Inventory 3818
Japan · 1,296 pages · 258 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
172 14 Today, the 20th of July 1787, appeared before me, Jacob van Haak, Secretary of the Honorable Court of Justice of this Government, and witnesses, the burgher Hendrik Kraal, having served as a carpenter on Riouw, who, upon the questions put by Mr. Francois Thierens, Merchant and Fiscal here, declared to be true: That in the beginning of the month of May last, a multitude of foreign vessels came in sight of Riouw, of which the Resident gave notice to the Sultan. That a few days thereafter, an envoy on behalf of the Sultan and a native soldier on behalf of the Resident were sent to those foreign vessels to learn what their desires were, who upon their return brought back a Malay priest, who related that this fleet, commanded by Radja Alam and Radja Moeder, had departed from Solok to assist the King of Pontiana in order to attack Mampauwa; that having been driven to Riouw by contrary winds, they therefore requested to be allowed to repair their damaged vessels and to be provided with provisions, of which they were in great need; that the Resident then sent this priest to the Sultan. That after the Resident and the Captain Commandant had been on an audience with the Sultan, the said priest was sent back to his fleet with an offer of some refreshments to its chiefs. That on the occasion of two pilots being sent to this fleet, the chiefs of those vessels let the Resident know that if the wind served them, they would depart that evening. That the following evening, being the 10th of May, at circa nine o'clock, these vessels appeared between the islands Maas and Venus while making music, wherefore a shot was fired at them from the small fort on top of the mountain, after which the Resident proceeded to the main fortress, while meanwhile an alarm was raised and fire was opened from the main fortress as well as from both of the Company's vessels, whereupon they rounded the island Maas; but as they shortly thereafter appeared again in the northern channel, the firing upon them was resumed, whereupon they completely disappeared from sight. That the native ensign Canies had meanwhile been sent out to reconnoitre those vessels, who upon his return reported that due to the darkness of the night he had not been able to count the number of those vessels, but that they had sailed around the island. That on the 11th of the same month, the Resident sent a soldier serving under him, Gelang, with some slaves, to learn where those vessels were located; that this Gelang found them in Kuala Tjedoen; that the Resident had the Sultan requested to let him, the Resident, know when Troesan Riouw was opened, which His Highness had promised but did not fulfill. That the Sultan also had the Resident requested for twelve barrels of gunpowder, which request was half fulfilled. That the following morning, the 13th of the same month, at four o'clock, some of the enemy vessels came rowing north of the island Maas, beating the gong-gong and firing a cannon shot at the main fortress, wherefore an alarm was raised; whereupon a general cannonade began from both sides, from the enemy as well as from the main fortress and from both of the Company's vessels, which cannonade lasted until circa nine o'clock in the forenoon, at which time the enemy retreated and anchored under Batoe Jtam to take up positions. That another part of the enemy vessels had sailed through Troesan Riouw to the Sultan's residence, where some shots were heard; that these vessels departed shortly thereafter and came to anchor under Poeloe Woijang, from where they stepped directly ashore with small vessels and proceeded to plunder the Resident's residence and the dwellings standing thereabout; although one prevented them from doing so with artillery, they nevertheless did not heed it, wherefore by order of the Resident, he, the appearer, and some of the Resident's slaves went thither not only to put the enemy to flight, but also to set fire to these residences; that after he, the appearer, and the remaining men had returned, the enemy returned once more and looted everything they could get from the fire, whereupon the Resident once again sent a detachment thither to massacre or expel them, after which it remained quiet that day. That on the 14th of the same month at daybreak, he, the appearer, together with many others, have
Dutch transcription
172 14 Op Heeden den 20e Julij 1787 Compareerde Voor my Jacob van Haak Secretaris van den Agtbare Raad van Justitie deeser Gouvernements en Getuijgen den op Riouw als Timmerman dienst gedaan hebbende vrijburgen Hendrik Kraal, dewelke op de gedaane vraagen van den Heer Tran„ „cois Thierens Koopman en Fiscaal alhier ver„ „klaarde waaren waaragtig te zijn Dat in het begin van de Maand Mai laatstleden in het gezigt van Riouw gekoomen zyn, een meenigte van Vreemde Vaartuygen waar van den Resident aan den sulthan heeft kennis doen geeven Dat eenige dagen daar aan een besending van wegen den sulthan en een inlandsche Militair van wegen den Resident na die vreemde vaartuigen gezonden zijn om te verneemen wat hun begeerte was welke bij retour mede gebragte een Maleit„ „sche Preester, die verhaalde dat deese vloot ge„ Commandeerd door Radja Alam en Radja, Moeder van Solok vertrokken is om den koning van Pon„ „tiana te assisteeren ten einde Mampauwa te at„ „taqueeren, dat zij door Contrarie winden tot „derhalven versogten hunne ontramponeerde Riouw verdreeven zijnde vaartuigen te mogen 0 repareeren en voorzien te worden met Levensmid „delen waar aan zij groot gebrek Leden, dat de Resident deese Priester toen naar den sulthan gesonden vast 2 et n Copia gezonden heeft, dat na dat den Resident en den Capitain Com„ „mandant bij den sulthan ter audientie zin geweest gemelde Priester te rug gezonden is naar zijn vloot onder aanbieding van Eenige ververschingen aan zijne Hoofden Dat bij gelegentheid dat er Twee lootzen naar deese vloot gesonden wierd, de hoofden dier vaartuijgen aan den Resident hebben laaten weeten als hun de wind diend zy die avond zoude Vertrekken Dat den volgenden adond ( zijnde den 10e Maij, Circa negen uuren deese vaartuijgen onder het maaken van Muziek tusschen de Eylanden Mads en Venus zig vertoonde weshalven van het fortje boven op den berg een schot op hun gedaan wierd, waar na den Resid„t zig in de hoofd Fortres „se begaf, terwijl men intusschen alarm maak„ „te en van de hoofd fortresse zoo wel als van de beide Comp:s vaartuijgen vuuren liet, waar op zy het Eyland Maas omtrok, dog dewijl zij kort daar aan zig weder in het Noorder Canaal ver„ „toonde hervatte men het vuuren op deselve als wanneer zij geheel uit het gesigt verdween Dat den Jnlandschen vaandrig Canies inmid¬ „dens uitgesonden was, om die vaartuijgen te recognosseeren, die by retour rapporteerde dat hy wegens de duisterheid van den Nagt de Meenigte dier vaartuijgen niet heeft kunnen tellen 3 146 tellen, maar dat zij het Eijland omgezeijld Dat den 11 dito :/ den Resident, eenen bij hem Resident dienst doende soldaat Gelang met be„ „nige slaaven gesonden heeft om te verneemen waar die vaartuijgen zig bevonden, dat deesen gelang deselve gesonden heeft in quala Tjedoen, dat den Resid=t aan den sulthan heeft laten versoeken aan hem Resid„t de weet te doen wanneer Troesan Riouw geapend wierd dat zijn Hoog„ „heid zulks was beloofd dog niet Nagekoomen Dat den sulthan ook aan den Resident heeft Laten versoeken om twaalf vaaten buskruid welk versoek ten halve voldaan is, Dat den Volgende Morgen (den 13 d=o ten Vier uuren eenige der vijandelijke vaartuijgen benoorden het Eyland Maas, onder het slaan op de gom gom en het doen van een Canonschoot op de hoofdfortresse zyn et koomen aanroegen weshalven alaam gemaakt was, hebbende toen van wederzyde zoo wel van den vyand als van de hoofdfortresse en van de beide Comp:e Vaartuijgen eene Generaale Canonade begonnen, welke Caronade geduurd heeft tot Circa negen uuuren in den voormiddag als wanneer den Vijand de bieding Com er i heeft; — 8 retireerde ar Copia zyn, retireerde en onder Batoe Jtam ten anker gin. „ter Postvatten Dat een ander gedeelte der Vyandelyke vaar„ „tuijgen door Troesan Riouw naar des sulthans wooning gevaaren waaren alwaar men Eenige schooten gehoord heeft, dat deese vaartuigen kort daar aan afgevaaren en onder Poeloe woijang ten anker zijn gegaan van waar zij met klyne vaar„ „tuigen direct aanland stapte, en zig naar des Re„ „sidents en daar omtrent staande wooningen, ter„ plundering begaaven, ofschoon van hun zulks door het geschut belettede, stoorde zy egter daar niet aan, weshalven op order van den Residt hij Comparant en Eenige 's Residents slaaven derwaarts gingen om den vijand niet alleen op de vlugt te drijven, Maar ook deese wooninge in den baand te steeken, dat na dat hy Compa¬ rant en de overige Manschappen geretourneerd waaren den vyand andermaal te rug keerde en roofden al het geene zij konden uit het vuur magtig worden wanneer den Residents nogmaals een Commando derwaarts zond om hun te mas„ „sacreeren ofte verdrijven, waar na dien dag stil gebleeven is. Dat op den 14 dito met het aanbreeken van den dog hi Comparant nedens veele andere heb„ ben 10
English
148 had seen that the enemy were gathered in great numbers around the Resident's residence and on the mountain, for which reason the Resident convened a General Meeting, wherein he proposed what was deemed best to be done under these circumstances, since the enemy surrounded the Company's garrison both by sea and by land, so that the available force, in the Resident's opinion, could not withstand the enemy. Whereupon it was declared by a parity of votes that the present force was not equal to that of the enemy, the more so as a Malay soldier, who had deserted and returned, had reported that the Riouw people had joined with the Polok troops, giving as the source of his knowledge regarding this that this soldier had related this in the presence of Commander Vetter, Corporal Spelter, and several others, the name of the same being unknown to him, the deponent, though he does know that he had been assigned under Captain Thepoor. That the Resident had thereupon proposed whether it was not best to enter into a good agreement with the enemy, and this having been generally deemed best, the Resident further proposed Copy that one of the Malay officers should go to the enemy to ask what their desire was, but which proposal the native officers refused under the pretext of being afraid of the enemy. Wherefore the Resident indeed requested Ensign Smit, but the same excused himself, giving to understand that he did not master the Malay language, for which reason he, the deponent, and the soldier Gelang were commissioned to convey the aforementioned message, as well as to tell the chiefs of the Polok force that, if they pleased, to send one or two persons with him, the deponent, that the same would be admitted. That he, the deponent, having sailed up with his companion under a white flag, had first come to Radja Abdulla, thereafter to Radja Bendhara, who referred him, the deponent, to the Panglima Bazaar, which person gave him, the deponent, an appointment again for four o'clock toward the afternoon, saying that although he was chief of a party of the Polok people, he could give him, the deponent, no answer, but needed to speak with Radja Alam and Radja Moeda about it first. That he, the deponent, and soldier Gelang, having returned to the Resident, saw a Buginese 150 Buginese named Dain Tappa, whom he, the deponent, had often seen on Riouw, but what this man negotiated with the Resident is unknown to him, the deponent, which Buginese went up and down the mountain several times. That in the evening between six and seven o'clock Sergeant Belling and Captain Salim Sandere, after receiving the watchword, went back to their assigned post, but shortly thereafter he, the deponent, heard that they had come down from there and had brought report that the Malay soldiers had deserted from there and that therefore the remaining garrison had abandoned that small fort and had come into the main fortress. That after this had been reported up to three times to the Resident, the Malay gunners assigned to the main fortress abandoned their posts and gradually absented themselves. That he, the deponent, was sent by the Resident on board both of the Company's vessels to call their commanders in order to fetch the Company's money and opium chests. Copy Examined Smits & son That he, the deponent, upon his arrival on shore, saw that the main fortress was nearly empty, wherefore the remaining garrison and he, the deponent, abandoned the same and went on board the pantjalling Banca, the Resident, Commander Vetter, and he, the deponent, having been the last three of the Europeans who had abandoned the main fortress, while the sloop de Johanna, when sailing out, ran aground on the bank of the island Maas, which they had not been able to send men to get afloat without exposing them to the plunder of the enemy, as that vessel would have had to be too far out of reach of the cannon of the main fortress. That which is written above having been duly read out to the deponent, he declared that it contains the pure truth and is prepared, if required, to confirm it under solemn oath. Thus done and passed in Malacca, in the Castle, date as above, in the presence of Johannes Hamel and Jan Hendrik Stecher, clerks, as witnesses, who signed the original of this together with the deponent and me, the secretary. Beneath was written: which I attest. Signed: I. b. van Haak, Secretary. Beneath was written: Agreed. Signed: I. b. van Paak, sworn clerk.
Dutch transcription
148 „ben gezien, dat den vyand omtrent 'S Residents wooning en op den berg in een meenigte verzaa„ „meld waaren waarom den Resident eene Genera„ „le vergadering het beleggen, waar in de zelve voorstelde wat men oordeelde in deese omstande best te moeten doen, dewijl den vyand Comp:s be„ „zettelingen zoo wel aan de zee als aan de landkant om zingelde dat de aanhanden zyn „de Magt tegen den Vijand na des Residents gedagten niet bestaan was, waar op met een pa„ „righeid van Stemmen, verklaard wierd, dat de presente magt tegen die der vyand niet be„ „stand was, te meer een Maleetsche soldaat, die gedeserteerd en weder te rug gekomen zynde gerapporteerd hadt, dat de Riouwschen zig gemengd hadde, met de Polokse Trouper, geeven de voor reeden van wetenschap deesen aan „gaande, dat deese soldaat zulks verhaald hadt in presentie van den Commandant Vetter Corporaal Spelter, en meer andere zynde de Naam van denselven hem Comparant onbekend dog wel weet dat hij bescheyden is geweest onder Capitaijn Thepoor Dat den Resident over zulks voorgesteld haidt of het niet best was met den Vyrend een goed accoord aante gaan en het zelve Generalik best geoor deeld zijnde, stelde den Resident alverder voor t aan Re„ or 11 dat et C r Copia dat een der Maleitsche officieren naar den vy„ „and zoude gaan om te vraagen wat hun begeerte was, dog welke propositie de Jnlandsche officier „ren wijgende onder voorgeeving van voor den vyand bevreesd te zyn weshalven, den Resident den Vaandaig Smit wel versogt, dog denselven zig verereuseertte te kennen geevende dat hij de Maleitsche taale, niet magtig is, waarom hy Comparant en den soldaat Gelang derwaar gecommitteerd wierdt om de voormelde bood„ „schap over te brengen, mitsgaders aan de hoofden der Poloksche Magt te zeggen des behaagende een of twee persoonen met hem Comparant aftesenden dat derselve zoude worden geadmitteerd dat hij Comparant met zijn Compagnion met een wette vlag naar boven gevaaren zijnde, eerst gekomen was bij Radja Abdulla daar na by Radja, Bendhara die hem Comparant renvoijeerde naar de Panglima Bazaar, welke persoon hem Com¬ „parant ten Vier uuuren tegen Namiddag voors weder appointeerde, zeggende, dat schoon hij hoofd van een party der Polokkeas was hem Comparant geen bescheid konde geeven maar alvoorens met Radja Alam en Radja Moe„ „da daar overdiende te spreeken dat hy Com„ „parant en soldaat Gelang getourneerd zyn. „de by den Resident gesien heeft eenen Boeginees 150 Boeginees genaamd Dain Tappa die hij Compa„ „rant dikwils op Riouw gesien heeft, dog wat dee „zen met den Resident verhandeld heeft is hem Comparant onbekend welke Boeginees Eenige rijsen den berg op en neder is gegaan. Dat des avonds tusschen zes en zeven uuren den sergeant Belling en Capitaijn Salim Sande„ „re na het ontvangen van het parool weder na hun bescheiden post gegaan zijn dog kort daar aan hij Comparant gehoord heeft, dat deselven van daar afgekomen waren en rapport gebragt hadden dat de Maleitsche Militairen van daar „rige Bezettelingen dat fortje verlaaten had„ „den in de hoofd fortresse gekomen waaren gedeserteerd waaren en dat dierhalven de ove„ Dat na zulks tot driemaalen toe aan de Resident gerapporteerd was, dat de in de hoofdfortresse bescheiden Malentsche Busschieters haare posten verlieten en zig allengskens ab„ „senteerden, 14 Dat hij Comparant door den Resident naar boord der beide Comp:s vaartuijgen gesonden was om de Gesaghebbers derselve te roepen ten eijnde Comp:s geld, en amfioen kisten aften te i - dent ven hij om aan bood„ a haalen 13 12. 66„ li„ et a1 Copia Nagezien Smits &zoon Dat hij Comparant by zine komste aan de wal gesien heeft dat de hoofd Fortresse bij naleedig was waarom de overige besettelingen en hij Comparant de„ „selve verlieten en zig naar boord van de pantjal„ „ling Banca begaven, zynde den Resident den Commandant Vetter en hy Comparant de drie laaste der Europeeschen geweest die de hoofd for„ „tresse verlaaten hadden, terwijl de sloep de Jo„ „hanna by het uijt zilen op de bank van het Eij „land Maas verstraakte, dat men deselve bedoo„ „rens niet hadden kunnen afsenden om vlot te leggen ten waare haar aan den roof van ten vyand bloot te stellen alsoo dat vaartuig te ver buiten het bereik van het geschut van de hoofd Fortresse zoude hebben moeten weesen Het geene Voorschreeven staat den Comparant dugdelyk voorgeleesen zynde zoo verklaarde hy dat zulks de zuijvere waarheid behelsd en bereid des gerequi„ „reerd wordende met solemneele eede gestand te doen Aldus Gedaan en gepasseerd Malacca in het Casteel datum ut supra ter presentie van Johannes Hamel en Jan Hendrik Stecher klerken als getuijgen, die de Minute deeses nevens de Comparant en mg secre„ „taris hebben onderteekend /:onderstond/ quod Attestor /was geteekent/ I„b van Haak Secs /:onderstond:/ Ac„ „cordeert /:was geteekend/ I„b van Paak E:g: Clerq anorduss O 1n. Jian Swijk
English
1521 L r O. Copy Today, 21 Iuli 1787, appeared before me Jacob van Haak, Secretary of the Honorable Council of Justice of this Government, and the witnesses, the native captains Salim Sandere and Repoor, who had been stationed at Riouw, who, upon the questions put by Mr. Francois Thierens, Merchant and Fiscal here, declared it to be true and truthful, That the hostile vessels, having approached under the islands of Riouw at the beginning of the month of Maij last, were seen from the mountain on the 10th of that month in the evening around seven o'clock, wherefore a cannon was discharged from the small fort as a signal that they were approaching, as well as an alarm was raised in the main fortress and fired upon them, after which these vessels retired. That the next day the Resident sent a prahu to search for those vessels, which found them in Quala Tje. That on the 12th thereafter, they, the appearers, were sent by the Resident to the Sultan to particularly request His Highness to have Soengie Riouw guarded, so that the same would not be opened, which they performed, while the Prince had the Resident requested to be assisted with gunpowder and bullets, of which he had a great lack, which request they reported to the Resident, but they do not know to what extent the same was fulfilled, as each of them, the appearers, went to their assigned post after the report. That the other part of these vessels, having come through Troesan Riouw, had sailed to the village, where some shots were heard, after which they came drifting down from there and dropped anchor under Poeloe Wagang, from where they went ashore and took to plundering the Resident's and nearby dwellings, wherefore they were fired upon, but since they nevertheless did not give up, a detachment of volunteers was sent thither, who not only put them to flight but also set the buildings on fire, after whose return the enemy again took for themselves everything they could possibly pull out of the fire, wherefore a detachment marched thither that chased them into the forest, after which that day remained quiet until the evening, when the enemy, although the weather was dark and rainy, showed themselves on the mountain in great numbers, wherefore some shots were fired at them, which, as it then appeared to them, the appearers, they could not withstand, and therefore they fell back and kept quiet. That on the morning of the 13th ditto, a shot was fired from the hostile vessels that were in the Northern Channel, wherefore an alarm was sounded and the cannonading both from the hostile vessels and from the Company's fortresses and vessels lasted until about nine o'clock in the forenoon, after which the hostile vessels retired into the Southern Channel. 154 Copy That on the morning of the 14th ditto, the Resident called together all the European and native commissioned and non-commissioned officers, as well as the common European soldiers, and the commanders of both of the Company's vessels, and presented to them the circumstances in which they found themselves, asking what they considered best to do now, since the enemy was encircling the Company's garrison, whereupon all the Europeans unanimously declared that they could not hold out against such a force, but that they, the appearers, had been of the opinion that they ought to fight, and, being asked for the reason for their opinion, they declared that they would rather succumb in the war than be held suspected of having shamefully abandoned the place, whereby they otherwise feared they would get into trouble. That the Resident further proposed whether it was not best to enter into a good agreement with the enemy, which proposal being approved, the Resident told them to undertake such, but that they, the appearers, answered that they did not dare take this mission upon themselves, indicating that they would rather fight than go to the enemy, wherefore the carpenter Kraal and the soldier Gelang were sent to the enemy, taking a white flag with them; while these were gone, the enemy approached the small fort on the mountain in force, of which the first appearer had an immediate report made to the Resident. That the Resident had the first appearer called out to by the Assistant Master Gunner Schutz not to fire upon the enemy, since they were in negotiation, and had also sent a white flag by Corporal Spelter to raise as a sign of negotiation, and at the same time sent him, the first appearer, with the said Spelter to the mountain, in order
Dutch transcription
1521 L r O. Op Heden den 21 Iuli 1787 Compareer„ „de voor mij Jacob van Haak secretaris van den Agtbaaren Raad van Justitie deeses Gouvernements en Getuijgen de op Riouw bescheijden geweest zynde In„ „landsche Capitains Salim Sandere en Repoor de welke op de gedaane vraagen van den heer Tran„ „cois Thierens koopman en Fiscaal alhier ver„ „klaarde waar en waragtig te zyn, Dat de Vyandelyke vaartuijgen in het begin van de Maand Maij laatstleden onder de Eijlanden van Riouw genaderd zynde op den 10 dier maand sadonds Circa zeven uuren van den berg gesien Ci„ was, weshalden uit het fortje een Canon wierd losgebrand ten teken dat deselve naderde mits„ „gaders in de hoofd Fortresse alaam gemaakt en op hun geschooten wierd, waar na deeze vaar„ „tuigen retireerde Dat des anderen daags den Resident een praauw gesonden heeft, om die vaartuijgen op te zoeken die deselve gevonden heeft in quala Tje Dat zij Comparanten op den 12 daar aan naar den sulthan door den Resident zijn gesonden ome zyn Hoogheid voor al te versoeken Soengie Riouw te Laaten bewaaken, dat deselve niet geopend wrul was de„ „ 6 dat „doen wierd et 1 an Copia Dat de andere gedeelte van deeze vaartuijgen door Troesan Riouw gekomen, en na de negorij gevaaren waren, alwaar men Eenige schooten „gehoord heeft, na het welke zy van daar afkwam zakken en onder Poeloe wagang ten anker gin„ „gen van waar zij aanland slapte en zig naar des Residents en daar omtrent staande wooningen ten plundering begaven, weshalven op hun ge„ schooten wierd dog vermits zij egter niet om Dat in den Morgen van den 13 dito van de Vij„ „andelijke vaartuigen die in het Noorder Canaal waren, een schoot gedaan is, weshalven alarm geslagen wierd en het Canouneeren zoo wel van de Vijandelijke vaartuijgen als van Comp„s Fortred„ „ser en Vaartuigen tot omtrent negen uuren in den voormiddags duurde, waar na de vyande „lyke vaartuigen zig retireerde tot in het Zuij der Canaal, wierd, het geen zy hebben verrigt, terwijl den vorst aan den Resident leet versoeken om geadsisteerd te worden met kruid en koogels waar aan hij groot gebrek hadt welk versoek zij aan den Resident hebben gerapporteerd, dog niet weeten in hoe verre aan het zelve voldaan is Vermits een ider van hunne Comparanten na het rapport naar hunne bescheiden post is gegaan gaden 4: „ 5: 154 gaven wierd een Commando, vrijwilligers na der„ „waarts gesonden, die hun niet alleen op de vlugt dreef waar ook de gebouwen in den baand staaken, na Welke van retour den Vijand ander „maal alles wat zij immers uiet het Vuur kon„ „de haalen na zig namen, waar om een Comman„ „do daar heen trok die hun boschwaards in Joeg waar na dien dag stel gebleeven is tot des avonds, wanneer den vyand schoon het donker en regenag„ „tig weer was, zig op den berg en Meenigte Ver„ „toonde weshalven eenige schooten op hun gedaan wierd die zy so het hun Comparanten toen toe „schoen niet konde weder staan derhalien deinsde en zig stil hield, Dat des Morgens den 14 dito den Residents alle de Europeesche en Jnlandsche opper en onder officieren, mitsgaders de gemeene Europeesche Militairen, en„ „de gesaghebbers door der beyde Comp:s vaartuigen bij den anderen ziep, en aan hun voorstelde de omstande waar in men zig bedond met Omtraage wat van best oordeelde nu te moeten doen de„ „wijl den Vyand Comp. s Bezettelingen om zingel„ „de, waar op alle de Europeesche Eenpaarig ver„ „klaard hadt, dat niet tegen zoo eene Magt niet kan uithouden, dog dat zy Comparanten van gevoelen waren geweest van te moeten vegten en na de reden van hunne getoelen gevraagd aan 3 tres„ in de t Zuij in„ aan n ge et 11 Copia gedraagd zijnde verklaarde zy liever in den oorlog, te willen sucutelen dan dat zy verdagt zoude worden gehouden van de plaats schandelyk te hebben verlaten waar door zij andersints vermeende in ongelegenheid te zullen komen Dat den Resident alverder voorstelde of het niet best was met den vijand een goed accoord aan te gaan Welke propositie goed gekeurd zynde den Resident hun zeide om zulks te onderneemen dog dat zij Comparanten geantwoord hebben dat zij deese Commissie niet dierfde op zig neemen onder te kennen gave dat zij liever wilde regten dan na den Vijderd te gaan, waar om den Tim„ „merman kraal en soldaat Gelang na den Vyand wierd gesonden mede neemende een witte vlag, terwyl deese weg waren kwam den Vyand met Magt het fortje op den berg naderen, waar van den Eerst Comparant direct rapport heeft laai„ „ten doen aan den Resident Dat den Resid=t, den Eersten Comparant door den Eij„ „and ordinair Vuurwerker schutz heeft laaten toeroepen van niet op den Vyand te Vuuren vermits men en on„ „derhandeling was, mitsgaders door den Coporaal spel„ „ter gesonden hadt een witte vlag om ten teken van van onderhandeling op te sterken teffens hem eerste Comparant met gem: spelter naar den berg zoud, ten eynde 1 8 8
English
That subsequently a Bugis named Dain Tappa, whom the appearers had not known before, came down from the mountain and was brought by the first appearer to the Resident to speak with him; that meanwhile, while this Bugis was there and the enemy was constructing batteries on the mountain, of which they counted three pieces, the carpenter Khaal and soldier Gelang returned and brought report that the people of Riouw, the Sultan as well as others, had joined with the enemy. That the Resident thereupon called both European and native officers together, and presented to them what had been related, as well as that the said Dain Tappa, upon the question of what the enemy specifically desired, had answered that the enemy wished to become master of the Company's fortresses just as they had already obtained Riouw, asking whether it would not be best to come to terms with the enemy in order to secure a safe retreat, which was approved by the European officers, but that the appearers had declared [illegible] as is already mentioned in article 6, but that the Resident had answered them that they had not the least accountability or injury to expect. That thereupon it was further agreed with Dain Tappa that the Company's artillery should remain in the fortresses, but that the garrison with the remaining effects should depart from Riouw the following day before noon, Dain Tappa threatening that otherwise the enemy would come and run amok, promising however upon the Resident's request to also provide a large vessel for transport so that they could depart therewith along with the Company's two vessels, which promise to provide a vessel was not kept by the said Dain Tappa. That the first appearer, having gone into the main fortress with the European sergeant to fetch the watchword, asked the Resident how he should act if the enemy meanwhile did not keep the agreement and attacked the small fort; that the Resident ordered them both that whenever they saw that they could not hold that small fort, they should then spike the guns, wet the powder, and come with all men to the main fortress, the Resident giving the first appearer some nails to serve for the spiking of the artillery. That having returned to the mountain with this order, he perceived that the enemy began to approach and surround that small fort in such a manner that they could no longer hold out there, wherefore pursuant to the aforesaid order the guns were spiked, the powder wetted, and the small fort was abandoned, reporting this to the Resident and making known that he was missing eight men of his Malay soldiers. Subsequently both appearers declared that shortly after nine o'clock a Malay soldier came to warn them and Lieutenant Oelong that the Resident and Commandant had gone outside the fortress to the sea beach to go on board; that the appearers also ran directly out of the fortress and to the beach, where they found a prahu which had sunk due to the crowd of persons in it; but as the appearers could obtain no other prahu, they resolved to go back to their men in the main fortress in order to wait there until a prahu returned. That while the appearers were stationed with their men on the land side and had stood there no longer, according to their estimation, than was needed for the Resident to get on board, the enemy with an overwhelming force rushed into the fortress before them and massacred everyone they encountered. That the appearers and their men, having therefore clustered together in a group, held off the enemy with their firearms to prevent them from also massacring them. That while they were in this state, very unexpectedly the powder magazine caught fire and suddenly blew up into the air, whereupon the appearers and their men, as well as the enemy, ran away from one another. That after the fire in the main fortress had gone out, the appearers assembled their men again and went into that fortress, where, according to estimation at midnight, Radja Moeda came to them, who asked them what they intended to do; that they answered: if you wish us to live, let us live, but if we must die, it is our lot; to which Radja Moeda replied: you shall all then remain quietly here without doing anything. That Radja Moeda also demanded that the six European soldiers who were with the appearers be surrendered, but that they pleaded to be spared their lives, which was granted provided that they embraced the Mohammedan faith, after which they went away with Radja Moeda. That the appearers remained together with their men until the morning hours, when an inhabitant of Riouw named Intje Falix came to them, saying that they also had to go to the Sultan of Riouw, and brought the appearers together with Lieutenant Oelong before a pleasure house, but they did not find the Sultan there. That when they had come close to that pleasure house, a multitude of enemies came and surrounded the appearers, and thereafter brought them all together onto a vessel, as well as stripped them of all their belongings. The foregoing having been clearly read and made understandable to the appearers, they declared that such [illegible]
Dutch transcription
156 Dat dien volgende eenin Boeginees genaamd Dais Pappa, dien zij Comparanten bevoorens niet gekenst hebben, van den berg afgekoomen en door den Eers„ „ten Comparant by den Resident gebragt is om met deselve te spreeken dat onderwijlen deese Boegi„ „neset daar was en den vijand op den berg batte„ „rijen maakten, waar van zij drie p:s hebben ge„ „teld den Timmerman khaal en soldaat Gelang retourneerde en berigt bragte dat de Riouwnee„ „schen zoo wel den sulthan als andere met den Vyand zig hadden vermengd. Dat den Resident oversulks zoo Europeesche als in„ „landsche officieren by den anderen hadt geroepen, en aan deselve zoo wel het op Aab: g: gerelateer„ de voorstelde, als ook dat gemelde Dain Tappa op de vraag, wat den vyand bepaalde begeerde, ge„ „antw: hadt dat den vijand zoo wel Comp:s Fortres„ „sen wilde moester worden als zy bereeds Riouw hadden verkreegen, met om vraage of het niet best zoude zin met den vijand te accordeeren, ten eijnde een goede aflogt te kunnen krijgen het welk door de Europeesche officieren goed gekeurd wierd, dog dat zij Comparanten hadden verklaard „kraed, dog als in articul 6 bereeds vermeld staat, maar dat den Resident, hun hadt geantwoorde eijnde een der hoofden te roepen om beneden te komen dat den niet den en dat neeng regten Tim 9 „ el„ te Con 10 et ar Copia dat zy geen de minste verantwoording of schaade te wagt hadden Dat daar op verder met Dain Tappa geaccor„ „deerd is dat sComp:s geschut in de Fortressen zoude blyven dog dat de Besettelingen met de overige effecten des anderdaags voor den, middag van Riouw moeste vertrekken, bedrygende Dain Tappa, dat den Vined andersints koomen en Amok maaken zoude, beloovende egter op s Residt versoek ook een groot vaartuig tot transport te zullend on daar mede met Comp:s beide vaartuijgen te kunnen vertrekken, dog welke belofte om een vaartuig te geeven door den Dain Tappa niet nagekomen is. Dat den Eersten Comparant met de Europeeschen sergeant in de hoofd fortresse gegaan zynde om het parool te haalen aan den Resident heeft gevraagd dat wanneer den vijaed Tomwijlen het accoord niet na kwam en het fortje attaqueerde hoedanig hij dan zoude moeten handelen, dat den Residt aan hun beide hadt gelast wanneer zij zagen dat zij en dat fortje niet konde houden, dat zij als dan de sturkken moesten vernagelen en het kruid notmaaken vooren met alle man en de hoofd fortresse moeste komen geevende den Resi„ „dent aan Een Eerste Comparant Eenige spijkers om : 11 12 158 om tot vernageling van het geschut, te dienen— Dat hij met deese order weder naar den berg gegaan zijnde, bespeurde dat den vyand zoo „danig dat Fortje begon te nadeeren en tot om„ „zingelen dat zy aldaar het onmoogelijk langer konde uithouden weshalven Jngevolge voorschree order de stukken vernageld het kruid nat ge„ „maakt om het fortje verlaten wierd, doende van aan den Resident rapport, onder te ken„ „nen gave dat hij agt: man zynen Maleitsche Militair en miste 13 Vervolgens verklaarde beyde Comparanten dat aan hun en de Luytenant Oelong, even na negen uuren een Maleitsche soldaat is i komen waarschu„ „wen dat den Resident en Commandant buiten de fortresse aan zee strandd gegaan zyn om naar boord te vaaren, dat zy Comparanten ook direct de fortresse uit en naar strand geloopen zynde wel een praauw gevonden heeft welke door de daar in Meenigte zynde persoonen gesonken was; dog vermist zy Comparanten geene andere praauw konde magtig worden resolveerde zy om te rug en weder bij hun volk inde hoofd Fortresse te gaan ten eijnde daar af te wagten dat een praauw te rug kwam Dat a de 14 „ 15 et ar Copia Dat dewijl zy Comparanten met hun volk aan de Land zyde posthieuwen en niet Langer na hunne verbeelding daar gestaan hebbende, als den Resident aanboord zoude kunnen koomen, den vyand met een over groote magt de Foutresse voor zyn komen instorven aldaar gemassacreerd heb¬ „ben wien hun maar voorkwame Dat zij Comparanten met hun volk dierhalven by een hoop te zaam gerot zinde, den vyand met hun tijd geweeren dusdanig hebben tegen gehouden om hun ook te massacreeren Dat terwijl zy in deese gesteltenisse waaren zeer onverwagt het kruidhuis in brand geraakte en eensklaps in de lugt gesprong waarom zy Con „paranten van hun Volk zoo wel als den Vyand van Elkanderen Liepen Dat na dat den brand in de hoofd Fortresse uit gegaan was zy Comparanten hun volk weder ver „zameld en in dat fortresse hadden begeeden al„ „waar na gissing te Middernagt by hun gekomen is Radja Moeda dewelke aan hun vraagde wat zij vermeenden te zullen doen dat zy geantwoord hebben, wild gij dat wy leeven laat ons leeven dog moeten wy sterven 't is ons Lob dat radja Moeda 16 17 18 — 160 Moeda gerepliceerd hadt gy alle zult als dan zou „der iets te doen hier stil blijven Dat Radja Moeda ook begeerd hadt dat de bij hun Comparanten zig bevindende zes Euro „peesche Militairen uijtgelederd wierden dog dat deese gesmeekt hebben om hun in het Leden te laaten, het welk geaccordeerd is, niets dat zij het Mahometaansche geloof omhelsde, waar na de „zelve met Radja Moeda zijn weggegaan Dat zi Comparanten tot in den Morgen stond met hun volk by elk anderen gebleeven zynde wan„ „neer een Jnwooner van Riouw genaamd Intje Fa„ „lix bij hun gekoomen is zeggende dat zi mede na den, sulthan van Riouw moeste gaan en huen Comparanten nedens den Luijtenant oelang tot voor een speelhuis heeft gebragt, dog welke sul„ „than zij aldaar niet vonden Dat toen zy digt by dat speelhuis gekomen waaren kwamen een menigte van Vyanden hun Comparanten om zingelen en daar na gezament „lyk op een vaartuig gebragt hadden mitsgaders van al hun goed ontbloote, Het geene voorschreeven staat de Compa„ „ranten duidelijk voorgehouden en te verstaan, gegeven zijnde zoo verklaarden zy dat zulks den heb„ lven t houden 20 21 de et an Copia
English
Examined Cornelis van Hien contains the pure truth, and that he is prepared, if required, to confirm this with a solemn oath. Thus done and executed in Malacca, in the Castle, on the date as above, in the presence of Johannes Hamel and Jan Hendrik Stecher, clerks, as witnesses, who signed the original minute of this together with the appearers and me, the secretary. At the bottom was written: Which I attest. Signed: Jacob van Haak, Secretary. Below was written: Agrees. Signed: Jacob van Haak, First Clerk. Auditor Jan Sryn M Copy 1621 Today, the 10th of July 1787, appeared before me, Jacob van Haak, Secretary of the Honorable Court of Justice of this Government, and witnesses, the sergeant of the sepoys, Sheikh Muhammad Atie, who had been stationed at Riouw, who, upon the questions put by Mr. Francois Thierens, merchant and fiscal here, declared to be true and truthful: That in the beginning of the month of May last, vessels arrived at Riouw, as a sign of whose approach, some days later in the evening at about nine o'clock, a shot was fired from the mountain, whereupon all the military personnel took up arms, and fire was opened on those vessels both from the main fortress and from both Company vessels; That some days later, at four o'clock in the morning, the enemy vessels approached again while firing a shot, whereupon all the military personnel took up arms again, and they were driven off by the cannon from the shore; That another party of the enemy vessels, which some hours earlier had sailed through the opened strait of Riouw to the Sultan's settlement, where several shots were heard, came back down again and anchored behind Pulau Bayan; from where, with the help of small vessels, they stepped ashore and made their way to the dwellings of the Resident and those nearby to plunder them, at whom several shots were fired, which they however did not heed, wherefore some volunteers were sent thither, who chased them away and set fire to the dwellings; the enemy, upon the return of the volunteers, came back again and looted from the fire whatever they could get hold of, for which reason a detachment was sent there a second time, which chased them into the woods, after which it remained quiet for the rest of that day; That the following morning, because it was observed that the enemy had already completed one battery and was working on a second, the Resident called together all the European and native garrison members along with their superior and junior officers, as well as the commanders of both Company vessels, and put to them what they deemed best to do under these circumstances, to which it was answered with unanimity of votes that it was impossible to stand against such a force; That the Resident furthermore proposed whether it would not also be best to enter into a good agreement with the enemy, to which everyone gave their consent; and to that end, the carpenter Kraal and the native soldier Gelang were sent to the head of the enemy; that meanwhile, while these were away, the enemy approached the small fort on the mountain; that since they approached, some soldiers requested the Resident to give orders to fire on them, but that the Resident replied that he would wait with that, wherefore a white flag was raised on this small fort as a sign of negotiation; after which the native Captain Salim Sandere came down, bringing with him a one-eyed Buginese, which Buginese, to the best of his, the appearer's, recollection, went up and down the mountain four times; That in the evening, after the parole was issued, Sergeant Belling came down from the mountain and reported to the Resident that all the Malay soldiers had fled from the small fort, returning after he had gone away again to the main fortress with all the remaining men; that because the Malay soldiers present there also absented themselves, it was found impossible to defend such an extensive fort any longer, wherefore everyone sought a safe escape and made their way to the pajalang Banca; the sloop and the Johanna having run aground on one of the banks upon sailing out; that during that night no more than two vessels could be obtained to transport the garrison members on board. The foregoing having been clearly explained to the appearer, he declared that this contains the solemn truth and that he is prepared, if required, to confirm this with a solemn oath. Thus done and executed in Malacca, in the Castle, on the date as above, in the presence of Johannes Hamel and Jan Hendrik Stecher, clerks, as witnesses, who signed the original minute of this together with the appearer and me, the secretary. At the bottom was written: Which I attest. Signed: Jacob van Haak, Secretary. Below was written: Agrees. Signed: Jacob van Haak, First Clerk. Van Swijk Auditor
Dutch transcription
Nagesien C„s van Hien de zuijvere waarheid behelsd, en bereid des gerequireerd wordende met solemneele Eede gestand te doen, Aldus gedaan en gepasseerd Malacca in het Casteel datum ut supra, ter presentie van Johan „nes Hamel en Ian Hendrik Stecher klerken als ge. „tuigen die de Minute deezes nevens de Comparanten en mij secretaris hebben onderteekend /:onderstond:/ quod Attestor /:was geteekend:/ I:b Van Haak Secs /:onderstond/ Accordeert:/ was getekent J:b Van Hsaak E:g: Clercq: Accordeur J an Sryn M „ ƒ Copia parte 1621 ik Op Heden den 10e Juli 1787 Compareerde voor mij Jacob van Haak Secretaris van den Agtbaaren raad van Justitie deeses Gouver„ „nements en Getuijgen den op Riouw bescheiden ge„ „weest zijnde sergeant der Sipais sech Machomet Atie, dewelke op de gedaane vraagen van den heer Francois Thierens Koopman en Fiscaal alhier Ver„ „klaarde waaren waaragtig te zin, Dat in het begin der maand Maij laastleden te Riouw gekomen vaartuigen ten teken hunner, aannadering eenige dagen daar aan 's avonds na gissing nogen uuren van den berg een schoot gedaan is waarom alle de Militairen in den trapen kwans, en man op die vaartuijgen zoo van de hoofd Fortresse als van beide Comps vaartui „gen Vuur gegeven heeft, Dat Eenige dagen daar aan, des morgens ten vier uuren de Vyandelijke vaartuigen onder het doen van een schoot weder zijn aangekoomen weshalven alle de Militairen weder in den wa„et „pen, kwam en hun door het Canon van de wal af„ Dat een ander partij der Vyandelyke vaartuigen die Eenige uuren bevoorens door de geopende troe„ „san Riouw naar Sulthans Negorij gedaaren waa Copia vin 2 alwaar 2 nieuw alwaar men Eenige schooten gehoord heeft weder afgekomen en agter Poeloe waijang ten anker zyn gegaan; van waar zy door behulp van klyne vaar„ „tuijgen aan Land stapte en zig naar des Residents en daaromtenstaande wooningen ten plundering begerf op wien men Eenige schooten gedaan heeft, waar na zij egter niet oms gaden weshalven Eenige Vaywil„ „ligers derwaarts gesonden wierd, die hun verjaagde en de wooningen in den Brand slaakei, zynde den vyand by te rug keering der vrijwilligens wederom gekomen en het geen zy konde magtig worden uit het Vuur geroofd, waarom andermaal een Commando daar heen gesonden is die hun bosch „waard en verjaagde, zynde vervolgens dien dag stil geweest Dat den Volgende morgen wijl men bespeurde dat den vyand bereeds een batterij voltoogd had en aan een tweede bezig was, den Resident alle de Europeese en Inlandsche Besettelingen negens haare Opper en onder officieren mitsgaders de gesaghebbers der beide Comp:s vaartuijgen bij den anderen riep, en aan hun voorstelde wat men oordeelde in deese omstande best te doen, waar op met Eenparigheid van stemmen geantwoord dat het Onmoogelyk was tegen zoo een magt te staan Dat den Resident alverder voorgesteld heeft of het 5 164 ook niet best zoude zyn met den vyand een goed accoord aantegaan, waar op den ieder haare toestemmingg af„ en ten dien eijnde den Timmerman Kraal en den Inlandsche soldaat Gelang naar het hoofd der Vij „and gesonden zijn, dat ondertusschen deese weg waren den vyand het Fortje op den den berg nader„ „de dat vermits zy na kwamen Eenige Militairen den Resident versogt hadt order te willen stellen om op hun te duuren, dog dat den Resident geantwoord hadt daar mede te zullen wagten, weshalven een witte vlag ten teeken van onderhandeling in dit Fortye wierd opgestooken, waar, na den Inlandschen Capi„ „taijn Salim Sandere beneden kuam, en met zig afbragt een boeginees met een oog, hebbende derse Boeginees na zijn Comparant best onthoud Vier maal of en neder den berg gegaan Dat s'adonds na het uitgeven van het pardol den sergeant Belling van den Berg is afgekoo„ „men en den Resident gerapporteerd hadt dat alle de Maleitsche Militairen uit het Poatje gevlugt wasten komende na dat hy weder weg is gegaan in de hoofd Fortresse te rug met alle de overige man „schappen, dat dewijl de zig aldaar bevindende Maleitsche Militairen ook absenteerde, bevond men het onmoogelijk zulk een uitgestrekt Fort langer te kunnen defendeeren, waarom eenieder een goed heen komen zogte en zog naar den zyn ts na il de bosz stil „ heid as 6 et 1 ar Copia Nagesien C„s van Ztien de pantjallang Banca begaf zijnde de sloep en de Johanna by het uit zeylen op een der banken vast geraakt, dat men dien nagt niet meer als twee vaartuijgen heeft kunnen bekoomen om de Besettelingen naar boord te transporteeren Het geene voorschreeven staat den Compa„ „rant duidelyk te verstaan gegeven zynde zoo ver „klaard by dat zulks de zwaare waarheid behelsd en bereid des gerequireerd wordende met solem¬ neele Eede gestand te doen Aldus Gedaan en gepasseerd Malacca het Casteel datum ut supra ter presentie van So„ „hannes Hamel en Jan Hendrik Stecher kler¬ „ken als getuigen die de Minute deeses nevens de Comparant en mij secretaris hebben onderge „teekend /:onderstond/ quod Attestor /was getee. „kend:/ I„b van Haak Sec„a/ Onderstond/ Accordeert /was geteekend:/ Ib Van Haak bij Clerq: Dvn Swijk Auorius
English
Today, the 10th of July 1787, Appeared before me, Jacob van Haak, Secretary of the Honorable Council of Justice of this Government, and the witnesses, the Corporal of the Sepoys, Sech Mahameth Cesseen, who had been stationed at Riouw; who, in response to the questions posed by Mr. Francois Thierens, Merchant and Fiscal at this place, declared it to be true and certain: That in the beginning of the month of May last, vessels having arrived there, as a sign that they were approaching, a few days thereafter in the evening at about nine o'clock, a shot was fired from the hill, wherefore all the soldiers took up arms, and fire was opened upon those vessels both from the main fortress and from both Company vessels. That a few days thereafter, at four o'clock in the morning, the enemy vessels arrived again, and a shot was fired by them, whereupon all the soldiers took up arms again, while they were repelled from the shore both by small arms and by cannon. That another party of the enemy vessels, which a few hours earlier had sailed through the opened troesan of Riouw to the Sultan's negorij, from where several shots had been heard, returned from there and came to anchor behind Poeloe Wagjang, and by means of small boats stepped ashore and proceeded to the residences of the Resident and those nearby to plunder them, upon whom several shots were fired, to which they, however, paid no heed, wherefore some volunteers drove them off, and the residences were set on fire, and having returned and plundered from the fire whatever they could get hold of, another detachment was sent there which drove them into the woods, after which it remained quiet for that day. That the following morning, it was observed that the enemy had already completed one battery and was busy with a second; that because the enemy was approaching in force the small fort on the hill (in which he, the deponent, had taken post), a white flag was hoisted by order of the Resident, and shortly thereafter Captain Salim Sandere went to the main fortress, having with him a Bugis and resident of Riouw named Dain, which Bugis, according to the deponent's estimate, went up and down the hill twice. That he, the deponent, also saw that all the Malay soldiers fled from the small fort on the hill at the moment the European sergeant went to fetch the watchword; that this sergeant then went down the hill again to give notice of the desertion to the Resident, and having returned, had the swivel guns spiked and the gunpowder destroyed; after which he, the deponent, together with the sergeant, the native captain, and all the remaining troops, abandoned that small fort and went to the main fortress; that because the Malay soldiers present in this extensive fortress also gradually absented themselves, they found it impossible to defend such a fortress any longer, wherefore everyone sought a safe escape and went to the pantjalling Banca; and that night, upon the abandonment of Riouw, they were unable to obtain more than two vessels to transport the garrison on board, the sloop de Johanna having run aground upon one of the banks over there when sailing out. All that is written above having been clearly explained to the deponent, he declares that it contains the pure truth and that he is ready, if required, to confirm it with a solemn oath. Thus done and passed at Malacca in the Castle, date as above, in the presence of Johannes Hamel and Jan Hendrik Stecher, clerks, as witnesses, who signed the minute hereof together with the deponent and me, the Secretary. Underneath stood: Quod attestor, was signed: J. van Haak, Secretary. Underneath stood: Agrees, was signed: J. van Haak, First Clerk. Today, the 11th of July 1787, Appeared before me, Jacob van Haak, Secretary of the Honorable Council of Justice of this Government, and the witnesses, the Malay Sergeant Soera, who had been stationed at Riouw; who, in response to the questions posed by Mr. Francois Thierens, Merchant and Fiscal at this place, declared it to be true and certain: That in the beginning of the month of May last, vessels having arrived at Riouw, as a sign that they were approaching, a few days thereafter at nine o'clock in the evening a shot was fired from the hill, and he, the deponent, being on guard with twelve men on the pantjalling Banca, saw that fire was opened both from the main fortress and from both Company vessels. That a few days thereafter, at four o'clock in the morning, the enemy vessels arrived again while firing a shot, and he, the deponent, thereafter heard small arms as well as cannon being fired from the shore. That another party of the enemy vessels, which a few hours earlier had sailed through the opened troesan of Riouw to the Sultan's negorij, where he, the deponent, heard several shots,
Dutch transcription
166 14 A Op heden den 10e Juli 1787 Compareerde voor mij Jacob van Hsaak Secreta„ ris van den Agtb: Raad van Justitie deeses Gou „vernements en Getuijgen den op Brouw bescheyden geweest zijnde Corporaal der Sipais sech Maha„ „meth cesseen; dewelke op de gedaane vraagen van den Heer Francois Thierens, Koopman Fiscaal alhier verklaarde en waragtig te zyn, Dat in het begin der Maand Maij laastleden„ ginder gekomen vaartuigen ten teken dat deselve nader de Eenige dagen daar aan s' avonds na gissing negen waren van den berg een schoft gedaan is, waarom alle de Militairen in den wapen kwans en men op die vaartuigen, zoo van de hoofd Poa„ „tresse als van beide Comp:s vaartuigen vuur gegeen „ven heeft. Dat Eenige Dagen daar aan des Morgens ten Vier uuren de Vyjandelyke vaartuigen weder zyn aangekomen, en een schot door hum gedaan was weshalven alle de Militairen weder in de wapen kwam, terwyl men hem door het klein geweer als door het Canon van de wal afhieuw Dat een ander parthij der vijandelijxe vaartui„ „gen die Eenige uuren bevoorens door de geopende troesan, Riouw naar Sulthans Negorij gevaaren waren sloep om ver d 3 en et 2 1 ar Copia waren, van waar men bedige schooten gehoord hadt heeft, van dan weder afgekoomen en agter aan Poeloe wagjang ten anker zyn ge„komen, mitsga„ „ders door behulp van Kleijne Vaartuijgen aan land gestapt en zig naar des Residents en daar om„ „trent staande wooningen ter plundering begaven op wien ner Eenigen schooten gedaan heeft waar na zy egter niet stoonde weshalven eenige Vrijwilligers weijvnwooijde zovon deer vrij wd dig dan verjaagd en de wooningen in brand gestooken heeft zijnde den ^wederom gekomen en het geen zij konde magtig worden uit het vuur geloofd, waarom andermaal een Commando daar heen gesonden is die hun boschwaards in verjaagd hadt, zynde vervolgens dien dog stil geweest, Dat den volgenden Morgen, bespeaad is dat den Vyand bereeds een battery voltooid had, en aan een tweede besig was, dat dewijl den vijand het Poatje op den berg, (waar in hij Comparant post gevat heeft, met magt naderde wierder een witte vlag op order van den Resident opgestooken en kort daar aan den Capitaijn Salim sandere naar de hoofd Por„ „tresse is gegaan bij zig hebbende Boegineesch en inwooner van Riouw genaamd Dain welke Boegi¬ „rees na zijn Comparants gissing tweemaal open neder den berg gegaan is~ Dat hij Comparant ook gesien heeft dat alle de Maleitsche Militairen uit het Fortje 5 168. op den berg Vlugtede op het oogenblik dat den „parool Europeeschen sergeant het „ ging haalen, dat deese sergeant toen weder den berg is afgegaan om van de Verlooping den Resident Kennis kennis te geeden, die te rug gekoomen zijnde de draaij bas„ „sen heeft laaten vernagelen en het kruid doen ver „nietigen, waar na hij Comparant nevens den Per„ „geant, Inlandschen Capitaijn, en alle de overige Manschappen dat Portje verlaaten en zig naar de hoofd Fortresse vervoogd hadden dat dewyl de zeg in deese uijtgestrekte fortres bevindende Maleitsche Militairen ook allengskens absenteerde bedondenen onmoogelik zulk een Fortres langer de Gondee„ „ren weshalven een eder een goed heen komen zogte en zig naar de Pantjalling Banca begaf hebben„ „de men dien nagt bij de verlaating van Riouw niet meer als twee vaartuijgen kunnen bemag „tigen om de Bezettelingen naar boord te tran„ „sporteeren, zynde de sloep de Johanna by het uitzeijlen op een der banken ginder vast geraakt Het geene Voorschreeven Plaat den Con„ et „parant dugdelyk te verstaan gegeven zynde zoo verklaard zij dat zulks de zuivere waarheid be„ „helsd en bereid des gerequireerd wordende met solemneele Eede gestand te doen. Aldus gedaane en Gepasseerd Malacca in het Casteel datum ut supra ter presentie van Johannes ord e na as. ynde de je s je 9„e 2 Van Copia Nagezien Johannes Hamel en Jan Hendrik Stecher Klerken als Getuigen die de Minute deeses ne¬ „vens de Comparant en mij Secretaris hebben on„ „derteekend /:onderstond:/ quod Attestor /was getee„ „ sec=t „kend:/ I„b van Haak „ /onderstond/ Accordeert /:was geteekend/ I„b van Haak Eg Clercq acordeer Jmite Beom D: a Strijk Vm: 73 14 R. Op Heden den 11e Iuli 1787.— compareerde voor mij Jacob van Haak secretaris van den Agtb: Raad van Justitie deeses Gouvernemente en getuijgen den op Riouw bescheyden geweest zynde Maleitschen Sergeant Soera, dewelke op de gedaane vragen van den Heer Francois Thierens koopman ee Fiscaal, alhier Verklaarde waar en waaragtig te zin, Dat in het begin der Maand Magj laastleeden te Riouw gekomen vaartuigen ten teken dat deselve naderde Eenige dragen daar aan savonds ten ne„ „gen uuren van den berg een schot gedaan 's en alsoo by Comparant nevens twaalf man ende pantjallang, Banca de wagt gehadt, gesien heeft dat zoo wel de hoofd Fortresse als van de beide Comp s Vaartuigen Vuur gegeven is Dat Eenige dagen aan des smorgens ten vier uuren de vyandelyke vaartuigen onder het doen van een schot weder zijn aangekomen en hij Comparant daar na gehoord heeft dat men aan de wal de hand et geweeren zoo wel als de Canonnen Losbrandt Dat een ander parthij der vyandelyke vaartuijgen die Eenige uuren bedorens door de geopende troesan Riouw naar Sulthans Negorij gevaaren waren al„ „waar hy Comparant Eenige schooten gehoord heeft er s ne„ „ t 2 3 3 van o 2 2„ 2 Van Copia
English
From there, having united with several Riouw vessels, including among others that of Radja Toea, they came down again and anchored behind Poeloe Waijang, and by means of small vessels stepped ashore and proceeded to the residences of the Resident and those standing thereabouts to plunder, at whom several shots were fired from the main fortress. To this, however, they paid no heed, wherefore several volunteers were sent thither who drove them off and set fire to the residences. Upon the marching back of the volunteers, the enemy returned and stole from the fire whatever they could get hold of, for which reason a detachment was once again sent thither, which drove them off into the woods; it subsequently remained quiet that day. That he, the deponent, saw the following morning from the pantjalling Banca that the enemy had completed a battery on the mountain and was then still busy with a second. That he, the deponent, saw shortly thereafter that a white flag was hoisted in the small fort on the mountain, and that that very evening a part of the garrison, together with the Resident and the Commander, came over onto the pantjalling Banca, while the sloop Johanna ran aground on one of the banks over there upon sailing out. The foregoing having been made clearly understandable to the deponent, he declared that it contained the pure truth and that he was prepared, if required, to confirm it by solemn oath. Thus done and executed at Malacca in the Castle, date as above, in the presence of Johannes Hamel and Jan Hendrik Stecher, clerks, as witnesses, who signed the original minute hereof together with the deponent and me, the secretary. Below stood: Which I attest. Was signed: Jb Van Haak, Secretary. Below stood: Agrees. Was signed: Jb van Haak, First Clerk. Today, the 11th of July 1787. Appeared before me, Jacob van Haak, secretary of the Honorable Court of Justice of this government, and witnesses, the native corporal Bappa Sleman, who had been stationed on Riouw, who, upon the questions put by Mr. Francois Thierens, merchant and fiscal here, declared it to be true and truly correct: That the vessels that arrived at Riouw in the beginning of the month of May last, a few days thereafter, at nine o'clock in the evening, as a sign of their approach, fired a shot from the mountain, wherefore the soldiers were ordered to arms and made to fire upon them from the main fortress as well as from both the Company vessels. That a few days thereafter, at four o'clock in the morning, the enemy vessels arrived again while firing a shot, wherefore all the soldiers took up arms again, and they were beaten off from the shore by small arms fire as well as by the cannon. That another party of the enemy vessels, which a few hours earlier had sailed through the open strait of Riouw to the Sultan's settlement, where several shots were heard, came down again and anchored behind Poeloe Waijang, and stepped ashore and proceeded to the residences of the Resident and those standing thereabouts to plunder, at whom several shots were fired, to which, however, they paid no heed, wherefore several volunteers were sent thither who drove them off and set fire to the residences. Upon the marching back of the volunteers, the enemy came once again and stole from the fire whatever they could get hold of, for which reason a detachment was sent thither, which drove them into the woods; it subsequently remained quiet that day. That the following morning, as it was observed that the enemy had completed a battery on the mountain, the Resident assembled all the European and native garrison members alongside their commissioned and non-commissioned officers, as well as the commanders of both Company vessels, he, the deponent, not having been present at this meeting as he was then on guard duty. That the carpenter Kraal and the native soldier Gelang were sent to the enemy, having with them a white flag; that while they were away, the enemy approached the small fort on the mountain, wherefore a white flag was hoisted in it as a sign of negotiation, after which the native Captain Salim Sandere came down and brought with him a one-eyed Buginese, this Buginese, to the deponent's best recollection, having gone in and out of the main fortress four times. That in the evening, after the giving of the password, Sergeant Billing, Captain Salim Sandere, and the remaining men came down from the mountain, because that small fort was beginning to grow weak due to the desertion of the Malay soldiers; that because the soldiers of that nation present in the main fortress also absented themselves, it was found impossible to properly defend such an extensive fort any longer, wherefore everyone sought a safe escape and boarded the pantjalling Banca in haste, having been able to secure no more than two small vessels at the evacuation of Riouw, as the others were not found due to the darkness of the night, while the sloop Johanna ran aground on one of the banks over there upon sailing out. The foregoing having been made clearly understandable to the deponent, he declared that it contained the pure truth and that he was prepared, if required, to confirm it by solemn oath. Thus done and executed at Malacca in the Castle, date as above, in the presence of Johannes Hamel and Jan Hendrik Stecher, clerks, as witnesses.
Dutch transcription
van daar vereenigd met Eenige Riouwsche vaartuigen als onder anderen dat van Radja Toea weder af„ „gekomen een agter, Poeloe waijang ten anker zin gegaan, Mitsgaders door behulp van Kleyne vaar„ „tuigen aanland gestapt en zig naar des Resi„ „dents en daar omtrent staande wooningen ter plun „dering begaf op wien men Eenige schooten van de hoofd Fortresse heeft gedaan; waar na zi egter niet stoorde, weshalven Eenige Vrijwilligens der waarts gesonden wierd die hunne verjaagde ende woonin„ „gen in den brand staaken zijnde den Vyand by te rug marscheering der vrijwilligers weder om ge „komen & het geen zij konde magtig worden uit het vuur geroofd waarom andermaal een Commando daar heen gesonden is die hun boschwaards en ver„ „jaagd hadt, zijnde: vervolgens dien dag stil ge weest Dat hy Comparant den volgenden morgen van de pantjalling, Banca gesien heeft dat den vyand een batterij op den berg voltooid hadt en toen aan een tweede nog besig was Dat Eg Comparant kort daar op gesien heeft dat men een witte vlag in het Fortje op den berg op hees, en dat dien eigensten avond een gedeelte der Besettelingen nevens den Resident en Comman „daet op de Pantjalling Banca overgekomen zyn terwyl 5 1 Nagasien terwyl de Roep de Johanna by het uyt zeylen op een der Banken ginder vast geraakte. Het geene voorschreeven staat den Compa„ „rant duydelyk te verstaan gegeven zynde zoo verklaarde hij dat zulk de zuijvere waarheid behelsdeg bede gestand te doen Aldus gedaand gepasseerd Malacca in het Cas„ „teels datum ut supra ter presentie van Johannes Hamel en Jan Hendrik Stecher klerken als getug „gen, die de Minute deezes nevens de Comparant em mij secretaris hebben onderteekend /onderstond:/ quod Attestor /was geteekend:/ I=b Van Haak Sep /onderstond:/ Accordeert /:was geteekend/ Ib van Haak E:g: Clercq en bereid des gerequireerd wordende met Solemneele auordeert Sia Srijk Jom. C„s van Hien tuige f„o zijn „ „ plun s „ de 6„ ar Copia 2 17 115 Op Heden den 11e: Juli 1787 Compareerde voor mij Jacob van Haak secretaris van den Agtb: Raad van Justitie deeses gouvernements en getuijgen, den op Riouw bescheiden geweest zynde Inlandsche Corporaal Bappa Sleman, dewelke op de gedaane tragen van den Heer Francois Thierens Koopman en Fiscaal alhier verklaarde waaren ge„ „waaragtig te 6 „regt zijn Dat de in het begin der maand Mai Laatsleden Riouw gekomen vaartuijgen eenige dagen daar aan savonds ten Negen uuren ten teken hunner aan, nadering van den berg een schot gedaan is, weshalven men de Militairen en den wapen ordonneerde en zoo wel van de hoofd Fortresse als van de beide Comp:s vaartuigen op hun vuuren liet Dat Eenige dagen daar aan des smorgens ten Vier uur uuren de vyandelijke vaartuigen onder het doen van een schot weder zijn weder aange„ „komen, weshalven alle de Militairen weder in den wapen kwam, en men hun door het kleijn ge„ weer als door het Canon van de wal afhieuw Dat een ander parthij der Vyandelyke vaar„ „tuijgen die Eenige uuren bevoorens door de geopende troesan Riouw naar 's sulthans Negorij gevaaren waaren, alwaar noen Eenige schooten gehoord heeft weder Copia Var e2 2 3 et 2 weder afgekomen en agter Toelve Wayang ten anker zijn gegaan, mitsgaders aan land gestapt en zig naar des Resident en daar omtrend staande wooningen ter plandering begaf op wien men Eenige schooten gedaan heeft waar na zyn egter niet stoorde wes„ „halven Eenige vrijwilligers derwaarts gesonden wierdt de hun verjaagde ende wooningen en den brand staaken zynde de vyand, bij te rug mar„ „scheeren der vrijwillegers, andermaal gekomen en het geen zi konde magtig worden uit het vuur geroofd, waarom een Commando daar heen gesonden is, die hun bosch waards in verjaagd hadt, zijnde vervolgens dien dag stil geweest, Dat den volgenden Morgen wijl men bespecade dat den vyand een batterij op den berg voltooid hadt den Resident alle de Europeesche en Jnlandsche Bezettelingen nevens haare opper en onder officie „ren mitsgaders de gezaghebbers der beide, Comp:s Vaartuijgen by den anderen appoincteerde zynde hy Comparant by deese samenkomst niet te„ „genwoordig geweest alsoo hij toen de wagt heeft Dat den Timmerman Kraal en Jnlandschen soldaat Gelang naar den vijdnd gesonden zyn bij zig hebbende een witte vlag, dat onderwylen deese weg waaren den Vyand het Fortje op den Berg na„ „derde weshalven men een witte vlag in dat op „hees 5 175 hees, ten teken van onderhandeling, waar na den in„ „landschen Capitain Salim sandere beneden kwam en met zig afbragt een Boeginees met een oog, hebben„ „de deese Boeginees na zyn Comparants best ont„ „houdt, viermaal uit en in de hoofd Fortresse gegaan, Dat savonds na het geeven van het parool den ser„ „geant Billing Capitaijn Salim sandere en de overe „ge Manschappen van den berg zijn afgekomen ver„ „mits men en dat Fortje door het weglopen dez Maleitsche Militairen zwak begon te worden dat wyl de in de hoofd fortresse bevindende militairen dier natie ook absenteerde bevond men het onmoogelijk zulk een uitgesteekt fort langer naar behooren te kun 676 „nen defendeeren, waarom een ider een goed heen komen „zogte & zig naar de Panjalling Banca begaf „bref, hebbende men by de Verlaating van Riouw niet meer als twee klijne Vaartuijgen kunnen bemagtigen, alzoo de andere wegens de duisterheid van den Nagt niet gedonden zyn, terwyl de sloep de Iohanna by het uitzeijlen op een der banken ginder vast raakte. Het geene Voorschreeven staat den Comparants duydelyk te verstaan gegeven zynde zoo verklaarde hy dat zulks de zuijvere waarheid behelfd en des ge „requireerd worden met solemneele Eede gestand te doen Aldus Gedaan en Gepasseerd Malacca in het Casteel datum ut Supra ten presentie van Johan ker a 6 6 Van Copia 2 7.
English
Examined Johannes Hamel and Jan Hendrik Stecher, clerks, as witnesses who, together with the appearer and me, the secretary, have signed the minute hereof. Underneath was written: which I attest. Was signed: Jb van Haak, Secretary. Underneath was written: Agrees. Was signed: Jb van Haak, First sworn Clerk. Agrees. Jian Srijk Today, the 13th of July 1787, appeared before me, Jacob van Haak, secretary of the Honorable Court of Justice of this Government, and the witnesses, the native soldier Gelang, who had been stationed at Riouw, who, upon the questions put by Mr. Francois Thierens, Merchant and Fiscal here, declared to be true: That in the beginning of the month of May last, news having arrived at Riouw that a multitude of foreign vessels had been seen there, wherefore the Resident sent him, the appearer, and the native Captain Salin the following day to the Sultan to inform His Highness thereof, who, being very astonished and perplexed thereat, requested that the Resident please have a good watch kept at Tanjong Pinang. That the next day before noon, Radja Indra Boegsoe, Orang Kaya Sade, and the writer Dulla came to the Resident in the name of the ruler, announcing that they were commissioned to go and inquire of what nation these vessels were, who, having returned the next day, went to the Resident, but what was spoken there, he, the appearer, does not know. That subsequently letters were sent to Malacca, and the following day the Orang Kaya Sade and the writer Dulla on behalf of the Sultan, and he, the appearer, on behalf of the Resident, went thither, and upon returning brought with them a Panglima and a priest, further reporting that they had been delegates, that they were in the fleet of the Solok princes Radja Moeda and Radja Alam, who requested provisions and repairs for their damaged vessels; and upon the question of the Resident to the said Panglima and priest, they declared they were appointed by the ruler of Pontiana to wage war against Mampauwa, that they had sailed from Solok with ninety-two vessels, but due to contrary winds were forced to touch at Riouw, which Panglima and priest, after this discourse, were led to the Sultan. That the following day the Resident and the Captain-Commandant Vetter were in audience with the Sultan, and since he, the appearer, had also gone thither, he heard that the native Regents conferred with the Resident about the request of the Solok princes; that the Resident then represented to them that since provisions at Riouw were currently scarce, it was impossible to assist such a fleet with what was needed, and that prudence did not permit having their vessels repaired there; that the Sultan replied thereto that if the Resident was of such an opinion, he understood it tenfold; wherefore it was decided, through the aforementioned Panglima and priest, to politely inform the Solok princes, while offering some gifts, that they could not be assisted with provisions and also could not be permitted to have their vessels repaired there; which Panglima and priest were brought back again to their vessels by Orang Kaya Sade, the writer Dulla, and him, the appearer, who, upon returning, reported to the Resident that Radja Alam appeared satisfied with the refusal, yet requested pilots who could show them the way to Pontiana, who, being sought out and provided with a pass, were accompanied on board the said fleet by the Sultan's Matta Matta and him, the appearer. That the following evening, of the 10th, at circa nine o'clock, with the making of music, these vessels appeared between the islands of Venus and Mars, wherefore a shot was fired at them from the small fort on the hill where they were first spotted, after which the Resident went to the main fortress, while he had the drums beaten for a general alarm; that subsequently, both from the main fortress and from the two Company's vessels, fire was opened upon them, which then circled around the island of Mars; and since they then appeared again in the North Channel, firing upon them was resumed, whereupon they disappeared from sight. That in the meantime the native Ensign Camies had been sent out to reconnoiter those vessels, and upon his return reported that he, Camies, due to the darkness, had not been able to count the multitude of those vessels, but that they were located behind the island. That on the 15th of the same month, the Resident sent him, the appearer, to ascertain where that fleet was located; that he, the appearer, found the same in Quala Tjedon; that when he was discovered by them, they gave chase to him, the appearer, but he fortunately escaped them. That he, the appearer, by order of the Resident, informed the Sultan thereof, with the request that His Highness please especially have a good watch kept that Troesan Riouw not be broken open; that His Highness said to him, the appearer, that he would take care of that as much as possible, and that if this passage were opened, His Highness would immediately inform the Resident thereof. That
Dutch transcription
Nagesien C„s van Itin nes Hamel en Jan Hendrik Stecher klerken als Getuygen die de Minute deezes nevens den Comparant en mij secretaris hebben onderteekend /:onderstond./ quod Attestor / was getekendt Jb van Haak SeC. s /onderstond/ Accordeert / was geteekend:/ I=b van Haak E: g: Clercq accordeert m Jian Srijk T. in Op Heden den 13e Juli 1787— compareerde voor mij Jacob van Haak, secretaris van den Agtb: van Justitie deezes Gouvernements en Getuijgen den op Riouw bescheiden geweest zynde Inlandsche soldaat Gelang dewelke op de gedaane vraagen van den Heer Francois Thierens Koopman en Fiscaal al¬ hier verklaarde waaren waaagtig te zijn Dat in het begin van de maand Maij laatstleden tot Riouw tijding ingelopen zijnde, dat ginder een me„ rigte van Vreemde Vaartuijgen waren gezien wis hal „ren den Resident hem Comparant en den Jnland„ „schen Capitaijn Salin sandere naar den sulthan zond, om zijn hoogheid daar van kennis te geeven dewelke daar over zeen verwondende en verlegen stonden, versogte dat den Resident op Tanjong laten Pinang goede wagt geliefde te houden Dat 'sanderen daags voorde middag Radja Indra Boegsoe orang Kaija Sade en schrijver Dulla het des vorsten Naam by den Resident zyn ge „komen met aan konde ging dat zy gecommit„ „teerd zijn, om te gaan verneemen van welke na„ „tie deese vaartuggen waren, dewelke des anderen daags geretourneerd zynde, bij den Resident zig vervoegd heeft hebben dog wat men aldaar ge„ sprooken heeft weet hij Comparant niet Dat vervolgens schrijvens naar Malacca ge„ „zonden Copia er 2: „zonden is en den volgende dag den orang Kaija Sade en schryver Dulla van wegen den sulthan en hij Compa¬ „rant van wegen den Resident naar derwaarts gegaan zyn, en by retour met zig mede bragte een Pang „dat zi Gecommitteerdens geweest zijn dat zij in de vloot „lima en een Priesten voorts rapporteerde „ van de soloksche Prinsen Radja Moeda en Radja Alam, dewelke versogte om levens middelen en reparatie hunner ontramponeerde vaartuijgen en op de Vraag van den Resident, aan gemelde Pang„ „lima en Priester verklaarde zij om Pontianas vorst geappointeerd waren om tegen Mampauwa te oorlogen dat zij van solok zijn uitgeseild met twee en negentig vaartuigen dog door Contrarie winden genoodsaakt was Riouw aan te doen, wel „ke Panglina, en Priester nadit discours naar den sulthan zyn geleed geworden Dat den volgenden dag den Resident en den Capi„ „taijn Commandant vetter by den sulthan ter adien „tie zijn geweest, dat dewijl hij Comparant mede derwaarts was gegaan gehoord heeft, dat de Jnland„ sche Regenten met den Resident te zaamen gesprooken hebben over het versoek der Poloksche Prinsen, dat den Resident dan deselve voorhieuw dat vermits de Levensmiddelen op Riouw Fodrns schaars zyn men zulk eene vloot met het benoo„ „digde onmoogelyk konde assisteeren en dat de voorzigtigheidt niet toeliet hunne vaartuigen ginder 4: genden te vertimmeren, dat den sulthan daar op in antwoord diende, dat zoo den Resident dus „danig vermeende hij wel tiervoudig zulks begreef; weshalven beslooten wierd door de voornoemde Pang„ „lima en Priester aan de Poloksche Princen, onder aanbieding van Eenige geschenken beleefdelijk te laaten zeggen, dat men hun met geen Levens„ middelen konde assisteeren en ook niet konde toestaan om hunne vaartuijgen ginder te Laa„ „ten repareeren welke Panglima, en Priester door orang Kaija Sade schriver Dulla en hij „ weder naar hune vaartuijgen zyn terug gebragt Comparant die bij retour aan den Resident rapporteerde dat Radja Alam zig te vreeden hield met de weggering e egter versogte om lootsen die hun naar Pontiana de weg konde wijsen dewelke opgesogt en voorzien met een Pas door sulthans Matta Matta en hem Comparant g¬ naar boord deca Vloot vergeselschap zijn, Dat den volgende avond (van den 10 / Circa negen '& uuren onder het maaken van nuziek, deese vaar ae „tuigen zig vertoond hebben tusschen de Eylanden Venus en Mars, weshalven van het Fortje op den berg alwaar men haar eerst ontwaarde een schoot op dezelve gedaan wierd, waar na den Resident zig „gende hoofd Fortressen begaf, terwijl men den trom „roerde roeren Liet tot een Generaal Alarm dat vervolgens zoo wel van de hoofd Fortressen als van et de Copia Van 2 ns noo de beide Comp„s vaartuigen op deselve gevunad wierd dewelke daar op het Eyland Mars omtrok: en ver„ „mits zy zig toen weder in het Noorder Canaal ver„ „toonde hervatte men het vuuren op deselve, als wan„ neer zy uit het gezigt verdween Dat den Jnlands vaandreg Camies intusschen„ uitgesonden „ om die vaartuijgen te recognoscreeren en by retour zyn „ rapporteerde dat hig Camies wegens de duester „heid de Menigte dien vaartuijgen niet heeft kunnen tellen, dog dat zy agter het Eyland zig bevonden Dat den 15e: dito den Resident hem Comparant gesonden heeft, om te verneemen waar die vloot zig bevond dat hij Comparant deselve gedonden heeft in quala Tjedon, dat toen hy door hun wierd ontdekt zy op hun Comparant Jagt gemaakt had dog hun gelukkig ontvlagt was — Dat by Comparant op order van den Resid=t daar van den sulthan heeft kennis gegeven met versoek dat zijn hoogheid voor al goederwagt ge „liefde te Laaten houden dat Troesan Riouw niet wierd open gebrooken, dat zyn Hoogheid aan hem Comparant gesegd heeft, zoo veel mogelyk was daar voor te zullen zorgen en dat wanneer dee„ „ze troe van geopend wierd, zijn Hoogheid direct den Resident daar van zoude laaten vernietigen Dat 6
English
That the following day, the 12th ditto, the native Captains Salim Sandere and Rhepoor were delegated to the Sultan, but for what purpose is unknown to him, the deponent, six barrels of gunpowder having been sent to the Sultan that evening. That the next morning, the 13th ditto, at approximately four o'clock, some of these enemy vessels came rowing north of the island of Mars, beating upon the gom-gom and firing a cannon shot with live ammunition at the main fortress, whereupon the alarm was raised and everyone took up arms; that the enemy was prevented from landing by a general cannonade from the artillery of both the main fortress and the two Company vessels, which battle lasted until around nine o'clock, when they retreated and anchored below Batoe itam. That the other part of the enemy vessels had sailed through Troesan Riouw to the Sultan's residence, where firing was heard; that shortly thereafter they sailed off in the company of the vessels of Radja Bendahara, the eldest son of Radja Foea named Abdulla, and Said Mohamat Tambool of Pahan, as well as four vessels of the Sultan, and anchored below Toeloe waijang, from where they stepped directly ashore with small vessels and proceeded to the residences of the Resident and those standing nearby, which they robbed and plundered of whatever they could seize, even though heavy fire was directed at them from both the main fortress and both Company vessels; wherefore, on the order of the Resident, some volunteers went out and set fire to those residences and drove the enemy into flight, it being unknown to him, the deponent, due to manifold duties, what further took place that day, except that in the evening many people were heard on the mountain from the noise they made. That the following morning, the 14th ditto, it was seen that the enemy, who appeared in multitudes on the mountain, had erected batteries there, wherefore the Resident called together all the superior and inferior officers, both European and native, alongside the common European soldiers, as well as the commanders of both Company vessels; but what was said to them on that occasion, he, the deponent, declares to be unknown to him. That around eight o'clock in the morning, he, the deponent, together with the carpenter Kraas, was sent up the river by the Resident in a small prahu provided with a white flag, to the head of the Solok fleet, in order to learn from the same to what end these hostilities were undertaken and what further his desire might be; that having arrived behind Poeloe waijang for that purpose, they were intercepted by three small prahus, whose rowers first brought them to the vessel of Radja Abdulla, who referred them to the vessel of Radja Bendahara, to whom they, the emissaries, presented their commission, but who answered that he could give them no decision, wherefore he referred them again to the Panglima besar of the Solok fleet, to whom they, the emissaries, again presented their commission, who answered them thereupon that he, the Panglima, had to bring these messages to Radja Alam, who is the head of the Solok fleet, and that he had to go to him on the mountain for that purpose, appointing the emissaries to return around four o'clock to fetch the decision, with which message they, the emissaries, returned to the main fortress, on which mission he, the deponent, recognized the Riouw vessels mentioned under Article 11. That after he, the deponent, returned to the main fortress, he saw there with the Resident a Buginese named Sappa, being an inhabitant of Riouw, but what was transacted on that occasion is unknown to him, the deponent, the same having gone up and down the mountain several times. That in the evening, after the parole was issued, he, the deponent, heard that the Malay soldiers had fled from the small fort on the mountain; that shortly thereafter Sergeant Belling, the native Captain Salim Sandere, and some men came down from there and joined the main fortress; that he, the deponent, subsequently saw the soldiers walking about the fortress; that the Resident sent him, the deponent, with the Company's money chest to the sloop de Johanna; that from there he went back ashore; that the Resident, along with the remaining men, abandoned the main fortress after nine o'clock and proceeded to the pantjalling Banca, while the sloop de Johanna meanwhile ran aground on the bank upon sailing out. All that is written above having been clearly read and explained to the deponent, he declared that the same contains the pure truth and is ready, if required, to confirm this with a solemn oath. Thus done and passed in Malacca, in the Castle, date as above, in the presence of Johannes Hamel and Jan Hendrik Stecher, clerks, as witnesses, who signed the original minute hereof alongside the deponent and me, the Secretary. Below stood: Which I attest. Was signed: J:b van Haak, First Clerk. Below stood: Agrees. Agrees. Was signed: J:b van Haak, First Clerk. Examined: C:s van Itien Anordier J:en H:rijk Biten Copy Malacca 1787. Copy of the Relases successively provided by various persons regarding the Riouwers and Solokkers.
Dutch transcription
73 Dat den volgende dag (den 12 dito / de Inlandsche Capitaijn Palim Sandere en Rhepoor naar den sulthan zyn gecommitteerd geworden dog tot wet eende hem Compa „rant onbekend, zynde des avonds aan den sulthan zes vaten buskraid gezonden dat des anderdaags morgen:/ den 13 dito /na gissing vier uuren Eenige deeser vijandelijke vaartuijgen benoorden het Eijland Mars onder het slaan op de gom-gom, en het doen van een Canonschoot met scherp op de hoofd Fortresse zyn komen aanroeijer waar op alarm gesla „gen en alle onder den wapenen kwam, dat men den vyand door het geschut zoo wel van de hoofd fortressen als van de beyde Comp:s vaartuijgen het landen door een generaale Cannonade heeft terhinder t welk gevegt geduurd hadt tot Circa negen uuren wanneer dezelve retireerde en onder Batoe itam ten anker gingen Dat het ander gedeelte der Vyandelyke vaartuijgen door troesan Riouw naar des sulthans wooning gevaaren waaren, alwaar miet heeft hooren schieten dat deselve kort daar aan afgevanen ingezelschap der vaartuijgen van Radja Bindhara de oudste zoon van Radja Foea genaamd Abdulla en Said Moha„ „mat Tambool van Pahan als ook vier vaartuygen van den sulthan, en onder Toeloe waijang ten anker gingen en van waar zy met kleijne vaartuijgen direct aan land stapte en zig naar des Residents en daar omtrent iet staande 10 „ . 5„ ar Copia 2 staande wooningen begaf, dien zy of schoon zoo wel van de hoofd Fortressen als van beijde Comp:s vaartuygen sterk op hun geduurd wierd, roofde en plunderde, het geen zy immer konde bemagtigen. weshalven op order van den Resident Eenige Vrijwilligers uit „gingen en die wooningen in den brand staaken mits„ „gaders den Vyand ter vlugt dreeven, zynde hem Comparant door menigvuldigen besigheeden onbe„ „kend wat dien dag verders voorgevallen als wel dat des avonds op den berg veel volk door het ge„ „druis die zij maakte is gehoord geworden Dat de volgende morgen den 14 dito /gezien wierd dat den Vyand die zig in meenigte op den berg vertoonde aldaar batterijen hadt opgeregt weshalven den Resi „dent alle de opper-en onder officieren zoo Europee„ „schen als Jnlaandsche nevens de gemeene Europee„ „sche Militairen mitsgaders de gezaghebbers van de beide Comp:s vaartuijgen, bij den anderen heeft geroepen dog wat aan hun bij die gelegentheedt is gesegd, ver klaard hy Comparant zulks onbekend te zyn Dat Circa agt uuren in den moogenstond hy Compa„ „rant nevens den Timmerman kraas door den Re„ „sedent met een kleine praauw voorzien met een witte vlag, de rivier opwaards gesonden is naar het hoofd der soloksche vloot om van deselve te ver „nemen tot wat eijnde deese vijandelijkheeden wier de 12 13 181 „de ondernoomen en wat verder zyn begeerte mogte zyn, dat zy ten dien fine agter Poeloe wagangs gekoomen, zynde, onderschept wierd door drie kly„ „ne praauwen welkers rooijers hun eerst bragte aan het vaartuig van Radja Abdulla die hun ran o vooijeerde naar het vaartuig van Radja Bindha„ „ra aan wien zy zendeling hunne Commissie wel„ voorstelde, maar dewelke antwoorde dat hij hun geen bescheid konde geeven, weshalven deese hun raad weeder rendoyeerde naar de Panglima basaar van de Poloksche vloot aan dewelke zy zende„ „lingen al weder hunne Commissie op zijde, die hun daar op antwoorde dat hij Panglima deese berig„ „ten moest brengen by radja Alam die het hoofd is der Soloksche vloot, en dat hy ten dien eijnde by deselve op den berg moest gaan, hem zendelingen appointeerde tegen vier uuren te rug te komen g„o om bescheid te haalen, met welke boodschap zij zen„ „delingen naar de hoofd Fortresse zyn te rug ge„ „keerd, bij welke bezending hy Comparant de Riouwsche vaartuijgen onder artecus 11 gemeld heeft onderkendeg Dat na dat hij Comparant in de hoofd Fortressen te rug gekomen is, aldaar by den Resid=t gesien heeft een Boeginees genaamd Sappa, zynde een inwoonen van riouw, dog wat men bij die gelegentheid verhan„ „deld heeft is hem Comparant onbekend, zynde deselve Eenige maalen den berg op neder gegaan Copia Van 2 et 14 Dat s'avonds na het uitgeven van het parcol hij Com „parant gehoord heeft dat de Maleitsche Militairen uit het Fortje op den berg gevlugt zijn dat kort daar op den sergeant Belling, den Inlandsche Capitain salim sandere en Eenige Manschappen van daar zyn afgekoomen zig vervoegde in de hoofd Fortressen dat hij Comparant vervolgens gesien heeft dat de mili „tairen de fortresse rondliepen dat den Resident hem Comparant met Comp:s geld kist naar de sloep de Johan „na gesonden heeft dat hij van daar weder naar de wal is gegaan dat den Resid„t nedens de overigen manschappen na Negen uuren de hoofd Fortressen „verlaaten en zig naar de pantjalling Banca begeeven hebben, zijnde de sloep de Johanna intusschen by het uitzeylen op de bank vast geraakt Het geene voorschreeven staat den Comparant duidelijk voorgehouden en te verstaan gegeven zynde zoo verklaarde hij dat zulks de zuyvere waarheidt behelvd en bereid des gerequireerd, wordende met so„ lemneele eede gestand te doen Aldus gedaan en Gepasseerd Malacca in het Casteels datum ut supra ter presentie van Johannes Hamel Jan Hendrik Stechen klerken als getuigen, die de mi„ „nute deeses nevens den Comparant en mij secretaris hebben onderteekend /onderstond:/ quod Attestor /was getekendt/ J:b van Haak Pe C:s /onderstond/ Accordeert 15 183 Accordeert /:was geteekend:/ J:b van Haak E:q: Clerq Nagesien C„s van Itien Anordier J en Hrijk Biten. Com uit op daar sse mili herm Johan by het ant de t 10„ zyn e - 2 Var Copia Copia arle 428 swrer 14 Cc. Malaca 1787. 184 Copia Pilaasen door verscheide perzoonen succressivelijk verleend nopens de Riouwers en Solokkers. arl Copia 2 arle
English
Today, the 3e of Junij 1787, appeared before me, Christiaan Godfried Baumgarten, Secretary of Police of this Government, the persons sidin, Pandaaan, and singot, as well as Traag e di Wangsa, sijmon Tangera, and soetan Keeh, who have just arrived with a private vessel from Patang. Having been interrogated by me on the orders of the Right Honorable Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of this city and Fortress with its dependencies, they related the following, namely: First, the three first-named appearers, sidin, Pondaaan, and singot Troena: That last year, having arrived at Riouw as sailors on the ketch purchased in Batavia by one of the two sons of Radja Toea, they had been stationed there ever since until six days ago, when out of dissatisfaction because their earned wages were not paid to them, they bought an old worn-out sampan from a Riouw Malay for the little money they had saved, and with that sampan, along with the three appearers named last in the heading hereof, departed from there through troesan Riouw, arrived at Patang, were placed by the Captain of the Chinese there on a vessel of a Chinese departing for this place, and have just arrived here with that same vessel. Secondly, the collective declarants: That those who had captured Riouw were all people of Lanoen, and as far as they knew there were no Bugis among them, and even less was the former Bugis Regent at Riouw, Radja Ali, or any other Prince of that nation among them. That these pirates upon their arrival off Riouw had pretended to have a shortage of provisions, that their vessels were disabled by maritime distress, had lost their course, and that they were greatly at a loss for pilots, with a request for assistance in one thing and another, just as some assistance was indeed granted to them both by the Sultan and the Company's Resident at Riouw. That after a few days the Lanoen fleet had intended to enter the river at Tanjong Pinang in the dark, but this being prevented by the artillery of the Company's fortresses and one of their vessels being destroyed, the entire fleet retreated, subsequently sailed around behind Tanjong Araa Pinang, came through troesan Riouw inside the island of that name, made themselves masters of the hill at Tanjong Pinang, furthermore of the small Company fort constructed thereon, and finally of the main fortress situated beneath it, as well as a sloop that had run aground below this fortress. That of the Europeans left behind on Riouw, only the sergeant who had been stationed on the hill, a drummer, and two soldiers were still alive, but all the rest, when the enemy forced their way into the main fortress, were either killed fighting or murdered. That of the remaining native warriors, forty-five men had placed themselves under the protection of Radja Bindhara, some others under that of the Sultan, Radja Toea, and Radja Indra Boonsoe, while many others, along with the Europeans, were killed or murdered, or taken prisoner by the enemy. That the heads of the aforementioned four Europeans still alive had been shaved, and they had subsequently been dressed as Malays; the sergeant was brought onto an enemy vessel and fastened to it with a chain around his neck; the drummer was with Radja Bindhara and went about freely and served just like a Malay; and the two soldiers, along with some of the enemy, had been placed by Radja Alaur (the enemy Commander) on the sloop de Johanna and functioned on this vessel as caretakers over it. That a part of the cannon that had been in the Company fortresses at Tanjong Pinang was loaded into the sloop de Johanna, and the remainder, as well as all other captured goods, had been brought aboard the enemy vessels. That the enemy fleet, which consisted of about fifty-five vessels manned with two thousand to two thousand one hundred men, lay at Tanjong Pinang, and the vessels of the Riouw Regents at Poeloe Wayang. And that they now, according to general report, would turn their force still within this month against Malacca, which at present had very few men and no power of defense; and that place having been captured, as was not doubted, they would then turn directly against Batavia. Reason having been given to me by the appearers Praaije de Wangsa and Sijmon Tangera to think that they knew more than they were inclined to reveal in the presence of the appearers Sidin, Poudaran, and Singot Troeno, I let the three last-named depart without giving any suspicion, but kept the three remaining appearers with me in a discreet manner, who then candidly declared further the following: That they had been stationed as soldiers in the Company's service at Riouw, and upon the abandonment of the
Dutch transcription
185 Op heeden den 3e Junij 1787. , Compareerde voor mij Christiaan Godfried Baumgarten, secretaris van Politie deeses Gouvernements, de zoo even met een particulier vaartuig van Patang gearriveerde per„ „soonen sidin, Pandaaan en singot gelijk mede Traag „e di Wangsa, sijmon Tangera en soetan Keeh, dewelke ter order van den Wel Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur deeser stad en Fortresse met dies res„ „fort, door my ondervraagd zynde, het volgende relateerden, naamelijk, Eerstelyk, de drie eerstgenoemde comparanten, si„ „din, Pondaaan en singot Troena, Dat zy in het voorleeden Jaar met het door een der Twee zoonen van Radja Toea op Batavia inge¬ „kogt kietje, als matroozen op het zelve te Riouw gearriveerd, en ook sedert bescheyden geweest ware tot nu zes dagen geleden wanneer zy uit misnoeg „heid, om dat de verdiende besolding aan hun niet betaald wierdt, een oude afgevaaren sjampang voor het weynige geld dat zy hadden vergaderd, van eenen Riouwschen Maleijer gekogt hadden en met die sjampang, benevens de drie in den hoofde Copia Van 2 O hoofde deeses het laatstgemelde Comparanten door troesan Riouw van daar vertrokken, op Patang aangekomen door den Capitaijn der Chineesen al„ „daar op en dit heen vertrekkend vaartuig van een Chinees geplaatst, en met het zelfde vaar„ „tuig zoo even hier gearriveerd waren Ten tweeden de gezamentlyke Declaranten, Dat zy die Riouw overmeesterd hadden alte „maal volkeren van Lanoen, en voor zoo verre zij wisten geene Boegineesen daar onder waren en dat nog veel minder de geweesen Boegineesen Regent te Riouw Radja Ali, of eenig an„ „der Prins van die Natie zig bij hun bevondt Dat die Rooders by hun komste voor Riouw hadden voorgegeven gebrek aan levensmiddelen te hebben, hunne vaartuigen door zeenood on„ „transponeerd, van hunne lours afgeraakt en zy lieden grootelyks verleegen om lootsen te zyn, met versoek om adsistentie in het een en ander, gelijk hun ook eenig adsistentie zoo door den sulthan als Comp=s Resident te Reouw beweesen was, Dat Dr 187 Dat na eenige dagen de Lanvensche vloot in den Donker het rivier bij Tanjong Finang hadt willen inloopen, dog zulks door het geschut van Comp„s Fortressen betel een hunner vaartui „gen vermeld geworden, de gansche vloot afge„ deinst, vervolgens agter Tanjong Araa Pinang om gestevend, door troesan Riouw binnen het Eijland van dien naau gekoomen, meester van den berg te Tanjong Pinang, voorts van het daar op geeijstrueerde. Comp:s fortjen en eijn„ delyk van de daar onder gelegen hoofdfortresse mitsgaders eene onder deeze fortresse vastge„ „raakte sloep geworden was, Dat van de op Riouw agtergebleeven Euro„ „peers eenelijk nog maar de op den berg bescheij„ „den geweest zijnde sergeant, een Sambrea en twee soldaaten in het leeven, dog alle de overigen. toen de vijand binnen de hoofdfortresse drong t of vegtender gesneudeld of vermoord waren Inlandse „ Dat van de te rug gebleevene krigers vijf Kay en veertig man zig onder de bescherming van Radja Bindhara, eenige andere onder die van den sulthan Radja, Toea en Radja Indaa Copia Van 20 - - en e „ en te n een t Jndra Boonsoe begeven hadden, mitsgaders veele andere nevens de Europeers gesneuveld of vermoord, dan wel door den vyand gevangen genomen waren, Dat de gemelde nog in het leeden zijnde vier Europeers de hairen afgeschooren, en zij ver„ „volgens als Maleijers gekleed geworden waren de sergeant op een vijandelyk vaartuig gebragt en aan het zelve met een ketting om zyn hals zig bij Radja vast geklonken was; de Tamboer„ Rindhara bevondt en even als een Maleijer vaij en los rond ging en dienst deed; en de twee soldaaten nevens eenige der vijanden, door Radja Alaur (den vijandelyken Bevelhebber /op de Sloep de Johanna geplaatst waren en op dit vaartuig als opzigters over het zelve fungeerden Dat een gedeelte van in Comp„e fortressen te Tanjong Pinang geweest zijnde canon in de Sloep de Johanna geladen, en het overige gelijk mede alle andere buijt„ „gemaakte effecten aan boord der vyandely „ke vaartuigen gebragt waren Dat 189 Dat de Vyandelyk vloot die in omtrent vijf en vyftig vaartuigen bestond, bemand met twee dui„ „zend â twee duyzend een honderd koppen, by Tan„ „jong Pinang ende vaartuigen der Riouwsche Re„ „genten bij Poeloe Wayang lagen, En dat men nu zyne magt, volgens het algemeen zeggen nog binnen deeze Maand tegen Malacca, dat tans maar zeer weynig volk en geen magt tot defensie hadt; en die plaats over„ „meesterd zynde, gelijk men niet twijfelde dan direct tegen Batavia zoude werden Door de Comparanten Praaije de Wang „sa en Sijmon Tangera mij reden gegeven zijnde te denken dat zij meer wisten dan zij geneegen waren ten by weesen van de Comparanten Sidin Poudaran en Singot Froeno te openbaaren, liet ik zonder eenige wargwaen te geeven de drie laatstgenoemde vertrekken dog hielt de drie overige Comparanten op een bedekte wijse bij mij, „dewelke toen vrijmoediglyk nog het volgende 6 declareerden Dat zij als soldaaten in Comp s. dienst op Riouw bescheiden geweest en bij de verlaating der Copia Var 26
English
that place by the Company's Resident had still been in the fortress, and had kept watch at the warehouse. That when the enemies forced their way into the fortress, they, alongside others, ran to the beach and into the water even to the point of drowning, but finding no vessel wherewith to save themselves, fled to Radja Toea and were placed by him onto a small ketch or vessel purchased by his son in Batavia the previous year. That before their flight from the fort, the enemies began plundering the dwellings and then also came before the powder magazine, but being unable to open the door of the same, laid fire against it, and this magazine thus caught fire and blew up into the air; That the enemies had also wanted to plunder the Chinese camp, but that this was bought off by the Sultan of Riouw with the payment of two thousand sp. realen, handed over to him for that purpose by the Captains of the Chinese; That nonetheless, each Chinese dwelling subsequently still had to contribute two realen as a ransom, and besides this, whatever was of any value was constantly taken from the Chinese in one way or another by the enemies. That Radja Toea had offered Radja Alam a sum of two thousand sp:s realen for the ransom of all Company servants still present on Riouw, but that prince had answered that he wished to take with him to his country those whom he had taken prisoner, but would allow those who were under the protection of the Riouw Regents to remain with them, provided that fifteen sp: realen were paid to him for each such person; whereupon, on that proposal, Radja Toea also redeemed an indigenous sergeant, two corporals, and one soldier by payment of sixty Spanish realen, and obtained permission to openly keep them with him as his property. That the Sultan, Radja Bindhara, Radja Indra Boensoe, and two sons of Radja Toea colluded with the enemy and had colluded with him from the very beginning, and not only connivingly permitted the opening of the troesan Riouw, but even lent the enemy a helping hand therein; That when the enemy vessels came through the troesan Riouw, that ruler and princes had no other shot fired at them than with blank powder. That, on the contrary, Radja Toea himself had remained faithful to the Company and had declared himself bound thereto by a solemn oath which he could not break. That he, Radja Toea, consequently also had live ammunition fired at the enemy vessels entering the troesan Riouw, but when this was discovered, he was summoned to the Sultan, sternly and scornfully reprimanded about having live ammunition fired, and seriously forbidden from committing further acts of violence, whereupon he first became entirely inactive. That Radja Toea had embarked what was most valuable to him in his aforementioned small ketch purchased at Batavia, in order to flee with it to Malacca, but this was discovered by the enemy and announced to him by Radja Alam that if he undertook to depart from Riouw, even if it were to Slangenoor or to Iohor, or any other place under the Sultan's domain, his life would be forfeit, and that since then the aforementioned small ketch of Radja Toea was kept surrounded by enemy vessels, and because they saw no other outcome, this had persuaded them, the joint appearers, to flee from Riouw in such an uncomfortable and sorrowful manner as described above. That the enemy commander-in-chief Radja Alam had declared that he was not anxious for Riouw nor for any other land, but had come solely to make booty, and because he had achieved his objective, he was therefore intended to return to his own country and leave Riouw to the own governance of the Sultan and his grandees, or to the repossession of the same by the Dutch Company, unless the Riouw Regents and their subordinates should unite with him and his men as soon as possible, or at the latest within this month, and depart hence, in which case he was willing, though not otherwise, to take a chance against Malacca. That meanwhile the Sultan and all the grandees, Radja Toea alone excepted, were constantly busy encouraging Radja Alam to an undertaking against Malacca; and Radja Abdullah (a son of Radja Toea) in particular zealously promoted this, and to achieve this objective had made known to Radja Alam that Malacca was currently very weak in all respects and the situation did not differ much from that of Riouw, that one only had to make oneself master of Bouquetchina and then one had just as surely won the game as on Riouw as soon as Radja Alam had taken possession of the hill at Tanjong Pinang. And that of the 45 indigenous Company servants staying with Radja Bindhara, five men had fled a few days before their, the appearers', departure from Riouw, without them knowing whither or what had become of them. Underneath stood: Thus done, Malacca, date as above, and set down in writing by me. Signed: C: G: Baumgarten, Secretary. Underneath stood: Agrees. Was signed: I: van Baak, First Sworn Clerk. Agrees. J: A: Swrijk.
Dutch transcription
dien plaats door Comp:s Residt nog in de fortresse geweest waaren, mitsgaders de wagt by het pak„ „huis gehad hadden Dat toen de vijanden de Fortresse in dron„ „gen zy neevens andere naar het strand en tot verdrinkens toe in het water gelopen dog geen vaartuig vindende om zig daar mede te kunnen sauveeren naar Radja Toea gevlugt en door den „zelven op tot door zynen zoon in den voorleden Jaare te Batavia ingekogte kietje of vaartuig geplaatst waren Dat voor hunne vlugt uit het Fort de vijanden aan het Rundeeren der wooningen geslagen, en toen ook voor het kruid magasin gekomen waaren, dog de deur van het zelve niet kunnende openen, vuur, daar tegen„ gelegd hadden, en dit Magasijns dus in brand geraakt mitsgaders in de Lugt gevlogen was; Dat de vijanden ook de Chineesche compt hadden willen uitplunderen, dog dit door den sulthar van Riouw met de betaaling van twee Duizend sp. e re„ „alen hem ten dien einde door de Capitains der Chineeschen ter hand gesteld, afgekogt was; Dat 191 Dat nogtans vervolgens ieder Chineesche wooning nog twee reaalen tot een brandschatting hadt moeten op„ „brengen, en behalven dit nog gestadig al het geene van eenige waarde was, den Chineesschen op de eene of andere wijse door de vijanden afgenomen wierdt Dat Radja Toea tot randzoen van alle nog op Riouw zig bevindende Comp:s Dienaaren eene somma van twee duizend sp:s realen Radja Alam hadt aan„ „geboden, dog die Prins daar op geantwoord hadt, dat hij de geene welke hij hadt gevangen genomen met zig wilde naar zyn land neemen, maar wel toestaan dat zy, die onder de bescherming der Riouwsche Re„ „genten zig bevonden, bij hun bleven mits hem voor ieder zoodanigen persoon vyftien sp: reaalen betaald wierden, gelijk dan ook op dien voorslag Radja Foeca een Inlandsche sergeant, twee Corporaals en een sol„ „daat door betaalinge van zestig spaansche realen gelost en verkreegen hatt hun als zyn eijgendom in het Openbaar bij zig te blijven houden Dat de sulthan, Radja Bindhara, Radja Indra Boensoe ende twee zoonen van Radja Toea, het met den vijand heulden en van het begin af aan met hem gedueld geheuld, mitsgaders niet alleen Copia Van 20 alleen de opening van troesan Riouw oogluijken de toegestaan, maar den vijand daar in zelfs de be „hulpzaame hand geboden hadden; Dat die vorst en Prinsen toen de vijan„ „delijke vaartuigen door troesan Riouw kwaamen geen anderen schoot dan met Loskruid daar op hadden laten doen, Dat daar en tegen Radja Toea zelf, der Compagnie getrouw gebleeven was en verklaard hadt door een plegtigen eeddien hij niet konde bree„ „ken daar toe verbonden te zijn Dat hij radja Toea dienvolgende ook op de binnen troesan Riouw komende vijandelyke vaar„ „tuigen met scherp hadt laaten schieten, dog hij, toen men het ontdekte, by den sulthan ontboden, over het Laaten schieten met scherp gestreng en scham „perlijk onderhouden en het pleegen van verdere feitelykheeden hem ernstig verboden, mitsgaders hij daar op eerst ten Eenemaale werkeloos gewor„ „den was, Dat Radja Toea, het geen hem waardigst e was geembarqueerd hadt in zijn gemeld op Batavia gekogt keetje, om daar meede naar Malacca te .. vlugten 193 vlugten, dog zulks door den vyand ontdekt en door Radja Alam hem aangekundigd was, dat by aldien hij ondernam van Riouw te vertrekken, al ware het ook naar Slangenoor of naar Iohor, dan wel eenige andere plaats onder het gebied des sul„ „thans zyn leeden verbenad zoude zijn, mitsga„ „ders dat sedert het meergem: keetje van Radja Toea, rondom door vijandlyke vaartuigen beset gehouden wierdt, en zulks dewijl zy geen andere uitkomst zagen hun gezamentike Comparanten hadt ge„ permoveerdt op zulk een ongemakkelijke en droe¬ „vige wijse als voorschreeven van Riouw te vlugten Dat de vijandlijke opperbevelhebber Radja Mam verklaard hadt, nog om Riouw nog om eenig ander land verlegen, maar eenlyk om buit te maaken gekomen te zijn, en dewijl hij zijn oog „merk bereijkt hadt derhalven geintentioneerd was naar zyn eigen land te rug te keeren en Riouw aan des salthans en zijner grooten eigen be„ „stier, dan wel aan de weder in besit neeming van het zelve door de Hollandsche Compagnie, over te laaten, ten zij de Riouwsche Regenten en hun¬ „ne onderhoorigen ten spoedigsten of uiterlijk binnen Copia Var 20 binnen deese maand, zig met hem ende zijnen vereenigen en dit heen op reise gaan wilde wan„ „nier hy wel dog anders niet genogen was eene kans tegen Malacca te waagen Dat ondertusschen de Sulthan en alle de Grooten Radja Toea alleen uitgesondert gestadig beesig waren om Radja Alam tot eene onder„ „neeming tegen Malacca aan temoedigen; en Rade „ja Abdullahab (een zoon van Radja Toea:/ in t bysondere daar in zeer sterk yverde, en om dit oogmerk te bereijken Radja Alam te kennen gegeven hadt, dat Malacca tans zeer zwak in allen opzigten en de situatie niet veel verschillende met die van Riouw was, dat men zig maar moest meester van Bouquetchina maaken en dan even zoo goed gewonnen spel hadt als op Riouw zoo dra Radja Alam possessie hadt genomen gehadt van den berg te Tangong Pinangen En dat van de zig bij Radja Bindhara bevindende 45 Jnlandsche Compe Dienaaren eenige dagen voor hun Comparanten vertrek van Riouw, vijf man gevlugt waren, zonder dat 195 van dat zij wisten waar naar toe of wat deselve geworden was /:onderstondt:/ Aldus gedaan Malacca datum ut supron en in geschrift gesteld door mij /ge„ tekendt:/ C: G: Baumgarten sec„a /:onderstond/ Accordeert /was geteekendt:/ I: van baak E: G: klerk accordeert J: a Swrijk Var Copia 2
English
Account given by the Chinese Ian Heughing and Liem Tjonko. The declarants state: That in the service of the Captain of the Chinese here, Jan Tjapko, they departed from Batavia for this place with his bark on the 13th or 14th of May last. That apart from some rice, Javanese tobacco, sugar, European drinks, and some trifles, that vessel was primarily laden with arrack, and manned by eleven Chinese and twenty-eight Javanese. That off the latitude of Palembang they encountered two Company cruisers, which had warned them that the fairway was very unsafe and they therefore had to be on their guard. That continuing their voyage and arriving off the latitude of Jambij, on the morning of the 25th or 26th of May, first four penjajaps and 4 baloos, and shortly thereafter another three penjajaps and four baloos, manned by Malay peoples, came at them from the opposite shore and attacked their people. That they had calm winds that day and the two days following, and fought fiercely with the aforementioned attackers, who had fallen back slightly and kept quiet only at night; and aboard their bark, whose hull, sails, and rigging were severely damaged by the enemy artillery, they suffered two dead and four severely wounded. That on the third day, obtaining some wind, but contrary to them, they ran back before the wind in order, if possible, to make for Palembang, but that they arrived near the island of Banda. That from there they tacked again, ran before the wind to near Poeloe Rottie and further to Poeloe Rabi, and were continuously pursued thither by the pirates. That then, unable to do otherwise on account of the wind, they ran to Riouw and came to anchor there at nightfall, attributing their failure to wave a flag to the already too far advanced setting of the sun. That as they were rowing to shore in the boat, a Solok fleet came down the river toward them, which directly took possession of the bark, while some vessels of that fleet took possession of the boat and the crew therein, who had, however, jumped into the water. That all the crew were at first taken onto the vessels of the Solokkers, but the ten Chinese still alive were finally released through the intercession of the Sultan at Riouw, though with great difficulty, and handed over to the Sultan, but the Javanese were retained by the Solokkers. That the Solokkers completely plundered their bark, except for the cargo of arrack, stripped its rigging and dismantled it, and indeed, in order to get hold of the bolts and other ironwork, demolished the upper part of the vessel and had already begun to smash the vats of arrack to pieces to obtain the hoops. That then the son of the murdered Captain of the Chinese at Riouw, Tan Kongsing, addressed himself to the Sultan, and through His Highness's aid ransomed the bark and the remainder of the arrack cargo from the pirates for two thousand Spanish reals collected among all the Chinese on Riouw. That they, the declarants, fled from there to Padang on the 12th instant in a small prahu provided for them by the Captain of the Chinese at Riouw, and arrived here from that place this morning. That they, the declarants, had heard not a single word at Riouw concerning the intentions of the Solokkers, who lay in the river with their fleet to the number of more or less forty vessels, as to whether they would come here, though it was said by some that they wished to return to their country. That the Company sloop the Johanna lay rigged and anchored off Tanjong Pinang, manned by Solokkers. That a native pantjallang from Samarang had also arrived at Riouw, but was left unmolested by the Solokkers because the Sultan had found means to make the pirates believe that this vessel belonged to him. And that they, the declarants, had learned from the cruisers off Palembang that off and on near Jambij, Malay pirates had overpowered a Chinese junk wishing to go to Batavia. Thus declared, Malacca, 19th June 1787. Underneath was signed with two marks, written around them: made by Ian Henghing and Lim Tjonko. Lower: Which I attest, signed: C. G. Baumgaaten, Secretary. Underneath stood: Agrees, was signed: J. b van Haak, first clerk. Agrees, J. a Wrijk Account given by Salim Sandere, former Captain of a Company of native military personnel previously garrisoned on Riouw. The said Salim Sandere relates: That when Resident Rulde, together with several of the garrison, abandoned the Company fort on Riouw and went aboard the pantjallang Banca, he, the declarant, Captain Thepor, and most of the native as well as many of the European members of the garrison remained behind in the fort for lack of small vessels; and shortly thereafter the hostile Solok princes forced their way into the same with a large force. That upon overpowering the fort, the Solokkers murdered many of the garrison who had remained behind, and took prisoner and bound those who were still left alive, taking the common soldiers to their vessels, but him, the declarant, Captain Thepor, and Lieutenant Belong to the
Dutch transcription
196 Relaas gegeven door de Chinee „schen Ian Heughingen Liem Tjonko, De Relatanten de poseeren Dat zij in dienst van den Capitein der Chinee„ „schen alhier Jan Tjapko, met desselfs bark op den 13 of 14 Mai laatstleden van Batavia dit heen vertrokken waren Dat behalven wat rijst, javasche tabak, zuijker Europische daanken en eenig kleijnig. „heeden, dat vaartuig voornamelyk vol arrak gelaaden, mitsgaders bemand geweest was met elf Chineeschen en agt twintig Iava „nen; Dat zij op de hoogte van Palembang twee Comps kruissers ontmoeten deese hun gewaar„ „schouwt hadden, dat het vaarwater zeer onveij„ „lig was en zij derhalven op hun hoede moesten zyn, Dat zy hunne reise voortzettende en op de hoogte van Jambij komende er den 25 of 26 Maij smorgens uit de overwal eerst vier panjajabs Copia Var 20 E panjajabs en 4 baloos en kort daar aan nog drie panjajabs en vier baloos, bemand met ma„ „leitsche volkeren, op hun afgekomen waren en hun lieden geattaqueerd hadden Dat zij dien dag ende twee daar op vol„ „gende dagen windstelte gehad, met de gemelde hunne bespringers, die eerlijk des Nagts iets waaren afgedeints en zig hadden stil ge„ „houden, hedig geslagen, en aan boord van hun „ne baak, welker romp, zeijlen en tuig door het vyandelyke geschut zeer ontramponeerd was geworden, twee dooden en vier zwaare gekwetsten bekomen hadden Dat zij den deaden dag wel wat wind dog voor hun Contrarie bekomende, voor die wind af te rug geloopen waaren, om was het mogelyk Palembang te bestevenen, dog dat zij bij het eijland Banda waren gekoo„ „men; Dat zij het van daar weder over een andere boeg gelegd, met de wind tot bij Poeloe Rottie en voorts tot by Poeloe Rabi voort„ geloopen, en tot daar gestadig door de roo„ „vers 198 „vers vervolgd waaren Dat zy toen wegens den wind niet anders kunnende naar Riouw waren geloopen en daar met het vallen van den avond ten anker gekomen, schryvende zij het met waaij en van een vlag toe aan het bereeds te ver„ „re gevorderde daalen der zonne Dat zij met de schuit naar de wal varen „de een Poloksche vloot het rivier af op hun waar komen afzakken, die zig direct van de baak, en eenige vaartuigen van die vloot zig van de schuijt en het daar in zijnde, dog en het water gesprongen volk meester gemaakt hadden, Dat het volk eerst altemaal op de vaartuigen der Colokkers, dog de nog in het leeven zijnde tien Chi„ „neeschen door de voorspraak van den sulthan te Ri„ en aan den sulthan overgegeeven „ouw, hoewel met veele moeite eindelijk losgelaaten, (:maar de Javancn by de solokkers aangehouden waren Dat de Solokkers hunne baak tot op de Lading ar„ „rak ganschen in het geheel ledig geplunderd, het tuig daar van afgenomen of haar onttakeld, ja zelfs om meester van de bouten en ander ijserwerk te worden, het „ vol„ de 26 Van Copia het vaartuig van boven gesloopt, mitsgaders bereeds een begin gemaakt hadden om de vaten met Araak in stuk„ „ken te slaan, ter erlanging van de hoepels, Dat toen de zoon van den vermoorden Capitaijn der Chineeschen te Riouw Tan Kongsing zig aan den sul„ „than geaddresseerden door zyn hoogheids adjude de bark en het restant der laading arrak, voor twee duizend by alle de Chineeschen op Riouw versamelde sp:e realen van de roovers gerantzoeneerd hadt, Dat zij bij de Relatanten op den 12 Courant net een door den Capitaijn der Chineeschen te Riouw hun besoagd praauwtje van daar naar Padang gevlugt en van deese plaats heden morgen hier aangekomen waren Dat zy Relatanten op riouw geen enkeld woord hadden gehoord van de Intentie der Polokkers, die met hunne vloot ten getale van min of meer veertig vaartuigen in de ridica lagen, als of zij dit heen maar dat er wel door eenigen gesegt wierdt, dat zij weder naar hun land keeren Dat Comps Sloep de Johanna op getuigd voor Tanjong Pinang geankerd en met solokkers bemand wilden 200 bemand was Dat 'er ook een Jnlandsche pantjallang van samarang op Riouw gekomen, dog door de So„ „lokkers ongemolesteerd gelaaten was door dien de sulthan middel hadt weeten te vinden, de rooveas in het denkbeeld te brengen dat dit vaar „tuig hem toebehoorde; En dat zij Relatanten van de kruisers voor Palembang vernomen hadden, dat de af en aan Jan bij kruisser de Maleitsche roovers eene den wil naar Batavia hebbende Chineesche Jonk overmeesterd hadden Aldus Gelateerd Malacca 19:e Iuni 1787 /daar onder :/ geteekendt:/ met twee merkjes daar omme geschreven (:gesteldt door Ian Hen„ „ghing en Lim Tjonko /:Lager:/ quod attestor /:ge„ „tekendt C: G: Baumgaaten sec:s /:onderstondt:/ Accordeert /:was getekendt I:b van Haak Eg klerk Accordeert Ja Wrijk im. s een Van Copia 2 parte 281 Relaas, gegeven door salem Sandere, geweesen Capitain van eene op Riouw, in guarnisoen ge„ „legen hebbende Compagnie inland„ „sche Metetairen, De gemelde salim sandere verhaald, Dat toen de Residt Rulde benevens verscheij„ „den der Besettelingen Comp„s fort te Riouw ver„ „laaten en zig naar boord van der pantjalling Ban„ „ca begeeven hadden, hij Relatant, Captain The „por en de meeste der inlandsche mitsgaders =veele der Europische Bezettelingen, wegens gebrek aan kleijne vaartuigen in het fort te rug gebleeven, en binnen het zelve kort daar aan met een groote magt ingedrongen waren de vijandelyke solok, „sche Prinsen, Dat de solokkens by het overmeesteren van het Fort veele der te rug gebleven Bezettelingen vermoord, en die nog in het Leeden gelaaten waren, gevangen genomen, gebonden, en dus de gemeenen naar hunne vaartuigen, dog hem Relatant, Ca„ „pitain Thepor en den Luijtenant belong:) naar den Copia Van 2
English
had brought and delivered to the sultan, who had sent them to Radja Toea, and that the latter had placed them in a separate house and had them guarded there, so that they could learn little or nothing of what had happened at Riouw. That now twenty-eight days ago, or thereabouts, the Solokkers had departed from Riouw, as he had been told, for their country, and had taken the sloop the Johanna with them. That two to three days after that, the sultan of Riouw, having previously ordered that all the inhabitants must follow him, had also departed from there, as was believed, for the island of Lingen. That he, the informant, had then obtained the opportunity to flee to Johor together with Lieutenant Belong and thirteen persons, both non-commissioned officers and privates, where two days later Radja Toea had also arrived with his son Abdulla, bringing with him Captain Thepor and three native soldiers, which four aforementioned persons Radja Toea, at his, the informant's, urgent request, had released at Johor and permitted them to come hither with him, the informant. That according to information obtained at Johor, the second son of Radja Toea, Radja Abdulwahab, had departed with the sultan to Lingen, Radja Bindhara and Radja Indaa Boensoe to Pahan, and Radja Tommongon to a certain strait of Poelang, unknown to him, the informant, and that it was said at Johor that Radja Toea himself intended to proceed to Trangano. And that the Europeans whom the Solokkers had captured had been sold or exchanged for linens to some Saids, as he, the informant, had been told. Thus related at Malacca, the 14th of July 1787. Signed with some Malay letters and written around it: drawn up by Salim Sandera. Underneath: which I attest. Signed: C. G. Baumgarten, Secretary. Below stood: Agrees. Was signed: J. b van Haak, First Sworn Clerk. Agrees: P. a Sijn. Copy. Account given by the Batavian Malay Si Gouw, former servant of the First Minister of State at Riouw, Radja Toea. The aforementioned Malay relates: To the question put to him as to how the Solokkers entered: That the fourth Minister of State, Radja Tommogon, who had returned to Riouw on the 30th of April last, had in person guided the Solok fleet into Riouw on the night of the 12th of May. To the question of how it came about that the Solokkers, whose country was so far distant, had come to the resolution to overpower Riouw, since it was beyond all probability that they would have undertaken such a long journey and for the said purpose on an uncertain footing, or without having previously been assured of a successful outcome in this enterprise: That they, the Solokkers, had come to Riouw at the special request of the sultan, Radja Toea, and the other Riouw regents, to help them expel the Company from Riouw, made by means of a letter sent to the Solok ruler by the sultan and Radja Toea in the past year, or on the occasion when the Solok wife of one Dain Tappa returned to Solok with the Riouw Malay Talip, and that under the promise that all Company effects, as well as those of the garrison, which should be taken as booty, would be for them, the Solokkers. And To the question of how he, the informant, obtained knowledge of the aforesaid: That on the day after the capture of the Company's fortress at Riouw, being at the residence of Radja Toea and sitting beside this minister, the Solok prince Radja Moeda also arrived there, to which prince Radja Toea, while exchanging compliments, in the hearing of him, the informant, said: "Yes, I together with the sultan, by a letter sent in the past year, or on the aforementioned occasion, to the ruler of the Solok realm, requested sufficient force to expel the Dutch garrison from here, in which you have now so happily succeeded." To the question by whom and when the Riouw channel was opened: That he, the informant, had no knowledge of the one nor the other, because at the time when the Solokkers entered Riouw through that passage, he was on board Radja Toea's bark lying upstream in the negorij. To the question whether the sultan on the 14th of May last, or the day on the evening of which the Company's garrison abandoned its fortresses at Riouw, had not ordered it to be announced everywhere in the negorij by beat of the gong that all Bugis, Malays, and other inhabitants, none excluded, must directly with all their weapons of assegais, kris, etc., come down towards evening to assemble at Pulau Bayang in order to overpower the Company's fortresses during the night between the 14th and 15th of May aforesaid, in combination with the Solokkers: That such had happened, and this proclamation by beat of the gong was made in the name of and by the sultan's court official and favorite, Wan Draman, under threat of severe punishment for those who did not comply. To the question of who had appropriated the captured Company and other effects at Riouw: That he, who at the time of the capture of the Company's fortresses, as stated, was on the bark of Radja Toea lying upstream from the negorij, obtained no knowledge thereof nor of what further occurred at that time, or at least no other knowledge than from mere hearsay, but that he, the informant, had been assured that the Solokkers had kept all the booty for themselves. To the question regarding the reasons for the abandonment of
Dutch transcription
den sulthan. gebragt en aan dien Vorst overgegeven hadden die hun naar Radja Toea, gezonden, mits„ „gaders deesen hun in een afzonderlijk huu ge„ plaats, en daar bemaaken laaten hadt, zoo dat zij weynig of niets van het voorgevallen te Riouw te weeten hadden kunnen krijgen Dat nu agt en twintig dagen geleden, of daaa omtrent, de Polokkear van Riouw, zoo als men hem hadt gesegt, naar hun landt vertrok„ „ken waren ende sloep de Johanna met zig mede genomen hadden Dat twee â drie dagen daar aan ook de sulthan van Riouw, na bevorens geordonneerd te hebben dat alle de Ingezeetenen hem moesten vol„ „gen, van daar zoo men wilde naar het eiland zin „gen vertrokken was, Dat hij Relatant toen gelegenheid hadt gekregen om benevens den Luytenant belong en deatien zoo onder- officieren als Gemeenen naar Johor te vlugten waar twee dagen daar aan ook gekomen was Radja Goed met zyn zoon Abdulla, meede brengende Capitaijn Thepor en dai Jnlandsse soldaten, dog welke vier gemelde per„ „soonen 203 „soonen Radja Toea op zijn Relalants instantig versoek, op Johor hadt losgelaaten en aan hun toe„ „gestaan met hem Relatant dit heen te komen Dat volgens bekomen informatie op Ichor„ de tweede zoon van Radja Toea, Radja Abdul wahab met den sulthan naar Lingen, Radja Bind„ „hara en Radja Indaa Boensoe naar Pahan mits„ „gaders Radja Tommongon naar zekere straat Poelang, hem Relatant onbekend, vertrokken waren, en er op Iohor gesegd wierdt dat Radja Toea zelfs zig naar Trangano wilde begeeven, En dat de Europeers welke de Solokkers, gevangen gekregen hadden verkogt of tegen Lij„ „waten verruild waren aan eenige Saids gelyk hem Releetant verteld was„ Aldus gerelateerd Malacca den 14:e Iulij 1787: /:getekend:/ met eenige maleidsche Letters en daar om geschreeven gesteld door salim sandera„ /:daar onder:/ quod attestor. / geteekend:/ C. G: Bauingarten Sec.: /:onderstond/ Accordeert /:was geteekend:/ I„b van Haak E: g: Clercq accordeert P: a Sijn rm. Copia ar 2 284 Nelaas, gegeven door den Ba„ „taviasche Maleijer si Gouw, geweesen Bediende van den Eers„ „ten Rijksminister te Riouw rad„ „ja Toea, De gemelde Maleijer relateerd, Op de aan hem gedaane vraag hoedanig de Solckkers binnen gekomen zijn, Dat de op den 30e: April laatstleden op Riouw te rug gekomen vierde Rijksministers Radja„ Tommogon, op den 12 Mai snagts, in persoon de Solokse vloot binnen Riouw geleid hadt, Op de draag hoedaenig het bij te pas gekomen was, dat de Polokkers, welker land zoo verre was afgelegen, tot het besluyt waren gekomen om Ri„ „ouw te Overmeesteren nadien het buijten alle waarschijnelykheid was dat zij dus sodanig een verre reijse en ten gesegden eijnde zouden hebben ondernomen op een lossen voet, of zonder bevoorens van een goed reussit in deese onderneeming ver „zekerd Copia Van 1 2: „zekerd te zyn, Dat zij (de Solokkers:/ op Riouw gekomen waren op het speciaal versoek van den sulthan, Radja Toea ende verdere Riouwsche Regenten, om hun de compagnie van Riouw te helpen verdrijven, gedaan bij eenen in het voorleeden jaar of bij gelegenheid dat de soloksche vrouw van eenen Dain Tappa met den Riouwschen Maleijer Falip naar Solok te rug keerde, door den sulthan en Radja Toea afgesonden brief aan den solokschen vorst, en wel onder belofte, dat alle Comp: effecten, gelijk meede die der Besettelingen, de welke buit gemaakt zouden worden; voor hun (de solokkers) zouden weesen en Op de vraag hoedaenig hy Relatant van het 32: gesegde kennis gekregen heeft Dat hij sdaags na de overmeestering van Comp„s fortresse te Riouw aan de wooning van Radja Toea zijnde, en naast deesen Missive Ministers zittende, daar ook gekomen was de Poloksche Prins Radja Moeda, tegen welken prins onder het Complimenteeren, Radja Toea, ten aanhooren 206 aanhooren van hem Relatant gesegt hadt. Ja. ik heb benevens den sulthan bij een in het wor„ „leeden Jaar, of bij de voorschreeven gelegenheid, afgesonden brief aan den Vorst van het Poloksche Rijk, een genoegzaame magt versogt tot het verdrij= „ven van de Nederlandsche Besetting van hier, waar in uw nu zoo gelukkig geslaagd is, Op de vraag door wien, en wanneer troesan Riouw geopend was, Dat hij Relatant nog van het een nog van het andere eenige kennisse hadt, dewijl hij ter dier tijd dat de Polokkers door die sprugjt binnen Riouw waren gekomen, zig bevonden hadt aan boord van de boven in de Negorij leggende bark van Radja Toea, Op de vraag of de sulthan op den 14 Mai laast„ „leeden, of den dag op welken savonds Comp:s Bezet„ „telingen haare fortressen te Riouw verlieten, niet over al in de Negorij bij bekkenslag hadt laaten aankundigen; dat alle Boegineesen, Maleijers, en verdere ingezeetenen geene uitgesonderd direct met 4: - . 26 Var Copia met alle hunne wapenen van assagaaien kaet„ „sen enz: tegen den avond moesten afkomen op Poeloe wagang vergadering ten einde snagts tusschen den 14. e of 15 Maij voorgemeld, gecombineerd met de Solokkers, Comps fortressen te overmeesteren Dat sulks geschiedt en deese afkundiging by bekkenslag gedaan was uit naam en door den Mattamatta en Lieveling van den Sulthan wan Draman, onder bedreiging eener zwaare straffen voor de geenen die daar aan niet voldeeden, Op de vraag wie de veroverde Comp=s en andere genaast effecten te Riouw hadt! Dat hy die ten tyde der verovering van Compe Fortressen gelijk gesegt, zig bevonden hadt de baak van Radja Poea, boven de Negorij leggende, zoo daar van als van het verdere voorgevallen ter dier tyd geene of ten minsten geen andere kennis dan van enkeld hooren zeggen bekomen dog men hem Relatant verzekerd hadt, hoe de solokkers alle buit voor zig zelfs gehouden hadden, Op de vraag naar de reden der verlaating van 6 7
English
208 of Riouw, not only by the inhabitants but also by the sultan and the other regents. That the cause of this abandonment was both the lack of provisions and the fear of the prompt arrival at Riouw of a Company naval force. In conclusion, the deponent declared that what he had answered or stated herein contained the pure and sincere truth, as well as everything that was known to him and worthy of note; the deponent further requesting that, since he, together with his relative Langoot, who was born in Macasser and is present here, for whose loyalty the deponent put himself forward as guarantor, had departed hither from Radja Toea, albeit having abandoned everything he possessed, in order to return from here to Batavia, his birthplace, he might be permitted to remain here with his said relative and under the protection of the Company until they obtain an opportunity to depart for the capital or some subordinate Company establishment. Thus Poeloe 2 From Copy 209 Thus done at Malacca on 16 July 1787: (signed:) with a mark, and written around it: set by Se Gjouw /:underneath:/ quod attestor /signed/ C: G: Baumgarten secretary /:below stood:/ Agrees (was signed:) I:bs van Haak, first clerk. Jan Hwryjk agrees party Copy 170 210 Report given by Salim Sandere, captain of a company of native soldiers that had been stationed in garrison at Riouw. The said Salim Sandere reports: To the question put to him, what the deponent was ordered to do when the Resident at Riouw, David Ruhde, sent him together with Captain Thepoor for the last time, or on 12 May last, to the sultan: That they were ordered to present to the sultan the necessity of securing Troesan Riouw, with the request that His Highness would therefore be pleased above all things to have that creek guarded as best as possible, and to prevent in the most effective manner that the dams made therein be opened, and that to this end armed vessels should be stationed at the entrance of that creek on the inner side of the dams, in order to still be able to prevent passage through it or hold back the enemy in case they were breached, since Copy From 2 since the preservation of the settlement depended entirely and solely upon it. To the question what answer the deponent received to this message from the sultan: That the sultan, who had the councilors of the realm with him, had then replied: it is good that you come here, for we are assembled to deliberate upon the intrusion of the enemies through Troesan Riouw, and we were about to send at this very moment to the Resident, both to obtain His Honour's good counsel and the necessary orders concerning this, as well as some men from the garrison together with a Company vessel; that the deponent then, on the orders of the Resident, who had anticipated this answer and put the counter-reply into the deponent's mouth, had answered in turn that the Resident could not possibly assist the sultan with a Company vessel and personnel, since he would thereby weaken himself too much and render himself unable, if the enemy came through the river and attacked the Company fortresses from that side, to prevent such a thing or resist his assault; that the sultan had rejoined: it is very well, and since the Resident places his trust in us, we on our part shall also make every effort to thwart the ingress of the enemies from this side or through Troesan Riouw, but we request to be assisted to this end with some gunpowder and bullets, with which we are insufficiently provided; and that the deponent, after having promised to put forward this request, had then taken his leave. To the question what occurred after the abandonment of the Company fortresses at Riouw by the Resident Ruhde and his associates: That the deponent, Captain Thepoor, Lieutenant Oelang, and others, when the Resident Ruhde and his associates went aboard, had followed them into the water up to above their waists, but finding not a single prahu, they had consequently been forced to return to the fort; that shortly after their return inside the fort Copy 3 1 return inside the fort; that shortly after their return inside the same, the Solokkers had also forced their way inside with their entire force, and had massacred all the Company garrison members whom they could identify in the pitch darkness by the resistance they offered them; that the deponent, Captain Thepoor, Lieutenant Oelong, Sergeant Belling, six European private soldiers, together with some sepoys and various other native soldiers, had taken up a post at a certain place inside the fort, had seen and heard the blowing up of the gunpowder etc. there, and had held their position until toward daybreak, when the Solok Prince Radja Moeda, with his force—which had at first scattered throughout the entire fort to plunder, but was then reassembled—came to them and said to them that they must surrender, and the Europeans must become Mohammedans, or that at the slightest further resistance they were all dead men; that since any possible resistance would then have been futile, they consequently surrendered to
Dutch transcription
208 van Riouw, niet alleen door de Jngeseetenen maar ook door den sulthan ende verdere Regenten Dat de oorzaak van deese verlaating was zoo wel het gebrek aan vidres als de Vreeze voor de spoedige komste te Riouw van een Comp. s oorlogs. magt, Ten besluijte verklaarde de Relatant dat het geene hij geantwoordt of in deesen verklaard hadt de zuyvere en opzegte waarheid mitsgaders alles wat hem bekend en opmerkings waardig was behelsde; ver„ „zoekende hy Relatant voorts, dat, dewijl hij benevens zyn op Macasser gebooren en hier aanweezenden bloedverwant Langoot voor welks trouwe hij Rela„ „tant zig als Borg interponeerde, van Radja Toea, afschoon met verlaating van alles het geene hij hadt beseeten dit heen vertrokken was ten eynde van hier naar Batavia, zyn geboorte plaats weder te keeren, aan hem gepermitteerd mogte worden met zijnen gemelde Bloedverwant, en on„ „der de bescherming van de Compagnie hier te blyven tot dat zij gelegenheid krijgen naar de Hoofdplaats of eenig onder Corpo etablissement te vertrekken e Aldus Poeloe 2 Var Copia 209 Aldus gedaan Malacca den 16=e Iulij 1787: (getekent:) met een Meakje, en daaromme geschree„ „ven gesteld door se Gjouw /:daar onder / quod Attes. „tor /geteekend/ C: G: Baumgarten sec:ts /:onderstond:/ Accordeert (was getekend:/ I:bs van Haak Eg: klerk. J an Hwryjk accordurr parte Copia 170 210 Relaas gegeven door salin sande„ „re Capitain van een op Riouw in Guarnisoen gelegen hebbende Com„ „pagnie Jnlandsche Militairen, De gemelde Salim Sandere relateerd Op de aan hem gedaane vraage wat hem Re „lalant belast is, toen de Resident te Riouw Da„ „vid Rahde hem benevens Capitaijn Thepoor voor de laastemaal, of op den 12:e Maij laatstleden naar den sulthan gesonden heeft! Dat hun gelast was den sulthan voor te hou„ „dende noodzaakelykheid der bevegliging van troesan Riouw, met versoek dat zijne Hoogheid derhalven die spract voor alle dingen op het best mogelykste geliefde te laaten bewaaken, en op het Kragtdaadigste beletten dat de daar in ge „maakte dammen geopend en dat ten dien eijn¬ „de gearmeerde vaartuijgen bij den ingang dier spruijt aan de binnen zyde der dammen ge „plaatst wierden, om by aldien denzelven door gebrooken, dan nog het doorvaaren te kun„ „nen verhinderen of den vijand tegen houden, nademaal Copia Van 2 nademaal het behoudt der Negorije gansch en alleen daar van afhing Op de vraag wat antwoorde hij Ralatant op deese boodschap van den sulthan bekomen heeft. Dat de sulthan die de Rijksraaden bij zig hadt gehad toen hadt geantwoord het is goed dat u hier komt, want wij zijn vergadert om te deliberee„ „ren over den indrang der vijanden door troesan Riouw, en wilden op dit oogenblek gesonden hebben naar den Resident, zoo ter erlanging van zyn Ed: goeden raad en de nodige orders dien aangaan. „de, als van eenige manschappen uit de Be„ zettelingen benevens een Comp„s vaartuig; dat hy Relatant toen op order van den Resident die dit antwoord voorsien en het weder antwoord hem Relatant in den mond hadt gelegd, gerepli„ „ceerd hadt dat de Resident onmoogelijk den sul„ „than met een comp:s vaartuigen met volk kon adsisteeren, dewijl hij zig daar door te veel ver „zwakken en buiten staat stellen zoude om den vijand wanneer hij door de rivier kwamen Comps 2 d 212 Comp„s fortressen van die zijde attaqueerde zulks te beletten of zynen alval te resisteeren; dat denA sulthan hadt gedupleerd, het is zeer goed en dewijl de Resid„t vertrouwen in ons steld, zullen wij van onze zyde ook alles aanwenden om het binnen komen der vijanden van deese zyde of door troe „saar Riouw tegen te gaan, dog wij versoeken ten dien eijnde te worden geadsisteerd met wat kruid en kogels waar meede wij niet genoegsaam voor „zien zijn, en dat hij Relatant na beloofd te hebben van dit versoek te zullen voordragen toen zyn afscheid genomen hadt Op de Vraag wat er voorgevallen is naar de verlaating van Comp fortressen te Riouw door den Resident Ruhde C: S: Dat hij relatanrt, Capitain Thepoor, Luijtenant oelang, en andere, toen de Resident Ruhde C: s: naar boord voeren hun gevolgd tot over het midden van het lighaam in het water geloopen, dog geen eene prauw vindende derhalven genoodsaakt geweest waren naar het fort te rug te keeren; dat kort na hunne te rug komste binnen het fort Copia 3 1 Fort te mi te kunen; dat kont nu heune te mi kmete binnenn tt an, ook de Solokkers met hunne gansche magt binnen het zelve waren gedrongen en alle Comp:s Besettelingen die zij in het pik donkere maar konden verkennen aan de resistentie die zij hun booden hadden gemas„ „sacreed, dat hij Relatant capitaijn Rhepoor, Luijte „nant Oelong, Sergeant Belling zes gemeene Europeesche soldaaten benedens eenige Sipais en verscheijden andere Inlandsche Militairen op zeekere plaatst binnen het Fort post gedat, daar het in de lugt springen van het buskruit enz: ge „zien en gehoord, mitsgaders hunne standplaats gehourden hadden tot tegen het aanbreeken van den dag, wanneer de Poloksche Prins Radja Moeda met zijne eerst ter plundering door het gansche Fort versprijde dog toen, weder vergaderd de magt by hun Lieden gekomen was en tot hun ge „segd hadt, dat zij zig moesten overgeeven, en de Europeers Mahometaanen worden, of dat zij by den minsten verderen tegen stand geza= menlijk kinderen des doods waren; dat dewijl alle maar mogelijke resistentie toen vrugte „loos zoude geweest zijn, zij zig der halven aan
English
had surrendered to the Solokkers; that during the night and the following morning the Riouw people had stood outside under arms together outside the fort, whereof, after he, the Relater, and his companions, as has been said, had submitted to the Solok Prince, some entered the fort with the Riouw man Talip at their head; that he, the Relater, having been disarmed, was brought before the Sultan, who was then situated on a vessel lying near Toeloo Waijang; that the Sultan, without speaking a single word to him, the Relater, sent him to a penjajap, where he met Radja Toea; that Radja Toea then proceeded with him, the Relater, to the Sultan, spoke with the same, though in a language that he, the Relater, did not understand, and furthermore handed him, the Relater, over to a Malay inhabitant with orders to take him into his house, to feed him, and to guard him carefully. To the question by whom and when the Riouw passage was opened, and whether he, having been up in the settlement, had not heard of this: That he, the Relater, had received or been able to obtain no knowledge of the one thing or the other, because the order of Radja Toea to guard him closely had been strictly obeyed. To the question concerning the reasons for the abandonment of Riouw, not only by the inhabitants but also by the Sultan and the other Regents: That, as he, the Relater, had heard indirectly from various people, the principal reason for this abandonment was the fear of the speedy appearance of a Company military force for the recapture of Riouw. In conclusion of this, the Relater declared that that which he had answered or declared herein contained the pure and sincere truth, as well as everything that was known to him and worthy of note. Thus done at Malacca, the 18th of July 1787. Signed with some Malay characters, and around them written, set by Salim Sandere. Below this: which I witness. Signed: C. G. Baumgaarten, Secretary. Below stood: Agrees. Was signed: I. B. Van Haak, Sworn Clerk. Account given by Thepoor and Oelong, the first a Captain and the other a Lieutenant of a Company of Native Soldiers that had been stationed at Riouw. The said Thepoor and Oelong report, each separately, to the questions put to each of them relative to the narrative: Firstly, Captain Thepoor alone: That the Resident at Riouw, Ruhde, had on the 12th of May last sent him, the Relater, along with Captain Salim Sandere, to the Sultan, with instructions to represent to the same that the safety and the preservation of the settlement depended entirely and solely upon preventing the penetration of the enemy through the Riouw passage; that it was therefore of the utmost necessity, and the Resident requested, that His Highness would be pleased above all things to have that creek guarded as best as possible and to prevent the dams lying therein from being opened, as well as to have well-armed vessels placed for that purpose at the entrance of that creek on the inner side of the dams. That the Sultan, who had the Council of the Realm with him, had then answered: it is good that you come here, for we are assembled to deliberate how the enemy can best be countered, and were at this moment about to send to the Resident, both in that regard and to obtain a Company vessel and some men. That Captain Salim Sandere, upon the order received to that effect from the Resident, had replied that that assistance could not be granted, because one would thereby weaken oneself too much and become unable sufficiently to resist the enemy if he came through the river to attack the Company's fortresses. That the Sultan had rejoined to this: it is very good that the Resident places trust in us, we shall therefore also do our utmost to prevent the entrance of the enemies through the Riouw passage, but we do not have sufficient gunpowder and request to be supplied therewith. And that, after Captain Salim Sandere had promised that he would present this request to the Resident, they had taken their leave. Secondly, both Relaters concordantly: That they, Captain Salim Sandere and others, when the Resident Ruhde and his companions sailed on board, had followed them, waded into the water up over the middle of their bodies, but finding not a single prahu, in the hope that the departed prahu would return, had gone back to the fort, and upon their arrival in the same the Solokkers with their entire force had also entered therein and had massacred all the garrison members they could find; that they, the Relaters, Captain Salim Sandere, Sergeant Belling, six common European soldiers, as well as some Sepoys and several other native warriors, had taken up a position at a certain place inside the fort, had there seen and heard the blowing up into the air of the gunpowder, bombs, etc., and had held this their post until toward the break of day, when the Solok Prince, Radja Moeda, with his men, who had at first been scattered throughout the entire fort to rob and plunder but were then assembled again, came up to them.
Dutch transcription
2829 aan de solokkers hadden overgegeven; dat ge„ „duurende nagt en des morgens daar aan de Riouwreesen gezamenlyk buyten het kort onder de wapenen hadden gestaan, waar van, nadat hij Relatant cs: gelyk gesegt, zig aan den Solok „schen Prins hadden onderworpen, eenigen met den Riouwraes Talip aan hun hoofd binnen het fort gekomen waren; dat hij Relatant ontwapend zynde gebragt was bij den sulthan, die zig toen op een by Toeloo Waijang leggend vaartuig bevonden hadt, dat de sulthan zonder een en„ „keld woord tegen hem Relatant te spreeken, hem gesonden hadt naar een panjajab, waar op hy Radja Toaa hadt ontmoet, dat Radja Toea zig toen met hem Relatant naar den sulthan begeeven, met denselven, dog in een taal die hy Relatant niet verstondt, gesproken, en hem Re „latant voorts aan een Maleidsch in geseetene over gegeven hadt met bevel van hem in huis te neemen, te alimanteeren en zorgvuldige te bewaaken Op de Vraag door wien en wanneer troesan Riouw t ar Copia 2 4 Riouw geopend was en of hij boven in de Negorije geweest zijnde zulks niet gehoord Dat hij Relalant van het een en ander geen wetenschap hadt bekomen of krijgen kunnen door dien men het bevel van Radja Toea om hem nauu „keurig te bewaaken stipt was nagekomen, Op de vraag naar de raden der verlaating van Riouw, niet alleen door de ingezetenen maar ook door den sulthan en de verdere Regentens Dat gelijk hij Relatant van deesen en genen ten zijden hadt vernomen, de voornaamste reden deeser verlaating was de vreese voor de speedi„ „ge opdaaging eener Comp„s oorlogs Magt ter ber„ „overing van Riouw Tien besluijte deeses verklaarde de Rela¬ „tant dat het geene hij geantwoord of in deesen verklaard hadt de zuyveren en opregte waar„ „heid, mitsgaders alles wat hem bekend en opmer„ „kings waardig was behelsde Aldus gedaan Malacca den 18:e Juli 1787. /geteekent/ met Eenige Maleidsche Letters en daar om geschreeven gesteld door salim: sandere daar 216 /daar onder :/ quod attestor / getekend:/ C: G Baum „gaaten seCs /:onderstond:/ Accordeert /was„ „getekend:/ I„b Van Haak, Eg: klerk Anotdient J a Wwijk Copia Vard 2 257 Relaas, gegeven door Thepoor en oe„ „long, de eerste Capitaijn ende andere Luytenant van eene op Riouw bescheij„ „den geweest zinde Compagnie Inland„ „sche Militairen De gemelde Thepoor en oelong relateeren ieder afson¬ „derlyk, op de aan elk van hun gedaane vraagen rela¬ „tief tot verhaal Eerstelyk, Capitain Thepoor alleen Dat de Resident te Riouw Ruhde hem Relatant, benevens Capitaijn salim sandere, op den 12e Maij laastleeden naar den sulthan gesonden hadt, met last denselven voor te houden, dat de valigheid en het behoud der Negorij gansch en alleen afhung van het indringen des vyands door troasan Riouw te te beletten, dat het derhalven ten hoogsten nood„ „zaaklyk was, en de Resident versoeken liet, dat zyne Hoogheid die spruit voor alle dingen op het best mogelyk geliefde te laaten bewaaken, en te „gen gaan dat de daar in leggende dammen geopend, mitsgaders ten dien eijnde wel gearmeerde vaartuigen bij den ingangk dier spruijt aan de binnen zijde der dammen geplaatst wierden Dat Copia Var 2 Dat de sulthan die de Rijksraaden bij zig hadt gehad, toen tot antwoord hadt gegeven, het is goed dat u hier komt want wij zijn vergadert om te deliberee„ „ren hoe de vyand best tegen gegaan kan worden en wilden op dit ogenblik als naar den Resident gezonden hebben zoo dientwegen als ter erlanging van een Compe vaartuig en Eenige manschappen, dat capitaijn salim sandera op de daar toe bekoo„ „men order van den Resident hadt gerapliceerd, dat die assistentie niet konde verleend worden, dewijl men zig daar door te veel verzwakken en buijten staat stellen zoude om den vyand, wanneer hy door de rivier kwam ter aanranding van Comp:s fortres „sen, genoegsaam te kunnen resisteeren; dat de sulthan hier op hadt geduploceerd, het is zeer goed dat de Resident vertrouwen in ons steld, wij zullen derhalven ook ons uitterst best doen om het binnen komen der vyanden door troesan Riouw te ver„ hinderen, dog wij hebben geen genoegzaam buskreid en versreken daar meede geriefd te worden; en dat zij, na dat Capitain salim sandere hadt be„ „loofd gehad van dit versoek aan den Resident te zullen voordraagen hun afscheid hadden genoo„ „nea 219 Ten tweede, beijde de Relatanten confonantelyk Dat zij, Capitaijn salim sandere en andere toen de Resident Ruhde C:s: naar boord voeren, hun ge volgd, tot over het midden van het lighaam in het water geloopen, dog geen eene praauwe vinden de, in hoope dat de vertrokken praauw te rug zoude komen, naar het fort gekeerd, en bij hun komste in het zelve ook de solokkers met hunne gan„ „sche Magt daar binnen gekomen waren mitsga „dens alle de Bezettelingen die zij konden vinden gemassacreerd hadden; dat zij Relatanten Capi„ „tain salim Sandere, sergeant Belling zes ge„ „meene Europesche soldaten, benevens Eenige Si„ „pais en verscheijden andere Inlandsche krygers op zekere plaats binnen het fort post gevat, daar het in de Lugt springen van het buskruid, bomben en'z gesien en gehoord, mitsgaders deese hunne stand „plaats gehouden hadden tot tegen het aanbreeken van den dag, wanneer de Poloksche Prins Radja Moeda met zyne eerst om te rooven en te plun„ „deeren door het gansche fort verspreyde, dog toen weder vergaderde manschappen by hun Lieden „men gekomen Copia Van 2 0
English
had come and told them that they must surrender and that the Europeans must become Mohammedans, or else upon the slightest further resistance they would all together be children of death; that because no resistance could any longer be of any avail, they had therefore submitted to the Prince of Solok; that during the night and the following morning, all the Riouwers had stood under arms outside the fort, and after the rising of the sun some of them had also entered it; that the relators, having been disarmed, together with Captain Salem Sandere were brought to the Sultan, who was then on a vessel lying near Poeloe Waijang, and who sent them to a penjajap to Minister Radja Foea who was aboard it, who subsequently placed them individually with three different Malays in their houses and had them very closely guarded there; whereby, and because they were not even permitted to speak with any persons outside the rented house, it had become impossible for them to obtain any information concerning the opening of the strait Troesan Riouw, the bringing of the Solokkers into Riouw, their summoning thither, as Dain Tappra had declared in their hearing to Resident Ruhde, and other such secrets. That they nevertheless had heard indirectly that the discord among the Regents and the fear of the arrival of a Company's war fleet for the recapture of Riouw were the reasons why the Sultan and his ministers, as well as the inhabitants, had abandoned this island after the departure of the Solokkers. That on the Friday after the abandonment of the Company's fort at Riouw, being the 18th of May last, the Sultan, together with the Solok Princes, had held a ceremonial thanksgiving service in the temple, and after that had given a feast of joy to all persons of distinction, both Solok and Riouw. In conclusion, the relators declared that what they had answered or declared herein was the pure and upright truth, and contained all that was known and noteworthy to them. Thus done at Malacca, the 19th of July, 1787. Beneath stood: Some Malay characters and written around them: drawn up by Thepoon and Oelang. Lower stood: Which I attest. Signed: C. G. Baumgarten, Secretary. Beneath stood: Agrees. Was signed: J. B. van Haack, Sworn Clerk. Agrees: J. D. Strijk. Report given by two Malays residing here and sent out on reconnaissance, and a Chinese named Ki-et. The three persons mentioned in the heading relate: That they arrived at Riouw on the 18th of the current month, and had found there a sloop and a pantjalling recently entered there from Samarang and laden with salt and other small goods; that all the Malays and Rayats had departed from there, and that most of the Chinese had left Riouw; that Sultan Machmoet, with the bulk of the inhabitants, had retreated to the island of Lingen, Radja Toea to Johoor, and Radja Bendahara to Pahan, but that the last-named, after having brought his women to Pahan, had betaken himself to the King at Lingen; but that Radja Tommogon remains at Straat Sekiela, from where he sends his Panglima on piracy, just as they met him on their journey and spoke with that pirate, pretending that they wished to go to the Sultan at Riouw; that upon their arrival there, they had found the Chinese Hoe-a, Captain of the Cantonese Chinese, who recounted to them that he had remained there with about three thousand souls of his nation, that the remaining had partly departed for China, and others had betaken themselves hither and thither. That the King and grandees of the realm abandoned Riouw out of fear of the Company, and that the Solokkers captured two vessels belonging to Sultan Machmoet, laden with rice and coming from Rette; that 27 proas of those pirates are staying near the false Dryvens Island, from where they can see all vessels coming from the south and wishing to come hither without being discovered by them, and that they have pitched some huts there. That an English ship arriving from here reached Riouw at the same time as them, whose Captain, having gone ashore, sold a quantity of opium to Captain Hoe-a and provided himself with some poultry; that the said Captain had inquired of the relators where those Riouw rulers had gone and whether the Dutch Company would re-establish itself there; to which they had served in reply that the Johore grandees had retreated to Lingen, Johoor, and Pahan, and that they were of the opinion that the Dutch Company would shortly take possession of Riouw again. Herewith ending their account. Malacca, the 24th of July, 1787. Signed: D. Ruhde. Beneath stood: Agrees. Was signed: J. B. van Haak, Sworn Clerk. Agrees: J. D. Strijk. Report given by the Chinese Tan Sie, residing at Riouw and arrived from there today. The said Chinese relates: That fifty days ago, being the 29th of June of this year, he had arrived at Riouw with a sloop from Samarang, and had found there an English ship, whose Captain sold rice and opium to the inhabitants at Riouw, and also inquired of the Captain of the Chinese, who was still there, concerning the place where the Sultan and the other Riouw Regents were staying. That the Captain of the Chinese had answered this question by saying that the Sultan had retreated to the island of Lingen, Radja Toea to Johor, and the other Regents elsewhere. That the English Captain had then requested that someone might be given to him to guide his ship to the dwelling place of the Sultan. That the Captain of the Chinese had at first excused himself from this, declaring that he had no one for this service, but that subsequently
Dutch transcription
gekomen was en tot hun gesegt hadt dat zij zig moesten overgeeven en de Europeaanen Mohome„ „taanen worden of dat zij bij den minsten verderen tegenstand gezamenlyk kinderen des Doods zouden weesen; dat dewijl toen geene visitentie iets meer konde baaten zy zig derhalven aan den Polokschen Prins hadden onderworpen; dat geduurende den Nagt en des Morgens daar aan alle de Riouwree¬ „sen buijten het fort onder de wapenen gestaan had„ „den, en na het opgaan der zon eenigen van hun ook binnen het zelve gekomen waren; dat zij Relatanten ontwapend zynde, benevens Capi„ „tain salem sandere gebragt waren by den sul„ „than die zig toen op een bij Poeloe waijang leggend vaartuig bevonden, en hun gesonden hadt naar een panjajab bij den zig daar op bevindende Munister Radja Foea, die hun vervolgens ieder afsonderlyk by drie onderscheyden Malegers in hun huisen geplaatst en daar zeer nauw bewaa„ „ken laaten hadt; waar door en door dien hun zelfs het spreeken met Eenige persoonen buij„ „ten hun huishuur was toegelaaten het hun onmooge „lyk geworden was eenige informatien te bekomen, van 221 van het openen der sprugt troesan Riouw, het inleijden binnen Riouw der Solakkers, hunne ontbeeding naar derwaarts, gelyk Dain Tappra aan den Resident Ruhde ten hunne aanhooren hadt verklaard, en andere diergelyke geheijmen Dat zy nogtans ter zijden gehoord hadden, dat de oneenigheid der Regenten ende vreeze voor de kom„ „ste eener Comps Oorlogsmagt ter herneeming van Riouw de reedenen waren waarom zoo wel de sulthan en zijne Min„s als de Ingeseetenen naar het vertrek der solokkers dit Eyland hadden verlaaten dat op Vrijdag na de verlaling van Comp„s fort te Riouw, zynde den 18 Maij laatst„ „leden, de sutthan benevens de solokken Scholak „sche Prinsen en Ceremonieel dankfecdt in den Tempel gehouden, en na zulks eene vreugde feest aan alle zoo soloksche als Riouwsche, per „soonen van dit distinctie gegeven hadt, Ten beslugte deeses verklaarden de Re„ „latanten dat het geene zy antwoord of in deesen verklaard hadden de zuivere en opregte waar „heid Copia Var 1 222 waarheid Mitsgaders alles wat hun bekend en aanmarkingswaardig was behelsde Aldus gedaan Malacca den 19 Iuli 1787 /:onderstondt/ Eenige Maleidsche Caracters en daarom geschreeven gesteld door Thepoon en Oe„ „lang /:Lager/ quod Attestor /:getekend/ C: G: Baumgarten sec. s /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ I„b van haack E:g: Clercq Acordeur J n Strijk arti 120 223 Relaas, gegeven door twee al„ „hier woonagtig en op kundschap uitgezonden Maleyers en een Chi„ „nees genaamd Ki-et, De in hoofde gewaagde drie persoonen rela„ „teeren. Dat zij op den 18 Courant te Riouw gear¬ „riveerd daar hadden vinden een Chialoup en een pantjalling Jongst van samarang daar binnen ge lopen en betalen met zout en andere klijnighe„ „den, dat alle de Maleijers en Rajaps van daar vertrokken waren, en dat de meeste Chineesen ri„ „ouw verlaten hadden dat sulthan Machmoet met het gros der Ingeseetenen naar het Eyland lingen, Radja Toea naar Johoor, en Radja Burd. „hara naar Pahan geweeken waren, maar dat de laastgenoemde naar zijne vrouwen te Pahan ge „bragt te hebben, zig by den koning te lingen had begeven, dog dat Radja Tommogon zig te slaat sekiela onthoud van waar hij zijn Pangliema ter zee- roof zend, gelyk zij hem op de heer reis ont„ „moet en met dien piraat gesprooken hebben, voor„ geevende dat zij naar Riouw bij den sulthan wil „den, dat bij hunne aankomst aldaar zy den Chi nees Copia Van 20 „nees Hoe- a Capitain over de Cantonsche Chi„ „neeschen daar gevonden hadden, die hun verhaalde dat hij met omtrend drie duysend koppen zyner Natie daar verbleven was dat de overige gedeelte „lyk naar China vertrokken waren ende andere zig hier en daar na toe begeeven hadden, Dat de koning en Ryksgrooten Riouw uit vreese voor de Comp:e verlaaten en dat de solockkerr twee met rijst belaaden vaartuigen van Sulthan Machmoet komende van Rette genomen hebben dat 27:e praauwen van die Rovers zig bij het val„ „sche Drivens Eyland onthouden, van waar zy alle vaartuigen die uit de zuid komen en herwaarts willen zien kunnen, zonder van haar ontdekt te worden, en dat zy daar Eenige hutten opgeslagen hebben. Dat te riouw gelyk met hun gearriveerd was een Engelsche schip komende van hier, waar van den Capitain aan Land gevaaren aan Capitain Hoe -a een parthij Amphioen verkogt en zig van wat pluijnvee voorzien heeft, dat gem: Capitain zig bij de relatanten geinformeerd had waar die Riouwsche vorsten na toe waren en of de hollandsche Comp„e zig aldaar zou retablisseeren! waar op zij in ant woord gediend haden, hebben, dat de Johorsche Grooten zig 225 Lingen, Johoor en bahan geretireerd hebben en dat zy van gedagten waaren dat de Nederlandsche Com„ „pagnie binnen korten te Riouw weder possessie neemen zou, Eijndigende hier meede hun verhaal Malacca den 24. e Julij 1787. (:getekend:/ D Rutde /:onderstond:/ Accordeert /: was geteekend:/ I:b van Haak E:g: Clerq: accordeert J Dna Srijk 1. Copia Van 20 i erd 226 Relaas gegeven door den op Riouw woonagtig en op heden van daar gearriveerde Chinees Tan sie De gemelde Chinees relateerd; Dat hij nu vijftig dagen geleden, zijnde den 29e Iuni deeses Jaars, met een sloep van samarang op Riouw was gearriveerd en daar gevonden hadt een Engelsch schip, welks Capitaijn aan de Inwooners te Riouw ryst en amfioen verkogte, mitsgaders by den nog ginder, zijnde capitain der Chineeschen zeg ge informeerdt hadt naar de plaats waar de sulthan en verdere riouwsche regenten zig onthielden; Dat de Capitain der Cheneeschen deese vrange hadt beantwoordt met het zeggen dat de sulthan naar Eyland lingen, Radja Toea naaa Johor ende oderige Regenten nadr elders geweeken waren Dat de Engelsch Capitaijn toen versogt hadt, dat hem iemand gegeven mogte worden die zijn schip Plaats naar de verblijf des salthans geleide, Dat de capitain der chineeschen zig eerst daar van geexcuseert hadt, onder verklaring van niemand tot deesen dienst te hebben, dag dat ver „volgens Copia Var 1
English
pursuant to the promise of the English Captain to pay for it, a Chinese was delivered to him and he also departed with his ship, That now twenty days ago or on the 30th of July, eight Sulu vessels had entered Riouw and had plundered clean both the sloop with which he the deponent had returned from Samarang, and another vessel that had arrived from Java at Riouw, as well as the empty vessels having been taken into possession by Radja Tommogon, though they were ransomed by their Nachodas for the payment of four hundred Spanish reals, And that the said eight Sulu vessels subsequently departed again from Riouw with their booty, but Radja Tommogong still lay before the river of Riouw with seven penjajaps, came ashore during the day and returned again in the evening to one of these vessels of his: Thus done Malacca the 10th of August 1787. underneath stood: a Chinese Mark, and written around it: placed by the deponent, lower: which 228 which I attest signed: C: G: Baumgarten, secretary underneath stood: Agreed: was signed: I:b van Haak, first clerk: Agreed J. V. van Hrijt Copy Vari 12 26 W: P:s Keegel JsC Examined arle 20 Examined W:m J:s Keegel JS garl 20 Examined W:m J:s Keegel garte Copy 43 Copy Secret and Separate Letters, likewise Enclosures from Amboina for the Netherlands Papers belonging to the Second Secret Incoming Letter Book Transmitted 1789 3 3 O Register of such Secret and separate Letters and Enclosures from Ambon, as written in large format in the bundle for the Netherlands, are now being dispatched to Batavia with the Pantjalling Delft. Secret dispatch by Governor Johan Adam Schilling and Council to Their High Noble Excellencies dated the 27th of this month, see page 1 to 4. Separate ditto written by the said Schilling alone to the same dated today, see 5 to 11. Secret Resolution taken in the Council of Policy under date 15 August last, 13 to 16. Incoming Register of such Secret and separate Letters and Enclosures from Ambon, as written in large format in the bundle for the Netherlands, are now being dispatched to Batavia with the Pantjalling Delft. namely: Secret dispatch by Governor Johan Adam Schilling and Council to Their High Noble Excellencies dated the 27th of this month, see page 1 to 4. Secret Resolution taken in the Council of Policy under date 15 August last, 13 to 16. Separate ditto written by the said Schilling alone to the same dated today, see 5 to 13. Incoming 1 Incoming Separate letter from the Banda Governor Haga, dated 28 May last, see pages 17 to 22. A declaration of the Native Christians Petrus and Johannes, dated 23 April, see 28 to 30. From the Orang Kaya of Wammer, Coenraad Abraham Schipion, dated 14 May 17th folio 23 to 28. From the Burgher David Gerrets, dated 15 May, see 22 to 23. Incoming further separate letter from the aforesaid Banda Governor Haga, dated 20 August last, 31 to 32. Declaration of Pieter Mattheus of the 25th of June, see 34 to 38. Ditto Pieter Poeta dated as above, 38 to 42. Ditto Iacobus Martinus dated as above, 42 to 46. Declaration Ditto Ditto Declaration of Andries Comans of the date 5 June prior, see 46 to 48. Report of the Fiscal B: van der Walle dated 30 July of this year, 33 to 34. Outgoing Letters to the Neighboring Governments of Banda and Ternate, dated 16 August and 8th of this month, see 49 to 55. Circular Letter to the Offices of Saparoea, Hila, Laricque, and Haroekoe, dated 2nd of this month, 57 to 58. Memoir of the present state in Amboina left behind by the Honorable Sir Extraordinary Councillor of the Dutch Indies and Governor and Director of this Province to his Honorable successor Johan Adam Schilling, dated 22. 8 Report of the Commissioners for the receipt of the nutmegs and Mace, dated the 23rd of this month, see pages 61 to 62. Amboina in the Castle Nieuw Victoria, the 27th of September 1788. Arie Coomans. First Clerk. dated the 10th of April last. Secret. 13. Friday the 15th of August, the year 1788. In the morning at nine o'clock. Meeting of Policy; absent the Chiefs of Hila, Haroeko, and Laricque, with the Major and Commander of the Militia Johan Ulrich Schneider, the latter due to indisposition. After concluding the ordinary business mentioned in the general resolution of today, the Governor informed the members that the Banda Governor Haga, besides the departed Honorable Governor de Bock, in a separate letter dated 28 May last, had among other things communicated how no use could be made of the detachment of soldiers dispatched thither in October past for the recapture of the overrun post at Aroe, on account of various impediments detailed at length therein, with a request, since Banda alone cannot provide what is required for an enterprise against Aroe, to be further assisted in the month of November with eight to ten armed cruising orembaais and a further 40 soldiers distributed among those vessels; as well as, if possible, covered by a pantjalling; judging that if those vessels and men arrived there in the aforesaid month of November, they, joined with the vessels and arms there and dispatched to Aroe at the break of the west monsoon under a capable fleet commander, could be of double service, since after a successful outcome and operation at Aroe, that small fleet could return with the first easterly winds and pay a suitable and significant visit in passing to Goram, and could make the necessary arrangements according to the commands and orders from here, with mutual consultation between the delegates from here and Banda, for the general interest of both Provinces. That, since the Banda Governor had nevertheless left this all to His Honor's judgment, with an earnest request for his thoughts
Dutch transcription
. „volgens op de belofte van den Engelschen Capitain van daar voor te zullen betaalen, aan hem een Chi„ „nees besorgt en ook met zijn schip vertrokken was, Dat nu twintig dagen geleden of op den 30e Iuli agt soloksche vaartuigen binnen Riouw ge„ „komen waren en zo wel de sloep waar mede hij Relatant van samarang te rug gekomen was, als nog een ander van Java op Riouw gearriveerd. vaar„ „tuig, ledig geplonderd hadden, mitsgaders de ladige vaartuigen door Radja Tommogen in bezit genoo„ „men, dag door derselver Nachodas tegen betaling van vier honderd sp:s realen gerantzioneerd waren, En dat de gemelde agt Soloksche vaartuigen ver¬ „volgens met hunne buit weder van Riouw vertrok„ „„ken waren, dog Radja Tommogong met zeven pan„ „jajabs nog voor de revier van Riouw lag, over dag aan land kedam en s'avonds weder naar een van deese zyne vaartuigen vertrok: Aldus gedaan Malacca den 10:e Augustus 1787. /:onderstond:/ een Chineese Merkje, en daarom geschree„ ven gesteld door den Relatant sue /lager/ quod . 228 quod Attestor /:getekend.:/ C: G: Baumgarten, sec:s /:onderstond/ Accordeert.:/ was getekend/ I:b van Haak E:g: Clerq: Accordeur J V: an Hrijt Copia Vari 12 26 W: P=s Keegel JsC Nagezien arle 20 Nagezien W:m J=s Keegel JS garl 20 Nagezien W:m J=s Keegel garte Copia 43 Copia Sicreede en Aparte Brieven item Bijlagen van Amboina voor Niederland Beslagen gehoorende tot het Tweede Secreet Ink: Bresboek Overgekomen 1789 3 3 O Register van zodanige Secreete en aparte Brieven ten Bylaagen van Ambon, als in de bondel voor Neederland op groot Cormaat geschre ven, thans na Batavia afgezonden worden met de Pantjalling Delft. Secreete missive door den Gouverneur Johan Adam Schilling en Raad aan Hunne Hoog Edelhedens gedateerd den 27 deezer vide p:a 1 tot ƒ 4. Aparte d=o door gem: schilling„ alleen geschreeven aan als even gedateerd op heden vide „ 5 „ 11. Secreete Resolutie genoomen in„ Rade van Politie sub dato 15 Aug I: l „ 13 „ 16. Aankomende & Register van zodanige Secreete en aparte Brieven ten Bylaagen van Ambon, als in de bondel voor Neederland op groot Cormaat geschre ven, thans na Batavia afgezonden worden met de Pantjalling Delft. als: Secreete missive door den Gouverneur Johan Adam Schilling en Raad aan Hunne Hoog Edelhedens gedateerd den 27 deezer vide p:r 1 tot ƒ 4. Secreete Resolutie genoomen in Rade van Politie sub „ 13 „ 16. dato 15 Aug I:l Aparte d=o door gem: schilling„ alleen geschreeven aan als even gedateerd op heden vide „ 5 „ 13. Aankomende 1 Aan komende Aparte van den Bandas Gouverneur Haga in dato 28 Meij l:l: vide p:s 17. to 22. Een verklaring van de Inlands chris „ten Petrus en Johannes in dato 23 April, vide „ 28„ 30. van den Orangkaag van wammer Coenraad Abra„ „ham Schipion in dato 14 Mei 17de fo 23 „ 28. van den Burger David Gerrets in dato 15 Mey vide - - - - 22„ 23. Aankoomende nadere apartebrief van voorsch Bandas Gou„ verneur Haga, gedat:d 20 August:s I: l=t 31: 32. verklaring van Pieter Mattheus van den 25 Juny vide 34„ 38. gt D„ Pieter Poeta ged=t als even - - - . . . . 38: 42: „ Iacobus Martinus gedat als even. . . . 42:46. verklaaring D D Verklaaring van Andries Comans de dato 5. Iuny bevo„ rens - - - - - - - vide 46 tot 48. p fiscaal B: van der Berigt van den walle gedateerd 30, Iuly H:r a - - - „ 33„ 34 Afgaande Brieven na de Nabuurige Gouvernementen Banda en Ternaten in dato 16: Augusts en 8: dezer. . . vide „49„55. Circulaire Brief na de Comp„ toiren Saparoea Nila Laricque en Haroekoe in dato 2 dezer. . . . . „ 57:58. Memorie van den teegenwoordigen staat in Amboina nagelaten door den welEd gestr: Heer Raad extraord: van Ne„ derlands Jndie mits gaders Gouverneur en Directeur dezer Provin„ tie aan zyn Ede vervan„ „ger Johan Adam Schilling gedateerd 22. 8 Berigt der Gecommitteerden tot den ontvang der noote mus schaaten en Foely gedateerd den 23 dezer. vide p:o 61 l 62. Amboina in het Casteel nieuw victoria den 27 September 1788. Arie Coomans. Eerste gezaklert. gedateerd den 10: 0 April L: L: secreet. 13. Vrijdag den 15: Augustus A:o 1788. S morgens te Neegen uuren Vergadering van Politie; absent de Hoofden van Hila, Haroeko en Laricque met den Majoor en Hoofd der Militie Johan Ulrich Schneider de laatste mits in dispositie— Na het afhandelen der ordinaire zaken bij de gemeene resolutie van heden vermeld, gaf den Heer Gouverneur de leden te kennen dat den Heer Ban„ „das Gouverneur Haga zijn Ed: nevens den afgegaane Ed: Heer Gouverneur de Bock bij een aparte brief ged=t 28: Maij laastleeden, onder anderen had bedeeld hoe van het in 8=o p=o na derwaards afgezondene Commando Militairen ter herovering van de afgelopene post te Aroe geen gebruik heeft kunnen worden gemaakt uit Hoofde van verscheidene impedementen daar bij in 't breede getailleert, met verzoek wijl Banda alleen het vereijscht niet uitlee„ „veren kan tot een onderneeming op Aroe, om in de Maand November „nader geadsisteerd te mogen worden met agt â thien gearmeerde kruis orembaijen en nog 40: Militairen op die vaartuigen verdeeld; mitsg=s als het wezen konde gedekt door een pantjalling; als oordeelende wanneer die vaarthuigen en Manschappen in de voorsz Maand November aldaar aankwamen, zij geconjungeert met de vaarthuigen en wapenen aldaar met de door brake der west mousson na Aroe onder een bekwaam vloot hoofd afgezonden werdende van dubbelden dienst konden wezen, dewijl na een gelukkige uitslag en verrigting de Aroe dat vlootje met de eerste Oostelijke winden retourneeren en Goram en passant een geschikt en aanzienlijk bezoek geeven en uit de beveelen en ordres van hier met wederzijds overleg der afgevaardigde van hier en Banda de nodige bestelling doen konde tot een algemeen belang voor beide de Provintien — Dat vermits den Heer Bandas Gouverneur egter dit een en ander aan het oordeel van zijn Ed: had overgelaten met instantie om met deszelfs gedagten
English
14 thoughts and intentions regarding this might be communicated as quickly and securely as possible, His Honour had long been contemplating means to assist the Governor of Banda to the utmost of his ability so that the undertaking to be carried out at Aroe might have a desired outcome, without having found an opportunity until now to inform His Right Honourable of that intention on account of the fierce east and south-east winds endured since then; That, however, since those winds have noticeably decreased in strength for several days and give hope of now being able to dispatch letters to Banda via Ceram, His Honour accordingly deemed it time to inform the Governor of Banda of the intended assistance, without specifying as yet what it shall properly consist of, much less in what manner the guilty Gorammers ought to be brought to their duty, judging that this could best take place during the hongi expedition to be conducted around Ceram at a mutual meeting at Keffing, Poelo Gisser, or Goram, to which His Honour would therefore invite the Governor of Banda; but that, because the garrison of this castle currently amounts to no more than 340 common military men, whereas according to the memorandum of management 400 men are stipulated and required both for the garrisoning of the guards within this castle and the subordinate posts, and furthermore the subordinate stations require much more reinforcement than reduction, it was highly necessary, in order to be able to provide Banda with some worthwhile assistance from here, that at least the requested 40 men be recruited to supplement the missing number; this necessity having been recognized, it was approved and resolved to accept 40 men from the soldiers discharged into the burgher class in the year 1786 into the service of the Honourable Company at 9 guilders per month, and to commission from the midst of this assembly for this purpose the members Hogerwaard and Bourghelles, assisted by Captain van Guericke and Captain Lieutenant Ostrousky; It furthermore having been indicated by the aforementioned Governor that, whereas by secret resolution of 28 February last and in obedience to the explicit charge and order of Their High Honours it had already been resolved to fell the number of fruit-bearing clove trees found in the datijs exceeding that of the previous year whenever they exceed the stipulated 50 trees, and thus to prevent half-grown 15 trees from increasing the fruit-bearing trees, His Honour deemed the time for this now to have arrived, not only because the rainy monsoon must now be considered to have ended, but also because most of the clove registers have already come in, and from that of Saparoua it appears all too clearly to what the large clove harvest there must be attributed, since according to that register alone at Saparoua there were found more fruit-bearing trees in the respective datijs than the regulation permits: 4141 trees, and at Nussalaut as many as 13471 trees, or together a considerable number of 17612 trees, not counting the tatanamangs, of which no mention is made in that clove register, but whose number will presumably far exceed the aforementioned; That, since too much depended on the execution of the aforesaid resolution to leave it solely to the ordinary clove commissioners and clove registrars, His Honour deemed it necessary that the heads of the respective clove-producing stations be placed at the head of this commission as being best able to clear away immediately the difficulties that might arise over it, with orders on that occasion to simultaneously conduct an investigation into the tatanamangs, or private plantations, which the native covertly cultivates outside the datij trees to the noticeable detriment of the Honourable Company, whose true interests at present lie in ensuring that in a datij particularly no more, but certainly fewer, than 50 fruit-bearing trees are found; for His Honour had to attest that, despite the best promises in compliance with the secret resolution of 28 February last, he has until now been unable to find or persuade anyone who has been willing to undertake to provide His Honour in secret with a true account of the tatanamangs that exist and are found in the respective outer stations, surely out of fear of their countrymen as well as because this work cannot well be done by a person without power and authority; the members, having maturely considered both of these proposals and finding them best suited to fulfill the true objective of Their High Honours' esteemed order contained in the secret missive of 18 December of the past year; Thus, in conformity therewith, it was approved and resolved to write to and charge the heads of Saparoua, Hila, Laricque, and Haroeko, and assisted by
Dutch transcription
14 gedagten en intentie daar omtrent zo spoedig en secuur als het zijn kon ge„ „muinieerd te mogen worden, zijn Ed: al voor lange op middelen bedagt was geweest om de Heer Bandas Gouverneur na uitterste vermogen te advistee„ „ren ten einde de te doene onderneeming op Aroe van een gewenschten uitslag moge wezen, zonder tot hier toe gelegenheid gevonden te hebben om zijn Ed: Achtb: van dat voornemen kennis te geeven mits de zeedert doorgestaan hebbende felle ooste en zuid ooste winden — Dat dewijl die winden egter zeedert eenige dagen merkelijk in kragten afgeno„ „men zijn en hope geeven om als nu brieven over Ceram na Banda te kunnen afzenden, zijn Ed het mitsdien tijd oordeelde te wezen om de Heer Bandas Gouverneur van de voorgenomen adsistentie kennis te geeven zonder bepaling nogtans waarin dezelve digentlijk bestaan zal veel min op welke wijse de straf„ „schuldige Gorammers tot hunnen pligt gebragt behoren te worden als oor de„ „lende dat zulx best geschieden konde onder de te doene Hongij visite rondom Ceram een onderlinge tezamenkomst te Keffing P=lo Gisser of goram waar toe zijn Ed de Heer Bandas Gouverneur derhalven zoude uitnodigen; edog dat vermits het Guarnisoen dezes Casteels op heeden niet meer dan 340: koppen gemeene militairen bedraagd daar er nogtans bij de memorie van Menagie zo voor de bezetting der wagten binnen dit Casteel als onder„ „horige posten 400: man bepaald zijn en vereischt worden mitsg=s de Iu„ balterne Comptoiren ook veel meer versterking als vermindering nodig heb„ „ben, het hoogst noodzakelijk was om Banda eenige naamwaardige hulpe van hier te kunnen bezorgen, dat er ten minsten de gevraagde 40: koppen tot supplement van 't manqueerende getal aangeworven wierden; zo is de noodzakelijkheid hier van ingezien zijnde goedgevonden en verstaan van de in A=o 1786: afgedankte soldaten Burgers in dienst der Ed: Comp:e aan te neemen 40: man tegens ƒ 9: p=r maand en daar toe uit het midden deezer vergadering te Committeeren de Leden Hogerwaard en Bourghelles geadsisteerd door den Capitain van Guericks en Capitain Lieutenant Ostrouskij — Door welmelde Heer Gouverneur wijders te kennen gegeven zijnde dat dewijl bij secrete Resolutie van den 28: Febr: laastleeden, en obedientie Hunner Hoog Edelhedens uitdrukkelijke last en bevel bereets besloten was om het getal der vrugtdragende Nagulbomen, die in de datijt meerder gevonden worden, als het vorige Iaar, wanneer die excedeeren de bepaalde 50: stuks, te doen omvellen en alzo te prevenieeren dat geene halfwassene De 1/5 De vrugtdragende boomen vermeerderen, zijn Ed: vermeende de tijd daar toe thans gebooren te zijn, vermits de reegen Mousson als nu voor g'endigt ge„ „houden. moeste worden niet alleen maar ook om dat de meeste Nagulbeschrijvingen reets ingekomen zijn, en uit die van Saparoua maar meer dan alte klaar „bloek waar aan de groote Nagel oogst aldaar moet toegeschreeven worden na„ „dien volgens die beschrijving alleen te saparoua meer vrugtdragende bomen in de respective datijs gevonden waren als de bepaling toelaat 4141: p:s en te Nussalaut wel 13471: „ of te zamen een aanzienlijk nommer van 17612: p=s, ongereekent de Tatanamangs, waar van bij die Nagulbeschrijving niets gemeld word, dog wier getal dat der evengemelde presumtivelyk verre te boven zal gaan — Dat nademaal aan de uitvoering van voorsz: besluit te veel gelegen was om dezelve eenlijk te laten aankomen op de ord=e Nagul gecommitteerdens en Nagul beschrijvers, zijn Ed: nodig oordeelde dat aan 't Hoofd dies Commis„ „sie geplaatst wierden de Hoofden der respective Nagul gevende Comptoiren als best in staat zijnde om de swarigheeden die daar over ontsaan mogen, ten eersten uit den weg te kunnen ruimen, met last om bij die occagie te gelijk onderzoek te doen na de Tatanamangs of particuliere aanplantingen welke den Jnlander op een bedekte wijse buiten de datij bomen Cultiveerd tot merkelijk nadeel der Ed Comp=e wier ware belangen daar in tegenswoor„ „dig opgesloten legt dat in een datij voor al niet meer maar wel minder dan 50: vrugtdragende bomen gevonden worden alzo zijn Ed: betuigen moeste in weerwil van de beste beloften ter voldoening aan 't secreet besluit van den 28: febr: L: L. tot nog toe niemand te hebben kunnen vinden nog persuadee„ „ren die op zig heeft willen nemen om zijn Ed: in secretesse een ware opgave te doen van de Tatanamangs welke op de respective buiten Comtoiren in wezen zijn en gevonden worden, zeekerlijk zo uitvreese voor hunne lands„ „genoten als om dat dit werk niet wel mogelijk door een perzoon zonder magt en gezag te doen is; De Leeden deze beide voorstellen rypelijk overwogens hebbende en best geschikt vindende om aan 't ware oog„ „merk Hunner Hoog Edelhedens g'eerde rdre vervat bij secreete Missive van den 18: xber A=o p=r te voldoen; zo is Conform dezelve goedgevonden en verstaan de Hoofden van Saparoua rila, Laricque en Haroeko aan te schrijven en te gelasten, en geadsisteerd van
English
by one or two of the most suitable persons to be found among them, besides the ordinary clove writer, to have the fruit-bearing clove trees that are found in the datis of the negorijs subordinate to them in excess of the set number of 50 pieces cut down, and to have a start made therewith as soon as possible, and on that occasion also to carry out a meticulous investigation into the private plantings of the native, and to draw up an accurate list thereof with notes of the fruit-bearing, half-grown, and young trees, as well as in which datis and soas or hamlets they are cultivated. While upon his Honor's further proposal it was moreover resolved to order the heads of the aforesaid stations of Saparoua, Hila, Laricque, and Haroeko not only to investigate whether the private plantings of the native chiefs and elders who have been demoted from their posts, dismissed, or deceased since the year 1784 have been extirpated, but also, upon finding that this is not so or that it was neglected, to likewise eradicate them then, as well as all the clove trees that will be found in the extinct and, owing to the shortage of people, impossible-to-replenish datis linjap, as being very likely capable of contributing somewhat to the reduction of the present number of those spice trees. And in order to be assured that all this is done with the requisite fidelity, it has furthermore been decreed upon the proposal of the aforesaid Lord Governor to have the aforesaid heads confirm under oath their reports to be submitted in this regard, and to give prior notice thereof. Below stood: Thus done and resolved in Amboina in the Castle Nieuw Victoria, date as above. Was signed: I: M: Schilling, B: Smissaert, D: F: Blondeel, J: Hogerwaard, W: J: de Bourghelles, L: v: Pperen, F: L: Brust, and J: D: v: Clootwijk. Agrees, Arie Coomans First Sworn Clerk. Amboina To the Honorable, Stern, Highly Respected Gentlemen Adriaan de Bock, Extraordinary Councillor of the Dutch East Indies, as well as outgoing, and Joan Adam Schilling, incoming Governors and Directors there. Honorable, Stern, Highly Respected Gentlemen, The separate letters of the 22nd of March, 19th of July, 8th of October, and 12th of December of the past year, with which the Honorable, Stern, Highly Respected Lord de Bock has been pleased to honor me, having, with the exception of the last two, met with the same adverse fate in delivery as the ordinary ones, I shall respectfully answer them on this occasion; wherein in the first place I humbly give thanks for the readiness promptly displayed in assisting with sixty soldiers under one officer and the necessary non-commissioned officers to reinforce the garrison here, which is much too weak for any undertaking abroad and especially to the remote Aroe. To this Aroe I made reference in my humble letter of the 28th of April of the past year. And the intention was to visit the same with all the pantjallangs and small craft that Banda could deliver and man, but the internal condition required first the arrival of the ships, for which the enterprise, but by no means the trade, could wait, since some burghers came forward with the strongest and repeated requests to depart with their vessels to Aroe and conduct trade, and I, less at ease than they, although they were acquainted there, procured a resolution to let them depart according to their desire, under convoy of two well-manned and armed vessels, a sloop and a pantjallang, reinforced with 20 soldiers of the detachment, who were not to make the slightest movement but merely facilitate the trade, until the remaining vessels with crew and a commander of the fleet should follow later, unite, and an Aroese orang kaya who was also sent along would meanwhile visit and attract the Alfurs in the interior; but the arrival of the last two ships was delayed so unusually long that it caused anxiety and forced one to keep small craft at hand to look elsewhere for assistance with necessities, and the ships arrived when Aroe was no longer accessible by heading, just as a few days thereafter the convoy returned, which had encountered and fought there against a fleet of fifty-six vessels, after they had observed a vessel near the land of Wockum a few days before and, wishing to ascertain what it was with three small orembays, were ambushed from the river of Wockum by an enemy fleet and lost one of them, the crew whereof, including a corporal with eight ordinary soldiers, jumped prematurely overboard, drowned, and are missing, in a situation in which they could have sought their safety just as easily as their mates, toward the vessels whither the current
Dutch transcription
16. van een of twee der geschiktste perzoonen dewelke bij hen te vinden zijn buiten den ord=e nagelschrijver, de vrugtdragende Nagulibomen, die in de datijs der on„ hun sorteerende Negorijen gevonden werden boven 't bepaalde getal van 50: stuks, te doen omvellen en daar mede zo spoedig mogelijk een begin te laten maken en bij die gelegenheid dan ook een naeuwkeurig onderzoek te doen na de particuliere aanplantingen van den Jnlander en daar van een accurate lijst te formeeren met notitie der vrugtdragende, half„ „wassene en Jonge bomen mitsg=s in welke datijs en soas of gehugten dezelve ge„ cultiveerd worden. Terwijl op zijn Ed: verderen voorstel nog besloten wierden de Hoofden der voorsz Comptoiren Saparoua, Hila, Laricque en Haroeko te ordonneeren om niet alleen te onderzoeken of de Particuliere aanplantingen der Jnlandse hoofden en oudstens welke zeedert ao 1784: uit hunne posten gedimoveerd, ontslagen of overleden zijn, g'extirpeerd zijn, maar ook om bij bevinding van neem of dat zulx verzuimd is, om dezelve als dan mede uit te roeijen gelijk ook alle de na„ „gulbomen welke in de uitgestorvene en mits de swackheid aan volk, niet mogelijk te vervullen zijnde datijs Linjap te vinden zullen wezen als veel ligt nog al iets kunnende toebrengen ter vermindering van 't presente getal dier spe„ „cerij bomen. — En om verzekerd te wezen dat dit een en ander met de vereischte trouwe geschie„ „de, is al wijders op de propositie van welmelde Heer Gouverneur gearres„ „teerd de voorsz hoofden hunne dieswegen in te diene rapporten met eede te doen bekragtigen en daar van prealabel kennis te geeven. — /:onderstond.:/ Aldus Gedaan en Geresolveerd te Amboina in 't Casteel Nieuw victoria dato voorsz /:was geteekend:/ I: M: Schilling, B: Smissaert, D: f: Blondeel, J: Hogerwaard, w: J: de Bourghelles, L: v: Pperen, F: L: Brust en J: D: v: Clootwijk — Accordeert Arie Coomans ¶Eerste gezuktert. Amboina 17. Aan de wel Edele, Gestrenge, Groot Achtbaare Heeren Adriaan de Boek Raad Extra ordinair van Nederlands Indie mitsgaders, afgaande Joan Adam Schilling Aankomende Gouverneurs en Directeurs aldaar WelEdele Gestrenge, Groot Achtb: Heeren De aparte brieven van den 22. Maart, 19 Julij, 8: october, en 12. De„ „cember des gepasseerden Jaars, waar mede den WelEdelen Gestren„ „gen Groot Achtbaren Heer de Bock mij heeft gelieven te vereeren, met uitsondering der twee laaste, het selve tegenspoedig lot in de bestelling ontmoet hebbende als de gemeene, zal ik deselve bij deese geleegentheid eerbiedig b'antwoorden; hoedanig in de eerste plaats oodmoedig danksegge voor de daadelijk betoonde be„ „reidwaardigheid in de adsistentie met sestig Militairen onder een officier en de nodige onder officiers ter versterking van het hier tot eenige onderneeming na buiten en speciaal na het afgelege Aroe veel te swacke guarnisoen, van dit Aroe hebbe ik bij mij„ „ne nedrige van den 28:e april anno passato een aanhaaling ge„ „daan En 18 „daan, de intentie was om het selve te besoeken met alle de Pantjallings in het klein vaartuijg dat Banda afleeveren en bemannen konde, maar de inwendige toestand vorderde alvorens de komste der scheepen waar „na de onderneming, dog geensints de Negotie wagten kond, in wegen eenige Burgers uitkwamen met de sterkste en herhaalde aansoeken om met hunne vaartuigen na Aroe te vertrecken en den handel te drijven en ik minder gerust dan zijlieden of schoonse daar bekend waaren, een be„ „sluit bezorgde om dezelve na het verlangen te laten vertrecken, onder Convoij van twee wel bemande en g'armeerde vaartuigen Een Chialoup en een Pantjalling versterkt met 20: Militairen van het Commando„ die geen de minste beweeging maken maar slegts den Handel faci„ „liteeren moesten, dot dat nader de overige vaartuigen met volk en een Hoofd over de vloot volgen, zich vereenigen en een Aroeneese orang „kaij die meede gezonden wierd intusschen de Alphoeren in het Land besoeken en trecken zoude; dan de komst der twee laaste scheepen hielde zo ongemeen lang aan, dat het bekommering veroorzaakt en bedagt moest doen zijn om klein =vaartuig aan handen te houden voor het uitzien na elders op adsistentie met noodwendigheeden en de schepen arriveerden toen Aroe niet meer te besteevenen was, gelijk ook weinige dagen daar aan het Convoij actourneerde, dat aldaar ont„ „moet en geslagen hadde tegens een vloot van ses en vijftig, vaar„ „tuigen, na datse weinige dagen te voren onder het land wockum een vaartuig ontwaard, en met drie kleine orembaijen willende verneemen wat dit was, uit het rivier van wockum overvallen van een vijandelijke vloot, eene derselve verlooren hadden, waar van de manschappen daar onder een Corporaal met agt gemeene militairen ontijdig overboord gesprongen, verdronken en vermist zijn, in een geleegentheid waar in zij even zo ficil als hun mackers het goede heenkomen zoeken konden, na de vaartuigen werwaards Stroom
English
current and wind were strong and favorable to them according to the rumors and the declaration that I enclose herewith, a gathering of Maba, Weda, and Pattanie, Goram, and very few of Ceram would have made up the enemies, through the agency of the Mohammedans who inhabit a small island of Aroe, Oedjier, who are just as wicked as the Cerammers and are considered useless and harmful to Aroe, while the actual native population, the Alfoors from whom the trade originates, hate these Oedjirese, side with our people, constantly long for our arrival, and recently still conducted some trade, though in an expressed fear of the Oedjirese and their followers, principally Goram, an island that, because it has not been possible to visit it from Ambon for several years, has in my opinion become too safe in that quarter, and thus undisturbed fills itself with wicked people, supported by the plunder that has been delivered for a long time from the troubles originating from the rebel Noekor, and the occasional wrecking of vessels and other robberies; for whatever of these or of the evildoers themselves the Cerammer cannot conceal at times of inspection or otherwise wants to dispose of becomes the share of Goram, just as it is said that some who fled from Quaij during the destruction of the partial island of Keffing settled there and have now acted as enemies at Aroe. I offer to Your Right Honorable Rigorous Sirs, together with this, the necessary declarations that provide some light in this matter or can give an indication of the actions of the Gorammers who appeared well-disposed and submissive, those of Quaij at Keffing, and of another great wickedness related by the orangkaij of the aforementioned negorij Booijlilie himself, committed together with a Ceram jonk and one from below at Goram, as well as the calling at the Tibdeta islands by a jonk from Keffing or Kellewaroe under a nakhoda Kilbaat and his conduct, toward an investigation that is most urgently required and the necessary arrangement for the interests on a suitable occasion, following the friendly promise made in advance by the first mentioned in the heading, regarding which I address myself herewith with my humble request to Your Right Honorable Rigorous Sirs, and in addition must venture to ask from Your Highnesses further assistance for an enterprise on Aroe, the necessity of which has now become known and which Banda alone cannot supply what is required: and it is such that I herewith request with the strongest urgency for a more adequate assistance in the month of November with eight to ten armed cruising orembaais and another forty soldiers distributed among them, if possible covered by a pantjalling, which arriving here around that time, joined with the vessels and weapons from here, under a capable fleet commander, sent off to Aroe with the breakout of the west monsoon, and with which double services could be performed, since after a successful outcome and operation at Aroe, that small fleet returning with the first easterly winds, could en passant pay a suitable and substantial visit to Goram and, from the commands and orders of Your Right Honorable Rigorous Sirs themselves, make the necessary arrangements there in mutual consultation of the delegates of Ambon and Banda for the general interest of both provinces, just as I submit this to the wise judgment of Your Right Honorable Rigorous Sirs, and request to share with me your thoughts and intentions as quickly and securely as possible, for which I shall look forward with longing. Concerning the sending back of the greater, and the retaining of the lesser portion of the soldiers of the detachment, to avoid repetition I shall refer to the general letter departing today, and I hope that no treatment will deter them from Banda; while I myself also have nothing to say about these soldiers, as it still remains a mystery whether the previously cited loss of the orembaai with its people is to be imputed to the rowers or the soldiers, but I could have wished that they could have been substantially destined for Banda. For the information given regarding the country ships Peijl and Scipio, which remained prevented from the voyage hither by adverse winds, I am most obliged, and no less for the kindly shared papers for my necessary information in this matter, against which, according to the demand and desire of the Right Honorable Rigorous Sir De Boek for the correspondence on the important point of the nutmeg cultivation, I will provisionally state that from knowledge of Ambon and the lazy and sluggish nature of its native, as well as from experience in Banda, I must acknowledge, and may, the difficulties raised in this matter in the honored letters of 22 March of the past year, as the slow nutmeg tree in the nut itself requires the greatest care and a burden to which a slave must be forced, accustomed, and expressly suited: the nut for planting ought, in its full ripeness, to free itself from the tree out of the burst-open husk, and without drying, the next day or shortly thereafter, under shade and preserved from the hot midday sun in
Dutch transcription
19 stroom en wind hum trock en voordeelig was na de gerugten en de ver„ „klaring die ik hier nevens voege, zoude een versameling van Maba, weda en Pattanie, Goram en zeer weinig van Ceram de vijanden hebben uitgemaakt, door de bezorging der Mahumetanen die een eilandje van Aroe, oedjier bewonen, even ondeugend zijn als den Cerammer en onnut en schadelijk voor Aroe worden gehouden, terwijl den eigentlijk en Landaard den Alphoer daar den handel van komt da„ „se Oedjireesen haat in het met de onse houd, na de komst steeds reikhalst, en nog laatst eenige handel gedreeven heeft, dog in een te kennen gegeeve vreese voor de oedjureesen, en hun aanhang, princi„ „paal Goram een Eiland dat zeedert verscheide Jaaren uit Am„ „bon niet besogt hebbende kunnen worden, mijns bedunkens te veilig geworden is om dien oord, en zich dus ongestoord aan vult en boosheid onderstund met de buit die van lange de troubles uit den Rebel Noekor herkomstig, en het nu en dan verongelucken van vaartuigen en andere roverijen heeft kunnen afleeveren, want wat daar van of van boosdoen„ „ders zelve, den Cerammer bij tijden van besoek niet bergen kan of an„ „ders van de hand zetten wil, het deel van Goram word, gelijk men regt dat eenige gevlugt van quaij bij het verdestrueeren van het gedeeltelijk Eiland keffing zich aldaar needergeset en nu te Aroe als vijanden g'ageert hebben. — Ik biede Uwel Edele Gestr: Groot Achtb: nevens deese aan, de nodige verklaringen die eenig tigt in deesen verschaffen of aan„ „wijsing doen kunnen van de bedrijven der zich welgezind en sub„ „mis vertoonde Gorammers, die van Quaij te keffing en van een ander groote boosheid door den orangkaij van evengem: Negorij Booijlilie zelve verhaalden gepleegt te samen met een Ceramet Jonk en 20 en een uit onder te Goram, mitsgaders van het aandoen der Tibdeta„ „sche Eijlanden door een Jonk van Keffing of Kellewaroe onder een Anachoda Kilbaat en zijn bedrijf, tot een ten hoogsten ver„ „eischt worden ondersoek en de nodige bestelling voor het belang„ bij een bekwaame geleegendheid, na de in voorraad gedaane vriende„ „lijke toezegging van den eersten inhoofde vermeld, om het welke mij bij deesen met mijn oodmoedige versoek aan UwelEd: Gestr: Groot Achtb: addresseeren, en daar bij van Hoog Dezelve een nadere hulpe wagen moet tot een onderneeming op Aroe waar toe de nood„ sakelijkheid nu bekend geworden is en Banda alleen het vereijschte niet uitleveren kan: en het is zodanig, dat ik bij deesen met de sterk„ „ste aandrang versoeke om een meer toerijkende adsistentie in de maand November met agt â' tien g'armeerde kruijs orembaijen en nog veer„ „tig Militairen verdeeld op dezelve, als het weeden kan gedekt door een Pantjalling welke om die tijd alhier aankomende, geconjungeert met de vaartuigen en wapenen van hier, onder een bequaam vloet Hoofd met de door brake der westmousson na Aroe afgesonden, en waar meede dubbelde diensten zouden kunnen gedaan worden, dewijl na een geluckigen uitslag en verrigting te Mroe, dat vlootje met de eerste oostelijke winden retourneerende, en passant Go„ „ram een geschikt een aanzienlijk besoek kan geeven en uit de be„ „veelen en ordres van Uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: zelve aldaar in een wederzijds overleg der afgevaardigdens van Ambon en Banda de nodige bestelling doen tot een algemeen belang voor beide de Provintien, hoedanig ik dit aan het wijse oordeel van uwel Edele Gestrenge Groot Achtb: opdrage, en versoeke om 21 om mij derzelver gedagten en intentie so spoedig en secuur als het zijn kan, mede te deelen waar na met verlangen zal uitzien — Omtrent de te rug zending van het meer, en het aanhouden van het minda gedeelte der Militairen van het Commando, zal ik mij ter vermeiding van herhaal refereeren aan de heden afgaande gemee„ „ne Brief, en ik hope dat geen behandeling hun van Banda zal afschricken; terwijl zelve van deeze Militairen ook niets te zeggen hebbe, daar het nog een raadsel blijft of het vooren aangehaalde ver„ „bies van de orembaij met volk, de roeijers of de soldaten te imputeeren is, maar ik hadde wel gewenscht datse merkelijk voor Banda had„ „den kunnen gedestineert worden. Voor het gegeeve narigt ten opzigte der door tegenwind van de reise herwaards ontstoke gebleeve landscheppen Peijl en kcipio ben ik ten hoogsten verpligt, en niet minder voor de vriendelijke toegedeelte Papieren tot mijn nodige narigt in deesen waar en teegen na den eisch en het verlangen van den wel Edele Gestr: Groot Achtb: Heer de Boek, voor de Correspondentie over het aangeleege poinct de No„ „te Cultuurs, bij provisie voortbrengen zal, dat ik uit de kennisse van Ambon en den luij en vadsigen aard van zijn Inlander, mitsg=s uit de ondervinding in Banda erkennen moet, en mag de g'opper de swa„ „righeeden in deesen bij g'eerde letteren van den 22. Maart des gepas„ „seerden Jaars, daar de traage Noete Boom in den Noot zelve, de grootste zorge en een last vereijscht waar toe een slaaf gedwongen gewoon gemaakt, en expres geschikt moet worden: de Noot ter po„ „ting dient in zijn volle rijpheid zich selve van de boom uit de open„ „geborste schelle te ontdoen, en sonder droging des anderen daags of kort daar op, onder schaduwe en gepreserveert voor den hete middag zon in