VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3816

Japan · 998 pages · 253 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3816_0657 view scan ↗

English

379. the 29th of August 1788. to meet the Lord Governor at Salatiga, whom they supposed would by now also have arrived there, since they had departed from Souracarta at approximately the same time as them. Besides the two aforementioned deputies, the military Lieutenant and Commandant of Salatiga, Iohan Heinrich Wilhelm Ludewich, was also present here, who however immediately took leave again of the Lord Governor and proceeded ahead to Salatiga, in order to be able to receive His Honour upon arrival there; whither the Lord Governor, together with the aforementioned deputies and the company, also followed after having morning breakfast, and arrived at about half past nine, being greeted with a threefold volley of small arms fire from the garrison and the discharging of the artillery of Fort De Hersteller, whilst they proceeded meanwhile to the same, where the keys were presented to the Lord Governor by the Commandant Ludewich. His Honour then took up lodging in a reasonably well-appointed stone building outside the fort, whilst lodgings were assigned to the company in the outbuildings of this house and in the fort itself. The Lord Governor, not finding here the aforementioned son and grandson of Pangerang Adipattij Mangcoe Nagara, as His Honour had expected, inquired after them, but found that they had not yet arrived, on which account they held the midday meal, to which the aforementioned Commandant of Salatiga, together with his wife, was also invited by the Lord Governor. The afternoon was spent inspecting the aforementioned fort, which was found to be all in good order and still firm and strong, subsequently taking a walk in the kitchen gardens situated beside it, the 29th of August 1788. gardens which are provided at suitable places with fine leaping fountains, which receive their water from two skillfully masonry-built waterfalls, decorated on both sides with various statues of the ancient heathen inhabitants of this country, all of which, added to the neat layout of these gardens, situated on the slope of a hill, provides a fine and delightful view, so that the Lord Governor showed himself very satisfied therewith and gave as the watchword Useful and agreeable. Towards nightfall they proceeded once again to the fort, to see set off from there a small but fine firework display, which the Commandant there had had prepared in honour of the Lord Governor, after which they returned again to the lodgings of the Lord Governor. The aforementioned son and grandson of the Pangerang Adipattij Mangcoe Nogorro, who were to come and greet the Lord Governor there, not having arrived thus far, the Lord Governor expressed himself very surprised at this remaining behind of theirs, as they had been present upon the arrival here of His Honour's predecessor, the Honourable Stern Gentleman Siberg, in the year 1781, for which reasons His Honourable Sternness then also ordered the second Resident De Wilde to depart directly ahead to Boijolalie, in order to inquire with the First Resident of Soura Carta, Hartzinck, who had already arrived there, as to the reasons thereof, and then to come and meet His Honour again the next day to report thereon, pursuant to which the said De Wilde then also departed immediately, after which they held the evening meal in the same manner as at midday. The Lord Governor was indeed inclined to stay over here for a day to rest, as the well-mentioned Mr. Siberg had done, but since His 381. Honour, at the request of the Soesoehoenang, had arranged everything so as to be able to be at Souracarta on Thursday, because this could not conveniently happen the next day, since Friday is considered among the Mohammedans just as Sunday is among the Christians, they set out again on their journey from there the next day, being Wednesday the 23rd of July, at 3 o'clock in the morning, and arrived at about half past six at the village of Den Ampel, where just before, the Second Resident of Soura Carta, De Wilde, had also returned from Boejolalie, who reported to the Lord Governor that the son and grandson of the Pangerang Adipattij Mangcoe Nogorro, who as stated above had been deputed by him to await His Honour at Salatiga, had fallen ill just before they were about to set out on their way for that purpose, whereby they were unable to accomplish this journey, whilst the time had then been too short to appoint others thereto, in which report the Lord Governor then acquiesced, whilst after having taken breakfast, which had been prepared here, they set out on their way again and arrived at Boejoelalie at ten o'clock, where the Lord Governor was received by both the First Residents of Souracarta and Djocjocarta, the Senior Merchants Andries Hartzinck and Wouter Hendrik van IJsseldijk, as well as the Prime Minister of the Emperor, Radeen Adipattij Djoijo Ningrat, together with the Radeen Tommongong Patmo Nogoro, who brought to His Honour not only the compliments of His Highness the Emperor, as well as his son the Crown Prince and further royal family, but also further reported in the name of the ruler that His Majesty, on account of his sickly the 29th of August 1788. condition

Dutch transcription

379. den 29: Aug=s 1788. Heere Gouverneur tot Salatiga in 't gemoed te koomen welke sij vermeenden, dat nu ook reeds daer souden zijn aangekoomen, vermits deselve bijur te gelijk met hen van souracarta vertrok„ ken waeren. — Buijten de gemelde twee gecommitteerdens be„ „vond sig ook hier den Luijtenant militair en satatigas Com„ „mandant, Iohan Heinrich wilhelm Ludewich, die egter terstond weeder van den Heere Gouverneur oorlof nam en seg voor uijt na Salatiga begaf, ten eijnde zijn Ed: bij aankomste aldaer te kunnen ontfangen; werwaards den Heere Gouverneur neevens de voormelde gecommitteerdens en het geselschap, na het neemen van het morgen ontbijt, meede volgde, en omstreeks half sien aan kwam wordende met een drievoudig salvo uijt het hand geweer van het guarnisoen en het losbranden van het geschut van het fort de verstelder, begroet, terwijl men sieg middelerwijl na het selve had begeeven, alwaar de sleutels door den Commandant Zude„ „wich aan den Heere gouverneur wierden gepresenteert, nee„ „meerde zijn Ed: vervolgens intrek in een redelijk wel ingerigt steene gebouw, buijten het fort, terwijl aan het geselschap, in de sij gebouwen van dit huijs en in het fort selve, Logies wierd aangeweesen. — Den Heere Gouverneur de Hier voor en gemelde zoon en klijn zoon van Pangerang Adipattij Mangcoe Nagara, hier niet vindende, gelijk zijn Ed: verwagt had, informeerde sig na deselve, dog bevond, dat sij nog niet waeren aangekoomen weshalven men het middagmaal hield, waer toe door den Heer Gouverneur meede genoodigd was, den voorsz: salatigas Commandant, beneevens desselfs Huijsvrouw. — Den namiddag besteede men met het besigtigen van 't gem: fort, dewelke men bevond alle in goede ordre en nog hegt en sterk te zijn, doende vervolgens eene wandeling inde daar besijden geleegene moe„ „stuijnen, den 29: Aug=s 1788. stuijnen, die op bekwoeme plaatsen voorzien zijn, met fraege ppring fontijnen, welke hun watter ontvangen van twee kuns„ „tig gemetselde water vallen, aan wederzijde versiert met ver„ „schijdene Beelden vande oude heijdensche Inwoonders deeses Lands, welke alles, gevoegd bij de netto indeeling deeser Tuijmen, aan het hangen van eenen heuvel geleegen, een fraaij en ver„ rukkelijk gesigt opleeverd, invoegen de Heere Gouverneur sig daar over seer voldaan toonde en tot Parool uijtgaf Nuttig en vermakelijk. Teegens het vallen vanden Avond begaf men sig andermaal na het fort, om vandaer te sien afsteeken een klijn, dog fraaij vuurwerk, dat de Commandant aldaer ter eere van den Heere Gouverneur, had doen vervaerdigen, waer na men sig weder na het logies van den Heere Gouverneur begaf: De voorsz: zoon en klijn zoon van den Pangerang Adipattij Mangcoe Nogorro, welke den Heere Gouverneur daar souden koomen beguoeten, tot nog toe niet aangekoomen zijnde, betuijgde den Heere Gouverneur seer verwondert te zijn over dit hun agterblijven, also deselve bij aankomst alhier van zijn Ed: praedeces„ „seur, den wel Edele gestr: Heer Siberg, in den Iaere 1781. present zijn geweest, en welke reedenen zijn wel Ed: gestr: dan ook den tweede Resident De Wilde ordonneerde, om direct voor uijt na Boijolalie te vertrekken, ten eijnde sig bij den daer reeds aangekoomene Soura Cartas Eerste Resident Hartzinck te informeeren na de reedenen van dien en dan zijn Ed: sanderendaags weeder te komen vinden, om daar van verslag te doen, ingevolge van welk, gemelde De wilde dan ook ten eersten vertrok, waer na men in zelfdervoegen als 'smiddags, de avondmaal tijd hield. — Den Heere Gouverneur was wel geneegen hier een dag over te blijven, om uijt te rusten, gelijk welmelde Heer Siberg gedaan had, dog vermits zijn 381. zijn E: op versoek van den Toesoehoenang, alles had ingerigt, om op Donderdag te souracarta te kunnen weesen, wijl sulx 's anderen daags niet gevoeglijk geschieden konde, door dien de vrijdag, bij de Mahomethanen, geconsidereerd werd, eeven als de zondag bij de Christenen, so begaf men sig 'sanderen daags zijnde Woensdag den 23: Iulij, des morgens ten 3. uren van daer weeder op reijs en arriveerde omstreeks half seeven op de Negorij den Ampel alwaer even bevoorens ook van Boejolalie was terug gekoomen, den soura cartasch tweede Resident De Wilde, die aan den Heere Gouverneur rapport deed, dat de zoon en klijn zoon vanden Pangerang Adipattij Mangcoe Nogorro, die gelijk boven gesegd, door hem gecommitteerd waren, om zijn Ed: tot salatiga op tewag„ ten Juijst eeven voor dat sij sig ten dien eijnde op wegstonden te begeeven, ziek waeren geworden, waer door sij buijten staet waeren gesteld, om dese reijs te volbrengen, terwijl de tijd toen te kort was„ geweest, om andere dan toe te benoemen, in welk berigt den Heere Gouverneur dan ook beruste, terwijl men na 't ontbijt genoomen te hebben, dat hier in gereedheid was gebragt, sig weeder op weg begaf en om tien uuren te Boejoelalie arriveerde, alwaar den Heere Gouverneur ontvangen wierd, door de beijde Eerste Residenten van Souracarta en Djocjocarta, de opperkooplieden Andries Hartzinck en wouter Hendrik van ijsseldijk, mitsgaders den Rijxbestierder van den keijzer Radeen Adipattij Djoijo Ningrat, beneevens den Radeen Tommongong Patmo Nogoro, bragten die aan zijn Ed: niet alleen de Complimenten van zijn Hoogheid den keijser, mitsg=s desselfs zoon den kroonprins en verdere vorstelijke famillie, maar ook uijt naam van de vorst nader berigten, dat sijne Majesteit, uijt hoofde van zijne ziekelijke den 29: Aug:s 1788. — omstandigheeden

NL-HaNA_1.04.02_3816_0660 view scan ↗

English

circumstances would not come to gramat to receive His Honour, as is otherwise customary, but that he would send the crown prince thither for that purpose, with the imperial state retinue, and that instead of the crown prince, His Majesty's second son, the Pangerang Ario Mattarm, was now about to come to kletje, adding that the ruler therefore requested that His Honour would please not take this amiss, which was answered by the Lord Governor in the most friendly manner, while in the meantime three volleys of small arms were fired by the garrison of the small fort de veldwagter, accompanied by the discharge of the artillery around the ramparts. Upon arrival, the Lord Governor went directly to the fort, where the keys were presented to His Honour by the Cornet and Commander Dirk Hartog, after which they proceeded to the residence of the Lord Governor, which consisted of a recently built stone house in which a part of the company was also lodged, but the remainder with the Commander of the fort. In this building the midday meal was subsequently also held, at which Commander Hartog was also present, as were the aforementioned envoys of His Majesty the Emperor. The Sourakarta First Resident Andries Wartzink took leave of the Lord Governor after the conclusion of the meal and returned to soura Canta at about two o'clock to inform His Majesty the emperor of the Lord Governor's arrival there, and subsequently to ride to meet His Honour as far as gramat with the crown prince. But the Djoe Jocarta First Resident van ijsseldijck was granted permission by the Lord Governor to proceed with His Honour first to Souracarta, instead of returning directly to Djoe Jocarta, of which notice was also sent directly to DjoeJocarta by the said van ijsseldijk, in order to inform the sultan thereof. 29: Aug=s 1788. — The afternoon was spent in walking and also inspecting the fort, which was found to be subject to many defects, both in the buildings and the rampart walls, wherefore the Lord Governor ordered the Captain Engineer Iean Baptist Pilon to draw up an exact and distinct report of all these defects as well as of the condition of the fort at salatiga and also of what is still uncompleted at the fort at Oenarang, in order then to be able to take the necessary measures to provide for this at an opportune time. Evening having arrived, some rockets and other fireworks were set off again, and thereafter the Lord Governor issued the password, Passabel, and after the evening meal the Second Resident De wilde received permission from the Lord Governor to proceed ahead to kleetje, because he was not provided with sufficient horses to follow the train. From Boijolalie they departed the following day, being Thursday the 24: Julij, at half past five in the morning, in carriages which had come from soura Carta for that purpose, with which they continued the journey until they arrived at Assem at a quarter past six, where the Pangerang Poerboijo, brother of the emperor, along with several other Solonese grandees of the realm, awaited and greeted the Lord Governor. After breakfasting here, they subsequently set out on the journey again, and arrived half an hour later at klinging, otherwise called kletjd, being a tuin with a stone house belonging to the crown prince, where the Lord Governor was awaited on behalf of the emperor and the crown prince, and was further greeted by the emperor's second son, the Pangerang Ario Mattarm, together with several other sons and sons-in-law of the emperor and other Princes of the Blood. The mutual compliments of welcome having been paid, they retired for a short while into the apartments prepared for that purpose, in order to change clothes and prepare for the meeting with the crown prince, in which interim there arrived the Sourakarta Adjutant, who reported that the crown prince, together with the Chief Hartzinck, had already arrived at grommat, and was very eager to meet the Lord Governor; upon the receipt of which report the Lord Governor immediately appointed the Lieutenant of the Corps of Dragoons to go and greet the crown prince reciprocally in His Honour's name, and at the same time to give notice that His Honour would set out on the way from there as soon as possible to encounter His Highness, which also took place immediately, when they began the procession in the following manner: First, the Company of Bugis and Malays, under their Captains and other officers, armed with their banners, muskets, and ceremonial pikes, marching in front and dressed: the officers of the first-mentioned Company in green and those of the other in red velvet; but the privates in blue and red cloth boeservenen or jackets with trousers of the same material and colour, and yellow kerchiefs around the head. — Secondly, three led horses of the Lord Governor covered with red and green velvet cloths, and led by his coachmen and other stable servants, all in livery. Thirdly, the Company of Samarang Dragoons, 29 Aug=s 1788. — Fourthly,

Dutch transcription

omstandigheeden niet te gramat soude koomen, om sijn Ed: gelijk 't anders gebruijkelijk is, te ontvangen, maar dat hij ten dien eijnde den kroonprins derwaards soude zenden, met de keijzerlijke statie en dat in steede van den kroonprins nu na kletje stond te koomen zijn Majesteits tweede zoon den Pangerang Ario Mattarm, met bij voeging dat de vorst diea„ halven versogt dat sijn Ed: dit dog niet geliefden qualijk te neemen, 't welk door den Heere gouverneur op het vriendelijkst beantwoord wierd, terwijl intusschen door het guarnisoen van 't fortje de veldwagter drie Chargies uijt het hand geweer gedaan wierden, vergesett van het losbaanden van het geschut rond tourde wallen Den Heere Gouverneur begaf sig bij aankomst direct na het fort, alwaer door den Cornet en Commandant Dirk Hartog aan zijn Ed: de sleutels gepresenteerd wierden, waer na men sig na het verblijf van den Heere gouverneur begaf„ 't welk bestond in een onlangs eerst opgebouwd steene Huijs waarinne een gedeelte van 't geselschap meede gelogeert wierd dog de overige bij den Commandant van 't fort. - In dit gebouw hield men vervol„ gens ook de middagmaaltijd, waar bij meede aanweesig was den Commandant Hartog so ook de voorschreeven gesanten van zijne Majesteit den Keijser, Den Souracartasch Eerste Resident Andries Wartzink nam na 't eijndigen der maaltijd afscheijd vanden Heere Gouverneur en keeede Circa te twee uuren naer soura Canta terug om sijn Majesteit den keijser van des Heeren gouverneurs aankomst aldaer te verwittigen en vervolgens met den kroonprins sijn Ed: tot gramat te gemoed te rijden, dog aan den Djoe Jocartas eerste Resident van ijsseldijck wierd door den Heere gouverneur vergund, om in steede van direct naar Djoe Jocarta terug te keeren, sig met den 29: Aug=s 1788. — sijn 383. den 29: Aug=o 1788. — sijn Ed: eerst na Souracarta te begeeven, waar van ook door ge„ melde van ijsseldijk direct na DjoeJocarta kennisse wierd gegeeven, om den sulthan daer van te informeeren. Den agtermiddag bragt men door met wandelen en ook het fort te besigtigen, 't welk men bevond aan veele gebreeken, so van de gebouwen als de wal muuren onderheevig te zijn, weshalven den Heere Gouverneur aan den Capitain Ingenieur Iean Baptist Pilon gelaste, om van alle deese defecten so wel als van de gesteldheid van het fort te salatiga en ook van 't geene aan 't fort te Oenarang nog onvoltooijd is, een exact en distinct berigt te formeeren, ten eijnde dan de nodige maatregulen te kunnen neemen, om daar inne bij geleegendheid te voorsien. Den Avond gekoomen zijnde wierden weder eenige vuurpijlen en andere vuurwerken afgestooken en daarna door den Heere Gouver„ „neur tot parool uijtgegeeven, Passabel, en na den avond maaltijd ontving den tweede resident De wilde van den Heere Gouverneur verlof om sig voor uijt na kleetje te begeeven, wijl hij van geene ge„ noegsaeme paerden voorsien was, om den Trijn te volgen. Van Boijolalie vertrok men 'sanderen daags, zijnde Donderdag den 24:' Julij, 's morgens ten half ses, in rijtuijgen, welke ten dien eijnde van soura Carta waren gekoomen, waar meede men de Reijs vervolgde, tot dat men een quart over ses te Assem quam, alwaer den Pangerang Poerboijo, Broeder van den keijser, neevens verscheijdene andere solosche Rijxgrooten, den Heere gouverneur opwagten en begroeten. Na dat hier ontbeeken was begaf men sig vervolgens weeder op reijs, en quam een half uur daer na te klinging, of anders kletjd genaamd, zijnde een Rhuijn met een steene Huijs, hoorende den kroonprins kroonprins, alwaer den Heere Gouverneur opgewagten van weegen den keijser enden kroonprins nader begroet wierd, Voor 's keijsers tweede zoon den Pangerang Ario Mattarm mitsgaders verscheijde andere zoons en schoonzoons van den keijzer en verder Princen van den Bloede. De weedersijdse Complimenten van verwelkoming afge„ „legd sijnde, retireerde men sig voor een korte wijl in de daer toe gereed gemaakte apartementen, om sig te verkleeden en tot de ontmoeting van den kroonprins, toeberusten, in welke tusschen tijd daer aan kwam, den souracartas Adjudant, dewelke rapporteerde, dat de kroonprins, neevens het opperhoofd Hartzinck, reeds te grom„ mat was aangekoomen, en seer verlangde den Heer gouverneur te ontmoeten; op den ontfangst van welk berigt den Heere gouverneur terstond den Luijtenant van het Corps Dragonders benoemde, om den kroonprins, uijt Naam van zijn Ed: recipro„ „que te gaan begroeten en tevens kennisse te geeven, dat zijn Ed: sig ten Eersten van daer op weg soude begeeven, om zijne Hoogheid te recontaeren, gelijk ook dadelijk geschiede wanneer men den op togt in volgender maniere begon. Eerste de Compagnie boegineesen en Maleijers, onder hunne Capitains en ver„ „dere officieren met hunne vaandels, snaphaenen en statie Pieken, gewaepend, voor uijt en gekleed: de officieren van des eerstgem: Comp:e in groen en die van de andere in rood fluweel; dog de gemeene in blauw en rood Lakense boeservenen of Boetjes met broeken van deselfde stof en kleur en geele Neusdoeken om het hoofd. — Tweedens drie handpaarden van den Heere Gouverneur overdekt met Rode en groen fluweele kleeden, en geleid door desselfs koetsiers en ver„ dene stal bediendens, alle in Liverij Derdens, de Compagnie Samarangse Dragonders, den 29 Aug=s 1788. — vierdens,

NL-HaNA_1.04.02_3816_0663 view scan ↗

English

Fourthly, two European trumpeters and six attendants on horseback, also in livery. Fifthly, the state coach of the Emperor drawn by six horses, in which the Lord Governor and Pangerang Aria Mattaam, seated on His Honor's left side, and further the other carriages with the company. Sixthly, the Surakarta Prime Minister Raden Adipati Djojo Ningrat, alongside the Semarang Chief Regent Soero Dimongollo, and the coastal Regents together with the Surakarta Raden Tommongong Patmo Nogoro and the other grandees of the realm and courtiers, all on horseback. In this order the procession took place at a walking pace, amid the throng of several thousand people, armed in diverse manners with pikes, muskets, bows, assagais, and shields belonging to the retinue of the aforementioned Princes and grandees of the realm. Having arrived in the vicinity of Grammat, there was found stationed on both sides of the road a double rank of the Emperor's armed warriors, in diverse attire and provided with diverse weapons, and commanded by their special officers in very handsomely adorned garments, the Lord Governor being properly saluted by all of the same upon passing, amid the sound of all kinds of musical instruments, until they finally arrived at the place itself, this being a garden of the Emperor, provided with a stone house and very spacious pendopo or pavilion. On both sides outside, in front of the gate of the garden, stood stationed: The Company of Surakarta Dragoons, which had escorted the Crown Prince thither. The Emperor's horse guard or otherwise named the Company of Tomtomos and Djarangangs. The 29th of August 1788. The Emperor's foot guard or the Company of Ampat Poeloes, as well as several other companies both on horseback and on foot, armed with muskets, carbines, and sidearms, also with pikes, krises, shields, and bows, mostly in European uniforms. Opposite those troops positioned themselves: The Company of Semarang Dragoons, and The two Companies of Buginese and Malays. The Crown Prince, informed of the arrival of the Lord Governor by the approach of the procession, came, surrounded by his retinue and escorted by the Surakarta First Resident Andries Hartzinck, accompanied by Pangerang Adipati Mangkoenagara and the other Princes and court grandees, to meet His Honor at the carriage, and after having welcomed His Honor in the most affectionate manner, which the Lord Governor answered with a warm embrace and friendly compliment, he subsequently took His Honor by the left hand to escort him, amid the fanfare of trumpets, drums, gamelans, and other musical instruments, under the pendopo or pavilion, where they stood ready around a table with all kinds of pastries and fruits, there being placed at its head two distinguished chairs upholstered with yellow satin, upon which the Lord Governor and the Crown Prince, on His Honor's left side, took their seats, while on the right hand of the Lord Governor followed in descending order, first Pangerang Adipati Mangkoe Nogoro, after that the Emperor's second legitimate son Pangerang Aria Mattaam, and subsequently the other children and sons-in-law of His Majesty; and on the other side or to the left hand of the Crown Prince, the First Resident Hartzinck, after that the Yogyakarta First Resident van Ysseldijk, and subsequently the other The 29th of August 1788. gentlemen present there according to rank, while the Semarang Chief Regent and the other coastal Regents, as well as the Surakarta court grandees and regents, all sat on the ground in front of the pavilion, having beside their krises also a parang or grass-knife at their side, as a token of submission. Meanwhile, a threefold salvo of musketry was fired by the Company of Surakarta Dragoons, as well as the Tomtomas and other imperial troops, intermixed with a cannon shot, of which several others followed thereafter. After the Lord Governor had subsequently inquired of the Crown Prince after the health of his father the Emperor, some refreshments were taken; while His Honor and the company were once again welcomed by the Crown Prince, as well as Pangerang Adipati Mangkoe Nagara and the other Princes, amid various friendly conversations with which about an hour of time passed, whereupon they stood up and began the journey to Surakarta in this manner: 1st. The Life Guards of the Sovereign on horseback or the Tomtomas 2nd. The Life Guards on foot or the Ampat Poeloes 3. A Company of Native Hussars 4. A Company of Bergandens Djarangans 5th. The Company of Semarang Buginese 6. The Company of Semarang Malays 7. The Company of Semarang Dragoons, preceded by the oboists and other musicians 8th. The led horses of both the Lord Governor and the Crown Prince, led by stable servants 9. The European domestics of the Lord Governor on horseback 10. The

Dutch transcription

385. Ge Vierdens, Twee Europeese Trompetters en ses oppassens te paand„ meede in Leverij, Vijfdens, de statie koets van den keijser bespannen met ses paerden, Waar inne den Heere Gouverneur ende Pangerang Aria Mattaam, ter linker zijde van zijn Ed: en voorts de andere waegens met 't geselschap. — sesdens, den souracartas, Rijxbestierder Radeen Adipattij Djoijo Nin„ grat, neevens den samarangs Hoofd regent soero dimongollo, en de strand Regenten mitsgad=s den souracartas Radeen tom„ mongong Patmo Nogoro en de verdere Rijxgrooten en hove„ lingen, alle te Paard. In dese ordre geschiede den optogt al stapvoetende, onder het eenige duijsendeen geweemel van Menschen, gewaepend op verschijdene wijse met Pieken, snaphaanen Bogen Assegaeijen en schilden gehoorende tot het gevolg der straks genoemde Princen en Rijxgrooten; In de nabijheid van grammat gekoomen zijnde, vond men daar aan wederzijde vande weg geposteerd staan een dubbelt rancquet van 's keijsers gewaepende krijgs volkeren, in verschijdene klee„ „ding en van verschijdene waepenen voorsien en gecommandeert door hunne bijsondere officieren in seer fraeij uijtgedorste kleederen, wordende de Heer Gouverneur bij het passeeren, door alle deselve behoor„ „lijk gesalueerd, onder 't geluijd van allerleij speeltuijgen en Muziek Instrumenten, tot dat men eijndelijk op de plaats selve aanquam, zijnde dit een thuijn van den keijzer, voorsien met een steene huijs en seer ruijme Mendopo of speel Huijs. Aan weedersijde buijten voor het tek vande thuijn stonden geposteerd. De Compagnia soura Cartase Dragonders, welke den kroonprins derwaerds begeleijd had. 's keijzers guarde te paard of anders genaamd de Compagnie Tomto„ mos. en Djarangangs. den 29 Aug. o 1788. — 's keijzers keijzers Lijfguadde te voed of de Compagnie Ampat Poeloes, ook nog verscheijdene andere Comp:e zo te paard als te voet, met sna„ phaenen, Carbijns en zeijd geweeren, ook met pieken kretsen, schilden en Bogen gewaepend, meest in Europeese Monteeringen. seegen over die volken plaatsten zig, De Compagnie samarangse dragonders, en De Twee Compagnien boegineesen en Maleijers. De kroonprins door het naderen der statie van de aankomst van den Heere gouverneur onderrigt, quam omringd van zijn en 't afstoek en begeleijd door den soura Cartas Eersten Resident Andries Hartzinck, vergeseld van den Pangerang Adipattij MangCoenagara en den andere Princen en hofgrooten, sijn Ed: tot aande koets te gemoed, en na sijn Ed: op het minsaemste verwelkomd te hebben het welke den Heere Gouverneur met eene gulle omhelsing en vriendelijke Compliment beandwoorde, nam hij zijn Ed: ver„ volgens bij de linker hand ter begelijding onder het geschal: van Trompetten, Trommels gammelangs en meer andere speeltuij„ gen, tot onder de Mendopo of het speelhuijs, alwaar men gereed rond een Tafel met allerleij gebak en vrugten, zijnde aan dies Hoofden eind geplaatst, twee gedestinqueerd stoelen overtrok„ ken met geel zatijn, op welke den Heere Gouverneur enden kroonprins ter linker zijde van zijn Ed:, sitting nam, terwijl aan de regterhand van den Heere Gouverneur op een afdaelende reijvolgden, eerst den Pangerang Adipattij Mancoe Nogoro, daer na Skeijzers tweede Egte zoon Pangerang Adia Mattaam en vervolgens de verdere kinderen en Schoonzoons van sijne Ma„ Jesteijt; en op de ander zijde of aan de linker hand van den kroon„ prins den Eerste Resident Hartzinck, daarna den DjoeJocar„ „tas eerste Resident van ijsseldijk en vervolgens de verdere den 29: Aug=s 1788. — daer 387. den 29: Aug=s 1788. — daer aanweesig zijnde teeren na rang, terwijl den Samarang„ sch hoofd Regent ende verdere strand regenten, so wel als de soura cartasche Hofgrooten en regenten alle voor 't speelhuijs op de grond laten, hebbende buijten hunne Critsen nog een Par„ rang of grasmes op zijde, ten teeken van onderdaenigheid. Ondertusschen wierd door de Comp:e souwa Cartasche Daa„ gouders, so meede de Tomtoinas en andere keijserlijke troupen een drie voudig salvo gedaan uit het handgeweer, tusschen bij dan g'entremetteerd van een Canonschoot, waer van daerna nog verscheijdene andere volgden. — Nadat den Heere Gouverneur sig vervolgens bij den kroon„ prins geinformeerd had na de welstand van desselfs vader den keijser, nam men eenige verversching; terwijl zijn E: en het geselschap daar meede, door den kroon prins, mitsg=s den Pangerang Adipattij MangCoe Nagaraa en verdere Princen, nogmaals verwelke komt wierd, onder verscheijde vriendelijke gesprekken waer meede omtrend een uur tijds verliep, wanneer men opstond en de togt na Soura Carta in deeser voegen began. — 1=e De Lijfguardes van den vorst te Paard of de Tointomas 2=e De Lijfguarde te voet of de Ampat poeloes 3 Een Compagnie Inlandsche Husaren. 4. Een Compagnie Bergandens Djarangans 5: De Compagnie Samarangsche Boegineesen 6. De Comp:s Samarangsche Maleijers 7. De Comp:e Samarangsche Dragonders voorgegaen vande Hoboisten en andeere Musicanten. 8: De Handpaerden so van den Heere Gouverneur als van den kroon preins door stalbediendens gelijd 9. De Europeesche Donnisticquen van den Heere Gouverneur te Paerd 10 De

NL-HaNA_1.04.02_3816_0666 view scan ↗

English

10: The trumpeters of the Emperor and of the Lord Governor 11: The Lord Governor alongside the Crown Prince in a coupe carriage drawn by six horses, on both sides of which rode on horseback the Surakarta Rijksbestierder Raden Adipati Djojo Ningrat, the Raden Tumenggung Patmo Nogorro, the Semarang chief regent and further coastal regents, as well as the Surakarta court dignitaries and other servants. 12: The corps of Surakarta dragoons 13: The Pangeran Adipati Mangkunegara alongside the brother of the Crown Prince, Arya Mataram, in a coupe carriage drawn by four horses. 14. Several other carriages for the first residents Hartsinck and IJsseldijk and other friends of the company. 15: To the sides of the carriages rode the corps of dragoons of the Crown Prince, dressed in European uniform. 16. A party of the Emperor's troops alongside the four companies of Ampat-pulo 17. The further retinue, both of the Surakarta court dignitaries and the coastal regents Riding forward in this order, they were saluted from Gramat with several cannon shots; while they passed between a double rank of the Emperor's soldiers, with which the road was occupied everywhere, as also took place at the forecourt of the Dalem of the Pangeran Adipati Mangkunegara, where his numerous troops, divided into several companies, all with their special uniforms and weapons, stood in formation and gave the Lord Governor the proper salute. But because the procession moved very slowly, they did not arrive before eleven o'clock before the lodge or the Company's fort, from which they were greeted in passing by the firing of the artillery around the ramparts, after which, at a quarter past eleven, they reached the Kraton or the Court, where the bodyguards of the monarch and other troops had already posted themselves. the 29 August 1788 389. the 29 August 1788. Here they dismounted beneath the Pagelaran, and the Crown Prince, giving his right hand to the Lord Governor, led His Honour from there up several stairs past the Siti Inggil or the so-called throne, from where they went down several stairs again and passed four or five more gates, all constituting as many forecourts along both sides of which the Emperor's militia was found drawn up, among whom were also found, between the 3rd and 4th gate, the Surakarta dragoons, who have the guard there. Now they finally entered the inner Dalem or the courtyard where the residence of the monarch stands, a few paces from which stood a large and fine so-called Paseban house or Pendopo. The Lord Governor was here once again welcomed in the most friendly manner by the Crown Prince, who showed himself very gladdened by His Honour's arrival, and declared that the Emperor had no less a longing for it, which was answered by His Honour in an amiable manner, making known at the same time that he too had long longed for this moment, both to converse with him and his father the Emperor on various important matters, and to give them both simultaneously assurance of the Company's lasting friendship and well-meaning affection. The compliments of welcome having now been paid, the Lord Governor, alongside the Crown Prince, in the same manner as at Gramat, took a seat on two distinguished chairs, very richly embroidered with gold and provided in the middle with the coat of arms of the Emperor and that used by the Lord Governor. Meanwhile, the rest of the company had taken their places on either side according to rank; the Emperor's troops had formed in good order beside the Paseban house, and then discharged three volleys from the small arms, upon which several cannon shots from the Siti Inggil followed. Here subsequently the toasts of welcome and wished-for meeting, together with several others appropriate to this occasion, were proposed and drunk in a ceremonial manner under the continuous firing of the artillery, after which the Crown Prince proposed to the Lord Governor that he should now go to meet his father the Emperor, since he, by reason of his sickly condition and the affliction of his eyes, had to keep his room; which the Lord Governor having answered with an expression of his desire, the Crown Prince ordered his brother the Pangeran Arya Mataram to go and inform His Majesty thereof; which was done, and that prince having brought back word that the Emperor was ready to receive the Lord Governor, His Honour arose and was led inside by the Crown Prince, followed by the first resident Hartsinck and the aforementioned Pangeran Arya Mataram. The monarch, having stationed himself at the entrance of the chamber with the assistance of some female servants upon the approach of the Lord Governor, received His Honour there, accompanying his greeting of welcome with a very hearty embrace and expression of his joy at this meeting; after which that monarch and the Lord Governor took seats on the left side of His Highness, while the Crown Prince and his brother Arya Mataram sat down on the ground to the side of the Emperor. The conversation between the Emperor and the Lord Governor the 29 August 1788. lasted

Dutch transcription

10: De Trompetters van den Keijzer en van den Heere Gouverneur 11: Den Heere Gouverneur neevens den kroonprins in een koets Coupe met ses paarden bespannen, aan weeder zijden van welke te paard reeden den soura Cartas Rijxbestierder Radeen Adipattij Djoijo Ningrat, den Radeen Tomnmongong Patmo Nogorro, den Sama„ rangsch hoofd regent en verdere strand regenten, als meede ook de soura Cartasche Hofgrooten en andere bediendens. 12: het Corps souracantasche Dragonders 13: Den Pangerang Adipattij Mangcoe Nagarra neevens de broeder van de kroonprins Ario Mattarm in een koels Coupe met vier paarden bespannen. 14. Nog eenige andere wagens voor den eerste Residenten Haatzink en ijsseldijk ende verdere vrienden van het geselschap. 15: Ted zijde vande woegens reeden het Corps Dragonders vanden kroon„ prins, gekleed in Europeesche uni form: 16. Een Parthij van 'T keijsers troupen neevens de vier Comp:e Ampatpoeloes 17. Het verder gevolg zo van de souracartasche Hofgroten als de strand regenten In deese ordre voortrijdende wierd men van Grammat met eenige Cenon- schooten gesalueerd; terwijl men passeerde tusschen een dubbeld ran„ het van 's keijsers krijgs volk, waer meede de weg alomme beset was, so als dit meede plaats vond, bij het voorplijn van den Dalm van den Pangerang Adipattij MangCoenagara, alwaar desselfs talrijke Troupes verdeels in verscheijdene Compagnien, alle met hunne bij„ „sondere Monteerings en waepenen, gerangeert stonden en den Heere gouverneur 't behoorlijk salut gaven, dog dewijl den optagt seer lang„ saam geschiede quam men niet voor Elf uuren voor de Logie of 'sComp=s fort, van 't welke men in't voorbij rijden, door het lossen van het geschut rondsom de wallen begroet wierd, waerna men een quart over elf de Caaton of het Hof bereijkte, alwaer sig reeds gepas„ den 29 Aug=s 1788. teerd 389. den 29: Aug=s 1788. — „teerd hadden de Lijfguardes van den vorst en andere Troupes. Hier steeg men onder de Pagelaran af enden kroonprins den Heere Gouverneur de regter hand geevende, geleijde sijn Ed:s van daer eenige trappen op voor bij de samadoehoer of de sogenaemde Throon, van waar men weder eenige Trappen afging en passeerde nog vier of vijf poorten, alle uijtmakende even so veele voorhoven waar aan men aan wederzijde 's keijzers Militie gerangeert wvond, onder dewelke sig ook tusschen de 3. en 4. Poort bevonden, de soura Cartasche Dragonders, die aldaar de wagt hebben. Nu kwam men eijndelijk in de binnenste Dalm of het pleijn waar het verblijf van den vorst staat, eenige schreeden van 't welke, een groot en fraaij se genaamd Bassaarhuijs of Mendopo stond. Den Heere Gouverneur wierd hier door den kroonprins nogmaals op het vriendelijkst verwelkomd, die zig over de komst van zijn Ed: seer verblijd toonde, en verklaarde dat den keijzer daarna, geen minder verlangen had, 't welk door zijn Ed: op eene minsaame wijse, beantwoord wierd, onder te kennen gave tevens, dat ook reeds lange na dit tijdstep had verlangt, so om hem en Desselfs vader den keijzer over verscheijdene gewigtige zaaken te onderhouden, als om hen beijde ook tevens versekering te geeven van 'sComp:s bestendige vriendschap en welmenende toegeneegenheid. De Complimenten van verwellekoming nu afgelegd zijnde nam den Heere Gouverneur nevens de kroonprins, inselfdervoege als te grammat sitplaats op twee gedestingueerde stoelen, seer rijk met goud gebordeerd en in't midden voorsien van 't wapen vanden keijser en van dat waar van den Heere Gouverneur sig bediend. ondertusschen dat sig het overige geselschap na rang ter wederzijde had geplaatst; hadden sig 's keijsers Tommers besijden besijden het Bassaarshuijs, om een goede ordre, en deede ver„ volgens drie Chargies uijt het hand geweer, waar op verscheij„ „dena Lanonschooten vande Samadoehoor volgden. Hier wierden vervolgens de Conditien van verwelkoming en gewenschte ontmoeting, mitsgaders nog verscheide andere die bij deese gelegenheid te passe quamen op een Ceremonieele wijse, onder het gedurig losbranden van 't geschut, ingesteld en gedronken waar na de kroonprins aan den Heere gouver„ „neur voorstelde om nu zijnen vader den keijser te gaan ontmoeten, wijl deselve, uijt hoofde zijner ziekelijke om„ „standigheeden ende ongesteldheid zijner ogen zijn kamer moest houden het welk den Heere gouverneur met betuijging van zijn verlangen beandwoord hebbende gaf den kroon prins aan zijne Broeder den Pangerang Ario Mattarin last, om zijne Majesteit daar van tegaan verwittigen, 't geene geschied en door dien Prins 't keer berigt gebragt zijnde dat den keijser gereed was om den Heere Gouverneur te ontvangen, stond zijn Ed: op en wierd door den kroonpams naar binnen gelijd, gevolgd van den eersten resident Wartzinck en den voorm: Pangerang Ario Mattaam. De vorst bij de aannadering van den Heere Gouverneur met behulp van eenige vrouwelijke bedienden sig aan den ingang van't vertrek geplaatst hebbende ontving zijn Ed: aldaar, doende zijne welkomst groet verseld gaan met eene seer gulle omhelsing en betuijging van zijne blijdschap over deese ontmoeting, waar na dien vorst en den Heere Gouverneur ter linker zijde van zijne Hoogheid zit plaats namen terwijl den kroonprins en zijn Broeder Ario Mattarm sigter zijde vanden keijser op den grond ter neder settede. het onderhoud tusschen den keijzer en den Heere Gouverneur den 29: Aug=s 1788. — duurde

NL-HaNA_1.04.02_3816_0669 view scan ↗

English

391. the 29th of August 1788. lasted rather long, and as could be observed from a distance, His Highness was exceptionally pleased, as proof of which it deserves to be cited as something remarkable that this monarch, upon proposing the first of the ceremonial toasts drunk on that occasion, had the particular courtesy to have the salver presented by the first Resident Hartzinck offered first to the Lord Governor, so that His Honour might take the first glass from it, which His Honour kindly refused, however, and on the contrary obliged the monarch in a courteous manner to maintain precedence himself in this matter. After ending this first conversation with the emperor and having taken leave of His Highness, the Lord Governor subsequently returned with the crown prince, the Pangerang Ario Mattaram, and the first Resident Hartzinck back to the Pendopo, where they sat for a short while longer, but then stood up and departed. And since the crown prince and his brother Pangerang Ario Mattaram, alongside the Pangerang Adipatti Mangkoe Nagoro, had readily accepted the invitation—extended upon the friendly request of the Lord Governor, with the emperor's consent and His Highness's expressed pleasure regarding it—to accompany His Honour, together with the other Princes of the Blood, into the Fort and remain there for the midday meal, they seated themselves, after descending the steps of the Siti Hinggil, again in the carriages in the same manner as upon arrival, and proceeded, under the military honors of the emperor's troops, across the Pasar towards the fort, the road to which was occupied by a double cordon of armed men. The garrison here, alongside the Samarang grenadiers who had departed ahead, were found under arms, delivering 3 volleys of musket fire, interspersed with some cannon shots from the artillery, which were subsequently discharged all around the ramparts. Arriving at the residence of the first Resident, the latter presented the keys of the Factory to the Lord Governor, which were returned to him with an appropriate commendation, after which they went to the table, where during the meal several toasts were drunk, all indicating an amiable and friendly intention. Having risen, they subsequently sat down for a short while longer, after which the crown prince, alongside the Pangerang Adipatti Mangkoe Nagoro and the other Princes and court dignitaries, took their leave and departed around four o'clock, very well pleased, the crown prince being escorted home by the First Resident Hartzinck, but the Pangerang Adipatti Mangkoe Nagoro by the second Resident Dewilde. Just as had happened at midday, the emperor sent various native delicacies to the Lord Governor towards the evening, for which His Honour sent the most amiable thanks to that monarch, His Highness having continuously persisted in this friendliness until the departure of the Lord Governor. The password that evening was Significant Hope. The following day, being Friday the 25th of July 1788, was set aside to rest from the fatigues of the journey. That morning two Dalam Tumenggungs of His Highness the emperor arrived to invite the Lord Governor, together with the company and the Factory friends, to his Dalam for the next morning, the 29th of August 1788. 393. the 29th of August 1788. in order to witness the fight between a buffalo and a tiger, as well as the rampok of several tigers, and further to spend the day there in merriment; with the addition, however, that however much His Majesty wished to have the pleasure of receiving the Lord Governor himself, this was not feasible due to his sickly condition, but that he would have his son, the crown prince, represent His Majesty's person on that occasion, just as the day before; to which the Lord Governor very willingly agreed, having already promised this in advance to the crown prince the day before. The password today was Trust and Friendship. While they now prepared themselves on Saturday the 26th of July 1788 for the reception that was to be given on behalf of the emperor in the Kraton, the Pangerang Adipatti Mangkoe Nagoro was fetched at 8 o'clock in the morning by the second Resident Dewilde and escorted to the Factory, where subsequently the Grand Vizier, alongside other courtiers and also the regents of the coast, appeared. The Pangerang, having entered into conversation with the Lord Governor, came on that occasion to request in the most emphatic manner that His Honour might please arrange with the monarch that his, the Pangerang's, son Soerio Mattaram, who had married one of the Emperor's daughters some time ago, might be elevated to Pangerang following the example of the other sons-in-law of the emperor, and that for this purpose his regency of Pranaraga might be enlarged with the adjacent district of Trenggalek, as well as that one of his other sons, named Mas Soera Medjojo

Dutch transcription

391. den 29: Aug=s 1788. diurde vrij lang en na men op een afstand bespeuren konde, was zijne Hoogheid bij sonder Content ten bewijse van 't welke als iets sonderlings verdiend aangehaald teworden, dat dien vorst onder 't instellen van de eerste der bij die geleegenheid gedronkene Ceremoniele Conditien, de bijsondere beleeftheid had het door den eersten Resident Hartzinck gepresenteerd wordende schenk„ „bord eerst aan den Heere Gouverneur te doen aanbieden ten eijnde sijn Ed: het eerste glas daar van mogte afneemen dog 't geene sijn Ed: vriendelijk refuseerde en daar en teegen de vorst, op een heuse wijse verpligte selfs hier inden voorrang te houden De Heere gouverneur na het eijndigen van dit eerste gespack met den keijser van zijne Hoogheid afscheijd genomen hebbende, keerde vervolgens met den kroonprins, den Pangerang Ario Mattarin en den eersten Resident Hartzinck weeder na de Mendopo terug alwaar men nog een korte poos zat, dog vervolgens op stond en vertrok Endewijl de kroonprins en desselfs droeder pangerang Ario Mattarm, nevens den Pangerang Adipattij Mangcoe Nogoro, op de vriendelijke uijtnodiging van den Heere Gouverneur met 's keijsers bewil„ „liging en zijn Hoogheids betuijgd genoegen desweegens, gereede„ „lijk aangenomen hadden de invitatie om nevens de verdere Princen van den Bloede sijn Ed: tot in het Fort te versellen en daar het middagmaal te blijven houden, so plaatsen men sig, na beneeden de Trappen vande Lamadoehoer te zijn gekoomen weeder inselfdervoegen als bij aankomst in de rijtuijgen en begaf sig, onder het militaire honneur van 's keijsers trou„ pen, over de Passeerbaar na het fort waar van de weg door een dubbeld aangket van gewapende manschappen besit was Het guarnisoen vond men hier nevens de voor in 't vertrok kene kene Samanangsche granadiers in de wapenen doende 3. Chargies uijt het handgeweer, tusschen bijden vergeselt van eenige Canonschooten uijt het geschut dat vervolgens rondsom de wallen gelost wierd. — In het woonhuijs van den eersten Resident komende presenteerde desen aan den Heere Gouverneur de sleutels der Loge dewelke hem onder eene toepasselijke recommandatie wierden te rug gegeeven, waar na men sigter tafel begaf, alwaar geaurende de maaltijd verscheide Conditien wierden gedronken, welke alle een minsaam en vriendelijk oogmerk aan duiden opgestaan zijn„ de ging men vervolgens nog voor een korte poos zitten, na 't welk den kroonprins neevens den Pangerang Adipattij Mangcoe Nogoaro ende verdere Princen en Hof grooten afscheid namen en circa tevier uuren seer vergenoegd vertrokken, wordende den kroonprins door den Eersten Resident Vartzinck dog den Pan„ gerang Adipattij Mangcoe nogoro. door den tweeden Resident Dewilde na Huis begeleijd. Even gelijk des smiddags was geschied soud de keijser tegen den avond aan den Heere Gouverneur verscheide inlandse versnaperin„ gen waar voor zijn Ed: dien vorst op het minsaamste liet bedanken, hebbende zijne Hoogheid steeds met deese vriendelijkheid tot op het ver„ „trek van den Heer gouverneur gecontinueert. — Het Parool was dien avond Belang rijke Hoop. Den dag daar op zijnde Vrijdag den 25: Iulij 1788. was bepaald om uijt te rusten van de fatiques. der rijse Dien morgen kwamen twee Dalm Tommongons van zijne Hoogheid den keijser om de Heer gouverneur nevens het geselschap ende Comptoirs vrienden teegen 's anderen daags smorgens in den 29: Aug=o 1788. — desselfs 393. „ den 29: Aug=s 1788. Desselfs Dalm tenodigen, ten eijnde het gevegt tusschen een Buffel en een Tijger mitsgaders het rampokken van eenige Fij„ gers te zien en voorts den dag met vrolijkheid daar te passeeren, met bijvoeging egter dat hoe gaarne ook zijne Majesteit het genoegen wilde hebben, den Heere Gouverneur selfs te ontvan„ gen, dit egter door zijne ziekelijke omstandigheeden niet doenlijk was, maar dat hij sijnen zoon den kroonprins, bij die geleegentheid eeven als sdaags bevoorens, zijn Majesteibs„ perzoon soude laten representeeren, waar inne den Heere Gouverneur seer gaarne bewilligde, als hebbende dit bij voor„ raad reeds aanden kroonprins 'sdaags te vooren toegesegd. Het Parool was heeden vertrouwen en vriendschap Terwijl men sig nu op Zaturdag den 26: Julij 1788. gereedmaakte tot het onthaal dat van wee„ gens de keijser in de Craton stond teworden gegeeven wierd den Pangerang Adipattij Mangcoe Nogoro, 'smorgens ten 8. uuren door den tweeden Resident Dewilde afgehaald en na de Logie be„ geleid, alwaar vervolgens de Rijksbestierder, nevens andere Hovelingen en ook de staand regenten verscheenen, den Pange„ rang met den Heere Gouverneur ingesprek geraakt zijnde kuam bij die geleegentheid, op het nadrukkelijkste te versoeken, dat zijn Ed: dog bij den vorst bewerken wilde dat zijn Pangerangs zoon soerio Mattaram, die nu eenigen tijd geleeden, met een van 'S. Keijsers Dogters getrouwd was, in navolging van de andere schoon zoons van den keijser, tot Pangerang mogte werden verheeven en dat hier toe desselfs regentschap Tronorogo met het daar aan grensend Landschap trangalek mogte vermeerdert worden, so meede dat een sijner andere soons namens Maas soera Meadjoijd

NL-HaNA_1.04.02_3816_0672 view scan ↗

English

the 29 August 1788. — Merdjoijo might be appointed Regent of Wirasaba, which district, owing to the death of its former Regent, was currently still vacant. The Lord Governor agreed, after the Pangerang had repeatedly reiterated his plea, to these requests in so far as the appointment concerned the title of pangerang, with the object of thereby removing the inequality that existed between the son of him, the Pangerang, and that of the first regent of Damak, who had already long since obtained the dignity of Pangerang. But with regard to the District of Tranggalak, His Honour raised some difficulty about presenting the Pangerang's request to the emperor, since the same was divided into various regencies, the present possessors of which, in case it were ceded to his son, would have to be ousted, which His Honour believed would by no means be equitable. But the Pangerang assured the Lord Governor that the prince could always find an opportunity later to place them again in one way or another, wherefore the Lord Governor then also finally undertook to present this request to the emperor as well, if only it could be done with some propriety and without inflicting injustice upon others, at which promise the Pangerang showed himself exceedingly joyful. Meanwhile, Two Dalem Tommongons of the prince arrived, who reported that the crown prince was ready to receive the Lord Governor, wherefore they then set out thither in full state at about 9 o'clock, the Lord Governor riding with the Pangerang, Adipattij Mangcoe Nogoro, in a coupé coach of the prince drawn by 6 Horses, 395. the 29 August 1788. drawn, after which the two first Residents followed in a Coach of the crown prince with 4 Horses, and subsequently the other friends of the company in other carriages, behind which the courtiers and coastal regents joined on Horseback. — Having ridden in this manner across the Alun-alun between a double rank of the emperor's troops, both on Horseback and on foot, they arrived before the Craton, where the Lord Governor was received at the Coach by the crown prince and his Brother, the Pangerang Ario Mataram, under the salute of the Company of Tontommers and other imperial troops stationed there, as well as the Company of Surakarta Dragoons, next to which were stationed the Semarang Dragoons and grenadiers, as well as the Company of Bugis and Malays, who had escorted the Lord Governor thither. — After the Lord Governor had inquired of the crown prince after the health of his father the emperor, they subsequently proceeded beneath the little Pasar pavilion, where the emperor takes his seat on the customary days when he appears in public, and where the Lord Governor alongside the crown prince now also took their places on the two precious chairs described hereinbefore, just as the other persons of the company and the princes of the Blood also sat down to the side in two rows, while the other Grandees of the realm and courtiers and the coastal regents sat down opposite the Pasar pavilion on the bare ground. Having sat here for a short while and in the meantime some appropriate toasts having been drunk, they proceeded to the kraal erected the day before a few paces from there, consisting the 29 August 1788. consisting of thick round timbers, which were fixed into the ground in a circle and interwoven with bamboos. The Buffalo was already in the pen, but the Tiger was only then let in. This animal did, in the beginning, make some leaps toward the buffalo, but was received by the same so roughly each time that he lost all further desire for this, just as he then also went to lie down flat on his Belly against the side, whereby the Buffalo was rendered unable to injure him with his Horns, and although he was indeed roused by burning torches, he nevertheless took to lying down again each time, which however could not always happen so swiftly but that the Buffalo, who watched all his movements, found means now and then to press him with his Horns against the barrier, on which occasion the Tiger then also did his best to injure his enemy; but this having lasted for some time and the Tiger now being unable to be brought to stand up any longer by burning or prodding, the crown prince, with the consent of the Lord Governor, gave orders merely to let the tiger back into his previous cage in order to have him rampoked alongside the other Tigers. Meanwhile, they had returned again to the little Pasar pavilion, from where they subsequently proceeded further to a high Scaffolding, which was erected not far from there in the manner of a Theatre, and from here one saw, as in an instant, several thousands of Natives, armed with long Pikes, draw together and form a large Circle, in the middle of which 5 small long cages had been brought, in which the Tigers that were to be rampoked were locked up.

Dutch transcription

den 29 Aug=s 1788. — Merdjoijo tot Regent van rierasaba mogt werden aange„ steld, welk landschap mits het overlijden van dies vorige Regent, tans nog vacant was. den Heere Gouverneur bewilligde na dat de Pangerang een en andermaal zijne instantie had Eerhaald in deese versoeken voor so verre de aanstelling be„ „trog tot pangerang met oogmerk om daar door weg ten ee„ men de ongelijkheid die er was tusschen de zoon van hem Pangerang en die van den eersten regent van Damak, welke de waardigheid van Pangerang reeds seedert lange had verkree„ gen dog ten opsigte van het Landschap Trangalak maak„ te zijn Ed: enige swarigheid om des Pangerangs versoek aan den keijser voor tedragen vermits het selve in verschij„ „dene regentschappen was verdeelt, waar van de teegenswoon„ „dige desitters, in gevalle het selve aan sijnen zoon wierd afgestaan, souden moeten verstoten werden, het geene zijn Ed: vermeende dat geensints billijk soude zijn, dog de Pange„ rang verseekerde den Heere gouverneur, dat den vorst na„ „derhand altoos geleegentheid konde vinden, om deselve weeder op de een of ander wijse te plaatsen, waar om den Heere Gou„ verneur dan ook eijndelijk aannam, ook dit versoek aan den keijser voorte draagen so het maar met eenige voegsaamheid en sonder anderen onbillijkheid aan te doen, konde geschieden, over welke toesegging den Pangerang sig ten uijtersten verblijd toonde Middelerwijl kwamen Twee Dalm Tommongons van den vorst die rapporteerden, dat de kroonprins gereid was, om den Heere Gouverneur te ontvangen, weshalven men dan ook Circa ten 9: uuren sig in volle statie derwaards begaf, rijdende den Heere Gouverneur, met den Pangerang, Adipattij Mangcoe Nogoro in een coets Coupe vanden vorst met 6: Paarden despannen 395. den 29: Aug=s 1788. bespannen waar op de beijde eerste Residenten volgden in een Coets van den kroon prins met 4: Paerden en vervolgens de verdere vrienden van 't geselschap in andere wagens, agter welke de hovelingen en strand regenten te Paard aan„ slooten. — In deeser voegen over de Passeerbaan gereeden zijnde tus„ „schen een dubbeld ranket van 's keijsers troupen, so te Paard als te voet, kwam men voor de Craton, alwaar den Heere Gouverneur door den kroonprins en desselfs. Broeder den Pangerang Ario Matharm, aan de Coets gerecipieert wierd, onder het sulut der aldaer geposteerd, staande Compagnie Tontommers en andere keijserlijke troupen mitsg=s de Comp soura Cartasche Dragonders, naast welke sig posteerden de samarangsche Dragonders en gremadiers mitsgaders de Comp: bougineesen en Ma„ „leijers, die den Heere Gouverneur derwaards begeleid hadden. — Nadat de Heere Gouverneur sig bij de kroonprins nade welstand van sijnen vader den keijser geinformeert had trad men vervolgens onder het Bassaar huijsje, alwaar de keijser op de gewoone dagen wanneer hij in 't publicq verschijnt, sit plaats neemd en waar sig den Heere Gouverneur nevens den kroonprins tans meede plaatsten op de hier voor beschreevene twee kostbare stoelen gelijk sig de overige persoonen van 't geselschap ende prin„ cen van dien Bloede meede ter sijde in twee rijen ter needer zet„ „ten, terwijl de overige Rijksgrooten en hovelingen en de strand regenten, vlak teegen over het Basaarhuijs op de blote grond nedersaten Een korte wijl hier geseeten en intusschen eenige toepasselijke Conditien gedronken zijnde begafmen sig na de eenige schreaden daar van daan, 's daags tevooren opergerigte kraal bestaande den 29: Aug=s 1788. bestaande uit dikke ronde houten, die krings gewijs in de grond gehegt en met bamboesen door vlagten waren, De Buffel was reeds in't sok, dog de Eijger wierd toen eerst ingelaten Dit diea deed, in den beginne wel einge sprongen na de buffel, dog wierd van denselven telkens so ruw ontvangen dat hij hier toe alle verdere lust verloor, gelijk hij sig dan ook teegen de kant plat op de Buijk ging neder leggen, waar door de Buffel buijten staat gesteld wierd hem met sijne Horens te beschadigen, en ofschoon hij wel door brandende flam„ bauwen opgebrand wierd, begaf hij sig egter telkens wee„ der tot leggen dog het geene altoos zo geswind niet geschieden kon, of de Buffel, die op alle zijne beweegingen lette, vond middel, om hem nu en dan, met sijne Hoorens tegen het schot te drukken bij welke geleegentheid: de Eijger dan meede sijn best deed om sijnen vijand te beschadigen, dog dit enigen tijd geduurd hebbende en de Eijger nu, door geen Branden of stooten meer tot opstaan kunnende gebragt worden, gaf de kroonprins, met bewilliging van den Heere gouverneur last, om den tijger maar weeder in zijn voorig tok te laten ten eijnde deselve nevens de andere Tijgers te laaten rampokken. Ondertusschen was men weeder na het Bassaar huijsse terug gekeerd van waar men sig vervolgens verder na een hooge Htellagie begaf, die niet verre daar vandaan, bij wijse van een Theater, was opgerigt en van hier sag mien als in een oogen„ blik verscheijdene duijsende van Inlanders, met lange Pieken gewapend, bij een trekken en een groote Cirkel formeeren, in welks midden 5: klijne lange hokken gebragt waren, waarinne sig de Eijgers welke gerampoks soude werden, opgeslooten

NL-HaNA_1.04.02_3816_0675 view scan ↗

English

found locked up, thereupon, at a signal given for that purpose by the crown prince, some combustible materials were placed under one of these cages by three Javanese and subsequently set on fire, after which they removed the sliding door with which the cage was closed and then, having paid a mark of respect on their haunches to the crown prince, to the sound of gongs being beaten in the meantime and other indigenous musical instruments, departed skipping from there and went out of the circle. The Tiger thereupon did not appear until after the cage had already burned for some time. This animal seemed at first dazed by the smoke and the fire it had endured in the cage, but then ran around the circle a few times to see if there was any chance of breaking through anywhere; however, seeing itself hemmed in on all sides, it unexpectedly turned around and attacked at full run one flank of the pikemen, who nevertheless received it so well that it instantly fell down dead, after which the second and subsequently also the remaining Tigers were released and felled in the same manner, although one of them was on the verge of breaking through, for although the men stood four and five deep behind one another, and all stabbed at the charging tiger at the same time, the momentum of that animal was so violent and its movements so swift that it had already gotten between the ranks and thus apparently would have escaped, had it not just then, at that very moment, been hit from the side by some pikes, by which its death was caused. More than two hours having thus elapsed herewith on 29 August 1788, they then proceeded to the Dalem of the emperor, where they sat down under the Pendopo or the bazaar pavilion in the same manner as on the day of arrival, and because the Governor subsequently made known his desire to meet the emperor in order to hold the private conference with His Highness for which that prince had already made the proposal to His Honour on the first day, but which had then been postponed until today, Pangerang Ario Mataram was ordered by the crown prince to go and inform His Majesty thereof; after whose return the Governor subsequently stepped inside with the crown prince, followed by the first Resident Hartzinck and Pangerang Ario Mataram. They subsequently saw from a distance that the emperor received the Governor in the most amiable manner, just as on the day of the first meeting, and that after seats had been taken, some toasts were drunk, after which the emperor and the Governor retired to a private room, into which the crown prince was also admitted a good half hour later, while after another good half hour had elapsed, the emperor and the Governor sat down again on the chairs standing in view of the company, where access to the prince was subsequently granted, both to Pangerang Mangkunegara and to the first Resident of Yogyakarta, van IJsseldijk, who subsequently also took part in the drinking of some toasts which were proposed by the Governor and as applicable to what had been discussed, the emperor and crown prince, but especially Pangerang Mangkunegara, as the latter could deduce from this that there was much hope of obtaining his requests on behalf of his sons. Having thereupon taken leave of the emperor until they should meet again and having returned outside together, they remained seated under the bazaar pavilion while the table was laid and the food was served, which was mostly prepared in the European manner and provided by the first resident. After they had subsequently sat down at the table, the assembly was beaten and blown three times around the table by some drummers and fifers, after which they spent the time at the table with much pleasure until late in the afternoon, during which, amid the firing of the cannon and the resounding of a threefold huzza, the following toasts were drunk, namely: The welcome at the table His High Honour the Governor-General His Highness the emperor His Highness the sultan The Honourable Director and the other Gentlemen of the Council of the Indies The Honourable Governor The crown princes of both Courts and Pangerang Adipati Mangkunegara The Princesses of both Courts The heads of Solo and Yogyakarta The other Gentlemen The Sentonos and wedonos The bond of friendship between the Company and the emperor

Dutch transcription

397. opgeslooten vonden vervolgens wierd op een daar toe gegeeven teeken van den kroonprins, door drie Iavaanen, eenige brand stoffe onder een deeser hokken gelegd en vervolgens de brand daar ingestooken, waarna sij de schuijf waar meede het sok toegemaakt was, wegnamen en vervolgens, op hunne hur„ „ken aan den kroonprins een teeken van eerbied gemaakt hebbende op het geluijt der intusschen geslagen wordende gom„ gons en andere Inlandsche speeltuijgen, al huppelende daar van daan en uijt de Circel gingen. De Tijger kwam vervolgens niet eer te voorschijn, dan na dat het stok reeds enigen tijd gebrand had Dit dier scheen eerst bedwelmd te zijn van de rook, en het vuur in't tok uijtgestaan, dog liep vervolgens eenige malen in de kring rond, om te zien of 'er ook kans was om er„ gens door te breeken, dog sig van alle kanten beset siende, keerde het sig onverwagt om en viel in een volle loop op de eene flank der Piekeniers aan, die het egter so wel ontvingen dat het ten eersten dood ter needer viel, waar na de tweede en vervolgens ook de overige Tijgers los gela„ „ten en in selfdervoegen ter needer geveld wierden, schoon egter een van deselve op het punt quam om door te breeken, want hoe wel het voek tot 4 en 5. man hoog agter elkanderen stond, en alle tegelijk op den aankoomende zijger staken, was egtere den aandrang van dat dier so heevig en desselfs bewee„ gingen so geswind, dat hij reeds tusschen de geleedezen was geraakt en dus apparent soude ontsnapt zijn, indien hij toen Juijst, niet net van passe van ter seijde door einige Pieken getroffen waare, waar door hem de dood veroorzaakt wierd Hier meede dan ruijm twee uuren verloopen zijnde ging den 29: Aug=s 1788. — men den 29 Aug:s 1783. — men vervolgens na de Dalm, van de keijzer alwaar men sig in selfdervoegen als op den Dag van de aankomst onder de Mendopo of het Basaarhuijs ter needer zette en dewijl den Heere Gouverneur vervolgens Desselfs verlangen te kunnen gaff om den kijser te ontmoeten ten eijnde met zijne Hoogheid het abonchement te houden waar toe dien vorst bereeds de eerste dag aan zijn Ed: het voorstel had gedaan, dog het geene toen tot heeden was verschooven, soo wierd den Pangerang Ario Mattarm, door den kroonprins gelast om zijn Majesteit daar van te gaan verwitligen, na wiens terug komst vervolgens den Heere gouverneur met den kroonprins na binnen taad gevolgd wordende door den eersten Resident Hartzinck en den Pangerang Ario Mattaam. Men sag vervolgens op een afstand dat de keijser den Heer Gouverneur eeven als de dag der eerste ontmoeting op het minsaamste ontving en dat er nagenomene sitplaats enige Conditien wierden gedronken, waar na de keijser en den Heer Gouverneur sig in een bijsonder vertrek begaven binnen het welke den kroonprins een groot half uur daarna meede wierd toegelaten, terwijl na verloop van nog een groot half uur de keijser en den Heer Gouverneur sig weder op de in het gesigt van 't geselschap staande stoelen ter needer sittede, alwaar vervolgens toegang tot de vorst wierd verleend, so wel aan den Pangerang Mang Coenogoro, als aan den Djoe Jocartas eerste Resident van ijsseldijk, die vervolgens meede aandeel namen in het drinken van enige Conditien welke door den Heere gouverneur wierden ingesteld en als toe passelijk op het verhandelde, de keijser en kroon„ prins 399. den 29: Aug=s 1788. — „parim, dog insonderheid den Pangerang MangCoenogoro, wijl deese daar uijt konde afneemen dat 'er veel hoop was om zijne versoeken ten behoeve zijner zoons te verkrijgen. — Hier op van den keijser tot wedersiens afscheid genoo„ „men hebbende en gesamentlijk weder buijten gekoomen zijnde, bleef men onder 't Bassaar huijs zitten middeler„ „wijl dat de Tafel gedekt en het eeten opgebragt wierd, 't welk meest al op de Europeesche wijse toebereijd en door den eersten resident besorgd was. Na dat men sig vervolgens aan Tafel geset had wierd door eenige Tamboers en Pippers, drie maal rond om de tafel de vergadering geslagen en geblasen, waar na men tot laat inde middag den tijd aan tafel met veel genoegen. doorbragt, waar bij onder het losbranden van het Canon en het uijtgalmen van een drie voudig hoezee, de onder„ volgende Conditien wierden gedronken als: Dewel komst aan Tafel zijn Hoog Edelheid den Heere Gouverneur generaal. zijn. Hoogheid den keijser zijn Hoogheid den sulthan De Ed: Heer Directeur ende verdere Heeren Raden van Jndie De Edel Heer Gouverneur De kroonprinsen van beide Hoven en den Pangerang Adi„ pattij Mangcoenagara. De Princessen van beide toven. De opperhoofden van Solo en Djoejo. De verdere Heeren De Sentonos en wedonos De vriendschaps band, tusschen de Comp:e ende keijser

NL-HaNA_1.04.02_3816_0678 view scan ↗

English

The prosperity of Java. The prosperity of the Emperor's kraton. The enjoyment of the meal. Having risen from the table, several sets of Bedhaya maidens appeared, each consisting of 7 pieces and belonging to the crown prince and the other princes and grandees of the realm present there, all dressed in the finest attire, who one after the other began their dances to the sound of native instruments and the singing of some women, consisting of various charming twists and outer bendings of the body, though among these dancers those of the Emperor, which consist of 9 pieces, were not present because the Emperor himself was not present there. Having watched this for some time, they subsequently, when the greatest heat of the day had passed, took a walk around the kraton and on that occasion viewed not only the fine fish ponds which had been constructed by His Majesty behind his residence, but also his horse stable and the Dalem of the crown prince, which is also situated within the perimeter of the Emperor's court, the Lord Governor being escorted by the crown prince all the way inside his house to inspect it. Having now returned under the bazaar house, they saw there once again the dancing of the aforementioned Bedhaya maidens, after which they went outside the Dalem, under the Pagelaran, around seven o'clock to see the fireworks that were about to be set off from the middle of the alun-alun; this firework was adorned with the title and name of the Emperor, which gave a very fine sight, and the crown prince and the royal family took very great pleasure in it, but when it was nearly finished, an unexpected fierce fire was noticed to the right of the alun-alun on the 29th of August 1788, apparently caused by a fallen skyrocket, for which reason they also went thither and found that the fire was in a shed or building serving for the storage of a multitude of timber that the Emperor had gradually gathered together with the intention of erecting a mosque or temple from it, which now, however, was partly completely consumed to ashes, without it being possible to prevent this, although the Governor went thither in person to give orders as far as possible, without however being able to accomplish much, as throughout Surakarta, and thus also in the Company's lodge, they were not provided with any fire engine or other firefighting equipment. After it had burned for fully two hours and now began to diminish noticeably so that no further danger had to be feared, they returned to the Dalem, and the Lord Governor, together with the crown prince and the First Resident Wartzinck, went back inside to the Emperor, to whom His Honour reported on what had occurred, adding that His Honour felt sincere regret about this unfortunate incident, but the Emperor, laughing about it, declared that he regarded the entire incident as something that inevitably had to happen that way, and that this also served as a sign that God had not destined the burned wood for His temple; after which conversation the Lord Governor took his leave of His Highness with friendly thanks for the generous reception and then departed with the rest of the company, being escorted to the carriage by the crown prince and the rest of the royal family, where they took their leave and the crown prince was also thanked by the Lord Governor for the pleasant reception. Having arrived home, they immediately held the evening meal and then retired to rest. The watchword issued on this day by the Lord Governor was: confirmed friendship and restored confidence. The following day, being Sunday the 27th of July 1788, early in the morning after the First Resident there, W. H. van Ysseldijk, had departed for Yogyakarta, the Lord Governor sent the Surakarta adjutant to the Emperor to ask His Majesty whether it was convenient for him to receive deputies around 9 o'clock, and having received an affirmative answer to this, there were dispatched by His Honour the titular Major and Commandant L. H. Vermeer and the Merchant and Fiscal B. J. van Neivenheim, together with the Secretary F. J. Rothenbuhler and the Junior Merchant H. van Boekhold, the first two to present the gifts to the ruler as well as the crown prince and the rest of the royal family, and the latter two to invite the royal personages to a meal at the lodge for the following day, these deputies being received in audience kindly by the Emperor and the gifts accepted with a willing heart and with friendly expressions of thanks to the Lord Governor; but with regard to the invitation, the ruler requested to be excused therefrom, since the ailment of his eyes did not permit him to appear in public, promising however that he would send his son the crown prince together with his other children thither in his place; and as the Lord

Dutch transcription

'T. welvaren van Iava. 'T welvaren van Keijsers karaton 'T wel bekomen van de Maaltijd van tafel opgestaan zijnde, quamen enige stellen Badaija Meij„ dens te voorschijn, elk in 7: stuks bestaande en toebehorende aan de kroonprins ende overige daar aanweesende Princen en Rijksgroo„ „ten alle op het fraijst uijtgedoet, die na den anderen op het geluijd van Inlandsch speeltuijgen en het gesang eeniger vrouwen, hunner dansen begonnen, bestaande in verschijdene aardige draijingen en buijten buijgingen van het Lichaam, dog onder welke dansse„ ressen die van de keijser welke uijt 9: stuks bestaan, sig niet bevonden wijl de keijser daar selfs niet aanweesig was: Dit eenigen tijd aangesien hebbende deed men vervolgens, toen de grootste hitte van den Dag over was eene wandeling rondom in de Caaton en besag bij die geleegentheid niet alleen de fraaije erschrijvers, welke, door sijne Majesteit agter desselfs woon„ huijs waren aangelegt, maar ook Desselfs Paarde stal en de Dalm van den kroonprins, die meede inde omtrek van 's keijsers t af geleegen is, wordende den Heere gouverneur daar door den kroonprins tot binnen in desselfs huijs begeleijd, om het selve te besien. Tans weeder onder het Bassaarhuijs terug gekeerd sijnde, sog men daar nogmaals het dansen der voorsz. Bedaija meijdens waar na men sig Circa ten seeven uuren buijten de Dalm, onder de Pagelaram begaf, om het vuurwerk te zien, dat van het midden der Passeerb aan stond afgestooken te worden; Dit vuurwerk was verciert met de titul en Naam van den keijser dat een seer fraaij aanzien gaf en de kroonprins en vorstelijke famillie vond daarinne ook seer veel vermaak, dog wanneer het bij kans g'eindigt was, vernam men onver„ den 29: Aug=s 1788. wagt 401. den 29: Aug=s 1788. wagt, ter regter sijde van de Passeerbaan een heerigen Brand„ die apparent door een daar ter neder gevallene vuurpijl veroor„ „zaakt was waaromme men sig dan ook derwaards begaf en bevond, dat de Brand was in een loots of gebouw dienende tot berging van een meenigte houtwerken, die de keijser suc„ cessive had bij een gesameld, met het voorneemen om daar van een Moske of Tempel te doen stigten, dog welke nu voor een gedeelte geheel tot asch verteerden, sonder dat het mogelijk was sulx te beletten hoe wel den gouverneur sig inpersoon derwaards begaf om so veel mogelijk ordres te stellen, sonder egter veel te kunnen uitrigten, wijl men op geheel soura carta en dus ook in 'sComp=s Logie, van geen Brand spruijt of andere Brand gereedschappen voorsien was; Na dat het ruijm twee uuren lang gebrand had en nu merke„ „lijk begon te verminderen sodanig dat men voor geen verder gevaar behoefde bedugt te zijn keerde men na de Dalm terug, en begaf sig den Heere gouverneur nevens den kroonprins en den Eersten Resident Wartzinck weder na binnen bij den keijser, aan wien sijn Ed: verslag deed van het voorgevallene, met bijvoeging dat sijn Ed: over dit ongelukkig voorval een hartelijk leedweesen gevoelde, dog de keijser daar over lachende, betuijgde het geheele ge„ val aan temerken, als iets dat onvermijdelijk so had moeten ge schieden en dat dit ook tot een teeken strekte, dat god 't verbran„ de hout niet voor sijne Tempel bestend had, na welk gesprek den Heere Gouverneur van Sijne Hoogheid onder vriendelijke dank zegging voor het gulle onthaal, afscheid namen vervolgens met het verdere geseldschap vertrok, wordende door den kroon„ prins ende verdere vorstelijke famillie, tot aande koets begeleijd, alwaar men afscheid nam en den kroonprins door den Heere Gouverneur - den 29 Aug=s 1788. — gouverneur meede bedankt wierd voor het aangenaam onthaal Tehuijs gekomen zijnde, hield men direct de avond maaltijd en degaf sig vervolgens ter ruste Het Parool op deesen dag door den Heere Gouverneur uijt gegeeven was: bevestigde vriendschap en hersteld vertrouwen. Na dat 's anderen daags zijnde Zondag den 27: Iulij 1738. vroeg in de morgenstond na Djoe Jocarta vertrokken wis, den eersten Resident aldaar W: H: van ijsseldijk soud de Heere Gouverneur den soura Cartas Adju„ „dant; naden keijser, om aan zijne Majesteit tevragen of het hem geleegen kwam om teegen 9: uuren gecommitteerdens te ontvangen en hier op een toestemmend andwoord bekoo„ men hebbende, wierd door sijn Ed: den Majoor tit: en Com„ mandant L: H: vermehr en den koopman en fiscaal B: I: van Neijvenhijm, benevens den secretaris F: I: Rothen„ duhber en den onderkoopman H: van Boekhold afgevaar„ „digt, de twee eerste om aan den vorst mitsgad=s den kroonprins en de verdere vorstelijke famillie de geschenken aan te presen„ teeren, ende twee laatste, om de vorstelijke personagien teegen 's anderen daags in de Logie ter maaltijd te nodigen wordende deese gecommitteerdens bij verschijning door den keijser vriendelijk ontvangen en de geschenken met een genee„ „gen hart en onder vriendelijke dank betuijging aan den Heere Gouverneur geaccepteerd, dan ten opzigte der nodiging, versogt de vorst daar van g'excuseerd te zijn, vermits de quaal zijner ogen hem niet toeliet in het publicq te verschijnen met belofte egter, dat hij zijnen zoon den kroonprins nevens zijne verdere kin„ deren in zijne plaats derwaards zenden zoude, en de wijl de Heere

NL-HaNA_1.04.02_3816_0681 view scan ↗

English

403. the 29th of August 1788. The Lord Governor had left it to His Majesty's discretion to determine the hour of arrival, and it was now set by His Majesty at 9 o'clock, with the further request that should the arrival of the Crown Prince happen to be somewhat earlier, the Lord Governor would kindly not take it amiss. When this was reported by the said commissioners upon their return, the Lord Governor gave orders to also have the Pangerang Adipattij Mang Coe Nogoro and the other princes and courtiers invited for that time by the Surakarta adjutant. To the said Pangerang Adipattij Mang Coe Nogoro, the Lord Governor had also already had the gifts presented in the morning by the sub-major Koop and the translator Wardenaar, just as was done by the Surakarta adjutant to the foremost grandees of the realm. Furthermore, nothing else occurred that day except that the Emperor, as usual, sent some jondangs with food and fruits to the Lord Governor in the afternoon and evening, and that both in the afternoon and evening some of the factory's friends were invited to the table, the password that evening being prudence and caution. Early in the morning of Monday the 28th of July, everything was in motion to make the necessary preparations for the reception of the Crown Prince and the rest of the royal family. For this purpose, around 8 o'clock, the entire garrison took up arms, both infantry and cavalry, likewise the Semarang dragoons and grenadiers accompanied by the hautboys, as well as the Company's Buginese and Malays, the 29th of August 1788. who inside the fort on either side and Malays were lined up in suitable places, while outside the fort on both sides of the road stood posted the men of the coastal regents, extending all the way to the bridge that leads to the Paseban, from where the road up to the Kraton was occupied by the Emperor's own militia. After receiving word from the two Dalem Tumenggungs sent by the Crown Prince that he was ready to proceed to the lodge, the first Resident Hartzinck, together with the second Resident De Wilde, as well as the Fiscal Nyvenheim and the Rembang Resident Massau as commissioners of the Lord Governor, set out past half past 8 for the Kraton to fetch His Highness together with his brother Pangerang Ario Mataram, who appeared at the lodge at nine o'clock, the Crown Prince sitting next to the first Resident Hartzinck in a coupé carriage drawn by 6 horses, followed by Pangerang Ario Mataram and the second Resident De Wilde in a carriage with 4 horses, and subsequently the other princes as well as the aforementioned commissioners of the Lord Governor in other carriages. The Crown Prince was received by the Lord Governor at the steps of the first Resident's residence and further escorted inside, whereupon a threefold volley was fired from the small arms of the militia under arms, accompanied by the discharge of the artillery all around the ramparts. Having subsequently been seated, the time was passed with various pleasant conversations while drinking some glasses of morning wine, after which they sat down at the table at the usual time, to which the coastal regents along with the Solo courtiers as well as 405. all the factory's friends were also invited. During the meal, the same toasts were drunk as had previously been done in the Dalem, except that the Lord Governor now also added the fortunate elevation of Pangerang Mangkoe Nogoro's son Soerio Koesoemo to Pangerang under the name of Poerbo Nogoro, and Mas Soemo Merdjoijo to Regent of Wirasaba, to which the Emperor had appointed them since the Lord Governor's oral conference held with His Majesty, and had arranged this so amiably that the news thereof was brought from the Kraton precisely during the meal. Having subsequently risen, the time was spent very pleasantly in various ways until the evening, when they first proceeded to the hall above the gate of the fort and from there watched some water fireworks set off in the ponds in front of it. Then they proceeded in carriages to Jebres to attend another fireworks display that the Lord Governor had ordered to be set off there, since His Honour did not judge it advisable to have this take place in the vicinity of the lodge, for fear that a fire might break out from this just as at the Emperor's Kraton. The fireworks, like the previous ones, were very fine, especially the name of the Lord Governor, which could be clearly read from the elevated place where they sat. After the conclusion of this, they returned back to the lodge and held the evening meal there in the same manner as in the afternoon, because the Crown Prince and the other princes, upon the Lord Governor's friendly invitation, had agreed to remain there for that purpose, proceeding the 29th of August 1788. themselves

Dutch transcription

403. den 29: Aug=s 1788. — Heere Gouverneur aan sijn Majesteits goedvinden had overgela„ ten, om het uur van de komst te bepalen, se wierd die nu door sijne Majesteit om 9 uuren vastgesteld, met versoek wijders dat bij aldien de komst van den kroonprins al iets vroeger mogte invallen, de Heere Gouverneur sulx dan niet geliefde qualijk teneemen, waar van door de gem: gecommitteerdens bij rethour verslag gedaan sijnde, so stelde de Heere Gouverneur ordre om teegen die tijd ook den Pangerang Adipattij Mang Coe„ Nogoro ende verdere Princen en Hovelingen, door den soura„ Cartas adjudant te laeten inviteren. Aan gemelde Pangerang Adipattij MangCoenogoro had ook de Heere Gouverneur 's morgens reeds de geschenken, door den ondermajoor koop en translateur wardenaar doen presenteeren, gelijk dit ook door den soura Cartas adjudant aande voornaamste Rijksgrooten geschiede. voorts viel die dag niets anders voor dan dat de keijser na ge„ woonte srmiddags en 's avonds weeder eenige Djondangs met spijs en vrugten aan den Heere Gouverneur Zond, en dat 'smiddags so wel als savonds eenige der Comptoirs vrienden ter Tafel wierden genodigt zijnde het Parool dien avond voorsigtigheid en behoed saamheid. Reeds vroegende morgenstond was. Maandag den 28:' Iulij, alles in beweeging, om de nodige toeberijd„ „selen temaken tot de receptie van dien kroonprins ende verdere vorstelijke famillie hier toe quamen omstreeks 8: uuren ook in de wapenen, het gantsche guarnisoen so infanterij als Cavallerij, item de Samarangsche Daagonders en Granadiers vergeselt van de Wobvisten so meede de Comp Bougineesen en Malijers, den 29: Aug=s 1788. — die in 't affort ter weder syde en Maleijers (op bequaame plaatsen gerangeert wierden, terwijl buijten het fort aan weeder zijde van de weg geposteerd stond, het volk vande strand regenten, strekkende sig uijt tot aan de Brug, welke na de Passierbaan loops van waar de weg tot aan de Caraton door 's keijsers eijgene militie baset was. — Na dat men hier op van de door de kroonprins gesondene twee Dalm Tommangons berigt had ontvangen, dat hij tot de komst na de Logie gereed was, begaf sig den eersten Resident Hartzinck neevens den tweeden Resident Dewilde so meede ook als gecommitteerdens van den Heere Gouverneur den fiscaal Nyvenheim en den Rembangs Resident Mas„ Sau, over half 9: nade Caraton, om sijne Hoogheid nevens desselfs Broeder Pangerang Ario Mattarm aftehalen, die ook om Neegen uuren inde Logie verscheenen, zittende den kroonprins nevens den eersten Resident Hartzinck in een foets Coepe met 6: Paarden bespannen, waar op Pangerang Ario Mattaam en den tweede Resident Dewilde in een koets met 4: Paarden volgde, en vervolgens de verdere Princen als ook de bovengemelde gecommitteerdens van den Heere Gouverneur, in andere wagens, wordende de kroon„ prins door den Heere Gouverneur aan de Trappen van des Eersten Residents woning, ontvangen en voorts na binnen gelijd, waar op een drie voudig salvo uit het handgeweek vande in de wa„ penen staande Militie gedaan wierd, vergeselt, van het losbran„ den van het geschut rondsom de wallen vervolgens geseeten sijnde, passeerde men de tijd met verschijdene aangename des Coursen onder het drinken van eenige glaasjes morgen wijn, waarna met ter gewoonerhijd aan Tafel ging sitten, waar bij de strandregenten nevens de solosche Hovelingen. mitsgad=s 405. mitsgaders alle de Comptoirs vrienden meede genoodigt waaren, geduurende de maaltijd wierden die selfde Condi„ „tien gedronken als bevoorens in den Dalm geschied was, excepto dat den Heere Gouverneur nu nog bijvoegde de gelukkige verheffing van des Pangerang Mancoe Nogoros zoons soerio Coesoemo tot Pangerang onder de naam van Goerbo Nogoro, en Maas Soemo Merdjoijo tot Regent van Wierasaba, waar toe hun de keijser seedert des Heeren Gou„ verneurs met zijne Majesteit gehouden mond gesprek had aangesteld en dit so vriendelijk had ingerigt dat daar van Juijst onder de maaltijd de tijding uit d' Craton wierd gebragt vervolgens opgestaan sijnde bragt men de tijd op verscheijde nie„ „aam. wijse seer vermakelijk door tot aande Avond, wanneer men sig eerst inde zaal boven de Poort van het fort begaf en van daar in de rijvers voor aan het selve, eenige water vuurwerken sag afsteeken, begeevende sig vervolgens in rijtuijgen na Djebres ter bijwooning van een ander vuur„ „werk dat den Heere gouverneur daar had doen afsteeken, vermits sijn Ed: het niet raadsaam oordeelde sulx in de na„ bijheid der Logie te laten geschieden, uijt vreese dat hier door ook eeven als bij 's keijzers Caraton eenige brand mogt ontstaan het vuurwerk was eeven als het voorige seca fraaij bij sonder den aam vande Heere Gouverneur, die men van de verheeene plaats waar men sal duijdelijk leesen konde, na het eijndigen van het welk men weder na de Logie terug keerde en aldaar in selfdervoegen als 'smiddags de avond maaltijd hield, wijl de kroonprins ende verdere Princen op des Heeren Gouverneurs vriendelijke uijtnodiging aangenoomen hadden ten dien eijnde daar teblijven, begeevende den 29: Aug=o 1788. sig

NL-HaNA_1.04.02_3816_0684 view scan ↗

English

thereafter the crown prince, the Pangerang Adipattij Mangcoenogoro, and the other Princes and retinue returned home at about 11 o'clock, according to the manner and custom of the land, with the exact same state and ceremony as had taken place upon their arrival. That evening, the Governor gave as the Parole: Adherence and retribution. Tuesday the 29th of July was again observed as a day of rest, but towards that midday the Lord Governor sent the Surakarta adjutant both to the crown prince and to the Pangerang Adipattij Mangcoenogoro to invite them, according to a prior arrangement, to go for a short ride on horseback with His Honour that afternoon. The first-named, along with his Brother Pangerang Ario Mattaram, accepted, but the last-named excused himself on account of some indisposition, after the receipt of which report the midday meal was subsequently held. In accordance with the aforementioned arrangement, the crown prince, along with his Brother Pangerang Ario Mattaram, was fetched from the kraton at 4 o'clock in the afternoon by the first resident Hartzinck and escorted to the Lodge, where he was received by the Lord Governor at the steps of the Chief's residence. After they had enjoyed a cup of Tea, they mounted their horses, followed by all the company and the friends of the Trading Post under the escort of a detachment of the Solo Dragoons. The tour was made through several streets and behind the Dalem of the Pangerang Adipattij Mangcoenogoro, and having subsequently returned to the Lodge, the crown prince and his Brother Pangerang Ario Mattaram the 29th of August 1788 thereafter 407. the 29th of August 1788 thereafter took their leave and returned to the Dalem, whither they were accompanied by the first Resident Hartzinck. That evening, the Lord Governor gave as the Parole: Samarang and Souracarta. The Lord Governor had previously requested permission from the Pangerang Adipattij Mangcoenagoro to pay him a visit in his Dalem on Wednesday afternoon, the 30th of July, and to spend the evening there; but since His Honour had already been afflicted with a severe cold for several days, and this had now worsened to such an extent that His Honour found himself obliged to keep to his bed the entire day, the more so as a violent fever had also accompanied it, His Honour had the said Pangerang informed thereof, and also that His Honour, in the event of improvement, would come the following day. That day nothing further occurred, except that the emperor and the crown prince enquired several times after the state of the Lord Governor's health. The Parole that evening was: Peace and prosperity. The following day, or on Thursday the 31st of July, the Lord Governor perceived a notable improvement, wherefore His Honour then also fixed the visit to the Pangerang Adipattij Mangcoenogoro for about 4 o'clock in the afternoon, of which that Prince was then also informed by the adjutant. At about 4 o'clock in the afternoon, the Pangerang Adipattij Mangcoenogoro himself appeared on horseback within the Lodge, leading up a Company of women armed with Carbines, whom he caused to perform their drills in front of the Chief's residence and thereafter fire 3 volleys, all of which occurred with such order and precision that one could not but marvel at it; after which he mounted his horse again and returned with the said women to his Dalem, whither the Lord Governor also set out not long thereafter with and alongside the accompanying party, of whom no special mention is made here, in conformity with the request addressed to the Lord Governor that what was done here for His Honour's pleasure should not become an adat in the future. Having arrived at the front gate of the Pangerang Mangcoenogoro's Dalem, the Lord Governor was received at the carriage by that Prince and led inside by the hand, while on both sides all around stood posted a multitude of armed men, who gave the Lord Governor the proper salute upon passing. Entering the Dalem, the aforementioned Company of female Dragoons was once again brought forward by the said Pangerang, by whom once more with the utmost precision a three-fold volley was fired from the handguns, followed by several shots from some small artillery pieces placed to the side thereof; after which they inspected both the Dalem and the house, which were both constructed in a very wondrous Order of architecture. Subsequently having sat down under the Bazaar house, the Lord Governor made known to the Pangerang Adipattij Mangcoenogoro that His Honour was well inclined to converse with him, the Pangerang, on occasion about various matters, but that the 29th of August 1788 this

Dutch transcription

sig daar na de kroon prins in den Pangerang Adipattij Mangcoenogoro en verdere Princen en gevolg, amstreekt 11: uuren na huijs en wel na slands wijse en gebruijk, met even dieselfde statie en Ceremonie als bij hunne komste had plaats gehad. Heer Door den Gouverneur wierd dien avond tot Parool uijtge„ geeven Aan kleeving en vergelding. Dingsdag den 29: Iulij hield men weeder rustdag, dog teegen dien mid„ „dag sond den Heere Gouverneur den SouraCartas adjudant so na den kroon prins als na den Pangerang Adipattij Mangcoe nogoro om deselve volgens gemaakte afspraak tenoodigen dien agtermiddag met sijn Ed: een tourtje te Paard terijden, 't geene den eerstgem: nevens desselfs Broeder Pangerang Ario Mattaram wel aannam dog de laastgem: liet sig. excuseeren uijthoofde van eenige onpasselijkheid na het ontvan„ gen van welk rapport men vervolgens de middag maaltijd hield Ingevolge dan van voorsijde afspraak, wierd de kroon prins nevens desselfs Broeder Pangerang Ario Mattaram door den eersten resident Hartzinck 'smiddags om 4: uuren van de fraton afgehaald en nade Logie begelijd, alwaar hij door den Heer Gouverneur aan de Trappen van 'T opperhoofds woonhuijs, wierd ontvangen, en na dat men een koppe Thee genuttigd had, steeg men vervolgens te Paard gevolgd aan al het geseldschap en de Comptoirs vrienden onder het geleijde van een Pacquet der solose Draganders. De tour wierd genoomen, door enige straten en agter om de Dalm van den Pangerang Adipattij Mangcoeno„ goro, en vervolgens weeder na de Logie gekeerd zijnde, nam den kroonprins en zijn en Broeder Pangerang Ario Mattarm den 29 Aug=s 1788. daarna 407. den 29: Aug=s 1788. — daarna afscheid en keerde na de Dalm terug, werwaards sij door een eersten Resident Hartzinck vergeseld wierden, Dien avond was door den Heere gouverneur tot Parool gegeeven Samarang en Souracarta Den Heere Gouverneur had Haag tevooren belet bij den Pangerang Adipattij Mangcoenagoro latenvragen, om op Cas Woensdag den 30: Iulij 'sagtermiddags denselven een visite in desselfs Dalm te koomen brengen en dan den avond daar te pas„ „seeren dog vermits sijn Ed: reets seedert eenige dagen met een swaare verkouwdheid behebt geweest en deese nu sodanig ver„ „slimmerd was, dat zijn Ed: sig genoodsaakt vond dien geheelen dag het bid te houden, te meer daar sig hier ook een heevige koorts had bij gevoegd so liet zijn Ed: den gem: Pangerang daar van verwittigen en ook teevens dat zijn Ed: ingevalle van beeterschap 's anderen daags soude koomen, Diendag veel verder niets voor als dat de keijser ende kroonpprins eenige maalen na de gesondheids staat van de Heere Gouverneur liten verneemen. Het Parool was dien avond vreede en welvaard Sanderen daags of op Donderdag den 31. Iulij bespeurde de Heere Gouverneur eene merkelijke beterschap waar om sijn Ed: dan ook het besoek bij den Pangerang Adipattij Mangcoenogoro teegens sna„ middags ten 4: uuren vaststelde, waar van dien Prins dan ook door den adjudant geinformeerd wierd. — Omstreeks 4: uuren 's agtermiddags verscheen binnen de Logee te Paard den Pangerang Adipattij Mangcoenogoro selfs selfs die een Comp: vrouwen op voerde met Carabijns gewapend en welke hij voor 't opperhoofds woning hunne exeacitien liet verrigten en daar na 3: Chargies doen welk alles met een sodanige order en accuratesse geschiede, dat men sig daar over verwonderen moest, na welk hij zig weeder te Paaad sette en nevens de gem: vrouwen na zijn Dalm keerde, wer„ waards den Heere Gouverneur ook niet lang daar na sig op weg begaf met en beneevens het bij hebbende geseldschap waar van ten deesen geen bijsondere opnoeming werd gedaen Conform het versoek daar toe aan den Heere Gouverneur ingerigt, om het geene hier ten gevalle van zijn Ed: geschiede in 't vervolg tot geen adat te doen worden. — Aan de voorste poort van des Pangerang Mangfoenogoros Dalm gekoomen zijnde wierd den Heere Gouverneur door dien Prine aan de koets gerecipieerd en bij de hand na binnen geleijd„ terwijl aan weder sijde alomme een menigte van wapen dragers geposteerd stonden, die den Heere gouverneur bij passeering het behoorlijk salut gaven. Inde Dalm komende, wierd door gem: Pangerang ander„ maal te voorschijn gebragt, de hier boven gem: Comp. vrouwelijke Dravonders door welke nogmaals met de uijterste accuratesse een drie voudig salvo uit het handgeweer wierd gedaan gevolgd van verscheijdene schooten iit eenige tersijde vandaar geplaatste stukjes waar na men so wel den Dalm als het huijs besag die bij de van een seer wonderlijke Bouw order ingerigt waren: ver„ volgens onder het Bassaar huijs geseelen zijnde, gaf den Heere Gouverneur aan den Pangerang Adipattij Mangcoenogoro te kennen dat sijn Ed: wel geneegen was hem Pangerang bij geleegenheid over verscheidene zaken te onderhouden, dog dat den 29: Aug=s 1788. dict

NL-HaNA_1.04.02_3816_0687 view scan ↗

English

409. the 29th of August 1788: — as this could not happen now, they could set the following day for it, to which the Pangerang also readily consented. After this, the Pangerang's Bedaya maidens appeared, who entertained the company the entire evening in the best possible manner by performing their dances until the evening meal, at which the Adipati of Samarang and other coastal regents were also present, after which they returned home around half past 11. The watchword given out by the Lord Governor for that evening was Unity and Power. The next day, or on Friday the 1st of August, at 9 o'clock in the morning, the Lord Governor, alongside chief Wantzinck, rode as promised, accompanied only by a picket of dragoons and some attendants and trumpeters, back to the Dalem of the Pangerang Adipati Mangcoenogoro, who had his numerous troops parade again both in front of and inside the Dalem, and received the Lord Governor with that same state and ceremony as the day before, leading his Honour by the hand to an upper room in his house, where they sat down together with the first Resident Hartzinck, in order to be able to speak with each other all the more freely, and after this conference had lasted for nearly two hours, the Lord Governor returned again to the lodge. In the afternoon, the Crown Prince, accompanied by his brother Ario Mataram, arrived at the lodge according to an agreement made between him and the Lord Governor, escorted by the first Resident Hartzinck, and was received by the Lord Governor at the steps of the house just as before and led inside; but not long thereafter, his Honour mounted his horse alongside both the said Princes and the first Resident Hartzinck to pay a passing visit to the Grand Vizier Djojo Ningrat, though without taking any state or other retinue along other than the usual attendants and trumpeters, where his Honour tarried for about an hour in order to decide some matters of importance with the said Grand Vizier and the Crown Prince, and having returned thereafter to the lodge, the Crown Prince and the Pangerang Ario Mataram took their leave of his Honour and departed for the Kraton, whither they were accompanied by the first Resident Hartzinck: That evening the Lord Governor gave for the watchword Achieved Purpose. The affairs at the Surakarta Court thus being settled, and the Lord Governor being very eager to undertake the journey from here to Djocjakarta now, his Honour had for that purpose requested an audience with the Emperor today, to come and take his leave of His Majesty and the royal personages the following morning, being Saturday the 2nd of August, but before proceeding to the Kraton for that purpose, the lodge and its buildings were first inspected, which were found to be already completed, yet placed so close under and near to one another that it appeared difficult to reach them with the fire engine in the event of a fire breaking out, where it was also noted at the same time that the materials of most of the buildings are not of the best quality, and that in some of them they have even used bamboos the 29th of August 1788: — 411. the 29th of August 1788. — used bamboos instead of wooden laths to fasten the roof shingles to, furthermore that on the square in the lodge two wells and in the second resident's house one well still need to be dug, and further that some alterations and improvements ought to be made here and there, both for the convenience of the garrison and for the prevention of fire: Having closely inspected and surveyed all this, the Lord Governor subsequently proceeded, together with the Pangerang Adipati Mangcoenogoro, who had come to the lodge for that purpose at 8 o'clock in the morning, as well as the company, in full state to the Kraton, where his Honour was received by the Crown Prince with the very same state and ceremonies as before and led inside, now also taking a seat again under the pendopo or the bazaar pavilion, from where the Lord Governor, after the Emperor had first been informed thereof by the Pangerang Ario Mataram, went with the Crown Prince and the First Resident Hartzinck to find His Majesty in his house, where his Honour, after a conversation of about half an hour and the drinking of some glasses of morning wine, took his leave with a friendly and cordial embrace, offering thanks at the same time for all the courtesies and friendship enjoyed from him during his Honour's stay at Surakarta, which the ruler answered in a very amiable manner, after which they went to sit under the bazaar pavilion again, where subsequently a few more glasses of wine were drunk back and forth to wish for a good journey and a good sojourn; while the Lord Governor at the same time proposed to the Crown Prince to allow the Adipati of Samarang alongside the other coastal regents to take their leave of him

Dutch transcription

1is 409. den 29: Aug=s 1758: — dit nu niet kunnende geschieden men daar toe den volgende dag soude kunnen bepalen, waarinne den Pangerang dan ook gereedelijk bewilligde. Hier na quamen des Pangerangs Bedaija meijdens te voorschijn die den geheele avond het geselschap best mogelijk vermaakten met het vertoonen hunner dansen tot aan de Avond maaltijd, waar bij den Adepattij van Samarang en andere strand regenten, meede aanweesig waren, na welk men Circa om half 12: na huijs keerde. Het Parool door den Heere gouverneur voor dien Avond uijtgegeeven was Eensgesindheid en vermogen. Des anderen daegs of op Vrijdag den 1: Augustus smorgens om 9: uuren reed de Heere Gouverneur nevens het opperhoofd Wantzinck, volgens belofte alleen verseld van een Piequet Dragonders en eenige oppassers en trompetters weder na de Dalm van den Pangerang Adi„ pattij Mangcoenogoro, die sijne Talaijke Troupen so voor als in de Dalem weeder had doen paradeeren, en den Heere Gouver„ „neur voortseeven die selfde satie en Ceremonie als 'sdaags te vooren ontving, gelijdende sijn Ed: bij de hand na een des boven vertrokken in sijn huijs, alwaar men sig neevens den eersten Resident Hartzieck, ter needer Lette, om dies te vrijer met elkanderen te kunnen preeken, en na dat deese Conferente bij de twee uuren lang ge„ „duird had, keerde den Heere Gouverneur weeder na de logie. 'S agtermiddags quam de kroon prins vergeselt van desselfs Broeder Ario Mattari, volgens een tusschen Hem en den Heere Gouverneur gedaane afspraak inde Lagie, begeleijd begeleijd door den eersten Resident Hartzinck en wierd door den Heere Gouverneur ook gelijk bevoorens aan de trappen van het huijs ontvangen en na binnen gelijd dog niet lange daar na zette sig zijn Ed: neevens bij de de„ gemelde Princen ende eersten Resident Hartzinck te Paard om empassant een visite te doen bij den Rijksbestierden D joijd Ningrat dog sonder enige statie of ander gevolg meede teneemen dan de gewoonelijke oppassers en trompetters al„ waar zijn Ed: omtrend een uurtje vertoefde om met gem: rijks bestierder enden kroonprins enige affaires van gewigt te beslissen, en daar na weeder nade Logie gekeerd sijnde nam de kroon prins en den Pangerang Ario Mattaam van sijn Ed: afscheid en vertrokken na de Craton, na wer„ waard sij door den eersten Resident Hartzinck vergeselt wierden: Dien avond gaff den Heere Gouverneur voor Prool berijkt oogmerk. De zaken dus aan 't Soura Cartasche Hoff afgedaan en den Heere Gouverneur seer verlangende zijnde om als nu de reijse van „hier na Djoe Jocarta aanteneemen so had sijn Ed: ten dien eijnde heeden bij den keijser audientie laten versoeken, om den volgenden morgen zijnde. Zaturdag den 2: Augustus van zijne Majesteit ende vorstelijke persona„ gies afscheid te komen neemen, dog alvoorens men sig ten dien eijerde nade Caraton begaf wierd eerste de Logie en die gebouwen besigtigd, die men bevond reeds voltooijd dog sodanig onder en bij elkanderen geplaatst te zijn, dat het beswaarlijk scheen ingevalle van een te ontstane Baand met de Brand spuijt er bij te komen waar bij men ook teevens remarqueerde dat de Materialen aande meeste der gebouwen, niet van het beste aldoij zijn en dat men selfs in sommige derselve den 29. Aug=s 1788: — bamboesen 112 411. den 29: Aug=s 1788. — Hamboesen heeft g'emploijeert, in steede van houte latten om de sierappen op vast temaken, voorts dat op het plem in de Logie twee en in's tweeden residents huijs een Put nog diend gegraven en verders ook hier en daar eenige veranderingen en verbeteringen behoren gemaakt tewerden, so tot gemak der besetting als ter voorkoming van Brand: Dit alles nauwkeurig besigtigd en opgenomen hebbende begaf sig den Heere Gouverneur vervolgens neevens den Pan„ „gerang, Adipattij Mangcoenogoro, welke ten dien eijnde Smorgens om 8: uuren in de Logie was gekoomen, als ook het geseldschap, in volle statie na de Caraton, alwaar sijn Ed: # door den kroonprins, met eeven die selfde statie en Ceremo„ „men als bevoorens, gerecipieerd en binnen gelijd wierd, neemende nu ook weeder onder de Mendopo of het Basaarhuijs set plaats, van Waar den Heere Gouverneur na dat de keijser door den Pangerang Ario Mattarm eerst daar van verwittigd was, neevens den kroonprins en den Eersten Resident Hartzinck zijne Majesteit im desselfs huijs ging vinden van men sijn Ed; na een onderhoud van omtrent een mia tijds en het drinken van eenige gladsjes morgen wijn, met een vriendelijke en redere omhelsing afscheijd nam, onder dankbetuijging teevens voor alle de beleeftheeden en vriendschap geduurende zijn Ed: verblijf te souracarta van hem genooten, 't welk den vorst op een seer minsame wijse beantwoorde gaande men daarna Weeder zitten onder het Bassaarhuijs, alwaar vervolgens nog eenige glaasjes wijn tot het wenschen van eene goede rijs en een goed ver„ „blijf over en weer gedronken wierden; terwijl de Heere gouverneur aan de kroonprins tevens proponeerde om den Adipattij van samarang nevens de andere strand regenten toete laten van Hem

NL-HaNA_1.04.02_3816_0690 view scan ↗

English

to come take their leave of him, to which the Prince consented, whereupon the mentioned regents, crawling one by one on the ground before the Crown Prince, kissed his feet, except for the Samarang Adipattij, to whom the Crown Prince, as a token of special esteem, extended his hands to be kissed, after which they stood up and departed, being escorted again by the Crown Prince to the carriage where the Lord Governor, with a friendly embrace, took his leave of him and subsequently also of his brother Pangerang Ario Mataram and the other Princes of the Blood, and together with the Pangerang Adipattij MangCoenogoro returned again to the Lodge where this Prince, after sitting for a moment, now also wished the Lord Governor and the company a safe journey and at the same time most cordially thanked His Honour for the affection and assistance shown to him, after which he, together with his children, returned home very satisfied. After the departure of the Pangerang Adipattij MangCoenogoro, there came 4 Dalm Tommongongs of the Emperor, who wished the Lord Governor a safe journey, both on behalf of that monarch and on behalf of the Crown Prince and the other members of the royal family, for which His Honour expressed his thanks and reciprocally wished the royal personages a pleasant stay. The Sergeant Major having become ill for several days, so much so that he could no longer perform his duties, he was transported to Samarang that morning by order of the Lord Governor, while His Honour on the other hand decided to let the SouraCarta Adjutant perform the duties of Sergeant Major until they should have returned to Samarang. den 29: Aug=s 1783. — In the afternoon nothing else occurred, except that several horses were sent as gifts for the Lord Governor and the company by the Emperor and the Crown Prince, as well as by the Pangerang Adipattij MangCoenogoro and other Princes. The password today was farewell, and in the evening the First Resident Hartzinck gave a farewell dinner to which all the friends from the trading post were also invited, while meanwhile preparations were made for the journey, and the following day or on Sunday the 3: August at about half past five in the morning they departed from SouraCarta in carriages amid the parading of the garrison, both infantry and cavalry, and the firing of the artillery around the ramparts, being accompanied by the Pangerang Ingabij, the eldest illegitimate son of the Emperor, who had been appointed by His Majesty to escort the Lord Governor to DjocJocarta. At half past seven they arrived at Old Cartasoera, and after having breakfast there, leave was taken of the Regent of the Realm and other Solo courtiers as well as of the friends from the trading post who had escorted the Lord Governor thither, except for the First Resident Hartzinck, who had been permitted by the Lord Governor to proceed with them to Djoe Jocarta, the Lord Governor then sitting again in the palanquin or carrying-coach, for although the road was made in such a manner that the journey could easily be made by carriage, His Honour nevertheless did not wish to make use of it, for fear that the jolting of the carriage would cause His Honour, on account of his sickly condition, too much harm. The gentlemen of the company followed, in the manner as at the departure from Patjarongan, all on horseback, but the grenadiers and the dragoons had already departed the previous evening ahead to the halfway post Delangoe, so that only a small escort of dragoons rode before and behind the palanquin, thus arriving at about half past eight in Delangoe, where some time before a neat brick house had been erected for the accommodation of the Lord Governor, while the company took up quarters in the bamboo rooms constructed beside it. den 29: Aug=s 1788. At this place they found the Djoe Jacarta First Resident W: H: van IJsseldijk together with the Lieutenant of the Dragoons Joseph Fion and the Junior Merchant off duty I: M: van Bronkhorst, with whom they subsequently had the midday meal, and after having taken a walk in the afternoon, several sky-rockets and other fireworks were subsequently set off towards evening by the Captain Engineer Jean Baptist Pilon, but with such a result that several rockets fell down upon the bamboo houses, so that a serious fire would inevitably have broken out had they not been quickly at hand to retrieve them from the roofs, after which the evening meal was held. Here the password was welgeplaatst. Around 10: o'clock in the evening several Gandeks of the Sultan arrived there, with a parcel of sweet apples as a gift for the Lord Governor, which the Sultan had planted himself in his Dalm, but since the Lord Governor

Dutch transcription

hem afscheijd te komen neemen, waarinne door dien Prins gecon„ senteert zijnde, so wierden door gem: regenten een voor een op de grond tot voor de kroonprins kruijpende, desselfs voeten ge kust, behalven van de samarangs Adipattij, wien de kroonprins, tot een teeken van bijsondere agting de Htanden ter kussing toestak, waar na men op stond en vertrok, wordende door den kroonprins weeder tot aande koets begelijd alwaar den Heere Gouverneur met eene vriendelijke omarmning, van hem en vervolgens ook aan sijnen Broeder Pangerang Ario Mataram ende verdere Princen vande Bloede, afschijd nam en neevens den Pangerang Adipattij Mang„ Coenogoro. weeder na de Logie keerde alwaar ook dien Prins na een ogenblik zittens nu ook aan den Heere Gouver„ „neur en 't geselschap een behouden rijs wenschte en zijn Ed: tevens op het welmeenendste bedankte voorde aan hem betoonde geneegentheid en adjude waarna hij neevens sijne kinderen seer voldaan na Huijs keerde. Na het vertrek van den Pangerang Adipattij Mang„ Coenogoro. quamen en 4: Dalm Tommongings vanden Keijser, die den Heere Gouverneur, so uijt naem van dien vorst als van weegens den kroon prins en verdere vorste„ „lijke famillie een behouden reijs toe wenschten, waar voor zijn Ed: dank betuijgde ende vorstelijke personagies reci„ proque een goed verblijf wenschte Den oudermajoor koop sedert eenige dagen, ziek gewor„ den zijnde, so danig dat hij sijnen dienst niet meer konde waarneemen, so wierd deselve op ordre van den Heere Gou„ verneur dien morgen na Samarang getransporteerd, terwijl zijn Ed: daar en teegen besloot om den soura Cartas den 29: Aug=s 1783. — Adjudant 413. Adjudant zo lange den dienst van ondermajoor telaten bekleeden tot dat men te samarang soude sijn terug gekoomen. 'S namiddags viel niets anders voor, als dat door den keij„ ser enden kroonprins mitsgaders den Pangerang adipattij MangCoenogoro en andere Princen verscheidene paarden in geschenk voor den Heere Gouverneur en 't geselschap wierden gesonden. Het Parool was heeden vaarwel, en 's avonds gaf den eerste resident Hartzinck een afscheijdsmaal waar toe alle de Comptoirs vrien„ „den meede genodigt waren, terwijl men intusschen sig meede tot de rijs gereed gemaakt en sanderen daags of op Zondag den 3: Augustus 's morgens omtrent half ses in rijtuijgen van SouraCarta vertrok onder het paradeeren van 't quar„ insoen, so in fanterij als Cavallerij en het losbranden van het geschut rondsom dewallen, wordende verzeld van den Pange„ rang Ingabij oudste onegte zoon vanden keijser die door zijne Majesteit benoemd was om den Heere Gouverneur na Djoc„ Jocarta te begeleijden, te half seeven arriveerde men te oud Cartasoera, en na daar ontbeeten te hebben, nam men vervol„ gens afscheijd, so vanden Rijksbestierder en verdere solosche Hovelingen als vande Comptoirs vrienden, welke den Heere Gouverneur derwaards hadden begeleijd, excepto van den Eersten resident Hartzinck aan wien door den Heere Gouverneur geper„ mitteerd was om sig meede na Djoe Jocarta te begeeven gaande den Heere gouverneur toen weeder in de Folij of Draag koets zitten, want afschoon de weg sodanig gemaakt was dat de rijs gemakkelijk met reijtuijgen geschieden konde wilde, zijn Ed: egter daar van geen gebruijk maken, uijt vreese dat het schokken vande wagen zijn Ed: mits zijne den 29: Aug=s 1788. seekerlijke den 29: Aug=s 1788. — siekelijke omstandigheeden, te veel nadeel soude veroor„ saken de Heeren van het geselschap volgden, in voegen als bij vertrek van Patjarongan alle te Paard, dog de guana„ diers ende Dragondeus waaren reeds 's avonds voor uijt na de halfplaats Delangoe vertrokken, so dat maar alleen een kleijne escorte van Dragonders vooren agter de Iolij reed arriveerende men dus circa half neegen te Delangoe alwaar enigen tijd bevoorens een net steene huijs was opgeregt tot verblijf van den Heere Gouverneur terwijl het geselschap in de daar besijden verwaardigde Bamboese vertrekken intrek nam Ter deeser plaatse vond men den Djoe Jacartas eersten resident W: H: van ijsseldijk neevens den Luijtenant der Dragonders Ioseph Fion en den onderkoopman buijten emplooij I: M: van Bronkhorst, met welke men vervolgens het middagmaal hield, en 's na de middags een wandeling gedaan hebbende, wierd vervolgens teegen den Avond door den Capitain Ingenieur Jean Baptist Pilon eenige vuurpijlen en andere vuurwerken afgestoken dog met een sodanig gevolg, dat verscheijdene pijlen op de Bam„ boese huijsen ter neder vielen, so dat 'er onvermijdelijk een sware brand soude ontstaan zijn, indien merer niet spoedig was bij geweest om deselve weder vande Daken aftehaalen, wordende daar na de avondmaaltijd gehouden. Hier was het Parool welgeplaatst Omtrend 10: uuren 'Savonds arriveerden daar eenige Gandeks van den Sulthan, met een parthij soetappels tot geschenk voor den Heere Gouverneur, die de sulthan selfs in zijn Dalm geplant had dog vermits de Heere Gouver„ neur

NL-HaNA_1.04.02_3816_0693 view scan ↗

English

415. 29 August 1788. the Governor had already retired to rest, so they waited until the following day. Monday the 4 August, when the Lord Governor having risen, they delivered them to His Honour and immediately departed thereafter, after the Lord Governor had first instructed them to thank the Sultan kindly for this present. Around half past 5 in the morning, the Lord Governor, together with the company, also set out on the journey, and indeed in carriages which the aforementioned IJsseldijk had caused to be brought thither from Djocjocarta for that purpose, and with which they also arrived at Pokha around half past six, where they breakfasted and subsequently set out on the road again and arrived a quarter past eight at Tangkissang, where, just as at Delangoe, a stone house had been erected for the accommodation of the Lord Governor. Here the Lord Governor was complimented and welcomed on behalf of His Majesty the Sultan by the Djoejocarta Prime Minister Raden Adipati Danoeredjo, the Pangeran Djoyokoesoemo, and the Tumenggung Sumodiningrat, as was likewise done by the Tumenggung Wirogoeno in the name of the Crown Prince or Pangeran Adipati Anom Amangkoenegoro; there also being present the wife of the aforementioned first Resident van IJsseldijk, as well as the second Resident Marten Meurs. The time for the midday meal having arrived, they sat down at table with the aforementioned envoys of the Sultan, during which some gandeks of the Sultan came again, who presented to the Lord Governor, on behalf of His Majesty, some soursops as a gift, and after they had risen from the table, the first Resident van IJsseldijk together with his wife took their leave of the Lord Governor and departed ahead to Djoejocarta to make the necessary arrangements for the reception of the Lord Governor. In the afternoon, around half past four, they proceeded by carriages to Brambanan, from where they marched a short distance on foot and saw a multitude of remains of heathen temples, some of which were already completely decayed, but others still appeared in very good condition and in which were several idolatrous statues, which are maintained to originate from the Brahmins, since both the temples and the statues themselves have much resemblance to those that are found to this day on the Coromandel Coast and Malabar. That which one had to wonder at the most, however, was that on these temples, which are mostly octagonal in form, of which some have the height of 30 to 40 feet and the circumference of 15 to 20 feet, not the slightest mortar could be perceived, but that the buildings consisted solely of very large stones hewn out in all kinds of ways and joined together so neatly that, had no trees and shrubs grown on and between them over time, all these buildings would apparently be able to stand for many years yet without becoming in the least disjointed, as it was not perceived that the earthquakes which Java has undergone from time to time have done them the least damage. 29 August 1788. At a 40. 427. 29 August 1788. At a considerable distance from one of these temples, one saw around it the remains of a wall consisting of a ring of small chapels two by two with their fronts facing each other, all decorated with various sculpture and finely hewn stones, and outside of these yet another two walls also already turned into a heap of ruins, at the entrance of the outermost of which two giant statues sat on their haunches opposite one another; the entire region being, according to the testimony of the Javanese, up to 13 hours in length and several hours in width, strewn as it were with thousands of similar remains, so that it is supposed that this was formerly a single city bearing the name of Brambanan, the place of residence of the Javanese princes of that time; but for the rest, the Javanese know little to say of it, and their tales regarding it are mixed with such coarse fables that it is not worth the trouble to listen to them, as also became apparent later when the Lord Governor received from the Djoejocarta Prime Minister Danoeredjo a writing which was supposed to be the history of Brambanan, but upon translation this was found to be so fabulous and incredible that it surpasses all imagination. After these ancient remains had been inspected as much as time permitted, they returned to Tangkissang, where some fireworks were subsequently set off next to the encampment by the Captain-Engineer Jean Baptist Tilon; but because they were placed too close and some sparks had already fallen down upon the thatched roofs, the Lord Governor immediately gave orders to make them cease, as

Dutch transcription

415. den 29: Aug=s 1788. „neur sig reeds ter rust had begeevenso vertoekden sij bot 's anderen daags af. Maandag den 4: Augustus, wanneer den Heere Gouverneur opgestaan zijnde, sij die aan sijn Ed: overleeverden en voorts ten eersten vertrokken na dat den Heere Gouverneur hen alvoorens gelast had den sulthan voor dit present vriende„ „lijk te bedanken. Omstreeks half 6. in de morgen stond, nam den Heere Gouverneur nevens het geselschap, meede de rijs aan en wel in rijtuijgen welke gem: ijsseldijk ten dien eijnde van Djoc„ Jocarta derwaards had laten brengen, en waar meede men ook Circa half seeven te Pokha aan kwam, alwaar men ont„ beet en vervolgens sig weeder op weg begaf en een quart over lgt te Tangkissang arriveerde alwaar even als te Delangde een steene Huijs tot verblijf van den Heere gouverneur was opgerigt Hier wierd den Heere Gouverneur door den DjoeJocartas Rijksbestierder Radeen Adipattij Danoeredjo, den Pangerang D' Joijo foessoemo en den Tommongong soemo diningrat van weegens zijne Majesteit den sulthan gecomplimenteert en verwelkomd, gelijk sulks door den tommongang Wiero Goeno uit Nam van den kroonprins of Pangerang Adipattij Anom AmangCoenogaro meede geschiede zijnde aldaar insge„ lijks aanweesig de vrouwe van gem: eerste Resident van ijsseldijk, so meede den tweeden Resident Marten Meurs De tijd van het middagmaal gekomen zijnde sette men sig met de gem: zendelingen van den sulthan aan Tafel geduurende dewelke weeder eenige gandeks van den sul„ than „than kwamen, die den Heere Gouverneur, van weegens sijn Majesteit eenige Toetappels tot geschenk aanboden, en na dat men van Tafel was opgestaan nam den eersten resi„ „dent van ijsseldijk nevens desselfs vrouw van den Heere Gouverneur afschijd en vertrok voor uijt na d'joejocarta om de nodige schikking temaken tot de receptie van den Heere Gouverneur 'S agtermiddags begaf men sig Circa te half vijf met rijtuij„ gen na Brambanan, van waar men een eind weegs tevoet marcheerde en een meenigte overblijffels van Heijdensche Tempels sag, sommige van welke reeds geheel vervallen waren„ dog andere sig nog seer wel vertoonden en waarinne sig verscheidene Afgadesche beedden bevonden, die men sustineerd dat vande Braminen herkomstig zijn vermits so wel. de Tempels als de Beelden selve veel over een komst hebben met de geene die ten huijdigen dage nog op de Cust Chormandel ende Mallabaar gevonden worden. het geene waar over men sig egter het meest verwonderen moest, was dat aan deese Tempels die meest in een agtkantige gedaan te zijn in waare van enige de diepte hebben van 30: tot 40: voeten en den omtrek van 15: â 20 voeten, geen de minste kalk konde bespeurd worden maar dat de gebouwen maar eenelijk bestonden uijt seer groote steenen op allerleij wijse uit gehouwen en so net in een gevoegd, dat ingevalle 'er door den tijd geene Bomen en ftruij„ ken op en tusschen gegroeijd waren deese gebouwen alle ap„ parent nog lange Jaren souden kunnen staan blijven son„ „der in het minste buijten verband te geraken, also men niet bespeurde dat de Aandbevingen, welke Java van tijd tot tijd heeft ondergaan daar aan het minste nadeel toegebragt hebben den 29: Aug„s 1788. — op een 40„ 427. den 29: Aug=s 1788. op een tamelijke distantie van een deeser Tempels sag men rondom deselve de overblijfsels van een Muur bestaande uijt een kring van klijne kapelletjes twee aan twee met het front teegen elkanderen over, alle verciers met verschijden beeld werk en fraij gehouwene steenen en buijten deese nog twee an„ „dere muuren meede reeds in een puijn hoop verandert, aan de in„ gang van de buijtenste van welke twee Reusen beelden teegen over elkanderen op hunne hurkensalen, zijnde navolgens. het getuijgins der Javaanen dien geheelen streek tot wel 13: uuren inde lengte, en verscheijde uuren in de breete, met duij¬ „senden van diergelijke overblijfsels als bezaaijd so dat men steld dat dit voormaals een eenige stand geweest is voerende de naam van Brambanan, de Residentie plaats der toen„ malige Javasche vorsten, dog voor't overige weeten er de Java„ „nen wijnig van te zeggen en hunne verhalen dien aangaande sijn met sulke grove fabelen vermeugd dat 't den moijte met waardig is daar na te hooren gelijk dit, naderhand ook gebleeken is toen den Heer gouverneur van den DJoeJocartas Rijksbestierder Danoeradja een geschrift bequam 't welk de geschiedens van Brambana soude zijn dog dit bij vertaling so fabulens en ongelooflijk bevond dat het alle verbeelding te boven gaat Na dat men so veel het de tijd toeliet, deese oude overblijfsels besigtigd had, keerde men na Pangkissang terug, alwaar ver„ volgens door den Capitain Ingenieur Iean Baptist Tilon eenig vuurwerk besijden het Campemens afgestoken wierd, dog vermits het tenabij geplaats was en reeds enige zijlen op de stappe Daken ter needer gevallen waaren, so stelde den Heere Gouverneur terstond ordre, om daar meede te doen ophouden, als

NL-HaNA_1.04.02_3816_0696 view scan ↗

English

for fear that a fire might otherwise break out. Meanwhile, the grenadiers and dragoons had already departed ahead in the afternoon, the former directly to Djocjocarta to salute the Lord Governor upon arrival there, and the latter to halt halfway at Djenoc in order to escort the Lord Governor further from there to Djocjocarta. The password here was Vrijgoed. Tuesday, the 5th of August, in the morning at 6 o'clock, they departed together again in carriages from Tankissang and arrived around 8 o'clock at Djende, where they changed their clothes and then took breakfast, during which time the 2nd Djocjakarta Adjutant arrived with the message that the Sultan had already arrived at Raxa Nagaran or by the sugar mill. Thereupon the Lieutenant of the Dragoon Corps was immediately appointed by the Lord Governor to bring word to the ruler that His Honour would set out on his way, just as they departed not long thereafter in the same order as from the previous place to Gramat. Having come into the vicinity of Raxanagaran, they found the road on both sides lined with a row of the ruler's warriors, armed in various ways and provided with diverse uniforms, between whom they passed amidst the sound of all kinds of instruments. However, this did not occur without some danger, as the salute for the Lord Governor was fired so untimely that they aimed their muskets from both sides directly at the carriage. This not only threw the horses into great confusion, but even caused some fear of accidents, for which reasons Pangerang Ingabeij, who had also been provided by the Emperor to escort the Lord Governor, judged it his duty to go to the carriage and take a position at the door of the carriage in which the Lord Governor was seated alongside the First Resident of Souracarta. Meanwhile, they had approached the gate of the aforementioned place, where the Lord Governor was received and welcomed in the most solemn manner by the Crown Prince, Pangerang Adipattij Anom Mangcoe Nogoro, accompanied by the First Resident Van Ysseldijk. After His Honour had answered this with a friendly compliment, His Honour was subsequently escorted inside on the right hand of the Crown Prince to the ruler, who had come to meet His Honour as far as the gate, surrounded by his court and bodyguard, and there awaited the arrival of the Lord Governor. He welcomed him in the most affable manner and, after a cordial embrace, escorted him by the right hand under the bazaar pavilion. Meanwhile, a threefold salvo of small arms was fired both by the Djocjocarta Dragoons and by the Sultan's warriors, though by the latter so irregularly that some had even fired before the Lord Governor stepped out of the carriage. The aforementioned troops of the ruler and whatever else was arranged for the stately reception of the Lord Governor consisted of: The European and Native Trumpeters of the Sultan, and further on both sides of the road: The Soerogenies Abang, and next to them The Ampat Poeloes, next to them The Troeno Djaijos, The Company's European Dragoons of Djocjocarta, The Catangons, The Company of Mantrie Djerroes, all on horseback, along with the troops of the Crown Prince, consisting of several companies, and furthermore also The elephants of the ruler, and The retinue both of the Grand Vizier Danoe Redja and the other court dignitaries, together constituting a large number. The European Dragoons of the Lord Governor stationed themselves upon arrival at the place designated for them between the ruler's Souro Genies and Ampatpoeloes, and the Company of Malays and Bugis next to the said Dragoons. Meanwhile, the artillery having been discharged and having arrived under the bazaar pavilion, the Lord Governor seated himself on a chair upholstered in red embroidered velvet placed on the left side of the Sultan, and that ruler on an oblong square throne mounted with gold. On the right hand of the Sultan, in a descending row, followed first the Crown Prince, thereafter the First Resident of Souracarta, and subsequently the gentlemen of the company; and on the other side, the First and Second Residents of Djocjocarta and the remaining gentlemen of the company. Meanwhile, the Sultan's son Pangerang Ingabeij, as well as the Pangerang Ingabij of Souracarta, along with the further children of the ruler and other princes and grandees of the realm, as well as the Adipattij of Samarang and the other coastal regents, sat below the pendopo on the ground, all wearing a parang or grass knife at their side as a token of submission.

Dutch transcription

als vreesende dat 'er anders nog brand mogte ontstaan. Ondertusschen waaren de granadiers en Dragonders. reeds 's namiddags vooruit vertrokken, de ecaste direct na D. joe Jocarta om den Heere Gouverneur daar bij aankomst te salu„ eeren ende laatste om te D Jenoe half te houden, ten eijnde den Heere Gouverneur van daar verder na Djoe Joear ta te begelijden. Het Parool was hier vrijgoed. Dingsdag den 5: Augustus 's morgens om 6: uuren vertrok men gesa„ „mentlijk weeder in rijtuijgen van Tankissang in quam omstreeks 8: uuren te Djende alwaar men sig verkleede en daar na het morgen ontlyt nam, middelerwijl dat al„ „daar was aangekomen den 27deja Cartas Adjudant met de Bootschap dat de sulthan reeds te Raxa Nagaran of aande zuijkermoolen gearriveerd, was, waar op terstond door den Heere Gouverneur, den Lieutenant van het Corps dra„ gonders benoemd wierd, om aan de vorst de tijding tebrengen dat sijn Ed: sig op weg soude begeeven gelijk men ook met lang daar na vertrok in dieselfde ordre als van het zo na Gramat. Ionde nabijheid van Raxanagaran gekomen zijnde vond men de weg ter weedersijde besit met een rankel van 's vorsten krijgs volkeren op verscheijdene wijse gewapend en van divverse monteeringen voorsien tusschen welke men, onder het geluijd van allealij veel instrumenten passeerde hoe wel sulks agter met geschiede sonder enig gevaar wijl het salut voor den Heer Gouverneur Luijst so ontijdig wierd gedaan dat men met de geweeren ter weederzijde Juist op de koets aanleijde, dat niet alleen de Paarden in groote verwarring bragt maak den 29: Aug=s 1788. selfs x 1241 419. den 29: Aug=s 1788. selfs enig bedugting voor ongelukken veroorsaakte om welke reedenen ook den tot des Heer gouverneurs geleijde door den keij„ van „ser meede gegeevene Pangerang Ingabeij het zijn pligt oordeelde sig in't zijn rijtuijg te begeeven en te plaatsen in 't portier der koets waar in den Heere Gouverneur nevens den soura Cartas eerste Resident geseeten waren Middelerwijl was men genaderd tot voor 't stek van de gem: plaats, alwaar de Heer Gouverneur door den kroonprins Pangerang Adipattij Anom Mangcoe Nogoro, verseld van Den eersten Resident van ijsseldijck, op het plegtigste gerecipi„ eert en verwel komt wierd, en na dat sijn Ed: dit met een vriende„ lijk Compliment beantwoord had, wierd sijn Ed: vervolgens ter hooger hand van den kroonprins na binnen begeleijd bij den vorst, die sijn Ed tot aan het tek was tegemoed gekoomen, omringd van sijnen Htofstaet en Lijfgarde, en aldaar de komst van den Heere Gouverneur afwagte die hij op het minsaamste verwel„ „komde en na een gulte omhelding bij de rigter hand begelijde tot onder het Bassaar huijs, middelerwijl dat, so door de Djoe„ Jocartasche Draganders als door 's sulthans krijgsvolkeren, een drie voudig salvo, uijt het hand ge- - - - gedaan wierd, dog van de laatstgem: so ongereegeld, dat selfs sommige, reeds geschooten hadden voor dat den Heere Gouverneur uit de wagen stapte De gemelde Troupen van den vorst en wat verder tot de state„ „lijke reciptie van den Heere Gouvereur geschikt was, bestond in: De Europeesche en Inlandsche Trompetters vanden sul„ than, en voorts ter weeder sijde van de weg. De soerogenies abang, en naast deselve De Ampat Poulos daar naast De Troeno DJaijos De Comp:e den 29: Aug=s 1788. — De Comp:e Europaesche Daagonders van Djoejocarta De Catangons De Comp:e Mantaie DJerves alle te paard, waar bij ook waren de volkeren van den kroon prins bestaande in verscheijdene Compagnien voorts ook De oliphanten van den vorst en Het volk so van den rijks bestierder Danoe Redja als de verdere hof grooten, te zaamen een groote getal uijtmakende. De Europeesche Dragonders van den Heere Gouverneur pos„ „teerde, sig bij aankomst op de voor hen bestemde plaats tusschen 's vorsten souro Genies en ampatpoeloes en de Comp:e Maleijers en Bougineesen naast de sam: Draganders. Het geschut intusschen gelost en onder het Bassaar huijsse gekoomen zijnde sette sig den Heere Gouverneur op een met rood geborduurde fluweel bekleede stoel terlinker sijde van den zulthan geplaatse en dien vorst op een langwerpig vier„ kant met goud beslagene zetel. - Aan de regterhand van den sulthan op een afdalende rij volgde eerst den kroon„ prins daar na den soura Cartas eerste Resident en vervol„ „gens de Heeren van het geselschap en op de andere sijde den Djve Jocartas eerste en tweede residenten ende overige keeren van het geselschap, terwijl 's sulthans zoon Pange„ rang Ingabeij so wel als de Pangerang Ingabij van Soura Carta, mitsg=s ook de verdere kinderen van den vorst en andere princen en rijks grooten, so meede den samarangs adipattij en de verdere strand regenten be„ needen de mendopo op den grond saten, hebbende tot een tee„ ken van onderdanigheid alle een Parring of grasmes opsijde Hiea

NL-HaNA_1.04.02_3816_0699 view scan ↗

English

421. 29 August 1783. Here they first consumed some cups of tea and after that some glasses of morning wine, with which the Lord Governor among others was also welcomed, while in the middle of this bazaar house was placed a table with all kinds of refreshments and fruits, of which the Sultan several times had servings presented to the Lord Governor, as well as some other native delicacies, which were carried in woven baskets on bamboo poles covered with white linen and offered one by one to the monarch. After a long time had passed with this and in the meantime some maneuvers had been performed by the Sultan's troops, the procession to the Sultan's Kraton was begun in the following manner: The Bawat of the Pangerang Adipattij Anom. The Bawat of the Prime Minister Danoe Redja. The Panakawans of Danoeredjo and The five companies of armed troops of the Crown Prince. The state ornaments of the Crown Prince. His Highness the Crown Prince sitting in a coach with The First Resident IJsseldijk. The state ornaments of the Pangerang Ingabeij. The Pangerang Ingabeij in a coach with the Second Resident Meurs. The sons of the Sultan, named Pangerang Demang Notto Coesoemo, together with the eldest son of the Crown Prince, named Pangerang Anom, and some gentlemen of the company in a phaeton or carriage and four. The European servants of the Lord Governor. The elephants. The elephants of the monarch. The Tommegong Mangoen dipoero. The Tommongang Aria Mandura. The golden mantri anoms. The Company Ratmoko or Suragenis in red uniforms, under their officers. The Company Ketanggoengs of the monarch. His Highness's Dalem mantris. The Company of Semarang Dragoons. The Companies of Natives of Semarang. Three led horses of the Lord Governor with his coachman. The Company Trunojoyos of the monarch. The Company of Archers of the monarch. The regalia of the monarch. The clothing chests. The master of the horse with the horses of the monarch. The royal sedan chair. His Highness's ampils, carrying gold works of the monarch. The European trumpeters of the Lord Governor. The European and native trumpeters of the monarch. His Majesty the Sultan sitting with the Lord Governor in a coach drawn by six black horses. The other gentlemen of the company, sitting in various carriages. The Company of Yogyakarta Dragoons. The Pangerang Djoijo Coesomo. 29 August 1788. The Raden 120 423. 29 August 1788. The Raden Tumenggung Aria Sinduredja. The Company Ampat-pulo. The Raden Adipati Danuredja. The Pangerang Ingabeij, who accompanied the Lord Governor on behalf of the Emperor. The Semarang Adipati Surodimenggolo. The other coastal regents with the Yogyakarta mantris. The Raden Ronggo. The Raden Tumenggung Noto Yudo. The Raden Tumenggung Aria Jaya Ningrat. The Tumenggung Merto Loyo. The Tumenggung Joyo Diridjo. The Pangerang Merto Seno. The Raden Tumenggung Sindupati and the Mancanagara regents. Upon passing the Company's fortress, 3 volleys were fired by the Company's Infantry who were parading in front of it, accompanied by the firing of the artillery all around the ramparts, while the road from the sugar mill all the way to the Kraton was lined on both sides with armed troops of the Sultan's court, grandees, and chiefs, who all gave a proper salute upon passing. In this manner, they arrived at around 12 o'clock at the Kraton, where, having stepped out of the coach, the Lord Governor was led further by the Sultan by the hand into his Dalem, the courtyards of which, just like the Emperor's Dalem everywhere, were found to be occupied by a crowd of armed troops, including the Yogyakarta Dragoons, who hold guard there. On the Having arrived at the innermost courtyard, where the actual residence of the Sultan is located, that monarch led the Lord Governor thither, accompanied only by the Crown Prince and the First Resident van IJsseldijk, His Honour being received and welcomed at the entrance, or the so-called Prabajeksa, by the Sultan's consort the Ratu and Ratu Bendoro, as well as his other married daughters, for which His Honour thanked those princesses by shaking hands, as is customary, and also greeted them most cordially, subsequently proceeding to the small bazaar pavilion situated a few paces from there, called Bangsal Manis, where the rest of the company had waited in the meantime; here the welcoming compliments were renewed again, and after the Lord Governor had assured the monarch and his son the Crown Prince of the Company's constant affection and attachment, seats were then taken here in the same manner as at Reksanegara, drinking again some cups of tea and after that also some glasses of morning wine while maintaining various friendly conversations, after which the Lord Governor took his leave and departed, being accompanied by the monarch and the Crown Prince as far as the gate Sri Manganti, from where they turned further outwards along the Alun-alun and departed in the same manner as upon arrival, riding between a double cordon of armed troops consisting of the men of the Mancanagara regents, with which the road was lined all the way to Rustenburg, which is a fine country estate belonging to the Sultan and which had been prepared as the residence for the Lord Governor and the company, 29 August 1788. for

Dutch transcription

421. den 29: Aug=s 1783. — Hier mittigde men eerst eenige kopjes Rhee en daar na eenige glaasjes morgen wijn, waar meede den Heere Gouverneur onder anderen ook verwelkomd wierd, terwijl in het midden van dit Basaarhuijs geplaatst was eene Tafel met allerleij ver„ „snaperingen en fruijtagien, waar van door den sulthan liet verscheidene rijsen toe aan den Heere Gouverneur wierd voorgediend, so wel als van eenige andere Jnlandsche lekkernijen, die in gevlagtene korfjes aan Bamboese stokken met wit linnen bekleed gevragen en een voor een den vorst aangeboden wierd. Na dat hier meede eenlangen tijd verlopen was en intus„ „schen door 's sulthans krijgs volkeren enige manen vres waren verrigt wierd de optogt na 's sulthans Caraton en volgender maniere begonnen De Bawat van den Pangerang Adipattij Anom De Bewat van den rijksbestierder Danoe Redja. De Panakawangs van Danoeredjo en De vijf Comp:e gewapende volkeren van den kroonprins. De staats ornamenten vande kroonprins zijn Hoogheid den kroonprins sittende in een boets met Den eersten resident ijsseldijck De staats ornamenten van den Pangerang Jngabeij Den Pangerang, Ingabeij in een koets met den tweede Resi„ dent Meurs De zoons van den sulthan met name Pangerang Demang Notto Coesoemo beneevens de oudste zoon van den kroonprins namens Pangerang Anom en eenige Heeren van het geselschap in een faiton of wagen van vieren De Europeese Dienaren van den Heere Gouverneur De oliphanten De Oliphanten van den vorst De Tommegong Mangoen dipoero Den Tommongang Aria Mandura De goudens mantrie anoms De Compagnie Ratmoko ofte soerogenies in roode Monteerings, onder hunne officieren De Compagnie Catangongs van den vorst zijn Hoogheids Dalms mantries De Compagnie Samarangse Dragonders De Compagnien Inlanders van Samarang Drie standpaarden van den Heere Gouverneurs met desselfs koetsier De Compagnie Troeno Djoijos van den vorst De Compagnie Boogschutters van den vorst De Rijks ornamenten van den vorst De kleeder kistjes De stalmeester met de paarden van den vorst De vorstelijke Draagstoel zijn Hoogheids ampels, dragende goud werken van den vorst De Europeesche trompetters van den Heere gouverneur De Europeesche en Inlandse Trompetters van den vorst zijn Majesteit den sulthan zittende met den Heere gouverneur in een koets met ses swarte paarden bespannen . De verdere Heeren van't geselschap, sittende in verschij„ dene wagens De Comp:e Djocjocartasche Dragonders Den Pangerang Djoijo Coesomo. den 29: Aug=s 1788. — Den Radeen 120 423. Den 29: Aug=o 1788. — Den Radeen Tammegang Aria Siendoeredja De Compagnie Ampat poeloos, Den Radeen Adipattij Danoeredja Den Pangerang Ingebeij, die van weegens den keijser den Heere Gouverneur verselde Den Samarangs Adipattij soero dimongolo De verdere strand regenten met de Djoc Jocartase mantries Den Radeen Rongo Den Radeen Tommongong Notto ijoedo Den Radeen Tommongong Aria Djaija Nengrat Den Tommongang Morto Loijo Den Tommongong DJoijo Derid Jo Den Pangerang Merto seno De Radeen Tommongang siendo pattij ende Mantja„ nagarase regenten wordende bij het passeeren van 'sComp=s fortres door de Comp:e Infanterij die voor het selve stond te paradeeren 3 Chargies gedaan, vergeselt van 't losbranden van het geschut rondsom de wallen terwijl men de weg van de zuijkermoolen of tot aan de Caraton toe ter weeder zijde beset rond met gewapende Man„ „schappen van sulthans tof groten en hoofden, die alle bij het passeeren, behoorlijk salut gaven. In deeser voegen arriveerde men omtrend 12: uuren aan de Craton, alwaar uit de koets gestapt zijnde den Heer Gouverneur door den sulthan bij de hand verder in zijn Dalm begeleijd wierd welks voorhoven men eeven als 's keijsers Dalmalomme met eene meenigte gewapend krijgsvolk beset vond, waar onder ook de D Joejocartasche Dragonders, die aldaar de wagt hebben. op de Op de binnenste plaats gekoomen zijnde alwaar het eijgent„ „lijke woonhuijs is van den sulthan, geleijde dien vorst den Heere Gouverneur na derwaards alleen vergeselt van den kroon„ prins en den Eersten Resident van ijsseldijck, wordende sijn Ed: aan de ingang of de sogenaamde Probososjo door 's sulthans gemalm de Ratoe ende Ratoe Bendvos mitsg=s desselfs verdere gehuurende Dogters, ontvangen en verwel„ komst waar voor sijn Ed: die vorstinne onder het geeven der„ hand, so als gebruijkelijk is, bedankte en teevens op het vrien„ „delijkst te groete begeevende sig vervolgens na 't eenige schree„ „den daar van daan gelegene Bassaarhuijsje Bangsal Moes genaamd, alwaar het verdere geseldschap so lange vertoefd had: hier wierden de Complimenten van verwelle koming, weed: er vernieuwd en na dat den Heere Gouverneur den vorst en desselfs zoon den kroonprins van 'sComp: bestendige toegeneegenheid en attachement verseekert had, nam men vervolgens hier silplaats in selfder voegen als te Raxa nagara drinkende weeder eenige kopjes Thee en daar na ook eenige glaasses mor„ gen wijn onder het houden van verscheidene vriendelijke dis„ Coursen, waar na den Heere Gouverneur afschijd nam en ver„ trok wordende door den vorst en den kroon prins tot aan de Poort drie Mengate begelijd, van waar men verder langs de Lamadoehoer na buijten keerde mnin selfder voegen als bij aankomst vertrok rijdende tusschen een dubbeldrangkat van gewapende Manschappen bestaande uit de volkeren der Mantjenagarasche regenten, waarmeede deweg tot aan rus„ tenburg beset was, 't welk eene fraaije buijten plaats is die den sulthan toebehoord en die tot verblijf plaats van den Heere gouverneur en het geseldschap in gereedheid was gebragt, den 29: Aug=s 1788. voor

NL-HaNA_1.04.02_3816_0703 view scan ↗

English

riding past the Lodge, the Lord Governor was again saluted with the firing of the artillery. Having arrived at Rustenburg, the key of the fort and other ornaments customary on such occasions were presented to the Lord Governor by the First Resident van IJsseldijk, who returned the same to him with an appropriate speech, whereupon followed three volleys from the small arms by the Djocjacarta dragoons and grenadiers, who were joined by the grenadiers of the Lord Governor, accompanied by the firing of the artillery that had been positioned there for that purpose. The combined factory friends having thereupon paid their compliments of welcome to the Lord Governor, dinner was subsequently held, at which were also present the Regent Danureja, alongside Pangeran Joyokusumo, Tumenggung Mangundipuro, Raden Ronggo, and Raden Tumenggung Notoyudo, who had escorted the Lord Governor thither, as well as Pangeran Ngabehi of Surakarta and the coastal regents, together with the combined factory friends. The Sultan on this occasion again sent some fruits and also some native dishes to the Lord Governor, with which His Highness subsequently also continued daily until the Lord Governor's departure for Samarang. This afternoon the First Resident of Surakarta, Hartzinck, received a letter from the Second Resident there, De Wilde, wherein the latter informed him of a verbal conversation had with Pangeran 29 August 1788. Adipati Mangku Nagoro concerning a certain incident that had occurred upon the departure of the Lord Governor from Surakarta, consisting of the fact that one of the Lord Governor's kitchen boys, having departed alone on horseback very early in the morning ahead of the rest, was attacked, wounded, and robbed of his horse and belongings near the dalem of Pangeran Adipati Mangku Nagoro by some scoundrels. Which aforementioned letter, having thereupon been shown by the aforementioned Hartzinck to the Lord Governor, was found to be of the following content, namely: Right Honourable and Noble Sir, Esteemed Friend, Yesterday I sent the watchmaster Seltzer to Pangeran Mangku Nagoro, and made your request to have everything possible put into operation to investigate the perpetrators or muggers of the cook of the Honourable Lord; which His Highness, saying he was very ashamed of it, said he would do with the utmost urgency. Yesterday afternoon at one o'clock he also sent me his coachman with more than a hundred men who lived at the front of the road, so that if one of them might be among them, they could be taken directly to me, for which I had the Prince heartily thanked, as he was not among them, or if there were any among them, the Prince could have that investigated better than I, nonetheless thanking His Highness for the demonstrated willingness and good heart. Yesterday afternoon he threw all those who had done night patrol, to the number of 20 persons, into the dark hole, and had the wives of all those who lived at the front of the road taken away, 29 August 1788. and locked up in his dalem until the perpetrator shall be found. Further knowing nothing worthy of Your Honour's attention to communicate, I have the honour to be with respect and attachment, underneath stood: Title, lower: Your Honour's humble servant and sincere friend, was signed: C. A. De Wilde, in the margin: Surakarta, 4 August 1788. The Lord Governor was exceedingly pleased with this declaration by the aforementioned Pangeran, as His Honour regarded it as a token of the contentment and peaceful frame of mind in which that Prince now finds himself. The Lord Governor, having now entered into conversation with the First Resident van IJsseldijk about the reception by His Highness the Sultan, declared himself to be very satisfied with it, except for the following two points: first, that the ruler had excused himself from drinking wine under the pretext that he could no longer tolerate it, which His Honour nevertheless believed was not so satisfactory that he should not at least have made a show as if he were drinking; and second, that the Crown Prince had not accompanied His Honour all the way to the carriage, as had always been done by the Crown Prince of Surakarta; His Honour therefore ordering the aforementioned van IJsseldijk to make both of these matters known to the ruler as well as to the Crown Prince, which was subsequently also carried out immediately by the said van IJsseldijk, and indeed with the result that the Sultan and the Crown Prince, having considered the fairness of the Lord Governor's desire, readily consented to it and in the future also complied with it. 29 August 1788.

Dutch transcription

1. 04 425. door bij de Logie rijdende wierd den Heere gouverneur weederr met het losbranden van het geschut gesalueert Te Rustenburg gearriveerd sijnde wierd door den eerste Resident van ijsseldijk de sleutel van het fort en andere bij die gelegentheeden gebruijkelijke ornamenten, aan den Heere Gouverneur gepresenteerd die deselve onder eene gepasse aanspraak weeder aan hem restitueerde, waar op drie Char„ gies uijt het handgeweer volgden van de D Joe Jacartasche dragonders en granadiers waar bij sig de granadiers van den Heere Gouverneur gevoegd hadden, vergeselt van het los„ branden van het geschut dat men ten dien eijnde daar geplaatst De gesamentlijke Comptoirs vrienden daar op de Complimen„ „ten van verwelkoming bij den Heere Gouverneur afgelegd hebbende, hield men vervolgens het middagmaal, waar bij meede present waren de Rijksbestierder Duuve Redp nevens den Pange„ rang Djoijo Coessoemo, den Tommongang Mangondie Toero, Radeen Rongo en Radeen Tomangong Notto Judo, die den Heere Gouverneur derwaards gecondenteert hadden so meede den Pangerang Ingabeij van Soura Carta ende strand, re„ genten, mitsg:s de gesamentlijke Comptoirs vrienden heb„ bende, de sulthan bij die geleegentheid weeder eenige vrugten en ook eenige Inlandsche geregten aan den Heere gouverneur gesonden waar meede sijne Majesteit vervolgens ook dagelijks Continueerde tot aande heeren Gouverneurs vertrek na Samarang. Deesen middag ontving den soura Cartas eerste Resident Hartzinck een brief van den Tweede reesident aldaar dewilde, waarinne deselve hem kennis gaf van een met den Pangerang had: den 29: Aug=s 1788. — Adipattij Adipattij Mangsoe Nogoro gehad hebbende mond gesprek overseeker geexteerd geval bij het vertrek van den Heere Gouverneur van Soura Carta, daar inne bestaande, dat een der kenken Jongens van den Heere Gouverneur 'smorgens heel vroeg te Paard alleen voor uijt vertrokken zijnde, kort bij de Dalm van den Pangerang Adipattij Mangcoe Nogoro door eenige Booswigten overvallen, gequetst en van sijn Paard en goed beroofd wierd welk gem: Brief door voorsch Hartzinck daar op aan den Heer Gouverneur vertoond zijnde, bevonden wierd van den volgenden inhoud teweeten Wel Edel Gestrengen Heer, G'Eerd vriend Ik heb gisteren, de wagtmeester seltzer bij de Pangerang Amang Coenogoro gesonden, en uwel Ed: gestr: versoek laaten doen om alles wat mogelijk was in het werk telaaten stel„ len ter ondersoek van de daders of afzetters vande kok vande Ed: Heer het geen zijn Hoogheid, als zeggende zeer beschaamt daar over te zijn zegde ten staengsten tewillen doen; gesteren middag om een uur zond hij mij ook zijn koetzier met meer als hondert man, welke voor aan deweg woonde om bij al„ dien 'er een onder mogt weesen hem direct na mij temoogen neemen, waar voor ik de Prins hartelijk bedanken leet, als daar niet onder, zijnde, of bij aldien er onder waren de Prins sulks beter als ik konde laten in'tvorschen, zijn Hoogheid niet te min bedankende voor de betoonde bereidwilligheid in goedhart, gestere„ na de middag heeft hij alle die nagt patroulle gedaan hebben, ten getalle van 20 p=s in het donker gat gesmeeten, en al die voor aan deweg woonden, hunne vrouwen laaten wegneemen, den 29: Aug=s 1738. en in /20. 427. en in zijn Dalm laeten opsluiten tot dat de daader gevonden zal worden verders niets uwel Ed: gestr: attentie waardig te bedeelen wee„ tende, vereere ik mij met eerbied en attachement te zijn„ /:onderstond/ Titul /Lager/ uwel Ed: gestr: onderd: dienaar en opregte vriend /was geteekend/ C: A: dewilde in margine / Soura Carta den 4: Aug=s 1788. — Den Heere Gouverneur was over deese betuijging van voorsz: Pangerang ten hoogsten vergenoegt wijl zijn Ed: sulx aanmer„k „te als een blijk van het Contentement ende vreedige gemoeds gesteldheid waar in dien Prins sig nu bevind Den Heere Gouverneur tans met den Eersten resident van ijsseldijck ingesprek geraakt zijnde over het onthaal van zijn hoogheid den sulthan, betuijgde daar over seer voldaan te sijn uijtgesondert over de twee volgende poincten als eerstens dat den vorst sig g'excuseert had van het drinken van wijn onder het pretegt dat hij die met meer verdragen kon 't geen sijn Ed: nog tans vermeende dat niet so voldoende was, of wij behoorde ten minsten bewijs te doen als of hij dronk, en het tweede dat de kroonprins sijn Ed: niet tot aande koets had vergeselt, so als door den soura cartas kroonprins altoos geschied was gelastende sijn Ed: dierhalven aangem: van ijsseldijck om dit een en ander so wel den vorst als kroonprins te kennen tegeeven, 't geene vervolgens ook door gem: ijsseldijck dadelijk bewerkstelligd wierd en wel met dat gevolg dat de sulthan en de kroon prins de billijkheid van des Heeren Gouverneurs begeerte, overwogen hebbende daarinne gereedelijk toestemde en sulx in't vervolg ook na kwamen. - den 29: Aug=s 1788. — Dien ee

NL-HaNA_1.04.02_3816_0706 view scan ↗

English

the 29th of August 1788. That day nothing further occurred, except that in the afternoon a walk was taken, and in the evening the evening meal was held with some office friends. Here the watchword was pleasant beginning. The First Resident van IJsseldijk having come to attend upon the Lord Governor early the following morning, Wednesday the 6th of August, he presented to His Honour a note written in Javanese, which the Prince had caused to be handed to him the previous evening, containing the entertainments which His Majesty intended to present to the Lord Governor each day during his stay here, which note read as follows: His Highness the Sultan requests of his brother the Noble Gentleman, if it might please his brother, to go walking around His Highness's batteries tomorrow, being Wednesday; on Thursday it pleases the Prince to come outside, and to let his brother attend the fight between a tiger and a water buffalo, as well as the rampokan of some tigers, whereupon the Prince requests his brother to go inside with him to dine under the bangsal hall, which will then last until three o'clock. On Friday at four o'clock His Highness will take his brother to his ponds, The Poelo Kenongo and Poelo Gedong Hargoporie, in order to be able to set off the fireworks on the pond of the rear paseo in the evening. On Saturday at four o'clock the Prince requests his brother to attend the tournament and rampokan of some tigers on His Highness's paseo. 429. The 29th of August 1788. Highness. On Sunday morning the Prince desires to come to his brother in the garden; on Monday morning the Prince will take his brother to Krapyak to have the pleasure there of shooting dead some stags; and on Wednesday evening the Prince will present to his brother the bedhaya dance in the Pringgandani; Thursday morning the Crown Prince requests His Highness's brother to attend the bedhaya dance in his dalem. If it might not please His Highness's brother, the Noble Gentleman Governor, to go walking around the Prince's batteries tomorrow, then the Sultan permits doing so on the coming Friday. The Crown Prince requests the Noble Gentleman to attend the bedhaya dance in his garden at Rejowinangun on Saturday in eight days. All these are the intentions of the Prince, if it might please his brother. However, as the Lord Governor intended to remain here no longer than in Surakarta, partly in order to give His Highness the Emperor no reason for displeasure, and partly because His Honour's presence in Semarang was also most urgently necessary, both for issuing the requisite orders for the loading and dispatching of the vessels still located there, and otherwise; and moreover His Honour also gladly wished to arrange matters in such a way that the ship Belvliet, destined for His Honour's transport to Tegal, which already lay taking on cargo at Demak, should not need to be needlessly delayed; so His Honour declared himself willing to accept His Highness's proposal concerning the presentation of the entertainments, provided, however, that His Highness would be pleased to make such alterations in that regard that His Honour might undertake the journey to Semarang on the coming 15th; whereby His Honour at the same time also submitted for the Prince's consideration whether it were not best to excuse the setting off of fireworks, so that no fire might arise from this, as had occurred in Surakarta; which answer the Lord Governor, written in Javanese and Dutch, delivered to the First Resident van IJsseldijk to be offered to the Sultan, which document read verbatim as follows: To His Highness the Sultan. With great pleasure I accept Your Highness's kind proposals to attend the honours and delights that brother and our beloved son the Crown Prince have resolved to offer me during the stay at Yogyakarta Adiningrat, and which I shall also regard as so many public tokens of the sincere friendship and brotherly fidelity, the confirmation of which is the principal aim of this our meeting; wherein I merely have to request of brother and our son the Crown Prince that the arrangements in that regard be made such that on Friday the 15th of this month I may undertake the return journey to Semarang, the 29th of August 1788. 431. Semarang, as the Company's interests make my presence there necessary. I also find myself obliged to submit to brother's consideration whether it will not be best to excuse the fireworks, to prevent fire as arose during my presence in Surakarta, the more so as this mishap had nearly happened at Tankisang, so that I fear the same might also occur here, and disturb the pleasure that we may promise ourselves from this friendly and brotherly meeting. The Sultan, having received this reply, undertook to make some changes in the proposed entertainments, in conformity with the Noble Gentleman's request, but asked at the same time that those of this day as well as of the following day might meanwhile take place as His Highness had proposed; to which the Lord Governor then also agreed, and subsequently took the midday meal with some of the office friends, proceeding thereafter in the afternoon at 4 o'clock in carriages, escorted by the Company's Semarang Dragoons, to the house of the First Resident van IJsseldijk, situated opposite the fort, where after sitting for a moment, according to agreement, there also arrived in coaches the Crown Prince, escorted by the First Resident van IJsseldijk, as well as Pangeran Ngabehi, accompanied by the Second Resident Meurs, together with Pangeran Notokusumo and Pangeran Anom, likewise some other Princes of the Blood, accompanied by the 29th of August 1788. A

Dutch transcription

den 29 Aug=s 1788. Ge Dien dag viel niets verder voor als dat men 's middags eene wandeling deed en 's avonds met eenige Comptoirs vrienden de avond maaltijd hield Hier was het Parool genoegelijk begin Den eersten resident van ijsseldijck 's anderen daags afop Woensdag den 6: Augustus 'smorgens vroeg den Heere gouverneur sijnde koo„ men opwagten, presenteerde hij aan sijn Ed:, een in 't Javaansch geschreeven Notitie die de vorst hem 's avonds tevoren had doen overhandigen, behelsende de vermakelijkheeden welke sijne Majesteit voorneemens was den Heere Gouverneur geduu„ rende desselfs verblijf alhier op elken dag te vertoonen luijdende deese Notitie. zijn Hoogheid den sulthan versoekt aan sijn broeder den Edelheer, zo het zijn Broeder mogt behagen om op morgen zijnde woensdag, zijn Hoogheids Batterijen te gaan rond wandelen, op Donderdag behaagt het den vorst om buij„ „ten te koomen, en zijn Broeder telaten bijwoonen het gevegt tusschen een tijger en karbouw als meede 't ramposken van eenige tijgers, als dan versoekt den vorst aan zijn Broeder om meede na binnen tegaan eeten onder om bangsal halves, het welk dan tot drie uuren sal duuren. op vrijdag de klokke vier uuren zal zijn Hoogheid zijn Broeder brengen na zijne vijvers, De Poelo kenongo en Poelo gedong har„ goporie, om 's avonds 't vuurwerk op de vijver van de agter passeerbaan te kunnen afsteeken 'S Zaterdags de klokke vier uuren versoekt den vorst aan zijn Broeder om 't ternoijen en rampok„ ken van eenige tijgers op de passeerbaan van zijn Hoogheid 429. Den 29: Aug=s 1788. Hoogheid bij tewonen 's Iondags smorgens begeert den vorst bij zijn Broeder in de thuijn te koomen, op Maandag morgen sal den vorst zijn Broeder op kra„ peak brengen om aldaar het plaijsier te hebben van eenige hartebeesten dood te schieten en 'S woensdag 's avonds sal den vorst sijn Broeder 't badaija sel vertoonen in de Primengantie, Donderdag morgen versoekt: den kroonprins sijn Hoogheids Broeder om 't badaija spel in zijn Dalm bij tewoonen zo zijn Hoogheids broeder den Edel heer gouverneur het niet mogt behagen om op morgen 's vorsten Bat„ terijen rond tegaan wandelen, als dan permitteerd het den sulthan om het op vrijdag aanstaande te doen Den kroonprins versoekt den Edel Heer om op Zaturdag over agt dagen 't badaija spel bij tewoonen in sijnen thuijn te Redjowmangan Dit alle zijn de voorneemens vanden vorst als 't zijn Broeder mogt behagen Dog den Heere Gouverneur voorneemens sijnde om hier niet langer te blijven dan te souracarta, eens deels om zijn Hoogheid den keijser geen reeden van misnoegen tegeeven, en ten anderen wijl ook sijn Ed: aanweesen te samarang ten hoogsten noodsakelijk was, so tot het geeven van de benodigde ordres tot het beladen en depecheeren der sig nog daar bevindende scheepen, als andersints en sijn Ed het daar en boven ook gaarne sodanig wilde schikken dat het tot sijn Ed: transport na Tagal bestemde schip Belvliet, 't welk bereeds te Damak in lading lag, met nodeloos behoefde op gehouden te werden, so so betuijgde sijn Ed: het voorstel van sijn Hoogheid om„ „trent het vertoonen der vermakelijkheeden wel te wil„ „len accepteeren, mits egter dat zijn Hoogheid daar omtrent sodanige veranderingen geliefde temaken dat sijn Ed: op den 15: aanstaande de reijs na Samarang konde aanneemen, waar bij sijn Ed: ook teevens aan den vorst in bedenking gaf of het niet best was om het afsteeken van vuurwerken te excuseeren, ten eijnde hier meede geen Brand mogte ontstaan so als te soura Carta had plaats gehad, welk antwoord den Heere Gouverneur in 't Javaansche en Nederduijts gesch: aan den eersten resident van ijsseldijck ter aan bieding aan den sulthan ter handstelde luijdende dat schriftuur woordelijk aldus Aan zijn Hoogheid den Sulthan Met veel genoegen accepteer ik uw Hoogheids vriendelijke voor stellen tot het bijwoonen der eer bewijsingen en ver„ lustingingen die Broeder en onsen geliefden zoon den kroonprins sig hebben voorgenomen mij gedurende het verblijf te Djoe Jocarta Adiningrat aantedoen, en die ik ook sal aanmerken als so veele openbare blijken van de opregte vriendschap en broederlijke trouwe welken bevestiging het voorname doelwit van deese onse ontmoeting zij dan waar bij ik eene„ lijk aan Broeder en onsen soon den kroonprins te versoeken hebbe, de schikkingen daar omtrent zo„ danig te doen weesen, dat ik op vrijdag den 15 deeser„ maand de terug rijse na Samarang kan aannee„ den 29 Aug=s 1788.. „men, 431. „men, wijl Compagnies belangen mijne teegenwoor„ „digheid aldaar noodsakelijk maken ook vinde ik mij verpligt Broeder im bedenking teegeven of het niet best sal zijn het vuurwerk te Excuseeren, ter voor koming van Btrand gelijk bij mijn aanweesen te Souracarta ontstaan is, temeer daar dit ongeluk bijna op Tankisang soude sijn gebeurde dus ik bedugt ben dat het selve ook hier soude kunnen voorvallen, en het genoegenstooren dat wij ons uijt deese vriend broederlijke ontmoeting moogen belooven. Den sulthan dit antwoord ontvangen hebbende; nam aan in de voorgestelde vermaekelijken, Conform des Ed: Heers versoek, eenige veranderingen temaken, dog ver„ zagt tevens dat die van deesen so wel als van den volgende dag intusschen mogten gevolg neemen soo„ danig als sijn Hoogheid die had voorgesteld, waar inne den Heere Gouverneur dan ook bewilligde en vervolgens met eenige der Comptoirs vrienden het Middagmaal hield, begeevende men sig daar na 'smiddags ten 4: uuren in aijtuijgen begeleijd door de Comp:e Samarangsche Dragonders na het Huijs van den eersten Resident van ijsseldijck teegen over het fort geleegen, alwaar na een ogenbleek zittens, volgens afspraak meede in Coetsen aan kwam den kroonprins begeleijd door den eersten Resi„ dent van ijsseldijck, mitsgaders den Pangerang Iuga„ beij verselt van den tweeden Resident Meurs beneevens den Pangerang Notto Coessoemo en den Pangerang Anom item eenige andere Princen van den Bloede verselt van den 29: Aug=s 1788: Een

NL-HaNA_1.04.02_3816_0710 view scan ↗

English

a crowd of armed men, all on horseback, this Prince being received in the courtyard of the house by the assembled gentlemen of the company and escorted inside to the steps of the house, where he was received by the Lord Governor and further led inside by the hand. Here they sat for a while and drank a cup of tea, after which they stood up and mounted their horses in front of the square, wherewith they proceeded to the Batteries, which the Sultan had caused to be thrown up some years ago all around his Dalm. Having for that purpose passed through the gate that leads to the Dalm of the Crown Prince, which is also situated within the perimeter of the Sultan's Caraton, they rode up the steps there to the top of the rampart. However, the Lord Governor, finding here that although this Battery was indeed wide enough and also provided on the inside as well as on the outside with walls of over 4 feet in height, it was nevertheless too difficult to ride around on horseback, as it was not of the same height everywhere, but one had repeatedly to descend some steps and then climb up some steps again, His Honour therefore judged it best to complete this tour on foot, which was accordingly done. At each point, they rested a little and drank a glass of wine, with all of which more than an hour and a half was spent before they had even gone completely around the Dalm. This rampart was generally considered of little importance or strength, being for the most part very irregular, 29 August 1788 joined together in sections or so-called bagiangs by different teams of workers, each according to the task assigned to him, and thus without proper coherence. The curtains are of an unbelievable length and cannot possibly be covered or defended by the bastions, even if they were provided with the heaviest artillery instead of the one-and-a-half-pounders now mounted there, assuming that the walls of the parapet were made strong enough to resist such increased strain. The only benefit that could be derived from this circumvallation of the kraton for those inside it, in case of a breach, is limited solely to the protection of those fit for musketry, although these would also run great danger from shattered stones caused by cannon fire from the outside. While, on the other hand, it would now cost considerably less effort to enclose those within it and force them to surrender and submit by setting the buildings on fire, than it did to erect these ramparts. And since the Crown Prince, with the Sultan's approval, had offered to accompany the Lord Governor to Rustenburg alongside the other princes and court dignitaries, and also to take supper there this evening, upon reaching the last point they descended and went outside, where they found the carriages in readiness, with which they returned to Rustenburg. Having arrived at Rustenburg, they subsequently spent the evening in various friendly discussions, both concerning the layout of the aforementioned Battery and otherwise, after which they went to the table, with the court dignitaries of the Sultan and the strand regents, as well as the company friends, also present. A considerable time was spent at the table with much pleasure, with the drinking of several fitting toasts. The meal being finished, the Crown Prince, after sitting for a short while, took his leave of the Lord Governor and the company at around 10 o'clock, being escorted by the Lord Governor outside to the door, and further accompanied home by the First Resident van IJsseldijk, and Pangeran Ingabei by the Second Resident Meurs. This evening the password was Friendly and Earnest. The following day, or on Thursday the 7 August, in order to comply with the monarch's invitation, they proceeded in the morning around 8 o'clock to the residence of the First Resident van IJsseldijk opposite the Company lodge, where, after the said IJsseldijk and the Second Resident Meurs had departed ahead to the Craton, four Dalm Tommongongs arrived, who brought the message to His Honour that the monarch was already prepared to receive His Honour. Whereupon they subsequently rode in carriages to the Craton between a double row of armed men, with whom the road up to the Craton was lined, the Lord Governor sitting beside the Surakarta First Resident Hartzinck. 29 August 1788

Dutch transcription

een meenigte van gewapende Manschappen alle te Paard wordende dien Prins voorde plaats van het huijs voor de gezamentlijke heeren van het geselschap ont„ vangen en na binnen tot voor de Trappen van het huijs begeleijd, alwaar hij door den Heere gouverneur gereci„ pieerd en voorts bij de hand na binnen gelijd wierd hier zat men een poos endrook een koppe thee, waarna men opstond en voor op het plain te Paard steeg waar meede men sig na de Batterijen begaf, welke den sulthan nu eenige Jaaren geleeden, rond omme des„ „selfs Dalm heeft doen opwerpen en ten dien eijnde door de Poort gepasseerd zijnde die na de Dalm van de kroonprins loopt, welke meede in den omtrek van 's sulthans Caraton geleegen is, reed men daar de trappen op tot boven op de wal, dog de Heere gouverneur hier bevindende, dat of schoon deese Batterij wel breed genoeg en ook van de binnen kant so wel als vande buij„ „ten kant van Muuren ter hoogte van ruim 4. voeten voorsien waren het nogtans temoeijelijk veel die te Paard rond te rijden vermits het overal niet eenen hoog was, maar men om eens eenige trappen afgaan en dan weeder eenige trappen opklimmen moest, so oordeelde sijn Ed: het best te zijn om dien tour maar tevoet afte leggen, gelijk dan ook geschiede, worden de aan elke Pint een wijnig gerust en een glaasse wijn gedronken met welk alles ruim anderhalf uur wierd toegebragt voor dat men nog den geheelen Dalm was rond gegaan. .Deese omwalling vond men over het geheel van wijnig aanbelang of sterkte als zijnde meest al seer errigulier den 29 Aug=s 1788. 433. den 29: Aug=s 1788. bij gedeeltens of so genaamde bagiangs, door verschillen de ploegen arbeiders, een ieder na de hem opgelegde taak, aan een gevoegd dus sonder een behoorlijk verband. De gordijnen zijn van een ongelooflijke lengte en kunnen bij mogelijkheid door de bastions met desbreeken of verdedigd worden, alwaren deselve insteede van de nu daar opleggende een en half ponders met het swaarste geschut voorsien, gesteld al eens dat de Muuren van het Parapet sterk genoeg gemaakt wierden om sulk een meerderen aandrang te resisteren Het eenigste nit dat dus uit deese circum vallatie der faaton voor de geene die sig indeselve bevind, in cas van rupture soude te trekken zijn, bepaald sig eenlijk tot de bedekking der geene die voor het hand geweer geschikt zijn, hoewel deese ook veel gevaar souden loopen van de verbaijselde steenen door het Canon vuur van buijten veroirsaakt Terwijl het aan de andere kant nu vrij minder moeijte soude kosten om de geene die sig binnen deselve bevond in te sluijten en door het in de brand schieten der gebouwen, tot overgave en onderwerping te dieringen, dan wel voor het op regten deeser wallen. En dewijl de kroonprins na het goedvinden van den sul„ than den Heere Gouverneur geoffireerd had omneevens de verdere Princen en hof grooten zijn Ed. niet alleen na Rus„ tenburg tevergesellen maar ook door deesen avond te sou„ peren, so begaf men sig aan de laatste Punt gekoomen sijnde na beneeden en voorts na buijten, alwaar men de Rijtuijgen in gereedheid vond waar meede men na Rus„ „tenburg „tenburg keerde. — Te Rustenburg gekomen zijnde, bragt men vervolgens den avond door met het houden van verscheijdene vriende„ „lijke discoursen, so over den aanleg der voorsz. Batterij en als andersints, waar na men sig aan Tafel begaf, sijnde daar bij meede aanweesen de Hofgroten vanden sulthan en de strandregenten, item de Comptoirs vrienden wordende een gerunmen tijd met veel genoegen aan Tafel door gebragt onder 't drucken van verschijdene te passe komende Conditien. De Maaltijd gedaan sijnde, nam de kroonprins na nog een pooszitten Circa ten 10: uuren van den Heere Gouverneur en het geselschap afscheijd wordende door den Heere Gouver„ neur tot buijten aan de deur begeleijd en verder door den eersten Resident van ijsseldijck, mitsgaders den pangerang Jngabeij door den 2=de Resident Meurs na huis verseld Deesen avond was het Parool vriendelijk en Ernstig Des anderen daags of op Donderdag den 7: Augustus begaf men sig om te voldoen aan 's vorsten uit nodiging, 's voormiddags teegen 8: uuren na het woonhuijs van den eersten resident van ijsseldijck teegen over Comp: Logie, alwaar na, dat gem: ijsseldijck en den tweeden resident Meurs voor uijt na de Craton vertrokken waren, aanqua„ men vier Dalm Tommongongs, die aan sijn Ed: boodschap ten dat de vorst reeds gereed was om sijn Ed: te ontvangen, waar op men vervolgens in Rijtuijgen na de Craton ried tus„ schen een dubbeld ranket van gewapende Manschappen, waar meede de weg tot aan de Craton deset was, zittende den Heere Gouverneur neevens den soura Cartas eersten Resident den 29: Aug=s 1788. — Hartzinck 40

NL-HaNA_1.04.02_3816_0713 view scan ↗

English

the 29th of August 1788. Hartzinck in a coupé carriage drawn by 6 horses; after which the company and the friends of the trading post as well as the Pangerang Ingabeij of Soura Carta followed in other carriages, while the coastal regents rode on horseback beside the carriages. Upon arrival at the kraton, the Crown Prince was found beneath the Pagelaran, who received the Lord Governor at the carriage under a salute from the Sultan's soldiers and the Company's Djoejoearta dragoons, alongside whom those of Samarang as well as the grenadiers and the Company's Buginese and Malays had stationed themselves. A little further on, the Lord Governor was received by the Sultan, with whom His Honour subsequently took a seat beneath the small bazaar pavilion in the same manner as beneath the so-called Bangsal Aloes in the inner Dalm; shortly thereafter they stood up again and proceeded to the fight enclosure erected a few paces from there for a tiger and a buffalo, which was found to be arranged in the same manner as at Souracarta. The fight was rather fierce now and then, but here, just as at Souracarta, the tiger had to be constantly scorched with torches from the place where it had laid down, upon which occasion an encounter between it and the buffalo generally took place, which gave the Lord Governor reason to propose to the monarch that another tiger be let into the enclosure to see whether the other tiger, encouraged by this, might not attack the buffalo together with this one. Whereupon His Honour considered that the fight would not only be rather rather more amusing, but that the buffalo would also have enough to do to defend itself. The Sultan was exceedingly pleased with this proposal and immediately gave orders to fetch a second tiger, which was also brought at once and let into the enclosure. Now the monarch was extremely curious to see what the outcome of this fight would be. The newly admitted tiger immediately had some encounters with the buffalo, and one saw it leap onto this enemy's neck several times and maul it in several places in a terrible manner with its teeth and claws, but the buffalo, becoming all the more enraged by this, repeatedly shook itself loose and sought to pin its enemy against the palisades, which it also succeeded in doing multiple times, without the other tiger offering its comrade the least assistance during this fight or harming the buffalo in any way, until, without the other caring, it was finally forced to stand up by the extensive scorching, whereupon it indeed made a leap at the buffalo, but also immediately went to lie down again in another place, right next to the other tiger, which also seemed to have no further desire to attack the buffalo and therefore had already laid down as well. No fuel was spared here to get these animals to stand up again, but this otherwise so infallible means now had a completely opposite effect, for the tigers, probably imagining that the pain they felt from the burning was caused to them by each other, thereupon struck and bit each other while lying down in such a terrible manner that the marks thereof were visible everywhere, and although they subsequently separated from each other again and had some further encounters with the buffalo, they nevertheless sought each other out repeatedly and renewed this fight, all of which amused the monarch as well as the Lord Governor and the rest of the company not a little and gave rise to several conversations alluding to former events. The tiger that was let in first had in the meantime been so mauled, both by the buffalo and by its comrade, that it died, which fate the other also met not long after. After this fight had thus ended, the Sultan once more expressed his satisfaction with the invention of the Lord Governor, saying that he would do this more often in the future and would then make use of burning pitch instead of leaves, in order to encourage the tigers to attack by dripping it upon them. Which compliment was answered in a friendly manner by the Lord Governor. In the meantime, they had gone to sit again beneath the aforementioned small bazaar pavilion, and after having drunk a glass of morning wine here, they subsequently proceeded to a scaffold erected beside it, which was assembled as if in an instant from several pieces, and from where, just as at Soura Carta, in a ring of many thousands of pikemen, five tigers were speared one after the other, of which not a single one managed to break through, but all were stabbed to death on the spot; yet all this took place with such exceptional accuracy and order that one could not but marvel at it.

Dutch transcription

1 2 435. den 29: Aug=s 1788. Hartzinck in een koets Coupe met 6: Paarden bespannen; waar na het geselschap en de Comptoirs vrienden mitsg=s den Pangerang Ingabeij van Soura Carta in andere wa„ gens volgden, terwijl de strand regenten besijden dewagens te Paard reeden Bij aankomst aande fraton vond men den kroonprins onder de Pagelavan, die den Heere gouver„ neur aan, de koets recipieerd onder het salut van 's sul„ thans krijgs volkeren ende Comp: Djoejoeartasche Daa„ „gouders, waar neevens sig die van Samarang als ook de granadiers en de Comp:e Bougineesen en Maleijers hadden geposteerd. — Een wijnig verder wierd den Heere Gouverneur door den sulthan ontvangen met wien zijn Ed: vervolgens setplaats nam onder het Passaarhuijsse inself der voe„ gen, als onder de soogenaamde Bangsal Aloes in de binnen Dalm; kort daar na stond men weeder op en begaf sig na het eenige schreeden daar van daar op gerigte regt perk voor een Tijger en een Buffel, het welk men bevond inselfdervoegen als te souracarta ingerigt te zijn het gevegt was nu en dan vrij vinnig, dog de Eijger moest hier even so als te souracarta met sukkels telkens opgebrand worden van de plaats waar hij sighad neder gelegd, bij welke geleegentheid en dan ge„ meenlijk een rencontre tusschen hem en de Buffel kwam voor tevallen, 't geene den Heere Gouverneur aantijding gaf, om aan den vorst te proponeeren nog een Eijger in 't stok te laten om te sien ofde andere Eijger hier door aangemoe„ „digd, niet tegelijk met deesen den Buffel van vallen soude Wanneer sijn Ed: vermeende dat het gevegt niet alleen vrij vrij anusanter soude weesen, maar ook de Buffel genoeg te doen soude hebben om sig te verdeedigen. De sulthan was met dit voorstel ten uijtersten wil in sijn schik, en gaf terstond ordre om nog een tweede tijger te halen, die ook direct aangebragt en in het sok gelaten wierd. tans was de vorst ten uijtersten nieuwsgierig om te sien wat den uitslag van dit gevegt soude sijn, De nieuw inge„ latene tijger had direct eenige rencontres met de Buffel en men sag hem tot verscheijdenemalen deesen sijnen vijand op de Nek springen en op verscheijdene plaatsen, op eene vreeselijkewijs met sijne tanden en klauwen havenen, dog de Buffel hier door deste verwoeder wordende schudde sig telkens weeder los en sogt sijnen vijand teegen de Palen te beklemmen, 't geene hem ook herhaalde rijsen gelukte, sonder dat de andere tijger geduurende dit gevegt, sijnen makker de minste bijstand verleende of de Buffel eenigsints beschadigde, tot dat hij, sonder dat de andere sig des bekreunde, eijndelijk door het veele blakeren genodsaakt wierd om op te staan, wanneer hij wel een pprong deed na de Buffel, dog sig ook direct weeder op een andere plaats ging nederleggen en wel naast de andere tijger die meede geen lust meerschien te hebben de Baffel aantevallen en dier„ halven reeds ook was gaan leggen. Men spaarde hier op geen brand stof om deese dieren weeder tot opstaan te krijgen dog dit anders se onfeijlbare middel had tans een gants teegen strijdige uitwerking, want de Tijgers sig denkelijk verbeeldende dat de zijn die sij van het branden gevolden, hen door elkanderen veroorsaakt wierd sloegen en beeten daar op elkanderen al leggende op sulk een verschrikkelijke den 29: Aug=s 1788. — wijse 437. den 29 Aug=s 1788. wijse dat de teekenen daar van allerweegen te bespeuren waren ƒ en of schoon zij vervolgens weeder van Elkanderen afraakten en nog eenige rencontres met de Buffel hadden sogten sij egter den anderen telkens weeder op en hernieuwde dit gevegt welk alles so wel den vorst als den Heere Gouverneur en het verdere geselschap met wijnig ver„ maakte en aanlijding gaf tot verscheijdene sinspeelen de gesprekken op voorige gebeurtenissen, De eerst inge„ „latene Tijger was intusschen so door de Buffel als door sijnen makker sodanig gehavend dat hij Crapeerde welk tot de andere met lang daar na meede onderging- Na dat dus dit gevegt geeijndigt was betuijgde de sulthan nog maals sijn genoegen over de uijtvinding van den Heere Gouverneur, seggende dit in 't vervolg ook meer te sullen doen en sig dan van brandend haa„ puijs insteede van bladeren, te sullen bedienen, om de Tijgers, door bedruijping tot het aanvallen te amimeeren: Welk Compliment door den Heere Gouverneur op een vriendelijke wijs beantwoord wierd. Ondertusschen was men weeder onder het voorm Bassaar„ huijsje gaan zitten en na dat men hier een glaasje morgen wijn gedronken had, begaf men sig vervolgens na een daar besijden geplaatste stellagie, die als in een oogenblick uijt ver„ schijdene stukken tesamen wierd gesteld en van waar men eeven als te soura Carta, in een kring van veele duijsende piekeniers, agter den anderen sagrampokken, vijf Tijgers, waar van 'er meede geen een door kwam te breeken, maar alle op de plaats dood gestooken wierden dog welk alles met so een uijtneemende accuratesse en ordre gescheide, dat men sig daar over verwon„ „deren

NL-HaNA_1.04.02_3816_0716 view scan ↗

English

the 29th of Aug=s 1788:— must, the more so because one did not hear the Sultan utter a single word, but all his orders were given solely by signs. As something remarkable, it is also to be noted here that just before the start of this rampok, the Sultan, through the Prime Minister, ordered Pangerang Ingabeij of Souracarta and the coastal regents to also have their men step into the ring to help with the rampok; from which, however, they jointly excused themselves by saying that they had received no orders to that effect from the Lord Governor and without these they were not permitted to do so. This resolute answer pleased the Sultan so much that he not only stepped down from this demand of his, but also showed Pangerang Ingabeij, alongside the Adipattij of Samarang and the Adipattij of Damack, the singular honor of having them come up onto the scaffolding in order to witness the rampok from there as well. The aforementioned five tigers having subsequently been brought to the small bazaar pavilion, where they were viewed, one proceeded, after drinking some glasses of morning wine, inside the Kraton, where the Lord Governor, alongside the monarch and the First Resident van IJsseldijck, first went to greet the royal ladies, and subsequently joined the company under the small bazaar pavilion Bangsal Aloes. Being seated here in the same manner as upon arrival, the Sultan entered into a friendly verbal conversation with the Lord Governor about various matters, and among others also about the objections raised by the Lord Governor 439. the 29th of Aug=o 1788. — regarding the setting off of the fireworks, which His Highness requested might take place nonetheless. The Lord Governor declared that he was very willing to consent to this, namely insofar as His Majesty meant the fireworks that were to be set off in front of his Kraton, but by no means the fireworks destined for the lodge, since His Honour feared that a fire might break out in the lodge. To this, the Sultan countered to the Lord Governor that in the year 1781, during the presence of the then Lord Governor J: Siberg, fireworks had also been set off in front of the lodge without any fire having broken out. However, the Lord Governor replied that since accidents had already occurred now and such had not taken place in 1781, one had thereby perceived the danger and seen how very necessary it was not to expose oneself to it, all the more so because here, just as in Souracarta, they lacked fire-extinguishing equipment. The Sultan nevertheless continued to insist that the fireworks might also be set off in front of the lodge, with the promise that if a fire should happen to break out, he would have the damaged parts rebuilt at his own expense. However, the Lord Governor rejected this proposal, saying that if a fire broke out, aside from the burning down of the buildings, such disasters might possibly occur as could not easily be remedied, which His Honour could then never justify to Their Excellencies, especially since in that case it could no longer be regarded as an unforeseen accident, but the 29th of Aug=s 1788. rather as something that His Honour, because of what had happened both in Souracarta and at the two aforementioned resting places, ought to have considered inevitable. The Sultan, finally seeing that he could not persuade the Lord Governor, brought the discourse to another subject. After this, they had the midday meal, where a considerable amount of time was spent, while drinking the following toasts: The welcome to the table The health of His High Excellency the Lord Governor General The health of the Honourable Lord Director and the Honourable Lords Councillors of India The health of the Sultan The health of the Emperor The health of the Honourable Lord Governor The health of the Crown Prince and that of Solo The ditto of the Ratoes The ditto of the other princely children The long life of the Sultan and his happy reign in Djoejocarta Java's prosperity A glass of friendship May the meal do good Having risen from the table, they remained conversing here for some time, until approximately three o'clock, when the Lord Governor, having thanked the Sultan for the amiable reception, took his leave and departed, being escorted by the Sultan as far as the gate Soero Mengantie, and by the Crown Prince and the other princes as far as beneath the Pagelaaran and to 441: the 29th of Aug=s 1788. — and to the carriage, while the 4 Dalm Tommangongs accompanied His Honour as far as Rustenburg. The password for today was: Amiable Reception That evening, the Sultan had a further note delivered to the First Resident van IJsseldijck regarding the changes that His Majesty had made to the presentation of the entertainments at the request of the Lord Governor; but as it was already late then, he did not present it until the next day, or on Friday the 8th of Aug=s, to the Lord Governor, when it was found to read as follows: Note from the Sultan to his Brother, the Honourable Gentleman: On Friday, being tomorrow, at four o'clock, the Honourable Gentleman is requested by the Sultan, as he wishes to do him the highest honour, to go for pleasure boating on the water to Poeloe Gedong and Poelo Kenongo, and subsequently with the setting off of sky-rockets on the water, as well as the setting off of the fireworks on the rear Paseban. On Saturday afternoon, if the Sultan lacks nothing, his Brother, the Honourable Gentleman, is requested to receive the honour of watching the Sultan's tournament. On Sunday, the monarch will come to the lodge to have the pleasure of dining with his Brother, the Honourable Gentleman. On

Dutch transcription

den 29: Aug=s 1788:— deren moest te meer daar men den sulthan geen enkeld woord hoorde preeken, maar alle sijne beveelen alleen door teekenen wierden gegeeven. Als iets sonderlings is hier ook aan temerken dat de sulthan eeven voor het aangaan van dit Rampokken, door den Rijksbestierder, aan den Pangerang Ingabeij van Souracarta ende strand regenten deed beveelen, om hare Manschappen meede inden kring te doen treeden om te helpen Rampokken dog waar van sig deselve gesa„ „mentlijk verschooden, niet te seggen, dat sij daar toe geen ordres van den Heere Gouverneur hadden ontvangen en son„ dea deselve dit niet vermogten te doen, welk cordaat ant„ woord den sulthan so wel beviel dat hij niet alleen van deese sijnen eijsch weeder afstag, maar ook den Pangerang Ingabeij nevens den samarangs Adipattij en den Adi„ pattij van Damack de sonderlinge eere bewijs van hen boven op de stellagie te doen naderen, ten eijnde van daar meede het rampokken te aanschouwen. De gem: vijf Tijgers vervolgens na het Bassaarhuijsje gebragt sijnde, alwaar men deselve besag begaf men sig, na 't drinken van eenige glaasjes morgen wijn, binnen de Craton alwaar den Heere gouverneur, nevens den vorst en den eersten „resident van ijsseldijck eerst de vorstinnen ging begroeten en vervolgens bij het geseldschap onder het Bassaarhuijsje Bangsal Aloes kwam. Hier inselfdervoegen, als bij aankomst geseeten zijnde, taad de sulthan met den Heere gouverneur in een vriendelijk mond gesprek over verscheijdene zaken, en onder anderen ook over de door den Heere gouverneur gemaakte swarig„ heeden 439. den 29: Aug=o 1788. — „heeden, omtrent het afsteeken van het vuurwerk, 't welk sijne Hoogheid versogt dat dog mogte gevolg neemen, Waarinne den Heere Gouverneur betuijgde seer gaarne te bewilligen, voorso verre namentlijk zijn Majesteit bedoelde het vuurwerk dat voor desselfs Caraton stond afgestooken tewerden, dog geensints het vuurwerk 't welk voor de Logie gedestineerd was vermits sijn Ed: bedugt was dat 'er in de Logie brand mogt ontstaan waar op de sulthan den Heere Gouverneur weeder tegemoed voerde, dat in den Jare 1781. bij het aanweesen van den toenmaligen Heere gouverneur I: Siberg ook voor de Logie een vuurwerk was afgestoo„ ken sonder dat 'er nogtans brand was ontstaan, dog den Heere Gouverneur repliceerde dat vermits 'er nu reeds ongeluk„ „ken gebeurd waren en sulks in 1781. geen plaats had gevon„ „den, men nu daar door het gevaar bespeurd en gesien had hoe seer het noodsakelijk was sig daar aan niet bloot te stellen temeer daar men hier eeven als te souracarta onvoorsien was van brand blussende gereedschappen. Den suelthan bleef des niet te min nog aanhouden, dat voor de Logie ook het vuurwerk mogte afgestoken worden, met belofte dat so 'ev al eens brand kwam te ontstaan hij dan 't beschadigde Weeder, voor sijn eijgen reekening soude laten opbouwen, dog welk voorstel den Heere gouverneur van de hand wees, als zeggende dat 'er bij het ontstaan van Brand, mogelijk buijten het afbranden der gebouwen, sodanige onheijlen konde gebeu„ ren, die niet wel te redresseeren souden sijn het welk sijn Ed: dan nimmers voor H: H: Edelheeden soude kunnen verand„ woorden, voor al daar men het in dien gevalle niet meer aanmerken konde, als een onvoorsien ongeluk, maar wel den 29: Aug=s 1788. wel als iets dat sijn Ed: door het gebeurde so te souraCarta als op de eeven genoemde twee haltplaatsen, als onver„ „mijdelijk had moeten beschouwen. Den sulthan eijndelijk ziende dat hij den Heere Gouverneur met overreeden konde, bragt het discours op een ander onderwerp. Hier nadeed men het middagmaal, waar meede men een geruijmen tijd toebragt, onder 't drinken vande vol„ gende Conditien. Dewellekomst aan Tafel De gezondheid van zijn Hoog Edelheid den Heere gou„ verneur Generaal De gesondheid van de Ed: Heer Directeur en de Ed: Heeren Raaden van India De gezondheid van den sulthan De gezondheid van den keijzer De gezondheid van den Ed: Heer Gouverneur De gezondheid van den kroonprins en die van solo De d:o vande Ratoes De d:o van de verdere vorstelijke kinderen Het lang leeven van den sulthan en zijne gelukkige Regeering te Djoe jocarta Iavas welvaren Een glaasse van vriendschap 'T wel bekome vande maalteijd van Tafel opgestaan zijnde, bleef men hier nog eenigen tijd discoureeren, tot Circa drie uuren wanneer den Heere Gouverneur den sulthan bedankt hebbende voor het minne„ „lijk onthael „ afscheid nam en vertrok wordende door den sulthan tot aan de Poort soero Mengantie en door den kroompains in de verdere princen, tot onder de Pagelaaan en aan 441: den 29: Aug=s 1788. — en aan de koets begeleijd, terwijl de 4: Dalm Tommangongs zijn Ed: tot aan Rustenburg verselden Het Parool was heeden: Minzaam onthaal Dien avond had de sulthan aan den Eersten Resident Van ijsseldijck laten overhandigen, een nadere Notitie omtrent de veranderingen welke zijne Majesteit in het vertoonen der vermakelijkheeden op het versoek van den Heere Gouverneur gemaakt had, dog wijl het toen reeds laat was, presenteerde hij die eerst 's anderen daags of op Vrijdag den 8: Aug=s aan den Heere Gouverneur, wan„ neer men bebond dat deselve aldus luijde Notitie vanden sulthan aan zijn en Broe„ der den Edelheer op vrijdag zijnde morgen ten vier uuren word den Edelheer door den sulthan versogt, als willende Hoogst deselve eere aandoen, met het voor plaijsica op het water vaaren na Poeloe gedong en Poelo kenongo en vervolgens met het afsteeken van ruua pijlen op het water, als ook met het afstee„ ken van het vuurwerk op de agter Passeerbaan. op zaturdag middag, so den sulthan niets manqueerd, word desselfs Broeder den Edel Heer versogt ten eijnde de eere te ontvangen het Tour„ noijen van den sulthan aantesien. op zondag sal den vorst in de Logie komen om het genoegen te hebben met zijnen Broeder den Edelen Heer teceten. op G

← previousnext →