Inventory 3818
Japan · 1,296 pages · 258 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Malacca To the Right Honourable Sir Pieter Gerardus de Bruijn Governor and Director on behalf of the General Dutch Chartered East India Company of the City and Fortress of Malacca as well as its jurisdiction Right Honourable Sir Paragraph 6. Since I have not been able to enter into discussions with the Chinese Captains concerning the arrangements to be made regarding the introduction of the levying of Riouw duties for the Company before they are placed under oath and presented to the Nation, which had to be postponed on account of the occurrence of the Chinese New Year, but is nevertheless to take place in a few days, I most obediently request permission to be allowed to delay the reply to Your Right Honourable's secret letter of the 9th instant, until I may have the honour of dutifully supplying Your Right Honourable with the outcome of my proceedings. Paragraph 7. Likewise, I request to be allowed to suspend answering the remarks made by Your Right Honourable for my instruction regarding the copy of the translation of the petition presented to Your Right Honourable on behalf of Sulthan Mahmoet, because that paper was not received among the enclosures of the aforementioned letter. Paragraph 8. Fifty posts having been delivered on the King's behalf for the boom, I have already caused a beginning to be made with setting out the stakes and the driving in of the small posts on the land side, while I have struck an agreement with the two Captains of the Chinese, provided it is not broken by the Sulthan upon his return, that they shall supply the labourers for this purpose free of charge and at the expense of their Nation, in consideration of the fact that the work concerns the service of the Country and they do not yet pay poll tax; urging the prompt procurement of that which was petitioned for in today's requisition for the benefit of the boom. Paragraph 9. I have repeatedly caused Radja Toea to be dunned for liquidation or security of his debt, and thereupon on the 12th of this month received from him as a pledge some gold work weighing 22. 1¼. Spanish reals weighed with that current specie; and notwithstanding that I have represented in person to his son Abdullahab, as well as caused it to be made known to the father, that this pledge was not sufficient to secure the principal sum of his debt, I have not been able to obtain anything, as he declared outright to be insolvent and requested that patience be exercised until he obtains satisfaction from his son-in-law the Petan in Indragierie for a claim amounting to three thousand Spanish reals, for the collection of which he intends to send his son thither, which latter request I have also granted him. In the meantime I have the honour to remain with veneration underneath stood Right Honourable Sir lower Your Right Honourable's Obedient Servant signed D. Ruhde in the margin Malacca the 26th of February 1787. Secret To the Right Honourable Sir Pieter Gerardus de Bruijn Governor and Director on behalf of the General Dutch Chartered East India Company of the city and Fortress of Malacca as well as its jurisdiction Right Honourable Sir Paragraph 10. On the day of the King's return on the 4th instant, his highness had his visit announced to pay me a visit towards the evening, but instead of honouring me with the accepted visit, His Highness did not appear, wherefor he excused himself the next morning and requested a further meeting towards that evening, at the same time informing me of the reason why His Highness had not come yesterday, namely that his highness, shortly before he wished to set sail to me, having gone to see a sick child, on returning to the square in front of His Highness's residence was nearly killed by a Buginese slave who emerged in the darkness and thrust at His Highness with a drawn kris, but that the Prince, through timely awareness, had escaped the danger by retreating swiftly into the house, while the Buginese was stopped and apprehended by one of the Sulthan's servants; at the same time, in fulfillment of the 11th Article of the convention recently concluded with Your Right Honourable, letting me know that since this criminal had deserved the death penalty, he would also be led to execution with my consent, whereupon I caused an appropriate compliment to be made to His Highness regarding his escape from mortal danger and caused the answer to be given: that since the crime was too grave, it ought not to be punished other than by death, and therefore I could not bring forward any reason that might plead for the evil-doer, on which account he was also put to death the following day. Paragraph 11. Although on account of the King's gentle nature I had no reason to harbor any suspicion of a conspiracy against his person, I nevertheless asked the deputies about the reason that might have prompted the slave to such an execrable intention. To which question they answered faintly that they did not know. With the most dutiful respect I have the honour to remain underneath stood Right Honourable Sir lower Your Right Honourable's Most Obedient Servant signed D. Ruhde in the margin Riouw the 7th of March 1787. Secret To the Right Honourable Sir Pieter Gerardus de Bruijn Governor and Director on behalf of the General Dutch Chartered East India Company of the City and Fortress of Malacca as well as its jurisdiction. Right Honourable Sir Paragraph 12.
Dutch transcription
Malacca Aan den WelEdele Gestrenge Heer Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur wegens de Generaa¬ „le Nederlandsche Geoctrooijeerde Oost= =Indische Compagnie der Stad en Fortresse Malacca mitsgaders den Resorte van dien Wel Edele Gestrenge Heer § 6. Nademaal met de Chineesche Capiteins, over de te maaken beschikkingen wegens de introductie der heffing van Riouws Geregtigheden voor de Compagnie in geen gesprek heb kunnen treeden voor dat zij onder eede gebragt en aan de Na„ „tie zullen zijn voorgesteld, hetwelk ter oorzaak van het inge„ „vallen Chinees Nieuwe Jaar heeft moeten werden verschoven egter over eenige dagen staat te geschieden bid ik gehoor„ „zaamst verlof de rescriptie op Uwel Edele Gestrenge Secreete Secreet aanschrijving 21 aanschrijving van den 9. Courant ook zoo lang te mogen uit„ „stellen, tot dat de Eer kan hebben aan UwelEdele Gestrenge den uitslag mijner Verrigting pligtschuldig te suppediteeren § 17. Insgelijks verzoek ik zoo lang te mogen sur„ „seeren de beantwoording op de door Uwel Edele Gestrenge, ter mij „ner onderrigting, gemaakte remarquis met betrekking tot het afschrift van het Translaat des verzoek Schrifts aan Uwel Edele Gestrenge van wegen Sulthan Mahmoet gepresenteerd, dewijl dat Papier onder de Bijlaagen van voormelte Letteren niet is ontvangen § 8 'S Konings wegen vijftig paalen tot de boom geleverd zijnde, heb ik reets een begin laaten maaken met het afsteeken van Stokken en het in hijen van de klijne paa¬ „len aan de Land zijde, terwijl met de twee Capiteins der Chi„ „neesen een accoord getroffen heb mits het door den Sulthan bij zijn retour niet verbrooken werd, dat zij het werk-volk daar toe voor niet en ten koste van haare Natie leveren zul„ „len uit Consideratie dat den arbeid 's Lands dienst betreft en zij nog geen Hoofdgeld betaalen; insteerende de spoedige erlanging van het geen bij den Eijsch van heden ten behoe„ „ve van de boom gepetitioneerd is. § 9 Radja Toea heb ik bij herhaaling tot lequidi„ „teid dan wel om zekerheid van zijn schuld laaten aanmaand en daar op den 12. dezer van hem eenig Goud werk ter Zwaart van 22. 1¼. Spaansche reaalen /: met die geled specie gewoogen/ tot 3 13 Malacca tot onderpand bekoomen; en niet tegenstaande zoo wel aan zijn Zoon Abdullahab in persoon heb voorgesteld, gelijk ook aan den Vader heb laaten te kennen geven, dat dit pand niet voldoende was om de hoofd-som van zijn debet te as„ sureeren, heb ik niets kunnen verkrijgen, dewijl rond uit verklaard onvermogend te zijn en verzogt heeft geduld te „neemen tot hij van zijn schoon zoon den Petan te Indra„ „gierie voldoening erlangd, van een pretentie Groot drie Dui„ „zend Spaance Reaalen tot welks inpalming hij zijn zoon derwaarts denkt afte zenden, welk laatste aan hem ook geaccordeert heb. -. Inmiddens heb ik de Eer met reneratie te verblijven /:onderstond Wel Edele Gestrenge Heer /:Lager:/ Uwel Edele Gestrenge Gehoorzaamen Dienaar /:getekend:/ D. Runde /:in margine:/ Malacca den 26. Februari 1787. — Secreet Aan den wel Edele Gestrenge Heer Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur wegens de Gene„ Inraale Nederlandsche Geoctroijeerde Oost In„ „dische Compagnie der stad en Fortresse Malacca mitsgaders den ressorte van dien Wel Wel Edele Gestrenge Heer § 10. Ten Dage van 's Konings Retour op den 4. Cou„ „rant liet hoog dezelve tegen 's avonds beletvraagen een bezoek bij mij afteleggen, dan in plaats van mij met de geaccepteerde vi„ „site te vereeren, verscheen zijn Hoogheid niet, waar over 's ande„ „ren daags morgens zig liet ver excuseeren, en tegen dien avond een nader bij een komst vraagen, teffens mij doende bekend maaken de reeden waarom zijn Hoogheid gisteren niet ge„ koomen was, dat Hoog dezelve kort voor dat na mij wilde afvaaren na een ziek kind zijnde gaan zien in het te rug keeren op de plaats voor zijn Hoogheids wooning bijne om„ „gekomen was door een Boegineesche slaaf die in de duister heid te voorschijn kwam en met een bloote Zris na zijn Hoog¬ „heid gestooken had maar dat den Vorst door een tijdige ge„ „waar wording het gevaar ontkomen was met zig spoedig in huis te retireeren, middelerwijl den Boeginees door een van Sul„ „thans Dienstelingen tegen gehouden en gevat is, laatende te gelijk ter voldoening aan het 11. Articul der met Uwel Edele Gestrenge Jongst gemaakte Conventie mij de weet doen, dat wijl deeze misdaadige de Doodstraf verdiend had, hij ook met mijne bewilliging ter supplice geleid zouw werden, waar op zijn Hoogheid een ter materie dienend Compliment wegens het ontkoomen doods gevaar heb laaten maaken en doen 25 Malacca doen antwoorden: dat nadien de misdaad te zwaar was, zij ook niet als met de dood gestraft moest werden, derhalven ook geen reden wist bij te brengen welke voor den boosdvinder pleiten kunnen, waarom hij den volgenden Dag ook ter executie Gebragt is. — § 11. Schoon ik van wegen 's konings zagtmoedigen in„ „borst geen oorzaak had eenig kwaad vermoeden van eene cons„ „piratie tegen zijn Persoon te hebben, vroegik aan de Gecom„ „mitteerden egter na de reden welke den slaaf tot zoo een ex„ „cerable voorneemen mogten hebben aangezet. op welke vraag zij slaauwtjes antwoorden het niet te weeten Met het verschuldigste Respect heb ik de Eer te verblijven /:onderstond:/ Wel Edele Gestrenge Heer /Lager Uwel Edele Gestrenge Zeer Gehoorzaame Dienaar /:getekend, D. Ruhde /:in margine:/ Riouw den 7. Maart 1787. Secreet Aan den Wel Edele Gestrenge Heer Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur wegens de Gene„ „raale Nederlandsche Gedetroijeerde Oost„ „Indische Compagnie der Stad en For„ „trisse Malacca mitsgaders den ressorte van dien. Wel Edele Gestrenge Heer §. 12. 3
English
Section 12. After having spent two days with Radja Indra Boensoet comparing the copies of the Convention concluded by Your Right Honourable with the King of Iohor Dahan etcetera, the Draft of the Terms and Conditions upon which the Duty of the Anchorage of vessels departing from here shall be levied, and of the Regulations on the Stamp and expedition fees of the Passes granted here, and having explained the Clause of each Article of these documents in order to prevent all misunderstanding, I presented myself for the second time to the King on the 26. ultimo and requested from His Highness the prompt fulfillment of what has been stipulated, with the promise to comply therewith on my part without the slightest deviation. Section 13. Likewise, in dutiful obedience to the esteemed orders of Your Right Honourable contained in the Secret missive of the 9. February last, I made known to the three Chinese Officers on what footing the collection of Riouw's duties for the Company shall take place as of the first of July next, in order that an estimate might be made, both by them and by other Chinese who might be inclined to farm the same, of how much they would dare to bid for each Farm. But since I am convinced that at a public auction there would be just as few buyers as sureties owing to the poverty of the Chinese and that Trade here is mostly conducted by barter, I thought it most advantageous for the Company, in hope of Your Right Honourable's approval, to grant the aforementioned Duties by lease: Section 14. Consequently, in accordance with the attached Copy of the Deed, I have agreed with the aforementioned Chinese Officers that they, together and jointly and severally, have taken over the import and export duties, or the Lease of the Boom, for the period of six consecutive months, calculated from the first of July to the last of December of this Year, for 650. Reals at 60. stuivers each or 812:24. — Rixdollars per month, and the farm of the Scales, candles, Madat, Topbaanen, and Arrack together for 200. like reals per month or — 250. —: — constituting together a monthly revenue of - - - - - - - - - - - Rds. 1062:24. —. However, I have not been able to induce them to take the farming of the anchorage money of the Vessels, but with Your Right Honourable's permission I shall rather have those monies collected by a native servant; and this taking place under my supervision, the monies can also be collected by me, flattering myself that this action of mine, the success of which exceeds my expectation, will be honoured with Your Right Honourable's approval. Section 15. I gave notice of the concluded farming agreement to the King through the two native Captains serving here and requested from His Highness the protection of these three persons, so that they may be freed from improper Malay vexations. Section 16. When one compares this Farming with what the previously acting Captains offered for it, according to my respectful Secret reports of the 16. October 1785, one finds a considerable difference for the better, and even more so when one takes into consideration what is currently drawn from those duties, of which the five Articles of the toll of the Chinese Camp yield no more than 1500. Reals or Rds 1875. in a full Year. It is true that the introduction of five percent on all incoming and outgoing goods upon passing the Boom, according to the value of the selling price of those goods, makes a more advantageous difference on the other hand. On the other side, the Duty of the scales lapses again, since five percent has already been levied on the weighed goods upon passing through the boom, and one cannot subsequently take a double Toll on those goods. And if one had wanted to separate them from the Duty of the Boom and make a separate levy thereof, such would only cause discord upon introduction and seem unreasonable to the Malays, who are still unaccustomed to Novelties. The only thing I have been able to do for the benefit of the Duty of the Scales is to add to it what is now enjoyed by the Sultan's Matta matta, or overseer, consisting of the obligation that no Foreign Merchant may use other Scales or Gantangs on his Vessel for measuring out or weighing Rice, salt, and other goods than those which he has borrowed from the Farmer, provided he pays: For a Scale - - Rds. 1. 12. -. " Bag - - - " 1. 12. - and " " Gantang - - " — 30. – until the vessel is empty, while every Inhabitant is free to sell in his house with his own Scale, bag, and Gantang, provided it is gauged with the mark of the Company, the Care of which is commended to the two Captains of the Chinese. Section 17. Because, besides the guard of a Corporal and six Soldiers to be placed at the boom, I deem it very necessary to station two more native overseers there, not only to ensure that no violence is committed, but also at the same time to assist the Farmer while keeping an eye on things, in order to learn by this means what takes place at the boom and what one might reasonably demand at a subsequent lease, I request from Your Right Honourable the Favourable authorisation to be allowed to declare monthly for two such native Servants a Sum of Twelve and a half Rixdollars or ten Rupees for each, intending to employ for this purpose two born Subjects of the Company who are trustworthy, by whom at the same time the anchorage money shall
Dutch transcription
§ 12. Na met Radja Indra Boensoet twee dagen besteed te hebben tot het vergelijken der afschriften van de door Uwel Edele Gestrenge met den Koning van Iohor Dahan &a geslo„ „ten Conventie, het Concept der Conditien en Voorwaarden, op welke de Geregtigheid van de Ankerasie der van hier vertrekken„ „de Vaartuigen zal geheven worden, en van het Reglement op het Zegel op en expeditie-geld van de hier verleend wordende Passen, en de Clausul van ieder Articul dezer stukken, ter preventie van alle misverstand te hebben g'explieert, heb ik mij op den 26. passato voor de tweede maal, bij den Koning vervoegd en van zijn Hoogheid verzogt de prompte vol„ „brenging van het gestipuleerde, met belofte om zonder de minste afwijking van mijne zijde daar aan te zullen voldoen. - § 13. Insgelijks heb ik ter Schuldige opvolging der g'eerde beveelen van Uwel Edele Gestrenge vervat bij Secreete aanschryving van den 9. Februari l: l:, aan de drie Chinee„ „sche Officieren, bekend gemaakt op welken voet met p„mo Iuli aanstaande de heffing voor de Compagnie van Riouws gereg„ „tigheden zal geschieden, om zoo door hun als andere Chineezen welke genegen zijn mogten dezelve te pagten een overslag ge„ „maakt te werden, hoe veel zij voor ieder Pagt zullen durven uitlooven, maar dewijl ik overtuigd ben dat het bij publicque opveiling zoo weinig aan kopers alsaan borgen zouw ont„ breeken wegens de armoede der Chineezen en dat den Handee hier meest bij verruiling gedreven word, heb ik in hoope van 27 van uwel Edele Gestrenge goedkeuring het voor de Compagnie voordeeligst gedagt voorschreven Geregtigheden bij admodia¬ „tie over te laaten: § 14. Dienvolgens ben ik met de voornoemde Chi„ „neesche Officieren Conform g'accrocheerde Copia Acte, verac„ „cordeert, dat zij te zamen en in Solidum de inkoomende en uitgaande regten, of de Lagt van de Boom voor den tijd van zes agter een volgende maanden gerekend van p„mo Iuli tot Ultimo December dezes Iaars hebben overgenoomen voor Reaalen 650. â 60. strs: ieder of Rijxdaalders 812:24. -. 's maands, en de pagt van de Daats, kaarsen, Madat, Topbaanen, en Arrak te zaamen voor 200. gelijke reaalen 's maands of „ 250. —: — uitmaakende met den anderen een maan„ „delijks inkomen van - - - - - - - - - - - Rds. 1062:24. —. Dog tot de verpagting van het ankerasie geld der Vaartuigen heb ik hem niet kennen beweegen maar om met Uwel Edele Gestrenge permissie die gelden liefst door een inlandsche bediende zal laaten invorderen, en het welk onder mijn oog geschiedende, de penningen ook door mij kunnen worden ingezameld, mij vlyende dat deeze mijne Verrig„ „ting waar van de reusste mijne verwagting te boven gaat met Uwel Edele Gestrenge approbatie Vereerd zal worden § 15. Van het getroffen accoord der Verpagting heb ik den Koning, door de hier militeerende twee inlandsche Capiteins Capitains, kennis doen geven en van Zijn Hoogheid Verzogt de beschutting dezer drie persoonen op dat zij van de onbehoor„ „lijke maleitsche vexatien bevrijd moogen wezen. -. § 16. Wanneer men deeze Verpagting vergelijkt tegen het geen de bevoorens fungeerende Capiteins, volgens mijne eerbiediege Secreete berigten van den 16. 8ber: 1785:, daar voor gebooden hebben, zo bevind men een merkelijk different ten goede en nog meer wanneer men in aanmerking neemt wat van die geregtigheden nu getrokken word, waar van de vijf Articuls van den tol van de Chineesche Camp niet meer als 1500. Reaalen of Rds 1875. in een rond Jaar opbrengen, wel is waar dat de introductie van vijf ten honderd op alle inkoomende en uitgaande goederen bij het passeeren van de Boom, volgens de waarde op den verkoops prijsdier goederen, daar en teegen een voordeeliger onderscheidmaakt Zoo vervalt aan de andere Zijde weder de Geregtigheid van de daats nadien men van de pond goederen bij het door„ „vaaren van de boom reets vijf perct„o heeft geheeven, men van die waaren daar na geen dubbelde Tol kan neemen, en zoo men ze van de Geregtigheid van de Boom had willen afzonderen en eene aparte heffing daar van maa„ „ken zouw zulks bij de invoering maar oneenigheid ver„ oorzaaken en aan de Maleijers die aan Vreemdigheden nog nog ongewoon zijn, als onredelijk zin voorgekoomen, het ee¬ „nige wat ik ten profijte van de Geregtigheid van de Daats heb kunnen doen, is het geen nu door Sulthans Matta matta 3 29 matta, of opziender genoten word daar aan toe te voegen, bestaan„ de in de verbintenis dat geen Vreemde Handelaar andere Daat„ „zen of Gantangs op zijn Vaartuig tot uitmeeting of afweeging van Rijst zout en andere goederen gebruiken mag als die welke hij van den Lagter geleend heeft mits betaalende Voor een Daats - - Rds. 1. 12. -. „ Sac - - - „ 1. 12. - en „ „ „ Gantang - - „ — 30. – tot dat het vaartuig ledig is, terwijl het aan ieder Ingezeten vrij staat in zijn huis met een eigen Daats, sac, en Gantang te mogen verkopen mits gelikt weezende met het merk van de Compagnie en waar over de Zorg aan de twee Capiteins der Chineezen het aanbevoolen. § 17. Nademaal het zeer noodzakelijk agt buiten de te stellen wagt van een Corporaal en zes Soldaaten aan de boom, nog twee inlandsche opzienders, daar te plaatzen om niet alleen toe te zien dat 'er geen geweld gepleegd word, maar ook teffens den Lagter te assisteeren met een in de kaart te kijken, om langs deezen weg in ervaaring te komene wat er aan de boom omgaat en wat men bij een volgen„ „de verpagting met redelykheid zouw kunnen vorderen Ver„ „zoek ik van Uwel Edele Gestrenge de Gunstige qualificatie voor twee zulke inlandsche Dienaaren, maandelijks te mogen declareeren een Sommetje van Twaalf in een halve¬ Rijxdaalders of tien Ropijen voor ieder meenende daartoe twee gebooren Onderdaanen van de Compagnie en bij ver„ trouwd te emploijeeren door wie met een het ankerasie geld zal
English
shall have collected and brought to me every evening. Paragraph 18. And since the Sultan has told me that he himself wishes to supply the woodwork for the Amoy junk present here, it will also be necessary to await how much of that article His Highness will have disbursed to me for the Company, without being permitted to demand any further recognition fee from the Nakhoda upon the presence of the said junk after 1 July next; His Highness having already caused to be handed over to me 410 Spanish Reals or Rds 580: 40: for half of the lease which the two Nakhodas of the Amoy-Cantonese junk present here have paid. Paragraph 19. Regarding the introduction of the tax on the carving of the Chinese shopkeepers and the poll tax of the Chinese, I shall deliberate with the officers of that nation on how much of each of those articles could reasonably be levied and inform Your Right Honourable in good time of their sentiment, for which the times are presently too unsettled for the people. Paragraph 20. On the 31st ultimo, Raja Tua informed me through his son Abdullahab of his intention to sail to Malacca with the consent of the King, in order to see whether he might be able to sell his sloop bought at Batavia in the past year there, whereto I answered him that without the special prior knowledge of Your Right Honourable I cannot permit him to depart thither, but would gladly see that one of his sons were charged with that commission. Paragraph 21. The objection appearing in the petition submitted on behalf of the King to Your Right Honourable, that the Company's people should not enter the Malay campong at night and untimely hours, and carry on improper intercourse, both with the female slaves of the inhabitants, and with their children, friends, or other free women against the will of their masters, parents, or friends, is so trifling that it hardly merits any refutation, since His Highness has never given me the slightest notice of that disorder, and I, to prevent dreaded mischiefs, on my own initiative made an arrangement to avert such unruliness, as is known to everyone here, that upon my arrival the native captains Mabela and Naszeep, along with most of the officers married here, the first two were found living upstream in the negorij with their wives, who always kept some soldiers with them, who then soon also formed engagements and, when they were back with their companies, were followed by all the womenfolk, until I finally ordered the aforesaid captains each to remain living at his assigned post and to take their wives with them, as indeed happened, yet one could not refuse them when they requested to spend an occasional night with their friends, and this gave occasion for the soldiers to converse with female slaves as well as other free women; the marriage of the officers took place with the permission of either the Sultan or Raja Tua, and no complaints have ever been submitted to me on the part of the Sultan that the lower ranks of the Company's garrisons caused any molestation in the negorij, while since the departure of the four native companies none of the officers presently here absents himself from his post at night anymore. But possibly His Highness wished that the women who even now still come daily towards nightfall to the native commoners should be turned away, which, with all due respect, is demanding the impossible for reasons which decency bids me not to express. Equally unfounded is the request that runaway slaves, when claimed, should be surrendered, as I could produce a number of declarations on this matter that prove the contrary, and about which I also spoke with Raja Indra Bungsu, but who most urgently requested me not to take this to heart, that the intention was merely to obtain a written order from Your Right Honourable against it, with further declarations in my favor which I shall rather pass over in silence without making myself guilty of vanity. Paragraph 22. The newly received regulation on the stamp and dispatch duty of passes has been put into effect according to the order, the King in his representation not having properly considered that the payment formerly in use for passes was very burdensome to many of the subordinates, since for most passes for which half a Spanish Real is now paid, previously only six stuivers was taken. Paragraph 23. Of the readmission granted by Your Right Honourable to some persons named in the aforementioned renewed secret order, the former Shahbandar Boping has arrived here with the Sultan of Malacca, and the others will also be admitted upon their appearance. Paragraph 24. The Sultan having repeatedly conveyed to me to present his request to Your Right Honourable that His Highness may be permitted to sell the little pepper that is produced in the places under His Highness's jurisdiction to the Chinese junks present here, provided that a certain recognition fee to be determined by Your Right Honourable is paid for it to the Company, I answered thereto that all the pepper that His Highness's lands yield can be transferred to the Company at Malacca for a fair price, whereto it was countered that since the quantity is too small it was not worth the trouble to take it away, and urged further to propose his desire to Your Right Honourable, as I take the liberty of doing herewith. Meanwhile, with the deepest respect, the
Dutch transcription
zal laaten invorderen en alle avond bij mij brengen § 18. En vermits den Sulthan mij gezegd heeft de hout„ werken aan de hier zijnde Aijmuijsche Jonk zelfs te willen leveren, zal ook dienen af te wagten hoe veel zijn Hoogheid van dat Articul, voor de Compagnie aan mij zal laaten uit„ „keeren, zonder dat bij het aanweezen van de gemelte Ionk na den 1. sten: Iuli aanstaande eene nadere recognitie van der Anachoda zal mogen vraagen; hebbende zijn Hoogheid mij reeds doen ter hand stellen 410. Spaance Reaalen of Rds 580: 40: voor de helfte van de Pagt het welk de twee Nachodas van de hier zig bevinde Aijmuische Canton„ „sche Ionk betaald hebben. — § 19. Aangaande de introducte van de belas„ „ting op het kerven van de Chineesche winkeliers en het Hoofd-geld der Chinezen, zal ik met de Officieren dier Na„ „tie overleggen, hoe veel van elk dier Articuls met billijkheid zouw kunnen worden geheven en aan Uwel Edele Gestrenge van hun Sentement in tijds berigt doen, waar toe voor de Men„ „schen de tijd tans te onrustig is. —. §. 20. Den 31. passato liet Radja Toea door zijn zoon Abdullahab mij bekend maaken voornemens te zijn met con„ „sent van den Koning naar Malacca te willen Vaaren, ten einde, te bezoeken of hij zijn in A„o passato te Batavia ge„ „kogte Chialoup daar zouw kunnen Verdebiteeren, waar op hem geantwoord heb dat buiten Uwel Edele Gestrenge Spe¬ „ciale voorkennis hem na derwaarts niet kan laaten Ver„ zien „trekken, maar gaarne „ zouw dat een van zijne zoons met die die Commissie belast wierd. —. §. 21: De bij het aan Uwel Edele Gestrenged's konings wegen ingediend verzoekschrift voorkomend bezwaar, dat Comps. volk bij nagt en ontijden niet in de Maleitsche Kam„ „pong mogte komen, en onbehoorlijke verkeering houden, zoo met der inwooners slavinnen, als met hunne kinderen, Vrienden of andere vrije Vrouwen tegen de wil van hunne Heeren, ouders, of Vrienden, is zoo beuzelagtig dat het bij na geen wederlegging verdiend, alzoo zijn Hoogheid van die ongeregeldheid nooit de minste kennis aan mij heeft laaten geeven, en ik ter voorkoming van te dugten onheilen uit eigen motief eene schikking tot afwending van zulke ongebondentheid gemaakt heb, gelijk het aan een ieder hier bekend is, dat bij mijne aankomst de inlandsche Capitains Mabela en Naszeep nevens de meeste offi„ „cieren hier getrouwd vonden de twee eerste boven in de Negorij bij haare Vrouwen woonen, welke altijd eenige Soldaaten bij zig hielden, die dan wel haast ook en„ „gagementen maakten en wanneer zij weder bij haare Compagnien zig bevonden, door al het Vrouw-volk ge¬ „volgt wierden, tot ik eindelijk de voornoemde Capiteins beval een ieder op zijn bescheiden post te blijven woonen en haare Vrouwen bij zig te neemen, zoo als ook geschied is, egter kon men haar niet weigeren, wanneer daar om verzoek deeden van nu en dan een enkelde nagt by haare Vrienden te gaan doorbrengen, en dit gaf aan„ leiding dat de Soldaaten zoo met Slavinnen als andere vrije 31 vrije Vrouwen Converseerden; het trouwen van de Officie¬ „ren is met toestemming of van den Sulthan of van Radja Toea geschieden Sulthans weegen nooit geene klagten bij mij ingekomen dat de mindere van Comps. bezettelingen (eenig molest in de Negorij dieden terwijl zedert het ver„ „trek der vier inlandsche Compagnien geen van de thans hier zijnde Officieren zig bij nagt van zijnen post meer verwijdert. Maar mooglijk, heeft zijn Hoogheid ge„ „wild dat de Vrouwspersoonen welke nu nog dagelijks tegen het vallen van den avond bij het inlandsche gemeen komen zouden worden afgeweezen. hetwelk onder Corectie het impos„ Sible gevergd is om reden welke de Eerbaarheid mij gebied niet te exprimeereeren Even ongefundeert is het verzoek dat de weggeloopen slaven geclameerd werdende mogte worden uitgeleverd, dat ik hier over een partij verklaaringen zoude kunnen produceeren die het tegendeel kwamen te bewijzen en waar over Radja Indra Boensoet ook heb onderhouden maar die op het instantigste verzogt heeft mij zulks niet aan te trekken, dat de intentie alleen geweest is van Uwel Edele Gestrenge een schriftelijke ordre daar tegen te hebben, met verdere betuigingen in mijn voordeel die ik zooder mij schuldig te maaken aan verwaandheid liefst verzwijgen zal. § 22. Het nieuw ontvangen Reglement op het Zegel en Expeditie geld van passen is na de ordre in trainge„ „bragt, hebbende den Koning bij zijne vertooning dat de in gebruik geweest zijnde betaaling voor Passen zeer tot bezwaar 33 bezwaar strekte van veele der onderhoorigen niet wel over„ dagt dewijl van de meeste Lassen waar voor nu een halve Spaance redal word betaald, bevoorens maar zes stuivers is genoomen 723 Van de door Uwel Edele Gestrenge geaccordeerde readmissie aan eenige bij voormelte gerenereerde secreete or„ „dre benoemde persoonen, is den geweezen Sabandhar Bo„ „ping met den Sulthan van Malacca hier gekoomen, Zullende de andere bij verschyning ook werden geadmitteerd §24. Den Sulthan gereitireerde maalen mij hebben„ „de doen te kennen geeven aan Uwel Edele Gestrenge zijne sol„ „licitatie voor te draagen dat het aan Hoog dezelve vergund mag werden de weinige Peper welke op de plaatzen staande onder zijn Hoogheids Iurisdictie, valt, aan de hier zijn„ „de Chineesche Ionken te mogen verkoopen, mits daar voor aan de Compagnie betaalende zekere bij uwel Edele Ge„ „strenge te bepaalene recognitie, heb ik daar op geantwoord dat al de Piper welke zijn Hoogheids Landen uitleverd aan de Compagnie te Malacca tegen een billijke prijskan worden overgelaaten, zoo heeft men daartegen weder inge„ „bragt dat nademaal de quantiteit te gering is het de moeijte ook niet waard was dien om weg te neemen en nader aangedrongen aan Uwel Edele Gestrenge deszelfs verlangen te proponeeren, zoo als de Vrijheid gebruik bij deezen te doen. Inmiddens dat met het verschuldigste respect de
English
I have the honour to remain, below stood, Honourable Sir, lower, Your Honourable's Humble Servant, signed, D: Ruhde, in the margin, Riouw the 2nd of April Anno 1787. To the Honourable Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director on behalf of the General Dutch Chartered East India Company of the City and Fortress of Malacca as well as its jurisdiction. Honourable Sir, Section 25. In obedient compliance with the venerated orders of Your Honour regarding a further explanation of my respectful report made by secret letters of the 9th of February last concerning the rebuilding and reduction of the main fortress here, for the reasons given in section 5 of the aforementioned report, I have the honour to state that, from further consultation held with Commandant Vetter and the Fireworker Schutsz, it appeared to us not to be necessary to withdraw the fort at the rear, but rather to pull in the flank on the north side to prevent the washing away of the ground by the sea water, whereby the batteries situated there and the daily main guard must be relocated; the reduction of the perimeter of the palisades being most necessary, because it encloses a low ground which in wet weather is a mud pit, and also makes our fort far too extensive for the garrison, even weakening us in the event of an unexpected enemy attack. The enclosure of that low ground, according to Captain Vetter, was indeed done upon the express order of the Honourable Mr. van Braam, possibly for the reason that the hill beneath which our main fortress lies was not yet fortified at that time, and it was thought that an attack from there could be defended against; upon the retraction and reduction of the aforementioned sides, 19 batteries must be relocated, namely 10 of twelve and 9 of 8-pounder cannons, for which the 66 pieces of planks of 2 and 3 inches petitioned for in the requisition of the 2nd instant have been requested according to the statement of the Ordinary Fireworker Schutsz. In the past month of March, I have had three heavy batteries renewed and four others repaired with thick planks that were found at Poeloe Waijang upon its demolition. No less necessary is it that the warehouse in the fortress be completely renewed and a proper rice room with a plank floor and partitions be made therein, for the construction of which the one thousand timber planks, seventy sawn roof ribs, and one hundred and fifty pounds of nails requested in today's requisition have been asked, since the present warehouse is dilapidated and shored up from the outside. However, what the proposed rebuilding will amount to according to the most accurate estimate I cannot well determine, having no knowledge of architecture, wherefore having discussed this with the Commandant, His Honour is of the same opinion as I, that if the rainy weather does not hinder us and one has the planks for the batteries at hand, without which one dares not touch the alteration of the fortification work, one will then be able to finish in the space of four months; and for which one needs to employ 44 Chinese, namely: 2 Mandadors, 2 cooks, and 40 labourers at Rds. 3¼ each per month, which is, in four months, Rds. 660.–. Item, 50 lbs. of rice to each Chinese per month amounts in four months to 8800 lbs., besides the ataps, kajang mats, and binding rattans, the latter for setting up the palisades firmly and tying the ataps and kajang mats of the warehouse and the main guard, the quantity and cost of which I cannot guess, though all conceivable frugality shall be observed by me. Section 26. Whatever inquiry I tried to make into the reason for the vile attempt on the King's life, I have been able to discover nothing of it, seeing that nobody likes to speak of it, except it has only been stated that the Bugis slave who made the attempt was supposed to have been insane. Section 27. Since Radja Toea has sent word to me that his son Abdullahab will depart with his vessel for Malacca in the coming days in order to try whether he can sell that small keel there, I have suspended further pressing for the payment of his debt to the Company until I am informed of the outcome of that intention. Section 28. In dutiful compliance with Your Honour's respected order in section 15 of Your Honour's secret letters of the 9th of February, night roaming and debauching of the native women, daughters, or female slaves has been prohibited to the garrison by a written order on behalf of Your Honour, as appears from the attached copy; and a copy of the Malay translation was presented to the Sultan, with the request that His Highness might be pleased to make the necessary provisions against illicit engagements between the Company's servants and His Highness's subjects, and to have those of the Company's people who roam about the negorij at night or unseasonable hours apprehended and brought to me, for which His Highness sent me his thanks.
Dutch transcription
de Eere heb te blijven /onderstond:/ wel Edele Gestrenge Heer /:Lager:/ Uwel Edele Gestrienge Ootmoedigen Dienaar /getekend:/ D: Rutde :/:in margine:/ Riouw den 2. April A„o 1787. —. Aan den Wel Edele Gestrenge Heer Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur wegens de Ge„ „neraale Nederlandsche Geoctroijeerde Oost-Indische Compagnie der Stad en Fortrisse Malacca mitsgaders den resson¬ „te van dien Wel Edele Gestrenge Heer §. 25. Ter gehoorzaame voldoening aan de gereneerde beveelen Uwer Wel Edele Gestrenge aangaande eene nadere explicatie van mijn eerbiedig berigt bij secreete letteren van den 9. Februari O:l: gedaan belangende het vertimmeren en verklynen van de hoofd fortresse hier om de daar van bij I. 5. van voorsz: berigt gegevene redenen heb ik de Eerte dienen van een nader gemaakt overleg met den Commandant Vetter en den Vuurwerker Schutsz het ons voorgekoomen, is niet nodig te zijn met het fort agter uit te haalen, maar wel de 9 35 de flanc aan de Noordzyde, om het wegspoelen van den grond door het zee-water in te trekken, waar door de daar Staande batterijen en de dagelyksche hoofdwagt dienen verplaatst te worden, zijnde de verklijning van den omtrek der Palisaden allernoodzaakelijkst, wijl die eene diepte insluit hetwelk bij nat weder een modderkuil is, ook ons fort voor de bezetting veel te uitgebreid maakt bij een on„ „verhoopt vijandelyke attaque ons zelfs verzwakt zynde de insluiting van die diepte volgens het zeggen van Capitein Vetter wel op expresse ordre van den Wel Edelen Gestren¬ „ge Heer van Braam geschied mogelijk ter oorzaake dat den Berg waar onder onze hoofd-fortresse legd toen nog niet gefortificeerd was en men van begrijp geweest is tegen eenen aanval van daar zig te kunnen defendeeren moetende bij die te doene intrekking en verklijning van voor„ „melte zijden 19. Batterijen verplaatst worden als 10. van twee 12 en 9. van 8. Londen Canons waar toe de bij Eisch van den 2. Courant gepetitioneerde 66. p„s zwalpen van 2: en 3. duim volgens opgaave van den Ordinaire Vuurwerker Schutsz verzogt zijn hebbende ik in de Jongst verweeken Maand Maart, drie Zwaare Batterijen laaten vernieuwen en vier andere repareeren van dikke planken die men bij het demoilieeren van Poeloe Waijang daar gevonden heeft, Niet minder nodig is het dat het Pakhuis in de fortresse volkomen vernieuwd en 'er een ordentelijke Rijst= kamer met een planken vloer en beschotten gemaakt werd; tot re de van ren van wel tot welkers Constructie de op den Eijsch van heden verzogte een duizend boschplanken, zeventig gezaagde Dakribben, en een honderd en vijftig ponden spijkers gevraagd zijn, dewijl het tegenwoordige pakhuis bouwvallig van buiten gestut is. — Dan wat de geproponeerde vertimmering naar den naauwkeurigsten overslag zal komen te staan kan ik niet wel bepaalen, als geen kennis van de Architecture hebben„ „de, waar om daar over met den Commandant gediscoureert heb is zijn E. met mij van gevoelen, dat zo het regenweer ons niet hinderlijk is en men de Swalpen tot de Batte„ „rijen aan handen heeft, zonder, dewelke men aan de ver„ andering van het fortificatie werk niet roeren durft, men dan in de tijd van vier Maanden klaar zal kun„ „nen komen en waar toe men diend te employeeren als 44 Chineezen als 2. Mandadoors 2. koks, en 40. arbaiders â Rds. 3¼. ieder 's maands is in Vier maanden - - - - - - Rds. 660. –. Item 50. lb. Ryst aan ieder Chinees 's maands komt in vier maanden op 8800. lb:;, behalven de Adappen Ca„ „Jangmatten en bind rottings, de laatste tot het inzetten vast van de Zalisaden en het verbinden van de Adappen en Cajang-matten van het Pakhuis en de hoofdwagt waar van de quantiteid en het kostende niet gissen kan zul„ „lende egter alle bedenkelyke zuinigheden door mij be„ tragt werden 326 37 § 26. Welke recherche ik het tragten te doen na de reden van den snooden aanslag op 's Konings Leven, heb ik er niets van kunnen ontdekken, gemerkt niemand geern daar van Spreek als eenlijk heeft men gedebiteerd dat de Boegineesche Slaaf die den toeleg gemaakt had krankzinnig zouw zijn geweest § 27 Nademaal Radja Toea mij heeft laten zeggen dat zijn zoon Abdullahab met zijn vaartuig eerst daags na Malacca zal vertrekken ten einde te beproeven of hij dat kieltje daar verkoopen kan, heb ik de verdere aandrang der betaaling van zijn schuld aan de Compagnie gestaakt, tot dat van den uitslag van dat voorneemen geinformeert §. 2 8. Ter schuldige opvolging Uuwer Wel Edele Ge„ ben. -. „strenge gerespecteerde ordre bij V: 15. van Hoogst derzel„ „ver Secreete letteren van den: 9. Februari is bij een schrij „telijk verbod van wegen Uwel Edele Gestrenge aan de Bezettelingen, blijkens nevens gevoegde Copia geinterdiceert het nagtzwerven en debaucheeren van der Inlanders vrouwen Dogters of slavinnen; en een afschrift van het Maleitsche Translaat aan den Sulthan gepresenteerd, met verzoek dat zijn Hoogheid, de nodige voorziening tegen omgeoorloofde engagementen van Comps. Dienaa„ „ren en zijne Hoogheids onderdaanen geliefde te doen, en die genen van Comps volk welke bij nagt of ontijden in de Negorij zwerven te laaten opvatten en bij mij boen„ „gen, waartegen zijne Hoogheid mij heeft laten bedanken en de niet
English
thanked and promised to take care of it, with the request that I should simply capture and have punished the Malays who came to disturb our garrison; which latter point, however, I considered to be merely a polite compliment. Paragraph 29. Finally, I find myself obliged to report to Your Right Honorable and Severe Lordship that Radja Tommagon has not returned from his Malacca voyage to this day, nor appeared within Riouw, he being, according to everyone's account, necessitated, on account of a heavy leak sustained to his vessel, to put into one of the subordinate rivers along the way for repairs, from where he had already retired for some time, and according to rumors is now staying at Glam, a nearby place, from where he is daily expected by the Sultan, though he has not yet appeared. With the deepest veneration I have the honor to call myself, below stood, Right Honorable and Severe Lord, lower, Your Right Honorable and Severe Lordship's humble servant, signed, D. Ruhde, in the margin, Riouw the 24th of April 1787. Separate To the Right Honorable and Severe Lord Pieter Gerardus de Bruijn Governor and Director on behalf of the General Dutch Chartered East India Company of the city and fortress of Malacca together with the jurisdiction thereof, Together with the Council there. Right Honorable and Severe Lord and Gentlemen. Paragraph 5. If the Chinese Tan Sionko had acted as uprightly as he has managed to present himself to Your Right Honorable and Severe Lordship and Your Honors, through the Sultan and his retinue, who all speak according to the ruler's pleasure, as well as through his Chinese friends, then he could have prevented the improper step taken by the Chinese traders who were opposed to the appointment of a Cantonese Chinese as Lieutenant; for on the day before their protest, when he informed me of their intention, he was also instructed how it was considered by me, but far from preventing it, he thought it rather suitable to make me abandon my decision. He is also too much of an intriguer not to have managed to worm his way into the favor of the Court at the expense of his purse, while it is generally known that the native grandees easily change their sentiments through gifts; and I certainly could not be acquitted of imprudence before Your Right Honorable and Severe Lordship and Your Honors for wanting to nominate a man as head over his nation who is generally not liked by them, had I not taken into consideration that he might well change and manage to make himself agreeable to his people. I have never heard here that he was suspected by anyone of having caused Tan Kongsin to be killed, such that, in order to clear his conscience, it was necessary for him to have two Chinese imprisoned who have some connection to the murderer. Experience has often taught that Chinese living in Mohammedan lands are capable of having one another massacred out of envy. Moreover, the Chinese day-traders did not simply pretend, but declared unanimously, that they were incited by Tan Sionko to protest against the appointment of a Cantonese Lieutenant, from which people I was also intending at that moment to obtain a sworn statement of their testimony, but which I did not do upon the reflection that my truthful narrative of what occurred was sufficient to prove me free of all partiality in this matter, which I declare once again that I did not have against Tan Sionko, so that it would be necessary to clear myself by obtaining declarations from a bunch of hirelings; and this, Right Honorable and Severe Lord and Gentlemen, is the simple explanation of what was advanced under paragraph 1 of my separate dispatches of the 3rd of February last, it being my duty henceforth to attach the proper certificates to every misdeed committed that must be brought to your highest knowledge. Paragraph 6. Furthermore, I have announced to Tan Sionko the permission of Your Right Honorable and Severe Lordship and Your Honors, that he may depart with his family, either with a Company vessel or with a native vessel, for Malacca in order to settle there. Paragraph 7. Just as I shall also not fail to make known in the future the misconduct of the servants about whom I shall be obliged to complain. Paragraph 8. I have handed over to the officers the written ordinance sent hither by Your Right Honorable and Severe Lordship, upon which they rely, and from them have received again such reports as I have the honor to enclose herewith. Paragraph 9. The opium stolen from the Company warehouse in the month of November 1785, concerning the reimbursement of which the four European soldiers recently sent over on the pantjallang Bliton on account of desertion complained so very much before the Honorable Council of Justice in Malacca, amounted to approximately a quantity of 102¼ lb, and was brought here on the 26th of October 1785 with the galliot De Concordia. Although at the time I lived up in the village, my order has always been, just as it still is, that upon delivery the opium must be received by the clerk and the officer whose month it is to assist in the warehouse, weighed on the Dutch scales, and stored in the rice room of the warehouse, which to my knowledge has also always been promptly observed. On the occasion that in the latter part of the month of November 1785, two of the four chests that then
Dutch transcription
bedanken en toegezegd daar voor te zullen zorgen; met verzoek dat de Maleijers welke onze bezettelingen kwamen te ontrusten maar zoude vatten en straffen laaten; welk laatste egter als een Complimentje geconsidereert heb. —. § 29. Ik vinde mij eindelijk nog verpligt aan Uwel Edele Gestrenge te moeten berigten dat Radja Tomma„ „gon van zijn Malaccasche Reis tot heden niet is weder„ „gekeerd, of binnen Riouw verscheenen, zynde hij volgen het zeggen van een ieder, wegens bekoomen zwaare lekka„ „gie aan zijn vaartuig genecessiteerd geweest ter repareering van hetzelve onder weg in een der onderhoorige Rivieren binnen te loopen, van waar reets zederd eenige tijd zig gere„ „tireerd heeft en volgens gerugten zig nu te Glam, een na bij gelegen plaats onthoud, van waar hij door den Sulthan dagelijks verwagt word, egter nog niet komt opdaagen. Met de diepste veneratie heb ik de Eer mij te noemen /onderstond:/ wel Edele Gestrenge Heer /Lager /V uwel Edele Gestrenge Ootmoedigen Dienaar /:getekend:/ D. Ruhde / in margine:/ Riouw den 24. April 1787. —. Apart Aan den Wel Edele Gestrenge Heer Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur wegens de Gene¬ „raale Nederlandsche Geoctroijeerde Oost. „indische Compagnie der stad en Fortresse Malacca mitsgaders den ressorte van dien Den Raad aldaar Nevens Wel ƒ 39 Wel Edele Gestrenge Heer en Heeren. 8. 5. Lo den. Chinees Ian Sionko, zo oprecht gehandeld had als hij zig aan Uwel Edele Gestrenge en Wel Edelens door den Sulthan, deszelfs gevolg die alle na 't vorsten mond spreeken, als door zijne Chineesche vrienden heeft weten te doen voorkomen dan had hij de onbetaamelijke stap van de Chineesche Handelaars, die tegen het benoemen van een Cantonsche Chinees tot Luitenant waren kunnen belet hebben, alzo hij daags voor haare protestatie mij haar voornemen te kennen geevende, ook onderrigt was hoe¬ „danig het bij mij geconsidereert wierd, maar verre van het te beletten dagt hij het eer geschikt Ze zijn mij van mijn besluit te doen afzien, ook is hij te intriquant om niet ten koste van zijn beurs zig hebben weten in te dringen in de gunst van 't Hof, terwijl het over bekend is dat de inlandsche grooten door spendatien ligt van sentiment veranderen, en ik zoude zeker van onvoorzig„ „tigheid niet kunnen worden vrygesprooken aan Uwel Edele Gestrenge en Wel Edelens een Man tot Hoofd over zijne Natie te hebben willen voordragen die in 't gros bij haar niet bemind is, zo ik niet in overweging had genoomen dat hij wel ligt veranderen zouw en zix bij de zijnen hebben weten aangenaam te maaken.— Jk 2 9 dien ns Ik heb hier noit gehoord dat hij van iemand verdagt gehouden is Tan Kongsin te hebben laaten ombrengen dat hij tot Zuivering van zijn geweeten nodig had twee Chineezen die eenige betrekking tot den moordenaar hebben, te laaten vast zetten. De ondervinding heeft het menigmaal ge„ leerd dat Chineezen in Mdhamedaansche Landen woo„ „nende in staat zijn elkanderen uit nijd te laaten mas„ Sacreeren. —. Ook hebben de Chineesche Dagangers niet slegt voor gegeeven maar eenpaarig verklaard door Tan Si¬ „onko: te zijn aangezet om tegen de aanstelling van een Cantonsche Luitenant te protesteeren, van welke menschen ik op dat ogenblik ook voornemens geweest ber een verklaring van hunne betuiging in te winnen, dog het welk niet gedaan heb uit overdenking dat mijn na waarheid ingerigt narre van het voorgevallene vol„ „doende was mij van alle partijdigheid in dezen vrij te kennen en die ik nogmaals betuig tegen Tan Sionko met gehad te hebben, dat het nodig waar door het inwinnen van Verklaaringen van een parthij huurlingen mij te moeten Zuiveren; en dit wel Edele Gestrenge Heer en Heeren is de eenvoudige explicatie van he geavanceerde bij I. 1. van mijne aparte adviesen van den 3. februari l:l: zullende het voortaan mijn pligt zijn van elk be„ „gaan wordende ondaad die ter kennisse van hoogst dezelve gebragt moet werden, de behoorlijke attesten daar nevens te voegen. —. 56. Overigens 41 §. 6. Overigens heb ik uwel Edele Gestrenge en Wel Ede„ lens vergunning aan Tan Sionko aangezegd, om nevens zijn huis„ „gezin 't zij met een Comp„s dan wel met een inlandsch Vaar„ „tuig naar Malacca te kunnen vertrekken ten einde zig daar neder te zetten §. 7. Gelijk ook niet manqueeren zal het wangedrag van de Dienaaren over welke ik genoodzaakt zal weezen te klaagen in het vervolg bekend te stellen. —. §8. De door Uwel Edele Gestrenge herwaarts gezonden Schriftelijke ordonnantie heb ik aan de Officieren ter handen gesteld op welke zij liniden, en van hun weder zodanige be„ „rigten ontfangen als ik de Eer heb hier nevens te voegen § 9 De in de maand November 1785. uit 's Comp„s Pakhuis gestolen amfioen over welkers vergoeding de met de pantjallang Bliton Iongst wegens desertie overgezonden vier Europeesche soldaten zig voor den Agtbaaren Raad van Iu„ „stitie te Malacca zoo zeer beklaagd hebben, heeft c. C. be„ „dragen een quantiteit van 102¼ lb: en is op den 26. October 1785, met de Gallowet de Concordia hier aangebragt schoon ik des tijds boven in de Negorij woonde, is mijne ordre altoos geweest; even gelijk ze nog is, dat de Amphioen bij aanbreng door den scriba en den Officier wiens maand het is in het pak„ huis te assisteeren, ontvangen op de Hollandsche Schaal gewoogen en in de Rijst-kamer van het Pakhuis bewaard moet worden het welk mijns weetens ook altoos prompt ge¬ „observeert is; ter gelegenheid dat in het laatst van de Maand November 1785. twee van de vier kassen welke doe
English
when in the Warehouse they were to be delivered by Ensign Lindner and the sworn scribe Fabricius, a theft was discovered, first of the opium chest which, upon reweighing on the scale, was found to be too light and of which a board was found broken open, while upon closer examination it was noticed that the wooden bars of the window of the Rice room were broken out, yet that the chest of opium was stolen empty except for 22¾ lb and filled with smoked cobblestones, likely from a nearby Kitchen, in accordance with the annexed Declaration of the Carpenter Kraal, the aforementioned chest with opium having been weighed, received, and found in good condition upon arrival by Ensign Diedenhooren and the sworn scribe Fabricius, while it is not possible for me to give names of who among the Garrison in the main fortress reimbursed the stolen Opium, except only so far as Captain Vetter has been able to recall and are known on an attached name list regarding the Europeans, which was borne solely by the effective sentry men or those who stood as sentinels, and the sick as well as the privates serving with the native officers were excused from it, along with and besides the Officers, non-commissioned officers, and Artillerists, which latter stood no sentry duty at the Warehouse or on the adjacent points; also of the four deserters mentioned hereinbefore, according to the memory of the officers present here, only the Soldier soldier Hendrik Goudman paid towards it, whose compensation is calculated at ransom against Rds 525 the chest of which the remaining 22¾ lb yielded 195. 22: so the general compensation has amounted to - Rds. 429. 26. Which, divided per head, came to stand at 2 rds. or slightly above that. The reason that moved me not to bring the committed theft to the knowledge of Your Right Honorable and Worships happened solely because the thief was not known and it appeared very equitable to me that the Company should be kept indemnified, wherefore I, and for the earlier discovery of the Perpetrator of this act, by consultation with Commander Vetter, announced to all European and native Officers that the privates who stand sentry duty must reimburse the stolen goods at ransom, and also announced such to the European privates, with the promise that if the Perpetrator or Perpetrators were discovered and convicted of the crime, everyone would have their money refunded, against which no one to my knowledge ever opposed, but this arrangement was approved by Sergeant Strasser and, as I recall, also by Pruisser, saying this to be the only means to find out the Thief. § 10 Board money was provided only once, namely on primo January last, but as soon as it became apparent to me from the answers of the interrogations of the four Deserters cited hereinbefore that they complained of not being able to subsist on the board money, I immediately charged the Officers who made the report of their Judicial Commission to me, as well as Captain Vetter, each in particular to inquire whether any discontent was also noticed among the common soldiers about the provision of board money, and to report to me thereof, who then thereafter also made known to me that the soldier desired to have his customary Ration back again, so it was also re-allotted to him, as appears from the Papers sent over concerning it, on Primo February following. But as for whether a European private can manage on one Rixdollar of board money a month, there is much for and against: a Person who possesses economy cannot manage on less than a spendthrift, but a drunkard who leads no orderly life needs much. For the convenience of the Garrison I permitted some Chinese to live on a remote spot of the Company's territory, in whose shops one finds all small items for sale, but instead of making proper use thereof, they took everything on Credit from those People and paid nothing, and because the Chinese had given credit contrary to my explicit order, they also did not dare come to complain. To the Sergeants I announced in the presence of the Commander and the two other Officers that, by order of Your Right Honorable and Worships upon their Request previously made to the Commander, they could henceforth also receive Rations instead of board money, but two of them answered that if they could receive everything monthly Complete without lacking one thing or another, as there is now a lack of Butter and Olive Oil, they would indeed be willing to accept it; the Third, Bellinger, replied that since he kept post on the mountain with the native, he could not conveniently dare to bring bacon up and therefore had also not desired a Ration, and with this Compliment the Commander and I had to be satisfied. § 11 Never have I given any order, much less refused anyone of the Garrison, that they should not in general be allowed to provide themselves for payment from the vessels arriving here with what they need for food and covering; nor are the foodstuffs that serve for food or the Linen that serves for covering sold on those vessels by such small measure or by a single piece that a common Military man can manage for a dubbeltje or a Schelling; they have always had the freedom, whenever they requested it of the Commander, to be allowed to sail to the Chinese Camp where one can obtain what is necessary, yet this freedom too I had to restrict some months ago for the Europeans, upon incoming complaints from five Malays who complained that their wives and Daughters
Dutch transcription
doe in het Pakhuis waren door den Vaandrig Lindner en den gezw: scriba Fabricius zouden worden afgeleverd ontdek „te men diefstal, eerst aan de amfioen kas die bij naweging op de schaal te ligt en daar van een plank open gebroken bevonden wierd, terwijl men bij nader examinatie bespeur„ „de dat de houte tralien van het venster der Rijst kamer uit gebrooken waaren dog dat de kas met amphioen op 22¾. lb na ledig gestoolen en met berookte keisteenen, den„ „kelijk uit een na bij staande Combuis, gevuld was Con„ „form de g'annexeerde Verklaaring van den Timmer„ „man Kraal zijnde gemelde kas met amfioen bij aan„ „breng gewoogen ontvangen en wel geconditioneerd bevonden door den Vaandrig Diedenhooren en den gezwooren scriba Fabricus terwijl het mij niet mogelijk is nominatien op te geven wie van de Bezettelingen in de hoofd fortres¬ „se de gestoolen Amsioen vergoed hebben als eenlijk voor zoo verre den Capitein Vetter zig heeft kunnen rappellee„ „ren en op een hier bij gevoegde naaralijst bekend staan aangaande de Europeesen hetwelk alleen bij de effec¬ „tive, schildergasten of die als sentinelles gestaan hebben gedraagen is en de zieken zoo wel als bij de inlandsche officieren dienst doende gemeene daar van geexcuseert geweest zijn, met en nevens de Officieren onder officieren en Arthilleris ten welke laatste bij het Pakhuis of op de naast gelegen punten geen schildwagt gestaan hebben„ ook heeft van de hier vooren vermelte vier deserteurs volgens het gehuigen van de hier zijnde officieren alleen de Soldaat 43 soldaat Hendrik Goudman daar aan betaald, welker ver„ „goeding uitkoops bereekend is tegens. de kas waar van de overgebleeven 22¾. lb gerendeert hebben 195. 22: zoo heeft de generaale vergoeding bede draagen - Rds. 429. 26. Hetwelk verdeeld voor ieder hoofd op 2 rds. of iets daar bo„ „ven heeft te staan gekoomen De reden welke mij bewoogen hebbende gepleegde dief„ „stal niet ter kennisse van Urwel Edele Gestrenge en wel Edelens te brengen is alleen daarom geschied, wijl de dief niet bekend was en het mij zeer billijk voorkwam dat de Compagnie schadeloos gehouden wierd waarom ik en ter eerdere ontdekking van den Daader van dit feit, met overleg van den Commandant Vetter, alle de Europeesche en inlandsche Officieren heb bekend gemaakt, dat de ge„ „meene welke schildwagt staan het gestoolne uitkoops vergoeden moeten en zulks ook aan de gemeene Europee„ „sen aangezegd, met belofte zo den Daader of de Daaders ontdekt en van het misdrijf overtuigd wierden, een ieder zijn geld gerestitueerd zouw werden en waar tegen zig nie„ „mand mijns wetens ooit geoposeert heeft maar deze schik„ „king door den sergeant Strasser en zoo mijn voorstaat ook door Pruisser goedgekeurd is zeggende dit het eenige middel te zijn den Dief uit te vinden. —. § 10 Kostgeld is maar een maal en wel met p„ro Iannuari l: l: verstrekt, dan zoo dra mij uit de antwoorden der interrogatoiren van de hier vooren geciteerde vier De¬ „serteurs kwam te blijken dat zij zig bezwaarden met - - Rds 525 het de het kostgeld niet te kunnen bestaan, heb ik terstond aan de Officieren die mij het rapport van haar Iustitieele Commissie deden, zoo wel als aan Capitein Vetter belast ieder in 't bizonder zig te informeeren of bij het gemeen ook eenig misnoegen over het verstrekken van kostgelden bespeurd wierd, en mij daar van berigt te doen, die mij dan „kennen daar na ook te „ gagen dat den soldaat verlangde zijn gewoon Rantzoen weder te hebben zoo is het hem ook blijkens de daar van overgezonden Papieren met P=mo Februari daar aan volgende weder toegedeeld. Dan wat aangaat of een ge¬ „meen Europees met een Rijksdaalder aan kost-geld in de maand kan toekomen daar is veel voor en teegen, een Mensch die economie bezit kan niet minder toe dan een verkwister, maar een dronkaard die geen ordentelijk leeven voerd heeft veel nodig. Tot gerief van het Gar„ „niesoen heb ik aan eenige Chineezen gepermitteerd op een afgeleegen oord van Compagnies territoir te mogen woonen, in welker boutiques men alle klijnigheden te koop vind, dan in steede van zig daar van behoorlijk te be„ „dienen, hebben zij van die Menschen alles op Credit ge„ „noomen en niets betaald, en wijl de Chineezen tegen mij„ „ne uitdrukkelyke ordre aan geborgd hadden hebben zij ook niet durven komen klaagen. Aan de Sergeanten heb ik ter presentie van den Commandant en de twee andere Officieren, aangezegd dat zij ter ordre van Uwel Edele Gestrenge en Wel Edelens op hun aan den Commandant bevoorens gedaan Verzoek 45 Verzoek voortaan in Steede van kostgeld ook Rantzoen konden krijgen, dog twee derzelve antwoorden dat zoo zij maandelijks alles Compleet zonder dat 'er een of ander aan manqueerde, gelijk nu aan Booter en Olijven Olij gebrek is, bekomen konden zij het dan wel accepteeren wilden de Derde Bellinger repliceerde dat dewijl hij op den berg bij den inlander post hield, hij gevoeglijk geen spek durfde boven brengen en daarom ook geen Rantzoen verlangd had, en met dit Compliment moest den Commandant en ik mij vergenoegen. § 11 Nimmer heb ik mij eenige ordre gegeeven veel min aan iemand van de Bezettelingen geweigerd dat zij zig in 't generaal uit de hier aankomende vaar„ „tuigen voor betaaling niet zouden mogen voorzien van het geene zij tot voedzel en dekzel noodig hebben, ook werden op die vaartuigen zoo min de levens middelen die tot roedzel als het Lijwaat hetwelk tot dekzel diend bij zulke mondjesmaat of bij een enkeld stuk verkogt, dat een gemeen Militair voor een dubbeltje of een Schelling te regt kan komen, ze hebben altoos de vryheid gehad, wanneer zij het aan den Commandant verzogten, om te mogen vaaren na de Chineesche Camp daar men het noodige bekoomen kan, dog ook deeze vrijheid heb ik voor eenige maanden aan de Europeesche moeten beperken, op ingekomen klagten van vijf Maleij„ „ers die zig bezwaarden dat haare vrouwen en Dogters n zoo
English
both along the way on the water, in the Chinese Camp, and in their houses when the husbands were not present, were assaulted and improperly attacked by drunken Europeans, so that I found myself compelled, in order to avert murder and manslaughter, to order that no European shall be permitted to go out anymore except under the supervision of an Officer or Non-Commissioned Officer; and if they were to sail back and forth on the vessels, which has not yet been requested by the Europeans, it would again give rise to many difficulties, since they certainly buy but pay poorly, and the merchant will demand his money from me, just as recently such a complaint was lodged with me about a European soldier, and that debt amounting to seven Ropijen for supplied oil was paid by the Commandant because the soldier, being a tailor, could earn it back. But Right Honorable Sir and Sirs, that is not where the shoe pinches; people here are likely displeased that I have not permitted the military personnel stationed on the vessels that were here to come ashore or those from the fortress to sail on board, in order to prevent drunken carousing and the disorders arising therefrom. However, those from the vessels had the freedom to go and wash at the place where the water is fetched. Section 12. As for the other grievances that the four Deserters brought forward, may I be permitted to remark that if the allocated ration is not properly issued to the men, it is then the duty of the officer attending the distribution to lodge a complaint against it, since it is known to the Officers what the stock consists of and what is lacking in provisions. What is not on hand is entered in cash according to the stipulation in the board money rolls that are sent over monthly, and those Rolls are checked by me against the Latest Specification of the Remnants, whereupon the entered cash is counted out by me to the Clerk in the presence of the Commandant and the officer of the month, and that Roll, after the distribution is made, which takes place at the house of the Commandant, is signed by His Honor and the other officer, which procedure has always been in use since my presence here and still is. Regarding the improper disbursement of the pay: on this important point about which the aforementioned Deserters complained, no fraud can be committed nor anyone harmed, least of all any self-interest pursued thereby, but rather that the Bookkeeper through negligence does not enter someone who is owed more than a month's wages for it. However, this Error is discovered at the Pay Office at Malacca upon the closing of the books, and the account of the holder is debited for the under-received amount insofar as it is credited to him, the money for the payment of wages being issued by me to the clerk according to the receipt rolls drawn up thereof and transmitted to Malacca, just as was said hereinbefore regarding the board and ration money, and distributed by him again to the men at the House of the Commandant in the presence of His Honor and another Officer. Ian Sionko, not yet being able to declare whether he will be inclined to settle at Malacca before he has received Your Right Honorable orders, will therefore depart thither in a few Days with a native vessel. I have the Honor to call myself with respect, Right Honorable Sir and Sirs, Your Right Honorable and Honorable Sirs' Obedient Servant, signed, D. Ruhde. In the margin: Riouw the 24th of April Anno 1787. To the Right Honorable Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director on behalf of the General Netherlands Chartered East India Company of the City and Fortress of Malacca and the jurisdiction thereof. Right Honorable Sir, Section 30. On the 3rd of this month at eight o'clock in the evening, I was secretly informed that from Mantang, a small place situated behind Tanjong Lienang, a number of about Forty vessels, both large and small, were seen approaching this shore, and that they were presumed to be Bugis and peoples of Borneo. I immediately commissioned the native Captain Salim Sandere to inform the king thereof, with orders to observe the prince's countenance to see whether His Highness received it with surprise or with moderation, and to request that His Highness please have the vessels on hand prepared and kept in readiness as soon as possible, to which I received a satisfactory answer. And the next day at 12 o'clock noon, Radja Indra Boensoet, Orang Kaja Sade, and the Scribe Dullha came to inform me that they were commissioned by the Sultan to sail out and investigate what was going on, just as they also returned yesterday evening at 6 o'clock, reporting to me that in the morning at 7 o'clock they had seen a fleet of Forty Vessels, among which were four Large Panjajaps, namely one with a black, one with a red, and two with white flags; that the rest were only small Balloos, which kept their course toward the Land or South side of this Island; that they appeared to them not to be Sea Rovers and that it was certainly a fleet commanded by a prince; that the vessels were not of Malay construction but seemed to come from Borneo and were heading toward the Islands situated south of Tanjong Pinang. Upon my repeated inquiry as to who they thought it might be, they said
Dutch transcription
zoo onderweeg op het water, in de Chineesche Camp, als in haare huizen wanneer de mans niet present waren, door dronken Europeesen aangerand en onbehoorlijk aangetast wierden, dat mij genoodzaakt vond tot afweering van moorden doodslag te moeten belasten dat geen Europees meer zal mogen uitgaan als onder het opzigt van een Officier of Onder Officier; en zoo zij al op de vaartuigen af en aan voeren, hetwelk door de Europesen nog niet verzogt is zoude het weder aanleiding tot veele moeije„ „lijkheden geven, nadien zij wel koopen maar slegt betaalen, en den Handelaar zijn geld van mij vraagen zal, gelijk nog onlangs over een Europees soldaat zoodanige klagte bij mij ingekoomen, en die schuld groot zeven Ropijen, voorge„ „leverde Olie door den Commandant betaald is om dat den soldaat een snijder zijnde het weder kon inwinnen Maar Wel Edel Gestrenge Heer en Heeren daar wringd de Schoen niet, men is hier denkelijk onvergenoegd, dat ik aan de Militairen welke op de hier geweest zynde vaartuigen geplaatst waaren niet gepermmnitteerd heb aan de wal te mogen koomen of dat die uit de fortresse naar boord mogten vaaren, om het dronken drinken en daar uit te ontstaande ongeregeldheden te beletten egter hebben cie van de vaartuigen de vryheid gehad op de plaats daar het water gehaald word te mogen gaan wasschen. —. § 12. Wat de overige grieven der vier Deserteurs be„ „trefd welken zij voorgebragt hebben zij het mij gepermitteerd te mogen remarqueeren, dat zoo het toegelegde rantzoen aan het volk niet behoorlijk verstrekt word, het alsdan de 47 de pligt van den officier is die bij de verstrekking vaceert daar tegen te moeten doleeren, dewijl het aan de Officieren bekend is, waar in de voorraad bestaat en wat er aan pro„ „visien manqueert, wordende het geen niet aan handen is volgens de bepaaling bij de kostgeld-rollen welke maan¬ „delijks overgaan, in gelde opgebragt en die Rollen tegen de Jongste Specificatie van de Restanten door mij gecont„ „fronteerd, wanneer de opgebragte Contanten aan den Seri„ „ba in 't byweezen van den Commandant en den offi„ „cier die de maand heeft door mij toegeteld en die Rolle na de gedaane uitdeeling het welk aan het huis van den Commandant geschied, door zijn E. en den ander officier geteekend, welke behandeling zedert mijn aan„ „weezen hier altoos in gebruik geweest en nog is. —. Belangende het niet behoorlijk verstrekken van de soldijen, In dit aangelegen. poinct waar over de voormelte Deserteurs zig bezwaard hebben, kan geen fraude begaan of niemand benadeeld, allerminst geen eigen belang daar bij gezogt werden, maar wel dat den Boekhouder door verzuim den een of ander die meer als een maand gagie te goed heeft daar voor niet opbrengd, dog welk Erreur op het Soldij Comptoir te Malacca bij 't sluiten der boeken ontdekt en de reekening van den houder voor het te min genotene gedebiteerd werd voor zoo veel hij te vooren staat werdende het geld ter afbetaaling van soldijen volgens de daar van gefor„ „meerde en naar Malacca overgaande quitantie Rollen door Malacca door mij aan den scriba even als hier vooren van het kost- en - Rantzoen-geld gezegd is verstrekt en door hem weder aan het Huis van den Commandant ten over„ „staan van zijn E. en nog een Officier aan het volk uitgedeeld. —. Ian Sionko zig nog niet kunnende declara„ „ren of hij zal inclineeren zig te Malacca neder te zet„ „ten voor dat hij Uwel Edele Gestrenge beveelen verstaan heeft, zal deswegen over eenige Dagen met een inlands Vaartuig na derwaarts vertreken Ik heb de Eer met eerbied mij te noemen /:onderstond/ Wel Edele Gestrenge Heer en Heeren /:Lager:/ UwelEdele Gestrenge en Wel Edelens Gehoorzaame Dienaar /getekend, D. Ruhde tin margine:/ Riouw den 24. April A„o 1787: Aan den Wel Edele Gestrenge Heer Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur Weegenst de Generaale Nederlandsche Geoctroijeerde Oost Indische Compagnie der Stad en Fortresse Malacca mitsgaders den ressorte van dien Wel Edele Gestrenge Heer §30. Den 3. dezer 's avonds te agt uuren wierd mij in Secretesse aangediend dat men van Mantang, een plaatsje ag„ Secreet. „ter 49 „ter Tanjong Lienang gelegen, een aantal van omtrend Veertig vaartuigen zo groote als kleine deeze wal zag naderen, en dat het na presumtie Boegineezen en volkeren van Borneo waren. Ik heb terstond den inlandsch Capitein Salim 'Sandere ge„ „committeerd den koning daar van kennis te geven met last om op het gelaat van den vorst te letten of zijn Hoogheid het met bevreemding dan wel met moderatie ontfing, en te verzoeken dat zijn Hoogheid zo spoedig mogelijk de aan handen zijnde vaartuigen geliefde te laaten klaar maken in gereed te houden, waar op een voldoenend antwoord bekwam en 's anderen daags middags te 12: uuren, Radja Indra Boensoet, Orang Kaja Sade en den Schrijver Dullha mij kwamen informeeren door den Sulthan gecommitteerd te zijn, naar buiten te vaaren en op te neemen wat'er van de zaak was, gelijk zij gisteren avond te 6 uuren ook geretourneerd zijn mij berigtende dat zij 's morgen te 7. Uuren een vloot van Veertig. Vaartuigen gezien hebben, waar onder vier Groo¬ „te Panjajaps, als een met een zwarte een met een roode en twee met witte vlaggen, dat de overige maar kleine Balloos waren, welke den weg naar de Land of Zuid kant van dit Eiland hielden, dat het hun had toegescheenen geen Zeeschuimers te wezen en dat het zeker een vloot was die door een vorst gecommandeerd word, dat de vaartuigen van geen Maleitsche Timmeragie waren maar van Borneo Scheenen te koomen en den Steven naar de Eilanden be„ „zuiden Tanjong Pinang gelegen werden. opmijne her„ „haalde informatie wien zij wel dagten dat het wezen zou:„ Zeiden s acca ni
English
Malacca furnished by me to the Clerk, just as was said herebefore regarding the board and ration money, and distributed by him again at the House of the Commandant in the presence of his Honour and another Officer to the folk. Tan Sionko, being not yet able to declare whether he will be inclined to settle at Malacca before he has received Your Right Honourable orders, will depart thither on that account in a few Days with a native vessel. I have the Honour to call myself with respect (signed) Right Honourable Sir and Sirs (lower) Your Right Honourable and Honours' Obedient Servant (signed) D. Ruhde (in the margin) Riouw the 24. April Ao 1787. Secret To the Right Honourable Sir Pieter Gerardus de Bruijn Governor and Director on behalf of the General Dutch Chartered East India Company of the City and Fortress Malacca, as well as the jurisdiction thereof. Right Honourable Sir, Section 30. On the 3. of this month at eight o'clock in the evening it was reported in secret that from Mantang, a place situated behind Tanjong Lienang, a number of about Forty vessels, both large and small, were seen approaching this shore, and that these were presumed to be Bugis and people of Borneo. I immediately commissioned the native Captain Salim Sandere to inform the king thereof, with orders to observe the countenance of the monarch, whether His Highness received it with surprise or rather with composure, and to request that His Highness would please to have the vessels on hand prepared and kept in readiness as soon as possible, whereupon I received a satisfactory answer, and the next day at 12: o'clock at noon, Radja Indra Boensoet, Orang Kaja Sade and the Writer Dullha came to inform me that they had been commissioned by the sultan to sail out and investigate what the matter was, just as they also returned yesterday evening at 6 o'clock, reporting to me that in the morning at 7 o'clock they had seen a fleet of Forty Vessels, among which were four Large Panjajaps, namely one with a black, one with a red, and two with white flags, and that the rest were only small Balloors, which kept their course towards the Land or South side of this Island; that it had appeared to them not to be Sea rovers and that it was certainly a fleet commanded by a prince, that the vessels were of no Malay Construction but seemed to come from Borneo and turned their prow towards the Islands situated south of Tanjong Pinang. Upon my repeated inquiry as to who they thought it might be, they said that they could not guess with any certainty; but I replied that I had news that Radja Alie was among them, just as I have private intelligence that this Prince is indeed among them and is possibly making a design to take us by surprise; yet as today is the fifth day since this fleet was first seen, and they approach so slowly, I am apprehensive that they are quite likely still awaiting a reinforcement to attack us. Section 31. Captain Salim Sandere reported to me that the king had received the news with agitation, professing to know nothing of it or to have heard anything, having a polite Compliment paid to me for the prompt sharing of those unpleasant tidings. Section 32. The Sultan has promised me to equip, arm, and send to me the vessels here, after which, in consultation with the Commandant and other Officers, it will be seen what can be undertaken with those vessels. Section 33. Meanwhile I request the speedy acquisition of two or three well-armed vessels, and at the requisition of Commandant Vetter fifty men of the Military, whether Europeans or Natives, item at the request of the Fireworker Schutst the obtaining of 4 Gunners and 4 Cannoneers, whilst upon the arrival of the vessels, as a Signal of Assurance, three heavy Shots from the Main fortress will be fired in rapid succession. I have the Honour to be with Respect (underneath) Right Honourable Sir, (lower) Your Right Honourable's very Obedient Servant (signed) D. Ruhde (in the margin) Riouw the 6. May Ao 1787. (beneath that) P. S. whilst copying this I have agreed with the Chinese Captains that they will deliver to me 100 men of the Chinese to be employed in the fortress, and that one of those Officers will keep watch with us. Agrees Van Saak Gj linck Copy Outgoing and Incoming Secret Letters to and from Pera, From mid-February 1787 until the end of March 1788. No 11. Separate To the military Ensign Godhart Diedenhoven, Commandant of the Company's Garrison Pera Honourable, Pious, I send to you a copy of the ordinance that was granted to the Master of the pantjallang the Philippine, from which you will see with what purpose that small vessel is dispatched from here. In case the Selangor fleet, which the Captain of an English snow told me he had seen before the mouth of the river of Pera, should already have departed, as I hope, you must leave the said Pantjallang outside alone; but otherwise you may make such use of that vessel and the pantjallang Bliton as you shall deem necessary for your own safety, or for the protection of the Chinese junk that is due to return from Queda. I commend you to Heaven's merciful keeping and remain (underneath) Your Good Friend (Signed) P. G. de Bruijn (in the margin) Malacca in the Castle the 14. June 1787. To
Dutch transcription
Malacca door mij aan den Scriba even als hier vooren van he kost- en - Rantzoen-geld gezegd is verstrekt en door weder aan het Huis van den Commandant ten ov „staan van zijn E. en nog een Officier aan het vo uitgedeeld. —. Ian Sionko zig nog niet kunnende decla „ren of hij zal inclineeren zig te Malacca neder te „ten voor dat hij Uwel Edele Gestrenge beveelen vers heeft, zal deswegen over eenige Dagen met een inland vaartuig na derwaarts vertrekken Ik heb de Eer met eerbied mij te noemen /:onders: Wel Edele Gestrenge Heer en Heeren /:Lager:/ Uweld Gestrenge en Wel Edelens Gehoorzaame Dienaar /get D. Ruhde /en margine:/ Riouw den 24. April A„o Sicreet Aan den Wel Edele Gestrenge Hee Pieter Gerardus de Bru¬ Gouverneur en Directeur Wegen St de Gener Nederlandsche Geoctroijeerde Oost Indi Compagnie der Stad en Fortresse Mald mitsgaders den ressorte van dien Wel Edele Gestrenge Heer § 30. Den 3. dezer 's avonds te agt uuren wierd Secretesse aangediend dat men van Mantang, een plaats, „ter O 49 „ter Tanjong Lienang gelegen, een aantal van omtrend Veertig vaartuigen zo groote als kleine deeze wal zag naderen, en dat het na presumtie Boegineezen en volkeren van Borneo waren. Ik heb terstond den inlandsch Capitein Salim 'Sandere ge„ „committeerd den koning daar van kennis te geven met last om op het gelaat van den vorst te letten of zijn Hoogheid het met bevreemding dan wel met moderatie ontfing, en te verzoeken dat zijn Hoogheid zo spoedig mogelijk de aan handen zijnde vaartuigen geliefde te laaten klaar maken in gereed te houden, waar op een voldoenend antwoord bekwam en 's anderen daags middags te 12: Uuren, Radja Indra Boensoet, Orang Kaja Sade en den Schrijver Dullha mij kwamen informeeren door den sulthan gecommitteerd te zijn, naar buiten te vaaren en op te neemen wat 'er van de zaak was, gelijk zij gisteren avond te 6 uuren ook geretourneerd zijn mij berigtende dat zij 's morgen te 7. uuren een vloot van Veertig. Vaartuigen gezien hebben, waar onder vier Groo¬ „te Panjajaps, als een met een zwarte een met een roode en twee met witte vlaggen, dat de overige maar kleine Balloors waren, welke den weg naar de Land of Zuid kant van dit Eiland hielden, dat het hun had toegescheenen geen Zeeschuimers te wezen en dat het zeker een vloot was die door een vorst gecommandeerd word, dat de vaartuigen van geen Maleitsche Timmeragie waren maar van Borneo scheenen te koomen en den Steven naar de Eilanden be„ „zuiden Tanjong Pinang gelegen wenden. Opmijne her„ „haalde informatte wien zij wel dagten dat het wezen zou: Zeiden zeiden zij met geen zekerheid het te kunnen gissen; dan ik hernam dat ik tijding had dat Radja Alie Zig daar onder bevond, gelijk ik onder de hand narigt heb dat dien Prins zig in de daad daar onder bevind en mogelijk een toeleg maakt ons te willen overvallen dan wijl het heden de vijfde dag is dat deeze vloot het eerst gezien wierd en zij zo langzaam naderen ben ik bedugt dat zij veel ligt nog een renfort zijn wagtende om ons te atta„ „queeren. § 31: Capitein Salim 'Sandere heeft mij gerappor„ „teerd dat den koning de tijding met ontroering had ver„ „noomen, betuigende nergens van te weeten of iets gehoord te hebben, laatende mij een beleeft Compliment maaken voor de prompte bedeeling dier onaangenaame maare § 32. De Sulthan heeft mij beloofd de hier zijnde kielen te zullen equipeeren, armeeren en mij toe te zenden waar na met overleg van den Commandant en verdere Officieren zien zal wat men met die vaartuigen zal kun„ „nen uitvoeren. C. § 33. Inmiddens verzoek ik de spoedige erlan„ „ging van twee of drie wel gearmeerde vaartuigen, en ter requisitie van den Commandant Vetter vijftig koppen Militairen het zij Europesen of Inlanders, item ten verzoeke van den Vuurwerker Schutst de bekooming van 4. Canonniers en 4. Busschieters, terwijl bij aankomst der vaartuigen tot een Sein van Verzekering drie zwaare Schooten uit de Hoofd-fortresse kort op den anderen zullen ge„ „daan 51 „daan worden. Jk heb de Eer met Eerbiedigheid te zijn /:onderstond:) Wel Edele Gestrenge Heer, /:Lager:/ UwelEdele Gestren„ „/getekend:/ D. Ruhde „ge zeer Gehoorzaame Dienaar „ /:in margine:/ Riouw den 6. Meij Ao 1787. /:daar onder:/ P. S. onder het af„ „schrijven dezes ben ik met de Chineesche Capiteins over een ge„ „komen, dat zij mij 100. koppen Chineesen zullen Leveren om in de fortresse geemployeerd te worden en dat een dier Offi„ „cieren de wagt bij ons zal houden:— Accordeert # 1E Van Saak b Gj linck Copie Toegaaneen Aangekomen ecreete Brieven naar en van Pera, Se„ „dert medio Februarij 1787. tot ultimo Maart 1788. No 11. Apart Aan den Vaandrig militair Godhart Diedenhoven, Commandant van Comps. Bezetting Pera Eerzaame, Vroome, Ik zend aan UwE. een afschrift van de ordonnancie, die op den Gezaghebber van de partjallang de Philippine verleend is, waar uit UwE. blijken zal met wat oogmerk dat kieltje van hier geëxpedieerd wordt. Bijaldien de Slangenoorsche vloot, die de Capitein van eene Engelsche snauw mij gezegd heeft voor den mond der rivier van Pera gezien te hebben, reeds vertrokken mogte weezen, gelijk ik hoop, moet UwE. de gemelde Pantjallang alleen buiten laaten; dog anders kan UwE. van dat kiel„ „tje en de pantjallang Bliton zoodanig gebruik maaken, als uwE. tot eigen veiligheid, of tot bescherming van de Chinasche jonk, die van Queda staat weder te keeren, noodig zal oordeelen. Ik beveel UwE. in 's Hemels genadige bewaaring„ en blijf (onderstond) Uw E. Goede Vriend (Getekend) P. G. de Bruijn (in margine) Malacca in het Casteel den 14. Iuni 1787. Aan
English
Secret To the Military Ensign Godhart Diedenhoven, Commandant of the Company's Garrison in Pera Pious, Honorable, As the measures devised by me with the Right Honorable Willem Silvester, Commander-in-Chief of the national naval squadron currently in these regions, both for the prosperity of the Kingdom of Pera and for the suppression of the smuggling trade in tin, will become apparent to you from the two letters that I requested the Right Honorable Engelbertus Lucas, commander of the national frigate of war the Scipio, to present to you for perusal, I therefore do not consider it necessary to elaborate on this further herein, but will merely make a few remarks regarding their execution. And firstly, that because keeping our intention secret or concealed is most necessary to achieve it, you must try to make everyone there, but especially Sultan Muda, believe that the said Mr. Lucas comes over for no other purpose than to confer with the King and the dignitaries of the realm on what ought to be done to suppress tin smuggling, and, if necessary, to secure Pera from the hostile attack with which Said Ali, according to the incoming reports, has threatened that Kingdom. Secondly, that after the arrival on shore of the aforementioned Mr. Lucas, you must inform His Honor accurately of the current state of affairs, the disposition of the minds of the Court and other dignitaries of the Realm for or against Sultan Muda, and of the latter's faction, so that if, contrary to my expectation, that Prince should fail to pay a return visit to the fort, you may consult with His Honor on how he might otherwise be brought under control. I remain, after greetings, (subscribed) Your Honor's Good Friend, (signed) P. G. de Bruijn (in the margin) Malacca in the Castle, the 24th of December 1787 To the Military Ensign Godhart Diedenhoven, Commandant of the Company's Garrison in Pera Honorable, Pious, Having seen by your secret letter of the 11th of January last that the King was unwilling to consent to the reasonable request of Captain Lucas, who returned from Pera on the 12th of that month with the national frigate the Scipio, to receive a return visit from the Realm's First Ministers in the Company's fort after His Honor's admission to the Court; I therefore command you to convey to His Highness my utmost astonishment in that regard, and at the same time to present to him that I expected nothing less than that His Highness, who is an old friend and ally of the Dutch, and who recently, namely in the month of June 1787, according to your letter of the 3rd of July, came in person with all his dignitaries to Tanjong Doetoes to greet the King of Selangor, now refuses the honor of sending his said Ministers for that purpose to the Company's fort to a prominent servant of the Sovereign of the United Netherlands, such as Mr. Lucas is, whereas the King of Selangor, and even far greater native Kings, can by no means be compared to our said Sovereign; that Mr. Silvester, Captain Commander of the National Squadron, deeply offended by such a refusal, would have undertaken the voyage to Pera with two or three ships to show the people of Pera who the gentlemen are whom they have treated so coldly, had I not put the best interpretation on the King's impolite conduct and requested His Honor to wait at least until it was observed that the King also chose to pay no heed to His Honor's admonition to ensure that all the tin of Pera is delivered to the Company alone, in accordance with the Contract; that, although Mr. Silvester has since passed away, His Honor's successor will do the same that Mr. Silvester would have done, unless prompt proof were received of the King's loyalty and devotion to the Company; that I therefore hope that His Highness, in order to avert the disasters that could befall the Kingdom of Pera, will vigorously prevent the smuggling of tin and promote the delivery thereof to the Company by all possible means. For the rest, in the conversation with the King, you may make cautious use of the remarks that you will find contained in the extract enclosed herewith from my letter to Mr. Lucas of the 22nd of December 1787, to test what effect this will have. I remain, (subscribed) Your Honor's Good Friend, (signed) P. G. de Bruijn (in the margin) Malacca in the Castle, the 12th of February 1788 Agrees Van Aak E: G: Clock
Dutch transcription
Secreet Van den Vaandrig militair Godhart Diedenhoven Commandant van Comps. Bezetting Cera Vroome Eerzaame, De middelen, door mij met den Wel-Edelen Gestrengen Heer Willem Silvester, Commandant en chef van het in deeze Gewesten zijnde 's lands Eseruader van oorlog beraamd, zoo wel voor de welvaart van het Perasche Rijk, als tot tegengang van den smokkelhandel in tin, UwE. zullende te vooren komen uit de twee brieven, die ik den Wel-Edelen Gestrengen Heer En„ „gelbertus Lucas, commandant van 's Lands fregat van oorlog de Scippio, verzogt heb UwE. ter lecture te willen geeven, agt ik derhalven niet noodig mij daar over bij deezen uit te laaten, maar zal eenlijk met opzigt tot derzelver uitvoering het een en ander remarqueeren. En wel eerstelijk, dat uwE, doordien de geheim - of bedekthou„ „ding van ons oogmerk allernoodzaakelijkz is om het zelve te bereiken, tragten moet om een ieder ginder, dog voornamelijk zulthan Moeda te doen gelooven, dat de gemelde Heer Lucas tot geen ander einse overkomt, als om met den Koning en de Rijks„ „grooten te overleggen wat tot tegengang van Smokkelarijen in tin behoort gedaan te worden, en Lera des noods te beveiligen voor den rijandelijken aanval, waar mede Said Ali, volgens de op - de ingelopen berigten, dat Rijk gedreigd heeft. Ten tweeden, dat UwE, na de komste aan de wal van den meergemelden Heer Lucas, zijn wel-Edele Gestr. naauw keuriglijk moet onderrigten van den tegenwoordigen staat der zaaken, de gesteldheid der gemoederen van de Hofs- en verdere Grooten des Rijks voor of tegen sulthan Moeda, en van des laast gemelden aanhang, om wanneer die Prins tegen mijne verwagting geene contra„ „visite in het fort mogte komen afleggen, met zijn wel-Edele Gestr. te raadpleegen hoe men hem anders zoude kunnen magtig worden. Ik blijf na groete (onderstond) Uw E. Goede Vriend (Getekend) P. G. de Bruijn (in margine) Malacca in het Casteel den 24. December 1787 Van den Vaandrig militair Godhart Diedenhoven Commandant van Comps. Bezetting Eerzaame, Vroome, Bij UwE. Secreeten brief van den 11. Januari laastleden gezien hebbende, dat de Koning niet hadt willen bewilligen in het billijk verzoek van den op den 12. dier maand met 's lands fre„ „gat de Leijpio van Leva gereverteerden Heer Capitein Lucas, om Pera na - 3 Secreet op na de admissie van zijn Ed. ten Hove eene contravisite van 'Schijks Eerste Ministers in Comps. fort te ontvangen; zoo beveel ik UwE. aan zijne Hoogheid mijne uiterste verwondering dientwegen, en teffens voor te houden, dat ik niets minder verwagt heb, dan dat zijne Hoogheid, die een oude Vriend en Bondgenoot van de Hollanders, en nog onlangs, of in de maand Iuni 1787, volgens UwE. schrijven van den 3. Iuli, in eigen persoon met alle zijne Rijksgrooten op Tanjong Doetoes gekomen is om den Koning van Slangenoor te begroeten, nu de eere van zijne gemelde Ministers tot dat einde naar Comps. fort af te zenden weigerd aan eenen voor„ „naamen Dienaar van den Souveraie der vereenigde Nederlanden, gelijk de Heer Lucas is, daar de Koning van Slangenoor, en zelfs veel grooter inlandsche Koningen, op verre na niet in vergelijking gebragt kunnen worden bij onzen gemelden sou„ „verain; dad de Heer Silvester, Capitein Commandeur van 's Lands Esquader, zeer gevoelig van zulk eene weigering, met twee of drie schepen de reize naar Pera zoude hebben ondernomen, are aan de Levriers te toonen wie de geren zijn, welken zij zoo koeltjes bejegend hebben, indien ik het onbeleefd gedrag van den Koning niet in de beste vouw gelegd, en zijn Ed. e verzogt hadde om zoo lang ten minsten te wagten, tot dat men bespeurde dat de koning op de aanmaaning van zijn Ed. om te zorgen dat al hed tin van Leva, volgens het Contract aan de Compagnie alleen geleverd wordt, ook geen agt wilde geeven; dat, schoon de Heer Silvester sedert overleden is, zijn Eds. Opvolger hetzelfde zal doen, dat de Heer Silvetter gedaan gedaan zoude hebben, ter zijn men daadelijke blijken ontving van 's Konings trouwe en verkleefdheid aan de Compagnie; dat ik der„ # „halven verhoop, dat zijne Hoogheid, ter vermijdinge der rampen, die het Lerasche Rijk zouden kunnen overkomen, de sluikerijen van tin met kragt beleften en de leverancie daar van aan de Compagnie bevorderen zal langs alle mogelijke wegen. kunnende UwE. voor het overige in het gesprek met den koning voorzigtiglijk gebruik maaken van de aamerkin„ „gen, die uwE. vervat zal vinden in het deezen bijgevoegde Ex„ „tract uit mijnen brief aan den Heer Lucas van den 22. De„ „cember 1707, om te bevroeven van wat effect het een en ander zal weezen. Ik blijft Onderstond) UwE. Goede wriend (Getekend) L. G. de Bruijn (in margine) Malacca in het Casteel den 12. Februari 1788 Accordeert Van aak E EE: G: Clock
English
after the admission of His Honour to Court, to receive a counter-visit from the First Ministers in the Company's fort; so I direct Your Honour to present to His Highness my utmost astonishment in that regard, and at the same time to point out that I expected nothing less than that His Highness, who is an old Friend and Ally of the Dutch, and only recently, in the month of June 1787, according to Your Honour's letter of the [illegible] July, came in his own person with all the Grandees of his Realm to Tanjong Doetoes to greet the King of Selangor, now refuses the honour of sending his said Ministers to the Company's fort to a distinguished Servant of the Sovereign of the United Netherlands, as Mr. Lucas is, whereas the King of Selangor, and even far greater native Kings, can by no means be brought into comparison with our said Sovereign; that Mr. Silvester, Captain-Commander of the National Squadron, deeply offended by such a refusal, would have undertaken the voyage to Perak with two or three ships to show the people of Perak who those are whom they have treated so coldly, had I not put the best interpretation upon the king's impolite conduct, and requested His Honour to wait at least until it was observed that the king would also pay no heed to his admonition to ensure that all the tin of Perak, according to the Contract, is delivered solely to the Company; that, although Mr. Silvester has since died, His Honour's Successor will do the same as Mr. Silvester would have done, unless immediate proof is received of the King's loyalty and devotion to the Company; that I therefore hope that His Highness, in order to avert the calamities that might befall the Kingdom of Perak, will vigorously prevent the smuggling of tin and promote the delivery thereof to the Company by all possible means. For the rest, Your Honour may in the conversation with the king make prudent use of the remarks which Your Honour will find contained in the enclosed Extract from my letter to Mr. Lucas of 22 December 1787, in order to test what effect all this will have. I remain Your Honour's Good friend (Signed) P. G. de Bruijn (Underneath was written) (in the margin) Malacca in the Castle, the 12th of February 1788 Agreed [illegible] C. G. Klock 6 To the Right Honourable and Valiant Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress there. Right Honourable and Valiant Sir, With the pantjallangs the Philiprine and Bliton I received the ordinances and separate missive from Your Right Honourable and Valiant of the 14th of June on the 22nd of the same month: On the first of June the King of Selangor arrived here before the Garrison with 20 baloos, and prior to his arrival 8 pieces were already here, and after him another 3 pieces arrived, making together 31 pieces, altogether manned by 411 men, and not mounted with heavy or much artillery. His Highness had come down the day before with all the Grandees of the realm to the islands of Tanjong Loetoes to receive the King of Selangor, and also to dispatch him from there again, for His Highness absolutely did not want him any further upriver. The following day the King of Selangor paid a visit to His Highness; the old prince immediately asked him what his desire was in coming here; the King of Selangor is said to have said: I wished very much to see Your Excellency, and to request that I may get back my people who fled, which His Highness is said to have granted him, to take those who were staying here. Whether the Selangorians had anything evil in mind may well have been possible according to the rumours before their arrival, but the Perakians were on their guard, kept good watch, and did not trust their people at all. After having stayed for six days at the Broken Islands, the Grandees of the realm and other Rajas took the King of Selangor with all his retinue upriver, although the old prince did not want this. After the Selangorians had been upriver for some time, I received news that they were seeking to buy up tin, the bahar for 32 Spanish reals. I immediately sent the King's Secretary upriver and conveyed my compliments to His Highness and the King of Selangor, and had it announced that the Company still had enough money and had no need for the King of Selangor to come here to buy up the tin; he had better send all the tin produced in Selangor to Malacca, which would be better for him to do according to his Contract with the Honourable Company. At this compliment the King of Selangor became angry with me, and let himself drift downriver with his vessels the following day as far as the Chinese camp, where he still lies at anchor at the departure of this letter. His Highness excused himself to me, saying that he had heard nothing of the buying up of tin by the Selangorians. I shall detain the pantjallang the Philiprine until the King of Selangor has departed from here; I shall then let it depart to cruise for the Chinese junk which is expected to arrive from Queda. Wherewith I have the honour, with deep respect, to call myself, (Underneath was written) Right Honourable and Valiant Sir, (Lower down) Your Right Honourable and Valiant's humble and dutiful Servant (Signed) G. Diedenhoven (in the margin) Perak, the 3rd of July 1787. To the Right Honourable and Valiant Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress there. Right Honourable and Valiant Sir, When the Right Honourable and Valiant Sir Engelbertus Lucas, Commander of the National Frigate Scipio, arrived here, I immediately had to have the king's secretary summoned and sent to His Highness to request an audience for the Right Honourable and Valiant Sir Lucas, on the condition that if the King granted it to him, His Honour also requested a counter-visit to the fort from all the Grandees of the realm, or otherwise being unwilling to appear at the court; whereupon the king had seven days' postponement requested to [illegible] his 4 8
Dutch transcription
na de admissie van zijn Ed. ten Hove eene contravisite van Eerste Ministers in Comps. fort te ontvangen; zoo ber ik UwE. aan zijne Hoogheid mijne uiterste verwonder dientwegen, en teffens voor te houden, dat ik niets mi verwagt heb, dan dat zijne Hoogheid, die een oude Vr en Bondgenoot van de Hollanders, en nog onlangs, of de maand Iuni 1787, volgens UwE. schrijven van den Iuli, in eigen persoon met alle zijne Rijksgrooten Tanjong Doetoes gekomen is om den Koning van Slang te begroeten, nu de eere van zijne gemelde Ministers te einde naar Comps. fort af te zenden weigerd aan eener „naamen Dienaar van den Souveraie der vereenigde Nedere gelijk de Heer Lucas is, daar de Koning van Slangenoor zelfs veel grooter inlandsche Koningen, op verre na niet vergelijking gebragt kunnen worden bij onzen gemelden „verai; dat de Heer Silvester, Capitein Commandeur 's Lands Esquader, zeer gevoelig van zulk eene weiger met twee of drie schepen de reize naar Pera zoude ondernomen, om aan de Levaiers te toonen wie de gen welken zij zoo koeltjes bejegend hebben, indien ik het onbel gedrag van den Koning niet in de beste vouw gelegd, Ed. e verzogt hadde om zoo lang ten minsten te wagten, men bespeurde dat de koning op de aanmaaning van zy om te zorgen dat al het tin van Lera, volgens het Contr aan de Compagnie alleen geleverd wordt, ook geen agt wild geeven; dad, schoon de Heer Silvester sedert overled zijn Eds. Opvolger hetzelfde zal doen, dat de Heer Sil„ gedaan gedaan zoude hebben, ter zijn men daadelijke blijken ontving van 's konings trouwe en verkleerdheid aan de Compagnie; dat ik der„ „halven verhoop, dat zijne Hoogheid, ter vermijdinge der rampen, die het Lerasche Rijk zouden kunnen overkomen, de sluikerijen van tin met kragt beletten en de leverancie daar van aan de Compagnie bevorderen zal langs alle mogelijke wegen. kunnende UwE. voor het overige in het gesprek met den koning voorzigtiglijk gebruik maaken van de aanmerkin„ „gen, die uwE. vervat zal vinden in het deezen bijgevoegde Ex„ „tract uit mijnen brief aan den Heer Lucas van den 22. De„ „cember 1707, om te bevroeven van wat effect het een en ander zal weezen. Ik blijft UwE. Goede vriend (Getekend) L. G: de Bruijn (Onderstond) (in margine) Malacca in het Casteel den 12. Februari 1788 Accordeert tan aak C Gi klock 6 Aan den Wel-Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der Stad en Fortres„ „se aldaar Wel-Edele Gestrenge Heer, Met de pantjallangs de Philiprine, en Bliton heb de ordon„ „nancies en missuim Appart van uwel Edele Gestr. van den 14. Iuni den 22. dito ontvangen: Op den eersten Iuni arriveerde de koning van Slangenoor alhier voor de Bezetting met 20. baloos, en voor zijn komst alhier geweest 8. ps. en na hem nog aangekomen 3. ps. tezamen 31. ps. altezaamen bemand met 411. koppen, ook niet met zwaar of veel geschut gemon„ „teerd. zijn Hoogheid was 's daags van te vooren beneden gekomen met alle rijksgrooten aan de Eijlanden Tanjong Loetoes om den koning van Slangenoor, te ontvangen; en aldaar ook wederom af te vaardigen want zijn Hoogheid woude hem absolut niet verder boven hebben, 's anderendaags heeft de Koning van Slangenoor eene visite afgelegd bij zijn Hoogheid, de oude vordt, heeft hem ter„ „stond gevraagd wat zijn begeerte was, dat hij hier kwam, de Koning van Slangenoor zoude gezegd hebben ik woude uwe Exelentie gaarn eens zien, en verzoeken, dat ik de gevlugte volkeren van mij mag wederom krijgen, hetwelk zijn Hoog„ „heid „heid hem zoude toegestaan hebben om dezelve te neemen, als zig welke hier ophielden. Op de Slangenoroesen iets kwaads in zin hebben gehad, kan wel mogelijk zijn geweest, volgens de gerugten voor naar komst maar de Zeraneesen waren op haare hoede, en houden goede wagt vertrouwen haar lieden niets. Na zes dagen aan de gebrookene Eijlanden vertoefd te hebben, namen de Rijksgrooten, en andere Radjas den koning van Slangenoor met al zijn gevolg mede na boven, alschoon de oude vorst, dit niet wild hebben. Na dat de slangenoveeshen eenigen tijd boven zijn geweest, kreeg ik tijding dat zij zogten tin op te koopen, de baar voor 32. Spaansche reaalen, ik zond terstond 's Konings Schrijver na boven, en liet mijn compliment maaken, aan zijn Hoog„ „heid en den koning van Slangenoor, en daar bij aanzeggen dat de Compagnie, nog geld genoeg hadde en den koning van Slangenoor niet noodig heeft, om hier te komen het tin op te koopen, hij zoude al het tin welk te slangenoor vald, maar naar Malacca zenden, dat hij dan beder doet, volgens zijn Contract met de E. Compagnie, op dit Compliment is de koning van Slangenoor kwaad op mij geworden, en heeft zig met zijne vaartuigen 's anderen daags laaten afzakken tot in de Chineesche kamp, alwaar hij nog bij afgaan deezes ten anker legt. zijn Hoogheid het zig bij mij veroxcuseeren, dat hij van het ten opkoopen van de Slangenoreeschen niets vernomen had. De pantjallang de Philiprine zal ik aanhouden tot de ko„ „ning „ning van Slangenoor, van hier zal vertrokken zijn; Als dan zal laaten vertrekken om te kruissen op de China„ „sche Jonk, die van Queda staat te komen. Waar mede de eer hebbe met een diep ontzag om mij te noe„ „men, (Onderstond) Wel-Edelen Gestrengen Heer, (Lager) Uwel-Edele Gestrenge onderdaanige pligtschuldige Dienaar (Getekend) G. Diedenhoven (in margine) Leva den 3. Iuli 1787. Van den Wel-Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der Stad en Fortresse aldaar Wel-Edelen Gestrengen Heer, Toen den Wel-Edelen Gestrengen Heer Engelbertus Lucas, Com„ „mandant van 's Lands Fregat Scipio alhier gearriveerd is, moeste ik zij terstond 's konings schrijver larten roepen en bij zijn Hoogheid zenden om audientie te verzoeken voor den wel-Edelen Gestr. Heer Lucas met conditie als hem de Koning dezelve verleend, dat hij E„ ook verzoekt eene contra visite aan het fort van alle Rijks„ „grooten of anders niet willende aan het hoff verscheinen, waar op de koning zeven dagen uitstel heeft laaten verzoeken om zijne 4 8
English
to call his grandees of the realm together, but the Right Honorable and Severe Lord Lucas did not want to wait for that, and sent me with his secretary to His Highness. Both of us have submitted a written report on this commission to the Right Honorable and Severe Lord Lucas. We have made every possible effort to persuade the king to arrange a return visit of his First Ministers to the Right Honorable and Severe Lord Lucas, but the King would not order his First Ministers to do so, and said it had never been custom. Now that the king has not been willing to proceed with that, he will also not proceed to banish him from the country, and to get Sultan Moeda into our hands, I know of no other means than what has presently been done. To take away Leva and destroy Lavoet could be done with little effort, for the people of Leva do not want to fight but will then run into the forest; the Company would then once again have a desolate land without income. With which I have the honor to call myself with all respect, (Below was written) Right Honorable and Severe Lord (lower) Your Right Honorable and Severe humble, dutiful Servant (Signed) J. Diedenhoven (in the margin) Lera the 11th of January 1788. To the Right Honorable and Severe Lord Pieter Gerardus de Bruijn Governor and Director of the City and Fortress 10 Right Honorable and Severe Lord, there When the galiot Concordia had departed from here on the 23rd of February, I requested an audience with His Highness, which he granted me on the 27th of February. After I had presented a compliment from Your Right Honorable and Severe Lordship, I conversed in a friendly manner with His Highness regarding Your Right Honorable and Severe Lordship's writing of the 12th of February concerning the return visit of the Right Honorable and Severe Lord Lucas. His Highness answered me that it was indeed true that he with his grandees of the realm had greeted this King of Slangenoor, and also his father, in person at Tanjong Poetoes, but never a European, and this was also not the custom among their people, likewise they knew nothing of high ranks. When I pointed out to him that Mr. Silvester, Captain Commandant of the national Squadron, had wanted to come here with three warships if Your Right Honorable and Severe Lordship had not requested his honor to wait a while, to which the king answered me: if the Company wants to ruin my country, what shall I do against it? And concerning the price of the tin, how much it costs the Company, he says to me: what the tin costs the Company I do not know, I smuggle no tin, and live very quietly at present, and want to know no more of so many affairs, for I have entrusted the supreme command to Sultan Moeda. Sultan to call his grandees of the realm together, but the Right Honorable and Severe Lord Lucas did not want to wait for that, and sent me with his secretary to His Highness. Both of us have submitted a written report on this commission to the Right Honorable and Severe Lord Lucas. We have made every possible effort to persuade the king to arrange a return visit of his First Ministers to the Right Honorable and Severe Lord Lucas, but the King would not order his First Ministers to do so, and said it had never been custom. Now that the king has not been willing to proceed with that, he will also not proceed to banish him from the country, and to get the Sultan into our hands, I know of no other means than what has presently been done. To take away Leva and destroy Lavoet could be done with little effort, for the people of Leva do not want to fight but will then run into the forest; the Company would then once again have a desolate land without income. With which I have the honor to call myself with all respect, (Below was written) Right Honorable and Severe Lord (lower) Your Right Honorable and Severe humble, dutiful Servant (Signed) G. Diedenhoven (in the margin) Pera the 11th of January 1788. To the Right Honorable and Severe Lord Pieter Gerardus de Bruijn Governor and Director of the City and Fortress 10 Right Honorable and Severe Lord, there When the galiot Concordia had departed from here on the 23rd of February, I requested an audience with His Highness, which he granted me on the 27th of February. After I had presented a compliment from Your Right Honorable and Severe Lordship, I conversed in a friendly manner with His Highness regarding Your Right Honorable and Severe Lordship's writing of the 12th of February concerning the return visit of the Right Honorable and Severe Lord Lucas. His Highness answered me that it was indeed true that he with his grandees of the realm had greeted this King of Slangenoor, and also his father, in person at Tanjong Poetoes, but never a European, and this was also not the custom among their people, likewise they knew nothing of high ranks. When I pointed out to him that Mr. Silvester, Captain Commandant of the national Squadron, had wanted to come here with three warships if Your Right Honorable and Severe Lordship had not requested his honor to wait a while, to which the king answered me: if the Company wants to ruin my country, what shall I do against it? And concerning the price of the tin, how much it costs the Company, he says to me: what the tin costs the Company I do not know, I smuggle no tin, and live very quietly at present, and want to know no more of so many affairs, for I have entrusted the supreme command to Sultan Moeda. Sultan
Dutch transcription
zijne Rijksgrooten bij malkanderen te roepen edog den wel-Edelen Gestr. Heer Lucas woude niet daar na wagten, en zond mij niet zijn secretaris naar zijn Hoogheid, van deeze commissie hebben wij bijde een schriftelijk rapport aan den Wel -Edelen Gestrengen Heer Lucas overgegeven, wij hebben alle mogelijke middelen in het werk gesteld om den koning over te haalen tot eene contra visite van zijne Eerste Ministers aan den Wel-Edelen Gestrengen Heer Lucas, edog de Koning woude zijne eerste Ministers daar toe net ordonneeren, en zegd het was nooit gebruik geweest, nu de koning daar toe niet heeft willen overgaan, zal hij ook om hem uit het land te bannen niet overgaan, en om den Sulthan Moeda in handen te krijgen, weet ik geen ander middel als tans ge„ „daan is. Om Leva weg te neemen en Lavoet te vernielen zoude met weinig moeite konnen gedaan worden want de Levaeers willen niet regten maar dan na het bosch loopen, zoude de Compagnie al wederom een woest land hebben zonder Inkomsten. Waar mede de een hebbe om mij met alle eerbied te noemen (Onderstond) Wel-Edelen Gestrengen Heer (lager) Uwel-Edele Gestrenge onderdaanige schuldpligtige Dienaar (Getekend) J Die„ „denhoven (in margine) Lera den 11. Januari 1788. Aan den Wel-Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur der Stad en For„ „treste 10 Wel-Edele Gestrenge Heer, „treffe aldaar Soen de Gallowet Concordia den 23. Februari van hier vertrok¬ „ken was, zoo hebbe bij zijn Hoogheid om audientie laaten verzoe„ „ken dewelke hij mij op den 27. Februari heeft verleend, na dat ik een compliment van Uwel-Edele Gestrenge hadde afgelegd, zoo hebbe zijn Hoogheid in het vriendelijke uwel-Edele Gestr. schrijvens van den 12. februari onderhouden wegens het contravi„ „site van den Wel-Edelen Gestr: Heer Lucas, heeft mij zijn Hoogheid geandwoord, wel was het waar dat hij met zijne Rijks„ „grooten deezen Koning van Slangenoor, en ook zijn vader in persoon op Tanjong Poetoes heeft begroet, maar nog nooit een Europees, en dit was ook geen gebruik bij haar lieden, almede zij wisten van geene hooge qualiteiten. Toew ik hem heb voorgehouden dat de Heer Silvester Capi„ „tein Commandant van 's lands Esquader met drie schepen van oorlog hadde willen hier komen indien Uwel-Edele Gestrenge zijn Edele niet verzogt hadde nog te wagten, waar op de koning mij andwoorde, als de Compagnie mijn Land wil ruij„ „neeren, wat zal ik daar tegen doen, en wegens de prijs van het tin, hoeveel het de Compagnie kond te staan segt hij tegens mij, wat het tin de Compagnie kost weet ik niet, ik smok„ „kel geen tin, en Leef tans heel stil, en wil van zoo veele historis niet meer weeten, want ik heb het grootste Com„ „mando aan Sulthan Moeda opgedraagen. sulthan zijne Rijksgrooten bij malkanderen te roepen edog den wel-Ede Gestr. Heer Lucas woude niet daar na wagten, en zond mij zijn secretaris naar zijn Hoogheid, van deeze commissie hebb wij bijde een schriftelijk rapport aan den Wel-Edelen Gestreng Heer Lucas overgegeven, wij hebben alle mogelijke middelen in werk gesteld om den koning over te haalen tot eene contra visi van zijne Eerste Ministers aan den Wel-Edelen Gestrengen He Lucas, edog de Koning woude zijne eerste Ministers daar toe met ordonneeren, en zegd het was nooit gebruik geweest, nu koning daar toe niet heeft willen overgaan, zal hij ook on uit het land te bannen niet overgaan, en om den sulthan in handen te krijgen, weet ik geen ander middel als tans „daan is. Om Leva weg te neemen en Lavoet te vernielen zoude me weinig moeite konnen gedaan worden want de Levaeers wille niet regten maar dan na het bosch loopen, zoude de Compai al wederom een woest land hebben zonder Inkomsten Waar mede de een hebbe om mij met alle eerbied te noemen (Onderstond) Wel-Edelen Gestrengen Heer (lager) Uwel-Edele Gestrenge onderdaanige schuldpligtige Dienaar Getekend) G: d „denhoven (in margine) Pera den 11. Januari 1788. Aan den Wel-Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur der Stad en For „tresse 10 Wel-Edele Gestrenge Heer, „trefse aldaar Soén de Gallowet Contordia den 23. Februari van hier vertrok„ „ken was, zoo hebbe bij zijn Hoogheid om audientie laaten verzoe„ „ken dewelke hij mij op den 27. Februari heeft verleend, na dat ik een compliment van Uwel-Edele Gestrenge hadde afgelegd, zoo hebbe zijn Hoogheid in het vriendelijke uwel-Edele Gestr. schrijvens van den 12. februari onderhouden wegens het contravi„ „site van den Wel-Edelen Gestr: Heer Lucas, heeft mij zijn Hoogheid geandwoord, wel was het waar dat hij met zijne Rijks„ „grooten deezen Koning van Slangenoor, en ook zijn vader in persoon op Tanjong Poetoes heeft begroet, maar nog nooit een Europees, en dit was ook geen gebruik bij haar lieden, almede zij wisten van geene hooge qualiteiten. Toew ik hem heb voorgehouden dat de Heer Silvester Capi„ „tein Commandant van 's Lands Esquader met drie schepen van oorlog hadde willen hier komen indien Uwel-Edele Gestrenge zijn Edele niet verzogt hadde nog te wagten, waar op de koning mij andwoorde, als de Compagnie mijn Land wil ruij„ „neeren, wat zal ik daar tegen doen, en wegens de prijs van het tin, hoeveel het de Compagnie kond te staan segt hij tegens mij, wat het tin de Compagnie kost weet ik niet, ik smok„ „kel geen tin, en Leef tans heel stil, en wil van zoo veele historis niet meer weeten, want ik heb het grootste Com„ „mando aan Sulthan Moeda opgedraagen. Sulthan
English
Sulthan Moeda, taking the floor, said that if the Company chased the English away from Poeloe Pinang, then the Company would once again obtain all the Perak tin. To which I answered him that the Company had no business with Poeloe Pinang and the English, provided that they remained loyal to the Company as in earlier times; to which no one answered me. I then asked His Highness if there were any further orders from him; the answer was no, so I took my leave. With which I have the honor to call myself, with all respect, (Below stood) Right Honorable and Stern Sir, (lower) Your Right Honorable and Stern Sir's humble and dutiful servant, (signed) G: Diedenhoven, (in margin) Perak, 19 March 1788. the case E: G: Klerk Agrees No. 43. Copy The general, secret, and separate letters of the Malacca Ministers, dated 10 and 29 September 1787. Their enclosures, as shown by the register to be found at the head of this bundle. Being cited under the matter of Malacca in the General Report of 29 December 1787, page 395. Copy Register A: The original general missive from the Governor and Council at Malacca written to Their High Nobilities and dated 29 September 1787. B: Original secret missive from and to the same, written and also dated 29 September 1787. C: Copy of the replies by the former Resident of Riouw, David Ruhde, to extracts from the secret letter of the High Indian Government dated 19 July 1787. Separate D: Copy report of the Fiscal Thierens concerning the investigation conducted by him after the abandonment of Riouw. Attached to it the enclosures: E: Copy letter from the officers of the ships Sparenrijk and Rotterdams Welvaaren written to the Governor at Malacca, Mr. de Bruyn, and dated 18 July 1787. Copy resolution of the broad Council held on board the ship Sparenrijk under the same date. Original separate missive written by the Governor of Malacca, Mr. de Bruyn, to Their High Nobilities, also under date of 29 September 1787. Separate G: Copy accounts of several persons regarding the Riouwers and Solokkers. Annex F: Copy instruction for Sea Captain Arie Jansz Kock on the expedition to Riouw. I: Copy of an account given at Pontianak by the Arab Sayyid Mashhur and transmitted to Malacca by Resident Stuart. Checked. van Basel. Copy Letter C. Respectful answer to the beside-standing extract of the secret missive of 19 July 1787, written by Their High Nobilities, the Governor-General and the Councilors of the Dutch Indies at Batavia, to the Governor and the Council at Malacca, by the merchant David Ruhde, former Resident at Riouw. Extract from a secret letter of 19 July 1787 written by Their High Nobilities the Governor-General and the Councilors of the Dutch Indies at Batavia to the Governor and Council at Malacca. Furthermore, it has appeared to us all too clearly that the treachery and betrayal of the Riouw grandees brought about this attack on the Company's fortress on Tanjong Pinang, the more so as those Solokkers knew so precisely the condition of the place where one had to anchor, land, and attack. And we must also be extremely astonished, not only that the Resident had not the least knowledge of such an extensive plan, for which so much time and deliberation was needed—proving that he had no correspondence at court and was ignorant of all that went on there or among the regents—but also that in the beginning he must not have had even any suspicion of that formidable fleet, since he cites that they did not appear to be pirates, notwithstanding he himself immediately follows that Raja Ali was supposedly in the fleet and might have a design on Riouw, whereas he was obliged at the first sight of that great superior power to conceive all evil suspicions and fear the approaching danger, and to that end not only to call his own garrison to arms, but also to urge the King and court grandees with the utmost speed to gather all their power. Since the undersigned, from Your High Nobilities' rescript regarding his justification concerning the abandonment of Riouw submitted to the Governor, notes with sorrow that Your High Nobilities seem to be of the opinion that upon the appearance of the so-called Solokkers there, but who were learned here to have been people of the Ilanun islands, he did not properly summon the garrison to arms and also did not ask the King of Riouw for the obligated help and assistance, he therefore takes the liberty most obediently to refer to his respectful secret advice of 6 May last, paragraph 30, where Your High Nobilities may please observe that on the evening of 3 May, when I received the first news of the arrival of a numerous fleet, I sent the native Captain Salim and others to the Sultan at nine o'clock to inform His Highness of the approach of that fleet and to request from His Highness the necessary assistance of armed vessels, whereupon, in conformity with the aforementioned report paragraph 32, I received the promise that such aid would be sent to us.
Dutch transcription
Sulthan Moeda het woord vattende en zijde als de Com„ „pagnie de Engelshen van Poeloe Linang verjaagd, dan zoude de Com„ „pagnie wederom al het Lerasche tin krijgen. Waar op ik hem antwoorde dat de Compagnie met Loeloe Pinang, en de Engelschen niets noodig hadde, als het maar Vrouw met de Compagnie meenden zoo als in vroegere tijden, waar op mij niemand heeft geantwoord, zoo vroeg ik zijn Hoogheid off nog iets van zijn orders was, het andwoord was van Neen, zoo nam: ik mijn afscheid. Waar mede de een hebbe om mij met alle eerbied te moe„ „men (Onderstond) Wel-Edelen Gestrengen Heer (lager) Uwel Edel „le Gestrenge onderdaanigen en pligtschuldigen Dienaar Gete„ „kend) G: Diedenhoven (in margine) Zerag den 19. Maart 1788 da Saak E: G: Klork Accordert N:o 43. Copias De gemeene, sevreete en Aparte Brieven der Malaksche Ministers, de da„ 10. 29. September 1787. — Derzelver Bijlagen, uitwijzens het aen 't hoofd van deezen bon„ del te vinden Register. zijnde geciteerd onder de Meterie van Ma„ lauca bij het Generaal verslag van den 29. December 1787. Pub 395. van met ar Copia Copia Marte Register d : t origineele gemeene Missive van den Gouverneur en Raad te Malacr aan Hunne Hoog Edelheeden geschreeven en gedateerd den 29 september 1787 „ 8 origineele secreete Missive van en aan als even geschreeven en mede gedateerd den 29: september 1787 C Copia van de door den geweesen Resident van Riouw David Rurde beantwoorde Extracten uit de secreete brief der Hooge Jndiasche Regeering van den 19: Julij 1787. apart „ D. Copia berigt van den Fiscaal Thierens Concerneerende het door hem gedaan ondersoek na de verlaating van Riouw annex Dies Bijlaagen „ E. Copia brief van de overheden van de scheepen Sparenrijk en Rotterdams Welvaaren aan den Gouverneur te Malacca de Heer de Bruyn geschreeven en gedateerd 18. Julij 1787 Copia Resolutie van den breeder Raad ge„ „houden in 't schip sparenrijk sub dato als even origineele aparte Missive door den Heer Malaks Gouverneur de Bruijn aan Hoog Edelheeden geschreeven mede sub dato den 29 September 1787. Copia Relaasen van verscheide Persoonen nopens de Riouwers apart „ Ct en solokkers. L Ha. H. Copia Copia Van annex 2 „F. 2N=o 77 Copia Jnstructie voor den Capitain ter Zee arie Junorse kock in de Expeditie naar Riouw „ 1 Copia van een te Puntiana door den arabier sait Mas„ hout gegeven en door den Resident stuart naar Malacca gegeeven relaas Nagezien van Basel: Copia aarte L C. Eersuedije beantwoording op noem Extract uijt een Secreeten brieff staande Extract Secrete Messive van vanden 19: Iulij 1757: geschreeven door Hun„ „den 19: Iulij 1787: gesctreeven door hunne, we Hoog Edelheeden den gouverneur Ge„ Hoog Edelheeden, den Heer Gouverneur, neraal inde raaden van Nederlands Generaal en de Heerens, raaden van Indie te Batavia aan den Heer Gou„ Nederlands Jndie te Batavia aan den verneur en den Raad te Malacca Heer Gouverneur en den raad te Malama door den koopman David Rulde, gel weezen resident te Riouw wijders is ons maar al te klaar gebleken dat de trouwloosheijd in 't verraad van Vermits de ondergeteekende uijt uwe viouwste groten dezen aan val/ van Hoog Edelhedens, rescuptie over zijnen ver„ Comp„s Fortresse op Tanjong Pinang / antwoording raakende het quitteeren berokkend hebben, te meer die zullokers van Piouw aanden Heer Gouverneur zoo naauwkeurig de gesteldheijden der over gegeven met beetweezingen plaats, waar men ankeren, landen, zin heeft dat hoogst dezelven inhets: en attaquueren moest, geweeten hebben, denkbied schijnen, te staan; dat bij de en wij moeten ons ook ten uijtersten verschijning van oe zoo genaamde solok„ verwonderen, niet alleen dat de re„ kerE: aldaar maar, die men hier sident van zoo een uijt gestrekt plan vernomen heeft volkeren van ijle„ waar toe zoo veer tijd en beraad noodig „non ƒ 1 is 2 Var Copia ijlanon gewest te zijn, hij de betetting met is geweest geem de minste kennisse gehad behoorlijk inde wapenin heeft doen kon heeft ten bewijze dat hij geen Correspon„ „men en van den koning van riouw „dentie aan het Hof heeft gehad, en on„ ook de verpligte hulpe en assistentie niet kundig is geweest, van al het geen aldaar gevraagd heeft, zo neemd: hij de vrije of bij de regenten omging, maar ook „heijd zig gehoorzaamst te referren dat hij in den beginnen zelfs geen ran zijn eerbiedige secrute adviseen vanden wantrouwen op die aanzienelijke vloot 6: meij l: b: S30: maar bij uwe Hoog moet gehad hebben, wijl hij aanhauld Edel hedens gelieven te beoogen dat dat het geen zee schuijmers scheenens te ik op den avond van den 3: meij wan, zijn, ongeagt hij zelfse daar op laat „naer ik de eerste tijding der aankomst volgen, dat Radja Alie zig in devloot van een tallijke vloot vernam te negen, zoude bevinden en mogelijk een toeleg uuren nog den inlandschen Capitein salim op riouw hebben daar hij verpligt sandere bij den sutthan heb gezonden was geweest op het Eerste gezigt der aan zijne Hoogheijd de aannadering groote overmagt alle quaade ver„ van die vloot bekend temaaken en moeden op te vatten, en het naakend van Hoog dezelven denoodige assistentie gevaar te vreesen en tendien einde van gewapende vaartuijgen te ver, niet alleen zijn eigen bezetteng inde zoeken, waar op dan ook Conform wapenen tebrungen, maar ook met voorgeciteerd berigt § 32: toezegging aans=t bij den koning en hofs groten bekwam dat wij die hulp zoo worden aan tedringen om al hun magt te toegezonden verzamelen ƒ
English
sent, which in my last conference of 8 May with the sultan and his council, but what was omitted to be made known in my report, was that the conclusion of the deliberation over the answer to be given to the Ilanon envoys, was not repeated at all, but instead later on the 12th thereafter through a commission of the native captains Salim, Sandere, and Thepoor I had it urged in the strongest terms, and also insisted to His Highness, that the blocked Riouw creek be defended in all earnestness, and had this same repeated for the last time on the evening of Tuesday upon the offering of 300 lb of gunpowder, and obtained renewed assurances in this regard that four armed vessels, as soon as they were brought into readiness, would be sent to me; in addition to which I excessively instructed Orang Kaya Sade and the writer Dullha to present this most forcefully to the sultan as often as the said courtiers were with me in those troubled days. However, Sultan Machmoet's treachery revealed itself on the morning of 13 May, when those promised vessels were seen anchored before Poeloe Waijang, united with those of the Ilanon balloors, while it was heard confirmed here from the pretext of Daing Tappa to the junior draftsman, that the enemy fleet had been called by Riouw's king, and was also brought inside on the evening of 10 May by Radja Tommogon; meanwhile, in the given account of the Batavia Malay Si Gouw, who had lived with Radja Toea and is now in loco, it is clearly stated that on 14 May, or the day on which the fortress at Tanjong Pinang was abandoned by me in the evening, up in the settlement by beat of gong in the name and by the Matta Matta and favorite of the Sultan, Wan Draman, it was proclaimed that all Malays, Bugis, and further inhabitants, none excepted, had to depart towards the evening directly with all their weapons of assegais, krises, etc., and gather on Poeloe Waijang in order, on the night between 14 and 15 May, combined with the Solokkers, to overpower the Company's fortress, under threat of severe punishment for those who did not comply. Whether, upon receiving the first news of the approach of a numerous fleet off the Riouw shore on the evening of 3 May, I gave the necessary communication and required orders to Captain Vetter and brought the garrison under arms in time, as well as properly fulfilled my duty: I request permission to be allowed to appeal to what the officers who came here with me have declared during their interrogations. As it grieves me deeply to be suspected by Your High Noblenesses of not having had any intelligence in the settlement, may I be permitted to request Your High Noblenesses to take into favorable consideration the situation in which I found myself in a foreign land whose inhabitants were still unaccustomed to the Dutch and consequently also timid about presenting themselves before me, where no Malay dared to come to me without business for fear of the Court; the Sultan's ordinary envoys, without being on a commission, never visited me; although I spared neither effort nor expense to win a trusted spy at the Court, I nevertheless did not succeed therein; furthermore, I can assure Your High Noblenesses that all the inhabitants, with the exception of the conspiring princes, were ignorant along with me of the plan to call in the enemy, as I would otherwise have been informed in time of the least rumor thereof by the Chinese, who were all very well-disposed toward me and with whose help we would easily have driven the enemy away, had they dared to join us despite their fear of the king. And although in the beginning I did harbor some suspicion regarding the Solokkers, I could neither show it nor let it be known before the Sultan, since he had only recently returned from Malacca in the best harmony; on the other hand, the Company's garrison could do no more than it did; twice we defeated them before the mouth of the river and prevented them from entering it, but against a domestic and foreign force it was impossible for us to hold out any longer; we were all exhausted from the long watch; it also seemed to be the enemy's intention, through our fatigue and under the cover of the darkness of the night, to risk a general assault; at the very least, had I remained in the Fort a quarter of an hour longer, I would have fallen into their hands with the few rescued men. Concerning the unauthorized conduct of the masters of the pantjallang Banca, further extract from the said letter.
Dutch transcription
toegezonden het welk in mijn laatste verzamelen en in ordre te brengen tot Conferentie van den 8: meij bij den tegengang van den naderenden vijand, sulthan en zijne raaden, dog hetgen sonder zig door schoon schijnende voor verzuijmd is bij mijn rapport bekend wendzeleen, en zonder zelfs eenige agter te stellen dat het afloopen der be„oogt te hebben, te laaten amuseeren soigne over het tegeven antwoord aan en om dat wij dien aangaande niets de ijlanonsche zendelingen, met allen bij de papieren hebben ontmoet, wijl gerepeteerd maar daarom nader de flaauwe aanbeeding van den koning op den 12: daar na door eens Com„s inden nagt van den 10: meij geen missie van de inlandsche Capiteins reflexie verdiend, en dies bedangelijk„ Salim Sandere en Thepoor op het heid zig straks ontdekt en zelfs nadrukelijkste heb laaten aanhouden niet ontwaard, dat hij eenige Confe„ ook bij zijn Hoogheid geinsteerd de rentie met den koning en regenten gedempte spruijt riouw met allen gehouden heeft, ter beraming ernst tewillen verdedigen en het zelfde van gepaste middelen van defeusie inden avond van diensdag bij het aan, of behoud zolgelasten wij uE den bieden van 300: —: lb: bestruijt voor gemelden resident zig daar, over de laatste maal nog laaten herhal te laaten verantwoorden en reden en deswegen vernieuwde toetig„ laat geeven waarom hij niet ging bekomen dat vier geaarveer direct van den koning de verpligte „de vaartuijgen zoo daa ze maar hulpe en assistentie gevraagd heeft: 3 arle Copia in Cd te in gerudheijd gebragt waren mij zou„ „den worden toe gezonden, behalven dat aan orang kaja sade enden schaijver Dullha ter overvloede gedesom„ „mandeert heb, het den sulthen op het kragtigste voor te stellen, zoo dikmaals gemelde Hovelingen in die onrustige dagen bij mij geweest zijn. „ Machmoets, Edog sulthan „ trouwloosheijd ontdekte zig smorgens van den 13 Maij wanneer men die toegesegde vaartuijgen met die der ijlanonsche balloors vereenigd voor Zoe„ „lo waijang zag ankeren, terwijl men hier haft horen Confirmeeren het voor„ „geven van Dain Tappa aan den geringen tekenaar, dat de vijandelijke vloot door riours koning geroepen, en in den avond van den 10: meij ook door Radja Tommogon binnen gebragt is, inmiddels dat in het gegeven relaas vanden bij Radja Toea gewoord hebbende en tans in loco zijnde Bataviasche Malijer Si Gouw duijdelijk gezegd word dat op den 14: meij, of den dag op welken 's avonds de fortresse te Tanjong Pinang door mij verlaaten is, boven in de Negorij bij bekkenslag uijt naam en door den Matta Matta en leveling van den Salthan Wan Draman is uijt geroepen dat alle Malijers, Boeginezen en verdere ingezotenen geene uijtgezonderd, direct met alle hunne wapenen van assagaaijen, kritzen enz: tegenden avond moesten afvaaren en op Poeloe waijang vergaderen ten einde 's nagts tusschen den 14: en 15: mij gecombineerd met de solckens Compagnies fortresse te overmeesteren onder bedriging amo, zwaare straffe voor de genen die daar aan niet voldeden voldeden of ik bij het bekomen der eerste tijding van het aannaderen eener tallijke vloot a voor de Crouwsche wal 'savonds van den 3: maij b: l: Ca„ peteijn vetter de noodige Communicatie en vereijschte ordre gegeven en de bezetting niet intijds in de wapenin gebragt mitsgaders mijn pligt behoorlijk betragt heb: verzoek ik verlof mij te mogen beroepen op het geen de niet mij hier gekomen officieren bij hunne interrogatorien hebben verklaard Daar het mij zeer lad doet bij uwe Hoog Edelhedens gesoup Cvonneert te werden dat geen Corespondentie aan het slop gehad heb zij het mij vergund aan Hoog dezelve te verzoeken in gunstige Consideratie te nemen de situatie waar in mij in een vreemd land bevond welkers inwonerd aan de Nederlanders nog ongewoon gevolgelijk ook scheytig waren zig bij mij te vertroonen., daar geen maleijer uijt vreese voor het Hof, bij mij durf„ „de komen zonder uls. te doen te hebben, sulthans gewoonen zendelingen hebben, zonder in Commissie te zijn, mij noort bezogt ongeagt ik geen monte nog kosten gespaard hebben vertrouwd spion aan het Hof te winnen ben ik egter daar in niet geslaagd overigens kan ik uwe Hoog Edelhedens verzekeren dat alle de ingezetenen uijt gezonderd de geconspireerde vorsten met mij onkundig zijn gewast van het plan der inroeping des vijands, daar ik anders bij het minste gerugt daar van ook in tijds geinformeerd zou zijn geweest door de Chineeschen welke mij alle zeer toegedaan waren en met welkers hulp wij 5 Var Copia wij den vijand tigt zouden hebben verdawen, zoo zij uit vruzen voor den koning zig hadden durvens bij ons voegen En schoon ik in den beginne wel eenig wantrouwen omtrend de folok„ „kers voede, mogt nog kunde ik het voor den sulthan niet laaten blijken dewijl hij maar kortelings inde beste harmonie van malanca was te rug gekomen ten anderen heeft Compagenies bezetting met meer kunnen doen, dan zij gedaan heeft, twee maal hebben wij ze voor de „noond van de rivier geslagen en het indaingen indezelve belet, maar tegen een in - en uijt-hemsen magt was het ons niet mogelijk het lan„ „gern tehouden, wij waren alle van het lang waaken afgemat ook schen het 't vijandstoeleg te zijn vandoor vermoeidheijd en onderbe„ gunsteging van de duijsterheijd inde nagt, en generaalen storm tewaagen ten minsten had ik geen quartier uur langer inhet Fort moeten vertoeven of ik was metsweijnig geredde manschappen in haare handen gevallen Tet afdaijven van de Chialoup de Over het ongequlificerd bestaan Iohannas en pantjallany Banja der gezaghebbers van de pantjallang Nader Extract uijt den Gemelden Brief Banca
English
On the evening of 14 May, Banca and the sloop Johanna, with the commanders of those vessels, did not undertake to depart in silence and stealth without my orders with the intention of departing at the time of the reported attack, but rather to get across the shallows at the beginning of the ebb tide, as I also found the Banca anchored outside the shoal. The said commanders fetched the money in the evening at about eight o'clock and took it on board, because one could not do so before daybreak in the sight of the enemy. What was mentioned in my report of 18 May, namely that the one marched before the other in stealth, was said of the native soldiers who absented themselves in the dark. Meanwhile, the burning of the abandoned sloop was not ordered, so as to give no sign to the enemies that we were fleeing only with the penjajap Banca, as otherwise, upon that discovery, they would undoubtedly have sent the nine large baloos which lay at Batu Hitam to pursue us, one of which, according to reports received here, had been shot into the ground by us the day before yesterday, just as, according to the reports, on the 15th thereafter they sent two vessels after us in pursuit, though in vain. Upon the said occasion, namely during the reported attack, having wanted to depart in silence, as appears in the report of Ruhde, Your Honour must demand an explanation from them, and likewise have them provide the said resident with the reason why they, when the sloop Johanna drifted at that time and ran aground on a shoal so that it could not be removed from there, according to the further report, abandoned it and set it on fire. The notice was given on the evening before 3 May to Captain Ting Binko, who reported it to me again at eight o'clock in the evening, whereupon I directly made such use of it as I communicated in my secret letters of the 6th thereafter to Governor de Bruijn. The secrecy concerning the informant was requested solely out of fear of the king, because native rulers are generally jealous of their subordinates when they perceive that they inform the European of one thing or another, and the intention thereof was only the concealment of the informant's name. Below was written: Malacca, 21 August 1787. Signed: D. Ruhde. Below that: Agrees. Was signed: J. d. Baak, first clerk. Agrees: P. de Srijk. Further, in the reply of the said resident to the extract from Your Honour's secret resolutions of 21 May last, it came to our attention that the notice was given by an inhabitant of one of the islands situated near Riau to the Captain of the Chinese, Ginter Ting Bienko, regarding the arrival of the Sulu fleet, though under promise of secrecy. And we expect that Your Honour will investigate at what time this happened and why no good use was made of that report, the more so because the great secrecy must have given the resident Ruhde great reason for mistrust, and that one had secret undertakings in mind. Below was written: Agrees. Was signed: J.s Van Haak, first clerk. Further extract from the said letter: Examined: D Daukaerts. To the Right Honourable, Worshipful Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director at Malacca, etc. Right Honourable, Worshipful Sir, This serves to communicate to Your Right Honourable Worship that on 17 July, being under the False Dryon, we sighted the hoeker and penjajap, and noticed several baloos. However, upon sighting our ships they immediately ran close under the shore and between the islands where we could not approach with the ships. I immediately gave orders to the hoeker and the penjajap to pursue them, and they also fired some shots at them, while we lay over and across with the English flag in order, if it were possible, to lure the vessels outside. Nevertheless, they all ran into a creek or into the cove at the False Dryon so that we could no longer see them, so that we deemed it advisable to send our naval vessels in there and to reconnoitre, because one did not know if there was enough water for them, and even more so whether they would be able to withstand such a large number of vessels. For the number that one could see was at least twenty large baloos that could still hide within the islands, and having heard a heavy shot fired at the penjajap, so that they must carry at least eight-pounder cannon, we ran outside the Strait of Dryon in order to deliberate there on what was best and most advisable to do in this matter. We have the honour to present the resolution herewith to Your Right Honourable Worship, in the hope that Your Right Honourable Worship will approve it. For the rest, we have the honour to call ourselves with all high esteem, Right Honourable, Worshipful Sir, Your Right Honourable Worship's humble servants. Signed: L. Aems and G. M. Weitzel. In the margin: In the ship Sparenrijk, 18 July 1787. Below that: Agrees. Was signed: J.s van Haak, first clerk. Agrees: J. van Srijk. Examined: B Daukaerts. Full Ship's Council held on Company's ship Sparenrijk, lying anchored off and on the island with the sentry box. Present the following members: Lucas Aems Gijsbert Matthias Weitzel Pieter Volguardt Junior E. G. Sels Hendrik Aems Willem Hagedoorn, and Roelof Belders The members of the ship's council being assembled together, it was proposed by Captain Lucas Aems and Gijsbert Matthias Weitzel that they were now at the designated place according to the instruction given from Malacca, and while passing the False Dryon, several vessels were noticed.
Dutch transcription
inden avond van den 14: meij is door Banca ende Sloep Johanna van bij die ge¬ de gezaghebbers dier kuleen niet onder„ leegendheijd namelijk bij den gemelden aan „nomen met oogmerk van in stelte en val / in stelte te hebben willen vrtrekken zonder mijne orderen te hebben willen, voorkomende bij het rappart van Huchde„ vertrekken maar om met het begin moeten uE hun verantwoording afvoda„ der Ebbe over bedroogte te komen, „deren en tevens him zo veel als gemelde zo als ik de Banca ook buijtende resident zeden laten geeven waarom zijde bank geankerd vonden gemelde ge„ sloep Johanna die terdaa tyd in het „zaijshebbers het geld nog 's avonds afdrijven op een droogte vastrakten Circa agt uuren gehaald en aan zo dat die daar niet af kon gebragt boord hebben dewijl men het voerdag worden volgens de vrdere de verla„ in het gezigt vanden vijand met „ting net inden baand gestooken doen konde het bij mijn berigt van hebben „den 18: mij gesoucheerde dat den einen voor inde andere nar stelte of marcheerde is van de inlanddsche militairen gezegd welke zig indendonker kwamen te absenteeren terwijl het inden brand steeken vande agter gelaaten Chialoup niet belast is, om aan de vijanden geen teeken te gewen dat wij maar alleen met de pantjattang Banca, vlugten wijlse anders bij die ons ontdekking wat ongetwijffeld zouden hebben laaten nazitten met de negen groote Balloors welke bij batoe itam lagen en waar van, volgens Copia Var volgens hier ingekomen berigten an derseloofdaags te vooren door ons inde grond geschooten was zoo als zij agtervolgens de rapporten op den 15: daar na ons door twee vaartuijgen dog te vergeefs hebben laaten na De kennis geing is geschieden Al verder is ons bij het wrden voor de schhuer avond van den 3: meij den gemelden resident beantwoorden aan Capitein Ping Binko die het Extract uit uE secaute resolutien mij werder aangediend heeft ' avonds van den 21: maij J: l: van op mer„ te agt uuren wanneer ook direct zoo„ king tevooren gekomen de kennis danig gebruijk daar van gemaakt: geving door een inwoonder van een heb, als bij mijne secrete letteren der naast riouw geleegen eilanden van den 6: daar na aan den Heer aan den Capitein der Chineesen gin„ gouverneur de Bruijn gesupper„ ter Ting Bienko weegens de aan„ diteerd heb, zijnde de geheinhouding komst der soloksche vloot onder vanden aanbrenger eeniglijk vr „ belofte egter van geheimn houding en zogt uijt vruse voor den koning wij verwagteng dat uE onderzoek dewijl inlandsche vorsten door, zullen doen op wat tyd dit geschied Vader Extract uijt den ge„ melden Brieff gaans En, Saaien doorgaans Ialoers zijn op haar on. n waarom geen goed gebruijkt van derhooriges, wanneer zij ontwaaren die narigt gemaakt is te meer dat zij den Europees van het kan de groote geheimhouding groote of ander verwittigen ende bedoe„ reden van wantrouwen aan den re„ „ling daar van alleenlijk geweest „sident Richde moest gegeven is de verzuyging vandes ontdek„ hebben en dat men geheinen onder„ „kers naam /onderstond/ malacca neemingen inden: zn hadde (onder¬ den 21: aug=s 1787: /geteek=d/ D: „stond /accordeert /was geteek=d/ Ruhde /daar onder /accordeert I=s Van Haak E: g: klerk /was getek=d/ I: d: Baak: E: Ghrlnck accordeert P: dr Srijk Van Copia Copia parte Nagezien DDaukaerts ea E. 10 Aan den Wel Edelen Gestr Heer Pieter Serardus de Bruijn Gouverneur en Directeur te # Malacca & lb: wel Edele Gestr=e Heer Dienende deeze uwel Edele Gestr: te Communiceeren als dat wij op den 17:e Iulij onder de Talder Driven genndend zijnde beuwvins de hoeker en pantjatting en ontwaard hebben verscheide balloors dog op het gezigt van onse schepen direct digt onder de wal en tusschen de eijlanden zijn geloopen waar wij met de schepen niet konden naderen gaave op stond order aande hoeker en de pantjalling om Iagt daar op te maaken de ook ee„ terwijl nige schooten daar op hebben gedaan wij miet de en gelsche vlagger over en wier leijden om was 't mooge„ lijk vaartuijgen buijten te zien loken dog des in een kleek fe niet teigenstaande leepen zij alle waar terszh of in 2 Van Copia in hem bij de falde Darden dat wij haar niet meer zien kon„ den zoo dat wij met raad saam oordeelen ackrijgs vaartuij„ gen daar in tezenden en resibeuren wijl men niet west „voor of daar water genoeg „ was, en temeer of die wel bestaan 1 d „baar voor zoo een groot getaal vaartuijgen zoude zijn want het getal dat men sien konde was ten minsten „buiten twintig groote baloord de nog binnen de eijland kon„ de schuijlen en hadden een zwaar schot op de pan„ 'tjatting hoorende doen zoo dat zij ten minsten agt ponden Caron moeten, voerden laepen buijten ponder anon e straat Drieen om daar te beraamen wat het beste enraadsaamst was in deesen te doen waar uw wij de eere hebben wel Edele gestr: de resolutie heer rewvens aan te bieden inhoope uwel Edele gestr deeze zal approbeeren— Overegjent hebben wij de eere om met alle hoog agting tenoemen /onderstond:/ wel Edele Gestr: Heer /:lager:/ uwel Edele Gestr onderdaenige dienaaren /:geteekend:/ L Aems en G: M: Weitzel /in margine in het schip Sparentijk den 18:en Iulij 1787: — Daar 12 Daar onder:/ Accordert /was getek=d/ J:s van Iaak E: G: klerk Accordu J van Srijk ttm Copia arle Nagezien BDaukaerts tostan E. 13 Scheeps Breeden Raad Gehouden in s Comp„s scheep Spaaewrijk leggende geankert af en aan het eij= „land met het schilderhuijs „Leeden Lucas Atems Gysbert Matthias Weitzel Pieter Volguardt Junior E: G: Sels Hendrik Aems Willem Hagedoorn En Roelof Belders Present de navolgende als De lieden van den scheeps staad bij een vergadert is door de Capiteijn Lucas Aems en Gijsbert Matthias Weitzel voorgedraagen dat men tans op de bestam„ de plaats waaren volgens de instructie van ea„ lana meedegegeven endewijl men bij het passeeren der valschen Drioen Verschijden vaartuijgen ont „waard Copia ar
English
had sighted, whereupon chase was given by the hooker and pantjallang, but at the sight of these ships they ran under the islands, where we could by no means pursue them. Thus it was proposed to the commander of the hooker Katwijk aan Zee and the pantjallang Banca whether they deemed it feasible to engage the vessels that had already been seen. However, they found much difficulty in this, and likewise unanimously judged that those two vessels could not stand against such a force, since we had already seen twenty large baloors, besides those which might still be behind the islands, among which were some that appeared as large as the pantjallang and must be equipped with heavy artillery, as we had already heard a shot that was aimed at the pantjallang. We therefore unanimously resolve to let the aforementioned hooker and pantjallang sail on, until they reach the coaster Java and the bark De Standvastigheid, and then together convoy the Javanese and Cheribonese vessels, since we could by no means remain lying with the ships any longer and delay our voyages, as we already had enough to do to work our way up in the monsoon. Thus resolved aboard the aforementioned ship on the 18th of July 1787. Signed: L: Aenn, G: M: Weetsel, P:r Volguardt, I: E: G: Sels, Hendrik Aems, W:m Hagedoorn, and Roelof Belders. Beneath was written: Agreed, was signed I: Van Baak, sworn clerk. Agreed: P: van Stijn, Bots. Copy. Examined: Baukaerts. Instructions for Captain at Sea Arie Simonse Koek, commanding the ship Huisduinen, for his guidance in the expedition to Riouw. Valiant, Pious. It having been related by a Chinese arrived from Riouw that the captain of an English ship which had been in the roads over there had not only inquired after the place where the sultan is presently staying, but had also requested and obtained a pilot to guide him thither; and we, on that account, suspecting that the captain may possibly have orders to sound out the sultan as to whether his highness would be willing to permit the English to settle on Riouw for trade; we have therefore, in order to prevent this, and to preserve the right of the Company's property to that place acquired by force of arms until we should be in a position to make further arrangements concerning it, thought fit and resolved to dispatch thither the ship Huisduinen, the hooker De Eensgezindheid, and the pantjallangs De Tonijn and Bliton, sufficiently armed; to entrust Your Honour with the command over this expedition; and to give Your Honour such orders as we shall now prescribe to Your Honour. 1: Having arrived in the roads of Riouw, Your Honour must place the last-mentioned three vessels and the other one around the ship Huisduinen in such a manner that Your Honour can assist them and they Your Honour, if they or Your Honour should happen to be attacked by the Solok and Riouw pirate craft; and subsequently, by means of the Chinese who departs with his vessel under Your Honour's convoy, not only cause inquiries to be made whether any of the said rabble are to be found, but also in particular whether any English are settled there. 2: If Your Honour receives report of the latter, namely of the settlement of the English on Riouw, or if Your Honour should see the English flag flying there or elsewhere, then Your Honour must send two of Your Honour's most capable officers and those most skilled in the Malay tongue ashore in a boat under a white flag, to ask politely of the person who commands there to what end they have come thither, and by what right the English flag flies there, and whether he, the commander, has any written proof according to which the English have been permitted to settle there or to fly the flag. If, contrary to our expectation, such a commission or letter of instructions is shown to Your Honour's officers, they must request that some persons be sent with them aboard Your Honour's vessel, in order that Your Honour might take a copy of that commission to transmit it to us; and if upon examination thereof it is found that that commission was granted by the English government of Calcutta, Madras, or Bombay, Your Honour must immediately return with the vessels under your command. 3: But if no commission from one of the said English governments can be produced, or if the commission which is shown to Your Honour was granted only by Mr. Francis Light, governor of Pulo Penang, or else by some private individual; likewise if English are found ashore who refuse to give Your Honour's officers any answer to Your Honour's inquiry; Your Honour must cause to be handed to their commander such a protest as is attached hereto as an example, and inform us thereof by a letter, and meanwhile remain staying on or near the roads of Riouw until the receipt of our further orders, without committing any acts of hostility, unless Your Honour should be attacked, in which case Your Honour must defend yourself courageously, or, if Your Honour cannot hold out, retreat. 4: There being no English on Riouw, nor seeing any English flag flying there, Your Honour must to the captains of the ships of that nation and likewise
Dutch transcription
Ontwaard hadden daar op door de boeker en pantjal„ „lang Iagt gemaakt is maar op het gezigt van deese schepen onder de eilanden zijn geloopen alwaar mij met geen mogelykheid konde vervolgen zoo is aan de gezaghebber van de hoeker katrijk aan zee ende pantjallang Banca voorgedraagen of zij oordeelden bestaanbaar te zijn voorde vaar„ „tuijgen die men reds gezien hadden dog den zelven 10 van den hier veel zwarigheijd in, oordeelden ook een„ „paarig die twee vaartuijgen niet bestaan konde tegen zoo een magt dewijl men bereeds twintig stuks groote baloors gezien hadden, buijten die geene welke nog agter de eilanden konde zijn, waar onder waaren die zig zoo groot als de pantjallangj vertoon„ der en voorzien van zwaar geschut moeste zijn, zoo als men reeds van aen schot gehoort hadden, die op de pantjallanij gedag was resolveeren dierhalven een paarig om de voornoemde hoe„ ker en pantjallang door te laaten zeilen, tot dat zij bij de koster Iava en de bark de standvastigheijd waren en den gezamentlijk de 15 de Iavasche en Cheribensche vaartuijgen te Convoijeeren dewijl wij met geen mogelijkheijd langer met deschee„ „pen konde blijven leggen en onze reijzen op houden wijl wij al genoeg te doen haden om indemouson op tewerken Aldus geresolveerd in't schip voornoemd den 18: Julij 1787. /:geteekend:/ L: Aenn, G: M: Weetsel P=r Volguardt I: E: G: Sels, Hendrik Aems W=m Hagedoorn en Roelof Belders (onderstond accordeert /was geteek„t I: Van Baak E: G: klerk, accordeert P: an Srijn Bots Copia ar Nagesien Baukaerts 16 Instructie voor den Capitais ter Za Arie Simonse Koek, Com„ manderende het schip Huijs duij„ nen tot zijn narigt in de Expe„ ditie naar Riouw Manhafte Vroome Door eenen van Riouw aangekomen Chinees gerelateerd zijnde dat de Capitein van Een En„ gelsch schip het welk ginder op de reede geweest was zig niet alleen na de plaats daar de sulthan zig nu op houdt geinformeerd maar ook een loots begeerd en gekreegen had, om hem naar dezelve te geleiden kn wij over zulks vermadende dat de Capitain mogelijk last heeft om den sul„ „than te polzen of zijne hoogheijd aan de Engel„ „schen zoude willen toestaan zig op riouw ten handel, meer te zetten! zoo hebben wij om dist te poevenieeren, en het door de wapenen verkagt en rigt ƒ 11. Copia ar rigt van Comps eigendom aan die plaats te bewaaren tot dat instaat zouden weesen vandaar omtrent nadere bestellingen temaaken goedgevonden en beslooten het schip huijsduien den hoeker de Eens gezindheijd en pantjallangs de Tonijn en Bliton. genoegsaam gearmeerd derwaarts te expedieeren uw E: over deeze Expeditie het Commandement te vertrou„ „wen en uwE: zodanige orders te geeven als wij uwE. nu zullen voorschrijven op de reede van Riouw gearriveerd zijnde moet uw E: de laast gem: drie vaartuijgen en die oader om„ trent het schip Huijsduijnen plaatzen dat uwE. hun en zij uwE. kunnen secondeeren, wanneer zij of uwE: door de soloksche en Riouwsche roofvaartuijgen mogt worden geattaqueerd, en vervolgens door den Chinees die met zijn vaartuijg onder uwE Convooij vertrekt niet alleen laaten verneemen of er enigen van het gemelde gespuijs gevonden worden, maar ook inzonderheid of er engelschen gezeten zijn krijgt uwE. bereyt van het laast naamelijk van „den 1: 2: 18 den zeet dir Engelschen op Riouw of zat uw E. daar elders de engelsche slag waaijen, dan moet uwE. twee van uw E. begaamste en der Maleijtsche tante kundigste Schuit officieren met eene witte vlag op de sligt naar land zenden, om aan den genen die daar het bevel voert „op Eene beleefde wijze af tevraagen ten welken einde „daar gekoomen zijn, en met wat regt de engelsche de engelschen vlag daar waart, en of hij de Bevel hebber eenig schriftelijk bewijs heeft volgens het welke de Engelschen zig daar hebben mogen neerzetten of de vlag warijen laaten, — Bij aldien tegen onse verwagting eene diergelijke Commissie of last brief aan uwE. officie„ ren vertoond wordt, moeten zij verzoeken daar meede eenige persoonen bij uw E. aan boord te zenden ten einde uwE een afschrift van die Commissie soude kunnen neemen om het aan ons te bezorgen en bij examen daar van bevindende dat die Commissie door de En„ gelsche regeering van Calcutta Madaas of Bombaij verleend is moet uw E. met de bij hebbende vaartuijgen direct te rug keeren maar indien men geene Commissie van eene der ge„ „melde Copia Van 3: gemelde Engelsche tegeeringen kan voorbrengen of den Commissie, welke aan uwE. vertoond wordt slegts door M:r Francis Ligth gouverneur van poeloe pinang, dan wel door de eenen of anderen particuleeren per„ „soon, verland is zoo ook wanneer engelschen aan „land gevonden worden die weigeren om aan uw E. officieren eenig bescheijd op uwE. vraag te geven moet uw E. aan hunnen bevel hebben, doen ter handen stellen zoodanig een protest als tot an voorbeeld bij deezen gevoegd wordt en ons daar van door een brief verwittigen mitsg=s tot den ont„ vangst van onze nadere orders op of omtrent de reede van riouw blijven vertoeven, zonder eenige feitelijkheden te plaegen, ten zij uw E. mogte worden aangevallen wanneer uw E. zig manmoediglijk defendeeren of zoo uwE. het niet kunnen uijthou„ den retireeren moet Geene engelschen op riouw zijnde, nog ook geene engelsche vlag door ziende waaijen moet uwE. aan de Capiteins van de scheepen dier natie en ins„ gelijks 4:
English
20 likewise of the Portuguese whom you find lying there upon your arrival in the roads of Riouw, or who arrive there afterwards, to make it known that you have been sent to blockade that place, since the Riouwers, united with the Soloekers, having forced the garrison placed there on behalf of the Dutch East India Company to retreat from there, and that they, namely the English or Portuguese, are therefore not in the least to meddle in the disputes between the Company and the Riouwers, nor carry on any trade with them, but must depart again within twenty-four hours. We do not doubt that they will heed this, but otherwise, and especially if you perceive that they have any intention to stabilize or establish themselves on Riouw, you must protest against all the detrimental consequences that could flow from such an encroachment upon the said Company. The Soloek Copy 5 The Soloek or Riouw pirate vessels that are found in or outside the river of Riouw, or that appear subsequently, you must leave unmolested as long as they remain out of the range of your cannon; however, when they approach you, fire upon them and do your best to destroy or drive them away, without nevertheless moving too far from your chosen station, unless the utmost necessity might require it. This order to attack the Soloek or Riouw pirate vessels that come too close to you, we also wish extended to all other native vessels that approach you, since it will not be possible for you to distinguish them from one another. Yet a single small vessel that passes close by the Company's keels does not need to be molested, nor such a vessel that appears to wish to be with you, provided that you receive no more from it on board than the Nakhoda 22 or commander. You must accept no letters from native princes that are brought to you, but notify the bearers that they can come hither with them. Outside of such an unexpected case as that of which we have spoken in the 2nd article, you must summon the Captain of the Chinese residing on Riouw to come aboard the vessel under your command with a small craft, and hand him the letter that is given to you herewith, as well as charge him in our name that he have the Dutch flag, which he has already received from here for that purpose, flown daily upon the hill of Tanjong Pinang under the protection of some of his people upon whose loyalty he can rely. But if he raises any difficulties against this, whether because of the presence of the Soloekers Copy on or in the vicinity of Riouw, or for other well-founded reasons, you are then to admonish him not to enter into any negotiations with anyone to the detriment of the Dutch East India Company, of which he is a subject, since a naval force will soon be sent to Riouw again to take possession of it once more. Just as we have ordered that Captain in the said letter to provide you with fresh fish, vegetables, and other necessities for the crew of the Company's keels, provided reasonable payment is received for them, so we also authorize you to accommodate him with rice and opium. With that aim, we have left in the vessel under your command 150,000 lbs of rice from the cargo brought over for Malacca, and added to it a chest of opium. A Riouw koyan of rice is reckoned at 4,500 lbs, and you must yield this for seventy Spanish reals. The price for which the chest with opium 24 must be sold is three hundred and fifty Spanish reals, but if the Captain of the Chinese finds himself unable to make the payment in cash, you may take gambier in its stead at the price of four, or at most five rupees per picul of 125 lbs, provided it is first examined by the Chinese Tan Tanko, who departs with you, and found to be of good quality. If you occasionally, when there is nothing to fear on Riouw, let some of the Company's men go ashore to wash and take exercise, you must use all precautions to prevent their desertion, and at the same time take care that they commit no wantonness in the Chinese camp or elsewhere, while you must instruct the Captain of the Chinese not to permit that anything is sold or given on credit to the Company's people. This may also not take place on board when the Chinese bring any fresh provisions, but 10 Copy they must be paid immediately. Regarding all occurrences that we have not been able to foresee, and upon which we have also not been able to give you orders, you must prudently deliberate with your officers, the commanders of the Company's vessels, and the military ensign Wolterius Amelong, who has been appointed Commander of the Troops and will always have a seat in the Broad Council, as to what ought to be done to the greatest service of the Company. The three hundred Spanish reals that you also receive are intended for a modest purchase of the most necessary fresh provisions for the crew of the vessel under your command and the other vessels, to be accounted for by you later. Shortly after your arrival in the roads of Riouw, you must inform us by a letter how you found matters there, or what encounter you had there, and 13 then 11 12
Dutch transcription
20 insgelijks van de portugeeschen welken uwE: bij zijn ar„ resement op de reede van riouw daar vindt leggen of die 'er naderhand, aankomen laaten bekend maaken dat uwE: gezonden is om die plaats te blagueren nademaal de Riouwers met de soloekers ver„ eenigd, de van wegen de nederlandsche oost in„ dische Compagnie daar gelegde bezetting genoeg„ zaakt hebbende wijk van daar te neemen, en dat zij de engelschen of portugeeschen naamelijk zig der. halven met de geschillen tusschen de Comp„e en de Rouwers in het minste met bemoeijen, nog eenigen handel met hun drijven maar binnen vier en twintig uuren weeder vertreken moeten wij twij„ „felen niet of zij zullen daar op agt geeven dog an„ ders, en voornamelijk wanneer uw E. bespeurt dat zij eenige intentie hebben om zig op viouw te stabileeren, of tevestigen, moet uw E. protesteeren tegen alle de nadeelige gevolgen, die uijt zulkx amen in bruik van de gemelde Compagnie zouden kunnen voortvloeijen Deseloksche Copia ar 5 De Soloksche of Riourshe rooff vaartuijgen, die in of buijten de rivica van Riouw gevonden worden, dan wel naderhand vaar komen, moet uwE. zoo lang zij buijten het bereijk van uwE. ge„ schut blijven om gemond laaten, dog wanneer zij uwE. naderen er vuur op geeven en uw E. best doen om hun te verdelgen of te verjaagen zonder zig nogtans te verre van uwE: verkoren stand plaats te verwijderen, ten zij de uiterste noodzaa„ kelijkheijd zulks vereijschen mogte Deze order om de soloksche of Riouwsche roop vaartuijgen en uwE. te na komen te at„ taqueeren willen wij ook uijt gebreid hebben tot alle andere inlandsche vaartuijgen die uwE. genaaken dewijl het uw E. niet mogelijk zal zijn deselven van elkanderen te onderscheiden dog Een enkeld klein vaartuig, dat aigt bij Comp„s kielen passeert, behoeft niet gemolesteerd teworden nog ook zulk een vaartuijg, dat bij uwE. schijnt tewillen weezen mits van het zelve met meer dan den Nagoda„ 220 of gezaghebber binnen boord ontvangende gene brieven van inlandsche vorsten, die uwE. gebragt worden, moet uw E. accepteeren maar den brengers aanzeggen, dat zij daar meede herwaarts kunnen komen Buijten zoo een onverhoopt geval als waar van wij in het 2=de articul, gespaoken hebben, moet uw E: den Capitein der op riouw zijnde Chineesche aan boord van uwE. onder hebbenden bodem ontbieden, om met een klein vaartuijg tekomen; en hem den brineff overhandigen die uwE. hier nevens wordt mede gegeven, mitsg„s hem uijt onzen naam belasten dat hij dagelijks op den berg van Tan„ jong Pinang onder bedekking van eenigen van zijn volk op welker getrouwheijd bij zig verlaaten ka„ dan de Hollandsche vlag laate waaijen, welke hij relds ten dien eijnde van hier gekaegen heeft dog, indien hij eenige zwarigheden daar teegen inbrlagt, 't zij wagens het aanweezen der solok„ kers Copia Var „kerl op op in de na bijheijd van Riouw, dan wel om anderen gegronde redenen, hem dan vermaanen zig met niemand in eenige onderhandelingen ten nadeele van de Nederlandsche oostindische Comp: waar van hij een onderdaan is in te laaten dewijl eerlang eene oorlogs magt nadr riouw ge„ weeder zouden zal worden, om het zelve „ in bezit te nee„ „men Gelijk wij dien Capitein bij den gemelden brug hb„ „ben laaten aanschrijven, dat hij uwE. voor de equipage van Comp„s kielen beschikken moet versche„ visch, gaventen, en andere benodigheiden mits daar redelijke betaalingen gemietende, zoo twee„ „len wij uwE ook om hem met rijst- en amfioen te gerieven wij hebben met dat oogmerk in uwE onder hebbenden bodem gelaten 150'000: lb: ryst. van de voor malacca overgebragte landing en 'er bij gevoegd eene kas amfiven eene Proiwssche koijang rijst word geteekend op 4500 lb: en die moet uw E. afstaan voor zewventig spaansche reaalen de prijs waar voor de kas met am„ fioen 24 Amsioen verkogt moet worden is drie honderd vijf„ „tig spaansche recalen maar in diende Capitein der Chineesen zig onmagtig bevindt om de betaaling met geld tedoen, kan uwE. indies plaatze gamber aan neemen tot den prijs van vier of uiterlijke van vijf ropijen voor de pikol van 125: lb: mits dezel„ „ve eerst oor den Chinees Ian Tanko, die met uwE: vertrekt geExamineerd en van goede qualiteyt be„ vonden worde Laat uwE. somtijds, wanneer op Riouw niets te vreesen is, eenigen van Comp„s manschappen nava de wal vaaren om zig te wasschen en te vertreden zoo moet uw E. alle voor behoedzelen gebruijken om het verloopen van dezelve te beletten, en teffens zorg dragen dat zij geenen moedwil in de Chineesche kamp: of elders plae„ „gen terwijl uwE. den Capitein der Chinashen moet ra„ Commandeeren niet toe te laaten dat aan Comp=s volk uls op Coedit verkogt of gebragt wordt Dit mag aan boord ook niet geschieden wanneer de ver shineeschen eenige vr verschingen brengen maar moeten 10: ar Copia moeten dezelve immediaat worden betaald Omtrent alle voorvallen die wij niet hebben kunnen voor„ zien en waar op wij uwE: ook geene orders hebben kunnen gegeven molt uwE. met zijne afficieren dezezag hebbers van sComp:s vaartuijgen, en den vaandrig militair Wolterius Amelong die tot Commandant der Trou„ „pes is aangesteld en altoos sessie in den Brueden raad zal hebben voorzigtiglijk overleggen wat ten meesten dienst vande Comp: gedaan behoort teworden de drie honderd spaanse realen die uw E. meede krijgt, zijn geschikt tot Een Matigen inkoop Ver van de aller benrodigste van verschingen voor de Equipage van uwE. onder hebbenden bodem en overige vaartuijgen om door uwE: nader te worden verantwoord kort na uwE. komste op de reede van riour moet uuwE. ons bij Eenen bref bekendmaaken: hoe uwE. het daar gevondenz of wat ontmoeting uw E. daar gehad. En 13: dien 11: 12:
English
26 send that letter, as well as those that you write to us in the future, by native vessels, which the Captain of the Chinese over there will deliver to you. 14. Upon the death of any of the seafarers and soldiers, whether on the vessel under your command or on the three other Company vessels, a record thereof must be kept on the very same day, in order to be presented to us upon your return. 15. We finally recommend to you a diligent execution of that which has been charged to you, and expect not only from you in particular, but also from your subordinates in general, that they shall conduct themselves as men of honor and loyalty, and also in the fight with the enemies of the Company shall display the most praiseworthy bravery, in order thus to fulfill their duty and our purpose with your dispatch. While commending you all to Heaven's merciful keeping, Copy Examined we very gladly remain, below stood: Your good friends. Signed: P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. A. Hensel, I. Thierens, H. J. Wiederhold, C. G. Baumgarten, and G. Pengel. In the margin: Malacca, in the Castle, 27 August 1787. Below that: Agrees. Was signed: I. van Haak, first sworn clerk. Agrees: J. van Strijn Dankaerts 1 B 1. 28 Account given by the Said Mashout, who arrived at Mampawa on 28 August last from Klakkat, situated under the Bornean Empire. The declarant relates that about 40 days ago there had arrived at Klakkat a number of about thirty pirate vessels of the Ilanun, who had overrun Riouw, and were now intending to return homewards to fetch more forces, and among others their ruler Sasie Allam, in order then, if it were possible, to overrun Malacca. The said Ilanun related to him that the ruler of Riouw in the past year had dispatched to them a certain priest or Haji residing at Riouw, requesting him to assist him in overrunning the Company's post, bringing also for that purpose his seal or chop, in order, upon their departure thither, to call at the islands of Anambas and Natura Copy Natuna to fetch, and to take with them from there as many people as possible to succeed in their purpose, while the ruler of Riouw promised them that if they began the attack on the seaward side, he would then surprise the Europeans on the landward side with the Riouw people. That they had departed from Ilanun with thirty-six vessels, and had called at the aforementioned islands, from where also a large number of people and some vessels had gone along with them, except those of Tambelan, who had absolutely refused to assist them in their intentions. That, arriving at Riouw, they had also succeeded in their intention and had put almost all Europeans to the sword, except a few who saved themselves in a boat, and eleven or twelve soldiers whom they took prisoner and had with them, and whom he, the declarant, declares to have seen, and also wished to buy from them, but which they 30 they did not want to do. That after the overrun of the Company's garrison, the ruler of Riouw had proposed to them to go to Malacca and invade it as well, which they would also have done had they seen any possibility of capturing it from the seaward side; but their force being too small for this and their vessels also not being capable of this, they had abandoned their intentions for so long until they had fetched more assistance from their country, when they would try to surprise Malacca from the landward side and seek to unite with Rembau, the ruler of Riouw having already departed for Old Johor to that end, in order to prepare everything for this enterprise. The declarant relates that their ruler also had left all the booty to him as a gift, and had retained only the ordnance for himself and also transported it to Johor. That most Riouw inhabitants had left that island and had departed for Johor, Pahang, Siantan, Copy Examined Dankaerts Siantan, Pamorang, and other places. The declarant having also been specially asked whether the Ilanun had related anything to him concerning the overrun of a sloop or anything else of importance, he testified to knowing nothing whatsoever, having also had no occasion to speak with them for long, as he was already lying ready to sail hither when the Ilanun entered the river at Klakkat. The declarant also testifies that all the foregoing was told to him by the Ilanun, in corroboration of which he has confirmed this account with his customary signature. Given at Pontianak, 4 September 1787. Was signed with some native characters, and around it set by the Arab Said Mashout. Below this: In my presence. Signed: W. M. Stuart. In the margin: Present before us. Signed by: I. Klaagman and I. Waen. Below stood: Agrees. Signed: W. M. Stuart. Below that: Agrees. Signed: I. van Haak, first sworn clerk. Agrees: J. van Strijn Letter D. Malacca 32 Secret Copy The merchant and Fiscal at Malacca, Francois Thierens, concerning the investigation conducted by him after the abandonment of Riouw and annexes. Three enclosures. Report of 1787. 4r Copy Copy in part
Dutch transcription
26 dien brief zoo wel als die uwE. ons in het vervolg schrijft met inlandsche vaartuijgen afzenden welken de Capitein der Chineeschen ginter uwE. bezor„ „gent zal Bij overlijden van iemand der zeevaarenden en militairen 't zij op uwE. onder hebbenden bodem of op de drie andere andere Comp=s vaartuijgente moe„ ten daar van op denzeleden dag aan tekening gehouden worden, om het bij uwE. wederkomste aan ons op te gewent. wij recommandeeren uwE. eijndelijk eene atten„ te volbrenging van het geene uwE. op gedaagen is, en verwagten niet alleen van uwE: in 't bijzonder maar ook van uwE. onderhoorigen in't generaal dat zij zig als mannen van eer en trouwelk ge daaryen, mitsg„s in het gedegt met de vijanden van de Comp: de loflijkste bravoures betoonen zullen om zoo aan hunne pligt en ons oogmerk met uwE. uijtzending tevoldoen. Terwijl Wij uwE. allen in 's Hemels genadige bewaaring 14: 15: Van Copia Nagesien bewaaring beveelende, zeer gaarne blijven /onderstond/ uw E. Goede vrunden /geteekend/ P: G: de Buijn A: Coupetuas, I: A. Hensel, I: Thurens H: J: Wie„ derhold. C: G: Baumgarten en G:so Pengel / in waar „gine:/ malacca, in het Castel den 27: august=s 1787— :daar onder :/ Accordeert /was geteek=d/ I: Van Daak: Es g. klerk Accordeert JTian Srijn Dankaerts 1B 1. 28 Relaas gegeven door den op den 28 aug„s Jongsladen van klakkat gelegen onder het Borneosche Rijk te Mampauwa aangekomen saijt Mashout Den relatant verhaald dat nu omtrent 40 daagen geleden op klakkat waaren aangekomen een getaal van „Roovers omtrent dertig Elanongse „ vaartuijgen, die Riouw had„ den afgeloopen, en nu voorneement waaren te huijs waards tekeeren om meer magt, en onder anderen hun vorst sasie Allam te haaten ten einde als dan was 't mogelyk Malaca afteloopen op gemelde Elanongers verhaalden hem dat den riouws vorst inden gepasseerden Iaare tot hun had afgezonden zeekeren te riouw wonagtige Paiester of Hadjie met versoek hem te adsisteeren om de postvatting der Comp: afte loopen, brengende ten dien eijnde meede zijn zegel of Tjap om bij hun vertrek derwaards op de Eijlanden anambas en Natura Copia ar Batuma aan te gieren, en van daar zoo val volk als mogelijk was mede tenemen ter reusseering in hun oogmerk terwijl aen riouws vorst hun beloofde om zoo doar zij de attaque aan de Zeekant begonnen hij als dan met de riouwers aan de land„ kant de Europeeschen zoude overvallen Dat zij van Clanong vertrokken waaren met zes en dertig vaartuijgen, en op evengemelde Eij„ landen waaren aangeloopen, van waar ook nog een groot getal volk en eenige vaartuijgen met hun waaren mede gegaan Et cepto van Tambalang wel„ „ke volsterkt geweigert hebben haar in hun voornemens te adsisteeren Dat zij op riouw komende ook in hun voor„ nemen waaren gerusseerd en meest alle Eu ropee„ schen over de kling hadden doen springen Excepto eenige weinige die zig met Een schuijt hebben ge„ salveerd en elgs of twaalf militairen die zij gevangen genomen en bij huns hadden, en welke hij 2erelaateit verklaard te hebben gezien, en ook nog van hun heeft willen koopen dog 't geen zij 30 zij niet hadden willen doen Dat na het afloopen van 's Comp:s bezetting den riouws vorst hun had voor geslaagen om na Ma„ lacca te gaan en het zelve mede te Juvadeeren 't geen zij ook zoude hebben gedaan, hadden zij eenige mogelijkheijd gezien om het zelve aan de zeekart magtig teworden dog hun magt hier toe te kleijn en hun vaartuijgen ook hier voor niet bestand weezende, hadden zij voor zoo lange van hun voorneemens afgezien tot zij meerder assestentie uijt hun land hadden gehaald wanneer zij Malacca aan de landkant zoude tragten te overvallen en zig met rombout zoeken te ver„ angen zijnde den riouws vorst reeds ten dien eijnde na oud Iohor vertrokken om alles in stelte tot deeze onder neeming in gereedheijd te brengen „ralatant verhaalt dat zout hen voorst Chin ook hadden zij, aan hem: „ al den buijt tot een ge„ schenk had gelaaten en eenrlijk het geschut voor zig behouden en mede na Iohor had vervoerd Dat demeeste reouwsche inwoonders dat Eijland hadden verlaaten en naar Sohor Pahang Sianten Copia Van Nagezien Pankaerts sianten Pamoerang en andere plaatsen vertroken waa„ ren Den relatant ook nog speciaal afgevraagd hebben„ de ofde Elaongers hem mets van het afloopen ee„ ner sloep of iets anders van aan belang verhaald hadden zoo betuijgde hij niets hoegenaamd meer te weeten heb„ „bende ook geen oclasie gehad lang met hun te spreken„ wijl hij ruds zalvaardig, herwaarts lag, ton de Elanongers op klakkat 't rivier binnen kwaaman ook betuijgd hij declarant al 't voorenstaande hem door de Elanongers verteld te zijn, tot welkers staaving hij dit relaas met zijne gewoone hand„ teekening heeft bekragtigd Gegeven te Tontiana den 4: september 1787 — /was geteek=d:/ met eenige inlandsche Caracters/ en daar omme /gesteld bij den arrabier Saijt Mashout / hier onder / in mijner kennisse /getekend/ W: M: Stuart= /in margine:/ ons present /getek=d door / I: klaagman en I:s Waen /onderstond / accordeert /getek=t / W: M: Stuart /(daar onder / accordeert= /geteekend:/ I: Van Haak E: G: klerk — accordeert J an Strryn Ven Lr D. Malacia a 32 Scruet Copia Den koopman en Fiscaal te Maleur Francois Thierens, concerneerende het door hem gedaan onderzoek, nade verlaating van Ri„ ouw inz. Cannex Dris Bijlagen. Birigt E van 187. 4r Copia Copia parte
English
To the Right Honorable and Stern Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of this city and fortress, as well as the Honorable Members of the Council of Policy. Right Honorable and Stern Sirs, By resolution of the 21st of May last, Your Honors instructed the undersigned Fiscal of this Government to investigate whether the abandonment of Riouw and the Company sloop the Johanna could also be imputed to any dereliction of duty, and to submit a written report thereof. In dutiful compliance therewith, the undersigned has the honor herewith to present to Your Honors the declarations of diverse persons as specified on the attached register, from whose given accounts it appears: That on the 13th of May last, a fleet of native vessels having been perceived outside the islands of Riouw, the Resident David Ruhde had notice thereof communicated to Sultan Mahmoet through the native Captain Salim and the soldier Gelang, see Annex A: § 1 and 2, No. 51. That the following day at noon, Radja Jndra Bongsoe, Orang Kaya Java, and the writer Dulla came to the resident on behalf of the sultan, saying they were ordered to sail to Bintang to ascertain which vessels and how many there were, and that upon their return these persons reported to the resident that they had seen a number of forty vessels, A. 53: T: § 2. That the resident called the officers together and asked what they thought ought to be done in this distress, whereon Commandant Vetter replied that one ought to await them and in the meantime request reinforcement from Malacca, No. 54. That the resident Ruhde sent off this unfortunate news to Malacca on the 6th thereafter, A. 55 C: 5: 1: T: § 3. That on the 7th the sultan sent to request of the resident that he might send to ascertain which vessels lay behind the islands, which the resident permitted, and to which end Orang Caya Sadi and the writer Dulla on behalf of the sultan, and the native soldier Gelang on behalf of the resident, were sent to Bintang, who upon their return brought with them a native priest and a panglima, and reported that having come aboard that fleet, they understood that it came from Solok and was commanded by the princes of that country named Radja Alam and Radja Moeda, who stated that at the written request of the King of Pontiana, they had been sent out by the Sultan of Solok about three months ago with a fleet of ninety-two vessels to support the Pontiana fleet in attacking Mampawa; that through storms and ignorance of the route they were driven with forty-two vessels, manned by fifteen hundred men, up to these islands, and now had understood from some fishermen that they had arrived before Riouw, requesting to be accommodated with provisions, and also that they might repair their disabled vessels, the deputies also testifying that they had seen no Bugis and had met very few persons who spoke the Malay language, after which report the resident sent the priest and panglima back to the sultan, No. 55. 6: 7 § 52. That on the 8th thereafter, the Resident Ruhde and Commandant Vetter went for an audience with the Sultan of Riouw and some of his grandees of the realm, where the resident inquired of the sultan what he thought concerning the request made by the Solok princes and how His Highness was pleased to act therein; that that chief had declared to leave this to the discretion of the resident; that the resident replied thereto that His Highness as prince of the country ought to know what was necessary for his inhabitants, since provisions were very scarce and the price of rice had already risen to one hundred Spanish reals, and also that he, the resident, could not agree to permit the Solok people to repair their vessels on land, because one could not know whether they were truly of our friends, since the danger is too great to expose oneself thereto; that he, the resident, was therefore of the opinion that His Highness ought to try to divert these princes from Riouw by giving them some presents, as he, the resident, would also effect, and that in case they should suggest that they feared they would not make the voyage, either through the passing of the monsoon or through ignorance of the route, His Highness ought then to make known to them that he would give a person along as a pilot, whereon the sultan answered that it was all well, A: 58 F: 54. That that same evening the Orang Kaya Sadi and writer Dulla came with the Solok priest and panglima to the resident to sail back aboard the fleet, that on that occasion the resident asked the aforementioned priest and panglima whether they had also taken leave of the sultan, whereon they answered that they had not been to the prince except upon their arrival, after which they all together
Dutch transcription
33 Aan den wel Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur deezer stad en Fortresse, benevens de Heeren Leeden in den Raad van Politie Wel Edele Gestrenge Heeren Heeren By Resolutie van den 21 Mai laatstleden hebben uwel Edele Gestrenge en Heeren de ondergetekende Fiscaal deeses Gomvernemants gedemandeerd te onderzoeken, of deverlating van Riouw en de Cimp sloep de Johanna ook aan eenig pelijt„ verzuim konde werde geimputeert en daarvan in gekcheift Be„ rigt te doen, inschuldige opvolging van dien heeft hy onder„ getekende de Eer uwel Edel gestrenge en Heeren hier bij aan te presenteeren, de op bygevoegde Reijester gespecificeerde ver klaaring van diverse persunen, iit welkers gegevene relaas en Consteert. Copia Van Dat den 13 May laastleeden buyten de Eylanden van Riouw vernomn zynde een vloot van Jnlamssche vaaatuigen, den Resivent David kunde door den inlandsch Capitain Salim 'sandere en soldaat gelang daar van Communicatie heeft laten doen aan den Culthan Marmoet vide bybrag L=a A: § 1: en 2, N 51; Dat dies anderen daags t nddags van wegen den sulthan byj aen resident gekomen waren Radja Jndra Bongsoe, orang Kaija Jave ende schrijver Dulla, zeggende gelast te zyn naar binten te vaaren, Oom te dernemen welke vaartuigen, en hwve veele er waaren en dat deese personen by hun retens aan den resident hadden Berigt een aantal van veertig vaartiunge de hebben gedien A 53: T: § 2. Dat den resident deofficeeren hadt by den anderen geroepen en gevraagt wat zy vermoede in deese mistomoeg te moeten doen, waar op Comman„ dant vetter geantword hast, dat men huen diende af te wagte, en intusschen versteeking van Malaica verzoeken, N. 54. dat den resesent zuhde van dees ongevallen tijding na Malaca op den 6: daar aan haet afgezenden A 5 5 C: 5: 1: T: § 3 Dat den sulthan aan den resident op den 7: haar laten verzook, om te megen lanten verneemen welke van trugen agter de Eylanden legen, het §: 51. het welke den resident testendt, en ten welken einde van sulthan wegen orang Caya Sadi en schryver Dulla, en van wegen den resident depulamasch solaant Gelong na binten gezinden zijn, welk by hun retini mede bragten een Jnlanonh prester, en een pagliema, en rup„ porteerde dat zy aanboord van die vloot gekomen zynde verstaan had„ den dat deselve kuom van Colok en geommandeerd wierd aanr de prin„ een van dat land genaemd Radja Alam en Radja Moeda, die vergoive dat zy op het schriftelyk verzoek van dien koning van Pontra na door aen sulthan Aan Colok voar ontrant drie maanden met een „vlort van twee en negentig vaartuige afgezinden waaren om den Pinitiana„ sche voyt te ondersteunen in't attagqneeren van Mompanava; dat zi duor stoem en onkumde van den weg, net twee en veertig vaartuige, bemind met Een amzend vyf hindert kopen tot by deeze Eylandg verdaie„ ven waren, en nu van eenige visseres verstaan hadden dat zy vor Riouw gekomen waren, verzoek doende met levensmiddelen geriefd te „„loden; als ook dat zy hunne ontramponeerde vaartuige mogte repa „peeren, betungine diegeuommitteerden tefens dat zy geene Boegineels gezien, en ook zeer weijnige persoonen ontmoet hadden die de malest. sche taal spraak, naar welke rapport den resident de k reester en Ponglema na den sulthan had gerenvijeerd N: 55. 6: 7 5 52: dat op den 8: daar aan den resident Ruhde en Commandant Vetter tot Anduentie zijn gegaen bij den Culthan van Riouw en eenige zijner Ryksg Copia Van F. S. 3. Ryksgroten, alwaar den resdent vom den sulthan informeerde wat dezelve vermeende ontrant het gedaan verzoek door desoloksche prinsen en hoedang zyn Hoogheid daar ingehefde te handel; dant dien roofs geinturm haat zulks aan het goedvmnen van den resident over te laaten; dat den resident daar op hadt gerepliceerd, dat zyn, Hoogheid als voorst van't Land diende te meeten wat nooig was voor zig ingezatenen, vermits de levensmiddelen zeer schaars vaaren en deprys der ryst bereeds tot een hinderd paanse Qhiarlen gestegen was, als ook dat hy resident met konde accordeere die solokkers tepenmisteern haare vantwegen de lant vertimmer, dewyl me met konde meet, of het welvan onzevaemden waaren, dewyl de mogt te „grot is om zig daar aan de Expineeren, dat hy resident dierhalven van opinie was dat zyn hoogheid die comsen met eenige presenten te geeven van Riouw moestzoek te diverteeren, gelyk hy resident zulks ook zonde beweekstelligen en dat meen zy mogten vorostellen dat di ver„ dmeende de reis met de zullen kryge, het zy door verloop von't Caij wn over door onkmde vanden weg, dat zyn Hoogheid him als dan moest te kennen geeven om hun een persoon als toots mede te geeven waarop den Gjulthen ontesonde al het wel was A: 58 F: 54. dat dien zelfden arme derongkaya Iade en schrijver Dulla met deso„ loksche prester en panglama by den resptont zyn gekonnen om weder na boord van de vloot te waaren, dat by die gelegenheid den resident aangemelde priester en panghiema haat gevraagd of zy ook afscheid van den sul„ thom hadden genemen, waarop deeze mitwoorde dat zij niet als by hunne aankemt by den vors waaren gewest waarna zi alle ne„ rens
English
likewise the aforementioned native soldier Gelang departed for the Solok vessels A: § 9 S: 54. That on the 9th thereafter the said Orang Kaya Sade, cooper Dulla and soldier Gelang returned, reporting that the sent gifts had been very politely received, and, as Gelang declares, that Radja Alam was content with the refusal, but that they nevertheless urgently requested to be accommodated with at least one pilot, if not two A: § 9 F: 54. That following this, that very same evening, two men from the islands were sent by the Sultan to the Resident to serve as pilots on the Solok fleet, who, after having been provided with a pass by the Resident, were brought aboard the Solok fleet by the Sultan's Mata-Mata, messenger, and the soldier Gelang A: § 10 S: 54. That this Mata-Mata and soldier Gelang, having returned, reported to the Resident that the Solok princes had expressed thanks for the pilots sent to them, with the assurance that they intended to depart soon, but if they should tarry for another two to three days, one would please not take it ill if they sent some small proas up the river to purchase provisions, of which they suffered a great shortage A: § 12. That the Sultan that evening informed the Resident that out at sea another twenty native vessels had been seen, identical to those of the Solokkers A: § 11. That on that evening of the 10th ditto, around seven o'clock, from the small fortress on the hill, human voices and the sound of native oars were heard on the water between Tanjung Pinang and the island of Mars, of which a report was made to Commander Vetter in the main fortress, who immediately informed the Resident thereof, who immediately came outside and gave orders that a shot be fired at those vessels from the fortress on the hill, and that the alarm be beaten by drum in the main fortress and the soldiers called to arms, which was then done, and since those vessels were still approaching, they were fired upon both from the main fortress and from the sloop Johanna and the pantjallang Banka A: § 13 and 14 B: § 19 2 C: § 3: 251: and 3. The corporal Jochem Hendrik Tessensohn is the only one who declares that fire was also returned from the enemy vessels, but since no mention of this is made in any of the other statements, this is not very plausible. On the other hand, it appears from most of the other statements that the two fires upon the enemy vessels ceased after the firing of live ammunition, and the enemy retreated, taking refuge behind the island of Mars A: § 15 etc. etc., and further That the enemy shortly thereafter appeared again on the north side of the island of Mars, but as they were fired upon both from the fortress and from both Company vessels, they thereupon withdrew behind the high land and retreated A: § 16: B: § 2 C: § 4: etc. That the Resident in the meantime sent out the native ensign Canies with a small vessel to reconnoiter the enemy vessels, who upon his return reported that he had indeed seen many vessels, but that due to the darkness he had not been able to count them, and that they had moved around the island of Mars A: § 15 3 7. B. §. 3 ; C: § 5 etc. etc. That the said Orang Kaya Sade came to the Resident that night around twelve o'clock, to inquire on behalf of the Sultan into the reasons why such firing had taken place, offering that if the Resident required men and vessels, His Highness would provide them, but that the Resident, after taking the advice of the officers in this regard, had the Sultan thanked for that offer and at the same time also requested that His Highness please keep a good watch, in order to await the break of day A: § 16. That the Sultan on the following afternoon, being the 11th ditto, informed the Resident that the Solok fleet had landed behind the opposite shore of Tanjung Pinang, that His Highness would have sent men and vessels, but that everyone had unanimously excused themselves, saying that they could not leave their wives, children, or homes; and that the Resident, in order to be better informed where the enemy fleet was stationed, then sent out the native soldier Gelang to see where that fleet was located, and that he found it in Kuala Teridong, where the Terusan Riau flows into it, but that he was then also discovered by the enemy fleet and pursued, whereupon he took to flight and happily escaped, of which occurrence the Resident informed the Sultan through the said Gelang, with the request that His Highness please maintain a particularly good watch at Terusan.
Dutch transcription
37 vens de mergenrende Jnlandsch klaaat Gelang naar boord van de Colok„ se vaartigen zyn vertrokken A: 8 9 S: 54 Dat den 9 daar aan de gemelde vrmykaya Sade, khuijper Dulla en soldaat gelang, gerelonaneerd zyn, rapporteerende dat de gezondene geschinken deer beleefdelyk ontvangene waren, en zoo als gelang verklaart dat Radja Mlam: zigte vreede hield met de wijdering, dat zy egter instantig verzogten om niet twee, ten minte met een loots geriefd te weeden A: § 9: F: S4. door aensulthan dianvolgende nog dien eygenste avond twee manvan de Eylomon aanden Residomnt zyn gezonden om mor Lootsen op desolokse vloot te dienen, dewelke na dat zy met een pas van den resident voorze zyn geworden door Culthano Matta Matta /: boodschapper:/ ende soldaat gelang nan Hemd van deColok , voot zyn gebragt A: 5 10 S: 54 Dat deese Matta Matta en Colaaat Gelang geretonrneerd zynde aan den residont hadden gerapporteerd dat de Colokje prinsen besankt hadd, voor de hun toe„ geschikte lootsen, meer betuging dat zy vorneemens waren spoedig, te vertrekken, dog indien zy nog twee â drie dragen vertoefde, men hun met keralyk gelievde te keemen dat zy eetnge praauwtjes mee rivier zouden van levenmiddelen te koope waar aan zij geot geboek leven A § 12 dat den Culthamn dien avond aan de residant heeft aven berigten dater binten om zee nog twintig inlanssche vaartinge gezien waaren even gelijk dieve solokkers A: 3: 11 Dat in dien airnd van den 10 d=o circa zeven uure van het uit het fortie Copia 41 11. 12 op den borg, ap hiet water tusschen Canjing ponangj en het eijland venus, destemme van Hlenschen, en het geluit van Jnlmont an ziek wierd gekuord, waar van aan den Commondant Vetter mnde horpefortiese raport wierd gedaan, welke zulks direct heeft doen weten amn aen risident, welke immediaat in't borten konmn, en ordre gaf dat van het fortres op den Borg een schoot op die vaar„ tingen geheide, en in het hoofdfortres door 't roeren van de trum aler geslangen ende mititairen inde wapenen gebragt wierd, gelyk zulke dan ook geschiede en dat dewyl dievaartinge nog al naderde zoo wel in toe hord feorteeke 'als van de cloep de Johanea, de Pantjalling Banka op hun geschoren mede A: D 13 en 14 B 519 2 C53: 251: & 3 De derseraak Jochem Hendrik Tessensohn is de ereng te welke verklaart. dit vom de vyondelyke vaantings ok is gevurt guonde, den dewyl daarmen by geene der andere verklaarmnen mering werd gedaan zo is zulks met wel aanneemlyk E F E. daar en tegen blijft iut de meeste den andere verklaaringen dat de beide ruertjes op„ de vijendelijke vaartuigen op t schieten met scherp, uitgedaan in aen vijand gereticeerd is, de wyk neemende beworden het Eijland Mars A: 5 15 &=a &=o en voorts Dat den vyomd zig kot daarop aan de Noordzyjde van het Eiland Mans weder heb„ ben vertant, maar dewyjl, zo uit de fortresse als van beide: Compagnies vaartuige op hun wierd gevuurt zy daarop agter het hooge land hune en wegtrokke A: 516: B: 52 c: s4: &=a dat den risident metuschen den Jnlandsche vaandrig Canies met een klemn vaar„ tuig hast ntgesenden om de rijondelyjk vartuigen te ecgnosseren welke bij zej retour 13. 14: 16. retiur repnteerde, dat hy welvele vantuige haaft gezien, maardat hy deselve wegens de austerheid met had kunnen tellen, en dat deselve het Eyland Mars waeien ongelrokken A: S. 15 3 7. B. 5. 3 ; C: S 5 & & Dat den vijand: orang kaaya sade dien nagt om twaalf uwr bij aen residentis gekomen, om uitnam van den sulthan teverneemen, de reedenen waarim en zoo geschooten wierd, onder aambieding dat als den resident volk en vaar„ tingen begierde, zijn Hoogheid dezelve zoude laaten geworden, maar dat de resident na ingenomen advies oom: deofficieren dientwegen, den sulthan voor die anbieding hieft doen bedanken arg teffens ook heeft laaten verzoeke, dat zijn korghid goede wagt geliefde te lanten houden, om andonig dendaggite„ wagten A: S. W. Dat aen sulthan op de volgende middag zynde den 11. dito aanden resident heeft dven weeten dat de solokse vloot agter de overwal van Janjing pienang geland was, dat zyn hoogheid wel volk envaartings zoude hebben gezonen maar dat een ieder zeg eenparig hadden verschunt zeggende dat zy homme nrouwen kinderen of woeningen niet konde verlaaten, en dat de resident toen omte beeter geinformeerd te zyn waardevyandelyke slort zig gphield den inlomidsch soldaat Gelang haet uitgezonden, om te zien waar die vloot zig bevond, en dat deese deselve gevinden haat in quala Tjedong, daar troesen riouw intstromt, maar dat hij toen ook door de vijandelijke vloot ontreekte en agter nagejaagt wierd waarim hijt op de vlugt zette„ de, en het gelukkig ontkwam, van welke gebenatenis den resident door gemelde Gelang heeft dven kennis geven aan den sulthan, met verzoek dat zijn Hooghet voral goed ragt geliefde de laaten hinen aat Teosoan s 17. 18 „ tuijgen A: heb„ vaar„ e bij zijn retour Rioue Van Copia
English
would not be breached, to which his highness answered that emissary that he would take care of that as much as possible, and that when the same was opened his highness would notify the Resident thereof. A f 19 v. 20, 6:56, 5 5. 7 and 8 20 That on the 12th of the same month the Resident once again sent a commission to the Sultan, consisting of the two native Captains Salam Sandere and Thepar, to request his highness above all to ensure that Troesang Riouw was not breached, which being accepted by his highness, he through those Captains had the Resident requested to be accommodated with gunpowder and cannonballs, of which he was in great need. A § 21 No. 5E. 21 That the Resident made this request known to the Commandant Vetter and fireworks master Schiltz, giving them to understand that as they had no reasons to mistrust the Prince, such could well take place, wherefore it was decided to send that very same evening to his highness six barrels of gunpowder, which also took place, A. § 21 as also No. 57 F: 59. 22 That on that day three embrasure openings were also made, in order to be able to command the Resident's dwelling and the poultry yard, in which were mounted one twelve- and two eight-pounder cannons. A: § 21. 23 That on the 13th of the same month in the morning, estimated at half past four o'clock, nine of the largest balloors of the enemy fleet came back into the northern channel and toward the small main gate, firing a shot with live ammunition at the fortress, upon which alarm was directly beaten and everyone took up arms. A: § 22: B: 3 4: C: § 7 8 &. No: 53 F 59. 24 That then between the nine vessels, as well as the Company's small fortress and the Company's vessels, a general cannonade arose, during which occasion the sloop de Johanna sustained five wounded, and which cannonade lasted until an estimated nine o'clock, when those nine vessels drifted down and retreated to the southern channel, posting themselves there under Batoe Jtam so as to block the coming in or going out of the Company's or such large vessels. A: § 22 B: § 4, C: § 7: 8 &:a That meanwhile, or estimated at seven o'clock, the remaining party of the enemy fleet that had come through Troesang Riouw had first sailed up to the village where the Sultan resides, from where they could fire some shots, and that they subsequently came down again, accompanied by the vessels of the Riouwers, of which at the forefront was the vessel of Radja Joa, commanded by his eldest son Radja Manilla, which vessel cast anchor behind Boeloe Waijang, from where their crew stepped ashore with small vessels, and plundered the Resident's dwelling, warehouse, and other buildings standing there; and that although they were heavily fired upon both from the main fortress and from both Company vessels, they paid no heed to it, wherefore some volunteers went out, chased them away, and set fire to the buildings; that the enemy however returned and robbed from the fire whatever they could get hold of, for which reason another military commando was sent out against them, who drove them into the woods, after which driving off it remained quiet for the remainder of that day until seven o'clock in the evening, when the enemy showed themselves both at the foot and on the hill with great noise, and the lighting of fires, wherefore they were repeatedly fired upon until they retired, it having otherwise remained quiet that night on both sides. A: §: 23: 24 25, B: § 4, 5. C: § 8 9, 10, & 25 Copy That the Resident over such matters had a general meeting convened of all European military and artillerymen, the two commanders of the Company's sloop and pantjalling, and the native officers, and presented to them the state in which they found themselves, inquiring what these bystanders thought one ought to do in this situation, to which it was answered with unanimous votes that as the enemy was far too powerful to offer them resistance, and it clearly and pitifully appeared that the Prince of the Country and his grandees of the realm had joined the enemy, and instead of obtaining help from them one now had to consider them as enemies, it was consequently impossible to defend the Company's garrison against that enemy, in which sentiment they all persisted, except for the soldier Johannes Broehand who had remained behind, who was of the opinion that one ought to bring heavy pieces of ordnance up the hill in order to destroy the enemy therewith, but at which most military men laughed, as a matter that seemed not only unfeasible but rather far too foolish, while the principal 26 That on the 14th of the same month in the morning hour it was seen on the hill that the same was as if sown with people, as also that the enemy had already finished a battery there, and they were busy erecting another one, which were so placed that one could shoot into the fortress man for man, and they in contrast could not be damaged by fire from the fortress. A: § 26; B § 6; C: § 11. &ca &ca
Dutch transcription
Pummo niet omen dangebooken waarip zijn hoghed aan die zendeling heeft ge„ antwoord, dat zoo veel mogelyk was daar voor zoude zegrgen en dat wanneer de selve geopend was zyn hoigheid zulkes den Resident zinde doen verwittige A ƒ 19 o. 20, 6:56, 5 5. 7en 8 Dat den 12 dato den resident nogmaals een Commisse an ven sulthan heeft ge„ zinden bestaande mit de twee Jnlandsche Captom salmm sandere en The„ par, om zynhooijheed te verzoeken voor al te korogen art Troesang Riouw met wiard door gebrooken, het welk door zyn hoogheid aangenomen zynde, door die capitain aanden Resident heeft laaten verzoeke, om met buskruid en ko„ gels. geriefd tenwaen waar aan hy groot gebrek had A § 21 N 5E: dat den resident dit versoek amn den Commandent vetter en vanrwerken schiltz bekend maakte omnder te kennen gaaven, dat dewijl men geen resenen hadt om den vorstse mistruwren zulks wel konde gesclieden, welhale beslooten wierd om nog die zelfden avond aan zyn hoogheid toetezende zes varten Burkund, het welke ook ge„ sitied is, A. 521 als ook No. 57 F: 59. Dat aren dag ook nog drie embrasnurganten zyn gemaakt, ten eynde P resident wooning en poels velgong te kunnen bestryk en waar ingeplants geworen is een twan en twe agtpondens camons A: § 21. Dat op den 13 dito smorgens na gising half voer nur negen dergrintste balloors van de vyjondelyke vloot in het noorder comanl te rug en na het hoofdportjen toege„ komen zyn, doende een schot met scherp op het fortres, waar op divect Hlaam wierd geslagen en alles mn de waponen kwam A: 522: 13: 3 4: C: s 7 l &. 23 No: 53 F 59. 20 21. 22. Dat ven do teschn de negen vaatigen, als van Comp:s forteesje en bese Comp vaartiig en een generaale Comonnade ontstont bij welke gelegenheid de sloep de johonna vyjfgeqreste heeft bekomen en welke Canmonade geduurtheert tot nugissing - weegen vnren wanneer die negen vaartingen afzakte ende wyk naamen na het zinder canaal, posteerende zig aldaar onder Batoe jtam om dus het in of uitkonnen van Comp of zulke groote vaartinge te kunnen besetten A: 522 B: 54, C: S 7: lb &:a Dat intuschen ofwel na gesing zeven uuren de overige partij derrijemde„ lyke vloot die door Troejany Revuw waaren door gekomen, eerst na boven naar de negory, daar den sulthan woond; was opgevaaren, wan waar men eenige schoten koonde doen en dat deselve vervolgens weder na benege, knaa„„ „me, gearcompagneerd met de vaarlingen van de Rionwreesen, waarvan voor aan dig bevond. het vaarting van Radja Joa gecommandeert werdende door zijn maste zom Radja Maanlla, enwelker lent agter Boeloe waijang, ten omkerginge, van waar dies Equipagie met kleyne vaartuige andewal stapte, ens resident wooning, Pakhuys, en andere daarstaande gebouwen plunderden en dat afschoen zo wel uit de hoofd fortrese als van beide cimip vaartingen sterk op hun wierd geruird zy zig daar aan niet strode, welhalven eenige vrywilligers iittrokken hun weg„ Jaagde ende gebouue in de brand staake; dat den vijand agter wederkwam en uit den brand weg wegroofde, wat zymagtig kinde worden, waarom andermaal een Commando militoire op hun wierd afgekomen, die hun Bosch„ waards in verjoeij na welke verjaaging het in 't overge van dien dag stil geweeft is; tot des anmes zeven uuren wanneer den vijmd zig zoo wel aan de voet, als op den Borg met grot geraas, en het opteek, van runen ver tomdo die 24. ur Copia Dat den esent over zulke eengeneraale vegadering haot doen belegen zoo van alle Enripesche mlitoirn en Arthillorijts, de beide gezaghebbers, van Comp sloep en Pantjalling ende Jnlamssche officiern, en aan deselve voorstelde de stant waar i men zig bevinst, met onwaag, mat deeze omtanders ver„ meende dat men in deese geleegenheid moest doen, dat daar op met umanieme van stemmen was geintwod dewijl den vijand veel te magtig was om hun neser„ stand te brieed, en het deerlyk klaarlyk bleek dat den voost vant Land en zyne rijks grooten, danvyond waaren toegevallen en men insteide van hulp van hun te verkrijge, hun dus nu als vyanden moest amerken het by ge„ „volg onmogelijk was Comp: bezetting tegen die vijand te verweere, in welk gevoele zy alle verzeerde uitgenomen de ginter verbleevene soldaat Iohannes Broehand, dewelke vangevoele was, dat mij zwaare stukken gekomt op den berg moest brengen, om den vijand daarmede teverdoen vin dog waarom de meeste militaire lachte als een zaak die met ui't kumoeg her vorkivam dan vel alte gek was, terwyl devonaarmste die dat den 14 dito inden morgenstend op den berg gezien wierd dat dezelve als bezaagd was van Monschen, als ook ant den vijand aldaar reeds een ballery vor„ toryd hadden, en zy bezig waaren nog een onder op te regten, welke zodanig ge plaatst waaren dat men in'toezelve menvoor man uit de fortaeste konde be„ schieten en men daar entegen uit de fortresse kande bestreten hun met kind besctaadige A: § 26; B 56; C: S H. &=n &=a tomde, waarm ondermart op hun gemuind wierd tot dat zy retireerde zijnde hit oniegens dien nagt aam meder zyde stil gereft A: §: 23: 24 25, 135 4, 5. C: 5 89, 10„ 8 gemeene 25 26