VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3830

Bengal · 924 pages · 190 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3830_0647 view scan ↗

English

308. seven pistols and a sidearm, found there an English sloop 35 feet long and learned that an English merchant lived there and asked the same whether one would be able to hire that vessel to go along to Bengal — the same gave us for an answer that he had come there with the same vessel from Madras, whereupon the master of the vessel was summoned, who came to us, we had him told through one of our sailors that we had lost our ship and that we were 28 persons strong - and whether he could transport us to Bengal - he answered yes, at the same time we had him asked how much money he must have for that, he answered one thousand rupees, said to him that this was too much and that we could not give that, whereupon the English merchant said that this was little enough, and that it would not be done for one duit less. The 31st ditto in the morning the Captain was called to the King and had him told whether he could not hire that English vessel to depart with it for Bengal and that he must take advantage of this opportunity, 9th September 309. 9th September that we otherwise might have to wait long to meet with such an opportunity, found ourselves forced to accept the vessel for one thousand rupees, for one noticed that the King would soon grow weary of it, immediately made a contract with the master named Anthony Baptist of the sloop named the Jenny to transport us, 28 persons together, free of food and drink, to Bengal and that for a sum of one thousand rupees; but two days thereafter the master Anthony Baptist came ashore to ask what kind of rupees those were that we had agreed upon, said to him that such must be paid according to the discretion of Bengal - whereupon the master answered that he would not undertake the voyage unless it were paid with sicca rupees, saw no other way out and were forced to consent to such, inspected then the vessel and found the same in a poor condition, the woodwork rotten from the heavy, continuous rain, then we asked the master whether that was to put to sea like that, yet he answered that he would put everything in order before one would put to sea. The 310 The 8th ditto The 9th ditto The 3rd August English merchant stated that he had come with the vessel from Madras and neither the master nor his crew were able to bring the vessel across the sea nor could they take altitudes, for he himself had kept the watch from Madras to Arakan, then our Captain Montagne answered that we were strong enough to bring the vessel to Point Palmyras, if you are only able to bring us inside, whereupon the aforesaid master reported that he had a sailor on board who had served 5 years in the river of Bengal with the English pilots, and thus understood the fairway thoroughly, then we let 2 sailors go onto the sloop to help rig it and took the shrouds and rigging of the boat, brought the same onto the sloop as well as the provisions of rice and water, were ready to depart, as we also did, but in sailing down the river many fell ill, an English sailor passed away, and we came on the 11th ditto to anchor near the village of Magom, where the master was to purchase his further required victuals, had continuous 9 September heavy 311 9 September rain, through which the hatches continuously had to lie closed and thus very suffocating. The 13th ditto in the morning we noticed that the sick were growing worse, found ourselves forced to turn back again, learned in the meantime that the crew of the boat with the raft had arrived at Arakan, and asked the crew whether there might still be anything that could be salvaged, answered yes, that at low water the rocks lay above water upon which the ship had been smashed to pieces, and that several leagers of arrack had washed ashore, then we asked the English master whether he would go with us along with the sloop to the island to fish up the goods - that he would have a quarter, and the King a quarter, and the remaining half would be for the Honourable Company, but he did not want to do such, but rather wanted to depart for Bengal, but the Captain asked him, if he brought a letter to Bengal, what he must have for that, he also answered one thousand sicca rupees, then the English merchant said that he would depart immediately, whether we wanted to go along or not, and that Captain S: Montagne must now 312 fetch one thousand sicca rupees from the King and give them to him in pledge, in case the Honourable Company in Bengal would not pay that which he was to pay to the master, Captain Montagne gave as an answer that he was now in a country where he was forced to do everything that they desired, and said to the English merchant that he had only just been to the King that morning, and that he would give a note signed for one thousand sicca rupees to deliver that money the next day, and that the King would not be available to be spoken to now, yet the Englishman answered that this amount had to be brought to his house directly, and thus the Captain of our vessel was forced and compelled to go and request an audience with the King, etc. to speak to him, which succeeded for the Captain and he received from the same a sum of 471 Spanish dollars, which were calculated at one thousand sicca rupees, also Captain Montagne requested some paper to write a letter to the government in Bengal, yet the Englishman refused to give such, then the undersigned 9 September had to

Dutch transcription

308. zeeven Pistoolen en een zeydgeweer, vonden aldaar een Engelsche Chialoup lang 35 v=t en vernaeme dat een Engel„ „sche koopman- daar woonde en vroege aan dezelve of men dat vaartuig zou„ „de kunnen huuren om meede naar Bengaale te gaan — dezelve gaf ons ten antwoord dat hij met het zelve vaartuyg daar was gekoomen van Ma„ „dras waar op men de schipper van 't vaartuig ontbood, dewelke by ons kwam, lieten hem door Een van onse mattroosen zeggen dat wy ons schip ver „looren hadden en dat wrij 28. persoonen sterk waeren - en of hij ons naar Bengale konde overvoeren- gaf ten antwoord van Ja, teffens lieten hem vraege hoe veel geld hy daar voor moest hebben antwoorde duizend ropijen zeyde teegens hem dat dit te veel was en dat niet konde geeven, waar op de Engelsche Koopman zeyde dat dit min genoeg was, en dat het geen duyt minder zoude geschieden.. den 31 dito 'smorgens wierd de Capitein by de Koning ge„ „roepen en liet hem zeggen off hy dat En„ „gelsch vaartuig niet Ronde huuren om daar meede naar Bengale te vertrekken en dat hy deeze geleegenheid moes waar¬ 9„e Septbr neemen 309. 9„e Septb=r „neemen - dat wy zomtyds anders lange zoude moeten wagte om zoo een gelee„ „genheid te treffen, vonde ons genoodzaakt om het vaartuig voor duyzend ropyen aan te neemen want men bespeurde dat het de kooning spoedig zoude ver„ „veelen, maakte op stons Een Contract met „ Baptist de schipper genaamt Antohnie „ van de Chia„ „loup genaamt de Tennij om ons met 28 per„ soonen te zaamen vryj van kost en drank over te voeren naar Bengale en dat voor eene somma van duyzend ropyen; dog twee dagen nadien quam de schipper Antho„ „ny Baptist aan Land om de vraagen wat dat voor ropien waaren daar wij voor geaccordeert waaren, zeyden tee„ „gens hem dat zulx na goed vinden van Bengale moest betaald werden - waar op de schipper antwoorde dat hy de reise niet wilde aanneemen of het moest met sicca ropijen betaald vierden zien geen andere uitkomst en waaren genoodzaakt zulx te bewilligen viesen „teerde als toen het vaartuig en bevonde het zelve in een slegte situatie het bouwerk verrot door de zwaare Conti„ „nueele reegen, als toen vroegen vry de schipper af dat zo in zee moest gaan, dog gaf ten antwoord dat hy alles in ordre soude brengen voor dat men zee zoude kiesen den 310 den 8 d„o den 9 d„o den 3 Aug„s Engesche Koopman voor dat hij met vaer„ „tuig van Madras was gekoomen en de schipper nog zyn volk niet in staat waaren het vaartuig over zee te bren„ „gen nog geen hoogte neemen kannen, want dat hy zelfs de wagt had waar genomen van Madras het Arakan„ als toen antwoorde onse Captn. Mon¬ „tange als dat wy sterk genoeg waar„ om 't vaartuig by Punt Palmero te brengen, als gy dan maar in staat zyt om ons binnen te brengen, waar op voormelde schipper melde als dat hij Een mattroos aan boord had die 5 Jaaren in de rivier van Bengale by de Engelschen Lootsen gedient hadde, en dus het vaeaerwater in de grond versbong- toen lieten wij 2 mattroosen op de Chialoup gaan om te helpen toe tuijgen en namen het want en touwerk van de schuijtbrag „ten 't zelve op de Chialoup als meede de provisie van rijst en water waeren gereed om te vertrokken ge„ „lyk ook deede dog in 't afzeylen van de rivier kreegen veel zieken overleede Een Engelsche mattroos en kwamen den 11 d„o by het Dorp Magom ten anker, alwaar de schipper zyn verdere benoodigde vic, „tualie zoude in koopen hadde geduurige 9 Septbr tyd 311 9 Septbr den 13 dito tijd zwaare reegen waar door de Luijken Continu„ eel digt moesten leggen en dus zeer benauwd. 's morgens ontwaarde wy dat de zieker erger wierden vonden ons genoodzaakt om wee„ „derom te keeren vernamen intusschen dat het volk van de Boot met met de vlod„ „de op Arahan was gearriveert en vraag „de aan 't volk of er nog wel iets zoude zyn, dat geborgen konde werden antwoor„ „de van Pa, dat met saag water de klijpen boven water laijden waar op het schip is aan stukken geslaagen en dat er verscheide seggers met arak op strand waaren gespoelt als toen vreeger wij aan de Engelsche schipper of hy met ons benee„ „vens de Chialoup woude meede gaan na het Eiland om de goederen op te vissen. - dat hij een quart, en de Koning een quart, en de resteerende helfte voor de E Comp„e zoude zyn, dog hy zulx niet wilden doen, maar wel dat bij naar Bengale wilde vertrekken, maar de Capt=n vraagde hem wanneer hy een brief naar Bengale bragte wat hy daar voor moest hebben Antwoorde ook duyzend ropyen sic„ „ca, als toen de Engelsche Koopman zyde dat hy op staande voet, zoude vertie „ken of wij meede wilde gaan af niet en dat de Capitein S: Montange nu moest 312 moest duyzend Sicca ropyen van de ko„ „ning haale en in pand by hem geeven„ als wanneer de EComp„e in Bengaale niet wilde betaalen, het geen hy aan de schipper zoude betaalen, gaf Capt=n Montange tot antwoord dat hy nu in een land was daar hy gedwongen was om alles te doen, wat zi lieden begeer¬ „den, en zeyde teegens de Engelsche Kooman dat hy eerst van de morgen by de koning hadde geweest, en dat hy een briefje zoude geeven geteekend voor duyzend sicca ropien, om de andere dag dat geld te bezorgen, en dat de koning nu niet zoude te spree„ „ke weezen dog de Engelsche antwoor„ „de dat dit montant direct in zijn huis moest gebragt werden, en dus de Capitein van onze Bodem, ge„ „noodzaakt en gedwongen om de Audientie bij de koning te gaan &a verzoeken om hem te spreeken 't welk de Captn gelukte en kreeg van dezelve Eene somma van 471 Spaanse matten dewelke gereekend wierden op duyzend sicca ropyen ook verzogt Capt=n Montagnie om wat papier om een brief aan de regeering in Bengaale te schryven dog de Engelsche weigerde zulx te geeven als toen moest den ondergetee„ 9 Septbr. „kende

NL-HaNA_1.04.02_3830_0652 view scan ↗

English

313 9 September could take leave of the aforementioned Captain and depart with 8 persons, it being now the 16th of August last, and on the 19th ditto were at sea, the wind south-southwest. In the evening at sunset, took bearings of the northernmost of the broken Island toward the southernmost, estimated 5 miles from the nearby shore. The 23rd of August we saw a change in the water, had the latitude of 20 degrees and 6 minutes. The 26th ditto at the latitude of 20 degrees 15 minutes at midday saw Land, sounded, but the line broke and thus the lead was lost. Sewed a cliff stone into a piece of sailcloth and sounded with it, but had to heave to each time; had then the depth of 10 fathoms. Thereupon I, the undersigned, turned the watch over to the English sailor who was to serve as Pilot, with the Sub-Lieutenant Gerrit Jacobs, and told him that he must steer north-east and north-east by north to make Point Palmyras; but the aforementioned Sub-Lieutenant came to me and reported that he was steering north-northwest, whereupon I came on deck and asked him why he steered that course, and sounded immediately, depth 16 fathoms, whereupon the sailor in the most insolent manner began to curse at me as Dutch Bugger and the like, 314. the 28th ditto the 29th ditto the 30th ditto which I did not all remember. In the evening the wind south-southeast and east-southeast, could not weather the point of Palmyras because one had gotten too far into the Bight, came therefore to anchor at the last-mentioned depth. At night the wind east, a fresh breeze, overcast sky, and saw a two-masted vessel lying at anchor near the point. The 27th of August in the morning the wind east, a stiff breeze, overcast sky, had continuous ebb, remained at anchor. Ditto weather as before. Toward evening the wind backing to southwest and west, a stiff breeze, thick sky. Weighed anchor and set sail, but could not sound properly and had to heave to that night. In the morning the wind northwest, a stiff, reefed topsail breeze, thick, congested sky with heavy seas, were forced to put out to sea, stood off to the south-southeast, took on much water, constantly had to bail from the hold with buckets. At midday had the estimated north latitude of 19 degrees 53 minutes. In the morning the wind southwest, a stiff, reefed topsail breeze, thick sky with rain, still continuously bailing with buckets and 9 September could not cook any food, resolved to stand in toward shore again, stood off to the northwest, noticed a strong current running to the southeast. The 8th of September in the morning saw land to the north-northwest, had the observed north latitude of 20 degrees 12 minutes, took bearings of the False Point northwest, 2 miles from us, had neither lead nor line, saw a French snow that sailed along with us. At night thunder and lightning, at eleven o'clock came to sound with a sack full of nails, depth 16 fathoms, came to anchor. The 2nd ditto in the day watch at 4 bells, the undersigned coming on deck found the English skipper who had the watch lying asleep, woke him and asked him if we should not get under sail; he answered me that it was still early enough, and I had him told by a sailor that we wanted to get under sail directly and that the flood had only one hour more to run, and the wind being at the west, that with that wind one could make the Roadstead of Balasore. Thereupon the skipper began most violently to curse at me with abusive words which I could not understand, as he had done several times, 315. 9 September Remarks in that regard. whereupon I, being in a rage, struck at the aforementioned skipper with my hand, but did not hit him; whereupon I immediately weighed anchor and steered north-northwest to the roadstead of Balasore. At 8 o'clock saw land and two Pilot Shallops in the aforementioned roadstead, found there also a French snow at anchor, which weighed its anchor and sailed inside; subsequently arrived here in Chinsurah on the 7th of September (was signed) W: L: Renken, Captain-Lieutenant. After hearing which and the sending out of him, the Captain-Lieutenant, by the aforementioned Honorable Lord Director, considering that one ought to await a more detailed and accurate report concerning this before being able to judge more definitively over an event so striking and unheard of, and which, as far as can be gathered from the aforementioned account, seems to be attributable to dereliction of duty in not having timely applied all possible 9 September Resolution to have the shipwrecked persons who are in Arakan fetched by a pilot sloop to be made ready for the voyage, under command of the one to whom the command is entrusted. efforts toward land reconnaissance, the necessity was demonstrated to apply the best means as soon as practicable to retrieve the remaining crew members who are in Arakan, for which it appeared most suitable to His Honour to dispatch one of the available Pilot sloops; and after deliberation upon this, pursuant to the proposal, it was approved and agreed to employ one of those sailing vessels, namely the sloop the Patna, which is currently down the river, for whose prompt arrival the necessary orders have already been given by the aforementioned His Honour, and to have it prepared first, as well as to place it under the command of Lieutenant Jan Hendrik Boschen [illegible] with. 317

Dutch transcription

313 9 Septbr „kende afscheijd neemen van voorn: Captn en vertrekken met 8 persoonen zeijnde nu den 16 aug„s I: L: en den 19 d„o waaren in zee de windzz w=t 's avonds met zonde on„ „vergang peulden 't Noordelijkste van 't ge„ brooke Eyland Natr het Zuydelykste der giste 5 mijl uit de Nacrte wal. den 23 aug„s zien wij verandering in 't water hadde de breete van 20e en 6 minuten den 26 dito op de N=te van 20=e 15 minuten op de mid„ „dag zien Land, Looden dog de zyn kwam te breeken en dus het Lood verlooren geraakt, Naayde een klipsteen in een stuk zeyldoek en loode daar meede dog moesten Idermaal by draayen hadde toen de diepte van 10 vadem als doen gaf ik ondergeteekende de wagt over aan de Engelsche mattroos, die als Loots zoude dienen met de Sous Sieutenan Gerrit Jacobs en zeyde teegen hen dat hij No¬ en Noto moest stuuren om de Punt Palmeairos aan te Jooden dog voorn: sous Lieutenant Kwram by mij rap„ „porteerde dat hy N Nw: Stuurde waar op ik op 't dek kwam en vroeg aan hem waarom hy die Cours stuurde en loode op stond diep 16 varem waar op de mattroos op een aller brutaalste wijs mij kwam uit te schelden als Dulch Baegger en diergelijke meer het Welke 314. den 28„e dito den 29 dito den 30 dito welke ik niet alles heb onthouden, 's avonds de wind z zo„t en Jo=t konde de punt van „Palmeiros niet te boven zeylen voor dien men te ver in de Bogt was geraakt kwa„ „mer dier halven ten anker in laatstge„ „melde diepte 's nagts de wind o=t frisse Coelte betogen Lugt en zien een twee mast vaartuig by de punt leggen ten anker den 27 Aug„s 's morgens de wind O=t styve Coel„ „te betrokke lugt hadde geduurige Ebbe bleeven ten anker leggen. - dito weer als vooren. teegen den avond de wind aan 't Zwt en wt styve Coelte dikke lugt Ligten anker en Leyden 't ondersz: dog dog konde niet hoorlyk Loode en moesten die nagt bijdraagen. — 's morgens de wind N: w=t Styve ge„ „reefde martz: Coelte dikke verstopte lugt met zervaare teegen waaren genoodzaakt om zee te kiesen Leyden het om de 2 z0„t kneegen veel water over moesten geduurig met putzer uit het ruim schepper. op de middag hadde de gegiste NB=te van 19=e 53. minuten. — 's morgens de wind Z wt styve gereefde marz„e Coelte dikke lugt met reegen nog Continueel hoozen met putzen en 9 Septb: Konde 9 Septb=r konde geen Cete kooken, resolveerde om weeder in de wal te leggen wet het om de Nw„t bemerkte sterke Stroom om de Zo=t te loopen. den 8„e September 's morgens zien land in 't N Nwv= hadde de bevonde N3=te van 20=e 12 minute peilden de veelsche punteV N Wt. 2 meylen van ons hadde geen lood nog zijn zien een fransche snauw die met ons mee¬ „de zeyde 's nagts donder en weerligt „om Elf uuren kwaamen te Looden met een zak vol met spijkers diep 16. vadem ten anker. den 2 dito In de dag wagt met de 4 Glaazen den ondergeteekende op 't dek koomende vende de Engelsche schipper die de wagt had„ „de legge slaaper maakte hen wak, „ker en vroeg hem af wy niet onder„ „zeijl wilde gaan, antwoorde hy mij als dat het nog vroeg genoeg was en ik liet hen Leggen door een mattroos dat wy direct onder zeyl wilden gaan en dat de vloed maar een uur meer liep en de wrind aan 't w„t zynde als dat men met die wind de Rheede van Bel„ „lazoor konde bezeilen altoen begonde schipper op zijn aller heevigst met scheldwoorden dewelke ik niet ver„ „staan kon mi uit te schelden - zoo als hy meermaalen gedaan hadde, waar 315 er 315. 9 Septbr aanmerkingen dien aangaande. waarop ik in een drift zynde na voorm: schipper met de hand sleeg dog niet geraakt, waarop ik ter„ stond anker ligten en stuurden NN w„t na de rheede van Bellazoor om 8 uuren zien land en twee Loods Chialoupen op voorm: rheede, vonde teffens aldaar een fransche snauw ten anker dewelke zyn anker ligte en zeilde binnen, vervolgens arriveerde den 7 September alhier in Chintzura (was„ „geteekend/ W: L: Renken Capt=n Lieu„ „tenant naar het aanhooren waar van en het buyten zenden van hem Capt„n Lieutenant, door welmel„ „de Edele Heer Directeur, onder aanmerking dat men een om„ „slandiger en naauwkeuriger bericht derweegens diend afte„ „wagten alvoorens over een voor„ „wal zoo treffend als ongehoord en het geen zoo verre als nog uit het voor vermelde verhaal op te maaken is aanplicht verzuim schind te wyten in niet tydig alle mogelyke J 3 pogingen 9 Septbr besluit om de op arrahan zynde schip breukelingen door „mando der daar toe reisvaardig te maakene sloep pogingen tot land verkenning aan te wenden, bepaalder te kunnen oor„ „deelen vertoond wierd de noodzaake„ „lykheid om zoo spoedig doenlyk de beste middelen aan te wrenden, ^ nog ter afhaal van de ^ overge in Arra„ „kan zinde manschapper waar toe zijn Edele het geschikste voor kwam de afzending van een der aanhanden zynde Loots sloe„ „pen en na deliberatie hier over, ingevolge den voorstel¬ een lot sloop te goed gevonden en verstaan een doen afhaalen dier zeil vaartuijgen en dat wel de sloep de Patna die thans beneeden in de rivier be„ vind tot welkers spoedige op komst door welmelde zin Edele reets de noodige ordre gesteld is daar toe te employeeren en den eersten in gereerdheid te laaten aan wien het Com, brengen mitsgars te stellen onder Commando van den Lieutenant opgedraagen ter zoe Jan Hendrik Boschen F=t met. 317

NL-HaNA_1.04.02_3830_0657 view scan ↗

English

318. Proposed arrangements for the possible recovery of the cargo of that vessel arrived here with the ship Straalen, and to place thereon to assist him also the second lieutenant Gerrit Jacobs, who had been stationed on Belvliet and had come over here among the aforementioned crew, furthermore to send along for the service of those shipwrecked persons on the voyage hither such provisions as they shall require and can be furnished from the stores. And if, according to the account given by the Captain Lieutenant, the ship remained upon the rocks, from which it may be presumed that something of the cargo, especially of the heavy goods such as the copper and tin, might yet be salved and recovered if in the fishing up thereof by the prince of the country 9 September no 319. 7 September Resolution to that end to send two commissioners to Arrakan. no hindrance were caused, or his consent to that end could be obtained, it was, after detailed consideration hereupon, furthermore approved and agreed to send to that end with the aforementioned sloop a commission to the King of Arracan, and to appoint thereto the member of this assembly, the junior merchant and pay bookkeeper Johannes Cornelis Heyning, and the junior merchant and ordinary commissioner Pieter Emanuel van Hoogendorp, as well as to deliver to them, alongside some presents for that prince which shall be judged to be agreeable, an instruction to be framed and drawn up on a further occasion, containing how to conduct themselves to achieve the intended purpose in this matter. To 320. 9th September Further arrangements for the rescue of the shipwrecked persons. To the end, furthermore, of doing everything within the power of the assembly, both to come to the aid of the said unfortunate shipwrecked persons and for the recovery of what might yet be salved from the wreck, it was likewise agreed to make a request by a missive to be dispatched this very day to the gentlemen of the English Government at Calcutta, that the necessary orders may be sent to the Residents of their Honors' possessions at Chittagong and further in the neighborhood of Arrakan, to grant the necessary help and assistance to the crew of Belvliet who might at times attempt to reach Bengal by that route, to convey them in safety hither, and that their Honors further be pleased to intercede with the prince of the realm to assist us, or 9 September Detail of a certain contract entered into by Captain Montanje with an English skipper. at least not to hinder us in the efforts to be made toward salving what may yet be found of the cargo. Thereupon the Honorable Director produced a contract delivered to His Honor this morning, concluded in Arrakan by Captain Jan Montanje with the owner of the English sloop the Tenny, named Anthony Baptiste, for the conveyance hither of him and twenty-nine of his crew for a sum of one thousand Sicca rupees, as security for which, according to the testimony of the frequently mentioned Captain Lieutenant, Captain Montanje was obliged to deposit that sum from some private money salved from the ship and taken into custody by the King of Arrakan, 321. 322. in order that the charterer might have recourse thereon if here in Bengal they should refuse to fulfill that engagement, the copy of the said contract reading as follows: Insertion of the same. Contract Between Captain Anthony Baptist and Jan Montanje, having commanded the Company's ship Belvliet. I, the undersigned Jan Montanje, acknowledge having contracted with Captain Anthony Baptist, commanding the sloop de Teni, that the same should convey me, alongside my crew consisting of 29 men, from here to the river of Bengal, whether Fulta, Calcutta, or Chinsurah, according to the undersigned's pleasure, and during the voyage keep us free of board, and that for the sum of one Sicca thousand rupees, to be paid in Bengal by the Dutch Company 9 September upon 323. 9 September Further discussion over the necessity of complying therewith. upon safe arrival. Below stood: Thus contracted at Arrakan the 31 July 1789. Signed: Jan Montanje. Below stood: Agrees. Signed: C. S. van Nierop, G. Clercq. After resumption of which, it being taken into consideration that from the account of the Captain Lieutenant aforesaid it appears why only 8 men came over with that vessel, namely because the others, having all fallen ill, were brought back to land, in which intermediate time the rest of the ship's crew had also arrived at Arrakan, with whom it seems that the captain chose to remain, as after all not everyone could cross with this sloop; that the claim for the satisfaction of that sum by the said Anthony Baptist, having come hither in person for that purpose, is thus legitimate and could not without the greatest inequity be denied, since it was not his fault that the

Dutch transcription

318. Beraamde schik„ „kingen ter des mo„ „gelyk recouvaee„ „ring der Lading van dien Bodem met het schip straalen hier gekoomen, en tot zyne assistentie daar op ook te plaatsen de op Belvlied bescheiden geweest zynde en onder voormelde manschappen herwaards overgekoo„ „mene sons Lieutenant Gerrit Ta„ „cobs, voorts om ten dienste dier schip brenkelingen op de herwaards reise, daar meede af te zenden de een en andere provisien die de „zelve benodigd zullen zyn en uit den voorraad verstrekt kunnen werden. — En ndien volgens het door den Capt=n Lieutenant gedaan ver„ „haal het schip op de Klippen gebleeven is, waar uit veronder„ „steld mag werden, dat nog wel iets van de Lading, inzonder„ „heid van de Zwaare goederen gelijk het kooper en Thin zou„ „de te bergen af te recouvreeren zyn indien in de opvissching daar van door den voorst van het Land 9 Septbr geen 319 7 Septbr „tot Besluit om „ dat einde twee gecom„ „mitt„s na arrakan te zenden. geen verhindering wierd toegebragt of zyne toestemming ten dien ein„ „de verkreegen konde werden, zoo is na breedvoerige Besoigne hier over alverder goed gevonden en verstaan, ten dien einde met voor„ „melde sloep een Commissie aan den koning van Arracan te zenden en daar toe te benoemen het lid dae¬ „zer vergadering den onderkoopman en soldij boekhouder Iohannes Cor„ „nelis Heyning en den onder„ „koopman en ordinair Gecom„ „mitteerde Pieter Emanuel van Horgendorp mitsgrs dezelve, nee¬ ven eenige presenten voor dien vorst die men oordeelen zal aangenaam te zullen zyn ter hand te stellen een by een nadere geleegenheid te beraamen en in te richtene Instructie in houdende hoedanig zig te ge„ „draagen ter bereiking van het bedoelde oogmerk in deesen. Ten 320. 9„e Septbr verdere schik„ „kingen ter red„ „breukelingen Ten einde verders alles aan te wen„ „ding der schip„ „den wat in het vermoogen der ver„ „gadering is, zoo om gedagte onge„ „lukkige schip breukelingen te hulp te koomen als ter recouveering van het geen nog uit het wrak zoude kunnen geborgen werden is tee„ „vens verstaan by een nog heeden aan de heeren van het Engelsche Gouvernement te Kalkatta af te zendene missive verzoek te doen dat aan de Residenten van hun Edelens bezattingen te Chettigam en verders in de nabuurschap van Arrahan, de nodige ordres mogen werden gezonden, om aan de manschappen van Belvliet wel¬ „ke Iomwylen door dien weg naar Bengale Ioieden trachten te Komen de nodige hulp om bystand te ver„ „leenen dat in veiligheid herwaards gemaaken en dat Hun Edelens verders by den vorst van het ryk ge„ „lieven te intercedeeren om ons be„ „hulpzaam 9 Septb=r Detail van Zeeker door Captn. Montanje met Een Engelsch schipper aangegaan Contract. „hulpzaam ten minsten niet kin„ „derlijk te zyn in de aan te wende; „ne pogingen tot berging van het geen van de Lading nog zal kun¬ „nen gevonden werden. — Vervolgens wierd door den Edelen Heer Directeur gepro„ „duceerd een heeden morgen zyn„ Edele ter hand gesteld Contract door den Capt„n Jan Montanje in Arrahan geslooten met den Eigenaar van de Engelsche Sloep the Tenny in name Anthonij Bap„ „tiste, ter overvoer na herwaards van hem en neegen en twintig van zyn volk voor een somma van Een duyzend Sicca ropyen, tot Zeeker„ „heid waar van, volgens getuigen is van meer gedagte Captn Lieutenant, Cap„ „lein Montange verpligt is geweest, die som uit eenig particulier „ uit geld dat het schip geborgen en bij den Koning van Arrahan in bewaaring genoomen is, te deponeeren 3 2.3 322. zelve. - deponeeren, ten einde den ver„ „huurder daar op verhaal zoude kunnen vinden indien men hier in Bengale weigerde aan die Insertie van 't verbintenis te voldoen, luytende Copia van het gezegte Contract aldus. Contract Tusschen den Capitein Anthony Baptist en Jan Montanje gevoerd hebbende Compt schip Belvliet Ik ondergeteekende Jan Montanje bekenne gecontracteerd te zyn met den Captein Anthony Baptist voerende de Chialoup de Teni dat dezelve my neevens mijn Equipagie bestaande in 29 mannen zoude van hier brenge na de rivier van Bengalen het zy voltha, Calcutta af Chinsura na des ondergeteekendes goed vinden, en geduurende de reise vry houden van kost en dat voor de somma van Een Sicca Duizend ropyen omme dezelve in Ben¬ „gale door de Hollands Comp„s betaald 9 Septbr te 323 9 Septbr: daar over beboog der nood„ „zaakelijkheid om daar aan te vol„ „doen. te worden bij behoude vleeren (onder¬ „stond/ aldus gecontracteert te arra„ „kan den 31 July 1789/ get:/ Jan Mon„ „tange /onderstond:/ Accordeerd /:g et: C„s S„r van Nierop, G Clercq. nader discours na resumtie waar van in aanmerking gekoomen zynde dat uit het verhaal var den Captn Lieutenant voor meld blijkt waar om er maar 8 man met dat vaar „tuig overgekoomen zyn namelijk wyl de overige alle ziek geworden zynde weeder aan Land waaren ge¬ „bragt in welke tusschen tyd het verdere volk van het schip mee¬ „do op Arrehan was aangekoo„ men by dewelke het schynt dat den Capitein verhooren heeft te blijven alzoo dog alle met deeze sloep niet konden overvaaren; dat den Eisch ter voldoening van die Som door dien gedagte Anthony Baptist, ten ende in persoon herwaards gekoomen, dus regt„ „maatig is en niet zonder de grootste onbillykheid ontzegd konde werden alzoo hem niet te wyten was dat de

NL-HaNA_1.04.02_3830_0663 view scan ↗

English

Declaration granted by the aforementioned English Skipper: the persons mentioned in the Contract had not all come along, and he, having incurred the necessary expenses for their maintenance, had earned the money by performing the voyage, as was extensively shown and argued by himself, having appeared in the assembly by order of the well-mentioned Lord Director; adding, to the questions expressly put to him concerning this matter, the circumstances that took place in this regard, as well as concerning the proposal of Captain Montanje to go with the vessel to the wreck, in order, if possible, to fish up something of the cargo, and the reasons that made him refuse this; of all which he undertook to grant a secretarial declaration, as has also been done, which is inserted herewith for consideration. 9th September No. 291. For the Company Today, the 9th of September 1789, appeared before me, Teunis van den Broeck, first sworn clerk of the Bengal Secretariat, authorized and qualified in that capacity to draw up and pass all Notarial acts, in the presence of the witnesses to be named hereafter: Anthony Baptiste of Corsica, aged 35 years, commanding the single-masted vessel named the Ginie, who, at the requisition of the Right Honorable Isaac Titsingh, Extraordinary Councillor of Netherlands India and Director of this Directorate, and in support of the truth, declared: That he, the deponent, resides here in Bengal, or in Calcutta, and sails with the aforementioned vessel to various Indian ports in order to find his livelihood from the trade conducted by him in that manner. That his latest voyage had been from here to Madras, and that from there he had conveyed a Mr. Cashman to Arracan, in order to purchase rice there. That he, the deponent, arrived at Arracan in the latter part of June and was still lying at anchor there in the river, when in the latter part of July, on a certain morning, they saw a boat crowded with people coming, rowing from afar. That he, the deponent, suspecting, because the boat was so full, that these were shipwrecked people from some stranded ship, had hailed them. That he received the answer from them that they were people from a Dutch ship which had stranded on the Broken Islands, and that thereupon he sent some of his crew to the shore to show them the way to the residence of the Rajah or King. That he, the deponent, the following day received a letter from the aforementioned Mr. Cashman, who requested him to come to his house, as the Captain of the Dutch ship, who had taken up his lodgings there, wished to speak with him. That he, the deponent, complying with this request, found the Dutch Captain Montagne at the house of Mr. Cashman. That he, Captain Montagne, made known to the deponent that he had had the misfortune to lose his ship, and was inclined to sail with his accompanying crew to Bengal, the country of his destination, asking him at the same time whether he would transport him thither and how much he, the deponent, wished to take for passage money for him, the Captain, and another twenty-nine men. That he, the deponent, showed himself prepared to do so and asked one thousand rupees for the transport; that the Captain at first had some objection to this, but that, upon the deponent pointing out that he could not do it for less, they finally agreed on that sum. That Captain Montagne, having thereupon asked when he could be ready, he, the deponent, answered within three to four days, and that the Captain with the crew subsequently indeed came on board with him, after having previously examined the sloop and found it to their satisfaction. That he, the deponent, being properly provided with everything, weighed anchor and had already dropped down to the mouth of the river, when Captain Montagne received a letter from the city of Arracan informing him that the rest of the crew from the wreck had arrived, who had saved some more money. That Captain Montagne thereupon left the vessel of the deponent and rowed back to the city in a boat. That he returned the next day, however, but, as it seemed, of quite a different mind than the previous day, since, having something to say about everything, he finally concluded by declaring that he would not go along. That Captain Montagne then proposed to him whether he would go with the sloop to the wreck in order to try to fish up more of the cargo, promising him, the deponent, a quarter thereof for himself, that the Rajah would receive another quarter, and that the remaining half would be for the Dutch Company. That he, the deponent, refused this for the reasons that he had been informed by Mr. Cashman that the prince already had four vessels prepared for that purpose, and that for a long time, or before the arrival of the last crew, several vessels had gone thither to keep watch, and that it would thus be dangerous for him to interfere in that matter, particularly since it was known to him, the deponent, that the King of Arracan is accustomed to make himself the owner of everything he can possibly get, and

Dutch transcription

324 door voorsz: En„ „gelsch Schipper verleande Verklaaring de persoonen in het Contract vermeld niet alle meede waaren gekoomen en hy de nodige onkosten tot kaar onderhoud gedaan hebbende door het doen der reise het geld verdiend heeft gelijk door hem zelve, ter or„ „dre van welmelde Heer Directeur, in vergadering verscheenen breed„ „voerig vertoond en betoogd wierd, onder byvoeging op de hem desvree¬ gens expres gedaane vraagen van de omstandigheeden die hier om„ „trend plaats gehad hebben, zoo wel als nopens den voorslag van Capitein Montanje om met het vaartuig naar het wrak te gaan, ten einde, des mogelyk van de La„ „ding iets op te visschen en de ree„ denen die hem zulx deeden wei¬ „geren, van welk alles hij aan„ Insertie van een „ nam een secretarieele ver„ klaaring te verleenen, gelyk ook geschied is in welke ter speculatie bij deese werd geinsereerd. 9„e Septbr: Heeden ƒ 325 No. 291. voor de Comp„e Heeden den 9 September 1789 Compareerde voor my Teunis van den Broeck eerste gezwoore Clercq der Bengaalsche Secretarije, in die hoedenigheid tot het maaken en passeeren van alle Natarieele ac„ „ters geauthoriseert en gequali„ ficeerd present de na te noeme„ „ne getuigen.. Anthony Baptiste van Corsica oud 35 Jaaren voerende het een maast vaartuig genaamt de Ginie, dewelke ter requisitie van den WelEdelen Gestrengen Heer M„r Isaac Titsingh raad extra ordinair van Nederlands India mitsgaders Directeur dezer Directie en tot voorstand der waarheid ver„ „klaarde. — Dat hij attestant hier in Bengale ofte te kalkatte resideerd en met het voorsz: vaartuig na de een en andere Indische have stevend, om, uit de door hem op die wijse gedreeven wor¬ dende handel, zyn bestaan te vinden Dat zijn Iongste togt was geweest van hier na Madras en dat hy van daar eenen M„r Cashman had overge„ voerd na Arracan, ten einde aldaar ryst L:S 326. rijst in te hoopen. Dat hy Attestant in het laatst van Iunij te Arrahan gearriveert is en aldaar nog in de rivier ten aenkerlag, toen in het laatst van July op zeekere morgen, zy van verre een schuyt opgepropt met volk zagen komen aan„ „roeijen. — Dat hy Attestant vermoeden, de, omdat de schuyt zo vol was dat dit ongelukkige schip breu¬ „kelingen waeren van het een of ander gestrand schip hen had toegeroepen. - Dat hy van hen ten ant¬ „woord bekwam dat zi volk waaren van een Hollands schip het welk op de gebroo¬ ke Eilanden gestrand was en dat hy daar op eenige van zyne manschappen na de wal Zond om hun te weg te wizen na de wooning van den Rasja of Koning.- Dat hy Attestant des an¬ „deren daags een brief ontving van voorsz M„r. Cashman die hem verzogten ten zijnen huise te koomen, wijl de Captn van 9 Septbr: het 9„' septb: het Hollandse schip, die daar zyn in„ „trek genomen had, met hem spree„ „ken wilde. — Dat hy Attestant aan dit ver„ zoek voldoende aan het huis van M„r Cashman gevonden had den Hollandschen Capitein Montanga„ Dat hy Capitein Montarze den Altestant te kennen gaf het ongeluk gehad te hebben zyn schip te verliesen en geneege te zyn om met zin bihebbende man, „schappen na Bengale het land zynen destinatie, te steevenen hem teevens vraagende of hem daar heen wilde voeren en hoeveel hy attestant voor transport geld van hem Captn. en nog Neegen en twintig mannee „men wilde. Dat hy attestant zig daar toe bereid getoond en voor het trans „part Een duyzend ropyen gevraagd had dat den Captn daar eerst wat teegen had dog dat, op vertooning van hem Attestant van dit niet minder te kunnen doen, zy ein¬ delyk voor die som geaccor„ „deerd waaren. Dat Capitein Montagne daar op gevraagd hebbende wan¬ „neer 327 328. „neer hy gereed kon zyn, hy attes„ „tant antwoorde binnen drie a vier dagen en dat den Capt=n met het volk vervolgens ook werken „lyk by hem aan boort kwaa„ „men na alvoorens de sloep ge„ examineerd en na genoege be„ „vonden te hebben. — Dat hy attestant, van alles behoorlijk voorzien zynde anker ligte en bereets tot aan de mont der rivier was afgezakt, wanneer Capt„n Montagne een brief ontving van de stad Arra„ „kan hem bedeelende dat het overige volk van het wrak was aangekoomen die nog eenig geld gesouveerd hadden. Dat Captn Montagne daar op het vaartuig van den Attestant verliet en met een boot wederom na de stad roeijde Dat hy des anderen daags echter te rug kwam dog zo het scheen heel ander gezint als den voorigen dag wyl hy op alles wat te zeggen hebbende 9 Septb: eindelyk e 329 9 Septb=r eindelyk besloot met de decla„ reeren, dat hy niet meede zoude gaan. Dat Capitein Montagne hem toen voorsloeg of hy met de sloep na het wrak wilde gaan ten einde te tragten nog weet van de Leeding op te visschen hem Attestant daar voor beloo¬ „vende een queert voor zig zelve, dat de Radsja een ander quart zou genieten en dat de overige helfte voor de Hollandsche Com¬ „pagnie weezen zou. - Dat hy Attestant dit wei„ gerde om reedenen hy door Mr. Cashman onderregt was dat den vorst bereets ten dien einde vier vaartuigen gereed had en er ook zeedert lange of voor de komst van het laatste volk ver„ „scheide vaartuigen derwaards waaren gegaan om de wagt te houden en dat het dus gevaarlyk voor hem zou zyn sig daar meede te melleeren, inzonderheid, daar het hem etttes„ „tant bewust was, dat den Koning van Arrahan de gewoonte heeft om zig eigenaar te maaken van alles wat hy maar krygen kan en

NL-HaNA_1.04.02_3830_0669 view scan ↗

English

and even that if a Captain of a ship dies within his jurisdiction, he declares himself his heir and immediately takes possession of his ship, if there is no one who presents himself as the owner thereof. That Captain Montagne thereupon sailed his sloop back to Arrahan, after which he abandoned the same with the greater part of his crew, leaving on board only the Captain Lieutenant, one of the petty officers, and five common sailors. That he, the attestant, refused to depart with them unless Captain Montagne gave him security that, upon arrival in Bengal, his passage money would be satisfied. That Captain Montagne thereupon, from the salvaged funds, deposited the value of One thousand rupees in dollars into the hands of Mr. Cashman as collateral security, and that he, Cashman, had also granted a bond for this, whereby he agreed to repay that money as soon as he received notice that this value had been received by him, the attestant, at Chinsurah. That he, the attestant, after the giving of that security, immediately weighed anchor, set sail with the Captain Lieutenant and crew mentioned herebefore, and arrived safely here in Calcutta on past Monday evening, the 7th of this month. Ending herewith his declaration, which he attested to contain the pure truth, giving for reasons of knowledge as in the text, and being prepared at all times, if required, to strengthen what has been deposed with a solemn oath. Done at Hooghly in Bengal, in the presence of Jan Gregorius Herklots and Gregorius Herklots, requested hereto as witnesses. The original of this is duly signed. Below stood: which I attest. Signed: T. van den Broeck. It was agreed with the Honorable Director that, for the reasons aforementioned, equity and the credit of the Company demand faithfully to fulfill the contents of that contract, the more so because the contrary might inspire the most unfavorable ideas in the ruler of Arrahan and have a detrimental influence on the means to be employed for recovering any part of the cargo, and consequently, however pinching this may be during the present lack of money and our already lamentable condition, upon the proposal of his said Honor, it was resolved to have the contracted One thousand sicca rupees paid out here to him, Anthony Babtiste, for the hire of his vessel, and also to charge the same, together with all that shall further be expended on behalf of this unfortunate ship and its crew, to the account of the Bengal Office, in order subsequently to draw up a distinct memorial of everything, which will then be inserted into the resolutions. It was also resolved to give notice of this fatal accident to the Honorable High Government of the Indies as soon as possible, and to that end to make use of the first certain opportunity that presents itself for sending a letter to Pulicat, in the hope that it will arrive there timely enough to be further dispatched with the ship departing for the Capital in the following month. After all this had been handled, the Honorable Director read out the translation of a petition submitted to His Honor in the Persian language by several Mughal merchants, wherein they complain in the strongest and even in an entirely offensive manner about the recently instituted toll of two and a half and One percent on merchandise transported into and out of Chinsurah, with the request that the same might again be abolished in their regard, reading as follows: Protector of the Needy, Hail. The undersigned Mughal merchants residing in, and traveling back and forth to and from Chinsurah, have the honor most respectfully to make known, concerning the order issued by the Council to have to pay a toll on the trade they conduct of two percent for incoming goods and one rupee for outgoing goods, and the execution of which the Fiscal is attempting to bring into force: That demanding toll for the goods of the petitioners is contrary to custom and a direct infraction of the laws, since, according to local usage, they presently must pay the country's tolls at Calcutta etc., and paying them again here at this place, would thus have to pay double, which could only tend to the ruin of this place and to the defamation of the Honorable Dutch Company with the Lord of the Country. Has it also ever been customary of old to give the Gentlemen the right to establish orders against the true believers (Muslims), running contrary to the institutions of the ruler of the country? Since it has never been customary for those of the petitioners' persuasion to pay any tolls to the Company, but they have always remained obliged to pay the same to the Lord of the Country, the collection thereof at this place would thus be a direct breach of the laws of the Sovereign Lord, whose pleasure and orders have not yet appeared to us to have descended upon the Gentlemen for the execution thereof. The

Dutch transcription

330. en zelfs dat als er een Capitein van een schip onder zyn gebied komt te sterven, hy zig tot zyn Erfge„ „naam verklaard en aanstonds bezit van zyn schip ^ neemd, als er niemand is die zig als eige„ „naar daar van opdoed. Dat Capitein Montagne daar op zin sloep te rug voer¬ „de na Arrahan waar na hi de„ „zelve verliet met het grootste gedeelte zyner manschappen alleen aan boord latende den Capitein Lieutenant een der mindere officieren en vyf gemeenen. Dat hy Attestant weigerde met dezelve te vertrekken, ten waare Capt=n Montagne hem zeekerheid gaf dat na aan„ „komst in Bengale aan zijn „een overkomst zou worden voldaan. Dat Capitein Montagne daar op van de gesouveerde gelden de waarde van Een duyzend ropyen aan Daalders in handen van M„r Cashman, als een Colla, „torale securiteit, had geseponeert en dat hy Cashman daar voor ook een verbandschrift had verleend waar bi 3„e Septbr: Ng 331 9 Septbr hy aannem om dat geld te rug te betaa¬ „len, zoo dra hy tyding bekwam dat die waarde door hem attestant op Sinsura ontvangen was. — Dat hy attestant, na het geen ven van die securiteit onmidde¬ „lyk anker ligte en met den Capt=n sier„ „tenant en manschappen hier vooren vermeld onder zeil gegaan en behou„ „den alhier te kalkatte aangekoomen is op gepasseerde maandag avond den 7„e deezer Eindigende hier meede zyn ver„ „klaaring, welke betuigde de Zuivere waarheid te behelzen geevende voor reedenen van weetenschap als in den text en bereid zynde het gedeposeerde ten allen tijden, des gerequireerd, an met solemneele Eede te sterken. Actum Hoegly in Bengale ter presentie van Jan Gregorius Hee„ „Klots en Gregorius Herklots als getuigen hier toe verzocht. De minute deeses is behoor¬ „lijk geteekend. / onderstond:/ quod attes„ „tor. /get:/ T„s van den Broeck. — Wierd met den Edelen Heer Directour begreepen dat, om reedenen voorm: de billykheid en het Crediet der Maatschappy 332. besluit om de by 't Contract be„ aan denzelve af te geeven Maatschappij voorderd aan den inhoud van dat Contract getrouwelijk te vol„ „doen, te meer wyl het teegendeel den vorst van Arrahan aller on„ „gunstigste denkbeelden kan in„ „boesemen en op de aan te wen„ „dene middelen tot wederkry„ „ging van eenig deel der Lading van nadeeligen invloed zijn, en dienvolgende, hoe nerpende zulx ook in het teegenwoordige geld gebrek en onse reets beklaa„ „gelyke toestand zy, op propositie van welmelde zin Edele verstaan, „donge 1000 rop: aan hem Anthony Babtiste voor de huur van zyn vaartuig de gecontracteerde Een duizend sieca ropyen alhier te laaten afgee„ „ven mitsgrs: dezelve neevens al het geene verder ten behoeve van dit ongelukkig schip en dies Equipagie bekostigd zal werden, te brengen ten lasten van het Kantoor Bengale, om van alles vervolgens een distincte 9 Septb: Memorie 333 9 Septbr Beslutom van het een en ander Indische regeering ter spoedigste kon „nis te geeven. Den Edelen Heer Directeur produ„ Mogalders overge„ der tollen memorie te formeeren, die als dan by de resolutien zal werden geinsereerd. - Meede is nog verstaan van dit aan de hedele Hooge fataal ongeval ten spoedigsten Ren„ „nis te geeven aan de Edele Hooge Indische Regeering en ten dien einde gebruik te maaken van de eerst voorkoomende zeekere gelee„ „genheid ter afzending van een brief naar Palliacatte, in koops dat tydig genoeg daar zal kunnen zyn, om met het in de volgende maand naar de Hoofdplaats vertrekkend schip verder verzonden te werden. — Na dat dit alles afgehan„ „ceert een door de „deld was, wierd door den Edelen „geeve requesttie Heer Directeur voorgeleezen het „gen den invoer Translaat van een in het persi„ „aansch aan zyn Edele overgegee„ „ven request van verscheide Mo„ „golse Kooplieden, waar by dezel„ „ve zig op 't sterkst en zelfs op een gants beleedigende wyze beklaa¬ „gen 334 Insertie van dat geschrift „gen over de onlangs opgerechte Tol van twee en een half en Een p„r C„to op de in een uit sinsurah gevoerd werdenden Koopmanschappen, met verzoek dat dezelve ten haa„ „ren opzigte weder mogt afge„ „schaft werden, luydende het zelve aldus. Beschermer der Nood„ druftigen Heijl D'ondergeteekende Magolse Kooplieden verblyf houdende in„ en af en aan trekkende binnen en uit Chinsurag hebben de Eere, aan„ „gaande de gestelde ordre van den Raad, om, van den handel die zy driven, voor inkoomende goederen twee percento, en voor de uitgaande een ropy te moeten opbrengen. voor tol, en welkers executie den Heer fiscaal tragt te brengen in vigeur, op het eerbiedigst te kennen te geeven. — Dat het vorderen van tol, voor de goederen van de sup¬ 9 Septbr „plianten 335 9 Septbr „plianten, stryjdig is teegen den gebruike en een directe infractie op de wetten. nadien zy, volgens onder usantie, 'slands tollen te Calcatta etc„a voor 't teegenwoor„ „dige opbrengen moeten, en dezelve, hier ter deezer plaatze weeder betaalende, dus dubbeld zouden moeten opbrengen, het wel niet dan tot ruine deezer plaats, en tot opspraak van de Edele Hollandse Comp„e by den Heer van 't Land zou kunnen verstrekken. Is het ook van al ouds wel ge¬ „bruikelyk om de Heeren regt te geeven, van teegen de waar geloovi„ „gen /:Mosselmans:/ ordres te kunnen stellen, aan loopende teegen de in„ „stellingen van den vorst van 't Land: Daar het nu nimmer gebrui¬ kelyk is geweest dat der suppten gezintheid aan de Comp„e eenige tol„ len heeft betaald, maar zy altoos gehouden zyn gebleeven om de„ „zelve op te brengen aan den Heer van 't Land, zo zou dus het invor„ „deren daar van ter deezer plaatse een directe inbreuk zyn op de wetten van den Land Heer; wiens goedvinden en beveelen ons nog niet gebleeken is op de Heeren afgedaalt te zijn ter uitvoering van 't zelve. Het

NL-HaNA_1.04.02_3830_0675 view scan ↗

English

33. 9 September It is for these reasons that the petitioners hope that the Lord Fiscal will be ordered, on behalf of the council, to desist from the collection and receipt of Tolls from the petitioners; so that they, wishing well to the Company, may reside here peacefully and may continue on the old footing. May these lights of your life and prestige continue to shine. Signed and sealed by: Mahmed Mehiddie Miskie, Makmod Zemaan Mazinderanie, Hajie Moenin Isphehanie, Hajie Rehiem Isphehanie, Hajie Mahmed alie Isphehanie, Hajié Kasena, Fessel ulla miskie, Kemterien alie, Hajie Mahmed Tahir, Hossein Chan Bachtejarie, Mer Mortesa, Aka Hossein Saastemi, Mahmed Bahir and Abul Hossen. Below stood: translated 23 July 1789, signed: Cas: Leon: Eilbracht. Whereupon His Honour also communicated the 337 9 September Which answer the Honourable Lord Director gave to them; resolution of the Council conforming thereto. answer given to the petitioners on this subject, to the effect that the introduction of this Toll occurred in compliance with the orders of the Honourable High Indian Government, so that no change could be made thereto by this council and they, alongside the other subjects of the Company, had to submit thereto; with which answer it was agreed to conform, and to make a record thereof in these minutes with the observation that the demand of these petitioners, leaving aside the offense to the Company and its ministers in this country implied therein, appears utterly unreasonable in every respect, since they, enjoying the same right of residence and conducting trade on the Company's Territory alongside the other inhabitants of our Village, no reasons can be conceived why they more than 335. 9 September the others should remain exempt from paying a fair tax for the favours thereby granted to them; that one is equally at a loss to know the reason why the Company here should be less entitled to collect that toll for the freedom of trade conducted under its flag than the English Gentlemen in Calcutta; who have also established a town toll there, even at the time when the country's tolls were also paid, from which they exempt no one, and thus the Mogol merchants no less than others; and finally that this opposition against the right and authority of the Company in its own Colony cannot be regarded otherwise than as the effects of the usual obstinacy of those petitioners, of which the council also had experience in the previous year, as appears from the proceedings in the secret resolution of 339 9. September Finding of the shortweights in the Warehouses inserted 28 November 1788, for which reason one ought to have even less leniency toward them, while it may be expected with certainty that if they wish to remain residing under our flag, they will submit to this just like others as soon as trade here begins to revive in any way and they experience the inconveniences to which, both through insecurity and otherwise, the hiring of warehouses for the storage of their goods outside and in the vicinity of the village is subject, as is now practiced by them in order to evade that toll. The provisional Head Administrator van Haugwitz having drawn up and presented to the table today the Finding of 340. 9. September: Finding of such shortweights as are permitted for write-off to the Warehouse Masters, as shown by the attached Memorandum, on the merchandise delivered by them from primo September 1788 to ultimo February 1789 under the General Regulation of Their High Honours dated 15 August 1764, the undersigned requesting on that matter the decision 341 9 September Decision thereon. 808 1/3 lb Cloves 229½ lb Pepper 20½ lb Nutmegs 17 1/5 lb Mace 1/5 lb Cinnamon of this council for the information of the Trade Bookkeeper and of the said Administrators; namely: on 80871¼ lb, to wit 80856 lb sold for Cash 15¼ lb delivered on warrants 80871¼ lb 2012¾ lb, namely 1992½ lb for Cash at 1 per Cent 20¼ lb on warrant at 1 per Cent 1719 lb, namely 1702½ lb for Cash 17¼ lb on warrant at 1 per Cent 1 lb for Cash 20¼ lb on warrant at 1 per Cent 146034 lb, namely 145704 lb for Cash 330 lb on warrant at 1½ per Cent 936 1/5 lb Japan Copper on 748950 lb sold for Cash at 1/8 per Cent 124¼ lb Tin on 99837 1/5 lb sold for Cash at 1/8 per Cent 631 1/8 lb Sapanwood on 63163 3/8 lb sold for Cash at 1 per Cent 130 lb Powder sugar on 6504 2/5 lb sold for Cash at 2 per Cent 43 lb Coffee beans on 2150 4/5 lb sold for Cash at 2 per Cent Below stood: Hooghly in Bengal, the 30 July 1789, signed: J: W: S: van Haugwitz. It was thereupon approved and decided by resolution to pass the items for write-off and to have this entered into the books of the expired financial year 1788/9, as well as to pay out of the treasury to the said Administrators the buyout for: 342 9. September Resumption and Insertion of the Finding of Cloves brought with Eik en Linden 808 3/5 lb Cloves 20 1/8 lb Nutmegs 17 1/5 lb Mace 936 lb Japan Copper 125 lb Tin 631½ lb Sapanwood and 43 lb Coffee beans which they, according to the report of the ordinary Commissioners, have retained as surplus and delivered to the Company. The aforementioned provisional Head Administrator having also produced the Finding of 503 Chests of Cloves brought here in the past year from the capital with the chartered ship Eyk en Linden, of the following content: Finding

Dutch transcription

33. 9 Septbr. Het is om deese reedenen dat de supplianten verhoopen dat den Heer fiscaal, van weegen de vergadering, zal worden geor¬ „donneert, om aftezien van het invorderen en ontvangen van Tollen bij de suppten. ; op dat zy, het goede aan de Comp„e toewenschen „de, alhier gerustelyk moogen verblyven, en op den ouden voet moogen volharden dezen van u leeven en aan„ „zien blijve voortflikkere (:ge„ „teekend en gezeegelt / Mahmed Mehiddie Miskie, Makmod Zemaan Mazinderanie, Hajie Moenin Isphehanie, Hajie Rehiem Isphehanie Hajie Mahmed alie Isphe„ „hame, Hajié Kasena, fessel ulla miskie, kemterien alie, Hajie Mahmed Tahir, Hossein Chan Bachtejarie, Mer Mortesa, Aka Hossein Saastemi, Mahmed Bahir en Abul Hossen (onderstond/ getranslateerd 23 July 1789 /was„ get:/ Cas: Leon: Eilbracht. waar by zyn Edele teevens Communiceerde de 337 9 Septbr welk antwoord den Edelen Heer Directeur hen ge„ „geeven heeft: besluit van den Raad dien Con„ „form. ten dien suyette suppten. daar op ten antwoord te de hebben gegeeven, dat het invoeren deeser Thol geschied was in opvol„ „ging der ordres van de Edele Hooge Indische Regeering, dat er dus door deese vergadering geen verandering in konde gemaakt werden zy zig nevens de verdere onderhoorige der Comp„e daar aan moesten on„ „derwerpen, met welk antwoord Verstaan is, zig te Conformeeren en daar van by deese aanteeke¬ ning te houden onder aanmar„ ten aanmerkinge „ king, dat den Eisch deezer suppt het beleedigende voor de Maat¬ schappi en Haare ministers hier te lande daar in opgeslooten ter zyde gesteld, in allen deelen ten hoogsten onbillyk voorkomt, wijl zy, neeven de verdere bewoonders van ons Dorp, een zelfde regt van inwooning en het dryven van handel op 's Comp„s Territoir ge„ „nietende men geen oorzaaken uit„ „denken kan waarom zy meerder als die 335. 9 Septbr die behoorden bevryd te blyven van het opbrengen van een billyke be„ „lasting voor de gunsten hen daar mee„ „de beweezen; dat men eeven min de reeden weet waar om de maatschap„ „py hier ter plaatse minder gerech:t w: „tigd zoude zyn tot het invorderen dier tot voor de vryjheid van handel on„ „der Haare vlag gedreeven, als de Heeren Engelschen te Kalkatta; welke aldaar meede, zelfs nog ten tyde toen 's lands tollen meede wier„ „den betaald; een stads tot oi hebben opgerecht, waar van zij niemand en dus de mogolse Kooplieden zoo min als anderen, en eindelyk dat deese oppositie teegen het regt en ge„ „zag van de Comp„e in haar eige Colonie niet anders kan beschouwd werden als de uitwerkzelen van de gewoone moedwilligheid dier suppten. waar van de vergadering in het voorige Jaar, blykens het verhandelde ter secredte resolutie van 339 9. Soptb=r Bevinding der de Pakhuisen geinsereerd van 28 November 1788 meede ondervin„ „ding gehad heeft, uit welken hoofde men nog te minder toegeevendheid voor hen behoord te hebben, ter„ wyl ket met zeekerheid verwagt mag werden dat zy onder onse vlag willende blyven resideeren¬ zig eeven als andere hier aan zul„ „len onderwerpen, zoo draa den han„ „del ter deeser plaatse maar eenig„ zints weeder begind te herleeven en zy de inconvenienten onder„ „vinden, die, zoo door onveiligheid als anderzints, het Huuren van pakhuisen tot het opslaan kun„ „ner goederen buiten en om„ streeks het dorp, gelyk nu door hen, om die tot te ontgaan, gepracticeerd werd, onderhee„ „vig zyn. Door den provisioneel onderwigten in Hoofd Administrateur van Haug„ „witz opgemaakt en heeden ter tafel gekoomen zynde de Bevin„ ding 842 340. 9. Septbr: „ding der onderwigten ter afschri ving aan de Pakhuysmeesters ge¬ „permitteerd, op de uit hunne Ad„ „ministratie zeederd primo Septb=r tot ult„o Feb: 1789 1788 5 afgeleeverde Koopman„ schappen luydende aldus Bevinding van zoodaanige onderwigten als ter afschryving aan de Pakhuismeesters blykens aangehegte Me¬ morie op de door Hun uitgeleeverde Koopman„ „schappen zeedert primo September 1788 tot ultimo february 1789 by het Generaal Reglement van Hun Hoog Edelens in dato 15„e augustus 1764 zyn toegestaan verzoeken, „de den ondergeteekende dien aangaande de dispo¬ „sitie : 341 9 Septbr 808 1/3 lb Nagulen dispositie daar op. „sitie deeser vergadering tot na„ „rigt van den Negoti Boekhou„ „der en der gemelde Adminis¬ „trateurs; als op 80871¼ lb teweeten 808 56 lb Contant verkogt —15¼ „ spordonn„s verstrekt 80871¼ lb „ 2012¾ als 1992½ lb voor Contant a 1 p:r C: = 20¼ op ordonnantie a 1 _„ 9¾ lb 1702½ lb voor Contant 1719 17¼ „ op ordonn: „1_„o 1 lb voor Contanten „ 2/„ „ 20¼„ op ordonntie „1 _„o „ 146034 — „ 145704 lb voor Contant 330 „ op ordonnantie „ 1½ _, 936 1/5 „ Kooper Japans „ 748950 „ voor Contant verkogt. „ 1/8 _„ „ 99837 1/5 „ „ _„ _o „ „ 1/8 _„o „ 124¼ „ Thin 631 1/8 „ Sappanhout „ 63163 3/8 „ „ _„ _o „ „ 1= _„o 130 „ Poeter zuiker „ 6504 2/5 „ „ _ „ _„ „ 2 _„o 43 „ Caffyboonen. „ 2150 4/5 „ „ —„ _„ „ 2. _„ /onderst=t/ Hoeglij in Bengale den 30=e Iuly 1789 (:get:/ I: W: S: van Hangwitz zoo is by dispositie daar op goedgevon„ den en verstaan, het een en ander ter afschryving te passeeren en zulx nog by de boeken van het afgeloo„ „pene Boekjaar 178 8/9 te laaten ge„ —: 1/5 „ Canneel 229½ „ Peeper 20½ „ Nooten 17 1/5 „ Foeli „volg 2 „ 342 9. Septbr resumptie en Insertie der met Eik en Lin„ „der aange„ „bragte Nagelan „volg neemen, mitsgrs: aan gedag„ „te Administrateurs uit Kassa uit„ „koops te doen betaalen 808 /5 lb Nagulen 20 1/8 „ Nooten 17 1/5 „ Foelij 936 „ Kooper Japans 125 „ Thin 631½. „ Sappanhout en Coffyboonen „ die zy, volgens rapport der ordinai„ „re Gecommitteerdens, overbehouden en aan de Comp„e geleeverd heb¬ „ben Nog door welmelde pro¬ Bevinding van visioneel Hoofd Administrateur geprodeceerd zynde de Bevinding van 50:3 Kisten Nagulen in Anno passato met het ingehuurde schip Eyk en Linden van de hoofdplaats alhier aangebragt van deezen in„ „houd.— Bevinding 43 PC:

NL-HaNA_1.04.02_3830_0682 view scan ↗

English

843 9 September Finding of the below-mentioned cloves by the chartered ship Eijk en Lind and according to invoice dated Batavia 18 July 1788 and brought here on 11 September following, as reported by the specially appointed Judicial Members, the junior merchants B: C: D: Bouman and P: E: van Hogendorp on the 20th of this month in the presence of fiscal A: G: Krayenhoff, found upon garbling and weighing out to the Warehouse Keepers L: R: de Bas and P.s van Grieken, as: 48862 lb cloves in 503 chests having weighed here before garbling 47973 pounds and after the same in good and deliverable 96 12/23 per cent or 47109 lb dust, refuse and crowns 1 1/25 per cent or 760 lb 47869 lb and should have weighed as above 48862 lb thus a deficiency of 2 2/25 per cent. Of which Blown away during the garbling 1/50 per cent or 14 lb Deficiency on what was found against what was invoiced from Batavia 1 13/30 per cent or 889 lb 993 lb [signed below] Hoogly in Bengal 28 August 1789. [signed] I: W: S: van Haugwitz. Disposition on this is, after resumption thereof, understood that the found deficiency of 993 lb or 2 1/25 per cent and in dust, refuse and crowns 760 lb or 1 1/25 per cent, is also to be passed for write-off and still to be booked under the last of August past, provided that the sorted refuse be sent to the main settlement and the Judicial Members Bouman and van Hogendorp, who assisted at the garbling, confirm their report under oath in court. Number 11 Communication from the Honorable Director that the saltpeter this year will not be delivered from Calcutta. The arrived shipwrecked persons except the Captain-Lieutenant reinstated in service. Points of rescription to Kassembazaar. Approval of the cash and expense accounts of May, June, and July. Hereafter was produced by the Honorable Director a letter received by his Honor at Calcutta from the Secretary of the English Government, Mr. Edward Hay, reporting that this year the saltpeter our Company might need, on account of the small stock, cannot be delivered from Calcutta, of which at the desire of his Honor it is understood to keep this record. Of the aforementioned shipwrecked persons of Belvliet arrived here, the Second Lieutenant Gerrit Jacobs being employed on the sloop destined for the retrieval of the remaining crew from Arracan, it is, upon the proposal made thereto by the Honorable Director, understood to place all the others on the vessel Straalen present here, and to let their wages run again from the day of their arrival, excepting however the Captain-Lieutenant Wilke Lange Renken, regarding whom this disposition remains suspended until he, together with the other First Officers, has answered for the loss of the ship. The Kassembazaar cash and expense accounts for the months of May, June, and July received with the letter of the 4th of the previous month having, upon examination and recalculation, according to the declaration of the provisional Head Administrator, been found correct and in order, it is understood to approve and pass the same. 346 9 September Points of rescription to Patna. The cash accounts of June and July approved. The same regarding those from the Patna office for the months of June and July, received with the letter of the 14th of the previous month, having been declared by the said Head Administrator, it is understood to approve and pass those as well. [signed below] Done at Hoogly in Bengal, date as above. [signed] F: Titsingh, I: W: S: van Haugwitz, P: Levien, A: G: Krayenhoff, Jacob Eilbracht, L: Reael de Bas, F: Wieman Raad and Secretary, J: C: Heyning. 347 The Honorable Director produces a letter received from Mr. Tyler proposing the salvage of the cargo of Belvliet. Insertion of that letter. Friday the 11th of September, Year 1789. In the morning; all present. There was produced by the Honorable Director a letter received this morning by his Honor from Mr. George Tyler in Calcutta, whereby the same, after expressing thanks for the sending of some letters brought for him with the shipwrecked persons of Belvliet from Arracan, and demonstrating the connections which he has in that kingdom and with its ruler, makes an offer of his good offices for the recovery of what may still be retrieved from the wreck, as appears more circumstantially from that letter itself, which with the translation reads as follows.

Dutch transcription

843 t 9 Septbr op Bevinding van de onderstaande Nagulen met 't ingehuurde schip lyk en lind en blykens factuur gedateerd Batavia den 18 July 1788 en den 11 Septb daar aan alhier aangebragt, volgens rapport der expres„ „se gecommitteerde Justitieele Leedende onderkoop„ „lieden B: C: D: Bouman en P: E: van Hogendorp in dato 20 deeser ten overstaan van fiscaal A: G: Kray„ „enhoff by quarbulatie en toeweeging aan de Pakhuismeesters L: R: de Bas en P„s van Grieken bevonden, als. — 48862 lb Nagulen in 503 kisten hebbende voor quarbulatie alhier gewoogen 47973 ponden en na deselve aan goede en leeverbaare 96 12/23 pr C: af 17109 lb „. staf kruis en kroontjes 1 1/25 „ „ 760 „ 47869 lb en moesten als boven waegen 48862 „ dus een minwregt van 2 2/25. Daar van Vervlegen geduurende de guarbulatie 1/50 prCof 14 lb Minderheid op 't bevondene teegens 't aangereekende van Batavia 1 13/30 „ „ 889„ 993„ /onderst=d/ Hoegly in Bengalen den 28„e Au„ „gustus 1789. /get:/ I: W: S: van Haugwitz.— dispositie daar is, na resumtie van dien Verstaan het bevondene minwigt van 993 lb ofte 2 1/25 p„r C„o en aan stof, gruys en Kroontjes 760 lb ofte 12/235 p„r C„to, meede ter afschryving te passeeren en nog onder Ult„o Aug„s Hleeden by de Boeken te laaten 993 lb verhandelen Nol1 Communicatie van den Ed„e H„r salpeeter dit Jaar van zal worden ge„ „leeverd. — de aangekome schip breukelingen excepto den Captn. Liedit we„ ^ der in dienst gesteld verhandelen, mits also het uitschat naar de houfdplaats verzonden werde en de Justitieele Leeden Bouman en van Hogendorp, die by de guarbulatie geassisteerd hebben hun rapport in Iudicio beëedigen. Hier na wierd door den Edelen Direct„ dat de Heer Directeur geproduceerd een brief te kalhatte met en Secretaris van het Engelsche Gou„ „ Heer „vernement, de „ Eduard Haij, ont„ „fangen, meldende dat dit Iaar de salpeeter die onse Compagnie mogt benoodigt zin, uit hoofde van den geringe voorraad, niet de Kalkatta kan werden afgeleeverd, waar van ter begeerte van zyn Edele verstaan is, deese aanteeke„ „kening te houden. — Van de voorwaards ver„ van Bolvliet, „ melde hier aangekoomene schip breukelingen van Belvliet den sous Lieutenant Gerrit Jacobs geemploi eerd werdende op de sloep ter afhaal van de overige manschappen uit 9 Septbr Arracan 345 Septbr pointen van re„ „scriptie naar 1 kassa en onkost reck: van may Juny en July. Arracon gedestineerd, is, op de daar toe door den Edelen Heer Directeur gedaane voordracht, verstaan, alle de overige, op het aanweezige schip strae„ „len te plaatzen en hunne Gagie zee„ „derd den dag hunner aankomst weder te laaten Cours neemen uitgezonderd echter den Capt=n Lieutenant wilke Lan„ „ge Renken, ten wiens op zichte deese dispositie uitgesteld blyft tot zig, nec„ „vens de overige Eerste officieren nopens het verlies van het Schip verantwoord heeft. De Kassembazaarse Kassa Kassembezaar en onkost reekeningen van de maan„ approbatie dan „d en May, Iuny, en Iulij ontvangen neeren der bedienden letteren van den 4„e der voorige maand by exa„ „minatie en na reekening, vol„ gens verklaaring van den provisio¬ „neel Hoofd Administrateur, wel en in order bevonden zyn, is verstaan, dezelve te approbeeren en passeeren. - 346 9. Septbr. Pointen van rescriptie naar Pamna van Juny en July Het zelfde omtrent die van het kantoor Patna voor de de Kassa reek: Maanden Iuny en Iuly, ontfan„ g'appribeert. „gen neeven brief van den 14=e der voorige maand, door gedagte Hoofd Administrateur verklaard zijnde, is verstaan die almeede te approbeeren en passeeren (onder„ „stond:/ Actum Hoeglij in Benga„ „le datum ut supra /:get:/ F: Tit„ „singh, I: W: S: van Haugwitz, P: Levien, A: G: Krayenhoff, Iacob Eilbracht, L: Reael de Bas, F: Wieman R„s & sec„r, J: C: Heyning. — Vrijdag 347 der Edelen Heer Di„ „reeten produceert een van M„r Taylor „mende propositie ter opvissing der Lading van Bel„ „Vlies. Insertie dier brief Vrijdag den 11„e Septber: A„o 1789. 's morgens; alle present. Wierd door den Edelen Heer Dircc ontvangene briefiteur geproduceerd een deesen morgen by zyn Edele ontfangene missive van den Heer George Pyler te Kalken „ta, waar bi denzelven; na dankbetui„ ging voor het toezenden van eenige brieven, voor hem met de schip brenkelingen van Belvlied uit Ar„ de daar bij voorker„ „ reken aangebragt en aantooning van de betrekkingen welke hy in dat ryk en met dies vorst heeft, aanbod doed van zyne goede diensten ter recou„ „vreering van het geen nog uit het wrak te haalen is gelyk omstandiger blykt by die brief zelve, welke met het ranslaat aldus luyd.

NL-HaNA_1.04.02_3830_0687 view scan ↗

English

To the Honorable J. Titsingh Esq. 11 September To the Honorable J. Titsingh, Director: Sir; Translation I thank you for the packet of letters which you had the goodness to send me. The loss of your Company's ship on the coast of Arracan is an event indeed greatly to be lamented, for had there been but a single person on board who possessed the least knowledge of the port of Arracan, she most probably would have been saved. It is, however, a port little known to Europeans. I have for some time past had vessels trading in those parts, and am perhaps on a better footing with the Rajah there than any other European. My opinion is that, through a good and proper management, much may be salvaged from the wreck, but everything depends upon the will and pleasure of the Rajah, with whom strangers cannot negotiate with much probability of success. If you judge that my connections there can afford any advantage worthy of your acceptance, I will gladly undertake to employ the same in the most advantageous manner for your interest, and I shall render a true and faithful account of all that may be recovered from the wreck. However, not a moment of time must be lost in this business. I have a small vessel now lying ready to sail for Arracan; it will be necessary to send some decisive orders concerning this matter by her. Whatever you wish to send thither shall be carefully forwarded. Subscribed: I have the honor to be, lower down, Sir, your most obedient humble servant. Signed: George Tyler. In the margin: Calcutta, 10 September 1789. Upon the proposal of the Lord Director regarding the acceptance of what has been offered therein: After the resumption of which, His Honor remarked that this offer appeared altogether advantageous and ought not to be rejected, because, by being able to make a reasonable agreement in this regard with that gentleman, not only would much trouble and expense be spared, but it is also very likely that he, if he will apply his efforts thereto through the connection he says he has with the Rajah, will accomplish far more there than those who might be dispatched for that purpose by the assembly; wherefore the Lord Director also deemed that advantage should be taken of this, and it should be ascertained from the said gentleman on what conditions he would be willing to undertake to contribute his efforts to recover as much of the cargo as possible and convey it hither, whether the Company's vessels or his own be employed for that purpose. Which having been deliberated, and matters being so understood with His Honor, in order to make all speed herein and thus prevent the prolixity that writing back and forth might cause, it was approved and resolved, upon the aforementioned proposal, to commission the member of this assembly, the junior merchant and pay-bookkeeper Johannes Cornelis Heyning, to Calcutta, to treat with that gentleman on this matter and to learn on what conditions he will employ his interest, whether in person or through his factors, with the King of Arracan, towards the recovery of what may already have been salvaged from the cargo of Belvliet, or what might yet be salvaged or fished up; and to give the assembly an account thereof as soon as possible, as well as of whatever else may serve for a speedy conclusion of this affair, in order then to dispose thereupon as shall be found proper. Order to the head surgeon to prepare medicines for the Arracan shipwrecks: Whereas it is learned through the arrived ship-wrecked crew of Belvliet that many illnesses prevail among the crew of that vessel still remaining in Arracan, and the head surgeon has no medicaments of any kind to assist the sufferers in any way, it has been resolved to [order] the head surgeon of the

Dutch transcription

348. To the Honble J. Pitsingh Esqr 11 Septbr Aan den welEdele J: Tetsingh Schildr: Min Heer; Translaat In bedank u voor het Ihave to return you thanks for the Packet of Letterwaech paket brieven 't geen gy de goedheid had mij te zenden: yon obliginglij forwar„ „ded to men Thelofs of Het verlies van uw Comp„ your Companys Ship Schip op de Rust van Arrakan upon the Coast of Arracan is een voorval inderdaad zeer is an acciders truly to be te beklaagen, want was er lamented, for had there maar een enkel persoon aan been any person on board boord geweest, du de ge„ the least acquainted with, ringste kennis van de ha„ the Port of Arracan, She„ven van Arrakan had, most probably might have zou het waarschynlyk been saved.- It is howere behoude zijn, egter is het a port little Hnover to een haven weinig bij Euro„ Eurspeans- I hare had, peesen bekend - Ik Zints Vessels employed in eenige tyd scheepen om that tract fir some time 'er oord handelende, en beij past and amperhaps ligt op een beeter voet met de letter knavn tathe Ra raja aldaar dan eenig ander jah there thar any other Europees. Myn gevoele is European - Tam of opiniondat door een goede en ge„ that much may be saved „ schikte handelweise veel from the Weckwith uit het wiek kan gebor„ good and kroper mana„„gen worden, dog alles hangd „gement but everij thing af van de wil en het wel will depend upon the will behagen van de Raja and the pleasure of the met wien vreemdelingen Rajah with wohom in geen onderhandeling Tir Strangers kunnen ƒ „ e 349 11 Septb strangers Cannot negociate kunnen treeden met veel te any good purpose: – waarschynlykheid van de ff you think that mij slaagen. - Indien qq oor„ Comexions there can „deeld dat myne betrek„ be of anij service „Ringen aldaar is eenig voor„ worthy of jour Acceptance, deel kunnen toebrengen T will verg redilij under wil ik gaarne onderstaan „take to manage fir gour dezelven op het alder Interest in the bestpos„ voordeeligst voor uw be¬ „sible manner and to renplang te werk te stellen, „der you a true and en ik zal in een waare farthfub account of en getrouwe verantwoor everij thing which „ding doen van al wat may be recoverd from the uit het wrak te haalen Wrech-. There is heroever viel- egter moet hier not one moment of time omtrend geen ogen„ to be lost in this business-„blik verlooren gaan. Ihave a small vessel now Ik heb een kleyn van ready to sail to Arracan „tuig 't geen Peilvaar„ and it would be proper „dig legt na arrakan so send bij her some decij het zal noodzaake„ ve orders relative to this „lyk daar meede eenige businesse - Ann dispatches beslissende ordres om¬ you may wish to send, „trend deeze zaak af te shall be carefullyfou, zenden - al het geen „wwarded. /onderst:/ Ihave gy na derwaards wild the honor toba /lager/ sir schikken zal zorgvuldig gour most obedient Hum, werden bezorgd. „ble servent /get:/ Geo: Tyler Ik heb de eer te zyn /:get:/ /ter zeyjde:/ Calcartte 10„e Septbr George Tylor (ter zyde) Calcul„ „ta den 10 Septbr 1789. — 1789 na 350. des Heer Direc„ teirs propositie ter amplectatie van het daar bij aan geboodene na resumptie van de welke wel¬ „melde zin Edele aanmerkte, dat deese aanbieding alles voordee„ ligt voor kwam en niet behoorde van de hand te werden geweezen, wyl men met dien Heer een reedelyk accoord desweegens kunnande treffen, niet alleen veel moeijte en ongelden zou„ „de spaaren maar het ook zeer waarschynlyk is dat hij, als zyne pogingen daar toe wil aan„ „wenden door de Connexie die zegd met den Ragia te hebben, aldaar veel meer zal uitrechten als de geene die ten dien einde door de vergadering zullen wer¬ „den afgezonden, waarom hy Heer Directeur dan ook vermeen„ „de dat men hier van gebruik maaken en bij gedagte Heer on„ „derstaan moest, op welke Condi„ „tien hy aanneemen wilde, het zyne toe te brengen om zoo veel 11 Soptb mogelyk 351. 11 Septbr „form en verdere ter in stand bren„ „tract. — mogelyk van de Lading op te visschen en herwaards te bezorgen, het zij dan dat daar toe 's Comp„s vaartuigen dan wel zyne eigene geemploij„ „eerd werden over het welke gede„ „libereerd en het een en ander met zyn Edele duidaanig be„ beslint dien Con„ greepen zinde is, ten einde hier schikkingen meede alle spoed te maaken „ging van 't Cor„ en dus voor te koomen de lang„ „voyligheid die het over en weede„ „schryven zouden kunnen ver„ „oorzaaken, op de propositie voormeld goed gevonden en Verstaan, het Lid deeser verga„ „dering den onderkoopman en soldij boekhouder Johannes Cor„ „nelis Heyning naar Kalkatta te Committeeren om met dien Heer hier over te handelen en te ver„ „neemen op welke voorwaarden hy zyn interessie 't zyn in persoon of door zyne factoeren, by den Koning van Arrahan wil aan„ „wenden 352. order aan de op„ „per Chirurgijn maaken van van de arrakan klingen wenden ter recouvreering van het geen van de Lading van Belvlied reets geborgen mogt zyn ofte nog geborgen of op„ „gevischt zou kunnen wer„ „den en daar van zoo wel als van het geene verder tot een spoedige afdoening dee¬ „zer zaak dienen kan, de ver„ „gadering ten eersten berigt te geeven om als dan daar op zoodaanig te disponeeren als oorbaar gevonden zal wer¬ „den. Aangezien men door de tot het gereed aangekoomene schip brenkelinge medicynen van Belvlied verneemd dat er sche schipbrauveele ziektens onder het nog in Arrahan zynde volk van dien Bodem keerschen en den opper „meester geen medicamenten hoe genaamd heeft om de lyders ^kunnen eenigzints te hulp te „ koomen, is verstaan den OpperChirurgyna 11„e Septbr der 1

NL-HaNA_1.04.02_3830_0692 view scan ↗

English

353. 11 September. to order the Direction to prepare a chest with such medicines as, from the description of the sicknesses provided by the arrived crew members, shall be deemed to be of the greatest use and service, and to dispatch the same with the vessel that Mr. Tyler says he has ready and will dispatch immediately if his offer is accepted. Done at Hoeglij in Bengal, date as above. Signed: I: Pitsingh, I: W: S: van Haugwetz, P: Levien, A: G: Krayenhoff, Iacob Eilbracht, L: Reael de Bas, Fr: Wieman, Secretary I: C: Heijning. Sunday 364. Sunday, 13 September 1789. Morning, absent the junior merchant Heijning on a commission to Kalkatte. The Honorable Director having principally convened the meeting to deliberate on a letter received this morning from the junior merchant Heyning, commissioned to Kalkatta pursuant to the resolution of the day before yesterday, whereby he reports on his proceedings thus far, chiefly amounting to this: that Mr. Tyler undertakes to send the necessary orders to Arrakan immediately to make a beginning with the salvaging of the cargo of Belvlied, entirely at his own expense, without claiming anything for his costs in case of failure; and 355. 13 September if anything should be salvaged and recovered, that he would then be satisfied with 15 per Cent for his trouble and expenses, besides 10 per Cent to the Rajah for export duties, thus in total 25 per Cent of whatever shall be recovered; that there is great probability not only of recovering the largest part of the cargo, but also that this will be able to be executed with less difficulty than had been imagined, because Mr. Tyler raised not the slightest difficulties in that regard and said that he had recently salvaged the entire cargo of another ship that was wrecked on the coast of Arrakan; that this gentleman deemed it necessary to fetch the crew members still remaining there with the utmost haste, as their stay at that place would not please the Rajah, who does not like to see strangers in his vicinity; 356. 13 September for which reason he offers to send someone on his behalf along with the sloop to be dispatched by us for that purpose, in order to facilitate their departure; whereby he, Heyning, finally requests to be informed whether he shall contract with Mr. Tyler on the aforesaid condition, and if so, that a draft of the contract to be executed may be sent to him, as well as to know whether he shall conclude the same legally according to English custom, or merely privately. Upon deliberation hereupon, it was unanimously understood that the contract concluded in this manner is not only most advantageous for the Company, but also far to be preferred over the intended dispatch of a commission to the King of Arrakan, both on account of the uncertainty 357. 13 September of whether it will be able to achieve anything, and the risk one runs thereby of incurring many useless expenses, which besides, even if everything succeeded according to wish, would certainly amount to much more than the premium that Mr. Tyler demands. Consequently, it is approved and resolved to authorize the said junior merchant Heyning by a letter to be dispatched this very day in answer to his, and to instruct him to conclude the agreement in the manner prescribed above in the name of the assembly, provided, however, to prevent all wrong interpretations and explanations, that everything be properly stipulated in that contract, and in particular made known that to Mr. Tyler, for all that may be salvaged, recovered, or retrieved through his mediation from the cargo of Belvlied, 358. 25 per Cent shall be relinquished, including the 10 per Cent for the Rajah or King of Arrakan, whether for export duties or such other claims as he might make for tolls or taxes on the goods to be salvaged, without the Company having to bear any other burdens whatsoever in this regard, whether the undertaking succeeds or not; and that this 25 per Cent shall be paid out in kind from whatever goods they may be that shall thus be received here from the cargo through his efforts; not including herein, however, the money of private individuals that is believed to have already been salvaged by our own people to the amount of 8000 pieces of diverse coins and taken into custody by the Rajah; 359. 13 September concerning which he, Heyning, must request the said Mr. Tyler to be pleased to employ his mediation so that the same may be returned, after deduction, as is reasonable, of what has been expended by the prince for the maintenance of the crew, and if it cannot be otherwise, after deduction of 10 per Cent for his duties; furthermore, regarding the fetching of the crew, to reply likewise that our sloop will be made ready and dispatched for that purpose with all possible haste, but that it appears unnecessary, however, to have someone from Mr. Tyler cross over with it, as it is sufficient that this gentleman has their release effected through his correspondents already present there, or else with his currently departing

Dutch transcription

35.3. 11 Septbr. der Directie te gelasten het inge„ „reedheid brengen van een kassje met zoodanige medicynen als, uit de beschryving der zichtens door de aangekoomene man¬ „schappen oordeden zal van het meeste nut en dienst te kun„ nen zyn en het zelve met 't vaartuig dat de Heer Tyler zegd gereed te hebben en ten eersten te zullen depechee„ ren als men van zyn aan¬ rbod gebruik maakt af te zen„ „den /onder N„o/ Actum Hoeglij in Bengale detum ut supra /get:/ I: Pitsingh, I: W: S: van Haugwetz, P: Levien, A: G: Krayenhoff, Iacob Eilbracht, L: Reael de Bas, Fr: Wieman R„s J: Sec„s I: C: Heijning. — Sondag 364. Sondag den 13„e September 1789. Gevolg der aan den onderkoopman Heyning opgedraa„ „ge Commissie ter in slandbren„ „ging van 't Con„ Tyler op nien 't zelve morgens, absent den onderkoopman Heijning in Commissie naar Kalkat„ „tle en Edelen Heer Directeur de vergadering ten principaale geconvoceerd hebbende om te „tract met M=r besoigneeren over een deesen morgen ontfangene missive van den onderkoopman Hey„ „ning, blijkens besluit van eergiste„ „ren naar Kalkatta gecommitteerd, doet waar by denzelven verslag van zyne verrigtingen dies verre, voornaame¬ „lijk hier op uitkoomende dat de Heer Tyler aanneemend direct de noodige ordres naar Arraham te zenden om met de opvissing der La„ voorwaarde waar„ding van Belvlied begin te maaken wil aangaan alles op zyn eigen kosten, zonder in„ geval van mislukking iets voor zyne ongelden te pretendeeren en „ soo 4 355. 13 Septbr zoo er wat opgevischt en geborgen mogt werden dat hy als dan te vreede zoude zijn met 15 p„r C„o voor zyne ovei„ te en kosten, buiten nog 10 p„r C„o aan den Rajah voor uitgaande regten dus in alles 25 pr Co van het geen gere „couvreerd zal werden; dat er veel waarschynlykheid is niet alleen tot het bergen van het grootste gedeelte der Lading maar ook dat zulx met minder moeyte zal ter uitvoer kunnen werden gebragt als men zig voor „gesteld heeft, wyl de Heer Fyler dien ten opzigte geen te minste zwaarig heefd „heeden geopperd en gezegd ^ nog on¬ „langs de geheele Lading van een meede op de kust van Arrahan ge¬ „bleeven schip te hebben opgerischt; dat dien Heer het nodig oordeelde de aldaar nog zinde manschap„ „pen ten spoedigsten afte haalen, al„ „zoo het verblyf derzelve daar ter plaatse den Rajah, die ongaarne vreemde„ „lingen in zyn nabyheid ziet, niet aan„ „staan 356. 13 Septbr over het een en ander „staan zoude, waarom hy aanbied met de ten dien einde door ons afte zendene sloep iemand zynen twee„ „gen meede te geeven om hun ver„ „treh te bevorderen, verzoekende hij Heyning daer bij eindelyk nog te werden onderrigt af op de voor¬ „waarde voormeld met „ Heer Ty„ „ler Contracteeren zal en zo Ja, dat hem, een Concept van het te pas„ „seerene Contract mag gewor„ „den mitsgrs: te mogen weeten of het zelve ingevolge de Engel„ „sche Costume geregtelyk dan wel slegts onder de hand zal sluiten; deliberatie zoo wierd by deliberatie hier over eenpaarig begreepen; dat het Con¬ tract op deese weise geslooten niet alleen aller voordeeligst voor de maatschappy maar ook verre te prefereeren is boven de voorge„ „noomene zending van een Commis„ „sie aan de Koning van Arrahan„ zoo uit hoofde der onzeekerheid d 357 13 Septbr: den onderkoopman aangaan van 't van het zelve of dezelve iets zal kunnen uitwer„ ken, als de resico welke men daar door loopt tot het doen van veele nutteloose ongelden welke buijten des, ingevalle al na wensch ge¬ „slaagd wierd zeeker veel meerder zou„ de bedraagen als de premie welke de Heer Tyler eischt en dienvolgen„ qualificatie aan „ de goed gevonden en verstaan gedag„ Heyning tot het „ te onderkoopman Heyning by een Contract en detail nog heeden af te zendene missive in antwoord op de zyne te quali¬ „ficeeren en aan te schryven in voegen voorschreeven de overeen komst uit naam der vergadering te sluiten, mits echter ter voorkoo„ „ming van alle verkeerde inter„ „pretatien en uitleggingen by dat Contract alles behoorlyk ge„ „stipuleerd en inzonderheid be„ „kend gesteld werde, dat aan de Heer Tijler voor al het geen uit de lading van Belvlied gevischt, geborgen ofte door zyne bemid„ „deling 358. „deling gerecouvreerd mag werden, zal werden afgestaan 25 p„rCC„to daar onder begreepen de 10 p„r C„to voor den Rajah ofte koning van Arra¬ „kan het zy voor uitgaande regten ofte zoodaanige andere preten¬ tien als dezelve voor tollen of belastingen op de opte visschene goederen zoude kunnen formee„ „ren, zonder dat de Comp„e des„ „weegens, zzijde onderneeming gelukt ofte niet, eenige andere lasten hoegenaamd zal te draagen hebben en dat deese 25 p„r C„to in natuure uitgekeerd zullen werden van de goederen welke het ook zin, die men dusdanig door zyne zorge hier van de Lading zal koomen te ontfangen hier onder egter niet te begripen het geld van par„ „ticulieren dat men vermeend, ka„ „bereets ten getaale van 8000 stuks diverse munten door ons eigen volk geborgen en door den Rajah 13 Septbr na ver„ 359 13 Septbr na zig afte in bewaaring genoomen te zyn, waar omtrent hy Heyning gedagte Heer Pyler zal moeten ver„ „zoeken zyne bemiddeling in 't werk te willen stellen dat hetzee „ve terug gegeeven werde, na kor„ „ting, zoo als billyk is, van het gee„ „ne door den vorst tot onderhoud der manschappen is behostigd en indien het niet anders zyn kan na de ductie van 10 p„r C„o voor zyne regten voorts om nopens den afhaal der manschappen al meede te rescribeeren, dat onse sloep ten dien einde met alle mogelijke spoed gereed gemaakt en afgezonden zal werden, maar dat het egter onnoodig voorkomt iemand van de Heer Tyler daar meede te doen overvaeren, alzoo het genoegdoende is dat dien Heer door zyne reets daar zynde Corres¬ „pondenten hun ontslag laat be„ „werken; dan wel met zyn thans vertrekkend

NL-HaNA_1.04.02_3830_0699 view scan ↗

English

departing vessel such person as he shall deem able to be of service upon the appearance of our sloop, and finally regarding the judicial passing of the contract, that this appears not only superfluous, but would also indicate an improper distrust toward a gentleman whose probity is so generally praised, so it will be sufficient if the same is concluded privately and by him, Heyning, as expressly authorized and qualified for that purpose, in the name of the assembly, and because that document is to be drafted in the English language, so that one cannot send him a draft thereof, it will be sufficient if the conditions mentioned hereinbefore are clearly expressed therein and two copies of the same, one for this ministry and one for Mr. Tyler, are signed. Since by this arrangement the dispatch of a commission to the prince of Arrakan becomes unnecessary, it is agreed to rescind the resolution taken to that effect on the 9th of this month and to let a letter go to Captain Jan Montanje with the vessel now to be dispatched by Mr. Tyler, notifying him of the sloop to be dispatched shortly to fetch him and his people, and of the contract to be entered into with the aforementioned Mr. Tyler, with orders to conduct himself accordingly and to undertake nothing except in concurrence with and with the approval of the correspondents of that gentleman. Done at Hoegly in Bengal, date as above. Signed: I. Titsingh, J. W. S. van Haugwitz, P. Levien, A. G. Krayenhoff, Jacob Eilbracht, L. Reael de Bas, F. Wieman, President and Secretary. Tuesday, in the morning, absent the merchant Krayenhoff due to indisposition. Tuesday the 13th of October Anno 1789. Having reviewed the statements of the cash balance of the petty cash as of the ultimate of September, reading today as follows: Right Honorable Sir, Mr. Isaac Titsingh, The true balance of the Company's petty cash as of today's date is ƒ 3056: 6:-, that is to say current rupees 4045: 13/23 in specie. Below stood: Hoegly, ultimate of September 1789. Signed: F. Wieman. It was agreed to keep this note thereof as customary. Hereafter was read a further report from the fiscal of this Directorate, Adrianus Gerardus Krayenhoff, regarding the inquiry made into the missing of the Ganges river by the ship Straalen, which arrived directly last year, concerning which the fiscal, at the session of the 4th of August last, was ordered to have the collected and then submitted depositions verified under oath in so far as they were given by persons belonging to the Ship's Council, and to have all the others sworn under oath, as has now been done, and regarding which it is remarked by that officer in his report served today that, over and above the credit which the sworn attestations deserve in law over the verified declarations, the probability regarding what occurred with the vessel that was mistaken for a pilot sloop still pleads in favor of those deponents, who, being subject to no accountability, cannot have the least interest in disguising the true state of affairs, while precisely the contrary is the case with the declarants, and why he finds himself obliged to acknowledge that the refusal of Captain Masson to hail that vessel, although it also appears from the outcome not to have been a pilot sloop, must be attributed to a notorious recklessness or an all too great confidence in his reckoning, the more so because he kept such a different course from the French ship that nautical experts alone can decide whether the justification of Captain Masson in this respect appears acceptable, for to suppose that the same would have had the will, as the French report says, to turn the prow toward the coast without necessity, would be the most illicit and punishable conduct that one could charge him with, and without clearer proofs, in the opinion of him, the fiscal, ought not to be assumed, he believing rather that the missing of the river must be attributed to ignorance, as appears further in detail from that report. To the Right Honorable Sir, Mr. Isaac Titsingh, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies and Director of the Company's trade and interests in Bengal, Behaar, and Orixa, together with the Honorable Members of the Political Council. Right Honorable Sir and Esteemed Councillors, The undersigned fiscal has the honor to present to your Right Honorable and Honorable Sirs the report, concerning the outcome of his inquiry into the missing of the Ganges on the 4th of August last,

Dutch transcription

360. vertrekkend vaartuig zoodaanig per„ persoon afzend die hy in staat zal oordeelen by opdaging onzer sloep daar toe van dienst te kunnen zyn, en eindelyk ten opzigte het gerechtelyk passee„ „ren van het Contract, dat zulx overboodig schijnt niet alleen, maar teevens ook een onge„ „past wantrouwen aanduiden zoude omtrend een Heer wiens probiteid zo algemeen geroemd werd dus het voldoende zal zyn als het zelve onderhands en door hem Heyning als daar toe expresselyk geauthoriseerd en gequalificeerd, uit naam der vergadering geslooten werd, en wyl dat document in de Engelsche taal staat ingericht te werden, deet men hem daar van geen Concept kan toezenden zullen„ „de het toereikende zyn als de hier voorwaards vermelde voor„ „waarden daar in duydelyk uit„ 13 Septb=r „gedruikt m n 1 361 13„e Septbr Het besluit ter verzending van een Commissie ingetrokken Montange af te vaardigen twee „gedruckt staan en exemplaaren van het zelve, een voor dit Minis¬ „terie en een voor de Heer Tyler, geteekend werden. - Daar den door deese schik¬ na Arrakan „king de zending van een Com„ „missie aan den vorst van Ar„ „rahan onnoodig werd is ver„ „staan van het daar toe onder den 9= deeser genoomen besluitte re„ „silieeren en met het nu door Fyler de Heer te verzendene vaar„ „tuigg een brief aan den Capi„ ordre aan Captn „ lein Ian Montanje te laaten afgaan ter kennis geeving van de eerst daags afte zendene sloep ter afhaal van hem en zyn volk en 't met meergenoemde Heer Tyler aan te gaan Contract met last zig daar na te rigten en niets te onderneemen als met Concurrentie en goedkeuring van de Carresponden „ten van dien Heer /:onderst:/ Actum Hoegby in Bengele datum ut supria/ got:/ I: Sitsingh J: W: S: van Haugwitz, P: Levien, A: G: Krayenhoff, Iacob Eilbracht, L: Reael de Bas, F: Wieman P„ & sec„s Dingsdag -- - 362 Insertie der geld restanten onder 41 st„o Septh: Detail en insertie van een nader be„ fiscaal nopens enqueste na het, Nof miszeilen der revier door 's morgens, absent den koopman Kra„ „enhoff door indispositie Dingsdag den 13 October A„o 1789: Overgezien zynde de opgiften van het geld restamt der kleene Kas„ sa onder Ult„o Septbr: Heeden aldus luydende WelEdele Gestrenge Heer M„r Isaac Titsingh Het waare restant van 's Comps kleene kassa onder heedigen da„ „tem is groot ƒ 3056: 6:- afte fr: 4045: 13/23 in specie /onderstond:/ Hoeglij ult„o Septbr: 1789. /get:/ F: Wieman is verslaan daar van a Uso deese aantee„ „kening te houden. - Hierna wierd geleezen een „richt van den nader bericht van den fiscaal deezer zyn gedaane Directie Adrianus Gerarduz Kragon„ in der zaak van de gedaene enqueste naar het miszeilen van 1 straalen de 2 363 13 October de Ganges van 't in 't voorige Jaar di„ „rect uitgekoomene schip Straalen, waar omtrend hem fiscaal, ter sessie van den 4 Aug„s Joleeden, gelast is, de ingewonnene en toen overgelegde Verklaaringen, zoo verre verleend zyn door persoonen tot den Scheepsraad behoorende, te laaten recolleeren en alle de overige te doen beëe¬ „digen, gelyk als nu geschied is en ten opzigte waar van door dien officiers by zyn heeden gediend be¬ „richt aangemerkt werd dat buiten en behalven het geloof welke de beeedigde attestatien boven de ge¬ recolleerde declaratoiren in rechten verdienen, de waarschynlykheid omtrend het voorgevallene met het vaartuig dat voor een Loots sloep aangezien wierd, nog pleit ten voordeele dier Attestanten, welke aan geen verantwoording subject zynde geen het minst be„ „lang kunnen hebben in het ver „bloemen 861 „bloemen van den waaren toedragt der zaake, terwyl Juyst het teegen deel met de Declaranten plaats heeft en waarom hy zig verpligt vind te erkennen dat het weigeren van Capt„n Masson om dat vaar„ „tuig te praaijen, schoon ook by de uitkomst blykt geen Loots sloepte zijn geweest moet werden toege„ „schreeven aan een Notoire temeriteit of één al te groot ver„ „trouwen op zijn bestek te meer daar hy zoo een verschillende Cours met het fransche schip hield dat zeekun„ „digen alleen kunnen beslissen of de verantwoording van Capitein Mas„ „son ten deezen opzigte aannee„ melijk voorkomt, want te suyppon „neeren dat denzelve de wil zoude hebben gehad om, gelyk het fransch berigt zegd, de steeven zonder na noodzaakelykheid de kust te wen„ „den, het ongeoorloofst en straf„ „baarst gedrag zou zijn dat men 13 Octbr: hem v 365 13 Octbr hem ten lasten konde leggen en zonder klaarder preuven na het gevoelen van hem fiscaal, net behoord te werden aangenoomen vermeenende hij veel eerder dat het missen der rivier aan on„ kunde moet werden geattri„ „bueerd gelyk by dat bericht al„ „les nader blykt. Aan den WelEdelen Gestr: Heer M„r Isaac Tilsingh raad Extra ordinair van Neder„ „lands India en Directeur over 's Comp„s Handel en belangens in Bengale Behaar en orixa neevens De Heeren Leeden in den Politicquen Raad WelEdele Gestrenge Heer en Achtbaare Raaden. De ondergeteekende fiscaal heeft de Eere uwelEdele Gestrenge en Ed„ aan te bieden het, op den 4„e aug„s J=o leeden nopens den uitslag zyner Exqueste na de

NL-HaNA_1.04.02_3830_0705 view scan ↗

English

366. the long voyage of the ship Straalen and the causes of the missing of the river, having served a report with its attachments, of which latter, conformable to the resolution taken on the aforesaid day, the declarations granted by the members of the ship's council have been re-examined, and the remaining attestations solemnly sworn. He requests permission to remark in that regard that, over and above the credit which sworn attestations merit in law above re-examined declarations, the probability concerning what occurred with the vessel in question still pleads in favor of those attestations, which, being subject to no accountability, can have not the least interest in disguising the true circumstances of the case, while precisely the contrary obtains with the declarants; and he thus finds himself obliged to acknowledge that the refusal of Capt Masson to hail that vessel, although it also appears from the outcome not to have been a pilot sloop, must be attributed to a notorious temerity 367. 13 October. temerity or an all too great reliance upon his dead reckoning, the more so as he held such a different course from the French ship. Whether his justification in this matter now appears acceptable, nautical experts alone can decide; for to suppose that he, Masson, should have had the will, as the French report states, to steer toward the coast unnecessarily would be the most illicit and punishable conduct that one could charge against him, and which, without clearer proofs, according to the undersigned's humble opinion, ought not to be assumed; rather does he believe that the missing of the river serves to be attributed to incompetence. The undersigned must further express to your Right Honorable and Honorable Sirs the true sorrow which he feels at his inability to produce the draft of the letter written to the Calcutta Master Attendant, as he has fruitlessly made every effort to find either the same or its translation among his papers, which must therefore have been misplaced or destroyed by accident. 368. accident. He solemnly declares that this letter contained nothing other than a supposition that one of the English pilot sloops might have been near Straalen on 20 October 1788, regarding which he wished to be informed with certainty, for that reason requesting that the Calcutta Master Attendant should make the most accurate inquiries on the subject and communicate the same to him, which then also took place as shown by the two produced letters. He has the honor to call himself with profound respect, /was signed/ Right Honorable Sir and Honorable Councilors, /lower/ your Right Honorable and Honorable Sirs' very humble and obedient servant /signed/ A: G: Krayenhoff /in the margin/ Hooghly, September 1789. Whereupon deliberation was held; and over and above the remarks already laid down on this subject in the resolution of the 4th of August aforesaid, it being considered that both Master Attendants, Jacob Fredriks and Pieter Levien, in their report 369. 13 October. of the examination of the journals, state that since St. Martin's Island the course was set west by south, whereas it ought to have been steered west by north as the French and Tuscan ships did, both of which navigated into the Ganges, so that an incorrect course was held, to which alone one might, without being experienced in nautical matters, attribute the missing of the river, because those two points of the compass differ so considerably from one another that even the most unknowledgeable must perceive how, by holding a course deviating so far from the correct one, whether this occurred out of ignorance or for other reasons, the intended latitude or place cannot be reached; to all of which is further added the matter dealt with in another report, also submitted today by the said Fiscal, regarding the investigation ordered of him at the aforesaid session of the 4th of August into the complaints brought forward by the crew of Straalen concerning the meager provision of victuals during the voyage, which reads as follows: To the Right Honorable Sir, Mr. Isaac Titsingh, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, and Director of the Company's Trade and Interests in Bengal, Bihar, and Orissa, together with the Members of the Honorable Council of Policy. Right Honorable Sir and Esteemed Councilors. The undersigned Fiscal, ex officio, having been ordered by your Right Honorable and Honorable Sirs' resolution of 4 August last to fulfill his office and duty in investigating 371. 13 October. investigating the causes of the unusual desertion of the crew of the Company's ship Straalen currently present here, and whether the same truly originated from discontent over a meager distribution of victuals, has, in the first place, without delay, examined the crew of that vessel, so far as was obtainable, in general, and the officers in particular upon that article; and finds himself obliged respectfully to present the state of affairs thereof, the excuse of Captain Gerardus Masson, to your Right Honorable and Honorable Sirs, as well as the reflections made by him, ex officio, on this subject. The complaints in general are concordant and so uniform that upon reading through the papers thereof, one is astonished and can harbor almost no doubt whether they are not fabricated, and in no way a general collusive affair of unfounded discontent; because in such a case, it must very easily have occurred that, among such a multitude of all sorts of people, one or another must have faltered in his lesson. One can therefore divide them into the meager or poor dishing up of

Dutch transcription

366. de lange reis van het schip Straalen en de oorzaaken van het misser der rivier, gediend hebbend berigt met dies Bylaagen van welke laatste Conform het ten voorsz: dage gevallen Besluit, de Declaratoiren, door de Lee„ „den van den scheepsraad verleend, gerecolleerd en de overige Attestantie solemneel beeedigd zijn. — Hy verzoekt verlof dienaan„ „gaand te mogen aanmerken, dat bin„ „ten en behalven 't geloof welke de beëedigde attestatien boven de gere¬ „colleerde Declaratoiren in regten verdienen, de waarschijnlykheid omtrend het voorgevallene met het vaur„ tuig in queste nog ten voordeele dier Attestatien plegt, welke aan geene verantwoording subject zynde, geen 't minste belang kunnen hebben in het verbloemen in den waaren toe„ „dragt der zaake, terwyl guist het teegendeel met de declaranten plaats heeft, en vind zig dus ver„ „pligt te erkennen dat het weige„ „ren van Capt=n Masson om dat vaar„ tuig te praayen, schoon ook by de uitkomst blykt geen Loots Cha„ „loup te zyn geweest, moet werden toegeschreeven aan een Notoire 13 Octor: temerster a ven 9 367 13 O ctbr. temeriteit of een al te groot vertrouwen, op zyn bestek, te meer daar hy zoo een ver„ „schillende Cours met 't fransch schip hield. - of nu zyne verantwoording ten dee„ „zen aanneemelijk voorkomt, kunnen alleen zeekundigen beslisfen, want te supponeeren dat hy Masson de wil„ zou hebben gehad, om, gelyk het fransch berigt zegd, te sleeven, zonder nood„ „zaakelykheid, na de kust te wenden zou het ongeoorloofste en strafbaar„ „ste gedrag zyn, dat men hem te las„ „te zou kunnen leggen en dat zonder klaardere preuven, na des ondergetee „kendes nedrig gevoelen, niet behoord te werden aangenoomen, veel eer vermeend hy dat het missen der rivier aan onkunde diend te werden ge„ „attribueerd. — De ondergeteekende moet verder uweld„s Gestr en Ed„s betuigen het waar leedweezen dat hy gevoeld over zyn onvermogen om de minut der brief aan den Calcatschen Equipagie meester geschreeven, te kennen produceeren, nadien hy vrugteloos alle pogingen heeft aangewend om of dezelve af dies translaat onder zyne papieren, te vinden, dus die verlegd of wel by toeval vernietigd moeten zijn 368. zijn. hy verklaard plegtig dat die brief niet anders inhaeld dan een suppositie dat een der Engelsche Loots Chialoupen op den 20 8br: 1788. by straalen zoude zijn geweest, waar „omtrend hy in 't zeekere wensche te werden onderricht, uit dien hoofde verzoekende dat de Calcutsche Equipagiemeester de naauwkeu„ „rigst informatie ten sujette neemen en hem zulx bedeelen wilde 't geen dan ook blykens de twee overgelegde brieven is geschied. Hy heeft de eere zig met diep re„ „spect te noemen. /onderstond:/ Wel Edele Gestrenge Heer en Achtb: Raaden /lager/ uwer wel Edele Gestrenge & Ed„s zeer nedrige en gehoorzaame Dienaar /get:/ A: G: Krayenhoff /ter zyd:) Hougly den Septb„r 1789. — deliberatie Waar over gedelibereerd en buyten daar over de aanmerkingen ten deesen su„ jette bereets ter resolutie van den 4. Aug„s voorm ter nedergesteld, geconsidereerd zynde dat beide de Equipagiemeesters Jacob Fredriks en Pieter Levien by hun rapport 13 Ocbr Aan 369 13 Ocbr. ander bericht no„ „pens het gedaa„ „ne onderzoek na schaaal om ko„ „visien op voor, „schreeve Bodem van de Examinatie der Journaalen zeggen dat zeederd het S„t Martens Eiland de Cours west ten zuyden ge„ „steld is, daar west ten noorden had moeten gestuurd werden gelyk de Fransche en Poscaansche schee„ „pen welke beide de Ganges bezeild hebben, deeden, dus er een verkeer„ „de Cours gehouden is, waar aan mon¬ zonder ervaaren te zyn in Zeezaa¬ „ken, het missen der Rivier al„ „leen zou mogen toe schryven, wyl die twee streeken zoo aanmerkelyk van elkander verschillen, dat zelfs de onkundigste bespeuren moet hoe door het houden van een Cours zoo ver afwijkende van de regte, het zy dan dat zulx uit onkunde ofte om ander reedenen geschied is, de bedoelde hoogte of plaats niet bereikt kan item van een werden, by al het welk nog komt, het verhandelde by een ander heeden reeden van het meede indiend bericht van gedagte „mender pro„ fiscaal, nopens het hem ter voormelde sessie 370. 13 Octbr sessie van 4„e Aug„s op gedaagen on„ „derzoek na de door het volk van Straalen ingebrachte klagten over de schraale verstrekking van leevensmiddelen geduurende de reis, het welk aldus luyd. Aan den WelEdelen Gestrengen Heer M„r Isaac Titsingh Raad extraordinair van Nederlands India, mitsga„ „ders Directeur over 's Comp„s Handel en belangens in Bengale Behaart orixa beneevens De Leeden in den Achtbaaren Raad van Politie WelEdele Gestrenge Heer en G'Eerde Raaden. De ondergeteekende fiscaal R:O: gelast zynde bij uwel Edele Ge„ „strenge en Ed„e besluijt van 4 aug„s J„o Leeden om zyn ampt en pligt te be„ „tragten v 371 13 Octbr. „tragten in 't onderzoeken na de oorzaaken der ongewoone desertie van het volk van 't thans alhier aanweezend Comp„s schip straaten en of dezelve waarlik uit mis„ „noegdheid over een schraale uitdee„ „ling van leevensmiddelen herkomstig was, heeft, ten eersten, zonder verzuim, het volk van dien Bodem, zo verre te bekoo„ „men is geweest, in 't generaal, en de officieren in 't bijzonder op dat Artikel gehoort; en vind zig verpligt de geschaa„ „pendheid van dien, verontschuldiging van Gerardus den Captn „ Masson UWelEdele Gestrenge en Ed„s eerbiedig voor te draagen so wel als de bedenkingen by hem R:O: ver„ „toonen ten dien siyette gevallen.- De Klagten in 't generaal zijn eens„ „luijdende en zoo eenpaarig, dat men by het door leezen der papieren daar van verwondert en byna in 't geheel geen twyffel kan slaan af ze zijn niet gefabriceert, en geenzints een algemeen afgesprooken werkje van ongegronde misnoegtheid; wyl het in zo een ge„ „val, zeer ligt zou hebben moeten ge„ „beuren dat, onder zulk een meenigte van allerley slag van volk, de eene of andere in zijn les had moeten kaperen. Men kanze dus verdeelen In schraale of Sobere op dissing van ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3830_0711 view scan ↗

English

372 13 October of the voyage from Europe to the Cape; and secondly, a shortage on the voyage from the Cape to Bimilipatnam, from where the complainants had plenty. From the entire stock of obtained documents, respectfully added alongside the registers, the Rational Officer shall show and take one from the few that belong among the moderate ones, namely the attestation of the boatswain's mate, marked No. 17, obtained under 28 August last, and on the 31st thereof re-examined and sworn to, as this is one of the deck officers who must see to the distribution of the rations to the crew, from which Your Right Honourable and Worshipfuls shall see what the nature of the complaints is and what they actually consist of. This deponent then affirms, along with the others, that the complaints of the crew concerning the scarcity of provisions are generally well-founded, for there was already murmuring about it before the Cape, without any permanent change being made therein, because the Captain had answered the representations made in that regard that he was unable to give more and had to adapt to the circumstances of wind and weather; 373 13 October That after the departure from the Cape, meals were served only twice a day and the scarcity increased to such an extent that the distribution to the crew, which was supposed to serve ten men, could easily be consumed by three to four persons; and that, moreover, it also frequently happened that those who arrived last had to return with empty mess bowls. That the withholding of bacon and meat is unknown to him, as is the slaughter of sick sheep, about which the crew had also complained. That the distribution of sugar had already ceased before the Cape; and aforesaid, that of the cheese each man received no more than one and a fifth during the voyage. That grobbejak was served only once, and that in such a small quantity as the crew had stated, namely: barely a roosjes bowl full (presumably an ordinary tea bowl on board), so that it was not sufficient for the evening when the crew was given dry rice or groats. 374 13 October That the water was gradually reduced to five mutsjes per man, the least in the hottest climates, so that thirst was slaked by some with sea water. That an extra mutsje of water provided to the crew in sight of the coast was deducted from the ordinary ration the following day. That serving meals twice a day lasted for some days after the arrival at Bimilipatnam, and finally it is affirmed by others that the crew sent a letter to the Honourable Director and Council, but that the person who was to deliver it must have been bribed. The particulars of the distributions can be learned further from the attestation of the steward Ian Demm, marked No. 13, obtained on 25 August last and on the 27th thereof re-examined and sworn to; at least according to the same, meals were served twice a day on only three days a week, but on the four remaining days, on which food was supposed to be distributed three times, on Mondays and Fridays nothing else was given each time but rice and bread. 375 13 October The two remaining deck officers, who must take turns being present at the distribution of rations to the crew, namely the Boatswain and Gunner, have also confirmed the general complaints in their attestations under No. 10 and 22; the former, however, with somewhat more calmness than the latter, who uses less moderation, though presumably he also paid less attention to accommodating expedients. The chief surgeon Coenraad Hendrik Ottleben, in his attestation obtained under 31 August and cited No. 18, agrees with the complaints, and is in complete agreement with the two assistant surgeons Hermanus Grootenhuys and Petrus Webeling in their attestation of the same date under No. 19 regarding the deprivation, principally of water, that the sick had to suffer, complaining thereof in emphatic terms, and also about the withholding from them of the customary refreshments. The officers of the quarterdeck, such as Pieter Druwe in his attestation under 4 September past, Pieter Tuchsen in his attestation of the 10th of that month, and Hermanus Scheffer in his attestation of the 18th thereof; all three sub-lieutenants, state, as appears from the documents to be found on the register under No. 23, 25 and 26, that the food was always distributed in the presence of one of them, all three testifying that now and then it did run somewhat short, but that one had to take the circumstances of the times into account, agreeing with all the others about the issue of only one and a fifth cheese per man, and other trifles, such as the serving of Grobbegak only once in a meager portion, and were also content, as was the Captain-Lieutenant Hendrik Vlugger, with what was served aft for the table; they also agree with all the rest of the quarterdeck regarding the scarcity of water.

Dutch transcription

372 130 cbr van de roys uit Europa tot de Capb; en ten 2 ingebrek op de reis van de Caab tot Bimilipatnam, van waar de klaagers het volop, te gehad. uit den gantschen voorraad van ingewonnen documenten neevens registers deeze eerbiedig bygevoegd zal de Rat: off: vertoonen er een nee„ men van de weinige die onder de bezadigde behooren en wel de at„ „testatie van den schieman ge„ „merkt N„o 17 sub 28 aug„s I=o leeden ingewonnen, en den 31 daar aan gerecolleert en beeedigd, wil dit een van de deks officieren is die voor de uitdeeling der randsoenen aan 't volk moet sorgen, waar uit uwel Edele Gestr: en Ed„s zullen zien van wat aard de klagten zyn en waar in eygentlik bestaan. — Deesen attestant affirmeert dan met de anderen dat de klagten van het volk over schaarsheid van leevens middelen algemeen gegrond zyn„ want dat daar over voor de Caabal gemord wierd; zonder dat daar in verandering op den duur gemaakt is, wijl den Captn de desweegens ge„ „daane voordragten beantwoord had van n 373 13 Octbr: van niet meer te kunnen geeven en zig te moeten schikken na de geleegen„ „heid van winden weer; Dat er na 't vertrek van de Caab maar tweemaal 's daags wierd op„ „schaft en de schaarsheid zodanig 172 toegenoomen dat de uitdeeling aan het volk, voor tien man moetende dienen makkelyk door drie a vier persoo„ „nen kon worden verorbert; en dat het daar by, teevens nog dikwils gebeurde dat de geen die 't laatstkwaamen met leege bakken wear te rug moesten. Dat het inhouden van speken vleesch hem niet bekent is, ook niet het slagten van zieke schaapen waar over het volk meede geklaagd. had. Dat de uitdeeling van Zuiker voor de Caab al heeft opgehouden; en voorsz: dat van de kaas yder man niet meer geduurende de reis gekrag „gen heeft, dan eenen een vyfde. Datermaar eens Grobbejak is op„ „gedist en dat in zoo geringe quantiteit als het volk had opgegeeven, namelyk: de naauwer nood een roosjes kom vol /: denkelyk een ordinaire teekom aan boord:/ zoo dat ze niet toereikte voor 's avonds wanneer het volk drooge rest 374 13 Octbr rijst of gort was gegeeven. — Dat het water successive is ver„ „mindert tot op vijf misjes de man„ het minste in de heetste Climaaten, zo dat de doorst door sommiga met zee water wierd gelescht. Dat men het volk een extra musje water, onder het gezigt van de Rust verstrekt, 'sdaags daar aan had afgekort van 't ordinair rand„ „soen. „maal Dat het twee „ sdaags opschaf „pen nog eenige daagen na de aankomst op Bimilipatnam vuurde en ein„ delyk word door anderen geaffir„ „meert dat het volk een brief aan den Edelen Heer Directeur en Raad afgezonden heeft, dog dat de geen„ die ze bezorgen zou, moet om„ „gekogt zyn. De byzonderheeden der uitdee„ „lingen kan men nader gewaar wor„ „den in de attestatie van den bot„ „telier Ian Demm gem„t N„o 13 den 25 aug:s I„o leeden ingewonnen en den 27 daar aan gerecolleert en beeedigd; althans volgens de„ „zelve sonder, er maar drie daagen in de vreek tweemaal zyn op„ „geschaft, edog van de vier overige op zig ot er ra 90 e 375 13 Octb=r op dewelke driemaal eeten uitgedeelt zou weezen, zou er des maandaags en vrijdaags, elke keer, niets anders gegeeven zyn geworden als ryst en boord. De twee overige officieren van 't dek, die bij uitdeeling der¬ randsoenen aan 't volk moeten beurt houden present te weezen, namelyk de Bootsman en Con„ „stabel hebben by hunne attestatien sub N„o 10 en 22 de algemeene klagten meede beomt; de eerste egter met wat meer bedaartheid als de laatste welke minder moderatie gebruikt, dog denkelyk ook mindertoog op inschikkelyke uitvindingen gehad heeft. De oppermeester Coenraad Hen„ „drik Ottleben bij zijn sub 31 aug„s in„ „gewonnen attestatie gequoteerd N„o 18 Hemt de klagten toe, en is het met de twee ondermeesters Hermanus Grootenhuys en Petrus webeling by hun attestatie van den zelven da¬ „tum sub N„o 19 omtrent het gebrek dat de zieken principaal aan wa„ ter hebben moeten lyden volkomen eens, daar over in nadrukkelike termen beklag doende, en ook over het 376. 13 Octbr het onthouden aan dezelve van de gewoone versnapering. De officieren van agter op als Pieter Druwe by zin attesta¬ „tie sub 4 September passato, Pieter Tuchsen by zijn attestatie van den 10 dier maand en Hermanus Schef„ „fer by zyn attestatie van den 18 daar aan; alle drie sous Lieutenants zeggen, blykens de op het register sub N„o 23, 25 7 26 te vindene stuk„ „ken, dat de Spys altoos is uitge„ deelt in presentie van een van hun, betuigende alle drie dat het nu en dan wel eens wat schaars omkwam, dog dat men de tyds omstandigheid in agt heeft moe„ „ten neemen, stemmende het verstrekken van maar een en een vyfde kaas per man, en andere kleijnigheeden, gelyk het maar eens opdisschen van Grobbegak in een smalle portie, met alle anderen, toe, en hebben ook te vreede geweest, zo wel als den Capt„n Lieutenant Hendrik Vlugger, met het geen er agter op voor de tafel opgedist wierd, ook zyn zy het eens met alle de overige van agter op aangaande de Schaarsheid van te had

NL-HaNA_1.04.02_3830_0716 view scan ↗

English

13 October of water; of which Lieutenant Schultz, in his declaration of 7 September last mentioned under No. 24, nevertheless cannot understand the reason, unless this might have resulted from leakage or the continual cooking of rice, for which he says more water is required. The latter further complains, as well as the aforesaid Chief Surgeon Attleben, and Commander Fredrik Carel Borchardt in his attestation under 24 August past, along with Assistant Isaac van Spierenburg, by declaration of 7 September last under No. 11 and 24, also very strongly about an extraordinarily meager serving aft, so that they likewise had to suffer want there, and would not have enjoyed that which is provided for the table on behalf of the Company. Captain-Lieutenant Hendrik Vlugger, in his declaration of 18 September, does not at all agree with the complaints of the crew, saying that no scarcity of anything took place except out of necessity; regarding the provision of 1 1/5 cheese per man, however, he agrees with the 378. the others, while affirming that the Captain must have had his reasons for not having had the entire supply distributed; that some were spoiled and the remainder were on board; further confirming having knowledge that it did happen now and then that a mess bowl or two came back empty from the galley; and finally acknowledges the weekly notes signed by the Boatswain, Boatswain's Mate, and Gunner to be correct; with the provision of a list of the victuals received in the motherland and at the Cape, now annexed to his declaration. Sea Captain Gerardus Masson, having been heard on the 22nd, 24th, and 25th of the recently passed month of September on all these complaints brought forward and for the most part being verified, in his examination No. 28 generally denied the same as accusations contrary to the truth and possibly stirred up by the instigation of one or another disgruntled fellow; that his arrangements made regarding the distribution of victuals had been so regulated with prudence in order not to suffer any want, affirming that at the Cape he could hardly obtain a quantity of rice and flour to supplement what had already been consumed, because he had been fitted out in Europe for nine months, of which upon his arrival there only five had elapsed. That no want took place, neither before, and especially not after the Cape, until the end of the voyage when the hardship began; for rice had properly been received at the Cape, which he, had he wanted to shortchange the crew, could have omitted, since that grain is high in price at the Cape, and in Bengal, whither he was destined, cheap and in abundance; and that things could not proceed so strictly and smoothly with the common men on board, who know no restraint, and he not being obligated on a voyage out to treat to grog, from the consumption of which etc. a few, likely having become drunk, had resorted to insolence. That the provision of the cheese was in accordance with the truth, but that on this side of the Cape one more cheese was given to each mess, nothing more, because on the one hand there was no more bread, and on the other scurvy was too prevalent among the crew, it having been the intention to consume the surplus on the return voyage from Bengal, whence he intended to sail directly home; that the remainder must therefore still be on board if the Captain-Lieutenant did not have them consumed on the voyage from Bimilipatnam, regarding whose statement he was surprised that he feigned ignorance about the arrangements made in that respect; That sugar was distributed as long as there was any, and that water did become scarce, but not before the voyage was lost, and that this still had to continue in sight of the coast, as a precaution, and his intention, if possible, to still try to make the voyage, denying the curtailing of an extra mutsje of water provided. That at Bimilipatnam no orders were given regarding the meals upon his departure for shore, and thus the same having remained at twice a day, other arrangements were made as soon as he had been spoken to about it; whereupon it thus occurred three times a day and with such an ample measure of refreshments from shore that he is astonished at the crew's ingratitude; That from Bimilipatnam to here it could not have been anything other than plenty, because the ship had there again been provided with water and provisions for two months; and at Punto Gale had once again received what was necessary; that had he wanted to shortchange the crew, he could have turned the Bimilipatnam provisions into money, whereas he had the same received by his Lieutenant Schultz, upon whose testimony he relied. That nobody complained to him of scarcity after the Cape, neither with respect to the crew nor with respect to the table aft, for which he advanced all the money and from his own

Dutch transcription

13 Octb van water; waar van de Lieutenant schultz by zyn declaratoir van 7„ Septb: J„t Leeden gem„t N„o 24 egter de reeden niet kan begripen, ten zi zulx voortgekoomen mogt zyn door Lakkagie of het Continueel kooken van ryst, waar toe hy zegt meerwater vereischt te worden beklaagende deeze laatste zig voorts zo wel als voorsz: oppermeester Attleben, en den Commandeur Fredrik Carel Borchardt by desselfs attestatie sub 24 aug„s passato, met den assistent Isaac van Spierenburg, bij verklaa„ „ring van 't septb: voorleeden sub N„o 11 9 24 ook zeer sterk over een extra sobere opdissing agter op, zoo dat zoo dat zy daar insgelyks gebrek hebben moeten lyden, en niet genooten zouden hebben het geen 1 sComp„s weegen voor de tafel verstrekt word. — De Captein Lieutenant Hen„ „drik Vlugger stemt by zyne Decla„ ratoir van 18 septb: in geenen deele de klagten des volks toe, zeggende dat ergeen schaarsheid aan iets heeft plaats gehad dan uit hoofde van noodzaakelikheid, het verstrek¬ „ken van 1 1/5 kaas perman, is hij met de 378. de anderen egter eens, onder betuiging dat de Capt„n zyn reeden gehad moet hebben de gansche voorraad niet te hebben doen uitdeelen; dat eeni¬ bedorven en de rest aanboord waaren, Confirmeerende voots kennis te hebben dat het nu en dan wel eens gebeurt is dat er een bak of twee leeg van de Combuis te rug quam en erkent einde„ „lyk deweekelykse briefjes door den Bootsman, schieman en Con„ „stabel geteekend, voor goed; onder„ bezorging van een lysje der in 't vaederland en aan de Caab ontvangen victualie, thans by zyn 16 verklaaring gevoegd. De Captn ter Zee Gerardus Masson, den 22, 24, en 25 der I„s verweeken maand septbr: op alle deese ingebragte en voor 't meeren gedeelte geverificeet wordende klagten gehoort zyn¬ de heeft hy dezelve by zijn Exa „minatie N„o 28 generaliter ont„ „kent, als beschuldigingen tee„ „gens de waarheid en uit oprak„ „kening mogelyk van den een of ander misnoegden Knaap gaande gemaakt, dat zyn ge„ 13 Octb=r „maakte en 377 13 O ctbr: „maakte schikkingen op de uitdeeling der victualie int voorzigtigheid dus ge„ regelt is geweest om geen gebrek te Lyden, betuigende aan de Caab niet met moegte een quantiteit ryst en meel tot supplement van het reeds verorberde, gekreegen te hebben, door dien hij, in Europa was uitge¬ rust voor neegen maanden, van dewelke bij zyn komst aldaar nog maar vyf verloopen waaren. Dat er geen gebrek heeft plaats gehad nog voor, en voor al niet na de Caab, als op't laatst der reijse, doen het zukkelen begon want dat er ryst aan de Caap rigtig was ontvangen, 't geen hij als hij 't volk te kort had willen doen, had kunnen nalaaten, wyl dat graan aan de Caab in hoogen pris, en te Bengale, werwaards hij gedesti„ „neert was, goed koop, en in abun„ „tantie is, en dat het met der gemee„ „nen man aan boord zoo juist en effen niet toe kon gaan, van geen onthouding weetende, en niet ver¬ „pligt zynde op een uitros te trak„ „teeren op Grobbejak, van 't genot van dewelke etc=a eenige wynige, den„ „kelyk dronken geraakt tot brita„ „liteiten 356. 13 Octbb: „liteiten overgeslaagen waaren. — Dat de verstrekking van de Kaas met de waarheid overeenkomstig was maar dat er aan deeze kant de Caap nog een kaas aan ieder bak was ge„ „geeven zonder meer, wijl er eens„ „deels geen boord meer, en ten anderen de korbut toe sterk onder het volk was, van intentie geweest zynde het overschat te verorberen op de thuns reys van Bengale, van waar hy direct dagt thuis te vaaren, dat de rest dus nog aan boord zyn moet zoo de Capt„n Lieutenant ze niet heeft doen verorberen op de reijs van Bimilipatnam, over wiens opgave hy zig verwonderde van nopens de derweegens gemaakte schikkingen ignorantie te hebben voorgewend; Dat de suiker verstrekt is zo lange er wat was, en dat het water schaars is omgekoomen, maar niet eer, als voor het ver„ „liezen der reys, en dat dit in het gezigt van de kust nog heeft moeten voortduuren, uit voorzorg, en zyn voorneemen om, des mogelyk„ de reys nog te zien te krygen, ne„ „geerende het afkorten van een musje ling s en 2 381 13 Octbr musje water extra verstrekt. Dat de Bimilipatnam op de schaffing by zyn vertrek na de wal geen ordre gesteld, en dus het zel„ ve nog op tweemaal 'sdaags ge¬ „bleeven zinde, andere inrigtingen gemaakt wierden zo dra men hem daar over had onderhouden; wanneer het also drie maal 's daags geschieden en met zoo een ruime maat van ver„ „versing van de wal, dat hy over'svolks ondankbaarheid verwondert is, Dat het van Bimilipatnam tot hier niet anders als volop kan ge„ weest zijn wil het schip aldaar weer voorzien was van water en provisien voor twee maanden; en op Puinto Gale weer op nieuw het nodige had gekreegen, dat hy indien hy het volk had willen verkor„ „ten, de Bimilipatnamse provisien te gelde zou hebben kunnen maa„ ken, daar hy dezelve heeft doen ont„ „van door zin Lieutenant Schultz: op wiens getuigenis hy zig beriep. Dat hem niemand na de Caab over schaarsheid geklaagt heeft, meg ten opzigte van 't volk nog ten op„ „zigte van de tafel agter op, waar voor hy al het geld uitgelegd en van zyn eige

NL-HaNA_1.04.02_3830_0721 view scan ↗

English

382. 13 October. he had spent of his own, and further that they should have spoken of that scarcity at the proper time when it occurred. Also denying the deprivation that the sick were said to have suffered, for he had given orders to provide everything that was possible; merely admitting to having recommended to the doctor prudence with the water, of which he feared they would run short; also denying the other complaints of the doctor, stating that he was victualed in the Netherlands according to the victualing list for 250 men, although the number of persons on board consisted of seven more, relying on the validity of the weekly consumption slips signed by the aforementioned three deck officers, and finally that in the distribution he proceeded according to the orders and the circumstances of the time. This is the summary of the complaints appearing in the papers, and the Captain's defense against them. 383. 13 October. against them. Throughout the Cape, everyone except the Captain generally agrees that provisions were indeed somewhat scarce, yet still reasonable and tolerable, so that this first part of the complaints, relating to the voyage from Europe to the Cape, forms no object of any demonstration, as it would serve no purpose other than useless verbosity. The petitioner ex officio will therefore confine himself solely to the second point, namely: The deprivation on the voyage from the Cape to Bimilipatnam, from where the complainants say they had plenty. The defense of the Captain nor his denials are to be taken into account any more than the pretenses of the officers, who seem to have done their best not to make the complaints appear so glaring; for these are, as stated, so unanimous and even consistent that the few who would have liked to do their part to brush them aside have not been able to deny them entirely. 384. 13 October. It is indisputable that someone who holds the supreme authority is also entrusted with the principal care, and is obliged to regulate everything in accordance with good deliberation and the principles of prudence; but just as everything has its bounds and limits, and too much of a good thing becomes bad, so prudence also, exceeding its bounds, is no longer prudence, but sometimes destructiveness, and under certain circumstances, bad or wrong management, indeed even termed presumptive self-seeking bad faith, and it will be judged from the circumstances how the matter stands with the prudence alleged in this case by Captain Masson, and whether his conduct can and may genuinely be derived therefrom, or rather from entirely different principles. In Europe, the ship was provisioned for nine months, thus calculated for 250 heads. On 1 February 1788 the distributions of the provisions began, and on 5 July 385. 13 October. July the ship arrived at the Cape, so that five months and five days, or the greater half of the outfitting period, had then elapsed, and European provisions were still on hand for three months and twenty-six days; as long as the lay days at the Cape last, one receives refreshments there from the shore; water and live cattle are brought on board there before the voyage begins again, which occurred with Captain Masson on 22 July 1788, and on 1 November thereafter he arrived with the ship at Bimilipatnam, making a period of three months and nine days; ergo that seventeen days of the European outfitting period still remained; however, on the other hand, there were also seven more eaters, which thus balances out. Now had Captain Masson, with the remaining European outfitting, not counting the taking in of water and some live cattle, continued the voyage to Bengal, one could grant place to the reasons of prudence, for just as the voyage from the Cape to Bimilipatnam was completed 386. was completed in a good three months, it could also have taken four months, and then there certainly would have been a shortage, no matter how prudently one might have planned it; but in order not to run such a risk, Captain Masson, in addition to the remainder of the European victuals according to the tenor of the papers, managed to provide himself at the Cape with 25000 pounds of rice, 1750 pounds of flour, or fully 6700 pounds more than the European supply, 2880 cans or eight leagers of wine, which is fully as much again as the European supply, and 1080 cans or three leagers of arrack, so that leaving from there, with the remaining European provisions added, he was anew provisioned for eight to nine months; from which one seems to be able safely and clearly to conclude that the alleged prudence of Captain Masson concerning the distribution of the foodstuffs, extended in the midst of abundance to the point of suffering deprivation, in no way equates to its true and proper principles, but with 387. 13 October. completely contrary, indeed very reprehensible basic principles; so that your Right Honorable and Worships, with your customary prudence, will very easily be able to determine whether the conduct of the aforementioned Masson regarding this ought to be attributed to bad and wrong management or self-seeking bad faith and greed; toward which latter there are very strong presumptions; since according to a memorandum prepared by the petitioner ex officio, and attached hereto under No. 33, drawn up from the aforementioned weekly consumption slips approved by Captain Masson and signed by three deck officers, entered on the register under No. 32, when the ship arrived at Bimilipatnam there were still in stock of the undermentioned provisions the following quantities, namely: Bread: 11512 lb Salt Meat: 5148 lb Salt Pork: 1568 lb Rice: 14538 lb Flour: 3155 lb Plums: -

Dutch transcription

382. 13 Octbr: eige nog ingeschooten had, en voorts dat men over die schaarsheid had moeten spreeken ter regter tid toen ze voorviel Ontkennende ook het gebrek dat de zieken zouden hebben geleeden, want dat hy ordres ge„ geeven heeft om alles te geeven wat mogelik was; alleen beken„ „nende de docter gerecomman„ „deert te hebben de omzigtigheid met het water, waar aan hy vrees¬ „de gebrek te zullen krygen; de overige klagten van den Docter meede ontkennende, dat hy in Nederland gevictualieert volgens de Lyst op de victualie, voor 250. man edag dat het getal van per„ „soonen aan boord in zeeven meer heeft bestaan, vertrouwen¬ de op de deugdelykheid der wee¬ kelykse Comsumtie briefjes, door de hier voor reeds verm: drie deks officieren geteekend en eyndelyk dat hy in de uitdeding te werk gegaan is na de ordres en tyds omstandige „heeden. Dit is het kort begrip der klag„ „ten by de papieren voorkoomende, en des Capteins verontschuldiging daarteegen h hide Tvol s m ge aar en w a meg op voor zyn 383 13 Octbr: daar teegen. door de Caab is men het„ buiten de Captn. algemeen eens dat het toen wel wat schraal omkwam„ edog nog schappelyk en te verdraagen was, dus dat dit eerste gedeelte der klagten, zyn opzigt hebbende tot de reys uit Europa na de Caab, geen op„ ject maakt van eenige betooging, wyl het tot niets anders zou dienen als tot nutteloose wydloopigheid: De Rat: aff: vertooner zal„ zig dus alleen bepaalen tot het tweede point, namelijk: Het gebrek op de reys van de Caab tot Bimilipatnam, van waar de klaagers zeggen het vol op te hebben gehad. - De verontschuldiging van den Capitein nog zyn ontkenningen, koo„ „men zo min in aanmerking als de voorgeevens van de officieren die hun best gedaan schinen te heb¬ „ben om de klagten zo sterk niet te doen doorschitteren; want deese zyn, zo als gezegt so eenparig en „zelfs overeenkomstig, dat die weinige welke gaarne het hare hadden wil¬ len aanwenden om ze weg te schuy¬ „ven, zo niet geheel hebben kunnen ontkennen. 3. S. 4. 13 Octbr: Het is onbetwuistbaar, dat iemand die het eerste gezag heeft, ook de voornaamste zorg is aanbe„ „voolen, en verpligt is alles te ree„ „gelen Conform een goed overleg en de beginzelen van voorzigdig „heid, maar gelyk alles zyn paalen en afperkingen heeft, en al te goed quaad word, zo word ook de voorzigtigheid, hare beperkingen voor bij streevende, niet meer voor „zigtigheid, maar zomwyle verderffelykheid, en in sommi„ „ge omstandigheeden, quaade of verkeerde directie, Ia ook wel presumtive baatzugtige ontrouw geheeten, en het zal uit de om„ „standigheeden te beoordeelen vallen hoedanig het met de in dit geveel, door Capt„n Mas„ son voorgewendde voorzig „tigheid geschaapen sta, en of zyn gedrag reel daar uit, dan wel uit heele andere principien kan en mag worden afgeleyd. — In Europa was het schip voor neegen maanden geprovian„ „deert auso gereekend op 250 koppen. Den 1„e febr: 1788 begosten de uit„ „deelingen der provisien en den 5. July he „ van vol op 385 13 Octbr. Iuly kwam het schip aan de Caab, zo dat er toen vijf maanden en vijf dagen, of de groote helft van de tid der uitrus„ „ting verstreeken, en er aan Europi„ „se provisien nog voor drie maan„ den en zes en twintig dagen voor handen was, so lang nu de legdaagen aan de Caap duuren, krygt men aldaar verversching van de wal; water en leevendig vee word daar aan boord gebragt eer de reys weer begint, 't welk met Captn Masson voorviel den 22 July 1788 en den 1e November daar aan kwam hy met het schip op Bimilipatnam, ma„ kende aen tyd van drie maanden en neegen dagen; ergo dat er toen van de Europise uitreislings tyd nog Zeeventien dagen overschooten; edog daar en teegen zyn ook zeeven eeters meergeweest, 't geen dus teegens malkaar overstaat. stad nu Captn. Masson, met restant Europise uitrusting, /onge„ „reekent het inneemen van water en wat leevendig vee: de reijs na Bengale voortgezet, men zou de reedenen van voorzigtigheid plaats kunnen geeven, want zowel als de reys van de Caab tot Bimilipatnam volbragt 386 volbragt is in groote drie maanden had ze ook vier maanden kunnen duuren en dan was er zeeker te kort gekoomen, hoe voorzigtig dat men het ook had willen aanleggen, dog om een soortgelyke gevaar niet te loopen, heeft Captn. Masson booven het restant van de Europise victualie, volgens luid der pa„ „pieren, zig aan de Caab nog wee„ „ten te voorzien met 25000 ponden ryst 1750 ponden meel afgroo„ „te 6700 ponden meer als de Euro„ „pase Verstrekking 2880 kannen of agt leggers win, dan wel ruim weeder zoo veel als de Europise verstrekking, en 1080 kannen of drie leggers arak zo dat hy van daar gaande, met het restant Eu„ „ropise pravisien er bij, weer voor neegen atien maanden op nieuw geprovian¬ „deert was; waar uit men gerust en klaarlyk schyt te mogen be„ sluiten dat de voorgewende voor „zigtigheid van Capt„n Masson omtrend de uitdeeling dereetwaa¬ „ren, int midden der overvloed g'extendeert tot gebrek lydens toe, geensints met haare waare en ei„ „gentlyke principien, maar met 13. Octbr gansch 21 130 Mtbr: gansch averegtse Ia zeer afkeurlyke grond beginselen gelyk staat, over „zulx dat uwel Ed„le Gestr: en Ed„s, met haar gewoone voorzigtigheid, zeer gemak¬ „kelyk zullen weeten te bepaalen of het gedrag van gem: Masson dee„ „zen aangaande aan quaade en ver„ „keerde directie afbaatzugtige on„ „trouw en inhaligheid moet worden toegeschreeven; tot welk laatste zeer hee„ „vige presumtien zyn; wyl na luyd van eene door den Rat: off: ver„ „tooner ingerigte, en hier sub N„o 33. aangehegte memorie, geformeert uit de hier voorwaards vermelde en door Captn Masson goedgekeurde mitsgrs: door drie deks officieren geteekende weekelykse Comsumtie briefjes, op het register gequoteerd N„o 32. toen het schip te Bimili„ patnam arriveerde van de onder„ staande provisien nog in voorraad waaren den volgende quantiteiten als: Brood Gezoute Vleesch Gezoute Speck Rijst Meel 11512 lb 5148 „ 1568„ 14538 „ Pruymen 387 : 3155 „ -

NL-HaNA_1.04.02_3830_0727 view scan ↗

English

388. 13 Octbr Prunes 1920 lb Sugar 1051 -„ Tamarind 232 „ Butter 150 „ Sweet oil 682 cans Vinegar 1870 „ Wine 2756 „ Water 24 leagers and 221 „ Not counting another 189 cheeses and refreshments for the sick, such as gherkins, tent wine, and other trifles, of which the received stock does not appear to have been consumed; and whether the aforesaid remainder was just enough to make the voyage from Bimilipatnam to this place, so Captain Masson, first of all, upon his arrival at that place, according to his own declaration, had there again provided himself for two months, while at Punto Gale likewise what was necessary was received, through all of which the presumptions increase very strongly that the crew, out of stinginess and greed, was withheld that which the Company in generous measure provides and sends along for them. Now 13 Octbr Now objections might arise that sometimes the scarcity, or rather deficiency, in the serving of food on this side of the Cape, as the Captain and some others would make one suspect, resulted from a lack of water, whereby it might be considered impossible to prepare the food, which was plentiful enough, while the Captain, in support of this view, says he permitted the cook to employ a portion of salt water for making the puddings, instead of the salt that must be used for that purpose, and thus to make the pudding tastier, but these objections too cannot stand the test: for if Your Right Honorable and Honors please to be informed that, according to the aforementioned memorandum, the use of the water from the fatherland to the Cape, when it was somewhat scarce yet not deficient, amounted during 5 months and 5 days to 166 leagers, and that on the other hand 389 285 398. 13 Octbr on the other hand, from the Cape to Bimilipatnam for 3 months and 9 days, almost 132 leagers were in stock, then, in comparison with the time between the one and the other voyage, during the deficiency from the Cape to Bimilipatnam, more than ten leagers of water could have been consumed additionally, out of a stock that for the latter voyage stands against the first as nearly 12 against 10; yet it seems that with all that alleged thrifty prudence, one was all too thrifty, given that on 26 Octbr, when sailing in sight of the Coast of Orixa, there were still fully 25 leagers to the good, and yet that deficiency still persisted. Now since on the latter voyage, that is from the Cape to Bimilipatnam, when the common man suffered such deficiency, there was even more water to employ than on the voyage from Europe to the Cape, on which it was still reasonable, one must on the one hand be astonished how so little use was made of it for the benefit of the 91 ... 397 13 Octbr the common crew, and that on the other hand the same seems to have been given to the so-called cabin guests twice over: for where the crew, consisting of 238 persons, during the three months and nine days from the Cape to Bimilipatnam, received only 18753 cans, there 20 cabin guests in that time drew 6136 cans, making for the latter fully 61¾ cans per day and for the crew 187½ cans, so that to those of the cabin fully 3 cans per day per man, and to the common crew a half-hanger was distributed, which truly is such a mean proportion that one hardly knows what to make of such housekeeping, given that, with all these irregular distributions, as has been said, no less than 25 leagers remained when one had already approached in sight of the shore. The Official Prosecutor concludes from this and that, that the general complaints about deficiency on this side of the Cape are well-founded and by no pretexts whatsoever can 392. 13 Octbr: be excused, and that in this strange manner of housekeeping, more reasons present themselves to lean toward the thought that this arose from self-interest than from an erroneous or bad deliberation. In consequence thereof, he could bring against the Captain a claim before the Court of Justice, yet since matters of this nature, becoming judicial, do not fail to have their influence and after-effects, yea, sometimes might cause insubordination and riotousness, and Their High Mightinesses moreover, with respect to taking legal action against Ministers at the outer factories, have pleased to determine, by Their respected resolution of 20 Janij 1794, to be prudent therewith in order to avoid scandal, and rather to send such, as well as those who are deemed of equal standing with them, such as Seconds, Captains of the Militia, Senior Merchants, and Merchants, with the documents charging them, 393 13 Octbr to Batavia, he, the Official Prosecutor, has deemed it proper, by virtue of office and duty, in this report dutifully to make known to Your Right Honorable and Honors his considerations together with the nature of the complaints, and to annex thereto all the relevant papers, by no means being able to think that necessity would require treating anything judicially that can be understood by the authorities, determined by the Court of Police, and settled administratively. It is with this submissive understanding that the Official Prosecutor thereupon requested the further decision of Your Right Honorable and Honors, testifying that he remains with complete high esteem. undersigned Right Honorable Sir and Respected Councillors lower your Right Honorable and Honors' very humble, obedient servant signed A: G: Krayenhof aside Hoegly the 22 October 1789:

Dutch transcription

388. 13 Octbr Pruymen 1920 lb suiker - 1051 -„ Tammeijn 232 „ Poter 150 „ zoete oly 682 kann: Azin 1870 wyn 2756 „ Water 24 Leggers en 221 „ Ongereekend nog 189 kaasen ende versnaperingen voor de ziekan, gelyk agurkjes, wyntint, en andere kleinigheeden, waar van de ont„ „vangen voorraad niet blijkt ver„ „arbert te weezen; en af voorsz: restant nog net genoeg was, om de reijs van Bimilipatnam na her„ waards te doen, zo heeft Captn Masson zig, ten eersten, by zyn komstte dier plaatzze volgens zijn eige declaratoir aldaar weder voor twee maanden voorzien gehad, terwyl te Punto Gale almeede het noodige is ontvangen geworden door welk een en ander de presumptien zeer sterk toenee„ men dat het volk, uit schraap„ „zugt en inhaligheid, is onthou„ „den geworden dat geen 't welk de Maatschappij in ruime mate, voor het zelve verstrekt en meede geeft.- Nu 13 Octbr Nu zaden er bedenkingen kun „nen vallen dat somwyle de schaars „heid of liever gebrekkelykheid in de opdissing aan deese zyde de Caal gelyk de Captein en eenige anderen willen doen vermoeden, is voort, gekoomen uitgebrek aan water, waar door het onmogelyk geagt zou kun„ nen werden, om de kost, die er overvloedig genoeg was, gereed te maaken, wil de Captein tot onder„ „steuning van dit gevoelen zegt, aan kak. te hebben gepermitteerd, om, tot het maaken der poddings, een gedeelte zout water te em„ „ployeeren, in steede van het zout dat daar toe verbruikt moet worden, en om de podding alzoo smakelyker te maaken, maar ook deese bedenkingen kunnen geen proef houden: want als uwel Ed„e Gestr: en Ed„s gelieven g'informeert te zyn, dat, naluyd der voorwaards verm: memori het gebruik van 't water uit het va„ „derland tot de Caab, toen 't wel wat schaars edog niet gebrek¬ kelik was geduurende 5 maande en 5 daagen bestaan heeft in 166 leggers, en dat er daar en teegen 389 285 398. 13 Octbr teegen van de Caab tot Bimilipat„ nam voor 3 maanden en 9 dagen, in voorraad waar bijna 132 leggers dan zou er, in vergelyking van de tyd tusschen d' een en andere reys, geduurende het gebrek van de Caab na Bimilipatnam nog ruim tien leggen water meer geconsumeert hebben kunnen werden, uit een voorraad die voor de Laatste reys teegens de eerste overstaat als schier 12 tegens 10, edog men schijn 't met al die voorgeevende zuy¬ „nige voorzigtigheid, al te zuij„ „nig geweest te zyn, gemerkt er den 26 Octb=r, toen men in't ge„ „zigt van de Rust van orixa Zeil„ de, nog ruim 25 Leggers ten besten waaren en evenwel bleef dat gebrek nog standhouden. - Daar er nu op de laatste reijs, dat is van de Caab na Bimi„ „lipatnam toen den gemeenen man het zo gebrekkelyk gehad heeft nog meer water, te employ„ „eeren was als op de reys en't Europa na de Caab, op dewelke het nog schappelyk geweest is, dan moet men zig aan de kant verwonderen hoe men daar van, ten behoeve van het 91 et ... 397 13 Octbr het gemeen, zo weinig gebruik gemaakt heeft, en dat men aan de andere kant het zelve aan de zoogenaamde Ca„ „puts gasten dubbel en dwarsschynt ten besten gegeeven te hebben: want daar het volk, op 238 persoonen ge„ duurende de drie maanden en neegen dagen van de Caap tot Bimilipatnam maar genooten heeft 18753 kannen, daar hebben 20 Capuits gasten in die tyd getrek„ ken 6136 kannen, maakende voor de laatste 61¾ kan 's daags ruim en voor het volk 187½ kan, zo dat die van de Cajuit ruim 3 kan 'sdaags de man en 't gemeen een half hangder is uitgedeeld geworden, 't welk voor„ „waar zulk een gemeene proportie is, dat men schier niet weet wat men van zulk een huishouden maaken zal, ge„ „merkter, met al deeze onreegel„ „matige uitdeelingen, zo als ge„ „zegt, nog wel 25 leggers overig waa„ „ren, toen men reeds in 't gezigt van dewal genadert was De Rat: off: vertoonen besluyt uit dit een en ander dat de alge¬ „meene Klagten, overgebrek aan deese zyde van de Caab gegrond en door geen voorwendzels hoegenaamt te 392. r 13 Octbr: te verontschuldigen zyn, en dat er in„ „deeze wonderlijke manier van huyshouding, zig meer reedenen opdoen om over te hellen tot de gedagten, dat zulx voortgekomen is uit eige belang, dan uit een verkeerd of quaad overleg. — Hy zou in gevolge van dien teegen den Capt=n kunnen uit„ „brengen een Eisch voor de Justitie, edog daar zaaken van dienaart, Justitieel wordende, met nalaa¬ „ten haare influentie en na„ sleep te hebben, ja somma wijle tot bandigheid en oproerigheid veroorzaaken zouden kunnen en Haar Hoog Edelens daar en boven, ten opzigte van 't actis„ neeren van Predicanten op de buiten Comptoiren, by Haar gerespecteerd besluyt van 20 Janij 1794 hebben gelieven te bepaalen om, ter vermyding van ergernis, daar meede omzigtig te zijn, en liever de zulke mitsgrs: die welke daar meede daar mee¬ de gelykstandig geoordeelt worden, gelyk secundes, Captains over de Militie opperkooplik, „den en Kooplieder met de stuk„ „ken ƒ 393 13 Octbr „ken ten haaren lasten na Batavia over te zonden, zo heeft hij R: O: ver„ „tooner ampts- en- pligts halven, gevoegelyk geoordeelt, om by dit berigt uwel Ed„e Gestr: en Ed„s pligt„ „schuldig zyne bedenkingen, nee„ „vens den aart der Klagten, te ken„ nen te geeven, en daar neevens te voegen alle de daartoe betrek¬ „kelyke papieren geensints kun„ „nende denken dat de noodzaa„ „kelykheid zou koomen te vorde„ „ren iets Justitieel te behandelen, dat door de overigheid begreepen kan worden, by de Politie ge„ „determineert, en huyshoudelyk te kunnen worden afgedaan Het is met dit onderwerpend begrip dat de R: aff: vertooner hier op verzocht de nadere decisie van uwel Edele Gestr: en Ed„ de„ zelve betuygende dat hy met de volmaakte hoog agting blyft.- /:onderst:d/ WelEdele Gestrenge Heer en Geerde Raaden /lager:/ wwer Wel Edele Gestr en Ed„e zeer nedri „gen gehoorzaame Dienaar /get:/ A: G: Krayenhof / ter zyde:/ Hloeg„ „lij den 22 October 1789:— en

NL-HaNA_1.04.02_3830_0733 view scan ↗

English

394 13 October. Recapitulation of its contents. Consequences drawn from it. and among other things shows that the scarcity of water, to which and to the great number of sick Captain Masson primarily attributes that he could no longer remain at sea and had to turn the prow toward Bimilipatnam, was not as great as he reported, and if greater regularity had taken place in the distribution, the supply thereof could even have been larger; as also, because upon reviewing the sworn deposition of the chief surgeon Alleben, it is established that the provisions to the sick were in general very meager and the lack of water for them so great that several could be administered no other medicines than those which they could take without water, from which it may be concluded that if those provisions had been made properly, means would easily have been found to counter their ailments; so it was unanimously judged that the ship's officers are not to be acquitted 395 13 October: Decision to prosecute the crew and others in court in this matter. of ignorance and imprudence in this, and are greatly the cause of the heavy expenses that the ship incurred at the respective offices where it has been since the missailing of the Ganges and the resulting delay in this river; and whereas, according to the latest report, the fiscal believes he can bring an action in justice regarding that affair against the Captain, and the assembly understands that both these matters, especially regarding the irregularity in the distribution and the pretended lack of water, as well as the withholding of what was required for the relief of the sick, are intertwined with each other, it was therefore approved and determined, notwithstanding the objections raised by the said officer regarding politically determining this latter case, to which it is judged one cannot or should not proceed because the accused denies the principal points 396. Insertion of the account current submitted by the sequester concerning his administration of the seized ship the Antonette with its annexes. of his charges, and thereby the means for his defense would be taken away, to make both matters judicial, as well as to order the fiscal office to observe its duty in this and to prosecute the guilty party before the ordinary judge in due manner. Next was reviewed the account current submitted by the Secretary of Justice Teunis van den Broeck as sequester, regarding his administration of the sequestered and forfeited moneys originating from the sale of the seized ship the Antonetta with its cargo, more fully mentioned in the secret resolutions of this current year, closing with a favorable balance of Cr: 54745:14: 12/25 consisting of Cr: 20692:14: 12/25 in cash and ƒ 34053:—:— in the Company's bonds, as that account itself further shows. 13 October: 397 13 October Debit The Honorable Dutch East India Company in account with the undersigned sequester concerning his administration of the sequestered and forfeited goods and moneys belonging to and originating from the sale of the seized ship the Antonetta with its cargo 1789 ultimo May To the payment made to the crew of the ship the Antonetta to be mentioned, for their due monthly wages, pursuant to the sentence of the Honorable Council of Justice of this office, dated the 13th of this month; namely: to Benjamin Stiedleij, chief mate to Thomas Christiaan, second mate to James Melburn, carpenter to William Sons, dog attendant to Tomes Macree, steward to Sama Porter, cabin steward rs 248.—.— rs 205.—.— rs 254.—.— P. E. rs 100:18.—: rs 80. 14.—: rs 985.—.— June To various small expenses, such as: coolie wages for handling the goods, gauging the Madeira wine and the beer, procuring the cooperage, empty bottles for the drink samples, etc. etc. rs 107. 7.—. July 2 To the payment made into the Company's treasury upon warrant of the 15th of this month, namely for various expenses incurred for the service of the ship rs 4364: 8: 8. 10 October The amount of various legal expenses, as shown by the declarations drawn up thereof to be mentioned, namely: two dated ultimo March 1789 amounting together to rs 47. 9.— one April rs 51. 3.—. one May rs 33. 8.—. one June rs 951. 2.—. rs 1083. 6.— 2½ percent sequestration fee on rs 27931. 8.— rs 698. 4.—. Together in cash rs 7238. 9. 8. 2½ percent sequestration fee on the adjacent amount of rs 34926. 2. in the Company's bonds rs 873. 2.— Together ƒrs 8111. 11. 8. The balance of this, which must be accounted for by the undersigned as follows: in cash rs 20692. 14. 17. in the Company's bonds rs 34053.—.— All rs 54745. 14. 17. Sum Total ƒrs 62857. 10.— /signed below/ Hoogly in Bengal, the 10th of October 1789 /signed/ Ts van den Broeck, Secs 398. Credit 13 October: 1789 10 October: By the net amount of the sale rolls to be mentioned; namely: that of 20 April, whereby the beer, bacon, and meat, and other perishable goods were sold for cash rs 1140.—.— that of 28 May, whereby the ship the Antonetta with its accessories was sold, also for cash rs 26791. 8.— rs 27931: 8.— that of the 4th, 5th, 6th, 8th, 9th, and 10th of June last, whereby the remaining portion of the cargo was sold, pursuant to authorization, for the Company's bonds rs 34926. 2.— Sum Total Rs 62857. 10.— 1789

Dutch transcription

394 13„ Octbr. recapitulatie van dies inhoud. Consequentien; „ken. — en onder anderen aantoond dat de schaaes„ „heid van water, waar aan en aan de meenigte zieken Captn Masson voor„ „namelyk toeschrift dat niet langer op zee konde blyven en de steeven naar Bimilipatnam moest wen„ „den zoo groot niet geweest is als hy heeft op gegeeven en indien er meer¬ „der reegelmaatigheid in de verstrok„ „king plaats had gehad, de voor„ „raad daar van zelfs nog grooter had kunnen zyn, als ook wyl by het resumeeren van het beeedigd declaratoir van den oppermeester Alleben Consteerd dat de verstrck„ „kingen aan de zieken over het generaal zeer bekrompen zyn geweest en het gebrok aan water voor dezelve zoo groot, dat aan verscheide geene Mo„ „dicinen hebben kunnen werden toegediend dan de zoodaanige welke zy zonder weeter konden inneemen, waar uit mag werden opgemaakt dat indien die verstrekking en na behooren waaren geschied er ligt middel was gevonden om Hunne kwaalen teegen te gaan; zoo wierd eenpaarig ge„ daar uit getrok „ oordeeld dat de overheeden van onkunde en onvoorzigtigheid in 395 13 Octbr: besluit om de scheepelingen ander gerechtelyk in deezen niet vry te spreeken en grootelijks oorzaak zyn van de Zwaa¬ re ongelden die het schip op de respective kantooren, alwaar zeedert het miszeilen der Ganges aangeweest is en het daar door veroorzaakt over„ „blyven in deese revier gemaeckt heeft, en daar volgens het laatste bericht den fiscaal vermeend no„ „pens die affaire een Eisch voor de Iustitie teegen den Capt=n te Kunnen uitbreng ende vergadering begript dat beide deese zaaken, inzonderheid weegens de onzeegelmaatigheid in het uitdeelen en het voorgewend ge¬ „brek van water als ook het onthouden van wat tot soulaas der zieken ver„ „eischt wierd, met elkanderen verknagt zyn, zoo is, niet teegenslaande de opgegee„ over het een en „vene bedenkingen van gedagte officier, te doen actioneeren, om deese laatste zaak politiek te deter„ „mineeren, waar toe men, oordeeld met te kunnen of moeten overgaan uit hoofde den beschuldigde de voornaamste pointen ten 396. Insertie der door den sequester over, verhandelende zyne administra„ „tie van 't gesai„ „seerde schip de Antonette Cum„ „kening Courant annexis len zyner lasten ontkend, en daar door de middelen ter zijner defensie benomen zouden werden goed gevonden en ver„ „staan het een, en ander Justitieel te maaken, mitsgrs: het officie fiscaal te gelasten zyn ampt in deesen te betrachten en de schuldige voor den regter ordinaris modo te actioneeren. Vervolgens wierd geresumeerd de door den „gegeevene ree, Secretaris van Justitie Teunis van den Broeck als sequester ingediende reekening Courant weegens zyne gehoudene Administratie der gesequrestreerde en verbeurd verklaarde gelden geproflueerd uit den verkoop van het gesaiseerde schip de Antonetta met dies lading, breeder by de secree„ „te resolutien van dit loopende Iaar vermeld, sluijtende met een baatig saldo van Cr: 54745:14: 12/3 bestaande in Cr: 20692:14 12/25: aan Contanten en ƒ7:34053:—:- in 's Comp„s obligatien, zoo als die reekening zelve nader aantoond. 13e Ootbr: 397 13„e Octtbr Debet De Edele Neederlandse Oost Indische Compagnie in reeke gehoudene Administratie der gesequeitreerde tot en geproflueert van den verkoop van het exsaiseer 1789 ult„o maij a het betaalde aan de te melde scheepelingen van het schip de Antonetta voor hun Competeerende maandgelden, in gevolge vonnis van den Achtb raad van Justitie deezes Comp toirs, de dato 13 deeser; als aan Berjamin stiedleij opperstuurman „ Thomas Christiaan onderstuurman „ James Melburn timmerman „William Sons hondde op passer „ Tomes Macree hof, meester Porter „ Sama „ Cajuitwagter r„os 248„ —.— „ 205. — 254. P. E. „ 100:18. —: „ 80. 14. -„ 985. —„— Iunij aan diverse kleine ongelden, als: Coelieoonen tot het ver„ „werken de goederen, het peilen der madera wijn er het Bier, het bezorgen van 't vaatwerk, leedige bottels voor de monsters der dranken & & in „Julij 2 het betaalde in 's Comp„s Cassa op ordonnantie van 107. 7. -. 15 deeser Sa. A: voor diverse ten dienste van het schip gedaane ongelden 10 8br het beloop van diverze geregtelyke ongelden blykens 4364: 8: 8. de te meldene daar van opgemaakte declaraties, als twee sub dato Ult„o maart 1789 te zaamen beloopende r: 47. 9. — een „ „ „ april. . „ „ „ „ man „ 51. 3. -. „ 33. 8. —. „ Juni 2½ prC: sequestatie penn: op r„o 27931, 8. - „ 95.1. 2. —. 1083. 6. — 698. 4. -. . Tezaamen in Contanten r:o 7238. 9. 8. 2½ p„r C„o sequestratie penn: op het nevenstaande beboop van r„o 34926„ 2„ in 's Comp„s obligatien „ 873. 2. - te zaamen het saldo deezes het welk door den ondergeteekende moet ƒr: 811. 11. 8. worden verantwoord als volgt aan Contanten „ 's Comp„s obligatien alles /onderst„d/ Hoegly in Bengaale den 10„e October 1789 Somma r„oa 20692. 14. 17. „ 34053. –. –„ 51745.14. 17. fr: 62557. 10. — 398. en verbeurd verklaarde Goederen en gelden gehoorende schip de Anthonetta met dis Lading ning met den ondergeteekende sequester weegens zijn 13„e Ocbr: 189. 10. 8br: Over het netto beloop der de te meldene verdurollen; als die van 20 April waarby het bier spek en vleesch en andere bederf onderworpen zijnde goederen zyn„ verkogt voor Contanten die van 28 May waarby het schip de Antonetta met dies toebehooren verkogt is meede voor Contanten -„26791. 8. - 27931: 8. dio van den 4, 5, 6, 8, 9, en 10 Iuny I: L: waar by het over „rige gedeelte der Lading verkogt is, in„ gevolge qualificatie voor 'sCompagnies obligatien „34926. 2. r„o 1140. /get:/ J„s van„en Broeck, Sec„s Somma R: 62857. 10. 8. 5. 14. 17. 7 0. — 1789

NL-HaNA_1.04.02_3830_0738 view scan ↗

English

13 October Upon and distribution disposition thereupon, by disposition on which it is understood that said balance is to be counted into the treasury and recorded in the books as: One-third for the benefit of the account Condemnations and Confiscations, for that which was awarded therefrom to the Company by sentence of the judge. One-third for the benefit of the account The Poor Fund, being that which has been assigned to the poor, and the remaining One-third, which has been allocated to the one who made the claim, on the account of Sequestration Monies until such time and moment as the respected approval of the Honourable Supreme Indian Government regarding this, which according to secret Resolution of 4 August last is to be requested, shall have been received, with authorization to the Cashier for the receipt of the aforementioned bonds and to credit the same to his cash account, as has now for some time been done with those incoming from the successive auctions held. Also 13 October Insertion of the contract entered into with Mr. Tyler for the salvage of the cargo of Belvliet. Also read the translation of the contract entered into by the Junior Merchant and Pay-Bookkeeper Johannes Cornelis Heyning, in the name of the assembly, with Mr. George Tyler at Calcutta, for the fishing up and recovery of whatever may still be salvaged from the cargo of Belvliet at Arrakan, mentioned more broadly in resolutions of the 11th and 13th of the previous month, reading as follows: Articles of agreement drawn up and fully concluded on this 14th day of September in the year of our Lord one thousand seven hundred and eighty-nine, between Johannes Cornelis Heyning of Chinsurah in the province of Bengal, Junior Merchant in the service of the Honourable Dutch East India Company, acting as well for and on behalf of Isaac Titsingh, Esquire, Governor, and the Council at Chinsurah aforesaid, as for and on behalf of the said Dutch East India Company, of the one part, and George Tyler, merchant at Calcutta in the said province of Bengal, of the other part. Whereas the ship Belvliet, in the month of July last past, while on a voyage in the service and on behalf of the said Dutch East India Company from Batavia to Bengal with a considerable cargo of copper, spices, some specie, and various other necessities, came to be shipwrecked on the coast of Arrakan in the Bay of Bengal, and was there entirely lost, of which the said Isaac Titsingh has received intelligence; and whereas it may be possible that a part of the cargo of the aforesaid ship Belvliet may yet be saved, and the said George Tyler is prepared and inclined to endeavour to apply his efforts towards the recovery of the same at his own risk and expense, as well as to make use of his influence and power with the King of Arrakan, not only to cause him to return to the said Dutch Company such articles as are already saved, in particular eight thousand pieces of diverse coins, but also for the obtaining of all possible help and assistance in diving for and recovering the cargo or any part thereof from the said wreck of the aforesaid ship Belvliet. And whereas the said Johannes Cornelis Heyning, for and on behalf of the said Isaac Titsingh and the aforesaid Dutch East India Company, has granted unto the said George Tyler the undertaking of all such efforts; now, for the execution and bringing into effect of all such efforts by the said George Tyler touching that which is written above, it is hereby agreed, declared, and accorded between the said contracting parties in the following manner: First, that the said George Tyler shall make all possible haste in giving full and general instructions to his agent or agents at Arrakan to apply his 13 October or their utmost diligence and efforts towards recovering the whole or any part of the cargo of the said ship Belvliet, whether by fishing, diving, or by putting into practice any other means or invention which is deemed most preferable and considered most likely to be successful; and that he, the said George Tyler, shall order the said agent or agents to make use to that end of all such boats, vessels, divers, labourers, and other persons and things as may be required and necessary to bring up and recover the aforesaid cargo of the said ship Belvliet or a part thereof. Secondly, that the said George Tyler shall employ all such boats, vessels, divers, labourers, and other persons and things as may be necessary for the aforesaid purpose at his own costs and charges; and that he, for no reason whatsoever, whether any part of the cargo of the said ship Belvliet or of its equipment be recovered or not, shall charge anything to the account of the said Dutch

Dutch transcription

399 13 Octbr: op en verdeeling dispositie daar by dispositie waar op Verstaan is dat van dies saldo. saldo in hassa te laaten tellen en bij de Boeken inneemen als Een derde ten voordeele der reekening Con„ demnatie en Confiscatie voor het geene de Comp„e daar van, bij vonnis van den regter toegeweezen is. - Een derde ten voordeele der reekening Het fonds der Armen, zynde het geene den Armen is toegelegd en het overige Een derde, dat toegedeeld is aan den geene die de Calange gedaan heeft op de recke„ „ning van Sequestratie penn: tot tyd en wyle het g'eerd goed vinden der Edele Hooge Indische Regeering derweegens dat volgens secreete Resolutie van 4„e Aug=s Jt. Leeden staat verzogt te werden, zal zyn ontfangen met qualificatie aan den Rassier tot ontfangst der opgemelde obligatien en om dezelve in den Credit zijn „ner Cassa reekening te brengen zoo als nu eeniger tijd geschied is met die voor de successive gehoudene ver¬ „dutien ingekoomen zin. Meede 400. 13 Octbr. Insertie van 't met M„r Tyler Contract ter op, Lading van Bel„ „vliet. Meede geleezen het translaat aangegaan van het door den onderkoopman „vissing van de en soldij Boekhouder Iohannes Cornelis Heyning uit naam der vergadering met den Heer George Fijler te Kalkatta geslooten Contract ter opvissching en recouvreering van het geen uit de Lading van Belvlied te Arrakan nog te bergen zal zyn, bree„ „der vermeld by resolutien van den 11e en 13 dervoorige maand, luyden, „de aldus. Artikels van overeenkomst gedaan maaken en op deesen 14e dag van de September in het Jaar onzes Heere Een duyzend zeeven honderd Neegen en tachtig ten volle geslooten tusschen Johannes Corelis Heyning van Sinsura in de provintie Bengale onderkoopman in dienst der Edele Hollandsche oost Indische Comp„e, zoo wel voor en van weegens Isaac Titsingh Schildknaap Gou„ „verneur en den Raad te sinsura voorme. als voor en van weegen de gemelde Hollandse Oost Indi¬ sche de 401 13„e O Abr. „sche Comp: ter eenre en George Tijler koopman te kalkatta in gem: provin„ „cie Bengale ter andere zyde. — Nademaal het schip Belvlied in de maand July Jongstleeden, terwyl het zelve ten dienste en ten behoeve van gem: Hollandse Oost Indische Comp„se op een reijse was, van Bata¬ „via na Bengale met een aanzien„ „lyke lading koper, speceryen, eenige Contanten en verscheide andere nood„ „wendigheeden, is komen schip breuk te leiden op de kust van Arrahau in de baay van Bengele en aldaar ten eenemaal verlooren gegaan is, waar van den gemelden Isaac Tit, „singh kundschap bekoomen heeft, en Nademaal het mogelyk kan zijn dat nog een gedeelte ter lading van het voorsz: schip Bolvlied ge¬ soureerd voorde en den gem: George Tyler bereid en geneegen is te tragten zyne pogingen aan te wenden ter recouvreering van het zelve ter zyner eigene risico en kosten als meede om van zijnen invloed en vermoge by den Rasja van Arrahan gebruik te maaken niet alleen om denzelve aan de gemelde Hollandsche Comp, te rug te doen geeven zodanige ar¬ „tikelen 402 „tikelen als alreede gesonveert zyn, inzonderheid agt duyjzend stukken diverse munten, maar ook ter obtenue van alle mogelyke hulp en assistentie tot het opduiker en recourreeren van de Lading op eenig gedeelte van dien uit 't gemelde wrak van voorsz: schip Belvliet. En nadien den gemelde Jo„ hannes Cornelis Heyning voor en van weggen der gemelden Isaac Tilsingh en voorsz: Hol¬ „landse Oost Indische Compe aan den gemelden George Ty¬ „ler, heeft toegestaan het ondernee„ „men van al zulke pogingen zoo is, ter volvoering en in stand bran„ „ging van al zulke pogingen door den gemelden George Tyler raaken, „de 't gunt voorschreeven is, mits deese tusschen gemelde Contracteerende partien overeengekoomen, ver„ „klaard en geaccordeert op navol„ „gender wize Eerstelyk dat den gemelden George Tyler alle mogelyke spoed zal maaken in 't geeven van volle en generaa¬ „le Instructies van zyn agent of Agenten te Arrahan om zyne 13 Octbr of 403 13 Octbr of hunne uiterste vlyt en pogingen aan te wenden ter recouvreering van 't geheel of eenig gedeelte, der lading van het gem: schip Belvlied, het zy door te visschen, duiken of door het in 't werk stellen van eenig ander middel of uitvinding welke verkieselykst geoordeeld en geagt word het waarschynlykst van suces te zullen zyn, en dat hy den gem: George Tyler aan gem: Agent of Agenten zal be„ „veelen om tot dat einde gebruikt te maaken van alzulke booten vaar¬ tuigen Duikers arbeids en andere Lieden en zaaken als vereischt en noodzaakelyk mogen zyn om de voorsz: lading van het gem: schip Belvlied ofte een gedeelte van dien op te haa¬ „len en te recouvieeren. - Ten tweeden dat den gem: George Tyler alzul¬ „ke booten, vaartuig en duikers ar„ „beids en andere lieden en zaaken als nodig mogen zyn tot het voorsz: einde zal gebruiken op zyn eige hos¬ len en ongelden en dat hy om geene reede hoegenaamd, het zy dat eenig ge¬ „deelte der lading van het gem: schip Belvlied, ofte van dies uitrusting ge„ „recouvreerd word of niet, iets tot laste zal brengen van gem: Hakland, „sche

NL-HaNA_1.04.02_3830_0743 view scan ↗

English

404 13 October Dutch East India Company or anyone on its behalf, concerning and on account of the expenses which he has had to incur in this his undertaking for the recovery of the said cargo of the ship Belvlied or a part thereof, whether he happens to succeed therein or not. Thirdly, that the said George Tyler shall from time to time, as this shall be required, deliver to the aforesaid Isaac Titsingh or someone else on behalf of the said Dutch East India Company an accurate list, drawn up to the best of his ability or knowledge, of all such articles as shall be recovered from the said wreck, and that he in directing the matter shall make use of such an agent or agents under him as can most probably be trusted to proceed in this uprightly and honorably and to provide true and accurate reports; and that, in case the said Dutch East India Company or anyone on its behalf shall discover any fraud committed by the said agent or agents of the aforesaid George Tyler, and this can be fully and sufficiently proven, the aforesaid George Tyler then or in such a case shall prosecute the said agent or agents who commit the offense according to the strictest penalties of the laws, and then also surrender all advantages that may accrue to him concerning compensation for damages in that regard. Fourthly, that the said George Tyler shall deliver all such articles or parts of the said cargo or equipment of the said ship as shall be recovered by him from the aforesaid wreck to the agent or agents of the Dutch East India Company at Voltha, as soon after the arrival thereof as can conveniently take place, and that free of all costs and expenses whatsoever, over and above a commission premium of 25 percent, including therein all tolls or taxes which the Raja of Arrakan might take on this occasion, which 25 percent shall be deducted by the said George Tyler from all articles which he, George Tyler, 406 shall come to salvage, to serve in satisfaction of the expenses and as a reward for the trouble which he shall have to make and take therein, the said 25 percent not having to be calculated on the value of the salvaged goods, but one shall take it from the articles themselves, that is to say, out of every one hundred pounds weight of copper twenty-five pounds shall belong to the said George Tyler, and in the same manner and equal proportion a share shall accrue to him of all other articles or goods which shall be salvaged or recovered from the aforesaid wreck. From this, however, are excepted the eight thousand pieces of minted specie mentioned hereinbefore as having already been recovered by the crew of the aforesaid ship, since he, George Tyler, renounces all advantages thereon. Furthermore, that the said Johannes Cornelis Heyning, for and on behalf of the aforesaid Governor and Council on behalf of the said Dutch 13 October East India Company at Sincura, hereby permits and agrees to and with the said George Tyler that it shall be allowed to the said George Tyler to proceed at his pleasure in recovering or applying his efforts toward the recovery of the said cargo of the aforesaid ship Belvlied or any part thereof, and that he, the aforesaid George Tyler, upon the delivery of all and every part of the cargo of the said ship Belvlied which shall be recovered from the aforesaid wreck to the agent or agents of the aforesaid Dutch East India Company at Voltha aforesaid, shall be permitted to retain therefrom a commission or proportion of 25 percent on the said goods in the manner described hereinbefore. In witness of the truth, the aforesaid contracting parties have signed these in triplicate and confirmed with their seals and exchanged against each other on the day and the year described hereinbefore. Subscribed for and on behalf of the Honorable Isaac Titsingh, Esquire, Governor 408 Governor and the Council on behalf of the Dutch East India Company at Sinsura, was signed next to a red wafer, Johannes Cornelis Heyning; lower was also signed next to a red wafer, George Tyler; in the margin was written, signed, sealed, and delivered at the place where no stamped paper is to be had, in the presence of, signed, Thomas Morgan, Golloch Doss; subscribed for the translation, signed, Johannes van den Broeck. And the same being found arranged according to the intention, it was resolved to keep this record thereof. By the aforesaid Junior Merchant Heyning and the Bookkeeper Hendrich Albrecht Dolle, in satisfaction of the commission assigned to them by resolution of 8 May of this year, a written report was submitted today stating which entries still running in the trade books of this office are to be noted as redundant and useless and can be dropped from the same by a proper settlement and transfer. Thus, after deliberation, it has been disposed thereupon as is noted next to each entry in the margin of that document and appears in the following insertion.

Dutch transcription

404 13 Octbr sche Oost-Indische Comp„e of ie„ „mand haarentweege, over en ter zaa„ „ke der ongelden welke hy heeft moe„ ten doen in deese zyne ondernee„ „ming ter recourreering van de ge„ „melde Lading van 't schip Belvlied ofte een gedeelte van dien, het zy hy daar in komt te slagen ofte niet. Ten derde, dat de gem: George Tyler aan voorsz: Isaac Titsingh ofte iemand anders van weegen de gem„e Hollandsche Oost-Indische Comp„e van tyd tot tyd na mate dit zal worden gevorderd afgee „ven zal een nauwkeurige lyst opgemaakt na best vermogen of kundschap, van al zulke artike„ len als men van het gem: wrak zal te rug bekomen en dat hy (: in de het derigeeren „ ter zaake :/ ge„ „bruik zal maken van alzulk een Agent of Agenten onder hem als waar op men het waarschyn, „lykst zal kunnen vertrouwen„ in deese oprecht en met honneur te werk te zullen gaan en waare en nauwkeurige berichten te zullen geeven en dat, ingeval de gem„ Hollandsche Oost-Indi„ „sche Comp„s ofte iemand haaren twee „ge aan 405 13 Cobr „ge eenige ontrekking zal doen van gepleegde fraude door den gemelden Agent of Agenten van voorsz: Geor¬ „ge Tijler en dit volkoome en genoeg doen, „doen „de zal kunnen „ blijken den voorsz: Geor„ „ge Fyler als dan of in zo een geval de gem„e Agent of Agenten, die misdoen zullen vervolgen zal na de strengste penalityten der wetten en als dan ook opgeeven alle voordeelen welke hem ter zaake van schavergoeding dien aangaande geworden mogen. Ten vierde, dat gem„e George Tyler alzulke artike„ „len of gedeeltens van de gezegde lading of toerusting van 't gem: schip welke door hem van het voorsz wrak zullen worden gerecourreerd zal aflee„ „veren aan den Agent of Agenten van de Hollandsche Oost-Indische Compe te voltha, zoo spoedig, na de aankomst van dien als gevoegelyk geschieden kan ende zulx vry van alle kosten en ongelden hoegenaamd, buiten en behalve een Commissie premie van 25 prCto daar onder begreepen alle tollen of be„ „lastingen welke de Rasja van Arra„ „kan te deezer geleegenheid zou mo„ „gen neemen, welke 25 prC„o afgetrok„ „ken zal worden door gem: George Tyler van alle artikelen welke hy George Tyler 406 Pijler zal komen te souveeren om te strekken in voldoening der ongel„ den en als een belooning voor de moeyjte welke hij daar in zal moe„ „ten doen en neemen, zullende de gem„t 25 prCo niet moeten beree„ „kend worden op de waarde der gesouveerde goederen maar men zal die neemen van de artikelen zelve, dat is te zeggen, uit ieder een honderd ponden gewigt aan koo„ „per zal aan gem: George Tijler Vyf en twintig ponden behooren en in zelver voege en gelyke proportie zal hem een deel toekomen van alle andere artikelon of goederen welke van het voorsz: wrak gesonreerd of gerecourceerd zullen worden. - Hier van worden egter uitgezonderd de agt duy„ „zend stukken gemunte specie hier vooren gemeld door het volk van voorsz: schip bereets gerecou„ „vreerd te zyn, wyl hy George Tyler van alle voordeelen daar op af„ „stand is doende.- Voorts, dat den gen„e Iohan„ nes Cornelis Heyning voor en van weegen den voorsz: Gouverneur en Raad wegens de gem. Holland, 13 Octbr sche ve 13 Octbr „sche Oost-Indische Comp„e te Sincura, mits aan en met den gem„te George Fyler toe staat en accordeerd, dat het den gem: George Tijler geoor„ „loofd zal zijn om na welgevalle te werk te gaan in het recouvreeren of het aanwenden van zyne pogingen ter recouvreering van gem: lading van voorsz: Schip Belvliedt ofte ee„ „nig gedeelte van dien en dat hy den voorsz: George Tyler op de uit„ leevaring van alle en ieder gedeel „te der Lading van gem„e schip Bel„ „vlied het welk uit het voorsz: wrak gerecouvreert zal worden aan den Agent of Agenten van voorsz: Hollandsche Oost Indische Comp, te vol„ „tha voormeld, zal worden toestaan daar van in te houden een Commissie of proportie van 25 prCo op de gem: goederen in voege als hier voorre beschreeve staat. In teeken der waarheid hebben voorsz: Contracteerende partyen dee„ „ze in triplo onderteekend en met hunne Zegels bekragtigd en teegen elkander uitgewisseld op den dag en het Iaar hier vooren beschreeven /ondersE/ voor en van weegen den Edelen Isaac Titsingh Schildknaap Gouverneur 407 408. een door Heyning nopens bij de boe„ voorkomende posten. - „diende bericht Als meede van Gouverneur en den Raad weegens de Hollandsche Oost- Indische Com¬ „pagnie te Sinsura (was get:/ naast Js een roode cuwel/ P„r C„s Heijning /lager was geteekend meede naast een roode ouwel /Geo: Tyler C: ter zyde stond / geteekend geze„ „geld en overgegeeven ter plaat„ „ze alwaar geen gestempelde papieren te bekomen zyn in presentie van /:geteekend:/ Tho: Mor„ „gan Golloch Doss. /onderst:d/ voor de vertaaling /(get:/ I„s van den Broeck. en het zelve na de intentie ingericht bevonden zinde is verstaan, daar van deeze aanteekening te houden. voorm: onderkoopman Door en Dolle ingeleyning en den Boekhouder 8 en narecha Hendrich Al „ken overtollig brecht Dolle, in oldoening van de hun by besluit van 8 May deeses Iaars opgedraagene Com„ „missie, bij een heeden ingediend schriftelijk bericht opgegeeven werdende welke nog by de nego„ oor 13 Octbr „tie del n „ - 13 Octbr „tie Boeken deezes Comptoirs voort „loopende posten als overtollig en onnut aan te merken zyn en door een behoorlijke veree¬ vening en overschryving uit dezelve vervallen kunnen. Zoo is, na deliberatie, daar op zoodaanig gedisponeerd als by ieder post in margine van dat geschrift is aan„ „geteekend en komt te bly„ „ken bij de volgende In Ter„ „tie. — Lan 409

NL-HaNA_1.04.02_3830_0749 view scan ↗

English

410. 13 October. After careful deliberation on the adjacent report, it was approved and resolved: Tuesday, 13 October 1789. In the morning, the Merchant Krayenhoff absent due to illness. To the Right Honorable Sir, Mr. Isaac Titsingh, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies and Director of the Company's Interests in Bengal, together with the Members of the Political Council. Right Honorable Sir and Esteemed Councilors, It has pleased Your Right Honorable and Honorable Sirs to order us to examine the trade books of this office to identify such distinct entries as were to be noted as superfluous and useless, and thus could be cleared from them by a proper settlement; we hereby obey that order, and respectfully make known that few accounts remain that can receive any rectification, since this has already occurred with several, as appears from the last examination of the trade books of 1787/8 and the resolutions taken thereupon by Your Right Honorable and Honorable Sirs, those that still come into consideration being the following: According to the proposal made, to request the honored authorization of the Honorable High Indian Government for this write-off, under respectful presentation that as this arrears arises from the low charging of the dispatched parcels, the Company cannot be said to have been greatly disadvantaged thereby, nor has anyone enriched himself with it. Saltpeter Account was in arrears as of the end of August 1788 by 50 lb and ƒ29925:9:-, this large balance in money originating from the low valuation which has taken place regarding that salt in the last two book years, as in the year 1786/7 on a quantity of 2845024 pounds ƒ12897:-, being about ƒ-:12:- per hundred, and in the year 1787/8 on 1104769 pounds ƒ17025:-, which calculates at ƒ1:16:13:- percent too low; attributable to the purchased parcels which upon dispatch were recorded the same as those received from Patna, and not calculated according to their true purchase price; this difference of ƒ29922:- could, with the approval of Your Right Honorable and Honorable Sirs, be transferred to the Office of Bengal for settlement. Pursuant to the proposal, to handle the artillery and armory goods, which are now of so little importance and under the administration of one and the same person, in one sub-book and to have them recorded in the trade books under the proposed name, provided that each type of goods is specified in detail therein. The Artillery and Armory goods are at present of no great importance, the former amounting at the closing of the previous books to ƒ6892:2:- and the latter to ƒ4215:9:8, and yet are handled in two separate journals; we believe that this could conveniently be done in one book, and to that end we take the liberty to propose to Your Right Honorable and Honorable Sirs, with your approval, to have both administrations recorded in the Trade Books under the name The Sub-books of the Artillery and Armory, and to have such an account set up as of the end of August of the current year. 411. 412. 13 October. Likewise for the writing-off of the adjacent ƒ35342:5:-, as there is no prospect whatsoever that anything of it will ever be recovered. Stolen Goods at Pegu amount to ƒ35342:5:- and have been carried forward in the books since the year 1774, without any chance of recovery appearing to present itself, for which reason we are of the humble opinion to have this hopeless item written off the Master Account and recorded in the margin of the Directorate Journal. Although the cited order indeed dictates settling the interest moneys annually, which it is not known why it has not been followed since the restoration of the Office, nevertheless, in view of the greatness of the sum, to also request authorization for this beforehand. Interest Moneys are in arrears as of the end of August 1788 by ƒ285047:8:-, and according to the order dated 30 July 1753 should be settled annually on the General Account, after that with which the returns are charged has been credited in their favor. 13 October. Yet to let this run on until further orders regarding it are received, either from the Gentlemen Majors or from the Honorable High Indian Government. Johannes Matthias Ross stands debited according to the order of Their High Honors for ƒ15300:-, namely ƒ3300:- for restitution of the insurance premium of the Hercules and ƒ12000:- for commission on sold Japan copper enjoyed both by himself and by the late Mr. Brueijs; there is no possibility of settling this debt, unless this could be done in Europe from his estate. Regarding this, to await the outcome of the dispute that the heirs of Ramkissor have among themselves and which is to be decided by the Honorable Mr. Director as Supreme Village Master, after which they have undertaken to put into effect the necessary measures for the settlement of this debt. Ramkissor still owes on piece goods for the year 1773 ƒ4049:6:8; the collection thereof was prevented by the outbreak of the war in 1781 and his subsequent death, and whether his family is capable of payment, the undersigned cannot determine. And to have this error rectified by transfer, according to the proposal. On the aforesaid account, there was mistakenly credited upon the closing of the previous books ƒ383:69:5:8, for which Ramkissor Mollik Account in deposit was credited, which could be rectified by transferring it back.

Dutch transcription

410. 13 8br: Ziekte Naaandagtige de„ „liberatie over het by zyden staande bericht is goedge„ „vonden en ver„ Dingsdag den 13„e Otbr: 1789. Smorgens, absent den Koopman Krayenhoff door Aan den WelEdele Gestrengen Heer M„r Isaac Titsingh Raad Extra ordinair van Nee„ „derlands India en Directeur over 's Comp„s Belangens in Bengale beneevens De Leeden van den Politicquen Raad WelEdele Gestrenge Heer en G'Eerde Raaden Het heeft uwel Ed„e Gestrenge en d„o behaagt, ons te gelasten by de Nego„ „tie boeken deeses Comptoirs na te gaan, zoodaanige onderscheidene Posten als overtollig, en onnut, aan te merken waaren mitsgaders dus door eene behoor„ „lyke verevening uit dezelve vervallen konden; wy gehoorzaamen by deezen aan dat bevel, en geeven eerbiedig te ken„ „nen, dat zig naar weinige reekeningen bevinden die eenige redres kunnen erlangen, vermits zulx bereeds, met verscheidene geschied is, blykens de laaste Examinatie der Negotie Boe„ „staan. — „ken 178 in 13„e 8br: Navolgens den gedaan „ne voorstel de Arthil„ Indische Regeering te verzoeken onder Eerbiedige vertroning „lery en wapenkamers goederen die thans van zoo weinig aan„ „belang zyn en onder de Administratie van een en dezelfde perzoon staan, by een boekge te verhandelen en by de Negotie boe„ „ken op de voorgedragene naam bekend stellen te laaten, mits dat ieder soort van goederen in 't byzonder daar by gespecificeerd wer„ tot deeze afschryving de g'eerde qualifica„ „tie der Edele Hooge Salpeeter Reekening stond onder Ult Aug„s 1788 ten agteren, met 50. lb en ƒ29925: 9: zynde dit grote geld restant herkomstig door de lage aanreekening welke nopens dat zilt in de laatste twee boekjaaren plaat gehad heeft als in A„o 1786/7 op eene hoe„ dat daar dit agterstal „veelheid van 2845024: ponden ƒ12897:—: dat 3 De Arthillery en wapenkamere goederen zyn teegenswoordig van geen groot do belang als bedragende de Eersten by het Slot der voorige Boeken ƒ 6892:2:-: en de laatsten ƒ4215:9:8 en worden egter in twee byzondere Joiernaalen verhandeld, wy vermeenen dat zulx gevoeglyk by een boek geschieden konden, en neemen ten dien einde de vryheid UwelEd„e Gestr: en Ed„e voor te slagen, met derzelver gea„ „vinden beide Administratier in de Nego„ „tie Boeken op de Naam De Byboekjes van de Arthillery en wapenkamer bekent te laaten stellen, en eene dusdanige Ee„ „kening onder ult„o Augustus aicr te doen inregten. - „ken van 178 7/8. en Uwel Ed„e Gestr: en Ed=s daar op genomene Besluiten, de geene wel„ „ke nog in aanmerking koomen zynde volgende uit omtrend 411 „de. — 412. 13„e 8br: daar ooit iets van „naamd meer is dat inkoomen zal. - uit de lage aan„ „reekening der verzondene par„ „tyen ontstaat, de mers Comp„s niet gezegd „ groot kan werden daar door benadeeld te zyn en ook niemand zig daar meede verrght heeft. - „de, ordre wel dic„ „teerd om de inte„ „rest penn: Iaarlyks te vereevenen, die men niet weet waar bekent om zeedert het her„ „stel van 't Comptoir niet opgevolgd is, egter uit aan„ oen merking van de grootheid der som hier toe almeede voor af qualificatie te verzoeken. zoo ook tot de af„ „schryving van de neevenstaande ƒ35342: 5:-: wyl er geen uitzigt hoege„ Geroofde Goederen te Legu bedraagen ƒ35342:5:—: en lopen zeedert 't Iaar 1774. by de boeken voort, zonder dat er zig eenige kans tot de agterhaaling schynd op te doen, wes„ „halven wij van nedrig gevoelen zyn, deeze hoopeloose post op de Hoofd reek: te laaten afschryven en by 't Directie Journaal binnen 'slyns bekend te stellen. schoon die aangehaal„ Intrest Penningen staan onder Ultimo Augustus 1788 met ƒ285047:8:-: ten agteren, en dienen volgens de ordre in dato 30=e July 1753 Iaarlyks, na dat het geene waar„ „meede de rethouren bezwaard zyn, in hun faveur gebragt is, op het Gene„ „raal vereevent te werden. - omtrent ƒ—:12:—: op 't hondert en in A„o 1787/8. van 1104769: Ponden ƒ17025:—: 't welk ƒ1:16: 13:— percento te min reekent; toe te schryven aan de opgekogte partyen welke men by ver„ „zending gelyk die van Patna ontvangene bekend gesteld, en niet na haaren waren inkoops prys bereekent heeft; Dit verschil van ƒ 29922:—: Ioiede met believen van UwelEd„e Gestrenge en Ed„s ter vereevening op 't Comptoir Bengaale kunnen overge„ „schreeven worden. — Johannes Ed=s wel„ de en : gen Nog es Ee„ ul 9: e„ d r 13„e 8br: dog deeze te laa„ „len voortloopen tot dat derweegens na„ „dere ordre 't zy van de Heeren Majores of de Edele Hooge Indische Regee„ „ring ontfangen werde. hier omtrend afte wagten den uitslag van 't verschil dat de Erfgenaamen van Ramkissor onder nodige ter vereeve„ „ning deeser schuld instwerk te zullen en dit abuis, na„ „den voorstel door overschryving te doen redresseeren. - Johannes Matthias Ross staat volgens Hun Hoog Edelens ordre gede„ „biteerd voor ƒ15300:—: als ƒ3300:-: weegens restitutie der Premie van Assurantie van de Hercules en ƒ 12000:-: weegens pro¬ „visie penningen van verkogte Koper Japans zoo door hun zelfs, als wijlen den den E: Heer Brueijs genoten, tot de ver„ eevening van deese schult is geene moo„ „gelykheid, ten ware zulx in Europa uit zyne Nalaatenschap konde geschieden. Ramkissor is nog schuldig op Lywaaten voor A„o 1773. ƒ4049: 6:8: de inpalming daar van is door den opgekoomenen oorlog in 1781. en zyn daar op gevolgd overlyden verhindert geworden, en of zyne familie tot de betaaling in staat is, hunnen de teekenaars niet bepaalen. Op eevengemelde Reek: zyn by het sluiten der voorige boeken abuisive ten goede gebragt ƒ 383:69: 5: 8: waar voor Ramhissor Mollik Reek: adeposito gecrediteerd was, 't welk door de weder overschryving zoude kunnen geredresseert worden. — elkanderen hebben en door de Edele Heer Directeur als opper„ Dorpmeester staat beslist te werden, waarna zy hebben aangenomen het Wissels stellen.

NL-HaNA_1.04.02_3830_0753 view scan ↗

English

414. 13th October: These and the following six entries to be settled according to the proposal at the Bengal Office. This being the bills of exchange amounting to sr 30,000, of which extensive mention was made in the resolution of 9th December 1785, and according to the note made there, was not paid by the drawee, since the same is to be charged back to Europe and thus to be carried out under the last of August past. Bills of Exchange from the Netherlands: on this account there remains outstanding ƒ 37,500:—:—, originating from a draft received in the year 1786 drawn on Mr. Thomas J. Metcalf, concerning which we cannot state the reason why it continues to remain unpaid for the present; this may, with the approval of your Right Honorable and Worships, be noted in the margin hereof, and upon the closing of the books thereafter taken over and dealt with. Geraadsjent Manna has a small debit balance of ƒ 5: 9:—, originating from too much interest charged, which, as well as the following six entries, could, with the approval of your Right Honorable and Worships, be settled at the Bengal Office, namely: Medicaments ƒ 3: 18:— undercharged on the expense account. Velvets ƒ 11: 7: 8 over what the profit account debited to these four items by too much ceded upon taking in the general return. Russian leather ƒ 7: 19:— Copper wire ƒ 5: 8:— Vermilion ƒ 21: 17:— The Coromandel Government ƒ 87: 16:— on account of calculated agio on monthly wages disbursed in the year 1787/8 to certain persons belonging there who came here during the war and performed service. 13th October: This being an outstanding balance of Gregorius Herklots on account of arrears, for the payment of which a settlement is to be found, as the curators of that estate undertake to let the same be paid into the treasury under the last of August past. To request the High Indian Government regarding the next entry. This difference can find settlement through the proposed transfer. Gregorius Herklots, being still in debit ƒ 480: 19:— for the supply of packaging material, this restitution ought to be made from his estate. Shermdaans Sundry run according to the books with a balance of 115 pieces at ƒ 322: 4:—, of which, however, no actual piece is on hand, this difference being caused by a clerical error in crediting the merchants Rottonsjent and Annondsjent, who delivered 1,600 pieces, for 1,690 pieces; after deducting the 90 pieces set too many, there would still remain 21 pieces; these belong among the Malmols and were credited to the merchant Pantsjanent Ray under the name of Termdaans; if a transfer is effected in this regard, both sorts of linens, of which the Malmols stand ahead by 21 pieces and ƒ 322: 4:—, will thereby be settled. Of the accounts standing in credit, we make known the following, namely: And with respect to this one, the pleasure of the Honorable: Johan Carel Lodewijk Blume stands in credit with a considerable amount of ƒ 603,189: 1: 2: 8, originating from moneys received in the year 1781, 415. 416. 13th October: in order to exchange the bonds issued therefor with drafts on the Netherlands at 25 stuivers the Sicca rupee, which however, on account of the outbreak of the war, was not carried out. Toll was in credit by the last of August 1788 with ƒ 2,099: 15: 8 through duty on the dispatched goods, as was also Agio on Negotiated Monies with ƒ 27,173: 1:— To transfer the amount by which the Toll account stands in credit, being ƒ 2,099: 15: 8, to the credit of this account as proposed, and subsequently to have the same debited again with the surplus of the drafts granted in the year 1787/8 to the amount of ƒ 24,267: 7:—. Now, since in the previous financial year 1787/8, pursuant to authorization obtained for that purpose from the Honorable High Indian Government, a sum of ƒ 22,617: 12:—, by which the Toll account stood so much the more in credit at that time, was transferred to the account of Agio on Negotiated Monies, we believe that this could also take place, with the approval of your Right Honorable and Worships, upon the closing of the latest books; all the more so because, through the abolished Toll, this account will lapse, and the other, on the contrary, would obtain settlement through a debit regarding the drafts being granted above the calculation of 25 stuivers per the Sicca rupee, which was omitted in the year 1787/8, and thus could still be carried out, amounting to: at 27½ stuivers: st: 28,710, the surplus at 2½ stuivers: ƒ 3,588: 15:— at 27 stuivers: st: 206,786, the surplus at 2 stuivers: ƒ 20,678: 12:— Together: ƒ 24,267: 7:— 13th October: To cause to be returned this ƒ 835: 5: 8 to the natives Nehaaldeth and Bollonaat Momoedie, who counted the funds into the Treasury for Van den Velden. And concerning this ƒ 590: 17:—, to act likewise according to the proposal. Jan Warnar van den Velden stands in credit with ƒ 835: 5: 8, as the surplus of ƒ 3,703: 14:— which was paid into the Company's Treasury in the year 1778 by his sureties, the natives Nehaaldeth and Bollonaat Momoedie, in order to satisfy therefrom several imposed compensations amounting to ƒ 2,868: 8: 8; wherefore the aforementioned balance could, with the approval of your Right Honorable and Worships, be returned to the named natives, and this account thus be settled, as could also be done with that of: Sequestration Moneys, on which ƒ 590: 17:— stands in credit, originating from seized goods of the deserted Corporal Nicolaas Vendel; regarding which, upon the disposition requested from Batavia, it can be dealt with according to Their High Honors' order of 1778, in the same manner as insolvent estates or such as fall under the Curator ad lites, and thus taken over into the pay books for the benefit of this man's heirs, and placed upon the full sureties of pay.

Dutch transcription

4141. 13„e 8br: Deeze en volgende „len te laaten Zes posten volgens den voordragt op 't Comptoir Benga„ vereevenen. —. dit de wissels groot sr 30000: zynde, waar van ter resolutie van 9„e December 1785. breedvoerig ge„ „handeld en volgens pro het daar by aange„ „teekende door de betrokkene niet be, „taald is, alzoo dezel„ „ve na Europa weder aangereekend te wer„ „den en het zelve dus onder ult„o aug„s I=t „heeden te laaten gevolg neemen.- „ Wissels uit Neederland, op deese reek: staan nog ten agteren ƒ37500:—: her„ „komstig uit eene in A„o 1786 ten lasten van den Heer Th„s I: Matcalle ontvan„ „gene Traite welk en aangaande wy niet kunnen opgeeven wat de oorzaak zy dat dezelve voor als nog onbetaald voort loopt, dat met believen van uwel Ed=e Gestr: en Ed„e in margine deezes ge„ „noteerd, en by het sluiten der Boeken daar na overgenoomen en verhandeld ka# worden. — Geraadsgent Manna loopt met een klein restantje van ƒ 5: 9: deber oorsprongelyk uit te veel bereekende rente, 't welk zoo wel als de volgende zes posten met belie„ „ven van uwelEd„e Gestr: en Ed„s op 't Comptoir Bengaale zoude kunnen verevent worden; als Medicamenten ƒ 3:18: over te min belaste by d' onkost reek: Fluweelen „11:7:8 over het geene de winst reekening Jugtleer „ 7:19:—: ten lasten deezer vier Articu„ Koperdraad „ 5: 8:—: C„ len by 't inneemen van 't Gene„ Vermilioen „ 21:17:—: „ raale rendement te veel geceed„t is. — T Gouvernement Cormandel ƒ87:16:—: weegens bereekende opgeld van in A„o 178 7/8 afgegeeven maand gelden aan eenige aldaar te huishoorende, en in den oorlog hier gekoomene mitsgrs: dienst gedaan heb„ „bende Persoonen. — dit een restant van Gregorius Herklots weegens agterstal meerder op s n ver¬ moo„ . en g n niet ƒ rt ƒ 13„e 8br: meerder zynde, staat voor betaaling ver„ „eevening te vin„ „den, also de Cura„ „toren in dien Boe„ „del aanneemen het zelve nog onder dezelve sodanig ge„ „volg te Laaten neemen. — post ten naasten het Hooge Indische regee„ „ring te verzoeken. „in kas te tellen. — ult„o aug„s I=t Leeden dit different door Shermdaans Diverse loopen volgens de de voorgestelde vver„ boeken per restant 115. p„s met ƒ322: 4:-: daar „schrijving vereeve„ egter geen stuk weesentlyk voor han„ „ning kunnen vinden, „den is, zynde dit different veroorzaakt by een schryf fourt door de Kooplieden Rottonsjent en Annondsjent wel„ „ke 1600 p„s geleevert hebben te Creditee„ „ren voor 1690. P„s na aftrek der te veel gestelde 90 p„s zouden er als dan nog 21 p„s overschieten, deese behooren onder de Malmollen en zijn den koopman Pantsjanent Ray op de naam van Termdaans gecrediteerd; wanneer nu hier omtrend eene overschryving plaats heeft, zullen daar door beide zoorten van Lijnwaaten waar van de Malmollen met 21 p„s en ƒ 322. 4. -. te vooren staan, ver„ „eevent worden. — Van de te vooren staande reekeningen stellen wy de volgende bekend, als en ten opzigte deeser Iohan Carel Lodewijk Blume staat Credit goedvinden der Edele met een aanzienlijk bedragen van ƒ603189:1:2:8: spruntende uyt ontvangene Gelden in A„o 178/, op Leeverantie van Emballagie nog debet zynde ƒ 480: 19:—: dient deeze resti„ „tutie uit zynen Boedel te geschieden. ten 415 416. 13„e 8br: ten einde de daar voor afgegeevene obligatien met assignatien op Neder„ „land tot 25 stuivers de Sicca ropi uit te wisselen, 't welk egter mits den ƒ opgekomenen oorlog geen gevolg genoo„ „men heeft. - Thol was ult„o Aug„s 1788: met ƒ2099:15:8. te vooren geraakt door belasting op de verzondene Goederen gelijk ook. Opgeld op Genegotieerde Gelden met ƒ 27173: 1:—:: — het geen de reek: Dan nadien in 't voorige Boekjaar Tholl orot ƒ2099:15:8: 178 7/8. ingevolge daar toe erlangde qualifi„ nog te vooren staat „catie van de Edele Hooge Indische ten voordeel deeser Regeering een Somma van ƒ22617:12:—: dat de reekening Tholl als toen zoo veel te laaten overschrij„ 21 „ven zoo als den te meer te vooren stond, overgeschre der voorstel is en dezelve „ven is, op de Reek: van opgeld op gene¬ n vervolgens weder te „gotieerde Gelden, zoo vermeenen wij van doen belasten met het dat zulx met goedvinden van uwel Edele Gestr: g Ed„s bij 't Sluiten der Iongste surplus der in A„o 178 7/8 s Boeken meede soude kunnen plaats verleende assignatien van vinden, te meer wyl door de afge¬ ter bedraager van met ƒ24:267: 7:— schafde Toll deese reek: komt te ver¬ ver„ vallen, en de andere daar en teegen zin vereevening soude erlangen door een belasting nopens de verleend wordende Assignatien boven de be„ „reekening van 25 stuivers per de Cieca rong dat in A„o 1787/8 geommitteerd tee„ is de en ingen 2:8: 178/1 13„e 8br: Velden in Kassa geteld hebben, te laaten restitueeren. „togt voor van den deese ƒ 835: 5: 8: aan en omtrend deeze ƒ 590: 17:—: meede volgens den voor„ „stel te laaten handelen. — is, en dus als nog gevolg zoude kunnen neemen en bedraagende. tot 27½: stuw„s st: 28710:'t surplus a 2½ st:r ƒ 3588: 85:—: „ 27: —: „ „ 206786: „ _„ 2 „ 20678: 12: —: Tezaamen ƒ 24267: 7: Ian Warnar van den Velden staat de Inlanders Ne„ met ƒ 835:5:8: te vooren, als het overschot van „haaldoth en Bol„ ƒ3703:14:—: welke door deszelfs Borgen „lonaat momoedie Nehaaldeth Bollonaat Momoedie A=o 1778 in 's. Comp„s Cassa geteld zyn, ten einde daar uit te voldoen verscheide opgelegde ver„ „goedings ten bedraagen van ƒ2868: 8: 8: wes„ „halven het opgemeld restant met goedvin„ „den Uwel Edele Gestr: en Ed„s aan de genoem„ „de Inlanders zoude kunnen te rug gegee¬ „ven en alzoo deese reek: vereevent wer„ „den, gelijk meede konde geschieden met die van. - Sequestratie Penningen waar op ƒ 590: 17:-: te voorenstaande oorspron„ „gelyk uit agterhaalde goederen van den gedecerteerden Corporaal Nicolaas Vendel, waar meede op de dierwegens van Batavia verzogte dispositie vol„ „gens Hun Hoog Ed„ ordre in 1778. ge„ „lik met Insolvente Boedels, afte zoo„ „daanige als onder den Curator ad lites kunnen gehandelt, en dus ten behoeve van deese mans Erfgenaamen by de soldi boeken overgenoomen, en op die de volle borge Soldijen

← previousnext →