Inventory 3835
Coromandel · 796 pages · 114 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
195. at f12. September 1789 The 8th Hendrik Lodewyk Apel of Reenterhaillem, Jochem Daniel Weijs, from the [illegible] Bernhard Baumbag of Erfurt, Johan Hendrik Brackman of Marienstein, David Schoewijs of Hamburg, and Willem Kenting of Hannover, Together with George Christiaan as soldier at f12 and on a contract of 3 years, commencing the 8th of this month; Likewise as sailors at f12 each, Cornelis Rex of Utrecht, Andries Andriesen also of Utrecht, and Carel van der Hagen of Middelburg, also under a contract of three years commencing the 1st of July at f12; Likewise Fredrik Jansz as sailmaker at f16 to be stationed as such on the ship Horsen, commencing the 8th of this month; And as sailmaker at f16 per month, Fredrik Jansz of Old Carleby in Finland, who had arrived from the Moors out of the country to Sadras and from there here, to perform his service as such on the aforesaid vessel Horsen. Thus done and resolved in the Castle Geldria at Pulicat, date as above. (Signed) as before. Thursday September 1789 The 8th 197. Thursday the 10th of September 1789. By circular inquiry. The Lord Commander made known by this circular inquiry to the members of this assembly that the merchant Meddhoe Wardarasoe Chetti addressed his Honour and made an offer for the coffee beans recently brought from Batavia by the ship Horsen, of 45½ pagodas per bahar of 480 lb at one month's credit, with the inquiry whether they agree with his Honour in the sale thereof. Thus it was taken into consideration that the aforesaid offered price greatly surpassed that of last year, when the bahar of 480 lb was sold for 30 pagodas, whereby the aforesaid bid made this year would yield approximately a major advance, which in the present state of affairs could be called a good advance, especially in view of the small turnover that had been perceived in the aforesaid article on this Coast up to now. And it is consequently approved and agreed upon the prior advice of his aforementioned Honour to deliver all the coffee beans to the quantity of 4832 lb, or 10 1/16 bahars, to the aforementioned merchant Meddhoe Wardarasoe Chetti, and this at a credit of one month. Thus done and resolved in the Castle Geldria at Pulicat, date as above. (Signed) as before. Friday 199. Friday, the 18th of September 1789. In the morning at nine o'clock. Political Council Meeting. Present: [illegible] After the matters mentioned in the separate resolution of today had been dealt with, the Lord Commander laid upon the table the minutes from Their High Noble Lands' very revered general letter dated 29 July of this year, in order to prepare the respectful reply thereto; and it was consequently initially agreed to inform Their aforesaid High Noble Lands of the receipt thereof on the 19th of April of this year via Ceylon, and respectfully to assure Their High Noble Lands that we have done our utmost best to bring the administration onto a proper footing, and would attempt to bring it to perfection and maintain it there. And further, with regard to what was advanced by this Council in the answer to the Batavian Extract of the 12th of December 1786 regarding the unsuitability of Pulicat for a main factory and the orders of Their High Noble Lands in paragraph 2, most humbly to reply that our whole desire was to be able to obtain Nagapattinam back quickly; and as far as concerns the correspondence with the Government of Ceylon regarding 207. the 18th of September 1789. the building materials, that one would comply with that order immediately as soon as one received certain news of the return of Nagapattinam, because one would otherwise be embarrassed by a premature requisitioning of the same, and one would be able to manage there for the time being, because many substantial dwellings and warehouses were to be found, especially on the seashore. With the further assurance that one could in no way have suspected that the Nawab of the Carnatic, Muhammad Ali Khan, would have contested our right of the mint to be allowed to strike either pagodas of that standard as were previously in use here, or of the standard of the English star pagodas; that one had been confident that no obstacles would ever be encountered in that regard, and thus also proceeded to the construction of a new mint, which nevertheless now came in particularly useful for the storage of the bales of cloth, for which otherwise one or more other buildings would necessarily be required. With regard to the difference regarding the selling price of the [illegible]
Dutch transcription
195. „ son met ƒ12. September 1789 Den 8 E. Hendrik Lodewyk Apel van reenterhaillem, Jochem Daniel weijs, uijt het Herstijnde cil„ Bernhard Baumbag van Exfort Johan Hendrik Brackman van Mareijnstein David Schoewijs van Hamburg, en Willem Kenting van Hannover, Mitsgaders George Christiaan voor soldaat met ƒ12: en op een verband van 3 Jaaren, ingaande den on derzer Selijk ook voor Mattroosen met ƒ 12. ieder Een twee persoonen voor mathwoo„ Cornelis Rex van uytrigt Andries Andriesen meede van uijtregt, en Carel van der Hagen van middelburg meede onder een verband van drie Jaaren Molthon, metde gtemeenen Molthon tot Soldt ingaande Jmo 7 12 zo meede Fredrik Jansz als Zeylmaken met ƒ16. om als zodanig op het schip Horsen geplaatst te werden, ingaande den 8. der zer En als zeijlmaaker met ƒ16 ter maand den van de Mhooren uijt het land te sadras„ en van daar dit hoen overgekomene Fre„ drik Jansz van oldCarlebeu in finland, om als zodanig zijn dienst op voorsz: bodem Horsen te Presteeren Aldus Tedaan en Gearres¬ teerd in 't Casteel Geldria te Palliacatta Dato voorsz /:getee„ kend:/ als vooren Donderdag September 179 Den 8 197. hieden tot dieo verkoop, Donderdag den 10 September 1789. Bij ronderaage. Is door den Heer gezaghebber aan de leeden gedaane bodande C: sij booren, deezer vergaderinge door deese rondvrage te kennen gegeeven dat den koopman Med„ „dhoi wardarasoe Chilti, zig bij zyjn Agtb vlingeland geadresseerd, en voor de Jongst met het schip „ 1 Horsen van Batavia aangebragte Copfij 6 boomen gebooden radt 45½ pagooder voor de bhaar van 4800 lb op een maand Crediet, met afvrage of ze zig met zyjn Agtb houder gedaan om vrage aan de Conformeeren in den verkoop derzelve zoo is in aanmerking genoomen dat de voorsz: rimanque dierirgeno„ geboodene prijs tegens die van Anno pas„ tato grootelijks surpasseerde, als zijn de toen de baar van 480. lb tegens 30: paij verkogt and 2 bodem besluijt de zelve aftestaan, Den 10:' September 1789 verstegt, daar het voorsz taars gedaane bod¬ plus minus een Capitaal advans zoude opwerpen het geen in de presente tijds gesteldtheijd een zoot advans kon genoemd worden, voor al uijthoofte van den geringen verthier dien tot nog toe in het voorschree„ „ve articul ter deezer ouste bespeurd wierd, en is dien volgende op het preadvis van wetmelde zijn Agtb: goedgevonden en verstaan al de Coffij boonen ter quanti„ „teijt van 882: lb off 10 1/16b bhaaren aan voornoemden koopman Meddhoe wardarasoe op een respet van een maand, Chittij aftestaan, en zulks op een respegt van een maand Aldus Gedaan en Gearresteerd in 't Castoel Peldua Te Salliacutta Dato voorsz /:geteekend:/ als vooren Vrydag 199. Productie den notulen uijt de ontvangene brief van Haar Hoog Edel heeden den zelve of Ceijlon Hoogst dezelve Comman icatis te geeven, tragten zal om het schrijfwerk op aen tuijfen wes te brengen en det daar op te te houden, Vrijdag, den 18 September 1739 Smorgens ten Negen uuren Vergadering van Politie Present Hees Na dat de zaaken ter seeverte Beso„ „lutie van herden vermeld afgehandeld waren leijde den Heer gezaghebber ter tapl over de Notulen uijt Haar Hoog Edelheedens zeer gevenereerde gemeene missive de dato 29 July deeses Jaars, ten eijnde daar op de eerbiedige besluyt om daar vp te besorig„ beantwoording te beraamen, en wierd dien„ „volgende aanvankelijk verstaan welmelde jtem van den goeden ontfangst Haar Hoog Edelheeden, de rcceptie der zelve op den 19:e April deezes Joans over Ceijlon te bedeelen; en Hoogst dezelve reverentelijk en de Hoog Eads te beluingen dat men „nemen, d verlanging van de te rug krij„ ging van Naar d= palhacatta voor een hoofd Comp= de ordre no p:. de bouw maten„ „ralen Den 18 September 179. te betuijgen, dat men ons uijterste best riets gedaan heeft om het schriyfwerk op een effen voet te brengen, en tragten zoude het selve tot de volkomendheijd te krygen en het daar op te houden. En voorts ten aanzien van het door deezen raade geavanceerde in het antwoord Satriasche Extract van den 12 op het „mits de ongeschiktheijd van december 1786, ten opzigter van de onge„ „schiktheijd van palliacatta voor een Comptoir en de ordres Haarer hoofd Hoog Edelheedens bij I. 2. nedrigst te repli„ „ceeren, dat al ons verlangen was om schielijk te moogen te Nagapatnam rug erlangen, en wat de Correspondentie met nen het Gouvernement Ceijlon aan belangt nopens Silen 207. Den 18 September 1739. worden en wanneer, dat den Nabab het regt der mant alhier zoude betwust hebben, nopens de bouw materiaalen, dat men die order ten eersten nakoomen zoude, zoo dra zuwen van Ceijlen g uijsent men verzeekerde tijding van de te rug sing gaave van Nagapatnam bekeaam want men andersints door eene vroegtijdige Eijs„ „schen derselve daarmeede verleegen zoude wee„ sen, en men het voor eerst aldaar wel soude kunnen stelten, door dien er viele Capitaale woon en pakhuijsen, insonderheijd aan het Zeestrand te vinden waaren. Onder verdere betuyjging dat men non vormoeding de zes wande„ in: geenen deelen hadden kunnen ver„ „moeden dat den de tabab van Carnatica Mahomoth Aliohan ons soude hebben betwist heijd e langt geene obstaoulen zouder ontmoet hebben, voltedy is „die thans zen wel de passe etreeden komt ter berging van pakken, Aantooning aan H: Hoog Edet nopens den verkoeps prijd den agenen Den 18 September 1789 betwest het regt van de munt om te mogen slaan het sij pagooden van die gehalte soo„ als hier bevoorens in gebruijk geweest sijn, dan wel van de gehalte der Engelsche ster„ vortrouwen dat daaromtrend a gooden Dat men in vertrouwen geweest daar was, dat# omtrent nimmer eenige worndorden ok dennins bstaculen te sullen ontmoeten, en dus ook tot den opbouw van een nieuwe munt was die egter thans bijzonder te passe kwam tot berging der lijwaat 139 pakken, waar toe anders noodsaakelyk een off meer andere gebouwen noodig zouden weesen. Ten aanzien van het verschil op diffe„ „rent wegens den verkoops prijs der nagulen 14
English
spices are fixed, cloves, and it is understood to most humbly request of the aforementioned Their High Noble Lordships to be permitted to advance that the pound of cloves was sold until 30 December 1751 for 100 stuivers Indian money, or p/o 1. 1. —, but that since the abolition of the douceur of the Dewaaren, being 5 per C=o on the export which was paid by the merchants, and 2 per C=o on the European, as well as 5 per C:o on the Indian returns, wherewith the cloths were burdened, having been revoked, the price of the fine spices was set as follows: mace at 130, cloves at 115, nutmegs at 60, and cinnamon at 84 stuivers the 18 September 1789 the lb, calculating the mace according to the current currency of this Coast at 641: 8 1/2: , the cloves at p/o 1. 2 1/4, the nutmegs at p/o — 15 —, and the cinnamon at p/o — 21. the lb:, and for which the cloves were still sold. That upon the introduction of Dutch money, the lb of cloves came to stand at f 4. 18. 7; as came to appear from the yields and the fine spices, wherefore the price of these fine spices was neither increased nor decreased, but was sold according to the calculation of p/o 1 1/40. or f 5. 5. — or rather f 4. 18. 7 Dutch money. Concerning the satisfaction expressed by Their High Noble Lordships regarding the collection of cloths at Jaggernaikpoeram on credit and the permitted interest of 1 per C=o per month, it was resolved to most humbly thank Their High Noble Lordships for the same, and regarding the scantiness of the collection of cloths for anno 1786: and 1787 in proportion to the demands and necessity, to most humbly profess that the same was solely to be attributed to the lack of money and credit, as this is described very extensively in the recent respectful letters of this council dispatched via Ceylon, to which it is resolved to refer. Likewise, it is resolved to very humbly thank the aforementioned Their High Noble Lordships for the approved price increase of the cloths; with the profession that one must continue therewith as long as one will not be able to better accommodate the merchants by providing sufficient cash and desirable merchandise upon delivery of cloths. And in regard to the remark which Their High Noble Lordships have been pleased to make concerning the contracting of cloths at Bimlipatnam, that those servants, notwithstanding the lack of money and provision in merchandise, had succeeded in doing the same at the prices of 1781, respectfully to bring to Their attention that per the ship Den Arend in anno passato there were dispatched 248 packages of Bimlipatnam cloths collected upon the demands for the year 1787, and paid against the prices in anno 1781, and that upon provision of merchandise; but since these merchants had suffered quite 15 per C=o loss in anno passato on the Japanese bar copper and the cloves, they had desired, at the entering into of the contract for the year 1788, that they also might be granted such an augmentation as was accorded to the Jaggernaikpoeram merchants, to wit 3 per C=o on the fine bleached guinea, 5 per C=o on the bleached guinea Company's old sort, and 10 per C=o both on the guinea and on the salempores ordinary unbleached and bleached, without which price increase they could not be moved to make the collection, for which reasons this council had also resolved on 11 June 1788 to allow them, after the example of Jaggernaikpoeram and subject to favorable approbation of the aforementioned Their High Noble Lordships, the reported increase of 3, 5, and 10 per Cento. It was further resolved to express humble thanks to Their High Noble Lordships for the pleased acceptance of the 16 packages which this council had accepted from the Bimlipatnam merchants above the demand of 1787 to serve as a supplement to the demand of 1786, under respectful assurance
Dutch transcription
270 spesoerijen bepaald zijn, „nagulen en verstaan welmelde Haar Hoog Edelheeden nedrigst te verzoeken te mogen avanceeren, dat het pond Nagulen tot den 30 December 1751 verkogt is voor 100: stuijvers indias geld, of pr/o 1. 1. —, dam 't ze„ wanneerde prijken der hij ne dert de afschaffing van het douceur der Dewaaren zynde 5. pr C=o op den verthier het welk door de kooplieden wierden betaald, en 2. p„r C=o op de patriasche, mits„ „gaders 5. p:r C: o op de jndiasche rethouren, Fr C waarmeede de lijwaaten beswaart wierden, ingetrokken sijnde, wierd de prijs der fijne specerijen gesteld op als volgd de foelij op 130, de Nagulen op 115, de Noo„ „ten op 60. en de Caneel op 84 stuyvers het Den 18 September 1789 # db verdogt bepaalde prijden, bosluij de Hoogdth: nderert t bedanken over het genoegen, ten aan„ zeer van den inbaam in A=o b=o Den 18 September 1719. het lb bereekenende na de gangbaare munt deser Cust de foelij op 641: 8½: , de Nagulen p p 1. 2¼ , de Nooten t%o - 15 —, en die Canneel op p/o — 21. het lb:, en waar voor de Nagulen als nog verkogt wierden „ de nagelen vandenag ag: Dat bij de invoering van het nederlands geld het Ho Nagulen op ƒ 418. 7 te stean quam; gelijk zulks bij de rendementen en de fepesperenijen honder de quam te blijken, over zulks de brijs van die fijne specerijen niet vermeendert of vermindert, maar na de bereekening van p/o 1 1/40. of ƒ 5. 5. — dan wel ƒ 4. 187. Nederlands geld verkogt zijn geworden Concerneerende het geschept genoegen Haarer Hoog Edelheeden nopens den Inzaam 205. in zaam voor 178 6/7 weg=s gebrek. aangeld en Crediel moet geatribu„ eend monden „ven deezer regeering van hier over de geapprobeerde prijs verhoeging den byw aten Inzaam van Lijwaaten te Jaggernaikpoeram op Crediet en de toegestaane intrest van 1. prco 'smaands, wierd verstaan daar over Hoogst de zelve nedrigst te bedanken, en nopens de schraalheijd van den in zaam betiging dat den schraaken van lijwaaten voor anno 1786: en 1787 na mate der Eijsschen en benodigtheijd nedrigst te betuijgen, dat de zelve eenlijk te attribideeren. is geweest aan het gebrek aan gelden Coedet, gelik dit seer omstandig vermeld is, bij de Jongst refente dieengs aan het sChrip„ afgegaane eerbiedige letteren deeses raads over Ceijlon, waar van verstaan is zig te gedraagen. Desgelijks es verstaan welmelde Haar dan kbstuijging dubis roade vaor Hoog Edelheedens seer needrig te bedanken, voor de geapprobeerde prijs verhooging den lijwaaten; onder September 1789. Den 18 len ds Ceylon „naaren, en tot wanneer, reeden van den Jnbaam te bimile Palmam teg=t de prijden van 1781, en op verstrekking van koop„ „mandel en 8 pb:, zijn pr het schip den Arend verzonden 248 pakk: van dat Coropbii Den 18 September 1789 waarmede mendiens te Conti onder betuijging dat men daarmeede moet blij„ „ven Continueeren soo lange men de kooplieden niet bieter zal kunnen te gemoet koomen doer verstrekking van genoegsaame Contanten en geweelde koopmanschappen op leverantie van lijwaaten, En ten belange van de remarque die Haar Hoog Edelheeden hebben gelieven te maaken, nopens de aanbesteeling der lijwaaten te br„ dat het die bediendens, onge„ „milipatnam ragt het geld gebrek en verstrekking in koopmanschappen, gelukt was dezelve te doen teegen de prijsen van 1781. , Hoogst, de zelve Eerbiedig onder het oog te brengen, dat per het schip Den Arend in Ao bassato verzonden 28 207. geleedene scraade door die man„ Criandeurs op het Japans staaf Contract voor 1788, om een aug„ „mensatie der porijden koopluden was g'accordeerd Den 18 September 1789 verzonden zijn 248 pakken binilapatnamse lijwaaten ingezamelt op de Eijsschen voor den Jaare 17857, en tegens de prijsen in A=o 1781 betaald, en sulks op verstrekking van koopmanschappen; dan dewijl dee marchiandeurs op het Iapans koper, staeff koper en de Nagulen in ao passato wel 15 pr C=o schaade geleeden hebbende zij begierte bij hit aangaan van het begeerd hadden, dat aan haar bij het aangaan van het Contract voor den Jaare 1788 meede een sodanige augmentatie mogte werden ver„ gunt, als aan de Jaggernaikpoeramse koop„ gelijk aan den Jaggermank p=r „lieden was geaccordeert, teweeten 3 prC=o op C= op het Sui„ het guinees fijn gebleekt, 5. pr C=t pr Co „nees gebleekt 'sComp:s oude soort en 10. prC. o zoo prCo „ op het Guinoes als op de salempoeris gemeen ruu ken beeigen waaren gewenst, om den in zaam te doen, van dHo. Hoog dan 8 dan k betuijgeng H: Hoog Edesh: voor de acceptatie van 16 ba k k boven den Eiysch van 1787. „leyt Equi, en anner danse regering vaor Contanten zal zijn over zien, Den 18 September 1789. zonder wel de woijs zij meet te rure en gebleekt, zonder welke prijs verhooging 100 puing . zij niet te beweegen waaren geweest om den „accordeering den zele op aprabaten zaam te doen, om welke reedenen deezen raade dan ook op den 11 Iunij 1788 geresolveerd hadt aan haar na het voorboeld van Iag„ „gernaikpoeram en op gunstige approbatie van notm Haar Hoog Edelheeden de vermelde 1 verhooging van 3. 5. en 10: pr Cento toetestaan ver Nog wierd verstaan Haar Hoog Ed:lhee„ „dens ootmoedig dank te betuijgen voor de geniegene acceptatie van de 16 pakken die deeken Raade boven den Eysch van 1787 om te deenen, tot supplement van den Eijsch van 1786 van de Bimilipatnamsche koop„ verzeekering nan eengoede grouchieden haedt geaccepteerd, onder eerbiedige ver verzeekering 9 b 2a w bij
English
209. reason why no contract has been awarded at Madras and Palicol, which is discussed more fully in the recently dispatched report. The 18 September 1739 assurance that a sufficient quantity of linens would be obtainable, if one were only supplied more with the necessary cash for that purpose. And to their said High Honours' inquiry why no contract had been awarded at Madras, Palicol, and Porto Novo and so little had been done here, to state most humbly that this must also be attributed principally to a lack of money and popular merchandise, and moreover the depopulation of the first-mentioned factory, from around which the weavers were either dragged away, carried off, or perished from starvation, which was discussed at large in the recently dispatched report, to which one took the liberty of referring. While it was further resolved to assure the repeatedly mentioned Noble High Government of the Indies that one would always keep in sight giving preference to the collection of the Indies, just as has been observed up to the present day, and if one might only obtain some relief of importance from Europe, to then also apply oneself vigorously to the procurement of the linens for the Fatherland. Concerning the report received regarding the poor condition of the 56 pieces of cotton blankets, to express to Their High Honours the regret of this government over the poor condition of the same, assuring them, however, that it was caused through no one's fault, but is solely to be attributed to the terrible day of the 20th of May 1787; with the simultaneous notification that the missing piece has been properly compensated for by the packers. While with regard to the favorable discharge of the Jaggernaikpoeram chiefs from accounting for the remaining 145 pieces of small and 106 pieces of large blankets, it was understood to convey to Their High Honours the humble gratitude of this Council; with the humble assurance that in that regard not the slightest indifference has taken place. Sixthly. As also for the approved sale of the damaged nutmegs, reason for the difference between the percentages on the Japan bar copper, Regarding the article of the sale, it was understood to respectfully thank Their High Honours for the approval of the sale of the mite-eaten nutmegs, with the notification that at present the merchants do not make such difficulties about it, on account of its popularity, and that the nutmegs were sold without garbling if they were not too heavily mite-eaten. Their High Honours having remarked upon the difference that has occurred between the percentages on the bar copper, it was understood to answer Their Honours most humbly that it has its origin in the higher purchase price of the copper that was brought with the ship De Both in the year 1785, which at purchase cost ƒ - 82: 7 7/8 the pound, and thus yielded no more than fully 99 1/87 percent, whereas that sent from here to Bimilipatnam in the year 1786 only came to cost ƒ - 4. 15 /8 the pound at purchase, the price here at Paliacatta in that same year having been ƒ - 5. 3. 7 and at Madras ƒ - 8. 4 7/16 through an erroneous calculation, and that this small profit at Bimilipatnam has caused that in the general yield, where the profits on the three factories Paliacatta, Bimilipatnam, and Madras are averaged together, that mineral yielded on the whole no more than 131 4/16 percent. With the humble offer in the dispatched letter, for Their Honours' further elucidation, of an ample demonstration from which Their Honours might observe the purchase and selling prices of the copper brought in the years 1787/6 and 1785, and which difference of the purchase prices one had to attribute to the distinction of whether the Honorable Company received that mineral directly from Japan, or whether the same was bought from the Japan chiefs. While it was further deemed good, regarding the reduction of the price of the Japan bar copper, to refer ourselves to the report in regard to the reduction of the price of the nails by the Chief Administrator.
Dutch transcription
209. reeden waarom geen aambesteeding op Aaarad en Balijoe is grohin„ het geen breeder oier handeld is bij det gengest genenmae vens o Den 18 September 1739 ver zeekering dat onder: genoeg zaame quantiteyt lijwaaten zoude te krijgen zijn, zoo men maar meer voorzien wierd van de daar toe benooden de Contanten En op Hoogst derzelver gedaane vrage waaromme men geen aanbesteding op Padras, Palicol, en portonovo en soo weijnig alhier hadt gedaan nedrigst te betuijgen, dat dit almeede moeste werden toegeschreeven, principaalijk aan gebrek aan geld en ge„ „wilde koopmanschappen, en boven dien de antvolking van eerstgemelde Comptoir, van waar omstreeks de weevers, het zij weggesleept vervoent, of door horgersmoot zijn omgekomen, in het breede verhandelt bij het Jongst afgegaane E a met zal aan den inzaam van Indie steeds de preferentie geeven, en bij ontzet u't Euriopa, met die propatria begonnen worden, besluijt het leedewaken te betuijgen op de stigt bevinding van 16 p:s gecastoeneende den kemd„ afgegaane verslag, waar aan men de vryheyd nam zig te ferereeren Terwijl al verder beslooten wierd, meerm: . Edele Hooge Indiasche Regeering te verzeeke„ „ren, dat men altoos in het oog zoude houden, om aan den Inzaam van India de preferen„ „tie te geeven, gelijk men tot heeden toe heeft wen geobserveerd, en zoo maar eenig ontzet van belang uijt Europa mogte erlangen, als ^ of de dan ook met kragt toeleggen zoude bezor„ „ging der lijwaaten voor 't Patria Concerneerende het ontvangen berigt weegens de slegte bevinding van de 56 ps gecattoeneer„ deekens, Haar Hoog Edelheedens het leet¬ de „weesen deezer regeering te betuijgen, over de noor. „ Den 18 September 1789. slegte Alay Haa „ 211. doar de oorduak van geweest, voor de dilibeneeming der zaggens 145 ps kleene en 106. k=: gropte dukens, Den 18e September 1739 slegte gesteldheijd van de zelve, onder verzeeke„ „ring egter, dat het door niemands toedoen veroorzaakt, maar alleen te attribueeren is, de stonen te zoggemaik pan e aan den verschrekkelijken dag van den 20e Mey 1787; onder natificatie teffens dat het heken vermist k: 1s vorged, te kort gekoomene po door de afpakkers behoorlijk vergaed is Terwijl met opzigt tot de gunstige libe, dan k tetuiging van de Hoog Ede 1 „riering der Iaggernaikpoeramse opperhoofden 1 1 voor de verantwoording omtrend de overige 145 p: ter virgording van de overige kleijne en 106 groote deekens verstaan is, ƒ Haar Hoog Edelheedens de ootmoedige dank„ „zegging deezes Raads te betuijgen; onder needrige verzeekering dat daaromtrend geen de minste onverschilligheijd heeft plaats gehad opperhoofden, Ten 6. zommeede voor de g'approbeerde verkoop der verwaserde nooten, „biliering verkogp reeden van het venschil tusschen de prC=os op het Japans staaf kopen, Ten aanzien vant het articul van den de Verkoop, is verstaan Haar Hoog Edelheedens eenbiedig te bedanken, voor de approbatie van den gedaan in verstoek van vermijterde Nooten, onder dat anel us uan ten zonde gen o tificitio dat thans de kooplieden daar op soo vies niet vallen, om reeden van dier gewildheyd, en dat de nooten sonder guarbileering verkogt wierden, soo deselve niet al te sterk vermij„ „terd zijn. Haar Hoog Edelheeden geremarqueerd hebbende, op het verschil, dat plaats heeft gehad, tus &C hen de percentos op het staafhoopen, wierd verstaan Hoogst dezelve daarop needrigst te antwoorden dat het zelve sijn oorspronk heeft, uyt het meerder inkoops kostende la liac „li ƒ opƒ den meer daar de Den 18 September 1739 van van in zij in 273. Den 18 September 1739 van het koper dat met het schip De Both in den Jaare 1785 is aangebragt, het geen, inkoop het ld s heeft gekost ƒ:— 82: 7 7/er, en dus met of meer heeft wurgeworpen dan 99 1/87 p:r C=o ruijm„ daar het van hier na Bimilipatnam gezondene en den Jaare 17816: maar inkoops is koomen te staan op ƒ— 4. 15 /8r 't lb zijnde de brijs hier op Pal„ vorwer„ „liacatta, in dat selfde Iaar geweest. ƒ —5. 3. 7 op Padras ƒ — 8. 4 7/16. door een abusive stolling en dat door dit gevenge voordeel op Bimilip=m veroorzaakt is, dat bij het generaal Rin„ „dement daar de winsten op de drie Comptoiren Palliacatta, Bimilipatnam, en Padras zijn door den anderen geslaagen, dat mineraal in 't geveel niet meer heeft afgeworpen dan 131 4/16 prco. pr Co tooning daar van Haar Brerg deulh bij den aftigaane brief„ referte aan het berigt van den Hoofdadministrateur Stoffenberg, nap=s het verminderen van de prijs van 't koper, der krijo aan nageusen overgigeeven, Den 18 September 1749 aan bending van en ansen van percente, onder veerdrige aanbieding bij de aftegarme breef tot Hloogst derzelver meerder elucidatie van een ample aantooning, waar uijt Horgst de zelve zouden kunnen beoogen, de in en uijtkoops prijsen van het aangebragte koper in de Jaaren 1787/6 en 17057, en welk verschil der inkoops prijsen men attribuieren moeste aan het onderscheijd of D E Comp:e dat mineraal direct uijt Iapan ontfangst: dan wel of het selve van de Iapanse opperhoofden wierd ingekogt Terwijl alverder goedgevonden wierd, weegens het verminderen van de prijs van het Iapans staafkooper, ons te gedraagen aan het beregt, ten aan hien van het eenmionderten opzagten van het verminderen van den Prijs van de Nagulen door de Hoofdadmin, F 49 vlingelandt „stra „neele strateur
English
215. September 1789 Council to express concerning what had been missed by Their High Mightinesses Arrears of the previous Government. delivered by Administrator Stoffenburg, and dispatched respectfully in the original alongside our letter of 14 March of the past year to Their High Mightinesses, the more so because in that mineral alone there is still a reasonable sale. With regard to what was remarked by Their High Mightinesses concerning the arrears of the previous Government, about the slow progress that took place in that work, His Excellency further expresses that, to our regret, one cannot accomplish anything therein sooner than after we shall have been restored to the possession of Negapatnam, as we had the honor to report more fully here. The 18th From the latest general report of the gentlemen What the chief Van Haeften answered regarding the payment to the Palicol merchants for delivered goods before the war. Extract of the response dated 12 December 1786, folio 436, inserted in the latest general report on Ceylon. The 18 September 1789 That meanwhile the chiefs of Palicol, by extract of the payment disapproved by Their High Mightinesses of three-fold pagodas 3368 20 7/81 to the merchants for linens delivered before the war, had been notified, to which the chief Van Haeften, since the second De Tan is deceased, answered in substance that if the English resident at Madapalum, Duff, who took possession of Palicol, were still alive, he would provide such testimony by his own handwriting as would clearly show that such representations were indeed made to the said conqueror by him, the chief, and the late second De Tan, as Their High Mightinesses are pleased to mention; whereto the English resident Duff had declared that he had not come to investigate who had any claim on the goods and linens that were kept in the Company's warehouses and stamped with the Company's mark, but only to declare the same good prize according to the customs of war, with the further addition 217. The 18 September 1789 addition that he could lend no ear to any further representations concerning that matter. That since the said Duff was deceased, he was unable to produce written proof of this, and that he, the chief, respectfully trusted that full credit would be given to these his given reasons, the more so because from the books of that factory and the settlements held, it became most clearly evident that the linens which the merchants had in good faith and on credit delivered to the Honorable Company upon his constant encouragement, were truly accepted by them on the Company's account, and thus had become Their Honors' property. With the further addition that it would be a most harsh case for the merchants that they, having delivered linens in good faith to the Honorable Company, and these having been accepted by the chiefs for the Company's account, should have to suffer the loss of their value caused by war, or any other fatal accident which neither merchants nor chiefs could have foreseen or prevented. The chief further advancing that it would be no less distressing and unfortunate for a servant of the Honorable Company to have to compensate for the loss of goods by the war, which he had received for his master's account in his master's warehouses, and for the security of which he had not had the slightest means at hand, nor to hope for. That the merchants had been no more fortunate in their solicitations to recover what they had to claim from the Honorable Company for more delivered linens, because the said Duff repeatedly remarked to them that on this account they had nothing to do with the English Company nor with him, but that they must claim their payment from the Dutch Company, to which they had delivered their linens, giving into further consideration the disadvantageous situation in which the chiefs and merchants then found themselves, being entirely dependent upon the mercy of their enemies, the English gentlemen, so that the making of further attempts would only have been useless, considering the unsatisfactory results of the solicitations made of that nature with the British. The said chief Van Haeften ending this his defense with the statement that the payment of that debt had not been made on his own authority, but that he had obtained prior permission thereto from the late governor Blaaukamer; which cited
Dutch transcription
215. September 17839 raads te betuijgen over het gere„ „manqueerde door H: Hoog Ede agter stallen van het voorige gouvernaement, „strateur Stoffenburg overgegeeven, en in origt „neele neevens onse letteren van den 14 Maart I=o leeden, aan Haar Hoog Edel heeden eerbiedig afgekonden, te meer, om dat in dat mine„ „raal nog alleen een redelijke verthier is Ten aansien van het geremarqueerde dier Arrost het letueerden den sio welm Haar Hoog, Edelheedens omtrend de Agterstallen van het varig Gouver„ „nement, over den traagen voortgang die in motens d non insalming den dat work plaats hadt, Hoogstad tovder t' betuygen, dat men tot ons loedeweesen daar in niet wel eerder iets kan bewerkstolligen„ dan na dat wij weeder in het bosit van Nin„ „gapatnam zullen sijn gesteld, gelijk wij de een Den 18 bij hot je genenaal venslag nan heer„ wat het opperhoofd van Haeften g' antwoord heeft, nopens de afbetaaling van de palicolse Coopl: voor geleeverde Den 18 September 1789 hier omtande beder geschuilern hebben gehad hier waar breeder te melden; Extract van bij het leantwaord Patriasch den 12. December 1786. F 436. , geinsereerd bij het Jongst generaal verslag over Ceijlon Dat men intusschen de opperhoofden van palicol bij Extract van de door Haar Hoog„ gedes approbeerde betaaling van drie „ Edelheidens „boeldige pagooden 3368 20 7/81 aan de Korplie„ leqaaten voor den orleg„ den weegens voor den oorlog geleeverde lywaa„ hadde gegeeven, waar op door „ten kennis het opperhoofd van Haeften, /:alsoo den secunde De Tan overleeden is; in substantie geantwoord is, dat zoo den Engelschen resident te Madapalum Dufs, die 1 palicol heeft in besit genoomen, nog in leeven E 217: Den 18 September 1789 leeven was, hij Hoogst dezelve door desselfs eijgens randschrift, zoodanige getuijgenes. soude sup„ „reditoeren, dat ten evrdinsten zoude blijken dat aan gemelde veroveraar door hem opperhoofd, en wijlen den secunde De Tan zoodanige ver„ „loogen, werkelijk gedaan zijn, als waar van Haar Hoog Edelheedens gelieven te gewaa, vervolg„ gen, waar op door de Engelschen resident Juff gedeclareert was, niet gekoomen te zijn om te onderzoeken wel eenige vorderinge hadde op de goederen en lijwaaten die in waake 's Comps pakhuijsen berustende en met Comps merk gestempeld waaren, maar alleen om volgens krijgsgebruijk, dezelve Koo7p prijs te verklaaren, met verdere voor goede 5a bijvoeging ij voegin ging hoope van gem: opperhoofd dat aan zijne verantwoording gelaes zal. werden gedefereerd van de footorij te meer zal blijken„ Den 18e September 1789 bijvoeging dat hy aan geen nadere vertoogen= dieo aangaande het v konde leenen Dat dewijl gemelde Hupp van overleeden zijnde zij buijten staat gesteld was hier van schriftelijk bewijs te kunnen aanlieden, en dat hij opperhoofd eerbiedog vertrouwde dat aan deese sijne gegeevene reeden volkomen een war diruingh uijten bockije geloof zoude werden gedefereerd, te meer, daar uijt de boekjes van die factorij en de gehoudene afreekeningen ten klaarsten kuam te blijken dat de lijwaaten die kooplieden op sijn geduurige aanspoo„ eelvinck „ringe ter goeder trouw en op credict aan E: Comp:e geleeverd hadden, werkelijk de door hun voor Reekening der Maatschappy geaccepteerd s 219. zijn vindere domonstalde dien aangaan den Den 18 September 1739 geaccepteerd, en dus haar Eds eijgendom ge„ „worden waaren Met bijvoeging verder dat het een alderhandst geval soude zijn voor de kooplie„ dat sij ten goeder trouw aan de E: Comp:e den lijwaaten geleeverd hebbende, en door de opperhoofden voor 'sComps reekening geracep„ „teerd zynde, zy souden moeten ondergaan het verlies van dies waarde door oorlog, of eenig ander fataal toeval veroorsaakt dat nog kooplieden nog opperhoofden hadden kunnen voorsien of verhoeden Atranceerende hij opperhoofd alverder, dat het niet minder gevoelig, en ongelukkig voor een dienaar der E Compe zoude zijn, om te vervolg Den 18 September 1739 te moeten vergoeden het verlies van Gorderen door den oorlog, die hij voor reek van sijn meester in desselfs pakhuijsen ontfangen hadde, en tot welkers beveijliging hij het middel aan handen, nog te hoopen geringste hadde gehadt. Dat de koorblieden niet gelukkiger waaren geweest in haare sollicitatien om te recourree¬ „ren het geene zij van D E. Comp:e te verde„ „ren hadden voor meerder geleeverde lijwaaten want dat hun door dikworij gem: Duff was toegevoegd, dat sij dus weigen, nog met de Engelsche Comp:e nog met hem te doen hadden maar dat zij haare betaaling van de Hol„ „landse Comp:e waar aan zij haare lij„ „waaden geleeverd hadden moesten vorderen, in _o verdere 221. betuijging van dat opperhoofd, dat hij tot de afbetaaling dier pretentie gequalificeerd was, Blaankamer, Den 18 September 1789 verdere Consideratie geevende de onvoordeelige situatie, waar in sig opperhoofden en koop„ „lieden toen bevonden, als zijnde geheel depen„ „dent van de barmhertigheijd haarer vijan„ gen de Heeren Engelschen, dus het doen van 1 verdere porgingen maar nutteloos zoude geweest zijn, gemerkt de onvoldoende ge„ „volgen der gedaane sollicitatien van bij de Britten die natuur, Eijndigende gemelde opperhoofd van deeze zijne verantwoording, dat de Haeften afbetaaling dier schuld niet op eijgen autho „riteijt gedaan, maar dat daar toe prealable door den overleeden gezog hebben toestemming van wijlen den Heer gezag hebber Blaaukamer gehad heeft; welke aange„ 5 haalde
English
his request to be released from this payment, and why all the more; presentation of an account of 13 bars of gold. 18 September 1789. stated reasons and motives, he respectfully believed to plead sufficiently for his innocence, wherefore he very humbly requested that this Council might favorably represent the aforementioned to Their High Excellencies, to the end that he, the chief, might be released from the payment imposed upon him, since he believed in all reverence to have done or neglected nothing in this matter for which that reimbursement, entirely ruinous to him, could be imposed upon him. With regard to the required elucidation by Their High Excellencies contained in paragraph 32, namely in what lay the greatest advantage for the Honorable Company, in the minting, or 223. 18 September 1789. with demonstration of the advantage in the sale of gold, instead of minting; by the sale 3 7/8 percent was gained; forgiving of the mistake made in the bills of exchange of the Orphan Chamber; or else in the sale of the gold, it was resolved to offer respectfully to Their High Excellencies, with the letter now to depart per the ship Horsen, an account of 13 bars which, upon minting into old Nagapatnam pagodas, would scarcely have gained 3 percent, and at the same time to note that these 13 bars being sold, according to the yield, showing by the yield that would also be sent under the annexes, yielded a net profit of 6 7/8 percent, thus yielding 3 7/8 percent more upon sale than in case of minting. While it was further resolved to thank Their High Excellencies very humbly for with declaration that henceforth they will conduct themselves according to the transmitted plan; regarding the inner, concerning the fortification, has already been done with the general report; expression of thanks for the passing of the expenses for the new mint, 8 September 1789. for the passing of the mistake made here in the drawing up of the bills of exchange granted by this Orphan Chamber on that of Batavia, with respectful solicitation to excuse this Council, under assurance that henceforth one would with all exactness let the transmitted plan of calculation serve as a firm basis. Regarding the article of Fortifications, having served Their High Excellencies extensively in the latest dispatched general report, it was resolved to thank Their High Excellencies also very humbly for the passing under carpentries and repairs for the expended sum of pagodas 769 15/20 for the new mint 225. and bleaching warehouses at Bimilipatnam, as also for the other carpentries and repairs at the remaining factories; will not proceed thereto, except in case of necessity. 18 September 1789. mint here, as also for the passing of, item for the warehouses, the authorization given by us for the construction of two large warehouses, besides the mint and the bleaching warehouses at Bimilipatnam; and to those of Palicol of a new packing hall, two cloth warehouses and a washers' house there. As well as for the favorable approval of the repair of the Company's bleachfields at Jaggernaikpoeram, which were severely damaged in the storm of 20 May, and the carpentries and repairs done at the other northern factories, under humble assurance at the same time, promise that henceforth one will not proceed thereto, except out of unavoidable necessity, and with the greatest possible also to thank Their High Excellencies for the approval of the travel expenses of the two persons mentioned alongside; so also for the passing of 22 7/8 lb of mace found short; regarding the camphor tubs, better care will henceforth be taken. 18 September 1789. possible frugality. Likewise, with regard to write-offs, it was resolved to thank Their High Excellencies very respectfully for the passing of the travel expenses allowed by us to the trade bookkeeper Martinus Stoffenberg and Master of the Equippage Jacob Hartman. As also for the passing of the write-off of 22 7/8 lb of mace found short, and such entries shall in future be caused to be handled better according to the order. And with regard to the camphor tubs, to assure Their High Excellencies most humbly that one shall henceforth cause care to be taken that therewith 227. to ask excuse for the neglect to report the salaries of 3 persons at Bimilipatnam; have already been dispatched via Ceylon; ship Horsen to offer; therewith more circumspection and attention be used. Then, for the neglect in not making known the amount of the salary of the following persons, namely to ask Their High Excellencies very humbly for excuse, and to report in the letter to depart that Demetrius Nephala has enjoyed pagodas 121. 1.-, Hendrik Christiaans pagodas 138. 8.-, and Dirk Heereman florins 155. 15. As also regarding the trade books, that those of 1785/6 have already been sent via Ceylon, and to offer those of 1786/7 most respectfully per the ship Horsen, 18 September 1789. the trade books of 1785/6, and that of 1786/7 goes with the ship Horsen, and why; demonstration of the profits and charges of 1785/6 and 1786/7; but the general ledgers not. and at the same time to declare that this Council is very sorry that the general ledgers of 1786/7 cannot also go over at present, for the reason that the transmitted trade books of Jaggernaikpoeram were found so defective that one had to send them back for correction with a serious recommendation toward greater accuracy. Yet meanwhile, for Their High Excellencies' honored speculation, to insert in the letter the following compendious demonstration or comparison of the charges and expenses both in the past financial year 1785/6, as in that of 1786/7, incurred at this main station, Palliacatta. 18 September 1789.
Dutch transcription
zijn verzoek om van dies be„ „taaling te libereren, en waarom te meer, aanbieding van een zeekening van 13. staaren goud, Den 18. September 1789 haalde reeden en motiven, hij eerbiedig vermier„ 1 „de voldoende voor sijn onschuld te bleijten waarom hij seer ootmoedig verzogte dat deezen het voorwaarts geallegueerde Haar Raade Hoog Edelheedens favorabel mogte vaerdraagen ten eijnde hij opperhoofd van de hem opgelegde betaaling mogte werden gelibereerd, dewijl hij in alle reverentie vermeende in deesen niets gedaan of versuijmt te hebben, waarom hem, die voor hem allezints ruineese ver„ „goeding zoude kunnen werden opgelegde Ten aanzien van de gevorderde Elucidatie door Haar Hoog Edelheedens vervat bij § 32. namentlijk waarinne voor de DE: Comp:e het meeste voordeel geleegen was, in de vermunting dan d 223. Den 18. September 179 met aanvooning van het voordeel bij den verkoop van goud, in studl van vermenking hij den verkoek 3 7/8 prC=o gewonnen is, „ring van het begaan abuijs in de wissel van de wverkamen, dan wel in den verkoop van het goud, t verstaan Hoogst dezelve bij de tans aftegaane brief per het schip Horsen reverentelijk aantebieden, een reekening van 13 staaven die bij vermunting tot oude Nagapatnamse pagorden, 3. prc= o schaars soude gewonnen hebben, en teffens te noteeren, dat deeze 13. staaven verkogt sijnde, volgens rendement blijking bij het rendement, dat zor dda dat almeede onder de bijlaagen zouda overge„ „zonden worden opgeworpen een suiver winst van 6 7/8 pr C:o dus bij verkoop meer afgeworpen 3 7/8 p„rCent, dan in Cas van ver„ „munting Terwijl alverder beslooten wierd, welmelede dan dbetuijgng vaor de porsp„ Haar Hoog Edelheedens seer needrig te bedanken voor met betuijging van voortaan na het overge zondene pelant zullen oedrogen; nopens de bine knng„ Concerneerende de fortificatie is bereets bij het generaal verslag gedane, dankbeluijgeng voer de passeeren van het bekostigde voor de nieuwe maekt, Den 8 September 1789 voor het passeeren van het alhier begaan abuijs bij het opmaaken der wissels verleend door deesen weeskamer op die van Batavia, 1 . met eerbiedige instantie deezen raade te Ex„ „cuseeren, onder verseekering dat men voor„ „taan met alle Exachtuse het overgezondene 1 plan van bereekening tot een vaste basis zoude laaten strekken Omtrend tet articul van Fortificatien bij het Jongst afgegaan generaal verslag Haar Hoog Edelheedens breedvaerig gedient hebbende zo is verstaan Hoogst dezelve almeede zeer needriglijk te bedanken, voor het passeeren bij timmeratien en reparatien voor de uijt „gegeevene som van p/a 769 1520 voor de nieuwe meut 225. en bleekpakhuijsen te bimilip=m gelijk ook voor de overige tim¬ „meragien en reparatien op de overige Comptoiren, niet zonder treiden zal, dan bij de noodzaakelyjkheijd, Den 18. September 1719. meint alhier, als meede voor het passeeren van Jtem vor de poscheijsen, mant de door ons gegeevene qualificatie tot den op„ „bouw van twee groote pakhuijsen, neevens de munt en de bleek pakhuijsen te Bimiliport„ „nam; en aan die van Palicol van een . nieuwe pakzaal, twee lijwaat pakhuijsen en een wasschers huijs aldaar. Delijk meede voor de gunstige approbatie van het verbeeteren van 'sComp bleekerijen te Iaggernaikpoeram die in den storm van den 20: Meij zeer beschadigt zyn geworden, en de overige moordse Comptoiren gedaane timmeratien en reparatien, onder ootmoedige ver, belofte dat men avntain daar toe „zeekering teffens, dat in het vervolg dezelve niet meer zullen geschieden, als uijt onvermij„ delijk noodzaakelijkheijd, en met de meeste moogelijke Ariest H: Hog Pd. danstle „tuijgen voor de approbatie der reijs ongelden van nevens gem twee perzoonen, zo meede voor de passeering van 22 5/¼ lb: te kort bevonden moeten, omtrend de Camphen balies zal voortaan beter zorg gedraagen worden, Den 18 September 1739 moegelijke zuijnigheijd Disgelijks is ton aanzeen van Tn en afschrijvingen verstaan, Haar Hoog Edelhee„ „den zeer reverentelyk te bedanken, voor het passeeren van het door ons toegestaane reijsongel„ din aan den Negotie boekhouder Martinus Stoffenberg, en Equipagiemeester, Jacob Hartman Als meede voor het passeeren van de afschrijving van 22 7/8 lb te kort bevondende Nooten, en sullen bij vervolg dusdanig posten beeter na de ordre laaten behandelen En ten aansien van de Camphier balies, Hoogst dezelve nedrigst te verzeekeren dat men vorstaan zal laaten sorgen, dat daarmeede s 227 te vragene ip Ccuine over het ver„ „zuijm ter opgave der gagien van „ 3. perkornen 4 bemilifr zin reets over Ceijlon afgezonden„ schip Horsen aven, daarmeede meer omzigtigheijd en attentie gebruijkt werde. Dan over het versuijm in het niet bekent stellen van het bedraagen der gagie van de navolgende persoonen, welm: Haar Hoog Edelheedens seer nedrig om verschoe„ „ning te versoeken, en bij de aftegaane brief te melden dat De metrius Nephala genooten heeft perso 121 1. -. Hendrik Chris„ „tiaans pr/o 138: 8. —. en Dirk Heereman ƒƒ 155. 15 Als ook omtrend de Negotie Boe„ demegetie basken van 170 7/6 „ken dat da van 178 5/6. reets over Ceijlon ver zonder zijn, en die van 178 /7 per het en tr dan 17 /„ gat mat 81: schip Horsen eerbiedigst aantebieden., Den 18 September 1789 ten H en en waarom, demonstratie der winsten en lasten van 17076 en 170 R/, en teffens te betuiygen dat het deezen raade dog de hoofdboeken miet, zeer leet doet, dat de Hoofdbaeken van thans niet meede overgaan kunnen, 178/ om reeden, dat de overgezondene Negotie Boe„ „ken van Jaggernaikpoeram zoo vicieus zijn bevonden dat men deselve met een ernstige recommandatie tot meerder accuratesse ter verbeetering hadt moe„ „ten te rug zenden Dog intusschen tot Hoogst der Zol„ S „ver g'eerde speculatie bij de brief te insereeren, de hier ondervolgende Con„ Demonstratie of vergelijking pendieuse der lasten en ongelden zo in het gepas„ seerde boekjaar 171 5/6. , als in dat van 178 7/7 ter deezer Hoofdplaatze palliacatta 178 Den 18. September 1739 gevallen
English
The 18th of September 1789. fallen, according to which these amounts in the last financial year are ƒ 111673. —. and in the first-mentioned „ 105209. 13. 8. Amounts for the increased expenses to ƒ 6463: 9. 8. The net profits after deduction of losses are in the most recent year ƒ 21785: 17. — In the preceding year „ 47752. 14. 8. Amounts for lesser profits to ƒ 25966. 17. 8. The revenues amount in the last year to „ 1701. —. — And in the first „ 3688. 15. — Thus less revenue in this year ƒ 1987. 15. —. The lesser profits and revenues added together amount to a lesser benefit of ƒ 27954. 12. 8. The lesser benefits added to the greater expenses and charges thus result in a greater disadvantage in the most recent financial year 1786/7 of ƒ 34418. 2. —. Their High Noble Excellencies have been pleased to state that they had suspended the decision on the proposal of this council concerning the distribution of the gratuity on the sale and purchase until the outcome of the private reports concerning the return of Nagapatnam should be observed, upon which it was resolved to reply respectfully that since the re-establishment of the Honorable Company on this Coast, use has been made of the gratuity so favorably granted by Their High Noble Excellencies in their most respected secret missive dated 26 July 1784 to the Honorable High Mighty Lords Falck and van de Graaff, containing in substance that they granted to the servants on and along this Coast as a means of subsistence: 5 percent on the sale, 3 percent on the purchase of linens for India which upon examination are found sound and satisfactory, and 5 percent on the linens that yielded a 50 percent net profit for the Honorable Company in the Netherlands, but the latter subject to the approval of the High Noble and High Mighty Gentlemen Seventeen, as was also the case on Tuticorin and its environs. That the aforementioned highly honored missive also dealt with the distribution of the granted gratuity, as was proposed by the highly respected Honorable High Mighty Lords in their secret letter written to Their High Noble Excellencies dated 19 May 1784, which still serves this council as a guideline with regard to the gratuities; wherefore it was resolved once again to implore Their High Noble Excellencies most respectfully that this so favorably granted gratuity may not only be continued, but that there may also be credited here for their benefit the 3 percent on the Indian linens of such cloths as have been found sound, and that it might be favorably proposed to the Lord Masters to obtain the 5 percent on the linens that had yielded a 50 percent net profit for the Honorable Company in the Netherlands. And with regard to the settlement of the incurred expenses to the amount of Rds 10963. — to the estate of the deceased governor Blaaukamer, it was resolved to answer most humbly that this council would never have proceeded thereto were it not that Their High Noble Excellencies, in their highly honored missive to the Ceylon Government dated 10 June 1783, had actually granted that sum to the aforesaid deceased Lord governor, and for which reason the deceased also requested that disposition in his last will, on which grounds the executors of the aforesaid estate had taken the humble liberty to address Their High Noble Excellencies by petition and to request most submissively to be permitted to remit the aforesaid sum of Rds 10963. —. — in an assignment on the Honorable Company in the Netherlands without any deduction. With the further respectful notification that, having since been learned by the aforesaid executors of the estate that Their High Noble Excellencies had declined their request, they had requested of this council the half, or else the whole of that sum.
Dutch transcription
229: Den 18 September 179. gevallen, volgens welke bedraagen dezelve in het laatste boekjaar - - . . . ƒ 1167 3. —. en in 't eerst gem - _ - - . . „ 105203. 13. 8. Komt voor de meenderie lasten - - - ƒ 6463: 9 8. De zuijvere winsten na aftrek der verleesen zijn in 't Jongste Jaar ƒ21785: 17. — In 't verganger Jaar - - - „ 47752. 14. 8. Komt voor mindere winsten _ _ - - - ƒ25966. 17. 8. De inkomsten monteeren in het laaste En in 't eerste. . . . - - „ 3688. 15. — „ 1701. - - „ Dus minder inkomsten - - De mindere minsten en inkomsten ad„ deeren te zaamen voor minder voordeel De mindere voordeelen gevoegd bij de meerdere lasten en ongelden zoo komt voor meerder nadeel in het Jongste boekjaar 178 /7 - ƒ34132. — 8. - - - - -ƒ1237. 4. 8. Jaar in dit Jaar _ _ _ _ _ _ _ - - - - - ƒ27668. 11. —. Meer „ a strond de cndeling van het dou cour„ bij de te ruig krijging van Nagap: „repseceering dat men sede de zetk„ 4 blssurinen deeker Custe van het dou kem gebuijt maak, en zulks op de gunstige qualifi„ satie van de Hoog Edlh: bij sicperte missiev van den 26. Julij 1781, Den 18 September 179 boronese tan keogbden om Dd' Eeeramelde Haar Hoog Edelheedens hebben gelieven te zeggen, dat Hoogst dezelve de dispo„ „sitie op de voordragt deeses raads, omtrend de verdeeling van het douceur op den verthier en Inzaam hadden uijtgesteld, tot dat men het gevolg van de particuliere berigten, omtrend de te rug gaave van Nagapatnam zoude ontwaaren, waar op verstaan is, een„ „biedig te repliceeren, dat men 't zeedert de retablisseering van D E. Comp:e ter deezer Custe heeft gebruijk gemaakt, van het Haar Hoog Edelheedens zoo gunstig door toegestaane douceur, bij Hoogst derselven seer gerespecteerde secreete missive de dato 26 Julij 1784. aan de wel Edele Groot Agtb Heeren Falck 231. teweesen 5. pr C.„o op den verthier„ en 3 pr Cs. op den inzaam, die in Nederland 50 prC o winst pererben, Falck, en van de graaf, hebben die verdeeling gepropieerd, Den 18 September 1739 Falck en van de Graeff gerigt, behelbende in substantie dat Hoogs dezelve aan de bediin„ dens op-en langst deese Custe tot een middel van bestaan toeleijde; als: 5: Percent op den verthier 3. p:r Cent op „den in zaam van lijwaaten voor India die „byj Examinatie deugsaam en voldoende be„ „vonden worden, mitsgaders 5: V:r C:o op de ly mitsg:src: op der Gyweaten „waatw die in Nederland: 50 prCento suiyver „winst voor DE: Comp:e kwamen opleever kin „dog uit laaste op approbatie van de Hoog Edele Hoog Agtb Heeren zeventheemden, gelijk zulks „ op Tretes Coripas, en daaromstrdeks meede plaats „ hadde Dat opgemelde Hoog Ge eerde missive den wet bed: groot Agt blienen „meede handelde over de verdeeling van het geaccordeerde ain Corijne bij herne secreete missive van den 19. meij 1784 aan H: Hoog Edelh: om dit doudeur niet alleen te moo„ gen blyven Continueeren, „bragt worden, de 3 krxe op de zindaocha lijwaaten, entig van de Heeren mapord voor te dragen ter obtinie van den 5: prC=o „geaccordeerde doúceur; zoodanig als door Hoog „gecteerde wel doe Groot Agtbaare Heeren, bij welderzelver secroote brief aan Hunne „ Hoog Edel heedens in dato 19. Meij 1784 ge„ „schreeven, is geproponeerd het geen die„ sen raade met opzigt tot de douceuren tot een rigtsnoer, als nog is dienende; waarom betheij Hogpdedele te artib e sloten is Haar Hoog Edelheedens nog„ „maals op het eerbiedigst te omploreeren; dat dit zoo gunstig toegestaane douceur niet alleen mag blijven Contitueeren, maar maar ook dit hun ten goede ge ook herwaarts mag werden ten goede gebragt de 3 p=rC=o op de Jndiasche Lijwaaten, van zodanige doeken, als deugzaam bevon„ den zijn, mitsgaders de Heeren Meesters geinstig mogte werden voorgedraagen t Den 18 September 1789 obtinieren 233. Den 18 September 1789. den heer Blaaukamer van R/o 10063, e gegonden : Hoo, Ed: uis santi aan de Cijlons Cla aigeioring, testament den dspositie versogt, obtineeren van 5. pr C: o op de lywaaten die in Nederland 50. prCo suijvere winst voor de E. Comp=e hadden afgeworpen. En ten aanzien van de valdeening der de veledern van den berde van gedaane ongelden ten bedragen van po/o 10063. — aan den bordel van den overleeden gezaghebber Blaaukamer, is verstaan nedrigst te ant „woorden, dat deesen raade nommer daar zoude hebben overgegaan, waare het 100 niet dat wetm Haar Hoog Edelheedens bij Hongst derzelver seer g'eerde missive aan de Ceijlonsche Regeering in dato 10' Iunij 1783 den overleeden Hoer gezag„ „hebber voorsz die som reeel hadden toe „gelegd, en om welke reeden den overleedene du heeft den overleedene bij zip ook ne aarom aan ten d aan asignatie daar van, de HoogEd versogt hebben gedaan verzoek dier Executeurs oms de verdoening van de helfte, dan wel het gecheel bedraagen al hier, Den 18 September 1789 ook bij zyn uytterste wil, die dispositie ver„ wereven dae ok de qaurtur en sogt heeft, uijt welken hoofde dan ook de Executeurs van voorsz boedel de needre ge de vrijheijd gebruijkt hadden, zig bij requeste aan Haar Hoog Edelheedens te addresseeren en onderdanigst te versoeken, om de voorsz somme van Ro/ 10963 –. –. in een assignatie op de E: Compe in Nederland te moogen overmaaken, zon„ der eenig rabat. Onder verdere eerbiedige notificatie, dat zeedert door de voorsz Executeurs des bordels vernoomen zijnde, dat Haar Hoog Edelheeden hun verzoek hadden gedecli„ „neerd, zij aan deesen raade verzogt had„ den de helft; dan wel het geheel dier somma 16
English
175 Regarding the displeasure of Their High Excellencies on account of the paid... of the minister van der Werth. 18 September 1789 ...sum here from the treasury tomorrow to enjoy, but that one had not yet been able to consent to that, partly on account of the great scarcity of cash, and partly because the Honorable Supreme Government of the Indies had not yet pleased to decide finally on this matter. In continuation of this main section, it was furthermore resolved and agreed to testify most obediently to Their High Excellencies that it went very much to the heart of this Council to have had to incur the displeasure of the same, over the paying out to the minister van der Werth of his submitted account, which for the most part comprised his credited rations and emoluments, since His Reverence's departure. His enjoyed rations... demonstrated at Batavia, on the favorable concession of Their High Excellencies to pay out to all Company servants their rations etc. since the war, that they drew regular support from the English. departure from Batavia with the ship Hoolwerff in the year 1784 until the year 1787, under declaration that it would not have happened, had not His Reverence clearly demonstrated, that to him at Batavia by Their High Excellencies was most favorably granted the enjoyment of his credited rations and emoluments from the year 1781 until the year 1784. That one had been the more inclined to that disbursement, as Their High Excellencies have so generously pleased to grant all European Company servants all rations and emoluments since the war until the re-establishment of the Honorable Company on this Coast, deducting only the time that they had enjoyed maintenance from the English. 18 September 1789 237. ...stayed at Nagapatnam because he had obtained permission to be allowed to repatriate. 1787 stayed at Nagapatnam, 18 September 1789 from the English; and since His Reverence had not received the least sustenance from the English, one resolved to pay him the due amount. And whereas Their High Excellencies have pleased to remark that His Reverence had stayed unauthorized at Nagapatnam, it was agreed to bring to the honored notice of the same, that by letter of 29 October 1785, whereby all Company servants were summoned, one had left it to His Reverence's free choice to come hither, or to remain there, on account of the permission obtained by His Reverence from Their High Excellencies to be allowed to repatriate; and that His Reverence made no earlier use of it, why His Reverence until the year... ...one is obliged to ascribe the same to His Reverence's devotion to the congregation entrusted to him, which until the year 1787 for the most part was still at Nagapatnam, as well as in fulfillment of Their High Excellencies' revered order by the honored missive of the same of 26 July 1784 to the remaining members of the political council, tending to observe the ministry at Nagapatnam until from there, or else via Ceylon, there should be an opportunity to repatriate. And with respect to the disbursements made by His Reverence in the service of church and school, it was agreed to request the same most respectfully to be allowed to advance, that if one... 18 September 1789 239. ...ascribed to the expensive times in 1782 and 1783, that had acted in everything in good faith, pleased to take a favorable resolution regarding... ...testify regarding the approved disposition regarding the house at Jaggernaikpoeram. ...would take into consideration the expensive times and famine which one had during the years 1782 and 83, as well as the general lack of all kinds of conveniences of life, added to the declaration of His Reverence that he had acted in good faith in everything, one might flatter oneself with reason, that Their High Excellencies will please to take a favorable resolution in this, the more so as no outstanding moneys nor matters of His Reverence remained behind on this coast. Concerning the passing of the disposition of this council over the house of the chief of Jaggernaikpoeram, it was agreed to thank the same very reverently, and at the same time... 18 September 1789 ...gift, to the washermen society: has already been recommended to the chief of Jaggernaikpoeram, and restitution of the gift... ...and the misery which Sopander and others had endured with the Nabob Hyder Ali. ...at the same time most obediently to give notice that one has written to the said chiefs, to reimburse the amount of the charitable gift given by them at the expense of the Honorable Company to the washermen society back into the Company's treasury. With respect to the resident of Portonovo Topander and the clerks Wuliek and Herft, it was resolved to submit to Their High Excellencies in respectful terms, the disasters and misery which they had to endure during 14 months in the camp of the Nabob Hyder Ali Khan, not a civilized, but a barbarous enemy, namely that hunger, cold in the night, and heat by day, were their daily miseries. 18 September 1789
Dutch transcription
175 gen over het misnoegen Haar Hoog Edelh: wege de afbetaalde u E: van den predikant van de werth. Den 18 September 1789 somma alhier uijt Cassa te morgen genieten dog dat men daarinne nog niet hadere kunnen mantesaning doarmen, toestemmen, eensdeels, weegens de groote schaars, ens waarom, „heijd van Contanten, en anderdels dewijl meerm Edele Hooge Jndiasche regering over deeze affaire nog niet finaal hadde ge„ „lieve te disponeeren Ten vervolge van dit Hoofdeel is alver, amest het ledinsen te betuij„ der goedgevonden en verstaan Haar Hoog„ „ Edelheeden noedingst te betuijgen, dat het „.t deezen raade seer ter harte is gegaan, mesnoegen van Hoogst dezelve te hebben moeten behaalen, over het afbetaalen aan den predikant van werth van sijn ingediende stoek wolke meerendeels behelsde zijn te goedgemaakte rand„ „coenen en Emolumenten, zeedert zijn Eerwaardens de vertrek 16 ken had„ „ zijn genootens randsoen Ro: te batavia„ gedemonstreerd heeft, op de gunstige Concessie Haar Hoog bails om aan alle sComp: denaaren haare randoveren etc: uit te keeren sedert den oorlog, dat zij gewon„e der houd van de Engelschen getrok„ kien hebben vertrek van Batavia met het schip Hoolwerff in den Jaare 1784 tot den Jaare 1717, onder ver„ „klaaring dat het niet zoude zijn geschied, indien wat zijn erm: ten aanzien van zijn Eerwaarde niet duijdelijk hadde aangetoond, dat aan hem op Batavia door Haar Hoog Edel„ „heedens hoog gunstig was torgestaan, de genieting van sijne te goed hebbende randdoenen en Emo„ „lumenten van Ao 17881. tot het Jaare 1784. den d betering etanen e Dat men het die verstreking te meer geneegen was geweest, al zoo Hunne Hoog Edelheedens aan alle Europeese sComp Dienaaren zoo genereuselijk hebben gelieven te accordeeren alle randaanen en Emolumenten zeedert den oorlog; tot de reta„ „blisseering der E: Maatschappen ter deezer Custe aftreckende eenlijk den tidt dat sij onderhoud Den 18 September 1789 van 237. is op Nagapn verbleeven om dat hij permissie geobtineerd hadt, te mogen repatrieeren, 1717. te nagapatnam verbleeven is, Den 18 September 1739 van de Engelschen hadden genooten, En dewijl sin Eerw geen de minste substantie van de Engels Chen heeft gehad, men beslooten heeft, hem het Com„ „peteerende uijt te betaalen. En nadien Haar Hoog Edelheedens hebben de predikant van de wenth geleeven te remarqueeren, dat sijn Eerw onge„ „qualificeerd op Nagapatnam was verbleeven, is verstaan Hoogst deselve ter geeerde kennisse te brengen, dat men het bij brief van den 29e october 1785 waar bij alle 's Compagnies Duenaa„ „ren zijn opgeroepen aan sijn Eerw=s vreije keuse hadt gelaaten, herwaarts op te koomen, dan wel aldaar te verblijven, uijt hoofde van de permissie van Haar. door sijn Eeru g'absineerde Hoog Edelheedens om te moogen repatrieeren, en dat sijn Eerw daar van niet eerder gebruijk waarom zijn enes tot het poor hadt dien gen 6 „ te het verschot door zijn Eris ten dienste van kerk en sChool gedaan, zist - gemaakt mien verpligt is het zelve toe„ „teschrijven aan zijn Eerw verkleefdheijd aan de hem toevertrouwde gemeente, welke tot den Iaare 1787, grooten deele op Nagapatnam zig nog bevanden hadt, mitsgaders in voldoening aan Haar Hoog Edelheedens gevenereerd bevel bij Hoogst derselver g'eerde missive van den 26. Julij 1784 aan de overgebleevene leeden van den politicquen raad, tendeerende om den pre„ dik dienst te Nagapatnam waarteneemen, tot dat 'er van daar, dan wel over Ceylon geleegentheijd soude syn om te repatrieeren. En met opsigt tot de verschotten door zijn Eerw ten dienste van kerk en school gedaan, is verstaan Hoogst dezelve seer eerbiedig te ver„ „soeken te moogen avanceeren, dat zoo men„ Den 18 September 1749 de po 6 239. in 1782. en 1783. toegeschreeven, dat in alles ter goedertrouw hadde „„ handell, trend een favorabel besluijt zul„ „vlen gelieven te neemen betuijgen nops de g'approbeerde dispositie omtrend het huijs te de duuure tijd en hongersnood welke men er word aan den duuren tijd 6 geduurende de Jaaren 1782 en 83 heeft gehad, mitsgaders het algemeen gebrek van allerleij gerooflijkheeden des leevens in Consideratie wilde neemen gevoegd bij de verklaaring van zijn Eerw, dat ter goeder trouw in alles gelijk ook op zijn verklaaring hadde gehandelt, men zig met grond mogte vlijen, dat Haar Hoog Edelheedens een fava, hoope dat H: Hoog Ed.s hier om „rabel besluijt in deese sullen gelieven te neemen, te meer 'en geen uijtstaande gelden, en waarom te meer, nog saaken van sijn Eeru ter deezer kuste zijn agtergebleeven. Concerneerende de passeering der dispositie besluijt H: Hoog Ed dank te deeses raads over het huijs van het Jaggen zoygemarkz: „naikpoeramse opperhoofd, is verstaan Hoogst„ dezelve zeer reverentelijk te bedanken, en Den 18. September 1739 teffens toe„ de zig gift, aan het wassc hero gese„ schapj: is reets de opperh: van Jag„ geraekt aanbevoolen, en elen de die Sopander C:s: hebben zijtgestaan, bij den nabab Haijder Alie, den en restitutie van de leefde teffens nadrigst kennisse te geeven, dat men ge„ „ „melde opperhoofden aangeschreeven heeft, om het montant der door hun op kosten van D E: Compe afgegeevene liefde gift aan het wasschers geselschap werder in 'sComp Cassa te rembourseeren andrngeng vande aar en D Het opzigt tot den resident van Portono„ „v0 Topander en de pennisten Wulick en Herft, is boslaten Haar Hoog Edelheedens in „geduurende heuninge van demnoger biedige termen voortedraagen, de rampen en elende die sij geduurende 14 maanden in het liger van den Nabab Hayder Alichan, goen geaviliseerde, maar eene barbaarschen vijand, hebben moeten ondergaan te weeten dat, honger koude in de nagt, en hitte bij den dag, hunne dagelijksen elen den waaren„ Den 18 September 1789 daar 5
English
241. 18 September 1739 became known, to grant them the qualification of Their High Excellencies, which they also had to struggle with, yes, that they were even prevented from using any refreshments sent to them by the committee members to alleviate their disasters, until the war between the state and the crown until the last war of England became known, when their imprisonment was made more bearable to them; but whereas the council wished to make use of Their High Excellencies' favorably granted qualification with nothing but the greatest considerations, it had been resolved, in the hope of most favorably obtaining their gracious approval, to grant them the following gratification, namely: To Resident Topander pa/o 300: — Assistant Wulick 150 — _o Herft 150. — — Together pa/o 600. — under which is a trifle in comparison to the loss suffered by them, 27 October 1737 with regard to the military matters, decreed to ask Their High Excellencies' pardon for the omitted notification of the case that occurred in 1785 with the nabob regarding the sent packages 18 September 1789 And with the assurance that this is a trifle, in consideration of their lease and board money, the loss, and the misery they had suffered. Concerning the question of Their High Excellencies regarding the improvement of the military establishment in this government, it was resolved to refer very reverently to our humble letter of 27 October 1787 § 63. And with regard to indigenous affairs, it was resolved to humbly request Their High Excellencies to favorably overlook for this council the omitted notification of the case that occurred in the year 1785 with the Nabob concerning the textile packages sent on recognition to Batavia, 243. 18 September 1789 Johanneen Sulkchan, Blaaukamer handled that matter alone, packages had to be considered as Company's, was understood differently, textile packages sent to Batavia by the Armenian merchant at Madras, Shamier Sulthan, since the late Governor Blaaukamer, who had initially handled this matter alone, was of the opinion that because those textiles were transported on recognition with the Company's ship, and neither at Nagapatnam nor at Batavia were any tolls paid thereon, but were even unloaded and loaded with the Company's vessels, one had to consider the same as the Company's own textiles, and thus toll was wrongly claimed thereon by the Duan here. That this position was understood quite differently by the Havildar, and he had thus claimed and therefore claimed toll from all private textiles, if not paid by the Honorable Company, one thus had to permit them to deduct the toll for Shamier's packages, 18 September 1789. that all private textiles, wherever they came with or were sent and brought ashore, were subject to duty; that it was entirely indifferent to him whether the Company demanded no toll for it at Batavia or Nagapatnam; that they, being sovereign over their garrisons, could act as they pleased; that he, however, strictly adhered to the old customs and that he would withhold the Company's share in the leases at this place until such time and while the duty was paid to the Nabob, either by private individuals or by the Honorable Company. Further advancing that he, the Duan, had maintained his word in this; and had continued such 245. 18 September 1789 corresponded, must protect his Havildar, paid from March to July of this year, in arrears, had continued until one consented to the deduction of the claimed toll for the aforementioned textile packages of Shamir Sulthan, although both the late Governor and the present one addressed the Lord Nabob by various letters regarding this, His Highness always continuing to protect his Havildar, so this matter had now run its course so far that the Duan, from the month of March to the end of July of this year, has paid the Company's rightful share with a sum of pa/o 215. 11 18. But that what was lacking since the re-establishment still remained in arrears, although the Nabob has already issued various orders to that effect, which one had to attribute, and why, those packages were weighed in the Company's warehouse according to orders and shipped off, gave cause for that dispute 18 September 1789 to attribute to the constant changing of Havildars, who always know how to trip each other up. While it is further resolved, for the discharge of the late Governor Blaaukamer, to remark herewith that the true origin of this case is to be ascribed to the observance of the Company's orders, namely to have all packages, both the Company's and private ones, weighed; for which reason the aforementioned packages were unloaded from the vessel that brought them from Madras, to be weighed in the Company's warehouse, which was now omitted to save the toll. That in continuation of this, it was further to be noted
Dutch transcription
241. den 18 September 1739 bekend wierd, de qualificatie van H: Hoog Ed aan. haar torteleggen, daar zij meede te worstelen hadden, Ia dat haar zelfs belet wierd eenige verversingen door de gecommitteerdens hun toegezonden om hunne rampen te verligten, te moogen gebruijken, tot dat den oorlog tusschen den staat ende kraw tot dat den laatsten oorlog van Engeland bekend wierd, wanneer hunne gevangenis hun dragelijker gemaakt wierd; Dan dewijl doeden raade van Haar Hoog Edelh=s geinstig verleende qualificatie niet dan met de meeste Consideratien wenschte gebruijk te maaken, men beslooten hadt, in hoopa van slooijst der zelver geinste wat men beslooten heieft op ge goedkeuring het volgende douceur hun toe teleggen als Aan den resident Topander pro/o 300: — Assistent Wulick „ 150 —. „ 150. — — _o Herft Op te Saamen paij: 600. — onder het geen een geningheijd is, in „vergelijking van haar geleeden verlieds, den 27. october 1737. ten aan zien van het militair weezen, arrest H: Hoog Ed excius te vraagen over de verzuijmde kennis quarng van het in 1785 fexteerd geval met den nabab, weg:s de verzor„ den pakk: September 1749 den 18 En der verzeekering dat dit een geringheijd is, in Consideratien van hun Pagte en Kostgeld, het verlies, en de Elende die sij geleeden hadden resente aan de brief van hir van Detreffende de vrage Haarer Hoog¬ „ Edelheeden ten belange van de verbeetering van het Militaire weesen ten deesen Pori„ „vernemente, is verstaan zig zeer reverentelijk te gedraagen aan onze nedrige letteren van den 27 october 1787 § 63 En ten aanzien der Zaaken wierd Inlandze verstaan Haar Hoog Edelheedens oot„ „moedig te versoeken, deeze raade gunstig te passeeren, de verzuijmde kennis geeving van het in ao 1785. gerteerd geval met den Nabaib wegens de op recognitte na batavia 5 243. den 18 September 1789 Johanneen Sulkchan, kamer heeft die za ak alleen pakken als Comp:s moesten werden geconsidereerd, anders begreepen wierd, Batavia verzondene lijwaat pakken, van den Armeenischen Koopman te Madras van den Anmeenisch koopom: Jamier Sulthan, vermits den overlee, den ovoerleedene Heer Blaau„ behandeld, dinen Heer gezaghebber Blaaukamer die deese saak in den beginne alleen behandelt hadt, van sustenue was, dat dewyl die lijwaaten en was van sustere dat die op recognitie met 'sComp=s schip vervoert, en op Nagapatnam nog op Batavia daar van geene tollen betaald, maar selfs met 's Comp=s vaartuijgen gelost en gelaaden weerden, men de„ „selve als Compagnies eijgen lijwaaten moeste Consioereeren, en dus door den Duan alhier te onregt daar van thol wierd gepretendeerd Dat deese stelling door den Hawveld haar het geen door den haweld haar gantsch anders begreepen wierd, en hij dus gepretendeerd hadt ijk 0 en dies van alle particuliere lywaaten tot pretendeerde, van DE: Comp:e met betaalen mide„ men sheeft huen dus moeten toestaan om de thal voor 'shameers pakken afte he keken, den 18 September 1789. hadt, dat alle particuliere lijwaaten waarse ook meede kwamen of verzonden en aan de wal gebragt wierden, pagt subject waaren; dat het hem gantsch onverschillig was, off de Maatschappij op Batavia of Nagapatnam geen tot daar voor Eijschte dat zij op haare besettingen souverain sijnde, konde handelen na welgevallen, dat hij sog stiptelijk hield waarom hij ook het aandeel aan de oude Costumus en dat hij 's Comps aandeel in de pagten ter deezer plaatze soude aan„ „houden tot tijd en wijlen de geregtigheijd aan den Nabab het zij door particuliere, dan d wel door D E: Comp=e betaald wierd G Onder verdere avanceering, dat hij Duan in hier in zijn waerd gestand gedaan; en seelks gecontinueerd 245. den 18 September 1789 gecorrespondeerd eivend, mien zijn Haweldaar sturs protugeeren, maart tot Julij deeses Jaars voldaan, ter agteren, gecontinueerd hadt, tot men bewilligde in het aftrecken van de gepretendeerde tot voor gem: lywaat pakken van shamur sulthan, schoon soo wel den overleeden Heer gezaghebber, schoon dierwigs met den nabab als den presenten sig door diverse brieven heer over, bij den Heer Nabab hebbende ge„ „addresseerd, zyn Hoogheid steeds Continueerende zyn Haueldhaar te protogeeren dus deese saak soo verre thans ten eijnde geloopen was, dat den Duan van de maand Maart tot ult=o Iuly en 's Comp: aandes is sedert deeses Jaars, sComp=s geregtiglijk deel met eene somma van pa/o 215. 11 18 heeft voldaan Dog dat het mankeerende zeedert de het manqueerende blijft nog retablesseering nog ten agteren bleeff, schoen — den Nabab daar toe reets verscheijde ordres heeft afgevaardigt, het geen men moeste attrebie, en waarom, eeren ; am 6 l ks. die pakken zijn volg:s ordre in & Comps Pakhuijs gewoogeng en afgescheept, schil gperen heef den 18 September 1789 eeren aan de geduurige verwisseling van Hassel¬ „dhaars, die elkanderen steeds den voet weeten te ligten. Terwijl nog verstaan is tot decharge van den overleeden Heer gezaghebber Blaaukamer hier bij te remarqueeren, dat de waare oor„ „spronk van dit geval toetoschrijven is, aan de observantie van 'sComps ordres, na„ „melijk om alle pakken zoo sComp als Particuliere te doen weegen; waarom gem pakken uijt het vaarthuijg dat se van Madras gebragt heeft, ontscheept zijn, om in 'sComps pakhuijs gewoogen te worden, het geen thans tot menageering der thol wierd agtergelaaten tet gen orzaat tot dat ver Dat ten vervolge deezes nog stond aan te, merken
English
18 September 1789. Resolution: to refer, regarding the servants who remained behind at Nagapatnam, to the letter from here dated 10 March 1788; noting that the said deceased had never expected that this would have become a matter of such unpleasant consequences; wherefore Their High Mightinesses are most humbly requested to favorably overlook this matter. Upon the inquiry of Their High Mightinesses regarding the reasons why the servants who remained behind at Nagapatnam had not crossed over to Paliacatta, it was approved and resolved to answer the same most humbly that these have been described at length in our respectful missive of 10 March 1788; to which we took the liberty of referring, in the hope that they would be found satisfactory by Their High Mightinesses. Expression of thanks for the report sent by the assayer; likewise for that of the linen sorters; the defects indicated therein will henceforth be corrected. 18 September 1789. would be found satisfactory. Furthermore, it was resolved to thank Their High Mightinesses most humbly, both for the report received from the Assayer regarding the findings from the assaying of the two Porto Novo pagodas sent from here, and for the report from the linen sorters concerning their findings from the examination of the 9 bales of calico blankets; and at the same time to give assurance that attempts would be made to have the defects indicated therein improved in the future. Submission of a justification by the warehouse master Willem Hendrik van Bijland. After the aforesaid business regarding Their High Mightinesses' letters had proceeded thus far, the Merchant and Warehouse Master Willem Hendrik van Bijland submitted a document containing his justification regarding the expressed astonishment of Their High Mightinesses in paragraph 22 as to why no collection at all could have taken place at Sadras, with orders to this Council to state the reasons for it, the said document reading as follows: Insertion of that paper: Regarding the question of Their High Mightinesses why Sadraspatnam was the only place where up to this day no collection had taken place, and having been chief for a period of three years and four months, the undersigned is asked for elucidation, while he has simultaneously requested a record. Respectfully and with due reverence, the former chief will pour out his heart at the table of Your Right Honorable Worships: it is not enough to be a chief; one must be a favorite, and also have brothers and relatives sitting on Your Right Honorable Worships' Council to have the samples approved or disapproved. The partiality is all too clear from the rejection of the samples from Sadraspatnam, and making only two small shipments in three years, and letting the copper be sold more dearly at Sadras than at the main settlement under frivolous pretexts, as can be seen from the books. The place is situated between the two main settlements, Madras and Pondicherry, where each and every inhabitant sought and found his livelihood in the heat of the war, and would not abandon that livelihood on an uncertain footing before and until the Company made a solid contract. The undersigned, through repeated requests and writings both public and private, requested samples of the Company's assortments, with a notice to Your Right Honorable Worships that if there were no samples, to at least supply him with the count or threads of the linens so as to have some guidance; for it was to be feared that those poor, ruined, insolvent merchants would never produce the correct sample, as was demonstrated by those so-called rags and tatters, as they are termed by Your Right Honorable Worships. And while Your Right Honorable Worships were aware of never having given a satisfactory answer regarding the samples, indeed not even providing the count or threads, the chief nevertheless undertook once again to send over samples, although fencing in the dark, constantly with the fear of being misled by the merchants. But by good fortune the chief obtained an old sample scrap of a few cobidos; but alas, the one and the other were again rejected. Principally, he must candidly declare, it was because he did not increase the same by 10 percent, as the system also required; that formed the point of jealousy. Then came his replacement, the Honorable Simons, who was brought up on Sadras from childhood, and who soon brought samples to the table of Your Right Honorable Worships, and who experienced that patronage which one can expect from one's relatives. However, there was discovered... 18 September 1789.
Dutch transcription
Den 18 September 179 stig te passeeren besluijt: om ten tan zien van de te Nagap in verbleve in dienaaren te refereeren aan de brief van hier van den 10 maart 172, merken, dat gem overleedene nooijt aer„ hadt, dat dit een affaire van sulk „wagt en onaangenaame nasleep zoude zijn ge„ „worden; waarom men Haar Hoog Edel„ verzoek om de ze zaak gun„ „heeden seer ootmoedig insteerd, deese saak gunstiglijk te willen passeeren Op de vraage Haarer Hoog Edel„ „heeden na de reedenen, waarom de op Nagapatnam verbleevene Dienaaren niet na palliacatta waaren overgekoe„ „men! is goedgevonden en verstaan Hoogst de zelve nedrigst te antwoorden, dat dezelve in het lango beschreeven zijn, bij onse eer„ „biedige missive van den 10. Maart 1788; waar aan de vrijheijd namen ons te referee„ „ren, in hoope deselve bij Haar Hoog Edeles. voldoende ten n er te 247. dank betuijging voor het gezondene berigt van den adsaijen, item van dat van de lijwaat sorteerders, de daar bij aangeweekene de„ toghten zullen vortaan verbielend. worden, „ding door den pakhuij sanersten aan Bijland, Pen 18. September 1789. voldoende zeuden bevonden wonden Voorts wetem: Haar Hog Edelheedens sein meedwrig te bedanken, soo voor het ontfangene berigt van den Essaijeur, wegens de bevinding bij escaijeering der van hier gezondene twee stux portonorose pagorden, als van een de berigt van de lijwaat sorteerders, nopens hunne bevinding bi ex„ Z E „aminatie van de 9. pakken gecattoeneerde deekens; en teffens te verzeekeren dat men tragten zoude, de daar bij aangeweezene defecten, in 't vervolg te laaten verbeeteren overleging van en verantivr, Dda dat de voorsz besoigne over Haar Hoog Edelheedens letteren tot dus verre afgeloopen was, wierd door den Koopman en pakhuijsmaester Willem Hendrik van Bijland overgelegd, een schriftuur beholzende zyne 249 Den 18 September 1789. drios te hebben gedaan, zijne verantwording op de betrijgde verwonde„ „ring Haarer Hoog Edelheeden bij §. 22, waar„ wegens geen inzaam op sa„ om op sadras geen de minste inzaam hadt kunnen geschieden, met last aan deesen raade de reeden daar van optegeeven, luijdende ge„ „melde geschrift aldus Op de vraag van Hun Hoog Edelheedens, waarom sa„ draspatnam de eenigste plaats was daar tot heeden toe geen insaam was gedaan, en als geweesen opperhoofd voor een tijd van drie Jaaren, en vier maanden, word den ondergeteekende Elucidatie gevraagd, terwijl hy teffens eene aanteekening versogt heeft. Reverentelijken e met gepaste Eerbied sal het gewersen opperhoofd sijn hart uytstorten ter tafel van uwel Ed Agtb: het is niet genoeg van opperhoofd te zijn, men moet een gunsteliig zijn, ook breeders en verwanten in uwel Ed Agtb: Raad hebben sitten om de monsters te doen approbeeren, of te disapprobeeren. e personaliteijt is al te Tonne klaar bij het verwerpen der monisters van sadraspatnam, en slegt in drie Jaaren maar twee kleene versendingen te doen, en het kooper onder fri„ „voole protecten duurser op sadras te laaten verkoopen als op de Hoofdplaatse, als te sien is bij de boeken Jnsortie van dat papier drog 2 2 de De plaats is geleegen tusschen de twee Houfdshieden Madras„ en pandecherij alwaar alk en een ijgelijk ingesoeten in 't hantje van den oerlog sijn bestaan sogt en vond, en op geen losse voet dat bestaan wilde verlaaten, voor en al eer de Comp:e een recoll aan„ besteeding die w in ondergeteekende, bij gereitireerde versoeken, en geschriften publicq, en particulier versogt, om de minsters van 'sComps sortimenten met aanschrijving aan uwel Ed Agtb dat soo 'er geene mon„ „sters waaren, van hem dog te suppediteeren de Carlen of draaden der lijwaaten om eenigsints een handleijding te hebben, want dat het te vreesen was, dat die arme geruineerde in solvente Corplieden nimmer het regte monster te binde soude brengen, als gebleeken is bij die soo genaamde vodelen en lompen soo als sij getituleerd worden, door uw EE Agtb:, en dat terwijl uwel Ed Agtb bewust waaren van nimmer een voldoende antwoord te hebben gegeeven omtrend de minsters, Ia selfs niet over de baalen of draaden op te geeven evenwel verstorken sig het opperhoofd andermaal van man„ „sters overbesenden, hoe wel in der donkeren schermende „telkens met vreese van misleijd te worden door de Coop„ „lieden, maar vergeluk kreeg het opperhoofd Een oud mon„ ster lapje van eenige Cobedos maar Holaas het een en ander wierd wederom van de hand geweesen; principaal moet hij randborstig uijtseggen om dat hij dezelve niet ver„ „hoogd heeft: met 10 prC:o soo als het sistema meede brengden dat formeerde het poinct van Jalousie Doe kaam syn vervanger den E: Simons die van kindsgebeen af groot ge„ „bragt was op Padras, en wel haast monster ter tafel van uwel Ed Agtb bragt, en die protextie ondervond die men van sijn nabestaane te wagten heeft, Egter ontdekte Den 18 September 1789 sig C
English
251. 18 September 1789. itself through his numerous contradictory letters that in Sadraspatnam there were not even any looms or dye-works, and the surrounding villages were entirely depopulated, but that if one provided him with cash, he would secure a good collection; thus merchant and supplier, that is truly no great matter: since one then merely causes those linens to change names, as is all too frequently abused, and that underhand way of trading. On this article, the well-founded assertion of the undersigned comes quite in time, that here on Coromandel, the main places not excluded, each must have their permanent, propertied merchants who must strike a balance between a good year and an average one, in order not to come forward every time with strange, unheard-of, and never permitted conditions; for where the same merchants stand recorded as a pretext, or merely lend their name, the undersigned asserts that it is nothing but an open fraud to the ruin of the Honourable Company and to the toleration of the bad, scraped-together collection and assortments, for how can an interested party sort his own goods when he is the supplier, or has a share in it? Let me add to this that the calculation of the spices toward the payment of the collection is in the highest degree disadvantageous in this manner, and that at that moment the suppliers have more profit and gain by taking the spices in exchange than when they received cash for them, besides the poor quality of the linens since the war. Let him restrain his pen and say no more before he is asked, for his heart is full and inspired with the same zeal to look after the Company's welfare as shines through in several other notes; how much better is it not for him to prevent it seeming as if he were no connoisseur of linens, or to offer to Their High Excellencies, slovenly or negligent in his service, while he found his only livelihood in that branch without ever having employed any other sorter than himself; should the undersigned at any time succeed in being confirmed as chief of Jaggernaickpoeram, he binds himself to give the most essential proofs thereof. The humble signatory requests that this forthrightness, so uncommon in India, may not be to his disadvantage, but must only be considered in defence of his name and reputation, and to stop the mouths of those who seek to blacken him before the Lords and Masters and Their High Excellencies; the more so, as nothing is mentioned herein that does not rest upon the essential welfare of the Honourable Company's interests, and which words he wishes to confirm with clear proofs to give the Lords Masters, Their High Excellencies, and your Right Honourable Worships the most evident conviction of his sincere high esteem with which he has the honour to name himself with deep respect /:was beneath:/ Your Right Honourable Worships' humble and obedient Servant /:was signed:/ W: H: Count of Bijland /:in margin:/ Palliacatta 18 September 1789. Resolution on the same in original on 18 September: after reconsideration, it was approved and understood to offer the same to Their High Excellencies among the annexes, upon the express request made by the said merchant van Bijland, in original, 18 September 1789, 253. by the aforesaid warehouse master. Furthermore, a petition of the warehouse master aforesaid Willem Hendrik van Bijland was reconsidered, of the following content: Reconsideration of a petition from Bijland. Insertion of the same. To the Right Honourable Nicolaas Sadama, Senior Merchant and Governor of the Coromandel Government with the jurisdiction thereof; together with the Council here. Right Honourable Gentlemen. The merchant and warehouse master Willem Hendrik van Bijland makes known with due respect to your Right Honourable Worships that with the ship Horssen was brought 400,000 lb of Japanese bar copper, specifically in 3,200 small chests, of which more than two-thirds appears to be crumbled and decayed, containing Japanese copper, which I have the honour to bring here to the table of your Right Honourable Worships, in order to show that it is not deliverable merchandise, for the greatest part eaten through and through with rust and verdigris, which neither rubbing nor washing could make acceptable to me; and assuming that, being now so wet and greasy, it kept its weight, nothing but great damage is nevertheless to be feared for the warehouse master. Therefore the warehouse master turns to your Right Honourable Worships 18 September 1789. Inspection of the copper by the council. with the request that your Right Honourable Worships may be pleased to carry out an ocular inspection whether that copper is acceptable to be received in the scale house according to order, which can never be assumed to be the intention of Their High Excellencies; and since Captain Pass asserts that so awkwardly and extremely rudely, it is impossible for the warehouse master to take over this parcel as such, not even knowing whether that parcel is deliverable as such or not; subsequently, when it remains in a dry warehouse for some months, the verdigris dries and falls off to considerable damage. The signatory most humbly submits himself to your Right Honourable Worships' resolution regarding this, and especially should your Right Honourable Worships see fit to have that parcel taken over by sworn judicial members in order to issue the same again subsequently for the damage of whomsoever must bear it, the more so because it appears that Captain Pass received it so slovenly at Onrust, so that the warehouse master, who has but a mediocre livelihood, may not be burdened with this unheard-of transaction, or rather that after the taking over, upon the expenditure, he shall be credited with such percentage as he shall come to demonstrate under oath and with proper commissioners /:was beneath:/ Which doing, etc. etc. /:was signed:/ W: H: C: van Bijland /:in margin:/ Palliacatta 17 September 1789. The Council hereupon an accurate inspection of 18 September 1789.
Dutch transcription
251. Den 18 September 1789. sig door sijn wenigvuldige Contradictoire brieven datir op sadras¬ „patnam selfs geene weeftouwen of vereverijen waren, en de omleggende Dorpen geheel uytgeslorven maar dat als men hem met Contanten voorsag, hij een goede inzaam soude besorgen, dus koopman en leverancien, dat is voorwaar geen groote zaak: vermits men dan die lijwaaten maar van naam doet veranderen, soo als maar al te veel misbruijks gemaakt wordt, en die slinkde handelwijse Bij dit articoul komt wel te poos deese gegrande sustenis van den ondergeteekende, dat hier op Cormandel, de hoofdplaas„ „se niet uijtgesondert elk hunne vaste gegoede Cooplieden moeten hebben die een goed Iaar met een gemade door malkanderen moeten slaan, om telkens met geen vreemde ongehaonde en nimmer gepermitteerde sedanigheeden voor den dag te koomen want daar dezelve kooplieden kwansuijs te boekstaan of hunne naam maar leenen, sustineerenden ondergeteekende, dat niet en is als een openbaare fraude tot ruine van D E. Compagnie en tot de tollereening van de slegte apgerapste in„ zaam en sortementen, want hoe kan een gebeeden sijn eyge goed sorteeren daar hij levermauin is, of portio in heeft, laat ik er nog bijvoegen dat de bereekening der specerijen tot de betaa„ „ling der Jnzaam ten hoogsten nadeelig is, op die wijse en dat op die egenblick de loverunciers meerder winst en prafijt hebben met de specerijen in ruijling te neemen, als toen zij voor hoen de Contanten kreegen, behalven de ondeugd der lijwaaten seedert den oorlog: Laal hij zijn pen inteugelen en niet meender seggen voor dat hij gevraagd wordt, want sijn hart is vol en bezeeld met de zelvde yver om 'sComps wel zyn te behartigen als in meer andere aanteekoningen door straald, hoe bester is het hem dan niet van voor te koomen als of hij geen kenner was van lijwaaten of slorseg g H: Hoog Edelh aantebieden, slorsig of nalaatig in syn dienst, terwijl hy sijn eenigste bestaan heeft Gevonden bij die tak sonder nimmer een ander sorteerder te hebben gebruijkt als hem selven, mogt het doen den ondergeteekende eens gelukken van bevestigd te worden als opperhoofd van Jagger„ „naikpoeram soo verbind hij sig van essenheelste preuves daar van te geeven. Den nedrigen teekenaar versoekt dat hem deese Cordaat„ „heijd soo ongemeen in India niet tot nadeel mag sijn; maar alleen geconsidereert moet worden tot defensie van sijn naam en reputatie, en om de mand te stoppen aan die geene die hem soeken swart temaaken bij Heeren en Meesters en Hunne Hoog Edelheedens, te meer; Dat hierin niets vermeld staat dat niet en steurt op het Essentieel wel zijn van de s E: Comp=:e belangens, en welke woor„ den hij bevestigen wil met sonne klaar bewijsen om Heeren Meesters, Hunne Hoog Edelheedens, en uwel Ed: Agtb de blijkbaarste overtuijging te geeven van sijn op„ „regte hoogagting met welke hij de Eere heeft sig met diep respect te noemen /:onderstond:/ uwel Edele Agtb onderdanige en gehoorsaame Dienaar /:was geteekend:/ h: H: Graaff van Bijland /:in margine:/ Pallia„ Catta den 18 September 1789. Besluijt het zelve in originall o0 i8 na resumptie goedgevonden en verstaan het zelve op Expresse gedaan verzoek van gemelde koopman van Bijland, in originale Haar Hoog Edelheeden onder Den 18 September 1789 e de 253. voorn pakhuijsmeester van de bijlaagen aantebieden Voorts wierd geresumeerd Een request van resumptie van een requist van Bijland, den pakhuijsmeester voormeld Willem Hendrik van Bijland, van in houd aldus Jnsertie van het zelve, Aan den Wel Edelen Agtbaaren Heer Nicolaas Sadama. opperkoopman en Gezaghebber van het Cormandelse Gouvernement met den resorte van dien; beneevens Den raad alhier Agtbaare Heer en Hoeven. Wel Edele Den koopman en pakhuijsmeester Willem Her„ drik van Bijland geeft met gepaste eerbied te kennen aan uwel Ed Agtb: dat met het schip Horsen aangebragt is 400000. lb Japans staafkooper en wel in 3200 kistjes waar van sig bevend meer als twee derde van die vermelmt en vervat, in hou„ dende Iapans kooper, 't welk ik de eer heb van hier ter tafel van uwel Ed: Agtb te brengen, om te doen opwerken dat het geen leeverbaane whaar is voor het grootste gedeelte door en door gevroeten van 't raest en spaans graens, dat nog wrijven nog wospis acceptabel voor mij heeft kunnen maaken, en gesuppaneerd dat het tans soo nat en smeerig zijn gewigt hield, is egter niet als groote schaade voor den pakhuijsmeester te bedugten; Daarom wend sig den pakhuijsmeester tot uwe ld Den 18 September 1789. Agtb n rispectie door den raad van het koper, Agtb: met verzoek dat uwel Ed: Agtb: een deculaire, in„ „spectie geliefd te neemen of dat kooper acceptabel is om het volgens ordre in het huijsje van de balame te ontfangen 't welke nimmer gesusponeerd kan worden de intentie, van Hunne Hoog Edelheedens te zijn, en vermits de kapitain Pass dat zoo ongemakkelijk en verregaande brutaal sustineerd, is den pakhuijsmeester ondoenlijk van deese parthij, zoo overteneemen niet weetende selfs of die parthij leeverbaar is zoo of niet, vervolgens wan„ „neer het in een droog pakhuijs eenige maanden sal vertoeven droogt het spansgroen en valt af tot mer„ „kelijke schaade; Needrigst onderwerp sig den teeke„ „naar aan uwel Ed: Agtb besluijt daaromtrend en voor al wanneer uwel Ed Agtb mogte goedvinden om die parthij aan b'eedigde Justitieele leeden wilde laaten overneemen om 't selve vervolgens weer uijttekeeren voor schaade van die het draagen moet, te meer dat ht blijkt dat de Capitain Pass soo slorsig ontfangen heeft op onrust op dat den pakhuijsmeester die niet dan een mediaone bestaan heeft, met deeze ongehoorde transactie niet mag worden belast, dan wel na den overneem, bij den vertheer met sulke prc=o te goed sal gedaan worden als hij onder Eeden en met behoorlijke gecommitteerdens sal koomen aantetoonen /:onderstond:/ 'T welk doende Eto Eto: /: was geteekend:/ W: H: G: van Bijland:/ in margine:/ Palliocatta den 17. September 1789. Den Raad hier op eene naaukeurige in spectie Den 18 September 1789. van
English
255. Decision to have this copper weighed by two members of the Court of Justice. van Bijland his note concerning the Cochin bill of exchange. taken from the aforementioned copper, and having found the same completely in accordance with the tenor of the aforementioned request; it was, after deliberation, approved and agreed to have this copper weighed by two members of the Court of Justice to be commissioned for that purpose, in the presence of the Fiscal and in the presence of the ship's officers, according to order and in good conscience, and thereafter to report in writing to this Council. Subsequently, the aforementioned merchant and warehouse master van Bijland submitted to the table of this Council his note and a copy extract of the resolution of Cochin, dated 21 April of this year, concerning the bill of exchange of that Government drawn on his account, more fully mentioned in the resolution of the 8th of this month, reading as follows: The 18 September 1789. The contents of that writing read as follows: Herewith, according to the promise made in the meeting of the 8th of this month of the Political Council, to produce the extract from the Cochin Council, which I have the honor to do hereby, and to which I refer fully, with the addition that far from the Honorable Mr. van Angelbeek having been of any assistance to me, the contrary appears, since His Honor has been able to tolerate under his jurisdiction that Captain Kingsmill in a fraudulent, impermissible manner sold my vessel, the ship Geldria, without proof of ownership or any appearance of a power of attorney, so that that government could tolerate such a thing to the greatest detriment of the shipowner, indeed even without seizing the money or giving the undersigned any notice thereof by tappal or otherwise; and that it fully appears from the extract that the six hundred rupees were by no means given to serve any benefit to the shipowner, but that nothing else was intended than the restitution of 600 rupees that were paid in advance so loosely upon the assumed freight; for all these reasons, and without elaborating further by demonstrating in what manner and for what reason he, Kingsmill, became obliged to sell his shipowner's ship, while everyone was aware that he, Captain Kingsmill, did not even have any share in it; I say again, for all these reasons the undersigned finds himself forced to protest this bill of exchange, Note which was requested in the last meeting by the undersigned. The 18 September 1789. 257. The 18 September 1789. reserving for himself the action that he may be able to institute against those who have chosen to tolerate that stolen property was sold with knowledge and awareness. I request that this may be sent over in original, and serve as an answer. Thus done at Palliacatta on the [illegible] September 1789. Was signed: W: H: P: van Bijland. Tuesday the 21 April 1789. Extract Resolution taken in the Council of Malabar at the city of Cochin. Was read a request from one Joseph Kingsmill, commanding the private vessel of the Chief of Sadraspatnam, the Honorable Willem Hendrik, Count of Bijland, named Geldria, whereby he indicates that he was compelled to make some repairs to that vessel here, and having no money to be able to pay the debts made thereby, requesting therefore that twelve hundred rupees might be advanced to him from the Company's treasury for the account of his shipowner, to be repaid by the same at Sadraspatnam. The 18 September 1789. Decision to have the aforementioned bill of exchange presented to him for payment by the First Sworn Clerk. Whereupon it was made known by the Lord Governor that His Honor had chartered this vessel for a few days to carry rice for the Honorable Company to Ceylon at ten rupees per last, and that His Honor, at the pressing request of the aforementioned Captain Kingsmill, had caused six hundred rupees to be advanced to him, on the notification that he could receive the remaining freight at Colombo once the cargo was accounted for there; however, as he repeatedly asked for more money and made no progress in getting the ship ready for the voyage, His Honor had caused him to be notified that the ship was no longer needed, and that he, Kingsmill, had thereupon drawn a bill of exchange on his shipowner, the aforementioned Count of Bijland, for the six hundred rupees received, to be paid into the Company's treasury at Palliacatta. Whereupon, it being observed that the Company itself has a great lack of money for necessary expenses, and so much so that one is compelled to seek money at interest to meet the daily expenses, and is therefore not in a position to advance money on bills of exchange for the account of private individuals; it was approved and agreed to deny the request of Captain Kingsmill hereby. Beneath stood: Agreed. Was signed: Arnoldus Lunel, Provisional Secretary. The Council, having read these papers, found 291. to send the note etc. to Cochin. found good to cause the aforementioned bill of exchange to be presented in due form for payment to the repeatedly mentioned van Bijland by the First Sworn Clerk, and to send back to Cochin an authentic copy of his protest and note, together with the aforementioned bill of exchange and invoice of calculation. The 18 September 1789. Thus done and resolved in the Castle Geldria, date as above written, and signed as before.
Dutch transcription
255. twee leeden van Justitie te laaten weegen, van Bijland zyn aanteekening betrekkelijk tot de Cochimsche wissel. van voorn kooper genoomen, en het selve volkoomen na luijd van gem request bevonden hebbende; zoo wierd na deliberatte goedgevonden besluijt om dit koper door en verstaan om dit kooper door twee daar toe committeerene leeden van Justitie, ten overstaan van den fiscaal, en bij zijn van de scheeps overheeden, na de ordre en na gemoeden te laaten weegen, en daar na deesen Raad, en doen „ bengt in dorcktis te in scriptes van berigt te dienen Vervolgens lijde voormelde koopman en overlegging door maarmelde pakhuijsmeester van Bijland ter tafel van deezen raade over, zijne aanteekening en Copia Extract resolutie van bouohim, de dato 21. April deezes Jaars, betrekkelijk tot de wissel van dat Gouvernement, ten zijnen laste getrokken, 1 breeder vermeld ter resolutie van den 8. deeser luijdende Den 18 September 1739 aldus dinen t taatie spectie Jnderster van dat schrifteur, aldus. — Hier nevens volgens belofte in vergadering van 8. diezer politicquen raad het Extract te praduceeren uijt den Co„ „chimsen raad, het welke de Eere hebbe te doen bij deesen en aan dewelke jk mij ten vollen refereere niet bij voeging dat wel verre den Edelen Heer van Angelbeek mij van Eenige assistentie gewest is soo blykt het teegendeel also syn Edele heeft konnen totteveeren onder sijn gebied dat den Capitain Kingmilt op een fraudeleuse ongepermitteerde wijse mijnen boalem het schip Geldria, te verkoopen sonder bewijs van Eijgendom of eenige scheijn van volmagtschap, soo dat die regeering soo iets heeft kunnen tollereeren tot de grootste schaade van den rheeder Ia selfs sonder de pen„ „ningen te arresteeren of den ondergeteekende eenige kennisse daar van te doen geeven pertappal of anders, en dat het ten vollen blijkt uijt het Extract, dat de ses hondert ropijen geenzints gegeeven sijn om den rheeden tot eenig net te kunnen strekken, maar niet anders in bedoeld dan de restitutie van 600: Ropijen die op de aangenoomene vragt voor uijt soo los betaald zijn, om alle deese reeden en om mij niet breeder uittelaaten met aantetoonen op wat wijse ens om wat reeden hij Bingsmill verpligt is geworden om sijn rheeder schip te verkoopen terwijl een ijder bewust was dat hij Capitain Ringsmill selfs geen portie daar in had, herzegge om alle deese reeden vind sig den ondergeteekende gedwongen om deese wissel Aanteekening dewelke versogt is in de laatste vergadering door den ondergeteekende Den 18 September 1789 1 257. Den 18 September 1739 te protesteeren, sig reserveerende, diractie die hij maand te kunnen institueeren, teegens die dewelke hebbe minnen tolleveeren dat gestoole goed met kennis en weetenschap is verkogt geworden. versoeke dat dit in originalia mag overijezonden wor„ den, en dienen tot antwoord Aldus Tedaan te Salliacatti op den September 1789. /:was geteekend:/ W: H: P: van Bijland Dingsdag den 21. April 1789. Is geleezen een request van eenen Ioseph Ningsmill kommandeerende het partikulier scheepje van het opper„ „hoofd van Sadraspatnam D E: willem Hendrik Graave van Bijland genaamd Geldria, waar bij hij te kennen geeft genoodzaakt geweest te zijn eenige reparatsien aan dat scheepje alhier te doen, en geen geld te hebben om de daar door gemaakt schulden, te kun „nen betaalen verzoekende derhalven dat voor reekening van zijn Rheeder uijt sComp. s Kassa aan hem twaalf hondert ropijen mogt werden verstrekt, om op Padrasp=m Extract Resoluitsie genoo„ „men in Raade van Mallebaar ter steede Moetsrem weeder p. Den 18 September 1789 besluijt de gem: wissel: door den Eerste gesw klerk aan hem ter betaaling te laaten presenteeren, weder door denzelven uyjtgekteerd te werden, en werd daarop door den Heer gouverneur te kennen gegeeven, dat zijn Ed: dit scheepje voor eenige daagen gehuurd had, om rijst voor D E: Comp:e naar Ceijlon te brengen tegen thien ropijen het last, en dat zijn Ed: op het in„ stantig versoek van gem: kapitain Kingsmeel aan hem seshonderd Ropijen had laaten verstrekken, onder aanzegging dat hij de overige wragt te kolombo konde ontvangen, als de lading daar verantwoord was, doch dat hij telkens meen geld gevraagd, en geen voortgang ge„ „maakt hebbende; om het schip tot de reijze gereid te maa„ „ken, zijn Ed: hem had laaten aankondigen, het schip niet meer noodig te hebben, en dat hij kingsmell daar op voor de ontvangene ses hondert ropijen een wis „sel op zijn rheeder, den verrwaards gem: E: van Bijland getrokken haa, om to palliacatta in sComps kas te wer„ den betaaldt waar op aangemerkt zijnde dat de komp:e zelve groot gebrek aan geld tot de noodige uijtgaaven heeft, en wel zoo zeer, dat men genoodzaakt is, geld op intrest te zoeken, tot het goedmaaken van de dagelijks uijtgaaven, en men dierhalven niet in staat is, voor reekening van particulieren geld op wissel te verstrekken; zoo is godgevonden en verstaan, het verzoek van kapitain Ningsmill bij deezen te ontzeggen /:onderstond:/ Akkordeerd /: was ge„ „teekend:/ Arnold=s lunel p=l Secretaris Den raad deeze papieren geleezen hebbende vond 291 aan testonang 8to: na Cachina lenden. wond goed de voorm wisse door den Eerste gosee Clercq in behoorlijke forma aan meermelde van Bijland ter betaalinge te laaten pro„ „zenteeren, mitsgaders van zijn protest en mitsges van zijn protost en Copij aanteekening, Capia authentiog; neevens wissel. de voorsz en factuur van aanreekening Couichim te rug te zenden na Den 18 September 1739 Aldtus Sediaan en Geauresteerd in 't Casteel Seldria dato voorschree„ „ven, en geteekend:/ als vooren. Laturdag at a 8 p
English
Production of the minutes from the letter received from their Right Honourables received per Horsen. Saturday 19 September 1789. In the morning at nine o'clock. Council of Policy. All present. The Governor made known to the meeting that he had expressly convened it in order to deliberate on the contents of their Right Honourables' most respected letter of 31 March of this year, received per the ship Horsen, and to that end laid upon the table the minutes excerpted by order of His Honour, whereupon it was initially approved and agreed to give their said Right Honourables a respectful communication of the arrival here of the aforesaid vessel on 22 June last, and that according to the submitted report, her draft upon arrival here was 22¼ feet aft and 21¼ feet forward. Likewise, it was resolved most humbly to inform their Right Honourables that immediately after receiving the orders from their Honours, an application was made to the English government at Madras by letter of 20 September 1788 to obtain several important papers that have gone missing and are wanting to us after the surrender of Nagapatnam and our remaining offices. That the said English government in reply by their letter of 25 September 1789 had stated that they had given orders to investigate whether any papers relating to the affairs of the Dutch Company could be found, of which they would give us notice. That since then, on 21 October following, the Governor and Council of Madras had transmitted an authenticated copy of a letter written by the former agent of Nagapatnam, Basil Cochrane, to the secretary of the Council at Madras, containing in substance: that under him, Cochrane, no other books or papers were found than those which were connected with the surrender of Nagapatnam and which could not be spared, but that the same would always lie open for inspection and copying for such person as should be qualified for that purpose by this Council. That pursuant thereto, the merchant and warehouse keeper here, Willem Hendrik van Bijland, had been commissioned, who was to proceed thither after the departure of the ship Horsen. While it was further resolved most humbly to thank their Right Honourables for what was communicated regarding the dispatch of letters, with the assurance that one would take it as a guiding rule. With regard to the remark that their Right Honourables were pleased to make under the head of ships and vessels concerning the statement in the letter of this Council of 10 March 1788, paragraph 84, that in the storm of 20 and 21 May 1787 at Jagannathapuram the warehouses in which the Company's effects had been stored were washed away, along with the equipment warehouse and the mint, respectfully to answer their Honours that the warehouses in which the Company's linens etc. had been stored were rented houses, which indeed were washed down, as was also the equipment warehouse, this being the only building, though of little value, that was not demolished by the English. Yet that the mint was erroneously placed among the Company's buildings in the aforementioned letter, to ask their Right Honourables' humble pardon, and to declare that the so-called mint was merely a shed at the side of the private dwelling of the second, the same having been used for that purpose for want of a better place, and that before the war it had been a horse stable, so that in section 10 of our letter of 20 October 1788, having an eye to the Company's buildings, the loss had not been presented as so important. Further respectfully to assure their Right Honourables that since their Honours have been pleased to provide this Coast with 2 sloops, 19 September 1789
Dutch transcription
productie der notulen uijt de ontvangene brief van H: Hoog E „er Horden ontfangen; Zaturdag Den 19 September 1739. Smorgins te negens uuren Vergadering Van Politie Alle present Den Heer gp zag hebben gaf aan de vergadering te konnen, de zelve expresselijk geconvoxeerd te beotigj om daroget adig aen he ben, ons te besoimeeren over dens inhoud van Haar Hoog Edelheedens zoor geresponteerde letteren van den 31:e Maart doeder Jaars, ver het schip Horsen ontvangen, en leijde ten dien eijnde ter tafel over de Notulen, op ordre van zyn Agtb geexorpieerd, waar op aanvanken, „lijk goedgevonden en verstaan wierd, wil„ „melde Haar Hoog Edelheedens een biedige Com„ e municatie 261. Commisnicatie van de anrive van van dien bodem, van ge' dogde keol„ gedaan verzoek bij de Engelschen om de manqueerende Comp. papieren, in antwoord hebben zij bedeeld, dat de reets daer bote ordre had deen „municatio te geeven, aan de arrive alhier van voorsz: bodem op den 22. Junij laastleiden ƒ en dat dezelve volgens ingediende rapport, agter de strgeding bij arriwe alhier is dun gaande 22¼, en voor 21¼. voeten: Desgelijks is verstaan Haar Hoog Peel„ „heoden nedrigst te bedeelen, dat men diract na de erlangde ordre van Hoogst dezelve het Engelsch Ministery te Madras by brief van den 20:e September 1788 aansoek ge„ „daan heeft, om te mogen erlangen verscheij„ 9„ ƒ . den papieren van gewigt, die na het over„ „gaan van Nagapatnam en onse overige Comptoiren te soek zijn geraakt en ons koomen te manqueeren. Dat gemelde Engelsche Menisteri in antwoord bij haaren brief van den 25:e gegaarn Den 19. September 1739 daar ren de ken, „ den agent Corkraene aan den dict van Madriua ypsChriecun „behelzende dat geen andere pabieren onder hem waren; met de overgave van Nagiap n Den 19 September 1789 daar aan bedeeld hadt, dat se ordre hadde ge„ „steld om te onderzoken, op ter eenige popienen relatie hebbende tot de saaken van de Nreder„ 6 „landsche Comp=e te vinden mogten weesen en waar van sij ons kennis soude geeven onbrangt nmen Coen huiejden Dat zedert off den 21 october daar aan„ den Gouverneur en raad van Madras overge„ „zonden hadden, een geauthontiseerde Copia van een brief, door den geweezene agont van Na„ Basil Kockrane aan den se„ „gapatnam „cretaris van den raad te Madras geschree„ „ven, in substantie behelsende; dat onder hem C0c krane geene andere boeken of papieren gevonden wierden, dan welke bonnexa, had„ dan dien, welke Connezie hadden en met den overgave van Nagapatnam die niet gewist konden worden, maar deselve althoos 263. pieering aan hood„ men zal na het vertrek van Horsers iemand daer toe na Madras Londen voor het berigt nops de verzen„ ding van brieven, de diferente opgaven„ althoos ter inspectie en afschrijving zoude openleg, die zij ogtm ter wise oft afco„ n voor soodanig iemand, als daar toe doen deezen Raade zoude werden gequalificeert; Dat men ingevolge van dien den koop„ man en Pakhuijsmeester alhier Willem Hendrik van Bijland daar toe gecommit„ „tier hadde, wien na het vertrek van het schip Herssen derwaards stond overtegaan Terwijl wijders beslooten wierd Haar dan schetuiyging H: Horg daolh sooten C Hoog Edelheedens seer nedrig te bedanken voor het gecommuniceerde omtrend de verzending van brieven, onder betuijging dat men die betuijgen onder tot een rigtsnoer zouden laaten dienen Ten aansien van de remarque die Haar remarque Haar HoogEd nop Hoog Edelheedens onder het hoofddeel van Den 19 September 1749. scheepen ve s Comp gebouwen in de Horm te zoggern: Demonstratie dierceg=r de mint is abusie ander sComps gebouior gesteld, Den 19. September 1789. eb scheepen en Vaartuijgen hebben gelieven te maaken, nopens het gestelde bij de brief deeses Raads van den 10: Maart 1788 van d glalene scharen an § 84, dat in den storm van den 20: en 21 Moyj 1787 op Saggenaikpornams en gespoeld waa„ „ren de pakhuijsen waar in 'sComp:s effecten geborgen geweest waaren, met het Equ:pagie pakhuijs en de mant, Hoogstde zeber eerbiedig te antwoorden, dat de pakhuijsen, waar in 's Comp:s Lijwaaten &=ma, geborgen zijn geweest, ingehuurde huijsen waaren; die waarlijk om ver gespoeld zijn, gelijk meede het pakhuijs zijnde dit het eenigste Equipagie gobouw, dog van weijnige waarde, dat door de Engelschen niet is gedemolieerd Dog dat de munt abusive onder s Comps 6 265. 'sComps gebouwen gesteld is, bij opgemelde mis„ „sive, Haar Hoog Edelheedens nedrig Excus te vragen, en te betuijgen dat de zoo genaamde maint eeniglijk een afdak op zijde van de particuliere wooning van den secunde, zynde het zelve daar toe bij gebrek van een betere plaats is gebruijkt geworden, en dat het hodang e elve gstede waa„ selve voor den overlog een paarde staal geweest is, dus men bij A. 10. van onse brieff van den 20: october 1788 het oog hebbende op Comps gebouwen het verlies als zoo important niet voorgesteld hadde Wijders Haar Hoog Edelheedens eerbiediglijk sedert het geneig met 2 Chia„ 4 loupen, te betuijgen, dat men zedert dat Hoogst de„ „zelve deeze Custe hebben geleeven te voorsien den 19e. September 179 van 2
English
of private vessels, so that linen bales do not remain lying at the offices, which inconvenience would make the purchase difficult; care will also be taken that no unnecessary balances should remain left over, for which reason the sending from Nagulen to Jaggernaikpatnam and Bimilipatnam was excused, little use has been made of two sloops, until now little use has been made of hiring private vessels, under the further declaration to be made that as much care as possible would be taken that no linen bales remain lying at the offices, although this in these times would be somewhat difficult because of the lack of cash, which needed to be provided early to the suppliers. However, it was resolved most humbly to assure Their High Noble Excellencies that care will be taken that the balances at the subordinate offices are not kept unnecessarily, and that for this reason the sending September 19, 1789 from 1765 367 for ordering the construction of 2 tonys at Jaffna, to express to the government for the resolution regarding smallpox, from Nagulen to Jaggernaikparam and Bimilipatnam was also excused because the balances were substantial. And furthermore, to thank Their High Noble Excellencies very humbly for approving our resolution to order the construction of two Tonys at Jaffanapatnam, with the communication that they have not yet reached us, and from which one could therefore not have the desired use this year that had been anticipated. In like manner, it was resolved to thank Their High Noble Excellencies very humbly for the sent Extract from Their High's honored resolution regarding the return ships, The 19 September 1789 a sub-lieutenant the elevation of this Council over the Their High Excellencies of the Arend could have been provided with cash, 19 September 1789 on which smallpox might be discovered whenever another return ship might depart from this coast. Item for the appointment of, as also for the approval of the appointment of the sub-lieutenant Dratzaer as commander on the sloop De Zeerob, and the retention of 3 men of the crew of that small vessel. And with regard to the purchase or collection, it was resolved to express to Their High Noble Excellencies the joy of this Council over the pleasure taken regarding the 789 bales of linen sent in the past year with the ship Den Arend both for India and for the Netherlands; but on the other hand, the regret and 2 tons sent by Horssen does not mean much, hoping that one will obtain a good relief from the Netherlands, succeeded with pleasure, through the receipt of 2 chests of gold and 3 chests of silver via Ceylon, The 19. September 1739 that Their High Excellencies had not been able to give consideration to the request for a speedy relief of a considerable quantity of gold, with the declaration that the 2 tons sent by the ship Horssen did not promise to be able to send an appreciable quantity of bales of linen this year, and even less in the coming year. That one, however, still flattered oneself with the hope of obtaining a good relief from the Netherlands. That this, although too late for any collection of this year, had nevertheless succeeded to the great pleasure of this Council, as on the 22nd of September the two chests of gold and the largest part thereof has already been projected for the collection, next year a fully laden ship will depart from here The 19 September 1789 gold and 3 chests of silver sent for this Government from the Netherlands, and assigned by Their High Noble Excellencies by the ship Den Arend via Ceylon for this Coast, had safely been received by the vessel De Jonge Willem Arnold to the amount according to the invoice of f 213884. 15. 8. Under respectful notice that the largest part of this amount had already been planned in order to supply our offices as quickly as possible with a sufficient sum in cash for the collection of linen; and further to express that this relief could contribute greatly to enable us next 271 request to excuse a return ship for the present, regret over the condition of 10 packages of damaged linen The 19 September 1789 year to send again a fully laden ship from here to the capital of the Indies, especially if further provision were made early in the spring. While meanwhile it was resolved respectfully to request Their High Noble Excellencies to excuse the fitting out of a return ship until such time as one is provided a year in advance with the required gold to be able to fully load a return ship, which is fixed at 9 tons. And to express to Their High Excellencies the special regret of this Council over the bad condition of 10 packages of damaged linen that were sent from here in the past year
Dutch transcription
van panticubeiere vaartuijgen, lequaat parstit op de Compsaeren leggen blijven welke in conveniert de oefer bezwaarlijk dal maaken, ook zal men zorge dwragen, dat geene mesteloose restanten zoude blijven overleggen, waarom oo ke de verkending van nagulen na Jaggernaik p m en bimilipm. g'excuseerd is, is wijnig gebruijk gemaakt van twee Chialoupen tot nog toe weijnig ge„ „bruijkt gemaakt heeft, van het in huur neemen van particuliere vaarthuij„ „gen, onder verdere te doene betuijging, dat mmed zal berigdragen, dat guesnen soo veel doenlijk sorge draagen soude dat er geene lijwaat pakken op de Comptoi „ren blijven overleggen, schoon sulx in deese tijden wat beswaarlijk zoude zijn, om de wille van het gebrek aan. Contanten die vroegtijdig aan de leveranciers dienden ver„ „strekt te worden. Dog is verstaan Haar Hoog Edelheedens needrigst te verzeekeren, dat men zorgen zal dat de restanten op de onderhoorige Comptoiren niet nuet en noodeloos werden aan„ gehouden, en men dier halven de verzonding September 1789 den 19 _e van s 1765 367 „tuijger voor het laaten aan„ bouwen van 2. thonijs te Jaffa, „zer regeering te betuijgen voor het besluijt nap:r de kanderziekte, van Nagulen na Jaggernaikparam en Bimilipatnam ook geexcuseerd hadde om de wille de restanten aanmerklijk waaren En voorts wolew Haar Hoog Edelheedens seer besluij H: Hoog Ed dankte be„ oolanoedog te bedanken voor de passeering van map: ons besluyt tot het laaten aanbouwen van twee Thonijs te Iaffanapatnam onder be die nog nit geworden zijn; deeling leevens dat ze ons als nog niet geworden zijn, en waar van men dan ook dat „wenscht gebruijk van dit Iaar niet zoude kunnen hebben, dat men ons hadde voor„ „gesteld Iorgelijker- voegen wierd beslooten Haar amsten de dan kebktuijgeng de„ Haa Hoog Edelheeden seer needrig te bedanken voor het overgezondene Extract uijt Hoogst derzelver g'eerd besluijt, op zigtelijk der retourscheepen, Den 19 September 1789 waar ter se en „ een sous luijtnaan ver hooging deekes Raads, over het gemeegen :dE: HoogE: mok: de appa van den Arend in d.o b o van Contanten had kunnen werden voorzien, den 19 September 1789 waar op de kindersiekte mogte werden ontdekt, wanneer weeder een retourschip van deeze kust mogte vertrekken. Item voor de aanstelling van Telijk ook voor de approbatie van de aanstel„ „lang van den sous luytenant Dratzaer als gezaghebber op de Chialoup De Zeerob, en de aan„ en aanzonding van 3: man, „t houdang van 3. man: van de Equipagie van dat kieltje En ten aanzien van den Inkoop off Inzaam, is ver„ „staan Haar Hoog Edelheeden de blijdschap deeses raads te betuijgen, over het geschept genoegen, weegens de in anno passato met het schip Pen Arend gezondene 789 lijwaaten soo voor India als fardeelen heeden van over dat men met Nederland; Dog daar en teegen het lerdweesen den zeber s 269 en 2. ton per Horsen gezonden wil neet veel zeggen, hoofperagtenr des men aen goed ontlit uijt wederland zal erlangen, noegen gelukt, door den ontfangst van 2. kisten goud en 3. kisten zilver over Ceijlon, Den 19. September 1739 derzelve dat Hoogst dezelve geen reflectie hadde kunnen slaaen op het versoek tot een spoedig ont„ „zet van een aanzienlijk quantiteyt goud, onder verklaaring dat de per het schip Horssen gezondene 2. thon niet beloofden, om een naam„ „waardige gelat pakken dit Jaar, en nog minder in het aanstaande Jaar te zullen kunnen verzenden Dat men egter steeds vleijde met de koop van een goed ontzet uijt Nederland te Zullen erlangen. Dat dit, of schoon voor eenigen inzaam dit is onsegter tot groot ge„ van dit Jaar te laat, egter tot groot verge„ „noegen deeses Raads gelukt was, als ui men op den 22. september de twee kisten goud kl stel„ „ p 9 en het grootste gedeelte daar van is reets geprojecteerd tot der inzaam, Jaar een nalaaden schip van hier zal vertrekken Den 19 September 1789 goud: en 3. kisten silver voor dit Gouvernement uijt Naderland gezonden, en door Haar Hoog Edelheedens ber het schip Den Arend over Coy¬ Ceij„ Ceij „lon voor die ze Custe toegeschikt per het schippjer De Jonge willem Arnold wel hadde ont„ ten bedraagen van ƒ 2100 : 15 : fangen ten bedraagen volgens factuur van ƒ213884. 15. 8. Onder eerbiedige notificatie dat men het grootste gedeelte van dit montant reets geprojecteerd hadt, om onse Comptoiren soo spoedig moogelijk met eene toerijkende som . in contanten te voorsien tot den Jnzaam hode dat en tes amstaende van lijwaaten; En wijders te betuijgen dat dit ontzet veel zoude kunnen Con„ „tribueeren om ons in staat te stellen, aan„ staande 271 „zoeken, om als nog een retour schip te Erouiseeren, leedwerken over de gestedheiyd van 10. pakken beschadigde lijwaaten blen der Den 19 September 1789 staande Iaar weeder een volgelaaden schip van hier na Indiasch Hoofdplaats te kunnen erf„ „zenden; vooral, als men vraegtijdig in het voor„ Jaar nog nader voorsien wierd. Terwijl inteosch hen verstaan wierd Haar besluiyjt: H: H: Eassh: te ven„ Hoog Edel heedens eerbiedig te verzoeken om het aanleggen van een retourschip te Excuseeren, tot tijd en wijlen men van het benoodigde goud, een Jaar te vooren voorsien is, om een retourscrip te kunnen vollaaden, het geen op 9. thon bepaald is En Hoogst dezelve het bijzonder leed„ „werzen deeses Raads te betuijgen over de slegte gesteldheijd van 10. pakken boschadigde Lijwaaten, die in anno passato van hier de in Aofs van hier afgestoo„ verzonden t 7 hupje Con „
English
Reasons why the Bimilipatnam merchants had to be granted the price increase; a proportionate reduction of prices cannot yet take place. 19 September 1789. having been dispatched, with the declaration that one flattered oneself that they would have arrived in good condition, since they were accepted by the ship officers in well-conditioned state. In continuation of this, it was further approved and agreed to bring respectfully to the attention of Their High Noble Honours the reasons why the Bimilipatnam merchants had to be granted a price increase on the linens delivered by them, proportionate to that of the Jaggernaikpoeram merchants; namely, that since that time kapok has become considerably more expensive, and the collection by the English has greatly increased. And with regard to the desired proportionate reduction of the prices of the linens: 273. 19 September 1789. very humbly to assure Their High Honours that for the present nothing can be done in that matter, and as long as one is not put in a position to supply the merchants at the conclusion of the contract with the necessary ready money and desired merchandise, it must still be left on the old footing. For otherwise, or upon the withdrawal of the approved price increase at the three northern factories, it is to be feared that the Honourable Company would not be able to obtain any linens, since they know very well how to dispose of them by selling them to the English, French, and other private buyers, to whom it is all the same whether the linens are of sound quality and contain their proper length and breadth or not, and that moreover for ready money; whereas, on the contrary, from the Honourable Company, which at present has nothing else to offer than Japanese bar copper and cloves, and among that a very small portion of nutmegs and mace, they had to accept these goods. Nevertheless, it was agreed to assure Their High Noble Honours that nothing will be left unattempted, but a watchful eye will always be kept so that regarding that article the desires of the Lords Masters in Europe, and no less the pleasure of Their High Honours, may be satisfied as much as possible. To the question asked by the repeatedly mentioned Their High Noble Honours concerning the reason why at Sadras no 275. collection of any kind could take place, it was decided to refer to the resolution of the 18th of this month. And furthermore, with regard to the satisfaction that Their High Noble Honours have been pleased to take in the profits obtained on the sale of merchandise in the past year, to state that this has served as a great encouragement to this council; with a serious promise to be made in the outgoing letter that one would accordingly attempt to make the trade flourish more and more, and that such could well take place as soon as one was supplied with the desired articles. It was also agreed to thank Their High Noble Honours respectfully for the honored approval regarding the powder sugar sold here in the year 1787 with an advance of 73 7/8 percent, as well as for the favorable passing of the sale of spelter in the past year, with the humble assurance that in the future one will be mindful not to make any requisition for spelter unless one can be assured of an adequate profit. Likewise, it was agreed to express the obligation of this Council for the passing of the sale of the arrack and the coffee beans in the past year, as well as for the promise made to send the findings of the senior merchants of the Castle at Batavia regarding 277. the difference in the charged price of the leggers in the past year, when the price was f 54½ per legger; with the declaration at the same time that these casks have this year again been charged to them at f 40. 16. — per legger, which differs very much from the years 1785, 1786, and 1787, when the legger only came to cost f 20. 8. — in the year 1785, f 25. —. — in 1786, and f 20. 8. — in 1787. With respect to the domains, and especially to the right of toll collection on the Jaggernaikpoeram River, it was agreed to bring to the honored notice of Their High Noble Honours that the same is still disputed to us by the English, with the humble assurance that one will however conduct oneself 19 September 1789.
Dutch transcription
reeden waarom men de bimilipie kooplieden den prijs verhooging heeft moeten toestaan, een geproportioneerde prijsien„ vrmindering kan nog niet gescheeden, Den 19. September 1789. verzonden zijn; onder verklaaring dat men ons geflatteerd heeft op had dezelve wel zoude zijn overgekomen, aangezien die door de scheeps over„ „heeden wel geconditioneerd zijn overgenoomen Ten vervolge deezes is alverder goedgevonden en verstaan Haar Hoog Edelheedens reverente, „lijk onder het dog te brengen, de reeden, waar „ men de bimilipatnamse kooplieden 1o heeft moeten toestaan eene prijs verhooging op de lijwaaten die door hen werden geleverd, eeven reedig met die der Jaggernaikpoeramse Cooplieden; namentlijk dat zoederst dien tijd de Capok merkelijk verduurt, en den Jnzaam der Engelschen grootelijks toegenoomen is. En ten belange van de begeerde gepropor„ „tioneerde vermindering der prijsen van de lijwaaten 6 273. Den 19 September 1789 lijwaaten, Hoogst dezelve seer nedrig te versee„ „keren dat daar omtrend voor eerst nog niets te doen is, en zoo lange men niet in staat reeden waarom; werde gesteld om aan de Marchiandeurs bij het aangaan van het Contract de noodige Contanten, en gewilde Coopmanschappen te kunnen verstrecken, men het als nog op den ouden vas diend te laaten, want men andersints, of bij weeder intrekelang der geao„ „oordeende krijs verhooging op de drie noerder Conteptoirden te duigten heeft, dante d' E: Comp=e geene lijwaaten zoude kunnen bekoomen; vermits zij dezelve zeer wel weeten aan de man te helpen, door ze aan de Engelscheim„ Dienen, Fransen, en andere particuliere In kamelaars, die het dog om het eeven zijns, vSingelandt over„ den 1 zaam ten onderwelke te dee van ekering dienweegs waarom op sadras geen inzaam „geehud, Den 19 September 17539 of den lijwaaten deugdzaam haare behoorlijke lengte en broete in houden of niet, te verkoopen, en dat nog voorgereed geld, daar zij in teegendeel van DE: Comp=e, die teegenswoordig niets anders aantebieden heeft, als Japans staafkoper en Nagulen en daar onder een zeer kleen ge„ deelte Nooten en foelij moesten accepteeren Nogtans is verstaan Haar Hoog Edelheedens: te verzeekeren, dat men niets onbezogt zal laaten, maar sterdts een wakendoog houden„ op dat omtrent dat articul zoo veel mo„ „gelijk werde voldaan, aan de begeerte der Heeren Meesters in Europa, en niet min„ der aan het genoegen van Hoogst de zelven Op de vrage door meermelde Haar Hovg Edelheeden, na de reeden waarom op sadras geen 275. referite dierevege aan hut besluij van den 18. der zeo het genoegen H. Hoog Edelh in de behaalde winsten in Ao p=o raads gestrekt, opluijken als men met gemelde articul voorzien word, weld de: Hog Edlh dank &e betuijgen voor de geapprobeerde verkomp van poeder stuijker en pesren reverant te lyk Den 19. September 1789 geen de minste inzaam heeft kunnen ge„ „scheeden, is beslooten zig te refereeren aan het beshroijt van den 18. des zer En voorts ten aanzien van het genoegen dat Haar Hoog Edelheedens hebben gelieven te neemen, in de behaalde winsten op den verkoop„ van koopmanschappen in anno passato, te heeft tot aanmorediging deeser verteekeren dat dit tot groote aanmoediging deezes raads gestrekt heeft; onder serieuse te den aertien zal meeren meer doene belofte bij de aftegaane brief dat men dien volgens trachten zoude, den verthier 1 meer en meer te doen opluijken, en dat zulks wel plaats zoude kunnen hebben, zoo dra men maar met de gewelde Articuls voorsien wierd Ook is verstaan Haar Hoog Edelheeden deel gelijk meede van den verkook van Spianter in d ps spieniten zal met g'eyscht worden, zonder dat men verder dand s van den berrijkende minst te betuijgen dank voor de geappro¬ bierde verkoop van Arrak en Costij benen in do p=r zending van een bevinding, Den 19 September 1789 reverentelijk te bedanken, voor d' geerde goedkeu¬ „ring: omtrend de in a:o 1787. alhier verkogte poedersuijker met een advans van 73 7/8 prc=o gelijk meede voor de gunstige passeering van den verkoop van spiauter in ao p=o, onder ootmoedige verzeekering dat men in het ver„ „volg verdagt zal zijn, om geen Eijsch te doen van spiauter, ten waare men van eene toerijkende winst verzeekert kan zijn. Desgelijks is verstaan de verpligting dee„ „zes Raads te betuigen voor de passeering van de verkoop van de Arack, en de Coffijboonen zomede orde pormitteerde in: A:o p:o, gelijk vak voor de gedaane belof„ „te ter zending van de bevinding van de opper„ „kooplieden des Castoels te Batavia, nopens o 277. der liggens in A=o Jo aangereekend, in vergelijking van vrorgere Jaaren bestlut/ H Hog Eds : de eleren dat men ons omtrend de tot hoffing op de Jaggennaikp revier en de ge„ het different in de aangereekende prijs der vugdde aangevellende brys leggers in Ao p=o, wanneer de prijs is geweest ƒ 54½ de ligger, onder verklaaring teffens, dat, deseng Jaare zynde werder hoog C dat vaatwerk deezen Iaare weder tot heen aangereekent is, met ƒ40. 16. — de legger, dat seer veel differeerende is met den Jaare 1785 1786. en 1787, wanneer de legger maar kwam te kosten in ao 1785 ƒ 20: 8. —. in 1786 ƒ25 -. - en 1787 ƒ 20. 8. — Met opzigt ot de Domijnen en wel inzonderheijd tot het regt van tot hefferig vorne recommandatie zulxn magen, op de Jaggernaikperramse Revier, is 7 verstaan Haar Hoog Edelheedens ter g'eerde kinnisse te brengen, dat ons dezelve als nog door de Engelschen betwist wierd, onder ootmoedige verzeekering dat men zig egter den 19. September 1789. gedraagen s E en„ gte te rCo kan dee„ bonen belof„ pen„ n 21 1
English
Expression of thanks for the granted remission to two farmers. Arrest to refer regarding the arrears to No. 27. The 19 September 1789. would abide by the honored recommendation of Their High Excellencies to seize a favorable occasion when the opportunity arose, in order to see this right adjusted or maintained earlier. It was also decided to thank Their High Excellencies very humbly for the remission granted to the farmer of Jaggernaikporam for three months of his expired lease amount, as well as the granted reduction to that of Pollepalium of a fourth part of his promised lease money, and of 7/8 part of the lease amount of the two following years. Concerning the main section of Arrears and Debts, it was 279. Regarding the loss of the Honorable Company, send the bundle. The debts of the remaining government. It was understood to comply very humbly with what has already been cited by this council at paragraph 21, with the declaration that one will send all the papers regarding the loss of the Honorable Company in the latest war, both at Nagapatnam, Palicol, Jaggernaikpoeram, and Bimilipatnam, in a separate bundle via Ceylon to the Netherlands, and also provide copies thereof to Their High Excellencies, and this in so far as it should be possible. Reference to paragraph 24 regarding the outstanding debts. The 19 September 1789. But regarding the collection of the outstanding debts of the Nagapatnam Government, it is understood to comply most humbly with what has already been answered at paragraph 21. And with regard to the required statement from the invoice keeper Bloeme as to what the merchants of Nagapatnam had delivered against the respective demands for the Netherlands and India in the year 1781, to state humbly that the same has already been sent to Batavia in original and duplicate, together with the damage list drawn up by the former adigaar Schuneman. Regarding the goods delivered by the headmen on the English of 1771, sent, It is already sent with the damage list. To express thanks for the passing of the paid bond to the estate of Mossel. The 19 September 1789. Regarding the favorable approval of a certain bond of 700 pagodas, granted by the Governor and Council of Nagapatnam for the benefit of the deceased Senior Merchant Administrator Mossel, it is understood to express humble thanks to Their High Excellencies, and at the same time to submit that it had been judged that the widow, as heir 281. to endorse the same over, the money of the same, which the widow had the right to do, to an English merchant Amos, and when the endorsement Reference to the letter of 14 March regarding the accounting of the main treasury at Nagapatnam. heir of her deceased husband, had the right to dispose of it as she pleased; for which reason one also proceeded to the payment of the aforementioned bond to James Amos, merchant at Madras, also the authorized agent of the widow Mossel, and on that account had also demanded payment of the same, with the notification at the same time that the bond was endorsed on 4 February 1788. Regarding the accounting of the main treasury at Nagapatnam, it is understood to refer to the details in the answered extract of the Patria General Dispatch of 12 December 1786, inserted in our humble letter of 14 March of this year. The 19 September 1789. Regarding the reimbursement of the paid pagodas 278 to the executors of the deceased, the reason for this is respectfully shown. And with regard to the payment of pagodas 278 disapproved by Their High Excellencies to the executors of the estate of the deceased Captain Engineer Samuel Souard De Veije, on the grounds that it was not specifically noted from what that claim actually resulted, with orders for reimbursement and reassignment to the English, it is understood to note respectfully that Their High Excellencies indeed, in their revered secret dispatch to the Ceylon ministry dated 10 September 1784, were pleased to order that all creditors of the Nagapatnam Government be satisfied, which was also communicated by letter 283. The 19 September 1789. The payment was made upon an authorization, examined and approved by the political council. letter of 30 June 1785 to Mr. Blaankamer as head of the nation, and to the council, upon which is also based the resolution of this Council of 26 September 1786: namely, to order the payment of all authorizations of that nature, that is, all those that are lawful and properly signed by the Governor of Vlissingen. With further respectful notification that this debt paid to the estate of the late Captain De Veije consisted of an authorization dated the last of July 1781, signed by Mr. Governor of Vlissingen, containing the amount paid by the said Captain Engineer to the coolies for the deepening of the outer
Dutch transcription
dank betuijging voor het verleende remis aan 2. bogters, arrest om nopens de agterstallen de referteren aan N 27: Den 19 September 1789 gedraagen zoude aan d' g'eerde recommandatie van Hoogstdezelve om bij geleegendheijd een gun„ „stige occagie waarteneemen, ten eijnde oms om dit regt eerder versteld of geaaintinaend te sien Ook wierd beslooten Haar Hoog Edelheeden zeer needrig te bedanken, voor het verleend re„ „meis aan den pagter van Jaggernaikporam voor drie maanden van sijn verloepen baigt schagt als meede het verleend afslang aan da van Pollepalium van een quart gedeelte zijner uyjtgeloofde pagt penningen, en van 7/8 gedeelte van den pagt schat van de twee volgende Jaaren Ten belange van het Hoofddeel van Agterstallen en Schulden, wierd 279. raakende het verlies van d' E: Comp:e bondel overzenden. de schulden van het avvrig gouven„ verment, wierd verstaan zig seer needrig te gedraagen, aan het door deezen raade reets aangehaalde bij § 21: , met betuijging dat men den last en men zal adle de papienen Haaren Hoog Edelheedens om alle de pa„ „pieren, raakende het urlies van D. E: Compe in den Jongsten oorlog, soo op Naga„ Palicol Paggernaikpoeram, „patnam, en Bimilipatnam in een appart bondel over Ceijlon na Nederland zoude zenden, en na nderlandin een aparti daar van meede Copijen aan Hoogst de zelve mitsg: de Copijen H: Hoog Edelh: doen toekoomen; en sulks in soo verre het mogelijk zoude zijn. Dog betreffende de inpalming van de reserte aan §24: nope de uijtstaan„ uijtstaande schulden van het negapat„ „nams Gouvernement is verstaan zig nedrigst te gedraagen aan het reets g'antwoordt Den 19 September 1789 bij 0 ie n am te aan beden. wegens het gelevernde door de hoopde „bieden op de Englochen van: 1771, „ge zonden, te betuijge ne dan k voor de passee¬ „ring van de afbetaalde obligatie aan de bordel van Mossel, den 19 September 1789 bij § 21 en ten aanzien van de gerequireerde op gaave van den factuurhouder Bloeme, wat de kooplieden van Nagapatnam geleeverd had„ den, op de respoctive Eysschen voor Nederland is reets met de s Chaade kisoor: en Jndia, in den Jaare 1781. ootmoedig te betuijgen dat de zelve reets in origineel en Duplicaat, neevens de door den geweesene adigaar schuneman geformeerde schaade lijst na Batavia is overgezonden. Nopens de gunstige passeering van seekere obligatie Greot 700 pag: door den Gouverneur en raad van Nagapatnam ten behoeve van den overliedene Ed Hoop administrateur Mossel verleend, is verstaan Haar Hoog Edel„ „heeden nedrig dank te betuygen en tevens te dienen dat men geoordeeld hadt, dat de weduwe, als Erfgenaam 281. om de kelve over te schrejven derselve gel uid is, roferte aan de briefvan den 14 Maart n0 p=s de verantwording van de groote Eens te Nagapalnam, Erfgenaam van haar overleedene man het regt waar toe de werduue neor hadt, hadde daar meede nawelgevallen te handelen; om welk reeden men dan ook getreeden is, tot de afbetaaling van voorsz obligatie: die op op an engels koopman Amons, 2 Tames Amos Koopman op Madras, toffens gevolmagtigde van de weduwe Mossel, en uijt en wanneer de eersc hrijving dien hoofde almeede deselve in betaaling had gevorderd, onder natificatie teffens dat de obligatie is overgeschreeven geweest op den 4 february 1788. Nopens de verantwoording van de groote kas te Nagapatnam is verstaan zig te refereeren aan het gedetailteeerde bij het beantwoorde Extract Patriase Generaale mis„ „sive van den 12. december 1786. geinsereerd in onse needrige brief van den 14. maart dee zes Den 19 September 1739 Jaars op r Edel„ dinen als e napens het remboursement van de afbehaalde pr/o 278 aan de Execu„ „teurd van de verpe„ word de reeden daar van eer hiede aangetoond, Jaars En ten aanzien van de door Haar Hoog Edel„ „heedens gedisaprobeerde afbetaaling van pr/o 278 10. Executeurs in den boedel van den over„ aan de „leedenen Capitain Irgineur Samuel Sonrard De veije, uijt hoofde met specificq genoteerd was, waar uijt eijgentlijk die pretensie resulteerde met last tot remboursement en overwijsing aan de Engelschen, is verstaan eerbiedig aantemerken, dat welm Haar Hoog Edelheedens bij Hoogstderzelver gevene „reerde secreete missive aan het Ceijlons ministert in dato 10 September 1784. heb„ „ben gelieven te ordonneeren, om alle de Crediteuren van het Nagapatnams Pori„ „vernement te laaten voldoen, het geen ook bij - den 19 September 1789 breif 283. Den 19 September 179 de betaaling is op een ordonnantie gesohud, Examineerd brief van den 30 Juny 1785 aan de Heer Blaankamer als hoofd der natie, en den raad is aangeschreeven, gelijk hier op dan ook geres„ „tigd is, het besluijt deeses Raads van den 26. September 1786: om namentlijk alle ordonnantien van die natuur te laaten betaalen, dat is, alle die wettig en door den Gouver„ le „neur van Slessingen behoorlijk geteekent zyn Onder verdere eerbiedige notificatier dat deese afbetaalde schuld aan den boedel, wijlen den Capitain De veije bestond, in eene or„ „donnantie de dato ultimo Julij 1781: diver den end door de politoque lerden g' Heer Gouverneur van vlissingen geteekend, behelsende het betaalde door gem: Cap:n Ingenieur aan de Coelijs, voor het uijtdiepen van den buyten ard d eerd staan aan 2
English
to pass, because the English have rejected the claims made here upon the Honorable Company at various times. 19 September 1789 outside the town moat from the bastion Duursteede to the aforementioned Oranje, and that this deepening has truly taken place, and was examined by commissioners from the Council of Policy, which is known to various members of this Council; the lawfulness of the debt having been proven, one did not hesitate in making that satisfaction, considering the orders cited above; wherefore it was also agreed to humbly request Their High Noble Excellencies favorably to pass this payment, the more so because one knows by experience that the English have rejected with indignation those who had addressed themselves to them with claims at the expense of the Honorable Company, adding that they had indeed come 108 to make booty according to the law of war, but not to pay the debts of those they conquered. Under the Head of Toll Affairs, it was approved and agreed to answer Their High Noble Excellencies that, pursuant to Their most venerated order, the payment of the interest monies to the Armenian Merchant Shamier Sulthan will be effected according to the specified instruction, and at the same time to observe the remark made to that end and the indicated correction, with humble declarations that the trade servants have been recommended henceforth to be more attentive in calculating the profits in the yields. 19 September 1789. and in the meantime humbly to beg Their High Noble Excellencies for forgiveness regarding the mistake made in the yield of the sold gold, with the declaration that the same has been corrected in our improved Yield, sent over with our dispatches of 14 March via Ceylon. It was also agreed to give humble communication to the said Noble High Indian Government that the Persian gold quarter rupees received via the ship den Avond, according to the yield of the last of August 1788, have been disposed of at a loss of ƒ 804 12. —, which yield was also recently sent over among the enclosures via Ceylon. 707 And further humbly to thank Their High Noble Excellencies for the sent scrap silver amounting to ƒ 41: 16: 8, with the notification that the pieces of eight mentioned alongside it were not received here, and that the same are also not listed on the Bill of Lading invoice. While it was furthermore approved to notify Their High Noble Excellencies most humbly that, having sent seven bars of the gold brought by the ship Horssen to Madras for sale, the merchants there refused to accept them against the calculated fineness, for which reason it was resolved to hold them back, and to give notice thereof to Them, with the further note that the English Assayer refuses to give proof of his found assay, with the request for the honored orders of Their High Noble Excellencies as to how to act in this matter. Regarding the Fortifications, with respect to carrying out capital repairs at Fort Geldria, and the needless improvements to the civil buildings, it was agreed to assure Them most humbly that one will keep economy as closely in view as possible, and thus only watch that the same do not completely decay or collapse. And as far as the Carpentry and Repairs 289 are concerned, humbly to thank Their High Noble Excellencies for favorably passing our authorization granted to the chiefs of Jaggernaikpoeram and Bimilipatnam for the construction of various buildings; as well as for the granted repair of the Company's bleaching grounds at old and new Lakerpalium and Cammerpalium, with the assurance that one will proceed with all deliberation and economy regarding this article, and thus pay as little attention as possible to the continual proposals of the chiefs. Concerning the Taxes and Compensations, it was agreed to answer Their High Noble Excellencies respectfully that the [illegible] 19 September 1789
Dutch transcription
te passeeren vermit de Engelschen de prisen„ hien op d dE: Comp:s aan versChije afgeweesen hebben, Den 19. September 1789 buijten stads gragt van het bastion Duursteede tot de vorr:s orange, en dat deese uijtderping waarlijk is geschied, en door gecommitteerdens uijt den raad van Politi geexamineerd, dat diverse heeden deeses raads bekent is des etigtin de erkoee elen Duis de wettigheid der schult gebleeken zijnde, men niet geresiteert heeft in die vol„ „doening gemerkt de arders booven gealegu¬ verzoek om de ze kitoeling gunsterd; waarom men dan ook verstond Haar Hoog Edelheedens onderdanig te verzoeken, die ze betaaling gunstig te passeeren, te meer men bij ondervinding weet, dat de Engelsen met verondwaardiging hebben afgeweesen die geene, welke met pretentien ten lasten van D E: E Comp=e zig by Eens haekden geaddresseerd, onder byvoeging dat zij wel gekoomen 108 „woorden dat de intrest penn aan schamier sult haer na de ordre nodige aan beveken bij de rendementen van het verkligte zoud gekoomen waren om volgens het regt des oorlogs buijt te maaken, maar niet om de schulden van hunne overwonnene te betaalen Onder het Hoofdeel van Told Zaaken, beslegt de Huijsbose t mnt„ is goedgevonden en verstaan Haar Hoog Edel zulden voldaan worden, „heeden te andwoorden, dat men ingevolge Hoogstoderzeliver zeer gevenereerde ordre de uijtbetaaling der intrest penningen aan den Armanisch Koopman Shamier Sulthan zal doen geschieden, na de bepaalde last, en tevens in agt neemen, de ten dien eijnde gemaakte remarque en het aange„ „weesen redres onder ootmoedige betuijging van de wijte eteneins is het dat men de negotie bediendens gerecomman„ „deerd heeft, om voortaan oplettender in het nepens de bereekening der winsten bereekenen der winsten bij de rendementen den 19 September 1789. te de dens ken al Haar deeze gelsen men abuijs en men heeft een aurbeterde ren„ dewaart &e Ceilon afge zonden, zo meede het rendement van de ver„ kogt goude gelaart ve begien„ Den 19 September 1789. zy vraagen erocuis of het begaan te weesen, en intusschen Haar Hoog Edelheedens needrig om verscherning te verzoekten, weegens het begaan abuijs bij het rendement van het verkogte goud, met betuijging dat het zelve geredresseerd is, bij ons verbeterd Ren„ dement; overgezonden per onze depeches van den 14. Maart over Ceijlon 6 Ook wierd verstaan aan welmelde p Edele Hovge Indiasche regeering needrige Communicatie te geeven, dat de per het schip den Avond ontfangene persiaanse goude quart ropijen blijkens rendement van ult=o Augs 1788 van de hand gezet zijn, met een verlies van ƒ 804 12. —. welk rendement al„ „meede Jongst onder de bijlaagen over Ceijlon afgezonden is 707 uijtschot zilver, zijnde zyn dezelve den Cap:n Pas ten last gebragt, bevondene different in het gehalte van 7. staven goud, onede te handelen, En voorts Haar Hoog Edelheedens ootmordig dan abetuijging over het gezondene bedanken voor het gezondene uytschot silver bedraagen van ƒ41: 16: 8, met bekendstelling de topostitbekan met ontfangen dat de daar neevens gementioneerde kopstukken hier niet ontfangen zijn, en dat dezelve ook niet op het Cognoissement factuur bekend te ten Houder.— Terwijl wijders nog goedgevonden is, aan Haar Hoog Edelheedens nedrigst te molificeeren, dat men seeven staaven van het met het schip Horsen aangebragte goud ter verkoop na Madras gezonden hebbende, de Koopliedent aldaar de zelve tee„ „gens het aangereekende gehalte niet wilden accepteeren, waarom men beslooten heeft die verbuek om onder hedng door aante houden, en Hoogst dezelve daar van den 19 September 1789 kennis 5 ship schip verzeekering dat Capitaale vepa„ „ratien verstaan zullen gemenageerd worden dankbetuijging voor de passeering aan diera timeragt en te packlen Den 19 September 179 kennis te geeven, onder verdere Notitie, dat den Engelsen Essaijeur gens bewijs wil geeven van sijn bevonden Essaij, net verzoek om de geeerde ordres Haarer Hoog Edelheeden, hoe hierinne te moeten handelen Betroffende de Fortificatien met opzigt tot het doen van Capitaale reparatien 6 aan het fort Peldria, en de noodeloose ver„ „beteringen aan de Civiele gebouwen, is verstaan Hoogst dezelve nedrigst te verzeekeren, dat min de menagie zoo na mogelyk in het ove zoel houden en dus naar alleen waaken, dat deselve niet geheel en al koomen te vervallen of inte storten En wat ale Timmeragie, en Reparatie aan be langde 289 dering dieningens, gem d Commesan ten aanbelangd, Haar Hoog Edelheedens ootmoedig te bedanken, voor de gunstige passeering omtrend en onder welke bedene in zee„ onse gegeevene qualificatie aan de opperhoofden van Taggernaikpoeram en Bimilipatnam tot de Extructie van diverse gebouwen; zoo de geaccordeerde verholping meede weegens van 'sComps bleekenijen op oud en nieuw Laker palium en Cammerpalirum, onder verzeekering dat men omtrend dit articul met alle overleg en spaarsaamheyd sal te werk gaan, en dus op de geduurige voordrag„ „ten der opperhoofden, zoo min moogelijk, reflectie slaan Dat de Belastingen en Vergoedingen de bijerekningens van niem betreffen, wierd verstaan Haar Hoog Edel hee„ „sen eerbiedig te antwoorden, dat de leger reet Den 19 September 17879 van _o tien allen tie ng de
English
19 September 1789 have already been presented via Ceylon to Their Right Excellencies from the titular merchant Simons, junior merchant Teekle, and bookkeeper Hasz. Likewise, the pay books covering 1787/8 are to be presented to Their Right Excellencies via Ceylon, with the notification that the ledger copies of the years 1779 and 1780 have not reached us. Regarding the reflection made by Their Right Excellencies concerning the disorderly arrangement of the provisional demand of 15 October 1788, it was approved and resolved to ask Their Excellencies respectfully for forgiveness on that account, and at the same time to attest that the trade officials were indeed earnestly commanded to act in that matter according to the orders, and it is trusted that the one now being transmitted will meet with approval. In like manner it was resolved to express to Their Right Excellencies the particular regret of this Council that this Coast could not be provided with more of the desired spices, considering the meager harvest thereof on Banda; and no less their pain that, through ignorance of the circumstances of the Spice Islands, they brought a sensitive rebuke upon themselves, concerning which it was deemed best to ask Their Excellencies humbly for forgiveness, and at the same time to pray that They may please consider that the demand was drawn up according to a calculation of what could be traded here, with the fulfillment of which one had flattered oneself, with the sale as well as the collection, this being the sole purpose that this Council had in mind. But since the 80,000 pounds of cloves demanded from here were in proportion to the demanded nutmegs and mace, it was resolved to express to Their Right Excellencies regret over having received once again such a large quantity of cloves with the ship Horsen, considering the large remnants thereof still on hand, with which one does not know what to do without a proportionate quantity of nutmegs and mace. 19 September 1789 While it was further resolved to thank Their Right Excellencies very humbly for the sending of 13 sailors, declaring at the same time that although these men are certainly needed here, it was nevertheless judged best to send them back, because these men were all in debt, and the dearness of all necessities at this place made it impossible for them to subsist on their meager pay, and they, being exposed through lack of necessities to the temptation of desertion, might come to turn to that. Concerning the domestic administration, and specifically regarding the former secretary of the Orphanage Broerius Brouwer, about the accounting of the outstanding orphanage funds, it was resolved to reply most humbly to Their Right Excellencies that this has already been dealt with at length in our humble letter of 14 March last past; and at the same time to request as before on his behalf to please make a favorable disposition upon his humble petition, since he has promised to ensure that his promise would be answered. With further respectful notification that among the annexes to our cited last letter via Ceylon, the statement of accounts of the Negapatnam Diaconate Cash Fund from the year 1781 to the year 1787 was most humbly presented to Their Right Excellencies; while it was further resolved to transmit likewise to Their Excellencies per the ship Horsen those of the following financial year 1788, together with the booklets and statement of accounts of the Orphanage of 1785/7 and 1787/8. In continuation of this, it was also approved and resolved to thank Their Right Excellencies most humbly for the approval of the write-off of 4,000 guilders to the Orphanage here, and at the same time to communicate that the Orphanage has settled this debt through the claim of the deceased Captain Gijsbertus Zeegelaar on the Company, amounting to
Dutch transcription
ziyjn niets of Ceijln H: Hoog Edelh„ ov Coijla aangebeden, afge zonden worden, hier meet ontfangen, te vraagen excuus ofr de slordige in„ „rigting van den provisioneelen Eijsch de nogotie bediendens zijn daar o gene procheeren Den 19 September 1789 van den titulair koopman Simons, on„ der koopman Teekle, en boekhouder Hasz reets over Ceijlon Hoogst dezelve zijn aange„ „booden. Boeken zo nend e eneglete ven „ De lijkenwijs ook de Zoldij de van 17 1/8 ulten mede Cepn an 17: staande de van 178 7/8. meede over Ceylen Haar Hoog Edelheedens aangebooden te worden, . de slapers van 1779 en 1780 zijn onder notificatie teffens dat de slaapers van A:o 1779 en 17810 ons niet geworden zijn: Ten aanzien van welmelde Haar Hoog Edel„ . „heeden gemaakte reflectie nopens de slordige inrigting van den provisioneele Eijsch van den 15 october 1788, is goedgevonden en ver„ „staan, dierwegens Hoogstdezelve reverente„ „lijk exocus te vraagen, en leevens te be„ „tuijgen dat men de Negotie bediendens wel die 291 geen meerder gewilde specerijen is voorzien„ Den 19. September 1789 wel Ernstig aanbevoolen heeft, om daar omtrent na de ordre te handelen, en vertrouwen dat de thans overgaande na genoegen zal be„ „vonden worden. Ingelijker voegen is verstaan Haar Hoog leedwosen of, dat di de Cust met Edel heeden het bijzonder leetweezen der zes Raads te betuijgen over dat deese Rust 1 met geen meerder gewilde specerijen radt kunnen werden voorsien, gemerkt den geringen oogst derzelve op Banda; en operbeken nrouw onge dan niet minder derzelver smerte, dat men zig door onkunde van de omstandigheeden Eijlanden een gevoelige remarque der speceryen heeft op den hals gehaald waar over men aleerder goedooord Hoogt dezelve onderdanig om vergeeving te versoeken, en teffens te bidden, dat wel warom zulke oppnstlijt gij chied in, de zelve _ van Edel„ te„ 2 en de betuigene ande len e de on „vangst alhier van een groet quantiteit magesen, daar er nog een groot restantien a, dezelve gelieven te considereeren, dat die Eysch is ingerigt na een Caeloulatie voor het geene men hier zoude kunnen omzetten door welkers voldoening men ons geplatteerd hadt, met de spluijking zoo wel van den verthier, als inzaam, zijnde dit eenlijk het doel wil waar op deesen raade geslavoogd heeft Dan dewijl de van hier g'eyschte 80000 b Nagulen in pro portie waren van de g'Eyschte Nooten en foelij, is verstaan Haar Hoog 1009 Edelheeden het leedweesen te betuygen over dat met het schip Horsen wederom soo en groote quantiteijt nagulen te hebben ontfangen, ingesien de groote restanten daar van nog aan handen, waar men geen raad meede weet, sonder een geproportioneerde erelheid van nooten en foely den 19 September 179 Terwijl 293. Den 19 September 1739 13 mattrooben, Terwijl wijders verstaant wierd Haar Hovg dankbetuijging voordegn kandene Edelheedens seer nedrig te bedanken, voor de zer„ „ding van 12. mattroosen, onder verklaaring. „ teevens, dat schoon men die manschappen hier seeker wel benoodigt is, men egter best geoordeelt hadt, haar weder te rug te zenden, en waarom 3 wijl die menschen alle opschuld reekt liepen, en de duurte van alle noodetruft ter deeser plaatse het voor haar onmoogelyk maakte van hunne gevinge bezolding te kunnen. bestaan, en sij somtijds door gebrek aan het noodige, voor verleijding van desertie bloot staande, daar toe mogten koomen overte„ gaan, Concerneerende de Huijselijke Bestelin en anbien van de esoamen gelden „gen, en wel ter aansien van den geweesen Lecretaris 5 rs de Eyschte en gen, 1 foely yl Hove Hoog Zen & Cs Brouwer, C go chraeen verdoek ome een gunstig des porti daar op tenemen, de start oet ovan de de op Coes van Oppst tot 1787. zijn of Ceijlon nagegaan, Den 19. September 1739. Seccetaris van de weeskamer Broerius Brouwer ser verantwoording aan den ge:s no pens de verantwoording van de uijtstaande wees„ es reet df Ceilon briedvoerig kamer gelden, is verstaan Haar Hoog Edelhee„ den needrigst te repliceeren, dat men reets dier „weegens in het breede gehandelt heeft, bij nee„ „dorge letteren: van den 14 Maart P=o L; en te gelijk te versoeken, als nog vooren van wee„ gen denselven, een gunstige dispositie op syn gedaane nedrige instantie te willen neemen, terwijl hij beloofd heeft, te sullen sorgen, dat aan sijn belofte zoude beantwoorden Het verdere eerbiedige notificatie, dat onder de bijlaagen van onse geciteerde laaste massive over Ceijlon Haar Hoog Edelheeden needrigst aangebooden zijn, de staat reek van de Nagapatnamse Diaconij Cassa van Ao 1781 5 191 Den 19 September 1739. aanbiding die van 1787e7 met het ochit korden, van de afjavr van Asohoo aan de„ meskamer, A:o 171., tot Ao 1787: Terwijl men wijders ver„ „stond, per het schip Horsen Hoogst dezelve almede te doen toekoomen, die van het vol„ „gende boekjaar 1788. beneevens de boek jes neevens de boeken Eito van de wees„ Kamer, in staat reekening van de weeskamer van 178 5/7. an 178 7/87. Den vervolge deeses wierd nog goed gevonden dankbetuyging voor de parsering en verstaan Haar Hoog Edelheedens needrigs. te bedanken voor de passeering van de afgaaie van p/o 4000. aan de weeskamer alhier, en tevens hodang de schuid wossendie, te communiceeren dat de weeskamer deese schuld vereffend heeft; door de pretentie Sijsbertus van den overleedene Capitain Zeegelaar op de 6 Compagnie groot 6 aan „ „ zn e gen, 1 laaste van 1781
English
1472. 10. 26 to claim from the Company, demonstration of the legality of that claim, in principal Holland guilders 4413. 10. 5, or with 14 percent rebate Holland guilders 3071. 11. 26, add to this the interest on the said sum for the period of 7 years, 6 months, and 25 days at 1/2 percent per month, 1758. 7. —, together Star pagodas 629. 18. 26. And that the estate of the said Zeegelaar therefore still had to claim from the Honorable Company a sum of Star pagodas 1472. 10. 25 according to the account dated the last of May 1789, which it was understood should be respectfully offered to Your Right Excellencies in copy among the enclosures of the letter to be dispatched per the ship Horssen. And concerning the legality of this claim, most humbly to answer Your Right Excellencies: The 19th of September 1789 that this debt of the Honorable Company consisted of a liquid bond dated 6 November 1781 granted by the Governor and Council at Nagapatnam to Captain Zeegelaar on account of cash money lent by the said Zeegelaar to the Honorable Company, so it was assumed, subject to correction, that the same can be claimed from the Honorable Company, and not from the English. Regarding the disbursement of 190 pagodas to the Bimilipatnam Chief Heshusius for his traveling expenses, which was disapproved by Your Right Excellencies, it was agreed to reply to Your Right Excellencies in all deference: that, detailed information having been given thereof, that Chief had waited until the month of February to depart either with the Company's sloop the Herstelling or by a private vessel, but no opportunity had presented itself to him. And since the bad monsoon at Bimilipatnam had ended, he was necessarily required there to promote the collection and trade, so that one proceeded to make the advance for that reason; calculating the sum in proportion to that which was allowed to Chief Vrijmoet from here to Palicol in 1767, which in good conscience was judged to be no more than just sufficient. While it was furthermore agreed humbly to testify to Your Right Excellencies that one would not be able to prove the legality of this advance by any orders, The 19th of September 1789 because one is destitute of instructive papers, yet to request permission of Your Right Excellencies to be allowed respectfully to demonstrate that the Company ought to convey its servants free of expense to their appointed post, provided no excesses are committed on the part of the servant, which has been prevented in this instance by the granting of a fixed sum. But since there has been no opportunity to convey the said Heshusius to his post in another and less expensive manner, one most submissively requests that it may favorably please Your Right Excellencies to pass this made advance, as well as to provide this Council with the necessary orders as to how they must behave in such cases henceforth. And at the same time to assure Your Right Excellencies that, pursuant to Your Right Excellencies' highly revered order, one will request the instructive papers for the Fiscal from Ceylon at the first opportunity. Subsequently it was resolved to express to Your Right Excellencies the regret of this Council that the demonstration of the necessity for retaining one and a half companies of sepoys could not carry the pleasure of Your Right Excellencies; and since the retention of those paid men, as well as of the peons, rests upon absolute necessity, The 19th of September 1789 it was agreed most humbly to request Your Right Excellencies to approve the same, under the assurance to be given that one is constantly working with all zeal to fulfill Your Right Excellencies' honored intention in looking after the true interest of the Company. And at the same time to request that you be persuaded that the number of peons has been reduced to the most indispensable minimum, and therefore no further reduction can be made, unless to the detriment of the Company's service. To the question of the aforementioned Your Right Excellencies regarding the estate of the late Chief Administrator Mossel, as to how far the same could be judged liable for the deficit in the main treasury, and with respect to the monies remitted by the said Mossel to his brother Pieter Mossel in Amsterdam, it was agreed to answer Your Right Excellencies that, pursuant to Your Right Excellencies' highly revered order, one has already given the necessary information on that matter to the Right Honorable and Most Respected Lords Majors, and that also appearing in this respect by Extract of the Batavia General Letter of the 12th of December 1786 § 437 and § 438 and inserted in our humble letter of the 14th of March last, answered in the margin, to which we respectfully refer.
Dutch transcription
r„o 1472. 10. 26. van de Comp:e te poreken, darer aantooning van de wettigheijd dier Herelenk, Hol Of 4413. 10. 5 dan wel met 14 prc o rabbat H: H. 3071 1126 voege hier bij de intressen op gem som voor den tijd van 7. Jaaren, 6. maanden, en 25. daagen â ½ prC:o 'smaands „ 1758:. 7: —: Opfr te Zaamen - - - - - - - - Ater p„ 6 29 18 26. de boedel van Zeegelaan hafft nog en dat de boedel van gem zeegelaar dus nog van DE: Comp=e te pretendeeren hadt, een somma van ster pagooden 1472. 10. 25 vol„ „gens reekening de dato ultimo Meij 1789 welke men verstond in Copij onder de bijlaagen van de per het schip Horsen aftegaane brief, Hoogstdezelve erbiedig aante bieden En ten belange van de wattigheijd deezer pretentie Haar Hoog Edelheeden needrigst aan Capitaal Den 19 September 1789 £ 247 Den 19 September 1739. opperh Hos husicis, te antwoorden, dat deese schuld van D E: Comp e „bestond in eene liquide obligatie de dato 6 No„ „vember 1781 door de Gouverneur en raad te Nagapatnam aan den Capitain Zeegelaar a verleend, weegens geleende Contante penningen door gemelde zeegelaar aan D E: Maatschappij dus men /: onder correctie:/ veronderstelde, dat dezelve van DE. Compe, en niet van de En„ „gelsen kan worden gepretendeerd. Betreffende de door Haar Hoog Edel,„ nofens de reijsongelden van het „heedens gedisapprobeerde afgaave van 190 pCo aan 't Bimilipatnams opperhoofd Hes husius, voor zijne gedaane reijsongelden, is verstaan worden meden daarvan gedtailend, Hoogstde zelve in alle eerbied te repliceeren, dat dat opperhoofd tot de maand februarij gewagt hebbende om met 'sComps Chialoup de Herstelling, dan ge e 10:5 11: 26. 1826 gt 1 vervolg Den 19. September 1789. dan wel per een particuliere vaartuijg te ver„ „trekken, hem geen gelegendheijd was voorge„ „koomen. En vermits de quade mousson op Bomilipatnam afgeloopen was, hij genoed„ „zaakelijk tot het bevorderen van den inzaam en verthier aldaar vereijscht wierd, dat men dus om die reeden tot de verstrecking is over„ „gegaan; calculeerende de somma van praportie van het geen aan het opperhoofd vrijmoet van hier tot Palicol in 1767 is gevalideerd, het geen men na gemoede 5. oordeelde, dat niet meer als even toerijkin„ de zoude zijn. Terwijl alverder verstaan wierd Haar Hoog Edelheeden ootmoedig te betuijgen dat men door geene ordres zoude konnen probeeren. de wettigheijd van deeze verstrekking „ 299 3 Den 19. September 1719. be passeeren, en de zen raade te voorsien met de noodige ordres in zulken gevalle, verstrekking, uijt oorzaak men van in „structive papeeren destitut is, egter Hangst dezelve verlof te verzoeken, van in eerbied te moe„ „gens vertoonen, dat de maatschappij hunne dienaaren kosteloss op hunne bescheijdene post diende te besorgen, mits 'er van de zijde des Dienaars geen excessen begaan worden, het geen door het toeleggen van een vaste som„ Dan dewijl „me bij deeser geprevenieend is; ter geen geleegendheijd is geweest gemelde Heshusius op een andere en min kostbaart wijse op sijn post te bezorgen, men onder „ verzoek om die ongelden gunstig danigst verzoekt, dat het Hoogst de zelve zunstig mogte behaagen deeze gedaane ver„ „strekking te passeeren, mitsgaders deezen Raade te voorzien van ordres hoedanig zij zig s 60. ge¬ z zaam ken aan de instructive pappiren voor den fiscaal zullen van Ceijlon verzogt evonden. der siberaijd, niet heeft moogen eagdraagen, die egter nevens de pions noodzaak„ ajt zijn Den 19 September 1759 zig voortaan indiergelijke gevallen zal moeten gedraagen. En tevens Haar Hoog Edelheeden te verzee„ „koeren dat men ingevolge de seer gevenereerde 1 ordre van Hoogst dezelve bij eerste geleegend„ 1 1 „heijd de instructere papieren voor den fescaal van Ceijlon zal verzoeken. ledene aardot de demontaate Vervolgens wierd geresolverd Haar Hoog¬ „ Edelsheedens het lestweesen deeses raads te betuijgen over, dat de demonstratie van de noodzaakelijkheijd ter aanhouding van Een Het genoegen Haarer Hoog Edel„ en Een halve Compe sipais, het genoegen van Hoogstdezelve niet hadde moegen wegdraagen en daar de aanhouding van die besoldelingen zoo wel, als van de prons¬ op de volstrekte noodzaakelijkheijd steund is 301. roduceeren den overleedene Hoofdadministrateur Mossel is verstaan Haar Houg Edelheedens needrigst te versoeken, de zolve te approbeeren, onder onderwelk erlenkrng ng ton„ te doene verzeekering, dat men steeds met allen ojver werkzaam is, om aan Hoogst der zelver geeerde intentie in het be„ „hartigen van sComps waare belang te voldoen En teffens te verzoeken gepersuadeert het getal der bions in neet te te willen zijn, dat men het getal: der pions tot op het onontbeerlijkste heeft ge„ „reduceerd, en ter dus geen nadere dimunitie, ten zij ten nadeele van 'sComp dienst kan werden gemaakt Op de vraag van meerm: Haar Hoog ten aanzien van den boedel van Edelheeden ten aanzien van den boedel van den overleedenen Hoetdadministrateur Mossel, Den 19 September 179 in oeten zee„ eerde scaal N te an d Amsterdam overgemaakt, ineken Den 19. September 17829 in hoe verre de zelve aanspreekelijk konde geoordeeld worden, voor de te kort koming en de geden aan lijn bonden t op de groote Cas, en met opzigt tot de geli„ „den door gem Mossel aan zynen broeder Pieter Mossel te Amsterdam overgemaakt, des mets het noodig & Ceijlon den 's verstaan Hoogstdezelve te antwoorden, dat men ingevolge welderzelver zeer gevenareerde ordre de Hoog Edele Hoog Agtbaare Heeren Majores durwegens reets de noodige kin„ „nis heeft gegeeven, en dat ook ten deesen respecte voorkoomende bij Extract Batria„ „sche generaale missive van den 12. decem„ „ber 1786 § 437 en S 438 en geinsereerd in onse needrige van den 14. Maart laastleeden, in margine beantwoord, waar aan men ons eerbiedig refereerd Haar e
English
303 19 September 1789 Regarding the annual minting of Japanese bar copper, a specific answer is given. Their High Nobilities having further ordered to report the quantity of Japanese copper minted annually, as well as the excess quantity over 168 pieces of dabboes calculated from the purchase price of the copper struck into a pagoda, it is resolved to answer respectfully: That at Jaggernaikpoeram in the year 1785/6, 60 bhaars of Japanese copper were minted, which purchase costs at 89 pagodas 19 7/8 fanams per bhaar amounted together to 5389 pagodas 1 1/2 fanams. These, at 168 dabboes for one pagoda, make 905362 1/2 dabboes. While 60 bhaars of copper yield 960840 dabboes. Thus, the excess gives a number of 55477 1/2 dabboes. The interest on the borrowed capital of Shamier Sultan. Which turned out to yield substantially more dabboes per pagoda, Bimilipatnam being equal to Jaggernaikpoeram, except that scarcely as much copper is minted there, as in the year 1785/6 no more than 51 bhaars, and in the year 1786/7 55 1/2 bhaars were processed in the mint. Likewise, regarding the additional capital taken from the Armenian merchant Shamier Sultan to an amount, together with the previous debt incurred by the Nagapatnam Government, of 100000 rixdollars, of which, pursuant to Their High Nobilities' very esteemed orders, the interest—namely on the cash amount of rixdollars counted in the treasury—will be paid annually to him, or to his order or heirs, at 14325 star pagodas annually here, and charged to Batavia. 19 September 1789 315 19 September 1789 Concerning bookkeepers or clerks; for the favorable disposition regarding the aforementioned persons. Regarding the ordered reduction of the company servants, it was resolved and decided to reply most humbly to Their High Nobilities that there are no superfluous bookkeepers or clerks here, but that due to the increase in paperwork, those at hand are absolutely necessary, considering the order to provide the minor chambers, as well as Amsterdam and Zeeland, with all documents. It is further resolved to thank Their High Nobilities most humbly for the favorable decision taken regarding the quartermaster Joseph Jacobsz, the bookbinder's journeyman Lucas Jacob Manuels, and the widow of the mint's gatekeeper David Davidsz. Reference to the answered Home Government missive of 15 May 1784 regarding the request of De Neijs; the order given regarding Major Hazelman shall serve for information. 19 September 1789 And with regard to the petition of the former chief of Sadras, Mr. Jacob Pieter De Neijs, it was resolved to answer that in the year 1786, in response to the extract of the Home Government General Missive of 15 May 1784, it was already answered that what was alleged therein was the complete truth, and we therefore request to be allowed to refer to that. While concluding the reply to Their High Nobilities' aforementioned very revered missive, it was further resolved to express most humble thanks to Their High Nobilities for the information given of their resolution regarding the former Major Hazelman, with the assurance that the accompanying order given would serve for our guidance. 107 Pas for some necessities on behalf of his vessel. After this business was formally concluded, a petition was tabled by the Governor from the captain of the Company's ship Horssen, George Philippus Pas, lying at anchor in the roads here, containing a request for some necessities on behalf of that vessel, reading as follows: Insertion of that petition: To the Right Honorable Nicolaas Sadelaar, Senior Merchant and Governor of this Coast of Coromandel and its dependencies, together with the Council. Right Honorable Sir and Gentlemen, The captain of the Company's ship Horssen lying at anchor in the roads here, 19 September 1789 George Philippus Pas, very humbly requests Your Right Honorables that the following may be provided on behalf of his vessel, namely: The monthly wages to the seafarers assigned to the said vessel, as well as to the nine crew members who were sent on board from this place. The necessary caulkers to properly caulk the ship. Having the galley ware repaired and tinned. And further as much rice as has been provided to the caulkers. Which doing, etc. Was signed: P. P. Pas. Approval in both matters; reading of a request from the former Major Hazelman. Thus it was approved and resolved to accede to his request and consequently to have all the aforementioned requested items supplied to him. After this was read a petition by the former Major and head of the militia at Nagapatnam, Johan Ernst Gottlob Hazelman. 19 September 1789
Dutch transcription
303 Den 19. September 179 het Jaarlijks vermunt werdende Japans staafkhoper, word secificq g'antwoord, Haar Hoog Edelheeden wijders bij I. J= gelast on de wog: E: Hoog dit wofende hebbende om op te geeven de hoeveelheijd van het Jaarlijks vermunt wordende Japans koper, mitsgaders de meerdere quantiteijd van 168 stuks Dabboesen, als uijt de uijtkoops waarde van het koper tot een pagood geslaagen wor„ den, is verstaan eerbiedig te antwoorden Dat er op Jaggernaikpaeram in anno 178 7/6 60. bhaar kooper Japans vermunt is, welke uijtkorps a p a/o 89: 19 7/8 de bhaar pr%o 5389. 1½. te samen kosten. - Deeze met 1601 voor een pagord Terwijl 60. bhaar kooper uijtleeveren. . . 960840. ƒ Lus het meerder geeft een getal maaken uijt - - - - - - - - dabb: 905362: ½ van. . . . . . . Dabboeden 55477 ½. Het 6 oeder de ria„ em„ leeden, ons : den intrest op het geligd Capitaal van Hanner Sulthan, Het welk ruyjm taat dabboesen per pagord meer quam uijttewerpen zijnde Bimilipatnam gelijk aan Jaggernaikpoeram, uijtgenoomen dat 'er schaars zoo veel koper vermunt wordt alsoo 'er in het Jaar 1787/6. , niet meer, dan 51: bhaar, en in ao 178 6/7: 55½. bhaar in de munt is verwerkt Gelijk meede weegens het meerder genootent Capitaal van den Armenisch Koopman Schamier Sulthan tot een bedraagen met de voorige schuld door het Nagapatnams Pou„ „vernement gemaakt, van 100'000: Rijxdaalds waar van mens ingevolge Hoogstder zelven seer g'eerde orders, den intrest namentlijk van het in Cassa getelde bedraagen van rijxdaalts znl jarlik m de order erden an daan wel op po/o 14325. Jaarlijks aan Den 19 September 1789 hem 3 15 den 19 September 1789 thouders of pennisten, voor de facorable dispositie ten aanziin van nevens. gem & verkoonen hem, dan wel ordre of erve in ster pagooden alhier zal voldoen; en Batavia aanreekenen Betroffende de g'ordonneerde Preoductie der mistorft hen gen erslie ek Dienaaren wierd geresolveerd en ver„ „staan Hoogstdezelve nedrigst te repliceeren dat men hier geene overtollige boekhouders nog pennisten heeft, maar dat door het vermanogvuldigen van het schrijffwirk de aanhanden zijnde absolut noodzaakelijk zijn; gemenkt de ordre om de kleijne kamers zoo wel, als Amsterdam en Zeeland, van alle papieren te voorzien Alverder is verstaan Hunne Hoog wwwd: H: Hoog Edek: dan ete betuijgen Edeleheedens seer needrig te bedanken, voor de favorabele dispositie omtrend den Joseph Iacobsz, den quartiermeester boekbinder man tene de Per„ seer van referte aan het beantwoord patrascte befroct van den 1. Mey 782. „nopens het requst van de drap„ de gegeevene last meg. de majoor Hazelman, zul tot narigt dienen, den 19: September 1789 boekbinders g zel Lilcas Jacob Manuels, en de weduwe van den portier der munt David Davidsz genoomen T En ten aanzien van het request van het geweesen opperhoofd van Sadras Mr Jacob Pieter De Neijs, is verstaan te antwoorden, dat men reets in a:o 1786 bij het Extract Patriasche Generaale missive van den 15 meij 1784 heeft geantwoord dat het gealligueerde daarin volkoomen de waarheijd was en dus versoeken ons daar aan te moogen gedraagen Terwijl ten besluijte van de verantwoording van voormelde Hunne Hoog Edelheedens zeer gevenereerde missive nog beslooten wierd Hergst dezelve seer needrig dank te betuijgen voor hot gegeeven berigt van welder zolier dis tessitie, O 107 Pas om eenige benoodigtheeden ten ke houe van zijn boden, ten aanzien van den geweesen Majoor Hazelman onder betuyging dat men de daar neevens gegeevene last, tot narigt zoude laaten daenen laaten Na dat de ze besoigne formeel afgeloopen gedaan verzonk van den Capitain was wierd nog door den Heer gezaghebber ter tafel overgelegd, een request van den Capi„ „tain van het hier ter rheede leggen de Philip Pas, schip Horsen Feorge behelzende verzoek om eenige benoodigsheeden ten behoeve van dien bodem luijdende als volgd: Jndertie van dat requist„ Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Nicolaas Sadama opperkoopman en gezaghebber deezer Custe Cormandel met den resorte van dien Neevens Den Raad Wel Edele Agtbaare Heer en Heeren Den kapitain van het alhier ter rheede leggend den 19 September 1719 sComps het 6 ob den act i dus gen ing zeer st etee n dt toestemming in het een en ander, leesing van een request van den geu majoor Hazelman, —. 's Comp=s schip Horssen George Philippus Pas, verzoekt. uwel Edele Agtbaarens zeer ootmoedig dat het volgende ten behoeve van zyn onder hebbende bodem mag warden verstrekt etc; als Poe de maanden aan de zeevaarende op gemelden bodem bescheijden, zoo meede aan de negen manschappen, die van deese plaatse na boord gezonden zijn, De noodige Calfaters om het schip behoorlijk te Cal„ „faaten Het laaten repareeren en vertinnen van het Combuijs goed En voorts zoo veel rijst als aan de Calfaaters is verstrekt geworden /:onderstond:/ T welk Doende & /:was geteekend:/ P: P: Pas Zo wierd goedgevonden en verstaan in het verzoek van denzelven te Condiscendeeren en dienvolgende hem al het voorm: g'eijschte te laaten verstrekken Hier na wierd geleezen een request door den geweezen Maijoor en hoofd der militie te Nagapatnam Johan Ernst Goalob Den 19 September 1789 Hazelman
English
1789 having salary to serve towards the satisfaction of a certain debt to the Honorable Company of his aforesaid predecessor Henk, amounting to pagodas 4094. 7 10. Hazelman, directed to this Council, tending to contain a request to have his salary, due from the Honorable Company from the year 1767 to 1781, serve towards the satisfaction of a certain warrant granted on the small treasury, amounting to pagodas 4049 7: 10- charged against his predecessor, the overseer of works Adam Godlieb Henk, because he is married in community of property with the widow; the said petition reading as follows: To the Right Honorable, Worshipful, Commanding Lord Nicolaas Tadama, Senior Merchant and Acting Authority of this Coast of Coromandel, with the resort thereof, etc. etc. Together with The Council Right Honorable, Worshipful, Commanding Lord and Lords Shows with much respect the former titular Major Insertion of that request, The 19th of September 1789 and to propose, and Head of the Militia at Nagapatnam, Johan Ernst Godlob Haselman, How he, since the year 1767 until the unfortunate surrender of the said place to the English in the year 1781, had left his salary with the Honorable Company to stand and accumulate, but has since entered into marriage with Rozina Willemina van Lawick, widow of the late overseer of works Adam Godlieb Henck. That before the surrender of Nagapatnam, a certain warrant amounting to pagodas 4049 7. 10. charged against his just-mentioned predecessor was outstanding at the small treasury, which amount the said his wife ought to have satisfied to the Honorable Company from the estate of her first husband. Then, since the petitioner now finds himself unable to satisfy the aforesaid amounts of pagodas 4049 7:10 to the Honorable Company, he very humbly requests Your Right Honorable Worships, following the example of the year 1780, when the widow of the then junior merchant and dispenser Jan Appengh was enjoined to satisfy pagodas 516. 4. 46 on account of lamp oil unaccounted for under the administration held by her said husband, that the same was offset against the deceased's salary due from the Honorable Company at that time; likewise, that it might be graciously settled against his aforesaid earned monthly wages; whereby Your Right Honorable Worships will infinitely oblige him. Subscribed: Which doing, etc. Resolution of that request: High Honorable Sirs: Thus, after resumption and deliberation of the same, it is approved and understood to favorably present the request of the said Major Hazelman The 19th of September 1789 Their 311 to propose, production of a second request from the said Hazelman, alongside a current account charged against the former Governor van Vlissingen, amounting to pagodas 740: 18: 76, with a request to receive the balance thereof disbursed from the gratuity moneys of the same, to Their High Excellencies, and to request Highest Their approval and order in this regard. Subsequently, the well-mentioned Lord Authority further submitted a second request of the aforementioned former Major Hazelman, annexed an authentic copy of a current account between the late deceased Governor of this Coast, the Lord Reynier van Vlissingen, and the aforementioned overseer of works Adam Godlieb Henk, dated the last of March 1780, with urgency that the balance of the same in favor of the last named, amounting to pagodas 740 18 76, might be disbursed from the gratuities, etc., standing due from the Honorable Company to the said Governor van Vlissingen. The 19th of September 1789 disbursed as follows: To the Right Honorable, Worshipful, Commanding Lord Nicolaas Tadama, Senior Merchant and Acting Authority of this Coast of Coromandel, with the resort thereof, etc. etc. Together with The Council Right Honorable, Worshipful, Commanding Lord and Lords, The 19th of September 1789 Insertion of that petition, etc.: disbursed; the said petition and account reading: 313. The 19th of September 1789 The former titular Major and Head of the Militia at Nagapatnam, Johan Ernst Godlob Hazelman, as husband and guardian of Rozina Willemina van Lawick, formerly married to the deceased surveyor Adam Godlieb Henk, makes known to Your Right Honorable Worships with due respect: That the former Governor of this Coast, the Right Honorable Valiant Lord Reynier van Vlissingen (may he rest in peace), as appears by this authentic copy of a current account accompanying in all respect, drawn up by the well-mentioned deceased Governor van Vlissingen, still has to disburse and account for the balance thereof to the humble petitioner's said predecessor, the Honorable Henk, a sum of pagodas 740. 18 76. And since the petitioner has understood indirectly that the said Lord Governor van Vlissingen still has some moneys due from the Honorable Company on account of gratuities, he therefore very humbly requests Your Right Honorable Worships to graciously allow the aforesaid sum of pagodas 740. 18 76 to be satisfied to him therefrom. Subscribed: Which doing, etc. Corrected 1779 February 9. May 31st 1780. March 6th the balance due - Corrected Current Account 1780 June 23: - ditto The balance in arrears in the account of today - - - pagodas 1438: 15: — The amount of woodwork delivered in kind, therefore the same is deducted from the calculation with . . - - - -- pagodas 890. 16 40. undermentioned calculation of [illegible] included for making the sepoy guard, peons' houses, wagon shed, etc. . . . . The amount of the purchased cargo of the bark De Hoop pagodas 5090 19 84 The purchased tharijn in Villepaliam New Nagapatnam pagodas 1500. –. –. at 6 percent agio. - - - - - pagodas 90. – –. – pagodas 1590 – – pagodas 9485. 6. 70. balance pagodas 740. 18 76. — Sum Pagodas 10226 4 26. The last of [illegible] Nagapatnam was signed: R: van Vlissingen; Lower: original account, Palliacatta the 8th -- pagodas 175: —. — The 19th of September 1789 before
Dutch transcription
789 hebbende gagie te doen dienen tot voldoening van zee ker s chuld an d E: Compe van zijn voorsztrat Henk groot p ƒ 4094. 710. Hazelman, aan diezen Raade gerigt, ten deerende behelkende verzoek om zin be goed verzoek om zijne bij de E: Compe te goed staande gagie zeedert den Jaare 1767 tot 1781 te doen dienen tot voldoening van zee kere andonnantie op de kleene geld Cassa verleend, groot popo 4049 7: 10- ten laste van zijn voorzaal den opziender der werken Adam. Godlieb Henk, vermits hij in gemeenschap van goederen met de weduwe getrouwd is; luijdende gemelde request dusdanig „ Aan den wel Edelen Agtbaaren gebiedende Heer Nicolaas Tadama, opperkoopman en gezag hebber deezer Custe Cormandel, met den resorte van dien Ho: Etc: Nevens Den Raad Wel Edele Agtb Gebeeden de Heer &e Heeren Vertoond met veel eerbied den geweezen Maijoor tit= Insentie van dat request, Den 19. September 1749 en s voor te draagen, en hoofd der Militie te Nagapatnam Iohan Ernst Podlob Haselman Hoe hij zeedert den Jaare 1767 tot den opgelukkigen overgang van gemelde plaatze aan de Engelschin in den Jaare 781 zijne gagie bij D E: Comp:e heeft laaten staan en voort„ „loopen dog zeedert in huwelijk getreeden is, met Pozena willemina van Lawick, weduwe wijlen den opziender der werken Adam Podlieb Henck. Dat voor het overgaan van Nagapatnam zeekere or„ donwantie groot po/o 1849 7. 10. ten laste van even gem zijn voor„ „zaad bij de kleine Cassa voortgeloopen hebbende, dat montant doen gem zijne huijsvrouwe aan D E: Compe uijt den boedel van haar eerste man hadde moeten werden voldaan Dan dewijl den suppliant zig thans in het onvermogen bevind, om voorsz bedraagen van pr/o 4049 7:10 aan D E: Compe te voldoen, zo verzoekt hij uwel Ed Agtb zeer ootmoedig, na het voorbeeld van den Jaare 1780 wanneer de weduwe van den toenmaligen onderkoopman en dispencier Ian Appengh gein jungeerd wierd ter voldoening van pro/o 516. 4. 46: wegens de onder haar gem: mans gehad hebbende admini„ „stratie, te kort verantwoorde lampolie, dat dezelve geres„ „contreerd wierd met des overleedens te dier tijd bij D E: Compe te goed gehad hebbende gagie; almeede met zyne voorsz: ver„ diende maandgelden goedgunstiglijk mogte werden verree kind; waar door uwelEd: Agtb, hem oneijndelijk verpligten zullen /:onderstond:/ 'T welk Ponde &=ma besluijt dat verdek H: Hoog Edelsh: Zoo is na resumptie en deliberatie van het zelve goedgevonden en verstaan, het ver„ „zoek van gemelden Maijoor Hazelman den 19. September 1789 Hunne 311 te der koorken, producte van een tweede request van geme Hazelman nev=s reek Cou„ „rant ten laste van den gew gou„ met verzooke hot saldo van dien crijt de dorij uim gelden van hder te mogen uijtgekeerd krijgen, Hunne Hoog Edelheeden gunstig voortedraagen, in en hoop denbelver last diewgs Hoogst der zelver goedvinden in last dierweegens te verzoeken: Vervolgens leyde welmelden Heer gezag „hebber alverder over een tweede request van voir varneur van olesingen got A: 18: 8:15. „noemden geis Maijoor Haelman, annex een authentioque Copij reekening Corwrant tus„ schen wijlen den overleedenen Gouverneur deezer Custe den Heer Reijnier van Vlissingen en voormelden opziender der werken Adam Poblieb: Henk gedateerd laasten maart 1780. , met instantie om het salda der zelve ten faveure van den laastgenoemden groot ƒ/o 740 18 76 uyt de bij D E: Comp:e te voorenstaande douceiren etc: van gemelden Gouverneur van vlissingen te moogen werden Den 19. September 1739 uijtgekeerd g g ƒ „ H als volgd Aan den wel Edelen Agtbaaren Tebieden ae Nicolaas Sadama opperkoopman en gezag hebber deezer Custe Cormandel, met d den Resorte van dien Ed Er Den Raad deevens Agtb Cebidande Heer, W V. e Barck en Heeren en geweesen Maijoor titulair en Hoofd Heer Den 19 September 1789 znderte van dat sipslogen eetz: uytgekeerd; luydende gemelde supplicq, en reekening ngean 17 D 313. Den 19 September 1719 der Militie te Nagapatnam Iohan Ernst Godlob Hakelman, als man en voogd van Pozina Willemina van Lawick, eertijds getrouwd ge„ „weest met den overleedene landmeeter Adam Podliob Henk geeft uwel Ed Agtb met gepaste eerbied te kennen: Dat den geweesen Gouverneur deezer Custe den wel Ed: Gestr Heer Reijnier van vlissingen: /:P: V:/ blijkens deesen in allen eerbied verzellende authen„ „ticque Copij reekening Courant door welm overleedene Gouverneur van vlissingen geformeerd, nog her e zaldo derzelve aan des nedrigen vertooners gemelden voorzaad D E: Hank uytkeeren en verantwoorden moet eene somma van pr/o 740. 1876. En dewijl den suppliant van ter zijden verstaan heeft, dat gem Heer Gouverneur van vlissingen nog eenige gelden bij D E: Compe weg=s douceuren te goed heeft, zo verzoekt hij uwel„ Edelen Agtb zeer nedrig de voorsz somma van p/o 7/40. 18 76. hem goedgunstiglijk daar 5p uijt te laaten voldoen /: onderstond:/ welk Doende &ma Verbeterde 1779 febr. 9. Maij 31e 1700. Maort 6 d 't soldo te goed - Verbeterde Reekening Courant 178 Iunij 23:. - d=o Het Palda ten agteren in de reekening van heeden - - - po/o 1438: 15: — „ Het bedragen der houtwerken in natura geleurt, des gaat het zelve van de Calculatie af met. . - - - -- „ 890. 1640. „ ondergemelde Palculatie van poetoer meide begreepen voor het maa„ ken van de sipaijen wagt, pions huisen wagen stat Eto . . . . „ Het bedragen der gekogte Lading van de barcq De Hoop „ 5090 1984 „ De gekogte Tharijn in Willepaliam Nieuwe Naga p=r pr/o 1500. –. –. â 6. pr C=o agio. - - - - - „ 90. – –. –„ 1590 – – pag:s 9485. 6. 70. feld. 740. 18 76. — Somma Sa gooden 10226 426. Den Laasten Nagapatnam /„was geteekend:/ R: van vlissingen /:Lager:/ origineele Reekening palliacatta den 8=e --„ 175: —. — Den 19: September 1789 voor