs in the Republic; we only knew of the invasion by Prussian troops. We feared showing too great a mistrust, about which complaints might possibly have been made later. We thought we should not wait until General de Conway, upon arriving, chose an encampment for himself, which we could not have prevented without clearly showing that we mistrusted him, and perhaps even not without resorting to force. We demolished the houses in the surrounding area in all haste to make them unusable as lodgings, but we also thought we had to ensure that an alternative place of stay was designated as far away as possible, especially since we had not yet received the esteemed secret letter of the 12th of March, and in all previous letters we found no positive order to use force against the disembarking or encamping of unrequested French aid until we had requested and received further orders, unless
Dutch transcription
3319 Colombo. Aan den wel Ed:le gestr: groot agtbaaren Heer! Willem Jacob Van de Graaff Raad Extra ordinair van Nederlands india Gouverneur en directeur van 't Eijland Ceilon en dies onderhoorigheedens, Nevens den Raad; Wel Edele Gestr: Groot agtb: Heer en Vrienden. uwel Ed: Gestr: groot „e t e kreete apparten misije van den 12. deeser, over mature is mij heeden morgen besteld, en uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: Circulaire brief van den 14. over Trinconomaele den 25. 'Smorgens; - Het aangerekommandeert, bij de eerste noopens de vereijsten waakzaamheid in de teegenswoordi„ „gen omstandigheeden te gebruiken, zal ik pligt schuldig naar kommen, teffens volgens order na na mijn best oordeel, alles aan wenden om de aan mij vertrouden belangen van alle vijande„ „lijken aanvallen te bevrijden; hoe veel de slegte staat van de artillerie alhier, en de Zwakheijd van 't guarnisoen het zullen Comporteeren volgen, uwEd: groot agtb: bevel, zal van hier gebruik gemaakt worden van 't met de sier„ „culaire brief toegehouden Ceiffer, en wagtwoord zullende de laasten alloos verzeggeld houden, en niet open, als wanneer zulks noodig zal weesen,, zoo er iets alhier mogten voorvallen, zal ik plugtschuldig uwel Ed: gestr: groot agtb: zonder uitstel over Trinconomaele, en over mature de noodi„ „ge berigten geeven zoo met ordinaire Post als door Expressen; Ik heb overigens de 'eer mij met alle schuldige ontzagt ten onderschrijven; /:onderstond:/ wel Ed: gestr: gr: agtb: heer, en Weeran uwel Ed: gestr: gr: agtb: zeer onderdanige en Trouw schuldige Dienaar /:was getekend:/— Burnand; /:inmargine:/ Batticaloa; den 26. Maart, Anno, 1788. Accordeert. Sijbrands leklerk 8 3321. 3320 Kolombo. Aan den wel Edelen Gestr: groot agtbaaren Heer Willem Jacob van de Graaff, Raad Extra ordinair van Nederlandsch india gouver„ neur en Direckteur van het Eijland Ceijlon, met dies onderhoorighee„ „den nevens den Secreeten Raad. el Edele gestr: Groot Achtbaare. Hooggebiedende Heer! Wij hebben de eer uwel Ed: gestr: groot agtb: te be „deelen, dat, het restant van buskruit onder ult„o Maart 3321. Kolombo. Aan den wel Edele Gestringen groot Agtbaare Heer. Willem Jacob van de Graaff Raad Extra ordinaijr van Nederlands indie gouverneur en dierecteur van het Eijland Ceijlon met dies onder„ hoorig heeden, Nevens den Raad Wel Edele Gestringe Groot Agtb: Heer en Heeren wel wij hebben de eere gehad, op zijn tijd wijl te ontfan„ „gen uwel Ed: groot Agtb: geeerde sekreete Brieven van den 21. ' en 23. ' maart en zouden de zelve plichtschuldig eerder beandwoord hebben, zowij niet gehoopt hadden, dat het door ons needrig bedeelde, bij brief van den 20. ' maart uwel Ed: groot Agtb: naader beveelen zoude doen geeven, waar van den ontfangst en agtervolging te gelijker tijd zoude hebben kunnen bedeeld worden. wij zullen al 't gelaste bij den laastgem: geeerbiedigden brief stieptelijk agtervolgen, voor zoo verre de tijds omstandigheeden het tans of in den vervolgen mogte koomen te vorderen. Alleen neemen wij de vrijheijd den brief voor den generaal de Conwaij, als gelukkig, niet noodig geweest zijnde te rug aantebieden; Terwijl Terwijl wij intusschen aller gevoeligst aangedaan zijn te hebben moeten bespeuren, dat ons gehouden gedrag, om zoo veel moogelijk 't buijten houden der franschen, met de sukcessief ontvangene beveelen, hoedaanig hen inverschillende omstandigheeden te behandelen wij en 't vertrouwen, dat voor het oog der waareld op hen als verplichtende bontgenooten moeste stellen, te verbinden, misvallen heeft wij wisten niets zekers van de verevening der zaaken in de ne„ puliek; alleen wisten wij den inval der pruijt „sische troepen wij vreesden een te groot wantrou„ „wen te toonen waar over moogelijk naaderhand zoude geklaagd zijn. wij dachten niet te moeten wachten tot dat den Generaal de Conwaij, koomende, zich zel„ „ven een leeger plaats uitkoos, 't geen wij hem niet zouden hebben kunnen beletten zonder klaar „lijk aan den dag te leggen, dat wij hem mis„ „trouwden en zelfs, ook moogelijk niet zonder geweld te gebruiken wij braaken in allen spoed de huijzen in den omtrek af, om die onbruijk„ „baar tot logementen te maaken, doch meenden toen ook te moeten zorgen, dat zoo vermoogelijk van de hand een verblijf plaats aangeweezen wierd, temeer wij de geeerde sekreeten brief van den 12. maart noch niet ontfangen hadden, en wij bij alle de voorige geenstellig bevel vonden, om „ ongevraegde hulp tergese met geweld teegen te gran het ontscheepenen of leegeren van „ tot dat wij nader beveelen gevraagd en ontfangen zouden hebben, ten zij
English
unless we recognized the intent of our allies as hostile, which could not have been proven without an attack on our fortresses or people: for in all other cases, General de Conway would have been able to pretend that we, making too light of the danger about which he came to warn us and against which he wished to guard us, had forced him to serve us against our will and pleasure. We could not point out any other place than Koetjaer; the ships could lie there, indeed had to lie there, if one wished to keep close at hand the provisions brought along, for which there were no storage places here on shore or at Oostenburg, and our three bays remained free from all obstruction; without seeing fixed signals, the French could have no pretexts to leave Koetjaer to come here, unless they wished to be regarded as violators of the agreements, and then all uncertainty ceased, and General de Conway was held accountable for the bloody reception that would have been given to him. Rejecting help entirely out of hand was the beginning; receiving unrequested help, for reasons that we could not refute without better knowledge of affairs, and placing the same where it could be useful to us and as little dangerous as possible, was the middle; and the polite, at least outwardly friendly parting from our uninvited help was the end of our intentions. Both in the letter to General de Conway and in our remaining conduct, if we have now erred, we are already punished enough by having brought upon ourselves, even if possibly only for a while, the displeasure of our rulers, while we assure that we proceeded according to our best knowledge and in accordance with the fundamental principles of honor, loyalty, obedience, and prudence, as far as we know and cultivate them. According to the report brought with the pandour, we had not a moment to lose, as the General was already on his way, and although we still respectfully believe we did well, it would have been no wonder, if some indulgence may find a place, if our decisions, through haste, had not attained that maturity which, in calmer moments, could have made us culpable. We therefore repeat, as respectfully as painfully, that the disapproval of our best efforts for the well-being of the post entrusted to us has grieved us, since we are ready at all moments to seal our sworn loyalty to our Lords and Masters with the last drop of our blood. The evening before yesterday, there came to anchor here in the inner bay the French King's brig Le Papillon, commanded by the Chevalier de Trévoux, bringing along letters from the French land and sea commanders, addressed to the first undersigned, who has the honor to offer the copy thereof, as far as it concerns the present circumstances of the time; Your Right Honorable Great Worships will easily notice from both, but especially from the first, that General de Conway, despite our precautions against conceiving mistrust, nevertheless very clearly noticed that his expedition had caused suspicion, and that precautions had been taken against receiving such unasked help. We hope therefore that this will have been the first and last time. Le Papillon must remain here throughout the month of April and is subsequently bound for Europe via Mauritius. Sailing in, the commandant of Prophalou, after hailing her to come to anchor, fired across the vessel, while they had in the meantime forgotten to draw the ball, and sent an officer, the Honorable Doen, on board, claiming to have seen his pennant but not the flag astern. The first undersigned, upon the inquiry of the Chevalier de Trévoux, replied that since no flag was seen astern, as the true mark of the nation, one had to suppose that possibly the English, having learned on the coast that many French ships came here without other mark than flying the blue flag from the foretop and white signs from the flagpole and maintop, could have used the same mark to make a free entrance for themselves, and that Mr. de Trévoux was too experienced not to know that a cautious, though unintentional impoliteness was sooner to be remedied in some circumstances of the time than an overly trusting politeness, and therefore he requested him, as he testified to having had his flag up, to consider it as an
Dutch transcription
3322 waar„ zij dan, dat wij 't oogmerk onzer bondgenooten als vij„ „andelijk en kenden, 't geen zonder een aanval op onze vestingen of volk niet te bewijzen zoude zijn geweest: want in alle andere gevallen, zoude den generaal de Conwaij, hebben kunnen voorgeeven dat wij t gevaar te licht stellende, waar voor hij ons kwam waar„ „schouwen, en waar teegen hij ons wilde bewaaken, hem genootzaakt hadden ons teegens wil en dank, dienst te doen, Alwezender plaats den koetjaar konde wij niet „ de scheepen konden er leggen, jaa moesten aantoonen„ er leggen, wilde men de meede gebrachte leevensmiddelen, waar voor aan de wal alhier of te oostenburg geen berg plaatsen waaren, bij de hand blijven hebben, en onze drie baaijen beleeven vrij van alle ver„ „stopping, zonder het zien van vast gestelde tekenen konden de Franschen geen voor wendzelen hebben, koet„ „jaer te verlaaten, om hier te koomen, ten zij, zij als verbreekeren der overeenkomsten willen aangemerkt worden, en als dan hield alle onzeekerheijd op, en wierd den generaal de Conwaij aanspreekelijk voor den bloedigen ontfangst die hem gedaan zonder zijn, geheel 't aanneemen van hulp van de handwijzen was 't begin 't omreedenen die wij niet konden loogen„ „straffen zonder betere weetenschap van zaaken ontfan„ „gen van ongevraagde hulpen het plaatsen van de„ „zelve, waar ze ons nuttig en zoo min moogelijk gevaarlijk konde weezen 't midden en 't beleefden ten afscheijd minsten uijtterlijk vrindelijk van onzen ongenoodigde hulp 't Eijnde onzer bedoelingen, zoo inden brief aan den generaal de Conwaij als ons overig gedrag hebben wij der gestraft mis wij ons nu waers greepen, zoo zijn wij reeds genoeg gestuij door ons, ook zelfs moogelijk maar voor een poos, 't ongenoegen onzer gebiederen op den hals te hebben gelaeden, terwijl wij verzeekeren, naar onze beste kennis en ingevolge de grond beginzelen van eer, trouw, gehoorsaamheijd en voorzichtigheijd te zijn te werke gegaan, voor zoo verre wij dezelve kennen en voeden wij hadden volgens 't bericht met de pandour gebragt, geen oogenblick te verzuimen, wijl den gene„ was „naal reeds op weg en schoon wij als noch eerbiedig vermee„ wonder wel 7. „nen, zij te hebben gedaan, zoude het geen worden zijn geweest, als eenige toegevendheijd plaats mag vinden, zoo onze besluiten, door overijling, niet dierijpheijd bekoomen hadden, die bij bedaarder oogenblikken ons strafbaar had kunnen maaken, wij herhaalen dier„ halven zoo eerbiedig als smartelijk, dat ons de afkeuring onzerbeste pogingen tot wel weesen der ons aanbetrouwde post gegriefd heefd, daar wij gereed zijn alle oogen blikken met den laasten onzet druppel van ons bloed gezwoorene trouw, aan onze heeren en Meesteren te verzeegelen. kwamp Eer gisteren avond alhier inde binnen baaij ten anker, de fransche koonings brik de Papillon, gebooden bij den ridden de Jrevoux meede brengen„ „de brieven van de franschen landen zeevoegd, gericht aan den eerstgeteekende, die de eere heeft 'er 't afschrift van aantebieden, voor zoo verre 't de teegenswoordige tijds omstandig heeden, raakt; uwel Ed: gestr: groot agtb: zal ligtelijk uit bijde, maar voor al, uit de eerste merken dat 3323 dat den generaal de Conwaij, in weerwil van onze behoed„ middelen, teegens op tevatten wantrouwe, evenwel zeer„ „duijdelijk gemerkt heeft, dat zijn tocht achterdenken veroorzaakt had, en teegens 't ontfangen van diergelijke ongevraagde hulp voorzien was. wij hoopen dierhalven dat dit de eerste en laaste maal geweest zal zijn, Le papillon moet hier de maand van april door„ „blijven en is vervolgens na Europa over de Mauritius aangelegd, binnen zeijlende, heeft den kommandant van Prophalou na aanroeping om ten anker tegaan voor over 't vaartuijg geschooten, terwijl men intus„ „schen verteeten, had de koogel aftehaalen, en een officier„ den E: Doen, aan boord gezonden voorgeevende wel„ de zijnen doch niet de vlag van agteren gezien te hebben den eersten teekenaer heeft op de navrarge van den E ridder de Jaevoux geandwoord, dat geen vlag van achteren gezien zijnde, als 't waerekenmerk der landaart, men had moeten veronderstellen dat moogelijk de engelschen op de kust onderzgt, dat rigt„ veele fransche scheepen hier kwaamen zonder ander„ voeren teeken als het weren der blaauwe slag van de voorhop voors op en wilte teekenen van de vlagstok en groote 'top 't zelfde teeken hadden kunnen gebruiken, om zich een vrije ingang te maaken, en dat den heer de Trevoux te zeer bedreeven was, om niet te weeten, dat een voorzichtige schoon ongemeende onbeleefdheijd eerder inzommige tijds omstandigheeden te verhelpen was, dan een al te ver„ trouwende beleefdheijd, en dierhalven verzocht hij hem„ wijl hij betuijgde zijn vlag bij gehad te hebben, t als een stra t
English
to consider a mistake, and this was also sufficient to leave no semblance of dissatisfaction. We take this opportunity respectfully to bring to the attention of Your Right Honorable, Highly Esteemed Sirs that we would gladly see Captain von Prophalow placed elsewhere, as his impetuous, hot-tempered disposition does not yet seem capable of calmly examining the orders given to him, and through repeated instances of this we could fall into great unpleasantness, whereas elsewhere, used in proportion to his temperaments, he might be useful. With the works, both on the artillery and the fortifications, diligent progress is being made. Of the company of sepoys and Malays we still see no sign of appearance, indeed we hear nothing of them; we nevertheless very much desire them, so as to let the accompanying coolies, joined with some of ours, serve for the transport of the Luxemburgers, for although we have no reason to complain about their conduct, they might nevertheless become, if not dangerous, at least useless, and in the latter case one would still have to assume that the common soldiers would think as we hope the officers will do. The promised pagodas will have to be exchanged immediately with a 7. 1/2. per cent advantage for the Company, as in the past year, for half of our ordinary monthly expenses have barely been paid, even with borrowing money on all sides; we dare no longer complain about the Jaffanapatnam administration. Our fair and urgent requests are regarded there as insults, and we are referred to Your Right Honorable, Highly Esteemed Sirs to lodge our complaint, under the assurance that no more money can be sent as none is at hand, while we in the meantime were counting on the promised 20000 rixdollars. We have the honor to be with deep respect, beneath stood, Right Honorable, Highly Esteemed Sirs, Your Right Honorable, Highly Esteemed Sirs' humble and obedient servants, was signed, J. F. van Senden, D. C. von Drieberg, F. C. Heupner, in the margin, Trinkonomaale, the 11th of April 1788. Below, P.S. We take the liberty also to enclose herein the copies of the letters received and sent to and from Jaffna, the Wannij and Mannaer, as well as a private letter for the first person mentioned with respect at the head of this document, received by the first signatory from the Coast. Agrees. Sijbrands W Egraenk Kolombo To the Right Honorable, Highly Esteemed Sir Willem Iacob van de Graaff, Extraordinary Councilor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Cijlon with its dependencies, together with the Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Council. We have the honor to inform Your Right Honorable, Highly Esteemed Sirs that the remainder of gunpowder as of the ultimate of April last consisted of 107056 lb at Gale and 2442 lb at Mature, and with all sentiments of high esteem to be, beneath stood, Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Sir, Your Right Honorable, Highly Esteemed Sirs' humble servants, was signed, C. D. Craijenhoff, A. C. Lever, D. Cherret, in the margin, Gale, the 3rd of May 1788. Below, Sent the 4th. Agrees. Sijbrandz Lyklen Kolombo. To the Right Honorable, Highly Esteemed Sir Willem Jacob van de Graaff, Extraordinary Councilor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceilon with its dependencies, together with the Council. Right Honorable, Highly Esteemed Sir and Sirs. Your Right Honorable, Highly Esteemed Sirs' esteemed secret letter of the 9th of this month we have duly received, and learned from it Your Honors' further arrangements. We have already sent back the letter for General de Conway, pursuant to the orders received in particular by the first signatory of this letter. We look forward with great eagerness to the company of sepoys and Sumenappers as well as Europeans, and with the same vessels that bring over that reinforcement, the detachment of Luxemburgers will be sent back. We are expecting every day Mr. De Cohars with the Resolution from Gale, and at present there are three more French ships lying here to load firewood, namely Le Duc de Normandie, Le Duc de Penthievre, and La Celeste, besides the King's brig Le Papillon and the private two-masted vessel Le George, the latter to set in its masts. We have received no further news; only commendable talk is heard about a peace treaty, whereby the same would be fixed unalterably for 30 years. We have the honor to be with deep respect, beneath stood, Right Honorable, Highly Esteemed Sir and Sirs, Your Right Honorable, Highly Esteemed Sirs' humble and obedient servants, was signed, I. F. van Senden, D. C. van Drieberg, and F. C. Heupner, in the margin, Trinkonomaele, the 25th of April 1788. Agrees. Egkeerk Sijbrandt Kolombo To the Right Honorable, Highly Esteemed Sir Willem Jacob Van de Graaff, Extraordinary Councilor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceilon with its dependencies, together with the Council. Right Honorable, Highly Esteemed Sir and Sirs! We take the liberty most respectfully to report to Your Right Honorable, Highly Esteemed Sirs that our remainder of gunpowder in the cellars as of the ultimate of April this current year has consisted of: 69459 lb Wherewith we have the honor to be with deep respect, beneath stood, Right Honorable, Highly Esteemed Sir and Sirs, Your Right Honorable, Highly Esteemed Sirs' humble and obedient servants, was signed, I. F. van Senden, D. C. von Drieberg, and F. C. Heupner, in the margin, Trinconomaele, the 7th of May 1788. Agrees. H Egreert Sijbrands
Dutch transcription
een miszien aantemerken, ook was dit genoegzaam om geen schijn van ongenoegen overtelaaten. — wij neemen deeze geleegendheijd waar om uw wel Ed: gestr: groot agtb: eerbiedig onder 't oog te brengen, dat wij gaarne Den kap:t van Prophalow elders geplaatst zaagen, wijl zijne op vliegende driftige gemoeds gesteltenisse noch niet gegeeven vatbaar schijnt, voor 't bedaard naagaan, der hem geheelte wordende beveelen, en wij door zulke herhaalde blijken er van in groote onaangenaamheeden zouden kunnen vervallen, terwijl hij elders, in eevenreedigheijd zijner driften, gebruijkt wordende nuttig zoude kunnen zijn. Met de werken word zoo bij de artellerien, als de vestingen vlijtig voortgevaaren. van de komp: sipaijes en malaijers zien wij noch niets van te opdaegen, ja krijgen er niets van te hooren, wij verlangen er echter zeer na om de meede brengende koelies gevoegd bij eenige van de onze tot den over„ breng der Luxemburgers te laaten dienen, want schoon geen wij reeden van klaagen over hun gedrag hebben zouden zij echter, zoo niet gevaarlijk tenminsten onnut kunnen worden, en in 't laaste geval moest met dan noch veronderstellen, dat 't gemeen zoo denken zoude, als wij hoopen, dat de officieren doen zullen De beloofde pagooden zullen terstond moeten verwisseld worden met 7. ½. p=r C=to. voordeel voor de komp:, zoo als in 't voorledene jaar want de halft onzer gewoone maandelijksche onkosten, is naaulijks en niet geld leenen aan alle kanten, betaeld; wij durven ons over 't Jaffanapatnamsche bestier niet meer 3324 meer beklaagen. - onze billijke en dringende verzoeken worden aldaar als beleedigingen aangemerkt, en wij tot uwel Ed: gestr: groot Achtb: ter klaging over geweezen, onder betuijging dat geen geld meer kan gezonden worden wijl niet aanhanden is, terwijl wij intuschen staat maak„ „ten op de beloofden rd:s 20000 — wij hebben de eerst met diep ontzag te zijn /:onderstond:/ wel Ed: gestr: groot agtb: heeren heeren, uwel Ed: gestr: groot agtb: onderd: en gehoorz: dienaaren /:was geteekend:/ J: F: van Senden, D: C: von Drieberg, F: C: Heupner, /:in margiene:/ Trinkonomaale Den 11. april 1788. /:Lager:/ P: S: wij neemende vrijheijd hier inne ook noch te sluijten, de afschrifte der ontfangene en afgezondene briefen, naar en Jaffa„ van na, de wannij en Mannaer, als meede een par„ tikulier brief voor den eerste in eerbied in den hoofden dezes gem:, door den eersten teekenaar, van de kust ontfangen, Accordeert. Sijbrands W Egraenk am n en agtb: en zijne t geeven zijn. zij g iets 2226 3325 Kolombo Aan den Wel Edelen, Gestr:, Groot achtb: Heer. Willem Iacob van de Graaff„ —. Raad Extra ordinaijr van Nederlands India Gouverneur en Directeur van het Eyland Cijlon, met dies onderhoorigheeden, Nevens den Wel Edele gestrenge, groot Achtbaere, hoog gebiedede Heer Wij hebben de eer uwel Edele gestr: groot agtb: te bedee„ „len, dat 't restant van Buskruijt onder ult:o April I:o L: bestond in 107056. lb: te gale en 2442 lb: te Mature, en met alle gevoelens van hoog achting te zijn /:onderstond:/ wel Edele, gestr: groot agtb: hoog geb: heer uwel Ed: gestr: gr:t agtb: onderdaenige Dienaaren /:was geteekend:/ C: D: Craijenhoff, A: C: Lever, D: Cherret, /: in mar„ Raad— giane:/ „giered :/ Pale den 3. Maij 1788. /:lagert/ ofge„ Zonden den 4. Accordeert Sijbrandz Lyklen 10 2326 33268 Holombo. Aan den wel Edelen Groot agtbaeren Heer Willem Jacob van de Graaff Raad extra ordinair van Nederlands indien Gouverneur en Direkteur van het Eijland Ceilon met dies onderhoorigheeden beneevens den Raad Wel Edele Gestrenge Groot Achtbaare Heer en Heeren. UWelEd:e gestr: groot agtb: gelerde sekreete let„ teren van den 9: deeser, hebben wij wel ont„ fangen, en daer uit vernoomen hoogst der„ zelver naedere schikkingen: Wij hebben den brief, voor den generael de Con„ „waij reeds te rug gesonden, ingevolge de in 't bysonder ontvangene beveelen door den eersten eezen teekenaar. De komp: Sipaiers en Sumenappers zoo wel als Europeesen zien wij met zeer veel verlangen te gemoet, en zal met dezelfde vaertuigen, die „gesonden die versterking overbrengen terug worden het detachement Luxemburgers. Wij wagten alle daegen den heer De Cohars met„ de Resolution van Gale, en thans leggen hier nog drie fransche scheepen om brandhout te landen, laeden laeden, als le due de normandee Le duo de pen„ „tivre, en la Celeste mion buiten de konings brive Le papillon en 't partikulier twee mast vaer tuig le george, de laeste om zijn masten in te zetten. Wij hebben geen nadere nieuws ontvangen alleen word loffelijk gesprooken, over een vreedens handel, waer bij deselve onveranderlijk voor 30: Jaeren zoude bepaeld zijn. wij hebben de eere met diep ontzag te zijn /:onderstond:/ wel Ed: gestr: groot agtb: heer en heeren, uwelEd: gestr: Groot agtb: onderdaenige en gehoorsaeme Dienaeren /:was geteekend:/ I: F: van Senden, D: C: van Drieberg, en F: C: Beupner /:inmargine:/ Trinkonomaele den 25: april 1788: Atkordeert. Egkeerk Sijbrandt en 3327. Kolombo Aan den Wel Edelen Gestr: Groot Achtb: Heer Willem Jacob Van de Graaff Extra ordinair van Nederlandsch indiën Raad Gouverneur en directeur van het Eijland Ceilon met dies onder„ hoorigheeden beneevens den Raad; —. —. —. —. —. Wel Edele Groot Achtbaare Heer en Heeren! Wij gebruiken de vrijheijd uwel Edele gestrenge groot Achtbaare eerbiedigst te melden, dat onsen restant Bus¬ verto „kruijt in de Kelders onder ult:o april Jo Jn =r heeft bestaan in; 69459. lb: waarmeede Waarmeede wij de eere hebben, met diep ont„ zach te zijn /:onderstond:/ wel Edele Gestrenge groot achtbaare Heer en heeren; uwel Ed: groot agtbaare onderdanige en gehoorsaeme dienaeren /:was getekend:/ I: F: van Senden„ D: C: von Drieberg en F: C: Nuipner; /:in margine:/ Trinconomaele den 7. Meij 1788. Accordeert. H Egreert Sijbrands
English
3328 Ceylon To the Noble Sir Willem Jakob van de Graaff Extraordinary Councillor of the Dutch Indies as well as Governor and Director of that Island and its dependencies Together with the Council at Colombo Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, very Discreet Sir and friends! We are presently experiencing such critical times here that we cannot send the Colombo detachment back without exposing the Company's possessions here to manifest danger of being lost. It is therefore pleasing to us that your Honors are willing to cede it to us a little longer, which can now safely take place with regard to the political situation in Europe, since, according to the French Gazette of Leiden of 6 November 1787, the Courts of London and Versailles have concluded a convention Duplicate secret not not to start a war on account of the events in our Republic, the material contents of that act being inserted therein. Due to the paying off of such a large quantity of rice for your Honors' Government, and through unusual expenditures for the securing of the Company's possessions, our treasuries are empty, and we have not the least resource here to obtain money, because all affluent inhabitants have lent what they could spare to the Company, likewise for far the greatest part for the service of Ceylon. We are therefore compelled at present to take our refuge in your Honors and most urgently request that you send us, from the first available gold, thirty thousand pagodas in smaller sums of five or six thousand at a time, which we shall without fail repay in the months of December and January. The voyage of the Lord of Pondicherry to Trincomalee was beyond doubt caused by the Government in Madras having shortly before sent a regiment of Scottish Highlanders of one thousand and eighty men to Bombay, with 3329 with three hired ships, two of which have been here. I remain, after friendly greetings, Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, very Discreet Sir and friends! Your Honors' willing friend and Servant H G van Angelbeek Cochin the 28th of April 1788. 3330 Colombo. To the Right Honorable, Severe, Highly Esteemed Sir! Willem Jacob van de Graaff Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the island of Ceylon with its dependencies, together with the Council. Right Honorable, Severe, Highly Esteemed Sir and Gentlemen The impending departure of the Luxembourgers from here having probably been conveyed by private letter writers, and the awareness that they were destined for garrison duty at Mannar, has made some rebellious enough to desert, so that successively 14 men, among whom were twelve at one time, have fled, of whom, however, we have recovered one voluntarily and five apprehended by the natives. We immediately and most earnestly requested the captains of the ships lying here not to grant the fugitives any passage, and all have given their word of honor on this, so that those still absent will have to perish from want or return, in order meanwhile to prevent desertion as much as possible and to hinder, by being able to do so with impunity, a portion of our garrison from following this example, the more so as there are many Brabanters and Walloons among them, we judged it necessary to take the Luxembourgers into the fortress for the short time they have to stay here. Captain de Jacob, meanwhile very affected by what happened, requested the first signatory to interrogate the men himself to see whether they had any grounds for complaint against him from which the desertion of their comrades could be derived. The first signatory did this and received the answer that they had nothing to bring against their commander, but that they were forced from Colombo to take clothes against their will and without thanks, such as shoes, stockings, etc., which did not fit them and which they therefore had to sell at a great loss; that now, for a considerable time past, they received one Spanish dollar less per month in pay than before; that they had been enlisted for three years and now had already had to serve 3331 seven; that upon departure from Colombo they had been promised they would be relieved after 6 months, while they had now had to suffer much here for two years due to the expensiveness of all the comforts of life, while their comrades at Colombo and Galle enjoyed all possible pleasures for a soldier; but that finally what grieved them most was to see themselves so deceived regarding the time of their enlistment. The first signatory promised them to take their complaints into consideration in order to bring them to the notice of your Right Honorable, Severe, Highly Esteemed, and admonished them to conduct themselves quietly and orderly. Since then we have also had no reason to complain about the detachment. We have the honor to be, with deep respect. was written below: Right Honorable, Severe, Highly Esteemed Sir and Gentlemen Your Right Honorable, Severe, Highly Esteemed humble and obedient servants was signed: J: F: van Senden, D: C: von Drieberg and F: C: Geupner, in the margin: Trincomalee the 12th of May 1788 Agrees — Sijbrands First Clerk
Dutch transcription
3328 Ceilon Aan den Edelen Heer Willem Jakob van de Graaff Raad extra ordinair van Nederlands Jndiën mitsgaders Goeverneur en Direkteur van dat Eiland en deszelfs onderhoorigheeden Nevens den Raad te kolombo Edele, Erntfeste, Manhafte wijze voorzienige zeer Diskreete Heer en vrienden! wij beleeven hier thans zulke bedenklijke tijden, dat wij het kolombosche detachement niet kun „nen terug zenden zonder 's komp:s bezittingen al= „hier aan baarblijklijk gevaar van verlooren te gaan bloot te stellen. - Het is ons derhalven lief, dat uw weled:s ons hetzelve noch verder afstaan, het geen thans met opzicht tot de staats gesteld= „heid in Europa veilig geschieden kan, door dien volgens de fransche koerant van Leijden van den 6. November 1787. de Hoven van London en ver= „sailles een konventsie geslooten hebben, om Duplikaat sekreet ter ter zaake van de gebeurtnissen in onze Repu„ „bliek geen oorlog te beginnen, zijnde de zaak„ „lijke inhoud van die Akte daarbij geinsereerd. Door het afbetaalen van zulk een groote quantiteit Rijst voor uw weled:s Goeverne„ „ment, en door ongewoone uitgaven tot beveili„ „ging van 's komp:s bezittingen zijn onze kassen ledig, en wij hebben hier geen de minste resource, aan geld te koomen, wijl alle gegoede Jn= „wooners 't geen zij missen konden, aan de kompanie geleend hebben, almede voor verre het grootste gedeelte ten dienste van Ceilon. wij zijn derhalven genoodzaakt thans onzen toevlucht tot uw weledelen te neemen en op 't dringendste te verzoeken, ons uit het eerste baarsche goud, dertig duizend pagoden bij kleener sommen van vijf o ses duizend op eene keer toetezenden, die wij in de maan= „den December en Ianuari zonder faut zullen restitueeren. De tocht van den Heer van Pondicherij naar Trinkonemale is buiten twijfel veroorzaakt door dien het Goevernement te Madras kort bevoorens een Regiment Bergschotten van duizend en ta= „chentig koppen naar Bombai gezonden had, met 3329 met drie ingehuurde schepen, waar van twee hier aangeweest zijn. Jk blijve na vriendlijke groete. Edele, Erntfeste, Manhafte, wijze voorzienige zeer Diskreete Heer en vrienden! Uwer weledelen dienstwillige vriend en Dienaar H G van Angelbeek Koetsiem den 28:e April 1788. 3330 Kolombo. Aan den wel Edelen Gestrenge Groot agtbaaren Heer! Willem Jacob van de Graaff„ Raad extraordinair van nederlandsche inden gouverneur en direc„ tuur van 't eijland Ceilon met dies onderhoorigheeden. beneevens dennd Raad. Wel Edele gestrenge Groot agtb: Heer en Heeren Het ophanden zijnde vertrek der luxemburgers van hier waarschijnlijk door bij 'zonders tijding schrijvers over gebrigd zijnde, en de bewustheijd dat voorbezetting te Mannaar ==geschikt waren, heeft oe penige ballorig genoeg gemaakt. om weg te drossen, zoo dat zuksessief 14. koppen, waar onder eens twaalf tegelijk, gevlucht zij, waar van wij echter een vrijwillig en vijf door de jnlanders opgevat terug gekreegen hebben. wij hebben terstond de kapiteijns der hier leggende scheepen op 't ernstigste verzocht, de voortvluchtigen voortvlugtigen, geen overbrenging te verleenen, en alle hebben hier op hun woord van eer gegeeven, zoo dat de noch af„ weezende van gebrek zullen moeten vergaen of te rug kieuren, om intusschen 't drossen, zoo veel moogelijk voorte„ koomen en te beletten, dat door 't straploos te kunnen, doen een gedeelte onzerbezetting dit voorbeeld niet zoude volgen, te „meer daar er veele Brabanders en waalen onder zijn, hebbe wij noodig geoordeeld, de Luxemburgers, voor de korte tijd die zij hier tevertoeven hebben, binnen de vesting teneemen Den kapitein de Iacob, intusschen zeer aangedaan over 't voorgevallene, heeft den eersten teekenaar verzocht zelfs 't volk tewillen ondervragen of zij ook eenige reeden van klaagen teggen hem intebrengen hadden; waar van 't wegloopen hunner makkeren zoude kunen afgeleijd wer „den. Den eersten teekenaar heeft dit gedaan en tenandwor de kraagen, dat zij tegen hunnen kommandant niets hadden intebrengen, doch dat zij van kolombo genoodzaekt wierden dank kleederen temoeten neemen, tegens wil en vn gelijk schoe„ „nen, kouzen enz:, die hen niet pasten en zij derhalven met groot verlies moesten verkoopen; dat zij nu, een ge„ ruimen tijd geleeden, een spaansemat minder smaands betaald krijgen dan bevoorens; dat zij voor drie Iaaren aangenoomen zijnde, en nu al zeeven hadden moeten 3331 moeten dienen, dat hen bij vertrek van kolombo beloofd was, na 6. maanden te zullen afgelost worden, terwijl zij intusschen nu twee Jaaren, door de duunte van alle genigelijkheeden des leevens, alhier veel lijden moesten, torijijl hun makkeren, te kolombo en gale alle voor een zoldaat moogelijke genoogdens smaakten, doch dat eijn„ „delijk 't geen hun het meeste geriepde, was, zich in de tijd van hun verband zoo bedroegen te zien. Den eersten ken teekenaar heeft ten beloofd, hunne klagten inaanmerking te zullen neemen, om dezelve uwel Edele gestr:= groot agtb: ter kennisse tebrengen en hem vermaand, zig stel en ordentelijk te gedraagen. ook hebben wij zeedert geen reeden van klaagen over 't detachement „Wij hebben de eer, met diep ontzach te zijn. /:onderstond:/ Wel Edele gestr: groot agtb: Heer en Heerin„ uwel Ed: gestr: groot agtb: onderdaanige en gehoor„ zaame dienaaren /:was geteekend:/ I: F: van Sen„ „den, D: C: von Drieberg en F: C: Geupner, /:in margiene:/ Trinkonomale den. 12. ' Maij 1788 Accordeert — Sijbrands W. Ee Calerk
English
3332 Kolombo Willem Jacob vande Graaff To the right honorable, rigorous, highly esteemed Sir, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the island of Ceijlon with its dependencies, together with the Council. Right honorable, rigorous, highly esteemed Sirs, Sirs. On the afternoon of the 10th of this month, the first signatory received by an express catjamaron two letters from Pondecherij, one of which we have the honor to offer a copy, signed by both the General de Conway and Brigadier de S:t Riveul, and thus ministerial, and the second from the latter alone, written in the manner of a private letter. We thought no time should be lost in provisionally answering them and making use of the presence of the Knight de Tanoüard, who the night before, directly from France without having touched at any place, had come to anchor here in the outer roads with the frigate the Medusa, not only to give his Honor notice of the receipt of both letters and to give a true and detailed account of what occurred in order to clear away any misunderstandings at Pondicherry, but also to request his Honor to be the bearer of our letter, which was most politely accepted; and is now probably already accomplished, as the frigate already departed early yesterday morning. According to the news received, everything was at peace and quiet. Meanwhile, the frigate had many artillery officers on board, among whom was a lieutenant colonel, as well as a colonel of the infantry, possibly troops, and orders to reach the Indies without touching at any place. We hope that our reply to the letter of Messrs. de Conway and S:t Riveul will carry your right honorable, rigorous, and highly esteemed approval, and that the difficulty will be cleared away. If this latter should not take place, we would almost have to assume that quarrels were intended. Upon the proposal of the third signatory, we have the honor to append hereto a list of the artillerymen on hand, who consist mostly of natives and unqualified, sickly Europeans, with a respectful prayer that the shortage thereof may be favorably provided for, taking into consideration that since the principal defense here must be conducted with cannon, a sufficiently large number of good artillerymen is indispensable. We also humbly repeat our plea for more European infantry, of which we are very ill-provided, and are becoming still weaker due to the impending departure of the Luxembourgers, so that between them and native troops there is no longer any proportion at all. We 3333 We have the honor to be with deep respect, beneath stood, right honorable, rigorous, highly esteemed Sir and Sirs, your right honorable, rigorous, highly esteemed humble and obedient servants, was signed, I. I. van Lenden, D. C. von Driebergen, F. C. Shupner. In the margin, Trinkonomale, the 15th of May 1788. Agrees. Eijbrands Head Clerk 3334. Kolombo. To the right honorable, rigorous, highly esteemed Sir! Willem Jacob van de Graaff Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the island of Ceijlon, with its dependencies, together with the Secret Council. Right honorable, rigorous, highly esteemed, high-commanding Sir! Our remaining stocks of gunpowder at the end of last May amount to 109108½ lb. at Gale and 2437 lb. at Mattire; of which we hereby respectfully notify your right honorable, rigorous, highly esteemed, and have the honor to be with all sentiments of high esteem, beneath stood, right honorable, rigorous, highly esteemed, high-commanding Sir, your right honorable, rigorous, highly esteemed humble servants, was signed, C. D. Kraijenhoff, A. C. Lever, J. Cherret. I. Cherret. In the margin, Gale the 6th of June 1788. Agrees. W Eijkler Sijbrands 1788. 3349 Kolombo. 3335. To the right honorable, rigorous, highly esteemed Sir, Willem Jakob van de Graaff Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the island of Cijlon, with its dependencies, together with the Council. Right honorable, rigorous, highly esteemed, high-commanding Sir. The obligatory answer to your right honorable, rigorous, highly esteemed order regarding the further commission assigned by me to the Lieutenant of Artillery and Chief Surveyor Toenander, during his survey recommended by your right honorable, rigorous, highly esteemed, to carry out a leveling at Diwietoere, in order to discover whether the excess water from this landscape could not be drained off by means of digging a channel discharging into the Lake of Madampe, and in which commission the Moodliar and native Shahbandar, Dias, had to assist, and of everything further secret to 6
Dutch transcription
3332 Kolombo Willem Jacob vande Graaff Aan den weledelen Gestrengen, Groot agtbaaren Heer. Raad extra. ondinaijr van nederlands Indien gouverneur en directeur van 't eijland Ceijlon met dias onder hoorigheeden beneevens Den Raad Wel Edele gestrenge groot achtb: Heeren Heeren. Den 10. ' deeser sachtermiddags, ontfing den eersten tekenaar, per en expresse katjemaacuw twee brieven van Pondecherij, als de eene waar van wij de eere hebben kopia aantebieden door den generaal de bijde Conwaijsen briegadier de S:t Riveul zide geteekend, en dis ministerieel en den tweede van de laastgenoemde alleen, bij wijze eener bij zon„ dere brief geschreeven, wij hebben gedagt geen tijd te moeten laeten verlooren gaan, om dezelve, voorloopig, te beandwoorden en gebruik temoeten maaken van 't aanweezen van den ridder de Tanoia voor, die snachts tevooren, direkt uit vrankrijk, zonder eenige plaats te hebben aangedaan, met 't fregat de medusa alhier op de buijten reede ten anker was gekoomen, niet alleen, om zijn E: kennis te geeven geeven vanden ontfangste derbijde brieven, en een waaragtig en omstande verhad te doen van het voorgevallene ten eijnde alle voorneeming te pondigher uijt den weg teruijmen, maar ook om zijn E: te verzoeken den overbrenger on„ zer brief te zijn, 't geen aller beleefst aangenoomen; en nu waarschijnlijk reeds volvoerd is, zijnde 't fregat reeds gesteren in den vroegen morgen vertrockken Volgen gekregene tijden ggen was alles in rust en vreede, in tusschen had 't fre„ gat veel akartillerij officieren den boord, waar onder een luitenant kolonel als ook een kolonel van de infanterijsen moogelijk troepen, ende beveelen om zonder eenige plaats aan te doen, Indien te beslevenen kunnen na den ke„ veroorzaaken, wij koopen dat onze beandwoording van den brief vande heeren de Conwagj en S:t Ruveul uwel Ed: gestr: groot agtb: goedkeuring zal wegdraagen, en de swarigheijd uijt den weg geroumt zal weezen: zoo dit laeste geen plaats mogte vinden, zouden woij bij - na moeten veron„ derstellen dat 't op kraakeelen toegelegd was, op 't voorstel van den derden teekenaar, hebben wijde eene hier bij te voegen, een lijst deraan handen zijnde artilleresten, die meest al uit de inlanders en onbe„ beede, kwaame ziekelijke europeesen bestaan, met eerbiedige tede dat teegen t gebrek, daar aan, gunstig mog voorzien worden, en in aanmerking koo„ men, dat daar de voornaamste verdeediging alhier met geschut moet gedaan worden, een genoegzaam groot aantal goede artilleres ten on„ ontbeerlijk is; wij herhaalen ook needrig onze beede om meerder euro peese infanterij, waar van wij zeer onvoorzien zijn, en nog swakker worden, door het ophanden zijnde vertrek, der luxemburgers, zo dat tusschen dezelve en inlandsche troepen in 't geheel geen eevenree„ digheijd meer is. — wij 3333 Wij hebben de eere met diep ontzach te zijn /:onderstond:/ wel edele gestr: groot: agtb: heer en heeren, uwe ledele: gest: groot: agtb: onderdaanige en gehoorzaame dienaaren /:was geteekend:/ I.: I: van Lenden/ D: C: von dribergen: f: C: Shupner /:in margiene:/ Trinkonomale den 15. Meij 1788: Accordeert Eijbrands H lgklerk d — 3334. Kolombo. Aan den wel edelen Gestrengen Groot agtbaaren Heer! Willem Jacob van de Graaff Raad Extra ordinair van neederlands India, Gouverneur in Direchter van het Eijland Ceijlon, met dies onderhoorighee„ den, Neevens den Sekreeten Raad. WelEdele, gestrenge, Groot agtbraeren, Hoog gebiedende Heer! Onze Restanten van buskruit onder ultimo Maij I:o L:, bedraagen, te Tale 109108½. lb: en te Mattire 2437. lb: waar van wij uwel Ed: gestr: groot achtb: bij deezen eerbiedig kennis geeven, en de eere hebben met alle gevoelen van hoog agting te zijn /:onderstond:/ wel Ed: Gestr: Groot agtb: hoog gebiedende Heer. uwel edele gestr: groot achtb: onderdaenige dienaaren /:was geteekend:/ C: D: kraijenhoff, A: C: Lever„ J: Cherret I: Cherret. /:in margiene:/ Taele den 6:' Iunij 1780: Accordeert. W Eijkler Sijbrands 1788: 3349 Kolombo. 3335. Aan den Wel Edelen Gestrenge Groot Agtb: Heer Willem Jakob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Jndia, Gouverneur en Direkteur van het Eijland Cijlon, met dies e onderhoorigheeden, Nevens den Raad. Wel Edele, Gestrenge, Groot Achtbaa„ „re, Hoog Gebiedende Heer. Het verpligt andwoord op uw wel Edele Gestr: Groot Achtb: aanschrijving, weegens de naadere door mij aan den Luijtenant der Artillerij en Eerste Landmeeter Toenander opgedraage kommissie, bij zijne door uw„ „ wel Edele Gestr: Groot Achtb: aanbevoole opneeming, om te Diwietoere een waater passing te doen, ter ontdek„ „king of het overtollig waater uijt dit Landschap niet zoude kunnen worden afgeleijd, door middel van een spruijt te graaven, uijtloopende in het Lak van Madampe, en inwelke kommissie de Moddeljaar en Jnlandsche Saban„ daar, Dias, moeste assisteeren, en van alles nadere Sekreet aan 6
English
can only be offered in a subsequent letter. Most Honorable Sirs, I have thought it best to postpone giving the indication, in accordance with His High Government's letter of 16 December of last year, until the promised justification of the aforementioned Mudaliyar and Native Shahbandar, Don Balthazar Dias, in response to the provisional inspection report submitted on 8 May of last year by the aforementioned Surveyor Foenander concerning his knowledgeable as well as faithful observations of the fraudulent as well as punishable conduct of the said Native Shahbandar and of his father, the Maha and your Honorable and Highly Esteemed Sir's Gate Mudaliyar at Colombo, in their pretended preparation of the fields in the district of Diviture which had been so strongly entrusted to their care, should have been received, when I intended to present them to your Honorable and Highly Esteemed Sirs at the same time. However, I find myself deprived of the latter, because to this day, notwithstanding the strongest assurances of speedy delivery, it has not been submitted, and I have nevertheless conducted myself in such a manner that your Honorable and Highly Esteemed Sir was beforehand clearly and well informed that the further commission assigned by me to the Surveyor Foenander was in no way obstructive to the first and also of the highest importance, and that I was bound thereto solely by reason of honor, office, and duty, and that sending a single European and a native carpenter to survey and count so much cut-down and destroyed precious timber in the district of Diviture, to the irreparable damage of the Honorable Company, could cause little unrest among a very small and insignificant number of poor and entirely innocent inhabitants, but on the contrary very much fear and anxiety for the present Maha and Gate Mudaliyar at Colombo, and for his son, the present Native Shahbandar here. To that end, I previously sent a copy to your Honorable and Highly Esteemed Sir of the instruction or ordinance handed to the said First Surveyor Foenander for this further commission and of his provisionally submitted report concerning the punishable and exceedingly great injury inflicted upon the Honorable Company, which he observed in the said district, which the said Surveyor represents as faithfully as it is skillfully and accurately, and to which I have attached a Note or indication which I consider myself obliged to insert herewith, since I have received no answer to it, and it is therefore not sufficiently certain to me whether it was delivered to your Honorable and Highly Esteemed Sir, and it has a complete bearing on these circumstances, and therefore according to its contents cannot well be passed over, reading as follows: In order beforehand to give the Right Honorable Lord Governor of Ceylon, Van de Graaff, the best assurances that the pretext put forward by his Honorable Maha and Gate Mudaliyar Dias, mentioned in the Company's letter of the 4th of this month, arises purely and solely from his own consciousness of entirely improper conduct, and thus from a well-founded fear of the consequences thereof after a proper and thorough investigation of matters, and not because the work carried out at Diviture, to which the Commander of the Province considers himself bound by honor, office, and duty, would have caused any unrest or commotion among a portion of the people living there, who, including the smallest children, comprise only a number of circa forty souls, there are hereby provisionally offered to His Right Honorable Sir the copies of a provisionally submitted report from the Lieutenant and Surveyor Foenander, and of the instruction or ordinance given to him for the commission, which subsequently, together with the necessary Company letter in which there is very much to observe and which therefore requires much attention and labor, shall be transmitted further. The Right Honorable Lord Governor will, by necessity of the considerations of honor and duty which will certainly appear in these and further subsequent remarks, be pleased to understand that for a subordinate Commander, to whom the care of such a large Province under His Honor's higher authority is entrusted, and who knows no other interests than those to which he considers himself bound and obligated by virtue of honor, office, and duty, it can serve by no means as an encouragement that on the mere pretense of a Native Chief, who has so much self-interest in this specific dutiful investigation, he sees himself thus immediately, and indeed without further summons, restricted and disturbed in the execution of that which he deems useful and necessary for the maintenance of justice and equity, for the advancement of the Master's Service and the country's interests, and in particular for the present Government, and therefore has great reasons to complain about this, to which one summons him, as it were, against his will,
Dutch transcription
#eerft bij eene volgende brief zal konnen aan„ „gebooden worden. Gr: Achtb: aanwijzing doen, volgens Hoogst desselfs Reegerings brief van den 16: December J:o leeden, heb ik best gedagt zoo 8 lange uijttestellen, tot dat de toegezegde verandwoording van gem: Moddeljaar en Jnlands Sabbendaar, Don Bal¬ „thazar Dias, op het provisioneel op den 8. ' Maij J:o lee„ „den, door gem: Landmeeter Toenander ingediend Bezigt weegens zijne zoo kundige, als getrouwe opmerkingen van het gehoude zoo bedriegelijk, als strafbaar gedrag van gem: Jnlands sabandaar en van zijnen vader, de Maha en uw wel Ed: Gestr: Groot Achtb: Porta Moddel„ „Jaar te kolombo, in hunne pretense bekwaammaaking der velden, in het hunne zorgen zoo zeer aanbevoole Land„ „schap je Diuitoere, zoude ingekoomen zijn, wanneer ik die uwel Edele Gestr: Groot Achtb. bij de te gelijk dagt aantebieden, dog mij van het Laaste verstooken vinde, door Jk heb egter zoo gedraen dien het tot heeden /: niet teegenstaande de sterkste verzee„ „gen, dat Uee Ed: Gestr: „ keringen van spoedige bezorging :/ niet in gediend is, en dus uwel Ed: Gestr: Groot Achtbr voor af duijdelijk en wel onderrigt wierd, dat de door mij opgedraage nadere kommissie aan den Landmeeter Foenander, de eerste in geenen deelen hinderlijk, en meede van de Hoogste aangelegentheid is, en ik daartoe alleen eerampt, en pligts weegen opgeleijd ben, en van het afzenden van een enkel„ „de Europees en een Jnlands Timmerman tot het opnee„ „men en tellen van zoo veele omvergehakte en vernielde kostbaare Houtwerken in het Landschap Diwitoere tot onherstelbaare schaade voor de E: komp: wijnig on„ „rust bij een zeer gering en onaanmerkelijk getal van arme en geheel onschuldige Jngezeetenen, maar daar en teegen op zeer 3336 3349 zeer veel angst en bekommering bij den teegenwoordige Maha en Porta Moddeljaar te kolombo, en bij zijnen zoon, den teegenwoordigen Jnlands Sabendaar alhier, konde( veroorzaaken, en uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: ten dien eijnde voor af een afschrift toegeschikt heb, van de aan gem: Eerste Landmeeter Foenander tot deeze nadere kommissie ter hand gestelde Jnstruksie of ordonnantie provisioneel en van zijn provioneel ingediend Rapport weegens het door hem in gem: Landschap opgemerkt, zoo strafbaar toegebragt, over=groot nadeel aan de E: Comp:, het welk gem: Land Meeter, zoo getrouwelijk als kundig en naauw„ „keurig, voorsteld, en ik eene Nota of aanduijding daar bij gevoegd heb, welke ik mij verpligt agt, bij deeze te inse„ „reeren, wijl ik er geen andwoord op ontvangen heb, en mij dus niet zeeker genoeg bekend is of ze wel aan uwel Edele Gestr: Groot Achtb: besteld wierd, en zij tot deeze omstandig„ ƒ „heeden eene volleedige betrekking heeft, en dus na den inhoud niet wel kan voorbij gegaan worden; zijnde al„ „dus luijdende. „ om den Hoog Edele Heer Cijlons Gouverneur van de „Graaff voor af de beste verzeekeringen te geeven dat het „ voorgewende door zijn wel Edele Maha en Porta Moddel„ „ Jaar Dias, vermeld bij Comp:s brief van den 4. ' deezer en„ „keld en alleen uijt eijge bewustheid van geheel verkeerde „behandeling, en dus uijt wel gegronde vreeze voor de ge„ „volgen daar van, na een goed en naauw keurig onder„ „zoek van zaaken, voortkomt, en niet om dat het ver„ „rigte te Diwietoere, waartoe de Gezag voerder der Pro„ „vintie zig eer, ampt en pligtsweegen verbonden agt, „ eenige onrust of opschudding onder een gedeelte van het „het aldaar woonende volk, dat, met de klijnste kinde„ „ren daar bij gereekend, maar een getal van Circum Cir„ „ca veertig zielen uijtmaakt, zoude verwekt hebben, zoo „werden zijn hoog Edele Gestr: bij deeze provisioneel aan„ „gebooden de afschriften van een provisier in gediend rapport „ van den Luijtenant en Land Meeter Foenander, en van „de aan hem tot de kommissie meede gegeeve Jnstruktie „ of ordonnantie, die vervolgens met de daar bij benoodigde „ kompenies brief; waar bij al zeer veel te observeeren valt, „ en dus veel aandagt en arbeijd vereijscht, nader zullen „overgezonden worden. „ De Hooge Edele Heer Gouverneur zal bij noodzaakelijk„ „ heid te betragtingen van eer en pligt; die zeeker in deese „ en meer volgende opmerkingen zullen voorkoomen, wel „gelieven te begrijpen, dat het een ondergeschikt Gezag voer„ „der, aan wien de Zorgen van eene zoo groote Provintie on„ „der zijn wel Edele Hooger Gezag toevertrouwd zijn, en die „ geene andere belangen kent, dan die, waar toe hij zig „eer, ampts en pligts halven gehouden en verbonden agte „gants niet tot aanmoediging kan verstrekken, dat hij zig „ op de bloote voorgaave van een Jnlands Hoofd, die bij „ dit bepaald pligtelijk onderzoek zoo veel eijge belang heeft, „ zoo maar aanstonds, en wel zonder verdere oproeping, be„ „paald en geturbeerd ziet in de uijtoeffening van het geen hij „ tot voorstand van regt en billijkheid, tot bevordering van „ 'S Meesters Dienst, en 's lands aangeleegendheid, en in het „ bijzonder tot eene der teegenwoordige Raageering, nuttig „ en noodig agt, en dus Groote reedenen heeft, zich daarover „ te beswaaren, tot het welk men hem, als teegen zijn zin„ oproept,
English
calls forth, whereby then, this matter will also necessarily fall under closer and more attentive consideration than it might otherwise have done. To Diwietoere only one European and one Native carpenter have been sent; and these will shortly return thither again with Lieutenant Toenander, who has already been back in this city since the 6th of this month, as soon as the heavy downpours cease and the drained water permits the further execution of the commission so well entrusted to him. Gale the 25th of May 1788. This is surely enough to dutifully represent to your Right Honorable Sirs the necessity of these so remarkable and important observations of mine, the undersigned, as Commander of this Province, for the country's interests as required; and the copy annexed hereto of the provisional Report submitted by the first Surveyor Foenander provides the clearest evidence of how dutiful and necessary this meticulous investigation is, concerning the conduct displayed by the Maha Mudaliyar Dias and by his son, the present Native Shahbandar here, in the district of Diwitoere which is so important to the entire colony, and how high time it became to put a stop to the course of all these deceitful practices, so detrimental and ruinous to the Honorable Company, while perhaps a small portion of the so greedily felled and destroyed, so valuable timbers in the aforementioned district may still be preserved and applied to the service of the Country, for which they are so highly necessary. I was already long informed of the greedy and highly deceitful conduct of the above-mentioned Maha Mudaliyar and of his son in the so important district of Diwilare, but could, mostly through lack of sufficiently skilled and trustworthy oversight, obtain no satisfactory information regarding this; the capabilities of the last previous overseer of the Galle Korale were entirely insufficient for that purpose, as has become apparent in many other affairs of the country. I also knew no one in this province who possessed the required skills for this so important commission, other than the Engineer Johannes, who could not be spared from the repair and improvement of the fortification works here, and I recognized in myself also no sufficiently satisfactory knowledge and capability to undertake this so important work without the help or assistance of any other person more competent in that regard, so as to promise myself the desired effect thereof; I was also held back from this precise survey, which requires much time and attention, either by the continual stay of the Company's ships in this Bay, whose dispatch requires much labor and vigilance, or by the violently flooded water in the contrary Monsoon, and it is also certain that the Native Shahbandar, and all the Native headmen so very dependent on him, would have given me no better and more satisfactory information regarding this than what they presented to your Right Honorable Sirs a year ago, during your High Presence at Diwietoere itself, which is why all those now discovered underhand and deceitful practices of these greedy contractors, for the purpose of making suitable the most submerged part of the aforementioned district of Diwitoere into sowing fields and gardens, were kept hidden from your Right Honorable Sirs, and would have remained concealed for a long time yet, had the commission assigned to the skilled, diligent, and unselfish Surveyor Toenandek, to carry out a leveling in the district of Diwitoere to discover whether the excess water from this district could be drained off by means of a canal to be dug so as to empty into the Lake of Madampe, not offered me an accidental good opportunity to have him meticulously investigate the conduct of the Maha and Porta Mudaliyar Dias at Colombo, and of his son, the present Native Shahbandar here, in the aforesaid district of Diwietoere, and to submit a proper and, as far as possible, clear Report thereof, which has already provisionally been accomplished by him; in which Provisional Report of the aforementioned Lieutenant and First Surveyor Foenander the following is cited: Firstly, that the statement given to him by the Native Shahbandar Don Balthazar Dias regarding which, how many, and how large sowing fields, wattorawes, and chenas were worked and sown in the years 1786, 1787, and 1788, does not at all agree with the separate further statement given thereof to the Surveyor by the said Shahbandar on those places themselves, nor with the survey of those lands completed in the year 1784, of which he cites as an example a chena named Maddite godde Hteene, which in the survey of 1784 was estimated at five amunams, by the Shahbandar at
Dutch transcription
3337. 3349 „oproept, waar door dan, ook deeze zaak noodwendig en „ aandagtiger beschouwing zal vallen als ze moogelijk wel „ anderzints zoude gedaan hebben. „ Na Diwietoere zijn maar een Europees en een Jnlands „Timmerman gezonden; en deeze zullen eerst daags weeder „ met den Luijtenant Toenander, die reeds zedert den 6. dee„ „zer weeder in deeze stad is, derwaards, te rug keeren, zo dra „ de swaare slag reegens op houden, en het afgeloope water de „ verdere volbrenging zijner zoo wel aan vertrouwde kommis„ „ sie toelaaten. Gale den 25. Maij 1788. Dit is zeeker genoeg om uwel Edele Gestr: Groot Achtb: de pligt„ „maatige noodzaakelijkheid deezer zoo opmerkelijke en aan„ „ geleegene betragtingen van mij ondergetekende, als Gezag voer„ „der deezer Provintie voor 's lands aangeleegendheid na be„ „hoeven voortestellen, en het hier bij gevoegd afschrift van het provisoir ingediend Berigt van den eersten Land Meeter Foenander leevert de duijdelijkste bewijzen opr hoopligt„ „maatig en noodzaakelijk dit naauw keurig onderzoek, wee„ „gens het Gehoude gedrag van den Maha Moddeljaar Dias en van zijn zoon, de teegenwoordige Jnlandsche Sabendaar alhier, in het voor de Geheele kolonie zoo aan„ „geleegene Landschapze Diwitoere is, en hoe hoogtijd het wierd, om den Loop van alle deeze bedriegelijke en voor de E: Maatschappij zoo schaadelijke en verdervelijke handelwijze te sluijten, terwijl moogelijk nog wel een klijn gedeelte 71 van de zoo baatzugtig omvergekapte en vernielde zoo kostbaare houtwerken in Gem: Landschapze zullen kunnen zig die kunnen behouden blijven, en tot den dienst van het Land aangelegd worden, waartoe ze zoo hooglijk noodig zijn. Ik was reets lange van de baatzugtige en ten hoogste bedrieg „lijke handelwijze van boven gem: Maha Moddel Jaar en van zijnen zoon in het zoo aangeleege Landschapte Diwila „re onderrigt, dog konde, en wel meest door Gebrek aan ge„ „ noegzaam kundig en wel vertrouwd op zigt, dien aangaan Geen voldoende onderrigting bekoomen, de Geschikt heeden van den Laast voorige opziender der Gale Korle waaren daar toe Gants niet toerijkende, gelijk in veele andere Lands aan „ geleegentheeden gebleeken is; Ik wist ook niemand in deeze provintie die tot deeze zoo aangeleege kommissie de vereijsch „te bekwaamheeden had, dan den Jngenieur Johannes, die bij de herstelling en verbeetering der Fortifikaatsie werken al „ hier, niet konde gemist hebben worden, en ik kende in me zelve ook geene mij genoeg voldoende kunde en geschikt hee „den om dit zoo aangeleegene werk, zonder hulp of bijstand van eenig ander daartoe meer bekwaam perzoon te onderstaan mij daar van het gewenscht effekt te belooven; ook wierd ik, of door het geduurzaam verblijf van 's komp:s scheepen in deeze Baaij, welker afvaardiging veel arbeijd en oplettend heid vereijscht, dan wel door het geweldig overstroomende waater in de teegen Mousson, van deeze naauw keurige opneeming, waar „toe veel tijd en aandacht vereijscht word, te rug gehouden, en heb is ook zeeker dat de Jnlands saben daar, en alle de van hev zoo zeer afhankelijke Jnlandsche hoofden mij dien aangaan„ „de geen beeter en voldoender aanwijzingen zouden gedaan hebben, dan zij uwel Edele Gestr: Groot Achtb: nu een Jaar geleeden, bij desselfs Hooge teegenwoordigheid te Diwietoer zelve voorstelden, waar om dan ook alle die nu ondekte Slinkse 3338. 3349 Llinkse en bedriegelijke handelwijzen deezer baatzugtige aanneemers, ter bekwaammaking van het meest onder waater staande gedeelte van gem: Landschapje Diwitoere tot Zaaij„ „velden en Tuijnen, voor uwel Edele Gestr: Groot Achtb: verbor„ „gen gehouden wierden, en nog lange zoude bedekt gebleeven zijn, el zoo de opgedraage kommissie aan den kundige, ijverige en niet eijge belangzugtige Land Meeter Toenandek, om in het Landschap Diwitoere een waterpassing te doen ter ontdekking of het overtollig water uijt dit Landschap door middel van een te graaven spruijt om in het Lak van Madampe uijtte„ „loopen, niet zoude konnen worden afgeleijd, mij niet eene toevallige goede geleegendheid aangebooden had, om hem het naauw„ „keurig onderzoek van het gedaag van den Maha en Porta Moddeljaar Dias te Kolombo, en van zijnen zoon, den teegenwoordige Jnlands Sabandaar alhier, in voorm: Land„ „schap Diwietoere te laaten onderzoeken, en daar van een be„ „hoorlijk, en, zoo veel moogelijk, duijdelijk Rapport overleggen, het geen reets door hem provisioneel volbragt is; In welk Provisioneel Berigt van gem: Luijtenant en Eerste Land„ „ Meeter Foenander het ondervolgende word aangehaald. Eerstelijk, dat de door den Jnlands Sabandaar Don Baltha„ „zar Dias aan hem gedaane opgaave, welke, hoe veelen, en hoe groote zaaijvelden, wattoerawes en Chenassen in de Jaaren 1786. en 1787. en 1788. bewerkt en bezaaijd zijn, in het geheel niet akkordeerd met de afsonderlijke door gem: sabandaar op die plaatsen zelve aan hem Land Meeter daar van gedaane nade„ „re opgave, nog ook met de in het Jaar 1784. volbragte opneem dier gronden, waar van hij tot een voorbeeld op noemd een Chena, genaamd Maddite godde Hteene, die bij den op„ „neem van 1784. of vijf ammonam begroot, door den 5 Sabandaar r te
English
Shahbandar stated for six amonams and thirty-eight koernies, indicated in his submitted roll as 5¾ amonams, yet by the visual estimate of the said surveyor, in which he testifies from long practice not to be able to err greatly, is quite 16 to 17 amonams in size; thus he declares he can place no reliance on those indications, but that the entire district of Diwietoere must be precisely measured, calculated, and described on a large scale, when one will best be able to see what has been done there, and what still needs to be carried out for the public benefit; while he, the surveyor, despite all expended effort, has as yet been unable to obtain any account from the said native Shahbandar of what was performed in the year 1785 in the said district of Diwietoere by the father of the abovementioned Shahbandar in terms of both large and small sowing fields, wattoerawes, and chenas, etc., of which the son pretends that the records reside with his father in Kolombo. Secondly, that neither the aforementioned native Shahbandar nor his father, the Maha Mudaliyar at the Gate of Your Most Honorable in Kolombo, as far as the aforementioned surveyor has seen, has laid out a single square rod of new field, but indeed, according to the statement of the first mentioned, of the old fields lying in the district under consideration, 25 amonams of land are said to have been sown in the year 1785, and the crop thereof harvested three times in succession without further sowing; that those fields were sown again in the year 1787, but the crop thereof perished through inundations; and that in this year the Shahbandar, according to his own statement, has sown on that same place 22 amonams and 8 koernies for the small harvest, whose crop 3339 3349 crop has been partially reaped, and the remainder now lies ripe under water, while another 32 amonams and 4 koernies have been sown for the great harvest, which stand in the same danger of perishing through the water; the said surveyor testifying that the inhabitants situated in the district under consideration have worked much more than the Shahbandar to lay out sowing fields, just as a carpenter at a place named Ekandoeve has laid out a wattoerawe into a very fine field, and has dug out most of the roots of the felled trees there, while various Jageos and other residents there have also in some other places made small rush lands suitable into fields, so that one may well expect that the inhabitants could accomplish much good in Diwietoere if they were permitted to occupy themselves solely with the improvement of many lands there, and were freed from clearing so many chenas and performing other private services in the gardens and fields of the Shahbandar in that district. Thirdly, that the Shahbandar has caused some wattoerawes along the stream of Diwitoere to be cleared and sown, amounting according to his statement together to 15½ amonams of land, yet in addition by private individuals in the year 1786 1½, in the year 1787 1¾, and in the year 1788 9¾, and thus together 13 amonams of land have been cleared and sown. That near Elkandoere a wattoerawe has already been improved into a mud field, but that in the remaining worked wattoerawes all the roots of the trees are still standing, so that they appear to be nothing other than water chenas, especially those laid out by the Shahbandar, in which not even the branches of the felled trees have been cleared out of the way, nor have the roots of the same the same been removed. Fourthly, that four cinnamon gardens have been laid out in the said district, namely one in 1785/6 and three in the year 1787, of which the first, named Ellebeddewatte, was not planted but sown with cinnamon seeds, being one morgen and 408 square rods in size, upon which, according to the compendium of 1786, 77,433 cinnamon trees are said to stand, thus nearly 7¾ trees on every geometric square foot, which appears improbable to the surveyor, wherefore he also promised to mark out some square rods in the places most sown with cinnamon, and have the cinnamon plants standing therein counted, and give a more detailed calculative account thereof; that in one of the other cinnamon gardens only some cinnamon seeds have been planted here and there between the roots of felled trees in a burnt chena, without those roots having been removed, or the ground cleaned; that the third cinnamon garden laid out near the small sluice is still the best among the three mentioned, as the cinnamon plants there stand a covido apart from one another, and will now come along well with the rain; but the fourth, which was laid out in the year 1787 along the foot of a mountain named Karitle Doewekande and is 4 to 5 rods wide, the said surveyor supposes to have been laid out deliberately to create a misleading appearance before Your Most Honorable upon His arrival there, testifying further that all those cinnamon gardens make up 10 morgens and 221 square rods of land, upon which, if the planting occurred according to the order, no more than 30,000 cinnamon trees can stand, but according to the aforesaid
Dutch transcription
Sabandaar voor ses amm:s en Agt en dertig koer nies op ge„ „geeven bij zijn overgegeeve Rol voor 5¾ ammonams be„ „kend gesteld, dog na oogmaat van gem: Land Meeter, waar in hij betuijgd zig door een lange beoeffening niet zeer te konnen misgissen, wel 16. a: 17. amm:s groot is; dus hij verklaard op die aanduijdingen geen staat te konnen maaken, maar dat het geheele Landschap Diwietoere in een groote schaal naauw keurig diend gemeeten, bereekend en beschreeven te worden, wanneer men best zal konnen zien wat daar aan gedaan is, en wat er nog ten nutte diend verrigt te worden terwijl hij Land Meeter niet teegenstaande alle aangewon „de moeite, als nog van gem: Jnlandsch sabandaar geene opgaave konnen bekoomen van het geen in den Jaare 1785. in gem: Landschapje Diwietoere door den vader van boven gem Sabandaar zoo aan groote als aan klijne zaaijvelden, wattoeka„ „wes, en Chenassen enz: verrigt is, van dewelke de zoon vergeeft dat de aanteekeningen bij zijn vader te kolombo berusten. Ten tweede, Dat voorm: Jnlands Sabandaar nog zijn vader de Maha Modliaar aan de Porta van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: te kolombo, zoo verre voorm: Land Meeter gezien heeft, een enkelde quadraat roede nieuwe veld aangelegd, maar wel, volgens opgaave van den eerstgenoemde, van de in gedagte Landschap leggende oude velden, 25. amm:s grond in het Jaar 1785. zouden bezaaijd, en het gewassche daar van drie maalen agter den anderen, zonder eene nadere bezaaijing ingeoogst zijn, dat die velden in het Jaar 1787. weeder bezaaijd zijn, dog het gewasch daar van door overstroo„ „mingen vergaan is, en dat in dit Jaar de sabandaar, volgens eijge opgaave, op die zilfde plaats 22. ammonams en 8. koernies voor de klijne oogst bezaaijd heeft, welker gewasch 3339 3349 gewasch gedeeltelijk gesneeden is, en het overige tans rijp onder water legt, terwijl nog 32. amm:s en 4. koernies voor de groote oogst bezaaijd zijn, welke in het zelfde gevaar staan om door het water te vergaan, betuijgende gem: land Meeter dat de in gedagte Landschap geplaatste inwoonders veel meer dan de sabandaar gewerkt hebben, om zaaijvelden aante leg„ „gen, gelijk een Timmerman op een plaats, gewaamt E Kan„ „doeve, een wattoerawe tot een zeer fraaij veld aan gelegd, en de moeste wortelen der afgekapte boomen aldaar uijt gegra„ „ven heeft, terwijl ook verscheijde Jageos en andere Jnge„ „zeetenen aldaar op eenige andere plaatzen klijne Bieslan„ „den tot velden bekwaam gemaakt hebben, zoo dat men wel verwagten kan, dat de Jnwoonders veel goed te Diwietoere zouden konnen uijtvoeren, indien zij zich alleen mogten bezig houden met het verbeteeren van veele gronden aldaar„ en bevrijd waaren van zoo veele Chenassen te kappen en andere partikuliere Diensten in de Tuijnen en velden, van den sabandaar in dat Landschapje verrigten. Ten derde, Dat de sabandaar eenige wattoerawes langs de spruijt van Diwitoere heeft laaten kappen en bezaaijen uijtmaakende, volgens zijn opgaave te zaamen 15½ amm:s grond, dog bovendien door partikulieren in het Jaar 1786. 1½, in het Jaar 1787. 1¾. , en in het Jaar 1788. 9¾ en dus te zaamen 13. Amm:t grond gesuijverd en bezaaijd zijn. Dat bij Elkandoere een wattoerawe reets tot een modderveld verbee„ „terd is, doch dat in de overige bewerkte wattoerawes alle de wor„ „telen der Boomen nog staan, zoo dat ze niet anders lijkenen te zijn, dan water Chenassen, inzonderheid die door den saban„ daar aangelegd zijn, waarin niet eens de takken van de om vergekapte boomen uijt den weg geruijmd, nog ook de wortels derzelve derzelve uijgehaald zijn. Ten vierde, Dat in gem: Landschap vier kanneel Tuijnen aan„ „gelegd zijn, als een in 1785/6. , en drie in het Jaar 1787. waar van het eerste genaamd Ellebeddewatte, niet beplant maar met kanneel pitten bezaaijd is, zijnde een morgen en 408. kwadraat Roeden groot, waarop, volgens het kompendium van 17864 777433. kanneel boomen zouden staan, dus na genoeg 7¾. boomen op ieder geometrissche quadraat voet, het geen hem Land Meeter onwaarschijnlijk voorkomt, waaron hij ook beloofd eenige quadraat Roeden op de meest met kan„ „neel bezaaijde plaatzen te zullen uijtsteeken, en de daar in staande kanneel planten te laaten tellen, en een nadere kal„ „kulative opgaave daar van doen, dat in een van dlieande„ „re kanneel tuijnen maar eenige kanneel pitten tusschen de wortelen van afgekapte boomen in een afgebranden Chena hier en daar geplant zijn, zonder dat men die wortelen uijt„ „getaald heeft, of de grond schoon gemaakt is, dat de derde bij de klijne sluijs aangelegd kanneel Tuijn nog de beste on„ „der de drie opgenoemden is, alzoo de kanneel planten al„ „daar, een kobido ver van den andere staan, en nu met de reegen wel voortkoomen zullen, dog de vierde, die langs de voet Van een Berg, genaamd karitle doewekande, in het Jaar 1787. aangelegd en 4. 2: 5. Roeden breed is, ondersteld gem: Land Meeter voorbedagtelijk te zijn aangelegd, om voor uwel Edele Gestr: Groot Achtb:, bij Hoogst Desselfs komste aldaar, eene mislijdende vertooning te maaken, betuijgende verder dat alle die kanneel Juijnen 10. moogen en 221. quadraat Roeden gronds uijtmaaken, op dewelken zoo de aanplanting volgens de order geschied is, niet meer dan 30000 kanneel boomen konnen staan, dog volgens het voorsz:
English
aforesaid compendium 877499 trees would be found, namely in the first the aforementioned number of 777433, and in the three others 100066 plants, while the inhabitants are currently busy planting cinnamon on another piece of land on a chena, which the aforementioned surveyor undertakes to ascertain more closely, and to provide an indication thereof as well as of the further condition of various matters in this district in his general report. Adding to this article that the frequently mentioned shahbandar has laid out a coconut garden on a chena, and has planted therein some soursop and halpan wood trees, which garden has not yet been surveyed by the said surveyor, but that at the insistence of the shahbandar he has inspected several other small private gardens in which a number of soursop plants stand, yet he must testify that this can serve as no great merit for this shahbandar, as he had no further trouble with it than having the seeds stuck into the ground here and there, or else, after eating the soursop fruit, throwing its seeds into the forest all around. Fifthly, that upon the survey of six cleared chenas by two skilled carpenters, being a European and a native whom the undersigned assigned to the aforementioned Honorable Toenander upon his proposal to assist him, already within a few days 6444 felled trees were counted and found therein, the greatest part of which is of good assortment and very useful for house and ship building, and of which the said carpenters have submitted a detailed specification, which we also attach hereto, in which the said carpenters declare that far more trees than they have reported have been felled on those chenas, which they could not properly count, while the aforesaid surveyor testifies that the best sorts of the aforementioned felled trees, consisting of ironwood, milila, etc., are for the most part burned, and those found on the chenas cleared in the year 1785 are also already rotten, and that on the remaining chenas cleared in the very same year situated further inland, more and better timber is found than in the aforementioned. That according to a calculative estimate of the said surveyor, in the 127 chenas which according to the declaration of the shahbandar have been cleared during these past three years, and comprise 245 amunams and 32 kurunis, not counting those cleared in the year 1785, fully 100000 trees will be found, a large part of which can still be salvaged, especially from the chenas felled in 1787/8, the said surveyor further assuring that upon measurement the extent of those chenas will amount to twice as much as they do according to the statement of the shahbandar, and that his abovementioned calculation of the timber extends no further than to the chenas, but that in the watturawas a multitude of felled trees lie, consisting mostly of water milila, some oar-woods, and other sorts of timber, which he cannot report at present because the watturawas are submerged under water, wherefore he testifies that no sowing fields can be made from those watturawas as long as those trees lie rotting therein, while that timber could very conveniently and with little trouble and expense be transported to Galle; Judging furthermore that it would be better if the islands whose forests have not yet been felled remained spared, because all the paddy that might grow on the chenas cannot be worth by far as much as the timber that is destroyed thereby and cannot grow back in a century, not counting the smaller sorts such as carrying poles, binding rattans, etc., that were previously gathered from Diviture. Sixthly, the said skilled and diligent surveyor says that he finds himself unable to state how the crops on Diviture have succeeded from time to time, because he could obtain no proper information about it, and according to the manner in which this district is governed by the shahbandar, he cannot make a calculation of how much grain he has harvested therefrom, and that one cannot ascertain how large his share is in the private chenas of various people, so long as the poor inhabitants there are subordinate to him and thus depend so greatly upon his pleasure, and therefore dare not present a true statement thereof. Seventhly, the said surveyor testifies that the Maha Mudaliyar at Colombo and his son, the present native shahbandar in the said district, have had a small canal dug, named Dekande Ela, and placed a sluice therein, which excavation is perpendicular and very narrow, and therefore must soon collapse through the caving in of the loose earth on both sides, as has already begun to happen, while
Dutch transcription
3349 3340. voorsz: kompendium 877499. boomen zouden te vinden zijn, te weeten in de eerste het hier vooren gemelde getal van 777433. , en in de drie overigen 1000 66. planten, terwijl de Jngezeetenen tans beezig zijn om een ander stuk grond op een Chena met kanneel aante planten, die gem: Landmeeter aan„ „neemd nader te zullen weeten, en daar van zoo wel als van de verdere gesteldheid van het een en ander in dit Landschap in zijn Generaal Rapport aanwijzing te doen. Voegende bij dit artikel nog dat meerm: Sabandaar, op een Chena een kokus tuijn aangelegd, en daar in eenige suursaks en salpan houte boomen aangeplant heeft, welke Tuijrs door gem: Land. Meeter nog niet opgenoomen is, dog dat hij verscheijde andere klijne partikuliere Tuijntjes, waarin een partij suursaks plantjes staan, op de aanhouding van den sabandaar, bezigtigd heeft, dog betuijgen moet, dat dit tot geen groote verdiensten van deeze Sabandaar kan strekken als hebbende daar meede geen verdere moeijte gehad, dan de pitten hier en daar in de grond te laaten steeken, of wel„ nadat men de suursak vrugt gegeeten heeft, de pitten daar van rondom in het bosch te werpen. Ten vijfde, Dat bij op neem van ses schoon gemaakte Che„p: -„nassen, door twee kundige Timmerlieden zijnde een Euro„ „pees en een Jnlander die den ondergetekende gemelde E: Toe„ „nander op zijn voorstel tot zijne assistentie toegevoegd heeft daar in reeds, en wel in wijnige daagen 6444. afgekapte ij boomen geteld en gevonden zijn, waar van het grootste ge„ „deelte van goede zooteering en voor huijs en scheeps gebou„ „wen zeer nuttig is, en van dewelke gem: Timmerlieden een omstandige aanwijzing overgegeeven hebben, die wij meede bij deeze voegen, bij dewelke gem: Timmerlieden Verklaaren n kan„ 3 verklaaren dat er nog veel meer boomen, dan zij opgegeeven hebben, op die Chenassen afgekapt zijn, die zij niet wel optellen„ konden spletten, terwijl voorsz: Land Meeter betuijgd dat de beste zoorten van voorm: afgekapte boomen, in ijzerhout, Milile etC=ra:, bestaanden, ten meesten deelen verbrand en die op de in het Jaar 1785. schoon gemaakte Chonassen gevonden worden, ook reets verrot zijn, en dat op de overige in evengem: Jaar gesuijverde verder landwaards in leggende Chenassen meerder en beeter houtwerken dan in de hiervoor„ „vengemelde gevonden worden. Dat, volgens eene kal kula„ „tive bereekening van gem: Laend Meeter, in de 127. Che„ „nassen, die volgens opgaave van den sabandaar zeedert nu drie Jaaren gekapt zijn, en 245. Amm: en 32. koern:s uijtmaaken /:ongereekend de in het Jaar 1785. zijn schoor gemaakt :/ ruijm 100000 boomen zullen gevonden worden, waar van een groot gedeelte nog te regt kan koomen, vooral, van de in 178 7/8. gekapte Chenassen, verzeekerende gem: Land Meeter verder, dat den inhoud dier Chenassen bij de meeting eens zoo veel zal uijtmaaken, als zij na de opgaave van den sabandaar bedraagen, en dat zijne boven gem: kalkulatie van de houtwerken niet verder strekt dan van de Chenassen, dog dat in de wattoerawes een meenigte vn boomen miest in water milile, in eenige Riem„ „houten, en in andere zorteeringen van houtwerken bestaanden, die hij thans niet opgeeven kan, wijl de wattoorawes onder water staan, gekapt leggen, waarom hij betuijgd, dat van die wattoerawos geene zaaij velden konnen gemaakt wor„ „den, zoo lange die boomen daarin leggen te verrotten, terwijl die houtwerken zeer gevoeglijk en met wijnig moeijte en kosten na Gale konnen afgebragt worden; Oordeelende 3343. 3349 waere Oordeelende wijders dat het beeter dat de Eijlanden, warvan de bosschen nog niet weggekapt zijn, verschoond= bleeven, wijl alle de Nelie, die op de Chenassen mogte groeijen, op 't verre na zoo veel niet waardig kan zijn, als de houtwerken, die daar door vernield worden, en in een Eeuw niet weeder opgroeijen konnen, ongereekend de klijndere zoorten als draag „stokken, bindrottings etc=ma die van Dicaitoere bevoorens afgehaald wierden. Ten sesde zegd gem: kundige en ijverige Land Meeter, dat hij zig niet in staat bevind, om optegeeven hoe het ge„ „wasch op Diwitoere van tijd tot tijd geslaagd is, wijl hij daar omtrend geen behoorlijke onderrigting konde krijgen, en hij, volgens de wijze, waar na dit Landschap door den sabandaar beheerst word, geen bereekening kan maa„ „ken hoe veel graanen hij daar uijt ingezaameld heeft, en dat men ook niet kan te weeten krijgen hoe groot zijn aandeel is in de partikuliere Chenasser van deezen en geenen, zoo lang de arme Jngezeetenen aldaar onder hem sorteeren, en dus zoo grootelijks van zijn wel behaa„ „gen afhangen, en dus geen waare opgaave daar van durven voorstellen. Ten zevende, betuijgd gem: Land Meeter, dat de Maha Modliaar te kolombo en zijn zoon, de teegenwoordige Jnlands sabandaar in gem: Landschap een klijne kan„ „naal, genaamt De kande Elle, doen graaven en daar in een sluijs geplaatst hebben, welke doorgraaving perpendiculair en zeer smal is, en dus door het instor„ „ten van de aan weers kanten zijnde losse aarde schielijk vervallen moet, gelijk dat reets een begin genoomen heeft„ terwijl er de
English
while the outflow of the water through it is by no means sufficient to free this district, as required, from the abundant incoming and draining water; that the other sluice, situated in the old stream of Diwitoere, like the aforementioned one, is in a ruined state from others, and that both of them, even if they were in good condition, could nevertheless not serve to free this district from the abundant water entering it, because they are no higher than the banks over which the water washes annually when the river swells. The said Land Surveyor declares accordingly that the work carried out by the Sabandaar or his father, the Maha Modliaar at Kolombo, in the aforesaid district through the making of the aforementioned excavations and sluices consists of nothing other than poor, defective, and thus botched work; and that they, by clearing Chenas, sought only their own profit, and by destroying and ruining so many good and costly timbers have already caused the Honourable Company irreparable damage, and continue to do so, all the more because the Honourable Company under the present circumstances is in such great want of such timbers, which must now be brought from very distant places with great difficulty and expense. All of which particulars the said Land Surveyor testifies to have given purely and conscientiously, and is thus able to confirm under oath, requesting, however, that in case one should doubt this in any way, besides the Honourable Engineer Johannes, who was also commissioned by the undersigned to assist the said Land Surveyor in this very important undertaking, two members of the Council of Policy of this Commandement may be added, in order to enable them to point out the aforesaid and many other frauds committed to the irreparable damage of the Honourable Company, further testifying that this district, on account of the considerable advantages one may promise oneself from it, deserves special attention, but that he cannot positively promise to free it all at once from the overflowing water pressing into it, since he has not been able to conduct the required and necessary investigation in this regard, though he has found through the calculations and surveys made that the lowest lands of Diwitoere lie between six and seven feet higher than the level of the highest water in the sea, which is why it is very possible to free the said district from the excess water, making himself confident of pointing out the means by which the said district can be made fit for cultivation forever, provided he does not have too much opposition from self-interested persons, but may apply what truly serves this purpose without disturbance, while he at the same time undertakes to submit a full and more satisfactory report in this regard after the completion of this entire commission. From this provisional report, it will certainly have become most clearly evident to Your Right Honourable, Valiant and Highly Respected Sir that justice, as well as the honour of the present administration, and thus the true interest of the Honourable Company, especially with respect to this Government, absolutely require that this so important commission be brought to an end as quickly and accurately as possible, so that one may at least save something from the tremendous destruction of so many costly timbers to the irreparable damage of the Honourable Company, and that the guilty parties may be ordered to pay proper compensation for what was ruined so selfishly, in order that justice may remain unassailable, and other Native Chiefs, so exemplarily punished for their carelessness in letting certain sappanwood and other trees perish or die, may have no cause for complaint, and may all see their reflection in these conspicuous circumstances of the chief who imagines himself so superior to them all, and be convinced that justice knows no respect of persons, but is distributed equally to everyone alike. Your Right Honourable, Valiant and Highly Respected Sir has certainly also understood this as such, and therefore has not replied to the copies sent many days ago of the instructions or ordinance granted by me to the aforementioned First Land Surveyor Foenander and of the provisional report submitted by the said Land Surveyor, with the note or declaration inserted therein, and has thus readily consented to the continuation of this investigation, as it is also now most highly necessary, since the said Land Surveyor, whose honour and reputation are so closely tied to the clear demonstration and execution of this commission, therefore requests at the end of it, besides the Engineer Johannes who was assigned to him, two more members from the Council of Galle, in order to point out further all his remarks and indications on the sites themselves, and to obtain public assurance thereof for his unassailable peace of mind.
Dutch transcription
terwijl de uijtloop van het water daar door gants niet genoegzaam is om dit Landschap na vereijsch van het overvloedige afkoomende en inloopende water te bevrijden dat de andere sluijs, in de oude spruijt van Diwitoere geplaatst, even als de boven gemelde van anderen bouw„ „vallig is, en dat die bij den schoon ze ook goed waaren, egter niet dienen konnen om dit Landschap van het daar inkoomend overvloedig water te bevrijden, wijl ze niet hooger zijn dan de oevers, waar over Jaarlijks bij het opswellen der Rivier het water heen spoeld, verklaa„ „vende gem: Land Meeter mits dien, dat het verrigte door den sabandaar of zijn vader, de Maha Modliaar te kolombo, in voor zijde Landschap door het maaken van de bovengem: doorgraavingen en sluijsen, niet an¬ „ders dan in slegte en andeugende, en dus broddeliwer„ „ken bestaat, en dat zij, door het kappen van Chenassen alleen hun eijge voordeel betragten, en door het vernielen en beder„ „ven van zoo veele goede en kootbaare houtwerken D E: komp: een onherstelbaare schaade reets toegebragt hebben, en nog verder, al zoo de E: komp: in de teegenwoordige omstandig„ „heeden om diergelijke houtwerken zoo zeer verleegen is, en die tans van zeer verre plaatsen met veel moeij te en onkosten moeten aangebragt worden. Alle welke op gaa„ „ven gem: Land Meeter betuijgt, zuijver en gemoedelijk ge„ „daan te hebben, en dus met Eede te kunnen bekragtigen verzoekende egter dat Item, zoo men daar aan eenigzints mogte twijffelen, buijten den E: Jngenieur Johannes, die ook door den ondergetekende gekommitteerd is, om gem: Land # Meeter in deeze zijne zoo hooglijk aangeleegene verrigting en te assisteeren, twee Leeden van den Raad van Polietie deeses 3342. 3349 deezes kommandements moogen toegevoegd worden, ten eijnde Dezelven de voorzijde en veel meer andere gepleeg„ de fraudes tot onherstelbaake schaade voor de E: komp: te konnen aantoonen, met betuijging voorts, dat dit Land„ „schap, weegens de aanmerkelijke voordeelen, welken men zig eed daar van belooven kan, een bijzondere opmerking verdiend, dog dat hij niet positief belooven kan om het, als op een keer en tegelijk van het daar in dringend overvloedig waater te konnen bevrijden, alzoo hij het vereijscht wordende en noodzaakelijk onderzoek des weegens, niet heeft konnen doen, dog dat hij door de gedaane kalkulative bereekenin„ „gen en opneemingen bevonden heeft, dat de Laagste landen van Diwitoere tusschen de zes â seeven voeten hooger legger dan het waterpas van het hoogste water in de zee, waarom het zeer moogelijk is om gem: Landschap van het overtollig waater te bevrijden, maakende zich sterk om de middelen aantewijzen, hoedaanig gedagte Landschap voor altoos ter bebouwing zal konnen bekwaam gemaakt worden, zoo hij met eijge belang zugtigen niet te veel mogte uijtstaande heb„ „ben, maar het wezendlijke daartoe dienende ongestoond mogte aanwenden, terwijl hij teffens aanneemd, na het vol„ „brengen van deeze geheele kommissie een volleedig en meer voldoende Rapport dien aangaande overteleggen. Uijt dit Provisoir Berigt, zal nu zeeker ten duijdelijkste aan uwel Edele Gestrenge Groot Achtb: gebleeken zijn, dat de regtvaardigheid, zoo wel als de eere der teegenwoordig Regeering, en dus het wezendlijke belang der Edele Maatschappij, voor al met betrekking tot dit Gouvernement, volstrekt vereijschen, dat deeze zoo aangeleegene kommissie, zoo spoedig en naauwkurig lietie naauwkeurig moogelijk ten eijnde gebragt worde, op dat men„ ten minsten nog iets van de ontzaggelijke vernieling van zoo veele kostbaare houtwerken tot onherstebaare schaade voor de Edele kompanie kan behouden, en de schuldigen de be„ „hoorlijke vergoeding van het zoo eijge belangzugtig geruij„ „neerde opgelegd worden, op dat het regt onwraakbaar bewaard blijve, en andere Jnlandsche Hoofden, zoo voorbeeldelijk over hunne zorgeloosheid in het laaten uijtgaan of sterven van ee„ „nige sappanhout en andere boomen gestrafd, geen reeden van beklag moogen hebben, en zig allen aan deeze zoo opzigtelijke omstandigheeden van hijn aller zig zoo veel voorstellend Hoofd moogen spiegelen, en overtuijgd worden, dat het Regt geen aanzien van perzoonen kend, maar aan een ieder eever gelijk uijtgedeeld word. uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: heeft dit zeeker ook zoodanig begreepen, en daarom niet op de reede zeedert veele daagen overgezondene afschriften van de aangem: Eerste Land Meeter Foenander door mij verleende Jnstruk„ „tie of ordonnantie en van het provisioneel ingediend be„ e „ behoorende en hier beveer „rigt van gem: Land Meeter, met de daarbij geinsereerde Nota of verklaaring, geandwoord, en dus gaarne in de voortzetting van dit onderzoek bewilligd, gelijk die ook tans ten hoogste noodzaakelijk is, wijl gem: Land Meeter„ wiens eene en reputatie zoo zeer aan de duijdelijke betooging en volbrenging deezer Commissie geleegen legd, en daarom bij het uijteijnde derzelve, buijten den hem toegevoegde Jngenieur Johannes, nog twee Leeden uijt de Gaalsche Raad verzoekt, om alle zijne opmerkingen en aanduijding en op de plaatzen zelve nader aantewijzen, en daar van oopenti lijke verzeekering tot zijne onw raakbaare gerustheid in ƒ
English
3343. 3349 to take in the future, or whether he is to depart for the Capital of the Netherlands Indies on the Company's ship De Leviathan, which is currently ready to sail, in accordance with his repeated request, or rather to return again to the Marivakorle in the Disavany of Mature in order to lead the water of the Maturese River there through an excavation into that of Kattoene, which runs through the Girrewaijs District, to the end that thereby the last-mentioned lands, which due to a lack of rain have so often had to suffer under severe droughts to the great detriment both of the Company and of the unfortunate inhabitants of those lands, may in the future be provided with sufficient water, and thus would either have to wait for one thing after another or be entirely thwarted, upon which far too much depends, for which reason, in the dutiful exercise of the authority entrusted to me, I also make no difficulty in letting the said surveyor, as skilled as he is diligent and faithful, now that the strongly descending rainwater has drained off a little, depart again for the said small district with the two skilled carpenters requested by him, according to the statement already sent to Your Noble, Respected, Highly Esteemed Worship a few days ago, not only to properly accomplish further the commission entrusted to him by Your Noble, Respected, Highly Esteemed Worship, but also to carry out the further orders recommended to him by me, in both of which so important considerations the said First Surveyor will certainly earn the highest praise and honor, of which I hold myself fully assured, and have resolved to proceed myself within a few days likewise to the said small district in order to inspect further all that is remarkable and important there in person, according to the indications of the said Surveyor, and thus to be able to bear open testimony thereof; the said Surveyor Foenander has also, by a further submitted written petition, a copy of which I enclose herewith, urgently requested me to be allowed to obtain a decisive answer to the request made to me on the 21st of April last, of which Your Noble, Respected, Highly Esteemed Worship was most respectfully informed by a letter from the undersigned and the rest of the Galle Government of the 25th of April following, consisting essentially in whether he might return again as First Surveyor to Jaffenapatnam, or else obtain his discharge to Batavia. For which latter, if Your Noble, Respected, Highly Esteemed Worship should decide thereto, he would then still gladly avail himself of the opportunity of the ship De Leviathan, currently lying here in the Bay, to seek this release of his to India's capital, and thus the continuation of this commission cannot well be postponed; also it would be a completely strange and unheard-of thing that a Commander, to whom the cares of so extensive and populous a province under the higher authority of Your Noble, Respected, Highly Esteemed Worship have been entrusted by the High Government of these lands, who occupies one of the first places in the Council of the Government of this extensive Government at the side of Your Noble, Respected, Highly Esteemed Worship, and who knows no other interest than that to which he considers himself bound by honor, office, and duty, always gladly employing all his abilities in the accurate observance thereof, should be hindered and disturbed in the proper execution of that which he deems necessary and useful for the upholding of right and equity, for the well-being of the country and its inhabitants, and thus for the substantial interest of the Noble Company and for the honor of the present Government, upon the bare and entirely improbable pretenses of a native headman who has so much self-interest in the proposed accurate investigation and greatly dreads the consequences thereof, as I have already taken the liberty to state to Your Noble, Respected, Highly Esteemed Worship a few days ago in the written notification cited above and sent to Your Noble, Respected, Highly Esteemed Worship, with the accompanying copies of the ordinance and the provisional report of the worthy surveyor further transmitted herewith. It is also entirely improbable that the surveying and counting of some felled trees in the small district of Diwitoere by two simple carpenters could cause any feared unrest or commotion among a part of the very small number of about forty souls (including the smallest children) living there for some time, and it is all too clear and evident that all this was pretended by the Maha and Porta Mudaliyar Dias, in the hope of thereby obstructing the further investigation of this so improper conduct of his, and he has thus not shrunk from making of it such a great and even [illegible]
Dutch transcription
3343. 3349 in het vervolg te neemen, of met het tans gezeed leggende komp:s schip De Leviathan volgens zijn herhaald verzoek, na de Hoofdplaats van Nederlands Jndia staat te vertrekken, dan wel weeder na de Marivakorle, in de Dessavenij van Mature te rug te keeren om aldaar eed door middel van een doorgraving het waater van de Ma„ „tureese Rivier in die van kattoene, welke door het Girrewaijs Distrikt loopt, te leijden, ten eijnde daar door de laastgemelde landen, die door gebrek van reegen„ zoo dikwijls onder swaare droogtens tot groot nadeel, bij de van de komp: en van de ongelukkige bewoonders dier landen, hebben moeten zugten, in het vervolg van genoegzaam water te voorzien, en dus het eene na het andere zouden moeten wagten dan wel geheel vereijdelt worden, waar aan al te veel geleegen, is, waarom ik in de pligtmaatige uijtoeffening van het mij aan vertrouwd gezag, ook geene swaarigheid maak gem: zoo kundige als ij verige en getrouwe Land Meeter, nu het sterk afkoomende reegen waater een wijnig afgeloopen is, weeder na gem: Landschapje met de door hem verlangde twee kun„ „dige Timmerlieden, volgens de reets aan uwel Edele Gestr: Groot Achtb: voor eenige daagen toegeschikte verklaaring te laaten vertrekken, om niet alleen de hem door uwel Edele Gestr: Groot Achtb: opgedraage kommissie verder na behooren te volbrengen, maar ook de nadere hem door mij aanbevoole last op te volgen, bij welke bijde zoo aange„ „leegene betragtingen gem: Eerste Land Meeter zeeker de hoogste lof en eene zal verdienen, waar van ik mij volkoomen verzeekerd houde, en bepaald heb, om mij binnen eenige daagen meede na gem: Landschap je te men„ over van e Cent heid t. te begeeven om aldaar al het op merkelijke en aangeleege „ne nader in eijge perzoon, volgens de aanwijzingen van gem: Land Meeter, opteneemen, en dus daar van opent„ „lijke getuijgenisse te konnen geeven, gemelde Land Meeter Foenander heeft ook bij een nader ingediend schrijf„ „telijk addres, van het welk ik een afschrift bij deeze voege, mij instantig verzogt, om een beslissend antwoord te moogen erlangen, op zijn aan mij den 21. April Joleeden gedaan Verzoek, waar van aan uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: bij een brief van de ondergeteekende en de verdere Gaalsche Regeering van den 25. April daar aan, eerbiedigst is kennis gegeeven, bestaande hoofdzaakelijk daarin, om of weeder als eerste Land Meeter na Jaffenapatnam te rug te moogen keeren, dan wel zijn onstslag na Batavia te erlangen. Tot welk laaste, indien uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: daartoe mogte besluijten, hij zig als dan nog gaarne van de Geleegendheid van het thans hier in de Baaij leggende schip de Leviathan zoude willen bedienen, om deeze zijne verlossing na Jndias hoofdplaats te verzoeken, en dus kan de voortzetting deezer kommissie niet wel worden uijtgesteld; ook zoude het een Gantsvreemde en ongehoorde zaak zijn dat een Gezagvoerder, aan wien de zorgen van eene zoo uijtgebreijde en volkrijke provin„ „tie onder het hooger Gezag van uweledele Gestr: Groot Achtb: door de hooge Regeering deezer landen toevertrouwd zijn, die in den Raad der Reegeringe deezes uijtgestrekte Gouvernements aan de zijde van uwel Edele Gestr: Groot Achtb: een der eerste plaatzen bekleed, en die geen ander belang kend, dan die waar toe hij zig eer, ampts, en pligt weegen verbonden agt, om alle zijne vermoogens tot de 3 3349 3344. de nauw keurige betragting daar van altoos gaarne aan„ „wend, op die bloote en geheel onwaarschijnelijke voorgaaven van een Jnlands hoofd, die bij het voorgestelde naauw keu„ „rig onderzoek zoo veel eijge belang heeft, en zoo groote„ „lijks de gevolgen daar van dugtende is, in de behoorlijke eed uijtoeffening van het geen hij tot voorstand van regt en billijkheid, tot wel zijn des lands en Desselfs bewoonders, en dus voor het wezendlijke belang der Edele Maatschap„ „pije, en tot eene der teegenwoordige Regeering noodig en nuttig agte, zouden teegengehouden en geturbeerd worden, gelijk ik reets de vrijheid genoomen heb, uwel edele Gestr: Groot Achtb: voor nu eenige daagen, bij de hier booven aangehaalde, en uweledele Gestr: Groot. Achtb. toegeschik„ „te schriftelijke aanduijding met de daarbij gehoorende en hier nevens nader overgaande afschriften van de or„ „donnantie en voor het provisoir Rapport van den Braave Land Meeter te verklaaren. Ook is het gants onwaarschijnelijk, dat het opneemen en tel„ „len van eenige omvergekapte Boomen in het Landschap „je Diwitoere door twee eenvoudige Timmerlieden eenige te dugte onrust of opschudding onder een gedeelte van het aldaar zoederd eenige tijd woonende zeer klijn getal van omtrend veertig zielen /: de klijnste kinderen daarbij gereekend :/ zoude konnen veroorzaaken, en het is maar al te klaar en duijdelijk, dat dit allen door den Maha en porta Modliaar Dias voorgewend wierd, in hoope van daar door het verder onderzoek van deeze zijne zoo verkeerde handelwijze te stremmen, en zig dus niet ontzien heeft daar van een zoo groote en zelfs gele ge woord Joleeden Achtb: bij lsche tis om of terug tavia willen ats ie vreemde wien in„
English
even to make false representations to Your Right Honourable Sir, surely not wishing to recall at those moments how in the year 1784 his cunning and self-seeking machinations against two native chiefs of the castes of the Fishers and Chandos, to which the said chiefs belonged, threw the castes in the next following year into such unrest that the entire province was stirred up thereby, and many poor and worthy people—notwithstanding all precautions and intercessions undertaken for their preservation and protection by me, as commander of this province, which cannot possibly have escaped the memory of Your Right Honourable Sir—had to suffer innocently for so long, until their case was brought to an end by the slow course of judicial proceedings, and they were declared completely innocent; whereupon the halting, perhaps for weightier reasons, of the otherwise dutiful investigation before infallible justice against those who had accused them so falsely, certainly kept concealed many of the evil and cunning deeds of the aforementioned Maha Mudaliyar to the ruin and persecution of those poor people, of which almost no one in this province doubts. This commotion, which caused so much stir and was yet so happily quelled, among so many thousands of people as mainly constitute the Fishers and Chandos in this province, was certainly of a completely different outlook than that which might possibly occur among a portion of the few inhabitants of Diwitoere, even though they might also be incited thereto by a great influence of the Maha Mudaliyar, who is so very feared by them; and Your Right Honourable Sir will kindly admit that regard for such misgivings might very easily hinder all important investigations into frauds and other mistreatments among the native population, if one were to show even the slightest appearance of being troubled by their unrest or discontent, after which one would certainly, upon the destruction or neglect of some important plantations and the alienation of native products for the service of the Honourable Company, and after other important matters, no longer be able to make the least inquiry, and one would thus see oneself forced to abandon all important investigations, which would soon overthrow all good order. Your Right Honourable Sir certainly took greatly to heart, while exercising authority in this province, the so important improvement of the small district of Diwitoere in order to make it suitable for sow-fields and gardens, and to that end proposed in a separate letter of 31 August 1784 to the Honourable Governor and Council at Colombo the possibility and probability of harvesting in the future from this region, the lands of which had been reported to Your Right Honourable Sir as extraordinarily fertile, more paddy than all the paddy revenues of the Galle Korale amounted to together, if this work were commenced and continued with that zeal which this enterprise deserved; and it is even sufficiently plain and clear that Your Right Honourable Sir at that time judged best, and since then has also remained of the same opinion, that the post of Shabandar, formerly attached to the office of overseer of the Galle Korale, and therein so strongly recommended by the Supreme Government of these lands, ought to be conferred upon a native chief, namely the above-mentioned Maha Mudaliyar, as the first undertaker of this later improvement of the small district of Diwitoere, and subsequently upon his son, the present Porta Mudaliyar here, in order to grant them so much more credit and prestige for the continuation of so useful a work as the improvement of the district of Diwitoere; which they have answered very poorly, and have directed all their deeds solely to their own benefit and to the irreparable loss of the Honourable Company, and have pursued them to this day with the greatest presumption. These later contractors for preparing the low fields of the small district of Diwitoere for cultivation will, as soon as they are called to account for their self-seeking practices and especially for the destruction of so much valuable timber and are required to give an accounting thereof, undoubtedly pretend that never, as far as can be traced, was any timber felled for the Honourable Company in the district of Diwitoere and brought to Galle, and that they were even allowed the liberty to cut down some cinnamon trees standing on the high grounds in order later to lay out a better plantation thereof; but who that takes the true interest of the country to heart will be able or willing to accept this excuse as sufficient! The objective of this later preparation of the small district of Diwitoere is certainly wholesome, and in its clear presentation looks mostly to the low and perpetually inundated fields, in order to make them suitable for cultivation
Dutch transcription
zelfs leugenagtige op het bij uwel Edele Gestr: Groot Achtb: te maaken, zig zeeker in die oogenblikken niet willende hevinneren hoe in A:o 1784. zijne listige en waakzug„ „tige beweegingen teegen twee Jnlandsche hoofden de kasten der visschers en Chandos tot welke die bij de hoofden behoor„ „den, in het naast volgende Jaar in zoodanige onrust bragt dat de geheele provintie daar door in beweeging gebragt wierd, en veele arme en braave lieden, in weer„ „wil van alle tot hunne behoudenis en bewaaring door mij, als gezag voerder deezer provintien, betragte voor„ „zorgen en voorbeeden, die onmoogelijk het geheugen van uweledele Gestr: Groot Achtb: konnen ontschooldene hebben zijn, zoo lange onschuldig moeten lijden, tot dat hunne zaak door de langzaam, voortgaande Regtspleegin„ „gen ten eijnde gebragt, en zij voor volkoome onschuldig ver„ „klaard wierden, wanneer het, moogelijk ongewigtiger zee„ „denen, teegen houden van het anders pligtmaatige onder„ „zoek, voor het onfijlbaar Regt teegen die hun zoo valsche„ „lijk beschuldigd hadden, zeeker veele van gem: Moddel„ „Jaars kwaade in listige bedrijven tot bederf en vervol„ „ging dier arme menschen bedekt gehouden heeft, waar aan bij na niemand in deeze Provintie twijffeld. Deeze zoo veel gerugt gemaakt hebbende, en nog zoo gelukkig gestilde opschudding, onder zoo veele Duijzenden van Men„ „schen als voornamentlijk de visschers en Chiandos in deeze Provintie uijtmaaken, was zeeker van een geheel ander uijt„ „zigt, als bij moogelijkheid die onder een gedeelte van de wijni„ „ge bewoonders van Diwitoere zoude kunnen zijn, schoon„ zo ook door een groote invloed van den bij hem zoo zeer ge„ dugte Maha Moddel Jaar daartoe mogten opgeleid worden en 3345. 3349 en uwel Edele Gestr: Groot Achtb: zal wel gelieven toete„ „staan dat het opzigt van diergelijke bedenkelijkheeden wel veel ligt alle aangeleege onderzoek over bedriegerijen en verdere kwaade behandelingen onder den Jnlander zoude konnen teegengaan, wanneer men maar eenige schijn mogte geeven zig aan hunne onrust of ongenoegen te stooren, wan„ „neer men zeeker na de vernieling of verwaarloozing van eenige aangeleegene plantagien, en vervreemding van Jnlandsche Produkten ten dienste der E: Maatschappije, en na andere aangeleegendheeden geen de minste opspeuring meer zoude kunnen doen, en men zig dus genoodzaakt zien om van alle aangeleegene onderzoek af te zien, het geen wel haast alle goede order zoude omver werpen. Uwel Edele Gestr: Groot Achtb: heeft zeeker bij het waar„ „neemen van het gezag in deeze Provintie de zoo aangelee„ „gene verbeetering van het Landschapje Diwitoere, ten eijnde het tot zaaij velden en Juijnen bekwaam te maaken, groote„ „lijks ter harte genoomen, en ten dien eijnde bij een Apparte brief van den 31. Aug:s 1784. aan de Edele heer Gouver„ „neur en Raad te kolombo voorgesteld, de moogelijkheid en waarschijnlijkheid om uijt deeze Landstreek, waar van men de gronden aan uwel Edele Gestr: Groot Achtb: voor buijten gewoon vrugtbaar had opgegeeven, in het vervolg meer Nelie in te oegsten, dan alle Nelie inkomsten van de Gale korle te zaamen uijtmaakten, indien dit werk aange„ „vangen en voortgezet wierd met dien ijver, die deeze onder„ „neeming verdiende, en het is zelfs genoegzaam duijdelijk en klaar, dat uwel Edele Gestr: Groot Achtb: als doen bestdagt, en zeederd ook in gelijk begrip gebleeven is, dat de Post van Sabandaar, voormaals aan den dienst van Nts. van opziender der Gale korle gehegt, en door de hooge Regeering deezer landen daar bij zoo zeer aanbevoolen, aan een Jnlandsch Hoofd, en wel den boovengem: Maha Moddeljaar, als eerste aanneemen deezer laatere verbeete„ „ring van het Landschapje Diwitoere, en vervolgens op zijnen Zoon, de teegenwoordige Porta Moddeljaar alhier diende opgedraagen te worden, ten eijnde hun zoo veel meerder krediet en aanzien tot voortzetting van een zoo nuttig werk, als de verbeetering van het Landschap J Diwitoere, te doen geworden, waar aan zij dan wel zeer slegt beantwoord, en alle hunne bedrijven, alleen tot hun eijge voordeel en tot onherstelbaar verlies voor D E. Maat„ „schappije aangelegd, en tot heeden met de grootste vermee„ „teld heid doorgezet hebben: Deeze laatere aanneemens, om de laage velden van het Land„ „schapje Diwitoere ter kultiveering bekwaam te maaken, zullen, zoo dra ze over hunne baatzugtige bedrijven, en voor al over het vernielen van zoo veele kostbaare houtwerk en aan „gesprooken worden, en zij daarvan reekenschap zullen moeten geeven, ongetwijffeld voorwenden dat nimmer, zoo verre men kan nagaan, eenige houtwerken voor de E: komp: in het Landschapje Diwitoere gekapt, en na Gale gebragt zijn, en dat hun zelfs vrijheid gelaaten is, om eenige op de hooge gronden staande kanneel boomen te moogen wegkapper, om naderhand eene beetere aanplanting daar van aanteleggen, dog wie, die het waare belang des lands ter harte gaat, zal deese verschoo„ „ning voor voldoende konnen of willen aanneemen! Het oogmerk van deeze laatere bekwaammaaking van het Landschapje Diwietoere is zeeker heijlzaare, en ziet in zijne duijdelijke voorstellingen meest op de laage en geduur zaam onder water staande velden, om die ter bebouwing bekwaam
English
3349 3346 to make fit, but by no means to completely ruin the so splendid and costly forests of the very best timber, contrary to the so clearly issued orders, without the Company having been able to derive even the slightest benefit from the trees felled so self-servingly, and the greatest part thereof is already burned or rotted, and presently a considerable quantity still lies under water, from where it will now hardly be possible to retrieve it and bring it to this city. From no district in this so great Province, however, can the heaviest timbers be brought hither with less expense and with greater ease than from Duvitoere, nowhere are they also more necessary than here, and thus the so self-serving conduct of the Maha and Porta Moddeljaar Dias is highly blameworthy and punishable, because it has knowingly and willingly frustrated the good and salutary intentions of Your Right Honourable and has inflicted such an irreparable damage upon the Honourable Company in this colony, which, as an example to others, may well be translated into fair and lawful punishment. And may the undersigned Commander further be permitted to represent to Your Right Honourable that the annexation of the so important post of Native Sabandaar to the Porta Moddeljaar, or to any other Native Chief eminent by his rank in this commandery, is of such an immense influence upon the native, that thereby very many evil deeds and disadvantageous actions for the Company are never presented to the Commander of this Province, and through fear of the so dreaded authority of such a Native Chief, constantly remain, as it were, covered and hidden, no lesser Native Chief daring—who also mostly throughout the entire Province, especially in the best posts, have for a few years all been relatives of the Porta Moddeljaar—and thus much less an impoverished and unprotected inhabitant daring to bring any complaints against such a powerful man, being in all manner of ways and through unbelievable ruses and practices constantly kept back from the Commander's presence, however inclined and openly presented, as has appeared all too clearly to me, the undersigned, in very many instances during my stay here, whereby then also many evil and wrongful treatments both of the said first Native Chief and of his most favoured persons always remain hidden, and thus unchecked and unpunished, whereby the poor and least capable inhabitants suffer nothing but the greatest prejudice, and can shed nothing but hot and bitter tears, and can find their consolation solely in the careful and well-trusted oversight of an overseer most knowledgeable of their laws and customs, to whom their comforting access, especially on his continual journeys through the country and during the exact inspections of the so important plantations, cannot be so easily prevented. Wherefore I also, dutifully and attentively keeping in mind the true interest of the country and of the poor people, also upon the recent occurrence of the vacancy in the service at the decease of the late previous overseer Gratiaan, have so strongly insisted upon a most knowledgeable and capable man, which is so highly required in the present so very backward and completely languishing Land Service, because my other official duties do not permit me to occupy myself continually with the so important Land Service alone, which the High Government of these lands has also thus understood and to that end has assigned such an employee to the Commander of this Province for his support; and it is perfectly clear and evident that an assistant most experienced in such matters serves him most, the land and people are also best cared for thereby, and thus the honour and stature of the Government are maintained and confirmed in the best administration of justice and equity. 3347 3349 And with a less knowledgeable, and even much more with a man completely inexperienced in languages, laws, customs and orders, who must learn all these matters from the ground up, the Commander of the Province, especially in the first years, can expect not the least trustworthy assistance, but must apply himself to instruct him personally, and thus derives more weariness of the spirit than benefit and assistance from him, and in the first two years especially dares not rely upon his reports, whereby then all kinds of inconveniences arise, and which is not a little obstructive to the so important land service, as the undersigned, to his bitter sorrow, has experienced all too much, and presently finds himself in such circumstances that can afford him no encouragement and comfort whatsoever, of which certainly on this occasion no further explanation is necessary, and which is best saved for the future. The more inexperienced an overseer of the Gale Korle is, the more easily the Native chiefs can conceal their customary self-serving and entirely arbitrary treatments of the poor native, and it is thus their business not to let such an inexperienced man come to that knowledge which they so greatly dread, as being entirely contrary to their particular and indeed utterly pernicious intentions, except through deceptive misdirections, and thus very slowly; and thus a Commander of this Province, in his dutiful and well-meaning considerations of the country's and people's affairs, has not only no benefit or service from
Dutch transcription
3349 3346 bekwaam te maaken, dog geenzints om de zoo Leerlijke en kost„ „baare bosschen vanabs alderbest Timmerhout, teegen de zoo duijdelijke geEmaneerde orders aan, geheel te ruineeren, zonder dat zelfs de komp: eenig nut van de zoo baatzugtig omver„ „gekapte boomen heeft moogen trekken, en het grootste gedeelte daar van reets verbrand of verrot is, en thans nog voor een eede aanmerkelijke hoeveelheid onder water legd, van waar het nu beswaarlijk zal konnen opgehaald, en na deeze stad ge„ „bragd worden. Uijt geen distrikt in deeze zoo groote Provintie, zijn egter de swaarste houtwerken met minder kosten en met meerder gemak na herwaards te brengen dan van Duvitoere, nergens zijn ze ook noodiger dan hier, en is dus het zoo baatzugtig gedrag van de Maha en Porta Moddeljaar Dias ten hoogste Wraak en strafbaar, wijl het willens en weetens de goede en hij zaame„ oogmerken van uwel Edele Gestr: Groot Achtb: vereijdeld, en de E: Maatschappije in deeze kolonie eene zoo onherstelbaare schaade toegebragt heeft, het welk tot afschrift van anderen wel in billijke en ragtmaatige bestraffing mag overgebragt worden. en Het zij verder den ondergetekende Gezag voerder geoorlofd uwel„ Edele Gestr: Groot Achtb: voortestellen, dat de toevoeging van den zoo aangeleege Post van Jnlands Sabandaar aan den Pos„„ „ta ModdelJaar, of aan eenig ander door zijn rang aanzienlijk Jnlands Hoofd in dit kommandement van zoo eene overgroote er invloed op den Jnlander is, dat daar door zeer veele kwaade bedrij„ „ven en nadeelige handelingen voor de komp: voor de komp: nim „mer den Gezagvoerder deezer Provintie worden voorgesteld, en door vreeze voor het zoo gedugt gezag van zoodanigean Jlaar„ „der Jnlands Hoofd, geduurzaam als bedekt, en verborgen blijven, durvende zig geen minder Jnlands Hoofd, die ook weest door de geheele Provintie, voor al in de beste Posten zeedert wijnige Jaaren allen van 't Porta ModdelJaars Nabestaanden zijn, en hier en, voor aan en d 1 die hoo„ uwing Nts. en dus veel wijniger een arm en onbeschermd Jngezeetene on„ „staan eenige klagten teegen zoodanig een vermoogend man 92 in te brengen, wordende op allerlije wijze en door ongelooflijke listen en praklijken van s' Gezag voerders teegenwoordigheid, hoe geneegen en oopentlijk ook voorgesteld, geduurzaam te rug gehouden, gelijk mij ondergeteekende bij zeer veele voor„ „vallen, geduurende mijn verblijf alhier, maar al te duijde„ „lijk gebleeken is, waar door dan ook veele kwaade en verkeer„ „de behandelingen zoo van gem: eerste Jnlands Hoofd, als van zijne meest begunstigden altoos verborgen, en dus onbe„ „teugeld en ongestraft blijven, waarbij de arme en minst ver„ „moogende Jngezeetenen niet dan het grootste nadeel lijden, en niet dan heete en bittere traanen moogen storten, en hunne vertroosting alleen konnen vinden, bij het zorgelijk en wel ver„ „trouwd toezigt van een, hunne Regten en gewoonten meest kundige opziender, tot wien hun den vertroostende toegang, voor al in zijne geduurzaame Landtogten, en bij de naauw„ „keurige visitatien der zoo aangeleegene Plantagien, niet zoo ligt kan belet worden, waarom ik dan ook, het waare be„ „lang des lands en des armen volks pligtmaatig en in aandag„ „tige opmerking houdende, ook bij de onlangs voor gevalle vakature van den Dienst, bij het overlijden van den laast voorigen op ziender Gratiaan, om een meest kundig en be„ „kwaam Man, zoo hooglijk bij de teegenwoordige zod zier agterlijk geraakte en geheel kwijnende Land Dienst vereijscht wordende, ook zoo zeer heb aangehouden, wijl mijne overi„ „ge ampts verrigtingen niet toelaaten, mij geduurzaam met der zoo aangeleege Land Dienst alleen beezig te houden, het geen de hooge Regeering deezer Landen ook zoodaanig begrae„ „pen en ten dien eijnde den Gezagvoerder deezer Provintie een zodanig geemplooijeerde tot zijne ondersteuning toegevoegd heeft, en het is volkoome klaar en duijdelijk dat de meest in 3347. 3349 in zoodanige aangeleegendheeden bedreevene meede hulp hom het meeste diend, Land en volk ook best daar door verzorgd, en dus de eer en het aanzien der Regeering bijden bij de beste uijt„ „oeffening van Regt en billijkheid voorgestaan en bevestigt word, en bij een minder kundig, en nog veel meer bij een geheel eed in Taalen, wetten, gewoontens en order bedreeve Man, die alle deeze aangeleegend heeden, uijt den grond opleeren moeten kan de Gezagvoerder der Provintie, vooral, in de eerste Jaaren geen de minste vertrouwelijke hulpe verlangen, maar moet zig toeleggen om hem zelve te onderrigten, en dus maer vermoe„ „ijing des geestes dan nut en bijstand van hem trekt, en zig in de twee eerste Jaaren vooral niet op zijne rapporten verlaaten durft, waar door dan allerleij ongeleegend heeden ontstaan, en den zoo aangeleege land dienst niet wijnig hinderlijk is, gelijk de ondergeteekende, tot zijn bitter Leedweezen, maar al te zeer ondervonden heeft, waral te zeer ondervonden heeft, en zig tans in zodaanige omstandigheeden ziet, die hem gants niet aanmoediging en opbeuring konnen verstrekken, waar van zeeker bij deeze geleegend heid geene verdere uijtlegging noodig is, en best tot het vervolg bespaard blijft. Hoe onbedreeven een opziender der Gale korle is, hoe gemakke„ „lijker de Jnlandsche hoofden hunne gewoone baatzugtige en geheel willekeurige behandelingen over den armen Jnlander konnen bedekken, en het is dus hunne zaak een zoodanig onbedreeve Man niet, dan door bedrogen mislijdingen, en dus zeer langzaam tot die kennis te doen koomen, welke zij zoo zeer dugtende zijn, als niet hunne bijzondere en wel gants verderfelijke inzigten geheel strijdig zijnde, en dus heeft een Gezagvoerder, deezer Provintie in zijne pligt„ =matige en welmeenende betragtingen van slands en volks aangeleegend heeden niet alleen geen niet of dienst van een ƒ
English
a completely inexperienced assistant, but through his lack of skill he even serves to increase daily torments, and he would thus be better served if no assistant for the country service were assigned to him at all, just as I have experienced all too much to my regret, and still suffer daily, whereby the country service must also suffer greatly, as has been demonstrated all too many times. The supplies of servants, coolies, areca, soursop trees, charcoal, firewood, hunting laths, carrying poles, rattan bindings, ollas, mats, lime, floor stones, and roof tiles, etc., which must be delivered by the native sabandaar, also do not proceed according to the intention of your Right Honorable, Highly Esteemed, and the Engineer Johannes, garrisoned here and serving with so much zeal, has repeatedly complained to me about the all too slow delivery of that which is required for the fortress construction, especially of baskets and carrying poles, and assured me in the strongest terms that the supply thereof previously, namely in the presence of the head of the Mahabadde, the Honorable Abraham Lamlant, who in the years 1782, 83, and 84 was overseer of the korle and sabandaar at the same time here, and held that post with so much honor, was never delinquent, but everything was delivered immediately, which now with the native sabandaar continuously, in spite of all earnest admonitions, proceeds very slowly, and that which is delivered is also much worse than the former. From all of which it sufficiently appears that the twofold useful purpose which your Right Honorable, Highly Esteemed envisioned in this arrangement in the year 1785 is in no way fulfilled, and it would thus be better that, just as of old, the overseer of the Galle Korle remains invested at the same time with the post of sabandaar, which has always constituted the most considerable, most important, and most advantageous part of his so weighty office, and thus should best be retained therewith, although your Right Honorable, Highly Esteemed order to me regarding the artful proposals of the Maha Mudaliyar Dias on account of my further given commission to the First Surveyor Foenander, upon his assigned survey of the small district of Diviture, was mentioned in an ordinary company letter, I nevertheless thought it best to convey the obliged answer thereto in a separate letter signed by me alone, so that what is mentioned might not immediately become public. I rest assured, however, that none of the members of the Council of this Commandment would make any difficulty in confirming this letter with their signature as well, as containing nothing but the pure and sincere truth. After the copying of this, the native sabandaar Dias finally produced his pretended defense to the submitted provisional report of the First Surveyor Foenander cited above; it notably contains only that he requests that the necessary accountability concerning the questionable discoveries at Diviture may be demanded of his father at Colombo. A copy of this particular defense I attach hereto, and request to be informed as soon as possible how your Right Honorable, Highly Esteemed understands that this matter, in its so important circumstances, should further be handled by me, according to which I shall conduct myself with all attentiveness, and in which expectation I have the honor to be with all respect. Below stood: Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Lord, your Right Honorable, Highly Esteemed's humble servant. Was signed: C. D. Kraijenhoff. In the margin: Galle, the 6th of June 1788. Agrees. Sijbrands Colombo To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Willem Jacob van de Graaff, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, together with the Council. Right Honorable, Highly Esteemed Lord and Lords, We take the liberty most respectfully to report to your Right Honorable, Highly Esteemed that our remainder of gunpowder in the cellars here, as of the ultimate of the last passed month, has consisted of 69004½ lb., and for the rest we have the honor to be, with deep respect. Below stood: Right Honorable, Highly Esteemed Lord and Lords, your Right Honorable, Highly Esteemed's humble and obedient servants. Was signed: I. F. van Senden, D. C. von Driberg, T. C. Heupner, A. P. Lever, F. P. Stibbe, P. Pietersz. In the margin: Trincomalee, the 4th of June 1788. Agrees. Sijbrands Colombo To the Honorable Lord Willem Jacob van de Graaff, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of that island of Ceylon with its dependencies, together with the Council at Colombo. Honorable, Firm, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Lord and Friends, This serves to accompany a further secret letter to the High Government at Batavia in original and duplicate, with the request to forward the first with the Leviathan, and the second with another opportunity, while I remain with respect. Below stood: Honorable, Firm, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Lord and Friends, your Honor's willing friend and servant. Was signed: I. G. van Angelbeek. In the margin: Cochin, the 23rd of May 1788. Agrees. Sijbrands
Dutch transcription
een geheel onbedreeve meede helper, maar hij strakt hem zelfs door zijne onbedreevendheid tot vermeerdering van da„ „gelijksche kwellingen, en zoude dus beeter gediend zijn wan„ „neer hem in het geheel geen meede helper voor den Land„ dienst toegevoegd wierd, gelijk ik maar al te zeer tot mijn leedweezen ondervonden hebbe, en het nog dagelijks beproeve, waar door de Land Dienst ook grootelijks moet lijden, gelijk al te meermaalen aangetoond is. van De Leveranties Dienstelingen, koelies, Arreek, soorsakboomen houts koolen, brandhout, Jagerlatten, Draagstokken, bind„ rottings, olassen, Matten, kalk, Vloersteenen en Dakpannen enz: die door de Jnlands sabandaar moeten opgebragt worden„ gaan ook niet na de intentie van uwel Edele Gestr: Groot Achtb:, en de hier in guarnizoen leggende en met zoo veel ijver dienende Jngenieur Johannes heeft zig te meermaalen bij mij over de al te traage opbrenging van het geen tot den vesting bouw vereijscht word, voor al van manden en draag „stokken, beklaagd en mij op het sterksten verzeekerd, dat de Leverantie daar van voormaals, en wel bij de teegenwoordig, „heid van het hoofd der Mahabadde, De E: Abraham Lamlant, die in de Jaaren 1782. , 83. en 84. al hier op„ „ziender der korle en Sabandaar te gelijk was, en die post met zoo veel eere bekleede, nimmer agterlijk was, maar alles daadelijk opgebragt wierd, het geen nu bij den Jnlands sabandaar geduurzaam, in weerwil van alle ernsteg aanmaaningen, zeer traag voortgaat, en het geleeverd wor„ „den ook veel slegter dan het voorige is. Uijt al het welk dan genoegzaam blijkt, dat aan het dubbeld nuttig oogmerk, het welk uwel Edele Gestr: Groot Achtb: zig bij deeze schikking in A:o 1785. voorstelde, in geenen 2 3349 3348. geenen deelen voldaan word, en het dus beeter waare dat eeven gelijk van ouds, de opziender der Gale Korle teffens met den Post van Sabandaar bekleed blijft, het welk ook het aanzienlijkste, aangeleegendste en voordeeligste gedeelte van zijn zoo gewigtig ampt altoos uijtgemaakt heeft, en heed dus best daar bij diend behouden te blijven, schoon uwel„ „ Edele Gestr: Groot Achtb: aanschrijving om mij op de listige Voorstellen van den Maha Moddeljaar Dias weegens mijne nadere gegeeve kommissie aan den Eersten Land Meeter Toenander, bij zijne opgedraage opneeming van het Landschapje Diwitoere, bij een gewoone komp: Brief vermeld is, heb ik egter best gedagt het daarop ver„ „pligt andwoord bij een aparte en door mij alleen geteekende Brief te bedeelen, op dat het vermelde niet daadelijk alge„ „meen mogte worden. Ik houde mij egter verzeekerd dat geen der Leeden van den Raad deezes kommandements eenige swaarigheid zoude maaken deeze Briev ook met hunne handteekening te bekragtigen, als niet dan de d zuijvere en opregte waarheid. in houdende. Na het afschrijven deezes heeft de Jnlands sabendaar Dias eijndelijk zijne pretense verantwoording op het ingediend provisioneel, en hier booven aangehaalde Rapport van den Eerste Landmeeter Foenander voortgebragt, zij houd alleen aan merkelijk in, dat hij verzoekt dat de noodige verandwoordiging over de questieuse ontdekkingen te Diwitoere van zijnen vader te kolombo mag ge„me „vraagd worden, een afschrift van deeze bijzondere ver„ „andwoordiging voege ik bij deeze, en verzoeke hoe eer zoo beeter te moogen onderrigt worden, hoe uwel Edele Gestr: gel ik „ 3 Gestr: Groot Achtb: begrijpt, dat dit geval in zijne zoo aangeleegene omstandigheeden verders door mij zal die„ „nen behandelt te worden, waar na ik mij met alle oplet„ „tendheid zal schikken, en in welke verbijding ik de eere hebbe met alle agting te zijn. /onderstond:/ wel Edele Gestrenge Groot- Achtbaare Hoog Gebiedende Heer uwel Edele Gestr: Groot Achtb:r onderdanigen Dienaar /:was geteekend:/ C: D: Kraijenhoff /:in marsine:/ Gale den 6. Junij 1788. W Egkelerk Akkordeert Sijbrands 3349 Kolombo Aan den wel edelen Gestrengen groot agtbaaren Heere Willem Jacob van de Graaff Raad Extra ordinair van nederlandsch: Indien Gouverneur en directeur van het Eijland Ceijlon met dies onderhoorigheiden beneevens den raad Weledele gestr: groot agtb: Heer en Heeren Wij gebruiken de vrijheijd uwel Ed: gestr: groot agtb: eerbiedigst temelden, dat onzen restant aan Bus„ kruijd in de kelders alhier, onder ult:o van de de laast gepasseerde maand, in 69004:½. lb: heeft bestaen en hebben overigens de eer, met diep ontzag te zijn /:onderstond:/ weledele gestr: groot agtb: Heer en Heeren uwel Ed: gestr: groot agtb: onderdaanige en Gehoorzaeme „dienaaren /:was geteekend:/ I: F: van Senden, D: C: vord von Driberg, TC: heupner, A: P: Lever, F: P: Stibbe, P: Pitersz: /:in margiene:/ Trinkonoma„ „le den 4. Iunij 1788. Accordeert. Sijbrands Wlijklerk ma„ 3350. Colombo Aan den Edelen Heer Willem Jacob van de Graaff Raad Extra ordinair van Nederlands Indien mitsgaaders Gouverneur en directeur van dat eiland Ceilon met desselfs onderhoorigheeden Nevens den Raad. Te Kolombo. Edele Erntfeste, Manhafte wijze voorzienige zeer Diskreete Heer en Vrienden. Deeze diend ten geleide, van met een naaderen sekree„ ten brief aan de hoogeRogeering te Batavia in orgie„ „neel en Duplicaat, met verzoek om 't eerste met den Leviathan, en 't tweede met een andere geleegenheid voorttezenden, terwijl ik met agting blijve, /:onder„ stond:/ Ed: Erntf: Manhaf: wijze voorz: zeer Diskreete Heer in vrienden/ uwer wel ed: dienstwillig vrienden Dienaer d Dienaar /:was geteekend:/ I: G: van Angelbeek. /:in mar„ giene:/ koetsiem den 23:' Maij 1788. Accordeert. Sijbrands Eiklerk 10 mar„
English
3351 Colombo To the Right Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord Willem Jakob van De Graaff Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and the Coast of Madura, etc., etc., etc., alongside the Council. Right Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord! I have had the honor to receive your Right Honorable Highly Esteemed's separate letter of May 18th and immediately forwarded the enclosure for Cochin. Today I received an answer thereto from the Honorable Councillor Extraordinary and Governor of Angelbeek. His Honor writes to me that it is presently impossible, on account of the continuous rains, for a troop detachment to march overland to Cochin, especially because of the multitude of rivers, which are each provided with only one small manji boat, with which barely five men can cross at a time. That His Honor also, if it should actually come to that, could easily defend himself until the month of September, and then, should it be necessary, would request troops overland, but that His Honor declined for the present. I shall therefore, in accordance with your Right Honorable Highly Esteemed's orders, cause the remaining three ships with six companies of the Regiment of Meuron to depart for Galle as soon as possible. Regarding the matter of payment, your Right Honorable Highly Esteemed's order has also been complied with, there having only been paid to the Regiment two thousand eight hundred pagodas as a reduction of what stands to its credit, without entering into an inquiry as to what payment the Regiment is entitled. Colonel Bridges, Commandant at Palamcotta, yesterday sent me a permit from the Nawab to allow a detachment of troops to march across his territory from here to Cochin. 3352 This permit is written in Persian; we have no one here who can translate it, and we are therefore unable to send a copy thereof to your Right Honorable Highly Esteemed. But Colonel Bridges has at the same time informed me that the Governor of Madras has sent an English translation of it to your Right Honorable Highly Esteemed. I have the honor to be with due respect and fidelity, Right Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord, your Right Honorable Highly Esteemed's humble and faithful servant, was signed: M. Meker, in the margin: Tuticorin, June 11, Anno 1788. Agrees. Sijbrands First Clerk 3361 Colombo 3353 Secret To the Right Honorable, Strict, Highly Esteemed Lord! Willem Jacob van de Graaff Extraordinary Councillor of Dutch India, Governor and Director of the Island of Ceylon, with its dependencies, alongside the Council. Right Honorable, Strict, Highly Esteemed, High-Commanding Lord! Yesterday I was delivered your Right Honorable, Strict, Highly Esteemed's separate government letter of the 11th of this month, from which I note with no small astonishment: First, That your Right Honorable, Strict, Highly Esteemed is under the impression that your supreme order of December 16 of the past year—to have the Lieutenant and First Surveyor Foenander accurately survey and describe whether the excess water coming down during the rainy monsoon near and around the district of Duvitoere, by which the same is continuously flooded and thus the crops sown on some of its low-lying lands, no matter how timely planted, could very seldom be harvested, could be drained by means of a canal to the Lake of Madampe—has been delayed or held up by me. Second, That your Right Honorable, Strict, Highly Esteemed, upon receipt of my respectful separate government letter of the 6th of this month, and the reports pertaining and annexed thereto, has seen fit to determine that on behalf of your Right Honorable, Strict, Highly Esteemed yourself, and thus from the supreme Government of this Island, a commission is to be dispatched to Duvitoere, which will depart thither toward the end of this week. Third, That it is announced to me anew to do nothing further with respect to the said district until the receipt of your Right Honorable, Strict, Highly Esteemed's further order. May I be permitted to present to your Right Honorable, Strict, Highly Esteemed my respectful representation on these three articles as briefly as possible, flattering myself that your Honor will be pleased to take them into favorable consideration; and to do me that justice to which I, along with all faithful and honor-loving servants of the Noble Company, who know no other interests than those to which they are bound and obliged by virtue of honor, office, and duty, retain such an indisputable claim. I cannot therefore fail to express my great astonishment at how your Right Honorable, Strict, Highly Esteemed could have conceived the notion that I would have delayed the execution of your above-mentioned order of December 16 of the past year to the Lieutenant and First Surveyor Foenander, and it is impossible for me to
Dutch transcription
3351 Kolombo Aan Den wel Edelen Groot Agtb: Hoog gebiedenden Heer Willem Jakob van De Graaff Raad Extra ordinair van Nederlandsch Indien Goe„ „verneur en Direkteur van het Eiland Ceilon en de kuste Madure &=ra &=n &=na Nevens den Raad. Edele Groot Achtb: Wel Hoog Gebiedende Heer! Ik heb de een gehod te ontfangen, uwel Edele groot agtb: hoogst g'sende aparte letteren van den 18. Maij en de ingeslootene voor hoetssien oogenblikkelijk voortgezonden, steden heb ik daer op antwoord ontfangen van den Ede„ „den Heer Raad Extra ordinair en gouverneurs van Angelboek. zijn wel Ed: schrijft wij dat het thans wegens de onophoudelijke re„ „gens onmogelijk is, dat een houps troepen over land na Koetsiem mancheend, voor al wegens de menigte van rivieren„ die die alle maan van een klijne mansjouw voorzien zijn, waermede nauwelijks vijf man te gelijk kunnen overvaeren. Dat zijn Ed: ook indien het werkelijk zo ver mogt koomen, zich ligt zoude hunnen verweeren tot de maand 7ber: en als dan indien het nodig mogte weeken, om valk over land zoude verzoek doen, maer dat zijn Edele voor het tegenwoordige en voor be„ „dankte. Ik zal derhalve volgens uwel Edele groot agtb: hoogst g:tsende ordre de nog aenwezende drie schepen met ses kom„ „penien van het Regiment van Meuren zo spoedig mogelijk na gale laaten vertrokken. In het stuk van betaaling, is ook aen 't bevel van uwel Edele groot Agtb: voldaan, als zijnde eenelijk aen het Regiment betaald twee duijzond agt hondert pagooden en minde„ 7 „ „ning van het geen 't zelve te vooren staet, zouden te treden in een onderzoek tot wel he betaaling het Regiment gerechtigt is. De Heer hollanel Bridges kommandant te Palamcotta, heeft wij gisteren toegezonden een verlof van den Nabab, om een detachement tnoepens. 3352 tnoepen over zijn grand gebied, van hier na koetsiem te mogen laaten marcheeren dit verlof is in het Persiaansch geschreeven, wij hebben hier niemand, die het vertaalen han, en wij zijn dies niet in de mogelijkheid on en uwel Edele groot agtb: een afschrift van te kunnen zenden maer de heer hollo„ „nel Bridges, heeft mij te gelijk kennis gegeeven, dat de heer gouverneur van „kadras en een Engelsche vertaaling van aen uwel Edele groot agtb: heeft gezon„ „den. Ok heb de eer met verschuldigde Eerbied en trouwe te zijn /:onderstond:/ wel Edele groot agtb: hoog gebiedende Heer uwel Edele groot Agtb: onderdaenige en ge„ „trouwe Dienaar /:was getekend:/ M: Meker, /:in margine:/ Tutu Korijn den 11. Iunij A:o 1788. Akkordeert. Sijbrands WeClerk 3361 Kolombo 3353 sekreet Aan den Wel Edelen Gestrengen Groot Achtbaaren Heer! Willem Jacob van de Graaff Raad Extra ordinair van Nederlands India, Gouver„ „neur in Direkteur van het Eijland Cijlon, met dies on„ „derhoorigheeden, Nevens den Raad. Wel Edele, Gestrenge, Groot Ahtb:, Heer! Hoog Gebiedende Gister wierd mij besteld uwel Edele Gestr: Groot Achtb: apaate regeerings brief van den 11. deezer, uijt denwel„ „ke ik met geene geringe verwondering op merk. Eerstelijk, Dat uwel Edele Gestr: Groot Achtb: in het denkbeeld is, dat hoogst desselfs order van den 16. Decemb: des laast gepasseerde om door den luijtenant en eerste Land Meeter Toenander naauw keurig te doen op nee„ „men en beschrijven of het overtollig afkomende water in de reegen Mousson bij en om het Landschap je Duxi „toete, waar door het zelve geduurzaam overstroomd word„ en dus het gezaaijde op eenige der laage gronden daar van, hoe tijdig ook bestaan. , zeer zelden heeft konnen inge„ „oogst worden, niet door middel van een kanaal na het Lak van Madampe zoude konnen afgeleijd wor„ „den, door mij uijt gesteld of opgehouden is. Ten tweede, Dat uw e edele Gestr. Groot Achtb: op den ontvangst ontvangst van mijne eerbiedige aparte Regeerings brief van den 6. deezer, en op de daar toe gehoorenden en daarbij gevoegde berigten heeft goedgedagt, te bepaalen, dat van weegen uwel Edele Gestr: Groot Achtb: zelve„ en dus van de opper Regeering deezes Eijlands, een kom„ „missie na Duvitoere staat afgevaardigt te wor„ „den, die nog in het laast van deeze week derwaards zal vertrekken. Ten derden, Dat mij op nieuw wordaangekondigd niets verder ten opzigten van gem: Landschapje tot den ontfangst order van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: nader te doen. Het zij mij geoorlofd uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: op op deeze drie artikelen mijne eerbiedige representatie zoo kort doenlijk voortestellen, mij vleijende dat hoogst de„ „zelve, die wel in gunstige aanmerking zal gelieven te neemen; en mij dat regt te doen, waar op ik met alle getrouwe en eerlievende Dienaaren der Edele Maat„ „schappije, Die geene andere belangen kennen, dan die, waar toe zij eer, Mat Ampts en pligts weegen verbonden en gehouden zijn, een zoo onbetwistbaare aanspraak behouden; Ik kan dus niet nalaaten mijne groote verwondering te betuijgen, hoe uwel Edele Gestr: Groot Achtb: in het denkbeeld heeft konnen koomen, dat ik de volbrenging van hoogst desselfs booven gem order van den 16. december des laast gepasseerde Jaars aan den luijtenant en Eerste Land Meeter Foenander zoude uijtgesteld hebben, en het is mij onmoogelijk om te ƒ