Inventory 3836
Ceylon · 904 pages · 292 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
lb 282052. lb: 577. 520. 222. Thursday the 5th November Anno 1789. Finding of the 152 the ship Zaanstroom also read a Thus declared in the Castle Colombo at the Secretariat of Justice in the presence of the delegates who opened and inspected of the clerks Jan de Run and Jan Hendrik Douwe as witnesses, who signed the minute at Ponnokail the packing slip No. of the 80 pieces discharged cargo thereof alongside the attestants and me, the secretary, below stood Which testifies was signed J: C: Biffer Zaanstroom 260. Secretary More Less Today the 15th of October Anno 1789 appeared before the undersigned delegated gunny bags lb: 319101.. members from the Honorable Council of Justice of this castle, the attestants named in gunny bag the preceding declaration, which having been clearly read out to them again, 37049: 31901. they fully persisted in it, without desiring any change, confirming party lb: 741. – it further by oath, and this being Protestants by raising the two foremost fingers of their right hand and each of them pronouncing these words. So truly help me God Almighty Thus lb: 37927. Report remained on board 401 gunny 37984:— bags net of the aforesaid 37927 lb, there is due to the authorities according to the bill of lading at 1¾ per cent lb: 640, which ought to be credited to them at purchase price. net which to done to lb: 12. 276. 1595. 1595: Extract Resolution Taken in Council of Galle Madurese spice chests had let spice spice bottom through the going which of the was declared if necessary on to as W. Van Geiszel Thus reviewed, persisted in, and sworn in the Castle Colombo, at the council chamber of Justice in the presence of the Honorable Justinus Kriekenbeek and Henrikus Volraad van Sohsten, members I: F: Mulder and a cross, around which this mark was made by Gabriel Pieters in the margin present before us was signed J: Kriekenbeek H: V: v. Sohsten lower In my knowledge was signed R: W: Leembruggen qualified clerk Examined Thoms Pires Agrees. Dijbrands qualified clerk Examined 154 260. lb: 577. 520. Thursday the 5th November Anno 1789. 153. Finding of the the ship Zaanstroom also read a To the Right Honorable Sir! delegates who opened and inspected Cornelius Dionysius Kraijenhoff commander of the city and lands of at Ponnokails the Galle, Matara etc. packing slip No. of the 80 pieces discharged cargo Right Honorable Commanding Sir! Zaanstroom More Less The undersigned captain of the return ship Zaanstroom has the honor, in response to the notification of the esteemed Ceylon government of the 10th of this month announced to him, to inform Your Right Honor herewith, that he did indeed gunny bags lb: 319101.. lodge an objection at Batavia with the Castle senior merchants regarding the olive oil, which was found in the leaguers of gunny bag Spanish wine and Dutch vinegar, and that lb 282052. 37049: 319101. Their Honors said in response that those leaguers, having been brought from the Netherlands for Ceylon, also had to be dispatched unopened, with the assurance at the same time that Their Honors would make known the ullage party lb: 741. — of those casks on the bill of lading; but that the gauging was not carried out in the presence of the undersigned or any of his ship's officers. That the undersigned, before he had received several items of the cargo of his ship, had to sign for the receipt of the entire cargo according to the draft prepared for that purpose, lb: 31927. Report remained on board 401 gunny 37927. —. bags net of the aforesaid 37927 lb, there is due to the authorities according to the bill of lading at 1¾ per cent lb: 640, which ought to be credited to them at purchase price. which to done to lb. 12. 276. 1595. 5 1595: 222. Extract Resolution Taken in Council of Galle Madurese at Colombo in the presence members this in the margin beek H: V: was signed on also net W. Van Geizel Examined as also among others, for the four barrels of cement and one barrel of chalk, notwithstanding that he had not received them on board his ship, as appears from the declaration already submitted thereof by him, the undersigned, and his subordinate officers, and that such haste was made with the dispatch of the undersigned's vessel, that he, the undersigned, did not have the least time to be able to verify everything properly, and to put forward his interests against it. That regarding the large deficiency discovered in the five chests with cloves, the undersigned can testify nothing else than that he, both upon receipt of the same at Batavia as well as at the shipment at Colombo, used all humanly possible care, and that all those chests were well stowed within the undersigned's vessel and were also found in good condition upon their shipment at Colombo, and that the undersigned in proof thereof is prepared, if necessary, to confirm this under oath. The undersigned further has the honor to be with all high esteem, below stood, Right Honorable Commanding Sir! Your Right Honor's humble servant was signed R: P: Hoberg in the margin Galle the last of October Anno 1789. Agrees. Hijbrands qualified clerk
Dutch transcription
lb 282052. lb: 577. „ 520. „ 222. Donderdag Den 5:' November Ao 1789. lgende Bevinding der 152 't schip Zaanstroom bij ook geleesen een Aldus verklaerd in het kasteel kolombo ter sekretarije van Justietsie in presentsie nmmitteerden die ten over„ copend en bezigtigd, van de klerken Ian de Run en Jan te Ponnokails dea„ Hendrik Douwe als getuijgen, die de minute afpak briefje N:o deses nevens de attestanten en mij sekre„ de 80: p:s taris hebben onderteekend / onderstond/ uijtgeleverde Lading 'T welk getuijgd /was getekend/ J: C: B ferffer Janstroomkoo„ 260. Secret=s Meerdr: Minder Heeden den 15=e oktober Ao 1789— kompareerden voor de ondertenoemene gekommit„ goenij zakken -lb: 319101.. „teerde leeden uit den Achtbaeren raad van Justiet„ „sie deeses kasteels, de attestanten genoemd bij =goenij zak„ de voorenstaande verklaring dewelke hen 37049:„31901. weder wel en duijdelijk voorgehouden zijnde gestaen dus bleeven zij daar bij volkoomen persisteeren, 's goedge„ zonder eenige verandering te begeeren, beveste,„ partij. lb: 741. – „gende voorts dezelve met Eede, ende zulks alf zijnde protestantsche onder het opsteeken der twee voorste vingeren van hunne regterhand en het uitspreeken een ieder van hen dezer woorden. zo waarlijk helpe mij god Almagtig Aldus rkken lb: 37927. -. Rapport binnen boord verbleeven 401. goeni „ 37984:— zakke netto van voorssz: 37927. lb: komt de overheeden volgens kog„ nossement toe over 1¾. p„r C: lb: 640. die aen hen in„ koops died goedgedaen te worden. netto welke aen„ gedaen te„ lb: 12. 276. „ 1595. „1595: o Extrakt Resolutie Genomen in Raade van Gale Madureese Smaat di eed ecerij kisten gens een hebben laeten die malkan specerij de spece¬ en, offge„ hebben, bodem, door de nies gaende oos, die van de was verklae„ hdte noods „ -- —. op aan e als W„ Van Geiszel Aldus Gerecolleerd, Gepersisteert en BeEdigt in het kasteel kolombo, ter raadkamer der Justieksie en presentsee van DE=s Justinus kriekenbeek, en Henrikus volraad- van Sohsten, leeden I: F: Mulder en een kruijs, waaromme, dit merk gesteld door Gabriel Pieters /inmargine/ ons present:/was geteekend/ J: kriekenbeek H: V: v. Sohsten /lager:/ In mijne kennisse /was getekend/ R: W: Leembruggen g: klerk Nagezien Thoms Pires Akkordeert. Dijbrands Vegklerk Nagezien 154 260. lb: 577. „ 520. Donderdag Den 5:' November Ao 1789. 153. Egende Bevinding der 't schip Zaanstroon bij ook geleesen een Aan den wel Edelen Achtbaaren Heer! mitteerden die ten over„ Cornelius Dionijsius Kraijenhoff copend en bezigtigd, gezaghebber der stad en Landen van te Ponnokails der„ Tale Mature &c:a afpak briefje N:o de 80: p:s uijtgeleverde Lading WelEdele Achtbaare Gebiedende Heer! Jan Stroom koo„ Mees. Kinder De ondergeteekende Capitain van het retour schip saan„ „stroom heeft de eer op de aan hem aangekundigde aan„ „schrijving der g'eerde Ceilonsche regiering van den 10: dezer, uwel Edele Achtbaare bij deezen te berigten, Dat hij zig goenij zakken -lb: 319101.. wel te Batavia bij de Heeren Casteels opperkooplieden bezwaard hadde nopens de olijven olij, die in de Leggers goenij zak„ faansche wijn en Hollandsche azijn ontwaard is, en dat ll 282052. „ 37049:„ 319101. hun Ed:s daar op gezegd hadden, dat die Leggers, als uijt Nederland voor Ceilon aangebragt, ook ongeopend gestaen dus verzonden moesten worden, met verzeekering teffens 's goedge„ dat Hun Ed:s de wannigheid van die fusten bij het Cog„ partij. lb: 741. — „noissement zouden laten bekend stellen: Dog dat de pijling niet ten overstaan van den ondergeteekenden of ijmand van zijne scheeps officieren geschied is. Dat de ondergeteekende, voor dat hij verscheide artikelen van de Lading van zijn schip ontvangen had, voor den ont„ „vangst van de geheele lading na volgens het ten dien einde gemaakte project heeft moeten teekenen, gelijk rkken lb: 31927. Rapport binnen boord verbleeven 401. goeni „37927. —. zakke netto van voorsz: 37927. lb: komt de overheeden volgens kog„ nossement toe over 1¾. p„r C: lb: 640. die aen hen in„ koops died goed gedaen te worden. welke aen gedaen te„ lb. 12. 276. „ 1595. 5 „ 1595: „ 222. Extrakt Resolutie Genomen in Raade van Gale Madureese t bo, presentsee „ leeden dit inmargine beek H: V: /was getekend) en en op -- ook netto „ „ Van Geizel Nagezien ook onder anderen, voor de vier vatensement, en een vat krijt, niet tegenstaande hij dezelven niet aan boord van zijn schip gekreegen had, blijkens de reets door hem ondergeteekenden en zijn anderhoorige officieren daar van overgelegde verklaaring, en dat tot de afvaardi„ „ging van des ondergeteekendens Bodem, zodanigen spoed gemaakt is, dat hij ondergeteekende geene de minste tijd hadde om het een en ander na behooren te konnen nagaan, en daar en tegen zijne belan„ „gen inbrengen Dat belangende het groote Minwigt inde vijf kisten met garioffel Nagulen ontdekt, de ondergeteekende niets anders betuijgen kan, als dat hij bij den ont„ „vangst van dezelven op Batavia zoo wel, als bij den afscheep te kolombo, alle Mensch mogelijke zorge gebruijkt heeft, en dat alle die kisten binnen des ondergeteekendens Bodem wel geplaats geweest en ook bij dier afscheep op Kolombo wel geconditio„ „neerd bevonden zijn, en dat de ondergeteekenden ten blijke daar van bereid is om zulx des noods, met eede te bekragtigen De ondergeteekende heeft voorts de eere met alle hoog achting te zijn /:onderstond:/ wel Edele Achtb: Gebieden„ „de Heer! uwel Ed: Achtb: oodmoedigen Dienaar /:was getee„ kend:/ R: P: Hoberg /:in margine:/ Tale den Laasten october A:o 1789. Accordeerd. Hijbrands WV EGklerk
English
net Thursday the 5th of November in the year 1789. [illegible] Finding of the [illegible] the ship Zaanstroom [illegible] also read a [illegible] commissioners who in the presence of [illegible] opened and inspected, [illegible] coarse bleached Ponnokails third [illegible] packing slip No. [illegible] 80 pieces delivered cargo Zaanstroom coming 260. More Less gunny bags lb. 319101. gunny bags lb. 282052. 37049. 31901. allowed therefore to be credited party lb. 741. – lb. 577. 520. 222. 276. 1595. — which to done to lb. 12. 1595. [illegible] lb. 37927. Report remained on board 401 gunny 37927. — bags net of aforementioned 37927 lb. is due to the authorities according to bill of lading over 1¾ percent lb. 640. which is to be credited to them at purchase price. 154 Extract Resolution Taken in Council Madurese and a cask board of by him [illegible] there dispatch such none the properly [illegible] five chests signed the [illegible] as by equal chests inside had been Condition signed if necessary, with all High Authorities was signed October at of Gale W. Ween Gpizel Maal No. 29. Checked Checked Hereafter is summarized the following Finding of the cargo delivered here from the ship Zaanstroom coming from Colombo and therewith also read a Report of Judicial Commissioners who in the presence of the Honorable Fiscal opened and inspected the bale of Salempores coarse bleached Ponnokails third sort old sample according to packing slip No. 30 weighing 381 lb. containing 80 pieces. Thursday the 5th of November in the year 1789. Extract Resolution Taken in Council of Gale Finding of the delivered cargo of the ship Zaanstroom coming from Colombo. More Less Saltpeter. according to bill of lading 2401 pieces double gunny bags weighing banco Report to wit remained on board in 2101 double gunny bags lb. 282052. banco delivered here in 300 ditto 37049. 319101. By Regulation 2 percent spillage allowed, therefore is to be credited to the authorities at purchase price on the parcel delivered here lb. 741. – lb. 319101. - Bar iron. according to bill of lading, as: Mocker iron in 2 bars lb. 577. flat ditto 7 ditto 520. Square of ¾ inches 5 ditto 222. ditto 2 inches 2 ditto 276. Report as above. 1595. 1595. By Regulation ¾ percent granted which to the authorities at purchase price is to be credited amounting to lb. 12. Ceylon Pepper according to bill of lading in 400 pieces gunny bags lb. 37927. net Report remained on board 401 gunny 37927. — bags net of aforementioned 37927 lb. is due to the authorities according to bill of lading over 1¾ percent lb. 640. which is to be credited to them at purchase price. Madurese at —. 66 also delivered as such, but during its processing here one first noticed somewhat on the packing the rotting which, caused by an incurred leakage where the same lay on the other shore, must have been caused. Through spillage as above through spillage. Madurese Linens. Report as. 9: Tuticorin 60. 120. — 6 according to said report is One bale of Ponnekail marked No. 30: the outer gunny and the inner linen and wrappings were found suffocated. Mannapaar This bale was received dry and according to bill of lading from Ponnekail. bales 51. Olive oil. according to bill of lading half aams lacking 2 inches each can 184. Report in 4 half aams as 1 half aam lacking 2 inches can 46. 2 ditto lacking 2½ inches 90. By Regulation 4 percent spillage being granted cans 7 1/5. cans 4. — deducts the lesser accounting of Remainder still to be credited to the authorities at purchase cans 3 1/5 price. 1 ditto lacking 3 inches ¼ 180 — Butter Cape according to bill of lading in 4 half leggers marked No. 10. 8. 2. and 9. weighing gross 636. 639. 641. and 638. tare 117. 121. 113. and 119. or net lb. 2084. Report in 4 half leggers marked No. 2. 8. 9 and 10. weighing gross 635. 632. 636. and 609 lb. tare 113. 121. 119. and 100 lb. net. 2042. By Regulation 2½ percent being granted lb. 52. deducts the lesser accounting of 42. Remainder still to be credited to the authorities at purchase lb. 10. — price. Butter Frisian according to bill of lading in 4 casks of which 2 lacking 2½ inches each, 1 lacking 1½ inches 1 lacking 4 inches lb. 1344½. Report in 4 casks of which 1 lacking 1½ inches 2 lacking 3 inches each and 1 lacking 4¼ inches 1306¾ —. 38 By Regulation 2½ percent being granted lb. 34. — which deducting from the lesser accounting 38¼. of Remainder to be compensated by the authorities at purchase price lb. 4¼ White wine Cape according to bill of lading in 5 whole leggers marked No. 28. 27. 25. 6. and 12. of which 1 lacking ½ inch and 4 lacking 1 inch each, being tapped from these leggers 10 sample bottles cans 1931. - according to Report in 5 whole leggers marked No. 6. 12. 25. 27. and 28. of which 3 lacking 2 inches each 1 lacking 2½ and 1 lacking 1½ inches 1912. — Above By bales 120. More Less as above 4. – through more opened these [illegible] 42. 19 and
Dutch transcription
netto Donderdag Den 5: November Ao 1789. lgende Bevinding der et schip Zaanstroom ^bij ook geleesen een nmitteerden die ten over„ copend en bezigtigd, kte Ponnokails dea„ 1 afpak briefje N:o de 80: p:s uijtgeleverde Lading ranstroom koo„ 260. Meend:. Kinder goenij zakken -lb: 319101.. goenij zak„ lb 282052. „ 37049:„31901. gestaen dus s goedge„ partij. lb: 741. – lb: 577. „ 520. „ 222. 276. „1595: —. welke aen gedaen te„ lb. 12. o„ 1595. gvoogmakken lb: 37927. Rapport binnen boord verbleeven 401. goeni „ „ 37927: — zakke netto van voorsz: 37927. lb: komt de overheeden volgens kog„ nossement toe over 1¾. p:r C: lb: 640. die aen hen in„ koops died goedgedaen te worden. 154 Extrakt Resolutie Genomen in Raade Madureese en een vat boord van door hem cueren daar afvaardi„ zodanigen geene de na behooren ne belan¬ vijf kisten geteekende den ont„ als bij gelijke isten binnen as geweest Conditio„ teekenden noods, met alle hoog Gebieden /.was getee„ e october - op van Gale W„ Ween Gpizel Maal No: 29. Nagezien Nagezien Hier na is geresumeerd de onder volgende Bevinding der alhier uijtgeleverde Laading van het schip Zaanstroom koomende van kolombo en daarbij ook geleesen een Rapport van Justitieele gekommitteerden die ten over„ staen van den E: Fiskaal hebben geopend en bezigtigd het pak Salmpoeris goof gebleekte Ponnokails der„ de zoort oud monster volgens afpak briefje N:o 30: weegende 381. lb: inhoudende 80: p:s Donderdag Den 5:' November Ao 1789. Extrakt Resolutie Genomen in Raade van Gale Bevinding der uijtgeleverde Lading van het schip Zaanstroom koo„ mende van Kolombo. Meerd: Minder Salpeter. volgens kognossement 2401. p:s dubb. goenij zakken weegende banko Rapport teweeten binnen boord verbleeven in 2101. dubb: goenij zak„ - - - -lb 282052. „ken bauto. -- - - alhier geleeverd in 300 d=o- - - . . „ 37049:„ 319101. Bij Reglement 2: p:r C: spillagie toegestaen dus komt aen de overheeden uijtkoops goedge„ daen te worden op de alhier geleverde partij. lb: 741. – - - lb: 319101. - Staafijzer. volgens kognossement, als: Mookerijzer aen 2 staeven - - - - lb: 577. plat do — „ 7 do - - - „ 520. Vieakant va ¾ d=m „ 5. d=o — - - - - - „ 222. do — „ 2 - „ „ 2. do. - . . „ 276. „ Rapport ad idem. - - - Bij Reglement —¾. p:r C: vergund welke aen de overheeden uijtkoopsdiend goed gedaen te„ worden bedraegende- - - - Ceilonse Peper volgens kognossement in 400. p:s goenij zakken lb: 37927. netto „ Rapport binnen boord verbleeven 401. goeni „ 37927. — zakke netto van voorszz: 37927. lb: komt de overheeden volgens kog„ nossement toe over 1¾. p:r C: lb: 640. die aen hen in„ koops died goed gedaen te worden. . . - lb. 12. „1595.- „ 1595. Madureese op —. 66 ook zodanig afgeleeverd, maer bij dies verwerking alhier ontwaerde men eerst eenig„ zints aen de embalagie de verrotting welke door een bekoomene lekkagie daer het zelve aen de overwal geleegen heeft moest ver„ oorzaekt zijn. Door spillagie adidem door spillagie. Madureese Lijwaaten. „ Rapport als. 9: Tutukorijn - - - - - - „ 60„ 120. — „ 6 volgens gemelde rapport is Een pak van Ronnekail gem: N:o 30: de buijtenste goenij en de binnenste linnen en omslaegen verstikt bevonden. „ Mannapaar - - - - - - „ Dit pak is droog ontvangen en volgens kognossement-- van Ponnekail. . . . - pakk: 51. Olijven olij. volgens kognossement halve aamen wan 2: d:m ieder kan 184. „ Rapport in 4: halve aamen als 1. halve aam wan 2. d=m - - - - - kan 46. 2. do „. . „ 2½. „. . . . „ 90. ƒ Bij Reglement 4: p:rC: spillagie vergund zijnde k „ 7 1/5. % 4. — gaat af de minder verantwoording van Rest nog om aen de overheeden uijtkoops goedge„ k: 3 /8 daen te worden. - - - - - 1. do „. „ 3. – „ - - - ¼ — „ 180 — Booter Caabse volgens kognossement in 4. halve leggers gemt: N:o 10. 8. 2. en 9. weegende bruto 636. 639. 641. en 638. taara — lb: 2084. 117: 121. 113. en 119. of netto - - — — - „ Rapport in 4. halve leggers gem=t N:o 2. 8. 9 en 10. weegende bruto 635. 632. 636. en 609 lb: taara - - - „ 2042. 113. 121. 119. en 100. lb: netto. Bij Reglement 2½. p:r C: vergund zijnde - - lb: 52. gaet af de minder verantwoording van - „ 42. Rest nog aen de overheeden uijtkoops goed lb: 10. — gedaen te werden. - Booter Vriese volgens kognossement in 4. vaeten waer van 2 wan 2½. d:m ieder, 1. wan 1½. d:m 1. wan 4 d=m - - - - - - - - lb: 1344½. „ Rapport en 4: vaeten waer van 1. wan 1½. d=m 2. wan 3 d:m ieder – - - „ 1306¾ —. 38 en 1 wan 4¼ d=m Bij Reglement 2½. p:r C: vergund zijnde - - - - - - lb: 34. — welke afgaende van de mindere verantwoor„ „ 38¼: - - —— ding van - Rest om door de ovrrheeden uijtkoops te doen vergoeden l: 4 /4 Witte wijn Caabse volgens kognossement in 5: heele leggers gem: N:o 28. 27. 25. 6. en 12. waar van 1. wan — ½. d=m en 4. wan 1. d=m. ieder, zijnde uit deeze leggers afgetapt 10. proef bottels - - - - kan: 1931. - volgens Rapport in 5. heele leggers gem=t N:o 6. 12. 25. 27. en 28: waervan 3. wan 2. d=m ieder 1. wan 2½. en 1 wan 1½ d.:m - „ 1912. — Bov Bij . - pakk: 120. . Mendk. Minsr - adi 4. – door meer geop deese ver 42. — — d 19 en
English
More. Less. Dom Epilkapus 4. – through the found greater amount of brine in the opened measures has this deficit been caused. Ad idem signed R: P: Hoberg. 5 percent being allowed by Regulation - - - kl: 96.½. deduct the under-account of 19: — Remainder to be credited to the officers at selling price K: 77½ Red Rising Cape Wine. according to bill of lading in 1. whole leaguer marked N:o 42. of 1. d=om from which two sample bottles have been tapped. K: 386. - — according to Report in 1. whole leaguer of 2. d=m - 382½:—. 5 percent being allowed by Regulation -: Kb: 19½. deduct the under-account of . 3½. Remainder to be credited to the officers at selling price. Ro: 16. — Dutch Meat according to bill of lading sound and well in 10: casks marked from N:o 6: to 15: weighing gross with the brine 672. 687. 682. 677. 703. 672. 698. 677. 696. and 804. lb:, of these 2: casks chosen from the parcel marked N:o 14. and 15: the same opened and weighed at Net 430: and 450. lb: or together 880. lb: according to which the remaining casks are also calculated -- lb: 4400. according to Report in 10: casks marked from 6. to 15: weighing gross with the brine 671. 683. 679. 670. 707. 672: 695. 680. 532. and 702. lb: of which the two casks marked N:o 14. and 15: opened, reweighed, and found net 415. and 396. lb: thereafter the cask N:o 7: chosen at random and weighed net 424. or together lb: 1235. according to which the remaining casks are calculated- - 5 percent being allowed by Batavia Resolution of 14: February 1769. lb. 220. which being deducted from the under-account of 283 1/3. Remainder to be compensated by the officers at 11½. rixdollars per hundred- lb: 63 1/3: 4016: 2/3: —. 283 1/3. Dutch Bacon. according to bill of lading in 5: casks sound and well marked from N:o 1: to 5. weighing gross 475. 485. 491. 480 1/1 lb: the cask N=o 1. chosen, opened, and weighed being found to contain net 353. lb: and thereafter the remaining casks also calculated. lb: 1765. — - according to report in 5: casks marked from N:o 1: to 5: weighing gross with the brine 472. 483. 488. 478. and 488. lb: of which the cask marked N:o 1. opened More. Less. ad idem - — - 155. - 38 19: s 42. — More. Less. opened, reweighed, and found to be 349: lb: net and thereafter the cask marked N:o 4. chosen at random and found Net 321. lb: or together lb: 670. according to which the remaining casks are also calculated. lb: 1675. 5 percent being allowed by the aforementioned resolution - 88¼. which being deducted from the under-account of 90. Remainder to be compensated by the officers at 12½. rixdollars per hundred. - - — - lb: 1¾. Note: the received 4: reams of Imperial paper in a sealed case N:o 2: were found to be covered with spots according to report. Galle The 3: November A:o 1789. signed M: van der Spar. And this having been deliberated upon, it was approved and understood to credit the officers at selling price for the shrinkage allowed by regulation of seven hundred forty-one pounds of saltpetre and twelve pounds of bar iron, but at purchase price the six hundred and forty pounds of pepper; furthermore, to credit them at selling price for that which they accounted for in excess after deducting the usual shrinkage, namely: 3 1/5. cans of olive oil, 10: pounds of Cape butter, 77½. cans of Cape white wine, and 16: cans of Cape red rising wine; but on the other hand to have them compensate the Honourable Company for, namely, 4¼. lb: of Frisian butter, 63 1/3 pounds of meat, and 1¾. pounds of Dutch bacon, which they under-accounted for beyond the usual shrinkage, the butter at selling price, and the meat at 11½. rixdollars and the bacon at 12½. rixdollars the hundred pounds. Regarding the bale of salemporees, bleached fine Ponne Kails, which is known in the unpacking note as third sort old sample, but according to the invoice should be second sort, it was noted the declaration of the officers that they received this bale dry and also delivered it as such here, but that while soaking it here in the trade warehouse it was first noticed that the packaging was rotten in one place, whereupon the said officers, having been called to account, made known that the said rotting must have been caused on the other side, as the same appeared dry and well upon receipt. From this bale 11: pieces, according to the judicial report, were smothered by getting wet, and two pieces were found somewhat wet. And this having been considered, it was approved and understood, since this would be an incomplete pack of linen if the aforementioned pieces stained with black spots and damaged were excluded therefrom and the remainder washed out and repacked for shipment to the Netherlands, to request the esteemed Ceylon government rather to retain the same for the domestic management here for the necessary supplies. Lastly, it was understood to have the four reams of Imperial paper received in a sealed case, but found covered with spots upon opening, taken in and accounted for as such. Thus resolved in the city of Galle on the day aforesaid. signed: C: D: Kraijenhoff, M: van der Spar, I: L: Scheede, N: B: Martheze, C: F: W: De Ranitz, I: I: D: D'Estandau, Mr A: E: De Lij, P: W: F: A: van Schuler, and P:r Devos. Below stood: Agrees. signed: M: I: Gratiaen, First sworn clerk. In margin: examined and nothing to remark. signed: Wm An Berghuijs. Agrees. Dijbrands Checked N:o 30.
Dutch transcription
Meerdr. Minder Dom Epilkapus 4. – door de bevondene meerder pekel in de geopende maten is deese minderheid veroorzaakt. Adidem /:was geteekend:/ R: P: Hoberg. Bij Reglement 5: p:r C: vergund zijnde - - - kl: 96.½. gaet af de minder verantwoording van „ 19: — Rest om aen de overheeden uijtkoops goed gedaen tewerden K: 77½ Roode Rijsende Wijn Caabse. volgens kognossement in 1. heele legger gemt: N:o 42. van 1. d=om waaruijt getapt zijn twee proef„ K: 386. - bottels. — volgens Rapport in 1. heele legger wan 2. d=m - „ 382½:—. Bij Reglement 5: p:r C: vergund zijnde -: Kb: 19½. gaat of de minder verantwoording van . „ 3½. Rest om aen de overheeden uijtkoops goedge„ doen te werden. Ro: 16. — Vleesch Hollandse volgens kognossement goed en wel in 10: vaten gem: van N:o 6: tot 15: weegende bauto met de pekel 672. 687. 682. 677. 703. 672. 698. 677. 696. en 804. lb:, hier van uijt de partij 2: vaten gekoosen gem=t N:o 14. en 15: dezelve geopend en gewoogen den Netto 430: en 450. lb: of te zai„ men 880. lb: waarna de overige vaeten ook be„ lb: 4400. reekend zijn -- volgens Rapport in 10: vaeten gem=t van 6. tot 15: weegende bruto met de pekel 671. 683. 679. 670. 707. 672: 695. 680. 532. en 702. lb: waer van de twee vaeten gem=t N:o 14. en 15: open„ gemaekt nagewoogen en aen nitto bevonden 415. en 396. lb: daerna onverschillig het vat N:o 7: gekoosen en aen netts gewoogen 424. of tezaemen lb: 1235. waarna de overige vaeten be„ reekend zijn- - Bij Bataviase Resolutie van 14: febr: 1769. lb. 220. 5: p:r C: vergund zijnde welke afgetrokken wordende van de minder ver„ „28 /3. antwoording van Rest om door de overheeden teegens 11½. rd:s t lb: 63 1/3: Cento te doen vergoeden- „ 4016: 2/3: —. 283 1/3. Spik Hollandse. volgens kognossement in 5: vaeten goed en wel gem: van N:o 1: tot 5. weegende bruto 475. 485. 491. 480 1/1 lb: het vat N=o 1. gekoosen ge„ opend en gewoogen zijnde bevonden netto in„ te houden 353. lb: en daer na de overige vaeten lb: 1765. — - meede bereekend. - volgens rapport in 5: vaeten gem=t van N:o 1: tot 5: w:t bruto met de pekel 472. 483. 488. 478. en 488. lb: waervan het vat gem=t N:o 1. open Meerdr. Mindr. ad idem - — - 155. - 38 19: s 42. — Mand: Minder opengemaakt nagewoogen en bevonden 349: lb: aen Netto en daarna onverschillig 't vat gem=t N:o 4. gekoosen en aen Netto bevonden 321. lb: of te zaamen lb: 670. waarna de overige vaaten ook bereekend zijn. lb: 1675. Bij Evengem: resolutie 5: p:r C:o vergund zijnde - „ 88¼. welke afgetrokken wordende van de minder ver„ antwoording van g Rest om door de overheeden tegens 12½. rd:s 't Cento ll: 34. te doen vergoeden. - - — - Nota de ontvangene 4: riemen Impriaal papier in een verzegelde kas N:o 2: waeren vol met plek„ ken beslaegen bevonden volgens rapport. Gale Den 3: November A:o 1789. /:was getekend:/ M: van der Spar. En is daar op gedelibereerd zijnde goedgevonden en verstaen aan de overheeden uijtkoops te laeten goeddoen de bij reglement toegestaene spillagie van seele hondert een en veertig pon„ den salpeter en twaalf ponden staat ijzer dog inkoops de ses hondert en veertig ponden peper, voorts nog uijt„ koops aen dezelven te laeten goeddoen het geen zij na aftrek„ van de gewoone spillagie meerder verantwoord hebben te weeten: 3 1/5. kann: olijven olij, 10: ponden kaapsche booter 77½. kannen kaapsche witte wijn en 16: kannen kaapsche roode rijsende wijn, dog daar en teegen door hun aen dE: Comp: te laeten vergoeden teweeten 4¼. lb: vriesche boter 63 1/3 pon„ den vleesch en 1¼. ponden spek Hollandsch, die zij booven de gewoone spillagie te min verantwoord hebben de boter uijt„ koops en het vleesch teegen 11.½. rd:s en het spek teegen 12½. rd. s de hondert ponden. Aangaande het pak salmpoeris, gaof gebleekt Ponne„ Kails het welk bij het afpak briefje als derde sorat oud monster bekend staet, dog volgens aenreekening moest tweede soort zijn, is aengemerkt der overhee„ den verklaering dat ze dit pak droog ontvangen en al„ hier ook zodanig afgeleevert hebben, dog dat men onder het verweaken alhier in Negotie pakhuijs eerst ont„ waard heeft dat de emballasie op een plaets verrot was, waar op gem: overheeden ter verantwoording gesteld zijnde, te kennen gegeven hebben dat gemelte verrotting aen de overwal moest veroorzaekt zijn var dat het zelve bij den ontvangst droog en wel voorgekoo„ men was. uijt dit pak zijn 11: stukken volgens Justitieele rapport door nat worden verstikt en twee stukken eenigzints nat bevoerden. En is daar op overwoogen zijnde goedgevonden en verstaen om dat dit een onvoltallig pak Lijwaat zoude zijn in„ dien voorm: met swarte plekken uijtgeslaegen en bescho digde stukken daer van uijtgezondert en de overige uytgeveascht en weeder ingepakt wierden ter verzending na 5 156 na Nederland de ge-eerde Cijlonsche regeering te verzoeken, het zelve liever voor de huijshouding alhier tot de nodige verstrekkingen aen te houden Laastelijk is verstaen om de vier riemen impriaal papier in een verzeegelde kas ontvangen, dog bij opening vol met vlekken uijtgeslaegen bevonden, zodanig te laeten inneemen Aldus Geresolveerd In de Stad Gale ten dage voorschre„ ven /:was geteekend:/ C: D: Kraijenhoff, M: van der Spar, I: L: Scheede, N: B: Martheze, C: F: W: De Ranitz. , I: I: D: D'Estandau, M:r A: E: De Lij„ P: W: F: A: van Schuler en P:r Devos. /:onder„ stond:/ Akkordeert. /:was geteekend:/ M: I: Gra„ teaen E: g: klerk. /:in margiene:/ ge-examineerd en niets aentemeaken /:geteekend:/ W=m A=n Berghuijs. en verantwoorden. Akkordeert. Dijbrands erd Min inden tekend:/ staen aan ement tig pon„ koops de uijt„ aftrek hebben te booted afsche dE: Comp: 63 1/3 pon„ boveen tr uijt„ 12½. rd s Bonne„ sorat ekening rahee„ en al„ onder ont„ verdot rading melte zin vor gekoo„ rapport gzints verstaen zijn in„ bescha„ ige ea zending Egkeerk . Maas Nagezien N:o 30.
English
157. 160 Extract Resolution taken in the Council of Ceylon Tuesday, 10 November 1789. Having resumed by circulation a Galle Resolution of the 5th of this month, containing the rulings of the servants upon a report from Administrator Van der Spar concerning the examination of the consumption account of the ship Den Arend, and upon the finding regarding the cargo delivered there from the ship De Zaanstroom. And after deliberation, it was approved and agreed to ratify the said Resolution, but to defer the ruling on the package of salempores mentioned therein that was found to be wet, until the report submitted regarding it by the Judicial Committee of Galle shall have been requested and received. Agreed. G. Hijbrands Clerk Examined Maas Examined Examined # Kofferman Maas No: 31 160 To the Right Honorable Cornelius Dionijsius Kraijenhoff, Commander of the city and lands of Galle, Matara, etc. Right Honorable Ruling Sir, The return ship 't Slot ter Hooge arrived in the bay of Galle on 23 January 1786, and because of the speed made at that time, the saltpeter was transshipped into it for its bottom layer alongside the ship itself upon each arrival from Colombo with various vessels, as appears from the attached extract from the report of the bottom-layer commissioners Huijbertsz, Jolles, and Wissink. The first has since passed away, the third is presently in Matara, and the second named, namely the bookkeeper Jolles, testifies that on that occasion the saltpeter brought from one or two vessels could not be weighed according to orders, because it was rainy, foul weather at that time and there was a high sea, and that the authorities consequently counted and took delivery of it sack by sack to their satisfaction. Hoping hereby to have fulfilled the high intentions in every way, the undersigned Administrator names himself with all respect. In the margin: Right Honorable Ruling Sir! Your Right Honorable humble servant. Signed: M. v. d. Spar. In the margin: Galle, 10 January 1788. Agreed. G. Hijbrands Clerk Examined Maas Examined Fretz 160 Extract from the Report of the bottom-layer commissioners C. Huijbertsz, P. Jolles, and A. Wissink, concerning the goods loaded in the outbound ship 't Slot ter Hooge, dated 23 February 1786, where, among other things, the following is stated, namely: Transshipped From the boat De Rammekens: 14,356 lbs. gross unrefined saltpeter, say fourteen thousand, three hundred and fifty-six pounds, in 100 double gunny sacks. From the native vessel of the Honorable Mr. Raket: 60,000 lbs. gross unrefined saltpeter in 415 double gunny sacks. From the native vessel of the Honorable Colombo Secretary Schreuder: 45,000 lbs. gross unrefined saltpeter in 301 double gunny sacks. 159 From the native vessel of the burgher Barent de Waas: 67,500 lbs. gross unrefined saltpeter in 453 double gunny sacks. From the English private two-masted vessel The Carolina: 135,768 lbs. gross unrefined saltpeter, say one hundred thirty-five thousand, seven hundred and sixty-eight pounds, in 919 double gunny sacks. 135,768 67,500 45,000 60,000 Overleaf Examined Maas 82,481, say From the native vessel of the burgher Iakobus Handel: 82,481 lbs. gross unrefined saltpeter, say eighty-two thousand, four hundred and eighty-one pounds, in 591 double gunny sacks. Below stood: Agreed. Signed: M. v. d. Spar. Agreed. Hijbrands First Clerk Examined Examined No 32. Fretz 160 [illegible] No. 35
Dutch transcription
157. 160 Extrakt Resolutie genoo„ „men in Raade van Ceilon Dingsdag den 10. 9ber: A:o 1789. os door rondzending geresumeerd eene gaal„ „sche Resolutie van den 5. deezer, houden„ „de der bedienden dispositien op een berigt van den Administrateur van der Spar¬ weegens de Examinaatie van de Con„ „sumtie reekening van 't schip den Arend, en op de Bevinding van de al¬ „daar uitgeleeverde Laading van 't schip de Zaanstroom. En is na deliberatie goedgevonden en verstaan gem: Resolutie te approbee¬ „ren, dog de dispositie op 't daar bij vermelde nat bevonden pak salem„ „poeris uittestellen, tot dat 't derwee„ „gens op Nagezien Maas „gens ingediende rapport door de Jus„ „titieele Commissie, van gale zal zijn gevraagden ontvangen Akkordeert. G Hibrands Greerk 160 de Jus„ 2 zal 6. Nagezien Nagezien, # kofferman Maas No: 31 160 Aan den WelEdelen Achtbaaren Heer Cornelius Dionijsius Kraijenhoff: gezaghebber der stad en landen van gale, Mature &ra wel Edele Agtbaare gebiedende Heek. Het geretourneerd schip 't slot ter hooge was op den 23. Januarij 1786. in de baaij van Gale aenge„ koomen en daer in wierd de salpeter tot zijn onder laag door toen maals gemaekte spoed, met dat schip bij elk aenbreng van kolombo met onderschijdene vaertuijgen op zij van het schip zelfs, overgescheept, gelijk zulks blikt bij het deeze g'attaceerd Extrakt uijt het rapport der onderlaagse gekommitteerd den Huijbertsz:, Joltes en Wissink. de eerste is zeedert overleeden de derde bevind zig teegenswoordig te Ma„ ture, en de tweede genoemde of de boekhouder Colles„ betuijgd dat bij die gelegentheijd uijt een of twee vaertuijgen gebragte salpeter na de ordre niet had kennen gewoogen worden, vermits toen ree„ „genagtig, slegt weer en daer bij hooge zee was, en dat de overheeden dezelve mits dien saks wijse na genoegen geteld en overgenoomen hadden. Hier meede verhoopende den de Hooge intentie al„ lezints te hbben voldaen: soo noemt zig de on„ 158 dek Maas Nagezien ondergeteekende Adminstrateur met allen eerbied. /: onderstond:/ wel-Edele Agtbaare gebiedende Heer! uwer welEdele Agtb: ootmoedigen Die naer /: was„ „geteekend:/ M: v: A: Spak. /:in margiene:/ gale den 10 Januarij 1788. Akkordeerd. G Hijbrands liklerk 160 eerbied. /: de Heer ! /:was„ :/ gale Nagezien Maas Nagezie Fretz 160 Extrakt uijt het Rapport der onder„ laagse gekommitteerden C Huijbertsz:, P:s Jolles en A:s Hissink, van 't gelade„ ne in 't actoea schip 'T slot ter Hooge, gedateerd 23. Februarij 1786. , alwaer on„ der anderen staet, 't volgende; Jeweeten Overgescheept uit de boot de Rammekens 14356. –. zegge veertien duijzend, drie honderd, ses en vijftig lb: bruto salpeter ongez: in 100: dubb: goenizakken. uijt 't Inlands vaartuijg van den wel Edelen Heer Raket sestig duijzind lb: bauto salpeter ongez: in 415: dubbelde goenizakken uijt 't Inlands vaartuijg van den wel Edelen Heer kolombosen se„ kretaais Schreuder: vijf en veertig duijzend lb: bruto sal„ peter ongez: in 301. dubbelde goenie zakken 159 uijt 't Inlands vaartuijg van den burger Barent de waas seven en sestig duijzend, vijf honderd lb: bruto salpeter ongez: in 453. ƒ dubb: goeniezakken uijt 't Engels partikulier tweemastig vaartuijg de karolina „ Een honderd vijf en dertig duijzend, seven honderd, Agt en sestig lb: bau to salpeter ongez: en 919. dubb= goenizakken. 135768. 67500. -. „ 45000. –. „ 60000. -. „ verte Nagezien Maas 82481. – Zegge Uijt 't Inlands vaertuijg van den burger Iakobus Handel. twee en tagtig duijzend, vier hon„ dead, Een en tagtig lb: bruto sal„ peter ongek: in 591. dubb: goe„ nizakken /:onderstond:/ Akkor„ deerd: /:geteekend:/ M: v: d: Spar Akkordeerd. Sijbrands HEgklerk 160 van den hon¬ sal„ :goe„ Akkor„ :spar e ands Clerk Maas Nagezien Nagezeen No 32. Fretz 160 un3077 veuus mosuis nog utv verootkop uthenrys roosbrop binooor pevieswip npeto gusperveuris 53 3 mornish 78 darot5 uytorn noo geop: 5 o7o tng5 ortour vrooren k antibrmnys rotterp: C: pr otp: om grogittoe ursbr Ao285 wohy rx quir 59 vw ritae omp: unato: 107 ro2 urna inurato brngums opevisor 9 tohy put anny oprus oz po 5 7otv 1oho joug2: mor Jonogz aa un pno 624 8 me 20 9 d Trin do 81 Ooste 5 u2getus 9 8 59 2 9 9 8 — 37 87 7 33 5 5 252 3 3 8 7 5 5 c 5 3 39 03 33 28 . 9 .. 3 53 = = 3 e 1 2 7 1 313 97 — 9 o 9 2 3 5 5 „ 33 9 o7 6 7 5 88 „ 3 7 — 6 ƒ — 7 1 02 ƒ ƒ13 5 7 gosterlin 3 9 3 — 9 5 — . 8 9 8 61 6 e 3 7 5 onom 8 8 9 5 9 De 55 1115 e 7 65 Onderhoor 5 2 5 E 5 8 5 124 3 D 82 5 5 9 5 277 17 75½ 3d Posto ƒ 8 met 5 8 e 3 39 5 87 8 nd &5 e 5 5 l 5 6 5 5 67 lo te 63 8 35 v 3 F 6 5 5 3 Gro 5 8 na 3 D 5 5 13 8 28 3 urur 1 5 E 63 58 2 5 5 8 5 ij 7 ƒ 7 — 7 53 9 1 7 7 9 8. 7 2 7 — 6 7 51 8 50 7 7 7 . . —. 8 7 5 — 2 5 8 8 „ „. ƒ ƒ 9 g 3 7 ƒ 5 933 6 7 7 8 2 9 23 1 ƒ 2 — „ — 8 8 5 x — 2 58 7 51 of t — 93 9 8 e 8 — 5 — 9 5 8 2 of & 7 52 59 5 E 9 ed 7 7 27 — We was 5 157 59 3 E D 9 E d 8 O — 8 d 6 3 2 3 5 13 53 7 3 17 52 — „ 52 van 8 ed N44 27 8 5 5 9 2 — 3 8D ƒ 8 57 07 d 2 27 ƒ — C 33. . 77 27 9 8 3 o 2 — 7 2. „ 9 2 7 8 ƒ 5 o: 77 8 . ƒ ƒ: 8 27 ƒ 9 „ 23 8 87 7 4 — 5 „ 3 9 5 7 73 _o P 58 9 ƒ 1755 3 9 8 7 755 3 3 27 55 ƒ 9 5 5 3 1 5 ƒ 3 7 3. 3 5 3 9 7 8 ƒ 3 D 3 9 5 9 8 27 33 9 37 2 9 7 2 58 5 7 53 9 3 8 p 8 „ „ 7 3. 9 2 2 3 5 a9 e 3 5 .5 6 heel „o uruim. ^ on 5 5 9 G 39 5 E — ƒ 7 7 7 „ 88. 23 „ 7 6 23 — 23 ƒ 9 8 2 3 4 7 7 9 5 5 3 9 8 3 E E No. 35
English
To the Right Honorable Sir Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of Netherlands India As well as Governor and Director of the Island of Ceylon, with its dependencies, etc., etc. Right Honorable, Highly Commanded Sir Pursuant to the highly respected order of Your Right Honor, we proceeded to the Materials House, and there, by the Head of the Mahabadde, the Honorable Theodorus van Tijlingen, on the 10th of this month, saw delivered 17, say seventeen, bales of cinnamon, all of which we have carefully inspected and, as far as possible, tasted, and have found the same to be very good fine cinnamon. Wherewith we have the honor, with deep respect, to subscribe ourselves, below was written, Right Honorable, Highly Commanded Sir, Your Right Honor's humble and obedient servants, was signed, B: Aleman, C: F: Strasburg, in the margin, Colombo, the 11th of November 1789. Agrees Hijbrands First Clerk Examined Maas 162 To the Right Honorable Sir Willem Jacob van de Graaff; Ordinary Councillor of Netherlands India, as well as Governor and Director of the Island of Ceylon, with its dependencies, etc., etc. Right Honorable, Highly Commanded Sir! Pursuant to the highly respected order of Your Right Honor, we proceeded to the Materials House and there, by the Head of the Mahabadde, the Honorable Theodorus van Tijlingen, from the 10th to the 23rd of this month, saw delivered 1207, say one thousand, two hundred, and seven bales of cinnamon, all of which we have carefully inspected and, as far as possible, tasted, and have found the same to be very good fine cinnamon, as well as 7, say seven, bales of coarse, and one hundred thirty-five pounds of cinnamon scrapings, both for distilling oil. Wherewith we have the honor, with deep respect, to subscribe ourselves, below was written, Right Honorable, Highly Commanded Sir, Your Right Honor's humble and obedient servants, was signed, B: Aleman, C: F: Strasbeerg, in the margin, Colombo, the 24th of October Anno 1789. Agrees G Hijbrands First Clerk 82 135. Examined Psol Gerhard 163. To the Right Honorable Sir Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of Netherlands India, Governor and Director of the Island of Ceylon, with its dependencies. Right Honorable Sir! In fulfillment of the highly respected order of Your Right Honor, I, the undersigned Christiaan Beene, chief surgeon of the Honorable Company's ship Trinconomale, proceeded within the Fort of Nigombo and there, by the Right Honorable Sir Theodorus van Tijlingen, Junior Merchant and Head of the Mahabadde, saw delivered for the account of the great harvest 540, say five hundred and forty bales of good fine cinnamon, which I have carefully examined and subsequently had packed in double gunny bags, as well as 3 bales of coarse put into single gunny bags, together with, in three bags, 100 lb of cinnamon scrapings for distilling oil. Hoping accordingly to have fulfilled the revered order and intention of Your Right Honor, I subscribe myself with all respect, below was written, Right Honorable Sir! Your Right Honor's humble and dutiful servant, was signed, Christiaan Beknee, in the margin, Colombo, the 9th of October Anno 1789. Agrees G Dijbrands First Clerk Inspected by Zaagland 164. To the Honorable Sir Cornelius Dionijsius Krayjenhoff Commander of the city and lands of Galle, Matara, etc. Honorable, Commanded Sir The undersigned, chief surgeon of the Dutch Hospital here, has the honor to inform Your Honor that, having received orders, he proceeded to the trade warehouse, and where in his presence, by the Head of the Mahabadde, the Honorable Theodorus van Thijlingen, for the account of the great harvest, there was delivered a quantity of two hundred forty-one bales of fine cinnamon of 85 lb each, which, having been carefully inspected and examined by me, were found to be of good quality, taste, and smell, and therefore were packed as fine. The undersigned has rejected and culled, as being coarse of bark, two bales of cinnamon, which, together with another forty-five lb of scrapings, were handed over to the warehouse masters for further accounting. The undersigned attests to have carried out this commission to the best of his knowledge and careful attention, and further calls himself with much respect, below was written, Honorable, Commanded Sir, Your Honor's humble servant, was signed, And: van Hek, in the margin, Galle, the 2nd of November Anno 1789. Dijbrands First Clerk Agrees. G Examined Maas 165. To the Honorable, Commanded Sir: Mr. Christiaan van Aangelbeek Senior Merchant, Second of Galle, and Dessave of the Matara Outer Lands. Honorable, Commanded Sir! The undersigned surgeon of this fortress, Mijnderd Huijbertsz, has the honor to inform Your Honor that in his presence, by the Junior Merchant and Head of the Mahabadde, the gentleman Theodorus van Teylingen, for the account of the great harvest of 1789, there was delivered a quantity of 372, say three hundred and seventy-two bales of cinnamon, namely: 78 bales of fine garden cinnamon, and 294 bales of forest ditto, alongside 4 bales of coarse cinnamon, and 43 lb of scrapings, among the aforementioned packed cinnamon bales, 106 being sewn in double gunny bags and the remainder in single gunny bags. Which aforementioned 372 bales of fine cinnamon were carefully inspected and examined by me, and as the same are of good quality, taste, and smell, they were packed as such. Furthermore, I attest to have performed this commission to the best of my knowledge and careful attention, and have the high honor to call myself, with much respect and high esteem, below was written, Honorable, Commanded Sir, Your Honor's humble and very obedient servant, was signed, M: Huijbertsz, in the margin, Matara, the 3rd of November 1789. Agrees Sijbrands First Clerk
Dutch transcription
Aan Den welEdelen Groot Achtb: Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands India Mitsgaders Gouverneur en Directeur van het Eijland Cijlon, met dies onderhoo„ righeden &:a &:a WelEdele Groot Achtbaere Hoog Gebiedende Heer Volgens hoog g'eerde ordre van uwelEd: Groot Achtb: hebben wij ons in 't Materiaalhuijs vervoegt, en aldaar door het hoofd der Mahdladde DE: Theodo„ rus van Tijlingen, den 10. deezer sien leveren 17. Zeggel zeventien baalen Kanneel, dewelke wij alle nauwkeurig besigtigd, en soo veel mogelijk waer ge¬ proeft hebben, en hebben dezelve bevonden seer goede fijne kanneel te zijn Waermeede wij de Eere hebben ons met diep ontsag te onderschrijven /:onderstond:/ welEd: Jroot Achtb: Hoog Edbieden onderdanige en gehoorzaeme diewaar /:was getekend/ Ed B: Aleman, C: F: Strasburg /:in margine:/ Kolombo den 11. ' November 1789. Accordeerd Hijbrands Egklerk Nagezien Maas 162 Aan Den wel Edelen groot Agtb: Heer Willem Jacob van de Graaff; Raad ordinair van Nederlands Jndia, Mitsgaders gouverneur, en Directeur, van het Eijland Ceijlon, met dies onderhorig hee„ „den &: &: Wel Edele groot Agtbaare Hoog Gebiedende Heer! volgens hoog. g'Eerde ordre van uwel Edele groot Agtb: hebben wij ons in 't Matriaal „huijs vervoegt en aldaar door het hoofd der Mahabadde D E: Theodorus, van Tijlingen. van den 10. tot den 23. deser sien leeveren 1207. zegge Eenduijsent, tweehondert, en seven baalen kanneel dewelke wij alle nauwkeurig besig„ „tigt en so veel mogelijk waar geproeft hebben, en en hebben de selve bevonden seer goede fijne kanneel te zijn, mitsgaders. 7. zegge seven baalen. grove. en Een honderd, vijfendertig ponden gruijs kannee beijde tot stooken van olij: waarmeede wij de Eere hebben ons met diep ontsag te onderschrijven. /onderstond:/ wel Edele groot Agtbaare Hoog gebiedende Heer. uwel Edele groot agtbaare onderdanige, en gehoorsaame dienaaren. /:was geteekend:/ B: Aleman, C: F: Strasbeerg, /: inmar„ „gine:/ kolombo den 24. october A:o 1789. Accordeert G Hijbrands GGklerk 82 135. „ Nagezien Psol Gerhard 163. Aan den wel Edele Groot Achtb: Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Jnia, Gouverneur en Direk„ „teur van het Eiland Ceilon met dies onderhoorigheeden. Wel Edele Groot Achtbaare Heer! Jn voldoening der hoog g'eerde ordre van uwe wel Edele groot Achtb: heb ik ondergetee„ „kende Christiaan Beene oppermeester van het E: sComp. s schip Trinconomale vervoegt binnen het Fort Nigombo en aldaar door den wel Edele Heer Theodorus van Tijlingen onder koopman en Hoofd der Mahabadde, zien leveren voor Reekening van den grooten oogst 540. 540: zegge vijfhonderd en veertig balen goede fijne kanneel dewelke ik naauwkeurig g'excami„ „neert en vervolgens in dubb: goenies laaten emballeeren zoo meede 3. balen grove in En„ „kelde goenies gestooken benevens in drie zakken 100. lb: gruis kanneel tot het stooken van olie: verhopende dien volgende aande gevenereer „de ordre en intentie van uwe wel Edele groot Achtb: te hebben voldaan onderschrij „ve ik met alle Eerbied. /onderstond:/ wel Edele groot Achtbaare Heer! uwe wel Edele groot Achtbaare onderdanige en twin schuldige Dienaar /:was geteekend./ Christiaan Beknee. /:in margine:/ Kolombo den 9. october Anno. 1789. Accordeert ƒ G Dijbrands Eklerk ingezien door Zaagland 164. Aan den wel Edelen Achtbaare Heer Cornelius Dionijsius krayjenhoff kommandeur der stad en landen van gale, Matiere &=a Wel Edele Achtbaare Gebiedende De ondergeteekende oppermeester van het Neder„ „landsch Hospitaal alhier heeft de eer uwel Edele Agtb: te berichten dat hij zig na erlang„ „de ordre vervoegd heeft en het negotie pak„ „huijs en alwaar in zijne teegenwoordigheid door het hoofd der Maherbadde D E: Theodo„ „rus van Thijlingen, voor reekening van den grooten ougst geleeverd zijn een kwantelijk van Twee honderd een en veertig baelen fij „ne kaneel van 85: lb: ieder dewelke door mij naeukeurig gevisiteerd en geExamineerd zijn„ „de bevonden hebben van een goed kwaliteit smaek en reuk te zijn en derhalven voor fijne geEm„ „baleerd zijn De ondergeteekende heeft als grof van Bast zijnde afgekeerd Heer afgekeurd en uijtgeschooten twee baalen kaneel dewelke neevens nog vijf en veertig lb. gruijs aan de pakhuijsmeesters ter nadere verantwoording overgegeeven zijn. Betuijgende de ondergeteekende na beste kennis en nauwkeurige oplettendheid deese kommis„ „sie te hebben volbragt en noemt zeg voorts met veel eerbied /:onderstond:/ wel Edele Agtb: gebiedende heer werwelEdele Achtb: onder „danige Dienaar /:was getekend:/ And: van Hek /:in margine:/ Jalo Den 2: 9ber: A:o 1789 Dijbrands H Egklerk Accordeert. G Nagazien Maas 165. Aan den WelEdelen Gebiedende Heer: M:r Christiaan van Aangelbeek opperkoopman Gabls sekunde en Dessave der maturese ommelanden. WelEdele Gebiedende Heer! De ondergeteekende Chirurgijn ter dezer Fortresse Mijn„ „derd huijbertsz: heeft de hare uw wel Edele Gebieden„ „de te berichten dat in zijn teegenwoordigheid door den „onder koopman en hoofd der Mahabad de d'heer The„ „odorus van Teylingen voor reek: van den grooten oegst 1789 geleeverd is Een kwantiteit van. 372 Zegge Drie honderd Twee en seventig Baal en kanneel te weeten 78 Baelen fijne tuin kanneel en. 294 — — „ Bosch - - - d:o -. nevens. 4 Baalen grove Kaneel en 43. lb Gruijs zijnde ender voorm: g' Embaleerde kaneelbaalen 106. in dubbeld en de overigens in erkelde goenigenaerd Welke voorm: 372 baelen fijne kaneel door mij naauw„ Keurig keurig gevisiteerd en g'Examineerd is geworden en allzoo dezelve van een goede qualiteit smaak en Reuk is, is dezelve als zodanig g' Embaleerd. Overigens betuijgd ik naar beste kennisse en naauwkeurige opbettendheyd deeze Commissie te hebben verrigt en hebbe de hooge eer met veel eerbied en hoog agting te noemen. / onder„ stend: Wel Edele Geb: heer uw Wel Edele gebiedende ootmoedige en zeer gehoorzaame Dienaar /:was geteekend:/ M: Huijbertsz: /: in margie„ „ne:/ Mature den 3 November 1709 Accordeert Sijbrands Egreerk
English
Fretz Nachtegaal 166 To the Right Honourable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of Dutch India Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies Right Honourable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord, In compliance with the highly respected order of Your Right Honourable, we the undersigned, Frans Wolkers, town surgeon at Colombo, and Levinus Agathanus Douwe, assistant surgeon stationed here, betook ourselves inside the fort at Nigombo, and there saw delivered by the Junior Merchant and Head of the Mahabadde, the Right Honourable Lord Theodorus van Teijlingen, on account of the Great Harvest: 112, that is, one hundred and twelve bales of good fine cinnamon, which we accurately examined and subsequently had packed in double gunnies. Hoping hereby to have fulfilled the respected order and intention of Your Right Honourable, we subscribe ourselves with all respect. Below stood: Right Honourable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord, Your Right Honourable's humble and faithful servants. Was signed: Frans Wolkers, L. A. Douwe. In the margin: Nigombo, the 4th of March, Anno 1789. Agrees, Hijbrands, Clerk C. C. Supke Checked 167 To the Right Honourable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord, Ordinary Councillor of Dutch India, the Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, Willem Jacob van de Graaff. Right Honourable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord, In compliance with the highly respected order of Your Right Honourable, we the undersigned, Christiaan Behne, chief surgeon of the Honourable Company's ship Trinkonomale, and Levinus Agathanus Douwe, assistant surgeon stationed here, betook ourselves inside the fort at Nigombo, and there saw delivered by the Right Honourable Lord Theodorus van Theylingen, Junior Merchant and Head of the Mahabadde, on account of the Great Harvest: 540, that is, five hundred and forty bales of good fine cinnamon, which we accurately examined and subsequently had packed in double gunnies; as well as 3 bales of coarse cinnamon put into single gunnies, in addition to 100 pounds of cinnamon chips in three bags for the distilling of oil. Hoping hereby to have fulfilled the respected order and intention of Your Right Honourable, we subscribe ourselves with all respect. Below stood: Right Honourable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord, Your Right Honourable's humble and faithful servants. Was signed: C. Behne, L. A. Douwe. In the margin: Nigombo, the 6th of October 1789. Agrees, Hijbrands, Clerk Checked Maas 5 168. To the Right Honourable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of Dutch India, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies. Right Honourable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord, According to the highly respected order of Your Right Honourable, we the undersigned, Frans Wolkers, chief surgeon of the old town at Colombo, and Jan Pieter Beukelman, surgeon at the fortress of Caliture, betook ourselves to Barberije, and there saw delivered by the Head of the Mahabadde, the Right Honourable Lord Theodorus van Tijlingen: 112, that is, one hundred and twelve bales of fine, 14, fourteen bales of coarse, and 22, twenty-two pounds of cinnamon chips, Which we, to the best of our knowledge, have examined, tasted, and found to be good fine cinnamon, as far as concerns the first one hundred and twelve bales; the other fourteen bales we excluded and rejected as coarse, to be employed alongside the cinnamon chips for the distilling of cinnamon oil, etc., etc., etc. Wherewith we hope to have fulfilled the highly respected intention of Your Right Honourable, calling ourselves for the rest with deep dutiful respect. Below stood: Right Honourable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord, Your Right Honourable's most humble servants. Was signed: F. Wolkers and J. P. Beukelman. In the margin: Barberije, the 10th of March, Anno 1789. Agrees, G. Dijbrands, Sworn Clerk Checked Maas No. 36. 169. Monday the 6th of October, Anno 1788. Present: The Right Honourable, Highly Esteemed Lord Governor Willem Jacob van de Graaff The Honourable Chief Administrator Peter Sluijsken The Honourable Dessave Diederich Thomas Fretz The Honourable Titular Lieutenant Colonel Jan Philip Christiaan Tilenius The Honourable Fiscal Mattheus Petrus Raket The Honourable First Warehouse Master Johannes Reintous The Honourable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter The Honourable Principal Trade Bookkeeper Abraham Samlant Absent: The Honourable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst, due to indisposition. In consideration of the fact that it might sometimes be useful that the ships carrying over the regiment of Luxemburg, upon arrival at the Cape of Good Hope, do not immediately go to the usual roadstead, it has been resolved and agreed to request Captain van Walm, commanding the state frigate Ceres, upon his arrival at the Cape, to be pleased to order the aforementioned ships to anchor, either under Robben Island, or elsewhere, wherever His Honour shall deem best according to the circumstances of the time, until by the Ministers... Secret resolution, taken in the Council of Ceylon.
Dutch transcription
Fretz NagtIadn 166 Aan den wel Ed: Groot Achtb: Hoog Gebied:s heer willem Jacob vande Graaff raad ordinair van nederlands Jndia gouverneur en directeur van het Ceiland Ceilon met dies onderhoo„ „righeeden welEdele Groot Achtb: hoog Gebied: heer In voldoening der hoog g'eerde ordre van uw wel Ed: Groot Achtb: hebben wij ondergeteekende frans wolkers stadsmeester tekolombo en Levinus Agathanus Douwe ondermeester alhier bescheiden ons vervoegt binnen het fort te Nigombe en aldaar door den onderkoopman en Hoofd der Mahabadde den welEdele Heer Theodo„ „rus van Teijlingen zien leveren voor reeke„ „ning vanden grooten Oegst. 112. zegge Een hondert en twaalff Baelen goede feijne kanneel, dewelke wij naauwkeu„ „rig g'examineert en vervolgens in dubb. goenijs laeten Emballeeren verhoppende dien volgende aan de gevenereerde ordre ordre en intentie van uwerelEd: Groot Achtb: te hebben voldaen ons met alle Eerbied onderschrijven /onderstond/ wel Ed=e Groot Achtb: Hoog Gebied: Heer, uwemeld Groot Achtb: onderdanige en trouwschuldige Dienaeren /was geteekend:/ frans wolkers L: A: Douwe /in margine/ Nigomba den 4. Maart A:o 1789— Akkordeert Hijbrands Gklerk N C„ C Supke Nagezien 167 Aan den welEd:e Groot Achtb: hoog Gebeed: heer raad ordinair van Nederlands Jondia De gouverneur en direkteur van 't Eijland Ceelon met dies onderhorigheeden. willem Jacob vande Graaff WelEdele Groot Achtb: Hoog Gebied: In voldoening der hoog g'eerde ordre van uwewel Ed groot Achtb: hebben mij ondergeteek: Christiaan Beene oppermeester van 't E: komp:s schip Trinkonomale en Levinus Agathanus Douwe; ondermeester alhier beschelden ons vervoegt binnen het fort te Nigombo en aldaer, door den welhd: Heer Theodo„ rus van Theylingen onderkoopman en Hoofd der mahabadde, zien leveren, voor reekening van den Grooten oegst. 540. Zegge vijf hondert en veertig Bjalen goede fijne kanneel dewelke wij naauwkeurig geexamineert en ver„ volgens in dubb: goenijs laeten Emballeeren. zoo meede 3. Balen Grove in Enkelde goenijs ge„ „stooken benevens in drie zakken 100 ponden gruis kanneel tot het stooken van olie. verhopende dien volgende aande gevenereerde ordre en intentie van uwe welEdele groot achtbaare te hebben voldaan onderschryven Heer onderschrijven ons met alle Eerbied /onderstond/ wel Ed: Groot Achtb: Hoog Gebiedende heer uwewelh:s groot Achtb: onderdanige en trouw„ „schuldige Dienaaren /was geteekend/ C: Behnee L:s A:s Douwe /in margine/ Nigombo den 6. 8ber: Akkordeert- Hijbrands Gklerk 1789— Nagezien Maas. 5 168. Aan den wel Ed:e Groot Achtb: hoog Gebied: heer . — willem Iacob vande Graaff. raad ordinair van Nederlands Jndia Gou„de „verneur en direkteur van het Eijland Ceijlon met dies onderhoorigheeden WelEdele Groot Achtb: Hoog Gebiedende. Volgens de hoog g'eerde ordre van uwelhd: Groot Achtb: hebben wij ondergeteekende frans wolkers oppar„ „meester vande oud stad te Colombo en Jan Pieter Beukelman Chirurgijn ter fortres Caliture ons naa Berberije vervoegt, en aldaer door 't hoofd der Mahabadde den welEd: heer Theodorus van Tijlingen zien leveren 112. zegge Een hondert en twaalff baelen fijne 14. „ veerthien baalen groove en 22. „ Twee en twintig ponden Gruijs Canneel Dewelke wij naa onse beste kennisse hebben geexamineert, geproeft, en bevonden te zijn goede fijne Canneel, zo veel de eerste Een hondert en twaalff baalen aanbelangt, de andere veerthien baalen hebben wij als groove uijtgeslooten en affgekeurt, om nevens de Gruijscanneel tot het stooken van canneel olie &r. &a &sa Heek! te tewerden g'emploijeert waarmeede wij verhoopen aande hoog g'eerde Jnten„ „tie van uwel Edele Groot Achtb. te hebben vol„ daen noemen ons voor het overige met diep„ verschuldigde eerbied /onderstond:/ welEdele Groot Achtbare Hoog Gebiedende Heer uwelEd: Groot Achtb: Aller onderdanigste dienaeren /was getekend:/ f: wolkers en J: P: Beukelman. /in margine / Berberije den Akkordeert G Dijbrands VEgkeerk 10:' Maart A=o 1789- Nagezien Maas N:o 36. 169. Maandag den 6. october Anno 1788. Present Den Wel Edelen Groot Agtb: heer Gouverneur. Willem Jacob van de Graaff Den E: Hoofd administrateur - - - - Peter Sluijsken Den E: Dessave - - - - - - - - - Diederich Thomas Fretz Den E: Titulair Luijtenant Collonel. Jan Philip Christiaan Tilenius — —. Mattheus Petrus Rakel Den E: Liskaal - Den E: Eerste Pakhuijsmeester - - - Johannes Reintous . . . Benevictus Lambertus Van Zitter Den E: Sekretaris - - - Den E: p=l Negotie boekhouder - Abraham Samlant Absent Den E: Soldij Boekhouder - - - - - Gerrit Engel Holst, mits indispositie Uijt aanmerking dat het somtijds zijne nuttigheid konde hebben, dat de scheepen, die 't regiment van Lixemburg overbrengen, bij aankomst aan de Caab de goede Hoop, niet aanstonds op de gewoone reede gaan: is goedge„ „vonden en verstaan, den heer Capitein van Walm, Com„ „mandeerende 'slands fregat Ceres, te verzoeken, om bij desselfs komste aan de Caab, de voorschreeve scheepen te willen beveelen, om het zij onder 't Robben Eiland, of elders, daar zijn Ed: dat naar tijds geleegendheid best oordeelen zal, ten anker te gaan, tot dat door de Tekreet Resolutie, genoomen in raade van Cijlon Ministers op. ƒ
English
Ministers at the Cape, regarding which the necessary arrangements will have been made. The Tuticorin Chief, the Honorable Mekern, has shown by a separate letter of 30 September of the current year that, whereas the demands for Europe, Batavia, Ceylon, and the Cape amount to more or less 190000 pagodas, and on the other hand the funds received after the conclusion of the demand for the previous year—the borrowed capitals and the gold of 18 carats 5½ grains brought by the ship De Gouverneur Falck included therein—have amounted to no more than pagodas 70354.–., from which, however, much had been deducted for ordinary and extraordinary expenses for the ships, His Honor had constantly been considering means to obtain money. And with that aim, he had already issued an ingot of the gold of 15 carats at the calculated Dutch price, which would turn out three-quarters percent more advantageous than if the gold were minted into pagodas, assuming that the gold was of the fineness of 18 carats 5 grains; but that His Honor had taken this ingot back, on the one hand because he had no prospect of disposing of all the gold of 15 carats on that footing, and on the other hand because it had appeared to His Honor that this gold could be used in a more advantageous manner for trade, since some of the oldest and most knowledgeable money-changers, having given advice on minting this gold as it is into Porto Novo pagodas, had been of the opinion that these pagodas would be equal to new Porto Novo pagodas, which could be exchanged into old and current Porto Novo pagodas with a loss of 7½ percent. That since the Company's pagodas currently stand about 4½ percent higher than the old current Porto Novo pagodas, according to this calculation the pagodas minted from the gold of 15 carats would stand 12 percent lower than the Company's pagodas; and if these pagodas of the gold of 15 carats were issued with an agio of 12 percent, fully 6 percent would be gained thereon, because the gold of 18 carats 5½ grains, from which the Company's pagoda is minted, stands according to the Dutch calculation approximately 18½ percent higher than the gold of 15 carats. That this would already be a considerable profit; but that it did not seem impossible to His Honor that the pagodas minted from the gold of 15 carats could be issued with an agio of 10 percent, and thus 110 of these Porto Novo pagodas for 100 Company's pagodas, whereby the profit would be another 2 percent greater. That if this Government would grant qualification for this, His Honor would ensure that the coarse die, which was previously used here for making Porto Novo pagodas, and whose excessive coarseness had contributed much to the unpopularity of the pagodas struck at that time, would be improved and made more consistent with the die of the Porto Novo pagodas. That His Honor had already provisionally instructed the mint master Dammann to manufacture such a die and to employ all his art so that the pagodas struck with this die, both in color and shape, agree with the ordinary Porto Novo pagodas; but that although His Honor is completely convinced that the pagodas minted from the gold of 15 carats could be issued on the aforesaid footing, it is nevertheless beyond his reach to be able to give full assurance thereof, as that would only become apparent when the pagodas were struck; but that even if it should turn out contrary to His Honor's expectation that these pagodas could not be issued there on the coast according to his proposal, they could then still be used with very great advantage on Ceylon. That in order to make the undertaking succeed better, the gold, which due to the large amount of copper with which it is alloyed is very red in color, would need an addition of silver so that the color would become completely equal to that of the Porto Novo pagodas, whereby the gold would indeed decrease further in its fineness, but that on the other hand just as much copper would have to be blown off as silver was added, in which case the fineness of the gold would be preserved; but that the mint master Dammann found great difficulty in this, because he maintains that for this one would need about 20 marks of Spanish dollar silver, and that on the other hand just as much copper would have to be blown off from the gold, which would cause a great loss of gold, because for this refining about 160 lb of test lead and 100 lb of bone ash would be needed, and from such a large quantity of bone ash, the gold that is absorbed along with the lead into the cupels made of bone ash cannot be completely recovered from it. That His Honor does not possess the knowledge to judge this difficulty, but that it appeared to him that the profit promised by the minting could easily bear a small loss during refining; requesting
Dutch transcription
Ministers aan de Caab, nopens deselve de nodige schit„ „king zal zijn gemaakt. T Tutukorijnsch opperhoofd de E: Mekern heeft, bij apar„ „ten brief van den 30. 7ber: J:os:, vertoond, dat wijl de Eische voor Europa, Batavia, Ceilon en de Caab, min of meel 190000. pagooden bedraagen, en daar en teegen de gelden, die naa het afloopen van den Eisch voor het voorig Jaar, ont„ „vangen zijn, de opgenomene Capitaalen en 't goud van 18. kar: 5½ grijn, met 't schip de gouverneur Falck aan„ „gebragt, daar onder begreepen, niet meer hebben beloopen dan pag: 70354. –. , waarvan echter voorgewoone en buij„ „ten gewoone uijtgaven aan de scheepen veel was afge„ „gaan, zijn E: steeds bedagt was geweest of middelen om aan geld te koomen, en met dat oogmerk reeds van 't goud van 15. karaaten, een staaf hadde afgegeeven wor den aangereekenden Nederlandschen prijs, 't welk drie„ „quart percent voordeeliger zoude uijtkomen, dan wan„ „nier 't goud tot pagooden vermunt wierd, ondersteld zijnde dat 't goud was van het gehalte van 18: kar:s J grijn; maar dat zijn E: deesen staaf weder had te rug genoomen, eensdeels, om dat geen vooruijtzigt had „de, om al 't goud van 15. kar: op dien voet van de hand te zetten, en anderdeels, om dat het zijn E: wal voor „gekoomen 88 170 „gekoomen, dat dit goud op een voordeeliger wijse tot den handel zoude kunnen worden gebruijkt, wijl eenige van de oudste en kundigste wisselaars geadviseerd heb„ „bende, over het vermunten van dit goud zoo als het is, tot portonovosche pagooden, zij van adries waaren geweest, dat deese pagooden gelijk zouden zijn aan nieuwe por„ „tonouwsche pagooden, die verwisseld zouden kunnen wor„ „den in oude en gangbaare portonowosche pagooden met een verlies van 7½ percent: Dat daar nu de Comp: pa„ „gooden, omtrent 4½. percent hooger staan dan de ou„ „de gangbaare portonovosche pagooden, volgens deeze beree„ „kening, de pagooden, gemunt van 't goud van 15. kar: 12. percent laager zouden staan, dan de Comp: pagooden, en indien deese pagooden van 't goud van 15. kar:, wierden uijtgegeeven met een agio van 12. p:r C:o, daar op ruijm 6. percent zoude gewonnen worden, wijl het goud van 18. kar: 5½ grijn, waarvan de Comp=s pagood gemunt word, volgens de Nederlandsche aanreekening, ongevaar 18½ p„r Cent hooger staat, dan 't goud van 15. karaalen: Dat dit reeds eene aanmerkelijke winst zoude weesen; maar dat het zijn E: niet onmoogelijk voorkwam, dat men de van 't goud van 15. karaaten gemunte pagooden„ y zoude kunnen uijtgeeven met een agio van 10. p„rcent, en 6 en dus 110. van deese postonovosche pagooden voor 100. Comp:s pagooden, wanneer de winst nog 2 prCent groo„ „ter zoude weezen. Dat zoo deeze Regeering daartoe quali„ „ficatie wilde geeven, zijn E: zorge zoude draagen, dat de groove stempel, die men te vooren tot 't maaken van portanovosche pagooden alhier gebruijkt heeft, en welks al te groote grofheid, veel al tot de ongewildheid van de ter dier tijd geslaagene pagooden, toegebragt had, verbeeterd, en overeenkomstiger met den stempel van de portonovosche pagooden gemaakt wierd. Dat zijn E: reeds bij voorraad den Ministers Muntmeester Dammann had aanbevoolen, om zulk een stempel te vervaardigen, en al zijn kunst in 't werk te stellen, dat de met deesen stempel geslaagene pagooden, zoo in kleur als gedaante, over eenshemmen met de gewoo¬ „ne portonovosche pagooden; doch dat hoewel zijn E: zig allesins vijd, dat de pagooden, gemunt van 't goud van 15. karaaten, op den voorsz. voet, zouden kunnen worden uijtgegeeven, het echter buijten desselfs bereijk is, om daarvan volle verzeekering te kunnen geeven, wijl dat swaeren; eerst zoude blijken, wanneer de pagoorden geslaagen; maar dat zoo het ook tegen zijn E=s verwagting mogte uijtvallen, dat deese pagjooden, volgens desselfs voorstel, daar ter kist niet konden worden uijtgegeeven, dezelven dan nog 171. 2 nog met heel veel voordeel zouden kunnen gebruijkt wor„ „den op Ceilon. Dat om de onderneeming te beter te doen geluk„ „ken, 't goud, 't welk door het veel koper, waarmeede het belegd is, zeer ros van kleur is, een toezet van zilver zoude moeten hebben, dat de kleur volkoomen gelijk wierd aan die van de portanovosche pagooden, waardoor 't goud wel in zijn gehalte nog zoude verminderen, maar dat daaren¬ „teegen er weder zo veel koper zoude moeten worden afge„ „blaasen, als er zilver wierd bijgevoegd, wanneer men 't gehalte van 't goud zoude behouden; doch dat de muntmeester Dammann daarin veel swarigheid vond, wijl hij steld, dat men daartoe omtrent 20. mark spaansemat zilver zoude nodig hebben, en dat daaren¬ tegen van 't goud weder zo veel koper zoude moeten wor„ „den afgeblaasen, 't welk een groot verlies aan goud zoude geeven, om dat tot dit raffineeren, omtrent 160 lb: zeugelood en 100 lb: beenasch zouden nodig weezen, en uijt zulk eene groote quantiteit van beenasch, 't goud, dat zich beneevens 't lood in de testen van beenasch ge„ „maakt trekt, niet volkomen daaruijt kan gehaald worden Dat zijn E: geen kennis heeft, om deese swarigheid te kunnen beoordeelen, maar dat het denselven voorzwam, dat de winst, die de vermunting beloofd, wel een kleijn verliesje bij het raffineeren zoude kunnen veelen: ver„ „zoekende
English
further requesting that, should this Government see fit to grant authorization for the minting of the 15-carat gold according to the proposed standard, permission then be given for these pagodas to be issued in household expenditures at the same agio with which they will be furnished to the merchants. Which having been deliberated upon, it was, in consideration of the fact that minting the 15-carat gold into Porto Novo pagodas—provided they can be issued in trade—is more advantageous for the Company than selling it merely in bars at the Netherlands value pursuant to the decision taken by resolution of 30 September, approved and understood to authorize the Honourable Chief Mekern to have that minting carried out according to his proposal, and also to issue these pagodas in household expenditures at the same agio with which they will be furnished to the merchants; writing to him at the same time that there is no bone ash in stock here, and that if Mintmaster Dammann should find that the blowing off of the copper cannot be done without it, and on that account well-founded doubts exist as to whether the pagodas, if the gold remains alloyed with copper instead of silver, can more or less be issued according to the proposed standard, the said Chief had better abandon this minting and do his best to sell the gold in bars according to the decision of 30 September, the more so because these pagodas are not needed here, but this gold, which is destined for Coromandel, was retained solely for trade on the Madura coast, and if it cannot serve that purpose, it must be sent to Paleacatte. The Honourable Chief Administrator Sluijsken having declared, regarding the sale of this gold, that he adheres to his advice recorded in the aforementioned resolution of 30 September. The aforementioned Honourable Chief Mekern having further shown by his aforementioned letter that if this Government could see fit to employ all or part of the silver bars brought out by the ship the Gouverneur Falck for the cloth trade, this would also prove more advantageous than the gold which is minted into Company pagodas. That the rupees minted here in the year 1783, of the fineness of 10 deniers 16 grains, had indeed been unpopular on the Madura coast and valued lower than the Surat rupee—which for some years has had a lower alloy—as a new coin whose true value the native did not know; but that since this Ceylon rupee had become known, it has been preferred over the Surat rupee. That His Honour therefore thinks that the rupees minted with the Colombo stamp and of the fineness of 10 deniers 16 grains will be able to be issued at 25 Dutch stuivers, and that although His Honour, not being provided with the Netherlands invoice, is unable to determine the profit that would be obtained from this issue, he nevertheless believes he will not be far mistaken in estimating this profit at 5 per cent, which would certainly be considerable compared to the gold, upon the minting of which into pagodas 3¼ per cent is currently lost; requesting in any event that means be devised to obtain money quickly, as the year is drawing to an end and therefore no skimping can be done if even a portion of the requisitions must still be met. It was, in consideration of the fact that the Tuticorin officials, pursuant to the resolution of 27 September, have already been authorized to have the silver minted into rupees according to the Surat standard, or else to sell it in bars proportionate to the price for which the Dutch guilders were issued, whichever the officials should find most advantageous, approved and understood to persist therein for the present, and consequently now further to authorize the Honourable Chief Mekern to have the minting of the silver carried out according to his proposal, with the reminder, however, that the rupees minted in 1783 were not of the fineness of 10 deniers and 16 grains, but indeed of 11 deniers and 16 grains. And as the Malabar Governor Van Angelbeek has shown to the Governor with the greatest emphasis the extreme necessity of assisting Cochin with cash: it was approved upon His Honour's proposal to write to the Honourable Chief Mekern to correspond about this with the said Mr. Van Angelbeek, and even if the cloth trade were to suffer somewhat thereby, to keep Cochin out of embarrassment as far as is at all practicable. It being further made known by the Honourable Mekern in the aforementioned letter that although His Honour had postponed the farming out of the chank diving from 1 to 14 September at the request of the Land Regent of Tinnevelly, the emissary of the Nabob who had come to attend the same had held it up until now, and after all sorts of attempts
Dutch transcription
„zoekende wijders, indien deese Regeering mogte goedvin„ „den, om tot de vermunting van 't goud van 15. karaaten, op den voorgestelden voet, qualificatie te verleenen, dan te willen permitteeren, dat deeze pagooden in de huijs„ „houding mogten worden uijtgegeeven, met dezelve agio„ waarmeede dezelve aan de kooplieden zullen worden verstrekt. Waarover gedelibereerd zijnde, is uijt aanmerking, dat het vermunten van 't goud van 15. karaaten tot portanovo„ „sche pagooden, indien die in den handel konden worden uijtgegeeven, voordeeliger voor de Comp: is, dan het volgens besluijt bij resolutie van den 30. Zeptember, alleen voor de Nederlandsche waarde in staaven te verkoopen; goedgevonden en verstaan 't E: opperhoofd Mekern te qualificeeren, om die vermunting naar desselfs voor„ „stel te laaten doen, en deeze pagooden ook in de huijs„ „houding uijt tegeeven, met dezelve agio, waarmeede ze aan de kooplieden zullen worden verstrekt; met aan„ „schrijvens teffens, dat hier geen been asch in voorraad is, en dat zoo de Muntmeester Dammann mog„ „te bevinden, dat buijten dien het afblaasen van't koper niet kan worden gedaan, en er uijt dien hoofde gegronde twijffelingen zijn, of de Pagooden, indien 't goud met koper, in plaats van met zilver, belogt blijvende, op den voorgestelden voet min of meer zullen kunnen c 1722 kunnen worden uijtgegeeven, gem: opferhoofd dan lie„ „ver van deese vermunting afzien, en desselfs bist: doen moet 't goud, volgens besluijt van den 30. Zeptemb: „ber, in staaven te verkoopen, te meer men deese pagoo„ „den hier niet nodig heeft, maar dit goud, dat voor kormandel bestemd is, alleen aangehouden is tot det„ handel ter kuste Madure, en zoo het daartoe niet kan dienen, na Paleakatta moet worden verzonden. Hebbende de E: hoofd Administrateur sluijsken ver„ „klaerd, nopens 't verkoopen van dit goud, zich te hou„ „den aan zijn advies aangeteekend bij de voorsz: reso„ „lutie van den 30. 7ber: Voorm: E: opperhoofd Mekern bij desselfs voorschr: brieff nog vertoond hebbende, dat zoo deese Regeering konde goedvinden, om 't baar zilver, met het schip de gou„ „verneur Talck uijtgebragt, geheel of gedeeltelijk te em„ „ploijeeren voor den lijnwaat handel, dat ook voordeeli„ „ger zoude uijtkomen, dan 't goud, 't welk tot Comp=s „pagooden word gemunt. Dat de ropijen, die in 't Jaar 1783. hier zijn geslaagen, van 't gehalte van 10. pennin„ „gen 16. grijn, wel als eene nieuwe munt, waarvan de Jnlander de rechte waarde niet kende, op de kuste Madure ongewild en minder waardig waren geweest dan de soevatsche ropij, die zeedert eenige Jaeren el Jaaren een minder alloij heeft, maar dat zeedert, van deese Ceilonse ropij bekend was geworden, deselve getrok„ „ken is boven de soeratsche ropij. Dat zijn E: derhalven denkt, dat de ropijen, gemunt met den stempel van kolombo, en van het gehalte van 10. penningen 16 grijn„ zullen kunnen worden uijtgegeeven tegens 25. stuijves Ne„ „derlandsch en dat schoon zijn E:, niet voorzien zijnde van de Nederlandsche factuur, buijten staat is om de winst, die bij deese uijtgaave zoude behaald worden te bepaalen, echter geloofd, zich niet veel te zullen mis„ „gissen, met deezen winst op 5. p:r C„ o te stellen, 't welk zeeker aanmerkelijk zoude weezen, in vergelijk van 't goud, bij welks vermunting tot pagooden, tans 3¼ perC=o verlooren word: verzoekende in allen gevalle middelen te willen beraamen; om spoedig aan geld te koomen, wijl 't Jaar op 't einde loopt, en er dus niet kan gezuijnd worden, zoo men nog maar een gedeelte op de eischen zal moeten voldoen. Js uijt aanmerking, dat reeds de Tutukorijnsche be„ „dienden, volgens besluijt van den 27. ' 7ber: zijn gequa„ „lificeerd om 't zilver tot ropijen te laaten vermanten, naar den soeratschen muntvoet, dan wel in bharen te verkoopen, evenredig met den prijs, waarvoor de hollandsche guldens zijn uijtgegeeven, naar dat de waarde de G 1724 de bedienden het voordeeligst zouden bevinden: goed, „gevonden, en verstaan, daarbij als nog te persisteeren, en mitsdien 't E: opperhoofd Mekern nu nader te qualifi¬ „ceeren, om de vermunting van het zilver te mogen laten doen, naar desselfs voorstel, met wrinnering ech„ „ter, dat de ropijen in 1783. gemunt, niet zijn geweest van het gehalle van 10. penningen en 16. grijn, maar Wel van 11. penningen en 16. grijn. En wijl de heer Mallabaarsche gouverneur van Angel„ „beek, aan den heer Gouverneur met de grootste na„ „druk heeft vertoond, de hooge noodzaakelijkheid dat Koetsiem met contanten word bijgestaan: is op zijn Edeles propositie goedgevonden, 't E: opperhoofd Mezern aanteschrijven, om met welgemelden hier van Angel„ „beek daarover te correspondeeren, en al moest ook de lijwaathandel daarbij wat lijden, koetsiem zoo veel het eenigsints doenlijk is, buijten verlegendheid te houden Nog door den E: Mekern bij voorschr: brief te kennen gegeeven zijnde, dat schoon zijn E: de verpagting van de Tjankoosduijkerij, op verzoek van den Landregent van Tirnevelli, van den 1. tot den 14. Zeptember had„ „de verschooven, de zendeling van den Nabab, die gekoomen is om dezelve bij tewoonen, dezelve tot nog toe hadde tegengehouden, en naa allerligj koo„ „gingen
English
efforts and proposals having been made to drive the lease higher than last year, finally, because of the slight probability of succeeding in this, as the chank shells are currently low in price, had made the proposal to have the diving held for the account of the Company and of the Nabob, but that His Honour had declined this, on the grounds that in the latest agreement it was determined that the diving would be publicly leased: requesting to be instructed with orders from this Government how His Honour should further conduct himself in this matter, if the Land Regent further opposes the leasing and continued to insist that the diving take place for the account of the Company and the Nabob. After deliberation, it was approved and agreed to write to the Honourable Chief Mekern to set a day for that purpose, in order to prevent further delay in the leasing of the chank diving, and to notify the Land Regent thereof, also writing that, whether an answer is received or not, the leasing would be held on the appointed day because time is running out; and at the same time to notify the Nabob of this written notice to the Land Regent, with the request that His Highness would promptly send his orders as necessary, so that they can be received by the Land Regent before the set deadline: as well as, for good measure, to likewise give notice thereof to Mr. Buchanan; but carefully to avoid all negotiation regarding holding the diving for the account of the Company and of the Nabob, and if the proposal should be made again, to reject it directly, because this would give rise to many unpleasantries. Thus resolved in the castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid: was signed: W: J: van de Graaf, P: Sluijsken, D: T: Fretz, J: P: C: Tihenius, M: P: Raket, J: Reintous, B: L: van Zitter, and A: Samlant. Agrees Dijbrands First Clerk §. 73. Checked Loutman 1. — 174. - Tuesday, the 11th of November 1788: Present The Right Honourable Governor Willem Jacob van de Graaff The Honourable Chief Administrator Pieter Sluijsken The Honourable Dissave Diederich Thomas Fretz The Honourable Lieutenant Colonel Joh: Th: Chr: Tileneus The Honourable Independent Fiscal Mattheus Petrus Raket The Honourable First Warehouse Master Johannes Reintous The Honourable Secretary Benedistus Lamb: van Zitter. Absent The Honourable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst The Honourable Provisional Trade Bookkeeper Abraham Samlant the former due to indisposition and the latter on the Company's service to Galle. Secret Resolution, taken in the Council of Ceylon It having been taken into consideration that for some time foreigners who arrive by sea at Jaffanapatnam, Mannaar, etc., proceed from there by land hither without the foreknowledge or permission of this Government, and that abuses might arise therefrom, detrimental to the Company's interests on this island: it has therefore, to prevent foreigners from arriving at any places belonging under this Government without it becoming known, and to prevent as much as possible the disadvantages that might sometimes arise from the freedom to travel by land from one place to another, been approved and agreed to write by circular to the servants at the subordinate offices on this island and order: 1: That they must order the innkeepers and all such persons who accommodate such people that they must ask the foreigners who lodge there for their names and where they come from, and that they must give written notice thereof to the Commander of the place; with the announcement to the same that whoever lodges foreigners without complying with this recommendation shall thereby incur a fine for the Diaconate poor, to be determined by the servants themselves. 2: That they must also, as far as the natives are concerned, recommend to the gatekeepers that they shall constantly keep an eye on the arrival of foreign natives, and that as soon as they obtain knowledge thereof, they must immediately make it known to the Commander of the place. 3: That they must give orders at the posts subordinate to them not to let any foreigners or unknown persons 175. pass, unless there is shown by them there proper proof that they have proper permission thereto either from this Government, or from their servants, or from any other subordinate office. 4: That to all foreigners, whether Europeans or natives, who arrive at the subordinate offices and to whom the servants, upon their request, give permission to depart hither, or to any office subordinate to this Government, they must, besides the usual sarnasses for such persons to whom they are given according to the custom of the country, cause a written proof thereof to be dispatched, and to others simply an ordinary passport, and that they must thereby instruct these foreigners to have to show these at all Company posts, because an order rests on all of the same not to let anyone pass otherwise. 5: That to all foreigners who come from outside and are in any way suspect to the servants, or are simply not well enough known to them to be able to judge them, whether Europeans or natives, when they request permission to go hither, or to any other office subordinate to this Government, it must be announced that without the permission of this Government they may not go further.
Dutch transcription
„gingen en voorstellen gedaan te hebben, om de pachthoo„ „ger dan 't voorleeden Jaar te drijven, eindelijk mits de ge¬ „ringe waarschijnelijkheid om daar in te slaagen, wijl de sjankosen tans laag in prijs zijn, de propositie had gedaan, om de duijkerij te doen houden voor reeke„ „ning van de Comp: en van den Nabal, doch dat zijn E: dit had ontlegd, uijt hoofde bij de Jongste overeen„ „komst was bepaald, dat de duijkerij publick zoude worden verpacht: verzoekende om met orders deezer Regeering te mogen worden, gemanieerd; hoe zijn E: zig in deesen verder zoude gevraagen, indien de Landre„ „gent zich verder tegen de verpagting verzet, en bleef aandringen, dat de duijkerij voor reekening van de Comp: en den Nabab geschied. Js naa deliberatie goedgevonden en verstaan, 't E: opper„ „hoofd Mekern aanteschrijven, om tot voorkoming van de verdere vertraaging van de verpacting der sjanke„ „duijkerij, daartoe eenen dag te bepaalen en den Land „regent daarvan kennis te geeven, met aanschrijvend tevens, dat het zij er andwoord op kome of niet, ten k„ „stemden dage de verpachting zoude gehouden worden om dat de tijd verloopt; en teffens aan den Nabab kennis te geeven, van deeze aanschrijvens aan den Landzegent, met verzoek, dat zijne hoogheid zoo p dig.. N 60 §. 73. Naagezien Loutman 1. — „dig zijne orders wilde zenden, als nodig is, op dat ze voor 't gestelde termijn bij den Landregent: kan vor„ de „den ontvangen: zoo ook, om ten overvloede, daar„ „van insgelijks kennis te geeven aan den heer Bu„ „chanan; doch om alle onderhandeling, tot het houden van de duijkerij voor reekening van de Comp: en van den Nabab, zorgvuldig te vermijden, en indien er 't voorstel toe weder mogte gedaan worden, dat direct van de hand te wijsen, wijl sulks tot veele onaangenaamheeden aanleijding zoude geeven. Aldus Geresolveert in 't kasteel Kolombo ten daege maand en jaere voorsz: /:was geteekend:/ W:J: van de Graaf P: Sluijsken D: T: Fretz J: P: C: Tihenius M: P: Raket J: Reintous B: L: van Zitter en A: Lambant. Accordeert Dijbrands Egklerk 174. - D: E: Zoldij Boekhouder - - Dingsdag den 11:' November 1788: Present De WelEdele Groot Aghtbaare Her ouvenaur Willem Jacob van de Graaff D: E: Hoofd Administrateur - - - - Pieter Sluijsken D: E: Dessave - - - - - – – _ _ : Diederich Thomas Fretz D: E: Luijtanaeet Collonel - - - - . Joh: Th: Chr: Tileneus D: E: Fc=r Fiscaal - - - - - . Mattheus Petrus Raket D: E: Eerste Pakhuijsmeester - - „ Johannes Reintous 7: D: E: Secretaris - - _ _ _ _ _ _ „ Benedistus Lamb: van Zitter. Absent Gerrit Engel Holst de eerste mits indispositie en de laatste in 's Comp=s dienst naa Gale. Jn achting genoomen zijnde, dat zeedert eenigene tijd de vreemde„ „lingeenr, die over zee te Jaffenapatnam Mannaar etc=a aan„ „koomen, zig van daar over land herwaards begeeven, zon„ „der voorkennis of verlof deezer Regeering, en dat daaruijt misbruijken zouden kunnen ontstaan, naadeelig voor— s: Comp=s: belangens ten deezen eijlande: is derhalven ter voorbooming dat geene vreemdelingen, op eenige plaatsen gehoorende onder dit Gouvernement aankoomen, zonder dat D: E: P=l Negotie Boekhouder —„ Abraham Samlant Secreete Resolutie, Genoomen in Raede van Ceijlon 't bekend worde, ail om zoo veel moogelijk te prevenieren de naadeelen, die uijt de vrijheijd, om te lande van de eene plaats naa de andere te moogen rijzen, somtijds zouden kunnen voortspruijten, goedgevonden en verstaan, den be„ „dieieden op de onderhoorige Tantooren ten deezen eijlande, circulair aanteschrijven en te gelasten: 1: Dat ze aan de herbergiers en alle zulken, die diergelijke luijden huijsvesten, moeten beveelen, dat ze de vreemdelin„ „gen, die te logeeren, moeten vraegen naa hunne naamen, en waar ze van daan koomen, en dat ze daarvan schrif„ „telijk kennis moeten geeven aan de Gebieder van de plaats; met aankondiging aan de zelven, dat die geene die vreemdelingen logeert, zonder deeze aanbeveeling naatakkoomen, daar door zal vervallen in een boete van de Diakonie armen, door de bedienden zelve te bepaalen. 2: Dat ze de porta bediendens ook, zoo veel de inlanderen aangaat, moeten aanbeveelen, dat ze steeds 't oog zul„ „len moeten houden op 't aankoomen van vreemde inlang „deren, en dat ze, zoo dra ze daarvan kennis krij„ „gen, dat ten eersten aan den Gebieder van de plaats moeten bekend maaken. 3: Dat ze op de aan hun onderhoorige posten ordre moeten stellen, om geene vreemdelingen of onbekende perzoonen te 175. te laaten passeeren, ten zij door dezelve aldaar word ver„ „toond een behoorlijk bewijs, dat ze daartoe 't zij van deeze Regeering, dan wel van hun bedienden, of van eenig ander ondergeschikt Mantoor behoorlijk verlof hebben. 4: Dat ze aan alle vreemdelingen, 't zij Europeesche of inlanderen, die op de onderhoorige Mantoorene aankoomen, en aan wien de bedienden, op derzelver verzoek, verlof geeven, om naa herwaards, dan wel naa eenig aan dit Gouvernement ondergeschikkte Tantoor te vertrekken, behalven de gewoone sarnassen voor zulken, aan wien die naar 'slands gebruijk gegeeven worden, daarvan moeten doen depecheeren een schriftelijk bewijs, en aan anderen enkeld een gewoone paspoort, en dat ze daarbij deeze vreemdelingen moeten onderrigten, om die op alle Comp=e posten te moeten vertoonen, wijl op alle dezelve order legt, om buijten dien, niemand te laaten passeeren. 5: Dat aan alle vreemdelingen, die van buijten koomen, en bij de bedienden eenigzints verdagt zijn, of ook alleen niet genoeg bij hun bekend zijn, om ze te kunnen be„ „oordeelen, 't zij Europeessheee of inlanderen, wanneer ze verlof verzoeken om naa herwaards, dan wel naa eenig reeder aan dit Gouvernement onderhoorig Han„ „toor te gaan, moet worden aangekondigt, dat ze zonder 't verlof van deeze Regeering, niet verder gaan moogen, F
English
may, and that in such case notice thereof must immediately be given hither. 6. That whenever a foreigner, whether European or Islander, who has arrived from outside at any subordinate office, departs from there, notice thereof must be given at once, not only hither, but also to the nearest office through which he must pass; and that whenever he is not heard of at this office within the proper time, notice thereof must then be given to the office from which the communication that such a foreigner had departed was received, so that the necessary investigation regarding him may be conducted there. 7. That concerning such foreigners who arrive from here or from any subordinate office elsewhere in order to proceed further, notification thereof must be made by the letter that departs with the next upcoming post day, except only that from Nigombo and Kaliture the notification must take place immediately, according to the old custom. Thus resolved in the Castle of Holombo, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W: J: van de Graaff, P=r Sluijsken, D: I: Fretz, C: Tilenius, M: E: Raket, J=s Reintous, and B: L: van Zitter. Agrees. Dijbrands clerk 176 Tuesday the 18th of November Anno 1788. Present. The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Chief Administrator - Peter Sluijsken. The Honorable Disava - Diederich Thomas Fretz. The Honorable Titular Lieutenant Colonel - Johan Ph: Christiaan Tilenius The Honorable Fiscal - Mattheus Petrus Rakel. The Honorable First Warehouse Master - Johannes Peintous. The Honorable Secretary - Benedictus Lamb:s van Zitter. Absent. The Honorable Pay Bookkeeper - Gerrit Engel Holst. The Honorable Trade Bookkeeper - Abraham Samlant. The first on account of indisposition and the latter in the cinnamon service to Gale. Secret Resolution, Taken in the Council of Ceijlon. The Chief of Tutukorijn, the Honorable Mekem, having reported by his separate letter of the 12th of this month that, in accordance with the permission granted for that purpose by resolution of the 6th of October last, he has for the present caused five bars of gold of 15 carats to be minted as a test into new Porto Novo pagodas, which to the outward eye have turned out reasonably well, and have also already been distributed among the merchants, with an agio of 10 percent above the Company's pagodas; but that he does not dare to warrant that these pagodas could be issued there on the coast, as they, being regarded as trade pieces, would very likely in time be exchanged into other money, and that it also cannot be determined with complete certainty whether they would find an immediate currency there, and thus could be used for trade. After deliberation, it was approved and resolved to write to the Honorable Chief Mekoen that if, contrary to expectation, the merchants cannot circulate the aforesaid pagodas any further, then no more of this gold is to be converted into pagodas, but, according to necessity, the minting of the silver is to be continued. Thus resolved in the Castle of Kolombo, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: Willem Jacob van de Gaass, P: Sluijsken, D: F: Fretz, C: Tilenius, M: P: Raket, J: Reintous, and B: L: van Zitter. Agrees. F Hijbrands Clerk Examined. 177. Friday the 21st of November 1788: Present The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Chief Administrator - Pieter Sluijsken. The Honorable Disava - Diederich Thomas Tretz The Honorable Lieutenant Colonel - Joh: Th: Chr: Tilonius The Honorable Fiscal - Mattheus Petrus Rakel The Honorable First Warehouse Master - Johannes Reintous The Honorable Secretary - Benedictus Lambertus van Zitter Absent The Honorable Pay Bookkeeper - Territ Engel Holst The Honorable Provisional Trade Bookkeeper - Abraham Samlant. The first on account of indisposition and the latter in the Company's service to Gale. Secret Resolution, Taken in the Council of Ceijlon. On the occasion of deliberating upon the request recorded in today's common resolution from the merchants of the opposite coast to be allowed a 5 percent price increase on the coarse assortments of linens, it being further taken into consideration: That it is not impossible that, in order to weaken hereafter the force of the article in the proposals of Mr. Buchanan that confirmed to their Honors the Company's privileges in the trade and special exclusive right, people might stand behind the merchants to encourage them to make these requests from time to time, all with the intention that, if these were not granted, it might be deduced from this against the Company that, because it is not willing to accommodate its merchants in expensive times by enabling them through a price increase to collect linens and thereby keep spinners and weavers at work, their Honors must then accept that the inhabitants, in times when cotton is too expensive to deliver the linens to them at the usual prices, seek another outlet with them. That besides the fact that persons acting in bad faith might perhaps use such arguments against the Company, even apart from that, such requests, to the extent that they are granted from time to time, are the more difficult to refute, and that one therefore cannot direct matters enough toward holding steadily to the fixed prices. That the Company can at present all the more venture not to consent to any price increase, because one could if necessary manage, if it cannot be otherwise, with about an additional 200 bales for the Netherlands to load the return ships this time, if the usual linens from Souratta
Dutch transcription
Naae Ziip J: J: Oordriefs: moogen, en dat als dan daarvan daadelijk herwaards moet worden kennis gegeeven. 6: Dat wanneer een vreemdeling, het zij Europeesch of ielander, die van buijten op eenig onderhoorig Cantoor gekoomen is, van daar vertrekt, daarvan ten eersten moet worden kennis gegeaven, — niet alleen naa herwaards, maar ook aan 't naaste kantoor, daar hij passeeren moet, en dat wanneer hij op dit kantoor niet binnen de behoorlijke tijd word vernoomen, als dan daarvan moet worden kennis gegeeven aan 't Kantoor, waarvan de communicatie, dat — zulk een vreemdeling vertrokken is, is ontvangen, ten eijnde aldaar nopens den zelven kan gedaan worden 't noodig onderzoek. 7: Dat van zulke vreemdelingen, die van hier of eenig onderhooig kan„ „toor elders aankoomen, om verder te gaan, de bedeeling daarvan moat worden gedaan bij den brief, die met de naast koomende postdag afgaat, uijtgezondert alleen, dat van Nigombo en Kali„ „ture de bedeeling naa ouder gewoonte aanstonds moet geschieden. Aldus Geresolveert, in 't Kasteel Holombo, ten daege maand en jaare voorsz: /was geteekend /: W: J: van de Graaff. P=r Sluijsken: D: I: Fretz C: Tilenius. M: E: Raket. J=s Reintous, en B: L: van Zitter. Den Den Accordeert. Dijbrands klerk 176„ Dingsdag den 18. November A:o 1788. Present. De wel Ed: Groot Achtb: heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff Den E: Hoofdadministrateur - - - - . - Peter Sluijsken. Den E: Dessave . . . . . . Diederich Thomas Fretz. Den E: Tit. Luijtenant Collonel - - - Johan Ph: Christiaan Tilenius Den E: Fiskaal - - - _ _ . . . . . . Mattheus Petrus Rakel. Den E: Eerste Pakhuijsmeester - - - - Johannes Peintous. Den E: Secretaris. - - - - - - - . . - Benedictus Lamb:s van Zitter. Absent. Een 6. Zoldij Boekhouder - - - - - - Gerrit Engel Holst. „ De eerste mids indispositie en de laatste in den Canneel dienst na Gale. 'T opperhoofd van Tutukorijn, de E: Mekem, bij zijnen aparten brief van den 12. deeser berigt hebbende, dat hij volgens het daartoe gegeeven verlof bij resolutie van den 6: October J=oL: voor eerst vijf staa„ „ven van 't goud van 15. Karaaten, ten preuve heeft laaten vermun„ „ten tot nieuwe portonovosche pagooden, die voor het uijterlijke oog reedelijk wel uijtgevallen, en ook reeds onder de kooplieden uijtge¬ „deeld zijn, met een agie van 10. prCont boven de Comp:s pagooden Den 6. Negotie Boekhouder - - - - - Abraham Samlant. Secreete Resolútie, Genoomen in Raede van Ceijlon doch p Lootman dog dat hij niet durft instaan dat deese pagooden daar ter kust zouden kunnen worden uijtgegeeven, wijl ze als stukken van negotie aangemerkt, zeer vermoedelijk in der tijd zouden kunnen vewisseld worden in ander geld, en dat het ook met gee„ „ne volkomene zeekerheid kan bepaald worden, of ze eene ooge„ „blikkelijke gangbaarheid aldaar zouden vinden, en dus tot den handel kunnen worden gebruijkt. Is naa deliberatie goedgevonden en verstaan 't E: opperhoofd Mekoen aanteschrijven, om zoo de kooplieden de voorsz. pagooden, tee„ „gen verwagting niet verder kunnen aan de gang brengen, als dan niet meer van dit goud tot pagooden te laaten overmunten, maar naar maate van de noodzaakelijkheid, met het ver„ „munten van het ziver te laaten voortvaaren. Aldus Geresolveert in 't kasteel kolombo, ten daage maand en Jaare voorschr: /:was geteekend:/ Willem Jacob van de Gaass P: Sluijsken, D: F: Fretz, C: Tilenius, M: P: Raket, J: Reintous, en B: L: van Zitter. Accordeert. F Hijbrands VEijklerk „ naagezien. 177. Vrijdag den 21. November 1788: Present De WelEd: Grot Achtb: Her ouverneur. . Willem Jacob van de Graaff De E: Hoofdadministrateur - - - - Pieter Sluijsken. De E: Dessave - - . - - . . . Diederich Thomas Tretz De E: Luijtenant Collonel - - - - - Joh: Th: Chr: Tilonius De E: P=r Fiskaal - - - - . Mattheus Petrus Rakel De E: Eerste Pakhuijsmeester. - - - - - Johannes Reintous De E: Secretaris - - - - - - Benedictus Lambertus van Zitter Absent De E: Zoldij Boekhouder - - - - - Territ Engel Holst De E: P=tle Negotie Boekhouder - - - - Abraham Samlant. de eerste mits indispositie en de laatste in sComp=s dienst naa Gale Ter geleegendheid dat gedelibereerd is, op 't bij de gemeene resolutie van heeden aangeteekend verzoek van de overwalsche kooplieden om 5. p:r C=o prijs v'rhooging te moogen hebben, op de grove sortementen, van lijwaaten, nog in agting genoomen zijnde Dat het niet onmoogelijk is, dat om de kragt van 't artikel bij de voorstellen van den Heer Buchanan, dat sComp=s voorregten in den handel ven speciaal exclusier regt van Secreete Resolutie, Genoomen in Raede van Ceijlon. haar op haar Ed: bevestigd, naa deesen te ontzenuwen, men zij agter de kooplieden zoude konnen steeken, om die aante„ „moedigen tot 't nu en dan doen van deeze verzoeken, alled met 't oogmerk, om wanneer men daarin niet bewillig „de, daaruijt teegens de Comp=s aftelijden, dat wijl ze haare kooplieden in duure tijden niet wil te gemoet koomen, met hun door een prijs verhooging in staat te stellen om lijwaaten in tezaamelen, en daardoor spinder en wevers aan 't werk te houden, haar Edele zich dan moet laaten welgevallen, dat de ingezeetenen, in tijden dat 't kattoen te duur is, om de lijwaaten aan haar teegen de gewoone prijsen te leeveren, daarmeede eenen ander dijkweg zoeken. Dat behalven dat men ter quaader trouw te werk gaande„ dergelijke argumenten teegen de Comp: misschien zou„ „de kunnen gebruijken, ook zelfs buijten dien zulken zoe„ „ken, naa maale dat die van tijd tot tijd worden inge„ „willigt, te moeijelijker zijn te ontleggen, en dat men 't daarom niet genoeg daar heenen kan dirigeeren, dat wa zigsteeds zoude aan de vastgestelde prijsen Dat de Comp: het thans te meer kan waegen, om in geen prijs verhooging te bewilligen, wijl men het des noods, met nog een groote 200. pakken voor Nederland, zoo 't niet anders kan, zoude kunnen stellen, om de retourscheepen dit„ „maal te belaaden, indien de gewoone lijwaaten uijt¬ Souratta
English
178. Examined come from Surat, and that even the Company's own cash supply, until further relief is obtained, cannot sustain a very large procurement. And it has therefore been approved and understood to communicate the aforesaid considerations to the Chief of Tuticorin, the Honorable Mekern, in a separate letter, with the recommendation to do everything possible to avoid the requested price increase. Thus resolved in the Castle of Colombo, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graaff, P. Sluijsken, D. T. Fretz, J. C. Tilenius, M. P. Rakel, J. Reintous, and B. L. van Zitter. Agrees. Ybrands Clerk 179 Tuesday, 30 December Anno 1788. Present Secret Resolution, Taken in the Council of Ceylon The Right Honorable, Most Worshipful Lord Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Head Administrator . . . . . Peter Sluijsken. The Honorable Disava . . . . . . . . Diederich Thomas Fretz. The Honorable Titular Lieutenant Colonel . . . . Johan P. Chr. Tilenius The Honorable Disava of Jaffna . . . . Daniel De Bock. The Honorable Fiscal . . . . Mattheus Petrus Rakel. The Honorable Trade Bookkeeper . . . . Abraham Samlant. The Honorable Secretary . . . . Benedictus Lambertus van Zitter. The Honorable First Warehouse Master . . . . Johannes Reintous Absent due to indisposition: The Honorable Pay Bookkeeper . . . . Gerrit Engel Holst. Read a report inserted below from the Major and Head of the Ceylon Artillery, the Honorable Paravicini di Capelli, and the Captain Commandant of the Colombo Artillery, Kuhn, indicating the work that provisionally and first of all can and ought to be done on the Colombo fortifications. To the Right Honorable, Most Worshipful, Commanding Lord: Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies. Right Honorable, Most Worshipful, Highly Commanding Lord! The First Draftsman, together with Captain Tornbauer and the Engineer De La Goupelliere, in their respectful memorandum of the end of January 1788, have already shown Your Right Honorable Most Worshipful what, in their view, could and ought to be done in the meantime and until further approval of Their High Mightinesses to the fortifications at Colombo, Galle, and Trincomalee; in order, on the one hand, to do nothing that might at some time conflict with what the said Their High Mightinesses will see fit to establish hereafter, and, on the other hand, not to let pass the time that could now be used profitably to execute already 180 that which can be done provisionally; especially insofar as that can simultaneously serve for the greater security of the aforesaid places, as is circumstantially mentioned and can be seen in the above-mentioned memorandum. Since now in Colombo the enlargement of the place of arms provided with a good entrenchment, as well as the heightening of the parapets of the covered way on both sides of the front for a section between Middelburg and Rotterdam, has already been completed in accordance with the said proposal, and it has pleased Your Right Honorable Most Worshipful to order us to submit a statement of what could and ought to be done further at present with the least expense and advantageously to the said front and a section of that between the last-mentioned bastion and Hoorn up to the place of arms of the powder mill; we have the honor hereby to remark: that whichever of the projects designed here and sent to the Netherlands might be executed, the necessary alteration to the main ditch being the first and most weighty object ought also, in our view, to be undertaken: and that, beginning on the right side of the bridge outside the sally port of Rotterdam, proceeding to the roundings of the ditch in front of the point of the bastion Rotterdam, and according to the staked-out alignment, one should fill in the redundant part of the ditch, and at the same time, the water having been drained, occupy oneself with the necessary deepening, whereby one not only obtains earth at hand for the said filling, but also at the same time for raising the covered way and constructing the parapet, which is made parallel to the new alignments, and thereby, insofar as it is drawn inward, undergoes a most advantageous alteration; and proceeding thus, completing the entire ditch up to the flanked angle of the bastion Middelburg and giving it the alignment it ought to have; to the end that the covered way with its parapet and glacis, which must be aligned accordingly, may obtain the complete position and dimensions; without which arrangement all labor would remain fruitless and would have to be redone. The filling of the ditch must, as aforesaid, be the first work to be undertaken and first brought to completion if one wishes to proceed with the labor in an advantageous and regular manner, because otherwise one might fall into errors that would have to be corrected later; and because the alignment and width of the covered way must for the most part be taken on the filled-in ground.
Dutch transcription
178. Naagezien Lokman souratta koomen, en dat ook zelf s Comp=s geld voornaad, tot dat men naader ontzet krijgt, geen heele groote inzaameling veelen kan. En is derhalven goedgevonden en verstaan, de voorsz: Con„ „sideratien aan 't Tutukorijnsch opperhoofd D: E: Mekem„ bij een aparte brief te communiceeren, met recom„ „mandatie, om al 't moogelijke te doen, ter ontwijking van de gevraegde prijs verhooging. Aldus Geresolveert in 't Kasteel kolombo, ten daege maand en Jaare voorsz: /:was geteekend:/ W: J: van de Graapf, P: Sluijsken, D: F: Fretz. C: Filenius M. P Ra„ „kel. J: Reintous en B: L: van Zitter= Accordeert. ybrands D Hlijklerk 179 Dingsdag den 30. December A.o 1788. Present Secreete Resolutie, Genoomen in Raade van Ceilon Den Wel Ed: Grot Agb: Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff Den E: Hoopd administrateur . . . . . . Peter Sluijsken. T Den E: Dessave. . . . . . . . . Diederich Thomas Frett. Den E: Tit: Luijtenant collonel . . . . Johan P: Chr: Tilenius Den E: Jaffanase Dessair. . . . . Daniel De Bock. Den E: p:l: Fiskaal. . - _ . . Mattheus Petrus Rakel. . . . . . Benedictus Lambs van Zitter. Den E: p=l Negotie Boekhouder - - - - - Abraham Samlant. Den E: Sekretaris. - - Den E: Eerste Pakhuijsmeester - - - - Johannes Reintous Is geleesen een hier onder g'inscheed berigt van den Majoor en hoofd der Ceilonse Artillerij D: E. Paravicini de Ca„ „pelli, en den Capitein Commandant van de Colombose Artillerij Kuhn, aanwijsende 't werk, dat bij provisie Absent. mits indispositie. Den E: Zoldij Boekhouder - - - - - - Gerrit Engel Holst. alleveerst alldeerst aan de Colombose vesting kan en behoort gedaan te worden Aan den Wel Ed: Grot Ggtb: Gebiedende Heer: Willem Jacob van de Graaf Raad ordinair van Nederlands Jnldia Gou„ „verneur en Direkteur van het Eijland Ceijlon met dies onderhoorigheeden. Wel Edele Groot Achtbaare Hoog Ed „biedende Heer! Den eersten Teekenaar gesaamentlijk met den kapi„ „tein Tornbauer en den Jngenieur De La Goupellie „re hebben bij hunne Eerbiedige memorie onder ult=o Januarij 1788. bereeds aan uwelEd: Groot Achtb: Chon wat naar hun inzien intusschen en tot nader goedvin„ „den, Hunner Hoog Edelheeden soude kunnen en behooren te worden gedaan aan de vesting werken te colombo Gale en Trinkonomale; om aan de be„ „ne zeijde niets te werken het geene somtijds niet strooken zoude met het geene welgemelde Hunni Hoog edelheeden na deesen zullen goedvinden vast te stellen en aan de andere zeijde niet te laaten verloopen den tijd die monti„ deese uittig soude kunnen besteeden om vast af tekan het 180 het geene bij provisie geschieden kan; insonderheidis soo verre dat teffens kan strekken ter meerder beveiliging van den voorsz: Plaetzen so als breed voerig vermeld en na te Zien is bij de hier boven genoemde memorie- Dewijl nu te colombo bereeds de vergrooting van de waepenplaets voorsien met een goed retrechement, zoo wel als de verhooging der Borstweeren van den Bedikten weg ter weeder Seijde voor het Front om een gedeelte tusschen Middelburg en Rotterdam na volgens het gemelde voorstel vol„ „bragt is, en het uwel Ed: Groot Achtb: behaagd heeft ons te gelasten eene opgaave te doen watertans ver„ „der ten minste niet en voordeel aan het gem: Front en een gedeelte van dat tusschen laastgemelde Bol„ „werk en Hoorn tot aan de waapenplaats van den kruijtmoolen kan en behoorden gedaan te worden; soo hebben wij de eer bij deese aan te merken: dat welk ook de hier ontwerpe en na Nederland overgesondene Projecten ten uijtvoer mogt gebragt werden, de nood„ „zaakelijke verandering aan de Capietaale gragt het eerste en gewigtigste object zijnde ook naar ons inzig behoort ondernoomen te worden: En dat men be„ „ginnende teriegter seijde van den Brug buijten de sortie Poort van Rotterdam voortgaande tot de Ron„ „dinen van de gragt voor de Punt van het Bolwerk Rotterdam aan Ge„ n be¬ niet Hunne stelle: Rotterdam en volgens de afgestooke Rooijing, het weg vallende gedeelte der Gragt aanvulle, en te selver tijd het waater afgelaaten zijnde met de noodige uijtdieping sig beesig houd, waar door men de aerde bij der hand bekomt tot gem: aanvulling niet alleen maar ook teffens tot het ophoogen van den bedekten weg en het aanleggen der Borstweer, die Pararel aan de nieuws rooijmen gemaakt, en hier door voor soo veel se binnewaards getrokken werd eene allervoordee„ „ligste verandering ondergaat; en soo voortgaande de geheele gragt tot voor den geflangueerden hook van 't Bolwerk Middelburg voltooijd en de strek„ „king geeft die sig behoord te verkrijgen; ten eijnde den Bedekten weg met derselver Borstweer en Glasis welke sig daar na rigten moet de volkome potitie en afmeetingen verkrijgen mag; sonder welke schikking „alleen arbeijd vrugteloosen te houden herdoen sou blijven= De aanvulling van de Gragt behoort als voor„ „zegt het eerste werk te zijn dat ondernoomen, en eerst tot stand gebragt moet worden wil men voor„ „deeligen Reguilier den arbeijd voortsetten, dewijl men andersints ingebreeken vervallen kan welke sig in 't verolgeert regt zouden worde en want alsoo de strekking en Breete van den Bedeket, uig voor't meeste moet genomen worden op den d aangevinden
English
181. filled-in ground of the part of the main moat that is being removed, this filling in ought to precede and be brought to completion; however, in every respect taking care, for the speedier progress of the work, to have work done at the same time on the Parapet and Glacis as far as this can take place. First of all, it is in our view best that along the extent of the work along the Moat a proper Revetment of Piles /: which are durable in water :/ with Fascines behind it to hold back the earth, be made, which afterwards can be changed into a masonry revetment - And Because A good Revetment can last several Years, it is the safest and least expensive manner. — The filled-in earth then has time to shrink and gain its proper solidity; while meanwhile the Revetment performs the service and the function of a revetment wall. It is completely known to us that in this country the necessary means are generally, if not entirely lacking, at least very difficult to obtain, whereby one is brought to the necessity of accommodating oneself to to time and circumstance - Therefore, in the absence of such Piles as are required for a complete Revetment, and whose number ought to be so considerable that many months of time would pass in felling, transporting, and preparing them, it is more advisable to make use of what is to be found in the vicinity, so that the work does not stand still but is properly continued and completed. - For the laying out of the reef stones for the Foundation for the designed work in front of the Galle Gate, projecting into the Sea up to the nearest solid reef, for the necessary enfilade of the entire beach, the best time is also presently at hand, wherefore one ought, making use of it, to set to work with zeal and speed, and to bring up a supply of reef stones from the Kaffir Field Along the foot of Enkhuijsen and Klippenburg, as only the North monsoon affords opportunity for this labor. All this being what we for the Present, for the securing of the fortress on that side and continuation of the work to the best of our knowledge, can submit, we conclude with the assurance of the due respect with which we have the Honor to be /: below stood :/ Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Sir, Your Right Honorable, Highly Esteemed humble Servants /: was signed :/ P: D: Capelli and J: E: Kulan /: in margin :/ Kolombo the 31st of August 1788. And after deliberation, it was approved and agreed by majority vote to have what was proposed in the aforesaid report executed as circumstance shall permit; against which the Honorable Chief Administrator Sluijsken declared to persist in his advice inserted in the secret resolution of July 4, 1787. Thus Resolved in the castle Kolombo on the day, month, and Year aforesaid /: was signed :/ W: J: van De Graaff, P: Sluijsken, D: T: Fretz, J: P: C: Tilenius, D: De Bock, M: P: Raket, B: L: van Zitter, and A: Samlant. Agrees. No. 38. Secret 183. Batavia To His High Mightiness The High Honorable, Highly Esteemed Lord! Mr. Willem Arnold Alting On behalf of the state of the free united Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company, Governor-General, and The Right Honorable, Severe Lords Councillors of the Dutch Indies. High Honorable, Highly Esteemed, Far-ruling Lord and Right Honorable, Severe Lords. 11. We take the liberty to begin this our respectful letter with the Article of Letters and Papers, and report thereunder humbly that we have had the honor, with the arrival here of the Ship De Phenecier, to receive Your High Mightinesses' very respected secret letter of August 12 of the past Year. 12. We humbly thank Your High Mightinesses for the favorable approval of our arrangements regarding the matters of war and the Court of Kandy, with respect to which latter we shall continue to handle matters on the footing followed by us hitherto. 83. Passing to the discussion of our transactions that require secrecy, and therefore are not mentioned in our general letters, we take the liberty, with respect to Paragraph 4. Money matters, to report to Your High Mightinesses that the Chief of Tuticorin, Mekern, in his separate letter of September 5 of the past year, has shown to us that the gold that is sent out from the Netherlands for the linen trade has for some Years been charged at so high a price and burdened with an agio of 9¾ percent, that the Company thereupon, upon minting into pagodas, instead of making a profit, suffers a loss, Although in the trade books and in the usual returns of the minting a small profit is continuously shown on it, because the gold, pursuant to Your High Mightinesses' order by Circular letter of January 8, 1768, is entered and accounted for in the books at ƒ 375. the fine mark. Paragraph 5. Said chief maintains indeed that on account of the high price of the gold, no change should be made in the coinage, or the standard of the pagodas, because presumably the gold will, after some time, fall again so far that one can mint the pagodas without loss; and that one meanwhile could enter the loss occurring in the minting onto a separate account, and therewith the sent,
Dutch transcription
181. aangevulden grond van het deel der kapitaale gragt, dat wrg valt, behoord deese aanvulling voor af te gaan gaan, en tot volkomendheid te werden gebragt; eg¬ „ter alsints in agt neemende om tot spoediger voort„ „gang van het werk te selver tijd aan de Borstweer en Glacis voor soo verre het geschieden kan te laa„ ten arbeijden. Voor alis na ons insien best dat volgens de strek„ „king van het werk aan de Gragt eene deugdsae„ „me Beschoring van Paalen /:die in 't waater duursaam zijn :/ met Fastines daar egter om de aarde op te houden; gemaakt word, dewelke naader„ „hand in een gemetseld revettement kan verandert wor„ „den - En Dewijl Eene goede Beschoeijing eenige Jaa „ren duuren kan, is deselve de veijligste en minskost„ „baare manier. — De aangevulde aarde heeft dan tijd om te krimpen en haare behoorlijke vastigheid te verkrijgen; terwijl antusschen de Beschrijving den dienst, en het niet eener beleedings muur verrigt. Het is ons ons volkoomen bekent, dat hier te land de noodige middelen doorgaans zoo niet ten Eene „maal ontbreeken, ten minsten seer besmaake„ „lijk te bekoomen zijnde, men daar door in de nodzaakelijkheid gebragt word sig te schikken na na den tijd en geleegendheid - Dierhalven bij gebrek aan soodanige Paelen als tot eene volkoome Be¬ schoeijing „schrijting eijscht worden, en welker getal soaansie „nelijk behoorden te zijn dat er met het kappen, af„ „brengen en toeberijden veele maanden tijd verloopen zolden, is raadzaamer gebruijkt te maaken van het geen in de nabijheid te vinden is, ten eijnde het werk niet stil staan maar behoorlijk voortge zet en voltooijd worde. - Tot het uijtleggen der klip„ „steenen tot Fondament voor het ontworpe werk voor de Gaalse Poort, in de Zee uijtspringende tot op de naaste vaste klip, ter noodzaakelijke bestreijking van het geheele strand is teffens thans den besten teijd voorhanden, weshalven behoord men sig die te nutte maakende, met ijver en spoed aan het werk te gaan, en van het Caffersveld Langst den voel van Enkhuijsen en Klippenburg een vonraad klipsteenen aan te brengen, alsoo tot deesen arbeijd alleen den Noord mousson geleegendheid verleend. Dit alles zijnde wat wij voor het Teegenswoordige ter beveijliging den vesting aan die zeijde, en voortzetting van het werk na beste kundig„ „heid konnen opgeeven soo besluijten wij met de verseekering van het schuldige respect naarmeed 208 na wij S 182 naagezien Lossman wij de Eer hebben te zijn /:onderstond:/ Wel Edele Groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer Uwer wel Ed: Groot Achtb: onderdanige Dienaaren /:was geteekend:/ P: D: Capelli en J: E: Kulan /:in margine:/ Kolombo den 31. aug:s 1788. En is na deliberatie, bij meerderheid van stemmen goedgevonden en verstaan, het bij voorsz: berigt voorgestel„ „de naar maate dat de geleegendheid 't zal toelaaten, te laaten exekuteeren; waar en teegen D: E: hoofadmini„ „strateur sluijsken verklaarde, te persisteeren bij desselfs advies g'insereerd bij de secreete resolutie van den 4. Julij 1787. Aldus Geresolveert in 't kasteel kolombo ten daege maand en Jaare voorschr: /:was geteekend:/ W: J: van De ƒƒ Graaff, P: Sluijsken, D: T: Fretz, J: P: C: Tile„ „nius D: De Bock, M: P: Raket B: L: van Zit„ „ter en A: Samlant. Accordeert. Hybrands en dig„ met de Greerk N 38. Sekreet 183. Batavia Aan zyn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heer! Mr. Willem Arnold Alling Wegens den staat der vrije vereenigde nederlanden en de Generaale nederlandsche g'octroijeerde oost Jndische Comp: Gouverneur Generaal De wel Edele Gestrenge Heeren raaden van Nederlandsch Jndie. Hoog Edele Groot Agtbaare wijd„ gebiedende Heer en Wel Edele n Gestrenge Heeren. 11. Wij gebruijken de vrijheid deezen onzen eerbiedigen te begin„ „nen; met het Artikel van Brieven en Papieren, en melden daar onder nedrig, dat we eere hebbe gelad, met de arrive alhier van het Schip De Phenecier, te ontvangen uwer Hoog Edelheeden seer gerespecteerde secree„ „te missive van den 12. augustus A:o pass:o 12. wij bedanken uwe Hoog Edelh: nedrig voor de gunstige ap„ „probatie van onse schikkingen, met betrekking tot de zaken van oorlog en het Hoff van Kandia omtrent welk laatste wij voortgaan zullen met de zaaken te behan „delen en „delen op den tot nog toe door ons gevolgden voet. 83. Overgaande tot de verhandeling van onse verrigtinge, die ge„ „heim houding vereisschen, en daarom bij onze gemeene brieven niet zijn vermeld, neemen we de vrijheid, met opzigt tot des §. 4. Geld zaaken, uwen Hoog Edelh: te berigten, dat het opperhoofd van Tutukorijn Mekern, bij zijne aparte brief van den 5. Septemb: pass:o, aan ons heeft vertoond, dat het goud, 't welke uijt nederland tot den lijwaats handel word uijtgesonden, seedert eenige Jaaren, soo hoog in prijsen beswaard met een agio van 9¾. proC: is aangereekend, dat de Comp: daarob, bij vermunting tot pagooden, insteede van winst te behalen, schade lijd, Schoon bij de negotie boeken en bij de gewooneren „dementen van de vermunting daarop bij voortduuring nog al een winstje word vertoond, door dien het goud, ingevolge uwer Hoog Edelheeden order bij Circulaire missive van den 8. ' Januarij 1768., bij de boeken word ingenoomen en verand¬ „woord teegens ƒ 375. het mark fijn. §5. Gemelde opperhoofd sustineerd wel, dat weegens den hoogen priys van het goud, geene verandering in de munt, of het gehalle der pagooden, moet gemaakt worden, om dat vermoedelijk het goud, na eenigen tijd, weeder zoo verdaalen zal, dat mende pagooden sonder schaade kan munten; en dat men daarm intusschen, het veries bij de vermunting vallende, op een apparte reekening zoude kunnen brengen, en daarmeede de verzonden,
English
184: to charge the linens being sent; but regarding the fanums, he believes that because they are merely a currency that mostly serves for domestic household use, not being current outside the territory of Tutukorijn, the reduction of their value could be undertaken; §. 6. He therefore proposed to us to reduce the fanums by 2 to 3 per cent in alloy, as thereby the Company would not only remain unharmed, but would even retain a small surplus, maintaining (although there is this difficulty, that the servants of the Nabab might very easily refuse to accept the tributes of the parruas of Tutukorijn, which are paid in Tutukorijn fanums, in the reduced fanums) that such would nevertheless be no reason to omit that reduction, since the Company ought not to suffer a loss in the minting of the fanums. §. 7. In the session of 11 September, we deliberated upon this and took into consideration that Your High Excellencies' order is very explicit to account for the gold in the books against 375 Dutch guilders the mark fine, whether it be charged higher or lower in price, and that it is thus not in our power to alter such a positive order without authorization; and that however certain it is that the loss on the high-priced gold, upon minting into fanums, is absolutely sustained without yielding a reciprocal profit like the pagodas, which are spent for the linen trade, we nevertheless did not find ourselves authorized to make any reduction in the fineness of an already established coin without Your High Excellencies' permission: And we have therefore, as appears from our resolution of that day, decided to bring both the proposals of the Chief Mekern before the eyes of Your High Excellencies, and to request Your High Excellencies' disposition thereon, as we take the liberty to do most humbly by this, and at the same time to remark that, as far as the fanums are concerned, we are humbly of the opinion that, since the Tutukorijn Chief proposes it, one might, with Your High Excellencies' pleasure, try to have a small batch struck at a lower fineness for the time being. §. 8. Meanwhile, we have ordered the said Chief to leave the calculation of the gold and the fineness of the fanums on the present footing, with the qualification, however, to let it be shown briefly after the usual yield of the minting, for the sake of learning the actual outcome thereof, what the Company, pursuant to the Dutch accounts, in effect gains or loses on it. The Court of Kandia §. 9. The Dessave of the Three and Four Korles, who was here last year as the first ambassador from that Court, secretly made known during his presence here to the first-undersigned Governor that it would be particularly pleasing to his master if the Company would present His Majesty with a gift of two thousand pagodas; with the added report that the prince needed this money to take leave of the nayaks residing at the court, because the court grandees did not like to see the royal treasury drawn upon for that purpose. §. 10. We thereupon saw on the one hand how inconvenient it would be for the Company to spend such a large amount at a time when its financial resources are in such a narrow condition, but on the other hand we also considered that the removal of the nayaks from the court of Kandia is good in more than one respect, and have therefore, according to our secret resolution of 10 January 1780, decided to consent to the proposal of the aforesaid Dessave, and consequently to have the requested 2000 pagodas counted out to him, in the trust that Your High Excellencies will be pleased to approve this favorably. The Kingdom of Madura §. 11. The Manaar servants informed us in the month of March of the previous year that they had received a report from the residents of Kilkare that a number of dhonies were gathering on Pamban, so it was said, to hold a pearl fishery in the Bay of Condatchy, but that it was also conjectured that this was merely a pretext, and that the real aim was to use them to compel the Theuver—who, along with his chancellors and entire household, had fled from Ramenadewaram in the month of July 1787 to escape the harassments of the Nabab regarding his arrears—by force to submit to the Nabab; regarding which the said Manaar servants requested to be supplied with our orders as to how they should conduct themselves if some dhonies and people were to arrive there from the opposite shore with the intention of holding a fishery, or if the people of the Theuver, being pursued by the Nabab, were to cross over there and seek refuge with the Company. §. 12. Having deliberated upon this in our meeting held on 9 March, we took into consideration that it was not probable that the Nabab would make any preparations for the pearl fishery on an uncertain footing, and that it was even less conceivable that he, in this time,
Dutch transcription
184: verzonden wordende lijwaaten belasten; doch nopens de fa„ „nums vermeent hij dat wijl dezelve slegts een paijemont zijn, die meerendeels dienen tot eigene huijshouding; als zijn„ „de niet gangbaar buijten het territoir van Tutukorijn, de de vermindering van derzelver waarde zoude kunnen aan¬ „gaan; §. 6. Hij heeft ons daarom voorgesteld om o panums met 2: a. 3. prC: te verminderen in alloij, wijl daar door de Comp: niet alleen scha „deloos blijven, maar zelfs nog eene klijnigheid overhouden zoude, substineerende (hoe wel er deeze swarigheid bij is, dat de bedienden van den Nabab, de tributen van de parru„ „as, van Tutukorijn, die in Tutukorijnsche fanums wor„ „den betaald, veel ligt zouden wijgeren inde verlaagde fa„ „nums te accepteeren, zulx egter geen reeden zoude weesen, om die verlaaging daarom natelaaten, wijl de Comp:e bij het munten van de fanums niet behoord te verliesen. §. 7. Wij hebben ter sessie van den 11. 7ber: hier over gedelibereerd, en in achting genoomen, dat uwer Hoog Edelh: order seer : expres is, om het goud tegens ƒ 375. nederlands het mark fijn bij de boeken te verhandelen, het zij dat het zelve hooger a of laager in prijs word aangereekend, en dat het dus niet in ons vermoogen is, om eene zoo stellige order buijten qualificatie te veranderen; en dat hoe zeer zeeker 't ook is, dat het velies op het duur aangereekende goud, bij de vermun „ting de prys F „ting tot fanums, volstrekt word verboren, zonder dat het eene weederkeerige winst geeft gelijk de pagooden, die tot den lijn„ „waat, handel worden uijtgegeeven, wij ons nogtans niet om buijten bevoegt vonden, uwer Hoog Edelheeden verlofs in het gehalte van eene reets vastgestelde munt, eenige vermindering te maaken: En hebben derhalven blijkens onse resolutie van dien dag beslooten, de voorsz: bij de voorstellen van het op„ „perhoofd Mekern, te brengen onder het oog van uwe Hoog Edelh:, en daar op hoogst derzelver dispositie te verso„ „ken gelijk wa de vrijheid gebruijken dat need rigst te doen door deezen, en daar bij tevens aantemerken, dat wat de fanums aangaat, wij nedrig van gedagten zijn, dat ter„ „wijl de Tutukorijnsche opperhoofd het voorsteld, men na met believen van uwe hoog Edelheeden zoude kunnen probeeren, met voor eerst een klijne parthij op een lager gehalte te laaten slaan. „ 1. 8. Jntusschen hebben we gem: opperhoofd gelast, om de bereeken „ning van het goud, en 't gehalte der fanums, te laaten op den tegenswoordigen voet, met qualificatie eetter, om tevervaring van de wesentlijke uijtkomst der vermunting„ agter het gewoone rendement daar van, kortelijk te laa„ „ten aanwijsen wat de Comp:, ingevolge de nederlandsche aareekeningen, daar op in effecte wint of verliest. Het Hoff van Kandia §. 9. De Dessave der drie en vier. korles, die voorleeden Jaarals eerste 185 en 186. eerste ambassadeur van dat Hoff alhier geweest is, liet bij zijn aanweesen hier, den eerst ondergeteekende Gouver„ „neur onder de hand bekendmaaken, dat het zijnen meester zonderling aangenaam zoude weesen, indien de Comp: aan zijne majesteit een geschenk van twee duijsend pa„ „gooden wilde doen; met bijgevoegd berigt, dat de vorst dit geld nodig had, om aan de naijkers, die zig aan het hoff bevinden, hun afscheid te geeven, wijl de hofsgroo„ „ten niet gaarne zaagen, dat daartoe de koninglijke schat kist wierd aangesprooken. §. 10. Wij hebben daar op aan de eene sijde wel gezien hoe in Conve„n„ „nent 't voor de Comp: waare, om een soo groot bedraa¬ „gen te spandeeren in een tijd, dat haare geld middelen in zoo bekrompenen toestand zijn, dog aan de andere kant hebben wij ook overwoogen dat het verwijderen van de naijkers van het hofp van Kandia in meer dan een opzigt goed zij en hebben derhalven, volgens onse sekreete resolutie van den 10. Januarij 1780. , beslooten m in het voorstel van voorsz: dessave te bewilligen, en aan hem mits dien de gevraagde 2000. pagooden laatsen toetellen, in vertrouwen dat uwe Hoog Edelh: zulx gun„ „stig zullen gelieven te passeeren. T rijk van Madure § 11. De mannaarsche bedienden gaven ons in de maand maart het eene Eijn„ niet halte te solutie van n het op„ we met er . maart A=o p:o te kennen, dat ze berigt hadden van de residenten van Kilkare, dat er op pambe eene parthij tanies zich versamelden, zoo gezegd wierd, tot het houden eene paarlvisschenij in de bogt van kondaatjie, doek dat erook =gegist wierd, dat zulx slegts een voorwendzel: waare, maar dat het eijgentlijke bul zoude zijn, daarvan gebruijk te maaken om den theuver, die nevens zijne kancelliers en geleele hoffhouding in de maand Julij 1787. van Ramenadewaram gevlugt was, om te ontwijken de quellingen van den nabab, wegens zijn agterstal„ door geweld tot onderwerping aan den nabab te nodd„ „zaaken waar omtrend gem: manaarsche bedienden /erogter: om met onze orders te moogen worden gemunieerd; hoe ze ziel zouden gedraagen, wanneer te eenige tonies en volk, met inzict om eene visscherij te houden, van de overwal aldaar mogten aankoomen? of zoo het volk van den theuver, dat van den nabab werd vervolgd, al „daar mogte overkoomen en bij de Comp: zijn toevel 1. §. 12. Hier over in onse gehoudene bij een komst op den 9. Maart 1 gedelibereerd zijnde, namen wij in actting, dat het niet waarsclijnelijk was, dat de Nabab, op eenen onzeeker voet, eenige preparaties tot de paarl visscherij zoude w „ken, en dat het nog minder te denken was, dat hij ine tijd. zoeken.
English
187. time that he, by the appointment of an Ambassador to this Government, gave evidence of his inclination toward an amicable accommodation, would harbor the intention of undertaking a fishery on the Mannar pearl banks by force; but that it seemed more likely that the gathering of people and tonies was aimed at restraining the Theuver and preventing his escape, and that consequently, should it happen that he or his people took refuge in Mannar and sought asylum with the Company, the same ought to be turned away, in order not to become involved in difficulties should the Nabob come to claim him from the Company. §13. We have therefore, according to our secret resolution of that date, instructed the Mannar Chief van Ranzow by a separate letter to have the pearl banks closely patrolled, and that those who might attempt to go there, either to inspect the banks or actually to fish on them, if they refuse to be deterred therefrom by any admonitions or warnings, should immediately be seized by the cruising vessels and brought under arrest to Mannar; and that if the second case occurred, namely that the Theuver took refuge in Mannar, to announce to him [illegible] upon appearance, in a polite but at the same time very earnest manner, that he could not be admitted to the Company's territory, and if he should already have arrived before the Chief had been able to give him that notification, then to give him notice that he must immediately leave the Company's territory, without, however, hindering him in his flight elsewhere, or interfering with it in any respect, but on the contrary, turning a blind eye and giving him as wide a berth as possible without compromising the Company or doing anything that could give rise to unpleasant disputes with his feudal lord, the Nabob of the Carnatic; with orders finally to deny access to the Company's territory to all strangers who appeared suspicious in this regard, and, in judging what might or might not be done in this case without prejudicing the Company's lawful rights and the duties of neutrality, to take as a basis that the Nabob of the Carnatic is the legitimate sovereign of the Madura country and also the feudal lord of the Marava kingdom, and that the Theuver must be regarded as nothing other than a vassal who had risen up against his feudal lord, the aforesaid Nabob. However 188. However, nothing came of the aforesaid feared events. §14. The Kilkare residents, according to their letter of 20 January last, which accompanies this in copy, communicated to the Company's servants at Mannar that the same Kader Saaijboe who, according to what was reported in our respectful letter of 20 May 1786, wished to inspect the Mannar pearl banks, was at Kilkare and claimed to have a commission from the Nabob to undertake this inspection further at present, upon the assurance he had given to the Nabob that the Company was acting deceitfully in all respects, and that the outcome would show that a fishery can and must be held. §15. Some time ago, as we are informed, the Nabob wrote to his agent on the Madura coast, Mr. Buchanan, that he intended to send him to Mannar to assist in inspecting the pearl banks, and some preparations of tonies and people were also made at that time on the Nabob's side, as we are informed; but Mr. Buchanan, according to our information, answered the Nabob in response to that letter that he was not authorized to do so, and it is not unlikely that this gave rise to the aforesaid Kilkare report. §16. Lest there should nevertheless be something to it, we have, upon the request of the Mannar Chief van Ranzow to know how he should conduct himself in this case, instructed him in accordance with our resolution of the 1st of this month to order the commanders of the boats cruising for the protection of the pearl banks, more explicitly and in the strongest terms, that they must constantly be vigilant, in accordance with what is prescribed in their instructions, to ensure that nothing is attempted on the pearl banks by whomsoever it may be, and that they must immediately seize with their vessels those who might venture to do so and send them under arrest to Mannar, with express orders to pay no heed to any protests whatsoever. §17. We have also recommended the said Chief to adhere strictly to our order given according to the secret resolution of 30 March 1786, with this exception only, that whatever protests might or would be made, and whatever assurances one would wish to give him that there are banks stocked with oysters, with an offer to point them out, he shall give no hearing thereto, nor enter into any discussion concerning it. §18. We have also specially instructed him that, if the aforesaid Kader Saaijboe should arrive in Mannar or in the Mannar district
Dutch transcription
187. tijd, dat hij door de benoeming van eenen Ambassadeur aan dit Gouvernement, een blijk gaf van zijne geneijgd„ „heid tot een minnelijk accomodement het voorneemen zoude voeden, om eene visserij op de mannaarsche paar„ „banken, met geweld te onderneemen; maar dat het meer gelooplijk scheen, dat de verzameling van volken to„ „nies, gerigt was om den theuver, te beteugelen, en hem het ontvlugten te beletten, en dat derhalven, zoo het meg„ „te gebeuren, dat deeze of zijn volk de wijk na Manaar„ en den toevlugt tot de Comp: nam, dezelve behoorde te worden afgeweesen, om niet in moeijelijkheeden te geraa„ „ken, indien de nabab hem van de Comp: mogte koomen te reklameeren. §13. wij hebben derhalven blijkens onse sekreete resolutie van dien datum het mannaarsch opperhoofd van Ran„ „zon bij een apparte brief aangeschreeven, om de paarl„ „banken naauwkeurig te doen bekruijsen, en die geene die daar op wilde onderneemen, het zij om de banken te visiteeren, dan wel om er werkelijk op te visselen, zoo ze daarvan door geene vermaaningen of waarschouwin „gen wilde laaten afhouden, dadelijk door de Enkruijs„ „vaartuijgen te laaten in arrest neemen en na manaar opbrengen; en om zoo het tweede geval exteerde, dat naa„ „melijk de theuver de wijk nam na manaar, aan hem en van parthij eene ok maa„ te lliers sal ten„ d hoe en de volk 1 8 bij verschijning, op eene heusche, dogtevens zeevernstige wij„ „se, te doen aankondigen, dat hij op sComp:s territoir niet konde worden geadmitteerd, en zoo hij reeds op mogte zijn aangekoomen, voor dat 't opperhoofd hem die aan„ „kondiging had kunnen laaten doen, hem als dan te doen e aanzeggen, dat hij 'sComp:s gebied aanstonds moest verlaaten zonder hem nogtans, in zijne vlugt na el„ „ders, hinderlijk te zijn, of zig in eenig opzigt daarmee„ „de te bemoeijen, maar inteegendeel, oogluijkende hen den weg daartoe zoo ruijm te laaten, als zoude kunnen geschieden, zonder de Comp: te Compromitteeren, o iets te doen, dat aanlijding konde geeven & tot onaange„ „naame verschillen met zijnen leen heer, de Nabab a van karnatika met last eijndelijk, om aan alle vreemdelingen, die in deesen verdagt voorkwamen, den toegang op s Comp:s grondgebied te beletten, en om in 't beoordeelen van 't geen, in dit geval geschieden mogte of niet, sonder te kort te doen aan 'sComp: goed regt en de pligten der neutraliteit, tot een basis te neemen, dat de nabab van karnatika de wettige vorst van het madureesde land, en tevens de leenheer van 't marruasche rijk is, en dat de theuver niet anders moet worden geconsideerd, dan een leenman, die tee„ „gen zijnen leenheer, de voorm: Nabab, opgestaan was. Doch 1886. Doch is van de voorsz: gevreede gevallen, niets gevolgd. §. 14. De kikkareesche residenten hebben blijkens hunnen brief van den se 20. Januarij J:o Leeden die in Copia deesen verseld, aan de En bedienden te mannaar gecommuniseerd, dat dezelfde Kader Saaijboe, die volgens het bedeelde bij onsen eerbie „ „digen van den 20. Meij 1786. , de manaarsche paarl„ „banken heeft willen visiteeren, zig te kilkare bevond, en voorgaf Commissie van den nabab te hebben, om deese visitatie als nu nader te ondernemen op de verzeeke„ „ring, die hij aan den Nabab gegeven had, dat de Comp„ in alle opzigten bedriegelijk handelde, en dat het bij de uijtkomst blijken soude, dat er eene visselerij kan en moet gehouden worden. 815. Reeds wat geleeden heeft de Nabab, zoo wij g'informeert zijn, zijn agent op de madureesche kust, de heer Buclana„ geschreeven, dat hij hem dagte na mannaar te zenden, om bij het visiteeren der paarlbanken, te assisteeren, en zijn ook toen, zoo we geinformeert zijn, eenige toebereidselen van tooies en volk van snababs zijde gemaakt, dog de Heer Buclanan heeft naa we berigt zijn, op dat aanschrij „ven de nabat vertwoodt, dat hij hier toe niet gewettigt was, en het is niet onvermoedelijk, dat dit aanlijding kilkapeesch „gegeven heeft tot het voorsz: „ berigt. §16. Op er nogtans iets aanweesen mogte hebben we het man„ „naarsch stige wij„ ritoir 1108 mogte aan¬ Doch opperhoofd van Ranzon, op zijn versoek om te moo¬ „gen weeten hoe hij zig in dit geval zoude gedraagen, over„ „eenkomstig met ons besluijt op den 1. deezer aangeschree„ „ven, om aan de gezaghebbers van de boots, die ter bevij„ „liging van de paarlbanken kruijsen, nader en op 't nadrukkelijkste te beveelen, dat ze overeenkomstig met het aanbevoolene bij hunne instruktie, steets waaksaa moeten zijn, om te zorgen dat op de paartlbaken niets word ondernoomen, door wien het ook zij, en dat ze die geenen, die mogten onderstaan dat te doen, daade„ „lijk met hunne vaartuijgen moeten neemen in beslag„ en die in arrest opzenden na manaar, met axpresse last, om zig aan geene protestatien hoe genaamd te Htoon §. 17. wij hebben gem: opperhoofd teffens gerecommandeerd, on zig stipt te houden aan onse gegeevene order, volgens sechree„ „te resolutie van den 30. maart 1786., alleen met deese uijtsondering, dat wat protestatien men ook zoude mogen of willen doen, en welke verzeekering men ook hem zoude willen geeven, dat er banken zijn met oestens bezet, met aanbieding om die aantewijzen, hij daar aan gehoor zal mogen gaaven, nog daar over treeden in eenige discussie. §. 18. Ook hebben we hem specialijk gelast, om in dien voorm: kader saaijboe te manaar, of in het manaarsche mogte aan„ „komen
English
come, and the resident should judge from the preparations that it occurs with any purpose relating to the pearl banks, then to summon him, Kader Saaijboe, to his presence and ask him the reasons for his arrival; and when he shall have made these known, and it should appear therefrom that he has come to inspect the pearl banks, or to undertake anything with respect to the same contrary to the sovereign rights of the Company, then to notify him that he must put in writing his commission and by whose orders he has come, which must immediately be sent to us; and if in the meantime he should make the least movement to proceed to the banks with his vessels, this must be forbidden him, with an emphatic warning that if he nevertheless does so, he, along with his accompanying men and vessels, will be placed under arrest, and that this warning must also be carried out immediately if he does not listen to it; with orders at the same time to the said resident to act in the same manner if, instead of the aforesaid Kader Saaijboe, another person, whoever he might be, should come to Mannaar or into the Mannaar district with such designs as are mentioned in the aforesaid Kilkareesche letter. Section 19. We have further ordered the resident van Ranzow that, when it goes so far that he must place under arrest either this Kader Saaijboe or whomever it may be in the manner aforesaid, he is then to send him under arrest hither, along with the men and vessels he brought with him, and to act in the same manner with the men and vessels that the cruisers might happen to bring in, unless this cannot take place without depriving himself of the vessels that he would deem necessary for the execution of our aforesaid orders, in which case we have authorized him to have the arrested vessels hauled ashore and provisionally to keep the men under arrest at Mannaar itself until our further orders. Section 20. Finally, we have generally recommended to him, van Ranzow, to ensure properly that the territory of the Company is not violated in any respect, and to actively prevent anyone who would attempt this, with all the force at his disposal; and in order to enable him all the more to provide for the safety of the banks, we have sent an armed and equipped sloop to Manaar. Section 21. We repeat it, we think that the aforementioned Kilkareese news is nothing other than a fable; meanwhile, we were all the more moved to send the aforesaid armed sloop to Mannaar so that, in case the nabob should not yet have completely abandoned the intention to interfere with the inspection of the Mannaar pearl banks, it might serve him as a warning that this will, if necessary, be prevented by force. Section 22. In the letter that the Nabab wrote on 12 October of the past year to the first-signing Governor, to give notice that he has appointed Mr. Buchanan as his agent on the coast of Madure, he says, among other things, that he has learned that the resident of Tutukorijn is the principal cause of the disputes and differences that have taken place between the servants of the Cercar and the Company. Section 23. We owe it to the resident Mekern, in the fullest sense for his justification in this matter, to declare that in all his conduct he has constantly guided himself by the standing orders and regulations, and that he has further, as a faithful and honor-loving servant, sought to advocate and maintain the rights and privileges of the Company against all infractions of the native government, as well as that the least evidence has never appeared to us that his actions could have given any cause whatsoever for this accusation; nevertheless, we deliberately left this point in the nabab's letter unanswered until we should have received the answer thereto from the said resident Mekern, when a copy of the same was sent, as has since occurred by his separate letter of 27 January of the past year, which accompanies this in copy, and whereupon we resolved at the session of the 3rd of this month nevertheless to address the nabab about this in order to disabuse him in that regard. Nevertheless, to remove all further suspicion, we shall request the nabab that, if any particulars have been submitted to him whereby it appeared to him that the said resident could be regarded as the cause of the disputes and differences between the Company and his servants, he would be so good as to communicate this to us, since we cannot conduct an investigation into accusations made in such general terms as was done in his aforesaid letter; we have therefore, as appears from our secret resolution of 28 April last, decided
Dutch transcription
189 0.8 „komen, en hij opperhoofd uijt den toostel mogte oordeelen, dat het geschied met eenig oogmerk, betrekkelijk tot de paare„ se „bankens hem kader Saaijboe als dan bij sig te ontbie„ „den, en hem de reedenen van zijn komst aftevraagen,„ en wanneer hij die sal hebben bekend gemaakt, en daarer„ uijt kwam te blijken, dat hij is gekoomen om de paarl„ „banken te visiteeren, of ten aanzien van dezelve iets te onderneemen, strijdig met de souveraine regten van de Comp:, als dan hem aantezeggen dat hij zijne Com„se „missie en uijt wiens last hij gekoomen is, moet stel„ „len in geschrift, het welk ten eersten aan ons moet wor„ „den toegezonden; en zo hij intusschen de minste bewee„ „ging mogte maaken, om met zijne vaartuijgen na de banken te gaan, hem dat moet worden verbooden, met nadrukkelijke waarschouwing, dat zoo hij het des niet teegenstaande doet, men hem, met zijn bij heb„ „bend: volk en vaartuijgen, zal doen neemen in arrest, g en dat deese waarschouwing, ook dadelijk moet worden uijtgevoerd, zoo hij daar na niet en luijsterd: met a last teffens aan gem: opperhoofd, om in selver voegen te handelen, indien insteede van voorsz: Kader Saaij„ „boe, een ander, wie hij ook zijn mogt, na mannaar off in het mannaarse mogte koomen, met zoodanige oogmerken moo„ oogmerken, als bij de voorsz: kilkareesche brief zijn Vermeld. § §19.:) Wij hebben tie opperhoofd van Ranzoor nog gelast, om wanneer het zoo verre komt, dat hij het zijdeesen kader Saaijboe, off wien het ook zij, in voegen voorsz: moet doen neemen in arrest als dan hem, met zijne meede gebragte manschappen en vaartuijgen, in arrest te zen¬ „den na herwaards, en inselver voegen te handelen met de manschappen en vaartuijgen, die de kruijsers mogte komen op te brengen, ten zij dit niet geschieden kan, zonder zig te ontrieven van de vaartuijgen, die hij nodig zoude oordeelen, tot de executie van voorsz: onse orders, in welk geval wij hem gequalificeerd hebben, om de gearres¬ „teerde vaartuijgen op den wal te laaten haalen, en de manschappen bij provisie tot onse nader order te man¬ „naar selve in arrest te houden. § 20. Eindelijk hebben we hem van Ranzow in het Generaal aanbevoolen, om behoorlijk toetezien, dat het Grond gehied van de Comp: in geen opzigt geschonden word, en den geenen die dat zoude willen onderneemen, zulx met der daad te beletten, met al de magt die bij hem aanhanden is, in om hem te meer in staat te stellen, om voor de vijligheid derbanken te kunnen sorgen, hebben ne een mnd par„ „meerde — 190. 8 „meerde en geequipeerde sloop, na manaar gezonden. §21. / We- herhaalen het, m denken dat de voorm: kilkareese tijding niet anders dan een vertelsel is; intusschen zijn we te meer getreeden tot het zenden van de voorsz: ge¬ „armeerde sloep na mannaar, op dat het in zoo ver„ „re de nabab nog niet geheel van het voorneemen, om zig met de visitaatsie der mannaarse paarlbanken te moeijen, mogte zijn her koomen, hem dienen kan tot een waarschouwing, dat dit hem des noods met ge„ „weld, zal worden belet. §22. Bij den brief die de Nabab den 12. 8ber: p:a s:o aan den eerstgetekende Gouverneur heeft geschreeven, om ken„ „nis te geeven dat hij den heer Buchananan heeft aangesteld, als zijn agent op de kuste Madure, Tegt hij onder anderen vernoomen te hebben, dat het opper„ „hoofd van Tutukorijn de principaale oorzaak is van 1/3 de disputen en differenten, die er hebben plaats ge„ „had tusschen de bedienden van den Cercar en de komp: §23. Wij zijn aan het opperhoofd mekern, in den uijtgestrek„ „ten zin schuldig ter zijner Justifikatie in deesen te verlae „ven dat hij in alle zijne handeling zig steets heeft be„ „steert na de leggende orders en voorschriftene voor regten voorschriften, en dat hij voorts als een getrouwe en eerlievend dienaar, de regten en voorstegten van de Comp: zijn m Kader meede in es„ n daad en Comp:, teegen alle infractien van de inlandsche regee„ „ring heeft getragt voortestaan en te handhaven, als mee„ „de dat ons nimmer de minste blijken zijn voorgekoomen dat zijne verigtingen eenige aanlijding hoe genaamd had „ben kunnen geven tot deese beschuldiging niete min hee „ben we deese post in 'snababs briev met voordagt onbe„ „andwoord gelaaten; tot dat we daar op 't het andwoord aan men van gem: opperhoofd mekern, als van dezelve inlopij is toegezonden, zoude hebben ontvangen, zoo als zeedert is 1 geschied bij zijnen apparten brief van den 27. Januarij onse o van J:o L:, die in Copia deezen verzeld, en waarop weter sessie van den 3. ' deezer beslooten hebben, den nabab daar over als niettemin onderhouden, om hem derweegens te disabuseeren. Niet temin zullen we ter wegnening Zoo van alle verdere verdenking, den nabab verzoeken, dat zoo hem eenige besonderheeden zijn aangediend waar bij hem is voorgekoomen, dat gem: opperhoofd als de oorzaak van de disputen en differenten tussche de komp: en zijne bedienden zoude kunnen worden aangemerkt wij zoo goed wil zijn ons dat te bedeelen wijl we geen onderzoek doen kunnen op beschul„ „digt gedaan, en zoo algemeen termen, als bij voortz zijn brief is geschied wij hebben daarom blijkens onse sen „wreete resolutie van den 28. april Jongsleeden beslooten
English
191 our resolution of the 28th April last, it was decided to write to the Resident Melkern, as has been done, to decline the aforementioned request of the King of Travancore in the most suitable manner, if this matter should be discussed further, which until now has not occurred. The Kingdom of Travancore Paragraph 24. The Tuticorin Resident Mekern reported to us, in his separate letter of the 19th March 1788, that the Malabar Governor van Angelbeek had informed him of the request of the King of Travancore to be allowed henceforth to deliver himself the linens that his merchants at Cape Comorin had hitherto delivered to the Company. This would cause many inconveniences, as the aforementioned Resident demonstrated in his aforesaid letter. Foreign Nations Paragraph 25. After we had sent in copy to the Travancore servants the secret missive of the 8th September 1787, written to us by the Lords Directors of the presiding Chamber of Amsterdam, the servants, in their secret letter of the 11th July last, requested to be provided with our orders as to how they should conduct themselves if one or more French ships lying there should wish to prevent the approach or entry of English ships, either by their own power or by demanding the Company's assistance, grounding themselves on the existing alliance. Paragraph 26. Upon this, as appears from our secret Resolution of the 21st of the said month, we pointed out to the servants that the aforementioned copy of the letter sent to them orders, with a clarity that leaves no doubt: 1. That in case of a misunderstanding between the Courts of Versailles and London, the strictest neutrality must be observed above all, and from the time that one shall be informed thereof, all actions must be carefully avoided from which it could be deduced that one wished to favor or assist one of those nations over the other. 2. That in the aforementioned case, all suitable precautions must be used, and one must work with all zeal, so that the Company's possessions are not taken by surprise by the armed force of either of those powers, nor any harm be done to them. Paragraph 27. And we have also informed them, regarding the special question asked by them, that no one may undertake anything on foreign 192 soil against the will of the sovereign to whom the territory belongs; that consequently it is also not permitted to attack one's enemy in a neutral country, nor to commit any hostilities against the same, and that allowing this without resisting it would already be a favoring of one of the two parties, which cannot exist with neutrality: with the recommendation, therefore, that if the French, in the case assumed in the servants' letter, should wish to prevent the entry of English ships, then upon their request, not only shall no help nor any assistance be granted to them, but on the contrary, it shall be opposed in the most emphatic manner and prevented in deed; provided, however, as far as time and circumstances may permit, before the French, at the slightest move toward hostilities that would apparently make the execution of this order necessary, are given the necessary warning in a friendly but at the same time most serious manner, adding also that the orders which the servants have oblige them to maintain a strict neutrality. Paragraph 28. We have ordered the Trincomalee servants to have the post of Kottiyar reoccupied by an officer with a detachment from the Trincomalee garrison, as was the case before the late war, which may be of use in inconvenient times upon the arrival of foreign vessels. The officer commanding the aforementioned post, as appears from the secret resolution of the 12th August last, we have not only had provided with instructions for his guidance, but also with the necessary signals, in order to be able thereby to give prompt notice to the servants at Trincomalee of what occurs at his post. We have also had him provided with a draft of a written protest, so that he may make use of it when he is not capable of resisting the enterprises of a foreign superior force. Paragraph 29. Furthermore, to prevent all abuses that foreigners might make of the freedom to travel by land on this island from one place to another, we resolved by secret resolution of the 11th September last, and wrote by circular to the servants at the subordinate offices: 1. That innkeepers and all such persons who lodge such people must be ordered to ask the foreigners who lodge with them for their names
Dutch transcription
191 onse schoute resolutie van den 28. april v'Leeden besloot het opperhoofd zoo als is geschied om 't van den koning van tre ste wijse te ontleggen, zoo deeze zaak nader men, het geen tot nog het apperhoord Melkern aante schrijven Zoo als is ge¬ schied om 't meerm: versoek van den koning van Trevankoor, op de bekwaamste wijse te ontleegen, zoo deese zaak nader mogte te spraak koomen, het geen tot nog toe niet is geschied. T Rijk van Trevankoor 124:7 Tutukorijnsch opperhoofd Mekern heeft ons, bij sijnen ap„ „parten brief van den 19. Maart 1788. berigt, dat de 1n wij daaron blijkens eer mallabaarsch Gouverneur van Angelbeek aan hem had kennis gegeeven, van het verzoek van den mekeren aanschrijven koning van Trevankoor, om de Lijwaaten die zijne meerm: versoek. versoek kooplieden aan de kaab Commerijn, tot nu toe aan rankoor op de bekwaarde Comp: hadden geleevert; voortaan zelve te moogen, mogte, te prook ko leveren. Dit zoude veele ongeleegendheeden hebben, toe nit is getekid zoo als gem: opperhoofd datr: bij voorm: zijn brieftoond, Vreemde Natien §25. Na dat we aan de Trevankoorsche bedienden, in Copia had„ „den toegezonden de sekreete missive van den 8:' 7ber: 1787. , door de heeren Bewindhebberen ter presidiaa, „le kamer Amsterdam aan ons geschreeven, hebben de bedienden bij hunne sekreete brief van den 11. Julij p:a J:o verzogt, met onse beveelen te moogen worden gemunieerd;, hoedanig te zich zullen moeten daar sessie verhouden sche regee„ ,als mee„ gekoomen is is rij ng #oken, d ole en verhouden, wanneer een of meer fransche scheepen, daar leggende, 't naderen of binnen loopen van En¬ „gelsche scheepen wilden beletten het zij met eigene macht, dan wel afvraagen Comp:s hulp, zig gronden, „de op de standgrijpende verbintenis. 126. Wij hebben hier op, blijkens onse sekreete Resolutie van den 21. van gem: maand, den bedienden doen„ opmerken, dat de voorsz: aan hun toegezondene Copia brief, met eene duijdelijkheid, die geen twijffel overlaat beveeld. 1. Om ingevalle van misverstand, tusschen de hoven van ver„ „sailles en london, voor alles in acht te neemen de aller„ „stipste neutraliteit, en van den tijd, dat men daar van zal zijn onderrigt aff aan, zorgvuldig te vermijden alle daaden, waar uijt zoude kunnen worden geelicieerd dat men de eene van die natien, boven de andere zoude willen faco¬ riseeren of behulpzaam zijn. 2. Om in het voorsz: geval, alle gepaste voorzorge te moeten ge„ „bruijken, en met alle iver werkzaam zijn, dat's Comp:s pos„ „sessien niet door de gewapende magt, van de eene of ande„ „re dier moogendheeden, worden overrompeld, of aande„ „zelven eenig nadeel worde toegebragt. §27. En hebben we hun teffens, nopens de voorsz: door hun gedaane speciale vraagt g'informeerd, dat niemand op eenen vrum„ „den 192 „den bodem, iets mag onderneemen tegen den wil den sou„ „verain, aan wien het grond gebied daar van behoord; dat het bijgevolge ook niet geoorlofd is, zijnen vijand aantetas„ „ten in een neutraal land, nog teegen denzelven eenige hostiliteiten aanterigten, en dat dit toetelaaten, zonder zig daarteegen te verzetten, reets eene begunstiging zoude zijn Van een der beijde partheijen, die met de neutraliteit niet bestaan kan: met recommandatie derhalven om wanneer de franschen, in het bij der bedienden brief on„ „dersteld geval, het binnen loopen van engelsche scheepen wilden beletten, als dan aan dezelven op hun verzoek, niet alleen geen hulp, nog eenigen bijstand te verleenen, maar zelfs in teegendeel, het op de nadrukkelijkste wij„ „ze tegentegaan, en met de daad te beletten; mits echter, voor zoo verre de tijd en omstandigheeden dat kun„ „nen toelaaten, alvoorens de franschen, op de minste be„ „weeging tot het doen van hostiliteiten, die de executie dee„ „zer order aparent zouden nodig maaken, in het vrien „delijke, dog tevens of de ernstigste wijze daar van de nodige waarschouwing laatende doen, met bijvoeging tevens„ dat de orders, die zij bedienden hebben, hun verpligten, tot 't houden van eene stipte neutraliteit §28. We hebbende Trinconomaalsche bedienden bevoolen, om de post van pen, van En„ teigene ig onden wijf willen Jaco de , enge¬ : pos„ de e 8 van koetjaar, gelijk voor den Iongsten oorlog plaats ge„ „had heeft, weder te doen bezetten door een officier, met een detachement uijt 't Trinconomaals guarnisoen het geen in ongeleegene tijden, bij aankomst van vreemden Zeen zijn nuttigheid hebben kan. De officier die de praeve n„ „zenr. post kommandeert, hebben wij blijkens sekreete resolutie van den 12. aug:s p: C:o niet alleen laaten voor„ „zien van eene instruktie, tot zijner bestiering, maar ook vande nodige seinen, om daar door den bedienden te Trinconomale spoedig-kennis te kunnen geeven, van het geen of zijn post voorvalt. Ook hebben wij hem doen voorzien van een ontwerp van een schriftelijk protest, om zieh daar van te kunnen bedienen, wanneer hij tee„ „gen de onderneemingen van een vreemde overmagt niet §29. Voorts hebben wij, tot teegengang van alle misbruijken die de vreemdelingen konden maaken, van de vrijheid om ter deezen eijlande, van de eene plaats na de andere te lande te reijsen, bij sekreete resolutie van den 11. 7ber: p:r C:o besloo„ „ten, en den bedienden op de onderhoorige Cantooren Cirku„ „lair aangeschreeven. 1. Dat aan de herbergjiers en alle zulke, die diergelijke luijden huijsvesten, moet worden bevoolen, dat ze de vreemdelin„ „gen, die te logeeren, moeten vraagen naar hunne naa n bestand is.
English
and from where they come, and that they must give written notice thereof to the commander of the place, notifying them that anyone who lodges foreigners without doing so shall thereby incur a fine for the benefit of the diaconate poor. 2. That the gate servants, as far as the natives are concerned, must also be instructed to keep a constant eye on the arrival of strange natives, and that as soon as they gain knowledge thereof, they must immediately report it to the commander. 3. That orders must be given at the subordinate posts not to allow any foreigners or unknown persons to pass, unless they produce proper proof that they have permission to do so from the commander of the place from where they come. 4. That to all foreigners, whether Europeans or natives, who arrive here or at the subordinate offices, and to whom permission is granted upon their request to travel overland to another place, in addition to the usual Sanasses which are sent ahead according to the custom of the country, a written certificate or passport must also be given, and that they must be instructed to present it at all Company posts, as orders are in place at all of them not to let anyone pass without it. 5. That to such foreigners coming from outside who are in any way suspicious, or simply not known well enough to be judged, whether Europeans or natives, when they ask for permission to come here or to go to any other place on this island, it must be announced that they may not proceed any further without our permission, and that notice thereof must immediately be given to us. 6. That when a foreigner, whether European or native, departs from any subordinate office for this place, notice thereof must immediately be given not only to us, but also to the nearest office through which he must pass, and that if he is not heard of at this office within the proper time, notice thereof must be given to the office from which the communication of his departure was received, so that the necessary inquiry concerning him may be made there. We commend Your Right Honourable and the interests of the Company to God's safe keeping and remain with all respect and fidelity: Below was written: Right Honourable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord, Right Honourable Strict Lords, Your Right Honourable's humble and obedient servants, was signed: W: J. van de Graaff, P: Hluijsken, D: F: Tereth, M. P: Rakel, J: Rijntous, B: L: van Zitter, and A: Samlant. In the margin: Colombo, 9 February 1704. Approved. Examined. Secret Batavia. To His Right Honourable. The Right Honourable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord! Mr. Willem Arnold Alting. On behalf of the State of the Free United Netherlands and the Dutch Chartered East India Company, Governor General. The Right Honourable Strict Lords Councillors of the Dutch Indies. Right Honourable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord and Right Honourable Strict Lords. We have had the honour to receive the secret missive with which we were favoured by Your Right Honourables on 27 November, along with the acts of ratification of the contract concluded with Mr. Buchanan sent to us therewith. In the session of 19 March last, we resolved, beforehand and prior to informing the Nawab of Your Right Honourables' ratification, to have arranged as far as possible these and those domestic matters that are necessary so that the Company may enjoy the full and undisturbed effect of the 10th article, and particularly to have fulfilled that which Mr. Buchanan undertook in his letter of 1 July 1782 for the further securing of the Company against all undercutting in the linen trade by foreigners, whoever they may be: For these duties, we have appointed the Head of Tutukorijn, the Senior Merchant Mekern, assisted by Lieutenant Brohier, who is proposed to Your Right Honourables for promotion to Captain Lieutenant in the general letter now departing, and we shall, if possible, seek to drag out these negotiations until we have received Your Right Honourables' answer to this, as to whether it might perhaps please Your Right Honourables, instead of the acts of ratification that were sent, to have the ratification placed beneath the original contracts so that they can be exchanged for the original contracts which Mr. Buchanan has.
Dutch transcription
193 „men, en waar ze van daan koomen, en dat ze daarvan schriftelijk kennis moeten geeven aan den gebieder van de plaats, met aankundiging aan dezelve, dat die geene, die vreemdelingen logeert, zonder dat te doen, daar door zal vervallen in een boete aan de diakonie armen. 2. Dat de porta bediendens ook, zoo veel de inlanders aangaat, moeten worden aanbevoolen, dat ze steeds 't oog zullen moe„ „ten houden op 't aankoomen van vreemde inlanderen, en dat ze zoo dra ze daar van kennis krijgen, dat ten eersten aan den gebieder moeten berigten. 3. Dat op de onderhoorige posten order moeten worden gesteld, om geene vreemdelingen of onbekende persoonen te laaten passeeren, ten zij door dezelve word vertoond een behoorlijk bewijs, dat ze daar toe van den gebieder van de plaats daar ze van daan koomen, verlof hebben. 4. Dat aan alle vreemdelingen het zij Europeesen of inlanders, die 't hier of op de onderhoorige Cantooren aankomen, en aann word wien op hun verzoek, verlof gegeeven, om over land na een ander plaats te gaan, behalven de gewoone Sanassen, die naar slands gebruijk worden voor uijt gezonden, nog moet worden gegeeven een schriftelijk bewijs of paspoort, en dat ze daarbij moeten worden onderrigt, om die op alle komp:s posten te moeten vertoonen, wijl op alle dezelve ordre legt om buijten dien niemand te laaten passeeren. : plaats ge„ geen een „ reete voor„ ook te van n test, tee„ magt niet r ruijken, die d omter oo en uijden delin„ naa men vee 8 5. Dat aan zulke vreemdelingen, die van buijten komen en eenig„ „sints verdagt zijn, of ook alleen niet genoeg bekend om ze te kun„ „nen beoordeelten het zij europeesche of inlanders, wanneer ze„ Verlof vraagen om na herwaards, dan wel na eenige andere plaats ten deesen eijlande te gaan, moet worden aangekondigt, dat ze zonder ons verlof niet verder mogen gaan, en dat als dan ons daar van daadelijk moet worden kennis gegeeven. 6. Dat wanneer een vreemdeling, 't zij europees of inlander, van eenigh onderhoorig kantoor na herwaards vertrekt, daar van ten eersten niet alleen aan ons, maar ook aan 't naaste kantoor, daar hij passeeren moet, moet worden kennis gegeven, en dat wanneer hij op dit kantoor niet binnen de behoorlijke tijd word verno„ „men, daar van kennis geger worden gegeven aan het kan„ „toor van waar de Communukatie van zijn vrtrek is ontvangen, ten eijnde aldaar nopens denzelven kan worden gedaan 't noodig onderzoek. wij beveelen uw Hoog Edelh: en de belangens der maatschappij in Godes veilige hoede en blijve met alle eerbied en trouwe: /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare wijdgebie„ „dende Heer wel Edele Gestr: Heeren Uwer hoog Edelh: onderdanige en gehoorzaame Dienaren /:was geteekend:) W: J. van de Graaff P: Hluijsken D: F: Tereth M. P: Rakel J: Rijntous B: L: van Zitter en A: Samlant /:in margine:/ Colombo den 9 febr: 1704 Schaaden rands Gkeen Akkorgeert. D Nagezien 7. 194.8 sekreet Batavia. Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edelen Groot Achtbaeren, wijdgebiedende Heer! Mr. Willem Arnold Alting. Wegens den staat der vrije vereenigde nederlanden en de nederlandsche g'octroijeerde oostindische kompenie Gouverneur Generaal. De WelEdele Gestrenge Heeren Raeden van Nederlandsche Jndien. Hoog Edele, Groot Achtbaere, Wijd gebiedende Heer en Wel Edele Gestrenge Heeren. Wij hebben de eere gelad te ontfangen de sekrete missive Waer meede we door uwe Hoogedelheeden op den 27. No„ „vember zijn begunstigd, met de daarnevens aan ons ge„ „zondene actens der ratificatie van het kontrakt met den Heer Buchanan geslooten. Wij hebben ter sessie van den 19. ' Maart J: Leeden, beslooten eenig„ te kun„ eenig en gen, aij e. ie„ ende beslooten om voor af en voor dat we den Nabab van Uwe Hoogedelheeden ratifikatie kennis geeven, te doen regelen zoo veel het geschieden kan, deese en geene huijselijke dingen die noodig zijn, op dat de komp=s geniede het volle en ongestoorde effekt van het 10=e ar¬ „tikel, en inzonderheid om te doen vervullen het geen de Heer Buchanan bij zijn brief van den 1 Julij 1782 heeft of zig genoomen ter verdere zeeker stelling van de komp: teegens alle onderkruijsingen in den lijwaat handel door vreemden wee ze ook zijn: Tot deeze verrigtingen hebben we benoemd het opperhoofd van Tutukorijn de opperkoopman Mekern, geassis¬ teerd van den Luijtenant Brohier, die bij de tans af¬ „gaande gemoene brief aan Uwe Hoogedelheeden tot Kapitain Luijtenant word voorgedraagen, en we zullen het met die handelingen, des moogelijk zoo lan„ „ge zien te rekken, tot dat we op deese uwe Hoogedel„ „heeden andwoord zullen hebben ontfangen, of het uwe Hoogedelheeden zomtijds konde behaagen om insteede van de gezondene actens der ratifikatie, de ratificatie te laaten stellen onder de origineele kon„ „trakten ten eijnde die te kunnen uijtwisselen teegen de origineele kontrakten die de Heer Buchanan heeft e 0
English
has taken along, confirmed in the same manner with the ratification of the Nabob. To the Noble High Respected Lords Masters have already been sent all the papers and documents relating to the negotiations with Mr. Buchanan, but to add hereto, in accordance with Your High Noblenesses' order, such pieces that could be of any service in this matter to show that the Company has been curtailed in its rights by the treaty with Mr. Buchanan, we find ourselves somewhat embarrassed. The Company's privileges on the opposite coast, especially regarding its trade, are confirmed by the 10th article of the Treaty, and our treaties or agreements with the former Nayaks of Madurai speak mainly only of this. Concerning the pearl fisheries and chank diving, nothing is found in them except only in certain articles between the Nayak of Madurai and Governor Adriaan van der Meyden of the year 1659, a copy of which is enclosed herewith, but in which the Tuticorin pearl fishery and the chank diving are mentioned in such a manner that we considered it best not to make use of them with Mr. Buchanan; moreover, the original thereof is no longer at hand, and we therefore in fact hardly know what we could still add to our humble secret letter of the 4th of April 1786, in which we have already had the honor to point out that it is indeed indisputable that great and extensive rights on the opposite coast belong to the Company, and that it has indeed exercised them, but that wishing to undertake to demonstrate those things point by point and expose them to sharp scrutiny might give rise to insurmountable disputes. We will nevertheless try to comply with the much honored intention of Your High Noblenesses in the best possible manner. Although Governor Campbell seems indeed to have been unable to do the Company any service to keep the Nabob's demands regarding the pearl fisheries within former limits, and to restrain him from his demand on the chank diving, it nevertheless appears that he has done the Company no disservice by placing its other interests on the Madurai coast on a firmer and more secure footing than they previously were, especially as far as the cloth trade is concerned, in which several English were now prepared to share with us, and regarding which it was somewhat doubtful whether it would have been possible for us continually, without finding considerable opposition therein, to prevent that by the means used by us now and then to that end. In the uncertainty whether it would suit Your High Noblenesses to supply us with the quantity of rice that we further request in our regular letter now departing, and as the Ministers at Cochin, in order to provide Ceylon with the necessary grain, must contract for the same in good time, we have, in view of the importance of the matter, while requesting their honors, as stated in our regular letter, to be pleased to effect everything possible for the convenience of Ceylon, represented to Governor van Angelbeek in a separate letter, in the most emphatic manner, the great embarrassment into which this Government could fall if we are not assisted in the coming season with at least 1000 lasts of rice from Batavia above the 1200 lasts already requested from Your High Noblenesses, in case Cochin should also be unable to help us. We have at the same time requested His Honor to be pleased to consider whether and to what extent ordinary bills of exchange on the Company granted by us to be paid in the Netherlands at the ordinary terms, par for par, and consequently without any rebate or loss, up to a sum of 30000 rupees, could be of service to enable the Ministers at Cochin to purchase at least 1000 lasts of rice for this Government, to be delivered to us in the next season, in which case we would charge the rebate to the rice, or, which in effect amounts to the same thing, to purchase the rice that much dearer because payment cannot be made for it at the usual time as the aforesaid rebate amounts to. Yet because we dared not risk anything in this on an uncertain outcome, we promised Mr. van Angelbeek that if neither of the proposed means could work, we would then send 15000 ordinary Company pagodas to Cochin from the gold that we expect from Europe in July next for the cloth trade, and specifically from the first minting thereof, in order provisionally to be able to pay for half of the requested rice, in case we might also obtain no gold or silver minted specie serving that purpose; and that we would likewise pay the other half from the gold sent to us for trade, if we meanwhile received no other means on hand for that purpose, and if Cochin also in the meantime had not become able, through new funds, to pay that amount for the account of Ceylon. Revised. J. Schaader We commend Your High Noblenesses and the interests of the Company into God's safe keeping and remain with all respect and fidelity /:underwritten:/ High Noble, Grand Respected Far-Ruling Lord and Well-Noble Severe Sirs, Your High Noblenesses' humble and obedient servants /:was signed:/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket, C: Tilenius, J: Reintous, B: L: van Zitter, Ed: Lamlant and J: A: Vollenhove. /:in the margin:/ Colombo the 24th of April 1789. Agrees. Hybrands Clerk
Dutch transcription
195. heeft meede genoomen, inzelver voegen met de ratifikatie van den Nabab bekragtigd. Aan de Edele Hoog Agtb: Heeren Meesteren zijn reeds gezon„ „den alle de papieren en bescheiden betrekking hebbende tot de handelingen met den Heer Buchanan, dog om overeenkomstig met uwer Hoog edelheedens bevel, nog hier bij te voegen zulke stukken die in deesen eenigen dienst zoude kunnen zijn ter aanwijzing dat de komp: door het traktaal met den Heer Buchanan in haere reg„ „ten is verkort, vinden we ons wat verleegen. 'skomp=s voorregten op de overwal inzonderheid zoo veel aangaat haere handel, zijn door het 10=de artikel van het Traktaat bevestigd, en onze traklaaten of overeen„ „komsten met de vorige Naiks van Madure spreeken hoofdzakelijk alleen hier van. Noopens de paarlvisschijen, en Chankoos duijkerijen vind men daarbij niets dan alleen bij zeekere articulen tusschen den Naik van Ma„ dure en den heer Gouverneur Adriaan van der Meij¬ „den van 't Jaar 1659. die in kopij hier nevens gaat, dog Waarbij van de Tutukorijnsche paarlvisscherij en de Chankoos duijkerij gesprooken word op eene wijze dat we bist gedagt hebben om ons bij den Heer Buchanan daar van niet te bedienen, boven dien is het origi¬ „neele daar van niet meer voor handen en we weeten dus in der daad bij na niet wat we nog zoude kunne voegen D voegen bij onsen nedrigen sekreeten brief van den 4. April 1786. , waarbij we bereeds de eere hebben gehad aan„ „tewijzen dat het wel onbetwistbaar is, dat aan de komp: groote en uijtgestrekte regten op de overwal toekoomen, en ze die ook met derdaad gereffend heeft, dog dat men willende onderneemen die dingen stukswijze aante„ „toonen en die aan een scherp onderzoek bloot te stel „len zulks ondoorkomelijke kwestien zoude kunnen doen ontstaan. We zullen niet tet min op de best morgelij„ „ke wijze aan de zeer g'eerde intentie van Uw Hoogedel „heeden zoeken te voldoen. Schoon de Heer Gouverneur Campbell scheint wel de komp: geen dienst heeft kunnen doen om 's Nababs eijschen noopens de paarlvisserijen te houden binnen de voorige paalen, en hem te weederhouden van zijne eijsch op de Chankoos duijkerijen schijnt het nogtans dat Wij de komp: geen ondienst heeft gedaan met haar overige intresten op de Madureesche kuston te doen brengen op een meer vosten en verzeekerden voet dan ze eertijds waaren inzonderheid, zoo veel d lijwaatsn handel aangaat, waarin nu verscheide Engelsen gereed stonden om die met ons te deelen, en waar omtrent het wat twijffelagtig zij, off het ons bij voortduuring, zonder daar in merkelijke tee„ „genstand te vinden, zoude zijn moogelijk geweest, dat 196:6 dat te beletten door de middelen nu en dan ten dienein„ „de door ons gebeezigt. Jn de onzeekerheid of het uiwer hoog edelheeden wel geleegen„ zoude komen, om de quantiteijt rijst, die wij bij onsen tans afgaanden gemeenen brief nader vraagen, aan ons te bezorgen, en wijl de Ministers te koetsien, om Cijlon van de nodige graanen te voorzien, dezelve voeg¬ „tijdig moet contracteeren, hebben we uijt aanmerking van 't gewigt der zaeke, terwijl we hun edelens verzogten, zoo als vermeld is bij onsen gemeenen brief, om al het moge„ de „lijke tot gerief van Ceilon te willen bewerkstelligen, den heer Gouverneur van Angelbeek, bij eenen aparten brief, op de nadrukkelijkste wijse vertoond de groote on„ „geleegendheid, waarin dit Gouvernement zoude kun„ „nen koomen, indien we in 't naastkomende saisoen, niet ten minsten met 1000. lasten rijst, boven de reeds van uwe hoog edelheeden gevraagde 1200. lasten van Batavia worden g'assisteerd, ingevalle koetsiem ook ons niet zoude kunnen helpen. Wij hebben teffens zijn Edele verzogt, in overweeging te wil„ „len neemen, of en in hoe verre gewoone assignaties op de Comp: door ons verleend om in Nederland op de ordinai„ „re termijnen te worden betaald, geld om geld, en mits dien zonder eenig rabat of verlies, tot eene som van 30000 ropijen toe, van dienst zoude kunnen zijn om de Ministers 4. d aan„ mp: „ men ne ans t ten rden Co ide en, te te koetsiem in staat te stellen, tot het inkoopen van ten minsten 1000. lasten rijst voor dit Gouvernement, om in 't volgende saisoen aan ons te worden bezorgd, wanneer we 't rabat op de rijst zouden laaten beswaaren, dan wel„ het geen in effecte op 't zelfde uijtkomt, om de rijst wijl de betaaling daarvoor niet op den gewoonen tijd kan : worden gedaan, zoo veel duurder intekoopen als 't voorschr: rabat bedraagt. Doch wijl we in deesen niets aan eene onzeekere uijt¬ „komst durfden waagen, hebben wij den heer van An¬ „gelbeek beloofd, dat indien geen van bijde de voorge„ „stelde middelen konde aangaan, wij als dan van 't goud, dat we in Juli aanstaande voor den lijnwaald„ „handel uijt Europa verwagten, en wel uijt de eerste vermunting daarvan, 15000. gewoone Comp=s pagooden na koetsiem zouden zenden, om bij provisie de helfte van de gevraagde rijst te kunnen voldaan, indien we ook geen goude of zilvere gemunte spetien daartoe die„ „nende, mogten uijtkrijgen; en dat werde andere hei„ „te insgelijks zouden voldoen uijt 't goud, dat ons voor den handel word gezonden, zoo we intusschen geene andere middelen daartoe aan handen kreegen, en dat ook koet„ „siem middelerwijl, door nieuwe fondsen niet mogte in staat geraakt zijn, om dat bedraagen voor reekening van Ceilon te betaalen. Wij d 197 8 Nagesien. J. Schaader Wij beveelen uwe Hoog Edelheeden en de belangens der maatschappije in Godes vijlige hoede en blijven met alle eerbied en trouwe /:onderstond:/ Hoog Edele, Groot Achtbaare wijd gebiedende Heer en Wel Edele Gesthen„ „ge Heeren. Uwer Hoog Edelheedens onderdanige en ge„ „hoorzaeme Dienaeren /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff M: P: Raket, C: Tilenius, J: Reintous B: L: van Zitter, Ed: Lamlant en J: A: vollenhove. /: in margi„ ne:/ kolombo den 24. April 1789. Akkordeert. Hijbrands Gkeerk en van ten t,om in wanneer wel„ wijl aald„ de eerste pagooden de helfte in dien 12 artoe die„ hey den e kort„ t
English
198 Secret Batavia. To His Right Honorable. The Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord. Mr Willem Arnold Alting On behalf of the state of the free United Netherlands, and the General Dutch Chartered East India Company Governor General, The Honorable and Severe Lords Councillors of the Dutch Indies Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord. Honorable and Severe Lords. The Trincomalee servants have, by a secret letter written on the 24th of April, a copy of which is attached hereto, informed us that on the 23rd preceding, between one and two o'clock in the afternoon, the French Company ship named the Graaf d'Artois, without asking for a pilot or permission, entering the inner bay directly before the wind, had a blank and a live shot fired across its bow by the batteries at Ostenburg, without paying any heed to it, while in the meantime a live shot was fired past the post by the French King's frigate L'Astree. That some time thereafter, the first lieutenant of the aforesaid frigate came to the chief, uttering many complaints about the insult done to the French flag, and came to demand an explanation of this conduct. That this officer having been answered hereupon as the nature of the matter required, the servants, after his departure, sent Adjutant Griner of the regiment of Meuron on board the aforesaid frigate L'Astree to corroborate their verbal answer given to the aforesaid Lieutenant for the Monsieur de St. Riveul. That in the meantime the Major of Monsieur de St. Riveul came ashore, bringing for the chief the letter written on the 23rd of April, which is attached among the enclosures, in which Monsieur de St. Riveul not only most vehemently repeated the aforesaid complaints, adding that on account of the cannon shot fired at the aforesaid ship d'Artois, he had caused a cannon shot to be fired from the frigate L'Astree at Fort Ostenburg, aimed across the low battery of the fort as it had been across the aforesaid French ship, but also made the very far-reaching announcement that he had in fact waited for the fort to fire a second shot with live ammunition in order to answer it with all the cannons of the three frigates. 199. For the rest, we request permission to refer to the letter itself, as well as to the letter written in reply by the servants to Monsieur de St. Riveul the following day, a copy of which is attached among the enclosures, and we take the liberty merely to note therefrom that the aforesaid servants further pointed out therein with much reason that every ship must have the agreed-upon signal or permission to enter the inner bay of Ostenburg, as that is a closed harbor and not an open roadstead, and that they were therefore very surprised that, because the aforesaid ship the Graaf d'Artois had not flown the devised signals, Monsieur de St. Riveul took as an insult what was nothing more than simply a warning not to enter without having permission to do so. Concerning the aforesaid devised signals, we take the liberty, for greater clarity, to note in between that the Trincomalee servants, pursuant to our circular letter of the 29th of December 1787 written to all subordinate offices, having made various arrangements to prevent surprises so that they could be timely informed of the approach of foreign ships, Monsieur de St. Riveul, Chief of the French naval forces in the Indies, who was in Trincomalee at that time, answered a letter written to him on the 9th of January 1788 by the chief of that place that he highly approved of the arrangements made by the aforesaid chief, and that he would write to the Count de Conway, Governor of Pondicherry, to request him to instruct all French vessels going from Pondicherry to Trincomalee [illegible] had approached close enough to be recognized, to fly a white flag from the top of the foremast and a blue flag from the top of the mainmast, which has also been put into practice since that time. This appears, among other things, from two cases since then. The one in the month of April 1788, with a French frigate that did not fly these signals, or at least they were not seen, which is why Captain Prophalow, who was commanding at Ostenburg at that time, had a shot fired across the vessel. The second in the month of October following, with
Dutch transcription
198 secreet Batavia. Aan zijn Hoog Edelheed. Den Hoog Edelen Groot Achtbaeren wijl Gebiedende Heer. M=r Willem Arnold Alting Weegens den staat der vrije vereenigde Nederlanden, en de Gene„ „haale Neederlandsche g'oktroijeerde Oostjndische kompenie Gouverneur Generaal, De Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlandsch Jndien Hoog Edele Groot Achtbaare W Wijd Gebiedende Heer. o WelEdele Gestrenge Heeren. De Trinkonomaalse bediendens hebben bij een sekreeten brief geschreeven den 24. April die in kopij hier nevens 14 gaat, ons bedeeld, dat op den 23. daar te vooren tusschen een en twee uuren snamiddags het frans komp=s schip / genaamd de Graaf d' Artois, zonder Lein of Hlof wraa„ „gen, vlak voor de wind de binnen baaij inloopende, doorn de batterijen te oostenburg een los en een scherpe schot Voor over het schip gedaan zijn, zonder dat hij er zig aanstoorden, terwijl intusschen door het frans Konings fregat ende fregat L' Astree, een scherpe schot voobij het pok gedaan wierd„ Dat eenigen tijd daarna de eersten luijtenant van het voorschr: fregat bij het opperhoofd koomende onder het uijten van veele — klagten over beleediginge de franse vlag aangedaan een uijtlegging van dit gedrag is koomen vraagen. Dat deesen officier hierop na vereijsch van zaaken geand¬ „woord zijnde, de bediendens na zijn vertrek den adjudant Gr„ „ner van het regiment van Meuron, na boord van het voorsz: fregat L' Astree gezonden hebben tot staaving van hun andwoord mondeling voor den Heer de St: Riveul aan voorsz: Luijtenant meede gegeeven. Dat midlerwijl de Majoor van den Heer de St Priveul aan de wal kwamemeede brengende voor het opperhoofd de brief geschreeven den 23. April die onder de bijlaagen hiernevens gaat, en waarbij de Heer de St: Piveúl de voorsz: klagte niet alleen op het hevigst herhaald, met bijvoeging dat hij uijt Hoofde van de kanon schoot op het voorsz: schip d' Artois gedaan van het fregat L'Astree op het fort oostenburg hadde laa„ „ten doen een kannon, schoot, gerigt voor over de laa „ge batterij van het fort was geweest voor: over het voorsz: fransch schip, maar ook doed de zeer verre„ „gaande aanzegging, dat hij namentlijk gewagt had„ 19 „de dat het fort een tweede schoot met scherp zoute doen 199. 0. doen, om die te brandwoorden met alle de kannons api¬ van de drie fregatten. Wij verzoeken ons voor het overige aan den brief zelve n te moogen gedraagen, als meede aan den brief, door de Han„ bediendens aan den Heer de St Riveul s'daags daar„ aan in andwoord geschreeven die onder de bijlaagen o¬ in kopij hier nevens gaat, en neemen de vrijheid zon„ daaruijt alleen aantemerken, dat de voorsz: bedien, en „dens daarbij nader met veel gronds hebben aangeweesen, n. dat elk schip hebben moet het overeengekoomen ider teeken of een permissie om in de binnen baaij van Pa„ uijt„ „tenburg in te loope, wijl dat is een beslooten, haven en et „geen open Rheede, en dat ze daarom zeer verwonderd waaren, dat wijl het voorsz: schip de Graaf d' Artoid F„ niet hadde laaten waaijen de beraamde seinen, Wij in Heer de St Riveul voor een beleediging op nam het geen niet meer was dan eenwoudig een waarschou„ s „ning om niet binnen te loopen zonder daartoe velo en te hebben: Omtrent de voorsz: beraamde seinen neemen we tot en meerder-duijdelijkheid de vrijheid hier tusschen bijde aantemerken, dat de Trinkonomaalse bediendens ingevolge onze circulairen brief van den 29=ste Decem„ ber 1787. na alle de onderhoorige komptoiren geschree„ „ven Willd: dat „ven verscheide schikkingen hebbende gemaakt ter voor„ „koming van surprises om ten dien eijnde van het aan„ „naderen van vreemde scheepen, tijdig te kunnen zijn geinformeerd, de Heer de F:t Riveul Chef van de fransche zeemagt in Jndeen, die zig te dien tijd te Trinkonoma„ „le bevond, op een brief den 9. Januarij 1783 door het op„ „perhoofd van senden aan hem geschreeven, heeft geandwoord, dat hij de door het voorsz: opperhoofd gemaak „te schikkinge zeer goedkeurde, en dat hij aan den heer Graaf de Conwaij Gouverneur van Pondicherij zoude schrijven om s hem te verzoeken, dat hij alle de fransche vaartuijgen gaande van Pondicherij na Trinkonoma„ weilde intrameeren om Ca 8 Ca ze Janis kopognaglen „le digt genoeg genaderd waeren om te kunnen worden erkend, van den top van de fokke mast te laaten maaijen een witte vlag en een blaauwe vlag van de top van de groote mast, het geen zeedert dien tijd ook is in ge„ bragt bruijk geparsert. Dit blijkt onder anderen uijt twee gevallen zeedert gexreer Het eene in de maand van April 1788. met een frans fregat dat deese teekens niet heeft doen waaijen of ten minsten waaren ze niet gezien, waarom kapitein Prophalowr die te dier tijd te Oostenburg komman„ „deerende, een school liet doen voorbij het vaartuijg heen. Het tweede in de maand van October daaraan„ met
English
with a French private vessel named Kapitein Kook, coming from Pondicherij; and that because it had likewise neglected to fly the aforementioned signals, it was refused entry into the inner bay until it should be recognized. Both of these cases were arranged by the servants at Trinkonomale themselves to mutual satisfaction, without any complaints being made to us about them; and we have consequently thought it best to acquiesce therein. The papers relating thereto we have, for the greater convenience of your High Mightinesses' deliberation, had extracted, and the same are transmitted among the appendices hereto with a separate register. It is therefore entirely unacceptable what the Heer de S:t Riveul says in his aforementioned letters, namely that the captain of the ship de Graaf d' Artois was supposedly not informed of this arrangement. He was even at Trinkonomale when the aforementioned arrangement was made with the Heer de S:t Riveul in Januarij 1788, as the Trinkonomale servants point out in the above-mentioned letter to the Heer de S:t Riveul of 24 April last. One seems therefore not to be permitted to doubt that the French wished to try whether it might succeed in bringing the aforementioned arrangement into disuse, and consequently to tacitly introduce a custom of entering freely into the inner bay without minding anything, in order to make use of it according to circumstances. We deliberated on the 2nd of this month on all the above, and what further appears in the aforementioned Trinkonomale letters and the appendices sent alongside them; and having maturely considered everything, it appeared to us that the servants conducted themselves according to the existing orders, and we have therefore, as is evident from our Resolution taken on the same day, a copy of which is enclosed herewith, approved their conduct maintained in this matter, as well as the Resolution taken by them on 24 April, which is also transmitted in copy among the appendices hereto; insofar as it was resolved therein to employ against all foreign ships that might wish to enter the inner bay without having permission thereto, in accordance with the orders given to them in our letter of 16 Januarij 1788, which was also approved by your High Mightinesses, the very same procedure that was previously employed by them with respect to the ship de Graaf d' Artois; and this being found fruitless, to immediately prevent all communication between the shore and the ships of that nation that fail to heed this warning, as well as, in case the Heer S:t Riveul should have wished to carry out his threats by acts of violence, to remain in no way indebted to him, but to defend the honor of the flag in such a manner and by all such means as may be found useful for that purpose; and consequently with this exception only, that the servants, for the purpose of giving the warning to ships intending to enter the inner bay, must employ one of the clerks who is most suitable for that purpose, instead of a pilot. By virtue of our aforementioned resolution, we wrote to the Trinkonomale servants on the 2nd of this month the letter that is enclosed herewith in copy, to which we request permission for brevity's sake to refer, and from which we take the liberty here only to remark: 1. that the servants were thereby ordered to declare further to the Heer de S:t Riveul in our name that the aforementioned two shots fired across the ship de Graaf d' Artois were done solely as an advertisement and consequently without intention to offer any insult to the flag of His Most Christian Majesty, adding that we on the contrary consider ourselves greatly insulted by the shot with live ammunition fired from the frigate d' Astree toward Fort Oostenburg past the low battery, as well as by the above-mentioned very extreme threat, leaving the judgment and decision thereof to our mutual high Sovereigns; 2. and that, especially in view of the servants' report that the Heer de S:t Riveul was still expecting several frigates and some more transport ships with the Regiment of Walsch at Trinkonomale, in order to prevent all requests to let these still expected frigates and the aforementioned Regiment come into the inner bay, we have further ordered them to make known to the Heer de S:t Riveul in our name that, in accordance with what was written by the servants to His Honour in the letter of 24 April, we had now further instructed them, the more so because the monsoon now permits lying safely in the North Bay, not to admit any more foreign ships whatsoever into the inner bay until our further orders, unless on account of visible great sea distress, or else on account of circumstances that we should judge to deserve an exception in this matter. We hope that these our adopted resolutions will be approved by your High Mightinesses. After the dispatch of our aforementioned letter to Trinkonomale
Dutch transcription
200. met een fransch partisuliere scheepje genaamd kapi„ „tein kook, koomende van Pondicherij; en dat om dat het insgelijks verzuijmd had de voorsz: teekens te laaten, waaijen, geweigerd is om het in de binnen baaij te ontfan„ „gen, tot dat het zoude zijn erkend. Deese bij de gevallen zijn door de bediendens te Trinkono„ „male zelve tot wederzijds genoegen g'arrangeerd, zon„ „der dat ons daarover eenige klagten gedaan zijn; en we hebben mits dien best gedagt daar in te berusten. De papieren daarvan spreekende hebben we tot meerder gemak van uw Hoog edelheeden diliberatie, laaten uijt„ „trekken en gaan deselve onder de bijlaagen deeses met een appartt Register over. Het is dus geheel onaanneemelijk het geen de Weer de S:t: Riveul bij voorsz: zijne brieven zegt, dat de kapitein van het schip de Graaf d' Artois van deese schik„ „king niet zoude zijn onderkogt geweest. Hij was zelfs te Trinkonomale toen de voorsz: schikking met den Heer de S:t Riveul in Januarij 1788. is gemaakt, zoo als de Trinkonomaalse bediendens dat aanwijzen bij den hierboven gem: brief aan den Heer de S:t Pubeul van den 24. April J:o L: Men schijnt het dus niet in twijffel te moogen trekken dat de franschen het hebben willen probeeren of het zoude zoude kunnen lukken, om het voorsz: arrangement„ in onbruijk te brengen, en om bij gevolg als stilswijgende te doen insluijpen een gewoonte om zonder zig aan iets te stooren vrij in de binnen baaij te loopen ten eijnde zig na maate van de omstandigheeden daarvan te bedien„ Wij hebben den 2=e deeser over al het hierboven staande, en het geen verdere bij de voorsz: Trinkonomaalse brieven en de daarnevens gezondene bijlaagen, voorkomt, gede„ „libereerd en na alles rijpelijk te hebben overwoogen, is— het ons voorgekoomen dat de bediendens, zig na de leggen „de orders hebben bostierd, en hebben wij daarom blijkens onse in kopij hiernevens gaande Resolutie ten zelven dae„ „ge genoomen, hun gehouden beleid in deesen goedge„ „keurd, als meede de bij hun op den 24. ste April genoome„ „ne Resolutie die nog in kopij onder de bijlaagen deeses overgaat; in zoo verre daarbij beslooten is om teegens alle vreemde scheepen, die zonder daartoe verlof te hebben de bin„ „nen baaij zouden willen inloopen, overeenkomstig met de orders die hun gegeeven zijn bij onsen brief van den 16. Janu„ „rij 1788. die ook door uw Hoogedelheeden zijn geapprobeert het zelfs te werk te stellen het geen staags te vooren door hun was te werk gesteld ten opzigte van het schip de Graaf d' Artois, en dit vrugteloos wordende bevonden als dan terstond alle gemeenschap te beletten tusschen de wal en - 201. de scheepen van dien landaart, die deese waarschouwing niet koomen in agt te neemen, als meede om ingevalle de Heer S:t: Riveul zijne drijgementen mogte hebben willen gestand doen door fistelijkheeden, hem niets schuldig te blijven, maar de eere der vlag te verdleedigen op zulk een wijze en met alle zulke middelen die daartoe nuttig kun„ „nen bevonden worden; en mits dien alleen met deese uijtzon„ „dering, dat de bediendens tot het doen van de waarschou„ „wing aan de scheepen de wil hebbende na de binnen baaij in steede van een loots, moeten gebruijken een der pen„ „nisten, die daartoe het meest geschikt is. Uijt Hoofde van voorsz: ons besluijt hebben we de Trinkonomaal „se bediendens den 2=e deeser geschreeven den brief die in kopij hiernevens gaat, waaraan we verlof versoeken ons kortheids halven te moogen gedraagen, en waaruijt we de vrijheid neemen hier alleen aantemerken, 1. /dat de bediendens daarbij zijn bevoolen om den Heer de S:t Riveul naader uijt onse naam te verklaaren dat de voorsz: twee Schooten voorbij het schip de Graaf d' Artois gedaan, alleen geschied zijn tot een advertissement en mits dien zonder intentie om eenige beleediging toetebrengen aan de vlag van zijne allerchristelijke Majesteid, met bij voe„ „ging dat we ons daaren teegen zeer beleedigt agten door de schoot met scherp van het Fregat d' Astree gedaa na na het fort Oostenburg voorbij de laage batterij heen, als meede door het hierboven gem: zeer verregaande drijge„ „ment, laatende de beoordeeling en beslessing daarvan over aan onse weederzijdse hooge Souverainen, 2. / en dat we, inzonderheid uijt hoofde van der bediendens berigt dat de Heer de S:t Riveul te Trinkonomale nog was verwagtende verscheide fregatten en nog eenige transport scheepen met het Regiment van walsch, ten eijnde te voorkoomen alle versoeken om deese nog verwagt wordende fregatten en het voorsz: Regiment in de binnenbaaij te laaten koomen, hun nog hebben bevoolen om den Heer de S:t Riveul uijt onse naam bekend te maaken, dat we overeenkomstig met het door de bediendens aan zijn Edele geschreevene bij brief van den 24. ste April hun nu naader hadden aanbevoolen, te meer wijl de mousson het tans permitteerd om in de Noorder baaij vijlig te kunnen leggen, om tot onse naadere ordre geene vreemde scheepen meer hoe genaamt in de binnen baaij te admitteeren ten zij uijt hoofde van zigtbaare groote zee nooden, dan wel uijt hoofde van omstandigheeden die we zouden oordeelen in deesen een uijtzondering te verdienen. We hoopen dat deese onse genoomene besluijten bij Uw Hoog„ Edelheeden zullen worden goedgekeurd- Na het afvaardigen van voorsz:: onsen brief na Trinkonoma„