Inventory 3815
Japan · 718 pages · 128 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Paragraph 3: Answers and presentation with respect to the rice sold here and provided gratis. of the past year; wherein presents itself in the first place a care to be expected of me, that with the substantial quantity and stock of rice, which is sent primarily for the benefit of the poor park-keepers, after the assurance given, reckless action shall not be taken, and that no abuse shall be made of this means of support, which the Company, burdened with so many expenses, has now introduced for so many years in favor of those needy people; in order to be assured of which as much as possible, Your High Nobilities are provided an accurate list of the park-keepers, their families, and the number of slaves who participate in the rice that is sent, as well as a list of what is supplied thereof to the Company's servants, and furthermore flattering myself that the Company may finally be relieved, at least in part, of that costly import of so much grain and the employment of three ships for that purpose; in which interest may it be permitted to me to show Your High Nobilities in respect that in this care and necessary duty I have always endeavored, if it were possible, to confirm my assurances with deeds, and also to win more and more the confidence of Your High Nobilities, and as proof of this I present to the same herewith a short demonstration of the rice supplied for payment and gratis in the course of 29. With transmission of the extracts and list thereof. the last ten years, with a brief comparison of the two final years of the previous administration against the two following years of my administration, according to which I have saved well over one hundred and thirty lasts of rice through a thrifty distribution and the careful measures described in the general advices, in which it had to strike me all the more painfully that a suspicion of waste and monopoly was supposed to have taken place here; and unfortunately, though without my fault, my care must still remain under a less pleasant appearance, since I must work struggling from the bottom up and out of nothing to build a stock, for I found no sufficient remainder, much less a stock, just as shortly before the late Governor Seidelman, sick and weak in his chair, had suffered terrors when the news was brought to him that the rice was exhausted, at a time when, moreover, difficulty was expected in the arrival of the ships, and the inhabitants were already seen in agitation or others were preparing to depart; and fortunately, in both of the last years, all the ships arrived safely with the requested cargo. Meanwhile, upon the request of Your High Nobilities, I send along with this: An extract from the census of the year 1779, according to which, as far as can be traced, the rice was supplied under the administration of the late Honorable Mr. Pelters. An Paragraph 4: The rice being sold increased by ten rixdollars per last. The servants cannot do without the allotment, and the citizens have come. extract of the year 1784 from the administration of the late Mr. Seidelman. An extract of the year 1786 from my beginning, and the required list of 1788, according to which the distribution is made today, with such increases and decreases for the enjoyment against payment as it gradually becomes known that the households demand and must suffer. On behalf of which last, with the advantage from the necessary employment of the ships for the return voyage, after the authorization given to me by Your High Nobilities, the rice has been increased by ten rixdollars, thus from twenty to thirty rixdollars per last, in such a way as this advantage will sufficiently weigh against the gratis distribution to the park-keepers; while I, furthermore, in accordance with the permission of Your High Nobilities, shall be mindful thereof, if such a suitable opportunity as in the previous year by the private sloop Welte Vreden shall again be at hand, to send over the spices of the second harvest with it in a secure manner, so as not to detain a ship long needlessly and expensively; and I shall also continually seek, if it were possible, Paragraph 5: have also come forward with a request thereto. to come closer to the desire in this matter. But I find myself bound to state that the poor servant, in a place of such an appearance as this has always 31. Hope that the park Bejauw may further be of a better appearance. Citation of how the clearing of the administrations was conducted conscientiously. been, can just as little do without the great favor from the enjoyment of rice against payment as the park-keeper, who moreover enjoys it gratis for the park slaves, because with private individuals the price is too high and especially the supply is too precarious, as one can count on few citizens with suitable vessels, and the servants are likewise unable to maintain the same, or finding no benefit therein, make no application for this. Moreover, the citizenry of Neira and Lonthoir have more than once come forward to me with the plea to also have a little rice allotted, and finally to be allowed to address themselves to Your High Nobilities for that purpose; which I could not but decline, unless Your High Nobilities' goodness should be pleased to determine some assistance for them as well. For the pleasure that I have been able to bring in the care against the burdens of the spice park Bejauw, Paragraph 7: how the same has advanced, and in the settlement of the arrears and the clearing of the respective administrations, I am humbly grateful to Your High Nobilities, and hope that the former, in time, when the young spice trees shall yield more noteworthy fruit, may be of a better appearance; and upon the expectation of the latter, I testify to have acted in no other way than prudently and [illegible]
Dutch transcription
§3: andwoorden vertoning ten opzigte van de hier verkogt, en gratis verstrekt wordende Rijst. des voorlede Jaars; waar bij zig in de eerste plaats opdoet, een van mij te verwagte zorge, dat met de importante hoeveel„ „heid en voorraad van Rijst welke ten behoeve voornamentlijk van de Hame Perkeniers gezonden word, na de gedane verzekering, niet rukeloos zal te werk gegaan, en dat van dit middel van ondersteuning, het geen de Comp: met zo veel lasten beswaar nu zo veele Iaren lang ten faveure van die behoeftige menschen heeft ingevoerd, geen misbruik wor„ „de gemaakt, om van het welke zo veel doenelijk verzekert te zijn, uwe Hoog Edelens begeven een nauwkeurige Lijs„ „te van de Perkeniers, hun Huisgezin en het getal slaven, welke in de gezonden wordende Rijst participeeren: zo mede een Lijste van het geen aan 'scomp=s Dienaaren. daar van Verstrekt word, en zig voorts Vleim dat de Comp: eindelijk ten minsten Voor een gedeelte, van dien kostbaaren aanvoer van zo veel graan en het emploij daar toe van drie schepen, mag worden verligt, ten welken belange het mij vergunt zij uwe Hoog Edelens in eerbied te vertonen, dat ik in de zorge en deze noodzakelijke pligt, steeds getragt hebbe om ware het mogelijk mijne Verzekering met de daden te beves„ „tigen, en ook meer en meer het vertrouwen uwer Hoog Edelens te winnen, en tot een blijk hier Van, presentee„ „re ik Hoog Dezelve hier nevens, een korte Aantoning van de voor betaling, en Gratis verstrekte Rijst in den loop Van 29. met overzending der uittreksels en Lijste van dien van de laatste Tien Jaren, met kar kort vergelijk der twee laatste Jaren, van het vorig, tegens de twee Volgende Jaren van mijn Bestier, volgens het welke ik hebbe uitgewonnen; Een Hondert en dertigh Lasten Rijst ruim, door een bezuinig„ „de Verstreking en de Zorge dragende middelen die bij de geme„ „ne Advisen zijn beschreeven, in dewelke mij te Smertelijker heeft moeten treffens eene verdenking van morserije en monopolie die alhier zouden hebben plaats gehad en ongeluckig, dog bui„ „ten mijn schuld, moet nog mijne zorge onder een minder aangename Vertoning blijven, daar ik van onderen op, en uit niets, tot een voorraad worstelende werken moet, want ik het geen toerijkends Restant veel minder een voorraad gevonden zo als kort voor heen, wijlen den Heer Gouverneur Seidelman ziek en Swak in zijn stoel de angsten uitgestaan hadde, toen L hem de tijding gebragt wierd dat de rijst ten einde was, in een tijd dat men boven dien Swarigheit in de komst der Sche„ „pen, en den Jnwoonder reeds tot beweging zag, of anderen zig gereeds maakten om te Vertrecken, en geluckig weder zijn beide laatste Jaren alle de schepen met den Eijsch be„ „houden aangekomen. intusschen late ik op de begeerte uwer 2 Hoog Edelens, nevens deze afgaan Een uittreksel uit de Zielbeschrijving van A=o 1779: waer na zo verre men nagaan kan, de Rijst, onder het Be„ „stier van wijlen de Ed: Heer Pelters is Verstrekt. — ben een §4 de verkogt wordende Rijst met hien Rijxds het Last verhoogt. de Dienaren kunnen de toedee„ „ling niet ontbeven, en de Burgers gekomen. Een uitteeksel van A=o 1784 van het Besteer van wijlen de Heer Seidelman. Een uittreksel van A„o 1786: van mijn aanvang, en ben, zijnde gerequireerde Lijste van 1788: na dewelke heden de verstrecking word gedaan, met zodanige vermeer en Verminderinge tot het genot voor betaling als successife be„ „kend word, dat de huishoudens Vorderen en lijden moetens. ten behoeve van welke last /: bij het voordeel uit het nood„ „zakelijk em ploij der scheepen voor de terugreise :/ na de door uwe Hoog Edelens aan mij gegeve qualificatie, de Rijst met Tien Rijxd=s dus van Twintig, tot Der„ „tig Rijxd„s het Last is verhoogt hoedanig dit voordeel ge„ „noegzaam zal opweegen tegens de gratis verstreckig aan de Perkeniers- terwijl ik Verder na de vergunning uwer Hoog Edelens, om, indien 'er weder zulk een be„ „quame gelegentheid als in het Vorige Jaar per de par„ „ticuliere chaloup Welte Vreden, aan handen zal zijn de Specerijen van het nagewas daar mede dan op een Se„ „cure wijze over te zenden ten einde niet nadeloos en kostbaar een schip lang aan te houden: daar op bedagt zal wezen. en ook steeds zoeken om ware het mogelijk §: 5: het verlangen in dezen nader te komen. maar ik vin„ zijn ook met verzoek daar toe uijt „ de mij gehouden bij te brengen, dat den armen Die„ „naar, in een plaats van dat aanschouw als deze altoos is 31. hope dat het Perk Bejauw verder van een beter aanzien mag worden aanhaling hoe dat in de zuijvering der Administratien na gemoede is te werk gegaan. is geweest, even zo min de grote gunste uit het genot van Rrijst voor betaling kan ontbeven als den Perkenier, die Voor de Perk slaven boven dien gratis geniet, want bij Particuliere de prijs te hoog en voornamentlijk den aan„ „breng te wisselvallig is, daar men op weinige Burgers met bequame Vaartuijgen Cijferen kan, en de Dienaren tot het aanhouden van derselve mede onvermogende zijn, of daar in geen heil vindende, hier toe geen aanzoek doen. hoedanig boven dien de Burgerij van Neira, en Lonthoir meer dan eens bij mij zijn uitgekomen met de bede, om ook een weinig- Rijst toegedeelt te hebben, en ein„ „delyk om zig daar toe bij uwe Hoog Edelens te mogen addresseeren; het geen ik niet anders als van de hand hebbe r. kunnen wijzen, ten zij uwe Hoog Edelens goedheid ge „liefde ook voor deze, eenig onderstand te bepalen. Voor het genoegen dat ik hebbe mogen toebrengen in de zorge tegens de Lasten van het Specerij Perk Bejauw, § 7: hoedanig het zelve is te Voren geraekt. en in de Verevening der Agterstallen en het zuijveren der respective Admi„ „nistratien, ben ik uwe Hoog Edelens nedrig dan k„ „baar, en hope dat het eerste in der tijd als de Jonge Spece„ „rij Bomen meer naamwaardige vrugten zullen afle„ „veren; van een beter aan zien mag worden: en op de Verwagting van het laatste, betuige ik, niet anders als Voorzigtig en de zijn Se„ 56 ƒ
English
58 The gunpowder is safely stored in the repaired powder magazines, and the old regulation for the supply is preferred. to have proceeded cautiously and conscientiously: on the part of Governor Seidelman /:his [illegible] complained against all reason, as it was assumed that His Honour, according to his views, did not claim someone else's property in this manner; and on the part of the Administrators, grievances were lodged partly thoughtlessly, and for the rest out of poverty resulting from a wasteful lifestyle and negligence. The goods were absent, and the Company must be indemnified. Just as now, in order to remove deliberate pretexts for complaints, an item of 127,500 pieces of Adapen, for which the sergeant mandadoor Vossema was provisionally debited on account with 442:-:- Rixdollars pending further accounting, which has subsequently been demonstrated and acknowledged that he could not bear, must first be referred to Your High Honours for judgment or referral back here. All of which would not have occurred had the authorized representatives and heirs acted calmly and reasonably, and had listened to me. — The repair of both powder magazines in the Castles Nassauw and Belgica, which had been unfit, has also met with Your High Honours' special pleasure, and I am grateful for that. And as both these buildings, in which the powder is now stored and preserved in separate compartments, have by experience been found completely fit, although I would still like to cover the sloping masonry roofs with tiles 33. In the mortgages, vigilance and care shall be exercised. Hope for relief with military personnel, and how many are lacking from the quota. against cracking in the event of unexpected heavy earthquakes, which, occurring at night and being shortly thereafter followed by heavy rains, could damage the powder. Thus I might maintain that the supply of 80,000 pounds of powder determined in the Memorandum of Management is more suitable for the Province than the 60,000 pounds subsequently stated as sufficient, as the first-mentioned quantity is presently nearly at hand again. A consideration of this appears in passing among the Artillery papers transmitted under the general enclosures, and particularly in the consideration of the Artillery officers regarding the supply of Artillery goods, dated 21 July of this year. — It is also to my satisfaction to note the pleasure Your High Honours have been pleased to take regarding the successful arrangements for the prompt redress of the deficiencies in all the mortgages here, to the sum of 380,300: 27: 4 Rixdollars, and I shall, as expected, watch and guard against further carelessness and neglect. § 10: And since Your High Honours, following the citation and note that were received, regarding the almost universally equal shortage of people and the precarious situation, are pleased to give the strongest assurance that the Banda Garrison will, as far as possible, be supplemented with European soldiers, just as a relief of fifty of the same would have been received had not twenty-five of them /doubtless for weighty reasons and out of necessity/ been detained in Java! I shall merely show that I have encouraged the Sepoy Corps to the number of 29, and at the same time also the Europeans whose relief was due, to extend their stay; and 20 private soldiers of the Ambon Command have also been retained. Yet, despite all this, 253 soldiers are still completely lacking to meet the requirement to allow for relief, and to meet the quota, according to the indication of the List of available Servants compared against the quota inserted in the general Advices, which I hope will not present an unpleasant showing, as I take care as much as possible that the Servants of the most burdensome class, or those of the clerks, craftsmen, military non-commissioned officers, and others, do not exceed the quota, but rather remain below it. Servants of the most burdensome class shall not exceed [the quota]. The Artillery Lieutenant de Groot has arrived, and the fireworker Hal is being sent over. Answer to the observation on the appointment of a Lieutenant over the Chinese Nation. § 9: § 11: For the assignment of the extraordinary Artillery Lieutenant De Groot, who has arrived, and against whom the recalled extraordinary fireworker Ian Hal, who had become incapacitated through drink, is being sent over, I humbly thank Your High Honours. § 12: and I do so no less for the passing of the appointment of Lieutenant over the Chinese Nation! In response to the observation [illegible]
Dutch transcription
58 het Buskruijt is in de herstelde „de bepaling tot den voorraad word geprefereert. voorzigtig en na gemoede te werk gegaan te hebben: van de zijde van den Heer Gouverneur Seidelman /:Z: Crien als tegen alle reden geklaagd, daar men stelde dat zijn Ed: met zijn nagedagten is, op deze wijze geen andermans goed pretendeerde; en van die der Administrateurs wierd eens deel onbezonnen, en voor het overige in de armoede uit een ver„ „quistende levens wijze en nalatigheid herkomstig, gedoleert de goederen waren absent, en de Comp: moet schadeloos „gesteld worden. gelijk nu nog om de opzettelijke schijveden tot klagten te benemen, een Post van 127500: p„s Adapen waar voor den sergiant mandadoor Vossema met Rij xd„s 442:—:—: bij provisie tot nader verandwoording op rekening was belast, die nader aangetoont en er„ „kent is dat hij niet dragen konde eerst aan uwe Hoog Edelens ter b'oordeeling of te rug wijzing herwaards, moet worden overgewezen, het welk alles niet zoude hebben Voor„ „gekomen, hadden de gemagtigdens en Erfgenamen bedaard en met reden gehandelt, en na mij gehoord. — De herstelling van beide onbequaam geweest zijnde kruijthuijzen geborgen, en de ou„ kruithuisen in de Casteelen Nassauw en Belgica„ heeft mede Uwe Hoog Edelens bijzonder genoegen ge„ „trocken, en ik ben deswegen erkentelijk, en daar nu die bei„ de gebouwen in dewelke tans het kruit Verdeelt bewaard, en gepreserveert word, bij ondervinding Compleet bequaam be„ „vonden zijn, hoewel ik nog gaarne de docerend gemetzelde Daken 33. Jn de Beleningen zal gewaakt is en gezorgd worden hope op ontzet met Militairen, en hoeveel aan de bepaling ontbreken. Daken met Pannen beleggen wilde voor het Scheuren bij onverhoopte Sware Hardbevingen, die in de nagt voorvallende en kort daar op van Sware Regens ge„ „volgd wordende, het kruit zoude kunnen schaden: zo zoude ik mogen Sustineeren dat de bij Memorie van Menage bepaalde voor raad van 80'000 Ponden kruit, meer gescht voor de Provintie is, dan de nadere als toerijkend opgegeve 60'000 Ponden, gelijk heden de eerstgemelde quantiteit weder na bij aanhanden is, en van deze en passant een Consideratie voorkomt bij de Papieren van de Arthillerij die onder gemene Bijlagen overgaan, en wel bizonder bij de Consideratie der Arthillerij officieren over den voorraad van Arthillerij goederen, gedateert 21: Julij de„ „zes Iaars: — ook steekt mij tot Satisfactie, het genoegen dat uwe Hoog Edelens hebben gelieven te nemen wegens de welgeslaagde bestellinge tot spoedig redres der defecten in alle de Beleeningen alhier, tot de Somma van Rijxd=s 380300: 27: 4:, en ik zal na de verwagting waken en zorgen tegens Verdere Slordigheden en Verzuimenissen. § 10: En daar uwe Hoog Edelens na de aenhaling van en notitie welke ontfangen zijn, het alomme schier even groot volk gebrek, en der kom„ „merlijke gesteldheid, de sterkste Verzekering gelieven te geven Voor ica„ lde 3 § 9: Dienaren van de lastigste classe, die„ niet te boven kome den Arth: Liceut: de Groot is aangeko„ men, en den vuurwerker Hal word over„ „gezonden. andwoord op de aanmerking in de aanstelling van een Lieutenant over de Chinese Natie. „geven dat het Bandas Guarnizoen na mogelijkheid zal worden gesupleert met Eucropeese Militairen, gelijk ook een ontzet van Vijf„ „tig derzelve zoude ontfangen zijn, waren daar van niet Vijf en Twintig /zeker om wigtige reden en uit noodzakelijkheit:/ te Iava aanhouden! zo zal ik slegts Vertonen, dat ik het Corps Sipais tot 29: ingetal, en te gelijk ook de Europeesen die na hun Ver„ „lossing stonden weder tot verblijf g'animeert hebbe, en ook aan„ „gehouden zijn 20: gemeene Militairen van het Ambons Commando, dog dat met dit alles nog ten vollen aan de beno„ „digheid, om eens verlossing te kunnen toestaan, en aan de be„ „paling ontbreken 253: Militairen, na de aanduijding der Lijs„ mitsg: dat gezorgelword dat de „te van de aanwijzen zijnde Dienaren vergeleken tegens de be„ „paling, die in de gemeene Advisen is g'insereert, en na mij„ „ne hope geene onaangenaame vertoning afleveren zal, daar ik zo veel mogelijk zorge drage dat de Dienaren van de Lastigste classe of die van de Pennisten Ambagtslieden Militai„ „re onder officieren, en meer andere, niet boven de bepaling komen, maar eerder daar beneden blijven. 7b § 11: Voor de toeschicking van den Extra ord=r Arthillerij Lieute„ „nant De Groot, die aangekomen is, en waar tegen den ontboden door den drank onbequaam geworde extra ord=r Vuur„ werker Ian Hal word overgezonden, bedanke ik uwe Hoog Edelens oodmoedig. § 12: en doe dit niet minder, voor het passeeren van de aanstel„ van Lieutenant over de Chineese Natie ! op de aanmer„ „king en het moet Goevetn „woor
English
35. and an indication of how Your Excellencies' favor must constitute what is agreeable in the governance of Banda, and in what manner the Governor has been assailed and has defended himself, respectfully replying to the remark that this, as an unusual novelty, ought to have been proposed beforehand to Your Excellencies, that this shall serve me as a dutiful reminder, but that truly Banda's disorderly condition at that time demanded a special and immediate care and permitted no delay; just as this appointment was of great use, along with several other measures of joy, against many disorders; while also from that hour, by Heaven's blessing, the terrible arson ceased, of which reports were heard practically every night, and which for a long time had deprived the inhabitants of their peace and forced them to make their slaves keep watch even upon the roof, of which nothing more has now been heard for more than a year and a half. § 13: The displeasure of Your Excellencies presented to me regarding self-exaltation, in the expectation that matters shall be described with fitting modesty and discretion, I shall hold in dutiful regard, and the favorable remarks which my good performances may expect from Your Excellencies shall guide me toward every possible endeavor to produce them, as this must also constitute the particular pleasure in the governance of Banda, in which I first expended all my faculties, found peace, and had provided for possibilities so that, contrary to shortly before, little of note to the disadvantage of the administration was at hand, whereupon, in an evil manner, I was disturbed by the mischievous Junior Merchant Nicolaas Kloeck and his small Banda faction of that sort, whom he drew in and animated in his idleness, and who without reason, and possibly as a reward for doing good, willfully caused me the greatest bitterness at a time when I did not need to expect it. I have respectfully submitted my answer to his writing to Your Excellencies, and therefore initially refrained from correcting and curbing him according to how he has since conducted himself again, but his continual provocations and causing of obstructions in my duties have finally forced me to confront him with his vile character in the Council of Policy and to describe it, to the end that this might further come to the attention of Your Excellencies, wherefore the Council members without exception, having acknowledged what I brought forward on grounds of their own knowledge and subsequently having cast their sentiment into a resolution, judged that the willful provocations and peace-disturbing actions of this Kloeck go too far, and have brought about the necessity that he vacate the Province; in which meeting he was at the same time seriously enjoined to produce no further signs of improper conduct and 37. who also requests satisfaction regarding the relegated citizen Steenbergen, to which the documents pertain. and to cause no offence, so that one is not forced to proceed further and restrain him directly; the description appears, and this resolution was taken in the ordinary resolutions of July 31 and August 16 last, from which I humbly offer the extracts alongside this to Your Excellencies, on behalf of my plea in the aforementioned separate letter of June 10 of this year. § 14: And I also address myself humbly for such satisfaction for the administration and my person as Your Excellencies shall be pleased to grant in the case of the associate of this Kloeck, the relegated citizen Harianus Iohannes van Stienbergen, to which end I have not ceased to expose myself, and he was ordered before a judicial commission, upon proving what was written by him to Your Excellencies, to bring to light whatever further misdeeds he knew of, in the hope that, by showing in such manner what I have unnecessarily suffered through the malice that wished to remain uncurbed in order to continue the wickedness from within, I might find the best outcome for the future; he has admitted to having made a mistake, though having had no intention to injure the administration or me; he has nothing to complain of regarding me, knows of no misdeeds that have come under consideration, begs forgiveness, and declares his complaints to Your Excellencies only
Dutch transcription
35. en aanwijzing hoe hun Hoog Edelens gunst, het aangename in het Bandas Bestier Gouverneur aangerand is en zig verand„ woord heef „king dat zulks als een ongewone nieuwigheit alvorens aan uwe Hoog Edelens hadde behooren te worden voorgedragen eerbiedig antwoordende, dat my dit ter schuldige nadigt zal dienen, maar dat waarlijk Bandas ongeredderde in woning van die tijd, eene bizondere en dadelijke zorge vorderde en geen uitstel heeft toegelaten, hoedanig deze aanstelling van veel nut, en met meer andere bestellingen van vreugt is geweest tegen veele ongeregeldheden; terwijl ook als van dat uur door 'S Hemels Zeegen is opgehouden het Schrickelijk Brandstigten, waar van genoegzaam alle nagten wierde gehoord, en dat den Ingezetenen Sedert lange de rust be„ „nam en noodzakte zijn slaven tot op het Dak de wagt te doen houden, hoedanig daar van nu Sedert ruim een in een half Iaar niets meer is gehoord. § 13: De mij Voorgehoude weerzin uwer Hoog Edelens, in de z moetuitmaken, en op welke wijze den zelfs verheffing, in de verwagting dat de zaken met een gepaste Zedigheit en bescheidendheit zullen worden beschreven, zal ik in schuldige agting houden, en de aanmerkingen weeshee welke mijne goede Verrigtingen van uwe Hoog Edelens te wagten hebben, zullen mij tot alle mogelijke betragtin„ „ge omse Voort te brengen, opleiden, daar dit ook het bezonde„ „re aangename in het Bandas Bestier moet uitmaken, in het welke ik eerst alle mijne Vermogens besteed, de rust ge„ „vonden tai„ ling ik stel„ mer„ „vonden, en gezorg hadde voor moegelijkheeden zo dat 'er het te„ „gengestelde van kort voor heen, weinig bezonders ten nadeele uit de huishouding voor handen was, daar op, in een boze wijze ben ontrust door den ondeugende onderkoopman Nicolaas kloeck en zijne kleine Bandase partij van dat soort, die hij in zijn ledigheit heeft getrocken en g'animeert, en die mij zonder reden en mogelijk tot loon voor weldoen, moed„ „willig de grootste bitterheden hebben verwekt, in een tijd dat die „den die niet te gemoed behoefde te zien: ik hebbe mijn andwoord over op zijn schriftuur, aan uwe Hoog Edelens eerbiedig opge„ „draegen, en daarom voor eerst afgelaten hem te Corrigeeren en te beteugelen na mate hij sedert weder heeft gemnderiteert, maar zijne gedurige tergingen en bezorgen van belet in mijn be„ „zigheden hebben mij eindelijk genoodzaakt, hem in Vergade„ „ring van Politie zijn snood Caracter onder oge te brengen, en te beschrijven, ten einde zulks verder mogte komen onder„ het oog van uwe Hoog Edelens, waar toe de Raads„ „leeden zonder uitzondering, mijn voortgebragte in reden van wetenschap erkent en vervolgens als in een besluit gebragt hebben, hun gevoelen, dat de moedwillige tergingen en ruest ver„ „storende bedrijven van dezen kloeck te verre gaan, en de noodza„ „kelijkheid hebben daar gebragt dat hij de Provintie ruimt; in welke Vergadering hij teffens Serieus is gerecommandeert om geen meerder blijken van een ongeschikt gedragt voort te brengen en 37. die ook satisfactie verzoekt in den gerelegeer„ overgaan. en ergenisse te Verwecken, op dat men niet genoodzaakt wor„ „de verder te gaan en hem direct te beteugelen, de beschrijvin„ „ge komt voor, en dit Besluit is genomen bij de gemeene Resolutien van den 31: Iulij en 16: Augustus Jongstleeden, waar uit ik de Extracten bezijden deeses, uwe Hoog Edelens nedrig aanbiede, ten behoeve van mijne bede bij de aangehael„ „de apparte van den 10: Junij deeses Jaars. § 14: en ik addresseere mij ook oodmoedig, om zodanig Satis„ „den Burger Steenbergen, waar toe de stueken factie voor het Bestier en mijn Perzoon, als uwe Hoog Edelens zullen gelieven goed te Vinden te schenken in de confrater van dezen kloek den gerelegeerden Burger Hare„ anus Iohannes van Stienbergen, ten welken einde niet afgelaten hebbe mij zelve bloot te geven, en hij gorden„ „neert is voor een Justitieele Commissie, bij het bewijzen van het door hem geschrevene aan uwe Hoog Edelens, alles aan den dag te brengen wat hij meer Van ondaden wiste„ in hope dat ik zodanig tonen zullende wat ik onnoodzake„ „lijk geleden hebbe door de moedwil, die onbeteugeld hadde willen blijven om van binnen de boosheit voort te zetten, daar uit Voor het vervolg het beste vinden mogte; hij heeft bekent zig misgrepen dog geen intentie gehad te hebben het Bestier of mij te ledeeren, hij heeft niets over mij te klagen weet geen ondaden die in aanmerking zijn gekomen! verzoekt vergiffenis, en verklaart zijn klagten bij uwe Hoog Edelens Slegts
English
Section 15: Regarding the rebellious Prince Nuku of Tidore, the orders will serve for guidance, and the letters received from him are transmitted. having merely brought it in with the intention to be released from Banda; whereupon he was condemned by the Court of Justice to an apology, which he had already made in writing, and subsequently to a fine of two hundred silver ducatoons for the poor and the Marine School at Samarang. But I judged that the Court of Justice, which itself ought to have regarded him as a disturber of the peace, set too little value on the governance and character of a chief commander, wherefore he and his like would not fail to venture against the same again; and I did not accept this, as the general resolutions of 20 May show, but this Steenbergen was detained here, the documents were reclaimed from the Court of Justice, and these are respectfully offered to Your High Excellencies, whom I may no longer weary with this, and therefore need only show that the general resolutions of 26 March, 18 and 21 April, as well as the aforementioned 20 May, state the circumstances. Pursuant to the esteemed recommendation and orders of Your High Excellencies in § 13 regarding the rebellious Prince Nuku of Tidore, I shall conduct myself according to my bounden duty, and let the received extracts from Your High Excellencies' letters to the Governors of Amboina and Ternate serve for further elucidation; just as I have achieved this intention, for since that rebel Nuku has again sent me three letters, I have had them answered only orally and referred him to the aforementioned Governors, with the promise, however, that since he seemed to have a liking for Banda, I would also gladly use my influence on his behalf. And I cannot fail, since they were translated and ready, to offer these letters to Your High Excellencies alongside this for your perusal; but I doubt whether this Nuku will at first trust the game and cross over to Amboina. Section 16: The fetched sulfur earth from Damme is forwarded. The sulfur earth that I had fetched from the island of Damme and offered to Your High Excellencies as a sample having been found at the headquarters to be of the required quality, and a quantity of 20000 pounds having been demanded thereof by Your High Excellencies, I immediately attended to the matter, and obtained from there by the pachallang de Jonge Jan 12996 pounds, which are forwarded by the ship Hoolwerff. Section 17: Two orangkayas and a captain of this island were invited and appeared. I devote some special attention to this island, which is rather large but sparsely populated and poor; and having found it necessary to speak in person with the regents, especially as there is no memory except from many years ago and of only a single case where a village chief from there appeared at Banda, the orangkaya Cornelis Pietersz of the village Timor, and Johannes Zacharias of the village Solat, the latter with his captain Habel Jacobus, were invited by me and at the same time arrived upon their own request with the just-mentioned Company's vessel. Section 18: They are assisted with a few muskets and gunpowder for their villages, and their further requests are taken into consideration. They solemnly assured me that they did not know of a single genuine spice tree to be found in their forests or mountains, not even a bastard sort that yielded fruit of any scent or taste, but only wild nutmeg trees whose nut and mace are entirely devoid thereof, the same kind that is found in abundance on the western part of Ceram; but this shall not deter me from a further investigation. These village chiefs demonstrated that previously, when the Papuan raiders approached their shores with bows and arrows, they were able to fend them off, but that they were now less capable of doing so, as these raiders sometimes acted with flintlocks as well; making therefore, with the strongest show of affection and loyalty to the Company, a request for assistance. And since the character of those natives, as it were, commands one to be easy on this account, and an assistance with a few muskets and gunpowder, among other things, can be of considerable and inexpensive benefit for the support of a weak post, which presently as of old consists of one corporal and two common soldiers and cannot in itself be taken into account, there shall provisionally be allocated to these two village chiefs for their villages each four flintlocks and twelve dozen live cartridges, in order at the same time to convince these natives that the Company does not wish to abandon them to themselves or withhold the necessary support, and thus draw them all the more strongly to the Company; while the postholder can in the meantime keep some watch over it. Section 19: Furthermore, the urgent petition of these regents, that they might not stand under the residency at Kisser but directly under the main castle, as well as their requests regarding the supreme orangkayaship, have been taken into further consideration, as the general resolutions of the 16th of this month make mention. Section 20: Answer and remark on the subject of the free navigation of the Cerammers to Batavia and Java, submitted for consideration. And whereas Your High Excellencies, to the respectful undersigned in the general rescript of 14 December of the past year § 98, transmitting an extract of the home country's general dispatch of 12 December 1786 concerning the remarks made therein by the Gentlemen Majors under the subject of Ambon regarding the issuance of passes to the Ceramese vessels, and their navigation to Java and Batavia, were pleased to recommend observing this matter with redoubled care, as well as investigating whether in that regard an appropriate regulation
Dutch transcription
§ 15: ten aanzien van Tidors Prins Noekoe„ en de weder van hem ontfange Brieven gaan over. slegts ingebragt te hebben met intentie, om van Banda ont„ „slagen te raken. waar op hij door de Justitie is gecondemneert tot een Compliment dat hij reeds Schriftelijk gedaan hadde, en vervolgens in een Boete van Twee Hondert Silvere Ducatons voor den Armen en het Marine School te Sa„ „marang; dog ik oordeelde dat de Justitie, die zelve, hem als een rustverstoorder hadde moeten aanmerken, het Bestier en het Caracter van een Hoofd gebieder op te Weinig prijs stelde, waar voor hij en soortgelijke niet na laten zouden om het andermaal tegens het zelve te wagen, en en hebbe dit zoda„ „nig niet aangenomen gelijk de gemeene Resolutien van 20: May vertonen, maar dezen Steenbergen is hier aangehouden, de stucken zijn van de Iustitie te rug g'eischt, en die worden uwe Hoog Edelens eerbiedig aangeboden, wien ik niet langer hier van vervelen mag, en dus nog alleen Vertonen moet, dat de gemeene Resolutien Van den 26: Maart, 18: en 21: April mitsg„s voorschreeve 20: Maij, de omstandigheeden melden. Na de g'eerde recommandatie en bevelen uwer Hoog zullen de bevelen ter narigt strecken, Edelens bij I 13: ten aanzien van de Rebelligen Tidors Prins Hoekoe, zal ik mij na schuldige gehoudenis„ „se gedragen, en tot meerdere elucidatie laten strecken de ontfange Extracten uit Hoog Derzelver Brieven aan de Heeren Gouverneurs van Amboina en Ternaten; gelijk zodanig deze intentie bereikt hebbe, want dien Re„ „bel Noekoe mij weder hebbende laten toekomen Drie Brieven, hebbe ik deszelven niet als mondeling doen andwoorden. de „van „ 39. de afgehaalde swavel Aarde van Damme word overgezonden § 16: „van dit Eijland genodigd. en ver„ Capitain. — andwoorden en aan de gemelde Heren Gouverneurs overge„ wezen, met toezegging nogtans, dat daar hij een Lugt voor Banda scheen te hebben, ik ook weder voor hem wel iets ten goede wilde aanwenden, en ik kan niet manqueeren die Brieven daarse tog getranslateert en gereed waren, uwe Hoog Edelens ter speculatie nevens deeze aante bieden„ maar ik twijffele of dezen Noekoe voor eerst het spel wel vertrouwen, en te Amboina overkomen zal. De swavel Hadde die ik van het Eijland Damme heb„ „ben laten afhalen en uwe Hoog Edelens tot een mons „ster aangeboden ter Hoofdplaats van de vereischte deugd bevonden, en daar van door Hoog Dezelve g'eischt zijn de een quantiteit van 20000: - Ponden; zo hebbe ik deswegen ten Eersten bedagt geweest, en van daar per de Patjalling de Jonge Ian opgedaan 12996: Ponden die per het § 17: 't schip Hoolwerff worden overgezonden. ik bepale „schenen, twee orangkapen en een eenige bizondere attentie tot dit Eilandt, dat Vrij groot dog Swak bewoond en armoedig is, en zodanig noodza„ „kelijk gevonden hebbende om eens in persoon met de Regen„ „ten te spreken, te meer 'er geen geheugenis is als van lange Iaren en slegts van een enkeld geval, dat een Dorps„ „hoofd van daar te Banda is verschenen, zijn door mij genodigd en teffens op eigen aanzoek met het even gemelde Comp:s Vaartuig aangekomen, den drangkajen Cornelis Pietersz, van de Negorij Timor, en Johannes en. dezelve voor hunne Negorijen met een weinig geweeren en kruijt g'assis„ taal. met zijn Capitain Habel Iacobus, zij hebben mij ernstig betuigt niet te weten, dat on een enkelde Egte Specerij Boom in hunne Bosschen of gebergtens te vin„ „den is, zelfs geen bastaard. soort die de Vaugte van eenige reuk of Smaek afleverde, maar wel wilde Note Bomen wel„ „kers Noot en Foelij, daar van ten eenemaal is ontbloot, het selfde soort, dat op het Westelyke deel van Ceram in menigte gevonden word; dog dit zal mij niet te rug § 18 houden tot een nadere onderzoek deze Dorpshoofden betoog„ „den dat zij, voor heen, toen de Papoese Rovers hunne stranden naderden met Peilen Boog, dezelve konden afwijzen, maar dat thans daar toe minder in staat waren, nu deze Rovers somtijds ook met snaphaenen ageerden, doen„ der Ceram „de over zulks met de sterkste Vertoning van genegentheit en trouwe voor de Comp: Verzoek om bijstand; en daar den aard van dien landaard als het ware beveeld om deswegen gerust te zijn, en een adsistentie met weinig geweeren en kruijt, onder anderen van aanmerkelijk en onkostbaar nut kan wezen tot bijstand van een swacke Post, die al„ „daar tans als van ouds bestaat uit Een Corporaal en Twee gemeene Militairen en Voor zig zelfs in geen aanmerking mag komen, zullen bij provisie deze twee Dorpshoofden Johannes Zacharias van Negorij Solat, de laatste voor en gen 41. en hun verder verzoeken in bedenking genomen. § 20: andwoord en remarque op het stuk terammers na Batavia en Java. voor hunne Negorijen toegedeelt worden ieder. — Vier p„s Snaphanen en Twaalff Douzain Scherpe Pattronen, ten einde dezen Jnlander teffens te overtuigen dat de Comp: haar niet aan haar zelven wil overlaten of de nodige onderstand onthouden, en dezelve zodanig te sterker tot de Comp: te trecken; terwijl den Posthouder intusschen daar op eenig agt geven kan. § 19: zijnde voorts de instantie dezer Regenten, datse niet onder de Residentie te kisser maar direct onder het Hoofd Casteel mogten staan, mitsg„s hunne Verzoeken wegens het opper orangkaijsschap. in nader bedenking genomen, ge „lijk de gemene Resolutien van den 16: hujus hier van deze melding doen. En dewijl uwe Hoog Edelens den eerbiedigen Tee„ der in bedenking gegeve vrije vaard der„kenaar bij de gemeene Recriptie van den 14: December A„o p„ao § 98: onder overzending van een Extract Patria„ „sche Generale Missive van den 12: December 1786: be„ „treffende de daar bij door de Heeren Majores onder de Materie van Ambon gemaakte remarques omtrent de afgave Van Pascen aan de Ceramse Vaartuigen, en derzelver Vaart na Java en Batavia, gelieven te recommandeeren om dit stuk met een verdub„ „belde sorgvuldigheit gade te slaan, mitsgaders te onderzoeken of dien aangaande de niet een gepaste bepaling laats „
English
a regulation could be made for mutual benefit and security, may I be permitted, for the clarification and continuation of what was brought forward in my previous letter of 17 December of the past year section 23 concerning the illicit trade and rapacity of the natives, and the heavy shipping traffic of the Cerammers to Banda in the past year, cited by Your Excellencies in section 15 of the esteemed separate letter which I answer today, to respectfully advance with all submission, subject to wiser counsel, that I, refraining from judging to what extent this Ceram free navigation might counter the illicit trade to Balij, Bouton, and so forth, and consequently the smuggling trade in spices, as this might sometimes lie outside my purview and only within the scope of the Governor of Ambon, must maintain, with regard to the principal aspect of this Government which I have the honor to administer, that the Ceram nation, among whom I even include those who have remained loyal, possess the contrary qualities to restrict themselves to, or be content with, any specifically indicated fair and permitted paths; and since they possess malice in their nature to the highest degree, they lack only a more civilized knowledge and diligence, which they acquire through free navigation to Batavia and Java and unhindered intercourse with various nations, and thus imperceptibly strengthen themselves further in an extensive land, and finally, having less need of Ambon and Banda, could in return cause disasters, even if it were through the means of others; and that, moreover, I must foresee extreme misfortune for Banda from this, since at present the wholesale merchant must keep an eye on the retail merchant, and the latter in turn on the Cerammer who sails back and forth here daily, and because he must provide himself with necessities here, he also brings his indispensable provisions and trade goods, just as this year that navigation was exceptionally heavy, even more so than the past year; which necessary reciprocal trade Banda will then have to lose to and through the west, and with the Cerammers thus having less need of Banda, the merchant from here will also be less safe on their lands among them; but that, on the contrary, I consider the free and unconstrained navigation of the Cerammer to Ambon and Banda, where he can exchange his required goods and again provide himself with everything in freedom and under supervision at the same time, to be necessary and useful, and thus must believe that this nation should be compelled to limit itself to Ambon and Banda, to which end the annual cruising with suitable vessels, without interference from Banda, between the land of Floris and the Saleyer or Bouton from the month of September to January, around which time they currently pass back and forth there, might sometimes serve, and that if they are thus intercepted or obstructed once or repeatedly, this would instill more fear and possibly be of use. Section 21: Your Excellencies' remark concerning the precaution I employed to prevent the superfluous increase in the number of spice trees, and Your Excellencies' intention to merely keep in mind in good time the necessary foresight against superfluous crops, so that in the future, if necessity requires it, a suitable use may be made thereof, I shall observe for dutiful information. And whereas the Gentlemen Masters in section 55 of Their Highest respected General Missive dated 12 December 1786 have been pleased to raise some objections regarding the manner of planting and maintaining the nutmeg trees, as proposed by my predecessor, the late Governor Deidelman, and I am ordered by an extract from the minutes of the resolution taken in the Council of the Indies on 24 August of the past year to provide Your Excellencies with further information in that regard, I have therefore reconsidered this matter in the country and have also conferred separately with the joint perkeniers of Neira and the High Land, and now take the liberty, in compliance with that desire, first respectfully to point out that the proposal of
Dutch transcription
bepaling zoude kunnen gemaakt worden tot onderlinge best en zekerheid zo zij het mij vergund, ter opheldering en Vervolge teffens van het Voortgebragte bij mijne Vorige van den 17: December des gepasseerden Jaars § 23: wegens de Sluik„ „handel en Roofzugt der Jnlanders, en Sterke Vaart der Cerammers in het Voorleede Jaar op Banda /: door uwe Hoog Edelens aangehaald bij § 15: van de g'eerde aparte die ik heden b'andwoorde :/ daar op met alle onderwerping nog tom aan wijzer gevoelen eerbiedig te avanceeren, dat ik, aflaten„ „de te oordeelen in hoe verre deze Ceramse Vrije Vaart, de ongeoorloofde naar Balij Bouton en Z: en vervolgens den Sluik„ „handel in specerijen, zoude kunnen tegen gaan, daar dit somtijds buiten mijn en alleen een bestek van den Heer Am„ „bons Gouverneur zoude kunnen zijn, dus in het principa„ „le opzigt van dit Gouvernement dat ik de eere hebbe te Be„ „stieren, moet. Sustineeren, dat de Ceramse Natie waar onder ik zelfs den trouw geblevene begrijpe, de tegenstelde hoe„ „danigheden heeft om zig aan eenige bepaaldelijk aange„ „weze billijke en gepermitteerde wegen te houden of zig daar mede te vergenoegen, en dezelve de ondeugendheid in den aard tot den hoogsten graad bezittende, slegts een meer beschaaf„ „de kennis en naarstigheid ontbreek, diese in de Vaije vaart na Batavia en Iava en een onverhinderde Verkering met onderscheide Natien bekomen, en zig zodanig verder op 43. op en uitgestrekt Land ongevoelig versterken, en eindelijk Am„ „bon en Banda minder nodig hebbende, in recompens, on„ „heilen bezorgen kunnen, al was het ook door middel van andere, en dat ik buiten des hier uit, Banda uitterste onheil moet voorzien, daar tans den Handelaar in het gros, het oog moet hebben op den Smallen Handelaar, en deze weder op den Cerammer die hier dagelijks af en aan„ „vaart, en om dat zig alhier van noodwendigheden voorzien moet, ook zijne niet te ontbere Levens middelen en Ne„ „gotie waren aanbrengd, gelijk dit Jaar die vaart boven het „ gepasseerde, en weder buiten gemeen sterk is geweest; welke noodzakelijke handel over en weder, Banda dan voor en door de west zal moeten missen, en de Cerammers Zoda„ „nig Banda minder nodig hebbende, den Hande„ „laar van hier, op hun Lands onder dezelve ook minder Vei„ „lig zal zijn! maar dat ik daar en tegen de vrije en ongegeneer: „de vaart van den Cerammer op Ambon en Banda, alwaar zijn benodigde Negotie omzetten en zig we„ „der in Vrijheid onder toezigt teffens, van alles kan voor„„ „zien, voor nodig en nuttig houden, en dus vermeenen moet„ dat die Natie gedrongen diend te worden om zig tot Am„ „bon en Banda te bapalen, waar toe somtijds de Jaar„ „lijkse ƒ Hun Hoog Edelens intentie tot een geheugenis §22: Jnformatie, op de bedenkingen der Heren Majores over de manier van het aanplan„ „lijkde Bekruissing met geschikte Vaartuijgen buijten bemoe„ „fenisse van Banda tusschen het Land van Floris en de sa„ „leier of Bouton, van de maand September tot Januarij, om welke tijd zij heen en te rug, voor als nog aldaar passeeren en dat wanneer zij zodanig een en meermalen, agterhaald of gehindert wordende, zulks meer Vreese in boezemen en mogelijk van nut zoude kunnen zijn. § 21: De remarcque uwer Hoog Edelens, op mijne gebruikte op overbodige gewassen, blift ter narigt precautie ter voorkoming van het overbodig accressement van het getal der Specerij Bomen, en Hoog Derzelver intentie om alleen in tijds het nodig vooruitzien tegens overbodige ge„ „wassen in geheugen te houden, ten einde in het vervolg de wood„ „zakelijkheid zulks Vorderende, daar van een geschikt gebruik te maken! zal ik ter schuldige narigt houden. — En daar de Heeren Meesteren bij §55: van Hoogst Derzelver gerespecteerde Generale Missive de dato 12: De„ „ten en onderhouden der Note Bomem„cember 1786: eenige bedenkingen hebben gelieven te maken over de manier van het Aanplanten en onderhouden der Note Bomen, zo als de zelve door mijn Predecesseur wij„ „len den Heer Gouverneur Deidelman is Voorgeslagen, en mij bij Extract uit de Notulen van het geresolveerde in Rade van Indien op den 24: Augustus des gepasseerden Jaars word gelast, uwe Hoog Edelens daar omtrent nadere in„ formatie te Suppiditeeren. Zo ben ik deswegen in de Landen weder bedagt, en ook afzonderlijk in conferentie geweest met de gezamentlijke Perkeniers van Neira, en het Hoge Land, en neme tans de Vrijheid ter voldoening aan het begeeren eerst eerbiedig aantewijzen, dat het voortgebragte van
English
45. of the plantation in the Banda advices of 25 July 1787, sections 38 and 39, is further judged to be well-founded, and that I may refer to it, as I respectfully do hereby to avoid duplication and an overly tedious account. Furthermore, no one remembers, even by tradition, any other particular plantings than that in former days the nut fallen from the tree (which yields the best trees) planted itself; that the ripe nuts from the tree were taken out of the burst-open husk by forest pigeons or so-called nutcrackers to feed on the mace, scattered everywhere in the forest and as it were planted; that now and then the saplings that emerged too densely and as if on top of one another were removed and transplanted into the emptiest and most suitable spots, and that this for the most part constituted the plantation. It cannot be disputed that the saplings that grow too close together and as if intertwined produce tall, slender trees with weak branches and sometimes also yield a smaller nut, as evidence of this is still seen in the forests, whether through inability or through negligence; and that the wild forests must not hinder the trees, nor the shelter-trees obstruct them, but this and more is what the care of the plantation must consist of, and is understood as such by me and the park-keepers. The hurricane has, at least on Neira and the high ground, swept away practically everything; the plantation is now more new than ever; everyone is doing their best and adhering to local knowledge and experience, with which the young trees, where it is most suitable, are transplanted freely yet at a required distance and observed. One must doubt whether, beyond the care expended since the hurricane, many discoveries will remain, just as the fruits thereof must be hoped for with Heaven's blessing, and the plantation can appear better than that of former days, which would also have made a more advantageous showing had not the excessive heat and drought in 1783 been extremely detrimental to it, like a second hurricane of 1778, which again destroyed the best young trees. Meanwhile, with regard to the harvest, according to reports in former days, the same number of trees that had given a sufficient quantity of fruit the year before delivered remarkably little the following year or at times, and the hurricane swept away both the seemingly best and the unsuitably planted trees, reducing the harvest to a meager appearance and keeping it so until today, as the young trees yield little fruit in the beginning, and a large number of them cannot make up for the loss of a single old one that must perish and die off. Citations concerning the old tree taken as an example, which yields a particularly large amount of fruit, were made alongside section 54 of the aforementioned extract of the Patriotic Letter of 12 December 1786, and herewith I hope to have satisfied this matter to some extent. 47. Banda's improved condition has and requires a favorable description. Section 24: The 7000 Rixdollars for suspended interest will be saved this year. Section 23: While for the rest I testify hereto that Banda's improved condition required my favorable description, as Heaven had graciously held back Nature with its disasters, and I wished to indicate that I did not see myself compelled for the time being to come forward with any further considerable burdens on behalf of the park-keeper, just as the country rejoices to this day with that same blessing. Since Your High Nobilities, in the highly esteemed Secret letter of 14 December last to me and the Council, while rejecting what was proposed, are still anxiously awaiting from the respectful subscriber the devising of another or rather such a suitable means whereby the Company might be relieved and freed, if not entirely, at least for a part of the annual burdensome provision of 7000 Rixdollars instead of the suspended interest on the loaned capital of the boards on the spice lands, I have, according to my duty, given further thought to discovering or approaching the desired outcome in this matter, if possible. I have discovered and arranged matters with the Orphan Chamber and the Diaconate in such a way that for the coming year the provision can be dispensed with, and in this manner these 7000 Rixdollars can be saved.
Dutch transcription
45. van de Plantagie bij de Bandase Advisen van den 25: Iulij 1787: '§ 38: en 39:, nader, g'oordeelt is op grond te rusten, en dat mij daar aan magen moet gedragen gelijk ik ter vermijding van dubbel en te wijdlopig recit re„ „verentelijk doe bij dezen: vervolgens dat niemand, zelfs niet bij overlevering, van eenige andere bizondere aanplan„ „tingen geheugd, als dat in Vroeger dagen de Noot van de Boom gevallen /:die de beste Bomen geeft:/ zig zelfs heeft geplant: dat door de Bosch=duijven of zogenaamde Note= „krakers de rijpe Noten van de Boom uit de open gebarsten bolster gehaald om zig met de Foelij te verzadigen; allerwegen in het Bosch Versprijd en als geplant zijn ! dat nu en dan de Telgen die te digt en als op elkander te voorschijn qua„ „men, uitgenomen en op de meest ledige en geschikte plecken verpoot zijn, en dat dit voor het meerendeel de Planta„ „gie heeft uitgemaakt, het is niet te bedisputeeren dat de Telgen die te digte aan en als door elkander opgroejen, lange Schrale en met swacke tacken Voorziene Bomenen en ook somtijds een kleinder Noot afgeven gelijk daar van nog, het zij door onvermogen, of doornalatigheid, de bewijzen in de Bosschen gezien worden! en dat de wilde Bossen, de Bo„ „men niet moeten hinderen, nog de Schut bomen dezelve belemmeren, maar dit en meer, is het gene dat de zorge voor de Plantagie moet uitmaken, en daar in door mij en Perkeniers word begrepen; den orcaan heeft, ten minsten op Neira en het hoge Land, genoegzaam alles weg gerukt, de Plantagie is nu meer als ooit Nieuw, men doet zijn beste en bepaalt zig aan de plaatselijke kennis kennis en ondervinding, met dewelke de Jonge Bomen, daar het zig best schiket, ongegeneert dog op een Vereischte distan„ „tie verplant en gade geslagen worden, en men moet twijffelen of 'er boven de zorge die sedert den orcaan word besteed, wel veel uitvindingen zullen resteeren, gelijk daar van met als S Hemels Zegen de Vrugten moet worden gehoopt, en de Plantagie met de vrugt van een betere aanschouw kan worden als die van oude dagen, welke ook reeds een meer voordeelige Vertoning gemaakt zoude hebben, was de overmatige hitte en Droogte in 1783: dezelve niet als een twede orcaan van 17 7/8: tot het uitterste nadeelig geweest, die de beste Ionge Bomen weder Vernielt heeft. terwijl ten opzigte van den oogst, na de berigten, in zroeger dagen het zelve getal Bomen dat 's Jaars te voren een genoegza„ „me quantiteit Vrugt hadde gegeven, het Jaar daar dan of bij tijden, aanmerkelijk weinig heeft afgelevert, en den orcaan zo wel de Voor het oog best, als de ongeschikt geplan„ „te Bomen heeft weggerukt, en den oogst tot een geringe aanschouw gebragt en tot heeden gehouden, daar de Jon„ „ge Bomen in het begin weinig vrugten afleveren, en een groot getal der zelve, de schade van een enkelde oude, die uitgaan en versterven moet; niet herstellen kan„ zijnde van de oude en ten voorbeeld genome Boom die bizonder veel vrugten aflevert, de aanhalen gedaan neevens § 54: van het voormelde Extract Patriasche Missive Banda een de Rig zullen d„ 47. Bandas verbeterdetoestand heeft, en vordert een gunstige Beschrijving. — §. 24: de Rijxd„s 7000: voor stilstaande Renten zullen dit Jaar uijtgewonnen worden. Misive van den 12: December 1786 en hier mede ho„ „pe ik in dezen eenigsints te hebben Voldaan. § 23: terwijl voor het overige hier van betuige, dat Bandas Verbeterde toestand mijne gunstige Beschrijving heeft gevordert, daar den Hemel de Natuur met zijne ram„ „pen genadig hadde te rugge gehouden, en ik aanwijzen wilde dat mij niet genoodzaakt zag om voor eerst met eeni„ „ge Verdere aanmerkelijke lasten ten behoeve van den Perkenier voor te komen, gelijk het Land zig tot heden met dien zelfden Zegen verbleidt. — Door uwe Hoog Edelens bij veel g'eerde Secrete van den 14: December passato aan mij en den Raad, met afwijzing van het Voorgeslage, van den eerbiedi„ „gen teekenaar als nog met verlangen ingewagt wor„ „dende om een ander of wel zodanig gepast middel uit te denken, waar door de Comp: zo niet geheel, ten minsten voor een gedeelte van het Jaarlijkse lastigen fournissement van Rijxd„s 7000: -: instede der Stilstaan„ „de Renten van de beleende Capitalen der Collegien, op de specerij Landen, mogte worden ontheven en be„ „vrijd! Zo ben ik na gehoudenis nader bedagt geweest om„ ware het mogelijk in dezen het verlangen te vinden of na bij te komen, en hebbe zodanig bij de weeskamer en Diaconij ontdekt en het geschikt, dat voor het aan„ „staande Jaar het fournissement kan g'excuseerd, en in diervoegen deze Rijxd„s 7000: uitgewonnen kunnen worden
English
Report on how the requested demolition of the buildings mentioned in the text has proceeded. § 26: The Second 's Gravezande shall be charged with the commission to Aroe. and I shall see for the future what further can and may be ordered regarding this, while this time Your Right Noblenesses will not be troubled and no request will be made to obtain that amount. § 25: Furthermore, the gracious intention of Your Right Noblenesses has been carried out regarding the demolition requested by me of the improperly, obstructively, and dangerously situated four buildings in front of the gate of Castle Nassauw, along the Governor's residence, and the Spice House up to the Equipage wharf; the Political Council has fully confirmed what I presented to Your Right Noblenesses, and declared the demolition to be useful, necessary, and in the Company's interest; thus, first of all, three of these buildings were demolished, according to what was transacted by joint resolution of 18 April of this year, and I humbly thank Your Right Noblenesses for the granted consent, hoping at the same time that the further request which must be made in this regard with the advices will find a favorable hearing. Finally, Your Right Noblenesses gave me in consideration by postscript, meanwhile the necessary is ordered, for the interest in Aroe, whether it would not be useful and necessary that a capable and suitable Council member should accompany the force departing thither, in order to be all the more certain of a good success of this expedition; § 27: Indication of which offices here remain as vacant, and request that these may be filled. and since I indeed find it to be so, and the nature and circumstances of the matter seem to require it, all the sooner when one can look to a Council member of many years' presence, who has the privilege of being able to deal with the native and knowing him, and who at the same time has knowledge of affairs in this matter from the beginning to the present, such as here is no one other than the provisional Senior Merchant and Second Adrianus Anthonij 's Gravezande, whom I have then encouraged to that end, and if no great hindrances occur, will be charged with the commission; meanwhile I am dealing with the Governor of Ambon, Mr. Schilling, and will further look out for everything that must and may serve to a good outcome, and for the rest I refer myself humbly to the secret letter with the Council. With this, it remains for me to show Your Right Noblenesses in all reverence how, since the old Junior Merchant van de Walle has only been tasked with the observation of the Fiscaal's office in order not to pass over to a Bookkeeper, who would then also not yet be found for it, The conclusion. § 28: I must manage as if without a Fiscaal, also without a Secretary of Policy, and without a Pay Bookkeeper, since the Junior Merchant and Pay Bookkeeper Kloeck is of no significance in the service; wherefore I humbly request that it may please Your Right Noblenesses, in case the Fiscaal Bangeman should stay behind, in whose place I could nominate no one from here, to let a suitable officer of justice come hither, and in the event that the Secretary Brusz, who is still in Ambon, also does not appear or should be dismissed from this, that then for his many years of service in the capacity of Bookkeeper, having already been Resident of Wajer and Member of the Political Council, the Resident of the South-Western Islands Christiaan Charouw may be appointed to that or to another Junior Merchant's employment, and the Pay Transferer Jan Swart, who alone and with much zeal handles and looks after the pay books, may be appointed to that service. For the rest, Your Right Noblenesses' precious persons and the interests of the Company are heartily wished Heaven's bountiful blessing in all things, by him who, concluding, has the honor to call himself with the very greatest respect and high esteem, was signed: Right Noble, Rigorous, Highly Esteemed, Wide-Commanding Lord, and Well Noble, Highly Esteemed Lords, lower: Your Right Noblenesses' very humble and obedient servant, was signed: L. I. Haga, in the margin: Banda in Castle Nassauw, 30 August Anno 1788. Agrees: A. E. Haga Proceedings of the separate rescription of Their Right Noblenesses. Separate. To His Right Nobleness, The Right Noble, Rigorous, Highly Esteemed, Wide-Commanding Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, The Well Noble, Highly Esteemed Lords Councillors of the Dutch Indies. Right Noble, Rigorous, Highly Esteemed, Wide-Commanding Lord, and Well Noble, Highly Esteemed Lords. § 1. Concerning the contents of Your Right Noblenesses' very respected separate rescription of 14 December of the past year, we deliberated on the 24th of May following and took such resolutions as we deemed to be sufficient, for the compliance thereof, as well. No. 7.
Dutch transcription
berigt hoedanig de verzogte Afbrakke voor in den text vermelde Tobouwen, heeft gevolg gehad § 26: de secunde 'B Gravezande zal met de Commissie na Aroe worden belast, en worden; en ik zal voor het vervolg zien wat hier van ver„ „der bestellen kan en mag, terwijl nu ditmaal uwe Hoog Edelens niet lastig gevallen en geen verzoeke worden gedaen ter erlanging van dat bedragen. § 25: Wijders is de g'eede intentie uwer Hoog Edelens volvoer ten opzigte der door mij verzogte afbrake van de ongeschiket, belemmerd en gevaarlijk staande Vier Gebouwen voor de Poort van het Casteel Nassauw, langs des Gouverneur Woning, en het Specerij Huijs tot de Equipagie Wass;, den Raad van Politie heeft mijn bij gebragte aen uwe Hoog Edelens, ten vollen geconfirmeert, en de demolitie als nuttig noodzakelijk en voor 'sComp=s belang Verklaart, du zijn ten eerste Drie van deze Gebouwen afgebroken, na het verhandelde bij gemeene Resolutie van den 18: A„ „pril dezes Jaars, en ik danke uwe Hoog Edelens oodmoedig voor het verleende Consent, in hope teffens dat het Verder Verzoek het geen in dezen bij de Advisen moet worden gedaan, zal Verhoring vinden. — Eindelijk werd mij door uwe Hoog Edelens bij P: S:, inteussen words het nodige besteld. Voor het belang in Aroe, in Consideratie gegeven of het want niet nuttig en noodzakelijk zoude zijn dat een bequaam en geschikt Raadslid, met de na derwaarts te vertrec„ „ke magt mede ging; ten einde des te zekerder van een goed reusit aanwij mog 49. 49. § 27: aanwijzing welke Diensten, hier als va„ of het „ant blijven, en verzoek dat die vervuld. mogen worden. „reusit dezer Expeditie te kunnen weesen! en daar opneme ik det wezentlijk zodanig vinde, en den aard en toedragt der zake zulks scheint te vorderen, te eerder wanneer daar toe kan gezien worden op een Raadslid van een veel Jarige aanwezenitheid, die het voorregt heeft om met den Jnlander te kunnen omme gaan en denzelven te kennen, en die te gelijk in dezen als van den aanvang tot heden kennisse van zaken heeft, hoeda„ „nig hier niemand is als den p„l opperkoopman en Secun„ „de Adrianus Anthonij SGravezande, die ik dan daar toe g'animeert hebbe, en zo 'er geen veële hindernisse voorkomen, met de commissie zal worden betast ik handele intusschen met den Heer 2mbons Gouverneur Schilling, en zal verder na alles uitzien wat tot een goede uitslag dienen moet en mag, en gedrage mij voor het overige nedrig, aan de Secre„ „te Brief met den Raad:- Hier mede resteert mij, uwe Hoog Edelens nog in alle eerbied te Vertonen, hoe den ouden onderkoop„ „man van de Walle de waarneming van het Fis„ calaat slegts opgedragen zijnde om tot geen Boek„ „houder over te gaan, die dan ook daar toe nog niet te Vinden S: m trec„ het slot. § 28: Vinden zoude wezen, ik mij zodanig als zonder Fiscaal, ook„ zonder secretaris van Politie, en buiten een Soldij Boekhouden moet behelpen, daar den onderkoopman en Soldij Boekhouder kloeck in den dienst van geen aanmerking is; waaroon oodmoe„ „dig verzoeke dat het uwe Hoog Edelens mag behagen, om in„ „dien die Fiscaal Bangeman mogte agterblijven, in wiens stede ik van hier niemand zoude kunnen voordragen, een geschikt offi„ „cier der Iustitie herwaards te laten komen en bij aldien den Secretaris Brusz: welke nog te Ambon is, almede niet opdaag„ „de of hier van ontslagen wierde, dat dan om zijn veel jarige diensten in de qualiteit van Boekhouder, hoedanig reeds Resident van wajer en Lid van den Politicquen Raad is ge„ „weest, den Resident der Zuidwester Eilanden Christiaan Charouw daar toe of tot een andere onderkoopmans emplog„ en den Soldij overdrager Jan Swart die de Soldij Boeken alleen, en met veel iever behandelt en gade slaat, tot die dienst mag worden aangesteld.— H6. Voor het overige worden uwe Hoog Edelens dierbare Personen en Belangens van de Maatschappij, van herten toege„ „beden des Hemels milden Zegen in alles, door hem, die eindigende, de éére heeft zig met de allermeeste eerbied en hoog agtings te noemen /:onderstond:/ Hoog Edele, Gestrenge, Groot Agtbare, Wijdgebie„ „dende Heere, en Wel Edele Groot Agtbare Heeren / /:lager:/ uwe Hoog Edelens zeer onderdanigen en gehoorzamen Dienaar /:was getekend :/ L: I: Haga, /:in margine:/ Banda in het Casteel Nassauw den 30:e Augustus A=o 1788:—: Accordeert A:E: Haga E: C Besoig „tie Bu 811 Beboigne ven de apate Rekcerip „tie Hunner Hoog Edelens. Appart Aan zijne Hoog Edelheidt Den Hoog Edelen, Gestrengen, Groot Agtbaren Wijdgebiedende Heere M: Willem Arnold Atting Gouverneur Generaal. De WelEdele, Groot Agtbare Heeren Raden Van Nederlands Indie. Hoog Edele, Gestrenge, Groot Agtbare Wyjdgbiedende Heere en Wel Edele Groot Agtbare Heeren. §1. Over den inhoud uwer Hoog Edelens zeer gerespecteerde aparte Rescriptie van den 14. December A=o pass=o hebben wij op den 24. Maij daar aan volgende gebesoigneert en zodanige besluiten genomen, als wij vermeenden voldoende te zijn, ter Benevens opvolging ook. houden der moe¬ dienst bare ager:/ 44 1 N:o 7:
English
in compliance with Your High Noblenesses' venerable orders laid down therein, which we now, together with the further arrangements, have the honor dutifully to bring to the attention of Your High Noblenesses. Paragraph 2. With regard to the cruises against the Mandarese, Wadjoese, and Sumbawarese, who appear annually in the regions of Aroe and Tenember or here in the East, we shall remain mindful that all circumspection is exercised in that regard, as well as concerning the annual visitation of the 53 islands lying in those parts. The vessels with which the islands of Keij and Aroo were visited this year did not encounter any rovers there, although five Butonese paduakang did indeed allow themselves to be found in that region, according to what was recorded in the Resolution of the 20th of this month, namely at the islands of Tenember, to fish for tripang, but which were nevertheless attacked and partly murdered by the Tenemberese, and who have asked the First Signatory to write to Your High Noblenesses to the end that the Macassars and those belonging to them might be forbidden to come to that region to steal tripang and ruin their reef, to the detriment of the Banda inhabitants. Having sent to His Honor as a gift, in token of goodwill, a spared child of the said rovers. Paragraph 4. The recommended reduction of expenditure, and the efforts to be made to reduce the soaring charges, continue to be a subject of attention for us, although we must testify to Your High Noblenesses that the expenditure for the present can bear little significant reduction, as one is already barely managing in a remote and seemingly abandoned place, where the Company must find relief within itself, for the servants remain below the quota; nothing of the artillery and weaponry is superfluous on hand, according to the considerations passing among the public papers; the costly gun carriages are managed as much as possible, and in their stead cheap and durable wall-carriages and ramparts are prepared; the vessels are of a smaller charter than stipulated by the Memorandum of Management; the remnants are kept moderate according to possibility; the price of rice, which was sold to the park-owners and Company servants for 20 rix-dollars the last, has been increased by 10 rix-dollars or up to thirty rix-dollars the last, which will be a fairly advantageous item; the house rent for the ensign and forester has been withdrawn, and a bookkeeper's post, or that of shopkeeper, in which there is little of consequence to perform, has been joined to another post. Paragraph 5. For the favorable approval of the reinforcement of the Namagora promontory, noted as a necessary precaution, we give our most humble thanks, and we can respectfully assure Your High Noblenesses that the late Right Honorable Governor Pelters could by no means be indifferent regarding the unfavorable talk of the Keijese, but was immediately mindful of it according to the demands of the times, first stationing a pantjalling on watch, and furthermore having the Namagora plain and the beach on both sides completely cleared of all heavy trees and underbrush, as it remains clear thereof to this day; and subsequently cannon were placed there. Paragraph 6. Regarding the capture of the post at Aroe by the Oedjirese, and the further detailed reports requested of us concerning the true state of affairs of this vexing matter, with the necessary elucidation of what the First Signatory means by the statement that those of Oedjier accomplished this feat with the help of some Gorammers before His Honor's arrangements could take effect there, we respectfully submit that, the transaction with the Aruese this year having had no effect, we can make no further extensive representations in this regard than to acknowledge, on the one hand, the exercise of revenge, and on the other hand, the ancient malicious nature of the Mohammedans of Oedjeer, who consort with their co-religionists, the equally subjugating Serammer and Gorammer, and are naturally inclined to the opposite of what is proper, having thus sought their own advantage and wished to instill fear of their nation in the Alfoor or standard of Aroe, from whom the trade derives, where those Alfoors hold most with the Company and ours, and have thus far shown themselves as such; while the First Signatory, when the former commissioner Herselman had relieved the post-holder of Aroe and left the post under a corporal, sent, at the first opportunity after His Honor's arrival in the province, a sergeant known and suitable there as post-holder, with emphatic orders to treat the native well and attract him to the Company; to assure the Oedjirese separately that care would be taken that no mistreatment should befall them, and, in proof thereof, their request would also be fulfilled, and provisionally no commissioner, as was customary, would come to them, provided they fulfilled their good promises, and that the
Dutch transcription
op de bekruissingen als in den text blijft men bedagt. de Vaartuijgen hebben geene swervers ontmoet. de Tenembereesen hebben eenige vermoord: de Lasten kunnen geene aan„ op volging van Hoog derzelver daar bij ter neder gestelde gevenereer„ „de bevelen, en die wij tans; nevens de Verdere bestellingen, de eer hebben, pligtschuldig te brengen onder het oog van uwe Hoog Ede„ lens. §2. Met op zigt tot de bekruissingens op de Mandareesen, wadjoereesen an Sumbawareesen, welke Iaarlyks in de Contrijen van Aroe, en Tenember oper hier om de Oost verschijnen, zullen wy daar op bedagt blijven, dat daar omtrent alle omzigtigheid worde Gebruikt, zo wel als nopens de Iaarlijksche visitatie der daar om streeks leggende 53. Eilanden. De Vaartuigen, waar mede men dit Iaar de Eilan„ „den van Keij en Aroo heeft bezogt, hebben aldaar geene Swerwers ontmoet, of schoon zig wezentlijk in die Contrije, volgens het Geno„ „teerde bij Resolutie van den 20. deezer, Vijff Boetonsche Padua„ „kangs hebben laten vinden, en wel aan de Eilanden van Tenem„ „ber, om Taripangs te Vissen, dog die nogtans door de Tenem„ „bereesen overvallen en Gedeeltelijk vermoord zijn, en dewelke den Eersten Tekenaar hebben laten verzoeken om aanschrijving aan uwe Hoog Edelens, ten einde de Macassaren en die daar aangehoren., verboden mogte worden in die Contaije te komen, om Saripangs te roven en hun Rif te bederven, tot nadeel van de Bandasche en een kind tot present gezonden Ingezetenen. Hebbende dezelve tot een teken van welmeenend„ „heid aan zijn E: tot een present gezonden Een in het leeven gespaard kind van de gemelde Swervers §4: De aanbevolene reductie van den omme slag, en aantewendene „merkelijke adductie meer veelen pogingen ter Vermindering der hoog klimmende Lasten, blijven voor ons steeds een onderwerp van attentie, of schoon wij uwe Hoog Ede„ „lens moeten betuigen, dat den ommeslag voor het presente wei„ Nam dankbet wegen 53 dankbetuiging voor de approbatie Namagora: „rig aanmerkelijke reductie meer veelen kan, daar men zig reeds nauw behelpt in een afgeleegen en als aan zig zelfs overgelaten plaats, alwaar de Comp: de redding uit zig zelven vinden moet, want de Dienaeren blijven beneeden de bepaling; van de Arthillerij en Wapen goederen is niets overtollig aan handen, naar de onder de gemeene Papieren overgaande Consideratien; de kostbaare„ Affuijten worden zo veel mogelijk gemenageerd, en in stede van dezelve wor„ „den goedkoops en duurzame wal=affuijten en Rampaarden aan„ „gemaakt; de Vaartuigen zijn van een minder Charter als de Memo„ „rie van Menagie bepaald; de Restanten worden naar mogelijkheid matig gehouden; de prijs van de Rijst, die aan de Perkeniers en Comp=s Dienaren voor 20. rd:s het last is verkogt geworden, is met 10. rd:s of tot Dertig Rijksd: het last verhoogd, het geen een post van tamelijk voordeel zal zijn; de Huishuur voor den Vaandrig en Boswagter is ingetrokken, en een Boekhouders dienst, of die van Winkelier, waar bij weinig bijzonders te verrigten valt, is aan een ander dienst gevoegt. §5. Voor de Gunstige approbatie der als een nodige voorzorge aangemerk„ wegens de versterking van „ te versterking van de uithoek Namagora bedanken wij ootmoedigst, en wij kunnen uwe Hoog Edelens eerbiedig verzekeren, dat wijlen den WelEdelen Gestrengen Heer Gouverneur Pelters Omtrent de nadeelige discoursen der Keijneesen geenzints overschillig heeft kun„ „nen zijn, maar deswegen al aanstonds naar Vereisch van tijden is bedagt geweest, eerst een Pantjalling op Brandwagt gelegt en wijders de Vlakte Namagora en het strand ter wederzijden van al het swaar geboomte en kreupel bosch ten eenemaal heeft doen zuiveren, Gelijk dezelve daar van tot heden zuiver is; en na„ „derhand aldaar Canon is Geplaatst. Aangaande „ nader berigt wegens 't aflopen „djireesen. §6. Aangaande het aflopen van de Post te Aroe door de Gedjireesen, der Post te Aroe door de oe„ en die van Ons verlangde nadere omstandige berigten, wegens de waare toedragt deezer fackeuse zaak, met de nodige elucidatie, wat den Eersten Tekenaar wil zeggen met het aangehaalde dat die van Oedjier dit stuk met behulp van eenige Gorammers hebben volvoerd, voor dat zijn E: bestellingen aldaar hebben kunnen werken, dienen wij in eerbied, dat dit Jaar de handeling met den aroenees van geen effect geweest zijnde, wij des wegen geen ander breeder vertogen kun„ „nen doen, als te erkennen aan de eene zijde de wraak-oeffening, en aan de andere kant den van Ouds Snaden aard der Mahumethanen van Oedjeer, die met hun Geloofs-genoten den eeven onderigenden ferammer en Gorammer heulen en in den aard geneegen zijn tot het tegengestelde van het betamelijke, zodanig eigen voordeel ge„ „zogt en den alphoer of Sandaard van Hroe, daar den Handel van komt, de vreeze voor hun Natie hebben willen inboezem daar die alphoeren het meeste met de Comp=e en de onze houden, en zig en als nog zodanig vertoond hebben; terwijl den Eersten Tekenaar, toen den Geweezen Commissiant Herselman den Posthouder van Aroe Geligt en de Post onder een Corporaal gelaten hadde, bij eerste gelegenheid, na zijn E: aankomst in de Provintie een aldaar bekent en geschikt sergeant tot Posthouder gezonden heeft, met nadruck„ „kelijk bevel, om den Jnlander wel te behandelen en tot de Comp: te trekken; de Oedjireesen afzonderlijk te verzekeren, dat 'er gezorgd zoude worden, dat hun Geen mishandelingen overkwamen, en, ten blijke van dien, ook aan hun verzoek, zoude worden voldaan, en bij provisie geen Commissiant, als naar gewoonte, tot hun zou„ „de komen, ingevalle zij hunne goede beloften nakwamen, en dat de Buu op de toeg 169
English
55. The Sepoys were retained, and Amboina assisted us. A convoy was assigned to the burgher merchant vessels. He was to encourage the regents, elders, or priests to come up to this main castle in order to receive assurances and tokens of goodwill, to present their interests, and to enter into such a more secure agreement, as well as to be instructed by His Honour personally as to what they ought to do against any adverse encounters they might suffer while performing their duty. That sergeant also arrived at Aru, but shortly thereafter, and before he could make any arrangements there, indeed before he had seen or spoken to the Ujir people or other prominent populations there, they carried out what seems to have been their long secretly planned enterprise against the Bandanese merchants and the post. Paragraph 7. We have encouraged the Sepoy Corps, which is quite willing and again indispensable, to remain, and we humbly express our gratitude both for the approval regarding their retention and, Paragraph 8. for the granted approbation regarding the assistance of 100 voluntary native soldiers requested from Amboina, which was kindly offered to us by the Honourable Lord Governor de Beck, consisting of: 1 Ensign 2 Sergeants 4 Corporals 1 Drummer 1 Piper and 60 Private Soldiers 59. Although the intention was to visit the islands of Aru and principally the rebel of Ujir with all the pantjalangs and the small craft that could be gathered together and manned, without chartering private vessels, which would turn out too costly, the state of the administration nevertheless required awaiting the arrival of the ships and thus also Your Excellencies' respected orders regarding this matter. This could also have taken place conveniently and without impediment if the ships had made their appearance quickly. But in the month of February only the ship Het Lam arrived, and with it such news was received that the remaining two ships might yet stay away for a considerable time. We therefore, considering that the trading season had arrived and some burghers had made repeated requests to be allowed to depart for Aru and conduct trade, although the undertaking could be postponed, as it necessarily had to be postponed, not only because we hoped to be provided with Your Excellencies' orders regarding this by the arrival of the remaining two ships, but also because several necessities for the pantjalangs and other vessels were lacking; the master of the equipment, Schietekatte, had arrived sick; one commander of the vessels had to watch the shipyard and the other had to remain at Pulau Ai to pilot the ships in, and thus only one commander remained; and moreover not even a qualified artilleryman was available to place upon the vessels; therefore, so as not to leave the burgher merchant vessels to themselves, a convoy was assigned to them consisting of the competent pantjalang Het Geduld and the private sloop Weltevreeden, well-armed and manned, as well as supplied with twenty soldiers from the Amboina detachment, 57. Adverse report of that expedition. and strictly and earnestly ordered, in the presence of the heads of the burgher merchant vessels, merely to protect and assist the burghers and facilitate trade; while with regard to the further arrangements and orders made in that respect, we respectfully refer to what was noted in the resolution of 11 February of this year. Paragraph 10. But far from the rebels of Ujir at Aru and their adherents having come to repentance and submission, or having made use of the gentlest means that had been left open to them, the contrary has nevertheless become evident. The reports and declarations received upon the return of the said convoy state that it, along with the burgher vessels, first called at the Kei Islands and found everything well there; subsequently arrived at Aru, where there first came on board to them the old Christian Orang Kaya of the village of Wammer, Coenraad Abraham Scipio, with two of his orangtuas, who had kept themselves hidden on the land among the Alfurs from the Ujir people, with the account that there were nineteen large and small junks from Ceram and Goram there, and that the Ujir people had chosen as their king the Tidorese named Manofsa, who passes himself off as Nuku's brother and has resided on Little Kei; that this old Orang Kaya showed his willingness and loyalty, and at his offer was sent to the peoples of the land or to the village of Sama in order to invite them and ascertain whether they were well-disposed, and to instruct them that they need have no fear of any mistreatment, but that they, on the contrary, being well-disposed to the Company
Dutch transcription
55. de Sipais zijn aangehouden en Ambon heeft ons geassisteert de Burger handel vaartuigen toegevoegd. hij de Regenten, oudstens of Priesters animeeren moeste, om aan dit Hoofd-Casteel op tekomen, ten einde de Verzekering en blijken te Ontfangen; hunne belangen intebrengen en in een zodanige meer zekere handeling te treeden, mitsgaders van zijn E: zelve on„ „verrigt te worden, wat hun, wanneer in de betragting van pligt, nadeelige ontmoetingen ontfingen, daar tegen te doen stond. Die Sergeant is ook te Aroe aangekomen, dog kort daar na, en voor dat hij daar eenige bestellingen heeft kunnen doen, Ja voor dat de Oedjereesen of andere voorname volkeren aldaar gezien of gesproken hadde, hebben zij het, na het schijnt, se„ „dert lange in het geheim voorgenomen bedrijft tegen de Banda„ „sche Handelaars en de Post volvoerd § 7. Wij hebben, het Corps Sipais, dat vrij gewillig: en weder niet te ontbeeren is, tot verblijf geanimeerd, en zeggen ootmoedig dank zo wel voor de goedkeuring omtrent deszelfs aanhouding, als, voor §8. de Geschonken approbatie wegens de uit Amboina verzogte as„ „sistentie van 100. vrijwillige Inlandsche Militairen, die ons door den welEdelen Gestrengen Heer Gouverneur de Beck gedienstelijk geboden is met 1. Vaandrig 2. Sergeants 4: Corporaals 1. Tamboer 1. Pijper en 60: Gemeene Militairen 59 Ops schoon de intentie geweest is, om de Eilanden van Aroe op de togt naar Aroe een Convooij en principaal den Rebel van Oedjier te bezoeken met alle de Pantjallings en het kleine Vaartuig, dat men bij den ander zoude zou„ dat zoude kunnen krijgen en bemannen, zonder het inhuuren van particuleere Vaartuijgens, het geen te kostbaar zoude uitkomen, heeft deen toe stand in de Huishouding egter gevorderd, daar toe de komst dee scheepen en dus tevens uwer Hoog Edelens Giearde order daar omtrent intewagten; het geen ook gevoegelijk en zonder hindernisse had kunnen plaats hebben, als de scheepen spoedig waren opgedragd; dog in de maand Februarij slegts het schip het Lam aangekomen en daar mede zodanig berigt ontfangen zijnde, dat de overige twee Scheepen mogelijk nog een Geruimen tijd zouden weg blijven, zo hebben wij, uit aanmerking, dat de handel tijd verscheenen was en eenige Bur„ „gers herhaalde verzoeken hadden gedaan, om naar Aroe te mogen vertrekken en den wandel te drijven, of schoon de onderneming zog zoude kunnen worden uijtgesteld, gelijk die noodzakelijk moest uitgesteld worden, niet alleen, om dat wij door de komste der over„ „ge twee scheepen met uwer Hoog Edelens beveelen dienaangaande hoop„ „ten voorzien te worden, maar ook; om dat 'er verscheide noodwendighee„ „den voor de Pantjallings en andere Vaartuigen manqueerden; den Equipagie Opzigter Schietekatte ziek was aangekomen; een gezag„ „voerder van de Vaartuigen de Werff moest gaade slaan en de andere op Poelo Hij verblijven, om de scheepen binnen te lootsen, en duser slegts een Gezaghebber overbleef, en bovendien niet eens een bekwaam Arthillerist aanhanden was, om op de Vaartuigen te plaatsen, mitsdien de Burger-Handel-vaartuigen, om ze niet aan zig zel„ „ven overtelaten, een Convoij toegevoegd van de bekwame Pantjalling het gedulden de Particuliere Chaloup Weltevreeden, wel gearmeert en bemand, mitsgaders verstrekt met Twintig Militairen van het nadeeli 57. nadeelig berigt van die togt. het Ambonsche Commande, en het zelve nadrukkelijk en ernstig Geordonneert, in presentie van de Hoofden der Burger Handel Vaartui„ „gen, om slegts de Burgers te beschermen, te assisteeren en den Handel te faciliteeren; terwijl wy ons nopens de verdere dien aan„ „gaande beraamde schikkingen en bestellingen in eerbied gedragen aan het Genoteerde ter Resolutie van den 11. februarij deezes Jaars. § 10. Dan wel verre dat de Rebellen van Oedjrer te Aroe met hun aanhang tot inkeer en submissie zijn gekomen of van de zagtste middelen, die voor hun open waren gelaten Gebruik te nemen, is egter het tegendeel Gebleeken, nadien de Ontfangene berigten en ver„ „klaringen bij terugkomste van het gem: Convoij behelzen, dat het zelve met de Burger vaartuigen eerst op de Eilanden van keij aangeweest en aldaar alles wel bevonden, vervolgens te Arve Gearriveert en aldaar bij hun eerst aan boord gekomen was den Oud Christen Orang„ „kaij van de Negorij wammer, Coenraad Abraham Scipio, met twee van zijne Orangtocas, die zig op het Land bij den Alphoer voor de Oedjirees verborgen gehouden, hadden, met het verhaal, dat aldaar Negentien zo groote als kleine Jonken van Ceram en Goram waren en dat de Oedjireesen den Tidorees, met name Manof„ „sa, die zig voor Noekoes Broeder uitgeeft en zijn verblijf op kleen keij heeft gehad, tot hun koning hadden verkoren; dat deeze oud Orangkaij zijne bereidwilligheid en trouwe betoond haden op zijn aanbod na de Volkeren van het Land of na de Negorij Sama gezonden was, ten einde dezelve te nodigen en te vernemen of zij wel gezind waren, en hun te onderrigten, dat zij geen Vreese behoef„ „den te hebben voor eenige mishandeling; maar zij integendeel sComp:s gezind
English
inclined, could come to be supplied, both from Company and citizen vessels, with whatever they needed; that the aforementioned former Orangkaij, having returned with the reply that the people would come themselves within two days, the following day, being 20 Maert, a fleet from Aroe consisting of eighteen vessels, after they had first burned the negorij of wammeer, was near the convoy and the citizen vessels and had hostilely attacked them, but was quickly repelled; that our men meanwhile had made every effort to draw the people of the small negorijen, as well as those of the interior, to the Company's side with presents, which were sent to them through the aforementioned Orangkaij, in such manner that this was not in vain, but the villagers of Jabelinga, Timor Iaffa, Zilbato bato, and Nassaan subsequently came aboard their vessels, promised all loyalty to the Company, and subsequently also traded with the citizens; that on 31 Maart, seeing an orembaij lying off the land of Wockum, which called out to the sergeant who was out fishing in the prauw, they immediately sent three armed orembaijs there to cruise along the land of Wammer and discover what this was about, and upon perceiving danger, to turn back, but having barely reached halfway, a fleet darted out from the river of Wockum, which made them turn back, except for the orembaij of the sloop Weltevreede, whose crew, except for four men, jumped overboard, having kept it going with gunfire, but were overwhelmed by superior force, while the fleet, having approached the convoy but having been fired upon, turned back toward the side of Wockum; action with the enemy. that two men from the captured orembay were picked up, who declared that they could also have escaped if the crew had not jumped overboard, as no one had yet been wounded; that the enemy fleet subsequently landed at Dobbo and fired heavily upon our men for three hours until it had to retreat again, after which our fleet crew saw on land at Dobbo many dug graves and much blood of the enemy; that meanwhile, while the people from the small negorijen were trading with the citizens, on 10 April a fleet of fifty-six vessels, consisting of a few Cerammers and mostly Gorammers, Maba, Weda, and Patanese, approached our men, surrounded their vessels, and subsequently attacked heavily, both with cannon and muskets and arrows, and that while they made every effort to repel them, the enemy nevertheless advanced as if mad toward the citizen vessels, and the current being too strong for our men to save them entirely, and the skippers having already abandoned their small vessels before it came to that and having gone aboard the convoy sloop Weltevreede, the vessels of the citizens Boode and Clement were plundered and burned; that subsequently, the enemy fleet having departed, they resolved also to depart, as in the end against such an enemy, who with everything, when it came to a defeat, could easily flee and could not be pursued by our men due to a lack of small vessels. In this last attack were lost and missing the two citizen vessels, one European and six native sailors, as well as drowned and missing one corporal and eight soldiers of the detachment; decision to take reprisals. and we have since received report from the Cerammer that at the same time by our convoy vessels a certain captain and priest of the rebel Noekoe, Iman Bolie of Mabba, was shot dead, though he had not been sent by Noekoe, but was said to have departed thither on his own with a vessel and people from Mabba; furthermore, that the mentioned kingship of Manoffa at Aroe was of little substance, and he was already about to depart from there again. Section 11: Concerning this unpleasant incident and the circumstances, all information was taken, yet nothing was discovered other than that everyone did their best and sought to do so, and since it has appeared to us with astonishment over a gathering of enemies from distant places, of which no one could have conceived any thought, that with the gentlest means and what at first glance was the safest way nothing was gained nor could the intention be achieved, and the rebels of Oedjier have made an earnest enterprise against them necessary, we shall, with the prudence recommended to us concerning the Gorammers, be mindful of this at the very first opportunity this autumn and take reprisals with a strong force, if it cannot be done otherwise, to restore affairs there if possible, since the native people of Aroo, the Alfoors, from whom the trade comes, hate these Oedjierese themselves and side with our men, and after the arrival of
Dutch transcription
gezind, konden komen, om voorzien te worden, zo uit Comp:s als Burger-vaartuigen met het geen zij nodig hadden; dat gem: oud Orangkaij te rug gekomen met het antwoord, dat het volk binnen twee dagen zelver komen zoude, sdaags daar aan, zijnde den 20. Maert, een Vloot van Aroe, uit agtien vaartuigen bestaande, na dat zij eerst de Negorij van wammeer verbrand hadden, bij het Convoij en de Burger Vaartuigen was, en dezelve vijandelijk geattacqueert had, dog spoedig afgeweezen was; dat de Onze intusschen alle moeite in 't werk gesteld hadden, om het volk van de kleine Negorijen, als ook die van het agterland, op de zijde van de Comp:e te trekken met ac presenten, die door middel van Gem: Orangkaij hun toegezonden wer„ „den, invoegen dit niet te vergeefs, maar de Dorpelingen van Jabe„ „linga, Timor Iaffa, Zilbato bato en Nassaan naderhand bij hun op de vaartuigen gekomen waren, alle trouwe aan de Comp=s belooften in 't vervolg ook met de Burgers Genegotieert hebben; dat zij den 31. Maart onder het Land van Wockum. en Orembaij ziende leggen, die den sergeant, welke met de Prauw uit visschen was; toeriep, ter stond daar op drie gewapende Orem„ „baijs 'er na toe hadden gezonden, om langs het Land van Wammer te scheppen, en te ontdekken wat hier van was, en onraad verne„ „mende, weder te rug te keeren, dog dat nauwlijks halver wegen zijnde, een vloot uit de Revier van wockum uitgeschoten was, die haar deden te rug keeren, behalven de Orembaij van de Chaloup welterreede, waar van het volk. tot op vier Man over boord is ge„ „sprongen, die het met schieten hadden gaande gehouden, dog door de Groote magt overrompeld wierden, terwijl de Vloot bij het Convoij genaderd dog afgeschoten zynde, naar de kant van wockum: was actie met de vijanden. was te rug gekeerd; dat twee Man van de veroverde Orembay waren op gezischt, die verklaard hadden, dat zij het mede zou„ „den hebben kunnen Ontvlugten, indien het volk niet over boord Ge„ „sprongen was, daar nog niemand was geblesseerd; dat de vijande„ „lijke Vloot vervolgens op Dobbo aangeland en hevig op de onze ge„ „schoten hadden; drie uuren lang, tot dat dezelve weder had moeten retireeren, waar na door Onze vlotelingen aan Land op Dobbo was gezien veel gaten gegraven en veel bloed van den vijand; dat intusschen het volk uit de kleine Negorijen met de Burgers negotieerende op den 10. April een vloot van ses en vijftig vaartuigen, bestaan hebbende uit weinige Cerammers en meest Gorammers, Maba, weda en Pataniers, naar de onze toegekomen was, hun Vaartuigen Omzingeld en vervolgens hevig geattacqueerd hadde, zo wel met geschut, als snaphaan en Peilen, en dat zij ter afweering alles in 't werk stellende, de vijanden des onaangezien als dol waren geavanceert naar de Burger Vaartuigen, en de stroom voor de onze te sterk zijnde, om haar ten eenemaal te kunnen redden, mitsgaders de Hoofden derzelve hun bodemtjes ook reeds verlaten hadden, voor dat het 'er toe was gekomen, en op de Con„ „voij Chaloup Weltevadlde aan boord waren gegaan, hoedanig de Vaartui„ H „gen van de Burgers Boode en Clement beroofden Verbrand zijn; dat vervolgens de Vijandelijke vloot vertrokken zijnde, zij Geresolveert hadden, om mede te vertrekken, daar in het laatste tegens zulks een vijand, die met alles, wanneer tot de nederlaag kwam„ Gemakkelijk vlugten en door de onze, mits gebrek aan kleine Vaaa„ „tuigen, niet nagejaagd konde worden. Zijnde in deeze laatste attacque is besluit tot het nemen van represaille. attacque verloren en vermit de twee Burger Vaartuigen, Een Europees en ses Jnlandsche Mattrosen, zo mede verdronken en vermist Een - Corperaal en Agt soldaten van het Commando en wij hebben sedert van den Cerammer tot berigt Ontfangen dat ter zel„ „ver tijd van opr door onze Convoij vaartuijgen zaker Capitain en Pries„ „ter van den Rebel Toekoe, Iman Bolie van Mabba dood gescho„ „ten is dog dat hij niet door Noekoe gezonden, maar op zig zelfs met een Vaartuig en volk van Mabba, derwaards vertrokken zoude zijn, Voorts dat het gemelde koningschap van Manoffa te Aroe weinig om het Lijf zoude hebben, en hij reeds weder van daar stonde te Vertrecken. §11: Van dit onaangenaam geval, en den toedragt is alle informa„ „tie Genomen, dog nog niets anders ontdekt, of ieder heeft daar in zijn best gedaan en gezogt, en nadien ons zodanig, met verwonde„ „ring over een verzameling van vijanden tot van verre plaatsen, waar op niemand eenige gedagten heeft kunnen maken, is Geblee„ „ken, dat met de aller zagtste middelen en den in den eersten op slag veiligsten weg niets gewonnen; nog de intentie be„ „rijkt heeft kunnen worden, en de Rebellen van Oedjier een ean„ „stige onderneming op dezelve voor nood zakelijk gemaakt heb„ „ben, zo zullen wij met de Ons gerecommandeerde om zigtigheid Omtrent de Gorammers daar op bij aller eerste in dit najaar Gelegenheid bedagt zijn en met een sterke magt represaille nemen, zo het niet anders Geschieden mag, om ware het mo„ „gelijk, de zaken aldaar te herstellen, daar den Landaard van Aroo den Alphoer, van man den handel komt, deeze Oedji„ „reesen zelve baat en het met de Onze houd, en naar de komste van ee
English
requested. longing for the Bandanese, but giving to know that he fears Oedjier and his followers, to which end, since Banda alone cannot provide what is required for this, we, pursuant to the authorization granted and acknowledged by us with due gratitude, and upon the proposal and considerations of the First Signer, which were deemed useful and proper, have in secret and with all urgency requested assistance therein from Ambon, from the Governor of Ambon, from whom we have already enjoyed obliging assistance with soldiers, for a more adequate assistance in the coming month of November with 8 to 10 armed cruising orembaais and a further 40 soldiers distributed among them; and if possible covered by a pantjalling, which, arriving here around that time, combined with the vessels and arms from here, under a capable Fleet Commander upon the breaking of the west monsoon, would be dispatched to Aroe and with which double services could be rendered; so that, after a fortunate outcome and operation at Aroe, that small fleet returning with the first easterly winds could en passant pay Goram a suitable and substantial visit, and by the commands and orders of the Governor of Ambon himself, make the necessary arrangements there in mutual consultation between the delegates of Amboina and Banda for the general interest of both provinces, as this has been submitted to His Honour's judgment: the Governor having had to observe, from knowledge of both Ambon and Banda, that since Goram could not be visited from Ambon for several years, it has in his opinion become too secure in that region and thus undisturbed replenishes itself and supports its fragility with the loot resulting from the troubles of the rebel Noekoe, and what the occasional wrecking of vessels and other piracies have been able to deliver, for whatever of that or of the wrongdoers themselves the people of Ceram cannot conceal during visits, or otherwise wish to dispose of, becomes the share of Goram, just as it is said that some fugitives from Quaij, upon the destruction of part of the island of Keffing, settled there and have now acted as enemies at Aroe. § 12. While in our concern for a good success of this expedition we must hold it useful and necessary, and as the nature and state of the matter seem to require that it be accompanied by a political Council member, the second respectful signer, the Secunde 's Gravezande, was encouraged thereto by the Governor, who as such must possess the knowledge of these affairs from past days and the requirements for dealing with the native inhabitants, and if no real hindernisse arise, is to be charged with the commission, of which the Governor also makes mention in his secret dispatch. § 13. The aforementioned convoy having been at Great Keij and having found everything well there, the inhabitants have as it were begged that they might not be held under suspicion by the Governor at Banda of colluding with the Aroenese, under assurance that they themselves would come here in the autumn with their trade. By a received paper, which is signed with Arabic characters, this plea is made and shown by themselves, under the expressed fear that in the past autumn they had the misfortune of not being able to sail to Banda due to contrary winds, that they remain faithful to the Company and would offer all help and assistance to the Company's and citizens' vessels whenever they arrived there. § 14. It also appears from a declaration provided by the citizen Jurgen Winkelaar, who has returned from the Tenember Islands situated in that region, that trade was carried on undisturbed by the citizens from here at those islands. § 15. According to a sworn declaration of three crew members of the pantjalling 't Geduld, the remainder of gunpowder and ammunition after the action with the enemy had ended still consisted of: 367 lb gunpowder 70 pieces round shot of 2 lb 30 pieces long shot of 2 lb 235 pieces round shot of 1 lb 25 pieces grapeshot of 2 lb 40 pieces grapeshot of 1 lb and 48 dozen live cartridges and we have relieved the inventory of the said pantjalling of what was expended and passed for write-off some minor articles of running rigging, blocks, tar, etc., provided for the voyage and consumed. § 16. Furthermore, we have relieved the inventory of that vessel of a grapnel that was lost at Aroe before Dobbo due to the parting of the rope.
Dutch transcription
61. verzogt. van den Bandanees reikhalfd, dog te kennen geeft te vreesen voor Oedjier en zijn aanhang, ten welken einde, daar Ban„ „der alleen het vereischte daar toe niet kan uitleveren, wij inge„ „volge de Verleende en met den Verschuldigden dank door ons erkent wordende qualificatie, en op den als nuttig en Gepast aan„ „gemerkten Voorstel en bedenkingen van den Eersten Tekenaar daar toe assistentie van ambon den Heer Ambons Gouverneur, van wien wij reeds gedienstelijke assistentie met Militairen hebben genoten, in het Secreete, met alle aandrang hebben verzogt, om een meer toerijkende assistentie in de aanstaande maand November met 8. â: 10. G'armeerde kruis Orembaijen en nog 40. Militairen op dezelve verdeeld; en als het wezen kan gedekt door een Pantjalling, welke om die tijd alhier aankomende, geconjungeert met de Vaartuigen, en wapenen van hier, onder een bekwaam Vloot- Hoofd met de doorbrake der west=mousson, naar Aroe afgezonden en waar mede dubbelde diensten zouden kunnen gedaan worden; alzo na een gelukkigen uitslag en verrigting te Aroe, dat vlootje met de eerste Oostelijke winden retourneerende, en passant Goram een Geschikt en aanzienlijk bezoek konde geven, en uit de bevelen en Orders van den Heer Ambons Gouverneur zelve, al„ „daar in een wederzijds overleg der afgevaardigdens van Amboiza Banda de nodige bestelling doen tot een algemeen belang voor beide de Provintien, hoedanig dit aan het Oordeel van zijn Edele is opgedragen: hebbende den Gouverneur uit de kennisse zo van Am„ bon als Banda moeten opmerken, dat Goram sedert verscheide Iaren uit Ambon niet bezogt hebbende kunnen worden; zijns bedunkens te Veilig geworden is om dien oord en zig dus Onge„ Stoord den Secunde 's Gravezande Commissie na Aroe te ver„ zellen. de bewoonders van Groot keij „stoord aanvuld en broosheid onder steund met de buit voor lange de troubles uit den Rebel Noekoe hierkomstig, en het nu en dan verongelukken van Vaartuigen, en andere roverijens heeft kunnen afleveren, want wat daar van of van boosdoenders zel„ „ve, den Cerammers bij tijden van bezoek niet bergen kan, op anders van de handzetten wil, het deel van Goram word, ge„ „lijk men zegt, dat eenige gevlugte van Quaij bij het ver„ de handel iso „destrueeren van het gedeeltelijk Eiland keffing zig aldaar nedergezet en nu te Aroe als vijanden g'ageert hebben. §12. terwijl wij in de zorge op een Goed reusdit deser Expeditie voor mut„ staat, buijten kindernisse de „ tig en noodzakelijk moeten houden, en daar den aard en toedragt Resta op der zake schijnt te vorderen dat deselve van een Politicq, Raads lid worde verseld, zo is door den Gouverneur, daar toe g'ani„ „meert de tweede eerbiedige tekenaar den secunde 's Gravezande„ die voor zodanig in de kennisse van dese sedert vorige dagen, en tot den ommegang met den Jnlander de vereischtens besitten moet, en zo'er geen reele hindernisse voorkomen, met de Com„ „missie staat belast te werden, waar van den Gouverneur ook bij zijn secrete de aanhaling doet. § 13. Het voormelde Convoij op Groot keij aangeweest zijnde en aldaar beloven de Comp: taduw te blijven alles wel bevonden hebbende, is door de Bewoonders als Gebeden, het dat zij tog niet op Banda bij den Gouverneur verdagt mogten gehouden worden, van met de Aroeneesen te heulen, onder verzeke„ „ring dat zij zelve in het najaar alhier met hunne Negotie zouden komen. Bij een Ontfangene Papier, dat met Arabische Caracters zo Getekend Jan 63. de handelop de Eilanden Tenember is ongestoord gedreeven Restant van Buskuit en scherp op de Pantjalling het gedueld. het verschotene is afgeschreeven getekend is, word deeze bede, onder de te kennen gegeven vreeze, door hun zelve gedaan en vertoond, dat zij in het vergangen najaar het ongeluk hebben gehad door Contrarie wind Banda niet te hebben kunnen bezeilen, dat zij de Comp: trouw blijven en 's Comp:s en Burgers vaartuigen, wanneer daar aan kwamen, alle hulpen bijstand bieden zouden. §14. Ook Consteert bij eene door den Burger Jurgen Winkelaar, die van de om dien oord Gelegene Eilanden Tenembers is te rug gekomen, verleende verklaring, dat door de Burgers van hier op die Eilanden aen Handel ongestoord is gedreeven. §15. Volgens eene met Eede bevestigde Verklaring van drie Scheepe„ „lingen van de Pantjalling 't Geduld heeft 'te restant van Bus„ „kruit en scherp na dat de actie met den vijand afgelopen was, nog bestaan in 367. lb Buskruit 70. p:s rond scherp van 2. lb 30. „ lang _=o „ 2. „ 235. „ rond _=o „ 1. „ 25. „ Druiven. . . „ 2. „ 40. „ _o —„ „ 1. „ en 48 . dosijn scherpe Pattronen en wij hebben den Inventaris van Gem: Pantjalling van het ver„ „schotene laten ontheffen en ter afschrijving gepasseerd, eenige voor ook eenige mindere articulen de reise mede gegeven en verbruikte mindere articulen van lopend Touwwerk, Blocken Theer enz: §. 16. Wijders hebben wij den Jnventaris van dat kieltje ontlast zo mede een Dreg en Touw: Van Een Dreg die te Aave voor Dobbo door het breeken van het Touw nut„ 4 aar , ten ie -
English
rope was lost and could not be fished up again, as well as the 7-inch hawser cable, which was found unfit and used for wads. Paragraph 17. On the other hand, the master of the previously mentioned pantchalling het Geduld, Arij Bornikhoff Jansz, has been ordered to pay compensation, as a correction and for greater attentiveness in the future, for the two metal swivel guns of 1 lb caliber and 20 pieces of round shot lent without authorization to the burgher ensign Anthonij Boode on a small and nearly defenseless vessel, all of which was lost with the vessel; though only for the purchase amount, considering that the swivel guns are genuinely lost and no one has enriched himself thereby. Paragraph 18. We have also written off one piece of silver-mounted rattan, which the first signatory granted as a mark of dignity to the Christian Orangkai of the negorij Wockuim, Nicolaas Harmansz, who fled from Aroe last year and was dispatched with the aforesaid convoy for the ends noted in the resolution of 11 February, for his demonstrated zeal and loyalty. Paragraph 19. After we had ceased the pay of the aforementioned missing persons, one corporal, eight soldiers, and one sailor, in order to wait and see whether any of them might yet return, two of the soldiers, along with a burgher who had served as a sailor on the private sloop Weltevreeden, were recently brought here by the junk from Ceram. Having been examined by the pro interim Fiscal as to whether they had made themselves more or less guilty of cowardice, whether through untimely flight or otherwise, he declared that he could not institute the least action against them, for the reasons cited in the resolution of 30 June. Thus, we have acquitted those persons of negligence and cowardice, in so far as nothing else is brought against them, and declared the two soldiers once again employable for the Company's service. Two of those who returned had been taken prisoner at Aroe by the Cerammers, or rather by the Orangkai of Quai at Keffing, named Booililie, and brought from there to this negorij; and the third was brought to Ceram Laut by the Mabarese from Aroe, but was wrested from them by the people of Killetay and Killewaroe, who joined together; while the first two took flight from Quai and likewise found shelter in the last-mentioned negorijen, and together they were brought here through the assistance of the Banda burgher Jan Michiel, who had been there for trade, and thus those of Killetay and Killewaroe have performed good services in this matter. Paragraph 20. At the insistence of the ensign of the Amboina command, both for himself and his subordinates, to be permitted in the meantime to be sent back to Amboina—where several have their households and have now been absent for a considerable time—although they gladly wished to return here and be employed at Aroe or for the taking of reprisals, but for the present there was nothing to accomplish; on account of the weak garrison, and because 25 of the soldiers dispatched hither by your High Noblenesses remained behind on Java, we have retained twenty common soldiers thereof here and sent the remaining portion back under their full arms with the ship Triton. Paragraph 21. With regard to the completed investigation into the excesses committed at Aroe by the provisional ensign and former commissioner Johannes Herselman, and the disposition taken thereon in that respect, we respectfully refer to our General Advices of today. Paragraph 22. The recommended care, that the native inhabitant should be treated in no other way than friendly, gently, and equitably, and that all cause for bitterness and retaliation be avoided, we shall hold in dutiful regard, just as around Aroe the utmost gentle means was once again attempted. Paragraph 23. Regarding the expressed astonishment that, since the Ujirians are an evil and faithless people, one had not been better on guard or secured oneself against their treacherous attacks, we humbly submit that these matters having already long existed, one has had, since then no less than before, in the weak Banda any sufficient means against the treacherous attacks of a wandering nation gathered from far and wide upon the remote and extensive Aroe, for which a fairly formidable post is required; while to the villainous Goramese, or some of them, yea among them also those who find their refuge and comfort from Banda, not the least reason has been given from here for that, or for their wicked assistance, for [illegible]
Dutch transcription
dog 2. verlorene Metale Draij afschrijving van een Comp.:s Rotting de gage der vermiste man„ „schappen gecesseert dog twee soldaten en een Particu Touw verloren en niet weder op te vissen geweest is, zo mede 't. vijger=Cabeltouw van 7. d=m, dat onbekwaam bevonden en tot Proppen verbruikt is. § 17. Daar en tegen is den gezag voerder van meer gem: Pantjalling het p bassen moeten vergoed worden Geduld, Arij Bornikhoff Iansz: tot een Cerrectie en meerder atton„ in de: Sold verklaard „tie voor het vervolg ter vergoeding opgelegd de aan den Burger vraslag vaandrig Anthonij Boode, ongequalificeert op een Gering en by na meerloos vaartuig ter leen afgegevene Twee Metale Draij bassan van 1. lb Calieber, en 20. p:s Rondscherp, welk een en ander met de Vaartuig verloren is, dog slegts voor het Inkoops bedragen, uit aanmerking, dat de Draijbassen reëel verloren zijn en niemand zig daar mede verrijkt heeft § 18: Nog hebben wij laten afschrijven Een p.s Rotting met zilver Gemon„ „teert, die den Eersten Tekenaar aan den in het vorige Jaar van Aroe gevlugten en met voorsz: Convoij tot de bij Resolutie van den 11. febr genoteerde enidens afgezonden Christen Orangkaij ter Negorij Woc„ kuim, Nicolaas Harmansz om zijn betoonde ijver en trouwe, als een teken van waardigheid heeft verëend 20. § 19. Na dat wij de gage van de hier voren aangehaalde vermiste Een Corporaal, Agt soldaten en een Mattroos hadden laten Ces„ „seeren, om voor het overige afwagten, of nog eenige van dezel„ „ve weder mogten te rug komen zijn Twee van de soldaten nevens „ler Mattroos zijn terug gekomen en Burger, die op de particuliere Chaloup weltevreeden, als mattroos dienst gedaan heeft, onlangs per de Ionk van Ceram herwaarts overgebragt, en door den pro iiterim Fiscaal Geëxamineert zijnde, op zij zig min of meer hadden schuldig Gemaakt aan Lachiteit, het zij door een ontijdige vlugt als anderzints, dog die Gedeclareerd heeft, 655. verklaard. verslag van hun wedervaren 20. Militairen van het ambonsche Commando aengehouden. heeft, van niet de minste actie tegen dezelve te kunnen in„ „stitueeren, om de bij Resolutie van den 30. Junij aangehaalde re„ „denen, zo hebben wij die personen, in zo verre niets anders ten hunnen Laste inkomt, van nalatigheid en lachiteit vrij gekent, nd soldaten veder impbiabel en de twee Malitataen weder imploiabel tot 'sComp:s dienst ver„ klaard. zijnde twee van de terug gekome door de Cerammers, of eigentlijk door den Orangkaij van Guai te keffing, Booililie gend„ te Aroe Gevangen genomen en van daar naar deze Negorij overgebragt, en de derde door de Mabbareesen van Aroe, te Ceram Lauwt aangebragt, dog door de volkeren van killetaij en killewaroe, die zig bij elkanderen voegden, van hun Ontweldigd; ter„ „wijl de beide eersten uit Quai hun toevlugt genomen en mede beschutting gevonden hebben in laatst gem: Negorijen, en zij te zamen door behulp van den aldaar ten handel geweest zijnde Ban„ „das Burger Jan Michiel herwaarts overgebragt zijn, en dus die van killetaij en killewaroe hier mede Goede diensten Ge„ „daan hebben. §20. Op de instantie van den vaandrig van het Ambonsche Comman„ „do, zo voor hem als zijne ondergestelde, om, of schoon zij gaarne= wenschten hier weder terug te komen en tot Aroe, of het nemen van represaille geëmploieert te worden, nuer voor eerst niets te verrigten was, intusschen naar Ambon, alwaar verscheide hun Huishouding hebben, en nu een Geruime tijd afwezig geweest waren, te mogen worden te rug gezonden, hebben wy Twintig Gemeene Militairen van het zelve, uit hoofde van het Swakke Guarnisoen, en om dat weder 25. van de deror uwe Hoog Edelens her„ „waarts het atten„ en mand e, te Ces„ zel„ attaoos refert aan de gemeene advisen omtrent Herselman. omtrent Aroe is het zagtste middel Gebrobeert tot de beveiliging tegen de aan„ middelen ontbroken. „waarts geschikte Militairen op Iava agter gebleeven zijn, en de overigen te ug gezonden, hier aangehouden en het overige gedeelte onder hunne volle wa„ „penen te rug gezonden met 't schip de Triton §21: Met op zigt tot het geeindigd onderzoek naar de Gepleegde excessen te Aroe door den p=l vaandrig en Geweezen Commissi„ „ant Johannes Herselman, en de deswegen daar op Genomene dis„ „positie refereeren wij ons in eerbied aan Onze Gemeene Advisen van heden §22. De aanbevolene zorge, dat met den Inlander niet dan vaiende„ „lijk, zagt zinnig en naar billijkheid omgegaan en alle aanlei„ „ding tot verbittering en wraak beffening vermijd worde zullen wy in schuldige agting houden, Gelijk omtrent Aroe weder het uitterste Lagtste middel is gebrobeert. § 23. Op de betuigde verwondering, dat, daar de Oedjireesen een „vallen der bedjireesen hebbende slegt en trouwloos volk zijn, men niet beter op zijn hoede is Ge„ „weest, of zig beveiligd heeft tegen hunne verraderlijke aanvallen, dienen wy nedrig, dat deeze zaken bereeds lange daar ge„ „weest zijnde, men sedert zo min als voor heen, in het swakke Banda eenige toerijkende middelen heeft gehad tegens de verrader„ „lijke aanvallen van een van wijd en zijd te zamen gekomene on„ „derigende Natie op het afgelegen en uit gestrekte Aroe, waar toe een vrij formidabel Post word vereischt; terwijl den snoden Gorammer of eenige van dezelve, Ja daar onder ook, die hun heul en troost uit Banda vinden, daar toe, of tot hun boze hul„ „pe, van hier geen de minste reden is gegeven, want voor een Goede ende bost te „tig zijn dispositi mockum eenige ingeno
English
and the re-establishment of a [illegible] decision regarding the destroyed Post Wockum with its amounts. some weapons received back taken in. proper treatment thereof the required care will be taken. §24. Concerning the granted qualification for the re-establishment of a post on the Islands of Aroe, if we deemed such absolutely necessary and thought to be able to establish the same at another and indeed at a better place, where the small garrison would be sufficiently secured against surprise attack, we can humbly assure Your Right Honourables that before doing so we shall take the local and experiential considerations of old citizens and residents familiar with that region, in order to be assured as much as possible of a good choice for the future, and thus in this regard exercise the utmost prudence and attention, and as such first look out for the manner in which a sound establishment may be founded. §25. The Post Wockum at Aroe, destroyed by the rebels, we have deducted with the amount of Rd:s 616. 9: – or ƒ1221. 4. 8. from the General Outstanding Debts, only to be carried forward internally; after having first relieved the same of ƒ345. 5. —., with which that Post was debited for wages for the garrison, but which were not received there and thus must be paid out and accounted for by the Lieutenant at Sea Arij Bernikhoff Jansz:. §26. While on the other hand have been taken in 1. Halberd 3. muskets 2. Cutlasses and 1. Cartridge pouch, which were received back with the two soldiers who fled from Aroe and escaped during the destruction of the Post. one provides oneself with lamp oil on the South Western Islands. the Jonge Jan has collected sulphur earth from there. one shall look out for means of relief in the customary provision for the dormant interest. §27. For the expressed satisfaction with the successful commission of the survey and inspection of the South Western Islands and with the purchase, as well as the further contracting there of a quantity of oil, we express our humble thanks, and with regard to the granted qualification, to resume such survey and inspection successively on suitable occasions and when circumstances permit, we dutifully inform Your Right Honourables that one provides oneself with a large portion of lamp oil, and in the past year requisitioned only one thousand instead of three and four thousand jugs from Java; that the Post at Damme is now better watched, and this island, as well as the surrounding ones, are visited to discover what is going on in that region, just as the small sloop de Jonge Jan cruised there and expressly called at Damme to collect en passant the sulphur earth from there, in satisfaction of the requisition of Your Right Honourables, as the Governor's Secret dispatch mentions more broadly here. §28. For our dutiful information we take note of Your Right Honourables' remark of not being able to see that the Company, by the proposed means of a six-year advance by the Company of 7000. rd=s under the pledging of the spice lands, /:although on account of what was already disbursed in favour of the Orphan Chamber it retains its fourth share in the 27000. rd:s previously outstanding with that Board/ would gain anything, or enjoy the slightest relief in the annual support of the Orphan Chamber and Diaconate, and that, since it was also in no way convenient for the Company to become master of the spice lands in that manner, in order thereby in time to have the Parks at its charge, Your Right Honourables therefore eagerly await that the First Signatory shall devise another or indeed such a suitable means whereby the Company, if not entirely, can at least in part be relieved and freed from this annual and burdensome provision; while His Honour has immediately looked out that the Company obtains some relief in this burdensome provision of 7000. rd:s, of which his Secret dispatch treats; that sum having been received again this year with gratitude. Request for qualification to erect a fortification on Rosingain. §29. It having been brought forward to the meeting by the First Signatory at the session of 24: May last that His Honour, on his first visit to the Island of Rosingain, had become convinced that one had reason to fear for the garrison there, which first has to guard itself against a gang of banishers containing, at least in part, little good, and subsequently against the piracies, just as the banishers already overran that post in the year 1775 and the Papuan pirates visited the same several times and caused much consternation there, to the extent that, having advanced into the post, they were driven off with much effort and just barely successfully by firing from the roof of the Postholder's dwelling, and how [illegible]
Dutch transcription
67. en de weder op regting van een tig zin. dispositie over de vernielde Post mockum met dies bedragen. eenige terug ontfangene wapenen ingenomen. goede behandeling derzelve de vereischte zorger word gedragen. §24. Omtrent de verleende qualificatie tot de wederopregting van boot te stade zal men voorzig, een Post op de Eilanden van Aroe, indien wij zulks volstrekt nodig oordeelden en vermeenden, dezelve op een andere en wel op een betere plaats te kunnen aanleggen, alwaar de Geringe bezetting Genoegzaam voor rompeling beveiligd zoude zijn, kunnen wij uwe HoogEdelens nederig verzekeren, dat wij hier over alvorens de locale en ondervindelijke Consideratien zullen innemen van oude en om dien oordkundige Burgeren en Inge„ „zetenen, ten einde zo veel mogelijk van de goede keuse voor het vervolg verzekerd te zijn, en dus hier omtrent de mogelij„ „ke voorzigtigheid en attentie plaats geven en zodanig alvorens uitzien zullen naar de wijze, op dewelke een goede bestelling mag worden Gegrond §25. De door de Rebellen vernielde Postwockum te Arve hebben wij met het bedragen van Rd:s 616. 9: – of ƒ1221. 4. 8. van de Ge„ „neraale Restanten laden detraheeren, om slegts binnen 'ssijns voorttelopen; na dezelve alvorens ontheft te hebben van ƒ345. 5. —. , waar mede die Post aan gage voor de Bezette„ „lingen is belast, dog die aldaar niet ontfangen zijn en dus door den Lieutenant ter Zee Arij Bernikhoff Iansz: moet worden uitgekeerd en verantwoord. §26. Terwijl daar en tegen ingenomen zijn 1. Helmbaard 3. snaphanen 2. Houwers en 1. Patt: zijn, olle Wa„ pleegde missi„ ne dis„ Ad visen vriende¬ lei„ zullen het een Ge„ vallen ge„ der„ on„ hul„ een men voorziet zig van Lampoli op de Zuid wester Eilanden. geede geslagen. de Jonge Jan heeft van daar swavel aande afgehaald men zal op middelen uitzien ter verligting in het gewone fournissement voor de stilstaan„ „de renten. 1. Pattroontas, welke met de twee van Aroe Gevlugte en bij het vernielen der Post ontkomene twee soldaten, terug zijn ontfangen. §27. Voor het betuigd genoegen over de welgeslaagde Commissie van den opneem en visitatie der Zuidwester Eilanden en over den Jnkoop, mitsgaders het verder bedingen aldaar van een partij olij, zeggen wij ootmoedig dank, en met op zigt tot de verleende qualificatie, om bij bekwame gelegenheeden, en als de Om„ „standigheeden zulks toelaten, diergelijken opneem en visitatie successive te hervatten, Geven wij uwe Hoog Edelens schuldig pligtig kennis, dat men zig van een Groot Gedeelte Lamp olij voorziet, en in het gepasseerde Jaar, slegts Een duizend, instede van Drie en vier duizend kannen; van Iava heeft geeischt, dat de Post te Damme word beten de Post te Damme tans beter word gade Geslagen, en dit Ei„ „land, zo wel als de Omleggende, bezogt worden; om te ontdekken, wat 'er om dien oord Omgat, Gelijk het Chialoupje de Ionge Ian aldaar gekruist en expres Damme aangedaan heeft, om en passant de swavel aarde van daar aftehalen, voor de voldoening van den Eisch, uwer Hoog Edelens, Gelijk des Gouverneurs Secrete hier van de breder melding doet. §28. Tot schuldige narigt nemen wij aan, Hoog derzelver aanmer„ king van niet te kunnen zien, dat de Comp: bij het voorgeslagen middel van een ses Iarig verschot door de Comp: van 7000. rd=s onder in pandneming der specerij Landen, /:schoon zij wegens het reeds ten faveure der Weeskamer uitgerijkte haar Qua„ „aand behoud op de bij dat Collegie te voren staande 27000. ad:s/ iets winnen, ofr eenige de minste verligting zoude genieten in Verzoek van een Hter de 69 Verzoek om qualificatie tot erectie van een sterkte op Rosingain. de Jaarlijksche ondersteuning van de weeskamer en Diaconij, en dat, dewijl het de Comp: ook in geenen deele convenieerde, op die wijze Meester te worden van de specerij-Landen, om daar door in der tijd de Perken ten haren laste te krijgen, uwe Hoog Edelens dus net verlangen inwagten, dat den Eersten Teke„ „naar een ander of wel zodanig gepast middel zal uit denken„ waar door de Comp=e, zo niet geheel, ten minsten voor een ge„ „deelte van dit jaarlijks en lastig fournissement kan worden ontheven en bevrijd; Terwijl zijn E: daar op, al aan stonds heeeft uijtgezien dat de Comp: in dit lastig fournissement van 7000= F: ad:s eenige verligting bekomt, waar van deszelfs secrete han„ „delt; zijnde die Somma dit Jaar weder tot dankbaarheid ontfangen §29. Ter sessie van den 24: Maij laatstleeden door den Eersten Teke„ „naar de vergadering voortgebragt zijnde, dat zijn E: bij het Eerste bezoek van het Eiland Rosingam was overtuigd geworden, dat men met reden bedugt moeste zijn voor de bezetting aldaar Welke zig eerst te wagten heeft voor een hoop en, ten minsten gedeeltelijk weinig, goeds in zig hebbende Bannelingen, en vervol„ „gens voor de Roverijen, Gelijk de Bannelingen in het Iaar 1775 die Post reeds afgelopen en de Papoese rovers onderschijde malen dezelve bezogt en aldaar veel Consternatie verwekt hebben, zo verre dat ze tot binnen de Post geavanceert zijnde, met veel moeite en nog eeven gelukkig door het schieten uit het Dak van des Posthouders woning zijn verdreeven, en hoedanig . den ie dig olij instede Ei„ tdekken, Jan t aanmer¬ ger a„ 00 .. dat
English
how his Honor in the calm season had always caused the closest possible watch to be kept at that post with small craft, since the shelter of the garrison consists only of thin and insignificant palisades, within which the cannon is placed, and not the least retreat nor security is to be found; that he therefore judged it most urgently necessary that this defenseless island, which, apart from one or two citizens, had no other inhabitants than a population who, as one must assume, are quite indifferent to whatever may befall them, and will thus help defend it with little heartiness, indeed at times rather seek their salvation in destruction, should be kept under closer surveillance and provided with a stronghold, such as his Honor believed he had found suitable and evident for the purpose: an overbuilt redoubt, with the required alterations, after the manner of the old redoubts here on the high land or the posts at Oerien, Dender, Celamme, and Lakooij, upon which the greater part of the garrison resides, and the cannon can be placed, and moreover to observe the pirate at sea, whereby any full undertaking by them and likewise at all times an assault by the exiles themselves may be more safely contested, whereas the garrison, now upon an attack, has nothing other than the open field and thus shares safety or peril equally with the enemy. And this having been discussed and the points brought forward being acknowledged by the Governor and deemed that the proposition contains that which is salutary, since it can be nothing but most necessary, 130. the resolutions and enclosures are in the packet. to be thus prepared against misfortunes that have repeatedly occurred; and thus must again be anticipated, although, surprisingly, no pirates have been heard of in those parts for three or four years, whereas formerly, besides their wandering in the backcountry and through between Rosingain, they frequently visited the shores of this island Neira itself; we therefore take the liberty of respectfully bringing the aforesaid proposal to the attention of Your High Nobles, with the humble request that it may please the same favorably to grant authorization for the erection of such a stronghold on the island of Rosingain; and since, with regard to the costs, the calculation of the lime is too uncertain to be stated, the fireproof floor above and the roof of lesser importance, and the remainder, or the most of it, will be the work of the Company's slaves in quarrying the stones on the heights and transporting them, we can likewise assure Your High Nobles that, as far as is at all feasible, care will be taken against expenditures, so that the same will cause no displeasure. For the rest, we present herewith to Your High Nobles our separate resolutions, with the accompanying declarations showing the operations and encounters of the convoy returned from Aroe, and also pointing out the enemies and their activities; and herewith we take the liberty to remain with the deepest respect and high esteem. Below stood: High Noble, Right Honorable, Highly Respectable, Far-Commanding Lord, and Well-Noble Highly Respectable Lords. Lower: Your High Nobles' very obedient and humble servants. Was signed: L: I: Haga, A: A: 's Gravezande, I: F: Steinert, I: Hageman, and B: van dewalle. In the margin: Banda, in Castle Nassau, 30 August 1788. Agrees: J: H: Ditterich, sworn clerk. 73. Batavia To his High Noble Greatness, The High Noble, Right Honorable, Highly Respectable, Far-Commanding Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with the Well-Noble Right Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Right Honorable, Highly Respectable, Far-Commanding Lord, and Well-Noble Right Honorable Lords. § 1: Upon the safe arrival of the state warships the Ceres and Scipio, as well as the Pijnz and Pijl, at the roadstead here, having duly received Your High Nobles' revered separate letters dated 26 January and 2 March of this year, with the related enclosures, I shall now, upon the departure of the Ceres and its consort for Makassar—the Pijl and Scipio, after concluding business within this province, having already undertaken the voyage to Amboina on the 24th of the past month of June—have the honor, in replying thereto, to report at the same time on what was resolved and dispatched in the service of the Company during the presence of the said squadron, in fulfillment of the instructions noted in Your High Nobles' Memorial for the Captain-Commandant, the Well-Noble Right Honorable Lord Silvester, in the secret committees held successively on 24, 28, and 30 April, 21 May, and 18 and 21 June of this year with the Broad Pennant commander, the Lord van Halm, and the other captains of the state vessels in this province. § 2: Noting beforehand, however, that the Ceres and Scipio, via the ordinary route around the South, and the Lijne and Pijl around the North through the Strait of Makassar, arrived at this roadstead on the very same day, 5 April, without any hostile or noteworthy encounter during the voyage, and the reception of the Lord van Halm, together with the other Captains, as well as the military honors rendered to their Well-Noble Right Honors, was made equal to that of the Moluccan princes. Meanwhile
Dutch transcription
hoedanig zijn E: in de stillen tijd altoos op die Post met klein vaartuig de mogelijke agt hadde doen slaan, daar de beschut„ „ting van de bezetting slegts bestaat uit dunne en niets bedui„ „dende Palen, binnen dewelke het Canons Geplaatst is, en geen de minste retracte nog zekerheid gevonden word; dat over zulks ten allerhoogsten noodzakelijk oordeelde, dat dit van defensie ontblote Eiland, het welk, buiten een of twee Burgers„ geen andere Jnwoonders had, als een Volk, welke het, Gelijk mnen stellen moet, vrij verre om het eeven is, wat hun over„ „komt, in dus met weinig hartelijkheid zal helpen defendeeren, ja som tijds eerder heijl uit de vernitiging zoeken, in een nauwer- agt genomen en met een sterkte voorzien wierde, Gelijk zijn E: vermeende, daar toe van aanschouw en geschikt te vinden, een Rederit over sterkt, met de vereischte veranderingen, naar de wijze der oude Redouten alhier op het Hoge Land of de Pos„ „ten te Oerien, Dender, Celamme en Lakooij, waar op het Grootste gedeelte der bezetting hun verblijft houden, en het Canon geplaatst kan worden, mitsgaders den Rover in zee te observeeren, een volle onderneming derzelve en tevens altoos een aanslag van de Bannelingen zelve, Veiliger te betwisten is, instede dat de bezetting, nu bij aanranding niet anders dan het vlakke veld en dus de Veilig- of onveiligheid met den vijand Gemien heeft: En hier over Gesproken en het voortgebragte door den Gouverneur erkent en vermeend wordende, dat in de propositie het heijlzame opgesloten legd, daar het niet dan aller nood zakelijkst kan zijn, de Reso 130. de Resolutien en Bijlagen gaan owver„ het slot. zijn, om indiervoegen bedagt te wezen tegens Onheijlen, die meermalen geëxteert zijn; en dus weder als voorzien moeten worden, of schoon tot verwondering, in drie over vier Iaren daar omstreeks geen Rovers zijn vernomen, want zij voor heen butiten hun swerven aan het agterland en tusschen Rosingain door, meermalen de stranden van dit Eiland Neira Zelve hebben aangedaan, zo nemen wij oversulks de vrijheit, uwe Hoog Edelens het voorsz: voorstel eerbiedig onder het oog te brengen, met oodmoedig verzoek, dat het Hoog dezelve mag behagen, tot Erectie van zulk een sterkte op het Eiland Rosingain Gunstig Qualificatie te verleenen; en daar ten op zigte van de kosten de Calculative van de kalk te onzeker is voor de op gave, de brand vloer van boven en het Dak van minder importantie, en het overige, of het meeste, wezen zal het werk van sComp:s slaven in het breeken der steenen op de staanden en het aanbrengen derzelver, zo kunnen wij uwe Hoog Edelens tevens verzekeren dat, zo veel maar im„ „mers doenlijk is, gezargt zal worden tegen de Onkos„ „ten, op dat dezelve geene onaangenaamheeden afle„ „veren. Voor het overige presenten wij uwe Hoog Edelens ne„ „vens deze onze Apparte Resolutien, met de daar toegehorende Verklaringen die de verrigtingen en Ont„ „moetingen van het van Aroe geretourneerde Convorij vertonen, en ook aanwijzing doen van de vijanden en hunne bedrijven en hier mede nemen wij de vrijheit met de diepste eerbied en ein beschut„ at over Burgers, ren, nauwer , een de Pos„ Canon serveeren van ld rneur kan 8. en hoog agting te verblijven. /:Onderstond:/ Hoog Edele, Gestrenge, Groot Agtbare wijdge„ „biedende Heere, en Wel Edele Groot Agtbare Heeren. /: lager :/ uwe Hoog Edelens zeer Gehoorzame en onderdanige Dienaaren /:wan„ „geteekend:/ L: I: Haga, A: A: 's Gravezande, I: F: Steinert„ I: Hageman, en B: van dewalle /:ter side:/ Banda Jjn 't Casteel Nassauw Den 30. Augustus 1788. ner 17 Accordeert J: H: Ditterich geswc: wijdge¬ r nert„ 't Casteel waa uuwe 73. Batavia Aan zijn Hoog Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Gestrengen Groot Agtbaren Wijdgebiedende Heer M=r Willem Arnold Alling Gouverneur Generaal benevens de WelEd: Gestrenge Heeren Raaden van Neederlandsch India Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbare Wijd„ Gebiedende Heere, en WelEdele Gestrenge Heeren .00 § 1: p: =o Dij behouden aankomst van slands oorlog:s fregatten de Ceris en scipio, benevens de Pijnz en Pijl ter Rheede al„ „hier behoorlijk hebbende ontvangen, uwer Hoog Edeheeden Secreet Apart gevenereerde gevenereerde aparte d: d: 26: Ianuarij, en 2. Maart, A. A met de daar toe relatie hebbende bijlagen, zal ik mij als nu, bij vertrek, van de Ceris en zijne naar Maccasser, terwijl de Pijl en scipio na afgedane zaken binnen deze provintie reets op den 24: der Iongst verweeken maand Iunij de Reijsnaar Amboina hebben ondernemen, de Eere geven daar op rescribeerende teffens verslag te doen van het geene geduurende het aanweesen van gem: esquader in voldoening aan het genoteerde bij uwer Hoog Edelh: Memo„ „rie Instructie voor den Capitein Commandant Den wel„ „Edelen Gestr: Heer Silvester in de successive op den 24. 28: en 30: April, 21: Meij, 18. en 21: Junij h: a: gehouden geheime Committes met den Breede wimpelvoerder den Heer van Halm, en de verdere Hoofden van 'slands schiepen in dee„ „se Provintie ten dienste der Maatschappij is beraamd en g'expedieert: §: 2: Noteerende egter voor aff dat de Ceris en scipio langs de ordinaire route om de Zuijd op den 5: April en de Lijne en Pijl om de Noord door straat Maccasser ten zelfden dage deese rheede hebben beseijld, sonder eenige vijandlijke off: remorquable ontmoeting geduurende de reijse, en de receptie van den Heer van Halm, benevens de verdere Heeren Capiteijns, mitsgaders, het aan hun welEd: Gestr: beweesen militaire honneur gelijkstandig gemaakt is met heeft, dat der Moluksche vorsten. Middelerwijl
English
75. Paragraph 3. Meanwhile, in obedience to Your High Honours' esteemed command, both to handle matters in proper order to achieve the intended purpose and with the dispatch of the national ships of war to this Province, having furnished the Heer van Halm with detailed information on the state of affairs, through a short sketch drafted under Annex No. 2 reviewing once more the internal and external state of this Province with regard to the native population, there were subsequently devised and established, in a Committee held on the 24th of April of the current year with His Right Honourable and Gallant and the further Captains of the squadron, such resolutions as were deemed necessary for the redress of affairs and the promotion of the Company's interests within this Province. Paragraph 4. While remaining in uncertainty with regard to the unhindered navigation through the eastern seas granted to the Crown of England in the latest peace treaty, as to how far and in what manner that nation intends to make use of this concession, given that only two ships—which were sighted in the past year in the vicinity of the Sangir island of Taboekan and must be considered China traders—have, as far as is known, made no abuse thereof whatsoever, and nothing has yet been undertaken to the detriment of the Company's possessions and privileges in this quarter, it has also not been deemed necessary for the present to devise or put into effect any precautionary measures or means of force against it; nevertheless, the declaration of Their High Mightinesses in this regard in Their Resolution of the 1st of November 1785, as well as the orders given in the Extract General Resolution of Your High Honours dated the 10th of August of the past year, will, should the case arise and necessity demand it, be carefully observed, also with respect to and for the counteracting of the navigation of the Spaniards. Paragraph 5. At the aforementioned Committee of the 24th of April, it was further resolved, in fulfillment of the esteemed intention, to move the three Moluccan Kings with their Princes and Grandees of the Realm, through a personal meeting in a joint assembly with the Governor and the Commanders of the national squadron and by placing before them their obligations through the display of sovereign power, henceforth to uphold the treaties in all sincerity and to desist from their unreasonable demands and claims contrary to the alliance, which one has here all too often had to grant because of the Company's weakness known to them, the more so as they always bring the Grandees into play to press those demands; but on the other hand, to confer with the said monarchs separately about certain matters outside the department of the Grandees and having a personal bearing upon Their Highnesses. Paragraph 6. Your High Honours will perceive from the proceedings with the King of Ternate and his Grandees in a conference held inside this castle on the 28th of that month, pursuant to the aforementioned resolution, that this monarch with his Grandees, upon our serious representations, agreed and solemnly promised henceforth to demand nothing more from the Company than what it has bound itself to by contract, nor to make application for any advance payments of recognition moneys before and prior to the time of their due date; that furthermore, half of the King's recognition moneys shall be withheld annually in deduction of his debt to the Honourable Company, which has run very high in the ledger. Relying on Your High Honours' esteemed approval, one proceeded to accord half of these recognition moneys to the monarch, out of consideration that he derives not the slightest considerable revenue from his lands, and such revenues could not be demanded from his generally impoverished subjects, and in occurring cases of deaths, expeditions, or other occasions, especially for the continuation of the extirpation work presently underway with desirable success, he ought to have something in hand. 77. Paragraph 7. On the other hand, His Highness and the Grandees of the Realm were praised and solemnly thanked on behalf of the Sovereign and on the part of the Honourable Company for their zeal and willingness shown thus far in the continuation of the destruction of spice trees, and were kindly admonished and encouraged to continue in that good disposition and thereby ingratiate themselves into the favour of the Sovereign and Your High Honours; the said monarch and Grandees being further urged to be more prompt in the delivery of mast-timber promised by contract.
Dutch transcription
75. §: 3. Middelerwijlen in obedientie aan uwer Hoog Edelheeden g'aerd bevel, zoo om de zaaken in een behoorlijke order te tractee„ ter bereiking van het bedoelde Oogmerk „ren als met de afsending van 's lands scheepen naar dese 1a Provintie, aan den Heer van Halm, hebbende gesuppedi„ „teerd eene omstandige onderrigting van de gesteldheid der zaken, bij eene deesen onder de Bijlagen sub N=o 2: te„ „papier gebragte korte schets nogeens den in en uijtween„ „digen staat deeser Provintie met opzigt tot den Inlan„ „der, sijn daar op in een met zijn WelEd: Gestr: en de ver„ „dere Heeren Capiteijns van het esquader gehouden Com„ „mitte op den 24: April I:o E: beraamt en vastgesteld soda„ „nige besluijten, als nodig wierden geoordeelt tot redres der zaaken en bevordering der belangen van de Maat„ „schappij binnen deese Provintie. §: 4: Terwijl mig ten reguarde der bij het Jongste vreeder tractrat aan de kroon van Engeland toegestaane ongegeneerde vaart door de oostersche zeëën nog in het onzeekere verzeekren„ „de, in hoe verre en in welker voegen de natie van die con„ „cessie gebruijk ons staat te maaken, alzoo door slegts twee scheepen die in A: P: in de naabijheid van het sangirs Eijland Ta„ „boekan ontwaard sijn, en voor Chineesvaarders moeten gehouden worden, voor zoo verre bekend is, nog geen het minse misbruik daar van gemaakt en nog niets is ondernomen tot nadeel van sComp=s Possessien en voorregten om deesen oord ook 6 net nodig is geoordeelt, voor als nog daar tegen te preceutie beramen, of in 't werk te stellen, eenige Ceramen off middelen van vigeur egter de verklaaring van Haar Hoog met mo„ wel„ 24 e dee„ en Cang Lij de Hoog Mogende in deesen bij Hoogst Derselver Resolutie van den 1=e November 1785: zoo wel als het geordonneerde bij Extract generaale Resolutie uwer Hoog Edelh: de dato 10 Aug„s A: P: Casu quo en wanneer het de nood mogt komen te vereijschen ook teffens ten opsigte en tot teegengang van de vaart der spaanjaarden sorgvuldig in het oog sal werden gehouden; ef N: 5: Bij bovengeciteerde Commitse van den 24: April, wijders gearresteerd sijnde geworden om in voldoening van de geeere de he intentie, de drie Moluksche koningen met derzelver Princen en Rijxgrooten door Eene personeele ontmoeting in eene gecombineerde vergadering met den Gouverneur en de Hoofden van 's Lands esquader en voorhouding hunner verpligting door vertooning der magt van de souvereine te beweegen, om voortaan de Contracten met alle opregt„ „heidt te onderhouden en afte sien, van derselver on„ „billijke en teegen de verbintenisse aanloopende vor„ „deringen en eijsschen, die men hier uijt hoofde der bij hun bekende onmagt van de Comp: maar alte dikwils heeft moeten inwilligen te meer zij tot aandrang dier vorderingen altoos de Rijksgrooten meede in het spie brengen, dog daar en teegen gem: vorsten apart te onderhouden, over eenige zaaken buijten het depur„ „tement der Rijxgrooten en hun Hoogheiden eene perso„ „neele betrekking hebbende N: 6: zal uw Hoog Edelh:s uijt het verhandelde met Ternaatsch koning en sijne Rijksgrooten in eene inge„ „volge van gem: besluijt op den 28: dier maand binnen „nen reco dit 77. ¶ voor en aleer de tijd tot derselver voor deefgeede sij verscheen „nen, dat voorts geeerde de helft van 's konings recognitie penningen dit kasteel gehouden Conferentie komen te blijken, dat die vorsch niet met Rijxgrooten onse ernstige verto„ „gen, aangenomen en solemneele belooft hebben, om voortaan niets meer van de Comp=e te vergen, dan waar toe zij zig bij Contract verbonden heeft, nog aansoek te doen om eenige vooruitverstrekking van recognitie penn: Iaarlijks sullen werden ingehouden in aftrekking sij„ „ner bij de E: Compe zeer hoog in stok geloopen schuld sijnde, men in vertrouwen op uwer Hoog Edelh: geeerde goedkeuring tot het accordeeren der helft dies recogni„ „tie penningen aan den vorst overgegaan uijt consideratie dat van sijne landen geene de minste in aanmerking komende inkomsten heeft, en deese inkomsten van sijne doorgaans armoedige onderdanen ook niet te vergen sou„ „den weesen, en by voorkomende sterfgevallen togten off andere geleegentheeden, voor al tot voortsetting van het tans met een gewenscht succes aan de gang zijnd Extirpatie „werk, dog iets in handen dienende te hebben. §: 7: waaren tegen zijne Hoogh: en Rijksgrooten uit naam van den souveren en van weegen D: E: Compagnie gelouan„ 6 „geerd en plegtig bedankt sijn geworden voor derselver dus verre betoonden ijver in en bereidwilligheid tot voortsetting van de distructie van specerij boomen en vriendelijk vermaand en aangespoord om in die goede dispositie te blijven Continueeren en hun daar door te insinueeren in de gracie van den souverein en uwe Hoog Edelheeden; werdende gem: vorst en Rijxgrooten voorts nog aangespoord om gereeder te sijn, tot de bij Contract beloofde leverantie van mast rond tie van d kom van O werden wijders zelver ting in eur en hunner ne opregt„ on„ evor¬ bij hun spie te aer„ perso„ met binnen ge¬ dier s 10
English
round timbers and other necessities serving the Company's ships and vessels, in which item they have been very tardy for a considerable time. Paragraph 8: Since Your High Noble Excellencies are furthermore already aware of the King's repeatedly executed unfriendly and unjust conduct toward his Princes and Grandees of the realm, of which the former Djoegoegoe Miftaha has provided a lamentable example, it was therefore deemed necessary not to let this opportunity pass to make His Highness desist from these unjust actions, and to induce him to a more discreet and humane way of living with the said Princes and Grandees of the realm, the more so as the undersigned had been reliably informed that, besides Prince Schoonderwoerd, from whom the King had taken everything, even down to his children, there had fallen into disgrace and had retreated out of anxiety and distress from their houses, which the King had caused to be stripped of all effects, the Princes, the Dgoegoegoe Tjaptjika and Major Terlucco. For this reason the King was separately and earnestly reproached and admonished about this, so that he might now reveal without reserve the reasons that the aforesaid Princes might have given for His Highness's disgrace and displeasure fallen upon them, in order, if possible, to settle the disputes, or, if they should have gone so far astray that their offenses merited punishment, that this might then be proportioned according to the nature thereof. The King was furthermore reminded how his conduct in this regard was not only contrary to the contracts sworn by him in general, according to the contents of which he was not permitted to punish Princes or Grandees of the realm without the prior knowledge or consent of the Governor, of whose offenses he was obliged to give notice, and when they were found to be of such weight that rigorous punishment must follow, they ought then to be delivered up to the Honorable Company to be punished by mutual consultation and deliberation; but also specifically against the solemn promises made upon his elevation to the throne, that he would put aside and plunge into oblivion all hatred and aversion that might have rested upon any of the Princes or Grandees of the realm from him or his late father, and furthermore treat them well and generously throughout his reign. Paragraph 9: Although the King, in the meantime denying his unjust conduct in this, sought to disguise the same with regard to Prince Schoonderwoerd with a request made to him before her death by his late sister, the consort of Schoonderwoerd, to take her children to his court out of consideration that their upbringing might be neglected in their father's house, and attributed the retreat of the Princes Tjaptjika and Terlucco to some domestic disputes, requesting that the aforesaid Princes, who were outside the assembly, might be summoned inside and questioned whether they had any complaints to bring against him; it was nevertheless deemed best, both for the safety and well-being of those Princes and so as not to expose the King before his full Council of the realm present inside the castle, the more so as one was now completely convinced that the King's pretenses were merely far-fetched pretexts and that what had been put to him was the truth, to make no further investigation in this matter, but to admonish His Highness earnestly once more not to give easy credence to the instigations of ill-disposed persons who did not hesitate to make one or another of his Princes or Grandees of the realm suspect to him and bring them into disgrace without their being guilty of any offense, but to treat them all without distinction generously and as befits a King if they merited it, and to admit them to his court; furthermore, henceforth not to arrest, punish, or treat in any other rigorous manner any of the Princes or Grandees of the realm without the prior knowledge and consent of the Chief Authorities on behalf of the Honorable Company, if he did not wish to expose himself to unpleasant consequences. Meanwhile, with regard to Prince Schoonderwoerd in particular, the undersigned made it known to him that Your High Noble Excellencies had authorized and instructed him to take that Prince publicly under the Company's protection if necessary, which remonstrances worked so much upon the mind of that monarch that he not only solemnly promised to observe and follow everything, but also without delay, in fulfillment of those promises, readmitted all the Princes who had been in disgrace with him into favor and to his court, returning the children of Schoonderwoerd, it being to be wished that he may persist in this good disposition. Paragraph 10: Furthermore, on that occasion the extradition was negotiated and effected of a certain Macassar named Abdul Malik, to whom the King had granted refuge in his negorij together with a considerable number of runaway slaves of the late Macassar Captain Hoen, and whom he had stubbornly refused to return, notwithstanding that they had been reclaimed first by the Council of Justice and subsequently, at the request of the said Council, by the undersigned, under the pretext that they were free and partly begotten of Ternate subjects. Requesting, to avoid prolixity, to be permitted to refer regarding this to what was recorded in the Resolution of 28 April.
Dutch transcription
rond houten, en andere benoodigtheeden, te diende van s Comp scheepen en vaarthuijgen, in welk artikel zeedert een gerinmen tijd zeer agterlijk sijn geweest. I: 8 Daar uw Hoog Edelheeden wijders reets kennis dragen van 's konings te meermaalen bewerkstelligde onvriendelijk en onbillijke handelwijse omtrent zijne Princen en Rijx„ „grooten waar van de geweesen Tjoegoegoe Miftaha een beklagens waardig voorbeeld heeft opgeleverd wierd derhalven geoordeelt deese geleegenheid niet te moeten laten voorbij gaan, om zijn Hoogheid van deze onbillijke gedoentens te doen afsien, en hem te permoveeren tot een discreeter en menschlievender wijse van leven met gem Princen en Rijksgrooten, te meer de teekenaar in het zeekere g'informeerd was, dat behalven Prins schaa „dervoert, wien de koning alles tot sijne kinderen toe hadt afgenoomen nog in disgratie waaren gevallen en hun uit bekommering en Embaras diesweegen buijten derselver huijsen, die de koning van alle effecten had doen ontblooten, hadden geretireerd, de Prinsen, de Dgoegoegoe Tjaptjika en Majoor Terlucco weshalven de koning hier over apart ernstig wierd on„ „verhouden en vermaand om reeden, die voorm: Prinsen mogten hebben gegeven, tot zijner Hoogh: op hun gevallen, desgratie en misnoegen als nu sonder agterhoudendheid open te leggen, ten einde des doen„ „lijk de verschille te assopieeren, dan wel, zoose hun zoo 79. zoo verre mogten hebben te buijten gegaan, dat derzelver misdrijven straffe meriteerden, die dan mogt werden g'evenzeerdigt naar gelang van derzelven: werdende den koning wijders onder het oog gebragt, hoe sijn gedrag in dee„ „sen niet alleen strijdig zij met de door hem beswooren contracten in 't generaal, naar volgens welken inhoud, Prin„ „sen nog Rijxgrooten mogt straffen buijten voorkennis off toe„ „stemming van den gouverneur, waar van derzelver misdrij„ „ven verpligt zij kennis te geven, en wanneerse van dat ge„ „wigt bevonden wierden, dat daar op eene regoreuse straffe moest volgen, ze als dan behoorden te werden overgeleverd aan d' E: Comp=e om met gemeen overley en beraad te werden afgestraft, maar ook speciaal teegen de bij sijne ver„ „heffing tot den throon plegtig gedaane beloften, dat al„ „leen haat en aversie, die op Een der Princen off Rijxgroo„ „ten van hem off wijlen zijnen vader mogt hebben geleegen 3 afleggen, en in vergeetenheid dompelen, voorts hun geduu„ „rende zijne Regeering altoos wel en edelmoodig zour behandelen. V: 9: schoon middelerwijlen de koning sijne onbillijke han„ „delwijse in deesen ontkennende, deselve ten opsigte van Prins schoonderwoert zogt te bewimpelen, met een verzoek van wijlen zijne suster schoonderwoerd gema„ „lin voor haar overlijden aan hem gedaan, om haar kin„ „deren aan sijn hoff te neemen, uit bedagting dat der„ „selver opvoeding in het huijs van haar vader mogt werden verwaarloost, en het retireeren van de Prin„ „sen Tjaptjika en Terlucco, toeschreeft aan eenige huijselijke van sComp geruimen agen van iendelijke Rijx taha wierd Schoon — van de rlucco on„ Prinsen hun „ , 8 huijsselijke verschillen met verzoek dat de voorn: Prin„ „len, die buijten de vergadering waaren, binnen ontboden en ondervraagd mogten worden, of eenige klagten teegen hem hadden inte brengen; wierd egter zoo tot veiligheid en wel sijn dier Princen als om den koning niet ten toon te stellen, voor sijn vollen binnen het kasteel preesenten men Rijks Raad, te meer nu volkomen overtuigd was dats konings voorgeven slegts verregesogte uitvlug„ „ten waren, en het hem voorgehouden in waarheid bestond best geoordeelt geen verder onderzoek in deesen te doen maar zijne Hoogh: nogmaals enstig te vermanen om niet ligt gelooff te defereeren over de inductien van kwaad gesinde menschen, die niet schroomden den een off anderen van sijne Princen off Rijxgrooten sonder F dat ze aan eenig misdrijf schuldig waren bij hem suspect te maken en in disgracie te brengen, maar hun alleen sonder onderscheid zoo ze het meriteerden edelmoedig en gelijk een koning betaamd te behandelen en aan sijn hoff te admitteeren, voorts voortaan geen / der Princen off Rijxgrooten in hegtenis te neemen, te straffen, off op eenige andere rigoreuse manier te tracteeren buiten voorkennis en toestemming van den Hoofd Gebieders van weegen d'E: Comp=e zoo hij hemselven niet begeerde te exponeeren van onaangenaame gevol ge 81. „gen, terwijl hem speciaal ten opsigte van Prins schoonder„ „woert door den teekenaar te kennen wierd gegeven, dat uw Hoog Edelh:s hem gequalificeerd en gelast hadden om dien Prins, des noods publick onder sComp=s protectie te neemen, welke vertogen zoo veel op het gemoed van dien vorst hebben uijtgewerkt, dat niet alleen heilig be„ „loofd heeft alles te sullen naarkomen en opvolgen, maar ook zonder uitstel ter vervulding dier beloften alle de bij hem in desgracie geweesen Princen in gunst en aan sijn hoff gereadmitteerd heeft met te rug gave der kun„ „deren van schoonderwoert sijnde te wenschen dat in dee„ „se goede dispositie mag volharden. §: 10: En is voorts nog bij die geleegenheid bewerkt en g'effectueerd de uitlevering van zeekeren Maccassaar Abdul Malik dien de koning met een aanmerkelijk getal gedroste sla„ „ven van wijlen den Maccassaars kapitein Hoen, schuijlplaats in sijne Negorij verleend, en niet tegenstaande eerst door den Raad van Iustitie en vervolgens op de sollicitatie van gem: Rade door den Teekenaar gereclameerd wa„ „ren geworden, egter hardnekkig geweigerd had te rug te geven, onder pretext datse vrij en gedeeltelijk uijt Ter„ „naatse onderdanen geprocreerd waren, verzoekende ter vermijding van Prolixiteit mij dien aangaande te mogen refereeren aan des aangeteekende bij Resolutie van den 28: April Met Pin„ lig ten toon id ut manen ductien den sonder t lleen dig doen stond gevol
English
Section 11: Having entered into conference on 30 April with the King of Tidor, who was invited to this castle, and his grandees of the realm, after reminding them of their obligations towards the Honourable Company and after delivering an admonition for a faithful observance of the contracts, it was further pointed out to His Highness that however much he had promised Your Right Honourable upon his elevation to the throne to forget everything that had occurred and existed between the two realms of Ternaten and Tidor during and on account of the Tidorese revolt, and never to execute any revenge over it in order thereby to cultivate and maintain peace and quiet in his realm as the only means by which the same can be raised up again and brought into its former prosperity, His Highness nevertheless, together with his grandees of the realm, in spite of these promises, had so clearly displayed their animosity against the Ternatans on various occasions. Especially by having a naked sword carried before him, the King, on the occasion of a feast held inside the castle in the presence of the Ternatan king—who, regarding this according to the custom of the Moluccans as a sign of war, was therefore very vexed and affronted—as also by having a party of Ternatans beaten, grievously mistreated, and sent bound inside the castle for no other reason than that they had sailed past His Highness's lodgings, the Timroen kotta baroe, without striking their sail. This was so clearly displayed that if the Company had not intervened and the disputes had not been settled through the mediation of the Governor, the smouldering fire of discord would long ago have broken out into an open flame. Since His Highness could not disavow these transgressions, he requested forgiveness for them, promising that henceforth he would contribute everything that may be useful for the preservation of peace and quiet in his realm. Section 12: Said King and grandees of the realm having further demanded, by letter of this Government dated 7 April of this current year, separate recognition moneys for the extirpation of the Tidorese districts on the opposite shore of Almaheira, indicating that if this demand were not granted the work could for the present make no progress, the unreasonableness and inequity of this demand was brought to their attention in the most emphatic terms. According to received reports, this demand was estimated by the King at 3000 Rds, and according to His Highness's statement it was supposedly assigned and delivered to the late King Djamaloedien by the former Governor Schoonderwoerd. It was simultaneously shown that nowhere in any contract did it appear that the Company had bound itself to the payment of separate moneys for the extirpation of the Tidorese lands on Almaheira, and still less to the provision of provisions, which His Highness also claimed had been provided by the Company to his subjects for that work in earlier years. Upon investigation, what was delivered by the late Governor Schoonderwoerd to the former King Djamaloedin was found to have consisted merely of a small present, by far not amounting to the sum of 3000 Rds, which present, however, could in no way be drawn into a precedent nor regarded as an obligation on the part of the Honourable Company. His Highness and the grandees of the realm were, according to the contracts, obliged to allow extirpation everywhere and without any exception on his lands, and for as long as the Government deemed it necessary, for the recognition moneys stipulated therein, without being permitted to claim anything more for it than what had been assigned and promised to him by the aforementioned contract. In addition, they ought to take into consideration how many years in succession the extirpation work on the Tidorese lands had stood still, whereas during all that time the recognition moneys were paid out to the King and grandees of the realm, even though declared forfeited by the revolt, and moreover four years were provided in advance to the King for himself and the grandees of the realm at the capital, not counting the great war expenses that had been remitted to the realm; for which singular proof of favour he, the King, and the grandees of the realm, instead of showing due gratitude, now came forward with unreasonable demands. Section 13: Your Right Honourable will, if it pleases you, perceive from the detailed record on that subject in the Resolution of 30 April how strongly the said King continued to urge for an extraordinary provision on account of the extirpation work on his Almaheiran lands and denied having received any advance provision at the capital. Of this, however, he was convinced without delay, and it was finally declared to His Highness and the grandees of the realm that if they remained any longer refractory in fulfilling the contracts, one would be forced to compel them to do so by sending some warships to Tidor. By which earnest language His Highness was finally moved not only to desist from his demand and to fulfill what he was obliged to according to the contracts, but also
Dutch transcription
§: 11: Met den aan dit kasteel g'uwiteerde koning van Tidor en sijne Rijksgrooten op den 30: April in Conferentie sijnde getreeden, wierd na het voorhouden van derselver verplig„ „tingen ten op sigte van D' E: Comp: en voor afgegevene verma „ning tot eene getrouwe naarkoming der Contracten, zijner Hoogh: wijders voorgehouden, dat hoe zeer hij bij sij „ne verhefsing tot den Throon voor uw Hoog Edelh: be„ „loofd had, om al het geene geduurende en ter zake der Tidorese revolte was voorgevallen, en g'exteerd tusschen de beijde Rijken van Ternaten en Tidor te vergeeten, en daar over nimmer eenige wraak te sullen oeffenen om lang dien wegen door dit middel aantekweeken en te onderhouden, de rust en vreede in sijn Rijk, als het eenigste middel, waar door het selve weder kan wor„ „den opgebeurd en gebragt in sijn voorigen bloeij zijnde Hoogh: egter met zijne Rijksgrooten in weerwil deeses beloften derzelver animositeit teegen de Ternatanen bij diverse geleegenheeden en speciaal door het laten dragen voor hem koning van Een blood swaard bij gelee„ „genheid van een binnen het kasteel gehouden festijn in preesentie van Ternaatsch koning, die sulks vol„ „gens het gebruijk der Moluccanen als een seijn vant oorlog 83. oorlog aanmerkende daarom zeer geErgerd en geaffron„ „teerd was, zoo meede door het laten slaan deerlijk mis„ „handelen en gebonden binnen het kasteel senden van ba„ parthij Ternatanen, om geen andere reden, dan datse zij„ „ner Hoogh: logiment de Tim„roen kotta baroe sonder haar zeijl te strijken voor bij waren gevaren zoo klaar aan de dag hadden gelegd, dat soo er de Comp=e niet was tus„ „schen gekomen en de verschillen door bemiddelen van den gouverneur waren bijgelegjd het smeulend vuur van oneenigheid reets voorlang in het ligte vlam zoude weesen uijtgebrooken, welke buijten stappen zijne Hoogh niet konende desavodeezen daar over vergiffenis versogt onder belofte, dat voortaan alles zou toebrengen wat dienstig zy tot Conservatie van de rust en vreede in sijn Rijk: A: 12: Gem: koning en Rijksgrooten wijders bij brieve van deese Regeering in dato 7: April h: A: gevorderd hebbende Aparte recognitie penningen voor het extirpeeren der Tidoreese districten aan de overwal van Almaheira onder te kennen gave, dat zoo deese Eijsch niet ge„ „accordeerd wierd het werk voor eerst geen voortgang kon nemen en zijner Hoogh: en Rijksgrooten de onree„ „delijkheid en onbillikheid over dien eijsch die volgens van erlangde berigte door den koning begroot wierd op rd=s 3000 r inde a sij be hen en nen vol„ hij Rd=s 3000:—:—: en volgens zyner Hoogh: opgave aan wijlen koning Djamaloedien zoude weesen toegelegd en afgegeven door den gew gouverneur schoonderwoerd in de naadrukkelijkste termen onder het oog gebragt en teffens verthoont sijnde hoe nergens bij eenig Con„ „tract kwam te blijken dat de Comp=e haar tot de vol„ het „doening van aparte penningen voor zief extirpeerden der e Tidoreese Landen op Almaheira had verbonden en nog minder tot de besorging van mondkost, die zijne Hoogh: meede voorgaf in vroegere Iaaren door de s Comp: aan sijne onderdanen bij dat werk te sijn verstrekt: Dat het afgegeven door wijlen den Heer Gouverneur Schoonder„ „woerd aan den gew: koning Djamaloedin bij onderzoek bevonden was slegts te hebben, bestaan in een gering en op verre na de somma van rd=s 3000: niet uijtma„ „kend geschenk, welk geschenk egter in geen gevolg getrok„ „ken nog als eene verpligting van de zijde der E: Comp: kon werden aangemerkt: Dat zijne Hoogh: en Rijks„ „grooten, volgens de Contracten verpligt waren, om voor de daar bij gestipuleerde recognitie penningen overal en sonder eenige uitsondering op sijne Landen mitsgaders zoo lang het de Regeering nodig oordeelde te laten extirpeeren, sonder daar voor iets meer te mogen preeten= „deeren 23 85 „deeren, dan het geene hem bij voorn: Contract toegelegden beloofd was terwijl nog daar en boven behoorden in overweeging te neemen, hoe veele Iaren agter een het extirpatie werk op de Tidoreese lan„ 6. „den hebbe stilgestaan, daar dog in aldien tijd de recognitie pen„ „ningen aan den koning en Rijksgrooten sijn uitgekeerd, sodanig en zelven dien door den op stand vervallen verklaard, en nog daar en boven aan den koning voor hem en de Rijksgrooten vier Iaren ter Hoofdplaatse voor uit verstrekt ongereekend: de grote oor„ „logs kosten die aan het Rijk geschonken waren geworden, voor welk singulier gunst bewijs hij koning en Rijksgrooten in stee„ „de eener schuldige dankbaarheid, tans met onbillijke vorde„ ringen voor den dag kwamen §: 13: zullen uw Hoog Edelh: bij het op dat sujet breed„ „voerig aangeteekende ter Resol: van den 30: April des gelievende ontwaaren hoe sterk gem: 1 koning op eene extra ordinaire verstrekking wegens het extir„ vr „patie werk op sijne Almaheirase Landen bleef urgeeren en ontkende eenige vooruit verstrekking ter Hoofdplaatse te hebben ontvangen, waar van egter sonder uitstel overtuigd en zijner Hoogh: en Rijksgrooten eindelijk gedelareerd wierd dat soo langer weigeragtig bleeven aan de contracten te voldoen men genoodzaakt zou weesen hun door de afsending van eeni„ „ge oorlogscheijsen naar Tidor daar toe te verpligten, door wel„ „ke ernstige taal zijne Hoogh: eindelijk gepermoveerd wierd om niet alleen van sijnen Eijsch aftesien en aan het geene volgens de Contracten verpligt was te voldoen, maar ook het aan er 1 2 der zijne Comp: Dat Schoonder erzoek gering itenan p: trok„ Rijks„ voor veral en 2 te preeten= aders bragt rd d
English
that the extirpation work completed on the Island of Tidor be continued on Almaheira as of 1 June next, and that he, following the example of the king of Ternate, be kept satisfied with half of his annual recognition money, while retaining the other half in reduction of his debts to the Honorable Company, albeit under repeated solicitation that his persistent request for some advance disbursement might not be taken amiss or regarded as stubbornness or unwillingness, since it had occurred on account of a genuine distress regarding necessary and indispensable support for his subjects proceeding to Almaheira for the extirpation, upon which emphatic representation it was then granted to him that he might address himself further on this matter to me and the Council, whereon nevertheless no disbursement of moneys followed. No. 14. The prince having furthermore been separately confronted with his failure to fulfill his promises made to Your Right Honorables to deliver the Rebel Noekoe into the hands of the Honorable Company, and having represented in reply how he had already applied in vain to this Government up to three times for permission to dispatch a small fleet of korra-korras reinforced with the Company's ammunition against the said Rebel, but his request had each time been rejected, I judged this to be the right time to bring to His Highness's attention on this subject: how the first time his request and proposal for dispatching a fleet of korra-korras reinforced with the Company's ammunition could not be granted, because it was notorious that as soon as the Tidorese were provided with the Company's cannon, powder, and shot, instead of going to fight Noekoe they would have turned their prows toward the most distant lands under the territory of Ternaten, and would have vented their fury on the subjects of Ternate; that the second time the dispatch of a Tidorese fleet against the said Rebel was deemed neither advisable nor expedient, because reports had come in that some of his principal grandees of the realm, and among them Djoegoegoe Tahane, maintained a close correspondence with Noekoe and had mutually agreed that whenever the Company and the king were to send an expeditionary fleet against him, they would then have the head struck off a certain native who was kept in the negorij Boeli and closely resembled Noekoe, and would deliver the said head to Ternaten as being that of Noekoe, in order to lead the Company into the belief that the Rebel was dead, and thus secure him from further pursuit; that finally, for the third time, his request had been rejected because His Highness in person had declared to Ensign Lang that he dared not trust a single Tidorese with respect to Noekoe, or to send them against Noekoe, which statement was not only avowed by the king in the full assembly, but moreover it was declared that he was fully convinced that not one of his subjects would dare to capture Noekoe or do him any harm; so that from this statement it clearly appears how prudently we have acted in rejecting the king's proposals in this matter, and that all expeditions against that Rebel by Tidorese would not only be fruitless, but also detrimental and dangerous, especially if they were reinforced with the Company's arms. No. 15. Serving for the esteemed information and elucidation of Your Right Honorables, I note here that concerning the above-mentioned correspondence of some Tidorese grandees of the realm, and among them specifically the Djoegoegoe Tahane with Noekoe, I was secretly informed by Ensign Lang and Assistant Vink, who were commissioned at that time for the extirpation on the island of Tulocca, but despite all efforts made and information given to the said Lang, they were unable to get any further to the bottom of these intrigues, because the Pattanirese man who had made this discovery to the said Lang suddenly vanished and has not reappeared, whereby all further investigations were frustrated; while in that regard I respectfully refer to the enclosures attached hereto under No. 3. His Highness, upon being questioned whether anything was known to him of this punishable and treacherous correspondence of his grandees with Noekoe, declared under solemn oath to know nothing thereof, and undertook
Dutch transcription
het op het Eiland Tidor volbragt zijnde extirpatie werk op Almaheira met p=o Junij aanstaande te laten gevolg nae „men, en hem na het voorbeeld van Ternaatsch koning te vreede te houden, met de helft sijner Iaarlijksche recoij„ „nitie penningen en de andere helft te laten staan ter afkorting zijner schulden bij DE: Comp=e onder herhaalde sollicitatie egter, dat sijn aanhoudend verzoek om eenige voor uit verstrekking niet kwalijk dan wel door hardnen„ „kig of onwilligheid mogt werden aangemerkt, alsoo het was geschiet uijt hoofde eener weesenlijke verleegenheid om noodsakelijke en niet te ontbeeren ondersteuning, voor sijn in extirpatie naar Almaheira gaande onderdanen, op welk nacdruklijke vertoning hem dan geaccordeerd wierd, sig des„ „weegen nader te mogen addresseeren bij mij en den Raad waar op nogtans geen afgave van Penningen gevolgd is. N: 14: Den vorst wijdert nog apart sijnde voorgehouden het niet naarkomen sijner aan uw Hoog Edelh: gedaane promes„ „ses om den Rebel Noekoe te leveren in handen van d: E: Comp: en door denzelven hier op vertoond sijnde, hoe reeds tot drie reijsen te vergeefs aansoek bij deese Regeering hadde gedaan om permissie tot de afsending van een Korra korra vlootje gesterkt met 'sComp=s ammunitie teegen gem: Rebel dog sijn ver„ „soek telkens van de hand was geweesen, oordeelde ik nu de regte tijd te sijn om zijner Hoogh: op dit Sujet onder het 23 87. het oog te brengen; hoe de eerste reijse sijn versoek en proposi„ korra, „tie ter afsending van een Korra vlootje gesterkt met sComp=s am munitie niet had konnen werden ingewilligd, om dat notoir was, dat zoo draa de Tidoreese van Comp=s geschut kruijt en scherp voorsien waren geweest, zij in steede van Noekoe te gaan bevegten haar stevens gekeerd naar de verafgeleegenste Landen onder het gebied van Ternaten, en haar moed zouden hebben gekoeld aan de Ternaatsche onderdanen: dat de tweede reijs raadsaam nog oorbaar geoordeelt was de afsending van een Tidorees vlootje tegen gem: Rebel, om dat berigten waren ingekomen, dat eeniger sijner voornaamste Rijksgroten en daar onder Djoegoegoe Tahane eene nauwe Corres pan „tentie, onder hielden met Noekoe en onderling waren overeenge„ „komen dat wanneer de Comp: en de koning eene Expeditie vloot tegen hem kwam afte senden, zij als dan het hoofd laten afslaan van zekeren ter Negorij Boeli bewaard wordende en zeer wel naar Noekoe gelijken den Inlander, en gem: hoofd voor dat van Noekoe naar Ternaten souder besorgen om de Comp: in de meening te brengen, dat die Rebel uit de weereld was, en hem dus. voor verdere vervolging te beveiligen: dat eindelijk voor de derde reijs sijn versoek van de hand was geweesen overmits zyne Hoogh: in persoon had gedeclareerd aan den vaandrig Lang, dat niet een Tidorees durfde ver„ „trouwen ten opsigte van Noekoe, of om tegen Noekoe te sen„ „den welk seggen door den koning in de volle vergadering niet alleen wer werk lgnee ge en har v sig d waar niet mes Comp: drie gedaan vlootje og sijn ver„ nu de onder :E: 14 prom het welk sijn heid alleen geavoueerd, maar nog daar en boven verklaard wierd, woe„ „komen overtuigd te sijn, dat met een van sijne onderdanen Noe„ „koe, zou durven gevangen nemen, op eenig leed doen, zoo dat uit dit zeggen klaar blijkt, hoe voorsigtig gehandelt is met het afwijsen van 's konings voorslagen in deesen en dat alle expeditien teegen dien Rebel door Tidoreesen niet alleen vrugteloos, maar ook naadeelig en gevaarlijk souden weesen, voor al wanneer 1:„ „se gesterk waren met 'sComp=s wapenen. Narigt N: 15: Dienende ik ter g'eerde voorhiff en elucidatie van Uw: Hoog„ hier vooren Edelh: hier te noteeren, dat aangaande de hier over aange„ „haalde Correspondentie van eenige Tidoreese Rijksgrooten en daar onder speciaal van den Djoegoegoe Tahane met Noekoe in secretesse geinformeerd ben geworden, door dien Dictorin tijd ten Eijland Tulocca extirpatie gecommitteerden vaandrig Zang en Assistent Vink, dog in weerwil alles aangewende pogingen en gegeven informatien aan gem: zang niet verder ag„ „ter die konkelarijen hebben konnen koomen, alsoo de Pattani„ „rees, die deese ontdekking aan hem zang had gedaan een schep verdweenen en niet weeder te voorschijn is gekomen, waar door alle verdere navorsching verijdelt sijn geworden; terwijl mij dien aangaande eerbiedig refereeren aan de deesen sub N=o 3: bij gevoegde bijlagen:— VE Hebbende sijne Hoogh: bij ondervraging, of hem van deese strafbare en trouwlose correspondentie sijner Rijksgroo„ „ten met Noekoe ook niets bekend zij, onder solemneelen Eede verklaard daar van niets te weeten en en aangenomen opdee in
English
to conduct an investigation in secret, and to deliver the culprits to the Honorable Company, so as not to fall into suspicion and misfortune as well, adding however, that he had much knowledge of what was held in the meetings with the Djougoegoe and that no evil was negotiated there, but mostly old disputes were settled concerning the ownership of gardens and effects lost in the war and now recovered again; however, nothing has yet come of the King's promised investigation to this day: §17: Serving further for the honored elucidation of Your Right Noblenesses concerning the reasons that the letter from Noekoe to King Kamaloedien was said to contain for not submitting himself, namely that no reliance can any longer be placed upon the word and the promises of the Netherlanders, that the King, having been questioned on that chapter, His Highness indicated that such was not written in Noekoe's letter, but rather that the Company in the present time was no longer as good as in former years. §18: Having been informed by the Commander of Batchian, Ensign Keinaardt, by letter dated 25 September of the past year, concerning a certain missive from the King of Tidor to the King of Batchian, which, read in the presence of one of the bodyguards of the last-mentioned King, the said military officer, knowledgeable in the Tidorese language, was said to have understood that the King of Tidor had thereby exhorted the King of Batchian to conduct himself quietly and peacefully, since the Company's power was great, of which he, the King of Tidor, had had experience; from which could not clearly be inferred an intention against the Honorable Company or the Kingdom of Ternate, disclosed by Batchian's monarch during his presence in the year 1785 at this castle to the King of Tidor, all the more because shortly thereafter followed his unauthorized expedition to Ceram to recruit people and, provided therewith, to put his intentions into effect; it was judged not improper to sound out the King of Tidor in this conference about the writing of that letter: but since His Highness testified to knowing nothing of that letter, adding that he would not dare to give such lessons to a king who was of equal rank with him and that those admonitions would be better suited for his people of Maba, Weda, and Pattani, we had to leave it at the King's testimony and his promises to conduct an investigation as to whether and by whom a letter of such content had been written from Tidor to Batchian, of which, however, nothing has yet come. §19: Your Right Noblenesses will be able to perceive from what was noted in our Resolution of 24 April, if you please, how we had to suspend our decision at that time regarding whether or not to dispatch an expedition against the rebel Noekoe, because, lacking the necessary advice from Amboina and having no knowledge of Noekoe's hiding place, we would have wasted futile effort and expense: and having understood thereafter from a separate missive from the Governor of Amboina, the Honorable and Valiant Mr. De Bok, to the undersigner dated 18 April of this current year, that according to reports received by His Honor on the North Coast of Ceram, the said rebel was currently staying at a river between Wavoe and Hottij and was gradually being abandoned by the Ceram people, on which account the execution of the plan proposed by me in the past year to dispatch an expedition against the said rebel would now be unnecessary, all the more because he could rather be caught in the trap through treachery than through violent means; from which it clearly became evident that His Honor not only deemed an expedition against Noekoe unnecessary, but even came to disapprove of it; on that ground, and in order not to incur unnecessary and futile expenses, it was decided at our session of 18 June to abandon this expedition altogether; but without delay to let the Country's frigates De Pijl and Scipio proceed on their voyage to Amboina, in order to give the Honorable and Valiant Mr. De Bok the opportunity to make use of the warships where required, trusting that the measures taken in this matter may meet with Your High approval. §20: Having been able to enter into conference with the King of Batchian only on 21 May of this year, due to his late appearance at this Castle, His Highness was on this occasion presented in the strongest terms with how Your Right Noblenesses, as well as this Administration, were extremely annoyed by his unauthorized expedition secretly undertaken to Ceram without the prior knowledge or consent of this Government, and the abduction and removal from there of a considerable number of inhabitants of both sexes, in defiance and contempt of the prohibitive orders received against this enterprise from Your Right Noblenesses as well as the Governor of Amboina; while His Highness, moreover, after his return to Batchian, had not only disregarded the repeated orders of this Administration to return the abducted Ceram people to their country safely and free of costs and damages, but had also not even hesitated to deceive Your Right Noblenesses with untruths by informing the same in his letter of 6 September of the past year that while he had intended to inspect the extirpation work, he had arrived on Ceram due to a heavy storm, and thus as if by chance, and that the people abducted from there
Dutch transcription
93. 89. in secretesse onderzoek te doen, en de schuldigen aan d'E: Comp:e te zullen overleeveren, om niet meede in verdenking en onheijlen te raa„ „ken, onder bijvoeging egter, dat van het geene in de bij den Djoe„ „goegce gehouden werdende vergaderingen voor veel kennis droeg en daar geen kwaad verhandeld, maar meest al oude ver„ „schillen over den eigendom van tuinen en in den oorlog verlooren geraakte en nu weeder gerecouvreerdt effecte, beslist wierden zijnde egter van 's konings beloofd ondersoek tot heeden nog niets gekomen: §17: Dienende voorts nog ter geëerde elucidatie uwer Hoog 6„waars Edeh: aangaande de reeden „ die den briev van Noekoe aan ko „ning Kamaloedien souden inhouden var om sig niet de sijne namentlijk niet submitteerd om dat nam op het woord en de belof„ „ten der Neederlander geen staat meer te maken zij, dat de koning op dat Chapiter onderhouden sijnde zijne Hoog„ „heijd te kennen heeft gegeven zij, dat zulks in Noekoer brieff niet geschreeven zij, maar wel dat de Comp=e in de tegenwoordige tijd zoo goed niet meer was in vzoegere Jaaren §3/18: Door Batchians. Commandant den vaandrig kein„ „airdt bij brieffe in dato 25: September A=o P=o g'infor„ „meerd sijnde geworden, weegens zeekere missive van Tidors koning aan dien van Batchian, die geleesen in presentie van een der Bijwagten van laastgem: koning, gem: militair te Tidoreese taal kundig zoude hebben verstaan dat Tidors koning, die van Batchian daar bij had vermaand, om stil en vreedsaam te gedraagen, overmits Comp=s magt 6: groot wierd, vol„ Noe„ dat het expeditien loos, maar anneer„ uw Hoog„ aange„ groo dien andrig gewende verder ag¬ Pattani„ een sklaps waar door mij sub No. 3. van deese ijksgroo„ Eede e op dee met ten uit groot zij, waar van hij koning van Tidor, ondervindig heevt gehad, waar uit niet en duijdelijk kon werden afge„ „nomen een door Batchians vorst geduurende sijn aan„ „weesen in A„o 1785: aan dit kasteel aan dien van Tidor gede „courvreerd voorneemen tegen d'E: Comp: off het Rijk van Ter„ „naten, te meer kort daar op kwam te volgen sijne ongequa„ „lificeerde togt naar Ceram om volk op te doen en daar van voorsien, sijn voornemens werkstellig te maken, wierd niet onooeglijk geoordeeld Tidors koning in deesen Confe„ „rentie meede over het schrijven van dien briev te poesen: dog overmits sijne Hoogh: betuigde van dien Polsen briev niets te weeten onder bijvoeging dat diergelijke lessen niet zou durven geven aan een koning die met hem gelijkstandig was en die vermaningen beeter zouden passen voor sijne Maba, weda, en Pattanijree„ „sen moesten van het laten berusten bij s' koning betuijging en sijne beloften van ondersoek te sullen doen, off en door wien een briev van dusdanigen inhoud van Tidor naar Batchian was geschreeven waar van egter nog niet gewor„ „den is, §19. Uw Hoog Edelheeden sullen bij het aangeteekende ter onze Resolutie van den 24: April des gelievende konnen ontwaren, hoe wij ons besluijt over eene al off niet afte „senden expeditie teegen den Rebel Noekoe, in dien tijd hebben 23. 91. hebben moeten surcheeren om dat wij gebrek der nodige advis en uijt Amboina geen kennis dragende van Noe„ „koes schuilplaats genomen en vergeefsche moeite en kosten zouden hebben gespild: En hier naa uijt eene Aparte mis„ „sive van Amboinas Gouverneur den welEdelen Gestrengen Heer De Bok, aan den teekenaar in dato 18: April h: a: hebbende verstaan, dat volgens bij sijn welEd: Gestr: ingekomen be„ „rigten van Cerams Noord Cust gem: Rebel hem tans was onthoudende aan een rivier tusschen wavoe en Hottij en langsamerhand van den Ceramer wierd verlaten, wes„ „halven de uitroering van het door mijn A=o P=o voor„ „gesteld Plan tot eene opgem: Rebel af te senden er„ „peditie thans onnodig zoude weesen, te meer hij dog eerder door verraad dan door geweldige middelen in de knip te krijgen zou sijn; waar uit dan klaar kwam te blijken, dat zijn welEd: Gestr: eene expeditie teegen Noekoe niet alleen onnoodig oordeelde maar zelfs kwam aftekeuren, uit dien hoofde, en om geen on„ „noodige en vergeefsche kosten te doen ter onse sessie van den 18: Junij beslooten van deese expeditie ten eene„ „maal afte sien; dog sonder uijtstel naar Amboina te laten reijsvorderen 's Lands fregatten de Pijl en schipio ten eijnde den welEd: Gestr: Heer de Boek ocasie aan de hand te geven om sig van afge„ inding gede Ter„ qua¬ van daar wierd Confe„ te van dien t ter ging ewor¬ nen t afte tijd ke o van des oorlogs fregatten daar het vereischt wierd te bedienen, in vertrouwen dat de genomen maatregulen in dee„ „sen Hoogst derselver goedkeuring mogen wegdragen. §20 Met Batchians koning mits zijne late op daging aan dit Kasteel eerst op den 21: Meij d:o E: in conferen tie hebbende koneng treeden wierd zijner Hoogh: bij deese geleegen, „heid in de nadruklijkste termen voorgehouden hoe uw Hoog Edel„ „heeden. zoo wel als dit Ministeries ten uitersten geër„ „gerd was over sijne ongequalificeerden ter sluik onder„ „nomen togt naar Ceram buijten voorkennis off toe stem„ „ming deeser Regeering en het opligten en vervoeren van daar Sexe van een aanmerkelijk getal inwoonders van beijde sheer in weerwil en vilipendie der van uw Hoog Edelh: zoo wel als Amboinas Heer Gouverneur teegen deese onderneeming ontvangen pr „hibitive aanschrijvens terwijl zijne Hoogh: nog daar en boven na zijne terugkomst te Batchian, de herhaalde ordres van dit Ministerium, om de vervoerde Cerammers kost en schade„ „loas mitsgaders veijlig na haar land te rug te besorgen met alleen in den wind geslagen, maar ook niet eens had ge„ „schroomd Uw Hoog Edelh: door onwaardigheeden te obribee„ „ren met bij sijnen briev van den 6: september A: P: Hoogst denzelven te bedeelen, dat terwijl voornemens was ge„ „weest om inspectie te nemen van het extirpatie werk door een sware storm, en dus als bij geval op Ceram was komen te vervallen en de van daar vervoerde
English
93 carried off Hatilingers out of compassion for their sad state, under which they had to groan under the power of the Rebel Noekoe, to Batchian, but had also had them returned again to their dwelling places, whereas people here are nevertheless all too well informed that he undertook this expedition after prior deliberation and consultation, and had not yet transported back a single person of the carried off Cerammers. Section 21: And although His Highness sought once again to help himself with the already above-cited pretexts, that he had ended up on Ceram because of a storm and the transport of the Hatilingers had taken place out of compassion for their miserable state under the domination of the Rebel Noekoe and out of consideration that when those people were under him he could always give them back to the Company, nevertheless, without paying heed to this far-fetched excuse, His Highness was most sharply reproached over this enterprise and required that those peoples be delivered without further delay into the hands of the Honorable Company in order to be returned to their dwelling places, which surrender also took place without delay; and because one can rely all too little on the king's promise and he moreover was not provided with sufficient vessels for their collection and transport hither, the national frigates De Zephir and De Pijl were dispatched to Batchian by the Heer van Halm, to which I have added the bark De Verwagting as a transport vessel for the aforementioned peoples, with which they, to the number of 224, to which are further added 21 heads whom the king immediately handed over here on the 11th of June last, were brought hither, and now, because I cannot spare any of the vessels of that charter on hand here to transport such a crowd of people to Ceram or Amboina, and the vessels would moreover in this monsoon have a long and worrisome journey to either of those places, I have therefore, after taking advice from the equipment supervisor Van Waningen and also to be rid of that crowd of people, for whom daily subsistence must be provided here, judged it best to have them transported to Boero per the ship Holland departing from here on the 15th of this month, to the number of 245 heads, 1 head having meanwhile died here, from where they can very easily return to their dwelling place by small vessels. Section 22: Serving further for honored information that, as appears from the annex transmitted under No. 4, among the aforementioned people carried off from Ceram by Batchian's king and who died at Batchian is the Hatiling Orang Kaya Volain, declared an outlaw by the Amboina Ministry. 23: The aforementioned king having furthermore in the month of October of last year in an illicit manner caused 100 heads of Ternatean subjects from Cajoa, Saketta, and Gane to be mistreated, who, being in need of provisions, with prior knowledge and permission of Batchian's Commandant, the Ensign Keinairdt, and after payment of the proper recognition fee to the owner of the sago forest at Batchian, were pounding sago, attacked by three armed corocoras sent at them by the aforementioned king, all their sago and vessels destroyed, and three of the overtaken fugitives captured and put in irons; as well as on his journey hither from Batchian on up to two voyages, in the year 1785 and now most recently upon encountering some Ternatean fishermen at the island of Tamette, having caused these people, without any consideration, to be robbed of their fish and fishing tackle, and yet in spite of my serious exhortations regarding the complaints brought before me for the first journey by the Ternatean king, nevertheless having stubbornly refused to return the stolen fishing tackle and give the Ternatean king any satisfaction, for which reason I also judged it best to postpone bringing about a satisfaction on the further incoming complaints on behalf of the aforementioned king of Ternate until such time as I would be in a position to constrain him thereto, upon arrival at this castle, by stronger means than merely written remonstrances, to which he has sufficiently shown he pays no more heed. Section 24: I judged it to be now the right time to bring to the king's attention all these peace-disturbing actions, running directly counter to the contract renewed between the three Moluccan kings in the year 1785, and to oblige him to an equitable satisfaction for the wrong done to the Ternateans, restitution, and compensation for the stolen sago, vessels, and fishing tackle, it being on that occasion, since both kings of Ternate and Batchian have always disputed each other's ownership of the aforementioned island of Tamette
Dutch transcription
93 vervoerde Natilingers uni't meedelijden over derzelver bedroefden staat waar onder ze onder de magt van den Rebel Noekoe, moesten sugten, naar Batchian over„ „brengen, dog ook alweeder naar derselven woonplaats te rug had laten besorgen, daar men hier dog altewel g'in„ „formeerd zij, dat hij deese togt na voor afgegaan zijn overleg en beraad ondernomen, en van de vervoerde Cerammers nog met éen kop te rug had laten transporteeren §21: En schoon zijn Hoogh: hem andermalen sogt te behel„ „pen met de reets boven aangehaalde uijtvlugten, dat nau„ vervallen vervoeren door storm op Ceram was komen te vallen en het vervoe„ „de der Hatilinger was geschied uit medelijden over derzelver erbarmelijke staat onder de overheering van de Rebel Noekoe en uit Consideratie dat wan„ „neer die volkeren onder hem waren hij ze altoos aan de Comp=e kon te rug geven. wierd egter sonder agt te slaan op deese verregesogte verschoning zijn Hoogh: over deese onderneming ten scherpsten gereprocheerd en gevor„ „dert, dat die volkeren sonder langer dilaij wierden geleverd in handen van dE: Comp=e om na haar woon„ „plaatsen te werden te rug besorgd welke uitleve„ „ring ook sonder uitstel gevolg nam; werdende om dat men op 's konings belofte alteweijnig staat kan maken en hij boven dien van geen genoegsame vaar„ „tuigen erd te in dee¬ op daging Confer geleegen. Hoog Edel„ ten ik onder„ stem„ van daar Sexe Seker wel als vanges per„ boven na van dit en schade¬ sorge te Hoog was pa al daar ge¬ st bubee„ niet eer„ ren „tuigen tot derzelve afhaal en transport naar herwaards voorsien was door den Heer van Halmnaar Batchian gede„ „pecheerd s lands fregatten de zijne, en de Pijl waar bij ik gevoegd hebbe de Barck de verwagting tot een transport bodem voor 225. gem: volkeren waarmeede ze ten getalle van 24 waar bij ko„ neef „men nog 21: koppen die de koning hier ter stondafgegeven op den 11: Iunij I:L: naar herwaards sijn overgebragt, en tans, ver„ „mits ik geen van de hier aan handen sijnde vaarthuigen van dat Charter om een dusdanige hoop volks naar Cerams off Amboina overtevoeren kan missen, en de vaartuige — boven dien in deese mousson een lange en bekommerlijke reijs naar een dier plaatsen zouden hebben, dierhalven. na ingenomen advis van den Equipagie opsigter van wa„ „ningen en vm teffens van dien hoop volks aan welken hier dagelijks onderhoud moeten werden besorgt, ontslagen te raken„ „best hebben geoordeelt omse per het op den 15 huijus van hier vertrekkende schip Holland naar boen„ van laten transporteeren ten getalle van 245: koppen sijnde hier middelerwijlen 1: kop overleeden van waarse zeer ge„ „makkelijk per kleijne vaarthuijgen naar haar woonplaats kunnen te rug keeren. §22: Dienende, nog ter geEerde narigt dat blijkens sub N=o 4: overgaande Bijlaag onder gen volkere— vervoerd door Batchians. koning van Ceram is veroverd en te Bakchian 95. Batchian is overleeden, den door het Amboinas Ministerium vogel vrij verklaarden Hatilings orangkaij volain: I/5 Gem: koning wijders in de maand October van vergangen Iaar op eene ongeoorloofde wijse hebbende laten mishande„ „len 100: koppen Ternaatsche onderdanen van Cajoa sa„ „ketta en Gane die verleegen om mondkost met voorkon„ „nis en verloff van Batchians Commandant, den vaandrig Keinairdt en na voldoening der behoorlijke recog„ „nitie aan den eigenaar van het sago bosch te Bat„ chian sago kloppende door drie van gem: koning op hun afgesonden gewaapende korra korras aange„ „rand al haar sago en vaartuigen vernielt, en drie der agterhaalde vlugtelingen gevangen en in de ketting sijn geklonke zoo meede op zijne herwaards reijse van Batchian tot twee reijsen toe in A=o 1785 en nu Iongstleeden bij ontmoeting eeniger Ter„ „ „naatsche vissers aan het Eiland Tomette deese menschen sonder eenige Consideratie van deselver vis en vissers gereedschappen hebbende doen beroven, en nog in weerwil mijner ernstige adhortatien op de voor de eerste reijs door Ternaatsche koning bij mij in gebragte klagten egter erwaards aen ik m r bij ko„ den ver„ van en voor gevoegd gede„ O hier te raken„ Holland naar boe„ ensijnde zeer ge„ plaats sub ens aan egter hardnekkig hebbende geweijgerd, de geroofde vissers gereedschappen te rug en Ternaatsch koning eenige satisfactie te geven weshalven ook eene te bewerken voldoening op de nader ingekomen klagten van weegen gem: koning van Ternaten best oordeelde uit te stellen, tot tijd en wijlen in staat zou weesen om hem daar toe door sterkere middelen dan slegts schriftelijk vertogen, waar aan genoegsaam getoond heed zig niet meer te storen, bij opkomst aan dit kasteel te constringeeren §24: Oordeelde ik tans de regte tijd te sijn om den koning alle deese rust verstoorende en di„ „rect teegen het nog in A=o 1785: tusschen de drie Moluk„ „sche koningen gerenoveerd Contract aanloopende bedrij„ „ven onder het oog te brengen en ten obligeeren tot eene billijke satisfactie weegens het den Ternataanen aangedaan ongelijk restitutie en vergoeding der ge„ „roofde sago vaartuijgen en vissers gereedschappen zijnde overmits de beijde koningen van Ternaten en Batchian elkanderen altoos den eijgendom van go„ „gem: Eiland Tamette bedisputeerd hebben, bij die geleegenhheid