VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3815

Japan · 718 pages · 128 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3815_0339 view scan ↗

English

opportunity resolved to require from both princes their evidence in support of their pretensions to that island, in order to clear away this dispute through an equitable decision. §25: The aforementioned king and his grandees were further confronted with their inconstancy and unwillingness in the work of extirpation, as clearly appeared from their letter to this government dated 24 January of this year, in which they had made known that they wished to let their subjects cease the aforementioned work, since they had now been engaged in it for a year; and that, in response to the written notification received from this ministry wherein it was shown to them that this conduct was contrary to the sworn contracts, as His Highness and the grandees had thereby undertaken to have the work of extirpation carried out in the Batchian lands as often and for as long a time as the government should judge necessary, and for which work the Honorable Company had granted the king and grandees the annual recognition money, which, out of singular favor and concession, and in order to make His Highness and the grandees all the more ready and willing for the aforementioned work of extirpation, was paid year after year without failure and mostly in advance, whether that work was underway or not, and ought therefore, according to law and equity, to be withheld as soon as His Highness and the grandees refused to have the extirpation carried out by the Batchian subjects; he, the king, and the grandees had replied to the aforementioned representation in very indiscreet terms, saying that they had wished to let the Batchian subjects stop for the present to search for food, as they, unlike the Company's servants, did not receive rations, but if the Governor and Council saw fit to grant them rations just like the Company's servants, they would simply continue to work; though it was well enough known to His Highness and the grandees that the Company is not obliged to provide rations or food to his subjects engaged in extirpation, all the more so since, to accommodate the king in this matter, His Highness had been provided with a year's recognition money in advance; and notwithstanding this advance provision, and although nothing had ever been withheld from him to which the Honorable Company had bound itself by contract, he nevertheless had not hesitated, in his letter dated 6 September of the past year, to inform Your Right Honorables by way of complaint that he had not been given the extirpation money, namely the 700:—:— rixdollars, nor the food for the people; regarding which letter an explanation was consequently demanded from His Highness, and the king having given to understand in this regard that he had thereby meant a gift to the amount of the aforementioned 700 rixdollars granted in earlier years by the Honorable Company to his predecessors, the former kings of Batchian, to encourage the subjects to the work, the king was thereupon given to understand that, since the granting of such an important gift was nowhere apparent, one also considered oneself unauthorized to do so without Your Right Honorables' express qualification; that the king and grandees ought in the meantime to content themselves with the recognition moneys that had been granted to them by contracts, of which moneys, with respect to the king, in accordance with Your Right Honorables' strict orders, half had to be retained annually henceforth in reduction of his debt to the Honorable Company, wherefore, as long as his debts were not yet satisfied, he also had to count on no more than half, and that this was also not to be paid earlier than upon the due date. §26: And Your Right Honorables will, from what has been recorded at large on that subject in the Resolution of the Committee dated 21 May, to which, in order to avoid too great an extension in this matter, I beg leave to refer, see with satisfaction how poorly the aforementioned king justified himself against the complaints brought against me in his aforementioned letter to Your Right Honorables dated 6 September of the past year, as if I opened and inspected the king's letters addressed to Your Honorables alone and without the knowledge of the Council, and substituted other words in place of the complaints found therein; and that the aforementioned indiscreet and false insinuation, with all the other complaints appearing in His Highness's letters, has the same source in the king's malicious and discontented disposition, of which a clear proof is afforded by his arrogant reply to a letter from me and the Council dated 13 March of this year, wherein, upon given communication that the king of Tidore had requested from him a pass for one of his vessels to go fishing at the island of Obij, he was among other things admonished to refrain from granting passes to the aforementioned island, which was ceded in full ownership to the Honorable Company by his predecessor, the late king Alawadin, especially to Tidorese, and to which he replied to me quite indiscreetly: that it would be better, if he were at fault, to deprive him of the authority over the lands of Batchian at once, rather than to curtail him here and there; regarding which he was then, in the abovementioned conference held with him, also earnestly reproached and admonished to a more precise observance of the contracts and of his duty, as well as to a gentler governance of his subjects, who have melted away to so small a group through his intolerable severity and tyrannical form of government. §27: Although I can nor may meanwhile conceal from Your Right Honorables that the conduct maintained for some years now by the king of Batchian, and principally his latest undertaking on Ceram, his removal from Fort Barneveld, as well as

Dutch transcription

97. geleegenheid besloten, om van beijde vorsten te requiree„ „ren derselver bewijsen tot staving hunner preetensie op dat Eiland, om door eene billijke beslissing dit verschil uit den weg te ruijmen. §25: werdende gem: koning met sijne Rijksgroote wijders voorgehouden derzelver ongestadigheid en onwilligheid in het extirpatie werk klaar gebleeken bij derzelve brief aan deese Regeering d: d: 24: ga„ „nuarij h: a: waar bij te kenne hadden gegeven, dat haar onderdanen met gem: werk wilden laten uitscheijden, overmits ze nu een Iaar daar meede beesig waaren geweest, en op de in antwoord van dit Ministerie ontvangen aanschrijvens waar bij hun vertoond was, dat dit gedrag strijdig zij met de beswooren Contracten, alsoo zijn Hoogh: en Rijksgrooten daar bij hadden aangenoomen, om het „ extirpatiewerk in de Batchiansche landen te laten E verrigten zoo dikwilsen voor zoo lang en tijd als het de Regeering nodig kwam te oordeelen, en voor welk werk de E Comp: aan koning en Rijksgrooten had toegelegd de jaarlijksche recognitie penningen om die uijt eene singulier gunst en Consessie, en nu zijne Hoogh: en Rijksgrooten te gereeden en bereid wil„ liger oofde koning komen aten wijlen toe telijk aan dit hald door om i luk„ eene ten bij die egenteid „liger te maken tot gem: Extirpatie werk Iaar op Iaar sonder mankement en meest al voor in't voldaan werdende, het zij dat werk aan den gang zij off niet, derhalven volgens regt en billijkheid behoorden te werden ingehouden, zoo draa zijne 8 Hoogheid en Rijksgrooten weggeragtig vielen de : .. Extirpatie door de Batchiansche onderdanen te laten verrigten, hij koning en Ryksgrooten E op gem: vertoog in wij indescreete termen had„ „de geantwoord, dat zij de Batchiandsche — O onderdanen voor eerst hadden willen laten uijt „scheijden om kost te zoeken, alzoo zij niet ge„ „lijk: Comp: dienaaren randcoen verstrekt kreegen dog Gouverneur en raad goedvinden hun even als Comp:s dienaaren randcoenen toeteleggen, zij als dan maar zouden voortwerken; dog zijner Hoogh: en Rijksgrooten dog genoegsaam bekend, wat dat de Comp: niet verpligt zij sijne in extirpatie sijnde onderdanen randsoen off kost te besor„ „gen, te meer men, om den koning hier in te gemoed te komen zijner Hoogh: een Iaar re„ „cognitie penningen voor uijt had verstrekt E. en ongeagt deese voor uit verstrekking, en schoon hem 99. hem nimmer iets was onthouden, waar toe d' E Comp haar bij Contract verpligt heeft hij egter niet had geschroomt bij sijne missive in dato 6: sep„ „tember A P: uw Hoog Edelh: klagenderwijs te be„ „deelen, dat hem niet gegeven zij het extirpatie geld nam: de rd=s 700:—:—: nog de kost voor het volk. over welk schrijven men derhalven van zijne Hoogheid explicatie vorderde en door den koning hier op te kennen sijnde gegeven, dat daar meede had bedoeld een aan sijne Praedecesseuren de voo„ „rige koningen van Batchian, door dE: Comp: in vroegere jaaren afgegeven geschenk ten bedragen van gem: rd=s 700: om de onderdanen Tot het werk te animeeren, wierd den koning hier opte verstaan gegeven dat de afgave van een dusdanig inpor„ „tant geschenk nergens komende te blijken men sig buijten uw Hoog Edelh: expresse quali„ „ficatie daar toe ook onbervoegd agte, dat koning en Rijksgrooten hun intusschen behoor„ „den te vreeden te houden met die recognitie gelden, die hun bij contracten waren toegelegt en van welke penningen met opsigt op den koning volgens uwer Hoog Edelheeden stricte ordres voortaan sjaarlijks de helft moest blijven staan in ƒ 't gang eid zijne de aa kreegen ge„ dan re„ in mindering van sijn debit aan d' E: Comp: weshalven zoo lang sijnde schulden nog niet waren voldaan, ook op niet meer dan de helft moest staat maken en die ook niet vroeger dan op den verval tijd voldaen stonden te worden. V26: En zal uw Hoog Edelh: bij het op dat sujct breedvoe„ „rig genoteerde ter Resolutie van het Committe d: d 21: Meij waar aan mij, ter vermijding eener altegrote extentie in deese verzoeke te mogen refereeren te genoegen komen te blijken, hoe slegt gem: koning hem heeft verantwoord op de bij sijne opgem: missive aan uw Hoog Edelh: de dato 6: Septemb: A=o P=o teegen mij in„ „gebragte klagten als off de aan Hoog deselven af„ „gaande konings brieven alleen en buijten weeten van den Raad opende en insag mitsgaders in steede der daar in gevonden wordende klagten, andere woorden stelde, en dat voormelde in discreete en val„ „sche insunalatie met alle de overige in zijne Hoogh: brieven voorkomende klagten deselfde source heeft uit 's konings kwaadaardigen en misnoegde in borst, waar om een klaaren blijk op le„ „verd sijn arvogant antwoord op eene missive van mij en den Raad d:d: 13: Maart h: a: waar bij op ge„ „geven Communicatie dat Tidorsch koning aan hen om 8 101. om een pas had versogt voor een sijner vaartuigen om te gaan vissen aan het Eijland obij onder anderen ver„ „maand wierd, om sig te menageeren van passen te ver„ „leenen naar gem: door sijnen Praedecesseur wijlen ko„ „ning Alawadin aan de E: Comp: in Eigendom afge„ „staan Eiland voor al aan Tidoreesen en waar op mij vrij in discreet rescribeerde: dat het beter zij, zoo hij schuld had om hem het gesag over de landen van Batchian met eens te ontnemen, dan hem hier en daar in te verkorten, waar over hij dan in de bovengem: met hem gehouden conferantie ook ernstig gereprocheerd en vermaand is geworden tot eene nauwkeuriger observantie der Contracten en van sijn pligt benevens eene zagtere reger„ E „ring desselfs door sijne onverdragelijke gestreng„ „heid en tijeranicque regeerings form tot een zoo ge„ „ring hoopje weggesmolten onderdanen.. §27. schoon ik middelerwijlen voor uw Hoog Edelh: kan nog mag verbergen dat het nu zedert eenige Iaren gehouden gedrag van Batchians koning en principaal sijne Iongste onderneming op Ceram sijne ver„ „wijdering van het fort Barnefeld benevens zoo maken voldaen breedvoe¬ als grote d: d hem ive aan en mij in„ even af„ van steede stee de val„ zijne selfde en ges ople„ sive bij op ge¬ aan hem re

NL-HaNA_1.04.02_3815_0344 view scan ↗

English

the establishment of a negorij and the masonry construction of a dalem at a place called Pijl en Boog, located a good two miles from the mentioned fort, which dalem or royal palace, according to the recently obtained report annexed hereto under No. 5 by the former bookkeepers to Batchian, Rousselet and Greeven, when completed would have had the appearance of a fortress rather than a dwelling; furthermore, his increasingly growing contempt for the orders of, and no less decreasing respect for me and the Council, clearly discernible from the above-cited replies to our sequentially received instructions, had often caused me rather distressing reflections, it was nevertheless a particular satisfaction to me that in all matters where redress had to be effected in satisfaction of Your High Mightinesses' venerated order by Memorial Instruction regarding the three Moluccan princes, and especially the one of Batchian, by virtue of an affection little short of fatherly which I have conceived for his young sons, the Princes Danit and Manoessoe, brought up in my house for nearly five years now, I had been able to take the path of gentleness, and thus far had not needed to have recourse to any rigorous measures, when, beyond all expectation, a few days after the conclusion of the conference with the king, complaints against His Highness were lodged with me that appeared to me so strong and of such weight that I considered myself obliged to bring them to the knowledge of both the members of the secret committee and the Council of Policy, from which complaints, inserted in the Resolution of 18 June, and a further investigation conducted thereupon during the interrogation of the complainants, to be found in the subsequent Resolution of the 21st, it will appear to Your High Mightinesses that the king is accused and charged by the Macassar Lieutenant Abdul Halik residing here of putting to death his brother, a Hadji Ismael transported by His Highness from here to Batchian, by having him summoned from His Highness's guardhouse without any known crime and there, by Captain Atiatoen of the said guard, currently held here in detention, having him put into a sack with stones and thus submerged alive into the sea, and by a Macassar woman belonging here named Sening of having caused the killing of her son Abdul Soecus, likewise transported by the king to Batchian, by having him suffocated in a river by two of his subjects named Taha and Parkoetoe and subsequently having him buried by the side of the said river, which murdered body was found by the mother and, after having been wrapped in linen, was buried again. Paragraph 28: These complaints therefore having been deliberated and taken into consideration in a combined meeting held on 21 June last with Mr. van Halm and further commanders of the National Squadron, together with the members of the Council of Policy, and it being considered that however gladly one would have wished to pursue a further and more precise investigation into this, such would nevertheless be impracticable as long as the king remained in his authority and at liberty, since he would either render the said investigation illusory or possibly, when convicted of guilt, seek to escape, in which not improbable event his enterprising and dangerous nature would be able to give the Company more trouble and inflict more damage than the fugitive rebel Nockoe ever did, all the more so since from a written report submitted to me by the Adjutant of this garrison, whom I had sent for several nights to the king's bodyguard to keep a watchful eye, and incorporated into the aforementioned Resolution of 21 June, it had to be concluded that with him considerable unrest and already some intention to flee resided and was established, and that besides and apart from all that, there was reason to fear a king of such a fierce and vengeful nature remaining in his authority and returning to his land after the departure of the National Squadron, who had not hesitated to have an innocent priest, who is held in great esteem and respect among his co-religionists, murdered in such a cruel and unmerciful manner, and who thus would also have no hesitation in sacrificing the Company's servants at Batchian to his revenge whenever he had an opportunity to do so; for that reason, and on all the grounds extensively cited in the aforementioned Resolution of 21 June, it was resolved to provisionally secure the person of the said king, who had meanwhile been summoned to the castle, and to entrust the investigation of the complaints lodged against him to the Council of Justice, as his arrest

Dutch transcription

de evectie eener Negorij en opmetselen van een dalm op een plaats Pijl en Boog. gt ruim twee mijlen van gem: fort afgeleegen welke dalm off koninglijk Paleijs volgens Jongst erlangd en deesen sub N=o 5. - bij gevoegd rappor der naar Batchian geweesen Boekhouders Rousselet en Greeven, wanneer volbond was eerder de gedaante van eene vesting dan een woonhuijs zou hebben gehad, voorts zijn meer en meer toenemend vilipendeeren der ordres van en niet minder afneemend ontslig voor mij en den Raad, klaar te bespeuren bij de boven aangehaalde rescriptien op onze successive ontvangen aanschrij„ „vens in mij dikwils vrij kommerlijke naagedagte had te weege gebragt strekte mij egter tot eene bijsondere satisfactie; dat men in alles waar in voldoening aan uwer Hoog Edelh: gevenereerde ordre bij Memorie Instructie redres moest werden g'effectueerd ten reguarde der drie Moluksche vors „ten en speciaal dien van Batchian uit hoofde eener weinig minder dan vaderlijke affectie die ik voor sijne nu bijna vijff Jaren in mijn huid opgevoerde zoontjes de Prinsen Danit en Manoe„ „soe hebbe opgevat, den weg van sagtheid had konnen inslaan 143. inslaan, en dus verre tot geene rigoreuse middelen ce„ „cours had behoeven te nemen toen buiten alle verwag„ „ting weinige dagen na afgelopen conferentie met den koning klagten over zijne Hoogh: bij mij wierden ingebragt, die mij zoo sterk en van dat gewigt voor kwamen, dat ik mij verpligd agterze te moe„ „der Leeden van het geheir Comitte „ten brengen ter kennisse zoo wel „ als van den Raad van Politie bij welke klagschriften geinsereerd ter Resol: van den 18: Iunij en een daar opgedaan nader onderzoek bij ondervraging der klager te vinden ter Resol: van den 21: daar aan volgende uw Hoog Edelh: zal komen te blijken dat de ko„ „ning door den hier remoreerend Maccassaars Lii„ „tenant Abdul Halik aangeklaagd en beschud„ „digd word over het ter dood brengen van desselfs broeder eenen door zijn hoogh: van hier naar Bat„ Soncter „chian vervoerden Haadje Ismael door denzelven onder eenig bekend misdrijf te hebben laten ontbie„ „den van zijner Hoogh: wagthuijs en aldaar door den tans hier in hegtenis zittend Capitein van gem: wagt Atiatoen in een zak gestoken met steenen dus levend had laten in zee dompelen en door eene hier op een gem fort volgens d rappor sselet daan te voorts daer haalde aanschrij„ gedagten wa r werden vors de of ffectie inhuis Manoe„ d konnen aan O 1 ne hier meede te huis hoorende Maccassaarse vrouw sening gen=t over het laten ombrengen van haar meede door den koningnaar Batchian overgevoerden zoon Ab„ „dul soecus met denselven te laten versmoren, in een revier door twee zijner onderdanen Taha en Parkoetoe gen=t en vervolgens aan de kant der gem: revier te laten begra„ „ven door het vermoordeslijk door de moeder gevonden, en na het in lijwaat te hebben geworden ook weeder be„ „graven is geworden §28: Op deese klagten derhalven in eene op den 21: Iunij V: L: gehouden geconbineerde vergadering met den Heer van Halm en verdere Hoofden van 's Lands Esquader bene„ „vens de Eeden van den Pilitecquen Raad gedelibereerd in overwegging genoomen en daar bij men sijnde dat hoe gaarne men een nader en naauwkeuriger onderzoek daar op wilde laten gevolg nemen, sulks egter ondoenlijk zou weesen zoo lang de koning in sijn gesag en op vrije voeten was overmits off het gem: onderzoek illusoir maken off mogelijk met overtuiging van scheld zou zoeken te uit ontvlugten, als in welk niet te verkopen geval sijn onderdemen en gevaarlijk naturel de Maatschappij meer 105:8 meer werk geven en meer naadeel zou konnen toebrengen aan de uitgeweeken Rebel Nockoe ooit gedaan heeft temeer uit een door den Adjudant van dit Guarnisoen, dien ik, om een oog in 't zeil te houden eenige nagten aan sko„ „nings Lijfwagt had gesonden, aan mij ingediend en ter voorm: Resolutie van den 21: Iunij ingelijft schrifte „lijk berigt moest werden opgemaakt dat bij hem vrij wat ongerustheijd reets eenig voornemen tot vlugten huijs en veste, dat men buijten en behalven dat alles dugten had van een na het vertrek van 's Lands Es„ „quader in sijn gesag blijvend en weeder op zijn land te rug komend koning van dien. preevle en wraak „sugtigen aard, die hem niet had ontsien, om een Priester die bij sijn geloofsgenoten in groote agting en aansien is op eene dus kruelle alle en onbarmhartige wijse on„ „schuldig te laten vermoorden, en die dus ook geen be„ „denken zou dragen om 'sComp„s dienaaren te Batchia aan sijne wraak op te offeren, wanneer daar toe ge „leegenheid had, uit dien hoofde en om alle de ter voorn: Resolutie van den 21: Iunij breedvoerig aangehaalde redenen beslooten, is, gem: middelerwijlen binnen het kas„ „teel ontboden koning provisioneel verseekering te ne„ „men en het onderzoek: der teegen hem ingebragte klag„ „ten wij op teedragen aan den Raad van Iustitie gelijk sijne arresteering vrouw meede zoon Ab„ een revier gent en begra„ vonden der be„ , en jV: L: r van bene„ bereerd na laten zoo 1 was ken off oeken te val sijn chappij

NL-HaNA_1.04.02_3815_0348 view scan ↗

English

arrest also took immediate effect without the slightest commotion, as did that of Captain Asiatoen, accused of carrying out the murder of the aforementioned Hadji; his goods, slaves, and regalia present here were inventoried and secured without delay by two expressly commissioned Council members after his arrest, for which purpose the Bookkeepers Rousselet and Greven were dispatched to Batchian. Paragraph 29: Furthermore, in order not to leave the Kingdom of Batchian without governance in the meantime, upon the nomination and request of the present dignitaries of the realm, and pending your Right Honourables' esteemed further disposition, Ahmat, son of the late King Nasaroedien, was appointed as Regent under the title of Panghoeloe. He is a Prince toward whom the people of Batchian bear an extraordinary affection on account of his good-natured and gentle disposition and sincere sentiments for the Honourable Company, as your Right Honourables may, if you please, perceive from the already above-mentioned report of the Bookkeepers Rousselet and Greven, who were on commission to Batchian, what uncommon joy this event brought about among the Batchianese. Paragraph 30: Having furthermore, in order not to let the Batchianese sigh any longer under the oppressive and unnatural authority of foreigners, dismissed from their offices the present Djoegoegoe Abdul as being a native of Ceram—yet, considering that he is married to a sister of the arrested king and that Moluccan Princesses may not leave the country, he was permitted to reside in Batchian provided that he conducts himself quietly and peacefully and remains out of state affairs—as well as the Major Abdul Alem, being a Chinese who converted to the Mohammedan faith, who had accompanied the king to Ceram, with orders to the latter to reside here; and the nomination to fill both offices was deferred to the newly appointed Panghoeloe, who has disposed as administrator of the realm the Secretary Seijdeman, who had been dismissed from that office by the arrested king; while to the Panghoeloe and the realm's dignitaries, as well as to Batchian's Commander, Ensign Keinaerdt, the necessary orders were given to take care that the extirpation work is not hindered by this incident; and although, on account of the little affection that the Batchianese felt for their all too strict king, one needed to fear no harm, nevertheless to keep a watchful eye, especially on the extirpators. Paragraph 31: With regard to the Honourable Company's establishments on the coast of Celebes, this serves for your esteemed information that, however much I had wished, through the dispatch of one or two warships to the Residencies of Manado and Gorontalo and the display of the sovereign's flag, to effect so high a redress concerning the compliance with the contracts with the Manado village chiefs and the kings of Gorontalo, and to compel them by coercive means to a prompt delivery of their contingents; yet the short timeframe fixed for the stay of the State's Squadron in this Province would not permit such for this voyage, wherefore, as appears from the note made in our Resolution of 24 April of this year, we had to leave it this time at written exhortations and serious warnings that if the contracts are not better observed henceforth and their contingents are not promptly delivered, one will have to proceed before long to give them the sharpest sense of the sovereign's indignation by dispatching a part of the state's military force thither. Paragraph 32: Having already given your Right Honourables a prior account regarding the offer of the Emperor of Magindanao through certain emissaries from Maloerang who arrived at this Castle to settle the disputes amicably anew and to enter into a treaty of peace and friendship with the Company; it now serves as a continuation that the aforementioned emissaries departed from here again in the month of November with a Taboekan Captain Aronde, to whose delivery to the Emperor we had entrusted a friendly letter; whereupon our aforementioned emissary returned here in the month of January of this year with a letter from the Emperor of Mangindanau in reply to our aforementioned communication, wherein he makes known that the committed robberies and hostilities of the Mangindanaus were perpetrated under the reign of his late brother, the former emperor, and that he, on the contrary, was now inclined to renew with the Company the old and previously established friendship, to which end he would cause his son and brother to appear at this castle; to which letter we replied without delay by the aforementioned Captain: that, embracing His Highness's friendly offer, we looked forward to his emissaries, for whose safe passage we had already given the necessary orders; but the bearer of this our reply

Dutch transcription

arresteering ook sonder eenige de minste op schudding rin „mediaat gevolg heeft genomen, benevens die van den mat de uitvoering van den woord aan den voorn: Haadjie be„ „schuldigden Capiteijn Asiatoen, sijnde, sijne hier voor handen sijnde goederen, slaven en regalia door twee expresse Ge„ „committeerde Raadsleden na sijne arresteering sonder uitstel geinventarisseerd en verzeekerd ten dien einde naar Batchian afgesonden de Boekhouders Roussele t en Greven. §29: voorts is, om het Rijk van Batchian intusschen niet regeering loos te laaten op voordragt en verzoek der preesenten Rijks„ „grooten, onder inwagting van uwer Hoog Edelh: geeerde nadere dispositie tot Regent onder den titil van Panghoe„ „loe aangesteld Ahmat zoon van wijlen koning Nasaroe„ „dien een Prins wien de Batchianders uit hoofde zijne goedaardige en zagte inborst en opregte gevoelens voor de E: Comp: eene buijten gemeen affectie toedragen konnen de uw Hoog Edelh: bij het reets boven aangehaalde Berigt der naar Batchian in Commissie geweesen Boekhouders Rousselet en Greven des gelievende ont„ „waaren, welke ongemeene blijdschap dit evenement bij de Batchianders te weege heeft gebragt. §30: Hebbende wij voorts, om de Batchianders niet lan„ onder gesag „ger te laten sugten het drukkend en oneijgen gevlg van buijten lander 107. den gem¬ buytenlanders uit derzelver ampte ontslagen den preesenten Djoegoegoe Abdul als een Cerammer dog in't aanmerking dat aan eene suster van den gearresteerden koning gehuwd is en de Moluksche Pims„ „sessen niet buijten 's Lands mogen vertrekken hem geper„ „mitteerd te Batchian verblijf te houden mits sig stil en vreedsaam gedrage en houde buiten regeerings za„ „ken, benevens den Majoor Abdul Alem als een tot het mahometaansche gelooff overgegaan Chi„ „neer, die den koning naar Ceram verseld had met last aan laastgem: om hier verblijff te hou„ „den er de voordragt ter vervulling der beijde amp„ „ten gedefereerd aan den nieuw benoemde Panghoeloe die tot Rijksbestierder heeft gedisposaert, n den door den gearresteerden koning van dat ampt gedemoveer„ „den secretaris Seijdeman terwijl aan den Panghoeloe en Rijksgroten zoo wel als Batchians Comman„ „dant den vaandrig Keinaerdt, de nodige ordres sijn gegeven, om sorg te dragen dat het extirpatie werk door dit voorval geen hinder worde toegebragt en schoon men, uit hoofde der weijnige geneegen„ „heid, die de Batchianders over derselver alte„ „strenge koning vreede, voor niets kwaads bedugt poelden behoefde te weesen, egter voor al bij de extirpa„ „teurs een dog in 't zeil te houden 531 den vet 9 naar Celeten regeering. Rijks„ ceerde Panghoe Nasaroe„ zijne toe we nt bijde ont„ haalde gen niet lan„ g van lander der anden §31: Met opsigt tot s: Comp„s etablisementen ter kuste felebis diend ter geeerde narigt, dat hoe zee ik ook hadde gewenscht door de afsending van een of twee oorloogscheepen naar de Residentien Manado en Gorontalo, en de vertoning der vlagge van de sou„ nectig „veren te bewerken een zoo hoog redres omtrent de naarkoming der Contracten met de Manadosche Dorpshoofden, en koningen van Gorontalo, en hun door middelen van kleijn te constringeeren tot eene prompte Leverantie hunner Contingenten egter korte bestek naa tijd bepaald, tot het van verblijf van 's Lands Esquader in deze Provintie sulks voor deese reijs niet heeft willen permit„ „teeren, weshalven wij het, blijkens het diensa angaande aangeteekende ter onse Resolutie van den 24. April h: a: ditmaal hebben moeten laten blijven bij schrif„ „telijken adhortatien er ernstige waarschouwing dat zoo de Contracten voortaan niet beeter naargekomen en derselver Contingenten niet prompt komen te leveren, men zal moeten voorgaan, om hun eerlang een allerscherpst gevoel te doen bekomen van souve„ „reijs indignatie door de afsending van een gedeelte der oorlogs magt van den staat naar derwaards. §32: uw Hoog Edelh: reeds in A: P: een precalabel berigt 109. berigt hebbende gegeven wegens het aanbod van Ma„ „gindanaus Keijser door eenige aan dit Kasteel op„ „gekomen sendelingen van Maloerang om de verschellen minne in de nieuwe bij te leggen en met de Comp: aantegaan een verbond van vreede en vriendschap, diend als Macndd nu ten vervolge dat gem: sendelingen in de mael Nots: van hier weder vertrokken, met eenen Taboekans Capitein Aronde aan wiens ter bestelling. aan den Keijser hadden ter hand gesteld eene vriendelijke missive op gem: onse sendeling hier op in de maand Ianuarij deeses Iaars is te rug gekomen met een briev van Mangindanauws keijser in ant„ „woord op onse voorengem aanschrijvens waar bij te ken¬ „nen geeft dat de geplegde rovereijen en vijandelijkheeden der Mangindananers bedreven waren onder de Regeering van zijnen Broederst den voorigen keijser en hij dacar en tee„ „gen was nu met Maatschappij te vernieuwen de oude en bevoorens stand gegreepen hebbende vriendschap, ten welken einde aan dit kasteel zou doen verschijnen sijnen zoon en Broeder, op welke missive wij son„ „der versuim door gem: Capiteijn rescribeerden: dat zijner Hoogh: vriendelijke preesentatie amplec¬ „teerende deszelfs sendelingen tot welker veilige overkomst reeds de nodige ordres hadden gegeven, te gemoet sagen: Dog de brenger van deese onse rescrip tie kuste zeer ik een of Manado de sou¬ rent de d t Provintie permit¬ gaande 24. April bij Schrif¬ uwing dat gekomen nen eerlang souve„ elte d. Cabel 1 der te het 6 tot hun sche

NL-HaNA_1.04.02_3815_0352 view scan ↗

English

upon his return to Magindanau at Taboekan, happening to meet Maloerangs young king who was traveling hither, who earnestly requested him to remain there until such time as he returned from here, as he had been expressly dispatched by the emperor hither to conclude a contract of peace and friendship with the Honorable Company; the said Aronde, with the considered approval of Taboekans king, complied with this request, while Maloerangs king, whose brother had died in the meantime and whom he had thus succeeded in the government, waited. Section 33: This petty prince having arrived here on the 7th of June current year, although only provided with a letter from the king and grandees of the realm of Maloerang and Saringanij phrased in rather obscure terms, inserted in our resolution of the 18th of June of this year; we nevertheless, upon his serious written assurance inserted in the aforementioned resolution regarding the authenticity of his emissaries, and so as not to disappoint him in his shown good intention, decided to enter into and conclude with him, both for himself and his petty realm of Maloerang and Saringanij and the emperor of Mangindanau, a treaty of peace, friendship, and commerce, which however will have to be further confirmed and ratified by Magindanaus emperor or his emissaries authorized thereto before we shall publish that peace; for the fetching of which emissaries of Mangindanaus emperor, Maloerangs king requested to be accompanied by a Company servant, which request I granted to the petty prince, the concluded treaty being transmitted herewith under No. 6 for Your Right Honorable Lordships inspection. Section 34: Although through the conclusion of this alliance a first well-founded prospect now presents itself for the restoration of peace and friendship with the Mangindanauers who have troubled us considerably for years in succession, I am nevertheless assured by credible reports that since the peaceful intentions of the present emperor of Mangindanauw regarding the Honorable Company and the issuance of his prohibitive orders to his subjects and vassals against the piracies hitherto committed within our establishments, several petty kings of the so-called Ilano heroes or Magindanau mountain peoples, and among them especially one Datoe Kiama accompanied by the notorious pirate Hadjie Omar, with whose predatory designs the peaceful sentiments of the said emperor and his prohibition against the piracies of his subjects did not accord, have departed from there and sought a hiding place at Baroen; that it is they who, reinforced with Baroenese, Tedongers, and several other nations inclined to piracy, with twelve to thirteen vessels this year during the months of March, April, and May roamed along the coast of Celebes, touched at Bwool and Kema, and committed some piracies and hostilities, though of no great importance, solely against the natives; wherefore, in order to counter these piracies in their inception, and, although the alliance entered into with the Magindanauwers be ratified, nevertheless to make a display to inspire respect for the flag of the sovereign, I take the liberty of proposing to Your Right Honorable Lordships the dispatch of the entire national squadron to this province in the coming year at the beginning of the southern monsoon, to touch at the island of Mangindanauw, and from there to clear the aforementioned pirate nests of Baro and Tedong, and by a sensible chastisement to make the pirates desist from their lust for plunder; furthermore, upon return to the residencies of Manado and Gorontalo, to effect with the kings and regents there the necessary redress regarding the maintenance of the contracts. I hereby also commend Your Right Honorable Lordships illustrious persons to Gods safe protection and have the honor to subscribe myself with deep respect, was signed: Alexander Cornabe In the margin: Ternate in the castle Orange the 15th of July 1787. Agrees: Bierr, Secretary. Copy Separate Missive From the Governor of Ternate. To Their Right Honorable Lordships the Honorable High Indian Government Batavia Patria Dated the 10th of June 1788: Separate 115. Batavia Section 1: Along with the said commendation shall be observed. To His Right Honorableness, The Right Honorable, Valiant, Mighty, Highly Esteemed, Wide-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, Together with The Honorable, Valiant Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc., etc. Right Honorable, Valiant, Mighty, Highly Esteemed, Wide-Ruling Lord, Honorable, Valiant Lords, I request with the requisite respect, in reply to Your Right Honorable, Valiant, Mighty, Esteemed, Revered separate missive of the 14th of December 1787, to be allowed to state that in the event of a renewed summons by country ships, he will attempt to evade producing papers to anyone whomsoever except the commander. Section 2: In

Dutch transcription

„tie op sijne retour naar Magindanau te Taboekan, ko„ „mende te ontmoeten Maloerangs naar herwaards op reijs sijnden Iongen koning, die hem ernstig versogt aldaar te willen vertoeven tot tijd en wijlen hij van hier te rug kwam alsoo hij door den keijser expres naar hera was gedepecheerd tot het sluijten van een Contract van vreede en vriendschap met dE: Comp: heeft gem: Aronde met overlegen goedvinden van Taboekans koning aan dit versoek voldaan, blijvende Maloerangs koning wienst broeder middelerwijlen overleeden en hij dus den zel¬ „ven in de Regeering is te zasdekan wagte gesuccesteert §33: Dit vorstje op den 7.: Iunil: C: hier sijnde aange„ „komen, schoon sligts voorsien van eenen in vrij duijste„ „re bewoordingen ingerigten briev van koning en Rijks„ „grooten van Maloerang en Saringanij geinsereerd ter onse Resolutie van den 18: Iunij h: a: hebben wij eg„ „ter op sijne schriftelijke serieuse verseekering geinsereerd ter voorm: Resolutie, wegens de egtheid zijner zendelingen en om hem niet te leur te stellen in sijn betoond goed voornemen beslooten met hem zoo voor hem en sijn Rijkje van Maloerang en Saringanij als den keijser van Mangindanau aan te gaan en te sluijten een Tractaat van vreede vriendschap en Commercie het welk egter door Magindanaus Keijser off sijne daar toe gevolmagtigde zendelingen voor en aleer die vreede zullen publiceeren nader zal moeten werden 111. werden bekragtigd en geratificeerd, ten afhaal van wee„ „ke zendelingen van Mangindanaus Keijser Maloe„ „rangs koning verzogt heeft te mogen werden ver„ „seld van een Comp=s Dienaar welk versoek het vorstje geaccordeerd hebbe gaande het met het besloten Trac„ „taat bij deesen sub N=o 6: tot uwer Hoog Edelh: speculatie over §34 schoon sig nu door het sluijten van dit verbond en eerst gegrond vooruijtsigt op doet tot de herstelling van vreede en vriendschap met den ons zedert Iaaren agter een Considerabel gekweld hebbenden Mangin„ „dananc ben ik egter door geloofwaardige berigten verseekerd, dat zeedert de vreedsame voornemens van den presenten Keijser van Mangindanauw om„ „trend d: E: Comp: en het geven sijnen prohibitiven be„ „veelen aan sijne onderdanen en vasallen teegen de dud verre bedreven roverijen binnen onse etablisemen„ „ten verscheide kleijne koningjes der zoo genaamde Jlanoreesen off Magindanause bergvolkeren en daar onder speciaal eenen Datoe Kiama verseld van den berugten rover Hadjie omar met welker roopsugti„ „ge oogmerken de vreedsame gevoelens van gem: Keijser en sijn verbod teegen de roverijen sijner on„ „derdanen niet strookte van daar sijn uijtgeweeken en een schuijlplaats hebben gesogt te Baroen dat Succeseent ing wiens g aan Aronde act van deesen oekan. ko„ herwaard versogt van hier naar herid den zel¬ aange¬ duijste¬ Rijks„ eerd ter wij kering zoo voor als sluijten ie het e leer moeten den nij theid eg„ deesen het sijn die gesterkt, met Baroereesen, Gedon„ „gers en meer andere tot roof genegen Natien met twaalf op dertien vaartuigen in deesen Jaare geduu „rende de maanden Maart, April en Meij langs de kuste felebes gesworven te Bwool en Kema aangegierd en eenige roverijen en vijandelijkheeden schoon niet van groot belang slegts aan den Inlander gepleegd hebben: wes„ „halven om deese rovereijen in haar begin teegen te gaan en de Magindanauwers schoon het met hem aangegaan verbond bekragtigd zij egter eens eene vertoning te ge„ „ven om en ontsag inte boesemen voor de vlag van den souverein ik de vrijheid neme uw Hoog Edelh: te pro„ „poneeren de afsending van het geheele Lands Esqua„ „der naar deese Provintie in den aanstaanden Jaare in het veijn van de zuijder Mouson het Ei¬ begin „land Mangindanauw aan te doen, en van daar voorn roofnesten van Baro en Tedong schoon te maken en de rovers door eene gevoelige kastijding van derzelver roofsugt te doen afsien, voorts bij retour op de Residentien Manado en Gorontalo bij de ko„ „ningen en zomars Regenten aldaar te bewerken Dands het nodig redres omtrent het onderhouwen der Contracten Ik 113. Pedon„ Ik beveele uwer Hoog Edelh: illustre personen hier meede in Gods veilige protectie en hebbe de eere mij met diep respect te onderschrijven /:onderstond:/ Hoog Edele, Gestrenge, Groot, Agtb: wijd„ „gebiedende Heer en WelEdele Gestrenge Heeren /Lager:/ uwer Hoog Edelheeden zeer gehoorsame Dienaar. /:was geteekend:/ Alexander Cornabe /in margine:/ Ternaten in 't kasteel Orange den 15. Iulij 1787: Accordeert Bierr Secret=s 5 met geduu de kuste gegierd en van groot hebben wes¬ te gaan aangegaan g te ge¬ van den te pro¬ Esqua¬ aanden het Ei„ voorn maken van jretour de ko„ werken n der Copia Aparte Mussive van den Gouverneur van Ternaten. Aan hunne hoog Edelheedens de Edele Hooge Indiasche regeering Batavia Patria dateerd den 10„e Junij 1788: voor te - Apart 115. Batavia §1: nevens gem: commendatie sal g'observeerd worden Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbare Wijdgebiedende Heer fr M„r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Benevens De welEdele Gestrenge Heeren Raade van Neederlands India C=ao C=a Cto Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbare Wijdgebiedende Her WelEdele Gestrenge Heeren Ik verzoek met den vereijschten eerbied, in antwoord op uwe Hoog Edele gestrenge groot Agtbare gevenereerde aparte missive van den 14: Dec: 1787: te mogen dienen dat hij ander„ „ 'slands scheepen tragten zal te cludeeren „maalige opdaging van „ Papieren aan iemand hoe„ „genaamd buijten den Commandant. §2: In

NL-HaNA_1.04.02_3815_0362 view scan ↗

English

In the Sangihe Islands foreign ships were sighted. Expression of thanks from the governor. Whether the Ternatans by contract [are bound to the] delivery of spars. Paragraph 2: In the month of November 1787, two large ships and a two-masted vessel were seen again behind Tabukan and past Manganitu, though far out at sea and without identifying their flag, heading northwest and firing six cannon shots, of which ships it is thought nothing other than that they were English China traders. Paragraph 3: I express my great thanks for the indulgence with which Your High Excellencies have been pleased to approve my actions with the Lord Commander and the other gentlemen captains of the State warships. Paragraph 4: That the Ternatan princes have bound themselves to the delivery of masts, spars, and other timber works for the service of the Company's ships and smaller vessels seems to be derived from the contract concluded in the year 1683 with King Amsterdam, wherein they, according to Article 9, have undertaken to perform and bound themselves to all services that may be demanded of them; thus a custom in this matter has become law, from which it does not appear that the King's predecessors have ever deviated, and which was also not challenged by His Highness when he was urged to a better fulfillment of his obligations and specifically on this point. The correspondences of Nuku are not discovered. The dispute over Samatte is not settled. No native grandees should be sent up except in case of extreme necessity. Batchian thrives again under the new government. The best princes to extortion. The Manado village chiefs and the Gorontalo kings listen to no reason. Paragraph 5: Who the actual Tidorese corresponding with Nuku are has not yet come to light. Truly, having closely observed the Gugugu Tahane, this regent of the kingdom, no disloyalty has appeared in him; the Patani man who wished to make great discoveries and has not been seen again having apparently been a spy of Nuku, who still applies himself to raising suspicion against the King and his most trusted friends. Paragraph 6: The disputes between the Ternatans and Batchianese regarding the island of Samatte will be decided conscientiously after a counter-memorandum has been received from the former, which is still awaited. Paragraph 7: My conduct toward the native has perhaps already convinced Your High Excellencies that I have constantly kept in mind Your repeated recommendation not to send up kings or grandees of the land except in case of the highest necessity. The renewal of this recommendation demonstrates, I think, the importance of continuing to comply with it, and of this I beg Your High Excellencies to remain completely persuaded. Paragraph 8: Likewise regarding the validity of my assertions that Prince Agtmath, appointed by Your High Excellencies as King of Batchian, is the nearest and most capable for the succession, while I have the pleasure to report that the Batchianese under his rule have turned from oppressed slaves, which they were during the reign of the last sent-up king, into happy subjects, and that under the new kind-hearted king I have until now discovered no other deficiency than great poverty [illegible]. Paragraph 9: Serious representations make as little impression on the stubborn Manado village chiefs as on the Gorontalo kings; all of these remain equally negligent in fulfilling their obligations. Paragraph 10: Therefore it regrets me that no warships could be dispatched to also show the flag of the Sovereign along the northwest coast of Celebes.

Dutch transcription

In de sangits sijn vreemde scheepen ontwaard dank betuiging van den gouverneur. of sigte ternaten bij Contract „tie van rondhouten §2: In de maand November 1787: sijn wederom twee groote scheepen en een twee mastvaar„ „tuig agter Taboekan en voorbij Manganito ij dog verte in zee en zonder verkenning van vlag gezien, Cours houdende om de , noord west en ses Canon schooten doende van welke scheepen niet anders gedagt word dan dat sij Engelsche China's vaarders ge„ „weest sijn. §3: Ik seg hogelijk dank voor de toegevenheid waarmeede uwe HoogEdelheden hebbe gelieven te passeeren mijne handelinge met den Heer Commandant en verdere Heeren Capiteij„ „nen der staatsche oorlogs scheepen. §4: Dat de Ternaatse vorsten sig tot de Leve„ verbonden hebben tot de zeveren „ rantie van masten, rondhouten en andere hout werken ten dienste van 's Comp: scheepen verbonden hebben, en mindere vaartuigen scheind te weesen afge„ „leid uit het A„o 1683: met Koning Amsterdam gesloten Contract, waarinne sij tig Articul. 9. verbieden 117. wederom de Correspondentien van Noeckoe worden niet ontdekt §: 6: het geschil over tamitte is niet afgedaan. kenning ge¬ evenheid lieven §5: Wie de weesenlyke met Noeckoe Correspon„ „deerende Tidoreesen sijn is nog niet aan de maar de goegoegoe Tahane dog gekomen Immers is mij het van dit rijksbestierder naukeurig gade geslagen hebbende geen ontrouw in hem gebleeken, sijnde de Pattanizeesen die grote willen ontdekkingen heeft doen en niet weeder gesien geworden is naar alle scheijn, een spion geweest van Noeskoe die sig nog toelegdom aigwaan tegen den koning en sijne vertrouw„ „ste vrienden te verwekken. geschillen tusschen de Ternatanen en Batchiander aangenomen hebben te doen varbunden tot alle diensten die van hen gevorderd mogen worden, dus eene onder usantie in deesen anganito blijkt niet uitdrukkelijk tot een wet geworden is, van dewelke niet blijkt dat 's konings voorsaten nog ooit afgeweeken sijn en door sijn Hoogheid ook niet gewraakt is geworden toen men hem tot een bietere na„ „koming sijner verpligtingen en specialijk in dit poinct heeft aangespoord. wegens vaar„ ende woord Capiteij Leve„ andere sche sen A cub. 9. -. erden msterdam age„ cheepen blen luiten hoge nood sakelijk„ „heid opgezonden werden de nieuwe regeesing weeder wegens het Eijland samette sullen na gemoede be„ „slist worden, na dat van wege eerstgemelde een Contra memorie sal weesen ingekomen waarop nog gewagt word. geene Iirlande groten til ) 7: Mijne handelwijs omtrent den Inlander heeft uw HoogEdelheeden mogelijk al overtuigd dat steeds voor oogen hebgehouden Hoogst derselver een en andermaal gegeeven recommandatie om geen off Lands grooten buiten de Hoogste koningen noodsaakelijkheid, op te senden: de vernieu„ „wing deeser recommandatie betoogd dan denk ik, de aangelegenheid dat daar aan bij Con„ „tinuatie kome te voldoen, en hier van bedde ik uw Hoog Edelh:n sig volkomen gepersua„ „deerd te willen houden §: 8: soo meede weg:s de grondheid mijner gedane Batchia, luikt onder assertien dat de door uw HoogEdelheeden tot van Batchian aangestelde Prins koning Agtmath de naaste en bekwaamste tot de opvolging is terwijl het genoegen heb te bedeelen dat de Batchianders, onder op 119. oede be„ ste vorsten tot kneu„ nadose dorpshoofden taalse koningen en na geen reeden heeden gedane onder sijn bestier, van verdrukte slaven, die sij geduurende de regering van den laast opgesonden koning, gelukkige onderdanen geworden sijn en dat ik onder den nieuwen goedhastige koning tot nu toe geen ander ge„ „ t groote armoed „brek ontdekt heb dent gevallen geekt wel volgaan dog teh oul ot „ding aan te rigten. §9: Ernstige vertoogen maaken soo min in„ „druk op de koppige Manadose Dorps Hoofden als op de Gorontaalse Koningen, Alle deese blijven even nalatig in de nakoming hunner verbintenissen. §50: Dus mij leed doet dat geen oorlog scheepen hebben konnen afgevaardigd worden om ook de vlag van den souverein langs de Ns Wett Celebes te vertoonen. kust van persua¬ van heeft ƒ 11: te elde een waarop dat steeds een en geen oogtte vernieu„ dan derk bij Con¬ bedde tot is tot noegen nders, der te Pa den ie sen uiten hoge nood sakelijk„ „heid opgezonden werden de nieuwe regeeting weeder wegens het Eijland samette sullen na gemoe„ „slist worden, na dat van wege eerstgemelde Contra memorie sal weesen ingekomen wa„ nog gewagt word. gene solende genten teld : Mijne handelwijs omtrent den Inlander he uw Hoog Edelheeden mogelijk al overtuigd de voor oogen hebgehouden Hoogst derselver een„ andermaal gegeeven recommandatie om g koningen off Lands grooten buiten de Hoog noodsaakelijkheid, op te senden: de ver „ning deeser recommandatie betoogd dan ik, de aangelegenheid dat daar aan 0 „tinuatie kome te voldoen, en hier van ik uw Hoog Edelh:n sig volkomen gepe „deerd te willen houden §: 8: soo meede weg:s de grondheid mijner o„ Batchian luikt onder assertien dat de door uw HoogEdelheeden„ koning van Batchian aangestelde I. Agtmath de naaste en bekwaamste de opvolging is terwijl het gen heb te bedeelen dat de Batchian oude„ op 119. 119 t o beste vorsten tot kineu„ „relolijk de manadote doopshoofden de gorontaalse koningen luisteren na geen reeden reeden onder sijn bestier, van verdrukte slaven, die sij geduurende de regering van den laast opgesonden koning, gelukkige onderdanen geworden sijn en dat ik onder den nieuwen goedhastige koning tot nu toe geen ander ge„ brek ontdekt heb benge naleli gegept red an e e e „ding aan te rigten. §9: Ernstige vertoogen maaken, soo min in„ „druk op de koppige Manadose Dorps Hoofden als op de Gorontaalse Koningen, Alle deeze blijven even nalatig in de nakoming hunner verbintenissen §10: Dus mij leed doet dat geen oorlog scheepen hebben konnen afgevaardigd worden om ook de vlag van den Souverein langs de Ns: Wett Celebes te vertoonen. kust van ƒ 11: te noe oed van .

NL-HaNA_1.04.02_3815_0368 view scan ↗

English

why the Governor acted so that no warships were sent. Paragraph 11: All the more because I do not know what I must think of Maloerang's King, with whom we, having been able to act in good faith, concluded as good as a double peace treaty last year, while in hope of his given assurances on behalf and on the part of the Sultan of Magindano, the latter was also included therein, whereas we do not see the first-mentioned appear again contrary to his promise, and the other stalls us with insignificant letters. Paragraph 12: Although in that regard, how our affairs stand with the Magindanauer and Maluran, one hopes shortly to be disabused with the expected return from Taboekan of the soldier from this garrison who accompanied Maloerang's King along with two Taboekanese dignitaries into his realm, and subsequently the regent of that realm for the delivery of the aforementioned Treaty from Magindano, and returning from there remained provisionally on Taboekar, according to the agreement made with the Emperor of Magindano to remain there awaiting his envoys who, with a letter sewn in white linen and a large bell as a present for this administration, were to arrive there in the month of May; which soldier, however, has been summoned hither with orders to the King and Dignitaries of Taboekan to accompany the aforementioned envoys hither along with and beside the Postholder; which summons was made in order to learn, if possible at an early stage, from one of the European soldiers still alive, returned by the Emperor and also landed there from the possession of the overrun Riouw, whether the said prince took part in the surprise attack on that residency or not, as well as where their captured comrades have remained, in order to be able to bring it also early to the knowledge of Your Right Noblenesses; which, however, by their staying behind, may not happen as yet. Paragraph 13: It appearing to me already very suspicious that Magindano's Emperor would have brought above-mentioned persons from the Residency of Riouw in a covert manner or under a petty king's new name, wishing to dissimulate and hereby demonstrate that he and also his subjects took no part in the overpowering of that place, according to his report transmitted in copy herewith from the Taboekanese Captains Jacobus Manumpil and Cornelis Arunde, annexed note, and in which report likewise no great confidence can be placed, if it is true that the aforementioned Arunde and Manumpil are said to have related to Corporal Hofman on Taboekan that from Riouw were brought to Magindano 50 captured soldiers, 20 pieces of cannon, and 150 muskets, which they say the prince did not report to them, and regarding which I hope to be further informed with the arrival of the Corporal also looked forward to here. They are held somewhat suspect of not meaning well by us. Elucidation concerning the Ilanons. Recommendation to the Riouw residents. Although the Ilanons belong under the Emperor of Xullock. I meanwhile attach hereto an extract from his letter written to Manado's Resident under date 9 October 1787. Paragraph 14: The Ilanons, mistakenly called by us thus far Ilanoresen, seem nevertheless for the greatest part to have cooperated in the overrunning of Riouw, under the command of their King Alam and the notorious Hadje Oemar; those of Bato Seedong and other pirate nests situated thereabouts may have been among them, but no Xullockers, for as much as I have yet been able to learn. Paragraph 15: Although, regardless of this, one distrusts all native nations here without distinction, and has recommended the Residents likewise to observe such. Paragraph 16: Ilanong lies north-west of Ternate and fully 200 miles from there. The king there must be a vassal of the Emperor of Magindano, and for as much as has been made known to me is so mighty that the last-mentioned has little or nothing at all to say over him and must even respect him; this now agrees somewhat with what is noted in the report of the Taboekanese Captains mentioned under paragraph 13, when they say that the Emperor of Magindano seeks peace with the Company in order to be able to resist that king with its help. An offensive and defensive alliance with the Magindanoans would be advisable in the case as in the text, and an embassy to the. If the Magindanauer does not mean well by us, a similar alliance could in my view, if the country's ships were present here, be entered into, after the Ilanons have conducted themselves as enemies of the Company during the overrunning of Riouw, and on this account have well deserved that a sensible chastisement be inflicted upon them. Paragraph 18: An embassy to the Emperor of Xullock is necessary to remind the prince there that his subjects have been permitted to sail hither; it ought indeed to take place, and I think that from such an embassy, accompanied by a small gift, no bad consequences

Dutch transcription

waar om den gouverneur deed doet dat geen oorlog„ gesonden worden „ger staan §11: Te meer om dat niet weete wat ik denken moet van maloerangs koning met mien ter goede trouw „scheepen hebben konnen handelde, wij voorleeden Jaar, soo goed als een dubbel vreedes tractaat geslooten hebben, dewijl hoop op sijne gedane verseekeringen uit naam dullen van wege den sulthan van magindano, deese daarinne meede begrepen is geworden daar wij eerstgemelde tegen sijne belofte niet weeder sien opdagen en de andere ons met niet beduidende brieven ophoud. § 12: schoon dienweegens eerlang uit den droom deng gehul„ hoe onse saaken bij den open te zullen worden met de verwagte terug komst va magindanauer en maluran saboekan van den soldaat uit dit guarnisoen, die Maloerangs Koning benevens twee Taboekan„ „se rijksgroten tot in sijn rijk en vervolgens dies rijksbestierder ten overbreng van gemelde Tractaat van Magindano verseld heeft en van daar terugkeerende op Taboekar voorzied gebleven is, volgens gemaak„ „te afspraak met den keijser van van Magindano om aldaar te blijvaan inwagten desselvs sendelingen die met een 121. hoopt men eerst daags te sullen verneemen een brieff in wit Linnen benaaijd en een groote klok tot geschenk voor dit ministerie aldaar souden aankomen in de maand meij dog welke soldaat na hetw: ontboden is met last aan den koning en Rijksgroten van Taboekan om ge„ „melde sendelingen dit heen te versellen met en benevens den Posthouder; welke ontbod ge„ „schied is, om uit den eene der nog in leeven sijnde door den keijser terug gegeven en aldaar meede aangelande Europise soldaaten uit de besitting van het afgeloopen Riouw en„ „dien mogelijk vroegtijdig te verneemen off ged„e vorst in de overrompeling dier residentie mee„ „de deel genomen hebben dan niet soo meede meede waar hunne gevangen Makkers zijn :? om het ook gebleeven vroegtijdig ter kennis van uw Hoog„ Edelheeden te konnen brengen dan 't gunt mij door hun agter„ „blijven als nog niet gebeuren mag. § 13: koomende) a net ge gehul„ sij worden zoo wat verdiegd ge„ ons te neemen. §13: Koomende mij al seer verdagt voor dat Magin„ „houden van het niet wel muet „ dano 's Keijser boven gementioneerde en uit de Resi„ „dentie Riouw souden sijn aangebragt op een bedekte wijse op door een Koningje nieus naam bij schede El te willen ignoteeren en hiermeede te betoogen terug dat hij en ook sijne onderdanen aan de overwildiging dier plaats geen deel hebben, vol„ „gens sijn aan deesen in Copia overgaande relaas van de Taboekanse Capiteijnen. Jacobus Manumpie en Cornelis Arunde g'anexeerd briefje en op welk relaas almeede geen groot vertrouwen ge„ „steld kan worden bij aldien waar is dat Arunde„ Manumpil voorn: voor den Corporaal Hofman recom op Taboekan verhaald souden hebben dat uit riouneerden te magindano sijn aangebragt 50: gevangen soldaten 20: stukken Canon en 150: snaphaanen dat hij hen niet melde dog waar omtrent sij seggen der den verst heeft en waaromtrent met de komst van dien hier meede te gemoet gesiene Corpo„ sullen „raal nader hoop g'informeerd te worden. ik 123. Elucidatie nopens de Mlanongers. „recommandatie aan de riouw residenten etmel de Hanorgers gehoord on„ „der den kijser van Eullook Ik voege deesen intusschen bij extract uit sij„ „nen aan manado's resident sub dato 9:e October 1787: geschreeven brieff §14: De door ons dus lange verkeerdelijk Hanoreesen genoemd geworden Hanongets schijnen nogtans voor het grootste gedeelte tot de afloping van Riouw, onder aanvoer van kunnen Koning Alam en van den berugte Hadje Oemar, meede gewerkt te hebben; die van Bato seedong en an„ „dere daarom streeks geleegen roopnesten mogen daar ondergeweest sijn, maar geen tullokkers„ voor soo veel als nog heb konnen ervaten. § 15: schoon men hier des ongeagt alle Inlandse Natien, sonder onderscheid mistrouwd en sulx aan de Residenten gerecommandeert heeft meede te observeeren. § 16: Hlanong legt Noord west van Ternaten en ruim 200: Mijlen van daar de koning aldaar moet een vassal van den Keijser van Magindano, en voor soo veel mij bekend ge„ „maakt is soo magtig weesen dat laatst gem weinig „ Scheed pil op g munde„ ofman kom komst 17: eene off en defensive alli„ „nauwers wate Raad„ „saam in Cas als in den text en eene besending aan den weinig of niet met al over hem te seggen heeft en selvs ontsien moet: dit nu koomt soo wat over één met het genoteerde in het sub §13: vermeld relaas van de Taboekante Capiteinen wanneer sij seggen dat de Kijser van m „gindano vreede met de Comp: soekt om „8 dien koning met haar behulp 't hoofd bieden. te konnen Den magindanauer het wel niet ons mee„ „antie met de magindo„ mende kon eene soortgelijke verbintenis mijn 'Teragten bij aldien, 'slands scheepen hier aanweesig waaren worden aangegaan nadat de Hanongers sig bij het afloopen van Riouw als vijanden van de Comp:e gedraagen hebben en hierom wel verdiend hebben dat hun eene gevoelige kastijding worde toegebragt. §18: Eene bezending aan den Keijser van xullock is naoodig om den vorst aldaar te herkinderen dat men aan sijne onderdanen de vaart na herw:ds heeft toegestaan diend wel te geschieden en ik denk dat uit eene dusdanige van eene smal geschenk verseld gaande besending geen kwaade gevolgen hij

NL-HaNA_1.04.02_3815_0373 view scan ↗

English

125. greeting made for Poanilie his suffered damage by land at Quandang to consequences are to be feared by the Company, which is why I shall have the same put into effect at a suitable time. Section 19: Those of Baro, Ledong, and Sassien are also considered to stand under the Emperor of Teblok. The Buginese chief of Passier, the last-mentioned place, still insists upon compensation for the damage inflicted upon him during the cruising under Spruit and Mittendorff in the year 1784, which he has finally estimated at the enormous sum, the excessive declaration of the 14th of August, amounting to 36,000 rixdollars, alleging that in our declaration of the 14th of August 1784 he was promised that double compensation would be made, while he intends to seek this indemnification not here but indeed at Quandang, on whose innocent inhabitants he at the same time seems to wish to take revenge for the death of his son in the aforementioned cruising. According to the secret letter from Gorontalo's Resident De Swart, dated the 30th of May last, he arrived at Quandang on the 21st prior, and makes a fruitless attack on the small fort Leijden sent thither from Manado, having arrived with 20 prahus, Quandang's Resident estimates the same at 20 vessels and 300 men of all kinds of rabble of people, among whom it is said that a Hanogs Prince is also present, to whom another 10 to 12 Buginese residing at Quandang have joined themselves; while, seeming to wait for the arrival of yet other vessels, he had as yet only erected a benting against the small fort Leijden, and attempted only a powerless, unsuccessful attempt to capture the same. Section 20: The garrison stationed inside was full of Relief from Gorontalo and courage, and reinforced by the old Limbotto King Nackie and his retinue, who had withdrawn inside, and the negorij was covered with one thousand Gorontalese sent thither, besides 15 Buginese residing at Gorontalo and 100 Ternatean Alfurs dispatched by Manado's Resident; the old Limbotto Goegoegoe had also erected a benting opposite the enemy. 127. Section 20. With his own condition of the small fort Leijden Quandang's Resident done Section 23: From here a cruising fleet shall set sail for thither people probably, as it is understood that the remaining Limbotters, who have hitherto been disinclined to relocate, have retreated to the Negorij Limbotto, without being willing to come to Quandang's aid. Section 22: Why Resident Baijer did not make use of the authorization granted to him in case of need to retreat with his garrison by the overland route to Gorontalo, after first having spiked the cannon and made the gunpowder unusable, is unknown to me. and might have retreated to Gorontalo. The aforementioned disagreeable news having reached us on the sixth of this month, we have, on the aforementioned day, at the request of the Junior Merchant De Swart, ordered a relief force to be sent to Quandang consisting of two pantjallangs, one galley, and twenty to thirty well-manned Ternatean kora-koras, with 50 soldiers from this garrison, under the command of the Captain-Lieutenant Engineer Baron 131. Per the Chinese Jan Pitiong To His High Nobility, The High, Noble, Stern, and Highly Esteemed Lord, Willem Arnold Alting, Governor General, Together with The Right Honorable, Stern Lords Councillors of the Netherlands Indies. High, Noble, Stern, Highly Esteemed, Wide-Ruling Lords, Right Honorable, Stern Lords. Section 27: In my previous separate letter of the 9th of June of this year, of which the duplicate accompanies this one, the actions of the disgruntled Passir Chief Poanilie were detailed under Paragraphs 19 to 25 inclusive, as well as that a small fleet of 2 pantjallings, 1 galley, and 20 Ternatean kora-koras was on the point of being dispatched against him. Section 28: I now do myself the honor of bringing to Your High Nobilities' attention that finally, after much trouble and head-breaking, on the 15th of the aforementioned month of June, one has succeeded in having the said small fleet, manned by 62 European and native seamen, 51 ditto Eastern soldiers, 2 surgeon's mates, 1 extraordinary fireworker, 2 gunners, besides 20 Ternatean kora-koras, manned with 945 heads of Alfurs, and mounted with 29 cannons of diverse calibers, set sail for Quandang; having seen that of the thirty kora-koras requested from Ternate's king, ten had to remain behind because they were not yet ready, and the people required to man them were not yet at hand. Section 29: Gladly had I, upon my strong urgency, after the lapse of some weeks, sent after them these ten vessels that had finally become ready to reinforce the aforementioned small fleet, and this all the more upon the further reports received that Poanilie's force having been reinforced with sixty large Hanong pirate vessels, Quandang's Resident Baijer, upon the approach of this great superior force, having been abandoned by most of the Limbotters and Gorontalese who had still come to his aid, and lacking everything down to drinking water, having finally also become despondent, had retreated with his garrison by the overland route to Gorontalo, leaving the small fort Leiden with the artillery and ammunition left therein, instead of

Dutch transcription

125. gedane begroeting voor Poanilie sijner gelee„ „den schaade bij land te quandang aan gevolgen door de Comp: te dugten sijn waarom ik deselve ter bekwawe tijd Effect zal doen totleeten. §19: Die van Baro Ledong en Sassien worden mede onder gederd van den keijser van eblok te staan Ihet boegineesen hoofd van Passier lats genoemde plaats, houd nog aan op vergoeding der hem in de bekruising onder spruit en mittendorff A„o 1784 toegebragte die hij lindelijk begroot heeft op de enornee sonn, fatase van rd:s 36000:—:— met voorgave declaratie van den dat hem in onse Augustus em: 14e:„ Augusus 1784: beloofd geworden is dubbe¬ „le vergoeding te laten geschieden, terwijl hij deese schaadeloostelling niet hier maar wel op quandang, soeken wil, op welker onschuldige besettelingen hij te gelijk wraat scheind te willen oefenen over het omkomen van sijnen soon in opgem: bekruising, sijn, „de hij, volgens secreet schrijvens van gorontaals Resident De swart d: d: 30: e Meij J: L: op den 21: bevorens te quandang g'arriveerde smee„ n ock en doet een vruugte bose aanslag op het fortje seijden Manado na derw:s gesonden, g'arriveerde met 20: prauwen, Quandangs re„ „sident begroot deselve op 20: stuks/ en 300 man gest van allerhande schuurs van volk onder dewelke gesegd word dat sig een Hanogs. Prins meede bevinden waarbij sig nog 10: a: 12: te quandang remoereerende Boegineesen gevoegd hebben terwijl hij, op de aankomst van nog u andere vaartuigen scheinende te wagten teegen mogt tize het fortje Leijden nog maar een Benting daar vrie hadde opgeworpen en slegts een megteloos ap„ „geloopen Tentamen beproeff heeft om het selve te bemagtigen. De daar binnen leggende besitting was vol„ § 20: secours van Gorontals en „ moeds en verstrekt met den daar binnen ge„ van „trokken oud Limbottos Koning Nackie en gevolg en de Negorij gedekt geworden met Een duijsend na derw: gesonden Gorontaalders benev„s 15: op Gorontalo woonagtige Boegi„ „neesen en 100: Ternaatse door Manados resident afgevaardigd Alfoeren ook hadde de oud een benting Limbottos Goegoegoe tegen over den vijand op„ „gerigt lot § 21: 127. §20. Met eigen gesteldheid van het lottje tijden quandangs Resident daan §23: van hier sal een kruis flootje na derw:s af„ „steeken volk denkelijk, alsoo men ver„ „neemt dat de overige dus lange tot ver„ „huising ongeneegen Limbotters na de Negorij Limbotto geweeken sijn, sonder Quandang te hul„ „pe te willen komen. § 22: Waarom de resident Baijer geen gebruik ge„ van de aan hem gegeven qua tireeren in het nietge„lificatie om in tijd van nood met sijne beset „telingen, over den landweg na Gorontalo te retikeeren, na alvorens het Canon verna„ geld en het Buskruit onbruikbaar ge¬ „maakt te hebben is mij onbekend. en mogt na gorontalo re„maakt hebben Gemelde onaangename tijding ons op den sesde deeser maand toegekomen sijnde, heb„ „ben wij ten voorsch: dage op verzoek van den on„ „derkoopman De swart een secours na mandang afte senden van twee Pantjal„ „langs Een Galeij en Twintig â Dertig ser„ „naatse welbemande Corta Corras met 50: militairen uit dit guarnisoen ondergesag van den Cap:n Luitenants Ingenieur Baron van man vol„ nen hee en v„ ge Jan an 131. P r den Chinees Jan Pitiong Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbare Heer Willem Arnold Alting A„r Gouverneur Generaal Benevs„ De WelEdele Gestrenge Heeren Raden van Nederlands India Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaren wijdgebiedende Her„ Wel Edele Gestrenge Heeren. § 27: Bij mijne voorige aparte van den 9„e het Duplicaat Junij deeses Jaars, waar van deesen versellende is sub Paragraphis 19- 25: in„ „clusive bedeeld de gedoentens van het Pasirs BBatavia mis. misnoegde Hoofd Poanilie, zoo wel als dat een vlootje van 2: Pantjallings 1: Galeij en 20: Ternaatse Corra Corras op hem stond afge„ sonden te worden §28: Geve ik mij zelve tans de eere ten ken„ „nisse van uw Hoog Edelheeden te brengen dat men eindelijk na veel moeijte en Hoofdbree„ „kens, den 15:e van voorsz: maand Junij heeft mogen gelukken, ged„e vlootje bemand met 62: Europeese en Inlandse zeevarende 51: _„o. „ Oosterse militairen 2: onder Chirurgijns 1: Extra ord„e vuur werker 2: Busschieters, benevens 20: Ternaatse Corra Corras; bemand met 945: koppen Alfoeren, en gemonteerd met 29: Canons van dieverse caliber naar Qua„ „dang te doen afsteeken hebbende zien van dertig van Ternaats koning verzogte Corra Corras moeten agterbleiven, om datse nog niet klaar waren, en het tot dezelver be„ „manning Witen bemanning nodige volk nog niet bij de Hand was. §29: Paerne had ik deese op mijnen stakken aandrang na verloop van eenige weeken, eindelijk klaar gekomen tien vaartuigen ter versterking van het op gem: vlootje naagezonden en zulks te meer op de nader ingekomen berigten, dat Poanilies magt versterkt zijnde geworden met sestig Groote Hanongse roofvaartuigen, Guandangs Resident Baijer op de aannadering van deese groote overmagt van de meeste Limbot„ „ters en Gorontaalders die hem nog te hulp waaren gekomen, verlaten, en aan alles tot drink water toegebrek hebbende, eindelijk ook moedeloos geworden, met sijne bezetting voor den Landweg was geretireerd naar Gorontalo, het fortje Leiden met het daarin„ „ne gelaaten geschud en ammunitie, in steede ge bree„ heeft et.

NL-HaNA_1.04.02_3815_0380 view scan ↗

English

stead of rendering the first unserviceable pursuant to the orders given to us, having left it in the hands of the old king Nacké and associates, as appears from an account sent to us wherein he indicates that the said Nackie and the old Djoegoegoe Joesobf forcefully prevented him from spiking the cannon and rendering the ammunition unserviceable, and had taken the defense of the small fort upon themselves; had I not been hindered in my above-mentioned intention by the news received at the same time via two secret letters from Gorontalo's Resident de Swart dated the 7th and 11th of June last, as well as from the Gorontalo kings by a letter of the 6th of that month, reporting that a considerable force of Buginese, along with a Mandarese Radja Limboea overland and 80 Maguindanao vessels by sea, were on the verge of undertaking an attack on the residency on the south side, upon which fatal reports, coupled with the Resident's expressed desire for speedy assistance, I was obliged to proceed to dispatch for the protection of Gorontalo The Pantjallang the Tidor, mounted with 20 cannon, crewed by 13 European mariners, 12 native mariners, 1 under-surgeon; The Gallewet the Arend, mounted with 10 cannon, crewed by 13 European, 12 native mariners; as well as The ten above-mentioned Corra Corras, mounted with 10 cannon, 454 Alfoor heads, together 505 heads and 40 cannon; this small fleet having departed from here on the 18th of July. Paragraph 30: Meanwhile, I have the pleasure of reporting preliminary to this that my efforts have not been in vain, not only to foil the fatal designs of this great swarm of enemies who considered themselves so certain of victory over our people that they had already divided the spoils among themselves and had promised the captured Company Pantjallangs to the Hanongers, but also to give them a taste of the Company's arms; since on the 5th instant, by a letter from the Commissioner van Lutzouw and associates dated the 3rd of July last, we were able to receive the welcome news that on the 30th of June, having arrived with the fleet under their command in the Bay of Quandang, they gallantly attacked the enemy lying anchored there with more than 80 vessels, and after a stubborn fight of two days and having sunk three of their stoutest vessels and captured one, put them to flight; being currently engaged in pursuing the enemy fleeing toward the side of Borhool and, as they say, reducing him even further: while their wounded, amounting to only 11 heads of natives and Europeans, of whom 7 heads were burned due to the unfortunate catching fire of some cartridges on the gallewet, they left behind at Quandang for treatment, accommodated in the small fort retained by the old king Nackie, requesting of me, regarding the further particulars of this action, to refer to the copy of the letter sent to us by the Commissioners, incorporated herein for Your Excellencies' honorable consideration. Paragraph 31: Trusting that shortly, in continuation of this, we may be able to render a full report of the further good success and favorable outcome of this expedition, which I hope will bring some relief to the precarious situation in which the Company's garrisons on the coast of Celebes have found themselves, I remain in the meantime with the deepest respect and submission, was underwritten: High Noble, Rigorous, Right Honorable, Wide-ruling Lord and Noble Rigorous Sirs; lower: Your High Noble's humble faithful servant; was signed: Abr: Cornabe; on the side stood: Ternate in Fort Orange, the 7th of August. Postscript: Having perceived from the public news received via the Macassar Nachoda Ibrahim, residing here, who arrived here with his vessel on the 13th of July last, that the state frigates the Lynx and Pijl were about to sail via Sumbawa to this Government, I considered it expedient to give advance notice of this to the Commissioners on expedition to the north coast of Celebes and to order them, should they encounter the said ships, to make an immediate disclosure of affairs to the Lord Commander and to place themselves under his command; however, nothing has yet been heard here of the said ships up to this moment. Agrees. Abr: Cornabe 1788 2 Secret Copy To Their High Nobles from the Governor and Secunde Ternate 6 September 1788 for the Netherlands. Register of Secret Papers As well as of Nutmeg and Mace and Cloves as samples, which by order of the Right Noble Honorable Lord Alexander Cornabe, Governor and Director of the Moluccas, are dispatched consigned and described via the chaloup of the Macassar Lieutenant Ibrahim to Batavia, To His High Nobility The High Noble, Rigorous, Right Honorable, Wide-ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor-General as well as the Noble Rigorous Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc., etc. A: This Register No. 1: Letter from the Governor and Secunde as in the heading hereof, dated today No. 2: Copy translation of writing from His Highness the King of Ternate, whereby he indicates that he could not impose any taxes on his subjects No. 3:

Dutch transcription

steede van het eerste ingevolge onse gegeven Last te onbruikbaar te maken, hebbende gelaten in handen van den oud koning Nacké C: S: blijkens een aan ons toegezonden relaas, waar„ „bij te kennen geeft dat gem: Nackie en den oud Djoegoegoe Joesobf hem het verna„ „gelen der stukken en onbruikbaar maaken der ammunitie met geweld belet en de defensie van het fortje op haar hadden genomen; waze ik in mijne bovengerepte voornee„ „men niet verhinderd geworden door de ter gelijke tijd bij twee secreete brieven van Gorontaals Resident de Swart d: datis 7: en 11: e Junij J„o L: zoomeede van de Goron„ „taalsche koningen bij brieve van den 6: dier maand ontfangen tijding dat eene aan„ „sienelijke magt van Boegieneesen met eene Mandharees Radja Limboea over Land en 80: magindanausche vaartuigen ter zee aan de Zuitkant een aanval op de residentie stonden 135. stonden te onderneemen, op welke fatale berigten, gevoegd bij 's Residents tekennen gegeven ver„ „langer om spoedige hulpe, ik heb moeten overgaan om het dekking van Gorontalo te depecheelen De Pantjallang de Tidor gemonteerd met 20: Canons bemand met 13: Europeesen zeevarende 12: Inlandse 1: onder Chirurgijn De Gallewet de Arend gemonteerd met 10: _„o bemand met 13: Europeese 12: Inlandse 5 zeevaarende; benevens De tien bovengem: Corra Corras gemonteerd met 10: _„o 454: koppen Alfoeren 40: Canons tesamen 505: koppen en zijnde dit flootje op den 18: Julij van hier afgestoken. §: 30: Immiddens heb ik het genoegen, bij deesen prealabel enom prealabel te melde, dus mijne pogingen om de funeste desseinen van deesen Grote Zwerman van vijanden die van de overwinning over de onse zoo verseekerd meende te sijn, datse den buit reeds onder elkanderen verdeeld, en de Ha„ nongers de prijs gemaakte Comp: Pantjallings hadden toegesegd, niet alleen te vereijdelen, maar hun ook eens gevoel te doen kleigen van 's Comp:s waapenen, niet vrugteloos sijn ge„ „weest vermits op den 5: hujus bij brieve, van den Commissiant van Lutzouw C: S: in dato 3: Julij L: L: de aangenome tijding heb„ „ben mogen erlangen, datse op den 30„e Junij met haar onderhebbende vloot in de Bogt van quandang aangekomen, en aldaar met ruim 80: vaartuigen g'ankerd leggende vijand kloekmoedig g'attacqueert en na een hard„ „nekkig gevegt van twee daagen en het in den grond schieten van drie sijner stoot„ „ste vaartuigen en veroveren van een op de vlugt hebbe gedreeven zijnde thans beesigt om den 137. den naar de kant van Borhool vlugtende vij„ „and naa te setten en hem gelijk se zeggen nog kleiner te maaken: terwijl haar gebleceerde die met Inlanders en Europeese slegts 11: kopp uitmaakende, en waar van nog 7: koppen door het ongelukkig in de brand raaken van eenige Casdoesen op de galowet verbrand sijn te quandang ter geneesing hebben terug ge„ „laate in het door den oud koning Nackie ingehouden fortje leiden, verzoekende mij, nopens de verdere beisonderheeden van deese actie te mogen revereeren aan het deesen tot Hoogts der zelver g'Eerde spiculatie inge„ „lijft afschrift van den door de Commis„ „kanten ons toegesonden brieff. § 31: In vertrouwen dat eerlang in staat sijn moogen, bij het vervolg deeser een volleedig verslag te doen van het verder goed sucses en favorable uitslag deeser Expiditie die hoop ik eenig redzes zal bewerken in de sorgelijke tituatie waar in 's Comp: Bezettingen ter ter Custe Celeebes hebben geverceerd, verblijve ik middelerwijlen met de diepste Eerbied en submissie /:onderstond/ Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbare wijdgebiedende Heer en welEdele Gestrenge Heeren /lager/ Uwer Hoog Edelheeden ootmoedige getrouwe Dienaar /was geteekend/ Abr: Cornabe /(ter seide stond/ Ternaten in 't Casteel Orange den 7: Aug:s P: C: bij de per den met sijn vaartuig op den 13:e Julij J: L: hier aangekoomen hier woonagtige maccassaar anachoda Ibrahim ontfangen Publioge Nouvelles ontwaard hebbende dat 's lands Fregatten de Lijnxe Pijl over sumbawa naar dit Gouvernement stonden te steevenen, heb ik dienstig g'oordeeld de Commissi„ „anten in Expeditie ter N: Cust van Celebes hier van te praeadverteeren en hun te gelasten om wanneer gemelde scheepen quamen te ontmoeten aan den Heer Commandant ten eerste oppning van zaaken te doen, en hun te vervoegen onder zijn Comman„ „do, egter is van gesepte scheepen hier dus verse nog niets vernoomen Accordeerd. Mesformabe 1788: — „ 2: — Mesire Secreete Copia Aan hunne Hoog Edeleden van den Gouverneur en Secunde Ternaten 8: d: 6: September 1788 voor Neederland. Aug:s o en „ mman„ vers in Register der secreete Papieren Zoo meede van Noten en Foelij en Nagul tot monsters die ter ordre van den welEdele Agtbare Heer. Alexander Cornabe. Gouverneur en Directeur der Moluccas S„t den Chialoep van den Maccassaars Luwt„t Ibrahim naar Batavia worden versonden g'concigneerden beschreeven Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbare Wijdgebiedende Heer M„r Willem Arnold Alling Gouverneur Generaal benevens de WelEdele Gestrenge Heeren raaden van Nederlands India Ca Ca C: ADit Register N„o 7: Breep van de Gouverneur en secunde van als in Hoofde Deezes d: d: heeden „ 2: Copia Translaat Schriftuu van zijn Hoogheid den koning van tematen waarbij te kennen geeft dat zijn onderdanen geene belasten kon opleggen N„o„ 3:

NL-HaNA_1.04.02_3815_0388 view scan ↗

English

No 3: Copy of the report of the Peranakan Moor Oesoeff Hassar, dated 20 June 1787, containing news that the people of Panang are preparing to depart with a fleet to Riouw. Calculative statement of the Captain Lieutenant Engineer Baron van Lutzow regarding a relocation to be carried out of the castle gate at Ternate. No 13: Plan of Fort Tobbo Lobbe at Tidore. C: A basket sewn with white sinnet containing nutmegs and mace from the Lemaats District on Halmahera Samargen. D: Continuing, nutmegs and mace from the Tidorese District Haidie on the coast of Halmahera, with nutmegs, mace, and cloves from Mount Lambotto on the mainland of Bacan. NB: All three aforementioned baskets in the hands of the anakoda. Below was written: Ternate in Fort Oranje, 6 September 1788. Agreed, Ogelwight E: 29 Secret Copy Batavia van Lutzow To His Excellency, The Right Honorable, Rigorous, Grand, Honorable, Far-Ruling Lord, Mr Willem Arnold Alting, Governor General, Together with The Honorable, Rigorous Lords, Councillors of the Dutch Indies. Right Honorable, Rigorous, Grand, Honorable Lord, Honorable, Rigorous Lords, Section 1: Whereas Your Excellencies, by Section 1 of Your most venerated missive of 14 December 1787, were pleased to reject the proposal made by the Captain Lieutenant Engineer Baron von Lutzow in his report regarding the major and minor fortification works on Ternate to relocate the gate of the castle, as being of too much inconvenience and too costly, and preferably wished that matters remained as they were for the time being, and that the defect caused thereby be supplemented and improved if possible, without heavy expenses, we have accordingly, by our secret resolution of 12 April of this current year, demanded that a statement be submitted as to how best the aforementioned requirement could be met. Section 2: While, in submission to the reasons adduced by Your Excellencies, we have refrained from the construction of a battery, likewise proposed in the aforementioned report, for the reinforcement of the curtain on the Ternate or north side. Section 3: And decided to let the permitted construction of embrasures in the said curtain take place here and there gradually. Section 4: As also to use planks instead of the proposed platforms for the preservation of the gun carriages. Section 5: An extract of which several matters we have caused to be furnished to Lutzow, as also from the secret letter. Section 6: The barracks, the guardhouse, and the commander's dwelling, the proposed relocation of which was not proceeded with, having remained in their old state. Section 7: At the redoubt Kayu Merah likewise no alterations have taken place; but the structures inside, made of bamboo and thatch, frequently require repairs, and the palisades of native wood, Kayu Lolaro, have deteriorated to such an extent that they will soon have to be replaced, for which purpose others are already being felled, there being as yet no reason present to be able to withdraw that post with peace of mind, as can be gathered from the weighty allocations we have to make. Section 8: Van Lutzow having served with his report inserted in the secret resolution of 31 May, stating that the aforementioned castle gate, according to his proposal made last year, can be relocated without the nearby senior merchant's and commander's dwellings needing to be demolished for this purpose, provided the curtain on the east flank were made somewhat thicker so as to make the entrance of the gate crooked or obtuse-angled. By this alteration, the gate and curtain would not only be placed in a better state of defense on the east or sea side, but the bastions Groot Bolwerk and Zee Bolwerk would thereby also gain greater strength through the added artillery that could then rake both. The expenditure to be incurred for the aforesaid alteration would calculatively amount to 4162: 24:— rixdollars, the alteration of the moat and the construction of a drawbridge on that side also included. Section 9: It being sustained by the aforementioned military engineer in his aforementioned written document submitted on 31 May, that the raising of a battery on the north side to reinforce that flank, proposed in his report of last year, would be very serviceable and of great utility, since that flank, being the weakest, runs the greatest danger of being attacked; which can happen unobserved, because the Ternate village, situated only some thirty rods from there, greatly covers and protects the enemy. Yet, since the construction of a battery on that flank has been disapproved, Lutzow continues, it would be most necessary that the masonry of the walls on that side, decayed by earthquakes, be repaired, and at the same time the castle moats be dredged, the masonry of which is very damaged, such that the moat no longer serves its intended purpose. If one now wished to put everything back in order and with [illegible]

Dutch transcription

N„o 3: Copia Relaaf van den Parnakan moor oesoeff Hassar 3: d: 20: Junij 1787: behelsende tijding dat de Hanongers met een vloot naar Riouw staanden afte gaan Calculative op gave van den Cap:n Zuit„ Z: A: _„o Berigt Blan en Ingenieur Baron van Lutzoor weeg:s eene te doene verplaatsing van 7 Casteels poort op tirnaten. „ 13: _„o Plan van het Fortje Tobbo Lobbe te Tidor „ C: Een in wit sinne benaad mantje inhoudende Nooten en foelij van het Lemaats District op Almaheira Samargen„t „ D: „ Continueerende Nooten en Foelij van het Tidoreese Dis„ „triot haidie ter kuste Almahuir _„o met nooten Foelij en nagulen van de Berg Lambotto op de vaste wal ver Batchia NB: Alle drie voorn: mantjes in handen van anakoda /onderstond:/ Ternaten in 't Kasteel orange den 6. e September 1788 Acoorderd Ogelwight „ E: „ - Hen tij ng aan ap is„ maheir t 29 Copia secreet Batavia tzouw Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edele, Gestrenge, Groot, Agtbare wijd gebiedende Heer M„r Willem Arnold Atting Gouverneur Generaal Benevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indian WelEdele Gestrenge Heeren §1: Daar uwe Hoog Edelheeden bij Jr: van Hoogst ten Luitenant Ingmuen derselver gevenereerde missive van den 14: December 1787: hebben gelieven te verwerpen het door den Cap:n Luitenant Ingenieur Ba„ „Rom von Lutzouw in sijn Raport nopensee Hoofd en mindere fortificatie werken op Hoog Edele Gestreng Grood Achtbare Heer: Ternaten van Copia Secreet Batavia. van Lutzouw Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edele, Gestrenge, Groot, Agtbare wijd gebiedende Heer. M„r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Benevens De WelEdele Gestrenge Heeren, Raaden van Nederlands Indian Hoog Edele Gestreng Grood Achtbare Heer: WelEdele Gestrenge Heeren §1: Daar uwe Hoog Edelheeden bij §1: van Hoogst Den Capitein Luitenant Ingmien derselver gevenereerde missive van den 14: December 1787: hebben gelieven te verwerpen het door den Cap:n Luitenant Ingenieur Ba„ „Rom von Lutzouw in sijn Raport nopens ee Hoofd en mindere fortificatie werken op Ternaten Ternaten gedane voorstel om de poord van het Casteel te verplaatsen, als van te veel omslagen te kottbaar: zijnde, en liefst sagen dat het daar: bij voor eerst bleef en het defect, dat daor ver„ „oordaakt werd, des mogelijk gesuppleerd en verbeeterd wierd, zonder zwaare kosten. so hebben wij dien Conform, bij ons secreet be„ „sluit van den 12 April h:o a„o gedemandeerd op ga„ „ve te doen in hoe verre best aan bovengem Requisit kon worden voldaan §2: Terwijl, met onderwerping aan de door uw Hoog Edelheeden bij gebragte reedenen hebben afgezien van de bij voorm: raportul„ „meede voorgestelde aanleg eener Battarij, ter versterking van de Gordijn aan de Ternaatsen of Noord Sijde §: 3: En besloten de toegestane aanmaking van schietgaten in ged„e Gordijn hier en daar lang „samerhand te laten geschieden. § 4: someede tot concervatie der affuiten swalpen te gebrui„ „ken, in steede der geproponeerde Beddings. 85: §: 5: van welk een en ander Extractaan Lutzowr heb„ „ben doen geworden, zoo ook uit den secreete Bref §: 6: sijnde de Casernen, die wagt en Comman„ „dants wooning, in welker voorgeslagen ver„ „plaatsing niet getreeden is, in den oude staat gebleeven. §. 7: Aan de schanstep Cajoemera sijn meede geen veranderingen geschied; dog de daar binnen sijnde opstallen van Bamboes en stap vorderen al dikwoils reparatie en de Palissaden van Inlands hout, Cajoe Lolaro, sijn sodanig vergaan, tot eerlang verwitseld sullen moeten worden, ten welken einde bereeds andere worden aangekapt, sijnde voor als nog geen reden voorhanden om die post met gerust„ „teid in te kunnen trekken. gelijk uit de ge„ wigtige bedeelingen die wij te doen hebben kan worden opgemaakt. 1. 8: van Lutzon bij sijn ter secreete resolutie van den 31: Meij g'insereerd berigt gediend hebbende dat voorm: kasteels Poort, navol„ gens van het Ha n en „ o lan te gebrui„ nopens de verplaatsing van de Casteels poort Carculatie der kosten navolgens sijn voorleeden Jaar gedane voorstel verplaatst worden kan zonder hier om de nabijstaan „de opperkoopmans en Commandant wooningen behoeven afgebrooken te worden mits de Gordijn, aan de oost flance, wat dikker wierd ge„ der „maakt om de ingang Poort krom of stomphoekig te konnen doen worden. De Poort en Gordijn geraakte door deese verandering, niet alleen in beteere staat van deventie, aan de oost off zeekant maar de Punten groot en zee Bolwerkt bekwaamen hier door ook meerder sterkste, door het bij gebragte geschut dat beijde als dan bestrijken kon. De aan voorseijde verandering te doene bekostiging soude Calculative belopen op rd:s 4162: 24:— de verandering van de gragt en aanmaking van eene ophaalbrug aan die kant meede begreepen §: 9: Door voornoemde vesting boukundige in voormeld sijn op den 31: Meij gediend heb„ „bende nog 13 sjngenieur vertoog nopens de abijstaan muttigheid van een Batterij aan de noord zijde van 't Casteel nogig reparatie aan de werken hebbende Schriftuur gesustineerd wordende, dat de bij desselvs berigt van voorleeden Jaar gepro„ „poneerde ophaaling eener Batterij aan de Noord seijde tot versterking van die flancque, seer dienstig en van groot nut weesen soude al„ „soo die flancque, de swaktste sijnde meest gevaar, loopt van g'attacqueerd te worden; 't gunt ongemerkt geschieden kan, door dien de Ternaatse Negorij nog een Dertig roeden van daar afleggende, den vijand grootelijk dekt en beschermd. Dan; dewijl de aanleg eener Batterij aan die flancque is afgekeurd, vaart zut zow voort, so waar hoogst nodig dat het door aardbevingen vervallen metzelwerk der muuren aan dien kantt gerepareerd wierden en te gelijk uit gediepts kasteels gragten waar van het metselwerk seer beschaadigd is, sodanig dat de gragt niet meer aan de intentie vol„ „doet. wilde men nu alles weeder in ordre en met ortie n en

NL-HaNA_1.04.02_3815_0398 view scan ↗

English

the report, plan, and etcetera are included in the annexes. granted no linens for spun cotton had to be repaired at low cost, work had to be started immediately. We have, based on all the above, decided to forward to Your High Excellencies the Engineer's report, plan, and calculative estimate of the costs regarding the relocation of the Castle Gate, as is done by this present dispatch, accompanying annexes under letters A. While the dilapidated masonry of the walls has been repaired and the castle moat has been deepened, which latter mentioned work is like that of the Danaids because the moat quickly fills up with mud again: Paragraph 10. We nevertheless lack the necessary authorization for the relocation of the Castle Gate, without which no good defense against a European enemy can be made. Paragraph 11. When the Governor refused the King of Ternate's request for linens with the promise that he would deliver spun cotton in return, the reason was that His Highness was in arrears in this delivery to the Equipment Overseer, to whom the funds for the purchase of those necessities have always been given and are still being given; we would otherwise gladly have accommodated His Highness in accordance with the intention made known by Your High Excellencies in your aforesaid secret letter sub B S. Paragraph 12. Attempts were made to make palatable to the King of Ternate the plan to help the princes obtain a lawful living through voluntary gifts from their subjects; but from the translation, enclosed herewith under number K in copy, of a writing submitted to the first signatory by the said prince, it will appear to Your High Excellencies that this proposal made to his subjects found no acceptance, and he noticed that they would not subject themselves to new laws, wherefore, in order not to remain a king without subjects, he deemed it safest to adhere to the old customs; and since it is sufficiently known here that the Ternatans still have the most awe of all for their king and yet were unwilling to proceed to this, this practice would be even far less practicable in the other two Moluccan kingdoms. Paragraph 13. However ready the King of Ternate has been during the presence of the country's squadron here to hand over the Tidorese slaves, he is nevertheless, as appears from what is noted in our resolution of 10 October, rather backward in this at other times, yet very quick to reclaim them when any flee from him. Paragraph 14. From what is noted in our separate resolution of 17 December of the past year and secret resolution dated 23 February current, it will appear that the King of Tidore, around the month of November of last year, directly and without prior knowledge or permission of the first signatory, dispatched to the Papuan islands a small fleet of 20 kora-koras under one of his confidants, Captain Goelamanies, whom he had expressly sent to Patani, under the pretext of having an investigation made into certain widespread rumors as if Nuku were about to invade Maba, Weda, Patani, and Tidore itself, in order to prepare the said small fleet there and man it with the people of the three above-mentioned villages; he excused himself to the first signatory when this unauthorized undertaking came to light and he reproached him very severely for it, by alleging that he had ordered Ensign Schmidt, then stationed with him, to whisper something into his ear regarding this, as he expressed it, and at the same time to request permission for it, but that that officer had possibly forgotten or neglected it. Paragraph 15. This expedition, however, not having answered his expectations, since his emissaries, according to their report inserted in the said resolution of 23 February, had to yield to the enemy's superior force due to lack of powder, he very earnestly requested, on the occasion of a separate conference recently held with him concerning the extirpation work in the Maba districts, that since the said work could not proceed sooner due to a shortage of people and vessels before our expedition fleets from Kwandang and Gorontalo had returned, he be allowed once more, for a short time, to send a suitable force of Maba, Weda, and Patani people to Salawati, not to fight Prince Nuku, but to chastise the said village and bring it to submission, because the king there, being aided and abetted by his brother-in-law, one Djou Hanoen, former secretary to the relegated King Patra Alam, who since the latest Tidorese troubles had fled thither with his entire family, descendants of the previously exiled

Dutch transcription

het Berigt plan en to: gaan onder de bijlagen over „ning geen lijwaten voor gesonnen goemoeds g'accordeerd sij met geringe kosten gerepareerd hebben moest ten eerste hand aan 't werk geslagen worden. wij hebben op al het bovenstaande beslo„ „ten 's Ingenieuts berigt plan en Calculative be„ „reekening der kosten nopens de tabastrig verplaatsing der Casteels Poort uwer Hoog Edelh: te laten toekomen gelijk geschied bij deesen ver„ „sellende bijlagen sub d„s. sub L„a A: Terwijl het vervallen metselwerk der muu„ „ren gerepareerd en 's kasteels gragt uit gediept geworden is, welk laatst gem: werk dat der Danaiden is also de gragt schielijk weder vol modder loopt: §10. Wij nisteeren immiddens om de benodigde qua„ „lificatie tot de verplaatsing der Casteels Poort, buiten de welke geen goede defencie tegen een europeese vijand gemaakt kan worden. § 17: Toen de Gouverneur den koning van Ternaten reeden waarom Ternaats k„ afgeweesen heeft desselvs verzoek om Lijnaten met belofte dat daar voor gesponnen goe„ „moets leveren zoude was sijn Hoogh:d in deese leve„ „rancie 145. het Plan helpen der gaat niet door leverancie ten agteren bij den Equipagie opsigter, aan wien de penningen tot den inkoop dier benodigheid altoos afgegeven sijn en nog afgegeven worden wij waaren sijn Hoogheid anders gaarne te gemoet gekomen navolgens de door uw Hoog Edelhedens bij hoogst derselver gem: secreete brieff subb: s: te kennen gegeven intentie. §72: Men heeft getragt het Plan om de vorsten door vrijwillige giften van hunne onderdanen aan een wettig bestaan te helpen, de Koning om de vossten aan en bestaan te van Ternaten smakelijk te maaken; dog bij het deesen sub N„o. K: - in Copia versellend Translaat van een aan den Eerst geteekend door gem: vorst ingediend geschrift zal uw Hoog Edelh: komen te blyken, dat deese aan sijne onderdanen gedaane propositie geen ingang gevonden, en hij gemerkt heeft; dat sij hun niet gaen aan nieuwe wetten onderwerpen, weshalven, om geen koning zonder onder„ „danen te blijven, veiligst heeft g'oordeeld zig te houden aan de oude gebruiken en daar hier genoegsaam bekend is, dat de Ternatanen nog als delh: in„ „ rde Ternaats Koning is agterlijk in de uitleevering in het uit leeven maar gaauw in slaven Tidors koning sond heimelijk een Expeditie naar de Papoe al het meeste ontzag voor haar koning hebben en dog daartoe niet hebben willen overgaan, zoude dit Gebruik in de Twee andere Moluesche rijke nog veel minder uitvoedeeren weesen: §73: Hoe Gereed Ternaats Koning geduurende het aanweesen van 'slands Esquader alhier ook geweest is tot de uitleevering der Tidoreese slaven, is hij egter, blijkens het genoteerde ter onse resolu„ „tie van den 10: october op anderen tijden daar in vrijagterlijk, dog zeer gaauw, omze te het reclameeren van gedrgte reclameeren, wanneer eer van hem weglopen. §14: Bij het genoteerde ter onse aparte Resolutie van den 17: December A„o p„o en secreete in dato 23: feb: C„t zal komen te blijken, dat Tidors koning omstreeks de maand november van vergangen jaar dadelijk en buiten voor„ „kennis off verlofs van den eerstgeteekend naar de Papoe heeft afgesonden een vlootje van ver 20: Corra Corras onder eenen sijn vertrouwelingen Cap:n Goelamanies wien hij, onder praesent van. 2 onder 161 onder nevens gem: verschoning verzoek om andermaalen een Expe„ „ditie vlootje derw:s aftezenden van te laten ondersoek doen naar zeekere versprij„ „de gerugten, als off Noeckoe, maba, weda, Pattanij en Tidor zelve stond te invadeeren Expres naar Pattanij had afgesonden om gem: flootje aldaar in gereedheid te brengen en met de volkeren van de drie bovengem: Negorijen te bemannen, zig bij de eerstgeteekend toen deeze ongequalificeerde onderneeming kwar uit te zekken en hij hem daarover zeer ernstig reprocheerde, verschoonende met voorte geeven, dat den toenmaals bij hem bescheiden vaardrig schmidt gelast hadde hem daar van (:gelijk hij sig heeft uitgedruckt) in 't iets oor te Aluisteren en teffens daartoe verloff te versoeken, dog dat die officier het mogelijk had vergeeten off versuind: § 15: Deeze expeditie egter niet aan zijne verwagting hebbende beantwoord, alzoo zijne zendelingen volgens derselver ter gem: Resoluitie van den 23: febr: g'incereerd relaas ude utie voor¬ ng„ soet sen we om nevens gemelde reeden relaas, door gebrek aan kruit voor 'svijands over„ magt hebben moeten wijken, heeft hij bij gelegenheid eener onlangs met hem gehouden aparte Confe„ „rencie over het extirpatie werk in de Mabose Districten zeer ernstig verzogt, om dewijl het gem: werk door gebrek aan volk en vaartuigen niet eerder kon voortgang heb„ „ben voor en aleer onse Expeditie vlootjes van quandang en Gorontalo waren terug ge„ „komen andermaalen voor een korte tijd eene Convenable magt van Maba weda en Pat„ „tanireesen naar salwattij te mogen senden niet en prins Noeckoe te bevegten, maar om gem: Negorij te kastijden en tot sub„ „misse te brengen, alsoo de koning aldaar, gerholpen en aangespord wordende door zijne zwaager eenen Djou hanoen gew: secret:s van den gerelageerd Koning Patra alam, die siederd de Jongste Tidorees trou„ „bles naar Derwaards gevlug en sig met sijne gansche familie afkomelingen van den Eertijds verzonden

NL-HaNA_1.04.02_3815_0403 view scan ↗

English

149. his request is granted banished Kalim Abdul Rauf had kept hiding there, were the only and principal instigators who stiffened the other Papuan petty kings in their obstinacy, and even came to prevent them by force from submitting to their lawful king; declaring that he was fully assured that as soon as this settlement was brought to reason, the submission of the rest would follow of itself, and he might then at last hope to enjoy the fruits of a land over which he had thus far been king in name only. For which plausible reasons the first signatory granted his request to subdue the said settlement with his own forces, and for the success of that undertaking accommodated him, at his urgent request and for payment, with three small barrels of gunpowder. Paragraph 16: Whereas the said prince, in order to bind the affection of his subjects more firmly to himself and at the same time to gain earlier knowledge of everything that goes on in his settlements, takes wives from almost all the settlements, it cannot be otherwise than that one must sometimes become jealous of another, which probably gave rise to the commotion that arose between Toloa and Marieko and the king's statement to Ensign Zang. Presently, however, he complains neither of courtiers nor of subjects, but is well pleased with all. Tidor's king is at present well pleased with his courtiers and subjects. The proposed repair to King and Great Men of the Realm. Paragraph 17: Whereas we, as appears from the record in our secret resolution of 30 December 1786, had already presented to the King and the Great Men of the Realm the poor condition of the small fort Tobbo Tobbo, situated at the main settlement of Tidor and designated as the residence for our garrison, which on the landward side was utterly decayed and lay completely open, so that there 151. was no proper and secure storage place for their weapons, and had persuaded them to a speedy repair at their own expense, whereby, for the reinforcement of that post, they had undertaken to annex a nearby redoubt, it not only seemed very suspicious to the first signatory when he learned from Ensign Schmidt, who was then postholder there, that the Tidorese were actually engaged in demolishing a remaining piece of the wall on the landward side together with the aforementioned redoubt, but it also made him suspect that the King and the Great Men of the Realm were disinclined to reinforce the fort and merely intended to keep our garrison in a defenseless state. Wherefore, in order to proceed with certainty and prudence in this matter, he dispatched on a mission to the court of Tidor the Fiscal Durr and Captain-Lieutenant Engineer Baron von Lutzow, with orders to inform the King and the Great Men of the Realm that they had been sent to make an ocular inspection of what had been carried out on the said fort without prior knowledge, and also to sound out His Highness and the Great Men of the Realm as to whether or not they were inclined to contribute what was necessary to reinforce it on the landward side, for which von Lutzow was instructed, in the former case, to draw up a plan. However, should they discover that the King and the Great Men of the Realm were disinclined to do so, they were not to declare themselves any further, nor to urge the fulfillment of what had been promised. Whereupon the commissioners confer, which takes effect. Paragraph 18: But the said commissioners, as appears from their report inserted in our resolution of 31 October of the past year, having found the King and the Great Men of the Realm very well disposed to fulfill their promises, 153. at the same time declaring themselves very pleased that a plan would be provided to them according to which they could govern themselves in the work, and furthermore that they had proceeded to the demolition of the above-mentioned redoubt partly because it had been utterly decayed and beyond repair, and partly to remove from their sight, as much as possible, all old Spanish monuments. Pursuant to a plan drawn up by the Captain-Lieutenant Engineer. Paragraph 19: The said Captain-Lieutenant Engineer von Lutzow having thereupon drawn up the plan accompanying this under Letter B, according to which masonry is being added to the walls of the old fort that did not need to be demolished, for the direction of which work, which has already progressed reasonably far, we now and then send the master mason over to Tidor at the request of the King and the Great Men of the Realm, humbly trusting that Your High Nobilities will be pleased to approve our course of action in this matter. The Bugis chief of Passir, Poanicie, arrives at Palos, according to letters from the King of Palos. Paragraph 20: Since a brief sketch of what occurred with the chief of the Bugis at Passier, Poanicie, has already been given in the separate letter of the first signatory from paragraphs 19 to 30 inclusive, it remains for us here, in amplification thereof and for the esteemed information of Your High Nobilities, further to impart: Paragraph 21: That the said Poanicie arrived from Passier at Palos in the month of May of last year, in order, as he alleged, to seek the compensation promised to him on account of the loss he suffered in the encounter and the subsequent death of his son in battle with the cruising squadron under Spruit. There was forwarded to us by the Resident of Gorontalo, De Swart, alongside his letter of 1 August for the notification of Poanicie's challenge and threats, a letter from the King of Palos written to the King of Quandang and to our Resident there, whereby they came to give notice that Poanicie had arrived from Passir at Palos to demand his [illegible] by our

Dutch transcription

149. zijn versoek word g'accordeerd versonden kalim Abdul Rauf daar heeft schuid gehouden, de eenigste en Principaalste stoke bran„ „den waren die de overige Papoese koningjes stijfden in haar hardnekkigheid, en zelfs met geweld kwamen te beletten om hun aan haar wettigen koning te onderwerpen verklaaren„ „de volkomen verzeekerd te zijn dat soo draa deese Negorij tot reden ware ge„ „bragt, de onderwerping der overige van zelven zouvolgen en hij dan eindelijk eens zou mogen hope voldaan op de vrugten van een land, waarover hij dus verre slegts koning in naam was geweest; om welke aanneemelijke redenen de Eerstgeteekende sijn verzoek, om gem: Negorij met „ingewilligt eijgen magt t' onder te brengen „ en tot succes dier onderneeming hem op sijne instantie voor betaling heeft geriefd met drie vaatjes Buskruit §16: Dewijl op gem: vorst, om de genegenheid. zijner sover¬ e zo tou„ sijn Eertijds den Tidors koning istans met zijnen Hoevelingen en onder da„ „nen wel te vreeden de geproponeerde reparatie aan ko„ „ningen Rijksgrooten zijner onderdanen te vuster aan zig te verbinden, en teffens van alles, wat in zijne Negorijen omgaat te eerder kennis te krijgen op meest alle de Negorijen 'Trouwen neemt kan het niet anders weesen, of de eene moet zomwijlen op de andere Jaloers worden, het geene waarschein„ „lijk aanlijding zal hebben gegeven tot het ontstaane sumult tusschen Toloa en Marieko en 's konings gezegde tegen den vaandrig zang; tans klaagd sij egter over hoevelingen nog onderdanen, maar is met allen te vreeden § 17: Vermits wij koning en Rijksgrooten blijkens het aangeteekende ter onser secreete Resolutie van den 30: Dec: 1786 reeds voorgehouden de sleg„ „te gesteldheid van het ter Hoofd Negorij van Tidor van Tidor geleegen het verblijff voor onse bezettelingen geschikt fortje Tobbo Tobbo, dat aan de landzijde ten eenemaal ver„ „vallen was en geheel open lag, invoegen er geen van 181. geen behoorlijke en veilige bergplaats was voor derselver wapens, en hadden overgehaald tot eene van het fortje sobo tobo te sidon spoedigen reparatie voor eijgen rekening waar bij ter versterking van die Post hadden aan„ „genomen daar aan te trekken een digt bij gelee„ „gen ronduit, kwam den Eerstgeteekende niet alleen zeer speculatief voor toen hij van den toenmaals aldaar Posthou„ „dend vaandrig schuidt vernam dat de Tidoreesen wwerkelijk beezig waren met de afbrake van een nog overgebleeven stuk van de muur van de Land zijde bene„ „vens de voorengem: ronduit, maar brage hem ook in vermoedens, dat koning en rijks „grooten tot versterking van het fort ongeneegen, en maar bedagt waren, om onse bezettelingen in een weerlosen staat te houden: weshalven, om zeeker, en met omzigtigheid in deesen te werk te gaan naar het hoff van Tidor in Commissie af„ „zonden den Fiscaal Durr en Cap:n Luit„t Ingenieur met sleg„ 660 en geen waar over door gecommitteerten worden onderhouden neemt gevolg Ingenieur Baron von Lutzon met last, om„ koning en Rijksgrooten te kennen te geeven, dat gezonden waren, om occulaire inspectie te neemen, van het gunt aan gem: fortje buiten e nogt verigt wien voorkennis verrigt was zoo meede sijne Hoogheid en Rijksgrooten te ondertasten, op al dan niet genegen waaren, het nodige bij te brengen tot versterking van het zelve aan de zand zijde, waartoe van Lutzonr last had in het Eerstgem: geval een plan te formeeren; egter moesten zij, bij ontwaring Jnaar 1 Ing dat koning en Rijksgrooten daar toe onge „neegen waaren, zig als dan niet verder de„ „clareeren, nog op voldoening van het be„ „loofde urgeeren. §18: Dog gem: Gecommitteerden, blijkens dero„ „zelver ter onse Resolutie van den 31: 8ber: a: p: g'insereerd Berigt koningen rijk„ „grooten zeer wel gedispineerd hebbende ge„ „vonden, om aan hunne beloften te voldaan teffens 153. las naarvolgens en door den Cap: ust Ingenieur geformeerd Plan waring teffens verklaarende zeer blij te zijn dat hun een plan zouw worden bezorgd, waar naar zig bij het werk konden reguleeren, dat voorts tot de demolieering van de boven gerepte ronduit waren overgegaan deels om datse ten eenemaal vervallen in vireparabel was geweest, en deels om daar meede zoo veel mogelijk voor haar oogen wegteneemen alle oude spaanse monu „menten: §19: zijnde door gem: Cap:n Luid„t Ingenieur van Lutzow hier op geformeerd het dee„ „sen sub, L„a. B: versellend plan volg:s het welke aan de muuren van het oude fort die niet hebben behoeven afgebrooken te wor„ „den, word aangemetseld, tot directie van welk werk dat alredelijk verre is g'vor„ „dert, wij nu en dan op verzoek van Koning en Rijksgrooten naar Tidor laten overgaan den meesterknegt der metzelaaren needrig vertrouwende, dat uw Hoog Edelh: onse handel wijse in deesen gelieven goed te keuren. § 20 ,om dat te buiten van onge„ en aan het Boegineese Hoopdte passi„ Banilie arriveerd te Palo bij brieten van Palos koningen § 20: Bij de Aparte van den eerst geteekend van para„ „graphis 19: tot 30: inclusive reeds een korte schett het beg zijnde gegeven van het voorgevallene met hoofd der Boegineesen te Passier Poanicie, staat ons„ hier tot ampliatie van dien en ter g'eerde naarigt van uw Hoog Edelh: nogte bedeelen: §21: Dat gem Poanilie in de maand Meij van vergangen Jaar van Passier te Palo aange„ „komen, om zoo hij voorgaff te zoeken de hem beloofde schaa vergoeding weegens zijn geleegen verlies bij de ontmaetingen het daar op gevolgd sneuvelen van zijn zoon met het kruijsvlootje onder spruit, ons door Gorontaals Resident de swart benevens sijne Letteren van den 1. aug:s ter bedeeling van Poanilies opdaging en drijge„ „menten wierd toegesonden een brieff van Palos koningen geschreeven aan die van quandam onsen en den Resident aldaar waar bij hun ken„ „nis kwamen te geeven, dat Poanilies van Passir en bedij te palo g'arriveerd was, om zijn door de on„ „ze

NL-HaNA_1.04.02_3815_0409 view scan ↗

English

155. estimate of his claim reproach of the Palo people to those of Limbotto and threat loss suffered through the improper treatment by our cruisers, which he estimated at 36660: 36:— to seek at Quandang or elsewhere: the kings of Palo reproaching those of Limbotto in the mentioned letter that they did not better look after the case of Poanilie, whereas they had nevertheless mutually agreed that they would conduct free and unhindered trade and be enemies of each other's enemies, white or black, which the Limbotto people now had to demonstrate, now that Poonilie, who had never offended the Company but had done good, had been treated in such a manner: he would have already appeared at Quandang if they had not restrained him with the request that he be willing to wait until the month of June awaiting good reports concerning his compensation for damages demanded above from the Company or from the Limbotto people; they having admonished the Limbotto people as well as the Resident to consider the matter well, and to look forward to seeing emissaries at Palo by the mentioned time under threat that in the contrary case Poanailie would appear at Quandang. whereupon however the adjacent considerations fall Section 22: Although it became clearly evident from the enormous claim of Poanailie for compensation of his suffered damage and from his failure to respond to our repeated invitation to enter into negotiations at this Main Office about a reasonable compensation for damages or to send authorized representatives for that purpose, that he harbored evil intentions, we nevertheless also took into consideration that undertakings consisting of so many and various nations, as the following of Poanailie according to received news consisted of, were not to be carried out so quickly, and that if everything had proceeded according to the received reports, the enemy, upon the receipt of the Resident's letters, must have already been before and at Quandang, which post we however estimate that with the help of the Limbotto and Gorontalo people could still always offer resistance long enough until we, fully assured of his appearance, 157. circular letters to the Kings and to Poanailie and his adherents could send them the necessary relief without chasing the Company into fruitlessly wasted expenses based on uncertain reports, the invasion of Quandang threatened for consecutive years and never executed by the former vagrant Sharif Abdul Hafil having taught us how little trust is to be placed in reports of Natives. Section 23: In order however to bring Poanailie to repentance if possible before and ever he proceeded to the execution of his evil designs, and to bring the impropriety of his conduct to the attention of his adherents, we, according to the resolution taken in our Resolution of the 10th of October, would send circular letters to the kings and dignitaries of Gorontalo, Limbotto, and Parigie, as well as to those who were partial to Poanailie's side and to Poanailie himself, wherein we admonished him and his party to lay down their weapons, with a protest against all disadvantageous consequences that might result from a contrary conduct, and a renewed offer of compensation for a properly proven damage, admonishing the kings of Limbotto, Gorontalo, and Parigie to courageous defense in case they were hostiley attacked: emissaries for the delivery of those letters speculation concerning an investigation into Section 24: For the delivery of the above-mentioned letters, a certain Native named Jakier Kada was dispatched by the first undersigned, having resided here for more than a year, having also suffered during the encounter of the Spruit and for that reason being very well known to Poanailie and along the entire coast of Celebes, to whom we have caused to be disbursed from the Cash for the financing of his journey a small amount of 50 rixdollars, for which we humbly request a write-off under promise of a reward upon return in proportion to the service he had rendered to the Company. Section 25: Since we furthermore, from the reproach made by the king of Palo in his letter to those of Limbotto because of the failure of the latter to fulfill their promises to assist each other against white and black, must 159. reproach to the Limbotto kings about their scheming, and recommendation to the Gorontalo Resident regarding this. infer that the Limbotto people formerly must have entered into an alliance with Poanailie, we ordered Gorontalo's Resident De Swart to make a careful investigation into this; however, he has not been able to supply us with any other light on that matter than that, according to the records noted in our resolution of the 12th of April upon his secret letters of the 2nd of January of the current year, the Limbotto people were said to have agreed with the son of Poanailie who formerly came to Quandang for trade, that they would notify each other concerning the hostile designs that one or the other nation might forge against either of them, which impermissible manner of acting we have earnestly presented by letter to the king and dignitaries of Limbotto, and ordered the Resident anew to make every effort to discover whether a written contract was made of this agreement, and if so, to try to obtain possession of it in order to be sent to us.

Dutch transcription

155. begrooting van sijn eyjsch verwijt der Paloreesen aan die van Limbotto en bedrijging onzedelijk behandeling van onse kruissers geleeden verlies, dat hij begroote op„ 36660: 36:— te quan„ „dang off elders te zoeken: verwijtende de ko„ „ningen van Palo dien van Limbotto bij gem: brieff, dat de zaak van Poanilie niet bee„ „ber behartigden, daar zij dog onderling waren overeengekomen waren, dat vrij en onverhinderd handel drijven en vijanden van elkanders vijanden zoude zijn witte of swarte, t gunt de zimbotters nu betoonen moesten, nu Poo„ „nilie, die de Comp: nimmer beleedigd maar wel goed gedaan had op een dusdanige wijse be„ „handeld was geworden: hij waare reeds te qua„ „dang verscheenen zoo zij hem niet hadde teegen gehouden met verzoek te willen toeven tot de maand Junij ter inwagting van goede narigten, weegens sijne op van de Comp„e of van de Limbotters als boven gevorderde schaavergoeding; hebbende zij de Limbotters zo wel als den Resident vermaand, de zaak wel te overweegen, en zendelingen teegen gem: tijd te para ra helt hoofd aat ons th tesch de re waar op egter de nevensgem: Concideratie vallen „te Palo te gemoed te sien onder bedrijging dat bij het teegendeel Poanailie te Qandang zouw verscheijnen. §: 22: schoon nu uit den enormen eijsch van Poanailie ter vergoeding van zijn geleede schaade en uit„ zijn agterblijven op onse herhaalde invitatie, ov aan dit HoofdComptoir over eene billijke schaa„ „vgoeding in onderhandeling te treeden off daar toe gemagtigden te zenden; klaar kwam te blijken, dat hij kwaade voorneemens voede, namen wij egter ook in overweeging, dat on„ „demenningen, die door zoo veele en verschillen„ „de Natien, als waarin de aanhang van Poa„ „nailie volgens erlangde tijding bestond, zoo spoedig niet uit te voeren waren, en dat zoo alles, naarvolgens de ontfangen be„ „rigten voortgang had gehad, de vijand, bij den ontfangst van 's Residents brieven reeds voor en aan quandang moetweesen, welke post wij egter staat maaken, dat met behulp der Limbotters en Gorontaalders nog altoos zoo lang residentie Couw kunnen bieden, tot dat wij van sijnen opdaging volkomen versteekerd 157. diroculaire brieven aan de Koningen en aan Poanailie C: S: verseekerd hun het noodige secours zoude kunnen toesenden zonder op onzeekere berigten de maatschappij op vergeefs verspiede kosten te Jagen hebbende de Jaare agter een gedrijg„ „de en nimmer bewerkstelligde invadeering van quandang door den geweesen zwerver serieff Abdul Hafil ons geleerd hoe weinig op berigten van Inlan„ „ders staat te maken zij. §23: Om Poanailie egter des mogelijks tot in keer te brengen voor en al eer hij overging tot de uitvoe„ zijne adharenten „ring zijner kwaade desseinen, en de misselijkheid van sijn gedrag onder het oogte brengen, zouden wij blijkens genomen besluit ter onse Resolutie van den 10: October Circulai„ „re brieven op aan den koningen en Rijksgrooten van Gorontalo, Limbotto en Parigie benevens de geene, die Poanailies Partij waren toegedaan Poanailie zelve, waarbij hem en fijne en aan Partij vermaanden tot het afleggen der wa„ „penen, onder protext teegen alle voordeelige gevol„ „gen die uit een teegen strijdig gedrag mogten reful„ „teeren, en hernieuwd aanbod van vergoeding eener deugdelijk t anailie om aa en„ Pa„ egter seeker 6 zendelingen ter bezorging dier brieven speculatie weeg:s een ondersoek na deugdelijk beweesen schade vermaandende de konin„ „gen van Limbotto, Gorontalo en Parigie tot man„ moedige defencie ingevalle vijandelijk wierden aangetast: aan brieven wierd §24. Ter bezorging van bovengerepte zeeker door den eerst geteekend gedispicieerd zig hier ruim een jaar onthouden in de ontmoeting van spruit meede geleeden hebbende en uit dien hoofde met Poanailie onlangs de geheele kust van Celebes zeer bekend sijnde Inlander lakier kada gen„t wien tot bekostiging zijner reijse in't Cassa hebben laten verstrekken een montantje van 50: rd:s waar van needrig afs„ „schrijving verzoeken onder belofte van eene beloning bij retour in evenredigheid van den dienst, dien hij aan de Comp: had beweesen. § 25: Daar wij voorts uit het door de Koning„ het verwijt der koningn van Talo van Palo bij derzelver brieff aan die van Limbotto gedaan verwijt, weegens het niet naar„ reside „komen van der laatstgem: beloften, om elkan „deren bij te staan teegen witte en swarte, moetten op„ 159. aan die van Limbotto reprohe aan de Limbottersko„ „mingen over haar konkelaijen resident desweegen. opmaken, dat de Limbotters eertijds met Poana„ „ilie een verbond moesten hebben aangegaan, hebben wij Gorontalos Resident de Swart gelast hier na naukeurig onderzoek, te doen egter heeft hij ons geen anders ligt in die zaak als dat blijkens het kunnen suppediteeren Besogne genoteerde bij onse resolutie van den 12: april op zijne secreete letteren van den 2: Jannuarij h: a: de Limbotters met den eertijds te quandang ten handel gekomen zoon van Poanailie over een zouden zijn gekomen, dot„ „se elkanderen zouden verwittigen weegens de vijandelijke dessijnen, die de een off andere Natie teegen een van beijden mogt smeeden, welke ongepermitteerde handelwijse wij ko„ „bij brieff „ning en Rijksgrooten van Limbotto ernstige heb„ „ben voorgehouden, en den resident ander maalen bevolen, alle moeijte aantewenden, om te ontdekken en recommandatie van gorontaals I van deese overeenkomst een schriftelijk Con„ of „tract gemaakt sij en zoo ja het inhanden te sien te krij„ „gen om aan ons te worden toegesonden. 526 konin„ m de an„ wierd ruim n e „ kan en

NL-HaNA_1.04.02_3815_0414 view scan ↗

English

Poanailie pays no heed to any warnings His evil designs are doubted Section 26. How little effect our written exhortations meanwhile had on that disgruntled Bugis and his adherents became evident from his written reply given to our aforementioned emissary, the Fakir Kada, who finally met him at Bwool after a lengthy journey. In reply to our letter, he stated that he had received the letter by which he was summoned to Ternate, but since it was contrary to the custom of his three kings, being those of Bone, Wajo, and Soppeng, he could not come, but had to seek compensation for his damages at the place where they had been inflicted upon him. Section 27. Yet although this answer, as well as the reports communicated to us by Gorontalo's Resident De Swart in his letters of 11 and 25 March regarding the spread intentions of that Bugis to attack Kwandang and Gorontalo, left us little doubt as to their authenticity, 161. However, the following comes into consideration Dispatch of an express to Gorontalo we nevertheless judged that, in view of the strong position of Kwandang, and according to reports received, a relief force of two kora-koras with over 100 Lesnaat Alfurs sent thither by Manado's Resident; as also in view of the custom of the natives, who indeed forge designs but are very slow in their execution; and according to the question put to our emissary Fakir Kada by Poanailie, as inserted in the Secret Resolution of 5 May, asking whether there were any cruisers underway, which clearly showed that he was not without fear, and which also led us to consider whether he might wish to frighten us through threats and test whether his exorbitant demands might be granted on that account; we could rely so far upon this that, in order to proceed safely, we sent another express in haste to Gorontalo to obtain further information regarding Poanailie's Arrival of Poanailie at Kwandang designs and his strength, so that we might regulate accordingly the force to be dispatched against him, which we were meanwhile busy assembling here and for whose reinforcement we had already made a prior request to the King of Ternate to hold 30 kora-koras in readiness to set sail at the first further warning. Section 28. With this express, who returned here from Gorontalo only on 6 June after an adverse journey, we finally received positive news by letters from the Resident dated 30 May prior, that Poanailie had arrived at Kwandang on the 21st of that month with a force of 30 proas, had put men ashore, had a redoubt thrown up, and subsequently made a fruitless attempt, and a fruitless undertaken attack up to two times to overrun the small fort; that upon report received from Kwandang's Resident Baijer that upon Poanailie's arrival all the Limbotto people, who 168. Cowardly conduct of the Limbotto people Relief from Gorontalo however at best consisted of 50 men, had taken flight to the old village, now bringing up again the matter so long in dispute, the removal to Limbotto, while the Bugis residing at Kwandang, who had been brought to discontent by the old king Nakie, had also deserted to the enemy, and he was seconded in the fort by no one other than King Tilaroenga and old King Nakie with their retinue, and the old Jugugu Joesoeff had pitched a redoubt outside it, Resident De Swart had dispatched to Kwandang one thousand Gorontalese and 150 men from the small villages, together with 15 of the Bugis residing at Gorontalo, supplied with 2 barrels of gunpowder, 5004 live cartridges, and 600 lb of musket balls, as well as 200 gunflints. 129. Considerations on the retreat of Resident Baijer to Gorontalo Section 29. Although we fully approved the zeal shown by Resident De Swart in swiftly coming to the aid of Kwandang, except for the dispatching of Bugis to a place attacked by their own countrymen, it appeared incomprehensible to us why Resident Baijer, upon discovering the unwillingness of the Limbotto people to help defend the fort, and after it had come to his knowledge that they were now bringing up the removal again, did not immediately make use of the authority already granted to him by letters of 23 January and further granted by orders according to the notification of 11 May last, to directly retreat with his garrison, after spiking the guns and rendering the ammunition unusable, once he might be more or less assured of the illicit correspondence of the Limbotto people residing at Kwandang, of which their flight might have served as proof.

Dutch transcription

Pornailie stoord sig aan geen verna„ „ningen „ring aan zijne kwaade desseijnen word uitgetwijffeld § 26: Hoe weinig ingang middelerwijlen onse schriften „lijke adhoratien bij dien misnoegden Boeginees en zijne adharenten hebben gevonden kwam, te blijken uit zijn aan onse Bovengem: zendeling den Fa„ „kier kada; die hem na eene langduurige reijse eijndelijk te Bwoool ontmoete, gegeven schrifte „lijk antwoord op onse missive, inhoudende zijn antw:s op den brieff der regee,„ dat den brief waar bij naar Ternaten was Julx ontboden had ontfangen, dewijl Eegter streed teegen den gewoonte van zijne drie koningen zijnde die van Bone Towadjo en soppeng hij niet komen kan, maar de vergoeding van zijn schaade moestsoeken ter plaatse daar hij hem was aangedaan. §27: Dan schoon dit antwoord zoo wel als het aan ons bedeelde door Gorontalos Resident de swart bij sijnen Letteren van den 11 en 25: Maart weegens de gespargeerde dessei„ „nen van dien Boeginees, om quandang en gorontalo vijandelijk aante lasten ons wenig Goson twijffeld overliet aan de egtheid van dien oordeel„ „den 161. te egter komt het nevenstaande in Consideratie Depeche van een Expresse noor t Gorontalo oordeelden wij egter op de sterke situatie van quandang, en op een volgens erlangde berigten door Manados Resident naar derw.s afgezon„ „den secours van Twee Corra Corras met ruim 100: Lesnaatse Alfoezen; zoo meede op de ge„ „woonte van den Inlanders, die wel desseinen smeed maar inde uit voering zeer traag is en de aan onse zendeling Fakier kada blij„ ter Secreete Resolutie van den 5: , g'insereerd „kens zijn deese sub Meij - versellende relaas gedaane vraage door Foanilie off 'er ook kruissers onder weegen waren, waar uit klaar bleek, dat hij niet zonder vrees was en waar door wij teffens ook op de gedagge „ten kwamen, op hij ons niet zouwijlen door drijgementen vervaard maken en beproeven wil„ „de off men hem zijne buiten spoorige eijschen uit dien Hoofde mogt inwilligen, wel zoo veel staat te mogen maaken dat wij om zeeker te werk te gaan, nog in der haast een Expressee naar Gorontalo afzonden ter erlanging van nadere informatie weegens Poanailies des sijne e enig deel„ aankomst van Poanailie te auandang op het fort desseinen als weegens zijne magt om onse op hem aftezenden force die wij hier intusschen beezig waa „ren bij een tebrengen en tot welker versterking wij bij Ternaats Koning reeds praelabel aansoek had„ „de gedaan tot het klaar houden van 30: Cosra„ Corras, om op de eerste nadere waarschou„ „wing te kunnen afsteeken daar naer te kunnen reguleeren. §28: met deesen eene teegenspoedige reijse eerst op den 6: junij van Gorontalo hier terug gekeer„ „den expresse erlangden wij eindelijk bij leeteren van den Resident d: d: 30: Maij bevorens poti„ „tive tijding, dat Poanilie op den 21: Dier maand quandang met een magt van 30: prauwen was komen bezoeken, volk aan de wal geset, een Bentink laaten op vierperken, en ver„ „volgens tot Twee reijsen toe een vrugteloos ten en vrugteloos onder nomen ottag:t amen om het fortje aftelopen, had onderno„ „men: Dat op ontfangen berigt van quan„ „dang's Resident Baijer dat bij aankomst van Poanailie alle de Zimbotters die egter, 168. „ters Secours van Gosontalo egter op zijn best uit 50 koppen hadde bestaan de wijk hadden genomen naar de oude Negorij, tans weeder op het Ta„ „pijd brengende de zoolang in disput ge„ Laphartige gedragden zijmtot„ leegen hebben, de verhuising naar Limbotto terwijl de te Quandang woonagtige en door den oud koning Nakie tot tot mis„ „noegheid gebragte Boegineesen meede tot den vijand waren overgeloopen, en hij in het fost door niemand gesecondeerd wierd dan den koning Tilaroenga en oud koning Nakie met haar gevolg, en den oud Djoegoegoe Joesoeff een Benting daar buiten had„ „ D' Swart naar quandanmg to afsitie opgeslagen, de Resident „ hat afgesonden Een Duizent Gorontaalders en 150: man van van de klijne Negorijen benevens 15: van de te gorontalo domicilieerende Boegineesen voor„ sien van 2: vatten kruit 5004 scherpe pattroonen en 600: lb: snaphanen kogels benevens 200: vuursteenen. 129 hem e Concideratien op de retracte van den resident Baijer naar Gorontalo ondernoomen §29: Hoe wel wij nu de door den Resident de swart betoonden ijver in het spoedig te hulp koomen van quandang, excepto het afzenden van Boegineesen naar een plaats die door derselver landlieden besprongen was volkomen hebben g'approbeerd is ons egter onbegrijpelijk voorgekomen, waar„ „om, off de Resident Baijer, bij ontwaring der onwilligheid van de Limbotters, om het fort te helpen defendeeren, en na dat in eewaren; was gekomen, dat als nu de verhuising we„ „der op het tapijt bragten, niet aanstonds heb„ „ben gebruikt gemaakt van de hem reeds bij brieven brieven van den 23: Jannuarij en ver„ die te laaten tegen de ordres volgens bij aanschrijvens van den 11 Meij L: L: nader verleende qualificatie, om na dat meer op min verzeekerd mogt weesen van on„ de „geoorloofde Correspondentie der te quandang sigh geseeten Limbotters (:waar van hunne vlugt tot een bewijs had mogen strekken:/ na vernageling der stukken en het onbruikbaar maken der ammu„ bezetting „nitie, met zijne bezetteling niet direct ge„ „retireerd had

NL-HaNA_1.04.02_3815_0419 view scan ↗

English

could have brought about the most deplorable consequences after he had retreated to Gorontalo, or whether he had received orders to that effect from the Resident of Gorontalo, the more so because according to and as inserted in our resolution of the 6th of June from an extract of one of his letters to the Resident of Manado, Schierstein, he appears to have had this intention, and that retreat would have been very safe and easy to accomplish upon the arrival of the Gorontalo auxiliary troops. On the contrary, the most deplorable and fatal consequence could have been brought about by his delaying the retreat until he saw himself absolutely compelled to do so by the desertion of his Gorontalo auxiliary troops, by lack of water and provisions, and by the appearance of a reinforcement of Poanilie's force with sixty Ilanun pirate vessels, as well as his surrender of the fort, with artillery and ammunition, to natives such as King Nackie and Tilahoenga, contrary to our orders, and on which, in view of their flight, but by the prompt arrival of the expedition fleet, their small force and the enemy's great superiority, no reliance whatever could be placed that, in spite of a stubborn resistance, they would be able to hold the fort for long, whereby the enemy, having become master of it, could have used the artillery located there against our own expedition fleet, besides which, at a time when he was deserted by most of his auxiliary troops and the enemy's force had grown so strong, the pass to Gorontalo could also easily have been cut off, had the enemy only been mindful of it, had Providence not averted all these formidable disasters, which, as evidenced by the notes to our resolutions of the 6th of June and 4th of July last, caused us a great deal of anxiety, by the prompt appearance of our small expedition fleet, which, owing to the dilatoriness of the Ternatans, only sailed from here on the 15th of June, and by the good watch kept by King Nackie. and the good watch kept by King Nackie averted it, as appears from the report, the small expedition fleet having sailed, and through the good watch which, according to the letters from our commanders of the expedition, was kept inside the small fort by the old King Nackie and associates. Paragraph 30. For the aforementioned reasons, we have demanded an accounting from Resident Baijer regarding his conduct in this matter, and through an account sent to us by him by way of justification, arranged in the copy of secret letters from Gorontalo and Quandang accompanying this, the urgent reasons to abandon his post and to surrender it with cannon, ammunition, and all into the hands of Kings Nieckie and Tilahoenga are indeed demonstrated by him, but which, however, is not sufficient as to why he did not make earlier use of our authorization for the retreat to Gorontalo; we still await this further required accounting from him. There is still further news of the expedition fleet. Report from the Resident of Gorontalo. Paragraph 31. Since we have meanwhile, since the dispatch of the first-signed humble separate letter of the 7th of this month, received further reports concerning the further operations of our small expedition fleets sent to Quandang and Gorontalo, we request, with respect to the plan thereof and the successful action of the first-mentioned with the force of Pranilie, driven from Quandang and pursued by our men, to be allowed to refer in all respect to the said separate letter to avoid redundant communications, while we still note on this subject: Paragraph 32. How the Resident of Gorontalo, De Swart, wrote to us in letters of the 7th of June that King Nackie and Tilahoenga, after the retreat of Baijer and associates to Gorontalo, contrary to their promises made to him to defend and preserve the fort with the ammunition, etc., remaining therein well, nevertheless immediately abandoned it as well and had betaken themselves to the King's redoubt, leaving only two chiefs in the fort, as a result of which the Company's remaining muskets, cutlasses, etc., were lost and even the chests were broken open; regarding which he requested that consideration might be shown to Baijer, as this had happened without his doing and in his absence, although he could not yet determine what and how much was missing, and thereupon requested to be allowed to have an investigation made by a general survey to be conducted by Baijer and two commissioners to be sent thither now that Quandang has been relieved; while he further requested the writing-off of 8 barrels of gunpowder, of which he had delivered 3 to Baijer, 3 to the Gorontalo and other auxiliary troops, and 2 to the people of Limbotto, together with 500 live cartridges and 800 musket balls, all of which were fired at the enemy, as well as 200 pieces of provided gunflints, and also 200 rixdollars in cash.

Dutch transcription

165. de beklaagelijkste gevolgen na andang sig had kunnen sleepen geretireerd is naar Gorontalo, of daar toe van Gorontaals Resident last hebbe ontfangen, te meer hij volgens en ter onse resolutie van den 6: Junij g'insereerd Extract uit een zijner brie„ „ven aan Manadoe Resident schierstein in dit voorneemen scheind geweest te sijn en die retraite zeer veilig en gemakkelijk te be„ „werkstelligen was geweest bij opdaging der : daar in teegendeel gorontaalsche hulpbenden de aller beklagelijkste en funistste gevolg had kunnen nasig sleepen zijn talmen met de retraite tot dat hij er zig absolut tot genoodsaakt zag door de sertie zijner Go„ „rontaalsche hulpbenden, door gebrek aan waater en mondbehoeftens en door de opdaging van eene versterkking van Poanilies magt met sestig Jlanongsche roofvaartuigen, mits„ „gaders zijne teegen onse orders strijdende over „gave van het Fort met geschut en ammunitie aan Inlanders, als de Koning Nackie en Tilahoenga waren, en op welket gemerkt der „selven o„ t tot lugt mu„ A rd dog door de spoedige opdaging der Expeditie vloot derselver geringe en 's vijands groote overmagt en het men geen den minsten staat kon maaken, dat, in weerwil eener hardnekkige resiten„ „tie, het fortlang zouden kunnen inhouden waardoor de vijand daar van meester gewor„ „den van het daar op leggende geschut tegen on„ „se Eijgen Expeditie vloot zou hebben kunnen ge„ „bruik maken, buiten en behalven dat hem in een tijd wanneer door sijne meeste hulpbi„ „den verlaten, en 's vijands magt zoo sterk was aangegroijd, de Pas na Gorontalo ook ge„ „makkelijk had kunnen worden afgesneeden, de vijand maar daar op verdagt indien waare geweest hadde de voorsienigheid alle deese gedugte, en blijkens het genoteerde bij onse resolutie van den 6: Junij en 4: Julij I: L: ons vrij wat bekommering gebaard hebben„ „de onheilen niet afgeweerd door de spoedige opdaging van onse door de talmagtigheid den Ternatanen eerst op den 15: Junij van hier afgestooken 167 en het goud wagt houden van koning orbackie sijn afgekeerd bin weeg:s bij relaas afgestooken expeditie vlootje en door de goede wagt, die volgens aanschrijvens van onse Hoofden over de Expeditie binnen het fortje is gehouden door den oud Koning Nacke C: S: § 30: wij hebben om voorschreevene reden van den Resident Baijer verantwoording afgevorderd weegs sijn in deesen gehouden gedrag, en door hem verantwoording van Daijer oe bij een ons toegesonden bij weegen van verant„ „woording in gerigt bij deesen versellende Copia secreete brieven van gorontalo en quandang te vinden relaas door hem wel zijnde aangetoond d' orang reedenen, om zijn Post te verlaaten en dien met stukken ammuni„ „tie en al overtegeeven in handen van den die egter met voldoende is koningen Nieckie en Tilahoenga dog niet waarom hij van onse qualificatie tot de retraite na Gosontalo geen vroeger gebruik hebbe gemaakt, zien wij, deeze van hen nader gerequireerde verantwoording nog te genoet. 631. agt ken, en er is nog een nadere tijding van de Expeditie vloot Berigt van Gorontaals resi„ adent §31: Daar wij middelerwijlen zeederd het afgaan van des eerstgeteekend needrige aparte van den 7: hujus noge nadere berigten nopens de verdere verrigtingen van onse na Quandang en gorontalo afgezonden expeditie vlootjes hebben ontfangen, verzoeken wij ons nopen den aanleg derzelven, en de wel geslaag„ „de actie van de Eerstgemelde met de van quandang verdreeven en door de onse ver„ „volgd wordende magt van Pranilie ter „ vermijding van dubbeld voudige bedeelin„ „gen in allen eerbied te mogen gedragen aan opgemelde aparte terwijl op dit sujet nog„ noteeren. §32: Hoe ons door Gorontaals Resident de swart bij letteren van den 7: Junij geschreeven zijnde dat, de Koning Nackie en Tilahoenga, na de retraite van Baijer C: S: na Gorou„ „talo, teegen haar aan hem gedaane beloften van het fort met de daar in verbleeven ammunitie enz 169. „traite van Baijer. het fort meede verlaaten waar door veel Comps goederen absent waaren geraakt meet egter nog niet wat en hoe„ veel Redlidents verzoek on af schrij„ „ving van het nevens gem: en z: wel te zullen defendeeren en bewaaren egter het zelve terstond ook verlaaten, en zig hadden begeven dat Limbotse kening na dere„ in 's Konings Benting, laatende in het fortslegts Twee Hoofden waar door 's Comp: terug gebleevene geweeren, zouwers &„a te zoek gezaakt en selvs de kisten waren open gebroken; waaromtrent hij verzogt, dat met Beijer Concideracie mogt worden gebruikt, al zoo zulks geschied was buiten desselfs toedoe en in sijn absentie schoon hij nog niet kon bepalen wat en hoe„ naa „veel absent was, en daar aan verzogt te mogen na laaten onderzoeken doen bij een terwijl quandang na ontset was door Baijer en Twee naar derw:s aftesendene gecommitteerden te doene generaale op„ „neem: terwijl nog verzogt om afschrijving van 8: vaten Buskruit, waar van 3: had verstrekt aan aan Baijer 3: aan de Gorontaalse en &andere hulp„ „binden en 2: aan de Limbotters benevens 500: scherpe„ „patroonen en 800 snaphaan kogels, die alle op den vijand waaren verschooten mitsgaders nog 200. p verstrekte vuursteeng: zoo meede rd:s 200:—: Con„ „tant aan dng laag van nog ti z

NL-HaNA_1.04.02_3815_0424 view scan ↗

English

Reproach to the Resident on account of communicated untrue reports. Cash provided to Resident Baijer during these troubles; likewise, on behalf of the said Resident of Quandang, a request was made for the write-off of rd:s 20—:– in cash provided for provisions to the natives who kept watch with him in the fort, and 9 pieces of ordinary bleached Guinea cloth delivered at the request of the Ternatan Costa Cort af Hoolden as tokens of recognition to the Limbotters and their subordinates in order to distinguish them from the hostile Buginese. We have brought to the attention of Resident de Swart how little his report concerning the abandonment of the fort Leijden agreed with what was communicated by the Heads of the Expedition in their letter dated 3 July, namely that King Nackie, upon their arrival at Quandang, had still kept good watch inside the fort, and admonished him henceforth to let no untruths flow into his letters. §33: The requested write-off surcheated. Orders to the heads of the Expedition concerning the residency of Quandang. Furthermore, we resolved not to decide upon the requested write-offs until after obtaining a complete report of affairs regarding the residency of Quandang, with respect to which post we have instructed the heads of our cruising fleet to deliberate with Resident De Swart after the conclusion of the Expedition, whether the same is or is not necessary for the protection of the residency of Gorontalo via the overland route; and in the latter case, merely to abandon that residency, demolish the fort, and let Resident Beijer transfer to Limbotto with 1 corporal, 6 common soldiers, and 1 gunner, together with three 1-lb cannons. §34: Just as we trust that through the dislodging of Poanilie from Quandang the further hostile designs of his adherents against Gorontalo will have vanished in smoke, we have deferred to Resident d'Swart the decision to let the small cruising fleet, which was dispatched for the protection of that residency, return hither in order to avoid further expenses. §35: And since our commissioners and Expedition commanders at Quandang, in their reports, mention 26 Magindanao pirate proas that were said to have been among Poanailie's fleet, we have ordered them to conduct a careful investigation as to whether the crews of those vessels were actually Magindanaos or whether those others of Poanailie were perhaps Hanongers, and to send us information hereon at the earliest opportunity. Furthermore, having received word that the petty kings of Bhwool and Tontolij in person had each assisted Poanilie's fleet with some vessels, we have ordered the Heads of the Expedition, should they find that this report were indeed true, to inflict a sensible chastisement upon the said petty kings for this perfidious conduct. §37: Expedition's request for write-off, and for approval of the enlistment of 4 native carpenters. Meanwhile, we very humbly request the write-off of rd:s 15:24:- in cash, together with some sea provisions specified in our resolution of 3 July, paid for and provided to the vessel and crew expressly dispatched by us from Gorontalo thither to obtain further reports, as mentioned under §27 and 28; furthermore, for a favorable approval of our decision, recorded in the resolution of 9 July, regarding the temporary enlistment of 4 native carpenters beyond the fixed number of eight, as we were compelled thereto by the haste required for the repair of the vessels that had to be sent on the Expedition, and to enable the remainder of ours to put to sea. §38: Gorontalo Resident authorized to enlist 3000 Pariginese. The alarming situation in which the residency of Gorontalo was placed, according to the Resident's reports dated 7 June, upon the appearance of Poanailie before Quandang, being threatened with attack from all sides, while we here, through the employment of the servants in the extirpation work and the dispatching of the cruising fleet against Poanailie, were unable to offer resistance to such a heavy surrounding swarm of enemies, moved us, as shown by the resolutions taken on 5 May and 9 July, to authorize the Gorontalo Resident to enlist a party of Attingolers as well as to call upon 3000 Pariginese should necessity require it. We hope, however, that after the fortunate turn that affairs have taken since the expulsion of the enemy from Quandang, he will have had no need to make use of this authorization. §39: Appearance of a Mandarese prince before the mouth of the river of Gorontalo. Whether a certain Mandarese prince, son of the late petty king Dain Manassasikie, who appeared before the mouth of the river of Gorontalo during these troubles and requested access there under the pretext of having come to collect his outstanding debts and to seek out his fled slaves, was not also charged with the execution of some evil designs, has not become apparent. Nevertheless, we have approved the conduct observed toward him by the Resident, who, under good promises, kept him from entering.

Dutch transcription

reproche aan den Resident weegens bedeelde onwaare berigten Contant aan den Resident Baijer verstrekt geduu„ „rende deese Troubles; gelijk van weegen opgem: quandangs Resident nog verzoek gedaan wierd, on afschrijving van rd:s 20—:– Contant verstrekt 1ot mond kist aan de bij hem in 't fort de wagt gehouden heb„ „bende Inlanders en 9: p:s guinees gem: gebl: op„ „verzoek van de Ternaatsche Costa Cort af Hool„ afgegeven „den tot waarteekenen aan de Limbotters en haar onderhoorigen om te kunnen onder„ „scheiden van de vijandlijke Boegineesen. Hebben wij den Resident de Swarton„ „der het ooggebragt, hoe weinig sijn be„ „rigt nopens het verlaten van het fort Leijden strookte met het bedeelde door de Hoofden der Expeditie bij derselver Brieff d: d: 3: Julij, dat koning Nackie bij derselver aankomst te quandang binnen het fort nog goede wagt had gehouden en hem vermaand om voortaan in zijne brieven geen onwaarheeden te §33: de laten 171. de verzogte afschrijving ge„ „suroheerd onderaan de hoofden der Expe„ „ditie weegens de residentie quandan laaten in vloeijen voorts besloten op de versogte ap„ „schrijvingen niet eerder te disponeeren dan na het erlangen van den volleedig verslag van zaaken nopens de residentie Quandang ten reguarde van welke post wij de hoofden van onse kruisvloot bij instruc„ „tien hebben gedemandeerd om na afge„ „loopen Expeditie met den Resident De swart te overleggen, off dezelve tot dek„ „king van de Residentie Gorontalo over de landweg al off niet noodsaakelijk zij, en in laatst gem: geval die Residentie maar optebreeken het fort te demoli„ „eeren en den Resident Beijer met een Corp„l„ 6. gemeene soldaaten en 1: Busschieter benevens drie Canons van 1: lb: naar zim„ „botto te laaten overgaan: §34: Gelijk wij vertrouwen, dat door het de„ „logeeren van Poanilie van Qandang de verdere vijandelijke dessentie zijner adre„ centen geda on„ vloot te gosontals aan de resident gedefereerd tot het doen van ondersoek nogtans 26: mag indanaurse Brauwen vloot zoude wezen sijn § 36: zoo meede tot het straffen van den koningjes van bwool en Tontolij. het aanhouden den Expedite adherenten op gorontalo in rook zullen vero„ „dweenen weesen, aan den Resident d' swart ge„ „defereerd hebben, om het tot dekking van die residentie afgesonden kruisvlootje ter ver„ „mijding van meer kosten naar herw:s te laten terugkeeren. § 35: En vermits onse Commissianten en Expeditie verzoe lastaan de Commissianten te quandang bij derselver advisen mentie naken het van 26: magindanausche roofprauwen, die onder de vloot van Poanailie zouden sijn ge„ „meest, hebbende wij hun gelast om nauken „rig onderzoek te doen, of de opvaarende van die vaartuigen weesentlijk Magindanauws dan die andere Poanailie wel Hanongers sijn geweest, en ons hier van ten eersten informatie te laten toekomen voorts hebben wij operlang berigt dat de koningjes van Bhwool en Tontolij in persoon ijder met eenige vaartuigen de vloot van Poanilie hadden g'adsisteerd den Hoofden der Expeditie last gegeven, om wanneer nog„ „ten „ 173. die bij Poanailies vloot zonden geweest sijn Expeditie verzoek om afschrijving van„ maken het nevenstaande.. en om approbatie den in dienst nog „ neeming van 4: Inlandte sim„ maerlieden. mogten bevinden, dat dit berigt in waarheid bestoond gem: Koningjes voor deese ontrouwe handel wijse eene gevollige kastijding toe„ „te brengen. § 37: Wij verzoeken middelerwijlen nog zeer nee„ „drig om afschrijving van rd:s 15:24:- Con„ „tant benevens eenige ter onser resolu„ „tie van den 3: Julij gespeciviceerde zeerand„ „coenen bekostigd en verstrekt aan het door ons ter erlanging van nadere advisen van Gorontalo naar derw:s Expresse ap„ „gesonden vaartuig en opvaarenden waar„ „van onder § 27: en 28: mentie word gemaakt. voorts om eene gunstige op„ „probatie van ons ter resolutie van den 9: Julij genoteerd besluit tot het indienst neeming voorsteen tijd van nog 4: Jnlandse Timmerlieden boven het bepaalde getal van agt alzoo wij daartoe sijn gedrongen door den haast die ier van de ersoon van den dat Gorontaals Resident gequali„ „ficeerd tot de indienst neeming van 3000: Barigineesen haast, die de reparatie vereijschte aan de vaartuigen, die in Expeditie gezonden moeten worden en aan de overige omse in staat te stel„ „len om zee te kiesen. §: 38: De Zorgelijke situatie, waarin de resi„ „dentie Gorontals volgens 'T Residents ad„ „visen d: d: 7: Junij verseerde bij de op„ „daging van Poanailie voor Quandang als van alle kanten gedreijgd te worden overvallen terwijl wij hier door het en ploij der Dienaaren in het Extirpatie werk en het afsenden der kruisvloot tee„ „gen Poanailie buiten staat waren om een dusdanigen zwaren van vijanden rond som„ „me teegen stand te bieden, ons hebbende bevoogen omblijkens genomen besluit ter Resolutien van den 5: Meij en 9: Julij Goron„ „taals resident te qualificeeren tot met indienst nemen van een parthij Attin„ goleis 175. op daging van een mandaree„ „sen prins voor de qual van gosontalo Attingolers mitsgaders het inroepen van 3000: Parigireesen, wanneer het de nood vereijschte hope wij egter, dat hij na„ een gelukkigen keer die de zaken nan het van den vijand van Quandang verdrijven van genomen, van deese qualificatie geen ge„ „bruik zal hebben behoeven te maaken §39: Offzeekere, geduurende deese troubled voor de qual van Gosontalo opgedaag„ „de en onder praesext van tot het inwor„ „dering sijner uitstaande schulden en op zoeken zijnen gedrotte slaven te zijn gekomen acces aldaar versogt hebbend' mandha„ Prins zoon van het overleeden „reesen koningje Dain Manassa sikie met niet gen„t ook wel de uitoering van eeni„ „ge kwaade projesten gechargeerd zijn ge„ weest zij is niet komen te blijken; egter heb„ „ben wij het omtrent hem gehouden gedrag van den Resident „ die hem onder goede beloften van de on het

NL-HaNA_1.04.02_3815_0430 view scan ↗

English

which the resident caused to depart again Could not agree to the Resident's proposition to take care of the settlement of his outstanding debts and to have his runaway slaves searched for, fully approved of having caused him to depart again, and admonished the Resident to fulfill his made promises, with the representation that keeping one's word to the native, allowing proper justice to be done, and treating him well in every respect, must bind him to us. On the other hand, in view of the critical state of affairs in which Gorontalo and Quandang were at that time, we deemed it untimely to agree to the Resident's proposition regarding the chastisement of a certain Limbotto Prince, Fakier Hoeladoe named, brother of the king recently chosen by the Limbotto people in place of Lahaij, who according to the resident's written notification to the chastisement of a certain Limbotto smuggler Quandang's Resident Baijer reproached to what was written to him Gorontalo's written notification dated 11 March of this year, after having wandered around for many years with all kinds of nations, had finally arrived at the gold mines in Poguatto with a vessel laden with all kinds of smuggled goods, and upon the inspection of his vessel ordered by the head of the Gorontalo gold diggers, had weighed anchor and taken refuge at the creek of Pogiama, a gold mine of the Limbotto people; while Quandang's Resident Baijer, whom the former had requested to have an inquiry made after that wanderer, had paid so little heed to the aforementioned request that he had not even answered the letter from Gorontalo's Resident: we have, however, severely reproached Bookkeeper Baijer for his conduct as a servant subordinate in this matter to the orders of Gorontalo's Resident, adding that if he should fall into the same error again, we shall not leave it at a mere reproach: furthermore, we have instructed the commanders of our cruising expedition to Quandang by instructions that, after business there is concluded, they should urge the Limbotto Kings that the aforementioned Fakier Hoeladoe be punished for his illicit trade and compelled to satisfy his debts to the above-mentioned Mandarese Prince to urge the Limbotto Kings Sikie and one Gasa, grandson of Palos King, who had likewise arrived at Gorontalo to collect that debt and was sent home again by the Resident with good promises that he would in time help him obtain a settlement; Section 41: Meanwhile we entertain the hope that through the relocation of the Residency of Quandang to old Limbotto, as ordered by our Commissioners in the Quandang expedition, the divisions that have thus far torn the little Limbotto Realm to the significant detriment of the Company and the country's inhabitants, will finally cease. 179. The divisions in the realm of Limbotto will finally cease Manado's Resident having dispatched a vessel to collect the debt from Mogondo's King and Realm's Notables, that vessel met with an accident on the return journey Section 42: Manado's Resident Schierstein, having been ordered to collect from the King and Realm's Notables of Boelang and Mogondo such monies to the sum of 442 Rds as have been disbursed successively for the maintenance of Prince Emanuel Manoppo, who is relegated here, the aforementioned Resident informed us by letter of 18 April last that, having dispatched for that purpose, and at the same time for the bartering of gold for the Company at Bintaoena and Caidipang, a kora-kora under the supervision of two citizen sergeants, the aforementioned vessel on its return voyage was overtaken at night by such a severe storm that it was driven ashore; and that in that unfortunate incident, besides the life of one of the crew members, and thereby the opposite was lost whereof written off is requested and upwards of 500 Rds in private trade, there were also lost: 3 3/4 reals of dust gold of Bintaoena 11 reals of dust gold of Caidipang 2 1/10 reals of dust gold of Mogondo 18 1/4 Rds in doits 245 lb wax and which, according to the authenticated and sworn declarations of the crew members sent over concerning this, having been lost without anyone's fault or doing in this fatal tempest, he requested that the goods be written off, and that he may be released from the accountability thereof; that, furthermore, it might be taken into consideration that he had already suffered damage enough through the loss of his private trade, and through the wetting of the remaining silk goods of the Company that had also been sent along for the bartering of gold: Section 43: We have, however, not dared to take it upon ourselves to grant his request in this matter, but according to the

Dutch transcription

dien de resident weeder doet vertrekken Residents propositie niet kunnen agreëëren van zorge te sullen draagen voor de voldoening zijner uitstaande schulden en sijne gedros„ „te slaaven te sullen laaten opzoeken weeder heeft doen vertrekken, volkomen goed ge„ „keurd, en den Resident vermaand tot het naarkomen zijner gedane promesses, tot „ker onder voorhouding dat den Inlander woorwel te houden, goed regt te laten geschieden, en alle sins wel te behandelen, hem aan ons verbinden moet. Daarenteegen hebben wij voor de Cri„ §40: „tique gesteldheid van zaken, waar in go„ „rontalo en quandang in dien tijd verseerde, ontijdig geoordeeld te aggreëeren 'I Resident propositie tot de kastijding van zeekere Limbots Prins Fakier Hoeladoe gen„t broeder van den jongst door de Limbotter in steede van Lahaij verkozen Koning gemunde die volgens 'P residents aan„ schrij„ de tot de kastijding van zee„ „ker Limbots smokkel han„ voor „del mandangs residend Baijer gereprocheerd „gen op het hem aangeschree„ Gosontals aanschrijvens d: d: 11:e Maart h: a: na veele jaren met alderhande Natien te hebben Oagezworegen eindelijk in de goud mij„ „nen te Poguatto was aangekomen met een vaartuig volgeladen met alderhande smokkel waaren, en op de door het hoofd der gorontaalse goudgraavers g'ordonneerde visitatie van sijnen vaartuig het anker ge„ „ligt en naar de kwal van Pogiama, een goud mijn van de Limboters zijn toevlugt had genomen; terwijl Quandangs Resident Baijer aan wien de swart verzogt had onderzoek naar dien zwerver te laten doen zig aan opgemelde verzoek zoo weinig had gestoord, dat hij den brieff van Gorontaas Resident niet eens had g'antwoord: wij heb„ om dat geen agt heeft geselh„ ben egter den Boekhouder Baijer over desselvs „ven door den resident van als een aan de ordres van Gorontalos re„ „sident onder geschikt dienaar in deesen te gehouden doening dros de tters fedurgen op het straften in orgemn: smok handelaar gehouden gedrag ernstig gereprocheerd met bij de rijk voeging dat wanneer andermaalen in de Cet zelfde fout komen te vervallen, wij het bij geen enkele reproche zullen laten berus„ „ten: voorts hebben wij de Hoofden over onse kruis Expeditie naar quandang bij Instruc„ „tie gedemandeerd om na afgedaane zaken al„ „daar bij de Limbotsche Koningen daar op aan„ kon „te dringen dat gem: Fakier Hoeladoe over zijnen sluik handel gestraft en geconstringeerd worde tot de voldoening zijner schulden aan den bovengerepten mandahreesen Prins va om de Limbotse Koningen aan „ sikie en eene Gasa, klein soon van Palos Koning, die meede ter invordering van die schuld te gorontalo aangekomen en door den Resident met goede belasten van zijn hem met 'er tijd aan guarand te te zullen helpen weder naar huijs is gesonden; § 47: Middelerwijlen voeden wij hoop, dat door de onse og Commissianten in de quandangse expeditie gedemandeerd) 179. de verdeeld heeden zullen in het rijk van simbotto eindelijk cetseeren manados Resident ter inpal„ koning en Rijksgrooten sen vaartuig hebbende afgesonden „ dat vaartug op en terug rijse ver„ onse ongelukt gedemandeerd verplaatsing van de Residentie quandang naar het oude Limbotto einde„ „lijk zullen cesseeren de verdeeldheeden, die het Limbotsche Rijkje dus verre hebben van „scheurd tot merkelijk naadeel van de Comp. en 's Lands Ingeseetene § 42: Manados Resident schierstein, gedemandeerd aen ming der schuld van mogondos hebbende de invordering van koning en Rijksgro„ „ten van Boelang en- Mogondo van sodanige pen„ „ningen ter somma van rd:s 442: - als succes„ uit gereik zlijn geworden tot allementatie „sive, van den alhier gerelegeerd Prinsena„ „nuel Manoppo, heeft gem: Resident ons bij brieve van den 18: April J: L: berigt dat ten naar gem: Rijkje dienlinde en teffens ter Trocque van goud voor de Comp: op Bintaoena en Caudipang hebbende afgesonden een Corsa Corsa onderop= zigt van twee Burgers sergeant gem: vaar¬ „tuig op zijn terug reise bij nagt van een zodanig zwaar onweet is beloopen, dat het opstrand geslagen en bij dat ongelukkig geval behalven het leeven van een der opvaarende ter natarie znen ins Zi erd) de daarlij het nevenstaande verken„ „ren geraakt waar van afschrijving verzoek Tematanen en ruim rd:s 500: aan Particuliere Negocie nog verlooren sij geraakt 3:¾ realen stoff goud Bintaoenas Caijdipangs f0 D 11: — _„o d„o do: Mogondos _o 2 1/10: _o d„o: d„o 18¼: rd:s aan duiten 245: lb: wax overgesonden gere„ en welke blijkens desweegen „colleerde en beedigde verklaaringen der opvaa„ „rende zonder ijmands schuld op toedoen, daar tempeest dit fataal templess verloren geraakte goe„ „deren verzogt dat afgeschreeven, en hip wain de verantwoording derzelver mogen worden ge¬ „libereerd, dat voorts in aanmerking moge komen hij reeds schade genoeg had te lijden hoe door het verlies zijner Particuliere negotiede tot door twee en het nat raaken van de overige ter tro alvoet qunen van goud meede gegeven sComp: sij„ „wate: §43: Hebben wij egter niet op ons durven neemen aan sijn verzoek in deesen te voldoen, maar blijkens het

NL-HaNA_1.04.02_3815_0435 view scan ↗

English

181 trading matters for the assistance of Quandang, dispatched by Manado's Resident, two kora-koras with Ternate Alfoors. The noted matter at our resolution of 5 May last: decided to credit the King and Grandees of Mogondo for the sum of rd:s 442:-:- paid off by them, and to credit to Manado the saved 28 1/3 reals of dust gold and 130 lb of wax. Furthermore, the Resident's request to be relieved of the reimbursement of what was lost shall be submitted to Your Excellencies, which we hereby fulfill in all reverence, trusting that Your Excellencies will be pleased to reflect favorably upon it. §44: Having already informed Your Excellencies under §27 that Resident Schierstein, upon earlier report from Mandang's Resident regarding the feared attack by Poanailie, had with all haste dispatched thither for relief two armed kora-koras with over 100 Ternate Alfoors, it serves further in this regard for private information, Leaving behind the adjacent artillery under the custody of Limbotto's King. information that, according to reports received from the first-mentioned Resident by letter of 26 June, the said Alfoors, after both of their kora-koras had been shot and smashed to pieces, and after the retreat of Resident Baijer c.s. to Gorontalo, also left Quandang, and undertook the journey overland to Caidipang, where they were provided by the King with the necessary vessels, and arrived safely with them at Manado, having left the artillery of the two kora-koras, consisting of 1 piece metal cannon of 1 lb 6 pieces metal cannons of 1/2 lb, in the hands and under the custody of Limbot's former King Nackie and Grandees; we have given the necessary orders to the Heads of the expedition as well as to Gorontalo's Resident to take back that artillery from 183 the said King and Grandees and upon return to Manado to deliver it again. §45: The small kingdom of Parigie was meanwhile, according to news received from Lieutenant at Sea Jan Doedes, who made a voyage thither with the Exter during his cruising in the Bay of Tomini last year, also very much disturbed by internal troubles, which, according to communications from Gorontalo's Resident dated 25 August last year, and the attached account from a sailor of the sloop De Langmoedigheid who remained behind in Parigie on account of illness, allegedly arose from the appointment of Bins Maijpoeroe instead of Toppolopo, who had allegedly been made fearful by his own slave and by Maijpoeroe concerning his intended voyage hither, and hereupon had requested Maijpoeroe to go in his place in order, upon return, to place the royal authority back into the hands of him, Toppoloppo, just as the parents of Toppolopo and Maijpoeroe had also done; but in which expectation Toppolopo found himself disappointed by Maijpoeroe, since the latter, contrary to the agreement made, refused to renounce the royal dignity entrusted to him; wherefore Toppolopo with his faction, which was by far the strongest, immediately after the departure of the sloop De Langmoedigheid, which had conveyed King Maijpoeroe to his country after his confirmation here, sent an embassy to his brother Lantigia in Palos, who had thereupon intended to invade Parigie with 2,000 men, but was 185 The Palos people burn a village on Parigie. The former King Toppoloppo allegedly conspires with one Daeng Malawa to eliminate the garrison. Lieutenant at Sea Doedes. restrained by Palos's Prince Pantjoroso; which Pantjoroso, however, subsequently came over to Parigie himself with 500 Palos people, carried out all manner of mischief there, and consigned an entire village called Pelabat to the flames, without anyone resisting him, since practically most of the Grandees were opposed to King Maijpoeroe's faction. §46: The said Toppolopo is reported to be conspiring further with a Mandarese Prince, Daeng Malawa, who allegedly made a promise that he would come into the lodge with his men to eliminate the Postholder as well as the garrison. §47: To these worrying disturbances it is to be attributed that Lieutenant at Sea Doedes, to collect. Resident's intention to send for the barter of gold approved. An impending investigation into the Parigie troubles. who was ordered by Resident De Swart to collect the rd:s 500 given to King Maijpoeroe here on credit, has been able to obtain satisfaction neither on the aforesaid debt nor for rd:s 500 in linens which were sent thither by the Resident for the barter of gold and were taken from the Postholder by Maijpoeroe almost by force; the said little king excusing himself for his inability to pay on account of the disturbances that had arisen, which had forced him to recall 300 diggers sent to the gold mines. §48: We have meanwhile approved the Resident's intention to refrain for the present from sending any more linens to Parigie for the barter of dust gold, and have instructed emissaries with our letters to Poanailie to investigate, on their journey via Parigie to Palos,

Dutch transcription

181 negotiede tot adsistentie van Quandang door manados Resident afgezonden twee Cossa Corras met Ternaatse „alvoeten het genoteerde ter onse resolutie van den 5: Maij J: L: besloten Koning en Rijksgrooten van Mogondo te Crediteeren voor de door hun afbetaalde somma van rd:s 442:-:— en Manado ten goede te laten brengen de gesalveerde 28 1/3: realen stoff goud en 130:- lb: wax voorts sResident verzoek, om van de voldoe„ „ning van het verlooren geraakte ontheft te worden uw HoogEdelheeden voor te draagen waar aan ^ bij deesen in allen Eerbied voldoen in vertrouwen dat Hoogst derselver daar op eene gunstige reflectie zullen ge„ „lieven te slaan §44: Uw: Hoog Edelh: onder § 27: reeds bedeeld heb„ „bende dat de Resident schierstein op eerland berigt van mandangs Resident weegens de te dugten attacque van Poanailie met allen spoed tot secours naar derw:s had afgezonden Twee gewaapende Costa Corras met ruim 100: Ternaatsche Alfoeren, diend dien aangaande wijders ter g'eerde ter tra narigt ticuliere „ e blyv met agterlaating van het ne„ „verstaande geschut onder„ „bevaaring van Limbotters Koning narigt, dat volgens erlangde berigten van eerstgem: Resident bij letteren van den 26: Juni gem: alfoeren na dat beijde haar korta kom„ aan stukken geschooten en geslagen waren, en na de Retracte van den Resident Baije„ C: J: naar Gosontalo, Quandang meede hebben verlaalaten, en overland de rijs heb„ „ben aangenoomen naar Caijdipang alwaar ze door den Koning van de Nodige voor„ „tuigen voorsien, daarmeede behouden te manado zijn aangekomen het geschut van de Twee Cossa Corras bestaande in 1: p:s metale Canons van 1: ld. _o _=o „ ½: „ 6: „ „ hebbende gelaten in handen na onder be„ „waaring van Limbots oud koning Nackie en Ryksgrooten hebbende wij de Hoofden der„ Expeditie zoo wel als Gorontaals Resii„ „dend de nodigen last gegeven, oms dat geeschid van 183. naar terug geschut van gem: koningen Rijktgrooten weeder overleneemen en bij Retour te Manado weeder aftegeeven §45: Het rijkje van Parigie woord middeler„ wijlen volgens erlangde tijdingen van den met Galijd' de Exter geduurende zijne bekruising in de Bogt sominie a: p: togtje naar derwaards gedaan hebbend Luitenant ter zee Jan Doedes, meede zeer ontrust door bin„ „nen landsche besoertens die volgens aan aanschrijvens „schrijvens (van Gorontaals resident d: d. 25: aug:s a: p: en daarbij gevoegd relaas van een uit hoofde van ziekte van een twee matte Chialoep de Langmoedighheid te Parigie verbleeven mattroos ontstaat zoude„ zijn uit de aanstelling van Bins Maijpoere in steede van Toppolope, die door zijn eigen slaaf en door Maijpoeroe bevreeft zoude zijn gemaakt voor zijn voorgenoomen over„ „komst naar lezw:s en hierop Maijpoeroe verzogt versogt hadde en zijn plaats te gaan om„ na terug komst aan hem Toppoloppo het het koninglijke gezag weeder in handen te stellen, zoo als de ouders van Loppolopo en Maijpoeroe meede gedaan hadde, dog in welke verwagting zoppolopo zig te huur gesteld had gevonden door Maijpoesoe alzoo die teegen de genoomen afspraak van de hem als aanvertroude kooninglijke waardigheid geen afstand meer wilde doen, weshalven Toppolopo met zijnen aanhang, die verre de sterkste was direct na het vertrek van de Chialoep de Langmoedigheid, die Koning moij„ „poeroe na sijne bevestiging alhier naar sijn land had overgevoerd eene besending had laaten afgaan aan zijnen broeder Lantigia te Palo, die daar„ „op voorneemens was geweest, om Parigie met 2000: man te invadeeren, dog ne„ de uuis „der op wel samen 185. De Palozeesen verbranden een Negorij op parigien de geweesen koning Tapoloppo wel met eenen Dain malawa samen spannen om de bezettelin„ „gen van kant te helpen loep de luit„ ter zee Doedes. wederhouden was geworden door Palos prins „derhand= Pantjoroso, welke Pantjorozo egter na„ „zelven derwaards zelven met 500: Paloreesen naar Parigie over was gekomen, aldaar alle kwaad had uitgevoerd en een heele Negorij Pelabat gen„t aan de vlammen had opgeofferd„ zonder sig iemand daar teegen had verzet, alsoo genoegsaam de meeste Rijksgrooten teegen Parthijen van koning Maijpoetoe waren: §46: Gem: Toploppo zoude volgens berigten nog samen, spannen met een mandahree„ „sen Prins Dain Malawa die toesegging zouw hebben gedaan, dat met dessijnen in de logie zou komen, om den Posthouder benevens de bezettelingen van kant te helpen §47: zijnde aan deese zorgelijke onlusten te at„ „tribueeren dat de Luitenant ter Zee Doedes, die in te vorderen PResidents voornemens om te senden ter trocque van goud g'approbeerd. een op handen geveesen onderzaek„ na de parigile Troubles. die door den Resident de swart gelast was, om de aan Koning Maijpoetde hier op schuld gelast on sComp: schuldente savier gegeven rd:s 500: in tevorderen voldoening heeft kunnen bekomen op voorn: debet zoo min als weegens rd: 500: aan lijwaten die door den Resident naar derw:s afgezond„ „den ter trocque van goud, door Maijpoeroe van de Posthouder half niet dwang waren afgenomen, verontschuldigende gem: koning„ „je sig weegens zijne onvermogen om te be„ „taalen met de ontstaane troubles die hem hadde genoodsaakt, om 300: na de goudwij„ „nen afgezonden gravers terug te ontbieden. §48: Wij hebben middelerwijlen P residents voor„ geen meer Lijwaten naar Parig„ nemen, om vooreerst aftezien van het afsen den van meer Lijwaten naar Parigie ter troc„ que van Stoff goud goedgekeurd zendelin en gen met onse brieven aan Poanailie op„ „gedragen, om op zijne reijs over Parigie naar Palo heeft

NL-HaNA_1.04.02_3815_0441 view scan ↗

English

187. had no result order to the resident de Swart and the garrison at Parigie to make a close inquiry in secret into the authenticity of the reports received that Maijpoeroe had obtained the royal dignity in such an underhand manner, and that the troubles that were repeated there had arisen from this, but because Poanailie, due to the slow journey of the aforementioned emissaries, had already arrived at Bwool shortly after his departure from Gorontalo to Parigie, and he, being halfway to Parigie, had to return to Gorontalo in order to travel via the overland route from Quandang to Bwool, the aforementioned inquiry could have no result, and we therefore still remain in uncertainty concerning the authenticity of the aforementioned reports. However, the Resident de Swart, upon his letter of 30 May last in which he informs us that the Parigiese garrison had received no pay in a year's time, this being due partly to the frequent to send them their monthly wages, which they have not received in a year the kings, on account of their unwillingness to supply a vessel smugglers encountered by Doedes at Mouton absence of the Parigiese good months, and partly because the Gorontalo kings were unwilling to accommodate the resident with a vessel even for the transmission of letters hither, has been ordered to dispatch a vessel without further delay for the transport of the necessary monthly wages, rations, etc., to Parigie, on which occasion we hope to obtain some further reports from that little kingdom; the Gorontalo kings having also been seriously reproached by us for their unwillingness to fulfill the obligations incumbent upon them. reproaching of the Gorontalo kings for their unwillingness to supply a vessel Section 49. The abovementioned Naval Lieutenant Doedes having reported that, on his journey to Parigie, having put in at Mouton, he had encountered there about sixty paduakans laden with all kinds of merchandise, among which there had been one that had around 1000 rixdollars in gold dust on board; that furthermore at the aforementioned place a certain Mandharese Prince Dain Reko had come on board to him, who had given him very broad assurances regarding his affection for the Honorable Company; and because the aforementioned 189. broad assurances from the Mandharese Prince Reko regarding his affection for the Honorable Company Gorontalo resident is authorized to make good promises to the aforementioned Reko prince, who appears to have authority over the Mandharese at Mouton, but is obstructed therein by a certain Dain Malawa, who, with the malcontents laying claim to the royal authority at Parigie, conspires with Prince Toppolopo and, as appears from what was noted in our resolution of 10 October of last year, threatened to raid Mouton and Poguatto, has been strongly recommended by the Gorontalo Resident as well as the kings on account of his sincerity, with the assurance that if the Honorable Company were to appoint him as Pongawa or Head over the peoples of Mouton, he would undertake to admit no more smugglers, we have, that he shall be appointed as Pongawa under the aforementioned condition restoration of the deposed regent of Boelang Itam and the reasons for this on the basis of this recommendation, authorized the resident to offer a correspondence with that Head, with the promise that he would be appointed as Pongawa provided that he rejects all smuggling merchandise and undertakes by contract to deliver the gold yielded at Mouton into the lap of the Honorable Company at 10 rixdollars per real of 19 carats, of which authorization we still await the outcome. Section 50. Since the peoples of Boelang Itang have retained so much affection for their deposed regent that, according to advices received from the Manado Resident, they had not yet proceeded to the election of another in his place, and it has appeared to us from the frank confession of the former regent that he tolerated the murder committed upon the Maguindanaoan out of ignorance rather than with evil intent, and since we furthermore have not been able to notice that anyone cared about the murdered men, who nevertheless had truly committed much murderous harm in earlier years with other Maguindanaoan pirates at Boelang Itam, 191. and under serious recommendation to give no further offense and to comply with the contracts Two Boelang Itam heads have deserted from imprisonment. we have, at our session of 3 July, restored the deposed Nicolaas Ponto as regent of Boelang Itam under the recommendation that he give no further cause for displeasure and furthermore scrupulously comply with the contracts concluded with him and his predecessors, as well as the convention recently made at Manado by him and the king of Caijdipang, whereby we have considered the mutual disputes settled; while the other two heads, placed in the custody of the Fiscal, have made a further judicial inquiry impossible by escaping from their detention. Section 51.

Dutch transcription

187. heeft geen gevolg gehad ordre aan de resident d' swart ende bezettelingen te Parigie Palo na de egtheid der ontfangene berigten, dat Maijpoeroe de koninglijke waardigheid op dus danige slinkte had verkreegen verkreegen en daaruit de aldaar hethaalende trou„ „bles waren ontstaan in secrettesse Nauwkeu„ „rig onderzoek te doen, dog vermits Poanailie door de zukkelende reijse van gem: zende „lingen kort na sijn vertrek van Goronta„ „lo naar Parigie reeds te Brrool was weege aangekomen en hij dushalver „ Parigie zijnde naar Gorontalo moest terug keeren om over den Landweg van Quandang naar Bwool te reijsen heeft gem: onderzoek geen ge„ „volg kunnen hebben, en verteeren dus nopens de egtheid van gem: berigten voor als nog in het onseekere egter is de Resident de Swart op sijn schrijvens van den 30: Meij L: Z: waar bij ons meld dat de Parigiteesl Bezettelingenin een Jaar tijd geen gagie hadde genooten sijn „de zulks toegekomen deels door het ofte agter„ haar in geen Jaar genoten maandgelden te laten toekomen koningen weegens haar onwil„ tuig smokkelhandelaars door Doedes te mouton ontmoet agterblyven der Parigireese goede maanden Pauw, en deels om dat de gotontaalsche koningn breed onwillig waren, om den resident met een vaartuijg zelvs niet tot overbreng van brieven naar her„ „waards te gerieven gelast, om zonder langer vertoeven een vaartuig ten overbreng van de nodige maand gelden, Randsoenen E naar Parigie aftesenden, bij welke geleegenheid ee„ „nige nadere berigten van dat rijkje hopen te erlangen zijnde de gorontaalsche Koningen door ons ook ernstig gereprocheerd over derselver reprocheeren an de gorntaals onwilligheid in het voldoen aan de hun nionin „ligheid tot het leeveren van van„ beerende verpligtingen: nog § 49: Door bovengem: Luitenant ter zee Doedesting sijnde verslag gedaan, dat hij op zijne togt naar Parigie te mouton hebbende aan „gegierd, aldaar wel sestig Paduakans be„ „laaden met alderhande Negotie had aan„ „getroffen, waar onder, een was geweest, die wel rd:s 1000: aan stoff goud aanboord ha Goron i gehad, dat wijders ter voorm: Plaatse bij hem belof aan 189. breede verzeekeringen van den mandhreesen Prins reko. megq:s sijne genegenheid voor de E: Comp: Gorontaals resident word gequali„ beloften aan gem: Reko aan boord was gekomen zeekeren Mandhareesen Prins Dain reko, die hen zeer breede ver¬ „zeekeringen had gegeven weegens zijne genee„ „genheid voor de E. Comp:e; en vermits gem: Prins, die het gezag over de Mandhareesen te Mouton scheind te hebben, dog daar in gedwaartsboomd wort door eene Dain Malawa, die met den malcontenten op het Koninglijke gezag te Parigie preten¬ „rie maken, den Prins Toppolopo samen spard en Blijkens het genoteerde ter onse resolutie van den 10: octob: a: p: en Mouton en Poguatto dzeigde te overvallen door Gorontaals Resident zoo wel als de Koningen weegens zijne volmeenendheid sterk is aangepreesen onder verzeekering dat zoo hem de E Comp:e als Pongawa off Hoofd over de volkeren van houton aanstellen, „„ficeerd tot het doen van goede „de, hij aannam om geen smokkelhandele „laars meer te admitteeren, hebben wij had em dat als songawa zal worden aangesteld onder neves gem: Conditie herstelling van den afgesetten regent van Boelangstam. on reeden hier nevens wij op fondament van deese aanprijsing den resident gequalificeerd tot het aanbieden eener Cortespondentie met dat Hoofd, ondertoe„ „zegging, dat als Pongawa zou worden aan„ „gesteld mits alle sluikhandelaar kram afte„ „wijsen en het op mouton vallend goud bij contact aannaam te leveren in den schoot van de E: Comp:e a: rd:s 10:-:- tet reaal van 19: Caraten, van welke qualifica„ „tie wij den uitslag nog wog te genoedsie„ §50: Dewijl de volkeren van Boelang itang zoo veel geneegenheid voor dezelver afge„ „tetten regent hebben behouden dat volgens Eerlangde Adviesen van manados Resident, tot de verkiesieng van een anderen in sijn plaats nog niet waren getreeden en ons uit de openhartige belijdenis van den geweesen regent is komen te blijken, dat hij eerder uit onkonde dan met een quaad op zet is overgegaan tot „teer het gedogen van den aan de magindanauwer g'exteer 191 en onder serieuse recom„ te geeven en de Contracte naa te koomen Twee Boelang itamse hoofden sijn uit de gevangene gedeser„ „teerde. g'exteerde moord, dewijl wij wijders niet hebbend kunnen bemerken, dat sig ijmand aan de vermoorden, die egter weesentlijk in vroe„ „gere jaaren met meer andere Magindananse rovers te Boelangitam veel moorddadig kwam had gepleegd, iets heeft laten gelee„ leggen „gen, zoo hebben wij die afgezetten Nicolaas Ponto ter onse sessie van den 3: Julij weder hersteld als regent van Boelang Itam onder recmmandatie, dat niet weder aan„ „leijding geeve tot ongenoegen en voorts nau„ mandatie on geen ongenogen meerskeurig naakome de met hem en zijne voor„ „zaten gesloten Contracten, benevens de Jongst door hem en de koning van Caijdipang te Ma„ „nado gemaakte Confentie waarmeede wij de weeder zijdse geschillen voor afgedaane heb„ „ben gehouden; terwijl; de overige twee in Fiscaals vanden gestelde hoofden door het uit haar detentie een nader gereg„ ontsnappen ondaenlijk „telijk onderzoek hebben gemaakt. 851:

NL-HaNA_1.04.02_3815_0446 view scan ↗

English

The uncertainty regarding the ratification of the contract entered into with the Magindanauers. The Chiauwers and Tagulanders treat Maloerang's little king very rudely on his return journey from here. Section 51. Your High Nobilities having already been informed by separate letter from the first signatory under Section 11, page 13 inclusive, concerning the uncertain hope that we may still harbor for a desired outcome of the contract concluded with those of Magindano and Saringane, it serves further for your honored information that we still remain in this uncertainty. Section 52. After the conclusion of the peace contract mentioned hereinbefore, Maloerang's little king, on his return journey in the company of the king of Manganitoe, was subjected to some rude treatment at Chiauw and Tagulanda, of which he complained by letter to the first signatory; which impolite reception we must attribute to the aversion of old subsisting between the Chiauwers and those of Maloerang and vice versa. From this we could clearly perceive that the Chiauwers were little pleased with the peace concluded between the Company and the Maloerangers and Magindanauers. Measures taken against this, and the orders in that regard to the resident of Manado. In order to prevent all further estrangements without delay, we have seriously reproached the kings of Chiauw and Tagulanda over this manner of conduct under the threat that whoever might conduct themselves hostily against the intention of this government against the Maloerangers, and should fail to maintain the peace concluded with the same and the Magindanauers, or should commit any acts of violence against those nations, would be punished most rigorously. We have likewise ordered the resident of Manado to make a close inquiry into the instigators or perpetrators of these rude encounters, as well as into the reasons that might have given cause thereto, and whether the Chiauwers, considering their wanton conduct, also at times relied on foreign help. The delay of the emissaries still holds matter in suspense. And to send those who might be found guilty in custody hither to obtain condign punishment, as appears from that which was recorded at length in our resolution of 31 December of the past year. By the incomprehensibly long delay of Maloerang's Djoegoegoe, who, according to reports from the soldier Jacobus de Vaader from the captured Riouw garrison who has crossed over hither, was awaited at Manganitoe by our soldier Pieter Schadzon, who departed with Maloerang's king from this garrison for Magindanao, and who properly was to come over hither to deliver a letter sewn in white linen from the Magindanauers' emperor, accompanied by a clock; which letter and present, according to the statement of the first-mentioned soldier, had already been brought there before his departure from Manganitoe by the Maloerangers, so that we expect that letter any day. Section 53. Deposition of the soldier from the Riouw garrison Jacobus de Vaader. Not Zullokkers, but Hlanongers. Section 53. From the above-mentioned soldier from the Riouw garrison, Jacobus de Vaader, who arrived here on 9 July of the current year in a sickly condition by the pantjallang De Lassum of Taboekan, currently staying at Castie, we have sought by way of interrogation to learn what nation it may have been that surprised Riouw; and from his answers in the resolution of 9 July of the past year, it appears that it was at least not Zullokkers, but indeed Hlanongers, which predatory people is nevertheless mixed with all kinds of scum of nations such as Zullokkers, Tedongers, Basoreesen, and Bugis, whom he nevertheless takes entirely for Magindanauers, as he says he has never heard of the Hlanongers; and yet at the surprise of Riouw he saw no people of the great sultan, the actual Magindanauers having surprised Riouw, while his transport from another place to the great sultan with the presents noted by him of an eight-pounder cannon, some swivel guns, and ammunition, together with a large mirror, clearly demonstrate that he, together with his two deceased comrades and the said goods, were offered as a present to the sultan by the Hlanongers. Magindanao's emperor cannot, according to his statement, prevent his subjects from plundering. And the acceptance of this present, joined with the sultan's declaration that he would gladly enter into an alliance with the Company, but was not in a position to keep his subjects in restraint or to prevent them from pirating, though having no part therein, which perfectly accords with the deposition of the Sangirese Captains Aronse and Manumpil, leaves no doubt that Magindanao's emperor must tolerate the piracies of the Hlanongers through lack of power to prevent them, and possibly for that reason dared not refuse the presents offered to him, the more so as he thereby had the opportunity to return three Europeans to the Company. Section 54.

Dutch transcription

de onseekerheid meeg:s de ratificatie van het met de magindanauers aangegan Contract „de chiause en Tagulanders „ bejeegenen maloerangs Koningje op zijne terug reijse van hier zeer onbeleefd §51: Bij aparte van den Eerstget: onder §11: p: 13: inclusive uw Hoog Edelheeden reeds zijnde g'informeerd weegens de onseekere hope, die wij als nog mogen voeden op een gewensten uit„ „slag van het met de van Magindano en saringane beslooten Contract, diend wijders ter g'eerde naarigt, dat in deese onseeker„ „heid nog blijven verseeren. §52: Maloerangs Koningje na het sluiten van het hier voren gerepte vreedes Contract op sijnen terug reise ingelschap van den koning van Manganitoe te Chiauw en Tagulanda eenige onbeleefde behandelin„ „gen zijnde aangedaan waar over bij brie„ „ve aan den Eerstgeteekende heeft ge„ „klaagd, en welke onheusch onthaald wij moe„ „ten attribueeren aan de van oudsher gesubsis„ steerd hebbende avertie der Chiauwreese tegen die van Maloerang en vile versae; waaruit wij klaar konde bespeuren, dat de Chiaure„ „sen weinig in haar schik waren met den tusschen 193. hier teegen genomen mesures en het desweeg:s aan manados resident tusschen de Comp: en de Maloerangers en Magindanauers geslooten vreede; hebben wij, om alle verdere verwijderingen zonder„ „uitstel voortekomen, de koningen van Chiau„ en Tagulanda Ernstig gereprocheerd over deese handelwijse onderbedrijging, dat de gee„ „ne die sig teegen de intentie deezer regee„ „ring tegen de maloerangers vijandelijke kwaamen te gedragen, en de met deselven en de magindanauers geslooten vreede niet kwam te onderhouden op eenige dadelijk heeden teegen dienatien kwam te pleegen, ten rigoureusten zouw worden ge„ „straft hebbende wij teffens Manados Resident gelast, om na de lastgevers of uit„ voerders van deeze onbeleefde bijee„ „geningen naukeutig onderzoek te doen, zoo meede na de reedenen die daartoe aan„ „leiding mogten hebben gegeven en off de Chi„ „aureesen gemerkt haar baldaadig gedrag ook zoowijlen steurde op vreemde hul„ „pe e grijp nog stand door het agterblijven der zendelingen hulpe, en de geene die schuldig mogten worde bevonden gesecuteerd naar herwaards te zenden ter Erlanging eener Condigne straffe, blijkens het der weegen breedvoerig aangetrekende ter onse resolutie van den 31: Decem: a: p: door het onbegrijpelijk lang agterblijven van de haloerangs Djoegoegoe die, volgens berig„ „ten van den naarherw:s overgekomen soldaat uit het gevangen genomen Riouse Guar„ „nisoen Jacobus de vaader te Manganitoe wierd ingewagt door onsen uit dit guarnisoen met Maloerangs koning naar Magindanao vertrokken soldaat Pieter Schadzon, en eij„ „genlijk naar herw:s zouw overkoomen te overbreng van een in wit linnen benaaijden brieff van Magindanauers Keijser verselder van Een klok, welke brieff en geschenk vol„ „gens opgave van eerst gem: soldaat reeds voor sijn vertrek van Manganitoe daar de mo„ „loerangers aldaar zouden zijn aangebragt, geen zoo dat wij dien brieff alle dagen te gemooet zien. §53: 195. depositie van den soldaat uit het riouwse guarnisoen Jacobus „de vaader geen xullokkers maar Hlanon„ §53: van Bovengem: op den 9: Julij J: E: in een ziekelijken toestand hier per de Pantjallang &taas reventeeren de ^en tans na Costie overgven de Lassum van Taboekan aangekomen sol„ „daat uit het Riouwse Guarnisoen Jacobus de vaader hebben wij bij weege van ondervraa„ „ging zoeken te verneemen wat voor natie het sij geweest die riouw hebben over rompeld, en uit sijn ter resolutie van den 9: Julij J: L: antwoorden komt te blijken dat het ten minsten geen aullokkers, maar wel Ha„ „nongers welke roofsugtig volk egter met alderhande schuim van Natie als, zullok„ „kers, Tedongers, Basoreesen en Boeginee„ „sen vermengd is zijn geweest die hij eg„ 9„ „ter aldeen voor magindanauers houd al„ „soo hij segt nooit van de Hanongers te heb„ ben gehoord; en egter bij de overrompeling van riouw geen volk van den groote sulthan heeft gezien, die de Eigendlijke maagindanauers E „gers hebben Riouw overrompeld sijn terwijl sijn transpord van een ander plaats naar magindanaus Kijser kan sijne onverdaaen volgens sijne zeggen het roven niet beletten. naar den grooten sulthan met de bij hem opgen: geschenken van een agt ponder Canon, eenige draaij„ d „bassen en scherp benev:s een groote spiegel klaar aantoonen, dat hij benevs zijne twee overleeden makkers met de gen: goederen door des Hlanon„ „gers den sulthan in geschenk aangebooden, en het aanneemen van dit geschenk gevoegd bij het 'T sultans te kennen gave dat gaarne met de Comp:e in verbont wilde steeden maar niet in staat sij zijnen onder„ „danen in dwang te houden op hun het hooren te beletten dog geen deel daar van hod, dot met de depositie der sangireese Cap: Aronse en Manumpil volkomen g'accordeerd laast ven twijffeld over op magindanaut kijser, maet ^ door gebrek nammtat de roverijen daer Hanongers ^ gedogen door gebrek aan magt, om ze te beletten, en heeft mo„ „gelijk uit dien hoofde de hem aangebooden ge„ „schenken niet van de hand durven wijsen te meet hij daar door geleegenheid hadde drie Europeesen aan de Comp: terug te bezorgen. 854

NL-HaNA_1.04.02_3815_0451 view scan ↗

English

197. The Ilanuns will continue to trouble unless they are punished. §54: Consequently, we shall always be unsettled and troubled by that predatory nation, even after the expected ratification of the alliance entered into with the Emperor, as long as their hiding places are not destroyed and they are not deprived of courage and opportunity for piracy through the destruction of their vessels, since beyond all doubt, all the pirates who for some time along Celebes at Poanailie and at other places have been reported as Magindanaos consist of that people. §55: For the aforementioned reason, as well as because this rabble can scarcely be distinguished in their clothing, appearance, speech, and vessels from the real Magindanaos, no more than the Xullans, we have written to the Residents and Postholder, in dutiful compliance with the honored intention, to be on guard regarding all these nations, to observe a cautious mistrust, and no longer to admit the Xullans, of whom recently a vessel called at Manado and who professed to have nothing to do with the pirates, yet seem unwilling to come up to this main office, but to direct them hither. §56: The goods not belonging to the realm of Batchian's King having been sold publicly pursuant to obtained authorization, the ordered accounting of the remainder after payment of his debts to the Honorable Company and private individuals can, however, only take effect in the coming year, as the monies realized from the said goods, along with the claims of private individuals, have not yet all come in; we refer with regard to what the said goods have yielded, and what thereof was delivered on credit to the new King at his request, to our currently departing general letter, while from our resolution of 10 October of last year it will appear 201. Presents delivered to Batchian's present King. that of the slaves left behind at Batchian by the said King and declared as his own, three have been delivered to the Chinese after investigation proved they belonged to him, and the remainder were free persons. §57: The presents detained here having, in accordance with the honored order, now been delivered to the new King. §58: The settlement of the dispute existing between Ternate and Batchian regarding the claim made by both princes to Tamette and neighboring islands having not yet been able to take effect, because in none of the documents of both Kings that were finally produced after long delay and inserted into our resolution of 9 July is the ownership of the aforementioned islands clearly demonstrated, and in the archives kept here we have found nothing that gives any appearance of truth to the assertion of Ternate's King that the Ternatans formerly extirpated spices on those islands together with the Company's servants; and whereas the first named, in a conference held with Ternate's King on this subject, clearly perceived that it would be very offensive to that prince if those islands were assigned to Batchian precisely at a time when we urgently needed his assistance of kora-koras against the enemy on the coast of Celebes, we judged it best to await a more convenient time for the settlement of that dispute. §59: Regarding the required statement on what ground rested the report cited last year in our humble section 151 concerning the pirate fleet that was to set sail for Riouw, that a portion of the fleet being assembled by Poanailie and manned with all kinds of people was about to set sail for Riouw, we respectfully serve for the honored elucidation that this report was drawn from an account given by a Moorish parnokan named Oesoeph Hassang, who in June of last year called at Quandang with a Xullan prahu, and as an envoy from Xulla's Emperor crossed over to Gorontalo and there, at the requisition of Gorontalo's Resident De Swart, gave the account offered herewith under letter E for Your High Nobilities' honored inspection; whereby is confirmed the suspicion that that post was overrun by the summoned Ilanuns, or properly the pirates of Tompasso, Sumarie, Sumonte, and Palawan who bear that name, the soldier present here, Jacobus de Vader, according to his statement having also called at Tompasso before his arrival at Magindano, where he saw four of his European comrades 203. and 4 sepoys. Reference to §37 regarding Quandang. A pantchalang with commissioners sent to Obi. §60: Our taken measures regarding the residency of Quandang having already been brought to Your High Nobilities' honored notice hereinabove under §33, we have, in dutiful fulfillment of the very same expectation of further report and proof regarding the richness of the island of Obi in spices, as well as for the erection of a marker post on the said islands in proof of the Company's ownership, pursuant to our decision taken in the session of 12 April, dispatched thither the pantchalang De Tidor, and the Commissioners, Sea Lieutenant Van Groenenberg and Provisional Ensign Walter, together with the necessary military personnel and burghers experienced in searching for spices, provided with the necessary written instructions for the execution of the aforementioned order; whereas however the said Groenenberg, as appears from the notes recorded in the resolution of 3 July of this year, partly through contrary winds and currents, partly through the arrogant and

Dutch transcription

197. t' Iemongers zullen en blijven plaagen in dien niet gecastijd worden §54: Wij zullen gevolgelijk nog altoos door die roop„ „zieke Natie ontrust en geplaagt worden, zelvs na de te verwagten ratificatie van de met den Keijser aangegane alliantie, zoo lang haare wolnetten niet verstoorijd en hun door het vernielen van haar vaartui„ „gen moet en geleegenheid tot roopen word be„ „nomen, hebbende buiten alle twijffel, alle de zeedert eenige tijd langs Celebes met Poanailie en op andere plaatsen voor magiidanaoers opgegeven rovers uit dat volk bestaan. §55. Wij hebben om voorsz: reden zoo wel als om dat dit hoopgespuis omtrent haar kleeding, voorkomen, spraak en vaartuigen van de Eijgentlijke magindanaoers zoo min als de xullokkers wel te onderschrijden is, den Residenten en Potthouder in pligtmaatige voldoening aan de g'eerde intentie aange„ „schreeven omtrent alle Deeze Natien op hoe„ „de gen: zaaij„ aan de goederen van Batchians ver„ op hoede te zijn een voorsigtig wantrouwen te oboer„ „veeren, en de Aullokkers, waarvan nog onlangs een vaartuig te Manado is aan geweest, die be„ „tuigd hebben met de rovers niet te hebben uitstaan, dog onwillig scheijnen, om aan dit hoofd Comptoir op te komen, niet langer te admitteeren, maar naar herw:s overtewijzen: §56: De aan het reijk niet behoorende goederen van Batchians Koning ingevolge erlangde qualificatie Publicq zijnde verkogt, kan vonden koning publicq verkogt egter de geordonneerde aanreekening van het overschietende na afbetaling zijner schin „den aan de E: Comp en Particulieren eerst in het aanstaande Jaar gevolg nemen, dewijl de uit gem: goederen geproflueerde penningen met de praetentien van Particuliere nog niet alle zijn ingekomen, refereerende wij ons nopens hetgeene gem: goederen hebben gerendeerd en wat daar van aan den Nieuwe Koning op sijn verzoek op Crediet is afgegeeven aan onse tans afgaande gemeene terwijl bij ons besluit van den 10: Octob: a: p: zal komen 201. geschenken aan Batchians prazenden koning afgegeven komen te blijken dat van de door op gem: Koning te Batchian teruggelaaten en als sijn eigen opge„ „geven slaaven, drie aan den Chinees, zied opge„ „daan onderzoek bevonden zijn toebehooren afge„ „geven, en de overige vrije perzoon zijn geweest. §57: zijnde de hier aangehouden geschenken in„ „gevolge g'eerde ordre tans afgegeeven aan den Nieuwen koning. §58: De besslissing van het tusschen Ternaten en Batchian subsisteeren verschil weeg:s de door beijde vorsten gemaakt wordende praetentie op Tamette en daaromstreeks leg„ „gende Eijlanden nog geen effect hebbende kun„ „nen sorteeren om dat, bij geen der nalang tol„ „mens eijndelijk ten voorschein gebragten en ter onse Resolutie van den 9: Julij g'incereerd „reerde geschriften van beijde koningen de Eijgendom opgem: Eijlanden duijdelijk word ge„ „weesen, en bij de hier berustende Archwan niet afgesteeken roop vloot niets hebben gevonden waar bij eenige schein„ van waarheid word bij gezet kan het voor„ „geven van Ternaats Koning, dat de Tema„ „tanen met 's Comp:s Dienaren eertijds op die lij„ „landen specerijen hadden g'Extirpeer: en vermits de eerstget: bij eene met Ternaats Koning over dit suyct gehouden Converentie klaar heeft bespuurd, dat het die vorts zeer teegen de borst zou weesen, wanneer die Eijlanden aan Batchian wierden toegeweesen Jurst in een tijd, terwijl wij zijne assistentie van Corra Corras teegen den vijand ter kuste Cele„ „les hoog nodig hadden, hebben wij best g'oo„ „deerd om ter vereffening van dat geschil eer geschil en bekwaamere tijd aftewagten. 159: Nopens de gevorderde opgave op wat grond berust hebbe het u a: p: bij onze nee„ „drige onder §151: aan gehaald bezigt berigt meg:s de e a: p naar niouw dat een gedeelte van de door Poanailie bij een gezameld wordende en met alder„ „handde volk bemaande vloot naar riouw stond 203„ stond aftesteeken, dienen wij eerbiedig ter g'eer„ „de elucidatie, Dat dit berigt getrokken is uit een relaas gegeeven door eenen parno„ „kan moor Oesoeph Hassang gen„t die in Junij van vergangen Jaar met een tullok„ voor „se Prauw te quandang aangeweest een zendeling van Tulloks Kijzer naar goson„ „taloss is overgegaan en aldaar ter requi„ „titie van gorontaals Resident de swart op gem: uw: Hoog Edelheedens bij deesen subs„ Drie e ter g'eerde speculatie aangeboden worden relaas heeft gegeven, waar bij be„ „restigd word het vermoeden, dat die post door de ingeroepen Hanongers off Eijgent, „lijk de rovers van Tompasso, sumarie, Sumon „te en palawan die dien naam vooren, is over rompeldi, zijnde de hier praesente soldaat Jacobus de vader volgens zijn zeggen voor zijn aankomst Magindano ook op zompas„ „so aangeweest, daarhij vier van zijn europeese makkers referte van § 37: weeg:s muandang Een Pantjallang met naar oubij Gecommitteerde afge„ „landen makkers en 4: sipaijs heeft gesien §60: Onse genomen naat regulen nopens de residentie Quandang hier booren onder §33: reeds ter g'eerde kennisse uwer HoogEdelh„n zijnde gebragt hebben wij in pligtschuldige voldoening aan hoogst derselver vermagting van Nader berigt en bewijs weegens de rijk dom van het Eijland oubij in specerij, zoo mee„ „de ter oprigting van een merk paal op gem: Eijlanden ten bewijse van 's Comp:s Eijgendom in opvolging van ons genomen besluit ter sessie van den 12: April na Derw:t afgesonden de Pantjalling de Tidor, en de Gecommitteer „den den Luitenant ter Zee van Groenenberg en p:l vaandrig walter onder toevoeging van den nodige in het op zoeken van specerijen gever„ „ceerde militairen en burgers ter uitvoe„ „ring van bovengem: ordre voorzien van de noodige schriftelijke Instructie vermits egter gem: Groenenberg bijkens het aangeteekende bij resolutie van den 3: Julij h: a: deels door Con„ „tratie winden en stroomen deels door het arrogant en

← previousnext →