VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3816

Japan · 998 pages · 253 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3816_0513 view scan ↗

English

237. the 5th of July 1788. — and I. A. Taupelle in the margin Soura Canta the 5th of June 1788. Copy of a letter from the aforementioned Dewilde and Taupelle to the same as above, dated 12 June 1788. — Regarding the further grievances of the Emperor against the late Chief Palm, we questioned the Prime Minister this morning during the report, reminding him that both the Company and the Prince had sworn fidelity, and we requested to know what he knew of the Prince's anger against the deceased, asking him to state it in good conscience. Being alone in the room, we asked his Honour this, and after our last letter to your Right Honourable Severe Worships of the 5th of this month had been read aloud to his Honour in secret by the first signatory, his Honour could state no more to us than the principal point about which the Prince was supposedly offended in the extreme, namely that the late Lord Chief had presumed too much in Majesterial judicial proceedings concerning his own subjects, and had held his own subjects in arrest and interrogation in the Lodge, even as it were dictating to the Emperor the prescribed punishment for the crime committed by them, and even an unheard-of punishment on the Island of Java, which has never happened as long as Solo or the Empire has existed: death by burning, which occurred recently some months ago on the very day that Alim Damak was flayed, and which the Chief had advised. Having now reconsidered this and reflected upon it, the Prince takes it in the highest degree amiss. We hope herein to obtain your Right Honourable Severe Worships' approval the 5th of July 1788. — and, having recommended ourselves to the protection of your Right Honourable Severe Worships, we have the honour to remain with veneration and submission, below was written Title lower your Right Honourable Severe Worships' obedient and humble servants signed E. A. Dewilde and I. A. Taupelle in the margin Souracarta the 12th of June 1788. — Copy of a Javanese letter from the Lord Governor to the Emperor Pacoeboeana etc. at SouraCarta, dated 31 May 1788. — In confirmation of the supposition that I made known in my recent letter written to your Highness on the 13th of this month, I can now inform your Majesty that Their High Excellencies the Lord Governor General and Council of the Indies have appointed as Senior Merchant and First Resident or Chief at Soura Canta, in place of the deceased Senior Merchant Willem Adriaan Palm, the Merchant and Resident at Rembang, Andries Hartzinck, who for that purpose will come over to Souracarta shortly. I now also repeat by this letter the assurance recently given to your Majesty that I am convinced with the most complete confidence that the aforementioned new Chief Hartzinck will strive to give your Majesty the most perfect satisfaction in all matters that correspond both with the interest of the Company and of the blessed land of Java, just as I will give him further earnest recommendations to this end, so that he may thereby earn the friendship and affection of your Highness, as I also warmly recommend him to you in advance. Furthermore, 239. the 5th of July 1788. — Furthermore, I greet your Highness along with my beloved son Pangerang Adipattij Anum and your Highness's other children most amiably. Below was written: written at Samarang the 31st of May 1788. Signed: I. Greeve. Copy translation of a Javanese letter written by the Susuhunan Pacoeboeana etc. to the repeatedly mentioned Lord Governor, received at Samarang the 5th of June 1788. — I have duly received the dispatch sent to me by your Right Honourable Severe Worship, and fully understand its contents, stating that your Right Honourable Severe Worship informed me that Their High Excellencies the Lord Governor General and Council of India had appointed the Merchant and Resident at Rembang, Andries Hartzinck, as Chief at Souracarta in place of the late Chief Palm, and that he would come over to Souracarta shortly for that purpose, as well as that Brother placed complete confidence in the aforementioned new Chief Hartzinck concerning all matters. To all of which I serve in reply that I express many thanks to Brother; while in the meantime I and your Right Honourable Severe Worship's son, Pangerang Adipattij Anom, and all my other children great and small, sons and daughters, salute Brother most sincerely. Written on Wednesday the 29th of the waxing Ruwah in the year D Jimakir 1714. Below was written: translated by me. Signed: Wm Wardenaar, sworn translator. — Memorandum

Dutch transcription

237. den 5:' Julij 1788. — en I: A: Taupelle /:in margine:/ Soura Canta den 5:' Junij 1738. „ Copia Brieff van eevengemelde Dewilde en Taupelle aan als boven geda„ „teerd 12: Iuny 1788. — Omtrent de verdere grieven vande keijzer teegens' opperhoofd Palm zal:r hebben wij deese morgen, rapport dog zijnde, de rijks„ bestier gevraagt, hem voorhoudende dat zo wel de Comp:e als vorst, Trouw geswooren had, en wij versogten te moogen weeten, wat zij wist van de kwaadheid van de vorst teegen de overleedene, en dat ingemoede tewillen opgeeven, alleen in de kamer, hebben wij zulks aan zijn E: gevraagt, en vervolgens door den Eerstgetee„ „kende zijn E: onder secretesse voorgeleesen zijnde, onse daar toe gediend hebbende laaste aan uwel Ed: gestr: groot Achtb: van den 5: deeser wist zijn Ed: niet meer aan ons op te geeven, als het grootste articul, waar over de vorst ten uijtersten van agte„ ren zoude beleedigt zijn, namentlijk dat zig in majesteits aegts geding, omtrent zijne eijgene onderdaanen, 't zal=r heer opperhoofd zig te veel had aangematigt en zijn eijgen onderdanen in de Loge in Arrest en verhoor gehouden had, zelfs als /ware het :/ den keijzer de daar toe staande straffe op het door hun gepleegt Delicth voorgezegt, en zelfs een ongehoorde straffe op het Eijland Java welk nooit geschied is zo lange solo of het keijserrijk staat, de dood van verbranden het geen onlangs eenige maanden geleeden, dezelve dag dat Alim Damak gevilt is, geschied is, en het opperhoofd aangeraden heeft, dit word door de vorst thans nader over dagt en in zig zelfs gegaan zijnde ten hoogsten kwalijk opgenoomen 1 Wij verhoopen hier inne uwelEd: Gestr: groot Agtb: appro„ „batie den 5: Julij 1788. — batie te zullen Erlangen en vereeren ons, na ons in uwel Ed: gestr: groot Agtb: Protectie te hebben gerecommandeert met oveneratie en submissie te zijn /:onderstond/ Titul /:lager / uwel Ed: gestr: gehoort: en onderd: dienaeren :/ was „geteekend:/ E: A: Deeilde en I: A: Taupelle /:in mar„ „gine :/ Souracarta den 12: Junij 1788. — Copia Jav: brieff van den Heere Gouver„ „neur aanden keijzer Pacoeboeana &=a te SouraCarta gedateerd 31: Meij 1788. — Ter bevestiging van 't vermoeden dat ik te kennen gaf bij mijn Jongste Brief op den 13: deeser maand aan uwe Hoogheid geschreeven kan ik tans uwe Majesteit melden: dat H: H: Edelh: den Heere Gouverneur Generaal ende Raden van Indie, tot opperkoopman en eerste resident of opperhoofd te soura Canta„ in steede van den overleeden opperkoopman Willem Adriaan Palm, hebben aangesteld den koopman en resident te Rembang „Andries Hartzinck die ten dien eijnde binnen korten na souracarta zal overkoomen. Ik herhale bij deesen nu ook mijne Jongst aan uwe Majesteit gedane verseekering, dat ik in 't volkomenste ver„ trouwen verseere dat het gem: nieuwe opperhoofd vartzinck in alle zaken, die zo wel met het belang vande Comp: als van het gesegende Land Java over een koomen, aan uwe Majesteit het volmaakste genoegen zal tragten toe te brengen gelijk ik hem hier toe nader de ernstigste recommandatien sal geeven, op dat hij daar door de vriendschap en toegeneegenheid van uwe Hoogheid mag verdien en gelijk ik hem daar in ook bij voor„ raad op 't best aanbeveele wijders 239. den 5: Julij 1788. — Wijders groete ik uwe Hoogheid neevens mijn geliefde zoon den Pangerang Adipattij Anum en uwe Hoogheids verdere kinderen op 't minsaamste /:onderstond / geschr: te Samarang den 31: Meij 178. /:was get:d/ I: Greeve. Copia Translaat Iav: Brieff geschr: door den soesoehoenang Pacoeboeana &=a aan meerm: Heer Gouverneur, ontvangen te Samarang den 5:e Junij 1788. — De door uwelEd: Gestr: aan mij gesondene missive hebbe ik behoorlijk ontvangen, en dies inhoud ten vollen verstaan, behel„ sende dat uwel Ed: gestr: mij kennisse gaff, dat Hunne Hoog Edelheedens den Heere Gouverneur generaal en Raaden van India, den koopman en Resident te Rembang, Andries Hantzinck, insteede van het overleeden opperhoofd Palm te soura„ carta weederom tot opperhoofd hadden aangesteld en dat denselven ten dien eijnde binnen korten naar Souracarta soude overkoo„ men, als ook dat Broeder aangaande alle zaken een volkoomen vertrouwen stelde in't gem: nieuw opperhoofd Hartzinck, op welk een en ander ik ten andwoord diene, dat ik Broeder veel„ „maals dank betuijge; Terwijl intusschen ik en uwel Ed: gestre: zoon den Pangerang Adipattij Anom, en alle mijne verdere kinderen groot en kleijn, zoons en Dogters Broeder op 't welmeenenste salueere. Geschreeven op woensdag den 29: van het Ligt Roe„ Wah in't Iaar D Jimakier 1714: /:onderstond:/ getranslateerd door mij /:was geteekend:/ W=m Warde„ naar gesw: translateur. — Memorie

NL-HaNA_1.04.02_3816_0516 view scan ↗

English

the 5th of July 1788. Memorandum to serve for the information and guidance of the appointed First Resident of Surakarta, Hartzinck. Honourable, Pious, Discreet. Although I do not find it practicable or customary to provide the first resident at the Courts with an Instruction upon their appointment or assumption of these posts, perhaps originating from the fact that the transition mostly took place during the lifetime of the person who was discharged from it, and who thus could orally provide the newcomer with the necessary instructions, not only is this possible but probable reason now lacking here due to the decease of your predecessor, the Senior Merchant Willem Adriaan Palm, but moreover so many matters, and indeed of such a peculiar nature, have occurred that I deem it most highly necessary to draw up this Memorandum so that you will be able to govern yourself accordingly. For this purpose, it will be necessary that I inform you how, scarcely had I received news of the demise of the said Palm, whose death occurred on the 11th of May, than I also received at the same time, or on the 13th of May, a letter from the Emperor, in which His Highness wrote to me that since the chief Palm was now deceased, His Highness thus kindly requested me that whoever might become chief, if this person did not follow his advice, or acted to the grievance of His Highness's subjects, the Prince might then immediately insist upon his dismissal, even if it were within the year after his appointment. This letter indeed appeared to me to indicate more or less in an intricate manner that the Prince was not very satisfied with the aforementioned Palm, yet it contained no direct complaints or grievances, and thus I remained more or less uncertain as to what had given occasion for the writing of the same; for although it had already become known to me indirectly some time before that the Prince no longer showed the said Palm that affection and esteem as previously, I was nevertheless not so aware of the causes of this change that I could be completely certain in that regard. Without then specially investigating at that time what had actually brought about the writing of this letter, since I did not find this necessary, I replied to His Highness by a letter of the last-mentioned date, namely the 13th of May, to the effect: that his request was in every way fair and just; that no chief, whoever he might be, had the right to maintain a conduct contrary to the equitable advice of His Majesty, much less that it would be permissible for him to do anything that could tend to an unreasonable grievance of His Majesty's subjects; and that if he were guilty of a course of action that might be contrary to his duty and the instructions given to him for that purpose, it was then certain that he was not fulfilling the purpose of his appointment, and that in such a case His Highness undoubtedly had reason to request that he be removed from his post, even though he might have held the same for only a short time; adding however, that I held myself assured that such a request would not be made except in such cases where it would be fully evident that such a chief absolutely refused to be dissuaded by any good advice from his improper and unjust conduct, and that it would then also be beyond doubt that with such clear evidence such a just request of His Highness would readily be granted. But that for his reassurance I could assure His Highness that from the one upon whom I presumed the choice of Their High Mightinesses the Governor-General and the Councillors of the Indies for appointment as chief would fall, namely upon you, I trusted on good grounds that the same would not only fully adapt himself to the equitable advice which His Highness would be pleased to give you, but would also conduct his behaviour with so much justice that not the least unreasonable grievance would be inflicted upon His Highness's subjects thereby; and that I therefore also trusted that you would be agreeable to His Highness if Their High Mightinesses should appoint you to this post. However, it was not long before I was fully informed of the actual origin of the Emperor's letter, namely from His Highness's far-reaching displeasure and bitterness against the said deceased chief Palm, for I received that very same day a letter from the Second Resident Dewilde and Captain Stupelle, whom I had assigned to Dewilde for the administration of affairs, whereby they informed me of the Emperor's indignation and that already all the batoors and chain boys, the 5th of July 1788.

Dutch transcription

den 5:' Julij 1788. Memorie om te dienen tot informatie en narigt van den aangestelden soura„ cartasch eerste Resident Hartzinck. Eerzaeme vroome Discreete Toe wel ik niet vinde dat het practicabel of gebruijkelijk is de eerste resident aan de Hoven bij derselver aanstelling of aanvaarding deser posten, van eene Instructie te voorzien, misschien daar in't herkomstig dat de verwisseling meest al geschied is bij het leeven van de geene die daar van ontslagen wierd, en die dus den aankomende mondeling de nodige onderrig„ ting konde geeven, so deficieert hier thans niet alleen deesen moge„ „lijke maar waarschijnelijke reeden, mits het overleijden van uE: Predecesseur den opperkoopman Willem Adriaan Palm, maar en zijn buiten des, ook zo veel zaken en dat wel van zulke een sonderlinge aard, voorgevallen, dat ik het ten hoogsten noodzakelijk agte deese Memorie interigten, op dat uE sig daar na sal kunnen reguleeren. — Hier toe sal het nog dig zijn dat ik uE informeere hoe ik naauwelijks kennis bekoomen had van het overleeden van gemelde Palm, wiens door den 11. Meij is voorgevallen, of ik ontving ook tegelijk, of op den 13: Meij een Brief van den keijser, waar in zijne Hoogheid mij schrief dat dewijl het opperhoofd Pali nu overleiden was zijne Hoogheid mij dus vriendelijk ver„ sogt, dat wie ook opperhoofd mogt worden, indien deesen zijne raad niet opvolgde, of tot beswaarnis van zijn Hoogheids onderdaanen strekte, de vorst. als dan terstond op zijne afset„ ting zoude moogen insteeren, alwaare het binnen 's Iaars na „ 241: den 5: Julij 1788:— na sijne aanstelling Deese brief quam mij wel voor dat op een ingewikkelde wijse min of meer te kennen gaf dat de vorst opgemelde Palm met seer tevreeden was, dog deselve behelsde egter geene directe klagten of beswaaren en dus bleef ik min of meer in het onsekere wat aanteijding gegeeven had tot het schrijven der„ selve, want hoe wel mij reeds eenige tijd bevoorens van ter seijde was bekend geworden, dat de vorst aan gem: Palm die geneegenheid en agting nu niet meer betoonde als wel tevooren so was mij egter van de oirsaken deser verandering so veel niet bewust, dat ik desweegens volkomen secuur konde zijn. Sonder dan te dier tijd speciaal te ondersoeken wat eijgentlijk het schrijven van deesen Brief te weege had gebragt, wijl ik dit met noodsaakelijk vond, gaf ik zijne Hoogheid bij een Brief van de laatstgemelde dagtekening namelijk 13: Maij, ten and„ „woord: dat sijn versoek allesints billijk en regtmatig was Dat geen opperhoofd, hij mogt weezen wie hij wilde, het regt had om een gedrag tehouden, strijdig met de billijke raad geevinge„ van zijne Majesteit veel min nog, dat het hem geoorloofd soude zijn iets te doen dat strekken kan tot onbillijk beswaar van zijne Majesteijts onderdaanen. En dat so hij sig aan een han„ delwijs schuldig maakte die steijdig mogt weezen met zijn pligt en de voorschriften welke hem daar toe gegeeven zijn, 't dan seeker was dat hij niet voldeed aan 't oogmerk zijner be„ „stemming en dat in zulk een geval zijne Hoogheid onge„ „twijffeld reeden had om te versoeken, dat men hem zijn post ontneeme schoon hij ook nog so kort deselve mogt bekleed hebben, met bijvoeging egter, dat ik mij verseekerd hield dat sulk sulk een versoek niet soude geschieden, als in sulke ge„ „vallen waar uit volkoomen blijkbaar zoude zijn, dat sulk een opperhoofd sig volstrekt door geen goede raad geevingen, van zijne onbehoorlijke en onbillijke Conduite wilde laaten afbrengen, en dat het dan ook ontwijffelbaar zoude sijn dat 'er bij sodanige klaar blijkelijkheid gereedelijk in sulk een regtmaatig versoek van zijne Hoogheid soude worden bewilligd. Dan dat ik zijne Hoogheid tot gerust stelling „konde verseekeren dat ik van den geene op wien ik vermoed de dat de keuse van Hunne Hoog Edelheeden den Heere Gouver„ „neur Generaal ende Heeren Raaden van Indie, ter aanstelling als opperhoofd, soude vallen, namelijk op UE:, opgoede gronden vertrouwde dat denselven sig niet alleen volkoomen soude schikken na de billijke raad welke zijne Hoogheid uE: sougelie„ „vem tegeeven, maar ook zijn gedaag met zo veel regtmatigheid soude bestieren, dat zijne Hoogheids onderdanen daar door geen 't minste onbillijk beswaar soude toegebragt worden;, en dat ik daar om dan ook vertrouwde dat uE: zijne Hoogheid aangenaam soude zijn indien hunne Hoog Edelheeden UE: tot deesen post mogten benoemen. Dan het leed niet tange of ik wierd volkomen onderrigt waar uijt eijgentlijk 's keijzers schrijven oorsprongkelijk was, namelijk uit zijn Hoogheids vernegaand misnoegen en verbittering tegen gemelde overleeden opperhoofd Palm, want ik ontving nog dien eijgenste dag een brieff van den tweede Resident Dewilde en den Capitain Stupelle /die ik Dewilde, tot de waarneeming derzaken, had toegevoegd :/ waar bij zij meij kennis gaven van 's keijzers gebelgdheid en dat bereeds al de battoors en ketting den 5: Julij 1788. — Iongens, —

NL-HaNA_1.04.02_3816_0519 view scan ↗

English

243. the 5th of July 1788. boys who are provided to the chief for the performance of domestic services had been recalled by order of the prince, and that grass was also no longer delivered for the stables, although a small easing of this had later been made upon their representations. From time to time I subsequently received even more information, all of which together indicated in the clearest manner to what a high degree the prince's displeasure had risen, without my finding as yet any direct necessity to perhaps give occasion, by conducting an investigation, for the prince to come forward with grievances that might possibly have detrimental consequences for the Company's interests. Then, when they reported to me by letter of the 2nd of this month that the prince, on that same day, had dismissed and placed under arrest the Tumanggung Puspanagara, of whom they did state that, for the private pleasure of the aforementioned Palm and in owed recognition to him, he had been a burden to the country, yet nevertheless had been useful to the Company. Thus it became apparent to me from this that it was now time to become fully informed of what had transpired, and by what means the prince had been given so many reasons for displeasure. To this end, I wrote to them in a letter of the 3rd of June how, to my great surprise and consternation, both from the letter now received and from some of their previous letters, I perceived various events which I had to regard as so many convincing proofs of the extreme displeasure which the emperor had conceived against the late chief Palm, of whom people had otherwise quite generally and constantly held the notion until his death that he enjoyed in every respect the prince's esteem and boundless affection: That, although as far as the deceased was concerned, this could now be regarded as a matter that required no particular investigation, even though for his memory it was always to be wished that one could be certain no grounded reasons or causes had been given by him for such an extreme anger, which even seemed to extend to his children, since the emperor absolutely refused to give any carriers or horses for transporting hither his estate, which had now become the inheritance of his children, and in which refusal the prince has also absolutely persisted, so that those goods have hitherto had to be left at Surakarta. But that, in the position in which I found myself in an official capacity, I could not be so indifferent regarding all these reports, since matters might have occurred regarding which the interest of the Company might require that provisions be made or some arrangements settled by me; all the more so since I had indeed been able to conjecture something of the kind in the emperor's letter written to me, yet could not determine it with any certainty; and that I therefore, for these reasons, required of them a report as detailed as it was faithful of the true reasons and causes of the prince's so highly rising displeasure, all so far as might be known to them by personal experience or obtained information, and which report I desired to be so complete that, upon my arrival at Court, I might have reason to be satisfied in this regard, both with their accuracy and their sincerity. — the 5th of July 1788. — As 245. the 5th of July 1788. As for what concerned, in the meantime, the prince's disposition regarding the Tumanggung Puspanagara, I wrote to them regarding this that they would do well not to meddle with it, as it in no way accords with the Company's interest to intercede for someone who, for the private pleasure of a single person, has served as an unjust burden to many, as I had to conclude in his respect from their letter of the 2nd of this month; and I gave this order especially because they wrote to me that the more they interfered in his case, the less forgiveness he would receive, just as this, according to their further report by letter of the 3rd of this month, was the consequence, as he had then already, notwithstanding all petitions made for his pardon, been sent into exile to Ayah by the prince. Pursuant now to the aforementioned requisition, I have since received, by letter of the 5th of this month, the following account. Firstly, that the late chief Palm, from the beginning of his arrival at Solo, had oppressed the native excessively with his immense building works, which the prince had only now discovered, in which they, working even without wages, were abused to the utmost with beatings, to which end, always to let the prince notice nothing, the dismissed Tumanggung Puspanagara had to assist Palm with the prince, and make it appear as if it were truly to the emperor's advantage, although the regents, country, and people were ruined by that formidable labor, as the Javanese during that time had not been able to cultivate their assigned rice fields, because by order of the prince they had to labor on all other works, such as the lodge, new lodge, ruin, his own garden, the temple, square, toll gates, where the orders or mountains

Dutch transcription

243. den 5: Julij 1788. Iangens, die ter verrigting der huijs diensten aan 't opperhoofd verstrekt worden door order van de vorst waren terug ont„ biden en dat er ook geen gras meer voor de stalling wierd besorgd, hoe wel daarin, op hunne vertoogen naderhand een kleine versagting was gemaakt. van tijd tot tijd kreeg ik vervolgens nog al meerder informa„ tien, die alle tezamen ten klaarste aanduijde tot welk een hoogen graad het misnoegen van de vorst gesteegen was, sonder dat 'er voor als toen nog eene directe noodsakelijkheid in vond om door een tedoen ondersoek misschien aanleijding tegeeven dat de vorst met beswaren mogt opkoomen die voor Comp:s belang mogelijk van nadeelige gevolgen konnen zijn. Dan toen zij mij bij brief van den 2: deeser berigt gaven: dat de vorst dien selfden dag, de Tommangong Poespo Nogoro„ afgeset en in arrest gesteld had, wien zij wel opgaven dat, ten particuliere believing van gemelde Palm, en in't verschueldigde erkentenis aan denselven; het Land tot last geweest, dog egter voor de Comp:e nuttig was. so bleek mij hier uit dat het nu tijd was om volkomen geinformeert teworden, wat 'er omge„ „gaan was, en waar door de vorst so veel reedenen van mis„ noegen gegeeven waren. Hier toe schreef ik hun bij een brief van den 3:' Junij, hoe ik tot mijn groote suxprise en ontstigting so uijt de nu ontvangene als eenige hunner voorige brieven verscheide gebeurtenissen ontwaarde, die ik moest aanmerken als so veele overtuijgen„ „de blijken van het verregaand misnoegen, het welk den keijser had op gevat teegen wijlen het opperhoofd Palm van men anders vrij algemeen steeds en bestendig tot zijn dood, het denkbeeld had gehad, dat hij in allen opsigte 's vorsten vorsten agting en onbepaalde genegendheid genoot: Dat of schoon het voor so veel den overleedene Concerneerde thans zoude kunnen aangemerkt worden als een zaak welke geen bijsondere ondersoek vereijschte, hoe wel 't voor sijn nage„ „dagtenis althoos was tewenschen, dat men konde versee„ „kerd weezen, door hem geen gegronde reedenen of oorsaken te zijn gegeeven tot sulk een verregaande vergramming dewelke sig selfs nog tot zijne kinderen scheen uittestrek„ ken, also de keijzer volstrekt weijgerde eenige battoors of paarden te geeven tot het herwaards transporteeren van zijne Nalatenschap dat nu het Erfdeel zijner kinderen was geworden, en bij welke wijgering de vorst ook absolut is blijven persistee„ ren, so dat die goederen tot nog toe op soura Carta hebben moe„ ten worden gelaten. Maar dat in de betrekking, in welke ik mij Amptshalven bevond, ik omtrent alle deese berigten so onverschillig niet kande zijn also'er zaaken konden ge„ „beurd weesen waar omtrent het belang vande Comp:e zoude kunnen requireeren dat door mij voorsiening gedaan of eenige schikkingen gemaakt wierden; temeer nog daar ik int 's keijsers aan mij geschreevene brief wel iets diergelijks had kunnen Canjecteeren, dog met geen sekerheid vast stellen; En dat ik dus om deese reedenen van hun requireerde eene so omstan„ „dige als getrouwe opgave van de ware reedenen en oorsaeken van 's vorsten so hoog klimmend misnoegen, alles voor so verre die aan hun bij personeele ondervinding of bekoomene in forma„ tie, bekend mogten zijn, en, welke opgave ik begeerde dat so volleedig soude weesen, dat ik bij mijne komst ten Hove reeden mogt hebben, so wel over hunne nauwkeurigheid als opregt„ „heid, ten deesen voldaan te zijn. — den 5: Julij 1788. — wat 245. den 5: Julij 1788. wat ondertusschen betraf Tvorsten dispositie over den Tommangang Poespo Nogoro hier omtrend, schreef ik hun dat zij wel souden doen sig daar meede niet temelleeren also het geensints met Comp=s belang quadreerd sig te intercedeeren voor iemand die ter particuliere believing van een enkel persoon, tot een onbillijk beswaar van veilen heeft gestrekt, gelijk ik ten zijnen opsigte uijt hun schrijven van den 2: deeser moest opmaken, en deese ordre gaf ik nog insonderheid daar om wijl sij mij schreeven dat hoe meerder sij sig met zijne zaak bemoeijden, hoe minder hij vergiffenis soude krijgen, gelijk sulks ook, volgens hun nader berigt, bij brief van den 3: deeser het gevolge is geweest, wijl denselven toen reeds, ongeagt alle voor hem tot Pardon gedaane versoe„ „ken, door de vorst na Aja, in ballingschap is gesonden. Ingevolge nu van het voorm: requisiet ontving ik sedert bij brief van den 5: hujus de navolgende opgave. Eerstelijk, Dat wijlen 't opperhoofd Palm vanden beginne zijner komst op solo, den inlander door zijne magtige bouweragie te seer gedrukt had, het welk de vorst nu eerst gewaar was geworden, waar bij 't selfs nog zonder loon werkende, ten uitersten met slaagen was mishandelt, waar toe, altijd om de vorst niets telaten merken den afgezetten Tommongong Poespo Nogoro hem Palm ter hand had moeten gaan bij de vorst, en tekennen geeven, als ware het wesentlijk tot des keijsers voordeel, hoe wel de regenten, Land en volk geruineert wierden door dien ontzaghelijken arbeid, also de Javaanen indien tijd hunne toegelegde sawas niet hadden kunnen bewerken, wijl op ordre vande vorst aan alle andere werken moesten arbeiden, als de Loge Nieuwe Loge, Ruijn zijn eijge Thuijn, de Tempel Passeerbaan, Tolpoorten, waar de arahans of goenoengs

NL-HaNA_1.04.02_3816_0522 view scan ↗

English

the 5th of July 1788. — or goendengs had permanently had to work on it, which had only fully come to the ruler's ears after the death of Palm and had formed the main reason for the dismissal of the Tommangang Poespo Nogoro. — That the said Tommangong Poespo Nogoro had been an Ingebeij and scribe to the Raden Adipati or regent of the realm, but that the chief Palm, by request to the ruler, had elevated him to Tommongong, and that a son-in-law of the ruler himself, named Wiro Diningrat, had had to make way for that, which upon reflection now also vexed the ruler. — That the late chief Palm had made himself so feared among the regents, who are mostly young people, that virtually no one knew, or could know, what was being transacted between the ruler and the chief, and that all of this was only brought to the ruler's knowledge by the said regents after his death. Secondly: That at the wedding of the Pangeran Aria Mataram, which was held at the house of the Pangeran Adipati Amangkunegoro, provision was made, as is customary, for a European table with food, since the native is very fond of it, as belonging to a festivity just as it has always been adat when all officers are invited, and especially because the crown prince was a guest at his brother's; that, however, the drinks which the chief had sent here were all so spoiled that the second resident De Wilde had to suffer the shame of seeing that, from the salver presented to the crown prince and his brother the bridegroom, the drinks were thrown by them into the spittoon, and that he, De Wilde, had had to have drinks brought from his own 247. the 5th of July 1788. — own house. That when twelve o'clock struck and no steward or European food was seen, he, at the request of the crown prince, also had had his own food brought from home. That there had also been no service, neither steward nor aide-de-camp, nor orderlies of the lord chief, and that this was thus perhaps the greatest grievance concerning mistreatment of the ruler's own children. That there were still many petty matters, or slights, which had perhaps been done to the emperor or crown prince owing to the illness of the former chief, but that that over which the ruler was most touched, according to information, consisted in this: that the crown prince had requested, for the state of the wedding of his brother Singosari, an escort of dragoons, which had always consisted of a sergeant, a corporal and 12 dragoons, but that the chief had given no more than a corporal and two dragoons, although they had reminded him of this, but that he had stuck to his orders, which was also taken very amiss; also that which they believe arose from his illness or melancholy, that the ruler had sent to request wine and vinegar, the chief having sent of the former a single bottle and of the latter only half a bottle, which was also taken very ill by the ruler. Subsequently, they wrote to me further by letter of the 12th of this month that the regent of the realm, as the principal article of the ruler's vehement displeasure and regarding himself as extremely insulted thereby, had stated that the late Palm had too much usurped authority in His Highness's lawsuits which concerned the ruler's own own subjects, had also placed the ruler's subjects under arrest in the Lodge and held them there for interrogation, even as it were virtually prescribed to the emperor what punishments should be inflicted upon this and that person who were guilty of crimes, and had even introduced and urged upon the ruler the punishment of burning, which was regarded as an unheard-of punishment on Java that had never occurred as long as Solo or the empire had existed. And that the ruler, now further considering the unheard-of nature of this execution of punishment carried out some months ago, took this in the highest degree ill. I have treated all of this here in such detail so that you would be fully informed of all that has occurred, at least in so far as I have received certain information thereof, whilst the rest is left to your further investigation, while in the meantime what is thus fully known to me is more than enough to deduce from it how necessary it is not to take the conduct pursued by the said Palm as an example in so far, since from that, far from any use or advantage for the Company, to the contrary the most disadvantageous consequences could have ensued; at least it is certain that quite some trouble and caution will be necessary to inspire once again in the emperor that confidence which His Highness initially placed in the late first resident Palm, since the ruler perceived all too clearly afterwards that of that confidence as well as his gentle nature and leniency not in the least the best use was made, as I must then also the 5th of July 1788. — attribute it to that

Dutch transcription

den 5: Julij 1788. — of goendengs permanent aan hadden moeten werken, 't welk de vorst eerst naar de dood van Palm volleedig ter ooren was gekoomen en de meeste reeden van 't afsetten van de Tomman„ gang Poespe Nogoro had uijtgemaakt. — Dat gemelde Tommangong Poespo Nogoro, was geweest Ingebeij en schrijver bij den radeen Adipattij of rijksbestierder dog dat het opperhoofd Palm door versoek bij de vorst hem tot Tommongong had verheeven, en dat daar voor had moeten plaats maaken een schoon zoon vande vorst zelve, genaamd wiro Diningrat 't geen bij nadenken nu de vorst ook geriefde. — Dat het overleeden opperhoofd Palm, sig sodanig bij de regenten, welke meest Iongelieden zijn, geducht had gemaakt, dat niemand genoegsaam, wist, of weeten konde, wat tusschen de vorst en het opperhoofd verhandelt wierd, en dat alle due eerst na zijn dood de vorst door gemelde regen„ ten ter kennis is gebragt Ten tweeden: Dat op de bruijloft van den Pangerang Aria Mat„ tarm die gehouden was ten huijse van den pangerang de pattij AmanCoenogoro, staat gemaakt was, so als gebruijkelijk is, op een Europeese Tafel met eeten, also den Jnlander daar op seer gesteld is, als behoorende tot een restiviteit gelijk 't ook altoos adat geweest is, als alle officieren versogt worden, en voor al wijl de kroonprins bij zijn broeder te gast was, dat egter de dranken die het opperhoofd hier gesonden had alle zodanig bedorven waren dat den tweede resident de wilde de schande had moeten ondergaan, te zien, dat van de schenkpiering die de kroonprins en zijn broeder de bruijde„ „gom wierd gepresenteerd, door hun de dranken in het quispedoor wierd geworpen, en dat hij de wilde van zijn Eijge 247. den 5: Julij 1788. — eijge huijs nog dranken had laaten halen. Dat 't Twaalff uur slaande en geen Hofmeester of Europeesche kost gesien werdende, hij op versoek van de kroonpoins ook nog zijn eijgen eeten van huijs had laaten haalen. Dat 'er ook geen bediening was geweest, nog Hofmeester nog Adjudant, nog ordonnant„ „sen van 't Heer opperhoofd en dat dus deese wel de grootste grieving over mishandeling van 'T vorsten eijgen kinderen, was geweest. Dat 'er nog veele kleenigheeden, of laagheeden waren die misschien door de siekte van't geweesen opperhoofd aande keijzer of kroon prins waaren aangedaan, dog dat 't geene waar over 't meest de vorst geraakt was, volgens infor„ matie, hier in bijstond dat de kroonprins versogt had tot staatsie vande bruijloft van sijn broeder Singo Sarie een Escorte van Dragonders, welke altijd bestaand had, in een wagtmeester een Corporaal en 12: dragonders, dog dat het opperhoofd met meer als een Corporaal en twee dragon„ „ders, gegeeven had, ofschoon sij hem sulx nog herinnerd hadden, dog dat hij bij zijn orders was gebleeven, 't geen meede sterk qualijk genomen was ook nog het geene zij meenen, door zijn krankte of milancolij ontstaan te zijn, dat de vorst om wijn en azijn had laaten, versoeken, het opperhoofd van het eerste een enzelde bottel en van 't laatste maar een halve bottel gesonden had, 't welk meede de vorst seer hoog had opgenoomen. Vervolgens schreeven zij meij nader nog bij brief van den 12: deeser dat de Rijksbestierder als het voornaamste articul van 'sovorsten hevig misnoegen en als sig daar door ten uitersten beledigd agtende had opgegeeven, dat wijlen geen: Palm sig in zijne Hoogheids regs gedingen, welke 'sworsten eijgene eijgene onderdanen betroffen te veel had aangematigd ook 's vorsten onderdanen inde Loge in arrest geset en aldaar ter verhoor gehouden selfs de keijzer als 't ware genoegsaam voorgeschreeven welke straffen deesen en geenen die schuldig aan misdaden waren, moeten worden opgelegd en selfs de straf van verbranden had ingevoerd en de vorst aangenaden 't welk men beschouwde als een op Java ongehoorde straf die nooijt geschied was el lang solo of het keijzerrijk had geexisteert. En dat de vorst de ongehoordheijd deeser voor eenige maanden ter uitvoer gebragte straf oeffening, nu nader overweegende sulx ten hoogsten uwel opnam. Ik heb dit alles hier so omstandig verhandeld op dat uE: volkoomen onderregt soude sijn van alles wat e voorgevallen is, ten minsten in so verre ik daar van de sekere informatie hebbe ontfangen, terwijl het overige aan uw E: verder ondersoek werd gedemandeert terwijl intusschen het mij dus volkoomen bekende overgenoeg is om daar uijt op te maken hoe noodsakelijk het is het gehouden gedrag van gemelde Palm in so verre niet tot voorbeeld teneemen also daar uijt, wel verre van eenig nit of voordeel voor de Comp:e, ter Contrarie de aller nadeeligste gevolgen hadden kunnen voort„ vloeijen, ten minsten is 't seeker dat 'er al wat moeijte en voorsigtigheid sal nodig zijn om den keijser dat vertrouwen weeder in te boesemen dat zijne Hoogheid in den beginne wij„ len den eersten Resident Palm heeft gesteld, also de vorst van agteren maar alteklaar bespeurd dat so wel van dat vertrou„ wen als zijne sagtaardig- en - toegevenheid, in geenen deele het beste gebruijk is gemaakt gelijk ik het dan ook daar aan moet den 5: Iulij 1788. — toeschrijven

NL-HaNA_1.04.02_3816_0525 view scan ↗

English

249. the 5th of July 1788. — attribute that His Highness now has replied by far not so fully and so kindly to the notification of your appointment as His Highness did in the year 1784 in respect of Palm. Yet since this cautious prudence in the prince is not at all to be censured, it must therefore be all the more your consideration to inspire that lost trust again in His Highness through all proper means by a dutiful conduct in all respects, with which the oppression and tormenting of the subjects, whether direct or indirect, the introduction of novelties contrary to the ancient customs of the country, an all too far-reaching interference with the management of imperial and government affairs, and the failing in the respect owed to the prince and the princely family are in no way compatible or consistent. On the contrary, the purpose of your destination to reside at the court of the prince actually consists in this: that the friendship and good understanding between the Company and the prince can be pursued and maintained from so much closer by. With this continual stay of yours at court, the intention is also to be constantly informed of what goes on, and in cases requiring the Company's provision or management, to have prompt and reliable information thereof, and in the meantime to have the necessary measures put into effect as the requirements of affairs demand. And in general, the main purpose is to continually promote and perpetuate peace and tranquility for the prosperity of the country, as well as to handle and direct all incidents and events that are or could become detrimental to this, according to ability, in such a manner that they cannot cause any prejudice to the intended objective. To this end it is certainly necessary to secure some influence for oneself with the prince as well as with the crown prince, and no less, through a friendly treatment, to win the trust of the so notorious Pangerang Amang Coenogoro, in order to master him and his conduct through reasonable remonstrances from time to time and on appropriate occasions, something your predecessor greatly neglected and thereby already caused many difficulties, and which might in time have been of great detriment, for since he was continually at odds with that prince, such that a new reconciliation took place even up to four times, it had already come so far in his time that a noticeable coolness and even an apparent displeasure had arisen between the emperor and that prince, which nevertheless, because I discovered this from the writing of that prince which he sent to me without prior notice to the aforementioned Palm, has turned out for the best again upon the order given to the latter in that regard, because the said Palm, pursuant to my order, has since treated the said Pangerang in a more friendly manner, although this nonetheless did not occur until after he had given me notice of a correspondence—which has always remained very doubtful and even unbelievable—that supposedly took place in secret between that prince and his former wife, the Ratoe Bendoro, the sultan's daughter, and of which the circumstances are described in the separate letters of the 5th of July 1788 exchanged between 251. the 5th of July 1788. — between me and him concerning this matter. A friendly and confidential intercourse with that prince I must highly recommend to you, because you will find by that way the best opportunity to observe his movements and intentions, which must always be done with all circumspection, just as it is also very necessary that you try to get to know and fathom all such other princes and grandees who are of any consequence, as well as their objectives, means of subsistence, and the following they have or might obtain in various foreseeable events, in order that the best measures may also be taken toward them in good time so that they do not disturb the peace. But to want to intrude so far into the matters concerning the administration of the imperial government as to prescribe rules and punishments therein and impose them for observance through the abuse of an assumed authority, and furthermore to use the indulgence of the prince to have some imperial grandees elevated in reward for private services and to cast down others, and more such matters—this is entirely beyond and above the duty of a First Resident and never to be approved in him, even though for a time it might be to the liking of the prince himself, since this causes nothing but dissatisfaction among the princes and imperial grandees, indeed brings the emperor himself into contempt among his subjects on account of his great indulgence, as can be proven by certain two Javanese lampoons which were found some time ago in the gamelan house at Solo, and of which I hereby hand you the translation. What you further have to observe, you will find described in

Dutch transcription

249. den 5: Julij 1788. — toeschrijven dat zijne Hoogheid thans op verre na so geel en so vriendelijk niet heeft geantwoord op de Communicatie van UE: aanstelling als zijne Hoogheid in het Jaar 1784. ten opsigte van Palm deed. Dan daar deese behoedsame voorsigtigheid in de vorst gants niet te misprijsen is; so sal het so veel temeerder uE: betragting moeten weesen zijne Hoogheid, door alle betamelijke middelen dat verlooren vertrouwen weeder te mispireren door een in allen opsigte pligtmatig gedrag„ waar meede het verdrukken en quellen der onderdanen, hij zij direct of indirect het invoeren van men wigheeden teegen 's lands aloude gebruijken, een al te verregaande bemoeijing met het bestier der Rijks en Regeerings za„ „ken en het manqueeren inde verschuldigde eerbied aan de vorst en de vorstelijke familie geensints over eenkomstig of bestaan baar is. In teegendeel is het doelwit van UE: bestemming om aan het Hoff vande vorst te resideeren, eijgentlijk daarin geleegen dat van so veel te nader bij de vriendschap en goede verstand houding tusschen de Comp:e en de vorst kan, betragt en onderhouden worden. Met dit uE: Continueele verblijf ten Hove bedoelt men ook om steeds onderrigt te weesen wat 'er omgaat en om in gevallen welke Comp=s voorsie„ „ning of bestelling vorderen, daar van spoedig en secuur kennis„ se te hebben en intusschen de nodige middelen in het werk te doen stellen na vereijsch van zaken. — En in het gene„ raal is, 't hoofd oogmerk om tot slands welvaard, de rust en vreede steeds te bevorderen en bestendig temaaken mitsg:s alle voorvallen en gebeurtenissen die hier in nadeelig zijn zijn of zouden kunnen worden, na vermoogen dusdanig te behandelen en te dirigeeren, dat deselve aan het gebuteerde oog„ „merk geen prajuditie kunnen toebrengen. Tot dit doeleijnde is het sekerlijk wel nodig sig eenige invloed te besorgen so wel bij de vorst als bij den kroon„ prins en ook niet minder door een vriendelijke behandeling het vertrouwen te winnen van den so berugten Pangerang Amang Coenogoro, om bij tijden en geleegenheeden door bil„ „lijke vertoogen van hem en zijn gedragmeester te zijn, iets dat uE: praedecesseur grootelijks verwaarloosd en daar door reeds deele moeijelijkheeden veroorsaakt heeft en 't geen misschien in de tijd van veel nadeel geweest zoude zijn want vermits hij gestadig met dien Prins ge„ „brouilleert was, so dat 'er selfs tot wel vier maalen een nieuwe bevreedeging heeft plaats gevonden, is het ten zijnen tijde reeds so verre gekoomen dat 'er ook een merke„ „lijke verkoeling tusschen den keijser en dien Prins Ja zelfs een blijkdaar misnoegen was ontstaan het geen sig egter wijl ik sulx ontdekte uijt het schrijven van dien Prins dat hij mij sonder voorgaande kennis geeving aangemelde Palm toesond, op de desweegens aan deesen gegeevene order weeder ten besten heeft geschikt door dat gem: Palm ingevolge mijne order gem: Pange„ „rang sedert op eene meer vriendelijke wijse heeft behandelt hoe wel suclx nogthans met geschied is dan na dat hij mij had ken„ „nis gegeeven van eene steeds seer twijffelagtig Ja zelfs onge„ looflijke gebleevene Correspondentie die 'er in't geheijm tus„ schen dien Prins en zijne geweesen vrouw de Rathoe Bendoro„ des sulthans dogter, soude hebben plaats gehad, en waar van de omstandigheeden beschreeven zijn bij de Aparte brieven den 5: Julij 1788. tusschen 251. den 5: Julij 1788. — tusschen mij en hem daar over gewisseld. Eene vriendelijke en vertrouwelijke omgang met dien Prins moet ik uE buijten de Henner aanbeveelen, om dat uE: langs dien weg de beste gelegendheid sal vindden om zijne gangen en bedoelingen gade teslaan, het geene steeds met alle omsigtigheid moet geschieden gelijk 't ook seer noodsakelijk is dat uE: tragt te teeren kennen en door gronden alle sodanige andere Princen en grooten, welke van eenige Consideratie zijn, so meede hunne oogmerken, middelen van bestaan, en de aanhang die zij hebben, of bij deese en geene voor af te voor siene voorvallen soude kunnen verkrijgen, ten eijnde men ook Jegens hun intijds de beste maatregulen kan neemen op dat zij de rust niet stooren maar om sig so verre tewillen in„ „dringen inde zaaken die de directie van het Rijks bestier aangaan van daar in reguls en straffen voor te schrijven en die ter navolijing opdringen door misbruik van een aange„ matigd gesag. Voorts de toegevenheid van den vorst te gebruij„ ken om eenige Rijksgrooten ter belooning van particuliere diensten te doen verheffen en anderen te verstooten en diergelijke zaaken meer, sulx is geheel buijten en boven de pligt van een Eerste resident en nimmer in hem goed te keuren, schoon ook voor een tijd nade smaak van de vorst selve, also sulx niet dan misnoegen geeft onder de Princen en Rijksgrooten, Ja de keijser selve weegens zijne groote toegevenheid in veragting brengd, bij zijne onderdanen, so als daar van ten bewijse kunnen strek„ ken sekere twee Javaanse Pasquillen welke voor eenige tijd in 't gamalang huijs te solo zijn gevonden en waar van ik het trans„ laat UE: hier neevens ter hand stelle. Wat uE: verder te observeeren staat sal uE: beschreeven vinden bij

NL-HaNA_1.04.02_3816_0528 view scan ↗

English

by the contracts existing between the Company and the Emperor, and also by those concluded between the Chief Regent of Samarang and the Surakarta Prime Minister, further also by the successive letters sent from here, the registers concerning the division of the upper lands, and especially by a certain secret instruction of the year 1784, primarily relating to an unexpected vacancy of the Crown, in respect of which Your Honour's attention must be especially focused on a prompt and proper execution of what is prescribed therein, and in which I also once again recommend Your Honour to strive above all for the affection and trust of Pangeran Amangkunegara and, as is also done by me, to keep him always in good humour now and then with a small gift, so that he may rely with ease on the assurance given to him that the Company will properly care for the interests of him and his children, provided he always conforms to its desires and does nothing except with its approval, as I hold this to be the best means to keep this enterprising prince in proper devotion in the event of this or that demise at both Courts, whereas the contrary conduct of Your Honour's predecessor Palm is now the cause that this Prince, as I only now learn (since people have continually, even by the most improper means, managed to prevent any other reports from reaching me than those which they themselves saw fit to give me), has for some time gained a considerable influence over the Emperor and a share in the administration, which will now have to be moderated in a cautious manner, for which I think the most suitable opportunity will present itself upon my forthcoming presence at Court, which I think will take place between 20 and 25 July. 5 July 1788. have, while I hope that the Emperor's state of health may then also be considerably more favourable than now, as this is also one of the reasons why I have thus far postponed my journey at the request of His Highness. Herewith I consider Your Honour to have been sufficiently informed of what Your Honour is to observe under the present circumstances, wherewith I leave all the rest commended to Your Honour's prudence and good judgment, remaining, while wishing Heaven's blessing, very gladly, below stood, Your Honour's good friend, was signed, Jan Greeve, in the margin, Samarang, 16 June 1788. Translation of a Javanese short letter written by Emperor Pakubuwana etc. at Surakarta, to the Senior Merchant and First Resident there. The Chief Hartzinck having requested to know the reasons why I was aggrieved on account of Chief Palm, the answer serves: that he was to blame for the arrival of the subjects of my uncle the Sultan to perform here, and compelled me to give consent thereto, although I do not wish to be compelled at all. Also, when I once had the lease monies of the village of Penjalinan requested from him, he presumed to speak words that were completely unbefitting to be uttered against me, which have thus greatly upset my heart and caused me grief, he having afterwards spoken more improper words against me, which have likewise hurt me in the highest degree. Copy Copy of the translation of a Javanese letter written by Emperor Pakubuwana etc. to the Governor, dated Saturday the 26th of the light half of Ruwah in the year Jimakir 1714. After the usual greetings: If my brother's journey to Surakarta can be postponed, since I am still sick, and cannot yet properly see anyone, and moreover my stomach is also still painful, for since the marriage of Your Honour and my son Arya Mataram, I have not yet been well and also cannot yet come under the gallery, but when my eyes and stomach are in order I shall certainly inform Your Honour thereof at the earliest opportunity. I request brother not to be faint-hearted in that regard. Furthermore, I and the Pangeran Adipati Anom and all my other children, small and grown, sons and daughters, greet brother most affectionately. Written on Sunday the 26th of the light half of Ruwah in the year Jimakir 1714. Below stood, translated by me, was signed, Willem Waadenaer, sworn translator. Copy of a letter written by the said Governor to His Highness the Emperor. With regret I perceive from brother's very pleasant letter to me, written the 26th of the light half of Ruwah in the year Jimakir 1714, that the bodily indisposition of Your Highness, and very especially the entirely painful eye ailment, contrary to my hope and heartfelt wish, still continues. Very gladly do I therefore comply with the request of Your Highness 5 July 1788.

Dutch transcription

bi de Contracten tusschen de Comp:e en de keijser subsisteeren„ „de en ook bij die welke tusschen den samarangs Hoofd regent en den souracantasch Rijksbestierder zijn geslooten, voorts meede bij de successive van hier afgesondene brieven, de regis„ „ters weegens de verdeeling der bovenlanden en insonderheid bij sekere secreete Jnstructie van den Jare 1784. voorname„ „lijk relatie hebbende tot een onverhoopte Kroons vacature, waar omtrend uE: attentie wel speciaal moet gevestigd zijn op eene prompte en behoorlijke executie van 't geene daar bij word voorge„ schreeven, en waar bij ik uE: tevens nogmaals reCommandere voor al na de genegendheid en 't vertrouwen van de Pangerang Amang Coenagara te tragten en hem gelijk meede door mij ge„ schied nu en dan met een klein presentje, steeds in een goede luijm te houden op dat hij sig met gerustheid mag velaten op de versekering welke men hem gaft dat de Comp:e voor 't belang van hem en zijne kinderen behoorlijk sorgen sal, als hij sig steeds na hare begeerte schikt en niets doed als met haar goedvinden also ik dit voor 't beste middel houde om deesen onderneemende prins, bij deese of geene sterf gevallen aan de beijde Htoven in behoorlijke devotie te houden terwijl 't tegensteijdig gedrag van uE: praede„ Cesseur Palm thans oorsaak is, dat dien Prins so als ik nu eerst verneeme /:wijl men steeds selfs door de onbehoorlijkste middelen heeft waeten te belelten dat mij geen andere berigten, terhand qua„ „men, als die men selfs goedvond mij tegeeven:/ seedert eenige tijd een merkelijke invloed op de keijser en aan deel in de directie heeft verkreegen, het geene men als nu op een voorsigtige wijse sal moeten matigen dan waar toe ik denke dat de meest geschikste gelegendheid sal voorkomen bij mijne aanstaande presentie, te Hove die ik denke dat tusschen den 20: en 25: Julij sal plaats den 5: Julij 1788. — hebben 253. den 5: Julij 1788. — hebben terwijl ik hoope dat 's Keijzers gesondheids - staat als dan ook vrij voordeeliger mag zijn als nu wijl dit ook eene der reede„ „nen is waar om ik mijne optocht ten versoeke van zijn Hoogheid duslange hebbe uijtgesteld. Hier meede agte ik uE: genoegsaam te hebben onderrigt van 't geene uE: in de presente omstandigheeden te betragten staat Waar meede ik al 't overdere aan UE: voorsigtigheid en goed overleg bevolen late blijvende onder toewensching van 'S Heemels zegen, seer gaarne /:onderstond:/ uE: goede vriend/ /:was geteekend/ Ian Greeve :/ in margine / Samarang den 16: Junij 1788. — Translaat Jav: Cartabelletje geschr: door den Keijser Pakoeboeana &=a te soura Carta, aan den opperkoopman en eerste Resident aldaer Het opperhoofd Hartzinck versogt hebbende om de reedenen te moogen weeten, waarom ik gevoelig den, weegens het opperhoofd Palm zoo diend daar op: dat hij van de aan komst der onderdanen van mijnen Oom den Sulthan, om hier te speelen, de schuld geweest is en mij daar toe tot toestemming heeft gedwongen, hoe wel ik gants niet ge„ „dwongen wil zijn-. ook heeft hij,; toen ik eens de pagtpenningen van de Dessa Pendjalinnan bij hem liet versoeken, zig onderstaan woorden te seggen, die gansch en al niet passen tee gens mij ge„ uijt teworden, welke dus mijn haat zeer hebben ontsteld en mij leed gedaan, hebbende hij naderhand meer onpasselijke woorden teegens mij gesprooken, die mij meede inden hoogsten graat hebben seer gedaan. Copia Copia Translaat Iav: brief geschr: door den keijser Pacoeboeana &: aan den Heere Gouverneur gedateerd op Saturdag den 26: van 't Ligt Roewah in 't Jaar Djiemakir 1714. — Na gewoone voorleden Als mijn broeders overkomst na Soura Carta uijtgesteld kan worden, overmits ik nog siek ben, en nog met regt iemand kan zien, en boven dien mijn Buijk ook nog pijnelijk is, want seedert het huwelijk van uwel Ed: gestr: en mijnen zoon Ario Mattaam, ben ik nog met wel geweest en ook kan ik nog niet onder de gallerij koomen dog wanneer mijn ogen en Buijk in ordre zijn zal ik uwel Ed: gestr: sekerlijk daar van met ten eersten kennisse geeven: Jk versoeke broe„ der dat broeder daar omtrend niet kleijnhartig is overigens groete ik en den pangerang Adipattij Anom en alle mijne verdere kinderen klijn en groot zoons en dogters Broeder, op 't minsaamst. Geschr: op Zondag den 26. van 't ligt Roewa in 't Jaar d' Jima„ em kia 1714. /:onderstond:/ getr door mij /:was geteekend/ W=m Waadenaer gesw: trans=m. — Copia Brief geschr: door meeren: Heer Gouver„ „neur aan zijn Hoogheid den keijser. Met leedweezen ontwaar ik uit Broeders, mij seer aange„ „name brief, geschr: den 26: van 't ligt Roewa in 't Jaar Djima„ kier 1714. , dat de lichaams ongesteldheid van uwe Hoogheid, en Wel insonderheid de allezints smertelijke oog quael, teegen mijne hoop en hartelijke wensch, nog aanhoud. volgaarne voldoe ik derhalven aan 't versoek van uwe den 5: Julij 1788. — Hoogheid

NL-HaNA_1.04.02_3816_0531 view scan ↗

English

255. the 5th of July 1788. — Highness, to postpone for the time being my upcoming journey to Souracarta to meet with Your Highness, and this the sooner as there will be sufficient time available for that purpose until the end of the upcoming Dutch month of July, while in the meantime I constantly continue to hope and wish that Your Highness may soon rejoice over a fortunate and complete recovery. For the rest, may Your Highness, together with our beloved son Pangerang Adipattij Anum and Your Highness's other children, be greeted in the most affectionate manner. Below stood: Samarang, the 3rd of June 1733. Was signed: I. Greeve. Copy translation of Javanese letter written by the Sultan at DjoeJocarta to the aforementioned Lord Governor, received at Samarang on the 23rd of June 1788. — I give Your Honorable Right Honorable notice that the contents of Brother's letter have presently come to my mind, regarding my previous request made to Brother and to my grandfather the Lord Governor-General along with the Right Honorable Lords Councillors of the Indies, for the purchase of 100 pairs of pistols, of which I have already received 25 pairs, and thus 75 are still lacking, the contents of which of Brother's letter dictated that Brother, as soon as the remaining ones were received from my grandfather the Lord Governor-General and the Right Honorable Lords Councillors of the Indies, would send the same to me, wherefore I am in strong desire that my request of 100 pairs of pistols may be fulfilled, for the reason that when Brother arrives safely at my court at DjoeJocarta, I may show Brother honor upon arrival. the 5th of July 1788. — I and the Pangerang Adipattij Anom Amang Coenogoro furthermore greet Brother in the most affectionate manner. Written at Djoe Jocarta Adiningrat on Thursday the 14th of the Light of Pocassa in the Year Djimakier 1714. Below stood: translated by me. Was signed: Wm Wardenaer, sworn translator. Copy letter from the just-mentioned Lord Governor To the Sultan I have constantly continued to desire an opportunity to be able to further provide Brother with the desired pistols, and this would already have happened if they had since been received from Batavia. But since the Lord Governor-General and the Lords Councillors of the Indies have not yet been able to fulfill the promise made to me in this regard, of which the cause is surely that the expected number of this type of firearm, due to the delayed voyage of the ships, has not yet been brought from the Netherlands, I would therefore be obliged to request Brother to still exercise patience for some time in his desire for these pistols. However, since Brother informs me of wishing to make use of these pistols on the occasion of my upcoming arrival at the court of Your Highness, I therefore let a number of 25 pairs come to Brother at present from the small number that is still on hand here and was intended to serve for the Company's own use, in the hope that Your Highness will for now be satisfied with that. Furthermore, I greet Brother together with the Pangerang Adipattij 257. the 5th of July 1788. Adipattij Anom Amang Coenogoro in the most friendly manner, with cordial wishes for all salvation, prosperity, and welfare unto length of days. Below stood: Written at Samarang, the 23rd of June 1788. Was signed: I. Greeve. — Copy Translation of Javanese letter written by the Sultan Aming Coeboeana to the aforementioned Lord Governor, received the 4th of July 1788. I have well received the reply letter sent to me by Brother, and have fully understood its contents, entailing that Brother had constantly continued to desire an opportunity to be able to further provide me with the desired pistols, and that this would also already have happened if they had since been brought from Batavia, but since my grandfather the Lord Governor-General and the Lords Councillors of the Indies had not yet been able to fulfill the promise made to Brother in this regard, and of which the cause is surely that the expected number of that type of firearm, due to the delayed voyage of the ships, had not yet arrived from the Netherlands, Brother would therefore be obliged to request me to still exercise patience for some time in my desire for these pistols. But since I informed Brother of wishing to make use of these pistols on the occasion of Brother's upcoming arrival at my court at DjokJocarta Adiningrat, Brother therefore let a number of 25 pairs come to me from the small number that was still on hand thereof at Samarang and was intended to serve for the Company's own use, in the hope that I would for now be satisfied with that; to all of which I serve in reply that the aforementioned 25 pairs of pistols have been very well received by me, and I thus express my manifold thanks for them, both to Brother and to my grandfather the Lord Governor-General and the Lords Councillors of the Indies; while I nevertheless remain assured of looking forward to the remainder to complete the hundred pairs of pistols requested by me. I, together with the Pangerang Adipattij Anam Amang Coenogoro

Dutch transcription

255. den 5: Julij 1788. — Hoogheid om mijne aanstaande reijse na souracarta ter ontmoeting van uwe Hoogheid, voor eerst uittestellen en dit te eerder wijl daar toe tot het laatst vande aanstaande hol„ landsche maand Julij genoegsame tijd voorhanden sal zijen, terwijl ik intusschen steeds blijf hoopen en wenschen dat uwe Hoogheid sig eerlang, over een gelukkige volkomenc herstelling mag verblijven. voor het overige zij uwe Hoogheid nevens onsen geliefden zoon Pangerang Adipattij Anum: en uw Hoogheids verdere kinderen op 't minsaamste gegroet. /:onderstond:/ Samarang den 3:' Junij 1733. /:was geteekend:/ I: Greeve. Copia translaat Jav: brieff geschr: door den. sulthan te DjoeJocarta aan voorm: Heer Gouverneur ontvangen te Samarang den 23: Junij 1788. — Ik geeve uwelEd: gestr: kennisse dat mij khans in gedagten is gekomen den inhoud van broeders brief, omtrend mijn vorig versoek aan broeder en aan mijn groot vader den Heere Gouverneur generaal beneevens de Wel Ed: Heeren Raden van Jndie gedaan, ter inkoop van 100: paren pistoolen, waar van ik reeds 25: paren hebben ontvangen, en dus nog 75: manqueeren, welkers inhoud / van broeders brief:/ dicteerde, dat broeder, so schielijk de resteerende van mijnen groot, vader den Heere Gouverneur generaal, en dewel Ed: Heeren Raden van Jndie soude sijn ontvangen, mij deselve soude oversenden, wishalven ik in 't sterk verlangen den, dat aan mijn versoek van 100: paren pistoolen mag voldaan worden, om reedenen als broeder behouden aan mijn toff te djoe jocarta komt, ik broeder bij aankomst kan eere bewijsen. k . den 5: Julij 1788. — Hen den Pangerang Adipattij Anom Amanq Coenogoro, groeten overigens Broeder op 't minsaamst Geschr: te Djoe Jocarta adiningrat op Donderdag den 14: van 't Ligt pocassa in 't Jaar Djimakier 1714. /: onderstond / getranslateerd door mij /:was geteekend/ W=m Wardenaer gesw: transl=t Copia brief van even gem: Heer Gouverneur Aan den sulthan Gestadig heb ik blijven verlangen nagelegenheid om broeder nader te kunnen voorsien vande begeerde pistoolen en dit soude ook bereeds geschied zijn, indien die sedert van Batavia waren ontvangen Dan door den Heere Gouverneur generaal en de Heeren Raaden van Indie nog niet hebben kunnen ver„ vullen de toesegging mij des weegens gedaan, waar van seeker„ „lijk de oorsaak is dat het verwagt getal van dit soort schiet geweer door de vertraagde reijse der scheepen, nog niet uijt nederland is aangebragt, so soude ik, mits dien verpligt zijn broeder temoeten versoeken in zijn verlangen na deese pistoolen nog eenige tijd geduld te oeffenen. Dog vermits broeder mij meld van deese pistoolen gebruijk te willen maken ter gelee„ genheid van mijne aanstaande komst aan het koff van uwe Hoogheid, so laate ik van 't kleen getal dat hier nog aanhan„ den is, en tot Comp eijgen gebruijk moest dienen, een getal van 25: paren tans aan broeder toekoomen in hoope dat uwe Hoogheid daar meede voor eerst genoegen zal neemen. voorts groete ik broeder neevens den Pangerang Adipattij 257. den 5. Julij 1788. Adipattij Anomamang Coenogoro op 't aller vriendelijkste met hartelijke toewensching van alle heijl voor spoed en wel„ „vaert tot een lengte van dagen /:onderstond:/ Geschr: te sama„ „rang den 23. Junij 1788. /:was geteekend:/ I: Greeve. — Copia Translaet Javaense brief geschr: door den sulthan Aming coeboeana aan voornoem„ „den Heere Gouverneur ontfangen den 4: Iulij 1788. Ik hebbe wel ontfangen den andwoord brief door broeder mij toegesonden, en dies inhoud ten vollen verstaen, behelsende dat broe„ „der gestadig na geleegendheid had blijven verlangen, om mij nader te kunnen voorzien van de begeerde pistoolen, en dat dit ook bereeds soude zijn geschied, so die seedert van Batavia aangebragt waren, dog daer men groot vader den Heere gouverneur generael en de Hee„ „ren Raeden van India nog niet hadden kunnen verzullen de toe„ „segging broeder des weegen gedaen, en waer van, seekerlijk de oor„ „saek is, dat het verwagte getal van dat soort schiet geweer door de vertraegde rijse der scheepen, nog niet uit nederland was overgekoo„ „men, so soude broeder mits dien verpligt weesen, mij te moeten versoeken, in mijn verlangen na deese pistoolen nog eenige tijd geduld te oeffenen. Maer daer ik broeder milde van deese pis„ „toolen gebruik te willen maken, ter geleegendheid van broeders aanstaende komst aan mijn Hoff te DJokJocarta Adinin„ „grat, so liet broeder van 't kleen getal dat te samarang daer van nog aanhanden was en tot Comp=s eijgen gebruik moest dienen een getal van 25. Iaren aan mij toekomen; in die hoope, dat ik daer meede voor eerst genoegen soude neemen, op welk alles ik ten andwoord dienen dat bij mij seer wel sijn ontvangen gemel„ „de 25: p=r pistoolen, en ik dus daer voor mijne menigvuldi„ „ge dank betuijge, so wel aan broeder als aan mijn groot vader den Heere Gouverneur generael en de Heeren rae¬ „den van India; terwijl ik egter de overige ter Complee„ „tering van de door mij versogte Hondert p=r pistoolen, verseekerd blijve te gemoed zien. Ik nevens den Pangerang Adipattij Anam Amang Coenogoro

NL-HaNA_1.04.02_3816_0534 view scan ↗

English

the 5th of July 1788. Coenogoro affectionately greets brother, wishing for lasting prosperity and blessing. Written in Djoc Jocarta Adiningrat on Monday, the 25th of this bright Puasa in the year Jimakir 1714. Below stood: translated by me. Was signed: Wm. Wardenaer, sworn translator. Copy of the Report from the sworn translator Wm. Wardenaer, dated 5th of July 1788. With due respect, the humble signatory takes the liberty to report to your Right Honorable that the youth A. I. Stevens, during the time of three months since it has pleased the same to appoint a Malay for the instruction of two European youths, has advanced so far in the Malay art of spelling that he already knows how to join some of the syllables together and subsequently to read, in so far as he masters the language. Yet of the youth I. Spruijt, the petitioner cannot give an account yet, as the same was only sent half a month ago, and thus has not learned for long; it appears, however, that in the course of time he will not yield to his aforementioned companion Stevens, being also very eager in learning. Herewith the undersigned hopes that he will have given satisfaction to your Right Honorable, for which reason he takes the liberty to call himself, with pure respect. Below stood: Title. Lower: Your Right Honorable's faithful and obliged servant. Was signed: Wm. Wardenaer, sworn translator. In the margin: Samarang, the 5th of July 1788. 259. Batavia. the 14th of July 1788. To His Excellency, The Most Honorable, Highly Esteemed Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, and The Right Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies. Most Honorable, Highly Esteemed Lord, Right Honorable Lords, On the 7th of this month I had the honor to receive Your Excellencies' highly respected separate letter of the 27th of June past, in fulfillment of the contents of which, and the order given to me therein to procure relief and assistance for Banjermassing as quickly as possible, for the expulsion or overcoming of the enemies by whom the Company's possessions there were attacked and further threatened, I immediately dispatched such an order to Sourabaija, of which I take the liberty to enclose a copy, requesting to be permitted to refer thereto for the sake of brevity. Furthermore, I have endeavored to carry out from here as far as was in any way possible the orders given, the 14th of July 1788. for which purpose the ship Het Meeuwtje, from which Captain Stuijbert ten Breem, as appears from the copy of the Resolution concerning it, was discharged on account of his illness, and the Captain-Lieutenant of the ship De Pollux, Dirk Hendrik Block, was provisionally and subject to the honored approval of Your Excellencies placed in command thereof, and subsequently also the vessel Jagtrust, which arrived in this roadstead on the 9th of this month, were provided here with as many seafaring men as could in any way be spared, to the number of 79 heads, or 40 Europeans, and 39 Javanese, for which some petty or deck officers, as well as common crew members, had to be taken from the ships sent hither for loading; so that only thereby were they able to obtain a sufficiently adequate crew, as will further appear to Your Excellencies from the notes appended hereto. The number of European soldiers that could with any possibility be furnished from this garrison for this expedition consists, according to the written statement appended hereto from the titular Major Vermeer, of 1 sergeant, 261. the 14th of July 1788. 1 sergeant, 2 corporals, and 30 privates; that is all that could with peace of mind be spared from here, particularly also because, during my impending journey to the Courts, the Dragoons and Grenadiers of Samarang will be absent and the remaining garrison, if more had been detached, both because of that and because fully 49 are lying in the hospital, would then be too weak, in case of necessity—for which, given the increasing boldness of the hostile foreign nations, one cannot be entirely without apprehension—to expect the required service from them; just as the reasons are also situated in that same apprehension why I have designated none of the Samarang galleys for this expedition, but have retained them for the continuous cruising of the Javanese shores, in order to be on guard as much as possible against all hostile attempts. The servants at Sourabaija, however, have been ordered to place from the garrison there on the ships still as many soldiers as can in any way be spared, and, besides the vessels that will have to serve for the transport of the Madurese and Sumanappers, to

Dutch transcription

den 5. Julij 1788. Coenogoro groeten broeder minsaem onder toewensching van een bestendigen walvaert en zeegen. Geschr: te DJoc Jocarta Adiningrat op Maendag pap den 25. van dit ligt pocassa in d Jaer Jimakier 1714. /:on„ „derstond:/ getranslateerd door mij /:was geteekend:/ Wm: wardenaer gesw: tr:-. Copia Berigt van den gesm: Translateur W=m Wardenaer gedateerd 5: Julij 1788:—. Met verschuldigde eerbied neemt den nedrigen teekenaer de vrijheid uwel Ed: gestr: te berigten, dat den Jongeling A: I: stevens, zedert den tijd van drie maenden dat het Hoogst desel„ „re heeft behaegd, een Maleijer tot anderwijs van twee Euro„ „peese Jongelingen aantestellen; zoo verre in de maleijdsche spelkoust is gevordert, dat hij reeds eenige der sijlabes bij malkander weet te voegen en vervolgens te leesen, in zo verre hij de tael magtig is. Dog van den Jongeling I: spruijt, kan den sup:t nog niet op geven, also denselven eerst voor een halve maend gesonden geworden is, en dus nog niet lange geleerd heeft, dat het laet zig egter aanzien, dat denzelven sijn gem: macker steeven/ in vervolg van tijd mits zal toegeven, als meede zeer ieverig in 't leeren weesende. Hier meede verhoopt den ondergeteekende, dat hij uwel Ed: Gestr: genoegen zal hebben gegeven weshalven hij de vrij„ „heid neemt met zuijvere eerbied zig te noe„ „men.- /:onderstond:/ Titul :/ Lager:/ uwelEd: gestr: trouw„ „schuldige en verpligte dienaer /:was geteekend:/ W=m: wardenaer gesw: transl=r /:in mar„ „gine :/ Samarang den 5: Julij 1788:—. 259. Batavia. den 14:e Julij 1738. Aan zijn Hoog Edelheid! Den Hoog Edel Gestrenge, Groot Achtb: Heer! M=r Willem Arnold Alting, Gouverneur Generael, en De WelEdele Gestrenge Heere Raeden van Nee„ „derlandsch Indie. Hoog Edel, Gestrenge, Groot Achtb: Heer! WelEdele Gestrenge Heeren; Den 7=e deeser heb ik de eer gehad te ontvangen Uwer Hoog Edelheeden seer gerespecteerde Aparte missive van den 27=e Junij passato, ter voldoening aan welken inhoud en de mij daer bij gegeevene order, om Banjermassing so spoedig mogelijk ont„ „let en adsistentie te besorgen, ter verdrijving of overmeestering der vijanden, door welken Comp: posessien aldaer waeren aangetaalt en verder wierden gedreigd, ik direct na sourabaija sodanig aan„ „schrijven hebben afgevaerdigd, als waer van ik de vrijheid nee„ „me Copia deelen inte sluijten, met versoek mij kortheids halve daer aan te mogen refereeren. - Voorts heb ik van hier so veel eenigsints mogelijk is geweest de gegeeven O den 14. Julij 1788. gegeevene orders ter uuitroer tragten te brengen, waer toe het schip het Meeuwtje, van het welken den Capitain Stui„ „bert ten Breem, blijkens Copia der daer van spreeken„ „de Resolutie, weegens zijne ziekte, ontslagen en den Capi„ „tain Luijtenant van het schip de Pollux Dirk Hendrik Block, provisioneel en onder de geEerde approbatie Uwer Hoog Edelheeden, daer op in Commando is geplaetst, en vervol„ „gens ook het scheepje Iagtrust, dat den 9=e husus ter deeser rheede is gearriveert, alhier voorsien zijn, met so veel Zeevaeren„ „den als maer eenigsints hebben kunnen gemist worden, ten ge„ „talle van 79: koppen, of ff 40: Europeesen, en „9: Javaenen, waer toe eenige, soopper-of - Deksofficieren, item gemeenen van de ter belading herwaerds gesondene scheepen hebben moeten worden geligt: invoegen deselve alleen daer door een genoegsaem toerijkende Equipagie hebben kunnend bekomen, so als Uwe H: Edelheeden it de daer van deesen bijgevoegde Notitien nader sal consteeren. Het getal der Europeesche Militairen, dat uit dit guar„ „nisaen, voor deese Expeditie met eenige mogelijkheid heeft kunnen gefourneert worden, bestaet, volgens de deesen bij gevoegde schriftelijke opgave van den tit=o Massaar vermehr, in 1: sergeant 261. den 14. Iulij 1788. 1: sergeant. 2. Corporaels, en 30. gemeenen; dat alles is wat met gerustheid van hier te missen is geweest, bijsonder ook om dat, geduurende mijne ophanden zijnde Reijse na de Hoven, de Dragan„ „ders en Granadiers van Samarang sullen afweesig en het overblijvende guarnisoen, so er meerder waren gecom„ „mandeerd, so daer door, als om dat'er wel 49. in het Hospitael leggen, als dan te vwak soude zijn, om, ingeval van noodsakelijkheid, waeren voor men, mits de toeneemende stoutheid der vijandige overwalsche natien, niet geheel sonder bedugting kan weesen, daer van de vereischte dienst te verwagten, gelijk dan ook in die selfde bedugting de reedenen geleegen zijn, waer„ „om ik geene van de samarangsche galijen tot deese Ex„ „peditie hebbe gedestineert, maar deselve hebben aangehou„ „den ter Continueele bekruijssing der Iavasche stranden, om teegen alle vijandelijke aanslagen, soo veel mogelijk op hoede te zijn. De bedienden te sourabaija zijn egter gelast uit het guarni„ „soen aldaer nog so veel militairen op de scheepen te plaetsen, als eenigsints te missen zijn, en om behal„ „ren de vaertuigen die sullen moeten dienen tot transport der Madureesen en Sumanappers, bij de

NL-HaNA_1.04.02_3816_0538 view scan ↗

English

the 14th of July 1788. to add the Pantjalling sourabaija, along with as many other vessels as can be spared and obtained. The ship het Meeuwtje has also been provided here with a boat, which can thus be armed in order to carry out the landing with it. While the ship Iagtrust has already been provided with one at Batavia. Furthermore, the number of artillerymen consists of: 1 Bombardier, 4 Gunners, and 8 Matchlockmen, this being everything that samarang could contribute to it, as Your High Nobilities will also be able to ascertain from the report regarding this submitted by Artillery Captain Pilon, which also shows what ammunition goods both small ships have been provided with, and also which firearms and weaponry have been dispatched for the troops crossing over, since this was done sufficiently in accordance with the proposal made therein and as evidenced by the accompanying notes. Yet to find the necessary gunpowder for this and for the other provisions, without stripping samarang far too much, as the remaining stock was no greater than 9005 lb, of which Souracarta and Djoejocarta with the subordinate posts still had to be allocated 2500 lb, 263. the 14th of July 1788. I have taken from the other ships present here in the roads a quantity of 5200 pounds. And as the aforementioned ship 't Meeuwtje was by no means, with regard to its sails and rigging, in such a condition that the voyage to Banjer could be made with it, it being partly an upriver journey as far as sumanap, that small ship has been supplied here with what is necessary as well as possible, as Your High Nobilities will likewise ascertain from the note also accompanying this. The ship Iagtrust, beyond reinforcement of crew, increase of provisions and ammunition, having also absolutely needed 8 pieces of 4-lb gun carriages, the same have also been supplied to that vessel. The supply of woodwork has been planned according to the requirement and statement made in this regard by Captain-Engineer Reimer in a report, of which I have the honor to present a copy to Your High Nobilities; a portion of it is already in here, the remainder will be loaded into the ships at Grissee. In that report, various tools and other necessities were also requested, almost all of which have also been supplied. The furnishing of provisions has been carried out for six months, likewise with respect to the medicines, calculated therein for 300 Madurese and Sumanappers. — Beyond the 14th of July 1788. Beyond the 20 coyangs of rice that the servants of Your High Nobilities have requested, another 50, thus in total 70 coyangs, will be dispatched, all of this still excluding the rations of rice and katjang for the voyage. And since Your High Nobilities have pleased to project 30 leagers of arrack for this expedition, the same quantity has been loaded in advance into the aforementioned small ships from the stock on hand here. Furthermore, I have charged the Commander of the Eastern Salient with the execution of the order issued by Your High Nobilities, namely to cause the ship de Nepthunis, upon return from sumbauwa, with all the force aboard it, to depart directly for Banjer and to command the officers to place themselves under the orders of Senior Merchant Hofman. Meanwhile, now that people here were busy making the aforementioned preparations, I have, both directly from here and via sourabaija, informed the Banjer servants thereof and admonished them in the letter accompanying this in copy to courage and steadfastness. I have further drawn up such an instruction for the commander of that small squadron, being Sea Captain Ian Anthonij Lubben, of which I have the honor to present the copy herewith to Your High Nobilities, 265. the 14th of July 1788. in the hope that the same and my further actions in this may be found worthy of the high approval of Your High Nobilities. After everything had thus been brought in readiness with as much speed as was possible, I understood that it would best accord with the objective, namely the granting of a swift and hasty relief, merely to dispatch those ships to the Eastern Salient, without letting them tarry here awaiting the money which Captain Lubben informed me would be forwarded hither from Batavia for Banjer. To this I proceeded all the more readily because I understood that on account of the disturbances that have arisen, the Spanish reals otherwise needed for the pepper would not immediately be required; and that should matters turn out favorably so quickly that one of the ships might be able to obtain its cargo directly, the Sultan of Banjer would then owe sufficient obligation and gratitude to the Company to grant some postponement of payment until the customary return of the ship. While in any case it would also still be best to have the ship or vessel, with which that money is to be brought, with it

Dutch transcription

den 14: Iuli 1788. de Pantjalling sourabaija, nog so veel andere vaertuij„ „gen te voegen, als te missen en te bekomen sullen zijn. Ook is het schip het Meeuwtje alhier voorsien van een Boot, die dus gearmeert kan worden, om daer meede de Landing te doen. - Terwijl het schip Iagt„ „rust meede reeds te Batavia daer van voorsien is. Voorts bestaet het getal der Arthilleristen in 1: Bombardier, 4: Cannoniers, en dit 8. Busschieters, zijnde ook alles wat samarang daer van heeft kunnen bijsetten, gelijk dit uwe Hoog Edel„ „heeden almeede Consteeren sal, uit het berigt deseneegens overgegeeven door den Arthillerij Capitain Pilon, waer„ „bij tevens ook blijkt met welke Ammunitie goederen, de beide scheepjes zijn voorsien en ook welke geweeren en wa„ „pen goederen voor de overgaende Manschappen zijn afge„ „sonden, nademael, dit genoegsaem conform het daer bij gedaene voorstel en blijkens de daer van deeen versel„ „lende notitien, is geschied. Dan om hier toe en tot de andere verstrekkingen het nodige Buskruijt te vinden, souder samarang vel„ „re al te seer te ontblooten, also het restant niet groo„ „ter was dan 9005: lb:, waer van Souracarta en DJoejo„ „carta met de onderhoorige posten nog 2500: lb: moesten worden 263. den 14. Julij 1788. worden toegedeeld, heb ik van de overige hier ter rheede sig be„ „vindende scheepen geligt een quantiteit van 5200. ponden En daar het gemelde schip 't Meecuwtje sig geensints ten opsigte zijner zeil en takelagie, in die gesteldheid bevond, dat daer meede de reijse na Banjer konde worden gedaen, als zijnde gedeeltelijk een ophaeltogt tot sumanap toe, is dat scheepje alhier van het nodige best mogelijk voorsien, so als suks uwe H: E: almeede Consteeren sal, bij de notitie, ook daer van deesen versellende. Het schip Iagtrust, buijten versterking van Manschap vermeerdering van provisien en Ammunitie, ook abso„ „lut nodig gehad hebbende 8. p=s Rampaerden van 4: lb=s; so sijn deselve meede aan dien bodem verstrekt. van de Houtwerken is de voldoening geprojecteert na den eijsch en opgane door den Capitain Ingenieur Reimer desweegens gedaen bij een berigt, waer van ik de eer hebbe uwe Hoog Edel„ „heeden Copia aantebieden, een gedeelte daer van is reeds hier in het overige sal te Grissee in de scheepen worden afgelaeden. Bij dat berigt zijn ook verscheide gereedschappen en an„ „dere noodwendigheeden gevraegd, die ook genoegsaem alle voldaen zijn. De verstrekking van provijsien is geschied voor ses maen„ „den, so ook ten opsigte der Medicamenten, daer onder ge„ „calruleerd voor 300: Madureesen en sumanappers. — Buijten den 14. Iulij 1788. Buijten de 20. Caij=s Rijst, die de bediendens van uw H: E: hebben versogt sullen 'er nog 50. dus in het geheel 70. Coijangs afgesonden worden, alles nog buijten de randsoenen van rijsten Catsang voor de reijse. En vermits uwe Hoog Edelheeden, voor deese expeditie 30. leggers Arak hebben gelieven te projecteeren, so is deselfs„ „de quantiteit voor af, uit de hier aanhanden zijnde voor„ „raed in de gem: scheepjes afgeladen. Voorts heb ik den oosthoeks gezaghebber de executie opgedragen van de door Uwe Hoog Edelh: gestelde arder om namelijk het schip de Nepthunis, bij terug komst van sumbauwa, met alle de daer op zijnde magt, direct na Banjer te doen vertrekken en de officiers te gelasten sig te stellen onder de orders van den opperkoopman Hofman ondertusschen nu dat men hier besig was met het maken der voormelde toerustingen heb ik, so wel direct van hier als over sourabaija, de Banjersche bedienden daer van geinformeert en hun bij de in Copia deesen versellende brief vermaend. tot kloekmoedig. en standvastigheid. - Ik heb wijders voor den Commandant van dat Esqua„ „dertje, zijnde den Capitain ter Zee, Ian Anthonij Sub„ „ben, soodanig eene Instructie te samen gesteld, als waer van ik de eer hebbe uwe H: E: hier neevens de 265. den 14. Julij 1788. de Copia te presenteeren, in hoop dat deselve en mijne verdere verrigtingen in deesen de hooge goedkeuring van uwe H: E: mogen waardig bevonden worden. Na dat alles dus, met so veel spoed als mogelijk is ge„ „weest, in gereedheid was gebragt, heb ik begreepen, dat met het oogmerk, namelijk het verleenen van een rassen en haestige bijstand, best soude overeenkomen, die schee„ „pen maer na den Oosthoek te depecheeren, sonder de sel„ „re hier te laten vertreven, ter afwagting van het geld, het welk Capitain Lubben, mij heeft geinformeert, dat voor Banjer, van Batavia herwaerds soude worden na„ „gesonden. - Hier toe ben ik des te verder overgegaan, wijl ik begreep dat 'er weegens de ontstaene onlusten, nu met direct de andersints voor de Peeper benodigde spaensche reae„ „len souden vereischt worden: En dat so de saeken sig al so spoedig ten voordeelen mogten schikken, dat dig een der scheepen direct zijne lading mogt kunnen erlan„ „gen, de sulthan van Banser, als dan genoegsaeme verpligting en erkentenis aan de Comp: schuldig is, om eenig uitstel van betaeling te geeven tot de gewoone te rug komst van het schip.- Terwijl het in alle gevallen ook nog best zoude zijn om het schip af vaertuijg, waermeede dat geld staet te worden aangebragt, daer meede

NL-HaNA_1.04.02_3816_0542 view scan ↗

English

the 14th of July 1788. also to be sent onward to the Oosthoek, so that by arriving there in good time, it can be delivered. The only objection I found against this, therefore, was merely that the servants, in the event of a failed encounter, would then be deprived of the necessary money for the household and for the payment of board wages and other expenses, which would now be all the more necessary. Therefore, in order to provide for this as much as was at all possible, from the very soberest stock of specie on hand here, I have sent thither, divided over the two ships, a sum of 10000:-, including some Spanish currency, in the hope that for the present one will be able to manage with that and with the 22 barrels of Doits sent from Batavia, until Your High Excellencies can make further provision. It only remains for me, with respect to this outfitting and equipment, to report that the said two ships will depart from here tomorrow. With due respect and high esteem I call myself, it was underwritten, title, lower, Your High Excellencies' very obedient and faithful servant, was signed, Ian Greeve, in the margin, Samarang the 14th of July 1788. 267. the 14th of July 1788: Copy of a Separate Letter written by the Governor of Java I: Greeve, to the Administrator in the Oosthoek Barkoij, dated Samarang the 7th of July 1788. Just at this moment I receive Their High Excellencies' separate missive of the 27th of June 1788, a copy of which as well as of its enclosure is included herewith, in compliance with the contents of which I order Your Honour to let the Madurese military, who were recruited for service in Ceylon and according to my latest instructions were to be sent to Batavia with the ship Hoorn, now serve for Banjermassing, to which must also be added as many others as the Prince will be able to supply in haste, and also from the Regent of Sumanap, as many soldiers, with the necessary officers, as he will be able to assemble with all speed. These men must be transported by small craft to Banjer as soon as possible, but since the small ships het Meeuwtje and Iagtrust have been assigned to escort them, of which the first is present here and the other is expected from Tagal, Your Honour will in the meantime have sufficient time and opportunity to make the necessary arrangements with the Prince of Madura and the Pangerang of Sumanap to get those transport craft ready and assembled as quickly as possible. The aforementioned two small ships will be reinforced here with men as much as possible, and made defensive as far as is at all practicable. They will also be provided here with rations as far as feasible, to the extent that the stock will ever allow, and as one will be enabled to do by the supply of Arrack etc. expected from Batavia. However, since we are unprovided with Rice here, the 14th of July 1788: so Your Honour, in addition to the 40 to 50 Coyangs already ordered, must furnish the ships and crews from the 200 Coyangs destined for Batavia with as much as will be proportional to the ration period adopted as a guideline here, of which Your Honour will be further informed. Notwithstanding this further order, the Pantchallang Sourabaija remains destined for Banjermassing, and Your Honour must add to it as many vessels as can at all be spared, because one cannot strip oneself of the galleys on hand here, since it is to be reasonably anticipated and expected that when Banjer has been relieved by the force to be sent thither, the pirates with redoubled strength will openly renew their attacks along this coast; against which one can therefore not be too much on guard and vigilant, in order not to become subject even to the greatest dangers. And furthermore, as much timber must be loaded onto the said small ships as the Engineer Captain Reimer present aboard the small ship Iagtrust will deem to be of the most service and utility, I therefore order Your Honour to let that shipment take place at Grissee, and that up to such a quantity as the ship's hold will permit. In case the armed ship de Nephtunis from Sumbauwa should appear in the Oosthoek, then this ship, with all the force aboard it, pursuant to the esteemed order of Their High Excellencies, must depart directly for Banjer, and in that event the officers stationed thereon must be ordered to observe the orders that will be given to them by Senior Merchant Hofman. As far as at all possible, one will endeavor from here to make those small ships defensive, although one will find oneself not a little hindered here by the small supply of Gunpowder, for which reason the request already made to Their High Excellencies to be provided therewith has now been renewed in all haste, while in the event this should not arrive in time

Dutch transcription

den 14. Juli 1788. meede na den Oosthoek voort te senden, om nog tijdig ge„ „noeg daer aan komende, het selve te kunnen afgeeven. „De enigste bedenking hier teegen bevond ik dus maer te zijn, dat de bedienden, als dan, bij mislukte ontmoeting, souden verstoken zijn van het nodige geld voor de huis„ „houding en ter betaling van de kostgelden en andere uit„ „gaven, die nu nog des te meerder noodslakelijk souden zijn. Dus heb ik om hier so veel wij eenigsints mogelijk was te voorsien, uit den alle rfobersten voorraed van Con„ „tanten, die men hier aanhanden heeft, over de beide sscheepen, verdeeld dereaerds gesonden een som van 10000:-. daer onder eenig spaenschen paijement in hoop dat men het voor eerst daer meede en met de van Batavia versan„ „dene 22. vaeten Duijten, so lange sal kunnen stellen, tot „dat uw H: E: nadere voorsiening kunnen doen. Mij resteert dus, ten opsigte deeses nit en toerusting, alleen nog maer te melden, dat de gemelde twee scheepen op morgen van hier sullen vertrekken. Met de verschuldigde eerbied en hoogagting noem ik mij /:onderstond:/ titul :/ lager:/ uwer Hoog Edelheedens „leer gehoorz: en getrouwe dienaer /:was geteekend:/ Ian Greeve /:in margine:/ Samarang den 14. Iuli 1788. 267. den 14. Iulij 1788: Copia Aparte Brief geschreeven door den Heere Iavas Gouverneur I: Greeve, aan den gezaghebber in den Oosthoek Barkoij, ged=t Samarang den 7: Juli 1788. So op het ogenblik ontvangen ik H: H: E: Aparte missive van den 27. Iunij 1788. waer van Copia so mede van dies bijlaeg dee„ „sen is ingeslooten, de ter voldoening aan welker inhoud ik UE: ge„ „laste om den Madureesche Militairen, die voor Ceijlon in dienst zijn aangenomen, en volgens mijn Iongst aanschrijven met het schip Hoorn na Batavia souden gesonden worden, als nu voor Banjermassing te laten, dienen, en waer bij nog so veel andere moeten worden gevoegd, als de prins inhaest sal kunnen four„ „neeren en ook door de regent van sumanap, so veel soldaeten, met de nodige officieren, als hij met alle spoed zal kunnen bij een brengen. Dit volk sal met kleine vaertuijgen, so spoedig moge„ „lijk na Banjer moeten getransporteert worden, dog vermits tot geleide van deselve zijn geprofecteert de scheepjes het Meeuwt„ „je en Iagtrust, waer van het eerste sig hier bevind, en het andere van Tagal verwagt word, so sal uE: intusschen genoegsaeme tijd en geleegendheid hebben met den Prins van Madura en den Pangerang van Sumanap den nodige schik„ „kingen te maken, om die transport vaertuijgen ten spoe„ „digsten gereed en bij een te krijgen. - .De voorm: beide scheepjes sullen hier so veel mogelijk met manschappen versterkt, en so veel eenigsints doenlijk defensief gemaekt worden. ook sal men deselve hier so veel doenlijk van randsoenen voorsien, na maete de voorraed, maer immer zal toelae„ „ten, en men door den van Batavia verwagte aanbreng van Arak &=a, daer toe sal worden in staet gesteld. Dan vermits men hier onvoorsien is van Rijst„ so den 14. Iulij 1788: so zal uE: boven de reedes aangeschreevene 40. â 50. Coijangs, nog so veel uit de voor Batavia gedestineerde 200: Coijangs aan de scheepen en manschappen moeten verstrekken, als eevenreedig zal sijn met de tijd der Randsoeneering, al„ „hier ten rigtsnoer genomen, en waer van UE. nader sal worden geinformeert. onverminderd deese nader order, blijft egter de Pantsal„ „lang sourabaija voor Ban Jermassing gedestineert, en uE: moet nog so veel vaertuijgen daer bij voegen, als enigsints te missen sullen zijn, wijl men sig hier van de aanhanden zijn„ „de galeijen niet ontblooten kan, om dat men met gront te voor„ „sien en te verwagten heeft, dat als Banjer, door de na derwaerds aftesendene magt ontset zal zijn, de zeerovers met verdubbel„ „den kragten haeren aanval open langs deese kust sullen vervieu„ „ven; waer teegen men dus niet te zeer op hoede en waeksaem kan weesen, om niet selvs aan de grootste gevaeren onderheevig te geraeken. En dewijl 'er voorts in de gemelde scheepjes so veel Htout„ „werken moeten afgeladen worden, als den aan boord van het scheepje zagt rust sig bevindende Capitain ingenieur Rei„ „mer sal oordeelen van het meeste dienst en nut te kunnen sijn, so gelast ik uE: dien afscheep te grisfee te laten geschieden, en dat tot sulk een quantiteit als de scheeps ruimte sal permitteeren. Bij aldien het gearmeerd schip de Nephtunis van sum„ „bauwa in den Oosthoek mogt opdagen, dan moet dit schip met al de daar op sijnde magt ingevolge de g'eerde order H: A: E: direct na Banjer vertrekken, en indien gevalle de daer op bescheidenen officieren gelast worden, om te observeeren de or„ „ders die hun door den opperkoopman Hofman sullen worden ge„ „geeven. voor so veel eenigsints mogelijk sal men van hier die scheep„ „jestragten defenlief te maeken, hoewel men sig hier en niet weinig sal belemmerd vinden, door den geringe voorraed van Bus„ „kruijt, waerom men in alle haest tans heeft vernieuwt het bereeds gedaen versoek aan Hun H: E: om daer mede te war„ „den voorsien, terwijl ingevalle dit niet tijdig genoeg mogt opdagen

NL-HaNA_1.04.02_3816_0545 view scan ↗

English

269. the 14. July 1788. turn up, in addition to that which can be spared here from the Samarang stock, which amounts to only 7000: lb:, as much will be added to Sourabaija as shall be possible. - And insofar as your Honor can, with any possibility whatsoever, spare any more seafaring military or artillerymen, they must also be placed aboard those vessels, since Their High Noble Excellencies have been pleased to promise a prompt replacement. The officers of the ships shall from here be most urgently admonished to a vigilant resistance, which must thus also be done by your Honor regarding those of the ship the Nephtunis. With this, after greetings, I remain beneath stood your Honor's good friend was signed Ian Greeve, in margin: Samarang the 7=th July 1788. —. Copy Resolution taken in Council of Policy at the government Samarang, on Tuesday the 8=th July 1788. By circular query all present. By order of the Lord Governor, being submitted for consideration to the members of this assembly by the secretary, the request made to his Right Honorable regarding the sea Captain Huibert ten Breem, concerning the ship 't Meeuwtje, to be relieved of the command over the same because of his debilitation, proven with an attestation from the Hospitaler Johannes Jacobus Abegg, resulting from the severe illness he endured and a still continuing critical chest ailment, whereby he presently does not find himself in a condition to be able to manage his ship, finding himself unable to attend the expedition, for which Their High Noble Excellencies, according to the separate letter of Their High Noble Excellencies received yesterday by the Lord Governor from Batavia, the 14. July 1788. dated 27=th June last past, have designated that vessel; so it is, since for these reasons one serves to consent to that request and thus relieve the said van Breem from the command over the said ship, in order in due time, after recovery, to depart towards Batavia, and at the same time in his stead one serves to confer the command over it to another who possesses the necessary skills for it, as which, however, the Captain Lieutenant van der Mark assigned to that vessel can by no means be considered, since the said Captain ten Breem makes difficulty of giving a favorable testimonial of his conduct or recommending him as a person to whom the command can be entrusted with peace of mind; therefore, and because on the contrary, according to the written testimonial of the Captain of the ship the Pollux, Jan van Stralen, received by the Lord Governor and on this occasion likewise circulated among the members, the Captain Lieutenant of that vessel, Dirk Hendrik Blok, is competent, both with respect to his conduct and knowledge of seamanship, to command a ship and bring it across the sea; approved and agreed to relieve the aforesaid Captain Huibert ten Breem of the command over the ship 't Meeuwtje, in order in due time after his recovery to depart towards Batavia, and on the contrary to confer the same upon the said Captain Lieutenant of the ship the Pollux, Dirk Hendrik Block, to whom for that purpose proper transfer of the said vessel and its appurtenances shall take place. Copy Memorandum of such crew, provisions, ammunition of war, armories, equipment, and other goods as have been furnished and given along here to the ships Jagt Rust and the Meeuwtje for the Banjermassing Expedition, namely: With 271: the 14=th: July 1788. 68: head in total, as: 6: Artillerymen, which are 2. Gunners. 4. Gun-crew 47. Seafaring, as 1. Cadet, 2. Quartermasters, 1: Sailmaker, 1: Provost, 16: European sailors, 26: Javanese 15: Military Provisions and Rations to 67: head for /m: 21660: lb: Rice } to be received at Sourabaija 4020: " Green catjang 792. " Salt bacon, 1056: " " Meat, 246: " Butter, 1206: " Salt, 319 2/5. jugs Cape wine, 98 2/5. " Olive oil, 1206: " Arrack, 10: lb: Extra wax candles, 738: " Powder sugar, 738: " Tamarind, 1608: " Karwaat, of which 536: lb: furnished in kind for 1/m:, 1072: " " for 1/m: in cash delivered to the ship's officers. 201: jugs Native vinegar, 78: " Fresh coconut oil, 78: lb: Pickled [illegible], 6: fathoms Firewood, Medicines and bandage linen, Medicines calculated for 6/m: for 82. head. With the ship Jagt Rust. 7. pieces - : :. the 14=th July 1788. continuation of the ship Jagt Rust. 7. pieces cuirasses, Ammunition of war 1000: lb: Gunpowder, 2. pieces Iron cannons of 6. lb: 2. " Fitted carriages of 6. lb: 2. " Copper cannon ladles " 6: " 2. " Iron pig tails " 6: " 4. " Sponges and rammers " 6: " 100: " Round shot of 6. lb: 50: " Long " " 6. " 50. " Grape shot " 6. " 2. " Copper cartridge cylinders of 6. lb: 8: " Carriages of 4: lb: 150: " Round shot of 4: " 100: " Long " " 4: " 80: " Grape shot with lead " 4. " 4. " Iron swivel guns " 1: " 200: " Round shot - - - " 1: " 50: " Long " " 1: " 75: " Grape shot with lead " 1: " 50: " Prepared hand grenades, 12: " Sponges and rammers of 4. lb: 4: " Copper cannon ladles " 4. " 4. " Iron pig tails " 4. " 8: " Purser kegs, 8: " Sponges and rammers " 1: " 5: " Copper cannon ladles - - - " 1: " 5: " Iron pig tails - - - " 1: " 12. " Steel cannon vents, 16: " Copper priming wires, 1: ream Cartridge paper, —½. " Cartridge paper, 180: bundles Sharp musket cartridges, of which 120: bundles: C

Dutch transcription

269. den 14. Iuli 1788. opdagen, bij het geene dat van den samarangschen voorraed, die maer 7000: lb: beloopt, hier te missen zal zijn op souraba„ „rja so veel werd bij gedaen, als mogelijk zal zijn. - En in so ver„ „re 'er bij uE: nog eenige militairen zeevaerende of Arthille„ „risten, met maer eenige mogelijkheid sullen kunnen gemist worden, so sullen deselve daer meede op die scheepjes moeten geplaetst worden, wijl Hun Hoog Edelheeden een spoedig rem„ „placement hebben gelieven toe te seggen. De officiers der scheepen sullen van hier ten nadrutke„ „lijkste vermaend worden tot een watkeren teegenstand, het geene dus ook door uE: omtrent die van het schip de Nephtu„ „nis moet geschieden. Hier meede blijve ik na groete /:onderstond:/ uE: goeden vriend /:was geteekend:/ Ian Greeve, /:in margine:/ Samarang den 7=e Iulij 1788. —. Copia Resolutie genomen in Raade van Politie ten gouvernemente samarang, op Dingsdag den 8=e Iulij 1788. Bij randvrage alle present. Op ordre van den Heere gouverneur, door den secretaris aan de Leeden deeser vergadering in overweeging gegeeven zijnde, het aan zijn WelEd: Gestr: gedaene versoek door de Capitain ter zee Huibert ten Breem, roerende het schip 't Neeuwtje om weegens zijne, met een Attestatie van den Hospitalier Iohannes Iacobus Abegg, beweesene verswatking van de swaere uitgestaene ziekte en nog aanhoudende Critic„ „que Borstquael, waer door hij sig voor eerst nog niet in staet vind, om sijn schip, te kunnen dirigeeren van het Com„ „mando over het selve te worden ontslagen als sig buijten vermogen bevindende om de expeditie bij te woonen, waer toe Ht: H: E: volgens het bij den Heere gouverneur op giste„ „ren van Batavia ontvangen Apart schrijven H: H: E: de dato den 14. Iulij 1788. dato 27=e Iunij P: L: dien bodem hebben bestemd, zo is, wijl men om die reedenen, in dat versoek diens te bewilligen en gem: van Breem dus van het Commando over het gem: schip te ont„ „slaen, om in der tijd, na herstelling Batavia waerds te ver„ „trekken, en men tevens in steede van denselven het Commando daer over aan een ander diend op te dragen, welke de nodige be„ „quaemheeden daer toe bezit, hoedanig egter geensints ge„ „considereerd kan worden de op dien bodem bescheijdene Capitain luijtenant van der Mark, vermits gem: Capt: ten Breem swarigheid maekt van sijne Canduite een voordeelig getuijgenis te geeven of hem aan te prijsen als een persoon, aan wien het Commando met gerustheid kan werden toebetrouwd, derhalven en om dat daer en teegen volgens het bij den Heere gouverneur ingekomene en ter deeser geleegentheid, meede, bij de leeden rondgebragte schriftelijke getuijgenis van den Capitain van het schip de Pollux Ian van Stralen, de Cap: luit: van dien bodem Dirk Hendrik Blok, so ten opsigte zijner Conduite, als kennisse van zoemanschap, bequaem is, om een schip te Commandeeren en over zee te brengen, goedgevonden en verstaen, om voorsz: Capt: Huibert ten Breem van het Commando over het schip 't Mieuwt„ „je te ontslaen, om in der tijd na sijne herstelling Batavia waerds te vertrekken, en het selve daeren teegen op te dragen aan gem: Cap: Luitenant van het schip de Pollux Dirk Hendrik Block aan wien tot dat einde behoorlijk transport sal geschie„ „den van gem: Bodem en dies toebehooren. Copia Memorie van sodanige Manschappen, Pro„ „visien, Ammunitie van Oorlog, wapen„ „kamers, Equipagie, en andere goederen meer als 'er aan de scheepen Iagt rust en het Meeuw„ „tse, alhier, voor de Banjermassingse Expe„ „ditie is verstrekt, en meede gegeeven, Na„ „mentlijk. Met 271: den 14=e: Julij 1788. 68: koppen in het geheel. als. 6: Arthilleristen, die zijn 2. Cannoniers. 4. Busschieters 47. Zeevaerende, als 1. Cadet, 2. quartiermeesters, 1: zeijlmaeker, 1: provoost, 16: Europ: mattroosen, 26: Jav: 15: militairen Provisien en Randsoenen aan 67: koppen voor /m: 21660: lb: Rijst }te sourabaija ontvangen 4020: „ groene Catjang 792. „ zout spek, 1056: „ „ vleesch, 246: „ Booter, 1206: „ zout 319 2/5. k=n Caeble wijn, 98 2/5. „ olijven olie, 1206: „ Arak, 10: lb: waxkaersen extra, 738: „ Poeder zuijker, 738: „ Tammarinde, 1608: „ Carwaet, waer van 536: lb: voor 1/m: in natura verstrekt, 1072: „ „ 1/m: aan Contanten, de scheeps overheeden afgegee„ in „ren. 201: kan: Inl: azijn, 78: „ verse Clappus olie, 78: lb: ingelegde ritjes, 6: v=m Brandhout, Medicamenten en verband Linnen, Medicamenten gereekent voor 6/m: voor 82. Coppen. Met het schip Iagt Rust. 7. p=s - : :. den 14=e Juli 1788. vervolg van het schip Iagt Rust„ 7. p=s gerrassen, Ammunitie van oorlog 1000: lb: Buskruijt, 2. p:s aijsere Canons van 6. lb: 2. „ beslagen Rampaerden van 6. lb: 2. „ koopere Canon leepels „ 6: „ 2. „ oijsere varken staerten „ 6: „ 4. „ wissers en aanzetters „ 6: „ 100: „ Randscherpp van 6. lb: 50: „ lang „ „ 6. „ 50. „ druijren „ 6. „ 2. „ koopere Cardoes kokers van 6. lb: 8: „ Rampaerden van 4: lb: 150: „ Randscherp van 4: „ „ 4: „ 100: „ lang „ 80: „ druijnen met lood „ 4. „ 4. „ ijsere draeij bassen „ 1: „ 200: „ Randscherp - - - „ 1: „ 50: „ Lang „ „ 1: „ 75: „ druijven met lood „ 1: „ 50: „hand granaten gelabareerde, 12: „ wissers en aanletters van 4. lb: 4: „ koopere Canon leepels „ 4. „ 4. „ aijsere varken staerten „ 4. „ 8: „ Beurs vaetjes, 8: „ wissers en aanzetters „ 1: „ 5: „ koopere Canon leepels - - - „ 1: „ 5: „ oijsere varken staerten - - - „ 1: „ 12. „ staele Canon booren, 16: „ koopere Laed priemen, 1: r=m: Cardoes papier, —½. „ pattroon papier, 180: b=s scherpe snaphaen pattroonen, waer van 120: b=s: C

NL-HaNA_1.04.02_3816_0549 view scan ↗

English

273. the 14. July 1788. 120. bundles to the ship's officers. No „ „ 15. soldiers: 60: bundles pistol cartridges, 8. pieces powder horns, 12. „ handspikes, 12. „ quoins, 2. „ powder lanterns, 8. „ matchstocks, 8. „ copper cartridge cases of 4. lb: 4. „ ditto ditto ditto „ 1: „ 100: lb: lead musket balls, 2. „ cartridge yarn, 6: pieces ditto needles, 1: „ ditto form of 1: lb: 5. chests, in which the ammunition goods are stored, Armory Goods. 289. pieces muskets, of which 24. pieces for ship's use, 15: „ for the soldiers, 250: „ „ „ Madurese, 24: pieces pistols, 2. „ musket crates, 2. „ drum heads, 2. „ ditto snares, 2. „ ditto cords, 265: „ shoulder belts, 15: „ grenade pouches, 265: „ chamois leather sword frogs, to 15. European 250: „ bayonet scabbards, soldiers, and 265: „ cutlasses with brass hilts, 265: „ ditto scabbards, for 250. Ma- 265: „ vent prickers, -durese. 250: „ cartridge boxes with their straps, 12: „ chests, in which the weapons are stored, Equipage goods. 1: pieces ship's lighter, Continuation for the ship Iagt Rust. . . . . . . . . . 6. pieces the 14. July 1788. continuation, of the ship Iagt Rust, 6: pieces wheel ropes, 6: „ coir ditto 2: „ iron ditto 1: barrel tar, 2. „ pitch, 2. „ rosin 1: picul soot or grease, 10. „ oakum, 10. lb: sail twine, 1: set boat oars, 12. pieces paddles 5: bundles marline, 1: pieces cable of 5. inches / for the boat:/ 20. „ lines for the boarding nettings, 6. „ hand lanterns, 2. „ lanterns, 28. „ single blocks, 500: cans parak oil, 1: stay for a spare main and forestay; 1: „ rope for breeching for the chasers 1: „ topsail yard, 1: „ crossjack yard, 1: „ spar removed from the ship Belvlied, 1: „ foresail, 1: „ main topsail, 1: „ fore 1: „ mizen topsail, 1: „ jib 1: „ mizen topmast staysail, 1: „ main — „ 32. pieces hooks and thimbles, 4: „ large — ditto 18: „ iron stanchions for the boarding nettings, 8. „ „ crowbars, 25: „ whole leaguers removed from the Verwagting, Sundries 8 275. the 14. July 1788. 1: lb: sewing thread, 125: „ nails of various sorts, —½. roll sheet lead, 10. pieces flag bunting for signal flags, 1: „ gerras for hoist of the flags, With the ship 'T Meeuwtje, 88: heads in total, of which 33. seafarers, 1: surgeon, 1: boatswain's mate, 1: steward, 1: quartermaster 1: provost, 15. sailors, 13. Javanese ditto 7: artillerymen 1: bombardier, 2. gunners, 4. gunner's mates, in 48. soldiers, 1. sergeant, 2. corporals, 45. privates, Provisions and rations to 144. heads, of which 56. for 2/months and 88. for /months receive as: 39420: lb: rice, received at Sourabaija, 7520: „ green katjang, 1875: „ salt pork 3500: „ „ beef, 622: „ butter, 2256: „ salt. 143. cans French wine, 598: „ Cape ditto 13: „ vinegar Dutch 228: „ olive oil, Sundry goods. 2170: cans the 14: July 1788. continuation of the ship 'T Meeuwtje, 2170: cans arrack, 74: lb: wax candles, of which 10: lb: extra 1710: „ powder sugar, 1710: „ tamarind, 3034. „ karwaat, of which, 1164. lb: for 2/months in kind, 1870: „ „ remaining time in cash, issued to the ship's officers 363: cans native vinegar, 91: lb: pickled chilies, 91. cans fresh coconut oil, 180. „ lamp oil 2. lb: „ cotton, 12. fathoms firewood, 1: pieces guinea cloth for table linen, 3. lb: spices; 20. „ pepper, 40. „ mustard seed, 2. books small format paper, 15: pieces quills, 40. „ porcelain, Medicines and bandage linen. . . - - - . . . . medicines sundry) for the use of the ship for 56: heads 54/months, and 88. heads for 6. months 9. pieces gerras 90 - - - - - - medicines sundry) calculated for 300. Madurese for /months who depart for Banjermassing. 9½. pieces gerras Ammunition of war for the service of that vessel. 100: lb: gunpowder 4. pieces iron cannon of 6. lb: 4. „ fitted carriages of 6. lb: 4. „ copper cannon ladles „ 6. „ 4. „ iron wadhooks „ 6. „ 8: „ sponges and rammers „ 6. „ 200: „ round shot - - - - - - „ 6: „ 100: „ bar ditto - - - - - - - „ 6: „ 100: pieces - 277. the 14. July 1788. continuation of the ship 'T Meeuwtje, 100: pieces grape shot. . . . . . . . . of 6: lb: 4: „ copper cartridge cases „ 6: „ 300: „ round shot. . . . . - - „ 4. „ 150: „ bar ditto - - - - - - - „ 4: „ 146: „ grape shot with lead - - - - - - - „ 4. „ 4: „ iron swivel guns - - - - „ 1: „ 300: „ round shot - - - - - - - - „ 1: „ 100: „ bar ditto - - - - - - - „ 1: „ 75: „ grape shot with lead - - - - - - „ 1: „ 100: „ hand grenades primed - 12: „ sponges and rammers of 4: lb: 4: „ copper cannon ladles with iron wadhooks of 4. lb: 8: „ pass boxes, 8: „ sponges and rammers of 1. lb: 4: „ copper cannon ladles with wadhooks, 10: „ steel cannon vents, 16: „ copper priming irons, 1½: reams cartridge paper, — „ musket cartridge — 300: pieces live musket cartridges /: of which 180. bundles for the soldiers, 60: „ ditto pistol - 12: pieces handspikes, 12: „ quoins, 2: „ powder lanterns, 4. „ copper cartridge cases of 1: lb: 100: lb: lead musket balls, 2: „ cartridge yarn, 6: pieces ditto needles, 1: „ ditto form of 1: lb: 24: bundles match of various sorts, 8: hides cork, 5: pieces ammunition chests for storage of the same, To the artillerymen 200: pieces empty linen cartridges of 2. lb: 6: „ cartridge gauges, 8 „ lanyards with hooks, 150: „ fuzes 4: pieces - ditto .

Dutch transcription

273. den 14. Iuli 1788. 120. b=s aan de scheeps overheeden. Noo „ „ 15. militairen: 60: b=s pistool pattroonen, 8. p=s kruijthoorns, 12. „ hand spak, 12. „ stel houten, 2. „ kruijt Lanthoerns, 8. „ Lond stocken, 8. „ koopere Cardoes kokers van 4. lb: 4. „ d„o d„o d„o „ 1: „ 100: lb: Looden snaphaen koogels, 2. „ Cardoes gaeren, 6: p=s d„o Naelden, 1: „ do„ hout van 1: lb: 5. kisten, waerin de Ammunitie goederen geborgen zijn, wapenkamers Goederen. 289. p:s snaphaenen, waer van 24. p:s tot scheeps gebruik, 15: „ voor de militairen, 250: „ „ „ Madureesen, 24: p=s pistoolen, 2. „ snaphaen Cratters, 2. „ Troen vellen, 2. „ d„o snaeren, 2. „ d„o Lijnen, 265: „ Cardon riemen, 15: „ granat zakken, 265: „ porthpees zeemleere, aan 15. Europeesen 250: „ Bajonet scheeden, militairen, en 265: „ houwers met koopere gevesten, 265: „ do scheeden, voor 250. ma„ 265: „ ruijm Naelden, „dureesen. 250: „ pattroon tasschen met h=m riemen, 12: „ kisten, waer in de wapens geborgen zijn, Equipagie goederen. 1: p=s scheeps Ligter, Vervolg voor 't schip Iagt Rust. . . . . . . . . . 6. p=s den 14. Iuli 1788. vervolg, van het schip Iagt Rust, 6: p=s wiel trossen, 6: „ Caijer do 2: „ ijser do„ 1: v=t Theer, 2. „ pick, 2. „ Harpuijs 1: pic: Roeth of smeer, 10. „ werk, 10. lb: zeilgaeren, 1: stel Boots riemen, 12. p=s pangaijen 5: b=s marleinen, 1: p=s Cabeltouw van 5. d=m: / voor de boot:/ 20. „ Lijnen voor de vinkenetten, 6. „ hand lanthaerns, 2. „ slonjes, 28. „ enk: bloks, 500: kann: Parak olie, 1: End voor een losse groote en fotke stag; 1: „ roep tot Broekings voor de Iagers 1: „ marszeijl rae, 1: „ kruijs rae, 1: „ speer van het schip Belvlied geligt, 1: „ fok, 1: „ groot marszijl, 1: „ voor 1: „ kruijs zeijl, 1: „ kluijver 1: „ kruijs steng stag zeijl, 1: „ groot — „ 32. p=s haeken en koussen, 4: „ groote — _„o 18: „ ijsere stutten tot de vinkenetten, 8. „ „ koevoeten, 25: „ heele leggers van het de verwagting geligt, Diverse 8 275. den 14. Iuli 1788. 1: lb: Naaijgaern, 125: „ spijkers in zoort, —½. rol plat Lood, 10. p=s vlaggedoeken tot zein vlagge, 1: „ gerras tot broekings der vlagge, Met 't schip 'T Meeuwtje, 88: koppen in het geheel, waar van 33. Zeevaerende, 1: oppermeester, 1: schieman, 1: Bottelier, 1: quartiermeester 1: provoost, 15. mattroosen, 13. Jav: d„o„ 7: Arthilleristen 1: Bombardier, 2. Cannoniers, 4. busschieters, in 48. Militairen, 1. sergeant, 2. Corporaels, 45. gemeenen, Provisien en Randsoenen aan 144. koppen, waer van 56. voor 2/m: en 88. voor /m: genieten als„ 39420: lb: Rijst, te sourabaija ontvangen, 7520: „ groene Cadjang, 1875: „ zout speck 3500: „ „ vleesch, 622: „ Booter, 2256: „ zout. 143. k=n fransche wijn, 598: „ Caabse do 13: „ azijn Holl=s 228: „ olijven olie, Diverse goederen. 2170: k=n den 14: Iulij 1788. vervolg van 't schip 'T Meeuwtje, 2170: k=n Arak, 74: lb: waxkaersen, waar van 10: lb: Extra„ 1710: „ poeder zuiker, 1710: „ Tammarinde, 3034. „ Carwaet, waer van, 1164. lb: voor 2/m: in natura, 1870: „ „ overige tijd aan Contanten, de scheepsoverheeden afgegeeven 363: kan: Inl: azijn, 91: lb: Ingelegde Ritjes, 91. k=n versche Clappus olie, 180. „ Lamp olie 2. lb: „ Cattoen, 12. v=m: Brandhout, 1: p=s guinees tot tavel goed, 3. lb: specerijen; 20. „ peeper, 40. „ mostert zaet, 2. b=k kleen formaet papier, 15: p=s penne schagten, 40. „ porcelijnen, Medicamenten en verband Linnen. . . - - - . . . . Medicamenten diverse) ten behoeve van 't schip als 56: koppen 54/m:, en 88. koppen voor 6. maenden 9. p=s gerassen 90 - - - - - - Medicamenten diverse) gereekent voor 300. madureesen voor /m: § die na Banjermassing vertrekken. 9½. p=s gerrassen Ammunitie van oorlog ten dienste van dien Bodem. 100: lb: Buskruijt 4. p=s ijsere Canons van 6. lb: 4. „ beslage rampaarden van 6. lb: 4. „ koopere Canon leepels „ 6. „ 4. „ ijsere varkenstaerten „ 6. „ 8: „ wissers en aansetters „ 6. „ 200: „ Rondscherp - - - - - - „ 6: „ 100: „ Lang d„o - - - - - - - „ 6: „ 100: p=s - 277. den 14. Iuli 1788. vervolg van 't schip 'T Meeuwtje, 100: p=s Druijren. . . . . . . . . van 6: lb: 4: „ koopere Cardoes kookers „ 6: „ 300: „ Randscherp. . . . . - - „ 4. „ 150: „ Lang d„o - - - - - - - „ 4: „ 146: „ druijven met lood - - - - - - - „ 4. „ 4: „ ijsere draaij bassen - - - - „ 1: „ 300: „ Rond scherp - - - - - - - - „ 1: „ 100: „ Lang do„ - - - - - - - „ 1: „ 75: „ druijven met lood - - - - - - „ 1: „ 100: „ hand granaten gelaboreerde - 12: „ wissers en aansetters van 4: lb: 4: „ koopere Canon leepels met eijsere varkenstaerten van 4. lb: 8: „ Beurs vaetjes, 8: „ wissers en aanzetters van 1. lb: 4: „ koopere Canon Leepels met varken, staerten, 10: „ staele kanon booren, 16: „ koopere laed priemen, 1½: r=m Cardoes papier, — „ pattroon _ 300: p=s scherpe snaphaen patroonen /: waer van 180. b:s voor de Militairen, 60: „ _„o pistool - 12: p=s hand spaken, 12: „ stel houten, 2: „ kruit Lanthaerns, 4. „ koopere Cardoes kookers van 1: lb: 100: lb: Loode spaphaan koogels, 2: „ Cardoes gaeren, 6: p:s d„o naelden, 1: „ d„o hout van 1: lb: 24: b=s Lond in zoort, 8: huiden kurk, 5: p=s ammunitie kisten tot berging derselve, Aan de Arthilleristen 200: p=s Leedige Linnen Cardoesen van 2. lb: 6: „ Cardoes Latken, 8 „ trekselen met huis haeken, 150: „ zunders 4: p=s - _„o .

NL-HaNA_1.04.02_3816_0554 view scan ↗

English

Continuation of the ship 'T Meeuwtje 4 pieces pin bags, 1 copper powder measure, of 1 lb funnel, 500 pins in a small cask, 6 copper cartridges of 2 lb 10 ditto priming irons, 6 steel cannon drills, 6 powder horns, 6 gun aprons, 2 powder lanterns, 6 common slow match sticks, 2 claw hammers, 2 punches, 1 copper adze, 1 curved gunner's calipers, 1 straight 12 bundles match of various sorts, 5 quires cartridge paper, 1 lb ditto thread, 5 pieces ditto needles, 1 ditto form of 2 lb 400 empty paper cartridges of 2 lb 200 grapeshot of 2 lb 300 bar shot 2 100 long ditto 2 1 triangular file, 2 mounted swivel guns of 2 lb with their straight levers, 2 ammunition chests for the cannons of loose half, 4 iron cannons on their mounted carriages, 4 loose quoin blocks, 8 gunner's handspikes, 4 crowbars, 2 tarpaulins, 6 copper cannon ladles with pig tails, 8 sponges and rammers, the 14th of July 1788. 8 pieces 1 279. the 14th of July 1788. for the benefit of 48 European soldiers continuation of the ship 'T Meeuwtje, 8 pieces carrying poles, 500 lb gunpowder, 4 pieces small purses, 1 large chest covered with canvas, along with a padlock, 5 chests for storing ammunition goods, armory goods, for the service of the ship. 36 pieces muskets, 30 pistols, 14 cartridge pouches, 2 musket worms, 24 bayonet scabbards with their frogs, 100 flints, 5 lb emery, 2 pieces drum skins, 2 drum cords, 2 drum snares, 298 grenadier muskets, . . . . . . . . 48 grenade bags, 298 cartridge belts, 298 chamois leather sword knots, 250 bayonet scabbards, 298 curved cutlasses with copper hilts, and and 250 Madu- 298 cutlass scabbards, - - - - - - - - - - - - - - - rese. 298 priming needles, - - - - - - - - - - 250 cartridge pouches, - - - - - - - - - 846 flints, - - - - - - - - - - - - -- 12 chests for storing the muskets - - - - Equipage goods. 1 piece stocked kedge anchor 1 stream cable of 9 inches 9 heavy 13 1 horse line for repair of the rigging, 1 iron pump hook, 4 hawsers for repairing the rigging, 10 wheel ditto 2 pieces the 14th of July 1788. continuation of the ship 't Meeuwtje, 2 pieces heavy stream hawsers for kedging, 8 light for repairing the rigging, 1 cable of 5 inches for boat grapnel rope, 1 ship's lighter, 2 containers tar, 2 pitch, 2 rosin, 2 piculs tallow, 5 oakum, 20 lb sail thread, 12 pieces sail needles, 2 sail palms, 25 whole leaguers taken from the ship De Surcheanse, 1 boat with sails, 25 lantern horns, 6 handspikes, 1 set of boat oars, 12 pieces paddles, 10 bundles marline housing, 15 ratlines, 20 lines of various sorts, for the netting, 40 pieces single blocks, 1 end of rope for breeching for the toggles, 2 pieces spare stays, 1 foresail, 1 main topsail, 1 fore topsail, 1 mizzen topsail, 1 topsail yard /:same as of De Verwagting:/ 1 jib, 1 mizzen staysail, 2 topgallant sails, 1 mizzen topmast staysail, 1 lower and upper studdingsail, 8 tar brushes, 2 pieces lead 281. the 14th of July 1788. 2 pieces lead lines, 12 lines of various sorts for the rigging, 3 rolls of sailcloth for repairing the sails, 2 pieces tarpaulin cloths, 1 duck cloth for repairing the light sails, 24 hooks and thimbles, 8 scrapers, 4 marlinespikes, 1 hide of pump leather, 1 buoy leather, 1 piece tallow skin, 1 boat with its accessories in place of an unsuitable jolly boat, 6 capstan bars, 10 iron plates for the netting, 4 large thimbles for the stays, Miscellaneous goods. 1 picul nails of various sorts, 10 pieces bunting of various sorts for bunting, 1 coarse cloth for breeching of the flags, 1 lb sewing thread, —½ roll sheet lead, 20 lb pump nails and flatheads, 2 pieces hewing axes, 12 bundles binding rattans, Delivered to Captain Engineer Carel Fredrik Reimer, as follows: 1 piece iron-bound gin block, with its accessories, 2 iron-bound snatch blocks, 2 carpenter's adzes, 2 augers of ½ inch 3 claw hammers, 2 handsaws, 1 frame saw, 3 chisels of various sorts, 20 drill bits of various sorts continuation of the ship 'T Meeuwtje 4 pieces drill the 14th of July 1788. continuation of what was delivered to Captain Engineer Ca- rel Fredrik Reimer. 4 pieces drill braces, 4 common planes with their irons, 1 grindstone, 12 files of various sorts, 200 ballast baskets, 200 patjols, 25 hand axes, 120 chopping knives or parangs, 300 lb nails of various sorts, 150 pieces mill planks, 500 beams, long 16 to 18 feet thick 6 to 8 inches, part will be in the Oosthoek as much as the ship can safely stow 1000 Chinese planks - - - - - - - - as 'T Meeuwtje can hold /:was below:/ Samarang the 20th of July 1788. /:was signed:/ I: van Santen, Copy To Major Vermehr! I have the honor to note shall note in the margin hereof that possibly from how many soldiers with the garrison, beyond the already any possibility from here commanded 15 privates can be spared, to Sourabaija, another 15 ditto for dispatch in the expe- could be spared, dition to Banjermassing, thus: - - 30 heads and in which statement must in total: be reflected I have the honor to be with vene- the promise of your High ration, Noblenesses, that with the ships /:was below:/ Samarang expected any day now, recruits the 7th of July 1788 /:was signed:/ will again be provided. L: H: Vermehr. – /:was below:/ Samarang the 7th of July 1788. /:was signed:/ Ian Greeve. - pte

Dutch transcription

vervolg van het schip 'T Meeuwtje„ 4. p=s spillet zakken, 1: „ koopere kruijtmaet, van 1: lb: „ tregter, 500: „ spilletten in een vaetje, 6: „ koopere Cardoes van 2. lb: 10: „ d„o Laed priemen, 6: „ staele Canon booren, 6. „ kruijt hoorns, 6: „ dek looden, 2. „ kruijt Lanthaerns, 6: „ gemeene Lond vetocken, 2. „ spijker hamers, 2. „ doorslagen, 1: „ koopere dissel, 1: „ kromme schut passer, 1: „ regte 12. b=s Lond in zoort, 5: b=k: Cardoes papier, 1: lb: d„o gaeren, 5: p:s d„o naelden, 1: „ d„o hout van 2. lb: 400: „ leedige papier Cardoesen van 2. lb: 200: „ druijven van 2: lb: 300: „ Randscherp „ 2: „ 100: „ Lang d„o „ 2. „ 1: „ drie kantige vijl, 2: „ gemonteerde geswinde stucken van 2. lb: met hun regt spaken, 2: „ ammunitie kisten voor de Canons v: Losse halve, 4: „ ijsere Canons op hun beslage rampaerde/ 4: „ Losse stel houten, 8. „ schut spaeken, 4: „ koevoeten, 2. „ preesennings, 6. „ koopere Canon leepels met varken staerten, 8. „ wissers en aansetters, den 14. Iuli 1788. 8: p:s 1: „ 279. den 14. Iuli 1788. ten behoeven van 48. Europeesen militai„ vervolg van het schip T Neeuwtje, 8: p=s draagboomen, 500: lb: Buskruijt, 4: p=s Beursraetjes, 1: „ groote kist met zeildoek overtrokken, benevens een hangslat, 5: „ kisten tot berging der ammunitie goederen, wapenkamers goederen, ten dienste van het schip. 36. p=s snaphaanen, 30. „ Pistoolen, 14: „ Patroon tasschen, 2. „ snaph: kratsers, 24: „ stouwers met hun scheeden, 100: „ vuursteenen, 5: lb: amaril, 2: p=s troen vellen, 2. „ „ Lijnen, 2. „ „ snaeren, 298: „ snaphaenen granadiers,. . . . . . . . 48: „ Granat zatken, 298: „ Cardon riemen, 298. „ porth=pees zeemleere, 250: „ Bajonet scheeden, 298: „ kromme houwers met kopere gevesten „ en en 250. madu„ 298: „ houwerscheeden, - - - - - - - - - - - - - - - „reesen. 298: „ ruim naeldens, - - - - - - - - - - 250. „ pattroon tasschen, - - - - - - - - - 846: „ vuursteenen, - - - - - - - - - - - - -- 12: „ kisten tot berging der geweeren - - - - Equipagie goederen. 1: p=s gestokt werp anker 1 „ Caijer touw van 9. d=m 9. „ swaer „ „ 13. „ 1: „ paerde lijn tot reparatie van het thungagie, 1: „ ijsere pomphaek, 4: „ „ trossen tot verstellen van de tuijgagie, 10: „ wiel d„o 2. p:s den 14. Iuli 1788. vervolg van het schip 't Meeuwtje, 2: p=s swaere Caijer trossen tot werpen, 8. „ ligte „ „ verstelle van de tuijgagie, 1: „ Cabeltouw van 5: d:m: tot Boots dreggen touw, 1: „ scheeps ligter, 2: gte: Theer, 2. „ pick, 2. „ Harpuijs, 2. pic: smeer, 5. „ werk, 20. lb: zeil gaeren, 12: p=s zeil naelden, 2. „ zeil plaeten, 25. „ heaele leggers van het schip de surcheanse geligt, 1: „ bood met zeijlen, 25: „ Landhaerns hoorens, 6: „ handspaeken, 1: stel boots riemen, 12: p:s pangaeijen, 10: b=s marleinen huijsing, 15: „ Lordings, 20. „ Lijnen in zoort, tot de rinkenette, 40. p=s Enkelden blotken, 1. endt reep tot broekings voor de Taggers, 2. p=s waerloose staegen, 1: „ fock, 1: „ groot mars zail, 1: „ voormars zeil, 1: „ kruis zeil, 1: „ maarsche Rae /:gelijk van de verwagting:/ 1: „ kluijver, 1: „ Bezaan stag zeil, 2. „ Bram zeils, 1: „ kruijs stengen stag zeil, 1: „ onderen boven leij zeil, 8: „ theer quasten, 2: p=s lood 281. den 14. Iuli 1788. 2: p=s lood leinen, 12. „ leinen in zoort tot de tuigen, 3. rol zeildoek tot 't voorstelle van de Zeilen, 2. p=s presennings doeken, 1: „ Everdoek tot 't voorstelle van de ligte zeilen, 24. „ haeken en koussen, 8. „ schraepers, 4. „ maal priemen, 1: h=d pompleer; 1: „ boeijleer 1: p=s smeer huid, 1: „ schuit met zijn toebehooren in steede van een onbeq: Ioll, 6: „ wind boomen, 10. „ aijsere schutte tot de vinkenette, 4: „ groote kousen voor de staegen, Diverse goederen. 1: pic: spijkers in zoort, 10. p:s vlaggedoeken in z:t tot vlaggedoeken, 1: „ geras tot broekings der vlagge, 1: lb: Naaij gaeren, —½: rol plaet Lood, 20. lb: pompspijkers en platkoppen, 2. p=s kerf beilen, 12. b=s bind rottings, Aan den Capitain Ingenieur Carel Fredrik Reimer, afgegeeven als: 1: p=s beslaege steij=blok, met zijn toebehooren, 2: „ beslaege handblotken, 2. „ Timmermans dissels, 2. „ avegaers van ½. d=m 3. „ spijkershamers, 2. „ handsaegen, 1: „ span zaag, 3. „ Beitels in zoort, 20. „ boor rijsers in z=t vervolg van het schip 'T Meeuwtje 4. p=s boor den 14. Iuli 1788. vervolg van het geen aan den Capit: Ingenieur Ca„ „rel Fredrik Reimer, is afgegeeven. 4: p=s boor omslaegen, 4: „ gemeene, schaeren met hun aijsers, 1: „ slijpsteen, 12. „ vijlen in zoort, 200: „ Ballastmanden, 200: „ Patjols, 25: „ hand bijlen, 120. „ kapmessen of parrings, 300: lb: spijkers in zoort, 150. p=s molen planken, 500: „ Balken, lang 16. â 18, r:t d=k 6 â 8. dm deele zullen in der oosthoek veel het scheepen sagt rust 1000: „ Chineese planken - - - - - - - - den het Meeuwtse bergen kan /:onderstond:/ Samarang den 20=e Iuli 1788. /: was ge„ „teekent:/ I: van Santen, Copia Den Majoor vermehr! Ik hebde Eer te noteeren. sal in margine deeses noteeren, dat met mogelijkheid nuit hoe veel militairen 'er met 't guarnisoen buijten de reeds eenige mogelijkheid van hier gecommandeerde 15: gem: kunnen gemist worden, na Sourabaija nog 15: do„ ter versending in Expe„ soude kunnen ge„ „ditie na Banjermassing, „mist worden, dus : - - 30: koppen en bij welken opgave gere„ in 't geheel: . „flecteert moet worden op Ik hebde eer met venre„ de toesegging stuure Hoog Edel„ „ratie te sijn, „heeden, dat men met de eerst„ /:onderstond:/ Samarang „daegs verwagt wordende schee„ den 7=e Iulij 1788 /:was getee„ „pen weeder van recruten wal war„ „kent :/ L: H: vermehr. – „den voorsien. /:onderstond:/ samarang den 7. e Iuli 1788. /:was getee„ „kent:/ Ian Greeve. - pte

NL-HaNA_1.04.02_3816_0559 view scan ↗

English

283. 14 July 1788. Copy: To the Right Honourable Jan Greeve, Extraordinary Councillor of the Indies, and Governor and Director on and along Java's North-East Coast. Right Honourable Sir! Having been requested by your Honour to answer the two following question points, to wit: 1st How many artillerymen can possibly be spared to use them for the expedition to Banjermassing; 2nd What ammunition is required to put two small vessels in as defensive a state as possible. Whereupon he has the honour to inform your Honour, on the first question point: That of the three bombardiers, 9 gunners, and 23 artillerymen currently stationed here, no more than one bombardier, 4 gunners, and 8 artillerymen can be employed for that purpose, for the following reasons: One of the three bombardiers must daily serve as orderly bombardier, the second as bombardier of the plain, so that only one remains; of the 9 gunners, at least 5 must remain here in order not to strip the city, and of the 23 artillerymen, there are 15 who have only been serving 3 to 4 months with the artillery and have never exercised with live ammunition; whereupon your Honour may please consider that Samarang already had to provide Banjermassing last year with 8 of our best-trained artillerymen, and that recently another 13 of the best were ordered to Sumbauwa; thus the undersigned has the honour to answer the first question point: that one can order to Banjermassing: 1 bombardier, 4 gunners, and 8 artillerymen. The second question point cannot yet well be determined before one knows how the small vessels destined for the expedition are already armed and mounted; however, our small remaining stock of gunpowder of 9105 lb will not permit making a large provision. Since, by all appearances, the ordered artillerymen and soldiers will have to act on land, the undersigned takes the liberty to propose to your Honour to provide 4 bundles of live musket cartridges for each European infantryman and 2 bundles for the natives armed with firearms, as it is to be presumed that Banjermassing is sufficiently supplied to be able to make the further necessary provisions. Regarding the artillery ammunition, one could comfortably provide: 2 pieces of mounted quick-firing brass cannons of 2 lb, 2 copper cannon ladles and pig tails, 4 cartridge cylinders, 4 sponges and rammers, 100 canister shots filled with lead of 2 lb, 200 round shot of 2 lb, 50 long ditto of 2 lb, 200 empty quick-firing cartridges, 6 cartridge bags, 300 prepared quick matches, 8 drag ropes with hooks, 4 quick match bags, 150 fuses, 1 copper powder measure of 1 lb, 1 ditto ditto funnel, 6 ditto priming irons, 4 steel cannon drills, 4 pieces of powder horns, 2 apron leads, 2 linstocks, 2 copper powder lanterns, 4 purse barrels, 200 empty cartridges, 12 bundles of match cord, 2 pieces of ammunition carts, 8 carrying poles, 100 prepared grenades, 500 lb of gunpowder, 1 ream of cartridge paper, 500 lb of musket balls, 100 ditto carbine ditto, 1 piece of tarred tarpaulin. Hoping herewith to have complied with your Honour's orders, the undersigned takes the liberty to call himself with all deep respect, below stood: titles, lower: your Honour's humble and obedient servant, was signed: J. B. Pilon, in the margin: Samarang, 7 July 1788. Copy To the Right Honourable Jan Greeve, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, and Governor and Director of Java's North-East Coast. Right Honourable Sir! Your Honour having ordered the undersigned to formulate a requisition of various types of timber work, of which the undersigned could foresee that they might serve to promote and ensure the successful outcome of the expedition to be made to Banjermassing, he humbly makes known: Firstly

Dutch transcription

283. den 14. Julij 1788. Copia: Aan den WelEd: gestrenge groot Achtb: Heer Jan greeve, Raad Extra ordinair van Indie, en gou„ „verneur en Directeur op en langs Pa„ „vas Noord oost Cust V: N: V:_ WelEdele gestrenge groot Achtb: Heer! Door uwel Ed: gestr: g:t agtb: gedemandeert zijnde op de twee volgende vraeg poincten te beantwoorden, te weeten: 1=e Hoe veel Arthilleristen, dat met alle mogelijkheid te missen„ om deselve tot de Expeditie van Banjermassing te gebruij„ 2:de welke Ammunitien benodigt zijn, om twee scheepjes so veel mogelijk defensief te stellen. waar op hij de eere heeft uwelEd: gestr: groot Achtb: te berigten, op het eerste vraeg point; Dat van de op heeden hier bescheiden zijnde drie Bom„ „bardiers, 9. Cannoniers en 23: Busschieters, niet meer als een Bombardier, 4: Cannoniers en 8. Busschieters daer toe geEmploijeert kunnen worden, om de volgende reeden: Eene van de drie Bombardiers moet dagelijks als ordre Bombardier, de twee als Bombardier vande plaine, dienst doen, zo dat maer eene overschiet; van de 9. Cannoniers moe„ „ten ten minsten 5. hier blijven, om de stad niet te ontbloo„ „ten, en van de 23. Busschieters zijn 'er 15. welke maer 3. â 4. maenden bij de Arthillerij dienst doen, en nooijt met scherp g'exerceert geweest zijn; waer op uwelEd: gestr: g:t Agtb: gelieft te considereeren, dat samarang reets voorleeden Iaere, Banjermassing heeft moeten voorsien met 8. van onse beste gedresseerde Arthilleriften, en dat Jongst weeder 13. van de beste, na sumbauwa gecomman„ „deert zijn, dus heeft de teekenaer de eere op het eerste vraeg point te beantwoorden; dat men kan „ken: na den 14. Iuli 1788. na Banjermassing Commandeeren. 1: Bombardier, 4: Cannoniers, en 8: Busschieters, Het tweede vraeg point kan nog niet wel bepaeld wor„ „den, voor dat men weet hoe, de tot de Expe„ „ditie gedestineerde scheepjes, reeds gewapend en ge„ „monteerd zijn; dog onse geringe restant kruijt van 9105: lb: zal niet permitteeren eene groote verstreking te kunnen doen, Dewijl, na alle apparentie, de, gecommandeerde Arthilleristen en Militairen, te land zullen moeten agee„ „ren, neemt de teekenaerde vrijheid uwelEd: gestr: g:t Achtb: voortedragen, om voor ieder Europeesche Infanterist 4. bosschen scherpe snaphaen pattroonen en voor de in„ „landers net geweeren gewapende 2. basschen te ver„ „strekken, dewijl te preesumeeren is dat Ranjermas„ „sing genoeg voorsien is, om de verdere noodige verstrekking 0 te kunnen doen. Omtrent de Arthillerij ammunitie zoude men genoegelijk kunnen verstrekken. 2. p=s gemonteerde geswind metaele Canons van 2. lb: 2. „ koopere Canon Leepels en varken staerten, 4. „ Cardoes kookers, 4. „ wissers en aansetters, 100: „ druijven met lood gevuld van 2. lb: 200: „ rondscherp van 2. lb: 50. „ lang d„o „ 2. „ 200: „ Leedige geswinde Cardoesen, 6: „ Cardoes zatken, 300: „ gelaboreerde spilletten, 8: „ Trek=seele met haeken, 4: „ spillet zakken, 150: „ sunders, 1: „ koopere kruitmaet van 1. lb: 1: „ d„o d„o tregter 6. „ d„o laed priemen, 4. „ staele Canon booren, 4. ps: 285. 4: p=s kruijt hoorns, den 14. Iuli 1788. 2 „ deklooden, 2. „ Landstokken, 2. „ koopere kruijt Lanthaern, 4. „ Beurs vatjes, 200: „ Leedige Cardoelen, 12. b=s Londt, 2. p=s ammunitie karren, 8. „ draeg boomen, 0 100: „ gelaboreerde granaeten, 500: lb: Buskruijt, 1: r:m pattroon papier, 500: lb: snaphaen koegels, 100: „ Carabijn d„o 1: p:s geteerde presennings, Hier meede verhoopende aan uwelEd: gestr: groot Agtb: ordres voldaen te hebben, neemt de teekenaer de vrij„ „heid sig met alle diepe ontsag te noemen /:onderstond:/ Titul:/ lager:/ uwelEd: gestr: Gt: agtb: oodmoedige en onderdanige dienaer /:was geteekent:/ I: B: Pilon /:in margine:/ Sama„ „rang den 7=e Iuli 1788. Copia Aan den Wel Ed: gr: agtbare Heer Ian Greeve, Raed Extra ordinair van Neeerlands Indie, en Gouverneur en Directeur van Iavas N=d OostCust N: W: V: Wel Edele groot Achtb: Heer! uwelEd: gr: Achtb:, aan den ondergeteekende gelast heb„ „bende, om eenen Eijsch te formeeren, van Houtwerken in zoorten, van dewelke, hij ondergeteekende zoude kun„ „nen voorsien, dat tot bevordering en geluckige slaging van de te doene Expeditie naer Banjermassing qua„ „men te dienen: zo geeft hij, onderdaniglijk te kennen; Eerstelijk

NL-HaNA_1.04.02_3816_0562 view scan ↗

English

the 14th of July 1788. Firstly: that since the senior merchant and First Resident at Banjermassing, Mr. Hofman, reports in his recent letters that the ruler there had already furnished a delivery of 1000 pieces of round timber, of a good sort, from the inland there, this quantity, if the same could be preserved until the forthcoming relief had arrived, might be considered sufficient to newly palisade and fortify the Main Establishment with it; considering that, according to the undersigned's most submissive and humble opinion, which he nevertheless most respectfully submits to the further high orders of your Right Honourable Sirs, the multiplicity of garrisons or garrisoned places does not seem to promise the greatest advantage as long as the ongoing unrest might continue, it seems to him that for this reason, as well as because the ships cannot easily be filled up with too large a supply of timbers, the first necessities for the Main Establishment with regard to security from the outside could be met by these 1000 pieces of round timber. But since, secondly, the reinforcing detachments of troops that are crossing over, their accompanying provisions, artillery goods, etc. etc., will require quarters and storage spaces, the undersigned is furthermore submissively of the opinion that for this purpose, as well as principally for the reason that it might well happen that either the aforementioned 1000 pieces of round timber were taken away and destroyed by the enemies, or else had to be left behind due to a retreat; or also circumstances might come to require that another or new place for the Company's establishment or factory there would have to be chosen, a considerable quantity of beams ought to be at hand, not only to be able to serve, in case of utmost necessity, for a new palisade, but also to serve for the erection of barracks, storage spaces for ammunition and provisions, etc. etc. To this end, the undersigned most humbly believes that 400 to 500 pieces of beams of 12 to 15 feet long, and approximately 7 to 8 inches square, ought to be in stock. Thirdly, prudence requires that one think of a necessary supply of planks, for the placement of the artillery as well as to be able to form the floors and partitions or roofs of the barracks and magazines, for which no small number is required; the more so, because during the unrest little hope remains of being accommodated from the inland with the required bamboos and atap, and thus everything will have to be provided entirely from the timbers brought along; thus, 1000 pieces of Chinese planks and 150 pieces of mill planks of 2 to 3 inches might well be required for this, in order not to fall short in this matter. Fourthly, it is necessary that the detachment be equipped with a suitable number of entrenching and working tools, large and small nails, good hand axes, cleavers, whipsaws, augers, adzes, chisels, and other common carpenters' tools, and if possible, also with a medium pile driver, in order that, if native carpenters should be lacking, the detachment may thus be capable of executing even the most necessary work for its own shelter. For this, according to the humble judgment of the undersigned, 100 pieces of patjols and 100 pieces of shovels, or else 200 pieces of patjols, as many ballast baskets as can conveniently be placed, principally approximately 200 lb of large nails for cannon platforms, 25 pieces of felling axes or axes, 100 to 120 cleavers or parangs, and other common carpenters' tools, in proportion to what could easily be spared here, would be required. With this, the undersigned presumes to have submissively answered the high order of your Right Honourable Sirs, and takes the honour to call himself with the deepest respect below stood: Title further down: Your Right Honourable Sirs' entirely submissive Servant was signed: C. F. Reimer, in the margin stood: Samarang the 8th of July 1788. Copy. Banjermassing. To the Senior Merchant Christoffel Hofman, Chief; the Junior Merchant Leonardus Lambert Matthijsen, First; and the Bookkeeper Hendrik Du Pont, Second Resident, there! Honourable, Prudent, Discreet Sirs, This serves solely to inform you that the dispatches that you dispatched on the 8th of June to the High Government and on the 25th thereafter to me regarding the critical circumstances of Banjer have been duly delivered, and that here they are busily engaged with all zeal to send you a speedy relief, for which two vessels provided as much as possible with troops and munitions of war, as well as a good number of Madurese and Sumenepers with various transport and other vessels, also a Company pantjallang are destined, with which you will also be sent the requested rice, money, timbers, and other provisions and necessities, so I may exhort you to offer a courageous resistance, since the prospect of a speedy, adequate help

Dutch transcription

den 14. Juli 1788. Eerstelijk: dat vermits den opperkoopman en Eerste Resi„ „dent te Banjermassing, de Heer Hofman, in sijn latere brie„ „ren meld, dat de vorst aldaer eene leeverantie van 1000: p=s ronde houten, van een goed zoort, uit het Land aldaer reeds had„ „den gepresteert, deese hoeveelheid, indien deselve zo lange zoude kunnen werden geconserveert, tot het aanstaende ontzet waeren aangekomen, als voldoende zoude mogen werden aangemerkt, om het Hoofd Etablissement, daer meede opnieuws te kunnen palissadeeren en weerbaer maeken, te meen dat, volgens de onderget: onderdanigst en gering gevoelen, 't welken hij egter eerbiedigst aan de nadere hooge beveelen van uwelEd: g:t agtb: onderwerpt, de meenigvuldigheid der guarnisoen of besetting plaetszen, so lange de aangegaene onlusten mogten voortduuren, niet wel het meeste voordeel scheint te belooven, so scheint het hem toe, dat zo wel om deese reeden, als ook, om dat de schee„ „pen met geen altegrooten voorraed van Houtwerken, wel kan opgevuld werden, dat dus de eerste noodsaekelijk„ „heeden voor 't Hoofd Etablissement ten opsigte van de verseekerdheid van buijten door deese 1000: p=s rond houten, zoude kunnen goedgemaekt werden. Maer naerdien, tweedens, de overgaende versterkingen van Manschappen, de daer bij behoorende provisien, Arthil„ „lerijs goederen, enz: enz: verblijf en berg plaetsen nodig zullen hebben, zo is de ondergeteekende verders onderda„ „nig van gedagten; dat ten dien einde zo wel als ook wel voornamentlijk om reeden, dat het wel zouden kunnen gebeuren dat of de gem: 1000: p=s rondhouten, door de vijanden waren afhandig gemaekt en vernield, of wel ook door eenen retracte hadden moeten agter„ „gelaeten worden; dan ook wel de omstandigheeden zoude kunnen komen te vereischen, dat een andere of nieuwe plaets voor Comp=s etablissement of Lo„ „gie aldaer zoude moeten verkoosen worden, eene Cou„ „siderabele meenigte van balkjes diende aanhanden te zijn, niet alleenig om in geval van hoogsten noodlake„ „lijkheid 287. den 14. Iuli 1788. „lijkheid, tot eene nieuwe palissade te kunnen dienen, maer ook tot het opslaen van Baraquen, bergplaetsen voor Ammunitie en provisie en z: enz:, te kunnen dienen. — Ten dien oogmerke meend, hij onderget: needrigst dat 400. â 500. p=s balkjes van 12: â 15. v=:t lang, en Circa 7. â 8. d=m vierkant, zoude dienen in voorraed te zijn. Derdens vereischt de voorsigtigheid, om op eenen noodi„ „gen voorraed van planken te denken, ter plaetzing van de arthillerij zo wel, als ook om de vloer en beschotten of wel datken, der baracquen, en maguazijnen, daer meede te kunnen derselver formeeren, waer toe geen gering aantal vereijscht O wordt; te meer, om dat gedurende de onlusten wij„ „nig hoope overblijft, om van binnen 's lands met de be„ „nodigde bamboesen en stap, te kunnen werden gerieft, en dus alles ten eenemaele ruit de meede gevoerde stout„ „werken zal moeten gevonden werden; dus mogt hier toe wel 1000: p=s Chineese plankjes en 150. p:s molen plan„ „ken van 2. â 3. d=m: vereischt werden, om dit stuk niet te kort te schieten. vierdens, is het noodsakelijk, dat het detachement met een bequaem getal van schans - en werk gereed„ „schappen, groote en kleine spijkers, goede hand bijlen, kapmessen, standsagen, Boren, wegaern, Bijtels en andere gemeene timmermans gereedschappen, en in„ „dien mogelijk, ook met een middelmatig Hteijblok, om uitgerust werden, indien het aan Inlandsche timmer„ „lieden quam te ontbreeken, het detachement dus in staet mag zijn, om zelvs het noodsakelijksten, ten zijner bedekkingen te kunnen in 't werk stellen. Hier toe souden, volgens 't needrig oordeel der ondergetee „kende 100: p=s patjols, en 100: p=s schoppen dan wel 200: p=s patjols so veel ballast manden als voeglijkst geplaetst kunnen werden, voornamentlijk Circa 200: lb: groote spijkers voor Cannon beddingen, 25: p=s Standbijlen of Arten, 100: â 120. kapmes„ „sen of parrangs, en andere gemeene Timmer„ „mans den 14=e Iuli 1788: „mans gereedsz:, naer rato van 't geene alhier gemakke„ „lijk zoude kunnen gemist werden, benoodigt zijn. Hier meede neemt de onderget: onderdanigst aan 't Hlo„ „ge bevel van Uwel Ed: Gt: agtb: te hebben beantwoorden, en neemende eere zig zelven met diepste ontsag te noeme /:onderstond:/ Titul /:lager:/ UwelEd: G=t agtb: gantsch an„ „derdanige Dienaar /:was geteekent:/ C: F: Reimer, /: in margine stond:/ Samarang den 8=e Iuli 1788. . Copia. Banjermassing. Aan den opperkoopman Christoffel Hofman, opperhoofd. den onderkoopman Leonardus Lamb=t Matthijsen, Eerste; en den Boekhouder Hendrik Du Pont., Tweede Resident, aldaer! Erntfeste, voorsinige, Discreete, Deese dient Eenelijk om uE: te informeeren dat de tijdingen, die uE: weegens de Criticque omstan„ „digheeden van Banjer den 8=e Iunij aan H: H: C: en den 25=e daer aan, aan mij hebben gedepecheert wel besteld zijn, en dat men hier met alle rijverbeesig is om uuE: eens spoedig ontset te doen toekomen, waer toe twee schee pjes zoo veel mogelijk voorsien van manschap„ „pen en oorlogs Ammunitien, mitsgaders een goed aantal madureesen en sumanappers met ver„ „scheide transport en andere vaertuijgen, ook een Comp: pantjallang gedestineert zijn, waer mee„ „de uuE: ook de versogte Rijst, geld, Htoutwerken, en andere provisien en benoodigdheeden, sullen worden toegesonden, dus ik uE. mag vermanen tot het bieden aan een kloekmoedige wederstand, wijl het uijtsigt op een spoedige toerijkende halp

NL-HaNA_1.04.02_3816_0565 view scan ↗

English

289. The 14th July 1788. help towards this gives every encouragement, remaining in that expectation. Below stood: Your Honour's good friend. Was signed: Jan Greeve. In the margin: Samarang the 9th July 1788. Copy of the Instructions for the Captain at Sea Jan Anthonij Lubben, commanding the ship Jagt Rust, going alongside the ship 't Meeuwtje commanded by Captain-Lieutenant at sea Dirk Hendrik Blok, as well as a Company's pantchiallang named Sourabaija and several transport and other vessels on an expedition to Banjermassing. Whereas Your Honour's vessel had already long since been appointed for Banjermassing, but has now been further designated by Their High Excellencies to be put into a state of defence here as much as possible alongside the ship 't Meeuwtje and to be provided with everything necessary for conducting an expedition, in order, as such, after taking in the articles planned for Banjer and as many men as can be spared here, to depart thither; it will therefore be necessary to prescribe to Your Honour for that purpose what shall need to be observed therein, as well as the reasons and motives that have given occasion for conducting this expedition, and who the enemies are against whom it has been planned. For this purpose, Your Honour must know that the servants at Banjermassing, by letter of the 8th June last, informed Their High Excellencies that the Passier people, or rather the Bugis, had come through the mountains inland and invaded the Banjer Kingdom, and had already attacked or taken two villages there, to prevent which they had sent Lieutenant Dormanceij thither with two sepoys, the 14th July 1788, in order to assist the Banjer chiefs and leaders with good counsel. That Intje Koessiem had made good promises and had also received an envoy, namely Sergeant Hartman with two ordinary sepoys, and signed the terms; but that an evil rumour had nevertheless been heard, which was confirmed by the fact that the sergeant neither returned, as he was ordered, nor wrote, as he was accustomed to do; that within the bay before the Banjer River and at Tabeniauw there had been about 40 to 50 vessels, both large and small, which had taken some small prows and people and had come so close under Tabeniauw that they were fired upon. That upon receipt of this news, the Senior Merchant and Resident there, Christoffel Hofman, embarked on the galley De Draek, accompanied by three small prows, with which he inspected the Point of Silatang and subsequently followed the coast eastward without encountering anything, until, without knowing it, they came in sight of Poulo Laut, whereupon they followed the coast up to the village of Pagatang, from where, returning afterwards, he encountered some pirates, who nevertheless, owing to a calm, rowed through between them; that the rumour went that Pangeran Amier had allied himself with Radja Alie and some sayyids, as well as Solorese and other wicked people; to which was added that Intje Kassien intended to attack Banjer by land and by sea jointly, for which latter they were said to have 170 vessels ready around Passier and the islands. That even if this rumour should be only partially true, they were nevertheless not in a position to withstand such an attack, because their garrisons as well as vessels were poorly equipped, partly through the small numbers and partly through the poor quality of the men. That they would not venture, however, to make a specific request 291. the 14th July 1788. regarding the help to be requested of European soldiers, artillerymen, and seamen, leaving this to Their High Excellencies' favourable and wiser judgement, but that they nevertheless took the liberty to request about one hundred and fifty Madurese. Upon receipt of this report, Their High Excellencies immediately authorized me by letter of the 27th June last to send the one company of Madurese soldiers, which has already been enlisted for service in Ceylon, and as many more as the Prince of Madura can supply in haste, by small vessels as quickly as possible to Banjer; and to have added thereto by the Regent of Sumanap, for the same purpose, as many Sumanap men as can be assembled in haste; mentioning at the same time that Their High Excellencies have planned the vessel 't Meeuwtje to escort these as well as the remaining vessels that are at hand and can in any way be spared, in order to undertake the voyage to Banjer with the ship Jagt Rust, reinforced here with as many seamen, artillerymen, and soldiers as can be spared, and made as defensible as possible and well-provisioned; and in which two vessels there should also be loaded as much timber as Captain-Engineer Reimer shall deem to be of the greatest use and utility, in proportion as the ships' holds shall permit. Pursuant now to this order, I have caused Your Honour's vessel, alongside the vessel 't Meeuwtje, to be put into a state of defence here as far as possible, and also had it provided with as many European seamen as could consequently be taken from the other ships lying in the roadstead here, and furthermore as many natives as have been deemed necessary for conducting this expedition, so that the crew of the ship Jagt Rust now consists of: 17 chief and petty officers, 34 European and common seamen, 26 Javanese common seamen, 77 men in total. And

Dutch transcription

289. den 14:e Juli 1788. hulp daer toe alle moeden opbeuring geeft, blijven„ „de in die verwagting. /:onderstond:/ uE: goede vriend /:was geteekend:/ Ian Greeve /:in margine:/ Sama„ „rang den 9=e Iuli 1788: — Copia Instructie voor den Capitain ter Zee Ian Anthonij Lubben, Commandeeren„ „de het schip Iagt Rust, gaende neevens het schip 'T Meeuwtje gecommandeert door den Capt: Luitenant ter zee Dirk Hendrik Blok, mitsg=s een Comps Pantjallang gen=t sourabaija en verscheidene transport en an„ „dere vaerthuijgen in Expeditie na Banjer„ „massing. - Dewijl UE: Bodem sedert lange reeds na Banjermas„ „sing aangelegd, dog als nu door Hunne Hoog Edelheeden nader bestemd is, om neevens het schip 'T Meeuwtje hier so veel mogelijk in staet van defensie gesteld en van al het beno„ „digde tot het doen eener Expeditie voorsien te werden, om als sodanig na den inneem van de voor Banjer geprojec„ „teerde Articulen en so veel manschappen als hier gemest kunnen worden, derwaerds te vertrekken, so sal 't nodig zijn ten dien eijnde uE: voorteschrijven het geene wat daer bij sal dienen geobserveerd te worden so meede van de reedenen en motiven die tot het doen deeser Expeditie aanleiding hebben gegeeven, en welke de vijanden zijn, waer teegen men die heeft beraemd. Hier toe diend uuE: dan te weeten dat de bedienden te Banjermassing bij brief van den 8=e Iunij I: L: aan H: H:E: kennisse hebben gegeeven dat de Passierreesen, of eigentlijk de Bougineesen, boven door 't gebergte ge„ „komen en in 't Danjersche Rijk gevallen waeren mits„ „gaders aldaer reeds twee dorpen aangegreepen No of genomen hadden, om welk te sluiten sij den luiten=t Dormanceij met twee sipaijers derwaerds geson„ „den den 14. Iuli 1788: „den hadden, ten einde de Banjersche keijs en Hoofden met goede Raed te ondersteunen. Dat Intje Koessiem goede beloften had gedaen, en ook eenen zendeling aangenomen had namentlijk den serge„ „ant Hartman met twee gemeene sipaijers en de voor„ „waerden geteekent; dog dat men egter een kwaed gerugt vernomen had, het welk bevestigd wierd, door dat den sergeant nog afkwam, gelijk hem gelast was, nog schreeff„ gelijk hij gewoon was, dat binnen de bogt voor de Ban„ „fersche Rivier en te Tabeniauw omtrent 40. op 50: vaer „tuijgen geweest waren, zo groot als klein dewelke eenige kleine prauwen en menschen hadden genomen en zo digt onder Tabeniauw gekomen waaren, dat men op hun gevuurd had. Dat op den ontvangst deeser tijding den op„ „perkoopman en opperhoofd aldaer Christoffel Hof„ „man, sig op de Galij de Draek had begeeven, verseld van drie kleine prauwen, waer meede hij de Hoek van silatang gevisiteert en vervolgens oostwaerds het strand vervolgd had, sonder iets te ontmoeten, tot dat sij onweeten„ „de Poulo Laut in 't gezigt waren gekomen, waer op sij het strant vervolgd hadden, tot voor de Negorij Paga„ „tang, van waer bij daar na weeder te rug keerende, eenige zeeroovers ontmoet hadde, die egter, door stilte, tusschen hen door geroeijd waren, dat het gerugt ging dat pange„ „rang Amier sig verenigd soude, hebben met Radja Alie en eenige seijets, so meede solotkers en ander kwaed volk, waer bij nog kwam dat Intje kassien het voorneemen had, om gezaemder hand Banjer zo te land als ter zee, aantevallen, tot welk laetsste zij 170. vaertuijgen gereed souden hebben, omtrent Passier en de Eijlanden. - Dat indien dit gerugt nu ook maer voor een gedeel„ „te waer mogte zijn, zij egter niet in staat waren een diergelijke aanval uuittestaen, want dat haere bezet„ „tingen, zo wel als vaertuijgen slegt voorsien waeren een s„ „deels door het gering getal, en ten anderen door slegtheid van volk. Dat bij sig egter niet verstouten souden eene bepaeling 291. den 14: Iuli 1788. bepaeling te maeken, omtrent de te versoekene hulp van Europeesche militairen, Arthilleristen en zeevaerende, als laetende dit aan Hunne Hoog Edelheeden gunstig en wijser gevoelen over, dog dat sij egter om een hondert en vijftig Madureesen de vrijheid gebruikten te versoeken. Op den ontvangst van dit berigt hebben H: H: E: mij ten eersten bij missive van den 27:e Iunij Iongstleeden gequa„ „lificeert, om de een Comp: Madureesche militairen wel„ „ke reeds voor Ceilon in dienst is aangenoomen en, so veel meer als de Prins van Madura in haest fourneeren kan, met kleine vaertuigen, so spoedig mogelijk, na Ban„ „jer te senden en daer bij dan tevens door den Regent van sumanap, ten selven einde te laten voegen so veel suma„ „nappers als in den haelt bij een gebragt konnen worden onder aanhaeling tevens dat Hoogst Deselve tot geleide dee„ ser, sowvel als van de overige vaertuijgen, die aanhanden en maer eenigsints te missen zullen zijn, geprojecteert hebben het scheepje 'T Neeuwtje, om met het schip Iagt rust alhier versterkt met soo veel zeevaerende, Ar„ „thilleristen en Militairen als te missen zijn, mitsgaders so veel mogelijk defensie f gemaekt en ruijm geprovian„ „deert de reijse na Banjer te onderneemen, en in welke twee scheepjes ook, so veel Houtwerken soude moeten worden afgelaeden, als de Capitain Ingeneur Reimer sal oordee„ „len, van het meesten dienst en nit te kunnen zijn, na mate dat de scheeps ruimte sulks sal permitteeren. — Ingevolge nu van deese ordre, heb ik uE: onderhebben„ „de Bodem, neevens het scheepje het Meeuwtje, so veel doenlijk hier in staet van defensie doen stellen en tevens laten voorsien, van so veel Europeesen zeevae„ „rende, als men gevolglijk van de andere hier ter rhee„ „de leggende scheepen, heeft kunnen ligten, en voorts so veele Inlanders, als tot het doen deeser Expeditie nodig zijn geoordeeld, invoegende Equipagie van het schip Iagt Rust tans bestaet in. 17: opper-en Deks= officieren, 34: Europeesche en gemeene zeevaerende. 26: Javaensche - - - -- 77: Coppen te zaemen. En.

NL-HaNA_1.04.02_3816_0568 view scan ↗

English

the 14th of July 1788. And those of the Meeuwtje, consisting of 16 superior and petty officers, 34 European and 39 Javanese common sailors, 89 heads, or in total 166 heads. The soldiers and artillerymen who, divided between Your Honour's vessel and the ship 't Meeuwtje, depart from here, consist of 1 sergeant, 2 corporals, and 30 privates, together with 1 bombardier, 4 gunners and 8 assistants; to which added the 23 soldiers and 3 artillerymen already placed on Your Honour's vessel at Batavia, this will constitute a sufficient number, especially if the Sourabaija servants find themselves able to increase these with a few more according to the established order, those commanded from here being collectively provided with their full guns and weapons. Besides these, as stated, as many soldiers, artillerymen and sailors will be placed on Your Honour's vessels in the eastern salient as can possibly be spared there. Likewise I have given orders to send the aforementioned one company of Madurese for Ceylon, and moreover as many other Madurese and Sumanappers as can be gathered by the Panumbahan of Madura and the Pangerang of Ssumanap by the time of Your Honour's 293. the 14th of July 1788. Your Honour's departure from the eastern salient, to Banjer with native transport vessels, all of which vessels are meanwhile being prepared to depart under Your Honour's convoy, regarding which the governor at Sourabaija will then further inform Your Honour of what is necessary. Also departing with Your Honour from the eastern salient to Banjermassing will be the pantjallang Sourabaija, along with as many other vessels as can be spared there, which said pantjallang shall also serve for the transport of a portion of the quantity of rice to be mentioned below, in order that all the more space may remain in Your Honour's vessel and the ship 't Meeuwtje for the transport of the other items projected for Banjermassing, and the necessary storage space for the accommodation of the people can also be saved. The required rations for the aforementioned men who depart from here have also already been furnished to Your Honour here, except for the rice and catjang, which Your Honour will receive in the eastern salient, together with the rations for the men to be taken on there, as well as the Madurese and Sumanappers, everything calculated for the period of 6 months, which is considered to be sufficient, and Your Honour will subsequently be able to be further supplied if necessary, whilst the stock of various items here at present also did not permit taking this more generously. Of ammunition goods, both for Banjermassing and for the service of Your Honour's vessels, I have provided Your Honour with as much as was ever possible, there also having been given to Your Honour from here in addition: the 14th of July 1788. 500 pieces of guns, 500 pieces of ramrods, and 500 pieces of cartridge pouches, for all of which, as well as for the rations for the soldiers and artillerymen, Your Honour will have to render proper account upon arrival at Banjermassing. The items which must be transported by Your Honour, both according to the requisition of the ministers at Banjermassing and pursuant to the above-mentioned written order of Their Excellencies, in order to supply that office as far as possible, consist of: 100 koyans of rice, 2 koyans of green catjang, 4 koyans of Javanese salt, 25 pieces of planks of 3 inches, 25 pieces of mill planks of 2½ and 3 inches, 200 pieces of Tinkam planks, 200 pieces of ditto Chinese, 400 pieces of legger staves, 200 pieces of roof ribs, 300 pieces of tile battens, 12 pieces of knees or compass timbers, 300 lbs of nails, 150 pieces of mill planks, 500 pieces of small beams, length 16 to 18 feet and thickness 6 to 8 inches, and 1000 pieces of Chinese planks, together with various tools, and furthermore also 30 leggers of arrack, which, while being expected from Batavia, have tentatively been supplied from the stock here in advance, so that Your Honour has already partly received these things here and will take in the remainder in the eastern salient. 295. the 14th of July 1788. for which Your Honour shall call at the office of Grissee, especially also to load the remaining timber works prepared there, and subsequently proceed to Sourabaija. In order not to delay Your Honour's voyage to Banjermassing too much by lingering here too long, as it appeared to me that not too much haste could be made with it in order to provide that office quickly with the required relief, and on the contrary it will be a difficult passage beating against the wind to the eastern salient at this time, I had at first intended, because the money expected from Batavia for Banjermassing had not yet arrived, to give to Your Honour from the small stock here 10,000 rix-dollars, partly Spanish and fractional coin, as these were then also already divided onto Your Honour's vessel and the ship 't Meeuwtje, in order to depart with them to the eastern salient as quickly as possible; but since Their Excellencies have further informed me that by the ship Ridderkerk there were to be brought here for Banjermassing 32,916 1/3 rix-dollars in cash, and 8,000 rix-dollars in copper duiten, besides several other goods, to be discharged therefrom and transshipped into Your Honour's vessel, Your Honour will thus have to wait here until the arrival of that vessel in order to be able to take in these items; And since for this reason it will now also not be necessary

Dutch transcription

den 14: Iuli 1788. En die van het Meeuwtje, in 16: opper en deks-officieren, 34: Europeesche en gemeene zeevaerende. 39: Iavaesche - - - 89. koppen, of in 't geheel in 166: koppen. De Militairen, en Arthilleristen, welke verdeelt op uE. onderhebbende Bodem en het schip 't Meeuwtje van hier vertrekken, be„ „staen in 1: sergeant, 2: Corporaels, en 30. gemeenen, beneevens, 1: Bombardier, 4. Cannoniers en 8. handlangers; waer bij gevoegd de reeds te Batavia op uE: bodem geplaetste, 23. militairen; en 3. Arthilleristen, sulks een toerijkend getal sal uijtmaeken, bijsonder indien de soura „baijasche Bedienden sig in de mogelijkheid bevinden om die volgens de gestelde ordre met nog eenige te vermeerderen zijnde, de van hier gecommandeerde gesamentlijk voor„ „sien van hunne vollen geweeren en wapenen Buijten deese sullen als gesegd, in den oosthoek, nog so veele militairen, Arthilleris„ „ten en zeeaerende op uE: onderhebbende Bo„ „denis geplaetst worden, als men daer maer immers zal kunnen missen. Insgelijks hebbe ik ordre gesteld, om de bovenge„ „dagte een Comp: Madureeschen voor Ceilon, en nog boven dien so veel andere Madureesen en sumanappers, als door den Panumbahan van Madura en de pangerang van Ssumanap, teegens uE: 293. den 14: Iuli 1788. UE: vertrek uit den Oosthoek, sullen kunnen bij een gebragt werden, met Inlandsche Transport vaertuij„ „gen na Banjer te zenden, alle welke vaertuijgen intus„ „schen in gereedheid werden gebragt om onder uE: Convooij te vertrekken, waer toe den gezagheb„ „ber te sourabaija uE: dan verder van 't nodige sal informeeren. ook sal met uE: uit den oosthoek na Banjer„ „massing vertrokken, de Pantjallang sourabaija neevens so veele andere vaertuijgen, als daer te missen sullen zijn, welke gemelde Pantjalling tevens dienen sal, tot den vervoer van een gedeelte der hier onder te meldene quantiteit rijst, ten einde in uE: Bodem en 't schip 't Meeuwtje des te meerder rumte overschiete, tot den vervoer der andere voor Banjermassing geprojecteer„ „de articulen, en ook de noodige bergplaets tot verblijf van het volk kan bespaerd worden. - De benodigde randsoenen voor de bovengem: man „schappen, welke van hier vertrekken, sijn uE: ook reeds hier verstrekt geworden, excepto de Rijst en Catjang„ welke uE: in den oosthoek sal geworden, te gelijk met de randsoenen voor de aldaer inteneemen manschappen, mitsgaders de madureesen en su„ „manapers, alles gereekend voor den tijd van 6/m: het geene men meend toerijkende te zullen zijn, en men uE: vervolgens, als nodig weesende, nader sal kunnen voorsien, terwijl ook den voorraed van verscheide articulen tans hier niet heeft toegelaten sulks ruimer te neemen. - van Ammunitie goederen so voor Ban„ „Jermassing, als ten dienste van uE: onderhebben „de Bodems hebbe ik uE: so veel voorsien, als maer immers doenlijk is geweest, zijnde aan uE: boven dien van hier ook nog meede ge„ „geeven. den 14. Iuli 1788: „geeven. 500: p=s geweeren, 500: „ stouwers, en 500: „ Pattroontasschen, van welke alles, so wel als van de randsoenen voor de militairen en Arthilleristen uE: bij arri„ „re te Banjermassing, behoorlijke verantwoor„ „ding sal moeten doen. De Articulen, welke door uE. so op den Eijsch der ministers te Banjermassing, als inge„ „volge van de hier boven gewaegde aanschrijving H: H: Edelheeden, om dat Comptoir na mo„ „gelijkheid te voorsien, moeten vervoerd werden. bestaen in. 100: Caij=s Rijst, 2. „ groene Catjang, 4: „ zout Iavaes, 25: p=s swalpen van 3. d=m: 25: „ moole planken van 2½. en 3. d=m: 200: „ Tinkamsche planken, do„ Chineese 200: „ 400: „ Leggerduigen 200: „ dakribben, 300: „ pannelatten, 12: „ knien of kromhouten, 300: lb: spijkers, 150: p=s molen planken, 500: „ balkjes, lg: 16: â 18. v=t en d=k 6. â 8. d=m, en 1000: „ Chineese planken, beneevens diverse gereedschap„ „pen, dan voorts ook. 30: leggers Arak, die terwijl se van Batavia verwagt worden, vooraf maer uit den voorraed alhier verstrekt zijn, invoegen ouE: het een en ander gedeeltelijk reeds hier ontvangen heeft en het overige in den oosthoek sal innee„ „men. 6 295. den 14. Iuli 1788. „men, waer toe uE: het Comptoir grissee, sal aan doen bijsonder ook om de overige aldaer in gereed „heid gebragte Houtwerken in te laden en vervolgens na sourabaija voortstee„ „renen. om uE: reijse na Banjermassing, door een te lang aanhouden hier niet te seer te vertragen, daer het mij toescheen: dat daer„ „meede niet te veel haest konde gemaekt werden, ten einde dat comptoir spoe„ „dig, van het benodigde ontset, te voorsien, en het daer en teegen in deesen tijd een swae„ „re ophaeltogt, na den oosthoek sal weesen, so ben ik eerst voorneemens geweest, om„ wijl het van Batavia voor Banjermassing verwagt wordende geld, nog niet was aan„ „gekomen, uit den geringen voorraed alhier 10'000: —. rd=s ten deelen spaens en Paijement, aan uE: meede te geeven, gelijk die dan ook bereeds op uuE: bodem en het schip 't Neeuwtje, verdeelt zijn geweest, om daer meede ten spoedigsten na den oosthoek te vertrekken; dog dewijl H: H: E: mij nader geinformeerd hebben, dat per het schip Ridderkerk hier voor Ban„ „jermassing, stonden aangebragt te worden Rd:s 32916 1/3. aan contanten, en - - - - - - - - - - - „ 8000:–. – aan koopere duijten, behalven nog verscheidene an„ „dere goederen, om daer uit geligt en in uE: Bodem overgescheept te werden, so sal uE: dus, tot de aan „komst van dien Bodem, hier moeten vertoeven, ten einde deese Articulen te kunnen inneemen; En dewijl het om dies wille nu ook niet nodig sal zijn

NL-HaNA_1.04.02_3816_0572 view scan ↗

English

the 14: July 1788: are, to give you some money from here for Banjermassing, so I have again lifted the aforementioned Rd:s 10,000:—. -. from your vessel and the ship 't Meeuwtje, in order to be retained here. Their Excellencies have also further informed me that, besides your vessel and the ship 'T Meeuwtje, they have additionally designated for Banjermassing the pantjallang Riouw cruising between Cheribon and Crawang and the galley de Raaf, which vessels I still expect to arrive, in order to head with you to the East Coast and subsequently further to Banjermassing, with the required rations for the vessels to be provided here, except for the rice and catjang which will be provided to them in the East Coast, just as shall take place regarding your vessel and the ship 't Meeuwtje. With the aforementioned ship Ridderkerk, 30 heads of European military personnel will also be brought here from Batavia, whom I, without your subordinate ships, will cause to be transported to the East Coast by other vessels, in order to be exchanged there for trained troops and likewise sent to Banjermassing, for which the rations will also be provided to you in the East Coast. When the loading of all that is projected has taken place and everything shall have been made ready for the departure from the East Coast, you must without 297. the 14: July 1788. without loss of time, immediately undertake the voyage to Banjermassing. And since the command over this little squadron during the voyage thither is entrusted to you alone, you shall also be bound not only to take care that everything on board is kept in proper order and good discipline among the men, but also that the commanders of the vessels belonging thereto are properly provided with the necessary sailing orders and signals, in order always to be able to recognize one another and know what they are to do. If it should happen that you should encounter any enemies underway, or if anything else should befall you that causes any hesitation and cannot be foreseen, you shall convene the broad council, which besides you shall consist of the Captain Engineer Fredrik Reimer, the commanding Captain Lieutenant of the ship 't Meeuwtje, the Captain Lieutenant stationed on your vessel, and the Captain Lieutenant of the said ship 't Meeuwtje, together with the Ensign Johan Otto Mehl, in which assembly everything must be dealt with and decided by a majority of votes. This must also take place in case, when you arrive before Banjermassing, the entrance to the river should be disputed with you by the enemies, or if they should intend to attack you; for after what is necessary shall have been decided in the broad council, you must the 14. July 1788. resist them with force and try to destroy them, whoever they may be. However, in order not to be taken by surprise by the enemies under the guise of friendship, it will be necessary that you constantly keep good watch and allow no strangers of whatever description to come on board, unless it should previously have appeared that they have no evil intentions nor possess enough force to execute them. Upon arrival at Banjermassing, you shall have to place yourself under the authority of the Senior Merchant and Head there, Christoffel Hofman, and furthermore act in everything according to his orders. Of your arrival and the assistance to be expected therewith for relief, I have already beforehand given notice to the Banjer servants by express, both from Samarang directly and via the East Coast, and exhorted them to a brave steadfastness; therefore, upon your approach, the necessary care will certainly be taken to send you directly the required information and orders as to what must be done as the nature of affairs requires, which is also why I have deemed it unnecessary to devise any recognition signals, since the purpose of your dispatch is in all cases without any doubt confined to freeing the Company's possessions there from hostile force and securing them, for which the means must accordingly be arranged as the situation and circumstances present and are found. After the conclusion of the expedition, you must return again to Java with the little squadron, unless your longer presence there should be necessary, when 299. the 14th July 1788. when the said Senior Merchant Hofman will provide you with further orders in that regard. Everything that I judge necessary to be observed by you having herewith been presented to you, I merely add that the ship de Nephtunis, in case it should soon appear from Bima, will also be sent to Banjermassing with all the crew on board it. Meanwhile I further wish you a prosperous voyage and most strongly recommend you to unite courage and prudent conduct with caution, and thus undertake everything that is at all possible to drive away or defeat the enemies of Banjermassing and place the Company's possessions in safety. Wherewith, after greetings and praying for Heaven's assistance, I gladly remain, below stood: your good friend, was signed: Jan Greeve, in the margin: Samarang the 8th July 1788: –. the 19: July 1788: Batavia To his Excellency! The High, Noble, Right Honourable Lord! Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, and The Right Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies. High, Noble, Right Honourable Lord! Right Honourable Lords; After and -

Dutch transcription

den 14: Iuli 1788: zijn, om uE: van hier eenig geld voor Banjermas„ „sing meede te geeven, so hebbe ik de voorm: Rd:s 10'000:—. -. weeder van uE: bodem en 't schip 't Meeuwtje geligt, om hier aangehouden te worden. Almeede hebben H: H: E: mij nader g'informeerd, dat Hoogst deselve buijten uE: bodem en 't schip 'T Meeuwtje, nog naer Bon„ „Jermassing hebben aangelegd, de tusschen Che„ „ribon en Crawang kruissende Pantjal„ „lang Riouw en de galij de Raaf, welke kiel„ „tjes ik als nog blijve te gemoed zien, om met ruE:, na den Oost=hoek en vervolgens verders naer Banjermassing te steevenen, zul„ „lende de benodigde Randsoenen voor de kiel„ „tjes, hier verstrekt worden, excepto de rijst en Catjang die hen, eeven als omtrent uuE: Bodem en 't schip 't Meeuwtje sal plaets heb„ „ben, in den Oosthoek geworden sal. Met het voorm: schip Ridderkerk zul„ „len, ook van Batavia hier aangebragt wor„ „den 30. koppen Europeesche Militairen, die ik met oud: onderhebbende scheepen af, door andere vaertuijgen, na den Oosthoek sal doen transporteeren, om daer teegen geExerceerd volk verruilt en meede na Banjermassing gesonden te worden, waer voor de randsoenen ouE: meede in den Oosthoek sullen verstrekt worden.. wanneer dan den inneem van al het geprojecteerde gevolg heeft genomen en alles in gereedheid sal gebragt zijn, tot het vertrek uit den oosthoek, zo moet auE: sonder 297. den 14: Juli 1788. sonder tijd versuim, ten eersten de reijse na Banjermassing aanneemen, En dewijl het Commando over dit Esquadertje, geduurende de reijse na derwaerds, aan uuE: alleen opge„ „dragen is, so sal uE: ook gehouden zijn, om niet alleen sorge te dragen, dat alles aan Boord in een rigtige ordre en een goede discipline ander 't volk gehouden werde, maer ook, dat de gezag„ „hebbers van de daar onder gehoorende vaertuij„ „gen behoorlijk voorsien worden van de nodige lij„ „laas ordre en seijnen, om elkanderen altoos te kunnen onder kennen en te weeten wat hun te doen staet. Indien het gebeurd, dat uuE: onderweegs eeni„ „ge vijanden kwamen te ontmoeten, dan wel dat uE: iets anders mogte overkomen, dat eenige bedenking baart en niet kan voorsien worden, so sal uE: de breeden Raed mogten beleggen, die buij„ „ten uE: bestaen sal in den Capitain Ingenieur Fredrik Reimer, den gezagvoerende Capit„ Luit: van het schip 't Meeuwtje, de op uE: Bo„ „dem bescheiden Cap: Luijtenant, en den Capitain Luijtenant van 't gem: schipt Meeuwtje, mits„ „gaders den vaendrig Iohan Otto Mehl, in wel„ ke vergadering alles na meerderheid van stemmen sal moeten verhandeld en rast gesteld werden Dit sal meede moeten geschieden, ingevalle uE: voor Ranjermassing komende, den ingang der rivier door de vijanden aan uE: betwist mog„ „te werden, dan wel dat se voorneemens mogten zijn uE: te attacqueeren, also uE: deselve dan na„ dat het nodige in den breeden raed sal vastge„ „steld den 14. Juli 1788. „steld zijn, niet magt zal moeten te keer gaen en tragten om deselven te vernielen, sij mogen zijn wie zij willen. om egter door de vijanden, niet, onder den schijn van vriendschap onverhoeds overvallen te werden, sal het nodig zijn, dat uE: gedeerig goede wagt dood houden„ en geen mriemdelingen hoe genaemd aan boord la„ „ten komen, ten waere dan, dat alvoorens gebleeken mogt zijn, dat zij geene quaade voorneemens hebben nog magt genoeg bezitten, om die uit te voeren. Bij arrive te Banjermassing, sal uE. sig onder het gesag moeten begeeven van den opperkoopman en opperhoofd aldaer Christoffel Hofman en voorts in alles na desselvs ordres handelen van auE: komst en de daer mede te magtene adsistentie tot ontset, heb ik reeds vooraf so veel van bama„ „rang direct, als over den Oosthoek, per expresse aan de Banjerse, Bedienden kennis gegeeven, en de„ „selve tot eene kloekmoedige standvastigheid ver„ „maend, dus 'er bij uE: aannadering wel de nodige sorg sal worden gedragen, om uE: direct de vereisch„ „te informatie en order te doen toekomen, wat er moet gedaen worden na vereijsch der zaeken, waer„ „om ik dan ook onnodig geagt hebben eenige zeinen van verkenning te beraemen, nademael het oogmerk van uE: afsending in allen gevallen buijten eenige bedenking sig bepaeld om Comp=s possessien aldaer van vijandelijk geweld te bevrijden en te bewillin F „gen waer toe de middelen en dus ingerigt moeten worden na dat de gesteldheiden omstandigheeden sig voor daen en bevonden worden. Na het afloopen der expeditie, sal uE: met het Esqua„ „dertje weeder na Java moeten te rug keeren, ter zij dan dat uE: langer aanweesen, daer nodig mogte zijn, wanneer 299. den 14=e Juli 1788. wanneer gem: opperkoopman Hofman uE: deswee„ „gens van nadere ordres sal voorsien. Hier meede uE: alles voorgehouden zijnde, wat ik oordeele dat nodig is, door uE: geobserveert te worden, voege ik 'er eenlijk nog bij dat het schip de Nephtu„ „nis ingevalle hetselve spoedig van Bima komt opdagen, met de alle de daer op zijnde manschap meede na Banjermassing sal gesonden worden, Terwijl ik uE: voorts een voorspoedige reijs wensche en uE. op het sterkste aanbeveelen, om moeder kloek beleid„ met voorsigtigheid te verenigen, en dus alles wat im„ „mer mogelijk is aanteneemen, om de vijanden van Banjermassing te verdrijven of te verslaen en Comp=s possessien in veijligheid te stellen. . waermeede ik na groete en toebidding van 's Heemels bijstand, gaerne blijve /:onderstond:/ uuE: goede vriend /:was geteekend:/ Ian Greeve, /:in margine:/ samarang den 8=e Iuli 1788: –. den 19: Iulij 1788: Batavia Aan zijn Hoog Edelheid! Den Hoog Edel, gestr: groot Achtb: Heer! M=r Willem Arnold Alting, Gouverneur generael, en De welEdele gestrenge Heeren Raaden, van Neederlands Indië. Hoog Edel, Gestrenge groot Achtb: Heer! WelEdele gestrenge Heeren; Na en -

NL-HaNA_1.04.02_3816_0576 view scan ↗

English

19 July 1788. After the accompanying letter to Your Right Excellencies had already been drawn up, I had the honour of receiving Your Right Excellencies' much respected missive of the 30th of the past month of June, and noted therefrom Your Excellencies' honoured disposition to deploy further, besides the vessels Jagtrust and 't Meeuwtje already destined for Banjarmassing, the pantjallang Riouw cruising between Crawang and Cheribon and the galley de Raaf, which I will therefore look forward to receiving, manned and provisioned as well as possible, without employing in their place two of the galleys belonging here for this expedition, both on account of the lack of personnel and because they are also not present here; and that, with the dispatch of the little ships Jagtrust and het Meeuwtje, I will now, pursuant to Your Excellencies' honoured order, wait until the arrival of the ship Ridderkerk in order to transfer the cash and other goods contained therein, wherein I also think that there lies no difficulty, as Your Excellencies will further see from the accompanying report of a Banjarese, Chasan, who arrived here on the 15th of this month, to which I request leave to refer. 301 19 July 1788. Since Banjermassing will now be sufficiently provided with the cash and duiten to be brought by the ship Ridderkerk, I have ordered the 10,000 Rds. projected by me from here, which had already been distributed between the ships Jagtrust and het Meeuwtje, to be unloaded again to be employed here instead. Furthermore, while having already shipped 30 leagers of arak, I shall retain an equal number of leagers from the supply for Banjer. For sending 30 European military troops on the said ship Ridderkerk, I give Your Excellencies humble thanks; however, since the garrison here consists mostly of recruits and it is therefore not advisable to divest oneself completely of trained 19 July 1788. military men, I shall let them proceed further to Sourabaija on the ships Jagtrust and 't Meeuwtje, in order to exchange them there for an equal number of seasoned troops and send them likewise to Banjermassing, for which I have already provided the Sourabaija Commander with the necessary orders. Likewise, I have ordered the said Commander to send thither, besides the 70 already projected for Banjermassing, another 30 coyangs of rice, thus 100 coyangs in total. Furthermore, after receiving these further orders from Your Excellencies, I made the necessary alterations in the instruction drafted for Captain Lubben, as will appear to Your Excellencies from the appendices hereto, with apologies for the previous ones. Now, if all these arrangements, so far as Samarang is concerned, cannot be carried out in the event that Ridderkerk has not yet arrived here by the 21st instant, then, upon my departure for the hot springs scheduled on that day, in which no change can well be made, I shall assign everything in such well-regulated order for execution to the Senior Merchant and Head 303. 19 July 1788. Administrator van Santen, that the matter can duly achieve its completion. Furthermore, according to the authorization of Your Right Excellencies provided for that purpose, I shall hand over the management of routine affairs, so far as Samarang is concerned and for which the necessary dispositions must be made here, to the said Head Administrator van Santen for that period, and provide him with a memorandum containing such information and regulations as I have found necessary to set down therein. A letter having been sent to me by the Commander of the Oosthoek from the Panumbahan of Madura, wherein the same requests that his Highness's half-brother, as well as his brother-in-law and uncle, named Aria Panoelar, Pandsie Soera Notto, and Pandjie Wiera Diningrat, who are in exile on Ceylon, might be permitted, according to their request made to him in this regard, to return to Madura, with the promise that he would act as guarantor for their conduct; therefore, I take the liberty to present to Your Right Excellencies herewith a copy thereof, together with the copy of 19 July 1788. the letter written by the said Panumbahan in this regard to the Commander. And whereas the dispatch of the said persons to Ceylon occurred at the request of the previous Panumbahan appointed in 1771, and specifically because his appointment went against their wishes, particularly against those of the last-named Pandsie Wiera Diningrat, as a result of which that Panumbahan did not consider himself safe from them, and there thus seem to be no difficulties so far against their return; yet the last-named Pandjie Wiera Diningrat should nevertheless be excepted from this, since he is regarded as the cause of that activity and has at all times been inclined to gain an uncommon following for himself on Madura, so that with respect to him it is to be feared that, upon return, he will again attempt something of the kind should it happen that the present Prince were to die before that old man; and thus on that basis, I take the liberty, in all deference, to submit for Your Excellencies' consideration whether it would not be best, in the event of a favourable consent to the Panumbahan's request, to permit only his half-brother and his brother-in-law Aria Panoelar, and

Dutch transcription

den 19. Juli 1888. Na dat de neevens gaende Brief aan ruwe Hoog Edelheeden, reeds ingesteld was, hebbe ik de eere gehad te ontvangen uwer Hoog Edelheeden veel gerespecteerde missive van den 30=e der gepasseer„ „de maand Iuni en daer uit beoogt de geEerde dispo„ „sitie uwer H: E:, om, buijten de reeds voor Ban„ „jermassing bestemde scheepen zagtrust en 't Meeuwtje, nog na derw: aanteleggen de tusschen Crawang en Cheri„ „bon kruijssende Pantjallang Riouw en de Galeij de Raaf, die ik dus sal blijven te ge„ „moed zien, ten so veel mogelijke bemanning en proviandeering sonder in dies steede twee der hier thuijs hoorende galeijen, tot deese expeditie te emploijeeren, so weegens ge„ „brek aan volk als om dat deselve meede niet hier aanweesig zijn, en ik met de depeche der scheepjes Iagtrust en het Meeuwtje, tans, ingevolge de geEerde order Uwer H. E: sal ver„ „toeven tot de aankomst van het schip Ridder „kerk, om der daer inne zijnde Contanten, en an„ „dere goederen, overteneemen, waerin ik ook vermeene dat geene swarigheid geleegen is, gelijk uwe H: E: nader consteeren sal, uit het nevensgaend Relaas van eene den 15=e Dee„ „ser 301 den 19. Iulij 1788. „ser hier gearriveerde Banjarees Cha„ „san, waer aan ik versoeke mij te mo„ „gen refereeren. Dewijl nu Banjermassing door de met het schip Ridderkerk aantebren„ „gen Contanten en duijten toerijkende sal voorsien werden, so hebbe ik de door mij van hier geprofecteerde Rd=s 10'000: -. welke reeds op de scheepen Iagtrust en het Meeuwtje verdeeld waeren, wee„ „der doen ligten, om hier selvs g'em„ „ploijeert te werden. Terwijl ik voorts de bereeds afgescheep„ „te 30: leggers Arak een gelijk getal leg„ „gers uit den aanbreng voor Banjer sal te rug houden. voor de toesending van 30. koppen Euro„ „peesche Militairen, met het gem: schip Ridderkerk, segge ik uwe H: E: needrig dank; dan dewijl het guarnisoen hier meest al bestaet in Recruten en het dus niet raadsaem is, sig geheel van g'exerceerde den 19=e Juli 1788. g'exerceerde Militairen te ontdoen, so sal ik die met de scheepen Iagtrust en 't Neeuwtje verder na sourabaija laeten vertrekken, om daer teegen een gelijk getal geoeffend volk verruild en meede na Banjermassing gesonden te wor „den, waer toe ik den sourabaijasch gezaghebber reeds van de noodige ordres voorsien heb. Insgelijks heb ik gemelde gezaghebber gelast, om buiten de reeds voor Banjermassing gepro„ „jecteerde 70. , nog andere 30. Coijangs Rijst, en dus 100: Coijangs in 't geheel derwaards te zenden. voorts heb ik, na den ontvangst deeser Uwer Ht: E: nadere order in de voor Capitain Lubben ingerig„ „te Instructie der noodige verandering gemaekt, so als uit de bijlagen deeses met excuseering der voorige aan uwe H: E: sal blijken. Indien nu alle deese schikkingen voor so veel samarang betreft niet kunnen uitge„ „voerd worden, ingevalle Ridderkerk den 21=e husus alhier nog niet gearriveert mogt zijn, dan zal ik bij mijne op dien dag vastgestelde afreijse na de stoven, waer in niet wel eenige veranderingen te maken is, alles in sodani„ ge wel gereguleerde order, ter volbren„ „ging opdragen aan den opperkoopman en Hoofd 303. den 19: Iulij 1788. Hoofd administrateur van santen, dat het selve behoorlijk zijn beslag sal kunnen erlangen. — Voorts zal ik aan gem: Hoofd Administrateur van santen, volgens de daer toe leggende quali„ „ficatie uwer Hoog Edelheeden, de maneance der gewoone zaeken, voor so veel samarang betreft en waer toe alhier de nodige beschikkingen moeten wor„ „den gemaekt, voor so lange sal overgeeven en denselven daer toe voorsien van eene Memorie, vervattende sodanige informatien en volg regu„ „len, als ik noodsakelijk gevonden hebbe, daer bij te beschrijven. Door den oosthoeks gezaghebber, mij toegeson„ „den zijnde, een brief van den Panumbahan van Madura, waer bij deselve versoek doed, dat aan zijn Hoogheids halve broeder, mitsgaders zijn be„ „huwd Broeder en oom, met noemen Aria Panoe„ „lar, Pandsie soera Notto en Pandjie wiera Di„ „ningrat, welke zig te Ceilon in Ballingschap bevinden, volgens hun desweegens aan hem gedaen versoek mogte gepermitteerd worden, om na Ma„ „dura te rug te keeren, met belofte dat hij, voor derselver gedrag, borge zoude zijn, so neeme ik de vrigheid uwe Hoog Edelheeden, bij deesen Copia daer van aantebieden, metende beneevens het afschrift van den 19. Julij 1788. van de door gem: Panumbahan ten deesen op„ „sigte, meede aan den gezaghebber geschreevene Brief. En daer de versending van gem: persoonen na Ceilon geschied is, op versoek van den in 1771. aan„ „gestelden voorigen Panumbahan, en wel uit hoofde„ dat desselvs aanstelling, teegens haeren zin is ge„ „weest, voornamentlijk teegen die van de laest„ „gem: Pandsie wiera diningrat, waer door sig dien Panumbahan dan ook niet zeeker voor hen oordeel „de te zijn, en 'er dus voor so verre geene swarighee„ „den, teegen derselver te rug komst scheint te weesen, so dient hier van nogtans te worden uitgesonderd den laest gem: Pandjie wiera diningrat, alsoo men deesen aanmerkt als de oorsaek van dat bedrijf en die ten allen tijden g'inclineerd is geweest, om wig op Madura, een boven gemeenen aanhang te mae„ „ken, invoegen het nopens hem te dugten is, dat hij, bij te rug komst, weeder iets sodanigs bestaen sal, inge„ „valle het aenvergebeurde, dat den presente Prins voor dien grijslaart kwam te overleiden, en dus neem ik op dien gront de vrijheid ruwe H: E: in alle eerbied, in consideratie te geeven, of het niet best soude sijn, om bij een gunstige bewilliging in des Panumbahan versoek eenelijk zijn en halve en ook zijn be„ „huwd Broeder Aria Panoelar, en

NL-HaNA_1.04.02_3816_0581 view scan ↗

English

305. the 19th of July 1788. and Pandjie Notto to return to Madura, but on the other hand to leave his uncle Landsie wiero diningrat on Ceylon for the time being, or rather to assign him a place of residence at Batavia, until an opportunity will have been found to observe his conduct and intentions from up close. The Ingabeij soero Adiwidjoijo Regent at Bangil, having bound himself, upon arrival here, to the delivery of 10 Caijangs of Rice for nothing, or together 20 Coijangs a Year according to his urgent request beginning with 1789, if your Honours might please to consent to this, I take the liberty of presenting herewith to your Right Noblenesses the bond signed and sworn by him in my presence. I have just received word from Sourabaija that, since no private vessels could be obtained there for the transport of the quantity of 40 to 50 Coijangs of Rice ordered in advance by me for Banjermassing, they had therefore employed the Pantjallang Sourabaija belonging there alongside 6 of the largest cruiser vessels for that purpose, which were to undertake the voyage thither on the 16th of this month, as your Honours will, if it pleases, be able to observe further from the accompanying Extract of a Letter from the commander at the 19th of July 1788. at Sourabaija, and from which it will also appear to your Right Noblenesses that the said commander will endeavour to have the aforementioned 40 Coijangs of Rice delivered by the Regents above their Contingents, because the ship Hoorn had already departed by then. However, since the said Vessel on my order immediately turned back thither to unload both this quantity and the further Rice projected for Banjermassing from the 200 Caijangs on board, I have informed the aforementioned commander that this will now be able to be supplied from here, but that if the regents could nevertheless be obliged to deliver above their Contingents, that will be all the better. Pursuant to the respectful notice given in my latest letter of the 5th of this month, your Right Noblenesses are presented herewith with a Copy of the Memorandum of the vessels by which 406 Coijangs of Rice have already been transported from the eastern corner to Batavia, whilst I respectfully request that it may be verified and reported to me as soon as possible whether that quantity has been brought into Batavia in full, or whether anything is missing from it, and if So which Nachoda, in order to be able to make inquiries in this regard and to ensure the replenishment, in order thus 307. the 19th of July 1788. best to achieve the objective of a plentiful supply for Batavia. Furthermore, I have the honour to inform your Right Noblenesses that the appointed resident of Sumanap, Steuart, arrived here on the 13th of this month from Suntiana. After this had been prepared this far, the ship Ridderkerk arrived here in the roads, so the transhipment of the Soldiers and boxes of money brought along with it took place immediately, after which the small ships Jagtrust and the Meeuwtje received their dispatches and have also already passed out of sight today, while they will be followed to the eastern corner as quickly as possible by the Pantjallang Riouw and the Galley de Raaf, upon arrival and obtaining provisions. With the greatest Respect and High esteem, I honour myself to be, /:was below:/ Title :/ lower:/ your Right Noblenesses' very humble and faithful servant /:was signed:/ Jan Greeve /:in the margin:/ Samarang the 19th of July 1788. turn over: the 19th of July 1788. Copy of the Account of the Banjarese Chassan, Juragan of a Sloop that arrived here yesterday from Banjermassing, belonging to the Pangerang Djainal, son-in-law of the sultan at Banjermassing, given at Samarang the 15th of July 1788. The Informant relates that he, now About a month ago, having been ordered by the Pangerang Djainal, owner of the vessel steered by him, the Informant, to depart for Samarang, had consequently loaded his vessel there as quickly as possible, intending to set out on the voyage with it at once, but that, after having prepared everything for that purpose, he, along with the Juragans of all the other vessels lying there ready to sail, was ordered both by the Chief Hofman and by the prince himself to postpone their voyage for the time being, because word had been received that Banjer was about to be attacked from all sides by enemies. That indeed a rumour had spread then that Tabeniauw was said to have been attacked by enemies, but shortly thereafter certain word was received from there that this attack had been nothing other than a few pirate vessels having approached close under that place by night, the better to carry off some small vessels and people, which having been noticed from the shore, they had fired upon them. That he, the Informant, had also heard strong muttering at that time of an incursion by the Passirese into the eastern Borders of Banjermassing, and they had indeed then already taken possession of two small Negorijtjes.

Dutch transcription

305. den 19. Iuli 1788. en Pandjie Notto, na Madura te laten te rug keeren, dog daer en teegen desselvs oom Landsie wiero dinin„ „grat, voor eerst nog op Ceilon te laeten, dan wel op Batavia woonplaets aantewijsen, tot dat men ge „leegentheid sal hebben gevonden zijn gedrag en oog„ „merken van na bij gade te slaen. Den Ingabeij soero Adiwidjoijo Regent te Ban„ „gil, sig, bij komste alhier, verbonden hebbende, tot de leeverantie van 10. Caijangs Rijst voor niet, ofte te zaemen 20. Coijangs in 't Iaer volgens zijn instan„ „tie te beginnen met 1789, so uwe H: E: hier in mogte gelieven te bewilligen, so neeme ik de vrijheid het door denselven, ter mijner presentie, beswooren onderteekent verbandschrift, uwe Hoog Edelhee„ „den hier neevens aantebieden. soeeven ontvange ik berigt van sourabaija dat vermits men daer geen particuliere vaertuij„ „gen had kunnen bekoomen tot transport de door mij bij voorraed voor Banjermassing, aangeschreevene quantiteit van 40. â 50. Coijangs Rijst, men oversulx de daer thuijs hoorende Pantjallang sourabaija nee„ „vens 6. der grootste kruissers vaertuijgen daer toe geEmploijeerd had, welke op den 16=e deesser de reijse derwaerds stonden aanteneemen, invoegen uwe H: E: uit het nevensgaende Extract Brief vanden gezaghebber te den 19: Iuli 1788. te sourabaija, des gelievende, nader sullen kunnen beoogen, en waer uit uwe Hoog Edelheeden tevens blijken sal, dat gem: gezaghebber tragten sal, om de voorm: 40. Coijangs Rijst door de Regenten boven hunne Contingenten te doen leeveren, wijl het schip Hoorn toen reeds vertrokken was. Dog vermits gem: Bodem op mijne ordre, ten eersten weeder derwaerds is te rug gekeerd, om uit de inhebbende 200: Caijangs so wel deese quanti„ „teit als de verder voor Banjermassing geprojecteerde Rijst te ontscheepen, so hebbe ik den gezaghebber voorm: te kennen gegeeven, dat dit als nu hier uit sal kunnen gevonden werden, dog dat indien egter de regenten tot de leevering boven hunne Contingenten konde ner„ „pligt werden, sulks des te beeter sal zijn.. Ingevolge het eerbiedig te kennen gegeevene bij mij„ „we Jongste van den 5=e deeser werd uwe H:o Edelh: hier neevens aangeboden een Copia Memorie van de vaertuijgen door welk uit den oosthoek reeds 406: Co„ „rjangs Rijst na Batavia vervoerd is, terwijl ik eerbie„ „dig versoeke, dat mag worden nagegaen mij so spoedig mogelijk opgeeven of die quantiteit ten vollen te Batavia ingevoerd is, dan wel of daeraan iets man„ „queert en so Ia welke Nachoda, om desweegens ondersoek 6 te kunnen doen, en voor de supplitie te sorgen, ten einde aldus 307: den 19: Iuli 1788. aldus met oogmerk, tot Batavias ruime voorsiening best mogelijk te bereiken. Voorts hebbe ik de eere uwe Hoog Edelheeden te be„ „rigten, dat den aangesteld sumanaps Resident stei„ „art, op den 13=e deeser van Suntiana hier gearri„ „reert is. Na dat deese dus verre in gereedheid was gebragt arriveerd het schip Ridderkerk, hier ter rheede, dus de overscheeping der daer meede aangebragte Militairen en kisten met geld direct geschied is, waer na de scheepjes Iagtrust en het Meeuwtje hunne de„ „peche hebben erlangt en ook heeden bereeds uit het sigt geraakt sijn, terwijl deselve door de Pantjallang Riouw en de Galeij de Raaf, bij aankomst en erlang„ „de voorsiening, ten spoedigsten na den oosthoek sullen gevolgd werden. Met de meeste Eerbied en Hoog agting vereere ik mij te zijn /:onderstond:/ Titul :/ lager:/ rwer Hoog Edelheeden seer oodm: en getrouwe dienaer /: was geteekend :/ Ian Greeve /:in margine.:/ Samarang den 19=e Iuli 1788: — verte: den 19. Iuli 1788. Copia Relaas van den Banjarees Chassan, Iuragan van een op gisteren alhier van Ban„ „jermassing aangekoomene Chialoup, toebe „hoorende aan den pangerang Djainal, schoon „zoon van den sulthan te Banjermassing, gegee„ „rente Samarang den 15=e IJuli 1788. Den Relatant verhaeld, dat hij, nu Circa een maend geleeden, van den pangerang Djainal, eigenaer van het bij hem Relatant gevoerd wordende vaertuijg, gelast zijn „de, na samarang te vertrekken, hij indien gevolge zijn vaertuijg daa ook, so spoedig mogelijk, beladen had, voorneemens zijnde, om daermede sig ten eersten op reijs te begeeven, dog dat hij, na alles daer toe ingereedheid ge„ „bragt te hebben, neevens de Iuragans van alle de andere daer zeilrhee leggende vaertuijgen, so wel door het apper„ „hoofd Hofman, als door den vorst zelve gelast was, om hunne reijse voor eerst nog auittestellen, vermits men berigt ontvangen had, dat Banjer, van alle kanten, door vijanden stond aangetast te worden. Dat sig inderdaed toen een gerugt versprijd had, dat Tabeniauw, door vijanden soude aangetast zijn, dog men had kort daerop van daer het seekere berigt be„ „komen, dat dit aantasten niets anders geweest was, dan dat eenige zeeroovers vaertuijgen, bij nagt tot digt onder die plaets genaderd waren, om des te beeter eenige kleene vaertuijgen en volk weg te nee„ „men, 't welk men van de wal gewaer geworden zijnde, daer op nae hun geschooten had. Dat hij Relatant, in die tijd, ook sterk had hooren mompelen, van een inval der Passirreesen in de oostelijke Land„ „paelen van Banjermassing, en die hadden sig inderdoed, toen ook reedsmeester gemaekt, van twee kleine Nego¬ „rijtjes.

← previousnext →