VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3837

Ceylon · 886 pages · 233 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3837_0341 view scan ↗

English

528 Register of the Papers belonging to the secret letter which, by order of the Right Honorable Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon, with its dependencies, is sent via Galle, with the ships the Arend and Zaanstroom, consigned to the Right Honorable Directors representing the Assembly of the Seventeen of the General Chartered United Netherlands East India Company, at the presiding chamber of Amsterdam. No. 1. Original secret dispatch of today. 2. A bundle of papers concerning the incident at the sailing in of the French Company ship named the Graaff de Artois into the inner bay of Trincomalee, according to the register made thereof. 3. Ditto ditto, concerning the incident with the King's brig Le Papillon and the ship the Capitein Cook, according to the registers made thereof. No. 4. No. 4. Copy of a secret dispatch dated 27 November 1788, written by the High Indian Government of Batavia to Colombo. 5. A small bundle of treaties concluded between the Honorable Dutch Company and the Nayak of Madurai of the years 1659, 16, 169, 1682, 1689, 1690, and 1711. Colombo, 12 November in the year 1789. H. Ybrands First Clerk Seen Onderstraat 529 Secret Patria To the Right Honorable Directors At the assembly of the Seventeen representing the General Chartered United Netherlands East India Company at the presiding chamber Amsterdam Right Honorable, Wise, Provident, very Generous Sirs! We have the honor dutifully to inform your Right Honorable Sirs hereby of an incident that we had this year at Trincomalee with the French, of which report was also made to the High Indian Government at Batavia by letter of 10 May last, which is included in copy among the annexes. On 23 April last, in the afternoon between one and two o'clock, a ship, which was later recognized to be a French Company ship named Le Comte d'Artois, sailed straight before the wind into the inner bay, without showing any signal or asking for permission. The Commander of Oostenburg had fired, as a warning to this ship, first a blank shot and then a shot across the bow of the ship, without the same paying any heed to it. As soon as the live shot was fired, the Commander of the French naval forces in India, the Count de Saint-Riveul, who had arrived at Trincomalee a few days earlier, and now lay in the inner bay with three of the King's frigates, fired a live shot from the frigate L'Astrée, which he himself commanded, past the low battery of Oostenburg. Uncertain whether this might not be a signal that the French Commander was making to the aforementioned French ship, the Commander of Oostenburg ordered the firing to cease. Shortly thereafter, the said Monsieur de Saint-Riveul sent his first lieutenant to the Resident, who, while uttering 530 many complaints about insults done to the French flag, demanded an explanation of this. The Resident gave him the verbal reply that every ship must display the agreed-upon signal, or have a permit, to enter the inner bay of Oostenburg, as the same is a closed harbor and not an open roadstead, and that he was therefore very surprised that, since the aforementioned ship Le Comte d'Artois had not displayed the appointed signals, Monsieur de Saint-Riveul took for an insult that which was nothing more than a simple warning not to enter without having permission to do so. He then sent an officer of the De Meuron Regiment, who is serving with the Trincomalee detachment as Adjutant, named Grosvier, on board the frigate L'Astrée to Monsieur de Saint-Riveul, to repeat and substantiate the aforementioned answer given verbally to the said first lieutenant. Meanwhile, the Major of Monsieur de Saint-Riveul came ashore, bringing a letter from him for the Resident, in which Monsieur Saint-Riveul says that he had made known to the Resident through the naval lieutenant the Chevalier d'Egrigny his surprise at the aforementioned two shots from Fort Oostenburg, fired at the French Company ship Le Comte d'Artois, having its flag flying aft, and that he had therefore in turn ordered a cannon shot fired at Fort Oostenburg from the frigate L'Astrée, which was aimed across the battery of the fort, just as that of the fort was aimed across the French Company ship. He says further that he had to regard as an insult done to the French flag the cannon shots fired from Fort Oostenburg at a French vessel that was in sight and under the protection of the King's frigates under his command. That he had repelled force with force, and furthermore Monsieur de Saint-Riveul gives in this his letter this very far-reaching warning: that he had merely waited for the second live shot from the fort to answer it with all the cannons of the three frigates. All this appears more fully in all its details from the servants' letter of the 24th, and the letter of Monsieur de Saint-Riveul of the 23rd.

Dutch transcription

528 Register der Papieren ge„ „hoorende tot den secreeter brief die ter ordre van den wel Edelen Groot Achtb: Heer Willem Jacob van de Graaff, Raad ordinair van Nederlands Jndia, Gouverneur en Direkteur van 't Eijland Ceilon, met dies onderhoorigheeden, over Gale, met de scheepen de Arend en Zaanstroom, word ver„ „zonden, geconsigneerd aan de wel Edele Hoog Achtbaare Heeren Be„ „windhebberen ter vergadering van XVIIm, reepresenteerende de gene„ „raale Nederlandsche geoktroieerde oostjndische komp:, ter presidiaale kamer Amsterdam. N„o 1. origineele secreete missive van heeden. „ 2. Een bondel pappieren noppens het voorgevallene bij het inzeilen van het fransch Comp:s schip genaamt de Graaff de Artois in de binnen baaij van Grinkonomale volgens het daar van gemaakle register. „ 3. d=o d=o — . nopens het voorgevallene met 's ko„ „nings Brik Le Papillon en het schip de Capitein Cook, volgens de daar van gemaakte registers N„o„ 4. N„o 4. kopia secreete missive de dato 27. November 1788. door de Edele Hoogen Jndia„ „sche Regeering van Batavia na kolombo geschreeven. 5. Een bondeltje met traklaaten geslooten tusschen de Edele Nederlandsche Comp: en de Naik van Madure van de Jaren 1659, 16, 169, 1682. 1689., 1690. en 1711. - -. Kolombo den 12. November a.:o 1789. Hjbrands H Egklerk gesien onderstraat, ber Cn an dia¬ 1789. In § 69 gesien nder straat Sekreet 529 Patria Aan de wel Edele Hoog achtbaare Heeren Bewindhebberen Ter vergadering van XV71m representeerende de Generaale Nederlandsche g'octroij= eerde Oost-Indische kompenie ter presidiaale kamer Amsterdam Wel Edele Hoog achtbaare, wijze, voorzienige zeer Genereuse Heeren! Wij hebben de eer uweledele Hoog achtbaare door deezen pliektschuldig kennis te geeven van een voorval dat we in dit jaar te Trinkoniomale met de franschen gehad hebben, waar van ook raats berigt gedaan is dan de Edele Hooge In Indishe regeering te Batavia bij brief van den 10. maij veleeden, die in kopij onder de bijlaager gaat. Den 23. april pleeden, 'snamidagt tusschen een en twee uuren, liep een schip, dat naderhant erkend is te weezen een fransch: kom- penies schip, genaamt Le comte d' Artois, zonder sein te ver- tonen of verlof te vragen, vlak voor de wind na de binnen baaij. De kommandant van Oostenburg, liet tot een advertissement aan dit schip, doen, eerst een los en vervolgens een scheep schot voor over 't schip, zonder dat 't zelve zig er aan stoorde. zoo dra de schoot met scherp gedaan was, deed de kommandant van de fransche zeemagt in Indien, de Graaf de St Reveul, die eenige dagen te vooren te Trinkoniomale gekomen was, en nu met drie'skonings fregatten in de binnen baaij lag, van het fregat L' Astré, waar op hij zelve kommandeerde, een scherp schot„ voor bij de laage batterij van oosterburg. Ondeker of dit niet een seir konde zijn, dat de fransche kom- mandant deed aan het voormeld faansch schip, liet de kom- mandant van oostenburg ophouden met vuuren. Kort daar aan, zond gemelde Heer de F:r Reveul zijn eerste luijte rant bij 't opperhoofd van senden, die, onder 't uitten gesien onderstraat P. 1 van 530 van veele klagten, over beleedigingen de faansche vlag aan- gedaan, een uitlegging hier van vroeg. Het opperhoofd gaf hem mondeling tot antwoord, dat elk schip heb- ben moest 't overeengekoomen teeken, of eene permissie, om in de binnen baaij van oostenberag inteloopen, wijl dezelve is een beslooten haven en geen openreede, in dat hij daarom zeer ver- wonderd was, dat wijl 't voorsz: schip Le Comte d' Artois niet hadde laaten waaijer de beraamde sainen, hij Heer de S=t Reveul voor eene beleediging opnam, 't geen niet meer was dan eenvoudig eene waarschouwing, om niet binnen te loopen zonder daar toe verlof te hebben. Hij zond vervolgens een officier van het regiment van Meurron, die bij het Trinkonomaals detachement dienst doed als Adjudant, genaamt Gröevier, na boord van het fregal 5: Astré, aan den Heer de S:t Reveul, om te harhaalen en te staaven het voorsz: antwoord, mondeling aan gem: eerste lui- tenant meede gegeeven. Intusschen kwam de Majoor van den Heer de S:t Reveul aan de wal, moede brengende een brief van hem voor 't opperhoofd, waar bij de Haer S:t Rdveul zegd, dat hy 't opperhoofd door den scheeps J:o leeden, scheeps luigtenant de Ridder D' Egrignij, had laaten bekend- maaken zijne verwondering over de voorsz: twee schooten van 't fort oosteriburg, gedaan op 't: fransche komp:s schip Le Comte d' Artois, hebbende zijne vlag agter op waaijende, en dat hij daarom wederom een kanon schoot had laaten, doer op 't fort oostenburg van 't fragat L' Astré, die gerigt was voor over de batterij van 't fort, gelijk die van 't fort gerigt was voor over 't faarsche kompenies schip. Hij zegd wijders, dat hij als eene beleediging gedaan aan de fransche vlag hadde moeten aanmerken de kannon schooten gedaan van 't fort oostenburg op een franste vaartuijg, dat in 't gezigt was en onder bescherming van 'skonings fregatten, staande onder zijn kommando. Dat hij geweld met geweld gekeed had, en doet voorts de Heer de S.t Reveul: bij deese zijn brief deze zeer varegaande waarstouwing dat hij namentlijk alleen de tweede schot met scherp van 't fort hadde afgewagt, om die met alle de kanons van de drie fregatten te beandworden. Dit alles blijkt breeder in alle zijne omstande bij der bedienden brieff van den 24. , en de brieff van den Heer de S:t Reveul den 23. daar gesien ondeastraat„

NL-HaNA_1.04.02_3837_0349 view scan ↗

English

531 written to them beforehand, both accompanying this in the original, and to which, in order to avoid excessive prolixity, we further request permission to refer. Regarding the signals, we take the liberty of noting in between, for greater clarity, that the Trinkonomale servants, pursuant to our circular letter of 29 December 1787 written to all subordinate offices, having made various arrangements to prevent surprises and to the end of being timely informed of the approach of foreign vessels, Mr. de St. Reveul, who was at Trinkonomale at that time, answered by a letter of the same date to a letter written to him on 9 January 1788 by the resident of that place, that he greatly approved of the arrangements made by the aforementioned resident and mentioned in his aforesaid letter, and that he would write to Count de Conway, governor of Pondicherry, to request him to inform all French vessels sailing from Pondicherry to Trinkonomale that, as soon as they had approached Trinkonomale closely enough to be recognized, they should fly a white flag from the top of the foremast and a blue flag from the top of the mainmast; both of these letters are also included among the enclosures. This arrangement, then brought into practice, has since been observed. This appears, among other things, from two cases closer examined: the one in the month of April 1788, with a French frigate that did not fly these signs, or at least they were not seen, which is why Captain Prophalow, who commanded at Oostenburg at that time, had a shot fired across the vessel's bow; the second in the month of October following, with a French private vessel named Captain Kook, coming from Pondicherry, and which had likewise neglected to fly the aforementioned signs, was refused reception into the inner bay until it should be recognized. Both of these cases were settled to mutual satisfaction by the servants at Trinkonomale themselves, without any complaints being made to us about it, and we have therefore thought it best to let the matter rest there. The papers speaking of this, for the greater convenience of your Right Honorable deliberations, we have caused to be extracted, and 532 the same are forwarded among the enclosures of this letter, with a separate register. It is thus entirely unacceptable what Mr. de St. Reveul says in his aforementioned letters, that the captain of the ship the Graaf d'Artois would not have been informed of this arrangement: he was even at Trinkonomale when it was made with Mr. de St. Reveul in January 1788, as the Trinkonomale servants point out in the above-mentioned letter to Mr. de St. Reveul of 24 April last. One seems therefore not permitted to doubt that the French wanted to try whether it might succeed, as if tacitly, to introduce a custom of sailing freely into the inner bay at their own pleasure, in order to make use of it according to the circumstances. On 2 May last, we deliberated upon all the above and what further appears in the aforementioned Trinkonomale letter and the enclosures sent therewith, and after having maturely considered everything, it appeared to us that the servants have conducted themselves according to the standing orders, and we have therefore, as appears from our resolution taken on the same day, a copy of which accompanies this, approved their conduct in this matter, as well as the resolution taken by them on 24 April, which also accompanies this in copy among the enclosures; in so far as it was resolved therein to apply against all foreign ships that would want to enter the inner bay without having permission to do so, in accordance with the orders given to them by our letter of 16 January 1788, which were also approved by the Honorable Supreme Government of the Indies, the same measures as were carried out by them the day before with respect to the ship the Graaf d'Artois, and if this should be found fruitless, then immediately to prevent all communication between the shore and the ships of that nation that fail to heed this warning; as well as, in case Mr. St. Reveul should have wished to make good his threats by acts of violence, to remain in nothing indebted to him, but to defend the honor of the flag in such a manner and with all such means as may be found useful thereto; 533 and therefore only with this exception, that the servants, for giving the warning to the ships intending to proceed to the inner bay, instead of a pilot, must employ one of the clerks who is most suitable for that purpose. On account of our aforementioned decision, we wrote to the Trinkonomale servants on 2 May the letter which accompanies this in copy, to which we request permission to refer for the sake of brevity; and from which we take the liberty here only to note: First, that the servants were thereby ordered to declare further to Mr. de St. Reveul in our name that the aforementioned two shots fired across the bow of the ship the Graaf d'Artois were fired solely as a warning, and therefore without intention to cause any insult to the flag of His Most Christian Majesty, adding that we, on the contrary, consider ourselves greatly insulted by the shot with ball fired from the frigate l'Astrée at Fort Oostenburg, past the low battery, as well as by the above-mentioned very far-reaching threat, leaving the judgment and decision thereof

Dutch transcription

531 daar te vooren aan hun geschreeven, beide in origineel hier nevens gaande, en waaraan wij ter verwijding van al te groote wijdloopigheid voorts verlof verzoeken ons te mogen gedraagen. Omtrent de seiren neemen we tot meerder duidelijkheid, de vrij- heid hier tusschen beide aantemeaken, dat de Trinkonomaelsz bediendens, ingevolge onzen Cirkubairen brief van den 29. de- cember 1787. na alle de onderhoorige kantooren geschreeven, ver- scheide schikkingen hebbende gemaakt ter voorkooming van suaprieses, en om ten dien einde van 't aannaderen van vreemde scheepen tijdig te kunnen zijn geinformeerd, de Heer de S:r Re- veul die zig te dier tijd te Trinkonomale bevond, op een brief den 9.: Jantuari 1788. door 't opperhoofd van senden aan hem geschreeven bij een brief van den zelfden datum heeft geantwoord, dat hij de door 't voorsz: opperhoofd gemaakte en bij voorsz: zijn brief vermelde schikkingen zeer goed keurde, en dat hij aan den Heer Graaf de Conwaij gouvernur van Pondicherij, zoude schrijven, om hem te verzoeken, dat hij alle de frarsche vaartuijgen, gaande van Pondicherij na Trinkonomale, wilde informeeren, om zoo dra de Trinkonomale digt genoeg genaderd waaren om te kunnen worden eakend, van den top van de fokke mast te laaten waaijer een witte vlag, en een blaauwe vlag van d- van de top van de groote mast; deeze bijde brieven gaan ook onder de bijlagen over Deeze schikking toen in gebruik gebragt is zeedert in agt genoomen. Dit blijkt onder anderen uit twee gevallen, nader g'exteerd. Het eene in de maand van April 1788. met een fransch fregat, dat deeze teekens niet heeft doen waaijen, of ten minsten waaren ze niet gezien, waarom kapitin Prophalow„ die te dier tijd te Oostenburg kommandeerde, een seloot liet doen voor bij 't vaartuijg heen. 's tweede in de maand van oktober daar aan, met een fransch partikuliere scheepje „en dat genaamt kapitein kook; koomende van Dondicheij on dat 't insgelijks verruind had de voorsz: teekens te laaten waaij„ en, gewerged is om 't in de binnen baaij te ontvangen, tot dat 't zoude zijn erkend. Deeze bijde gevallen zijn door de bediendens te Prinkonomale zelve, tot wederheids genoegen g'arargeerd, zonder dat ons daar over eenige klagten gedaan zijn, en we hebben mits dien best gedagt daar in te berusten. De papieren daar van spaee= kende, hebben wa, tot meerder gemak van uw weledele Hoog achtbaare delibiratie, laaten uittrekken, en gaan de= gesien ondeastraat, 532 dezelve onder de bilanger deezes, met een apart register over. Het is dus geheel onaanneeelijk, 't geen de Heer de J:r Peveul bij voorsz: zijne brieven zegt, dat de kapitain van 't schip de Graaf d' Artois, van deeze schikking niet zoude zijn onderrigt geweest: Wij was zelfs te Trinkonomale, toen dezelve met den Heer de St. Reveul in Jaruarij 1788. is gemaakt, zoo als de Trinkonomaalsche bediendens dat aanwijzen, bij den hier boven gen brief aan den Heer de P: Rleveerl, van den 24. april F: Leeden Men schijnt 't dus niet in twiffel te mogen trekken, dat de franischen 't hebben willen probiaaan, of 't zoude kunnen lukken, om als stilsrijgende te doon insluijpen een gewoonte om naar eigen goedvinden, vrij in de birien baaij te loopen, ten einde zig, na maate van de omstandigheeden, daar van te bedienen. Wij hebben den 2. meij J:o Leeden over al 't hier boven staande, en 't geen verder bij de voorsz: Trinkonomaalsche brief, en de daarneevens gezondene bijlaagen voorkomt, gedelibereerd, en na alles rijpelijk te hebben overwogen, is 't ons voorgekoomen, dat ga de de bediendens, zig na de leggende orders hebben besteed, en hebben wij daarom, blijkens onze in kopij hiernevens gaande re= solutie ten zelve daage genoomen, hun gehouden beleid in deezen goedgekeurd, als meede de bij hun op den 24. april ge- nomene resolutie, die nog in kopij onder de bijlagen dekes overgaat; in zoo vaare daar bij beslooten is om teegens alle vreemde scheepen, die zonder daar toe verlof te hebben, de bivrtien baaij zouden willen inloopen, overeenkomstig met de orders, die hun gegeeven zijn bij onzen brief van den 16. Ianuarij 1738. , die ook door de Edele Hooge Indische Regearing zijn geappro- baard, 't zelfde te werk te stellen, 't geen 'sdaags te vooren door hun was te werk gesteld ten opzigte van 't schip de Graaf d' Artois, en dit vrugteloos wordende bevonden, als dan terstond alle gemeenschap te beletten, tusschen de wal en de scheepen van dien land aard, die deeze waarschouwing niet komen in agt te neemen, als meede om ingevalle de Heer S. t Revicel zijne daijgementen mogte hebben willen gestand doen door fijtelijkheeden, hem niets schuldig te blijven, maar de eere der vlag te verdeedigen op zulk een wijze en met alle zulke middelen, die daar toe nuttig kunnen bevonden worden; gesien ondeastraat, en 533 een mits dien alleen met deeze uitzondering, dat de bedien- dens tot 't doen van de waarschouwing aan de scheepen, de wil hebbende na de binnen baaij, insteede van een loots, moeten gebruiken een der pennisten, die daar toe 't meest geschikt is. Uit hoofde van voorsz: ons besluit, hebben we de Trinikono- maalsche bediendens den 2. maij geschreeven den brief, die in kopij hiernevens gaat, waar aan we verlof verzoeken ons kortsheids halven te moogen gedraagen; en waar uit wa de vrij- heid neemen hier alleen aantemerken. 1:e Dat de bediendens daar bij zijn bevoolen, om den Heer de S. t Reveul nader uit onze naam te verklaaren, dat de voorsz: twee schooten voor bij 't schip de Graaf d' Artois gedaan, alleen geschied zijn tot een advertissement, en mits dien zonder intentie om eenige beleediging toetebrengen aan de vlag van zijne allen. christelijkste maijesteid, met bijvoeging, dat we ons daar en tegen zeer beleedigd achten, door de schoot met scherp van 't fregat d' Astré gedaan na 't fort oostenburg, voor bij de laage batterij heer, als meede door 't hier boven gem: zeer verre gaande daijgemeent, laatende de beoordeeling en beslissing daar van

NL-HaNA_1.04.02_3837_0354 view scan ↗

English

over to the mutual High Sovereigns. 2ndly, That we, especially by reason of the servants' report that the Sieur de S:t Reveul at Trinkonomale was still expecting various frigates, and also some transport ships with the Regiment of Walsch, in order to prevent all requests to allow these frigates still expected and the aforesaid regiment to enter the inner bay, have further ordered them to make known to the Sieur de S:t Reveul in our name, that we, in conformity with what was written by the servants to His Honour by letter of 24 April, had now further instructed them, the more so because the monsoon then permitted safe anchoring in the northern bay, not to admit any more foreign ships, of whatever name, into the inner bay until our further orders, unless by reason of visible great distress at sea, or by reason of circumstances which we should judge in this matter to merit an exception. After the dispatch of our aforesaid letter to Trinkonomale, the first undersigned governor received from the Sieur de S:t Reveul the letter which lies annexed hereto in original, with a copy of the answer written to him thereon. The account which the Sieur de S:t Reveul gives therein of all the foregoing agrees closely enough with the servants' report; only he conceals therein the above-mentioned threat, which appears in his letter of 23 April last, written to the head of that place, and this letter of his is further distinguished from the servants' report in that he says that the ship the Comte d'Artois, at the first shot fired with powder alone, shortened sails. Regarding this particular we have requested further clarification from the Trinkonomale servants, and they have answered thereto in their secret letter of 2 June, that no sails were shortened on the ship the Comte d'Artois until after the live shot was fired from Oostenburg. The servants have, for verification thereof, sent us three accompanying sworn depositions of the officers and artillerists who were present at the incident on Oostenburg and were eyewitnesses to everything. The Sieur de S:t Reveul has also made no mention of the shortening of sails in his letters to the servants. All other particulars, on the contrary, are very accurately noted by him therein, and it is very probable that he would not have remained silent about this either, had he not anticipated contradiction thereon from the servants' side. Since then we have received three more letters from Trinkonomale about this matter, dated 27 and 29 April and 17 May, with some further letters exchanged between the Sieur de S:t Reveul and the servants there, from which we can only infer that the Sieur S:t Reveul, in his last letter of 28 April, has noticeably changed his tone; and indeed one seems not to be allowed to doubt that such a far-reaching deed, as to have fired upon Fort Oostenburg at the signal made to the ship the Comte d'Artois without previously asking any explanation thereof, and therewith to have made the above-mentioned far-reaching threat, has since brought him, Sieur de S:t Reveul, to reflection; it also seems that it must be attributed to this that he asked the Trinkonomale servants, as appears from their secret letter of 27 April, whether they really intended to give official notice of this incident to us. All these letters, together with the enclosures belonging thereto, we take the liberty to present to Your Right Honourable Honours herewith in original. We have given notice of this incident, as appears from our letter of 23 May last, still annexed hereto in copy, to the Government of Pondicherry, and attached thereto copies of all the letters that were exchanged back and forth between the Sieur S:t Reveul and the servants of Trinkonomale, with the request to make the necessary provisions herein for the future, and further adding that, as regards the shot fired by the Sieur de S:t Reveul at Fort Oostenburg and the aforesaid threat made therewith, we left the decision and the judgment thereon to the mutual High Sovereigns. We have also notified the Government of Pondicherry by this letter of our aforesaid resolution, for the present and until Their High Honours' further orders, not to admit any more foreign ships, of whatever name, into the inner bay, unless by reason of visible great distress at sea, or by reason of circumstances which we should judge in this matter to merit an exception.

Dutch transcription

vaen over aan wederreedsta hooge souverairen. 2:e Dat wa, inzonderheid uit hoofde van der bediendens berigt, dat de Heer de S:t Reveub te Trinkoriomale nog was verwagten de veestheede fregatten, en nog eenige transport scheepen met 't Regiment van Walsch, ten einde te voorkoomen alle verzoe„ ken, om deeze nog verwagt wordende fregallen en 't voorsz. regie= ment in de binnen baaij te laaten komen, hun nog hebben be= voolen, om den Heer de S:t Reveul uit onze naam bekend te maaken, dat we overeenkomstig met 't door de bediendens aan zijn Edile geschreevene bij brief van den 24. april, hun nu nader hadden aanbevoolen, te meer wijl de mousson 't toen permitteerde om in de noorder baaij vijlig te kunnen leggen, om tot onze nadere ordre, geene vreemde scheepen meer, hoe genaamt, in de birnnen baaij te admitteeren, ten zij ut hoofde van rigtbaare groote zee nooden, dan wel uit hoofde van omste digheeden, die wwe zouden oordeelen in deeken een uitzondering te verdienen. Na 't afvaardigen van voorsz: onken brieff na Trinkonomale, heeft de eerst ondergeteekende gouverneur van den Heer de S. r Reveul ontvangen de brief, die in origineel hier nevens legt, gesien indeastraat, met 534 met een kopij van het daar op aan heran geschreeven antwoord. Het verthraal dat de Heer de S:t Revieul daar bij doet van al het voorenstaande, komt na genoeg over een met der bediendens be= rigt; alleen verswijgt hij daar bij 't hier boven vermelde drijge= ment, dat voorkomt bij zijn brief den 23. april I=o Leeden, ge= schreeven aan 't opperhoofd van senden, en is deeze, zijn brief van der bediendens berigt nog daarin onderscheiden, dat hij zegt, dat 't schip de Graaf d' Artois, op 't eerste schot alleen met kruid gedaan, zeilen gemanderd heeft. Nopers deeze bijzonderheid hebben we van de Grinkonomaalsche bedienden nader opheldering gevraagd, en hebben dezelve daar op bij hunnen sekraeten brief van den 2. Iunij geantwoord, dat op 't schip de Graaf d' Artois geene zijlen geminderd zijn, dan na 't vallen van de scherpe schoot van Oostenburg. De bedienden hebben tot verificatie van dien, ons toegezonden drie hiernevens gaande b'eedigde verklaaringen van de officieren en artilleristen, die bij 't geval op Oostenburg present en van alles oog getuigen geweest zijn. De Haer de P:t Rewarl, heeft ook van het minderen van zijlen in zijne brieven aan de bediendens niet gesprooken. Alle an berigt ver andere bijzonderheeden zijn daaren tagen daar bij door hem zeer naukeurig aangemerkt, en het is zeer vermoedelijk dat hij ook hier van niet zoude hebben geswegen zoo hij daar op geen tegenspaaak van de zijde den bediendens hadde te gemoet gezien. 'T zeedert hebben we over deeze zaak, van Trinkonomale nog drie brieven ontvangen, gedateerd 27. en 29. April en 17. maij, met eenige nader gewisselde brieven tusschen den Heer de S:t Reveul en de bedienden aldaar, waar uit we alleen aanmakken, dat de Heer S:r Reveul, bij zijn laatse brief van den 28. april, markelijk van toon is veranderd; en inder Raad men schijnt niet te mogen twijffelen, dat een zoo verre gaande daad, om op 't zein gedaan aan 't schip de Graaf d' Artois zonder daar over alvoorens eenige explikatie te vraagen, te hebben geschooten op 't fort oostenbuag, en daar bij te hebben gedaan 't hier boovenstaande verregaande daijgement, hem Heer de Pr Reverel zedert tot nadenking heeft gebragt, ook schijnt men het daar aan te moeten toeschrijven, dat hij aan de Trinkoromaalsche bedieden, zoo als dat blijkt bij hunnen seheeten brief van den 27: april, heeft gevraagt of ze werkelijk het voorneemen hadden gesien onderastraat, 535 kennis. hadden van dit voorval aan ons officiel „ te geeven. Alle deeze brieven nevens de daar toe gehoorende bijlaagen gebruiken we nog de vaistheid uweledele Hoog achtbaare hierrievens in origineel aantebieden. Wij hebben van dit voorval, blijkens onke: nog in kopij hierrevens gaande brief van den 23. meij J: L: kermis gegeven aan 't Gouver„ nement van Pondicheaij, en daar bij gevoegt kopijen van alle de brieven, die over en weder tusschen de H: St Revaul en de bediendens van Trinikonomale zijn gewisseld, met verzoek hier in te doen de nodige voorzieninge voor den aanstaande, en met bijvoeging wijders, dat wat aangaat het gedaane schot door den Heer de S t Reveul op 't fort oostenbuag en het voorsz: daar bij gedaane daijgement, we de deficie en de uitspraak daar ovra, overlieten aan de wederzijdse Hooge Souverainen. Nog hebben na het Gouvernement van Pondicherij bij dezen brief verwittigd van ons voorm: besluit om voor eerst en tot Hunne Hoog Edelheeden nader beveelen geene vraemde scheepen meer hoe genaamt, in de binnen baaij te admitteeren, ten zij uit hoofde van zigtbaare groote zeenrooden, dan wel uit hoofde van omstandigheeden, die o zouden oordeelen in dezen een uitondering door op gemoet ge al den te

NL-HaNA_1.04.02_3837_0358 view scan ↗

English

to earn. So that this matter should not be misreported through rumors, we have also given notice thereof to the government of Madras, by a letter enclosed herein in copy. We have done this especially so that the captains of the English ships who might come to Trinkonomale might be informed of our aforementioned disposition, to prevent all misunderstanding. The English government of Madras, as appears from the copy dispatch enclosed herein, immediately answered our letter, stating that the English captains intending to go to Trinkonomale would be notified of our aforesaid disposition. From the government of Pondicherij we have received no answer. In our humble letter of 21 March 1788, we had the honor to inform your Right Honorable that the Nabab of Karnatika had appointed a certain Mr. Buchanan as his envoy to enter into further negotiations with the Company, as he had not wished to ratify the contract concluded with Mr. Dodt. Since then, by our letter of 21 July 1788, we have had the honor to send to your Right Honorable a copy of our secret letter written to Their High Mightinesses on the 14th of that same month, containing the outcome of this embassy, and we have also sent therewith all the papers relating thereto, except our secret resolutions successively taken thereon, dated 17 and 27 March, 10 and 25 April, 21 June and 7 July 1788, which we have since had the honor to present to your Right Honorable along with our respectful letter of 26 January last. Their High Mightinesses, in order to prevent further disadvantages and finally to effect the settlement of disputes that have already lasted so long and cost the Company so much, have, as appears from their secret dispatch of 27 November 1788, which lies annexed hereto in copy, been pleased to approve our conduct in this matter and to approve and confirm the provisional contract concluded by us. Their aforementioned High Mightinesses have ordered us to give humble notice hereof to your Right Honorable, and that however much this contract, as Their High Mightinesses also observe, is unreasonable and onerous for the Company, one was indeed obliged, in order to prevent further disadvantageous and dreaded consequences, to agree thereto; with a further request to your Right Honorable, if possible, to direct matters in such a way that the Company may be freed from the unfairness and illegality of this contract, which, as Their High Mightinesses still note, was extorted from it as if by force. In addition, we are ordered to send to your Right Honorable all papers and documents relating hereto that could be of any use in defense of the Company's rights. The reasons that moved us to bring matters provisionally to a conclusion with Mr. Buchanan as far as was necessary to keep things intact, in order to prevent any steps being taken to the detriment of the rights and privileges in the cloth trade exercised hitherto by the Company, are described very circumstantially in our aforesaid humble secret letter to Their High Mightinesses of 14 July 1788 and our secret resolutions mentioned above. To avoid too great verbosity, we request permission to refer thereto, and we shall therefore occupy ourselves here only with pointing out wherein, according to what has been noted above, the unreasonableness and onerousness of the contract concluded with Mr. Buchanan must properly be considered to consist, and to what extent the Company's real rights and advantages on the Madura coast must be considered to have been curtailed thereby. Regarding the Tuticorin pearl fishery, we have pointed out from former times, in our humble secret letter to Their High Mightinesses of 4 April 1786, that the value of this fishery cannot well be estimated higher than 2000 rds. per year. The injury therein, in that which was ceded in the negotiations with Mr. Dodt beyond what the Nabab formerly had, cannot therefore be calculated higher than 500 rds. per year, and regarding this no change was made in the negotiations with Mr. Buchanan. Concerning the Mannar pearl fishery, we have, in our aforesaid secret letter to Their High Mightinesses of 4 April 1786 and in our secret resolution of 26 August 1785, pointed out that in the earlier negotiations with the merchant Blaaukamer, subject to the approval of the late Governor Palk, it was established: "That to the Nabab, in a full fishery of 30 days, would be

Dutch transcription

te verdienen. We hebben op dat door vertellingen, dit geval niet verkeerdelijk wierd overgebragt, ook daar van aan het gouvernement van Ma= daas henwis gegeven, bij een in kopij hier in overgaande brieff W hebben dit inaonderheid gedaan op dat de kapiteins der En- gelsche scheepen die na Trinkonomale mogte komen, van gem: onze dispositie ter voorkooming van alle mis verstard mogten zijn ondertigt: Het Engelsh gouvernement van Madras heeft blijkens de hier in overgaande kopij missive, onzen brief ten eersten b'antwoord, en dat de Engelsche kapiteins de wil hebbende na Trinkonomale, van voorsz: onze dispositie zoude worden verwittigt. Van het gouver„ nement van Pondicherij hebben wa geen antwoord ontvangen. Bij onder nedrigen van den 21. maart 1788. , hebben we de eerde ge= had uweledele Hoog achtb: te bedeelen, dat de Nabab van kar= natika zeekeren mijn Heer Buchanan hadde benoemd als zijn afgezant, om met de komp:e nader in onderhandeling te treeden, wijl hij 't Contract met den Heer Dodt geslooten niet had willen ratificeeren. Seedert hebben wij bij onzen brief van den 21. Juli 1788 de eer gehad, aan uwelEedele Hoog achtb: toetezenden een kopij van onzen gesien onderstraat, 536 onzen sekreeten brief aan Hunne Hoog Edelh: geshreeven den 14. van diezelfde maand, houdende den uitslag van dit gezant- schap, en wij hebben ook daar bij gezonden alle de papieren daar toe relatief, uitgenoomen onze sekreete resolutien, successief daar over genoomen, gedateerd den 17. en 27. maart, 10. en 25. april, 21. Iunij en 7. Julij 1788. , die we zedert de eere hebben gehad, nevens onken eerbiedigen van den 26. Januari I=o Leeden, uweledele Hoog achtbaare aantebieden Hunere Hoog Edelheeden hebben, ter voorkooming van meer na- deelen, en om einrdelijk de afdoening te betragten van vershillen, die reets zoo lange geduurd, en de komp:e zoo veel gekost hebben, zig blijkens hoogst dezelver sakreete missive van den 27. november 1788. , die in kopij hierrevens legd, laaten welgevallen ons beleed in deeken gehouden, an 't provisioneel contrakt door ons geslooten ge- approbeerd en bevestigd. Welgemelde Hunne Hoog Edelheeden hebben ons gelast, om uwelEdele Hoog achtb: hier van nedrig kernis te geeven, en dat hoe zeer ook dit Contract, gelijk Hunne Hoog Edelheeden dat aanmaa- ken, onreedelijk en onereus voor de komp e is, men wel verpligt is geweest, tot voorkooming van verdere nadeelige en gedugte ge= volgen ijk a hier in ondeerigt: le, gouver= eede ge- kar-. =volgens daar in te moeten strmmen, met verzoek wijders aan heen uweledele Hoog achtb:, om des moogelijk de zaaken daar te deai- geeven, dat de komp: e van 't onbillijke en onregtmaatige in dit contract, dat haar, zoo als Hunne Hoog Edelheeden dat nog aanmeaken; als door geweld is afgedrongen bevrijd worde. Hier bij zijn we nog gelast, aan uweledele Hoog achtb: te zenden alle papieren en beschijden, die hier toe relatie hebben, en tot voorstand van 's komp:s regt van eenig nuet zouden kunnen zijn. De reeden, die ons bewoogen hebben, om de zaaken met den Heer Buchanan provisioneel zoo vaare tot Conclusie te brengen, als nodige ware om de drrgen te doen blijven in zijn geheel ter voorkooming dat 'er geene stappen geschiede tot nadeel van de rechten en voorechten, in den lijwaat handel, door de Compenie tot hier toe geëxerceerd, zijn zeer omstandig beschreeven, bij voorsz onzen nedrigenr sekreeten brief aan Hunne Hoog Edelheeden van den 14. Julij 1788. en onze hierboven vermelde sechaete resolutien. Wij verzoeken ter vorrijding van al te groote wijdloopigheid, verlof ons daar aan te moogen gedraagen, en zullen ons mits dien, hier alleen bezig houden om aantewijzen, waarn eijgentlijk vol- gens het hierboven aangemerkt moet geagt worden te bestaan het gesien ndeastraat, 537 het onreedelijke en onereuse van het kontrakt met den Heer Buchanan geslooten, en in hoe vere 'skomp:s werkelijke rech- ter en voerdeelten op de madureesche kust moeten geagt worden daar door te zijn verkort Omtrent de Putukorijnsche paaalvisscherij, hebben we bij onzen nedrigen sekreeten brief aan Hunne Hoog Edelheeden van den 4. april 1736. , uit de voorgaande tijd, aangeweezen, dat men de waarde van deeze visscherij niet wel hooger stellen kan dan 2000. rd=s 'sjaars. 'T quaat daarin, dat bij de handelingen met den Heer Dodt, boven het geen de Nabab eertijds hadde, is afgestaan, kan men dus niet hooger reekenen dan 500. rd:s sjaars en hier omtrent is bij de handelingen met den Heer Buchanan, geen verandering gemaakt. Nopens de Manaarsche paarlvisscerij hebben we, bij voorsz: onzen sekraaten brief aan Huma Hoog Edelh: van den 4. april 1786. , en bij onse sekreete resolutie van den 26. aug:s 1735, aan geweezen, dat bij de vroegere handelingen met de koopman Blaaukamer, op de goedkeuring van den Hoogzaligen Heer goeverneur Palck, was vast gesteld. „. Dat aan den Nabab in eene volle visscherij van 30. dagen, zouden aan

NL-HaNA_1.04.02_3837_0362 view scan ↗

English

... held, 20 tonijs would be granted. 2. That the Nabob would have jurisdiction over those who were sent by him to the said pearl fishery to look after his interests. 3. That to bring these negotiations to a conclusion, an expenditure of 60000 pagodas would be made. That these arrangements have not been ratified since seems to be attributable to the second and especially to the third article, because the arrangement that the Nabob would have 20 tonijs in a fishery of 30 days agreed with what was written to Ceylon by Their High Excellencies in the secret missive of 28 December 1768 and the letter written thereabout to the Nabob by the very same on 3 January 1769. The arrangements with Mr. Dodt concerning this fishery contained that the Nabob would have one-sixth part of the farm rent, or if he did not prefer that, one-seventh part in tonijs, just as was stipulated in the transactions with Mr. Blaaukamer. We have, from the value at which one can estimate the Mannar fishery one year with another, pointed out in our several times mentioned humble secret letter to Their High Excellencies of 14 July 1788 that this sixth part of the Nabob in the farm rent, if he preferred that instead of sending his tonijs, could be calculated to be worth 6250 rds. per year. In this our letter we also pointed out that the fourth part which the Nabob, in the transactions with Mr. Buchanan, stipulated for himself, amounts according to this same calculation to 9375 rds., being 3125 rds. per year more than was allotted to the Nabob in the transactions with Mr. Dodt. Less great is the difference between the transactions with Mr. Dodt and those with Mr. Buchanan in case the Nabob, instead of a portion of the farm rent, prefers to send his tonijs. In the transactions with Mr. Dodt, 30 tonijs were permitted in a full fishery when the Company had diving done with 180 tonijs for 30 days, which is equivalent to 20 tonijs when diving is done with 120 tonijs for 20 days, just as was stipulated in the arrangements with Mr. Blaaukamer. All the tonijs counted together make that a seventh part of the whole. In the agreement with Mr. Buchanan, the Nabob stipulated for himself that when the Company has diving done with 180 tonijs for 30 days, and he does not prefer a quarter of the farm rent in money, he shall have the liberty to add 36 tonijs to these 180 tonijs. All the tonijs calculated together, this makes a sixth part of the whole. According to the aforesaid calculation, the seventh part in tonijs amounts, according to the arrangement with Mr. Dodt, to 5357 1/2 rds., and the sixth part in tonijs according to the arrangement with Mr. Buchanan to 6250 rds. each year. We took the liberty to note in our aforesaid humble secret missives to Their High Excellencies of 4 April 1786 and 14 July 1788, and are even now of the opinion, that however large the difference of the Nabob's stipulated portion in money is above the value of the number of ceded tonijs, it would nevertheless be more desirable for the Company that the Nabob rather take his portion from the farm rent than send his tonijs to the fishery. It is nonetheless to be feared that he will always prefer the latter, the sending of tonijs, because that agrees more with his notions of grandeur, and as long as he does that, what was allotted to him in tonijs more in the contract with Mr. Buchanan than was concluded in the contract with Mr. Dodt and agreed in the arrangement with Mr. Blaaukamer amounts to barely over 892 rds. Regarding the Tuticorin chank diving, it was indeed asserted from time to time on the part of the Nabob, as was pointed out in our aforesaid secret resolution of 21 June 1788, that he also had a claim to it, yet it was never strongly insisted upon from his side. The Company has always remained in full possession thereof, and the same was also entirely left to it in the negotiation with Mr. Dodt. The surrender of half of this diving to the Nabob, in the negotiation with Mr. Buchanan, is consequently to be marked entirely as a loss for the Company, amounting, according to the calculation made thereof in the aforementioned resolution, to 2500 rds. per year. From the above it appears that one can set the fourth part in the Tuticorin pearl fishery that the Nabob now enjoys more than formerly at more or less 500 rds. per year, and when one admits, as we think we may do, that the Nabob will always send the tonijs allotted to him in the Mannar pearl fisheries, and adds thereto half of the value of the Tuticorin chank diving, the sacrifices made in the transactions with Mr. Buchanan to obtain confirmation of the Company's privileges in the cloth trade on the Madura and Marawa coasts amount to nearly 4000 rds. more than the concession of Their High Excellencies in the abovementioned secret missives of 28 December 1768 and 3 January 1769. If, on the contrary, one calculates that the Nabob will prefer, instead of sending tonijs into the Mannar pearl fishery, a fourth part in the farm rent, then this difference—if one calculates the value of a seventh part in tonijs, according to the aforesaid concessions of Their High Excellencies, at 5357 rds. and the one-fourth part in the farm rent at 9375 rds.—amounts to well over 7000 rds. per year, if one adds thereto the abovementioned 500 rds. from the Tuticorin pearl fishery and the 2500 rds. for half of the chank diving, but in this case...

Dutch transcription

houden worden toegestaan 20. tonijs. 2. Dat de Nabub zoud hebben de Juasdictie over de geenen, die door hem tot 't waarneemen zijner interesten, na deeze paaal visseij zouden worden gezoorden. 3. Dat om deeze onderhandelingen tot stand te brengen, zoude worden gedaan eere spendatie van 60000. pagoodien Dat deese scthikkingen zedert niet zijn geratificeerd sctijnt men te moeten toeschrijven aan het tweede en inzonderheid aan het derde artikel, waent de schikking, dat de Nabab zoude hebben 20. tonnis in eene visscerij van 30. dagen, steende over een met 't ge- sereeverie na Chilon door Hunne Hoog Edelheeden bij schraate missive van den 28. xber 1768. en de brieff door Hoogst dezelve daar over aan de Nabab geschreeven, den 3. Januari 1769. — De sthikkingen met den Heer Dodt, nopens deeze visschaaij, be= vatten, dat de Nabab zoude hebben eensesde gedeelte van de pacltskhat, of indien hij dat niet verkoos een zevende gedeelte in tonies, zoo als dat gesteld was, bij de handelingen met den Heer Blaaukamer. Wij hebben uit de waarde, waar op men de Mannaarsche viseaij 't eene jaar door 't andere stellen kan, bij onzen meerm: nedrige gesien ondeastraat„ 538 nedrige sekraate brief aan Hunne Hoog Edelh. van den 14. Julij 1788. aangeweezen; dat dit sesde gedeelte van den Nabab, in de pachtschat indien hij dat verkoos insteede van zijne tories te zenden; konde worden gereekend 'sjaars waardig te zijn 6250. ros=s. Bij deezen onzen brief hebben we tevens aan- geweezen, dat 't quaat, 't welk de Nabab, bij de hande= lingen met den Heer Buchanas; voor zig bedongen heeft, na deeze zelfde reekening bedraagt 9375. rds, zijnde 3125. rd:s sjaars meer, dan den Nabab, bij de handelingen met den Weer Dodt was toegelegd. Minder groot is 't verschil tusschen de handelingen met den Heer Dodt en die met den Heer Buchanan, ingevalle de Nabab„ insteede van een portie in de pagtschat; verkiest zijne torias. te zenden. Bij de handelingen met den Heer Dodt waaren toegestaan 30. tonies in een volle visschaaij, wanneer de komp:e met 180. to= niet liet duijker voor 30. dagen, 't geen gelijk staat met 20. tonies, wanneer er gedoeken word met 120. tonies voor 20. dagen„ zoo als dat gesteld was bij de schikkingen met den Heer Blaaukamer. Alle de tonies te zaamen geteld maakt dat geenen, die paaal worden be- gedeelte met sche nedrige m: dat een sevende gedeelte van 't geheel. Bij de overeenkomst met den Heer Buchanan, heeft de Nabab von zig bedorigen, dat wanneer de komp=e met 180. tonies doet duijken voor 30. dagen, en hij niet verkiest een kwart van de pagtschat in geld, hij de vrijheid zal hebben, om bij deese 180. tonies te voegen 36. tonies. Alle de tonies te zaamen gereekend, maakt dit een tesde gedeelte van 't geheel. Naa de voorsz: reekening bedraagt 't zeevende gedeelte in tonies, volgens de schikking met den Haer Dodt 5357/½. rd:s, e 't sesde gedeelte in tonies volgens de schikling met den Weer Brichanan 6250. rd:s elk Jaar. Wij hebben bij voorm: onze niedrige setreete missive aan Winne Hoog Edelh: van den 4. April 1786. en 14. Juli 178. de vrijheid gebruikt aantemaaken, en zijn ook nu nog van begrip, dat hoe groot ook 't verschil van Priababs bedongene portie in geld is, boven de waarde van 't getael der afgestaane tonies, 't nogtans voor de komp:e meer te wenschen ware, dat de Nabab zijne portie liever neemt van de pagtschat, dan dat hij zijne tonies in de visscherij zend. Het is niet te min te dugten dat hij dit laatste, het zenden van gesien ndenstraat 539 van tories altoos verkiesen zal, wijl dat meer met zijn dernckbeelden van grootsheid overeenstemt, en zoo lange hij dat doet bedraagt het geen hem bij het kontrakt met den Heer Buchanan meer aan tonies is toegelegd dan bij het kon trakt met den Heer Dodt geslooten en de schikking met den Heer Blaaukamer gemaakt maar ruim 892. rd:s Op de Tutukorijnscha Sjankos duijkaij, is wel van de zijde van den Nabab, nu en dan, zoo als dat bij voorsz: onze sekraate resolutie van den 21. Junij 1738. is aangeweezen, beweerd, dat hij ook daar op aanspraak hadde, dog nimmer is daar op van zijne zijde staak aangedrongen. De kompenie is altijd gebleeven in 't volle bezit daar van, en dezelve is ook geheel aan haar gelaaten bij de onderhande- „ling met den Heer Dodt. De afstand van de helfte deezer duijkerij aan den Nabab, bij de onderhandeling met den Heer Buchanan, is mits dien geheel als een verlies voor de komp e aantemenken, bedragende na de beraekering bij gem: resolutie daar van gemaakt, sjaars 2500. rd:s Uit 't boovenstaande blijkt, dat men 't kwaat en de Putijkorijnsche paarl paarlvisserij, dat de Nabab nu. meer geniet dan eertijds, op min of meer 500. rd:s sjaars stellen kan, en wanneer men ad- rritteerd, gelijk we denken te mogen doen, dat de Nabab in de Mannaaesche paarvisscharijen steeds de aan hem toegelegde tonies zenden zal, en daar bij teld de helft van de waarde der Tutukorijnsche Sjarkosduikaaij, bedraagen de sacrifices, bij de handelingen met den Heer Buchanan gedaan, om bevestigd te krijgen 's komp.:s voorragten in den lijnwaat handel op de Madureasche en Marruasche kusten, na genoeg 4000. rd:s meer, dan de Concessie van Hunne Hoog Edelh, bij de hier boven gem: sekreete missive van den 28. xber: 1768. en den 3: Januari 1769. — Wanneer men daar en tegen rekend dat de Nabab zal prefe- raaren, insteede van het zenden van tonies in de Ma- naarsche paaalvischarij, een kwaat in de pagtschat, dan be„ draagd dit verschil als men de waarde van eensevende gedeelte in tonies, volgens voorsz: Hunne Hoog Edelh: Concessien, reekend op rd:s 5357. , en 't eenkwaat gedeelte in de pagtschat op rd:s 9375. , ruijm 7000. rd:s sjaars, als men hier bij teld de hier bovengeml: 500. rd:s uit de Tutukorijnsche paaalwisserij, en de 2500. rbs voor de helft vin de Sijnrkerdukenij, dog in dit ge= gesien ndeastraat,

NL-HaNA_1.04.02_3837_0367 view scan ↗

English

540 case the Company, on the other hand, when holding a Manaar pearl fishery, would be relieved of many difficulties which otherwise, and when the Nabob sends his thonies, are almost unavoidable. The Company's real interest on the Madura and Manaar coasts consists in its privilege in the linen trade. All the Company's other rights and privileges on the said coasts derive their value solely from this. This privilege of the exclusive purchase of coarse linens is, in our humble view, so completely confirmed by the contract with Mr. Buchanan that it depends solely on the Company to expand and increase that trade as circumstances shall advise, without having to fear any competition in it. These rights of the Company have therefore not been curtailed by the treaty concluded with Mr. Buchanan. They are much rather confirmed thereby and established for all time. It cannot nevertheless be denied that, in order to carry on this trade with greater tranquility and not to be thwarted therein now and then by the Nabob's regional regent and even by common marakkars, as happens from time to time, it would have been desirable if one had been able clearly to indicate and define the Company's territorial right, as it is called, and various other rights connected therewith, during the negotiations with Mr. Buchanan; but this is a very slippery matter to touch upon. We have already pointed this out in our humble letter to Their High Excellencies of 4 April 1786, on the occasion of our reporting on our negotiations with Mr. Dodt. We pointed out in particular that it could bring the Company into insurmountable disputes to expose the Company's rights and privileges, as it has exercised and still exercises them, point by point to a sharp examination. We already feared to do so with Mr. Dodt, and we thought we ought not to venture to undertake this now with Mr. Buchanan, who soon showed that he was more shrewd in these matters than the former. The treaties and agreements with the previous Naiks, which we take the liberty of sending herewith in a separate bundle, are not very expressive on this subject. 541 Many documents thereof even contain matters here and there which one would rather not bring to light, and it has therefore been thought best, especially since the Nabob has been in government, to appeal to our possession of many years in disputes relating hereto. Moreover, of all the aforesaid contracts, the original documents have no longer been available for many years, except only the treaty of the year 1711, concluded between Tallowaij Castoarij Renga Aijen, in the name of the Naik Visla Ringa Moeltoe Choca Linga, with Swen Anderson, senior merchant and Colombo head administrator; but in our view, not much can be derived from that either with regard to our territorial right and the rights connected therewith, that could have been of significant service to us in this matter. We therefore also think we may venture humbly to observe here that, if Your Right Honourable worships should deem it possible, by taking some steps with the English Company, to have the Nabob recommended to desist from the sacrifices indicated in this matter in order to get the privileges of the Company in the linen trade confirmed, it would be more advisable to include whatever else might be obtained in favor of the further rights and privileges of the Company, hitherto exercised on the Madura and Manaar coasts, in general terms, rather than to enter into particulars about it. It would in particular be of service if the English Company, in general terms, would instruct its Governor and Council at Madras to recommend to the Nabob: That neither he nor his servants shall interfere with the Company's villages of Tutukorijn, Porinecail, and Mannapaar, nor usurp any rights whatsoever to the detriment of the Company's further possessions and privileges at Kilkare, Kailpatnam, Wierandepatnam, or wherever it may be elsewhere on these coasts, but shall content himself with half of the export duties at those places and as he has enjoyed them up to now. 542 That he and his servants shall also leave unmolested the Paravas in the same villages or wherever else they reside on this coast, because these people have always been considered to belong to the Company, and that he and his servants shall consequently content themselves with the tribute of these people, according to the stipulations made regarding this and as they are currently regulated, according to which arrangements the Company takes care of the collection of these tributes. That he and his servants shall also leave unmolested all other inhabitants residing in the Company's villages, and that if there are any among them who have any obligations toward him, or from whom he or his servants have any claims, they shall, in case they remain in default therein, address themselves to the Company. That the Company's merchants and its factors, as well as the washers, packers, or whatever other people the Company employs in its trade, even though not being inhabitants of the Company, shall be left unmolested, and that whenever the country's government has any claims against these people

Dutch transcription

540 geval zoude de komp.:e daar en teegen, bij 't houden van een Marnaarsche paarlvisscherij, van veele moeijelijkheeden, die andersins en wanneer de Nabab zijne tonies Zend, bij na niet te voorkoomen zijn, zijn ontslaagen. In 't voorragt van de komp. e in den lijwaat handel, bestaat haar werkelijk interest op de Maduraesche en Maarnaske kusten. Alle overige 'skomp:s rechten en voorragten op dezelve kusten ontleenen daar van alleen hunne waarde. Dit voor- regt tot den alleen koop van groove lijwaaten, is door 't kontrakt met den Heer Brichanan, naar ons nedrig inzien, zoo volkoomen bevestigd, dat 't alleen van de komp:e eef= hangd, om na maate dat de omstandigheeden dat zullen aanraaden, dien handel uit te breeden en te vergrooten, zonder dat ze daarin eenige konkurantie te vreeken heeft. Deeze rechten van de komp:e zijn mits dien door het Trak- taat met den Heer Brichanian geslooten niet verkort. zo zijn veel meer daar door bevestigd en voor altoos vastgesteld: Men kan 't nogtans niet ontkannen, dat om deezen handel met te meer gerustheid te doen, en niet nu en dan daar in te worden gedwastoond, door Bababs Landregent en en zelfs door gemeene marigaars, gelijk dat nu en dan gebeurd, 't wel te wienschen waare geweest, dat men 'skomp:s territoriaal regt, gelijk na het noemen, en verschijde andere rechten, die daarmeede verbonden zijn, bij de handelingen met den Heer Buchanan Luijde= lijk hadde kunnen aanwijzen en bepaalen, dan dit is een zeer gelibbe= rig stuk om 't aante lasten. We hebben dat reeds aangeweezen bij onzen nedrigen brief aan Hunne Hoog Edelheeden van den 4. april 1736, ter gelee- gentheid dat we verslag gedaan hebben van onze handelingen met den Heer Dodt. We hebben daar bij in 't bijzonder aangeweezen, dat 't de kompenie in ondoorkomelijke questien zoude kunnen brengen, om 's kompenies regten en voorregten zoo als de die heeft g'exerceerd en nog everceerd, van point tot pooint aan een scheep onderzoek bloot te stellen. We vreesden dat reeds te doen met den Heer Dodt, en om dit nu te onderneemen met den Heer Buchanan, die spoedig toonde dat hij in die dingen meer gesleepen was dan deeze, dagten we niet te moeten wagen. De tractaaten en overaenkomsten met de voorige Naiks„ die gesien onderstraat, 541 die we de vrijheid gebruiken in een apart bondeltje hier- nevens te zenden, zijn op dit onderwerp niet zeer expressief. veele stukken daar van bevatten zelfs hier en daar zaaken, daar men liefst niet meede heeft willen voor den dag koomen, en men heeft daarom, inzonderheid zedert dat de Nabab aan de Regee= ring is, best gedagt, om in questien hier toe betrekkelijk, ons te be- roepen op onze veeljaarige possessie: Van alle de voorsz: kontrakten, zijn boven dien de oorsprongelijke stik„ ken, zedert veele jaaren niet meer voorhanden, dan alleen 't trac- taat van het jaar 1711, geblooten tusschen Tallowaij Castoarij Renga Aijen, uijt naam van den Naik Visla Ringa Moeltoe Choca Linga, met Swen Anderson, opperkoopman en kolombosche hoofdadministrateur; dog naar ons inzien, is ook daar uit, ten aanzien van ons territoriaal regt en de regten daarmeede verbonden, niet veel afteleijden, dat in deezen ons van merke lijken dienst zoude hebben kunnen zijn. We denken daarom ook het te moogen waagen hier nedrig aante merken, dat indien uwelEdele Hoog achtb: 't mogte mogelijk oordeelen, om door 't doen van eenige stappen bij de Engelsche komp:s, den Nabab te doen rekommandeeren, dat hij moet afdien van de Sa- Dat hij en zijne bedienden ook zullen moeten ongemoeid laaten sacrifices in deezen aangeweeken, om de voorragten van de komp:e in der lijnwaat handel bevestigd te krijgen, 't meer aanteraaden zij, om 't goena voorts ter begunstiging van de verdere regten en voorragten van de komp:e, tot hier toe op de Madureesche en Marruashe kusten g'exerceerd, zoude kuwinren worden verkreegen, te begrijpen in algemeene bewoordingen, dan om daar over in bijzonderheeden te treeden. Het zoude inzonderheid van dienst zijn, zoo de Engelshe kompenie in algemeene bewoordingen, haaren Gouverneur en Raad te Madras wilde aanbevoelen, om den Nabab te moeten rekomman- deeren. Dat hij, nog zijne bedienden, zig niet zullen moogen moeien met 'skomp=s dooper Tutukorijn, Porinecail en Man- napaar, nog zig eenige regten, hoo genaamt, aanmatigen ten nadeele van 'skomp:s verdere bezittingen en privelegien te kilkare, Kailpatnam, Wierandepatnam, of naar 't elders op deeze kusten zijn mag, maar, zig zal moe= ten te vreeden houden, met de helft der uitgaande regten op diep plaatsen en zoo als hij die tot hier toe genrooten heeft. gesien onderstraat, de 542 de paaruassen, in dezelve doopen of waar ze elders op deeze kusse woonagtig zijn, wijl deeze menschen altoos gereekend zijn onder de komp=e te gehooren, en dat hij en zijne bediendens, zig mits dien zullen moeten te vreeden houden, met 't tribul van deeze luiden, naar de bepalingen derwegens gemaakt en zoo als die tans geregelt zijn, en naar welke schikkingen de komp. e voor het inkoomen deezer tributen zorge draagd. Dat hij en zijne bedienden ook alle andere ingezetenen, in 'sComp:s dorpen woonachtig, zullen moeten ongemoeijd laaten, en dat zoo daar onder eenige zijn, die eenige verpligtingen tegens hem hebben, of van wien hij of zijne bedienden iets te eijschen hebben, zij ingevalle ze daarin agterlijk blijven, zig zullen moeten addresseeren aan de kom- persie Dat 'T kompenies kooplieden en haare faktoors, gelijk ook de wasschers, pakkers of welke andere luijden de koorpenie in haaren handel employjeerd, schoon ook geen ingezeeten zijnde van de kompenie; ongemroeid zullen moeten worden gelaaten, en dat wanneer slands Regeering van deeze menschen iets te eijsschen heeft

NL-HaNA_1.04.02_3837_0372 view scan ↗

English

must, as long as they are employed in the service of the Company, address themselves to Her Honour, who will ensure that whatever the government is entitled to demand from these people is reasonably fulfilled, or otherwise handed over to them. If these recommendations, made in good faith, could be obtained with proper effect from the Government of Madras, it would have the most favourable influence on the Company's state and trade on the Madurese and Marava coasts. We would then even think that the Company has much reason to overlook the sacrifices made to get its privileges in the linen trade confirmed, should that otherwise cause too many difficulties. The trade advantages, and especially the conveniences in administering the same, that would flow therefrom, would amply outweigh these sacrifices. seen underneath 543 Colombo the 12 November 1789. We commend your Right Honourable alongside the weighty interests of the society to God's safe keeping and have the honour to remain with due respect. Right Honourable, Wise, Provident, Most Generous Sirs! Your Right Honourable's humble and dutiful Servants. W. van de Graaf H. b. Raket Reinsous Van Zitter Amland Vollenhove seen underneath N69 revised Harms, Meier. seen underneath 544 Goes under the bundle of Copy secret letters to Batavia 2 Register of Papers concerning the incident during the sailing in of the French Company ship named: the Graaff d'Artois into the inner bay of Trinkonomale. Copy of secret letter dated 10 May of this year written from Colombo to Batavia, by which report is made of this incident. 2: Original secret letter dated 24 April last written from Trinkonomale to Colombo, containing a report of how the French Company ship the Graaff d'Artois, wishing to enter the inner bay of Trinkonomale, had a blank and a live shot fired at it from the batteries of Oostenburg, and how thereupon Mr. de St. Rivel, commander of the frigate L'Astree, had a live shot fired past the fort, with the enclosures sent therewith, enclosures, consisting of An original French letter, written by Mr. de St. Rivel on the 23 April to the Chief of Trinkonomale, containing a grievance about the firing from Oostenburg and why he had a live shot fired from his frigate, and what he further had waited for to reply from all the guns of the three frigates. A copy of a French letter, written by the Chief and the Secret Council to the aforementioned Mr. de St. Rivel, dated 24 April, containing an answer to his submitted grievance, and further reporting that Oostenburg had fired only as a warning, because the ship seen underneath f 99 545 the Graaf d'Artois did not display the agreed signals. A copy of a secret resolution, taken by the Secret Council at Trinkonomale on the 24th April 1789, concerning the aforementioned incident. A copy of French Instructions, under date 17 October 1788, granted by Mr. de St. Rivel to the French captains, by which they are warned not to enter the inner bay of Trinkonomale without a pilot and without permission from the commander of the place. No. 3. Extract of circular secret letter dated 29 December 1787 written from Colombo to the subordinate offices, whereby the servants are ordered not to be misled by foreign flags but to have all vessels carefully and as far as possible examined before they approach the shores. No. 4. Copy of French letter written by the Chief and Secret Council of Trinkonomale to Mr. de St. Rivel on the 9 January 1788 and the reply received thereto on the same day from the same, in original: containing the arrangements made with each other, that as soon as the French ships at Trinkonomale had approached close enough to be recognized, a white flag and a blue flag shall be flown from the top of the foremast as a signal. No. 5. Copy of secret resolution taken in the Council of Ceylon on the 2 May last, containing seen underneath f 3 546 551 containing approval of the conduct maintained by the Trinkonomale servants, how they should conduct themselves regarding the dispute with Mr. de St. Rivel, and what further declaration they, on account of the cited case, shall have to make to that Officer in the name of the Ceylon government. No. 6. Copy of secret letter dated 2 May written from Colombo to Trinkonomale on account of that secret resolution. No. 7. Copy of secret letter dated 16 January 1788 written from Colombo to Trinkonomale, containing orders on how the servants are to conduct themselves towards foreign ships that wish to enter the inner bay without showing a signal or flag, and what precautions they further shall have to observe in general. No. 8. Original French letter dated 26 April by

Dutch transcription

heeft, te zig, zoo lange dezelve indienst van de kom- perie zijn ge-emploijeerd, aan haar Edele zal moeten addrsseeren, die zorge draagen zal dat naar billijkheid word voldaan, aan 't geen de Regeering van deeze men- schen te eijsschen heeft, of de anders aan dezelve zal overgeeven. zoo deeze aanbeveelingen, in goeden eanst gedaan, aan 't Gouvernement van Madras met behoor lijk effect te verkrijgen waare, zoude dat van een aller gunstigsten ichvloed zijn op 'skompenies staat en handel op de Madureesche en Marriasche kusten. Wij, zouden dan zelfs denken, dat de kompenie veel reeden heeft, om over de sacrifices, gedaan om haare voorregten in den lijnwaat han- del bevestigd te krijgen, heen te stappen, zoo dat anders te veel moeijlijkheeden maaken mogte. De voordeelen in den handel, en inzonderheid de gemakken in 't bestieren van dezelve, die daar uit zouden voortvloeijen, zouden deeze op offeringen ruijm opweegen. geseen onderstraat„ 543 Kolombo den 12 november 1789. Wij beveelen uw weledele Hoog achtbaare nevens de zwaarwigtige belangens der maatschappije in Godes veilige hoede en hebben de eer met verschuldigde respect te blijven. WelEdele Hoog achtbaare wijze voorzienige zeer Genereuse Heeren! uwweledele Hoog achtbaare onderdanige en trouwschuldige Dienaaren. W. van de Graas H b. Raket Reinsous Van Zitter Amland Vollenhove gesien nderstraat N69 nagezig Harms, Meier. gesien ndeastraat, 544 Gaat onder de bondel Kopij sekraete brieven na Batavia 2 Register der Papieren nopens het voorgevallene bij het inzeilen van het fransch kompenies schip gent: de Graaff d' Ak¬ „tois in de binnen baaij van Thinkonomale. Kopij sekreete missive de dato 10. Meij deeses Jaars van kolombo na Na„ „tavia geschreeven, waar bij berigt gedaan is van dit voorval. „ 2: Origineele sekreete missive ged:t 24. April J:o leeden van Trinkonomale na Kolombo geschreeven, houdende bericht, hoe het fransch kompe- „nies schip de Graaff d' Artois de binnen baaij van Trinkonoma„ „le willende inloopen, door de batterijen van oostenburg een losse en een scherpe schot zijn gedaan, en hoe daar op de Heer de St Ri= „vuel, kommandant van het fregat L' Astree, een scherpe schoot voor bij het fort heeft laeten doen, met de daarnevens gezonden bijlaagen bijlaagen, bestaande in Een origineele Aransche brief, door de Heer de St. Ridu¬ „el op den 23. April aan 't opperhoofd van Princo¬ „nomale geschreeven, hou„ „dende beswaarnis over het schieten van oostenburg en waarom hij van zijn fregat een scherpe schoot heeft laaten doen, en waar na hij verder had gewagt om uijt alle de kanons van de drie fregatten te beantwoorden Een kopij faansche brief, door het opperhoofd en den sekreeten raad aan voorm: Heer de St: Ravuel ge¬ „schreeven ged:t 24. April, houdende antwoord op zijn ingebragte beswaarnis, en verder berecht, dat oostenburg geschooten heeft alleen tot eene waar „schouwing, om dat het schip gesien ndeastraat, ƒ 99 545 schip de Graaf d' Artois de beraamde Teinen niet heeft vertoond. Eene Kopia sekreete reso „lutie, genoomen bij den sekreeten Raad te Trin„ „konomale op den 24:e April 1789., over het voorn: voorval Een kopij fransche Jnstruk„ „sie, onder dato 17. ok„ „tober 1788. ) door de heer de St. Revuel aan de fransche kapiteins ver„ leent, waar bij zij ge„ „waarschouwt worden, zonder loots en zonder verlof van den kom„ „mandant van de plaats te hebben, in de binnen baaij van Trinkono= „male niet inteloopen N:o 3. Extrakt Cirkulaire sekreete brief ged:t 29: december 1787. van Colombo na de onderhoorige kantooren geschreven, waar t: waar bij de bediendens gelast worden, zich door vreemde vleggen niet te laaten mislijden maar alle vaar- „tuigen voor dat ze de stranden naderen nauw keurig en zoo veel dat geschieden kan te laeten Exami„ „neeren. N:o 4. kopij fransche brief door het opper= „hoofd en sekreeten Raad van Trin„ „konomale aan den heer de s:t Rivuel geschreeven den 9. Januarij 1788. en het daar op bekoomen antwoord ten zelven daage van denselven, in origineel: houdende de met den anderen gemaakte schikkingen, om zoo dra de fransche scheepen te Trinkonomale digt genoeg gena- „derd waaren om te kunnen worden erkent, tot een seig van de top van de fokke mast te laaten waaijen een witte vlag en een blaauwe vlag N:o 5. Kopij sekreete resolutie genoomen en raade van Ceilon op den 2. Maij J:o l:, houdende gesien ndeastraat ƒ 3 546 551 houdende goed keuring van het gehouden gedrag der Trinkonomaalsche bediendens, hoe zij nopens het verschil met den Heer de s:t Ri„ „vuel zich te gedraagen, en welke verklaring zij verder uijt hoofde van het g' sijteerd geval uijt naam van de Ceilonsche regeering aan dien Chat zullen hebben tedoen N:o 16. kopij Sekreete brief ged:t 2. Meij van Kolombo naar Trinkono- „male uijt hoofde van die gekree„ „te resolutie geschreeven N:o 7. Kopij sekreete brief ged:t 16. Janua„ „rij 1788. van kolombo na Trig„ konomale geschreeven, houdende last, hoe zich de bediendens teegen vreemde scheepen die zon„ „der sein of vlag te vertoonen de binnen baaij willen inloopen te gedragen en welke voorbehoed- „zelen zij verder in 't generaal zullen hebben in acht te neemen. No: 8. orgineele fransche brief gedt 26. April door

NL-HaNA_1.04.02_3837_0382 view scan ↗

English

written by Mr. de St. Riquier to Mr. Governor at Kolombo, containing complaints about the conduct of the Trinkonemale officials and, among other things, how live ammunition was fired from Oostenburg, notwithstanding the ship the Graef d' Artois took in her sails with the sheets flown. No. 9. Copy of a letter written by Mr. Governor and the Council in reply thereto, dated 5 May, containing a declaration that the two shots fired from Oostenburg at the ship the Graaff de Artois were executed without any intention of inflicting any insult whatsoever thereby, but that, on the other hand, one considered oneself insulted and protested because of the shot fired with live ammunition past the lower battery of Oostenburg and the further threats made by Mr. de St. Riquier against the officials of Trinkonomale. No. 10. Original secret dispatch dated 27 April, written from Trinkonomale to Kolombo, containing that Mr. de St. Riquier, coming ashore with the other two captains of the frigates, has anew complained about the firing from Oostenburg, what was answered thereto by the Chief and Council, and how that meeting further concluded, with the accompanying enclosed annexes, consisting of: An original French letter written by Mr. de St. Riquier to the officials of Trinkonomale, dated 24 April, containing: that the pilot had not come aboard the ship the Graaf de Artois in time according to custom, that the captain of the same had not known of the arrangement made in the year 1788, and that the aforementioned ship having approached within range of his protection, he could not take the shot fired with live ammunition from Oostenburg as anything other than an insult, and therefore fired the live shot from his frigate. An original French letter written by Mr. de St. Riquier addressed solely to the Chief, dated 27 April, containing, after a repetition of what was written under date of the 24th aforesaid, complaints about the announced resolution not to admit any French ships into the inner bay of Trinconomale. A copy of a French letter written by the Chief and Secret Council of Trinconomale to Mr. de St. Riquier, dated 27 April, containing the rebuttal to the complaint lodged. No. 11. Original secret dispatch written from Trinkonomale to Kolombo, dated 29 April, containing that Mr. de St. Riquier seems to have understood the full recognition of our rights, and how he nevertheless has left the decision over what occurred to the respective sovereigns, with the accompanying enclosed annexes, consisting of: An original French letter written by Mr. de St. Riquier to the officials of Trinkonomale, dated 28 April, containing among other things that he will give orders to the French ships to anchor in the Northern Bay, but if in the meantime any ships should arrive at Trinkonomale without having had that warning, he requested—since the officials might sooner be in a position to recognize this notice upon the appearance of a French ship off the latitude of the Cottiar point—to have this done by a catamaran. A copy of a French letter written by the Chief and Secret Council at Trinkonomale to Mr. de St. Riquier, dated 29 April, containing the promise that the officials will comply with the request made, so far as practicable, to give the necessary warning to the French ships in time. No. 12. Copy of a secret dispatch written from Kolombo to Trinkonomale, dated 21 May, whereby further elucidation is requested regarding the assertion of Mr. de St. Riquier that the ship the Graaf de Artois took in her sails with the sheets flown. No. 13. Original secret dispatch written from Trinkonomale to Kolombo, dated 2 June, containing that the ship the Graaff de Artois did not take in her sails until after the firing of the live shot, and sending in confirmation thereof: Three sworn declarations provided by the officers and artillerists who were present at the incident at Oostenburg and were eyewitnesses to everything. No. 14. Copy of a dispatch written by Mr. Governor and Council at Kolombo to Mr. Count de Conway, Governor General, and de Moracin, Intendant at Pondichery, dated 23 May, containing notification of what occurred with Mr. de St. Riquier, and also communication of the resolution that was taken not to admit any foreign ships into the inner bay of Trinconomale during the south-west monsoon and until such time as an answer shall have been received from Their High Excellencies the High Indian Government at Batavia. No. 15. Copy of a dispatch written by Mr. Governor and Council at Kolombo to Mr. John Hollond, Governor ad interim and President at Madras, dated 23 May, whereby notice is likewise given of the resolution that was taken not to admit any foreign ships into the inner bay of Trinkonomale, with the request that the commanders of the English ships intending to sail to Trinconomale may also be informed thereof. No. 16. Original English letter written by Mr. John Hollond, Governor and President at Madras, to Mr. Governor and Council at Kolombo, containing the reply that what has been communicated will be observed. No. 17. Original dispatch dated 17 May, written from Trinconomale to Kolombo, containing a report of the departure of the three frigates and what was further negotiated back and forth on that occasion, with the accompanying enclosed annexes, consisting of: A copy of a French letter dated 7 May, written by the Chief and Secret Council to Mr. St. Riquier.

Dutch transcription

door den heer de St Ricuel aan den heer gouverneur te Kolombo geschreeven, houdende, beswaarint over het gedrag der Trinkonemaalse bediendens en onder anderen hoe uijt oostenburg met scherp geschooten is, niet tegenstaende het schip de Graef d' Artois op de losse schoot zijne zeilen gemin „derd heeft. N o 9. kopij brief door den heer Gouverneur en den raad in antwoord daar op geschre „ven ged:t 5. Maij houdende verkla„ „ring dat de twee schooten uijt oosten„ „burg op het schip de Graaff de Artois gedaan, geschied is, zonder intentie om eenige beleediging hoe ook genaamt daar door toetebrengen, maar dat men daar teegen beledigd acht en protesteerde wegens de met scherp gedaane schoot voor bij de leage batterij van oostenburg en de verdere bedreiging door de heer de H:t Rivuel aan de bediendens van Trinkonomale gedaan. secreete N:o 10. Origineele „ missive de dato 27. April van gesien ondeastraat, 547 van Trinkonomale na Kolombo geschreeven houdende dat de heer de St Rivuel met de overige twee kapitains van de fregatt aan de wal komende zich op nieuw be- zwaard heeft over het schieten van Oostenburg, wat daar op door het opperhoofd van senden geantwoord en hoe die zamen komste verder afgeloopen is, met de daarnevens gezondene bijlaagen bestaande en Een origineele fransche brief door den heer de j:t Rivuel aan de bedien „dens van Trinkonomale geschreeven, ged:t 24. April, houdende: dat de loots na gewoonte niet tijdig genoeg aan boord van het schip de Graaf de Artois was gekoomen, dat de ka piten van 't zelve niet geweeten had van de schik„ „king in 't Jaar 1788. ge= „maakt, en dat het voorm: schip onder het berijk van zijne bescherming gena„ „dert zijnde hij de gedaane schoot schoot met scherp uijt vos= „tenburg niet dan als eene belediging hed kunnen opneemen en daarom van zijn fregat de scherpe schoot gedaan heeft. Een origineele fransche brief door den heer de St. Rivuel aan het opperhoofd van senden alleen gerigt gedt 27. april houdende na eene her- haaling van 't aangeschre „vene bij bout van den 24. voorm: beswaarnis over het aangekondigde besluijt van geene fransche schee„ „pen in de binnen baaij van Trinconomale te zullen ontvangen Een nopij fransche brief door 't opperhoofd en te „kreeten raad van Trin„ „ konomale aan den heer de St: Rivuel geschreven ged:t 27. April houden „de wederlegging op de ingebragte beswaarnis. origineele P gesien ndeastraat, 548 N:o 11. Origineele sekreete missive van Trinkono- „male na kolombo geschreeven ged: 29: April houdende dat de heer de S. t Rivael schijnt begreepen te hebben de volkoomen erkentenis onser rechten en hoe hij nochtans de beslissing over het g' Exteerde overgelaaten heeft aan de wedersijdsche souverainen, met de daar nevens gesondene bijlaegen, bestaende in Een origineele franse brief door den Heer de S:t. Ri„ „veel aan de bediendens van Trinkonomale ge- schreeven ged:t 28. April houdende onder anderen dat hij aan de fransche scheepen ordre zal geeven, om in de Noorder baaij ten anker te gaan, doch zoo intusschen eenige scheepen zonder die waarschouwing te hebben na Trinkonomale mogten koomen hij verzogte wijl de bediendens eerder in de gelegenheid kunnen zijn om te erkennen deese keg „nis bij vertooning van een fransche schip op de hoogte van de koetjaarsche hoek door - door een kattemarauw te laaten doen. Een kopij fransche brief door het opperhoofd en sekreeten Raad te Trinkonomale aan den her de S:t Rivuel geschreven gedt 29. April houdende belofte dat de bediendens het gedaane verzoek zoo verre doen — „lijk om bij tijds de noodige waarschouwing aan de fran= „sche scheepen tedoen, nakomen zullen. N:o 12. kopij sekreete missive van kolombo na Printconomele geschreeven ged:t 21. Meij waar bij nopens het voorgeven van den Heer de H Rivuel dat het schip de Graaf de Artois op de losse schoot zijne zeilen geminderd heeft, nadere Elucidatie word gevraagt. N:o 13. Origineele sekreete missive van Trinko- „nomale na kolombo geschreeven ged:t 2. Junij houdende dat het schip de Graaff de Artois zijne zeilen niet geminderd heeft dan na het vollen van de scherpe schoot en zenden tot bevestiging daar van Drie gesien ndeastraat 549 551 Drie b'Eedigde. Verklarings door de officieren in artille„ „kisten, die bij het geval op oostenburg present en van alles oog getuijgen ge¬ „weest zijn, verleend. door den heer Gouverneur N:o 14. kopij missive en raad ste kolombo aan de Heer Grave de Couwoij gouverneur Gene- „raal en de Moracin Jntendant te Pondichivi geschreeven, ged:t 23. meij, houdende kennis geeving van het voorgevallene met den heer de S:t Ri- vuel en tevens kommunikaatsie van het besluijt dat genoomen is om geduurende de Z: w: mousson en tot zoo lange men antwoord van hunne Hoog Edelheeden de Hooge Jndische regeering te Batavia zal hebben ontvangen geene vreemde scheepen in de binnen baaij van Trinconomale te admitteeren. N:o 15 kopij missive door den heer Gouverneur en raad te kolombo aan den Heer John Hollord prointerim Gouder- „neur en President te Madras ge„ „schreeven ged:t 23. Meij waar bij insgelijx keunis e de e ko- - kennis word gegeeven van het besluijt dat genomen is om geene vreemde schee„ „pen in de binnen baaij van Trinkono- „male te admitteeren met verzoek dat de Heeren Kommandants der Engelsche scheepen de wil hebbende naar Trinconomale daar van meede mooge onderrigt worden. N:o 16. Origineel Engelsche brief door den heer John Hollond Gouverneur en presi¬ „dent te Madras aan den hier Gouver„ „neur en Raad te kolombo geschreven houdende antwoord dat 't gekommu„ „niceerde zal worden in acht genoomen. N:o 17. Origineele missive ged:t 17. Maij van Trinconomale naar Kolombo geschre„ „ven houdende berecht van het vertrek der drie fregatten en wat bij die gele„ „gerheid over en weder nog zijn ver- „handeld met de daar nevens gezon- „dere bijlaagen bestaande in Een kopij fransche brief gedt: 7. Meij door 't opper- „hoofd: en sekreeten Raad aan den heer S:t Riguel geschreeven. Een gesien ondeastraat,

NL-HaNA_1.04.02_3837_0389 view scan ↗

English

550 An original French letter dated 8 May written by Mr. de St. Riveul to the officials of Trinconomale. A copy of a letter written by the Chief and Secret Council dated 13 May to Mr. de St. Riveul. An original French letter dated 14 May sent by Mr. de St. Riveul to the officials of Trinconomale in reply thereto. A copy of a letter written by the Chief and Secret Council dated 11 May to Mr. de St. Riveul. Kolombo, the 12th of November 1789. Hijbrands First Clerk seen onderstraat seen onderstraat 9 Kolombo. To the Right Honourable, Respected and Highly Esteemed Sir, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, together with the Council. Right Honourable, Respected and Highly Esteemed Sir and Gentlemen. We have the honour to inform Your Right Honourable, Respected and Highly Esteemed, that yesterday, between one and two o'clock in the afternoon, the French Company ship Le Comte d'Artois, without signal or request for permission, running before the wind directly into the inner bay, was fired upon by the battery at Oostenburg with one blank and one shot with live ball across the ship's bow, without him paying any heed to it, while in the meantime a live shot was fired past the fort by the frigate L'Astrée, and that some time thereafter, the first lieutenant of the ship, coming to the first undersigned, amid the uttering of many complaints about insults done to the French flag, asked for an explanation of our conduct, which he answered in the same manner, and thereafter repeated in the presence of the two last undersigned, as is stated in writing in our copy letter accompanying this under No. 2. After the departure of the Lieutenant, we would have sent Adjutant Groener on board to deliver our answer verbally to Mr. de St. Riveul, while in the meantime his Honour's Major came ashore, bringing the letter for the first undersigned, accompanying this in copy under No. 1, and assured that officer that our written reply would be delivered this morning. secret. 551 Checked Lorman Adjutant Groener declared to us, upon his return, that he was politely received, but that on board they constantly remained or seemed to remain under the impression that the French flag had been insulted and most grievously insulted, upon which the Count de Rosily, especially, insisted very strongly. This morning our answer was presented by Adjutant Groener, but not opened in his presence, Mr. de St. Riveul having said he would send the answer, or indeed come ashore himself. We believe we may note, not without reason, that the entire intention is gradually to render the agreements void, and their secret objective is to let the expected regiment of Walsh and the other frigates enter unbidden as well, and against this, in our humble opinion, primary vigilance must be kept. We also take the liberty of enclosing herewith a copy of the secret resolution, taken this morning in the hope of Your Right Honourable, Respected and Highly Esteemed approval, and we shall not fail to render a most humble report of everything that might yet occur. We have the honour to be, with deep respect. Was signed: Right Honourable, Respected and Highly Esteemed Sir and Gentlemen, Your Right Honourable, Respected and Highly Esteemed Humble and Obedient Servants. Was signed: J. J. van Sendan, D. C. von Drieberg and J. G. Fornbauer. In the margin: Trinconomale, the 24th of April 1789. Agrees. Hijbrands First Clerk seen onderstraat, seen onderstraat, Sir. Copy I have the honour to inform you, through Mr. the Chevalier d'Egrigny, lieutenant de vaisseau, of my surprise at seeing two cannon shots fired from Fort Oostenburg, the latter of which was loaded with ball, at the ship of the French Company, the Comte d'Artois, having its flag flying at the stern. The same officer informed you at the same time that for my part, I had returned a cannon shot from the frigate L'Astrée at Fort Oostenburg, directed ahead of the lower battery of the fort, just as its shot had been fired ahead of the ship of the French Company. I had to regard the cannon shots fired from Fort Oostenburg at a French vessel in sight and under the protection of the King's frigates that I have the honour to command as an insult to the French flag: I repelled the offence with the offence. I confess to you, sir, that I was waiting for the fort to fire a second cannon shot with ball to reply to it with all the cannons of three frigates. I do not wish to be the aggressor, but I shall avenge by force any offence that may be made to the French flag under whatever circumstance it may be; I must tell you this at the moment, sir, with the frankness you know of me, and ask you your intentions for the future; mine will be regulated accordingly. It is without example that one dares to fire upon a ship entering a roadstead with the flag of its nation at the stern, it is an avowal that suffices everywhere in time of peace. As I cannot explain the strange proceeding against which I complain, I have the honour to ask you for the principles behind it: all my proceedings towards you and your nation, sir, seemed to remove all distrust of that of which I complain and for which you will answer for the consequences, whatever they may be. I have the honour to be with the most respectful attachment, lower down: Sir, your very humble and very obedient servant, signed: The Viscount de St. Riveul, lower down: for conformity, signed: W. H. Bartholomeusz, sworn clerk, in the margin: on board the Astrée, the 23rd of April 1789, roadstead of Oostenburg. seen onderstraat, seen onderstraat

Dutch transcription

550 Een origineele fransche brief ged:t 8. Meij door den heer de St: Rivuel aan de be„ „diendens van Trinconomale geschreeven. Een kopij brief door het opper „hoofd en sekreeten Raad ged:t 13. Meij aan den Heer S:t Rivuel geschreeven. Een origineele Aransche brief ged:t 14. Meij door den heer de St Rivuel aan de be- „diendens van Trinconomale in antwoord daar op gesonden. Een kopij brief door het opperhoofd en sekreeten Raad ged:t 11. Meij aan den heer de St Rivuel geschreeven. Kolombo den 12. November 1789. Hijbrands D Egkeerk gesien ndenstraat gesien nderstraat 9 Kolombo. Aan Den WelEdelen Gestrengen Groot Achtbaaren Heer Willem Jacob van de Graaff Raad Ordinais van Neederlands Jndien Gouverneur en Directeur van het eijland Ceijlon met dies onderhoorigheeden benavens den Raad. WelEdele Gestrenge Groot Aattbaare Heer en Heeren. Wij hebben de eer UwelEd: Gestr: Groot Achtbaare te melden, dat op gistern, tusschen een en twee uuren 's naamiddags, 't fransche komp=s schip ze Comte d'Artois, zonder sein of verlofvraeging vlak voor de wind de binnen baaij inloopende door de batterijnee ta Oostenburg een los: en een scherp schot voor over 't schip ge„ „daan zijn, zonder dat hij er zich aan stoorde, terwijl intusschen door 't fragat L' Astrée een scherp schot voorbij 't fort gedaan wierd, en dat eenige tijd daarnaa, den eersten Luijtenent van 't schip, bij den eersten teekenaar koomende, onder het uitten van veele klachten, over beleedigingen de fransche vlag aan„ „gedaan, een uitlegging van ons gedrag vroeg, het geen die op dezelfde wijze beandwoorde, en daarnaa ten bijwoezen van de twee laaste teekenaaren herhaalde, als zulks schriftelijk uitgedrukt staat, bij onten copia brief deezen onder N=o 2: ver„ „zellende. Wij zouden, naa 't vertrek van den Luijtenant, den Adjudant Groener naar boord, tot saaving: van onze antwoord, mondelings voor den Heer de S=t Riveul meede ge„ „geeven, terwijl intusschen den Majoor van zijn Ed: aan de wal kwam, meedebrengende den brief voor den eerstgeteekende, dee„ „zen in copia onder N=o 1: vertellende, en verzeekerde dien officier, dat heden morgen ons schriftelijk andwoord besteld zoude wor„ secreet. 551 „den Naagezien Lorman den. Den Adjusant Groener betuijgde ons, bij terug komst, be„ „leefd ontfangen te weeten, doch dat men aan boord altoos in 't deukbeeld bleef of scheen te blijven, dat de fransche vlag beleedigd en hoogst beleedigd was, waarop den Graaf de Rosillij, voor al zeer sterk aandrong. Heden morgen is ons andwoord door den Adjudant Groener aange„ „booden, doch in zijn bijweeten niet geopend. den Heer de S=t Rivaul gezegd hebbende het andwoord te zullen zenden, dan wel zelfs aan de weel te willen koomen. . Wij vermeenen niet zonder grond te kunnen bemerken, dat het geheele oogmerk is, de overeenkomsten langzaemerhand kragteloos te doen worden, en hun geheim doelwit, om het verwacht wordende regiment van Walsh en de andere fregatten, meede ongevraegd, binnen te laaten koomen, en hier teegen diend, naar ons gering gevoelen, hoofdzaakelijk gewaakt te worden. Wij neemen almeede de vrijheijd hierin een afschrift van het ge„ „heim besluijt, heden morgen op hoop van uwelEd: Gestrenge Groot Achtb: goed keuring genoomen, te voegen, en zullen niet in gebreeke blijven, van al het geen noch mochte voorvallen, needrigst verslag te doen. Wij hebben de eere, met diep ontzachste zijn. /:Onderstond:/ WelEdele Gestreege Groot Achtbaare Heer en Weereen UwelEd: Gestr: Groot Achtb: Onderdaanige en Gehoorzaeme Dienaaren :/ was geteekend /: J: J: van Sendan. D: C: von Drieserg en J: G: Jornbauer. /: in margine:/ Grinkonomale den 24: Accordeert. April 1789: Hijbrands Egklerk gesien ondeastraat, gesien onderstraat, Monsieur. Copie J'aij l'honneur de vous faire prevenir par m=r le Chevalier d' E: grignij lieutenant de vaissean„ de ina surprise en vrijant tirer du fort d'oostemburg deuxe coups de canon dont le dernier eloit charge aboulet sur le van dela Compagnie francoise le Cte d'artois, aijant son pavilon flottant a pouppe. Le mesme officier vous a prevenuen mes me temps de mapart j'avois fait riposter au fort d' oostemburg in Coup de Canon de la frgate le astreé derige en avant de la batterie Basse du fort Comme le sien l'avoit êté en avant du navire de la Compagnie francoise J'aij du regarder Comme ime insulte faitte an pavillon francois les coups de Canon tirés du fort d'ostembourg sur im batiment francois a vin et tans la protection des fregalles duroij que jaij l'honneur de Commander: g'aij repoug„ „se l'offense par l'offente je vous avoue, monsieur que J'attendois que le fort tirat im second Coup de Canon a boulet pour luij riposter te lous les Canons de trois fregattos. je ne veuz point etre agresseur maisje vengeraij par la force loutles offense qui pourra etre etre faitte a pavillon francois dans quelque circonstance gre le soit; Je dois vous le dire dans le moient, monsieur aver la franchis que vous me Connoisses et vous demander vos intentions pour l'avenir, les miennes seront reglées in consequence. Hest sansexemple qu on ose tires sur im navire en transt dans mnie rade avec la paul„ „lon de sa nation a pouppe est emaven quisus„ „fit partoret en temps de paix Comme je ne pins expliquer le procedé etrange contre lequel je reclaine, j'aij l'hon„ „neur de vous en dem ander les principes: tous mes procedés envers vous et votre nation mousieur semblorent in ote toutte defiance de celuij dont je em plains et dout vous repor„ drés des consequences telles quelles pens senteles j'aij l'honneur d'etre avec le plus resperti„ „rencattachement, /: plusbas:/ Monsieur votre trés humble et lres obeissant serviteur /:signe: Le Vte. de St. Riveul (:plusbas:/ pour l'accord /:signe :/ W: H: Bartholomeusse gesw: klerk /:emmarge:/ a bord de l'astrée le 23. avril 1789. rade d' ostemborg. gesien onderstraat, gesien nderstraat

NL-HaNA_1.04.02_3837_0401 view scan ↗

English

We have read jointly and with the greatest attention the letter you were pleased to address to the first undersigned, and we by no means wish to conceal from you that, in every respect, it surprised us in a far stronger manner than your sending of the Chevalier d'Egrigny to ask us for an explanation of a conduct which, according to what we discussed and agreed upon last year, could not be [illegible] what we wrote or said to each other at that time; you cannot be unaware of it, and you know that we have changed nothing in this regard. Every vessel, even if it were Dutch—the example is recent—must have either an agreed signal or permission to enter the port of Oostenburg, which is a closed and defended port and not an open roadstead, according to your own admission, Monsieur le Vicomte, in the order written and signed by your hand dated 17 October 1788 for French vessels or craft that, without knowledge of the agreed signal, might wish to enter this port. The redoubled surprise that your letter caused relates to the fact that you continue to regard as an insult what is not one, and what is merely a warning not to enter without having requested the permission required for that purpose. The orders in this respect were always the same until the capture and recapture of Trinkonomale, and still for some time afterward; at those times they were left without strict observation, but they were put back into effect as soon as the news from Europe announced nothing but resolutions whose outcomes we cannot foresee even at this moment, and which obliged us to redouble our vigilance. These orders will remain in force as far as it depends on us; and as it must appear to us at this moment, Monsieur le Vicomte, that your intention is not to consider yourself bound by our mutual conventions, but rather to force us to receive into a closed port the vessels of your nation in the manner and in as great a quantity as they desire, we are reporting this during the day to the General Government of the island, while we have the honor to inform you that, unless there is visible and considerable damage or according to circumstances that we deem suitable, we will no longer admit any foreign vessels whatsoever into the port of Oostenburg until the reply from Colombo, with all the more reason since usually after 15 March vessels do not enter Oostenburg except for urgent reasons and, above all, after having requested permission; leaving you perfectly free to report this as you see fit, and protesting in the name of Their High Mightinesses the States General of the Seven United Provinces, our sovereigns, and the Gentlemen Directors of the Noble Dutch East India Company, our lords and masters, against any act of violence you might wish to use to prevent us from following our orders and acting in accordance with the rights of representatives of a free nation and absolute mistress in her own house; as well as against the cannonball shot fired at Fort Oostenburg, and the threat to avenge by force offenses that are claimed as such and consequently not accepted, leaving you immediately responsible to the two allied nations for the consequences that might result therefrom. These, Monsieur le Vicomte, are the principles upon which we believed we could and should warn Monsieur Bergier indirectly and, as our laws provide, to await orders that he certainly must have received from you according to our conventions, having been all this time in India and under your protection here and on the coast. We repeat to you very sincerely, Monsieur le Vicomte, what the Chevalier d'Egrigny and Groener were able to tell you on our behalf: that we had no intention of insulting the respectable flag that you command in these seas, but that our aim was merely to warn that one should not exceed the freedom to enter that we had granted by agreeing on a certain signal. We would be sorry if our reasons, aided by your recollection of everything that happened the previous year, were found to be of little weight; and we are persuaded that, considering that customs and practices are not everywhere the same or general, but constitutional among the different nations where they have been established, you will find that we have done only our duty. Why are your example and the orders you gave, Monsieur le Vicomte, not followed? You have never entered the inner bay since our practices were put back into effect except after making your desires to that effect known; and why should we be obliged to let pass without opposing them the attempts against our right to be masters in our own house and against your orders—which we cannot repeat enough, for it is and will remain incredible to us that they would not have been communicated to the various French captains, unless you yourself give us the assurance to the contrary. We have the honor to be with respect, Monsieur le Vicomte, your very humble and very obedient servants. Signed: J. F. van Senden, D. C. von Drieberg, and J. G. Fornbauer. Lower down: Certified copy, signed: W. W. Bartholomeusz, sworn clerk. In the margin: Trinkonomale, 24 April 1789.

Dutch transcription

557 553 Nous avons la Conjointement et avec la plasgrande attention la lettre que vous avez bien voulu addresser au premier soussigne et nous ne voulons point vous Cacher, qu'a tout egard, elle nous a surprisa, d'ime maniere bien plus forte que l'envoij que vous aviet fait, de Monsieur le Chevalier d'Egrignij pour nons demander l'explication d'une conduite, qui d'apres ce que nons avons discrité et ce dont nons sommes Convenus l'annéé passée ne pouvait etre ce que dans ce tems nous nons sommes ecrit on dit vous ne pouvez l'ignorer et savez qui nons wij avons riem changé: Tout vaisseau fut il hollandois s:lezemple en est re„ cent:/ doit avoir om un signal Convenu, ou une permission d'entrer la port d'orstembourg, qui est port fermée et de„ fendu et non un rade foraine d'apres votre propre avec monsieur le vicomnte, dans l'ordre ecrit et signé de votre main en date 17. octobre 1788. pour le batiments au vaisseaux francois qui sans avoir Connoissance du signal Couvenu vou„ draient entrer ce port - Le redoublement de surprise que votre lettre a occasionné est relatif a ce que vous Continuez d'envisager Comme un insulte ce qui n'en est pas une et qui n'est sumplement qu'in avertissement de ne pas entrer sans avoir demandé la permission requise pour cet effet les ordres ont etés toujours les memes à cet egard jusqu'a la prise reprise de Trinkonomale et encore quilques tems aprés a ces epaques il ont rester sans ime sbricte observation mais ils ont cté remis en vigeur des ce que les nouvelles d'En„ rope n'annoncaient rien que des resolutions, dont meme dans ce moment nous ne saurons prevoir les sentes, et qui nous obligeaient de redoubler de vige„ lance. ces ordres resteront en vigeur autant que cela dependera de nous, et Comme il doit nous paroie„ „tra dans ce moment, Monsieur le Vicomte que votre intention n'est pas de vous croire lie a nos conventions Monsieur le Vicomté. No. 2. te mutuelles mituelles, mais bien de nous obliger a recevoir, dans un port ferméé les vaisseaux de votrenations de la ma„ nieré et en aussij grande quentité qu'ils le desireront nous en rendons Compte dans la journe au Gouvernement gene„ „ral dé l'isle, tandis que nous avons l'honneur de vous prevenir qu'a moins de dommages visibles et Conside„ rable on d'apres le Circonstances, que nons Jngerons Convenables nons n' admettrons plus de vaisseaux etran„ gers quel conques dans le port d'oostemburg Jusqua la re„ pouse de kolombo avec d'autant plus de raison qu'ordinai„ rement de puis le 15. Mars le vaisseauz n'entrant à oostenburg, que pour des raissons wrgents et surtont aprés avoir demandé la permission vous l'aissant parfaitement le maitré d'en rendre le Compte qua vous jugerez a propos et protestant an nom de Leurs Han„ „tes Puissances les etats Generam de sept Provinces unies nos souverains et Messieurs les Directeurs de la noble Compagnie des Jndes hollandoises nos sei„ queurs et maitres, contre tout acte de violence dont vous voudriez vous servir pour nons empecher de suivre nos ordres et d'agir en Consequence de stroits de representants d'ime nation libre et maitresse absolue chez ellé Comme aussij Cortre le Coup de Ca„ „non a boulet tire sur le fort d'oostenbourg, et la menace de venger par la force des affenses des avonces Comme telles et Consequemment non recues vous laissant immediatement responsable envers le deux nations alliéés des Consequences, qui en pourraiant resulter Voila Monsieur le Vicomte, les principes sur les quels on a cru ponvoir et devoir avertir Monsieur Ber„ „gier in directement et Comme nous loix le portent de se recevoir des ordres que certainement il a du rece„ „voir de vous d'apres nos Conventions, aijant ete tout ce tems la dans l'inde et sons votre protection icij et a la cote Nous vous repetons tres sincerement Monsieur le vicomte, ce que Massr. le Chevalier d'Egrignij et Groener vous ont pu dire de notre part; que nous n'avons en aucume intention gesien ondeastraat, 517 554 intention d'ensulter le pavillon respectable qui vous Com„ „mandé dans le mers, mais que notre but etait simple„ ment d'avertir qu'on n'ontre passait pas la liberte d'en„ „trer, que nous avions accordé en Convenant d'un certain signal, Nous serions faches si nos raisons, aidés de votre souvenir de tout, ce qui s'est passe l'anné prece„ „dente furent trouvées de pen de poidset nous som„ mes persuadés qu'en Considerant, que les usages et Continues ne sont pas partont les memes au ge„ „nerales mais Constituonelles chez les diffeurentes nations ou on les â etabli vous trouverez que nons n'avons fait que notre devoir Pour quoi ne suiton pas votre exemple et vos ordres donner Monsieur le Vicon„ „te. Jamais vous n'etes entréé dans l'arriere baije„ de puis que nos usages furent remis en vigeur qu'aprés avoir fait Connaitre vos desirs a cette effet; et pour quoi serions nons obligés de passer sans nous ij apposer les attentats entre notre droit „ d'etre les maistres chez nous et contre„ vos ordres ce que nous ne saurions assez repeter Caril est et restera incroijable pour nous qu'ils n'auroient pas cte Communiques anx diffe„ „rents Capitaines francois, a moins que vous meme ne nous donnez l'assurance du Contraire. Nous avons l'honnour d'etre avec respect (:plasbus:/ Monsieur le Vicomte votre tres humbles et tres obeissents serviteur /:signe:/ J. f: van senden, D: C: von Driberg, en J: G: Fornbaner /: plusbas:/ Pour„ l'accorde signe:/ W: W: Bartholomensz gesw: klerk ^an marin /:inmarge:/ Trinkonomale le 24. ' anril „ 1789. nous „ ns ma„ dans „ dinai„ s van ts des gesien nderstraat

NL-HaNA_1.04.02_3837_0405 view scan ↗

English

555 Friday the 24th of April Anno 1789. Present The Right Honorable Mr. Jaques Fabrice van Senden, Provisional Merchant and Chief, President ditto Diederich Carl von Drieberg, Lieutenant-Colonel and Commander ditto Joan George Fornbauer, Captain. Read by the Honorable Chief was the draft reply to the letter sent to him the day before by the French naval commander, Viscount de Saint-Riveul, and the same was approved with unanimity of votes; whereupon, proceeding further to the deliberations concerning what ought to be put into practice to maintain, in all events, the authority of the Honorable Company, it was, subject to the approval of the esteemed Government of Ceylon, resolved and agreed: 1. To have the pilot reside at Oostenburg, in order to be more readily at hand to meet in good time the vessels that might wish to enter the inner bay. Resolution taken in the Secret Council 2. To at 2. To give to the said pilot, in various languages, a warning for all ships, without distinction, not to enter the bay of Oostenburg during this season of the year, but to anchor in the northern bay. 3. To order the same, if the commanders of the ships should refuse to comply with this, immediately to return to shore, while displaying for a time the reversed Prince's flag. 4. In the latter case, to observe the same conduct toward the ship as prescribed by our orders and practiced yesterday with respect to the ship the Comte d'Artois, and if this is found to be fruitless, then immediately to prevent all communication between the shore and the ships of that nation which has refused to heed our warning. 5. If Mr. de Saint-Riveul should wish to carry out his threats by acts of violence, to remain nothing in his debt, but to defend the honor of the flag in such a manner and with all such means as may be found useful for that purpose. Thus done and resolved in the fortress of Trincomalee, date as above. Was signed: J. F. van Senden, D. C. Inspected Onderstraat, 556 D. C. von Drieberg and J. G. Fornbauer. Below stood: Agrees. Was signed: W. W. Bartholomeusz, sworn clerk. Examined Lootman Hybrands Sworn Clerk Agrees. the Inspected Onderstraat 557 Copy. Instructions for the Captains of French vessels coming to Oostenburg. French Captains are informed that they must not, until further orders, enter the bay of Oostenburg without a pilot, unless they are provided with a permit from the Commandant of the place to come and take anchorage in this closed roadstead. They will take care to make the signal that the pilot will indicate to them to make it known that he is on board the ship, and so that the fort of Oostenburg cannot require that they take an anchorage outside the entrance. On board the King's frigate the Astrée, roadstead of Oostenburg, the 17th of October 1788. Signed: The Viscount de Saint-Riveul. Lower down: For the agreement, signed: W. W. Bartholomeusz, sworn clerk. Inspected Onderstraat 9 Inspected Onderstraat Jaffnapatnam, the Vanni and Mannar Galle and Matara Tuticorin Trincomalee Kalpitiya and Puttalam Batticaloa Negombo Kalutara Chilaw. From various quarters reports have arrived here which it seems one cannot call into doubt, and which are of such a nature that matters might soon turn so as to disturb the general peace in Europe. We have, therefore, in our meeting of today resolved to circularize you, as is done hereby, to take, in proportion to the condition and circumstances of each place, all the measures that are necessary and possible to be prepared against all events; that you must to that end put yourselves in a good state of defense in good time, and be extremely cautious in admitting ships and vessels, and you must not let yourselves be misled by foreign flags, but have all vessels, before they approach your shores, closely and as far as possible examined. Valiant, Prudent, Discreet, Honorable, Discreet, Valiant, and Honorable, Pious! To the Company's ministers and servants there. 558 Secret Circular. And Examined Lootman And because it is now all the more necessary that letters pass back and forth with as much speed as is humanly possible, in order the sooner to receive your reports and to obtain our orders thereon, we hereby order you to reinforce the lascorin posts as much as is necessary for that purpose, and you are hereby authorized to take into service for that purpose as many lascorins as you shall find appropriate. For the rest, after greetings, we remain. Below stood: Valiant, Prudent, Discreet, Honorable, Discreet, Valiant, and Honorable, Pious, your good friends. Was signed: W. J. van de Graaff, P. Sluysken, P. Tilenius, G. E. Holst, and M. P. Raket. In the margin: Colombo, the 29th of December 1787. Agrees. Dybrands Sworn Clerk Inspected Onderstraat, Inspected Onderstraat

Dutch transcription

555 Vrijdag den 24:' April A:o 1789. Present Den E: E: Heer Jaques fabrice van senden p:l koopman en opperhoofd, President d=o. Diederich Carl von Drieberg Luit: Collonel en kommandant „ d=o Joan George Formbauer kapitain. Wierd door het E: opperhoofd geleesen, het ontworpen andwoord, op den brief, door den franschen zee voogd burg„ „ Graaff de S:t Riveul, aan hem den dag te vooren ge„ „zonden, en het zelve met eenpaerigheid van steimmen „na goedgekeurd; waar„ alverder overgaande tot de raadnee„ „„ming over het geen behoorde in 't werk gesteld, te worden, om in alle gevallen, het gezag der Ed: maat„ „schappij te handhaven, wierd op goedkeuring der geeerde Cijlonse regeering goedgevonden en verstaan. 1:/ de loots te oostenburg te doen wonen, ten einde gereeder bij der hand te weezen, om de scheepen, die naer de binnen baaij mogten willen koomen vroegtijdig te ontmoeten Besluit genoomen in den geheemen Raad 21. aan op 21. aan gem: loots in verschillende taalen meede te geeven, een waarschouwing voor alle scheepen, zonder on„ „derscheid, om geduurende dit Jaar getijde de baaij van oostenburg niet inteloopen, maar in de noor„ „der baaij te ankeren. 3/: denselven te gelasten, zoo de bevelhebbers den scheepen hier aan niet voldoen wilde, terstond weeder na de wal te keeren, onder vertooning voor eenen wijle van de omgekeerde prince vlag. 4:) om in het laatste geval omtrend 't schip 't zelfde gedrag te houden, het geen onse beveelen meede brengen en gisteren ten opzigte van het schip de Graai d' Artois uitgeveffend is, en zoo dit vrugteloos bevon„ „den word, als dan terstond, alle gemeenschap, tusschen de wal en de scheepen van dien landaard, te beletten, die onze waarschouwing niet heeft willen in agt neemen. 5: om zoo den Heer de S:t Riveul zijn daijgementen mogte willen gestand doen, door tigtelijkheeden, hem niets schuldig te blijven, maar de eer der vlag te verdeedigen, op zulk eene wijze en met alle zulke middelen, die daar toe nuttig kunnen bevonden worden. Aldus Gedaan en beslooten in de fortresse Grinco„ „nomale dato voorsz: /:was geteekend:/ J: f: van Senden D: C: gesien onderstraat, 556 D: C: von drieberg en J: G: fornbauer /:onderstond:/ Accordeert /: was geteekend:/ W: W: Bartholomeusz: gesw: klerk Naagezien Lootman Hijbrands VEgkeerk Accordeert. de gesien ndeastraat 557 Copie. Jnstruction pour Messieuas le Capitaines des navias francois venant a Oostembourg Messieurs les Capitaines françois sont prevenus qui ils ne doivent point Jusqu'a nouvel ordre, entrea sans pilote dans la baije d'ostembouag a moins qu'ils ne soient memes d'une permission die Comman„ dant de la place pour venia prendre la mouillage dans cette rade fermée ils auront l'attention de faire le signal que le pilote seur indiquera poua faire Connoistre qu'il est a bord du navire, et afin que le fort d'ostembourg ne puisse exiger qu'ils prenent un mouillage en de hous de l'entreé a bord de la fregatte du roij l'astréé rade d' ostembourg le 17. d' octobre 1788. /:signe:/ Le V=te de S:t Riveul /:plubas:/ Pour l'accord /:signe:/ V: H: Bartholomeuss gesw: klerk gesien ndenstraat 9 gesien nderstraat Jaffenapatnam de Wanni en Maniaar Gale en Mature Gutu korijn Grinkonomale Kalpettij en Puttulang Batticaloa N Negocebo Kalitieve Silauw. Van verscheijde kanten zijn hier tijdingen ingekoomen„ die men niet in twijffel schijnt te moogen trekken, en welke zijn van dien aart, dat de zaaken spoedig daartoe zouden kunnen overslaan, dat de algemeene rust in Europa daardoor wierde gestoord. We hebben, mids„ „dien in onze vergaedering van heeden beslooten UE: cir„ „cuelair aanteschrijven, gelijk geschied bij deezen, om naa maate van den toestand en de geleegendheijd van elke plaats, te neemen alle de maatreegelen die noodig en moogelijk zijn, om teegens alle evenementen te weeten geprepareerd;, dat UE: zig ten dien eijnde bij tijds in een goede staat van defensie stellen moeten, en ten uijtker„ „ten voorzigtig zijn in 't admitteeren van scheepenen vaar„ „tuijgen, moetende UE: zig door vreemde vloggen niet laaten mislijden, maar alle vaartuijgen voor dat ze UE: stranden naaderen, naauwkeurig en zoo veel dat geschieden kanr laaten examineeren. Manhaften Voorzienigen Discreeten, Eerzaemen Discreeten, Manhaften en Perzaemen Vroomen! Aen 's Comp=s ministees en bediendens aldaar. 558 Circulair Secreet. En Naagezien Lortman En wijl 't thans des te noodiger is, dat de brieven met zoo veel spoed over en weedergaan, als het immers moogelijk is, om te eerder UE: berigten te kunnen ontfangen, en onze orders daar„ „op te bekoomen, zoo gelasten we UE: om de laskorijns posteen te versterken zoo veel het ten dien eijnde noodig is, en worden UE: midsdien door deezen gequalificeert, om daartoe nog zoo veel laskorijns in dienst te neemen als UE: zullen bevin„ „den te behooren. Wij blijven voor het overige naa groete /:Onderstond:/ Maer„ „haften voorzienigen Discreaten, Verzaemen Discreeten, manhaften en Eerzaemen Vooomen. UEE: Goede Vrienden /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff. P=r Sluijsken. P: Tilenius. G: E: Holft en M: P: Raket. /: in marijne:/ Koloembe den 29: December 1787: Accoordeert. Dijbrands VEgklerk gesien onderstraat, gesien ndeastraat

NL-HaNA_1.04.02_3837_0417 view scan ↗

English

559 The frigate L'astree in the roads of Oostenburg To: Monsieur The Viscount de St. Riveul Brigadier of the armies and Commander of the naval forces of His Most Christian Majesty in India etc. etc. Monsieur The Viscount, The news is disquieting regarding the continuation of the currently existing peace, which I wish to be, if possible, eternal. I am working to apply all possible means to the defense of a place as important as the one that has been kindly entrusted to me, and believe I shall soon be in a state to dispel any desire to attack us with impunity; all the more so, since in case of need I would take the liberty of asking you for assistance and even of requesting some from Pondicherry. In the meantime, I have given orders relative to the safety of the port, and to avoid any surprise I will place a boat at the entrance of the bay in order to properly reconnoiter the ships or other vessels that might wish to enter it. I thought it necessary, Monsieur The Viscount, to inform you of this arrangement, so that you might kindly notify the captains of the ships of your nation who might be unaware of it. The day after tomorrow in the morning the masons will be on board with everything necessary, and I desire that they work in such a manner as to put the galley in the best possible state. I have the honor to be with the deepest respect, Monsieur The Viscount, your most humble and most obedient servant, signed: J: F: van Senden in the margin: Trinkonomale the 9th of January 1789. seen onderstraat seen onderstraat 560 I have the honor to go see Monsieur van Senden this evening and to hand him myself my written response to the letter that he did me the honor of writing to me this morning and which I have just received. I beg Monsieur van Senden to invite Monsieur The Baron von Drieberg to be at the Garden around six o'clock; I will go there with Monsieur The Chevalier de Goion and all four of us will chat for a moment about our current situation. I have the honor of wishing a good appetite to Monsieur van Senden. signed: The Viscount de St Riveul Monsieur, I reply immediately to the letter that you did me the honor of writing to me this morning relative to the precautions that you wish to take to reconnoiter with certainty in the future of what nation the ships will be that present themselves to enter the bay of Ostembaurg. The means that you propose to adopt is without doubt the most prudent during the northeast monsoon; the boat that you are having prepared, and which you will dispatch early to meet the vessels maneuvering to seek the anchorage of Ostembaurg, will give you prompt knowledge of what nation they are, whether of war or of commerce; it is only a matter of agreeing on the signals for each case. I am going to write to Monsieur The Count Conway to beg him to notify the vessels that might come from Pondicherry to Trinkonomaele to place at the head of the foremast or foretopgallant a white flag, and at the head of the mainmast at the main topgallant a blue flag, as soon as they are within range of being distinguished by your lookouts. This order cannot be communicated immediately; but I am well persuaded that the white flag will never give you any anxiety and that when it appears off the coast, you will constantly provide it with pilots to enter this roadstead. You may count, Monsieur, upon all the assistance that depends on me; in case of need, the alliance between the two powers admits of no hesitation. I shall always be ready for any event, and I offer you my chief and the forces that I command as a good ally. I have the honor to be with respect, Monsieur, your most humble and most obedient servant, signed: The Viscount de St Riveul certified as true copy, signed: J: F: van Senden in the margin: on board the Astree, roads of Ostembaurg, the 9th of January 1789. seen onderstraat seen onderstraat 561 Secret Resolution taken in the Council of Ceylon Saturday the 2nd of May 1789: The Right Honorable Lord Governor Willem Jacob van de Graaff, The Lord Commander of Galle Peter Sluijsken, The Honorable Chief Administrator Mattheus Petrus Raket, The Honorable Dessave Diederich Thomas Fretz, The Honorable Lieutenant Colonel Joh: Philip Christiaan Tilenius, The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous, The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter, The Honorable Provisional Trade Bookkeeper Abraham Samlant. Absent: The Honorable Fiscal Mr. Joh: Adrianus Vollenhove, The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst, the former being indisposed, and the latter occupied with the handover of the warehouse. The Lord Governor communicating to the assembly that Mr. Buchanan, Agent of the Nabob of the Carnatic on the Madura Coast, has written to His Honor that he had received from His Highness the necessary permission to proceed to an arrangement relative to the trade of the Dutch Company as soon as the treaty should be received back ratified from Batavia, and proposed therefore to now let the commission assigned in the session of the 23rd of February last, consisting of the Head of Tuticorin, the Honorable Mekern, and Captain-Lieutenant Brochier, proceed, since as far as the ratification is concerned, the same is in any case assumed in these transactions, and therefore there appears to be no reason to postpone the same until thereafter. Whereupon, having deliberated, it was approved and agreed to embrace the proposal of the Lord Governor, and therefore in accordance therewith to have the aforementioned commission carried out at this time. Received yesterday from Trinkonomale and now summarized, a secret letter from the officials written on the 24th of April last, whereby to this seen onderstraat

Dutch transcription

559 La fregatte L'astree en rade d'oostenburg A: Monsieur Le Vicomte de St. Riveul Brigadier des armees et Commandant des forces navales de sa Majesté tres Chretienne dan L inde &a. &m Monsieur Le Vicomle Les nouvelles sont inquietantes au Jujet de la Continu ation de la paix actuellement existante et que Je desire, sils est possible eternelle= je travaille à appliquer tous les moijens possibles à la d'une place aussij importante que celle quon ma bien voulu Coufier, et crois etre bien tot en dat de fai„ „re l'envie de nous attaquer impunement; d'antant plus, qu'en Cas de besoin je prendrois la liberté de vous demande des secours et meme d'en reclamer de Pon„ „dicherij Jaij en attandant donné des ordres relatiefs à la surete du port et pour eviter toute surprise je mettrai un both a l'entree de la baije afin de bien reconnoitre les vaisseaux on autres bati„ ments qui voudroient ijentrer - saijcru necessai„ „re Monsieur le Licomté de vous donner Connoissance de cet arrangement; afin que vous voudriez bien en prevenir les Capitaines des vaisseaux de votre nation qui pourroient l'ignorer apres demain au matin les maçons seront à bord avec tout le necessaire et je desire quils tra„ vaillent de facon a mettre la cuisine dans le meillieur etat possible te Pai sai l'honneur d'etre avec le plus profond respect /:plasbas:/ Monsieur Le Vicomte Votre tres hum„ „ble et tres obeissant. serviteur /:signe:/ I: F: van senden /:enmarge:/ Trinkonomale le 9. Janvier 1789. gesien onderstraat, gesien nderstraat 560 T'aij l'honneur d'aller voir le soir monsieur van senden et de luij remettre moij mesme m'a reponse par ecrita la lettre qu'il ma fait l'honneur de m'écrire le matin et que Je vieus de recevoir Je prie m:r van senden d'engager m:r le Ba„ „ron von Driberg de se trouver au Jardin vers six heures, Je mij rendroij avec m:r Le Chev: de goion et nous Canse„ „rons un momet tous quatre sur nostre sitnation actuelle saij l'honneur de sonhaitre bon apetit a: m:r van senden /: signe :/ Le vicomte de S:t Riveul Monsieur se reponds sur le Champâ La lettre que vous m'aves fait l'honneur de m'ecrire le matin relativements aux precon„ „tions qece vous de sires prendre pour reconnoistre avec certi„ „tiede a l'avenir de quelle nation serouit les navires qui se presenterout pour entrer dans la baije d'ostembourg le moijen que vous peeroil sés adopter est sans doutte le 's, plees saye pendant la mousson de nord est: le bothque vous faittes disposer, et que vous ferés partie de bonne heure pouer Joindre les navires que mencoerreront pour chercher le mouillage d'ostembourg, vous donneraune promte Connoissanse de quelle nation ils foiet, ou de querre ou de Commercé; il u'est question que de conve„ „ner des signeau pour chaquee chose. Je vais ecrive a: m:r lec=te: Conwaij pour le prier de „prevenir les batiments qui pourroient venier de Pondic„ heri a: Trinkonomaele, de mettre a la leste du mast de miraine ore petit perroquet un pavillon blanc: et a: la leste dei grand mast au grand perroquet ten pavillon bleu, des qu'ils seront a portee d'etre dittinques par vos de convertre cette ordre ne pourra pas etre Commu„ „nique sir le Champ; mais Je suis bier persuadé que le te pavillon pavillon blanc ne vous dounera Jamais d'inquietude et que quand il paroistre a la Coste, vous leeij procureres Con„ „stament des pilotes paier entre dans Cette rade vois porives Compter monsieur seer tous les se cours que dépendent de moij, en kas de besoin l'alliaure en„ „tre: les deux puissances n'admet aucune reflexion Je seraij tousjours pres a toeit evenement et Je vous offie mon Chef, et lessecours qui Je Commande Com „me een bon allie Taij l'honneur d'etre avec respect /: plusbas:/ Monsieur votre tres humble et tres obeissant ser„ „viteur /:signe:/ Le v:t de S:t Riveel /: pleesbes:/ pour L'accord /:signe:/ J: F: van senden /inmarge:/ a Bord de L'astrée rade d'ostembourg Le g: de Jan„ „vier 1788:. — gesien odeastraat, et res Con¬ C aur r en Ser„ gesien ndeustraat 561 secreete Resolutie genoomen in Raade van Ceijlon Zaturdag den 2:' Maij – 1789: De wel Edele Groot Achtb: Heer gouverneur Willem Iacob van de Graaff, Peter Sluijsken, — Den Heer Gaals commandeur Mattheus Petrus Raket Den E: Hoofdadministrateur Den E: Dessave . - . . . . . . . . . . - - - Diederich Thomas Fretz:, Den E: Luijtenant Collonel - - - - - - - - - - Joh: Philip Christiaan Tilenius, Den E: Eersten Pakhuijsmeester - - - - - Iohannes Reintous, Den E: secretaris - - - - - - - - - Benedictus Lamb=s van Zitter, Den E: p:l Negotie boekhoud. . . . . . . . . . Abraham Samlant., Absent. Den E: Fiscaal - - - - _ _ _ _ _ _ . . M=r Joh: Adrianus vollenhove. De eerste mids in dispositie, en de Laatste geoccupeerd bij de overgaave van het pakhuijs. Den E: Zoldij boekhouder - - - - - - Gerrit Engel Holst, De Heer Gouverneur communiceerende aan de vergadering dat op dat de Heer Buchanan, Agent van den Nabab van kar„ natika ter kuste Madure, aan zijn Edele heeft geschre„ ven, dat hij van zijne Hoogheid te noodig verlof hadde ontvangen, om te procedeeren tot een arvongement, rala„ „tief tot de commercie van de Holland sche compagnie zoo dra 't tractaat zoude zijn geratificeerd terug ontvangen van Batavia, en proponeerde midsdien, om als nu de ter sessie van den 23:e febr: P: L: gedegerneerde com missie op 't Tutukorijnsche opperhoofd de E: Mekern en den capitein Luijtenant Brochier te laaten voortgang neemen, wijl wat de ratificatie aangaat, dezelve in allen geval in deeze handelingen word verondersteld, en midsdien geen reede schijnt te moeten zijn om de„ zelve daar na te verschuiven. waar op gedelibereerd zijnde is goedgevonden en verstaen de propositie van den Heer Gouverneur te amplecteeren, enmitsdien over eenkomstig daar meede de voorschree„ „ve commissie als nu te laaten ouit voeren. p op gisteren van Trinkonomale ontvangen en thans geresumeerd, eene secreeten brief van den Bedienden, geschreeven den 24: April Jongstleeden waar bij aan deeze gesien onderstraat,

NL-HaNA_1.04.02_3837_0427 view scan ↗

English

562 communicate to this government that on the 23rd of April last, between one and two o'clock in the afternoon, the French Company's ship Comte d'Artois, running before the wind into the inner bay without signal or asking permission; one blank and one live shot were fired across the bow of the ship by the batteries at Oostenburg, without him paying heed to it, while in the meantime a live shot was fired past the fort by the frigate L'Astrée, and that some time thereafter the first lieutenant of the ship coming to the Honourable Chief of Trincomalee while expressing many complaints about insults done to the French flag and asking an explanation of the servants' conduct, the said Chief answered in the same manner. That they subsequently had sent Adjutant Groener to the Viscount de Saint-Riveul, commander of the French naval forces in India and commanding officer on the aforementioned frigate L'Astrée, to confirm the aforementioned answer, but that in the meantime His Honour's Major came ashore bringing a letter for the Chief, the translation of which is inserted below, and which was answered by the Chief, together with the members of the Secret Council, the day thereafter as follows; as appears from the translation thereof likewise inserted here. Sir! I have had the honour of having you informed by the Knight de Grigny, ship's lieutenant, of my astonishment at two cannon shots from Fort Oostenburg, of which the latter was loaded with ball, at the French Company's ship Le Comte d'Artois having its flag flying aft. The same officer at the same time made known to you on my behalf that I in turn had caused a cannon shot to be fired at Fort Oostenburg from the frigate L'Astrée, which was aimed across the battery of the fort, just as that of the fort had been across the ship of the French Company. I have had to regard as an insult done to the French flag the cannon shots that were fired from Fort Oostenburg at a French vessel that was in sight, under the protection of the King's frigates which I have the honour to command. I have met force with force. I assure you, Sir, that I was waiting for the second shot with ball from the fort in order to answer it with all the cannons of the three frigates. I do not wish to be an aggressor, but I shall vigorously avenge any insult that might be done to the French flag, under whatever circumstance it may be. I must tell you now, Sir, with the frankness that you know in me, and ask your intentions for the future; mine shall be directed accordingly. It is without precedent that one dares to fire upon a ship that enters a roadstead letting the flag of its nation fly aft; this is a proof that in peacetime everywhere is sufficient. Since I cannot explain to myself your strange conduct against which I oppose myself, I have the honour to ask you for the grounds thereof; all my conduct, Sir, towards you and your nation seemed to me to remove all distrust concerning that about which I complain, and for the consequences of which, whatever they may be, you will be held responsible. I have the honour to be with the most respectful attachment, Sir, your most humble, most obedient servant, signed Le Vicomte de Saint-Riveul, below: on board L'Astrée the 23rd of April 1789, in the roadstead of Oostenburg; further below: agrees, signed W. W. Bartholomeus, sworn clerk. My Lord Viscount, We have together and with the greatest attention read the letter which you have been pleased to address to the first undersigned, and we do not wish to conceal from you that the same has surprised us in every respect far more than the mission of the Knight de Grigny to ask an explanation of a conduct which according to our investigation and our mutual agreement of last year could not be otherwise. We shall not repeat everything, Sir, that we wrote or said to each other at that time; you cannot be ignorant of it and know that we have changed nothing in it. All ships, even though Dutch (the example occurred only recently) must either have an agreed-upon signal or permission to enter the inner bay of Oostenburg, which is a closed and fortified harbour and not an open roadstead, according to your own admission, Sir Count, contained in the order written and signed by your own hand under date of the 17th of October 1788 for French ships that might wish to enter that harbour without making the agreed-upon signal known. The redoubled surprise that your letter has caused relates to that which you further regard as an insult, which is none, and only a warning not to enter without having the required permission to that end. The orders have always been the same in that respect, until the capture and recapture of Trincomalee, and for some time thereafter; subsequently they indeed remained without strict observance, but the same have been brought into use again with emphasis as soon as the news from Europe announced nothing but alarming reports, the consequences of which we cannot foresee even at this time, and which compelled us to redouble our vigilance. These orders will be strictly maintained as long as it depends on us, and because

Dutch transcription

562 deeze regeering communiceeren, dat op den 23:e April Jongstleeden tusschen een en twee cuuren's nademiddags, n ze Comte d' artois zonder sein of varlof vraeging vlak voor 't fransche Comp:s schip „ de wind de binnen baaij inboo„ „pende; door de batterijen te oostenburg een los en een scherp schot voor over 't schip gedaan zijn, zonder dat #oort hij er zich aanstaende terwijl intusschen door 't fregaet l: astree een scherp schot voor bij 't fort gedaan wierd, en dat eenigen tijd daar de eerste luijtenant van 't schip bij 't E: opperhoofd van senden koomende onder het uitten van veele klagten, over beledigingen de ferransche vlag aangedaan en uitlegging van der geen bedienden gedrag vroeg, het gem: opperhoofd op dezelf„ de wijse beantwoorde. Dat ze vervolgens den Adju„ „dant Groener hadden gezonden aan den Heer Burggraaf de S:t Riveul commandant van de fransche zeemacht Indie, en bevelhebber op 't voorsz: fregat l:' astaee, tot staaving van 't voorschreeven antwoord, doch dat in tusschen de Majoor van zijn Ed: aan de wal kwam meede brengende een brief voor 't opperhoofd, waar van 't translaat hier onder word g:insereerd, en die door 't opperhoofd, met de leeden. kar„ ni leeden van den secreeten raad, sdaags daar van zodanig is beantwoord; als blijkt bij de tan deezen insgelijks geinsereerde vertaaling daar van. Mijne Heer! Ik heb de eere gehad van UE: te laaten waaschou„ „nen door de heer Ridder DE: grignij scheeps luijtenant wegens mijne verwondering over twee kanons schooten van het fort oostenbureg waar„ van de laatste met scherp was gelaaden op het fransch comp:s schip Le c=te d' artois hebbende zijn vlag agter op waaijende. Dezelfde officier, heeft uE ter zelver tijd mij nent weegen te kennen gegeven, dat ik wederom een kanonschoot had laaten doen op het fort oostenburg van het fregaat L: astrée die gerigt was voor over de batterij van het fort„ gelijk die van het poat was geweest voor over het schip van de franse compagnie. Ik heb als een beleediging gedaan aan de fransche vlag moeten aanmerken, de kanon schooten die gesien onderstraat, 14 563 die van het ostenburg gedaan zijn op een fransch vaartuijg dat in het gezigt was, onder bescher„ ming van skonings fregatten, die ik de eer heb te commandeeren: gekeerd Ik hegeweld met geweld gekreegd ik betuijge uE: Mijn Heer, dat ik de twede schoot met scherp van het fort afwagtede, om het zel„ ve met alle kanons van de drie fregatten te beantwoorden. Ik wil geen aan vallent zijn, maar ik zal met kragt alle beloodiging wreeken die aan de de fransche vlag mogte worden aangedaen, en welke omstandigheid het ook zij. Ik moet het ouh: tans zeggen, Mijn Heer met de vrij postigheijd die uE: in mijkend en aan uE: meening, ouwe meenig vraagen voor het toekoomende de mijne zullen er naa gerigt zijn. Het is zonder voorbeeld dat men durft schieten op een schip dat met de vlag van zijn na„ „tie na agteren laatende waaijen, op een rhee„ „de komt dit is een bewijs dat in vreedens tijd. 2 deezen tijd over al genoeg is. wyl ik uE: het vreemd gedrag teegen het welk ik mij verzetten, niet kan uitleggen heb ik de eer uE: er de gronden van te vraagen, al mijn gehouden gedaag Mijn heer, omtrent ouh: en uE: natiescheenen mij alle mistrouwen te beneemen, omtrent het geen waar over ik mij beklaeger en aan welkers ge„ volgen hoedanig die ook moogen zijn, uE: verant„ woordelijk zal werten. Ik heb de eer met de eerbiedigste aankleving te zijn /:onderstond:/ Mijn Heer, uw ootmoedigste„ gehoorzaamste die naar /:was geteekend:/ Le v=te de S=t Riveul /:Laager:/ aan boord van L:' astree den 23:e April 1789 /: ter rheede van oostenburg /: nog laeger:/ accordeert /: geteekend:/: w: W: Bartholo„ meus. gesw: klerk. Mijn Heer Burghraaf. Wij hebben gezaementlijk en met de grootste aandagt geleesen de brief die uE: heeft gelie„ ven te adcresseeren aan den eerst ondergeteekende, en gesien nderstraat 564 524 en wij willen ouE: niet verbergen dat dezelve ons in allen opzichte veelsterker heeft verwon„ dert als de zending van den Heer Ridder D: Egrinij om verklaaring te vraagen van een gedrag het welke na volgens ons onderzoek en onson„ derling verdrag van het voorleeden Jaar niet anders zijn konde wij zullen niet alles herhalen mijn heer wat wij ter dier tijd aan elk ander geschreeven of gezegt hebben, gij kunt er niet onkundig van zijn en weet, dat wij er niets in verandert hebben. alle scheepen afschoon Hollandsche /: het voorbeeld is eerst nieuwlings gebeurd :/ moeten of een afge„ sprooken sien hebben op verlof om in de binnen baaij van oostenburg in te loopen het welk eene geslootene en bevestigde haven is en geen op en rheede volgens duw eijgen erkentenis mijn heer De Graaf vervat in de order geschreeven en door uw eigen handig onderteekend sub dato den 17: october 1788: voor de fransche scheepen die zonder het afge„ sprooken seijn te kennen in die haaren zouden willen binnen loopen. e De verdubbelde verwondering die uEd:e brief heeft veroorzaekt is betrekkelijk tot het geen uEdele verder aanschouwt als een aan beledi„ ging het geen er geene is en maar alleenlijk een waarschouwing om niet binnen te loopen zonder het vereijschte verlof ten dien einde, te hebben. De orders zijn altijd dezelfde geweest ten dien opzichte, tot op de inneeming en hernee„ ming van Trinkonomale, en nog eenige „tijd naderhand vervolgens zijn ze wel ge„ „bleeven zonder eene strictas observantie maar dezelfde zijn wederom met nadrak inge„ bruik op gebragt zoo daa de tijdingen van Europa niets anders dan ontrustende berig„ „ten aankondigden waar van wij zelfs ter dee„ zer tijd de gevolgende niet kunnen voor cuit zie en die ons noodzaakten onse waakzaam„ heid te verdubbelen. Deze orders zullen nauwkeurig standhouden zoo lang zulks van ons zal afhagen, en wijl het gesien ndeastraat

NL-HaNA_1.04.02_3837_0433 view scan ↗

English

544 565 Since at this moment it must appear to us, Sir, that your intention is not to consider yourself bound by our mutual agreement, but rather to compel us to receive the ships of your nation into a closed harbor in whatever manner and in whatever number they please, we are now giving notice of this to the government of the island, while we have the honor to inform you beforehand that, pending the receipt of an answer from Colombo, except on account of visible great damage sustained, or on account of circumstances which shall make us judge it convenient, we shall no longer permit any foreign vessels whatsoever to enter the harbor of Oostenburg; and this all the more since, usually after the 13th of March, ships do not enter Oostenburg except for pressing reasons, and especially not without permission having been requested for that purpose. Leaving leaving you fully master to give such an accounting of it as you shall think proper, and protesting in the name of Their High Mightinesses the States General of the Seven United Netherlands, our sovereigns, and the Gentlemen Directors of the Honorable Dutch East India Company, our lords and masters, against any act of violence which your Honor might wish to employ to prevent us from following our orders and acting according to the rights of representation of a free nation that is absolute master in its own places; as also against the cannon shot loaded with ball which was fired at Fort Oostenburg, and against the threat to avenge by force acts which have been denied to have been done as an insult, and consequently are no insult, leaving you immediately responsible to the two allied nations for seen onderstraat, 1o 566 for the consequences that might arise therefrom. Behold, my Lord Viscount, the principles upon which it was thought capable and necessary to advise Mr. Bergiers indirectly, and as our orders also entail, in order to recall the orders which he certainly must have received from your Honor pursuant to our negotiations, he having been during all that time in the Indies and under your Honor's protection, here and on the coast. We sincerely repeat to you, Sir, what the Gentlemen the Knight D'Egrigny and Groener have been able to tell you on our behalf, that we had no intention whatever to insult the distinguished flag which your Honor commands in these seas, but that our intention was solely to warn that one should not violate the liberty of entering which we had granted by the arrangement of a certain signal. It It would cause us regret if our reasons, supported by the recollection which your Honor must have of all that happened last year, were found to be of little weight, and we are certain that your Honor, taking into consideration that customs and usages are not the same for all in general, but are constitutional among the several nations where they have been introduced, will find that we have done no more than our duty. Why does one not follow your example, Sir, and your given orders? Never has your Honor entered into the Back Bay, since our customs were re-established, without having previously made known your desire to that end, and why should we be obliged to see our rights attacked without opposing it, and not be masters in our own house, and against seen onderstraat, 124 567 against your own orders, which we cannot repeat often enough, for it is and will remain incredible to us that the same have not been made known to all French captains, unless your Honor yourself should assure us of the contrary. We have the honor to be with all respect, below was written, Sir the Viscount, your Honor's most humble and obedient servants, was signed, J. F. van Senden, D. C. van Daelberg, and J. G. Fornbauer. In the margin: Trincomalee, the 24th of April 1789, in the morning. Lower down: Agrees, signed, W. H. Bartholomeusz, sworn clerk. Which having been deliberated upon, it was taken into consideration that the aforesaid Mr. de Saint-Riveul himself, in a letter written on the 9th of January 1788, made known to the Resident van Senden that he had written to Mr. de Conway to inform the ships sailing from Pondicherry to Trincomalee that they were to display as a signal display a white flag from the top of the foremast and a blue flag from the top of the mainmast; and that also he, Mr. de Saint-Riveul himself, on the occasion that a shot was fired from Fort Oostenburg at the King's corvette Le Papillon when sailing into the Inner Bay without displaying such a signal, sent to the Resident, the Honorable van Senden, the copy of an instruction issued by him on the 17th of October 1788 to the gentlemen captains of French ships coming to Oostenburg, not to enter into the Bay of Oostenburg without a pilot, unless they are provided with a permission from the commandant of the place to come to an anchor in that closed roadstead, and to make the signal that the pilot can make known to show that he is on board, so that Fort Oostenburg may not require them to anchor outside. That it is true that the officials at Trincomalee have neglected to observe what was written by this Government seen onderstraat

Dutch transcription

544 565 het ons in dit oogenblik moet voorkoomen Mijn Heer, dat uw oogmerk niet is van te denken dat uiE gebonden is aan ons wederzijdsch ver„ drag, maar wel om ons te verpligten om de scheepen van uw Natie in een geslooten haven te ontvangen op welke wijze eer in hoe groot getal met haar mogte gelieven, geeven wij er tans kennisse van aan 't gouvernement van het eijland, terwijl wij de eere hebben uE voor af te verwettigen, dat wij tot op het ontfangen antwoord van kolombo ten zij uit hoofde van zigtbaare geleedene groote schade, of uit hoofde van omstandig„ heeden, die ons dat convenabel zullen doen oordeelen, geene vreemde scheepen meer hoe van genaamd in de haaven der oostenburg zul„ len laaten inloopen, en zulks te meer wijl gewoonlijk naa den 13:' Maart de scheepen te oostenburg niet binnen loopen als om daingen de reedenen en inzonderheijd niet zonder dat daar toe verlof gewraagd is. Laatende laatende ouE: volkoomen meester van er zoo„ daanige reekenschap van te geeven als uE: zal goed vinden, en protesteerende uit naam van Hunne Hoog Moogende de staaten Gene„ raal van de seeven vereenigde Neederlanden onse souverainen, en de Heeren Bewind heb„ „beren van de Edele Hollandsche oostindische kompenie onze heeren en Meesters, teegen al„ „le acte van geweld waarvan uw Edele zig zoude willen bedienen om ons te beletten onse orders te volgen, en te handelen na vol„ gens de regten der representatie van eene vrije en op haare plaatsen volstrekt mees„ „ter zijnde Natie; als ook teegen de kanon„ „schoot met scherp gelaaden, die op het poot van oostenburg gedaan is, en teegen de bedrijging om met geweld te wreeken, daaden, die ontkend zijn als beleediging te zijn gedaan, en bij gevolg geen beleediging zijn, laatende uE: onmiddelijk verant woo delijk jeegens de twee geallieerde natien voor gesien ndeastraat, ƒ „1o 566 voor de gevolgen diela ouijt zouden kunnen voort„ spruijten. Zie daar mijn heer de Burggraaf grond be„ ginselen waar op men gedagt heeft te kun„ nen en te moeten adverteeren den Heer Bergiers indirect, en zoo als onze orders dat meede brengen, om zig te herinnerende oaders die hij zeekerlijk van uEE heeft moeten ont van„ gen naa volgens onse onderhandelingen zijnde hij geduurende al dien tijd in Jndien en onder uE:e protexie geweest, hier en op de kust. Wij herhaalen uE: opregtelyk mijn heer het geen de Heeren de Ridder D' Egrigrij en groener uE: onsent weegen hebben kunnen zeggen, dat wij in het geheel geen oogmerk gehad hebben om de aanzien„ lijke vlag die uE: in deeze zie kommandeert, te beleedigen, maar dat ons oogmerk alleen¬ „lijk was om te waarschouwen, dat men de vrijheyjd van binnen te loopen niet zoude overtreeden, die wij geaccordeert hadden door 't besproeken van een zeeker seijn: Het Het zoude ons leed, zijn, indien onze reedenen ondersteund van de hierinneering die uE: van al het geen voorleeden Jaar geschied is, moet hebben, wierd en bevonden van wijnig ge„ wigt, en wij zijn verzeekert, dat oE. in aanmerking neemende dat de gebruijken en gewoontens niet voor al dezelve opte generaale maar constitutioneel zijn bij de verscheijdene Natien, waar men dezelve heeft ingevoerd, zal bevinden, dat wij niet meer dan onze pligt gedaan heb„ „ben. Waarom volgt men ouw voorbeeld niet mijn heer, en urwe gegevene orders. 2 Nooijt is uE: in de agter baaij ingeloopen, zeedert dat onze gewoontens weeder stand hebben gegreepen, dan naa alvoorens ve uuw begeerte ten dien„ eijnde te hebben bekent gemaakt, en waarom zouden wij verpligt zijn, om onze regten te zien aanvallen, zonder er ons teegen te ven zetten, en meester tot onsent te zijn, en teegen gesien ondeastraat, 124 567 teegen uwe eijge orders het welk wij niet genoeg kunnen herhaalen want het is en zal ongelooflijk blijven voor ons dat de dezelve niet aan alle fransche Capiteins zijn be„ kend gemaakt, ten zij uw welEdele zelfs ons van het teegendeel verzeekerde. Wij hebben de eer met alle agting te zijn /:onderstond:/ Mijn Heer onder Graaf uw„ wel Edele ootmoedigste en gehoorzaams te Dienaaren /:was geteekend:/ J: F: van senden, D: C: van Daelberg en J: G: Fornbauer, /:in margine:/ Trinkonomale den 24:e April 1789: 'Smorgens /:Laager:/ Accordeert /:geteekend/ Vr W: H: Bartholomeusz: getw: klerk. Waar over gedelibereerd zijnde is in achting genoomen, dat de voorsz: Heer de S:t Riveul Zelve, bij eenen brief den 9:e Januarij 1788: geschreeven, aan 't opperhoofd van senden heeft bekend gemaakt; dat bij aen den Heer de Conwaij hadde geschreeven, om de scheepen die van Pondicheaij na Trinkonomale zeijlen te verwittigen, dat ze tot een seijn moesten vertoonen vertoonen eene wettige vlag van de top van fok„ ke mast; en een blaauwe vlag van top van de groote mast; en dat ook hij Heer de St. Riveul zelve ter geleegendheijd dat op 't konings corvet De Papillon, in 't inzijlen van de binnenbaaij zonder zoodaanig zijn te vertoonen, van het port oostenburg was geschooten aan 't opperhoofd de E: van senden heeft gezonden de copij van eene instructie, door hem den 17: october 1788: ver„ leend, aan de Heeren capitains fransche schee„ „pen Joostenbuag koomende om niet zonder loots in de baaij van oostenburg binnen te loopen, te zij dezelve voorzien zijn van eene permissie van den commandant van de plaats, om in die geslootene reede te komen ankeren, en om het seijn te doen dat de loots kan zat te kennen geven„ om te doen zien dat hij aan boord is, op dat det bort oostenburg niet moge vorderen, dat zij buij„ „ten ankeren. Dat wel is waar de bedienden te Trinkonomale verzuimd hebben om in acht te neemen 't aangeschreevene door deeze Regeering gesien onderstraat„

NL-HaNA_1.04.02_3837_0439 view scan ↗

English

568 Government, by secret letter of the 6th of August 1758: namely to send someone on board upon the coming into sight of any ship or ships, or that which was further recommended to them on that subject, by secret letter of the 16th of January 1788: but that this nevertheless could and should in no respect have authorized the captain of the aforementioned ship le comte de Artois, the Monsieur de Bergier who, as the servants have indicated with great clarity in their aforementioned letter to Monsieur de St Riveul, cannot be considered ignorant of the above-mentioned later arrangements made by Monsieur de St Riveul, to sail into the inner bay without permission and even without making the signals that Monsieur de St Riveul himself has given. And it is therefore approved and understood to approve the warning given to the Captain of the aforementioned ship le comte d'Artois from the cannon of the fortress, first by a blank shot and subsequently by a shot with live ammunition across the ship's bow to remind him of the orders that he must certainly have received from Monsieur de St Riveul, and likewise to approve the answer given by the servants to the explanation requested by Monsieur de St Riveul, first verbally through Lieutenant d'Egrigny, and afterwards in writing in his letter inserted herebefore concerning the firing of the aforementioned two shots with the indication made therewith, that this happened solely to give the aforementioned warning to the aforementioned Captain, thereby with no intention to insult: And whereas the servants have at the same time made known to the repeatedly mentioned Monsieur de St Riveul that they would report everything to this Government, it has further been resolved to order them to repeat in writing now further on behalf of this Government to Monsieur de St Riveul the reasons already indicated in their letter inserted herebefore why the aforementioned two shots were fired from the fortress, and that it did not happen with any intention to offer the slightest insult to the flag of His Most Christian Majesty, with the addition that this Government, on the contrary, considers itself very insulted by the cannon shots with live ammunition fired from the frigate l'Astree, directed toward Fort Oostenburg, across the low battery of the same fort, as well as by the far-reaching threat added thereto; and that this Government leaves the judgment and verdict thereon to the high sovereigns of both sides, and additionally to inform the aforementioned Monsieur de St Riveul in writing; that this Government, in accordance with what was already communicated to His Honor in the servants' letter inserted herebefore, has ordered them, all the more because the monsoon now permits safe anchoring in the northern bay, to admit no foreign ships whatsoever into the inner bay until further orders, unless on account of visible great distress at sea, or on account of circumstances that this Government shall judge in this matter to merit an exception, with the addition that this notification is made solely with the friendly intention so that His Honor can inform the captains of the French ships thereof, as His Honor will be requested to be pleased to do, to prevent all unpleasantries: Furthermore, it has also been approved and understood to order the servants at Trincomalee to write their official letters henceforth, both to Monsieur de St Riveul and to all foreigners, whoever they may be, in the Dutch language and merely for courtesy's sake to add a translation in the language of that Nation to whom they are written, provided that under these translations only the names of the signatories of the letter are placed, without having them sign the same for conformity with the letter, but that these letters must nonetheless naturally be written in the most polite terms, and with all possible friendliness, so much as can be consistent with the subject matter handled therein. Furthermore, it being considered what the Trincomalee servants further note in their aforementioned secret letter, namely that they believe they can perceive, not without cause, that the entire aim of the French is gradually to render the agreements void, and their secret goal is to also let the expected Regiment of Walsh and the other frigates enter unasked, and that because this must principally be guarded against, they had resolved on the same day, according to a secret resolution transmitted therewith: 1) To have the pilot reside at Oostenburg, in order to be readily at hand to meet in good time the ships that might wish to come to the inner bay. 2) To

Dutch transcription

568 Regeering, bij secreeten brief van den 6:e aug=s 1758: om naamelijk iemand aan boord te zenden, bij het in 't gezicht koomen van eenige schip of scheepen, oe het geen hun op dat onder werp naader aanbevoolen is, bij secreeten brief van den 16:e Januarij 1788: doch dat dit echter den capietain van 't voorsz: schip le comte de Artois de Heer de Bergier die zoo als de bedienden dat bij ons voorsz: hunne brief aan Den Heer de St Riveul met veel duidelijkheyd hebben aangeweezen, van de boven„ gemelde laatere schikkingen, door den Heer de S:t Priveul gemaakt, niet kan geacht worden onkundig te zijn, in geen opzicht had kunnen of moogen authori„ „seeren om zonder verlop en zelfs zonder te doen van de Seinen die de Heer de St Riveul zelve heeft op gegeeven, in de binnen baaij te zijlen. En is derhalven goed gevonden en verstaan te approbeeren de waarschouwing aan den Capitain van voorsz: schip ze comte d:' Artois gedaan, uit 't kannon van de vesting, eerst door eene losse schoot en ver„ „volgens volgens door een schoot en met schep voor over 't schip hevinneren om hem te voreneven, de orders, die hij zeekerlijk van den Heer de S=t Riveul moet hebben ontvangen, en ins„ gelijks te approbeeren 't door de bedienden gegeven ant„ woord, op de door den Heer De F t Riveul gevraagde oxplicatie, eerst mondeling door den Luijtenantd: Egrignij, en naaderhand schriftelijk bij zijn hier vooren g'insereerd brief nopens het doen der voorsz: twee schooten met de aanwijzing daar bij gedaan, dat dit alleen geschied zij, om aan voorm: Capitain mids dien te doen de voorsz: waarschouwing niet met eenig oogmerk. om te beleedigen: En wijl de bedienden aan meerm: weer de S:t Reveul teffens hebben, bekend gemaakt, dat ze van alles aan deeze Regeering zouden ver„ slag doen is alverder goedgevonden hun aan te beveelen, om aant hem Heer de St Reveul nu naader van weegen deeze regeering schrifte„ lijk te verhaalen, de reets bij hunne hier voo„ „ren g'insereerden brief aangeweezene vesting redenen, waarom van de vezig gedaan zijn gesien ondeastraat, de 569 de voorsz: twee schooten, en dat het niet ge„ „schied zij, met eenig oog merk om de mins te be„ leediging toe te brengen aan de vlag van zijne Aller Christelijkste Majesteijt, met bijvoeging dat deeze Regeering zich daar en teegen zeer be„ leedigd agt door de gedaene kanon schooten met scherp van 't pregaat l' astale naa 't fort oosten. burg, gedivigeerd, voor over de laage batterij van het zelve fort, als meede over de daar bij gevoeg„ de veraegaande bedrijging; en dat deeze Regee„ ring de beoordeeling en de uijtspraak daar over overlaat, aan de weedersaijdsche hooge sou„ gem: „verainen, en daar bij nog, aan haar Heer de S:t Riveul schriftelijk bekend te maaken; dat deeze regeering overeenkomstig met het reets aan zijn Edele bedeelde bij der bediendens hier vooren g' in„ „sereerde brief, hun heeft aanbevoolen, te meer wijl de mouisson het tans permitteerd om in de noorder baaij vijlig te kunnen leggen, om tot nader onder geene vreemde scheepen meer, hoe genaamd, in de binnenbaaij te admitteeren, ten zij nit hoofde hoofde van zichtbaare groote zeenooden, dan wel uit hoofde van omstandigheeden, die deeze Regeering zal oordeelen, in deezen eene uiet zond „ring te verdienen, met bij voeging, dat deeze neege aankondiging geschied, alleen met 't vriendelijk oogmerk, op dat zijn Edele de Heeren capitains der frensche scheepen, daar van kan onderreg„ „ten, zoo als zijn Edele zal worden verzogt dat te willen doen, tot voorkooming van alle onaen„ genaamheeden: Voorts is nog goed gevonden en verstaen den bedien„ den bedienden de trinkonomale te gelasten om hunne officieele brieven zoo wel aan den Heer de S:t Riveul, als aan alle vreemden, wie zecol moogen zijn voortaen te schrijven in de hollandsche taal en er alleen beleefdheids halven bij te voegen eene vertaaling in de taal van die Natie aen wien ze geschreeven worden, mits dat onder deeze vertaalingen alleen gezet worden de naamen der teekenaars van den brief, zonder dezelve voor 't accord met den brief te laaten teekenen doch dat deeze gesien onderstraat, 570 deeze brieven niet te mingelijk dat van zelve spreekt moeten worden geschreeven, in de allerheug„ „ste bewoordingen, en met alle moogelijke vriendelijke„ „heijd, zoo veel dat met de stoffe, die daar bij word verhan„ deld bestaen kan. voorts overwogen zijnde, tot geen de Trinkonomaalse bedienden, bij voorsz: hunne secreeten brief nog no„ teeren, dat ze naamelijk vermeenen niet zonder grond te kunnen bemerken, dat het geheele oog„ „merk der franschen is, om de overeenkomsten lang„ „zaamer hand kragteloos te doen worden, en hun geheim doel wet om het verwagt wordende Regiment van Walsh: en de andere pregatten meede ongevraagd binnen te laaten koomen, en dat wijl daarteegen hoofdzaakelijk diend te worden gewaakt zij ten zelven daagen, volgens eene daarneevens overge„ zondene secreete resolutie, hadden beslooten- s) Den lootste vostenburg. te doen woonen, ten eijnde gereedens bij de hand te zijn, om de scheepen die naa de binnen baaij mogten willen koomen vroegtijdig te ontmoeten. 2. Aan voor 't dat

NL-HaNA_1.04.02_3837_0444 view scan ↗

English

2/ To provide the said pilot with a warning in various languages for all ships without distinction, not to enter the bay of Oostenburg during this season, but to anchor in the northern bay. 3/ To order the same, if the commanders of the ships do not wish to comply therewith, immediately to return to shore again while displaying the inverted Prince's flag for a while. 4:) In the latter case, to maintain the same conduct regarding the ship as prescribed by the orders and practiced the day before with respect to the ship Le Comte d'Artois, and if this is found to be fruitless, then immediately to prevent all communication between the shore and the ships of that nation which refused to heed the warning, and 5:) In case Mr. de St. Riveul should wish to carry out his threats, not to remain in his debt by acts of violence, but to defend the honor of the flag in such a manner and by all such means as may be found useful thereto. Taking into consideration that it is beyond doubt that it is not with too good an intention that the French seek to obtain free entry into the inner bay without asking permission for it, and that this is one more reason why this must be countered with the greatest vigilance, since these things, once crept in, cannot well be redressed afterwards without giving great offense, it has been approved and agreed to endorse the aforesaid resolution of the officials, only with this exception that, although it is good that the pilot resides at Oostenburg so as to be ready and at hand when necessary, the officials nevertheless for now, as far as foreign ships are concerned, in accordance with what was ordered in the aforesaid secret letter of 6 August 1738, must not employ any pilot or others capable of bringing ships in to deliver the aforesaid written warning in various languages, but that for this purpose, in accordance with what was written in the secret letter of 6 January 1788, a suitable clerk must be employed, with authorization to the officials to retain for this purpose, for the time being, among others, the assistant Giessler who arrived from Bengal, if he seems suitable. And it is likewise agreed to order the officials not to permit the aforementioned Regiment of Walsh to be brought into the inner bay, and also not to permit the disembarkation of troops anywhere else, except in small numbers and unarmed, and if the French should venture to do so without asking their permission, or having asked, without heeding their refusal, to prevent this by force according to the circumstances; with the recommendation, however, to proceed with the necessary caution in this as well as in all other cases where it is foreseen that it might come to extreme acts of violence, in order not to attempt anything from which greater inconveniences could arise for the safety of both Trincomalee and Oostenburg than those which one seeks to avert and actually prevent. Especially since, when it concerns matters that can be repaired afterwards and that cannot be averted without placing oneself in imminent danger, it is more advisable, after only having offered a show of resistance, to leave the judgment and decision thereon to the respective sovereigns, rather than to endanger the safety of both forts. In order further to prevent all cause for unpleasantness in the future, it has been approved to give notice of the aforesaid decision to admit no foreign ships into the inner bay any longer, except in visible great maritime distress, by a ministerial letter to the Government of Pondicherry, and likewise by a private letter from the Governor to Mr. Holland, who exercises authority as president in Madras, requesting them to kindly inform the commanders of the ships of their nation regarding this matter. Yet, since for foreign ships that might not sail into the inner bay it could, due to various circumstances, at times be impossible to remain lying in the Northern Bay or thereabouts, and this especially cannot take place during the northern monsoon, it has been approved and agreed now further to instruct the officials at Trincomalee to have Captain Jacobsz, upon the arrival there of the ship De Gouverneur Generael De Klerk, accurately survey and indicate on the charts of Trincomalee the places where the ships can lie safely outside the inner bay even in the northern monsoon, the more so as the instruction given in the repeatedly mentioned secret letter of 6 August 1758, to allow the ships in such cases to come up to about the new batteries at the corner of the round bay or to such a place where they can lie safely, clearly assumes that the ships can suitably anchor at these places, and Captain-Lieutenant Edema, who is very familiar with Trincomalee, is also of the opinion that under or close to the so-called Company's Island there is suitable anchorage for several ships. Thus resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graaff, P. Sluijsken, M. P. Raket, D. F. Fretz, C. Tilenius, J. Reintous, B. L. van Zitter and A. Pamlant. Examined: Lostman Agrees: D. Ijbrands, First Clerk

Dutch transcription

2/ Aan gemelden lootsin verschillende taalen meede te geeven een waarehouwing voor alle scheepen zon„ der onderscheijd, om geduurende dit Jaar getijde de baaij van oostenburg niet inteloopen maar in noor der baaij te ankeren. 3/ Denzelven te gelasten, zoo de bevelhebbers der scheepen voldoen daar aan niet volden wilden terstond weeder naer de wal te keeren onder vertooning voor eene wijle van de ongekeerde prince vlag. 4:) Om in het laatste geval omtrend 't schip 't zelf de gedrag te houden, 't geen de orders meede„ „brengen, en 'sdaags te vooren ten opzichte van t schip ze comte l: Artois omt geoeffend is, en zoo dit vrugteloos bevonden word, als dan terstond alle gemeenschap tusschen de wal en de scheepen van dien landaart te beletten, die de waarschou„ wing niet heeft willen in acht neemen, en. 5:): om zoo den Heer de S:t Riveul zijne drijgemen„ ten mogte willen gestend doen, door „fijtelijk heeden hem niets schuldig te blyven maar de eer der vlag te verdeedigen op zulks eene gesien ondeastraate : 571 eene wijze en met alle zulke middelen als daar toe nuttig kunnen bevonden worden. Is uit aanmerking dat het ontwijffelbaar is, dat het met geene al te goed oogmerk zij, dat de franschen den vrijen ingang in de binnenbaaij zonder daar„ toe verlof te vraagen, zoeken te verwerven, en dat dit eene reede te meer is, waarom dat met de grootste oplettendheijd moet worden teegen ge„ gaan, wijl die dingen eens ingesloopen zijnde naaderhand zonder groote aanstoot te geeven niet wel te herstellen zijn, goedgevonden en ver„ staen der bedienden voorsz: resolutie te appro„ „beeren, alleen met deeze uitzondering dat schoon het goed is, dat de loots op Oostenburg woont, om wanneer het noodig zij gereed en bij der hand te kunnen zijn, zij bedienden nog thans„ zoo veel aangaat de vreemde scheepen, over„ eenkomstig met het geordonneerde bij voorsz: se„ „creeten brief van den 6:e augustus 1738: geen loots of andere die in staat zijn scheepen bin„ nen te brengen, moeten gebruijken, om over te te brengen de voorm: schriftelijke waarschou„ wing in verschillende taalen, maar dat daar toe; over eenkomstig met het aangeschreevene bij secreeten brief van den 6:e Januarij 1788 moe worden gebruijkt een geschikt pennist, met qualificatie aan de bedienden, om zoo de van Bengale aangekoomene assistent Giessler, Eun tot iende goed scheijkt, hem onder anderen daar toe, voor eerst aan tehouden. En is teffens verstaen, den bedienden te gelasten om niet toe te staen dat 't hier voor een gemelde Regiment van Walsh, in de binnen baaij ge„ bragt word, en zelfs ook om de ontscheeping van troepes, waar het ook elders zijn mogte niet anders toetestaen, dan in kleijn getal en ongewaapend, en indien de franschen dat mog„ ten bestaen, zonder hun vealof daar toe te vraagen, of zonder zich dat gevraagd heb„ bende, aan hunne wij gering te stooven, zulks naar maate van de omstandigheeden met der daad te beletten: met recommandatie echter Com gesien onderstraat, 572 om in dit, zoo wel als in alle andere gevallen, waar in men voorziet, dat het tot verregaande daadelijkheeden zoude kunnen koomen, met de noodige voorzichtigheid te werkt te gaan, ten eijnde niets te bestaen, waaruijt voor de vijligheijd bij de van Trinkonomale en oosten burg zouden kunnen voortvloeijen grooter ongeleegendheeden, dan die mens zoekt te keer te gaan en met der daad te beletten. wijl inzonderheijd wanneer het dingen zijn die naaderhand kunnen worden gerepareerd, en die zonder zich in een eminent gevaar te steeken niet kunnen worden gekeerd, het raad zaamer is, naa alleen een bewijs van teegenstond te hebben gedaan, de beoordeeling en uijtspraek daar over, overte laaten, aan de weder zijdsche souverainen, dan om de vijligheid der bijde forten ingevaar te stellen. Om te meer alle aanleijding tot onaangenaem„ heeden in te vervolg te voorkoomen is wijders goedgevonden, van 't voorsz: besluijt om geene vreemde vreemde scheepen meer inde binnen baaij te atmitteeren dan in zichtbaare groote zee nooden bij een ministeerieele brief kennis te geeven aan 't Gouvernement van Pondicherij, en insgelijks ook bij een particuliere brief van den heer Gou„ verneur, aan den Heer Holland die als presi dent 't gezagvoert te madras, met verzoek, om aan de bevelhebbers van de scheepen hunner natie, der weegens het noodige te willen infor„ meeren. Dan wijl het voor de vreemdescheepen, die de binnen baag niet mogten inzijlen door deeze of geene omstandigheeden zom tijds ondoenlijk konde zijn om in de Noorder baaij of daarom streeks te blijven leggen en dit in zonderheijd niet geschieden ken in de noorder mosson, is goedge„ vonden en verstaen dier bedienden te Trinkono„ male nu naader aan te beveelen, om bij aarioe aldaar van 't schip de Gouverneur Generael de klerk door den Capitein Jacobsz naauw„ „keurig te laaten op neemen en op de kaarten van gesien onderstraat, 573 van Trinkonomale te doen aanwijzen de plaatzen alwaar de scheepen buijten de binnen baaij zelfs in de noord en msson vijlig kunnen leggen, te meer de aanschryving gedaan bij meerm: secreeten brief van den 6augs. 1758: om in diergelijke gevallen de scheepen te moogen laaten koomen, tot omtrent de nieuwe batterijen de uit hoek van de ronde daaij dan wel op zodaanige plaats daar ze vijlig kunnen leggen, duijdelijk ondersteld, dat de scheepen op deeze plaatzen bekwaamlijk kunnen ankeren, en ook de Capitain Luijtenant Edema die te Trinkonomale zeca bekend is van gevoelen is, dat er onder of digte bij 't zoo genaamde comp: Eijland bekwaame ankerplaats is voor verscheijde scheepen. Aldus Geresolveerd in 't kasteel kolombo ten daage maand en Jaare voorsz: /:was getee„ kend:/ W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, M: P: Rakel, D: F: Fretz: C: Tilenius J: Reintous; B: L: van Litter en Naagezien Lostman en A: Pamlant, Accordeert D ijbrands Egkleek gesien ndeastraat, gesien ndenstraat

NL-HaNA_1.04.02_3837_0453 view scan ↗

English

Secret 574 Trinconomaale. To the Honorable Jaques Fabrice van Senden, provisional Merchant and Chief, alongside the Secret Council. Honorable, Discreet Sirs! We received yesterday your secret letter of 24 April. It would certainly have been more agreeable to us if, on the occasion of the arrival of the ship Le Comte D'Artois, you had observed what was written in the secret letter of 16 August 1758, namely to send someone on board upon the sighting of any ship or ships, and what was further written by us on this subject in our secret letter of 16 January 1788, the exception concerning French ships made therein being held to have lapsed, even by the further arrangements made in the past year with Mr. de St. Riveul, and his instructions sent thereupon to you for the gentlemen captains of the French ships, signed 17 February 1788. This is not said, however, to indicate that they would think that the failure to send someone on board the ship Le Comte d'Artois could in any respect have authorized or permitted the captain of that same ship, Mr. de Bergier—who, as you clearly demonstrated in your letter to Mr. de St. Riveul written on 24 April, cannot be considered ignorant of this later arrangement—to sail into the inner bay without your permission, even without making the signals provided by Mr. de St. Reveul himself in his letter written to you on 9 January 1788. We therefore approve the warning given to the captain of the aforesaid ship Le Comte d'Artois from the cannon of the fortress, first by a blank shot and subsequently with a shot with ball across the bow, to conform to the orders that he certainly must have received from Mr. de St. Riveul. 575 We also strongly approve the answer given by you to the explanation requested by Mr. de St. Reveul, first verbally through Lieutenant de Egrigny, and afterwards in writing in his letter of 23 April, concerning the firing of the aforesaid two shots, with the indication given therewith that this was done solely to give him the aforesaid warning, and therefore not with any intention to insult; and since you have informed Viscount de St. Riveul that you would report all this to us, the reasons already shown in your letter of 24 April as to why the aforesaid two shots were fired from the fortress must now be repeated further in writing to Mr. de St. Riveul in our name, and that it was not done with any intention of offering the slightest insult to the flag of His Most Christian Majesty, with the addition that, on the contrary, we consider ourselves greatly insulted by the cannon shot with ball fired from the frigate D'Astree toward Fort Oostenburg, directed across the low battery of that same fort, as well as by the far-reaching threat added thereto, and that we leave the judgment and decision concerning this to our respective high sovereigns. In addition, Mr. de St. Riveul must be informed in writing in our name that, in accordance with what was already written to His Honor in your letter of 24 April, we have instructed you—the more so since the monsoon now permits lying safely in the northern bay—not to admit any foreign ships whatsoever into the inner bay until our further orders, unless on account of visible, great sea distress, or on account of circumstances that we shall deem to merit an exception in this matter, with the addition that this announcement is made solely with the friendly intention that His Honor may inform the gentlemen captains of the French ships thereof, as we request His Honor to be pleased to do, in order to prevent all unpleasantness. 576 Your official letters to Mr. de St. Riveul, as well as all other official letters to foreign nations, whomever they might be, must henceforth be written in the Dutch language; you must only, for the sake of politeness, attach a translation in the language of the nation to whom they are written, and beneath these translations must only be placed the names of the signers of that letter, without having them sign for conformity with the letter. It goes without saying that the letter which you are to write to Mr. de St. Riveul in the aforesaid manner, as well as all further letters to him or other foreigners, must be written in the most polite terms, and with all possible friendliness, so far as that can be reconciled with the subject matter to be treated therein. It is undeniable that it is with no very good intention that the French claim free entrance into the inner bay without

Dutch transcription

secreet 574 Trinconomaale. Aan den E: Jaques Fabrice van Senden p:l koopman en opperhoofd nevens den secreeten Raad. Eerzaamen Discreeten! Wij hebben gisteren ontvangen uwen secreeten brief van den 24e. April. Het zoude ons zeekerlijk meer welgevallig geweest zijn, in„ „dien ter geleegendheid van de komst van 't schip Le Comte D' Artois, door UE: waare in agt genoomen, 't aangeschree„ „vene bij secreeten brief van den 16. ' aug=s 1758, om „in 't naamelijk iemand aan boord te zenden, bij 't gezigt koomen van eenig schip of scheepen, en 't nog op dit onderwerp door ons aangeschreevene bij onsen secreeten brief van den 16. Jannuarij 1788. , waar van de uit„ „zondering, daar bij nopens de fransche scheepen gemaakt, moet gehouden worden te zijn vervallen, ook zelfs door de nadere schikkingen in 't voorleedene nagaen met den Heer de S:t Riveúl gemaakt, en zijne daar daar op aan UE: gezondene instruktie voor de heeren Capitains der fransche scheepe, geteekend den 17. ' febr: 1788. Dit zij intusschen niet gezegt om aantewijze, dat zij zouden denken, dat 't niet zenden van iemandaa„ boord van het schip Le Comte d' Artois, de Capitain van 't zelve schip, de heer de Bergier, die zoo als ueb„ dat bij uuwen brief aan den heer de S:t Piveul geschreeven den 24. ' April, met veel duidelijk heid hebben aangewees van deze latere schikking niet kan geagt worden on„ „kundig te zijn, in eenig opzigt heeft kunnen of moogen authoriseeren, om zonder uE: verlof in de binnen baaij te zeijlen, zelfs zonder te doen de teekenen, door den heer de S:t Reveul zelve opgegeeven, bij zijn brief aan uE: geschreeven den 9:' Janu: 1788. — We keuren midsdien goed, de waarschouwing aan den Capitain van voorsz: schip La Comte d' Artois gedaan uit 't kannon van de vesting, eerst door eene losse schoot en vervolgens met een schoot met scherp voor over, om zig te cruimer„ de orders, die hij zeekerlijk van den heer de S:t Riveuls moel hebben gesien onderstraat, 575 hebben ontvangen. Ook keuren wij zeer goed 't door UE: gegeeven andwoord, op de door, den heer de S:t Reveul gevraagde explikatie eerst mondeling door de luitenant de Egrignij, en na „derhand schriftelijk bij zijn brief van den 23. ' April, nopens te doen der voorsz: twee schooten, met de aanwijking daar bij gedaan, dat dit alleen geschied zij, om aan hem te doen de voorsz: waarschouwing, en mitsdie, niet met eenig oogmerk om te beleedigen; en wijl UE: aa„ den heer Burggraaff de St. Riveuls hebben bekend ge¬ „maakt, dat uE: van dit alles aan ons zoude verslag doen, gem: zoo moet aan den heer de St. Riveul uit onzen naam nu nader schriftelijk worden herhaald, de reeds bij uwen brief van den 29. ' April aangeweesene ree„ „denen, waarom van de vesting gedaan zijn de voorsz: twee schooten, en dat het niet geschied zij met eenig oogmerk om de minste beleediging toe te brengen aan de vlag van zijner aller Christelijkste ma„ „jesteid met bijvoeging dat wij ons daar en teegen zeer beleedigd agten, door de gedaane kannon schoot met met scheep, van 't fregat D' Astree na 't foat oosten, „burg, gedirigeerd voor ooek de laage batterij van 't zelve fort, als meede over de daar bij gevoegde verre„ „gaande bedreiging, en dat we daar over de b'oordeeling en de uitspraak overlaaten aan onze weeder tijdsche hooge souverainen. Hier bij moet den heer de S=t Riveul uit onzen naam schriftelijk worden bekend gemaakt, dat we overeen komtlig met 't bereeds aan zijn Ed: geschreevene bij uwen brief van den 24:' April, UE: hebben aanbevoolen, te meer wijlde mousson 't thanspermitteerd om in de noorder baaij feilig te kunnen leggen, om tot onze nader onder„ geene vreemde scheepen meer, hoegenaamd, in de bennen baaij te admitteeren ten zij uit hoofde van zigt„ „baare groote zee nooden, dan wel uit hoofde van omstandigheeden, die we zullen oordeelen in deezen eene uitzondering te verdienen, met bijvoeging dat deeze aankondiging geschied, alleen met 't vriendelijk oogmerk, op dat zijn E: de heeren Capitains der fransche scheepen daar van kan onderrigten, zoo als we zijn E: verzoeken gesien onderstraat„ 516 verzoeken dat te willen doen, ter voorkooming van alle onaangenaamheeden. UE: officieele brieven aan den heer de St Riveul, gelijk ook alle andere officieele brieven aan vreemde natien, wie ze ook mogten zijn, moeten voortaan geschreeven worden en de hollandsche taal; alleen moeten uE: er beleefdbeids-halven eene vertaaling bijvoegen, in de taal van de natie, aan wie ze geschreeven worden, en onder deeze vertaalingen moeten alleen gezet worden de naamen der teekenaeren van die brief, zonder ze voor 't accoord, met den brief te laaten teekenen. Het spreekt van zelve, dat de brief die uE: aan den heer de St: Riveúl invoegen voorsz: staan te schrijven, gelijk ook alle verdere briefen aan hem, of andere vreemden, moeten worden geschreeven inde alder heuschte bewoon„ „dingen, en met alle moogelijke vriendelijkheid, zoo veel dat met de stoffe daar in te verhandelen, bestaan kan. Het is ontwijffelbaar, dat 't met geen alte goed oogmerk zij„ dat de fransen den vrijen ingang in de binnen baaij, zonder daar

NL-HaNA_1.04.02_3837_0458 view scan ↗

English

to ask permission for that, seek to acquire it. This is one reason the more why this must be opposed with the greatest vigilance, for once these things have crept in, they cannot well be remedied afterwards without giving great offense, and we consequently approve fully of Your Honor's resolution taken on 24th April, only with this exception, that as far as relates to the ships of foreign nations, in accordance with the orders in our secret letter of 6th August 1758, no pilot or others who are capable of bringing ships inside must be used to deliver the necessary written warning in various languages for all ships without distinction, but that for this purpose, in accordance with what was written in our secret letter of 16th January 1788, a suitable clerk must be employed, and if the assistant Gisseler, arrived from Bengal, seems good to Your Honor for that purpose, we authorize Your Honor to retain him for the present, among others, for that purpose. We nevertheless approve of Your Honor's decision to have the pilot reside at Oostenburg, in order to be ready at hand in any event. From the foregoing it is evident that it is our intention that Your Honor must not permit the Regiment of Walsh to anchor in the inner bay. The disembarkation of troops ashore, wherever else it might be, must not even be permitted, except in a small number and unarmed; and should the French venture to do so without asking Your Honor's permission thereto, or having asked it, without regarding Your Honor's refusal, Your Honor must, according to circumstances, seek to prevent that by actual deed. In this, as well as in all other cases wherein it is foreseen that it might lead to extreme acts of violence, it is unnecessary to remind Your Honor that one must proceed with the necessary prudence, in order to undertake nothing from which greater inconveniences might arise for the security both of Trinconomale and Oostenburg than those which one seeks to avert and prevent by this deed; when they are things that can be repaired afterwards, and which cannot be averted without placing oneself in eminent danger, it goes without saying that it is more advisable, after having made only a show of resistance, to leave the judgment and decision thereupon to our high sovereigns, rather than to jeopardize the security of the forts of Trinconomale and Oostenburg. We shall also give notice of the orders established by us in this matter to the government of Pondicherry. What was written in the secret letter of 6th August 1758, that in case it might be impracticable through this or that circumstance for foreign ships to remain lying in the northern bay or in that vicinity, Your Honor might indeed let them come up to about the new batteries, the outer corner of the round bay, or else at such place where Your Honor sees that they lie safely, do the least harm, and can be kept in check most by our artillery, presupposes that the ships can anchor conveniently at these places. Captain Lieutenant Edema, who is very well acquainted with Trinconomale, is of the opinion that under or close to the Company's Island there is a suitable anchorage for several ships. An investigation whether a good anchorage is to be found anywhere outside the inner bay was already recommended to Your Honor in the secret letter of 13th November 1788, and although Your Honor answered us in your secret letter of 23rd December following that Your Honor had caused that to be investigated without any anchorage having been found anywhere, this must be investigated further, especially to what extent the opinion of the aforesaid Captain Lieutenant Edema is well-founded, on the occasion when the ship de Gouverneur Generaal de Klerk shall be there, when Your Honor must order Captain Jakobsz to investigate all this further with proper accuracy, assisted by the officers of his vessel who can best be spared for that purpose, as well as by the servants whom Your Honor can assign to his assistance in this commission and shall find to be of service to him, and to point out on the charts of Trinconomale the places where, in his judgment, the ships can lie safely, even in the northern monsoon. On this occasion Your Honor must also cause an investigation to be made into the anchorages mentioned in the aforesaid secret letter of 6th August 1758; when Captain Lieutenant Edema arrives at Trinconomale, he must also be instructed to give further indication regarding his opinion mentioned in this matter. The aforesaid letter written to Your Honor by Mr. de Saint Fereux on 23rd April must be sent to us in the original, after Your Honor has taken a copy thereof, which must be collated against the original in Your Honor's assembly. We conclude this by repeating our satisfaction with the conduct pursued by Your Honor. We have continuously the very best expectation thereof, and that Your Honor, taking heed of our reminder given above to proceed in everything with proper prudence, will, as men of honor in all circumstances, ensure by the most capable means possible that the territory of the Company is not violated. We remain, for the rest, after greetings, Honorable, Discreet! Your Honor's good friends. Signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, C. Tilenius, J. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samlant, and J. A. Vollenhove. In the margin: Colombo, 2nd May 1789. Agrees. Sijbrands, Head Clerk

Dutch transcription

daar toe verlof te vraagen, zoekken te verwerven. Dit„ eene reede te meer, waarom dit met de grootste oe„ „lettendheid moet worden tegen gegaan, want die ding„ eens ingesloopen zijnde, naderhand zonder groote aanstoot te geeven niet wel te herstellen zijn, en w keuren mitsdien volkoomen goed, uE. resol: genoom den 24:' April, alleen met deeze uitzondering, dat zoo veel aangaat de scheepen van vreemde natien„ overeenkomstig met het geordonneerde bij onsen secreeten brief van den 6. ' aug:s 1758:, geen loots of andere die in staat zijn scheepen binnen te „moeten worden gebruijkt brengen, om overtebrengen de nodige schriftelijke waarschouwing in verschillende taelen, voor alle scheep zonder onderscheid, maar dat daar toe over eenkomste met 't aangeschreevene bij onsen secreeten brief vee den 16. Janu: 1788. , gebruikt moet worden een geschikt pennist, en zoo de van Bengale aangekoomen „ne assistend gisseler, uE: tot dat eende goed scheint, guali„ „ficeeren wij uE: om hem, onder anderen daar toe, voor eerst te moogen aanhouden, Wij keuren niet, te min goed gesien onderstraat, 577 goed uE: besluit, om den loots te oostenburg te doen woonen, ten einde in allen gevalle gereeden bij derhand te zijn. Uit 't voorenstaande is 't blijkbaar, dat 't onze intentie zij, dat uE: niet moogen toestaan, om 't regement van brengen. walsch in de binnen baaij te ankeren De ontscheeping van troupes aan de wal, waar 't ook elders zijn mogte, mag zelfs niet worden toegestaan, dan een kleinige„ „tal en ongewaapend; en wanneer de franschen dat mogten bestaan, zonder uE: verlof daar toe „ raage, of zonder zig, dit gevraagd hebbende, aan UE: weigerierg te stooren, moeten uE: naar maate van de om„ „standigheeden, dat met der daad zoeken te beletten: In dit zoo wel, als in alle andere gevallen, waarin men voorziet, dat 't tot verregaande daadelijkheeden zoude kunnen voorkoomen; is 't onnoodig uE: te herenneren, dat daar in met de noodige voorzigtigheid moet wor„ „den te werk gegaan, ten einde niets te bestaan, waar uit voor de veiligheid, bijde van TainCono„ „male en oostenburg, zoude kunnen voort vloeijen grooten grooter ongeleegendheeden, als die men zoekt te keerte gaan en met deze daad te beletten; wanneer het dingen zijn, die naderhand kunnen worden gerepareerd, „die en „ zonder zig in een eminent gevaar te steeken, niet kunnen worden gekeerd, spreekt 't van zelve, dat 't raadzaamer zij, naar alleen een bewijs van teegenstand te hebben gedaan, de beoordeeling ende uitspaak daar over overtelaaten aan onse hooge souvenaeren, dan om de vijligheid der forten van Srin Conomaat en oostenburg gevaar te stellen. We zullen van de indeesen door ons gestelde rader, ook kennis geeven aan 't gouvernement van Pondicherij„ Hett aangeschreevene bij de secreete brief van de 5:' augs:s 1758:, dat ingevalle het door deese of geene omstaa„ „digheeden ondoenlijk mogte zijn, dat de vreemde scheepen in de noorder bhaaij of daar aan streeks kunnen blijven leggen, uE: hun wel mooge laaten koomen tot omtrent de nieuwe batterijen de uit„ „hoek van de ronde bhaaij, dan wel op zoodaanige plaats; waar UE: zien dat ze verlig leggen, 't minste kwaad gesien indeastraat, 578 kwaad doen en 't meest door ons geschut in bedwang kunnen worden gehouden, verondersteld, dat de scheepen op deeze plaatzen bekwaamlijk kunnen ankeren. De Capitain Luit: Edema, die te Trinconvinale zeer bekend is, is van gevoelen, dat en onder ofdig„ „te bij 't Comp:s Eijland, bekwaame ankerplaets is voor verscheide scheepen; Een onderzoek of en er„ „gens goede ankerplaats buiten de binnen bhaaij te vinden is, is uE: bereeds aanbevoolen bij secreete brief van den 13. ' 9ber: 1788:, en schoon uE: ons hebben geandwoord, bij uwen secreeten brief van den 23: ' xber: daar aan„ dat uE: dat hadden doen om „derzoekken, zonder dat er ergen eenige anker plaats was gevonden, moet dit nog nader worden onderzogt, speciaal in hoe verredeopinie van voosz: Capit: luit: Edema gegrond zij, ter geleegendheid als het schip de Gouverneur generaal de klerk zal „de kapitain Jakobsz daar zijn, wanneer uE: moeten beveelen, om dit alles geassisteerd van de officieren van zijn boord, die daar toe 't best vaceeren kunnen, als meede door door de bedienden die UE: hem in deeze Commissie tot zijn huelp kunnen toevoegen, en bevinden zullen hem van dienst te zijn, nader met behoorlijke nauwkeurigheid te ooderoeken, en op de kaarten van Trunconomale aantewijzen de plaatsen, alwaar na zijn oordeel de scheepen veilig kunnen leggen, zelfs in de noorder mousson. Ter deezer geleegendheid moeten uE: ook doen onderzoekken na de ankerplaatsen, waar van ge„ „sprooken word, bij de hier voorengem: sacraete brief van den 6.:' aug:s 1758:, als de Capit: Luit: Edema te Trenconomale komt moet hem ook worden aanberoa om nopens zijn in deezen vermelde opinie nader aanwij „zing te doen. De voorsz: brief, door den heer de S:t Fireus den 23:' April aan uE: geschreeven, moet in origineel aan ons worden toegezonden, na dat uE: daar van een Copij genoomen hebben, dat in uE: vergaedering teegens 't origineel moet worden gecollationeerd. W=e besluiten deeze met ons genoege te herhaalen, over het door uE: gehouden beleed. wke hebben bij voortdeurenig daar gesien onderstraat„ 519 Op Naagezien = Loirman daar van de alderbeste verwagting, en dat UE:, in agt wee„ „mende onze hier booven gedaane erinnering, om in alles met behoorlijke voorzigtigheid te werk te gaan, als mannen van een in alle geleegeerdheeden, door de bekaamste middelen daar toe moogelijk zullen zorgen, dat 't grond gebied van de Comp:e niet ge„ „schouden word. Wij blijven, voor 't overige na groete /:onderstond:/ Eerzaamen Discreeten! uE: goede vrienden /:was getee„ „kend:/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket, C: Tilenius J:s Reintous, B: L: van zilter, A: Samlant, en J: A: vollenhove /:in margine:/ kolombo den 2. ' Maij 1789. —. 15: Accordeert. Sijbrands Gjklerk gesien nderstraat

NL-HaNA_1.04.02_3837_0465 view scan ↗

English

Secret 580 Trinkonomale To the Honorable Jaques Fabrice van Senden, Provisional Merchant and Chief, Diederich Carl von Drieberg, Lieutenant Colonel and Commander of the Militia, and Ferdinand Casper Heupner, Captain Lieutenant and Commander of the Artillery there. Honorable and Valiant, Discreet Sirs! That it was our intention, when writing our separate letter dated 22 April 1787, that the help of the French should not be requested unseasonably, and indeed not unless in the highest necessity, appears very clearly from this letter, and further from our separate letter of 7 July of the same year, written in answer to a letter from the Honorable van Senden of 23 May prior, containing various proposals and reflections tending toward not calling in the aid of the French too late. It is for this reason that, however much for the rest we gladly consider in the argument presented in your letter of 30 December last, to point out the inconveniences that may be attached to calling in French aid, the good intention with which it was done, we nevertheless cannot pass over remarking here that this argument, particularly as far as the Honorable van Senden is concerned, is entirely misplaced. Proceeding herewith to the specific questions presented to us by you in your aforementioned letter, we shall, in order to be clearer, answer the same in the margin. Requesting auxiliary troops from the French Government must, in accordance with our aforementioned order, not be done except to prevent Trinkonomale, which God forbid, from falling into the hands of the English. The inconvenience that might in time be connected with calling in French aid would then indeed exist immediately, and even in a much higher degree. When there is time to ask us first, it must not be done without our permission, and it must in no case happen except in the most pressing circumstances, and when you are, so to speak, in the alternative of being taken by the English or having to ask the French for aid. In such a case, it goes without saying that one must choose the least evil between these two extremes, and that it is then always better to call in the French as friends than to be taken by the English as enemies. Furthermore, on this article we can give you at present no further or more positive order than that which we gave in our aforementioned separate letter to the Honorable van Senden of 22 April 1787, which literally says: We hope that it will not be necessary to make use thereof, the offered aid of the French, but since a rupture in Europe can sometimes arise unexpectedly, we have resolved to send you the aforementioned letter from Monsieur de Souillac in copy, with the recommendation, however, to make no use of it unless Trinkonomale should be attacked by the English, or at least that you have in hand the most certain and unquestionable proofs that we are at war with the English Government, and circumstances are such that you reasonably fear that Trinkonomale, being attacked, cannot be held without sufficient aid from the French, and that the passage of time to first ask our further authorization could be dangerous. Is the news of an ignited war between England and the State sufficient to ask for aid from Pondicherij, or must we wait until we have a greater assurance of being attacked? We have had extracted the enclosed orders on the subject of the admission of foreign warships or other vessels, and we send the same herewith in copy to serve for your information, with authorization, if necessary, with respect to actually preventing the ships from entering the Inner Bay against our will, to execute the order given regarding this subject by secret letter of 6 August 1758, in case no other means can help and what is prescribed by this has been employed fruitlessly, as well as what was prescribed by the secret letter of 5 September 1778. A considerable number of English warships or armed vessels coming to ask for water, firewood, or other aid; in what manner are they to be treated if one has no news of commenced hostilities? In order nevertheless to use all possible precautions and circumspection in this, so as to give no cause for us to be considered aggressors, you must order the person sent by you on board such ships, for which it is best to take a suitable clerk, that if he perceives that notwithstanding the notifications that must be made in such circumstances, such ships should wish to sail into the Inner Bay, he must then announce to their officers in your name that the Commander of Oostenburg has orders once and for all to fire upon ships that without having

Dutch transcription

sekreet 580 Trinkonomale Aan den E:s Jaques Fabrice van senden p:l koopman en opperhoofd Diederich Carl von Drieberg Luijtinant Collonel en Commandant van de Militie en Ferdinand Casper Heupner kapitein luijtenant en kommandant van de Artillerie aldaar Eerzaemen en Manhaften Diskreeten! Dat het onse intentie geweest is, bij het schrijven, van onsen apparten brief, gedateerd den 22. April 1787. , dat de hulp der fransen niet ontij„ „dig, en zelfs niet dan in hooge nood zaakelijk, „heid, moet worden gevragd, blijkt uijt deesen brief heel duijdelijk, en nader bij onsen ap„ „parten brief van den 7. Julij desselve Jaars, ge„ „schreeven in andwoord op een brief van den E: van senden van den 23. Meij daar te voore houdende verscheijde voorstellen en bedenkingen, daartoe lijdende, om de hulp der fransen voor al niet te laat in te roepen. Hierom is is het dat hoe zeer we ook voor het gerige overige in het betoog, dat voorkomt bij uwen brief van den 30. december J:o Leeden om aantewijzen de inkonveniente, die met het inroepen der fransche hulp kunnen verbonden zijn, gaarne konsidereeren, het goed oogmerk waarmeede het zelve is gedaan nogtans niet voorbij kunnen hier aantemerken, dat dit betoog, inz onderheijd zoo veel den :E: van senden, aangaat, geheel onge„ Het vraagen van hulp troupen van Hiermeede overgaande tot despeciaale vraagen het frans Gouverneurent, moet overeen „ ons door UE: bij voorsz: uwen brief voorge„ „komstig met voorsz: onse ordre, niet „stelde, zullen we om te duijdelijker te zijn desel„ worden gedaan dan om te voorkomen „ve op de kant beandwoorden. dat Trinkonomale /:het geen God verhoede/ niet valt in de handen der Engelsen. De ongeleegendheijd die met het inroepen der franse hulp, door den tijd zoude kunnen verbonden worden, zoude, dan met der raad aanstonds bestaan, en zelfs in eenen veel hoogeren graad. wanneer de tijd is om het ons eerst te kunnen vraagen, moet het niet ge„ „daan worden zonder ons verlof, en moet gesien onderstraat, „plaatst is. het in geen geval geschieden dan in de dringenste omstandigheeden en wan„ „neer UE: om zoo te spreeken zijn in het de alternative, om door de Engelschen te worden genoomen, of de fransen om d hulp te moeten vraagen. Jn zulk een ge„ „val spreekt het van zelve, dat men het minst slagte tusschen deese twee uijterstens verkiesen moet, en dat het dan altoos beeter is, de fransen als vrienden interoe„ „pen, dan door de Engelsen als vijanden te worden genoomen. Voorts kunnen Is de tijding van een onstooken oorlog we UE: op dit artikel voor het teegens woor, tusschen Engeland en den staat ge„ „dige geen nadere of meer stellige ordre „ noegzaam voldoende om hulp van geeven, dan die wij gegeeven hebben bij voorsz. Pondicherij te vraagen, dan wel onsen apparten brief aan den E: van sen„ moeten wij wagten tot dat een grootere „den, van den 22. April 1787. die woor„ verzeekering hebben van aangevallen „delijk zegt: 1=e hoopen niet dat het te zullen worden zal noodig zijn daar van /: de aangeboo„ „dene hulp der fransen :/ gebruijk te maa„ „ken vergebuijk te maaken, dan wijl een ruptuur in Europa zomtijds op het on„ „verwagt onstaan kan, hebben welesloo„ „ten om voorsz: brief van de Heer de souillac in kopij aan UE. te zenden, met rekommandatie nogtans, om daar van geen Gebruijk te maake, dan inge„ valle Trinkonomale door de Engelsen mogte worden geattakeerd, of ten minsten dat UE: de aller zeekerste en ontwijffel„ „baarste bewijsen in handen heeft, dat we met het Engelse Gouvernement in oorlog zijn, en de omstandigheeden zoo„ „danig zijn, dat UE: met reeden bedugt is, dat Trinkonomale aangevallen wordende, zonder een toerijkende hulp van de fransen niet kan worden behouden, en dat daarbij het verloop van tijd om daartoe eerst onse nadere kwalificatie te vraage, konde gevaarlijk weesen. Een aanmerkelijke getal Engelse oorlog De inleggende orders op het stuk der admis„ scheepen of gewapend vaartuijgen, waater „sie van vreemde oorlog of andere scheepen die brandhout of andere hulp koomende hebben we laaten uijttrekken en zenden we ge deselve in kopij hiernevens, om UE: in vraagen; op welke wijze hen te bekan„ deesen te dienen tot UE: narigt met „delen, zoo men geen tijding van begon„ kwalifikatie om des noods, met betrek„ „ne vijandelijkheeden heeft 2. „king tot het daadelijk belatten aan de scheepen om teegens wil en dank, de gesien nndeastraat, ƒ 582 de binnen baaij inteloopen, te exckutee„ „ren de ordre met betrekking tot dit onder„ „werp gegeeven bij sekreete brief van den 6. aug:s 1758. ingevalle geene andere middelen helpen kunnen en vrugteloos, is te werk gesteld, het geen bij deesen is voorgeschreeven, en het voorgeschreevene bij den sekreeten brief van 5. Septemb: 1778. Om nogtans in deesen alle moogelijke me„ nagimenten en voorbehoodselen te gebruijken, ten eijnde geen oorzaak te geeven dat men vons voor agresseurs zoude willen houden, moe„ „ten UE. den geenen die door UE: gezonden word aan boord van zoodanige scheepen, en waartoe het best is een geschikt pennist te neemen, gelasten, om indien hij bespeurd dat niet teegenstaande de aanzeggingen, die in zulke geleegendheijd moeten worden gedaan, dier gelijke scheepen zouden wil„ „len zijlen in den binnen beaij, Wij als dan den overheeden daarvan uijt UE: naam moet aankundige, dat de kom„ „mandant van oostenburg eens voor al ordre heeft, om op de scheepen, die zonder daartoe

NL-HaNA_1.04.02_3837_0470 view scan ↗

English

having permission to do so, would wish to sail past the fort, to have fire opened, and that thus all the consequences thereof shall be left to the account of those who might undertake this. It goes without saying that, in view of the close alliance and confederacy that exists between France and our Republic, all French ships, both warships and others, must remain exempted from this our present instruction, and that with regard to the same, one must act precisely and on the same footing as has been done hitherto. If the French should unasked send troops to Trinkonomale and offer them to our assistance, you must ask them the reasons that have given occasion thereto. If these are of such a nature that this help is necessary for the preservation of Trinkonomale, then it goes without saying that they must not be turned away, and these troops must then be used as auxiliary troops for the defense of Trinkonomale and Oostenburg. If, on the other hand, the reasons that the French happen to give you are not of such weight that they could or ought to be a lawful cause to send us troops for help unasked, and one consequently may with good reason hold such a step in suspicion, then you must, in case circumstances are of such a nature, and that you find you can do without them, make this known to the French, and for the present thank them for the offered help in the most polite manner. If they do not let themselves be deterred by this, and make movements to disembark their troops, you must appeal to a lack of authority to be able to consent to this, and request the French that they will postpone the disembarkation until you shall have requested and obtained further instructions from us in this regard. We do not think so, but should they, notwithstanding these notifications, nevertheless proceed with the disembarkation of the troops, and all your representations against it accomplish nothing, so that it appears that this could not be prevented except by physical force, then you must, unless it should appear to you that it happens with a hostile intent, leave it at that and inform us of everything as quickly as possible. It goes without saying that the troops that the French send to our assistance, even if it occurred upon a special request made for that purpose, must in no case be treated other than as ordinary auxiliary troops. As long as Trinkonomale and Oostenburg are not immediately besieged, it is best that the French troops, even in case they were sent upon a request made for that purpose, encamp outside, and this must all the more take place if they, contrary to expectation, without our request, send troops to Trinkonomale, and you have not been able to prevent the disembarkation thereof in the manner aforesaid. In such a case it is best, when they make a request to that effect, to have a place pointed out to them at the salt river or wherever it is most convenient, as far out of the way as can be done without giving too great offense. Fairly speaking, the French can in such a case demand nothing from us. Should they nevertheless do so, you must appeal to the fact that within Trinkonomale and Oostenburg there are no other provisions than those which are strictly necessary for the garrison, and that consequently nothing of these can be spared. Rice or paddy and salt you may meanwhile, when the French request it, if it cannot be refused, for the present and until our further orders allow as much to be delivered to them as they need for the maintenance of the troops they have brought with them, so far as the stock of grain can permit this without fear of our own shortage, and to prevent the soldiers from wandering about the country as vagabonds, you may also, if they make a request for it, have as many cattle delivered to them as they need and can be done without our own inconvenience. The regiment of De Meuron has no separate company of artillerymen, as appears from the capitulation; meanwhile, instead of four, six companies may be retained until our further orders. These are chartered ships and will probably not bring along much that can be of service to Trinkonomale. Should it nevertheless be so, we hereby authorize you to act therein.

Dutch transcription

daartoe verlof te hebben het fort zoude willen voor bij zeijlen, te laaten vuuren en dat dus alle de gevolgen daarvan, voor„ „ den gelaaten voor reekening van die gee„ „ne die dit mogte koomen te ondernee„ „men. Het spreekt van zelve dat aan. „gezien de naauwe alliantie van bond genootschap die er subsisteerd tusschen Frankrijk in onse Pepubliek, alle fran„ „scher scheepen zoo oorlog scheepen als andere, van dit ons teegenwoordig aan„ „schrijven, moeten blijven uijtgezon„ „derd, en dat ten aanzien van deselve moet worden gehandeld even en op dien voet als dat tot nog toe geschied is. Indien de fransen ongevraagd troupes zoo ongevraagd bezitting, van Pondi„ na Trinkonomale mogten zenden „cherij het zij in oorlog, het zij in verden„ en ons die ter hulpe aan bieden, „king van oorlog hier mogt gezonden moeten UE: hen vraagen de reedenen worden, om ons daarmeede te verster„ die daartoe oorzaak gegeeven hebben. ken hoedanig er meede te handelen. zijn deselve van dien aart dat deese hulp tot behoud van Trinkonomale noodig zij, dan spreekt het van zelve dat gesien ondeastraat„ 583 dat ze niet moet worden afgeweesen, en moeten dan deese troepen als hulptroe„ „pen tot de verdeediging van Trinkonomale en oostenburg worden gebruijkt. zijn daar en teegen de reedenen die de fransen aan UE: koomen te geeven, niet van dat gewigt, dat ze een wettige oorzaak hebben kunnen of behooren te zijn, om ons ongevraagd troupes tot hulp toe te zenden, en men mits dien zulk een stap met gronde mag verdagt houden, dan moeten UE. in„ „gevalle de omstandigheeden daarna zijn, en dat UE: deselve bevonden te kun„ „nen ontbeeren, de fransen dit bekent maaken, en hun voor als nog voor de aangeboodene hulp, op de beleeftste wij„ „ze, bedanken. Laaten ze zig daarmeede niet afzetten, en maaken ze daarbij beweegingen om hunne troupen te ont„ „scheepen, dan moeten UE: zig beroepen op gebrek van kualifikatie om daarin te kunnen bewilligen, en de fransen verzoeken, dat ze de ontscheeping willen uijtstellen tot dat UE. dien aangaande nadere nadere Jnstruktie van ons zullen heb„ „ben gevraagd en bekoomen. We den„ „ken het niet, dog mogten ze niet tee„ „genstaande deese aanzeggingen nogtans met het ontscheepen der trou„ „pes voortgaan, en dat alle UE: vertoo„ „gen daarteegens niets uijtwerken, zoo dat het blijke dat dit niet dan met fijte„ „lijk geweld zoude kunnen worden be„ „let, dan moeten UE: ten zij het UE: mog„ „te blijken, dat het met een vijandig oog„ „merk geschied, het daarbij laaten en ons van alles ten spoedigsten kennis geeven. Het spreekt van zelve, dat de troupes die de fransen ter onser hulpe zenden, al was het ook dat het op een daartoe gedaan appres verzoek geschiedde, in geen geval, anders moeten werden Eehandeld dan ge„ „woone hulp troupen. zoo lange Trin„ „konomale en Oostenburg niet daadelijk beleegerd worden, is het best dat de franse troupen, zelfs ingevalle ze ook op een daartoe gedaan verzoek gezonden waaren, „campeesen : buijten kanareezen, en dit moet veel meer gesien onderstraat, 8 meer geschieden, wanneer ze teegens verwagting, buijten ons verzoek, troupes na Trinkonomale zenden, en UE: het ontscheepen daarvan invoege voorsz: niet hebben kunnen keeren. In zulk een geval is het best om hun wanneer ze daartoe verzoek doen, aan de zoute rivier of waar het meest konvenient is, een plaats daartoe te laaten aanwijzen, zoo verre van de hand, als dat zonder al te groote aanstoot te geeven, geschie„ „den kan. Billijk kunnen de fransen in zoo welke verstrekkingen zoo wij te moeten een geval niets van ons eijschen Doen zet aanneemen op hunne eijschen kunnen nogtans dan moeten UE: zig daarop gedaan worden, zonder ter onsere beroepen, dat er binnen Trinkonomale verandwoording te koomen. en Oottenburg geene andere vaires zijn, dan die volstrekt noodig zijn voor de be„ „zetting, en dat mits dien daarvan niets kan worden gemist, Rijst of Nelie e, zout, moogen UE: intusschen, wanneer de franschen daarom verzoeken, zoo het niet te ontleggen is, voor eerst en tot onse nadere ordre zoo veel aan hun laat vertrekken als ze tot onderhoud onderhoud van de troepes die ze meede hebben gebragt, noodig hebben, voor zoo ver„ „re den voorraad van graanen zonder „ting bedug„tiging voor eigen gebrek, dat toe„ „laaten kan, en ter voorkoming dat de soldaaten niet in het land loopen vaga„ „bondeeren, moogen UE: hen ook, zoo ze daar ter verzoek doen, zoo veel koebeesten laaten bezorgen als ze noodig hebben, en zonder eigen ongerief geschiede kan. Het regiment van Meuron heeft geene of we niet zouden moogen bij aankomst van apparte komp: Artilleristen, zoo als dat van het Regiment van Meuron zoo geen ten el bij de kapitalatie blijkt, intusschen zeekere tijdinge van rust mogte weesen in ho moogen insteede van vier, ses komp: ingekomen, zes komp: van dat Regi„ kunne tot onse nadere ordre worden aangehouden „n ment aanhouden, en vooral de komp: artilleristen en werklieden zoo zij er onder zijn ? Dit zijn gehuurde scheepen en zullen waar„ of de scheepen, dat Regiment uijt„ „schijnlijk niet veel meede brengen datte „brengende niet zouden moogen afgeave„ de Trinkonomale van dienst zijn kan, al het geen wij, als eerlievende en beste „lij Mogte het nogtans zijn dan qualifi„ voorneemens hebbende dienaren van de „ten „ceeden wE UE. door deesen om daaria, maatschappij zoude ordeele hier utij t voor 8 gesien onderstraat,

← previousnext →