Inventory 3818
Japan · 1,296 pages · 258 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
To the Right Honorable, Valiant Sir, The Governor etc: etc: etc: at Macasser I am extremely embarrassed that it is not in my power to address your Right Honorable, Valiant person in person, because a few days ago I was attacked by fever and it is very dangerous to expose myself in this condition. Being in this situation, I have no doubt that your Right Honorable, Valiant Sir will excuse me for not coming in person. For the reason that my business is of so little importance, namely: I have 500 chests of opium at my disposal and some iron. But because my time runs very short, as I am obliged to be in China for the business of the English East India Company, I request, if your Right Honorable, Valiant Sir wishes to trade with us, an answer as soon as possible. The opium is 450 Spanish dollars a chest; I cannot give it for less, nor can I sell the iron without the opium. We do not doubt that your Right Honorable, Valiant Sir will certainly be informed of the high price at which opium is sold at public auctions in Calcutta, as well as that the Dutch were able to get only half of the quantity that they were supposed to have. High Born Sir. Herewith I take the liberty to call myself with the utmost respect, Subscribed: Right Honorable, Valiant Sir. Lower down: Your Right Honorable's humble servant. Signed: P:s Wright. In the margin: 24 June 1788, sailing off Maccaser. To the Right Honorable, Valiant Sir, The free navigation here around the Great East having been opened to the English gentlemen according to the arrangements made between our Lords and Masters, without more, I neither can nor may engage in any trade here in the least. However, should your Right Honorable, Valiant Sir need any necessary assistance in one thing or another, such as water or firewood, I have orders to accommodate the ships belonging under His Britannic Majesty with such, and in such cases I am indeed prepared to obey those orders. To that end, in order to pilot your Right Honorable, Valiant Sir in here, I send Captain and Master of Equipage Dirk Pinse. I wish your Right Honorable, Valiant Sir a speedy recovery from the fever and remain meanwhile with very much respect, Subscribed: Right Honorable, Valiant Sir. Lower down: Your Right Honorable, Valiant Sir's humble servant. Signed: A:s Reijke. In the margin: Makaker in Castle Rotterdam, the 25th of June, Anno 1788. To the Right Honorable, Respected Sir, Governor and Director of this Coast of Celebes. Right Honorable, Respected Sir! In answer to your Right Honorable, Respected Sir's esteemed letter of yesterday, it serves to report that this morning I sent my interpreter to the King of Bonij to request access to him, in order to speak by order of your Right Honorable, Respected Sir concerning the affairs of the Honorable Company. His Highness let me know, on account of indisposition, that he could not grant me access at present, but that as soon as he had recovered a little, he would then let me know at what time I could enter into conversation with him. But he further asked my interpreter whether he did not know what it was that the Resident wished to speak to him about on behalf of your Right Honorable, Respected Sir on the Company's account. To which my interpreter answered that he had indeed heard that it was about the English, and nothing further. His Highness replied that he too had long had news from Macasser that an English ship was said to be roving in the Bay of Bonij, upon which report we also immediately sent an emissary to his Aroe Mampoe of Bonij to ask why he, as governor there, permitted ships or other small vessels of English or other nations, besides those of the Honorable Company, to anchor there without immediately giving notice of their arrival to the King. The aforementioned Aroe Mampoe informed his King that he had seen no English ship there and knew nothing of it either, but indeed that he had the news that the Wadjoese were cruising around with an English or other nation's ship, without knowing at what place they were and what intrigues they were carrying on. And if His Highness, during his illness, should receive further news of this from the Bugis, that he, the King, would then immediately give notice thereof to the Honorable Company according to his obligation. For the rest, calling myself with the greatest respect and high esteem, Subscribed: Right Honorable, Respected Sir. Lower down: Your Right Honorable, Respected Sir's humble servant. Signed: S:n Burggraaff. In the margin: Maros, in the Company's fortress Valkenburg, the 25th of June 1788. Boelecomba Gottlieb von Diemar To the Junior Merchant, Resident on the Company's behalf there. Honorable, Pious, Prudent Sir, The English ship mentioned in your letter of the 21st of this month came to anchor here in sight of the castle on the 25th, and after obtaining some requested refreshments has departed again, taking its course, according to the statements of the officers thereof, directly to China. I hereby give you notice of this so that you may be at ease regarding this point, although the orders given hold firm for the future, and the King of Bonij has also assured me, if it may merit belief, that he has given the very strictest orders to his governor in Bonij against the acceptance of foreigners. I remain, after greetings, Subscribed: Your good friend. Signed: B:s Reijke. In the margin: Makaker in Castle Rotterdam, the 27th of June 1788. Translation.
Dutch transcription
Wel Edelen Gestrengen Heer Den Heer Gouverneur etc: etc: etc: a Macasser Ik den ten uijtersten verleegen dat het niet in mijn vermoogen is om u hoog Edele Gestr: personeel te kunnen addresseeren door dien jk eeni„ „ge daagen geleeden door de koorts ben geattacqueerd en het zeer gevaarlijk is mij zelve in deezen staat te Exponeeren. In deeze situatie zijnde twijffele niet of u hoog Edele Testa: zult mij Excuseeren van in perzoon niet te koomen. Om reeden mijn zaak van zoo weijnig aanbelang is namentlijk — ik heb 500 kisten opium tot mijn dispositie en eenig ijzer. dog door dien mijn tijd zeer kort loopt door dien jk verpligt ben in China te weezen om de Engelsche oostjndische Compagnies zaaken. zo verzoeken /: Jndien u hoog Edele Gestr: met ons handelen Will:/ een antwoord zo dra mogelijk De opium is 450 spaansche daalders de kist ik kan het niet minder geeven ook kan ik het ijzer niet verkoopen zonder de opium W' wijffele niet of u hoog Edele Geste: zal zeeker g'infor„ „meerd zijn tot wat een hooge prijs de opium op publieke ver„ „korpingen in calcutta word verkogt als meede dat de hollanders de helft van de quantiteijd /:die zij hebben moesten:/ maar Hoog Geboren Heer. hebben. - -– – – – – – – 27 hebben kunnen krijgen hier meede neeme de vrijheid mij met de uijterste agting te noemen /:onderstond:/ Hoog Edelen Gestrengen Heer /:lager :/ u hoog Edele Dudienaar /:was getekend:/ P„s wrisht /:in margine:/ . . . . . . 24 Junij 1788 zeijlende of Maccaker WuEdele WelEdele Manhaften Heer De vrije vaart hier om de Groote Oost voor de Heeren Engelschen vol„ „gens de gemaakte schikkingen tusschen onsen Heeren en Meesters open ge„ „steld zijnde zonder meer, zo jk kan of vermag jk mijn hier in het minst met geen handel inlaten, dog zo uwwelEdele Manhafte eenige noot„ „wendige assistentie aan het een of ander als water of Btrandhout mogte hebben, zo heb Ik last om de schepen onder zijn Britannische Majesteit gehorende daar mede te gerieven en in zulken gevallen ben jk dan ook bereid die bevelen te gehoorzamen en zende ten dien einde om uwwel Edele Aan hagte hier binnen te lootsen toe den kapitain en Equipagiemeester Dirk pinse. Jk wensch annelle Manhafte een spoedige herstelling van de koors en blijve inmiddens met zeer veel agting /:onderstond:/ wel hdele Man„ haften Heer /:lager:/ uuwette Manhaften Dw Dienaar /:was gete„ „kend:/ A=s Reijke /:in margine:/ Makaker in't Casteel Rotterdam den 25e Junij Ao 1788. Makatier 29 Makasser Barend Reijke Aan den wel Edelen Agtbaren Heer Gouverneur en Directeur dezer Cutte Celebes wel Edele Agtbare Heer! In antwoord op uw welEdele Agtbares veel g'Eerde schrijvens van gistern, dient, dat Ik op heeden morgen mijn tolk naar de koning van Bonij gesonden heeft, acces bij hem te vrage, om op ordre van uuwel Edele Agtbare over de affaires van de ECompagnie te 6 spreeke, zijn Hoogheid door onpasselijkheid liet mij weete, dat hij mij tans geen acces konde geeven, maar dat hij se spoedig als hij Een wijnigje herstelt was, mij dan zoude laate weete, wat tijd ik bij hem in gesprek konde koome, maar vroeg verders aan mijn tolk of Hij niet en witte waar over dat de Resident Hem uit Naam van uw wel Edele Agtbare 'sComp„s weege woude spreeke, waar op mijn tolk antwoorde dat hij wel gehoord had, dat het over de Engelsche waare, en verders niet, zijn Hoogheid beantwoorde, dat hij ook al over lang van Marcaker tijding hadde dat in de Voogt van Bonij Een Engelsh schip zoude swrave, op welk berigt wij ook ten Eersten Een sendeling aan zijn Aroe Mampoe van Bonij gezonden heeft, om te laate vrage waarom bij als steede houder aldaar, scheepe of andere klijne vaartuigen van Engelsche of andere Naties, buij„ „ten die van de ECompagnie daar liet ankere, zonder ten eersten van haare arrivement kennis aan de koning te geeve, voormelt Aroe Mampoe heeft zijn koninen laate weeze, dat hij daar geen Engelsch schip gezien had en ook niet van wiste, maar wel dat hij de tijding had dat de wadjoereese met een Engelsh of ander Naties schip schip rond kruijste zonder te weete op wat plaets dat zij waere, en wat konkelarijen dat zij dreeve, En zo zijn Hoogheid in zijn ziekte, uijt de Boegies nader tijding daar van kreeg, dat hij de ko„ „ning, dan volgens verpligting aan de EComp„e ten Eersten daar van kennisse zoude geeve. Overigens met de meeste Eerbied en Hoogagting mij noeme /:onderstond:/ wel Edele Agtbare Heer /:lager:/ uwwelEdele Agtbare onderdanige Dienaar /:was getekend:/ S:n BurgGraaff /:in margine:/ Maros in 't Comps fortres falkenburg den 25 Junij 17188 Poeleromba 31 Boelecomba Soolieb van Diemar Aan Den onder koopman Resident 'sComp:s wegen aldaar Eerzame, vrome, Discrete Het bij uE brief van den 21 ' dezer vermelde Engelsche schip is den 25„e hier in 't gezigt van het kasteel ten Anker gekomen en is na erlan„ „ging van eenige verzogte verversing weder vertrokken, de koers volgens zeggen van de Hoofden daar van direct na China nemende. Ik geve us hier van bij dezen kennis om omtrent dezen Porit gerust te kunnen zijn schoon de gegevene ordres voor het ver„ „volg stand houden en de koning van Bonij mijn /: zo het geloof mag meriteeren :/ ook verzekert heeft de allerstriktste ordres aan zijn stede„ „houden in Bonij tegens de acceptatie van vreemdelingen gegeven te hebben. Ik blijve na groete /:onderstond:/ uE goede vriend:/ /:was getekend:/ Ps Reijke /:in margine:/ Makaker in het kas„ „teel Rotterdam den 27e Junij 1788 Translaat
English
32 Answer from the Honorable Governor here in Castle Rotterdam, signed: B Reijke. Upon offering my greetings, I inform your Right Honorable that my messenger from Tanette has returned, who called my son Daeng Mangasa from there with the message to him that he must request proper permission for that purpose from the King of Tanette, but if he would not consent to him in that, he must let Aroe Ngatakka know and resist him together with both of them. While I, if he should attack Daeng Mangasa, shall arrive against him as a third party; who knows, if the King of Tanette should come to learn of such, as I do not doubt, he will then let Daeng Mangasa leave, as has also happened and Daeng Mangasa has now come to me at Sagerie. Which is why we have now sent four of my principal officers to Aroe Ngatakka for his assistance against the King of Tanette, because he refused to listen to Soping's counsel not to wage war. I also cannot break my alliance that I entered into with the King of Sidenreng, and of which the Company is witness. Wherefore I, alongside him, am also bound to the Company. Margin notes: It pleases me that your brother the King of Tanette has willingly allowed your son Daeng Mangasa, whom he had lured to himself in your absence, to return again, and thus the sinister intention is foiled. That your brother thereby intended according to the counsel of Boni's King. The 29 June Anno 1788 was signed: B Reijke. Translation of a Bugis letter written by Aroe Pantjana, now honored by the King of Soping with the title of Datoe Lampoella, to the Right Honorable Lord Barend Reijke, Governor and Director of this Coast of Celebes, etc. 33 To the Right Honorable Lord Barend Reijke, Governor and Director of this Coast of Celebes. Right Honorable Lord, The undersigned overseer of the works, the Captain of the Artillery Johan Fredrik Albrecht, has the honor most respectfully to submit to your Right Honorable that in case the execution of the two batteries near the settlement of Vlaardingen, one near the Witte Gaaff and one on the wharf, or four in total, according to the drafted plan, should take effect, he sees no opportunity to obtain here the materials of lime and stone required for that purpose; because barely and with much difficulty as much can be obtained as is required for the maintenance and repair of the Company's buildings and further works, and for which he must then still advance the cash funds for one year; That he therefore requests that the materials required for that purpose may, with the pleasure of Their High Mightinesses, be sent from the capital or from Java, where being obtainable very cheaply and in abundance, the works to be undertaken could then also be completed swiftly, whereas otherwise one would need years of time here to purchase and collect the materials for that purpose in small batches. I have the honor to call myself with all respect, Right Honorable Lord, Your Right Honorable's humble and obedient servant, was signed: J. F. Albrecht In margin: Makassar, the 28 June Anno 1788 To the Right Honorable Lord Barend Reijke, Governor and Director on the Coast of Celebes. Right Honorable Lord, The sworn deputy interpreter Cornelis Theunis, having returned on the 27th of this month from the Upper District, reported to me alongside the Malay Abeele that when the last-named wished to go on board the English vessel in order to inquire after the ship and the captain's name, that vessel, when he was close to it at about a distance of twenty ship's lengths, the Englishman fired at him ten times with cannonballs, while hoisting the English flag and beating the drum, so that he thus returned again without having achieved his purpose, having only learned from the Nakhoda Lasoepoe of Pamana, residing at Boeloe Boeloe and married there; that this English vessel had arrived there nearly a month ago, the captain with his wife having once been ashore and with Aroe Boeloe Boeloe, and requested of the same to purchase the island of Poeloe Moeloeng Rora with the anchorages thereabouts for four hundred Spanish rixdollars, that Aroe Boeloe Boeloe having pretended that she first had to give notice thereof to the Prince of Boni; yet that she gave him permission to load as much from that island as he could. That this captain had taken him, Lasoepoe, along on board, though without a sidearm, and had spoken with him about his ship's cargo, consisting of one thousand packs of opium and some iron, that Lasoepoe with Aroe Boeloe Boeloe had offered three hundred Spanish rixdollars on each pack of opium, wishing then to take one hundred packs; that the captain was not willing to let them go for less than
Dutch transcription
32 Antwoord van den Heer „ijdeld is het slinkse voornemen Makasser in 't kasteel Rotterdam getekend:/ B Reijke. Gouverneur hier. Op Na aflegging van mijn groete zo maak jk uwelEd Agtbare be„ Het is mijn lief dat uw „kend dat mijn zendeling van Tanette weder te rug gekomen is, die mijn Broeder de koning van Ta„ zoon Daeng Mangasa van daar geroepen heeft met bortschap aan „nette uw zoon Daeng Manghsa, die hij in nw afzijn tot zig ge„ hem dat hij behoorlijke permissie van den koning van Tanette „lokt had, goedwillig weder heeft daar toe moet verzoeken dog zo hij hem daar in niet wilde bewil„ laten te rug keeren en dus ver„ ligen zo moet hij zulks aan Aroe Ngatakka weten laten en dat uw Bwoeder daar mede na de Raad van Bonijs koning met haar beide tegens hem te weerstellen. terwijl jk, zo hij hem Daeng Mangesa mogt attacqueeren, als een derde tegens den 29 Junij Ao 178 /:was „ hem zal aankomen: wie weet als wij koning van Tanette zulks mogte komen te weten krijgen zo als jk niet twijffel als dan hem Daeng Mangesa zal laten weggaan, gelijk zulks ook geschied is en Daeng Mangesa nu bij mijn op Sagerie gekomen is. waarom wo tans vier van mijn voornaamste officieren na Aroe Ngatakka tot zijn ad„ Sistentie tegens den koning van Tanette gezonden heb om reeden Hij na Sopings Raad om niet te oorlogen wilde luisteren. Ik kan ook mijn verbintenisse die jk met sidenrengs koning aangegaan heb en waar van de komp„e getuige is, niet verbreken. waarom Ik ook nevens hem bij de komp„e verbonden ben. bedoeld Translaat Boeginees Brief geschreeven door Aroe Pantjana /:tans door den koning van Soping met den titul van Datoe Lampoella ver„ Eert zijnde :/ Aan den wel Edelen Agtbaare Heer. Barend Reijke Gouverneur en Directeur dezer Kuste Celebes &:a Aan 33 Aan Den wel Edelen Agtbaren Heer Barend Reijke Gouverneur en Directeur dezer kuste Celebes wel Edele Agtbare Heer Den ondergetekende opzigter der werken, den kapitain der Arthillerij Johan fredrik Albrecht, heeft de Eere uwwelEd Agtbare Eerbiedigst: te vertoonen, dat bij al„ „dien de Exctie van de twee Baterijen bij de Negorij vlaardingen, Een bij het witte Gaaff en Een op de werff, ofte te samen vier, navolgens het ontworpen Plan, ge„ „volg mogte neemen, hij geen kans ziet om de daar toe benodigde Matteriaa„ „len van kalk en steen hier te krijgen; dewijl nauwlijks en met veel moeite zo veel te bekomen zijn; als benodigt zijn, tot onderholid en reparatie van 'tkompagnies Gebouwen en verdere werken, en voor de„ „welke hij dan nog de contanten voor Een Jaar: moet voor uit schieten; Dat hij derhalven versoekt dat de daar toe benodigde Matteriaalen met believen Hunner Hoog Edelheedens van de Hoofdplaats of van Java mogen gezonden worden, alwaar mij zier goed koop en in overvloed te krijgen zijn„ „de, de onderhanden te nemene werken dan ook spoedig voltooit zoude kunnen worden, daar men anders hier Jaren tijd nodig zoude hebben, om de Materinalen daar toe bij kleine Parthijen in te kopen en te ver„ „Samelen. Jk: heb de Eere mij met alle Eerbied te noemen. /:onderstond:/ wel Edele Agtbare Heer /:lager:/ uwelEd: Agtbare onderdanige en ge„ „hoorsame Dienaar /:was getekend:/ J: F: Albrecht /:in margine:/ Makakler den 28 Juni Ao 1788 Maccassen toe Maccasser Barend Reijke Aan den wel Edelen Agtbaren Heer Gouverneur en Directeur ter Custe Celebes Wel Edele Agtbaare Heer Den gewooren ondertolk Cornelis Theunis den 27:e deezer van de Bovenstreek geretourneerd zijnde, heeft mij gerapporteerd nevens den Maleijer, Abeele, dat wanneer laast gemelde na Boord van 't Engel sch scheep„ „se heeft willen gaan, omme te verneemen naar 't schip en Capitains Naam, die Bodem toen denzelven digt bij was omtrend Eene distantie van twintig scheeps Lengtens die Engelsman op hem thien maal niet koogels geschooten heeft, onder het Eijsschen van de Engelsche vlag en het roeren van de Trom, dat hij dus weder te rug gekeerd is onversigter zaak hebbende maar alleen van den Anachoda. Lasoepoe van Pamana op Boelve Boeloe woonende en aldaar getrouwd, vernoomen; dat dit En„ „gelsch scheepje bij na een maand aldaar was gekoomen, zijnde den Capi„ „tain met desselfs vrouw eens aan de wal, en bij Aroe Boeloe Boeloe geweest, en aan dezelve versogt om het Eijland Poeloe Moeloeng Rora met de anker plaatsen daar omtrend te koopen voor vier hondert Rijksdaalders spaans, dat Aroe Boeloe Boeloe voorgegeven hebbende eerst daar van aan Bruijs vorst kennisse te moeten geeven; egter dat zij hem permissie gaff om zo veel te laaden van dat Eijland als hij konde. Dat dien Capitain hem Lasoepoe had mede genoomen naar boord, egter zonder heup geweer, en met hem over desselfs scheeps Lading had gesprooken, bestaande in Duijzend Pakken Amfioen, en eenig ijzer, dat Lasoepoe met Aroe Boeloe Poeloe drie hondert Rijksdaalders Spaans op ieder pak amfioen hadden gebooden, willende als dan Hondert Pakken neemen; Dat den Capitain die niet minder heeft willen laaten als
English
35 than for four hundred Spanish dollars per pack, provided that all one thousand packs were taken at once, which purchase therefore did not take place. Subsequently, neither the captain nor any of his crew went ashore, nor did he trade with anyone, and according to the account of that To Wajo person, that vessel from Bengal had intended to go directly to the Bay of Boni, but had first veered towards Sumbawa. Having wished to press the anakhoda of a Galissong prahu there to show him the way, the latter had reportedly given him his boy, and the intention was to steer from that bay to Mampawa. Having also, with a good land breeze and by sounding from his boat, sailed after the same, he departed from that Bay on the 23rd of this month, and subsequently fell out of sight on the following day, or the 24th of this month. I was subsequently honored on the 27th of this month and today with your Honorable, highly respected secret letters of the 24th and 27th of this month, in respectful answer to which I must state that the necessary orders have already been put into effect by me to protest both to the Bugis governor, Aru Mamipu, and to Aru Bulu Bulu against the stay of that Englishman in the Bay of Boni, as appears from my humble letter of the 21st of this month. The highly necessary expenses that I have incurred, both for the emissaries and spies, as well as for the Regents and the Company's subjects on the border of the Company's territory who have guarded the beaches until now, consist solely of twelve large measures of rice of 66 1/3 lb each, or together eight hundred pounds, along with nine rixdollars and eighteen stuivers for subsistence money given to the emissaries and spies who went into the interior and to the Bay of Boni, all of which I humbly request may be entered into the rice account and specification, or else that it may be reimbursed to me. I have the honor to call myself, with due esteem and deep respect, was signed: Honorable Sir, your Honorable's very humble and obedient servant, was signed: G: B: van Diemar. In the margin: Bulukumba in the Company's fortress, the 30th of June 1748. Honorable, After much struggling, I finally arrived at anchor here on the 26th past, but did not find matters as favorable as had been represented to me; and even such, after having examined everything thoroughly, joined with the information and report of Resident Meurs, that in order not to prostitute the country's flag I would have departed again immediately had I not been moved by pity for the poor people stationed here. Furthermore, I understood the necessity of the Company's interest in the success of this expedition, for which there may perhaps still be some possibility in case your Honor can now send as soon as possible a number of one hundred to one hundred and twenty men, both European and Madurese, as well as 100 mortar shells of 4 and 5 inches, since without either of these nothing can be done, the enemy being practically buried underground and the few troops we have at hand being far too few to undertake anything with success. For it is not certain that the first attack will succeed, which attack cannot even be undertaken before the mortar shells have had some effect; and if one has no recourse, one would have to abandon all further undertakings, which would grieve me very much, as no expedition of the country's ships combined with those of the Company has ever been carried out in these regions without succeeding, and what a decline would that not bring about for the country's flag among the natives. Resident Meurs told me that your Honor, together with the Council, had written to him that you could send no more troops or provisions, which I will have to leave to your Honor's judgment and accountability; also that you had written to send the Madurese and Europeans projected for Makassar. Honorable Sir, Honorable, 37 Regarding the first point, where I had thought I could have some 230 to 250 men from the Neptunus ashore, there will not even be one hundred, there being at present still 54 sick, among whom are all the officers, so that I have even been forced to give command provisionally to a naval officer in the camp, and I myself must remain at headquarters. The sick are added to daily, and deaths occur daily, the number of dead being already 62. The ship also cannot remain entirely without a crew, so your Honor can consider how many men are left over. From my ships, with the military reinforcement that I brought along from Surabaya, I can put at best 40 men ashore, having had several deaths in the muster roll and, in proportion to the ships, many sick. Regarding the Banda ship that arrived at Bima, I have ordered the Resident to write to the Captain to come here immediately after taking on his cargo, but that will also be able to bring some 40 to 50 men ashore, and how little drilled will they be; thus that would make in all some 180 to 190 men, provided no more fall sick, a meager number for an enemy that is well entrenched and well provided with everything, and who, because I was forced to return to Surabaya, will apparently have received supplies from an English ship that has been here, according to information from the Resident. To the second point I must answer that even had it not been reported to me by the High Government in my instructional memorandum that the men with the Neptunus were designated for this expedition, I could not resolve to strip it entirely by sending those men away before this expedition had come to an end, whether for good or for ill. I
Dutch transcription
35 als voor vier hondert spaanse matten ieder pak, mits alle suij„ „zend Pakken te gelijk neemende, welke koop dus niet doorgegaan, is, zijnde vervolgens den kapitain nog niemand. van zijn volk van boord gegaan, hebbende ook met niemand genegotieerd, en ver„ „volgens verhaal van dien Towasjorees zoude dat scheepje van Bengaalen direct de wil hebben gehad naar de bogt van Bonij, egter eerst op sum„ „bauwa aangegiert zijn, en aldaar van een galissonders prauw den Anacho„ „da hebbende willen pressen, om hem de weg te toonen, deese hem desselfs Jonge zoude hebben gegeven, en dat voornemens was, van die bogt naar Mam„ „pauwa te steevenen, zijnde ook met een goede Landwind en met het Loo„ „den van zijn shuijt, dezelve nageteijld, den 23 deezer uijt die Bogt vertrokken, en vervolgens 's daags daar aan, of den 24:e deser uijt zigt ge„ „raakt. Ik heb vervolgens den 27 dezer en heeden mij verEerd gevonden met uwwelEdele Agtbare veel gerespecteerde secreete letteren van den 24„e en 27 e dezer, waar op in eerbiedig antwoord diene, dat de nodige ordres bereeds door mij in 't werk zijn gesteld, omme zo wel bij den Bouijshen stedehouder Aroe Mamipoe, als ook bij Aroe Boeloe Boeloe te protesteeren tegens het verblijf van die Engelsman in de Bogt van Bonij, blijkens mij„ „ne onderdanige van den 21 dezer. De Hoog noodzakelijke onkosten die ik gemaakt heb, zo wel voor de zendelingen als ook spions, mitsgaders de Regenten en sComp„s onderdaanen op de grenscheijding van 'sComp„s Land, die tot dus lang de stranden bewaakt hebben, bestaan alleen in twaalff groote maaten Rijst van 66 1/3 lb ofte te saneen Agthondert pond, mitsgaders Negen rijxdaalders en Agthien stuijvers voor Blanja, aan de zendelingen en spions die naar de Binnelanden en in de bogt van Bonij zijn gegaan, welk een en ander ik ootmoedien verzoek te mogen opbrengen bij de Rijst Reekening en specificatie; dan wel dat het aan mij mag werden gerembourseert. Jk heb de Eer mij met verschuldig„ „de Hoogagting en diep Respect te noemen. /:onderstond:/ welEdele Agtbaare Heer /:laegt:/ unwwelEd Agtbare zeer onderdanige en gehoorzame Dienaar /:was getekend:/ G: B: van Diemar, /:in margine :/ Boelecomba in Comp fortres den 30 Junij 1748 WelEdele Ik ben na lang sukkelen ijndelijk den 26 laast Leeden, hier ten anker gekomen, dog de zaaken zo voordeelig niet gevonden als men mij het voor„ „gesteld had; en selve zodanig na alles wel g'Examineert te hebben, gevoegd bij de Jnformatien en raport van den resident Meurs, dat kk om 's Lands vlaggen niet te prostitueeren direct weder zoude vertrokken zijn zo ik niet niet niedelijden aangedaan geweest was over het arme volk, welke hier legt, ten andere ik begreep de noodsakelijkheid van 'tCompagnie Jntrest met de Reusite van deeze Expeditien waar toe misschien nog eenige moge„ „lijkheid zal zijn ingevalle uuwelEd Gesz: nu ten spoedigsten zende kunt een getal van een hondert à hondert en Twintig man zo Europees als Madureesen, so ook een 100 stuks mortier granaten van 4 en 5 d„m alzo zonder geene van beide iets doen kunnen zijnde de vijand als onder de grond begraven en die wijnig manschappen welke van ons aanhande zijn, zijn veel te gering iets te kunnen met succes te onderneemen. want het is niet gezegt de Eerste Attaque gelukt welke attaquen selfs niet ondernomen kan worden, voor de mortier granaden eenige uitwerkingen gedaan hebben; en zo men geen resocurce heeft, zouden men alle ver„ „dere ondernemingen moeten staken, het geen mij zeer speijten zoude door dien er nog geen Expeditie van 's Lands scheepen en gecombineerd met die der maatschappij gedaan is in deeze gewesten zonder gelukt te weezen en welk de Cline zoude zulx niet voor 's Lands vlaggen bij den Jnlander te weegen brengen. Den Resident Meurs, heeft mij gesegt uwwel Ed Gestzr: benevens den Raad hem geschreeven had geen volk nog Provisien meer te kunnen zenden, 't geene ik aan uwwelEd Gestr: oordeel en verantwoording zal moe„ „ten overlaten; ook dat men geschreeven had om de voor maccasser geprojecteerd Madureesen en Europeesen te zende. Gestrengen Heer wel Edelen Op. 37 Op het eerste dient, dat daar ik gedagt had een 230 â 250 man van de Nepthinus aan de wal te kunnen hebben, en geen hondert zullen zijn, zijnde er thans nog 54 zieken, waar onder alle de officieren zo dat jk zelfs in de noodzakelijkheid gebragt ben een zee officier in de Camp pro„ „visioneel het Commando te geeven, en ik zelve in het hoofdquartier moet blijve, bij de zieken koomen dagelijks bij en dagelijks sterven welke het getal van dooden reets 62 is. 'T schip kan ook niet geheel zonder volk blijven dus kan uwwelEd Gestr: na gaan hoe veel volk over blijft. van mijn scheepen kan met het renfort militairen welke ik van Sourabaija mede gebragt hebben op zijn best 40 man aan de wal brenge hebben de in Compleete rolle verscheijde dooden gehad, na Even„ „redigheid der scheepen veele Sieken. Het Bandase schip op Biema g'arriveerd heb ik den Resident gelast aan den Capitain aan te schrijven om direct na zijn Ladingen genomen heeft na hier te koomen dog die zal mede een 40 a 50 man aan de wal kunnen brengen en hoe wijnig sal dat ook g'excerceert zijn; dus zoude dat in alles een 180 â 190 man uijtmaken zo er geen zieken meer bij komen, een gering getal voor een vijand die wel vast geneteld zit, en die van alles wel voorzien zijn, en die door dat ik in de noodsakelijk„ „heid gebragt ben na Sourabaija te keeren, nog aparent toevoer zal gekreegen hebben van een Engelsch schip het welk hier geweest is vol„ „gen informatie van den Resident. Op het tweeden zal ik moeten antwoorden dat al was mij door de hoge regering in mijne memorie Jnstructif niet gemeld dat het volk met de Nepthunus geschikt waaren tot deeze Expeditie ik niet zoude konnen resolveeren in 't geheel te ontbloote niet dat volk aftezenden voor en al eer deeze Expeditie het zij ten goede of ten quaade afgeloopen was. Jk
English
I also cannot refrain from noting that in Batavia it was either thought the enemy would take to flight at first sight, or whoever was in charge of the artillery ammunition had no idea what is needed in the field, for spades, picks, and axes are not to be found here. The fireballs and mortar shells were also very poorly checked; of the 250 pieces of that type supplied, no more than 58 are serviceable or of proper size according to the report submitted to me by the fireworker, the rest being already entirely spent. Medicines are likewise hardly to be found here, if at all, which is why I enclose herewith a list of the required medicines drawn up by my surgeon major, who assures me that the nature of the sick is such that if medicines were available, they would recover very quickly; yet if he does not receive them, he will not vouch that half of the men will not remain here dead. I therefore await Your Right Honourable Sternness's most prompt reply, so that I do not needlessly exhaust my men through fatigue here and may depart again. If you cannot send me any men, I nevertheless hope that medicines will be sent, so that at least those few medicines I have distributed from the government vessels can be returned. If you are able to send me men, may Your Right Honourable Sternness please remember to send me the requested mortar shells, some spades, axes, picks, and medicines, as well as some provisions for the Company's men, since Captain Gallo has told me that what he received from Macassar can last no longer than until 12 August, and I intend to keep him here until the beginning of September if we do not succeed before then. By means of the heavy artillery, which I am having positioned in several places, I shall attempt to inflict all possible damage on the enemy, although I promise little success other than ruining a number of houses. It may seem strange to Your Right Honourable Sternness that although there are so many allies, nothing can be accomplished, but I place very little trust, and with good reason according to reports, in their manner of operation; they are very good at keeping an enemy enclosed, but very bad at attacking. Captain Lieutenant Tramburg is departing with the pantjallang. It is a pity that such a man is employed for nothing other than making a few rice voyages in a year. Awaiting one or the other, I have the honour to be, Right Honourable Stern Sir, your most humble servant, signed F. A. Meurea. In the margin: In the Headquarters, 2 July 1788. Macassar. To the Right Honourable and Respected Sir Barend Reijke, Governor and Director of the Coast of Celebes, together with the Council. Right Honourable and Respected Sir and Gentlemen, On the 26th of this month I had the honour to receive Your Right Honourable and Respected's esteemed letter dated the 18th of this month via the pantjallang Maria, with the rations for the ship Neptunus, which according to the bill of lading invoice were delivered by Lieutenant Heijleman aboard that pantjallang, and according to the statement of the Sea Captain Johannes Gallo can last for one month. I had the honour to learn from Your Right Honourable and Respected's aforesaid letter that Your Right Honourable and Respected desired that the Neptunus should not depart from here before this expedition was brought to an end. I shall most gladly and dutifully obey these orders of Your Right Honourable and Respected; however, if after some time no more than half a month's rations remain for those crew members, I will no longer be able to persuade the captain and officers of that vessel to remain here. I shall do my best to provide that vessel with rice, as well as with buffaloes and a few goats, but sheep are not to be had here at all or ever have been, and chickens are very scarce here on Sumbawa, as are other necessities of life in these troubled times for this country. Although Their High Mightinesses have been pleased to order me to transport the 17 soldiers designated for Macassar thither only after the completion of the expedition here, I would nevertheless have obeyed
Dutch transcription
Ik kan ook niet afzijn te moeten opmerken, men op Batavia gedagt heeft den vijand op het eersten gesigt aan het loopen zoude gaan ofte die geene die de directie van de Arthillerij Ammonitie gehad heeft geen denkbeeld gehad heeft van 't geene men in 't veld nodig heeft, want spade, spitten, bijlen zijn hier niet te vinden de Brand kogels Mortier granate zijn ook zeer slegt na gegaan van de 250 stuks welke van dat soort meede gegeven zijn, zijn er niet meer als 58 welke onbe„ quaame ofte groot zijn volgens raport mij door den vuurwerker overgegeven zijnde het andere reets alle verthooten. Medicamenten zijn hier wijnig of niet mede te vinde, waarom hier bij voege eene Lijste der benodigde medicamenten door mijn Chiaurgijn majoor opgemaakt welke mij verzeekert den aard der zieken zodanig te zijn dat wanneer er medicamenten waeren dezelve zeer spoedign her„ „stellen zoude, dog so die niet krijgt en niet voor in wil staan de helft van het volk hier blijft. Ik verwagten dierhalven uwelEdele Gedr: antwoord ten aller spoedicg ter op dat jk hier niet nodeloos mijn volk door fatique afmat en weder vertrekken kan. mij geen volk kenmnende zende, dog egter hoope ik er medicamenten zullen gesonden worden, op dat ten minste die wijnige medicijnen welke ik uijt 's Lands scheepen laat geeve weder gegeven kennen worden. mij volk kunnende zende zal uwwelEd Gestr: indagtig willen zijn mij de gevraegde mortier granaten eenige spade, bijlen, spit„ „ten medicamenten te zenden, als ook nog eenige provisien voor 's komp„s volk dewijl mijn den Capitain Gallo gesegt heeft niet meer als tot den 12„e Augustus met het geene van maccasser gekreegen heeft, kan strekken, en ik van voornemen ben het tot het begin van September hier te houde zo het ons ten vooren niet gelukt; Jk zal door het swaar geschut welke op verscheijde plaatsen laat planten tragten de vijand alle afbreuk te doen, schoon en wijnig succes van beloven als een parthij huijzen te ruineeren; het zal uwelEd Gesth: vreemd voorkoomen dat daar en 139 er zo veel bondgenoten zijn, men niets doen kan maar ik stelle zeer wijnig vedutre en op goede gronde volgens rapporten in haare manieren van ageeren zij zijn zern goed om een vijand ingesloten te houden maar seer slegt om te attacqueeren Den Capitain Luitenant Tramburg, gaat met de Pantjallang meede hiet is Jammer zo een man niet anders g'emploijeert word als om een paar rijst tagten in een Jaar te doen. In afwagting van het een of het andere heb pk de zer te zijn /:onder„ „stond:/: welEdele Gettrengen Heer /:lager:/ uwelEd: Dw:Dienaar /: was„ „getekent:/ F: A: Meurea, /:in margine:/ Jnt Hoofdquartier den 2„e Julij anno 1788. Maccatien 1 Macasser Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Barend Reijke Gouverneur en Directeur der Custe Celebes Nevens Den Raad wel Edele Agtbaar Heer en Heeren. Op den 26:e dezer heb ik de Eere gehad te ontfangen uwwelEdele Agtb: gevenereerde sub dato 18 dezer per de Pantjallang de Maria, met de randcoenen voor 't schip Nepthanus, die volgens Cognossement factuur door den op die Pantjallang betheijden Luijtenant Heijleman, zijn uijtgelevert, en volgens opgaave van den Capitain ter Zee Johannes Gallo voor een maand kunnen strekken, ik heb de eere gehad uit opgemelde uwwel Edele Agtbare gerespecteerde te verneemen dat uwwel Edele Agtbares verlangen was, dat de Nepthuunus niet zoude van hier vertrekken voor dat deze Expeditie ten eijnde zoude gebragt zijn, ik zal aan deeze uwelEdele Agtbare ordres zeer gaarn schuldpligtig obedieeren dan als na verloop van tijd niet meer dan voor Een halve maand randoenen, voor die schepelingen overblijft, zal ik den Capitain en overheden van dien bodem niet langer kunnen persuadeeren hier te blijven, van rijst zal jk mijn best doen dien Bodem te voorzien, zo meede van buffels en enkelde geijten, doch schaapen zijn hier in 't geheel niet te bekoo„ „men of ooijt te bekoomen geweest en hoenders zijn hier op Sumbauwa zeer phraal even als andere noodwendigheden tot leevens onderhoud in deeze voor dit Land troubele tijden. Ovrhoon Haar Hoog Edelheedens mij hebben gelieven te ordonneeren de 17 voor maccakier geprojecteerde militairen, eerst na gedaane Expeditie alhier, Costij waards te bezorgen, zoude Jk egter gehoorsaamt hebben
English
to have further orders from your Right Honorable regarding sending these soldiers there at present, as I do not know what orders the aforementioned Their High Nobilities have been pleased to give to your Right Honorable after that time, besides the fact that I am always obligated to obey your Right Honorable's orders, so too would I gladly send the two barrels of duiten herewith /:for on the 18th of this month, according to a letter from my clerk, the ship 't Lam from Banda was said to have arrived at Bima, which brings those duiten:/ had not the Honorable and Valiant Captain Commandant, who luckily arrived here alongside the brig de Pijl on the 26th of this month, ordered me to let the said pantchiallang continue its voyage directly to Makassar without delaying itself by first making a collection trip to Bima to fetch that copper coin from there; I have therefore not dared to resist these orders, the more so because that gentleman gave me to understand at the same time that his Honorable and Valiant had dispatches of great weight and importance, upon which his Honorable and Valiant considered the good or bad outcome of affairs and of these undertakings here to depend entirely, for Makassar. Upon the arrival of the said warships, I have therefore, out of duty and in compliance with the highly venerated orders of Their High Nobilities, ceded the complete authority and full power over this expedition to the aforementioned gentleman Captain Commandant, and at the same time presented his Honorable and Valiant with a memorial of the state of affairs here, of our actions up to this time, and of what still remained to be done, and likewise orally and respectfully instructed him in that which, according to the knowledge I have been able to gain of the circumstances here, in my humble judgment might shed some light for his Honorable and Valiant. Behaving myself then in all respect toward that gentleman /:whose military understanding, just like his Honorable and Valiant's higher character, differs very much from mine:/ I can inform your Right Honorable of nothing other than that, up to now, we have been able to gain no further advantage over the enemy than mentioned in my previous respectful letter of 7 June aforesaid; as we have been unfortunate enough to have 74 severely ill among our small force, of whom several have had to pay with their lives; today we still have daily about 50 invalids, among whom are all our officers, so that we would have had to break up the siege here had not the said warships arrived here just in the nick of time; to what extent one will now be able to bring affairs here to a good end through the assistance of that reinforced force, I currently prefer to leave to the judgment of those more expert, and especially to the Honorable and Valiant Captain Commandant, who told me he would write amply to your Right Honorable about it. To your Right Honorable's further order contained in the honored letter of 18 June—touching the request of the Orphan Masters for the collection of the claim of the heirs of Fredrik de Wilde from the natives Intje Mancop and Intje Shaijer—I shall gladly comply, if possible, but the first-mentioned is currently staying in Makassar, and the last-mentioned is an old, poor man from whom I shall indeed do my best to obtain something, but whether he will ever be in a position to pay his debts, which besides de Wilde extend to many others, is still very doubtful; nevertheless, out of respect for your Right Honorable's orders, I shall do my best to at least seize as much from that old rogue as can be obtained for the benefit of de Wilde. With the aforementioned ship arrived from Banda at Bima, I had the honor to receive the original letter from Their High Nobilities under date of 29 November ultimo, of which I have already taken a copy from its duplicate brought here by the Neptunus and respectfully sent to your Right Honorable with my previous letter of late February, while I respectfully annex hereto a copy of the letter from the Honorable and Valiant Governor and Council at Banda dated 30 May last and the bill of lading for the cash brought here by that vessel under date of Batavia 3 December 1787. A sergeant of the Madurese having become entirely blind here and therefore unfit for any service, I request your Right Honorable's orders regarding him. Sugar, tamarind, and dried fish are three necessities for rations for the sepoys, as that nation eats no buffalo or ox meat or bacon, and since there is no longer any of this in stock on the Neptunus, Captain Tallo has requested me to ask your Right Honorable, as I am doing respectfully herewith, that they may at least receive some of these articles. For the rest, I commend your Right Honorable, along with the Company's important interests, into God's keeping, and have the honor to be with deeply dutiful respect /:was written underneath:/ Right Honorable Sir and Sirs /:lower down:/ your Right Honorable's very obedient and humble servant /:was signed:/ E. S. Meurs /:in the margin:/ Sumbawa, 2 July 1788. Friday.
Dutch transcription
41 hebben aan uwwelEd Agtbare nadere ordre van deeze militairen thans derwaards te zenden, als niet weetende wat ordres welmelde Haar Hoog Edelheeden aan uwwel Ed Agtb: na die tijd hadden ge„ „lieven te geven, behalven dat jk steeds verpligt ben uwwelEd Agtb: ordres te pareeren, zo ook zoude ik meede bij deezen de twee vaaten Duijten gaarne oversenden /:want den 18:e dezer zoude volgens schrijven van mijn Ccriba het schip 't Lam van Banda op Biema aangeko„ „men zijn, die, die duijten mede breng :/ indien niet den welEd: Gestr: Heere keurer, die hier nevens de Brik de Pijl op den 26 dezer tot ons geluk is aangekoomen mij had g'ordonneert gemelde Pantjallang di„ „rect na maccaker te laaten Rijsvorderen zonder zig op te houden met eerst een ophaal togt na Bima te doen om die koopere mund van daar aftehaalen, ik heb dus deeze ordres niet durven te weer streven te meer wijl dien Heere mij te gelijk te verstaan gaf dat zijn welEdele Gestrenge depeches van groot gewigt en aanbelang waar aan zijn wel Ed: Gestrenge den goeden of kwaaden uijtslag van de zaaken, en deze onderneemingen hier volkoomen afhan„ „gelijk reekende, na maccatser hao. Bij aankomst van gemelde oorlog scheepen heb ik dus plicht halven; en in naarkoming der hoog gevenereerde ordres hunner Hoog Edelheedens het volkomen gezag en plain-pouvoir over deeze Ex„ „peditie geceseert aan welmelde Heere Capitain Commandant, en teffens zijn wel Edele Gestrenge gepresenteert eene Memorie van de geschapenheid der zaaken alhier van onse verrigtingen tot dezer„ tijd wat er nog te doen stond, en teffens bij monde in dat geene eerbiedig onderrigt wat jk na de kennisse die Jk van de omstan„ digheeden hier heb kunnen krijgen na mijn geringe kennisse oor„ „deelde zijn wel Edele Gestrenge eenig licht te kunnen bijzetten. Mij dan in eerbied geheel aan dien Heere /:wiens krijgsmane verstand, even als zijn welEd: Gestr: hooger Caracter zeer veel van het mijne ren mijne verschild :/ gedraagende; kan ik uwelEd Agtbare niet anders bedeelen, dan dat wij tot nog toe geen meer voordeel als bij mijn voo„ „rige eerbiedige van den 7=e Junij voormeld, op den vijand hebben kunnen bevegten; daar wij ongelukkig genoeg zijn geweest van 74 zwaare zieken onder de onze klijne macht te krijgen, van welke verscheijden het met de dood hebben moeten bekoopen, heeden hebben wij nog da„ „gelijks omtrent 50 Jmpotenten, waar onder alle onse officieren, zo dat wij het beley hier hadden moeten opbreeken ingevalle met nog even bij tijds gem: oorlogs kielen hier waaren g'arriveert, in hoe verre men nu door Assistentie van die bijgekoomene macht instaat zal zijn de zaaken hier ten goeden eijnde te Brengen; laat ik thans onderwelduijden liefst, ter beoordeeling over aan des kundiger en wel speciaal aan den welEd: Gestr: Heer Capitain Commandant die mij gezegt heeft, uwwelEd Agtb: daar over ampel te zullen schrij„ „ven. Aan uwwel Edele Agtbare verdere ordre vervat, bij 't gehonoreerde van den 18 Junij -toucheerende het verzoek, van weesmeesteren ter in„ „vordering der pretencie van de erven van fredrik de wilde, van de Jnlander Jntje Mancop en Jntje Shaijer, zal ik des mogelijk, gaar„ „ne voldoen, doch eerst gemelde onthoud, zig thans op maccasser, en laast gem: is een oud arm man, daar ik wel mijn best zal doen, om wat van te krijgen doch of hij wel orijt instaat zal zijn, zijn schulden die zig boven de wilde, nog tot veele andere uijtstrek„ „ken, te betaalen is nog zeer Twijffelagtig, echter zal ik ten respecte van uwwelEd Agtbare ordres, mijn best doen; om ten min„ „sten, zo veel van dien ouden schurk te haalen zal zijn, ten behoeve van de wilde, intepalmen. Met boven gem: van Banda te Biema aangekoomen schip, heb jk de eere gehad te ontfangen, de origineele brief van Haar HoogEdelheedens, sub dato 29„e November Passato. waar van Ik 43 Jk reeds Copia van dies Duplicaat genoomen hier door de Nepthunes aangebragt uwwelEd Agtbare eerbiedig bij mijne voorigen met ultonde februarij heb overgezonden terwijl Ik deezen in eerbied nevens voege, Copia der brief van den welEd: Gestr Heer Gouverneur en raad te Banda in dato 30:e maij JL: en dito Cognossement van 't per dien bodem hier aangebragte Contanten sub dato Batavia 3' December 1787. Een sergeant der Madureesen hier geheel blind en dus onbequaam tot eenigen dienst zijnde geworden, verzoeke ik omtrend den deezen uwwelEd Agtb:s ordres. zuijker, Tamarinde en gedroogde vis zijn drie noodzakelij„ heeden tot randsoenen voor de Sipaijers, wijl die natie geen buf„ „fel osse vleeth of spek het, en dewijl hier van niets meer op de Nepthunus in voorraad is heeft de Capitain Tallo mij verzogd uwwelEd: Agtbare te willen verzoeken, gelijk ik bij deezen in eer„ „bied ben doende, om ten minsten iets van de Articuls te moogen erlangen. Ik beveele overigens uwwelEd Agttare nevens Comps, wigtige belangen in godes hoede en heb de eer net diep schuldigen eerbied te zijn /:onderstond:/ wel Edel Agtbaare Heer en Heeren /:lager:/ uwwelEd Agtbares zeer gehoorsame, en onderdanige Dienaar /:was getekend:/ Es Meurs /:in margine:/ Sumbauwa den 2:' Julij 1788. Vrijdag. hip,
English
In the morning at half past ten o'clock, all present. Friday the 11th of July, in the year 1788. Whereas the Right Honorable, Highly Esteemed Sir Fredrik Alexander Meurer, Commander of the Company's forces, auxiliary troops, and warships lying off Sumbawa for the assistance of the King, has given detailed notice to the Lord Governor in a letter produced at this meeting, dated the 26th of June of the past year, concerning the absolute necessity—arising from the considerable reinforcement of the enemy—to obtain assistance in various necessities, particularly soldiers to the number of 100 to 120 men, lest the expedition end in failure; therefore, so as not to expose ourselves to any accountability for an unfortunate outcome of this expedition, even though we leave ourselves considerably exposed here by this assistance, it was unanimously resolved and understood upon the Lord Governor's proposal to comply with all that was requested as far as possible, and thus to dispatch from here with the utmost speed to that place, divided over two pantjallangs well provided with everything: 150 pieces of mortar shells of 4 to 5 inches, medicines as much as can ever be spared, 2 pieces of Guinea cloth for bandages, 10 pikols of sugar, 10 ditto of tamarind, and 10 pikols of dried fish, or as much thereof as can be obtained, 6 leggers of arrack, 1 barrel of meat, 1 barrel of bacon, 40 spades, 40 axes, and 40 mattocks, or as many as can possibly be made ready, together with 1 ensign, 2 European sergeants, 4 corporals, 57 private soldiers, and 1 drummer, with 37 Madurese, both officers and privates, all of them to be provisioned for the period of 4 months and each provided with a bundle of live cartridges and other necessities; furthermore, to be sent along in reserve under the supervision of the aforesaid ensign: 1,000 dozen fixed cartridges coopered in small casks, and 500 pieces of gunflints; and since all these men, added to the regular sailors assigned to them, cannot properly be accommodated on the two pantjallangs, it has further been resolved to instruct the Shahbandar Simon Monsieur to hire, at the least possible expense on the Company's account, a prahu paduwakang for the transport of the aforesaid Madurese; and at the same time to inform the Right Honorable, Highly Esteemed Commander Meurer, in the letter to be sent to His Honor from here, that we remain confident that with this sent relief, added to the force already lying off Sumbawa, the expedition will be brought to a desired and glorious conclusion, since we are presently unable to send any more men from here as assistance from our garrison on account of our own weakness; and furthermore, not only to give the required notice thereof in good time to Their High Mightinesses with the vessel of the former bookkeeper Hendrik Jansz Voll, which already lies ready to sail, but also to request a timely relief of European men, which has become most necessary on account of this rendered assistance, even if it were provisionally only one hundred men. Thus done and resolved at Makaller in Castle Rotterdam, on the date written above. Was signed: A. Reijke, Wm Beth, J. M. Baterman, J. L. Devos, In Monsieur, T Bosch, J. G. Budach, and I. A. Wisse. Right Honorable, Highly Esteemed Sir, Since the good success of the Sumbawan expedition, according to what was communicated by Your Honor, seems largely to depend on obtaining the relief of soldiers etc. requested from here, we have on the 11th of this month, upon the proposal made by the first-signed, resolved to dispatch to Your Honor with the utmost speed, as we are presently doing, with two pantjallangs well provided with everything and suitable for this expedition, and one native paduwakang, the following: 150 pieces of mortar shells of 4 to 5 inches, medicines as much as could ever be spared according to the catalog, 2 pieces of Guinea cloth for bandages, 40 pieces of axes, 20 pieces of mattocks, 20 pieces of native spades, and 6 pieces of shovels, together with 1 ensign, 2 European sergeants, 4 ditto corporals, 57 private soldiers, 1 drummer, and 1 surgeon's mate, provided with medicines for the men now crossing over, along with 37 Madurese, both officers and privates, all of whom are provisioned for the period of four months and each provided with a bundle of live cartridges and other necessities; furthermore, sent along in reserve under the supervision of the aforesaid ensign: 1,000 dozen fixed cartridges coopered in small casks, and 500 pieces of gunflints. Above all of which we have also added, for the service of the ship the Neptunus at the Resident's request, as many provisions of arrack, sugar, tamarind, and dried fish etc. as are recorded on the small bill of lading made thereof, and as could possibly be spared by us or could be purchased, in the hope and wish that Your Honor, with this assistance brought together from our own weakness and indeed almost to our own inconvenience, may achieve a complete and victorious conquest, and thus at the same time be enabled to send the pantjallangs and men belonging here back to this place soon. After offering our cordial greetings, we remain with very high esteem, Right Honorable, Highly Esteemed Sir, lower down, Your Honor's friends and servants. Was signed: B. Reijke, W. Beth, J. M. Baleman, J. L. Devos, In Monsieur, T Bosch, J. G. Budach, and I. A. Wisse.
Dutch transcription
'Smorgens te halff Elff uuren alle present. vrijdag den 11:e Iulij Anno 1788 Door den wel Edele Gestrengen Heer Fredrik Alexander Meurer kommandant over de voor sumbauwa ter assistentie van den koning leggende oorlogs Fregatten, kompagnies Magt en J:W hulptroepen, den Heer Gouverneur bij een ter deezer vergadering ingeand geproduteerde brief de dato 26 Junij J:L: breedvoerig te kennen gegeven zijnde, de absolute noodzakelijkheid die er door de Con„ „siderable versterking der vijanden is, zal de Expeditie niet vrugteloos afloopen, tot erlanging van Assistentie van diverse noodwendigheeden, bij zonder Militairen tot een aantal van 100 â 120 manschappen, zo is, om ons schoon wij ons zelve hier vrij wat door deese assistentie ontblooten, aan geene verantwoording wegens het kwalijx uijtvallen dezer Expeditie bloot te stellen unanime op 's Heer Gouverneurs voorstel goedgevonden en verstaan, aan al het versogte zo veel moge„ „lijk te voldoen, en dus van hier op twee van alles wel voorziene Pantjallangs verdeeld ten allerspoedigsten na derwaards te zenden. 150 Stux Mortier Granaden van 4 â 5 d„m Medicamenten zo veel immers te missen zullen weezen 2 stukken Gunees tot verband doek 10 Pikols zuiker 10 _o Tammerinde, en 10 pikols 45 10: Pikols gedroogde vis, of zo veel daar van te krijgen zal wee„ „zen. 6 Leggers Arak 1 vat vleesch 1 vat spek 40 Spaden 40 Beilen en 40 Spitten of zo veel bij mogelijkheid in gereedheid gebragt kunnen worden, beneevens Een vendrig 2 Europeese zergeants 4 Corporaals 57 Gemeene Militairen en 1 Tamboer met 37 Badureesen zo officieren als gemeene, mitsgaders dezelve alle voor den tijd van 4 maanden te proviandee„ „ren en te voorzien een ieder met Een bos scherpe Pattroo„ „nen en 't verder nodige, voorts nog onder het opzigt van de voormelde vaandrig in Reserve meede te geven. 1000 Dozijnen vaste Pattroonen in vaatjes gekuipt en 500 pees vuursteenen en vermits alle deese manschappen op de Twee Pantjallangs gereekend bij de daar op vast bescheidene zeevarende niet niet voeg geplaatsz kunnen worden, zoo is alverders verstaan den sabandhaar Simon Monsieur te gelasten om ten leatten voor Reekening van dE Comp„e een Prauw Paduwakang, tegen de minste te bedingene prijs in te huuren, tot overbrenging van de voormelde Madureesen, en teffens den wel Edele Gestr: Heer Commandant Meuren 8 heu ring en kols Meurea bij de van hier aan zijn Edele Gestrenge aftegane Brief kennisse te geven, dat wij in het vertrouwen verseeren, dat de Expeditie met dit gesonden secours, gevoegt bij de reeds voor sumbauwa leggende magt tot een gewenscht en glorierijk einde gebragt zal worden, vermits wij onvermogens zijn om voor eerst uit onze besetting wegens eigen swakheid meerder manschappen van hier tot adsistentie aftezenden, mitsgaders hier van hun Hoog Edelheedens met het zeil rheede leggende vaartuig van den oud Boekhouder Hendrik Iansz voll nog tijdig de verEischte kennisse niet alleen te geeven, maar S ook te verzoeken een door deeze verleende Adsistentie aller„ „noodzakelijkst geworden; tijdig ontset van Europeeshe manschappen, al waare het maar bij provisie Eenhondert stux Aldus Gedaan en Geresolveert tot Makaller in t kasteel Rot„ n „terdam, dato voorschreeven /:was getekent:/ A„s Reijke, W„m Beth, J: M: Baterman, J: L: Devos, In Monsieur, T Bosch J: G: Budach en I: A: wisse Welkkele 47 WelEdele Gestrengen Heer Terwijl het goed succes der Sumbauwareese Expesitie, ingevolge het door uwelEd: Gestz: bedeelde, meerendeels shijnt te zullen afhangen van de bekoming van het van hier gevorderde secours van Sulitairen etc: zo hebben ij„ wij den 11„e dezer op de gedane voorstel van den eerstgetekende besloten uwwelEd: Gestr: met twee van alles wel voorsiene en tot deese Expeditie geschikte Pantjallangs, en een Jnlandsche Paduwackang ten aller spoedig„ „sten toe te zenden, gelijk wij thans zijn doende, het volgende als. 150 stux kortier Granaden van 4 a 5 d=m Medicamenten zo veel maar immer te missen zijn geweest volgens Cathalogus. 2 stukken Guinees tot verband doek 40 ps Beilen 20 „ touweelen 20 „ Jnlandse spaden, en 6 „ schoppen, beneevens 1 vaandzien 2 Europeese sergeants 4 _o Corporaals 57 Gemeene Militairen 1 Tamboer en 1 ondermeester, voorsien van Medicamenten voor de thans overvaa„ „rende manschappen neevens 37 Madureesen zo officier als gemeene die alle voor den tijd van vier maanden geproviandeert en voorzien zijn Een ieder met Een bos scherpe Pattroonen en 't verdere nodige; voorts nog onder het opzigt opzigt van voormelde vaandrig in Reserve meede gegeven 1000 Dozijnen vaste Pattroonen in watjes gekuipt en 500 ps vuursteenen Boven al het welke wij nog ten dienste van 't schip de Nepthuc„ „nus op 's Residents verzoek gevoegt hebben zo veel Provisien van Arak, zuiker, Tammarinde en gedroogde vikh &a als op de daar van gemaakte Cognosementje bekend staat, en door dies bij mogelijkheid te missen is geweest of ingekogt heb„ „ben kunnen werden. in hoope en wensch dat uwwelEd Gestr: met deze uit onze eigene swakheid Ja bij na eigene ongerief toegebragte assistentie een volkoomene victorieuse overwinning behalen mag en dus te gelijk ook instaat gesteld worden om de hier tehuis horende Pantjallangs en Manschappen spoedig weder dit heen te rug te zenden Wij blijven na aflegging onzer hertelijke groete met zeer veel agting /: wel Edele Gestrengen Heer /:lager:/ unwelEd Gestr: vriend en Dienaren /:was getekend:/ B=d Reijke, W: Beth J: M: Baleman, J L:s Devos, In Monsieur, T Bosch, J: G Budach en J: Awisse. Sima
English
49 Bima Makassar To the Junior Merchant Honorable, discreet friend. The answer to your received letter of the 2nd of this month is enclosed in copy in our letter to the Right Honorable, Highly Esteemed Mr. Meurer accompanying this, so we refer thereto, and remain, after greetings, Your Good friends By order of the Right Honorable, Highly Esteemed Mr. Barend Reijke Governor and Director of this Coast of Celebes together with The Council. was signed: J: G: Budach, Secretary P. S. It goes without saying that the incompetent sergeant of the Madurese mentioned in your letter must be sent hither. In Castle Rotterdam the 15th of July, anno 1788. Cornelis Meurs Resident there on the Company's behalf Translation. G 5 After preliminary greetings to Your Right Honorable Esteem, I make known by this express that an emissary of the King of Tanette has come to me, making known that his Lord and Master currently thinks very highly of me, further expressing that even if Boni should become angry about this meeting, it will matter little to him, wherefore I provisionally let the emissary of the said King of Tanette depart, and deliberating in my own mind for a day and night about what was to be done in this matter, I finally thought proper, after much reflection, to go to him in person to speak verbally about these statements of his; having arrived there and having spoken with him, I was unable to speak with him about any weighty matters that could satisfy my desire, because the Boni Prince Aru Radja was sitting with him, having discussed nothing else with him than the war of Barru until sunset, when we parted from each other, wherefore I proceeded on board and immediately set sail for the River of Barru to forbid that the people of Barru under the Datu of Sidenreng and those of Tanette inflict any damage or harm upon one another, and having performed such, I departed thence to Segeri, where I have written this letter. Below stood: for the translation, signed: Hendrik Bewers. Reijke Barend Governor and Director of this Coast of Celebes Translation of a Bugis document written by the Tanette Prince Aru Pantjana, currently Datu of Lampulle, to the Right Honorable, Highly Esteemed Mr. To 51 Semarang To the Tanette Prince Aru Pantjana, currently Datu of Lampulle. I thank you for the communication given regarding your meeting with your brother, the King of Tanette, and wish to hope that this friendship may increase more and more, and that your brother, the King of Tanette, may at the same time redress all the mistakes he has committed by maintaining an entirely different conduct toward the Honorable Company than he has done hitherto, and, in so doing, follow in the footsteps of his ancestors regarding the Honorable Company, from whom he still wears the Gold Medal over the Country of Tanette as a token of the Company's affection. Below stood: Makassar in Castle Rotterdam, the 16th of July, anno 1788. was signed: B. Reijke Semarang To the Right Honorable, Highly Esteemed, Valiant Mr. Jan Greeve Extraordinary Councillor of the Dutch East Indies, as well as Governor and Director there Right Honorable, Highly Esteemed, Valiant Mr., I cannot omit to inform Your Right Honorable, Highly Esteemed, Valiant Self that, upon the letter from the finally appeared Captain Meurer, dated the 26th of June last at Sumbawa, stating that the successful outcome of the expedition there would mostly depend on a relief force requested from here, I yesterday dispatched thither, divided over two well-armed pantjalangs and one large padewakang, in addition to a great deal of provisions, 64 European soldiers under a worthy officer and 37 Madurese ditto under Captain Dramantakka. With which reinforcement (to be seen in more detail in the enclosed copy of the letter to the said Mr. Meurer himself), added to the force still present there, I therefore do not dare to doubt a complete victory over the enemy. I remain, after courteous greetings, with all high esteem, below stood: Right Honorable, Highly Esteemed, Valiant Mr., lower: Your Right Honorable, Highly Esteemed, Valiant Self's humble and obedient servant, was signed: B. Reijke. In the margin: Makassar in Castle Rotterdam, the 16th of July, anno 1788. Makassar 53 Makassar To the Right Honorable, Highly Esteemed Mr. Right Honorable, Highly Esteemed Mr., I have the honor dutifully to inform Your Right Honorable Esteem by this that the old Kraeng Kaili passed away on the 25th of the past month of June, the Regent of Bantaeng having made this known through the Galarang of Bantaeng to the sergeant and postholder at Bantaeng, Johan Christoffel Sufft, who, giving me notice thereof, I ordered him to let the Regent of Bantaeng, who are under that regency, select the two most legitimate claimants to that regency and propose them to me, in order to be able to make a request to Your Right Honorable Esteem that one of them be appointed by Your High Self as Regent of Kaili; but the Regent of Bantaeng, without even sending an answer to the sergeant of Bantaeng, appointed a certain Daeng Bassiewie as Regent of Kaili on his own authority, and had him brought to the Bantaeng postholder by the Galarang and two of the Company's subjects from Kaili, notifying that this person has been appointed as Kraeng Kaili by the people of Kaili and by him, the Regent. I now leave to Your Right Honorable Esteem's highly honored wiser judgment and decision how far the Regent of Bantaeng exceeds his bounds: firstly, that according to his obligation, he did not inform me directly by emissaries of the death of that old Regent, and secondly, that he selected another in his place on his own authority, without the interpreter having had the slightest knowledge either of the death or of the appointment of Barend Reijke Governor and Director of the Coast of Celebes a
Dutch transcription
49 Dima Maccaser Aan den onderkoop man Eerzame vrouw de discrete. Het antwoord op uws ontfangene brief van den 2e dezer in ons schrij„ „vens aan de welEdele Gestrengen Heer Meuren deesen in Copia ver„ sellende beslooten leggende, zo gedragen wij ons daar aan, en blij„ „ven na groete. UE Goede vrienden Ter ordenantie van den welEd: Agtb: Heer Barend Reijke Gouverneur en Directeur dezer Custe Ce„ lebet nevens Den Raad. /:was getekend:/ J: G: Budach secrt.:s P: S: het spreekt van zelfs dat den bij uE brief vermelde onbekwame zergeant van de Madureesen na her„ „waarts moet gesonden worden. in't kasteet Rotterdam den 15 Julij Ao 1748. Cornelis Meurs Resident 'tComps wegen aldaar Translaat. G 5 Na voorafgaande grote aan uweld Eigtb: so make bij deesen Expres be„ „kend, dat een zendeling van den koning van Tanette bij mijn is gekomen, bekend makende, dat zijn Heer en Meester om mijn thans zeer deukt, met uiting verders dat zo bij aldien Bonij over deze ontmoeting mogte kwaad worden hem weinig daar aan geleegen zal wezen, over zulx ik den zendeling van gem koning van Tanette bij provisie heb laten vertrekken, en daar over Een Edmaal in mijn eigen raadpleegende wat in dezen te doen stond, zo heb j eindelijk na veel overdenkens goedgevonden mijn in Per„ „zoon na hem te begeeven om over deze zijne gezegdens mondelinge te spreeken, daar komende en met hem gesproken hebbende heb Ik met hem over geen zaken van gewigts welk mijn begeerte kan voldoen kunnen spreeken, door dien den Bonijs Prins Aroen Radja bij hem zat, hebbende niets anders met hem gediscoureert als over den oorlog van Barroe tot des sons onder hang wanneer wij van elkanderen scheijde, overzulx Jk mij na boord begevende en ten eersten onderzeijl na het Revier van Barroe begaf om te verbieden dat het onder den Datoe van sidenreng staande volk van Barroe en die van Tanette mal„ kanderen geen schade of leet mogen aandoen, en na zulx verrigt hebbende ben jk van daar na Sagerij vertrokken alwaar jk dezen brief heb geschreeven /:onderstond:/ voor de Translatie /:getekent:/ Hendrik Bewers. Keijke Barend Gouverneur en Directeur dezer Custe Celebes Translaat Boeginees Geschrift geschreeven door den Tanettereesch Prins Aroe Pantjana thans Dutoea ri Lampoella, Aan den welEd: Agtb: Heer Aan 51 Samarang Aan den Tanetk Prins Aroe Pantjana hans Datoe ri Lampoella. Ik bedanke uE voor de gegevene kommunicatie omtrent uwE ontmoe„ „ting met uwen Broeder den koning van Tanette, en wil hopen dat die vriend„ schap hoe langer hoe meer mog toeneemen, en uwE Broeder den koning van Tarette teffent alle de mispatsen die hij heeft tegaan verbekeren moge door een geheel ander gedrag aan de zijde van de Ed: Kompagnie te houden, dan hij tot hier toe nog gedaan heeft en dus doende na volgen de voet stappen zijner voor ouders omtrend de E: kompagnie van waar hij nog tot een teeken van kompagnies geneegentheid over het Land van Tanette de Goude Madailje draagd. /:onderstond:/ Makaker in'tkatteel Rotterdam den 16 Julij Anno 1788 /: was getekend:/ Bd Reijke : Samarang Aan den wel Edele Agtbare Gesdrengen Heer Ian Greeve Raad Extra ordinair van Nederlandsch Jndien mitsgaders Gouverneur en Directeur, aldaar Wel Edele Agtbaare Gestrengen Heer Jk vermag niet af te zijn uwe Ed Agtb: Gestrenge kennisse te geven dat jk, op het schrijvens van de eindelijk den 26 Junij laast leeden te sumbauwa op gedaagde Heer kapitain Mteurer als dat den goeden uitslag van de Expeditie ginter merendeels van een van hier gevorderd secours zoude af„ „hangen, gisteren op twee wel g'armeerde Pantjallangs en een groote Pa„ „duakangs verdeeld na derwaarts buiten een heel deel provisien afge„ „zonden heb 64 Europeesen krijgers onder een Braaff officier en 37 Madureesen ditos onder kapitain Dramantakka. met welke versterking /:breeder bij de hier ingeslotene Copia brief aan ged:e Heer Meurer zelfs te beoogen:/ gevoegd bij de ginter nog zijnde magt, Ik dan ook niet twijffelen durf aan eene volkomene overwinning op den vijand. Jk blijve na minzame groete met alle Hoog-agting /:onder„ stond:/ wel Edele Agtbaare Gestrengen Heer /:lager :/ unerwelld Agtb: Geszr: onderdanige en gehoorzame Dienaar /: was getekend:/ Bs Reijke /:in margine:/ Makaker in het kasteel Rotterd=m den 16 Julij Ao 1788. haccaper 53 Maccaker Aan den wel Edele Agtbaren Heer wel Edele Agtbaare Heer. Ik heb de Eer uwwelEe Agtbare mits deezen schuld pligtig te bedeelen, dat den ouden Crain Caijlie den 25„e van de passeerde Maand Junij overlee„ „den is, hebbende den Regent van Bonthain zulks door den Gallarrang Bonthain aan den sergeant en Posthouder tot Bonthain Johan Chris„ „toffel sufft laaten bekend maaken, dewelke mij hier van kennisse gee„ „vende, heb k aan denzelven gelast den regent van Ronthain dewel„ „ke onder dat regentje staan, de twee gewettigste tot dat regenschap te laaten uijtsoeken en aan mij voortedragen, ten einde aan uwwel Ed Agtbare te kunnen verzoek doen, dat een derzelver door Hoog dezelven tot Regent van Caijlie worde aangesteld; dan de Regent van Bon„ # „thain heeft zonder eens den sergeant van Bonthain daar op ant„ „woord te laten toekoomen, eenen Daing Bassiewie tot regent van Caijlie op eigen authoriteijt aangesteld, en den zelven door den Gallarrang en twee 'tCompagnies onderdaanen van Caijlie bij den Bonthainsen Posthouder laaten brengen, onder te kennen gevingn dat deese door 't volk van Caijlie en hem regent tot Crain Caijlie is aangesteld. Jk laat hiet thans uwel Ed Agtbrae Hoog g'eerd wijzer oor„ „deel en dicisie over, in hoe verze zig den Rageart van Bonthain te buijten gaat, eerstelijk dat volgens zijne verpligting niet direct door zen„ „delingen mij heeft laaten kennisse geeven van 't overlijden van die oude regent, en tweedens dat denzelven op eigen gezag Een ander in dies plaats heeft g'eligeerd, zonder dat den tolk de minste ken„ „nisse heeft gedraagen nog van 't overleiden nog van 't aanstellen van Barend Reijke Gouverneur en Directeur der Custe Celibes een
English
a new regent of Caijlie, to whom Crain Bonthain was nevertheless indisputably required to give notice of everything, which however is not complied with by him in any respect; for he appoints Jennangs and dismisses the same, without giving notice to the sergeant at Bonthain nor to the interpreter, thus much less to a resident. I therefore request your Right Honorable esteemed order, so that I may know how I am to conduct myself in this matter. While I also bring to your Right Honorable esteemed notice, that a certain Company's subject of Bonthain named Pana, the son of Daing Manjallang who murdered the widow of Bingen in the land of Toerattea, having on the 30th of May last stolen a buffalo belonging to a certain Company's subject Lapakkang at Tenge Tenge, was overtaken by the last-mentioned and stabbed, yet without any mortal danger; that the regent of Bonthain settled this matter in secret without giving any notice of this occurrence to the Bonthain Postholder, as appears from his letter of 31 May last, which is attached hereto and to which I very humbly refer. I have remonstrated with the regent about this, who made it appear no otherwise than that this Pana had stolen a buffalo, for which he had received an injury, and that Lapakkang had obtained his buffalo again, yet without compensation, since Pana had paid with that wound; and although I pointed out to him that he ought at least to have given notice, he knew not how to justify himself any further than that, without holding any meeting with his lesser chiefs, he had solely judged such to be good. I have made known to him hereupon that I found myself obliged to give notice hereof to your Right Honorable, as I also now have the honor to do; from this and other bad practices of Crain Bonthain one may well observe that he labors under the cancer of every native, gradually to release himself from the power of his lawful sovereigns, and to prevent this I very humbly request your Right Honorable to be pleased to correct him properly for once. The son of the Bonian Tomilalang, named Lamattoe, wandering around here and also committing much mischief against the Buginese residing here, and no less mischief from him is to be feared by the Company's subjects, I very humbly request your Right Honorable to effect with the king of Boni that he summons that willful and mischievous prince, who with a certain Buginese posing as Anrong Goeroe Labandang also exhibits a suspicious conduct, or else permits him to be removed from the land here. While for the rest I have the honor to call myself, with the highest esteem and deep respect, Right Honorable Sir, your Right Honorable's very humble and dutiful servant, was signed, I B v Diemar. In the margin, Boelecomba in the Company's fortress the 17 July Anno 1728. Boelecomba. Boelecomba. This serves to report to your Honor that yesterday at Tenga Tenga a buffalo was stolen by the brother's son of Jennang Tenga Tenga, named Pana, and was attacked by the native named Lapakkang, who also inflicted a severe stab wound on the said thief, though not being dead. The buffalo was brought to Crain Bonthain, but of all these events the said Crain Bonthain let nothing at all be known here at the Company's fortress. I have heard of this incident through other people, and therefore I have the honor to make it known to your Honor, wherewith I remain with true high esteem, Right Honorable Sir, your Honor's sincere and dutiful servant, was signed, J: C: Dufft. In the margin, Bonthain the 31 May Anno 1788. Right Honorable Sir, Boelecomba. Boelecomba. To the Junior Merchant Godlieb van Diemar, Resident on the Company's behalf there. Honorable, Pious, Discreet. I think I have written several times that it is not now the time to employ harsh measures against our subordinate Regents over the committing of this or that misstep, and still persisting in this same view, I have thus also, upon the complaints received concerning the missteps that were allegedly committed by Crain Bonthain, not been able to consent to your proposal to correct him with any punishment, but thought it good to represent his wrong conduct seriously to him myself by a letter and to urge him to better behavior, as I then also do hereby in such manner as you will be able to see from the copy of that writing. Having remarked that you are very lavish in giving to lesser servants stationed on Makassar under a Governor the here unusual title of Right Honorable, which according to the determination made by the High Government belongs solely to the Councilors of the Indies, I therefore expect that such will henceforth be restrained by you, and remain meanwhile, after greetings, your good friend, was signed, B:r Reijke. In the margin, Makassar in Castle Rotterdam the 23 July Anno 1788. To
Dutch transcription
een nieuw regent van Caijlie, aan dewelke Crain Bonthain tog onbe„ „wistbaar van alles diende kennisse te geeven, dat egter in allen op„ zigten door hem niet word naargekoomen; van hij steld Jennangs aan en tet dezelve ap, zonder den sergeant op Honthain nog den tolk kennisse te geeven, dus veel minder aan een resident. Jk versoeke dus uwwelEd Agtbane g'eerde order, om te mogen weeten hoedanig Jk mij hier inne zal hebben te gedragen. Terwijl ik almeede ter uwer wel Ed: Agtb: g'eerde kennisse koom te brengen, dat seekeren 'sComps onderdaan van Bonthain in naamen Pana en zoon van Daing Manjallang dewelke op 't Land van Toerattea de weduwe van Bingen vermoord heeft den 30:e Meij /:JL:/ Een Buffel van seekeren 'sComp:s onderdaan Lapakkang op Ienge Tenge, gestoolen heb„ „bende door laastgemelde agterhaald, en getolen is geworden, nogthans zonder eenig gevaar; dat den regent van Bonthain in stilte deze zaak heeft afgemaakt zonder van dit gebeurte eenige kennisse te geeven aan den Bonthamsen Posthouder uijtwijzens zijn brief van den 31 Maij JL:/ dewelke deesen bijgevoegd is en waar aan ik mij zier onderdanig refereere. W heb hier over den regent onderhouden, dewelke zig niet niet anders verthoonde als dat deeze Pana Een Btuffel gestoolen hadde waar voor denzelven een quetsuur had ontfangen en dat Lapakkang zijn stuffel wederom erlangd had, nogthans zonder verdubbeling; vermits Pana met die wonde betaald had, en schoon Jk hem aantoonde, dat hij ten minsten hadde dienen kennisse te geven. wist hij zig niet anders verder te verantwoorden, als dat hij buijten eenige vergadering met zijn onderhoofden te houden alleen g'oordeeld had, zulks goed te weezen, Jk heb hem hier op te kennen gegeeven dat ik mij verpligt vand uwwwelEdele Agtberre hier van kennisse te moeten geeven, gelijk ik ook thans de her heb te doen; uijt deese en meer andere slegte gedoentens van Crain Bonthain kan men wel opmerken dat den zelven aan de kanker van een ieder Jnlander laboreert, om sig allengskens van de Magt zijner vettige operheeren te 55 te ontslaan, en om dit voortekomen versoeke ik uwwel Edele Agtbare zeer onderdanig om denzelven toen eens te willen Corrigeeren De zoon van den Bonijsen Tomilalang Lamattoe genaamt alhier rondeswervende ook veel quaads aan de alhier ingezeetene Boegineesen bedrijvende, en niet minder quaads van hem aan 'sComp„s onderdaane te dugten is, verzoeke ik uwwel Edele Agtbaare zeer onderdanig om bij den koning van Bonij te willen bewerken dat denzelven die moedwillige en ondeugende Prins met seekeren Boeginees sig voor Anrong Goeroe Labandang uijtgeevende en almeede een nadenkelijk gedrag voort op ontbied, dan wel toestaat dezelve hier van het Land te doen verhuijsen Terwijl Ik overigens de Eer heb met de meeste voogagting en diep respect mij te noemen. /:onderstond:/ wel Edele AgtbareHeer /:lager:/ uwweldele Agtbaare zeer onderdanige en Trouwsuldigen Dienaar /:was getekend:/ I B v Diemar /: in margine:/ Boelecomba in 's Comps fortres den 17 Julij A o 1728. Boelecomben Boelecomba Deese dient aan uwwelEdele te raporteeren dat gisteren op Tenga Tenga Een Buffel is gestolen geworden door Jenmanen Zenga Zenga zijn Broeders zoon genaamt Pana. en door den Jnlander genaamt Lapakkang, g'attaaxeert geworden wel„ „ke ook aan gemelden dief een swaaren steek heeft toegebragt, dog niet doot sijnde, de Buffel is na Crain Bonthain toe gebragt geworden, maar van alle deze gevallen heeft gemelde Crain Bonttaain hier aan 't Comps fortres in 't minste niet laaten waarthouwen. Ik heeft deze geval door andere men„ „schen vernoomen en daarom hebbe ik de Eere uwrelEd bekent te maaken, waarmede ik met waare hoogagting verblijve /:onderstond:/ wel Edele Heer /:lager :/ uwelEd opregte en Trouw„ „schuldigen Dienaar /:was getekend:/ J: C: Dufft /: in margine Bonthai den 31 meij Anno 1788. wel Edele Heer Boelecomba 57 Boelecomba Aan den onderkoopman Sodlieb van Diemar Resident sComp„s wegen aldaar Eerzame vrome Discrete. Ik meen al meermalen te hebben geschreeven dat het thans de tijd niet is harde middelen tegens onze onderhorige Regenten over het begaan van deze of gene misstappen, in het werk te stellen, en in dit zelfde Concept als nog volhardende zo heb Ik dus ook op de ontfangene klagten wegens de misstappen die door Crain Bonthain zoude zijn begaan, niet kunnen consenteeren in uE voorstel om heen op eenige straffe te Corrigeeren, maar goed gedagt om hem bij een brief zelfs zijn verkeerde handelwijze ernstig voor te stellen en tot een beetere gedrag aan te spooren, gelijk j dan ook doen bij dezen in zodaniger voegen als uw uit het afcrift van dat schrijvens zult kunnen zien. Geremarqueert hebbende dat uE zeer gietig is met aan onder een Gouverneur gestelde mindere Dienaaren op Makasser te geven de hier buiten gewone Titul van wel Ed: Gestr: die na de door de Hooge Regering gemaakte bepaling eenlijk de Heeren Raden van Jndie toekomt, zo verwagte ik dat zulks door uE voortaan zal worden gemenageert en blijve inmiddens na groete /:onderstond:/ us goede vriend /:was getekent:/ B=r Reijke /:in margine Makaker int kasteel Rotterdam den 23 Julij Anno 1788. Aan e
English
To Craing Bonthain, First Regent over the Honourable Company's southern districts there. The Resident of Diemar has already complained to me several times over some period about you, and now most recently again about the appointment made by you on your own authority of one Daang Bassiewie as Regent of Caijlie in place of the one who has deceased, without having first presented such an individual according to your obligation to the Resident to obtain my approval; also about the unauthorized, quiet settlement of a theft committed by Pana, son of Daing Manjallang, who is known as a murderer and a wicked fellow, without giving the Resident the least notice thereof. And whereas these are in every respect actions that would merit a fair correction, I have nevertheless, in consideration of your previously held good conduct in all respects, and also in the hope that these missteps did not take place with an actual design to thereby despise or consign to oblivion the Honourable Company's laws and customs, seen fit merely to present this to you for this once in a fatherly manner and to issue earnest admonitions toward better conduct, as is indeed done herewith, in the trust that it will produce good impressions upon your mind and that I shall be enabled to regard and treat you as before as a worthy Regent on behalf of the General Netherlands Company. You must also, as an upright Company Regent, assist the Resident in checking the wantonness being committed by the son of the Bomithen Tomilalang Lamattoe upon the Honourable Company's territory and, if necessary, assist him in repelling violent acts with force. Written at Makasser in Fort Rotterdam, 23 Iulij anno 1788. /:was signed:/ B:s Reijke / on the side stood:/ Company's Seal impressed in red lacquer. Translation no. 3 After previous greetings to Your Right Honourable, and with a prayer for a favourable interpretation regarding my words contained herein: That just as I went to Laboso and reported all my proceedings to Your Right Honourable, so am I also obliged to inform Your Right Honourable that the Datoea of Sidenreng would gladly request a firm assurance from Your Right Honourable as to how matters stand regarding his adherence to the Honourable Company, since we leave entirely to the pleasure of the Honourable Company how it might wish to deal with us in its service according to its discretion; and we also consider ourselves for the service of the Honourable Company like white yarn, which one can give any dye as desired. Also, I say to Your Right Honourable by this express messenger to please exercise some vigilance regarding the not yet performed return or presentation of the Bonian letter from Your High Mightinesses to Your Right Honourable. Your Right Honourable please do not think that the business between Bonij and the Honourable Company will soon come to an end through the aforementioned late return of the aforementioned letter. No, it will still be of long duration; the reasons why I present this to Your Right Honourable are that I strongly suspect the King of Bonij may perhaps hand the royal regalia back to Aroe Mampoe and thereafter exclude himself from that affair; but though my saying is thus, everything depends on Your Right Honourable's pleasure regarding it. - /below stood:/ for the translation /:signed:/ Hendrik Bewers. Translation of Buginese writing written by the Tanette Prince Aroe Pantjana or Datoa ri Lampoella, to the Right Honourable Lord Barend Reijke, Governor and Director of this coast of Celebes, received 28 Julij Ao 1788. To the Prince Aroe Pantjana or Datoea ri Sampoella. Having duly received Your Honour's letter from the hands of Your Honour's messenger regarding the firm assurance that the Datoe of Siderreng would gladly have concerning the Company's taking him into their protection, and regarding the delay of the Bonians in giving their reply according to custom to the letter received from Their High Mightinesses, it serves in response to the first matter that, as a token of my and the Honourable Company's affection for the Datoe of Siderreng on account of his faithful offer, I shall shortly, when, as I have learned, he intends to hold a feast in honour of one of his daughters, offer a small present that will not be disagreeable to him; and that for the rest, he as well as I must await what Their High Mightinesses in Batavia will be pleased to answer to what was written by me concerning him. With regard to the Bonians' reticence in sending the reply to the letter received from Their High Mightinesses, I observe that this agrees completely with all their so often displayed evasions and sly pretexts; and that concerning the Goanese royal regalia, it is quite possible that the King of Bonij in his embarrassment would gladly see them back in the hands of Dain Riboko or the rebels. However, I do not think that the Bonians will all so easily consent to this step, which is so dangerous for them, and that there will still be some among their people who, on account of the evil that is inherent in it for them all, have courage enough to advise the King against it. But however that may be, we must leave all this to time. Written at Makasser in Fort Rotterdam, 30 Julij anno 1788 /:was signed:/ B:s Reijke.
Dutch transcription
Aan Craing Bonthain. Eerste Regent over sE krompagnies ziider districten aldaar. De Resident van Diemar heeft zeedert eenigen tijd reets diverse malen over uw aan mijn geklaagd en nu nog Jongst weder op nieuw over de door uw op eigen authoriteijt gedane aanstelling van eenen Daang Bassiewie tot Regent van Caijlie in plaats van den geenen die overleden is, zonder na uw gehoudenisse een zodanige den Reqidtent tot erlanging mijner goed„ keuring alvoorens voor te dragen. ook over de ongequalificeerde stille afmaking eens Diefstal door den voor een moordenaar en slegt kerel bekende Pana zoon van Daing Manjallang, zonder hem Re„ „sident daar van almeede in het minste kennisse te geven. En dewijl dit alzints gedoentens zijn die een billijke Correctie zoude meriteeren, zo heb„ Ik egter uijt Consideratie van uw bevorens alzints gehoudene goed gedrag en in hoope teffens dat deze buitenstappen niet gescheed zullen zijn met een rezentlijk oogmerk om daar door 's Ed: komp„s wetten en ge„ „bruikelijkheden, te veragten of in het vergeet boek te stellen, maar eenlijk goedgevonden om uw dit een en ander voor ditmaal op een vaderlijke wijze voor te houden en tot een beter gedrag ernstige ver„ „maningen te doen, gelijk dan ook bij dezen geshied, in vertrouwen dat het goede indrukselen op uw gemoed te wege zal brengen en Jk instaat gesteld worden uw gelijk bevorens als een waardig Regent van wegens de Generale Nederlandsche kompagnie aan te merken en te behandelen. uw moet ook als een Braaf 's kompagnies Regent de Resident helpen in het tegengaan van de moedwil die door de zoon van den Bomithen Tomilalang Lamattoe op 'S Edele komps ƒ e. 59 kompagnies grond gebied word gepleegd en denzelven des Noods hel„ „pen geweldplegingen met geweld af te weren. Geschreven tot Makasser in het kasteel Rotterdam den 23:e Iulij anno 1788. /:was getekent:/ B=s Reijke / ter zijde stond:/ skomp:s Zegul gedrukt in Rooden lacque Translaat n 3 Na voorafgaande Groete aan uwelEdele Agtbare en onder beede van een Gunstige welduiding omtrent dit mijn zeggen hier in vervat. Dat zo als jk na Laboso ben gegaan en uw welEd: Agtbare van al mijn verrigtingen berigt heb gedaan, zo den ik ook verpligt uweld Agtbare te verwittigen dat den Datoea van sidenreng gaarne een vaste verzekering van uwelEd Agtb: verzoekt, hoedarig het er omtrent zijne aankleving aan de E komp„e mede gelegen is, vermits wij ten eenemaal aan de goed vinden van dE komp„s overlaten hoedanig hij met ons na zijn goeddunken in zijn dienst wilde handelen, en wij reekenen teffens ons ook ten dienste van dE komp„e als witt gaaren welk men alle verff kan geven na believen. ook zegge ik uwwelEd Agtbare bij deesen Expres om eenige oplettent „heid te willen gebruiken omtrend de nog niet gedaane te rug zending of aanbod van den Bonijsen brief van Huw Hoog Edelhedens aan uw welEd Agtb: uwweld Agtbare gelieve niet te denken dat het werk tusschen Bonij en dE komp„e door voormelde late te rug zending van voorm: brief spoedig een eind zal hebben, Neen, het zal nog van Langen duur zijn; de reedenen waarom Jk zulx uw wel Ed Agtb: voorlegge is dat Ik zeer vermoede dat de koning van Bonij mogelijk de Rijks-ornamenten aan Aroe Mampoe weder zal overgeven, en zig zelven daar na buiten die historiaal uitsluiten, dog al is mijn zeggen dusdanig, van uwwelEd Agtbare believen daar om„ „trend is alles afhangelijk. - /onderstond:/ voor de Translatie /:getekent:/ Hendrik Bewers. Translaat Boeginees geschrift geschreeven door den Tanetsch Prins Aroe Pantjana of Datoâ ri Lampoella. Aan den wel Edelen Agtbaren Heer Barend Reijke Gouverneur en Directeur dezer kuste Celebes ontfangen den 28 Julij Ao 17111. Aan 61 Aan den Drins Aroe Pantjana of Datoea ri Sampoella. uE brief wegens de vaste versekering die den Datoe van Siderreng gaarne had wegens 'sComp„s aanneming van denzelven in hunne be„ scherming en wegens het tardeeren der Boniers om na den gebruiken sijn visie te geven van Haar Hoog Edelhedens ontfangene brief behoor„ „lijk uit handen van uE zendeling ontfangen hebbende zo dient in antwoord op het eerste, dat jk ten blijken van mijn en sEkomp„s genegendheid voor den Datoe van sideureng wegens zijn getrouwe aanbod eerstdaags wanneer hij gelijk ik vernomen heb Een festijn ter eere van een zijner Dogters wil aanrigten, een presentje sal aanbieden dat hem niet onaangenaam zal zin en dat hij voor het overige zo wel als jk moet afwagten wat hun Hoog„ Edelheedens te Batavia op het geschreevene van min over hem zullen gelieven te andwoorden. Met betrekking tot der Boniers agterhoudendheid in het zenden der door waar van Hun Hoog Edelhedens ontfangene brief merk jk aan dat dit volkoomen over eenkomt met al haar zo menigmaalen betoonde draijerijen en slinkse uijtvlugten en dat wat betreft de Goake Rijks ornamenten het wel mogelijk is dat Bonijs koning in zijn verlegend„ „heid die gaarne weder in handen van Dain Riboko of de rebellen zag„ Egter denk Jk niet dat de Boniers alle zo ligtelijk in deeze voor haar zo gevaarlijken uijtstap zullen toestemmen, en dat er dus nog wel om„ „der de haare eenigen zullen zijn die om het kwaden dat voor haar allen dan inne steekt moeds genoeg hebben den koning zulke af „te raden: Dan hoe hij zij; wij moeten dit alles aan de tijd over„ „laten. Gekreven tot Makaker in't kasteel Rotterdam den 30 Julij anno 1788 /:was getekent:/ Ad Reijke. Aan 2
English
To the New King and Grandees of the Realm of Boutong. The letter recently written to us by Your Highness and Grandees of the Realm was received by us in good order from the hands of your envoy. In reply thereto, it serves that we must in the first place express our astonishment regarding the removal of the old Sultan and the election of the Sepatie to that high dignity under the name of Sultan Aliem Moedien, without not only having asked the Company's permission for this, but the envoys were not even provided with the necessary credentials, nor Your Honor's written request for the approval of this appointment and petition that the introduction may also take place according to custom through the swearing of the existing contract, as took place in the year 1766; for the 8th Article of the contract entered into in that year 1766 states quite clearly: "That the Councilors of the Realm shall not presume to arbitrarily depose a lawfully elected King and choose another in his place except with the consent of the Honorable Company." All of which improper conduct has placed us under the necessity of respectfully leaving the approval of the appointment of the New King to the wise decision or ruling of Their High Excellencies in Batavia, as well as the determination of the manner in which the introduction shall take place. Wherefore it shall also be the duty of the New King and Grandees of the Realm to make a humble request thither in this regard by means of express envoys, just as we have already given the necessary notice of these matters to Their High Excellencies aforesaid; and which dispatch of envoys we also trust will be carried out by the New King and Grandees of the Realm with the utmost speed. As regards the request, again renewed by the Realm of Boutong, to retain the cannons that were successively fished up yonder from the wrecks of the Company's ships and vessels, and which the Honorable Company had left to be paid for at a fair price in slaves: having no authority in this matter from our side, we have likewise left this request to the discretion of Their High Excellencies in Batavia, to which the Court of Boutong will ultimately have to accommodate itself, although Your Honor writes of suffering a great shortage thereof in order to be able to offer resistance to mighty enemies such as the English; for the contracts, moreover, clearly note that neither English nor any other Europeans may come to Boutong, much less be shown the slightest accommodation there. Regarding the complaints made to us by the New King and Grandees of the Realm against the Sergeant Extirpator Hendrik Willem Martin and some others, we have demanded an accounting from them; and although the Sergeant stated that he was delayed for fully four months before he was able to carry out the extirpation of the spices, and that not he, but the interpreters who were assigned to him, personally collected the fines here and there and kept them for themselves, we have nevertheless, in order to give the New King and Grandees of the Realm all possible satisfaction, decided not to let either him or the soldier Godthalk Meijer cross over thither again, and to have the former pay to Your Honor's envoys thirteen Rixdollars, which he himself also acknowledges being indebted for. Into the hands of Sergeant Everhard Circeler, who is now crossing over, whom we have recommended to maintain the most suitable conduct and who we also hope will be provided with better or more honest interpreters than the previous ones were, the New King and Grandees of the Realm will receive the customary recognition monies, both for the past and for this year, amounting to 300 Rixdollars together, in the trust that the expedition will make faster progress than in the past year, and that ours, being provided with honest and knowledgeable local guides in all the places under the territory of Boutong, may accomplish the actual purpose and the extirpators may return here in the coming month of September. The conduct of the New King and Grandees of the Realm regarding the suspicious Sollenatang of Kadjoeara, a place in Bonij, who visited Your Honor, and his brought-along, no less suspicious letter sent to us, was very properly handled in accordance with the 4th Article of the aforementioned contract concluded between the Honorable Company and the Realm of Boutong on March 22, 1766; wherefore we return the same herewith, translated into a language understandable to Your Honor, together with a package that had been attached thereto as a gift, in which a silk kakambang was said to be wrapped, in order to see from its contents that the aim of these people is nothing other than to gain a foothold on Boutong and, if possible, to throw it into confusion just as they have done on Sumbawa and other places. Written at Makassar, in Castle Rotterdam, the 1st of August anno 1788. Was signed: Bo Reijken. Instruction for Sergeant Everhart Circeler, departing in the company of two common soldiers named Jacob Bon and Johan Hendrik, along with an Ambonese boatman to Boutong, for the extirpation of the clove and nutmeg trees that are to be traced everywhere in that Realm and subordinate islands. Honorable, Pious. Whereas we have seen fit to send Your Honor this year to Boutong in place of Sergeant Martin for the extirpation of the clove and nutmeg trees which, as mentioned in the heading of this, are to be traced everywhere in that Realm and subordinate islands, we have drawn up this instruction to serve for Your Honor's guidance and observance. In the first place, Your Honor is then ordered, upon his arrival at Boutong, to offer to the King the customary recognition monies given to Your Honor, which now for two years amount to a sum of three hundred Spanish Rixdollars. After which Your Honor must earnestly request the Prince to provide Your Honor, in all places under the territory of the same,
Dutch transcription
Aan de Nieuwen koning en Rijksgrooten van Boutong De brief door uw Hoogheid en Rijksgrooten Jongst aan ons geschreven hebben wij uit handen uwer Gezant zeer wel ontfangen. Jn andwoord daar op diend dat wij in de eerste plaats onze verwondering moeten be„ „tuigen over het ontstaan van den ouden sulthan en het verkiesen van den sepatie tot die hooge waardigheid onder den naam van sul„ „than Aliem moedien zonder dat niet alleen 's kompagnies toestemming hier toe is gevraagd maar de afgezanten zelfs niet voorzien zijn geworden met de nodige Credentiaalen of uwE aan„ schrijvend verzoek tot approbatie dezer aanstelling en instantie dat de voorstelling ook na gebruik mag geshieden door b'ediging van het subsisteerend Contract gelijk in anno 1766 plaats gehad heeft: want het 8 e Articul van de in dat Jaar 1766 aangegaane Contract dicteert wel duidelijk „ Dat de Rijks Raden zig niet zullen mogen aanmatigen „ om een wettig verkoren koning willekeurig af te zetten, en een an„ „der in zijn plaatse te verkiesen als met toestemming van de „ Ed: komp„e. Alle welke verkeerde handelwijze ons dan ook in de noodzakelijkheid heeft gebragt om de approbatie van de aanstelling des Nieuwen konings Eerbiedigst over te laten aan de wijze decisie of uijtspraake Hunner HoogEdelheedens te Batavia als mede de bepaling mat voor wijze de voorstelling zal geschieden waaromme het dan ook de pligt van de Nieuwe Koning, en Rijksgrooten zal wezen om dien twegen door Expresse afgezanten ootmoedig verzoek derwaarts te doen gelijk wij ook van dit een en 63 en ander aan Hun Hoog Edelheedens voormeld reets de nodige kennis„ „sen hebben gegeven en welke afzending, van Gezanten wij ook ver „trouwen dat door den Nieuwen koning en Rijksgrooten ten aller„ „spoedigsten zal geschieden. wat nu aangaat liet door het Rijk van Boutonen weder ver„ „nieuwd verzoek tot aanhouding der ginter successive opgevischte Canons uit wakken van 'sComps scheepen en vaartuigen en die de Edele komp„s voor een billijke prijs met slaven af te betalen had overge„ „laten zo hebben wij als daar toe van onze zijde geen vermogen hebbende dit verzoek almede overgelaten aan de goedzinding van Hun HoogEdelheedens te Batavia waar na het Hof van Bouthon zig eindelijk zal dienen te schikken, schoon uE schrijft een groot gebrek daar aan te hebben om magtige vijanden zo als de Eer„ gelschen tegenstand te kunnen bieden want de kontracten buiten des duidelijk noteeren dat nog Engelschen nog eenige andere Edropesche op Bouthong mogen komen, veel minder eenige de minste gerieflijkheid aldaar bewezen worden. Op de door den Nieuwen koning en Rijksgrooten aan ons geda„ „ne klagten over den zergeant Eytirpateur Hendrik willem Martin en eenige andere hebben wij van haar verantwoording gevorderd en schoon den zergeant opgegeven heeft dat hij wel viermaanden opgehouden is eer hij de specerij Extirpatie heeft kunnen doen en dat niet hij maar de tolken die hem mede gegeven zijn de Boetens hier en daar zelfs ingevorderd en tot zig gehouden hebben, zo hebben wij egter om den Nieuwen koning en Rijksgrooten alle mogelijke genoegen te geven besloten om hem nog den zol„ „daat Godthalk Meijer meer na derwaarts te laten overgaan en door den eersten aan uwE afgezanten te voldoen Rijgds„ Dertien die hij ook zelfs betuijge debet te zijn.. Jn handen van den thans overkomende zergeant Everhard Circeles die wij het houden van een allergeschikst gedrag hebben aanbevolen en die wij ook hoopen dat van beter of bravere tolken dan de voorige geweest zijn, zal worden voorzien. bekomt den Nieuwen koning en Rijksgrooten de gewone recognitie penningen zo van het voorleedene als voor dit Jaar ten bedragen van rijxds 300: —:— te zamen in vertrouwen dat de Expeditie een spoediger voortgang zal hebben dan in het Jongst verweekene Jaar en dat wel, de onze voorzien wezende van eerlijke en Landkundige wegwijzers, op alle de plaatsen onder het gebied van Boutong, ten einde aan het rezentlijke oogmerk voldaan worden en de Extirpa„ „teurs hier in de maand september aanstaande te rug kunnen wezen. De behandeling van den Nieuwen koning en Rijksgrooten omtrent, de bij uE aangeweest zijnde suspecte sollenatang van kadjoeara een plaats in Bonij en zijne mede gebragte niet minder verdenkelijke en ons toegezondene brief is zeer wel getracteert in overeenkomst van het 4e Artikul van het voormelde en op den 22„e Maart 1766 tusschen de Edele Comp:e en het Rijk van Boutonen gesloten kontract, waaromme wij denzelven in een bij uE verstaan baare taal overgezet hier nevens te rug zende met een daar bij tot present gevoegd geweest zijnde pakje waar in een zijde kakambang zoude afgepakt wezen, om uit dies inhoud te kunnen zien dat het oogmerk van dit volk niet anders is als om een voet op Boetoeng te krijgen en het zelve des mogelijk even zo in de war te helpen als zij op sumbauwa en andere plaatsen heb„ „ben gedaan. Gesereeven tot Makasser in't kasteel Rotterdam den 1e Au„ gustus anno 1788 /:was getekend:/ Bo Reijken. Instructie 65 Instructie voor den zergeant Everhart Cir„ „celer vertrekkende in Geselschap van Twee Gemeene Militairen in name Iacob Bon en Johan Hendrik nevens Een Ambonse Bothganger na Boutong ter uijtroeijing van de Nagul en Noteboo„ „men, die alomme in dat Rijk en onderhoorige Eilanden op te speuren zijn Eerzame, Vrome. adien wij goed gevonden hebben uE in plaats van den sergeant Martin dit Jaar na Bouthon te zenden ter uijtreijing van de Nagulen en Note Boomen die gelijk in den hoofden dezes gemeld alomme in dat Rijk en onderhoorige Eij„ „landen al op te speuren zijn, zo hebben mij deze Jnstructie ingesteld om te dienen tot uE narigt en op servantie. In de Eerste plaats word uE dan gelast om bij desselfs komst op Boutong den Koning aan te bieden de uE mede gegeven wordende gewone Recognitie penningen dewelke nu voor twee Jaaren Een somma van Drie Hondert Rijxdaal„ „ders spaans bedragen. waer na uE den vorst ernstig moet versoeken om uE op alle plaetsen onder het Gebied van desselfs
English
to cause to be brought into his kingdom wherever any clove or nutmeg trees are found, or are suspected to be found, in order to be extirpated root and branch and destroyed by fire; and in order to be able to fulfill this order all the better, the copies of the usual annexes are attached hereto according to custom, consisting of an extract from the contract between the Honorable Company and the kingdom on which the commission rests, and an extract from the description of Domine Valentijn, accompanied by six different drawings, from which the clove and nutmeg trees can be recognized. Furthermore, alongside this, you also receive twenty-five rix-dollars for distribution to the guide-runners, of which, as usual, proper record will have to be kept in the report to be made here upon your return, which we expect will be without fail in the coming month of September, and on which you will therefore have to urge the King in the most earnest terms, just as we also do in our letter now being conveyed with his envoy. Another principal point of this commission being to be informed of what goes on in Bouton, at a time when navigation is open, with regard to the arrival and admission of all kinds of smugglers and illicit traders, it goes without saying that you must use all diligence to discover this, as well as whether vessels or ships of foreign European nations occasionally arrive there 67 arrive, or have been there, as in the year 1782 with the two English ships; if so, you are to inform yourself accurately about their conducted trade, or the purpose of their arrival, also about the masters of such ships or vessels and whether they have been accommodated with one thing or another; against all of which dealings occurring during your presence there, or having taken place, you will then have to protest most strongly in our name, yet with appropriate politeness, as being contrary to the content of the contracts, and especially the navigation or the admission there of Ceram people with or without spices; in the former case, namely if they should carry spices, they must also if possible be apprehended and sent under secure custody either directly to Batavia or here together with the spices themselves. We also bring to your attention the complaints that the King and grandees of the realm recently made against the arbitrary shooting dead of cows and other beasts there, and also about the unauthorized levying of fines by Sergeant Martin, who was recently on the extirpation commission; we therefore recommend you not only to take careful heed not to make yourself guilty of such or any other improprieties, but also to ensure that the same is not committed by the men under your command, nor by any Company servants arriving there, or burghers belonging under the Company's jurisdiction, since the resolution rests with us to punish such offenses with the utmost rigor. While you are also, just as in anno passato, at the same time most strictly enjoined to cause no trouble or violence Makasser in the Castle Rotterdam to commit, or to allow to be committed by your men, against the small traders or the inhabitants of the native villages where you might arrive, on pain of our uttermost indignation and severe punishment established against such actions. In case of your decease, this entire commission must devolve upon both of the military men given to you for assistance, Jacob Bon and Johan Hendrik, who, together with the Amboinese guide crossing over, will then have to properly accomplish everything ordered herein. For the service of the garrison here, or to clean the chamois-leather sword knots etc., you must, as was done this year, see to bringing along 5 to 6 baskets of white earth. In conclusion of this, we recommend to you the required faithfulness and caution, and remain, the 2nd of August 1788 Your friends was signed Ad Reijke W: Beth J: M: Baserman J: L Devos Sn Monsieur F Bosch J: G: Budach and J: A Wisse. To 69 To the Right Honorable Worshipful Lord Barend Reijke Governor and Director of this coast of Celebes Right Honorable Worshipful Lord. The undersigned, having been ordered by your Honor upon his departure for the Southern Districts to call at Tandrabonij and there, according to the highly revered orders of Their High Mightinesses, to urge the King to pay off or reduce the kingdom's debt to the Honorable Company, the more so because for a long time they have not paid anything on it, as well as to demand the two homage slaves to be delivered annually: he takes the liberty to respectfully report that he has been there, but that the subscriber hereof could not get to speak to that prince, which is why he could do nothing in this matter other than having called together his grandees of the realm and made his aforementioned commission known to them; whereupon they all requested that your Honor's goodness might be compassionate with them, since their King has once again fallen into a distressing condition and wanders about in it as if out of his senses, in a pitiable state, without wishing to tolerate a single person near him, because of which they have thus far been unable to pay off anything in reduction of the kingdom's debit to the Honorable Company, but that with great difficulty they had still managed to gather the two homage slaves to be delivered annually, whom they also handed over to me, just as I have the honor to present the same to your Honor, in the manner in which I received those two boys. In the expectation that I will hereby have complied with the orders of your Honor, I remain with due high esteem, underneath stood, Right Honorable Worshipful Lord, lower, your Honor's humble and dutiful servant, was signed, D:k Deefhout, in the margin, Makasser, the 5th of August Anno 1788. Maros.
Dutch transcription
desselfs Rijk te doen brengen, daar eenige Nagul of Noo„ „te Muscaat Boomen gevonden, dan wel vermoed worden dat te vinden zijn, ten einde met wortel en Tak uijtgeroeijt en door het vuur vernield te worden; En om aan dezen Last des te beter te kunnen voldoen worden hier bij na gebruik ge „voeijd de afschriften der gewoone Bijlagen, bestaande in een uittreksel uit het kontract tusschen de Ekompagnie en het Rijk waar op de kommissie berust, en hen Extract uit de beshrijving van D„o valentijn, gepaard van ses ondertcheidene aftekeningen, iit welke de Nagul en Note Boomen gekend kunnen worden voorts krijgt us nevens dezen ook mede vijfen Twintig Rijxdaalders ter uitdeeling aan de Bokklopers, waar van na gewoonte behoorlijke aanteekening zal moeten worden gehou„ „den in het Rapport alhier te doen bij uE te rugkomst, het geen wij willen verwagten dat zonder mankement in de maand September aanstaande zijn zal, en waar op uE dierhalven bij den koning in de Ernstigste termen zal moeten aandringen. zo als wij meede komen te doen bij onzen tans met ziin Gezant overgaande brief. Een ander principaal poinct van deze kommissie zijnde, om g'informeert te worden wat er te Bouton omgaat, in een tijd dat de vaart open is, met opzigt tot de komst en ad„ „missie van allerlij sluik en morshandelaars, zo spreekt het van zelve dat uE alle devoir diend aan te wenden, om zulks te ontdekken, en zo meede of er zomwijlen geen scheepen of vaartuigen van vreemde Europesche Natien aldaar aan„ „koomen 67 aankomen, of er geweest zim, gelijk in anno 1782 met de Twee Engelsche scheepen, zo ja, uE nauwkeurig te informeeren na hun gedreven handel, dan wel het oogmerk hunner komst, ook na de voerders van zodanige schepen of vaartuigen en of zij met het een ofte ander zijn gerieft geworden, tegen alle welke gedoentens, bij desselfs aanweezen aldaar voorvallende, of geschied zijnde, uE als dan uit onzen name op het kragtigste dog egter net een gepaste beleeftheid zal moeten protesteeren, als strijdig met den inhoud van de Kontracten en inzonderheid de vaart of het admitteeren aldaar van Cerammers niet of zonder spe„ „cerijen, in welk eerst geval namentlijk als zij specerijen mogten in hebben, zij dan ook des mogelijk opgepakt en dit hen of wel direct na Batavia met de specerijen zelfs in goede verzekering moeten opgezonden worden. wij brengen nog ter us kennisse de klagten die de koning en Rijdesgrooten Jongst gedaan hebben tegens het ginter wille„ „keurig Doodschieten van koe- en-andere beesten. ook over het on„ gepermitteerde afnemen van boetens door de Jongst in de Extirpa„ „tie Commissie geweest zinde sergeant Martin, recommande„ „re uE dierhalven om zig niet alleen nauwkeurig te wagten van aan zulke of eenige andere onhebbelijkheden schuldig te maken, maar ook zorge te dragen dat dezelve niet door uE ondergestelde manschap nog eenige ginter aankomende 'T komps„ Dienaaren of Burger onder 'skomp:s resort gehorende geschiede„ dewijl het besluijt bij ons legt om zulke misdrijven ten rigeur„ „sten te zullen strappen. Terwijl uE ook even als in anno passato te gelijk nog op het allersterkte aanbevolen blijft om geen overlast of geweld te Makasser in't kasteel Rotterdam te plegen of toe te laten dat door de uwe gepleegde word omtrent de smalle handelaars of de jnwoonders van de Negorijen; daar uE mogte aankoomen, sup pone van onze uijterste indignatie en strenge straffe tegens zulke gedoentens gesteld. moetende in kas van us overleiden al deze kommissie devolveeren op beide de us ter assistentie mede gegevene Militairen Jacob Bon en Johan Hendrik die nevens de overvarende Amboneese Bothgan„ „ger dan al het in dezen g'ordonneerde behoorlijk zullen moeten volbrengen. Ten diensten van het Guarnisoen alhier of om de zeemleer portepees etc: mede schoon te maaken moet uE even als dit Jaar geschied is, zien mede te brengen 5 â 6 kranjangs witte aarde. wij rekommandeeren uE ten besluite dezes de verEikste trouwe en voorzigtigheid en blijven den 2e Augustus 1788 uE vrienden /:was getekend:/ Ad Reijke W: Beth J: M: Baserman J: L Devos Sn Monsieur F Bosch J: G: Budach en J: A wisse. Aan 69 Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Barend Reijke Gouverneur en directeur dezer kuste Celebes wel Edele Agtbaare Heer. Den ondergetekende door uwelEd Agtbare bij zijn vertrek na de zuider Districten gelast wezende om Tandrabonij aan te gieren en aldaar den koning volgens Hun Hoog Edelheedens hoog gere„ „nereerde ordres aan te spooren tot de afbetaaling of inmindering van 's Rijks schuld aan de Edele komp„e te meer zij zedert lange nog niets daar van hadde afbetaald, als mede de Jaarlijks te leverene twe homagie slaven af te vragen: zo neemt hij de vrij„ „heijd daar van Eerbiedig Berigt te doen dat hij daar geweest is, dog dat den tekenaar dezes dien vorst niet hadde kunnen te spre„ „ken krijgen waarom hij niets in dezen had kunnen doen als eenlijk zijn Rijxgrooten bij een geroepen en hun zijn voorschreeven kommissie te kennen gegeven hebbende zo verzogten ze alle dat uwwelEd Agtbare goedheid met haar lieden mededogent geliefde te zijn, vermits hunnen Ko„ „ning weder als op nieuws in een bedroefden toestand is gekomen en in dezelve als zinneloos hier en daar zonder een eenig mensch bij hem te willen dulden in een deernis„ 1 waardige staat rond-swerft waar door z' tot nog toe onver„ „mogens zijn om iets in mindering van 's Rijks-Debet aan de E id de Edele komp„e te kunnen afleggen, dog dat z' met groote moei„ „te nog hadde bij een gekreegen de twee Jaarlijkse te leverene homagie slaven dien z' mijn ook overgaven gelijk ik de Eer heb uwwelEd Agtbare dezelve aan te bieden zodanig als Ik die twee Jongens ontfangen heb. Jn verwagting dat hier mede aan de bevelen van uwelEdele Agtbare zal hebben voldaan zo blijve met verschuldigde Hoogagting /:onderstond:/ wel Edele Agtbare Heer /:lager:/ uwwelEdele Agtbare ootmoedige en trouwschuldige Dienaar /:was getekend:/ D=:k Deefhout /:in margine:/ Makakler den 5e Augustus Anno 1788. Maros.
English
71 Maros Simon Burggraaf Resident on the Honorable Company's behalf there To the Junior Merchant Honorable, Pious, Prudent. The situation on Sumbawa, of which I do not yet know the outcome, my indisposition which has persisted for several days, added to the King of Boni's continued obstinacy in not yet having granted me the customary audience regarding the letter from Their High Mightinesses received by him a month ago, not to mention the surrender itself of the Gowa state regalia, all this, I say, makes it impossible for me, however much I might otherwise wish, to perform or attend the tithing around the North in person this year. And therefore, just as in anno passato, I assign the same in the District of Maros to you, and on Siang, Labakkang, Segeri and Mandalle again to the chief interpreter Deefhout, trusting, as I do not doubt, that both of you will look after the Honorable Company's interests to the best of your ability and, as far as possible in the present state of affairs, avoid all disputes and dissensions among the Bonians, insofar as this does not prejudice the Company's interest and prestige. I remain, after greetings, your good friend, signed Ad Reijke. In the margin: Makassar in Castle Rotterdam, the 6th August anno 1788. Below: P.S. You must, in my name, request two deputies from the King of Boni, namely one for you and one for the chief interpreter, to accompany the tithing according to custom. Makassar Makassar To the Right Honorable Sir Right Honorable Sir. Your Right Honorable's highly esteemed letter of the 6th of this month has duly reached me, and from it I have understood that it has pleased Your Right Honorable to charge me, just as in anno passato, with the execution of the Company's tithing in the District of Maros; it therefore serves as a dutiful reply that I shall, as far as I am able, carry out this commission entrusted to me to the Honorable Company's interest. Having at the same time the honor to inform Your Right Honorable that I immediately requested in person two deputies from the King of Boni, who notified me yesterday by his emissary Anrongguru Teganka, after the arrival of the chief interpreter Mr. Deefhout and the cavalrymen, that Gallarrang Bontoala would accompany me, and one of the King's Pamulu Juas or Anronggurus would go with the chief interpreter to the North; thus, all being well, I shall perform the first tithing on the 12th upcoming. Furthermore, having wished Your Right Honorable a speedy recovery, I take the liberty with the greatest respect and esteem to call myself, Right Honorable Sir, Your Right Honorable's humble servant, signed S.n Burggraaff. In the margin: Maros in the Honorable Company's fortress Valkenburg, the 9th August anno 1788. Barend Reijke Governor and Director of this Coast of Celebes 73 Most Severe, Right Honorable Sir I reported in my humble letter of the 15th of this month that I would make the trip to Cabba today, the 18th of this month. This I have done without anything occurring, but before I could arrive there I rode there yesterday afternoon in order to perform the tithing yonder. However, because of the repeated complaints not only of the Gallarrang of Baru Baru, but also of the Lamme and all the chiefs of Siang that Daeng Maroa, contrary to custom, has set up a cockfighting pit in that village, whereby many of the Company's subjects have fallen into slavery, I had to pass that way in order to perform the tithing at Cabba. Arriving there, I asked who here on the Company's ground or village had set up this cockfighting pit that lay right on the road, to which they answered me a woman from Bonthain being the wife of this Daeng Maroa; so I immediately had the same dismantled and, having done this, I went to the village of Paganen to spend the night there in order to continue my journey to Cabba in the morning. Meanwhile, however, I learned that Daeng Maroa that night not only had the cockfighting pit set up again, but also managed to gather a crowd of people, as many as three hundred armed Bonians, in order, as he said, to avenge the affronts he had suffered; but I paid no attention to that until I had carried out the tithing at Cabba without anything occurring, whereupon I learned further that this Daeng Maroa, assisted by his brother Daeng Masese, was waiting for me at that aforementioned village. I.
Dutch transcription
71 Maros Simon BurgGraaf Resident 'sComps wegen, aldaar Aan den onderkoopman Eerzame, vrome; Discrete. De toestand op sumbauwa waar van ik den uitslag nog niet weet, mijn eenige dagen zelfs bij gebleevene onpatselijkheijd, gevoegd bij des Bonijs koning aanhoudende halstarrigheid in de mijn tot nog toe na den gebruike niet gegevene visie van de bij hem reets voor een maand ontfangene brief Hunner Hoog Edelheedens Jk gezwijge de overgave zelfs van de Goase Rijksornamenten, dit alles zeg ik maakt de onmoge„ „lijkheid uit dat sk de verthiening om de Noord, hoe gaarne anders ook, dit Jaar in Perzoon kan verrigten of bijwoonen, En daarom drage ik dezelve even als in anno passato in het District Maros aan uwE en op Siany, Labakkang, Sagerie en Mandalle weder aan den opper„ „tolk Deefhout op, in vertrouwen gelijk ik ook niet twijfel of uwE beide zullen na vermogen 'sE Comp„s Jntrest behartigen en zo veel mogelijk in deze tijdsgesteldheid vermeijden alle twisten en onenig„ „heeden tusschen de Boniers in zo verre niet prejudiceert 'tkomps Jntrest en agtbaarheid. Jko blijve na groete /:onderstond:/ uE goede vriend /: was getekend Ad Reijke /:in margine:/ Makatter in't kasteel Rotterdam den 6e Augustus anno 1788. /lager:/ P: S: uwE moet uijt mijn Naam den koning van Bonij, verzoeken om twee gekommitteerdens als een voor uE en een voor den oppertolk om na den gebruike de verthiening mede te doen. Maccaker e Maccakier Aan den wel Edelen Agtbaren Heer Wel Edele Agtbaare Heer. uwel Edele Agtbare veel g'Eerde brief, van den 6' dezes, is mij wel geworden, en daar uijt verstaan, dat het uwel Edele Agtbare behaagt heeft, om aan mij gelijk als in anno Passato in het District van Maros, de verrigting van 'sComp„s verthiening op te draegen, zo dient tot pligt„ „chuldig antwoord, dat ik die mij opgedragene Commissie, zo veel mij mo„ „gelijk is, tot sE Comps Jntrest zal behertigen. Teffens de Eer hebbende, uw welEdele Agtbare kennisse te geven, dat ik ten eersten in Perzoon, de koning van Bonij, twee Gecommitteer„ „dens heeft afgevraagt, die hij mij door zijn zendeling Aurongoeroe Tegan„ „ka, op gisteren /: na de arrive van den oppertolk de Heer Deefhout, en de ruijtert:/ heeft late weete, dat glarrang Bontoala mij zoude volgen en Een van 'sConings Pamoeloe joas of Anrongoeroes met den Heer oppertolk na de Noord zoude gaan, dus zal wk bij alle welweezen op den 12„e aanstaande, de Eerste verthiening doen. Overigens na de here te hebbe uw welEdele Agtbare Een schielijke herstelling toegewentcht te hebben, zo gebruike ik de vrijheid met de meeste Eerbied en hoogagting mij te noemen /:onderstond:/ wel Edele Agtbare Heer /:lager:/ uw wel Edele Agtbare onderdanige Dienaar /:was getekend:/ I„n BurgGraaff /: in mar„ „gine:/ Maros in 'sComp:s fortres. valkenburg den 9' Au„ „gustus anno 1788. Barend Reijke Gouverneur en Directeur deser Custe Celebes 73 Ceer Gestrengen Wel Edel Groot Agtbare Ik heb bij mijn onderdanige van den 15 dezer gemeld dat Jk van daag of den 18 e dezer de Rit van Cabba zal doen. dit heb jk zonder dat er iets voor„ „gevallen is, gedaan, dog eer jk daar konde komen ben jk gisteren middag na toe gereden, om de verthiening daar ginter te doen. Dan dewijl op de herhaal„ „de klagten niet alleen van den Glarrang Baroe Baroe maar ook van den Lamme en alle de hoofden van Siang dat Daeng Maroa buiten gewoonte op die Negorij een hanevegterij heeft opgezet waar door veele van 'tkomp„s onderdanen tot slaven vervallen geraakt zijn, zo moest jk die weg passeeren om de verthiening op Cabba te doen. daar ko„ „mende vroeg Ik wie hier op skomp„s Grond of Negorij die hanevegterij die met op de weg lag heeft opgezet, waar op zij mij antwoorde eenen krekke zijnde de vrouw van dezen Daeng Marva, zo heb jk dezelve direct laten afbreken en na dit te hebben gedaan ben jk na de Negorij Paganen gegaan om aldaar te vernagten ten einde mijn reise Smorgens na Cabba verder voort te zetten, dog Jntusschen vernam Jk dat Daeng Marra snagts daar op niet alleen de haneregterij weder heeft laten opzetten, maar ook een menigte van volk wel een drie hondert man gewapende Boniers weten te verzamelen om zo hij zeide zijn geledene affronten te wreeken, dog Ik Hoorde mijn daar niet aan tot dat Wk de verthiening op Cabba zonder dat er iets voorgevallen is heb ver„ „rigt, wanneer Jk nader vernam dat dezen Daeng haroa g'assisteert van zijn Broeder Daenen Masese op die voorgemelde Negorij mijn afwagtede. Ik.
English
I immediately sent the Bonian commissioner to him to forbid him from doing so, but he paid no attention to it, and before I was back across the river, this Daeng Maroa had had the audacity to take away my horse, with which I carried out the collection of the tithe, along with one of my assegais. I had the Bonian commissioner demand them back from him, but he refused to do so, which forced me, in order to prevent any accidents, to return home immediately without eating at the usual stopping place. I did this, but Daeng Maroa furthermore had the audacity to come against me in the field with his assembled force and to be the first to fire at me, which made my people so furious that, without willing to listen to me, they went after him, Daeng Maroa, and skirmished with him, during which some shots were exchanged on both sides without me being able to stop it, although nobody was wounded or killed in this incident. When I arrived home, Daeng Maroa first had the horse sent back to me by the Bonian commissioner, but with its tail cut off. I respectfully give Your Right Honourable, Right Respected, Severe Honour notice of these matters, since due to this incident I am unable to carry out the tithes any further until I have orders from Your Right Honourable, Right Respected, Severe Honour on how to act in this matter and further how to behave in such encounters if the Bonians should further attack me when collecting the tithes. I told the Bonian commissioner to notify Your Right Honourable, Right Respected, Severe Honour of this incident, to which he answered me that he would do the same to the King of Bonij. I remain with all high esteem, below stood, Right Honourable, Right Respected, Severe Sir, lower, Your Right Honourable, Right Respected, Severe Honour's humble and obedient servant, was signed, D-r Deefhout, in the margin, Siang, the 18 August Ao 1788. Maros 75 Maros To the Junior Merchant Honourable, Pious, Discrete. The complaints of the head interpreter Deefhout about the excessive insolence of Daeng Maroa in attacking him while carrying out the Company's service or the collection of the tithe in the province of Siang, all mentioned in the enclosed letter written to me by Deefhout, you must at once in my name make known to the King of Bonij as well as to his state grandees, especially the Madaurang, and request His Highness to promptly make the necessary orders against this or against the further obstruction of the Company's tithe collection, as I will otherwise, with protest against all of this, hold the Court of Bonij accountable for the damage and disasters that could result from this. I am after greetings, below stood, your good friend, was signed, B:s Reijke, in the margin, Macassar in the castle Rotterdam the 19th of August Ao 1788, lower, P:S: I expect the original letter from Deefhout back soon. Simon BurgGraaff Resident on the Company's behalf there Siang Siang Head Interpreter To the Honourable Pious I have had the King of Bonij earnestly addressed by the Maros resident Burgraaff regarding the bad and overly insolent conduct of Daeng Maroa. You must therefore suspend the collection of the tithe at Baroe Baroe until you know the decision of His Highness, and therefore just continue with the rest. Meanwhile, after greetings, I remain, below stood, your friend, was signed, B:s Reijke, in the margin, Maccasser in the castle Rotterdam the 19 August Ao 1788. Diederik Deefhout on commission, there Maccasser 77 Maccasser To the Right Honourable, Severe, Right Respected Sir Barend Reijke Governor and Director of this Coast of Celebes, together with the Council of Dutch India Right Honourable, Severe, Right Respected Sir Your Right Honourable, Severe, Right Respected esteemed letter of yesterday was duly delivered to me this afternoon while collecting the Company's tithe at the village of Tjidoe, and serves as a dutiful reply thereto that it was impossible for me to go to His Highness the King of Bonij this evening to be able to speak about what happened at Siang, which I shall do in person tomorrow, and then as soon as possible have the honour to inform Your Right Honourable, Right Respected Honour of the King's answer regarding this matter, and hereby the original letter from Mr. Deefhout is returned herewith. However, I have the honour to inform Your Right Honourable, Right Respected Honour that on the way during the ride, I heard from the Tomilalang that messengers from the Bonian commissioner of Siang had also arrived ipso facto to give notice of this to the King of Bonij. Otherwise with the greatest respect and high esteem having the honour to call myself, below stood, Right Honourable, Severe, Right Respected Sir, lower, Your Right Honourable, Severe, Right Respected Honour's humble servant, was signed, S:n BurgGraaff, in the margin, Maros in the Company's fortress Valkenburg the 20 August 1788. Maccasser
Dutch transcription
Jk liet terstond de Bonikke gekommitteerde na hem toegaan om hem zulks te verbieden, dog daar Htoorde zij niet aan en ier ik weder over het Revier was had dezen Daeng Maroa de assurantheid gehad om mijn Paart daar jk de verthiening mede gedaan heb weg te neemen met een van mijn assagaaij - Ik liet hem door den Bonijse gekommit„ „teerde afvragen, dog hij weigerde zulks waar door Ik ter ver„ „mijding van alle ongelukken genoodzaakt was direct na Huis te keeren zonder op de gewone halteplaats te eerten: Dit deed Ik maar Daeng Maroa had verder de assurantheid gehad om met zijn verzamelde magt op het veld tegens mijn te koomen en het eert op mijn te schieten waar door mijn volk zo verwoed wierd zonder na mijn te willen hooren op hem Daeng Daroa afgongen en met hem schermutselde waar door er enige schoten aan weerskanten voor vielen zonder dat jk instaat was om het te stuiten, zijnde nog„ „tans bij dit voorval niemand gekwest nog gevneuveld. Toen jk thuis kwam liet mijn Daenen Maroa eerst het Paard door de Bonijse ge„ „kommitteerde terug zenden, dog de staart weggekapt. Ik geve uwwel Edele Groot Agtbare Gestrenge van dit een en ander Eerbiedig kennis vermits jk door dit voorval de verthiening verders niet instaat ben om het zelve te verrigten voor en aller jka ordres van uweldele Groot Agtbare Gestrenge heb hoedanig in dezen te han„ „delen en verder bij diergeleijke ontmoeting te gedragen heb zo de Be„ „niers mijn verder bij het doen van de verthiening mogte attacqueren Ik heb Bonijse gekommitteerde gekegt uwwelEdele Groot Agtbare Gestrenge van dit voorval kennis te geven, waar op hij mijn ten ant„ „woord gaf het zelve te zullen doen aan den koning van Bonij Ik blijve net alle Hoog agting /:onderstond:/ welEdel nroot Agtbare Gestrenge Heer /:lager:/ uwer welEd Groot Agtbare Gestrenge onderdanige en ge„ „hoorsame Dienaar /:was getekent:/ D=r Deefhout /: in margine /:Sianen den 18 augustus Ao 1788. Maros 75 Maros Aan den onderkoopman Perzame, vrome, Discrete. De klagten van den oppertolk Deefhout over de te verre gaande moed„ willigheid van sainen Marra met hem te attacqueeren in het verrigten van 's komp„s dienst of het doen der verthiening in de provintie fiang, alle bij nevens gevoegde brief van Deefhout aan mijn geschreeven vermeld, moet uE ten Eersten ui't mijn naam den koning van Bonij als mede zijn Rijksgrooten bijzonder den Madaurang te kennen geven en zujn Hoogheid verzoeken om ten eersten daar tegens of tegens het ver„ „der verhinderen van 's kompagnies verthiening de nodige ordre te willen stellen alzo jk anders met protestatie tegens dit alles de schade en onheiren die hier uit zoude kunnen resulteeren voor reekening van Het 'Hof van Bonij zal laten Jk ben nagroete /:onderstond:/ uE goedevriend /:was getekent:/ B:o Reijke /:in margine:/ Makaker in't kattel Rotterdam den 19e Augustus Ao 1788 /:lager:/ P: S: de origineele Brief van Deefhout verwagte jk spoedig te rug Simon BurgGraaff Resident 'sComp„s wegen aldaar Siang Diang Oppertolk Aan den Eerzame vrome Jk heb den koning van Bonij wegens de slegte en overbrutale 2 handelwijze van Daing Maroa door den Maros resident Burgraaff ernstien laten onderhouden. UE moet dierhalven de verthiening op Baroe Baroe zo lange staken tot dat uE de dicisie van zijn Hoogheid zal weten, en dienthalven met de verde„ „re maar voortgaan, jk blijve intusschen na groete /:onderstond uE vriend /:was getekent:/ B:s Reijde /:in margine:/ mac„ „casser in't kasteel Rotterdam den 19 Augustus Ao 17878 Diederik Deefhout incommissie, aldaar Matcatier 77 Maccaster Aan den welEdle hetrenge rot Agtare Heer Barend Reijke Gouverneur en Directeur dezer Custe Celeber, beneffens raad van Nederlandsch Jndia welEdele Gestreige root Agtbare Heer uw wel Edele Gestrenge Groot Agtbaare g'Eerde brief van gisteren is mij heeden middag in 't doen van 'tCompagnies verthiening op de Negorij Tjidoe wel geworden, en dient daar op in pligtshuldige ant„ „woord, dat het mij onmogelijk was om heeden avond, bij zijn Hoogheid den koning van Bonij te gaan, om over het voorgevallene op Sianen te kunne spreeke, het welk ik op morgen in Perzoon zal doen, en dan ten spoedigsten de Eere hebbe om uwwelEdele Groot Agtbaarens ken„ „nisse te geeve, van konings antwoord over dien zaak, en gaat hier neevens weederom te rug de origineele Brief van de Heer Deefhout Edog heb ik die here uuwelEd groot Agtbare kennisse te geven dat ik on„ „derweegs op de rit, van de Tomilalang gehoort heb dat zo ip zo facto ook sendelingen van de Bomise gecommitteerde van Siang gekoomen waare om aan den kaning van Bonij diesweegen= kennisse te geeve. Overigens met de meeste Eerbied en hoog-agting de Eere hebbende mij te noeme /:onderstond:/ welEdele Gestrenge Groot Agtbaare Heer /:lager:/ in welEdele Gestrenge Groot Agtbarens onderdanige dienaar /:was getekend:/ J:n BurgGraaff /:in margine:/ Maros in 't Comps fortres Valkenburg den 20 Augustus 1788. Maccasjer O
English
To the Right Honourable, Highly Esteemed, Severe Lord, Barend Reijke, Governor and Director of this Coast of Celebes, as well as Member of the Council of the Dutch Indies, at Makassar. Right Honourable, Severe, Highly Esteemed Lord. Yesterday evening, upon my return from the execution of the Company’s tithe collection in the district of Tjiedoe, I immediately requested access to the King of Bonij, in order, according to the contents of Your Right Honourable, Severe, Highly Esteemed, honoured letter, to lodge a complaint regarding the bad conduct of Dain Maroa and his brother Dain Masese towards the chief interpreter, Mr. Deefhout, in the execution of the Company’s tithes. His Highness had me informed that he would receive me at 9 o'clock this morning; however, before seven o'clock I received an emissary on behalf of the King of Bonij, who conveyed to me that His Highness could not be spoken with today due to indisposition, but that His Highness would accept me on another day when he was better. Whereupon I sent my interpreter to the Madaurang to inform him, in the name of Your Right Honourable, Severe, Highly Esteemed Lord, of all that had occurred, and most earnestly to urge that orders be issued so that the Bonian princes on Siang would be checked in their actions, and that the Company's tithes could be performed according to custom. To which the Madaurang replied to me that such had already been done yesterday by an emissary with the King's seal, who without doubt would already be on Siang today. Yet the Madaurang informed me that the troubles which had occurred had arisen not only over the cockfighting, but over a slave boy of Crain Bonto Masoegie, whose eyes the chief interpreter, Mr. Deefhout, was said to have had put out; and furthermore over a party of Aroe Pontjana's people, whom the chief interpreter had summoned thither to accompany him in the tithe collection, and who, being there in the country among the Bonians, practice nothing but evil wherever they go; adding that it was fortunate that Dain Malimpo was not there in the country, or else greater troubles might possibly have arisen therefrom. How far this contains the truth, I leave as it is. Meanwhile, for the rest, with the greatest respect and high esteem, I call myself, Right Honourable, Severe, Highly Esteemed Lord, Your Right Honourable, Severe, Highly Esteemed Lord's humble and faithful servant. Was signed: J. N. Burggraaff. In the margin: Maros, in the Company's fortress Valkenburg, the 21st of August, Anno 1788. To Siang. Prudent, Pious. From the enclosed copy of the letter just received from the Maros Resident Burggraaff, you will see that the Madaurang mostly attributes to yourself the encounter you had with Dain Maroa. And although I cannot or may not well believe these assertions, I nevertheless very earnestly recommend you, in accordance with the orders given to you upon your departure from here, to avoid all difficulties with the Bonians and to settle the tithes as quickly as possible. In which expectation I remain, Your friend. Was signed: B. Reijke. In the margin: Makassar, in Castle Rotterdam, the 22nd of August 1788. To the Chief Interpreter Diederik Deefhout on commission there at Siang. Right Honourable, Highly Esteemed, Severe Lord. Your Right Honourable, Highly Esteemed, Severe Lord's highly respected missive of yesterday I have just received from the emissary Poea Wake. In answer thereto, it serves respectfully that, regarding the statement of the Madaurang that I myself was the instigator of the incident that occurred with Daeng Maroa, I can say nothing other than that they are complete lies, as is the assertion that I had the eyes of a boy of Crain Bonto Masoegie put out according to the writing of the Maros Resident; in this I appeal to the Bonian commissioners who were present to assist me in conducting the tithes. But regarding the arrival of Aroe Pantjana's people hither, this took place of his own accord, since, as he had me informed, he had already learned beforehand that I would be attacked by the Bonians during the tithe collection. The emissary whom the Bonian commissioner sent to his master, the King of Bonij, returned here the day before yesterday with a message for me that I should freely collect the tithes without anyone daring to oppose me further therein, and in case of the contrary, to meet force with force; His Highness having for that purpose sent a seal to Daeng Masese to assist me likewise in the tithes, which I also certainly think must be the reason that the Maros Resident received no audience with the King of Bonij. Concerning the tithes here, I must bring to Your Right Honourable, Highly Esteemed, Severe Lord's honoured notice that I shall only conduct the third district tomorrow, and shall likely begin with Labakkang next Thursday. I will take the opportunity at the next occasion humbly to report how many vessels will be needed both here and at Labakkang. In the meantime, nothing further has occurred here that merits Your Right Honourable, Highly Esteemed, Severe Lord's attention, except that Daeng Masese has already assisted me in conducting the district of Laboetoe, or the second one. Thus I remain with all high esteem, Right Honourable, Highly Esteemed, Severe Lord, Your Right Honourable, Highly Esteemed, Severe Lord's humble and obedient servant. Was signed: D. Deefhout. In the margin: Siang, the 23rd of August 1788. To Makassar.
Dutch transcription
Aog dnwelEdle hebring root Agftbaren Heer Barend Reijke Uen Edelehe gestrenge groot Agtbaren Heer. Op gisteren avond, met mijn te rug komst van de verrigting van 'sComp„ verthiening in de Rit van Tjiedoe heb Jk ten Eersten acces bij den koning van Bonij gevraagt / om volgens den inhoud van uwwelEe Gestrenge Groot Agtbare g'Eerde brief over het slegte gedrag van dain Maroa en zijn broer dain Masese teegens den oppertolk de Heer Deefhout, in de verzigting van 'sComp:, verthiening te doleere:/ dien zijn Hoogheid mij teegens 9 uure heeden morgen liet aansegge maar voor seeven uure „kreeg, ik Een sendeling uit Naam van de kaning van Bonij, die mij liet segge, dat Hij door onpasselijkheid van daag niet te spreeke was, maar dat zijn Hoogheid mij op Een ander dag zoude accepteeren, als hij beeter was waar op ik mijn tolk bij den nadaurang heb gezonden, om aan Hhem uijt naam van uwel Ed Gestr: Groot Agtb: van al het voorge„ „vallene kennis te geeve, en op het serieuste aan te dringe dat ordres gesteld wierde, dat de Boomise Prince op Siang in haare gedoentens gestuijt wiere, en dat 'sComp„s verthiening volgens gebruike verrigt kunne worde, waar op den madaurang mij liet antwoorde, dat zulks alreeds op gisteren door Een sendeling met konings Tjap geschied was, die van daalg zonder twijffel al op Siang zoude weeze, Edog liet mij den Madanrang zegge, dat die voorgevallene onlusten :niet alleen over de hane vegterij ontstaan was, maar over een slave Jonge van Crain Bonto Masoegie die den oppertolk de Heer Deefhout, de ooge zoude hebbe laate uijtsteeken, en verders over Een Partij Gouverneur en Directeur dezer Custe Celebes beneffens Raad van Nederlands Jndia van Maccaker 79 Siang van Aroe Pontjanaas zijn volk, die den oppertolk na derwaarts heeft ontbode, om hem in de verthiening te volge, En die daar op 't Land bij de Boniers, niet anders als quaad oeffene, waar zij koome, met bijvoeging dat het Een geluk was, dat dain Malimpo, daar op het Land niet en was, of anders zoude daar mogelijks grootere onluste, uijt konne ontszaan hebbe, toe verre dat zulks de waarheid behelst laat jk op zijn plaets. Terwijl voor het overige met de meeste Eerbied en Hoogagting mij noeme. /:onderstond:/ welEdele Gestrenge Groot Agtbaare Heer /:lager :/ uwelEdele Gestrenge, Groot Agtbares onderdanige en dienaar /:was getekend:/ I„n Burg Graaff /:in margine:/ Maros in't Comp:s fortres valkenburg den 21e Augustus A„o 1788. Comp„s Siang Verzame, vrome Uit bijgevoegd afschrift van de bij mijn zo even ontfan„ „gene brief van den Maros resident Burgjraaff zal uE zien dat de Madaurang de recontre die uE niet sainen Maroa hebt gehad merendeels aan uw zelfs komt toe te schrijven. En ofthoon jk die voorgevens niet wel kan of mag gelooven zo recommandeere jk uw egter zeer ernstig om als nog, in„ „ge volge mijne uE bij desselfs vertrek van hier gegevene be„ „velen, alle moeijelijkheden met de Boniers te vermijden en de verthiening zo spoedig mogelijk af te doen. Jn welke verwagting Jk dan blijve /:onderstond:/ uE vriend: /: was„ getekent:/ Bs Reijze /:in margine:/ Makasser in't katteel Rotterdam den 22 Augustus 1788 in Commissie aldaar Aan den oppertoek Diederik Deefhout Wel Edele 81 WelEdel Groot Agtbare Gestrengen Heer UwelEdele Groot Agtbare Gertaenge Hoog gerespecteerde mis„ sive van gisteren heb Jk zo even van den zendeling Poea wake ontfangen. Jn andwoord daar op diend Eerbiedig dat jk niet anders op de gezegde van de Madanrang dat ik zelfs de aan„ „legger van de voorgevallene historiaal met Daene Maroa zoude wezen, kan zeggen als dat het finaal leugens zijn, zo mede dat Jk een Jonge van Craeug, Bonto Masoegie vol„ „gens schrijvens van den Marts Resident de oogen zoude heb„ „den laten uitsteken, beroepende ik mij op de Bonische gekom„ mitteerde die tot mijn assistentie bij het doen van de ver„ # „thiening was bij geweest, dog omtrent het opkoomen van Aroe Pantjana's volk na herwaarts zo is zulks met zin eigen wil geschied, dewijl hij zo als hij mijn heeft laaten zeggen te voren reets vernomen had dat jk bij het doen van de verthiening door de Boniers zoude g'attacqueert worden. De zendeling, die de Bonishe gekommitteerde na zijn Meester de koning van Bonij gezonden heeft is op eergisteren weder hier te rug gekoomen met boodschap aan mijn dat jk maar vrij de # verthiening zoude doen, zonder dat zien iemand durft verszouten om mijn verder daar in tegen te wezen en bij Contrarie van dien geweld met geweld maar te zier te gaan, hebbende zijn Hoogheid tot dien einde een Chiap aan daeng Masese gezonden om mijn mijn in de verthiening almede te assisteeren, dat ook zeekerlijk zo als jk denk de Reden zal wezen dat den Maros Resident geen audientie bij den koning van Bonij gehad heeft Aangaande de verthiening alhier zo moet Ik uwe Edele Groot Agtbare Gestrenge ter g'eerde kennisse brengen dat Ik morgen eerst de derde Rit zal doen en denkelijk op donderdag aanstaande met Labarkanen zal beginnen, zullende Ik bij nader gelegendheid onderdanig melden hoe veel vaarttigen zo wel hier als op Labakkang zullen nodig zijn Jntusschen is hier nader niets voorgevallen dat uwwel Edele Groot Agtbare Gestrenge attentie meriteert als dat Daenig Masese mijn reets bij het doen van de Rit van Laboetoe of de twede heeft g'assisteert, zo blijve wk met alle Hoog-agting /:onderstond:/ wel Edel Groot Agtbare Gestrengen Heer /:lager:/ uwelEd Groot Agtbare Gestr: onderdanige en gehoorsame Dienaar /:wers„ „getekent. / D:k Deefhout /:in margine:/ Siang den 23 Augustus 1788. Maccaker
English
83 Maccasser To the Honorable, Stern Lord Honorable, Stern Lord In accordance with the highly venerated orders from both Your Honor and Their High Excellencies, I have conducted an inquiry with the kings of Sumbauwa and Tambora into the correspondence that took place between the former and the Bonian king and Dato Baringang, and the latter concerning what he had reportedly said orally to the emissaries of the ruler of Banjer. The first-named king answered me that they had always cultivated a friendship between themselves and the Bonian rulers and grandees, and that it had ever been their custom, when their emissaries went to Your Honor, to also be provided with an address to Boni; that they believed they could not now sever the friendship with Boni, in view of the state in which their country found itself, lest that ruler might think that although they had to act in a hostile manner on their land against some of his rebellious subjects, they bore any hatred or hostility against the Bonians in general. And as regards the reported correspondence between Tambora and Banjer, I have respectfully written about this to Their High Excellencies themselves. A copy of this letter is now respectfully forwarded alongside this one, which is why I take the liberty, in order not to deal with one matter twice, to refer very humbly to it, subject to favorable interpretation. If matters here before the arrival of the ship in the coming year should turn out well and the disturbances have ceased, as I sincerely hope and wish, more than a shipload of sappanwood has already been in stock on Sumbauwa, having been cut for two years; but if this should unexpectedly turn out to the contrary, Bima and Dompo have promised me that they will ensure that the two of them together will have cut a shipload. Governor and Director of the Coast of Celebes Barend Ruijke From my journal, which is also now respectfully forwarded, it will appear to Your Honor how greatly I have needed the native here, as well as what service was obtained from Sumbauwa and the other allies at the beginning of our arrival ashore against the thousand Beloekies and associates who had established themselves there; for where our infantry officers constantly complained and found difficulties in everything, I had to expect everything from the allies, who also gave proofs of their conduct and bravery. For this reason, upon the urgent request of Sumbauwa and the other allies, and upon their repeated admonitions, I was unable to refuse their request for gunpowder. If I wished to have service from them all, I was indeed obliged to help them; I myself did not have enough powder in stock, which is why I took ten small barrels of gunpowder from the ship Nepthinus and distributed that quantity among Sumbauwa, Bima, Dompo, Tambora, Sangar, and Pecat, each in proportion to their ammunition, but all for the account of the Kingdom of Sumbauwa, in accordance with the prior agreement with their people. I hope that Your Honor will be pleased to approve this conduct of mine, being compelled thereto by necessity, and have the goodness to inform me how much I must charge the Kingdom of Sumbauwa for both these ten barrels and the delivery of eight barrels of gunpowder already approved by Your Honor's highly respected order dated March 11 last. I have the honor to be, with deeply dutiful high esteem and veneration, 85 Honorable, Stern Lord, Your Honor's most humble and obedient servant, was signed: C. Meurs in the margin: Sumbauwa in our Headquarters, the 9th of September, Anno 1788 Postscript: I must further inform Your Honor that here on Sumbauwa, on the 21st of June last, the old king of Pecat named Abdul Rachman passed away, and a few days later also his youngest son named Ibrahim. No choice has yet been made regarding a successor to the throne, but I do not doubt that it will fall without discord upon the deceased's eldest son named Langoeloe. Batavia To His High Excellency, The High Honorable, Highly Respected, Stern, Sovereign Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor General Along with the Honorable, Stern Lords Councilors of the Dutch Indies High Honorable, Highly Respected, Stern, Sovereign Lord and Honorable, Stern Lords. After I had resided on Sumbauwa for more than four months and spared no effort to test whether, through my presence and with the help of the auxiliary troops already there of the combined rulers of this island, an end could be put to the disturbances that had arisen here—in which, to my regret, on the part of the Buginese, for those of Sumbauwa showed themselves willing to do everything if only peace were restored to their country, I could not succeed, neither through amicable negotiations nor through the arms of the allies—I departed on the 2nd of January of this year for Batavia.
Dutch transcription
83 Maccasser Aan den wel Edelen Gestrengen Heer wel Edele Gestrenge Heer Jngevolge zeer gevenereert aanschrijvens zo van uwweled Gestr: als Haar Hoog Edelheedens, heb jk onderzoek gedaan bij de koningen van sumbauwa en Tambora na de Correspondencie die er plaats had, tusschen eerste en den Bonijs koning en Dato Baringang. en laaste omtrent het geene hij mondeling aan de zendelingen van Banjers vorst zoude gezegd hebben; Eerst gem: koning heeft mij tot antwoord gegeeven, dat zij altoos eene vriendschap tusschen haar en Bonijs vorsten en grooten gecultiveert hadden, en dat het steeds haare gewoonte was geweest als haare zendelingen tot uwwelEd Gestr: afgingen zij dan te gelijk ook addres meede kreegen aan Bonij, dat zij vermeend hadden, de vriendschap van Bonij thans niet konden afsnijden, aangezien de omstandigheijd waar in haar land was, op dat niet dien vorst magt denken dat zij aftchoon teegens eenige zijner rebelleerende onderdaanen, op haar land, vijandelijk moetende ageeren, dat zij eenige haat of vijandschap teegen de Boniers over 't Generaal hadden, en wat aangaat de opgegeevene Correspondentie tusshen Tambora en Banjat hier over heb ik eerbiedig Haar Hoog Edelheedens zelve ge„ „schreeven, Copia deezer brief gaat thans bezijden deeze in Eerbied over, waarom jk de vrijheid gebruike, om niet tweemaal eene zaak te verhandelen, mij daar aan onder welduijden, zeer needrig te refereeren, zo de zaaken hier voor de komst van 't schip Gouverneur en Directeur ter Custe Cilebes Barend Ruijke in lijk t „ in de aanstaande Jaar (:z: als ik hartelijk hoope en wenkhe:/ ten goeden mogten gethikt zijn en de onlusten gecesseert, is hier op sum„ bauwa reeds voor ruijm en scheepslaading Jappanhout in voorraad see„ „dert twee Jaaren gekapt geweest dogn zo dit onverhoopt eens Contracrie uijtviel, heeft Brima en Sompo mij toegezegd, te zullen zorgen, dat zij met haar beijden een scheepslaading gekapt hebben. uit mijn thans meede in eerbied overgaand Journaal zal uw„ wel Edele Gestr: blijken hoe zeer jk den Jnlander hier nodig het gehad, als meede welke dienst men van sumbauwa en de overige Bondgenooten in den beginne van onse komst aanstrand, teegen de zig daar genestelde mille Beloekies C: S: gehad heeft, want daar onse of„ „ficieren van de Jnfanterie getuurig klaagden en in alles zwarigheid vanden, moest jk alles van de Bondgenooten verwagten, die ook blij„ „ken van haar beleijd en dapperheid gegeven hebben, waarom ik op het instantig verzoek van sumbauwa en de overige Bondgenooten, en op haar herhaalde aanmaning niet heb kunnen ontleggen, haar verzoek om Buskruijt, wilden ik dienst van haar allen hebben, was ik wel verplicht haar te helpen, zelve, had ik geen kruijd genoeg in voorraad, waarom ik thien vaatjes Buskruijd van 't schip Nepthinus geligt heb in die quantiteid verdeelt onder Sumbauwa Bima. , Dompo, Tambora, Sangar en Pecat, ieder na rato zij„ „nen ammunitie, dog alles voor reekening van 't Rijk van sum„ „bauwa, ingevolge voor afgegaane overeenkomst met haar lieden, ik hoope dat uwwelEdele Gestr: deeze mijne handelwijze /: als daar toe door de nood gedwongen:/ wel zult gelieven te approbeeren en de goedheid hebben; mij op te geeven met hoe veel ik 't rijk van sum„ „bauwa zo wel voor deeze thien vaatjes als de reeds bij uwwelEdele Gestr: hoog gerespecteerde sub dato 11e Maart JL: / geapprobeer„ „den afgaave van agt vaatjes Buskruijd moet belasten. Ik heb de eere met diep schuldigen hoog agting en ve„ „neratie 85 „neratie te zijn /:onderstond:/ wel Edele bestrenge Heer /:lager:/ uwwel Edele Gestrenge. zeer onderdaanige en gehoorsaame Dienaar /:was getekend:/ C„l Meurs /:in margine:/ Sum„ „bauwa in ons Hoofdquartier den 9„e September Ao 1788 /:lager:/ P: S: Nog moet ik uwwelEdele Gestr: bedeelen dat hier op Sumbauwa op den 21e Iunij /: J: L: / is koomen te overlijden den ouden koning van Pecas in naame Abdul Rachman en korte daagen daar na meede zijn jongste zoon in naame Jbrahim over een rijx opvolger is nog geen keuse gedaan, doch ik twijffel niet of die zal zonder oneenigheid wel vallen op des overleedene oustte zoon genaamt Langoeloe. Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd. Den Hoog Edele Groot Agtbaare Gestrenge wijdgebiedende Heere M=r Willem Arnold Alling Gouverneur Generaal De Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlandsch Indien Neevens Heere Hoog Edele Groot Agtbaare destrenge Wijdgebiedende en Wel Edele Gestrenge eeren. Na dat ik ruijm vier maanden op Sumbauwa had huijs gehofidern en geen moeijte gespaard heb, om te beproeven of door mijne te„ „genwoordigheijd met behulp der daar reeds zijnde hulptroepen, der ge„ „saamentlijke vorsten van dit Eijland, een eijnde van de hier geresene onlusten te maaken was, waar in ik tot mijn leedweesen van de kant der Boegineesen /:want die van sumbauwa betoonden zig tot alles gewillig, zo maar de rust in haar land hersteld wierd:/ nog door minsaame onderhandeling nog door wapenen der Bondgenoo„ „ten; niet kon reusseeren; ging ik op den 2=e Januarij deeses Jaars Batavia na
English
87 back to my place of residence, with the intention of convening a general country assembly there, in which all the princes would appear, in order to devise further measures therein. On the 13th following, I arrived at Bima, and on the 15th, the armed ship Nepthunus very unexpectedly appeared, with which I had the honor to receive your High Noblenesses' highly respected letter dated the 8th of December and duplicate letter of the 29th of November of the past year, together with a copy of the instructions for the Sea Captain Johannes Guillo, commanding the aforementioned vessel, concerning the expedition to be undertaken against the hostile Buginese here on Sumbauwa. On the 19th following, I called together the officers who, in accordance with your High Noblenesses' highly revered order, were to constitute our assembly, to deliberate on the most suitable time to depart from Bima for Sumbauwa, and at the same time to ask the members' consideration regarding the measures that could be taken and the preparations that ought perhaps to be made before undertaking our voyage to Sumbauwa, in order to facilitate our undertakings. On the first-mentioned point, Captain Gallo advised that one could safely not turn the prow toward Sumbauwa before the end of February, both because of the continuous westerly winds and because—supposing one had a fortunate and prosperous voyage to Sumbauwa—Sumbauwa was not a roadstead where one could lie with a ship in the west monsoon. After the undersigned had thereupon given the members some disclosure of matters and circumstances concerning the war on Sumbauwa and the location of the enemy campong and bentings, the officers were generally of the opinion that no other preparations could be made than to inspect all the artillery goods and put them in order, to which end an order was given that these goods be brought ashore, while the officers of the infantry requested that for their military personnel—as one would now have to remain here for more than a month—barracks be erected to be able to lodge ashore here, both to drill them and to have some unfit muskets among them repaired as well as possible; whereupon I requested the King of Bima to have the necessary barracks erected by his country's people, to which that prince was very willing, and on the 23rd of January all the men came ashore. After the 1st of March, it began to storm so severely at Bima from the north and north-west that we could not put to sea, which we nevertheless attempted on the 16th following, but we could not put to sea before the 21st, and then we were unfortunate enough, through currents, alternating calms, and westerly gale-force winds, to drift away as far as the island of Roma, and not before the 1st of May was it granted to us to sail into the bay of Bima again. Having replenished our drinking water here anew, we made all haste to continue our voyage to Sumbauwa, where we arrived on the 12th of the aforementioned month. Here we found matters concerning the war rather worsened than improved; two Sumbawarese petty princes named Mille Beloekies and Schander had already defected from their country and prince, and sided with the party of Mille Bedoella and the so-called Radja Goa. They had managed to gather a following of vagabond Buginese, equipped 26 good prahus, and thus arrived here in the roadstead in the month of March past, where they settled in a corner 89 corner of this bay, which on both sides is fortified by nature with steep rocks, where they constructed several adequate bentings and thus were masters of the roadstead, provided with everything by the Sumbawarese, to which end they themselves had brought along a very large quantity of rice—as appeared to us afterwards—and were richly provided with gunpowder, lead, and who knows what else—according to the testimony of trustworthy persons and fugitives from the Buginese camp—by an Englishman who had been here on the 8th of May and must have been very well acquainted with Mille Beloekies or his people; at least that Englishman saluted with his guns the bentings of Mille Beloekies and associates, which flaunted Buginese flags, and was also thanked by them with an equal number of shots. A soldier whom I had sent hither from Bima before my departure to make our arrival known to the King and the grandees of the realm was on board there; from him I took a statement, which I take the liberty of respectfully appending hereto. Meanwhile, regarding what further occurred and our actions here until the arrival of the naval vessels, hoping for your High Noblenesses' favorable interpretation so as not to tire your High Noblenesses in your important occupations with a duplicate narrative through prolixity, I very respectfully and in all submissiveness refer to the enclosed journal, kept by the humble signatory of this and co-signed by the Sea Captain Johannes Gallo. The naval frigate Zierikzee and the brig De Pijl arrived here on the 26th of June, in compliance with your High Noblenesses' highly revered
Dutch transcription
87 na mijne residentie plaats te rug, met intencie van daar een generaale Landvergadering, waar in alle de vorsten zouden verscheij„ „nen te canvoceeren, ten eijnde daar in nadere maatregulen te be„ te „raamen, den 13, e daar aan arriveerden ik op Bima, en den 15„e kwam zeer onverwagt op daagen het g'arneerde schip Nepthunus, waarmeede ik de eere had te ontfangen uwe Hoog Edelheedens hoog gerespecteerde sub dato 8„e December en duplicaat brief van 29 November anno pallato, mitsgaders Copia Instructie voor den Capitain ter Zee Johannes Guillo, Commanderende opgemelden Bodem Conterneerende de te onderneemene Expeditie teegen de vijandelijke Boegineesen hier op Sumbauwa. en 19 daar aan riep ik de officieren te zamen die ingevolge uwe Hoog Edelheedens hoog gevenereerde ordre onse vergadering zouden uijt„ „maaken, om te delibereeren over de geschikste tijd om van Bima na sumbauwa te vertrekken en teffens der Leeden Consideratie te vragen, omtrend de maatregulen die zoude kunnen genoomen en praeparatien die misschien voor het onderneemen onser dogt na sumbauwa zouden behooren gemaakt te worden, ten eijnde onse on„ derneemingen te faciliteeren; op eerst gem: poinct adviseerde den Capitain Gallo, dat men gerust niet voor 't uijteinde van februarij den steeven na sumbauwa kon wenden, zo om de doorstaande wes„ telijke winden, als om /:gesteld men al eens een gelukkige en voorspoedige reijse na sumbauwa had:/ dat sumbauwa geen rheede was, daar men met een schip in de westmouson zon leg„ „gen; Na dat den ondergeteekende hier op aan de Leeden eenige opening van zaaken en omstandigheeden, Conserneerende den dor„ „log op sumbauwa en de leggineg der vijandelijke Campong en Beu„ „tings gegegen had, waaren de officieren Generaliter van begrip, 4: dat men geene andere praeparatien kon maaken, als alle de ar„ „thillerij goederen na te zien en in ordre te brengen ten welken eijnde eijnde ordre gesteld wierd dat deeze goederen aan de wal ge„ „bragt wierden, terwijl de officieren van de Jnfanterie verzog„ „ten dat voor haaren militairen /:wijl men hier nu nog ruijm een maand zoude moeten vertoeven :/ Barakken wierden op geslaagen, om hier aan land te kunnen logeeren, zo om de „zelve te exerceeren, als om eenige onder haar zijnde onbekwaame snaphaanen, zo goed mogelijk te laaten repareeren; waar op ik den koning van Bima verzogt de nodige Barakken door zijn Landsvolk te willen laaten opslaan, daar dien vorst, zeer ge„ „willig toe was en den 23 Januarij kwam al het volk aan de wal. Na den 1e maart begon het te Bima uijt den noorden en noord westen, zodanig te stormen, dat wij geen zee konnen Kiezen, het geen wij egter den 16 daar aan probeerden, doch niet voor den 21„e konden wij in zee steeken, en toen waaren wij ongelukkig genoeg, door stroomen afwisselende stilte en weste„ „lijke stormwvinden, weg te drijven tot het Eijland roma, en niet voor den 1e meij mogt het ons gebeuren, de baaij van Bi„ „na weeder te bezeijlen na ons hier van drinkwater op nieuw voorzien hebbende, maakten wij alle spoed onse reijse na sum„ „bauwa voort te zetten, daar wij den 12„e van opgem: maand aan kwamen; hier vonden wij de zaaken den oorlog raaken„ „de, eer verergerd dan verbeterd, twee sumbauwareese Prinsjes in name mille Beloekies en schander, waaren haar Land, en vorst almeere afgevallen, en de parthij van mille Bedoel„ „la en zo genaamde radja Goa toegedaan, zij hadden zig een aanhang weeten te maaken van vagebondeerende Boe„ „guneesen, rusten 26 goede Prauwen uijt en koomen zo in de maand maart /: JL: hier ter rheede, daar zij zig in een hoek 89 hoek van deeze baaij, die aan weerskanten, door de natuur met „steijle rotzen verterkt is nestelden daar zij verscheijden sufficante Bentings aanleijden en zo meesters waaren van de Rheede, de wadpreesen, nu van alles geriefden, tot welk eijnde zij zelve een zeer groote parthij rijst /. gelijk ons naderhand gebleeken is:/ hadden meede gebragt en van kruijd, Lood en wie weet wat nog meer rijkelijk /:volgens getuigenis van geloof„ waardigen en vlugtelingen uit de Boegineese Camp:/ voor„ sien waaren van een Engelsman, die hier op den 8e maij. ge„ „weest was, en zeer bekend moet geweest zijn bij mille Beloekies of de zijne, ten minsten heeft dien Engelsman met zijn gesrut de Bentings van mille Beloekies: C: I: die met de Boegineese vlaggen pronkten, gesalueert en is ook van haar bedankt met gelijke schooten. Een soldaat die ik voor mijn vertrek van Bima herwaards gesonden had, om de koning en rijxgroo„ „ten, onse komst bekend maaken, is daar aanboord geweest, van deeze heb ik een verklaaring genoomen, die ik de vrij„ „heid gebruijke deeze in allen eerbied bij te voegen; Terwijl omtrend het verder voorgevallene en onse verrigtingen hier tot de komst van de Oorlogskielen, ik in hoope uwe Hoog„ Edelheedens welduijden om niet door te wijdloopigheid uwe Hoog Edelheedens in hoog derselver wigtige occupatien door een dub„ „bele verhaal te verveelen, mij in alle onderdaanigheid, zeer eerbiedig reperere, aan inclose dagverhaal, door nedrige teekenaar deeses gehouden en door den Capitain ter Zee Johannes Gallo meede geteekend. 'T oorlogs fregat zijn, en Brik de Pijl, zijn hier den 26 Junij g'arriveert, in naarkooming uwer Hoog Edel heedens zeer gevene„ reerde
English
honored order, I have directly relinquished the supreme command and plein pouvoir over this expedition to the Right Honorable Valiant Lord Commandant Meuren, and at the same time presented His Right Honorable Valiant with a memorial of the state of affairs here, of our proceedings up to this time, and what still remained to be settled, likewise respectfully elucidating by word of mouth that which I, according to the knowledge I have been able to obtain of the circumstances here, judged might shed some light for His Right Honorable Valiant. Relying therefore very respectfully in the hope of favorable interpretation upon the above-mentioned Lord Commandant, I hope it will nevertheless be permitted me to inform Your High Nobilities very humbly that we, upon a written request from Mr. Meuren, have received from Maccaker a relief force of 65 European soldiers and 37 Madurese warriors. In the beginning of the arrival of the warships, and after the Lord Commandant had caused some men and cannons to be brought ashore and positioned, we successively took away 9 small outer bentings of the enemy with the help of the natives, but since that time have achieved no further victories of note over the enemy, other than that we—and which we are still engaged in daily—have brought our bentings closer to the enemy and are daily busy enclosing them by cordons of earth and wood. Although I am here in a place where I am unable to afford the gentlemen of the warships much pleasure, I nevertheless do my utmost according to my ability for Their Right Honorable Valiants, and I hope it will be fortunate enough to satisfy Their Right Honorable Valiants. The doits brought by the ship 't Lam, as they are not current here at all, I shall send to Maccasser, having already received silver specie instead from that government. With the remaining coinages that Your High Nobilities were pleased to allocate for the payment of sappanwood and sent over with the above-mentioned ship, I have on this occasion been able to get along very well with the princes of Bima and Dompo, wherefore I must not omit to express my humblest thanks to Your High Nobilities for this consignment. In dutiful compliance with Your High Nobilities' much respected order, I seriously questioned the king of Tambora as to what he had caused to be said to the king of Banjar beyond his letter, putting before him that which the Honorable Commissioner Hoffman writes to the Lord Governor of Makassar concerning that prince in His Honor's letter of 20 August 1717. But Tambora's king says he is willing to swear by all that is most holy that he never said anything of the kind or anything resembling it to Banjar's emissaries, yet admits that he sent 2 horses to Banjar's prince and, as a reciprocal token of affection, requested from him 2 pieces of cannon, weighing 3 picols the two, and 10 guns, adding that he had been made to believe that such goods were cheap in Banjar, and that he wished to use these when he had to go in person to Sumbawa; but that he had received nothing, not even an answer thereto, from Banjar's prince to this day. I commend Your High Nobilities' most illustrious persons and the Company's weighty interests to Jehovah's keeping, and subscribe myself with deeply dutiful high esteem and reverence, High Noble Great Honorable Valiant Far-Ruling Lords and Right Honorable Valiant Lords, Your High Nobilities' very humble and dutiful servant, was signed: C:s Meurs. In the margin: Sumbawa in the Headquarters, the 31st of August anno 1780. Lower: P.S. I also have the honor respectfully to subjoin hereto my memorial handed over to the Right Honorable Valiant Lord Meuren upon His Right Honorable Valiant's arrival here. Lower: Agrees. was signed: E. Meurs. To The Right Honorable Valiant Lord Fredrik Alexander Meurer, Lieutenant Colonel, Captain at Sea commanding the country's frigate of war Leyden and at present here at Sumbawa as Commandant of the General Expedition against the Buginese. I have the honor, for Your Right Honorable Valiant's honored information and to provide Your Right Honorable Valiant with some light regarding our expedition and the progress made therein, respectfully to notify the following below. On 12 May last, when we sailed into the Sumbawa roads with the Company's ship de Neptunus, our strength was 153 European and Sepoy soldiers, item 16 artillerymen, alongside 52 common seafarers. As soon as we arrived here in the roads, we found the enemy reinforced and increased; reinforced by an English ship which, according to the testimony of credible persons, had supplied the enemies with powder, lead, etc., and increased by the arrival here of a thousand Balinese cum suis with 26 prahus of various sorts, who had established themselves in a corner of this bay and in three large strong and several small bentings, in crags and nearly inaccessible places. On 13 May, in a combined assembly of the allied forces—excluding those of Sumbawa—held with us on board, it was resolved to take a chance against these thousand Balinese cum suis. On 14 May in the morning at 4 o'clock, we received word that the allied forces were gathered on the beach. Embarked directly from on board to the shore, the
Dutch transcription
„reerde ordre heb jen direct het opper Commando en plain pouvoir, over deeze Expeditie overgelaaten aan den welEdelen Gestr: Heer Com„ „mandant Meuren, en teffens zijn welEd: Gesz: gepresenteert, eene Memorie van de toestand der zaken alhier, van onse verrig„ „tingen tot deeze tijd, en wat nog afgedaan moest worden, teffens bij monde in dat geene eerbiedign geelucideert, wat ik na de ken„ „nisse, welke ik van de omstandigheeden hier heb kunnen krij„ „gen, oordeelde zijn welEd: Gestzr: eenig Licht te kunnen bijzet„ „ten. mij dan in hoope van welduijden zeer eerbiedig gedraa„ „gende aan boven gemelde Heere Commandant, hoop ik dat het mij echter wel zal gepermitteert zijn uwe Hoog Edel„ „heedens zeer nadrig te bedeelen, dat wij hier op aanschrijven van den Heer Meuren van Maccaker gekreegen hebben een secours van 65 Europeese militairen en 37 madu„ „leese krijgers, in 't begin der komst der oorlogs kielen en na dat den Heer Commandant eenig volk en Cannonnen had aan de wal doen koomen en geplaast, hebben wij successive 9 klijne buijten Bentings der vijand met behulp der Jnlan„ „ders weg genoomen, dog nadien tijd geen overwinningen van naam op den vijand meer behaald, dan dat men /: en waar aan men nog dagelijx beezig is :/ onse bentings nader tot de vijand heeft aangevoerd en dagelijks beezig is haar door Car„ „dons van aarde en houd in te sluijten. Of schoon ik hier op een plaats ben, daar ik on vermoogend ben de Heeren van de oorlogs scheepen veel plaisier te doen, doe ik egter het mijne na vermoogen aan Haar wel Edele Gestr: en ik hoope dat gelukkig genoeg zal zijn haar wel Edele Gestr: te voldoen d 91 De duijten door 't schip het Lam aangebragt zal ik als hier in 't geheel niet gangbaar na maccasser overzenden; als hebe„ „bende daar voor reeds van dat Gouvernement zilver Geld:s in„ plaats ontfangen, met de overige geldspecien die uwe Hoog„ Edelheedens ter afbetaaling van Sappanhout hebben gelieven te projecteeren en met 't bovengem: schip over„ „gesonden, heb ik het dit keer met de vorsten van Dima en Dompo zeer wel kunnen vinden, waarom ik niet voor bij mag uwe Hoog Edelheedens voor deeze afzending mijne needrigste dank te betuigen In schuldige naarkooming uwer Hoog Edelheedens zeer gerespecteerde ordre heb jk den koning van Tamboza Serieusselijk afgevraagd, wat hij buijten zijnen brief aan den koning van Banjar had laaten zeggen onder voor„ „houding van dat gene wat den E: Commissiant Hoff„ „man, in zijn E: brief van den 20e Augustus 1717, aan den Heer Madoakers Gouverneur, van dien vorst schrijft, dooh Tamboras koning zegt, bij al wat heijligst is te willen zwee„ „ren, nooijt iets diergelijks of dat daar na zweemd aan Ban„ „sers zendelingen gesegd te hebben, doch avoëert, dat 2 paar„ „den aan Banjers vorst gesonden heeft, en tot een Contra tee„ „ken van toegenegendheid van hem gevraagd heeft. 2 stukken Canon, van 3 picols zwaar, de twee, en 10 geweeren, en bij„ „voegende dat men hem had wijs gemaakt, dat zulks goed te Banjer, goed koop was, en hij dit wilde gebruijken, als hij in perzoon na sumbauwa moest; doch dat hij niets zelfs geen andwoord daar op dot heeden van Banjers vorst vorst gekreegen had. Ik verbide uwe HoogEdeleedens zeer Illustre Perzoo„ „nen en Compagnies wigtige belangens in Jehovas hoede, in noeme mij met diep schuldige hoogagting en reverendie /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbare Gestrenge wijdgebiedende Heiere en welEdele Gestrenge Heeren /laegr:/ uwer Hoog Edel„ „heedens zeer onderdaanige en dienst schuldigen Dienaar /:was geteekend:/ C:s Meurs /:in margine:/ Sumbauwa in 't Hoofdquartier den 31„e Augustus anno 178e /:leger P: S: nog heb jk de eere deezen in eerbied bij te voegen, mij„ „ne memorie aan de n welEd Gestr: Heere Meuren bij zijn welEdele Gestr: komst alhier overgegeeven /lager:/ Accordeert /:was geteekend:/ E Meurs. Aan Aan Den Wel Edel Gestrenge Heere Fredrik Alexander Meurer Luijtenant Colonel, Capitain ter Zee Commandee„ „rende 's lands Fregat van oorlog Leijn & thans alhier te sumbauwa, als Commandant der Ge„ „nerale Expeditie teegen de Boegineesen. Ik geeve mij de eere uuwel Edel Gestr: tot desselfs g'eerde narigt, en om uwwelEdele Gestzr: eenig ligt te geeven, omtrent onse Expeditie, en de vor„ dering daar in gemaakt, dit onderstaande in eerbied te notificeeren. Op den 12„e meij JL: wanneer wij met het Comp„s schip de Nepthunus de rheede sumbauwa bezeijlden waaren wij sterk 153 Europeese en Sipaijse militairen, item 16 Arthilleristen neevens 52 gemeene zevarende. zo als wij hier ter rheede kwaamen vonden wij den vijand versterkt en vermeerdert; versterkt door een Engelsch schip die de vijanden volgens getuigenis van geloofwaardigen, van kruijd, Lood &„a voorzien had, en vermeerdert door de aankomst alhier, van eene mille Beloekies C:S: met 26 Prauwen in zoort, die zig in een hoek van deeze Baaij en drie groote sterke en nog verscheijden kleijne Bentings genes„ „teld had, in klippen en bij kans ontoegangelijke plaatzen. Den 13:e meij wierd in een g'combineerde vergadering der ge„ zamentlijke Bondgenooten /:buijten die van sumbauwa :/ bij ons aanboord, geresolveert Een kans teegen deeze mille Beloe„ „kies C: s: te waagen den 14:e meij kreegen wij Smorgens te 4 uuren teijding, dat de gezamentlijke Bondgenooten aanstrand vergadert waaren. Scheepten direct van boord na de wal, den
English
Lieutenant van Boose, Ensign Cecarie with 56 European and 54 Sepoy soldiers, alongside the pyrotechnician Flikkenschild with some artillerymen, a two-pounder swivel piece, and two mortars, with the necessary artillery goods according to their own selection. Meanwhile, our ship's longboat and two sloops were also armed, the first with seafaring crew, a gunner, and two arquebusiers, and the sloops, besides the rowers, each with 1 corporal and 11 private soldiers, both European and Sepoys; each of these was commanded by a lieutenant at sea. However, this undertaking did not turn out as desired; the artillery did engage, but without much effect, and the infantry, according to the statement of the officers, could undertake nothing against the enemy, because the road to the enemy was too impassable for them and they could not rely on the natives. Meanwhile, the natives did fire some grapeshot, but from the side of the soldiers not a single shot was fired. A sergeant of the soldiers was struck in his hand by a rentaka ball; furthermore, we sustained no wounded or killed on shore, but on the sloops, which behaved very bravely and had to endure a very hot fire from several proas and hostile bentings, a European corporal and a quartermaster were killed, the two lieutenants wounded, as well as 2 sailors and two soldiers and two Sepoys. Hereupon we decided with the joint allies and those of Sumbawa to enclose the enemy with bentings. After our benting was in order, we brought two 8-pounder pieces, a mortar, etc., into it, with which we continuously greeted the enemy until the 20th of May, when we jointly with all our allies ventured another formal attack, but with this too we gained nothing. Our military officers found the bentings of the enemies, according to their statement, to be of such a nature that no assault could be made upon them and that they were also not strong enough for it, as the natives had again not assisted them satisfactorily. Meanwhile, our soldiers fired briskly at the rocks of the hostile bentings until they lost three European soldiers, who, along with the Sepoy lieutenant and another common Sepoy, died of their sustained injuries. However, I believe that our bombs and heavy pieces caused more harm to the enemy, as did the ship, which had moved somewhat closer to the enemy and fired upon their proas and bentings. After this time, no further attacks were made from our side by the infantry, but the Sumbawarese and other allies made them so fearful by continually bringing their bentings closer, to which our artillery certainly also contributed much, that first the Sumbawarese on the 3rd of June forced the enemy to abandon their strongest bentings on a corner of a reef, and whereby we then immediately obtained the opportunity to advance with our artillery up to and beyond the captured corner, from where we made it so distressing for the enemy in their other bentings by our artillery that they took flight during the night between the 3rd and 4th of June. There being nothing more for us to do here on the beach, we went up inland, where our officers inspected the situation of the enemies and our allies, and judged the benting where your Honor found the military garrison to be the most suitable for us to act with some effect against the enemy, whereupon we then had two 8-pounder pieces, a swivel 2-pounder piece, the howitzer, a mortar of 5 inches, and two coehorns brought up and at the same time into the aforementioned benting with our entire force, so that on the 3rd of June, when the undersigned also came up here with Mr. Gallo, Captain of the Neptunus, everything was in order, this benting being manned with 68 European and 71 Sepoy soldiers, item 21 artillerymen among whom were 10 sailors as assistants. But on that same 8th of June, consulting with the then commander van Boose, his Honor declared to us outright that it was impossible for him to undertake anything against the enemy, that his force was too weak to carry out an assault, and he, Lieutenant
Dutch transcription
den Luijtenant van Boose, vaandrich Cecarie met 56 Europeese en 54 Sipaijse militairen nevens den vuurwerker Flikkenschild met eeni„ „ge Arthilleristen, Een Twee ponder gewind stukje en Twee kaats koppen met de nodige Arthillerij goederen na eigen verkiesing: Jntusschen wierd onse scheeps Barcas en twee sloepen meede g'armeert eerste niet zeevarend volk een Cannonier en twee Bos„ schieters en de sloepen; buijten de roeijers ieder met 1 Corporaal en 11 gemeene militairen, zo Europeese als Sipaijers-ieder deeze wierd gecommandeert door een Luijtenant, ter zee: dan deeze onderneeming viel niet na wensh uit, de Arthillerij ageerde wel, doch zonder veel effect en de Jnfanterie kon ingevolge opgaave van de Heeren officieren niets teegen de vijand onderneemen, dewijl haar de weg tot de vijand te ongebaand was en zij geen staat op den Jnlan„ „der konden maaken, intusschen hebben wel de Jnlanders eenige schrooten gedaan doch van de kant der militairen geen een school, Een sergeant der militairen trof een rantak kogel in zijn hand wij„ „ders bekwaamen. wij aan de wal geen gekwetsen of gesneuvelden, doch op de sloepen die zig zier dapper gedroegen en Een zeer heet vuur had„ „den uijt te staan van versheijden prauwen, en vijandelijke bentings wierden en Een Europeese Corporaal en Een quartier meester dood getrooten de twee Luijtenants gequest item 2 mattroosen en twee soldaaten en twee Sipaijers- Hier op beslooten wij net de gesamentlijke Bondgenooten en die van sumbauwa om de vijand door Bentings in te sluijten, na dat dan onse benting in order was, bragten wij twee 8 :r stukken, Bomketel &„a daar in daar wij de vijand geduurig meede begroeten tot den 20e meij wan„ „neer wij gesamentlijk met alle onse Bondgenooten een andere formeele attacque waagden, doch ook hier meede wonnen wij niets, onse militaire officieren vanden de Bentings der vijanden volgens Opgaave zodaanig dat er geen storm op kon geloopen worden en dat ook zij daar niet sterk u sterk genoeg toe waaren wijl haar den Jnlander weeder niet na genoegen had geassisteerd intusschen vuurden onse Militairen fris op de klippen der vijandelijke bentings tot zij drie Europeese soldaaten verloozen die nevens den Luijtenant Sipaijer en nog een Gemeene Sipaijer aan haare bekoomene bles„ „sures kwaamen te overlijden egter geloof ik dat onse Bommen en zwaare stukken meer kwaad aan de vijand toebragten, zo ook van 't schip dat zig wat nader tot de vijand had opgeworpen, en haare prauwen en bentings bethoot. Na deeze tijd is van onse kant door de Jnfanterij niet meer g'attac„ „queerd, doch de simbauwareesen en overige bondgenooten maakten het haar zo bang door het geduurig nader aanbrengen hunner bentings daar onse Athilleij seeker ook veel toe gecontribueert heeft dat eerst de sumba„ „wereesen op den 3„e Junij den vijand Constringeerde, zijne sterkste Bentings op een hoek van een sclip te verlaaten en daar wij toen direct occasie door krec„ „gen, om met onse Arthillerij op te kruijen tot voor bij de overwonnenne hoek, van waar wij het de vijand in haare andere bentings door onse arthillerij zo benauwd maakten dat zij des nagts tusskhen den 3 en 4. e Junij de vlugt naamen. Hier aan strand nu voor ons niets meer te doen zijnde gingen wij na boven, daar onse officieren in spectie naamen van de gelegendheid der vijanden en onse Bondgenooten en de benting daar uwelEd: Gestr: de militaire be„ „zetting, heeft gevonden als de gesctikste voor ons om met eenige effect teegen de vijand te ageeren oordeelden, waar op wij dan 2: 8 8=den stukken een gewind 2 d=oen stukje de hauwits Een mortine van 5 duijm en Twee kaats koppen lieten boven en te gelijk met onse gansche magt in even gem: benting brengen dat den 3„e Junij wanneer den ondergeteekende met de Heer Gallo Kapitain van de Nepthunus almeede hier booven kwam alles in order was zijnde deeze Benting bezet met 68 Europeese en 71 Sipaijse militairen item 21 Ar„ „thilleristen waar onder 10 mattroosen als handlangers dan op dien zelfden 8=ten Junij miet den toenmaaligen Commandant van Boose Consuleerende verklaarde zijn E: ons rond uijt, dat voor hem niets teegen de vijand te onderneemen was dat zijn macht te zwak was om een storm te loopen, en hij Luijtenant
English
the lieutenant could do nothing other than stay with the artillery, and whenever there was an opportunity to advance with the artillery, his honor intended to march out with his men, while we, being unskilled in military maneuvers, to our regret had to accept this and leave it to the experience of the said Lieutenant van Boose and his honor's responsibility. Our artillery, from which we thus had everything to expect, did not act with good success, for we could sufficiently observe that our bombs were not at all to the enemy's liking; but on the 23rd of June our bombs were spent, and due to the increase of our sick, who had grown to 70—among whom were all our officers, both of the European military as well as the artillerymen and sepoys—we were now entirely incapable of undertaking anything further against the enemy, and would certainly have had to raise the siege until we had received further news from Makassar, had it not been that your honor came to relieve us with the country's forces on the 26th following. During our encampment here, in the meantime, we have had no more than 2 sailors (one of whom has died of the wounds he received) and one gunner wounded. What force we still had at hand upon your honor's arrival here, I hope that the Lieutenant van Boose will have accurately reported to your honor. Having thus reported with respect to your honor to the best of my ability on what has come to my knowledge, I hope this may provide your honor with some general light on our affair and undertakings. While I truly and heartily wish that the arms of the Company, through the support of those of the State and your honor's wise conduct, may be more fortunate than we have been up to now. And herewith I have the honor to be with deeply obliged high esteem. Below stood: Honorable, Valiant Sir. Lower: Your honor's willing, humble servant. Was signed: E:s Meurs. To the junior merchant Cornelis Meurs Resident on behalf of the Company there, currently on a mission to Sumbawa. Honorable, pious, discreet. I cannot conceive how it is possible that, with such a force of men as our side operated against the enemies on Sumbawa, they have not been able to overpower that rabble; but since I have received no sufficient elucidation regarding the circumstances over there, and that matter moreover belonged to the department of Mr. Meurer, I neither can nor shall express myself further on this matter at present. But after the departure of the ships, which will likely have taken place before the receipt of this, I await from you as soon as possible not only a promised more detailed description, as was done in your letter of the 9th of this month received by me yesterday evening in that regard, but also at the same time look forward to your considerations as to how, in the present state of affairs there, it is best to act or proceed for the honor and reputation of the Noble Company; so that I may thereby be in a position to supply the same to their High Mightinesses in good time, with the addition of my own. I remain, after greetings. Below stood: Your good friend. Was signed: B:s Reijke. In the margin: Makassar, in Castle Rotterdam, 22 September, anno 1738. To the junior merchant Godlieb van Diemar, Resident on behalf of the Company there. Honorable, pious, discreet! Since the tithes around the North have turned out very poor, and you recently informed me privately by letter of the 16th of September that the crop on Bonthain according to report is in a worse state than in anno passato, and on Boelecomba there was a great famine, the rice and paddy immensely expensive and not even to be had, and the native currently sustains himself with leaves and fruits of wild trees; and since I must consequently fear that, upon a reinforcement of soldiers etc. to be received here, there would be a great lack of that grain, I therefore order you hereby that, as soon as the new paddy shall be cut, apart from making the most diligent effort nonetheless to collect a good tithe, you buy up on Boelecomba and Bonthain for the Noble Company's account without any failure, at the ordinary price of 20 to 25 Dutch pounds per last, even if it were somewhat more if necessary, at least 60 lasts of rice, and send it here as soon as possible, either with a pantjallang that will expressly arrive for its collection, or by means of native vessels to be requisitioned by you. In the expectation that all this will be put into effect with zeal, I remain, after greetings. Below stood: Your good friend. Was signed: B:s Reijke. In the margin: Makassar, in Castle Rotterdam, the 2nd of October, anno 1738.
Dutch transcription
luijtenant niet anders konde doen als zig bij de Arthillerij te houden, en wanneer er kans was om met de Arthillerij op te marcheeren zijn Ed: dan ook met zijn volk dagd optetrekken, terwijl wij als minkundig zijnde in militaire manoevzes, ons tot Leed„ „weezen zulks moeten getroosten en overlaten aan de ervarentheid van gem: Luijtenant van Boose en zijn Ed. verantwoording onse arthillerij, daar wij dus alles van de wagten hadden, ageerde niet goed succes want wij konden genoegsaam bemerken dat onse Bommen de vijand gaasch niet smaakten doch den 23„e Junij waaren onser bommen verschooten en door het vermeerderen van onze zieken die tot in de 70 - waaren aangegroeijd waar onder alle onse officieren, zo der Europeese militairen als Arthilleristen en Sipaijers waaren wij nu geheel buijten staat iets meer teegen de vijand te beginnen, en zouden zeeker tot wij nadere tijding van maoratser hadden bekoomen het beleg hebben moeten opbreeken, was het niet dat uwwelEd Gestr: ons met 's lands macht op den 26 daar aan was koomen ontzetten geduurende onse legering hier intusschen hebben wij niet meer gehad dan 2 mattroosen /:waar van eene, aan zijne bekoomen wonden is overleeden:/ en Een Cannonier geblesseert welke macht ons nu nog aanhanden was bij de komst van uwel Ed Gestr: alhier hoop ia dat den uijtenant van Boose uwelEd: ked: vel curaat zal opgege„ „van hebben. uwelEdele Gestr: dus van het geene tot mijne kennisse gekoomen is na vermoo„ „gen in eerbied verslagn gedaan te hebbende, hoop ik dit uwelde Gestr: eenig licht over 't generaal in onze zaak en onderneemingen mag bij zetten. Terwijl k wel hartelijk wenkhe dat de waapenen van de maatschappij door ondersteuning van die van den staat, en uwelEdele Gestr: wijsbeleijd gelukkiger moogen zijn, dan wij dot nog toe geweest zijn. — En hier meede heb jk de eer met diep schuldigde hoog agting te zijn. /:onderstond:/ welEdel Gestrenge Heere /:lager:/ uwwel Edele Gestr: bereijd willige onderdanigen dienaar /:was getekend:/ E:s Meurs. Aana „91 Dima Aan den onderkoopman „missie op Sumbauwa Resident skomp„s wegen aldaar, thans in Com„ Cornelis Meurs Eerzame vromie Discrete. Ik kan mijn geen concept formeeren hoe het mogelijk is dat men niet zo een magt van volk als er van de onse tegens de vijanden op Sumbauwa g'ageert heeft dat gespuis niet heeft kunnen overmeesteren, dan de„ „wijl jk geen voldoende elucidatie wegens de omstandig„ „heden ginter gekregen heb en die zaak boven dien van het departement van den Heer Meurer geweest is, zo kan en rar zal jk mijn hier over in dezen niet uit„ „laten maar na het vertrek van de schepen het geen voor den ontfangst dezes denkelijk al zal geschiedt zijn van uwE ten spoedigsten afwagten niet alleen een beloofde omstandiger beschrijving als bij uwE brief van den 9' dezer bij mijn gisteren avond ontfangen ten dien opzigte gedaan is, maar ook teffens daar bij te gemoet zien uwE Consideratien hoedanig in de presente toestant ginter het beste tot Eer en reputatie van 2 d nt e gten lEd uwel vermoo„ lijk eijd van de Edele kompagnie te handelen of te doen volt; ten einde Jk hier door instaat kan wezen om dezelve met bijvoeging van de mijne Hunne Hoog Edelhedens nog vroeg„ „tijdig te kunnen Suppediteeren Ik blijve na groete /:onderstond:/ uE Goede vriend /:was getekend:/ B:s Reijke /:in margine:/ Makatler in't kasteel Rotterdam den 22 September Ao 1738. Boelecomla 3 99 Boelecomba Aan den onderkoopman Sodlieb van Diemar Resident 'skomp„s wegen aldaar Eerzame, vrome Discrete! Nadien de verthiening om de Noord zeer Schraal is ƒ uijtgevallen en uE mijn Jongst in het particulier bij brief van den 16e September bedeeld hebt dat het gewas op Bonthain volgens Rapport slegter staat als in an„ „no passato en op Boelecomba een groote hangersnood was, de Rijst en Padij ontzaggelijk duur zelfs niet te krijgen en ven Jnlander zig tegenswoordig met bladeren en vrugten van wilde boomen erneerde, En Jk mits dien bedugt moet zijn dat men bij een hier te ontfangene versterking van Militairen etc: aan dat Graan een groot gebrek zoude hebben, zo gelast ik uE bij dezen om, zo dra de nieuwe padij zal gesneden zijn, buiten een aller „vlijtigste aanwending van des niet te min een goede verthiening te doen, op Boelecamba en Bonthain voor sE kompagnies reekening zonder eenig man„ quement, tegens de ordinaire prijs van 20 â 25 lb: Hollandsch 8 Last al was het des noods iets meerder„ op te koopen ten minsten 60 Lasten Rijst en die Zo zo dra mogelijk dit hien te zenden het zij met een Pantjallang die bijpaet tot dies afhaal zal overko„ „men dan wel door uE te pressene Inlandsche vaar„ „tuigen. Imn verwagting dat dit een en ander met iever in a het werk zal worden gesteld zo blijve jk na groete /:onderstond:/ uE goede vriend. /: was /getekend:/ Bd Reijze /:in margine:/ Makaker in het kosteel Rotterdam den 2:e october anno 1788.
English
10 Makasser To the Honorable, Worshipful Lord Barend Reijke Governor and Director for the Coast of Celebes Honorable, Worshipful Lord The predatory rabble of the Bugis, unable sufficiently to indulge their passion for gambling, robbery, and theft, have again for some time committed severe arson both at Bonthain and here, whereby at the village of Biang Lowee the house of the good Daing Magassing, prince or Anak Ciaing of Bonthain and brother of Danig Manambong, was reduced to ashes, it having been successfully extinguished each time in other places. Here, that godless nation has committed arson in several places, and indeed recently set fire to my pantjalang close to the Company fortress, almost all of my vessels being reduced to ashes; however, through God's help I was still able to extinguish that fire, whereby I also suffered but little damage. Since that time, I have had a good watch kept by night both inside and outside the Company fortress and continuous patrolling maintained, and have posted a reward of one hundred Spanish rixdollars for the detection of arsonists, such that they would fall into the hands of the Honorable Company. Several times in the morning, I found incendiary materials close to the Company fortress, which they presumably intended to throw inside, but fell short. After this, the undermaster Pick, who lives outside the Company fortress, caught an old native woman during his night patrol between 14 and 15 August close to my garden, in which the house of Your Honorable Worship stands, with incendiary materials, which also caught fire through the flight of that woman; however, she being overtaken, was put in irons here in the Company lockup. I have preserved the incendiary materials to this day, and have already long since made a beginning with the investigation thereof; however, this old woman acts innocent, and no one can understand what language she speaks. Nevertheless, she makes known that a certain Bugis woman named Indo Toolee is her mistress, and upon being shown the incendiary materials she recognizes them as hers and repeatedly reaches for them. Also, as much as one can understand her from her pointing and speaking, she indicates that the fire on my pantjalang was also set by her. I summoned the aforementioned Bugis woman named Indo Tjoole in order to proceed with the investigation and to learn from her whether this slave woman of hers had also been mad beforehand; but she dared to refuse to appear, and immediately went to the wife of the Bugis Prince Arou Caijou, named Caain Balla keiri, who recently came from the King of Boni, or from Maccasser, without giving me notice and took up residence here in Zeeko, and who then also refused to surrender that Bugis woman; when I demanded her from the Boni Jennang of Boeleromba, the more so as she currently made herself suspect 103 along with her pawn named Doepie of being complicit in committing arson, which latter person was previously strongly suspected by me of such a wicked deed. This Boni princess saw fit, notwithstanding that Jennang Boelecomba and I demanded these Bugis from her, to refuse absolutely to deliver them up, and subsequently, when I intended to have those Bugis women apprehended, assisted in their escape. I caused this Boni princess to be told to remove herself from the Company territory here, since because of her conduct maintained in this matter I could regard her as nothing other than an enemy of the Honorable Company and of justice. I most submissively request Your Honorable Worship to approve this, and to please provide me with orders as to what I shall do now with that old Manggarai or Endenese slave woman, who is completely mad. According to the permanent orders established for that purpose, I must send her up with the proper documents concerning the charges against her, and also her own confession, whereas I can obtain no other statement against her than that of the person who caught and apprehended her with incendiary materials, and yet no confession from her, as no one can understand her. I have the honor to call myself with due high esteem and deep respect, beneath stood, Honorable, Worshipful Lord, lower, Your Honorable Worship's most humble and dutiful servant, was signed, G. B. van Diemar, in the margin, Boelecomba in the Company fortress the 30th of September, year 1788. Boelecomba 1 Boelecomba To the Junior Merchant Godlieb van Diemar, Resident on behalf of the Company there Honorable, pious, discreet. Having learned with vexation from your separate letter of 30 September last of the insolence of the Bonians in committing arson both in Boeleramba and Bonthain, I fully approve of your having ordered the Boni Princess Craeng balla keire to remove herself from the Company's territory, while you can send the old woman who pretends now probably out of fear to be mad, and who was properly the arsonist, here in chains to work for her keep in that manner. I remain after greetings, beneath stood, your good friend, was signed, B. Reijke, in the margin, Makasser in Castle Rotterdam, the 6th of October, year 1788.
Dutch transcription
10: Makasser Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Barend Reijke Gouverneur en directeur ter Cutte Celebes Wel Edele Agtbare Heer Het roofzugtig gespuir der Boegineesen hun lust niet genoeg„ saam met speelen, Rooven en steelen kunnende botvieren, hebben weederom zedert eenige tijd zo wel op Bonthain als alhier swaar brand gestigt, waar door dan ook op de Negorij Biang Lowee het Huijs van den braaven Daing Magassing prins of Anak Ciaing van bon:thain en broeder van Danig Ma„ „nambong in de Ast is gelegt, zijnde het op andere plaatsen telkens geblukt. Alhier heeft die godloose natie op verscheide plaatsen brand„ „gestigde, en wel onlangs mijn Patielang digt bij 'sComp„s fortres in de brand gestooken, zijnde bij na alle mijne vaarthuigen in de Akk gelegt, egter door Gods hulp hel jk die brand nog kunnen blusschen, waar door dan ook maar weinig schade heb geleeden; Ik heb sedert die tijd 's nagts zo binnen als buijten 'sCompagnies fortres goede wagt laaten houden en bij Continuatie laaten patrouilleeren, en een premie van Hondert Rijxdaalders spaans gestele voor de ontdekken van brandstigsters, zodanig dat dezelven in handen van de E: Compagnie quaamen te geraaken, verscheijde keeren, heb jk Smorgens digt bij 'sCompagnies fortres Brantstoffen gevonden, die men presumtief heeft willen binnen werpen, dog te kort is geschrooten. Hier na heeft heeft den ondermeester Pick, dewelke buijten 'sComps fortres woonz op zijn patroulje snagts tusschen den 14 ' en 15 Augustus een oud Jnlandsch wijf digt bij mijn thuin, waar in het huijs van uwelEd: Agtbaare Staat, betrapt met brandstfpen dewelke ook in brand zijn gegaan door 't vlugten van dat wijl, egter die agterhaald zijnde, is dezelve alhier in 'sComp„s boeijen vast geset; Jk heb de brandstopten tot heeden bewaart, en heb bereeds voorlan, een begin gemaakt met het ondersoek wn dien, dan dit oude wijf houd zig innocent, en kan ook niemand haar verstaan wat 'taal dezelve spreekt, nogtans geeft dezelve te kennen dat seekere Boegineese vrouw Jndo Toolee genaamt haar Mreesteretje is, en op de verthiening van de brandstoffen erkend zij die voor de haare, en wil daar na telkens grijpen, ook zo veel men haar verstaan kan niet haar wijzen en spreeken geeft dezelve te kennen dat de Brand aan mijn Pantielang door haar meede gestigt is. voormelde Boegineese Vrouw Jndo Tjoole genaamt heb Ik laaten ontbieden, ten einde voort te kunnen vaaren met het ondersoek, en omme van dezelve te verneemen of deese haare slavin bevoorens ook gek is geweest; dan zij heeft durven weigeren omme te willen Compareeren, en zig ten eersten vervoegt bij de vrouw van den Bruijs Prins Arou Caijou, Caain Balla keiri genaamt, die onlangs van den Koning van Bonij, of van maccasser koomende zon„ „der mijn kennisse te geven haar alhier zig ter woon op zeeko heeft ter neder gezet, dewelke dan ook dat Boegineeshe vrouwsperzoon niet heeft willen laaten volgen; wanneer ik die van den Bonijsen Jennang Boeleromba heb laaten eijschen, te meer dezelve zig thans suspect maakte 103 maakte van nevens haar verpandeling Doepie genaamt meede pligtig aan het stigten van brand te zijn, welke laaste bijs onders sterk door mij bevoorens tot zulk een slegte daar gesuspecteerd is geworden; Deese Bonijse prinies heeft kunnen goedvinden niet teegenstaande Jennang Boelecomba en ik deese boegineesen van haar g'Eijscht hebben, dezelve volstrekt te weigeren aftegeeven, en vervolgens wanneer ik die Hoeginee„ „se vrouwen heb willen laaten opligten, tot haar aufugie hun is bevor„ „derlijk geweest; Jk heb aan deze bonijse Princes aan doen seggen, om zig van 'sComp„s Land alhier te begeeven, dewijl va haar weegens haar gehouden gedrag in dezen niet anders als een vijand van de E: Compagnie en de geregtigheid konde aansien, Jk verzoek uwwelEdele Agtbare zeer onder„ „danigst zulks te willen goedkeuren, en mij te willen gelieven met ordres munieeren wat jk thans doen zal met die oude Mangerijse of Endeneese slavinn die finaal gek is. volgens de daar toe leggende permanente ordres moet ik dezelve opsenden met de behoorlijke stukken ten haaren Lasten, en ook haar eijgen Confessie, Terwijl Ik geen ander verklaring op en tegens W haar kan inwinnen, als die van de perzoon, dewelke haar met brandstoffen betrapt en opgeligt hebben, nogtans geen Confessie van dezelve, dewijl niemand haar verzaan kan. Jk heb de Eer mij met verschuldigde Hoogagting en diep ontzag te noemen /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ uwwel Edele Agtbare zeer onderdanige en Trouwshuldigen Dienaar /:was getekend:/ G: B: van Diemar /:in margine:/ Boe„ „lecomba in'tComp:s fortres den 30 September Ao 1788. Boelecomba 1 Boelecomba Aan den onderkoopman Eerzame vrome Discrete Met ergernis uit uE aparte van den 30 September Jongst Leeden ontwaard hebbende der Boniors brutaliteiten in het brantsligten en boven zo op Boeleramba als Bonthain, zo keure jk ten vollen goed dat uE de Bonijse Prinses Craeng balla keire gelast had zig van 'sComp„s grond gebied te begeven, terwijl uE het zig /: nu denkelijk uit vrees:/ als gek aan„ stellend oude wijf die eigentlijk de brandsigster zoude wee„ „zen na herwaarts in de ketting kunt zenden om alhier zodanig voor de kost te werken. Ik blijve na groete /:onderstond:/ uE goeder vriende /:was getekend :/ B:s Reijke /:in margine:/ Makakser in't Casteel Rotterdam den 6:' october anno 1788. Podlieb van Diemar Resident 'sComps weegen aldaar