VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3815

Japan · 718 pages · 128 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3815_0457 view scan ↗

English

and mutinous conduct of his deck officer who was turned over to the Fiscal and deported for it, has had to return from a wasted voyage, we shall resume this investigation as soon as weather and winds are more favorable to head for the said island more easily. Section 61: Resting in all humility in Your High Nobilities' revered judgment that it is unnecessary to place a garrison on Xullabessie again, because the reason given for it to obtain the necessary reports quickly enough upon the appearance of an enemy squadron or in any other contingency cannot be applied to Xullabessie because it is inhabited by subjects of the King of Ternate, we nevertheless take the liberty to submit with all respect that on the said subjects of the King of Ternate, and principally the Xullarese, who do not yield to all the other natives in laziness and sluggishness, and without a Company servant urging them on, over a crossing that they can complete in eight days, they are easily occupied for three months by putting in at all beaches and rivers, regardless of whether they are charged with weighty or insignificant news. Section 62: Besides the two foreign ships noted in the first-mentioned separate letter under section 32, there were seen this year in October and November in the Sangirs two off Taboekan and off Manganito alone two keeping their course to the northwest; furthermore, from Willem Tamara, Captain Major of Manganito, who was summoned hither by the first-undersigned and who, according to information obtained in the past year, had been on an English ship, and from whom it was thought possible to learn whether the emissaries sent by Nuku to Bengal and noted in the much-honored report dated 28 September 1786 had returned with it, we could obtain no further information other than that, having gone out fishing accompanied by a young boy, he had seen off the Strait of Kiama a ship that displayed the Dutch flag, and whose crew indicated by signs that he must come aboard; which he did out of fear; that on coming aboard he had seen that the ship was equipped with three tiers of iron cannon and manned by circa 200 European sailors together with 2 Chinese, who had asked him what land they had before them, about the products produced upon it, and whether spices grew there, as well as whether there were servants of the Company in those parts; all of which questions he had answered truthfully, and after giving some coconuts for a clasp knife, he had left the ship again, which drifted in the calm and headed with its bow to the east. Herewith we commend Your High Nobilities' illustrious persons and the Company's precious interests to the safe keeping of the Almighty, and have the honor to subscribe ourselves with deep respect and due submission. Below stood: High Noble, Rigorous, and Right Honorable Lord, and Right Noble Rigorous Lords; lower: Your High Nobilities' very obedient and loyal servants; was signed: Alex: Cornabé and B. C. Westhold; in the margin: Ternate in Fort Oranje, 6 September 1788. Agrees, Mercorsabé No. 3 No. 3 Copy of a Separate Dispatch to Their High Nobilities from the Governor in Ternate P. d. C. 6 September 1788 Netherlands For N Separate To Willem Arnold Alting Governor General Together with The Right Noble Rigorous Lords Councillors Of the Netherlands Indies, etc., etc., etc. High Noble, Rigorous, Right Honorable, Wide-Ruling Lord, Right Noble Rigorous Lords! Section 32: In order to resume the thread of my humble reply broken off at section 17, dated 9 June and 7 August to Your High Nobilities' revered separate letter of 14 December of the past year, I shall, regarding the revered recommendation to focus my attention on the envy of the Tidorese toward the Ternatans, which constitutes the sole subject of their correspondence with Nuku, in order to frustrate or prevent the detrimental consequences to be feared therefrom, take the liberty to assure Your High Nobilities that this has always constituted one of my principal concerns, in such manner that upon my repeated remonstrances to the kings and grandees of both sides, that animosity, at least outwardly, has already been much diminished, although they will never become truly good friends because of it, which according to my humble judgment is also not to be wished for the interests of the Company; nevertheless, my efforts shall constantly be directed toward preventing everything that could give rise to open ruptures, and to keep them in

Dutch transcription

205 en oproerig gedrag van sijnen deks offecier die daar„ over in handen van den Fiscaal gesteld en gede„ „porteerd is geworden, van een verloren reijs heeft moeten terug keeren zullen wij dit onderzoek weder hervatten zoo dzaa weer en winden gunstiger sullen weesen om gem: Eijland 't ge„ „makkelijker te besteevenen. §61: In uwer Hoog Edelheeden gevenereerde oor „deel dat het onnodig sij op zullabetsie weeder eene bezetting te leggen, dewijl de daar voorgegeven reeden om de nodige ad„ viesen bij opdaging van een vijandelijk esqua „den off bij eenig ander toeval spoedig ge„ noeg te bekomen op xullabessie niet g'appliceerd kunnen worden, om dat het bewoond is door onderdanen van den Koning Seven van Ternaten in alle needrigheid berusten„ „de neemen wij egter de vrijheid in alle een„ „bied te vertoonen dat op gem onderdaanen van Ternaatse koning en principaal de nog vier vreemde scheepen in d'sangirs moet ontwaard de rullaxeerden alle de andere Inlanders in luijheid en talmagtige niet naageeven, en zonder een hun aanspoorende Comp„e Die„ „naaren over en wel dieze in agt dagen kunnen afleggen, door het aangieren aan alle stranden en rivieren onverschillig ofte met gewigtige of niet beduiden „de tijdingen geschargeerd worden wel die maanden beezig zijn. §62: Buijten de twee in 'seerstget: apart onder 32: genoteerde vreemde scheepen zijner in deezen Jaar in octob: en November gezien voor Taboeken en Twee voor in de sangirs nog twee voor mangani„ alleen „toe Cours houdende om de Noord west; voorts hebben wij uit den door den Eersge„ teekende naar herw:s Ontboden man„ „ganitoes Cap: Majoor Willem Tamara die volgens Erlangde berigt in a: p:s op een Engelsche schip geweest, en van wien sij dagt te konnen verneemen of daarmeede Zom„ 207. besigt van manganitoes Cop: maarjoor weeg:s een vreemd schip „zomwijlen waaren terug gekoomen Naekoes naar Bengala afgevaardigde en in veel g'eerde ap„ „porte d: d: 28: septemb 17876: genoteerde zen „delingen, egter geen nader bezigt konnen beko„ „men, als dat, verseld van een kleine jongen uit vissen gegaan, bij straat Kiama ge„ „zien had een schip, dat de Hollandse vlag vertoond, en welks opvaarende door teekenen te kennen gave, dat aan boord moest komen; het gunt hij uit vreese ook had gedaan; dat aanboord komende gesien had, dat het schip voorsien was met drie laagen Eijser geschut en bemand met Circo 200: Europise zeevaarende benev:s 2: Chineese, die hem hadden ge„ „vraagd, wat land off sij voorsig hadden, na de op het, zelve vallende producten en op 'er specerijen groeijden, als meede off daar omtrent 'sComp:s dienaaren wa„ „ren, welke vraagen hij alle na waarheid had beantwoord, en na het afgeeven van eenige 208. eenige cocos nooten voor een knipmes, van het schip„ dat in stilte dreep en met de kop om de oosthied, weeder was afgegaan. hiermeede beveelen wij uwer Hoog Edelh: Illustere perzoonen en Comp: dierbaare belangen in de vijlige hoede des almoogenden, en hebben de Eere ons met diep respecten verschuldigde submissie te onderschrijven. /:onderstond/ Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaare, Heer en welEdele Gestrenge Heeren / lager/ vroer„ Hoog Edelheeden zeer gehoorzaame den trouw schuldige dienaaren /was geteekend/ Alex: Cornobé en B: C: wenthold /in margine / ternaten in 't Casteel oran, de den 6. ' September 1788. — Accordeerd Mercorsabé @ No 3 No 3: opia Aparte Missive Aan Hunne Hoog Edelheeden van den Gouverneur in Teernaten P: d: C= 6=e September 1788. Neederland Voor N 209. Apart Willem Arnold Alting M Gouverneur Generaal Benevens De Wel Edele Gestrenge Heeren Raden Van Nederlands India, Ca: Ca: Ca: Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaare Wijdgebiedende Heer WWel Edele Gestrenge Heeren! §32: Om weeder aanteknoopen den bij §17: afgebrooken Vervolg der aparte draad van mijne nedrige rescriptie de datis ge„ rescriptie van den 9:e Junij: en 7: Augustus: op Uwer Hoog Edelheedens. Junij en 7: Augustus h: a: Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaare Wijdgebiedende Heer Batavia gevenereerde En S op de animositeijt der Tidoreesen teegen de Ter„ „naatana word eene naukeurige attentie gevestigd veel verminderd alle openbaare verwijde„ „ringen tussen die beijde na „tien zullen bij tijds worden voorgekomen gevenereerde aparte van den 14: December A: p: zal ik op de eerbiedigde recommandatie, om mijne attentie te vestigen op den, het eenigste onderworp hunner cor„ „respondentie met Noeckoe uijtmakende nijd der Tidoreesen op de Tomatanen ter verijdeling off voor„ „koming der daar uit te dugten nadeelige gevol„ „gen, de vrijheid gebruiken Hoogst Deselven te versee„ „keren, dat zulks altoos eene mijner voornaamste zorgen heeft uijt gemaakt, in voegen op mijne her„ „haalde vertogen bij wedersijdse koningen en Rijks„ „grooten, die animositeit, /ten minste voor het uijter„ en is voor het uijterlijke „lijke:) als veel is verminderd, schoonse daarom nimmer regt goede vrienden worden zullen, dat volgens mijn gering oordeel voor de belangen van de Maatschappij ook niet te wenschen is: egter zullen mijne poogingen bestendig daar heen strek„ „ken, om alles wat aanleiding kan geeven tot openbaare verwijderingen voor te komen, en ze in

NL-HaNA_1.04.02_3815_0465 view scan ↗

English

211. The King of Ternate has not received the gifts sent to him without a letter, but from Tidore and Bacan they have received them. To stifle in the beginning that the King of Tidore, because he received no separate gifts, felt concern. Remarks on the submission offered by Nuku. §33: By §4 of the general advance letter sent per the ship Holland, Your High Noblenesses will have already observed how very attached the King of Ternate is to the old customs and adheres to them, as he was unwilling to receive the gifts sent to him this year without a letter, and thus made unnecessary the accommodating precaution taken on his behalf for this voyage. §34: In contrast, the kings and grandees of Tidore and Bacan, who do not appear to be so scrupulous on that point, reconsidered after some hesitation and received what was sent to them; and since during the delivery of those gifts, due to the lack of letters, work had to proceed according to the invoice, whereby no separate gifts for the King of Tidore were listed, that monarch made known to me, on the occasion of a conference held with him, his concern whether this might perhaps be attributed to some displeasure Your High Noblenesses hold against him, and requested that this be brought to the honored attention of the same, to which request I hereby accordingly comply. §35: Although I have not been able to obtain further reports as to how far the Honorable Mr. de Boek may have succeeded in His Right Honorable's project regarding the offered submission of the rebel Nuku, about which His Right Honorable already rightly doubted at the time, because (as His Right Honorable was pleased to observe) he is too well convinced that his numerous murders and robberies do not merit much consideration, I must nevertheless frankly declare that I doubt it no less, since this prince, having appropriated for himself the title of Sultan over the Papuans and Ceram, for these and above-mentioned reasons will probably never come to submission, 213. The King of Tidore finds no taste in the proposition made to him regarding Nuku. What happened on Tidore in 1783 the Tidorese will remember longest. and with his request that no hongi expedition should go to Ceram this year, he likely had in mind the undisturbed execution of one assault or another. §36: And although it was known to me that the administration of lands under the title of Governor or Viceroy by princes is entirely contrary to Moluccan customs, I nevertheless, in dutiful compliance with the honored aim, conversed with the King of Tidore about it; but he found so little taste in my proposal that he remarked thereupon that by this the sheep would be entrusted to a wolf, and if this were to happen, he would rather request his discharge from the government. §37: However ready we may be here to sacrifice what happened on Tidore in the year 1783 to oblivion, the Tidorese will not do so for that reason, and will remember for many years to come how they were battered at that time by the Company and the Ternatans.

Dutch transcription

211. Ternaats koning heeft de hem toegezonden „vangen zonder brieff dog van Tidor en Batchien hebben se ontvangen koning om dat geen aparte in den beginne te smooren. §33: Bij § 4: van den per het schip Holland affge„ „gaane gemeene voorbrieff zullen uw Hoog Edel„ „heedens reeds ontwaard hebben hoe zeer de koning van Ternaten op de Oude gewoontens gesteld is en zig daar aan #n houd, als hebbende de in deesen Jare aan hem „geschenken niet willen ont„ toegeschikte geschenken niet willen ontvangen zonder briev, en dus die ten zijnen opzigte gebruikte inschikkelijke voorsorge voor deese reijs onnodig gemaakt. §34: Daar en teegen hebben de koningen en Rijksgrooten van Tidor en Batchian, die zoo nauw-gezet op dat stuk niet schijnen te zijn, zig na wat toevens wee„ „der bedagt en de hun toegezonden ontvangen; en ver„ „mits bij de afgave dier geschenken, door het mis„ „sen der brieven, na het factuur heeft moeten te werk worden gegaan, waarbij geen geschenken voor Besorgdheid van Tidors den koning van Tidor apart bekend hebben gestaan, geschenken heeft bekomen, heeft die vorst bij geleegenheid eener met hem gehouden see„ te her„ Jemarques op de door Noeckoe aan„ „geboden onderwerping gehouden conferentie mij te kennen gegeeven zijne be„ „kommering, off dit ook zomtijds te attribueeren zij aan eenig van Uw Hoog Edelheeden op hem leggend misnoegen en verzogt, zulks te brengen ter geEerde kennisse van Hoogst Deselve aan welk versoek derhalven bij deesen kome te voldoen. §35: Schoon ik geene nadere berigten heb mogen erlan„ „gen, in hoe verre de Edele Heer de Boek moge hebben geslaagd in zijn wel Edele Gestrenge pro„ „ject nopens de aangeboden onderwerping van den Rebel Noeckoe, waar aan zijn wel Ed: Gestr: toen reeds met regt heeft getwijffeld, om dat (gelijk zijn wel Ed: Gestr: geliefd aantemerken / te wel overtuigd is, dat zijne meenigvuldige moordereijen en roove„ „rijen niet veel consideratie meriteeren, moet ik egter rondborstig verklaren dezelve als nog niet min der in twijffel te trekken, alsoo die zig zelven den titul van Sulthan over de Papoeen en Cerain toegeeigend hebbend Prins, om deese en bovengerepte redenen waar schijnelijk nimmer tot submissie zal komen, 213. koning vind in hem gedaane positie. zigte van koe, geen smaak. ebeurde op in 1783 de Tidereesen langst komen, en met zijn versoek, dat in deesen Jare geen hongi togt naar Ceram mogt gaan, denkelijk op het oog heeft gehadde ongestoorde uitvoering van den een off anderen aanslag: §36: En hoewel mij bekend is geweest, dat de beheerling van Landen onder den titul van Gouverneur off viceroij door Princen ten eenemaal strijdig is met de Moluksche gebruiken, heb ik evenwel, om pligt„ „schuldig te voldoen aan het geEerd oog merk, Tidors koning descoursive daar over onderhouden; dog hig heeft in mijnen voorslag zoo weinig smaak gevon„ „den, dat daar op aanmerkte, hoe hier door de schaa„ „pen aan een wolff aan vertroud zouden worden, en wanneer dit moest gebeuren, hij liever zijn ont„ „slag versogt van de regeering. §37: Hoe gereed wij hier ook mogen weesen, om het gebeurde op Tidor in A=o 1783: aan de vergeetenheid op te offeren, de Tidoreesen zullen het daar om niet doen, en nog lange Jaren onthouden, hoe ofze door de Compagnie en de Ternatanen te dier tijd ge„ „havend be„ an „den. Jemarques op de door Noeckoe aan„ „geboden onderwerping gehouden conferentie mij te kennen gegeeven zijne „kommering, off dit ook zomtijds te attribueeren aan eenig van Uw Hoog Edelheeden op hem leg„ misnoegen en verzogt, zulks te brengen ter geler„ kennisse van Hoogst Deselve aan welk ver derhalven bij deesen kome te voldoen. §35: schoon ik geene nadere berigten heb mogen erl „gen, in hoe verre de Edele Heer de Boek mo„ hebben geslaagd in zijn wel Edele Gestrenge Jo „ject nopens de aangeboden onderwerping van Rebel Noeckoe, waar aan zijn wel Ed: Gestr: . reeds met regt heeft getwijffeld, om dat (gelijk wel Ed: Gestr: geliefd aan temerken / te wel overtui„ is, dat zijne meenigvuldige moordereijen en „rijen niet veel consideratie meriteeren, moet ik„ rondborstig verklaren dezelve als nog niet min in twijffel te trekken, alsoo die zig zelven den i„ van sulthan over de Papoeen en Cerain toegeeig hebbend Prins, om deese en bovengerepte reder. waarschijnelijk nimmer tot submissie za komen, 213. Tidors koning vind in de aan hem gedaane propositie. ten opzigte van Noeckoe, geen smaak. Het gebeurde op Fidor in 1783 zullen de Tidereesen langst onthouden. komen, en met zijn versoek, dat in deesen Jare geen honge togt naar Ceram mogt gaan, denkelijk op het oog heeft gehadde ongestoorde uitvoering van den een off anderen aanslag: §36: En hoewel mij bekend is geweest, dat de beheersing van Landen onder den titul van Gouverneur off viceroij door Princen ten eenemaal strijdig is met de Moluksche gebruiken, heb ik evenwel, om pligt„ „schuldig te voldoen aan het geEerd oog merk, Tidors koning descoursive daar over onderhouden; dog hig heeft in mijnen voorslag zoo weinig smaak gevon„ „den, dat daar op aanmerkte, hoe hier door de schaa„ „pen aan een wolff aan vertroud zouden worden, en wanneer dit moest gebeuren, hij liever zijn ont„ „slag versogt van de regeering. §37: Hoe gereed wij hier ook mogen weesen, om het gebeurde op Tider in A=o 1783: aan de vergeetenheid op te offeren, de Tidoreesen zullen het daar om niet doen, en nog lange Jaren onthouden, hoe ofze door de Compagnie en de Ternatanen te dier tijd ge„ „havend

NL-HaNA_1.04.02_3815_0470 view scan ↗

English

regarding the assistance and admission of the King of Tidore into the castle upon the appearance of a European enemy, and arguments regarding the assistance to be rendered: Paragraph 38: And since the King of Tidore, as well as the King of Batchian, upon the appearance of an enemy, would have to place themselves at the head of their troops to protect their lands, troops which otherwise, as soon as their king were to leave the country, would follow his example and leave it as a prey to the enemy, who in such an event would be given the fairest opportunity to nestle and entrench themselves there; therefore, the admission of the first-mentioned king into the castle could not take place before his land, having to yield to superior forces, had been overwhelmed and captured by the enemy. In which case, which may God long prevent, self-preservation and safety would undoubtedly make him forget his jealousy and desire for revenge; however, at the first reports concerning the appearance of an enemy, one should timely offer His Highness's wives and children a refuge within the castle, to serve as a pledge of his fidelity. Paragraph 39: If the king could still spare some men, they could be employed to occupy the straits of Tidore and Noorwegen, and, as I have already noted in my humble plan of defense, for the supply of provisions, timber, etc., with which Tidore is abundantly provided. However, if I may in any way rely on my knowledge of the nature of the natives, and especially of the Tidorese, gained through more than eight years of managing affairs in these regions, I fear, frankly speaking, that in the event of an unexpected attack by a European enemy, especially if they noticed that he was a match for us, they would soon turn their coats and choose the enemy's side, earlier years having provided us with more than one example of their desire for, and invocation of, foreign assistance to rid themselves of the Company's rule. Paragraph 40: Reasons why the Residencies are difficult to withdraw in case of emergency. To sound out the Princes further regarding the help and assistance to be rendered, as the case may be, would for the present, according to my humble judgment, not be advisable, since the suspicious nature of the native would not fail to deduce from it that another war is imminent; and experience having taught us how numerous that people is, it would be a principal point that one obtain early intelligence of an approaching war. Paragraph 41: Humbly acknowledging Your High Nobilities' appropriate remark on the reasons given not to withdraw the Residencies of Gorontalo and Manado in case of an enemy attack—that although they are unapproachable for ships, they might well be attacked by frigates or other light vessels on the approach of an enemy—I hope that this case may not easily arise, since withdrawing from Tidore would be just as dangerous, because the native would either not let our people depart, or lose heart and immediately throw himself into the enemy's arms upon seeing that he was being abandoned by the Company. Paragraph 42: The Ternate Alfoors at Manado cannot yet be discharged, nor the Residencies reduced to the footing fixed by the memorandum of Menage. The uncertainty in which we still remain assured concerning the ratification and faithful observance of the contract entered into with the Emperor of Magindanao, added to the unexpected re-appearance of the Hanongse pirates on the coast of Celebes, not yet permitting the discharge of the Ternate Alfoors at Manado, more peaceful times will have to be awaited there, as well as for reducing the Residencies of Manado and Gorontalo to the number of 43 heads fixed by the memorandum of Menage. Paragraph 43: The withdrawal of that gift of 100 rixdollars upon the arrival and departure of the kings of Tidore and Batchian. In the withdrawal of the customary payment of 100 rixdollars upon the arrival and departure of the kings of Tidore and Batchian at and from this castle, put into effect during the recent presence of both those princes pursuant to the authority obtained, Their Highnesses found so little pleasure that the King of Tidore especially complained very strongly about it, pointing out that although he well understood (as I had made him understand) that Your High Nobilities had proceeded to this measure in order to reduce the heavy expenses in this Government, his foolish grandees and subjects nevertheless did not take it so, but regarded it as if, though installed as king by the Illustrious High Indian Government at Batavia, he was nevertheless less esteemed and not equal in dignity to his predecessors, who had enjoyed this favor from the Honorable Company from of old; wherefore he earnestly beseeched Your High Nobilities that the payment of this gratuity might be reinstated, if it were only for the

Dutch transcription

„sen assistentie en admissie van Tidors koning binnen het ka„ „stell bij opdaging van een Europees vijand „havend zijn §38: En dewijl Tidor's koning zoo wel als die van Batchi„ vertoog nopens te bewij, „an, bij opdaging van een vijand, ter bescherming hunner landen hun zouden moeten stellen aan het hoofd hunner trouppes, die anders, zoo draa haar koning het land kwam te verlaten, zijn voorbeeld volgen, en het zouden laten ten prooij van den vijand; dien in dusdanig geval de schoonste kans zou werden gegeeven, om zig daar intenestelen en te ver„ „sterken, zoo zou de admissie van eerstgem: koning binnen het kasteel niet eerder plaats konnen hebben, dan, wanneer voor de overmagt moetende zerwigten zijn land door den vijand overmeesterd en ingenoomen was, in welk geval dat God nog lang verhoede. eijgen be„ „houd en veijligheijd hem de Jalousie en wraak lust buiten twijffel zouden doen vergeeten; egter zou men zijner Hoogheids vrouwen en kinderen bij de eer„ „ste berigten weegens de opdaging van een vijand bij tijds een schuilplaats binnen het kasteel moe„ „ten aanbieden, om te dienen tot een onderpand van zijne 215. vervolg zijne getrouwheid. §39: zoo de koning nog eenig volk kon misschen, zou het konnen worden g'emploijeert tot het bezetten der straaten van Tidor en Noorweegen, en gelijk bij mijn needrig plan van defensie reeds hebbe aan„ „gemerkt tot den aanbreng van mondbehoeftens houd enz: waar van Tidor overvloedig voorsien is: zoo ik egter eenigzins staat magt maaken op mijne, door een ruim agtjarige maneance van zaaken in deese gewesten geoeffende kennis van den aart der Inlanders en speciaal der Tidoreesen, zoo vrees ik, regt uit gesprooken, dat zij bij een onverhoopten aanval van een Europees vijand, vooral, wanneer„ „se bemerkten, dat hij ons gewassen was, eerlang haar rokken om keeren en 's vijands zijde zouden kie„ „sen, leverende vroegere Jaaren ons meer dan een voorbeeld op van derzelver verlangen naar, en in„ „roepen van buitenlandsche hulpe om zig van 's Comp=s gebied te ontslaan § 40 vervolg reeden, waarom de Residentien in cas „val bezwaarlijk in te trekken zijn §40: Om de Vorsten nader te polsen weegens te be„ „wijsen hulpe en bijstand Casuquo, zou voor als nog, volgens mijn gering vragten, niet raadsaam weesen, dewijl de agterdogtige aart van den In„ „lander niet zou nalaaten daar uit op temaaken, dat weder een oorlogh op handen zij, en de onder„ „vinding ons hebbende geleerd, hoe talmagtig dat volk zij, zou een voornaam poinct weesen, dat men van een opkomenden oorlogh vroeg in forma„ „tie erlangde. §47: Uwer Hoog Edelheedens gepaste remarque, op de gegeeven reeden, om de Residentien van Gorontalo en Manado niet intetrekken in cas van vijandlij„ „ken aanval, dat schoonze voor scheepen onge„ „naakbaar zijn, egter wel door Fregatten off an„ voet „dere ligte vaartuigen konnen worden g'attaqueert van vijandelijke aan„ needrig avoueerende, verhoop ik, dat het geval niet ligt mag exteeren, vermits het intrekkendo Tidor al zoo „komst 277. de Ternaatse Alfoeren te Manado kunnen nog niet worden afgedankt. nog de Residentien gere„ duceerd op den bepaalden voet bij memorie van Menage Ake doúceur van de koningen van „komst en vertrek al zoo gevaarlijk zou weesen, om dat den Inlander de onsen off niet laten vertrekken, off den moed laten zakken, en zig onverwijld in 's vyands armen zou werpen, wanneer zag, dat door de Comp:e verlaa„ „ten wierd. §42: De onseekerheid, waar in wij nog blijven versee„ „ren noopens de ratificatie en getrouwe naar„ „koming van het met Magindanao's keijsser aangegaan Contract, gevoegt bij de onverhoopte weder op daging der Hanongse rovers ter kuste Celebes, de afdanking der Ternaatsche Alfoeren te Manado, nog niet permitteerende, zullen daar zoo wel gerustere tijden moeten worden afgewagt, als tot het reduceeren der Residentien Manado en Gorontalo op het bij de Memorie van menage bepaalde getal van 43: koppen. de intrekking van dat V43: In het intrekken der gewoone afgaave van N bedanen datechien ij aan, rd:s 100: bij aankomst en vertrek der koningen van Tidor e . l v k smaakt hun niet doleances van Tidors koning daar over „ve weder moge stand grijpen Tidor en Batchian aan en van dit Kasteel, inge„ „volge erlangde qualificatie, bij het jongste aamwee„ „sen dier beijde vorsten in train gebragt, hebben Hun„ „ne Hoogheeden zoo weinig smaak gevonden, dat voor al Tidor's koning daar over zeer sterk heeft gedoleert, onder vertoning, dat schoon hij (:gelijk ik hem te verstaan had gegeeven:/ wel be„ „greep, dat Uw Hoog Edelheedens daar toe waren overgegaan tot vermindering der zwaare kosten in dit Gouvernement, zijn domme Rijksgrooten, en onderdaanen het egter zoo niet opnamen, maar aanmerkten als off hij schoon door de Illustre Hooge Indiase Regeering te Batavia als koning g'instatleerd, egter minder g'esti„ „meerd en met zijne voorsaten, die dit gunst„ „bewijs van de E: Comp:e van ouds her hadden en versoekt dat de affga„genoten, in waardigheid niet gelijkstandig was, weshalven Uw Hoog Edelheedens in stantig smeekte, dat de afgave van dit douceur weder mogt stand grijpen, al ware het maar voor het

NL-HaNA_1.04.02_3815_0475 view scan ↗

English

219. Expression of thanks for the return of the sloop Manado, which has arrived in a bad state. a letter regarding the reduction of officers in the eyes of his realm's grandees and subjects. Paragraph 44: For the return of the sloop the Manado, which little keel, had it arrived here in a better state and not immediately had to be hauled onto the shipyard, would have come exceedingly in handy for the expedition dispatched to Celebes; expressing humble thanks, I at the same time plead Your Right Excellencies' indulgence for having neglected to make mention by letter of the proposed retention of that vessel, as well as of the forbearance at the Capital; meanwhile, I cannot make use of the honored authorization to send that sloop to Banda as long as the arisen troubles continue. Reference to the general rescript. All attention is focused on the reduction of expenses. Shipment of unneeded goods per the ship Holland. To provide commanders and commissioners with letters of instruction. 45: Regarding the reduced number of officers in the garrison here, referring myself to the now departing general rescript, I plead Your Right Excellencies to be persuaded that I have always focused and still focus my chief attention on the reduction of expenses, insofar as such has been at all feasible within this Government tossed about by continuous troubles during my administration, while at the same time I request pardon for overlooking the error that the copyists committed in transcribing the sum that counted the combined items of the retrenchment plan. Paragraph 46: In order to reduce the remainders, all the artillery and armory goods that could be spared here have been dispatched per the ship Holland. Paragraph 47: I shall dutifully follow the revered order to provide the Commanders of the Posts and those to whom any commission of importance is entrusted always with a written letter of instruction; 221. as well as the requested description of the characters of the Moluccan princes, shall be properly observed. Paragraph 48: And to make proper use of the honored authorization for bringing forward the description of the characters of the Ternatan, Tidorese, and Bachian Princes, as soon as I shall discover any notable change, not yet evident to me heretofore, in their characters, disposition of mind, and conduct. Paragraph 49: My many years' stay in this meager Government finally presses me to petition Your Right Excellencies to be relieved from here, with preservation of rank and salary, humbly trusting that a favorable consideration will be bestowed upon this request. Herewith 222. Herewith I have the honor to be with deep respect and submission, was signed: High Noble, Rigorous, Highly Honorable, Widely Commanding Lord and Well-Born Rigorous Lords, lower: Your Right Excellencies' very humble and obedient servant, was signed: Alex Cornabe; in the margin: Ternate in Castle Orange the 6th of September, still lower stood: Anno 1788. P.S. If Your Right Excellencies might incline towards the chastisement of the Hanongers, and perchance should have no squadron of warships to spare for dispatch hither for well over eight months, Your Right Excellencies, if so desiring, could govern yourselves according to the plan annexed hereto, for the execution of which admittedly very high running expenses would have to be incurred, yet which in my judgment would be of a most desired outcome for the Company in these parts and would bring the native under requisite control. Agrees, Alex Cornabe. No. 4. Copy 227. Copy. Secret. To His Right Excellency, The High Noble, Rigorous, Highly Honorable, Widely Commanding Lord Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Well-Born Rigorous Lords Councillors of Netherlands India, etc., etc., etc. High Noble, Rigorous, Highly Honorable, Widely Commanding Lord and Well-Born Rigorous Lords. Paragraph 1: Having been honored upon receipt of Your Right Excellencies' revered secret letter of 14 December 1787 with Your Right Excellencies' Batavia favorable 223. favorable approval over the good success of the extirpation work communicated by us last year, we shall now in humble rescript to the same bring to honored notice the further progress of that work, and making a beginning with the extirpation in the Ternatan lands on Halmahera, note in that respect: Paragraph 2: That our extirpators there, having finished the districts of Cauw, according to the report of the commissioners there, had destroyed 1526 fruit-bearing, 10580 young or sapling nutmeg trees; furthermore, 188 fruit-bearing, 8066 young or sapling clove trees. Paragraph 3: In the Tidorese districts entirely finished since primo June of the past year, from Niagoja to 225. to Pajahe and from there to Maidie, there have been destroyed 5192 fruit-bearing, and 88608 sapling nutmeg trees. Paragraph 4: While on Bachian, where the work on the mainland there is now also finished and according to successively received reports from the commissioners, there is destroyed a considerable number of 27233 fruit-bearing, 150186 young or sapling nutmeg trees, as well as 515 fruit-bearing, 18813 young or sapling clove trees. Paragraph 5: Or during the entire Bachian expedition there on the mainland since 16 January 1786 until 16 May last, there have been destroyed a most remarkable number of 55941

Dutch transcription

219. dankbetuiging voor de te rug zending van de Chialoup Manado gearriveerd is „nen briev weegens vermin„ „dering der officieren. het oog van zijne Rijksgrooten en onderdaa„ „nen. §44: voor de terug zending van de Chialoup de Manado, welk kieltje, zoo het in een beeteren staat hier aangekomen, en niet aanstonds op de scheepstimmerwerff had moeten worden opge„ die in een slegten staat, haald, in de naar Celebes afgesonden expeditie buitengemeen wel te pass zou zijn gekomen, wee„ „drig dank betuigende, smeek ik teffens Hoogst„ „Derselven indulgentie aff, over zulks versuind is van de geproponeerde aanhouding van dat vaartuig benevens de Langmoedigheid ter Hoofdplaatse bij brieve mentie te maaken; middelerwijlen kan ik van de geëerde qua„ lificatie, om die chialoup naar Banda te zenden, geen gebruik maaken, zoo lange de opgekomen troubles duuren. referte aan den geme 45: Nopens het verminderde getal van officieren in het guarnisoen alhier mij refereeren„ „de - op de vermindering der lasten word alle attentie gevestigd verzending van onbe„ „noodigde goederen per het schip Holland „danten en Commissianten van Last brieven te voorsien„ refereerende aan de tans afgaande gemeene rescriptie, smeek ik Uw Hoog Edelheeden & zig gepersucadeert te willen houden; dat altoos mijne voornaamste attentie hebbe gevestigt een nog vestige op het verminderen der Lasten, voor zoo verre zulks maar eenig zins doenlijk is geweest „sehvij binnen dit geduurende mijn bestier met onaff„ „ „gebrooken troubles geslingerd Gouvernement, ter„ „wijl teffens verschoning versoeke weegens het over 't hoofd zien van de fout, die de Copieisten hebben begaan bij het overschrijven der somma die de bij eengetrokken posten van het plan van menage hebben geteld. §46: Tot vermindering der restanten per het schip Holland versonden sijnde alle de Arthillerijs en wapenkamers goederen, die hier te missen zijn geweest. se orore, on Comman § 41: zal ik de gevenereerde ordre, om de Comman„ „danten der Posten en de geenen, die eenige com„ „missie 221. zoo meede het gedeman„ „schrijving der Caracten „cen, zal behoorlijk worden g'observeert. „missie van belang word opgedraagen, steeds van een schriftelijken lastbriev te voorzien, pligt„ „maatig opvolgen: §48: En behoorlijk gebruik maken van de geëerde „deerde weegens de be„ qualificatie tot het vervroegen der beschrijving van de Molukse prin„ van de Caracters der Ternaatsche, Tidoreese en Batchianse Princen, zoo draa ik eenige, mij dus vore nog niet gebleeken merkelijke ver„ „andering in derzelver Caracters, gemoeds„ „gesteldheid en gedrag zal komen te ontdek„ „ken. §49: Mijn langjarig verblijff in dit schraal Gouvernement, dringd mij eindelijk Uw Hoog Edelheeden te suppliceeren, om behoudens qualiteijt en gagie van hier te worden verlost, needrig vertrouwende, dat op dit versoek eene gunstige reflectie zal worden geslagen. Hier 222. Hier meede hebbe de eere met diep respect en submissie te zijn. /onderstond/ Hoog Edele Gestrenge Groot Acht„ „baare wijdgebiedende Heer en wel Edele Ge„ „strenge Heeren /Lager/ Uwer Hoog Edelheeden zeer ootmoedige en gehoorsame Dienaar (was geteekend/ AlexCornabe; /in margine/ Ternaten in 't kasteel Orange den 6 September /nog lager stand A=o 1788:-. P: S: off Uw Hoog Edelheeden inclineeren mogten tot de kastijding der Hanongers, en zomtijds geen Esquader oorlogscheepen ter afsending naar herwaards voor ruim Agt maanden te missen hadden zoo zoude Hoogst„ „deselven zig des begeerende konnen reguleeren na het deesen bijgevoegde plan, tot welker uit„ „voering zeeker hoog op stok Loopende bekos„ „tigingen gedaan zoude moeten worden dog dien na mijn oordeel van een allergewenscht ge„ „volg voor de Comp:e in deesen Oird weesen en den Inlander in vereijste bedwang brengen zouden. Accordeerd Mercomnabi. No 4. pas te Meiper 325 Copia 227 Copia secreet Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaare Wijd gebiedende Heer ƒ Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Bevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raden van Nederlands India Cat Ca Ca: Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaare Wijdgebiedende Heer En Wel Edele Gestrenge Heeren. §1: Ons bij ontfangst Uwer Hoog Edelheedens gere„ „nereerde secreete letteren van den 14: December 1737: vereerd hebbende moogen zien met Hoogst derselver Batavia geneegen 223. geneegen Approbatie over het bij onse voorjaarige bedeelde goed succes van het Extirpatie werk, zullen wij thans in nedrige rescriptie op deselve ter g'Eerde kennisse brengen den verderen voortgang van dat werk en een begin makende met de Extirpatie in de Ternaatse Landen op Halma„ „heira ten dien opzigte noteeren. §2: Dat onse Extirpateurs aldaar de Districten van Cauw afgewerkt hebbende volgens berigt der Commissianten aldaar vernield hadden 1526: vrugtdraagende 10580: Tel: off Jonge noteboomen voorts 188: vrugtdraagende 8066: Tel off Jonge Nagul boomen §3: Op de zeederd primo Junij A=o P=o ten eenemaale afgewerkte Tidoreese Districten van Niagoja tot 225. tot aan Pajahe en van daar tot Maidie ver„ „nield zijn geworden 5192: vrugtdraagende, en 88608: Tellen Nooteboomen §4: Terwijl op Batchia alwaar het werk op de ƒ. vaste wal aldaar nu ook geëindigt is en vol„ „gens successive ontfangen berigten van de Commis„ „sianten vernield is een aansienlijk getal van 27233: vrugtdraagende 150186: Tel off Jonge Nooteboomen benevens 515: vrugtdraagende 18813: Tellen off Jonge Nagul boomen § 5: ofte geduurende de geheele Batchianse togt al„ „daar aan de vaste wal zeederd den 16:e Jann: 1786: tot den 16: Maij J: L: vernield: zijn geworden een aller aanmerkelijkst getal van 55941: l ja

NL-HaNA_1.04.02_3815_0486 view scan ↗

English

55941 fruit-bearing 305587 saplings or young nutmeg trees as well as 1261 fruit-bearing 34546 saplings or young clove trees with them now proceeding to the island of Cassiroeta. Section 6: Some dispute having arisen between our commissioners at Cauw and the Ternatean delegates concerning the clearing of the Tobilsche Mountain from the Cauw side, as the Cauw people wished to clear nothing other than their own district, we have, in our meeting of 31 December of the previous year, cleared away the aforementioned dispute again by writing to the commissioners instructing them to adhere to the old customs and have each district cleared by its own inhabitants, and to leave the mountain in question uncleared until they have finished with the other work, in order to then have the same cleared of spice plants by the Tobilders whose task it is, requesting on this subject to be permitted to refer to our aforementioned resolution. Section 7: In our meeting of 24 January of the current year, it having been made known by the Governor that His Highness the King of Ternate had sent a message containing complaints about the exceedingly bad conduct of the former First Commissioner, Ensign Johannes Hertsman, toward the Sangaji of Cau, namely that the aforementioned Hertsman had beaten the Cau Sangaji with the cane that he had received from His Highness as a token of his dignity, while His Honour also submitted the petition of complaint from the aforementioned Sangaji to his King in translation, which writing was inserted into our aforementioned resolution of 24 January of the current year, to which we respectfully request to refer. Whereupon we summoned the aforementioned Ensign Hertsman with stopped pay, and had him replaced by fellow Ensign Jan Termeer, and requested the Sultan of Ternate to also have the offended Sangaji and the witnesses, the Utusan and the clerk, come forward, in order that justice may then be done to everyone. Section 8: The aforementioned Ensign Hertsman, having defended himself in writing upon arrival here, which was inserted into our resolution of 23 February last, wherein he does not deny the event, but at the same time declares to have reconciled again with the Sangaji through the handing over of a small gift, we have sent the aforementioned writing to His Highness for refutation by the Sangaji, which refutation is inserted into our resolution of 15 March last, in which the aforementioned Sangaji likewise does not deny having received a gift, but at the same time declares to have returned the same again upon it being demanded back. Section 9: Whereupon, in our aforementioned session of 15 March last, because Ensign Hertsman had exceeded the order to deal amiably with the native population, having transgressed it to such an extent that he treated a native chief with cane beatings, we imposed upon him an arrest of 30 days within the walls of this castle, and ordered his pay, board money, and emoluments not to commence before the day on which his arrest ceased. Section 10: In the same manner we have seen ourselves compelled to act with the aforementioned Hertsman's replacement, fellow Ensign J. Termeer, who likewise did not hesitate, during the relocation from Akilanao to Toniko, to treat the Ternatean First Utusan, Lieutenant Talil, with cane beatings, according to the complaints made thereof, which are inserted and described in detail in our resolution of 26 July last; for which reason we have imposed the same punishment upon him, and had him replaced by the provisional Ensign Johan Leonard Walter, under a serious warning that he should not fall into the same error, for otherwise matters will not be allowed to rest there, hoping that Your Right Honourables will approve our actions.

Dutch transcription

55941: vrugtdraagende 30'5587: Tellen off Jonge noteboomen mitsgaders 1261: vrugtdraagende 34546: Tellen off Jonge nagul boomen gaande zij lieden als nu naar het Eijland Cassi„ „roeta. §6: Tusschen onse Commissianten op Cauw en de Ter„ „naatsche gecommitteerdens weegens de afwerking der Tobilsche Bergh van de Cauwse zijde eenig geschil gereesen sijnde, willende de Cauwreesen eigen. niet anders dan hun enig district affwer„ „ken, zoo hebben wij in onse bejeenkomst van den 31: December A=o p=o gemelde geschil wee„ „derom uit den weg geruimt, met de Commissi„ „anten aan te schrijven dat zig aan de oude gebrui„ „ken houden en ieder district door sijn eijge in„ „wooners laat afwerken en de questieeuse Bergh 227. Bergh onaffgewerkt laaten tot dat met het an„ „dere werk klaear hebben, om deselve als dan door de Tobilders wier taakst het is van specerij ge¬ „was te laten zuiveren, versoekende ons op dit su„ „jet te moogen refereeren aan opgemeld ons be„ „sluijt. §7: In onse Vergadering van den 24:e Jannuarij a:o C=t door den Gouverneur te kennen zijnde gegeeven dat zijn Hoogheid den koning van Ternaten een boodschap gesonden hadde behelsende klagten over de verre gaande slegte handelwijse van den toen„ „malige eerste Commissiant den Vaandrig Johannes Hertsman omtrent het senghadje van Cau, als hebbende Hertsman voorm: het Cause Seng„ „hadje met de Rotting die van zijn Hoogheid tot een teeken zijner waardigheid bekomen had geslaagen, terwijl zijn Ed: het klaagschrift van gem: senghadje aan sijnen koning in Translaat meede Cas 55941: vrugtdraagende 30'5587: Tellen off Jonge note boomen mitsgaders 1261: vrugtdraagende 34546: Tellen off Jonge nagul boomen gaande zij lieden als nu naar het Eijland Ca„ „roeta. §6: Tusschen onse Commissianten op Cauw en de „naatsche gecommitteerdens weegens de afwi der Tobilsche Bergh van de Cauwse zijde ee„ geschil gereesen sijnde, willende de Cauvrees eigen. niet anders dan hun ednig district afpr: „ken, zoo hebben wij in onse bejeenkomst den 31: December A=o p=o gemelde geschil „derom uit den weg geruimt, met de Commi„ „anten aan te schrijven dat zig aan de oude ge „ken houden en ieder district door sijn eijge „wooners laat afwerken en de questieeuse Bergh 227. Bergh onaffgewerkt laaten tot dat met het an„ „dere werk klaar hebben, om deselve als dan door de Jobilders wier taakst het is van specerij ge„ „was te laten zuiveren, versoekende ons op dit su„ „jet te moogen refereeren aan opgemeld ons be„ „sluijt. §7: In onse Vergadering van den 24:e Jannuarij a:o C=t door den Gouverneur te kennen zijnde gegeeven dat zijn Hoogheid den koning van Tornaten een boodschap gesonden hadde behelsende klagten over de verre gaande slegte handelwijse van den toen„ „malige eerste Commissiant den Vaandrig Johannes Hertsman omtrent het senghadje van Cau, als hebbende Hertsman voorm: het Cause Seng„ „hadje met de Rotting die van zijn Hoogheid tot een teeken zijner waardigheid bekomen had geslaagen, terwijl zijn Ed: het klaagschrift van gem: senghadje aan sijnen koning in Translaat meede meede overlegde, en welke schriftur g'insireerden gem: onse Resolutie van den 24: Jann: a=o C:t waar aan ons versoeken in alle eerbied te moogen gedraa„ „gen. Waar op wij gem: vaandrig Hertsman met afgeschreeven, gagie hebben ontbooden, en vervan„ „gen laaten door den meede vaandrig Jan Termeer en Ternaats sulthan versogt het beleedigde Senghadje, en de getuigen den Oetoesang en schrijver meede te laaten opkoomen ten einde als dan een eijder goedregt te doen geworden. §8: Gemelde vaandrig Hertsman bij aankomst alhier zig in geschrift verantwoord heb„ „bende, g'insereerd ten onser Resolutie van den 23:' fabruarij J: L: waar in het gebeurde niet ontkend, maar tevens betuigd zig met het senghadje door het affgeeven van een smal geschenk weeder te hebben versoend, soo hebben 229. hebben mij gem: schriftuur ter wederlegging door het Senghadje aan zijn Hoogheid toe„ „gesonden, welke wederlegging g'insereerd is ter onser Resolutie van den 15: maart J=o L: waar bij het senghadje voornd: meede niet ontkend een geschenk te hebben ontfangen, maar tevens betuigt het selve op te rug eisching weder gerestitueerd te hebben. §9: waar op wij ter opgem: onse sessie van den 15: Maart J: L: den vaandrig Hertsman om reeden de ordre heeft te buiten gegaan om met den Inlander minsaam omtegaan, in zoo verre overtreeden heeft dat een Hoofd der Inlanders met rotting slaagen heeft bejeegend hem opgelegd een arrest van 30: daagen binnen de Muuren van dit Casteel, en zijn gagie, kostgeld, en Emolu„ „menten niet eerder te laaten ingaan dan met den den dag waar op zijn arrest is komen te cessee„ §10: Inselver voegen hebben wij ons genoodsaakt ge„ „sien, te moeten handelen met den Hertsman voorm: vervangen hebbende meede vaandrig J: Termeer die zig meede niet ontsien heeft, om bij de verhuising van Akilanao na Toniko den Ternaats Eerste Oetoesang den Luijtenant Talil met rotting slaagen te bejeegenen na volgens de daar van gedaane klagten, geinsereerden breed„ „voerig beschreeve staan ter onser Resolutie van den 26:e Julij J: L: waarom wij hem deselve straff hebben opgelegd, en vervangen laaten door den p=l vaandrig Johan Leonard walter, onder ernstige waarschouwing dat niet in dezelve fout vervallen, want men het als dan daarbij niet zal berusten laten, verhoopende dat uw Hoog Edel„ „heedens „ren.

NL-HaNA_1.04.02_3815_0493 view scan ↗

English

will be pleased to approve our decisions taken in this regard. Paragraph 1: Our extirpators in the Tidorese lands having been frightened by various rumors spread by the fugitive Prince Noeckoe, and having communicated to us in this regard in their letter dated Gita the 11th of December of the past year that Noeckoe was assembling a fleet at Salwattij in order to compel with it the people of Maba, Weda, and Pattanij, and furthermore all settlements up to Ternaten that he might call upon, under threat of total ruin, to adhere to his party, just as all the people of Gita, together with some Wedanese chiefs, had given them to understand, appearing to be fearful for their safety, whilst they say that having to march shortly to Pasahe, the enemy can advance over the overland road in 8 days' time, whilst their anxiety became all the greater after some people of Pattanij requested them to purchase 7 barrels of gunpowder, and the First Commissioner learned that these people, as well as those of Weda, make sport of the King of Tidor by pretending to His Highness as if they wished to bring the King of Salwattij to justice, whereas they all intend to go to Prince Noeckoe, and thereafter pretend that they were captured by him. Whilst the King and Grandees of Tidor communicate in their letter of the aforementioned date that Noeckoe, with the help of a Lieutenant Hassan, who was sent up to Batavia with the dethroned King Djamaloedien, but returned from there with the reigning monarch, and has since retired to the residence of Noeckoe, spreads everywhere that the aforementioned son of Djamaloedien exiled to Ceylon would have become king instead of Kamaloedien, if he had been willing to renounce Maba, Weda, and Pattanij; that the said prince is said to have told the Lieutenant to make this known to Noeckoe, and to cause him to take up arms against both the reigning king and this administration, which would have had the consequence that Noeckoe recently sent 2 paduakans from Ceram and 2 corocoras from Mixol to Salwattij, and is said to have caused the king there to be requested to gather all the Papuans in order to exterminate the people of Maba, Weda, and Pattanij, but that the ruler of Salwattij had refused to accede to the said request, whereupon Noeckoe is said to have further spread among his people that it had been intimated by the Governors of Amboina and Banda that he needed not be afraid, and had only to wage war against the Company, whereupon the Prince banished to Ceylon would indeed become King of Tidor; that Noeckoe had furthermore caused letters to be written to Banjermassing and to Magindanao for assistance against the Tidorese Empire, as well as for the dispatch of the actual king, and intended to make a request to this Administration that it please appoint another king, and thereby re-establish peace here on Tidor. Upon all of which news we invited the King and Grandees of Tidor to come up in order to deliberate together on what ought to be done in this matter, which appeared to us as mere artifices of the people of Maba, Weda, and Pattanij, who from time immemorial have been found disinclined toward the spice destruction, in order to compel this administration to recall the extirpators under the command of Ensign Haan and Assistant Agaats, who were already approaching the Wedanese districts, as well as to make the people of Gita abandon the extirpation work by instilling in them fear of Noeckoe; they having devised as a suitable means for this the dispatch to Gita of some chiefs of Maba, Weda, and Pattanij, one of whom, supposedly to be capable of resisting Noeckoe, had requested to purchase gunpowder from Ensign Haan; whereas the destruction of spices in the Moluccas was a work about which our High Masters in the Netherlands and in these regions were extremely concerned, and the continuation of the same was therefore recommended in the most emphatic terms. Whereas the work set in motion with great trouble and expense in the spice-bearing districts of Ternaten, Tidor, and Batchien could also not be discontinued at Gita without this serving to create a bad impression for the Tomataans and Batchianese at Cauw and in the Strait of Patientie. The Governor, wishing by all this not to expose a single extirpator to visible danger, had, for greater protection, caused the two galleys to be extraordinarily equipped and provisioned for the period of 4 months, in order to be able to sail out at the first order, whilst it was the steadfast intention to let the extirpation work in the three kingdoms proceed with vigor, at least as long as no more weighty impediments than the aforementioned intervened to make the recall of the extirpators from the Tidorese districts necessary, which we had thought would almost be required because the King and Grandees, who were invited to the Castle for the 17th of December of the past year at 9 o'clock in the morning, did not appear, and added thereto the singular event that occurred the night before, or between the 16th and 17th, when one heard in the aforementioned night in the west the sound of a most violent cannonade from heavy artillery, as it appeared, and which thundering sound continued until early morning, to the astonishment and terror of most inhabitants.

Dutch transcription

231. „heedens ons desweegens genoomen besluiten zullen gelieven te billijken. §I1: Onse Extirpateurs in de Tidoreese landen door diverse uitstroijsels van den uitgeweeken Prins Noeckoe bevreesd gemaakt en ons daaromtrent in hunnen Brieff gedateerd Gita den 11: Dec=r A=o p=o meede gedeeld hebbende dat Noeckoe te salwattij een vloot versamelde, om daar meede die van Maba, weda en Pattanij, en voorts alle door hem aan te gieren Negoreijen tot Ternaten, toe onder bedreijging van totale ruine te nopen dat zijne parthij worden toegedaan, gelijk alle de Git„ „tareesen, neevens eenige wedase Hoofden hun te verstaan gegeeven hadden schijnende zij voor hunne vijligheid bedugt te weesen, terwijl zeggen dat eerlang naar Pasahe moetende trekken, de vijand aldaar in 8: daagen tijds over den Land„ „weg kan opkomen terwijl hunne besorgdheid te grooten del „grooten geworden is na dat eenige Pattanireesen bij hun om 7: vaten Buskruit te koop versoek hebben gedaan, ende Eerste Commissiant vernoomen heeft dat dit volk zoo wel als die van weda, den spot met Tidor's koning drijven met zig voor zijn Hoogheid te houden als off den koning van salwattij wilde gaan beregten, daar zij alle voorneemens zijn na prins Noeckoe te gaan, en daar na voor te geeven dat van hem genoomen zijn. Terwijl Koning en Rijksgrooten van Tidon in hunnen brieff van gem:e datum bedeelen dat Noeckoe met behulp van een Luitenant den Hassan, die met gedetroneerden koning Djamaloedien na Batavia opgezonden, dog met den regeerende vorst van daar geretourneerd, en zeederd na het verblijff van Noeckoe geretereerd is, alomme verspreed dat 233. dat de op Ceijlon gerelegueerde zoon van Djama„ „loedien voorn: in steede van Kamaloedien koning zoude geworden zijn, bij aldien afstand had wil„ „ veen Maba, Weda en Pattanij „len doen, „ dat ged:e prins den Luijtenant zoude gesegt hebben zulks aan Noeckoe bekend te maa„ „ken, en hem zoo wel teegen de regeerende koning als dit ministerium in de wapenen te doen komen, 't gunt van gevolg zoude zijn geweest dat noeckoe Jongst 2: paduakans van Ceram, en 2: Corra Corras van mixol na sal„ „wattij gesonden, en den koning aldaar zoude hebben laten versoeken, tot het versamelen van alle de Papoeen, om die van Maba, weda en Pattanij uit te roeijen maar dat salwattijs Landheer in gem: versoek niet had willen tree„ „den, waar op Noeckoe, onder de zijnen nog verspreid 1 verspreid zoude hebben dat door de Gouver„ „neurs van Amboina en Banda g'intimeerd geworden was, dat niet bevreesd behoefde te weesen, en de Comp:e maar hadde te beoorloogen als waar na de op Ceijlon verbannen Prins, wel koning van Tidor zoude worden, dat Noeckoe wijders na Banjermassing en na Maginda„ „nao, om assistentie teegens het Tidoreese Rijk, zoo meede ter opsending van den actueelen koning hadde laten schrijven, en voorneemens was aan dit Ministerie versoek te doen, dat een ander koning geliefde aan testellen, en de rust hier meede op Tidor weeder in te voeren. Op alle welke tijdingen wij Koning en Rijks„ „grooten van Tidor inviteerde op te koomen om te zamen te overleggen wat in deesen zaak die ons als loutere konstenareijen van de van onheugelijke tijden aff, tot de Specerij 235. specerij Distructie ongeneegen bevonden, Maba„ Weda, en Pattanireesen om dit ministerie te noo„ „pen tot het te rug roepen der wedase districten al vast naderende Extirpateurs, onder bevel van den vaandrig Haan en assistent agaats, zoo meede om de Gitareesen, door hen vrees voor Noeckoe in te boesemen, van het Extripatie werk te doen afzien, hebbende zij hier toe als een bekwaam middel hier te uijtgedagt de affzen„ „ding naar Gita, van eenige Hoofden van Maba, weda en Pattanij, waar van een quasie, om teegens Noekoe bestand te weesen van den vaandrig Haan Buskruid te koop versogt had, te doen zoude vallen, terwijl de Destructie van Specereijen in de Moluccos, een werk was waar aan sig onse hooge Gebieders in Nee„ derland, en in deese gewesten, ten uitersten lieten geleegen „ geleegen zijn, en de voortgang van het zelve gel hier om op het nadrukkelijkste aanbevoolen. Daar de met groote moeite en koste aan de gang gebragte beezigheid in de specerij geeven„ „de districten van Ternaten, Tidor en Batchien, ook te Gita niet afgebrooken konde worden, zon„ „der zulks te strekken kwaamen tot een slegt denkbeeld voor de Tomataanen en Batchian„ „ders, te Cauw, en in straat Patientie De Gouverneur met dit alles geen enkel Ex„ „tirpateur aan zigtbaar gevaar willende hebben bloot gesteld, had tot meerdere dekking de twee Galeijen buiten gemeen laten voorsien, en voor den tijd van 4/ maemden victualeeren, om ter eerster ordre uit te konnen loopen terwijl in het onversettelijk voorneemen was het Extr„ „patie werk in de drie Rijken met vigubuor te 237. te laten doorsetten, ten minsten zoo langen, geen gewigtiger dan de voorenaangehaalde inpe„ „dimenten tussen beijde kwamen die de terug roeping der Extirpateurs uit de Tidoreesen dis„ 7 ƒ ƒ „tricten noodsakelijk maakten, 't welk wij ge„ „dagt hadde dat bijna noodig zoude weesen door dien de koning en Rijksgrooten die teegens den 17: Decemb:r a=o p=o des morgens te 9: uuren in 't Casteel geinviteerd waren, en niet kwamen opdagen, en daar bij genoomen de sonderlinge gebeurten is die de nagt te vooren off tusschen den 16: en 17: voorviel hoorende men in voorm: nagt in het weste het geluid van een aller heevigste Canonade uit grotf geschut, gelijk het toescheen, en welk donderend geluid tot in den vroege morgen voortduurde, tot verbaasing en verschrikking der meeste in„ „geseetene 1 :

NL-HaNA_1.04.02_3815_0500 view scan ↗

English

inhabitants who imagined that fleets of ships had engaged in battle with one another. Because the Government House was under repair, the First Signatory, residing outside, gave orders that all officers should repair to the Castle and double the guards at the Castle; and sent two small scouting vessels outside the roadstead, with a trusted European on each, while Captain-Lieutenant Engineer Baron V: Lutzon had command assumed in the redoubt Cajoemera, opposite the island of Tidor, where the Tidorese intended to attack us in the year 1783. And remaining satisfied until the day of the 17th, when one of the dispatched Europeans returned and said that he had seen nothing, the named Engineer came at 7 o'clock to report that the sergeant sent from the redoubt to the high ground had seen from there, in the bay of the so-named Spanish Fort, a multitude of large and small corocoras; and since the second dispatched European who had gone out in that direction did not return, the alarm was sounded; we thought then of nothing else but that it was the adherents of Noekoe who wished to take a chance, but when the last-named man, who had been sent out on reconnaissance, appeared around 10 o'clock, he reported that he had perceived nothing, although he had kept to the Ternate shore and circumnavigated this island, but had seen the mountain on the west side smoking and throwing out fire; so we no longer knew what to think, especially not when Lutzon returned, reporting that he and all the military men of the post entrusted to him had seen the fleet come out and put to sea: it also appearing very suspicious that the king and grandees of the realm, as mentioned, did not appear, while matters thus remained in status quo until the late afternoon, when it was learned from the inhabitants of the Spanish Fort that they had indeed heard firing during the night, but had seen no enemy fleets, and the king and grandees of Tidor finally appeared in 4 corocoras, preceded by the military Ensign Christiaan Smith, who was stationed with His Highness, who assured that all was well and in good peace on Tidor, that the king would have sailed sooner if he had not had to wait for one of his corocoras, and that the firing had also been heard on Tidor, but had been attributed to celebrations on Ternate; and since many maintained that during the eruption of the mountain here, in the year 1770, an identical sound was heard, and others also argued that the reefs and rocks situated around here can give the appearance of vessels, everyone was allowed to go their way again, and with this everything would have ended had not the Fiscal of this Province, accompanied by Lutzon and provided with a good spyglass, thought he had seen from the aforementioned high ground in the south-east a ship whose topgallants were awash, while they had understood from the inhabitants that there had been heavy firing from the islands of Tafoere and Majauw, and that lighted lanterns had also gone up and down: which report caused us to send out another reconnaissance mission, and with the same result as the previous time, while in the meantime on the 18th many and strong earthquakes were felt here, which caused great damage to the Company's and private buildings, while the consecutive petty traders who came up from Kema testify that the Ionsawang Mountain, situated close to Amourang and not far from Manado, is said to have erupted in the previously cited night of the 11th, with a dreadful roaring resembling heavy cannon fire, of which, however, no reports have been received from the Resident there. With the arrival of the king and grandees of Tidor, all difficulty having been cleared out of the way thus far, and His Highness having been asked in the full assembly held that same evening what ought to be done or left undone with regard to the extirpation work at Gita and the other districts standing under their obedience. And His Highness having made known that no greater insult could be offered to him and his people than if the destruction of spices were made to cease in his lands, while it was continued without interruption in the lands of Ternate and Batchian, and that on mere powerless threats from his enemy, the fugitive prince Noeckoe, they having nothing to fear from the side of the people of Maba, Weda, and Pattanij, who had no desire to expose themselves again to the resentment of the Company, of which they had had proof. And the grandees of the realm having conformed to the statement of the prince, we decided by majority at the aforementioned session to let the extirpation work in the Tidorese lands continue, just as in the Ternate and Batchian lands, and to have the extirpators covered, pursuant to the proposal of the Governor, by the galleys d' Ester and de Arend, prepared upon His Honour's order, while at the same time the Patani man who had requested to buy 7 barrels of gunpowder from the Commissioners made a complaint, although His Highness testified regarding this to have learned from his chiefs that the said Patani man had merely requested 30 lb, in order subsequently to make his profit therewith. We having furthermore pointed out to the often-mentioned king and grandees the absurdity and futility of the doings of his enemies in spreading the rumor that the son relegated to Ceylon

Dutch transcription

„geseetene die sig verbeelden, dat scheeps vloo„ „ten met den anderen in gevegt geraakt waaren. Den Eerstgeteekende om reeden het Gouver„ „nement gerepareert wierd buiten wonande, gaff ordre dat sig alle officieren naar het Ca„ „steel hadde te begeeven, en de wagten te verdubbe„ „len Cafa: en sond Twee kleene schep vaartuigen buiten gaats, met een vertroud Europees op ijder, Terwijl den Cap=n: Luitenant Ingenieur Baron V: Lutzon het gezag liet overnee„ „men in de veldschans Cajoemera, tegen over het Eijland Tidor, alwaar ons de Tidoreesen A=o 1783: op het lijff hebben willen koomen. En vergenoegende zig tot aan den dag van den 17=e wanneer een der uijtgesonden Europeesen te rug kwam en seide niets gesien te heb„ „bender, gend:e Ingenieur te 7: uuren kwam rapporteeren 239. rapporteeren dat den sergeant uit de veld„ „schans na 't hooge land gesonden en dat deese van daar in de bogt van het soo gend:e Spaans Fort een menigte van grooten en kleene Corra Corras gezien had; en dewijl de Tweede uitgesonden en dit heen uijtgegaan zijnde Europees niet weeder te rug keerde, soo liet Alarm maaken; wij dagten doen niet anders off het waren de adherenten van Noekoe die een kansje wilde wagen, dan laatst gend:te op Rondschap uitgesonden mans omstreeks 10: Uuren te voorschijn gekoomen zijnde berigte dat niets ontwaard had, schoon de Ternaatse wal gehouden en dit Eijland rond geschept, maar de Berg aan de west zijde had zien rooken, en vuur uitwerpen; zoo wist niet meer waar aan : ons te houden, voor al niet toen Lutzout weeder gekoomen a 6 gekoomen was, Rapporteerende dat hij en alle de militairen van den hem aanbetrouwde post, de vloot gezien hadde uijtkoomen en na zee stee„ „ken: ook zeer bedenkelijk voorkomende dat koning en Rijksgrooten zoo als gezegd niet kwamen opdaagen terwijl de saaken dusdanig in statuquo bleeven tot in de nademiddag wan„ „neer van de opgezeetenen van het Spaansfort vernam, dat in den nagt wel hadde hooren schieten maar geen vijandelijke vlooten gezien hadde, ende koning en Rijksgrooten van Tidor eindelijk op kwamen daagen in 4: Corra Corvas, voor afgegaan van den bij zijn Hoog„ „heid bescheiden vaandrig Militair Christiaan Smith, dewelke verseekende dat op Tidor alles wel en in goede rust was, dat de koning eerder soude sijn afgevaaren, bij aldien niet op een sijner 240. sijner Corra Corras hadde moeten wagten en dat het schieten op Tidon meede gehoord dog aan Vreugde bedrijven op Ternaten toegeschreeven was geworden, en dewijl veele staande hielden dat bij het woeden van den Bergh alhier, in den Jaare 1770: even dusdanig geluid is gehoord en andere ook wilden dat de hier omstreeks geleegen reeven en klippen verthoning van vaar„ „thuigen konnen maaken, soo lieten een ieder weeder sijns weegs gaan en hier meede was alles uitgeweest zoo niet den fiscaal deeser Provintie van van Lutzon verselden van een goede kijker voorsien, van 't hooge Land voorm: in het Zuid oosten meende gezien te hebben een schip welks brain„ „zijls waterden, terwijl sij van de opgeseetenen ver„ „staan hadde dat van de Eijlanden Tafoere en Majauw sterk geschooten was, ook aangesteeken Lanthaarns op en neer gegaan waren: welk rap„ „port „port ons weeder op kondschap, en met een gelijk gevolen als de voorige keer deed uitzenden, hebbende men hier intusschen op den 18:e veele en sterke aardbeeringen gevoeld die aan 's Comp:s en Parti„ „culiere gebouwen groote schaade hebben toegebragt terwijl de Consecutive van kema opgekomen smal„ „le handelaars getuigen dat de digt aan Amoe„ „vang en niet vorre van Manado geleegen Ionsa„ „wangse Bergh in vooren aangehaalde nagt van den 11:e gesprongen soude sijn, met een ijs„ „selijk na Swaarecanon schooten gelijkend gedrui waar van egter van den Resident aldaar geen narigten ingekomen zijn; Met de opkomst nu van den koning en Rijksgrooten van Tidor alle zwaarigheid dus verre uit den weg geruumd zijn„ „de, en aan zijn Hoogheid in volle vergadering die zelve avond gehouden gevraagd zijnde wat ten opzigte van het Extirpatie werk te Gita„ 243. en en de ovrige onder hunne gehoorsaamheid staande Districten, diende gedaan off gelaaten te worden. En zijn Hoogheid te kennen gegeeven hebbende, dat hem en de zijnen geen grooter affront konden worden aangedaan dan wanneer men de spece„ „rij Distructie in zijne Landen liet cesseeren, terwijlse in de Landen van Ternaten en Batchi„ „am onafgebrooken wierd doorgezet, en dat nog wel op enkele magteloose bedrijgingen van zijnen vijand, den ruitgeweeken prins Noeckoe hebbende men niets te dugten van de zijde der Maba, Weda en Pattanijreesen, die geen lust hadden om zig weeder bloot te stellen aan de gevoeligheid van de Comp=e: waar van proeff gehad hadden. En de Rijksgrooten zig met het gesegde van den vorst geconformeerd hebbende hebben wij gevolg wij toe opgem: sessie bij meerderheid besloo„ „ten het Extirpatie werk in de Tidoreese Landen even als in de Ternaatse en Batchianse Lan„ „den, te laaten doorstaan, en de Extirpateurs con„ „form de propositie van den Gouverneur te laten dek„ „ken met de op orbte van zijn Ed: in gereedheid ge„ bragte Geleijen d' Esten en de Arond, Terwijl teevens reclameerde den pattanirees die om 7: vaaten Buskruijd bij de Commissianten te koop versoek hadde gedaan, hoe wel zijn Hoogheid daar om„ „trent getuigde van zijn Hoofden vernomen te heb„ „ben, gend:e Pattanijrees enkel om 30: lb: versoek gedaan had, om daar meede vervolgens zijn profijt te doen. Hebbende wij wijders meerm: koning en rijks„ „grooten voorgehouden de ridiculiteijt en nutte„ „loosheid van de gedoentens zijner vijanden met te spargeeren dat de op Ceijlon gerelegeerde Soomt

NL-HaNA_1.04.02_3815_0507 view scan ↗

English

son of the King Djamaloedien, who was dethroned in the year 1779, would have become King instead of His Highness present here, if he had been willing to renounce Maba, Weda, and Pattanij, since these districts, along with all the lands belonging under the Kingdom of Tidore, have become the absolute property of the Company after the apostasy of the aforementioned dethroned King. Furthermore, only the most foolish and senseless people might give credence to the saying of Noeckoe that the Gentlemen Governors of Amboina and Banda had intimated to him that he could simply wage war against Ternate without hesitation, after which the banished young King would surely ascend the throne of Tidore; whereas this Prince has not acted to deserve it, and the Governors in Amboina and Banda will take good care not to support a rebel who has disturbed their provinces as well as this one, and still disturbs them daily. Meanwhile, His Highness was further assured that as long as he continued to persist in loyalty toward the Company, he had no successor to the throne to fear. Section 12. With this, we thought that the extirpation would attain its peaceful progress; however, on the 21st thereafter, we received a letter from the First Commissioner Haan, communicating the arrival of himself and his subordinates at Tidore from Gita, after the men, having become terrified by the rumors circulating about Noeckoe, had objected to him that if he did not want to go along, they would drag the vessels from the shore, put them to sea, and depart without him. Thus, deliberating on the aforementioned letter, we attributed the hasty departure of the extirpators from Gita to an understandable, yet in fact panic fear of people who saw their comrades perish on the slaughter bench in the year 1783 and on other occasions, and the lower servants, especially the citizens, place no trust in the Tidorese. Meanwhile, following the verbal assurance given by the Secretary on behalf of the King and the Grandees of the realm that the extirpators had nothing evil to fear at Gita, with the request that they might be allowed to withdraw back thither, we ordered the servants and citizens who had retreated from Gita to account for themselves before the members Heinrich and Durr, who were to be dispatched to Tidore, with orders to them not to be harsh in this matter, but to direct it so that courage would be breathed back into the fearful extirpators, and they would be encouraged to return to Gita. Section 13. And we having succeeded once again through this treatment in making the fearful extirpators return to their former post at Gita, it appeared to us regarding this from the report of the dispatched and returned members, inserted into our resolution of 31 December of the past year, that Ensign Haan, upon the rumor spread at Gita concerning the impending appearance of the rebel Noeckoe, had dispatched one of the Gita chiefs who was with him on reconnaissance to Pajake, and having returned from there with him, met a slave of the so-called Alferez Sita, who had gone out thither by the King's order, returning from Weda; from which slave Haan had learned that there was no special news at Weda, yet it was advisable to be on guard and keep the weapons together; while this same youth, having been discharged by Ensign Haan, is said to have recounted to the Gita people that Noeckoe was to appear shortly with more than 100 vessels already assembled at Salwatty to destroy everything. And this news had caused such consternation at Gita that not only the inhabitants of that village, but the Tidorese themselves, had for the greatest part retreated inside the village, placed themselves in a state of defense, and abandoned the Company's subordinates to the astonishment of them all, especially of the citizens, who, quickly remembering their fellow citizens and kinsmen who were done away with in former years through the faithlessness of the Tidorese, virtually forced the Commissioners, who wanted to await the orders of this Government, to take refuge with them to Tidore. Meanwhile, our deputies had heard all this confirmed by the King with expressions of regret that his people had allowed themselves to be alarmed so easily upon the report of a slave, whom he would punish for it, and giving notice that having nonetheless foreseen this, he had assembled one hundred armed Tidorese under the Captain Laut to serve as protection for the extirpators, and would have them cross over to Gita so that the work of extirpation in the Tidorese lands might be pursued, in accordance with the promise he made in our joint meeting of 17 December. Meanwhile, the report ends with the notification that the Commissioners and their subordinates, well satisfied with the measures put in place for their safety, intended to return to Gita and resume the interrupted destruction of spices there. Section 14. Hereupon, the Commissioners made a request in their letter of 2 May last to be allowed to come up after the work at Maidie was done, in accordance with the desire of their subordinates, sending back the galley Den Arend to be provided with cordage. Thus, at our session of 3 May last, we made our displeasure and surprise regarding this known to the Commissioners, and ordered them to continue working in close accordance with the instruction given to them, while we immediately had the galley provided with the necessary items and made it return thither again on that very same day. Section 15. But receiving further writings dated 13 May, in which we found communicated that they had finished the work on Maidie, and that the forest dwellings on Wassile had not been made ready, and moreover that the arrival in the southeast monsoon was very difficult, as until

Dutch transcription

245. soon van den A=o 1779: gedetroneerde koning Djamaloedien in steede van zijn Hoogheid hier present, koning zoude zijn geworden bij aldien afstand hadde willen doen, van Maba Weda en Pattanij, daar deese distracten, be„ „nevens alle de Landen onder het Tidoreese Rijk gehoorende, zeen goederen van de Comp=e: geworden zijn, na de afvalligheid van den gede„ „troneerden koning voorm: Moogende voorts een allerdomst en zime„ „loos volk gelooff slaan aan het gesegde van Noeckoe, dat hem de Heeren Gouverneur van Amboina en Banda g'intimeerd hadde, dat Ternaten zonder beschroomdheid maar hadde te beoorlogen, als waar na de verbannen Jonge koning den Troon van Tidor wel beklim„ „men zoude, daar deese prins het 'er niet na gemaakt heeft en de Gouverneurs in Amboina en Banda zig wel wagten zullen een rebel voor te staan, die hunne provintieen, zoo wel e wel als deese ontrust heeft en nog dagelijks ontrust. Terwijl zijet zijn Hoogheid wijders verseeker„ „de dat zoo lange Jeegens de Comp:e in trouwe bleeff volharden voor geen Troons opvolgen ten dugten had. §12: Hier meede dagten dat d' Extirpatie zijn rustige voortgang, zoude erlangen edog ontfangen wij op den 21:e daar aan, een Brieff der Eerste Commissiant Haan waar bij bedeeld zijner en onderhoorigen aan„ „komst op Tidon van Gita, na dat hem 't voor de over Noeckoe gaande spreukjes bevreesd geworden volk, te gemoet gevoerd hadde dat bij aldien niet meede wilde gaan, zij de schep vaartuigen van de wal haalen, in zee brengen, en zonder hem ver„ „trekken zoude. zoo hebben wij overgemelde brieff de libeveeren„ „de der Extirpateurs verhaaste vertrek van Gita, toegeschreeven aan eene zoo zeer niet te wraaken, dog 247. dog inder daad panique vreese, van Lieden die hunne makkers A=o 1783: en bij andere geleegenhee„ „den op den slagt bank zien omkomen ende min„ „dere Dienaaren voor al de Burgers geen vertrou„ „wen in de Tidoreesen stellen, Terwijl wij wijders op de mondelingse gedaane verseekering van den secretaris van weege koning en Rijksgrooten dat de Extirpateurs op Gita niets kwaads te dugten hadden, met beede dat men deselve derwaards weeder te rug mogte laten trekken. de van Gita geweeken geweeken Dienaaren en Bur„ „gers verantwoording te laaten doen voor de na Tider te despicieeren Leeden Heinrich en Durr, met last aan deselve, om in deesen niet scherp te zijn, maar het daar heen te dirigeeren dat de bevreesde Extirpateurs weeder moed worde ingeboesend, en tot retour na Gita aangemoe„ „digd wierde. §13. En het ons al weederom door deese behandeling gelukt gelukt zijnde, de bevreesde Extirpateurs naar hunne voorige plaats Gita te doen retourneeren, zoo bleek ons desweegens uit het rapport der affgesonden en te rug gekomen Leeden geinsereerd ter onser resolutie van den 31:e Dec:r A:o p=o dat den vaandrig Haan op het te Gita verspreid gerugt wegens de nabij zijnde verschijning van den Rebel Noeckoe, Eenen der bij hem zijnde Gitareesen hoofden op kondschap na pajake gedepecheerd, en met den selve van daar te rug bekomen hebbende den eenen van Weda reverteerende slaaff van na derwaars op 's konings Last uitgegaane Alferes Sita gen:t: van welke slaaff, Haan, vernoomen hadde, als dat op weda geen bijsonder nieuws, en nogtans raadsaam was, op hoede te weesen, en de wape„ „nen bij elkander te houden, terwijl deselfde Jongen van den vaandrig Haan ontslaagen zijnde ge„ „raakt aan de Gitareesen verhaald zoude heb„ „ben, dat Noeckoe eerstdaags stond op te daa„ „gen 249. „gen met meer dan 100: te salwattij reeds te zamen gebragte vaarthuigen, om alles te gaan vernielen, en deese tijding hadde te Gita dus da„ „nige consternatie verwekt, dat niet alleen de bewoonders dier Negorij, maar de Tidoreesen zelve, voor het grootste gedeelte zig binnen de Negorij begeeven, in staat van teegenweer ge„ „steld, en 's Comp=s: onderhoorige in den steek gelaa„ „ten hadden, tot hunner aller verbaasing, bij zonderst van de Burgers, die wel haast geden„ „kende aan hunne door de trouwloosheijd der Tidoreesen in vorige Jaaren, van kant gehul„ „pen meede Burgers en maagen, de Commissian„ „ten die de ordres deeser Regeering wilde inwag„ „ten, zoo goed als geforceerd hebben met hun te samen de wijk na Tidor te neemen Terwijl onse gecommitteerdens dit alles door den koning hadde horen bevestigen onder betuiging van Leedweesen Leedweesen oversulks zig de sijnen op het aanbrengen van een slaaff, die hij desweegen straffen zoude, zo ligt hadde laten allarmeeren, en te kennen gaa„ „ve zulks nogtans voorsien hebbende, Een honderd gewapende Tidoreesen onder den Cap=n: Laut, om tot dekking der Extirpateurs te dienen, bij een hadde gebragt, en na Gita zoude doen oversteeken, ten eijnde het Extirpatiework, in de Tidoreese Landen wer„ „de doorgeset, conform zijne gedaane belofte in onse Gecombineerde bij eenkomst van den 17:e Defr Terwijl het rapport eijndigd met de te kenne gave dat de Commissianten en derselver onder„ „hoorige wel te vreede over de tot hunne vijligheid in 't werk gestelde middelen, voorneemens waren na Gita te rug te keeren en de afgebrooke specerij Destructie aldaer te hervatten. §74: Doende hier op de Commissianten in hunnen brieff van den 2:e Maij I: L: versoek, om na gedaan 251. gedaan werk op Maidie te moogen opkoomen, navolgens het verlangen hunner onderhoorige, zende de Galij den Arend te rug om van touwerk voorsien te worden. Zoo hebben wij ter onser sessie van den 3: Maij I: L: daaromtrent de Commissianten ons on„ „genoegen en bevreemding te kennen gegeeven, en hun gelast voort te werken navolgens den te naur hunner meede gegeeven Instructie, terwijl de Galeij ogenblikkelijk van het no„ „dige hebben laten voorsien, en nog den eijgenste ei dag weeder doen na derwaards te rug keeren. §15: Dan nader schrijvens ontfangende van den 13:e Maij waar in bedeeld vonden dat op Maidie klaar werk hadde, en de Bosch„ huisen op wassile niet ingereedheid gebragt waren, en daar en boven de aankomst in de Zuid Oost mousson zeer difficiel was, als tot

NL-HaNA_1.04.02_3815_0514 view scan ↗

English

would need as much as 2 months for the crossing; that their presence there would moreover be fruitless, because the people of Maba, whose duty it also is to extirpate there, had been sent by the King to the Papuan islands in 25 to 30 corocoras. That the extirpators, not being accompanied by any Tidorese chiefs, but left solely to those of Maba, were very much afraid. While the burghers hitherto employed in the Tidore expedition no longer wished to be engaged in that work before receiving an increase in pay beforehand; And finally that most of the extirpators were in a sickly state, afflicted with yaws, and thereby unfit to visit the forests properly. For 263. For which reasons the commissioners finally saw themselves compelled to request permission to come up with all their subordinates. Thus, in our meeting of 15 May last, we resolved, before proceeding to the recall of the extirpators, to send a deputation to the court of Tidore to present to His Highness King Kamaloedien the difficulties which Commissioners Haan and Agaats had brought forward, as well as to express our surprise at His Highness's conduct regarding his continuous dispatches to the Papuan islands without our prior knowledge and express will, in order, if possible, to ascertain how much time would be spent on the preparation: preparation of the forest houses and other necessary provisions at Wassile, so as to be able to proceed accordingly with regard to the subordinates. Paragraph 16. While from our resolution of 31 May following, Your Right Excellencies will see that, upon the return report of our council members sent on commission, we summoned the extirpators of Maidia and suspended the work in the Tidorese lands until the necessary preparations at Wassile had been made ready, and thereafter to let them march thither around the north, His Highness having assured us that, in fulfillment of his promises, he had already dispatched people for the erection of the forest houses at Wassile and expected them back from there in a few days. 255 That His Highness was distressed about our displeasure, yet had to make known that he had at that time instructed Ensign Smidt to inform the Governor of the said expedition in secret, but that the said dispatch would cause no hindrance to the extirpation work, as Maba was abundantly supplied with people. That His Highness nevertheless judged that the Maba chiefs, according to ancient customs, ought first necessarily to appear before this Council to be exhorted to zeal and faithfulness, for which purpose the necessary vessels had already been summoned. That finally His Highness requested that the Ambon ministry might be written to, so that the corocoras dispatched by His Highness might have the freedom to cruise as far as below Ceram, since Nuku was taking flight thither from the Papuan islands. Whereupon we resolved to write to King Kamaloedien of Tidore that the greatest haste should be made with the trope-houses at Wassile that were not yet ready, in order that the extirpation work in his lands might be taken in hand again and continued with vigor. That Ensign Smidt had indeed, in the name of His Highness, given notice to the first signatory of the dispatch of a commission to the Papuan islands under the command of the Kapitan Muda to observe whether the sangajis of Maba, Weda, and Patani were faithful or not. That 257 That the coming up of the chiefs of Maba, Weda, and Patani was not considered so necessary, because they, being present here to collect the recognition monies, had shown themselves willing to the satisfaction of the Governor to perform the extirpation work. That finally we had to forbid once again the continual cruising dispatched by His Highness which led to nothing, unless His Highness were qualified beforehand to do so, and that such dispatches were entirely contrary to the intention of Your Right Excellencies, for which reason the requested letters to the Ambon ministry could not be granted. Paragraph 17. The King of Tidore finally giving notice that everything at Wassile was ready to continue the extirpation work, we have not been able to follow up on this for the present, owing to the dispatch of a cruising and expedition fleet to Kwandang, with which we have stripped ourselves of military men and vessels, and with which the forest expedition to be undertaken in the districts of Maba, Weda, and Patani must above all be provided, both for their own safety and for our peace of mind, having to work in the midst of the most deceitful nations; and notice of this having been given to the King by the translator Schoe and by letter, we received in reply what was noted in our resolution of 8 August last: that His Highness hoped the work with the dispatched expedition fleet might soon be finished, 259. so that the extirpation work in the aforementioned Maba districts might then proceed, while His Highness, upon receiving news thereof, would send the Maba chiefs up to this castle to present themselves before this Government according to ancient custom. We trust that Your Right Excellencies will be pleased to be satisfied with these our proceedings, and at the same time be persuaded that the first safe opportunity will be seized by us to clear those districts as well of the aromatic spice plants. Paragraph 18. Upon resumption of the daily journals and consumption accounts of the commissioners at Kauw at our session of 15 March last, we granted to them on account of costs and expenditures incurred from 18 October 1786 to 4

Dutch transcription

tot de overtogt wel 2: maanden nodig zoudende hebben, dat hunne presentie aldaar boven dien infructueus weesen zoude, door dien de Maba„ „reesen wier pligt meede brengt dat aldaar extirpeeren moeten, door den koning in 25: â 30: Corra Carras na de papoe gezonden waren. Dat de Extirpateurs van geen Tidoreese hoofden verseld zullende worden maar alleen aan die van Maba blijvende overgelaten seer bevreest waren. Torwijl de in de Tidereese Togt tot nu toe ge„ „beesigd geworden burgers zig tot dat werk niet langen wilde laten inploijeeren voor dat voor aff verhoging van gagie bekomen hadde, En Eijndelijk dat de meeste Extirpateurs in een siekelijke staat met de koek be„ „hebt en hier door onbequaam waren om de Bosschen na behooren te besoeken. Om 263. Om welke reedene de Commissianten zig dan eijndelijk genoodsaakt hebben gesien verloff te versoeken tot opkomst met alle hunne onderhoorige. Zoo hebben wij in onse vergadering van den 15: Meij J: L: beslooten om voor en al eer tot het opent bod der Extirpateurs procedeerde een Commissie naar het hoff van Tidor te zenden om aan zijn Hoogheid koning kamaloedien voor te houden de swarigheeden waar meede de Commissianten Haan en Agaats te berde waren gekomen, zoo meede om onse surprice te kennen te geeven over het bestaan van sijn Hoogheid ten aansien zijner steeds voortduurende besendingen na de Papoe buiten onse voorkennis en uitdruk„ „kelijken wil, om indien mogelijk te ervaren hoe veel tijds wel verloopen zoude met de vervaardiging: vervaardiging der Boschhuisen en andere noo„ „dige toestellen op wassile om als dan ten aan„ „sien der onderhoorige daar na te werk te kun„ „nen gaan. §16: Terwijl bij onse Resolutie van den 31: Maij daar aan, Uw Hoog Edelheedens sal komen te blijken dat wij op het keer berigt onsen in Commissie gesonden raadsleeden de Extin„ „pateurs van Maidia hebben op ontbooden en het werk in de Tidoreese Landen zoo lange ge„ „staakt tot dat de noodige toestel op was„ „sile in gereedheid zoude zijn gebragt en daar na de selve om de Noord na derwaars te laten trekken hebbende zijn Hoogheid be„ „trugd dat tot naarkoming van sijne pro„ „messen, reeds volk ter oprigting der Bosch„ huisen op wassile had afgesonden en eerst„ „daags F 255 daags weeder van daar te gemoet sag. ons. Dat sijn Hoogheid omtrent misnoegen met Leedweesen was aan gedaan en egter te kennen geeven moest dat den vaandrig Smidt te dien tijd gelast had den heer Gouverneur van gem: Togt in secretesse te verwittigen dog dat gem: afsending geen hinden aan het Ex„ tirpatie werk zoude toebrengen, als zijnde Maba overvloedig van Volk voorsien. Dat zijn Hoogheid egter oordeelde dat de Mabareesen Hoofden volgens de aloude ge„ ge„ „bruiken, noodsakelijk eerst voor deesen Rade behoorde te verschijnen om tot ijver en getrouw„ „heid vermaand te worden en tot welk einde de nodige vaarthuigen reeds op ontbooden waren. Dat eindelijk zijn Hoogheid versogt het Ambonsche Ministerie mogt worden aange„ „schreeven noo„ schreeven, dat de door zijn Hoogheid affgesen„ „den Corra Corras de vrijheid mogte hebben tot on„ „der Ceram te kruissen, dewijl Noeckoe uijt de Papoe de wijk naar derwaards nam. Waar op wij beslooten koning kamaloedien van Tidor aan te schrijven dat de meeste spoet dient te werden aangewend met de nog niet in gereedheid gebragte Trophuisen op was„ „sile ten eijnde het Extirpatie werk in zijne Landen weder bij de hand genoomen en met figuer mag worden voortgezet. Dat den Vaandrig smidt wel uijt naam van zijn Hoogheid aan den Eerst geteekende kennis had gegeeven van de afsending eener Commissie naar de Papoe, onder Commando van den Capitein Moeda ter ontwaaring off de seng„ „hadjes van Maba, weeder en Pattanij getrouw waren dan niet. Dat 257 Dat de opkomst der Maba, weda en Patta„ „nijreesen Hoofden, zoo vt noodzakelijk niet wierd gehouden, wijl deselve alhier ter afhaal der recognitie penningen present zijnde zig ten genoegen van den Gouverneur tot verrigting van het Extirpatie werk bereidwillig hebben betoond. Dat eijndelijk de geduurige door zijne Hoog„ „heid afgesonden wordende en tot niets uijtloo„ „pende bekruijssingen andermaalen moesten verbieden, zonder zijn Hoogheid voor affdaa daar toe gequalificeerd ware en zulke aff„ „zendingen geheel teegen de intentie van — Uw Hoog Edelheedens waren waarom dan ook de versogte aanschrijvens aan het Am„ „boinasche Ministerie verleenen konde. §17: Tiders koning eijndelijk kennis geevende dat alles op Wassile in gereedheid was om het het Extirpatie werk voort te zetten hebben wij zulks als nu geen gevolg kunnen laaten neemen, door de afsending eener kruis en Expeditie van Vloot naar quandang waar meede ons met Militaire en vaarttuugen ontbloot hebben, en waar van de te doene Boschtogt in de Maba, weda en Pattanijreesen districten voor al moeten voorsien zoo van hun eijge veij„ „ligheid als onse geruststelling, als midden onder de bedriegelijkste natiëën moetende doorwetken, en hier van door de Translateur schoe, en bij brieve de koning kennis zijnde gegeeven ontvingen wij tot antwoord het ge„ „noteerde ter onser Resolutie van den 8=e: Augustus J: L: dat zijn Hoogheid ver„ „hoopte men schielijk gedaan werk mogt krijgen, met de uijtgesonden Expeditie vloot, 259. op dat als dan 't Extirpatie werk in de voorm: Mabase Districten voortgang mogt neemen, ter„ „wijl zijn Hoogheid wanneer daar van tijding erlangde de Mabase hoofden, na dit Casteel opsenden soude om hen naar al oud gebruik voor deese Regeering te vertoonen. vertrouwende wij dat Uw Hoog Edelheedens in deese onse verrigtingen zullen gelieven genoe„ „gen te neemen en tevens gepersuadeerd te sijn dat de eerste vijlige geleegenheid door ons gecapteerd sal worden om ook die Dis„ „tricten van het geurig specerij gewasste suiveren. §18: Bij resumtie der Dagregisters en Consum„ „tie Reekeningen van de Commissianten te Cauw ter onser sessie van den 15: Maart J: Z: hebben wij aan de selve weegens gedaane kosten en spendatien van den 18: October 1786: tot den 4ce ne

NL-HaNA_1.04.02_3815_0522 view scan ↗

English

half accidental 4th of February of this current year validated Rds 20 for the purchase of sago upon the delay of the rations from here 5½ pieces Guineas common bleached 3 pieces Salempores broad blue 6 pieces Baftas black 6 pieces Axes 6 pieces Parangs 179 cans Arrack 40 lb Gunpowder 414 pieces Loose cartridges And on the contrary not validated, and left to their account, the cash advanced in excess of receipts amounting to Rds 216: 33. Paragraph 19: To the Commissioners in the Tidore Districts, we have in the meantime and after the work there was finished, upon the examination of their Daybooks and Consumption Accounts, validated and written off 13 pieces Guineas common bleached 3 pieces Salempores common bleached 9 lb nails 828 pieces Loose musket Cartridges 17½ lb Gunpowder 10 pieces Axes 14 pieces Parangs 399 cans Arrack and Rds 97:14 in Cash, along with the ordinary board and Baggage money, And again made them account for the surplus received over what was issued: 10 lb nails, 325 pieces Loose musket Cartridges 24 lb Gunpowder 97 pieces Axes 95 pieces Parangs Paragraph 20: Furthermore, we have, according to old customs, delivered as a gift to the Tidore chiefs who helped finish the Districts from Pajahe to Maidie: 2 pieces Guineas common bleached 4 pieces Chintzes ordinary 10 pieces Karrekams black Paragraph 21: To the Commissioners at Batchian, we have validated Rds 210: 16 in Cash 8 pieces Guineas common bleached 871 cans Arrack 80 lb nails 279 pieces ball Cartridges 160 pieces Loose cartridges As well as the gift delivered by them to a Ternatean Alfur named Opoe consisting of Rds 25 in Cash 1 piece Guineas common bleached 25 cans Arrack on account of the discovery made by him of Mount Tapak, overgrown with Nutmeg trees, which was never before known. Paragraph 22: We hereby offer to Your High Nobilities some parcels as samples of the ripe Nutmegs and Mace received from various Districts. Herewith we commend Your High Nobilities to the safe protection of the Almighty, and subscribe ourselves with deep respect. Beneath was written: High Noble, Severe, Right Honorable, Wide-ruling Lord, and Well Noble Severe Sirs. Lower: Your High Nobilities humble and faithful Servants. Was signed: Alex Cornabe, B. J. Wentholt, J. G. W. Heinrick, G. F. Durr, W. F. Mersz, J. J. Bax, and Dl. Ogelwight. In the margin: Ternate in Fort Orange, the 6th of September 1788. B. Deemant Agrees Copy Separate Letters To Their High Nobilities at Batavia, dated 31st of March, 25th of April, 5th and 8th of May, Item 9th, 16th, and 21st of June, Anno 1788 Secret To His High Nobility The High Noble, Right Honorable, Severe, Wide-ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, Together with The Well Noble Severe Lords Councillors of the Netherlands Indies etc, etc, etc. High Noble, Right Honorable, Severe, Wide-ruling Lord and Well Noble Severe Sirs. Having had the honor to receive quite early, namely on the 31st of January last, the Duplicate of Your High Nobilities' secret Rescript of the 18th of December previous, I shall take the opportunity, through the early breakthrough of the westerly monsoon, to reply thereto as required.

Dutch transcription

^ ½ actitenteel 4=e februarij h: a: gevalideerd Rd:s 20: voor 't inkoopen van zagoe bij te rug blijving der randsoenen van hier 5½: p=s Guniees gem: gebl: 3:– „ Salempoeris br: bl: 6:– „ Baftas zwarte 6:– „ Bijlen 6:– „ Pedakken 179: kann: Arak 40: lb Buskruidt 414: p=s Losse pattroonen En daar en teegen niet gevalideerd, en voor hun Reekening gelaten de meerder verstrekt dan ontfangen Contanten tot Rd:s 216: 33:— §19: Aan de Commissianten in de Tidoreese Dis„ „tricten hebben wij intusschen en na afgedaan werk aldaar bij resumptie van derzelver Dagregisters en Consumtie Reekeningen ge„ „valideerd en afgeschreven 13: ps 261. 13: p=s Guniees gem: gebl: 3: „ Salempoeris gem: gebl: 9: lb spijkers 828: p=s Losse snaphaan Pattroonen 17½: lb: Buskruijdt 10:– p=s Bijlen 14:— „ Pedakken 399: kann: Arak en Rd:s 97:14: aan Contanten, benevens het ordinaire kost en Bagagie geld, En weeder door hun Laaten verantwoorden de meerder ontvangen dan verstrekte; 10: lb spij„ „kers, 325: p=s Losse snaphaan Pattroone 24: lb: Buskruijdt 97: p=s Bijlen 95: „ Pedakken §20: Voorts hebben wij aan de Tidweese hoofden die de Districten van Pajahe tot Maidie heb„ „ben helpen afwerken naar oude Usantien in 9„ ke in geschenk afgegeeven 2: p=s guniees gem: gebl: 4: „ Chitzen ord:e 10: „ kaarrekams swarte §21: Aan de Commissianten te Batchian heb„ „leen wij gevalideerd Rd:s 210: 16: aan Contanten 8: p=s Guniees gem: gebl: 871: kann: Arak 80: lb spijkers 279: p=s scherpe Pattroonen 160: „ Losse Zoo meede de door hun aan een Ternaats Alfoer Opoe gen:t afgegeeven geschenk van Rd:s 25: aan Contanten 1: p=s gunees gem: gebl: 25: kann: Arak weegens 6 16 weegens de door hem gedaane ontdekking van den met Noote boomen bewassen: Zwdaar voor nooit bevorens bekend geworden Bargh Tapak. §22: Biedende wij de ontfangen rijpe Nooten en Foelij Uw Hoog Edelheedens van verschillende Districten eenige partijtjes tot monster bij deesen aan. Hier meede beveelen wij Uw Hoog Edelheedens Aande veijlige bescherming van den Allerhoog„ „sten, en onderteekenen ons met diep respect /onderstond/ Hoog Edele Gestrenge Groot Agt„ „baare, wijdgebiedende Heer en wel Edele Ge„ „strenge Heeren /Lager/ Uwer Hoog Edelheedens onderdanige en Trouwschuldige Dienaaren /was geteekend/ AlexCornabe, B: J: Wentholt, J: G: W: Heinrick, G: F: Durr, W: F: Mersz, J: J: Bax en D=l: Ogelwight /in margine/ Ternaten in 't Casteel ovange den 6e Sept:r 1788: ~ B Deemant Accordeert Soar 6 Copia Aparte Brieven Aan Hunne Hoog Edelhedens te Batavia de datis 31 e Maart, 25e: April, 5e en 8e Maij, Item 9=e„ 16e en 21=e Junij A„o 1788 265. sekreet a Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Agtaren Gestrengen wijd gebiedende Heere. M„r willem Armold= Atting. Gouverneur Generaal. Benevens. De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlandsch Indien etc, Ac, etc, Edel Groot, Agtbare Gestrenge wijd gebiedende Heere Al vroeg of op den 31:e Ianuarij Jongstleden de bera gehad hebbende te ont„ „fangen het Duplicaat uwer Hoog Edelhedens secrete Rescriptie van den 18„e December bevorens, zo zal Ik de gelegendheid, door de vroege doorbrake Wel Edele Gestrenge Heeren. der E en 2 265. sekreet Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Agtbaren Gestrengen wijd gebiedende Heere. M„r willem Arnold=-Alting. Gouverneur Generaal. Benevens. De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlandsch Indien etc, Ac, etc, Edel, Groot, Agtbare Gestrenge, wijd gebiedende Heere en WelEdele Gestrenge Heeren. Al vroeg of op den 31:e Januarij Jongstleden de bere gehad hebbende te ont„ „fangen het Duplicaat uwer Hoog Edelhedens secrete Rescriptie van den 18„e December bevorens, zo zal Ik de gelegendheid, door de vroege doorbrake der a ig res De ontfan 265. Sekreet De rescriptie vag tidig ontfangen. Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Agtbaren Gestrengen wijd gebiedende Heere. M„r willem Arnold= Alling. Gouverneur Generaal. Benevens. De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlandsch Indien ec, Ac, Atc, en Wel Edele Gestrenge Heeren. Al vroeg of op den 31:e Ianuarij Jongstleden de bera gehad hebbende te ont„ „fangen het Duplicaat uwer Hoog Edelhedens secreta Rescriptie van den 18„e December bevorens, zo zal Ik de gelegendheid, door de vroege doorbrake Hoog Edel Groot, Agtbare Testrenge wid gebiedende Heere der

NL-HaNA_1.04.02_3815_0536 view scan ↗

English

will be answered promptly Boni's King after the ordained Makassar Empire kept manner occurred. of the Boni people's insolence goes a collected set of evidence concerning the west winds thereto also very advantageously appearing to serve as a prompt answer to the same, and subsequently render a report to Your High Noblenesses of what has occurred here regarding native affairs and what is related thereto since the departure of my last of October 26th. Paragraph 1. Passing on to this, I say beforehand that, pursuant to Your High Noblenesses' respected command, I will not fail on occasion to maintain stoutly to Boni's King that the Company will never renounce its choice made regarding the Makassar Throne or that Empire, although I believe, under favorable correction, that this cannot be done much more stoutly than has already occurred with the delivery to that Court and the King, in the name of the High and Mighty and Your High Noblenesses, of the very emphatic protestations made on the first of September of the past year 1787 by specially dispatched commissioners against the unjust detention of the Gowa Imperial ornaments and that which is annexed thereto. Paragraph 2. Regarding the insolence of the Boni people, and how very much, in contradiction of the concluded treaties, they have sought little by little from time to time to filch from the Honorable Company, which acquired the same by arms, the mastery over this Celebes, now through sinister practices, then through the forming of unfounded pretensions, and mostly through open acts of violence, of which Your High Noblenesses have been pleased to require a collection, I will say beforehand that the Letters and Daily Registers from the earliest times, as well as the successive Memoranda left by so many Governors, supply the very clearest evidence thereof in great numbers, and that I therefore, in the hope of a favorable interpretation because of their great volume, will, with respect to what happened long ago, most humbly refer partly to some extracts added here in a separate bundle, and partly to the aforesaid Papers. And then, with respect to the present Boni Government itself, demonstrate from various documents with only a few examples that it has made itself guilty in many respects of breaking the Bongaya Contract and is therefore worthy to be punished, or at least brought to some humiliation, according to its merits as a faithless ally of the Honorable Company, which has shown the Boni Empire so much favor and even saved it in the year 1667 from the yoke of Makassar slavery and in the year 1740 from the power of the Wajo people. Paragraph 3. I therefore pass on to this and most respectfully submit, 1st. That the Boni people, the present ones doing so in imitation of the former, through their brutal arbitrariness, are the cause of the loss that has been suffered here for so many years past on the exchange of Dutch coin species at the Bazaar, such that one must lose 12 stuivers on a milled ducaton, a new schelling on an imperial thaler, and 18 duits on a rupee, which is an injury that cries to God for the poor common European as well as our inhabitants, and yet remains an article that, in spite of all efforts made by so many Governors, could not be remedied, although the Bugis and all the Celebes peoples, according to the 12th article of the Bongaya Contract entered into and sworn in the year 1667, are up to now obliged to accept Dutch Coin without any murmuring. Yea, what more must I say, they even began in the year 1707 with finally not accepting the Surat silver rupees here. 2nd. In the year 1774 they also made such an infringement upon the Company's privileges that they finally further compelled Governor Van der Voort to make the harbor-toll farmer pay them 1000 Spanish Rixdollars annually, besides some 150 pieces of such coin species for their informers, which, nota bene, the farmer himself must pay, for which they then supposedly would abolish the Malawa, a large vessel that, free of toll and inspection, carried trade goods to and from the entire harbor; just as if they, who dwell here on the Company's territory solely by permission, where the Company, by right of conquest over the Makassars in the year 1669, is complete Master of the shores, otherwise had the right to maintain such a vessel to the prejudice of the Company's Toll Rights. As will appear to Your High Noblenesses to no small annoyance from the Papers speaking thereof and accompanying this in Extract, the more so since in the year 1732 they had themselves bound and undertaken continuation

Dutch transcription

word spoedig bandwoord Bonijs koning na het g'ordon„ Makassarse Rijk „houden worden „ste manier geschied. van der Boniers moed„ gaat een versamelde Col„ „lecte van Bewijsen over der weste wirden daar toe ok zier voordelig vorkomende op dezelve een pontenblijk „dige andwoord dienen en vervolgens Uwe Hoog Edelheedens verslag doen van den begi alhierbe het geene alhier zedert het afgaan mijner laaste van den 26„e October met op zigt tot de Inlandsche zaken en wat daar toe betrekkelijk is voor„ „gevallen. §: 1: Hier toe den overgaande zo zegge Ik voor af dat Ik niet zal mankeren „neerde met op zigt tot het om ingevolge uw Hoog Edelhedens gerespecteerde bevel Bonijs koning bij occagie Cordaat voor te houden dat de kompagnie nooit van haare go„ nag nader bijdeese vworgen dane keuse met op zigt tot de Makassaarsche Throon of dat Rijk zal afzien schoon Ik ondergunstige Correctie vermeen dat zulks Schoon reets in de aller sterk„ niet veel Cordater zal kunnen worden gedaan als reets geschied is met de overlevering van het aan dat Hof en de koning uit Naam van Nan Hoog Mogende en uw Hoog Edelhedens zeer nadrukkelijke op den Eersten September des jongst der wakene Iaar 1787. door Expresaf„ „gevaardigde gekommitteerdens gedane protestatien tegens de on„ „billijke aanhouding van de Goahse Rijks-ornamenten en het ge„ „ne daar bij annexis. §. 2. Van de moedwil der Boniers en hoe zier zij zig in tegenstrijdigheid der gemaakte verbonden het meesterschap over dit Celebes lang za„ het klaar „merhand van tijd tot tijd de Edele kompagnie, diet het zelve door de word. wapenen verkregen heeft, hebben zoeken te ontfutselen, dan eens door sinistre bedrijven dan eens door het formeeren van ongegronde pre„ „tentien en merendeels door openbara geweld plegingen, waar van uw Hoog Edelhedens een verzameling hebben gelieven te requireeren, zal Ik voor af zeggen dat daar van de Brieven en Dag Registers van de vroegste „wil 267. een spoe ten blijke dat dezelve al van van den beginne van 'skomp„s zeet alhier begonnen zijn. het geen boven dien in den text klaar der opgeheldert vregste tijden af zo wel als de successie door zo veele Gouverneurs nagelatene Memorien de allerduedelijk ste blijken in grote getallen uit leveren en dat jk dus in hoope van een gunstige welduiding, door der zelver menig vuldigheid, mijn met opzigt tot het voor lange gepas„ „seerde nedrigst zal refereeren deels aan eenige hier in een aparte Bondel bijgevoegde uittreksels en deels aan voorsz Papieren. En als dan met betrekking tot de tegenswoordige Bonische Rege„ „ring op zig zelfs uit diverse stukken maar met en kelde staal„ „tjes aantonen dat dezelve zig in veelen deelen schuldig gemaakt heeft aan het verbreeken van het Bongaische Kontract en daarom waardig is om daar over na merite als een trouwloos rond„ „genoot van d'E kompagnie die het Bonische Rijk zo veel goeds bewezen en zelfs in anno 1667. uit het suk der Makassaarsche slavernij en in anno 1740 uit de magt der wadjoreesen gered heeft; getugtigd of ten minsten tot eenige vernedering gebragt te worden. §. 3. Ik stappe dan hier toe over en avanceere Eerbiedigst, 1:e Dat de Boniers /: de presente doen het in navolging „der voorige :/ door haar brutale willekeurigheid de oorzaak „zijn van het verlies dat men hier zedert zo veele Iaaren „ herwaarts op de Hollandsche Munt specien bij verwiselig op de „ Bazaar heeft, zodanig dat men op een gecartelde Duka ton 12 stuivers, op een keijzer daalder Een nieuwe schelling en op „ een Ropij is duiten missen moet, Het geen voor den arme ge „meene Europees zo wel als onze Jngezetenen een schade is die tot God met word. God schreijt, en egter een artikul blijft dat in weerwil van alle pagin„ „gen door zo veele Gouverneurs aangewend niet heeft kunnen wer„ „den geremedieert, schoon de Boegineesen en alle de Celebesche volkeren volgens het 12e artikul van het in A„o 1667. aangegane en Beledigde Bongaische kontract tot nog toe verpligt zijn de Hollandsche Munt zonder eenige murmureering te acceptee„ „ren. Ia wat moet Ik meer zeggen zij hebben zelfs al in anno 1707 begonnen met finaal de souratse zilvere ropijen hier niet aan te neemen. 27 Hebben zij ook in anno 1774 zodanig een in breuk in s komp„s voor„ „regten gemaakt dat zij eindelijk de Gouverneur van der voort als nader gedwongen hebben om de Boomspagter haar Iaarlijkste doen uitkeeren Rd„s 1000 spaans, buiten nog wel 150 stuks dier„ „gelijke muntspecien voor haar verklikkers die NB: de pagter zelfs betalen moet, waar voor zij dan kwasie de Malawa, een groot vaar„ „tuig dat vrij van thol en visitatie de geheele voord met Negotie wharen afen aanvoer, zoude afschaffen= B: even als of zij die boor enkele toelating hier op 'skomp„s Grond gebied wonen, waar de komp:s door het Regt der over winning op de Makassaren in anno 1669 volkomen Meester van de stranden is, anders Regt hadden zo een vaarthuig in prejuditie van skomp„s Thol Regt aan te houden. Gelijk uw Hoog Edelhedens uit de daar van sprekende en deze in Extract verzellende Papieren tot geen kleine ergernis geblij„ „ken zal. te meer daar zij zig in anno 1732. nog zelfs verbonden en aangenomen vervolg

NL-HaNA_1.04.02_3815_0539 view scan ↗

English

269. have undertaken to ensure that none of their vessels from the Kampong Bugis shall set sail any more before the Lord's rights at the shahbandar's office are satisfied and they have provided themselves with the necessary passes. See letter from here to Your High Mightinesses of 23 May of the same year to be found in the bundle under Ao. 9½. No less utterly faithlessly have these Bone people acted with regard to the latest uprising of the Makassarese against the Honorable Company. For not only, sheltering under the mask of Aroe Palacka, Aroe Mampoe, and Craeng Sapanang who had resided among them, were they the true instigators thereof in order by this means—compare the separate letter of Mr. Boelen of 5 June 1769—to seat the lineage of Aroe Palacca once more upon the Makassarese throne, for which reason they, who quasi assisted us as allies, also supported the rebels with the powder and lead received from us for that purpose, indeed even with men at the cost of much European blood. And whereby, solely in the failed attack against Ioah on 30 October 1777, fully one hundred both fallen and severely wounded Europeans were suffered, their resentful king has moreover not hesitated, after the death of Tankielang who was killed by the Makassarese themselves, openly to take the remaining rebels under his protection, virtually to declare himself their king, and as if in triumph to lead them across and over the Company's territory under the supervision of the two last-mentioned princes who broke their faith and word, Aroe Mampoe and Traeng Sapanang, of whom the first is a dethroned Makassarese king. 4. Thus they display no less faithlessness in oppressing and robbing our subjects in the north, for which neither admonitions nor representations have ever been of much use; at least among a number of twenty-five who were robbed, plundered, and mistreated, one sees at best an isolated one who obtained compensation for damages. And of such matters almost all letters and papers furnish a multitude of proofs. 5. How does it stand with the tithing? That must be done with a force of men if one does not wish to be turned away by this brutal nation, who stand in the paddy fields armed with krises, assagais, and badjoe rantes. And then the Company is still cheated out of the largest share by putting the paddy of many of them in the king's name, while his own, by previous concession, is exempt from tithing—likewise an crept-in infraction upon the Company's privileges that is nowhere found contracted. Added to this are so many grandees of the realm who, even though one tithes them against their will and desire, seldom or never wish to pay their tithe, solely because they imagine that the privilege of the king also belongs to them. How scandalously do these Bone people sail, contrary to the treaties and to the detriment of the Company's trade and the country's revenues, everywhere without the Company's passes. What am I saying, without that could still only be called clandestine, but even with passes from their king, which he dares to tell his people are as good as those of the Company, of which what happened on Sumbawa in anno passato according to the Resident's letter of 15 August 1787 serves as a vivid proof. From this, although they readily wish to deny it and it has nevertheless occurred just as foolishly several times, at least in anno 1731, have also arisen their evil doings in the Bay of Tomini to the detriment of the Company's gold mines—see Ternate letter to Your High Mightinesses of 14 September Anno 1783—which is likewise an ultimate breach of the treaties. Just as no less can be noted regarding the carrying off, seducing, and detaining of our people, even Company servants, European and native, who are Christians, and whom one recovers with great difficulty and even then only partially, while many of them are still in the interior and elsewhere among them. I pass over the large number of slaves belonging to our residents here and subjects in the Northern Provinces, where they completely lord it over others, among which last even up to the present day are still to be found two lompos or regents of Siang and an entire group of abducted subjects with the history of Mappa—see the note in the separate daily register under 12 and 15 June 1786—which subjects it is claimed have for the largest part already been sold and turned into money. How often have they, instead of acting as faithful allies, not enriched themselves with the plundered goods from vessels stranded here and there, of which one seldom recovers a fourth part and often nothing at all, under all kinds of frivolous excuses, as among others happened not long ago with a certain Ambon vessel stranded around Nopo and a paduakang belonging to a resident of ours here at Makassar—see separate daily register of Anno 1782 and 4 April 1707. With these nine samples out of so many pieces of the knavish tricks utterly committed by the Bone people towards the Honorable Company, I hope to have shown sufficiently and to the satisfaction of Your High Mightinesses in what respect they have acted faithlessly against the treaties, and at the same time also proven that if one asks them what their purpose has been, and still is, for so many years past with the framing of so many trumped-up pretensions concocted by cunning upon these and those places, lands, and fields belonging to the Honorable Company and its allies and subjects, joined with so many wrongfully assumed privileges and acts of violence committed, they, if speaking the truth, will absolutely not be able to answer anything other than the partnership

Dutch transcription

269. aangenomen hebben te bezorgen dat geen hunner vaartuigen uit de Campong Boegis meer zoude zeil gaan alvorens 's Heeren Gereg„ „tigheid ter sabandharij voldaan zij en zij zig van de nodige passen voorzien hadden. vide brief van hier aan Uw Hoog Edelhedens van den 23„e Maij des zelfdigen Iaar in de bondel onder A„o 9½ te vinden Niet minder aller trouwloos hebben zij Boniers gehandeld niet op zigt tot den jongsten opstand der Makassaren tegens d'E kompagnie want niet alleen dat zij met onder het masker van de bij haar in„ „ge woond hebbende Aroe Palacka, Aroe Mampoe en Cra„ „eng Sapanang te schuilen de wezentlijke bewerkers daar van zijn geweest om door dit middel /:vergeleken met de aparta Brief van de Heer Boelen van den 5„e Junie 1769 het Geslagt van Aroe Palacca weder op de Makassaarse Throon te Kuij„ „gen, waar omme zij die ons guasie als Bondgenoten assisteer„ „de ook de Rebellen met het daar toe van ons ontfangene kruidt en Lood Ia volk ten kosten van veel Europisch Bloed hebben ondersteund en waar door men dan ook eenlijk bij de op den 30„e October 1777 mislukte attacque tegens Ioah ruim Hondert zo gesneuvelde als zwaar gekwetste Europeeschen bekwam, zo heeft haar wreveligen koning zig boven des ook niet ontzien om na de Dood van den door de Makassaren zelfs om ge„ „bragte Tankielang, de overgeschote Rebellen opentlijk in zijn bescherming te neemen, zig voor haar koning genoegzaam te verklaren en als in triumph hier over en op 'skomp„s Grondgebied heen vervolg vervolg vervolg heen te voeren onder het opzigt van de hun trouw en woord geschon„ „dene twee laastgemelde Prinsen Aroe Mampoe en Traeng Sa„ „panang, van dewelke de eerste een gedetroneert Makassaars koning 4„ Zo perlegen zij niet minder trouwloosheid in het verdrukken en beroven onzer onderdanen om de Noord, waar toe nog vermaningen nog ver„ „thogen zelden van nut zijn geweest, ten minsten onder een getal van vijf en twintig die geroofd, geplunderd en mishandeld zijn, ziet men of zijn besteen en kelde die scha vergoeding erlangd. En van zulke stukken leveren bij na al de Brieven en Papieren een menigte van Bewijzen uit 5 Hoe gaat het met de verthiening die moet men met magt van volk doen, wil men niet door deze Brutale Natie, die met kris„ „sen, asagaijen en Badjoe Rantings gewapend in de Padij vel„ „den staan, afgeweezen worden, en dan werd de Kompagnie nog het groot„ „ste gedeelte ontfutseld door de Padij van veele hunner op 'konings Naam te stellen, terwijl de zijne door vorige toelating vrij van ver„ „thienen is. almede een ingeslopene in fractie in skomp„s voorregten die nergens gecontracteerd gevonden word. Hier bij komen dan nog zo veele Rijksgrooten die schoon men haar al tegens wil en dan k ver„ „thiend, zelden of nooit haar verthiening voldoen willen, eenlijk om dat zij zig verbeelden dat het voorregt van de koning haar ook toekomt. Hoe schandeleus varen zij Boniers in tegenstrijdigheid der verbon„ „den en in nadeel van 's komp:s handel en 'slands Inkomsten ook niet Allomme vervolg is. 271 vervolg allommne zonder 'sComp:s passen. wat zeg Ik zonder dat zoude nog maar Clandestin genoemd kunnen worden, maar zelfs met passen van haar koning die hij aan de zijne durft zeggen zo goed als die van de komp„s te zijn, waar van het gepasseerde op Sumbauwa in an„ „no passato volgens e Residents Brieff van den 15:e Augustus 1787 tot een levendig bewijs strekt. Is hier door, schoon zij het geerne willen ontkennen en het egter meermalen ten minsten in anno 1731 nog even zo dol is geschied, ook ontstaan haar slegte gedoentens in de Bogt van Tominie tot nadeel van 's komp:s Goud mijnen vide Ternaatsch Brieff aan uw Hoog Edelhedens van den 14:e September Anno 1783, dat almede een finale schending der verbonden is. Gelijk niet minder kan aangemerkt worden ten Het vervoeren, verleeden en aanhouden van ons volk zelfs kom„ „pagnies Dienaaren Europeesche en Inlandsche dat Chris„ „tenen zijn, en die men met veel moeite en dat dan nog maar ge„ „deeltelijk te rug erlangd, terwijl er nog veele van die ze zig in de binnelanden en elders onder haar bevinden. Ik gezwijge van het Groot getal slaven onzer ingezetenen alhier en onderdanen in de Noorder Provintien, daar zij finaal den Baas speelen, onder welk laaste zelfs zig tot heden toe nog bevinden Twee Lommos of Regenten van Siang en een geheele parthij geroofde onderdanen met het Historiaal van Mappa, vide het aangeteekende vervolg vervolg met bij voeging van eenige remarques aangeteekende bij het apart Dag Register onder den 12„e en 15:e Ju„ „nie 1786 welke onderdanen men wil dat voor het grootste gedeelte al verkogten ten gelde gemaakt zijn Dohoe dikwils hebben zij in plaats van als getrouwe dondgeno„ „ten te handelen zig niet verrijkt met de geroofde goederen uit hier en daar gestrande vaarthuigen waar van men zelden een quart gedeelte en dikwils niets te rug krijgt, onder allerhande frivole uitvlug, Op „de „ „ten, gelijk onder anderen niet lang geleden nog gebeurd is met zeker om„ „streeks Nopo gestrand Ambons vaarthuig en eene een Ingezeten van ons hier op Makassar toebehoorende paduackang vide appart Dag Register van Anno 1782. en 4:' april 1707. Met deze Negen staaltjes uit zo veele stukken der Boniers finaal ge„ „pleegde schelm streeken omtrend de Edele komp„e verhope Jk voldoen „de en ten genoegen van uw Hoog Edelhedens te zullen hebben aan„ „getoont in welken opzigte zij trouwlooslijk tegens de verbonden gehandeld hebben en te gelijk ook bewezen dat wanneer men haar vraagd wat haar oogmerk van zo veele Iaaren herwaarts met het formeeren van zo veele opgeraapte en door list verzonnene preten„ „tien op deze af geene Plaatsen, Landen en volden d' Ed= komp:e en Desselfs Bondgenooten en onderdanen toebehoorende, gevoegd bij zo veele verkeerdelijk aangematigde voorregten en gepleegde gewel„ „denarijen geweest is en nog is. zij de waarheijd sprekende als dan absolut niet anders zullen kunnen andwoorden als de saatschap„ pij 3. de

NL-HaNA_1.04.02_3815_0543 view scan ↗

English

the remarks made by Your High Noble Lordships. by which gradually to purloin what belongs to it and make itself master of Celebes. As was also indicated not unclearly by the Honorable Mr. Boelen in his surviving memorandum. Regarding the remarks that Your High Noble Lordships have been pleased to make, namely that if the outcome of the demanded return of the Gowa crown jewels must depend on the requested relief forces, then the certainty that the court of Boni will conform to the intention of Your High Noble Lordships regarding those ornaments, as I flattered myself for the reasons given, rests on rather uncertain grounds: To this I know not what else to answer except that, as can be gathered from all their actions, the Bonians will never proceed to the surrender of those crown jewels unless they see that matters are coming to a head. I could not have handled the matter otherwise than has already been done, for to bring the same to a desired conclusion, I thought that at first nothing better could serve than obtaining Your High Noble Lordships' absolute demand to have the crown jewels returned, while they promised to submit themselves completely to this or to the pleasure of Your High Noble Lordships. Secondly, the requested reasonable reinforcement of only two armed Company vessels, to which thirdly would be added the assistance to be obtained from Aru Pantjana and the Datu of Sidenreng, which, combined with the little or no help to be expected by Boni from Soppeng and others, would indeed have disposed this court to surrender. Indeed, the circumstances of the times seemed born precisely for humbling the proud banner. This has now failed, and I shall respectfully submit to Your High Noble Lordships' respected orders to reshape my plan for the present and seek to employ other measures than those of power and force, meanwhile comforting myself with the ancient proverb that the outcome of an affair, though begun according to best knowledge, does not depend on human direction. Paragraph 6. Nor would I have failed, upon receipt of the copy of the letter sent by the King of Boni to Your High Noble Lordships, to supply Your High Noble Lordships with the necessary elucidation of its contents, but since the same was not found among the secret nor the general papers, this has unfortunately been impossible. I say unfortunately, and particularly because Your High Noble Lordships seem to consider as a delay on my part the failure to take a copy here of the King's missive sent to me for perusal, of the impossibility of which I have not only given the true reasons, but have also briefly noted its contents in case the one presented were to be the same as the one they sent off, which I beforehand, taught by own experience, knew would turn out falsely, so as to deprive me of the opportunity to do precisely that which Your High Noble Lordships now come to require. And of such actions all their underhanded tricks consist. And therefore it was also easy for me, in corroboration of my writings, to supply such proofs and arguments as will be capable of demonstrating the groundlessness of the King of Boni's claimed right to the Gowa kingdom. These are all contained in a bundle of papers likewise respectfully accompanying this, for whose further elucidation I will merely say that this valued claim rests on nothing other than the kinship that formerly often occurred between both courts, particularly in the year 1709 and last with the King of Gowa who was banished to Ceylon. And that this false premise completely collapses through the severance of this mutual relationship in the year 1769, when, having lasted since the year 1702, the present King's father, by no means related to the house of Boni, but nevertheless, see the accompanying genealogical lists, a legitimate prince and genuine son of the Tallo King Sultan Sirajuddin, or Tumenanga ri Passiring, chosen by the Makassars in the year 1713 in place of the deposed Matinroe ri Sambungjawa, was elevated to the throne, as Your High Noble Lordships can see in its details from the secret letter sent from here by the Honorable Mr. Boelen under date of 5 June 1769 and Your High Noble Lordships' reply thereto of the end of December following, in the former of which is clearly stated: "The dispute is then decided; the Makassars have abandoned this last King of the lineage of Palacca, or rather said, they have been deserted by him, whereby the bond of mutual relationship between them and the Bonians, which had continued unbroken since the year 1702 until now, is finally broken, which makes a very useful deduction from this development. They have, on the foundation of rights and privileges never before disputed to them in a similar case, as is also incontrovertible, chosen another King in his place." Paragraph 18. If one adds to this that this mutual bond of kinship between both houses, according to Your High Noble Lordships' orders of 19 December 1778 and 27 December 1785, may also no longer take place in the future, and that connection...

Dutch transcription

273 „de door Hun Hoog Edelhe„ ge„ „maakte remarcques. „pij daar door zo lang zamerhand het hare te ontfutselen en zig Mees„ „ter van Celebes te maken. Gelijk ook door de Edele Heer Boelen bij zijn Ed: nagelatene Memorie almede niet onduidelijk is te kennen gegeven. Wat nu betreft de Remarcques die uwe Hoog Edelhedens hebben gelie„ Opredrig van nevenstaan, vn te maken dat bij aldien den uitslag van de terug g'eischte Go„ „ase Rijks ornamenten van het verzogte secours moet a fhangen, als dan de zekerheid dat het Hoff van Bonij zig in opzigte dier ornamen ten na de Intentie Uwer Hoog Edelhedens schik„ „ken zal, zo als Ik mijn om de daar van gegevene Redenen vlei„ „de, op vrij onzekere Gronden steunt; Hier op weet jk niet anders te antwoorden als dat daar de Bo„ „niers, gelijk uit alle hunne bedrijven is op te maken, tot de over„ „gave dier Rijks-Ornamenten nooit zullen treden zonder dat zij zien dat het er op aan begind te komen, Ik de zaak niet anders heb kunnen behandelen dan reets geschied is. want om dezelve tot een gewenscht uit einde te brengen dagt Ik voor eerts niets beter te zullen kunnen dienen dan de erlanging uwer Hoog Edelhedens absolute begeerte om de Rijks ornamenten terug te willen hebben terwijl zij beloofden van zig hier aan of aan het wel behagen van uw Hoog Edel„ „hedens volkomen te zullen onderwerpen. Swedens S. 5. lug. aalge¬ doen. tschap„ Ook op die wegens het niet gesupediteerde andwoord op de Brieff van Bonijs koning Swedens de verzagte redelijke versterking met maar twee G'armeerde komp„s scheepen, waar bij dan ten derden komen zoude de te erlange„ „ne assistentie van Aroe Pantjana en den Datoe van Siden„ „reng, dat gevoegd bij de weinige of geheel niet door Bonij te ver„ „wagtene hulpe van soping en andere, dit Hof wel tot de over„ „gave zoude hebben doen disponeeren, Ia de tijds omstandigheden schenen regt daar toe geboren te zijn om den trotschen Banier te vernederen. Dit is nu mislukten Ik zal mijn met aan Hoog Der zelver gerespecteerde ordre met Eerbied te onderwerpen om mijn plan voor eerst te schoeijen en andere maatregulen zien te gebruiken dan die van magt en Geweld, in middens getrook „ten met het aloude spreekwoord dat de uitkomst van een zaak, schoon na beste kennis begonnen niet van 't Menschen Be wind afhangt. §: 6. Ik zoude ook niet gemankeert hebben om bij ontfangst van het af„ „schrift van des Konings van Bonij aan uw Hoog Edeleedens gesondene Brieff Hoogst Dezelve te suppediteeren de nodige elu„ „cidatie op dies inhoude, maar dezelve nog onder de sekrete nog ge„ „mene papieren niet gevonden zijnde, zo is zulks tot mijn Leed we„ „sen ondoenlijk geweest. Ik zegge tot mijn Leedwesen en dat bij „zonderst om dat uw Hoog Edelhedens als een vertraging van mijn schijnen aan te merken het niet nemen van een Copij alhier van des konings aan mijn ter Lecture gezondene Missive, van welkers zelfs zo wel onderelijkheid bondel als in 275. S. 7. zo wel vervat in een aparte bondel overgaande papieren. S. 9. als in den text van deze brieff zelfs ondoenlijkheid ik niet alleen de ware redenen het oprgegeven maar ook ' hortelijk genoteerd gehad dies inhoud zo bij aldien de verthoonde dezelve zoude zijn die zij afzonden, dat ik voorschands, door eigen ondervinding geleert, wist verkeerdelijk te zullen uikomen om mijn daar door de octagie te benemen dat eigentlijke te doen wat nu uw Hoog Edelhe„ „dens komen te requireeren. En uit zulke bedrijven bestaan alle haare slinkse streeken. En daarom is het mijn ook ligt te doen geweest om tot staving van mijn gedane schrijvens zulke bewijzen en argumenten te suppediteeren als in staat zullen zijn de ongegrondheid van Bonijs Koning gepretendeerd Regt op het Goakse Rijk aan te toonen. Dezelve zijn alle vervat in een almede dezen Eerbiedigst verzellende— Handel Papieren tot welkers verdere opheldering Ik maar eenlijk zeggen zal dat die gewaarde pretentie nergens anders op rust dan op de voorschen dikwilsplaats gehad hebbende vermaagd schappen tusschen die beijde Hoven bij zanders in den Iaare 1709 en laast met den na Ceijlon verbannene koning van Goah En dat deze verkeerde grond stelling ten eenemale vervald door de verbreking van de ze onderlinge betrekking in anno 1769, wanneer die zedert den Iare 1702 geduurt had, in deze presente koning zijn vader (:geheel niet vermaagd schapt aan het huis van Bonij maar egter vide overgaande geslagt Lijsten een geboren Prinsen Egte zoon 3. 8. zoon van de door de Makassaren in anno 1713 in plaats van de verstotene Matinroa Sambopoe, verkorene Iellose Koning Sulthan Si„ „rajoedien of Tomenang ri Pusie:/ ten Throon verheven wierd, gelijk uw Hoog Edelhedens zulks in zijn omstande kunnen zien, bij de van hier afgegane sekrete brieff van de Edele Heer Boelen de dato 5„e Iunij 1769. en het antwoord uwer Hoog Edelhedens daar op van ultimo December daar aan bij welk eerste diidelijk staat. „Het geschit is dan gedeiderd de Makasjaren hebben dezen laasten „ koning uit de stam van Palacca of liever gezegd, zij zijn door dezen verlaten, waar door de Band van onderlinge betrekking tusschen deze en de Boniers die ze„ „dert den Iaare 1702 tot nu toe an afgebroken heeft voortge „duurt, ni rindelijk is verbroken, dat een zeer nuttige „gevolgtrekking uit deze Evolutie maakt. „zij hebben zig op fundament der Regten en privilegien, min „mer voor heen, bij een diergelijk geval aan hen betwist, zo. „ als zulks ook niet te weder spreken is, eenen anderen „ koning in de plaats verkoren. „ 3. 18. Als men hier nu bijneemt dat die onderlinge Band van ver„ „maagdschap tusschen die beide Huisen volgens uw Hoog „Edelhedens ordre van den 19„e December 1778 en 27 December 1785 ook voortaan niet meer plaats mag vinden en die derbin„ „tenist vervolg

NL-HaNA_1.04.02_3815_0547 view scan ↗

English

Section 11. with urgency of further evidence at the same time, in former times never prevented the Makassars in any way from being permitted to elect a king according to their country's laws, nor from deposing him if he was displeasing to them or acted against their laws, as the latter appears in the secret daily register of the year 1769 under the 7th of February with a certain Matinroa Sambopoe, taken under the protection of the Bone people afterwards and mentioned hereinbefore, of which Matinroa Sambopoe this present king of Bone is a descendant upon whom he actually wishes to base his supposed right, so from this, according to my humble understanding, it will easily be concluded that Bone's king very wrongly, or rather sinisterly, arrogates to himself a hereditary right to the realm of the Makassars that by no means belongs to him. Otherwise, this appears, aside from the right of conquest that we obtained over the Makassars by arms at the cost of so much money and blood in the last final conquest of Goah, not to mention those of 1667 and 1740, even further from the manner of conduct that the Company has maintained here from ancient times with respect to Bone and Goah, namely never to let these two realms merge into one, because through this one would notoriously lose the balance so utterly necessary to be maintained for the Honorable Company as first ally, especially in these dire circumstances of the times, and thereby also also at the same time all the respect and power that one has exercised here among all the other allies through the Bongaya Contract entered into in the year 1667, as Your High Noble Lordships will find in its detailed demonstration in the reflections of the Noble Lord Schreuder concerning this Government already cited by me in the previous year, and several other papers of that nature passing herewith in deference, while I, having noted therein that the present king of the Makassars indeed after the custom introduced, albeit through the finesse of the Bone people, also against law and reason, swore the contract to the Company in the presence of Bone delegates of the court dignitaries and signed it with his court dignitaries alongside the last-mentioned delegates, shall add to the conclusion of this article a copy of such an act of renovation of the contracts as the kings of Bone upon their presentation here at Fort Rotterdam, which has not yet taken place with the present one due to all these disputes, are obliged solemnly to swear. From which, above all this, can then be seen most clearly the perpetual obligation that this base nation has to the Honorable Company, and how much they are bound to the Company, which allows them to live quietly upon their own requested petition on the Company's own territory in the kampong Bugis and on Bontoala, which is very far from being permitted to exercise an usurped power here over the other allies to the detriment of its noble aims with the occupation of Makassar, by frustrating which, they finally achieving their desires, would make the Company as well as all the Celebes princes and peoples finally dependent upon them, and deal with all of them according to their own arbitrary will, to the shame of the Dutch nation and its blood spilled and expenses incurred then as much as in vain. Section 12. Section 13. and with adduced further defenses regarding Sadulla Section 14. I also hope, all this having been examined by Your High Noble Lordships, that my testimonies which I am obliged to make in respect of the oude Sadulla, will entirely justify his person before Your High Noble Lordships and place him beyond further suspicion. And these are, then, that whereas he has been employed with much zeal in weighty native affairs not only by me but also by the former Governors Boelen and Van der Voort, and in which I do not know why I should not be permitted to persist despite the pleasure of the Bone people, to my knowledge he has never given any other reasons for displeasure to Bone's king and his people than having shown, according to their view, all too much loyalty, and still showing it, to the one to whom they believe he does not rightly owe it, namely the Honorable Company, and that if he had wished to do the contrary, he would be the greatest favorite of this sinister court, at whose pleasure to reject now such a worthy old man who has a numerous family here and is in great esteem among other allies, or to render him less trustworthy, would certainly deter others from adhering to the Company, and through this Bone would then also achieve one of its greatest

Dutch transcription

277. S. 11. met aandrang van nadere dewijzen „tenis te gelijk in varige tijden de Makassaren geen zints belet heeft om volgens haare Landswetten zelfs een koning te mo„ „gen verkiesen, nog ook om dezelve haar niet aanstaande ofte„ „gen hare wetten handelende af te zetten, Gelijk dit Laaste bij het sekreet Dag- Register van anno 1769 onder den 7=e februarij komt te blijken met eene onder der Boniers bescher„ „ming naderhand genomene Matinroa Sambopoe hier voren vermeld, van welke Matinroa Sambopoe deze presen„ „te koning van Bonij een afstammeling is op wien hij eigentlijk zijn vermeend Regt bevestigen wil, zo zal daar uit na mijn ge„ „ring begrip ligtelijk te Concludeeren zijn dat Bonijs koning 3n9 zig zeer verkeerdelijk Ia liever sinisterlijk een Erff Regt op het Rijk der Makasjaaren aanmatigt dat hem geen zints toekomt. anders blijkt zulks buiten het Regt van over„ „winning dat wij op de Makassaaren door de wapenen ten kos„ „ten van zo veel Geld en Bloed in den laasten finaale verovering van Goah, Ik gezwijge in die van 1667, en 1740 verkregen heb„ „ben, nog verder uit de handel wijze die de komp„e van alle oude tijden af alhier gehouden heeft met op zigt tot Bonij en Ioak, namentlijk om deze twee Rijken nooit in een te doen ko„ „men, dewijl men hier door notoir verliesen zoude het voor d' Ed komp„e als Eerste Bondgenoot, zo aller nood zakelijkst, bijzonders in deze naare tijds omstandigheden, te behoudene even wigten daar mede ook ook te gelijk alle het ontzag en vermogen dat men hier onder alle de verde„ „re Bondgenoten door het in anno 1667 aangegane: Bongaijse Con„ „tract g'roefen t heeft, zo als uw Hoog Edelhedens in zijne omstaande betoogt zullen vinden bij de reets door mijn in het vorige Iaar aange„ „haalde Bedenkingen van den Edelen Heer Schreuder over dit Gouvernement en nog eenige andere Papieren meer van die Natuur hier nevens in Eerbied overgaande, Terwijl Ik, daar bij genoteerd heb„ „dende dat de presente Koning der Makassaaren welen deeglijk naden (:egter door der Boniers finesse almede tegens regten Reede ingevoerde :/ gebruike, in presentie van Bonijsche Gekommitteerde Hofsgroten het Contract bij de komp„s bezworen en met zijn Holofsgro„ „ten nevens laastgem: gecommitteerdens getekent heeft, tot slot van dit artikel nog voegen zal Een Copie van zodanig een Acte van Re„ „novatie der Contracten als de Banische koningen bij hun voor„ „stelling alhier ten kasteele Rotterdam /: het geen met de tegens„ „woordige door al deze stribbelingen nog geen plaats gevonden heeft/ verpligt zijn solemnelijk te bezweren. waar uit boven dit alles dan nog ten klaarsten kan worden gezien de Eeuwigdurende ver„ „pligting die deze slegte Natie aan de Edele komp:s hereft, en hoe zeer zij E aan de Maatschapphij die haar op 'skomp„s eigen Grond Gebied in de kampong Boegis en op Bontoalacq gerustelijk op der zelver ge„ „dane eigene verzoek laat woonen, verbonden zijn, dat zeer verre is van hier te mogen oeffenen een G' usurpeerde magt over de ande„ „re ondgenoten in nadeel van haar Edele oogmerken met het in „gingen bezit §. 12. 3: 13. en bij 279 en bijgebragtenadie verdedi„ „gingen omtrend sadulla bezet nemen van Makassar, door welke te verijdelen zij dan eindelijk het gunne bereikende, de komp„s zo wel als alle de Celebesche vorsten en volkeren van haar finaal zoude doen afhangen en met al de zel„ „ve na haar eigen wille keur handelen ten schande van de Mol„ „landsche Natie en dezer zo veel als dan ten onnutte vergotene bloed en gemaakte onkosten. §: 14. : Ik hoop ook, dit alles door uw Hoog Edelhedens in gezien wezende dat mijn betuigingen die Ik ten opzigte van de oride Sadulla verpligt ben te doen, zijn Perzoon bij uw Hoog Edelhedens ten ee„ „nemaal zullen regtvaardigen en buiten verdere verdenkingen bren„ „gen. En de ze zijn dan dat, daar hij niet alleen door mijn maar ook door de voorige Heeren Gouverneurs Boelen en van der voort met veel ni't in gewigtige Inlandsche zaken gebruikt is en waar inne Ik niet weet dat Ik op der Boniers believen niet zoude mo„ „gen volharden, mijns weten aan Bonijskoning en de zijne nooit eenige andere redenen van misnoegen gegeven heeft dan met na de zin van deze al te veel trouw bewezen te hebben en nog de wijst aan die geene die hij het niet regt verschuldigd is, namentlijk d Ed komp:s en dat hij het tegendeel willende doen de grootste Lieveling van dit sinistre Hoff zoude zijn, ten wiens believen nu zo een bra„ „ve grijsaard die hier een talrijke familie heeft en bij andere Bond„ „genoten in groot aanzien is te verwerpen off minder vertrouw„ „baar te maken, anderen zekerlijk zoude afschrikken de komp„e aan te kleven, En hier door zoude Bonij als dan ook tot een harer grootste

NL-HaNA_1.04.02_3815_0550 view scan ↗

English

Section 15. Section 16. The friendship between Aroe Pantjana and Soping is cultivated since the old king is deceased, and Bonie would otherwise gladly wish to fish in these troubled waters. Section 17. Aroe Pantjana still lives in harmony with his brother the king of Tanette. greatest intentions. I say nothing of the considerable claim which he, as lessee, still has against a multitude of Boniers, who are and remain unwilling to pay the customary toll dues to him, where another lessee would not only daily harass the Governor but would even have the right to request a reduction of his lease moneys if one did not secure him justice, which indeed is virtually impossible with this insolent nation. The maintenance of the friendship between Aroe Pantjana and the Kingdom of Soping I shall attempt to cultivate to the best of my ability. And that I have brought about the friendship between these two, Your High Excellencies will be able to deduce to have been most necessary, especially since the old king, Aroe Pantjana's brother, died recently and his son has thus taken the governance of that realm upon himself alone, precisely at a juncture when Aroe Pantjana himself was over there; otherwise the King of Bonij, as brother of this young prince's wife repudiated a few years ago, would absolutely have sought to fish in this troubled water again, whereas he now keeps very quiet, or rather must keep quiet, from that quarter. In the same manner, I shall see to it to effect friendship between Aroe Pantjana and his brother the King of Tanette, provided the latter separates himself from Bonij, since it could otherwise create more harm than good, as this one is too much attached to the present King of Bonij, who is just such a scamp as he, and moreover is also married to a younger sister of Datoe Baringa. Section 18. Sidenreng is entirely devoted to the interests of Aroe Pantjana. In Sandrabonij all is well. Section 20. Massacre by this king of a certain self-styled vagabond. The Datoe or Lord of Sidenreng, who, as will be mentioned in more detail hereafter, has now surrendered himself almost entirely to the Company, or at least has entered into an alliance with Aroe Pantjana to apply all his resources alongside him for the Company's interests, I shall encourage to persevere as much as possible in those good sentiments. It is especially outside the Company's sphere at this time, regarding the disputes which he has gotten into in the regions lying close to him against other peoples who over time have become subjected to the Boniers, and whom he harasses now and then. Section 19. Sandrabonij's king is practically restored again, and the Company has not the slightest difficulty with him, the more so since his brother-in-law, the aforementioned Datoe of Sidenreng, has now chosen the Company's side. This king also recently had a Bonier, or one of the rebellious Macassars who was seeking to make a following among those of Sandrabonij as a Batara Gowa, murdered, see the report of the chief interpreter Deefhout forwarded among the appendices. Section 21. In Thain everything is also well. Section 22. From Boutong no news yet. Section 24. Remark on Bonij's claim on the opposite shore and answer to the request made. The Principality of Thain still remains in a peaceful condition under the old Queen Regent. The same has also paid her ordinary New Year's visit to me and on that occasion made an earnest request that, since she has already reached a very high age, upon her future passing, her grandson by the name of Hassan Oedieng, nine years old and fathered by the Datoe of Sidenreng upon her natural daughter, might succeed in her place as Regent of the Principality of Thain, which I promised this old, well-meaning matron to keep in mind. Section 23. From Boutong the extirpators have not yet appeared; however, I expect them daily, or else the return of some merchant vessels that departed thither last year, in order to be able to know how matters stand there. Section 24. Concerning the opposite shore, the King of Bonij does not press further with his previously stated claims on the slaves who fled thither nearly a century ago, and it seems to me, subject to the wiser opinion of Your High Excellencies, that even if he should renew this petition it ought to be flatly refused him. This is, as has already been stated previously, on the one hand because the question will be whether any descendant of these is still alive, and if so, whether those people, even supposing that all were slaves, which is virtually unthinkable, have not long since become freeborn through intermarriage with the peoples of the opposite shore, so that it would then be harsh to bring such individuals back into slavery; and on the other hand, that if one gives them leeway to disturb these peoples in that manner, then the entire opposite shore, where with the exception of Sumbawa all the princes live in complete harmony, will fall prey to this covetous nation, to the great disadvantage of the Company. I say with the exception of Sumbawa, as a people whom one cannot possibly compare to the well-disposed nature of the other kings of the opposite shore, since notwithstanding they have been brought into such great embarrassment by the Boniers and Wadjorese nestled among them, they nevertheless remain too much attached to the Bonian Court itself. As Your High Excellencies may see from the respectfully enclosed translated letters recently written by the King of Sumbawa to the Prince of Bonij and the Datoe Baringang, copies of which I have also sent to Resident Meurs in order to make the necessary use of them when occasion arises, and of which further mention will be made hereafter under the allotment. With

Dutch transcription

§. 15. 3. 16. d' vriendschap tusschen troe Pantjana en soping word gecultineert daar de oude koning over„ „leden is. en anders Bonie in dit trou„ „belgaarne zoude willen vis„ „schen. 5. 17. aioe pantjan a leeft nog in an„ „min met zijn Broeder de ko„ „ning van Tanette. grootste oog merken geraaken. Ik gezwijge van de aanzienlij„ „ke pretentie die hij als veragter nog op een menigte van Boniers heeft, de welke onwillig zijn en blijven de gewone Thols geregtig„ „heid aan hem te voldoen, daar en ander pagter de Gouverneur niet alleen dagelijks zoude vermoeijelijken maar zelfs Regt hebben om afslag zijner Pagtpenningen te verzoeken, zo men hem geen Regt verschafte, dat immers bij deze brutale Natie als onmogelijk is. De vriendschaps onderhouding tusschen Aroe Pantjana en het Rijk van Soping zal ik na mijn uiterste vermogen trag„ „ten te Cultiveeren: En dat Ik de vriendschap tusschen deze beijde bewerkt heb zullen uw Hoog Edelhedens kunnen op „maken aller noodzakelijkst geweest te zijn, bij zonders daar de oude koning, Aroe Pantjanas Broeder, dezer dagen ge„ „sturven en zijn zoon aldus alleen de beheersching van dat lijk op zig genomen heeft, Iuist in een tijdstop dat Aroe Pantja„ na ginter zelfs was, anders zou Bonijs koning /: als Broe„ „der van dees Ionge vorst voor een paar Iaar verstotene vrouw:, absolut weder in dit troubel water hebben zoeken te visschen, daar hij zig nu van die kant zeer stil houd of wel stil moet houden In zelver voegen zal Ik zien te bewerken de vriendschap tusschen A„ „roe Pantjana en zijn Broeder de koning van Tanette mits deze laaste zig van Bonij afzondert, dewijl het anders meer kewaad wel ma „ning „pen dan als zeer nodig pant debe de 281 Sideenreeng is geheel aan de belangen van Aroe pantjana Op sandrabonij is alles wel. 5. 20. massacre door de ze ko„ „ning van zekere Opgewor„ „pene vagebond dan goed zoude kunnen verwekken, na dien deze al te zeer aan de pre„ „sente Bonische koning dateven zo een losbol is als hij, alte zeer g'attacheert en ook daar en boven getrouwt is met een jonger Zus„ „ter van den Datoe Baringa. Den Datoe of Land Heer van §. 18. Tideenreeng die, gelijk hier agter nader zal worden vermeld, zig nu genoegzaam geheel en al onder de komp„e begeven heeft, ten min„ „sten met Aroe Pantjana een verbond aangeregt om nevens hem alle het zijne voor 's Maatschappijs Belangen aan te werden zal jk in die goede gedagten zo veel mijn mogelijk doen volharden, terwijl het bij zonderst in deze tijd buiten de kompag„ „nie is de stribbelingen die hij in de digte bij hem leggende Landstree„ „ke tegens andere volkeren, de Boniers door den tijd onderwarpen„ geraakt heeft, en deze nu en dan op het Lijff zit. §. 19. Sandrabonijs koning is genoeg zaam wederom her„ „steld en voor hem heeft de komp„e geen de minste zwarigheid te meer zijn zwager den voornoemden Datoe van Sidenreng nu 'T kompagnies zijde gekosen heeft. Deze koning heeft ook anlangs een Bonier of een der Rebellige Makassaren, die als een Battava Goah onder die van Sandra„ „bonij een aanhang zogt te maken, laten vermoorden, vide het on„ „der de Bijlagen de zes overgaande Berigt van den oppertolk Deefhout als Het Prinsdom §. 21. op Thain is alles ook wel 3. 22. Deefhout. van Boutong nog geen „tijding. „n „ marcque van Banijspre„ „tentie ovp d' overwal. Thain verzeerd als nog in een vredige toestand onder de oude koninginne Regentesse. De zelve heeft ook haar ordinaire Nieuwe Iaars visite, bij mijn afgelegd en bij die gelegendheid in„ „stantig verzoek gedaan dat daar zij al zeer hoge Iaaren bereite bij voorkomend over leiden van haar, haar klein zoon in name Hassan oedieng oud Negen Jaren en door den Datoe van Sidenreng bij haar lijffelijke Dogter geprocreert in haar plaats als Regent van het Prinsdom Thain mogt. succederen, het geen Ik dee ze oude welwenende Mattrone beloofde in gedag„ „ten te zullen houden. §. 23. Boutong zijn de Ejterepateurs nog niet op gedagd, egter ver„ „wagt Jk ze dagelijks dan wel te rug eenige na derwaarts in het voor „leden Iaar vertrokkene handel vaartuigen om te kunnen wete hoe het daar gesteld is. §. 24. De overwal, komt Bonijskoning niet nader aan met zijn vor en andwoord op de gedane re„ gegevene preten die op de na derwaards voorbij na een Eeur ge„ „droste slaven en mijn dunkt onder het Hoog wijzer gevoelen Belangende van van 283 van uw Hoog Edelhedens dat al hernieuwde hij dit aan zoek het hem finaal van de hand diend gewezen te worden en dat, zo als t al reeds bevorens is opgegeven, eensdeels om dat de vraag zal wezen of er van deze nog wel eene afstammeling in leven zal zijn, zo Ja of die Menschen verondersteld zij al eens, dat genoegzaam niet te denken is alle slaven waaren geweest door vermaagd schap„ „ping met de overwalsche volkeren niet reetslange vrijgeboorme zijn, dat dan hard zoude wezen om de zulke weder in slavernij te brengen, en anderen deels dat zo men hun voet geeft deze volke„ „ren op die wijze te ontrusten, als dan de geheele overwal, daar buiten sumbauwa alle de vorsten in een volkomen een dragt lenen ten prooij de zer heb zugtige Natie zal worden, tot grootna„ „deel van de kompagnie, Ik zegge buiten Sumbauwa, als een volk dat men onmogelijk met de welgezindheid der verde„ „re over wal sche koningen kan vergelijken, dewijl niet tegenstaen„ „de zij in zo eene grote verlegendheid door de bij haar in genestelde Boniers en wadjoreesen gebragt nogtans te zier aan het Bo„ „nische Hlof zelfs g'attacheert blijven. Gelijk uw Hoog E„ „delhedens geblijken kan uit de hier nevens in Eerbied overgaan„ „de Translaat brieven Iongst door sum bauwas koning aan de Bonischa vorst en den Datoe Baringang geschre„ „ven, waar van Ik de Resident Meurs ook afschriften ga„ „zonden heb om er bij gelegendheid het nodige gebruik van te maken, en waar van in het vervolg nader onder de bedeeling zal gesproken worden. Met

NL-HaNA_1.04.02_3815_0554 view scan ↗

English

Paragraph 25. The order concerning Balij, regarding the toll, will be observed. Paragraph 26. Likewise that with respect to the southern districts. Paragraph 27. While the two sent pantjallangs will be sent back. Paragraph 28. The question asked regarding the Goram vessels arriving at Saleijer answered. Balij. I express my humble thanks for the obtained copies of the letters written to Your High Noblenesses by Gusti Karang-assang concerning the former Regent of Tagal, Radeeng Madjie, as well as the justification of this cleric himself, while I shall observe the favorably approved arrangement regarding the toll collection on the vessels coming from there belonging to the aforementioned Gusti, just as I, with respect to the Honorable Company's lands, will also observe the arrangement, likewise approved by Your High Noblenesses, that the inspection in the Southern Provinces is to be carried out once every five to six years by the Governor in person. Regarding the two pantjallangs sent here by Your High Noblenesses to cruise against and drive away the sea pirates who, according to reports received anno passato from Boelecomba's Resident van Diemar, were hiding behind Saleijer on the islands, of which only one, namely De Snelheid, has yet appeared: I shall send them back again as soon as they can be spared or are no longer needed here after the work is done. Regarding the point of the Goram vessels, or rather that which was given to me for consideration by Your High Noblenesses with respect to them, namely whether, if they are good traders, one ought not to encourage them into a permitted trade: it serves most humbly to state that since Saleijer is peacefully inhabited by a quiet and peaceable yet easily misled people, accustomed—apart from their lord's service in coming up hither annually—to deal with no one other than the inhabitants here and the nearby Boelecomba and Bonthain, it is in my humble opinion most advisable not to attract other peoples there, whereby they could easily be corrupted and easily learn to trade in things dangerous to the Honorable Company, particularly since this island is reasonably large, governed by various Regents, and situated near the Boeton islanders, which could become very advantageous for smugglers under the name of good folk. Above all this, through the direct sailing of others to outer Residencies belonging under this castle, great injury would be done to the lease of the import and export duties. Paragraph 29. Measures against clandestine sailing to Timor further established. Of the order given by Your High Noblenesses to Timor for the sending up to the capital of the vessels arriving there from here, I have had the traders informed through the shahbandar, although they otherwise also know very well that this beneficial order agrees with the regulations made regarding that navigation. Paragraph 30. The tables were truly sent over anno passato; copied according to the accompanying duplicate. Since the tables relative to the ordnance present at the main factory here and its defense, etc., sent over by me beside a separate letter of 1 May 1787, paragraph 51, under the secret papers at numbers 6 and 25 both for Batavia and the Netherlands, may perhaps have been misplaced—at least from here they were transcribed three times and sent as stated—I take the liberty of reverently offering a duplicate thereof to Your High Noblenesses. Paragraph 31. The point concerning the difficulty raised here with the construction of buildings will be answered further. Regarding various matters, I made known to Your High Noblenesses in my plan of defense for Makassar submitted in anno 1787 that, in order to remove the difficulty that would arise from the deficiencies here in a speedy construction of the proposed works regarding the required lime and stones, these indispensable materials should be supplied hither from Java or the capital. However, I shall shortly consider this point further with Captain Albrecht, who recently came over hither, and most respectfully communicate the thoughts of both of us on this subject to Your High Noblenesses, and at the same time offer the required drawing and demanded calculation regarding the cost of the highly necessary stone battery along the beach, and likewise at each corner of the stone wall around the negorij Vlaardingen. Paragraph 32.

Dutch transcription

3. 25. het g'ordonneerde omtrend Balij, aangaande de thol zal in agt genomen wor„ „den. 5. 26. zo ook dat niet op zigt tot de zuider districten. §. 27. ter wijlde twee gezondene pantjallangs. te rug zullen gezonden worden. §S. 28. de gedaane vraag omtrent de geramse vaarthuigen die op saleijer komen beandwoord Balij betuig Ik mijne nedrige dank voor de arlangde afschriften der door Gusti Karang-assang omtrent den Gewezen Tagals Regent Radeeng Madjie aan Uw Hoog Edelhedens geschre„ „vene Brieven als mede de verandwoording van deeze Geestelij„ „ke zelfs, terwijl Ik in observantie zal houden de gunstig= g'approbeerde schikking omtrent de Tolheffing der van daar komende vaartuigen van den Gusti voormeld Gelijk Ik ook met opzigt tot. S kompagnies Landen in agt zal nemen de voor Uw Hoog E„ „delhedens almede g'aprobeerde schikking dat de Opneem in de Zuider Provintien om de vijff â Zes Iaaren eens door den Gou„ „verneur in Perzoon word gedaan. De tot Bekruijssing en verjaging van de Zee Rovers, die volgens de in anno passato van Boelecombas Resident van Diemar ont„ „fangene Berigten agter Saleijer op de Eilanden schuil hielden, door uw Hoog Edelhedens hier na toegezondene twee Pantjal„ „ tegens na gedaan werk werder „ langs, waar van nog maar eene namentlijk De snelheid is aren na na opgedaagd, zal jk zo dra te missen of hier niet meer van noden zijn weder terug zenden. gedrege Omtrent het Poinct der Goramse vaartuigen of eigentlijk het door uwe Hoog Edelhedens aan mijn ten hunnen opzigte in over Het opzigt tot „weging — 285. §. 29. „n tegens het Clandestin jaren na Timor nadere aedre gesteld. „weging gegevene namentlijk dat bij aldien het goede handelaars zijn of men dezelve als dan niet tot een gepermitteerde handel behoort te animeeren, dient nedrigst dat daar saleijer door een stil en vreedzaam dog egter ligt om te leiden volk gerustelijk word bewoond, gewend om, buiten haar Heeren Dienst in het na herwaarts opkomen Iaarlijks, met niemand anders te doen te hebben dan met de Jngezetenen alhier en het daar digte bij leggende Boe„ „lecomba en Bonthain, het mijns geringe bedunken raad„ „zaamst is geen andere volkeren daar aan te lokken waar door ze ligtelijk verbastert zoude kunnen worden en gemakkelijk lee„ „ren handelen in dingen gevaarlijk voor de Ed„s komp„e bij zonder daar dit Eiland redelijk groot door diverse Regenten bestiert en na bij de Boeseroens gelegen zeer voordeelig voor smokka„ „laars onder de Naam van goed volk zoude kunnen worden. Boven dit alles zoude door het directe varen van andere op onder dit kasteel gehorende Buiten Residentien de Pugt der In-en uijtgaande Regten veel nadeel worden toegebragt. van de door uw Hoog Edelhedens gegevene ordre na Timor tot opzen„ „ding na de Hoofdplaats der van hier derwaards aankomende vaar„ „tuigen, heb jk de handelaaren door de saban daar kennisse doen geven, schoon zij anders ook zeer wel weeten dat deze heilzame ordre over een stemt met de gemaakte bepalingen omtrent die vaart. Dewijl den de tabellen zijn anno pass„o werkelijk overgezonden. na nevensgaande wederga„ „de getopieerd. §. 31. het poinct omtrend de ge„ „maakte zwarigheid van hier „wen, zal nader b'andwoord worden. §. 32. §. 30. Dewijl de door mijn nevene aparte brieff van den 1„e Meij 1787. §: 51 onder de sekrete Papieren bij N„o 6 en 25 zo voor Bata„ „via als Nederland overgezondene Tabellen relatief het aanhan„ „schen „den zijnde geschut ten Hoofd komptoire alhier en derzelver de„ „fensie etc„a, mogelijk verlegd zullen zijn geworden, ten minsten in Cas van hier zijn ze drie maal afgeschreven en zo als gezegd verzonden, gebr zo neeme Ik de vrijheid een wedergade daar van uwer Hoog E„ „delhedenes reverentelijk aan te bieden. Omtrent Diverse zaken heb jk bij mijn in anno 1787. gesuppedi„ „teerde plan van verdediging voor Makassar aan Uw Hoog E„ bij Exstructie van gebou„delhedens te kennen gegeven dat om de zwarigheid die er door het gebrekkige alhier bij een spoedige exstructie der geproponeerde wer„ „ken omtrent de benodigde kalken steenen zoude ontstaan, het weg te neemen was door deze niet te ontberene Matteriaalen van Iava of de Hoofdplaats her waarts te bezorgen, Egter zal jk eerstdaags met de onlangs na herwaards overgekomene Ca„ „pitain Albrecht nader mijn gedagten over dit poinct laten gaan en ons beider gedagten over dit onder werp uw Hoog Edel„ „hedens Eerbiedigst bedeelen en te gelijk als dan aanbieden de ge„ „requireerde afteekening en gevorderde Caltulatie wegens het kos„ „tende van de Hoog noodzakelijke steene Batterij langs strant, en mitsgaders aan ieder hoek der steene muur rontom de Negorij vlaardingen. band het „sive

NL-HaNA_1.04.02_3815_0557 view scan ↗

English

and of the favorable authorization to requisition Madurese in case of necessity. Reply herein to the Extract of the Patriotic Dispatch. Vlaardingen. Section 33. Being most humbly obliged to Your High Excellencies for the received relief of military personnel, I shall also, should necessity require it, make the requisite use of Your High Excellencies' favorable authorization to request, in such an event, Madurese soldiers from the Honorable Governor of Java, Greeve, although on such an occasion I would prefer to be provided with Sepoys, since the Javanese here over time become so effeminate among the Bonians that they are of little or no account to this nation. Section 34. Before proceeding further to the distribution of what has occurred, I shall, with Your High Excellencies' kind permission, proceed to the respectful defense of the Extract from the Patriotic General Dispatch of the High and Noble Gentlemen Seventeen of 12 December 1786, incorporated verbatim herein, mentioned in Your High Excellencies' secret resolution of 4 September 1787 and the received secret letter of 10 December following, Section 50, in the hope that it may meet with Your High Excellencies' satisfaction, the more so because I not only declare that I will continue to observe the duties of a rightful commander, but also that I have never yet exceeded them. Extract Extract of the Patriotic General Dispatch written by the High and Noble Gentlemen Seventeen in the Netherlands to Their High Excellencies the Governor General and the Councilors of the Indies at Batavia, dated Amsterdam, 12 December 1786, where, among other things, it is stated: Section 147. Awaiting the result of the investigation that Your Excellencies were to have carried out regarding the report sent to Your Excellencies by the ministers of Macasser, together with an accompanying journal and chart relating to the further survey made of the De Laars shoal and the so-called five-fathom bank situated near it, we furthermore associate ourselves with what Your Excellencies have put before those ministers regarding the two heavy ropes of 18 and 15 inches sent back, which had lain in store at this station for a period of 13 years in order to accommodate ships that might get into difficulties from Macasser or thereabouts through the loss of ropes; it certainly being no evidence of good management that those ropes, after having had to lie in the open air since the year 1777 for lack of storage space and thereby being very damaged, have only now been sent to the main station, while we, together with Your Excellencies, hope to experience greater attentiveness regarding Company property in the future. Section 148. With respect to the small powder barrels, whose return to the main station had been ordered by Your Excellencies to the ministers with a reminder of the order of the year 1776, it having been shown to Your Excellencies according to the report of the Lieutenant of Artillery Van Alphen that, besides the 20 pieces which they dispatched to Your Excellencies on the ship 't Huis te Krooswijk, the remainder still in existence were most urgently needed for use and also had to be kept in readiness for all expeditions occurring with small ammunition, for which purpose some empty powder barrels ought always to be kept in stock; we can agree that Your Excellencies, upon the declaration of the captain that he had not received the aforesaid barrels, have passed over this and permitted the retention of the same in such cases where those barrels can be used in the service of the Company to its benefit. However, as we believe, it will be strictly necessary that an accurate accounting always be rendered by the ministers of the barrels which, from those received from Batavia, are retained both at the subordinate stations and at the main station for such purposes as are mentioned above, in order to be in a position, in the event of not returning those barrels to Batavia, to clearly demonstrate to Your Excellencies why this has not been done. Section 149. The ministers having on hand four pantjallings, two champangs, three boats, and one skiff, and it having been noted by Your Excellencies that under the regulation two more pantjallings have been assigned to this government for carrying out cruising duties, for which reason Your Excellencies also wrote to the ministers that, in case they might still need a pantjalling, they should then specify the length, breadth, and depth of the same; we therefore believe we may assume that the ministers will not have asked for the full number of pantjallings because they could do without them, and in that assumption it appears to us that one does not need to adhere to the aforesaid regulation whenever

Dutch transcription

287 en van de gunstige qualifica„ „tie om madureese te eis„ „schen in cas van noodsakelijkheid b'andwoording in dezen van het Extract Patriase mis„ „sive vlaardingen. §. 33. uw Hoog Edelhedens nedrigst verpligt zijnde voor het ontfan„ „gene ontzet van Militairen zo zal Ik ook als het de Nood magt vereisschen het nodige gebruik maken van Hoog Der„ „zelver gunstige qualificatie om in zo een geval Madureese gebruik gemaak worden: Militairen van den Ed„e Heer Iavas Gouverneur Greeve te mogen verzoeken, schoon Ik bij zo een gelegendheid liever van Sipaijers wilde zijn voorzien, dewijl de Iavanen hier met er tijd onder de Boniers zodanig verwijft raaken dat zij bij deze Natie weinig of niets meer in tel zijn. §. 34. Alvorens nu verder over te gaan tot de Bedeling van het voorge„ „vallene zo zal jk onder gunstige permissie uwer Hoog Edel„ „hedens treeden ter Eerbied verantwoording van het bij dezen woordelijk ingelijfde Extract Patriasche Generale Missi„ „ve der Hoog Edele Heeren seventienen van den 12„e Decem„ „ber 1786 vermeld bij uw Hoog Edelhedens sekreet besluijt van den 4„e September 1787 en ontfangene sekreete brieff van den 10„e December daar aan § 50., in hoope dat het zelve het ge„ „noegen uwer Hoog Edelhedens zal mogen wegdragen, te meer daar jk niet alleen betuig de pligten van een regtmatig gebieder te zullen blijven waarnemen maar ook dezel„ „ve nog nooit te hebben te buiten gegaan. Extract han Gorij Extract Pegtriasch Generaa„ „le Missive Geschreven door de Hoog„ Edele Heeren Seventienen in Neder„ „land aan Hunne Hoog Edelhedens den Gouverneur Generaal en de Raden van Indien te Batavia gedateerd Amsterdam den 12„e December 1786. alwaar onder anderen Staat. §: 147: Te gemoed ziende den uitslag van het onder„ „soek, 't geen UE: zouden laaten doen, noppens het aan UE: door de Ministers van Macasser, toegesondene bericht met een daar bij gehoorende Journaal en kaart, betrekkelijk tot den gedaanen naderen opneem van de droogte de Laars, en het bij de zelve geleegene zo genaamd bank„ „je van vijff vaedemen, voegen wij ons verder bij het geen UE: die Ministers hebben voorgehouden nopens de te rug gesondene twee swaare tou„ „wen van 18 en 15 duimen, die ten desen kan too„ „re geduurende den tijd van 13 Jaaren ter waer„ „lo hadden gelegen, om schepen die van Macasser, dan 289 dan wel daar omstreeks door verlies van touwen in verlegenheid mogten geraken, daar mede te kun„ „nen gerieven, zijnde het zekerlijk geen blijk eener goede huishouding, dat men die touwen na dat zij zedert, den Iaare 1777 door gebrek aan berg plaats in de open lugt hadden moeten leggen, en daar door zeer beschadigt waaren, agg nu eerst na de Hoofdplaats gesonden heeft, terwijl wij met uE hoopen in 't vervolg meerder achtzaamheid omtrent Compagnies goederen te zullen ondervinden. § 148 Met op zigt tot de kruitvaatjes, welker terug zending naar de Hoofdplaats door UE: onder her innering van de order van den Iaare 1776. was gelast door de ministers, ingevolge van het bericht van den Luitenant der Arthil„ „lerij van Alphen aan uE vertoond zijnde, dat behalven de 20 stuks, die zij met 't schip 't Huis te krooswijk aan UE lieten afgaan, de overige nog in weesen zijnde tot gebruik hoogstnodig en ook alle met kleine ammuni„ „tie voorvallende expeditien in gereedheid moest gehouden worden, en waar toe men altoo see„ „nige ledige kruitvaaten in voorraad diende te hebben, kunnen wij ons laten welgevallen, dat uE: op de betuiging van den Capitain, dat hij de voor zeide vaatjes niet had ontfangen zulks hebben gepasseerd en toegestaan de aan„ „houding „houding van de zelve in zodanige gevallen, waar in van die vaaten ten nutte van de Compagnie in haaren dienst kan worden gebruijk gemaakt dan zal het, gelijk wij meenen volstrekt nood „zakelijk zijn, dat door de Ministers altoos wer „de gedaan een nauuwkeurig verslag van de vaet„ „jes, die uit de van Batavia ontfangene, zo op de subalterne kan tooren, als ten Hoofd kan„ „toore tot zodanige eijndens, als hier voor gemeld zijn aangehouden worden, om hier door in staat te wesen bij het niet te rug zenden van die vaetjes naar Batavia uE duidelijk te kunnen aan wij„ „zen waarom zulks niet geschied. — 8. 149 De Ministers voor handen hebbende gehad, vier Pantjallings, twee Champangs, drie boots, en Een schuit, en door UE: opgemerkt wesende, dat er bij de bepaaling nog twee Pantjallings tot het doen der bekruissingen aan dit Gouver„ „nement zijn toegelegd, waerom dan ook UE: de ministers hebben aangeschreeven, om in geval dezelve nog een pantjalling mogten nodig hebben„ als dan de lengte breed te en diepte van den zelven op te geeven, zo meenen wij te kunnen onder stel„ „len, dat de Ministers om het volle getal der Pantjallings niet zullen hebben gevraagd om dat zij't zelve konden ontbeeren, en in die onder„ „stelling komt het ons voor dat men aan de voorzee„ „de bepaaling zig niet behoefd te houden wanneer ter

NL-HaNA_1.04.02_3815_0561 view scan ↗

English

291 to save expenses and without prejudice to the Company's interests, one can depart from it, just as we also trust that the Ministers, in case they might have requested another one or two pantjallangs pursuant to the occasion given to them by Your Honour, that this will then have been done by them purely out of absolute necessity. § 150. Due to the lack of several ordinary and secret letters belonging to this office, we were obliged, since we were left uninformed by your advices of the last of December, to make use of your Resolutive Proceedings in order to learn the outcome of the Report which Your Honour, as shown by our General Letter of the past year § 125, demanded from Governor Reijke, to ascertain whether the importers of the Company's slaves could be obliged to bring both these and those privately imported before the harbor master upon arrival at Batavia, in order to choose from them as many as amounted to the number delivered to the Company, or whether the burghers who undertake the supply could not be held to bring the slaves of the Company to Batavia in separate vessels on which no no private slaves were carried. It is therefore only from the record noted in those Proceedings under the date of the 20th of December that we have been able to deduce the answer which was given to the aforesaid report by the Ministers in general, consisting in this: that if from the slaves brought privately by the Burghers to Batavia those needed for the Company were selected, this would contain no particular hardship in itself, if, female slaves being impossible to deliver at the Company's price, they were only to take boys with exemption from the lease of 65 rix-dollars each, as the Burghers, receiving no more money in advance upon delivery, would then be forced to negotiate money for the purchase at high interest; but those conditions having been rejected by Your Honour, as well as the Ministers' proposal to have the purchase done by a single person provided the dying on board after shipment remained for the Company's account, as had formerly taken place; whereas, on the other hand, the contractor would have to be responsible for those who would be rejected due to old age or other defects, we must now await what effect the fine of rix-dollars 293. rix-dollars 10 will have, which, according to the notes of the aforesaid Proceedings, was set by the Ministers for every slave who would not be delivered in the future by the contractors if they had received cash for it in advance. In Your letter of the last of December 1784, mention is also made of a Confrontation, which was to take place at Batavia at the request of the Ministers, of the number of slaves being imported against the passes, in order to discover whether under the name of Makassar one also brought slaves from the opposite coast, Bouton, Mandhar, and other places, as well as of a direct export of slaves without passes and a definite confiscation of those brought in such a manner. Yet, in the only set of your advices of the last of December that we have received, something was omitted at that place in the copying of the sentence, which disrupts it so much that one cannot well grasp it. And as nothing of the above mentioned, of whatever nature, appears either in your Proceedings, nor in your Resolutions so far as we have examined them, nor, what is no less strange, in your Letters to the Ministers, it will be necessary that further clarification be given to us on this matter. § 151. We adhere in the meantime to that which, with regard to the article of the slaves, their transport and delivery to the capital, and the reduction of the number that would be needed annually, was extensively discussed in our General Letter of the year 1784, paragraphs 121, 122, and 123, as well as that of the past year, paragraphs 123 and following. § 152. We do the same with regard to what was written in the last-mentioned letter, paragraph 127, concerning the supply of timber from the teak plantations on the island of Bawoeloeang, and we unite our wishes with yours that the same timber, whereas that received until now has only been able to serve for piles at the pier, may in future also be used for more other work, and that the Resident Whijts, being on Saleijer, will exert himself to answer your expectations in that regard. § 153. Regarding the sales during the book year 1784, Your Honour having noted the smallness of the capital received into the treasury from it, being only ƒ7605:14:-, while according to the return inserted in the Ministers' Missive of the 12th of October 1784, no more has been turned over than a purchase amount of ƒ10768:5:8 with an average calculated profit of 68¾ per cent, we must add thereto that the aforesaid sum received into the treasury is even so much less—

Dutch transcription

291 ter uitwinning van kosten en zonder veragtering van Compagnies belang daar van kan worden or afgegaan, zulks wij dan ook vertrouwen dat de Ministers, ingeval zij ingevolge van de hun le„ door UE: gegevene aanleiding om nog een â twee ir Pantjallings mogten verzogt hebben, zulks als dan door hun niet anders gedaan zal zijn dan uit volstrekt nood zakelijkheid. §: 150. Door het missen van verscheide gemeene en se„ „cre te brieven tot dit kantoor behoorende zijn wij verpligt geweest om, daar wij bij uwe advisen van Ultimo December onkundig wierden gelaten, ons van uwe Resolutoire Besoignes te bedienen, ten einde naar den uit„ „slag te vernemen van het Berigt, het geen UE: uitwijzens onzen Generalen brief van den voorleden Jaare 5. 125 van den Gouver¬ „neur Reijke gevorderd, om te ervaren, of de overbrengers van Compagnies slaven ver„ „pligt zoude kunnen worden, zo wel dezen als de partikulier mede gebragte bij aan„ „komst te Batavia voor de sabandha„ „rij te brengen om uit dezelve zo veel te kie„ „sen, als het getal bedroeg der aan de kom„ „pagnie geleverde dan wel of men de burgers, die de leverantie aannemen niet daar toe zouden kunnen houden dat zij de slaven van de kom„ „pagnie met aparte vaartuigen op welke geen geen partikuliere slaven waren na Bata„ „via zouden. Het is dan ook alleen uit het aangeteekende bij die Besoignes onder den datum van den 20„e De„ „cember, dat wij hebben kunnen opmaken band„ woord, 't geen op het voor zeide berigt door de Ministers in 't algemeen gegeven is, hier in be„ „staande dat als uit de particulier door de Burgers te Batavia aangebragt worden„ „de slaven, die welke voor de Compagnie no„ „dig waren, uitgekosen wierden, het zelve geene bij zonder hardheid in zig hebben zoude, ingeval van vrouwe slaven, als voor Com„ „pagniesprijs onmogelijk te leveren zijnde, alleen Jongens wilden nemen met vrijla„ „tinge van Pagt 65 Rijksdaalders ieder al„ „zo de Burgers dan geen geld meer op la„ „verancie voor uit krijgende, genoodzaakt zouden zijn geld tot den inkoop tegen hooge Jnterest te negotieeren maar die voor waar„ „den door UE: van de hand zijnde gewezen, als mede der Ministeren voorstel, om den in koop door een en kel Perzoon te laten doen mits het sterven aan boord na den afscheep voor Comp„s Reekening blee f. zo als eertijds had plaats gehad; terwijl daar tegen de aanne„ „mer zou moeten instaan voor zulken die door ouderdom of andere gebreken zouden worden uitgeschoten, moetten wij nu afwag„ „ten van wat gevolg zal wezen Boete van Rijksds 293. Rijksdaalders 10: welke uitwijzens de aan„ „tekeningen van voor zeide Bezoignes door de Ministers is gesteld voor ieder slaaf, die in toekomende door de aannemers niet gele„ „verd zou worden indien zij voor af daar voor Contanten ontfangen hadden. Bij Uwen brief van ultimo December 1784 word ook gesproken van een Confrontatie, welke te Batavia op het versoek der Mi„ „nisters zou geschieden van het getal der aan„ „gebragt wordende slaven tegen de passen ter ontdekking, of men ook op den Naam van Makassar slaven bragt van de overwal, Bouton, Mandhar, en andere plaatsen, mits„ „gaders van eene directe uitvoering van sla„ „ven zonder passen en een bepaalde Confiscatie van de in dier voegen aangebragt, Dan in het eenige stel van uwe advisen van ultimo December, 't welk wij ontfangen hebben ter plaatse bij het afschrijven in den zin iets uitgelatten zijnde het geen den zelve zo stoort, dat men dien niet wel kan vatten. En van het boven gemelde nog uwe Besoig„ „nes, nog bij uwe Resolutien, zo ver wij die hebben nagegaan, nog ook 't geen niet min„ „der Vreemd is, bij Uwe Brieven aan de Mi¬ „nisters iets hoe ook genaamd, voorkomen„ „de zal het nodig zijn, dat hier omtrend aan §: 151. ons ons als nog meerdere Opheldering worde gegeven :Wij houden ons in tusschen aan het geen met op„ „zigt tot het Artikul der slaven, der zelver vervoer en aanbreng ter Hoofdplaatse de vermindering van het getal, het geen men Iaarlijks zoude nodig heb„ „ben, omstandig verhandeld is bij onzen Generale Brief van den Jaare 1784. 5 phis 121, 122. en 123. mitsgaders die van den voorleden Iaare 5 phis 123. en volgende. § 152. Het zelfde doen wij met op zigt tot het geschreve„ „ne bij laast gemelde Brieff §127. nopens de le„ „verantie van hout uit de Iatij plantagien op het Eiland Bawoeloeang, en wij verenigen onze wenschen met de uwe, dat het zelve hout, waar het tot hier toe ontfangene nog maar had kunnen dienen voor palen aan het zee hoofd, ook tot meer ander werk in het vervolg zal kunnen gebruikt worden, en dat mits diende te saleijer zijnde Re„ „sident whijts zig beweren zal om aan Uwe ver„ „wagting dien aangaande te b'antwoorden. § 153. Ten aanzien van den verkoop gedurende het Boek Jaar 1784 door UE: zijnde aan gemerkt de gering„ „heid van het daar van in kas gekomene Capitaal van slegts ƒ7605: 14: terwijl volgens het daar van in de Ministeren Missive van den 12 october 1784. g'insereerd Rendement niet meer is om„ „gezet dan een inkoops bedragen van ƒ10768:5:8: met een winst door elkander gerekent van 68¾ p„r C„o moeten wij daar nog bij voegen, dat de voor„ „zeide som van in kas ontfangen nog zo veel minder—

NL-HaNA_1.04.02_3815_0565 view scan ↗

English

295 means less, because the said profit is by no means real, as all those costs chargeable to the sold goods have not been deducted therefrom, such that its sale would be in the most meager state if it were calculated in the merchant's manner, as was done in the representation appearing among the appendices to the Ministers' letters. And since you have also cited that in Ambon well over the capital was gained on the linens, and thereby, as we trust, wish to indicate that the same would have found a much better market there, this naturally gives us the opportunity to demonstrate further the usefulness and necessity of such uniform statements at all the offices, as were distributed by us with the General Letter of the past year 5155, while we refer to what was said under the previous section §. 129, so that as much as can possibly be done, in sending the particular kinds of linens to the various offices, regard is paid to those with which the greatest profits are obtained. §. 154. However, to urge this further with some examples, nothing else is needed than to refer you to the comparison against one another of the Coromandel, Ceylon, and Surat linens that were sent to this office, from which you will still be able to gather that several of the first-mentioned were sold at a loss according to the aforesaid calculation, whereas on the other hand the Ceylon and Surat ones have all given a good accounting. It grieves the Governor that your Right Honorable Worships seem to place so little confidence in his conduct regarding the leases, since he has always applied his utmost diligence and continually still applies it to the improvement or increase thereof, just as they have also, to his satisfaction under his administration, risen higher than before. And he has had this good fortune not only in this respect, but also in his management of the tithe revenues and the poor funds, since regarding the former during his authority already 265½ lasts have been disposed of to private parties for Rd.s 8952 for the benefit of the Company's treasury, and the fund of the latter, although the completely dilapidated orphanage and deacons' home as well as the poor school have undergone a major repair, has not decreased in the least. §. 135. The lease of the Domains for 1784 having been done for 22650 or Rd.s 350 less than that of the previous year, this reduction is the more unpleasant because the previous one had also decreased by Rd.s 470:—. We now hope with you that since peace has been concluded, trade will increase again, and with it these revenues will increase again. §. 156. The reasons on which the Ministers have grounded their request for authorization to farm out the spirits for the period of three consecutive years have not appeared unacceptable to us, and we shall now await whether that lease, having been made for three years pursuant to your authorization, will yield more than with the annual lease. §. 157. With regard to the relinquishment of the lease of the import and export duties, once again in farming out so late to your knowledge, that your decision on the same cannot be received by them before the expiration of the term of the previous lease. Especially it was their duty to report to you whether the reasons were well-founded that were adduced by the aforementioned lessee in support of his request, and which appear to have consisted therein, that during the war with England the import of European, Coromandel, and Surat merchandise had practically not taken place, and already in 1779 the same lease was granted to him in tenancy as compensation for losses suffered at that time. Whether now that lease would have yielded more at a public auction, this in our opinion cannot be very doubtful, given that having the aforementioned lease in tenancy was not only as a means of an ordinary profit, but also and indeed primarily for the compensation of damages. Since, however, a lease that must serve such ends does not in the least accord with the Company's interests, the Ministers shall henceforth have to observe what you have written to them with regard to our desire that those leases be put up to public auction, and at present regarding those leases they should make no dispositions without your prior consent, which consent therefore will have to be requested by them in time. §. 158. With pleasure we learned that the tithes in the Northern and Southern Provinces as well as in the Makassarese Territory, all in comparison with those of the previous year, had increased, the increase amounting together to about 100 lasts of rice and 5591 bundles of paddy. §. 159. Hoping with you for the further increase of those revenues, we also expect that the Ministers will direct their attention to a speedy collection of the arrears of the princes, which lately still amounted to a sum of ƒ36647:6:8, without anything appearing to have been received on the same since the financial year 1759/60; and although the incapacity of the king and the people is given as the reason for this, we nevertheless trust that this reason will not always hold good, and that with it the aforesaid debt will before long be able to be paid, if not entirely, at least in part. §. 168. The current debit accounts in general having climbed to a sum of ƒ661471:8:—, the report is now to us [illegible]

Dutch transcription

295 minder betekend, om dat de zelve winst geenzints is reeel, als zijnde daar van niet afgetrokken al„ „le die kosten, welke tot bezwaar van de verkog„ „te goederen komen, zulks, dat het met dies ver„ „koop aller soberst zoude zijn gesteld, wanneer dezelve koopmans wijze, zo als bij de onder de Bijlagen van der Ministeren Brieven voor„ „komende, vertooning is gedaan, berekend wierd. En daar UE mede hebben aangehaald, dat in Ambon op de Lijwaden ver over het kapitaal gewonnen was, en daar mede, gelijk wij vertrou„ „wen, te kennen willen geven, dat dezelve al„ „daar een veel beter mark zoude aangetroffen hebben, zo geeft dit een en ander ons natuurlijk gelegendheid om nader aan te tonen het mitti„ „ge en noodzakelijke, het geen ligt in zodani„ „ge gelijk vormige opgaven, bij alle de kan„ „tooren, als door ons bedeeld zijn bij den Genera„ „len Brieff van den voorleden Jare 5155. ter. „wijl wij ons gedragen aan het geen onder het vorige Hoofddeel §. 129. is gezegd, ten einde zo veel het maar eenigzints kan geschieden, in de verzending der bijzondere zoorten van Lijwa„ „den naar de onder scheidene kantooren werd agt gegeven op die, met welke de meeste winsten behaald worden. §. 154. Op dat wij egter dit met enige voorbeelden na„ „der aandringen, zo iser niets anders nodig dan UE. Het smert den Gouverneur datuw wel Ed: Hoog Agtb: zo een gering vertrouwen in zijn behandeling omtrend de Pagten schijnen te stellen, daar hij zijn UE over te wijzen tot de vergelijking tegen ilkan„ uit tot „deren der Chormandelsche, Ceijlonsche en salis souratsche Lijwaden, dewelke naar dit kan toor ge„ „voren „zonden zijn, als waar uit uE: als nog zullen zun„ arme „zag „nen opmaken, dat verscheide de Eerst gemelde naar voor „zeten de voorzeide berekening met verlies verkogt zijn al ver terwijl daar tegen de Ceijlonsche en souratsche school alle goed Reekening gegeven hebben. mede §: 135 De verpagting der Domainen voor 1784. voor 22650. off Rd„s 350. minder gedaan zijn„ „de, dan die van het vorige Jaar, is die verminde„ „ring te onaangenamer om dat de vorige mede Rd„s 470:— was verminderd. Wij hoopen nu met uE, dat daar de vreede geslo„ „ten is de handel weder zal toeneme; en met de„ „zelve deze Inkomsten weder zullen ver„ „meerderen. §. 156. De Redenen waar op de Ministers hebben ge„ „grond hun verzoek om qualificatie ten einde de sterke dranken voor den tijd van drie agter een volgende Jaren te verpagten zijn ons niet on„ „aannemelijk voorgekomen, en wij zullen als nu afwagten of die verpagting ingevolge van uwe qualificatie voor drie Jaaren gedaan zijn„ „de, meerder zal opbrengen, dan bij de Jaarlijk„ „sche verpagting. §: 157. Met opzigt tot den afstand van de pagt der In en uitgaande Regten, nog maals in ad„ uiterste „modiatie 297. „modiatie zo laat ter uwer kennis te brengen, uiterste vlijt steeks aangewend heeft en gedurig nog aan wend tot verbetering of verhoging der zelve gelijk zij ook tot zijn dat uw besluit op het zelve bij hun niet ontfan„ satisfactie onder zijn bestier hoger gesteigert zijn dan be„ „vorens. En de t geluk heeft hij niet alleen in dit op zigt „gen kan worden voor het aflopen van het termij„ maar in zijn beschikking in het verthienings werk en de arme middelen alzo omtrend het eerste gedurende zijn ge„ der vorige admodiatie. „zag reets 265½ Lasten ten voordeele van 'sEkomp„s kas voor Rd„s 8952: aan partikuliere van de hand zijn ge„ aar Jn zonderheid was het hun pligt geweest door „zet en het fonds der Laaste, schoon het geheel en zijn al vervallene wees-en – Diaken - Huis item arm UE: te melden of gegrond waren de redenen door school en Capitale reparatie ondergaan heeft gantsch Te voormelde Pagter tot ondersteuring van zijn mede niet verminderd is. verzoek bij gebragt, en welke scheijnen bestaan te hebben daar in, dat gedurende den oorlog met Engeland, de aanvoer van Europeesche, Chorman„ „delsche en Souratshe koopmanschappen ge„ „noegzaam geen plaats had gehad, en reeds in 1779. de zelve Pagt in admodiatie aan hem was gegund tot vergoeding van schade als toen geleden Of nu die Pagt bij publieke veilinge meerder zou opgebragt hebben, zulks kan onzes be„ „dunkens niet zeer twijffelagtig zijn aange„ „zien het voor zeide pagt in admodiatie te heb„ „ben niet alleen als een middel van een gewoon profijt maar ook en wel voornaamlijk tot vergoeding van schaade. Vermids nog tans eene verpagting welke tot zul„ „ze eindens dienen moet geen zints met Compag„ „nies belangen overeenkomt, zullen de Minis„ „ters voortaan in agt moeten nemen het geen uE hem aangeschreven hebben met oprzigt tot onze begeerte dat die Pagten Publiek worden opgevelld, en al thans omtrent die verpagtin„ „gen zonder uwe afgegane toestemming gee„ „ne an„ ge„ zun„ §: 150. Met genoegen vernamen wij dat de verthie„ „ning in de Noorder en Zuider Provincien zo mede in het Makassaarsch Gebied alle in ver„ „gelijking van die van het vorige Jaar, waren toegenomen, bedragende de vermeerdering te za„ „men omtrent 100 Lasten Rijsten 5591 Bos„ „sen Padij. § 159. Het verder toeneemen van die inkomsten met uE: hopende verwagten wij mede dat de Minu „ters hun aandagt zullen vestigen op een spoe„ „dige inpalming van de agter stallen der vorsten die laast nog hebben bedragen een som van ƒ36647:6:8: zonder dat op de zelve zedert het Boekjaar 177/60 iets schijnt te zijn ingekomen en of wel tot reden daar van word gegeven heb onvermogen van den koning en het volk„ vertrouwen wij egter, dat die reden niet altijd zal blijven stand grijpen, en dat met dien voor zeide schuld eerlang, zoal niet ge „heel, ten minsten ten deele zal kunnen vol „daan worden. §. 168: De Debet lopende Reekeningen in het Ge„ „neraal tot een som van ƒ661471:8:— gekle „men zijnde, is het ons al nu het Berigt „ne beschikkingen behoren te maken, welke toe„ „stemming derhalven in tijds door hun zal moe„ „ten worden gevraagd. den

NL-HaNA_1.04.02_3815_0569 view scan ↗

English

299 the Senior Merchant Kraane, insofar as that report appears in your advices of the end of December, it has become evident that if one excepts the aforementioned item of ƒ42154:4:8 on account of the arrears of the princes, and another of ƒ21528:1:— in outstanding auction proceeds, along with one or two of very little importance, not much is to be expected from the remainder. It would therefore be very wrong if one were to consider that entire sum of ƒ661471:8:— as capital which the Company still possesses in this Government, and Your Honors have therefore done well to consider a provisional balancing in the books of some items. It meets above all with our approval that Your Honors have ordered the Ministers to pay closer attention in future to the accounting of the provisions advanced from time to time on loan to the native princes, and especially to that distribution itself, so that the aforementioned distribution does not take place except in cases of absolute necessity. § 161. The repeatedly mentioned item of ƒ6147:8:— having been deducted from the general amount of the remainders as of the end of August 1784, amounting to the sum of 934673:19:— the aforementioned item included therein, then the same remainders, as § 162. as they exist in effects belonging to the budget of this office, remain at only ƒ273202:18:8. And however much Your Honors have judged that this sum was moderate enough, we nevertheless do not doubt that Your Honors, as well as the Ministers, will always carefully examine at every inspection of each of the items making up the collective remainders, whether there might not be one or another among them concerning which some reduction might yet be possible, just as has now seemed questionable to us, among other things, regarding that of the Artillery and armory. In such cases we imagine that it will not always be necessary to send the surplus goods back to the Main Settlement, but that one will sometimes be able to let them go to one or another of the neighboring Governments where they might be needed, which accords very well with what Your Honors yourselves have written to the Ministers of the Eastern Provinces, to assist each other according to their ability with the goods that they might mutually require. Then, in order to proceed with the required regularity, it will be absolutely necessary that the respective requisitions and remainders of the nearby offices are compared against each other, in order to ascertain from this whether they provide material for such 301 § 163. The expenses in the book-year 1783/4 in this Government having remained at ƒ162468:12:— and thus still ƒ18137:11:8 above the allocation in the memorandum of retrenchment, although in comparison with that of the previous year, reduced by a sum of ƒ2172:3:8. And the profits and revenues in that same book-year, however much they rose to a sum of ƒ71791:9:— and thus ƒ1458:1:8 above those of the previous year, have nevertheless amounted to ƒ10708:11:— less than what was determined in that Memorandum. Your Honors have rightly insisted once again on a significant reduction of the expenses and a serious effort to bring them to the allocation. This is all the more necessary because from what we have treated in detail hereinbefore in § 153, it convincingly appears that if one deducts the profits from the expenses, after the purchase price of the sold goods has first been increased by the surcharges with which they must be burdened in the mercantile manner, Your Honors will then find that those profits diminish greatly still, and that consequently the expense item of this office amounts to quite a bit more than the sum of such consignment from one office to the other, as has been indicated above. of ƒ90669:3:— mentioned in your advices of December 31. Concerning the requisition of the military and the necessity thereof, Governor Reijke refers most humbly to the reasons successively given in that regard to Their High Noble Excellencies at Batavia in his separate letters, which would only be tiresome to repeat here in their entirety to Your Right Honorable Noble Worships, while the all too § 164. Toward an avoidance of unnecessary expenses, constant attentiveness can contribute much, to the end that no other servants are kept in this Government than those who are absolutely necessary, for although the number of the same amounts to 50 heads less than the latest allocation contained in the Memorandum of Governor Blok permits, the costs of the present servants nevertheless exceed by ƒ7476:— that which was set for them in the Memorandum, as proof that precisely regarding those classes of servants who earn the highest wages the allocation has been exceeded, and that consequently careful attention ought to be paid to each of those classes, in order to endeavor that one in each of the same adheres to the more frequently mentioned allocation, Your Honors having with reason brought to the Ministers' attention that the aforesaid allocation regarding the craftsmen has been exceeded by a rather considerable number of 52 heads. Your remark that the Ministers had made a requisition for 200 common soldiers, but which will have to be 250, at least in the requisition that we have received this number stands, and that nevertheless the poor short poor of times M

Dutch transcription

299 den Opperkoopman Kraane voor zo ver dat Berigt bij uwe advisen van ultimo December voor komt, gebleken, dat zo men daar van uit „zonder de voor zeide Post van ƒ42154:4:8: wegens de agterstallen der vorsten, en nog een van ƒ21528: 1:—: aan uitstaande vendupen„ „ningen benevens een â twee van zeer weinig aan belang van de overige niet veel te wag„ „ten is. Het zoude derhalven zeer verkeerd zijn wan„ „neer men die geheel som van ƒ661471:8:— aanmerkte als een Capitaal, 't geen de Maat„ „schappij ten dezen Gouvernemente nog be„ „zit, En uE: hebben daarom wel gedaan met op een provisioneelen verevening bij de Boe„ „ken van eenige posten bedagt te zijn. voor al is van onze goed keuring, dat uE de Ministers hebben gelast om voortaan meer agt te geven op de verandwoording van de geweezen die van tijd tot tijd aan de Jnlandsche vorsten terleen verstrekt, en voor al op die afgave zelve, ten einde de voor zeide afgave niet anders geschiede dan bij volstrekte noodzaaklijkheid. §. 161. De meer gemelde Post van ƒ6147:8: — ef ge„ „trokken zijnde van het Generaal bedragen der Restanten onder ultimo Augustus 1784. ter Somma /: voor zeide Post daar onder begrepen:/ van 934673: 19: —: dan blijven dezelve restanten, zo als 1 §: 162: als die in effecten bestaan tot den omslag van dit kan toor behoorende, maar groot ƒ273202:18:8:— En hoe zeer UE: hebben g'oordeeld, dat die som ma„ „tig genoeg was, twijfelen wijegter niet, of uE zullen zo wel als de Minesters steeds bij ieder onder zoek van elk der posten de gezamentlijke Restanten uitmakende zorgvuldig naargaan„ of daar onder niet de eene of andere voorkomst, waar omtrent nog eenige vermindering zou kun„ „nen vallen zo als ons zulks onder anderen thans bedenkelijk is voorgekomen, omtrent die van de Arthillerij en wapenkamer. Jn zodanige gevallen verbeelden wij ons dat het niet altoos nodig zal zijn de overtollige goe„ „deren naar de Hoofdplaats te rug te zenden, maar dat men die zomwijlen zal kunnen laten afgaan naar het een of ander der naturige Gouvernementen, waar men de zelve zoude mo„ „gen nodig hebben, 't geen zeer wel stookt met het geen uE: zelve de Ministers van de ooster„ „sche Provincien hebben aangeschreeven, om el„ „kander met de goederen die zij onderling zouden behoeve naar vermogen bij te staan. Dan zal het om met de verEischte Regelma„ „tigheid in te werk te gaan, volstrekt nood za: „klijk zijn, dat de respective eischen en Res„ „tanten van de nabij gelegene kan tooren te„ „gen elkander vergeleken worden, om daar uit na te gaan of de zelve stof opleveren, voor eens zodanige 301 §. 163. De Lasten in het Boekjaar 178¾. ten dezen Gouvernemente groot zijnde gebleven ƒ 162468: 12: — en dus nog ƒ18'137:11:8: boven de bepaling bij de memorie van menage, of schoon in verge„ „lijking met die van het vorige Iaar, een Som van ƒ2172:3:8: verminderd. En de winsten en Inkomsten in dat zelfde Boek Jaar hoe zeer geklommen tot een som van ƒ71791:9:—: en dus ƒ1458:1:8: boven die van het vorige Iaar nog thans ƒ10708:11:— min„ „der hebbende bedragen, dan het bepaalde bij die Memorie. hebben uE te Regt nogmaals aangedron„ „gen op eene merkelijke vermindering der Las„ „ten en een ernstige betragting om de zelve op de bepaling te brengen. Dit iste nodiger, om dat uit het geen wij hier voor §. 153 omstandig verhandeld hebben o„ „vertuigend blijkt, dat als men de winsten van de Lasten aftrek, na dat de jn koops prijs der verkogte goederen voor af vermeerderd is met de ongelden, waar mede de zelve koopmans wijze moeten worden bezwaard UE als dan zullen vinden, dat die winsten nog zeer ver„ „minderen en dat over zulx de Lastpost van dist kan toor nog vrij meer bedraagd dan de Som zodanige verzending van het eene kan toor naar het andere, als hier boven is aangeweezen. van 2 den oud Omtrend het Eisschen der Militairen en ke F. 165. noodzakelijkheid daar van refereert den Gouverneur Reijke zig nedrigstaan de dientwegen successive opgegevene redenen aan Hun Hoog Edelhedens te Batavia bij zijn aparte brieven, die uw wel Edele Hoog Agtbare maar vermoeijelijken zoude hier alle te herhaalen - terwijl de alte §. 164. Tot eene vermeiding van onnodige Lasten zal veel kunnen toebrengen eenige gestadige op„ „lettenheid, ten ainde ten dezer Gouvernement geene andere Dienaren worden aangehouden de die volstrekt nood zakelijk zijn want of wel het getal der zelve 50 koppen minder bedraagt dan de Jongste bepaling vervat in de Memorie van den Gouverneur Blok, toelaat, lopen nogtans de kosten der aanwezige Dienaren ƒ7476: — boven het geen daar voor bij de Memo „rie is gesteld ten bewijse, dat juist omtrend die klassen van Dienaaren, welke de hoogst gagien winnen de bepaling boven gegaan, en dat mids dien op ieder van die klassen nau w: „keurige agt behoort te worden gegeven, om te tragten dat men in elk der zelven zig houde aan meer gem: bepaling hebbende UE de Mina „ters met reden onder het oog gebragt dat de voorsz: bepaling ten aanzien der Ambagtslie„ „den met een vrij aanmerkelijk getal van 52 koppen te buitten is gegaan. uwe Aanmerking dat de Ministers een Eisch hadden gedaan van 200 gemeene Mill „tairen /: dan het geen 250 zal moeten zijn ten minsten in den Eisch, dien wij ontfangen heb „ben staat dit getal :/ en dat nog thans de van ƒ90669:3: —: bij uwe advisen van 31=e De „cember vermeld. sobere korte sobere van malen M

← previousnext →