Inventory 3801
Malabar · 870 pages · 133 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
62 Cochin To the same as before reason my people also cannot come down from Pathnam. Some inquisitive chiefs from the Travancore country have already several times secretly made inquiries here whether Your Honourable Rigorous Right Worshipful has not yet given orders for the repair of the stockades on the islands of Moetoekoene. I have the honour to call myself with the most complete respect. Below stood: Right Honourable Rigorous Right Worshipful High Ruling Lord, Your Honourable Rigorous Right Worshipful's very obedient and humble servant. Was signed: F. C. van Mullertz. In the margin: Cranganore, the 24th of October 1787. The six Chegosa assistants have been reclaimed from the Cranganore commander, and they have also already arrived here this afternoon. At the battery, I am currently busy to make the same two feet wider and one foot higher, but await in all deference Your Right Honourable Rigorous Right Worshipful's highly esteemed orders as to how wide and high I shall actually make it. In this battery, in my judgment, there will for the present be needed four cannons of 3 and 4 lb with their proper ammunition, and two cartridge chests. On the outermost corner of the left wing, Travancore and Paliath troops formerly stood, who had two iron 6 lb cannons with them, and so in case this post should perhaps not be reoccupied by such people, then besides the abovementioned 4 cannons, two of twelve lb might well also be needed to use on the left wing. Yet there will likely be no hurry with the cannons and ammunition before and until one is further informed of the enemy's movements. For the rest, I have the high honour to subscribe myself with all submission. Below 63 Cochin To the same as before Below stood: Right Honourable Rigorous Right Worshipful High Ruling Lord, Your Right Honourable Rigorous Right Worshipful's very humble and submissive servant. Was signed: Js. Pauswijn. In the margin: Ayacotta, the 29th of October 1787. Yesterday evening, when the ordinary Cranganore water manchua went to Mankatti to fetch water for the fort, the same was warned by the Travancore guards not to come out that way any more and fetch water, as they had orders not to let any Company vessels pass; this morning on returning, they were again called upon by the toll houses as well as guards, contrary to custom, to moor to be searched, and were told once again not to come out that way any more to fetch water. I have let it depart again today, provided with a Company flag, to see whether they would let the vessel pass or not, which until now has not yet returned. My other vessels that are accustomed to collect stones, lime, etc., received a similar admonition this morning. I let them depart again to fetch baked roof tiles and floor tiles, which I purchased long ago, but being loaded, they were detained at the tile works with the notification that no grain, water, wood, stones, or anything whatsoever might be transported to Company places or into the realm of the King of Cochin. A prohibition has also been announced in Travancore that the subjects may not accept Cochin fanams, because the King will allow no other small silver coin to circulate in his land than his chakrams. I commend myself to Your Honourable Rigorous Right Worshipful's favour and have the honour to be with high respect. Below stood: Right Honourable Rigorous Right Worshipful High Ruling Lord, Your Honourable Rigorous Right Worshipful's very humble and obedient 64 Cochin To the same as before obedient servant. Was signed: F. C. van Mullertz. In the margin: Cranganore, the 24th of Jan: 1788. Lower down: P.S. This goes off in duplicate, not knowing whether the land road to Cochin is still open. The Cranganore water manchua received permission upon its last departure to go fetch water, on condition that the vessel, like all other passing vessels, must moor at all toll houses to let itself be searched. To that step I have not dared to proceed without Your Honourable Rigorous Right Worshipful's express order and provision. And therefore I have suspended the fetching of water until I have received his high order. My other manchuas are still lying at the tile works loaded with stones. JR Cochin I have the honour to call myself with the highest respect. Below stood: Right Honourable Rigorous Right Worshipful High Ruling Lord, Your Honourable Rigorous Right Worshipful's very humble and obedient servant. Was signed: F. C. van Mullertz. In the margin: Cranganore, the 26th of Jan: 1788. To the same as before From Pathnam via Calicut to Chavakkad, order had been given by the Nabob to seize Aydras Kutti on account of the robbery of the vessel and to send him in irons to Pathnam. The Khansahib or commander of the military of Chavakkad has applied all possible trouble and diligence to catch him, but all in vain. Finally last Friday evening, when Aydras Kutti had gone to the mosque with a small retinue to perform his devotions, the commander came and occupied this mosque
Dutch transcription
62 Koetsiem Aan als Vooren reeden kan mijn Volk ook van Pathnam niet afkoomen Eenige nieuws gieenge Hoofden uit het TrevanKoorse hebben all eenige Keeren onderhands hier laaten verneemen of Uwel Edele Gestrenge Grootachtbaare nog geen ordre tot het herstellen van de Paggers op de Eijlanden van Moetoe¬ Koene heeft gegeeven Ik heb de Eere mij met de aller „volkoomenste Hoogachting te noemen. /:onderstond:/ Weledele Gestrenge Groot„ achtbaare Hooggebiedende Heer, Uwel Edele Gestrenge Grootachtbaare zeer gehoorzaame en onderdaanige Dienaar. /:was geteekend:/ F. C. Van Mullertz. in margine:/ Kranganoor den 24. Oktober 1787: De Ses Chegosse Handlangers hebben van den Kranganoorse Kommandant terug geeischt, en zijn dezelve ook reeds deezen middag alhier gearriveert. Aan de Batterij ben ik thans bezig„ om om dezelve noch twee Voet breeder, en een Voet hooger te maaken, edoch ver¬ wagte in alle Eerbied Uwe Weledele Gestrenge Grootachtbaare zeer g'ëërde ordres, hoe breeden hoog ik dezelve eigent¬ „lijk maaken zal, in deeze Batterij zullen mijnes Oordeels vooreerst vier Ka¬ nons van 3. en 4 l. met zijn behoorlijke Ammunietsie, en twee Kardoes Kisten noodig zijn Op de uiterste hoek van de linke Vleugel, hebben voor deezen Trevan Roorse en Pallieterse Trouppen gestaan, die twee ijzere b. H. Kanons bij zich gehad, en zoo indien deeze post altemits niet wee„ der door diergelijke Volkeren bezet word, zoo zouden buiten de bovengemelde 4. Kanons wel noch twee van twaalf lb. noodig zijn, om op de linker Vleugel te gebruiken Dog zal het denkelijk met de Kanons en Amunietsie noch geen hast hebben, eer en bevoor men van 's Vijands Beweegingen nader ondericht is. Ovrigens hebbe de hooge Eere mij met alle submissie te onderschrijven /: onder- -. - 63 Koetsiem Aan als Vooren /:onderstond:/ Weledele Gestrenge Groot„ achtbaare Hooggebiedende Heer, Uwe Wel„ edele Gestrenge Grootachtbaare Zeer on„ derdaanige en submisse Dienaar /:was geteekend:/ Js Pauswijn /:in margine Aijkotte den 29. Oktober 1787. Gistern avond toen de Kranganoorse ge„ woonlijke Waater Manjouw na Mankat„ ti ging, om Waater voor het fort te haa„ „len, wierd dezelve van de Trevan Noorse Wagten geaverteerd om niet meer die weg uit te koomen en Water te haa¬ len, terwijl zij ordre hadden om geene Kompagnies Vaartuigen te laaten pas„ seeren; heeden morgen in het terug koomen wierden zij weeder van de Toll¬ huijsen als ook Wagten aangeroepen om teegens gewoonte aanteleggen om gevi„ siteerd te worden, en nogmaals aan„ gesegt, om die weg niet meer uit te koomen om Waater te haalen: Ik heb tie hedden weeder laaten vertrek¬ „ken, verzien met een Kompagnies vlag, om te zien of zij het Vaartuig zou„ de laaten passeeren of niet, dat tot nog nog toe niet is terug gekoomen Mijn aandere Vaartuigen die gewend zijn om steene, kalk etc. aftehaalen Kree gen heeden morgen een gelijke Vermaa ning. Ik liet te weeder vertrekken om gebrande dak pannen en Vloerstee¬ nen te haalen, die ik al voor lang ingekogt heb, maar gelaaden zijnde wierden zij aan de Bakkerij gear¬ resteert met aanzeggen dat geen graan, Waater, Hout, Steene of iets hoogenaamt naa Kompc. Plaatzen of in het Rijk van den Koning van Koetsiem mogten vervoert worden. Ook is een Verbot in het Prevan Koosse bekent gemaakt, dat de Onderdaanen geen Koetsiemse fans moogen akceptae¬ „ren, om dat den Koning geen ander Klein zilver geld als zijn Schak arons in rijn land wil laaten volleeren Ih beveele mij in UwelEd. Gestr. Groot„ achtbaare gunst en hebbe de eere met Hoogachting te zijn /:onderstond:/ Weledele Gestrenge Grootachtbaare Hoog gebiedende Heer, UwelEdele Gestr. Groot achtbaare Zeer onderdaanige en ge¬ hoorz . 64. Koetsiem Aan als Vooren hoorzaame Dienaar /:was getee„ kend. / F. C. van Mullertz /:in margine:/ Kranganoor den 24. Jan: 1788. /:lager:/ P. S. Deeze gaat in Duplo af, niet weetende of de Landweg naa Koetsiem noch oopen is. — De Kranganoorse Waater Manjouw heeft bij zijn laasten Vertrek Permissie gekreegen om- Waater te gaan haalen, met konditsie, dat het Vaartuig zoo als alle andere voorbij vaaren¬ de Vaartuigen aan alle Tholhuijs sen moeten anlegen om zig te laaten visiteeren. Tot dien stap heb ik niet durfen overgaan ron„ der Uweledele Gestr. Groot acht„ baare expresse Ordre en Voorsien¬ „nisse. En daarom heb ik het Waa„ terhaalen uitgestelt, tot dat ik Hoog Desselfs ordre heb ontvangen. Mijne andere manjouws leggen nog aan de Panne Bakkerij met steenen gelaaden JR Roetsiem Ik hebde Een mij met de meerste Hoogachting te noemen. /:onderstond) Weledele Gestr. Grootachtbaare Hooggebiedende Heer, U wel Edele Gestr: Groot achtbaare Zeer onderdaa¬ nige en gehoorzaame Dienaar /:was geteekend:/ J. C. Van Mul„ lertz, /:in margine:/ Kranganoor den 26. Jan: 1788. — Aan als Vooren Uit Pathnam over Kalikoet naa Sa„ va Katta, was ordre door de Nabab gegeeven, om Aijdras Koetjie, wee„ gens het berooven van het Vaartuig op te vangen en in de Boeijen naa Path„ „nam op te zenden: Den Kransaib of Kommandant de Militaire van Savakatta heeft alle moogelijke moeite en vlijt aangewend om hem te krijgen maar alles vergeefs. Eijndelijk laaste Vrijdag avond toen Aijares Koetjie na de Moskue met een Klein gevolg was gegaan om zijn Godsdienst te verrichten, Kwam den Kommandant en bezette deeze Mos„
English
10. 65. Mosque whereupon Aijdres Koetjie retreated through a back door to a Moorish house. The Commandant with his detachment pursued him and had the house set on fire, whereby Aijdres Koetjie was forced to come out of it; in coming out, he defended himself as best he could and cut down an officer and 3 Sepoys with his saber, whereupon the order was given to fire upon him; by a shot he was shot through the head, and felled by a horseman with a cut through the neck down into the chest, and thereupon the head was severed from the body. Thus this restless man finally ends his life. Upon many intercessions of a Moorish priest, his body was buried in his father's grave. His wives and children have taken flight on one of his vessels to Kannanoor. I have the honor to call myself with the utmost respect, was written below, Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Sir, Your Right Honorable, Highly Esteemed, most humble and obedient servant, was signed, I. C. Van Mullertz, in the margin, Kranganoor, Koetsiem To the same as before Kranganoor the 29th of January 1788 From the north I have news that the Nabab was about to come down from Patna to Kalekut with an army, but has encamped again not far from Patna. At Tallischerij there is an order that no one from other black nations may enter the city; it is also said that a fleet of the English has arrived there. At Kalekut they keep a good watch, being fearful that the English might undertake something against that place, and these are also certainly the reasons that the Nabab is making movements with his army. North of Pallikatcherij stands an army of the Nabab of 7000 men to bring to reason a certain chief who refuses to pay his contributions. Upon the aforementioned movement of the Nabab, one hears that the King of Trevankoor, the Mamadie, and the English are also on the move to come to the north and intend to post themselves between Pallikatcherij and down here in order to observe the further movements of the Nabab. Wherewith 66. Koetsiem To the same as before Wherewith I have the high honor to call myself with all submission, was written below, Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Sir, Your Right Honorable, Highly Esteemed, most humble and submissive servant, was signed, Js Pauswijn, in the margin, Aijkotte the 21st of March Anno 1788. All incoming reports from the north assure that the Tipoe Sultan is now in earnest about moving. About five months ago he bought peace or an armistice from the Marratters for a considerable sum of money, and if they are willing to remain quiet, he will most certainly not sit still, but where he intends to turn is and remains a secret until now. His intention is to wait out the bad monsoon until all European ships have left their ports and no others can arrive. At Kalikut a great quantity of of rice and paddy straw is being gathered, and all the paddy in the entire country, even up to here, is being bought up, collected, pounded into rice, and brought to Kalekut, as is all the paddy straw that is here in the country. In various places firewood is being chopped and stockpiled. Recently the Sultan had 8000 men advance into and around Pallikatscherie, and 4 to 5000 in various places close by and around Tallischerie. His troops are daily heavily drilled and augmented. I shall pay attention to everything and give Your Right Honorable, Highly Esteemed immediate notice of all his movements. I have the honor to call myself with the utmost respect and reverence, was written below, Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Sir, Your Right Honorable, Highly Esteemed, most obedient and humble servant, was signed, F. C. Von Mullertz, in the margin, Kranganoor the 24th of March 1788. Koetsiem 67 Koetsiem The Nabab is having a road cleared through the mountains to the east of Mallientoere, and to check this work the King of Trevankoor had 16 Poelies or 3200 men march thither a few days ago. In my judgment, one may now no longer doubt that the Nabab will come down very soon. Today many refugees from Arana Htukawe have already passed through here; at Maala everything stands ready to flee, and this evening the goods from the copper pagoda were also brought past here and taken to Chenatte. I shall not fail to inform Your Right Honorable, Highly Esteemed immediately of everything that occurs, and I have the honor to call myself with all respect, was written below, Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Sir, Your Right Honorable, Highly Esteemed, most obedient and humble servant, was signed, F. C. van Mullertz, in the margin, Kranganoor the 26th of March 1788. To the same as before Koetsiem Koetsiem The Nabab or Tipoe Sultan is coming down, as one will assure with truth, in three columns. The motives for his coming will now, so I think, be more than all too well known; but where he actually intends to break through is not known until now. I am well assured from good authority that his intention is by no means to push through to the west of Kranganoor; and even if he did so, that would gain him nothing after all. Aijkotte alone: the entire island of Waijpien belongs to the King of Koetsiem and the Pallietter, his Triepoeterean and bosom friends, and the Moetekoenis are mud shallows on which he fundamentally can accomplish nothing, and even if he had won all of this, he would still have nothing, while he would still have to cross the same rivers to enter the Travancore territory, which is indeed his actual intention. But his true intention, as they say, is to push through the lines to the east of Kranganoor and also to capture Kranganoor, To the same as before where
Dutch transcription
10. 65. Moskue waarop Aijdres Koetjie zig door een agter Deur na een Moors Huis retireerde den Kommandant met zijn Kommando vervolgden hem, liet het Huis in brand steeken, waar door Aijdres Koetjie genoodzaakt was om daar uit te koomen; hij weerde zig in het uitkoomen zoo goed hij kon¬ de en Sabelde een Officier en 3. Si„ „pais ter neer, waar op ordre wierd ge„ „geeven om op hem te vuuren; door een Schot wierd hij door de Kop geschooten en door een Reuiter met een Kap door den Hals tot in de Borst toe neer= geveld en daarop wierd de Kop van het Lichaam afgehant. Zoo eindigt deeze onnstige man eijndelijk zijn Leeven¬ Op veel Voorbeeden van een Moorsche Pre„ ster is zijn Lichaam in zijn Vaders Graf begraaven: Zijne Vrouwens en Kinders hebben de Vlugt op een Zijner Vaartuigen na Kannanoor genoomen. Ik hebde Een mij met de meerste Hoogachting te noemen /:onderstond:/ Weledele Gestr. Grootachtb. Hoog gebieden¬ de Heer, UwelEd. Gestr. Grootachtb: Zeer onderdaanige en gehoorzaame Dienaar /:was geteekend:/ I. C. Van Mullertz /in margine:/ Kran„ Koetsiem Aan als Vooren Kranganoor den 29. Jan: 1788 Van de Noord hebbe tijding, dat de Nabab met een Leger van Patna na Kalekut stond afte koomen, doch heeft zig niet ver van Patna weeder geleegert. Tot Tallischerij is ordre dat niemand in de Stad magkoomen van andere schwarte Naties, ook word gezegt, dat aldaar een vloot van de Engelse zij aangenoomen, op KaleRút hoúden zij goede Wagt, als bevreest zijnde dat de Engelse op die Plaats iets onderneemen mogten, en dit zijn ook zeeker de Reeden dat de Nabab met zijn Leger beweegingen maakt. Noordwaarts van Pallikatcherij staat een Leger van de Nabab van 7000 Man, om een zeeker Hooft, die zijn contributies niet wil ontrigten tot reeden te brengen. Op de voorgemelde Beweging van den Nabab, hoort men dat de Koning van TrevanKoor, de Mamadie en de En¬ gelse ook in Beweeging zijn, om na de Noord te koomen en zich tússchen PalliRatcherij en hier afwaarts willen retten, om de verdere Beweegingen van den Nabab te observeeren. Waar 66. Koetsiem Aan als Vooren Waarmeede de hooge Eere hebbe mij met alle submissie te noemen /:onderstond/ Weledele Gestrenge Grootachtbaare Hooggebiedende Heer, Uwe Weledele Gestr. Grootachtbaare Zeer onderdaanige en submisse Dienaar /:was geteekend/ Js Pauswijn /:in margine:/ Hikotte den 21. Maart A„o 1788. Alle inkoomende berigten van de Noord, verzeekeren, dat het nu den Tipoe Sultan zijn ernst is om zig te beweegen: Voor om¬ trend vijf maanden heeft hij tig de Vreede of ten stilstand van de Marratters voor een considerable Somma Gelds toegekogt en als zij in Rust willen blijven, zal hij vast en zeeker niet still zitten maar waar hij zig naa toe wil Kee¬ ren is en blijft tot nog toe een geheim zijn voorneemen is, om de kwaade Mo„ isson afte wagten tot dat alle Euro„ peese scheepen uit hunne Havens zijn en geene andere Kunnen aan koo¬ men. Op Kalikut word een meenigte van van Rijst en Nelie Stroo vergaaderd en al de nelie in het geheele Land, zelfs tot hier naa toe, word opgekogt, ingezam„ „meld, tot Rijst gestampt en na Kalekut gebragt, als ook al het Neliestroo wat hier in het Land is. Op verscheijde Plaatzen word brandhout in Vorraad Voor Kortlings heeft den gekapt. sultan 8000 man in en om Pallinkat„ schene en 4 à 5000 in verscheijde plaat¬ zen dit bij en om Tallischene laaten aanrúkken. zijne Troepen worden daglijks sterk geexerceerd en geaug¬ menteerd. Ik zall op alles letten en UwelEdele Gestrenge Groot achtbaare van alle Zijne Beweegingen ten eer¬ sten Kennisse geeven. Ik heb de Eere mij met de aller¬ ineerste Hoogachting en Eerbied te noemen. /:onderstond:/ Weledele Gestrenge Groot achtbaare Hoogge¬ biedende Heer, Uwel Edele Gestr: Grootachtb: Zeer gehoorzaame en On¬ p. derdaanige Dienaar /:was geteekend:) F. C. Von Mullertz /:in margine:/ Kranganoor den 24. Maart 1788 Koet„ 67 Roetsiem Den Nabab laat een weg door de Geberg= „tens, bij Oosten mallientoere Kappen, en om dit Werk te stuiten heeft den Koning van Trevankoor voor eenige Dagen 16. Poelies of 3200 man daar- naa toe laaten aan marcheeren: nu mag men het naa mijn Oordeel, niet meer in twijfel trekken dat den Nabab met den eersten zal afkoomen: Heeden zijn reeds veele vlúgtlinge van Arana Htukawe hier gepasseerd, op Maa„ la staat alles gereed om te vlúgten en heeden avond zijn ook de goederen van de koopere Pagood hier voorbij en naa Chenatte gebracht: Ik zal niet man keeren om UwelEdele Gestr. Groot„ achtbaare van alles wat voorvalt ten allereersten Kennisse te geeven en hebbe de Eere met aller Hoogachting mij te noemen /:onderstond:/ Weledele Gestr. Grootachtbaare Hooggebiedende Heer, UwelEdele Gestr. Grootachtbaare zeer gehoorzaame en Onderdaanige Dienaar /:was geteekend:/ F C. van Mullertz /:in mar„ gine:/ Kranganoor den 26. Maart 1788. — Aan als Vooren Kolt„ Koetsiem Den Nabab of Sipoe Sultan komt (:Zoo men met waarheid wil verzeekeren:/ in drie Colonnen af, de beweegreeden zijnen afkomst zal nu, zoo ik meene, meer als al te wel bekend weezen; maar waar hij eigendlijk door wil breeken weet men tot nog toe niet. Jk ben van goeder hand wel verzeekerd, dat zijn intentsie nooit is om bij westen Kranganoor door te dru„ gen, en al deed hij dit ook! dat zoude hem immers niets daan gewinnen. Aijkotte alleen: het geheele Eijland Waijpien gehoord den Koning van Koet¬ siem en den Pallietter zijne Trie„ poeteers en Boezem Vriende, en de Moetekoenis zijn modderpaelen waar¬ op hij in den grond niets kan uitnchten, en als hij dit ook alles zoude gewon¬ „nen hebben hadde hij nog niets, ter„ wijl hij nog dezelve Revieren zoude moe¬ „ten passeeren om in het TrevanKoorse te koomen, het welke doch zijn eigend- lijke voorneemen is. Maar zijn waare Jntentie /:zoo men regd:/ is, om bij Oosten Kranganoor door de Linnie te drngen en ook om Kranganoor te gewinnen, Aan als Vooren al waar
English
68. where he intends to deposit his supply of provisions and ammunition, and once he has that as his magazine, he will be able to penetrate into Travancore territory at any time and under all circumstances. If the Nabob acts in this manner, and he should achieve his objective, every military man and geographer will have to agree and acknowledge that he knows how to wage war with understanding and deliberation. The largest gathering place of his troops is at and around Pallikatscheri, where they arrive daily and make camp. I have taken the liberty to write this letter to your Right Honorable Sir in private, hoping that you yourself will not be pleased to take this amiss. In which hope I live and do myself the honor of naming myself with the utmost respect. Was signed: Right Honorable, Most Worshipful, High-Commanding Lord, your Right Honorable, Most Worshipful's very obedient and humble servant. Was signed: F. C. Van Mullertz. In the margin: Kranganoor, the 27th of March 1788. — Cochin To the same as above. From the north, it has been reported to me that a detachment of 25 cavalrymen and 100 infantrymen has marched from the court of justice to Coimbatore, and having plundered the merchants there at the bazaar, they departed for Calicut. From Patna, a corps of 10000 men set out to come down and attack the Portuguese, but learning that they stood against them, they withdrew back to Patna. In Calicut, Ponnani, Chetwai, Pappinivattom and in the Kranganoor territory, orders have been given to pound their paddy and collect rice, but previously they were ordered to prepare only half of it. Wherewith I have the high honor of subscribing myself with all submission. Right Honorable, Most Worshipful, High-Commanding Lord, your Right Honorable, Most Worshipful's very humble and submissive servant. Was signed: J:s Pauswijn. Cochin 12. 69. Cochin To the same as above. Pauswijn. In the margin: Aycotta, the 28th of March, the year 1788. — Thus my people have returned from the army of Tipu Sultan, which is encamped half a mile northeast of Pallikatscheri on the river Karuvannur; according to their estimate, there are so far no more than 14 to 16000 foot soldiers and about 4 to 5000 cavalrymen with their artillery, elephants, and camels, etc. The army is supplied with rice and all necessities by the King of Cochin, and one of his governors or ministers is present in the army. Many people in the north are holding themselves in readiness to flee; but it is said that a few days ago the army received a secret order to break camp at the first notice and march northward again: a great quantity of rice and military supplies is being gathered at Calicut. I commend myself to your Right Honorable, Most Worshipful's high favor, and have the honor Cochin of naming myself with true respect. Was signed: Right Honorable, Most Worshipful, High-Commanding Lord, your Right Honorable, Most Worshipful's very obedient and humble servant. Was signed: F. C. van Mullertz. In the margin: Kranganoor, the 30th of March 1788. To the same as above. Thus I receive the news that 15000 Travancore troops are marching from the south toward the north; and a part of which passed Parur yesterday. All able-bodied men from 16 to 50 years of age have received orders to proceed as soon as possible to Aluva—the great gathering place of the Travancore troops—with their own weapons; and they have indeed departed there today: what this means, I do not know. I have sent my interpreter to Aluva to learn for certain what kind of extraordinary movement this is, and as soon as he returns, I shall give notice thereof to your Right Honorable, Most Worshipful. 70. Cochin I have the honor of naming myself with the utmost respect. Was signed: Right Honorable, Most Worshipful, High-Commanding Lord, your Right Honorable, Most Worshipful's very obedient and humble servant. Was signed: F. C. von Mullertz. In the margin: Kranganoor, the 31st of March 1788. To the same as above. Thus I receive palm-leaf letters from the north, by which I am warned to send my wife and children away from Kranganoor, and that an army of 10000 men of the Nabob is on its way to march into the region of Kranganoor. I have the honor of naming myself with the utmost respect. Was signed: Right Honorable, Most Worshipful, High-Commanding Lord, your Right Honorable, Most Worshipful's very obedient and humble servant. Was signed: J. C. von Mullertz. In the margin: Kranganoor, the 31st of March 1788. Cochin Cochin To the same as above. Have learned that some hundred infantrymen, ten cavalrymen, and a cannon arrived at Pallikatscheri, and it has just been reported to me that they have departed again for the north on account of the English; among the common folk or rabble, the rumor goes that the King of Cochin has asked for the Nabob's people, in order thereby to frighten or alarm the King of Travancore. Wherewith I have the high honor of subscribing myself with all submission. Was signed: Right Honorable, Most Worshipful, High-Commanding Lord, your Right Honorable, Most Worshipful's very humble and submissive servant. Was signed: Joh. Pauswijn. In the margin: Aycotta, the 1st of April, the year 1788.
Dutch transcription
68. alwaar hij van Zinds is om zijn Voorraad van Provisie en Amunitsie neer te stellen en als hij dat tot zijn Maga zijn heeft, zal hij alle dagen er bij alle geleegendheeden in het Prevankoorse Kunnen indringen Als den Nabal op die wijze ageerd, en hij zijn Oogmerk mogte bereijken, zal een jeder Krijgs en Landkundige moeten toestemmen en bekennen dat hij den Oorlog met Ver¬ staand en Overleg weet te voeren. De grootste Verzaamel plaatz zijner Troepen is op en om Pallinkatschne, alwaar zij alle dagen aankommen en Kampeeren. Ik heb de Vrijheid gebruikt Uweledele Gestrenge Grootachtbaare deeze brief in het Partikúlaire te schrijven verhoope dat Hoogden zelven Zulks niet kwaalijk zol geliefen te duiden. In welke hoop ik leefe en mij de Eere geeve om met de meerste Hoogachting te noemen. /:onderstond:/ Weledele Gestrenge Grootachtbaare Hoog gebiedende Heer, Uweledele Gestr. Groot achtbaare teer gehoorzaame en Onderdaanige Dienaar /:was geteekend:/ F. C. Van Mullertz /:in margine, Kranganoor den 27. Maart 1788. — Koetsiem Aan als Vooren. Van de noord is mij berigt, dat van Salle¬ Katcherij na Kosem boettoer een Kom¬ mando marcheerd zijn van 25. Man Cavallerij en 100 Man Invanterij en aldaar de Kooplieden op de passaer geplundert hebbende, zijn zij vertrokken na Kalekut. Van Patna is een Corps van 10000 Man opgebrooken om afwaarts te koom en de Portúgeesen aante doen, doch verneemende dat die zig teegens hun stelden, hebben zij zig weeder na Dat na terug getrokken. Te Kalekut, Panani, Settua, Paponet„ te en in het Kranganoorse Gebiet, is or- „dre gegeeven om hun Nelie te stam„ „pen en rijst te verzammelen, dog voorgestem is hun gelast om maar de helfte klaar te maaken Waarmeede de hooge Eere hebbe mij met alle súbmissie te onderschrijven. Weledele Gestr. Groot achtbaare Hoogge¬ biedende Heer, Uwe Weled: Gestr. Grootachtb: zeer onderdaanige en submisse 8 Dienaar /:was geteekend:/ J:s Paus- Roetsiem wijn 12. 69. Koetsiem Aan als Vooren „wijn. /:in margine:/ Ayhotta den 28. Maart A„o 1788. — Zoo komt mijn Volk uit de Leeger van Sipoe sultan dat gekampeerd staad een Keer Mijl Noordoostwaards van Pallinkatschene aan de Revier Karoenie, naa haar gissing zijn ter tot nog toe niet meer als 14. á 16000 Voet volk en omtrend 4. àâ 5000 Kaval„ lensten met haare Arthillene, Oli¬ phanten en Kameelen etc. het Lee„ ger word van Rijst en alle benoodighee¬ „den door den Koning van Koetsiem voor„ tien en een zijne Regidoors of Minis¬ „ters bevindtig in het Leeger. Veele Menschen om de Noord houden zich klaar om te vlugten; maar men zegd dat het Leeger voor een paar dagen een geheime ordre heeft ontvangen om op eerste avertissement op te breeken en weeder Noordwaarts te manheeren: een meenigte van Rijst en Krijgs benoodig¬ heeden word op Kalikut verzameld. Ik beveele mij in UwelEdele Gestr. Grootachtbaare Hooge Gúnst, en heb¬ be Koetsiem „be de Eere mij met waare Hoogachting te noemen. /:onderstond:/ Weledele Gestrenge Groot achtbaare Hooggebie¬ „dende Heer, Uweledele Gestr. Groot acht„ baare Zeer gehoorzaame en onderdaan¬ ge Dienaar /:was geteekend F. C. van Mullertz /:in margine:/ Kranganoor den 30 maart 1788. Aan als Vooren zoo bekom ik de tijding dat 15000 man Tre van Koorse Troepen van de Zuid Noord waards marcheerd; en waar van een gedeelte gistern Parroer gepasseerd is. Alle weerbaare Mannen van 16 tot 50. Jaaren hebben ordre ontvangen om zich ten allereersten na Terre dalwa- /:de groote verzaamelplaatz van de Tre„ van Koorse Troepen:/ met haare eigene Waapenen te begeeven; en zij zijn ook wuerkelijk en van dag daar naa toe vertrokken: wat dit beduid weet ik niet. Ik heb mijn Tolk naa Terre dalva toegezonden, om zeeker te wee„ ten wat dit voor een buiten gewoone Be„ weeging is, en zal, zoo haast hij tenik komt, Uweledele Gestr. Groot achtbaare daar 70. Koetsiem daarvan Kennisse geeven Jk heb de Eere mij met de allermeer„ ste Hoogachting te noemen /:onderstond/ Weledele Gestrenge Grootachtbaare Hooggebied ende Heer, Uweledele Gestr. Grootachtbaare Zeer gehoorzaame en onderdaanige Dienaar /:was geteekend:/ F. C. von Mullertz /:in margine:/ Kranganoor den 31. Maart 1788. Aan als Vooren Zoo bekom ik Oolassen van de Noord waarbij mij gewaarschuwd word, om mijne Vrouw en Kinder van Kranganoor weg te zenden, en dat een Leeger van 10000 man van den Nabab opweg is, om in de Geegend van Kranganoor in te ruk„ ken Ik hebde Eere met de meerste Hoog- achting mij te noemen. /:onder„ stond:/ Weledele Gestr. Grootachtbaare Hooggebiedende Heer, Uwel Edele Gestrenge Grootachtbaare Zeer gehoorzaame en onder Roetsiem Aan als Vooren Hebbe vernoomen dat op Pallik atscherij eenige Hondert Man Invanterij, tien Man Kavallerij, en een Kanon zij aan„ „gekoomen en zoo even word mij berigt„ dat zij weeder vertrokken zijn naa de Noord, om de Engelse willen, onder het gemeene Volk of gepeúbel gaat het Gesprek dat de Koning # van Koetsiem Nababs Volk heeft gevragt, om de Koning van Trevan„ Koor daar door brevrest of bang te maa¬ ken Waarmeede de hooge Eere hebbe mij met alle submissie te onder„ schrijven. /:onderstond:/ Wel Edele Gestrenge Grootachtbaare Hooggebie¬ dende Heer Uwe Weledele Gestr. Groot achtbaare Zeer needrige en Onderdaanige Dienaar /: was getee„ kend:/ Joh. Pauswijn /:in margine/ Aikotte den 1. April A„o 1788. onderdaanige Dienaar /:was geteekend:) J. C. von Mullertz /:in margine:/ Kranganoor den 31. Maart 1788. Roetsiem
English
Koetsiem To the same as before Tonight all Canarese women have fled both from here and from Kranganoor. At our custom houses lie a multitude of empty rice manjouws belonging to the King of Koetsiem, who do not dare to depart to the north, as they are being pressed to transport the necessities for the Nabab's army up and down. They request and pester me for some Lascars to place on their vessels, which I dare not give them in these troubled times without your Right Honorable, Highly Esteemed, Sovereign orders. We therefore await His High orders. The times are so critical that I dare not come over, nor would I, in my judgment, act responsibly if I were imprudent enough to abandon a post entrusted to me that is threatened with a siege. The Nabab's troops who are on the march have all received two months' wages in advance, and each officer has received a present from the Nabab. The interpreter has returned from Terredalve and found everything there in turmoil; the Trevankoor people are marching eastward; a multitude of ammunition is being brought into the lines and into the forts there, and the line is everywhere being reinforced and improved. I have the honor to call myself with the highest esteem. Below was written: Right Honorable, Highly Esteemed, Sovereign Lord, Your Right Honorable, Highly Esteemed, Most obedient and humble servant. Was signed: F. C. van Mullertz. In the margin: Kranganoor, the 1st of April 1788. In the Trevankoor line at Palliporto, two large new barracks have been built, in which troops are to be stationed; the entrenchments or lines in Trevankoor are everywhere being repaired and well supplied. At Mangatti, 15,000 men have already arrived, and in about four days another 20,000 men are expected to arrive; likewise, the King of Trevankoor is expected there after the lapse of seven days. I have upon this sent an ola to the Sarwadhikari at Koenapalle to learn what is going on, and have received from him the accompanying ola in reply. Wherewith I have the high honor to subscribe myself with all dutiful respect. Below was written: Right Honorable, Highly Esteemed, Sovereign Lord, Your Right Honorable, Highly Esteemed, Most humble and submissive servant. Was signed: J.s Pauswijn. In the margin: Aijkotte, the 4th of April 1788. In the Trevankoor line at Palliporto, four hundred men arrived today, partially armed with muskets, with shield and sword, and with bow and arrow; these men are quartered in the dwellings of the inhabitants. Likewise, another large new barracks has been built, making three in total, though no troops are stationed in it yet, but troops are still expected to be placed therein. Wherewith I have the high honor to call myself with all submission. Below was written: Right Honorable, Highly Esteemed, Sovereign Lord, Your Right Honorable, Highly Esteemed, Most humble and submissive servant. Was signed: J.s Pauswijn. In the margin: Aijkotta, the 7th of April, Anno 1788. To the same as before. Today there arrived in the Trevankoor line at Palliporto the Dalawa, the Sarwadhikari, and five Kariakkars with a retinue of 200 men, of whom 150 were with muskets and 50 persons with bow and arrow; they staked out some places there where cannons will be placed; it is also said that they intend to construct another palisade stockade on the sea beach, and that eight cannons from the little fort of Koenjataij will be brought into the line and the stockade; the aforementioned chiefs have departed again with their retinue for Koenapalle. Wherewith I have the high honor to subscribe myself with all dutiful respect. Below was written: Right Honorable, Highly Esteemed, Sovereign Lord, Your Right Honorable, Highly Esteemed, Most humble and submissive servant. Was signed: J.s Pauswijn. In the margin: Aijkotte, the 11th of April 1788. Tonight I received the news that Tipu Sultan has arrived at Kalikut in person, and 60,000 men are to follow him. I have the honor to call myself with true esteem. Below was written: Right Honorable, Highly Esteemed, Sovereign Lord, Your Right Honorable, Highly Esteemed, Most obedient and humble servant. Was signed: F. C. van Mullertz. In the margin: Kranganoor, the 16th of April 1788. To the same as before. Last night we received news that the King of Trevankoor would be at Crisnawaram in the morning; we therefore set out on our way thither before daybreak, and had the good fortune to see His Highness arrive at half past six, who immediately granted us an audience, sitting in the palanquin before the gate at Crisnawaram, of which meeting we have the honor to forward an ample report to Your Right Honorable along with this. With the dispatch of this, the first undersigned departs from here for
Dutch transcription
Koetsiem Aan als Vooren Heeden nagt zijn alle Kannarijnse Vrouwens zoo wel van hier als uit het Kranganoor„ „se gevlugt: Aan onze Tholh uiten leg= „gen een meenigte van leege Rijst Manjouws van den Koning van Koetsiem die niet om de noorddurfen vertrek„ „ken, terwijl zij geprest worden om de benoodigdheeden voor 's Nababs Leeger naa boven en om lag te brengen. Zij verzoeken en plaagen mij over eenige Laskorijns om op haare Vaartuigen te zetten, die ik zonder Uwel edele Gestrenge Groot achtbaare Hooge ordre in deeze trúble Tijdsomstandig— heeden aan haar niet durf geeven Verwagten daarom Hoog Desselfs ordre. De tijden zijn zoo Cntique dat ik niet darf overkoomen, ook zoude ik naa mijn Oordeel zeer onver¬ „antwoordelijk handelen indien ik onvoorzigtig genoeg was, om een plaats die mij aan vertrouwd is, te verlaaten des met een Beleegering gedrijgt word. De Nababse Trouppen die op Marsch zijn, hebben alle twee Maands Gagie voorúit ontvangen, en elk officier een 13. Moetsiem een preesent van de Nabab gekreegen. De Tolk is van Terre dalve terug gekoo¬ „men en heeft alles daar in Repen Roer gevonden, het Trevan Koorse Volk marcheert Oostwaarts; een meenigte van Amonietsie word in de Linnie en in de Forten aldaar aangebragt, en de Linnie overaal versterkt en verbeteerd Ik heb de Eere mij met de meerste Hoogagting te noemen. /:onderstond:/ Weledele Gestrenge Grootachtbaare Hoog¬ gebiedende Heer, UwEdele Gestr. Groot achtbaare Zeer gehoorzaame en onderdaanige Dienaar /:was geteekend:/ F. C. van Mullertz /:in margine:/ Kranganoor den 1. Apr 1788. In de Tre van Koorse Linie te Palliporto zijn twee neeuwe groote Kasernen ge„ boúwt, en waarin Volk staat gelegt te worden, de Retrangements of Linies in het PrevanRoorse worden overal gere„ „pareert en wel verzien. Tot Mangatti zijn 15000 Man reeds aangekoomen, en over een dag of Aan als Vooren vier 72. Koetsiem Aan als Vooren vier staan nog 20000 Man te koomen zoo meede word de Koning van Trevan„ Koor na Verloop van Seven Daegen al¬ „daar verwagt. Ik heb hierop een Ola gezonden aan den Sara wat Kanakar te Koenapalle, om te verneemen wat 'romgaat, en daarop van den zelven de hiernevens gaande Ola in Aantwoordt bekoo„ men Waarmeede de Hooge Eere hebbe mij met alle pligt schuldige Eerbied te onder¬ „schrijven. /:onderstond:/ Weledele Gestrenge Groot achtb. Hooggebiedende Heer, Uwe WelEdele Gestr: Groot achtb: zeer onderdaanige en submisse Dienaar /:was geteekend:/ J:s Pauswijn . /:in margine:/ Aijkotte den 4. April 1788. In de TrevanKoorse Lienie te Pallipor¬ „to zijn heeden aangekoomen vier hon„ „dert Man, gedeeltelijk gewaapend met Geweeren, met Schild en schwaart, en met sylen Boog, deeze Manschappen leggen - Koetsiem leggen in de Woningen der Inwoonders: zoo meede is nog een groot nieuwe Caser„ nen gebouwt, dus drie in het geheel edog daarin legt nog geen Volk, doch word nog Volk verwagt om daarin geplaatst te worden Waarmeede de hooge Eere hebbe, met al „le submissie mij te noemen. /:onder„ stond:/ Weledele Gestrenge, Grootachtb: Hooggebiedende Heer, Uwe Wel edele Gestrenge Grootachtbaare Zeer onder„ daanige en Súbmisse Dienaar. /:was geteekend:/ Js Pauswijn /:in margine:/ Aijkotta den 7. Apr. A„o 1788. Aan als Vooren. Heeden Zijn in de TrevanKoorse Linie tot Palliporto gekoomen, de Dallawa, de Sar„ wadikanakar, en Vijf Kanakar met een gevolg van 200 Man, waarvan 150 met : Geweeren en 50 koppen met Pijl en Boog, zij hebben aldaar eenige Plaat„ ten afgestooken alwaar kan ons zullen geplaatst worden, ook word gezegt dat rij 14. 73. Koetsrem Aan als Vooren zij nog een pagger van Pallisaden aan zee strand willen aanleggen, en dat in de Linie en de Lagger, agt Kanons van het Fortje Koenjataij ztullen gebragt worden, voor gemelde Hoofte zijn met hun gevolg weeder vertrokken na Roeriapalli. Waarmeede de hooge Eere hebbe mij met alle plichtschuldige Eerbied te onderschrijven /:onderstond:/ Weledele Gestr. Groot achtbaare Hoog gebiedende Heer, Uwe Weledele Gestrenge Groot achtbaare Zeer onderdaanige en Submisse Dienaar /:was geteekend:/ J:s Pauswijn /:in margine:/ Aijkotte den 11. Apr. Heeden nacht bekom in de tijdig dat Tipoe Sultan Zelfs in Perzoon op Ka¬ likut is aangekoomen en 60000 Man staan hem te volgen. Ik hebde Eer met waare Hoogach¬ ting te noemen. /:onderstond:/ Weledele Gestr: Grootachtbaare Hooggebiedende Heer 1788. Koetsiem Heer, Uweledele Gestr. Groot achtbaare Zeer gehoorzaame en onderdaanige Dienaar. /:was geteekend:/ F. C. van Mullertz /:in margine:/ Kranga noor den 16. April 1788. — Aan als Vooren In de gepasseerde nacht Kreegen wij nancht dat de Koning van Prevan„ koor met de morgen te Crisnawa„ „ram zoude weezen, wij hebben ons derhalven voor het aanbreeken van den Dag, daar heen op Weg begeeven, en hadden het geluk om half zeeven uuren zijn Hoogheid te zien aankoomen die ons Oogenblik„ kelijk, in de Sal en guin zittende voor de Zoort te Crisnawaram, au¬ dientsie verleende, van welke ontmoeting, wij de Eere hebben, deezen bezeiden een ampel bericht¬ Uw Weledele Grootachtbaare te laaten toekoomen. Met het afgaan deezer vertrekt de eerst geteekende van hier naar
English
74. Cochin To the same as before back to Porka. While for the rest subscribing ourselves with deep-felt respect and awe, Right Honourable, Highly Esteemed, Widely Commanding Lord, Your Right Honourable's humble and obedient servants, was signed J. Bes and P. Schemering. In the margin: Kalikoilang, the 18th of April 1788. This morning the King of Travancore arrived at Krisnawaram, where we immediately had the honour of meeting His Highness, and after we had complimented His Highness on behalf of the Honourable Company and Your Right Honourable, we made known to His Highness Your Right Honourable's intention. Whereupon His Highness replied in friendly terms that he had already been informed of our arrival by Ananda Mallen, and also through him has made known to Your Right Honourable His Highness's intention at the same time, just as he now now does to us as well, as follows: That His Highness was now on the point of departing for Baikam, from where he will immediately undertake his journey to Teira d'Alva, as he is in haste to be there, where His Highness has some urgent matters to attend to, and for that reason was likely to remain there for a month; being there, His Highness shall write to Your Right Honourable where His Highness, upon his return, will be able to receive and speak with Your Right Honourable, with which His Highness dismissed us. Herewith we hope to have complied with the highly esteemed intention of Your Right Honourable, and assume the honour to call ourselves with deep-felt awe, was written below: Right Honourable, Highly Esteemed, Widely Commanding Lord, Your Right Honourable's very obedient and humble servants, was signed: J:s Bos and I. Schemening. In the margin: Kalikoilang, the 18th of April 1788. Cochin Cochin To the same as before Cochin To the same as before It has just been reported to me that some cavalrymen and 2 to 300 infantrymen have arrived in the Paponetty territory in order to come hither, and a camp is expected to follow them. Which I cannot omit to impart in all haste to Your Right Honourable and Stern Honour. I have the honour to call myself with high esteem, was written below: Right Honourable, Stern, Highly Esteemed, High Commanding Lord, Your Right Honourable and Stern Honour's very obedient and humble servant, was signed: J. C. von Mullertz. In the margin: Kranganoor, the 19th of April 1788. The Nabob's troops have arrived here at the pagoda of Romange and have immediately placed their outposts close to ours and along the rivers; until further orders I shall adhere strictly to the instruction given on the 18th of September 1787. 15. Cochin To the same as before I have informed the Travancore commanders of it, who were very alarmed about it. I have the honour to call myself with the highest esteem, was written below: Right Honourable, Stern, Highly Esteemed, High Commanding, Your Right Honourable and Stern Honour's very obedient and humble servant, was signed: F. C. von Muller. In the margin: Kranganoor, the 19th of April 1788. From the other side they have reported that 40 to 50 sepoys, how many exactly I cannot perceive, have come down from Sieawakatte to Kranganoor; on the other side, where there are branch streams, they have occupied each of them with 4 sepoys, and given orders that the inhabitants in that district must bring their manchuas there, and may not take them from there until this is permitted to them by these sepoys. Wherewith I have the high honour to call myself with all submission, was written below: 76. Cochin was written below: Right Honourable, Stern, Highly Esteemed, High Commanding Lord, Your Right Honourable and Stern Honour's very humble and submissive servant, was signed: J:s Pauswijn. In the margin: Aijkotte, the 19th of April, anno 1788. Lower: P.S. Today 2 letters passed through here from Kranganoor marked cito cito, yet it surprises me that the Commandant of Kranganoor lets me know nothing if he learns of matters of great importance. To the same as before I dispatched the letter to the Nabob first thing yesterday morning. This morning some of my people sent out from Bellengotta arrived, who report to me that the Nabob, for lack of provisions and water, had to break up from Calicut and march eight miles further northward; this truly does not give an exalted idea of the great military skills of the great Padishah; it is a general general rule in the art of war, and Frederick the Great said: if one wants to build an army, one must start from the belly. At Calicut everything is at its most expensive, and nothing is to be had; nine Cochin medits of rice cost one rupee; half of the army has marched even further northward, probably to Tellicherry. At the river of Setua Poelikawo lie some rafts to transport troops; the Nabob's troops present here still keep quiet, they only prevent any vessels from passing the rivers; but they act very shamefully toward the inhabitants, especially toward the women. I have the honour to call myself with the highest esteem, was written below: Right Honourable, Stern, Highly Esteemed, High Commanding Lord, Your Right Honourable and Stern Honour's very obedient and humble servant, was signed: J. C. van Mullertz. In the margin: Kranganoor, the 22nd of April 1788. Cochin 16
Dutch transcription
74. Koetsiem Aan als Vooren naar Porka terug. Terwijl voor het overige ons met diepschul¬ dige Eerbied en ontzach onderschrijven (:st: Weledele Groot achtbaare Wijdgebie¬ dende Heer Uwer Weledele Groot„ achtbaare onderdaanige en gehoor¬ zaame Dienaaren /:was geteekend/ J: Bes en Pschemering /: int J „margine:/ Kalikoilang den 18. April 1788. Heeden morgen is de Koning van TrevanKoor te Krisna waram aange¬ koomen, alwaar wij op het Oogenblik de Eer gehad hebben Zijn Hoogheid te ontmoeten, en na dat wij uit naam van de Edele Komp: en uwelEdele Groot achtbaare zijn Hoogheid gekomplimen¬ teerd hadden, hebben wij zijn Hoogheid Uwel Edele Groot achtbaare intentsie te kennen gegeeven Waarop zijn Hoogheid in vriendelijke termen repliceerde, dat hij reets door Ananda Mallen van onze komste verwittigt was, en ook door den zelven Uweledele Grootachtb: teffens zijn Hoogheid intentsie heeft, laaten te verstaan geven, gelijk zulx nu nu aan ons ook doed, als volgt. Dat zijn Hoogheid nu naar Baikam stond te vertrekken, van waar hij direkt zijn reize naar Teira d'Alva zal onderneemen, alzoo haast heeft daar te zijn, alwaar zijn Hoogh eid eenige pressante dingen te verichten heeft, en daarom wel een maand daar stond te vertoeven, daar zijnde, zal zijn Hoogheid Uwel Edele Groot achtbaare schrijven, waar zijn Hoog— heid met desselfs terugkomst Uwel= Edele Grootachtbaare zal kunnen ont„ vangen en spreeken, waarmeede zijn Hoogheid ons afscheijd gaf. Hiermeede verhoopen aan de Hoog- g'ëerde intentsie van U welEdele Grootachtbaare voldaan te hebben, en matigen de Eere aan van ons met diepschuldige ontzag te noemen /:onderstond:/ Weledele Grootachtbaare Wijdgebiedende Heer, Uwel Edele Groot¬ „achtbaare Zeer gehoorzaamen en onderdaanige Dienaaren /: was geteekend:/ J:s Bos en I. Sche„ mening /:in margine:/ Kalikoilan den 18 April 1788. Koetsiem Roetsiem Aan als Vooren Noetsiem Aan als Vooren Zoo komt men mij te berichten dat in het Paponetsche zijn aangekoomen om herwaarts te koomen eenige Kavallens ten en 2. a 300 Mannen Jnfantenoten en haar staat een Kampte volgen. Het welk ik niet kan naalaaten om UwelEdele Gestr. Grootachtbaare in aller haast te bedeelen Ik heb de Eere mij met Hoogachting te noemen. /:onderstond:/ Weledele Gestrenge Grootachtbaare Hooggebie¬ dende Heer, Uwel Edele Gestr. Groot„ achtbaare Zeer gehoorzaame en onder¬ daanige Dienaar /:was geteekend:/ J. C. von Mullertz /:in margine Kranganoor den 19. April 1788.— Het Nababs Volk is hier aan de Pagood Romange gearriveerd en hebben zooglijk hunne Voorposten digt bij de onze en langs de Rivieren geplaatst, ik zal mij tot nader ordre stiptelijk aan de gegeevene belasting van den 18 Zeptemb. 1787. gedraagen gh 15. Roetsiem Aan als Vooren Ik heb de Tre van Koorse Hoofden daar verwittigd die zeer ontsteld daarover waaren Ik heb de Eere mij met de meerste Hog achting te noemen. /:onderstond:/ Weld: Gestr. Grootachtbaare Hooggebiedend Uw Edele Gestr. Grootachtbaare Zeer Gehoorzaame en Onderdaanige Dienaer /:was geteekend:/ F. C. Von Muller /:in margine:/ Kranganoor den 19 Apr Van de Overkant hebben Berigt, als dat 40. à 50 Sipais /:hoe veel kan ik niet eigentlijk:/ gewaar worden van Siea¬ wa Katte zijn afgekoomen na Kranga noor, zij hebben aan de overkant al¬ waar spruijten zijn, dezelve ieder met 4. Sipais bezet, en last gegeeven dat de Inwoonders in die Distrikt hun¬ „ne Mansjouws aldaar moeten bren„ gen, en niet van dannen moogen nee¬ men, tot dat hun zulks van dee„ te Sipais gepermitteerd word. Waarmeede de hooge Eere hebbe mij met alle submissie te noemen /:onder„ 1788. 76. Koetsiem /:onderstond:/ Weledele Gestrenge Groot„ achtbaare Hooggebiedende Heer, Uwe Weledele Gestrenge Grootachtbaare zeer onderdaanige en submisse Die„ naar /:was geteekend:/ J:s Pauswijn /: in margine:/ Aijkotte den 19. April A„o 1788. /:lager:/ P. S. Heeden zijn alhier van Kranga¬ noor 2. brieven, met cito cito passeert, doch verwondert mij dat de Komman¬ dant van Kranganoor mij niets weeten laat, indien hij groote Zaaken van belang verneemt Aan als Vooren De brief aan den Nabab heb ik gister morgen ten eersten afgezonden. Hee„ „den morgen koomen eenige van mijn uitgezonden Volk van Belien¬„ gotta die mij berichten dat den na„ „bab uit mangel van Levensmiddelen en Waater heeft van Kalikut moe¬ ten opbreeken, en agt mijlen ver¬ der Noordwaards manheeren dit geeft waarlijk geen verhefen denkbeeld van groote Krijgskundigheeden van den grooten Patscha, het is een alge„ algemeene Reegel in de KrijgsKúnde en Fredrik den groote regd: vrn man ruin Armée baure wil, muss man von den Dauchanlangen: Op Kalikut is al¬ „les op zijn duurste, en niets te krijgen neegen Koetsiemsche mediten Rijst Kosten een Ropij de helfte van de Ar¬ mee is nog verder noordwaards ge„ „trokken denkelijk naa Tallischene Aan de Revier van Setua Poelikawo leggen eenige Vlotten om Volk te trans¬ porteeren, het hier zijnde Nababs Volk leeven noch stiel, alleen beletten zij, dat geene Vaartuigen, de Revie„ „ren Kunne passeeren; maar hande¬ „len zeer schandelijk met de ingezeete„ „nen bijzonder met de Vrouwen. Ik heb de Eere mij met de meerste Hoogachting te noemen. /:onder„ „stond:/ Weledele Gestrenge Groot acht„ „baare Hooggebiedende Heer, UwEdele Gestrenge Grootachtbaare Zeer gehoor¬ zaame en onderdaanige Dienaar /:was geteekend:/ J. C. Van Mullertz /:in margine:/ Kranganoor den 22. April 1788. Koetsiem 16
English
16. Cochin To the Same as Before Some of my people have again come from the north, and report the same thing that I had the honor to communicate this morning. They also add to this that the Khan Sahib, or chief of the military of Chavakkad and surrounding lands, has orders to attack Cranganore and that he has also, on pain of forfeiting his life, promised its surrender to the Great Padishah. Whether this is true I do not know! But I take the humble liberty to assure your Noble, Strict, and Right Honorable Reverence of the contrary, and that as long as I live and am here, no black enemy shall set his feet in here. I am very much in need of some European artillerymen, whom I expect from your Noble, Strict, and Right Honorable Reverence's kindness. For the rest, I have the honor to call myself with the highest respect. Underneath stood: Right Noble, Strict, Right Honorable, High Commanding Lord, Your Noble, Strict, Right Honorable Lord's Very obedient and humble servant. Was signed: J. C. von Mullertz. In the margin: Cranganore, the 22nd of April 1788. It has been reported to me that at Ponnani, as well as at Chetwai, some manchua boats have been tied four by four together, with which the Khan Sahib of Chavakkad is about to cross over with 200 cavalrymen and 500 infantrymen into the Cranganore territory. Wherewith I have the high honor to call myself with all submission. Underneath stood: Right Noble, Strict, Right Honorable, High Commanding Lord, Your Right Noble, Strict, Right Honorable Lord's humble and submissive servant. Was signed: Js. Pauwijn. In the margin: Ayicotta, the 22nd of April, in the year 1788. Agreed. Arnold Lunel Cochin To the Same as Before per secretary 78. Cranganore To the Honorable Frederik Christiaan van Mullerts, Commandant there The Roman church at Tuntoor belongs under the protection of the Company, which has exercised the right of patronage over the same undisturbed from its founding until now. But now I hear that the so-called Father Governor, who recently arrived from Goa to serve the Archdiocese of Cranganore, seeks to usurp authority over that church and to bring the same under his administration. Therefore, this serves to order you to summon the Vicar of Cranganore to you and to announce to him in my name that he is to receive no orders of any kind from the said Father Governor, much less obey them, neither with respect to the church and congregation of Tuntoor, nor to the church of Cranganore, Valiant, Pious, since both churches belong under the Company, which has entrusted the spiritual supervision over the same to the Lord Bishop of Verapoly, and will not tolerate an Archbishop of Cranganore interfering with them. In like manner you must also summon the elders and mordones of that church to you and announce to them in my name that they must maintain no communication with the said Governor, much less accept any orders from him, since their church stands under the protection of the Company, which has entrusted the spiritual supervision over the same and over the congregation to the Lord Bishop of Verapoly, from whom alone they are thus to receive all spiritual orders, and must submit themselves to the aforementioned Company as they have until now, so also in the future. I await an answer to this and remain with greetings. Underneath stood: Your good friend. Was signed: I. G. van Angelbeek. In the margin: Cochin, the 18th of June 1787. 79. Quilon To the Honorable Jean Rosier, Junior Merchant and Resident, and Jean Louis Chataigneau de Paradis, Lieutenant and Commandant Honorable, Valiant, Pious. It is highly disgraceful for a Resident, and especially for a man who has spent so many years in the service, to allow himself to be so duped by a sailor, as happened to the Honorable Rosier with Hendrik de Witt. But it is also no less punishable that the said Resident allows a Company servant to depart for an English factory without a passport or written notice, and even has him brought there. I shall now first wait to see whether the Resident at Anjengo will hand over the deserter upon receiving the accompanying letter, which you must have delivered without delay, and thereafter declare myself regarding the correction that the Honorable Rosier has deserved through his misconduct in this matter. The sailor Maniko of Mattancherry, the two coolies Bamdo and Pedro, and the servant Bachij must be sent hither under arrest with the manchua under military escort. Wherewith, after greetings, I remain. Underneath stood: Honorable, Valiant, Pious, your good friend. Was signed: J. G. van Angelbeek. In the margin: Cochin, the 16th of August 1787. Cranganore To the Honorable Frederik Christiaan van Mullertz, Commandant there Valiant, Pious Having deliberated this morning on the contents of your letters of the 4th and 17th of this month, we have decided hereby, in the present circumstances, to recommend to you redoubled vigilance and precise reconnaissance.
Dutch transcription
16. Koetsiem Aan als Vooren Eenige van mijn Volk zijn alweeder van de Noord gekoomen, en berichten het relf„ „de wat ik heeden morgen de Eere ge„ had hebbe te bedeelen, zij voegen noch daarbij, dat de Kansaib of chef der militaire van schawakattij en om„ „leggende landen, ordre heeft om Kran„ „ganoor te attaqueeren en dat hij ook op verbeúrte van zijn leeven de Overleevring daarvan aan den Grooten Patscha beloofd heeft: of dit waar is weet ik niet! maar ik neeme mij de onderdaanige Vrijheid uw Edele Gestrenge Grootachtbaare voor het tee¬ „gen overgestelte te verteekeren en dat zoo lang ik in leeven en hier ben¬ geen Zwaarte Vijand zijne Voeten hierin zetten zal. Ik ben zeer verleegen om eenige Europeesche Arthillensten die ik van Uw Edele Gestrenge Groot„ achtbaare goedheid verwagte. Ik heb voor het overige de Eere mij met de meerste Hoogachting te noemen. /:onderstond:/ Wel Edele Gestrenge Grootachtbaare Hooggebieden¬ de Heer, UwEdele gestrenge groot„ achtbaare achtbaare Zeer gehoorzaame en onder¬ „daanige Dienaar /:was geteekend:/ J. C. von Mullertz /:in margine:/ Kranganoor den 22. April 1788. Mij is berigt als dat tot Pananij, zoo meede tot Setua eenige Man¬ joúws, vier en vier bij malkander zijn gebonden, waarmeede de Kan Saib van Sieawa Katta staat over te koomen met 200. Man Cavallerij en 500. Man Jnfanterij, naa het Cranga„ noorse gebiet. Waarmeede de hooge Eere hebbe mij met alle Submissie te noemen. /:onderstond:/ Weledele Gestrenge Groot„ achtbaare Hooggebiedende Heer Uwe WelEdele Gestr. Grootachtbaare Heer onderdaanige en submisse Die„ naar /:was geteekend:/ Js Paus „wijn /in margine:/ Hijkotte den 22. April A„o 1788. — Akkordeerd. Arnold Lunel Koetsiem Aan als Vooren p:r sekarts 78. Kranganoor Aan den E. Frederik Christiaan van Mullerts Kommandant aldaar De Roomsche Kerk te Tuntor gehoord onder de bescherming van de Komp:, die het jus patronatus over dezelve, Zeder haare stichting tot nu toe, ongestoord geoefend heeft. Doch thans hoore ik, dat de zoo genaamde Pater Gouvernador, die on¬ „langs van Goa gekoomen is, om het Aartsbisdom van Kranganoor te bedie¬ nen, zich het gezag over die Kerke zoekt aan te maatigen, en dezelve onder zijne administraatsie te brengen Derhalven diend deeze UWE. te gelasten, om den Vigairo van Kran„ ganoor bij UWE. te ontbieden en hem uit mijnen naame aan te kon„ „digen, dat hij van gemelden Pater Gouvernador geene ordres hoe genaamd zal hebben te ontvangen en veel min„ der te obedieeren, zoo min met op- richt tot de Kerk en gemeente van Túntoer, als tot de Kerk van Kranganoor, Manhafte Vroome. alzoo 0 La D: alzoo beide Kerken onder de Komp Son teeren, die het geeftlijk opzicht o dezelve aan den Heer Bisschop te Verapoli opgedraagen heeft en niet ge¬ doogen zal, dat een Aartsbisschop van Kranganoor zich met dezelven bemoe In zelver voegen moet UwE. ook de Ouderlingen en Mordones van die kerk bij zich ontbieden en hen uit mijnen naeme aankondigen, dat ze met gemelden Gouvernador geen gemeenschap onderhouden, vel minder van hem eenige ordres aanneemen, moeten, alzoo haare Kerk onder de be Scherming van de Komp: staat, die het geestlijk opzicht over dezelve en over de gemeente aan den Heer Bisschop te Verapoli opgedraagen heeft van wien zij dus alleen alle geestlijk ordres ontvangen en zich gelijk tot ni toe alzoo ook in den aanstaande aan hooggedachte Komp: submitteeren moe¬ ten. Ik verwachte hierop antwoord en blijve n groete. onderstond:/ UwE. goede Vriend. /:was geteekend:/ I. G. van Angelbeek /:in margine:/ Koetsiem den 18. Juni 1787. Roi 79. Koilang Aan den E. Jean Rosier Onderkoopman en Opperhoofd en Jean Louis Chataigneau de Para dis Luitenant en Commandant Eerzaamen, Manhaften Vroomen. Het is ten hoogsten Schandelijk voor een Opperhoofd en voor al voor een Man die zoo veel Jaaren in den dienst versleeten heeft, zich zoodanig te laaten bedotten, door een Mattroos, zoo als dit omtrend den E. Rosier geschied is door Hendrik de Witt. Maar het is ook niet minder strafbaar, dat gemeld Opperhoofd een Komp. s Dienaar zonder paspoort of aanschrijven naar een Engelsch Kantoor laat vertrekken en zelfs hem daarna toe laat brengen. Ik zal nu eerst afwachten, of het Op„ perhoofd te Ansjenge op nevensgaan¬ den brief, dien UwE. ten eersten moeten bestellen laaten, den Deserteur zal uitleeveren, en mij daarna verklaaren nopens de Korrekisie die d'E. Ropier door zijn wangedrag in deezen verdiend heeft heeft. De Mattroos Maniko van Mattans een de twee Roelie Bamdo en Pedro en de Dienaar Bachij moeten met de Mansjouw onder Militair eskorte in arrest herwaand gezonden worden. Waarmede na Groete blijve /onder „stond:/ Eerzaamen, Manhafter Vroomen Uw E. goede Vriend /:was geteekend:) J. G. van Angelbeek /:in margine Koetsiem den 16: Aug:s 1787. Kranganoor Aan den E. Frederik Christiaan van Mullertz Kommandant aldaar Manhafte Vroome Wij hebben heeden morgen over den inhoud van Uwe brieven van den 4e. en 17. deezer gedelibereerden beslooten UwE. bij deezen in de tegenwoordige omstandigheeden verdúbbelde Waakzaamheid en naúwkeúrige Kúndschap aan te beveelen
English
command, with instructions, to inform the first undersigned at once of everything Your Honour discovers further, by separate secret letters in which no other matters must be treated, and to grant Your Honour for the time being thirty ropij per month for spy money. We do not consider it advisable for the present to make any change regarding the outposts, but authorize Your Honour, whenever the Nabab's people make an issue about them, to settle this matter with the chiefs as best as possible, and thereafter to withdraw our outposts. For the deepening of the moat and the repairing of the collapsed banks, Your Honour is hereby authorized. In case the Nabab's army should actually come down and attempt to break in near Kranganoor, the rulers of Koetsiem and Trevankoor will undoubtedly do their best to prevent this; therefore, Your Honour must in such a case confer with the chiefs of those rulers, who will then indeed be present there, regarding what ought to be done against it, and then there will at least still remain enough time to first request and await our further orders. But if Your Honour should be surprised so suddenly that there were no longer time for that, Your Honour must protest against that enterprise, and if this will not avail, Your Honour must, with the chiefs of the aforementioned two rulers, devise and immediately put into effect such measures to counteract that intrusion as shall be judged necessary and expedient according to the circumstances of the time. And in such an unexpected case, we authorize Your Honour to prevent it, if necessary, by force of arms; however, we command Your Honour in this and all other circumstances to act with the greatest caution, and not to employ force of arms as long as other means remain. With which, after greetings, remain, underneath stood: Your Honour's good friends, was signed: J. G. van Angelbeek, R. van Harn, G. G. Gebhard, I. L. van Spall, and J. A. Scheids, in the margin: Koetsiem, the 18 Sept: 1787. Kranganoor Commandant To the provisional Lieutenant F. C. Von Mullertz Valiant, Pious Your Honour is hereby authorized to augment the Company's siegos garrisoned with Your Honour by 50 heads, who must be diligently drilled. Furthermore, Your Honour is ordered to report in good time what is still required to endure a siege. For my part, I judge that one ought to secure the weakest places of the fort, or where the enemy can attack most easily, with strong palisades, and I await Your Honour's considerations on this, where they must be placed and how many are needed for that purpose. With which, after greetings, remain, underneath stood: Your Honour's good friend, was signed: J. G. van Angelbeek. Kranganoor in the margin: Koetsiem the 25 Sept: 1787. To the Honourable Frederik Christiaan van Mullertz Commandant Valiant, Pious From your letter of yesterday, which was received this night, I see with pleasure that the necessary repairs to the fortress have been remedied with much zeal and speed, for which I hereby express my satisfaction. Firearms for the 50 new siegos will be sent, but how is it with the uniforms, will Your Honour procure them yourself, or shall the Adjutancy send them from here? For the making of the necessary palisades Your Honour is hereby authorized; we have used no iron nails here, but wooden pegs, to fasten the railings. The planting of wild pineapples on the berms and the foot of the moat is a good thing for future years. The requisition of ammunition will be fulfilled at once; the fascines must be made over there. As soon as my small house at Aijkotte is rebuilt, I shall come myself. The artillerymen will be sent from here, but the drummer and jailer can be engaged over there. With which, after greetings, remain, underneath stood: Your Honour's good friend, was signed: J. G. van Angelbeek. in the margin: Koetsiem the 30 Sept. 1787. To the Honourable Frederik Christiaan Von Mullertz Commandant Valiant, Pious. Our artillery is so weak that I cannot send the requested three European and six native helpers, but hereby authorize Your Honour to select from the siegos as many capable heads and have them trained for the artillery services as Your Honour thinks to be necessary. Since the palisades are made over there, the same can also be done with the requested chevaux-de-frise and ground stakes, for which I grant authorization; however, Your Honour ought to ensure that the chevaux-de-frise are made stronger than those were which I found here upon my arrival. Your Honour is further authorized to appoint to the augmented siegos company one more klein moepen, two sergeants, and four corporals, besides a second drillmaster. The Commandant of Aijkotte has orders to make some barracks and other outbuildings, for which a great quantity of olas is required, which the renters of Moetoekoene and surrounding districts must deliver for the greatest part, in which Your Honour must be assisting him. The native troops must be drilled daily, and as often with fire
Dutch transcription
30. beveelen, met last, om van al wat UwE. verder ontdekt ten eersten aan den Eerstgeteekenden Kennis te geeven bij aparte sekreete brieven waarbij geen andere zaaken moeten verhandeld worden, en UwE. voor eerst deertig ropij 's maands voor Spionsgeld toe te leggen. Wij vinden vooreerst niet raadzaam omtrend de Voorposten Verandering te maaken doch qualificeeren UWE. om zoo wanneer 's Nababs Volk daar om„ „trend questie maakt, dit stuk met de hoofden best doenlijk te reguleeren en onze Voorposten daarna in te trek¬ ken. Tot het uitdiepen van de gracht en het repareeren van de ingestorte Oevers word UwE. bij deezen gequalifi¬ ceerd. Bij aldi en snababo Leger werklijk mogt afkoomen en bij Kranganoor trachten in te breeken: zoo zullen de Vorsten van Koetsiem en Trevan„ Koor buiten twijfel hun best doen, dit te beletten, dus moet Uwe, in zulk een val met de Hoofden van die Vor¬ ften, die zich alsdan daar wel bevinden zullen overleggen, wat daarteegen diend diend gedaan te worden, en dan zal 'er ten minsten noch wel zoo veel tijd over¬ schieten om eerst onze nader ordres afte vraagen en afte wachten. = Doch in¬ „dien UwE zoo plotsling mogt overvallen worden, dat daartoe geen tijd meer waa¬ „re, zoo moet UwE. tegen die ondernee„ „ming protesteeren, en als dit niet baa„ „ten wil, zoo moet UwE. met de Hoofden van voornoemde twee Vorsten, tot tegen „gang van die inbreuke, zoodanige midde„ len beraamen, en dadelijk in het Werk richten, als naar de tijds omstandighee¬ den noodig en dienstig geoordeeld werden. En qualificeeren wij UwE. in zulk een onverhoopt geval, om zulx des noods met geweld van Wapen te beletten; Echter beveelen wij UwE. in deeze en alle andere omstandigheeden met de grootste Voorzichtigheid te handelen, en geen geweld van Wapenen te em„ ploieeren zoo lange 'er andere midde¬ „len overschieten Waarmeede na groete blijven. /:onder „stond:/ UwE. goede Vrienden /:was ge„ „teekend:/ J. G. van Angelbeek, R. van Harn, G. G. Gebhard, I L. van Spull, en J. A. Scheids /:in margine:/ Koetsiem den 18 Sept: 1787. — Kranga 81 Aran ganoor Kommandant Aan den p:l Luitenant F. C. Von Mullertz Manhafte Vroome UwE. word bij deezen gequalificeerd de Komp: sjegos bij UwE. in garnisoen liggende met 50 koppen te augmen„ teeren die vlijtig geexerieerd moeten wor¬ „den. Voorts word UWE. gelast om bij tijds op te geeven wat tot het verduuren van een beleegering noch vereischt word. Ik voor mij oordeele dat men de rwak¬ ste Plaatzen, van het fort of waar de Vijand het gemaklijkst aanvallen Kan, met sterke pallisaden diende te verzeekeren, en verwachte hierop Uwe konsideraatsien, waar die ge„ plaast moeten worden en hoe veel daartoe noodig zijn. Waarmeede na groete blijve, /:onder¬ „stond:/ UwE. goede Vriend /:was geteekend:/ I. G. van Angelbeek. in Kranganoor 17 87. /:in margine:/ Koetsiem den 25. Sept: Aan den E. Frederik Christiaan van Mullertz Commandant Manhafte Vroome dit uwen brief van gisteren, die dee„ ze nacht ontvangen is, zie ik met genoegen, dat de noodige Verbeete„ ringen aan de Vesting met veel iever en spoed verholpen zijn, waarover ik bij deezen mijn genoegen betuige. Geweeren Wapens voor de 50. nieuwe Sjegos zullen gezonden worden, maar hoe staat het met de monteering wil UwE. die zelfs bezorgen, of zal de Adjudantiie van hier renden Tot het aanmaaken van de noodige pallisaden word UWE: bij deezen gequalificeerd, wij hebben hier geene Spijkers, maar houte nagels gebruikt, om de regelings aan te hechten; Het planten van wilde Annanas op 82. Kranganoor op de Bermen en de Voet van de gragt is een goede Zaak voor volgende Jaa¬ „ren. De Eijsch van Ammunietsie Zaal ten eer¬ „sten voldaan worden, de Fachines moe¬ ten ginter aangemaakt worden. „ zoodra mijn Huisje op Aijkotte herbouwt is, zal ik zelfs koomen De Artillen sten zullen van hier gezonden worden, doch de Tamboer en Slúiter Kan ginter aangenoomen worden Waarmeede na groete blijve /:onder- „stond:/ uwE. goede Vriend /: was ge„ teekend:/ J: G van Angelbeek /:in margine:/ Koetsiem den 30. Sept. 1787 — Aan den E. Frederik Christiaan Von Mullertz Kommandant Manhafte Vroome. Onze Artillerij is zoo zwaak dat ik de geeischte drie Europeesche en ses Jnlandsche Handlangers niet renden Kan, maar UWE. bij deezen qualificeere om uit de Sjegos zoo veel bequaame kop= pen - „pen uit te zoeken, en tot de Artil„ lerij diensten te laaten aanleeven als UwE. denkt noodigte zijn. Wijl de Sallisaden ginter gemaakt worden, zoo kan zulx ook geschieden met de geeischte Spaansche Ruiters en grond paalen, waartoe qualifikaat „sie verleene, echter diend UwE: te zor„ gen dat de Spaansche Ruiters ster¬ ker gemaakt worden dan de geene waaren, die ik bij mijn Aankomst alhier gevonden hebbe. Noch word Ulol. gequalificeerd bij de geaug menteerde Sjegos Kompe, noch een Kleen Moepen, twee Serjants en vier Korporaals nevens een tweeden Dre¬ meester aante stellen De Kommandant van Aijkotte heeft ordre om eenige Kasernen en andere opstallen te maaken, waartoe een meenigte Olas vereijscht word die de Sachters van Moetoekoene en daarom streekt voor het grootst, gedeelte moe¬ „ten leeveren, waarin UwE. hem moet 7: behulpzaam zijn De Inlandsche Troepen moeten dagelijx geexceenieerd worden en zoo dikwils met Vuur
English
83 Aijkotte fire as Your Honor deems necessary, but in the latter case the Commander of Aijkotte must be informed beforehand, in order to prevent an alarm. This order is also sent to the Commander of the Camp at Aikotte. Furthermore, Your Honor is ordered to draw up a draft order in case of an alarm, suited to the present circumstances, and to send the same to me. Wherewith, after greetings, I remain beneath Your Honor's good Friend was signed J: G: van Angelbeek in the margin Koetsiem the 1. October 1787. To the Ensign Johannes Pauswijn Commander Valiant, Pious. The native troops must be drilled daily, and as often with fire as Your Honor deems necessary, but in the latter case the Commander of Kranganoor must be informed beforehand, in order to prevent an alarm. This order is also also sent to the Commander of the Fort at Kranganoor. Wherewith, after greetings, I remain beneath Your Honor's good Friend was signed I. G van Angelbeek in the margin Koetsiem the 1. October 1787. Kranganoor To the Titular Lieutenant Frederik Christiaan Von Mullertz Commander Valiant, Pious. Your Honor is hereby authorized to take twelve smart native Christians into service with the artillery, who must be diligently drilled daily. The planting of the Glacis and of the foot of the covered way with burnt bamboos has my approval; I shall also send a lot of caltrops, but not on small boards, for those are more easily discovered and picked up, but loose, which 84. Aikotte which are merely scattered and do much more harm than on small boards. Wherewith, after greetings, I remain. beneath Your Honor's good Friend was signed I. G. van Angelbeek in the margin Koetsiem the 8. October 1787. To the Ensign Johannes Pauswijn Commander Valiant, Pious I have agreed with the Ministers of Trevankoor and Koetsiem that they, upon the first further news, shall send the necessary men for the garrison of the camp, and that the necessary batteries of lime and stone shall be built, which they have undertaken to supply. The Prime Minister of Trevankoor departs this very day for Paroe in order to be close at hand. I myself have promised to go to Aikotte and Kranganoor in the next week as well, in order to issue the further necessary orders, to make all haste with the erection of the bamboo hut for me, and to report when it is ready. It is considered that the three redoubts on the islands of Moetoekoene and the bridges of coconut trees for communication ought to be repaired. I am therefore sending the Surveyor Krause to inspect the old stockade together with the Commander of Kranganoor and Your Honor, and to report in writing whether the same can be repaired, or whether it is better to construct new ones, and how, in your judgment, they might best be made and garrisoned. Wherewith, after greetings, I remain beneath Valiant, Pious, Your Honor's good Friend was signed I. G. van Angelbeek. in the margin Koetsiem the 11. October 1787. Kranga 85. Kranganoor. To the Honorable Frederik Christiaan Von Mullertz Commander Valiant, Pious The necessary timber for the bomb sheds will be sent this very day. We shall also take care of the money. Yesterday I agreed with the Ministers of Trevan Koor and Koetsiem to repair the small stockades on the Moetoekoenis and the communication between them; I am therefore sending the Surveyor Kraus to inspect the same together with Your Honor and the Commander of Aikotte, and to consult with one another on how this can best be done, whereof I expect a written report. The Prime Minister of TrevanKoor is now departing for Paroe, in order to be close at hand if anything should occur, and promises especially to assist Kranganoor and and Aikotte. I especially recommend that, on every occasion when one has anything to negotiate with him or with other native chiefs, one proceed with patience and gentleness. In the coming week I think to come that way myself. Wherewith, after greetings, I remain beneath Valiant, Pious, Your Honor's good Friend was signed J. G. van Angelbeek in the margin Koetsiem the 11 October 1787. To the Lieutenant van Mullertz, Commander there Valiant, Pious The King of Trevan Koor has sent the necessary orders to his Sarwadikanaharen and further officials in the north and along your river to let our tones with water and firewood and other supplies pass unhindered, whereof I hereby give notice to Your Honor, while, after greetings, I remain. beneath Kranganoor 86 Kranganoor beneath Valiant, Pious, Your Honor's good Friend was signed I. G. van Angelbeek in the margin Koetsiem the 9. March 1788. To the Commander Frederick Christiaan Von Mullertz Valiant, Pious. This serves primarily to enjoin Your Honor most emphatically to take every possible care that our outposts give no occasion to the Nabob's people to commence hostilities against us, for this will be the Nabob's aim, so that he may obtain a pretext to represent us to the French as the aggressors, in order thereby, if possible, to bring about that they do not come to our aid, which they are obliged to do if we are attacked. Wherewith, after greetings, I remain. beneath Your Honor's good Friend was
Dutch transcription
83 Aijkotte Vuur als Uw E. noodig oordeeld, doch in 't laaste geval moet de Kommandant van Aijkotte vooraf verwittigd worden, tot Voor¬ Kooming van Alarm. Deeze ordre gaat ook af aan den Kommandant van het Kampte ctikotte. Voorts word UwE. gelast een projekt ordre in Kas van Alarm te formeeren, geschikt naar de tegenwoordige Omstan¬ digheeden en mij dezelve toe te renden Waarmeede na groete blijve /:onder¬ stond:/ UwE. goede Vriend /: was „geteekend:/ J: G: van Angel beek /:in margine:/ Koetsiem den 1. Oktober 1787. Aan den Vaandrig Johannes Pauswijn Kommandant Manhafte Vroome. De Inlandsche troepen moeten dagelijx geexceeneerd worden, en zoo dikwils met Vuur als UwE. noodig oordeeld, doch in het laaste geval moet de Kommandant van Kranganoor voor- af verwittigd worden, tot Voorkooming van Alam. Deeze ordre gaat ook ook af aan den Kommandant van het Fort te Kranganoor. Waarmeede na groete blijve /:onder- =stond:/ UwE. goede Vriend /: was ge„ teekend:/ I. G van Angelbeek /:in margine:/ Koetsiem den 1. Oktober 1787. Kranganoor Aan den pl Luitenant Frederik Christiaan Von Mullertz Kommandant Manhafte Vroome. UwE word bij deezen gequalificeerd twaalf fluse inlandsche Christenen bij de Ar¬ tillerij in Dienst te neemen die dagelijx vlijtig moeten geexceereerd wor¬ den. Het beplanten van het Glacis en van de Voet van den bedekten weg met gebrande Bamboezen heeft mijn Goedkeuring, ook zal in een partij Voetangels zenden, doch niet op plank¬ jes, want die worden ligter ontdekt en opgeraapt, maar los, die 84. Aikotte die maar gestroid worden en veel meer quaad doen dan op plankjes Waarmeede na groete blijve. /:onderstond:/ UwE. goede Vriend /:was geteekend:/ I. G. van An„ „gelbeek /:in margine:/ Koet„ „siem den 8. Oktober 1787. Aan den Vaandrig Johannes Pauswijn Kommandant Manhafte Vroome Ik ben met de Ministers van Trevan¬ Koor en Koetsiem over een gekomen, dat zij, op de eerste nadere tijding het noodige Volk tot de bezetting van het Kamp zullen zenden, en dat de noodige batterijen van Kalk en Steen zullen opgemetzeld worden, die zij aangenoomen hebben te leeveren. De Eerste Manister van Trevankoor vertrekt noch heeden naar Paroe om bij der hand te zijn GR 4. - I1 zelve heb beloofd in d' andere Wees ook naar Aikotte en Kranganoor te gaan om de verdere noodige ordres te stellen, met het opslaan van het bamboeze húisje voor mij alle Spoed te maaken en te melden als het klaar is. Men is van begrip dat de drie redoeten op de Eilanden Moetoekoene en de brug gen van Klapperboomen tot Kommuni„ Kaatsie dienen hersteld te worden. Ik zende derhalven den Landmeeter Krause, om met den Kommandant van Kranganoor en UwE. te zaamen de oude pagger te bezichtigen en schriftlijk opte geeven, of dezelven gerepareerd kunnen worden, dan wel of het beeter is nieuwen aan te leg¬ gen en hoedanig te naar Uw begrip best zouden dienen gemaakt en bezet te worden. Waarmeede na groete blijve /:onderstond:/ Manhafte Vroome, UwE. goede Vriend /:was geteekend:/ I. G. van Angelbeek. /:in margine:/ Koetsiem den 11. Oktober 1787. — Kranga 85. Kranganoor. Aan den E. Frederik Christiaan Von Mullertz Kommandant Manhafte Vroome De noodige speetsie, voor de huizen van de Bommen zal noch helden gezonden worden. Voor het geld zúllen wij ook Zorgen Gisteren ben ik met de Ministers van Trevan Koor en Koetsiem over een ge¬ koomen, de Kleene paggers op de Moetoekoenis en de Kommunikaat„ sie tusschen dezelven te herstellen ik zende derhalven den Landmee¬ ter Kraus, om dezelven met UwE. en den Kommandant van Aikotte te raamen te berichtigen en met elk ander te overleggen, hoe dit best geschieden Kan, waarvan ik een schriftlijk Rapport verwachte, De eerste Minister van PrevanKoor vertrekt thans naar Parve, om als er iets voorvalt bij der hand te zijn, en beloofd in zonderheid Kranganoor en en Aikotte te assisteeren. In rekommandeere vooral, bij alle ge„ leegenheid, dat men met hem of met andere inlandsche Hoofden iets te verhandeln heeft, met geduld en zachtzinnigheid te Werk te gaan. In de aanstaande Week denk ik tel¬ ve dien weg uit te koomen . Waarmeede na groete blijve /:onderstond:/ Manhafte Vroome UwE. goede Vriend /:was geteekend:/ J. G. van Angelbeek /:in margine, Koetsiem den 11 Oktober 1787. — Aan den Lieutanant van Mullertz, Kommandant aldaar Manhafte Vroome De Koning van Trevan Koor heeft de noodige ordre aan zijnen Sarwa„ „dikanaharen en verdere Bedienden om de Noord en langs Uwe Revier gezonden, om onze Jonies met Wa„ ter en Brandhout, en verdere behoef„ ten onverhinderd te laaten passeeren, waarvan ik UWE. bij deezen Kennis geeve, terwijl na groete blijve. /:onder Kranganoor „stond:/ 2 86 Kranganoor „stond:/ Manhafte Vroome, UwE goede Vriend /:was geteekend:/ I. G. van An„ gelbeek /:in margine:/ Roetsiem den 9. Maart 1788. Aan den Kommandant Frederick Christiaan Van Mullertz Manhafte Vroome. Deeze diend voornaamlijk UWE. op het nadruklijkstaante beveelen, om alle mogelijke zorge te draagen, dat onre Voorposten aan het Volk van den Nabab geene geleegenheid geeven, om de Vyjand„ lijkheeden tegen ons te beginnen, want dit zal het zoeken van den Nabab zijn, op dat hij een pretent bekoome, ons bij de Franschen voor de Aan val¬ lers uit te geeven, om daar door des mogelijk uit te werken dat te ons niet te hulp koomen, waartoe zij verplicht zijn als wij aangeval„ len worden. Waarmeede na groete blijve. /:onder¬ „stond:/ UwE. goede Vriend:/ /:was
English
Aikotte was signed J. G. van Angelbeek in margin Koetsiem the 19th of April 1788, at eight o'clock in the evening. To Ensign Johannes Pauswijn, Commander. In reply to your letter of today, the following serves: As long as the Nabab's men remain on the other side of the river, we have no reason to treat them hostilely or to open fire upon them, and you must hold it as a primary rule that hostilities must not commence from our side, and that you, according to promise, must ensure that they may be the first who open fire. It meets with my full approval that you write at once to the King's Balliasenvadikanakaran because there is no Dallewa, instructing him to have some guardposts for his men built not inside, but next to our camp; whereby you, should he request our barracks that stand empty, must explain to him that those must serve for the Europeans and Malays who are to be sent from here as soon as necessary. If it is necessary, you must request men from the said Minister, and if he sends from his own men, the same must march into the camp and be stationed on the west side of the camp, because I have already requested the King to send a few thousand men to our assistance. As soon as you receive any news of importance, you must inform the Commander of Mullertz thereof. Wherewith, after greetings, I remain it was written below Your good Friend. was signed I. G. van Angelbeek in margin Koetsiem the 20. April 1788. Agreed. first secretary Arnold Luvel E: 88. Yesterday a ship from Mauritius arrived here, with which I received the enclosed letter from Mr. Monneron for His Highness the Lord Nabab, which I request be forwarded at once to His Highness, and that proof be procured for me that it has been duly delivered. May God preserve Your Honour it was written below Thus translated by me into Malabar. Koetsiem date as above signed J. M. Truijens, sworn Translator. Agreed. Arnold Lunel Draft letter written by the Right Honourable Governor Johan Gerard van Angelbeek to the Governor of Kalikut Azada Bekhan on the 27. Decemb: 1787. first secretary 2 89 : S: Translated letter written by the ad interim Governors of Kalikut and its dependencies, named Tipan Miroe Saibo and Mirkulan Moe Johan Saibo, to the Right Honourable Governor Johan Gerard van Angelbeek, received the 18 January 1788. We have received Your Right Honourable's letter, read it, and understood its contents. The letter brought here via the ship from Mauritius, written by Monsieur Monneron to the Nabab, we have sent to Pattana according to Your Right Honourable's instructions, and when we receive the reply thereto we shall send it to Your Right Honourable. The Governor of Kalikut Aratada Bekhan has also departed for Pattana; should there be anything further for Your Right Honourable's service, please please let us know, unsigned. it was written below For the Translation. Koetsiem date as above signed J. M. Truijens sworn Translator Agreed. Arnold Lunel first secretary L:a G: 90. Translated Tamil letter written by the Provisional Regents at Kalikoet, named Awaladiwaan Efraim Allichan and Oesechan, to the Right Honourable Governor Johan Gerard van Angelbeek, received the 13. February 1788. The letter from Monsieur Monneron addressed to the Lord Nabab we have sent to Pattana; the reply thereto goes enclosed herein, with the request to have the same delivered to Monsieur Monneron, and to notify us thereof in reply to this. May God preserve Your Right Honourable for long years in good health, unsigned, written in the month of January it was written below For the Translation. Koetsiem date as above signed J. M. Truijens sworn Translator Agreed. Arnold Lunel first secretary L:a: A: 91 Draft letter written by the Right Honourable Governor Johan Gerard van Angelbeek to the Provisional Regents of Kalikut Awaladiwaan Efraim Allichan and Oisenchan on the 14th. February 1788. Along with Your Honours' letter, I have duly received the letter from the Lord Nabab addressed to Monsieur Monneron, and have sent the same under my cover to Ceilon to be dispatched to Europe with the ship Mana, and I shall see to it that the same is duly delivered to Monsieur Monneron. May God preserve Your Honours. it was written below Thus translated by me into Malabar. Koetsiem date as above signed J. M. Truijens, sworn Translator. Agreed. Arnold Lunel first secretary 92. L:a I: Draft letter written by the Right Honourable Governor Johan Gerard van Angelbeek to the Governor of Kalikut Arazada Bekhan on the 9th of January 1788. A thoni belonging to a Company subject named Johan Din, which departed from here for Talliseeri under the supervision of Marka Midien, provided with a Company pass, put ashore on the other side of Aikotte to cook for the crew; but when the vessel wished to depart from there that night, the same was attacked by robbers, who took a chest of goods out of the thoni, broke it open, and took the goods out of it, as well as another seven bales of linen and five crates of firearms that were in the vessel. They have also bound and taken away Marka Midien and a coolie. The remaining coolies declare that these robbers are from the men of Aideroos koetti. I request Your Honour that those who have done this
Dutch transcription
Aikotte /:was geteekend:/ J. G. van Angelbeer /:in margine:/ Koetsiem den 19 ben April 1788. 's avonds agt uur. Aan den Vaandrig Johannes Pauswijn Kommandant. In antwoord op Uwen brief van heeden diend het volgende zoo lange het Volk van den Nabab aan d' overkant van de rivier blijft, hebben wij geene reeden, henl vijan„ dig te behandelen, of op heen Vuar te geeven, en Uwl. moet het tot een voornaamen regel houden, dat de vijandigheeden van onzen kant niet moeten beginnen, en dat Uwe volgens belofte moet zorgen dat zij de eersten zijn mogen die het Vuur beginnen Het is van mijn volkome approbaat„ „sie, dat UwE aan den Balliasenvadi„ „kanakaran /:want daar is geen Dal„ „lewa :/ van den Koning ten eersten schrijft, dat hij, niet in maar naast ons Kamp eenige Wagten voor Zijn Volk 87 Volk laat maaken, waarbij UwE. als hij onze Kasernen die ledig staan mogt verzoeken, hem beduiden moet dat die dienen moeten voor de Europeeschen en Malaiers, die zoo dra het noodig is, van hier staan gezonden te worden Als het noodig is, moet UwE van gem: Minister Volk vraagen, en als hij uit zijn eigen Volk rendt: zoo moet het zelve in het Kamp inrukken en aan de Westhand van het Kamp geplaatst worden, door dien ik reets den Koning ver¬ zogt hebbe, een paar duizend Man tot onze assistentie te renden. zoodraa UWE. eenige nieuwstyding van aangelegenheid ontvangt, moet UwE. den Kommandant van Mul„ „lertz daarvan verwittigen. Waarmeede naa groete blijve /:onderstond:/ UwE. goede Vriend. /:was geteekend:/ I. G. van Angel„ beek /:in margine:/ Koetsiem den 20. April 1788. — Akkordeerd. p:s sekart: Arnold Luvel E: 88. Gisteren is een Schip van de Maunetsius alhier aangekoomen, waarmeede ik ne¬ vensgaanden brief van den Heer Monne ron voor zijn Hoogheid den Heer Na„ „bab ontvangen hebbe, dien ik verzoeke ten eersten aan zijn Hoogheid voort te tenden en aan mij een bewijs te bezor„ gen, dat hij behoorlijk besteld is. God bewaare Uw Edele /:onderstond:/ zoodanig door mij in het Maladaars overgezet. Koetsiem dato als Vooren- /:geteekend:/ J. M. Truijens, gezwoore Translateur. Akkordeerd. Arnold Lunel Koncept brief door den Welede„ „len Grootachtbaaren Heer Gouverneur Johan Gerard van Angelbeek, geschree„ „ven aan den Gouverneur van kalikut Azada Bek„ „han den 27. Decemb: 1787. p. l sekred:s 2 89 : S: Translaat brief door de pro interin Gouverneur van Kali„ Kut en dies onderhoorighee„ „den genaamt Tipan Miroe Saibo en Mirkulan Moe¬ „ Johan Saibo geschreeven aan den Weledelen Groot„ achtbaaren Heer Gouver„ neur Johan Gerard van Angelbeek, ontvangen den 18 Januari 1788 Wij hebben Uwel Edele Grootachtbaare brief ontvangen, geleezen en dies in„ houd verstaan De brief die per het Schip van Mau„ ritsius alhier aangebragt door Monsieur Monnerou aan den Nabab geschree„ „ven, hebben wij na Pattana ge„ zonden volgens aanschrijvens van Uw. Weledele Grootachtbaare, en wanneer wij het antwoord daarop ontvangen zzullen wij aan Uw. Weledele Groot„ achtbaare toe zenden. De Goeverneur van Kalikut Aratada Bekhan is ook na Pattana vertrokken; hier iets verders van Uweledele Grootachtbaare Dienst zijnde gelieve gelieve ons te laaten weeten, niet getee„ kend. /:onderstond:/ Voor de Translaat„ sie. Koetsiem dato als Vooren getee„ Kend:/ J. M. Truijens gezw. Translateer Akkordeerd. Arnold Lunel p r sekret:s L„a G: 90„ Translaat tamoel schebrief door de Provisioneele Pe„ „genten te Kalikoet genaamt Awaladiwaan Efraim Allichan en Oesechan ge„ „schreeven aan den Weledelen Groot achtbaaren Heer Gou¬ „verneur Johan Gerard van Angelbeek, ontvangen den 13. Februari 1788. De brief van Monsieur Monneron ge„ richt aan de Heer Nabab hebben wij naar Pattana gezonden, het antwoord daarop gaet hier in geslooten, met Verzoek dezelve aan Monsieur Monneron te laaten bestellen, en in antwoord deezes zulxte bedeelen. God bewaare Uweledele Groot achtbaare lange Jaaren met gezondheid, niet geteekend, geschreeven in de Maand Januari /:onderstond:/ Voor de Trans„ laatsie. Koetsiem dato, als boven geteekend:/ J. M. Truijens gezwoore Translateur Akkordeerd. Arnold Lunel p:r sekret:s L:a: A: 91 Koncept brief door den Wele„ „dele Groot achtbaare Heer Gouverneur Johan Gerard Van Angelbeek, geschreeven aan den Provisioneel Re„ „genten van Kalikut Awa„ ladiwaan Efraim Alli¬ „chan en Oisenchan den 14de. Februari 1788 Nevens UwEd letteren heb ik de brief van den Heer Nabab aan Monsieur Monneron genicht behoorlijk ontvangen, en hebbe dezelve onder mijne geleijde naar Ceilon gezonden om met het schip Mana naar Europa verzonden te werden, en ik zal zorgen dat dezel¬ ve aan Monsieur Monneron achtig besteld word. God bewaare UwEd. /:onderstond:/ zoodanig door mij in het Malabaars overgezet. Koet siem dato als boven /: geteekend:/ J. M. Truij„ ens, gezwoore Translateur. Akkordeerd. Arnold Lunel p:s sekret:s 92. L„a I: Koncept brief door den weledele Grootachtbaaren Heer Goever„ „neur Johan Gerard van Angel¬ „beek geschreeven aan den Goe„ „verneur van kalikut Arazada Bekhan den 9:e Januari 1788. Een tonie van een komp:s onderdaan genaamt Johan Din, die onder opzicht van den Marka Midien van hier naar Talliseeri vertrokken is voorzien van een komp: pas, heeft aan de overkant van Aikotte aangelegd om voor het volk te kooken, doch toen het vaartuig dien nacht van daar vertrekken wilde, is het zelve van Roovers aangedaan die een koffer met goed uit de tonie gehaald en dezelve open gebroo„ „ken en het goed daar uit genoomen hebben, zoo mede noch zeven pakken met lijnwaat en vijf kisten met geweeren die in het vaar„ „tuig waaren. ook hebben zij den Marka Midien en een koeli gebonden en mede genoomen. — De over„ „gebleevene koelies verklaaren dat deeze Ro„ „vers zijn, van het volk van Aideroos koetti. Jk verzoek uw Ed: die geenen die dit gedaan hebben
English
to have severely punished and to ensure that the stolen property be returned to the owner. May God preserve Your Honour. Underneath stood, for the translation, Cochin, date as before, signed J. M. Truijens, sworn translator. Agreed, Arnold Lunel, provisional secretary. 93. Letter R. Translated letter from the provisional Regents of Calicut, named Sipan Miroe Saibo and Mirkulan Moe Johan Saibo, written to the Right Honourable and Respected Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek, received the 22nd of January 1788. We have received, read, and understood the contents of Your Right Honourable's letter, from which we saw that a vessel sailing from Cochin to the North was attacked by pirates and some goods were stolen, it being presumed that they were sent out by Aidroos Koetti, with the request to have restitution thereof made by Aidroos Koetti. We have written regarding that matter to Sawa Katti, to Christna Tjariaar and Tiddi Iman Saibo, in order to conduct an investigation and to provide satisfaction for the stolen goods. If there is anything further we can do for Your Right Honourable's service, please let us know. Signed by one of the aforementioned Regents. Underneath stood, for the translation, Cochin, date as before, signed J. M. Truijens, sworn translator. Agreed, Arnold Lunel, provisional secretary. Letter L. 94. Translated letter from Kesa Pulle Kanahaar of the King of Travancore, written to the Chief Interpreter, received the 16th of April 1788. The army of the Nawab Tipu Sultan has arrived at Calicut, and I have been sent to this side to reinforce all of His Highness's fortresses and to keep good watch, as the Noble Lord Governor will have heard. The troops of war are gathered here, and the expenses run too high, and on this occasion the Company ought to help and assist His Highness to maintain the troops, according to the contents of the treaty that has already been made and confirmed. My master has placed his trust in Your Right Honourable, with the hope that Your Right Honourable will help and assist His Highness in this his predicament, as His Highness has assured me. Therefore His Highness has delivered to me a letter for Your Right Honourable, containing a request for two hundred thousand rupees for the expenses of the troops that have arrived here, which 200,000 rupees I request Your Right Honourable to send to me as soon as possible, and when Your Right Honourable writes to me to receive that money, I will come there in person and deliver the letter. However, if Ananda Mallen is sufficient for that, please let me know, and I will send the letter with Ananda Mallen to the city. Ananda Mallen is now departing for the city to speak with Your Right Honourable, and I await a speedy reply to this. Signed by the aforementioned Kesa Pulle. Underneath stood, for the translation, Cochin, date as before, signed J. M. Truijens, sworn translator. Agreed, Arnold Lunel, provisional secretary. Letter M. 95. On Wednesday the 30th of January 1788, in the morning. Present: The Right Honourable Lord Councillor Extraordinary of the Dutch East Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek; the Honourable Lord Senior Merchant, Second and Chief Administrator Reinier van Ham; the Honourable Provisional Fiscal and Cashier Jan Lambertus van Spall; the Honourable Junior Merchant and Warehouse Master Johan Adam Cellarius; the Honourable Junior Merchant, Shopkeeper, and Dispenser Willem van Haesten; the Honourable Secretary of Police Adriaan Loolvliet; the Honourable Provisional Pay-Bookkeeper Johan Andries Scheidz; and the Honourable Junior Merchant Pieter van Spall. Absent: the Honourable Captain and Head of the Military Godlieb George Gebhard, due to indisposition. Was read the written report of the commissioned members, van Spall and Scheidz, regarding their proceedings with the King of Travancore, in compliance with the secret resolutions of the 9th and 12th of this month, reading as follows: Secret resolution taken in the Council of Malabar at the city of Cochin. Follows: To the Right Honourable and Respected Lord Johan Gerard van Angelbeek, Councillor Extraordinary of the Dutch East Indies, Governor and Director of the Malabar Coast, etc., etc., etc. Right Honourable, Respected and High-Commanding Lord. In compliance with the resolution taken in the Council of Malabar on the 9th of this month, we, the undersigned commissioners, on Your Right Honourable's honoured order, on the 14th thereafter, went on board the smalschip de Verwachting lying here in the roads, in order to undertake the journey to Valiatorre to meet the King of Travancore. On the 16th we arrived off Quilon, from where, after taking on board the interpreter Salvador Rodrigo Netto there, we continued our journey to Valiatorre, and arrived there on the 18th. 96. Immediately we sent the said interpreter Netto ashore with a small gift consisting of 2 lb of cloves and 1 lb of cinnamon for the First Minister Samprathi Keshava Pillai, to announce our arrival and the message that we had come to proceed to His Highness's court and requested an audience, adding that we had a letter from Your Right Honourable for His Highness, which we were to deliver in person. Upon our arrival on shore, 9 shots were fired from the cannon planted on the beach, and we were received by the King's Captain, the French gentleman Doneau, at whose quarters we took up our lodging, and where shortly thereafter our interpreter returned from the Court with the following reply: That His Highness was to celebrate the anniversary of the passing of his grandfather the following day, and would then with his
Dutch transcription
hebben strengelijk te laaten straffen en te zor„ „gen, dat het geroofde goed aan den Eigenaar teru gegeeven worde: God bewaare uwEd: /onderstond/ voor de Translaatsie Koetsiem dato als vooren¬ /geteekend/ J: M: Truijens gezw: translateur Arnold Lunel Akkordeerd p:s sekret:s 93. L:a R: Translaat Brief door de pro interin Regenten van Kali¬ Kút genaamt Sipan Miroe Saibo en Mirkulan Moe„ Johan Saibo, geschreeven aan den Weledelen Grootacht„ baaren Heer Gouverneur Johan Gerard van Angelbeek ontvangen den 22. Januari 1788. Uweledele Grootachtbaare brief hebben wij ontvangen geleezen en dies inhoud Verstaan, waarbij wij zaggen, dat van Koetsiem een Vaartuig naar de Noord vaarende door de Zee rovers toude aan„ gedaan en eenige goederen geroofd had den, werdende gepresumeerd dat dezelve zoude uitgezonden zijn door Aidroos Koetti met verzoek de restituitsie daar van door Aijd roos Koetti te laaten doen wij hebben over die zaak, naar Sawa„ Katti geschreeven aan Christna Tja¬ riaar en Tiddi Iman Saibo om on„ der zoek te doen en voldoening te bezorgen, van het geroofde; hier iets verders van Uwel Ed: Grootacht„ baare dienst rijnde, gelieve ons te laa„ ten weeten. Geteekend bij een van van de Regenten voormeld. (:onder stond:/ voor de Translaatsie Koetsiem dato als Vooren /:geteekend:/. J. M Truijens gezwoore Trauvlateur Ar2pordeerd. Arnold Lunel p:r sekart:s L:a L: 94. Translaat brief door Kesa Púlle Kanahaar van den Koning van Trevan Koor geschreeven aan den Opper¬ tolk, ontvangen den 16e April 1788 Het leger van den Nabab Tipo Saibo is op Kalikut gekoomen, en ik ben naar deeze kant gezonden om alle de Fortressen van Zijn Hoogheid te versterken, en goede wacht te houden, gelijk den Edel Heer Gouverneur zal ge„ hoord hebben. De Oorlogs troepen zijn alhier vergaderd, en de Onkosten loopen te hoog opstokt, en bij deeze geleegenheid diend de Kompanie zijn Hoogheid te helpen en te assisteeren om de troepen te onder„ houden naar dien inhoud van het Traktaat dat reets gemaakt en be„ vestigd is, mijn meester heeft zijn Vertrouwen op zijn Weledele Grootacht¬ baare gesteld, met die hoope dat zijn Weledele Grootachtbaare Zijn Hoog „heid helpen en assisteeren zal, in dee„ „te zijne Verleegenheid zoo als zijn Hoogheid mij verzeekerd heeft, daarom heeft zijn Hoogheid een brief voor voor Zijn Weledele Grootachtbaare aan mij overgegeeven, inhoudende verzoek van twee maal honderd duizend ropijen tot guastos van de troepen die hier aangekoomen zijn, welke 200'000 Ropije verzoek ik zijn Weledele Grootachtbaar mij hoe eer hoe liever toe te renden, en wanneer Zijn Weledele Grootachtbaare mij komt te schrijven om dat geld te ontvangen, zal ik in perzoon daar komen, en de brief bestellen, doch too Ananda Mallen daar toe genoeg is, gelieve mij te laaten weeten, wanneer in de brief met Ananda Mallen naar de stad tal zenden; Ananda Mallen vertrekt thans naar de Stad, om met zijn Weledele Grootachtbaare te spreeken, en ik verwachte hierop een spoedig antwoord. geteekend door voormelde Kesa Vulle /:onder„ stond:/ Voor de Translaatsie Koetsiem dato als Vooren /:geteekend:/ I. M. Truijens gezwoore Translateur. Akkordeerd. Arnold LSunel pr sekret:s De De D 2 La: M: 95. op Woensdag den 30. Januari 1788. Voormiddag Prezent De Weledele Grootachtbaare Heer Raad extra ordinair van Nederlands Indien Goeverneur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek De E. Heer Opperkoopm: Sekunde en Hoofdadministr: Reinier van Ham De E. p. l fiskaal en Kassier Jan Lambertus Van Spall. 6 De E. Onderkoopm: en Pakhuismeester Johan Adam Cellanus De E. Onderkoopm: Winkelier en Dispensier Willem Van Haesten De E. Sekretaris van Polietsie Adriaan Loolvliet De E. p l soldijboekhouder Johan Andries Scheedz, en De E. Onderkoopman Pieter Van Spall. absent De E. Kapitain en Hoofd der Milietsie Godlieb George Gebhard door indisposietsie Werd geleezen het schriftlijk rapport van gekommitteerde Leden, van Spall en Scheidz, nopens húnne verrichtingen bij den Koning van TrevanKoor, in voldoening van de sekreete Resoluutsien van den 9e en 12e: deezer, luidende als Sekreete Resoluutsie genoo„ „men in Raade van Mala„ „baar ter Steede Koetsiem. volgt volgt: Aan den Weledelen Grootachtbaa„ „ren Heer Johan Gerard Van Angelbeek Raad extra ordinair van Nederlands Indien, Goe„ „verneur en Direnteur der Kuste Malabaar etc: ec. etc. Weledele Grootachtbaare Hooggebiedende Heer In voldoening van het besluit genoo¬ „men in Raade van Malabaar op den 9e deezer, hebben wij onder¬ geeteekende Gekommitteerdens, op Uweledele Groot achtbaare geeerd beveel, den 14 daaraan, ons begeeven aan boord van het alhier ter rheede leggende Smalschip de Verwachting, ten einde met zelve de reize naar Waliatorre ter ontmoeting van den Koning van TrevanKoor aanteneemen, den 16e quaamen wij voor Korlang van waar wij, na den Tolk Salva„ „door Rodngo Netto aldaar ingenoo¬ „ men te hebbe, onze Reize naar Waliatorre voortzettede en den 18. daar 96. daar arriveerde, dadelijk zonden wij gezegde Tolk Netto met een Ge„ „schenkje bestaande in 2 lb. Nagulen en 1. lb. Kaneel, voor de eerste Mi„ „nister Sambradi Keje Poela, aan land, om onze komste bekend te maaken, en de boodschap dat wij gekoomen waaren om tot het Hof van zijn Hoog „heid optegaan en audientsie ver „zochten, onder bijvoeging, een brief van Uweledele Groot achtbaare voor zijn Hoogheid te hebben, die wij per¬ zoonlijk diende te overhandigen. Met onze komste aan de Wal, wierden 9. schooten uit het Kanon dat aan Strand geplant stond, gelost en gerecipieerd door 's Konings Kapitain, den franschen Heer Doneau bij wien wij ons intrek naamen, en alwaar onze Tolk kort daarop van het Hof, met het volgende antwoord te rug quam Dat zijn Hoogheid 'Sanderen Daags het Jaar feest wegens het over¬ lijden van zijn Grootvader stond te vieren, en zich alsdan met zijne boa
English
he had to suspend his usual ceremonies, but hoped to meet us the following day, the exact hour of which he would determine later. The next day in the evening, one of his court servants came to inform us on behalf of His Highness to arrive at the King's palace around 6 o'clock in the morning, at which time some of his bodyguards would come to fetch us. We departed early in the morning for the palace and were introduced to the frequently mentioned King's Minister, who escorted us further to the Court. After the preceding customary compliments, we delivered the letter into the hands of His Highness on behalf of Your Right Honourable, which he accepted with these words: "I receive that letter from Your Honours with very great pleasure." Whereupon we had the gifts brought forward and offered to His Highness, which were accepted with all friendliness, and he then inquired after the well-being of the Noble Lord Governor, subsequently opened the letter, and read it in great haste and with much zeal; then His Highness gave the letter to his First Minister mentioned earlier (who stood behind him during the conference) and said to us that he would read this letter more closely later, as time was needed for that. Whereupon we replied: we had to admit this, as it contained matters of great importance, both for the well-being of His Highness and the Noble Company, and to which end we had been dispatched, requesting permission from His Highness to be pleased to hear us favourably regarding this, which His Highness granted with the friendliest expressions. We then began by informing His Highness how the Noble Lord Governor had dispatched a letter to His Highness on the 13th of the other month, containing: how His Right Honourable had received word that the French Agent at Mahe had dispatched a certain Frenchman named Baijeule to His Highness to enter into a pepper contract with His Highness, which His Right Honourable cannot believe His Highness will enter into, as the treaty between His Highness and the Illustrious Dutch Company is all too well known, and particularly the 3rd Article thereof, whereby His Highness most strictly binds himself to refrain from all engagements with any other European nation, and thus could tolerate no one in his land besides our Lords and Masters, except the English; and although His Right Honourable was convinced of His Highness's good intentions and did not doubt that he would reject this request of the French, as contrary to the treaties and the long-standing close friendship with the Dutch Company, he nevertheless found himself obliged to confer with His Highness about it, in order to remove all doubts into which His Highness might sometimes be led by others through the presentation of greater profits. That since the dispatch of this letter, our Governor has discovered that pepper was sold to foreign nations at Porka and Alepe by the King's people, and had therefore found it all the more highly necessary to dispatch us to His Highness to give notice thereof and to ask the reason for this conduct, as it is contrary to the contract between His Highness and the Noble Company, especially since the Governor had received two letters from His Highness during that time in which nothing was served in response to that of the 13th of December. Hereupon His Highness answered us that he had indeed received this letter, and had also immediately given orders to make an inquiry into the matter, and had therefore delayed the answer to this for so long, but that in the meantime, to his great astonishment, an armed sloop had arrived in his harbours, both at Porka and Alepe, and had seized by force the vessels lying there for trade and taken them to Koetsiem; that this conduct was not friendly, obstructed his trade, and was not expected from the Noble Company. Which we refuted by showing His Highness the reasons that had obliged the Lord Governor thereto, namely the evidence of the Portuguese Captain Pedro Francisco Ramos, commanding the Portuguese ship St Antonio de Padua, the Imperial ship Le Duc de Toscan, and of the bombara Tiadeuje, Rarga and commander of a bombara from Maskatte named Salam Sawai belonging to the merchant of Maskatte Bimje, and further cited the 15th Article of our instruction: That as long as the Noble Company had been established here, it had caused the shores to be cruised to prevent smuggling trade. That all native vessels going from the north to the south, or from there northwards, were obliged to call at Koetsiem to show their passes, submit to inspection, and pay duties on their cargo; and that upon receiving the report that the vessels were violating this ancient custom, a cruiser had been sent to compel them to their duty, and that this was therefore no novelty. That it was true our cruiser had taken these vessels along by force to Koetsiem, but that His Highness should not view this in such a bad light, as this was a custom among all European nations, that the cruiser
Dutch transcription
zijne gewoone leremonies moest op- houden, doch den Dag daarop ons hoopte te ontmoeten, welk uur ong nader zoude bepaalen. s anderen daags des avonds quan een zijner Hof bediendens ons uit naam van zijn Hoogheid aanzeg¬ gen, om 's morgens tegens 6 uuren in 's Konings Zalaes te koomen, als wanneer eenige van zijne Lijfguar de ons zoúden koomen afhaa¬ len Wij vertrokken des 'S morgens vroeg naar het Palais en wierden bij meermelde 'sKonings Minister ingeleid, die ons verder aan het Hof Konvoieerde Na voorafgaande gewoone kom¬ „plimenten, gaaven wij uit naam van Uweledele Grootachtbaare den brief in handen van zijn Hoogheid over, welke dezelve akcepteerde met deeze bewoor¬ „ding. Ik ontvange die brief van Uw= Ed:s met zeer veel Vermaak Waarop wij de geschenken lieten voor 97. voorkoomen en aan zijn Hoogheid aan¬ booden, welke met alle vriende lijkheid aangenoomen wierden, en vroeg daarop, naar de Wel staand van de Edele Heer Gouverneur, vervolgens maak„ „te de brief open en las dezelve in groote haast en met veel iever, toen gaaf zijn Hoogheid de brief aan zijn Eerste Minister hiervooren genoemd (die agter hem geduurende de konferent¬ sie stond/ en zeide aan ons, dat dee„ te brief nader zoude leezen, alzoo daar toe tijd noodig was. Waarop wij repliceerde: wij dit moes¬ „ ten bekennen, alzoo daarin zaaken van groot gewigt waaren, zoo tot wel„ zijn van zijn Hoogheid als de Edele Komp=e en tot welk einde wij waa„ ren afgezonden, verzoekende Ver- lof van Zijn Hoogheid om ons hier omtrend gunstig te willen aan„ hooren, het welk zijn Hoogheid met de vriendelijkste uitlaatingen toe„ stond Wij begonnen alstoen met zijn Hoog ƒ heid te kennen te geeven, hoe dat de Edele Heer Gouverneur een brief aan 2 aan zijn Hoogheid had afgezonden, op den 13. e van de andere maand, behelzen„ de: hoe dat zijn Weledele Groot¬ „ achtbaare had bericht gekreegen, dat de Fransche Agent te Mahe Zeeker Transman Baijeule gen„t tot zijn Hoogheid had afgezonden, om met zijn Hoogheid een peper kontrakt aantegaan, dat zijn Weledele Groot achtbaare niet Kan gelooven, zijn Hoogheid daartoe tree„ „ den zal, als al te wel bekent tijn „de het Traktaat tusschen zijn Hoogheid en de Doorluchtige ne¬ „derlandsche Kompe en wel bezon„ derlijk het 3e: Artikel van dien, waarbij zijn Hoogheid zich ten nauw„ „ste verbind: om van alle engagemen„ „ten met alle andere Europee„ „sche Naatsie te zullen afzien, en dus buiten onze Heeren en Meesters, niemand in zijn land konde gedoogen, dan de Engel„ schen, en alschoon zijn Weledele Grootachtbaare van Zijn Hoogheids welmeenendheid overtuigd was, en niet twijffelde of zou dit aan„ toek 98. „roek der Transchen van de handwij= ren, als strijdende tegens de trak„ taaten en de langduurige nauwe Vriendschap met de Nederlandsche Kompenie echtertich verplicht vond om zijn Hoogheid daar over te moeten onderhouden, om alle twijffelingen, waarin zijn Hoogheid Zomwijl en door andere mogte gebragt werde, door Vertooning van grooter Winsten, weg te neemen Dat zeeder het afgaan van deezen brief onze Gouverneur ontwaard heeft, te Porka en Alepe door 's Konings Volk Peper aan vreemde Naatsie verkocht was en daarom deste hoog noodzaaklijker had gevonden, ons naar zijn Hoogheid te de¬ „pecheeren om daar van Kennis te geeven, en de reeden van dee„ te handelwijze te vraagen, alzoo strijdig tegens het Kontrakt tus¬ „schen zijn hoogheid en de E. Komp:, te meer de Gouverneur teder die tijd twee brieven van zijn hoogheid had ontvangen waarbij niets gediend word in antwoord op die van van den 13. December. Hierop antwoorde zijn Hoogheid aan ons dat deeze brief wel had ontvangen, en ook aanstonds had ordre gegeeven om daarna onderzoek te doen, en daarom het antwoord hierop zoo lange had uitge„ steld, doch dat intusschen tot zijne groote verwondering, een gewaapende Sloep in Zijne Haavens, zoo te Porka als Alepe was aangekoomen, en de Vaartuigen die daar ten handel laagen met geweld heeft opgebragt, en naar Koetsiem gevoerd, dat deeze handelwijze niet vriendelijk was, zijn Negootsie-stremde, en niet van de E. Kompenie verwachtede Dat wij wederleiden met zijn Hoog¬ heid aan te toonen, de reedenen welke de Heer Gouverneur daartoe hadden verplicht, namentlijk de beweiten van de Portugeesche Kapitain Pedro Francisco Ramos, voerende het Portugeesche schip S„t Anto„ nio de Padua, het Kaizerlijke Schip Le Duc de Joscan, en van de Bombara Tiadeuje, Rarga en gezagvoerder van een Bombara van Maskatte Salam Sawai genaamt 99 genaamt toebehoorende den Koopman van Mashatte Bimje en allegueerde verder het 15. Artikel onter Jnstruk„ „sie. Dat de Edele Komp:, zoo lange rij hier gezetten was, de Stranden tot Voorkooming van de smorkelhandel had laaten bekruissen. Dat alle Inlandsche Vaartuigen van de Noord naar de Zuid, of van daar noordwaarts gaande, verplicht waaren Koetsiem aantegieren, om húnne pas¬ sen te toonen, zich visiteeren te laa„ ten en hunne laading te vertollen, en dat op het bekoome bericht dat de Vaartuigen dit al oud gebruik overtreedende, een Kruiter was ge„ zonden, om hun tot hun plicht te dwingen, en dat dit dus geen nieuwig„ „heid was. Dat het waar was onze kruizer dee„ ze Vaartuigen met geweld naar Koetsiem had meede gevoerd, doch dat zijn Hoogheid zulx in zoo een Kwaatlicht niet moest beschouwe„ alzoo dat dit een gebruik was bij alle Europeesche Naatsie, dat die Kruizer 3.
English
cruiser was sent with no other purpose than to maintain the ancient right of the Company, and not at all to disrupt trade in the King's land, as His Highness will have perceived from the fact that the seized vessels, having been provided with our passes, had returned to Alepe to continue their trade, but that His Highness could be assured that this cruising will be continued from time to time, and therefore the Lord Governor requested His Highness, in order to prevent unpleasantness, not to admit any vessels for trade into his land other than those provided with Company passes, and especially to forbid his ministers from secretly loading any wild cinnamon or pepper into such vessels, since upon discovery the cruisers would seize such merchandise without hesitation. His Highness then replied to us that this justification of ours regarding the dispatch of the sloop and its execution was somewhat acceptable, but that it would have been better and more agreeable to His Highness if the Governor had awaited the King's answer and had conferred further with His Highness regarding those vessels that lay trading in his harbor. That regarding the negotiation of pepper to the French, Portuguese, or other powers, it had never happened during his reign, and as long as he lives, he will surrender not a grain of pepper to anyone, other than solely to the Dutch and English Company. That requests to that effect had indeed been made to his ministers, but they had not dared to propose this to me, knowing how sensitive I am regarding this article. However, I am convinced the merchants in my land have abused the passes that the Honorable Company annually grants to me according to contract, as was now supposedly done at Porka, but my ministers are not to blame for that, but rather the merchants, who will also be punished for it. For the passes that the Honorable Company gives me, I know very well that the pepper may only be transported to the Coast and not to the North. His Highness added further to this: that the Frenchman Bayeule, the Tuscan, and others had come into his land was true, but that no pepper contract had been entered into with them, and that besides the Dutch Company, the English themselves had too great an interest in it not to object, and that it could never, nor should it ever happen, that such treaties were concluded between His Highness and foreigners. Furthermore, whenever the Honorable Company could overtake a vessel that had traded pepper in His Highness's land and smuggled it to the North, the Honorable Company was at liberty to seize and confiscate it, and His Highness reinforced this statement of his with this well-meaning expression: If I did not mean well by the Honorable Company, would I then let them have my pepper for that low price, when I can get up to 150 Rops from other nations for a candy of 500 lb.? No, my Lords, my contract is my obligation and my honor, and from that I shall not deviate. That I now pursue the domestic trade in my land with greater zeal than before is for this reason: my land cannot meet the expenses, as I currently must pay 56000 Rops monthly to Mammedaille, and where then remain my other expenditures? I think it is thus reasonable, indeed as a Prince I am even obliged, for the salvation and preservation of my realm, to resort to such permitted means as are useful to me for that purpose. This commerce consists mainly of linens, coconuts, copra, saffron, ginger, and other such products, except for pepper and cinnamon, which have never been offered by my ministers, much less sold. I am very willing to give my word that henceforth I will not trade with any vessels in my land other than those provided with proper passes from the Honorable Company, but I request at the same time from the Lord Governor that such vessels that fetch, bring, and trade products from my land should also pay no tolls or duties thereon at Koetsiem; this is not friendly and entirely improper, and such must then be abolished. Regarding the first article, or the dispatch of the sloop, we replied further that our Governor had had urgent reasons for it and had not been too hasty in this, since the transport of pepper from His Highness's land to the North, before the letter to His Highness, was taking place very grossly and publicly, and the preceding protest by our Resident at Porka had been of no avail, and we then presented all the evidence thereof to His Highness. And as for the last point, we could not express ourselves regarding it, not knowing whether our Governor would be able to abolish the customs of old, but that we promised His Highness to present all this favorably to our Governor, with the assurance that if it were possible, the Governor, out of friendship and respect for His Highness, would endeavor to satisfy him
Dutch transcription
Kruiszer met geen ander Togmerk was gezonden, dan om het oude recht van de Komp: te handhaaven, en gantsch niet om den handel in sko„ ningsland te stooren; zoo als zijn Hoogheid zal ontwaard hebbe, door dien de opgebragte Vaartuigen, reeden dien met onze passen naar Alepe waaren teruggegaan, om hunnen han¬ „del voortte zetten, doch dat zijn hoog heid kan verzeekerd zijn, dat dee¬ „ te bekruizing van tijd tot tijd zal worden voortgezet, en dus den Heer Gouverneur zijn Hoogheid ver¬ „rocht, ter voorkooming van Onaange„ naamheeden geene Vaartuigen ten handel in zijn land te admittee¬ „ren, dan die met Komp:s pas- sen voorzien waaren, en vooral zijne Ministers te willen verbieden geen wilde Kaneel of Peper in zúlke Vaartuigen in het geheim afte laaden, alzoo bij ontwaaring de Kruiszers zulke waare zonder bedenking zouden aanhaalen. Zijn Hoogheid voegde ons daarop toe¬ dat deeze onze verantwoording om 100. „ omtrend het af tende van de sloep en dies exekúútsie wel eenigsints aanneemlijk was, doch dat het bee„ „ter en aangenaamer voor zijn Hoog- heid zoude zijn geweest, dat de Gouverneur 's Konings antwoord had ingewacht, en nader zijn Hoogheid had onderhouden omtrend die Vaar„ tuigen, welke in zijn haaven ten handel laagen Dat omtrend de Negootsiaatsie van peper aan de Franschen, Portugee¬ ren of andere Mogendheeden noit gebeurd was geduurende zijn Regee¬ „ring, en zoo lang Hij leeft, geen Korl Peper aan niemand zal afstaan, dan alleen aan de Hollandsche en Engelsche Kompanie. Dat daartoe wel aanzoek bij zijn Ministers was gedaan, maar niet hebben duwen onderstaan, dit aan mij voorteslaan, als weetende hoe teer ik omtrend dit Artikel ben¬ Doch ik ben overtuigd de Kooplie„ den in mijn Land misbruek heb= „ben gemaakt van de passen, die . die de E. Kompenie aan mij volgens Kontrakt jaarlijx verleent, gelijk nu op Porka zoude zijn geexteerd, maar mijn Ministers hebben daar¬ aan geen schuld, doch wel de Kooplieden die daar vooor ook zul„ een gestraft werden. Want de passen die de E. Komp: mij geeft, weet ik zeer wel, die peper alleen maar naar de Kust en niet naar de Noord mag vervoerd worden zijn hoogheid voegde hier noch bij: dat de Fransman Baijeu„ le de Toskander en andere meer, in zijn land gekoomen waaren, was waar, maar dat 'er met hun geen Peper Contrakt was aan„ „gegaan, en dat buiten de Hol„ „landsche Komp: de Engelsche daar zelve te veel deel in had„ „den, om zich daarover niet te bezwaaren, en dat het ook nim„ „mer konde, noch raude gebeu„ „ren, dat 'er tusschen zijn Hoog heid en vreemden zulke trak„ taaten wierden geslooten; ver= „volgens 4. 101 „volgens zoo wanneer de E. Kompe een Vaartuig konde agterhaalen, die in zijn hoogheids Land peper ge„ handeld had, en zulx sluik wijs naar de Noord vervoerde, de E. komp het zelve vrij konde aan„ slaan en Konfiskeeren, en dit zijn gezegde, testede zijn Hoog heids Kracht bij, door deeze wel„ „meenende uitdrukking. zoo ik het met de E. Komp= niet wel meende, zoude ik dan mijn Peper voor die laage prijs aan haar E. laaten, daar ik tot 150 Rops voor een Kandijl van 500 lb. van andere Naatsie kan Krijgen Neen mijne Heeren, mijn kon„ „trakt is mijn Verbintnis en mijn Eer, en daar zol ik niet van af„ „wijken. Dat ik nu met meerder iever de Inlandsche handel in mijn land voortzette dan voor heen, is om reeden: mijn land de lasten niet kan ophaalen daar ik thans maandelijx aan Mammedaille 56000 Rop:s 56000 Rops moet opbrengen, en waar blijven dan mijn andere ongelden. Ik deuke het dús billik is, ja zelfs als Vorst er toe verplicht ben, om tot redding en standhoúding van mijn Rijk zul„ „ke gepermitteerde middelen aan de hand te neemen, als mij daartoe dien¬ lijk is. Deeze Negootsie bestaat voornaam„ „lijk uit Lijnwaaten, Kokus, Koppras, Saffraan, gember en andere dier- „gelyken Produkten meer, uitgenoo¬ „men de Peper en Kaneel, die ook noit door mijne Ministers zijn aan„ „gebooden, veel minder verkocht. Ik wil gaamne mijn Woord geeven, dat ik voortaan met geene Vaar¬ „tuigen in mijn land zal handelen, dan die met behoorlijke passen van de E Kompence voortien zijn, maar ik verzoeke teffens de Heer Gouverneur, dat deergelijke Vaartuigen, welke uit mijn land prodúkten haalen, brengen en ver „ negotsieeren, ook geene tollen of gerechtigheeden op Koetsiem daarvan moeten betaalen, dit is 102. is niet vriendelijk en gantsch oneegen en zulx moet dan afgeschaft worden. Omtrend het eerste Artikul, of het rende van de sloep, repliceerde wij al verder, det onze Gouverneur daartoe dringende reeden gehad had en niet te heastig meede was geweest, alzoo de Vervoering van peper uit zijn Hoogheids land naar de Noord, Ieder het schrijven aan zijn Hoogheid zeer grof en públiek in het Werkging en de voorafgaande protestaatsie door onze Resident op Porha niet Konde helpe, presenteerde toen daarop aan zijn Hoogheid alle dies bewijzen. En wat de laaste post betrof, wij ons daar niet omtrend konden uitlaa„ „ten, als niet weetende, of on te Gou„ verneur de gebruiken van oudsher zoude kunne afschaffe, maar dat wij zijn Hoogheid beloofde, dit al„ „les bij onzen Goeverneur gunstig te ctúllen voordraagen, onder verzee¬ kering, zoo wanneer het moogelijk was, de Goeverneur uit Hoofde van de Vriendschap en Achting voor zijn hoogheid, hem genoege zoude trachte te
English
to give and to provide an answer as soon as possible. Whereupon His Highness replied: I am satisfied with this, and shall prepare an answer for Your Honour the Governor and hand it to Your Honours in person, when I shall treat further with Your Honours about certain matters. Meanwhile it is pleasing to me that Your Honours were sent to me in good time by the Governor, for through Your Honours' coming I have now been brought to an entirely different view, and I desire nothing other than an everlasting friendship with the Honourable Company and a lasting friendship with its Governor, just as His Highness and the Honourable Company were always the same, whereas the Governors are only for a time, and thus the disputes that sometimes occur through misunderstanding, or arise through evil instigations, had no relation to the Honourable Company. Thereafter His Highness said to us: I shall now for this time take leave of Your Honours, but there are certain articles about which my Prime Minister shall confer with Your Honours, and I would gladly see Your Honours negotiate with him. Whereupon we departed, after having taken a very friendly leave of His Highness. We were conducted to the residence of his Prime Minister, who shortly thereafter came to us from the King and received us very kindly. We offered this Minister a gift in the name of the Right Honourable, as well as to some of the lesser court dignitaries who were present on that occasion, and who had shown us courtesies, all according to the accompanying note, which we respectfully annex hereto. All this was accepted with all friendliness, and after a preceding friendly repetition of what is noted hereinbefore and great assurances given to us of the King's goodwill toward the Dutch Company, this Minister unfolded to us the King's desire, consisting of four points which we have the honour to present here in all deference: 1st: That the Company, out of the imported merchandise from Batavia, shall annually cede to the King at purchase price, just as it is given to Company merchants, whatever he shall need for the continuation of his trade, and that this can be settled with the pepper delivery. 2nd: That the fort which the King proposed to the Governor to build at Eikotte, for the protection of his and the Company's lands, and particularly against the Nabob, to which the Governor had already sufficiently agreed, and now, when his Master wished to begin it, is opposed by His Right Honourable, the King requested that this may proceed. 3rd: That the two vessels of those which recently traded in the King's lands and are under arrest at Cochin, the King requests may be released immediately upon our return. 4th: That the duty which was recently paid at Cochin to the farmer of taxes, for the goods that the merchants bought and sold in his Master's lands, may be refunded; and in case the Governor would wish to keep out of this and give the King freedom to proceed against the tax farmer, since it is very unjust that the tax farmer enjoys duty for this and no mention thereof is made in the contract, that the tax farmer only had the right to levy toll according to the old custom, which His Highness very gladly grants to the Honourable Company and wishes to allow them to retain this right, provided that His Highness and all the vessels with which His Highness trades may be exempt therefrom; that Alepe had now become the staple place and that the Company would then also not take duty from the trade conducted there, which would be very improper, since He is Sovereign of the land; yet with regard to the passes, such shall remain in force as of old, and in this he will keep his Royal Word, as has been said hereinbefore. He further assured us that when these four points were satisfied to the contentment of his Master, our interests would likewise be attended to. That his Master had not gladly wished to raise these articles to us himself and therefore charged him to present them to us, in order to report thereof orally to the Governor. Thereupon we took our leave, whereupon we were summoned again in the evening at eight o'clock, to come to His Highness in the morning at about 6 o'clock. When we, just as the day before, were escorted by a convoy from His Highness's bodyguard, and arriving there, were brought before His Highness by the Ministers as before, who immediately asked us whether his Minister had told us everything. We replied briefly to the various points, whereupon His Highness came toward us: Yes, this is my desire and I request that it be fulfilled, especially regarding the building of the fort at Etikotte, which is of such great importance, and for which the Governor has already given his promise; I have known the Governor from the time he was Chief at Tuticorin and met His Honour twice when he departed for Cochin, and I hope that our friendship from that time onward is still the same, and on that footing I trust that what I have proposed to Your Honours through my Minister shall come to pass. The
Dutch transcription
te geeven en ten spoedigste antwoord op te bezorgen Waarop zijn Hoogheid antwoorde, in ben voldaan hiermeede, en tal een antwoord aan Uw Ed. Gouverneur klaar maaken en rewEds zelfs overhan¬ digen, wanneer nader met UwEds over eenige Zaaken noch zal handelen intusschen is het mij lief Uw Eds. door de Gouverneur aan mij tijt af„ gezonden, want door UwEds komste ben ik nu in een geheel ander denkbeeld gebragt, en ik wensch niet anders als eene Eeuwigduurende Vriend¬ „schap met de E. Kompanie en eene bestendige Vriendschap met dies Goúverneúr, gelijk zijn Hoogheid en de E. Kompe, altoos dezelfde waaren, daar de Gouverneurs maar voor een tijd en dus de geschillen die Somwijl door misverstand voor= vallen, of door quaade stooke„ rijen ontstaan, de E. Romp geen betrekking aan had. Vervolgens reide zijn Hoogheid aan ons, ik zal Uw Eds. nu voor ditmaal UwEds. afscheid geeven, doch daar zijn 5. 103. zijn eenige artikels daar mijn Eerste Mi¬ „nister Uw Ed:s over zal onderhouden, en in gaarne zoude tien Uw Eds. met hem wilde verhandelen, waarop wij ver- trokken, na een zeer vriendelijk afscheid van zijn Hoogheid genoomen te hebben, wierden wij aan de Woning van dies Eerste Minister geleid, die Kort daarop van den Koning bij ons quam en ons zeer vriendelijk recipieerede Wij booden deeze Minister een ge„ „schenk uit naam van Uweledelle Grootachtbaare aan, insgelijk aan eenige van de mindere Hofsgrooten welke bij die Geleegenheit present waaren, en die ons beleefd heeden hebben beweezen, alles volgens nevensleggende notietsie, welke wij in alle eerbied hier annexeeren Dit alles wierd met alle vriendelijk „heid aangenoomen en na eenvoor„ „afgaande vriendelijke herhaa„ „ling van het hier vooren genoteerde en groote Verzeekeringen van 's Koningn Welmeenendheid omtrend de Holland „sche sche Komple aan ons gedaan, ontvouw deeze Minister aan ons 's Konings be„ „geerte, bestaande in vier poincten welke wij de Eer hebben hier in alle eerbied te laaten volgen: 1e: dat de Kompe uit de aange„ „bragte negootsie van Batavia jaarlijx aan den Koning voor uit„ „koops prijs zal afstaan, gelijk het aan Komps. Kooplieden word ge„ geeven, al wat noodig zal hebben tot Voortzetting van zijn handel„ en dat dit met de Peper Levena „sie zal kunnen vereffend worden. 2. „ Dat het Fort, dat de Koning aan de Gouverneur heeft geproponeert om op eikotte te maaken, tot dekking van zijn en 'sKomps land en wel voornaamlijk tegens den Nabab waarin de Gouver„ neur al genoegzaam bewilligt heeft, en nú wijl zijn Meester daaraan wilde beginnen, door zijn Weledele Grootachtbaare werd tegen gestaan, den Koning ver= zocht, dat dit zijn voortgang mag 104. mag hebben. 3:e) Dat de twee Vaartuigen van die wel„ „ke nu jongst in 's Konings land genegootsieerd hebben, en op Koetsiem in arrest zijn, verzoekt den Koning met onze terugkomste aanstonds moogen werden gelargeert. 4:o; Dat de Gerechtigheid die op koet„ „ siem nú jongst aan de Pachter is betaald geworden, voor de goederen die de Kooplieden in zijn 's Mee„ „sters land gekocht en verkocht hebben, weder mag uitgekeert wor¬ „den, en zoo wanneer de Gouver„ „neur zich daar wilde buiten hou„ „de en de Koning Vrijheid geeven om teegens de Pachter te procedee„ „ren, alzoo het zeer onbillijk is, de Pachter hier voor Gerechtigheid geniet en daarvan geen aanhaa¬ ling bij het kontrakt gedaan word, dat de Pachter eenlijk recht had, om volgens het oude gebruik tol te heffen, het welk zijn Hoogheid de Edele Kompt. Zeer gaarne toestaat en dit recht wil laaten behouden, mits dat zijn Hoogheid en en alle de Vaartuigen waarmeede zijn Hoogheid handeld daar vrij van moogen zijn, dat Alepe nu de Stapel plaats was geworden en dat de Kompe dan ook van de negootsie die daar ge„ dreeven word, geen gerechtigheid wil„ „de neemen, dat heer oneigen zoude rijn, alzoo Hij Vorst van het land zijnde, doch opzichtlijk tot de Passen, Zulx tal blijven stand grijpen als van ouds, en daarinne zijn Koning- „lijke Woord zal hoúden, gelijk hier- „vooren is gezegt Verder verzeekerde ons dat wanneer aan deeze vier poincten ten genoe¬ „ge van zijn Meester wierd voldaan, insgelijx mede onze belangens zouden behartigd worden Dat zijn Meester niet gaarne zelve aan ons deeze artikels had willen opperen en daarom Hem daarmee„ „de belast om ons voor te houden, ten einde de Gouverneur daarvan mondeling te berichten Naamen daarop ons afscheid, wann¬ „eer wij des avonds om agt uur andermaal gesisteerd worden, om 's morgens tegens 6. uur bij zijn Hoogheid 68. 105 Hoogheid te Roomen, wanneer wij gelijk den dag bevoorens door een Eskorte uit zijn Hoogheids Lijfguarde wierden ge¬ konvoieerd en aldaar komende, door de Ministers als bevoorens voor zijn Hoogheid gebragt, welke ons op stond vroeg, of zijn Minister ons alles had gezegd, wij repliceerde in het kort het een en ander, waarop zijn Hoog- „heid ons te gemoet quam, ja dit is mijn begeerte en ik verzoeke dat daaraan voldaan werd, vooral om¬ „trend het maaken van 't Fort„ op etikotte, dat van zoo een groo„ te aangeleegenheid is, en waartoe de Gouverneur reets zijn toezeg¬ „ging gegeeven heeft; Ik kan de Gouverneur van de tijd af dat op Tútúkorijn Opperhoofd is geweest en heb zijn E. toen naar Koet„ siem vertrok tweemaalen ont„ „ moet, en ik hoop dat onze Vriend„ „schap van dien tijdafaan, noch het zelfde is, en op dien Voet ver- „trouw ik, dat het geen ik UwEds en door mijn Minister heb laaten voorstellen, zal geschieden. De
English
The Governor is a linen trader, and traded during that time with my subjects, the merchants of Kaap komorijn, which his successor is also doing now. But I must make a proposal to Your Honours in this regard, which I did not mention in my letter, but I request Your Honours to present it to the Lord Governor on my behalf and to ask for His Honour's reply to it. The time for the negotiation of these linens by the Tútúkorynsche Ministers is now at hand, and my request is therefore that I may make this delivery, and that on the very same footing and according to the same samples and prices, assuring on my word to treat the Honourable Company well and that this would serve to their advantage. Subsequently, His Highness made a detailed repetition of what was noted above, with the greatest expressions of his cordial goodwill, both with respect to the Honourable Company and to the Honourable Lord Governor. We answered in like manner, demonstrating the small revenues and the heavy burdens that we, on the other hand, had at Koetsiem, principally with the maintenance of troops, which in these perilous times had to be increased and brought from Ceilon; that the delivery of pepper by His Highness had to make up for all this; and since His Highness listened very attentively to all of this, it was thought to be the time to press the matter further, and so of our own accord added thereto that, since His Highness knew all this and was convinced of the Company's great and sincere goodwill, it would indeed be very unreasonable if His Highness did not meet them halfway in this, or at least fulfill his contract, which the Company had obtained only after Their Honours had rendered such important services to His Highness; that His Highness might consider this and could well understand that, if he were to begin acting so unreasonably, the Company would then be obliged to abandon the place and sell or exchange it with other powers, what disadvantage His Highness and the Honourable Company would not suffer thereby, and how hard this indeed must fall upon our Governors and old servants, who bear His Highness so much love. I myself feel, said the first signatory, the great love that I have for His Highness, through the frequent meetings and friendly reception by His Highness, and thus I must reveal a secret to Your Highness that is of great weight to His Highness, and which my Governor would certainly take amiss if he knew this came from me; I thus expose myself, and request secrecy. Your Highness knows how greatly the Portuguese have constantly sought to regain possession of Koetsiem, and that the Roman Emperor is also making every effort to obtain an establishment on the Coast of Jndien, and also the English would be no less inclined to surrender Nagapatnam and other advantages in exchange for Koetsiem. The Company thus has ample opportunity from all sides to dispose of its possessions on this coast in a very advantageous manner, and if one diminishes its advantages here, at a time when the burdens are noticeably increasing, I fear it will make use of this; yet until now it has refrained from doing so, on account of the close friendship, and in the hope that times will improve. With all these candid and sincere remarks His Highness was very satisfied, and even appeared to be moved by them, expressing himself that: God forbid that, and God will never allow that to happen. I trust so; furthermore His Highness assured us that everything would depend on the Lord Governor's actions toward His Highness, the outcome of which on his proposals he awaited. Then His Highness requested that the Governor would prevent the smuggling of pepper around and near Koetsiem, as much pepper was being purchased secretly there and sold in small lots to the bombaras; that His Highness some years ago had caught a certain wealthy Christian named Kotjande, and had him severely punished for it as a deterrent; that if the Lord Governor were also to do this, none would undertake it; that His Highness had guards in his country as far as the Pandische country towards the Coast of Kormandel to prevent such, and that this cost His Highness a great deal. Thereupon His Highness handed over to us a letter for the Lord Governor, and said: Assure Your Honours' Governor now of my friendship, and if men should be needed for the defense of Kranganoor, Aikotte, or elsewhere against Tipoe Saibo, I am always ready to give them, as I have also recently shown, for I am not like other Malabar princes, who promise easily, but do not keep their word. His Highness also made known to us that he intended to go to the North within two months, and would then speak further about matters. His Highness then stood up, presented each of us with a gold arm-ring, and allowed us to depart. Being out of the palace, the King's master came to tell us that we had to visit the First Minister, who still had something in the King's name to
Dutch transcription
De Gouverneur is een Lijnwaat-her¬ ner, en heeft die tijd met mijne onderdaanen de Kooplieden van Kaap komorijn genegootsieerd, dat zijn nazaat thans ook doet, maar ik moet Uw Eds dierweegen een Voorstel doen, waarvan ik bij mijnen brief geen gewag maa„ „ke, maar ik verzoeke UwEds zulx uit mijn naam de Heer Gou„ verneur voor te stellen en om zijn E:s antwoord daarop te verzoeken. De tijd dan der Negootsiaatsie van deeze Lijnwaaten door de Tútúkorynsche Ministers is thans ophanden, en mijn Verzoek is dierhalven dat ik deeze leve„ rantsie mag doen en dat op dien zelfde Voet en volgens dezelfde Monsters en prijzen, verzeekerende op mijn Woord de E. Kompe wel te zullen be„ handelen en dat zulx tot hun Voordeel zoúde strekken. Vervolgens deed zijn Hoogheid een omstandige herhaaling van het vooren genoteerde, met de grootste betui„ 106. „betuiging zijner hartlijke welmeenen „heid, zoo ten opzichte van de E. Kompe. als van de E. Heer Gouver¬ „neur. Wij beantwoorde zulx in gelijker Voe¬ ge onder Vertooning van de geringe inkomsten, en de zwaare lasten die wij daar en tegen op koet siem had¬ den, voornaamlijk met het aanhou„ „den van troepes, die men in deeze hachlijke tijden moest vermeerderen en van Ceilon laaten koomen, dat de Leverantsie van Peper door zijn Hoogheid Zulx alles moest goed maaken, en wijl zijn Hoog- heid aan dit alles zeer attentlijk het Oorleende, zoo dagte het de tijd te zijn, om verder te moeten doorslaan en voegde dus uit eigen beweeging daarbij, dat wijl zijn Hoogheid dit alles weetende en van 's Komp:s groote en oprechte Welmeenenheid overtuigd zijnde, het immers zeer onreedelijk zoude zijn, zoo zijn Hoogheid daarin niet te te gemoet quam, ten minste aan zijn kont rakt diende te voldoen, dat de Kompt. niet verkreegen had, dan na dat Hun E:s zulke wigtige diensten aan zijn Hoogheid had gedaan, dat zijn Hoogheid zulx eens in Overweeging wilde neemen en wel begrijpen kon, wann¬ „eer zoo onreedelijk wilde beginnen te handelen, de Kompt alsdan verplicht zoude zijn de plaats te verlaaten, en aan andere Mo„ „gen heeden te verkoopen of verrui„ „len, wat nadeel zijn Hoogheid en de E. Kompenie hier door niet tou„ „de hebben en hoe hard zulx im„ „mers moest vallen aan onze Gou„ „overneurs en oude Dienaaren, die zijn Hoogheid zoo veel liefde toe doen Ik gevoele zelve Zeide te eerste teekenaar de groote liefde die ik voor zijn Hoogheid hebbe, door de meermaale Ontmoetingen en vriendelijke resepsie van zijn hoog- „heid en dus moet ik Uw Hoog- „heid een geheim openbaaren dat voor zijn Hoogheid van groot Gewigt 107 Gewigt is, en dat mijn Gouverneur mij gewislijk qualijk zoude neemen, warn„ eer wist dit van mij qúam, ik stelle mij dus bloot, en verzoeke de geheim„ houding. Uw Hoogheid is bekent, hoe zeer de Portugeezen steeds getracht hebben wederom in het bezit van Koetsiem te geraaken en dat ook de Roomsche Kaizer alle pogingen aan wendt om op de Kust van Jndien een Eta„ „blissement te verkrijgen en ook de Engelschen zouden niet minder geneegen zijn, voor Koetsiem, Na¬ „ gapatnam en meer andere Voordee„ len in ruiling afte staan. De Kompe. heeft dus van alle Kan„ „ten geleegenheid genoeg om zich van haare bezittingen op deeze Kust op een heel voordeelige wijze te ontdoen, en indien men Haare Voordeelen hier verminderd, in een tijd de Lasten merklijk toe nee„ „men, zoo vreese, zij daarvan ge„ „bruik maaken zal, doch tot nu toe heeft zij dit nagelaaten, uit hoofde van de nauwe Vriendschap, en en in hoope de tijden beter zullen worden Over alle deeze Gúlhartige en Oprechi uitlaatinge was zijn Hoogheid zeer voldaan, en scheen hier zelfs over aan „gedaan te zijn, alzoo hij tich uite „de„ dat wil God verhoeden den zal „ God noit toelaaten te gebeuren Dit vertrouw ik; al verder verzeekerde zijn hoogheid ons, dat alles zoude af¬ „hangen van de handelingen van de Heer Gouverneur omtrend zijn Hoog „heid, waarvan hij den uitslag op zijne Voorstellen te gemoed zag: Toen verzocht zijn Hoogheid dat de Gouverneur het Smorkelen van Peper dochom ende bij Koetsiem wilde beletten, dat veel Peper aldaar onder de hand wierd ingekocht en bij kleene partijen aan de Bombaras omgezet, dat zijn Hoogheid over eenige Jaaren Zeeker vermoogend Kristen Kotjande, genaamt heeft betrapt, en daarover tot afschr strenglijk had laaten straffen, dat wanneer de Heer Gouverneur dit ook quam te doen, geene dit zullen onderneemen, dat zijn hoog heid in zijn land tot door het Pan 108 Pandische naar de Kust Kormandel wagte had, om zulx te beletten, en dat dit zijn hoogheid veel qúam te Kosten; Vervolgens gaf zijn Hoogheid daarop aan ons een brief voor den Heer Gouverneur over, en zeide: verzee„ „kert UwEd s Gouverneur nu van mijne Vriendschap en als Volk tot dekking van Kranganoor, Aikotte of elders mogte benoodigt zijn, tegens Tipoe Saibo, ik altoos gereed ben die te gee¬ ven gelijk ik ook laast heb getoond, want ik ben niet gelijk als andere Malabaarsche Vorsten, die ligt be„ looven, maar haar woord niet hou„ „den. Ook gaf zijn Hoogheid ons noch te ken¬ „nen, dat binnen twee maanden dagt naar de Noord te gaan, dat dan over zaaken nader zoude spree¬ „ken, zijn Hoogheid stond doen op, vereerde ons ieder een goude arm ring en liet ons vertrekken; uit het Zalais zijnde quam de Meester van de Koning ons aanzeggen, wij bij de Eerste Minister moesten aangaan„ die ons noch wat uit 's Konings naam te
English
to say, being there, shortly thereafter the Minister arrived, who once again repeated what was noted hereinbefore, with this addition: his Master requested that the vessels coming from the North to the King's land to trade might pass Koetsiem without taking passes, because this delayed them on their voyage; that His Highness, for his part, accepted and solemnly promised always to notify Koetsiem which vessels came into his land without passes; and for whatever was due thereon, his Master not only bound himself to respond, but those amounts could be charged directly to His Highness's account. We answered thereto that we did not know whether the Governor could agree to this new arrangement, but that we would present it to our Governor; and 109 and hereupon we took our leave. We also received a further message from the Prince, whereby he had an offer made to us whether we might also prefer to make the journey overland, in which case he would have the coolies and what was necessary arranged; for which we politely had His Highness thanked. Undertaking the return journey again in the afternoon with the small vessel, as soon as we pushed off from shore we were again saluted with 9 shots, as before; and as the contrary winds kept us virtually in the same place for four days, we went ashore at Koilang and from there departed by the land route to Porka, where we further arrived here with vessels over the river on the 28th of this month. Hoping to have accomplished this our commission and further proceedings to the satisfaction of Your Right Honorable, we do ourselves the high honor with all due respect to be, below was written, Right Honorable High-Governing Sir, Your Right Honorable's Very Humble Servants, was signed, G. L. van Spall and J. A. Scheids, in the margin, Koetsiem, the 30th of Jan: 1780. List of the Gifts by the Underwritten to the following Persons, namely: To the First Minister Sambrada Keja Poela Sent with the interpreter on the 18th of January: 2 lb. Cloves 1 lb. Cinnamon Presented on the 20th of January upon our arrival at the Court: To the First Minister aforesaid: 3 pieces Armozine 3 lb. Nutmegs 4 lb. Cloves 2 lb. Mace and 2 lb. Cinnamon To the King's Master Pedro de Veque: 3 pieces Armozine 4 lb. Cloves 2 lb. Cinnamon To 130. To the scribe of the King, Patpe Navole: 1 piece Armozine 1 lb. Cloves To the same, Mallin Poela: 1 piece Armozine 1 lb. Cloves Upon our departure, to the French Captain of the King, Mr. Doneau: 2 pieces Armozine 2 lb. Cloves 1 lb. Cinnamon Koetsiem, the 30th of January, Year 1788. was signed, J. L. van Spall and G. A. Scheids. And there was also read the translated letter from the said Prince given to their Honors, and the translated ola that was handed to them alongside it, reading as follows: Translation of a Letter written by the King of Trevankoor to the Right Honorable Governor Johan Gerard van Angelbeek, received on the 27th of January 1788. The letter written to us by Your Right Honorable and sent with the Members of the Council, we have received on the 10th of the Month of Magaron (or the 20th of this month) and understood its contents, and the said Members have further given us to understand orally all that Your Right Honorable has conveyed to us. Your Right Honorable writes that we had received no answer to the letter of the 13th of Dec: that was sent to us; we delayed this in order first to gather precise information on it, and subsequently to dispatch the answer, as we were unaware of that matter. Meanwhile, Your Right Honorable has without any reason sent a sloop to our port, which fired shots there and entirely obstructed the trade at our place; this is the reason why we have sent no answer to the aforementioned letter. Your Right Honorable writes to 111. us that our people went aboard a Portuguese ship and requested to come ashore, and offered to sell pepper to them. We ordered our Kanakaars to hail the ships passing to the north, and if there should be any goods therein that we wished to have, to buy them from them, and for no other reasons; the truth thereof Your Right Honorable will discover upon investigation, that all are untruths which someone or other has told Your Right Honorable, with the intention of causing obstruction to the good friendship between the Company and us. We have made no new contract with the French Company; the circumstances hereof the Members of the Council will report to Your Right Honorable. Concerning the pepper that falls in our Realm and which we are bound to deliver to the Company, we certainly have no no reason to sell to the Bombaras. The pepper on the passes that we gave to our merchants, they sold to the Bombaras of the North, of which, having obtained knowledge, we immediately prohibited it. To the Bombaras we sold no Cinnamon. The matter standing in this manner, Your Right Honorable writes to us that we are acting contrary to the contract entered into, which causes us great astonishment. Your Right Honorable is a Person of great Understanding and authority; being such, Your Right Honorable has sent a sloop to our Port, caused shooting, obstructed trade, had the vessels taken away, and placed the people there under arrest; thus we cannot understand how Your Right Honorable has demanded customs duty on goods that they sold and purchased in our land, for the customary duties
Dutch transcription
te teggen had, daar zijnde, quam Kort daarop Minister welke andermaal herhaaling deedt van het hier voorige genoteerde, met deeze bij voeging, mijn Meester verzocht dat de vaartuigen die van de Noord naar 's Konings land quaamen om te handelen, Koetsiem mogen pas. „seeren zonder passen te neemen om dat zulx haar in haare reize ophield, dat zijn Hoogheid van zijn zijde aannam en plechtig be„ loofde, van naar Koetsiem altoos te zullen bedeelen, welke vaartui¬ „gen zonder passen in zijn land quaamen, en voor het daar toe staande, zijn Meester zich niet alle en verbond te respondeeren, maar dies bedraagen direkt op zijn Hoogheids reekening kon¬ „de gesteld worde. Wij beantwoorde zulx dat niet wis¬ ten of de Gouverneur in deeze nieuwe instelling konde toe stem„ „me, maar dat wij zulx aan onte Gouverneur zouden voordraagen, en 109 en naamen hierop ons afscheid. Wij Kreegen ook noch een nadere boodschap van den Vorst, waarbij hij ons liet aanbieden, of wij ook verkoo„ „ren om de reize overland te doen, dat alsdan de Koelies en het benoo„ „digt zoude laaten beschikken waarvoor wij zijn Hoogheid beleefd„ „lijk lieten bedanken. b De Terugreize wederom des 'S middags met het smal schip onderneemende, wierden wij zoodra van de Walof„ „staaken weder met 9 schooten als voorens gesalúeert, en alzoo de Tegenwind en ons vier dagen geroeg„ „zaam op dezelfde plaats hielden; zoo zijn wij op Koilang aan land gegaan en van daar over den Land„ weg naar Porka vertrokken, alwaar wij verders met Vaartuigen over de Rivier op den 28 deezer alhier zijn aangekoomen Hoopende deeze onze Kommissie en verdere handelingen ten genoege van Uweledele groot achtbaare te hebbe volbragt, geeven wij ons de hooge Eer met alle Schuldigheid te te zijn /:onderstond:/ Wel edele Groot„ achtbaare Hooggebiedende Heer, Uwer Weledele Grootachtbaare Zeer needrige Dienaar /:was geteekend:/ G. L van Spall en J. A. Scheids /:in margine:/ Koetsiem den 30. Jan: 1780. Notietsie van de Geschenken door de Ondergeteekendens aan de volgende Perzoonen, als: Aan de Eerste Minister Sambrada Keja Poela Den 18:e Januari met de Tolk gezonden. 2 lb. Nagulen 1. „ kaneel Den 20 Ianuari, met onze aankomst aan het Hof verschonken. Aan de Eerste Minister vooren gem: 3. p s Armozijnen 3. lb: Nooten 4 lb. Nagulen 2. A. Foeli en 2 lb. Kaneel Aan 's Konings Meester Pedro de Veque 3. p s. Armozijnen 4. lb. Nagelen 2 lb. Kaneel Aan 130. Aan de schrijver bij de Koning Patpe Navole¬ 1. p s Armozijn 1. lb. Nagulen Aan dito Mallin Poela. 1. p:s Armozijn 1. lb. Nagulen Met ons vertrek aan de Transche Kapitain van de Koning Mr. Doneau. 2 p:s Armozijnen 2. lb. Nagulen 1. lb Kaneel. Koetsiem den 30 Januari A„o 1788. /:was geteekend:/ J. L. van Spall en G. A Scheids. en werd teffens geleezen de vertaalde brief van gemelden Vorst aan hun E:s meede gegeeven, en de vertaalde ola, die aan hun lieden daarnevens was ter hand gesteld, luidende als volgt. Translaat Brief door den Koning van Trevankoor geschreeven aan den Weledelen Grootachtbaa¬ ren Heer Gouverneur Johan Gerard van Angelbeek, ontvangen den 27. Januari 1788. De brief door Uweledele Groot achtbaare aan ons „ ons geschreeven en met de Leden van den Raad gezonden, hebben wij den 10. van de Maand Magaron Cofte den 20. deezer:) ontvangen en dies inhoud verstaan, en de gem: Leden hebben ons mondeling verders te verstaan gegeeven al het geen Uwe„ „ edele Grootachtbaare aan ons heeft laaten weeten. U wel edele Grootachtbaare Schrijft, dat wij op de brief van den 13. Dec: die aan ons gezonden is, geen ant„ woord ontvangen had, wij hebben zulx uitgesteld om eerst een nauw„ Keunig informaatsie daarop te neemen, en vervolgens het ant„ woord te doen toekoomen, wijl wij van die zaak onkundig waaren. Jntusschen heeft Uweledele Grootachtbaare zonder eenige ree¬ „den een sloep naar onze haven gezonden die aldaar schooten gedaan heeft, en den Handel op onze plaats ten eene maal doen beletten, dit is de reeden, waar„ „ om wij geen antwoord op voormel„ de brief hebben afgezonden Uweledele Groot achtbaare schrijft ons 111. ons, dat ons Volk aan boort van een Por¬ tugeesche schip zijn aangeweest en verzocht hebben aan de Wal te koomen, en aangebooden hadden peper aan hen te verkoopen. Wij hebben aan onze Kanakaars aan¬ bevoolen om de Scheepen die naar de noord passeeren te verpraaijen, en too er eenige goederen daar in mogte zijn die wie gaarne wilde hebben van hen te koopen, en om geen an„ dere reedenen, de Waarheid daar „van zal Uweledele Grootachtbaare e bij onderzoeking ontdekken, dat alle Onwaarheiden zijn, die den een of ander aan Uw Weledele Grootacht„ baare heeft verhaald, met betrachting om aan de goede Vriendschap tus„ „sch en DE Komparie en ons hinder„ „nisse toetebrengen. Wij hebben met de Transche Kompe. geen nieúwe kontrakt gemaakt, de omstandigheeden hier van zullen de Leden van den Raad Uweledele Grootachtbaare verslag doen. Om de peper die in ons Rijk valt en wij gehouden zijn aan de Kompe: te leeveren, hebben wij zeker geen 9 geen reeden aan de Bombaras te ver„ koopen. De peper op de passen die wij aan onze Kooplieden hebben ge¬ geeven, hebben dezelve aan de Bombaras van de Noord verkocht, waar „van wij kennis gekreegen hebbende, hebben wij zulx ten eersten verbooden Aan de Bombaras hebben wij geen Ka„ „neel verkocht. De zaak in deeze voegen staande, schrijft U weledele Grootachtbaare aan ons, dat wij tegens het aangegaa„ „ne kontrakt handelen, het geen ons grootelijk doet verwonderen. Uweledele Groot achtbaare is een Perzoon van groot Verstand en vermogen, zoodanig zijnde heeft Uwel edele Groot achtbaare een sloep naar onze Haven gezonden, doen schieten, den handel stremmen, de Vaartuigen laaten wegbrengen, en het Volk aldaar in arrest zetten, dus wij niet begrijpen kunnen, hoe dat Uwel„ „edele Grootachtbaare tols gerechtig„ heid heeft afgeeischt van goederen die zij in ons land hebben verkocht en ingekocht, want de gebrúiklijke gerechtig-
English
112 The Company has always requested and also obtained pass duties from them, and if any customs duties from the trade conducted in our country ought to be paid to the Company, Your Right Honorable should have informed us; without doing this, Your Right Honorable has obstructed our trade, whereby great damage has been caused to us, which is contrary to the close and good friendship that we maintain with the Honorable Company. Since the revenues of our kingdom are not sufficient for the maintenance of our troops and our state, we have therefore drawn the trade to ourselves; wherefore, if Your Right Honorable wishes to forbid the same, then the Honorable Company must point out a way whereby we can find those expenses. Thus, in order not to cause any hindrance to the friendship, but to preserve the same, and if Your Right Honorable is inclined thereto, I request that no other customs duties, except for the usual pass duties, be demanded by the tax farmers from the merchants who come into my country to trade, and that the customs duties already received from them be returned to Ananda Mallen, and subsequently that the vessels sailing to our ports be allowed to pass unhindered. The gifts sent with the members of the Council we have accepted with much cordiality. For the rest, the said members will inform Your Right Honorable of everything. On this we await a satisfactory answer with all speed. Written by Baliameles oetto Kanokoe Prasoedom Peroemaal Madewen, and signed by His Highness; underneath stood: for the translation, Cochin, date as above; signed: G. M. Truijens, sworn translator. Translation 113 Translation of an Ola written in the Malabar language by way of a list, regarding the customs duties collected by Anta Sitti on the goods brought, sold, and purchased with vessels at Alepe, in order for the said amounts to be returned to Ananda Mallen, dated the 10th of the month Magarom or the 21st of January 1788. 1 On the 22nd of the month Tanoe or the 31st of December 1787, collected from a Bombara named Jajada on account of discharged Surat cotton, for customs duty . . . Ducats 100 On the 22nd of the month Tanoe or the 31st of December, from a Bombara named Widambaar Miran, collected on the loaded copra at Alepe for customs duty, on each candy 1 rupee. On the 29th of the month Tanoe, or the 9th of January 1788, from a Bombara of Katjien named Sindradas, on the discharged 55 candies of cotton at Alepe as above, collected on each candy 3 rupees - - - rupees 165 On the 29th, from a Bombara of Katjien belonging to the Karani Ragapadi, on the discharged 32 candies of cotton at Alepe as above, collected at 3 1/4 rupees on each candy 104 On the 2nd of the month Magarom or the 12th of January, from a Bombara named Kassian, collected on the purchased copra for duty 56 Also, that he and the two sepoys who are detained at Cochin be released and sent from there; underneath stood: for the translation. Cochin the 27th of January 1788; was signed: J. M. Truijens, sworn translator. Whereupon, having deliberated, it was approved and agreed with unanimous votes: To approve the actions of the commissioners and to thank them on that account. Also, after resumption of a memorandum of some gifts that the said commissioners presented to various court dignitaries amounting to ƒ 188. 7-, it was approved to pass the same, as they could not well have been avoided. While on the letter from the aforementioned King it was decided to reply point by point, and in particular to demonstrate in detail the indisputable right of the Company to cruising and the levying of tolls from passing native vessels, to outright reject the demand of the King that the tolls collected from the seized vessels be returned, to refer the request concerning the linen delivery at Cape Comorin to the Government of Ceylon, and to grant the request for a portion of the Batavia merchandise at the price of the Company merchants, provided His Highness takes over a proportional share of the entire cargo. There was 114 There was read the defense of the Resident of Porca, Abraham Toussaint, regarding the shipment of pepper there in a Bombara without him having opposed it, which was demanded of him by secret resolution of the 9th of January last, reading as follows. Extract from the secret resolution taken in the Council of Malabar in the city of Cochin on Wednesday the 9th of January 1788: That another Bombara from Muscat, belonging to the Banyan merchant Bimje, named Salam Sawai, on which the Gentoo Tjadeuje had authority as supercargo, having arrived here on the 29th of December last from Porca and was found, without a pass from here, not only to have traded there, but even pepper Respectful Answers. The two hundred kapok bales, it is entirely beside the truth that they were discharged at Porca, but rather at Alepe; in order now to receive payment for this, the Bombara came to Porca and there received pepper from the King's warehouse, and to ship that off
Dutch transcription
112 Gerechtigheid van Passen heeft de Kompe van haar altoos gevraagd en ook erlangd, en zoo er eenige tols gerech„ „tigheid van de Negootsie die in ons land gedreeven word, aan de Kompe¬ moeten worden betaald, behoorde Uwel¬ „edele Grootachtbaare aan ons te hebbe moeten bedeelen, zonder dit te doen, heeft Uweledele Grootacht„ „baare onzen Handel doen strem„ „men, waardoor ons groote schaade is toegebragt, het geen strijd ende is tegens de nauwe en goede Vriend„ schap die wij met DE. Komperie onderhouden. Tot het onderhouden van onze Troepen en onzen staat zijnde inkomsten van ons Rijk niet toe rijkende, der= halven hebben wij den Handel aan ons getrokken, over zulx zoo Uwel„ „ edele Grootachtbaare den zelven wil verbieden, dan diend DE. Kompanie een weg aante wijzen, waardoor wij die Onkosten kunnen vinden, dus om geen hindernisse in de Vriendschap toe te brengen, maar dezelve te doen konserveeren en en Uweledele Groot achtbaare daar toe geneegen is, verzoek ik van de Handelaars die in mijn land koo„ „men om te handelen, geen andere tols gerechtigheeden, uitgenoomen de gewoone gerechtigheid van Passen, door de Pachters te laaten afvraagen en de reeds van hen ontvangene tols gerechtigheeden aan Ananda Mallen te laten terug geeven en vervolgens de Vaartuigen die naar onze Hlaven zijlen onverhinderd te laten passeeren De gezondene geschenken met de Leden van den Raad hebben wij met veel hartlijkheid geakcepteerd. Voor het overige zullen de gemelde Leden Uweledele Grootachtbaare van alles Kennis geeven. Hierop ver¬ „wachten wij met alle spoedeen voldoenend antwoord. Geschreeven bij Baliameles oetto Kano„ Koe Prasoedom Peroemaal Made¬ „wen, en geteekend door zijn Hoog „heid /:onderstond:/ voor de Translaat„ „sie Koetsiem dato als vooren /:geteekend:/ G. M. Truijens gezwoo„ re Translateur. Translaat 113 Translaat Ola in het Mala¬ „baars geschreeven bij wijze van een Lijst, wegens de door Anta Sitti ingevorderde tots gerechtigheeden van de goederen die met Vaartuigen op Alepe aangebracht, ver¬ kocht en ingekocht zijn, om gemelde bedraagen aan Ananda Mallen geintra„ geerd te werden, gedateerd den 10e. van de Maand Magaron ofte den 21e: Jan¬ 1788. 1 Den 22. van de Maand Tanoe ofte den 31. December 1787. van een Bombara genaamt Jajada wegens geloste Soeratsche Katoen ingevordeerd, à Tols Gerechtigheid. . . Dukaat 100 Den 22. van de Maand Tanoe ofte den 31e: December van een Bombara genaamt Widambaar Miran, op de geladene Koppara te Alepe we„ „gens Tols gerechtigheid ingevorderd op ider Kandijl 1. ropij. Den 29. van de Maand Tanoe, ofte den 9. Januari 1788. van een Bom„ bara van Katjien genaamt Sindra„ „das op de geloste 55. kandijl Kattoen op 10. op Alepe als Vooren op ider Kandijl 3. rop s ingevorderd — - - rop:s 165 — Den 29. ' van een Bombara van Katjien toebehoorende den Karani Ragapadi, op de geloste 32 Kandijl- Kattoen op Alepe als Vooren a 3¼ ropij op ider Kandijl ingevorderd Den 2. van de Maand Maga„ „rom ofte den 12. Jan: van een Bombara genaamt Kas„ sian op de ingekochte Kopara ingevorderd aan gerechtigheid— „ 56 Ok dien en de twee sibaans die op koet„ siem gearresteerd zijn, daar van ont„ „slagen en gezonden te werden /:onder„ stond:/ voor de Translaatsie. Koet Stem den 27. Jan: 1788 /:was geteekend:/ J. M. Truijens gezwoore Translateur. — Waarop gedelibereerd zijnde, is met een paarige stemmen goed„ gevonden en verstaan: De verich¬ „tingen van gekommitteerden te approbeeren en hun E: derweegen te bedanken Ook is na resumptsie van een „104 Memorie 114. Memorie van eenige Geschenken die gemeldte gekommitteerden aan„ deeze en geene Hofsgrooten afge„ „langt hebben van ƒ188. 7- goedgevonden te passeeren, als zijnde dezelven niet wel te vermijden geweest. Terwijl op den brief van voormelden Koning beslooten werd, post voor post te antwoorden, en inzonderheid het onbetwistbaar recht van de Kompe¬ tot de bekruissingen en het heffen van tollen van voorbijgaande in„ landsche Vaartuigen omstandig te betoogen, den Eisch van den Koning, dat de ingevorderde toll en van de aangehaalde Vaar= tuigen teruggegeeven wierden, recht uit afte wijzen, het verzoek no„ „pens de Lijnwaat Leveransie aan de Kaapkomorijn aan de Regeering van Ceilon te renvoijeeren, en het verzoek om een gedeelte van de Bataviasche Koopman„ „schappen tegen den prijs van 'sKomp Kooplieden inte willigen, mits zijn Hoogheid van den heelen aan„ „breng een eeven reedig deel overneeme. Werd Werd geleezen de Verantwoording van den Resident van Porha Abraham Tous „sain nopens den afscheep van peper aldaar in een Bombara, zonder dat 1 ge hij zich daartegen geopposeerd had, een die van hem gevorderd is bij sekreete kre Resoluutsie van den 9. Januari jongst„ „leeden luidende als Volgt. Extrakt, uit de sekreete Resoluutsie genoomen in Raade van Malabaar ter Steede Koetsiem op Woensdag den 9:e Januari 1788 Dat een andere Bombara van Maskatti, den Ben„ „jaans Koopman Bimje toebehoorende Salam Sawai genaamd, waarop de Gen„ Eerbiedige Antwoorden. „tief Tjadeuje als Karga De twee honderd kapokbalen, dit het gezag had, alhier den is gants bezeide de Waarheid 29. Dec. jongstleeden van Por„ dat dezelve te Porka gelost zijn, maar wel te Alepe om „na aangekoomen en be„ nu dies voldoening te krijgen vonden was, zonder Pas is de Bombara op Porka gekoomen van hier, daar niet alleen en aldaar Peper ontvangen uit handel gedreeven, maar zelfs 's Konings Pakhuis en om die af„ peper te
English
115. to ship, the Canarese Rangapoi came to me and said that the King had bought the 200 bales of kapok, with this agreement to give pepper instead of the value; one day before the pepper was shipped, I received news that pepper was being prepared in the King's warehouse, whereupon I notified the Besaipoekaare that I would not permit the shipment and would place an arrest upon it, whereupon the Besaipoekaare sent answer in reply that he will not listen to that arrest, that the King can sell his pepper to whomever he wants; for this reason I had an arrest placed on the pepper; it is true that I did not communicate it, which came about because of my severe indisposition, during which time my clerk also lay sick and shortly thereafter died of the smallpox. Further extract from the same Resolution. In the third place, the assertion of the cargo-master Tjadenje that the pepper had been shipped into his vessel at Porka with the foreknowledge and consent of the Resident, having been taken into further consideration, and it being noted in that regard: That the same rests solely on the assurance of the Ragiadoor and Canarese who sold the pepper to the deponent, and they could very easily have fabricated this merely to put his mind at ease, and thus in itself deserved little credit; yet that Resident Abraham Toussain had made himself very suspect, inasmuch as he had not protested against this incident, which happened under his very eyes, and had not even given the least notice thereof to the Lord Governor, to which he was indispensably obligated by virtue of his office, and furthermore had been further admonished by the Lord Governor in a secret letter of the 12th of December last, and thus very shortly before the shipment of that pepper, in these words: To report as quickly as possible about what was going on at Alepe, in particular also whether pepper was being stored in that region to be sold to bombaras, European, or other merchants; which suspicion seemed to increase still further, because the Resident, in a letter of the 3rd of this month, when he had beyond doubt received news that the bombaras had been seized here, had notified the Lord Governor that two days previously, thus the 1st of January, 101 and the following day 100 packs of pepper had been loaded into vessels, and that he had placed an arrest on the first parcel, but found no compliance, and therefore had not placed an arrest on the second parcel, since the people of Travancore would not listen to it, and it was thus merely more shame than honor. And thereupon, it was unanimously approved and resolved to demand from the Resident Abraham Toussain a written accounting: first, how the matter stands regarding the assertion of the Ragiadoor and the Canarese that he, Toussain, had consented to the shipment of the pepper in the aforementioned bombaras; secondly, why he did not protest against the shipment of the pepper; and thirdly, why he gave no notice of this incident to the Lord Governor, in order to decide further after receiving that accounting. These adjacent two hundred and one packs of pepper were shipped, but having come halfway between Porka and Alepe, the King's people received news that a Company sloop had arrived off Alepe and had taken the bombaras along to Cochin; for this reason the vessels returned to Porka and the pepper was unloaded there again. That I consented to the shipment of pepper is the pure truth, because I well know that the King's people will not listen to an arrest, as the Besaipoekaare declared one day before the shipment. Not having given notice of this incident happened, as said before, because of my severe indisposition. With which accounting the undersigned hopes to have satisfied, and once again requests that his indisposition may be taken into consideration for this time. Cochin, the 29th of January 1781. Signed: A. Toussain. Below stood: Agreed. Signed: A. Poolvliet, Secretary. 117. Secretary. And since the illness of the same, to which he attributes this neglect of duty, is genuine, and the aforementioned Toussain has moreover requested his discharge from that post, and, as appears from what has been recorded in today's common Resolution, has obtained it: it is therefore approved and resolved to accept that accounting. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar in the City of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. Signed: J. G. van Angelbeek, R. van Harn, J. L. van Spall, J. A. Cellarius, A. Poolvliet, and J. A. Scheids. Agreed. Arnold Lunel, first secretary.
Dutch transcription
115. den te Scheepen is den Kanarijn Ran, peper geladen te hebben, en gapoi bij mij gekoomen en gezegt, dat gemeldte Karga daar„ dat de Koning de 200 kapon van „ over door den Heer Gouverneur len had gekogt, met dit ak„ Noord Peper in de plaats te te reede gesteld zijnde, eerst geeven, een dag bevoorens bij monde, en daarna ter eer de Peper afgescheept is, Sekretarije verklaard had, kreegik nancht, als dat „r Peper in 's Konings Pak, dat hij te Porka twee hon„ uis klaar gemaakt wierd, daar„ derd balen Kapok verkogt op heb ik aan de Besai„ poekaare laten weeten, dat en weder twee honderd vier v„ ik den afscheep niet zoude ge en dertig pakken Peper loogen en arrest op zou laten leg- ingekocht had, die 's Komp:s gen, daar op heeft de Besai„ Pesidentsie opentlijk voorbije„ poekaare met antwoord laten gedraagen en ingelaaden was, a„ tienen, dat hij na dat arrest na dat hij den Ragiadoor riet zal luisteren, dat de Koning zijn Peperkan verkopen, aan wij en den Kanarijn Rangapoi dat hij wil, om de es reeden heb ik gevraagt had, of hij iets meer een awest op de Peper laten doen moest tot het lad en leggen, het is waar, dat ik tul van Peper, en daarop ten niet gekommuniceerd heb, dat antwoord bekomen had, dat is wegens mijn swaare indis„ zijlieden den Resident posietsie gekoomen, in welke gewaarschuwd en van den„ tijd mijn schrijver ook ziek zelven permissie bekoomen lag en kort daaraan, aan de Pokken is koomen te hadden, de Peper in zijn Vaartuig af te schee¬ Nader Extrakt uit dezel¬ „ve Resoluutsie In de derde plaats werd het „pen. Voor¬ 8 d te overlijden Voorgeeven van den Karga Tja „denje dat de Peper te Port„ met Voorkennis en Soetstem „ming van den Resident in zijn Vaartuig afge¬ scheept was, in nader Overweeging genoomen, en daar omtrend aangemerkt Dat het zelve alleen steun op de Verzeekering van den Ragiadoor en Kanarijn, die de Peper aan de Deklarant verkocht hadden, en dit heel maklijk konden gefingeerd hebben om hem maar gennst te stellen en dus op tich zelve weinig geloof verdien de, doch dat Resident Abraham Toussain Rech zelve zeer suspekt had gemaakt, door dien hij tegen dit ge„ „val, het welk onder zijn Oog gebeurd was, niet geprotes„ teerd en zelfs geen de min„ ste kennisse daarvan aan zij den Heer Gouverneur gegee„ We „ven had, waartoe hij uit hoofd de van zijn ampt indispen„ „ „sable verplicht geweest d en ten overvloede noch nader 1167 nader door den Heer Gouverneur bij een Sekreeten brief van den 12. December Jongstlee„ den en dus heel kort voor den afscheep van die Peper„ vermaand was, met deezer woorden: Om van het geen te Alepe omging, zoo spoe„ 9 dig als mogelijk bericht te geeven, inzonderheid ook of daarom streex Peper opgelegd was, om aan Bom„ „baras Europeesche of andere Negotianten te verkoopen, welke Súspietsie noch scheen te vermeerderen, door dien hij Resident bij een brief van den 3. deeter, wanneer hij buiten twijfel bericht ge„ kreegen had, dat de Bom„ „baras hier gearresteerd waaren aan den Heer Gouverneur had kennis gegeeven dat twee dagen bevoorens, dus Deeze nevensstaande Twee hon„ den 1=e Januari, 101. en den „derd en een Pakken Peper zijn afgescheept, maar halver dag daar aan 100 pakken Weegen tusschen Porka en Peper in Vaartuigen gelaa„ Alepe gekoomen zijnde, kree„ „den waaren en dat hij „gen Konings Volk nancht, op de eerste partij arrest dat een 'sKomp s sloep voor gelegd, doch geen gehoor Alepe gekoomen was en gevonden, en daarom op de de de Bombarassen naar Koetsien de tweede partij geen ar„ hadden mede genoomen, om rest gelegd had, wijl het dies reeden zijn de Vaar„ Volk van Tre van Koor daar tuigen na Porka terugge„ „ na niet luisteren wilde, „koomen en de Peperal„ en het dus maar meer „daar weder gelost. schande dan eere was. En werd daarop, met een„ paanigheid goed gevonden en Verstaan van den Resident Dat ik in den afscheep van peperbe„ Abraham Toussain schrifte„ „willigt hebben, is de Zuivere Waar„lijke Verantwoording te „heid, om dat ik wel weet eischen, eerstlijk hoe het dat '3 Konings Volk niet naar awrest zullen luisteren, gelijk de met het voorgeeven van Besaipoekaare een dag voor den Ragiadoor en den de afscheepbetuigd heeft. Kanarijn, dat hij Tous„ „sain in den afscheep van den peper in meerm: Bom„ „baras bewilligd had, gelegen is, ten tweeden waarom van dit geval geen kennis ge„ hij tegen den afscheep van geeven hebbende is als Voorwaards de Peper niet geprotes¬ gezegt door de zwaare in„ „disposietsie van mij gekoomen. „teert heeft, en ten der„ Met welke verantwoording „den, waarom hij van dit verhoopt de ondergeteekende geval geen kennis aan den voldaan te hebben en nog Heer Gouverneur gegeeven maals is verzoekende, dat deszelfs indisposietsie voor heeft, ten einde, naar bekoo„ deeze keer gekonsidereert mag ming van die verantwoording werden. nader te disponeeren. Koetsiem den 29. Januan /:onderstond:/ akkordeerd. 178. /:was geteekend:/ A„m Tussain, /:was geteekend:/ A. Poolvliet Sekrets 117. Sekretaris. En wijl de ziekte van den zelven, waar¬ „op hij dit plicht verzuim schuift, in Waarheid bestaat, en gemeld ter Toussain daaren boven zijn ontslag uit die post verzocht, en blijkens het aangeteekende bij gemeene Re„ solautsie van heeden geobtineerd heeft: zoo is goedgevonden en ver¬ staan in die Verantwoording te berusten. Aldus gedaan, geresolveerd en ge„ arresteerd in Raade van Mala„ baar ter Steede Koetsiem, ten dage maand en Iaare voormeld (: was geteekend:/ J G. van Angelbeek, ƒ R. van Harn J L. van Spall, J A. Cellanus, A Poolvliet en 6 J. A. Scheids. Akkordeerd. Arnold Lunel p„:r sekoet:s 2. 2
English
118. La: N: Secret Resolution taken in Council of Malabar at the City of Cochin Wednesday the 6th of February 1788. Forenoon Present. The Right Honorable Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek, The Honorable Senior Merchant, Second, and Chief Administrator Reinier van Harn. The Honorable provisional Fiscal and Cashier Ian Lambertus van Spall. The Honorable Junior Merchant and Warehouse Keeper Johan Adam Cellarius The Honorable Junior Merchant, Shopkeeper, and Dispenser Willem Van Haester The Honorable Secretary of Police Adriaan Poolvliet The Honorable provisional Pay Bookkeeper Johan Andries Scheids, and The Honorable Junior Merchant Pieter van Spall. Absent The Honorable Captain and Head of the Military Godlieb George Gebhard, due to indisposition. In this meeting was reviewed the draft of the letter which, according to the resolution of the 30th of January last, must be written to the King of Travancore, in answer to his of the 27th preceding, and agreed and decided to conform thereto and to insert the draft hereunder. Draft letter written by the Right Honorable Governor Johan Gerard Van Angelbeek to the King of Travancore on the 6th of February 1788. Upon the return of the Gentlemen Commissioners I have had the honor to receive Your Highness's letter, alongside which they have also reported to me on all that was further discussed with Your Highness. Your Highness assures me that you have sold no pepper to foreigners, and has explained this further by word of mouth to the commissioners, adding that such would not happen henceforth either, and that we were free to confiscate the pepper found in foreign vessels. I am very pleased with this assurance from Your Highness, by which many difficulties will henceforth be prevented, but now I must also frankly state that Your Highness 119 is very much misled by his servants regarding this matter, who, without Your Highness's prior knowledge, sell pepper to the Bombars and other foreigners, and when it is discovered, shift the blame to the merchants who held passes. This is clearly evident from the case of Tjadeuje, in whose vessel two hundred and thirty-four packs of Travancore pepper were found here, for he has declared at our secretariat, under offer of oath: That he sold his kapok to Your Highness's people and bought this pepper back from them. That he asked Your Highness's Rasiadoor and the Canarese Rengapooi whether he also had to do anything more regarding the loading of the pepper, but that both had told him that they had warned the Resident of Porca and obtained permission to load the pepper into his vessel, etc. To convince Your Highness of this even further, I enclose herein a copy of this declaration with its translation. This declaration of Tjadeuje itself cannot be rejected or denied and is alone sufficient to prove that it was not pepper from the merchants who held pepper passes, but from Your Highness yourself. Yet I have even further proof of this. For the Resident of Porca, Abraham Soussain, having been called to account regarding this, has declared under presentation of oath: 1.) That this pepper was prepared in Your Highness's warehouse. 2.) That Rengapoi, who attends to the affairs of Your Highness, came to him and said that the King had bought the kapok from the Bombar on the agreement to give pepper in exchange. 3.) That he, the Resident, the day before the shipment, informed the Besaipoekare that he could not tolerate that shipment, but would seize it. 120 4.) But that the Besaipoekare had answered: that he would not heed that seizure, and that his King could sell his pepper to whomever he pleased, and finally 5.) That the pepper was also actually shipped out of Your Highness's warehouse and by Your Highness's people. This declaration is also enclosed herewith in Dutch and also in Malabar. That Your Highness's servants who have been on board the ships St. Antonio de Padua and Le Grand Duc de Toscane have offered pepper and cinnamon for sale, has been related by the captains and supercargoes themselves, who deserve credence regarding this. Yet because I desire nothing so heartily as to maintain the friendship between Your Highness and the Company, and to avoid all that might be an obstacle to it: so I will not trouble Your Highness any longer with this tiresome and unpleasant matter, but much rather rely on Your Royal word and promise that henceforth no pepper will be sold to foreign European or native vessels. Regarding the cruising, I have already given Your Highness sufficient reasons in my two previous letters, and the commissioners have explained everything further; and even if I could bring no other reason why I caused the vessels to be detained off Alepe, the pepper found therein would alone be sufficient to justify this action. But even if there had been no pepper in those vessels, I was yet authorized to detain the same, for the reason that they had passed Cochin without having taken passes. That they are obligated to do this, Your Highness even acknowledges in his letter with
Dutch transcription
118. La: N: Sekreete Resoluutsie genoomen in Raade van Malabaar ter Steede Koetsiem Woensdag den 6. Februari 1788. gq Prezent. Voormiddag De Weledele Grootachtbaare Heer Raad extra ordinair van Nederlands Jndien Gouverneur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek, 49 De E. Heer Opperkoopm: Sekunde en Hoofdadminist:r Reinier van Harn. De E. p:l fishaal en Kassier Ian Lambertus van Spall. De E. Onderkoopman en Pakhuismeester Johan Adam Cellanus De E. Onderkoopman Winkelier en Dispensier Willem Van Haester De E. Sekretaris van Polietsie Adriaan Poolvliet De E. p=l soldijboekhouder Johan Andries Scheids en De E. Onderkoopman Pieter van Spall. 6 absent De E. Kapitain en Hoofd der Milietsie Godieb George Gebhard door indisposietsie Is in deeze bij eenkomst geresumeerd het Koncept van den brief, die volgens het geresolveerde op den 30. Januan jongst„ leeden, aan den Koning van Prevan Koor moet geschreeven worden, in antwoord op den zijnen van den 27. bevoorens en goedgevonden en verstaan zich daar op mede mede te konformeeren en het Kon¬ cept hieronder te insereeren. Konoept brief door den Wel„ „edele grootachtbaaren Heer Gouverneur Johan Gerard Van Angelbeek, geschreeven aan den Koning van Trevan„ Voor den 6. februari 1788. Met de terúgkomst van de Heeren gekommitteerden heb ik de eer ge„ had Uw Hoogheids brief te ontvan„ gen, waarnevens zij mij ook rapport gedaan hebben van al het geen verder met Uw. Hoogheid verhandeld is. Uwe Hoogheid verzeekerd mij, geene peper aan vreemden verkocht te hebben, en heeft dit bij monde aan gekommitteerden nader verklaard, met bij voeging, dat zulx voortaan ook niet geschieden zoude en dat wij de Peper, die in vreemde Vaar„ tuigen gevonden werd, vrij konden konfiskeeren Itk ben Zeer verblijd over deeze Ver¬ reekening van Uw. Hoogheid, waar door voortaan veele moeilijk heeb zullen voorgekoomen worden, ma nu moet ik ook onbeschroomd te kennen geeven, dat Uwe Hoog heid 179 heid door zijne Bedienden omtrend dit stuk zeer misleidt word, die, zonder Uwe Hoogheids Voorkennis, peper aan de Bombaras en andere vreemde„ „lingen verkoopen, en als het dan ontdekt word de schuld schuiven op de Kooplieden die passen hadden. Dit blijkt klaar aan het geval van Tjadeuje, in wiens Vaartuig hier twee honderd en vier en dertig pakken TrevanKoorsche Peper gevonden zijn, want dezelve heeft ter onzer sekretarije, onder aan„ bieding van Eede verklaard: Dat hij zijne Kapok aan Uw Hoog— heids Volk verkocht en deeze pe¬ per weder van henlieden inge„ kocht heeft. Dat hij Uw. Hoogheids Rasiadoor en den Kanarijn Rengapooi ge„ vraagd had, of hij ook iets meer doen moest, tot het laden van de peper, doch dat beide aan hem gezegt hadden, dat zij aan den Resident van Porka gewaarschuwd, en permissie bekoomen hadden, de peper in zijn Vaartuig te laaden enz. Om Uwe Hoogheid hier van noch nader te te overtuigen, sluite ik hierin een ko¬ pij van deeze Verklaaring met de zelfs Translaat. Deeze Verklaaring van Tjadeuje relv kan niet verworpen of ontkent worden en is alleen genoeg om te bewijzen, dat het geen peper van de Kooplieden die peper passen gehad hebben, maar van Uw. Hoogheid zelve geweest is, Doch in heb daar van noch nadere be„ wijzen. - Want de Resident van Porka, Abraham Soussain, hier omtrend verantwoording afgevraagd zijnde, heeft onder presentaatsie van Eede verklaard 1.) Dat deeze peper in het pak„ huis van Uwe Hoogheid Klaar gemaakt is: 2. , Dat Rengapoi, die de zaaken van Uwe Hoogheid waarneemd, bij hem gekoomen is en gezegd heeft, dat de Koning de Rapon van de Bombara gekocht had methet akkord, om peper in de plaats te geeven. 3. Dat hij Resident, 'sdags voor den afscheep, aan den Besaipoe„ hare heeft laten weeten, dat hij dier afscheep niet kost gedoo„ „gen 120 „gen, maar daarop arrest leggen zoude. 4. / Doch dat de Besai poekaren had geant woordt: dat hij naar dat ar¬ „rest niet luisteren zoude, en dat zijn Koning Zijne Peper verkoopen kost, aan wien hij wilde en ein„ „delyk 5. / Dat die peper ook werklijk uit Uw. Hoogheids pakhuis en door Uw hoogheids Volk afgescheept is. Deeze Verklaaring gaat meede in het hollandsch en teffens in het Malabaarsch hier nevens. Dat Uw Hoogheids Bedienden, die aan boord van de Scheepen St. An„ tonio de Padua en Le grand Duc de Toscane geweest zijn, peper en Kaneel te Koop gepresenteerd heb¬ ben, zulx is door de Kapitains en Kargas zelve verhaald, die hier omtrend geloof verdienen, doch wijl ik niets zoo hartlijk wensche als om de Vriendschap tusschen Uw. Hoogheid en de Kompe. Steets te onderhouden, en al wat aan de„ zelve hinderlijk zijn kan, te vermijden: zoo wil ik Uw. hoog— heid „heid met deeze verdrietige en on„ „ aangenaame raak niet langer vermoeijlijken, maar veel meer berusten in Uw Koninglijk Woord en belofte, dat voortaan geen peper aan vreemde Europeesche of jnlandsche Vaartuigen verkocht zal worden. Nopens de Bekrussing heb ik Uw. Hoogheid reets bij mijn twee voor¬ ge brieven voldoende reeden gegee„ „ven, en de gekommitteerden hebben alles nader geexpliceerd en al kon ik geen ander reeden bijbrengen, waarom ik de Vaartui¬ gen voor Alepe heb laaten ar„ „ resteeren, zoo zoude de peper die daarin gevonden is, alleen genoeg weezen, dit gedoente te recht„ vaardigen. Doch al was geen peper in die Vaartuigen geweest, zoo was ik doch bevoegd, dezel¬ „ven te arresteeren, om reeden, dat rij Koetsiem waaren voorbij gegaan, zonder passen genoomen te hebben. Dat zij hiertoe verplicht zijn, erkent úw hoogheid zelfs, bij zijn brief met
English
121 with these words: For the customary right of passes the Company has always demanded from her, and also obtained. Thus, I need not adduce any further proof of it. But this I must add, that the Company, in order to hold the native vessels to this obligation, and to preserve and enforce respect for this right of hers, has repeatedly caused the coasts to be cruised, as appears from a multitude of instructions resting in our Secretariat, of which, so as not to extend this letter too greatly, I shall cite only a few from each of the last fifty years. In the year 1735, the boat Vlissingen, Quartermaster Jan Theunisz, cruised from here southwards to Koilangs Paroe, and in the instruction of 17 January of that year it is, among other things, clearly stated: That he, the Quartermaster, must cruise the coasts and bring hither all vessels that smuggle pepper, as well as those that are not provided with the Company's passes, and that he must compel by his artillery the vessels that refuse to obey him. In the year 1743, the boats Zwijndrecht and Settua were sent to cruise the coasts off Alepe and Kakaalen with orders to bring in all native vessels that sailed from north to south and had not touched here at Koetsiem, as also all vessels that were laden with pepper. In the year 1750, the Quartermaster Jan Klaase cruised with the boat Settua, and was ordered by his instruction to bring in all native vessels that had passed by Koetsiem, and if they refuse to obey, to compel them thereto with the artillery. And 122. In the year 1765, the boatswain Jan Smith, with the narrow-vessel de Jonge Susanna, cruised from Settua down to Porka, and the Quartermaster Hans Matthijs Berends cruised the coasts between Koetsiem and Porka with the boat Elisabeth, and both were ordered by their instructions immediately to arrest and bring in all vessels that had no passes. I have therefore in this case done nothing other than that which has been customary from ancient times and at all times, wherefore Your Highness has no reason whatever to complain about this cruising and what occurred during it. Your Highness further complains that I have hereby obstructed trade in your country; to this it must be answered that the Regiadors are themselves to blame for it, because they admitted the vessels without passes, which they ought not to have done, and that consequently the detriment that may have arisen from this is not to be imputed to me, but to them. For the rest, it is most clearly evident that I had no intention of obstructing trade in Your Highness's country, aside from smuggling in pepper and wild cinnamon, which I shall always obstruct, for after those same vessels were inspected and had taken passes, I immediately gave them freedom again to depart for Alepe, as Your Highness will certainly have learned. Furthermore, Your Highness says you cannot understand how I have demanded customs duty on goods that the aforementioned merchants had sold and bought in Your Highness's country. If Your Highness pleases to have an inquiry made, it will be found that from the most ancient times until now, all native vessels that traded between Settua, or now Kranganoor, and Koilang, have paid customs duty at Koetsiem on their sold and re-purchased merchandise just as well as if those goods 123. had been sold and bought here; and to convince Your Highness further thereof, I enclose herewith an extract from the customs accounts of former years, containing a multitude of examples which serve as proof of this, whereby Your Highness will thus be convinced that on passing goods sold in Your Highness's country, and likewise on the products bought in Your Highness's country, the customs duty has always been paid here. And how can Your Highness find it strange or unreasonable that we demand duty on goods that are bought or sold not here, but in Your Highness's country, when Your Highness takes duty in that very same manner at Tengapatnam on goods bought at Koetsiem and carried by vessels to Tutukorijn and sold there, and likewise from Tutukorijn to Koetsiem? This would indeed be much more difficult to understand, that Your Highness takes duty on goods coming from a Company place and going to a Company place, than that we take duty on goods coming from a foreign country or transported again to a foreign country. I cite this case, however, only to convince Your Highness further by your own example that this is not so strange as Your Highness seems to think, and for the rest I do not wish in any way to base our right in this matter on the example of Tengapatnam, as the same has existed and been exercised at all times, as I have substantiated this with abundant proof. Your Highness will hereby be convinced that it is not in my power to excuse the merchants who come to trade in Your Highness's country from paying the duties; by doing so I would curtail the right of the Company, which to preserve inviolate is my first and foremost duty. Just as little can I require the Farmer to return the farm moneys which he has received from the aforementioned goods
Dutch transcription
121 met deeze woorden: Want de gebrúiklijke Gerechtigheid van passen heeft de Kompt. van haar altoos gevraagd en ook erlangd. dus behoeve ik 'er geen nader bewijs van bij te brengen. Doch dit diene ik 'er bij te voegen, dat de Komp: om de inlandsche Vaartuigen tot deeze verplichting te houden, en om dit haar recht te bewaaren en te doen respekteeren, te meer- maalen de Stranden heeft laa„ „ten bekruissen, zoo als blijkt bij eene meenigte instruksien, die ter onzer Sekretarije berustende zijn, waarvan ik, om deezen brief niet al te veel uittebreiden, maar eenigen ieder de laaste Vijftig Jaaren zal aanhaalen. In het Jaar 1735. heeft de Boot Vlissingen Quartiermeester Jan Theunisz: gekruist van hier Zuid¬ waards tot Koilangs Paroe, en bij de instruksie van den 17e Jan: van dat Jaar staat onder anderen duidelijk vermeldt. Dat Dat hij Quartiermeester de Stranden bekruissen en alle Vaartuigen die in Peper Smokkelen, als meede die van s Komp:s passen niet voortien zijn herwaards voeren en dat hij de Vaartuigen, die hem niet willen gehoorzaamen, door zijn geschút dwingen moet. In het Jaar 1743. zijn de Boots zwijnd recht en Settua gezonden, de Stranden te bekrussen voor Alepe en Kakaalen met last, om alle inlandsche Vaartuigen, die van de noord naar de Zuid teilden en hier te Koetsiem niet aangeweest waaren, opte„ brengen, gelijk ook alle Vaartuigen, die peper gelaaden hadden. In het Jaar 1750. heeft de Quartiermeester Jan Klaase met de Bood settua gekrust, en is bij zijn Jnstruksie gelast ge„ weest, alle inlandsche Vaartue „gen, die koet siem voorbij gegaan waaren opte brengen, en als zij niet gehoorzaamen willen, met het geschut daartoe te dwingen En 122. In het Jaar 1765. heeft de Bootsman Jan Smith, met het smalschip de Jonge Susanna gekrust van settua af tot Porka toe, en de quartiermeester Hans Matthijs Berends heeft met de Boot Elisabeth de Stranden tusschen Koetsiem en Porka bekruist, en beide zijn bij hunne instruksien gelast ge„ weest, alle Vaartuigen die geen passen hadden, ten eersten te arresteeren en op te brengen. Ik heb derhalven in dit geval niets gedaan dan het geen van ouds en ieder alle tijden gebruiklijk geweest is, weshalven Uwe hoogheid in het geheel geen reeden heeft, zich over deeze bekruissing en het geen daar- bij voorgevallen is te beklaagen. Uw Hoogheid Klaagd verder, dat ik hier door den handel in zijn land ver„ hinderd heb, hier op diend, dat de Rasiadoors daar zelve Schuld aan zijn, wijl zij de Vaartuigen zonder passen geadmitteerd hebben, het geen zij niet hadden moeten doen, en dat dus het nadeel, dat hier uit mogt ontstaan zijn, niet aan mij, maar aan aan henlieden te wijten is. - Voor het overige blijkt ten Klaarsten, dat ik de intentsie niet gehad hebbe den handel in uw hoogheids land te be„ „letten /:buiten het smokkelen in peper en wilde Kaneel het welk ik altijd beletten zal:/ want ik heb dezelfde Vaartuigen, na dat ze gevi„ „siteerd waaren en passen genoomen had„ den, ten eersten weer Vrijheid gegee„ „ven, naar Alepe te vertrekken, gelijk Uwe hoogheid zeekerlijk ver¬ noomen zal hebben. Wijders regt Uwe hoogheid niet begrij¬ pen te kunnen, hoe ik tols Gerechtigheid heb afgeeischt van goederen die de meermelde Handelaars in Uw hoog heids land hadden verkocht en in„ „gekocht. Wanneer Uwe hoogheid ge„ „lieft onderzoek te laaten doen zoo zal bevonden worden, dat van al oude tijden af, tot nu toe, alle inlandsche vaartuigen die tusschen settua /: of thans Kranganoor:/ en Koilang handel gedreeven hebben, van hunne verkochte en weder ingekocht Koopmanschap eeven zoo wel toe te Koetsiem betaald hebben, als of die goederen 123. goederen hier verkocht en ingekocht waa¬ ren, en om uw hoogheid daar van nader te overtuigen: zoo voege in hier bij een uittrektel uit de tol reekeningen van voorige Jaaren, behelzende een mee¬ „nigte exempelen, die hiervan tot een bewijs strekken, waar door Uwe hoog- heid dus overtuigd zal worden: dat van de voorbij passeerende goederen, die in Uw. hoogheids land verkocht zijn, en zoo ook van de Produkten, die in Uw hoogheids land ingekocht zijn, hier altijd de tols gerechtigheid betaald is. En hoe kan Uwe Hoogheid het vreemd of onreedelijk vinden, dat wij tol eischen van goederen, die niet hier, maar in Uw. Hoogheids land gekocht of verkogt worden, daar Uwe hoogheid op die ei„ genste wijze tol neemt te Tengapat„ nam, van goederen, die te Koet siem gekocht zijn en met Vaartuigen naar Tutukorijn gebragt en daar verkocht worden, en zoo ook van Tutukorijn naar Koetsiem. — Dit zoude immers noch veel moeilijker te begrijpen zijn, dat Uw. hoogheid tol neemt van goederen, die van een Komp:s plaats koomen en naar een Komp:s Kompanies plaats gaan, als dat wij tol neemen van goederen, die van een Vreemd land koomen of wederom naar een vreem land vervoerd worden. Ik haale dit geval echter maar alleen aan, om Uw hoogheid door zijn eigen exempel nader te overtuigen, dat dit zoo vreemd niet is, als Uw Hoogheid Schijnt te denken, en wil voor het overige hier door ons recht in deezen geentints op het Voorbeeld van Ten gapatnam grondvesten, alzoo het zelve te alle tijde bestaan heeft en geoefend is, zoo als ik dit met overvloedige bewijzen gestaafd hebbe Uwe Hoogheid tal hier door overtuigd worden, dat het niet in mijn macht is, de Handelaars, die in uw hoog- heidsland koomen te handelen, van het betaalen van de tollen te exkúseeren, ik zoude dit doende het recht van de Kompenie verkor¬ ten, het welk ongeschonden te bewaa„ ren mijne eerste en voornaamste plicht is. Even Zoo min Kan ik den Pagter vergen, de pacht penningen, die hij van de voormelde goederen genoo„ ten
English
to pay out again what he has received, much more am I obliged to maintain him in this case and to assist him, for he bought the lease from the Company on this condition, and is on that account fully entitled to it. And here I must complain about the ingratitude of these merchants who, after they were treated so mercifully here and freed from all punishment, have now furthermore complained to Your Highness about the payment of the lease. According to the lease conditions, they had forfeited the entire cargo and, in addition to that, the full value of the same as a fine, and this punishment was remitted to them, for which they thanked me very emphatically. In particular, Your Highness must find this very unreasonable of the Karga Tjadeuje, who indeed had forfeited his entire cargo of pepper of two hundred thirty-four packs, and was nevertheless released with only the lease on the sold camphor, and did not even pay any lease on the pepper itself. Furthermore, regarding the request to let the vessels that sail to Your Highness's ports pass unhindered, it serves in reply that it was never my intention to hinder them, and still less to harm and obstruct trade in Your Highness's country, and that everything that occurred before Alepe must be attributed solely to the chiefs of the bombaras and shibars themselves, who passed this place by without taking passes; and I promise Your Highness that henceforth also the vessels that wish to sail to Your Highness's ports shall not be impeded by us, provided they take passes here and pay the customary tolls, to which they are obliged from of old, and from which I cannot exempt them, as this is a right that has pertained to the Company from of old, in which I can make no change. Your Highness has further also requested verbally through the deputies to release the shibars who were being held under arrest here, but I assure Your Highness that no shibar or crew of the shibar was held under arrest here, and that the shibars who were arrested before Alepe and brought up here were released the day after their arrival here and received passes to depart again for the south. In reply to the request for a portion of the Company's merchandise brought from Batavia, it serves that the sugar and the few mace and nutmegs brought this year had already been sold to the Company's merchants when Your Highness's letter was received. However, in the coming autumn I am willing to relinquish a portion of the goods that we shall then receive from Batavia for the same prices that the merchants pay for them, provided Your Highness takes from all items in proportion; for example, if Your Highness takes a fourth part of the sugar, that Your Highness then also takes a fourth part of the copper and of the cloves, nutmegs, and mace; this condition is very fair and speaks for itself among merchants, as the Company would otherwise be left with the goods that are least in demand, but I wished to warn Your Highness of this in advance, in order to be able to deliberate upon this the better. Concerning the stone fort at Aikotta, I am obliged to assure Your Highness that between me and Your Highness's minister a stone fort was never spoken of, but rather a stone battery, as I had the honor to report to Your Highness in my letter of the 4th of December last, and the true state of affairs is this. When the Valiya Sarvadhikaryakkar of Your Highness and of the King of Cochin were in conference with me on the 10th of October last concerning the means of defense in case the Nawab might attack us, they proposed to me to strengthen the fort of Cranganore and the post of Aikotta and the Mutukunnu; I replied to them that Cranganore had been worked on with all might and was being strengthened still more daily, that the Company in the previous troubles had also spent heavy expenses on the batteries at Aikotta and the three stockades on the islands, but that, being made merely of earth and coconut trees, they had fallen into complete ruin, and that it would not be fair that the Company should have to bear the expenses thereof time and again, as those works served the general defense. To this both ministers answered that it would then be better for the batteries to be erected in stone, and after much discussion back and forth it was decided that Your Highness and the King of Cochin would bear the costs thereof, or provide the stones, lime, and other building materials, as well as the necessary laborers, and that the Company would send its engineers to lay out and complete the batteries. When my letter to Your Highness about this matter was about to be dispatched, they requested to read it, in which I had presented the matter just as is written here, but then Your Highness's minister declared that his intention had never been to take the costs thereof for Your Highness's account, and upon that the matter came to a standstill, and I have had the old batteries at Aikotta somewhat repaired again. If in time it should become necessary for those batteries to be built up in stone, and Your Highness is willing to deliver the stones, lime, and building materials as well as the necessary laborers for that purpose at his expense, such can be done and I shall have the work directed by our engineers; but under this explicit promise from Your Highness that the right of ownership of Aikotta and of the batteries shall remain preserved undiminished to the Company, and that Your Highness, or the King of Cochin, shall not, on that account, arrogate to himself the least authority, right, or pretension over Aikotta. In the same manner it was also agreed that the stockades at Mutukunnu, which completely
Dutch transcription
124 ten heeft, wederom uit te keeren, veel meer ben ik verplicht, hem in dit geval te maintineeren, en behulpzaam te zijn, want hij heeft de pacht op deeze Voorwaarde van de Kompanie gekocht, en is uit dien hoofde daar toe ten vol„ len gerechtigd. En hier moet ik mij beklaagen, over 2 de Ondankbaarheid van deeze Kooplieden die, na dat zij hier zoo genadig behandeld, en van alle Straffe bevrijdt zijn, nu noch over het betaalen van de pacht, bij Uw. Hoogheid gedoleerd hebben. — Volgens de pacht kondietsie hadden zij de heele lading en daar en boven 12 noch de volle waarde van dezelve tot een boete verbeurd, en deeze Straffe is hen geschonken, waar voor zij mij zeer nadrúklijk bedankt hebben. Jnzonderheid moet Uw hoogheid dit zeer onreedelijk vinden van den Kar„ ga Tjadeuje, die immers zijne heele lading peper van twee honderd vier een dertig pakken verbeurd had, en echter met de enkelde pacht van de verkochte Kapor vrijgelaaten is, en van de peper zelfs niet eens pacht betaald heeft. Voorts Voorts diend, op het verzoek, om de Vaa tuigen, die naar Uw Hoogheids have teilen, onverhinderd te laaten pa seeren, dat noit mijn Oogmerk gewe is, dezelven te verhinderen, en noch veel minder om den handel in Uw Hoogheidsland te benadeelen en te stremmen, en dat alles wat voor Alepe voorgevallen is, alleen aan de hoofden van de Bombaras en sibaars zelve moet toegeschreeven worden, die deeze plaats voorbij gegaan zijn, zonder passen te neemen en ik belove Uwe hoogheid, dat ook voortaan de Vaartuigen, die naar uwe hoogheids havens zeilen willen, door ons niet zullen belet worden, mits zij alhier passen neemen en de gewoone tollen betaalen, waartoe zij van ouds verplicht zijn, en waarvan in haar niet kan vrijlaaten, wijl dit een recht is, het welk de Komp: van ouds kompeteerd; waarin ik geene Verandering kan maaken Uwe hoogheed heeft wijders noch door de gekommitteerden mondeling laaten verzoeken, de Sibaars, die 125. die hier in arrest gehouden wierden te ontslaan, doch ik betuige Uw Hoog- heid, dat hier geen Sibaar of Volk van de Sibaar in arrest gehouden wierd, en dat de sibaars, die voor Alepe gearresteerd en hier opgebragt zijn, den dag na hunne aankomst alhier vrijgelaaten zijn, en passen gekreegen hebben, om weer naar de Zuid te vertrekken. Op het Verzoek, om een gedeelte van de Koopmanschappen van de Komp: die van Batavia aangebragt wor„ den, diend in antwoord, dat de suiker en de weinige Foeli en Nooten, die dit Jaar aangebragt is, reets aan de Kooplieden van de Komp: verkocht was, toen de brief van Uwe Hoogheid ontvangen werd. Doch ik wil in het aanstaande najaar gaarne en gedeelte van de goederen, die wij dan van Ba„ tavia Krijgen voor dezelfde prij¬ ten afstaan, die de Kooplieden daarvoor betaalen, mits Uwe Hoogheid van alle Artikels naar prop„ proportsie neeme, bij voorbeeld als Uwe hoogheid een vierde gedeelte neemt van de Zuiker, dat Uw Hoogheid dan ook neemt een vierde gedeelte van het Koper en van de Nagelen, Nooten en Toeli; dit beding is zeer billijk en spreekt onder Kooplieden van zel¬ ve, wijl de Komp: anders met de goederen, die het minst getrokken zijn, zoúde blijven zitten, doch ik heb Uw Hoogheid hiervan vooraf wil„ len waarschuwen, om zich hierop te beter te kunnen beraden Nopens het steene fort te Aikotta ben ik verplicht Uwe Hoogheid te verzeekeren, dat tusschen mij en Uw. Hoogheids Minister noit van een steene fort gesprooken is, maar wel van een steene batterij, gelijk ik de Eer gehad hebbe, Uw. Hoogheid te melden, bij mijn brief van den 4e: December Jongstl. en de waare toedragt is deeze. Toen de Baliasarawa dikanakaren van Uwe hoogheid en van den Koning van Koetsiem op den 10e. oktober 5. 5. 126 October Jongsleeden met mij in konfe¬ rentsie waaren, over de middelen van de„ „fensie in gevalle de Nabab ons mogt aan„ tasten: zoo sloegen zij mij voor, het fort Kranganoor en de post Aikotta en de Moetoekoenis te versterken, ik voer„ de hen te gemoet, dat aan Kranganoor met alle macht gewerkt was en noch dagelijx meer versterkt wierd, dat de Komp: in de voorige Inlusten ook twaa„ „re Onkosten bestedt had aan de batterijen te Aikotta en de drie paggers op de Eijlanden, doch dat dezelven als eenlijk van aarde en klapper boomen gemaakt zijnde, geheel vervallen waaren, en dat het niet billijk zijn zoude, dat de Kompe¬ de Onkosten daarvan telkens most draa„ gen, wijl die Werken tot de algeemeene defensie dienden Hierop antwoorde den beide Ministers, dat het dan beter zijn zoude, dat de batterijen van steen opgehaald wierden, en na veel over en weder praaten werd beslooten, dat Uwe Hoogheid en de Koning van Koetsiem de Kooten daarvan draagen, of de Steenen, Kalk en verdere bouwmatenalen, mitsgaders het noodige arbeijds Volk bezorgen zouden, en dat de Komp: haare Ingenieurs zoude tenden, om de batterijen aan te leggen en te voltoren. Toen Toen mijn brief over deeze zaak aan Uu Hoogheid zoude afgaan, verzochten zij den zelven te leezen, waarbij ik de raak voorgesteld had, zoo als hier geschreeven is, doch toen verklaarde de Minister van Uwe Hoogheid, dat zijne meening noit geweest was, de Kosten daarvan voor reekening van Uwe Hoogheid te ree„ „men en daarop is de zaak blijven stee¬ ken en ik hebde oude Batterijen te cikotta weer wat laaten verbeete„ „ren. — Jndien het in der tijd mogt noodig worden, dat die batterijen van steen opgemetzelt wierden, en Uwe Hoogheid de Steenen, Kalk en Bouw„ „matenalien mitsgaders het noodige arbeijds Volk daar toe op Zijne Kosten leeveren wil: zoo kan zulx geschie„ „den en ik zal het werk door onze Ingenieurs laaten dirigeeren; doch on„ „der deeze uitdruklijke belofte van Uw Hoogheid, dat het recht van eigendom van Aikotte en van de Batterijen onvermindert aan de Komp: gekonserveerd blijve, en dat Uw. hoog heid, of de Koning van Koetsiem, zich uit de en Hoofde, geen het minste gezag, recht of pretentsie, op Aikotte aanmaatigen In zelver voegen was ook afgesprooken, dat de Paggers op Moetoekoene, die geheel