VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3818

Japan · 1,296 pages · 258 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3818_1010 view scan ↗

English

High Government, slightly enlarged, the garrison brought to forty men according to plan, and the ammunition as well as the provisions increased pro rata; as may be seen in detail in my separate letter to Their High Nobilities of 24 May 1786. Of the sloops and vessels designated for this government: The sloop De Eensgesindheid is still expected, while the sloop Batavias Welvaaren, coming from Banda, is missing. Of the four pantjallangs, De Vriendschap and De Willem are still firm and strong, but Delft is old and worn out and therefore requires continual repair, which is also carried out by me continuously, while De Victoria was sent to Batavia for repair or replacement, and De Expeditie was recently received back in its place. In emulation of my predecessor Mr. van Pleuren, I have kept an orembai with a fixed deck off the Company's expense, even though authorization was granted by Their High Nobilities by separate letter of 31 December 1779 for the purchase of such a vessel. Besides the hongi and the country barge, there are two dinghies on hand, first brought from Java in the year 1786, and two scows, one of which was built in the past year on Manipa and is thus still brand new, while recently another country barge was received from Java. Meanwhile, in response to the question posed by Their High Nobilities as to what vessels are most suitable for this government in these waters, the Master of Equipage Wolsgaard has shown in a report that he prefers a bark of 90 to 100 feet over two sloops, and thus the requisition was also arranged accordingly, as appears from what was noted in the resolution of 8 September 1787, which Their High Nobilities were pleased to approve by missive of 18 December 1787. Having approached the main section of Fortifications and Buildings, a matter that has caused me not a few unpleasantnesses in this Province, as Your Honour will clearly see from the letters of the Noble High Indian Government, and in order not to expose Your Honour to them, I will, with regard to Castle Nieuw Victoria—which Mr. van Pleuren in his left-behind memorandum states in words: that for the complete finishing of that structure and internal buildings, according to the plan of the fabric-builder von Wagner, only the government house and secretariat, or block No. 14 in the ravelin with the covered way on the landward side east of the castle, are missing—refer Your Honour to the report of the inspection that was conducted. And since the High Noble Lords Seventeen, by missive of 10 October 1784, ordered with so much emphasis that upon the departure of a governor, the defects in the fortification works and buildings must be distinctly made known, I have, to demonstrate the same, attached hereto the original report of the commissioners who conducted the inspection thereof, and I refer to the same to avoid prolixity. But since the Noble High Government was pleased, by separate missive of 27 December 1785, to seriously recommend to me to strictly regulate myself, in the further completion of the fortifications, according to the plans and reports that exist thereof, I have, in dutiful observance of those orders, made no changes other than those to which I was compelled, and which, to avoid duplicate repetitions, I will not enumerate herein, but refer Your Honour in that regard to the annual reports of the present overseer of works, Captain van Guericke, in which they are partially described or to the extent that they were not erected off the Company's expense. Regarding the Artillery, there is nothing else to remark than that the servants, whom I brought to their established number, are not sufficient to maintain everything in good condition in the long run, considering that the unfavorable climate of continual downpours following severe heat causes very much damage to the gun carriages, not even counting that the ramparts are not planked or provided with platforms, and thus during heavy rains the gun carriages stand a foot and deeper in water, through which now since the handover of my predecessor...

Dutch transcription

Hooge Regeering, eeniger mate vergroot, de besetting op veertig man plimo plan gebragt, en de Ammunitie zo wel als de verstreckingen, prorato vermeer„ „derd; zo als dat in zijne omstande te zien is, bij mijn aparte brief aan Hun Hoog Edelheeden van 24: meij 1786: — van de voor dit gouvernement bepaalde: Sloepen en vaartuigen, word de Chialoup de Eensgesind= „heid nog verwagt, intusschen dat de Chialoup Batavias welvaaren van Banda komende vermist is. van de vier Pantjallangs, zyn de vriendschap en de willem nog hegt en sterk, dog Delft oud en afgevaaren en vereijscht derhalven eene Continueele reparatie, dat ook door mij bij aanhoudenheid verrigt word, terwijl D Nictoria ter repa„ „ratie of wel ter verruiling naar Batavia verzonden, en de Expeditie nu on„ „langs daar voor te rug ontfangen is — Een orembaij met een vasten dek, heb ik in naarvolging van mijn Predecis„ „seur de Heer van Pleuren buiten laste van di Comp: gehouden, of Schoon de qualificatie Hunner Hoog Edelheedens bij aparte brief van 31. December 1779 tot den inkoop van zulk een vaartuig, verleend is; Buijten de Hongij en Landschuit zijn er nog twee Jollen aanhanden bij den in a:o 1786: eerst van Iava aangebragt, en twee schouwen, waar van de eene in 't gepasseerde Jaar op Ma„ „nipa gebouwd en dus nog nagel nieuw, Terwijl dat er onlangs nog een Land= „schuit van Iava ontfangen is. — Intusschen is, op de door Hun Hoog Edelheedens gedaane vraage wat vaartuigen voor dit gouvernement, in deese vaarwateren het geschikst zijn! door den Equipagiemeester wolsgaard bij een berigt vertoond, dat hij een Bark van 90: â 100: voeten prefereerd boven twee sloepen en dus is den Eijsch ook daar naar ingerigt, blijkens het genoteerde bij resolutie van den 8: September 1787: in 't geen Hun Hoog Edelheeden hebben gelieven te accordeeren bij missiv van 18: december 1787:~ genaderd zijnde tot het hoofddeel van Fortificatien en Gebouwen, eene materie die mij „ 87 mij niet wijnig onaangenaamheeden in deese Provincie verwekt heeft, zo als uwEd: uit de brieven der Edele Hooge Indiasche Regeering miet onduister zien zals, en uw Ed: daar aan niet bloot te stellen; zal ik ten reguarde van het Casteel Nieuw victoria, 't geen de Heer van Pleuren bij zijn Edele nagelatene Memorie in bewoordingen zegd„ dat aan de Compleete voltooijing van dat gestigt „en binnen gebouwen, na het plan van den fabricq von wagner eenlijk „ het gouvernement en Secretarij, of het blob, N„o 14: in het ravelijen met den „ bedekte, weg aan de Landzijde b'oosten het kasteel manqueerd; uwEd: over„ „wijsen naar het Rapport van den gedaanen opneem; En daar de Hoog Edele Heeren Seventien en bij missive van 10: 8ber: 1784: met zo veel nadruk hebben g'ordonneerd, dat bij het afgaan van een gouverneur, de gebreeken aan de Ior„ „tificatie werken en Gebouwen distinct, moeten worden bekend gesteld, heb ik ter aantooning van deselve, het berigt van de gecommitteerden die den opneem daar van gedaan hebben, in originali deese bijgevoegd, en ik refereer mij aan het zelve ter vermijding van wijdloopigheid; dan vermits het de Edele Hooge Regeering bij aparte missive van 27: December 1785 behaagt heeft mij Serieus te recommandeeren, om in het verdere voltooijen der Fortificatien, mij strikt te reguleeren, naar de Plans en berigten die daar van zijn; hebbe ik in schul„ „dige observantie aan die beveelen geene verandering gemaakt, als de geene waar toe ik genoodzaakt ben geworden, en die ik ter vermijding van dubbelde herhalingen in deese niet zal opnoemen, maar uw Ed: ten dien reguarde over„ „wijsen naar de Iaarlijkse berigten van den Iegenswoordige opziender der werken, den Capitain van Guericke, bij welke dezelve gedeeltelijk beschreeven staan of voor zo veere niet buiten laste van de Comp: zijn g'erigeerd:— Arihillerij niets anders te remacqueeren zijnde, als dat de Dienaa„ „ren, welke ik op hun bepaald getal gebragt hebbe, miet toerijkende zijn, om alles op den duur in een goede staat te houden, gemerkt het ongunstige Climaat van Continueele stort reegens, op swaare hitte, zeer veel nadeel aan de affuijten te weeg brengd ongereekend nog dat de wallen niet bevloerd of van Bed„ „dings voorzien zijn, en dus bij swaare reegens de affuijten een voet en dieper in het water staan, waar door nu seederd den overgaaf van myn Redicessur opzigtelijk de De -

NL-HaNA_1.04.02_3818_1012 view scan ↗

English

The Heer van Pleuren, a great number of gun carriages, which to the eye presented a fine appearance, have collapsed or burst apart upon firing a few loose shots, so that I must continually keep those men busy in order not to fall behind with the gun carriages. In the meantime, to accommodate the artillerymen, I ordered that the ramparts, which according to earlier custom had to be kept clean by them, and where the couscous or long grass grew up above the walls and even the gun carriages, be kept clean by the laborers of the fortification works. The arsenal, which is built against the rampart and is provided with no windows but only small air holes, is floored level with the ground and is so damp that most goods were spoiled by this and by the white ants. For this reason, upon the emptying of the equipage warehouse, I had the ammunition goods transferred into it, and had that so-called arsenal provided with windows salvaged from the demolished houses, and thus at no expense to the Company, so that it can henceforth be used as a warehouse for wet goods. Regarding the powder magazines, which according to the notes in the memorial of my predecessor, the Heer van Pleuren, were in good condition, experience has shown that they cannot be maintained as such in the long run. For the floors in them, which were raised by His Honour, lie, in the one on the west side, still two descending steps lower than the ground of the Castle, and in the one on the east side, level with that ground. Furthermore, beneath each of these buildings is a cellar at least three feet deep, which it has been decided to fill under the former with blacksmith coal and to raise the floor, in order to experience whether this will remedy or prevent the spoilage of the gunpowder, which has caused many disagreements between the captain and overseer of works van Guericke and the artillery lieutenant Strick, and which are described very fully in the resolutions of 2 June and 30 August 1787, to which, to avoid verbosity, I refer Your Honour in this matter, merely adding here that I have thereby been incapacitated from making any positive requisition for the missing quantity. For this reason, I gave notice thereof to Their High Honours in the formal requisition last autumn, in the hope that Their High Honours will make the necessary provisions therein. And whereas, through the relocation of the seafaring men outside the Castle, the dwellings constructed for that purpose have become vacant, these could, at no costs worthy of mention, be appropriated as barracks for the military, while the present main guard, being an airy and spacious building that is separated from everything on all sides, could, without any alteration other than enclosing it with a railing, serve as an arsenal, and the equipage warehouse, after the heavy beams in it are lifted for a new slipway, for a secretariat, which, according to the plan and the notes in the memorial of the Heer van Pleuren, was to be brought inside the government house, which certainly could not have taken place. In military affairs I have made no change, except only that I have discharged those who were enlisted in the service on a conditional contract, as being above the establishment. Regarding the state of the churches, in accordance with the esteemed orders of Their High Honours by resolution of 28 December 1785, the interest of 4½ per cent is paid on the capital on deposit with the Company, to serve towards a better indemnification of the expenses, which are noticeably increasing due to the repairs that must be continually carried out. Upon my arrival in this Province, the capital on that account boasted a balance of ƒ14948: 16: 12, but my predecessor the Heer van Pleuren having forgotten to write off ƒ6403: 19:— for the construction of the new Malay church, this brought about a large reduction. Since all the pews are now lacking in this last building, and no beginning has yet been made on the sexton and head schoolmaster's dwelling, I am very fearful whether, without devising relief measures, the balance will indeed be sufficient, considering that the roof of the Dutch church is eaten through by the white ants and thus requires a necessary repair, just as I recently provided the consistory of that institution with a new roof, and the building itself with a new gallery. Concerning the Diaconate, it pleased the Noble High Indian Government, by resolution of 28 December 1785, upon the necessity demonstrated by the Heer van Pleuren, to recommend that I keep in mind the founding of an orphanage (for which a license had already been granted in the year 1781). And since experience had now taught me that building in this Province should not take place except in cases of utter necessity, yet the founding of such a charitable home had become more than high time, I, in consideration of the substantial capital, purchased a fully completed building that is new, solid, and strong for 5500 rixdollars and appropriated it for such a charitable home, as well as regulated everything necessary for it, as appears from the ordinances arranged for it, just as it was inserted in the resolution of 19 August 1786; and because this was approved by the High Government and was able to carry away the approval of everyone, I do not in the least regret the trouble I took. Through the establishment of this charitable home, the capital, which upon my arrival in this Province amounted to 35678 rixdollars 26½ stivers, was reduced by 6434 rixdollars 31¾ stivers, so that the balance of that account now amounts to 28688 rixdollars 13 stivers.

Dutch transcription

De Heer van Pleuren, een menigte affuiten, welken op het oog een fraaije vertoo= „ning maakten, zijn neer gesakt, of bij het doen van inkelde losse schoot uit elkande„ „ren gesprongen, zo dat ik die menschen Continueel moet beesig houden, om met de affuiten niet agter uit te raaken; Jntusschen heb ik ter gemoedkooming der Arthil„ „leristen gelast, de wallen die door hun naar vroegere gebruiken moesten worden schoon gehouden, en alwaar de Coes Coes of lang gras tot boven de muuren en zelfs de Afsuijten uitgeoeijden, door het volk van de fortificatie werken te laaten schoonhouden— Het Argenaal dat teegen de wal gebouwd en van geene rengsters maar eenlijk van kleene lugtgaaten voorzien is, is met de aarde grond gelijk bevlberd en zo vogtig, dat de meeste goederen daar door in door de witte mieren bedorven raakten, waarom ik bij het leedig raaken van het Equipagie pakhuis, de ammunetie goederen daar in heb laaten overbrengen en dat zogenaamde argenaal met vengsters uit de afgebrooke Huisen overgehouden en dus buijten lasten van de Comp: laten voorzien, om voortaan tot een pakhuis voor natte waaren gebruikt te konnen worden — De Kruidhuisen die blijkens het genoteerde bij de mimorie van mijn Predescesseur de Heer van Heuren in een goede staat waaren; heeft de ondervinding doen zien, dat zig op den duur zo niet gehouden worden, want de vloeren in dezelve, welke door zijn Edele verhoogd zijn, leggen in dat aan de westzijde nog twee trappen afgaande lager als de grond van het Casteel, en dat aan de oostkant met die grond egaal, buiten dat onder ieder van deese gebouwen een kelder is ten minsten van drie voeten diep, die min beslooten heeft onder den eerste met Smitskoo„ „len ten dempen en de vloer te verhoogen, om te ervaaren op hier door te remidieeren dan wel voorte koomen is het bederf aan het — Duskruijd, dat veel oneenigheeden tusschen den Capitain en opziender der werken van Guiricke in den Arthillerij Lieutenant strick heeft veroorzaakt, en welke zeer ampel beschreeven staan bij de Resolutien van den 2: Junij en 30. e Augustus 1787: waar toe ik uw Ed: ter Elll - 89 ter vermijding van wijdlopigheid in deese overwijse; eenlijk hier nog bijvoegende dat ik daar door ben buijten staat gesteld, geene positive Eijsch van de ontbreekende quantiteit te konnen doen, waaromme ik Hun Hoog Edelheeden bij den formeelen Eijsch, in het gepasseerde najaar daar van hebbe kennis gegeeven, in hoope dat Hoogst dezelve daar inne de noodige voorzieningen zullen doen En naardien door 't verhuis der zeevaarende buiten het Casteel, de daar voor aangelegde woningen leedig geraakt zijn, zoude deese met geene noe„ „mens waardige kosten, tot Cascine voor de militaire konnen worden geapro„ „prieerd, wanneer de teegenswoordige vrije wagt, als een lugtig en ruim gebouw, dat rondsomme van alles afgeschieden is, zonder eenige verandering als het afsluiten door een hekwerk, konnen dienen tot een argenaal, en het Equipa„ „ge pakhuis, naar dat de swaare balken in het zelve tot een nieuw helling zoude geligt zijn, voor een secretarij, dat volgens het plan en het genoteerde bij de memorie van de Heer van Pleuren, binnen het gouvernement moeste ingetrocken weesen, 't geen zeekerlijk niet heeft konnen geschieden — In het Militaire weese heb ik geene ver „dering gemaakt, als eenlijk dat ik de geene, welke op een Conditiooneel verband in dienst waaren aangenomen, als boven de bepaaling zijnde, heb„ „be afgedankt — belangende den staat der kerken word in naarvolging van de g'eerde beveelen Hunner Hoog Edelheeden bij besluit van den 28 Decemb: 1785: van het bij de Comp:e â diposito staande Capitaal, den Intrest van 4½: p:r C: betaald, om te strekken tot een beeter goedmaaking der Lasten, die merkelijk toeneemen, door de reparatien, dier er bij aanhoudenheid gedaan moeten worden— Bij mijne komst in deese Provincie pronkte het Capitaal bij die reekening met een zaldo van ƒ14948: 16: 12:—: dog mijn Prede„ cissiur de Heer van Keuren vergieten hebbende daar op afte boeken 1 p boeken ƒ 6403: 19:— voor het opbouwen van de nieuw Maleidse kerk, heeft dit eene groote dimunitie te weege gebragt — Daar nu in dit laatste gebouw, alle de gestoeltens manqueeren en met de kosten en opperschoolmeesters wooning, nog geen begin gemaakt is, ben ik zier bedugt, of buiten het uitdenken van soulageerende middelen, het zaldo wel toerijkende zal zyn, gemerkt, het dak van de Hollandse kerk, van de witte mieren doorknaagt is, en dus eene noodzakelijke reparatie vereijscht; zo als ik het Consistorie van dat gestigt, nog onlangs met een nieuw dak, en 't gebouw zelve met een nieuw gallerij voorzien heb — Aangaande de Pidconie behaagde het de Edele Hooge Jndiasche Regeering, bij besluit van 28: December 1785: op de door de Heer van Peuren betoogde noodzakelijkheid, mij te recommandeeren, het stigten van een weeshuis /: waar toe reets in A„o 1781 licentie verleend was:/ in geheugen te houden — En daar de ondervinding mij nu geleerd had, dat het bouwen in deese Provincie, niet buiten de uijtterste noodzakelijkheid, behoord te geschieden, in het stigten van zulke een godshuis, egter meer dan tijd was geworden, heb ik uit overweeging van het aansienlijk Capitaal, een geheel voltooijd gebouw dat nieuw, hegt en sterk is, voor rd„s 5500: —- ingekogt en tot zulk een Gods= „huis g'approprieerd, mitsg„s al het nodige daar voor gereguleerd, blijkens de daar voor ingerigte ordonnantien, zo als die bij Resolutie van 19 Au„ „gustus 1786: is g'insereerd; en wijl dit door de Hooge Regeering g'approbeerd, en de goedkeure van een ieder heeft mogen wegdraagen, beklaag ik geensints mijne genomene moeijte — Door het aanleggen van dit Godshuis, is het Capitaal dat bij mijne komst in deese Provincie groot was rd„s 35678: 26½ verminderd met rd„s 6434: 31¾ zo dat het zaldo van die reek: thans bedraagd rd„s 28688: 13:— Daar -

NL-HaNA_1.04.02_3818_1015 view scan ↗

English

On the other hand, I have ceased the collection for the redemption of the abducted Amboinese, which will again noticeably increase this fund, so that it is currently deemed sufficient to provide that institution, along with the children residing therein as well as the outdoor poor, with the necessary provisions. And since it is certain that the number of persons in this institution will increase, and consequently also the expenses, it would in my opinion not be inadvisable for you to request the High Government to withdraw the capital that yields only 3/8 percent interest with the Company, in order to put it out at a higher interest to private individuals under mortgage or sufficient sureties, just like the funds of the orphan chamber. And having nothing to note concerning the leper house, nor with regard to the administrative boards, it should further be noted with relation to the private shipping in trade that the High Government, upon the proposal made by the Heer van Pleuren to provide Ambon with the necessary foodstuffs, has been pleased to permit the Company's servants to maintain two barques, provided they carry no less than 200 to 150 lasts and that they associate themselves in trade with well-to-do citizens and inhabitants, and that with each such vessel at least 100 lasts of rice and salt are brought here annually. I have encouraged everyone to this as much as possible, but my efforts have accomplished nothing, because the poverty is so great that the servants as well as the citizens are utterly incapable of doing so, not to mention that the Governor, Fiscal, and Equipment Master, by Resolution of the Honorable High Indies Government of the second of March 1784, are once and for all prohibited from carrying on any trade whatsoever. And under the civic and city affairs, I must note for your elucidation that for the accommodation of the city treasury, which is administered by the Fiscal, authorization was granted by the Honorable High Indies Government by the marginal disposition on the memorandum of the Heer van Pleuren dated 28 December 1785 to surrender to the owners of these and those superstructures situated outside the obstruction of the Castle, the plots of land upon appraisal, although since that time only two have been ceded, which do not even amount to 25 rixdollars. Owing to the irregularity that occurred here in the keeping and preservation of the firefighting equipment, I have, pursuant to what was noted by Resolution of the 31st of the past month of December, decided to distribute the fire buckets, which were located in the number of 485 pieces at the naval shipyard, in the following manner, namely: 135 at the shipyard under the supervision of the Equipment Master, 100 at the fire engine outside the Castle, under the supervision of the Firemaster, 50 in the artillery under the supervision of the Lieutenant, 50 in the barracks under the supervision of the Sergeant, 50 in the armory, 50 in the blacksmith shop under the supervision of the master craftsmen, and 50 at the water gate under the supervision of the Commander of the Troops, with orders that each shall care for their preservation within his own department. In regard to the Foreign Nations, the Honorable High Indies Government, with relation to the unhindered navigation through these seas ceded to the English, has been pleased to declare itself satisfactorily at the session of 9 December 1785, and in compliance therewith, the necessary orders regarding this have also been dispatched from here to the subordinate offices; wherefore I refer you thereto, as all this stands distinctly described in the separate letters. The correspondence with the neighboring Governments, so emphatically recommended by the Honorable High Indies Government, I have maintained as much as possible, and I find it a very useful expedient, for which reason I most strongly recommend the same to you, while experience will soon demonstrate the exact necessity thereof to you, particularly with regard to neighboring Banda. The ongoing and general balances in the trade books, which at my arrival in this province, or rather as of the end of August 1785, amounted to the considerable sum of 351,690 guilders and 13 stivers, I have sought to reduce as much as possible by means of a quantity of unserviceable artillery, which I collected from the outer offices and sent to Batavia, as well as some bar and round shot, which was likewise unserviceable, and a lot of muskets and weapons that were of no use whatsoever; so that the same as of the end of August 1787 amounted to only 320,109 guilders, 13 stivers, and 8 pence, and have thus undergone a reduction of 31,580 guilders, 19 stivers, and 8 pence in three years, which can be revised further upon the delivery of the heavy artillery requested by my predecessor, the Heer van Pleuren; because, in proportion to Ambon's force, one is still amply provided with ammunition, as appears from the report of the Artillery Lieutenant Arick annexed hereto. And concerning the servants, who are all known to you, it will not be necessary to remark anything about them. And having herewith treated as closely as possible everything that ought to be brought to your knowledge and that may serve for elucidation in the administration of this Government, I trust that, in investigating and tracing what is lacking herein and in so far as your own experience might fall short, you will be pleased to have recourse, as has already been said before, to the memoranda left behind by my respected predecessors and to be found here among the secret papers, wherein matters stand described more broadly according to time and circumstance; while in concluding this, I wish upon your upcoming administration the influences of God's blessing, to the benefit of the Company.

Dutch transcription

91 Daar en teegen heb ik de Collecte tot de inlossing der geroofde Amboineesen gestaakt, 't geen dit fonds, weeder merkelijk zal doen vermeerderen, zo dat 't zelve thans toerijkend word geoordeeld, om dat gestigt met de daar in zijnde kinderen zo wel als de buiten armen, van het benoodigde te konnen voorzien en Dan daar het zeeker is, dat de perzoonen in dit gestigt staan te vermeerderen, en dus ook de ongelden; zoude het mijn bedunkens niet ongeraaden zyn dat uEd: de Hooge Regeering verzoek deede, om het Capitaal dat bij de Comp: maar 3/8: p:r C: intrest doed, afteleggen; om even als de gelden van de weeskamer, teegens eene hogere intrest bij particulieren onder Hijpotheek of sufficante Borgen, uittesetten. en Nopens het Leproosen huis, niets te noteeren hebbende, zo min als met opzigt tot de Collegien, diend nog met relatie tot de Particuliere vaart in Handel, dat het de Hooge Regeering, op het geproponeerde door de Heer van Peuren, om Am¬ „bon van de benodigde leevensmiddelen te voorzien, behaagd heeft, aan 'sComp„s Dienaaren te permitteeren, het aanhouden van twee Barcquen, mits niet minder laadende van 200: tot 150: lasten en zij zich tot den Han„ „del associeeren, met gegoede Burgers en Jngezetenen, en dat met ieder zulx een vaartuig Jaarlijks ten minsten 100: lasten Rijst en zout alhier word aangebragt e 15 1 Ik heb een igelijk hier toe zo veel mogelijk g'amimeerd dog mijne pogin„ „gen hebben niets te weege gebragt, vermits de armoede zo groot is, dat de dienaaren zo wel als de Burgers, volstrekt daar toe onvermogende zijn, on„ „gereekend nog dat den Gouverneur, Fiscaal en Equipagie opziender bij Resolutie der Edele Hoog Jndiasche Regeering van den tweede Maart 1784: eens voor al, g'inberdiceert zijn, hoegenand gein handel te drijven en 00 onder den Burgerlijke en Stads zaaken moet ik tot uwel Ed: elucidatie noteeren — dat ter gemoed kooming van de stads Cassa, welke door den Fiscaal gead geadminitreerd word, voor de Edele Hoog Indiasche Regeering, bij de mar„ „ginale dispositie op de memorie van den Heer van Pleuren den 28: Decem„ „ber 1785: qualificatie is verleend, om aan de Eijgenaaren van deese in geene opstallen, die buiten belemmering van het Casteel geleegen zijn, de Erven bij taxatie over te laaten, hoewel zeedert dien tijd maar twee zijn afge„ „staan, die nog geen 25: rd„s bedragen — Mits de irregulariteijt welken er in 't bewaaren en Conserveeren der brandgereed, „schappen alhier plaats vond; heb ik ingevolge het genoteerde bij Resolutie van den 31„e der gepasseerde maand. December bestoolen; om de brandemmers, die ten getalle van 485: stuks op de Equipagie werff geplaats waren, involgender voegen te verdeelen, als: 135: op de werf onder opzigt van den Equipagie muester, 100 bij de brandspuit buiten het Casteel, onder opzigt van den Brandmeester, 50: Jn de Arthillerij onder opzigt van den Lieutenant, 50 „ tQuartier „ „ „ „ Zergiant 50 „ de wapenkamer, 50 „ „ smitswinkel „ „ de Baasen, en 50 „ „ waterpoort „ „ „ den Commandant der Militairen, met order dat een ieder in den zijne voor de Conservatie zorgen. — Ten reguarde der Vreemde Natien, heeft de Edele Hoog Indiashe Regeering. met relatie vaet tot aan de Engelschen afgestaane ongegineerde vaart door deeze zoen, zich ter sessie van den 9e December 1785: voldoende gelieven te verklaaren, en in naarvolging van dien, zijn hier ook de nodige ordres desweegen, naar de subalteene Comptoiren afgegaan; weshalven ik uwel Ed: daar toe overwijse, also het een en ander bij de aparte brieven distinct be„ „schreeven staat Correspondentie met de nabuurige Gouvernementen, door de Edele Hooge Indiasche Regeering met zo veel nadruk aan be„ „voolen, heb ik zo veel mogelijk onderhouden en ik vinde het een zeer nuttig expedient, waromme ik dezelve uwelEd op 't kragtigste aanbeveelen, intuschen dat „ . : 3 „ 115 „ 1 6 93 dat de ondervinding uwelEd de Juste noodzakelijkheid spoedig sal aan mij „sen, voor als met opzigt tot het nabuurige Banda — De bij de Negotie Boeken, voortloopende en Generaale Restanten, die bij mijn komst im deese Provincie, of eigentlijk onder ult„o Augustus 178/5: bedragen hebben„ een aansienlijke somma van ƒ 351690: 13:— heb ik zo veel mogelijk trag„ „ten te verminderen, door een menigte onbequaam geschut, 't geen ik van de bui„ „ten Comptoiren geligt en naar Batavia gesonden heb, zo wel als eenig lang en rondscherp, dat mede onbequaam en een parthij geweeren en wapenen die van geen de minste dienst waaren; zo dat dezelve onder ult„o Augustus 1787: maat bedraagen hebben ƒ3'20'109:13:8:— en dus in drie Jaaren eene dimueni „tie hebben ondergaan, van ƒ31580: 19. 8:- dat bij den aanbreng van het door mijn Predecesseur De Heer van Heuren g'eijscht twaar geschut, nog eens nader kan worden gerevideerd; om dat men naar maate van Ambons magt, nog ruim genoeg van ammunitie voorzien is zo als blijkt uit het„ deese g'annexeerd Berigt van den Arthillerij Lieutenant Arick en Belangende de Dienaaren, bij uw Ed: alle bekend, daar omtrent zal hete niet nodig zijn iets aan te merken — En hier meede zo na mogelijk alles verhandelt hebbende, wat uwelEd ter kennisse diend gebragt, en in de bestering van dit Gouver„ „nement tot elucidatie kan verstrecken, vertrouw ik dat uw Ed: zich in de op en naspeuring van 't hier aan ontbreekende en voor zo verre uw Ed: eijgene ondervinding hier in mogte te kort schieten, wel zal gelieven toevlugt te neemen, tot de zo als hier voor reets gesegt is, door mijn gerespec„ „teerde piedecesseurs, nagelate en onder desecreete papieren alhier te vinde mimorien, waar bij de zaaken naar de tijd en omstandigheid in 't brieder beschreeven staan; terwijl ik ten besluite deeses over uwelEd: aanstaande bisteer, ben toewenschende, de invloeden van Godes zeegen, tot nut der Maatschappij ar„

NL-HaNA_1.04.02_3818_1018 view scan ↗

English

Company, the welfare of the inhabitants, and the expansion of his church; meanwhile, departing from here, I remain with sincere sentiments of respect; underneath stood: Sir; lower down: Your Honour's very obedient servant and friend; was signed: A: de Bock; in the margin: Amboina in the castle Nieuw Victoria, the 10th of April Anno 1788: To the Right Honourable, Noble, and Stern Sir! Adriaan de Bock, governor and director of this Province, The Political Council, Right Honourable, Noble, Stern, and Esteemed Gentlemen, as well as Y C Honourable Gentlemen. The undersigned Artillery Lieutenant, having been requested by Your Right Honourable Sternness to inspect and report on the defects of the buildings and fortifications of the following forts and redoubts, has, in observance thereof, the honour to submit the following: Saparoua in the fort Duursteede 2 Primo: The chief's residence requires a thorough repair of the entire roof, some ceiling beams, and planks, because by delaying the renewal of the roof the woodwork is subjected more and more to decay caused by leakage occurring from rain. Likewise, entirely due to old age as well as white ants and leakage, four door frames with their doors and eight window frames with their windows are already rotted, and the floor in the front gallery, which consists of masonry bricks, is completely uneven and worn out, and various ironworks are missing both on this building and on all the others, which are partly still in existence but nevertheless corroded by rust. Secondly, the rear building, under which are included the church, the armoury, the storehouse for the gunpowder located there, the rice room, etc., likewise requires a thorough repair just like the aforementioned building, and besides that, the upper wall below the wall plate has generally pulled away from its woodwork, so that according to the chief residing there, during rainy weather all the goods stored therein are completely subject to decay, and it is most urgently necessary to repair it in order to preserve the goods located therein from further decay. Thirdly, the clove warehouse or guardhouse also needs a good repair to the roof; likewise, already from old age, two doors and four windows and the upright posts of the galleries standing there are completely decayed. Fourthly, the rooms of the commissioners, those of the carpenter, gunner, and further rear rooms, are all still without ceilings and floors, and already four door frames and their doors, six window frames with their windows, have perished from old age, dampness, and white ants. Fifthly, the barracks or the guardhouse, under which the sergeant's room and kitchen are also included, is without a ceiling, floor, and windows; likewise, the sleeping place or the wooden bench located therein and the fireplace or cooking holes in the kitchen are completely unsuitable, the former to rest upon and the latter to cook upon; in the front gallery, all the posts and crossbeams are completely rotted. Sixthly, the guardhouse at the gate is in a very bad state, with the soldiers having not the least shelter nor resting place, especially during rainy weather, because the entire roof has already perished and the men are thus exposed to all hardships, from which it also happens that many sicknesses arise, and thereby the garrisons are further weakened, as they are mostly in continuous service. Seventhly, on the fortification, no major repair is needed other than only the repairing of some embrasures and the remasoning of some dislodged stones. The Redoubt Beverwijk on Nussalaut It is most urgently necessary to provide it with a new ceiling, stairs, and a gate, as well as with some ironwork for the gate, since the hinges and a sliding bolt lock are corroded by rust, and to renew the roof quickly, since through heavy leakage the woodwork that is still good is likewise subject to decay. At Haroeko in the Fort Zeelandia: Primo: The chief's residence here is still in a good state, except for the roof, which only needs to undergo a small alteration, because the runoff water, due to the steep slope it has from the upper part of the roof and so all at once from the lower part which is far from being able to carry off the water falling upon it, so it is that the upper part has too much slope and the lower part too little, causing the water to be obstructed and thus causing leakage through the tiles. Secondly, the rooms of the commissioners, the warehouse, and the kitchen, standing all under one roof, have all their woodwork already decayed both by white ants and by old age; the rear wall is also already beginning to yield, and nothing more than some ceiling beams and the roof trusses can still be used. Thirdly, in the office and front gallery, all roof ribs, laths, and planks are completely perished, and it is impossible to keep the same dry during rainy weather, and thus the woodwork that is still good is subjected more and more to decay. Fourthly, the military guardhouse and kitchen are completely unserviceable and any repair is of no value, and nothing else can be made of the same than

Dutch transcription

Maatshappij, welvaard van op en ingezeetenen en uitbreiding zijner kerke; intusschen dat ik van hier gaande met suivere gevoelens van agting blijven; onderstond:/ Mijn Heer /:lager:/ uw Edele zaer dienstwilligen dienaar en vriend /:was ge„ „teekent:/ A: de Bock /:in margine:/ Amboina in't kasteel Nieuw victoria den 10 April Ao 1788: Aan den welEdele gestrenge Heer! Adriaan de Bock gouverneur en directeur dezer Provintie Den Politicque Raad Wel Edele Gestronge, en Edele Achtbare Heeren mitsgaders Y C E: Heeren. Den ondergeteekende Arthillerij Lautinant door uwel Edele Gestrenge „gedemandeerd zynde, de gebreeken der gebouwen en fortificatien van de navolgende forten en redouten na te zien en op te geeven, heeft in observantie van dien, de Eer, het volgende ter needer te stellen Saparoua in 't fort Duursteede 2 Pimo P=m De opperhoofds wooning dient een schief„telijke reparatie van het geheele dat eenige zolder balken en Planken terwijl door uijtstel van het dak te verniewen de houtwerken al meer en meer door de reegen onstaande Lekkagie het bederf neevens onderworpen . 95 onderworpen zijn, zo zijn er ook al ten eenemaal zo door ouderdom als ook door de witte miesen en Leskagie reeds vier dier kozijns met dies duuren agt vengster kozijns met dies vengsters verrot, en de vloer in de voor gallerei dewelke uit metzel steenen bestaat geheel ongelijk en uitgesleeten en manqueeren verscheiden Eijzer werken zo aan dit gebouw als ook aan al de andere dewelke deels nog in weesen zijn maar egter door den west verteerd— Ten tweeden het agter gebouw waar onder begreepen is de kerk, de wapenkamer de berg plaats voor 't aldaar bevindelijke buskruit reijst kaamer etc: heeft vans gelijks Een hhierlijke reparatie gelijk het voorgemelde gebouw van nooden en behalven dat, is de muur van boven onder de plaat doorgaans van zijn houtwerken afgeweeken zo dat door het zeggen van het aldaar rezideerende opperhoofd bij reegen weeder al de daar in geborgene goederen ten Eenemaal het bederf onderworpen zijn en hoogst noodzaakelijk is te repareeren om de daar in bevindelijke goederen voor het verdere bederf te bewaaren — Ten derden het nagelpakhins of vrije wagt door deesen heeft al meede een goede repatie nodig aan het dak, zo zijn 'er ook alreeds van ouderdom ten eenemaal vermolmt twee deuren en vier vingsters en de daar door staande Heijlen van de gaanderen Ten vierden de vertrekken der gecommitteerdens, die van den timmerman, Constabel en verdere agter vertrecken, zyn alle nog ongezolderd en ongevloert, en reeds viet deur koussijns en dies deuren, zes vengster koussijns met dies vengsters zo door ouderdom vogtigheeden en witte mieren vergaan Ten vijfden, de Caserne of de vrije wagt, waar onder de sergiants kamer en kam„ „buis meede begreepen zijn, is zonder zolder, vloex en vengsters zo is de slaap plaats of die daar in bevindelijke brits en in de kombuis de vuur haart of„ koke gaaten, ten eenemaal onbequaam het eerste om daar op te rusten en het laaste om daar op te kooken in de voor gallerenj zyn alle de steijlen over leg„ „gers ten eenemaal verrot in Ten sesden de wagt bij de poort is in een zeer slegten staat hebbende de militairen niet de minste leijfberging nog rustplaats en te meer bij reegen weeder, ter„ „wijl het geheele dat reeds vergaan is en dus het volk aan alle ongemakken bloot gesteld zijn, waar door het dan ook komt, dat er veele zuktens uijt ontstaan ia 1 2 ontstaan in daar door de bezettingen nog meer vertrakt werden, als zijnde meest in een geduurigen dienst Ten sevenden, aan de fortificatie is geene groote reparatie nodig als alleen het verbe„ „teren van eenige schiet gaaten en eenige uitgeweeken steenen weder te mettelen De Redout Beverwijk op Nussalaut Is hoogst noodig met Een nieuw zoldering trappen in Een poort te voorsien, als ook met eenig Eijzerwerk aan de poort, terwijl de hengsels Een grendel slotrids door de roest verteerd zin en het dak spoedig te vernieuwen, terwijl door de zwaare Lekkagie de nog goed zijnde houtwerken almeede het bederf onderworpen zijn e Tot Haroeko in 't Fort Zeelandia: Primo De opperhoofds wooning is hier nog in een goede staat behalven het dat het welk maar dient eene kleine verandering te ondergaan, om dat het afloopen„ „de waater door de sterke val die het van het bovenste gedeelte des daks heeft en zo met eens van het onderste het welk naar lang na het zelf vallende waa„ „ter afvoeren kan zo is het dat het bovenstate veel en het onderste te min ge„ „stort is en daar door het water stuijt en zo door de pannen Likkagie veroorzaakt. Ten tweeden de kaamers der gecommitteerdens het pakhuis in de Combuijs staan„ „de al onder een dat zijn reeds alle de houtwerken zo door witte mieren als ook door ouderdom vermolmt, ook begint de agterste muur reeds uijt te wijken en niet meer als eenige zolder balken en het spanwerk, nog kan ge„ „bruikt werden Ten derden, het Comptoir en voor gallerij zijn alle dak ribben latten en Planten ten eenemaal vergaan en is het zelve onmoogelijk bij reegen weeder droog te houden en dus de nog goed zijnde houtwerken al meer en meer het bederf onderworpen — Ten vierden de militaire wagt een Combuis, zijn te eenemaal onbequaam en alle reparatie van geener waarden en kan van dezelve niets anders als

NL-HaNA_1.04.02_3818_1021 view scan ↗

English

97 as any ironwork, and that roof tiles are utilized from it. Fifthly, the local fort and redoubt Zeelandia is in such a condition that all repairs that might be carried out upon it would be mere unnecessary expense, and thus nothing else can be done than, in due time and opportunity, to build an entirely new fort in its place, as the same is not only dilapidated and cracked, and most of the timberwork on it rotted away, but it also provides not the least defense owing to the obstruction of the dwellings and warehouses, and in the event of enemy attacks it could be set on fire, in which case nothing other than the total ruin not only of the houses and the fort, but of the entire garrison is to be expected. Of Fort Amsterdam on Hila and its buildings. Firstly: The dwelling of the chief is outwardly still in a reasonably fair state, but having examined the same, the interior beams are gnawed through by worms and the planks mostly decayed, as is also the other timberwork resting upon the rafters; and since the timberworks of the redoubt located here have likewise decayed, indeed the masonry is already very much cracked, and this fort, as little as that of Haroeko, is worthy of any improvement, the subscriber is of the opinion to leave the one and the other as they are, until such time and season as the resolutions already taken for a new fortress might be executed, so as to enclose all the buildings within the fort; it is indeed true that the delay of this necessary work, being an outpost of Amboina, does not brook long postponement, yet it may be done according to your pleasure. The Redoubt Overburg on Lochoe with its buildings, is utterly defective and all timber and ironwork decayed, so that the sergeant stationed there has already propped up the buildings, because the beams have rotted off and would have entirely collapsed if it had not been propped up in time; likewise on the seaward side, the masonry of the surrounding fort has already yielded and cracked. The Redoubt Leijden on Hitoelama Here too all timberworks have decayed, even the beams are already broken and propped up as far as possible by the sergeant stationed there with strong pieces of tree trunks; nevertheless, it would be well that the 3 pieces of cannons standing on the said redoubt be brought down in good time, so as not, by neglecting to do so, to cause the said pieces to come down of themselves. In addition to these defects of all the aforementioned forts and redoubts, there is also that of such a small garrison, who at the first signs of hostilities would do very wisely to seek to save themselves with a good retreat if they still have so much time left, unless they wish to be put to death in the most sorrowful and shameful manner by the vengeful enemy, thereby also leaving all ammunition to the enemies at the same time, to greet their successors later with so much the more courage, thus causing many a soul to perish needlessly. Wherewith I hope to have satisfied the esteemed intention of your Right Honorable Sirs to your content, and take the liberty to call myself with the deepest respect, (was written below) Right Honorable and Right Worshipful Sirs and Gentlemen (lower down) Your Right Honorable and Right Worshipful Sirs' most obedient servant (was signed) I: M: Strick (in the margin) Amboina Nieuw Victoria, the 30th of March 1786. To the Right Honorable and Highly Worshipful Sir, Adriaan de Bock, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, outgoing, and The Right Honorable and Worshipful Sir, Johan Adam Schilling, incoming Governors and Directors, together with The further Members of the Worshipful Council of Policy of this Province. Right Honorable and Highly Worshipful Sirs. 39 Having been commissioned by the honored Council resolution of the 23rd of February last to inspect the fortification works and buildings, the respectful subscribers, in the presence of the Members from your Right Honorable and Worshipful assembly, De Bourghelles and van Jperen, have examined most accurately all such defects and uncompleted projects as we have the honor to present hereafter. May we be permitted to make a beginning with: The Fortification works, and to state thereof that in the lower flank of the Bastion Hollandia, on the outer main wall there are two slight cracks, and on the revetment some lime fissures. In the lower flank of the Bastion Gelica, there is a major crack in the main wall. At the Orange Battery: There is likewise a major fissure. In the Bastion Vriesland there are two slight cracks in the main wall and 3 lime fissures in the revetment. Without, by the collision of a beam, the head of the [illegible] broken off and 4 We have observed three major cracks that extend down into the foundations, with three lighter ones, all on the main wall, and we must note here that this entire work seems to be settling, whether through subsidence of the pile-driving or through the earthquakes experienced. The moats of the Castle are not yet fully excavated, and in them the proposed Two stone sluices are still missing; but the first subscriber will, with the favorable pleasure of the Right Honorable Sir Commander, make a beginning therewith as soon as the wharf is cleared. At the Bastion Overijzel The ƒ ƒ 6

Dutch transcription

97 als Eenig Eijser werk ende dat pannen daar van gebruikt worden— Ten vijfden is het alhier bevindelijk fort in redout Zeelandia in zodanigen staat dat alle reparaties die aan het zelve mogten geschieden maar onnoodige onkosten zijn en dus niet anders bij te doen staat, als bij teijd en gelegentheid er een ge„ „heel nieuw fort in dus steede te maaken, terwijl het zelve niet alleen ver„ „vallen en geschuurd, als ook de meeste houtwerken daar aan vergaan zijn, maar ook niet de minste defentie heeft weegens de belemmering der woon en en Pakhuisen en er bij vijandelijke aanvallen kan in den brand gestooken worden en als dan niets anders als den geheelen ondergang van niet alleen de huisen en het fort maar al de besetting te verwagten is van het Fort Amsterdam op Hila en deszelfs gebouwen— Primo De wooning van het opperhoofd is naar uijterlijk aanzien nog alrede„ „lijk wel, maar het zelve onderzogt hebbende, zo zijn de balken van binnen door de worm doorknagt en de planken meest vergaan zo ook de andere houtwerken dewelke op het span werk leggen en terwijl de houtwer„ „ken van de hier bevindelijke redout al meede vergaan zijn, zelfs ook de muragie al reeds zeer geschreurt is, en dit fort alzo min als dat van Haroeko, eenige verbeetering waardig is, zo is den teekenaar van gevoelen het eene met het andere zo lang te laten berusten, tot teijd en wijl de reeds genomene besluiten van een nieuw fortres geschieden mogt als dan alle de gebouwen in 't fort in te sluiten zeeker is wel waar„ dat den uitstel van dit noodzakelijk werk, als een voorpost van Amboina niet lang uitstel leijd, egter naar goedvinden getchieden kane De Redout Overburg op Lochoe met deszelfs gebouwen, zijn ten eenemaale defictt en alle hout en ijzer wer„ „kin vergaan, zo dat den daar leggende sergiant de gebouwen alreeds gestut heeft, om dat de balken afgerot en geheel zouden ingestort zijn in dien het met niet bij teijts gestudt geworden zo is na de ziekant de muragie van het daar om leggende fort, reets uijtgeweeken en gescheurden De Redout Leijden op Hitoelama Hier zijn al meede alle houtwerken vergaan tot zelfs de balken reeds gebroo„ „ken en van den daar leggende sergiant zo veel doenlijk met sterke stukken van boomen gestudt, egter zouder het wel zo goed zijn dat de op gemelde redout staande 3: p„s Canons; bij tijds naar beneden geplaast werden, om niet door het nalaaten van het zelve te veroorzaken, dat de gemelde stukken van het zelfs om laag koomen behalven deese gebreken van alle voorgem: for„ „ten en redouten komt nog die van zo een mindere bezitting, die bij de eerste bluijken van vijandelijkheeden zeer weijs doen om zig met een goed geen koomen zo zij nog zo veel tijd over hebben zig zoeken te redden, zo deselve niet op de aller bedroefste en than„ „delijke weijs van den wraakrugtigen vijand, wilden om het Leeven gebragt worden en daar door aan de vijanden ook te gelijk alle ammunitie over te laaten om nader„ „hand met zo veel te meer moeds haare vervolgens te begroeten en zo muenige ziel onnoodig doen sneuvelen — waar mede verhoope aan de g'eerde intentie van uwelEd: gestr: ten genoegen voldaan te hebben en gebruike de vrijheid mij met diepste Eerbied te noemen, /:onderstond:/ wel Ed: gestr: en Ed: Achtb: Heeren mitsg„s E: Heeren /:lager:/ uwelEd: Gestr: en Ed: Achtb: zeer gehoorsame dienaar /:was geteekent:/ I: M: Strick /:in margine/ Amboina Nieuw victoria den 30 maart 1786:— Aan den wel Edelen gestrenge Groot Achtbaare Heere. Adriaan de Bock. raad Extra ord:e van Nederlands Jndie, mits afgaande, en Den welEdelen Achtbaren Heer ! Johan Adam Schilling. aankomende gouverneuren directeurs nevens De verdere Leeden in den Achtb: Raad van Politie dezer Prointie wel Edele Gestr: Groot Achtb: Heeren Dn 39 Bij gevenereerd Raads besluit van den 23: Februarij ewenverweeken, gecommitteerd zijnde, tot den opneem der fortificatie werken en gebouwen, zoo hebben de Eerbiedige teekenaaren ten overstaan van de Leeden uit uwelEd: gestr Achtb: vergadering De Bourghelles en van Jperen, ten nauwkeurigsten nagegaan, alle zoda„ „nige defecten en nog onvoltooijde projecten, als wij de eer hebben hier na te vertoo„ „nin— Het zij oms vergund een aanvang temogen maken met — De Fortificatie werken, en daar van te zeggen, dat in de beneeden flank van het Bastion Hollandia. Aan de buiten Hoofd muur twee ligts schuiren en aan de wal voering eenige kalk barsten zijn In de beneden flans van het Bastion Gelica, Js in de hoofd muur een kapitaale scheur Aan de Battarij Orange: Is inselvervoegen een kapitaale Barst, In 't Bastion Vriesland zijn twee ligte scheuren, in de hoofd muur en 3 kalk barsten in de walvoering Zon „de door het aanstooten van een Balk het hoofd van de april afgebroken en 4 Hebben wij ontwaard drie kapitaale scheuren die tot in de fundamenten door „loopen, met nog drie ligter alle aan de hoofd muur en wij moeten hier noteeren dat dit geheele werk chijnt weg te zakken het zij door inzakking van het heijwerd dan wil door de ondergaane aardbeevingen— De gragten van 't Casteel - zijn nog niet tenvollen uitgediept en in deselve manqueeren nog, de gepropo„ „teerde Twee steene sluisen; dog den eersten teekenaar zal met gunstig welbehagen aan den welEd: gestr: Heer gebieder daar mede zo draa de werf aan een kant is, een begin maaken— Aan 't Bastion Overijzel De ƒ ƒ 6

NL-HaNA_1.04.02_3818_1024 view scan ↗

English

The Covered Ways are mostly all constructed, except in front of the Castle Land Gate partly on the east side, but none of them are finished according to orders, lacking the required banquettes and the filling up of these ways to thirty feet, which things, however, taking place daily, will soon be completed. We shall proceed here with the Battery at the Laha named Willemina. This work is still in good condition, as described in previous reports. The Battery at the Waijmitoe, or Petronella, is cracked in two places, and because of the heavy rains the banquettes have sunk somewhat here and there; however, in both of these works there are no storage places for provisions or ammunition, nor powder magazines, nor quarters for the soldiers, the garrison, consisting of a corporal and four privates, managing in a small hut made of gaba-gaba and thatched with atap. Regarding the Battery on and the Redoubt or Burgher Guard within the same, it requires us to say that the former, having been masoned in haste as if from clay, has various cracks, but the Redoubt is in very good condition. Beyond these aforementioned, we have discovered no other defects and shall now take the liberty to proceed to the Buildings The Government House or Block No 14: 71 Is finished, except for 15 ceiling beams which, because they could not be laid level, have caused some of the back rooms, for the same reason, to remain unceilinged, as there were no planks at hand. The Officers Quarters No 18: Above the same, the attics are not separated by a firewall, but run straight through, as is also the case above the living quarters of the artillerymen and the assistants. The Clove Warehouse No 5: On this building, almost all the mortises and tenons of the beams in the front stoop have given way, and it is entirely infested with white ants. 101 The Military Guardhouses No 3: Inside these, some window frames are almost eaten through by the white ants, with which these barracks are full, and one finds eight dormer windows looking out onto the rampart, which only serve as nests for rats and other vermin, and are otherwise of no use. An old building and guardhouse near Bastion Utregt folio 22 have remained, of which the first served for storing materials and the latter as a rice warehouse, but both of these are irreparable and entirely depreciated, decayed, and rotted. Above the Land Gate: The staircase leading up to the rampart has given way and has torn away from the capital of the gate. The former Equipment Warehouse No 2: Which is currently used by the Lieutenant of the Artillery for storing ammunition goods; is full of rats and ants, and the front gable is completely cracked across. A notable subsidence is observed in it, which was likely caused by the very heavy ceiling beams, of which more than half still lie there in excess, and it would be better to remove all of them from it and lay lighter ones in them, as is also the project of the ruler mentioned in the heading of this document, to employ that warehouse as one of the writing offices. Of the Shop No 9: Both gables are cracked right through, and further one can observe no defects. The current Secretariat No 19: Is cracked right through the three walls above the 8 upper lights of the door frames. The Commander's House No 16: Is in the same state as the Secretariat, and standing directly opposite it, has likely suffered the same defect from an earthquake. The Arsenal No 7: Currently standing empty, and already projected by the Noble outgoing ruler for a warehouse, for which purpose 4 frames also already stand in readiness to be set into the front, with a door in the middle and the bricking up of the gates at the end; it is a damp and stuffy room, standing flush against the rampart and only provided with 12 small round air holes; in the same, most beams in the wall are rotted, and the white ants lodge here as well. The Rice Warehouse No 3: Has more or less sunk in the foundations and is cracked in different places. This building has, by order of the Noble outgoing ruler, been considerably improved with the laying of an entirely new floor, 1 foot higher than the old one; and since it could get no air from the rear, because the roof came down upon the rampart, the water running off from it had to be absorbed into the ground, which inevitably caused bubbling up in other places, as has repeatedly been observed in the warehouse under the rice, his Excellency had the roof removed, provided with a gutter, and moreover had a ditch masoned down below between the warehouse and the rampart revetment to drain the water away, which it is to be wished were practiced on more other similar buildings that, like this one, stand close under the ramparts. The Powder Magazine on the West side: Is covered with a tiled roof. Now serving also to present the condition of the buildings outside the Castle, we take the liberty to report that: The New Equipment Yard, and the quarters and warehouse erected upon it, have progressed up to the laying of the ceiling beams, which is being waited upon in order to be further built up and completed. The Hospital and Hospitaler's House require the mention that the room on the South-East side, according to the proposal of the Noble outgoing Governor, will be provided with a ceiling, partitioned off, and there

Dutch transcription

De Bedekte weegen zijn wel meest alle aangelegd /: uijtgesondert voor de Casteels Landpoorten gedeeltelyk aan de oostkant:/ dog geene derselve zijn nade ordre voltooijd mankeerende de verbieede bankketten en de aanvulling dier weegen tot op dertig voeten, 't welk een en ander egter dagelijks geschieden, spoedig zal volbragt worden — wij zullen hier vervolgen met de Batterij aan de Laha genaamt willemina dit werk is nog als bij voorige Raporten beschueven is, in een goeden staat, — De Battery aan de waijmitoe of Petronella is op twee plaatsen gescheurd en door de swaare teegens zijn de Banketten hier en daar eenigsints gesakt, dog in beijde deese werken zijn geene bergplaatsen voor Provisien of Ammonitie, nog kruijt kelders, nog Logementen voor de Militairen; begelpende zag de besetting, bestaande in een Corporaal en vier gemeene, in een gabbe gabbe met adap gedikte huisje — De Batterij aan, en de Redout of Burger wagt, binnen deselve, vordert dat wij zeggen, dat de eerste als van klij in der haast opgemetseld, diverse barsten heeft, dog de Redout is in den zeer goeden staat en Booven deese opgenoemde, hebbende wij geen andere defecten ontdekt en ^neemen zullen thans de vrijhend ^ overtegaan tot de Gebouwen T gouvernement of Blok N„o 14:— 71 Is vollooijd op 15: solder balken na welke mits gelijk niet hebben kunnen gelegt worden, in eenige der agtervertrekken hebben om die zelfde oorzaat moeten ongezol„ „dert blijven, also er geene planken aanhanden zijn geweest en De Officiers wooningen No 18:— Boven dezelve zijn de solders niet gesepareert met een brandmuur, maar Loopt geheel door zoo meede boven de Arthilleristen en Assistente wooningen T Nagul Pakhuis N„o„ 5: Aan dit gebouw zijn meest alle debalken in de voorstoep de tappen uijtgewee„ ken, en is geheel door de witte mieren g'infecteerde 101 De militaire wagten N:o 3 Binnen deese zyn eenige vengster Cousijnen door de wilte mieren /:waar van deese Caseres vol zyn:/ bij na doorgevreeten en men vind agt dak vingsters, die op dewal uijtkoomen, welke alleen dienen, tot nesten voor rollen en andere onge„ „dierte en buijten des van geen nut zijn Een oud gebouw en wagt bij het Bastion Utregt Fo 22: zijn overgebleeven waar van het eerste tot berging van materiaalen en het laaste tot een Rijst Pakhuis gedunt heeft, dog beide deese zojn in reparabel en ter eenemaal gedeva„ „liceert, vergaan en verrot Booven de Landpoort. Is den trap op de wal uijtgeweeken en van het kapitel der poort afgescheurd Het geweesen Equipagie Pakhuis N:o 2:— 'T welk thans door den Luijtenant der Arthillerij tot het bergin van Ammuni„ „tie goederen gebruikt word; is vol rotten en mieren en de voorgievel is ten eenmaal dwars doorgescheurd, men bespeurd aan het selve, eene merkelijke versakking, die denkelijk veroorzaakt is, werd; door de gemeene swaare solder Balken, die nog wel meer als de helft in overvloed daar in leggen, en beeter was het dezelve alle daar uijt en ligter daar in teleggen, gelijk het project van den eersten in hoofde deeses genoemden gebieder, ook is om dat Pathuis tot een der schrijf Comptoiren te emplojeeren. — van de winkel N:o 9: zijn bijde de gewels door een geschurd en verder kan min geene gebreeke bespeuren Het teegenswoordige Secietarij N:o 19: — 2 H. dwars door de drie muuren gescheurt, boven de boven 8 Ligten van de deur Cousijnes De Commandants wooning N„o 16. Is eevens zo gesteld als het secretarij en deese daarregt teegens overstaan „de, heeft dinkelijk door een aardbeeving het selfde defict getreegen F Het Arsenaal N=o 7: — Thans leegstaande, en door den Edelen Heer afgaande gebieder reeds geprojecteert voor een Pakhuis, ten welken einde ook al 4: Cousyjns in gereedheid staan, om aan de voor„ „kant ingesit te worden, met een deur, in het midden en toemitseling der Poorten op het einde, is een vogtig en bedompt vertrek, als staande bot teegen dewal en een„ „lijk met 12: klijne ronde lugt gaaten voorzien, in het selve zijn demeeste balken in demune verrot, en de witte mieren logeeren hier ook — Het Ryst Packhuis No 3: — Is min of meer in de fundamenten gesakt en op diferente plaatsen gescheurt; Dit gebouw is ter ordre van den Edelen Heer afgaande gebieder merkelijk verbeeterd, met het leggen van een geheel nieuwe vloer en 1: voets hooger dan de oude, en also het zelve van agteren geen lugt kunnende krijgen, door dien het dat op de wal needer kwam, het water daar aflopende in de grond moest verswelgen, dat op andere plaatsen noodwindig een verborreling veroorsaakte /:gelijk temeermalen in het Pakhuis onder de Rijst bespeurd is :/ zo heeft zijn welEd: gestr: het dat laaten afneemen, met een groot voorsien en bovendien om laag, tusschen het Packhuis en dewal voering, een grep doen metselen om het water aftelijden 'T welk toewinsche waare, dat aan meer andere zoortgelijke gebouwen gepractiseerd wierd, die zoo als dit, digt onder dewallen staan Het kruit Maguazijn in de w„t kant — Is met een pannedat overdekt Thans ook dienende te vertoonen die gesteldheid der gebouwen buijten het Casteels, zoo neemen wij de vrijheid te berigten dat De Nieuwe Equipagie werf En daar op de g'Erigeerde, Logimenten en Pakhuis, tot op het leggen der solder balken nagevordert zijn, waar na men wagt; om verder opgemit„ „tild en voltoond te worden Het Hospitaal en Hospitaatiers wooning, vereijshen de aanhaaling dat het vertrek aan de z„t O„t kant volgens het voorsteld van den Edelen Heer afgaande gouverneur, met een solder zal voorzien afgeschooten en daar

NL-HaNA_1.04.02_3818_1027 view scan ↗

English

103 there a porch or gallery should be built, which might also well be done to the other wing; as the occupants enjoy little comfort therein and are exposed to the open air, drafts, and rains, and The dwelling for the Hospitaler is so bad that one can consider it almost unusable. The Town Hall Is completely dilapidated and old; as are the rooms behind it; but one side thereof (serving for the securing of the prisoners) is completely repaired. The Quarters of the slaves. Is also very dilapidated. 6 The Dutch Church Is halfway provided with a lean-to or gallery in the Consistory, is covered with tiles instead of shingles, otherwise lacks nothing. However, we must note here that due to the heavy earthquake this building has suffered much, as a result of which the arches above the windows are mostly all cracked. The Malay church is indeed completed, but the pews within it are still lacking. Also, the chief schoolmaster's and sexton's dwelling has not yet been erected; being still in that state as was cited in previous reports. The town's gentleman's bridges and houses are in a good state, and can, as well as the sewers, be maintained with minor repairs. On the other hand, some wooden bridges urgently require renewal and improvement. With the foregoing report we hope to have complied with the much-honored intention and order of your Right Honorable, Highly Esteemed, and in this trust name ourselves with the greatest respect and high esteem (subscribed Right Honorable, Highly Esteemed Gentlemen, lower) your Right Honorable, Highly Esteemed very humble and bounden servants (was signed) G: N: van Geuricke, I: M: Strick, J: G: Rabe, and A: Jan (in the margin) Amboina New Victoria the 31st of March in our Anno 1788 (in presence of us, signed) W: J: de Bourghills and L: van Speron. Short 1 pieces 1 1 pieces iron 1 pieces iron 2 pieces 2 pieces 2 pieces Short summary of the Names of the Bastions and Batteries with the Cannon placed thereon; Namely On the Bastion Hollandia 6 2 pieces brass Cannons of 24 pounds - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 18 pounds - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 2 pieces 8 pounds - - - - - - - - - - - - - - -- 1 pieces 2 pieces 4 pounds - - - - - - - - - - - - - - - - 8 pounds - - - - 18 pounds - - - - - - - - - - - - - - - - 1 pieces on the Battery Nassau 4 pieces iron Cannons of 12 pounds - - - - - - - - - - on the Bastion Zeelandia on the Battery the Beemster 4 pounds - - - - - - - - - - - on the Bastion Utrecht 1 pieces iron Cannons of 12 pounds - - - - - - - - - - Cannon of 8 ditto Cannons of 6 pounds - - - - - - - - 12 pounds - - - - - - - - - - - - 4 brass Cannons of 6 ditto - - - - - - - - - - - 4 6 pounds - - - - - - - - - - - - 8 pounds - - - - - - - - - 2 6 pounds - - - - - - - - - 2 on the Bastion Friesland 5 pieces iron Cannons of 6 ditto - - - - - - - on the Bastion Overijssel 2 pieces iron Cannons of 12 ditto - - - - - - -- 4 pounds - - - - - - - - 6 pounds - - - - - - - - - - - - 8 pounds - - - - - - - 1 iron on gun carriages on ramparts on the ground embrasures and blank 34 1 15 47 2 1 4 1 1 4 1 2 2 6 4 2 1 1 12 2 94 1 1 2 4 1 2 1 1 1 3 3 1 2 2 1 1 1 2 7 5 105 50 pieces 94 pieces on the Battery Willem the Fifth 2 pieces iron Cannons of 8 ditto - - - - - - - - - - on the Bastion Groningen ditto of 8 ditto - - - - - - on the Battery Orange ditto of 8 ditto - - - - - - - - - on the Bastion Gelria ditto of 12 lb - - - - - - - - - 8 pounds - - - - - - - - - on the Hornwork on the East side ditto of 12 ditto - - - - - - - - - - - 8 pounds - - - - - - - - - - - 6 pounds - - - - - - - - - - on the Hornwork on the West side ditto of 12 ditto - - - - - - - - - 8 pounds - - - - - - - - - - 6 pounds - - - - - - - - - - 6 pounds - - - - - - - - 4 pounds - - - - - - - - - - - - - - 4 pounds 3 Total pieces 54 12 28 9 (underneath) Amboina at Castle New Victoria the 18 March 1788 (was signed) J: H: Atrica at the Citizens' Guard ditto of 8 ditto 3 1 1 2 1 2 on gun carriages on ramparts on the ground embrasures 34 1 15 batteries 1 ditto 5 embrasures 1 2 2 3 7 ditto 3 3 4 4 2 1 ditto ditto ditto 3 1 1 2 9 3 1 2 3 1 2 Blank 4 2 Copy Secret 12th October Anno 1788. Daily Register beginning from the 19th of June until the A Anno 1788 June Daily Register Continuation of the Secret From Thursday the 19th to Saturday the 21st nothing was to be noted. Sunday the 22nd. By the Chinese Ong-Sianko, duplicate letter of the letter to Batavia of the 16th of this month and an Original note dated yesterday sent off to Batavia. Also received a Note from Both the Princes Aroe Pantja note from Aroe Pantja to C: S: and the Datoe of Tidenreng, which I answered. answered on Monday the 23rd. See Appendices of this. Toward the evening of this day I received a separate letter from the Bulukumba Resident van Diemar dated the 21st of this month concerning An English ship in the the arrival of An English ship in the Bight of Boni. Bight of Boni Whereupon I concerning this. Tuesday the 24th Sent off the necessary answer. And at the same time instructed the Maros Resident and message to Boni's king order to Bulukumba BurgGraaff by a separate note how to conduct himself here

Dutch transcription

103 daar aan een voorstoep of galderij gemaakt worden, het welke meede aan de andere vleugel wel mogt geschieden; also de zijders winig gemak daar in genieten en aan de lugt, togt sa keegen g'exponneerd zijn en Dewooning voor den Hospitalier is zodanig slegt dat men deselve bij kans voor onbequaam kan aanmerken— Het Stadhuis Is ten eenimaal bouvallig en oud; zo meede de vertrekken daar agter; dog een zij derselve /:dienende tot sicureering der gevangene :/ is Comp leot gerepareert 't Quartier der slaaven. Is meede zeer bouvallig 6 De Hollandse Kerk Is ten halve met een afdak of galderij voorsien in de Consisstorie is met pannen insteede van Cierappen gedekt, ontbreekt verder niets — Egter moeten wij hier noteeren dat door de swaare aardschuddinge dit gebouw veel geleeden heeft waar door de boogen boven devengster meest alle gescheurd De Maleidsche kerk is wel voltooijd, dog de gestoeltens binnen desel manqueeren nog— ook is des opperkchoolm: en kosters woning, nog niet g'errigeerd; zijnde nog in dien staat als bij voorige berigten aangehaald is — De stads Heere Brugge en Huijsen zijn in een goeden staat, en kunnen zoo wel als de Riolen met kleine reparaties onderhouden worden — Daar en tegen vorderen eenigehoute Bruggen noodwindig vernieuwing en verbetering Met het voorenstaande relaas hoopen wij aan de veel g'eerde intentie en ordre van uwelEd: Gestr: Groot Achtb: voldaan te hebben en noemen ons in dit vertrouwen met demeeste eerbied en hoog agting /:onderstond welEd: gestr: groot Achtb: Heeren /:lager:/ uwelEd: Gestr: Groot Achtb: zeer ootmoedigen en Trouwschuldige dienaaren /:was geteekent:/ G: N: van Geuricke, I: M: Strick, J: G: Rabe, en A: Jan /:in margine:/ Amboina Nieuw victoria den 31 Maart onsen Ao 178: / Iin wijnan overstaan / geteekent:/ W: J: de Bourghills n L: van speron Kort 1: „ 1. 1. „ ijzere. . 1: „ ijzere 2: „ 2. „ 2 „ Kort vertoog van de Naamen der Bastions en Baterijen met het daar op geplaaste Canon; Namentlijk E Op 't: Bastion- Hollandia — E 6 ƒ 2: p:s metaale Cannons van 24 rd„s - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - _ „ 18: „ - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 2: „ _ _ „ 8 „ - - - - - - - - - - - - - - -- ƒ „ 1 „ 2 „ _ „ 4: „ - - - - - - - - - - - - - - - - o „ 8„ - - - - 18 „ - - - - - - - - - - - - - - - - „ 1: op de Baterij Nassouw 4: „ ijzere Cannons van 12: d: - - - - - - - - - - op de Bastion Zelandia - op de Baterij de Bethermster „ 4: „ - - - - - - - - - - - op 't Bastion uijtregt 1: „ ijzere Cannons van 12: d„o - - - - - - - - - - Cannon van 8 do. . . . . . . . . . . . . Cannons „ 6 „ - - - - - - - - . . . — „ 12 „ . - - - - - - - - - - - - 4 „ mitaale Cannons van 6 dd„o - - - - - - - - - - - 4: — „. 6 „ - - - - - - - - - - - - _ _ „ 8 „ - - - - - - - - - 2: — „ 6: „ - - - - - - - - - 2: op 't Bastion vriesland 5: „ ijzere Cannons van 6 do - - - - - - - op 't Bastion Overijzel „ - „ „ „ 2: „ ijzere Cannons van 12: do - - - - - - -- —o „ 4 „. - - - - - - - - „ - - - - - 1. — 1 2. 3: 2 9: - 1 „ ijzere op affuijten op Rampand op degen hitgaad en blanko 34: 1: 15: 47:- ƒ - ƒ 2: „ _ o 1 „ _o 4 „ - . ƒ 1 „ 1„ _ 4 „ _ - _o _o 1: „ 2: „ 2: „ 6 ƒ „ 4 -- - --:- . 2. -- 1. — 1: 12: - — 2: — — — - — — 94 - ƒ: m „ 1: - —: 1: — — 2 4. —— —. 1: 2: — —: — — — — 1: - 1: - . - 1. 3: —: —: 3 1: ƒ — — —: —. —: —: —: —: 2: 2: 1: —: 1: —: 1: —: — — 2: —: —. —. - 7: - „ — „ 6 „ - - - - - - - - - - - - —. „ 8: „ - - - - - - - 5 105 50 p:s 94: p„s op de Batavij willem de vijfde 2 p„s ijzere Cannons van 8: d:o - - - - - - - - - - op de Bastion groningen _o van 8 do - - - - - - op de Baterij Orange _o van 8 d„o - - - - - - - - - op 't Bastion Gelria _o van 12 lb - - - - - - - - - 8 „ - - - - - - - - - op 't Hoornwerk aan de Oostkant _ _o van 12: do - - - - - - - - - - - „ 8 „ - - - - - - - - - - - — „ 6 „ - - - - - - - - - - op 't Hoornwerk aan de wettkant _o van 12. edo - - - - - - - - - „ 8. „ - - - - - - - - - - _ „ 6 „ - - - - - - - - - - _ „ 6 „ - - - - - - - - — „ 4: „ - - - - - - - - - - - - - - 4 „ - - 3:— Somma p„s 54: 12: 28: 9 /:onderstond/ Amboina nt Castel Nieuw Rictoria den 18 maar 173. /:wasgluent/ J: H: Atrica nur aan de Burgerswagt _ _ van 8: do - 3: 1: 1. 2: 1: 2: — op affuijten op ranparden op de grod chut g 34. 1: 15 rijen 1. „ _o 5 gaaden 1: 2: „ 2: „ _ 3: „ _ 7: —„ _o 3. „ 3. „ 4 „ - 4: „ 2 „ — 1: - _o _o _o - - - 3: — — 1: 1 — 2: - 9 3: — 1: —: „ — — 2: —: 3: — — 1: „ 2: — Blank 4 — — — — 2: 12=e october A„o 1788. Copia Gekreet beginnende van den 19 Junij tot den Dag Register A Anno 1788 zondag „na C: S: beandwoord. Een Engelsch schip in de bogt van Bonij dientwegen. en bootschap aan Bonijs koning Dag Register Vervolg van het Sekreet Junij van Donderdag den 19„e tot Saturdag „. 21„e viel niets te noteeren. „ 22. per den Chinees ong-Sianko, duplicaat schrijvens van schrijvens na Batavia 16„e dezer en een Origineel briefje gedateert op gisteren na Batavia afgezonden. Ook een Briefje van Beide de Prinsen Aroe Paintja briefje van Aroe Pantja„ „na en den Datoe van Tidenreng ontfangen dat Ik Maandag den 23„e beandwoord heb. vide Bijlagen deses. Op heeden tegens den avond ontfing Ik een aparte brieff van den Boelecombas Resident van Diemar de dato 21„e deser wegens de komst van Een Engelsch schip in de Bogt van Bonij. waar op Jk ordre na Boelecomba Dingsdag den 24„e Het nodige andwoord afzond. En met eene den Maros Resi„ „dent BurgGraaff bij een apart briefje gelaste hoedanig zig hier

NL-HaNA_1.04.02_3818_1034 view scan ↗

English

Year 1788 Boni's envoy arrives from Batavia and enters with a request. Boni's queen in childbed. And from Maros further news of the Englishman who anchors close by here. Address hereabout to the king of Boni who is still over there. At noon the Bonian envoy arrived here at the roads from Batavia, who, coming ashore immediately, made his arrival known to me and at the same time indicated that he had brought along a letter from Their High Mightinesses to his king, and therefore requested to know by when the same would be fetched, which I set for the day after tomorrow. In the afternoon the Sulewatang had me informed through an interpreter on behalf of Boni's king of the queen's delivery of a prince on Saturday the 21st of this month. Wednesday the 25th. News from Boelecomba. Over land I received two letters from the Boelecomba resident van Diemar, which were dated earlier than those received the day before yesterday and likewise related to the English ship anchored in the Gulf of Boni. From Maros the resident Burggraaff reported to me a dispute that had arisen between our Lomo and some Bugis, to which I briefly sent the necessary reply. A Bugis vessel also brought me news that a ship appearing from afar was that Englishman who had roamed about in the Gulf of Boni, of which I had the members of the Council of Policy informed, see separate Resolution upon circular inquiry. At noon, around 12 o'clock, with his boat Year 1788 June And sends a lieutenant ashore with a letter, which is answered. Answer from Boni's king regarding what was written concerning the English ship. Also the supercargo of the English ship, what he requests, etc. there arrived here at the pier in his boat the second lieutenant of the aforementioned English ship, named Surprize, which had come to anchor a good hour from this castle. Coming ashore at his request, he handed me a letter from the supercargo aboard, Mr. Thomas Wright, the contents of which were as can be seen in the annexes hereto along with the reply thereto. This lieutenant also told me upon my inquiry that this ship named Surprize was a private ship chartered by the English Company, and that having intended to head directly hither, it had drifted into the Gulf of Boni due to heavy currents, and that their intention was to steer for China as soon as they should have obtained some refreshments. Thursday the 26th. In the morning I received a letter from the Maros resident Burggraaff containing the speculative, or rather sinister, answer of the Bonian king to the message delivered to that prince on my orders regarding the English ship mentioned yesterday that had roamed in the Gulf of Boni. Furthermore, during the reception of the Bonian envoy and the letter brought by them, there arrived here at the wharf or dwelling of the master shipwright the supercargo and first lieutenant of the aforementioned English ship still lying outside. Having concluded the reception, I let them come to me at their insistence at my country residence behind the castle, where they—not mentioning anything at all of any trade, as had been done in the letter—requested nothing other than some refreshment of water, coconuts, chickens, and some other small items of which they were in the greatest need, alongside a pilot to bring them to the latitude of Banjar, and a carpenter. The latter two articles I politely declined, and the first, concerning the refreshments, I charged the Shahbandar Monsieur and master shipwright Hinse to arrange; after which, it having already become noon, having had a light breakfast at my place, they immediately departed back on board. With these people there had also come ashore to serve as an interpreter for them one Smeer, formerly a lieutenant on one of the national warships that had been here in the past year. But since I was informed that this rogue had been driven out of the national service at Malacca and had gone over to that of the English over there, I made him depart back on board at once, with orders not to come ashore again at all. Of the arrival or appearance of this ship, I also 1788 June Further Notice given to the Courts of this arrival. Departure of the English ship for China. immediately had the necessary notice given to the Court of the Macassars, and also to that of Boni, though the king's viceroy was not present. Friday the 27th. Toward half past nine o'clock in the forenoon, the master shipwright Hinse came to report to me that the English ship, having been supplied with a large part of the requested refreshments, had set sail again from here, from the place where it had lain anchored, taking its course seaward past the Deer Island toward China. The said master shipwright also brought ashore a Galesongese who had been returned to him by the captain and the supercargo of the English ship and who had been detained on board around Sumbawa, where, having come through the Bali Strait, they had put in for refreshments. This man then also related to me that this ship had been at Sumbawa, but that he did not know what they had carried out there. In the afternoon, having obtained access, I sent the first clerk Rudolph and pay-transfer clerk Claassen, assisted by the assistant interpreter Billet, as commissioners to the Sulewatang of Boni to deliver to the same for his king, on behalf of the Company, the customary gift on account of the queen's delivery. On which occasion I also gave notice that the English ship that had come here in the vicinity of this castle had already departed again. Just as I also did by a separate note to the resident of Boelecomba for his information. Saturday the 28th. Nothing. The 29th. Answered a note from Aru Pantjana, currently Datu Lampoella.

Dutch transcription

A„o 1788 Bonijs gezant arriveert van Batavia en komt binnen met verzoek. Bonijs koningin in de kraam. en van maros nadere tijding van den Engelsman. die hier digte bij ankert. hier over bij de ginter zig nog bevindende koning van Bonij addresseeren. Op de middag arriveerden van Batavia hier ter rheede de Bo„ „nische afgezant die aanstonds aan de wal komende mijn zijn arrivement bekent maakte en teffens te kennen gaf Een Brieff van Hunne Hoog Edelhedens aan zijn koning mede gebragt te hebben en daarom versogt te mogen weten tegens wanneer dezelve zoude worden afgehaalt 't geen ik op overmorgen be„ „paalde. — 'S nademiddags liet mijn de Saloewattang door een tolk uijt naam van Bouijs koning kennisse geven van 's konin„ „gins bevalling van een Prins op Saturdag den 21„e dezer Woensdag den 25„e Ontfing Iko over den Landreg twee brieven van den Boele tijding van Boelecomba ombas resident van Diemar die vroeger gedateert waaren dan de Eergisteren ontfangene en almede relasie hadden tot an het in de Bogt van Boni g'ankerde Engelsche schip van Maros berigte mijn den resident Burgsraaff Een ontstaan verschil tusschen onsen Lommo en sommige Boegineesen. waar op Ik kortelijk het nodige antwoord afzond. —: Ook bragt Een boeginees vaarthuig mijn tijding dat Een van verre opdagent schip dien Engelsman was die in de Bogt van Boni rond gezworven had waar van Ik de leden van Politie liet kennisse geven vide Aparte Be„ „solutie bij rond vrage. Op de middag omstreeks 12 uuren kwam met zijn Junij schuit A„o. 1788 Junij en een Luitenant aan de wal zend. met een brieff die beantwoord. andwoord van Bonijs koning. wegens het gesch: om„ „trend het Engelsch schip. ook de carga van het Engels schip wat die verzoekt etc. schuit alhier aan het Hoofd aan de twede Luitenant van het voormelde en Een groot uur van dit kasteel ten anker gekomen Engelsch schip genaamd Surprize dewelke op zijn verzoek aan Land gekoomen mijn overgaf een Brieff van de daar op zijnde Carga de Heer Thomas wrights die van zodanigen inhoud was als bij de Bijlagen dezes nevens het andwoord daar op te zien is, deze Luitenant zeide mijn ook op mijn aff„ „vrage dat dit schip genaamd Surprize Een particulier schip was van de Engelsche kompagnie ingehuurd en dat het De wil direct na herwaarts hebbende door zwaare Stroomen in de Bogt van Bonij was vervallen geweest en dat hun voornemens was om na china te stevenen, zo dra zij maar eenige verversing zoude bekoomen hebben. Donderdag den 26„e 'Smorgens kreeg sk een brieff van den Maros resident Burggraaff behelsende het speculatie f of liever sinistre andwoord van Bonisch koning op de door hem ter mijner ordre aan dien vorst gedane Bootschap omtrent het in de Bogt van Bonij gezworvene en op gisteren vermel„ „de Engelsch schip: voorts kwam onder het recipieeren van de Bonijse Gezant en de door hun meede gebragte brieff hier aan de werff of woning van den Equipagie meester aan de Carga en Eerste Luitenant van voorschreeven nog buiten leggende Engelsche schip die Ik, de receptie zijn beslag erlangd hebbende, op hun instantie in mijn buiten wooning agter om het kasteel liet bij mijn komen, alwaar zij mijn /: in het minst zo als bij de brieff gedaan 1788 van deze komst aan de gegeven. vertrek van het Engelsch schip na China. gedaan niets meer van eenige handel meldende :/ niets anders ver„ „zogten als om wat verversching van water, klappus, hoenders en eenige andere klenigheeden welke zij ten hoogsten benodigt waren nevens een Loots om haar tot op de voogte van Banjar te brengen en een timmerman: De twee laaste artikuls wees ik beleefde„ „lijk van de hand en de eerste omtrend de ververschingen droeg Ik om te bezorgen den Siabandhaar Monsieur en Equipagie opzig„ „ter Htinse op: waar na zij, als reeds middag geworden zijnde, bij mijn Een weinig ontbeten hebbende, terstond weder na boord zijn gevaaren. Met deze lieden was ook om voor hun als Tolk te dienen aan de wal gekoomen Eenen Smeer voormaals Luitenant op een der hier in anno passato aangeweest zijnde 's lands: oorlogs scheepen. Dan nadien men mijn onderrigte dat deze snaak op Malakka uit 's Lands dienst gejaagd en ginter in die van de Engelsche was overgegaan, zo deed Jk hem opstond weder na boord vertrekken met last om maar in het geheel niet weder aan de wal te komen van de komst of verschijning van dit schip heb jk ook Hoven de nodige kennis ten eersten aan het Hof der Makagaaren de noodige kennigse doen geven en ook aan dat van Bonij, dog 's„ „konings stedehouder was niet present. Vrijdag den 27„e Tegens halff tien uuren voor de middag kwam den C. Equipagie meester Hinse mijn rapporteeren dat het Junij Engelsch verder. Junij van oele„ Engelsch schip voor een groot gedeelte van de versogte verver„ „sching voorsien, weder van hier, ter plaatse daar het g'ankerd ge„ „legen had, onder zeil was gegaan, de cours beziiden zeen het harte beesten Eiland na China nemende. Gedagte Equipagie opzigter bragt ook mede aan de wal een hem door de kapitain en voorts Carga van het Engelsch schip te rug gegevene en omstreeks Sambauwa /:alwaar zij door straat Balij gekomen wezende, om verversching waeren aan„ „gegiert :/ aanboord aangehoudene Glissonger. Deze verhaalde mijn dan ook dat dit schip op sumbauwa was geweest, dog dat hij niet wist wat zij daar hadden uitgevoert. 's agtermiddags zond Ik na bekomen acces de Eerste klerk Rudolph en Zoldij overdrager Claassen g'agisteert van de onder„ „tolk Billet als gekommitteerdens na den Saluatang van Bonij om aan denzelven voor zijn koning 's komp„s wegen af te geven het gebruikelijke geschenk wegens 's koningins beval„ „ling. Bij welke gelegendheid ik ook kennis liet geven dat het hier in de nabijheid van dit kasteel gekoomene Engelsche schip reets weder vertrokken was. Gelijk ik zulx ook deed bij een apart briefje aan de Resident van Boelecomba tot desselfs narigt boot„ ag den 28„e Nehil den 29:e beandwoord Een briefje van Aroe Pantjana, thans Datoea Lampoella nijs 5

NL-HaNA_1.04.02_3818_1038 view scan ↗

English

1788 further of this arrival to the given. Departure of the English ship to China. done, mentioning nothing more of any trade, they sought only some refreshments of water, firewood, and some other small matters which they exceedingly required, alongside a pilot to bring them up to the latitude of [illegible] and a carpenter. The two last articles were flatly refused, and the first regarding the refreshments was entrusted to the Shahbandar Monsieur and Equipage Master Hinse to provide. Whereafter they, as it was already noon, having had a little breakfast with me, immediately departed again. With these people, one Smeer had also come ashore to act as their interpreter, formerly a [illegible] of one of the ships that had been here in the past year. But after I was informed that he had been driven out of the Country's service at Malacca and had gone over to the English, I caused him to return on board again with orders not to come ashore any more. Of the arrival or appearance of this ship, I immediately had the necessary notice given to the Court of the Macassars and also to that of [illegible], the King's Lieutenant was not present. Friday the 27th. Towards half past nine o'clock in the forenoon, Equipage Master Hinse reported to me June Anno 1788 June and his surrender of a Glissonger. Gift for Boni's King with the adjacent message. A letter to Boelecomba. that the English ship, having been provided for a great part with the requested refreshments, had again set sail from here, from the place where it had lain anchored, taking its course south of the Deer Island towards China. The said Equipage Master also brought ashore a Glissonger who had been returned to him by the captain and further supercargo of the English ship, having been detained on board around Sumbawa (where they, having come through the Bali Strait, had called for refreshments). This man then also told me that this ship had been at Sumbawa, but that he did not know what they had carried out there. In the afternoon, after having obtained access, I sent the First Clerk Rudolph and Pay Transferrer Claassen, assisted by the Under-Interpreter Billet, as commissioners to the Salawatang of Boni, to deliver to him for his King, on behalf of the Company, the customary gift on the occasion of the Queen's confinement. On which occasion I also caused notice to be given that the English ship which had arrived here in the vicinity of this castle had already departed again. Just as I also did by a separate letter to the Resident of Boelecomba for his information. Saturday the 28th. Nothing. Sunday the 29th. Answered a letter from Aroe Pantjana, presently Datu Lampoella Anno 1788 June The letter for Boni's King fetched. Writings to Batavia. Further reports regarding an English ship that has been in the Gulf of Boni. Sopeng recently honored. Lampoella (a) regarding his son Daeng Mangesa, who returned from Tanette. Monday the 30th. The letter of Their High Excellencies for the King of Boni, mentioned under the 24th and 26th of this month, was fetched from the castle with the ordinary state and customary ceremonial by the Tomilalang and various Prince-Grandees, to be conveyed to Maros, where His Highness is still staying. July Tuesday the 1st. Nothing. As also from Wednesday the 2nd to Monday the 7th nothing was to be noted, except that I handed over to the former Bookkeeper Hendrik Voll, for delivery to Batavia, a letter for Their High Excellencies and further papers, see Register. Tuesday the 8th. Received by overland route a letter from the Boelecomba Resident van Diemar, dated the 30th of June last, containing further incoming reports regarding the English ship that had been yonder in the Gulf of Boni and was mentioned in the previous month, which, however, being fabricated statements from natives or Bugis, deserve no special attention nor credence, principally the alleged purchase (a) he presently bears this new title after the Duchy honored to him by the present King of Sopeng. Anno 1788 July Resolutions taken thereon. and notification to Batavia. which those English were said to have wished to make of the island Pulau Melung Rua with the anchorages thereabouts for a trifle of four hundred Spanish rixdollars, which is also entirely inconsistent with or irreconcilable with private writings from the said Resident to me stating that the English were afraid of the Bugis and the latter in turn were afraid of them. Wednesday the 9th and Thursday the 10th. Nothing. Friday the 11th. I received per the pancalang De Vrede, returned from Sumbawa, news from Sumbawa: a letter from the Captain and Commander of the State's war frigate De Lijnt, Fredrik Alexander Meurer, who arrived yonder alongside the State's brig De Pijl on the 26th of June last, wherein His Honor reported to me concerning the situation found yonder and at the same time a requisition both for military personnel and various other necessities, just as this was also done by the Resident Meures. See the letters themselves, to be found among the appendices of this document, together with the separate resolution taken thereupon today in the Council of Policy. Saturday the 12th. Notice of all this was further given to Their High Excellencies by a postscript letter per the former Bookkeeper Hendrik Jansz Voll, who had just drifted off and fortunately had not yet departed. Sunday

Dutch transcription

1788 verder van deze komst aan de gegeven. vertrek van het Engelsch schip na China. gedaan niets meer van eenige handel meldende:/ „zogten als om wat verversching van water, klan eenige andere klenigheeden welke zij ten hoogste nevens een Loots om haar tot op de voogte van B en een timmerman: De twee laaste artikuls „lijk van de hand en de eerste omtrend de verversch om te bezorgen den Siabandhaar Monsieur en Eg „ter Htinse op: waar na zij, als reeds middag gew bij mijn Een weinig ontbeten hebbende, terstond we zijn gevaaren. Met deze lieden was ook om voor hun als Tol„ de wal gekoomen Eenen Smeer voormaals een der hier in anno passato aangeweest zijnde scheepen. Dan nadien men mijn onderrigte op Malakka uit 's Lands dienst gejaagdn van de Engelsche was overgegaan, zo deed weder na boord vertrekken met last om m niet weder aan de wal te komen van de komst of verschijning van dit schip Hoven de nodige kennis ten eersten aan het Hof der Makagaaren kennisse doen geven en ook aan dat van „konings stedehouder was niet present Vrijdag den 27„e Tegens halff tien uuren voor de middag O Equipagie meester Hinse mijn rapporteeren Junij A„o 1788 Junij 5 en zijn overgave van een Glissonger geschenk van Bonijs koning met nevenstaande boot„ schap Een briefje na Boele„ „comba. Engelsch schip voor een groot gedeelte van de versogte verver„ „sching voorsien, weder van hier, ter plaatse daar het g'ankerd ge„ „legen had, onder zeil was gegaan, de cours bezunden zeen het harte beesten Eiland na China nemende. Gedagte Equipagie opzigter bragt ook mede aan de wal een hem door de kapitain en voorts Carga van het Engelsch schip te rug gegevene en omstreeks Sambauwa /:alwaar zij door straat Balij gekomen wezende, om verversching waeren aan„ „gegiert:/ aanboord aangehoudene Glissonger. Deze verhaalde mijn dan ook dat dit schip op sumbauwa was geweest, dog dat hij niet wist wat zij daar hadden uitgevoert. 's agtermiddags zond Ik na bekomen acces de Eerste klerk Rudolph en Zoldij overdrager Claassen g'assisteert van de onder„ „tolk Billet als gekommitteerdens na den Saluatang van Bonij om aan denzelven voor zijn koning 'skomp„s wegen af te geven het gebruikelijke geschenk wegens 's koningins beval„ „ling. Bij welke gelegendheid ik ook kennis liet geven dat het hier in de nabijheid van dit kasteel gekoomene Engelsche schip reets weder vertrokken was. Gelijk ik zulx ook deed bij een apart briefje aan de Resident van Boelecomba tot desselfs narigt Saturdag den 28„e Nehil Zondag den 29:e beandwoord Een briefje van Aroe Pantjana, thans Datoea Lampoella s A„o 1788/ Junij A„o 178 de brieff voor Bonijs koning afgehaald. schrijvens na Batavia nadere berigten wegens Een Engelsch schip. dat in de Bogt van Bonij is geweest. Soping Iongst verEerd. Lampoella /:a:/ wegens zijn van Tanette terug gekeerde zoon Daeeng. MangEsa. Maandag den 30„e Is de onder den 24„e en 26„e dezer vermelde brieff Hunner Hoog Ed„s voor de koning van Bonij met de ordinaire statie en gebruijkelijk Ceremonieel door de Tomilalang en Diverse Prinsen Grooten uit het kasteel afgehaald ter overbreng na Maros, alwaar zijn Hoogheid zig nog ophoud. — Julij Dingsdag den 1„e Nibil. Gelijk ook van Woensdag „ 2„e tot Maandag „ 7:e viel niets te noteeren als dat Ik den oud Boekhouder Hendrik Voll ter bestelling na Batavia overhandigde Een brief voor Haar Hoog Edelhedens en verdere Papieren vide Register. Dingsdag den 8„e Een brieff van den Boelecombas Resident van Diemar over den Landweg ontfangen gedateert op den 30„e Iunij Iongst„ Leeden houdende nadere ingekoomene Berigten wegens het gin „ men „ter in de Bogt van Bonij aangeweest zijnde en in de voori„ „ge maand vermelde Engelsche schip, dog die als verdigte opgave van Inlanders of Boegineesen zelfs geen bijzondere aanmet„ „king nog geloof verdienen, principaal de voorgegevene koop Rot dewelke die Engelschen zoude hebben willen doen van het Eiland Poeloe en beslu /:a:/ deze nieuwe titul voert hij thans na het Hertogdom hem door de presente koning van Ao: 1788 Julij besluiten daar op geno„ men. Batavia. Poeloe Moelloeng Roea met de daar omtrent zijnde Anker„ „plaatsen voor een bagatel van Rijxd:s vier hondert spaans, dat ook met particuliere schrijvens van gedagte resident aan mijn als dat de Engelsche voor de Boegineese bang en deze we„ „der voor haar bevreest zoude geweest zijn gantsch over eenstemt of over een te brengen is. Woensdag den 9„e en eNibil Donderdag „ 10„e Vrijdag „ 11„e Ontfing Ik per de van Sumbauwa te rug gekoomene :29 tijding van sumbauwa Pantjallang De vrede Een brieff van de ginter nevens 'slands Brik de Pijl op den 26„e Iunij Iongstleeden aangekomene kapitain en kommandant van 's Lands oorlogs fregat De Lijnt Fredrik Alexander Meurer, waar bij zijn welddese Gestrenge mijn berigt deed weegens de bevondene toestand gin„ „ter en Eisch teffens zo van militairen als diverse andere nood„ „wendigheeden, gelijk dit een en ander ook almede gedaan wierd door den Resident Meures. Vide de brieven zelfs bij de Bij„ „lagen dezes te vinden, niet de daar op nog op heden in Rade van Politie genomene aparte Resolutie. Saturdag den 12„e wierd van dit een en ander Hun Hoog Edelhedens nog en kennisgeving na bij een na briefje kennigse gegeven per de even afgedrevene en bij geluk nog niet vertrokkene oud Boekhouder Hen„ „drik Jansz Voll. d Zondag et„ oop

NL-HaNA_1.04.02_3818_1042 view scan ↗

English

Anno 1788 July Monday 14th Letter from Aroe Pantjana answered. Writings to Semarang and Batavia. Sunday the 13th and Nothing Tuesday 15th I dispatched, accompanied by the necessary written orders to the captain of the State's war frigate De Lijnt, Mr. Meurer, to Sumbauwa with the requested provisions and men to assist the Company's troops stationed over there, the very well-armed pantjallangs de Vrede and het Beleid, which had been readied in all haste. Wednesday the 16th Received and answered a short letter from Aroe Pantjana concerning his meeting with his brother, the King of Tanette. See annexes. Thursday the 17th Nothing occurred Friday the 18th Saturday the 19th Sent a separate short letter to the Governor of Java, Mr. Greeve, dated yesterday, per the Peranakan Chinese Theogimseeng, to report the reinforcement of men etc. sent from here to Sumbauwa to assist Mr. Meurer, to which was attached, for delivery or further dispatch, the duplicate of a missive to be sent directly in original to Their High Noble Indulgences at Batavia shortly, containing that same subject and some other necessary reports. Sunday the 20th Nothing Monday 21st Tuesday Anno 1788 July Tuesday the 22nd Received a short letter overland from Boelecomba, which I, while also writing to the Crain of Bonthain, answered on From and to Boelecomba. Wednesday the 23rd per an express messenger, see annexes. Also today, per the Chinese Ongiketeeng, the original of the duplicate missive mentioned on the 19th of this month was sent to Their High Noble Indulgences at Batavia. To Batavia. Thursday the 24th Nothing Friday the 25th Saturday 26th and Sunday the 27th nothing was to be noted in this matter. Monday 28th Received a letter from Prince Aroe Pantjana. Letter from Aroe Pantjana. Tuesday the 29th Nothing Wednesday the 30th Answered the letter from Aroe Pantjana. See annexes. Answered. Thursday the 31st The Chief Interpreter Deefhout returned from the tithing of the Macassar lands etc. The Chief Interpreter back from August Anno 1788 North the Resident C: S: instructed. Friday the 1st Saturday 2nd and Nothing Sunday 3rd Monday the 4th Sent a separate short letter to Their High Noble Indulgences dated the 2nd of this month concerning the present condition of the Boniers per the Chinese and local resident Sooijanko. Letter to Batavia. Tuesday the 5th The Chief Interpreter Deefhout handed me a report concerning his activities at Sandrabonij, see annexes. Wednesday the 6th In a short letter sent today to Maros, the execution of the Northern tithing was assigned to Resident Burggraaff and the Chief Interpreter Deefhout, for such reasons as are stated therein. See annexes. The tithing around the Thursday the 7th Nothing Friday the 8th Very early in the morning, the Chief Interpreter Deefhout departed for Maros to conduct the Northern tithing together with Resident Burggraaff. Deefhout thither. Saturday the 9th Nothing August Sunday Anno 1788 Tuesday Insolence committed by a Boni Prince against the Chief Interpreter. Whereof complaint shall be made to the King of Boni. Sunday the 10th Received a short letter from the Maros Resident in answer to mine sent thither dated the 6th of this month; Letter from Maros. furthermore, from Monday the 11th to Friday the 15th nothing occurred that is worthy of note in this matter. Only De Siso from Batavia the Burgher Ensign De Siso returned from the capital, however without bringing along any writings on behalf of the Company. Saturday the 16th to Monday the 18th there was also nothing to note. 19th Towards noon I received a letter from the Chief Interpreter Deefhout, who was occupied in the northern province of Siang with the Company's tithing, containing a detailed account of the insolent and wanton conduct of one Daing Maroa, a Bugis Prince, who had not hesitated to attack him, the Chief Interpreter, during the execution of the Company's duties, and to subject him to various insults. Thereupon, I immediately sent a letter to the Maros Resident Burggraaff to inform the King of Boni and his realm's dignitaries present over there, particularly the Madanrang, of these wicked actions, to request redress regarding the same, or to protest against them on behalf of the Company. While August I see the in the meantime also gave the Chief Interpreter Deefhout the necessary notice in this matter by a short letter, see annexes. Anno 1788 And answer to the above. Which is settled. Wednesday the 20th Nothing Thursday 21st Received a letter from the Maros Resident Burggraaff communicating the receipt of my letter sent the day before yesterday and that he would speak with the King of Boni about it according to the orders given. Whereupon I then on Letter from Maros. Friday the 22nd received the actual answer, which I communicated to the Chief Interpreter Deefhout. See annexes. Saturday the 23rd Nothing Sunday the 24th The Chief Interpreter Deefhout communicated to me that the King of Boni had sent him a certain Daeng Masese, provided with His Highness's chop, to put an end to the insolent behavior of his subjects regarding the matter of tithing. See the entry of the 19th of this month. Monday the 25th to Sunday the 31st nothing occurred to be noted. August September

Dutch transcription

A„o 1788 Julij Maandag „ 14„e brieff van droe Pantjana b'andwoord. schrijvens na Sa„ „marang en Batavia. Zondag den 13„e en Nihil Dingsdag „ 15„e Heb Ik onder het nodige aanschrijvens aan den kapitain van het 's Lands oorlogs fregat De Lijnt de Heer Meurer na Sumbauwa met de gevraagde Provisie en Manschappen ter assistentie van 's kompagnies ginter leggende trouper gedepecheert de in allen spoed in gereedheid gebragte zeer wel g'armeerde Pantjallangs de vrede en het Beleid. Woensdag d„n 16„e Een briefje van Aroe Pantjana ontfangen en beandwoord, wegens zijn ontmoeting met desselfs Broeder de koning van Tanette. Vide bijlagen. Donderdag den 17:e viel niets voor Vrijdag den 18 Saturdag den 19„e Per den Parnackang Chinees Theogimseeng Een apart briefje aan den Heer Iavas Gouverneur Greeve de dato van gisteren afgezonden ter bedeling van de ter agistentie van de Heer Meurer van hier na Sumbauwa afgezondene ver„ „sterking van Manschappen etc:a waar bij ter bestelling of verdere voortschikking gevoegd was het Duplicaat van een eerstdaags in originalie direct afte gane Missive aan Hun Hoog Edelens te Batavia, dat zelfde onder„ „werf en eenige andere nodige Berigten behelzende. Zondag den 20„e Nibil Maandag „ 21} Dingsdag E A„o 1788 Julij g 9 Dingsdag den 22„e Een Briefje over den Landweg van Boelecomba ontfan„ van en na Boelecomba,„ gen, dat Jk met teffens aan crain Bonthain te schrijven. op Woensdag den 23„e beandwoord heb per een Expresse zendeling vide Bijlagen. Ook is nog op heeden per den Chinees ongiketeeng het origi„ „neele van de op den 19„e dezer vermelde duplikaat missive na Batavia aan Hun Hoog Edelheedens te Batavia afgezonden. Donderdag den 24„e Nihil Vrijdag den 25 Saturdag „ 26' en Zondag den 27:e viel niets in dezen te noteeren. Maandag „ 28„e Een Brief van den Prins Aroe Pantjana ont„ brief van Aroe Pantjana „fangen Dingsdag den 29„e Nihil Woensdag den 30. e de Brieff van Aroe Pantjana b'andwoord. vide b'andwoord. Bijlagen. Donderdag den 31„e reverteerde de oppertoek Deefhout te rug d'oppertolk te rug van de verthiening der Makasaarse Lan„ „den etc:a —: Augustus woord, van van A„o 1788 Noord de resident C: S: opgedragen. Vrijdag den 1. e Saturdag „ 2:e en Nihil Zondag „ 3:' Maandag d:o 4:e Een apart briefje aan Hun Hoog Edelheeden ge„ brief na Batavia „dateert den 2:e dezer wegens den Presenten toestant der Boniers per den Chineesch en inwoonder alhier sooij „anko afgezonden. N Dingsdag den 5„e overlandigde mijn den oppertolk Deefhout Een berigt wegens zijn verrigtingen te Sandrabonij vide bijlagen. Woensdag den 6„e bij een op heeden afgegaane briefje na Maros het d'verthiening om de doen der Noorder verthiening aan den Resident Burg„ „Graaff en den oppertolk Deefhout opgedragen om soda„ „nige redenen als daar bij vermeld staan. vide bijlagen Donderdag den 7„e Nihil Vrijdag den 8„e Smorgens heel vroeg is den oppertolt Deefhout na Deefhout daar na toe Maros vertrokken om met den Resident BurgGraaff de Noorder verthiening te doen. Saturdag den 9„e Nixil Augustus Zondag 6 „nijs aan m A„o 1788 Dingsdag moed wil door een bo„ „nijs prins de oppertolk aangedaan. waar over bij Bonijs koning zal gedoleert worden. Zondag den 10„e Een Briefje van den Maros Resident ontfangen in briefje van Maros. andwoord op mijn na derwaarts afgegane onder den 6: dezer voorts viel 'er van Maandag den 11„e tot Vrijdag den 15„e niets voor dat in dezen noterens waardig is. Eenlijk de siso van Batavia kwam den burger vendrig De Siso van de Hoofdplaats te rug, egter zonder eenig schrijvens 's kompagnies wegen mede te brengen. Saturdag den 16„e tot Maandag den 18„e viel almeede niets te noteeren „ 19„e tegens de middag ontfing Ik een brieff van de in de noorder provintie Siang met 't kompagnies verthie„ „ning bezig zijnde oppertolk Deefhout houdende in zig een omstandig verhaal van de brutaale en moed„ „willige handelwijze van eenen Daing Maroa, boegi „nees prins, die zig niet ontzien had van hem oppertolt in het doen van 's Compagnies verrigtingen te attacquee„ „ren en verscheidene insultes aan te doen. Ik zoud hier op terstond een brieff aan de Maros resident Burghraaff om van deze slegte gedoentens de koning van Bonij en zijne ginter zijnde Rijksgrooten bijzonder de Madan„ „rang kennisse te geven, redres in dezelve te verzoeken, of daar teegens 's komp„s wegen te protesteeren. Terwijl Augustus Ik vide het f A„o 1788 en andwoord op het voo„ „renstaande. dat gestilt word. Woensdag den 20„e Nihil Donderdag „ 21. Een Brieff van den Maros Resident Burg„ brieffje van Maros „Graaff ontfangen, Communiceerde de ontfangst mij„ „ner op eergisteren afgezondene brieff en dat daar over Bonijs koning na de gegevene bevelen zoude onderhouden. waar op Ik dan Vrijdag den 22„e het reële andwoord ontfing, dat Ik de opper„ „tolk Deefhout bedeelde. vide Bijlagen Saturdag den 23„e Nihil Zondag den 24„e kommuniceerde de oppertolk Deefhout mijn dat Bonijs koning hem eenen Daeng Masese had toegezonden voorzien van zijn Hoogheids Sjap tot sluiting der brutale handelwijze zijner onder„ „horige in het stuk van verthiening. zie het ge„ „noteerde onder den 19:e dezer Maandag den 25„e tot Zondag den 31„e viel niets te noteeren voor Ik inmiddens het nodige dientwegen den oppertolk Deefhout ook bij een briefje te kennen gaf vide Bijlagen. Augustus September

NL-HaNA_1.04.02_3818_1047 view scan ↗

English

Anno 1788. September Dispatch of the Boutong envoys. A meager tithe around the North this year; reasons thereof. From Monday the 1st to Friday the 5th, nothing of importance occurred. Saturday 6th, the king's envoys and with them the annual spice extirpators departed back to Boutong, the former carrying such a letter and the latter such an instruction as can be seen in the appendices to this document. From Sunday the 7th to Wednesday 10th, also nothing to record. Thursday 11th, in the morning, chief interpreter Deefhout returned from the tithe-collecting in the northern districts of Labakkang, etc., from whose statement and that of the Maros Resident Burggraaff it appeared that the same in all the northern provinces had yielded no more than the very meager number of 36 7/8 lasts of rice and 4477 bundles of paddy, caused, not only according to the statement of these two commissaries but also according to the testimony of everyone, by a considerable drought that occurred in those districts late last December and persisted until late February, whereby all that was sown withered and died, while little or nothing came of the little that was replanted later in March due to a shortage of seed paddy. Besides this, it also contributed not a little to the deficit at Maros that most of the Bonese princes who for some time have resided there almost entirely with the king have refused to submit to the tithe, since those who did so nevertheless refused to allow their houses or villages to be inspected according to custom, as the most paddy continuously lies clandestinely hidden in and around them. Friday the 12th and Saturday the 13th, nothing occurred. Sunday 14th, nothing. Monday the 15th, nothing. Commission of the chief interpreter to Sidenreng. Tuesday the 16th, chief interpreter Deefhout departed with some gifts suitable for the Datoe of Sidenreng purchased from my private purse to that destination, see the letter to Aroe Pantjana of 30th July last regarding this matter to be found in the appendices hereto, with orders also to observe everything closely there and to pay proper attention to the power and strength of Sidenreng and how matters stand there, in order that I may regulate my actions accordingly in respect of the Bonese, should necessity come to require it. Tuesday 16th, in the afternoon, I received by a native residing here a private note from Ensign Heijdland dated at Sumbauwa the [illegible] September, in which that officer gives me notice of his arrival there on the 1st August last with the troops under his command, all fresh and healthy, except for one soldier who unfortunately fell overboard during the voyage and one who died in the meantime. Although I did not obtain from this any actual report of the situation there, either through writings from Captain Meurer or Resident Meurs, this communication was nevertheless very agreeable to me because it refuted the rumors maliciously spread here for several days past, that not only this officer but also many of his men together with the Madurese Captain Dramantaka had allegedly been killed in an ill-fated attack. Furthermore, the anakhoda of the aforementioned vessel that brought the letter was able to assure me for certain that the enemy was so surrounded that they would soon either all have to perish of hunger or surrender, which was what was being awaited. God grant that this may be true and that it may happen soon, since an abandonment of the enterprise without success with such a force of men, four ships, and two pantjallangs would otherwise make the Buginese even bolder than they presently are. Wednesday 17th, Thursday 18th, Friday 19th, Saturday 20th, nothing. And news on the Company's behalf. Sunday the 21st, towards evening, received letters from the Bima Resident Meurs, communicating the situation on Sumbawa and that Captain Meurer intended to return to the main station without having accomplished anything and to leave the command or disposition of affairs there to the said Resident. See my letters and separate appendices sent to your High Mightinesses on Monday the 22nd communicated to Batavia. Tuesday the 23rd, sent an original separate letter to the Bima Resident Meurs at Sumbauwa dated yesterday, the contents of which can also be seen in the appendices hereto. Wednesday the 24th, nothing. Duplicate thereof. Thursday the 25th, sent via the Company's subject Soela the duplicate of the letter mentioned yesterday to Sumbauwa. From Friday the 26th to Tuesday the 30th, nothing extraordinary occurred to note herein. Anno 1788. October Wednesday the 1st, nothing. Thursday the 2nd, out of apprehension for the apparent great scarcity of rice that we are about to experience here, I ordered the Boelecomba Resident van Diemar to buy up at least 60 lasts from the upcoming new crop there for the Company at a moderate price. Friday the 3rd, nothing. Saturday the 4th, received a separate letter from the Boelecomba Resident van Diemar dated 30th September, communicating the wicked and brazen conduct of the Bonese in robbing and committing arson both there and at Bonthain. Sunday the 5th, nothing. Monday the 6th, sent the answer by land to the letter of the Resident of Diemar mentioned the day before yesterday. See appendices. Furthermore, from Tuesday the 7th to Saturday the 11th, nothing to note herein. A note to Boelecomba answered. Sunday the 12th, received and answered a note from the Boelecomba Resident van Diemar regarding the scarcity of rice in the southern provinces and also a foreseeable poor crop. See appendices.

Dutch transcription

A„o 1788. van September om de Noord dit Jaar. redenen daar van. Maandag den Eersten tot vrijdag den 5„e payeerde niets van aanbelang Saturdag „ 6„e zijn na Boutong te rug vertrokken 's konings Ge„ „zanten en met dezelve de Iaarlijkse specerij Extirpa„ „teurs. de Eerste mede nemende zodanigen Brieff en de laaste zodanig een Instructie als bij de Bij „lagen dezes te zien is. Zondag den 7„e tot Woensdag „ 10:e almede niets te noteren Donderdag „ 11 Smorgens kwam van de verthiening in de Noorder: Districten van Labakkang etc„a te rug den oppertolk Deefhout uit welkers opgave en die van den Maros Een schrale verthiening Resident BurgGraaff Consteerde dat dezelve in alle de Noorder Provintien niet meer afgeworpen had als het zeer sobere getal van 36 7/8 Lasten Rijst en 4477. bossen Padij, veroccasioneert niet alleen na opgave dezer twe kommigianten maar ook volgens de getuige„ „nisse van een ieder door een in het laast van Decem„ „ber Iongstleden in die Districten ingevallene Consi„ „derabele droogte die aangehouden heeft tot laat in februarij waar door al het gezaaide verdroogd en dood gegaan is, terwijl weinig of niets gekomen is van het weinige naderhand in Maart; mits gebrek voorts viel en van. „se Gezanten. depeche van de Boetong„ aan - ver¬ 13 Ao 1788. Zondag den oppertolk in kom„ aan zaaij padie, op nieuw geplante. Ook heeft boven dien niet weinig tot de minderheid op Maros almede toegebragt, dat de meeste Bonische Rinsen die daar ze„ „dert enigen tijd genoegzaam als ten enemaal met de koning haar domicilium houden zig niet hebben willen laten verthienen dewijl die genen die het aldede egter niet hebben willen gedogen dat hunne huizen of Nego„ „rijen na den gebruike gevisiteerd wierden alzo in en op dezelve bij Continuatie de meeste Padij Clandestin verborgen legt. op Vrijdag den 12:e en Saturdag den 13„e viel niets voor „ 16„e Vertrok den oppertolk Deefhout met enige uit mijn prive beurs voor den Datoe van Tidenreng ge„ „schikte presente na derwaarts, vide de dientwegen onder „missie na Sidenreng. de Bijlagen dezes te vindene Brieff aan Aroe Pantja„ „na van den 30„e Iulij Iongstleeden, met Last teffens om ginter alles nauwkeurig gade te slaan en ter dege toe te zien na de Magt en sterkte van Tidenreng en hoe het daar gesteld is, ten einde mijn daar na in opzigt der Boniers te kunnen Regu„ „leeren zo het de noodzakelijkheid mogt komen te vereisschen. Maandag den 15„e Dingsdag den 16 'S nademiddags ontfing Ik per een hier September thuis A„o 1788 Wi September partikulier narigt op Sumbauwa. thuis horende Jnlander een Briefje van den vendrig Heijdland gedateerd te Sumbauwa den. . . . September waar bij dien officier mijn kennisse geeft van zijn aankomst gin„ „ter op den 1„e Augustus: Iongst leden met zijn onderhebbende manschappen, alle vris en gezond, uitgenomen eene op de reise ongelukkig overboord gevallene en een inmiddens gestorve„ „ne militair- schoon Ik nu Juist hier door geen eigentlijk berigt van den toestand aldaar het zij door schrijvens van den Heer kapitain Meurer dan wel den Resident Meurs erlangde, zo was mijn deze kommunicatie egter zeer aan„ „genaam om dat dezelve te niet maakte de hier reets zedert enige dagen op een kwaadaardige wijze uitge„ „stroide gerugten als dat niet alleen dezen officier maar ook veele van de zijne nevens den Madurees ka„ „pitain Dramantaka bij een kwalijk uitgevallene attacque zoude gesneuveld wezen. Boven dien wist de anachoda van het voormelde vaarthuig dat de Brieff had mede gebragt mijn voor vast te versekeren dat den vijand zodanig was ingesloten dat z' eerstdaags of allen van ronger zoude moeten vergaan of zig dienen over te geven, waar nadan het wagten was. God gere dat dit waarheid mag zijn en zulks spoedig komt te geschieden, dewijl een opbrake niet onverrigter za„ „ke en zo een magt van volk vier schepen en twee Pantjallangs de Boegineesen anders nog vrij stou„ „ter zoude maken dan zij thans zijn. Woensdag ja„ A„o 1788. September en narigt 'skomp„s wegen. Woensdag den 17„e Donderdag „ 18„e Nihie Vrijdag „ 19„e Saturdag - - „ 20: Zondag den 21:e Tegens den avond schrijvens van den Bimas Re„ „sident Meurs ontfangen, bedelende den toestand op Sumbawa en dat de Heer kapitain Meurer van voor„ „nemen was onverrigter zaken na de Hoofdplaats te rug te keeren en het kommando of de beschikking der Pa„ „ken ginter aan gedagte Resident over te laten. Vide mijn op Maandag den 22„e aan Ioun Hoog Edelheden afgezondene schrij„ na Batavia bedeeld „rens en aparte Bijlagen. Dingsdag den 23„e Een Origineele aparte Brieff aan den Bimas Resident Meurs te Sumbauwa afgezonden gedateert op gisteren, welkers inhoud bij de Bijlagen dezes alme„ „de te zien is. Woensdag den 24„e nikil Donderdag „ 25„e per 's komp„s onderdaan soela de wedergade van de op„ gisteren vermelde brieff na Sumbauwa verzonden dupplicaat daar van. Vrijdag den 26„e tot Dingsdag den 30„e viel niets bijzonders voor om in dezen te noteren. van October A„o 1788. October beandwoord Woensdag den 1„e nihil Donderdag „ 2„e heb jk uit bedugting van het ogenschijnlijk groot ge„ „brek dat men aan Rijst hier staat te krijgen den Boele„ „combas Resident van Diemar gelast om van het aan„ „staande nieuw gewas ginter ten minsten 60 Lasten voor een Civiele prijs voor de komp„e op te koopen Vrijdag den 3„e nihil Saturdag „ 4:e Een aparte brieff van den Boelecombas Resident van Diemar ontfangen gedateert 30„e September bedelende der Boniers slegte en Brutaal bedrijft in Roven en brand„ „sligten zo ginter als op Bonthain. Zondag den 5„e Nibil Maandag „ 6. e het andwoord op de op eergisteren vermeld brieff van den resident van Diemar over Land afgezonden. vide Bijlagen. voorts viel 'er van Dingsdag den 7„e tot Saturdag „ 11„e niets in dezen te noteeren. Zondag den 12„e Een Briefje van den Boelecombas Resident van Diemar, wegens de schaarsheid van Rijst in de Zuider provin„ „tien en ook eene te voorziene schraal gewas, ontfangen en b'andwoord. Vide Bijlagen. een briefje na Boele„ „Comba. E hrij„

NL-HaNA_1.04.02_3818_1055 view scan ↗

English

Copy Separate Enclosures belonging to the Secret Daily Register from the 19th of June to the 12th of October Anno 1788 letter and the Secret Daily Register of Castle Rotterdam sent on the Register of the Enclosures belonging to the separate Translation of a Buginese letter written by Aroe Pantjana and datoe sedenreng to the Governor, received on the 22nd of June 1788, folio 1 the Governor's reply thereto dated 22 June 1788 - folio 2 letter from the Boelecomba resident to the Governor dated 21 June 1788, folio 3 Copy of a letter from the aforesaid resident to the assistant interpreter Theunis, stationed on Zira, the 18th of June 1788 - folio 9 the Governor's reply to the letter from the Boelecomba resident dated 16 June 1788 - folio 1[illegible] letter from the Governor to the Maros resident Burg Graaff dated 24 June 1788 - folio 13 letter from the Boelecomba resident to the Governor dated 14 June, folio 14 Copy of a letter from the aforesaid resident to the Captain of the ship lying in the Bay of Boni, dated 13 June 1788 - folio 17 letter from the aforementioned to the Governor dated 18 June 1788 - folio 19 letter from the Maros resident to the Governor dated 24 June 1788 - folio 21 the Governor's reply thereto on the 25th of June 1788 - folio 24 Resolution Resolution adopted by circular vote on the 25th of June regarding the arrival and the English ship in sight - folio 25 letter from the Supercargo on that English ship, Mr. Wrish, to the Governor dated 24 June 1788 - folio 26 the Governor's reply thereto dated 25 June 1788 - folio 28 letter from the Maros resident to the Governor dated 25 June 1788 - folio 29 letter from the Governor to the Boelecomba resident dated 27 June 1788, folio 31 letter from Arou Pantjana to the Governor with the reply thereto dated 29 June 1788 - folio 32 Report from the Captain of Artillery and Overseer of Works here, Albrecht, requesting that the necessary materials for the construction of the batteries mentioned therein may be sent from Java, dated 28 June 1788 - folio 33 letter from the Boelecomba resident Van Diemar to the Governor containing further reports on the English ship that has been in the Bay of Boni, dated 30 June 1788, folio 34 letter from the Captain of the national frigate of war De Zwaluw, Mr. Meurer, to the Governor dated 2 July 1788 - folio 36 letter from the Bima resident Meurs to the Governor and Council, dated Sumbawa the 2nd of July 1788 - folio 40 Resolution adopted upon the letters received from Mr. Meurer and resident Meurs dated 11th of July Anno 1788 - folio 44 letter from the Governor and Council to the Captain and Chief of the expedition on Sumbawa, Mr. Meurer, dated 15 July Anno 1788 - folio 47 letter from the same to the Bima resident Meurs, of the same date - folio 49 Translation of a Buginese letter written by the Tanette Prince Aro Pantjana to the Governor regarding his meeting with the King of Tanette - folio 50 The Governor's reply thereto on the 16th of July Anno 1788 - folio 51 Letter from the Governor here to the Java Governor, Mr. Greeve, dated 16 July 1788 - folio 52 letter from the Boelecomba resident Van Diemar to the Governor dated 15 July 1788 - folio 53 letter from the Sergeant and Postholder at Bonthain, Duft, to the Resident of Boelecomba, Van Diemar, dated 31 May 1788 - folio 56 the Governor's reply to the Boelecomba letter dated 23 July 1788 - folio 57 letter from the same to Craeng Bonthain, or First Regent of the Company's Southern Districts there, dated 23 July 1788 - folio 58 Translation of a Buginese letter written by the Tanette Prince Aroe Pantjana or Datoe Ri Lampoella to the Governor, received on the 28th of July 1788, folio 60 The Governor's reply thereto dated 30 July 1788, folio 61 letter from the Governor to the new King and High Dignitaries of Bouton dated 1st of August 1788 - folio 62 Instruction Instruction for Sergeant Circeler, going as Extirpator to Bouton for the eradication of the clove and nutmeg trees, dated 2nd of August 1788, folio 65 Report from the Chief Interpreter Deefhout regarding his operations at Sandraboni, dated 5th of August 1788 - folio 69 Letter from the Governor to the Maros resident dated 6th of August Anno 1788 - folio [illegible] The reply thereto from the Maros resident to the Governor dated 9 August 1788 - folio 72 letter from the Chief Interpreter Deefhout, on commission in the North, to the Governor dated the 18th of August Anno 1788 - folio 73 Letter from the Governor to the Maros resident dated 19 August Anno 1788 - folio 75 letter from the same to the Chief Interpreter Deefhout dated 19 August 1788 - folio 76 The reply of the Maros Resident to the letter of the 19th, dated 20 August 1788 - folio 77 letter from the Maros resident to the Governor dated 21 August 1788 - folio 78 letter from the Governor to the Chief Interpreter Deefhout dated 22 August 1788 - folio 80 The reply of the Chief Interpreter thereto, dated 23 August Anno 1788 - folio 81 letter

Dutch transcription

Copia Aparte Bijlagen gehoorende tot het Sekreet Dag=- Register van den 19 Iunij tot den 12=e october Ao 1788 brief en het Sekreet Dag- Register des Casteels Rotterdam afgesonden den Register der Bijlagen gehorende tot de spacte Translaat Boeginees brief geschreven door Aroe Pantjana en datoe sedenreng aan den Heer Gouverneur ontf: den 22 Junij 1788 f„o 1 't antwoord van den Heer Gouverneur daar op de dato 22 Junij 1788 - – – – - - „ 2 brief van den boeleombas resident aan den Heer Gouverneur de dato 21 Junij 1788 „ 3 Copia bief van welmeldte resident aan den op zira zig bevindende ondertolk Theu„ „ 9 „nis den 18 Junij 1788 - - - - : - - - 't antwoord van den Heer Gouverneur op de brief van den boelecombas resident de dato 16 Junij 1788 _ _ _ — _ _ - - - „ 1 brief van den Heer Gouverneur aan den maros resident Burg Graaff de dato 24 Junij 1788 – – – – – ––– „ 13 brief van den boelerombas resident aan den Heer Gouverneur de dato 14 Junij vaar „ 14 Copia bief van welmelde resident aan den Capitain van de in de bogt van Bonij leggende Schip de dato 13 Junij 1788 - - - - „ 17 brief van als gemeld aan den Heer Gouverneur de dato 18 Junij 1708 - - - „ 19 brief van den manos resident aan den Heer Gouverneur de dato 24 Junij 17388. - „ 21 t' antwoord van den Heer Gouverneur daar op den 25' Junij 1788 - — — „ 24 Resbolutie Resolutie bij rondvrage genomen op den 25 Junij nopens de komst en in het zigt zijnde Engels schip - - - - - ƒ„25 brief van op dat Engelszh schip zijnde Carga de Heer wrish=: aan den Heer Gouverneur de dato 24 Junij 1741 - - - - „ 26 het antwoord van den Heer Gouverneur daar op de dato 25 Junij 17828 - — - - „ 28 brief van den maros resident aan den Heer Gouverneur de dato 25 Junij 1718. — „ 29 brief van den Heer Gouverneur dan den boelecombas resident de dato 27 Junij 17328 „ 31 brief van Arou Pantjema aan den Heer Gouverneur met het andwoord daar op de dato 29 Junij 1788 Berigt van den kapitain der Arthillerij en opzigter der werken alhier Albrecht doende verzoek dat de benodigde Matteriaalen tot het extrueren van de daar bij vermelde Batterijen van Java mag werden gezonden de dato 28 Juni 1788 - - - - - „ 33 brief van den Boelecombas resident van Diemar, aan den Heer Gouverneur houden„ „de nader berigten van het in de bogt van bonij aangeweest zijnde Engelsch schip de dato 30 Junij 17a1 „ 34 brief van den kapitain van het 'slands overlogs feregat de zijn, de Heer Meurer aan den Heer Gouverneur de dato 2 Julij 1788 - - „ 36 brief van den bimas resident Meurs aan den Heer Gouverneur en Raad gedateert Sumbauwa den 2e Julij 1788 - - - - - - - „ 40 Resolutie genomen op de ontfangene brief van de Heer Meuren, en resident Meurs de dato 11„e Julij Ao 178 - - - - - - - „ 44 brief van den Heer Gouverneur, en Raad aan den kapitain en Chif van de op sum„ – – – – – – – „ 32 „bauwa brief van en aan als Even aan den bimas residentkeurs, van die zelfde datum - - - - - - - - „ 49 Translaat Boeginees brief geschreeven door den Tanets Prins Aro Pan„ „tjana aan den Heer Gouverneur wegens zijn ontmoeting met de koning van Tarette - - „ 50 Het antwoord van den Heer Gouverneur daar op den 16 Julij A:o 1748. - - „ „ 51 Brief van den Heer Gouverneur alhier aan den Javas Gouverneur de Heer Greeve de dato 16 Julij 1i18 - - - - - „ 52 brief van den Boelecombas resident van Diemar aan den Heer Gouver„ „neur de dato 15 Julij 1788 - - — — — — „ 53 brief van den zergeant en Posthouder te Bonthain Duft aan den Resi„ „dent van Boelecomba van Dieman de dato 31 Maij 1788 - — — — — — — — „ 56 het antwoord van den Heer Gouverneur op de Boelecombas brief de dato 23 Julij 17ns - — - - brief van als Even Aan Craeng Bonthain of Eerste Regent over 'skomps zuider districten aldaar de dato 23 Julij 1788. . . . . - - „ 58 Translaat Boeginees brief geschreeven door den Tanets Prins Aroe Pantjana of datoe rilampoella aan den Heer Gouverneur ontfangen den 28 Julij 1788 „ 60 Het antwood van den Heer Gouverneur daar op de dato 30 Iulij 17r12. „ 61 brief van den Heer Gouverneur daar den Nieuwen koning en Rijksgrooten van boutang de dato 1e Augustus 1788 — — — ps 62 „bauwa zijnde Expeditie de Heer Meuren de dato 15 Julij Ao 178 - — - - ƒ 47 3 Jnstructie „ 57 Instructie voor den zergeant Circeler gaande als Extirpateur na Boutong ter uijtroeijing van de Nagul en Noote boomen de dato 2e Augustus van1 o 65 Berigt van den oppertolk Deefhout wegens zijn verrigtingen te Sandrabonij de dato 5e Augustus 1788 -- -„ 69 Brief van den Heer Gouverneur aan den maros resident de dato 6:e Augustus anno 1788 - - - - - „ Het antwoord daar op van den maros resident aan den Heer Gou„ verneur de dato 9 Augustus 1788 - - „ 72 brief van de in Commissie om de Noord zijnde oppertolk Deefhout aan den Heer Gouverneur de dato 18„en Augustus anno 1788 – – — — - „ 73 Brief van den Heer Gouverneur aan den Maros resident de dato 19 Augustus anno 1788 - - - - „ 75 brief van als Oven aan den oppertolk Deefhout de dato 19 Augustus 1788 - - - - - - - - - - - - - - - - „ 76 Het antwoord van den maros Resident op de brief van den 19„e geda„ teert 20 Augustus 1788 - – - – – – – „ 77 brief van den Maros resident aan den Heer Gouverneur de dato 21 Augustus 1718 - - - - - - - - „ 78 brief van den Heer Gouverneur aan den oppertolk Deefhout de dato 22 Augustus 17828 — – – – – - „ 80 Het antwoord van den oppertolk daar op, de dato 23 Augus„ „tus Anno 1788 - - „ 81 brief

NL-HaNA_1.04.02_3818_1061 view scan ↗

English

Letter from the resident of Bima to the Governor, dated 9 September in the year 1788 - page 83 Letter from the aforementioned resident to Their High Excellencies, dated 31 August 1788 - - - - page 86 Copy of the memorandum delivered by the resident to Mr. Meurer for his information - - - - - 93 Reply of the Governor to the letter from the resident of Bima, dated 22 September in the year 1788 - - page 97 Letter from the Governor to the resident of Boelecomba, Van Diemar, dated 2 October 1788 — Letter from the resident of Boelecomba to the Governor, dated 30 September in the year 1788 - - - - - - - - page 101 The reply of the Governor thereto to the well-mentioned resident, dated 6 October in the year 1788. - - - - - - - page 104 Letter from the resident of Boelecomba, Van Diemar, to the Governor, serving in reply to that of the 2nd previously, with respect to the purchasing of rice over there, under date 8 October in the year 1788. - - - - - page 105. Letter from the Governor to the just-mentioned resident, dated 12 October 1788, containing further orders regarding that matter, page 107. Makassar, in Castle Rotterdam, the 15 October in the year 1788. P. Frena, qualified clerk. Instruction for Sergeant Circeler, going as extirpator to Boutong for the eradication of nutmeg trees, dated 2 August Report from Chief Interpreter Deefhout regarding his actions at Sandrabonij, dated 5 August Letter from the Governor to the resident of Maros, 6 August in the year 1788 - The reply thereto from the resident of Maros to the Governor, dated 9 August 1788 Letter from the Chief Interpreter, being on a commission in the North, to the Governor, dated 15 August in the year 1788 - - Letter from the Governor to the resident of Maros, dated 19 August in the year 1788 Letter as above to Chief Interpreter Deefhout, dated 19 August 1788 - - - - - - - - - - - The reply of the resident of Maros to the letter of the 19th, dated 20 August 1788 - - - Letter from the resident of Maros to the Governor, 21 August 1788 - - - - - Letter from the Governor to Chief Interpreter Deefhout, dated 22 August 1788 — The reply of the Chief Interpreter thereto, dated 23 August in the year 1788 - - - — Letter from the resident of Bima to the Governor, dated 9 September in the year 1788 - page 83 Letter from the aforementioned resident to Their High Excellencies, dated 31 August 1788 - — - - page 86 Copy of the memorandum delivered by the resident to Mr. Meurer for his information - - - - page 93 Reply of the Governor to the letter from the resident of Bima, dated 22 September in the year 1788 - - page 97 Letter from the Governor to the resident of Boelecomba, Van Diemar, dated 2 October 1788 — Letter from the resident of Boelecomba to the Governor, dated 30 September in the year 1788 - - - - - - - - page 101 The reply of the Governor thereto to the well-mentioned resident, dated 6 October in the year 1788. - - - - - - - page 104 Letter from the resident of Boelecomba, Van Diemar, to the Governor, serving in reply to that of the 2nd previously, with respect to the purchasing of rice over there, under date 8 October in the year 1788. - - - - - page 105. Letter from the Governor to the just-mentioned resident, dated 12 October 1788, containing further orders regarding that matter, page 107. Makassar, in Castle Rotterdam, the 15 October in the year 1788. P. Brena, qualified clerk. folio 1 Translation of a Bugis letter written by Aroe Pantjana and the Datoe of Sidenreng to Governor Reijke, received on Sunday the 22 June in the year 1788. At the top was the seal of the Datoe of Sidenreng and the signature of Aroe Pantjana. The letter itself: Greetings from both of us to Your Honorable and Worshipful Sir, and we come at the same time to learn what Your Honorable and Worshipful Sir's pleasure is, whether I myself shall come ahead to Makassar or whether he, Aroe Pantjana, shall come over together with Datoe Sidenreng. We are presently so bound to one another that there is no separating us, along with the brothers of Sidenreng, Aroe Ngatakka, The Patolaija, being a councilor from Wadjo, Aroe Panekie, a foster child of Aroe Pantjana's son, the Aroe Mario, as well as the present Datoe of Soping. We are therefore in expectation of receiving such orders from Your Honorable and Worshipful Sir as Your High Self shall be pleased to deem proper. Reply To the Datoe of Sidenreng and Prince Aroe Pantjana to a letter received the 22 June in the year 1788. Reply from Governor Reijke. Having learned with joy the further tidings of my sons' alliance among each other for the welfare of the Honorable Company, I thereby express my satisfaction in this regard, especially that there has been added to it the assurance of the adherence to the Honorable Company by the Patolaija, Aroe Ngatakka, Aroe Panekie, and Datoe Soping. But since I have not yet received any positive answer from Their High Excellencies at Batavia regarding Bone's wrong conduct with respect to the Honorable Company on how to conduct myself in that regard, and even the envoys have not yet returned, I must postpone all the measures to be taken against it until the necessary authorization is obtained, by which you must then also abide and await that time with me. In the same way, my son Aroe Pantjana in my opinion will do best to this end to remain for so long at Sagerie to keep a watchful eye there, as he can always, in case of necessity, come hither quickly. Below stood: Makassar, in Castle Rotterdam, the 23 June in the year 1788. Was signed: B.s Reijke. To

Dutch transcription

Brief van den bimas resident aan den Heer Gouverneur de dato 9:e September anno 1788 - o 83 Brief van gemelde resident aan Hunne Hoog Edelhedens de dato 31 Augustus 1788 - – - - „ 86 Copia van des resident aan de Heer Meurer overgegevene Memorie tot vin narigt - - - - - 93 antwoord van den Heer Gouverneur op de brief van bimas resident de dato 22 September Ao 17nr - - „ 97 brief van den Heer Gouverneur aan den Boelecombers resident Van Diemar de dato 2:e' october 1718 — Brieff van den Boelecombas Resident aan den Heer Gouverneur de dato 30„en September Anno 1788 - - - - - - - - „ 101 T Antwoord van den Heer Gouverneur daar op aan welmelde resident de dato 6:e october A„o 1788. - - - - - - - „ 104 Brieff van den Boelecombas Resident van Diemar aan den Heer Gouverneur dienende in andwoord op die van den 2:e bevorens met opzigt tot het inkopen van Rijst daar ginter sub dato 8„e ocro„ „ber Anno 1788. - - - - - „ 105. Brieff van den Heer Gouverneur aan evengemelde Resident de dato 12:e October 1788. houdende nader ordre daar omtrent „ 107. Makassar In 't kasteel Rotterdam den 15:' october Anno 1788. P„ Frena geklerk Instructie voor den zergeant Circeler gaande als Extirpate Boutong ter uijtroeijing van de A Nooteboomen de dato 2e Augus Berigt van den oppertolk Deefhout wegens zijn verrigt Sandrabonij de dato 5e Augustus Brief van den Heer Gouverneur aan den maros resident 6e Augustus anno 1788 - Het antwoord daar op van den maros resident aan den Hee verneur de dato 9 Augustus 17 brief van de in Commissie om de Noord zijnde oppertolk aan den Heer Gouverneur de dat Augustus anno 1788 - - Brief van den Heer Gouverneur aan den Maros resid dato 19 Augustus anno 1788 brief van als bven aan den opperbolk Deefhout de dato 19 1788 - - - - - - - - - - - Het antwoord van den maros Resident op de brief van den 19 teert 20 Augustus 1788 - - - brief van den Maros resident aan den Heer Gouverneur 21 Augustus 1778 - - - - - brief van den Heer Gouverneur aan den oppertolk Deefh de dato 22 Augustus 1788 — Het antwoord van den oppertolk daar op, de dato 23 „tus Anno 1788 - - - — Brief van den bimas resident aan den Heer Gouverneur de dato 9e September anno 1788 - oo 83 Brief van gemelde resident aan Hunne Hoog Edelhedens de dato 31 Augustus 1788 - — - - „ 86 Copia van des resident aan de Heer Meurer overgegevene Memorie tot zin narigt - - - - „ 93 antwoord van den Heer Gouverneur op de brief van bimas resident de dato 22 September Ao 17r3 - - „ 97 brief van den Heer Gouverneur aan den Boelecombers resident Van Diemar de dato 2:' october 1718 —„ Brieff van den Boelecombas Resident aan den Heer Gouverneur de dato 34„en September Anno 1788 - - - - - - - - „ 101 T Antwoord van den Heer Gouverneur daar op aan welmelde resident de dato 6„e october A„o 1788. - - - - - - - „ 104 Brieff van den Boelecombas Resident van Diemat aan den Heer Gouverneur dienende in andwoord op die van den 2:e bevorens met opzigt tot het inkopen van Rijst daar ginter sub dato 8„e octo„ „ber Anno 1788. - - - - - „ 105. Brieff van den Heer Gouverneur aan evengemelde Resident de dato 12:e October 1788. houdende nader ordre daar omtrent „ 107. Makassar In 't kasteel Rotterdam den 15:e october Anno 1788. P„ Brena g' klerf fo 1 Translaat Boegineese Brief geschreeven door Aroe Pantjana en den Datoe Tidenreng Aan den Heer Gouverneur Reijke ontfangen op Zondag den 22 Junij A:o 1788. Boven aan stond het Zigul van den Datoe van Si„ „denreng en de handtekening van Aroe Pantjana De Brief zelfs De groetenis van ons beide aan uwwel Ed Agtbare en komen teffens vernemen hoe uwwelEd Agtb: believen is of jk zelfs voor uit op Makasser zal komen of dat hij Aroe Pantjana te gelijk met Datoe Sidenreng zal overkomen. Wij zijn tans zodanig aan malkanderen verbonden dat er geen scheiden aan is be„ „nevens de Broeders van sidenreng Aroe Ngatakka De Pato„ „laija /:zijnde een Raads Heer uit wasjo:/ Are Panekie Een dom van Aroe Pantjanas zoon den Aroe Mario als mede den tegenswoordige Datoe van Sopine. wij zijn daarom in verwagting om zodanige ordres van uwwelEd Agttare te ontfangen als Hoog Dezelve zal gelieven goed te vin„ „den. Antwoord aan den Datoe sidenreng en den Prins Aroe Pan„ „tjana op een Brief ontfangen den 22e Ju„ „nij Anno 1788. Antwoord van den Gouverneur Reijke. het vreugde de nadere tijding van mijn zoons verbintenisse onder den anderen tot welzijn van de Edele kompagnie vernomen hebbende zo betuig jk daar over mijn genoegen bij deze inzonderheid dat daar nog bij gekomen is de verzekering van de Patolaija, Aroe Ngatakka, Aroe Panekie en Datoe Sopings mede aankleving aan de Edele komp„e . Dan dewijl Jk omtrent Bouijs verkeerde han„ delwijze met opzigt tot de Edele komp„e nog geene positiev andwoord van Haar Hoog Edelheedens te Batavia hoe mijn dien aangaan„ „de te gedragen ontfangen heb ook zelfs de Gezanten nog niet terug gekomen zijn, zo moet jk alle de daar tegens in het werk te stellene maat regulen uitstellen tot erlangine van die nodige qualificatie, waar na uwE zig dan ook stikken moeten en met mijn die tijd afwagten. Gelijk dan ook mijn zoon Aroe Pantjana mijns dunken best zal doen ten dien einde zo lange op Sagerie om daar een waakend oog te houden, te vertoeven als kunnende altoos in Pas van noodzakelijkheid spoedig dit heen komen /:onderstont:/ Makaker in 'tkasteel Rotterdam den 23 Junij Ao 1718 /:was getekent:/ B„s Reijke Aan

NL-HaNA_1.04.02_3818_1069 view scan ↗

English

Makasser To the Honorable, Respected Sir Barend Reijke Governor and Director of the peaceful Celebes Honorable Respected Sir, In the hope that my previous humble secret despatches of the 13th and 18th of this month have safely reached your Honor, I now take the liberty of informing you that today the soldier Muller returned from the upper district, having reported to me the following: that he, together with the interpreter at Tiro, learned from two Company subjects and a woman that towards the end of last month a ship had come to anchor there at that latitude, deep out at sea. From this vessel, a small boat, called by him a sope-sope, had arrived at Tiro, having on board one European, one Makassarese, and three other natives dressed in the manner of Papuans. The European and that Makassarese had stepped ashore, and the former immediately asked what village this was, and to whom it belonged. The people of Tiro answered that question by saying it was the Company's land. Thereupon that European asked to buy chickens, coconuts, sirih, and areca nuts, paying a rupee for each chicken and as much for four coconuts; the payment was made in Spanish dollars, but the Makassarese kept that coin and paid them with double nickels, keeping the remainder for himself. The people of Tiro asked that Makassarese what kind of ship it was, and the Makassarese then said it was an Englishman manned by over 200 hands, mostly natives, intending to go to the lands of Boni to trade there in opium and iron, with which merchandise, and primarily the former, the ship was fully laden. That Makassarese further related to them that this Englishman had abducted him, and that he would gladly take flight if only his fellow countryman were ashore, especially since he learned that this was Company land. Thereupon they went back on board and immediately set sail. The soldier, along with the interpreter, also understood from Craing Bira that this regent had learned from a Makassarese merchant that a paduakang prow from Galesong, underway to an unknown destination, had encountered a ship. Those Galesongers were called on board, the paduakang also came alongside, and two Galesongers stepped over. However, the rest of the crew who remained in the paduakang became frightened, cut the rope by which they were tied to the ship, and took flight, leaving two of their countrymen behind. The interpreter and this soldier also learned for certain from Bugis that this Englishman had supposedly asked Aroe Boeloe Boeloe to purchase a piece of land to settle there, and that more ships would subsequently follow; that Aroe Boeloe Boeloe, however, had initially refused this, pretending to be unable to do anything without the King of Boni, to whom, as well as to Aroe Mampoe, she gave notice of this, Aroe Boeloe Boeloe being the daughter of Aroe Mampoe. Furthermore, the interpreter sent the Malay Adeele, who served under him as Jennang of Terang Terang, along with other trustworthy people, four days ago to Sinjai with coconuts, chickens, etc., to go on board for sale in order to investigate everything; however, he had not yet returned. Furthermore, that English ship is said not to be large, and the soldier describes having seen it lying at anchor at a distance of one mile from the island Poeloe Moeloenen Roea and 2 to 3 miles from the Company's border at Ujung Salwang (the same belonging half to Wajo and half to Boni's Kaju) and, according to his estimate, further from Sinjai, although on good anchoring ground, yet surrounded by reefs and rocks. I now certainly imagine that the ship that sailed past here on the 24th of last month was that Englishman, as I was clearly able to distinguish that it carried a gaff and boom, which still caused me to doubt somewhat whether it was not an Englishman; but I judged at the time that if that nation wished to steer toward the east, they would certainly not go there during the east monsoon, and since the national frigate De Leur had been lying outside the islands off Makassar, this would, according to my presumption, rather be that vessel on its way to Ternate. I would have already sent the interpreter on board that Englishman had I not feared that this pirate would also detain him and set sail with him, in order to obtain people knowledgeable about this country through such illicit practices to better execute his plans, whereas in any case I believe the condition of that vessel can be learned just as well from knowledgeable and trustworthy natives, as well as

Dutch transcription

3 Makasser Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Barend Reijke Gouverneur en Dircteur der ruste Celebes wel Edele Agtbare Heer In hoope dat mijne voorige onderdanige secrete Missive van den 13:e en 18„e dezer uwwelEdele Agtbare wel zullen geworden zijn, zo neem Jk tans de vrijheid Hoog Dezelven te bedeelen, dat heden den zoldaat Muller van de bovenstreek gereverteerd is, hebbende mij het ondervol„ „gende gerapporteerd, dat hij neevens den tolk op Tiro van twee 'skomp, onderdanen en den vrouw vernomen had, dat omtrent in het laast van de gepasseerde maand een schip aldaar op die hoogte diep in zee was ten anker gekomen, waar van een klein vaartuigje, Iope sope door hem wordende genoemd, op Tiro was gekomen, zijnde op het zelve een Europe aan een Makassaar en drie andere Jnlanders, op de wijze van Papoers gekleed, dat den Europeaan met die Ma„ „kasjaar, maar aan de wal waren gestapt, en dat ten eersten gevraagd had, wat Negorij deze was, en wie dezelve toebehoorde, dat door de Tironeesen die vraag b'antwoord was, niet te zeggen 's kompagnies Land, dat als toen die Europeaan had Hoenders, klappers, sierie en Pienang te koop gevraagd hebbende voor ieder toen een Ropij en voor vier klappers ook zo veel betaald, dat de betaaling in spaanse matten was getheed, dat egter den Ma„ „kasjaar die munt gehouden en hun met dubbeltjes betaald had, in de overrest voor zig gehouden, dat de Tironeesen dien Makahaar gevraagd hadden, wat dat voor een schip was, dat als toen dien Makahaar Makasjaar had gezegd een Engelsman bemand met over de 200 koppen meest Jnlanders, de wil hebbende na de Bonijse Landen om aldaar te negotieeren met Amphioen en ijzer van welke Han„ „delwaaren en wel principaal van het eerste het schip volladen was, dat dien Makassaar aan hun wijders had verhaald dat deze Engelsman hem hadde gerooft, dat hij gaarne wilde de vlugt neemen als maar zijn mede Landgenooth aan de wal was, te meer hij vernam dat aldaar 'skomp„s Land was, dat als toen dezelve weder na boord, en direct ook onderzeil waren gegaan, Dat dien zoldaat nevens den tolk van Craing Bira had verstaan, dat deze regent van een makassaarse handelaar had verno„ „men, dat een prauw paduakan, van Glisson onderweegs, niet wetende waar, Een schip hadden ontmoet, dat die Galissonders aan Boord waren geroepen, de paduakane ook aan boord was geko„ „men, en twee Galissonders over waaren gestapt, dat egter het overige volk wat in de Paduakang was gebleeven, bang zijn gewor„ „den, het touw waarmeede aan boord vast lagen gekapt en de vlugt hadden genoomen, met agterlaating van twee hunner Landsge„ „noten. ook heeft den tolk met deesen soldaat, van Boegineesen in 't sekere vernoomen dat deese Engelsman zoude aan Aroe Boeloe Boeloe een stuk Land te koop hebben gevraagd, om zig aldaar ter neder te zetten, en dat vervolgens meer scheepen zou„ „den koomen; Dat egter Aroe Hoeloe Hoeloe zulks voor Eerst zou„ „de geweigerd hebben, voorgevende niets buijten den koning van Bonij te kunnen doen, aan wien zo wel als aan Aroe Mampoe dezelve heeft kennisse hier van laaten geeven, zijnde Aroe Boeloe Boeloe de dogter van Aroe Mampoe. Dat. ƒ Dat den tolk den bij denselven als Jennang Terang Terang fungeerde Maleijer Adeele met nog andere vertrouwd volk, voor vier dagen naar sangaij had gesonden, om miet klappers, hoen„ „ders etc: ten verkoop na boord te gaan, om alles uijt te vorschen, egter dat dezelve nog niet weder te rug was gekoomen. wijders zoude dat Engelsche schip niet groot weesen, en dien soldaat be„ „schrijft het te hebben zien ten anker leggen op een mijl afstands van 't Eijland Poeloe Moeloenen Roea en 2 a 3 mijlen van 't Comp„s grens schijding oedjoeng sawang /:zijnde het zelve half weroe en half Bonijs Caijang toebehorende:/ en van sangaij naar zijn gissing verder, schoon op een goede anker grond, egter omringd van Reeven en klippen. Jk verbeelde mij voorseker thans dat het den 24„e der gepas„ „seerde maand alhier voor bij gezeijlde schip die Engelsman geweest is, hebbende jk duijdelijk kunnen bekennen dat het selve een gaffel en giek voerde, dat mij eenigzints nog heeft doen twijffelen of het niet een Engelsman was; dan jk oordeelde als toen, dat wanneer die natie naar de oost wilden steevenen immers niet in de oostmou„ „son daar na toe zoude gaan, en vermits het 's lands fregat de Leur buijten de Eijlanden voor Marcaker had geleegen deese het eerder volgens mijn presumatie zonde weesen, om nog na Ternaten te gaan. Jk zoude bereeds den tolk na boord van die Engelsman hebben gesonden, als ik niet bedugt was dat die roover deese ook zoude hou„ den en daar mede onder zeijl gaan, om langs zulke ongeoorloofde handelwijzen, dit Landkundige lieden te erlangen, ten Eijnde zijn projecten te beeter ter uijtvoer te brengen, terwijl ook in allen ge„ „valle vermeene van kundige en wel vertrouwde Jnlanders even zo goed kan worden vernoomen naar de gesteldheijd van die Bodem mitsgaders

NL-HaNA_1.04.02_3818_1072 view scan ↗

English

as well as what he is carrying out in the interior, and what I have already caused to be done, in case Your Right Honourables nevertheless consider that I should direct the interpreter or another servant of the Company to go to the Bay of Bonij to that Englishman, and to inquire who he is, what he is named, where he comes from, and where he is going; and also, notwithstanding that he is in the interior and completely off the territory of the Company, to protest in the name of Your Right Honourables as representing the General Netherlands Chartered East India Company against his illicit arrival in the Bay of Bonij, with the unlawful intention—directly contrary to the treaties concluded by Their High Mightinesses with his King—to wish to purchase land from native princes who are in alliance solely with the Honourable Company, as well as wishing to sell his trade goods to the same; I shall in that respect literally observe the orders of Your Right Honourables, which I then humbly implore hereby, hoping to obtain them hereupon in 3 to 4 days from Your Right Honourables, since I am sending this express via the mountains to offer the same to you, and it can likely already be received by Your Right Honourables tomorrow. Upon the received rumours (which are from a Buginese) that this Englishman wished to purchase land from Aroe Boeloe Boeloe, I immediately sent three trusted emissaries to Boeloe Boeloe, to inquire into this as soon as possible, and if finding it to be true that this Englishman is also trading there, to protest to Aroe Boeloe Boeloe as well as to Aroe Mampoe, and to make known to them in my name that the admitting of other foreign nations into the interior directly conflicts with all contracts made by the Honourable Company with Bonij; that it was the duty of Aroe Mampoe as well as Aroe Boeloe Boeloe to provide the Englishman with nothing, but in every respect to refer him to Maccasser, where the Right Honourable Lord Governor and Director was staying with the King of Bonij; and if this advice of mine were embraced by Aroe Mampoe and Aroe Boeloe Boeloe, they would certainly see and experience that the friendship between Bonij and the Honourable Company would be bound even closer; however, on the contrary, that I foresaw nothing other than a total destruction of their land and people. Although I certainly know that the Bonij stadtholder Aroe Mampoe occupies himself very heavily with illicit navigation and trade, I nevertheless presume that he will do nothing in this respect other than what the King of Bonij orders or advises him regarding this; and, as I learn indirectly from Buginese, Aroe Mampoe has already sent an emissary to Bonij's prince with this news. It is not improbable, if these rumours are found to correspond with the truth, which will soon become apparent, that this Englishman's vessel is at least suited to that purpose, as the extract from the secret circular missive of Their High Mightinesses dated 11 February 1785 indicates to me; since I then certainly imagine that this Englishman has been sent out to settle somewhere in the interior, to construct forts, and subsequently that even more English ships will follow this one, because that nation likely judges itself able to do so unhindered in the east monsoon, as the Honourable Company could obtain no news thereof any sooner until their intended plan is completed, and even then to meet with no hindrance therein until the west monsoon. And in order to completely overthrow that cunning Englishman's formulated plan, it would, in my humble judgment, be best, when one was fully convinced by evidence that this Englishman had caused such an application to be made to Aroe Boeloe Boeloe, and also that he was trading there in opium and other trade goods, that

Dutch transcription

mitsgaders het geen denzelven in de Binnelanden uijtvoert, en 't geen Jk bereeds heb laaten doen, Bij aldien dat uwwelEd: Agtbare egter vermeenen dat jk den tolk of een ander Compagnies dienaar daar dar tengaan aan zal wegen, om naar de bogt van Bonij bij dien Engels„ „man te gaan, en te verneemen wie dat hij is hoedanig het ge„ „naamt„ waar van daan en waar na toe gaat. en dat almeede niet teegenstaande hij in de binnelanden en gansch niet meer op sComps ter„ „ritoir is, uijt uwwelEdele Agtbares naam als representeerende de ge„ „neraale Nederlandsze g'octroijeerde oostIndische Compagnie protesteeren zal tegens desselfs illicite komst in de bogt van Bonij, met het onge„ „oorlooft voornemens tegens de door Hun Hoogmogende met zinen ko„ „ning geslooten Tractaaten direct strijdende, van Jnlandsche vorsten, dewelke alleen met de Edele Comp„e in verbond zijn, land te willen koopen mitsgaders zijn handelwaaren aan dezelve te willen verkoopen; zo zal Jk daar omtrend letterlijk uwwelEdele Agtbaare bevel observerren, die ik dan zelx onderdanig bij deesen imploreeren, hoopende ik die hier op in 3 a 4 dagen van uwwelEd Agtbare te erlangen, alzo Jk deeze Expresse over Eee Hoog dezelve koom aan te bieden en denkelijk morgen bereeds bij uwwelEd Agtbare kan worden ontfangen. Op de erlangse gerugten /:die van een Boeginees zijn :/ dat dien Engelsman land van Aroe Boeloe Boeloe wilde koopen; heb jk ten eersten, drie wel vertrouwde zendelingen naar Boeloe Boeloe gesonden, om ten allerspoedigten daar na te verneemen, en het waar bevindende ook dat dien Engelsman aldaar negotieerd, zo wel bij Aroe Boeloe Boehoe als ook bij Aroe Mampoe te protesteeren, en hun uijt mijnen naam te zennen te geven, dat het direct tegens alle Con„ tracten door de Ekomp„e met Bonij strijd, het admitteeren van andere vreemde natien in de binnelanden, dat het Aroe Mampoe zo wel als Aroe Boeloe Boeloe hun verpligting, mede bragt, om den Engelsman van niets te gerieven, maar in allen opzigte denzelven over te wijzen naar Maccater waar zig den welEedelen Aijtbaren Heer Gouverneur en 7 en Directeur met den koning van Bonij bevond, en als deese mijne raad door Aroe Manipoe en Aroe Boeloe Boeloe g'amplecteerd wierd, zij voorseeker zouden zien en ondervinden, dat de vriendschap tusschen Bonij en dE Comp„e nog nauwer zoude worden verbonden, egter in het tegen„ „deel dat jk niet anders voor uijtzag dan een geheele verwoesting van hun Land, en volk, schoon ik zeker wel weet dat de Bonijse steede houder Aroe Mampoe zig zeer sterk niet ongepermitteerde vaart en handel ophoud, presumeer jr egter dat hij niets zal doen in deezen opzigte, als wat den koning van Bonij hem daaromtrend gelast of Raad geeft, en gelijk ik ter zijde verneem van Boegineesen heeft Aroe Manipoe bereeds een zendeling aan Bonijs vorst gesonden met deeze tijding. Het is niet onwaar shijnlijk, als deeze gerugten net de waar„ „heid overeenkomstig bevonden worden, 't welk nu in korten zal blijken; dat deeze Engelsman sodanig vaartuig, ten minsten tot dat doelwit ge„ schikt is, als het Extract uijt de secreete Circulaire missive van Hunne mij Hoog Edelheden de dato 11:e februarij 1785 aanwijst; Dewijl Ik als dan voor„ seeker verbeelde dat dien Engelsman uijtgesonden is, om ergens in de binne landen zig ter neder te setten, forten op te bouwen en vervolgens dat er nog meer Engelsche scheepen deze zullen volgen, om dat die a Natie denkelijk oordeeld in de oostmousson zulks onverhinderd te kunnen doen, alzo daar omtrent dE Comp„e geen tijding eerder daar van zoude kunnen, erlangen, tot dat hun genomen Plan voltooid is, en als dan nog niet eer daar in eenig beletsel te ontmoeten als met de westmous on. En om dien Listigen Engelsman zijn gemaakte plan ten eene„ „maal omwerte werpen, zoude mijnes geringen oordeels niet beter zijn, als wanneer men volkomen overtuigd: was door Bewijzen dat dien Engelsman zodanigen aanzoek bij Arve Pooela Boeloe had laten doen, ook dat aldaar in Amphioen en andere handelerhaaren negotieerde, dat n, en

NL-HaNA_1.04.02_3818_1074 view scan ↗

English

that the same might be attacked and captured by force, either by the ships of the state or by the Honourable Company. While I also come to bring to Your Honourable Worships' respected attention that I have found myself in the utmost necessity to provide our Company's subjects, who are currently employed in the Englishman's matter to spy on everything, with rice and other provisions, as rice is currently dreadfully expensive and almost unobtainable in the upper region; I have also ordered the interpreter to spare no money to uncover the secrets of that Englishman, which Your Honourable Worships will be pleased to discover from the copy of the letter written to that linguist, which respectfully accompanies this; wherefore I also humbly request Your Honourable Worships that I may include in an expense account the disbursements advanced and still necessarily being furnished, both for spy funds, blandja to the emissaries, as well as the rice being furnished to the retainers stationed along the boundary line next to the interpreter, as I will gladly strive to keep frugality in mind, yet also spare nothing for the well-being of the Company; I remark nonetheless that it would have been the duty of those Tyronese who learned of this to make the same known at once to their king or Regent, or to their sub-chiefs, although I attribute this failure solely to their ignorance, and thus indeed humbly propose to Your Honourable Worships to pardon them for this instance, intending to recommend again to the Regents, as has already been done long since, to bring to my knowledge with the utmost speed the very first they learn of the English or should they happen to come to places belonging to the Honourable Company. I have the honour to call myself, with due esteem and deep respect, Honourable Worshipful Sir, Your Honourable Worship's humble and faithful servant, G A van Diemar In the margin: Boelecomba in the Company's fortress, 21 June Anno 1788. Tito Diko 9 currently on commission there To the Assistant Interpreter Cornelis Theunisz: Good friend, The soldier Hendrik Muller must come hither at once, and you must simply try to make the native believe that you have been sent to conduct the census over there, it being likely, if at all feasible, that the clerk will come over to conduct the census in person with you in the upper region, and thus the chiefs can all simply remain upcountry. I have just received your verbal message via the kalkonker Ballo that it is an English ship which lies at Sangaij; you must now do your best to learn in the most secret manner what the ship is named, also the Captain, how heavily manned and how heavy the guns, also whence it comes, and whither it intends to go; and the Makassarese whom it is said he robbed along the way, you must see to draw to your side with good tact, even if you were to offer 25 Spanish dollars for each Makassarese to sound them out as to how things stand with that Englishman and what his objectives are; you must also spy and have spying done in every respect in order to know what that Englishman's business is with the people of Boni, also what he sells and how much; nothing must or may happen without you seeking to find it out, even if you were to offer money as a reward, which I will most gladly pay; while you must also keep an accurate daily register from the beginning of your departure until the return. While I ordered you to go directly to Weroe, which is located closest to Sangaij, to observe everything closely; I also send you herewith a case of arrack, 12 large measures of rice of 66 1/3 d: each, 6 blassies of white table rice, and some fish and doppe, and expect that you will proceed frugally with all these things. Everything you do must be secret and you must write everything, whether in the native language or Dutch, paper, pens, and ink accompanying this. I remain in the expectation that you will do honour to the Honourable Company with this commission; after friendly greetings, Your good friend, G van Diemar In the margin: Boelecomba in the Company's fortress, 18 June Anno 1788. Boelecomba; Boelecomba To the Junior Merchant Honourable, Prudent, Discreet. Having seen from your separate letter received yesterday towards evening, dated the 21st of this month, the arrival of an English ship in the Bay of Boni, it serves in prompt reply that I firmly presume it to be that same interloper or smuggler who appeared a short time ago near Sumbawa, and that you are therefore especially obliged, in accordance with the standing orders thereto, to protest in the strongest possible manner against his stay over there and dealings with the native, both to the captain of that vessel himself and especially to the Bonian Regent Aroe Mampoe, notifying the former with discretion that if he truly has a lack of anything, he should then proceed hither in order to be assisted here according to true necessity. I shall meanwhile this very day cause the King of Boni to be informed of this in my name through the Maros Resident Burggraaff, and have that monarch instructed, according to the content of the Bongaya contract and the well-known desire of the Honourable High Indian Government, to give the necessary orders to his regent in Boni, the aforesaid Aroe Mampoe, for the rejection not only of this Englishman, but of all foreign nations who might arrive over there. While I meanwhile permit Gottlieb van Diemar Resident on the Company's behalf there

Dutch transcription

dat denzelven door de magt 't zij van 's lands scheepen of van de E komp„s g'attacqueerd en weggenomen wierd. Terwijl Ik uwwelEed Agtbare almede ter g'eerde kennisse koom te brengen, dat ik mij in de uiterste noodzakelijkheid heb gevonden, om onze skomp„s onderdanen dewelke thans gebezigt worden in de zaak van den Engelsman alles te spioneeren van Rijst en andere mond„ „kost te voorzien, terwijl de Rijst thans ontzaggelijk duur en in de bovenstreek bij na niet te krijgen is, ook heb jk aan den tolk gelast geen geld te ontzien om agter de geheimen van dien Engelsman te koomen het welk uwwelEdele Agtbare uit de Copia van de aan dien Taals„ „man geschreven brief, die dezen in Eerbied verzeld, des behagende zal ont„ „waren, weshalven ik dan ook uwwelEd Agtb: ootmoedig verzoeke, dat ik het uitgeschotene en nog noodzakelijk verstrekt wordende zo aan spions gelden, Blandja aan de zendelingen, mitsgaders de verstrekt wordende Rijst aan de op de Grensscheiding nevens den tolk leggende Lijfvolkeren, bij een onkost Reekening mag opbrengen, zullende ik gaarne de zuinig„ „heid tragten in het oog te houden, egter voor het welzijn van de Maatschappije ook niets spaaren, Jk remarcquere nogtans dat het de pligt had mede gebragt van die Tironeesen die zulks heb„ „ben vernomen om het zelve ten eersten hun koning of Regent dan wel derzelver onderhoofden bekend te maaken, schoon Jk dit verzuim alleen aan hun onkunde toeschrijve, en dus wel voor deze zeer aan uuwelEd Agtbare onderdanig voordrage dezelve te perardonneeren, zullende Ik de Regenten nogmaals gelijk bereeds voorlang geschied is rekommandeeren, van het eerste dat dezelve van de Engelsche vernemen of dat die op plaatsen dE Comp„e toebehorende komen mogten, mij ten allerspoedigsten ter kennisse te brengen. Ik heb de Eer met verschuldigde Hoogagting en diep respect mij te noemen /:onderstond:/ wel Edele Agtbare Heer /:lager:/ uwwel Ed Agtb: onder„ „danige en 'trouwkuldige Dienaar /:was getekend:/ G A van Diemar /:in margine /: Boelecomba in't Comp:s fortret den 21 Junij Ao 1788. Tito Diko 9 thans in Commissie aldaar Aan den Ondertolk Cornelis Theunisz: doede vriend Den zoldaat Hendrik Muller moet ten eersten herwaards ko„ „men, en uwE moet maar den Jnlander zoeken wijs te maaken dat uwE gezonden is om de ziels beschrijvingen ginter te doen zullende denke„ „lijk als het maar immers doenlijk is den schrijver overkomen om in de bovenstreek met uE de zielsbeschrijving in perzoon te doen en dus kunnen de hoofden maar allemaal boven blijven. Ik heb met den kalkonker Ballo zo even de mondelinge boodschap van uwE erlangd, dat het een Engels schip is, dewelke op Sangaij legd, thans moet uE zijn best doen om op de aller secreetste wijze te verneamen, hoe dat het schip genaamt ook de Capitain, hoe sterk bemand en hoe zware stukken, ook waar van daan komt, en waar na toe de wil heeft, en de Makassaa„ „ren die men zegd dat hij onderweegs geroofd heeft moet uE zien met een goede staat kunde aan zig te haalen, alwaare het zelfs dat uw er 25 spaans voor ieder Makassaar opsteld om van deze uit te hooren, hoedanig het bij die Engelsman gesteld is en wat zijn oogmerken zijn, ook moet uw in allen op„ „zigte spioneeren en doen spioneeren omme te weeten wat die Engelsman zijn bedrijf is met de Boniers, ook wat hij verkoopt en hoe veel, daar moet en mag niets ommegaan of uwE moet het zien te weeten te krijgen alwaare het dat uwE er geld op stelde tot een beloning dat ik hartelijk gaarne zal betaalen, 6 terwijl E terwijl uE almeede een accuraat Dag-Register moet houden van den beginne van uw vertrek tot de te rugkomst toe. Terwijl Jk uw gelaste om direct naar weroe te gaan dat het naast bij sangaij gelegen is om alles nauwkeurig te letten, ook zende ik uE thans een kelder arak, 12 groote maten Rijst van 66 1/3. d: ieder 6 Blassies witte Tafel rijst en eenige vis en doppe en verwagt dat uw met dit een en ander zal spaarzaam te werk gaan. Alles wat uwt doet moet sekreet wezen en gij moet alles schrijven het zij Jnlands of hollands, gaande papier, pennen en Jnkt hier nevens. Ik blijve in verwagting dat uE zult eere met derzelver Commissie bij dE komp„e in leggen, na vriendelijke groete /:onderstond:/ uE goede vriend /:getekent:/ G= van diemar /: in man„ „gine:/ Boelecomba in 'sComp„s fortres den 18 Junij Ao 1788. Boelecomba; „ Boekecomba Aan den onderkoopman Eerzame vrouwe Discrete. uit uE gisteren tegens den avond ontfangene aparte brief van den 21„e dezer gezien hebbende de komst van een Engelsch schip in de Bogt van Bonij, zo diend daar op in spoedig and„ „woord dat Jk vast veronderstel het dien zelfden Lorrendraijer of smokkelaar te zullen wezen die voor korten tijd zig bij Sumbauwa verthoond heeft en dat uE dus bezonders verpligt is om na de daar toe leggende ordres tegens desselfs verblijf ginter en onderhandelingen met den Jnlander ten aller„ „sterkste te protesteeren zo bij de kaptein van dien Bodem zelfs als wel inzonderheid bij den Bonischen Stedehouder Aroe Mampoe, de eerste met bescheidentheid aanzeggende om indien wezentlijk gebrek aan het een of ander heeft zig als dan na herwaarts te begeeven, ten einde daar van alhier na ware benodigdheid g'assisteert te worden. Jk zal intusschen hier van nog op heden den koning van Bonij uit mijn Naam door den Maros Resident BurgGraaff doen verwittigen en dien vorst laten aanzeggen om na den inhoud van het Bongaijse kontract en de hem bewuste begeerte der Edele Hoge Jndische Regeringn zijn stedehouder in Bonij de voorsz: Aroe Main„ „poe de nodige bevelen te geven ter afwijzing niet alleen van dezen Engelsman maar alle vreemde Natien die ginter mogten aankomen. terwijl Ik intusschen permitteeren Sodlieb van Diemar Resident 'sComp:s wegen aldaar het C

NL-HaNA_1.04.02_3818_1078 view scan ↗

English

the submitting of a separate expense account for what was necessarily spent on spies etc. in these cases, provided that economy is observed therein as far as possible. After greetings, I remain, your good friend, signed, Pod Reijke, in the margin, Makasser, in the castle Rotterdam, the 24th of June Anno 1788. Ratol Maros 13 Simon To the junior merchant BurgGraaff Resident on the Company's behalf there Honorable, pious, discreet. The Resident of Boelecomba having informed me by a letter received yesterday evening of the arrival of an English ship in the Bay of Bonij with the intention to trade over there. And since this is contrary to the mutual treaties and against the explicit desire of our Lords and Masters, as well as principally the Bongai contract, you must at once betake yourself to the King of Bonij and request His Highness in the name of the General Dutch East India Company to issue at the very earliest strict orders to his deputy governor there, Prince Aroe Mampoe, to counter such undertakings, and thus to cause him to be ordered not only to turn this Briton away from there, but also by no means to permit any people from that ship or other ships of foreign nations, whether officers or commoners, to come ashore. I remain expecting that you will exert your utmost endeavors in striving to obtain a speedy dispatch of the orders from the King to the inland regions, after greetings. Below stood, your good friend, signed, Barend Reijke, in the margin, Makasser in the castle Rotterdam the 24 June 1788. Makallen Makasser Barend Reijke To the Right Honorable Sir Right Honorable Sir and Gentlemen: Yesterday evening at six o'clock, the sworn junior interpreter Cornelis Theunis came to report to me that my pawn-servant named Laijmoe had just heard from a Buginese named La-endie, who came this afternoon from Boeloe Boeloe, at the Buginese village Papanjaija, that a ship lay in the Bay of Bonij on the reefs and rocks around Sangaaij, having arrived and fallen off there now ten days ago. That the Buginese there in the bay were waiting for that vessel to be wrecked, in order then to proceed to looting or robbing. That every day soldiers were drilled on board, that the boat had also been ashore, both to fetch water and to go to the market to buy goods, the sailors being uniformly dressed in white. That it appeared to the Buginese that the keel could not possibly come off the rocks again unless assisted by someone knowledgeable of those waters, but that they were firmly convinced that it must be shattered there, since no Buginese would show that ship the way, but would rather wait for the spoils. Council To the Governor and Director of this coast of Celebes Together with I 15 Upon this fatal news, I at once sent the aforementioned interpreter thither with my own people, also with Terang-terangers and Kalkonkers, accompanied by the train of Tiro, provided with weapons, along with the soldier Hendrik Muller, so that he could be used by the interpreter to procure the necessary vessels and people from Bira and Lemo Lemo, as well as for other necessary errands. Meanwhile, I also ordered the interpreter, before going on board with my letter of escort, of which a copy is respectfully accompanying this, which I have written to the Captain under the assumption that it is the country's frigate the Leur, first to inquire carefully whether it might not perhaps be an English interloper, and in the latter case not to go on board, but directly to inform me thereof and of what was being brewed there by that Englishman. That he, however, had to remain on the boundary of the Company's territory, in order to be able in any case, should the same be wrecked, to offer the necessary help for saving souls. This morning I obtained news from a Buginese and emissary of the Bonij deputy governor Aroe Mampoe, named Lempe, that 11 to 12 days ago a vessel, which as it seemed to him was provided with two masts, had arrived and fallen off in the bay; that it lay all around between reefs and rocks, though the place where that vessel was anchored was just free of rocks. That this last Buginese had heard that Aroe Boeloe Boeloe himself had been on board, that the rumor also went that it might be an Englishman, that Aroe Boeloe Boeloe had already informed Aroe Mampoe through an emissary

Dutch transcription

het opbrengen bij een aparte onkost Rekening van het nood„ „zakelijk uitgegevene aan Spions etc in dezen gevallen, mits de zuinigheid daar bij zo veel mogelijk in agt nemende Ik blijve na groete /:onderstond:/ uE goede vriend /:was getekend:/ Pod Reijke /:in margine:/ Makasser in het kasteel Rotterdam den 24e Junij Ao 1788 Ratol Maros 13 Simon Aan den onderkoopman BurgGraaff Resident 'tkompagnies wegen aldaar Eerzame, vrome, Discrete. De Resident van Boelecomba mijn bij een gisteren avond ont„ „fangene brief bedeeld hebbende de komst van een Engelsch schip in de Bogt van Bonij niet voornemen om ginter te handelen. En nadien zulks tegenstrijdig der wederzijdsche verbonden en tegens de uiterlijke begeerte van onze Heeren en Meesters mitsgaders prin„ „cipaal het Bongaijse kontract is, zo moet uE zig ten eersten na den koning van Bonij vervoegen en zijn Hoogheid uit Naam van de Generale Nederlandsche oost Indische kompagnie verzoeken om ten allerspoedigsten stricte ordres aan zijn stedehouder ginter den Prins Aroe Mampoe te stellen tot tegengang van zulke ondernemingen en denzelven dus te doen gelasten om dezen Brit van daar niet alleen af te wijzen maar ook geenzints te permitteeren dat eenig volk van dat schip of andere schepen van vreemde Natien het zij afficieren of Gemeene aan Land komen. Ik blijve in verwagting dat uE in het b'ieveren ter bekoming van een spoedige afzending van de Bevelen van den koning na de Binne landen zijn uiterste devoir zal aanwenden na groete. /:onderstond:/ uE goede vriend /:was getekent:/ B=s Reijke / in margine:/ Makasser in't kasteel Rotterdam den 24 Junij 1788 Makallen Makasser Barend Reijke Aan den welEdelen Agtbaren Heer Wel Edele Agtbare Heer en Heeren: Gisteren avond om ses uuren kwam den getwooren Ondertolk Cor„ „nelis Theunis mij rapporteeren, dat mijn verpandeling Laijmoe genaamt zo even van een Boeginees in name La-endie dezen nade„ „middag van Boelve Boeloe gekomen zijnde, op de Boegineese Negorij Papanjaija had vernomen, dat in de Bogt van Bonij op de Re„ „ven en klippen omstreekt Sangaaij een schip lag, zijnde het zelve nu thien dagen daar te vervallen gekomen. Dat de Boe„ gineesen aldaar in de bogt wagteden, dat die Bodem veronge„ „lukte, om als dan aan het Rampassen of Rooven te gaan. Dat alle dagen aan Boord door zoldaten g'Excerceerd wierd, dat ook de schuit aan de wal was geweest, zo wel om water te halen als ook om op de passer te gaan om goederen te koopen, zijnde de natroosen eguaal in het wit gekleed. Dat het de Boegineesen toescheen dat die kiel van de klip„ „pen onmogelijk weder konde afkomen, als niet door dat vaarwater kundige wierd geholpen, maar dat dezelve zig vast voor„ „stelden dat aldaar moest verbrijselen, alzo geen een Boeginees dat schip de weg zoude wijzen, maar liever op de Buijten wagten. Raad Ten Gouverneur en Directeur dezer kuste Celebes Nevens Jk 15 Ik heb op deze fatale tijding ten eersten den voormelden tolk met mijn eigen volk ook met Terang terangers en kal„ „konkers verzeld van train Tiro van wapens voorzien, na der„ „waarts gezonden met en benevens den zoldaat Hendrik Muiller, om door den tolk te kunnen worden gebruikt tot bezorging van de nodige vaartuigen en volk van Bira en Lemo Lein als ook tot andere noodzakelijke boodschaeppen, Terwijl jk den tolk almede gelast heb om alvorens zig na Boord te begeven, met mijn geleide brief waar van deze in Eerbied Copia is verzellende, die ik aan den Capitain geschreven heb, in veronderstelling dat het 's lands fregat de Leur, eerst zig nauwkeurig te informeeren of het ook niet somtijts een Engelsche Lorrendraijer is, en in het Laaste geval niet aan Boord te gaan, maar direct mij daar van kennisse te laten geven met het geen door dien Engelsman aldaar gebrouwen wierd. Dat hij egter op de gaensscheiding van 'skomp„s grond gebied moest blijven vertoeven, om in allen gevalle wanneer denzelven mogte vergaan de nodige hulpe te kunnen bieden, tot redding van de zielen. Dezen morgen erlangde jk van een Boeginees en zendeling van den Bonijsen stedehouder Aroe Manipoe in name Lempe„ tijding dat voor 11 a 12 dagen in de Bogt een vaartuig zo als hem voorstond met twee masten voorzien, was komen te vervallen, dat het rondom tusschen Reeven en klippen in lag, egter de plaats waar die Bodem was g'ankert even bevrijd was van klippen. Dat deeze laaste Boeginees vernomen had dat Are Boeloe Boeloe zelfs aan Boord was geweest, dat ook de spraak ging dat het een Engelsman zoude wezen, Dat Aroe Boeloe Boeloe bereeds door een zendeling aan Aroe Mamipoe had kennisse laten geven

NL-HaNA_1.04.02_3818_1082 view scan ↗

English

giving notice of the running aground of this vessel in the Bay, I judged it best upon these varying reports to wait until I received an answer from the interpreter, which I could then surely have in one or two days, in order to give Your Right Honourable respectful notice of the truth, while the necessary provision has nevertheless already been made to prevent any feared disasters from the side of the Boniers. And I judge that a matter would have been half executed if I were immediately to trouble Your Right Honourable with these varying reports, without first awaiting true tidings and providing them to Your Honour. In case it should, however, be a State or Company vessel, it seems to me, subject to correction, nothing better to prevent quarrels with the Bugis than that Your Right Honourable graciously please arrange with the King of Bonij that he grant a chap to restrain his predatory subjects in the event of any misfortunes sometimes befalling such a vessel; and should it be an Englishman, I likewise request the necessary orders, while prior to receiving the same I shall proceed according to the contents of those which Your Right Honourable have secretly sent me. I hope tomorrow to be in a position to give Your Right Honourable the necessary disclosures regarding this matter, while I have the honour to call myself with true esteem: /:was written beneath:/ Right Honourable Sir and Gentlemen /:lower down:/ Your Right Honourable's humble and faithful servant /:was signed:/ P: B van diemar /:in the margin:/ Boelecomba in the Company's fortress the 14th of June Anno 1788. To 17 To The Right Honourable Valiant Sir N: N: Sea Captain Commanding the ship lying in the Bay of Bonij or thereabouts. Sir Your Right Honourable Valiant Whereas this evening at 6 o'clock the unpleasant news was brought to me by a Bugis pawn of mine named Laijmoe, who learned this for certain from a Bugis named La Endre who just arrived here from Pangaij, namely: That Your Right Honourable Valiant, with the vessel under Your command, has already lain within the reefs and cliffs thereabouts for ten days, and that it appeared to the Bugis there that Your Right Honourable Valiant could not get off that dangerous place again, but that the vessel must be shattered on those rocks; also that the Bugis living there and extending into the Bay of Bonij awaited the dangerous moment when Your Right Honourable Valiant's ship should be wrecked, in order then to plunder everything, and presumably also to murder all who were found to be white, which perfectly accords with the disposition of that nation. Thus it is that I, without any delay of time, send tonight by the overland route to Your Right Honourable Valiant the sworn under-interpreter Cornelis Theunisz, along with a soldier, Hendrik Muller, which latter is likewise very experienced in the native languages, in order to offer Your Right Honourable Valiant, together with the Company's faithful Regents and Kings of Bira, Tiro, and Lamo Lemo, along with their peoples, all being jointly the Company's subjects, the necessary assistance, both with vessels and also, in all events should it come to that, to repel force with force against the predatory Boniers. May merciful God grant and arrange for the best, that Your Right Honourable Valiant may be delivered from that dangerous place. I advise Your Right Honourable Valiant to keep the aforementioned interpreter always with you, and to have the necessary orders given through the soldier Hendrik Muller to the Company's regents, as well as messages to the Boniers through him. The regent and King of Tiro, whose land is situated closest to Sangaaij, is immediately departing with them now, while the Regents of Bira and Lemo Lemo have been ordered to come thither directly with their vessels to offer the necessary assistance in every respect. I shall respectfully notify the Right Honourable Sir Governor and Director at Maccasser of this unfortunate event, and, although on reports that rest upon no firm grounds, humbly request that His Right Honourable will please arrange with the Bonij prince that, through the dispatch of the King's chap, his peoples in the interior be prevented from doing any harm to Your Right Honourable Valiant or to the vessel under Your command; and whereupon, after the dispatch, I can already obtain an answer in 4 to 5 days. I most humbly request Your Right Honourable Valiant, upon receipt of this, to please inform me of how matters stand with the aforementioned report, and also what Your Honour might require, which shall reach Your Right Honourable Valiant at the very earliest and without fail. I commend Your Right Honourable Valiant and Your vessel, with the precious souls sailing thereon, to the protection of the Almighty, and have the honour /:though unknown, unless it is the State's frigate de Leur, which from the description given I have reason to presume, and which I think to be the very ship that passed by here on the 24th of May last:/ to call myself with true esteem. /:was written beneath:/ Right Honourable Valiant Sir /:lower down:/ Your Right Honourable Valiant's very humble servant /:was signed:/ G: B: van Diemar /:in the margin:/ Boelecomba in the Company's fortress the 13th of June Anno 1788. Maccasser

Dutch transcription

geven van het vervallen van dezen Bodem in de Bogt, jk heb op deze varierende berigten best g'oordeeld omme te wagten tot dat Jk van den tolk antwoord erlangde, die jk toen in een â twee dagen voorzeker kan hebben om uuwelEd Agtbare van het ware Eerbiedie kennisse te geven, terwijl tog de nodige voorziening bereeds is gedaan, tot voorkominen van eenige te dugtene onheilen van de kant der Boniers en ik oordeel dat het een zaak ten halven zoude ter uitvoer gebragt zijn, wanneer jk uwwel Edele Agtbare met deze varierende berigten ten eersten kinam lastig te vallen, zonder eerst opregte tijding in te wagten en aan Hoog dezelve te suppediteeren, ingevalle het egter een 's Lands of 'sComps vaar„ „thineg mogte weezen, dunkt mij, onder correctie, niet beeter te zijn tot voor„ „koming van Brouillerien met de Boegineesen dat uwelEe Agtb: goedgunstig„ „lijk gelieven bij den koning van Bonij te bewerken dat den zelven een sjap wil geeven tot beteugeling zijner hoofzugtige onderdaanen bij eenige ongelukken sodanigen bodem somtijds overkomende, en wanneer het een Engelsman mogte zijn, dan versoek ik almeede om de nodige ordres, terwijl jk voor erlangine derzelve naar den Jnhoud van die dewelke uuwel Edele Agtbaare. mij secretelijk hebben toegeschikt zal te werk gaan. Ik hoope morgen instaat te zijn uwwelEdele Agtbare de nodige ouvertures omtrend dit een en ander te geeven, terwijl ik de Eer heb mij niet waare voorgagting te noemen: /:onderstond:/ wel Edele Agtbare Heer in Heeren /:lager:/ uwwelEd Agtb: onderdanige en trouwschuldige Dienaar /:was getekend: /: P: B van diemar /:in margine:/ Boelecomba in 't Comp=s fortues den 14=e Junij Ao 1788. Aan 17 Aan Den wel Edelen Gestrengen Heer N: N: Capitain ter Zee Commandeerende het schip in de Bogt van Bonij of daar omstreeks leggende. Heer Uel Edele Gestrenge Dewijl mij deesen avond om 6 uuren de onaangenaame tijting door een boegineese verpandeling van mij Laijmoe genaamt aangebragt is, „en dewelke zulx van Een zo even van Pangaij alhier gekoomen boeginees in namen La Endre in 't seekere vernoomen heeft, namentlijk. Dat unwel Ed bestrenge met Hoog derzelver onder hebbende Bodem, daar omstreeks, bereeds thien dagen binnen, de reeven en klippen had geleegen en dat het de Boegineesen aldaar toetcheen dat uwwel Ed Gestr: van die gevaarlijke plaats niet weder konde afkoomen, maar dat die Bodem op die klippen moest verbrijselen, ook dat de Boegineesen aldaar en tot in de bagt van Bonij toe woonende, het gevaarlijk oogenblik afwagteden, wanneer uw„ welEd: Gestaenge schip quam te verongelukken, om als dan alles te rooven, en presumtief ook alles te vermoorden wat maar blank wierd bevon„ „den, 't welk met het naturel dier Natie volkoomen over eenkomt, zo is het, dat Ik sonder Eenig tijd versuijm uwwel Edele Gestr: den gewooren onderbolk Cornelis Theunisz niet nog Een soldaat Hendrik Mullen welke laaste almeede zeer ervaaren is in de Jnlandsche taalen deesen avond over den Landweg toesende, om uwweEedele Gestrenge nevens 's komp„e trouwe Regenten en koningen van Bira, Tiro en Lamo Lemo, nevens hun volkeren, zijnde gezamentlijk 'sComp.:s onderdaanen de nodige assistentie assistentie te bieden, zo met vaartuigen als ook omme in allen gevallen, indien het er mogte op aankoomen geweld met geweld te„ „gens de roofzugtige Boniers te keer te gaan, Dan genadigen tod geve en beschikke het beste, dat uwwelEed Gestr: van die gevaarlijke plaats mag verlost worden voormelde tolk raade jk uwwelEd Eesz maar altoos bij zig te houden, en door den soldaat Hendrik muller de nodige ordres aan de 'sComp regenten als ook Boodschappen aan de Boniers door denselven te laaten geeven, gaande den regent en koning van Tiro bij wiens Land Sangaaij het naast geleegen is direct thans mede, terwijl de Regenten van Bira en Lemo Lemo direct met hun vaarthuijgen gelast zijn na derwaarts te koomen, om in allen opzigte de nodige adsistentie te bieden. Ik zal van dit ongelukkig evenement den wel Edelen Agtbaren Heer Gouverneur en Directeur tot Maccasser Eerbiedig kennis geeven, en schoon op Rapporten die op geen vaste gronden stennen, onderdaanig versoeken, dat zun welEd: Agtb: bij den Bonijs vorst wil gelieven te bewerk„ „stelligen, dat door toesending van 's konings Tjap zijn volkeren in de binnen Landen belet worden eenig quaad aan uwwelEd Gertr: of Hoog denzelver onderhebbende Bodem te doen; en waar op ik na de afzending in 4 a 5 dagen kan bereeds andwoord erlangen. Ik verzoek uwelEd Geszr: ootmoedigst om bij ontfangst deses mij te willen gelieven onderrig„ „ting geeven hoe het met voorsz: opgave geleegen is, en ook wat Hoog dezelve moesten benodigd zijn, het welk ten aller eersten en zonder mankement un„ „welEd: bestr: zal geworden. Jk beveele uwwel Ed Gebtr: en Hoogderzelver Bodem met de daar op varende Dierbare ziele in de bescherming des allerhoogsten, en heb de eer /:schoon on„ „bekend, indien het niet slands fregat de Leur is, 't welk ik reeden heb na gedaane beschrijving te presumeeren en dat ik denk dat eigenste schip te zijn 't welk alhier den 24e Meij JL: gepasseert is:/ mij met waare agting te noemen. /:onderstond:/ wel Edele Gestrenge Heer /:lager:/ uwer wel Edele Gestrenge zeer ootmoedigen Dienaar /:was getekend:/ G: B: van Diemar /:in margine:/ Boelecomba in't Comps fortres den 13e Junij Ao 1788. Marcasler

NL-HaNA_1.04.02_3818_1085 view scan ↗

English

19 Maccasser Reijke Barend To the Honorable, Respected Sir Governor and Director of the Coast of Celebes Honorable, Respected Sir. I currently have the honor to inform Your Honor in secret that the sworn under-interpreter Cornelis Theunis has just at this moment sent me verbal notification through a kalokko named Ballo that, on account of severe weather and rain, as well as immense drainage of water, he was unable to advance further than Lijkang on the 15th of this month; that from the beach there, close to Sangai under the island of Poeloe Mollongroea, he saw a vessel lying at anchor, though he was not quite able to discern whether it was a ship or a bark; that he could find no craft there to send on board, and he therefore proceeded to Tiro on the 16th of this month, and there learned for certain that it was a small English ship, fully laden with an exceptionally large quantity of opium and iron, which was manned by natives and dressed like the Papuans, the mates themselves being natives. That this English interloper had carried off two Macassars along the way, some of whom were still on board with him, one of whom had already wanted to flee at Sangai, but because his comrades were still on board, he wished first to bring them ashore and only then escape; that the interpreter, acting as Jennang Terang Terang, intended to send the Malay Adeele with several other Buginese of Sangai on board under the pretext of negotiating, in order to spy everything out in this manner, and that he would then send me word of his findings. Also Also, the interpreter informed me that this English interloper had not drifted there by accident, but had sailed inside with the intention of negotiating there and in the Bay of Boni; lying between the reefs and shoals, though in a good spot sheltered from weather and wind, yet according to everyone's opinion, he could not sail outside with the east monsoon. I now await Your Honor's further, much-respected orders, under the assurance that Your Honor can rely upon it that, as soon as I am provided with orders, I shall execute them promptly, even if they dictated attacking and carrying off that English interloper at his berth, since in my opinion it runs directly contrary to the concluded treaties that he comes to trade with prohibited goods in places whose king and chiefs the Company alone is in alliance with; in order to treat everything with great secrecy, I have withdrawn the soldier and instructed the under-interpreter to remain there under the pretense that he is to carry out the census in the upper district, and ordered him to observe everything closely, even to maintain peons constantly at Sangai, so as to know what this English, yes, with all respect, this devilish corrupter of the Netherlands, is concocting there with our two Boni sham-friends, to learn how much of his cargo he has already sold, and everything that merits any reflection; which, in accordance with my oath and duty, I shall not fail to bring to Your Honor's respected attention at the very first opportunity. I must now presume for certain that the ship that sailed past here on the 24th of the past month must have been this English interloper, as he showed no flag, despite the fact that I fired two shots. I have the honor to call myself, with true high esteem and respect. Below stood: Honorable, Respected Sir. Lower: Your Honor's humble and faithful servant. Signed: E. B. v. Diemar. In the margin: Bulukumba in the Company's fortress, 18 June Anno 1718. Maccasser 21 Maccasser Barend Reijke Governor and Director of this Coast of Celebes To the Honorable, Respected Sir Honorable, Respected Sir Whereas some days ago, on the 18th of this month toward evening, a message was brought to me by an emissary of Lomo Maros, stating that a son of the deceased Tomilalang named La Batang or Daeng Matakko, who came from Turatea, as he said, had taken along a lad belonging to Lomo, and that this lad had allegedly stolen from him on the journey 25 to 26 Spanish reals, 1 catty of opium, 2 pieces of clothing, and 2 cloths, and that for this he demanded payment from Lomo; to which Lomo replied that he had already missed the lad, but not knowing that he had been carried off by him, such was thievish rather than honest work, and that he asked for nothing more than his lad back or the payment of 40½ Spanish reals that he was supposedly owed by Lomo Maros, and that after the payment he could do and make of the lad Grimpie whatever he wished; for Lomo said that, because he had taken that lad along without his prior knowledge, he had no intention of paying a single doit for the theft by the lad, but demanded his lad back; whereupon this Boni Prince went off, tied a bamboo around the lad's neck, and walked past Lomo's house with the shackled lad in such a manner that Lomo's heart was troubled, but to prevent all misfortune on the road, he let that shackled lad go; but thereupon, to take revenge in his affair, immediately after that lad had passed his house, he went to that Prince's house in the village of Betaang, and took a maid from the aforesaid Prince's house as security for his lad; no sooner had that rogue of a Prince, who was in the village of Marampesu, received news of this, than he came between wind orders,

Dutch transcription

19 Maccaker Reijke Barend Aan den wel Edelen Agtbaren Heer Gouverneur en directeur ter Custe Celebes Wel Edele Agtbaare Heer. Ik. heb: thans de Eer uwwel Edele Agtbare in 't secreete te bedeelen, dat mij den getwooren ondertolk Cornelis Theunis zo op 't ogenblik heeft door een kalkonker Ballo genaamt laaten mondeling kennisse geeven, dat weegens swaar weer en reegen als ook ontsaggelijke afwatering niet heeft kunnen verder koomen als den 15„e dezer tot Lijkang, dat hij van het Strand aldaar digt hij Jangaij onder 't Eijland Poeloe Mollongroea een vaartuig heeft zien ten anker leggen, niet regt kunnende bekennen of het een schip of een Bark was, dat geen vaarthing aldaar heeft kunnen vinden om na boord te senden hij sig derhalven na Tiro den 16=e deeser heeft te geeven, en aldaar in 't sekere vernoomen, dat het Een Engels scheepje was, vollaaden met een bijsondere groote quantiteit amphioen en ijzer dewelke bemant was met Jnlanders en gekleed als de papoers, zijnde de stuurlieden selfs Jnlanders. Dat dien Engelsche Lorrendraijer onderweegs: twee Maccasjaaren had weg genoomen waar van zig nog eenige bij hem aan boord bevonden, waar van een bereeds op Sangaij had willen de vlugt neemen, maar om dat zijn medemakkers nog aan boord waaren, dat hij die eerst wilde aan de wal brengen, en als dan echapeeren, dat den tolk den, het bij den selven als Jennang Terang Terang waarneemende, Maleijer Adeele met nog eenige Boegineesen van sangaaij wilde aan boord senden, onder protext van te Negotieeren, om dusdanig alles uijt te spionderen, en als dan van zijn bevinding mij zoude kennisse laa„ „ten toekoomen. Ook Ook heeft mij den tolk laaten rapporteeren, dat dien Engelschen lorrendraijer niet aldaar vervallen was, maar niet intentie om daar, en in de bogt van Bonij te negotieeren, was binnen gezeijld; leggende tus„ „schen de reeven en klippen in, egter op een goede plaats voor weer en wind bedekt, tog volgens een ieders meeninge, konde daar niet met de oost mousson buijten loopen. Ik verwagte als nu uwelEd: Agtbare verdere veel gerespecteerde ordres„ onder versekering dat Hoog dezelve kunnen staat maaken dat jk, als maar met ordres geiunieerd ben, ik die zal promptelijk Executeeren, al„ „waare het selve dat die dicteerden om dien Engelschen Lorrendraijer op zijn leg plaats te laaten attacqueeren, en weg te neemen, alzo het mijnes bedunkens direct tegens de geslootene tractaaten aan loopt„ dat hij met verbooden whaaren op plaatsen ten handel komt, met welkers koning en hoofden de Compag:s alleen in verbond is, om alles zeer bedekt te behandelen heb kk den soldaat te rug getrokken en den ondertolk, onder den naam dat hij die ziels beschrij„ „ving in de bovenstreek staat te doen, aldaar gelast te verblijven en aanbe„ „voolen op alles nauwkeurig gade te slaan, selfs altoos op Sangaij pions te hebben, omme te kunnen weeten wat dien Engelschen, Ja /: het zij met Eer„ „bied gezegd :/ dien duijvelsen bederver voor nederland, aldaar, met onze beijde bonijse scheijn vrienden brouwt, om te verneemen hoe veel bereeds van zijn Laading verkogt heeft, en alle het geen eenige reflectie meriteerd; 't welk ik niet in gebreeken zal blijven volgens mijn Eed en pligt ten al„ „lereersten ter uwwel Edele Agtbare g'Eerde kennisse te brengen. Jk moet thans voorseeker presumeeren dat het den 24e der gepasseer„ „de maand alhier voor bij gezeijld schip deze Engelse Lorrendraijer geweest moet hebben, terwijl hij geen vlag heeft verthoond, niet tegenstaande wk twee schoo„ „ten heb gedaan. Jk heb de Eer mij met waare Hoogagting en respect te noe„ „men. /:onderstond:/ wel Edele Agtbare Heer /:lager:/ uwel Edele Agtbeere onderdaa„ „nige in trouw schuldigen Dienaar /:was getekend:/ F B: V Diemar /:in margine :/ Boelecomba in'sComp„s fortaet den 18 Junij Ao 17118 Maccaker 21 Maccasser Barend Reijke Gouverneur en Directeur dezer Custe Celebes Aan Den welEdele Agtbaaren Heer wel Edele Agtbaare Heer Alzoo over Eenige dage op den 18e dezes teegens den avond mij door Een zendeling van Lomo Maros wierd berigt gedaan, als dat hem door Een zoon van den overleedene Tomilalang genaamt La Batang of dain Matakko die van Torattea quam, zo hij zeijde, En die Een Jonge van Lo„ „mo meede genoomen had, en dat die Jonge hem op de reijs bestoole zoude hebbe, voor reall: 25 a 26 spaans 1 Catje amphioen, 2 kleedjes, en 2 doeke, en dat daar voor van Lomo betaling vroeg, waar op Louw antwoorde als dat hij die Jonge reets gemist had, maar niet weetende, als dat hij door hem vervoert zoude geweest zijn dus zulks Eer sieve als Eerlijk werk was, en dat hij niet meerder verzogt, als zijn Jonge wederom of de be„ „taaling van reaelen 40½ sp„s die hij Lomo Maros zoude schuldig weeze, als dat na de betaaling dan met de jonge Grimpie konde doen, en maake wat hij wilde, alzo hij Lomo zeide, om dat hij die Jonge, zonder voorken„ „nisse had meede genoomen, niet van zints was om Een duijt over de dief„ „stat van de Jonge te betaele, maer zijn jonge wederom Eijste, waar op hij Bonijs Prins heen gong, en bond de Jongen, Een Bamboes om den Hals, en ging somo zijn Huijs met de gevleugelde Jonge zzoo voor bij, dat Lomo zijn hart ontroerde, maar om alle ongelukke op de weg voor te ko„ „men, zo heeft hij die gevleugelde Jonge laate loope, maar is daar op om revensie over zijn zaak te neeme, direct naar dat die Jonge zijn Huijs voor bij was, na dien Prins zijn Huijs op de Negorij Betaang gegaan, en heeft tot dekking van zijn Jonge Een meid van voormelde Prins zijn Huijs weggenoomen, zo dra kreeg die schurk van Een Prins, die op de Negorij Marampesoe was geen tijding van, of hij quam tus„ wind ordres,

NL-HaNA_1.04.02_3818_1088 view scan ↗

English

came, with a retinue of some fifty men and occupied the house of the Loomo, and Mangarado there according to the custom of the native with a bare kris and klewang, and demanded that maidservant back, but Loomo answered, if I have the boy or my demanded money, then I will return that maidservant, otherwise not, whereupon the same had the Gaurang Patoeroenen beaten, to gather his people together, who also immediately about one hundred men or two came together, both from Sorodjierang, as elsewhere, with my interpreter, whom I sent thither, to offer assistance to the Loomo in time of need, if the matter could not be settled, but before my interpreter arrived there, the Bugis had already been driven off and chased away by Lomo, so that that night further ended in peace and quiet. But on the morning of the 20th came an emissary to me from Djennang Maros, and said that that boy had run away from him during the night, and that he therefore demanded back that maidservant, whom Loomo had taken away, by order of the Madanrang and Tomilalane, and that he would settle the matter further, whereupon I told the emissary that it was now midday, and that I would have Loomo called to me towards evening and present to him what was said and then would let him have the answer of Loomo, or the maidservant if I got her, but with the arrival of Loomo, having told him the message, he, Lomo, said to request that he first expected the boy or otherwise the money for him, before he could or would surrender that maidservant, for he said, he saw clearly that if he did not seek his own right in his lawful claim, then for him as well as for other Company subjects no further justice was to be had from the Bone people, and with that message my emissary departed for Djennang Maros towards evening and did not return with an answer until after sunset, stating that Djennang Maros let me know if Lomo did not hand over the maidservant by tomorrow or the day after tomorrow by sunset, that a grave misfortune was to be expected within the span of ten days, whereupon Lomo answered that he would wait 23 and see what came of it, sink or swim. What does Your Right Honourable think of such a spectacle; it truly seems as if Djennang Maros wanted to declare war on the Lomo, and he, Djennang Maros, said to my emissary just to tell me that, who replied that he was afraid to deliver such a message to his Resident; which are threats from Djennang Maros of which I consider myself obliged to give notice to Your Right Honourable, as well as regarding the harvesting of the new paddy, with which little progress is made this year up to the present day, by reason that most fields are not even in bloom yet. And while I name myself with the deepest respect, below stood, the Right Honourable Lord, lower, Your Right Honourable humble servant, was signed, J.n BurgGraaff, in the margin, Maros in fortress Valkenburg, the 24th of June, anno 1788, Maros. Maros. To the Junior Merchant, Honourable, Pious, Discreet. The historical account shared with me that our Sommo or Regent of Maros has with the Bone people, I have again learned of with grief and vexation. My hands are tied to oppose the brutalities of the Bone people, and the case in question regarding a single slave is hardly worth the trouble that the Lommo makes so much commotion over it, although I must nevertheless admit that the behaviour of the Bone people is in itself most insolent and offensive even to the Honourable Company. For all these reasons you will do best to quiet the Sommo and thereby settle the matter as well as possible, and also to solicit the King's and Madanrang's intercession or assistance regarding their people for this purpose. I remain after greetings, below stood, your good friend, was signed, A.s Reijke, in the margin, Makassar in Castle Rotterdam, the 25th of June, anno 1788, Wednesday, Resident on the Company's behalf there, Simon BurgGraaff. 25 Wednesday, the 25th of June, anno 1788. By circular inquiry. The Lord Governor having caused notice to be given to the members of the arrival in sight of this Castle of an English ship, which will likely be the same one that has already been roaming about in the Gulf of Boni for some days, with a proposal to act therewith upon its appearance at our roads as dictated by the orders of Their High Mightinesses by general letter of the 31st of December 1784 and secret one of the 27th of December 1785, which were circulated and read by the gentleman members on this occasion, it was thus resolved upon a circular inquiry held by order of His Right Honourable to conform fully with the proposal made by the Lord Governor. Makassar in Castle Rotterdam, date as written above. Was signed: H.s Reijke, W.m Beth, J. M. Baserman, J.s L. devos, S.r Monsieur, F. Both, J.n G.s Budach and J. A. Wisse. Right Honourable.

Dutch transcription

quam, met Een gevolg van hen vijftig man en besette het huijs van de Loomo, en Mangarado daar volgens gebruike van den Jnlander met Een bloote krits en Kaleewang, en het die meid weederom, dog Loomo antwoorden als jk de Jonge of mijn g'Eijschte geld heb, dan zal kk die meijd weeder om geeve anders niet, waar op de samo de Gaurang Patoeroenen liet slaan, om zijn volk bij malkander te verzaamele, die ook opstante Peer„ Een Hondert man of Twee bij elkander quame, zo van sorodjierang, als Elders, met mijn tolk, die ik daar na toe sond, om in teijd van Nood de Loomo ad„ „sistentie te biede, zo de zaak niet bij gelegt konde worde, dog her mijn tolk daar quam, waare reets de Boegineese door Lomo: verdreve en weggejaagt, zo dat die Nagt verder in rust en vreede afliep. Maar op 'smorgens den 20' quam, Een sendeling bij mij van djennang Maros, en zeide als dat die Jonge van de nagt bij Heen weg„ geloopen was, en dat hij daarom die sieid, die Loomo weggenoomen had, op ordre van de Madanrang en Tomilalane weeder om Eijschte, en dat hij de zaak nader zoude afmaake, waar op ik zeide teegens de sen„ „deling, als dat 't nu op de middag was, En dat jk Loomo teegens den avond bij mij zoude laate roepen en hem het gezegde voordrage en dan 't antwoord van Loonio, of de Meid als ik se kroeg, hem zoude laate toekome, maar met de komst van Loomo, hem de bootschap gezegd hadde, zeide hij Lomo, om te verzoeke, als dat Eerst de Jonge of dan wel het geld voor die verwagte, Eer dat hij die meid kon„ „de of wille afgeeve, want zeide, zij zag wel, als hij in zijn wettige pretensie zijn Eijge regt niet en zogt, dan voor hem zo wel als voor andere 'sComp„s onderdaane geen meerder regt, bij de Boniers te krijge was, en met die bootschap vertrok mijn sendeling naer djen „nang Maros teegens den avond en quam na sons ondergang Eerst niet antwoord te rug, als dat djennanen Maros mij liet weete zo Lomo de meed teegens morge of overmorge met zons ondergang niet af gaf, als dat er Een swaar ongeluk, binne de tijd van thien dage, van te verwagte was, waar op Lomo antwoorde dat hij ver„ wagte 23 „wagte zoude nat er van kwam, zijn regt of er onder, wat dunkt uwwelEed Agtbare van zulk een verthooning, 't Leijkt wel of djemnanen maros, den Lomo, den oorlog welde aanzegge, en hij djennang maros zeide teegens mijn zendeling van het mijn maar te zegge, die ant„ „woorde van bang te weeze zoon bootschap aan zijn Resident te doen; het welk dreijgemente zijn van djennang Maros, die Ik mij verpligt agt uwwelEd Agtb: kennisse van te geeve, zo wel als over het snijde van de Nieuwe Padij, waarmede van dit Jaar tot heeden toe weijnig voortgang gemaakt word, om reede de meeste velde, nog niet Eens in zijn bloij staat. en Dewijl jk met de diepste ontzag noeme /:onderstond:/ de wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ uwwelEd: Agtbare onderdaanige Dienaar — /:was getekend:/ I:n BurgGraaff /:in margine:/e Maros int fortres valkenburg den 24 Junij Ao 1788 Maros Maros Aan den onderkoopman Eerzame vrome Discrete. Het mijn bedeelde historiaal dat onse sommo of regent van Maros met de Boniers heeft heb jk weder met verdrief en erger„ „nis vernomen. De handen zijn mijn gebonden om der Boniers bru„ „faliteiten tegen te gaan ook is het geval in questi om een enkelde slaaff bij na de moeite niet waard dat de Lommo daar over zo veel beweging maakt schoon wk egter bekennen moet dat het gedrag der Boniers op zig zelfs allerbrutaalst en de E: komp„e zelfs lederende is. Om alle deze redenen zal uE best doen de somme te stillen en daar door de zaak zo goed mogelijk bij te leggen en ook des koning en Madanrangs intersessie of medehelping omtrent de zijne hier toe te besolliciteeren. Ik blijve na groete /:onderstond:/ uE goede vriend /:was getekend:/ A:s Reijke /:in margine:/ Makaker intkasteel Rotterdam den 25 Junij Ao 1788. Woensdag Resident 'sComp wegen aldaar Simon BurgGraaff 25 Woensdag, den 25:e Iuni Ao 1788 Bij rondvzage Den Heer Gouverneur aan de Lieden kennisse hebbende laten geven van de komst in 't zigt van dit Cateel van Een Engelsch schip, dat denkelijk het zelve zal weesen, dat reeds Eenige dagen, in de Bogt van Bonij rond getrooven heeft, niet voorstel om bij verschijning van het zelve op onze Rheede zodanig daar meede te handelen als de ordres Hunner Hoog Edelheedens bij gemeene Missive van den 31 December 1784 en secreete van den 27e 27e December 1785 dicteeren, die bij de Heeren Leeden ter deezer occasie rond geleesen zijn, zo is bij een ter ordre van zijn Edele Agtbare gedaane „Rondvrage beslooten, om zig met de gedaane Propositie van den Heer Gouverneur ten vollen te Conformeeren. Dakasser in het kasteel Rotterdam dato voorschreeven /:was getekent:/ H„s Reijke, w:m Beth, J: M: Baserman, J„s L' devos, S=r Monsieur, F Both, I:n G„s Budach en J: A: wisse WelEdelen

← previousnext →