VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3838

Ceylon · 1,258 pages · 177 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3838_0698 view scan ↗

English

of the 28th of March 1786. §9. The deceased junior merchant and small shopkeeper Dirk Joan Polken still stood on the books at the end of August 1788 as indebted for ƒ1466: 18. –. for various goods which, upon the closing of the small shop, were supposedly accounted for in deficit. Among these goods are included two marble slabs and two wooden gilded table bases, which together cost ƒ414: 7. —. and were not received by him, Polken, because according to a note in the transfers of three of his predecessors, the same were said to have been in use in the Government. We have therefore decided to request information regarding this from the former head steward, the present Commander of Caliture, Rudolph. The trade officials here had the improper custom, upon the transfer of an administration, of transferring the entire remaining balance of the outgoing administrator to his successor, as appeared previously regarding the Dessavony; and had the merchant Potken received a successor in the small shop, he would now also not have the remaining goods, which amount to ƒ1852:11:—., on his account, just as his predecessor, the deceased merchant Jan Jacob Gilbert, also has nothing on his account, because his entire remaining balance was transferred to Potken. On the other hand, this Gilbert stands in the books as credited with ƒ211: 8. and Polken with ƒ433: 5. 8., for goods that they are said to have supplied in excess. The deficit of Polken came to light because upon his death the position of small shopkeeper was discontinued, and his balance could not be transferred to another person, whereby he remained burdened with the errors, both of himself and of his predecessors, and perhaps also with those of the trade officials themselves; for neither the administration of Gilbert nor that of Potken has been audited, and they cannot be audited now either, because their books are no longer available. We have therefore decided to have deducted from Polken's aforementioned arrears of ƒ1852: 11. the amount of ƒ644: 12. 8. for which he himself and his predecessor Gilbert stand credited, and regarding what Potken then still remains in default, being ƒ407: 17. 8., we shall try to what extent his family can be disposed to compensate the Company for that, although they are not bound to do so, since they inherited nothing from Potken. § 10 We have authorized the trade officials, in the hope of Your High Nobilities' favorable approval, to write off to the general account the account of profit on the coinage, which up to now has been carried forward from one year to the next, and to do so henceforth annually, as is done with the other profit accounts. § 11 For the rest, we have instructed the receiver, as well as the Dessave and the fiscal, and also the officials at Trincomalee, to collect the outstanding lease moneys with all possible speed, and if necessary to employ means of coercion for that purpose. § 12 At the session of the 25th of June last, we disposed of the report of the Jaffna debtors as of the end of August 1788, according to the resolution that accompanies this in extract, and to which we take the liberty humbly to refer. We only note from it: § 13 That, in order to spur on the Jaffna fiscal to a diligent collection of the outstanding lease moneys, we have charged him henceforth to show annually in a report how much he has collected in each fiscal year, how much each debtor is in arrears at the end of August, and why those remaining balances have not been collected, and to indicate therewith the means he has employed for that purpose, under penalty of having to indemnify the Company for such arrears regarding which it might appear that he has not been properly vigilant for their collection. § 14 That regarding the three leaseholders of the Chikos moneys and the slaves of the inhabitants, by names Don Anthonij Rasakaria, Titambela Ponambelam, Philipoe Koeroenager, and Don Philipoe Rasakaria, who together were in arrears of rd:s 33955. 15., we have further instructed the officials at Jaffna by letter of the 2nd of this month, not only to report to us why these arrears have not yet been settled, but also to what extent the aforementioned three debt items were reduced as of the end of August last; furthermore, we have ordered them henceforth to state in their letters at the end of each month how much has been paid monthly in reduction of the said arrears, until they shall have paid in full. § 15 We must nevertheless note here that the Jaffna officials have already, in their letter of the 26th of March and in their resolution of the 27th of July last, brought to our knowledge that because the inhabitants in three consecutive years, due to lack of rain, could profit nothing from their fields and trees, and also because of the great dearness of food and the smallpox raging alongside it, frequently left the country, the revenues of the Company could not be collected properly. § 16 On the report of the Galle and Matara debtors as of the end of August 1788, we have disposed by our resolution of the 26th of March last, which also accompanies the appendices of this in extract, and to which we also beg

Dutch transcription

van den 28. ' Maart 1786. §9. De overleedene kooppaan en Klijn winkelier Dirk Joan Polken, liep nog onder ult:o aug:s 1788: bij de boeken te quaad met ƒ1466: 18. –. voor diversche goederen die bij de intress king van de klijn winkel souden zijn min der verantwoord onder deeze goederen zijn begreepen twee marmere plaatsen en twee hou„ te vergulde tafel voeten, die te saamen kosten ƒ414: 7. —. „ en door hem Lotken min„ met zijn ontvangen, wijl volgens aanteeke„ ning bij de Transporten van drie zijner voorsaaten, dezelve in gebruijk zouden zijn geweest in 't Gouvernement wij hebben daar om beslooten daaromtrend onderrigting te eo vrungen van den gew: hofmeester, de spresen„ te Commandant van Caliture Rudolph De negotie bedienden alhier hadden 't onrigting gebruijk, bij de overgave van een administra¬ tie, 't geheele restant van den afgaanden admi„ nistrateur over te schrijven op zijne vervanger, zoo als dat hier vooren nopens de Dessavonij voorkomt; en had de koopman Potken een Verbanger in de klijne winkel gekreegen soude hij ook de overige goederen, die bedaa„ gen ƒ 1852:11:—. , nu naet op zijne reekening hebben, zoo als zijn voorsaat, de overleedene Koopman 1063. Jan Jacob Gilbert ook niets op Koopman &ee zijne resetzl: heeft, om dat zijn geheel res„ tant Fotken is overgeschreeven Daar en op teegen staat deeze Gilbert bij de boeken Cacdit„ met ƒ 211 en 8. en pokken met ƒ433: 5. 8. , voor goederen, die ze over zouden hebben verstrekt. 'T agterweesen van Folken is dus te voor=Cetje gekoomen, om dat met zijn overlijden de dienst van klijn„ winkelier is ingetrokken, en zijn restant op een ander niet heeft kunnen worden overgeschreeven, waar docr hij belast is ge„ bleeven met de abuijsen, zoo wel van hem als van zijne voorvaaten, en misschien, ook met die van de negotie bedienden zelve want de administratie van Gilbert, nog die van Potken, is niet geconfronteerd, en kunnen ook nu niet worden geconfronteerd, en kuro„ haan aok n un bade, geaarfroteerd, om dat hunne boeken niet meer voorhanden zijn. wij hebben derhalven beslooten, van Folkens voorsz: agterstal vaen ƒ1852: 11.„ te laaten aftrekken 't bedraagen, van ƒ644:12. 8. waar voor hij selve en sijne voorsaat Gil¬ „bert Credit loopen, en nopens 't geen Potkeen dan nog te quaad blijft, zijnde ƒ407 17. 8. — Zullen zullen we beproeven, in hoe verre zijne fame„ lie te disponeeren zal zijn, oor dat aan de Comp:e te vergoeden, wijl ze daar toe onge„ houden is, ons dat za niets van Potken heeft g'erfd. § 10 Wij hebben de negotie bedienden, in hoope van uwer Hoog Edelheeden gunstige goed„ keuring gequalificeert, om de reekz: van winst op de munt, die tot nog toe van 't eene Jaar op 't andere is voorsgedraagen, afteschrijven op 't generaal, en dat ook voor„ taan Jaarlijks te doen, zo als geschied met de andere winst reeke § 11 voor het overige hebben we den ontvanger, zoo wel, als den Dessave en den fiscaal, en ook den bedienden te Trincoriomale ge„ recommandeerd, om de agterstallige pragt we penn: met alle mogelijke spoed in te vor„ deren, en daar toe des noods middelen van klein te emploijeeren. § 12 Ter Cessie van den 25. Junij JL:, hebben we gedisponeerd op 't berigt van de Jaffenasche debiteuren onder ult:o aug:s 1788. , volgens de resolutie, die in extract deezen verseld, en waar aan wij de vrijheijd neemen ons ne¬ derig te gedragen. we merken daar uijt alleen # 60 1064. alleen aan: Jaffenaschen fiskaal te maer § 13 Dat we on den aantespooren, tot eene vlijtige invordering m van de agterstallige pagt penn:, hem hebben opgelogt, om voortaan Jaarlijks bij een berigt aantewijzen, hoe veel hij in elk boekjaar heeft ingevordert, hoe veel elk debiteur onder Ult:o aug:s ten agteren is, en waarom ook die restanten met zijn ingevordert, aan te wijzen, de middelen, en daar bij teffens die hij daar toe heeft aangewend, sub peene van de Comp:e schadeloos te sullen moeten stellen wegens zulke agterstallen waar omtrend 't blijken mogt, dat hij tot derzelver invordering niet behoorlijk heeft gevigileerd. § 14 Dat we omtrent de drie pagterr van de &ce Chikos penn: en de slaaven der ingeseetenen met naamen Dan Anthonij Raseka„ ria Titambela Ponamblewea Phili„ poe Koeroenager en Don Philipoe Ra„ Sakaria, die te zaamen rd:s 33955. 15. ten agteren stonden den bedienden te Jaffena bij brieve van den 2. ' deezer nader hebben geleest, om ons niet alleen te berigten, waaron deeze agterstallen nog niet zijn verevend, maar ƒ maar ook in hoe verre de voorsz: drie schuldposten, onder ult:o aug:s J:L: zijn verminderd voorts hebben we hun gelast om voortaan met 't eijnde van elk maand bij hunne brieven te melden, hoe veel maan¬ r delijks in mindering van gem: agterstal„ len is afgelegt, tot ze geheel zullen hebben voldaan § 15 Wij moeten nochtans hier bij noteeren, dat de Jaffenasche Bedienden eets, bij hunnen brief van den 26. maart, en bij hunne J: L:, aaer ons resolutie van den 27. Julij hebben ter kennis gebragt, dat wijl de ing„ Leetenen in drie agter eenvolgende Jaaren, wegens gebrek aan regen, niets van hun„ ne velden en boomen hadden kunnen profitee„ ren, en ook om de groote duuate en de daar bij gaasseerende kinderpokken, veel al uijt 't land gingen, de revenuen van de Comp: niet als het behoord konden worden ingevor„ dead. §06 Op 't berigt van de Gaalse en matureesche debiteuren onder lt:o aug:s 1788. , hebben we gedisponeert bij onze resol: van den 26. maart /: L: die meede in extract de bijlaagen dee„ zes verseld, en waar aan we wealof verzoe„ kei

NL-HaNA_1.04.02_3838_0703 view scan ↗

English

1065. to be allowed to conduct ourselves. § 47 We merely notice from this, then, that we have charged the master carpenter at Gale 20 parras for reimbursement, which he supplied for the use of the French warship La Resolution, but failed to report so as to have it charged to its expense account. § 48 The servants have also been ordered, in order to reduce the arrears of the diaconate, to have 5002. -. rupees paid into the Company's treasury by the deacons, out of an amount of 1000 rupees which they received as a gift from Cochin; furthermore, we have recommended to the Gale and Mature servants to make every effort towards a speedy settlement of the arrears, which, however, are not of significant importance at Gale, and have also been noticeably reduced at Mature. We commend Your High Mightinesses and the interests of the Company to God's safe keeping and remain with all respect and fidelity, (below stood:) Right Honourable, Great, Highly Respected, Widely Commanding Lord, Most Honourable, Esteemed Gentlemen, Your High Mightinesses' humble and very obedient servants (was signed:) W: J: van de Graaff, P: Sluysken, M: P: Raket, D: J: Fretz, Sea Padunau, B: L: van Zitter, A: Samlant and J: A: Vollenhove (in margin:) Colombo, the 19th of September 1789. To the same as before. § 1. In our respectful letter of the 26th of January of this year, we had to postpone the usual annual report of some matters, the accounts of which had to be drawn from the trade books, because the Colombo trade books and Ceylon general ledgers of 1787/8 were not yet sufficiently ready at that time; and we now take the liberty to do so by this letter. Starting therefore with the main section of 52 ships and vessels, we humbly inform Your High Mightinesses that the provisions and repairs that were made in that financial year to the sloops and smaller vessels amounted as follows: here - - - - - ƒ 36254. 14. 8. at Jaffenapatnam - - - - - - - - „ 14719. 1. 8. Manaar - - - - „ 1238. —. —. at Gale - - - - - - „ 1978. 18. 8. Mature - - - - - - „ 5604. 17. 8. Tutukorijn and Kilkare - - - „ 5032. 2. 8. Trinkehomale - - - - - - „ 676. 5. —. Kalpettij - - - - - - „ 10654. 8. —. Batticaloa - - - - - - „ 181. 7. 8. in the Wannij - - - - - - - - „ 684. 17. 8. Together - - - - ƒ 80024. 12. 8. 1066. § 3 The sale of trade goods here and at the subordinate offices has in the aforementioned financial year 1787/8, according to the general return drawn up thereof, amounted to ƒ 207926. 11. 8. purchase price, charged with the charges, and ƒ 329731. 6. —. sale price, so that a sum of ƒ 121804. 14. 8. Netherlands money was profited thereon. We take the liberty to insert the aforementioned return according to the order below. § 4 The elephants have in the financial year 1787/8 cost in maintenance as follows: here - - - - - - - - - - - ƒ 3938. 16. —. at Jaffena - - - - - - - - „ 1658. 12. 8. at Gale and Mature - - - - - - - - „ 741. 18. 8. ƒ 6339. 7. —. In the financial year 1786/7 these charges amounted to: here - - - - - - - - - - - ƒ 4271. 5. 8. at Jaffena - - - - - - - - „ 2009. 7. —. at Gale and Mature - - - - - - - - „ 591. 6. 8. „ 6871. 19. —. Thus in 1787/8 less ƒ 482. 12. —. § 5 The sale of elephants has, according to our respectful letter of the 26th of January of this year § 141, brought in in 1787/8 - - - - - ƒ 14604. 9. 8. From which deducted the amount of the aforementioned charges, or - - - „ 6339. 7. —. It appears that in 1787/8 was gained - - - - ƒ 8265. 2. 8. In 1786/7 the profit amounted to - - - - „ 4572. 9. —. Thus in 1787/8 more - - - - ƒ 3692. 13. 8. § 6 The areca sold in the financial year 1787/8 has amounted in pieces: at Kolombo - - - - - - - - - 4109. 1084. Gale - - - - - - - - - 197. 10013. Kalpettij - - - - - - - - - - 1599. 10400. Together - - - - 5905. 21497. The sale in 1786/7 amounts to - - - - 8217. 12827. Thus in 1787/8 less - - - - 2311. 15230. § 7 The profit on the areca sold in 1787/8 amounted with 1/4 part of the total as follows: at Kolombo - - - - - - - - - ƒ 31862. —. —. Gale - - - - - - - - - „ 5509. 11. 8. Kalpettij - - - - - - - - - „ 16054. 3. —. Total - - - - - ƒ 53425. 14. 8. In 1786/7 the profit amounted to - - - - „ 75615. 13. 8. Thus in 1787/8 less - - - - ƒ 22189. 19. —. § 8 The gratuity of the Governor on the areca which was sold here and at Kalpettij has in the year 1787/8 amounted, for 297 amunams and 13707 pieces excess measure with which the same was delivered to the Company and which was sold among the rest of the Company's areca for the same prices, to rd:s 2928. 19. 2., and for what the areca was sold higher than the Company's prices fixed for it of rd:s 8. 44. —. per amunam, rd:s 9560. 40. —. 1067. § 9 On behalf of the Court of Kandy was delivered in the financial year 1787/8: amunams pieces 321. 23776. And in 1786/7 were delivered - - - - - 927. 16437. Thus the last year less - - - - - 605. 22661. § 10 The duty on the paddy crop in 1787/8 has yielded: In the Colombo Dessavony - - - - lasts 132. 541/3600. Jaffna lands - - - - - „ 99. 31/45. Manaar ditto - - - - - - „ 3. 193/1200. Gale Korle - - - - - - - - „ 94. 43/900. Mature Dessavony - - - - „ 732. 109/600. Trinconomale Lands - - - - „ 19. 17/120. Wannij lands - - - - - „ 67. 31/75. Kalpettij and Putulang lands „ 7. 7593/3600. Batticaloa lands - - - - „ 433. 38/45. Silauw domain - - - - „ 33. 21/300. Total lasts - - - - 1622. 341/3600. In 1786/7 it amounted to - - - - - „ 1079. 25/5625. Thus in 1787/8 more lasts - - - - 543. 3913/4000. § 11 On the sale of stamped paper in 1787/8 was gained: at Kolombo, Trinkonomale, Kalpettij and Battikaloa - - - - ƒ 3580. 2. —. at Jaffenapatnam, Manaar and in the Wannij - - - - „ 2572. 18. 8. at Gale - - - - - - - - „ 824. 2. —. Mature - - - - - - - - „ 225. 5. —. Tutukorijn - - - - - - - - „ 152. 2. —. Total - - - - - ƒ 7354. 9. 8. In 1786/7 the profit was - - - - „ 8759. 7. 8. Thus in 1787/8 less - - - - ƒ 1404. 18. —. § 12 The

Dutch transcription

1065. ken ons te moogen gedraagen. § 47 Wij merken daar uit eenelijk dan, dat we den baas timmerman te Gald ter vergoeding hebben opgelegd 20. paraalen, die hij ten behoe„ ve van 't faansche oorlog schip La Reso„ lution verstrekt, dog niet opgebragt heeft om op desselfs onkost reekz: te doen belasten § 18 Ook hebben werden bedienden gelast, om ter ver„ mindering van 't agterstal van de diakonia door de diakenen in 'sComp:s Cas te doen tellen 500:2. –. ropijen, uit een bedraaijen van 1000 ropijen, die ze van koetsiens tot een geschenk hebben ontvangen dogtwoorts hebben we de Gaalsche en matu„ reesche bedienden aanbevoolen, om alles aan„ te wenden tot eene spoedige vereffening van de agterstallen, die echter te gale niet van belang, en ook te mature merkelijk vermindert zijn. Wij beveelen uwe Hoog Edelheeden en de belan„ gens der Maatschappij en Godes veilige hoede en blijven met alle eerbied en trouwe /:on„ derstond:/ Hoog Edele Groot achtb: Wijd Gebiedende Heer weledele Gestreek te Heeren Uwer Hoog Edelheeden onderdanige en zeer gehoorzaeme Dienaaren /:was /:was getekend:/ W: J: van de Graaff, P: Sluijs„ ken, M: P: Raket, D: J Fretz: Sea Paduna„ u B: L: van Zitter A: Samlant en J: A: Vollenhove /:en maagine:/ Kolombo den 19. ' September 1789. Aan als vooren § 1. Bij onzen eerbiedigen van den 26 Januarij deezes Jaars, hebben we moeten uitstellen 't gewoonen Jaarlijks verslag van eenige zaeken, waar„ van de berigten uit de Negotie boeken moesten getrokken worden, om dat de Colombosche Negotie en Ceilonsche hoofdboeken van 178 1/8 toen nog niet zoo verre in gereedheijd waaren; en we gebruij¬ ken tans de vrijheijd om dat te doen bij dee„ zo Beginnende derhalve met 't hoofddeel van 52 scheepen en vaartuijgen, berigten wy uwen hoog Edelheeden needrig dat de verstrekkingen en vertimme„ dat boekjaar aan ringen, die in mindere vaartuijgen de sloepen en hebben bedraagen, als zijn gedaan, volgt. alhier 81 61 1866. - - - - -ƒ36254. 14. 8. - --„ 1238. —. —. -- „ 1978. 18. 8. - - - „ 5604. 17. 8. - - - - „ 676. 5. —. „10654. 8. -. „ 181. 7. 8. 684. 17. 8. Te saamen. - - - ƒ80024. 12. 8. m 83 De verkoop van handelwhaaren hier en op de on„ derhoorige Comptoiren, heeft in 't voorsz: boekjaar 178 7/8. volgens 't daar van geformeerd Generaal Ree„ „dement bedraagen ƒ 207926. 11. 8. inkoops, beswaard met de ongelden, en ƒ 329731: 6. —. uitkoopse, zoo dat daar op geprofiteerd is eene Zomma van ƒ121804:14:8: Neverlandsch geld. Wij neemen de vrijheijd voorsz: Rendement, volgens de order hier onder te inseree¬ insertie §4 De Elephanten hebben in 't bookjaar 178 7/8. aan on„ derhoude gekost, als volgt. alhier te Caffena-„ Gale Mature. in 't boekjaar, 1787. bedroegen deeze ongelden. te Saffena. te Gale een Mature - - - - .. . alhier - - - - - - - - - - - ƒ4271. 5. 8. „591. 6. 8. „ 6871. 19. Dus in 178 5/8. minder ƒ 482. 12. - - - -- „ 2009. 7. —. ƒ3938. 16. -. „ 1658. 12. 8. „ 791. 18. 8 ƒ 6339. 7. -. in alhier Manaar . . te Gale.... Mature. -- Tutukorijn en kilkare. - - - „ 5032. 2. 8. „ Trinkehomale. - - „ kalpettij- - - - „ Battisaloa - -- te Jaffenapatnam - - _ _ _ _ _ . _ „ 14719. 1. 8. in de wannij P 5 De ƒ - - . den. §5 De verkoop van Elephanten heeft volgens onsen eerbiedigen van den 26 ' Januarij deezes Jaars §141. en 178 3/8. opgebragt - - - - - ƒ14604. 9. 8. waar van afgetrokken 't bedraagen der voorsz: ongelden of - . - „ 6389. 7. - Consteerd, dat in 178 /8. gewoonen is. - - - ƒ 8215. 2. 8. in 178 3/7. bedroeg de winst. . . . . . . „ 4572: 9. — a Dus en 178 7/8. meerder - - - - ƒ 3642. 13. 8. §6 De verkogte arreek in 't boekjaar 175 7/8. heeft bedraagen ann stux te Kolombo - - - - - - - - - 4109. 1084. „ Gale. . . . . . - - - - 197. 10013. „ Kalpettij - - - - - - - - - - 1599. 10480. Te Zamen - - - - 6365. 21497. de Verkoop in 178 /4. bedraagd - - - - 8617. 12827. dus en 178 /3. minder 2311. 15230. gu §7 De winst op de ien 178 5/8. verkogte paatij bedrocg met 1 ¼. gedeelte van de tot als volgt. Te Kolombo. ƒ31862. —. —. „ Gale- - - - - -. „ 5509. 11. 8. „ Kalpettij - - - „16054. 3. -. v Teld -ƒ53425. 14. 8. In 178 /. bedroeg de winst. 75615. 13. 8 Du5 in 178 /8. minder - - - - ƒ22189 19. —. 881 douceur van den Gouvernur op de graak, die alhier en te kalpettij verkogt is heeft in A:o 178 5/8. bedra gen wegens 297. amm:s en 13707. stux overmaat waarmeede dezelve aan de komp:e geleeverd is en welke onder de overige draack van de kompangn voor dezelfde prijzen verkogt is, rd:s 2928. 19. 2. en voor 't geen de dareek hooger verkogt is da de daar voor vast gestelde komp:s prijzen van rd:s 844. –. de anm:s rd:s 9560. 40. –. 5. 9 van . 1067. 8 9. van wegens 't hof van kandin is in 't boekjang a 178 3/8 Kl: annn: Steet 4 geleeverde - - - - - - - - - - - 321. 23776. en 178 6/7. zijn geleeverd - - - - - 927. 16437. Dus 't laatste jaar minder - - - - - 605. 22664. §10 De Geregtigheid van 't Nolie gewasch heeft in 178 5/8. op„ gebragt. 541. In de kolongbose des savonij. . . . - lasten 132. 3600. 31 „ „ Jaffenase lande - - - - - „ 99. /45. 193 „ „ Manaaase do - - - - - - „ 3. 1/200. 43. 900 „ „ Gale Korle - - - - - - - - „ 94 109 22 „ Testatureese Dessavonij - - - - „ 732. 1/600 17. „ „ Trinconomaalse Landen - - - - „ 19. 1/120. e 31 „ „ wanwijsche landen - - - - „ 67. 7/5. 7593 „ „ KalpeWijse en Putulangse landen „ 7. 3/600 38. „ „ Battikaloasche landen. . . . „ 433. 14/45. „ „ Silauwsche bram.. . 21 33. 23/300. i 341 Teld lasten - - - - 1622. 23/360„ In 178. 7/7. bedroeg zo - - - - - . . 1079. 25/5625. 3913 n Dus in 1785/8. meerder lasten - - - - 543. ¼. —. §11 Op den vertier van 't gestempold Papier is in 178 7/8. ge„ wonnen. ƒ Te Kolombo Tain Kononale Kalpettij en Batti„ Kaloa. . - -ƒ 3580. 2. -. Te Jaffenapatnam Mannaa en in de Wannij -„ 2572. 18. 8. te Gale. - - - - -- „ 824. 2. —. TMature - - - - -„ 225. 5. —. „ Tutukorijn „ 152. 2. —. m Teld - - - - - ƒ7354. 9. 8. In 478 /7. was de winst - - - - „8759. 7. 8. e Dus in 178 1/8. mundia gen ƒ1404. 1: 18: S:. 12. De A

NL-HaNA_1.04.02_3838_0708 view scan ↗

English

§ 12. The doits mint has produced in the fiscal year 1787/8 here - - - - - - rd:s 35715. –. –. At Jaffenapatnam -- „ 3808. 16. –. At Gale -- „ 21068. 40. -. Together - - - rd:s 59892. 8. –. § 13 The profit on this minting in that fiscal year, not counting the profit on the copper and metal, has amounted to At Kolombo - - - ƒ 43243. 15. —. At Jaffenapatnam - - „ 1445. 8. —. At Gale - - - „ 5577. 4. 8. Total - - - - - - - ƒ 20266. 7. 8. § 14 On the fortifications there has been spent in the fiscal year 1787/8 here - ƒ 39697. 12. 8. At Jaffenapatnam - „ 1203. 9. 8. At Mannaar - „ 86. 11. —. In the wannij - „ 64. 10. —. At Gale - „ 29507. 8. 8. At Mature - „ 302. 11. —. At Trinkonomaale - „ 54414. 13. -. Kalpettij - „ 210. 8. –. Battikaloa - „ 548. 5. —. Total - - - - ƒ 126029. —. –. in 1786/7 these expenses amounted to „ 57312. 2. —. Thus in 1787/8 more - - - - ƒ 68716. 18. —. § 15 The carpentry and repairs that have been done to the Company's buildings have cost in the fiscal year 1787/8 here - - ƒ 44528. 12. 8. At Jaffenapatnam - „ 5512. 18. —. Galé - - - „ 4225. 18. 8. At Mature - „ 913. 2. 8. At Manaar - „ 3863. 15. —. Tutu Korijn and at the subordinate residencies „ 15525. 17. 8. At Trinkonomale - „ 3685. —. 8. In the wannij - „ 4941. 10. –. At kalpettij - „ 523. 18. — At Battikaloa - 772. 2. 8. Total - - - ƒ 84492. 15. —. In 1786/7 they cost - - - - - „ 46423. 11. —. Thus in 1787/8 more - - - - - ƒ 38069. 4. —. From the trade books of this Government, the statement of account having been drawn up of § 16 The general expenses and profits of the year 1787/8 compared to those of 1786/7, we have the honor to make from them the following demonstration: in 1787/8 the expenses amounted to ƒ 1677319. 10. 8. the profits and revenues „ 822283. 1. —. Thus the expenses exceeded by - - - - - - ƒ 855036. 9. 8. in 1786/7 the expenses were ƒ 1532955. 19. —. the profit „ 797349. 17. 8. Thus the expenses exceeded by ƒ 735606. 1. 8. It appears that in 1787/8, in comparison with the loss of the previous fiscal year, this government has fallen behind by ƒ 119430. 8. —. § 17 The secret memorandum of retrenchment fixes the expenses of this Government at ƒ 766342. 10. —. which, deducted from the aforesaid expenses of 1787/8 amounting to „ 1677319. 10. 8. shows that these expenses have exceeded the limit by ƒ 910977. —. 8. § 18 In compliance with Your High Noblenesses' order, by extract from the Minutes of 22 August 1788, we have deliberated upon the aforesaid statement of account in our meeting at the session of 21 August last, and take the liberty to present to Your High Noblenesses herewith in copy the separate resolution that was held concerning it. § 19 The causes that produced the increases and decreases of the expenses and profits of 1787/8 compared to those of the previous fiscal year 1786/7 are briefly indicated in this resolution, and we humbly request permission to refer to the same in that regard. § 20 To be able to provide a detailed demonstration of why the expenses in 1787/8 exceed the amount set in the memorandum of retrenchment requires, in so extensive a management as that of this Government, a more thorough examination than could be done for the present. We have nevertheless noted in our aforesaid resolution from what these increases have mainly originated, and trust that this will provisionally suffice to show that they have especially arisen: 1. from the salary of the permitted higher number of permanent European servants than was determined in the memorandum of retrenchment. 2. from the salary of the native troops, of which in the year 1766 1200 men were granted to this Government. 3. from the salary of the Regiment of Luxemburg, and also of the Regiment de Meuron, which arrived here at the end of that fiscal year. 4. from the increased board money of the common soldiers, sailors, and craftsmen at Kolombo, and from the increased board money allocated to the common soldiers at Trinkonemale on account of the dearness of provisions. 5. from the higher price of grain, which, in so far as it consists of rice from Bengal and the Mallabaar, costs fully 50 per cent more than the calculated price in the Memorandum of retrenchment and in the Regulation of the year 1757. 6. from the more numerous gifts which, since the last Sinhalese war, it has been customary to send annually to the King of Kandia, and of which several items must be purchased privately, which at present cost fully twice as much as in earlier years, because payment is made in copper money. 7. from the maintenance of a greater number of sloops of larger charter than were formerly kept here, and from the construction of several new unloading and rowing vessels. 8. from several necessary operations to carry out provisionally upon the fortifications what could serve, as circumstances might have required, to bring them quickly into a more defensible state; and from the renovations done to the hospitals at Kolombo, Jaffenapatnam and Manaar, and to several other buildings on the opposite coast and in the wannij. 9. from the salary of the servants and native employees in the lands acquired during the last Sinhalese war, as well as from the household expenses in the wannij, which, although not amounting to as much as the revenues of these lands, nevertheless serve to increase the expenses. 10. At the session of 21 August last, we appointed a Committee to revise the Memorandum of Retrenchment, as far as Kolombo is concerned, pursuant to Your High Noblenesses' order by resolution of 22 August 1788.

Dutch transcription

§ 12. De doedoes munterij heeft in 't boekjaar 178 7/8. uitgeleeverd alhier - - - - - - rd:s 35715. –. –. Te Jaffenapatnam -- „ 3808„ 16 –. 3½ 21068: 40. -. Te Zaamen - - - rd:s 59892. 8. –. §13 De winst op deeze munterij heeft in dat boek„ jaar ongereekend de winst op 't koper en metaal be„ draagen Te Kolombo-- „ Jaffenapatnam I Gale - - - „ Gale-- - - -ƒ43243. 15. —. - -„ 1445. 8. —. - - -. „ 5577. 4. 8. Teld - - - - - - - ƒ 20266. 7. 8. § 14 Aan de fortifikatien zijn en 't boekjaar 178 7/3. bekos„ tigd alhier. ƒ39697. 12. 8. Te Jaffenapatnam. - „ 1203. 9. 8. J Mannaar.. . - „ 86. 11. —. In de wannij. . . „ 64. 10 —. te Gale- - . . - „ 29507. 8. 8. „ Mature. - - - - - - - - „ƒ 302. 11 —. „ Trinkonomaale - - - - „54414. 13. -. Kalpettij - - - . . . . . . „ 210. 8. –. Battikaloa - - - -- - iu Teld - - - - ƒ126029. —. –. in 178 /1. bedroegen deeze ongelden „57312. 2. —. m Dus in 178 5/8. meerder. . . . - ƒ68716. 18. —. 815 De Timmeragien en Reparatien, die aan skomp:s gebouwen zijn gedaan hebben in 't boekjaar 178 7/8. gekost alhier - -- - 62 1068. - -ƒ44528. 12. 8. - - - „ 4225. 18. 8. - . „ 913. 2. 8. - . „ 3685. —. 8. „ 4941. 10. –. „ 523. 18. — 772: 2: 8. Teld - - - ƒ54492. 15. —. I„ 178 /1. hebben zo gekost. . . . . - „ 46423. 11. —. — Dus in 178 7/8. meerder - - - - - ƒ38069. 4. —. uit de negotieboeken deezes Gouvernements, opgemaekt zijnde de staat reekening van §16 De Generaele lasten en winsten van a:o 178 7/8. vergelee„ ken teegens die van 178 3/4. zo hebben we de Eere om daar uijt te doen de volgende aanwijzing in 178 5/8. bedroegen de lasten. . . . ƒ1677319: 10. 8. de winsten en inkomsten. . . . . . „822283: 1: —: Dus de lasten meerder - - - - - - ƒ855036. 9. 8. in 178 /. waeren de lasten ƒ1532955. 19. —. de winst. . . . . „ 297349. 17. 8. Dus de lasten meerder- Blijken dat in 178 7/8. in vergelijk van het verlies van 't voorig boekjaar dit gouvernement len agteren ge„ raakt is. - . . - ƒ 115830. 8. —: . . . . „ 139206. 1. 8. i „ Manaar. . . . . . . . . . . . „ 3863. 15. —. Tutu Korijn en op de onderhoorige residentien „ 15525. 17. 8. „ Trinkonomale - -- In de wannij te kalpettij. „ Battikaloa. - „ Mature. - . - - - alhier te Jaffenapatnam _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ 5512. 18. —. Galé. . . . . . . . . . . § 17. „ - . . - § 17 De sekreete memorie van menage bepaald de lasten deezes Gouvernements op . . - - ƒ766342. 10. —. die afgetrokken van de voorsz: lasten van 178 5/8. groot - - - - - „ 1677319. 10. 8. 0: blijkt dat deeze lasten de bepaaling hebben overgetroffen tot - - - ƒ 910977: —: 8:— §08 Wij hebben ter voldoening aan uwer Hoog Edelh: order, bij Extrakt uit de Notulen van den 22. Aug:s 1788. , over de voorsz: staat reekening en onze vergadering gebezoigneerd, ter sessie van den 21. aug:s J: L: en neemen de vrijheijd om de aparte resol: die daar over gehouden is uwen Hoog Edelh: in Copia hiernevens aan te bieden § 19 De oorzaeken, die voortgebragt hebben de meer en minderheeden der lasten en winsten van 178 /8. in ver„ gelijk teegens die van 't voorig boekjaar 178 /7. worde bij deeze resol: kortelijk aangeweezen en we ver„ zoeken nedrig verlof ons daar omtrent aan de„ zelve te moogen refereeren. §20. Om eene omstandige aanwijzing te kunnen doen waar door de lasten in 178 5/8. het bepaalde bij de memorie van menage Excedeeren, vereischt in eeen zoo omstagtige huijshouding, als is die van dit Gouvernement een meer nauwkeuri„ ger onderzoek dan voor teegenswoordige konde gedaan worden. Wij hebben niet te min bij voorsz: onse resol: aangestipt, waar uijt hoofdzakelijk die vermerderingen zijn voort gevloeijd, en ver„ trouwen 1069. trouwen dat zulx bij provisie voldoende zal zijn, om te kunnen zien, dat ze inzonderluijd gesprooten zijn. 1. ditkt 't tractement van de toegestaane meerder permanente Europeesche dienaaren dan bij de memorie van medage bepaald zijn. 2. uit 't tractement van de inlandsche troepen waer van in 't Jaar 1766. 1200. koppen aan dit Gouver„ nement zijn toegestaan: 3. uit 't tractement van 't Regiment van Zux„ emburg, en ook van 't regiment van Meuron dat in 't laatst van dat boekjaar hier aan„ gekoomen is. uit 't verhoogde kostgeld van de gemeene militai„ ren, zeevaerende en ambagts gezellen te kolombo„ en uit 't toegelegde meerdere kostgeld aan de ge„ meene millitairen te Trinkonemale weegens de duuate der levensmiddelen. 5. uit den hoogeren paijs van gaanen die in zoo verre die bestaan in rijst van Bengale en de mal„ labaar ruijm 50. p:r C:o duurder kosten, dan de gecalcuteerde prijs bij de Memorie van menage en bij 't Reglement van 't Jaar 1757. 6. uit de meerdere geschenken die men zeedert den Jongsten singaleesen oorlog, gewoon is aen den Koning van Kandia Jaarlijks te zen„ den, en waar van verscheijde stukken particulier moeten worden ingekogt, die tans wel wel eens zoo veel kosten, als in vroeger Jaaren, om dat de betaeling in koper geld geschied. 87 uit 't onderhoud van een meerder getal van sloepen van grooter Chaater, daen men hier Eer„ tijds heeft gehad, en uijt den aanbouw van eenige nieuwe los en roeijvaartuijgen 8Uijl verscheijde noodzaekelijke verrigtingen om aan de vesting werken bij provisie te doen het geen strekken konde om na melte dat de om„ standigheeden dat konde hebben noodig gemaakt ^in een meer weer paar staat en uit de zelve spoedig te breengeef en de gedaene vertim¬ meringen aen de hospitatlen te kolombo, Jaffena„ patnam en Manaar en aan eenige andere gebouwen op de overwal en in de wannij g. uit 't tractement van de dienaeren en inland„ sche bedienden in de bij den Jongsten singaleesen oorlog aangewonnen landen zoo meede uit de ongelden van de huijshouding in de wan¬ in welke schoon niet zo veel bedraagen als de inkomsten deezer landen nogtans strekken tot vermeerdering der lasten. T ro we hebben ter sissie van den 21. augustus J:o Leeden, eene Commissie benoemd, om voor zoo veel kolombo aangaat ingevolge uwer Hoog Edelheeden order bij resolutie van den 22. aug:s 1788. de memorie van Merrago

NL-HaNA_1.04.02_3838_0713 view scan ↗

English

63 1070. to revise and examine carefully what alterations have become necessary therein, and to what extent the assessment could be determined. The employees at the subordinate offices have likewise been ordered to do the same, each in his own department. When this is done and the reports thereof have come in, we hope to be able to demonstrate in a more satisfactory manner the essential causes why the burdens in this Government are now greater than was determined for it in the memorandum of retrenchment. Provisionally we can only remark that, besides the many specific causes that have brought this about, the increase in the price of goods in general since the memorandum of retrenchment and the regulation for Ceylon were made has naturally had a very perceptible influence on the successive increase of these burdens, and that this has conversely also had a noticeable influence on the revenues, particularly on the tolls, which, although they are no compensation for it, have nevertheless risen considerably, as appears from a statement of the examiner mentioned in our humble letter of 26 January of this year. § 22. The general balances of cash, merchandise, provisions, equipage, ammunition, and other goods, as of ult=o August 1788, as shown by the accompanying balance sheet, amounted to a sum of - - - - ƒ3794866:3:8. On the other hand, they amounted as of ult=o August 1788 to - - - - - ƒ4395794:2:8. Consequently in the last year less - - - - ƒ600927:18:12. We commend your High Mightinesses and the interests of the Company to God's safe keeping and remain with all respect. Below stood: High Noble, Greatly Esteemed, Wide-Commanding Lord, Noble and Gallant Lords, your High Mightinesses' very humble and obedient servants. Was signed: W: J: van de Graaff, M: P: Raket, J: Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlant, and J: A: Vollenhove. In the margin: Colombo, 25 December A=o 1789. To 1071. To the same as before § 1. We hope that our respectful letters of 16 and 19 7ber last, dispatched in duplicate by the ships Gouverneur Generaal de Klerk and 't Slot ter Hooge, which departed from Trincomalee on 2 and 13 October following, will already have reached your High Mightinesses safely. § 2. Since then, there have arrived here the ship Huisduinen on 28 October, and the ship de Leviathan on 17 November last, and we thereby had the honor to receive your High Mightinesses' most respected letters of 28 July, 3 August, 22 7ber, and 6 October last. § 3. For the relief of rice, which your High Mightinesses have been so good as to send us therewith, we give our most humble thanks. § 4. The gold brought by Huisduinen for Coromandel we have sent to Jaffnapatnam to be forwarded from there to Paleacatte. § 5. The charged barrel of tar, debited to the captain of the ship den Arend, Klopper, has been charged to Galle to be reimbursed to the Company with a capital advance, and in compliance with your High Mightinesses' esteemed order, has been imposed upon the Colombo Master of Equipage Andringa and the outgoing Galle Master of Equipage Abo for reimbursement to the Company with two capital advances, that which was charged to their account on account of supplies of equipage goods made to the ships de Leviathan and de Hoop. § 6. Captain Aams has already departed for Galle to take over the post of Master of Equipage there. § 7. In accordance with your High Mightinesses' recommendation, we shall cause more saltpetre to be laden into our return ships in proportion to the arrival from Cassimbazar, and indeed up to the fixed quantity of 12 to 1500000 lb. § 8. We have had the gold and silver coin species, which were found among the sequestered funds of the former colonels of the Regiment of Luxemburg, D. Hugonet and De Bas, together with Captain La Roche, sold publicly by the Court of Justice according to the copy of the vendue roll annexed among the enclosures. § 9. The pay and emoluments of these three officers were calculated, in the statement that was delivered to your High Mightinesses alongside our respectful letter of 31 January 1788, up to ult:o January 1788, because we were unaware of their departure in October prior. 60 1072. We have now had this corrected and shall send your High Mightinesses, on a subsequent occasion, the required accurate account of what concerns each of them individually. § 10. Regarding the question of whether it could be implemented to good effect to provide cash instead of arrack to the soldiers and other servants, we humbly think that it is better on Ceylon to continue the practice of providing arrack in kind, the more so because it is more advantageous for the Company, as the payment in cash would have to be made according to the price for which private individuals sell their arrack in retail. § 11. To the question of whether the amount of the remaining rations of wine, butter, olive oil, etc., etc. could also be furnished to the servants in cash, we request permission to defer our humble answer until a subsequent occasion. § 12. The board money to the common man, according to our humble view, can for the present remain on the current footing in this Government; if we should find in the future that any

Dutch transcription

63 1070. te revideeren en naauw keurig na te gaan, welke ver„ „andelingen daar in nood zaakelijk zijn geworden, en in hoe verre de omslag zoude kunnen worden bepaakt insge„ De bedienden op de subalterne Cantooren zijn wilge„ „lijks gelast, om dat meede elk in 't zijne te doen. wanneer dit geschied zal zijn, en de berigten daar van ingekoomen hoopen we op een meer voldaende wij„ „ze te kunnen aantoonen de weesentlijke voorzaaken„ waarom de lasten in dit Gouvernement tans grooter zijn, dan daar voor bij de memorie van menage is bepaald Voorloopend kunnen we nog alleen aanmerken dat behalven de veele speciaale oorzaaken, die dat hebben voortgebragt ook de verduurig der goederen in het algemeen, zeedert dat gemaakt zijn, de memorie van menage ende aegle voor „ment Ceilon natuurlijk een zeer werkbaeren in„ „vloed heeft gehad op de successive vermeerdering dser lasten zoo heeft dat ook bij weederkeering een opzigt„ „baaren in vloed op de inkomsten in zonder„ „heid op de tollen die schoon zegeen vergoeding daar van zijn, nochtans merkelijk zijn. gereezen, zoo als dat blijkt bij een opzetting van de visitateur vermeld be bij onsen nedrigen brief van den 26. Januarij deezes Jaars. § 22. De Generaale Restanten van kontanten, Koop „manschappen provisien, Equipagie ammonitie en andere goederen, hebben onder ult=o Augustus 1788 blijkens aanwijzing bij de overgaande staat reeke„ „ning, bedraagen eene somma van - - - - ƒ3794866:3:8. daar en tegen bedroegen ze onder ult=o„ augustus 1788. - gevolgelijk in 't laatste Jaar Wij beveelen uwe hoog Edelheeden en de belangens der maatschappij in Godes veilige haede en blijven agting met alle een beeden teuan /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Achtb: wijd gebiedende Heer Wel Edele gestrenge Heeren uwer Hoog Edelheeden zeer onderda„ „nige en gehoorzaame dienaaren /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket, J: Rein„ „tous, B: L: van Zitter, A: Samlant en J: A: vollenhove /:in margine:/ Kolom „bo den 25. December A=o 1789. minder - - - - - - - - - ƒ 600927. 18. 12. -. - - . „ 4395794. 2. 8. Aan 1071. Aan als vooren §1. we hoopen dat onze eerbiedige brieven van den 16. en 19:' 7ber de J: L: in duplo afgevaardigd met de scheepen gauverneur gene„ „raal de klerk en 't slot ter hooge, die den 2: en 13. otober daar aan van Trinkonomaale vertrokken zijn reets aan uwe Hoog Edelheeden wel zullen toegebragt zijn. §2. zedert zijn hier gearriveerd 't schip huijs duinen op den „28. oktober, en 't schip de Leviathan op den 17. November J: L:, en hebben we daarmeede de Eer ge had te ontvangen uwer hoog Edelheeden zeer gerespekteerde brieven van den 28. Julij 3. augustus, 22. 7ber: en 6. oktober Joleeden, N3. voor het ontzet van rijst, dat uwe hoog Edele heeden zoo goed zijn geweest ons daarmeede te zenden, bedanken we op het nedrigste. § 4. 'S met huisduinen voor kormandel aangebragte goud.. hebben we na jaffanapatnam gezonden om van daar na paleakalta te worden bezorgd. §5. 'aangereekend vat theer, ten laste van den kapitain van 't schip den Arend, Klopper is na gale aan„ „gereekend, om met een kapitaal advans aan de Comp: te worden vergoed en is in voldaening aan uwe hoog Edelheeden zeer g'eerde ordre, aan den Kolomboschen Equipagiemeester Andrin„ „ga. en den afgaanden gaalschen Equipagiespreester Abo ter vergoeding aan de komp= opgelegd 9. opgelegt met twee kapitaalen advans, 'H ten hunner laste aangereekende weegens verstrekkingen van Ege „pagie goederen gedaan aan de scheepen de Leviathan en de hoop. §6. De kapitain Aams is reets na gale vertrokken, om den dienst van Equipagiemeester aldaar overte „neemen. § 7. we zullen volgens uwer hoog Edelheeden aan be„ „veeling aan onze retourscheepen, naar maate van den aanbreng van Kaetsiem, meerder sal „peeter doen ingeeven, en wel tot de bepaalde quantiteit van 12. a 1500000 lb: toe §8. wij hebben de goude en zilvere munt speetien die onder de gearresteerde gelden van den gew: kolonels van 't Regiment van Luxemburg D. „hugonet en de Bas nevens den kapitaine La Roche Zig hebben bevonden door den raad van Justitie Publicq laaten verkoopen volgens de Kopia ven duvol die onder de bijlaegen gevoegd is. §. 9. De gagie en Emolumenten van dee „ze drie officieren zijn bijde aan wijzing 60 1072. wijzing, die neevens onzen eerbiedigen van den 31. Jann: 1788 aan uwe Hoog Edelheeden bezorgd is, tot ult:o Januarij 1788. bereekend, om dat we onkundig waeren van hun vertrek en october bevorens Wij hebben dit nu laeten redresseeren en zullen uwen Hoog Edelh: bij eene volgende gelegent„ heit doen toekoomen de gerequireerde Juiste reeke„ ning, van 't geen een ieder hunner in 't bijzonder aangaat. 510 Noopens de vraag of niet goed effekt zoude, kunnen worden ingevoerd en steede van arrak, Contant aan de militairen en andere dienaeren te verstrekken, denken we nedrig dat het beter zij op Ceilon te continueeren bij 't gebruijk om araak en natura te verstrekken te meer dat voor de komp:e voordeeliger uitkomt, wijl men de be„ taeling in Contant wel zoude dienen te doen, na de prijs, waar voor partikulieren hunne aarak bij de kleine maat verkoopen: 511 op de vraege, of ook het bedraagen overige randzoenen van wijn, boter, olijven olij EtE: Etc: niet aan de dienaaren in kontant zoude kun„ nen worden verstrekt verzoeken we ons nedrig antwoord tot een volgende geleegentheijd te moo„ gen laeten uijtgesteld. §12 De Kostgelden aan den gemeenen man kan naar ons nedrig begrip voor eerst in dit Gouverne„ ment blijven op den tegenwoordigen voet: zoo wij in den aanstaende mogten bevinden, dat daar eenige

NL-HaNA_1.04.02_3838_0718 view scan ↗

English

if any increase is necessary we shall in due time take the liberty to propose this further to your High Excellencies. § 13. The furnishing of money to the sipahis, or whichever other servants it may be, instead of their rice ration would in our humble opinion not be feasible on this Island, where grain is sometimes at a higher price. § 14. Your High Excellencies' recommendation by missive of 9 August to comply with various orders of the Gentlemen Majors, appearing in their very same general missive of 4 September 1788, we shall dutifully observe and expedite the necessary report concerning it in the answering of the extract sent to us from the said ancestral missive. § 15. We shall further provide your High Excellencies with some young plants of the Ceylon and Malabar cardamom with a ship that departs in the best of the monsoon and thus has the prospect of a speedy voyage. § 16. That the ships are not needlessly detained here, we can in truth assure your High Excellencies, and this is also evident from the report that we always give with our advices of their arrival and departure from this roadstead. That they have been employed for some years to make trips to Cochin to fetch rice, does indeed prevent them from being sent back to Batavia as quickly as would otherwise happen, but this is a necessary employment that we must make of them, because Ceylon is no longer supplied with grains from Bengal, as was formerly done. In our respectful [missive] of 16 September last, we showed that the sending of ships to Tuticorin to convey linens to Galle is no novelty, nor does it noticeably detain those vessels, and that we sent the ship de Phenecier to Mature this year to fetch a cargo of paddy to Galle, was done out of necessity, because the supply at Galle was then very small. It appears moreover from a specification that is among the appendices, that in earlier years one ship, and sometimes also 2 or 3 ships, were sent annually to Mature and Tangale to convey paddy, lime, timber, and returns to Colombo and Galle. § 17. We shall nevertheless take care to employ the ships as little as possible for such trips, but so far as it can be done, send the same speedily back to Batavia, and have therefore also further enjoined the servants at Galle, Tuticorin, and Trincomalee to effect the dispatch of the ships with all possible speed and promptness. § 18. The woolens and clothing that we sent with the ship Hinloopen were sent to us from the Netherlands among other unrequisitioned goods with the ship de Gouverneur Falck, as we have since again received a considerable parcel thereof with the ship Trinconomaale. We shall nevertheless in the future, according to your High Excellencies' recommendation, send no goods sent out for Ceylon to Batavia, but sell them here ourselves as best as possible. § 19. To the sipahis who crossed over with the ship de Phenecier two months' wages were indeed paid, namely one month here and one month at Galle, as we reported that in our respectful [missive] of 24 April last § 24, and that the Galle servants in their letter mentioned only one month happened because they had no knowledge of the payment made here. § 20. We have given order that henceforth no such provisions be made here to the ship's boats as was done for the benefit of the boat of the Phenecier for making cushions and mattresses. § 21. Also, we have caused to be charged to the account of the head surgeon Samuels the amount of the medicaments furnished here to make up for the deficiency found in the medicine chest of the ship Hinloopen. § 22. We express humble thanks for the favorable approval of the arrangements made by us concerning the horse studs, and have ordered the servants at Jaffnapatnam to cause the bail ordered by your High Excellencies to be provided by Lieutenant van Meybrink. § 23. The Mannar chank fishery was in the book years 1787/8 and 1788/9 indeed leased out for 50 bahars or 24000 lb chanks, and in 1789/90 it was leased out for 52 bahars, but that we, in our letter of 24 April last, estimated the yield of this fishery at upwards of 35000 lb chanks was caused by the fact that to the lease price of 1787/8 and 1788/9, being 102 bahars, we added 47 bahars which the lessees in these two book years delivered above their lease price, making together 149 bahars, or 71520 lb, of which the average number amounts to upwards of 35000 lb. § 24. According to your High Excellencies' permission, we shall grant to the titular merchant van Ranzow half of that which was profited on the Mannar chank fishery above the 24000 lb.

Dutch transcription

in eenige verhooging nodig is zullen we in der tijd de vrijhey te gebruijken om uwe Hoog Edelh: dat nader voorstellen § 13. Het verstrekken van geld aan de sjparis, op welke andere dienaaren 't ook zij in steede van hun vijft randsoen zoude in dit Eijland, daar de graanen zomtijds in een hooger prijs zijn, na ons nederig in zien niet kunnen aangaan. § 14. uwer Hoog Edel heeden aanbeveling bij missive van den 9: aug:s om te voldoen aan diverse beveelen van de heeren Majooves, bij hoogst derselver generaale missive van den 4. 7ber: 1788. voorkomende, zullen uw schuldpligting betragten en daar omtrent 't noodig berigt sippediteeren in de beantwoording van 't ons toegezonden extragt uijt gem: patriasche missive § 15 wij zullen uwe Hoog Edelh: nader eenige plantjees be„ zorgen van de Ceijlonse en mallebaarse kardemon met schip een schip dat in 't beste van de mousson ververtrekt en dus 't vooruijtzigt van eene spoedige vijze heeft § 16. Dat de scheepen hier niet nutteloos worden opgehouden, kunnen we uwe hoogedelheeden in waarheijd verzeekeren en dit blijkt ook niet 't berigt, dat we bij onse adviesen altijd geeven van haare komst op een verstrekt van deese rheede Dat ze zedert eenige Jaaren worden geimploijeerd, om togten na koetsiem te doen ter afhaal van vijst, belet wel dat niet zoo spoedig na batavia worden te rug ge„ zouden, als anders zoude geschieden, dog dit is een noodzaakelijk emploij, dat we daar van moeten maaken 1073. maaken, om dat Ceijlon niet meer met graenen van bengale word voorzien, gelijk eertijds geschied is: bij onsen eerbiedigen van den 16. 7ber: I:ol: heb„ ben we aangetoond, dat 't zenden van s cheepen na tutucorijn, ter overbreng van lijwaten na gale geen nieuwigheijd is, nog ook die bodems merke„ lijk ophoud, en dat we dit jaar 't schip de pene„ Cier na Matuve hebben gezonden ter afhaal van eene lading Nelij na gale, is uijt noodzaakelijk„ heijd geschied, om dat de voorraad te gale toen zien geving was. Het blijkt buijten dien bij eene aan„ wijsing, die onder de bijlaagen gaat, dat men in vroeger jaaren, jaarlijks een schip, en zomtijds ook wel 2. of 3. scheepen na Mature en tangale Heeft gezonden om nelij, kalk, hout werken en retouren na kolombo en gale over tebrengen. § 17. we zullen nogtans zorgen, om zoo min mogelijk de scheepen tot diergelijke tochten te emploijee„ ren maar zo veel 't geschieden kan, dezelve spoe„ dig na batavia te rug zenden en hebben daar om ook den bedienden te gale, tutukorijk en trinko nomale nader gerecommandeert om de depeche der scheepen met alle mogelijke spoeden voort„ warendheijd te doen. § 18. De lakenen en kleederen die we met 't sschip hinloopen hebben gezonden zijn ons onder meerder meerder ongeëijschte uit Nederland toegezonden met 't schip de Gouverneur Falck zoo als we zedert daar van weder eene aanzienelijke paathij hebben ontvangen met 't schip Trincono„ maale we zullen nogtans in den aenstaende volgens uwer Hoog Edelh: aanbeveeling geene voor Ceilon uijtgezonden goederen na Bata„ via zenden, maer hier zelfs zoo goed doen„ lijk verkoopen. §19 Aan de Sipahis, die met 't schip de Pheire„ cier zijn overgevaaren zijn werkelijk twee maenden gagie verstrekt, namelijk hier eene maand en te Gale eene maand, zoo als we dat hebben berigt bij onsen eerbiedigen van den 24. april J: L: § 24. en dat de Gaalse bedienden bij hunnen brief van maar eene maand hebben gemeld, is geschied om dat ze geene kennis hadden van de verstrekking, die hier gedaan is. §20 W=e hebben order gesteld dat voortaen hier geene diergelijke verstrekkingen aan de scheeps schuijten worden gedaan, als gedaan zij ten behoeve van de schuijt van de Phenecier, tot 't maeken van kussen en bulsakken: § 21ook hebben we op de doorreekening van den opper„ meester Samuels doen belaste, 't bedraagen van de alhier verstrekte medicamenten tot suppletie van 't te men bevondene in de medicijn kistt van 't schip 65 1074. schip Hinloopen § 22 Wij betuijgen nedrig dank, voor de gunstige goedkeuring van de schikkingen, door om nopene de paarde stoeterijs gemaakt, en heb„ ben den bedienden te Jaffenapatnam gelast om door den luitenant van Meijbrink te doen stellen, de door uwe Hoog Edelh: g'ordonneerde borgtogt §23 De Mannuaase Zaaijdelverij is mde boek„ Jaaren 178 7/8. en 178 8/9. , werkelijk verpagt voor 50. baaren of 24000: lb: sjaaas, en in 178/1. is dezelve verpagt voor 52. baaren, dog dat we 't produkt van deeze delverij, bij onzen brief van den 24. ' april J:o L:, heb„ ben begraot op ruijm 35000. lb: sjaars, is daar door veroorzaakt, dat w bij de pagt„ sihat van 178 /7. en 178 7/8. , zijnde 102: baareen hebben g'addeerd 47. baaren, die de pagters in deeze twee boekjaaren, boven hunne pagt„ schat hebben geleeverd uitmakende te zae„ men 149. baeken, of 71520. lb: waar van het gemiddeld getal op ruijm 35000 lb: uijtkomt § 24 Volgens uwer Hoog Edelh: vergunning, zul¬ len we aan den bit: Koopman van Ranzon toe„ voegen, de helft van 't geen op de Mannar¬ sche Zaaydelverij is geprofiteerd booven de 24000 lb:

NL-HaNA_1.04.02_3838_0722 view scan ↗

English

24000 lb, and that solely for the financial year 178 3/8. Section 25 The surrender of the chay roots formerly granted to him, for 50 ads free money the bahar, shall also cease with the financial year 178 8/9. The allowance of half a stiver per pound on the sale of chay roots was already revoked upon the surrender of the aforesaid chay roots, according to our resolution of 16 June 1788. Section 26 Cotton is used on this Island for the weaving of various sorts of linens, both fine and coarse, which are almost all consumed domestically. The principal manufacture thereof is in Jaffanapatnam, where the ginghams, cambays, and other sorts of dyed and painted linens are also made. Section 27 The cotton plantations in the Mannar district are the same over which the bookkeeper Driemond initially held supervision for a time, and which have since been placed under the immediate direction of the titular Merchant van Ranzow. Except that the walliasses labor thereon, nothing is provided thereto on behalf of the Company. No. 28 1075. Section 28 That we took the liberty of drawing some bills of exchange on your High Excellencies occurred especially because the seamen have no other means to remit the proceeds from their permitted freight, for our treasury gained nothing by it, as everything was paid to us in paper. To prevent these from causing any inconvenience in Batavia, it was stipulated in the bill of exchange that payment could be made in paper. Nevertheless, in dutiful compliance with your High Excellencies' most esteemed order, we shall do so no more in the future. Section 29 Nor shall we make any further drafts on Bengal and Surat, and if in isolated cases we cannot dispense with the assistance of Malabar, we shall confer beforehand with the Gentlemen Ministers there regarding it. Meanwhile, the bills of exchange drawn on Bengal and Surat amount only to a trifle, namely the former to 2942 sicca rupees and the latter to 5320 Surat rupees, as we had the honor to report in our respectful letter of 24 April of last year. Section 30 We think we may flatter ourselves that your High Excellencies, from the explanations we provided with our resolution of 14 December of last year and in our respectful letter of the 16th following, will have found that the calculation of the specie coins as made by the Madurese servants not only agrees with standing orders, but also with their intrinsic and real value, as well as with the current value on the Madura Coast and on the Coast of Coromandel. In that confidence, we dare humbly hope that your High Excellencies will favorably accept that we decided by our aforesaid resolution to postpone, until your High Excellencies' further order, the posting of the security imposed by your High Excellencies on the servants at Tuticorin, the more so as the servants in this matter did nothing other than what was prescribed to them by us and our predecessors in office, and which also, as far as we can judge the matter, agrees with the orders received from time to time from your High Excellencies. 1076. Section 31 Should we nevertheless, in the highly wise judgment of your High Excellencies, be mistaken in this our opinion, we then most humbly request that through the goodness of your High Excellencies it may be pointed out to us item by item wherein these errors of ours consist. Section 32 Herewith we take the liberty most humbly to request your High Excellencies that, in such a case, for the resolution of the difficulties pointed out that will arise in the accounting from such a method of calculation as has been prescribed to us—if we indeed perceive the matters correctly—a regulation may be sent to us, according to which the accountings on the Madura Coast shall henceforth have to be done, and according to which the invoices on Ceylon, both for the fatherland and Batavia, will have to be drawn up. Section 33 Our requisitions of arrack are made solely to accommodate the Batavian distilleries, and in so far as your High Excellencies shall judge it convenient to provide us therewith, as we can otherwise supply ourselves therewith here at prices that yield just as good an account. Section 34 We shall take the most esteemed order to forward the infected nutmegs to the Netherlands henceforth for our dutiful guidance. Section 35 The opium that was purchased at Cochin for Ceylon, we requisitioned for the convenience of the Eastern military as well as of other free Orientals who were on this Island, as in the past year we received none thereof from Batavia. Section 36 We requisitioned somewhat more thereof than ordinary from Cochin in order the better to counter all smuggling trade therein. Section 37 The 10 chests were purchased at Cochin at 800 rupees the chest and the 50 lb at 5 3/4 rupees the pound, and this opium was sold with the usual advance. Section 38 Our requisition of bacon and meat from the Netherlands we shall henceforth adjust according to

Dutch transcription

24000. lb:, en dat alleen voor 't boekjaar 178 3/8. §25 De wel eer aan hem gedaane afstand van de zaaijwortelen, voor 50. ad:s vrijgeld de baar zal meede met het boekjaar 178 8/9. ophouden De toelaage van een halve stver:s per pond op den verkoop van zaaijwaatelen, was reeds bij den afstand der voorsz: zaaijwortelen inge„ trokken, volgens onse rezol: van den 16. Junij 1788. §26. / cattoen word op dit Eijland gebruijkt tot het weeven van verscheyde zoorten van Lijwaaten, zoo fijne als groffe, die meest alle binnens lands worden gesleeten. De voornaamste fabriek daar van is te Jaffe„ napatnam, daar ook de gengams, kam„ baijen en andere zoorten van geverfde en ge„ schilderde Lijwaaten worden gemaakt. §27 De Kattoenplantagien in 't Mannaarsche zijn dezelfde, waer over de boekhouder Driemond eerst een tijd lang het opzigt gehad heeft, en die zeedert onder de inme„ diatie directie van den tit: Koopman van Ranzow zijn gesteld. Behalven dat de walleassen daar aan aabijden word van wee„ gen de Comp daar aen niets verstrekt. No. 28 1075. § 28 Dat wo de vrijheijd hebben gebruijkt eenige assignatien, op uwe Hoog Edelh: te trekken is geschied inzonderheijd daerom, dat de scheepelingen geen anderen weg hebben ter over„ making van 't geproflueerde uit hunne ge„ permitteerde lasten, want onze geld voor„ raed daer bij niets gewonnen heeft, wijl ons alles in papier is betaald ter voor¬ kooming dat ze te Batavia tot geen be„ swaar zoude verstrekken, is bij de assig„ natie bedongen, dat de betaling in papier zoude kunnen geschieden we zullen het nogtans ter schuldige voldoening aan uwer Hoog Edelh: zeer g'eerde ordre; voor den aanstaende niet meer doen. § 29: ook zullen we geene verdere trekkingen doen op Bengale en Zoeratta, en zoo wij in enkelde gevallen de assistentie van Mallabaar niet kunnen ontbeeren, zullen we de Heeren Ministers aldaar daar over voor af onderhouden. De assignatien op Bengale en Zoeaatta getrokken be„ draagen intusschen alleen eene kleijnigheid namelijk de eerste 2942. p. sicca ropijen en de laatste 5320. Coeaatsche ropijen, zoo als als we de eede hebben gehad te melden bij onzen eerbiedigen van den 24. April J:o L: §30 Wij denken ons te mogen vleien, dat uwe Hoog Edelh: uit de aanwijzingen, die we gedaan hebben bij onze resolutie van den 14:' 2:ber: J: L: en bij onzen eerbiedigen Brief van den 16. ' daar aan, zullen hebben bevonden, dat de bereeke„ ning van de muntspetien zoo als die gedaen is door de Madureesche bedienden, niet alleen overeenstemd met de leggende orders, maar ook met de intrinsique en werkelijke waarde daar van, als meede met de Cou¬ rante waarde, op de Madureesche Kust, en op de Rust van Kormandel jn dat ver„ trouwen duaven we nedrig hoopen, dat uwe Hoog Edelh: gunstiglijk zullen inschikken, dat we bij gem: oorze resol: hebben beslooten, om tot uwer Hoog Edelh: nader order uittestel„ len 't laaten stellen van de door uwe Hoog Edelh: den bedienden te Tutukorijn geem„ poneerde borgtogt, te meer de bedienden in deezer niets gedaan hebben, dan 't geen hun door ons en onze voorzaaten in funktie is voorgeschreeven en 't welk ook zoo veel wij de zaak kunnen beoordeelen overeenstuk 250 66 1076. overeenstend met de van tijd tot tijd ont„ vangene beveelen van uwe Hoog Edelheden. §31 Mogten we nogtans, naar 't hoogwijzer oor„ deel van uwe Hoog Edelh: in deeze onze opinie dwaalen, dan verzoeken we zeer nedrig dat ons door de goedheijd van uwe Hoog Edelh: stuxwijze mag worden aangeweezen waer in deeze onze dwaalingen bestaan dE Hier bij neemen we de vrijheijd uwe Hoog Edelheden zeer nedrig te verzoeken, dat ons in zulk een geval ter oplossing van de aan„ geweezene swarigheeden, die uit zulk eene wijze van reekenen, als ons is voorgeschree„ ven, in de aanreekeningen zullen, ontstaen zo we de zaeken anders wel inzien een voor„ schaift mag worden gezonden, waar na voor„ taen zullen moeten worden gedaan de aanree„ keningen op de Madureesche Kust, en waer na op Ceilon de factuuren, zoo voor 't vader„ land als Batavia zullen moeten worden opgemaakt. §33 Onze Eijschen van arrak geschieden alleen om de Bataviasche branderijen dienst te doen, en voor zoo verre uwe Hoog Edelh: het Convenent zullen oordeelen ons daer mede te gerieven, wijl we anders ons daar van hier kunnen voorzien voorzien tegens prijsen die ruijm zo goed reekening geven. § 34. We zullen de zeer g'eerde order, om de g'infec„ „teerde nooten muscaat voorlaan na Ne„ „derland te verzenden tot ons schuldig na„ rigt neemen. §35. De amphioen, die voor Ceilon is inge„ „kogt te koetsiem hebben we g'eijscht tot gerief van de oostersche militairen; zoo wel als van andere vrije oos„ terlingen, die zig op dit Eijland bevonden, wijl we in 't voorleeden Jaar daar van niets van Batavia hebben bekoomen §36. We hebben daar van wat meer dan ordinair van koetsiem g'eijscht om te meer te kunnen tegengaan alle smok„ kelhandel, in dezelve. §37: De 10. kisten zijn te koetsiem ingekogt tegens 800. ropijen de kist en de 50. lb: tegens 5¾. ropijen 't lb: en in deze amphioen met de gewoone avance verkogt. §38. onzen Eijsch van spek en vleesch uit Ne„ „derland zullen we voortaan rigten naar

NL-HaNA_1.04.02_3838_0727 view scan ↗

English

1077. according to the quantities that we subsequently have to expect from Cochin. Paragraph 39. In accordance with your High Nobilities' recommendation, we have ordered the Council of Justice at Gale to have the death sentence pronounced by it against the Salagama Ranoeloe Michiel executed upon him. Paragraph 40. At Battikaloa the Landraad has already existed for more than 20 years; likewise, since that time there has been a Landraad at Putulang and also at Chilauw. At Kalpettij and Mannaar we have merely re-established the Landraden that formerly existed there and had gradually fallen into disuse. These bodies are necessary to investigate and decide the very intricate disputes of the natives, and they cause not the slightest administrative burden or expense to the Company, because no other salaried servants have a seat therein than those who are otherwise necessary and appointed for each station. Paragraph 41. The advantage that the Company will have in the proposed employment of hired artisans cannot, as far as their wages are concerned, be of much importance, because the pay of the artisans, excepting the shipwrights, is too low to allow for much reduction. But besides the fact that such hired men, when there is not much to do, can be discharged for a time more easily, or at least with greater propriety, than servants on the payroll, one may also to some extent expect that hired men, knowing that they can be dismissed at any moment, will thereby be prompted to somewhat greater diligence. Paragraph 42. Henceforth we shall insert in our letters the gifts that are presented to the native rulers and their servants, along with the amount thereof. Paragraph 43. The proposal made to your High Nobilities in our letter of 24 April of last year, paragraph 159, to grant free of charge the vacant lands situated along the Wanniy in the landscape of Karretje to those who might request them, pertains solely to the lands in the Commandery of Jaffenapatnam. Paragraph 44. The proposals appearing in paragraphs 64, 65, and 66 of the aforementioned letter, for the promotion of the Nelij culture and for the planting of coffee and pepper, concern the entire Island and are matters that can be managed simultaneously, because the operations of agriculture leave much time in between that can be usefully spent on making plantations. Paragraph 45. In proportion as one progresses with these matters, it will best be seen what special arrangements are necessary alongside the general plan that we had the honor to propose to your High Nobilities, and what may serve to promote the same. We shall have the honor to bring these to the attention of your High Nobilities from time to time, and as the progress of these matters makes it necessary. Paragraph 46. Under the designation of land regent on Ceylon are primarily understood the Dissaves of Kolombo, Jaffenapatnam, and Mature, the Head of the Wanniy, and the Overseer of the Gaale Korle, as was already humbly stated in our letter of 31 January 1788, paragraph 63. Furthermore, the chiefs, each in his own district, are also land regents over the lands over which they are placed; Sinhalese headmen, whether Mudaliyars, Mohandirams, or by whatever other name placed over this or that district subordinate to the land regents, are not included under this designation on Ceylon. Paragraph 47. Since your High Nobilities have found our aforesaid proposals equitable, and in view of the fact that the land regents and those who are employed under them in this department ought to be no less interested than the lord of the land, both in that which can be done for the improvement of agriculture and in the cultivation of all such useful products as this Island can produce, have been pleased to declare your willingness to allow a trial to be made of the aforesaid proposals, we thought we might take this favorable declaration for a full consent to the execution of all that was proposed to your High Nobilities on this subject in our aforesaid letter of 24 April, paragraphs 64, 65, and 66. Paragraph 48. We have therefore, in accordance with our resolution taken for that purpose on 27 November of last year, an extract of which is enclosed herewith, written circular letters to the servants at the subordinate offices stating that from the first of September of this year, half of the profits above those of the highest year of the 15 book years that preceded our aforesaid humble proposals shall be relinquished to the land regents and those who are employed under them in the country's administration; and that the land regents and chiefs, each in his own jurisdiction, will now have to take into further serious consideration all that in their opinion can serve both to improve agriculture and to promote the planting of pepper, coffee, and other useful products according as the lands subordinate to them can best serve thereto, and that they will have to indicate this as soon as it can be done, showing at the same time the subordinate servants that each in his own district deems necessary, in order that these matters may proceed in an orderly manner and that one may depend on their being pursued with zeal and on a continuing basis. When these reports arrive, we shall make further arrangements regarding them, and thereupon dutifully give notice thereof to your High Nobilities. Paragraph 49. The account of the expenses incurred for the excavation to supply the Giruwapattuwa with the necessary water has been requested from Gale; as soon as we receive it, we shall dispose over the arrangements that must reasonably be made therein, and we shall have the honor, along with these our decisions, to provide your High Nobilities with whatever is necessary for a complete assessment.

Dutch transcription

1077. naar de quantiteiten die we daar na van koetsien te verwagten hebben. §39. We hebben volgens uwer Hoog Edelh: aanbevee„ „ling den raad van Justitie te Gale gelast om de door haar gevelde Intentie des doods tegen den salia Ranoeloe Michiel, aan hem te laaten Executeeren. §40. Te Battikaloa bestaad de landraad reets ze„ „dert meer dan 20. Jaren zo is er ook zedert aan dien tijd een landraad geweest te Putulang en ook te Chilauw te kalpettij en Man„ „naar hebben we alleen de landraaden her„ steld, die daar eertijds geweest en lang„ zamerhand in onbruijk geraakt zijn Deeze Collegien zijn nood zaekelijk om de zeer ingewikkelde questen van den inlander te onderzoeken en beslissen, en zij geeven geen de minsten omslag, nog kosten aan de Comp: om dat daar in geene andere bezoldigde dienaaren sitting hebben, dan die buijten des voor elke plaats nodig en bepaald zijn. §41. Het voordeel dat de Comp: bij 't gepro„ poneerde em plooij van gehuur de am„ bagtslieden zal hebben, kan zoo veel hun loon aangaat, wel niet van veel veel belang zijn, wijl de besolding der ambagts„ uijtgezondert de scheepstimmelieden „lieden „ te gering is, om daar van veel te kunnen afdingen; Dan behalven dat men zulke huur„ „lingen, wanneer er niet veel te doen is makke„ „lijker of ten minsten met meer voegzaamheid voor een tijd kan afdanken, dan in zoldij staan „de dienaaren, zoo mag men ook eeniger mate verwagten, dat huurlingen, wetende dat ze alle oogenblikken los zijn, daar door eeniger mate meer tot naarstigheid zullen worden genoopt. §42. We zullen voortaan bij onze brieven inse„ „reeren de geschenken, die aan de Inlandsche vorsten en derzelver bedienden worden ge„ daan met 't bedraagen daar van § 43. Het voorstel aan uwe Hoog Edelheeden bij onsen brif van den 24. April J:o L: 159. gedaan, om de leedige gronden, geleegen aan boord der wannien in 't landschap karretje, gratis aftegeven aan de gee„ „nen, die er verzoek om mogten doen, heeft alleen betrekking tot de landen in 't Commandement van Jaffenapat„ „nam §44. De voorstellen voorkoomende bij §64. 65. en 66. van gem: brief, ter bevordering van 6 67 1078. van de Nelij Culture, en tot 't aanplanten van koffij en peper, betreffen 't geheel Ei„ „land en zijn dingen, die gelijk tijdig kun„ „nen worden bestierd, wijl de verrigtingen van den landbou tusschen beide veel tijd overlaat die tot 't doen van aanplantingen nuttig kan worden besteed. §45 Na maate dat men met die dingen vordert, zal men best zien welke bijzondere schikkingen bij 't algemeen plan dat we de Eere ge„ had hebben uwe Hoog Edelh: voor te stellen, nodig zijn en ter bevordering van 't zel„ „ve strekken kunnen. we zullen de Eere hebben die van tijd tot tijd, en na maa„ „te dat de vordering dezer dingen dat nodig maakt, te brengen onder 't oog van uwe Hoog Edelh: §46 Onder de naam van landregent op Cei„ „lon, worden in de eerste plaats ver„ „staan de dessaves van Kolombo Jaffenapatnam en Mature het hoofd van de wannij en den opziender van de Gaale korle, zoo als dat reeds nedrig is verloond bij onsen brief van den 31. Januarij 1788. §63. voorts voorts zijn ook de opperhoofden, elk in den hunnen landregenten over de lan„ „den waar over ze zijn gesteld singalee„ „se hoofden het zij modliaers mohan„ „dirams of onder wat andere naam ook gesteld over deze of geene dis„ „tructen ondergeschikt aan de land re„ „genten zijn onder deezen naam op Ceilon niet begreepen §47. Wijl uwe Hoog Edelh: onzen voorsz: voor„ „stellen billijk hebben gevonden en daar bij uijt aanmerking, dat de landregen„ „ten en de geenen, die aan hun onderge„ „schikt, in dit departement worden ge„ bruijkt, niet minder dan den heere van den Lande behooren g'insereerd te zijn, zowel in het geene ter verbeetering van den landbouw geschieden kan, als in het ankweeken van alle zodanige nuttige producten, als dit Eiland kan voortbren„ „gen, gelieven te betuijgen, geneigd te zij„ een proef te laaten neemen van de voorsz: voorstellen, hebben we gemeind deeze gunstige verklaaring te mogen neemen 1079. neemen voor een gaaff Consent, tot het uit„ voeren van al het geen aan Uwe Hoog Edelh: op dit onderwerp bij voorsz: onsen brief van den 24. April 864. 65. en 66. is voorgesteld. §48. We hebben daarom overeenkomstig ons daartoe genoomen besluijt op den 27. 9ber: I:oL: waar van een Extrakt hiernevens gaat, den bedienden op de onderhoorige Cantooren Circulair aan„ „geschreeven, dat van primo 7ber: deses Jaars, en de helft der voordeelen boven die van 't hoogste Jaar der 15. boekjaaren die aan voorsz: onze nedrige voorstellen zijn voorgegaan aan de Landregenten en die geenen, die onder hun in 't land bestier g'emploij„ „eerd zijn worden afgestaan; en dat de Land regenten en opperhoofden, een elk in den hunnen, als nu nader in Ernstige overweeging zullen moeten neemen al het geen naar hun inzien strek„ „ken kan zo tot verbeetering van den Land bouw, als tot bevordering van het aanplanten van peper, koffij en andere nuttige producten naar maate dat de Landen Landen aan hun, ondergeschikt daar toe best dienen kunnen, en dat ze dit zo spoedig het geschieden kan, zullen moe„ „ten aanwijzen, met aantooning tef„ „fens van de ondergeschikte bedienden die een elk in den Hunnen nodig agt, op dat deese dingen gereegeld geschieden en men staat maken kan dat die met ijver en bij voortduuring worden voortgezet. Wanneer deese berigten inkoomen zullen weer nader over disponeeren, en als dan uwen hoog Edelh: daar van schuldpligtig kennis geven §49 De reekening van de gedaene ongelden tot de doorgraaving, om de Geriewais van 't nodige water te voorsien, is van Gale gerequireerd, zoo dra we dezelve ontvangen, zullen we over de schik„ „kingen, die daar in na redelijkheid moeten worden gemaakt, disponeeren en zullen we de eere hebben uwe Hoog Edelh:, met deze onse besluijten, tevens te bedeelen, wat ter volleedige beoordee„ ling 68

NL-HaNA_1.04.02_3838_0733 view scan ↗

English

can serve to demonstrate the usefulness of that work. Section 50. The servants who have been favorably promoted by Your High Excellencies, and confirmed in the offices conferred upon them by us, hereby express their humble gratitude for this, and promise to make themselves worthy of Your High Excellencies' goodness through a strict observance of their duty. Section 51. Upon a further petition from the military officers to be relieved of their pressing burdens, we have, provisionally and until Your High Excellencies' further orders, granted only to the subalterns the gratuity that we solicited for them from Your High Excellencies; but now that Your High Excellencies have declined our proposal, we shall ensure that what was received is refunded to the Company. Section 52. We have the best prospects for the coffee cultivation, and hope that within a few years we shall have enough of it to serve as a profitable bottom layer for our return ships. Furthermore, this work can, so to speak, be extended on Ceylon as far as one deems fit, if hands are kept to it accordingly; but to determine already now that within a few years one to one and a half million pounds will come in annually beyond our own requirements is not quite feasible, all the more so because there are several other things to be carried out on Ceylon with which this work must be dealt with simultaneously. Section 53. We think it will best accord with Your High Excellencies' intention that the question of how many and what kind of powder mills Ceylon needs is now finally decided, now that the gentlemen of the military commission, of whom we shall speak below, are here. Section 54. Regarding the reimbursement imposed by Your High Excellencies upon the Equipagiemeester Andringa for the amount of the excess sails supplied to the ship 't Hof ter Linde, and upon the outgoing Galle Equipagiemeester Abo for the overcharge in the expense accounts of the ship de Phenecier, we shall take Your High Excellencies' highly honored order as our dutiful guidance. Section 55. We shall also take as our dutiful guidance the recommendation by extract from the minutes of 7. July, that if the Company comes to suffer damage through the failure to report in a timely manner the malversations of which a Company servant might be guilty, to have the same reimbursed by the person upon whom that reporting had been incumbent. Section 56. Likewise, we shall observe the order given by extract from the minutes of 14. July, to review the matter of the expense accounts with all attention and deliberation; and the chief administrator and the servants at the subordinate offices have been informed that Your High Excellencies intend to have all entries that conflict with the regulations or are noticeably taken too high, reimbursed out-of-pocket by the person whose duty it is to guard against this. Section 57. We shall also comply with the order given by extract from the minutes of 16. July, that in case of indifference or inactivity of the servants from whom some explanation is demanded, the damage that might be caused thereby shall be made good by the person who has not properly acquitted himself of his duty in that respect. Section 58. The trade servants in this government have been ordered, according to Your High Excellencies' recommendation by extract from the minutes of 17. July, to draw up the returns of the remainders henceforth according to the form sent herewith, on pain of forfeiting a fine in case of neglect. Ships and Vessels. Section 59. The ships den Arend and Zaanstroom, designated for the first consignment and both consigned to the Amsterdam Chamber, departed from Galle on 17. November of last year. The first with a cargo to the amount of ƒ188650:8. —, and the latter with a cargo amounting to ƒ174247. 5. 8. at purchase price and only burdened with the charges. Section 60. We have the honor to offer Your High Excellencies herewith copies of the letters and other papers that were sent therewith both by us and by the Galle servants to the Netherlands and the Cape of Good Hope. Section 61. On these ships and their rigging, upon inspection by expressly appointed commissioners at Galle, such defects were discovered as appear from the reports and sworn statements received thereof, which are transmitted in copy among the annexes, together with copies of two Galle resolutions of 29. September and 30. October of last year, whereby authorization was given for the repair of the aforesaid defects. Section 62. The consumption accounts of the said ships have been examined at Galle, and the reports received thereof have been inserted into the Galle resolutions of 5. and 8. November, which have been approved by us, and also accompany these in copy. Section 63. Upon the report demanded by us, in accordance with the communication by letter of 16. September of last year, from the Equipagiemeester Abo and the other nautical experts at Galle, as to whether and when the ship 't Spaarne could proceed on its voyage to Bengal, the servants have sent us a written address from the aforesaid nautical experts, in which they declared to be of the opinion that the ship 't Spaarne could not then depart for Bengal without exposing itself to dangers, and that it ought therefore to remain lying at Galle until this month. Section 64. For greater assurance, we also requested the advice in this regard of our Equipagiemeester, Captain Andringa, and of the captains on the ships de Zaanstroom and Trinkonomale; and these officers, in a written report, declared that they also concur with the aforesaid advice of the Galle Equipagiemeester Abo, cum suis. Section 65. We have therefore resolved at the session of 25. December of last year to [illegible] the ship 't Spaarne in accordance with

Dutch transcription

68 1080. „ling der nuttigheid van dat werk strekken kan § 50. De dienaaren die door uwe Hoog Edelheeden gunstig bevordert, en in de aan hun door ons be„ h „gevene ampten bevestigd zijn, betuijgen mits desen daar voor hunne nedrige dank erkentenis, en belooven zig uwer Hoog ende Edelh: goedheid waardig te zullen maa„ „ken door eene nauwkeurige betragting van hun pligt. §51. op een nader addres van de militaire officieren om in hunne drukkende lasten te worden, gesoulageerd, hebben we alleen aan de su„ „balternen, bij provisie en tot uwer Hoog Edele nader order laaaten verstrekken 't douceur dat we voor hun van uwe Hoog Edelh: hebben gesolliciteerd dog nu uwe Hoog Edelh:s onse voordragt hebben gedeclineerd zullen we zorgen, dat het genotene weder aan de Comp: word gerestitueerd. §52. Wij hebben van de koffij kulture de beste voor uijtzigten, en hoopen dat we binnen korte Jaaren daar van genoeg zullen hebben, om onze retour scheepen te kunnen strekken tot een voordeelige onderlaag. Dit werk kan zig voorts om zoo te spreeken, op Ceilon zoo verre uitstrekken, als men zal goedvinden, wanneer er na maate van van dien, de hand aan word gehouden, dog om nu reeds te bestemmen dat er binnen wijnige Jaaren jaarlijks een â een en halve milioen ponden, boven ons eijge benodigheid zullen inkoomen, is niet al te doenlijk, te meer er verschijde andere dingen op Ceilon te verrigten, zijn, waar„ „mede dit werk gelijktijdig moet worden afgedaan §53. We denken dat 't meest met uwer hoog Edelh: intentie zal strooken dat de vraa„ „ge, hoe veel en welk slag van kruijd„ moolen Ceilon nodig heeft, nu dat de Heeren, van de militaire Commissie waar van we hier onder spreeken zullen, hier zijn finaal word beslist. §54. Nopens de door uw Hoog Edelh: opgelegde vergoeding aan den Equipagiemeester An„ „dringa, van 't bedraagen der te veel ver„ strekte zijlen aan 't schip 't Hof ter Linde en aan den afgaanden gaalsche Equipagie„ „meester Abo voor 't te veel opgebragte bij de onkost reekeningen van 't schip de Phenecier, zullen we ons uwer Hoog Edel„ „heeden zeer g'eerde order tot schuldig na„ „rigt laaten verstrekken 555 1081. §55. ook zullen we tot ons schuldig narigt laaten strekken, de aanbeveeling by extrakt uijt de notulen van den 7. Julij, om indien de Comp, door het niet tijdig opgeven der malversatien waar aan zig een Comp:s dienaar mogt schul„ „dig maaken schade komt te lijden, dezel„ „ve te laaten vergoeden door de geene, aan wien die opgave had g'incumbeerd. §56. Insgelijks zullen we observeeren de order, gegeeven bij Extrakt uijt de notulen van den 14. Julij, om met alle atten„ „tie en overleg het poinct der onkost reekeningen nategaan, en zijn de hoofd administrateur en de bedienden op de subalterne Comptoiren g'infor„ „meerd, dat uwe Hoog Edelh: voor„ „nemens zijn alle posten, die tegen de reglementen strijden of zigtbaar te hoog genoomen zijn, uitkoops te laa„ „ten vergoeden door den geenen, wiens post het is daar teegen te waaken. §57. ook zullen we naarkomen, de order„ gegeeven bij Extrakt uijt de notulen van den 16. Julij, om bij onverschillig„ „heid of inactifitijt der bedienden, aen welk eenige oorzaak word gedemandeert de de schaade, die daar door veroorzaakt zoude mogen worden, te laaten vergoe¬ „den door den geenen, die zig daar en niet behoorlijk van zijn pligt zal hebben gekweeten. §58 De negotie bedienden in dit gouvernement zijn gelast, om volgens uwer Hoog Edelheeden aanbeveeling bij Extrakt uijt de notulen van den 17. Julij de opgavens der restanten voortaan in„ „terigten naar het daarnevens toe„ gezonden formelier, op de verbeuring van een boete bij verzuim 1 Scheepen en Vaartuijgen. §59. De scheepen den Arend en Zaan„ stroom, geschikt tot de eerste bezen„ „ding en bijde geconsigneerd aan de kamer Amsterdam, zij op den 17. 9ber: J:o L: van Gale vertrokken Het eerste met eene lading ten bedraege 69 1082. bedraage van ƒ188650:8. —. , en het laatste met een lading bedraagende ƒ174247. 5. 8. bij de inkoops en alleen met de ongelden beswaard. §60. wij hebben de Eere uwen Hoog Edelh: hier„ nevens aan tebieden, Copijen van de brie„ „ven en verdere papieren, die daar meede zoo door ons als door de Gaalsche bedienden na Nederland en de Caab de Goede Hoop zijn verzonden. §61. Aan deeze scheepen en haare tuijga„ gie zijn, bij visitatie door Expresse gecommitteerden te Gale„ zodanig gebreeken ontdekt, als blijkt bij de daar van inge„ koomene rapporten en b'eedigde verklaaringen, die in Copia onder de bijlaagen overgaan nevens afschriften van twee Gaalse resolutien van den 29. 7ber: en 30. 8ber: I:o L: waar bij qualificatie qualificatie is gegeeven tot herstel„ ling van voorschreeve gebreeken. §62 De Consumtie reekeningen van gem: scheepen zijn te Gale g'Examineerd, ende daar van ingekoomene berigten zijn geinsereerd in de Gaalsche resolutien van den 5. en 8. No„ „vember, die door ons geapprobeerd zijn, en mede deezen in Copia verzellen. § 63 Op 't door ons, volgens 't bedeelde bij brieve van den 16. 7ber I:o L: van den Equipagiemeester Abo en de verdere zee kundigen te Gale gevorderd berigten of en wanneer 't schip 't spaar¬ „ne zijne rijze na Bengale konde vervorderen, hebben de bedienden ons toegezonden een schriftelijk addres van de voorsz: zee kundigen waar bij ze verklaarden van advies te 1083. te zijn, dat 't schip T Spaarne toen niet konde vertrekken na Bengale, zonder zig aan gevaaren te exponeeren, en dat 't mits dien te hale behoorde te blijven leggen tot deeze maand §64: We hebben tot meerder gerustheid, daar omtrend ook gevraagd 't ad„ „vies van onsen Equipagiemeester, de Capitain Andringa, en van de Capitains op de scheepen de zaan„ stroom en Trinkonomale, en heb„ „ben deeze officieren bij een schrifte„ „lijk berigt verklaard, zig meede te Confirmeeren met 't voorsz: advies van den gaalschen Equipagiemeester Abo C: S: 665. Wij hebben derhalven ter sessie van den 25. xber: I:o L: beslooten, om 't schip 't spaarne, over eenkomstig met

NL-HaNA_1.04.02_3838_0740 view scan ↗

English

with the aforementioned advices, to let it remain at Gale until then, in order then to continue the voyage to Bengale; and we immediately notified the Gentlemen ministers in Bengale thereof. We take the liberty to present to your High Nobilities, among the appendices, an extract from our aforesaid resolutions, in which the aforementioned advices are also inserted. Paragraph 66. This ship has accordingly departed from Gale on the 20th of this month. Paragraph 67. Regarding the timbering, repairs, and supplies that were performed on this vessel at Gale, we refer to the incoming reports of the express commissioners who inspected the ship and its rigging and sails, and to the sworn statements of the ship's officers themselves, copies of which are transmitted among the appendices, along with the copies of the resolutions adopted thereupon by the Gale officials on the 12th and 15th of September of the past year. Paragraph 68. Because this ship required a provision of supplies, the officers at Gale accounted for their consumption during the outward voyage. This account was examined, and the report received concerning it was inserted into the Gale resolution of the 8th of November, which was approved by us, and a copy of which is enclosed herewith. We have allowed the provisions received in the Netherlands for consumption on the voyage home to remain on board. Paragraph 69. Of the provisions that were given along with this ship in the Netherlands, 3 barrels of meat were brought ashore at Gale, which upon inspection before a judicial commission was found to be so spoiled and stinking that it had to be thrown directly into the sea, as evidenced by the Gale resolution of the 8th of this month, which is also enclosed in copy. Paragraph 70. The ship's and surgeon's journals of the ship Trinkonomale have been examined here by express commissioners, and according to the reports received thereof, everything was found to be proper and in order. Paragraph 71. The Captain of this ship has declared, in a report that is likewise transmitted among the appendices, that he had no unusual occurrences on the voyage, and also that the provisions received in the Netherlands for the crew of his ship were all very good and fine. Paragraph 72. The consumption account of the provisions and the inventory of the ship's necessities have been duly settled here, and upon the report received thereof from the inspector Berghuijs, inserted into our resolution of the 21st of October of the past year, an extract of which is presented to your High Nobilities among the appendices, we have resolved to have the ship's officers account here for the remaining provisions, ship's clothing, and mericaanen, but on the other hand to have written off from the inventory the ship's necessities that were consumed on the voyage and unloaded ashore here. Paragraph 73. Also, upon the indication of the said inspector that this ship completed its voyage in less than five and a half months of sailing time, we have resolved by our aforesaid resolution to allow to be paid to the ship's officers the premium stipulated therefor by your High Nobilities of one thousand five hundred guilders Indian currency. Paragraph 74. This ship departed from here for Gale on the 23rd of October of the past year in order to transport thither the cinnamon and victuals for the two ships of the first consignment, and subsequently departed from there on the 12th of November for Koetsiem to collect a cargo of pepper and saltpetre. Paragraph 75. The ship Huijsduijnen, after having discharged its remaining cargo of rice at Berberij and Nigombo, subsequently steered for Gale, where it arrived on the 20th of this month and is being put in condition for the voyage to the Netherlands. Paragraph 76. The ship De Leviathan departed for Gale on the 21st of this month, and the officials have been ordered to have it loaded with the required coir and coir ropes, alongside whatever else might be on hand there for Batavia. Paragraph 77. The officials have since reported to us that there was no coir or ropes in stock, the reasons for which they would impart to us; but as it appeared to us further from this letter of theirs that there was a prospect of securing a lot of coir and ropes shortly, we have, because your High Nobilities might at times be in need of coir, authorized them that if there were a prospect of gathering together enough to make it worthwhile to have this ship wait for it, they may then detain the same until the 2nd of January next. We further refer to the report that the officials will make thereof to your High Nobilities. Paragraph 78. Since the Captain of this ship, Herman Carel Visser, died a few days after its departure from Batavia, we have provisionally entrusted the command of that vessel to its Captain-Lieutenant Iohannes van der Plas. In his place, we have promoted Lieutenant Jacobus van Maaren to Captain-Lieutenant, and Sub-Lieutenant Petrus Fransiskus Gerbrands to Lieutenant, on the condition that they must request the corresponding wages from your High Nobilities upon arrival there. Paragraph 79. Crossing on this ship are 1 ensign, 3 corporals, and 35 common easterners, who, being old and infirm, are no longer fit for military service. They have received their wages here up to the 18th of this month, according to a declaration granted by them in accordance with the order, which is transmitted among the appendices. Paragraph 80.

Dutch transcription

met de voorm: adviesen, tot zo lange te gale te laaten vertoeven, om als dan de rijze na Bengale voortezetten; en hebben daar van ten eersten kennis gegeven aan de Heeren ministers in Bengale een Extrakt uijt voorsz: onse resolutien, waar bij ook voorm: adviesen zijn g'insereerd neemen wij de vrijheid uwe Hoog Edelh: onder de bijlangen aantebieden. §66. Dit schip is mits dien den 20. deser van Gale vertrokken 167 Nopens de vertimmeringen repara„ „tien en verstrekkingen, die aan dezen bodem te Gale zijn gedaan, refereeren wij ons aan de ingeko„ mene rapporten van de Expresse gecommitteerdens, die 't schip en dies tuijg in zijlen hebben gevi„ titeerd 74 1084. „siteerd, en aan de b'Edigde verklaa„ ringen van de scheeps overheeden zelve, welke in Copia onder de bij„ laagen overgaan, met de afschrif„ „ten van de resolutien door de Gaal„ sche bedienden den 12. en 15. 7ber: I:o L: daar opgenoomen. §68. Wijl dit schip eene verstrekking van provisien nodig had, hebben de over„ „heeden te Gale verantwoording ge„ daan, van hunne, Consumtie op de uitrijze Deeze reekening is g'Exa¬ mineerd, en 't daar van ingekomen berigt is g'insereerd in de Gaalsche resolutie van den 8. November, die door ons geapprobeerd is, en in Co¬ „pia hier nevens gaat. De in Ne„ derland ontvangene provisien, tot Consumtie op de thuijs rijze, hebben we binnen boord laaten blijven. van = 869. Van de provisien, die aan dit schip in Nederland zijn mede gegeeven zijn te Gale aan de wal gebragt 3. vaten vleesch, 't welk bij visita„ „tie ten overstaan van een Justitieel Commissie, zodanig bedurven en stinkende bevonden is, dat 't direct in zee heeft moeten worden gewor„ „pen blijkens Gaalsche resolutie van den 8. deezer, die meede in Copia desen verseld. §70. De scheeps en Chirurgijns Journaalen van 't schip Trinkonomale, zijn al¬ „hier door Expresse gecommitteerdens geExamineerd, en volgens de daar van ingekomene rapporten, is daar bij alles behoorlijk en in order be„ vonden. §71. De Capitain van dit schip heeft bij een berigt, dat mede onder de bijlaagen overgaat 1085. overgaat, verklaard, geene bij zonde„ „re ontmoetingen op de rijze te hebben gehad, en dat ook de in Nederland ontvangene provisien voor de Equipagie van zijn schip, alle zeer goed en wel geweest zijn §72. De konsumptie reek: van de provisien en de inventaris van de scheeps be„ hoeften, zijn alhier behoorlijk ge„ Effend en hebben we op 't daar van ingekoomen berigt van den visitateur Berghuijs, g'insereerd in onze resolu„ „tie van den 21. 8ber: I:o L: waar van Extrakt uwe Hoog Edelheeden on„ der de bijlaagen word aangebooden beslooten, om door de scheeps overheeden alhier te laaten verantwoorden de restant provisien, scheeps kleede„ „ren en mericaanen, dog daar en tegen bij den Inventaris te laaten afschrijven afschrijven de scheeps behoeften, die op de rijse verbruijkt en alhier aan de wal geligt zijn §73. Ook hebben we op de aanwijzing van gem: visitateur, dat dit schip zijne rijse heeft afgelegd in minder dan vijf en een half maand zijlens t bij voorsz: onze resolutie beslooten aan de scheeps overheeden te laten vertrekken, de door uwe Hoog Edelheeden daar voor bepaalde premie van een duijzend vijfhon„ „dert guldens indisch geld §74. Dit schip is den 23. 8ber: J:o L: van hier na Gale vertrokken, om na derwaards overtebrengen de kan„ „neel en victualie voor de twee scheepen van de eerste bezending en is 't zelve vervolgens den 12e. 9ber: van daar na koetsiem ver„ trokken 1086 trokken ter afhaal van een lading peper en salpeter. 175 'T schip Huijsduijnen is na dat 't zijne restant laading ryst te Ber„ „berij en Nigombo heeft uijtgelost vervolgens na Gale gestevend alwaar 't den 20: deezer g'arriveerd, is en in staat gesteld word tot de rijse na Nederland. §76. 'T schip de Leviathan is den 21. deser na Gale vertrokken en zijn de be„ dienden gelast 't zelve te doen belaa„ den met de g'Eijschte kaijer en kaij„ ertouwen, nevens 't geen verder al„ daar voor Batavia aanhanden mogte zijn §77. De bedienden hebben ons zedert berigt dat er geen kaijer nog touwen in voor„ raad waren, waar van ze ons de reden zouden bedeelen; dan wijl ons nader uijt uijt deezen hunnen brief voor kwam, dat er apparente was om in korten een parthij kaijer en touwen te bezor„ „gen, hebben we om dat uwe Hoog Edelh: somtijds om kaijer konden verleegen zijn hun gequalificeerd, om indien er vooruijtzigt was, om zo veel bij den anderen te brengen, dat het de moeijte waard zij dit schip daarna te doen wagten 't zelve als dan tot den 2. Januarij aan„ staande te mogen aanhouden. We refereeren ons voorts, aan 't berigt, dat de bedienden daar van aan uwe Hoog Edelh: zullen doen § 78. Vermits de Capitein van dit schip Herman Carel Visser, wijnige daagen na dies vertrek van Ba„ „tavia is overleeden hebben we 't Commando van dien bodem provi„ „sioneel 1087 „sioneel opgedraagen aan dies kapi„ „tein Luijtenant Iohannes van der Plas in zijn plaats hebben we tot Capitein luijtenant bevordert den luijtenant Jacobus van Maaren en tot luijtenant den sous luijtenant Petrus Fran„ „siskus Gerbrands, mits ze de daar toe staande gagie, bij arrive aldaar van uwe Hoog Edelheeden moeten verzoeken §79 Met dit schip vaaren over 1 vaandrig 3 korporaals en 35. gemeene ooster„ „lingen, die als oud en gebrekkig zijn„ „de zig niet meer schikken tot den militairen dienst. zij hebben alhier hunne gagie genooten tot den 18. deezer, volgens een door hun naar de order verleend declaratoir, 't welk onder de bijlaagen overgaat. 580

NL-HaNA_1.04.02_3838_0748 view scan ↗

English

180. Also traveling on this ship is an insane sailor named Jan Roos, to be cared for through Your High Excellencies' goodness in the provisioner's house at Samarang, since after all efforts made here he could not be cured, as appears from a report transmitted in copy among the appendices from the chief surgeon Aleman. 181. Upon the request made to us to that end, we have granted free passage on this vessel to the citizen Julius Maurits Sperling and the free woman Manies, together with her slave boy, provided they all remain off the Company's expense during the voyage. 82. We have also permitted the former third mate in the Company's service Christiaan Londholm, who has since been assigned as second mate on the private ship Javaas Welvaaren, to cross over on this vessel to Batavia without Company expense; the account submitted by him concerning his adventures after he had left the aforementioned ship accompanies this in copy. 83. The report demanded by us from the Galle master of equipment Abo to comply with Your High Excellencies' requisition in the honored letter of 27 9ber past, regarding the provision required for the proper stowage of the return ships, having since been submitted by him, we take the liberty to offer Your High Excellencies the same in copy herewith. 84. The country's frigates De Zephier and Havik arrived here in the roadstead on the 12th of this month, and will proceed on the journey to Koetsiem within a few days, as Captain Vaillant and the other gentlemen commissioners choose to execute their commission there first. 85. The letters that we received from the Netherlands with these frigates are transmitted herewith in copy, with the memoranda mentioned therein relating to the aforementioned commission, and copies thereof have also been sent to the gentlemen ministers at Koetsien, Houglij, Souratta, and Paleakatta. Discharged Cargoes 86. The finding regarding the 22 chests of cloves that were discharged here from the ship Den Arend is inserted in our resolution of 25 7ber last, which goes in extract among the appendices, and to which we humbly refer, since these chests properly kept their gross weight, and consequently there is nothing to remark about them. 87. On the remaining Batavian cargo of this vessel discharged at Galle, the officials decided by their resolution of 17 8ber last, which is mentioned in copy in this. We have approved this resolution by our resolution of 27 8ber following, which is added in extract among the appendices, and in which we made only these changes: that the short-accounted sack, instead of being credited to the officers, as was erroneously stated in the Galle resolution, will be reimbursed by them to the Company, and that the short-accounted rice would be reimbursed to the Company by the officers at 85 rds the last of 3000 lb, being the price for which the captains of the Batavian ships sold their private rice here this year. 88. On the finding of the Batavian cargo of the ship De Lauwstroom discharged here, we have decided by our resolution of 5 7ber, of which an extract is added among the appendices, since among the 11 chests of cloves that were brought with this vessel there were 5 that had a large deficiency in the gross weight. The same were opened and weighed net in the presence of a judicial commission, and 134 1/2 lb less cloves were found therein than the invoice dictates. According to the report of the aforementioned commission, which is inserted in our resolution, there was a hollow or empty space in the cloves of each of these 5 chests, without the mats that lay in the chests on top of the spices being visibly disturbed, however. The remaining 6 chests, which were short only from 2 to 2 lb in gross weight, have since also been opened and weighed net in the presence of a judicial commission, and only a deficiency of 12 3/8 lb was found therein, thus 146 7/8 lb less on the entire parcel. We conducted the most meticulous investigation to discover the cause of the large deficiency in the first-mentioned 5 chests. That unfaithful handling took place regarding them cannot be doubted; however, we were unable to perceive anything that could give any cause to suspect any ill handling on board ship or here on shore, and especially nothing that could in the least make the officers suspect in this matter. From the sworn statements taken under oath, it appears not only that all these chests left the ship in good condition, but also that both at the shipment at Batavia and at the unloading here the hatches of the lighter with which they were sent to and from the ship were properly sealed, and although it also appears that one of the chests fell open here during unloading from the lighter, that could only have caused the deficiency of this single chest. We have nevertheless, however much it appeared to us

Dutch transcription

180. Ook gaat met dit schip over een krankinnige mattroos genaamd Jan Roos, om door uwe Hoog Edelheeden goedheid te worden be„ zorgd in 't provaniers huijs te sa¬ „marang, wijl hij na alle aange„ „wende moeijte alhier niet heeft kunnen worden geneezen blijkens een in Copia onder de bijlaagen overgaand berigt van den opper„ „meester Aleman 181. op 't daar toe aan ons gedaan ver„ „zoek, hebben we met dezen bodem vrij transport verleend, aan den burger Julius Maurits sper¬ „ling en de vrije vrouw Manies, nevens haare slaave Jongen, mits blijvende alle geduurende de rijse buijten laste van de Comp:e §82. ook hebben we aan den gew: derde„ „waak 1088. waak in 'sComps dienst Christiaan Londholm, die zedert bescheiden is geweest als onder „stierman op 't particulier schip Javaas welvaaren, toegestaan, om met dese bodem, buijten Comp:s lasten na Batavia te mogen overvaaren te door hem in in gediend relaas, wegens zijn weder„ vaaren na dat zij 't voorsch: schip had „vealaaten, verszeld deesen in Copij §83. 'T door ons ter voldoening aan uwer Hoog Edelheeden requisit bij g'eerde missive van den 27. 9ber: pasato van„ van den gaalschen Equipagimeester Abo gevorderd berigt, nopens de voor„ ziening die er vereijscht word, tot de behoorlijke stuagie, der retour scheepen door hem zedert in gedient zijnde, nemen wij de vrijheid vrijheid, 't zelve in Copia uwer Hoog Edelheeden hiernevens aante„ bieden. 804. 'slands fregatten De Zephier en Havik zijn den 12:' deeser alhier ter rheede aangekoomen, en zullen binnen wij nige dagen de rijze na koetsiem ver„ vorderen, wijl de heer Capilein Vail„ land en de verdere keeren gekommit„ teerden verkiesen om derzelve Commis„ sie eerst al daar teijt tevoeren 385. De brieven die we met dese fregatten. uijt nederland hebben ontfangen, gaan met de daar bij vermelde memorien, re Latieff tot de voorsz: Commissie, in Copia hiernevens over, en zijn oock daar van Copija gezonden aan de Heeren ministers te koetsien, Houglij souratta 1089. Souratta, en palcakatta uijt geleeverde Ladingen §86. De bevinding van den 22. kisten garioffel nagulen, die alhier uijt 't schip den arend zijn geligt, is g' insereerd in onse resolutie van den 25. 7ber: Jongstleeden welke in Extract onder de bijlaagen gaat, en waar aan wij ons nederig refereeren, wijl deese kisten haare Bruto gewigt be„ hoorlijk hebben gehouden, en mits dien daar op niets aantemerken valt. 887. op de overige te gale uijt geleverden Bataviase lading van desen bodem, hebbende bedienden ge„ disponeerd bij hunne resolutie van den 17' 8ber: Jongstleeden, die in Copia desen vermeld. wij hebben deese resolutie geapprobeerd bij onse resolutie van van den 27. ' 8ber daar aan, die in Extract onder de bijlaagen is gevoegd, en waar bij we alleen deze veranderingen hebben gemaakt, dat de mindere verantwoorde sek in steede van aan de overheeden te worden goed gedaan, gelijk bij de gaalsche resolutie obusive vermeld stond, door hun aan de Comp:, zal worden vergoed, en dat de minder verantwoorde rijst door de overheeden tegens 85 rd:s 't Last van 3000. lb: aan de Comp: zoude wor„ den vergoed, zijnde de prijs, waar voor de Capitein van de Bataviase scheepen dit jaar hunne parliculiere rijst alhier hebben verkogt §: 88 Op de bevinding van de alhier ƒ uijt geleverde Bataviase lading van 't schip 1890. schip de Lauwstroom hebben we ge„ disponeerd bij onze resolutie van den 5. 7ber:, waer van een Extract onder de bijlaagen gevoegd is, wijl onder de 11 kisten gaaioffel na„ gulen, die met deezen bodem zijn aangebragt en 5. geweest zijn, die een groote minderheijd in 't bauto gewigt hadden, zijn dezelve, ten overstaan van eene Justitieele Com„ missie, g'opend en netto gewoogen en is daar in 134½. lb: nagulen min„ der bevonden, dan de aanree¬ kening dicteerd. volgens 't rapprt van voorsz: Commissie, 't welk en onze resolutie is g'insereerd, was in de nagulen van elk deser 5. kisten een holligheijd of ledige auijm¬ te, zonder dat nogtans de matten die in de kisten boven op de specerij sperij laagen, zigtbaar waren gederangeerd: De overige 6. kisten, die slegts van 2. tot 2. lb: in 't bau„ to gewigt hebben gemankeerd zijn zeedert meede ten overstaen van eene Justitieele Commissie, geopend en snet„ to gewoogen, en is daar in maar eene minderhoijd van 12. 3/8. lb: gevonden dus op de geheele paattij 146. 23/3. lb: minder we hebben een aller nau¬ keurigst onderzoek gedaan, ter ont„ dekking van de oorzaak der groote minderheijd in de eerst gem: 5 kisten dat 'er ontrouwe behandeling om„ trend dezelve heeft plaats gehad, daar aan kom men niet bevijffe¬ ben dog we hebben niets kunnen ont„ „ waaren, dat eenige aanleijding konde geeven, om eenige quade behandeling aan scheeps boord of hier aan de wal E 1091. wat te onderstollen, en inzonderheyd niets, dat de overheeden in dezen in 't allerminsten zoude kunnen doen verdenken. Bij de ingewoor„ ne b'eedigde verklaaringen blijkt niet alleen dat alle deeze kisten wel geconditioneerd zijn van boord ge„ gaan, maar ook dat zo wel bij den af„ scheeps te Batavia; als bij de ont„ lossing alhier de luijken van de gam„ meld, waarmeede dezelve nat en van boord zijn gesonden, behoorlijk zijn verzegelt geweest, en schoon daar bij ook blijkt dat een van de Kisten, alhier bij 't ligten uit de gammel is open gevallen, zoude dat slegts de minderheijd van deeze enkelde kist hebben kon¬ nen voortbrengen. we hebben nog„ tans, hoe zeer 't ons ook is voorrje„ komen

NL-HaNA_1.04.02_3838_0756 view scan ↗

English

appear that the ship officers and these are above all suspicion to comply with the order instituted in a write-off by the regulations, the aforesaid deficit was placed on their pay accounts, and they were credited only with the spillage of one percent determined in the event of a shortage. Paragraph 89 With this ship was brought here a leaguer of French wine, which was brought for this Government per the ship Handellust from the Netherlands to Batavia, and upon the opening of its bung hole here, olive oil was found floating on the wine, and the wine was therefore judged undrinkable. The Captain has declared that he had to receive this leaguer of wine unopened at Batavia, and it also does not appear from the Batavian bill of lading that this wine was tasted there. Nevertheless, in order to comply with the aforesaid regulation, we have decided to have this leaguer of wine sold and to have the deficit in yield compared to the purchase cost charged to the pay account of the ship officers. Paragraph 90 We have also received with this ship 2 leaguers of Dutch vinegar, which were likewise brought to Batavia with Handellust and, according to the testimony of the captain, taken over by him unopened, and in one of these leaguers, olive oil was also found floating here upon the vinegar; but since the vinegar was not spoiled because of it, we have decided to have it purified of the oil and to employ it for supply in the household: we have merely, in order to make good the loss that will occur during this purification, not credited the ship officers on this leaguer with the spillage that would otherwise have accrued to them according to the regulation. Paragraph 91: From this ship there was delivered here 7532 lb of wet and lumpy rice, undoubtedly caused by leakage and heating in the hold, and in order to comply with the order, we have decided to have the same sold publicly, and to have the deficit in yield compared to the purchase cost, burdened with a 50 percent advance, charged to the pay account of the ship officers. Paragraph 92 On 25 barrels of tar, which were brought to Batavia with Handellust and from there to here with this ship, 181 kannen of ullage were found upon gauging done here. The captain has declared that he also received the same unopened, and it also does not appear from the Batavian bill of lading that these barrels were gauged there. We have nonetheless placed this shortage on the pay account of the ship officers, because the regulation assigns no spillage on tar, although it is as much subject to ullage as the oil for which the regulation assigns 8 percent spillage. Paragraph 93 We present herewith to your High Nobilities in copy the written accountability of the Captain and the declarations obtained. Paragraph 94 Regarding the cargo of this ship delivered at Gale, the officials have disposed by their resolution of 5 November, which is included in copy among the appendices, and to which we request leave to refer, as there is nothing to remark upon it, and the same was approved by our resolution of 10 November, which is added in extract among the appendices. Paragraph 95 The findings of the cargo delivered here from the ship de Leviathan are inserted in our resolution of the 22nd of this month, which is added in extract among the appendices, and to which we request permission to refer. We note from it only that with this ship a case of hemp tape was brought here, of which nothing is mentioned in the bill of lading invoice, and that, on the other hand, the condemned Pambakkel Oesman was not brought here, the deceased having testified that they did not receive him at Batavia. Paragraph 96 The aforesaid hemp tape is of no use here, and we have retained the same solely in case it might perhaps be destined for one of the western offices. Paragraph 97 Among the unserviceable goods brought ashore here from this vessel were a whole leaguer and various other items which, according to the testimony of the master, had been in use for only three months; but as it did not appear whether they were furnished new to this vessel or whether they had also been in use beforehand, we had to be content with that. Paragraph 98 Regarding the findings received from Trinconomaale of the cargo delivered there from the ship de Gouverneur Generaal De Klerk, because of some erroneous calculations found therein, we have had them corrected by the examiner, and we have disposed upon these corrected findings by our resolution of 20 October last, of which we present an extract herewith to your High Nobilities, and to which we most dutifully refer, as there is nothing unusual to remark upon it. Paragraph 99 Regarding the findings of the cargo delivered at Trinconomaale from the ship 't Slot ter Hooge, we have disposed in the session of 17 November last, as appears from the extract from our resolution which accompanies the appendices of this, and to which we respectfully refer, since nothing appears there that requires a special mention in this matter. Paragraph 100. Because the Trinconomaale officials have neglected to charge the pay accounts of the officers

Dutch transcription

koomen, dat de scheeps overleeden en doezen zijn boven alle verdenking om te voldoen aan de ordre bij 't reglement van in een afschrijving gestritueerd de voorsz: minderheijd stellee, op der zelver Zoldij acc¬ doen keningen, en hun daar van alleen gevalideerd de bij te Kortkooming bepaalde spillagie van een percent §89 Met dit schip is alhier aangebragt een ligger franse wijn, die per 't schip Handellust uijt Nederlands Batavia voor dit Gouvernement waa aangebragt, en is bij 't openen al„ hier van dies Spensgat, olijven olig op de wijn drijvende gevonden, een daarom de wijn ouverstaekbaar gekeurd. De Kapitain heeft ver„ klaard, dat hij deeze legger wijn ongeopend op Batavia heeft moeten ontvangen 7n 1092. en 't blijkt ook bij 't Bataviasche Cognossemeert niet, dat deeze wijn aldaar geproefd is niet te min hebben we ter voldoening aan 't voorsz: reglement, beslooten deezes legger wijn te laaten verkoopen en 't minder rendement daar van dan 't uitkoops kostende, op de zoldij reek: van de scheeps over„ heeden te doen belasten. § 90 ook hebben we met dit schip ont„ vangen 2. leggers hollands a zijn die insgelijks net handellust te Batavia aangebragt, en volgens betuijging van den kripitain, door hem ongeopend overgenoomen zijn, en in een van deeze leggers, is mede alhier olijven olij op de azijn daij¬ vende gevonden; dan wijl de azijn daarom niet beduaven is, hebben we „we beslooten dezelve van de olij te laaten zuijveren, en tot de verstrek„ king in de huijshouding te Emploij¬ eeren: eenelijk hebben we, om 't ver„ lies, dat bij dit zuijveren zal vallen, goed te maaken op deeze legger aan de scheeps overheeden niet gevalideerd de spillagie die hun anders daar op volgens de¬ „glement: hadde toegekoomen. §91: Uijt dit schip is alhier geleverd 7532. lb: natte en klonterige rijst zeker„ lijk veroorzaakt door de lekkagie en 't broeijen in 't ruijm, en hebben we om aan de order te voldoen be„ slooten dezelve publiek te laaten verkoopen, en 't minder rendement daar van, dan 't inkoops kostende beswaard met 50: pC:o advans op de zoldij reek: van de scheeps over„ heeden 1092 heeden te laeten belasten 892 Op 25. vaaten Peer, die met han„ dellust te Batavia, en van daar met dit schip alhier zijn aange„ bragt, is bij gedaane pijling al„ hier, 181. kann: aan wannigheyd bevonden De kapitain heeft ver„ klaard, dezelve mede ongeopend te hebben ontvangen, en 't blijkt ook bij 't Bataviasche Cognessement niet dat deeze vaaten aldaar gepyld zijn we hebben nogtans deeze mender„ heijd op de zoldij reekening van de scheeps overheeden doen stellen, om dat 't reglement geen spillagie op de teer toepalegd, schoon dezelve zo wel taxatie onderworpen is, als de olij waar voor 't reglement 8: p:r C:o spillagie toelegd. §93 De schriftelijke verantwoording van dien den Capitain, en de ingewonne ver„ bieden wij uwe Hoog klaaringen, Edelheeden hier nevens in Copia aan. § 94 Op de te Gale uijtgeleverde lading van dit schip hebben de bedienden gedisponeerd bij hunne resolutie van den 5. November, die in Copia onder de bijlaagen gaat, en waar aan wij verzoeken ons te mogen refereeren, alzoo daar op niets aantemerken valt, en dezelve ge„ approbeerd is bij onse resolutie van den 10e November die in Extrakt onder de bijlaagen is gevoegd. §95 De bevinding van de alhier uijt„ geleverde laading van 't schip de Seviathan, is g'insereerd in onze resolutie van den 22. deezer die in Extrakt onder de bijlaagen dis 1094. is gevoegd, en waar aan we verloff verzoeken ons te moogen refereeren we noteeren alleen daar uit, dat met dit schip alhier is aange„ bragt een kas met hennip ban„ den, waer van bij de Cognosse„ ment factuur niets gemeld word, en dat daar en teegen hier niet aangebragt is de gecondemneerde Pambakkel oesman hebbende de overleeden betuijgd hun te Bata„ via niet te hebben ontvangen. 896 De voorscha: hennip banden zijn hier van geen dienst, en hebben „we dezelve eenelijk aangehouden, of ze somtijds voor een der wester¬ sche Comptoiren mogten zijn bestemd. §97 Onder de onbequaame goederen, die van deezen bodem alhier zijn aan„ de wal gebragt zijn eene heele legger legger en verscheijde andere dingen geweest, die volgens betuijging van den gezagvoerder, slegts drie maand in gebruijk waaren geweest, dan wijl 't niet bleek of dezelve nieuw aan deezen bodem zijn verstaekt dan wel of ze ook bevoorens in„ gebruik zin geweest, hebben we ons daermede moeten vergenoe„ §98 De van Trinconomaale ontvan„ gene bevinding van de aldaar uit„ geleeverde lading van 't schip de Gouverneur Generaal De Kleak, hebben we wegens eenige abusive bereekeningen die daar in zijn be„ vonden, door den visitateur luaten verbeeteren, en hebben we op deeze verbieterde bevinding gedisponeerde bij onze resol: van den 20. ' 8ber: J:Leeden gen. 1895. J: Loede„ van wij uwen waar Hoog Edelheeden een Extract hiernevens aanbieden, en waar aan we ons noderigst gedraegen wijl daar op niets bijzonders aan temerken valt. §99 op de bevinding van de te prin„ Konomale uijtgeleeverde laading van 't schip 't slot ter Hoorge hebben we gedisponeerd ter sessie van den 17. 9ber: I:L:, blijkens 't Extrakt uijt onze resolutie, dat de bijlaagen dezes verzeld, en waar aan wij ons eerbiedig gedraegen bij niets voorkomt, alsoo daar dat eene bijzondere aanhaaling in deezen vereijscht § 100. Vermits de Trinconomaalsche be¬ dienden verzuijmd hebben, de soldij reekeningen van de over„ heeden E

NL-HaNA_1.04.02_3838_0764 view scan ↗

English

to debit and credit both of these ships with what must be charged to their debit or credit according to the aforesaid findings, we have ordered the trade officials here to account for both to Batavia, in order that they may there still be debited and credited to their pay accounts; these accountings are now also included among the annexes. Domestic Orders. Religion. §101 A Malabar native preacher who was travelling from Tranquebar to Palayamkottai to visit the Malabar Sudra congregation there, and who called en passant at Tuticorin and Manapad, found there among the natives some who gladly wished to be instructed by him in the Christian religion. §102 In the beginning it appeared that this work would find much acceptance, and we have therefore, for the promotion thereof, made various arrangements; among others, at the request of the officials, we sent the minister Meyca thither to administer the sacraments, and the minister De Melho was summoned by us from Jaffna to be able to address these people in their own language. §103 Yet it has since appeared that the greatest part of the Paravas were strongly opposed to any of their coreligionists coming over to us, and this went so far that the Tuticorin Paravas, on 25 October last, in a rather tumultuous manner, for the greater part departed and went to Manapad. This was nonetheless soon calmed, and all have since returned upon the assurance given to them by the officials that this work, since it displeased them so greatly, would not be continued. §104 The minister De Melho was accordingly also not sent; but before we received this news, he presented to us a petition, which is transmitted among the annexes, wherein he testified to being very willing to cross over to Tuticorin, but requested to be relieved beforehand of the resolution of this government of 28 April 1730, whereby, on account of certain proceedings instituted against him at Jaffnapatnam, all actus ministeriales were forbidden to him. §105 Although the said minister De Melho was declared innocent by the Jaffna Council of Justice of the facts charged against him, and also nothing to his charge has occurred since he was declared emeritus by the aforesaid resolution, we nevertheless did not deem ourselves authorized to make any change in the aforesaid resolution, which was approved by Your High Excellencies by very esteemed missive of 2 July 1734, and we have therefore resolved to defer the decision upon the aforesaid request to Your High Excellencies, as we most humbly do hereby. §106 We repeat it: minister De Melho, as far as is known to us, during all the time that he, in accordance with the decision taken at that time, has been engaged in translating the Old Testament into the Malabar language, has always conducted himself piously and well. Minister Ondaatje, besides being of advanced age, is also generally sickly and weak, and besides him we have no minister who understands the Malabar language. Minister De Melho is also already of advanced age, but he is still a vigorous man, and he could still be of considerable use to the Native Churches in Ceylon, if Your High Excellencies could see fit, in accordance with his request, to relieve him of the aforesaid political resolution. Correspondence. §107 In pursuance of Your High Excellencies' authorization by very esteemed missive of 17 April last, we have, for the conducting of a regular correspondence with the Western Offices, at the session of 16 October last, made such arrangements as appeared to us most convenient thereto; we take the liberty to submit an extract from our resolution taken regarding this to Your High Excellencies among the annexes, together with a project determined by us at the same time, containing arrangements for the proper execution of the plan sent to us concerning private correspondence by sea. §108 We also add hereto a packet of letters for Your High Excellencies received from Cochin, which, owing to its late arrival, could not be sent with the ships that recently departed from Trincomalee. The Servants. §109 On account of the decease of the Major of Infantry Adrianus Cornelis Clerck, we have appointed Captain Johan Lodewijk Schede as Commander of the militia at Galle. §110 Also, at the request of the Captain and Commander of Negombo, Gerrit Frankena, to be permitted to be transferred from Negombo and to be employed according to his rank in the military service, we have appointed him Commander of the militia at Jaffnapatnam in place of Captain Bodenschatz, who is a younger captain. §111 Since Negombo and Chilaw border each other, we have appointed as head over both those places the titular Merchant and Chief of Mannar, Daniel Ditloff, Count of Ranzow. §112 In place of the said Van Ranzow, we have, on the other hand, appointed as Chief of Mannar the Junior Merchant and Resident at Chilaw, Carl Fredrik Ebell. §113 We humbly request Your High Excellencies that these appointments may be favorably approved by the same, and to that end we present their petitions among the annexes. §114 The Captain of Infantry Mattheus des Rivaux de Boisseau having given us to know that he had received family news that very urgently pressed him to return to Europe as soon as possible, we have, considering that his contract had expired, and that we had a captain supernumerary here, permitted him

Dutch transcription

heeden van bijde deeze scheepen, te belasten, en bevoordeelen met 't geen hun, volgens de voorsz: bevin¬ dingen, ten laste of ten goede moet koomen, hebben we den negotie be¬ dienden alhier gelast, om 't een en ander na Batavia aan te reekenen, om al„ daar als nog op hunne zoldij reeke¬ ningen te worden belast en bevoor„ deeld deeze aanreekeningen gaan tans meede onder de bijlaagen over Huijsselijke Bestellingen De Godsdienst. §101 Een mallabaaasche landpaediker die van Frankebaar na Paleam„ kotte ging, om aldaar de malla„ baarsche Sutrasche gemeente te bezoe„ ken, en en passant te Tutukorijn en Mannapaar is aangeweest heeft aldaar onder den inlander eenige 1096. eenige gevonden, die gaarne van hem in de Christelijke religie wilden onderrigt zijn § 102 In den beginne scheen het, dat dit werk veel opneem zoude hebben, en hebben we daarom; ter begunsti„ ging daar van, deeze en geene schikkien„ gen gemaakt; onder anderen hebben wi den predikant Meijca, op 't verzoek van de bedienden, derwaarde gezonden om de facramenten te be„ dienen, en is de predikant De Melko door ons op ontboden van Caffena, om deeze menschen en hunr eijge taal te kunnen aanspreeken §103 Dog 't is zedert gebleeken, dat 't geoor„ ste deel van de parauas er veel teegen had, dat 'er van hunne ge„ loofs genooten tot ons overkwamen en dit is zelfs zo verre gegaan, dat de P de Tutukorijnsche parauas, op den 25. ' Otober J:o Leeden, op eene vrij wat ontstuimige wijze, voor 't grooter ge„ deelte zijn uijtgeweezen en zig na ma„ napaar begeeven hebben: Dit is nog„ tans spoedig gerust en zijn alle zei„ deat weder te rug gekoomen, op de verzoekering, door de bedienden aan hun gedaan dat met dit werk wijl het hun zoo zeer tegenstond, niet zoude worden voortgevaarren. §104 De predikant de Melko is wits dien ook niet gezonden; dog voor dat we nog deeze tijding ontvin„ gen, heeft hij aan ons gepresenteerd een request, dat onder de bijlaanen overgaat, waar bij hij betuijgde zeer geneegen te zijn, om natju„ tukdrijn overtegaan dog verzogt, om alvoorens te mogen worden gedele„ vaead. 1097. veerd van 't besluijt deezer regeering van den 28. April 1730. , waria bij hem, wegens zekere te Jaffenapat„ nam tegen hem g'entameerde pao„ ceduures, alle actus ministeriales is verbooden. ve §105 schoon gem:e predikant de Melhoe door den Jaffenaschen raade van Justitie onschuldig verklaard is aan de feiten hem ten laste gelegd, en er ook zedert dat hij bij voorsz: reso„ lutie emerctus verklaard is, niets tot zijne laste is voorgekoomen heb„ ben we ons nogtans niet bevoegd geoordeeld, om eenige verandering te maaken en voorsz: resolutie die door uwe Hoog Edelheden geap¬ probeerd is bij zeer g'eerde missive van den 2. Julij 1734. , en hebben we der„ halven beslooten, de dispositie op voorsz: voorsz: verzoek te dofeceeren aan uwe Hoog Edelh: zo als we dat ne„ dirigst doen door deezen §106 We herhaalen 't predikant de Moho heeft zo veel 't ons bekend is geduu„ rende al dien tijd, dat hij overeen„ komstig de dispositie te dier tijd over heen genoomen, bezig is met 't overzetten van 't oude testament en de Mallabacase taal, zig steeds vroom en wel gedraagen. De predi„ kant ondaatje behalven dat hij hoog bejaard is, is ook doorgaans ziekelijk en swak, en buijten hem hebben we geen predikant die de mallabaaasche taal verstaat. De predikant de Melho is ook reets hoog bejaard, dog hij is nog een strak man, en hij zoude de Jnlandsche Kerken op Ceilon nog tot merke¬ lijk 1098. lijk nut kunnen verstrekken, indien uwe Hoog Edelh: konde goedvinden om hem overeenkomstig zijn ver„ zoek, van de voorsz: politike dis„ positie te releveeren. De Correspondentie. § 107 Jngevolge uwer Hoog Edelh: quali„ „ fikatie bij zeer g'eerde missive van den 17.' April J:o L: hebben we tot het voeren van seene geregelde Corres„ pondentie met de westersche Cantoo„ ren, ter Cissie van den 16:' 8ber: J:L: zodanige schikkingen gemaakt, als ons daar toe het Convenentste zijn voorgekoomen wij neemen de vrij„ heijd, een Extrakt uit onze der„ weegens genoomene resolutie, uwen Hoog Edelheeden onder de bijlaa¬ gen aantebieden, nevens een ter zel„ ver tijd door ons gearresteerd pro¬ ject e gect behelsende schikkingen tot de behoorlijk uitvoering van 't aan ons toegezonden plant betreffeende de partikuliere Correspondentie over Zee § 108 Nog voegen wij hier bij een van koetsiem ontvangen brief pakt voor uwe Hoog Edelheeden, 't welk weegens dies laaten aan¬ breng, met de Jongst van Prin„ Konomaale vertrokkene scheepen niet heeft kunnen worden ver„ zonden De Dienaaren. 5109 Mits het overlijden van den ma„ joor van de Infanterie Adrianus Cornelis Cevck hebben we den Kapitein Johan Codewijk Schede aangesteld als Commandant van de militie te Gale ook 1099. §110 ook hebben we op 't verzoek van den Capitaien en Commandant van Nigombo Gerrit Frankena om van Nigombo te moogen ver„ plaatst, en naar zijnen rang in den militairen dienst g'emploij„ eerd te worden hen aangesteld tot Commandant van de militie te Jaffenapatnam en steede van den Capitein Bodenschatz:, dien son„ gea Capitein is. 511d Wijl Nigombo en Silau aan een grensen hebben we als hoofd over beide die plaatsen aangesteld den tit:s Koopman en opperhoofd van twee Mannaar Daniel Ditloff Grave van Ranzow § 112 Jn plaats van gem: van Ranzou, hebben we daar en teegen tot opperhoofd van Mannaax aan¬ gesteld gesteld, den onderkoopman en re„ sident te Silau Caal Fredrik Ebell § 113 Wij versoeken uwe Hoog Edelh: nederig; dat deeze aanstellingen door hoogst dezelven gunstiglijk moogen, worden geappaobeerd, en bieden ten dien eijnde hunne re„ questen onder de bijlaagen aan: §114 De Kapitein van de infanterij Mattheus des Rivaus de Bois¬ semon, aan ons te kennen gege„ ven hebbende, dat hij familie be„ rigten had ontvangen die hem zeer presseerden ten spoedigsten na Europa te rug te keeren, heb„ ben we, uit aanmerking dat zijn verband was g'expireerd, en dat we hier een Kapitein over Compleet hadden, hem toegestaan gen

NL-HaNA_1.04.02_3838_0773 view scan ↗

English

1100. to be allowed to repatriate on one of the ships of the first consignment while retaining quality and salary, as he has indeed already departed; we hope that Your Right Noblenesses, for the aforementioned reasons, will kindly agree to this. §115 The Sea Captain and retired Galle Master of the Equipage Ealand Nicolaij Abo has made a request to be allowed to repatriate directly from Ceylon; we felt unable to grant this request on account of the administration he held at Galle, but meanwhile we have permitted him, should he so choose, to proceed to the Cape of Good Hope, to await Your Right Noblenesses' pleasure there. §116 The Ensign August Christiaan Anton Count of Ranzon, who arrived here from Batavia with the ship 't Slot ter Hooge, requests Your Right Noblenesses by a petition, which is transmitted among the enclosures, to be allowed to be transferred to bookkeeper on account of his sickly condition, which does not allow him to perform military service properly. §117 Pursuant to Your Right Noblenesses' 1101. favorable authorization, by the very esteemed missive of the 2nd of June last, we take the liberty of hereby nominating to the very same the assistant surveyor Frans Schoorman and the junior surveyor Cornelis Rokus Heideman, for the purpose of obtaining the usual retirement pension: they are both native to Colombo, presently earn a salary of 24 guilders per month, and are not only incapable of serving the Company any longer due to old age and many years of illness, but are moreover very poor and indigent. The former was taken into service in the year 1748 and the latter in the year 1749. §118 The Ensign Coenraad Koopman, of Rentjes, has for many years, on account of continuous illness, been unable to perform military service. He is not inclined to request his discharge, but since there is no hope of recovery we thought it necessary to inform Your Right Noblenesses thereof, whether Your Right Noblenesses might see fit to grant him his discharge, or 1108. on account of his very indigent condition, kindly allow that he may remain as [illegible]; he came out in the year 1754 as a soldier. Exiles. §119 The Raden Tommogon Wieroe Coesoema, who arrived here in the year 1787 with the ship de Maria, and receives twelve rixdollars and five paras of rice monthly for maintenance, has made a request for an increase of salary; and since his present allowance is not sufficient for the maintenance of his wife, three children, mother, and father-in-law, we take the liberty to propose to Your Right Noblenesses to grant him an additional five rixdollars per month. §120 Upon the request of Soera Nagara, former Aria of Tjiantjoer, who arrived here this year with the ship Huijsduijnen, we have granted him, above the salary of 25 rixdollars per month determined by Your Right Noblenesses by extract from the minutes of the 9th of January of this year, an additional six paras of rice per month, provided that he shall be obliged to pay the Company for this rice at one rixdollar per para, in case Your Right Noblenesses should disapprove of the allowance thereof. §121 To Rhee Aria si Rakko djaija, who arrived here with the said vessel, we have provisionally and until Your Right Noblenesses' further order granted for maintenance five rixdollars in cash and one para of rice per month. §122 To the exile Morto Proodjo, half-brother of the first regent of Grissee, who arrived here with the ship de Leviathan, 1703. along with his wife and three children, we have also provisionally and until Your Right Noblenesses' further order granted for maintenance fifteen rixdollars in cash and six paras of rice per month. §123 Likewise, we have for the present and until Your Right Noblenesses' further order fixed the maintenance of the Pangeran Amir and his two slaves at twelve rixdollars in cash and four paras of rice per month. §124 Due to the death of an exile, Panglima Raja Johan, former Emperor of Padang, we have revoked his allowance, which monthly amounted to fifty rixdollars in cash and twenty-two paras of rice, and in place thereof, subject to Your Right Noblenesses' approval, granted to his widow Sitti Mahaboeba, for the maintenance of herself, her daughter, and domestic servants, six rixdollars in cash and two paras of rice per month. §125 We further take the liberty to present to Your Right Noblenesses among the enclosures a petition from Patea Alam, dethroned King of Pidoa, wherein he requests our recommendation to Your Right Noblenesses, so that his family left behind there, and that of his two brothers, may be sent hither, and that they may be furnished with two hundred rixdollars to be refunded by him here. We commend Your Right Noblenesses and the interests of the Company to God's safe keeping, and remain with all respect and fidelity, Right Honorable, Greatly Respected, Far-Ruling Lord, Honorable and Valiant Sirs, Your Right Noblenesses' humble and 1104. most obedient servants. Signed: W. C. van de Graaff, M. P. Raket, J. Runtous, B. L. van Zitter, A. Samlant, and J. A. Vollenhove. In margin: Colombo, the 25th of December, Anno 1789. Below: P.S. As according to the latest news the ship Hinloopen was not yet at Batavia, we now take the liberty to present to Your Right Noblenesses another copy of the report of the retired Chief Administrator, presently Commander at Galle, the Honorable Cluijsken, containing further observations on the accounting of the Tuticorin servants regarding their handling of the specie. The Chief of Trincomalee, the Merchant van Senden, has passed away in these past days.

Dutch transcription

1100. om behoudens qualiteit en gagie met een der scheepen van de eerste bezending te moogen re„ patrieeren, zo als hij ook reeds vertrokken is wij hoopen dat uwe Hoog Edelheeden dit, om de voorsz: motiven, gunstig zullen gelieven in te schikken §115 De Capitiin ter zee en afgegaane Gaalschen Equipagiemeester Ea„ land Nicolaij Abo heeft ver„ zoek gedaan, om direct van Cei„ lon te mogen repatrieeren in dit verzoek hebben we gemeent wegens de admini„ stratie die hij te Gale gehad heeft, niet te kunnen bewilli„ gen intusschen hebben we hem toegestaan, om zo hij dat mog„ zig te moogen begee„ te verkiesen, van ven na de Kaab de Goede Hoop, om aldaar uwer Hoog Edelheeden goedvinden afte„ wagten § 116 De vaandrig August Chris„ tiaan Anton Grave van Ranzon, die met 't schip 't slot ter Hooge van Batavia alhier aangekoomen is ver„ zoekt uwe Hoog Edelhee„ den bij een request, dat onder de bijlaagen overgaat om wegens zijne siekelijke om¬ standigheeden, die hem niet toelaaten den militairen dienst na behooren te paes„ teeren, tot boekhouder te moo„ gen worden overgeschreeven §117 Jngevolge uwer Hoog Edel„ heeden 1101. heeden gunstige qualificatie, bij zeer g'eerde missive van deen 2. ' Junij Jongstleeden, neemen Wij de vrijheijd, den adjunkt, landmeeter Frans Schoor„ man en den Jonglandmee„ ter Cornelis Rokus Heide¬ man, aan hoogst dezelven door deezen voor te draagen, ter verkrijging van de ge„ woone rustgagie: zijn zijn beide van Kolombo geboor¬ tig, winnen tans aan gagie 24. Guldens smaands, en zijn niet alleen door ouderdom en veel jaarige siekten buij¬ ten staat om de Comp: lan„ ger te dienen, maar zijn ook danr bij zeer arm en behoeftig x behoeftig: De eerste is in het Jaar 1748. en de laatste in 't Jaar 1749. in dienst aan„ genoomen Coenraad §118 De vaandrig Koopman, van Rentjes heeft zedert veele Jaaren we„ gens voortduurende ziekte, geen militaire dienst kun„ nen doen. Hij is niet ge„ neijgd om zijn gagiement te verzoeken, dan wijl 'er geen hoop van beterschap is heb„ ben we gemeend uwer Hoog Edelheeden daar van Kennis te moeten geeven, 't zij dat uwe hoog Edelheeden mog¬ ten goedvinden hem zijn ga„ gement te geeven, dan wel „ Ui „ 1108. uijt hoofde van zijn zeer behoeftigen toestand, gelie„ ven toestaan dat hij mag blijven als ingezien hij is in 't Jaar 1754. uijtgekoomen voor soldant Bannelingen. §119 De radien Tommogon Wieroe Coe¬ soema, die in 't Jaar 1787. met 't schip de Maria alhier aange„ koomen is, en maandelijks tot onder„ houd twaalf rd:s en vijf paaaas— rijst geniet, heeft verzoek gedaan om vermeerdeerdering van tracte¬ ment; en wijl zijn prezent genot„ niet toerijkende is, tot onderhoud van zijn vrouw drie kinderen, moeder en schoon vader, nemen we de vrijheijd uwen Hoog Edelh: voor testellen, om aan hem nog vijff rd:s 'smaands toe te leggen is 109„ 5120: op 't verzoek van Soera Nagara gew: Aria van tjiantjoer, die met 't schip Huijsduijnen in dit Jaar alhier aangekoomen is, hebben we aan hem, bo„ ven 't door uwe Hoog Edelh:, bij extract uit de notulen van den 9. ' Januarij dezes Jaars, bepaald tracteurent van 25. rd:s 'smaands, nog toegelegd ses paaras rijst 'smaands, niets hij verpligt zal zijn om deeze rijst aan de Comp: te voldoen, te„ gens Een rd„s de paara, ingevalle uwe Hoog Edelh: de toelaage daar van mogte dis approbeeren §121 Aan Rhee Aria si Rakko djaija die met gem: bodem alhier aangekoomen is, hebben wa bij provisie en tot uwer Hoog Edelh: nadere ordre, tot onder„ houd toegelegd vijf rd:s Contant en een Parra rijst 'smaands. §12½ Aan den met 't schip de Leviathan alhier 1703. alhier aangekoomenen banneling Mor„ to Proodjo, halve broeder van den eersten regent van Grisje, nevens zijn vrouw en drie kinderen, hebben we meede bij pao„ visie en tot uwer Hoog Edelh: nader ordea, tot onderhoud toegelegd vijftien rd:s Contant en ses par:s rijst 'smaands §123 Insgelijks hebben we voor eersten tot uwer Hoog Edelh:s nader order 't onder„ houd van den Pangarang Amir en zijne twee slaaven, bepaald op twaalff rd:s Contant en vier paaras rijst 'smaands §124 Mits het overlijden van Een banneling Panlima Raja Johan, geweezen Keizer van Pandang, hebben we zijn tractement, 't welk maandelijks be„ draogen heeft vijftig rd:s Contant en twee en twintig paaras rijst, ingetrokken, en daar en tegen op uwer Hoog Edelh: goed„ keuring aan Sijne weduwe Sitti ma„ haboeba an haboeba, tot onderhoud van haar nevens haare dogter en dienst-boden, toegelegd ses rd:s Contant en twee paaras ryst snmaands § 125 We nemen voorts de vryheijd uwen Hoog Edelh: onder de bijlaagen aantebieden, een request van Patea Alam, gedetroneerde Koning van Pidoa, waar bij hij onse voorschrijvens aan uwe Hoog Edelh: versoekt, op dat zijne aldaar agter gebleevene familie, en die van zijne twee broeders herwaards moogen worden gezonden, en dat aan dezelve Twee Hon„ daat w:s mogen worden verstrekt om door hem alhier te worden geaestitueerd Wij beveelen uwe Hoog Edelh: in de belan„ gens der Maatschappij in Godes veilige hoede en blijven met alle eerbied en trouwe /:onderstond:/ Hoog Edele Groot agtb: wijd. Gebiedende Heer, weled: Gestr: Heeren, uwer Hoog Edelh: onderdanige en 1104. Aan als vooren en zeer Gehoorzaeme Dienaaren /:was„ getekend:/ W: C: van de Graaff, M: P: Raket, J: Runtous, B: L: van Zitter: A: Samlant, en J: A: vollenhove /:in margine:/ kolombo den 25. December A:o 1789: /:lager:/ P: S: Wijl volgens de Jongste tijding het schip Hinloopen nog niet op Batavia was, gebruijken wij tans de vrijheijd uwe Hoog Edelh: aan te bieden, nog een afschrift van 't berigt van den afgegaanen hoofd administrateur, tans Kommandeur te Gale de Heca Cluijsken, houdende no¬ dere aanmerking op de verantwoording van de Guturkorijnsche bedienden ha nepens hunne behandeling van de muntspetien 'T opperhoofd van Trinkonomale de Koop¬ man van senden, is deezer daagen overleeden

NL-HaNA_1.04.02_3838_0782 view scan ↗

English

having passed away and the proposal which the first undersigned Governor took the liberty to make to Your High Mightinesses in his humble separate letter of 10 February 1785 regarding this post having been communicated in our meeting, as well as the reply given thereto by Your High Mightinesses in your most respected separate missive of 26 July of the same year, we have today, subject to the highly honored approval of Your High Mightinesses, appointed Lieutenant-Colonel van Drieberg as Commandant of Gainkonomale, on the basis proposed to Your High Mightinesses by the aforesaid first undersigned Governor in his humble separate letter. We hope that this decision of ours will be favorably approved by Your High Mightinesses; concerning the further arrangements, both regarding the domestic affairs of this place and regarding the administration of the lands of Koetjaar, Gamblegam, and Kattekolampattoe, we shall have the honor to entertain Your High Mightinesses on a subsequent occasion. We commend Your High Mightinesses and the interests of the Company to God's safe keeping and remain with all respect and fidelity, stood below and signed as before, in the margin Colombo, 29 December 1789. Agreed Sijbrands 1105. First Clerk Examined L: V D Linde No. 9 1106. Colombo To the Honorable Mr. Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councilor of Dutch India, as well as Governor and Director of the Island of Ceylon, together with the Council there. Honorable, Valiant, Brave, Wise, Prudent, Very Discreet Sir, and Friends. The last time we had the honor to provide Your Honors with our humble advices was on 11 June past, per the ship Trinkenomaale, of which we now take the liberty dutifully to present to Your Honors the duplicate with the relevant annexes, and to refer thereto, under friendly communication that the said ship Trinkenomaale could not leave the bay there until the 15th following; while we hope that that vessel will have arrived safely and free from disaster at your Government before the receipt of this. We let this solely serve as an escort to some packets addressed to Your Honors and handed over here by the ships that have successively passed through, for further conveyance. While, after having commended Your Honors and the precious interests of the Company to God's protection, we have the honor to remain, stood below, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sir and Friends, Your Honors' dutiful friends and servants, was signed C: J: van de Graaff, Rhenius, I: N: S: van Lijnders, I: I: Lesueur, W: F: V: Reede van Oudtshoorn; in the margin In the Castle of Good Hope, 30 September 1789. Collated Sijbrands Agreed Examined Van Geijzel No 10 7. 1107. Cape of Good Hope To the Honorable Mr. Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director over the Company's important trade and business, together with the Council there. Honorable, Valiant, Brave, Wise, Prudent, Very Discreet Sir, and Friends. With the ship Josephus de Tweede, which sailed home for the Chamber of Middelburg in Zeeland on 14 November last, we dispatched to Your Honors our last letter of the 7th of the said month, of which we herewith present to Your Honors the duplicate. Since then, we have received, by the ship De Gouverneur Generaal de Klerk, which arrived here at the roads on 5 December last, Your Honors' esteemed missive of 8 September preceding. We thank Your Honors kindly for the further particulars communicated regarding the return ship Java, and we trust that the same will have already continued its voyage to the Netherlands. The misfortune that befell the chartered ship De Maria grieves us to the highest degree. We regret very much the very considerable loss the Company suffered thereby, and pray Heaven to preserve Her Honor from further such adversities. Likewise, we are obliged to Your Honors for sending hither the recruits for the Regiment van Meuron, and we shall, with the received account to the debit of this Government, act in accordance with Your Honors' request. The bearer of this is the return ship De Gouverneur Falck, consigned to the Chamber of Amsterdam, and with regard to its cargo and crew we refer to the papers that the Galle servants will provide to Your Honors. We merely mention herewith that we have thereby granted passage to Your Honors' Government to the Captain of the Regiment van Meuron Zorn, who is going thither to care for the incoming recruits and has enjoyed his salary and emoluments here for this and the upcoming month. 1108. The five Sinhalese convicts whom we intended to send with the ship Jozephus de Tweede, and who are mentioned in our aforesaid letter of 7 November, we had to hold back at the request of the skipper of that vessel, and only one of them now goes over, the one named Abekoonge Appoewe, while we have excused the other four therefrom by determining their banishment to be on the Madura Coast. After dutiful greetings, we have the honor to be with esteem, stood below, Honorable, Valiant, Brave, Wise, Prudent, Very Discreet Sir, and Friends, Your Honors' dutiful friends and servants, was signed W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, D: F: Fretz, J: P: C: Pilenius, M: P: Raket, B: E: van Zitter, and A: Samlant; in the margin Colombo, 8 January 1789; lower down.

Dutch transcription

overleeden en door den eerst ondergetee„ kende Gouverneur in onze vergaedering gekommuniceerd zijnde, het voorstel dat Wij de vrijheijd gebruijkt heeft uw Hoog Edelh:s bij zijn nadrigen apparten brief van den 10. februarij 1785. no„ pens deeze post te doen, als meede het door uw Hoog Edelh: daar op geantwoord bij hoogst derzelver zeer gerespekteerde affarte missive van den 26. ' Julij deszelven Jaars, hebben wij op heeden op uw Hoog Edelheeden zeer geëerde approbatie en den luijt: kollonel van Drieberg aange„ steld tot Kommandant van Gainko„ nomale, op dien voet als dat door den eerst ondergeteekende Gouver„ neur bij voorsz: zijne, nedrigen ap„ parte brief aan uwe Hoog Edelh:s is voorgesteld. „ we hoopen dat deeze onze dispositie door uw Hoog Edelh: gunstig zal worden goedgekeurt over de verdere schikkingen zoo omtrent het Huijs houdelijker dezer plaats, als omtrent het bestier over de landen van koet„ jaar Gamblegam en kattekolam„ pattoe, zullen we de eere hebben uwe Hoog Edelh: bij een volgende gelegentheijd te onderhouden. wij beveelen uwe Hoog Edelh: en de be„ langens der maatschappij in Godes veilige hoede en blijven met alle eer„ bied en trouwe /:onderstond:/ en getee„ kind:/ als vooren /:in margine:/ ko„ lombo den 29:' xber: 1789. Accordeerd Dijbrands v 1105. H Egklerk Nagezien L: V D Linde No. 9 1106. Colombo Aan den welEdelen Heere M:r Willem Jacob van de Graaff, Raad ordinair van Nederlandsch India, mitsgaders Gouverneur en Dierekteur des Eilands Ceilon, benevens den Raad aldaar. Edele, Erntfeste, Manhafte, wijze voorzienige, zeer diskreete Heer, en vrien„ „den. Het laatst dat wij de eere hadden uw wel Edelens onze nedrige advijsen te suppe„ diteeren is geweest op den 11:e Junij, El:, per 't schip Trinkenomaale, waar van wij de vrijheid neemen uw wel Edelens thans het Duplikaat met de daar toe specteerende bijlaagen, plichtschuldig aan„ tebieden en ons daar aan te refereeren onder vriendelijke kommunikaatsie dat gemelde schip Prinkenomaale niet eer dan den 15:e daar aan Baaij /als heeft kunnen verlaaten; terwijl wij Hoopen dat dien dien bodem gelukkig en rampvrij voor den ontvangst Deezer ten uwen Gouver„ nemente zal zijn gearriveerd wij laaten deezen eenelijk dienen ten geleide van eenige paquetten aan uw wel Ede„ lens geaddresseerd en van de successive„ „lijk gepasseerde scheepen ter verdere voort„ „schikking alhier afgegeeven. Terwijl wij na uw wel Edelens en 'skomp:s dierbaare belangens in Godes beschermin„ „ge te hebben bevoolen de Eere hebben te verblijven /:onderstond:/ Edele, Erntfes te wijze, voorzienige, zeer diskreete„ Heer en vrienden uw welEdelens dienstgenegene vriend en Dienaaren /:was getekend:/ C: J: van de Graaff, - - - - Rhenius, I: N: S: van Lijnders, I: I: Lesueur, W: f: v: Reede van oudtshoorn /:in margine:/ In 't Casteel de Goede Hoop den 30:e September 1789. egalert Sijbrands Akkorteert t„ Nagezien Van Geijzel N:o 10 7. 1107. Habo de Goede Hoop Aan den Edelen Heer Cornelis Jacob van de Graaff, Gouverneur en Dierekteur over 's komp.:s importanten handel en omslag, Nevens den Raad aldaar. Edelen, Erntfesten, Manhaften, wijzen voorzienigen zeer Distreeten Heer en vrienden. Met 't schip Josephus de Tweede 't welk den 14:e 9ber: Jongstleeden voor de kamer Middel„ burg in Zeeland is tehuijs gevaaren, hebben we aan uw wel Ed:s afgevaardigt onzen laatsten brief van den 7:e van gem: Maand„ waar van we 't Duplikaat uw wel Edelens hiernevens aanbieden. 't zedert hebben wij met het schip de Gouver„ neur Generaal de Keerk, 't welk den 5:e December Jongstl: alhier ter rheede is aan„ „gekoomen, ontvangen, uw wel Ed:s geachte missive van den 8:e 7ber: bevoorens. Wij bedanken uw wel Ed:s vriendelijk, voor 't nader bedeelde nopens 't retoer schip Java, en we vertrouwen dat 't zelve, reeds zijne kijze rijze na Nederland zal hebben vervolgd. Het ongeluk van 't ingehuurd schip De Maria, wedervaaren smert ons ten hoogsten. we beklaagen heel zeer, het zeer aanmerkelijk verlies dat de maatschappij daar bij heeft ondergaan, en bidden den hemel haar Edele voor verdere diergelijke wederwaardighee„ „den te willen bewaaren. Insgelijks zijn wij uw wel Ed:s verpligt voor het overzenden na herwaards van de rekru„ ten voor 't Regiment van Meuron, en we zullen met de ontvangene aanreeke„ ning ten laste van dit Gouvernement, Con„ „form uw welEd: verzoek doen handelen. Brenger deezes is het retoerschip de Gouver„ neur Falck, geconsigneerd aan de ka„ mer Amsterdam, en wij gedragen ons nopens dies belaading en bemanning aan de papieren, die de Gaalsche bedienden uw wel Edelens daar van zullen bezorgen Eenelijk melden wij hier bij, dat we daar„ meede transport na uw wel Edelens Gouvernement hebben verleend aan den Kapitein van 't regiment van Meuron zorn, die na derwaards gaat om zorg te 1108. te draagen voor de uitkoomende rekruten en zijne gagie en emolumenten alhier ge„ nooten heeft voor deeze en de aanstaande maand. De vijf singaleesche gecondemneerdens die we met het schip Jozephus de Tweede dagten te verzenden, en vermeld staan bij voorsz: onzen brief van den 7d:e 9ber:, hebben we op 't verzoek van den schipper van dien bodem moeten terug houden, en gaat tans daar van alleen over; de eene genaamt Abe„ koonge Appoewe, terwijl we de overige vier daar van g'excuseerd hebben met hun bannissement te bepaalen op de Ma„ duaesche Kust. Wij hebben de eere na gedienstige groete met achting te zijn. /:onderstond:/ Edelen Erent„ „testen Manhaften wijzen voorzienigen zeer Diskreeten Heer en vrienden. uw wel Ed: Dienstwillige vriend en Dienaaren /: was„ „getekend:/ W: J: van de Graaff, P: Sluijs„ ken, D: F: Fretz, J: P: C: Pilenius, M: P: Raket, B: E: van Zitter en A: Samlant /:in margine:/ kolombo den 8:e Januarij 1789. /:lager:/

NL-HaNA_1.04.02_3838_0792 view scan ↗

English

Lower: P. S. We present herewith to Your Honors our usual requisition of necessities for this year, with a friendly request to be pleased to have it fulfilled, a Cape list of some persons lying in the hospital there from the ship Beverwijk, and two packets received for Your Honors from the Gentlemen Ministers at Koetsiem and Paleakatta. To the same as before. The ship de Gouverneur Falck, consigned to the Chamber Amsteldam, departed from Gale on the 19th of this month, and with it we dispatched to Your Honors our latest letter of the 8th of this month, of which the duplicate is enclosed herewith. Now departs the bearer of this, the ship de Batavier, also consigned to the Chamber Amsteldam, and regarding its cargo and crew we refer to the papers that the Gale servants will deliver to Your Honors. 1109. Out of fear that perhaps the ship with the Surat returns, as in the previous year, might arrive too late again, and since it is even possible that the sloops with the Madura linens will not be at Gale in time, we have ordered the servants there, in such a case, not to hold up the bearer of this for that, but to let it commence the voyage on the designated sailing day loaded only with the returns that are at hand there, and we hereby notify Your Honors thereof, with a friendly request, if that happens, to be pleased to have the remaining ship's hold filled up there. With this ship we have granted transport to the soldier Bonaventuur Dietje, who arrived from there on the ship de Leviathan, and whose debt account will be presented to Your Honors by the Gale servants. We also accompany this with a letter from the Court of Justice of this Castle for the Court of Justice of the Cape, and request a kind delivery for it. We have the honor, after respectful greetings, to remain with respect. Subscribed and signed as before. In the margin: Kolombo, the 26th of January 1789. Lower: P. S. We present herewith to Your Honors a requisition for wheat and rye, with a friendly request to have the same fulfilled in good, sound grain, as we need it for sowing. With the arrival here of the ship Trinconomaale we had the honor to receive Your Honors' esteemed missive of the 11th of June last. We thank Your Honors very kindly for the communication provided regarding the ships that have been successively dispatched from here via Your Honors' government to the Netherlands, as well as regarding the further East Indian return ships. The accident that befell the ship 't Drietal Handelaars, as well as the past loss suffered by the Company in the precious cargo of the ship de Maria, grieves us from the bottom of our hearts, and we wish that God may long be pleased to preserve the Company from such harm. To the same as before. 1110 We are very much obliged to Your Honors for the goods sent with the ship Trinconomaale, and that which has been added for Koetsiem and Palleakatta has already been forwarded thither, along with Your Honors' missives addressed to the Gentlemen Ministers there and in Souratta. Now depart for the first dispatch the ships den Arend and de Zaanstroom, both consigned to the Chamber Amsterdam, and regarding their crew and cargo we refer to the documents that the Gale servants will present to Your Honors. Also going over therewith are as many of the linen packets brought from Souratta in the month of February of this year for Your Honors' government as could conveniently be shipped, together with a portion of the goods requisitioned by Your Honors from this Government. The remainder will, as much as feasible, be fulfilled with the ships of the second dispatch, and then the Surat packets currently remaining behind will also be forwarded. We present herewith to Your Honors our requisition of necessities for the coming year, and kindly request that it may, if possible, be fully fulfilled. Therein we have requested, among other things, one last of wheat and half a last of rye for seed corn. We very kindly request that Your Honors be pleased to give orders that in the procurement of these grains for seed corn all necessary precautions be taken. We further present to Your Honors hereby a pay notice of the 3rd of this month, annexed to the pay accounts mentioned therein of the gunner's mate Regardus Henrich Koch and of the sailors John Breon and Rechart Nasson, and an answered pay memorandum of the 12th of June of this year, and an invoice of today amounting to f 4. 4. -. For the rest, after respectful greetings, we have the honor to be with esteem. Subscribed and signed as before. In the margin: Kolombo, the 12th of November 1789. No. 11. Akkoweert Lijbrands P. du Geijkel Eyklerk 1111 At Port Louis on Isle de France, the 30th of June 1788. Sir, Your Honor's readiness to oblige us is too well known to us for us to doubt whether we may now request Your Honor to be pleased to do a service for a family on the island of Bourbon whom we are obliged to protect. Here is what this matter consists of: It has recently been learned that Stanislaus Baillie, son of Madam Baillie, inhabitants of the island of Bourbon, died 15 or 18 months ago at Kolombo on the island of Ceylon in the capacity of officer with the sepoys. This news is based on the report of several officers, without it being confirmed by any legal proof. This proof is, however, necessary in order to be able to proceed with the division of the estate.

Dutch transcription

/:lager:/ E: S: Wij bieden uw wel Edelens hier„ nevens aan onzen gewoonen Eisch van benodigtheeden voor deezen Jaare, met vriendelijk verzoek dezelve tewillen laa„ ten voldoen, een Caabsche lijst van eenige in het Hospitaal aldaar geleege perzoonen van het schip Beverwijk, en twee paketten van de Heeren Ministers te Koetsiem en Paleakatta voor uw wel Edelens ontvan„ gens. Aan als vooren. 'T schip de Gouverneur Falck geconsigneerd aan de kamer Amsteldam, is den 19:e dee„ zea van gale vertrokken, en hebben we daarmeede aan uw wel Edelens afgevaar„ digd onze laatste van den 8:e deezer maand waar van 't Deplikaat hiernevens legd. Tans vertrekt boenger deezes, 't schip de Batavier, meede geconsigneerd aan de ka„ mer Amsteldam en wij gedraagen ons, nopens dies belaading en bemanning aan depapieren, die de Gaalsche bedienden uwwel Edelen daar van zullen bezorgen. ut 1109. uit bedugting, dat somtijds 't schip met de souratsche retouren, gelijk voorleeden Jaar weeder te laat aankomt en wijl 't zelfs moogelijk is, dat de sloepen met de Ma„ duresche Lijwaaten niet in tijds op Gale zijn, hebben we den bedienden aldaar ge„ last, in zulk een geval, brenger deezes daar na niet optehouden, maar op den bepaalden zijldag de rijze te laaten aan„ treeden alleen belaaden met de retoeren, die daar aan handen zijn, en wij geeven uw wel Ed:s daar van bij deezen kennis, miet vriendelijk verzoek, om indien dat gebeurd, de overige scheeps ruimte aldaar G. te willen doen vollaaden Met dit schip hebben we transport verleend aan den soldaat Bonaventuur Dietje, die net 't schip de Leviathan van daar is aan„ „gekoomen, en wiens schuldreekening door de Gaalsche bedienden uw wel Ed:s zal war„ den aangebooden. Wij laaten deezen nog verzellen een brief van den Raad van Justietsie deezes Kasteels voor den Raad van justietsie a:o Costi en verzoeken daar voor eene genegene bestelling. Wij Wij hebben de eer na gedienstige groete niet agting te zijn /:onderstond en geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Kolombo den 26:e Januarij 1789: /:lager :/ P: S: Wij bieden uw welEd:s hier nevens aan een Eisch van taawe en rog, met vriendelijk verzoek dezelve in goede deugdzaame koorn telaaten voldoen, alzoo wij 't noo„ dig hebben tot het bezaaijen. Met de aarive alhier van 't schip Prinkeno„ maale hebben wij de eere gehad te ont„ vangen uwer welEd:s geachte missive van den 11:e Junij Jongstleeden wij bedanken uw welEd:s zeer vriendelijk voor de gegeevene Communikaatsie betrekkelijk de scheepen, die successive van hier over uwer welEd: gouverne„ ment na Nederland zijn gedepecheerd zoo wel, als nopens de verdere indi„ „sche detoerscheepen Het ongeval 't schip 't Drietal handelaars „ge overgekoomen, zoo wel, als 't verleeden verlies bij de komp:, aan de kostbaare Aan als vooren laading 6 1110 laading van 't schip de Maria, doet ons van harten leed, en we wenschen dat Godt de Maatschappij lange voor diergelijke schaad en gelieve te bewaaren, We zijn uw wel Ed:e zeer verpligt voor de gezondene goederen met 't schip tain kenomaale, en 't geen daar bij gevoegd is voor koetsiem en Palleakatta, zijn reeds na derwaards voortgeschikt ne„ vens uwer welEd: Missives aan de Heeren Ministers aldaar en te sourattagerigt. Tans vertrekken voor de eerste bezending de scheepen den Arend en de Zaanstroom bijde geconsigneerd aan de kamer Am„ sterdam, en wij gedraagen ons nopens derselver bemanning en laading, aan de bescheijden, die de Gaalsche bedien„ den uw welEd: zullen aanbieden. ook gaan daarmeede over zooveel van de Lijwaatspakken, die in de maand februarij deezes Jaars van souratta voor uw wel Ed:e gouvernement zijn aangebragt als bequaamlijk heeft kun„ nen worden afgescheept nevens een ge„ deelte van de goederen door uw wel Ed:e van dit Gouvernement g'eischt. De rest zal zoo veel doenlijk worden voldaan met rd Nagezien met de scheepen van de tweede bezending en als dan zullen ook worden bezorgd de thans terug blijvende suratsche pakken. wij bieden uw wel Ed:s hiernevens aan onze Eisch van benodigdheeden voor 't aanstaan„ de jaar, en verzoeken vriendelijk dat daar aan indien mogelijk voluit mag worden voldaan. we hebben daar bij onder anderen verzogt om een last tarwe en een half last rogge tot zaadkoorn we verzoeken zeer vrien„ delijk dat uw welEd: gelieven ordre te stellen, dat in de bezorging deezer graa„ ven tot zaad koorn alle de noodige voorzorge worden gebruikt: Nog bieden wij uw welEd: bij deezen aan een soldij Notietsie van den 3:e deezer annex de daar bij vermelde soldij reekeningen van den konstabelsmaat Regardus Henrich koch en van de Mattroosen John Breon en Rechart Nasson en een beantwoorde soldij memorie van den 12=e Junij deezes Jaars en een faktuur van heeden groot ƒ4. 4. —. voor het overige hebben wij de eere na ge„ dienstige groete met achting te zijn. /:onderstond en getekend:/ als vooren /:in margine:/ kolombo den 12:e November 1789. N:o 11: Akkoweert Lijbrands Pr du Geijkel Eyklerk 1111 te Part Louis op Isle de France den 30. Junij 1788. Mijn Heer 1W Edele berijdwelligheijd om ons te verpligten is ons te wel bekend dan dat we zouden twijf selen of nu uwel Edele moogen verzoeken om te willen dienst doen aan eene famille op het ei- land Beurbon, die we verpligt zijn te be „schermen zie hier waar in dit zaak bestaat Men heeft kortelings vernoomen dat Htamslaus Baillic zoon van Juffrouw Baillis inwoonders van het eiland Bourbon voor 15: of 18: maen den overleeden is te kolombo op het eilund Cei lon in qualiteijt van officier bij de sipaijs gegrond deese tijding is op het verhael van verscheijde officieren, zonder dat ze door eenig wettig bewijs is bevestigt. Dit bewijs is egter noodzaekelijk om te kunnen overgaen tot de vordeeling. en aa 120 ple

NL-HaNA_1.04.02_3838_0798 view scan ↗

English

division of the estate of a young man, who, if he has truly passed away, leaves behind two kinds of heirs, namely: his mother regarding his furniture and goods that he himself acquired, and his brothers and sisters regarding the goods that come to him by inheritance. Without the aforementioned proof, these heirs cannot enter into possession of the deceased’s estate. To this end, we address your Honour, so that through your Honour’s power, you may procure for us a certificate of death of this young man, or other proof that may serve in its stead. Your Honour will, by this kindness, oblige the entire Baillis family, and we shall be particularly grateful for whatever your Honour may be pleased to do on their behalf. We have the honour to be, with the highest esteem, beneath stood, Sir, your Honour’s very humble and obedient servants, was signed, 1112. signed, Entrecasteaux, Motais de Narbonne. Agrees, Sijbrands, Wegklerk Bonne. Examined, Adamsz. No 12. 1113 Port Louis. To the Right Honourable D’Entrecasteaux, Rear Admiral, Brigadier of the Armies of His Most Christian Majesty, and Governor General of the Island of Mauritius with its dependencies; and The Right Honourable Motais de Narbonne, Intendant there. Gentlemen, I had the honour of receiving the letter with which your Honours favoured me under the date of 30 June past, and I avail myself of this opportunity to transmit to your Honours the legal proofs required therein regarding the decease of Mr. Baillis and regarding his estate, consisting of a certificate from the curator ad lites at Gale, who ex officio entered upon his estate, and an order from the Council of Justice at Gale, whereby judgment was rendered upon the various claims that were instituted against his estate. From these papers, your Honours will sufficiently see that the said Baillis, formerly Lieutenant in the regiment of Luxemburg, died of smallpox at Gale on 23 March 1786, and that the proceeds of his left-behind estate were not sufficient to satisfy all his debts. I trust that your Honours will find these proofs sufficient, and have furthermore the honour to be, with all sentiments of high esteem, beneath stood, Gentlemen, your Honours’ obedient servant, was signed, W. J. van de Graaf, in the margin, Colombo, 10 March 1789. Agrees. Sijbrands. Examined, Woutersz. No 13. 1114 Mr. van de Graeff, Governor General, and Gentlemen of the Superior Council of Regency of the Island of Ceylon, At Colombo. Gentlemen, We have received, with the letter that you did us the honour to write to us on 11 October last, the original documents that we had requested of you to serve in establishing the settlement of the final account between His Most Christian Majesty and the Noble Dutch Company. The receipts of Messrs. De Jean and De la Lézardière, officers of the sepoys, as well as that of Mr. Béjary, officer of the frigate La Vénus, reached us previously, and there remains nothing for us to desire for the supporting documents of this account except the original bill of exchange drawn at Malacca by Mr. the Count of Kergariou, commanding the frigate La Calypso, for the port-of-call expenses of this vessel at the said place. We have deducted from the aforesaid account, Gentlemen, the item for supplies made to the vessel of the Indies Company, the Maréchal de Castries. It particularly concerns the French Indies Company, and it was paid to Mr. van van Senden by Mr. de Moracin, administrator general of its affairs in India. The two bills of exchange that you furnished from Mr. Marchand, French engineer, dated 6 and 7 October, amounting together to 13004 livres 14 sous 9 deniers, have been paid. We have, in accordance with your wishes, deducted them from the balance of the above account, which is reduced to 9024 livres 7 sous tournois, which we pay by the enclosed draft of the same sum, payable at nine months after sight by the Treasurer of the Navy in Paris. We beg you, Gentlemen, to be so kind as to acknowledge receipt thereof. We have the honour to be, lower down, Gentlemen, your very humble and very obedient servants, signed, Conway, Moracin, in the margin, Pondicherry, 2 December 1788. J. Adamsz. Examined. No 14. 1115 Pondicherry. To the High Born Lord Count De Conway, Marshal of the Camps and Armies of the King, Commander of the Royal and Military Order of St. Louis, Governor General of the Establishments of His Most Christian Majesty in India, etc., and Mr. De Moracin, Knight of the Royal and Military Order of St. Louis, Intendant of His Most Christian Majesty there, etc. A foreign ship, which has since been recognized to be a ship of the Honourable French East India Company named the Comte d’Artois, having undertaken to enter the inner bay of Oostenburg without permission, not showing the signals agreed upon with the Viscount de Saint-Riveul, Commander of the naval forces of His Most Christian Majesty in India, as appears from his letter to the Chief of Trincomalee, Mr. van Senden, which we have the honour to enclose in copy herewith, has, Gentlemen, the

Dutch transcription

verdeeling der goederen van een Jongiman; welk indien hij werkelijk overleeden is, twee zoorten van erfgenaemen nalaat, teweeten zijne moe„ der omtrent zijne meubilen en goederen die hij selve gewonnen heeft en zijne broeders en susters omtrent de goederen die hem bij erffenis toekoomen zonder het voorm: bewijs kunnen deese erfgenaamen niet treeden in 't bezit der na latenschappen van den overleedenen. wij addres „seeren ons ten dien eijnde aan uw Edele Mijnheer om door uw Ed: vermoogen aan ons te bezorgen een Certificaat van den dood van deesen Jongman of een ander bewijs dat in de plaats daar van dienen kan uw Edele zal door deese weldaed &e gantsche famille van Baillis verpligten, en wij zullen in het bijzonder erkentelijk zijn, voor het geen ui Edele ten behoeve van deselve zal gelieven te doen. wij hebben de eere met de hoogste agting te zijn /:onderstont:/ Mijnheer uw Edele zeer oodmoedige en gehoorzaeme dienaaren (:was ge „tekent:/ 1112. „teekent:/ Entrecasteauxe Motrein de Nas Akkordeert Lijbrands Wegklerk Bonne. Nagezien Adamsz N:o 12: 1113 Dort Louis Aan den Heer D'Entrecasteaux schout bij nagt, Brigadier van de Armeen van zijne aller Christe„ lijkste Majesteid en Gouver„ neur Generael van het Eijland Mauritius met dies onderhoorigheeden en De Heer Motais de Narbonne Intendant aldaer Mijne Heeren Ik heb de eer gehad te ontvangen den brief, waer meede uwel Edelens mij onder dato 30: Juni passato hebben begunstigd en bediene mij van deeze ge„ leegendheid, om uwel Edelens te laeten toekoomen de daer bij gerequireerde legaele bewijzen, nopens 't overlijden van de Heer Baillip en nopens zijne nalaetenschappen, bestaende in een Certifikael van den Curator adlites te Gale, die amptshal„ „ven zijn boedel heeft aenvaerden gezed, en een ap„ pointetement van den Raed van Justitie te Gale Gale, waerbij gevonnist is over de verscheide pretentien, die ten laste van zijnen boedel zijn geinstitueerd. uijt deeze papieren zullen uwel „ Edelens voldoende zien, dat gem: Baillip; ge„ weest zijnde Luijtenant bij het regim: van Puren„ burg, aen de kinderziekte te Gale gestorven is op den 23: maart 1786. en dat het provenu van zijne nagelaetene goederen, niet toerijkende is ge„ weest om alle zijne schulden te voldoen Jk vertrouw dat uwel Edelens deeze bewijzen vol„ doende zullen bevinden, en heb voorts de eere met alle gevoelens van hoog agting te zijn /:onder„ stond:/ Mijne Heeren. uwel Edelens gehoor„ zaeme dienaer /:was geteekend:/ W: J: van de Graaf, /:in margine:/ kolombo den 10 Maart 1789. Accordeert. egreert Sijbrands Nagezien „Woutersz: g N: 13: 1114 M: van de Graeff gouverneur Generaal. et mess:s du conseil de regence superieure de l' Jsle de Cijlon A: Colombo Messieurs Nous avons recu avec la lettre rue vous nous avés fait l' honneur de nous ecrire le 11: october dernier les spieces originales doiet nous vous avions fait la demande pour servira etablir l'arreté du derneer comple entre sa majesto trés chretienne et la noble compagnie d'hollande, Les recus dessieuers De Jean et de la Le zaddiere officiers de sipahis, dinsique celui des J:r Bejarij offi„ „cier de la fregatto la venus nous sont precedemr„ „ment parvenees, et il ne nous reste a: discrer pour les pieces au soutien deco Compte que la lettre de change originale, uezee à malacpar m. r Lec„te de kigarion com„ „mandant la fregatte la calijpse porer les frais de relache de ce batiment au dit lieu. Nous avons de duit dee sus dit compte mess:s Particle des fournitures faittes au vaisseau de la Compagnie des Jndes le marechal de castries: Jl regarde particulierement la Compagnie des pieles de france et ila ête paije à m: van van senden par m: de moracin administrateur general deses affaires dans l' Juede Les deux lettres de change que vons aves fournies de S:r marchand Jngenieur Francois des bet 7: octobre montant ensemble a 13004 14/9: ont: sto acqui„ „tees. Nous en avons fait deduction suirant vos desirs de la solde du compte cy dessus quijse trouwe reducte a 902q.:r 7. s. – tournois que nous acquettons, par la traite cij Jointe de paruille somme payable à neuf mois de vrié par le thresoier de la marine à Paris. Nous vrus pri„ „ons, messieurs de vouloir bien nous d'en accuser la reception. Nous avons l' honneur d'elre /: plus bas:/ Messieurs vos tres humbles et tres obeissants serviteurs /:signe:/ Conwag, Moracin, /:en marge :/ Pondicherij 2: Decem„ „bre 1788: —. „ a 18 e J Sebdamsz Nagezien N:o 14: 1115 Bondicheri Aan den Hoog Gebooren Heere Grave De Conwaij Marichal der leggers en armeen des konings, Commandeur van de kooninglijke en militaire ordre van S:t Louis gouver„ „neur generaal der Etablissementen van zijn aller Christe„ „lijkste Majesteid en Jndien Etc: en Den Heer De. Moracin Ridder van de koninglijke en Militaire ordre van S:t Louis jntendant van zijne Aller Christelijkste Majesteid aldaar EtC: Een vreemd schip dat zedert erkend is, te weezen een schip van Edele faansche Oost- Jndische Comp:e genaamt de Graaff de Artois, ondernoomen hebbende omiteloopen in de bin„ „nen baaij van Oostenburg, zonder verlof, niet toonende de seinen beraamt met den Heer Burggraaff, de S:t Riveul Commandant van de zeemagt van zijn al„ „ler Christelijkste Majesteid in Jndien, blijkens deszelfs brief aan het opperhoofd van Trinkonomale de Heer van Senden, welke we de eere hebben in Copij hier in te zenden, heeft Mijne Heeren. de

NL-HaNA_1.04.02_3838_0810 view scan ↗

English

the military Commandant of Fort Oostenburg, in accordance with the permanent order established for such cases, found himself obliged, as a warning to the aforementioned ship, to fire two cannon shots across its bow, the one merely with blank powder and the other with live shot, upon which warning shots the Viscount de S:t Riveul saw fit to order a live shot fired from the frigate D'Astrée, lying in the aforesaid inner bay, across the low battery of the aforesaid Fort Oostenburg, and thereupon sent the lieutenant at sea, Mr. D'Egrignij, to the aforementioned chief, to convey to him such verbal message as was subsequently repeated in writing by his Honour in his letter enclosed herewith in copy, written on 23 April to the aforementioned Mr. van Senden, adding that his Honour had waited for the fort of Oostenburg to fire a second cannon shot with live shot, in order to answer it with all the cannons of the three frigates. We considered that we ought not to exempt ourselves, Gentlemen, from informing your Honours of this, and we therefore have the honour to send your Honours herewith all the letters exchanged on this matter between the well-mentioned Viscount de S:t Riveul and the chief and the Council of Trincomalee, consisting, besides the above-mentioned letter from Mr. de S:t Riveul, of three more letters written by his Honour on the 24th, 27th, and 29th of April, and three letters written by the aforementioned chief and Council of Trincomalee on 24, 27, and 29 April. From all these documents, Gentlemen, your Honours will see that the aforesaid two shots from Fort Oostenburg, about which the Viscount de S:t Riveul feels aggrieved, were fired according to an order established once and for all, as we have already noted above, solely as a warning to the ship that intended to sail in, and therefore not with any intention whatsoever of offering the slightest insult of any kind to the flag of His Most Christian Majesty. The chief and the Council of Trincomalee have solemnly assured Mr. de S:t Riveul of this in their aforesaid letters. We have instructed them to repeat this assurance to his Honour in our name. We even did so more specifically ourselves in a letter written to Mr. de S:t Riveul on the 5th of this month in reply to a letter written by his Honour to the first undersigned Governor about this matter, and we now solemnly repeat this assurance through this letter to your Honours, Gentlemen. But what are we to think of the live cannon shot that Mr. de S:t Riveul ordered to be fired across our battery, and his further intention to undertake silencing the fire of our battery? Leaving the judgment and decision thereof to our mutual High Sovereigns and refraining from all remarks on the matter, we nevertheless request in the most friendly manner that your Honours will have the goodness to make the necessary provisions regarding this for the future. From the above-mentioned letter of the chief and the Council of Trincomalee written on 24 April to the Viscount de S:t Riveul, your Honours will see that the aforementioned chief and Council informed Mr. de S:t Riveul thereby that they had resolved, pending our further orders, not to admit any foreign vessels of any kind into the inner bay of Oostenburg anymore, unless on account of visible goods, great damage, or other such causes as would warrant an exception in this matter. We could not disapprove of this resolution, grounded as it is on the orders that have existed at all times, and we have therefore instructed the aforesaid chief and Council to make this known to Mr. de S:t Riveul, solely with the friendly intention that his Honour might be so good as to inform the commanding officers of the French ships thereof, in order to prevent all further unpleasantness. We have informed our General Government at Batavia of all the foregoing. The present southwest monsoon permits ships to lie safely in the North Bay; nevertheless, pending the further pleasure of our well-mentioned General Government, we shall not, during the same, refuse the use of the inner bay to any foreign ships that, on account of damage suffered at sea or for other reasonable causes, need to enter the inner bay, whenever a request to that effect is made. We therefore request your Honours, Gentlemen, to inform the Viscount de S:t Riveul and furthermore all the commanding officers of the French ships, in so far as your Honours shall find it necessary, to cast anchor in the North Bay during the southwest monsoon, whenever they do not fall within the terms of the exceptions mentioned above. Before the end of this southwest monsoon, we can from

Dutch transcription

de militaire Commandant van het fort Oostenburg, over„ eenkomstig met e in diergelijke gevallen gestelde perma„ „nente ordre, zig verpligt gevonden om tot een adver„ „tissement aan het voornoemd schip, voor over het zelve te doen twee kanon schooten, de eene enkel met los kauid en de andere met scherp, op welke schooten van waar „schouwing, de Heer Burggraaff de S:t Riveul heeft kunnen goed vinden te laten doen een schot met scherp van het fregat D' Astrée leggende in de voorsz # binnen baaij, voor over de laage batterij van het voorsz: „ den luijtenant ter zie fort Oostenburg, en heeft daar op „ de Heer D' Egring„ „nij gezonden aan het voorschreeven opperhoofd, om aan hem te doen zodanige mondelinge boodschap als nader schriftelijk door zijn Ed: is herhaald bij zijn nog in Copij hier in geslooten brief den 23. april aan gem: weer van senden geschreeven, met bijvoeging dat zijn Edele hadde gewagt dat het fort van Oostenburg zoude doen een tweede kanonschoot niet scherp, om die te beand„ „woorden met alle de kanons van de drie fregatten we hebben gemeend ons niet te moeten dispenceeren Mijne Heeren, om uwel Ed:ne hier van kennis te geven, en hebben we mids dien de eere Uwel Ed:ns hier nevens toetezen„ „den alle de daar over gewisselde brieven tusschen wel gem: Burggraaff de Heer De S:t Riveul en het opper„ „hoofd „ 1118. „hoofd en de Raad van Trinkonomale bestaande behalven de hier boven gemelde brief van den Heer de S:t Riveul, in nog drie brieven van zijn Edele geschreeven den 24:e 27. en 20: April en drie brieven van het gem: opperhoofd en Raad van Tainkonomale geschreeven den 24. 27. en 29: April. uijt alle deeze stukken Mijne Heeren zullen uwel Ed:n zien, dat de voorsz: twee schooten van het fort Oostenburg waar: over de Heer Burggraaff de S:t Riveul zig bezwaard, zijn gedaan volgens een eens voor al g'etablis„ „seerde ordre, zoo als we dat hier boven bereeds hebben aangemerkt, alleen tot een advertissement aan het schip, dat wilde inzeilen, en mids dien niet met eenig intentie om daar meede de allerminste beleediging hoe genaamt toete brengen aan de vlag van zijn aller Christelijkste Majesteid. Het opperhoofd en de raad van Trinkonomale hebben bij voorsz: hunne brieven dit plagtig aan den Heer de S:t Riveul verzekert. we hebben hun gelast deeze verzee„ „kering nader uijt onse naam aan zijn Edele te doen. Noch nader hebben we dit zelfs gedaan bij een brief aan den Heer de S:t Riveul den 5:e deezer aan zijn Edele geschreeven in andwoord van een brief door zijn Edele aan den eerst ondergeteekende gouverneur over over dit geval schreeven, en we herhalen, door deezen plegtig deeze verzekering tans aan uwel Ed:ns Mijne Heeren. Maar wat moeten, wij denken van den scherp gelaadene kanon schot die de Heer de S:t Riveul voor over onze batterijs heeft laten doen, en verder voorneemens was te onder „neemen, om het vuur onzer batterij te doen zuijgen. De beoordeeling en beslissing daar van overlaatende aan onze weder zijdsche Hooge souverainen en ons ont„ „houdende van alle aanmerkingen daar over, verzoeken we niet te min op de vriendelijkste wijze, dat uwl„ „Ed:ns de goedheid willen hebben hier in te doen de noodige voorzieningen voor den aanstaande Uijt de hier boven gem: brief van het opperhoofd en „e raad van Trinkonsmale den 24. April aan den Heer de Burggraaff de St: Riveul geschreeven zullen Uwel Ed:ns zien dat gem: opperhoofd en Raad de Heer de S:t Riveul daar bij hebben g'informeerd, dat ze beslooten hadden tot onse nadere last geen vreemde scheepen hoe genaamt, meer in de binnen baaij van Oostenburg te ontvangen, ten zij om zigt baare goederen groote schade of om andere zodanige oorzaken, als in deezen een uijt zondering zoude verdienen. we hebben dit besluijt, gegrond op de orders die ten allen teide bestaan hebben, niet kunnen afkeuren, en we helben het voorsz: voorsz: opperhoofd en raad midsdien gelast om den Weir de S:t Riveul dat bekend te maken, alleen met het vrien„ „delijk oogmerk op dat zijn Edele de goedheid zoude gelie„ „ven te hebben om de Heeren Commandants der faansche scheepen daar van te verwittigen, ter voorkooming van alle verdere onaangenaamheeden. we hebben van al het voorenstaande ons generaal gouver„ „nement te Batavia geinformeerd De tegenswoordige Z: w: mausson laat toe dat de scheepen veilig kunnen leggen in de Noorder baaij niet te min zullen we tot op het nader welbehaagen van wel gem: ons generaal gouvernement, geduurende dezelve, het gebruijk van de binnen baaij, niet wijgeren aan alle vreemde scheepen, die uijt hoofde van geleedene schade in zee, of om andere billijke reedenen nodig hebben in de binnen baaij te gaan, wanneer daar toe word verzoek gedaan. We verzoeken Uwel Ed:ns, mids dien Mijne Heeren, om den Heer Burg„ „graaff de S:t Riveul en voorts alle de Heeren Com„ „mandamnts der faansche scheepen voor zoo verre uwel„ Edelens dat zullen nodig vinden te informeeren, om ge„ duurende de Z: w: mousson in de Noorder baaij ten anker te gaan, wanneer ze niet zijn in de termen van de hier boven gemelde uijtzonderingen. Voor het Eijndigen van deeze Z: W: mousson, kunnen we van

NL-HaNA_1.04.02_3838_0814 view scan ↗

English

are informed of the approval of our general government; yet should that also not arrive in time, we shall, before the end of the present southwest monsoon, provisionally make such arrangements as may be necessary, so that all ships, whenever they can no longer lie in the Northern Bay, may meanwhile be assigned a safe anchorage. Your Honours may rest assured, Gentlemen, that not only the French royal ships, but also all other French ships, will continually receive in our ports every possible kind reception, assistance, and convenience. We have at all times shown that we hold the flag of His Most Christian Majesty in the highest respect and regard. We shall continue to do so, and ensure that the same is done by all those who fall under our Commission. We have the honour to be, with the highest consideration in the most distinguished manner, Gentlemen, Your High Born and Right Honourable very obedient Servants. Was signed: W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, M: P: Raket, J: Reintous, B: L: van Zitter, A: Samland. In the margin: Colombo, the 23rd of May, Anno 1789. Agrees: Lijbrands Galen Examined: Sterk 1118 Pondicherry. To the High Born Lord, Count de Conway, Field Marshal of the Armies of the King, Commander of the Royal and Military Order of St. Louis, Governor-General of the Establishments of His Most Christian Majesty in the Indies, etc., and Mr. de Moracin, Knight of the Royal and Military Order of St. Louis, Intendant of His Most Christian Majesty there, etc. We have had the honour to receive Your Honours' letter of the 2nd of December last, with the enclosed bills of exchange in triplicate to the amount of 9029 Livres, 7 Sous, 1 Denier tournois, for the provision of which we hereby kindly thank Your Honours. The original bill of exchange relating to our aforementioned account, which the Count de Kergariou Locmaria issued at Malacca, is enclosed herewith pursuant to Your Honours' request. We are very much obliged to Your Honours for the payment made to Mr. Marchant on our bills of exchange issued to him, for which, Gentlemen, we have caused the current account of His Most Christian Majesty to be credited. Likewise, this account has been credited for an amount of six hundred and three livres tournois, for which, at the request of Mr. Jalanave, Second Lieutenant of the Regiment of Luxembourg, we issued to him on the 3rd of November last a bill of exchange on Your Honours' Government, which we trust will be honoured with payment by Your Honours. Upon the report received from the then Resident of Trincomalee, Mr. van Senden, that he has settled with Mr. Moracin the 300 rupees that were debited in our previous account for provisions supplied at Trincomalee to the officers Desjean, de la Lézardière, and de Béjarry, and to the Company's ship Le Maréchal de Castries, we have credited that amount, with the interest calculated thereon, back to His Most Christian Majesty in our accounts. This account, to which are still charged some small provisions made to His Majesty's ships since the closing of the previous account, we shall have the honour to present to Your Honours on a future occasion. For the rest, we remain with particular high esteem, Gentlemen, Your High Born and Right Honourable very obedient Servants. Was signed: W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, M: P: Raket, C: Filenius, J: Reintous, B: L: van Zitter, J: A: Vollenhoven. In the margin: Colombo, the 28th of July 1789. Agrees: Sijbrands, Clerk Examined: Sterk No. 15. 1120. To the Honourable J: W: van de Graaff, Governor of Colombo. Honourable Sir, The late Governor, Major General Sir Archibald Campbell, K.B., previous to his departure for England, laid before us a letter which you had done him the honour to address to him, soliciting the aid of this Government in conveying grain to Ceylon if, from a scarcity of that article, you should stand in need of a supply from the Coast. We beg leave to inform you that every degree of encouragement in our power shall be given to such persons as may arrive here to purchase grain for the use of the Dutch settlements, or to any agents that may be appointed for that purpose. On this, as on every other occasion, we shall not omit any opportunity of promoting the Dutch possessions in India. Military Department. Fort St. George, 11 February 1789. We have the honour to be, Honourable Sir, Your most obedient humble servants, John Holland J: H: Casamajor Robt. Maunsell Examined: Maas. 1121. To His Excellency J: W: van de Graaff, Governor, etc., etc., at Colombo. Sir, We have been honoured with the receipt of Your Excellency's letter dated the 23rd ultimo, containing copies of the correspondence between Mr. de St. Riveul and the Chief and Council at Trincomalee respecting a circumstance that lately occurred at that place. We shall take care to notify to the commanders of the English ships the regulations you have communicated to us. We have the honour to be, Sir, your most obedient servants. Was signed: John Holland, J: H: Casamajor, E: J: Holland. In the margin: Fort St. George, 10th of June 1789.

Dutch transcription

van het goed vinden van ons generaal gouvernement zijn geinformeerd, dan zoo dat ook niet tijdig genoeg mogt inkoomen, zullen we voor het eindigen van de tegens„ „woordige Z: w: mousson, provisioneel zodanige schik„ „kingen maken als nodig zij, op dat alle scheepen wan„ „neer ze niet langer in de Noorder baaij kunnen leggen, intusschen een vijlige ankerplaats worde aange„ Uwel Ed:ns kunnen verzekert zijn Mijne Heeren dat niet alleen de faansche konings scheepen, maar ook alle andere faansche scheepen, bij voort duuring in onze havenen zullen ontvangen; alle mogelijke- goed oenthaal„ hulp en gerief. we hebben ten allen tijden getoond voor de vlag van zijn Aller Christelijkste Majesteid te hebben de hoogste achting en oplettendheid. we zullen dit bij voortduuring doen en zorgen dat insgelijks geschied door alle die geene die onder onse Commissie behooren. we hebben de eere van met de hoogste Consideratie op de gedistinqueerste wijze te zijn /:onderstond:/ Mijne Heeren Uwer Hoog Gebooren en wel Ed: zeer gehoorzzame Dienaaren /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff P: Sluijsken M: P: Raket, J: Reintous, B: L: van Zitter, A: Samland /:in :margine:/ Kolombo den 23. Maij A:o 1789. „weezen. Adkordeert Lijbrands Galen in Nagezeen sterk 1118 Jondi Cherij Aan den Hoog Gebooren Heer. Grave de Conwaij. Marechal der Zeegers en Armeen des Konings Comman„ deur van de Koninklijke en Militaire ordre van St Louis, Gouverneur Generaal der Ctablissimenten van zijn alle Christelijkste Majestijd te Jndien Etc: en Den Heer de Moracin. Ridder van de Koninklijke en Militaire Ordre van St. Louis, Intendant van zijn aller Christelijk „ste Majesteid aldaar etc: Wij hebben de eer gehad te ontfangen Uwerwel¬ Edelens Messive van den 2=e xber: p:r so, met de daar bij gezondene wissels in triplo Groot Livres 9029: 7: 1: tournois voor welker be„ „zorging wij uwelEd:s bij deezen vriendelijk bedanken. De tot voorsz: onse reekening betrekkelijke Origineele wissel, die de Heer Graaff de Ker„ „garion Loemaria te Malaka heeft ver„ leend, gaat volgens uwel Edelens requi¬ sit in deeze geslooten Over. we zijn uwelEd:s zeer verpligt voor de gedane betaaling aen den Heer Marchant op onse aen den heer aen Eem verleende wissels, waar Mijne Heeren. voor C voor wij de reekening Courant van zijne aller„ „christelijkste Magesteid hebben laaten Krediteeren. Insgelijks is deese reekening gecrediteerd voor een bedraagen van Zeshondert en drie li„ vres tournois, waar voor wij op 't versoek van den heer Ialanave, Sousluitenant van 't regiment van Luxemburg, aen den zelven den 3=e 9ber: paso: een wissel op UwelEd:s Gouvernement hebben verleend die we vertrouwen dat door uwelEdelens met betaaling zal zijn Gehonoreerd. Op 't Ontfangen berigt van 't Taincono„ tmaals opperhoofd, de Heer van Senden, dan hij met den heer Moracin heeft afgeree„ kind de 300 kopijen die bij onse voorige teerd reekening zijn gedebi„beleerd, weegens ge„ „daane verstrekkingen Te Trinconomoele aen de Officieren Desjean, de ba Lesaardire. en de Bejarrij en aan 't Comp: Schip Le Marchal de Castries, hebbe wij dat be„ draagen, met de daar op bereekende intres zijne aller Christelijkste Majesteid Weder bij onsen zoeken doen te goede brengen. Deese reekening waar op nog belast zijn eenige klijne verstrekkingen, die zeedert het a 1119 afsluijten van de voorige reekening, ten lasten van zijner majesteids scheepen zijn gedaan, zullen wij de eere hebben UwelEdelen bij eene nadere gelegendhijd aen te bieden. Voor 't overige hebben wij deeze met bijzondere hoogachting te zijn /:onderstond:/ Mijne Heeren Uwer hoog Gebooren en welEdele zeer Gehoorsame Dienaaren /:was getekend:) W: J: van de Graaff, P: Huisken, M: P: Rahet, C: Filenius, I: Reintous, B: L: van Zitter; J: A: Vollenhoven /:i Margiene„ Kolombo den 28 Julij 1789. Akkordeert Sijbrands eKlerk Nagesie sterk No 15: 1120. Totte honorable J: W: van de Graaff gouvernor of Colombo Tir Honble The late, governor Major genaral sia archibald Campbell K: B: previons to his De parture for England, laid before us a letter which you had done him the Honor to address to him, soliciting the aid of this gouvernement in Conveijing grain to Ceijlon if, vrom a scarcitij of that article, you should stand in need of a supplij from the bo„ „ast We beg leave to inform you that everij Degree of Encouragement in our Power shall, be geven te such Persons as maij arrive here to purchase grain for the use of the Dutol settlements or to arij agents that maij be appointed for that purpose on this, as on Everij other accasion, weshall not onit anij opportwintij of promoting the Dutch Pos„ „sions in Jndia. Militarij Departement. We 9 8 Fort S:t: Gorge 11. februarij 1709. We have the honor to be Houvaable Sir ijour most obedient humble servants John Holland J: A: J: C: S: Basamaijer R:t Marinsell Nagezien Maas. 3. 1121. Governor Etca Et at Columbo. To Flis Excellencij J: W: van de Graaff Pir We have heen honored with the receipt of Jaar Excellencijs Letter datet the 23:e ultimo containing Copies of the Corres„ pondence between Mr. De St. Riveul and the chief and council at Trinconomalij resputing a ciriumstance that latelij ourred at that plan. Wishall take careto notefij to the commandus of the Englisch ships, the Regulations Jou haw communiceatid tous. We have the Honor to re /:onderstond:/ Pir, Jouis most obedient servants /:was geteekend:/ John Holland, J: H: Basa„ maijor, E: J: Holland /:in margine:/ Fort S:t Ge„ „orge 10: Junij 1789: — 10

NL-HaNA_1.04.02_3838_0829 view scan ↗

English

1122. Translation Military Department To The Honorable W. J. van de Graaff Esqr President and Governor and Council Colombo. Honorable Sir and Gentlemen We have had the honor to receive your letter of the 5th instant with the various enclosures, the one addressed to the Honorable Governor General and Council was immediately dispatched to Bengal. We have received from our superiors a copy of the Treaty between the King of Great Britain and their High Mightinesses the States General of the United Provinces, and we are ready to give all possible attention to all the articles contained therein. In these dispositions we assure your Honorable Council that you will find us ready to assist for the defense of the Dutch establishments, conformably to the treaty, whenever the case shall require it; but that is what we believe there is no appearance of taking place soon, for we have no reason to believe that there is any intention at present on the part of the French to molest you. We shall not fail to communicate to you all intelligence that might interest the affairs of the Honorable Dutch Company, and we have the honor to subscribe ourselves with much esteem /:below:/ Honorable Sir and Gentlemen, your obedient and very humble servants, /:signed:/ John Holland, Ja. H. Casamajor, and Edw. In. Holland /:in the margin:/ Fort St George 28 August 1789. Copy 1123. Military Department To The Honorable Wm J. van de Graaff Esqr President and Governor Etc Council at Columbo Gentlemen! In consequence of the late purchases of Cranganore and Jacottah, made by the Rajah of Travancore from your nation, some discussions have taken place with the Nabob Tippoo Sulltan, who has disputed the right which the Dutch had to sell the above-mentioned places, without his consent. That we may be fully acquainted with this subject, we shall esteem it a favor if you will give us the most particular information in your power upon the following points: We wish to know whether the Dutch obtained possession of the above-mentioned places from the Portuguese, upon what terms the Portuguese held them, upon what terms they were transferred, and whether from the time your nation possessed them until the late period, when they were purchased by the Rajah of Travancore, any kind of tribute has been paid to the amildars of Calicut or others, or any sovereignty acknowledged. It is asserted by the Nabob Tippoo Sultaan that a rent was yearly paid by the Dutch to the amuldars of Calicut, which is a tributary to Mysore; on the other hand, it is maintained by the Rajah of Travancore that Cranganore and Jacotta belonged solely to the Dutch, that the Rajah of Cochin had no claim whatever upon them, that the Dutch have had possession to the present period during one hundred and thirty-five years, and that they never paid a single cash to the Rajah of Cochin as a yearly tribute for the above places. In order to ascertain what is the fact amidst such contradictory assertions, we request you will furnish us with authentic copies of all deeds and documents respecting Cranganore and Jacottah, and communicate to us such particulars as may enable 1124. may enable us to adopt a line of conduct upon the principles of strict justice towards all parties. /:below was written:/ We have the honor to be, Gentlemen, your most obedient humble servants, /:was signed:/ John Hollond, Ja. H. Casamajor, Edw:d Jn:s Hollond /:in the margin:/ Fort St George 7 December 1789. No. 10. 1125. To the Right Honorable and Worshipful Sir Johan Holland, Esquire, President, together with the other Gentlemen, Members of the Council. Fort St George Right Honorable and Worshipful Sir and Gentlemen. I have had the honor to receive the letter with which I was favored by your Honors on the 11th of September last, and I cannot but be very grateful, Gentlemen, for the friendly assurance which your Honors are so good as to give me therein; that, in accordance with the request made by me to the Right Honorable Sir Governor of Madras, Major General Sir Archibald Campbell, you will grant every possible encouragement to the person who shall be appointed by me for the purchase of grain on the coast on behalf of this Government. I shall request Mr. Michell, Senior Merchant in the service of the Honorable English Company and Second at Nagore, to be pleased to take this commission upon himself, and I therefore very kindly request your Honors to be pleased to favor this gentleman with the means and ways that may serve to enable him to do so. If, in return, any service can be rendered to the Government of Madras by the Government of Ceylon, I shall embrace with pleasure all opportunities that shall be provided to me for that purpose by your Honors. I have the honor to be /:below was written:/ Right Honorable and Worshipful Sir and Gentlemen, your Honors' very obedient servant /:was signed:/ W. J. van de Graaff /:in the margin:/ Colombo, the 20th of March 1789. Agrees Syjbrands Eyklert Revised Staats 1126. Fort St. George To the Right Honorable and Worshipful Sir John Holland Pro-interim Governor and President of Madras. Right Honorable and Worshipful Sirs. Considering that it might sometimes be of some service that your Honor were informed of the following case, precisely as it actually occurred, which we recently had at Trincomalee with Mr. de St Riveul, Commander of the French naval force in India, I deemed that I should not omit to give your Honor notice thereof by this letter. On the 23rd of the past month, there arrived at Trincomalee a ship, which has since been recognized as a French Company ship named the Comte d'Artois. It sailed without thereunto

Dutch transcription

1122. Praduction De partement Militaire A L' Honorable W: J: van de Graaff Esg:r President & Gouverneur & Conseil Colombo. Honozable Monsieu & Messian Nous avons ent l'honneur de recevoir vo„ „tre Lettre du 5e du Courant avec les diver„ Les Incluse lune addressé à l'lononable Gouverneur Generaal et Conseil à êté im„ „midiatement achiminie p:r Bengale. Nous avons necue de Nos superieurs Copie du Traité Entre Le Roi de la grande Bretag„ ve et leurs hautes Puissances les Etats gener „naux des Provinces Unies, et nous sommes préts de donner toute l'attention possible à tous les articles qui ij est Contenue. Dans Ces dispositions nous as juronts vo„ „tre Honnorable Conseil, que, vous nous trou„ verés préts à assister pour la dessence des Etablissiments Hollandois, Conforme„ ment an sraité toute fois que le Cas le né quevera - Mais Cest ce que nous croijons, quil nij a point d'apparent que Cela dit licu en peut car nous n'avons aucune rac son Son de Croire qu'il ij ait aucune Intention actuellement du Cote des Francois pour vour molester. Nous ne manquerons point de vous Com„ „muniquer loutes Jntelligences qui pouroient Interesser les assaires de l'honnorable Com„ pagnie Hollandoise & nous avons C hon¬ „neur de nous sousorire avec beau coup d' Esti„ „me /: plusbas:/ Honorable Monsieur & Messieurs Votze Obeissant & tres Hum: Ser„ viteur: Signe:/ John Holland, Ja: H: Cle „amaijer en Ectu: In: Holland /: en marge:) Fort S:t George 28 aout 1789. Copij 1123. Military Departement To The Honorable W„m J„ van de Graaff Esq=r President and Gouvernor Et=a Council at Columbo In consequence of the late puschases of Cran„ ganore and Jacottah, made bij the Raxah of Travancore from youd nation, Some discussions have taken place with the Nabob Tippoo sul„ tain, who has disputed the right which the dutch had to sell the above mentioned places, Without his Consent That we may be Jully acquainted with this subject, we shall esteem it afaror if you will give us the most particular information in your power upon the following points We wish to know whether the Outch obtained possession of the above mentioned places from the portuqueze ripon what terms the portuqueze held them, upon what teamsthey were transforred, and whether from the time your nation possessed them untol the Gentlemen! late late period, whem they were purchased by the rayah of travancour any kind of tribute has bien paid to the amildaas of calicut or others, or any Sovereigaty acknoorled ged. - It is afserted by the nabob tippoo sultaan that a rent was yeaaly paid by the dutch, to the amuldars of Calient. Which is a tri= butary to mysore on the other hand, it is maintained bij the rayah of Travancore, that Cranganore and Jacotta, belonged solely to the dutch, that the rayah of Cochin had no Claim whatever repom„ them that the dutch have had possession to the present period, during one hundred and thirty five Ieaas, and that thy never paid asingle Cash to the rayah of Cochin as a yedaly trebute for the above places In order to asertain what is the fact amidst such Contradictonij assertions, we request you will furnish us with authentick copies of all deeds and documents, respec¬ ting Cranganore and Jacottah, and Com¬ munifalt to us such particulaas as mayenable 1124. mayenable risto adopt aline of Conduct upon the prenciples of staict Justice to wards all Paaties /:onderstond:/ we have the honor to be Gentlemen, Your most obedient Humble servants, /was getekend:/ John Hollond Ja 71 Masamayor Edw:d Jn:s Hollond /: in margine:/ Fort S=t George 7: decem„ „ba 1789 — No: 10: 1125. Aan den wel Edele Gestr: Heer Johan Holland schild knaaspresident benevens de verdere Heeren Leeden van den Raad. Dort Sr George Wel Edele Gestrenge Heer en Heeren. Jk heb de eere gehad te ontfangen den brief, waar„ meede ik door Uweledelens op den 11. 7ber: I:o Leeden ben begunstigd, en ik kan niet dan zeer gevoelig zijn Mijne Heeren, aan de vriendelijke verzeekering, die UwE„ delens zoo goed zijn mij daar bij te doen; van overeen„ komstig met het verzoek door mij aan den Hoogede„ len Heer Gouverneur van Madras de Generaal Majoor sir Archibald Campbell gedaan, te zullen verleenen alle mogelijke aanmoediging aan den geenen die door mij zal worden geappointeerd tot den inkoop van graa„ nen op de kust ten behoeve van dit Gouvernement. De Heer Michell opperkoopman in dienst van de Edele En Engelse komp:s en sekunde te Naoer zal ik verzoeken de kommissie daar toe te willen op zig neemen, en ik verzoek uw Edelens mits dien zeer vriendelijk, dee„ zen Heer te willen begunstigen inde middelen en wee„ gen die lijden kunnen om hem daar toe in staat te stellen. Jndien bij weederkeering het Gouvernement van Madras door het Gouvernement van Ceilon eenige dienst kan worden beweezen, zal ik met vermaak omhelsen alle gelegentheeden die mij ten dien eijnde door Uw Edelens zullen worden gefourneerd. Jk heb w de eere van te zijn /:onderstond:) wel Edele Gestrenge Heer en Heeren uwer wel Ede„ lens zeer gehoorz: Dienaar /:was getekend:) W: J: van de Graaff /:in margiene:/ kolombo. den 20. Maart 1789. Akkordeert Siyjbrands Eyklert 1 ln Nagezien Staats 1126. Pout S=t. George Aan den wel Edelen Gestrengen Heer John Holland Prointerim Gouverneur en President van Madaas. Wel Edele Gestrenge Heeren. Of het somtijds van eenige dienst zijn konde dat uwel Edele Gestr: geinformeerd zij van het ondervolgend geval, zodanig als het wenke„ lijk is voorgevallen, dat we onlangs te sum„ konomale gehad hebben met den Heer de S:t Reveul kommandant van de franse zeemagt in Jndien, heb ik gemeend mij niet te moeten dispenceeren om uwel Ed: Gestr: daar van door deezen kennis te geeven. Den 23:e van de voorleeden maand kwam te Trinkonomale een schip, dat zedert erkend is voor een frans komp: schip gen=t de Graaf d' Antois. Het zijlde zonden daer toe

NL-HaNA_1.04.02_3838_0842 view scan ↗

English

permission to proceed directly to the inner bay, and as it also did not make certain signals that were arranged in Janu: 1788 with the aforementioned Mr. de St. Riveul, two shots were thereupon fired across the bow of the said ship from Fort Oostenburg, situated at the entrance of the bay, pursuant to the order established once and for all for that purpose, the first with powder and the second with shot. Said Mr. de St. Riveul, who lay in the inner bay with the French King's frigate l'Astrée along with two other French frigates, thereupon fired a shot with ball from the frigate l'Astrée past the low battery of Fort Oostenburg, and then sent an officer ashore with such a verbal message as he shortly thereafter repeated in writing by a letter to the Chief of Trincomalee, Mr. van Senden, which is transmitted among the enclosures hereto, and wherein he further says that he had waited for the fort of Oostenburg to fire a second cannon shot with ball, in order to answer it with all the cannons of the three frigates. The further course of this incident Your Right Honorable Worship will find in the letters exchanged thereon, transmitted herewith in copy, to which, in order to avoid all too great prolixity, I take the liberty to refer. Your Right Honorable Worship will see therein, among other things, that the solemn assurance was given to Mr. de St. Riveul that the aforementioned two cannon shots across the bow of the aforementioned ship were fired solely as an advisory, and therefore with not the least intention to inflict any insult whatsoever upon the French flag. Leaving the conduct maintained in this matter by Mr. de St. Riveul to the judgment and decision of the mutual High Sovereigns, I further enclose here a letter written from here regarding this incident to the Government of Pondicherry. I request, Sir, that you be pleased to regard this letter of mine as nothing other than a private communication, solely serving for Your Right Honorable Worship's particular information, and that Your Right Honorable Worship will have the goodness, as far as possible, to ensure that the gentlemen commanders of the English ships desiring to go to Trincomalee may be informed in the most proper manner of the provisional arrangements during the present southwest monsoon, mentioned in the letter to the Government of Pondicherry. I have the honor to be with all high esteem in the most distinguished manner, Right Honorable Sir, Your Right Honorable Worship's very obedient servant, was signed: W. J. van de Graaff. In the margin: Colombo, the 23rd of May 1789. Fort St. George To the Right Honorable Mr. John Hollond, Governor ad interim, together with the Council, at Madras. Right Honorable Sir and Gentlemen! The letter with which we were favored by Your Honors on the 10th of July last, in reply to a letter written by the first-undersigned Governor to Governor Hollond, we had the honor to receive on the 24th following. Since then, the Directors have sent us the 6th article from the treaty between His Majesty the King of Great Britain and the States General of the United Netherlands, concluded at The Hague on the 15th of April 1788, and we have thereby been ordered by the said Honorable High Mightinesses to govern ourselves accordingly. We do not doubt that the same will also have been sent to Your Honors by the Directors of the Honorable English East India Company; nevertheless, we enclose a copy thereof herewith in case it might not yet have been received by Your Honors. Undoubtedly, Your Honors will have long been informed of the rumors that the French intend to break camp from Pondicherry in October or November next with the greater part of their military force. That the French have such an intention is confirmed by many unanimous reports in such a manner that one seems unable to doubt it; however, nothing has yet come before us to be able to judge with any foundation the credibility or incredibility of the various conjectures regarding the reasons thereof, and especially not to what extent the opinion of some who believe that an attack against Ceylon and particularly against Trincomalee lies concealed under this can be well-founded. The condition of France, as much as one can judge externally, seems to incline this realm more toward the continuation of peace than toward a desire for war; meanwhile, it perhaps deserves some notice that Pondicherry, as we are informed, has in the course of this year received significant reinforcements of troops and ammunition goods, and that the Nawab Tipu Sultan, who earlier this year caused the Company's Fort Cranganore, belonging under the Government of Cochin, to be demanded by an officer, and although he withdrew upon the evasive answer given thereto, remains at Coimbatore, where he keeps an army assembled near him and, according to rumors, is making various preparations that seem to indicate hostile intentions. Although one cannot conclude anything definite with any foundation from all these things regarding the aims of the French, much less that they should have any hostile intentions against us

Dutch transcription

toe verlof te hebben, direkt na de binnen daaij, en wijl het ook niet deed zeekere seinen die in Janu: 1788. met de voorsch: Heer de S:t Reveul zijn beraamt, zijn daerop van het fort oostenburg geleegen aan den in gang van de baai, ingevolge de daar toe eens voor al gestelde ordre, voor over hetzelve schip gedaan twee schooten de eerste met kruid en de twede met scherp. Gemelde Heer de S:t Revuel die met het frans koonings fregat d' Astree in de binnen baaij lag met nog twee franse fregatten, deed daarop van het fregat d' Astree een schot voor bij de laage Bat„ terij van het fort oostenburg met de scherp, en zoud vervolgens een officier aan de wal met zoodaanige mondelinge bootschap als hij kort daarna schriftelijk herhaalde bij een brief aan het opperhoofd van Trin„ Konomale de Heer van Senden, die onder de bijlaegen deezes overgaat, en waar bij hij voorts zegt, dat hij hadde gewagt, dat het fort van oostenburg zoude doen een twede kanon schot met scherp, om die te 1127. te beantwoorden met alle de kannons van de drie fregatten. Het verder beloop van dit geval zal uwel Edele Gestr: vinden bij de hierin in kopij overgaande, daar over gewisselde brieven, waar aan ik de vrijheid gebruik ter ver- mijding van al te groote wijdloopigheid mij te gedraegen. uwel Edele Gestr: zal daar bij onder anderen zien dat aan den Heer de S:t: Hevuel gedaan zijn plegtige verzeekering, dat de voorsch: twee kanon schooten voor over het voormelde schip, gedaan zijn alleen tot een advertissement en mids dien met geen het minst inzigt om eenig beleedi„ ging hoe genaamt toe te brengen aan de franse vlag. Het gedrag door den Heer de S:t Revael in deezen gehouden overlaetende aan de beoordeeling en beslissing van de weder„ zijdsche Hooge souverainen, sluit ik ƒ hier nog in een brief van hier over dit geval geschreeven aan het Gouverne„ ment van Pondicherij. Gk Nagezien staats Jk verzoek Mijn Heer deeze mijn brief niet anders te willen aanzien dan als een partikulier berigt, alleen strekken de tot uwel Edele Gestr: bezondere onder„ rigting, en dat uwel Edele Gestr: de goed„ heid gelieve te hebben, om zoo veel het geschieden kan, te zorgen, dat de Heeren kommandants der Engelsche scheepen de wil hebbende na Trinkonomale, op de welvoegelijkste wijze moogen worden onderrigt van de in de brief aan het Gouvernement van Pondicherij, vermel„ de provisioneele schikkingen geduurende de teegenswoordige Z: W: mousson Ik heb de eere van met alle hoog agting op de gedistinqueerste wijze te zijn. /:onderstond) wel Edele Gestrenge Heer uw wel Edele Gestrenge zeer Gehoorzae„ me Dienaar /:was getekend) w: J: van de Graaff (:in margine) Kolombo den 23= Meij 1789. Sijbrands Akkordeert lyklerk 1128. Port St: George Aan den welEdelen Gestrengen Heer John Hollond. Prointerim Gouverneur nevens den Raad Te Madras. Weledele Gestrenge Heer! en Heeren. De brief waarmeede we door uweledelens op den 10, Iulij Iongstleden zijn begunstigd in antwoord van een brief door den eerst ondergeteekende Gou„ verneur aan den Heer Gouverneur Holland geschree¬ ven, hebben- we den 24. daar aan de eere gehad te ontfangen. Zeedert hebben Heeren Bewindhebberen ons gezon„ den het 6:e artikel uit het traktaat tusschen zijne Majesteid den kooning van groot Britta„ nien en de staaten Generaal der vereenigde Ne„ derlanden, geslooten in 's Hage den 15. e april 1788: en zijn wij door welgemelde Hun Edele Hoog Achtb: daar bij gelast om ons over een komstig daar„ meede te bestieren. Wij twijffelen niet of het zelve zal ook door Heeren Bewindhebberen van de Edele Engelse oost Indische sComp: aan uw Edelens gezonden zijn niet te min voegen we een afschrift daar van hiernevens of het zelve zomtijds bij uwEdele nog niet mogt zijn ontfangen. On getwijffelt zullen uw Edelens reeds lange zijn onderrigt van de gerugten dat de fransen in Octo„ ber of November aanstaande, met het grootene ge„ deelte van hunne Militaire magt van Pondicherij staan optebreeken. Dat de fransen zulk een voorneemen hebben word door veele eenstemmige berigten bevestigd op eene wij„ ze dat men schijnt daar aan niet te moogen twijffe„ len, dog ons is tot nog toe niets voorgekoomen om met eenige grond te kunnen oordeelen over de geloof„ baarheid of ongeloofbaarheid der verschillende gis„ singen noopens de reeden van dien, en inzonder„ heid niet in hoe verre kan gegrond zijn het gevoe„ len van zommige die meenen dat hier onder een aanslag teegens Ceilon en speciaal teegens Trinko„ nomaale 1129. nomaale verborgen legts De toestand van Frankrijk zoo veel men die uiter„ lijk beoordeelen kan, schijnt er meer na om dit Rijk duuring te doen neigen tot de voortzwaaaring der vreedene dan om na oorlog te verlangen, intusschen verdiend het misschien eenige opmerking dat Pondicherij naar we zijn berigt, in den loop van dit Iaar nog merkelijke versterking van troepes en amo„ nitie goederen heeft ontfangen, en dat de Nabab Tipoe sultaan die in dit vroeg Iaar 's komp:s Fort kranganoers gehoorende onder het Gouver„ nement van koetsiem, door een officier heeft doen opeijssen, en op het daar op gegeeven wij„ gevend antwoord wel is afgetrokken, way te koem„ basoer blijft daar wij een leeger bij zig verzaa„ melt houd en volgens de gerugten verscheide toerus„ tingen maakt die hostiele voorneemens schijnen aanteduiden. schoon men nu uit alle deeze dingen met geen grond iets bepaalds besluiten kan noopens de oogmer„ ken der fransen, veel min dat ze eenige vij„ andelijke voorneemens teegens ons zouden heb„ ben

← previousnext →