VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3815

Japan · 718 pages · 128 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3815_0140 view scan ↗

English

from Batavia, and intended to head for China, but had put in at the Baviaan in order to provide himself with drinking water and some refreshments, of which he said he was in want. And although Sergeant Anthonius Nijs, who exercised authority there, had directed this Briton from there either hither or to Sourabaija, the same nevertheless continued strongly to persist in asking for assistance, alleging that both these places were too far out of his course, which is why the said sergeant also had the pepatih purchase, and had brought on board by the Briton's own people under the supervision and care of the gunner: 2 head of cattle 70 fowls 100 pieces of young coconuts some casks of drinking water wherewith this stranger, after having paid for everything in cash, departed from there again on the 2nd of this month; while during his stay at the said island the beaches were well guarded and a good watch was kept everywhere, in order thus to prevent smuggling or other illicit practices, as further appears from the letter of the aforementioned Sergeant Anthonius Nijs to the Sourabaija servants of the 5th of this month, of which I take the liberty of presenting a copy to Your High Excellencies alongside this. I also avail myself of this opportunity to give Your High Excellencies the due notice that the Raden Tommongong Aria Notto Paodjo, first Regent at Patty, being very desirous to exchange this name of his for that of Aria Magatsarie, as being the name of his father, the deceased pangeran and former first Regent of the said district, because he imagines, according to the customary way of thinking of the Javanese, that this change of name would cause him to follow in the footsteps of his said father, I have, upon his persistent request, granted him the necessary permission thereto, in the hope that such may receive the esteemed approval of Your High Excellencies. I further have the honour to be, with the greatest high esteem and submission, Your High Excellencies' very obedient and faithful servant, signed J: Greeve, in the margin Samarang the 27th of October 1787. Copy of a letter written by Sergeant Anthonius Nijs, Postholder at Bawean in the absence of the Head there, to the Senior Merchant and Commander in the Eastern Salient Anthonij Barkeij and the Council at Sourabaija, dated Bawean the 5th of October 1787. With due obedience, I have the honour to bring to Your Esteemed Honours' knowledge that on Saturday the 29th of September last, in the forenoon, a two-masted English bark named Reesoort came to anchor here in the outer roads, coming from the east, commanded by Captain Hendrik Cordon, alleging to have come from Bengal via Batavia and now wishing to sail to China, further saying he was in want of drinking water and some refreshments, after which I advised him to sail to Sourabaija or Samarang, and that he could obtain everything there for payment, but saying he was too far out of his course, requesting of me for money a couple of cattle, 70 fowls, 100 young coconuts, and water for payment; wherefore I had the depatih summoned and ordered a good watch to be kept on the beach, and I also took thirty men into the benteng at night for reinforcement; further, I requested the depatih to have the same purchased for him, and had drinking water brought to his boat, as I did not wish to let any of his people go to the river, because it is somewhat too far from the post, and the remainder I had brought on board his vessel by the gunner together with a Raden, which he also paid for in cash, and on Tuesday the 2nd of this month weighed anchor and set sail to the west; it is manned with 60 heads, among whom are 10 Englishmen and the remainder are Moors, mounted with 12 cannon of six- and three-pounders. Herewith and with the most obedient submissiveness and respect, I request Your Esteemed Honours' favourable approval, and remain with all respect and high esteem, Your Esteemed Honours' very humble and most obedient servant, signed Anthonius Neijs, in the margin Bawean the 5th of October 1787, below Agreed, signed P: Loefhouwer, sworn clerk. Samarang, the 9th of November 1787. Batavia. To His High Excellency, the High Noble Severe and Right Honourable Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Honourable Severe Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc. High Noble Severe and Right Honourable Lord, Honourable Severe Lords. Upon the receipt of Your High Excellencies' much-respected letter of the 23rd of October last, I immediately informed the Regent of Batang, Raden Tommongong Wirjo Nogorro, of Your High Excellencies' honoured decision to reduce his rice contingent to 75 koyans a year, provided, however, that he bind himself to the establishment of an indigo manufactory in his district, the same as at Paccalongang and Wieradessa, which he then also with all willingness

Dutch transcription

van Batavia, en was voorneemens na China te steevenen, dog op de Baviaan aangelopen, om sig van drinkwater en eenige verversching, waar aan hij seijde gebrek te hebben, tevoorsien. En afschoon den aldaar het gezag waarneemend sergeant Anthonius Nijs„ dien Brit wel van daar na herwaards dan wel na sourabaija had overgeweesen was, denselven egter sterk om adsistentie blijven aanhouden, onder voorgeeven dat beijde deese plaatsen teverren uit sijnen Cours waaren, waarom dan ook gem sergeant door den pepathij had laaten inkoopen, en door desselfs eijgen voek, onder op en toesigt van den Constabel, aan boord brengen. 2. stuks Koebeesten 70. Hoonders 100 p„s Jonge klappersen eenige vaaten drinkwater waarmeede deesen vreemdeling, na alles Contant betaalt te hebben, op den 2. deeser, weeder vandaar was vertrokken; terwijl omen gedurende desselfs verblijf ten gem Eijlande, de stranden wel bewaard en allerweegen goede wagt heeft laaten houden, ten einde dus doende de smokkelarijen of andere ongepermitteerde, handelwijse te beletten, invoegen nader 27 den 27. october 1787. — nader Consteert uijt het schrijvens van meerm sergeant Anthonius Nijs, aan de Sourabaijasche bediendens van den 5. deeser, waar van ik de vrijheijd neeme uw Hooghoel„ „heeden bezijden deesen Copia aantebieven Ook bedien ik mij van deese geleegendheijd om uw Hoog Edelheeden de verschuldigde kennis te geeven dat den Radeen Tommongong Aria Notto Paodjo eerste Regent te Patty, seer verlangende synde, om deesen sijnen naam teverwisselen, teegen die van Aria Magatsarie, als de naam weesende van sijn vader den overleedenen pange„ „rang en geweesen eerste Regent van het gem district, wijl hij sig verbeelde navolgens de gewoone den kuijse der Iava„ „nen, dat deesen naams-verwisseling hem de voetstaf„ „pen van gem sijnen vader soude doen opvolgen, ik hem op sijn aanhoudend versoek, de nodige permissie daar toe verleend hebbe in hoope dat zulx de g'eerde approbatie uwer HoogEdelheeden sal moogen wegdragen Ik ver Eere mij voorts met de meeste hoogagting en submissie te zyn /:onderstond:/ Titul /:lager/ uwer Hoog Edelheeden seer gehoorsaame en Trouwschuldige die naar /:was geteekend:/ J: Greeve /:in margine:/ Samarang t t den 27. october 1787 — Copia op 3 om Hoog. Copia Missive geschreeven, door den sergeant Anthonius Nijs, Posthouder te Barraan bij absentie van het Hoofd aldaar, aan den opperkoopman en Gezaghebber in den oost„ „hoek Anthonij Barkeij, en den Raad te Sourabaij, gedateert Bariaan den 5. october 1787. Met schuldige gehoorsaamheijd, heb ik de eer uwelEd Att: ter g'eerde kennisse te brengen, als dat saturdag den 29. Septb: Jol: des voormiddags een twee Masten Engelsche Barcq, genaamt, Reesoort alhier op de buijten Rheede, is ten Anker gegaan komende uit het oosten gecommandeert door den Capitain Hendrik Cordon, geevende voor van Bengalen over Batavia te zijn gekomen, en thans naar China willende vaaren, verders zeggende om drinkwater en wat verversing verleegen te zijn, waar na ik hem naar sourabaija of samarang te zeijlen geraaden, en dat hij daar van alles voor be„ „taaling konde bekoomen, maar zeggende te zear uit zijn cours te zijn versoekende mij voor geld een paar koebeesten 70, p„s hoenders, 100 jongeklappers en water voor betaaling, waarom ik den depattij heblaaten, roepen en geordonneert om goede wagt aan strant te laaten houden, ook heb ik dertig man tot versterking in de ben„ „ting bij Nagt genoomen verders heb ik den de pattij verzogt hem hetselve voor hem telaten inkoopen, en drinkwater aan zijn schuijt laaten brengen, terwijl ik van zijn volk niet wilde na de revier laaten, om het wat tever van stand is, en de restant, heb ik door den Constabel neevens een Radeen aan zijn boord laaten brengen, het „ hi ook Contant betaalt heeft, en dingsdag den 2. deeser zijn Anker geligt en onder zeijl gegaan, naar het westen, is bemand met 60 koppen, waar onder 10. Engelschen en de restant Mori„ „anen zijn, gemonteerd met 12. Canons van ses en drie ponders: Hiermeede en met gehoorsaamst onderdanigheijd en Eerbied, ver„ „soeke uwelEd Achtb gunstige approbatie„ en verblijve met alle Eerbied en Hoog agting /:onderstond:/ Titul /:lager / inwelEd Achtb: zeer nedrige en onderdanigste dienaar /:was geteekend:/ Anthonius Neijs /:in margine:/ Baviaan den 5. october 1787. /:lager:/ Accordeert /was geteekend/ P: Loefhouwer, g: Clercq. Aan 29 Samarang den 9. November 1787. Batavia Aan zijn HoogEdelheijd Den Hoog Edel gestrenge Groot Achtb Heer M„r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal en DewelEdele Gestrenge Heeren Raden van Nederlands Jndie en zenzenz. Hoog Edel Gestrenge Groot Achtb: Heer WelEdele Gestrenge Heeren. Op den ontvangst van uwer Hoog Edelheeden veel gerespecteerde missive van den 23. e october laastleden hebbe ik den wart Batangs Regent Radeen Tommon„ „gong wirjo Nogorro, direct geinformeert van uwwe Hoog hdelheeden geherde dispositie, om sijn Rijst Contin„ „gent te verminderen tot 75. Coijangs in't Jaar, mits egter dat hij sig verbinde tot het opregten van een Jndigo G J makerij in zijn destrict, eenen als te Paccalongang V en wieradessa, 't geene hij dan ook met alle bereid wil„ 7 „ligheijd tighen tig en uw Hoog

NL-HaNA_1.04.02_3815_0144 view scan ↗

English

[illegible], accepted and obligated himself, by a public deed of bond in the presence of the Paccalongang Resident Mr. Nicolaas Alexander Leliveld, to cede to the Company the negorijen with the lands belonging thereto, mentioned in the memorandum of my predecessor, the Honorable Extraordinary Councillor of the Dutch Indies and retired Governor and Director of this Coast Johannes Siberg, for the establishment of this indigo manufactory, and likewise to ensure that the same will be sufficiently provided with the necessary tools, water buffaloes, and manpower to be able to make a beginning in the coming spring with the planting and boiling of the indigo, of which he undertakes to deliver annually at the very least 10 picoes of good and sound quality, so that this will all further appear to Your Right Excellencies from the aforementioned deed of bond itself, which I have the honor to present most humbly to Your Right Excellencies alongside this, in the hope that it may receive the honored approbation of Your Right Excellencies. The Residents of Paccalongang and Tagal I have 31 the 9th of November 1787: I have also conferred with regarding the complaints received by Your Right Excellencies from the commanders of the ships the Zeenimph and the Arend, concerning the bad condition of the straw sacks in which the rice was said to have been shipped at both these posts, with a serious recommendation likewise to ensure that this is no longer permitted in the future, just as the residents of the other coastal posts were also previously instructed by circular. From the report sent by Your Right Excellencies from the Master of the Equippage in Bengal, concerning the manner in which the vessels being built for this directorate ought to be constructed, I have sent a copy to the Rembang Resident and ordered him to provisionally govern himself accordingly in the construction of the two sloops required in the coming year for the said directorate. Furthermore, I have taken for my information and notice the contents communicated to me by Your Right Excellencies in your separate letter of the 28th of September last, of a certain letter written by the Banjer Commissioner, from the Your Right Governor of Macassar, Mr. Rijke, regarding the hostile intentions that are said to have been forged by the King of Boni against the Company. The 100 pieces of carbines and 25 pairs of pistols sent hither by Your Right Excellencies for His Highness the Sultan, upon the request submitted by me on his behalf and against payment, were indeed brought here the day before yesterday by the vessel of the Chinese Lim Tjoelang, of which however, upon the opening of the chests in the presence of two specially appointed commissioners, the Ensigns Johannes Wanner and Christoffel Carel van Arenschild, some were found to be in such a bad condition that they are absolutely impossible to repair, much less to use, even though they are listed on the Batavia invoice dated 27 October last as having been found serviceable at the capital according to the report of the military officers I: Herserij and I: H: Schencke, consisting of: 7 pieces of pistols 11 bayonets 18 ramrods and 2 bayonet scabbards. So that 33 the 9 November so that this will further appear to Your Right Excellencies from the report submitted to me by the said commissioners, which I take the liberty of presenting most humbly to Your Right Excellencies alongside this. And since it seems very likely to me that the Sultan will by no means be willing to accept these unserviceable weapons, but on the contrary will send them back here, I have, in the hope of Your Right Excellencies' favorable approval, had the same exchanged from here against others from the small remaining stock, and shall send them to His Highness as soon as they are put in order, while in the meantime I take the liberty of returning the unserviceable ones, which cannot be employed on Java, back to the capital in a sealed chest, charged to their accounts, with the small vessel the Cornelia Adriana which arrived here a few days ago from Timor, with the exception of the two pieces of bayonet scabbards, which I have retained here to be burned according to custom. Furthermore, on this occasion the capital is also charged with Your Right charged to the capital, the amount of the provisions supplied to the aforementioned vessel and the required two pieces of anchors and rope; while I have the honor to be with the highest esteem and submission /:was written underneath:/ Title /:lower:/ Your Right Excellencies' very humble and dutiful servant /:was signed:/ I: Greeve /:in the margin:/ Samarang the 9th of November 1787.

Dutch transcription

„ligheijd, aangenoomen en sig, bij een openbare acte van verband, ter presentie van den Paccalongangs Resident Mr. Nicolaas Alexander Leliveld ver¬ „bonden heeft, van de Negorijen, met de daar toe gehoorende Landerijen, vermeld bij de Memorie van mijnen praedecesseur den Heer Raad Extra ordinairi van Nederlands Jndie en afgegaane Gouverneur en Directeur deeser Custe Johannes Siberg, tot den aanleg deeser Indigo makerij aan de Compagnie aftestaan en teffens te sullen sorgen, dat deselve van de daar toe benodigde gereedschappen Buffees en manschappen genoegsaam voorsien werde, om in het aanstaande voorJaar een begin te kunnen maaken, met het planten en kooken der Indigo waar van hij aanneemt sJaarlijks op het aller„ „minste 10. picoes in goede en deugdsaame soorten te Leeveren, invoegen uw Hoog Edelheeden, dit alles nader sal koomen te blyken, uit het gem verband schrift selve dat ik de eer hebbe uwe Hooghdel„ „heeden beseijden deesen nedrigst aantebieden, in hoopde dat hetselve de geeerde approbatie uwer Horg „Edelheeden sal moogen wegdragen De Residenten van Paccalongang en Tagal hebbe 31 den 9: November 1787: hebbe ik ook onderhouden, over de bij uw Hoog Edelhee„ „dens ingekomene klagten, van de overheeden der scheepen de Zeenimph en den Arend, nopens de slegte gesteldheyd der stroo sakken, waar inne de Rijst op beijde deese Comptoiren soude zijn afgescheept geworden met ernstige recommandatie teffens, om te sorgen dat dit in den aanstaande geen plaats meer werd gegeeven, so als sulx eenigen tijd bevoorens de residenten der overige strand Comptoiren, meede Circulairt is aan„ „geschreeven van het door uw Hoog Edelheeden overgesonden berijt van den Equipagie opsigter te Bengalen, nopens de wijse hoedanig de vaartuijgen welke voor deese directie werden aangeboewd, dienen tewerden ingerigt, hebbe ik Copia aan den Rembangs Resident toegesonden en denselven gelast, om in den opbouw der in a„o p„o voor de gemn directie gevorderde twee Chialoupen, sig 3 bij provisie daarna te regulieren voorts heb ik ter mijner informatie en naaijt genoomen den door uwe Hoog Edelheeden, bij Hoogst derselver Aparte Brief van den 28 Septber pas s=o mij meede gedeelde inhoud van sekere Brief door„ den Banjers Commissiant geschreeven, van den Heer uw Hoog Heer Maccassaars Gouverneur Rijke nopens de vijandelijke voorneemens welke door den koning van Bonij teegen de Comp souden zijn gesmeed De door uw Hoog Edelheedens, op het door mij voorgedragene versoek van sijn Hoogheijd den sul„ „than, voor denzelven, teegens betaaling, herwaards gesondene 100 p„s Carabijns en 25. paaren pisthoolen, sijn op eergisteren, met het vaarthing van den Chi„ „nees Lim Tjoelang wel alhier aangebragt, waar van egter, bij de opening der kisten ter presentie van twee Expresse gecommitteerdens de vaandrigs Iohannes wanner en Christoffel Carel van Arenschild, som„ „mige van soo een slegte gesteldheijd sijn bevonden, dat die volstrekt niet meer te repareeren veel minder tegebruijken sijn, schoon deselve bij de Bataviasche factuur, de dato 27. october LL: aangeschreeven wor„ „den, dat die ter Hoofdplaatse bequaam sijn bevonden volgens het berigt van de militaire officieren I: Herserij, en I H: Schencke, bestaande in 7. p„s pisthoolen 11. Bajonetten 18. Laad stokken en 2. Bajonetscheeden. invoege 33 den 9 November invoegen uw Hoog Edelheeden dit nader Consteeren sal, uit het door gem gecommitteerdens bij mij ingediende Rapport, dat ik de vrijheijd neeme uwe Hoog Edelhee„ „den beseijden deesen nedrigst aantebieden: En dewijl het mij als seer waarschijnelijk voorkomt, dat den sulthan deese onbequaame wapenen, geensints sal willen accepteeren, maar die in teegendeel herwaards terug senden, soo hebbe ik denselve, in hoope van uw„ „ Hoog hdelheedens gunstige welduijding, tegen andere uit het gering restant, van hier doen verruijlen, en sal, die zo dra se in ordre zijn gebragt zijn Hoogheijd toezenden, terwijl ik inmiddens de vrijheijd neeme de onbekwaame, welke op Iava niet te emploijeeren sijn, thans met het voor een paar daagen van Timor alhier gearriveerde scheepje de Cornelia Adriana in een verseegeld kistse onder aanree„ „kening van derselver bedraagen naar de Hoofd„ „plaats terug tezenden, excepto de twee pees Ba„ „Jonents scheede, die ik alhier hebbe aangehouden, om na den gebruijke verbrand te werden. wijders word ook bij deese geleegendheijd de Hooftdplaats uw Hoog Hoofdplaats ten Lasten gebragt, het bedragen der aan den voorsz Bodem verstrekte randsoenen en benoodigde twee pies Ankers en Touw; Terwijl ik de eer hebbe met de meeste hoog agting en submis„ „sie tezzijn /:onderstond:/ Titul /:lager/ uwer Hooghoel: „heeden seer oodmoedige en trouwschuldigen dienaar /:was get:/ I: Greeve /:in margine:/ Samarang den 9: November 1787:—

NL-HaNA_1.04.02_3815_0149 view scan ↗

English

35 the 9th of November 1787. Copy Whereas it has pleased Their High Excellencies, the High Indian Government at Batavia, to grant me, Radeen Tommongong wirjo Nogoro, Regent of Batang, a reduction of 50 Coyangs of rice on my contingent of 125 Coyangs, which I was previously obliged to deliver annually, on the condition, however, that in return I bind myself to establish an indigo factory just as at Paccalongang; it is therefore that I, in order to duly satisfy the high intention of said Their High Excellencies, hereby promise and solemnly bind myself faithfully to follow and comply with what is written below. Article 1. That for the establishment of an indigo factory in my regency, I shall set aside for the Honorable Company the dessa Carang with its five subordinate campongs, situated on the road to wellerij. Article 2. That in order sufficiently to expand the said indigo production, I shall further add to the aforesaid campongs the dessa sompengang with its two subordinate campongs, and the dessa Toecon with its subordinate campongs, thus together making eleven campongs in total, which among them have 30 jonks of land, or as much as is deemed necessary and sufficient for the aforesaid indigo factory to be able to supply the Company with 10 to 12 picols of indigo per year. Article 3. That I shall also provide these campongs with the lacking inhabitants, up to 300 tjatjas, who are required for the plowing, cutting, planting, and boiling of the indigo, together with 60 buffalo carts with the buffaloes belonging thereto. Article 4. That I shall likewise also ensure that the necessary vats, copper pots, and whatever else is required for an indigo factory are brought in readiness without delay, and delivered to the place where they belong, and that I shall furthermore arrange, regulate, and provide everything in such a manner that a beginning can be made, without hindrance, with the planting, boiling, preparing, and delivery of the indigo, up to at least 10 picols, in the coming year at the proper time. Article 5. The indigo factory shall also from time to time be further provided with what is required, and I shall ensure that the people belonging thereto do not run away, nor that the campongs fall into decay, whereby the intended purpose would again come to naught. Article 6. To that end, I shall above all also take care that the people belonging to the indigo factory are not subjected, either by me or by my chiefs or by whomever it might be, to any other burdens or demands that have no relation to the indigo factory, in order not to burden them too heavily. Article 7. Finally and lastly, I also bind myself, in case the Company in time should deem it necessary to make any changes in this regard, or to impose upon me the addition of another one or two campongs to the indigo factory, that I will then willingly submit thereto, and furthermore remain content with the 83 1/3 rixdollars allocated to me by the Company for each picol of these dyestuffs of good and sound quality, which shall be delivered to it from the aforementioned factory. And in testimony that I am prepared faithfully to maintain and cause to be maintained, as well as to observe and cause to be observed, all that is written above, I have sealed this act of obligation, along with three others of the same content, with my signet, and signed it in my own hand. Below stood: Done at Paccalongang, the 6th of November 1787. Lower: The Company seal stamped in red wax, and was signed: In the presence of me, N. A. Leliveld. In the margin, under the Javanese text, stood: The signature and seal of the Radeen Tommongong wirjo Nagara. Copy Respectful Report To the Right Honorable, Valiant, and Esteemed Lord, Jan Greeve, Councillor of the Dutch Indies and Governor and Director of Java's Northeast Coast, etc. etc. etc. Right Honorable, Valiant, and Esteemed Lord, Having been appointed by Your Right Honorable and Valiant Lordship as special commissioners for the delivery and reception of the weapons brought from the capital with the vessel of the Chinese Lin s Joelang, we have, in compliance therewith, proceeded to the armory here, and in our presence caused the chests in which they were packed, and which outwardly were in good condition, to be opened, and the weapons to be taken out one by one, and subsequently inspected and examined them thoroughly, whereupon we found them to be in the following condition: 50 pieces of pistols, of which 34 are serviceable, 9 must be repaired, as the springs are mostly fatigued and damaged by rust, 7 are entirely unserviceable, as they are completely eaten away by rust, and their barrels are also so bent and crooked that they can neither be repaired nor used. 100 pieces of carbines, serviceable. 100 pieces of bayonets, of which 89 are serviceable, and 11 are unserviceable, as they are of such poor composition that at the slightest resistance they bend like lead and cannot be straightened again. 100 pieces of ramrods, of which 82 are serviceable, and 18 are unserviceable, being of such poor composition that as soon as they are gripped even a little firmly, they bend just like the abovementioned bayonets, and can no longer be inserted into the barrel. 100 pieces of bayonet scabbards, of which 98 pieces are serviceable, and 2 pieces are unserviceable, because they are completely eaten away and in pieces. All of which we, the undersigned, certify to be the pure truth, and are therefore prepared, if required, to substantiate the same with a solemn oath, while hoping to have fulfilled the highly esteemed intention of Your Right Honorable, Valiant, and Esteemed Lordship, we remain.

Dutch transcription

35 den 9. November 1787. Copia Dewyl het Hunne HoogEdelheeden, de Hooge Jndiasche Regeering te Batavia heeft gelieven te behaagen, mij Radeen Tom„ „mongong wirjo Nogoro, Regent te Batang, een afslag te verleenen van 50: Coij„ „angs Rijst op mijn Contingent van 125. Coij „angs, die ik bevoorens verpligt was 's Jaar„ „lijks teleeveren, mits egter dat ik mij daar enteegen verbinde, tot den aanleg van een Indigo makerij eeven als te Paccalon„ „gang; so is het dat ik om aan de hooge Jntentie van welmelde Henne Hoog „hdelheeden, na behooren tevoldoen, bij deesen beloove en mij plegtig verbinde om het gunt hier onderstaat getrouwelijk te sullen agtervolgen en nakomen. Articul 1. Dat ik tot den aanleg van een Indigo makerij en mijn Regentschap, voor de EComp sal afsonderen de Dessa Carang met de daar onder gehoorende vijf Compongs geleegen op de weg na wellerij= art l 2. Dat ik om die Indigd fabricq, genoegsaam uitte breij„ „den, nog bij de voorsz: Campongs wregen sal, de dessa sompengang met dies twee onderhoorige Campongs en de dessa Toecon, met dies onderhoorige Campongs, dus te saamen uitmakende Elf Campongs in het geheel, die met haar alle 30: Jonken lands hebben, ofte so veel als men tot de voorschreeven Indigo makerij nodig oordeelt en toe reikende is, om 10. â 12. picols Jndigo in't Jaar aan de Comp te kunnen opleeveren artl 3 uw Hoog Dat ik deese Campongs ook van de manqueerende Jnwoon„ „ders sal voorsien tot 300. tjatjas toe die tot het ploegen „suijden, planten en korken, der Indigo benoodigt sijn, beneevens 60. Buffels karren, met de daartoe gehoo„ „rende Buffels Dat ik insgelijks ook sorgen sal, dat de benodigde sonnen, koopere potten en wat dat verder tot een Indigo make„ „rij noodig is, met den eersten in gereedheijd gebragt, en ter plaatse waar het behoord geleevert werden, en dat ik voorts alles sodanig sal schikken, reguleeren en versorgen dat men het planten kooken bereyjden en Leeveren der Indigo tot ten aller minsten 10. Picols, in den aanstaande Iaare ter behoorlijker tijd onverhindert een begin sal kunnen maaken Ook zal de Indigo makerij van tyd tot tyd verder van„ het benodigde voorsien en sorgen dat het volk dat daar ondergehoord niet verloope nog de Campongs aan het verval raaken, waar door het bedoelde oogmerk wee„ der teniete soude loopen Ten dien einde sal ik vooral ook sorge draagen dat de volkeren tot de Jndigo makerij gehoorende, nog door mij of door mijne Hoofden of door wie het ook sijn mogte, eenige andere lasten opgelegd of iets van haar gevergd werde, dat geene betrekking tot de Indigo makerij heeft, ten einde haar niet te seer te beswaaren. Art l 7. Eijndelijk en ten laatsten verbinde ik mij ook noog om ingevalle het de Camp in der tijd nodig mogte oordeelen hier omtrent eenige veranderingen temaaken, ofte mij optelijgen, Art:l 6. artle 5. art l 4. Artl 3. om 37 den 9: November A„o 1787. om nog een â twee Campongs tot de Indigo makerij te voegen, als dan mij gewilliglijk daar aan te sullen onder„ „werpen, en mij voorts tevreeden houden, met de door de Compagnie aan mij toegelegde rd„s 83 1/3. van ider perul deser verfstoffen goede en deugdsaeme zoort, die uit de meermelde fabricq aan haar sal geleevert werden. En tot een teeken dat ik bereid ben, al het gunt voor„ „schreeven, staat getrouwelijk te onderhouden en te doen onderhouden, mitsg=s te observeeren en tedoen observeeren. soo hebbe ik deese Acte van verband neevens drie andere van denselven inhoud, met mijn Cachet versee„ geld mitsgaders eigenhandig onderteekent /:onderstond/ Actum Paccabougang den 6. November 1787. /Lager/ 't Comp: Cachet gedrukt in rood Lacq en /:was get:/ Jnkennis van mij N: A: Leliveld /:in margiene onder het Javans stonden/ de handteekening in het Cachet van den Radeen Tommon„ gong wirjo Nagara Copia Eerbiedig Rapport Aan den welEdele Gestr Achtb Heere Jan Greeve Raad van Nederlands Indies en Gouverneur en Directeur op Javas Noord oostcussn & & & wel Edele Gestrenge Agtbare Heere Door uwelEd Gestr benoemd zynde tot Expresse gecommitteerdens bij de intleevering en ontvangst der met het vaartuig van den Chinees Lin s Joelang van de Hoofdplaats aangebragte wapenen, hebben wij ons in opvolging van die begeeven na de wapenkamer alhier en ter onser praesentie de kisten, waar in de zelve uw Hoog J „zelve afgepakt en die uiterlijk wel geconditioneerd waren. doen openen en de wapenen een voor een uitneemen en de„ „selve vervolgens Exact bezigtigd en ondersogt, wanneer wij bevonden deselven dus danig gesteld te zyn 50. p„s pisthoolen, waar van 34. „ bekwaam 9 „ die gerepareerd moeten worden, also de veeren mees„ tendeels verland en door de roest beschadigd zijn, 7. „ geheel onbequaam, wijl deselve door den roost gantsch doorvreeten en ook zodanig geboogen, kromen dien van Loop zijn, dat dezelve nog gerepareerd nog gebruikt kunnen worden. 100. p„s barbijns bequaam 100 „ Bajonetten waar van 89. bekwaam en 11 onbekwaam, alzo deselve van zo een slegte Com„ „positie zijn, dat die bij de minste teegenstand, eenen als lood ombuijgen en niet weeder teregt zijn tebrengen 100 p„s Laad stokken, waar van 82. bekwaam en 18. onbekwaam, welke van zo een slegte Compositie zijn, dat dezelve zo dra men die maar een weijnig hard aan vat, eeven als de bovengem: Bajonetten krom worden, en niet meer in de loop kunnen gebragt worden. 100 p„s Bajonet scheeden waar van 98. p„s bekwaam, en 2. „ onbekwaam, om dat deselve ten eenemaal door vreeten en aan stukkent zijn welke alles wij ondergeteekende betuijgen, de suijvere waarheijd te zijn, en dierhalven bereid teweezen, om zulks des gerequireerd werdende, met solemneele Eede te staeven, terwijl wij inhoope van aan de hoog geherde intentie uwer welEd Gestr Achtb voldaan te hebben ons en

NL-HaNA_1.04.02_3815_0153 view scan ↗

English

further arrogate to ourselves the honor to be with true high esteem and deep respect, underneath stood title, lower, your Right Honorable very humble and entirely obedient servant, was signed, I: wanner and C van Arenschildz, in the margin, Samarang the 8 November 1787. the 9. November 1787 turn over your High Batavia Samarang the 30. November Anno 1787. To His High Nobility The High Noble, Right Honorable Lord Mr Willem Arnold Alting Governor General and The Honorable Councillors of the Dutch Indies, etc., etc., etc. High Noble, Right Honorable Lord! Honorable Sirs! Yesterday I received a letter from the first Resident at the Emperor's Court at Soura Carta, Willem Adriaan Palm, dated the 27th of this month, containing notification of the earnest desire of His Highness the Emperor, in view of his persistent eye complaint and other declining sickly conditions rather increasing than decreasing, by which he is prevented from appearing in public, to request permission from Your High Nobilities to allow, both at the tournament games and on the imperial or other days when the monarch according to the custom of the country ought to appear in public, his person the 30. November 1787. his person to be represented by his eldest son, the Pangerang Adipattij Anom, and that the latter might be accompanied for that time with the Emperor's usual retinue, and indeed for as long as His Highness's physical condition does not permit him to attend in person, in order by so doing to maintain everything in good order and that affairs may be treated with somewhat more seriousness and dispatch than has taken place since the indisposition of the Emperor. I take the liberty to present herewith to Your High Nobilities a copy of the letter from the aforementioned Palm for your esteemed reflection, with the humble request to provide me with the necessary orders as to how I am to conduct myself in this matter, which I request may take place as soon as possible, in order, if it should please Your High Nobilities to consent to it, to be able all the sooner to derive the intended benefit from it, or else to make use of such other means as Your High Nobilities shall find better and more suitable for the achievement of the intended purpose. The Panumbahan of Madura also addressed me a few days ago by a letter, of which a copy is transmitted herewith, concerning his Pepattij Admantja Nagara, whom during his presence here he requested of my predecessor, the Extraordinary Councillor of the Dutch Indies Johannes Siberg, might be exchanged with his Highness's uncle Maas Demang Bradja Ioeda, Regent at Balego. And since this exchange was mentioned in the Memorandum of my aforementioned predecessor, and the necessity thereof was at the same time demonstrated most clearly therein, I now take the liberty, in the hope of a favorable interpretation, to request the required qualification from Your High Nobilities for this purpose, in order to allow it to be carried out. From the aforementioned Memorandum of my predecessor, Mr Siberg, it will also have appeared to Your High Nobilities how little it accords with the political situation here to make use of military sepoys on this Coast, besides the low regard in which they are held by the natives, and the high amount of their pay, for which reason I also take the liberty respectfully to propose to Your High Nobilities whether it would not be best to send this troop away from Java on a suitable occasion, either to the Eastern Provinces or to such other place as Your High Nobilities shall be pleased to designate, the same consisting of in 1 Captain 1 Lieutenant 1 Ensign 4 Sergeants 5 Corporals, and 81 Privates, or 93 heads together. I have the honor to remain with the greatest high esteem and submission, underneath stood title, lower, Your High Nobilities' humble and dutiful servant, was signed, Js Greeve, in the margin, Samarang the 30 November Anno 1787. the 30. November 1787. Copy your High. Samarang the 30. November Anno 1787. Copy of a Separate Letter, written by the Senior Merchant and First Resident at Souracarta, W: A. Palm, to the Honorable Jan Greeve, Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor of and along Java's Northeast Coast, dated Soura Carta the 27. Nov 1787. At my latest audience at Court, His Majesty the Emperor addressed me in the most earnest manner concerning his deplorable condition of being unable to see, and other bodily infirmities, which steadily increased and did not diminish, whereby it has already for a long time been impossible for His Majesty to leave his apartments, let alone appear in public before his people; and since it is most necessary that this takes place from time to time, both for holding the tournament games and on the Emperor's court days when all sentences must be pronounced or public orders of importance issued, the monarch expressed himself to be very much at a loss regarding this, requesting me to bring this to Your Honor's attention, with a friendly entreaty that Your Honor might be pleased to propose to Their High Nobilities that it might be permitted to His Majesty, as long as his physical constitution does not allow him to attend these customary ceremonies in person, to have His Highness's person represented by his eldest son, the Pangerang Adipattij Anom, and that the latter might for that time be accompanied by the Emperor's usual retinue, which I, for the good order of the country's government and that affairs with

Dutch transcription

39 ons overigens de eere toeeijgene met waare hoog agting en dief ontzag te zijn /:onderstond:/ titul /lager:/ nweerd Gestr Achtb zeer onderdanige en gantsch gehoorsame dienaar /:was geteekend:/ I: wanner en C van Arenschildz /:in„ margine:/ Samarang den 8 November 1787. den 9. November 1787 verte s 6 uw Hoog Batavia Samarang den 30. November A„o 1787. Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edel= Gestrenge Groot Agtbaaren Heere M:r Willem Arnold Atting Gouverneur Generaal en De wel Edele Gestrenge Heeren Raeden van Nederlandsch Indie enzenz ent Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaren Heer! welEdele Gestrenge Heeren Op gisteren ontring ik schrijvens van den eersten Resident aan 's keijsers Htof te Soura Carta willem Adriaan Palm, de dato 27 deeser, behelsende kennis geeving van het ernstig overlangen van zijn Hoogheijd den keijzer, om mits zijne kmmn„ aanhoudende oog quaal en andere vul eer toe den afneemende siekelijke omstandigheeden, waar door hij belet word, sig in 't openbaar te vertoonen; van uw Hooghdelheeden per„ „missie te verlangen, om so bij de Tornoij speelen, als bij de keijserlijke of andere dagen, wanneer den vorst na zijn slands gebruijk, in 't publicq dient te verscheijnen persoon 41 den 30. November 1787. zin persoon temorgen laaten representeeren, door sij 3„ „nen oudsten zoon den Pangerang Adipattij Anom en dat deese voor die tijd, met 's keijsers gewoone statie mogte vergeseld gaan, en wel tot so lange als zijn Hoogheijds Lichaams gesteldheijd niet toelaat die selfs bij tewoonen, ten eijnde dus doende alles in een goede order te houden en de zaaken met wat meerder ernst en voort varendierd getracteerd worden, dan seevert de indispositie van den keijser heeft plaats gehad —. Ik neeme de vrijheijd nu Hoog Edelheeden hierneevens Copia der Brief van ge„ „melde Palm ter geerde speculatie aantebieden met humbil verzoek mij met de nodige beveelen te munneeren hoedaeng ik mij in deesen zal hebben te gedragen, het geen ik versoeke dat so spoedig mogelijk mag geschieden om, in dien het uw Hoog Edelheeden mogt behaagen daar nite bewilligen, so veel te eerder het bedoelde nut daar door uit te kunnen trekken, dan wel empbooij te maaken van sodanige andere middelen, als uw Hoog hdel„ „heeden sullen bevinden beeter en meer geschikt te zijn ter bereijking van het gebuteerde oogmerk Den Panumbahan van Madura heeft mij nu eenige dagen geleeden, ook bij een brief, hierneevens in Copia overgaande, onderhouden, over zijn Pepattij Admantja 7 uw Hoog Admantja Nagara, dewelke hij bij sijn aanweesen alhier, aan mijnen predecesseurvan den Heer Raad Extra ordinan van Nederlandsch Jndie Iohannes Siberg, verzogt heeft dat met zyn Hoogheid vom Maas Demang Bradja Ioeda Regent te Balego mogte verwisseld werden, En vermits van deese verwisseling, bij de Memorie van welmelden mijnen praedecesseur gewag gemaakt en de noodsakelijkheijd van dien, daar bij teffens ten duijve„ „lijksten werd aangetoond, zo neeme ik, in hoope van een gunstige welduijding thans de vrijheijd de verEijschte qua„ „lificatie van uw Hoog Edelheeden hier toe te versoeken ten einde sulx te laaten gevolg neemen. uit de voormelde Memorie van mijnen pradecis„ „seur den Heer Siberg, sal uw Hoog Edelheeden ook gebleeken zijn, hoe wijnig het met de politicque gesteld, „heid alhier over een komt sig ter deese Custe van Mili„ „taire sipaijs te bedienen, behalven nog het declin waar in zij bij den Inlander staan, en het hoog beloop van derselver soldijen, waarom ik dan ook de vrijheijd neeme aan uwe Hoog hdelheeden eerbiedig voortestellen of het niet best soude zijn, om dit voek bij voorkomende gelegend„ „heyd van Iava teversenden, het zy na de oostersche Provincien of sodanige andere plaats als uw Hooghdel„ „heedens sullen gelieven te deverneeren, bestaande deselve in 43 in 1. Capitain 1: Lieutenant 1. vaandrig 4. zergeants 5. Corporaals, en 81. gemeene, ofte 93. koppen tezaamen Ik rereere mij met de meeste hoog agting en sub„ „missie te zijn /:onderstond/ Titul /:lager/ uwer Hoog„ „Edelheeden oodmoedige en Trouwschuldige dienaar /was geteekend:/ J=s Greeve /:in margine:/ Samarang den 30 November Ao. 1787 den 30. November 1787. Copia ƒ uw Hoog. Samarang den 30. November A„o 1787. Copia Aparte Brief, geschreeven door den opperkoopman en Eerste Resident te soura„ „carta w: A. Palm, aan de welEdelen Gestren„ „gen Achtb Heere Jan Greeve, Raad van Nederlands Jndie, mitsgaders Gouverneur open Langs Iavas Noord oostCust, gedateert Soura Carta den 27. Nov 1787. Bij mijne Iongste audientie ten Hoove heeft mij zijn Majesteit den keijser op het ernstigst onderhouden, over zijne beklagenswaardige toestant, van niet te kunnen „zien, en andere Lichaamelijke swakheeden meer, die steeds toe en niet afnamen, waar door het zijne Ma„ „jesteit dan bereeds lange tyden herwaards onmogelik is geweest, zijne appartementen teverlaten, ik laat staan in't publicq voor zijn voek te verscheijnen, en daar het aller noodsakelijkst is, dat zulks van tijd tot tijd geschied, zo tot het houden van de Tournooij spellen als op de keijzers geregts dagen, dat alle vonnissen uitgesprooken ofte publicque beveelen van aanbelang uitgevaardigt moeten worden, zo betuigde den vorst hier omtrent zeer verleegen te zyn, mij versoekende mweeld gestr zulks onder het oog te brengen, met vriendelijke Jnstantie het Hoogst deselve mogt behagen bij haar Hoog Edelheedens voortedragen, dat het zyne Majesteit mogte vrijstaan omme zo lang zijne Lichaams Con„ „stitutie niet toelieten, deese gewomelijke Cerimonies in persoon bij tewoonen, zyn Hoogheids persoon te laten reprasenteeren, door desselfs oudste zoon, een pangerang Adipattij Anom en deese voor die tijd van 's keijsers gewoone statie mogt verselt weezen, Het geen ik om de goede order van 'slands Regeering en dat de zaken met

NL-HaNA_1.04.02_3815_0159 view scan ↗

English

45 Samarang the 30th of November 1787. might be treated with somewhat more seriousness and vigor, and that the royal orders might be carried out somewhat more precisely, which I, at present and during the indisposition of the Emperor, have neither been able nor willing to decline, nor divert the prince from it, but on the contrary have judged it most necessary to submit it most humbly to Your Right Honorable and Esteemed Sir. While furthermore, after having commended Your Right Honorable and Esteemed Sir to the gracious protection of the Almighty, I have the honor to call myself, underneath was written Title, lower Your Right Honorable and Esteemed Sir's very humble and obedient servant, was signed W: A Palm, in the margin Samarang the 27th of Nov: 1787. Copy Translation of Javanese Letter written by the Panembahan Adipati Chakraningrat, Regent at Madura, to the Right Honorable, Esteemed Sir Ian Greeve, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies and Governor and Director of and along Java's Northeast Coast etc. etc., received at Samarang the 12th of Nov: 1787. After the usual preface: During my presence at Samarang, I maintained a conversation with and requested the Honorable Mr Siberg that my patih Admoso Nogoro might switch with my uncle Mas Demang Brodjo Indo at Blega, to the end that he, Admoso Nogoro, would come to Blega, and my uncle would be appointed as my patih; in consequence of which, upon my return here, I summoned the aforementioned person and gave them notice regarding that exchange of places, both of whom thereupon expressed to me their satisfaction in that regard, wherefore I hereby give Your Right Honorable Esteemed Sir the necessary notice of this, and in the meantime I will continue to await His Honor's approval regarding this matter. Written at Madura on Tuesday the 26th of the moon Muharram in the Year Dal Jimakhir 1714. Underneath was written: translated by me, was signed W: Waardenaar, sworn translator. Agrees. H. Lotaen Clerk [illegible] Secret. Batavia: Gentlemen Councilors etc. etc. etc. Honorable Gentlemen: [illegible] time in the mountains [illegible] is for a Your High Noble Crown otherwise his residence [illegible] and subsequently [illegible] forced by violence into the Dalam of Juppoe, of which as soon as I received report, I immediately informed the ruling prince, to whose care the senseless person, by Alting Your High Secret. Batavia: Gentlemen Councilors etc. etc. etc. Honorable Gentlemen: [illegible] time in the mountains [illegible] is for a Your High Noble Crown otherwise his residence [illegible] and subsequently [illegible] forced by violence into the Dalam of Juppoe, of which as soon as I received report, I immediately informed the ruling prince, to whose care the senseless person, by Your High Secret. Batavia: Gentlemen Councilors etc. etc. etc. Copy Separate Letters Netherlands Anno 1787. Honorable Gentlemen: [illegible] time in the mountains [illegible] is for a Your High Noble Crown otherwise his residence come, and subsequently [illegible] forced by violence into the Dalam of Juppoe, of which as soon as I received report, I immediately informed the ruling prince, to whose care the senseless person, by Your High Secret. Batavia: Register of the marginal notes of the letters following hereafter, beginning with the 10th of October, and ending with the 3rd of December Anno 1787. Anno 1787 The 10th of October: Nomination of the young Pangeran Sasrakusuma Ali Bedien as Crown Prince, folio 4. Same date: Reason why this nomination was proceeded with, folio ditto. 7th of November: Explanation of the letter sent over by the King to Your High Noble, folio 2. Same date: Assurance of the authenticity of the nominated Crown Prince, folio ditto. Further request, folio ditto. Assurance of the Prince's satisfaction, folio 3. 3rd of December: Thanksgiving for the approval of the Crown Prince Mahamet Ali Bedien, folio [illegible]. Obligation regarding his upbringing, folio [illegible]. Thanksgiving for the granted transport of both vessels, folio [illegible]. Honorable Gentlemen: [illegible] time in the mountains [illegible] take, is for a Your High Noble Crown otherwise his residence come, and subsequently [illegible] forced by violence into the Dalam of Juppoe, of which as soon as I received report, I immediately informed the ruling prince, to whose care the senseless person, by Gentlemen Councilors etc. etc. etc. Your High Secret. Batavia: Gentlemen Councilors etc. etc. etc. Alting Honorable Gentlemen: [illegible] time in the mountains [illegible] take, is for a Your High Noble Crown otherwise his residence come, and subsequently [illegible] forced by violence into the Dalam of Suppoe, of which as soon as I received report, I immediately informed the ruling prince, to whose care the senseless person, by Your High

Dutch transcription

45 Samarang den 30 November 1787. — met wat meerder Ernst en voortvarendheijd mogten, werden getracteerd, en de vorstelijke beveelen wat exacter mogten worden nagekomen, als thans en gedu„ „rende de indispositie van den keijzer niet heb kunnen of willen van de Hand wijsen, ofte den vorst daar van diverteeren, maar daar en teegen aller noodsakelijksz: heb geoordeelt uwelEd Gestr agtb op het nedrigst voortedragen. Terwijl alverder na uwelEd Gestr agtb in de ge„ „nadige tescherming des Allerhoogsten aanbevoolen te hebben, de eer heb mij tenoemen. /onderstond/ Titul /lager/ uwelEd Gestr Achtb zeer oodmoedige en gehoorsame dienaar /:was get:/ W: A Palm /:in margine/ sama„ „rang den 27 Nov: 1787. Copia Translaat Javaansche Brief geschreeven door den Panumbahan Adipattij 5jakra diningrat, Regent te Madura„ aan den welEdele Gestrengen Heer Ian Greeve Raad extra ordnair van Nederlands Jndie en Gouverneur en directeur open langs Iavas Noord oost Custen &n 8 ontvangen te samarang den 12 Nov: 1787 Nagewoone voorreeden Bij mijn aanweesen te samarang, heb ik den hdel Heer Siberg onderhouden en verzogt, dat mijnen pepatten Admoso Nogoro, met mijnen oom Maas demang Brodjo Jndo te Balega mogt ruijlen, ten einde hij Admoso Nogoro op Belega kwaame, en mijnen oom als mijnen pepattij wierd aangesteld; Jn welkers gevol„ ge ik bij mijn terug komst alhier voornoemde persoon hebbe ontboden, en hun omtrend die plaats verwisseling hebbe kennisse gegeeven, dewelke beijde mij daar op hun uw Hoog. hun genoegen dien aangaande hebben betuijgd, weshalven ik uwelEd Gestr daar van bij deesen de nodige kennisse geeve en ik intusschen Hoogstdesselfs goedvinden daar om„ Geschreeven te Madura op dingsdag den 26. van het sigt Mocharam in 't Jaar D Junakir 1714. /:onderstond/ getranslateert door mij /:was geteekend:/ w: wasrdenaar „trent sal blijven afwagten. gesw: Translateur Accordeert/. H. Lotaen Cukler 9 2 Leeres : uw Hoog uw Hoog uw Hoog Heere: Secreet. Aan Z4 Does Batavia: Sareet Bandam Heeren Raaden N: &: &: Agtbaren Heere nge Heeren: neer tijd in het gebergte emen, is voor Een 509 Ed„s van den kroon anders zijn verblijff „men, en vervolgens geweld in den Dallam van Juppoe ingedrongen, waar van ik soo drae geen narigt kreeg of liet den Regeerden vorst /:aan wiens zorg den ziimeloosen door Alting Uw Hoog C. En Heere: Secreet. Aan J: 4 Doet Batavia: Alting Heeren Raaden à &: &: &: Agtbaren Heere „ge Heeren: meer tijd in het gebergte emen, is voor Een 509 Ed„s van den kroon anders zijn verblijff „men, en vervolgens tgeweld in den Dallam van Juppoe ingedrongen, waar van ik soo drae geen narigt kreeg of liet den Regeerden vorst /:aan wiens zorg den ziimeloosen door Uw Hoog. 1. Ee Heere: Secreet. Batavia: Heeren Raaden à &: &: &: Aan zint Haar Alting Sopia Aparte Brieven Nederland A:no 1787. Voor Agtbaren Heere nge Heeren: imeer tijd in het gebergte geemen, is voor Een Hoog Ed„s van den kroon sanders zijn verblijff koomen, en vervolgens tgeweld in den Dallam van Juppoe ingedrongen, waar van ik soo drae geen narigt kreeg of liet den Regeerden vorst /: aan wiens zorg den zeimeloosen door Uw Hoog 1, Ent Heere: Secreet. Batavia: Aan Rint Haa delt Register der Mariginaele Alting aanteekeninge van de hier agterstaande Brieven, beginnende met den 10=' October al, En En Eijndigen met den 3 December A=o 1787. Ao. 1787 Den 1d=e October Voordragt van de Jonge Pangerangesokamat alie bedien als Kroonprins fol: 4. „ „ „ reeden waarom tot dese voordragt is overgegaan ——„ Dito „ 7. November Explocatie van d'overgezondene Brieff door den Koning aan H H: hd „ 2. „ verzekering der Egtheid van den voorgedragen Kroonprint - „ „ Nader verzoek Verzekering van het genoegen des Vorst „ 3. „ 3. December Dank zegging voor d' approbatie van den Kroonprins Mahamet ali aedier„ Verbindnis omtrend zijn opvoeding — „. Dankzegging voor 't verleende Transport van beede vaartgens „— Agtbaren Heere enge Heeren: imen tijd in het gebergte neemen, is voor Een Hoog Ed„s van den kroon sanders zijn verblijff koomen, en vervolgens tgeweld in den Dallam van Juppoe ingedrongen, waar van ik soo drae geen narigt kreeg of liet dten Regeerden vorst /: aan wiens zorg den zeimeloosen door e Heeren Raaden ia &: &: &: Uw Hoog „ „ — Secreet. Batavia: Aan Rins Haardelt Heere: Alting e Heeren Raaden ia &: &: &: Agtbaren Heere enge Heeren: „imeer tijd in het gebergte neemen, is voor Een Hoog Ed„s van den kroon sanders zijn verblijff koomen, en vervolgens tgeweld in den Dallam van suppoe ingedrongen, waar van ik soo drae geen narigt kreeg of liet den Regeerden vorst /: aan wiens zorg den Ziimeloosen, door Uw Hoog al, En

NL-HaNA_1.04.02_3815_0177 view scan ↗

English

Secret. To his Excellency! The High Noble, Right Honourable, Far-Commanding Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor-General, Along with The Honourable Rigorous Lords Councillors of the Netherlands Indies, Anno 1788. High Noble, Right Honourable, Far-Commanding Lord And Honourable Rigorous Lords! Ever since the unexpected demise of Pangerang Radeen Mochamat, who had been appointed as provisional successor to the throne, the King, despite my persistent urgings, could not be moved to nominate another Prince, until the friendly contents and admonition of the dispatch received from Your High Excellencies has now induced him to do so. I therefore take the liberty to see his prayer fulfilled in a similar nomination of his legitimate son, Pangerang Mochamatalie Oldien, although he is in the very first moments of his life, having been born in the recent month of April. Accordingly, he urgently requests me to support his prayer with my humble recommendations, a liberty which I take upon myself in this matter with the assurance that no one can be nominated by him for whom he feels greater affection, unless he should one day be blessed with a Prince by the Queen. It is in order to complete this satisfaction, as well as to prevent confusion in the event of an untimely death, that I take the strongest interest in this son of his, in the hope that Your High Excellencies will be able to resolve to gratify him in this matter, so that the loss suffered in his son Radeen Mochamat may thereby be restored, and the Realm enriched with the provisional appointment of a Crown Prince. [illegible] forced their way with violence into the Dalam of [illegible], of which I had no sooner received word than I had the ruling Prince, to whose care the senseless person was entrusted, [illegible]. In the hope that this desire of his may and can be satisfied by Your High Excellencies, I declare to have the honour to remain, with due respect and all high esteem. Was signed: High Noble, Right Honourable, Far-Commanding Lord and Honourable Rigorous Lords. Lower: Your High Excellencies' humble and very obedient servant. Was signed: W. C. Engert. In the margin: Bantam, the 10th of October, Anno 1787. To the same as before. In humble reply to Your High Excellencies' honoured separate dispatch of the 23rd ultimo, I have the honour to elucidate to the same, both in regard to the clarification ordered therein concerning the child Mahamat alie oedien, who was nominated in the humblest manner to Your High Excellencies by the Prince as his successor, for approbation. His Highness declares that, in using the expression Istrie Annak Kenda, he by no means intended to present this child as a stepson, although he could have explained himself more clearly in this regard, and for which ambiguity he implores a favourable excuse from Your High Excellencies. I therefore find myself instructed to assure Your High Excellencies that this son of his was born of his legitimate wife, Ratoe Ajoe Wardaija, although of modest descent, whom the Prince already married during his time as Crown Prince, and with whom he has been blessed with two daughters and this son. It is therefore, passing over his natural son Ichakt, that His Highness humbly continues to insist to Your High Excellencies that this, his legitimate child Mohamat alie oedien, may provisionally be accepted as his successor, to be replaced in that capacity should a son be granted to him by the Queen. I assure Your High Excellencies that this pleasure [illegible] him, thanking [illegible].

Dutch transcription

Secreet. Aan rin Haarders fol: 1. Aan zijn Hoog Edelheid! Den Hoog Edel Groot Agtbaare Wijdgebiedende Heer Alting M„rs Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal aal, Ee Nevens 'sGestrenge Heeren Raaden van Nederlands Jndia Ao 12: ge Heeren Raaden „ Edel Groot Agtbaar Wijdgebiederde s: heer dia &: &: &: En EEdele Gestrenge Heeren. t onverklagt overlijden van den tot prcissoneelse Throons- noemde Pangerang Radeen Mochamat, den Koning op houdende instantien, niet te beweegen geweest zijnde ragt eener nadere Prins, dan waar toe hem den vriende„ ud en aanmaning der ontvangen Missive UWer Hoog als nu aangezet heeft, zo neem ik de Vrijheid zijne Agtbaren Heere en vervult zien, in eene gelijke benoeming van zijn egte„ ngeraang Mochamatalie Oldun, of schoon in de Eerste enge Heeren: en zijn's Leevens als zijnde in de Iongste maand April erzulx hij mij instantig verzoekt zijn Beede met rige voorschrijvens te Appuijeeren, en welke Vrijheid deeze aanmatigs met verzekering dat geene door hem oorden voorgedragen voor wier hij meerder Liefde is ende, ten zij Hij eenmaal met een Prins uijt de Komginne te gezegend wordene Het is ons dit genoegen te volmaken, ook umeer tijd in het gebergte verwaaring voortekomen bij een onverhoopt afsterven, dat ik mij tot deeze zijn zoon ten sterkste interesseere, in hoope neemen, is voor Een VW Hoog Edelheedens zullen konnen besluijten Hem in deeze Hoog Ed„s van den kroon te vergenoegen, ten einde het gesmaakte verlies in zijn zoon sanders zijn verblijff Radeen koomen, en vervolgens noomyn, nogermand voornemisje, met geweld in den Dallam van suppoe ingedrongen, waar van ik soo drae geen narigt kreeg of liet den Regeerden vorst /:aan wiens zorg den Ziimeloosen door SHeere: Uw Hoog Batavia: Batavia: Secreet. Aan Jin Handert fol: 1. Voordragt van de Jonge Pangerang Mohamet Aan zijn Hoog Edelheid! Den Hoog Edel Groot Agtbaare Wijdgebiedende Heer Alting: Mr. Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal aal, Ee Nevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Jndia A„o 173 8 ge Heeren Raaden Hoog Edel Groot Agtbaar Wijdgebiedende H:eer dia &: &: &: En WelEdele Gestrenge Heeren! 'T zeedert het onverwagt overlijden van den tot provisioneele Throons„ „opvolger benoemde Pangerang Radeen Mochamat, den Koning op mijne aanhoudende instantien, niet te beweegen geweest zijnde tot de voordragt eener nadere Prins, dan waar toe hem den vriende„ „lijke inhoud en aanmaning der ontvangen Missive UWer Hoog Edelheedens als nu aangezet heeft, zo neem ik de Vrijheid zijne Agtbaren Heere als oedien als Keoon Beede te mogen vervult zien, in eene gelijke benoeming van zijn egte„ zoon den Pangerang Mochamatalie Oldien, of schoon in de Eerste enge Heeren: Ogenblikken zijns Leevens als zijnde in de Iongste maand April gebooren; overzulx hij mij instantig verzoekt zijn Beede met mijne needrige voorschrijvens te Appuijeeren, en welke Vrijheid ik mij in deeze aanmatigs met verzekering dat geene door hem kan woorden voorgedragen voor wien hij meerder Liefde is gevoelende, ten zij Hij eenmaal met een Prins uijt de Komginne reeden waarom tot des mogte gezegend worden. Het is oms dit genoegen te volmaken, ook uneer tijd in het gebergte voordragt is overgegaan om verwaaring voortekomen bij een onverhoopt afsterven, dat ik mij tot deeze zijn zoon ten sterkste interesseere, in hoope neemen, is voor Een VW Hoog Edelheedens zullen konnen besluijten Ihem in deeze Hoog Ed„s van den kroon te vergenoegen, ten einde het gesmaakte verlies in zijn zoon sanders zijn verblijff Radeen koomen, en vervolgens noomyn, nogemand voornemmsje, met geweld in den Dallam„ van suppoe ingedrongen, waar van ik soo drae geen narigt kreeg of liet den Regeerden vorst /:aan wiens zorg den zeimeloosen door S:Heere: Uw Hoog „prins. — Explocatie van d' over „gezondene brieff door den Koning aan HC I =r van den voorgedragen Kroomprins Nader verzoek Radeen Mochamat, hier door hersteld, het Rijk met een provisi„ „onneele benoeming van een Kroon Prins verrijkt te zien. Jn hoope aan deese zijn verlangst door VW Hoog Edelheedens zal moogen en konnen voldaan worden, betuige ik d'Eer te hebben met verschuldigde Eerbied en alle Hoog Agting te verblijven. /:onderstond:/ Hoog Edel Groot Agtbaar Wijdgebiedende Heer en WelEdele Gestrenge Heeren /:Lager:/ VW Hoog Edelheedens onderdaanige en zeer gehoorzame Dienaar /:Was Geteekend:/ W:m: C:l Engert /:in Margine:/ Bantam Den 10 October Anno 1787. Aan als vooren Jn needrige rescriptie op VW Hoog Edelheedens verEerde Aparte missive van den 23. passato hebbe ik d' Eer Hoogst dezelve te elucideeren zo ten aanzien van de daar nevens gelaste opheldering. omtrend het Kind Mahamat alie oedien, die door den Vorst tot zijn batie Successeur op de needrigste wijze VW Hoog Edelheedens is voorgedreg zijn Hoogheid betuigt, in de tot hem gebezigde bewoording van Istrie Annak Kenda, geenzints te hebben voor gehad dit kind als een stiefzoon te laten voorkomen af schoon, hij zig in deeze op een duijdelijker Wijze had konnen expliceeren, en over welke dubbel zm „nigheid bij VW Hoog Edelheedens een toegeneegen excuus is inpola Verzeekering der Egtheid Ik vinde mij overzulx gelast Hoogst deselve te moeten verzeekeren, dat deeze zijn zoon, Gebooren is uijt zijn Egte vrouw Ratoe Ajoe Wardaija, of schoon van medioere afkomst, wier den Vorst bereets gehuuwt heeft in zijn tijd als Kroomprins, en de bij wien hij gezegnet is met Twee Dogters en deeze zoon; Het is overzulx, met voorbij gaan van zijn natuurlijke zoo„ Ichakt, dat zijn Hoogheid VW Hoog Edelheedens ootmoedig blijft nnsteeren dat deeze zijn Wettig Kind Mohamat alie oedien pco„ „visionneel mag opgenomen worden voor zijn opvolger, om daar in vervanger te worden bij aldien hem een zoon uijt de Koning in mogte worden geschonken. Jk verzekere VW Hoog Edelheedens dat dit genoagen hem Dank „reerende; Jan fol 2:

NL-HaNA_1.04.02_3815_0181 view scan ↗

English

Secret. To His Honor, Pleasure and the Prince's Approval of the Crown Prince Proposed Mohamet Ali oedien Obligation concerning his proper upbringing and the transport of both vessels. folio 3. My Lord: assurance of the pleasing matter would be, as he declares this to me with the greatest emotion, wherefore I continue to plead with Your High Nobility to be willing to gratify him so generously in this matter. Alting: I have the honor to remain with all respect and high esteem, [below:] I. O. [lower:] Your High Nobilities' humble and very obedient servant [was signed:] W. C. Engert [in the margin:] Bantam, the 7th of November, Anno 1787. To the same as above. In humble reply to the contents of Your High Nobilities' separate letter of the 16th ultimo, regarding the alongside so gracious consent to the Prince's proposal for obtaining a successor to the throne in the event of an unexpected change, and that in his newly born and legitimate young son, the Pangerang Mohamat Alie oedien. Thanksgiving for the approval. I find myself ordered to convey to Your High Nobilities the King's amiable gratitude, under the promise that his conduct in the upbringing of that child shall be so diligent that, if ever the succession must be conferred upon him, he will constitute the object of Your High Nobilities' satisfaction. Furthermore, he binds himself never to let this granted favor slip from his mind, but on the contrary to keep the same secret to prevent unforeseen commotions, to which secrecy I also solemnly bind myself. The contents of an earlier honored separate letter dated 26 October, I have likewise duly communicated to the Prince, who Thanksgiving for the granted [passage] continues to defer entirely to Your High Nobilities the transport to be granted to two of his subjects, Mochamat and Oessien, to the coast of India, in order to be able to cross over to Mecca from one of the places suitable for the pilgrimage, and that under all further expression of his gratitude for the continuous compliance that Your High Nobilities so favorably deign to execute upon his requests; I have the honor to remain with all due respect and high esteem, [below:] F. O. [lower:] Your High Nobilities' humble and very obedient servant [was signed:] Wm. Cl. Engert [in margin:] Bantam, the 3rd of December, Anno 1787. Agrees, C. Telkamp [illegible] Secret. Batavia: To His High Nobility, The High Noble, Valiant, and Right Honorable Lord: Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, and The Noble, Valiant Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc., etc. High Noble and Valiant, Right Honorable Lord and Noble Valiant Lords: The Sultan of Suppoe having been in the mountains for a considerable time to take his pleasure in hunting, about a good 14 days ago, the insane prince who was declared by Your High Nobilities in the past year to have forfeited the crown, and who otherwise had his residence at Mataar adjie, came down to Singaragie, and subsequently, without my knowledge or that of anyone else, forced his way violently into the Dalam of Suppoe. As soon as I received report of this, I sent to ask the reigning prince (to whose care the insane one was entrusted by Your High Nobilities) what this meant and how this was to proceed. He had no other reply sent to me than that he was greatly astonished by it, and indeed wished that his brother would leave the Dalam again. To this end, during several days, by dispatching emissaries, I took all possible trouble, yet His Highness would never let himself be seen or spoken to, and thus I obtained not the slightest resolution. Hereupon I wrote a letter to the reigning prince, from whom I likewise received no other reply than that he verbally let me know that he could not come down before his brother had left the Dalam. I therefore also wrote a letter to the insane prince, which likewise remained unanswered; however, he let me know verbally that he would await my delegates. For this purpose, the very next day, I directly dispatched Ensign Pruis and the sworn clerk Stopkeerb to His Highness. However, they also returned without having accomplished anything, without having seen or spoken to His Highness. Almost at a loss as to what to do, and meanwhile the Court of Suppoe being in such complete turmoil due to the presence of the insane prince, without the Pangerang who held authority on behalf of the Sultan of Suppoe being able or daring to do anything about it, so that I feared an uprising at any moment, I resolved, in order to prevent all further perilous circumstances, to send the aforementioned delegates yesterday morning to the Dalam, assisted by a sergeant and 12 armed soldiers alongside an orderly, with orders to press through to the Sultan, and to ask His Highness once more in my name whether he did not choose to go back to his customary residence, since he no longer held any authority here. Whereupon he resisted, and stretching out his hand, in which it is believed he held the seal, said: This is the sign that I am prince, and no human being can compel me.

Dutch transcription

Secreet. Aan Zien Haarlder genoeg en des vorst batie van den KroonPrins voorgedre Mohamet Ali oedien Verbind nis omtrend zijn bel zi opraeding en de Transport van beide Vaartgens. fol 3. Heere: Verzeekering van het Streelende zoude zijn, alzo hij mij zulx betuigt met de Grootste Aandoening, overzulx ik Hoogst dezelve blijve aflidden, hem in deeze zo Genereuselijk te willen vergenoegen Alting: Jk hebbe d'Eere met alle Eerbied en Hoog Agting te verbijven /:onderstond:/ I: O: /:Lager:/ VW Hoog Edelheedens onderdanige en aal, Ee zeer gehoorzame Dienaar :/ Was Geteekend:/ W: C:e Engert /:in Margine:/ Bantam Den 7:e November Anno 1787. Aan als Boven Jn neederig Andwoord op den inhoud VWer Hoog Edelheedens aparte Missive van den 16. passato, ten aanzien van de daar neevens zo gra„ „tieuse bewilliging in 's Vorsten voordragt ter bekoming van een Throons opvolger bij een onverhoopte Verandering ende zulx in zijn Iong Gebooren en Egt Zoontje den Pangerang Mohamat Alie oedien„ Dankzegging voor de apoia. vinde ik mij gelast VW Hoog Edelheedens 'S Konings minzame erkente „lijkheid te moeten betuigen, onder verspreeking dat zijne gehoude„ „nis in de opvoeding van dat Kind zodanig haatelijk zijn zal, dat bij aldien aan hem mmer de successive moet opgedragen worden, hij het voorwerp VWer Hoog Edelheedens genoegen zal uitmaken. - Wij Agtbaren Heere „ders verbind hij zig, deeze beweezen Gunst, hem nimmer te zullen laten ontvallen, maar in teegendeel het zelve te secreteeren tot voor„e119e Heeren: „koming van onte voorziene Commatien en tot welker geheimhouding ik mij meede solemneel verbinde. Den inhoud eener vroegere verEerde Apparte missive de Dato 26. October, heb ik meede den Vorst behoorlijk gecommuniceert die Dankzegging voor 't verleent en eenemaale aan VW Hoog Edelheedens blijfft Differeeren het te ver „leenen Transport aan Twee zijner onderdaanen Mochamat en Oessien naar de Wett van Indien, ten einde uijt een der daar toe geschik tewoorden ter Beddvaart, haar Mecca te konnen overgaan, ende zulx onder al verdere betuiging zijner Dankbaarheid, weegens de aanhoudende in uimen tijd in het gebergte „schikkelijkheijd die VW Hoog Edelheedens op zijne verzoeken zo gunstig neemen, is voor Een gelieven uijt te voeren; Jk hebbe d'Eers met alde verschuldigde Eerbied en Hoog Agting te verslijt 1009 Ed„s van den kroon /:onderstond:/ F: O: /: Lager:/ VW Hoog Edelheedens onderdanige en zeer gehoorzame Dienaar /: Was Geteekend:/ W:m C:l Engert /:in Margine/ anders zijn verblijff Bantam Den 3. December Anno 1787 Accordeert koomen, en vervolgens C„ Telkamp Pet — ogn voore, met geweld in den Dallaan van suppoe ingedrongen, waar van ik soo drae geen na regt kreeg of liet den Regeerden vorst /:aan wiens zorg den Ziimeloosen door re Heeren Raaden dia &: &: &: Uw Hoog. Batavia: kend:/ Den 10 a zelve te mg. tot zijn t Istrie een een voppla eten evrouw wier den zoon ist co om daar Koning in gen hem te befe D Ven Voterin Secreet. Batavia: Aan zijn Hoog Edelheijd. Den Hoog Edele Gestrengen Groot Achtbaren Heere: M: Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal, En De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands India &: &: &: Hoog Edele Gestrenge, Groot Agtbaren Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren: Den sulthan Cuppoe zig zeedert hen geruimeer tijd in het gebergte bevindende, om met de Jagt zijn vermaek te neemen, is voor Een groote 14: daagen den in A„o pass„o door uw Hoog Ed„s van den kroon vervallen verklaerden zinneloosen vorst, die anders zijn verblijff op Mataar adjie had, tot opsingaragie afgekoomen, en vervolgens zonder mijn, nog iemands voorkennisse, met geweld in den Dallam van suppoe ingedrongen, waar van ik soo drae geen narigt kreeg of liet den Regeerden vorst /:aan wiens zorg den zeimeloosen door Uw Hoog. - Uw: Hoog Ed„s is toevertrouwt vraager / wat of dat zeggens wilde, en hoe dat gaan zoude /die mij niets anders liet antwoorden, als dat er magtig over verwondert was, en wel wenschte dat zijn broeder den Dallans weeder verliet, waartoe ik geduurende verscheidene dagen door toesending van zendelingen alle moogelijke moeite aan wen= dende, zijn Hoogheid zig nimmer wilde laaten zien nog spreeken, en kreeg ik dus geen de minste uitsluitsel, hier op schreef ik een brieff aan den regeerenden vorst, waar op ook geen ander antwoord bekwam dan dat mij mondeling liet weeten, dat niet konde afkoomen, voor dat zijn broeder de dallam had verlaeten, ik schreef daarom ook Een brief aan den Zimeloosen vorst, die meede onbeantwoord bleeff, dog wij mondeling liet weeten mijne gecommitteerdens te zullen aff =wagten, waar toe ik den andere dag direct den vaandrig Pruis, en den geswooren schriba stopkeerb, tot zijn Hoogheid afsond, die egter meede zonder hoogst derselve gezien nog gesprooken te hebben onver rigter zaake terug keerende, bij na niet meer weetende wat te doen, en intussen het Hof van suppoe door de presentie van den Ziimeloosen vorst dusdanig in repen roer zijnde, zonder dat den van weegens den sulthan suppoe gezaghebbende Pangerang, er iets toekonde, nog durfde doen, dat ik alle oogen blikken voor opstand was weesende, soo ben ik te raade geworden, om alle verdere haggelijke omstandig hee= =den voor te koomen, meer melde gecommitteerdens geassisteert door Een Zergeant en 12: gewaepende militeiren neevens Een oppasser gisteren morgen na de dallam af te zenden met order om tot bij den sulthan door te dringen, en zijn hoogheid nogmaals uit mijn naam te vraegen of niet verkoos, weeder na zijn gewoone verblijffplaats te gaan, wijl hier geen gezag meer hadde, waar op zig te weer-stelde, en zijn hand uitstrekkende waar in na gedagten het Cachet hadde, Zeide dit is het teeken dat ik vorst ben, en geen mensch kan mij dwingen. -

NL-HaNA_1.04.02_3815_0185 view scan ↗

English

force him to leave the dalem, being entirely mad and raving, and refusing to listen to reason, whereupon the said commissioners resolved that they had to attack him, as he was entirely given over to his passions, he defending himself in such a manner that several military men were slightly wounded; but seeing that he could no longer hold out, his highness inflicted a cut or slash upon himself with the shortest accompanying murderous weapon, whereupon the commissioners carried his highness to the wagon in order to bring him to me, but before they had approached the fortress, the same highness died of that wound, which I immediately had the doctor examine, who found it to be completely fatal in every respect, which I immediately made known to Sultan Sepuh and requested his highness to come down now, the more so because his wandering in the upper lands heavily exhausts the common man and inflicts much damage upon all the Company's services, because his highness daily requires many people for his pleasure on the hunt, and thereby the countryman is prevented from performing his usual work. Having further conducted an investigation in the room where the insane prince was apprehended, I found under and around his bedstead such goods as are specified on the enclosed list, which, being of too great volume, I am detaining here until further orders; but because I know that the Right Honorable and Venerable Mr. van der Beke took much trouble to obtain the seal, I respectfully send the same over to Your High Excellencies together with the 2 weapons with which the prince furiously defended himself, humbly requesting of Your High Excellencies at the same time to be pleased to cede the said seal to his highness Sultan Sepuh, as his highness already made a similar request of me some time ago. In order to give Your High Excellencies a true idea of these circumstances, I take the liberty in this matter. In this matter to present to Your High Excellencies copies of the letters written by me to both princes, along with 2 declarations from the aforementioned commissioners and a report from the surgeon's mate who examined the wound, in the hope and trust that my conduct in this matter, according to my humble ability for the best of the Cheribon lands and inhabitants, may earn Your High Excellencies' gracious approval. I immediately had the old, brave Sultan Anom informed of what had occurred through the same commissioners, whereupon his highness had me very earnestly answered that, while the insane prince had opposed the Company, nothing other than such consequences were to be expected, regarding which I further refer to the report of the commissioners. While once more most humbly imploring Your High Excellencies' ever highly respected orders concerning the goods found, and making bold to subscribe myself with deep respect and true submission. Below stood title. Lower, Your High Excellencies' obedient and dutiful servant. Was signed: G. C. Gockinga. In margin: Cheribon, 16 October 1787. To the same as before: Having seen with regret that Your High Excellencies do not entirely approve my conduct in the pretexted case with the insane prince, I can nevertheless assure Your High Excellencies by all that is holy that his highness would never have left the dalem in a gentler manner, and being too fearful of a rebellion among the common people, I could find no other means, the more so because the ruling prince did not interfere and did not possess enough courage to dislodge the brother entrusted to his care by Your High Excellencies. Concerning the state regalia, I have made every possible investigation upon Your High Excellencies' orders, but to my regret could not discover where they have gone, as upon the apprehension

Dutch transcription

dwingen dan dallam te moeten verlaeten, zijnde gansch dol en raesend, en wilde zig met goede niet laeten gezeggen, waar op den gemelde Gecommitteerdens, resolveerden hem als ten Eenen= maal aan zijne driften overgegeeven, te moeten aantasten, ver =weerende zig dusdanig, dat er verscheidene militaire ligtelijk ge= kwestraekten, dan ziende dat het niet meer konde gaande houden bragt zijn hoog E„ds zig zelven Een snee of kap toe met het kortste nee= vens gaande moord geweer, waar op de Gecommitteerdens zijn hoogE„d na dewaagen bragten oms bij mij te brengen, dog Eer tot bij het fortres genaedert waaren, overleed hoog den selve aan die wond, welk den docter direct laeten de visiteeren, deselve allesints doodelijk bevonde, het welk ik direct aan den sulthan Suppoe heb laeten weeten en zijn hoogh„d versogt als nu af te willen koomen, te meer daar hoog desselfs zwerven in de booven landen de gemeene man magtig uitmergelt, en veel schaade aan alle Comp„s diensten toebrengt, door dat zijn Hoog E„d daagelijks veel volk tot zijn vermaek op de Jagtnoodig heeft, en daar door den landman belet word zijn gewoon werk te kunnen verrigten: Naeder in het vertrek alwaar den Zimneloosen vorst ge-apprehendeert is, onderzoek laetende doen, vond onder en om zijn ledikant soodanige goederen als op inleggendlijstje gespecificeert staan, die van te veel volume zijnde, alhier tot naeder order aanhoude, dan wijl ik weet dat de wel Edele Gestr: heer van der Beke, veel moeite ter optenue van het Cachet heeft gedaan, soo laete het zelve in Eerbied met en beneevens de 2: waepens, waer meede den vorst zig verwoedende te weer gesteld heeft tot uw Hoog Edelheedens overgaan, die ik teffens ootmoedig ben solliciteerende gemelde Cachet aan zijn hoogh„d den sulthan Cuppoe te willen afstaan alsoo zijn hoogheid mij reeds Eenigen tijd geleeden, om Een diergelijke versoek heeft gedaan. Om uw Hoog Edelheedens nu Een waar denkbeeld van deese omstan„ digheeden te kunnen geeven, soo neeme de vrijheid uw Hoog Edelheedens in deesen. . in deesen aan te bieden Copia mijner aan beide vorsten geschreevene, brieven neevens 2: verklaaringen van voornoemde gecommitteerdens en Een berigt van den ondermeester die de wond geexamineert heeft, in hoope en vertrouwen dat mijn gehouden gedrag in deesen na mijn ge= „ringen vermoogen ten besten van 't Cheribonse land, en Jngeseeten, uw Hoog Edelh„s gratieuse goedkeuring mag weg draagen. De ouden braeven sulthan Anom heb ik door dezelfde gecommitteer= dens direct kennis van het voorgevallene laeten geeven, waar op zijn hoogh„d mij zeer Ernstig heeft laeten antwoorden, dat terwijl den Zinne= loosen vorst zig teegen de Comp„s gesteld hadde niet anders dan zoon na werken naderlangt, waar omtrent ik mij verder aan het berigt van gecommitteerden s ben refereerende: Terwijl nogmaals uw Hoog Edelheedens steeds hoog gerespecteerde be= veelens aller ootmoedigst, omtrent de bevondene goederen imploreere, en mij verstoute met diep ontzagen waare submissie te onderschrijven. /:onder stont titel :/ Lager uw Hoog Edelheedens Gehoorsaeme en trouw= =schuldigen dienaar /:was geteekend:/ G: C: Gockinga /:in margine:/ Cheribon den 16: October 1787: Aan als vooren: Met Leedweesen gesien hebbende, dat uw Hoog Edelheedens mijn gedrag in tretexteerde geval met den Ziimeloosen vorst niet te zeer appro„ beeren, soo kan ik hoogst derzelver Egter bij al wat heilig is verseekeren dat zijn hoogheid op Een zagtere wijse nimmer den Dallam soude hebben verlaeten, en ik alte beveeld voor opstand onder het gemeen, geen ander middel heb weeten uit te vinden, te meer daar de regeerende vorster sig niet meede bemoeide, en geen Courage genoeg bezat om den aan hoog desselfs zong, door uw Hoog Edelheedens toevertrouwden broeder te doen deloogeren. Naderijks Cieraeden heb ik op uw Hoog Edelh„s beveelens alle moogelijke ondersoek gedaen, dan tot mijn Leedweesen, niet kunnen ontdekken waar off dezelve gebleeven zijn, alsoo bij de apprehentie

NL-HaNA_1.04.02_3815_0187 view scan ↗

English

apprehension nothing else was found than what dictates the list already sent to Your High Noblenesses; moreover, no one informed me what kind of goods the senseless prince still possessed, and the ruling prince has never addressed himself to me regarding anything of that nature either, so that I humbly request Your High Noblenesses, if any mistake should have occurred in this regard, graciously to forgive me for it. However, should I obtain anything, I shall not fail to draw up a note of it and send it to Your High Noblenesses for further disposition, while upon the receipt in return of the state gold-gilt golok and kris, according to Your High Noblenesses' very respected orders, I shall deliver everything to the sultan with proper ceremony. Undoubtedly all worthy inhabitants of the Cheribon Country testify to Your High Noblenesses our deep obligation for the order given to the sultan to surrender Pangeran Aria Kidul to the Company, pursuant to the missive sent to me, which I have not yet been able to deliver, however, as His Highness, to the grief and distress of the native population and considerable detriment to agriculture, continues to roam about the mountains, as appears from the enclosed 3 letters from different postholders who reported to me in this matter upon my inquiry as to how matters were currently proceeding in His Highness's villages. I therefore respectfully submit these to Your High Noblenesses for high consideration, and at the same time humbly request to be informed as soon as possible whether I must send Your High Noblenesses' letter to His Highness in the mountains, or whether I shall hold it until it pleases His Highness to return to the Dalam, as I fear he does not intend to come down so soon, although I immediately conferred with Pangeran Aria Nata Dindja, who holds authority in the Dalam, in the presence of 2 commissioners, both regarding Your High Noblenesses' requisition of the state regalia and concerning the letter for His Highness. He also promised me to inform the prince thereof directly, but did not know for himself where the goods of the deceased prince had gone, but presumed they had long since been hidden by His Highness's wife, who since the sultan's death has betaken herself to Sultan Anom. I shall conduct all possible inquiries thereafter with the assistance of the said Sultan Anom, who offered this to me upon my request, although I hear from afar that the kris, which is indeed the principal item, was already stolen from the prince in his senseless state by Pangeran Aria Kidul, and some other goods as well by a certain mantri of the present sultan, as the Honorable Mr. van der Beke will undoubtedly know well. I must and can believe this all the more easily since the deceased always claimed to have neither kris nor clothes, and I shall therefore have every conceivable inquiry made in that regard, and dutifully inform Your High Noblenesses further upon the discovery of anything, for which reason, with the highest esteem, I humbly take the liberty to sign. Below stood title; lower, Your High Noblenesses' obedient and dutiful servant, was signed, G. C. Gockinga. In the margin: Cheribon, 12 November 1787. To the same: His Highness Sultan Sepuh, coming down from the mountains 3 days ago and settling at a dwelling place not far from Cheribon called Setu, returned to his kraton yesterday morning around 8 o'clock upon my repeated friendly urgings. Having received report of this immediately, I sent to ask His Highness when it would be convenient for him to receive Your High Noblenesses' respective missive, whereupon His Highness chose half past four in the afternoon. This was then accordingly carried out by 2 commissioners, who have rendered me a written report of their commission, as Your High Noblenesses will be able to see from the enclosed report if you please, and to which I refer in so far, in the hope that His Highness may soon comply with Your High Noblenesses' requisition regarding Pangeran Aria Kidul, for the best of the colony and the prosperity of the Cheribon farmers. Having obtained some goods of the deceased prince with the help of His Highness Sultan Anom, as dictates the enclosed note which I respectfully present to Your High Noblenesses, the sultan nevertheless says that these do not belong to the state regalia, but belonged to the wife of the deceased, or Ratu Depati herself, which Sultan Sepuh however contradicts again. I thus find myself for the present, as the one points to the other, not yet in a position to be able to give Your High Noblenesses a proper account thereof, all the more as I have already had the honor dutifully to bring to Your High Noblenesses' knowledge that nothing was declared to me, and Sultan Sepuh has also never spoken to me about it. The excuse of the senseless prince for not being able to come to me, nor for us or commissioners to see him, was also always that he had neither kris nor clothes, and I had to conclude from this that there was nothing more than what I found directly. Moreover, I hear from several grandees that the insane prince in his sickly condition also allegedly gave away many goods, and even smashed them to pieces. Meanwhile, I shall leave nothing undone to make further inquiry, and dutifully inform Your High Noblenesses upon noticing anything. I furthermore find myself obliged to communicate to Your High Noblenesses that Sultan Sepuh, without letting me know or say anything whatsoever, yesterday evening after receipt of the letter and departure of the commissioners

Dutch transcription

apprehentie niet anders is gevond, dan het Uw Hoog Edelheedens reeds overgesonden lijstje dicteert, daar en booven is mij ook van niemand onderrigt wat voor goederen den Sumeloosen vorst nog besat, en heeft Ook nooit den regeerende vorst om iets van dien natuur sig bij mij ge= addresseert, soo dat ik uw Hoog Edelh„s otmoedig solliciteere soo daar Eenige betue omtrent mogte hebben plaats gehad, mij zulks gra= „tieus te willen vergeeven; Egter soo ik iets mogte bekoomen, zal ik niet ingebreeken blijven er een Notitie van te formeeren en uw Hoog Edelheedens ter naeder dispositie oversenden, terwijl bij te rug ontfangst van het rijks zegulden golok en kris volgens uw Hoog Edelh„s zeer Gerespecteerde beveelen stoet alles aan den sulthan zal afgeeven: ken sonder teegen spraek alle braave Jngeseeten van het Cheribonse Land, betuigen uw Hoog Edelh„s onse duure verpligting voor de aan den sulthan gegeevene order, om den pangerang Aria kidoel aan de Comp: te moeten uitleeveren, bij de aan mij overgesonden missive, die ik egter nog niet heb kunnen afgeeven, alsoo zijn Hoogheijd tot smert en drukt van den Jnlander, en merkelijk nadeel van den veldbouwen het gebergte blijft rond zwerven blijkens inleggende 3: Brieven van differente posthouders, die mij daar omtrent op mijn vraege hoe of het thans in zijn hoogheids negorijen toeging van berigt hebben gedient en ik uw Hoog Edelheedens dus in Eerbied ter hooge speculatie ben aan= biedende, en teffens needrig solliciteere soo spoedig moogelijk onderrigt te moogen werden, off ik zijn hoogheid Uw Hoog Edelh„s brief in het ge= bergte moet toezenden, dan of dezelve zal aanhouden tot dat het zijn hoogheid behaagt in den Dallam te rug te keeren, alsoo ik vreese dat nog, soo spoedig niet van intentie is afte koomen, hoe wel ik aanstonds den in den Dallan gezagvoerende Tangerang Aria nata dindja„ ten overstaan van 2: Gecommitteerdens, soo over uw Hoog Edelh„s requisiet der Rijks Cieraeden; als omtrent den Brief voor zijn hoog „heid onderhouden heb, die mij ook belooft heeft den vorster direct van te ene r- :/ en geen den van te zullen informeeren, maar voor sig zelfs niet wist, waar off de goederen van den overleedene vorst gebleeven waeren, dan presu= meerde deselve reeds lang door zijn hoogheids vrouw te soek waeren gebragt die zig zeedert des sulthans overlijden bij sulthan Anom heeft vervoegt, waarna ik alle moogelijke recherses zal doen met assistentie van gemelde Sulthan Anons die mij zulks op mijn ver= =soek heeft aangebooden, schoon ik van verre hoore dat de krishet welk wel het voornaamste is, den vorstin zijne Zinneloosen staat door den Pangerang Aria Kidul reeds. soude ontstoolen zijn en Eenige andere goederen meer, door een zeekeren mantrie van den presenten sulthan, gelijk den wel Edele Gestr: Heer van der Beke ongetwijffelt wel bekend zal sijn, ik moeten kan dit Een en ander des teEer gelooven alsoo den overleedene steeds voor gaf, geen kris nog kleederen te hebben en zullende ik dus alle bedenkelijke na vorsching daar omtrent laeten doen, en uw Hoog Edelheedens bij ontdekking van iets direct pligtschuldig nader informeeren, waar om deese met de meeste hoog agting ootmoediglijk de vrijheid gebruike te onderteekenen. /:onderstond titel:/ lager uw Hoog Edelheedens Gehoorsaeme, en trouw: =schuldigen dienaar /:was geteekend:/ G: C: Gockinga /:in margine/: Cheribon den 12: November 1787: Aan als even: zijn hoogheid elen sulthans suppoe voor. 3. daagen uit het gebergte af- koomende, en zig op Een verblijf plaats niet vervan Cheribon, genaamt setoe, neederzettende, is op mijn herhaalde vriendelijke instanties gisteren morgen omtrent 8: uur in hoog desselfs Craton te rug gekeert, waar van ik soo draa geen narigt hebbende, of liet zijn Hoogheijd wagen wanneer het den zelven geleegen kwam uw: Hoog Edelheedens respec= „tive missive te ontfangen waar op zijn hoogheid dan 'smiddags om halff vijff verkoos. soo als zulks dan ook effect heeft gesorteert door 2: Gecommitteerdens die mij. die mij nan hunne Commissie schriftelijk verslag hebben gedaan soo als uw Hoog Edelheedens des gelievende uit inleggend berigt zullen kunnen beoogen, en waar aan ik mij in soo verre referreere in hoope dat zijn hoogheid spoedig aan uw Hoog Edelheedens requisiet omtrent den Tangerang Aria Kidoel, ten beste van de Colonie en welvaart van de Cheribonse veld bouwers mag voldoen. Met behulp van zijn hoogheid den Sulthaw Anoi Eenige goederen van den overleedene vorstmagtig geworden zijnde, soo als inleggende notitie dicteert, die ik Uw Hoog Edelheedens in Eerbied ben aanpresenteerende Egter zegt den sulthan dat deselve niet tot de rijks Cieraeden behooren, maar de vrouw van de overleedene of Ratoe de pattij zelfs toekwaa= men, het geen deis sulthans suppoe Egter weeder teegen spreekt, en ik dus mij voor Eerst, als de Eene mij na den andere wijsende, nog niet instaet bevinde, er uw Hoog Edelheedens den behoorlijk verslag van te kunnen doen, te meer gelijk reeds d' Eer gehad heb uw Hoog Edelh„s pligtschuldig ter kennis te brengen, er mij niets van is opgegeeven, en den sulthan suppoe er mij ook nimmer om heeft aangesprooken, en hoet Excuis van den Ziimeloosen vorst, om niet bij mij te kunnen koomen, nog wij, off Gecommitteerdens bij hem te zien, ook altoos geweest is, dat geen kris nog kleederen had, en ik daar uit moeste opmaeken, er niets meer was, dan 't geen ik direct gevonden heb, daar en boven hoor ik van verscheidene grooten dat den krankzinnigen Voost in zijnde sieka lijke omstandigheeden ook veele goederen soude hebben weg gegeeven sa zelfs aan stukken geslaagen, intussen zal ik niets onbesogt laeten tot het doen van naader ondersoek en bij ontwaering van iets er uw Hoog Edelheedens pligtschuldig van informeeren. Jk vinde mij voorts verpligt uw Hoog Edelheedens te bedeelen dat den sulthan suppoe zonder mij iets hoe ook genaamt te laeten weeten off zeggen gisteren avond na ontfangst der brieff en vertrek der Gecommit„ =teerdens. af- t mij 7

NL-HaNA_1.04.02_3815_0190 view scan ↗

English

has returned again to his residence Setoe, so that I essentially cannot comprehend where matters are heading with that prince, and must almost believe that he is suffering from the illness with which the deceased struggled for so long, about which, however, I have not yet spoken to any of the grandees, and heartily wish that it may turn out otherwise, although one must almost infer it from his conduct in all respects to my bitter grief; and thus I am anxious to know when and to what extent His Highness will comply with Your Right Excellencies' ever highly respected letters, since his departing from the dalem without notifying me is directly contrary to the contents of Your Right Excellencies' letters. Knowing of nothing more to add for this time, I take the liberty to call myself, with due high esteem and true submission. Lower Your Right Excellencies' obedient and dutiful servant, signed: G: C: Gockinga. In margin: Cheribon the 22: November 1787: To the same as mentioned repeatedly: Since my last secret missive of the 22: 9ber:, having daily made inquiries into the property of the deceased old Sultan Sepuh pursuant to Your Right Excellencies' ever highly revered orders, I now find myself obliged, not daring to delay it any longer, respectfully to report to Your Right Excellencies that I have been unable to discover or ascertain anything further, except solely that a certain demang, currently dismissed from the service of the present Sultan Sepuh, named Jaya Setisna, about three years ago, by order of the Tangerang Soeria Nagara, had brought a certain small chest from the residence of the deceased prince to the present Sultan, who at that time was at Setoe; concerning which I have had him make a declaration, which I most humbly offer to Your Right Excellencies herewith, because the prince does not deny the receipt thereof, although it is said that little of importance was in it, which the demang also cannot specify, and I can neither speak for nor against, as nothing about it has been reported to me. Furthermore, I deemed it my duty to inform Your Right Excellencies that, upon the advice and request of the good old prince of Anom, I administered the oath in the customary Javanese manner to the Ratu Depati as the former wife of the deceased, who has passed over to the aforementioned prince; whereby Her Honor declared that she had nothing more of the property of her former husband, nor knew anything more about the same; just as the Pangeran Aria Nata Diridja, who was in authority in the dalem at that time, together with the Pangeran Soeria Nagara as father-in-law of the deceased, and the Ratu Ibu, as mother, solemnly declared to me upon taking the oath in the presence of 2: commissioners and the present Tumenggung of Sultan Sepuh, so that I find myself unable to inform Your Right Excellencies further about it, and therefore very humbly solicit to be furnished with Your Right Excellencies' orders regarding the goods resting in my custody. While I further bring to Your Right Excellencies' notice that the attached declaration was also confirmed under oath by the declarant in the customary manner. And the Sultan Sepuh still continues to stay at his hunting seat Setoe and keeps the common people from their so beneficial labor in the rice fields by laying out unnecessary and meaningless gardens, for which it is now over and above time, and furthermore oppresses them noticeably with various other services to the detriment of the Company's interests, as the indigo maker who has oversight in the Parakuwus comes daily to complain to me, so that that prince does not seem to take the welfare of his country much to heart, the more so as His Highness has not yet complied with Your Right Excellencies' orders concerning the Pangeran Aria Kidul, whom I nevertheless hear from afar is still in His Highness's retinue, without my being able to say where he is staying, whatever trouble I take for it. Herewith I take my leave, in the hope that Your Right Excellencies may take some pleasure in these my actions, subscribing myself with deep respect. Lower Your Right Excellencies' obedient and dutiful servant, signed: G: C: Gockinga. In margin: Cheribon the 10: December 1787: The answer to Your Right Excellencies' highly respected letters to the Sultan Sepuh having been sent to me today by that prince with the request for further transmission, I have the honor to comply therewith by this. Under dutiful notification, however, as its contents have been communicated to me by the said prince, that I have let His Highness know on various occasions that he would do better to surrender his brother, as I held myself assured that the prince was very well aware where the same was staying, although I saw no chance of getting hold of him; who never had anything else answered to me on this, than that he did not meddle with his brother, much less knew where he was; and as regards the further contents of Your Right Excellencies' letter, I must to my regret testify that the prince also complies with it very little, as he persistently continues to burden the community with useless occupations, of laying out gardens, etc., which To the same as before:

Dutch transcription

teerdens weeder na zijne verblijfft plaats setoe is teruggekeert, soo dat ik weesentlijk niet kan begrijpen waar of het nog met dien vorst na toe wil, en bij na moet gelooven den selve, aan de ziekte i:s laboreeren= „de daar den overleedene soo lang aangezutkeld heeft, waar over ik egter nog met geen der grooten gesprooken heb, en hartelijk ben wenschende dat het anders mag uitvallen schoon men het uit hoog desselfs gedrag in allen op sigten tot mij bitterleed weesen bijna moet opmaeken, en ben ik dus verlangende wanneer en in hoe verre zijn hoogheid aan uw Hoog Edelheeden s. steeds hoog gerespecteerde letteren sal koomen te voldoen also 't sonder mij te kennen uit den dallam te vertrekken direct weeder teegen den inhoud uwer Hoog Edelheedens letteren i: s. strijdende. Hier bij voor dit mael niets meerder weetende te voegen neeme de vrijheid mij met verschuldigde hoog agtingen waere submissie te noemen. /:onderstond titel:/ Lager uw: Hoog Edelheedens Gehoorsame en trouw= =schuldigen dienaer /:was geteekend:/ G: C: Gockinga /:in margine:/ Cheribon den 22: November 1787: Aan als meermeld: Seedert mijne laaste secreete missive van den 22: 9ber: nog daege= lijks op Uw Hoog Edelheedens steeds hoog gevenereerde beveelens onder= =soek na de goederen van den overleedene oud sulthan suppoe gedaan hebben de vinde ik mij thans genoodsaakt all het niet langer durvende uit= stellen, uw Hoog Edelheedens Eerbiedig te berigten, dat ik niets meerder heb kunnen op doen nog naeder soutwaeren, dan Eenlijk dat een zeeker thans van den presenten sulthan suppoes dienst ontslaagene demang in naeme Jaija setiesna omtrent drie Jaeren geleeden op order van den Tangerang soeria nagara Een zeeker kisje van 't verblijff des over= leedenen vorst, bij den presenten sulthan, die te dier tijd op setoe wans gebragt had, waer van ik hem Een verklaering heel laeten, passeeren die uw Hoog Edelheedens in deesen aller needrigst ben aenbiedende, om reeden den vorst dies ontfangst niet negeert, schoon zegter weinig van aanbelang, 3 van aanbelang in geweest zoude zijn, het welk den demang ook niet kan bepaelen, en ik nog voor nog teegen kan spreeken, al soo mij daar van niets is opgegeeven. Verdersagte mij verpligt uw: Hoog Edelheedens te bedeelen, dat ik op aanraading en versoek van den ouden braaven vorst van Anom den Ratoe de Pattij als geweesene huijsvrouw van den overleedene die bij voornoemde vorst is overgegaan, den Eed op de gewoone Javaense wijse heb afgenoomen, waar bij haer Ed: verklaerde niets meer van de Goederen van haar geweesen gemael te hebben, nog niet s meer van deselve te weeten, gelijk ook den in dien tijd in den dallam gezag- voerenden pangerang Aria nata diridja, neevens den pange= rang Soeria nagara als schoonvader, van den overleedene, en deer Ratoe Jboe, als moeder, onder het afleggen van den Eed in presentie van 2: Gecommitteerdens en den presenten Tommongong van sulthan suppoe mij plegtig verklaard hebben, soo dat ik mij buiten staat be= „vinde omer uw: Hoog Edelheedens naader van te kunnen onderrigten en daarom zeer ootmoedig, solliciteere met Uw Hoog Edelheedens on= „ders omtrent de onder mijn berusting zijnde Goederen te moogen wer= den gemunieert. Terwijl nog naeder Uw Hoog Edelheedens ten kennis brenge dat de Overgaande verklaaring meede door den declarant op de gewoone wijse met Eede is bekragtigt. En den sulthan suppoe nog al op zijn Jagtplaats setoe blijft vertoeven en den gemeene man met onnoodige en niets beduidende thunnen aan te leggen van hun soo heilsaemen arbeid aan de Rijstvelden, waar toe het nu over altijd word aftehouden, en hun voorts met diverse andere diensten tot nadeel van Comp„s belangensmerkelijk drukken, soo als ders in de Paracoewoes het opzigt hebbenden Jndigo„ maken. n:/ belang; maeker mij dagelijks komt klaagen, soo dat dien vorst den wel= vaert van zijn land niet zeer ter harten scheijnt te neemen, te meer zijn hoogheid tot nog toe niet aan Uw Hoog Edelheedens ordres omtrent den Pangerang Ariakidul voldoet, daar ik eg= ter van verrehoore zig steeds onder zijn Hoogheids gevolg zoude be„ vinden, sonder dat ik egter kan zeggen waar of zig ophoud, wat moeite er ook toe ben doende. Hiermeede verlere mij in hoope dat Uw Hoog Edelheedens in deese mijne verrigtingen Eenig genoegen moogen neemen, met diep respect te onderschrijven. /:onderstont litel:/ Lager uw Hoog Edelheedens Gehoorsaeme, en trouwschuldigen dienaar /:was geteekend:/ G: C: Gockinga /:in margine:/ Cheribon den 10: December 1787: Het antwoord op Uw Hoog Edelheedens hoog gerespecteerde letteren aan den sulthan Crppoe mij heeden met versoek van verdere voortschikking door dien vorst toegesonden zijnde, heb ik de Eer daar aan bij deesen te voldoen. Onder pligtschuldige kennis geeving, Egterwijl mij dies inhoud door gem: vorst is bedeelt, dat ik zijn Hoogheid differente maelen heb laeten weeten beeter zoude doen hoog desselfs. Broeder uit te leeveren, alsoo mij verseekert hielde den vorst zeer wel bekend was, waar off den zelven zig ophielde, schoon ik geen kans zag hem magtig te worden; wier mij daar op nooit iets anders heeft laeten antwoorden, dan dat zig niet met zijn Broeder bemoeide, nog veel minder wist waar off hij was en wat den verdere inhoud uwer Hoog Edelheedens brieff betreffend soo moet ik tot mijn leedweesen betuijgen, dat den vorst daar aan ook maar zeer weinig voldoet, als blijvende de gemeente bij aanhoudent heid drukken met onnut te beezigheeden, van thuinen aanleggen Aan als vooren: enrsz: die

NL-HaNA_1.04.02_3815_0193 view scan ↗

English

etc., which nevertheless soon fall into ruin again and are of no use, so that the said prince's conduct in no way, in my opinion, accords with the Company's interests nor with the prosperity of his highness's subjects. I take the liberty, with deep respect and true esteem, to sign myself, Lower down stood, Your Right Honorable's obedient and dutiful servant. Was signed, G. C. Gockinga. In the margin, Cheribon the 28th of December 1787. Right Honorable, Stern, Highly Respected Sir, and Well-Born, Stern Sirs, Your Right Honorable's obedient and dutiful servant, Agrees with the original. Gockinga To the Well-Born Sir, Godfried Carel Gockinga, Merchant and Resident at this Office of Cheribon. Well-Born Sir, The undersigned, having proceeded this morning by honorable order of Your Honor into the dalem of Sultan Sepoe in order, as expressly commissioned, to see and speak to his highness there upon the verbal invitation of the insane old Sultan Sepoe, we hereby serve Your Honor in writing concerning this: How we, having arrived before the dalem by carriage, were received by no person of importance, but were merely led inside by a common mantri or headman, up to the fourth inner courtyard, whereupon two strange Pangerangs, very meanly dressed, unexpectedly offered us their hands and pointed us to seats at a table with some common refreshments. Having requested the Pangerangs once and again to know whether the sick sultan would permit us to enter further, or whether the sultan himself would choose to come outside, one messenger after another was sent off by the same Pangerangs, until the third and fourth, just like the first two, after having waited approximately one hour, did not come outside again. This caused us to resolve not to sit waiting any longer as a laughingstock, and therefore finally to stand up, pay our compliments, and ride away from there again without having accomplished anything. Trusting hereby, and with regard to our conduct, not to have given Your Honor any displeasure, we take the liberty to call ourselves with respect, Well-Born Sir, Your Honor's very obedient servants, Was signed, C. F. Pruijs and P. Stopkeerb. Cheribon, the 11th of October, Anno 1787. To the Well-Born Sir, Godfried Carel Gockinga, Merchant and Resident at this Office of Cheribon. Well-Born Sir, The first two undersigned being expressly commissioned, assisted by Sergeant Thomas Mertz, a corporal, and twelve common soldiers from the garrison here, armed with live ammunition, followed by the trumpeter J. Mulder serving as oppasser, to proceed this morning after eight o'clock into the dalem of Sultan Sepoe, and there to penetrate with kindness, or otherwise by force, in order to see and speak to the insane old Sultan Sepoe, and upon meeting him, having amicably placed his highness's present conduct before his eyes, to request him to finally come and speak with Your Honor in person, or else return to his place of residence, the negorij Wanasaba near Matanghadje. Thus it happened that, coming before the court of Sultan Sepoe, we got to see and speak to no one else, after waiting a while, than the ingebij of the ordinary Sepoe guardhouse named Danga Jaija, of whom we directly demanded where the pangerang or the man was who would show us the ways and all entrances and exits of the dalem. He thereupon directly sent an inferior servant of his inside to summon before us the demang Nata Angapoera, who is as much as petty cashier and at the same time key-bearer at the said court of Sepoe. When he had come, he at first thought to talk himself out of the commission with excuses, but perceiving our resolve, the demang went ahead of us, all trembling and stepping very slowly with the oppasser, while we were followed by the said sergeant and soldiers. After we had passed six sentries standing with pikes at the fifth gate, and had already passed the eighth door without meeting anyone else, upon entering the ninth and last, and indeed the smallest door, a half-walled building in the manner of a summerhouse was seen. There, in the middle beneath it, a bedstead was noticed, which was hung with very old blue silvered wallpaper, torn here and there. Upon seeing our retinue, and upon the address made by the aforesaid demang Nata Angapoera crawling on his haunches, the sultan himself stepped directly out of his bed, and sat with his legs crossed over one another on a very low and common cane-seated chair, which stood close to his bed about a small span lower. His highness then being approached by us, we made in the name of Your Honor a...

Dutch transcription

11 enz: die tog spoedig weeder vervallen en van geen nut zijn, soo dat gem: vorst gedraag geen sints met Comp„s belangens nog welvaart van hoog desselfs onderdaenen mijnes bedunkens over een komt. Jk neeme de vrijheid met diep ontzagen waare hoogagting mij te onderteekenen. /:onderstond tidel:/ Lager Uw Hoog Edelheedens Gehoorsame, en trouwschuldigen dienaar /:was geteekend:/ G: C: Gockinga /: in margine:/ Cheribon den 28: December 1787: Hoog Edele Gestrenge, Groot Agtbaren Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren. Uw Hoog Edelheedens Gehoorsaeme, en trouwschuldigen dienaar: Accopseert nt Ce Arigineelen. L Gockinga G Aan de wel Edel Gebooren Heer. Godfried Carel Gockinga: Koopman en Resident ten deesen Comptoire Cheribon: Wel Edel Gebooren Heer De ondergeteekenden:s op heeden deese morge ter g'Eerde ordre van Uwel Ed: Geb: sig vervoegd hebbende, bin nen den dalm van sulthan Suppoe om aldaar op de monde= linge uitnodiging van den kranksinnigen oud sulthan suppoe als Expresselijk gecommitteert weesende, zijn hoog heijd te sien en te spreeken, zoo is t dat wij uwel Ed: Geb: daer van en over, bij deese schrifftelijk dienen, Hoe wij voor den dalen met de waege gekomen, van niemand principaal ontvange, maar alleen door Een gemeen Mantrie off hoofd wierden binnen geleid, tot op de vierde binne plaats wanneer om toen eerst door twee vreemde Pangerangs seer gemeen ge= kleet onverwagt de handen wierden gepresenteert en aldaar aan een tafel met eenige gemeen versnaepering sit plaats aangeweesen, en een en andermaal de Pangerangs ver- „sogt hebbende te mogen weeten, off den sieken sulthan ons wilde verder binne permitteeren te gaan, off dat den sulthan Selfs: 13 Cheribon den 11: October selfs eens soude verkiesen buite te komen, so wierden door de= =selve pangerangs de eene boode voor en de andere na, afgeson den, tot dat de derde en vierde even als de twee eerste na Circa Een uur gewagt te hebben, niet weer buite gekomen, oms deede resolveeren om, niet langer voor spotte sitten wagten, en dies eindelijk op te staan, ons Compliment te maaken en so weer van daar afreeden, sonder iets verrigt te hebben: Vertrouwende hier meede en omtrent ons gehouden gedrag, uwelEd: Geb: geen ongenoegen te hebben gegeeven, soo vervrije oms met ontsag te noemen: Wel Edel Gebooren Heer: UwelEd„e Geb„ seer gehoorzaame dinaeren /:wans geteekend /: / C: F: Pruijs, en P: Stopkeerb: A„o 1787: ij on t ren Godfried Carel Gockinga. Koopman en Resident ten deesen Comptoir Cheribon: Wel Edel Gebooren Heer: De twee Eerst ondergeteekendens Expresselijk Gecom- mitteerd zijnde, om g'adsisteerd van den sergeant Thomas Mertz; Een Corporaal, en twaalff met scherp gewaepende ge= meene Militairen uit het Guarnisoen alhier gevolgd door den als op passer dienst doende trompotter J„o Mulder sig op heeden morgen na Agtuuren in den dalem van sulthan suppoe te vervoegen en aldaar met goedheid, anders met geweld in te dringen, ten Einde den kranksinningen oud sulthant suppoe te zien en spreeken, en bij ontmoetinge zijn hoogheids presen= te gedrag vriendelijk voorooge gehouden sijnde, te versoeken om uwel Ed: Geb: Eindelijk tog Een mondeling te willen komen spreeken, off oms weer na desselffs verblijff plaats de negorij Wanasaba, bij matanghadje te rug tekeeren soo was't dat wij voor het hoff van sulthanr suppoe koomen= de niemand anders te sien en te spreeken kreegen dan na Een pooswagten, den Jngebij van de ordinaire suppoes wagtspondok genaamd Danga Jaija wien wij direct Aan de wel Edel Gebooren Heer! verte affvraegden, waar den pangerang off de man was die ons deweegen en alle in en uitgangen van den dalem sou= de wijsen, die daar op direct een mindere bediende van hem na binnen sondom den demang Nata Angapoera /die soo veel als klein Cassier en teffens sleutel draager aan ged„t hoff van Cuppoe is / voor ons te roepens, soo als die dan ook ge= koomen zijnde, Eerst dagte met Excuuse sig vrij van de Com= missie te praten, dog 't rust bemerkende ging hij demang albeevende en seer langsaam gestapt met den oppasser voor ons wordende wij gevolgd door genoemd sergeant en militairen na dat wij aan de vijffde poort ses schildwagten met pieken staande en reeds d'agtse duur waaren gepasseert, sonder nog iemand anders te ontmoeten, zag men bij het ingaan van de negende en laetste en wel dekleijnste deur Een halff be= muurd gebouw op dewijle van Een zomerhuijs, alwaar men in't midden onder deselve een bedstede gewaer wierde, dat omhange, was met heel oud hier en daar gescheurd blaauw versilvert behangsel, komende op het sien van onsen gevolg, en op de aanspraak die voorzeide, demang nata Angapoera kruipende op sijn hurke deede, den sulthan selfs direct uit zijn Bed gestapt, en zat met de beenen kruis wijs over elk aengeslaagen op Een seer laege en gemeen be= rottingt kadel, dat digt aan sijn bed omtrent Een klein span lager stond, zijn hoogheid danr vervolgens door ons ge= naadert sijnde, maekten wij uitnaam van Uwel Ed: Geb: Een.

NL-HaNA_1.04.02_3815_0201 view scan ↗

English

a friendly compliment and asked to be permitted to know how His Highness was currently faring, and that Your Right Honorable had explicitly charged us also to ask His Highness kindly to step into the carriage with us, in order thus to learn the reason for His Highness's unusually long stay in the dalem or His desire upon meeting in person; if not, whether His Highness would not rather choose to return to his usual place of residence, since one could not doubt that it was already very well known to His Highness that he was now no longer recognized as the ruling Sultan of Sepuh by the Company, nor by the high and low in Cheribon itself, but rather his younger brother, the former Pangeran Depati Aria Kulon, and thus by His Highness's overly long stay in this kraton no good was to be expected either for the Company or for the country, and much less for the subjects of Sepuh; whereupon His Highness, having offered us some chairs and having repeatedly asked us to sit, said that he, the Sultan, though currently still ill, had now come into the dalem to have what was fallen into decay rebuilt. Just as at that moment the sergeant and six soldiers with the attendant approached us closer and all the women thereabouts had fled, the Sultan, seeing this, grabbed very swiftly for a bare golok that stood against a hollowed-out root of a tree, in which a multitude of arrows were stuck, standing close beside him on the same bench, and then remained for a while looking us very quietly but intently in the eyes, finally ordering the mentioned Demang Nata Angapoera to summon to him some princes then named by His Highness, whose departure, however, was prevented by us; whereupon we, as well as the attendant, sought in turn with all friendliness to make His Highness believe that we could not doubt but that the letter from Your Right Honorable sent on the 4th of this month had indeed been handed over to His Highness, upon which we, on the Thursday following, had indeed come inside for His Highness's answer to that letter, but after having waited for nearly an hour returned again fruitlessly; that His Highness should really consider such actions and present behavior, to take a bare golok in hand while sitting before us, whether that could be decently received by us, who had come on behalf of Your Right Honorable and thus also at the same time constantly keeping in view the interest of the Company and the welfare of Cheribon's land and people; whereupon the Sultan, after sitting quietly for a long time, answered that he indeed desired to speak with Your Right Honorable, but currently had sore legs and was not yet inclined, and that he, the Sultan, was like someone who sought his living with the golok and therefore held it in his hands, pointing out to the attendant a large ball of cotton, saying this is the true token of the Company that I am a prince, and thus no one shall make me clear this dalem. Having waited there long enough again and repeatedly asking His Highness for the golok and saying that he should merely put on a jacket and, if it pleased him, go along with us, or else return to his usual place of residence, he answered again that he was still too sick, and at another time he would know well what to do. Thus we finally resolved, after having been busy for over an hour and a half with kind words merely to force the Sultan to lay down the golok, and therefore having approached one step higher by the soldiers, to approximately in front of his bed, the Sultan immediately made a leap and sought to strike around himself at the soldiers, defending himself so furiously on the bed, paying no heed to all the soldiers' efforts to keep his golok, until through the hacking and sudden jerk back of his golok he cut or hacked himself in the neck around the throat and thus also directly fell backward tangled on his bed; although the golok fell from his hand, he, the Sultan, drew the curtains, managed to grab a short pike and still sought to defend himself with it, but no sooner had he fallen between the bed and the bench with the pike in hand, than the soldiers seized him, the Sultan, too swiftly, and wishing to wrest the pike from him, which was not to be gotten out of his hand except with great effort, they took him very securely in their arms, carrying him out of the dalem into the carriage, and driving subsequently to the fortress, where, upon approaching near it, he, the Sultan, passed away very softly from that same single neck wound inflicted upon himself, which apparently is to be attributed more to the poisonousness of the weapon and his surrendered fury than any other cause, for even the sergeant and some soldiers were inflicted with very slight wounds without one being able to testify how it occurred. Yet we were surprised to meet no one other than some women inside the dalem, which was even more the case upon exiting, seeing not a human soul near us, although on the large thoroughfare hundreds of people had gathered to watch. The deceased Sultan then having been brought inside and after proper notice had been given to Sultan Anom by us, the first signatory, in the name of Your Right Honorable, His Highness the Sultan of Anom answered nothing other than that it was very well that he who had set himself against the Company was rather out of the world, for the sins of him, the deceased Sultan, were too numerous for him not to die by that very weapon with which he had possibly killed many a one. And at half past eleven o'clock at noon, proper priests and only very minor chiefs, without princes or Pangeran, were sent from the court of Sepuh into the fortress without the escort of the undersigned.

Dutch transcription

2 Een vriendelijk Compliment en versogten te mooge weet„ en hoe zijn hoogheid sig thans was bevindende, en dat uwelEd: Geb: ons uitdrukkelijk had belast zijn hoogheid ook vriendelijk te versoeken met ons in de wage te treeden, om alsoo de reede van sijn hoogheids ongewoon lang verblijff in den dalin off begeerte bij zelfs ontmoetinge te moogen ver= neemen, soo niet of sijn hoogheid dan niet voor 't liefstwil= de verkiesen, weer na desselfs gewoon verblijff plaets terug tekeeren, nademaal men niet konde twijffelen of 't was zijn hoogheid Reeds. seer wel bekend, dat thans niet als regee„ zend sulthan van suppoe bij de Compagnie, nog bij groote en kleine te Cheribon selfs, meer bekend was, maar wel des =self:s Jonger broeder den geweesen pangerang depattij Aria koelon, en dus door sijn hoogheids te lang verblijff in deese Craton geen goeds nog voor de Compagnie nog voor 't land en veel minder voor suppoes onderdaen en te verwagten was, waar op zijn hoogheid ons Eenige stoelen gepresenteert hebbende Een en andermael versogt te zitten seide hij sulthan schoon thans nog ziek, dog ons 't vervallene weer op te doen bouwen, nu in den dalm was gekoomen. zoo als op dertogenblik den sergeanten ses militairen met den oppasser ons korter bij genadert en alle wijven daar om trent gevlugt waeren, greep den sulthan dit ziende seer ge= swind na Een ontbloote golok die teegen Een uitgeholde wor tel van Een boom alwaar een meenigte pijlen in soort inge= stooken. tiren pieken nog ons te stootewaeren, staande, digt neevens hien op de zelve kadel, en bleeff ons toen Een poos seer stil dog sterk in de oogen aan „sien, gelastende Eindelijk vermeld damang Nata Anga poera, om Eenige bij zijn hoogheid toen genoemde princen bij hem te ontbieden, die 'theen gaan Egter door ons belet wier„ de waar op wij zoo wel als den oppasser zijn hoogheid beurte lings met alle vriendelijkheid sogten te doen gelooven dat wij niet in twijffel konden trekken, dan dat de Brieff van Uwel= Ed: Geb: op den 4: deser gesonden, wel was aan zijn hoogheid overhandigt, waer op wij de donderdag daar aanvolgens zijn hoogheids antwoord op dien brieff ook werkelijk binnen ge= koomen, maar na bij 't uur gewagt te hebben weer vrugteloos terug gekeert sijn, dat zijn hoogheid tog zulk doen en 't presente gedrag, om een ontbloote golok in hande voor ons sittende teneemen, Een s wel soude overweegen of dat wel lui= =dend, doon ons konde worden opgenoomen, die van weegen uwel Ed Geb: en dus ook teffens voor 't belang van de Comp: en dewelvaert van Cheribons landen volk geduurig in 'toog houdende gekome waaren, waar op den sulthan na lang stil sitten antwoorde wel te verlangen uwel Ed Geb: te spreeken, dog thans. seer beenen te hebben, en nog niet genee= =gen te sijn, en dat hij sulthan gelijk iemand was, die de kost sogt met de golok en die daarom in handen hielt, wijsende den oppasser Een groote kleuven Capas seggende dit is twaere teeken van de Compagnie dat ik voost ben, en dus niemand mij. 0 mij deesen dalm zal doen ruimen, weeder danrlang ge= noeg gewagthebbende en zijn hoogheid meermaelen den Golok afvraegende en zeggende dat sig maar Een baatje soude aan doen, en des gelievende met ons meede te gaan, dan wel na desselfs gewoon verblijff plaets te keeren ant= woorde w weer nog te siek te sijn, en op een ander tijdwel sou„ de weeten wat te doen, soo sijn wij dan Eindelijk geresol= veert na over de anderhalf uur beesig geweest te hebben, met goede om den sulthan maar te dwingen: de golok af te leggen, en daar om door de militairen Een stoepje hooger genadert zijnde, tot omtrent voor zijn bed, soo deet den sulthan terstond Een sprongen sogt sig door de militairen hem te slaen, verweerende sig, soo verwoed op 't beden alle poginge der militairen niets agtende om sijn Golokte behouden, tot hij door het kappen en Corse terughael van zijn golok zig zelfs om en bij de staat in de hals sneed of inkapte en soo ook direct agter over op sijn bed verwarde, hoewel de golok uit de hand gevallen hij sulthan de gor dijnen toehaalde Een korte piek te vatten kreegen sig met deselve nog sogt te verweeren, maar soo dra was hij niet tusschen 't bedende kadel met de piek in de hand gevallen, off de militairen greepenshemt sulthan te schielijk, en de piek willende ontweldigen die niet dan met groote moei= „te uit sijn hand te krijgen was off naemen hem seer suffesant ins de armen draegende uit den dalus in dewagen rijdende , en de mij. te 15 rijdende vervolgens na 't fortres alwaar hij sulthan om en bij genaedert zijnde heel sagtjes is koomen te overlijden, aan deselve sig zelfs toegebragte een enkelde hals wond, dat apparent meer aan de vergiftigheid van 't waepen en desselfs overgegeeven verwoedheid is toete schrijven, dan een Eenige ander oorzaeke, want zelfs den zergeant en Eenige militeiren wierden seer ligtervondjes toegebragt sonder menr weet te getuigen hoet is toegekoomen, Dog verwoir dert waeren wij van niemand dan Eenige wijven te ont= moeten binnen den dalm het welk nog meer waeren bij 't ui gaan dezelve van geen menschouwen bij ons te zien, naeder alhoewel op de groote passeerbaar hondert den van men sche te kijk waeren bij Een gekoomen; De overleedene sulthan dan toen binne gebragten na behoorlijke kennisse aan sulthan Anons, door ons bij de Eerst geteekende uitnaam vo Uwel Ed Geb: gedaan zijnde, antwoorde zijn hoogheid den sul„ than van Anom niet anders daar op dan dat het seer wel wa dat hij die sig teegen de Compagnie had gesteld Liever uit de waereld was want de zonder van hem overleeden sulthan waeren te meenigvuldig dan dat hij niet even met dat ge= weer konde sterven, daar hij moogelijk meenig een meede had omgebragt. En te halff twaelff uuren middag wer „dende behoorlijke pristers en maar zeer geringe hoofden sonder princen of Pangerang sonder geleide van de onder„ geteekenden. iit 't hoff van suppoe binnen 't fortres ge= sonden.

NL-HaNA_1.04.02_3815_0205 view scan ↗

English

21 Cheribon the 15th of October. In the year 1787. sent, immediately carried out from there on a narrow, common cot, just as it had been brought inside. All of this comprising what was performed and occurred from the beginning of our commission to the end, it is thus that we add hereto for the sake of completeness that we have neither diminished nor exaggerated anything for any reason in the world, thus also holding ourselves ready at all times, according to the text or contents of these our reports, to confirm under oath the account if required, to which also the twelve soldiers, after the reading of the contents of this document, likewise voluntarily submit themselves, in so far as it is known to them, to testify to the circumstance of the sultan's reluctance and his raging and very strongly defensive behavior, and to corroborate it with a similar oath; While we, with all feelings of respect, otherwise subscribe this Honorable Sir: Your Honor's very obedient servants was signed: C: F: Sruijs, P: Stopkeerb, I: Mertz, and J: Mulder Visum Repertum: I, the undersigned assistant surgeon stationed at this factory of Cheribon, certify hereby that I went this morning at eleven o'clock by order of the Honorable Mr. Godfried Carel Gockinga, Merchant and Resident of this factory, into the fortress De Bescherming here, in order to make a proper examination and inspection there, in the presence of the Ensign Commandant of the garrison of this place, Carel Fredrik Pruijsen, and of the bookkeeper and scribe Pieter Stopkeerb, of the corpse of the old Sultan Sepuh, which had just died in the carriage and was brought inside; which, lying in an upper room, upon being uncovered was found to have but one wound on the neck, three inches below the maxilla inferior, passing through the neck muscles on the right side and cutting through the vena jugularis interna and arteria carotis dextra down to the cervical vertebrae; and since a very natural laceration of the arteries, veins, and the adjacent nerves thereof, and the resulting exsanguination had taken place, no bandage nor suture could be applied to the injured vessels, even before His Highness's death; thus it also follows absolutely that the wound was lethal. In witness of the truth, I sign this with my customary signature at Cheribon, the 15th of October 1787: was signed: C: F: Schubert. 23 3 List of such goods as were found upon apprehension and further investigation, on and near the now deceased insane old Sultan Sepuh; namely: Wrested from the Sultan upon apprehension: 1. piece golok without sheath, and 1: short pike, both of which weapons, with the Sultan's seal found subsequently, are transferred herewith. 4. bundles with 90: pieces poisoned arrows in sort. 2. bows for the same. 1. bare cutlass with a gold hilt, without sheath, and 3. muskets in sort, which I hold here until further orders: Cheribon the 15th of October 1787: was signed: G: C: Gockinga: 27 Godfried Carel Gockinga: Merchant and Resident at this factory of Cheribon. Honorable Sir In dutiful compliance, we, the undersigned, having properly proceeded to the dalem of His Highness the Sultan Sepuh, we hereby make this respectful report, to the best of our recollection and certain knowledge upon Your Honor's express order, of how our mission principally occurred: Having arrived in the dalem of Sepuh, we were first met within it by two pangerans and led further to before the fifth gate, where the Sultan came to receive us, and having entered just inside the said gate, seats were assigned to us; then, having sat for a moment, after some ordinary ceremonies of inquiries and reciprocal inquiries concerning the High Government and His Highness's family, and finally the 9 shots from the heavy artillery having been heard out by us, we, standing and offering Their High Excellencies' and Your Honor's brotherly compliments, presented with great respect a covered tray and Their High Excellencies' dispatch to His Highness the Sultan, who To the Honorable Sir: the same. receiving the same, had it opened and read by his tumenggung who was seated on the ground, whereupon the Pangeran Aria Nataridja, addressing His Highness in Javanese, advised him rather to read it himself, which the Sultan, taking the said letter over from the tumenggung, also proceeded to do; but reading a few lines very softly, His Highness immediately made known to us his surprise, asking how it was that this was not arranged in the same manner as for the Sultan of Anom, to which we replied that it was unknown to us; the Sultan then, having read the letter from Their High Excellencies himself, handed it back to the tumenggung to read aloud, also having called inside the Pangerans Widjaja Ningrat and Soeria Nagara, the first being a younger brother of the aforementioned Pangeran Aria Nataridja or an uncle of the Sultan, and the latter a father-in-law of the late deceased Sultan Sepuh or the natural father of the said Sultan's lawful wife Ratu Depati. And Their High Excellencies' dispatch having been read by the tumenggung in the presence of all the distinguished and common bystanders present, the undersigned said to His Highness, very appropriately and with great respect, that Their High Excellencies the High Government had ordered Your Honor to require a list of all the regalia of the realm of Sepuh, in order to have them all presented and handed over again, according to custom, to His Highness as the reigning monarch.

Dutch transcription

21 Cheribon den 15: October. A„o 1787. sonden, dis'tlijk daar uit op een smalle gemeene kadel ge dragen wegbragten, zoo als 't binne was gebragt dit alles behelsende wat van 't begin onser Commissie tot het Einde toe is verrigt, en voorgevallen, soo is t dat wij ten overvloede hier nog bijvoegen, zulx om geen oorzaeke ter wereld ver= minder nog vermeerdert te hebben, dus ons hier om ook ten allen tijde bereid stellen, om na den teset off inhoude deeser ons berigten t relaas des gerequireerde werdende met Eede te bevestigen, aan 't geen ook de twaalff militeiren na voorleesinge van den inhoude deeser sig meede vrijwillig onderwerpen, om in soo verre 't hun bekend i:s, over de toe= =dragt der onwilligheid van den sulthan het verwoed en seer sterk verweerend gedrag van den selven te getuijgen en met gelijke Eede te Corroboneeren; Terwijl wij met alle gevoelens van agting voor 't overige deese onderschrijven Wel Edel Gebooren Heer: UwelEd: Geb„t seer gehoorsaeme dienaeren /was geteekends./ C: F: Sruijs, P: Stopkeerb, I: Mertz, en J: Mulder bi en ge de wen den 1109 te Visum Repertum: Ik ondergeteekende onder Chirurgijn bescheiden ten desen Comptoire Cheribon, Certificeere bij deese, dat ik mij op heeden deese morge deklotke Offuure ter ordre van dewel Edelheb: Heer Godfried Carel Gockinga, koopman en Resident deses Comptoirs hebbe vervoegd binnen 't fontres de bescherming alhier, om aldaar ten overstaan van den vaandrigen Commandant van 't Guarnisoen deser plaatse Carel Fredrik Pruijsen van den boekhouder en Scriba Pieter stopkeerb, behoorlijke schouwinge, en Jnspectie te neemen van den op 'togenblik en straaks in dewaege over leeden binne gebragte lijk, van den oud sulthan suppoe 't welk leggende in een boven vertrek bij ontblooting is ont= waard, maar Een wond te hebben, aan de halsonder de mascilla Jnferiora drie duijm, gaande door de hals spieren te regter sijde en doorsijdende de vena Jugularis Joterna en Arteriam Caarotidam dextrain, tot op de halswervel beenderen toe, en alsoo seer natuurlijke verscheuring der arterien venen die desselfs daar nevensleggende nerven en daar uit ontstaande ontbloeding heeeft plaats gehad, soo konde geen verband nog tegten aan de gequetste vaaten /schoon voor sijn hoogheids dood / aangewend worden, dus volgd ook absoluit dat de wond Letael is geweest Jn kennisse derwaarheid, onderteekend ik deese met mijn algewoone hand„ teekeninge te Cheribon den 15: October 1787: /was geteekend/ C: F: Schubert. 23 te 3 Lijstvan soodanige goederen als bij apprehentie en bij naeder onder„ „soek bevonden zijn, om en bij den thans overleeden krankzinnigen oud sulthan suppoe; als: Bij de Apprehentie den sulthan ontweldigt 1. pees Gollok sonder scheede, en 1: korte piek, welke beide waepens met 't naeder gevonden 's Sulthans Cachet bij deesen overgaan 4. bossen met 90: pees vergiftige pijlen is soort. 2. boogen tot deselve. 1. bloote houwer met Een goud gevest, sonder scheede, en 3. Snaphaenen in soort, welke tot naader order hier aanhoude: Cheribon den 15: October 1787: /:was geteekend:/ G: C: Gockinga: te 27 Godfried Carel Gockinga: Koopman en Resident ten deser Comptoire Cheribon. Wel Edelen Heer Ter schuldpligtige naekominge, ons ondergeteekende na behooren vervoegd, hebbende in den dalm bij, een voor Lijen hoog=t heid den sulthan Suppoe, so doen wij na onser best hrinne ringe en wel weeten op Uwel Ed„s Expresse ordre, ook daar van deese Eerbiedig rapport so als 't hoofdzaekelijk onser verrig tinge is voorgevallen: Jn den deelm van suppoe gekomen sijn wij eerst binnen deselve door twee pangerangs ontmoeten verder geleid tot voor de vijffde poort, waar den sulthan ons quamt te ontvangen, en Even binnen deselve poort ingegaan, wierden ons zit= plaatsen aangeweesen; dan een oogenblik geleeten, eenige ordinaire Ceremoniën bij vraegen weer vraege de hooge re= geering en zijn hoogheids Familie betreffende, en eindelijk de 9: Verschooten uit het Groffgeschuet door ons uitgehoord sijnde presenteerden wij staande, onder het afleggen van t Hunne Hoog Edelheedens en uwelEd„s broederlijke Complimen ten, met veel Eerbied Een overdekte schenkborden hoogst, haar hoog Edelheedens missive Aan zijn hoogheid den sulthan, die Aan den Wel Edelen Heere: deselve. deselver ontvangende door desselfs op de grond geseeten Tom„ mongong liet openet en leesen, wanneer den pangerang Aria Nataridja zijn hoogheid in 't Javaans aangesproken raede liever selfs te leesen, zoals den sulthan ook deselve brieff van den Tommongong overneemende quam te doen, maar eenige regels seer sagt leesende, gaff zijn hoogheid direct aan ons deszelfs verwondering te kennen, vriegende hoe dat 't quaem, zulk niet gelijk en ook meede aan den sulthan van Anon was ingerigt, waarop wij ten antwoord dienden dat aan ons onbekend was den sulthans dan ook de brieff van Hunne Hoog Edelheedens selfs geleesen hebbende, over gaff deselve weer aan den tommongong om luijd op te leesen laatende gelijk ook binnen roepen de pangerang, s Wodjaija Ningrad en Soeria Nagara de Eerste, een Jonger broeder van straksgenoemd pangerang Aria nata Ridja off gelijke oom van den sulthan en de laatste Een schoonvader van de laatst overleedene sulthan suppoe off Eige vader van Eevegenoemd sulthanswettige vrouw Ratoe depattij / En deselve hunne Hoog Edelheedens missive door den tommongongin prosentie van alle aanweesende Aansienlijke en gemeene om sit= ters geleesen sijnde, soo seijden de ondergeteekends Aan zijn hoogheid seer gepasten met veel Eerbied, dat hunne Hoog Edelheedens de Hooge Regeering had betraagd, van Uwel Ed: te requireeren Een Notitie van alde Rijkscinaeden van suppoesstaan, ten einde al deselve naar gewoonte Aan zijn hoogheid als presente vorst te doen weer presenteeren en overgeeven.

NL-HaNA_1.04.02_3815_0217 view scan ↗

English

surrendered, although it caused Your Honour very much sorrow, it being unknown that such had not yet been handed over to his highness, nor mentioned in any papers of the recently departed Lord Resident, and still less that such had been brought to Your Honour's attention by the sultan or the sultan's Grandees of the Realm by inquiry, the more so as the recently deceased sultan had repeatedly informed Your Honour of the impossibility of even an audience, because he had nothing with which to appear decently, and that the few goods found with the Ratoe depattij, who has now gone over to sulthan Anom, were already in the custody of Your Honour until further orders from Their High Mightinesses; whereupon his highness answered that he was very pleased to learn this, but that it also caused the sultan very much sorrow that nothing regarding this had been said to Your Honour by the recently departed Lord Resident, upon whom his highness having relied, had therefore also informed Your Honour of nothing, for as yet he possessed only the krits and some few pieces of the regalia, with a request to Your Honour for further assistance in obtaining all the other regalia, without it yet being known to his highness, to his own regret, what goods they are; we also informed his highness in the name of Your Honour that Their High Mightinesses the High Government at Batavia had thought fit, in view of the insolvency of the family of the relegated former tommongong Cartadiridja, to further impose upon the sultan the payment of three hundred rijxdollars a year; to which the sultan answered us that he had not expected such a thing, and that the disbursement of so much money for sulthan Cheribon already fell too heavily upon his highness, and he had long since thought of requesting some relief from Their High Mightinesses concerning the yearly payment to the aforementioned sultan, and that his highness, having ripely considered Their High Mightinesses' always highly honored missive, would not fail to serve with an answer thereto; finally, the contents of this our respectful report comprising all the principal matters spoken between His Highness sulthan suppoe and us, the undersigned, in the dalm, we therefore also took the liberty, trusting to obtain the favorable pleasure of Your Honour, to style ourselves with all respect and awe, Cheribon the 21st of November Anno 1787. Was signed C. F. Pruijs and P. Stopkeerb. Honorable Sir, Your Honour's very humble and dutiful servants. Note of the following goods, to wit: Obtained into hands upon a friendly inquiry made by sulthan Anons from the hands of the Ratoe Depattij, lawful wife of the deceased old sulthan sappoe, and retaining custody thereof until Your High Mightinesses' further disposal: One piece golden stand, without a lid, resting on its back and standing fixed on a small plank. One golden round bokon or bowl. One souwasse oblong or oval bokor fastened on a red copper bottom or foot. One silver round bokon or bowl. One ditto gongelet. One ditto small spittoon, and three ditto trays of various sorts. Cheribon the 22nd of November 1787. Was signed G. C. Gockinga. First Volume of the Incoming Secret Letters. Received 1789. Secret and separate letters to Cape of Good Hope, High Mightinesses, for the Netherlands. Secret separate letters to Cape of Good Hope, Mightinesses, 1789, for the Netherlands. Secret. 1. Batavia. Letters received. To His High Mightiness, the Right Honorable and Venerable Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with the Right Honorable and Rigorous Lords Councillors of the Dutch Indies. Right Honorable and Venerable Lord, Right Honorable and Rigorous Lords. Upon the arrival of the ship 'T Loo, we had the honor to receive Your High Mightinesses' revered letter of 18 December 1787, and subsequently upon the appearance of the barque and § 1. 1. Secret. Batavia. Letters received. To His High Mightiness, the Right Honorable and Venerable Lord Mr. Willem Arnoldt Alting, Governor-General, together with the Right Honorable and Rigorous Lords Councillors of the Dutch Indies. Right Honorable and Venerable Lord, Right Honorable and Rigorous Lords. Upon the arrival of the ship T Loo, we had the honor to receive Your High Mightinesses' revered letter of 18 December 1787, and subsequently upon the appearance of the barque and § 1.

Dutch transcription

2 overgeeven, off schoor 't aan Uwel Ed: seer veel leet, doende„ niet bekend was, dat zulx als nog niet aan zijn hoog- heid was inhandigt, nog bij eenige papieren van den laatst affgegaenen Heere Resident en nog minder dat zulx door den sulthan off des sulthans Rijxgrooten aan uwelEd: vraegende was indagtig gemaakt, te meer daer den laatst overleedene sulthan uwelEd: meermaelen de onmogelijke selfs ontmoeting (door dat niets had, oms ordentelijk voor te komen / had doen weeten, en dat de eenige weijnige bij den Ratoe depattij (die thans bij sulthan Anom is overgegaan /gevondene goederen, als nu bereeds tot naeder order van Hunne Hoog Edelheedens, onder berustinge van Uwel Ed: waeren, waarop zijn hoog heid antwoorde dat seer verblijd was, zulk te verneemen maar ook aan den sulthan seer veelleet deede, dat uwelEd: niets daar omtrent van den laatst affgegaanen Heere Resident was gesegt geworden, daar zijn hoogheid op staat gemaakt hebbende, daarom ook niets aan UwelEd: had teweeten gedaan, want als nog maar alleen de krits, en enkelde stukken van de rijks cieraeden had, met versoek aan UwelEd: om de verdere hulp ter bekominge van alde andere Rijksgoederen sonder dat het nogtans aan zijn hoogheid tot eige leetweesen bekend was, wat goederen het sijn, ook onderhielden wij zijn hoogheid uit Naam van UwelEd: dat Hunne Hoog Edelheedens de hooge Regeering te Batavia hadden goedgevonden, mits 't onvermogen van de. e ne ven. te van de familien van den gerelegeerden oud tommongong Cartadiridja, den sulthan nog opte leggen de uitbetaaling van drie hondert rijxd„s 's Jaars daar den sulthan ons op antwoorde, van zulk niet gedagt te hebben, en het aan zijn hoogheid reeds te swaar viel deuitkeering van soo veel geld voor sulthan Cheribon, en allang daarom gedagt had, om Hunne Hoog Edelheedens eenige verligting te versoeken, van de Jaarlijkse uit betaaling Aan straks genoemd sulthan, En dat zijn hoogheid, hun hoog Edelhee= den s altoos hoog g'Eerde missieve reijpelijk overwoogen heb= bende niet manqueeren sou, van daarop in antwoord te dienen, Eindelijk den inhoud deeser onser Eerbiedige dan al't principaalste behelsende, wat van zijn Hoogheid den sulthan suppoe en ons ondergeteekende in den dalm is ge= =sprooken, soo verstouwte ons ook hierom, vertrouwende het gunstig genoegen van Uwel Ed: te sullen wegdraegen, met alle Eerbied en ontzag te noemen Cheribon den 21: November A„o 1787: /was geteekends / C: F: Pruijs, en P: Stopkeerb: Wel Edelen Heere Uwel Ed: Heers seer ootmoedigen trouw= schuldige dienaaren: 3 Notitie van de volgende Goederen; als: Op vriendelijk gedaan ondersoek door sulthan Anons uithande van de Ratoe Depattij wettige huijsvrouwe van den overleedene oud sulthan sappoe, in hande ge= kreegen hebbe en tot Uw Hoog Edelheedens nadere dispositie bew aanhoudende: Een pees Goude staan, sonder een deksel op die sopenerug en op een klein plankje vanst. staande te Een „ Goude ronde bokon off koms, Een „ souwasse langwerpige off ovaele bokor op een rood kopere bodem off voet vast gehegt. Een „ silvere ronde bokon offkom. Een „ _o Gongelet Een „ _o kleine quispedoor, en drie „ _o schenkborden in soort. Cheribon den 22: November 1787: /:was geteekend:/ G: C: Gockinga: gong aling o zijn dan den het et rouw s,en 1 de de Eerste Deel der Inkomende Secreete Brieven Overgekomen 1789. Luniet en aparte Brieven Aan H: Van Hoop Hoog Edelheeden Voor Nederland Secreten aeparte Brieven Aan HCans Coop Edelheeden 689 Voor Nederland Secreete. 1 Batavia ontfangene brieven Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer M: Willem Arneld Slling Gouverneur Generaal De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indie benevens Hoog Edelen Groot Agtbaaren s eer Wel Edele Gestrenge Heeren Wij hebben ons met de aankomst van het schip 'T Loo ver= eerd gevonden met uw Hoog Edelheeden gevenereerde Litten„ van 18: December 1787, en vervolgens bij de opdaging van de Barcq en § 1: 1 Secreete. Batavia ontfongene brieven Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer M: Willem Arneldt Selling Gouverneur Generaal benevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indie Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer Wel Edele Gestrenge Heeren. Wij hebben ons met de aankomst van het schip T Loo ver= eerd gevonden met uw Hoog Edelheeden gevenereerde Lettern„ van 18: December 1707: en vervolgens bij de opdaging van de Aan zijn Hoog Edelheid. Barcq en § 1:

NL-HaNA_1.04.02_3815_0240 view scan ↗

English

§ 2: Cause of the large clove harvest. What contributes to this. To what the fertility is attributed. The claim that an ample subsistence is needed refuted. Besides the prudence shown in their address, the advices of the end of that month, serving pursuant to our resolution in the sessions of 28 February and 21 April last, provide this respectful reply: That with regard to the extirpation occurring therein, the increase or decrease of the fruit-bearing trees, although in the past year not only the reduction of the trees but even of the datijs was respectfully demonstrated to Your Right Noble Honours, can contribute little to the large harvests, because in such harvests as occurred this year, not only the fruit-bearing, but even the half-grown trees bear fruit. § 3: That to this increase the tatanamangs or private plantings contribute not a little, which cannot as yet be estimated, and § 4: That consequently, the disadvantage that befalls the Company through the large harvests must solely be attributed to the fertile seasons. § 5: And since it has now repeatedly been respectfully demonstrated to Your Right Noble Honours that this extirpation work is a hateful measure to the Amboinese, we shall, in order not to burden Your Right Noble Honours further, leave it at that, but to the allegation that the Amboinese does not need such an ample subsistence, we respectfully reply: § 6: That they have been brought to the uttermost poverty and are thus barely able to provide for their meager subsistence, which consequently is the origin of the decrease of the negorij peoples, which increases to such an extent that they are insufficient to supply the necessary hands for performing the court and lordly corvée services, much less to undertake anything else for their subsistence on the land. 3. Governor's advice to counter large harvests: form a contract; that the trees remain at the set limit; payment fixed for large harvests. § 7: But since Your Right Noble Honours earnestly urge a still greater reduction of the fruit-bearing trees than is currently the case, and at the same time absolutely desire that the number of fruit-bearing trees not be increased by the transition of half-grown into fruit-bearing trees, while Your Right Noble Honours state with so much emphasis that the state of the Company cannot long endure the exorbitant harvests, the first signatory, at the aforementioned session, made known in a written advice that was inserted into that resolution: § 8: That in order to free the Company once and for all from all large harvests and not to resort again to extraordinary extirpations, His Honour could devise no better expedient than the following: § 9: That an agreement be reached by means of a contract with the native Regents: § 10: That the datijs shall remain at the fixed limit of 100 trees, of which 50 are fruit-bearing and 50 half-grown and young trees, but § 11: That they will henceforth have to resign themselves, however large the harvests may be, to receiving payment for no more cloves than for 1200 bhaaren. § 12: That for this purpose a determination should be made as to how many cloves each negorij will receive payment for in such a harvest, in order to be able to regulate thereafter the distribution for the datijs, which then, whether delivering much or little, would have to be apportioned equally, and which one would have to arrange beforehand so as to cause no obstacle, because an accurate calculation cannot be made. Burn cloves above the set limit. Abolish the Hongi, but continue the inspection; likewise the small Hongi. Concurrence of the members with the advice. § 13: That the remaining or excess cloves beyond 1200 bhaaren annually, both here and at the spice-yielding offices, should be burned in the presence of a judicial committee. § 14: That on the other hand, by way of an equivalent, the annual great Hongi be abolished, which now serves as a great burden to the native, and that cruising be continued on the present footing. § 15: That the Governor should nevertheless make the annual inspection of the subordinate offices with the kora-kora of Bonoa and the orembaais of Manippa and Bouro, as they yield no spices. § 16: That the small Hongis should continue on the present footing, so as not to leave Ceram free from the annual visit. § 17: We have concurred with this proposal of the first signatory because we presume the native will more readily acquiesce to it than to the extirpation work in the datijs or the felling of the tatanamangs, whereby the minds of the common natives as well as of the Regents would be more and more embittered. § 18: And because in our opinion no other practicable means can be devised, other than exempting them from all court and lordly corvée services, upon which they would gladly agree to the extirpation, we have, in order meanwhile to fulfill Your Right Noble Honours' desire as much as possible, resolved to the same effect on that day, and ordered the commissioners with the clove scribes in their annual [illegible]

Dutch transcription

§ 2: oorsaak van het groote Nagul Gewas. wat daar toe meedewerkt waar aan de vrugtbaar„ heid word toegeschreeven bestaan noodig heeft. weederlegt. Bavon de voorzigtigheid met Hoogs denselve aderes Aevisen van uiltemo van die maand dienende daar op ingevolge ons arrest ter sessie van den 28=en february en 21=e April laastleeden in eerbiedig andwoord. Dat met opzigt tot het daar bij voorkoomende Extirpatie werk, de vermeerdering of vermindering den vrugtdragende boomen hoe wel in het voorleeden jaar, niet alleen de ver= „mindering der Boomen maar selfs van de datijs Uw Hoog Edel= „heeden in eerbied is aangetoond wijnig tot de groote gewasschen con„ „tribueeren kan om dat bij zulke gewasschen als dit Jaar heeft plaats ge„ „had, niet alleen de vrugtdragende, maar zelf de halfwassens Boomen vrug„ „ten geeven. §3: Dat tot deese vermeerdering niet wijnig meede werkt de tatanamangs of eigen aanplantingen, welke men voor als nog niet begrooten kan en § 4: Dat men gevolgelijk het nadeel 't geen de Maatschappij door de groo„ te gewasschen te beurt valt, eenlijk moet toeschrijven aan de vrugtbaare Saisoenen. §5: En daar nu uw Hoog Edelheeden te meermaalen met eerbied is aan een contra 1 dat den Aorbones gerum getoond; dat dit extirpatie werk een hatelijk middel voor den Amboinees is zullen wij, oms uw Hoog Edelheeden niet verder te vermoeglijken het daar bij laaten berusten maar op de allegatie dat den Amboinees zo een ruim bestaan niet noodig heeft in eerbied repliceeren §6: Dat zo tot de rutterste armoede gebragt zijn en dus maar even in staad schik haar van de sobere Leevens onderhoud te versorgen en 't geen gevolgelijk den Celte bepaald dat de oorspronk en tot SGouv er blijven 3. Gouverneurs advijs tot teegengang van groote gewas„ scher een contract formeeren. dat de boomen op de bepaling blijven de betaling bij groote gewassen bepaald. oorspronk is van de vermindering der Negorijs volckeren, welk sodanig toe „neemd datse niet toerijken de benoodigde tot verrigting der Hof en Hee„ „ren Diensten te konnen leeveren veel min om iets anders tot hun bestaan bij den Land te neemen. Dan daar UW Hoog Edelheeden met ernst aandringen, op eens nog sterken vermindering der vrugtdraagende Boomen als thans plaats heeft, en teffens volstrekt begeeren, dat het getal der vrugtdragen, de boomen niet vermeerderd worden, door de verandering der halfewasschens in vrugtdragende terwijl, uw Hoog Edelheeden met zo veel ra„ druk zeggen: dat den staat der Maatschappij de exorbitante gevasschen niet langen uithouden kan heeft den eerstgeteekende, ten voorsz sitting, bij een Schriftelijk advijs 't geen bij die Resolutie is geinsereerd te kenne„ gegeeven. — §8: Dat om de Maatschappij eens voor al van alle groote gewasschen te bevrijden en niet weeder tot extra ordinaire extirpatien over te gaan ^geen zijn Edele beeter expedient heeft konnen uitdenken als dit volgende: § 9: Dat men bij weegen van contract met de Inlandse Regenten over een komt § 10: Dat de datijs blijven zullen op de bepaalde 100: boomen, daar van 50=e vrugtdragende en 50: halfwassene en jonge boomen, dog §11: Dat zij zich voortaan zullen moeten getroosten hoe groot, den des ge= „wasschen ook weesen moogen zij voor geen meerder Nagulen betaaling zullen erlangen, dan voor 1200: blaaren. schilling aar ontrenk: 12: Dat hier toe eenen beppaaling diende gemaakt te worden voor hop veel Na„ gulen §7: elijk Nagelen boven de bepaling ver„ branden. de Hongij afschaffen dog de visite te continueeren zoo ook de klijne Horgij conformatie der Leeden met het advijs stelligd zijn gulen bij zulk een gewasch ieder Negorij betaaling zal erlangen om daar na de verdeeling voor de datijs te konnen reguleeren. die dan veel of wijnig Leeverende eguaal zoude moeten worden toegedeeld en het geen men voor af zoude dienen te sordeeren, om geen obstacul te weeg te brengen, want eene accuraate bereekening niet te maaken is § 13: Dat de overige of meerdere Nagulen dan 1200: bhaaren jaarlijks zo hier als op de specerij geevende Comptoiren ten overstaan, van een Justitie„ „ele commissie zoude moeten worden verbrand. § 14: Dat men daar en teegen bij weegen van een Equivalent, de jaarlijksche groo„ te Hongij afschafte, welke den Inlander nu tot een groote last verstrekt en met de bekruissing op den presenten voet continueerden. § 15: Dat den Gouverneur egter de jaarlijksche visite soude moeten doen op de onderhoorige Comptoiren, met de Corre corve van Bonoa en de orembaaijen van Manippa en Bouro, als geen specerij leeverende § 16: Dat de klijne Hongijs op den presenten voet zoude moeten blijven conti„ „nueeren, om Ceram niet vrij te laaten van het jaarlijks besoek. Wij hebben ons met dit voorstel van den eerstgeteekende geconformeerd om dat wij veronderstellen den Inlander deselve zich greetiger zal laten wel gevallen, dan het extirpatie werk in de datijs of wel het omvellen der Tata= „namangs, waar door de gemoederen van de gemeene Inlanden zo wel als van de Regenten, meer en meer zoude verbitterd worden. En wijl 'en ons eragters geene andere uitvoerlijke middelen zijn uit te denken buiten het vrij laaten van alle Hofen Heeren diensten wanneer zij wat midelijntuschn benen g neetig de extirpatie zoude accordeeren hebben wij om intusschen zo veel mogelijk aan uw Hoog Edelheeden begeerte te voldoen ten zelven doge beslooten, en de gecommitteerden met den Nagul schriven i unne Jaarlijksche §17: § 18:

NL-HaNA_1.04.02_3815_0243 view scan ↗

English

5. The investigation into the tatanamangs has failed. Military personnel Annual instruction to order the fruit-bearing trees found in the datis to be more numerous than the previous year, when they exceed the specified fifty pieces, to be felled and thus to prevent that any half-grown ones increase the number of fruit-bearing trees. Section 19: Regarding the supervision of the investigation into the tatanamangs, of which the outcome is awaited by Your Right Excellencies, the first undersigned has not failed to be continuously active, as evidenced by his distinct circular missive sent on the date 18 March of the past year to the heads of the spice-yielding offices, as well as here under the main castle, with the instruction to the commissioners for the clove trees; but whereas His Honour had the most reasonable expectation of those heads that they would help to carry out this matter so important to the Company, those of Saparoua, Hila, and Haroekoe declared that they could perceive no trees outside the datis, and those of Laricque that only 3,197 trees were found, while the report of those under the main castle will appear upon the receipt of the commissioners' report; and in order to get to the truth we have requested the second undersigned, at a suitable opportunity and secretly, to carry out a closer investigation thereof, even if it were by promising a small gift, for without that it will indeed have no good result. Regarding the dispatch of 60 military personnel with the country's frigates De Pijl and Scipio, and the hope harboured by Your Right Excellencies that, although the project to engage some Ambonese in the service on Banda thereby has not succeeded, this will nonetheless have had a good outcome; 120 have been dispatched. Explanation regarding the plan of defence. Of the Waijnitoe battery. 6. we can now inform Your Right Excellencies that they were already dispatched in October of the past year with two pantjallangs and, according to the news received thereafter, have arrived in Banda and, upon their return, pursuant to Your High Honours' revered order, will be discharged again. Now concerning the second letter, wherein it pleased Your Right Excellencies in Section 1 to declare yourselves regarding the plan of defence drafted by the first undersigned, and the description of which posts in the civil departments can be most properly and usefully reduced, with the opinions of the other undersigned regarding those two points; and since Your High Honours further desire to wait with the proposed alterations and improvements in Castle Nieuw Victoria until the arrival of skilled engineers and until the necessary funds for that purpose are at hand, we decided on the day of the meeting to bring respectfully to Your Right Excellencies' notice Governor's interpretation that the first undersigned, in his alterations and improvements proposed in the plan drafted in the past year, primarily intended the hornwork before the castle, and not the castle itself, and which he noted as trifling matters that, apart from labour wages, would cost nothing worth mentioning, since those improvements must principally consist of the raising and filling of the ramparts and the making of banquettes and platforms with which they are not provided, and which can mostly be done with earth and rock stone. Section 22: Since Your Right Excellencies, in Section 2 of the aforesaid missives, require a statement of what the battery at the Waijnitoe would cost if, for an adequate defence of the inlet, it were fortified according to requirement, 7. A new plan will be drawn up. Also of the defects in Fort Duurstede. The further arrangements observed. we likewise decided on the same day to reply to Your High Honours that the present battery was thrown up in haste upon receipt of the news of the latest breach of peace in Europe and according to the resources at hand, and that a defensive work must therefore be constructed, of which we have decided to have a plan drawn up by two different experts, the Military Captain and Overseer of Works van Griericke and Artillery Lieutenant Strick, which we respectfully submit herewith for Your Right Excellencies' judgment. And whereas Your Right Excellencies further desire in Section 23 of the aforementioned missive to have Fort Duurstede on Saparoua thoroughly repaired according to the proposal, provided that one gives in advance the calculated amount of the costs, we have requested the aforementioned Captain van Griericke to survey the same accurately and to report the defects both in the fort and in the buildings in an account, along with the calculated amount of the costs; and this builder having since complied therewith, we let the same pass enclosed herewith. Section 24: The further arrangements which Your Right Excellencies have been pleased to make upon the proposal from here, with regard to the reduction of the establishment in this Government, we decided in our aforesaid session on 21 April last to allow to take effect upon vacancy, while in the meantime we have granted authorization for the increase of the Artillery Corps. Conclusion. And herewith having commended Your Right Excellencies' illustrious persons and the Company's weighty interests to the serviceable protection of the Almighty, we remain with the highest esteem, underneath stood, Right Honourable, Highly Respected Sir and Honourable, Severe Sirs, lower, Your Right Excellencies' humble and faithful servants, was signed, A. De Bork, I. A. Schilling, B. Smissaert, Joh. Hogerwaard, W. J. De Brurghellen, L. van Peren, and Fredrik Librecht Brusz, the secretary. Amboina, in Castle Nieuw Victoria, 26 May 1788. Agrees. Arie Coomans, First Undersigned.

Dutch transcription

5. het ondersoek na de Patana„ mangs e mislukt. „litairen Jaarlijksche Instructie ten gelasten de vrugtdragende Boomen die in de datys „meerden bevonden worden als het voorige Jaar wanneer die excedeeren de be„ paalden vijftig stuks, om te vellen en also te prevenceeren dat geene half„ „wassene de vrugjtdragende Boomen vermeerderen § 19: Het opzigt tot het ondersoek naar de Tatanamangs, waar van door Uw Hoog Edelheeden den uitslag verwagt word, is den eerstgeteekende niet in gebreeken gebleeven bij aanhoudenheid werksaam te zijn, blijkens zijne in dato 18:e Maart anno pass=o afgesonden apperte circulaire Missive aan de Hoofden van de Specerij geevende Comptoiren, zo als ook hier onder 't Hoofd kasteel, bij de Instructie aan de Nagul gecommitteer„ „den; dan daar zijn Edele de billijkste verwagting van die Hoofden had dat zij dit voor de Maatschappij zo aangeleegen artikel zouden hel„ =pen ter uitvoer brengen, betuigden die van Saparoua, Hila en Ha= „roekoe, dat zij geene boomen buiten de datijs ontwaaren konnen, en die van Laricque, dat er slegts 3197: boomen gevonden worden intusschen dat het verslag van die onder het-Hoofdkasteel, zal blijken bij het inkoomen van het Rapport der Gecommitteerden, en wij hebben om agter de waarheid te koomen den tweeden Teekenaar versogt, bij bequaame geleegendheid, en secr„ nadere rechenge daar van de, tesse nadere recherge te doen, alwaar 't ook door 't uitlooven van een Smal ge„ „schenkje, want: buiten dat zal het doch geen goed gevolg hebben. Belangende de afsending van 60: Militairen met 'slands frequatten de Pijd de voor Bande geschikten Mi: en Seippio, en d„o door uw Hoog Edelheeden gevoede hoop, dat afschoon het niet slaagen van het project om daar door eenige Amboineesen in den dienst op Banda te ergagieeren zulks egter van een goed gevolg zal zijn 120: geweest ken unne 6 zijn afgesonden. Verklaaring over het plin van defense „renr van de battarij de waijnitoe. geweest kunnen wij UW Hoog Edelheeden als nu bedeelen dat de reets in October annopassato met twee Pantjallangs versonden en volgens de daar na ontfangene tijdingen in Banda g'arriveerd zijn en bij te rug komst, inge„ „volge Hoog stderselver gevenereerde order weeder afgedankt zullen worden Betreffende nu den tweeden brief, alwaar het uw Hoog Edelheeden §1: behaagd, zich te verklaaren, over het door den eersten Teekenaar ontworpen plan van verdediging, en beschrijving welke posten in het civile departionen„ „ten best en nuttigst konnen gemenageerd worden, met de advisen der verdere teekenaaren, omtrent die twee poincten en daar Hoogst deselven alverder begeeren, om met de voorgestelde verschikkingen en verbeeteringen in het kasteel Nieuw Victoria, te wagten tot de komst van kundige ingenieuren en tot de noodige fondsen daar toe aanhanden zullen zijn, hebben wij ten dage der besoigne beslooten uw Hoog Edelheeden ter eerbiedige kennisse te brengen in terpitatie van den goevern dat den eersten Teekenaar, bij zijn in a:o p=o ontworpen plan voorgestelden vero= schikkingen en verbeeteringen, voornamentlijk bedoeld, het Hoornwerk voor„ t Kasteel, en niet het kasteel zelve en dewelke hij als geringheeden heeft aangemerkt, die buiten de arbeidsloonen, niets naamwaardigs kosten zouden wijl die verbeeteringen principaal bestaan moeten in de verhooging en aan„ vulling der wallen en het maaken van banquetten en beddings waar van zij niet voorzien zijn, en 't geen meest van aarder en klippsteenen geschieden kan § 22: Daar nu Uw Hoog Edelheeden, § 2: van voorsz: Missiven eene op„ gaave requireeren van het geene de bastarij aan de waijnitoe, wanneer die, tot een genoegdoende defensie van den Inham, na verijsel wierde gefortificeerd. 7. zal een nieuw plan geformeerd worden ook van de gebreeken an 't fort Duurstado. de verdere schikkingen g'obser„ veerd. gefortificeerd, kosten zoude, hebben wij ten selven dage almeede beslooten, Hoogst deselven te rescribeeren, dat de teegenswaordige battarij bij den ontfangst den tijding van den Jongste vreedebreuk in Europpa in haast en naar t vermoogen dat men aanhanden had, is opgeworppen, en dat dus een defensives werk diend g'extrueerd te worden, waar van wij beslooten hebben een plan te doen formeeren, door twee differen te deskundigen den Capitain Militair en Opziender der werken van Grierike en Arthillerij Lieutenant Strick, t' geen wij Uw Hoog Edelhee„ „den ten beoordeeling hier neevens in eerbied aanbieden. En dewijl Uw Hoog Edelheeden bij neerm: Missive alvonder § 23: begeeren, het Fort duursteede op Sapparoua naar den voorstel Ca„ pitaal te laten repareeren mits men voor af opgeever het calcu„ „latief bedraagen van het kostende, zo hebben wij den voorn: Capitain van Griericke gedemandeerd om het zelven naauwkeurig op te neemen en de gebreeken zo wel aan t: fort als de Gebouwen bij een berigt opte geeven, met het calculatif bedraagen van het kostende, en waar aan deesen bouwmeester zeederd voldaan hebbende, laaten wij het zelve deese g'incloseerd overgaan §24: De verdere schikkingen, welke uw Hoog Edelheeden op den voor„ stel van hier, met opzigt tot de vermindering van den omslag en dit Gouvernement hebben gelieven te maaken, hebben wij ten onsen voorsz: Sitting op den 21: April laastleeden beslooten bij vacatuse te laten standgrijpen, intusschen dat wij tot de vermeerdering van het Corfes e d Slot. Corpes Artilusten qualificatie hebben verleend En hier meede Uw Hoog Edelheeden Illustre, persoonen en smaatschappijs swaarwigtige belangen in de dienbaare pro„ „tectie des AlderHoogsten aanbevoolen te hebben, blijven wij met de meeste Hoog agting /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agt„ „baare Heer en wel Edele Gestrenge Heeren /lagers/ uw Hoog Edelheeden onderdaanige en trouwschuldige Dienaa „ren /:was geteekend:/ A De Bork, I: A: Schilling B: Smissaert, Joh: Hogerwaard, W: J: De Brurghellen L: van Peren en Fredrik Librecht Brusz stel zeide Amboina in 't Casteel nieuw Victoria den 26 Mey 1788 Accordeert Arie Coomans. Eerste gezeeklent

NL-HaNA_1.04.02_3815_0247 view scan ↗

English

9. Separate for the enlargement of the Post of Sawai. Batavia To the Right Honourable, Right Worshipful Willem Arnold Alting Governor-General and the Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies as well as To His High Excellency High Noble Severe Right Honourable Lord and Honourable Severe Lords. § 1: Now intending to answer Your High Excellencies' most respected separate letters of 18 December anno passato, brought to us on the 29th of the past month of January per the ship 't Loo, we noticed at the beginning of that letter that Your High Excellencies have been pleased to approve our arrangements made regarding the enlargement of the Post at Sawai and that the Radja there is granted a rattan cane with a gold knob, for which we express our respectful gratitude, as well as for the permission to honour the Radja of Sawai with a rattan cane with a gold knob, of which, however, no use shall be made until the second signatory, during the upcoming Hongi expedition, shall find that he continues to merit this favour. § 2: As the necessity argued by the first signatory for grace above the rigour of justice with regard to the former Captain Sanirie Pelakahoe will be dealt with further below under the specific section, we must, regarding the declaration of Your High Excellencies that the reduced piracy of the Papuans and the cooled zeal of Noekoe was most agreeable to them, but that the conduct of the Emperor of Magindanao would have little bearing upon it, remark that one is already informed here of the entreaties of Noekoe to win that Emperor over to his interest, in which case the consequences would be very formidable. § 3: To the alleged death of Noekoe, the first signatory, from consideration of the detailed account, has been unable to defer any belief. § 4: But whether the pretence of him, Noekoe, to submit himself is sincere, one will have to await, while Your High Excellencies will notice further below under the specific section the measures taken in that regard. § 5: The small Hongi, suspended in anno passato on account of the smallpox, will now resume its progress according to orders. § 6: Meanwhile, as a desired effect is expected regarding the nutmeg cultivation from the measures taken by the first signatory, the second signatory shall not fail to follow in that footprint and employ all his abilities toward whatever may be conducive to that cultivation. 11. § 7: That the success of the held Sanirie with the Alfurs is agreeable to Your High Excellencies pleases us, but that this ceremonial could have any influence on the Company's interests is difficult for us to believe, because those mountain peoples can form no concept of loyalty, and treacherous behaviour is the principal point of their so-called religion; while they are not receptive to any reason, live like beasts off whatever the land produces, and cannot be brought to any labour whatsoever. § 8: That our efforts are constantly active to pursue the extirpation of spice trees in unpermitted places we hope to show Your High Excellencies hereafter, and the satisfaction expressed by Your High Excellencies with the felling carried out last year, of wild as well as genuine trees, encourages us all the more thereto, while in the dispatch of the samples of the fruits we shall dutifully obey the order of Your High Excellencies. § 9: We would by no means have proceeded to the decision to grant Van Rossum transport to Batavia had he been of the least utility here, and since his term of contract has now expired and he was not inclined to serve the Company any longer, we believed we had sufficient reasons to grant his request; however, from now on we shall refer all such requests to Your High Excellencies for disposition. § 10: That the Captains Maijen and Lucas were right to appeal to the orders of their Commander, the first signatory has never contested, and no proposals were made to them by him except upon their own voluntary offer that they had been sent to assist the Company.

Dutch transcription

9. Aparte voor de vergrooting van de Post Santeij. Batavia Den Mer Edel Getrngen pot agtans en Willem Arnoletsaling Gouverneur Generaal De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indie benevens Aan zijn Hoog Edelheid Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaare Heer en Wel Edele Gestrenge Heeren. § 1: Thans zullende beardwoorden UW Hoog Edelheeden zeer gerespecteer„ de affarte letteren van 18: December anno pass=o ons den 29=e der Jongst verweeken maand Januarij per het schip t Loo aangebragt, zo ontwaarde mij bij den aan„ „vang van dien brief, dat uw Hoog Edelheeden wel hebben geleven te appro„ „beeren, onse gemaakte schikkingen in de vergrooting van de Post te Sawaij en Waar E soonen 29 met Agt„ er/. ienaar hellen 1788 170 1 klent 10„ met een goude knop is g'accordeerd. word dank betuigd. in zijn belang te krijgen word geen Geloof gedefereerd moet afgewagt worden de kleene Hongij zal sijn voortgang van de genoomene maatregulen„ omtrent de Noots Cultiure. word het effect verwagt. en dat het Radja alaar en rotting waar voor wij onse eerbiedige erkentenis betuigen, zo als voor de concessen om het Radja van Sawaij met een rotting met een goude knop te honoreeren waar van egter geen eerder gebruik zal worden gemaakt voor dat den twee„ „den Teekenaar, bij het doen den aanstaande Hongij, zal koomen te blijken dat hij deese gunst bij aanhoudenheid meriteerd. De door den eerstgeteekende betoogden noodsakelijkheid van gratie, bo„ „ven rigeur van justitie opzigtelijk den geweesen Capitain Sanirie Pela „kahoe, hier agter onder de bedeeling nader zullende verhandelen, moeten wij de aansoekigen van Noeko: onder de betuiging uwer Hoog Edelheeden, dat den verminderde roverij„ der Pappoen en de verkoelde drift van Noekoe Hoogstdeselven aangenaam was, dog dat het gedrag van den keijser van Magindanao daar toe zo van den reijser van Magundan zeer geen betrecking zoude hebben, aanmerken, dat men hier reets g'in„ formeert is, van de aansoekingen van Noekoe, om dien kijser in zijn zouden van gedugten gevolgtene zij belang te krijgen, als wanneer de gevolgen zeer gedugt zouden zijn §3: Aan de voorgegeeven dood van Noekoe heeft den eerstgeteekende ut over„ aan Nockoes pongegeven dood weeging der omstandige bedeeling geen geloof konnen defereeren. §4: Dog of het voorgeeven van hem Noekoe om zich te submitteeren eans en of hij zich submitteren zal is, zal men dienen afte wagten, intusschen dat uw Hoog Edelheeden hier agter onder de bedeeling ontwaaren zullen de desweege genoomens maat„ regulen. §5: De om de wille van de kinderziekte in annopassato opgeschorte klei„ „ne Hongij zal nu weeder naar de ordre zijn voortgang hebben. § 6: Intusschen dat men ten aanzien van de Noote Cultuure op den genoo„ mene maatregulen van den eerstgeteekende een gewenscht effect verwagt, zal den tweede teekenaar niet ingebreeke blijven, op dat voetspoor, alle zijner vermoogens aan te werden wat die cultuure kan bevorderlijk zijnd Dat §2: hebben 11. dat de sorinis enige nolod op sComp=s belang van hebben word beswaarlijk geloofd dat de gedaane ertirpatien ge„ noegen heeft verwekt. is aangenaam, en men zal de monsten der vrugten oversenden. Transport is verleend. - voortaan overgeweesen worden scheepen. zijn gen voorstllen gedan als op hem vrijwillig aanbod. Dat het weslaagen van de gehoudene Saririe met de Alphoeren uw Hoog Edelheeden aangenaam is, agreeerd ons, dog dat dit ceremonieel eenigen invloed op sComp=s belangen kan hebben, valt ons be„ swaarlijk te gelooven om dat die bergvolkeren geen denkbeeld van trouw formeeren konnen, en een verraderlijk gedrag, het voornaamste poinct van kunnen zogenaamden Godsdienst is; terwijl zij voor geene reedenen vatbaar, eeven als de beesten leven van het geene hum het Land voortbrengd en tot geen arbeid hoegenaamd te krijgen zijn Dat onse pogingen steeds werksaam zijn om de Extirpatie van spe„ cerij boomen op ongepermitteerde plaatsen voorttezetten koopen wij Uw Hoog Edelheeden hier agter te vertoonen, en het gegeeven genoegen door Uw Hoog Edelheeden, en de anno vergange gedaane omvelling, zo wel van wilde als egte boomen spoord ons daar toe te meer aan, terwijl wij in de oversending van de monsters der vrugten de order Uwer Hoog Edelheeden schuldpligtig zullen naarkoomen Wij zouden geensints tot de dispositie getreeden zijn om van Rossum reedenen dat aan van Rossum transport naar Batavia te verleenen was hij hier maar van de minste ruttigheid geweest, en daar nu zijn verband tijd g'expireert en hij niet dog de versoeken daar toe zullen g'inclineerd was, de Comp langer te dienen vermeenden wij voldoende reedenen te hebben, om zijn versoek te accordeeren egter zullen wij nu voortaan, alle zulken versoeken ter dispositie naar uw Hoog Edel„ „heeden renvoyjeeren § 10: Dat de Heeren Capitains Maijen Lucas regt hadden, om zig op de aan de Capitains van 'slands ordres van Hunnen Commandant te beroepen, heeft den eerstgeteekende nimmer teegeng sprooken, en aan Hun Ed=s zijn door hem ook geene voorstellen ge„ daan, als op Hun Edele vrijwillig aanbod dat zij gesonden waare, om de Maatschappij e om en twee ijken bo„ Pela wij roverij genaam e 70 ete §8: §9: eandt den maat„ te klei„ genoo„ erwagt, alle lijk zijn uit over„ §7: :

NL-HaNA_1.04.02_3815_0250 view scan ↗

English

Section 11: Expressing gratitude for the granted authorization to dispose reasonably according to time and circumstance, on the requests of the Regents of Wakkal and Hitu, regarding the granted concession to provide an orembaai in Company service during the Hongi expedition, the Second Signatory will act accordingly. And having herewith answered Your Right Excellencies' respected letter, Section 12: We shall respectfully inform Your Excellencies what has occurred and been executed in the Master's service since our previous autumn letter, beginning with: The people of Ceram, who presently conduct themselves quietly and peacefully, at least no complaints whatsoever are heard, neither from the north, from where our Sawai commander Fockens, in a report dated 10 October of the past year, makes known that all the chiefs of the villages situated on the coasts, along the rivers, and in the mountains, remain steadfastly attached to the Company, and that they all unanimously promised to eradicate the spice trees found there. Section 14: That among these well-disposed individuals is also the former Captain Saniri Pelakahoe, who presently stays in the mountains behind Sawai, and who, it is stated, to show proof of good intentions, has eradicated within the span of ten days, with his subordinates, one thousand genuine fruit-bearing clove and nutmeg trees, along with some five hundred half-grown and young saplings, by felling genuine spice trees, the fruits of which have been sent to the First Signatory for inspection. Section 15: That in order to show even greater proof of willingness, he had discovered and pointed out an innumerable quantity of genuine wild nutmeg and clove trees, both fruit-bearing and others, along the north side of Ceram. Section 16: The First Signatory, wishing to test the authenticity of all these reports, commissioned the Secretary of Police Brusz, the Junior Merchant Van Iperen, and the Artillery Lieutenant Strik, to proceed thither with and alongside the aforementioned Commander Fockens with some cruising orembaais, and to ascertain the truth of the matter, as appears from an Instruction included among the Appendices. And these commissioners have found all the foregoing substantiated, as appears from a comprehensive report submitted at our session on the 6th of the past month of November and now transmitted among the common appendices. Section 18: On the same day, under the heading of Extirpation of Spice Trees, after a careful review of that document, which had been circulated among the members for that purpose, it was resolved by us to decree an expedition comprising the aforementioned Fockens and Adjutant Lange for the eradication of those trees, according to an Instruction handed to them, a copy of which also accompanies this, to all of which papers we refer for the sake of brevity, while we shall await the outcome of this expedition and conclude this article by noting that on Ceram and Boano, besides the aforementioned 1500, there were further eradicated 7161 genuine nutmeg and clove trees, and 57983 wild spice trees. Section 19: We consider it very appropriate to inform Your Right Excellencies under the chapter of Indigenous Rulers and Grandees, that the rebellious Prince Nuku, who has assumed for himself the title of Sultan of Ceram, after several overtures, has made known to the First Signatory through a letter in his name, the translation of which accompanies the appendices hereof: Section 20: That he is very inclined to live in peace and quiet with the Company, provided he is not pursued, but left in his esteemed possession, and not disturbed by Hongi or cruising expeditions, as he would otherwise not be able to answer for the consequences. Section 21: And considering that, however agreeable this offer may be, the reasons giving rise to it cannot at all accord with the Company's interests and the objective of Your Right Excellencies, since he cannot be unaware that he does not have the slightest claim to Ceram. Section 22: The First Signatory has therefore deemed it expedient to reply that the King of Tidore already ceded the entire island of Ceram to the Company 20 years ago; Section 23: That neither his appropriation of that land nor his bearing the title of Sultan can be tolerated; Section 24: That the First Signatory has ceased the Hongi and cruising on the north side of Ceram at his request, in the reasonable expectation that he will submit himself to the Company, but if not, that one will not answer for the consequences, all to be seen more fully in the copy transmitted under the Appendices. Section 25: The Commissioner of Ceram, Adriaan Patti Radjawane, has been dispatched to him with this letter, and we hope that it will have the desired effect, whereby peace and quiet can be promoted. Section 26: The cruising [illegible]

Dutch transcription

§ 11: hoedaanig te handelen met de wackal en Caijteto. het g'exteerde seederd het voorige jaar word bedeeld: vreedsaam gedrag der Cerammers meenendheid boomen. daar het vereijschte, van niet te zijn Voor de verleende qualificatie, om op de versoeken van de Regenten van g'acordeerde Concessie aan wakkal en Kaijtetto, geduurende de Hongij een orembaaij in Compagnie te scheppen na billijkheid te disponneeren, dank betuigende zal door den twe de Teekenaar naar tijd en omstandigheid gehandelt worden En hier meede uw Hoog Edelheeden gerespecteerde schrijven be= § 12: „andwoord zijnde zullen wij Hoogst deselven in eerbied bedeelen, water zeedert ons voorig najaars schrijven in smeesters dienst g'exteerd en voor„ gevallen is, een begin maakende met De Crammers de zieh tans stel en vreedsaam gedraagen, ten minsten men hoord hoegenaamd geene klagten ook niet aan de noord, van waar ons Sawaijs commandant Fockens, bij een berigt de dato 10: October A:o p=o te kerne geeft, dat alle de Hoofden, van de zo wel aan de stranden, als aan de rivieren en in de gebergtens gelee„ gene dorpen de Maatschappeij bestendig blijven aankleeven, en dat zij alle eerpaarig beloofd hadden, de te vindene specerij Boomen rutteroeijen. § 14: Dat zig onder deese welgesinden meede bevind, den geweesen Capitain Sanirie Telakakon, haft blijken van wel„ Pelakahoe, welke zig thans in het gebergte agter Sawaij ophoud, en die zo men voorgeeft om blijken van welmanendheid te vooren, met zijne ondergestelde bin„ „nen den tijd van tien dagen, duisend vrugtdraagende egte Nagul en Noote door't onvellen van egte specerij Boomen, met nog wel vijf Hondert halfwassene en jonge telgen, hebben uit= geroeijden waar van de vrugten aan den eersten Teekenaar tot speculatie zijn toegesonden. § 15. Dat hij om nog meerder bewijsen van gereijgdheid te toonen, hadde ontdekt en het aanwijsen van wilde een ontelbaar tal, zo vrugtdraagende als andere, egte wilde Noote en Nagul Boomen, langs Cerams noord zijde Den § 13: 13. ten van na gedaane extirppatien en het getal der Boom genoteertd. 5: 16: Den eersten Teekenaar nu willende beproeven de egtheid van alle deese Houven aus ondersek daar voorgeevens, committeerden, den Secretaris van Politia Brusz den onder„ koopman van Iperen en den Arthillerij Lieutenant Strik om met en beneffens den voorn: Commandant Fockens, zich met eenige kruis orem„ „baaijen derwaards te begeeven, en te ervaaren wat hier van zij, blijkens eene onder de Bijlagen overgaande Instructie En deese commissianten hebben alle het voorenstaande bewaarheid gevonden uitslag van dat ondersoek blijkens een ter onser sessie op den 6: der gepasseerde maand November inge= „diend en onder de gemeene bylaagen thans overgaande ampel verslag= § 18: Ter selven dage is bij ons Onder het caput van §17. Extirpatie van Specerij Boomen naar eene aandagtige resumptie van dat schriftuur, het welke ten dien einde onder de Leeden was rondgeweest, beslooten, eene Expeditie te decer„ neeren opgemelde Fockens en den Adjudant Lange tot de uitroei„ „jing van dat geboomten, blijkens eene aan hun ter hand gestelde In„ „structie, die deese in Coppia meede verseld, en aan alle welke papieren wij ons kortsheidshalve gedraagen, terwijl wij den uitslag van deese expeditie zullen afwagten en tot slot van dit Artikel noteeren dat de op ceram en Bouw buiten de voorsz: 1500: nog uitgeroeijd zijn 7161: egte Nooten en Nagulen 57983: wilde specerij Boomen. § 19: Wij agter het zeer gepast Uw Hoog Edelheeden onder het hoofddeel, van Inlandsche Vorsten en Grooten te kennen Compagnie twee be= water nvoor„ ijven eedsaam niet aan berigt gelee„ dat zij n n Sanerie zo men stelde bin„ e uit= Speculatie ontdekt en Nagul Prins Noeko schrijft aan den Gouverneur wanneer men hun niet vervolg. de daartoe aanlijdende redenen de Gouverneur diend in andwoord dat hij de toeeigening van cenam en de titul van sulthan niet gedoogd. dat Noekoe zich submitteere men ziet de uitwerking hier van te gemoed. kennen te geeven, dat den rebelleerende Prins Noekoe, welke zich Zulthan van zelve den titul van ^ Ceram heeft toegeeijgend, naar eenige aansoekingen, den eersten Teekenaar, bij eene missive uit zijn naam, waar van het Pran„ „laat de bijlaagen deses verseld, heeft te kennen gegeeven. § 20: Dat hij zeer gereegen is met de maatschappij in rust en vreeden te leeven dat hij voor de rusten vreede is wanneer men hem niet vervolge, maar in zijne gewaarde pocessie laat, en niet verontrust door Hongij of kruistogt, also hij dan voor de gevolgen niet zoude konnen instaan. § 21: En gemerkt dat hoe aangenaam dit aanbodis, de reedenen die daar toe strooken met sComp:s belangen aanlijding zoude moeten geeven, gants niet strooken kunnen met het oog„ merk uwer Hoog Edelheeden, daar hij niet onbewust kan zijn, van geen de minste pretensie op ceram te hebben. §: 22: Der eersten Teekenaar heeft derhalven dienstig g'oordeelt daar op in and„ die Tillen woord te laaten dienen; dat den Koning van Tidor reets voor 20. jaaren ^ herwaarts „het geheele Eyland Ceram aan de Maatschappij heeft afgestaan § 23: Dat men zijne toeeigering van dat Land zo min als 't voere van den titul van Sulthan niet gedoogen kan. Dat den eersten Teekenaar de Hongij en bekruissing aan cerams Noordkant, op zijn versoek heeft gestaakt, in dat billijk vertrouwen moet, of de gevolgen afwagten dat hij zich aan de Comp submitteeren sal, dog zo niet dat men voor de gevolgen niet wil instaan, alles breeder te zien bij het onder de Bijlagen overgaande afschrift § 25: Den Commissaris van ceram Adriaan Pattij Radjawane is met deese missive, naar hem afgevaardigden wij hoopen dat het van een gewenscht uitwerking zal zijn waar door de rust en vreede bevordert kan worden § 24: § 26: De Bekruissing de sodeang enguelede a bij Be s

NL-HaNA_1.04.02_3815_0253 view scan ↗

English

15: Account of the suspicious actions of those from Ceram Laut along Ceram to Goram. They overran and massacred the people, and sold them into slavery. A two-masted sloop was wrecked on one of the Papuan Islands. The sealing noted in the general letter departing with the tin has succeeded as desired. Section 27: The commanders of the pantjallangs De Vriendschap and De Willem, who, pursuant to an Instruction delivered to them, carried out the cruising along the south coast of Ceram to Goram, made known upon their return in an account delivered to us, which is enclosed alongside the Instruction in the appendices: Section 28: That those of Ceram Laut are said to have dispatched two junks laden, among other things, with wild nutmegs in their husks and mace to Timor, and that those islanders were also expecting two paduakangs from Bali and Buton; however, this news, although Cerammers have arrived here from there, is not confirmed. From a Malay missive brought by them from a certain native of Abubu, named Janis Watimena, the translation of which is enclosed herewith, it has appeared to us that those of Goram from the negorijs of Keilakat and Amar are said to have overrun Aru, killed the sergeant, the soldiers, and the crew of 10 prahus from Banda, removed the cannon and bells from the fort, and divided them between those two negorijs. Section 30: That he was present on Aru at that time, but was overpowered by a native of Abubu on behalf of a certain Gorammer named Banluw and sold as a slave. Section 31: That a two-masted sloop, presumed to be the Batavias Welvaren which is missing here, was wrecked on one of the Papuan Islands, the mate and all the European sailors died, but that the natives were still alive. Further, from another missive from the Goram orang kaya of the negorij Keilakat, the translation of which is also appended hereto, that the overrunning of Aru was carried out solely by those of Amar with three men named Majasan, Tailoe, and Tewoeba Ngaloe. Section 33: Concerning the correspondence with the neighboring governments, the first signatory has given notice of all this to Banda's Governor Mr. Haga while sending copies of the translations, and the second signatory will not fail to make the required investigation during the next journey. Section 34: Meanwhile, we have been informed by Ternate's Governor Mr. Cornabé by his letter of 15 January past that Prince Nuku is said to have spread rumors that the son of Prince Djamaluddin, who was banished to Ceylon, would have become King of Tidore instead of Kamaluddin if he had been willing to renounce Maba, Weda, and Patani, with the consequences that were bound to result therefrom. Section 35: And seeing that nothing further of this has been perceived here, the consequences thereof will be awaited in due time, while Section 36: The second signatory will investigate the designs of the Gorammers, whom the Makassar Governor Mr. Rijke describes in his letter of the first of December of the past year as having visited Saleyer and being suspected of wishing to smuggle or to make acquaintance with the natives there, which could be of harmful consequences. And concluding herewith, we commend Your High Nobilities and the important interests of the Company to God's safe keeping and remain with deep respect. High Noble, Right Honorable Sir, Your High Nobilities' humble and obedient servants, signed A. De Boek and J. A. Schilling. At the side, Ambon in Castle Nieuw Victoria, the 26th of May 1788. Agrees, Arie Coomans, First Sworn Clerk. 19. Batavia. To the Right Honorable, Highly Esteemed Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with the Honorable, Right Esteemed Lords Councilors of the Netherlands Indies. High Noble, Right Honorable Sir, Honorable, Right Esteemed Sirs, In our separate missive now departing of the 20th of the past month of May, we had the honor to inform Your High Nobilities under the heading of Native Princes and Grandees that the rebellious Prince Nuku had made known to the first signatory how very inclined he was toward rest and peace, to which the necessary answer was applied in sections 22 and 23 of that letter, while as shown by the note under section 25, the Commissioner of Ceram, Adriaan Pattijradjawane, was dispatched with that letter to the aforementioned Nuku. Having returned recently, he informed us, while delivering a further missive from that rebel, the translation of which accompanies this, that he was received by him with great honor, and the letter was opened and read with all the customary ceremony; subsequently, orders were given to cease all hostilities that might take place between the Company and the Papuan peoples; Yet, as that letter was not very applicable to the proposals made from here to return to submission, but rather denoted an arrogant reproach, as if one had dispossessed him of his rightful inheritance, we, seeing that he seeks nothing other than to continue in his esteemed possession, thought it best to await Your High Nobilities' orders on how to act in this matter, while we must declare to Your High Nobilities that as long as he is supported by those of Tidore, Ceram, and the Papuans, all offensive means

Dutch transcription

15: Relaas van die langs Ceram tot Goram suspecte handelingen van die van Coram Laut hebben afgeloopen. en het volk gesmasfacreerd. slaaf verkogt. nschtig een twee maste cloep is op een der pappoese Eylanden verongelukt. de belaunsngitan der segelagd bij de tins afgaand, gemeene brief genoteerd staat, is naar wensch geslaagd. § 27: De gezaghebbers van de Pantjallangs De vriendschapp en de willem die op eene aan hun ter hand gestelde Instructie, de bekruissing langs de zuidkust van Ceram tot Gdram gedaan hebben, gaven bij retour in een aan ons ter hand gesteld relaas, 't geen neevens de Instructie onder de bybaagen overgaat, te kennen. § 28 Dat die van Ceram Laut twee jonken onder anderen belaaden met wilde Nooten in hunne bolsters en foelij naar Timor zoude hebben afgestooken en dat die Eijlanders ook twee Paduakangs van Balij en Bouton ver„ wagtende waaren, dog deese tijdingen, of schoon 'er Cerammers van daar herwaards zyn opgekoomen, word niet geconfirmeerd. uit een door hun meede gebragte maleijdsche missive van seekere die van Goran zoude Aroe Inlander van Aboeboe in naame Janis Watimena welkers translaat hier neevens gaat, is ons gebleeken: dat die van Goram uit de Negorijen Keijlakat en Amar, Aroe zoude hebben afgeloo„ pen, den zergeant de soldaaten en het volk van 10: praauwen van Banden, om het leeven gebragt, de kanons en klokken uit het fort vervoert en over die twee Negorijen verdeelt § 30: Dat hij te dien tijd op Aroe zoude zijn present geweest, dog door een Inlander van Aboebo voor zeekere Gorammer met naame Banluw overrompeld en voor slaaf verkogt. §31: Dat een twee mast sloep /: veronderstellende Batavias wel „vaare die alhier vermist word:/ op een der Papoese Eylanden is verongelukt, de stuurman en alle de Europeese Mattroosen ge„ storven, dog dat de Inlanders nog in leeve waaren: Voorts 3 §29: and„ n de en met d is als Amar van het voorenstaande is Bandas Gouverneur kernis gegeeven. door Noekor: worden de gevolgen (gewagt. naar de dessijnen der Goram„ mers Voorts uit een andere missive van den Gorams orangkaaij van de der van beylakat beschuldige Negorij Keijlakat, welkers Translaat deese meede, is bygevoegd, dat het afloopen van Aroe, alleen geschied was, door die van itman„ met drie manspersoonen in naame Majasan, Taijloe en Tewoe„ ba Ngaloe §33: De Correspondentie met de Nabuurig Gouvernementen betreffende, heeft den eersten Teekenaar, van dit een en ander den Bandas Gouverneur De Heer Haga onder over„ sending van de Copier der Translaaten kennis gegeeven en den twee „den Teekenaar zal niet in gebreeken blijven bij de eerstvolgende Ma„ gij daar na het vereijscht ondersoek te doen §34: Intusschen is ons door Ternaats Gouverneur de Heer Cornabe omtrent het gespangeerden bij zijnen brief van 15: Januarij passato bedeeld, dat Prins Noekor zoude gespargeerd hebben dat den naar Ceijlon gerelegeerde zoon van Prins Djamaloedien, en steede van kamaloedin Koning van Tidor zoude geworden zijn, bij aldien afstand had willen doen van Maba, weda en Pattarij, met de gevolgen welke daar uit stonden te resulteeren § 35: En gemerkt men hier van verders niets verwoopen heeft zal, men de gevolgen daar van in den tijd afwagten, middelerwijle dat §: 36: Den tweede Teekenaar ondersoek sal doen, naar de desseinen der Gorammers, die de Maccassar Gouverneur de Heer Rijke bij zij= nen brief van Primo December anno passato beschrijfd, dat op sal ondersoek gedagn wooden saleijer zijn aangeweest en gesuspecteerd worden, van te willen smokkelen of met den Inlander aldaar kennismaaken, die van Schadelijke § 32: 7. het slot. schadelijks gevolgen zoude konnen zijn En hier meede deese besluitende beveelen wij Uw Hoog Edelheeden en de importante belangen den Maatschappij in Godes vijliger hoede en blijven met dieppen eerbied /:onderstond/ Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaaren Heer /:lager:/ Uw Hoog Edelheeden onderdaanige en gehoorsaa„ „me Dienaaren /:was geteekend/ A: De Boek en J: A: Schilling /ter zeide / Ambon int Casteel nieuw victorie den 26 Mey 1788 Accordeert Arie Coomans Eerste gezwklerk men ƒ 2 19. Batavia den Hag Eden Gedt it lame ten M:r Willem Amold Altinc Gouverneur Generaal nevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indie Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer Wel Edele Gestrenge Heeren Bij onser thans afgaande apparte Missive van den 20=e den gepas= „seerde maand Meij, hadden wij de eer uw Hoog Edelhee„ „den 120: onder het hoofdeel van Inlandsche vorsten en Grooten te bedeelen, dat den rebelleerende Prins Noeko= den eersten Teekenaar had te kennen gegeeven hoe zeer hij tot Aan zijn Hoog Edelheid nadere aparte. „ en de 6 2 de rust en vreede geneegen was, en waar op dan § 22: en 23: van dien brief het noodige andwoord is toegepast, terwijl blijkens het genoteerde onder §25:, den Commissaris van Ceram Adriaan Pattijradjawane, met dien brief aan voorn: Noekoe is af„ gevaardigt Deese nu onlangs geretourneerd zijnde, gaf ons onder het ter hand stellen eener nadere Missive van dien Rebel, waar van het Translaat deeses verseld, te kennen: dat hij door hem met veel honneur was gerecippieerd, en den brief met alle de gewoone cermond had g'oppend en geleesen; vervolgens order gegeeven, om alle hoste„ „liteiten, die en tusschen de Comp: en de Papoese volkeren mogte plaats hebben te doen staaken; Dan daar dien brief niet zeer toepasselijk was op de van hier gedaane voorstellen, om weeder in submissie te koomen, maar te eerder een arrogant verwijt denoteerde even of men hem van zijn geregte enfdeel had ontset, hebben wij, als zienden dat hij niet anders soekt als in zijne gewaarde pocessie te blijven con„ tinueeren best gedagt, Uw Hoog Edelheeden order, hoe in deese te handelen hier op afte wagten, intussen dat wij Hoogst „deselven moeten declareeren, dat zo lange hij door die van Fi= „dor Ceram en de Pappoen word ondersteund all„e offensive middelen

NL-HaNA_1.04.02_3815_0259 view scan ↗

English

21. means are of no small but entirely fruitless nature, because he cannot be overtaken. We have further the honor to be with the highest esteem, [below stood:] Right Honorable, Most Worshipful Sir and Honorable, Stern Sirs, [lower:] Your Right Honors' very humble servants, [was signed:] A. de Boek and J. A. Schilling. [in the margin:] Ambon in the Castle Nieuw Victoria, the 5th of June 1788. First family clerk Agrees Adrie Coomans 23. Separate Batavia To His Right Honor, The Right Honorable, Stern, Most Worshipful, Far-Commanding Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General; The Honorable, Most Worshipful Lords Councilors of the Netherlands Indies. Right Honorable, Stern, Most Worshipful, Far-Commanding Lord, and Honorable, Most Worshipful Lords! For this first opportunity, having had to restrict myself, in accordance with the command of Your Right Honors, to the satisfactory defense against a writing dispatched to Your Honors by the Junior Merchant and Solaij Bookkeeper Nicolaas Kloeck, I present the same herewith to Your Right Honors under the testimony in my favor of servants, citizens, park owners, and, as it were, the entire population, nay, what is even more, of the aforementioned disturber of the peace himself; which I on my part have sought to substantiate again by exposing myself before the slanderer, who has been summoned to reveal everything he knew. And to this end, the pain that the vice had secretly caused me made me set aside the inward shame of calling to witness a public that, having various ways of thinking, might also attribute this to weakness and incapacity, now that this had already befallen me in a time that had as yet no particular cause for it, in order to make it possible for the future, if this can take place in Banda, to find a more peaceful administration. For the appendices, from which this may not be made prolix, show the evidence of how in the month of December, with the arrival of the vessels, in the midst of peace, with confidence in the esteem and affection of the inhabitants, and in a progressing, thus contented activity with the park owner in the spice lands, I had to hear, both from outside and privately from all sides, the loudest cries of complaints and misdeeds unknown here, and, as it were, had to send one person after another running to ask what on earth was the matter. How I had to remain in the distressing uncertainty of what was wronging me until the end of March, when I saw myself under slanderous language that would not have failed to fill me with pain had I been without passions and of a nature not to value a favorable opinion; and the opportunity to clear myself immediately was lacking, so I remained in the distress that was willfully caused me by the evildoer, who had not been able to find his full desire here nor succeeded in deceiving me, in order to keep me from the satisfaction that Banda, from its internal management, would deliver to Your Right Honors fewer domestic difficulties than shortly before. But now I pray Your Right Honors to view my defense with favor, on behalf of my administration and person, so that I may find therein satisfaction and relief from pain. A few nutmegs from the Papuan coasts having already been desired for a long time and anticipated by Your Right Honors, I have sought and found the opportunity for this, so that I offer to Your Honors alongside this, per the chaloup under the Chinese Sjo Djisoei, a small case no. 1 with a few nutmegs that have the mace around the shell, from the Papuan land Oning, and a small case no. 2 with nutmegs from Adie, also in that land, which are of one sort, and in a lesser degree than the genuine nutmegs possess the aromatic quality, in the hope that some of the same will be received unspoiled and will satisfy the inquiry, and I shall be further mindful of the information as to what quantity the land yields them, while at present the emissary found no liberty to obtain intelligence thereof. 25. For the rest, I enclose herewith duplicate sets of secret Banda signals for the ships that will have to be expected here in the coming year, enclosing the customary reports of the Lonthoir channel, which has undergone no change since last year. And therewith I remain with all high esteem and respect, [below stood:] Right Honorable, Stern, Most Worshipful, Far-Commanding Lord and Honorable, Most Worshipful Lords, [lower:] Your Right Honors' humble and obedient servant, [was signed:] L. J. Haga, [in the margin:] Banda in the Castle Nassau, the 10th of June A:o 1788. Agrees. J. C. Haga No. 2. Secret. 27. Batavia. Separate letter dispatched by the Governor and receipt of that of Their Right Honors. To His Right Honor, The Right Honorable, Stern, Most Worshipful, Far-Commanding Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General; Along with The Honorable, Most Worshipful Lords Councilors of the Netherlands Indies. Right Honorable, Stern, Most Worshipful, Far-Commanding Lord, and Honorable, Most Worshipful Lords! Along with my humble letters of the 10th of June of this year, I was able to dispatch a few nutmegs from the Papuan coasts, with the secret signals for the ships that will be sent hither again. And today I shall have the honor to answer Your Right Honors' venerated dispatch addressed to me separately on the 14th of December of the

Dutch transcription

21. middelen van geen klein maar ten eenemaal vrugteloos zijn, om dat hij niet te agterhalen is Wij hebben wijders de eer met de meeste hoog agting te zijn /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare Heer en wel Edele Gestrenge Heeren /:lager:/ Uw Hoog Edelheeden zeer ootmoedige dienaaren /:was geteekend/ A de Boek en J: A Schilling (ter zeide, Ambon in 't Casteel nieuw victorie den 5: Junij 1788 — Eerste gezin klerk Accordeert AdrieCoomans ƒ 23. Appart Batavia Aan zijne Hoog Edelheidt. Den Hoog Edelen, Gestrengen, Groot Agtbaren Wijdgebiedende Heere M:r Willem Arnold Alling, Gouverneur Generaal; De welEdele, Groot Agtbare Heeren Raden van Nederlands Indië. Hoog Edele, Gestrenge, Groot Agtbare, wijdgebiedende Heere, en WelEdele, Groot Agtbare Heeren! Voor deese eerste gelegendheidt mij na het bevel uwer Hoog Edelens, hebbende moeten bepalen aan de Satisfactoire verandwoor„ „ding, op een aan Hoog Dezelve afgevaardigd Schriftuur van den On„ „derkoopman en Solaij Boekhouder Nicolaas Kloeck, pre„ „sentere ik dezelve hier nevens aan uwe Hoog Edelens onder het getuigenis voor mij, van Dienaeren, Burgers, Perkeniers en als het ware de gansche Inwoning, Ia wat meer meer is, van den gemelden rustverstoorder zelve, het welke ik van mijne zijde weder hebbe soeken te Staven met mij bloot te geven tot voor den Lasteraar, die gesommeert is om alles te openbaren wat hij wirste; en hier toe heeft de Smerte die de ondeugd Benevens mij 1 N:o: 1: mij hemelijk hadde verwekt, doen ter zijden, stellen de inwendige Schaamte in het roepen tot getuigenis van een gemeen dat van onderscheide denkenswijse de„ „selve ook brengen konde opswackheit en onvermogen, nu mij dit reeds te beur viel in een tijd die daar toe nog geen bezonderheden hadde, ten einde waerd tot mogelijk voor het vervolg, zo dit in Banda kan plaats hebben, een geruster Bestier te vinden, want de Bijlagen waar uit dese niet wijd„ lopig maken mag, vertonen de blijken hoe ik in de maand December met met de komst der vaartuigen, midden in vreede, met het vertrouwen op de ag„ „ting en genegendheit van den Ingesetenen, en in een vorderende dus vergenoe„ „gelijke besigheit met den Perkenier in de Specerijlanden, van buiten als van alle kanten particulier op het Sterkste moeste horen roepen van klagten en ondaden die men hier niet kende, en als het ware den een na den anderen moeste doen lopen om te vragen wat of er tog te doen was, hoedanig ik in de ver„ „drietige Onsekerheit wat mij deerde blijven moest tot in het laatste van Maart toen mij zag onder een lastertaal die mij alleen niet vol van Smerte gemaakt souden hebben was ik Sonder hartstogten en van een aard geweest om geen prijs te stellen op een voordelig gevoelen; en de gelegendheit om mij op Staande voet te Suijveren ontbrak, dus bleef ik in het verdriet dat mij moeit willig was be„ „zorgd door den boosdoender die hier sijn volle wil niet hadde kunnen vinden nog mij weten te misleiden, om mij buiten het genoegen te houden, dat Ban„ „da uit de bezorging van binnen, uwe Hoog Edelens minder Huis„ „selijke, moeijelijkheden afleveren Soude als kort bevorens, maar tans bidde van uwe Hoog Edelens om mijn verandwoording in gunst te beschorl„ „wen, ten behoeve van mijn Bestier en Persoon, op dat ik daaruit de Satisfactie en versagting van Smerte vinden mag. Door uwe Hoog Edelens reeds sedert lange begeert en te gemoed gesien sijnde, eenige Noten van de Iapoese Custen, hebbe ik daar toe gelegendheit gesogt en gevonden, invoegen Hoog Deselve nevens dese, per de Chaloup onder den Chinees Sjo Djisoei aan biede Een kasje n:o 1: met een weinig Noten die de Foelij om de dop heeft, van het Iapoese Land Oning, en Een kasje N:o 2: met Noten van Adie mede op dat Land, welke van een zoort zijn, en in een mindere graad als de egte Noten het aromaticque besitten, in hope dat eenige van de selve onbedorven ontfangen worden en aan de informatie voldoen Sul„ „len, en ik zal nader bedagt zijn op het narigt tot wat quantiteit het land deselve afleverd, terwijl tans den Sendeling geen vrijheit heeft gevonden om daar van kundschap te nemen. voor 25. Voor het overige voege ik hier nevens, dubbelde Stellen Secrete Bandase Seinen, voor de Schepen die in het aanstaande Iaar alhier zullen moeten worden verwagt, ingesloten van de gewone Berigten van het Lonterse Ca„ naal dat Sedert het voorlede Jaar geen verandering heeft ondergaan. En daar mede blijve ik met alle hoog agting en Eerbied /:onderstond:/ Hoog Edele, Gestrenge, Groot, Agtbare, wijdgebiedende Heere en welEdele Groot Agtbare Heeren, /lager:/ uwe Hoog Edelens Onderdanige en gehoorzame Dienaar /:was getek:d/ L: J: Haga, /:terseide:/ Banda in't Casteel Nas„ „sauw den 10:' Iunij A:o 1788. Accordeert. J: C: Haga a te de„ te beur„ waerd een wijd. met ag„ e als van enen n ver„ ag en v 6 ben de de Ban He bidde beschor„ uit de s„ vinden ik v Adie als selve sul het heeft erb 1 N:o: 2: Secreet. 27. Batavia. Afgestonden apparte Brief van den Gouverneur en ontfangst van die van Hun Hoog Edelens. Aan zijne Hoog Edelheidt. Den HoogEdelen, Gestrengen, Groot Agtbaren, Wijd gebiedende Heere, Mr Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal; Benevens. De Wel Edele Groot Agtbare Heeren Raden van Nederlands Indië. Hoog Edele, Gestrenge, Groot Agtbare, Wijdgebiedende Heere, en Wel Edele Groot Agtbare Heeren! Nevens mijne nedrige letteren van den 10: Junij dezes Jaars, hebbe ik mogen afzenden, een weinig Noten van de Papoese Custen; met de secrete Seinen voor de Schepen die weder her„ § 2: „waards afgezonden zullen worden. en zal heden de eere heb„ „ben te b'andwoorden uwe Hoog Edelens, aan mij af„ „zonderlijk gerigte gevenereerde Missive van den 14: December des

← previousnext →