Inventory 3838
Ceylon · 1,258 pages · 177 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
to the attention of the Galle Council, in order to consult with them and decide on the question of how to act in this unforeseen case, and that although they have not informed us of this, we nevertheless trust that it has occurred, and that we accordingly would suspend our judgment on this matter until we should have received the decision taken on this in their meeting. The answer from the Galle servants that is expected to arrive on this, we shall have the honor to communicate to Your High Nobles on a subsequent occasion. Section 6. The aforementioned ship the Batavier has at Galle, according to the incoming reports of the special commissioners who surveyed the ship and its rigging, been repaired of all its defects, and provided with the necessities for undertaking the voyage, as appears from the Galle resolution of the 24th of January of last year, which accompanies this in copy with the annexes, and was approved by us at the session of the 3rd of this month. Section 7. The consumption account of the same for the provisions received at Batavia was also examined at Galle and found correct, according to the servants' resolution of the 27th of January of last year, which also accompanies this in copy among the annexes, and was approved by us on the 3rd of this month. Section 8. The aforementioned Surat ship named Berkhout is the carrier of this. Upon receipt of the aforementioned Galle letter of the 2nd of this month, which was only dispatched from Galle on the 3rd, and thus arrived here virtually at the same time as their letter of the 3rd, containing the notification of the departure of the Batavier, we instructed the servants to have the Surat return cargoes for the fatherland and the Cape unloaded promptly, and subsequently to have the ship laden with the on-hand goods for Batavia. Section 9. Due to the remaining behind of the aforementioned return cargoes, we would be able to load two ships for the fatherland this coming November if Your High Nobles approve, but since our remainder of Malabar pepper has been entirely dispatched, and we can obtain no pepper from Cochin to use therein this coming year, we take the liberty to request Your High Nobles that, in accordance with our demand to Batavia transmitted herein, 200,000 lb of pepper may be sent to us if two ships are to go home; otherwise, and if only one ship goes home, 80,000 lb will be sufficient for us. The rest we can supplement with Ceylon pepper. In our humble previous demand, it was omitted to ask for Japanese copper. The 100,000 lb that are therefore requested in this demand, we very humbly ask may be fulfilled to us in full. Section 10. The ship Zeeland has, in accordance with the request made to that end by the Cochin ministers, departed back thither yesterday, and we have caused to be shipped therein 4260 bundles of salted coir, in deduction of Your High Nobles' demand. Section 11. Regarding the discharged cargoes of the ship the Batavier at Galle, the servants have disposed thereof by their resolution of the 20th and 27th of January of last year, which accompany this in copy, and were approved by us under dates of the 27th of January and the 3rd of this month. We take the liberty humbly to refer to the aforementioned Galle resolutions, since nothing appears therein that requires a special citation in this document. We merely note herewith, concerning the yellow lead mentioned in the first-mentioned Galle resolution, that the same held no more than 2006 lb, and that it occurred solely through an erroneous statement that 2606 lb was declared for it on the Colombo bill of lading; and the Galle servants have been informed hereof by us, in order to guide themselves accordingly in the execution of their aforementioned resolution. Section 12. The findings regarding the cargo of the ship Zeeland discharged here have been inserted into our resolution of the 8th of this month, an extract of which is included among the annexes. We humbly refer thereto, and report therefrom that we have decided to retain here the iron and the nails that the Cochin ministers have sent to us—with the request that if we do not need them, to send the same to Batavia on occasion—because we have none of it in stock, and the same will be useful to us for the repair of vessels and other necessary use. Section 13. The Galle trade servants have requested authorization to charge to Batavia on this occasion certain disbursements that were made there to the account of the ships the Negotie and the Hoop, and could not be debited to the expense accounts because they were not reported in time to the trade office. At the session of the 23rd of January, we decided to grant the requested authorization; but lest this account might not be received in time to be settled, we have also ordered the servants to have the amount thereof counted into the Company's treasury by the negligent parties, to remain deposited there until we shall have obtained an answer that this supplementary account has been accepted. Section 14. Considering that in paying foreigners for this or that article which must be purchased from them for the service of this government, it is sometimes very convenient for us if we can give them some coir in payment, we requested the ministers at Cochin whether it suited their honors to fulfill a portion of Your High Nobles' demand with the ship that goes from Cochin to Batavia, and the same have undertaken to deliver 10,000 bundles of coir toward the said demand. Section 15. In our respectful letter of the 26th of January, we reported to Your High Nobles the distressing circumstances in which the northern part of this island found itself due to lack of rain, and that the Cochin
Dutch transcription
ter kennisse van den Gaalschen Raad, ten einde met dezelve te raadpleegen en te be„ sluijten op de vraage hoe in dit onvoor¬ ziene geval te worden gehandeld, en dat schoon ze ons dat niet hebben bedeeld, we niet te min vertrouwen dat het zal zy„ geschied, en dat we mits die ons oordeel over deeze zaak zouden opgeschort laaten tot dat we het besluijt hier over in hunne vergadering genoomen zoude hebben ontfangen Het antwoord van de Gaalsche bediendens dat hierop staat in te koomen zullen we de eere hebben uw Hoog edelheeden bij een volgende geleeventheid te bedeelen § 6. Voormelde schip de Batavier is te Gale, volgens de ingekomene rapporten van ex„ presse gecommitteerdens, die het schip en dies tuijgagie hebben opgenomen, van alle zijne gebreeken verholpen, en voorzien van de benodigdheden tot het doen der rijse, blij„ kens gaalsche resolutie van den 24. Ja„ nuarij J: L:, die met de bijlaagen deezen in Copia verzeld, en door ons ter sessie dan den 3 deezer geapprobeerd is. § 7: Ook is de consumtie reek: van 't zelve van de ontvangene provisien te Batavia te Gale g'examineerd en wel bevonden, volgens 950. Volgens der bedienden resolutie van den 27. Ja„ nuarij J:L:, welke meede in Copij on„ der de bijlaagen gaat, en door ons den 3e deezes g'approbeerd is. §8. 'T voorschreeve souratsch schip ge„ naamt Berkhout is de brenger deezes. we hebben op den ontvang van voorschr: Gaalsche brief van den 2. deezer die eerst den 3. van Gale af„ gezonden is, en dus genoegsaam gelijk tijdig hier aankwam met haaren brief van den 3. , behelsende de Com„ municatie van 't vertrek van de Batavier, den bedienden aangeschreeven, om de souratsche retouren voor het vaderland en Caab spoedig te doen lossen, en het schip vervolgens te laaten belaaden, met de aanhanden zijn, de goederen voor Batavia. §9 Door het agterblijven van de voorsz: retouren zouden we en November aan„ staande twee scheepen voor het vader„ land kunnen beladen indien uw H: E: dat goedvinden, dan wijl ons restant mallebaarse peper geheel verzonden is 73„ is, en we geen peper van Koetsiem krijgen kunnen daer in jaar aanstaande gebruij„ ken we de vaijmoedigheijd uw Hoog Edel„ heeden te verzoeken dat ons overeenkom„ stig met onse, hier in overgaanden Eijsch van Batavia moogen worden gezonden 200'000 lb: peeper indien 'er twee scheepen zullen tuis gaan, anderzins en zoo 'er maar een schip tuis gaat hebben we aan 80'000 lb: genoeg: De rest kunnen we met Ceilonse peper suppleeren. Bij onzen nedrigen voorgaanden Eijsch is verzuijmt Japans kooper te vaaa„ gen De 100'000 lb: die mits dien bij dee„ zen Eijsch gevraagt worden verzoeken we zeer nedrig dat ons vol uijt mogen worden voldaan. § 10. 'T schip Zeeland is, volgens 't daar toe gedaane verzoek door de koetsiem„ sche Ministers gisteren na derwaards te rug vertrokken, en hebben we daar in doen aflanden 4260. bossen, gezoute Caijer, in mindering van uwer Hoog Edelheeden Eisch. § 11. Over de uijtgeleeverde ladingen van 't schip de 951. de Batavier te Gale, hebben de bedienden gedisponeerd bij hunne resolutie van den 20: en 27. Januarij, I: L:, die in Copia deezen verzellen, en door ons g'approbeerd zijn, on„ der datis 27. Januarij en 3. deezer. we gebruijken de vrijheijd ons nederig te ae„ fereeren aan de voorschr: Gaalsche resolu„ tien, wijl 'er niets bij voorkomt, dat eene speciaale aanhaaling in deezen vereischt eenelijk noteere we hier bij, nopens het giellood bij de eerstgem: Gaalsche resol: vermeld, dat het zelve niet meer dan 2006. lb: heeft gehouden, en dat het alleen door eene abusive opgave is geschied, dat daar voor bij 't kolombosche Cognoisse„ ment 2606. lb: zijn- bekend gesteld; en de zijn hier van door ons Gaalsche bedienden g'iformeerd, om zich daar naar te richten in de executie van hunne voorschr ƒ. resolutie: § 12 De bevinding van de alhier uijtgeleeverde lading van het schip Zeeland, is g'einse„ reerd en onse resol: van den 8. deezer, waar van extract onder de bijlaagen is gevoegd wij refereeren ons daar aan nederig, en melden; melden daar uijt, dat we beslooten hebben om het ijzer en de spijkers, welke de Koetsiemsche Ministers ons hebben toege„ zonden, met verzoek, om zoo we ze niet nodig hebben, dezelven bij geleegent„ heijd na Batavia te verzenden, hier aante houden, om dat we er niets van en voorraad hebben, en dezelven ons te pas koomen, tot de vertimmering van vaar tuijgen een ander noodzaakelijk gebruijk. §§ 13. De Gaalsche Negotie bedienden hebben quali„ ficatie verzogt, om zeekere verstrekkingen de scheepen de die aldaar ten laste van Negotie en de Hoop waren gedaan, en niet hadden kunnen op de onkostreekeningen be„ last worden, om dat ze niet tijdig op 't negotie cantoor waren opgegeeven, bij deeze geleegentheijd na Batavia temogen aan„ reekenen, we hebben ter sessie van den 23. Januarij beslooten, de verzogte qualifica„ tie te verleegen; doch of deeze aanreeke„ ning niet tijding genoeg mogte worden ontvangen, om haare verevening te kun„ nen vieden, hebben we den bedienden tevers gelast, om door de verzuijmers 't bedraer„ geen 952. gen daarvan in scomp:s Cas te laaten, tel„ len, om daar te blijven, gedeponeerd, tot dat we antwoord zullen hebben erlangd dat deeze nadere aanreekening is ge„ accepteerd. lin § 14: We hebben uijt aanmerking, dat in het voor deeze of gee„ voldoen der vreemden ne dingen, die van hun ten dienste van dit Gouvernement moeten worden ingekogt, het ons somtijds zeer te pas komt, wanneer we hun wat Kaijer en betaa¬ ling kunnen geeven, de Ministers te koethiem verzogt, of het hun edelens kwam, om een gedeelte van geleegen uwer Hoog Edelh: eisch te voldoen, met Koelsiem na Bata„ het schip dat van via gaat en hebben dezelven aangenomen, Kaijer op gemelden Eisch om 10'000. bossen te bezorgen. § 15 Bij onse eerbiedigen van den 26. Januarij heb„ ben we uwen Hoog Edelh: bericht, de kommerlijke omstandigheeden waar ien 't noorder deel deezes Eilands zicht bevond, door gebrek aan regen, en dat de koet„ Siemsche
English
Siamese Ministers had refused our further requisition of 600 lasts of rice. Our prospects in that regard remain just as poor, since we have no hope that the Jaffna lands will yield anything this time to relieve this shortage, and we also have no great expectation from the Coast, which lies under virtually the same misfortune. We therefore most humbly request that our requisition of grains may be fulfilled completely as soon as possible, and if Your High Excellencies could in any way make it possible that a shipload could additionally be sent to us, it would do us a great service. Section 16. We take the liberty to present herewith to Your High Excellencies a petition from the Tuticorin Chief Mekern, who thereby requests to be favored with the Galle Commandment in case of a vacancy; and two petitions from the Tuticorin Administrator van der Wall and First Resident at Manapar Augier, containing a request for the Chiefship of Tuticorin, to which are further added two petitions from the Tuticorin Secretary Aubert and from the Junior Merchant out of employment Keuneman, who likewise apply for the said Chiefship, or else for a merchant's post that might fall vacant in this Government. We commend Your High Excellencies and the interests of the Company to God's safe keeping and remain with all respect and fidelity, beneath was written, High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord and Noble, Stern Lords, Your High Excellencies' humble and obedient servants, was signed, W. J. van de Graaff, P. Sluysken, D. F. Fretz, M. P. Raket, J. Rantous, B. L. van Titter, and A. Samlant. In the margin: Colombo, the 9th of February 1789. Lower: P. S. The copy of the letter written by the first-signed Governor to Commander Kraijenhoff regarding the matter of Mr. van Braam, and mentioned in our respectful letter of the 17th of October past, has, although repeatedly requested, not yet been received from Galle. Section 1. With the ship Berkhout, which departed from Galle on the 15th of February last, we had the honor to present to Your High Excellencies our respectful letters of the 26th of January and 9th of February, and we take the liberty to let the duplicates thereof accompany this letter. Section 2. On the 12th of March last the sloop de Kreeft, and on the 18th following the ship Hinloopen arrived here, with which we had the honor to receive Your High Excellencies' most revered dispatches of the 27th of November and the 9th and 11th of December of the past year. Section 3. Concerning the most honored question of Your High Excellencies as to what ought in fairness to be allocated to the Ceylon engineers, we took the liberty, when answering the Patria Extracts which are inserted in our humble letter to Your High Excellencies of the 26th of January last, Section 83, to remark on Section 414 that a gratuity of 1500 rixdollars per year might well be granted to the engineer at Trincomalee. If the engineer at Colombo were now allocated just as much, and the engineers of Jaffna and Galle 500 rixdollars per year each, provided that they also take the yearly oath of clearance that they have not only not enriched themselves in any respect at the expense of the Company, but that they have also as honest servants, to the best of their conscience, faithfully done their duty and complied with that which is prescribed to them in their instructions, we think that these servants would be provided for in an equitable manner; and for the service and interest of the Company, we believe in good conscience that we can and must recommend such an arrangement to Your High Excellencies. Section 4. To the Captain of the ship de Pleeneceir were also given four young Ceylon cardamom plants in a tub marked C, and four young Malabar cardamom plants in a tub marked M, with orders to place them on the half deck in the open air and to have them watered a couple of times daily, as well as to have them covered in case of excessively hot sunshine. Section 5. The Galle servants were also ordered to send to Batavia with this vessel the test weight of 50 lb which was brought there from Surat with the ship Alblasserdam, as well as the test weights of 50 lb each brought from Batavia with the ships Doggersbank and Dordrecht. Section 6. We have the honor to present herewith sealed to Your High Excellencies the required two Ceylon rupees as samples, concerning whose weight and alloy we humbly refer to the note in our respectful letter of the 26th of January last, Section 4; and we further add among the enclosures of this letter a report from the Assayer Stigling, according to which these rupees amply maintain the standard content determined for them. Section 7. If a pound sterling, as states the report made to Your High Excellencies by the Visitor General and Bookkeeper General, the Gentlemen Domis and Poelman, is truly 11 florins and 11 stivers—which we think to be the value of an English guinea, which is 21 English shillings—then we have made a mistake in our calculation when granting bills of exchange to certain Englishmen. In all our calculations a pound sterling has been assumed no higher than 11 florins. Section 8. According to this calculation, among others, the bill of exchange was drawn up which was granted pursuant to our Resolution of the 6th of January 1788
Dutch transcription
Siemsche Ministers onsen naderen Eisch van 600: lasten ryst hadden afgezegd. onse vooruijt„ zichten daaromtrent zijn nog even slegt, wijl we geene hoope hebben dat de Jaf„ fenasche landen ditmaal iets zullen oplee„ veren, om dit gebrek daanglijk te maaken, en we hebben ook geene groote verwachting van de kust, die genoegsaam onder 't zelfde noodlot legd. we verzoeken dus zeer nedrig dat onzen Eijsch van graanen ons zoo spoe„ dig moogelijk voluijt moeg worden voldaan den zoo uw Hoog Edelh: het eenigzins kon„ den mogelijk maaken, dat ons bovendien nog een scheeps laading konde worden toegezon„ „zoude ons daarmeede groote dienst ge„ den schieden § 16: Wij gebruijken de vrijheijd uwen Hoog Edelheeden hier nevens aantebieden, een request van het Tutukorijns opperhoofd Mekern, die daar bij verzoek doet om met met het Gaalsch Commandement, bij Vacatura, te moogen wor„ den begunstigd; en twee requesten van den Tutukorijnschen Administrateur van der wall en eersten Resident te Maennapaar Augier 953. houdende verzoek om de opper„ Augier, hoofdij van tutukorijn, waar bij nog gevoegd zijn twee requesten, van den tu„ tukorijnschen secretaris Aubert en van den onderkoopman buijten emploij keune„ man, die meede om 't gemelde opperhoofdij solliciteeren, dan wel, om eene koopmans bediening, dig in dit gouvernement mogte openvallen wij beveelen uw Hoog Edelh: en de belangens der Maatschappij in Godes vijlige hoede en blijven met alle eerbied en trouwe /:onderstond:/ Hoog Edelh Groot Achtb: wijd gebiedende heer en wel Ed: Gestr: Heeren uwer Hoog Edelens onderdanige en gehoor„ zaame Dienaaren. /: was getekend:/ W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, D: f: Fretz, M: P: Rakit, J: Rantous B: L: van Titter, en A: Samlant, /:in margine:/ Kolombo den 9:e februarij 1789 /:lager:/ P: S: De Copij van den brief, Gouverneur aan den door den Eerstgetekenden gezaghebber Kraijenhoff, over het subject van den heer van Braam, geschreeven, en vermeld vermeld bij onsen eerbiedigen van den 17. okto„ der passato, hebben wij schoon bij herhaaling gevraagd, nog niet ontvangen van Gale. § 1. Met het schip Berkhout, het welk den 15:' februarij J: L: van Gale is ver„ trokken, hadden we de eere uwen Hoog Edelheeden aantebieden, onse eerbiedige brie„ ven van den 26. Januarij en 9: februarij, en wij gebruijken de vrijheijd, de duplikaa„ ten daar van deezen te laaten verzellen §2. Den 12. Maart J: L:, is de sloep de Kreeft, en den 18. daar aan het schip Hinloopen alhier g'arriveerd, waarmeede wij de eere hebben gehad te ontvangen, uwer Hoog Edelh zeer gevenereerde missives van den 27. 9ber: en 9. en 11. dezember p:r C:o § 3. Noopens de zeer g'eerde vruge van uwe Hoog Edelh:, wat naar reedelijkheijd aan de Ceilonsche ingenieurs zoude die„ nen te worden toegelege, hebben we bij 't beantwoorden van de Patrinsche Extrac„ ten, die g'insereerd zijn bij onsen nedrigen brief aan Uw Hoog Edelh: van den 26. Aan als vooren Januarij 954. J: L: S 83. , de vryjheijd gebruijkt Januarij op § 414. aantemerken, dat aan den inge„ nieux te Trinconomale wel een dou„ ceux van 1500 ad:s sjaars zoude moe„ gen worden ingewilligd Indien nu aan den ingenieur te kolombo even zoo veel wrerd toegelegd, en aan de ingenieurs Jaffena en Gale elk 500: rd:s van sjaars, mits dat ze dan ook doen Iaarlijks den eed van suijvering, dat ze zig niet alleen in geen opzigt, ten kosten van de Comp: niet verrijkt ze ook als eer„ hebben, maar dat naar hun best geweeten, dienaarsen lijke pligt hebben gedaan getrouwelijk hun en na gekomen, in 't geene hun bij hun„ ne instructie is voorgeschreeven, denken we dat deeze dienaare, op een billijke wijze zouden zijn voorzien; en voor den dienst en het intrest van de Comp:, denken we in gemoede, uwe Hoog Edelh: zulk een schikking te kunnen en aanraaden te moeten S. 4. §4. Aan den Capitain van het schip de Plee„ necier, zijn meede gegeeven in een bak gemerkt C: vier plantjes Cijlonsche, en in een bak gem: M: vier plantjes mallabaarse Kardemom, met last om die op 't halve dek in de open lugt te plaatsen, en ze dagelijks een paar maalen te laaten begieten, mitgaders. om dezelve bij al te heete sonne schijn te doen dekken § 5. ook zijn de Gaalsche bedienden, gelast, om het proep gewigt van 50. lb: , 't welk met het schip Alblasser„ dam van souratta aldaar aange„ bragt is, met deezen bodem na Ba„ tavia te verzenden, als meede de proef gewigten van 50. lb: ider met de scheepen Doggersbank en Dor„ drecht van Batavia aangebragt. § 6. Wij hebben de eere uwen Hoog Edelh: hiernevens verzegeld aantebieden, de gerequireerde twee Ceilonsche ro„ pijen tot monsters, nopens welker gewigt 955. gewigt en alloij, wij ons nedrig refereeren aan het genoteerde bij onsen eerbiedigen van den 26: Januarij J: L: S: 4. , en we voegen nog onder de bijlangen deezes, een beregt volgens wel„ van den Essaijeur stigling, 't daar ke deeze ropijen ruim houden„ voor bepaalde gehalte. § 7. zoo een pond stealing, gelijk zegt het berigt aen uwe Hoog edelheeden gedaan door den visitateur Generaal en Boek„ houder Generaal de Heeren Domis en Poelman, werkelijk is ƒ 11. 11. — het geen we denken te zijn de waerde van een Engelsche quim, die 21: En„ gelsche schellingen is, daer hebben we ons in onze bereekening, bij het verlee„ nen van wissels een Sommige Engel„ sen, vergist. In alle onze bereeke„ ningen is een pond sterling niet hooger den ƒ. 11. – — aangenoomen §: 8: Na deeze bereekening is onder anderen opgemaakt de wissel die volgens onse Resol: van den 6. Januarij 1738, verleend
English
was granted to Sir Thomas Rumbold, Governor of Madras, amounting to 25000. pagodas, and the indication made in this Resolution that 7. schellingen and 8. pence amount to 81. 1/3. stuijvers Netherlands, also agrees with that which is found concerning the value of a pound sterling in the work of Mr. Oudermeulen, printed at Amsterdam in the year 1778: 1st volume 1st part, where on page 46 it says an English pound is approximately worth 22. French livres. One also finds in the work entitled Contemporary History or Present State of Great Britain, the 1st volume page 504, that the whole and half English shillings are current in Holland for double and single zesthalven. Paragraph 9. As regards further the calculation that still appears in the aforesaid report to indicate the disadvantageous rate at which the bill of exchange mentioned therein granted to Mr. Bilderbeek was drawn, namely that a Company pagoda must be calculated to be worth only 90 stuijvers Indian, and a star pagoda 96 of the same stuijvers or 2 rixdollars, we take the liberty to refer to our respectful letter of the 17th October 1738, and our humble answer to paragraph 435 of the extract from the fatherland of the 20th December 1787 inserted in our respectful letter of the 26th January of last year: that a Company pagoda, which the Company causes to be minted in its mint at Tuticorin, not only actually costs the same, even without the agio that is paid on the gold, 83 stuijvers Netherlands, which in relation to ducatoons equal 100 20/23 Indian stuijvers, as appears from the mint yields; and when one adds the agio thereto, they turn out higher in proportion thereto. From a mint yield of the 12th February 1789 of 400 mark of gold, brought by the ship the Gouverneur Generaal de Klerk, it appears that the pagodas struck from this gold, burdened with the agio and calculated at 83 stuijvers Netherlands, actually give a loss of 4 23/32 per cent. Paragraph 10. If we are now correct that a pound sterling is no more than 11 Dutch guilders, then the Company is not only not disadvantaged by the bill of exchange granted to Mr. Bilderbeek, in which a star pagoda was accepted at 8 schellingen and 4 pence, but the rate at which this bill of exchange was drawn is even considerably more advantageous than the granting of assignations with a 10 1/9 per cent discount, as clearly appears from a report of the first searcher Berghuijs, a copy of which is annexed hereto, in which it is shown that even if the star pagodas are accepted at 8 schellingen and 6 pence, the Company then still loses no more than 3 1/2 per cent on the Netherlands money, instead of 5 per cent that it loses upon granting assignations with a discount of 10 23/39 per cent. Paragraph 11. The gunpowder mills mentioned in our humble letter of the 5th July 1788 have a bottom plate of wood, covered with copper. The two cylinders are likewise thick wooden discs, which are covered with lead on the sides and with copper all around. Since stone bottom plates and cylinders are to be preferred here, we have had those that were in stock at Galle brought hither, and as soon as we shall have obtained the permission of Your High Noblenesses for the execution of the gear-work proposed by Captain Fornbauer, we shall have them used for that purpose. Paragraph 12. We present to Your High Noblenesses among the annexes hereof the requested final accounts of the 25 Eastern soldiers who departed thither with the ship the Leviathan, and which could not be provided by the same opportunity because we received the nominal rolls of these men too late from Trincomalee. Paragraph 13. The further recommendations in the aforesaid most respected missives of Your High Noblenesses we shall take as our dutiful instruction, and we request permission to be allowed to defer the complete answering of the same until a further opportunity. Paragraph 14. The ship the Phoenissier returned here from Cochin on the 14th February with a cargo of rice, saltpetre, timber, and other goods, after the unloading of which it was sent to Beruwala on the 8th March to bring a quantity of rice there, and subsequently to sail to Galle with the cinnamon that lay in stock there. On the 18th March it arrived at Galle, and after the unloading of the cinnamon, departed thereafter on the 23rd March for Matara to fetch a cargo of paddy, wherewith it returned to Galle on the 7th of this month. Paragraph 15. Likewise the ship Hinloopen departed for Galle on the 11th of this month, where it arrived on the 13th thereafter. Paragraph 16. Both these ships are now being prepared there to undertake the voyage to Batavia, and they will thus be the bearers of this letter. Paragraph 17. We have ordered the officials at Galle to have shipped in the Phoenissier the linens and coir that are on hand there, along with half of the cinnamon that was requisitioned by Your High Noblenesses, and to dispatch the other half of the cinnamon, along with what further is on hand there, with Hinloopen. Paragraph 18. Upon the written request annexed hereto in copy from Madame, the dowager of the late former Governor of the Coromandel Coast, Mr. van Vlissingen, we have permitted Her Honour to ship with the Phoenissier five cases with
Dutch transcription
verleend is, aen Six Thomas Rombole, Gouverneur 1: oen Maddaas groot 25000. pa„ gooden en de aanwijzing bij deeze Resol: gedaan, dat 7. schell: en 8. pencen bedrae„ gen 81. 1/3. stuijv:s Nederlands; stemd ook over- een met het geen, wegens de waarde van een pond sterling, gevon„ den word in het werk van den Heer Oudermeulen, gedrukt te Amsterdam in het Jaar 1778: 1:e deel 1:e partij., alwaar op pai: 46: staet een Engels pond is ten naesten bij waerdig 22. franse livaes„ ook vind men in het werk, getituleerd steedendaegsche historie of teegenwoordige staet van groot bretanie, 't 1. deel pan: 504:, dat de geheele en halve engelsche schellingen, Voor dubbele en enkele zesthalven in holland gangbaar zijn § 9 Wat voorts aengaet de bereekening, die bij voorsz: berigt nog voorkomt, om aentewijzen den naedeelige voet, waer op de daer bij vermelde wissel aen den Heer Bilderbeek verleend, ge„ trokken is dat namentlijk een komp s pagood 956. pagood moet gereekend worden maer waer„ dig te zijn, 90: stuijv:s indias, en een sterra pagood 96. gelijke stuijvers of 2. rd:s neemen wij de vrijmoedigheijd ons te ge„ draegen aen onze eerbiedigen brief van den 17. 8ber: 1738. , en ons needrig ant„ woord op § 435. van 't patriesch ex„ trakt van den 20: xber: 1787. g'inse„ reerd in onsen eerbiedigen van den 26. Ja„ nuarij J: Z:, Dat een komp:s pagood„ die de komp: in haere munt op dt„ tukorijn doet munten, niet alleen ook aan dezelve na genoeg kost, zelfs zonder de agio die op het goud betaeld word, 83. stuijv:s Nederlands, die rela„ tie tot de dukatons gelijk staen met 20. 100. 2/23. indiase stuijv:s, blijkt uijt de munts rendementen, en wanneer men de agio daer bij teld koomen ze na mae„ te van dien hooger uijt een munts rendement van den 12. februarij 1789. van 400. maak goud, met het schip de Gouverneur Generaal de klerk aengebragt, blijkt dat de pagooden van dit goud geslagen, met 16. met de agio beswaart en gereekend teegens 83. stuijv:s Nederlands werkelijk een verlies geeven van 4. 23/32. p:r C:t § 10. zoo we het nu wel hebben, dat een pond sterling niet meer is dan ƒ 11: Hollands, dan is de Comp: niet alleen niet bena„ deeld door de aen den Heer Bilderbeek verleende wissel; waer bij een sterre pag: is aengenoomen teegens 8. schell: en 4. pencen, maer is zelfs de voet, waer op ze deeze wissel getrokken is, merkelijk voordeeliger, dan het verleenen van assignaties met 10. 1/9. p„r C:t rabat zoo als dat duijdelijk blijkt bij een berigt van den eersten visita„ Berghuijs, dat in kopij hier teur nevens gaat, waer bij word aange„ weezen, dat zoo de sterre pagooden „worden aangenoomen zelfs teegens 8. schell: en 6. pencen, de Komp: als dan nog niet meer verlust, dan 3:½. p:r C:o op het Nederlands geld, insterde van 5. p.rC. o die dezelve verleest, bij 't verleenen van assignaties met een rabat C van 957. pr. Cts. van 10: 23/39. § 11. De kruijtmoolens, vermeld bij onsen nedri„ gen brief van den 5. Julij 1788. , hebben een onderplaat van hout, bekleed met koper De twee Celinders zijn insgelijks dik„ ke houte schijven, die ter zijden met lood en rondsom met koper bekleed zijn wijl intusschen steenen onderplaaten en aan te prefereeren zijn, Celinders hier hebben we die geene, die te Gale in voorraad waren, herwaards- laaten ko„ men, en zoo dra we de toestemming van uwe Hoog Edelh: zullen heb„ tot de executie van het ben bekoomen, door den Capitain fornbauer voorgestel„ wij die daar de raderwerk, zullen toe laaten gebruijken § 12 Wij bieden uwen Hoog Edelh: onder de bijlaagen deezes aan, de gevraagde afreeke„ ningen van de 25. oostersche militai„ ren, die met 't schip de Levia„ than na derwaards zijn vertrokken, en dewelke met de selfde geleegent„ heijd niet hebben kunnen worden bezorgd, om om dat we de naamlijsten deezer manschappen, te laat van Trincono„ male hebben ontvangen. § 13 Het verder aanbevoolene bij voorsz: uwer Hoog Edelh: zeer gerespekteerde missives, zullen we ons tot schuldig narigt laaten verstrekken, en we verzoeken verlof om de volleedige b'antwoording derzelven, te moogen uijtgesteld laaten tot nadere gelegent„ heid. § 14. 'T schip de Phanecier is den 14. fe„ bruarij van Koetsiem alhier te rug gekoomen, met eene lading rijst salpeter, houtwerken en andere goederen, na welker ontlossing 't zelve den 8:e Maart na Berberij is gezonden, om 'er eene qualiteit rijst te brengen, en vervolgens met de Canneel, die daar in voorraad lag, na Gule te Stevenen Den 18. Maart is 't te ontlossing Gale g'arriveerd, en naa van de Canneel, den 23. Haar aren vertrokken, ter afhaal na Mature van 958. van eene lading nelij, waermeede 't den 7. deezer op Gule is te rug gekoomen. § 15. Insgelijks is 't schip Hinloopen den 11. e deezer na Gale vertrokken, alwaar 't den 13. daar aan g'arriveerd is. § 16 Bijde deeze scheepen worden tans aldaar in staat gesteld om de rijse na Batavia zullen dus dezelven de aan te treeden, en weezen brenger deezes § 17. Wij hebben den bedienden te Gale gelast, om in de Phoenicier te laaten afscheo„ pen de Lijwaaten en Kaijer, die aldaar nevens de helfte zijn, aan handen van de Canneel, die door uwe Hoog g' eijscht is en om de weder Edelh. helfte van de kanneel, nevens 't geen daar verder aanhanden is, met Hinloopen te verzenden. § 18. Op 't in kopij hiernevens gaande schriftelijk verzoek van Meuron, de doucriere van wijlen den heer Geweezene Cormandels Gouverneur van Vlissingen, hebben we haar Ed: toegestaan om met de Pheene„ Vijf Kelders cier te mogen verzenden met
English
with oil of Roelie Laban, which she, in her aforesaid petition, requests may be delivered to the Orphan Masters there in order to be sold for the benefit of the estate of the aforesaid Mr. van Vlissingen. Paragraph 19. Due to the slow progress of the sale of a parcel of woolens and clothing, which were brought from the Netherlands by the ship the Gouverneur Falck, we have resolved to send half of the remaining clothing and one third of the unsold woolen cloth to Batavia, to see if they might perhaps find a market there, as in any case a prompt sale, even if it were only at a 25 percent advance, is more advantageous than having the same exposed to decay by long lying in storage. We therefore take the liberty of sending the same over with the ship Hinloopen, in the trust that your High Noblenesses will be favorably pleased to approve this arrangement of ours. Paragraph 20. Concerning this parcel, we have received no special orders from the Netherlands; but on the occasion that a parcel of similar woolens and clothing was sent to us with the ship the Vlugge Trekvogel, the Lords Gentlemen of the Seventeen, by very respected letter of 28 December 1786 and an extract accompanying this, recommended to us to help promote the sale thereof, and of what would still be sent out in the years 1787 and 1788, to the greatest benefit of the Company, to have an accurate account of proceeds drawn up thereof, and to send the same over to their Right Honorable High Mightinesses. Paragraph 21. We have therefore, in order to promote this sale, been unable to devise any other expedient than to send a portion to Batavia, because in this government they sell very slowly, and the Ministers at Cochin, to our inquiry whether they could be disposed of there, answered no; so that with a new supply, which by virtue of the aforesaid orders we are still to expect this year, we would be burdened more than too much therewith to be able to hope for a profitable sale. If, however, they could not be sold at Batavia either, and your High Noblenesses should think fit that they be sent back to us, we will do the best possible so that the very esteemed intention of the Noble, High and Honorable Lords Masters may be fulfilled. Paragraph 22. With the Phoenecier there travels over a Prince of Banjarmasin, named Panpaang Mahomet, who with permission from your High Noblenesses went on pilgrimage to Mocha, and arrived here from Cochin with the said vessel, along with a retinue of 19 persons. Paragraph 23. There also sail over therewith three Malay sailors from a private Dutch ship wrecked on the Arabian coast, named Widum, Idam, and Kalek, who were placed on this ship by the Cochin ministers to serve thereon for their board and to obtain further transport to Batavia; thirty rupees having been furnished to them at Cochin for the purchase of some necessities, to be refunded at Batavia to the Company by the shipowners of the aforesaid wrecked vessel. Paragraph 24. The Cochin ministers have sent hither with the Phoenecier a Company of Sepoys to be transported to Batavia on one or two Company ships; however, out of fear of desertion, we have not dared to let them come ashore, so that the entire Company is now crossing over with it. The roll thereof received from Cochin accompanies the annexes hereto, and we have, at the request of their Commandant, Lieutenant van Mander, caused two months' wages to be paid to them here and at Galle. Paragraph 25. Furthermore, there travels over with this ship the burgher Abraham Cornelis Hessing of Nagapatnam, to whom you, upon his request and on account of his poverty, have granted free transport, provided he remains outside the expense of the Company during the voyage. Paragraph 26. Since the ship the Phoenecier lost its boat in the roads of Cochin, we have had it provided here with another boat, which was purchased from private individuals for 125 rixdollars. Paragraph 27. For the benefit of the aforementioned Company of Sepoys, there were supplied here to the chief surgeon of this vessel, upon a requisition submitted by him, such medicines as are mentioned in our resolution of 3 March, which accompanies this in extract, and we have also, at the request of the ship's Captain, according to the accompanying extract of our resolution of 6 March, caused 20 extra fathoms of firewood to be supplied, because these soldiers consist of various nations, each of which must cook their food separately. Paragraph 28. The Ensign Christoph Brauenhoff already requested of us last year to be allowed to depart for the Netherlands or for Batavia with retention of salary; but because his term of engagement had not yet expired, we granted him his discharge to the Netherlands with discontinued salary, as appears from the resolution of 10 June 1786. And since he has subsequently allowed various opportunities to pass by without departing, we had his salary discontinued after the departure of the last return ship. He has since requested of us to be allowed to return via Batavia, which we have granted him, and he now departs with the Hinloopen as a passenger, outside the expense of the Company. Paragraph 29. Furthermore, we have granted transport therewith to two corporals and eighteen soldiers of the Eastern Company of Captain Kepping, who have requested their discharge to Batavia and through old age and infirmities could no longer be used for military service. They have enjoyed salary here until the end of this month, and we present to your High Noblenesses their final accounts among the annexes, together with a declaration in which they acknowledge having been paid up to the end of this month.
Dutch transcription
met olie Roelie Laban, die Ze bij Voorsz haar adres verzoekt dat mogen worden afgegeven aan heere, weesmeesteren al„ daar om ten voordeele van den boedel van voorsz: heer van Vlissingen te worden verkogt, § 19 weegens den tragen voortgang van den verkoop van een partij lakenen en kleederen, die per 't schip de Gouverneur Falck uit Nederland zijn aangebragt hebben we beslooten de helfte van de nog res„ „teerende kleederen, en een derde van het onverkogt laken na Batavia te ver„ zenden, of ze daar zomtijds de biet mogten vierden, wijl in allen ge„ valle een spoedig verkoop, al was 't slegts met 25. p:r C:o advans, voordeelinger is, dan dat dezelve door lang leggen, worden g'exponeerd aan bederf wij gebruijken derhalven de vrijheijd dezelve met 't schip Hin„ loopen over te zenden in vertrouwen dat uwe Hoog Edelh: deeze onse schik„ „king gunstig zullen gelieven goed te kuiren §. 20 959. § 20 Nopens deeze partij hebben we geen bezoor„ dere aanschrijvens uijt Nederland ontvan„ gen; maar bij Galeegentheijd dat een par„ tij van diergelijke lakenen en kleederen, aan ons met het schip de vlugge Trekoo„ gel zijn toegezonden, hebben de Heeren bij zeer gerespekteerde missive Zeventienen xber: 1786. en extrakt hier van den 28. nevens gaande ons aanbevoolen om het debiet daarvan en van het geen in de 1787. en 1788. nog zoude uijtge„ Jaaren nutte van zonden worden, ten meesten daarvan de Comp: te helpen bevorderen een accuraat rendement te doen formeeren, en het zelve aan hunne welEd: Hoog Achtb: overte zenden. § 21. Wij hebben dus, ter bevordering van dit de„ biet geen nader uijtweg weeten te beden„ ken, dan met een gedeelte na Bata„ via te verzeenden, wijl ze in dit gou„ vernement zeer langsaam van de hand gaan, en de Ministere te koetsien op onse gedaane vraage of ze daar konden vertierd worden, g'antwoord hebben van zoo dat we bij eenen nieuwen aan„ neen: breng, die we uijt hoofde van de voorschr: aanschrijvens, dit Jaar nog hebben te ver„ wagten, meer dan te veel daarmeede zou„ den belast zijn, om op eenen voordeligen sleet te kunnen hoopen zoo ze egter ook op Batavia niet konden worden verkogt, en dat uw Hoog Edelh: mogte dat ze ons worden te rug goedvinden zullen we het best moge„ gezonden lijk doen; op dat aan de zeer g' eerde intentie van de Edele Hoog achtb: Heeren Meesteren word voldaeden. § 22 Met de Pheenecier gaat over een Prins van Baujermassing, met naame Panpaang Mahomet, die met verlof van uwe Hoog Edelh: na Mocha ter beedwaart geweest, en gem: bodem van Koet„ met siem alhier aangekoomen is, ne„ vens een gevolg van 19. perzoonen § 23 ook vaaren daarmeede over drie ma¬ leijdsche mattroosen, van een op de aarabische Rust verongelukt par„ ticulier 960. ticulier hollandsch schip, met naamen Widum Idam en kalek, die door de Koetsiemsche ministers op dit schip zijn geplaatst, om daar op voor de kost dienst te doen, en verder trans„ port na Batavia te erlangen zijnde aan hun te koetsiem dertig dopijen verstrekt, tot het inkoopen van eenige nood-wendigheeden, om te de rheeders van Batavia door verongelukt schip aan voorsz: gerestitueerd de Comp: te worden § 24. De Koetsiemsche ministers hebben met de Phoeneciea herwaards ge„ Siphais, om op Comp: zonden een scheepen, na dan wel twee een Batavia te worden getranspor„ teerd; dog hebben we, uit bedug„ voor desertie, hun niet dua„ ting de wal laaten koomen, ven aan zoo dat de geheele Comp: tans overgaat. De daar van daarmeede van „ van Koetsiem ontvangene naam lijst verzeld de bijlaagen, deezes, en heb„ ben we hier en te gale op 't ver„ Commandant, de zoek van hunnen twee Luijtenant van Mander, maanden gagie aan dezelve Laaten ver„ strekken. § 25 Voorts gaat met dit schip over de burger Abraham Cornelis Hessing van Nagapatnam, aan wien Ue op zijn verzoek, en uit hoofde zijner armoede, een vrij transport hebben toege„ staan, mits blijvende geduurende de rijse buijten laste van de Comp: § 26. Vermits 't schip de Pheenecier op de rheede van koetsiem zijne schuit is kwijt geraakt hebben we 't hier van een ander schuijt doen voor„ zien, die van partikuliere is inge„ kogt voor 125. rd:s § 27. Ten behoeve van voormelde Comp:r siplais, zijn hier aan den oppermeester dee„ zes bodems, op een door hem ingedienden eisch 36 961„ eisch, zodanige medicamenten, ver„ als vermeld zijn bij onze strekt, resolutie van den 3:' maart, deezen in extract verzellende en hebben we ook, op 't verzoek van den scheeps Capitain volgens het nevens gaande extrakt onser resolutie van den 6. maart. , 20. Vadems brandhout extra laaten verstrekken, om dat dee„ ze krijgers uit verschillende na„ tien bestaan, die elk apart hunne kost moet kooken. § 28. De vaandrig Christoph Brauen„ hoff heeft ons reeds voorleeden Jaar verzogt om behoudens gagie na Ne„ of na Batavia te moogen derland Prier Verterk„ vertrekken, dan vejul verband niet wijl zijn 1er, dan 1 geëxpireerd was, hebben we hem na Nederland toe„ Zijne Verlossing gagie, blij„ gestaan met afgeschateven kens resol: van den 10. Junij 1786. en vermits hij zeedert verscheijde gele„ gentheeden, heeft laaten voorbijgaan, zonder te vertrekken, hebben we zijne gagie na het vertrek van het laatste retourschip, laaten afschrijven. zeedert heeft hij ons verzogt om over ka„ tavia te moogen retourneeren, 't geen we hem hebben toegestaan, en vertrekt hij tans met Hinloopen als passagier buijten luste van de Comp: § 29. Nog hebben we daarmeede transport ver„ leend aan twee Corporaals en agtien zol„ daaten van de oostersche Comp: van Capitain kepping, die hunne ver„ lossing na Batavia hebben verzogt en door ouderdom en gebreeken niet meer tot den militairen dienst kon„ zij hebben hier de worden gebruijkt gagie genooten tot ult:o deezer, en wij bieden uwe Hoog Edelh:; hunne afreekeningen onder de bijlaagen aan neevens eene verklaering, waer bij deezer voldaan ze erkennen, tot ult:o
English
962. to be, and to have nothing more to claim. Section 30. Due to the passing of the chief surgeon of the ship Hinloopen, Johannes Franciskus Samuels, which occurred on 16 December of the past year, being only five days after the ship departed from the Batavia roadstead, the chief surgeon Kloprogge, who was on that vessel as a passenger, performed the duties of chief surgeon during the voyage. Section 31. Upon the death of the aforesaid chief surgeon, an inventory of the medicine chest was taken only so far as concerns the types of medicines found therein, and these are evident from an accompanying list by the aforesaid chief surgeon Kloprogge, who thereby also indicates which types of the discovered medicaments are known according to the Batavian catalogue given along with the aforesaid ship, a copy of which is attached hereto, and which are not. Section 32. Besides the medicaments that were consumed during the voyage from what was found in the aforesaid medicine chest, several items were provided during the voyage by the aforesaid chief surgeon Kloprogge from his own provisions, as appears from a written statement thereof made by the ship's under-surgeon Smith, confirmed by the affirmation of Captain de Frijn. We have therefore, in accordance with the said statement, which is inserted into our resolution of the 7th of this month, an extract of which is added among the appendices, caused the medicaments advanced by Kloprogge to be reimbursed to him here, and charged the same to the expense account of this vessel. Section 33. In the medicine chest, which upon the arrival of the ship here was brought ashore sealed and examined by commissioners, there were still found remaining the medicaments mentioned in the report of these commissioners, the original of which accompanies this. What is lacking therein for making the return voyage to Batavia has been indicated in a report by the apothecary Strasburg, which is also signed by the chief surgeon of the Castle, Aleman. The same is inserted into our aforesaid resolution of the 7th of this month, whereby we resolved to have the missing medicines indicated in this report supplied to the said ship, as has been done. Section 34. In place of the aforesaid deceased chief surgeon Samuels, we have appointed the under-surgeon Jacob Willem Hofman, who was examined here by the chief surgeon and surgeon major and judged qualified for the post, as chief surgeon; however, the disposition regarding his wages we have deferred to Your High Nobilities. Section 35. In the aforesaid report of the commissioners, the surgical instruments found in the chest upon opening were also indicated, which we have caused to be charged to the account of the new chief surgeon Hofman and written off from the account of the aforesaid deceased chief surgeon Samuels. Section 36. The ship De Gouverneur Generaal de Klerk, which returned here from Gale on 3 February last, departed after the unloading of its cargo on the 18th thereafter for Roetsiem to fetch a cargo of rice, and is expected back daily. As soon as it arrives at Gale and unloads what it has inside, except for the grains which we have designated for Trinkonomale, we shall dispatch it thither as soon as possible, in order to commence the voyage to Batavia from there. Section 37. On 31 March last, the beacon vessel De Chinsura, which Your High Nobilities designated for this Government, arrived from Bengal at Trinconomale, and with it transport to Ceylon was granted by the Bengal ministers to Ensign Hans Swanefaetz, who arrived there from Europe two years ago, as he is of no service there due to the small garrison, in order to be employed here, or else transported to Batavia; and to the junior assistant Albert Hendrik Giesser, who was released due to the expiration of his contract to Europe, in order to obtain transport on one of the Ceylon return ships. Section 38. On 17 January last, the captain of the ship Straalen, Masson, arrived at Trinkonomale with a private sloop to look for his ship, bringing with him the crew members who had remained ashore with him at Bimlipatnam, consisting of 1 lieutenant, 1 second surgeon, 1 chief surgeon, 1 third surgeon, 2 boatswains, 2 gunner's mates, 1 assistant carpenter, 3 soldiers, and 7 sailors. However, because the ship Straalen had already departed from Gale by then, we had him instructed to go search for that vessel promptly, unless he deemed it more advisable to proceed to Batavia; and at the beginning of the month of February, he departed with the aforesaid crew on an English ship for Bengal, with the exception of the aforesaid second surgeon, assistant carpenter, soldiers, and sailors, who remained behind at Trinconomale, and whom we have caused to be employed here in the Company's service. Their
Dutch transcription
962. te zijn, en niets meer te pretendeeren te hebben. § 30. Mits 't overleijden van den oppermeester van 't schip Hinloopen Johannes Franciskus Samuels, voorgevallen op den 16: decem„ ber p:a C:o zijnde alleen vijf daagen „ na dat het schip van de Batavia„ sche rheede vertrekken is, heeft de oppermeester kloprogge, die sig als passagier op dien bodem bevond, geduu„ aende de rijse de functie van opper„ meester waargenoomen § 31 Bij 't overlijden van voorsz: oppermeester, is de medicijn kist opgenoomen alleen zoo veel de zoorten van de daar in bevondene medicijnen aangaat, en deeze blijken bij eene hiernevens gaande lijst, van voorsz: oppermeester kloprogge, die daar bij teffens aanwijst welke zoorten van de bevondene medicamen„ ten, bekend staan by de aan voorsz: schip mede gegevene Bataviasche Catalogus die in Copij hiernevens gaat, en en welke niet „ §32 Behalven de medicamenten die geduurende de rijse verbruijkt zijn, uit 't geen in de voorsz: medicijn kist is bevonden zijn geduurende de rijze door de Voor¬ oppermeester Kloprogge Verscheijde stukk uit zijn eigen voorraad verstrekt blij„ kens eene daar van gedaane schrif„ telijke opgave door den scheeps onder„ meester Smith, bekragtigd met de affix„ matie van den Capitain de Frijn wij hebben mits dien, overeenkomstig gem: opgave, die g'insereerd is bij onse reso„ lutie van den 7. deezer, waer van extract onder de bijlaagen gevoegd is, de door Kloprogge, verschootene medicamenten al„ hier aan hem laaten vergoeden, en dezel„ ve op de onkostrekening deezes bodems doen belasten. /§33 In de medicijn kist, die bij aankomst van 't schip alhier verzegeld is aan de wal gebragt, en door gecommitteerdens g'examineerd, zijn nog bij restant bevonden de medicamenten vermeld bij het rapport 963. rapport deezer gecommitteerdens dat in origineel hier nevens gaat Het ontbree„ kende daar in tot 't doen van de te„ rug rijse na Batavia, is aangeweezen bij een berigt van den apothekar stras„ burg, dat ook door de oppermeester van 't Casteel Aleman is getekend 't zelve is g'insereerd bij onse voorschr resol: van den 7. deezer, waar bij we beslooten hebben, om de bij dit berigt aangeweezene ontbreekende medicijneen aan gem: schip te laaten verstrekken, gelijk is geschied. § 34. Insteede van voorsz: overleedene opper„ meester Samuels, hebben we den ondermeester Jacob Willem Hofman oppermeester en Chirur„ die door den alhier g'examineerd en gijn majoor daar toe bequaam geoordeelt is, aan„ gesteld als oppermeester, dog de dispo„ sitie over zijne gagie, hebben we ge„ defereerd gelaaten aan uwe Hoog Edelh: § 35. Bij 't voorsz: berigt van de gecommit„ teerde teerdens, zijn teffens aangeweezen de Chi„ rurgijns instrumenten, die bij opening va de kist daar in bevonden zijn, welk wij op de reekening van den nieuwen hebben doen belas„ oppermeester Hofman van de reekening ten, en doen afschrijven van den voorm: overleedene oppermeester Samuels §36 'T schip de Gouverneur Generaal de klerk, 't welk den 3:' februarij J:o L: van Gale alhier is te rug gekoomen, is naa de ontlossing zijner lading, den 18:' daar aan na Roetsiem vertrok„ ken, ter afhaal van eene Lading rijst, en word dagelijks te rug verwagt. zo daa het te Gale zal zijn geko„ men en ontlost zal hebben het geen het in heeft, behalven de Graanen, die we voor trinkonomale hebben bestemd, zullen we het ten eersten derwaards depecheeren, om van daar de rijs na Ba„ tavia aante treeden. §37. Den 31: Maart I: L: is van Bengale te Arien consinal 964. trinconomale aangekomen de baak de Chinsura, die uwe hoog Edelh: voor dit Gouvernement hebben bestemd, en zijn daarmeede door de Bengaal„ sche ministers transport na Cei„ lon verleend, aan den voor twee uit Europa aldaar aan„ Jaaren Vaandrig Hans Swanefaetz gekomen als ginter mits 't gering guar„ dienst zijnde, om nisoen, van geen g'emploijeerd, dan wel na hier Batavia getransporteerd te worden, en aan den Jong assistend Albert Hendrik Giesser, die mits tijds ex„ piratie na Europa verlost is, Ceilonsche re„ om met een der tour scheepen transport te erlangen is de §38. Op den 17. Januarij J=o Kapitain van 't schip Straalen Masson, met eene partiku„ liere sloep te Trinkonomale zijn schip op„ aangekomen, om te zoeken 19 7„ meede brengende de man„ te zoeken die met hem te Bimi„ schappen, zijn aan de wal ge„ lipatnam hebbende in 1. luijtenant bleeven, bestaan 11. kapet 1. tweede, meester 1. oppermeester 1. derdemeester, 2. schie„ mans, 2: Constabels maats, 1. on„ der timmerman, 3. zoldaten en 7. mat„ troosen, dog wijl 't schip Straalen toen reets van Gale vertrokken was, hebben we hem laaten aanzeggen, op zoe„ om spoedig dien bodem te gaan ken, ten zij hij 't raadsamer oordeel„ der zig na Batavia te begeeven; en is hij in 't begin van de maand manschap„ februarij, nevens voorsz: pen, met een engelsch schip na Bengale vertrokken, uijtgezon„ derd de voorsz: tweede meester, zoldaten en mat„ ondertimmerman, troosen die op trinconomale zijn te rug gebleeven, en we hier in komp:s dienst hebben doen emploijeeren Hunne
English
965. Pay Their High accounts have been requested from the Bengal minister. Section 39. Captain Masson has delivered to us three declarations to demonstrate the necessity he was under to call at the aforementioned ship Bimlipatnam, and the impossibility in which he found himself to get back on board when the ship had to put to sea on account of the storm. We take the liberty of offering copies of the said declarations to Your High Honors among the enclosures hereto. Section 40. In response to the question put to the Galle servants, in accordance with our humble letter of 9 February last year, they answered us, as appears from their letter of 17 February forwarded in copy, that the report of the English captain regarding the nearby Surat ships, mentioned in our aforesaid humble letter, was not brought to the council for deliberation because they could not rely on such a report from an unknown stranger, and that our order to dispatch the ship the Batavier on time was very absolute. We have acquiesced in this, with the recommendation nevertheless that in the future such unforeseen cases, in which our disposition cannot be asked and awaited, must be brought to the council for deliberation. Section 41. Regarding the Cochin cargo of the ship the Phenix discharged here, we have disposed by resolution of 15 March last, and regarding the rice discharged at Barberyn by resolution of the 31st following, both of which accompany this in extracts. We request permission to refer to them, as they contain no particulars that require special mention. Section 42. The findings regarding the cargo of the ship Hinlopen discharged here are inserted in our resolution of the 21st of this month, an extract of which accompanies this. Two chests of cloves having been delivered with a large deficiency in gross weight, the same were opened here, and therein, according to the copy of the judicial certificate annexed to the enclosures, 43 1/4 lb net was found short, which we have ordered charged to the ship's officers on their account, after deduction of the spillage determined by regulation. The arrack api was delivered with considerable deficiency, and 7 leagers thereof were even found completely empty. We have written to the servants at Galle, sending an extract from the aforesaid findings, to demand an accounting from the ship's officers on account of these and other defects that appeared to us of some importance, and to submit the same directly to Your High Honors due to the shortness of time. In the meantime, we have ordered all the deficiencies found in this cargo, after deduction of the determined spillage, to be charged to the account of the ship's officers, even with relation to the goods brought by the ship Standvastigheid, although the officers testified to have received the same unopened and ungauged, because we judged that regarding those goods, being loaded into this vessel at Batavia, the same treatment should take place as regarding the other goods loaded at Batavia, because we think they cannot be considered as belonging to a direct cargo anywhere beyond the place of their first unloading. Section 43. In the same manner we have ordered the goods brought by the sloop the Kreeft to be handled, the findings whereof are inserted in our aforesaid resolution, to which we humbly refer for the rest, as we have nothing further in particular to remark concerning it. Section 44. Since then, purely out of precaution, we have ordered six more chests of cloves from the consignment of Hinlopen to be opened and reweighed, all of which turned out reasonably well according to the copy of the judicial certificate accompanying this. Section 45. The Galle servants have been ordered to report directly to Your High Honors regarding their disposition over the cargoes of the ships the Phenix and Hinlopen discharged there. Section 46. Among the Surat textiles brought to Galle recently with the ship Beakhout for the Fatherland and the Cape, there were several packages that did not maintain upon reweighing the gross weight with which they were invoiced from Surat. This gave occasion to have two packages opened, and because in each of them 3 pieces of textiles were found short, the Galle servants have since ordered several more packages to be opened, both those that properly maintained their invoiced gross weight and those that weighed less or more gross at Galle, and in all these opened packages some pieces were found short. The ship's officers, having been heard on this matter, declared themselves to be innocent thereof, testifying that the shipment at Surat was often done at night,
Dutch transcription
965. Zoldij Hunne Hoog rekeningen, zijn van den Heer Ben„ gaalsche minister gevraagt. § 39. De Capitain Masson heeft aan ons drie ver„ klaringen bezorgd, om aantewijsen de nood„ zakelijkheijd, waari hij was geweest om met voorm: schip Bimilipatnam aantedaen en de onmogelijkheijd daar hij sig in had bevonden, om weder aan boord te ge„ raaken, toen het schip wegens den stoam zee moest kiesen wij gebruijken de vrij„ heid Copij en van gem: verklaringen, uwen Hoog Edelh: onder de bijlaagen deezes aan„ te bieden. § 40. Op de overeenkomstig met onsen nedrigen van den 9. februarij JZ:, gedaane vraage aan de Gaalsche bedienden, hebben ze ons, blijkens hunne in Copij overgaande brief van den 17. februarij, geantwoord dat 't berigt van den engelschen Capitain, nopens de nabij zijnde souratsche scheepen boe„ der bij voorsz: onzeen nederige brief ver„ meld niet is gebragt geweest ter deliberaat„ sie van den raad wijl ze op zulken een be„ rigt van een onbekende Vreemdeling geen staat konde maken en dat onse order 80 eeren om het schip de Batavier op zijn tijd te depecheeren, heelstellig was we hebben hier in berust, met recommandatie nog„ tans, dat in den aanstaande diergelijke onvoorziene gevallen, waarin onse dis„ potie niet kan worden gevraagt en afge„ vrugt, moeten worden gebragt ter delibe„ ratie van den raad § 41. Over de alhier uitgeleverde koetsiemsche lading van het schip de Pheenechier, hebben we gedisponeerd bij resol: van den 15: ' maart J:o L: en over de te Berberij uitgeleverde rijst bij resol: van den 31. ' daar aan, die bijde in extracten deezen verzellen wij verzoeken verlof ons daar aan te mogen refereeren, wijl daar bij geene bijzonderheeden voor„ komen, die eene speciale mentie vereijsschen § 42. De bevinding van de alhier uijtgeleeverde la„ ding van het schip Hinlopen, is g'insereerd bij onse resolutie van den 21. deezer, waar van extrakt deezen verzeld twee kisten ga„ rioffel nagulen met eene groote minderheid aan 't bruto gewigt geleeverd zijnde, zijn dezelve alhier geopend en daar in, volgens 't onder de bijlagen gevoegd Copij Justitieel Cer„ tificaat 966. tificaat, 43:¼. lb: netto te min bevonden, wel„ ke wij den scheeps overheeden op hunne reekening hebben laaten stellen, naa af„ trek van de bij reglement bepaalde spil„ lagie. De arrak api is met aanzien„ lijke wannigheijd geleeverd, en zelfs zijn 7. leggers daar van geheel ledig bevonden wij hebben den bedienden te Gale; onder toe„ zending van een extract uijt voorscha bevinding, aangeschreeven om weegens deeze en andere defecten, die ons van eenige be„ lang voorkwamen van de scheeps over„ heden verantwoording te vraagen, en de„ zelve mits kortheijd des tijds, diaect aan uwe Hoog edelheeden aantebieden intusschen hebben we alle de bevondene minderheeden op deeze lading, na aftrek van de bepaalde spillagie, op de ree„ kening van de scheeps overheeden laatsen belasten, zelfs met relatie tot de goe„ deren uijt den aanbreng van 't schip Htandelust, schoon de overheeden betuijgd hebben dezelve ongeopend en ongepijld ontvangen te hebben, wijl we oordeelden dat omtrent die goederen, als te Batavia 111: in deezsen bodem gelaaden, dezelfde behande„ ling moest plaats hebben, als omtrent de overige te Batavia ingelaadene goe„ deren, om dat ze naar we denken niet verder, als tot eene baarsche lading geconside„ gehoorende kunnen worden haare eerste reerd, dan ter plaatse van ontscheeping we laaten han„ §43 op dezelfde wijse hebben delen met de goederen, aangebragt per de sloep de Kreeft, waar van de be„ vinding g'insereerd is en voorsz: onse resol:, waar aan we ons voor het overige wijl we daar omtrent nederig refereeren, niets meer en 't bezonder aantemerken hebben § 44. Wij hebben het zedert, alleen uijt voor„ zorge, nog ses kisten garioffel nagulen, uit den aanbreng van Hinloopen laaten openen en naweegen, die alle redelijk wel volgens 't Copij Ju„ zijn uijtgekomen Hieel Certificaat deezen verzellende zijn gelast, om §45: De Gaalsche bedienden hunne dispositie over de al„ van daar uijtgeleeverde ladingen van der scheepen de 967. de Phenecier en Hinloopen, diaect ver„ slag te doen aan uwe Hoog Edelh: § 46. Onder de souaatsche Lijwaaten, die met het schip Beakhout Jongst te Gale zijn aangebragt, voor „ Vaderland en de Caab, zijn 'er verscheijde pakken geweest, die bij naaweeging niet hebben gehouden 't bruto gewigt, waarmeede ze van Souratta zijn aangereekend Dit heeft aanleyding gegeeven om twee pakken te doen openen, en wijl in elk derzelve 3. stuks lijwaaten minder zijn, hebben de Gaalsche bevonden bedienden zedert nog verscheijde pakken zo wel die haar aangereekende bruts gewigt behoorlijk hebben gehouden als uijt die te Gale minder de meerder bruto gewoogen hebben, doen openen, en zijn in alle deeze geopende pakken eenige stukken te mien bevonden. De scheeps overheeden heer over gehogrd, hebben ver„ klaard daar aan onschuldig te zijn, onder betuijging dat de afscheep te sau„ ratte dikwijls bij nacht was geschied,
English
herewith to your High in order to obtain thereon their highest respected dispositions, the Galle and that also, during the weighing and marking of the packages of Surat, errors were committed. We have therefore, as well as especially because even linens were found short in packages that duly maintained their gross weight, and even weighed more gross, the ship's officers found ourselves burdened to hold accountable Honours offer in copy, today therefor resolution of the 14 February and 12 March last: whereby these defects are treated of the wherefore we ordered the Galle servants, to also provide a copy of the Surat invoice to your High Honours, whether it might perhaps be of service in this matter. Paragraph 47. We have further ordered the Galle servants to also have all the remaining yet unopened packages of this consignment opened before a Judicial Commission, and shall provide your High Honours further report of its outcome. Paragraph 48. The inspection of the pearl banks along the Madura shores has finished, and according to the report received thereof, which is transmitted in copy among the appendices, the banks were found not richly enough populated to be able to hold a fishery thereon, because of the 62 banks that were inspected this time, only 23 were populated with oysters, not older than three years, and in the 4753 oysters brought up for samples, no more than 23 pearls and 113 seed pearls were found on the remaining 39 banks nothing else was found than round pebbles, marine growth, and on some also dead pearl oysters and some chank shells. Paragraph 49 The native bank experts are of the opinion that the banks populated with three- year-old oysters should be inspected further at the end of this year or in the coming year, to see if the pearls were not ripe enough for a fishery, as they maintain that waiting until the oyster reaches its full ripeness of 7 years is not advisable, because in that intervening time they can very easily be lost, according as they have more or less nourishment on the banks, and thereby sooner or later obtain their ripeness and open up, or by other accidents at sea, which one cannot thus define, much less foresee. 50 Mr. Buckanan, agent of the Nawab, desired that the aforesaid sample pearls should be sent sealed by the commissioners of both sides after the conclusion of the inspection to him at Tinnevelly, in order to open them there, so as to be able to take half thereof for the Nawab, wherein the Resident Mekern rightly found difficulty, without being authorized thereto by us. Paragraph 51 In order not to make a matter of small importance into a subject of dispute, we have written to the aforesaid Resident, pursuant to our resolution of 31 March last, to inform Mr. Buckanan that we think it best, to arrange it for the future in such a way that as soon as the inspection of the banks will be finished, the pearls obtained shall immediately be divided into two, as nearly as possible, equal parts, to take therefrom one part for the Company and one part for the Nawab, that the part for the Nawab is then taken with him by the one who shall have been qualified by him for that purpose; and that concerning the aforesaid questionable sample pearls, as the Nawab desired to see them, we have qualified him, the Resident, to send them, as a proof of friendship, wholly and undivided to him, Mr. Buckanan, so that they may be offered by him to the Nawab. Paragraph 52 Lieutenant von Meybrink, who, according to what was noted in our humble letter of 26 January, page 154, inspected the Jaffna and Vanni horse studs, has since provided a report thereupon, which is inserted in our resolution of 26 March last, which accompanies this in extract, from which report and an accompanying treatise, which is transmitted in copy among the appendices, it appears that these studs, properly managed, can in time give a very significant advantage to the Company. Paragraph 53 We have therefore by our aforesaid resolution decided to entrust the management over the aforesaid studs to him, von Meybrink himself, and no other officer shall be appointed in his place, as a single officer in the Colombo garrison can very easily be spared; and as we thereby not only considered that it is equitable that the servants who perform their duty with skill and zeal are properly rewarded for it, but also hold that it must be of a most favorable influence on the Company's interests when the servants, by promoting their own personal interests, simultaneously promote the interests of the Company, we have on the same day, according to the aforesaid extract from our resolution, decided to humbly propose to your High Honours, as we take the liberty to do by this, whether their Highest Mightinesses could not approve, to grant to him as a gratuity, during the ten next ensuing years, for the encouragement of him, von Meybrink, and as a reward for the care and trouble that he will apply for the prosperity of the studs, half of the net profit that the Company shall henceforth enjoy more from the aforesaid studs than it enjoyed therefrom in the last 15 financial years, during which time no more than 280 horses came from them, both for sale and for the
Dutch transcription
^ hier nevens uwe Hoog om daar op te erlangen hoogst derzelver g'eerde dispositieen zijn de Geal„ en dat ter ook, bij het wegen en merken van de pakken la souratta, abuijsen begaan waren. Wij hebben daarom zoo wel, als ook insonderheijd om dat 'er zelfs lijwaaten te min zijn bevonden in pakken, die haar bruto gewigt behoorlijk hebben gehouden, en zelfs meerder bruto gewoogen hebben, de scheeps over„ ons beswaard gevonden houden aanspreekelijk Edelh: in Copij aanbieden, heden daar voor re solutie van den 14 februarij en 12 maart „j s: waarbij van deeze defecten word gehandelt de weshalven we Paalsche „ bedienden gelast, om ook een Copij van de souaatsche factuur aan uwe Hoog Edelh: te be„ Zorgen, of De somtijds in deeze van dienst zoude kunnen zijn. §47. Wij hebben voorts de Gaalsche bedienden gelast om ook alle de overige nog ongeopende pakken van deezen aanbreng voor eene Justitieele Commissie te laa„ ten openen, en zullen van dies uijtslag uwen Hoog Edelheden nader bericht doen. § 48. De visitatie van de paarlreeven langs de madureesche stranden, is afgeloopen, en volgens 't daar van ingekoomen Rapport, dat in Copij onder de bijlaagen overgaat„ zijn de banken niet rijk genoeg bezet bevonden . 3 121 968. bevonden, om 'er eene visscherij op te kunnen houden, wijl van de 62. banken, die 'er ditmaal zijn gevisiteerd, maar 23. met oesters bezet zijn geweest, niet ouder dan van drie Jaaren, en in de tot monster opgedooken 4753. oesters, zijn niet meer dan 23. paarlen en 113. gruijs paarltjes gevonden op de overige 39. banken is niet anders gevonden, daen ronde steentjes, zeegewas en op som„ mige ook doode paarl oesters en eenig Sjan Roosen §49 De Inlandsche bank kundigen zijn van oordeel, dat de banken die met drie Jaarige oesters zijn beset, in 't laast van dit Jaar dan wel in het aan„ staande Jaar, nader dienen opgenoomen te worden, om te zien of de paarlen niet rijp genoeg waren tot eene vis„ scherij, wijl ze sustineeren, dat 't wag„ ten, tot dat de oester haare volkome rijpheijd van 7. Jaaren berijken niet raad„ zaam is, om dat ze indien tusschen tijd, heel ligt kunnen verlooren gaan, naar maate ze min of meer voedzel op de banken banken hebben, en daar door vroeger of laaten haare rijpheijd krijgen en open„ gaan, of door andere toevallen op zee, die men zo niet bepaalen, veel min voorzien kan 50 Den Heer Buckanan, agent van den Nabab verlangde dat de voorschreeve monster pealen door de wederzijdsche gecommitteerdens na het afloopen der visitatie verzegeld aan hem na tian velli zouden gezonden worden, om ze daar te openen, ten eijnde de helft daar van te konnen neemen voor de Nabab, waarin het opperhoofd Mekern met ee„ den swaarigheijd heeft gevonden, zoo„ der daar toe door ons te zijn gear„ toriseert. §51 0m een zaak van klijn belang niet te maaken tot een onderwerp van ver„ schillen, hebben u het voorschreeven opperhoofd, volgens ons besluijt van op den 31. Maart J:Z: aangeschreeven om den heer Buckanau te infor„ meeren, dat we denken dat het best zij, om voor den aanstaande 't zoo te„ schikken 969. dat zoo daa de visitatie der„ schikken; banken zal zijn afgeloopen, de gevoor„ dene paarlen aanstonds worden ver„ deeld in twee, zoo na mogelijk, ge„ lijke deelen, om daar van te worden genoomen een deel voor de Komp: en een deel voor de Nabab, dat het deel voor den Nabab als dan word na zig den geenen, die door genoomen door hem daar toe zal zijn gequalifi„ ceerd; en dat nopens de voorsz: ques„ tieuse monster paaalen, wijl de Na„ bab die verlangde te zien, wij hem opperhoofd gequalificeerd hebben, om de„ zelve, als een bewijs van vriendschap geheel en onverdeeld aan hem Heer Buckanan te zenden, ten einde door hem aan den Nabab te worden aan„ gebooden § 52. De luijtenant ton Meijbrink, die vol„ gens het genoteerde bij onsen eerbiedigen van den 26. Januarij P 154. , de Jaf„ fanasche en wannische paarde stoo„ terijen heeft opgenoomen, heeft 't zeedert derwegens gediend van berigt, dat in onse resol: resol: van den 26. e Maart J:oL:, die in extract hier nevens gaat, is g'inse¬ reerd uit welk bericht en een daar„ neevens gevoegde verhandeling, die en Copij onder de bijlagen overgaat blijkt, dat deeze stoeterijen, behoor„ lijk bestread, door den tijd een zeer merkelijk voordeel aan de Comp: geeven kunnen. § 53. w0 hebben daarom bij voorsz: onse resol: beslooten aan hem vour Meijbrink zelve optedraagen 't bewind over de voorsz: stoclerijen en zal voor hem geen ander officier aangesteld worden, wijl een enkelde officier in 't kolom¬ bosch guarnisoen zeer gemakkelijk kan worden gemist; en wijl we daar bij niet alleen considereerden, dat 't billijk zij, dat de dienaaren, die met kundigheid en iver hunne pligt betragj„ ten, daar voor naar behooren wor„ den beloond, maar ook 't daar voor houden, dat 't op 'sComp: belangens van een allergunstigst invloed zijn moet wanneer 970. wanneer de dienaaren met hunne bezondere belangens te bevorderen, gelijk tijdig bevorderen de belangens van de Comp: hebben we ten zelven dage, volgens 't voorsz: extract uit onse resolutie, beslooten, om aan uwe Hoog Edelh: nedrig voor te stellen zo als wi de vrijheijd gebruij„ ken te doen door deezen, of hoogst dezelven niet zouden kunnen goedvin„ den, om geduurende de tien, naastkoo„ mende Jaaren, ter aanmoediging van hem Von Meijbrink, en ter belooning van de Zorg en moeijte, die hij voor den bloeij der stoeterijen zal aan„ wenden, aan hem tot een douceur toeteleggen, de helfte van 't Zuiver voordeel, dat de Comp: voortaan meer genieten zal van de voorm: Hoe„ terijen, dan ze daar van genooten heeft in der laatste k5. boekjaaren geduurende welke tijd daar uit niet meer gekoomen zijn dan 280. zoo ter verkoop als voor paarden, de
English
the stables, and thus, calculated on average, only 19 horses annually, and to give him the assurance therewith that during the time of the aforesaid 16 years, beginning with the first of September next, he will not be removed from this post without his request, unless he should happen to give lawful reasons for it, and that this arrangement shall in no respect be disadvantageous to him in his advancement as a military officer. It is true that half of the profits of the stud farm in the course of ten years may become very considerable, but the profits of the Company will at the same time increase in proportion thereto, and after the expiration of the aforesaid 10 years they shall be entirely for the Company, which hitherto has had nothing but a very slight profit from the horse stud farms. §54. In consideration that if, as we hope, Your High Excellencies favorably approve these proposals of ours, the said von Meijbrink can nevertheless have little or no profit therefrom in the first three years, and that he ought, however, in the meantime to be placed in a position to be able to make good the expenses which he will have to incur to go inspect the stud farms from time to time and to remain there for some time as may be necessary, we have resolved to allow 500 rds. to be advanced to him annually during the first three years, to be subsequently deducted again from the aforesaid douceur. The first 500 rds. have been paid to him, but shall be returned if Your High Excellencies should not approve these our humble proposals. §55. The Resident at Mannaar, van Ranzow, has taken much trouble in laying out the cotton plantation in the Mannaar district, and however small the profit thereof is hitherto, this cultivation is nevertheless an article that cannot be encouraged enough for the promotion of the manufactures on Ceylon; we have therefore, for the further encouragement of the said van Ranzou, and in order that also the people who labor thereon or lend their lands for that purpose might have some profit therefrom, resolved at the session of the 23rd of February last, as appears from the accompanying extract from our resolution taken regarding this: 1. to place over the cotton gardens a vidaan and an overseer, to be chosen by the Resident van Ranzou himself, and to assign to this person thirty-six rds. per year from the product of the cotton, which 36 rds. consequently may not be paid to him until after the cotton shall have been sold and the proceeds thereof collected. 2. to divide the rest of the product in the following manner: one-fifth for the pallas who cultivate the cotton gardens, one-fifth for the owners of the lands in so far as no Company lands are taken for it, and of the rest half for the Company and the other half for the Resident van Ranzow, so long as he shall be Resident, provided that first from the clear three-fifths part that falls to the Company there shall be deducted what the oeliamares, who are exempted for this work, owe in capitation tax or other obligations. §56. And as it has appeared to us that the aforesaid Resident van Ranzou likewise has taken, and still takes, very much trouble toward the improvement of the chaya-root digging, whereby the same, which from 1778/9 to 1785/6, in 8 years together, taking one year with another, yielded no more than over 21000 lb, and the two following financial years 1786/7 and 1787/8 has yielded over 35000 lb of chaya-roots, we have in our resolution aforementioned further resolved to propose to Your High Excellencies, as we take the liberty to do by this, to assign to the aforesaid Resident van Ranzow, as a reward for the trouble already taken by him for the promotion of this work and for further encouragement thereto, as a means of subsistence, half of what the Company has now already profited more, and will hereafter profit even more, on the chaya-root digging of Mannaar than formerly, and this for so long as he shall be Resident of Mannaar, beginning with primo September 1786. All with this understanding, that neither the payment of half of what the product of the chaya-roots shall yield more than formerly, nor the payment for the cotton in the manner aforesaid, shall take place until after a specific account of each of the aforesaid products shall first have come in, which shall be examined by the Visitateur, in order subsequently to be disposed of by us. §57. We have also, in consideration that the Mannaar chaya-root diggers receive no more for the chaya-roots which they dig than one Indian stiver per pound, and that consequently these people, even when working diligently, cannot well earn more than ten rixdollars in a year, and trusting that an increase in their wages will encourage them to a greater delivery, resolved in the repeatedly mentioned resolution of the 23rd of February to have paid henceforth to the Mannaar chaya-root diggers, instead of one stiver, two Indian stivers for the lb that they shall dig and deliver to the Company, and we have let this higher payment take effect as of primo of the same month. §58. And since these diggers have repeatedly complained about the extortions of the renters, with the request that the rent on the chaya-root digging might be abolished, we have, upon the assurance of the Resident van Ranzow that thereby no
Dutch transcription
de stallen en dus door den anderen ge„ Jaarlijks reekend, maar 19. paarden en hem daar bij de verzeekering geduurende den te geeven, dat hij 16: Jaaren, te begeen„ tijd van voorsz: September naast„ nen met primo koomende buijten zijn verzoek, niet uit deeze post zal worden ge„ noomen, ten zij hij daar toe wetti„ ge reedenen mogt komen te geeven, en dat hem deeze schikking en geen opzigt zal nadeelig zijn, in zijn avancement als militair officier Het is waar dat de helft der voordeelen van de stoeterij in den loop van tien Jaarlen heel merkelijk worden kan, dog des voordeelen van de Comp: zullen terzelver tijd na maate van dien aangeoeijen, en naar verloop der voorsz: 10. Jaaren zullen ze geheel voor de Comp: zijn die tot nog niet dan een zeer gering voordeel van de paar„ 971. de stoelerijen gehad heeft. §54. uit aanmerking, dat indien gelijk we hoopen uwe Hoog Edelh: deeze onze voorstellen gunstig goedkeuren, gemelde von Meijbrink nogtans daar van in de eerste drie Jaaren wijnig of geen voordeel hebben kan, en dat hij egter intusschen dient te worden instaat gesteld, om te kunnen goed„ maaken de ongelden, die hij zal moeten doen, om van tijd tot tijd de stoeterijen te gaan bezigtigen, en zig naar dat 't zal nodig zijn, eenigen tijd daar bij optehouden, hebben we beslooten aan hem, geduurende de drie eerste Jaaren, Jaarlijks te laaten voorschieten 500: rd:s, om nader van 't voorsz: douceur weder te worden in„ gehouden. De eerste 500: rd:s zijn aan hem betaald, dog zullen worden te rug gegeeven, indien uwe Hoog Edelh: deeze onse nedrige voor„ stellen niet mogten goedkeuren §55. 'T opperhoofd te Mannaar van Ranzou aar„ Ranzow, heeft zig veel moeijte ge„ geeven tot 't aanleggen van de Cattoen plantagie in 't mannaarsche, en hoe zeer in 't voordeel daar van tot nog toe Cultuae niet Klijn is, is deeze te min een articul, dat niet ge„ noeg kan worden aangemoedigd, ter bevordering van de fabrieken op Cijlon derhalven, tot verdere aan„ wij hebben Ran zou, moediging van gend: Uden en op dat ook des luiden, die daar aan arbijden of hunne landen daartoe leenen daar uit eenig voordeel konden hebben, ter sessie van den 23. februarij J:o L: blijkens 't nevens gaande extracct uit onze derweegens genomene resolu„ beslooten tuinen te stel„ 1. om over de kattoen len een vidaaen een opzigter, door 't opperhoofd van Ranzou zelve te verkiesen, en aan deezen toete„ leggen ses en dertig ad:s sjaars, . p uit 't product van 'tt kattoen „ welke 36. rd:s mits dien niet aan hem 972. betaald zullen moogen worden hein zal zijn dan na dat 't kattoen „ zal zijn verkogt, en product ingekoomen. 2: om de rest van 't produkt te verdeelen op de volgende, wijze een vijfde voor de palletassen, die de kattoen tuijnen bearbeijden, een vifde voor de eijgenaars der gronden en zo verre daar toe geen Comp gronden worden genoo„ =men, en de rest de helfte voor de Comp:, en de andere helfte voor„ 't opperhoofd van Ranzow, zoo lan„ mits ge hij opperhoofd zal zijn, dat alvoorens van 't zuijver drie afge„ vijfde gedeelte zal worden geen de Comp: toekomt, trokken, 't geen de oeliammeas, die voor voor dit werk vrij gelaaten of andere worden, aan hoofd geld zijn te betaa„ verpligtingen schuldig „len S56. En aan §56. En wijl 't ons gebleeken is dat 't voorsz: opperhoofd van Ranzou, zig insgelijks zeer veel moeijte gegeven heeft en nog geeft, ter ver„ ƒ beetering van de Zaaijdelverij, waar door dezelve, die van 178: 8/9. tot 178 5/6. , en 8. Jaaren door malkan„ deren, 't eene Jaar door 't an„ dere niet meer heeft opgebragt dan ruim 21000. lb:, en de twee daar aan volgende boekjaaren 178 /½. en 178 5/8. heeft ofgeworpen ruim 35000: lb: Zaaijwoatelen, we bij onse resol: voor„ hebben noemd nog beslooten uwen Hoog Edelh: voor te draagen, zo als wet de vrijheid neemen te doen, door deezen, om aan 't voorsz: opperhoofd van Ranzoer, tot eene belooning van de door hem reets genoo„ meere moeijte ter bevordering van dit werk, en ter verdere aan„ moediging daar toe, toeteleijgen tot llen 973. een middel van bestaan de helfte van 78 't geen de Comp: nu reets meer heeft lig geprofiteerd, en na deezen nog meer zal, op de Zaaijedelve„ profiteeren rij van Mannaar, dan eertijds, een zult zoo lange hij opperhoofd van Mannaar zijn zal, te beginnen met pins 1786. Alles met Zber: deezen verstande, dat nog de beta ling van de helft van het geen produkt der zaaijwoatelen meer zal opbrengen dan eertijds, nog de betaaling voor 't kattoen invoegen voorsz: zal geschieden, dan na dat alvoorens van elk der voorsz: producten, een specifieke reekening zal zijn ingekoomen, die bij den zal worden g'examineerd, Visitaleur bij ons daar op vervolgens ten eijnde gedisponeerd. te worden § 57. Ook hebben we uijt aanmerking, dat de Mannaarsche Zaaij Delvers, voor de zaaijewortelen, die ze delven niet niet meer genieten dan een stuijver indiasch per pond, en dat mits dien deeze menschen, wanneer ze zelfs vlijtig werken, niet wel meeg daen tien rijksdaalders in 't Jaar verdie„ nen kunnen, en vertrouwen dat eene verhooging van hun loon, hun zal aanmoedigen tot grooter leeverantie, bij meerm: resol: van 230. febr: be„ slooten, om aan de Mairnaaasche Zaaijdelvers, insteede van een stuijver, voortaan te laaten betaalen twee indische stuijvers voor 't ld:, dat ze zullen koomen optedelven en aan de Comp: te leeveren een hebben we deeze hoogere betaaling laaten ingaan met p=mo van de zelfde maand. §58 En gemeakt deeze Delvers een en ander„ maal geklaeagd hebben, over de kne„ velarijen van de pachters, met ver„ zoek dat de paart op de Zaaij„ delverij mogte worden afgeschaft, hebben we op de verzeekering van 't opperhoofd van Ranzzon, dat daar door geen
English
974. no detriment will be brought upon the Company, but that the digging can be continued just as profitably as formerly under the supervision of an Adigaar, decided not to lease out the Mannar chank digging as of the ultimate of August next, whereto we have been able to proceed with all the more tranquility because the increased wages of the diggers and the gratuity to the chief served as a guarantee to us that everyone will contribute his part to continue the digging with zeal. Section 59. In the Jaffna lands there are still many uncultivated lands that have found no takers because one must purchase them from the Company, and no one was willing to give money for wasteland, especially for those that are somewhat remote from the inhabited provinces, such as along the border of the Vanni and in the district of Kanetje; also, there are many once-cultivated fields that have been left unsown for years consecutively owing to the inability of the owners, and because it is of great importance for Ceylon to promote agriculture by all possible means, we have, upon the proposal of the Jaffna servants at the session of the 3rd of February last, as appears from the accompanying extract of our resolution, decided to authorize the said servants to permit the distribution of 2000 parras of paddy for seed grain and 1000 rixdollars in cash, alongside the necessary ploughing and farming implements, in small portions to the poor inhabitants who due to poverty have had to leave their fields uncultivated, under surety, however, of the majorals, to restore them to the Company in 2 to 3 years; and likewise to give away for nothing to the inhabitants who might request it the vacant lands situated on the border of the Vanni and in the Kanetje, under the obligation, nevertheless, after the expiration of three years, to pay the customary duty thereon to the Company. 975. Section 60. The Jaffna Dessave Schreuder, at whose request the aforesaid proposals were made by the Jaffna servants, has at the same time requested that, considering that the Dessave of Jaffna at present has a very small income and is not provided with a maintenance village like other land regents on this island, whereas he nevertheless shares all the trouble with them to collect the Company's revenues properly, there may be granted to him as a means of subsistence 5 per cent of the paddy duty of the fields that have been sown yearly for 10 years past, and 10 per cent of the duty of the fields that in the last 10 years have remained unsown and would now again be newly sown through his foresight, all at the expense of the farmers of this duty, to be paid above their lease amount. Section 61. It is a known fact that the Dessave at Jaffna has no lawful income to be able to subsist in accordance with the dignity of his office, much less to be able to lay anything aside; we have therefore, as appears from the aforementioned extract of our resolution of the 3rd of February, decided most humbly to propose to Your High Mightinesses, as we take the liberty to do hereby, to grant to the Jaffna Dessaves, now and in time, as a means of subsistence, at the expense of the farmers of the tithe duty, five per cent on the tithe duty of paddy from all such fields as have been sown yearly for ten years past; and we have meanwhile let the leasing of this duty take place on that condition, provided that the amount of the said 5 per cent is taken onto a separate account in the books until the receipt of Your High Mightinesses' disposition. Section 62. And to encourage the Jaffna Dessaves all the more to keep the inhabitants pursuing agriculture with zeal, we have, subject to the approval of Your High Mightinesses, at the same time granted to him ten per cent of the duty of the fields that are indeed cultivated but have not been sown in the last ten years, and twenty per cent of the duty of all fields that under his direction will be newly laid out from lands never before cultivated, provided that these two sorts of fields, at the departure of each Dessave, must each time be brought under the class of fields that are sown yearly, for which the aforesaid five per cent is asked, and that consequently the newly arriving Dessave shall not be permitted to enjoy this ten and twenty per cent thereof, but rather from such fields as shall then again have not been sown in ten years, or shall be newly cultivated. Section 63. We repeat it, the promotion of agriculture is of the greatest importance on Ceylon, and the rather large sum of money that is paid annually to foreigners for grain is one of the principal reasons for the lack of money among the inhabitants; we are not without hope that by improving agriculture this could be considerably remedied, and consequently take the liberty to make a more general proposal to Your High Mightinesses hereby. Section 64. This island has a great multitude of arable fields, and even still many extensive lands that could be made suitable for it; of the fields that are sown, not seldom does a large part of the crop perish, either by too much water or by too prolonged a drought, and the latter indeed causes the most damage. In both these inconveniences, according to the reports that have been made to us thereof, a considerable remedy could be provided if one has this properly investigated by knowledgeable people, just as we have already made a beginning therewith, and if one were to apply oneself to this work with redoubled zeal, not only to make the old fields more useful, but also to have new fields laid out as far as possible, we imagine, as we think with much reason, that
Dutch transcription
974. geen nadeel aan de Comp: zal worden toege„ bragt, maar dat de delverij evens voordeelig zoo als eertijds, onder 't opzicht van eenen Adigaar kan worden voortgezet, beslooten, de Mannaarsche Zaaijdel„ verij met ult:o august aanstaande niet te laaten verpagten waartoe we met te meer gerustheijd hebben kunnen treeden, om dat het verhoog„ de loon der delvers, en het douceua aan 't opperhoofd, ons als tot een waar„ borg verstrekten, dat elk 'er het zijne toe brengen zal, om de delverij met iver voortte zetten §59 In de Jaffenasche Landen zijn 'er nog veel onbeboude gronden, die geene lief„ hebbers hebben gevonden, om dat men die van de Comp: koopen moet, en nee„ mand gaarne geld wilde geeven voor woes„ te gronden, inzonderheid voor die wat afgeleegen zijn van de bewoonde pro„ vincien, gelijk langs den boord der wannie en in 't landschap kanetje ook leggen 'er veele roets gecultiveerde Velden welden, die Jaaren agter een onbezaaid zijn gelaaten, wegens het onvermogen van de Eigenaaren en wijl het van veel aan„ geleegendheid voor Ceilon is, om den landbouw door alle mogelijke middelen te bevorderen hebben we op het voorstel van de Jaffenasche bedienden, ter sessie van den 3. februarij J: L:, blijkens ne„ vensgaande extract onser resol:, besloo„ ten gemelde bedienden te qualificeeren, om 2000: parras neli tot Laadkoorn en 1000: ad:s Contant, nevens de nodige ploeg en bougereedschappen, bij klijne partijen aan de arme ingezetenen te mogen laaten uijtdeelen, die door armoede hunne velden onbehoud hebben moeten laaten, onder borgtogt echter van de Majoraals, om ze in 2. â 3. Jaaren aan de Comp: te restitu„ eeren, den om insgelijks aan de ingezetenen, dier 'er om mogten verzoeken, voor niet aftegeeven de ledige gronden, geleegen aan den boord der wanni en in het Kanetje, on„ der verplietting nochtans, om na ver„ loop van drie Jaaren, daar voor de gewoone ge¬ rechtigheid 975. rechtigheid aan de komp: optebrengen. § 60. De Jaffenasche Dessave schreuder op wiens verzoek, de voorsz: voorstellen door de faf„ fenasche bedienden zijn gedaan, heeft teffens verzogt, dat uit aanmerking dat de dessave van Jaffena tans een zeer ge„ ring inkomen heeft, en niet voorzien is van een dispens dorp, gelijk andere landre„ genten op dit eiland, daar hij nochtans alle de moette met hun gemeen heeft om 'scomp:s inkomsten behoorlijk te doen inko„ men aan hem tot een middel van bestaan mag worden toegevoegd, 5. prC: o van de neli gerechtigheid der velden, die zedert 10. Jaaren herwaards Jaarlijks zijn bezaaijd, en 10. p:r C:o van de gerechtigheid der velden, die in de laatste 10: Jaaren onbezaaijd zijn, gebleeven, en nu weder door zijne voor„ zorg op nieu zouden bezaaijd worden, alles ten laste van de pachters deezer gerechtig„ heijd, om boven hunne paatschal te worden opgebragt. §61 Het is eene bekende zaak, dat de Dessave te Jaffena geen wettig ierkoomen heeft, om over„ eenkomstig met de waardigheid van zijn ampt 16. te kunnen bestaan, veel minder om iets te kunnen opleggen we hebben derhalven blijkens 't voorm: extract onser resol: van den 3. e febr: beslooten, aan uwe Hoog Edelh: nedrigst voortestellen, gelijk we de vrijheid neemen te doen door deezen, om aan de Jaffena„ sche dessaves, nu en in der tijd, tot een mid„ del van bestaan, ten laste van de pach„ ters der tiende gerechtigheid, toetevoegen op de tiende gerechtigheid der Vijf p:r neli, van al zulke velden als zedert tien jaare, herwaards Jaarlijks zijn bezand„ en hebben we intusschen de verpachting dee„ zer gerechtigheid op die Conditie laaten doen, mits dat het bedraagen van gem: 5. p:r C:o tot den ontvang van uwer Hoog Edelh: dispositie, op eene aparte reek: bij de boeken word ingenoomen. §62: En om de Jaffenasche Dessaves te meer aantemoedigen, om de ingezetenen tot het voortzetten van den landbouw met wed aante houden hebben we op approbatie van uwe Hoog edelh: heem ter zelver tijd toegelegd tien p:r C:o van de gerechtigheid der velden, die wel gexultiveerd, doch in de laatste 16. 976. laaste tien Jaaren niet zijn bezaaijd, en twintig p:r C:o van de gerechtigheijd van alle velden, die onder zijne directie van nooit behoude gronden nieu zullen worden aangelegd, mits dat deeze twee zoorten van velden bij 't afgaan van elke Dessave telkens zullen moeten worden ingetrokken onder 't Classis der velde, die Jaarlijks worden bezaaijd de voorschr: vijf p:r C:o waarvoor en word gevraagd, en dat mits dien de nieu aankomende Dessave, deeze tien en twin„ tig p:r C:o daar van niet zal mogen genieten, maar wel van zulke vel„ den die als dan weder in geen tien Jae„ ren bezaaijd, of nieu gecultiveerd zullen zijn § 63. We herzeggen het, de bevordering van den landbouw is op Ceilon van de grootste aangelegentheid, ende vrij groote somme geld die Jaarlijks aan de vreemde voor graanen word betaald, is een der voor¬ naamste reden, van de geldeloosheid der ingezetenen we zijn niet buiten hoop dat door den landbouw te verbeteren daar in merkelijk zoude kunnen worden voorzien en neemen dienvolgens de vrijmoedigheid, uwer Hoog Edelh: door desen een meer algemeen voorstel te doen. §:o 64: Dit Eijland heeft een groote menigte zaag velden, en zelfs nog veele lange landen die daar toe zouden kunnen worden bekwaam gemaakt van de velden die bezaaijt wor„ den, gaat niet zeld zaam een groot ge„ deelte van het gewas verlooren of door te veel waater of door te langduurige droogte, en dit laatste doet wel de meeste schaade. In bijde deeze ongelegentheeden zoude naar de berigten die ons daar van zijn gedaan, merkelijk kunnen wor„ den voorzien, wanneer men dit door kun„ dige luiden behoorlijk doed onderzoeken zoo als we daar meede reeds een begin gemaakt hebben, en wanneer men zig daarbij met verdubbelde ijver op dit werk toelijden, om zig niet alleen de oude velden meer ten nulte te maaken maar ook zooveel mogelijk nieuwe velden deed aanleggen, verbeelden we ons, zoo we denken met veel gronds, Dat
English
that Ceylon, within a few years, would be able to produce a much larger quantity of paddy than has occurred hitherto. Section 65. This good work would be considerably advanced if Your High Nobles might see fit to qualify us to grant, for their encouragement, to the land regents and those subordinate to them in the administration of agriculture, half of the Company's paddy dues that shall henceforth come in from each district over and above what was received in the highest year of the last 15 elapsed financial years. In addition to this, several other useful arrangements could be made. We think that much good would result therefrom for the Company and its servants if Your High Nobles could also see fit to qualify us, furthermore, to make a similar favorable arrangement for encouragement in the planting of pepper, coffee, and other useful products; that would likewise do much good. And in this connection, it would certainly serve greatly for the encouragement and promotion of the matter if the land regents and those working under them were thereby given the assurance that, as long as they conduct themselves well, they will not be dismissed from their present posts without their own request. They would then be certain that, as long as they remain alive, they will enjoy the fruits of their labor. Section 66. Upon the change of a land regent, that which he enjoyed by virtue of the aforesaid favorable arrangement should revert to the Company. Only something could be granted therefrom to his successor to serve him initially as a means of subsistence. We have so good an opinion of this arrangement that we think we may dare to recommend it to Your High Nobles with great confidence. It could even, according to our humble view, serve in time to withdraw for the Company, upon the change of offices, all other douceurs, however large or small they may be, that now serve the land regents as a means of subsistence. Section 67. We have taken the liberty to draw five assignations upon Your High Nobles, of which the memorandum amounting to f39898. 5. 8. is included among the annexes, and respectfully request Your High Nobles that the same may be honored with payment. The aforesaid memorandum is inserted below according to the order. insertion Section 68. We have received two bills of exchange from the Surat ministers, one charged to the first-signed Governor amounting to 6000 rupees, which, through settlements to Surat and Bengal, is repaid to the Company in silver specie out of funds that he held there. The other, amounting to 39589 1/3 rupees, charged to the chosen Galle Commander Sluysken, who by a petition, a copy of which is transmitted among the annexes, has requested us to be allowed to satisfy this amount in copper coin and credit letters, owing to the impossibility of obtaining silver money, since the Company itself paid out in nothing other than copper coin and credit letters. Similar bills of exchange have frequently been drawn upon us by the Surat ministers, and we also did not believe we should find any difficulty therein so long as there was no such considerable disparity between the copper coins and the silver money as that to which it has now risen; especially since, for the goods purchased therewith, besides serving the convenient accommodation of the community, the usual import duties have also been paid. But this disparity currently existing here in Ceylon has made it too precarious for us to dare to consent further therein, and we have therefore resolved to present the request made to us in the aforesaid petition to Your High Nobles, as we take the liberty to do through this. We have only resolved, provisionally, to have the amount of the aforesaid bill of exchange received into the Company's treasury in copper coin from the said chosen Galle Commander Sluysken, under the obligation, however, should Your High Nobles disapprove thereof, to deliver gold or silver specie for it, or else to pay a reasonable agio, according to Your High Nobles' pleasure. Section 69. Our expectation of negotiating money from the English on bills of exchange to the Netherlands, as we gave notice thereof to Your High Nobles in our humble letter of 26 January of this year, Section 225, has been entirely thwarted, since the merchants who had given hope for it have since declared that they had made no definite offer for that purpose. We have therefore, however reluctantly, had to resolve to have all the remaining silver, which was brought for Batavia with the ship de Gouverneur Falck, likewise minted into rupees, not only for continuing the collection of linens, but also for paying off the borrowed funds on the Madura coast, which was strongly pressed by the creditors. Section 70. The ministers at Cochin have represented to us, by their letter of 4 February last, that owing to a shortage of money they are not in a position this year to purchase any rice for this Government, unless we could send over the necessary cash for that purpose, and that they therefore with the King
Dutch transcription
977. dat Ceilon in korten Jaaren een veel grooter hoeveelheid Nelie zoude kun„ nen voortbrengen dan tot nog toe is ge„ schied. § 65. Dit goede werk zoude merkelijk wor„ den bevorderd in dien uwe Hoog Edelh: mogten kunnen goedvinden ons te kwa„ lificeeren om aan de landregenten en de geenen die ter bestiering van den landbouw aan hun ondergeschikt zijn, ter hunner aanmoediging te moogen toeleggen de helft van 'sComp: Nelij geregtigheijd die voortaan uit een elk distrikt meer zal inkoomen dan in het hoogste Jaar van de 15. laast verstreekene boekjaaren, waar bij nog verscheide andere nuttige schik„ kingen zoude kunnen worden gemaakt we dat daaruit veel goeds denke„ voor de komp: en haare dienaaren zou„ de voortkoomen wanneer ook uwe Hoog„ Edelh: konden goedvinden, ons daar bij nog te kwalificeeren, om ter aanmoediging in het aanplanten van peeper koffij en andere - 67 andere nuttige produkten ee, even diergje„ lijke gunstige schikking te moogen maa„ ken, zoude dat insgelijks veel goed doen„ en hier bij zoude het zeekerlijk zeer ter aanmoediging en bevordering van het ee„ en ander verstrekken, wanneer aan de landregenten en die geene die onder hun werken, daar bij gegeven wierd de verzeekering, dat zo lang ze het wel maaken, ze uit hunne teegens„ woordigen posten buiten hun verzoek niet zullen worden ontslaagen ze zou„ den dan zeeker zijn dat wanneer ze Ze de vrugten van in het leeven blijven, hunne arbijd zullen genieten. §66. Bij verandering van een landregent, zou„ de het geene deeze uit hoofde van voorsz: gunstige schikking heeft ge„ nooten, moeten vervallen aan de komp: zijn vervanger daar alleen zoude aan uit iets kunnen worden toegelegd om hem voor eerst te dienen tot een mid„ del van bestaan we hebben van deeze schikking zoo goede opinie dat we Klorker 978. denken dezelve met veel vertrouwe, uwe Hoog Edelh: te durven aanprijzen. ze zouden, zelfs, naar ons nedrig inzien, kunnen strekken om alle andere dou„ ceurs die nu zoo veel en weinig ze ook zijn, de landregenten tot een middel van bestaan dienen, door den tijd bij ver„ wisseling van ampten voor de komp: intetrekken. §67. Wij hebben de vrijheid gebruikt, om op uwe Hoog Edelh: te trekken vijf assig„ natien, waar van de Memorie groot ƒ39898. 5. 8. onder de bijlaagen gaat, en verzoeken uwe Hoog edelh: eerbie„ dig, dat dezelven met betaaling mogen worden gehonoreerd De voorsz: Memo„ die word naar de order hier onder ge„ insereerd. insertie § 68 Wij hebben van de souratsche ministers, twee wissels ontvangen, de eene ten laste van den eerstgeteekenden Gouverneur groot ropijen 6000. , die door aanreeke„ ningen na Souratta en Bengale, uit fondsen fondsen die denzelven daar had, weder aan de Comp: in zilvere specien word betaald. De andere, groot 39589: 1/3. rop: ten laste van den g'eligeerd Gaalsch Commandeur sluijske, die ons bij een addres, 't welk in Copia onder de bijlaagen overgaat, verzogt heeft, dit bedraagen met kooper munt en Cae„ diet brievens te moogen voldoen, we¬ gens de onmogelijkheid om zilver geld te bekoomen, daar de Comp: zelve in niets als in kopere munt en Crediet brieven uit betaalde Diergelijke wissels zijn te meer maalen door de Suratsche Minis„ ters op ons verleend, en we hebben ook daar in geen zwarigheid meenen zoo lange ter tus„ te moeten vinden, schen de kopere munten en 't zilver geld, geen zoo merkelijk verschil was, dan waar toe 't tans ge„ reezen is, te meer de goederen daar voor ingekogt, behalven dat ze tot meakelijk gerief van de gemeente strekte 979. strekle, ook daar voor betaald is de gewoone inkoomende regten. Dan dit tans hier op Cijlon plaats hebbende verschil, heeft 't voor ons te beden„ kelijk gemaakt om daar in verder„ te durven bewilligen, en we hebbe, daar„ om beslooten, 't verzoek bij voorsz: addres aan ons gedaan, aan uwe Hoog Edelh:, voor te draagen, zoo als we de vrijheid neemen van te doen door deezen. Alleen hebben we nog be„ slooten, 't bedraagen van voorsz: wissel, bij provisie in kopere munt in sComp:s kas te doen ontvangen van gem: g'eligeerd Gaalsch Commandeur sluijsken, onder verbintenis egter, om zo uwe Hoog Edelh: dat mog„ ten afkeuren, als dan daar voor gou„ de of zilvere spetien te leeveren, dan wel een redelijk opgeld, naar uwer Hoog Edelh: goetvinden, te voldoen. § 69: Onse verwagting, om geld van de engelschen op wissel na Nederland te negotieeren, gelijk Wes 187 we uwen Hoog Edelh: daar van ken„ bij onsen nedrigen van den 26. nis gaven, Januarij J: Z: § 225. is geheel vereideld, wijl de kooplieden, die daar toe hoop had„ den gegeven, zig zedert hebben verklaard„ daar toe geene stellige aanbieding te hebben gedaan. we hebben derhalven, hoe ongaarne ook, moeten resolveeren, om al 't overige zilver, dat met 't schip de Gouverneur Falck voor Bata„ via was aangebragt, insgelijks tot ropijen te laaten vermunten, niet alleen tot 't voortzetten van den inzaam van Lijwaaten maar ook ter afbe„ taaling der geleende gelden ter kuste Madure, waar op door de Crediteuren sterk wierd gedrongen §70. De ministers te koetsiem hebben ons, bij der zelver brief van den 4: febr: J:L: geprecedvea„ teerd, dat ze wegens geld gebrek dit Jaar niet en staat zijn om voor dit Gouvernement eenige rijst, en te koopen, ten waare wij daar toe de nodige Contanten konden overzenden, en dat ze daarom met den Konierg
English
king of Koetsiem, who not only cannot wait for the money, but continually requests advances in order to satisfy his tribute to Tipoe, dared contract no delivery beyond their own necessities before they know to what extent they could count on specie from Cijlon. §71. We do not know what reliance we may place on the satisfaction of our monetary demands, but if it does not turn out more generously than what we have received for some years past, it is certain that we can send nothing thereof to Koetsiem without detriment to the collection of linens. Because we could therefore make no promise in this regard to the Koetsiem ministers with that certainty which was necessary to proceed thereupon, we are compelled hereby most humbly to request Your High Excellencies to provide us, above the quantity already demanded, with yet another thousand or twelve hundred lasts of rice. §72. We have nonetheless requested the Koetsiem ministers to do everything they shall find possible in procuring rice for Cijlon, as it is not all too certain whether Your High Excellencies will have the opportunity to procure the aforesaid quantity for us, and moreover, even were our full demand satisfied by Your High Excellencies, the Koetsiem rice will come in very useful on Ceilon. §73. In order to enable the junior merchant Conradie to purchase a parcel of rice for the convenience of the community, we have drawn two bills of exchange, one in the amount of 2942½ sircar rupees on the ministers of Bengale, and the other in the amount of 5320 Surat rupees on the ministers of Souratta, which were paid here by the said Conradi with an agio of 30 percent, as he could satisfy the same in no other way. We shall however, especially as far as Bengaale is concerned, make only very sparing use thereof, and the first-undersigned Governor has even seen to it that if the payment of the aforesaid bill of exchange should encumber the Bengal ministers, they may send it back to us, whereupon the amount thereof will be satisfied by his authorized agents in Bengale, which is also why the bill of exchange for the settlement of the purchased rice was not issued directly upon the Company. §74. We present our further demand for the aforementioned quantity of rice, and for another 50,000 lb of Japan copper, which we also greatly need, to Your High Excellencies among the annexes, and at the same time insert the same below in accordance with the order. §75. Our remaining balances of specie and grains have consisted of: Netherlands money | Rice | Rielij Here at the end of March [illegible] — ƒ7024. 12. —. | lasts 861. 1/8. | lasts — for [illegible] months At Jaffena and Mannaar end of ditto — „ 758: 16. 8. | „ 31. 1/15. | „. —. | „ — — At Gale and Mature end of ditto — „ 8769. 2. 10. | „ 98. —. | „ 135. | „ 3. ditto At Tutuk: and with the residents end of [illegible] — „ —. –. —. | „ —. —. | „ —. | „ —. —. At Trink end of March — „ 10633. 14. 8. | „ —. —. | „ 216. | „ 2. ditto At Baticaloa end of February — „ 9040. —. 8. | „ —. —. | „ 27. 19/15 | „ 3 ditto At Kalpettij end of December 1788 — „ 21648. 1. –. | „ —. —. | „ —. | „ —. — §76. In our respectful letter of 28 January 1786 § 179, we informed Your High Excellencies that we had admitted the Sinhalese Botelege Matthijs, who had been sentenced to death by the Court of Justice at Gale, to ordinary defense, and thereby permitted him to appeal to the Court of Justice at Kolombo. This has indeed taken place, and the Kolombo judge in final judgment annulled the sentence of death pronounced by the Gale judge, and condemned the said Botelege Matthijs to be confined outside this island, at a place to be determined by us, in order to labor there for the term of fifteen years, outside the settlement, for food and clothing at the Company's public works. We have approved this verdict and designated Robben Island as the place of his confinement. §77. At the same time that we admitted the aforesaid Botelege Matthijs to ordinary defense, we approved, as appears from our resolution of 27 August 1785, the death sentence pronounced by the Gale judge against the Sinhalese Ranoeloe Michiel, who was involved in the same case, because he had confessed, under torture as well as subsequently free from pain and bonds, to having committed the murder with which they were both charged, albeit with the help of the said Matthijs. However, we deferred the execution of the sentence upon him until the Kolombo judge should have pronounced upon the appeal case of the aforesaid Botelege Matthijs, because it might at times have been necessary that the condemned Michiel be heard in this appeal case. §78. But we now feel hesitant to have the sentence of death carried out upon the aforesaid Ranoelloe Michiel, because through no fault of his own he has sat in prison for so long a time after his condemnation, and we are therefore humbly of the opinion that since imprisonment also implies a kind of punishment, his prolonged detention equitably comes into consideration for the mitigation of the imposed capital sentence. We have therefore resolved, instead of punishing him with the rope at the gallows, as his sentence reads, to
Dutch transcription
687 980. koning van koetsiem, die niet alleen niet na 't geld wagten kan, maar geduurig om vooruitverstrekking ver„ zoekt, ten eijnde zijn tribut aan Tipoe te voldoen, geene leverantie boven eijgene benedigdheid durfde Contrac„ teeren, voor dat ze weeten, in hoe ver„ re ze op Contanten van Cijlon konden Reekenen §71. Wij weeten niet wat staat we op de geld eijsschen mogen voldoening onser zoo die niet ruimer maaken, maar uitkomt, dan we zedert eeniges Jaaren hebben ontvangen, is 't zeker dat we daar van niets na Koetsiem kunnen zenden, zonder afbreuk aan lijwaaten te doen. wijl den inzaam van we derhalven hieromtrend geene toe„ zegging aan de Koetsiemsche minis„ met die verzeeke„ ters konden doen was om daar op ring als nodig te kunnen aangaen, zijn we ge„ „ noodzaakt uwe Hoog Edelh:s mits nedrigst te verzoeken, om ons deezen boven boven de reets g'eijschte quantiteijt, met nog een duisend of twaalf honderd lasten rijst te willen voorzien §72. We hebben niet te min de Boetsiemsche ministers verzogt, om evenwel in 't bezorgen van rijst voor Cijlon, te wil„ len doen alles wat ze zullen bevin„ den mogelijk te weezen, wijl 't niet al te zeker is, of uwe Hoog Edelh: geleegentheid zullen hebben, om de voorsz: quantiteit aan ons te bezor„ gen, en boven dien, al wierde onse vol„ len eisch door uwe Hoog Edelh: voldaan, de koetsiemsche rijst op zeer wel te pas zal koo„ Ceilon men Conradie in staat §73. Om den onderkoopman te stellen tot het inkoopen van een par„ thij rijst tot gerief van de gemeinte hebben we twee wissels getrokken, een groot 2942: ½. sirca ropijen op de mi„ nisters van Bengale, en de andere groot 5320- suaatsche ropijen, op de minit ters „ 981. ters van souratta, die hier door ge¬ melde Conradi betaald zijn met Co a 30. p:s opgeld wijl hij dezelve op geen andere wijse konde voldoen we zullen egter, inzonderheid zo veel Bengaale aangaat, hier van niet dan een zeer spaarzaam ge„ bruik maaken, en heeft de eerst on„ dergeteekende gouverneur zelfs gezorgt dat zoo 't voldoen der voorsz wil„ sel de Bengaalsche ministers ze ons, dezelve mogte belemmeren, kunnen te rug zenden, wanneer 't beloop daar van door zijn gemag„ tigten op Bengale zal worden voldaan waarom dan ook de wissel ter voldoening der ingekogte rijst niet direcht op de komp: is ver„ leend. § 74. Onse nadere eisch van de hier vooren gem: quantiteit rijst, en van nog 50000. lb: Japans koper, die we meede zeer benodigen, bieden we uwen Hoog Edelh: 8 „onder 69 onder de bijlaagen aan, en insereeren tef„ fens dezelve na de order hier onder §75. Onse restanten van Contanten en graanen hebben bestaan in rijst rielij Nederlands geld alhier onder ult:o maart J=oL: - ƒ7024. 12. —. last 861. 1/8. las1 — voor maand te Jaffena en mannaar ulto d=o - - „ 758: 16. 8. „ 31. 1/15. „. —. „ — — „ Gale en mature ult:o d=o - - - - „ 8769. 2. 10. „ 98. —. „ 135. „ 3. d=o „ Tutuk: en op de residenten ult:o. . . . „ —. –. —. „ —. —. —. „ —. —. „trink ult:o maaat. . . . . . . . . . „10633. 14. 8. „ —. —. „ 216:: „ 2. d=o „ Baticaloa „ fobruarij . . . . „ 9040. —. 8. „ —. —: : „ 27. 19/15 „ 3 d=o: „ Kalpettij „ Jber 1788. - - - - - „ 21648. 1. –. „ —. —: „ —. „ —. — §76. Bij onsen eerbiedigen van den 28. Januarij 1786. § 179. hebben we uwen Hoog Edelh: bedeeld, dat we den singalees Botelege Matthijs, die door den Raad van Justitie te Gale ter dood was verweezen, tot tot de ordineire defentie hadden toe „ gelaaten, en hem mits dien toegestaan, om te appelleeren aan den Raad van Justitie te Kolombo. Dit is dan ook weakelijk geschied, en heeft de kolom„ bosche Rechter bij eind-oordeel, 't door den Gaalschen Rechter gevelde vonnis des 69 982. des doods g'annulleerd, en gemelden Bolelege Matthijs gecondemneerd, om geconfineerd teworden buijten dit Eijland, ter plaatse door ons te bestemmen, ten einde aldaar den tijd van vijftien Jaaren, buiten de set„ ting, voor de kost en kleeding aan 'scomp:s gemeene werken te arbeijden wij hebben dit gewijsde geapprobeerd, en 't Robben Eijland bepaald tot de plaats van zijn Confiriement. §77: jer zelver tijd dat we voorm: Botelege Matthijs tot de ordinaire defentie toelieten, hebben we blijkens ons resol: van den 27. aug:s 1785. , geapprobeerd 't door den Gaalschen Rechter uitgespro„ ken doods vonnis tegens den singalees Ranoeloe Michiel, die in dezelfde zaak betrokken was, om dat deeze zoo wel onder de torteur, als zedert pijn en banden buijten hadde bekend, de moord, waar meede zij bij den beschul„ digd zijn, te hebben begaan hoewel met behulp. behulp van gemelde Matthijs; echter heb„ ben we de executie van 't vonnis aan hem, uijtgesteld gelaaten tot dat de kolombosche rechter zoude hebben gepronuncieerd, en 't appel proces van voorm: Botelege Matthijs, om dat het Comtijds nodig hadde kunnen zijn, dat de veroordeelde Michiel in dit appel proces wierd gehoord. § 78. Dan we vinden ons tans beswaard, om de sententie des doods aan meeren: Ranoelloe Michiel te laaten uijtvoeren om dat hij na zijne Condemnatie buiten zijn schuld, een zoo, langen tijd gevangen heeft gezeeten, en wij derhalven nedrig van begrip zijn, dat vermits de gevangenis ook een zoort van straf zijne langduurige detentie insluit, billijk en aanmerking komt tot vermindering van de opgelegde dood„ staal we hebben derhalven beslooten, en steede van heen met de koorde aan de galg te straffen, gelijk zijn vonnisluijd Lem
English
to confine him, Ranoelle Michiel, for the rest of his life on Robben Island, but to suspend the execution of this decision until we shall have received Your High Noble's most esteemed disposition thereon, which we hereby most humbly await. The Galle officials have meanwhile been ordered to alleviate his imprisonment as much as can be done without apprehension of his escape. §79. It frequently happens that the slaves of private individuals make themselves guilty of thefts, for which not only a criminal punishment is imposed upon them, but they are also condemned to the costs and expenses of justice, and to the restitution of that which they have stolen. The criminal punishment they undergo, but having no means of their own to pay the costs or make restitution for what was stolen, this part of the condemnation thus always falls to the charge of their masters, who must furnish both from their purse, or, to be released therefrom, surrender the condemned slave to the Company. In the latter case, however, the robbed person, who nevertheless is the most injured, receives not the slightest compensation. §80. To prevent as far as practicable all grounds of grievance concerning this, we take the liberty humbly to propose to Your High Noble whether Your High Noble might not be pleased to approve that, in the future, such slaves, after they shall have endured the criminal punishment imposed upon them in every respect, and their owners refuse to pay the amount of the stolen property, be sold publicly, in order that from the proceeds thereof, after the costs and expenses of justice have first been deducted therefrom, those who have been robbed by them may be indemnified as far as the remainder suffices for that purpose. §81. In accordance with Your High Noble's recommendation to the undersigned Governor, in Your High Noble's separate letter of 12 August last, we have abolished the political and judicial assemblies at Mature, Batticaloa, Kalpitiya, and Mannar; and have thereby enacted that in the absence or demise of the Dissava at Mature, and of the chiefs at the three last-mentioned places, the officers stationed as military commanders at these posts shall provisionally exercise authority. §82. Furthermore, we have resolved, just as takes place at Mature, Batticaloa, and Puttalam, also to establish a Landraad at Kalpitiya and Mannar, allowing the chiefs to preside therein, and in their absence the military commanders, as well as appointing as members therein two or three clerks, alongside the principal native chiefs of each district. §83. Upon a rather simple question put to Galle, at the request of Colonel de Meuron concerning his field chaplain, we received an answer from there that appeared to us very improper. We brought this to the attention of the Galle officials, pursuant to our resolution of 26 November and 1 December 1788, trusting that they would thereby be led to greater moderation in their style of writing; but what effect that has had, Your High Noble will be pleased to see from two more letters received since then, which, with the remaining papers relating thereto, are annexed hereto under a separate register, and this at the express request made to us for that purpose by the commander Kraijenhoff. §84. On this occasion, we must also bring to the notice of Your High Noble a very offensive answer that we received from the Galle officials on the subject of the ship Straalen, on the occasion that this ship lay in Galle bay, as appears from our resolution of 23 February last, which, with some extracts of letters pertaining thereto, is transmitted among the appendices hereof. After having made several attempts in vain to cause such an offensive manner of writing to cease, we finally found ourselves under the necessity of summoning the commander Kraijenhoff for some time to Colombo, to account for the aforesaid very improper letter. Meanwhile, upon a separate letter from the said commander Kraijenhoff, which lies alongside our aforesaid resolution, we resolved to write, as was done, that we have no objection to his postponing his coming hither until his indisposition and domestic circumstances will permit it. §85. The annual embassy from the court of Kandy arrived here on 12 February last. At the head of it was again the Dissava of the Three and Four Korales, Pilima Talauve Ralahami, and therewith was received the letter which is annexed hereto in copy. The embassy departed back again on the 19th thereof. The recorded notes regarding what transpired at the audiences granted to them are transmitted among the appendices for Your High Noble's esteemed consideration. §86. The counter-embassy to Kandy was undertaken by the provisional merchant and trade bookkeeper Abraham Samlant, who departed for the court on 4 March last, and returned on the 29th. §87. We offer to Your High Noble among the appendices
Dutch transcription
983. hem Ranoelle Michiel voor al zijn leven te confineeren op 't Robben Ei„ land, doch de executie van dit besluijt uitgesteld te laaten tot dat we daar op zullen hebben ontvangen uwer Hoog Edelh: zeer g'eerde disposi„ tie, die we mits deezen nederigst insteeren De Gaalsche bedienden zijn intusschen gelast, om zijne gevangenis zo veel te doen verligten als geschieden kan buijten bedugting voor zijne ontkoming. §79. Meenigmaal gebeurd 't dat de slaaven van Particulieren zich aan dieverijen schuldig maaken, waar over hun niet alleen eene Crimineele staaf opgelegd word, maar oak worden ze teffens verweesen in de kosten en misen Justitie, en tot de vergoeding der van het geen ze geslooten hebben. De Crumineele staaf ondergaan ze„ maar 29 maar geen vermogen van hun eigen hebben de, om de kosten te betaalen of ver„ goeding voor het geslooten te doen, komt dus dit deel der Condemnatie altijd ten laste van hunnen Meesters, die het een en ander uijt zijne beurs moet opbrengen, of om daar van bevrijd te den gecondemneerden slaaf aan zijn, de Comp: afstaat. In dit laatste bekomt de besloote„ geval echter die nochtans het ne perzoon, meest is benadeeld, geene de minste ver„ goeding §80: Om alle redenenen van beswaar hier over zoo veel doenlijk te voorkoomen, neemen W„o de vrijheijd uwen Hoog Edelh: nede„ rig voortestellen, of hoogst dezelven niet zoude kunnen goedvinden, om in den aanstaande diergelijke Claa„ ven, naa dat ze de hun opgelegde Crimineele straf in allen deele zullen hebben 984 hebben uijtgestaan, en hunne lijfeigenaars het bedraagen van het gestolene wijge¬ ren te betaalen, publicq te laaten ver„ koopen ten einde uit het provenu daar van, naa dat de kosten en misen der Justitie 'er eerst van afgetrok„ ken zijn, dien geenen die door hun bestoolen zijn, zoo verre het res„ tant duartoe toerijkt, schadeloos te stellen. §81. Overeenkomstig uwer Hoog Edelh: aan„ beveeling aan den ondergeteekende Gou„ verneur, bij hoogst derzelver appar„ te missive van den 12. ' aug:s pass:o hebben we de politike en Justitiee„ le vergaderingen op Mature, Ba„ tikaloa, Kalpettij en Mannaar afgeschaft; en daar bij g'aares„ teerd, dat bij absentie of afleijvig„ heid van den Dessave op Mature, op de drie laatst en van de opperhoofden de officieren, als genoemde plaatsen, militaire militaire Commandants op deeze posten bescheijden, bij provisie 't gezag zullen voeden. §82. Wijders hebben we beslooten om eeven ge„ lijk te Mature, Baticaloa en Putulang plaats heeft, ook te Kalpettij en Mannaar opterigten eenen Landraad, daar in de opperhoofden te laa„ ten presideeren, en in hunne absentie de militaire Commandants, mitsgaders als leeden daar in te plaatsen twee à drie pennisten, nevens de voornaam distrikt ste inlandsche hoofden van elk draart §83 over een vrij eenvoudige vraag gedaan na Gale, op 't verzoek van den Colonel de Meúron, nopens zijn Veldprediker, ontvingen we van daar een antwoord, dat ons zeer wan„ voeglijk voorkeaem. We deeden dit de Gaalse bedienden, volgens onse resol: van den 26:' 9ber: en 1. xber 1788. opmerken, en vertrouwen dat ze daar doog 985. door zouden worden gebragt tot meerder magtigheid in hunne schrijfstijl; dan wat uitwerking dat heeft ge„ daan, zullen uwen Hoog Edelh: ge„ te sien bij nog twee brieven lieven zeedert ontvangen die met de overi„ ge papieren hier toe relatief, on„ der een aparte register hierne„ dens gaan, en zulx op expres verzoek, door den gezaghebber kraij„ en hoff ons daar toe gedaan. §84. Ter deezer geleegentheid moeten we nog onder 't oog van uwe Hoog Edelh: brengen, een zeer aanstoo„ telijk antwoord dat we ter gelee„ gentheijd 't schip straalen in de Gaalsche baaij geleegen heeft, op 't onderwerp van dit schip, van de Gaalsche bedienden hebben ontvangen, blijkens onse resol: van den 23: ' febr: J:oL: die met eenige Uittreksels e uittreksels van brieven, daar toe ge„ hoorende, onder de bijlaagen deezes overgaan naa te vergeefs verscheij„ de perroeven te hebben genoomen, om zulks een aanstotelijke schrijf wijse te doen ophouden, hebben we ons eindelijk gevonden in de noodza„ kelijkheid, om den gezaghebber Kraij„ en heff voor eenigen tijd na kom„ lombo te ontbieden, om zig over wanvoegelijken de voorsz: zeer brief te verantwoorden Intusschen hebben we op een apaate brief van gem: gezaghebber Kraijen„ hoff, die nevens voorsz: onse resol legd, beslooten, aante schrij„ zoo als is geschied, dat ven wij 'er niets teegen hebben dat hij zijne komste na herwaards uitsteld tot dat zijne indispositie en huijselijke omstandigheeden dat 29 29 986. dat zullen kunnen permitteeren §85. 'T Jaarlijks gezantschap van 't hof van Bandia, is den 12: febr: J:o L: alhier aan„ gekoomen Aan 't hoofd daar van was wederom den Dessave der drie en vier korles Pileme Talaume Rale„ hamij, en is daar meede ontvangen, den brief, die in Copij hier nevens gaat Het gezantschap is den 19. ' daar aan weder te rug vertrokken De gehoude„ ne aanteekening, wegens 't gepas„ seerde bij de aan hun gegevene audientien, gaan ter uwer Hoog Edelh: ge eerde speculatie onder de bijlagen over § 86: De Contra ambassade na Randia is gedaan, door den p:l koopman en negotie boekhouder Abraham Samlant, die den 4. ' maart J:o L: na 't hof vertrokken, en den 29. weder te rug gekeerd is. § 87: Wij bieden uwer Hoog Edelh: onder de bij„ lagen
English
enclosed, the copies of the letter and of the memorandum of gifts that we have sent with him to the King, together with a copy of the instructions that were given to him for his governance, and a copy of his report, which contains nothing but ordinary matters, and from which we only note that the king has granted the usual permission to peel cinnamon in his lands. Section 88. After the dispatch of our respectful letter of 9 February, we received notice from the Tutukorijn servants that the commander of the Nabob's sepoys, mentioned in our humble letter of 26 January, had freed the Mannapaar merchant, whom he had held in arrest and had placed in irons, from them and released him, and that he had likewise caused the houses that were sealed by his men at Mannapaar to be unsealed, so that affairs at Mannapaar have thereby been restored to their former footing, and there now only remains the satisfaction to be rendered to the Company regarding this incident, which we have emphatically demanded from the Nabob. Section 89. We informed Your High Excellencies in our aforesaid letter of 26 January that the Ponnecail resident Franken would be sent to the Theuver to treat with him regarding the disputes that exist between the Company and him over the toll demanded by him. The Theuver prince has since excused himself from receiving a European servant on an embassy without having permission to do so from his feudal lord, the Nabob; and as it further appeared to us, from several letters exchanged on this matter between the Chief Mekern and Colonel Martiniz, military commander at Ramenadewaram, that this could not take place unless we first addressed the Nabob regarding it, we have instructed the servants at Tutukorijn to employ a native servant for this purpose. Section 90. The servants who have been promoted by Your High Excellencies or confirmed in the posts assigned to them hereby offer their due gratitude, with respectful assurances that they will always endeavor to make themselves worthy of Your High Excellencies' high favor. Section 91. The Captain-Lieutenant of the Engineers at Gale, Anthonij Johannes, having made a request to us to be permitted to repatriate directly from Ceylon, in accordance with Your High Excellencies' permission granted in the highly esteemed missive of 4 September 1784, we have granted this to him, provided that it be done with lieutenant's pay and baggage, as his Captain-Lieutenant's contract has not yet expired; and as he has since requested to be allowed to remain here for some time to settle his affairs, we have had his pay written off as of the day of departure of our last return ship, to resume again upon his departure from here. In his place, we have appointed the ordinary fireworker Hendrik Georg Leonhard Diederiks. Section 92. The Captain of Infantry, Bernhard Isaak de Bellon, requests Your High Excellencies in the accompanying petition, on account of his advancing years and forty years of service, for his discharge to the Netherlands, with the pay and baggage of Captain-Lieutenant, as his Captain's contract has not yet expired. Section 93. In his place, we take the liberty of proposing to Your High Excellencies for Captain, the Captain-Lieutenant Francois Baron de Mackena, and in the latter's place for Captain-Lieutenant, the Lieutenant Jean Brohier. Section 94. For the Artillery Corps, we take the liberty of making the following recommendations to Your High Excellencies on account of vacancies: Section 95. The extraordinary lieutenants Rachaad and du Crok to ordinary lieutenants, in place of the repatriated Lieutenant Lowe and Lieutenant Schreuder, who was transferred to Trinconomale. Section 96. The ordinary fireworkers Toussaint Clamart, Jacob Buijgers, and Hendrik Georg Leonhard Diederiks to extraordinary lieutenants; the latter in place of the aforementioned Captain-Lieutenant Johannes. And Section 97. The extraordinary fireworkers Gerrit Alefs, Frans Driesen, and Harmanus Nasson to ordinary fireworkers. We present their petitions to Your High Excellencies among the enclosures to this letter. Section 98. Major Paravicini di Capelli, in the same request by which he made the aforementioned recommendations to us, has recommended to us the ordinary fireworker Jacob Carstens, stationed in the Trinconomale garrison, who on account of his years and weak condition could not be included in these promotions; recommending that, since he has served well, he might be promoted to extraordinary lieutenant, which costs the Company nothing, with the rank of ordinary lieutenant. And since such consideration for an old officer is generally pleasing to the military, and the fireworker Carstens has moreover served well, it would be very pleasing to us if Your High Excellencies would be pleased to grant him this favor, in accordance with the aforementioned recommendation of his commander. Section 99. Due to the death of the junior merchant Jan Fredrik Aubert, we have appointed the junior merchant Pieter van Spall as fiscal, secretary, and cashier at Tutukorijn, and we respectfully request that he may be confirmed therein; his petition is also included among the enclosures. No. 100. Since the duties of this service became too heavy for the mint master at Tutukorijn, Fredrik Damenaim, who is at the same time first resident of Ponnecail, on account of his advancing years, and as we moreover think that affairs at Ponnecail can for the present be managed with one resident, we have discharged him from the post of first resident.
Dutch transcription
laagen aan, de afschriften van den brief en van de memorie der ge¬ schenken, die we met hem aan den Koning gezonden hebben, nevens een afschrift van de instructie, die aan hem ter zijner bestiering meede gegeeven is, en een afschrift van zijn Rapport dat niets dan gewoone saaken bevat, en waar uit we alleen aanmerken, dat de koning gegeven heeft, 't gewoone verlof tot het schillen van kanneel in zijne landen. §88 Naa 't afgaan van onsen eerbiedigen van den 9. ' febr:, hebben we van de tutukorijnsche bedienden bedigt, ont„ vangen, dat de Commandant van de Nababsche Sipahis, vermeld bij onsen nedrigen van den. 26. Januarij den manuapaaaschen koopman, die hij had in arrest gehouden en in de ketting doen slaan, weder daar uit 987. uit had laaten klinken, en op vrijer voeten gesteld, en dat hij insgelijks had doen ontzegelen de huijsen, die door zijn volk te mannapaar werden verzegelde zo dat de zaa„ ken daar door te mannapaar op vorigen voet hersteld zijn, en den nu nog alleen ontbreekt de te ge„ vene satisfaktie aan de Comp: over dit voorval, die we met na„ druk van den nabab gevraagt hebben. Edelh: bij on„ §89 Wij hebben uwer Hoog sen voorsz: brief van den 26.' Januarij bedeeld, dat de Ponnecail„ schen resident Franken aan den theuver zoude gezonden worden, om met hem over de verschillen te handelen, die tusschen de Comp: en hem plaats hebben, over den door hem gevorderden zee tot de theuver zedert ver„ theuver - heer heeft zig schoond over 't ontvangen van een eu„ ropees bediende in gezantschap, zon„ der daar toe verlof te hebben van zijn leenheer, de Nababa; en wijl „ ons nader bleek, uijt eenige hier over gewisseldel brieven tusschen 't opperhoofd Mekern en den kolo„ nel Martiniz, militaire Com„ mandant te Ramenadewaaam, dat dit niet konde geschieden, ten zij we derwegens eerst aan den na„ bab addresseerden, hebben we den be„ dienden te Tutukorijn aangeschre„ ven, om daar toe een inlands bediende te emploijeeren. § 90. De dienaaren, die door uwe Hoog E:delh bevorderd, of in de aan hun opgedraagene posten bevestigd zijn, bij deezen daar voor hun„ of fereeren ne voorschuldigde dankbaarheijd onder eerbiedige 82 449 988. eerbiedige verzeekering dat ze uwer Hoog Edelh: hooge gunste zig steets zullen tragten waardig te maaken. §: 91. De Capitain Luitenant van de genie te Gale Anthonij Johannes, aan ons verzoek gedaan hebbende, om ingevolge uwer Hoog Edelh: vergunning bij zeer g'eerde missi„ ve van den 4. September 1784. , di„ rect van Ceilon te moogen repa„ trieeren, hebben we dit aan hem toe„ mits 't geschiede met luij„ gestaan, tenants gagie en bagagie, wijl zijn Cap: luijtenants verband nog niet g'expireerd: en wijl hij zedert is verzogt heeft, tot reddering zijner zaaken nog eenigen tijd hier te moogen blijven, hebben we zijne ga„ gie laaten afschrijven met den vertrek„ dag van ons laatste retourschip, om weder Cours te neemen bij zijn de part van van hier In zijn plaats hebben we benoemt den ordinaires vuurwerker Hen„ drik Georg Leonhard Diederiks § 92: De Cap: van de infanterie Bern„ haad Isaak de Bellon, verzoekt uw Hoog Edelh: bij nevens gaande request, mits zijne toeneemede Jaa„ ren en veertig Jaarigen dienst, om zijne verlossing na Nederland, met de gagie en bagagie van kap: Luitenant, wijl zijn Capitains verband nog niet is g'expireerd. § 98. In zijn plaats gebruiken we de vaij„ heijd uwen Hoog Edelh: tot kap: voor te draagen, den Cap: luijtenant Francois Baron de Mackena, zijn plaats tot en in deezen kaep: luijtenant de luijtenant Jean Brohier § 94. Bij 't Corps artillerij gebruijken we de vrijheijd uwen Hoog Edelh: mits 989. mits vacatura, te doen de volgende voordragten § 95: De extras ordinaire luijtenants Ra„ chaad en due Crok tot ordinair buijtenants, in steede van den geae„ patrieerden luijtenant Lowe, en den na Trinconomale verplaatsen. luijtenant Schreuder § 96: De ordinaire Vuurwerkers Joussaint Clamart, Jacob Buijgers en Georg Leonhaad Hendrik Diederiks, tot extra ordinaire luijtenants; de laatste insteede voorm: Capitain luijt:t Johan„ van nes. en § 97. De extra ordinaire vuurwerkers Gerrit Alefs, Frans Dieasen en Harmanus Nasson, tot ordinaire vuurweakers hunne res„ questen bieden wij uwer Hoog Edelh: onder de bijlaagen deeses aan P: 98: F §98 D„o majdor Paravicim de Capelli heeft bij 't zelfde zeaes, waar bij hij de voorsz: voordragten aan ons heeft gedaan, aand ons Gerecommandeert den ordinaire vuurwerker Jacob Caus„ en 't trincono„ tens, bescheiden die om zijne maals gaanizoen, Jaare, en swakke toestant, in dee„ niet heeft kun„ ze voordragten begreepen, dat dezelve worden nen uit hoofde dat hij wel gedient worden bevordert tot mogten heeft ordinaire luijtenant, 't extra Comp: niets kost, met geen de de rang van ordinair luijtenant en wijl dieagelijke oplettendheijd voor een oud officier, 't militair doorgaans aangenaam is, en de Caastens boven dien vuurwerker wel gediend. heeft, zoude 't ons zeer zijn indien uwe Hoog aangenaam Edelh: 290. 330 Edelh:, overeenkomstig met de voorsz: Commandeert, aanbeveeling van zijn hem deeze gunst gelieven te bewijzen 99. Mits 't overlijden van de onderkoop„ man Jan fredrik Aubert, heb„ ben we den onderkoopman Pieter van Spall aangesteld tot fiscaal, secretaris en Cassier te Tutukorijn, wer verzoeken eerbiedig, dat hij Ein en mag worden bevestigd: gaande daar zijn request meede onder de bijla„ gen over No 100 Vermits de muntmeester te gutukorijn fredrik Damenaim, die teffens eerste resident, van Ponnecail is, uit hoofden van zijn klim„ mende Jaaren, de waarneming van deezen dienst te swaar viel; en we boven dien denken, dat 't te ponne„ cail voor eerst wil met een resi„ dent te stellen zal zijn, hebben we hem van de post van eerste resident ontslagen 23
English
discharged and in his place appointed thereto the bookkeeper and second resident Johannes Harmanus Francken. § 101. The vacant post of second storekeeper at Kolombo we have conferred upon the provisional junior merchant Coenraad Sebastiaan Wickerman, and in his place we have appointed the junior merchant Assuerus Issendorp as shopkeeper and garrison writer, because he, on account of his sickly condition, was no longer suited to be trade conveyancer, as constant labor is attached to this office. We have therefore appointed as trade conveyancer the bookkeeper Thomas Gerrardus Hofland, who is skilled in commercial work. We present their petitions to Your High Excellencies among the annexes, with a humble request that they may be confirmed in the offices assigned to them, and that the said Hofland, who for a long series of years has made himself very meritorious in the trade office, may, in accordance with the regulations, be favored with the rank and pay of junior merchant. § 102. The clerks of the previous Governors have generally been promoted by Your High Excellencies to junior merchants; thus, among others, upon the humble proposal made from here by letter of 13 May 1766, the clerk to the late Governor Falck, Cornelis de Cock, was promoted by Your High Excellencies to junior merchant by an act granted to him under the date of 14 June 1767. We therefore take the liberty of requesting a similar favor from Your High Excellencies for the bookkeeper and sworn clerk Pieter Johan Muller, who has already served for many years as a clerk to the first undersigned Governor, and whose petition is added to the annexes. § 103. Since the little clerical work at Silau can be performed by the resident himself, we have abolished the post of authorized agent there, just as we have also abolished the office of Resident at Patulang, where in the future the sergeant who is always stationed there with a small detachment of military personnel will simultaneously function as postholder. § 104. The collective officers of the infantry and artillery detailed here in the garrison have, in two addresses that are added as copies among the annexes, demonstrated to us the impossibility of getting by any longer on their poor salary, because of the dearness that currently prevails here with regard to all necessities. We must acknowledge the validity of their grievance, and it has even surprised us that they have been able to hold out for so long, since not only has house rent, since we received the Regiment of Luxemburg, risen to nearly twice as high as it was before, but also all foodstuffs and clothing have risen exceptionally in price. § 105. We have therefore decided to propose to Your High Excellencies, as we take the liberty to do humbly hereby, whether Your High Excellencies might not approve, for as long as this uncommon dearness continues, granting a monthly allowance to the national officers of the infantry and artillery who are in garrison here, and to fix that at ten rixdollars for each captain or captain-lieutenant, and at six rixdollars for each subaltern officer; in addition to which we have also decided to have a moderate quantity of linen supplied from the Company's warehouse for their clothing, at prime cost. § 106. The pay bookkeeper at Gale, who is simultaneously receiver of the Company's domains, has one of the poorest posts in this Government, because, apart from a small amount that he enjoys as shahbandar from three to four native vessels that arrive there annually, he has no other income whatsoever except the salary from the Company. The junior merchant Nicolaas Bernardus Martheze, who has now occupied this post for fourteen years and has already served the Company for fifty-two years, has earnestly requested us to be allowed to have an equal sum of 300 rixdollars per year as a means of subsistence from the Gale outer arrack lease, as was granted to the Gale fiscal in 1784. § 107. According to the note in our respectful letter of 17 October last past, § 120, there was granted to the Gale fiscal from the said lease whatever it yields above 500 rixdollars, until it reaches 800 rixdollars and above; and since then this lease has increased considerably, having yielded 1160 rixdollars in the year 1786/7, 1400 rixdollars in the year 1787/8, 800 rixdollars in the year 1785/6, and 1600 rixdollars in the year 1788/9; and since the receiver of the Company's domains, through his work and diligence, contributes much to a prompt and complete collection of the Company's lease monies, we take the liberty, in accordance with our resolution of 26 March last, humbly to propose to Your High Excellencies whether Your High Excellencies might not approve favorably granting that the pay bookkeeper at Gale, now and in the future, as receiver of the Company's domains, may enjoy half of whatever the aforesaid outer arrack lease yields in excess of 800 rixdollars per year, until it shall amount to 1400 rixdollars and above. § 108. The Batticaloa chief Jacob Burnand, who has been a junior merchant since the year 1776, and has now governed the Batticaloa lands with much praise for 5 years, requests Your High Excellencies in a petition that is transmitted among the annexes to be favored with the rank and pay of merchant. § 109. His good management we have already had the honor to bring to the attention of Your High Excellencies in our humble letter of 31 January 1788, in addition to many useful and advantageous arrangements made for the Company by the said gentleman.
Dutch transcription
ontslagen en in zijn plaats daer toe aan„ gesteld den boekhouder en tweeden resident Johannes Harmanus Francken. § 101. De vacante dienst van tweede pak„ huijsmeester te Kolombo, hebben wij begeeven aan den p:l onderkoopman Coenraad Sebastiaan Wicker„ man, en in zijn plaats hebben we den onderkoopman Assuerus Is¬ sendorp, aangesteld als winkelier den guarnisoen schrijver, om dat hij ziekelijken toestand, mits zijnen zig niet langer schikte tot nego„ tie overdrager, wijl aan dit ampt eene geduurige arbeid verknogt is. derhalven als negotie wij hebben aangesteld, den in 't ne„ overdrager gotie werk kundige boekhouder Gerrardus Hofland Hun¬ Thomas ne requesten bieden we uwen Hoog Edelh: onder de bijlaagen aan, met ne„ derig verzoek, dat ze in de aan 991. aan hun opgedraagene ampten mo„ bevestigd en dat gemelde Hofland gen zich zedert een groote reeks die op 't negotie Comptoir Jaaren van seer verdienstelijk gemaakt heeft, Conform 't reglement, met de qua„ liteit en gagie van onderkoopman begunstigd mag worden. §102 De klerken van de vorige Heeren Heer Gouverneurs zijn door=gaans door uwe Hoog Edelh: tot onderkoop„ lieden gevorderd zoo is onder anderen op de nederig voordragt van hier gedaan, bij brief van den 13 ' maij 1766. , de klerk bij den hoog zaligen heer Gouverneur Falck Cornelis de Cock, door uwe Hoog Edelh: tot onderkoopman gevorderd, bij eene aan hem onder dato 14:' Iunij 1767. verleende acte wij gebruijken derhalven de vaij„ heid, gelijke gunste van uwe Hoog Edelh: te verzoeken voor den boekhou„ der 24 der en gesw: Klerk Pieter Johan Muller, die reeds veele Jaaren bij den eerst ondergeteekenden Gouverneur als klerk dienst doet, en wiens request onderste bijlaagen gevoegd is. § 103 vermits 't wijnig schrijf werk te silau„ door den resident zelve kan worden verrigt, hebben we den dienst van„ geauthoriseerde aldaar ingetrokken zo als wel ook ingetrokken hebben 't ampt van Resident te Patu„ lang, alwaar in den aanstaende de zergeant, die daar altijd met een klijn detaatement militairen legd, tef„ fens als Posthouder zal fungieren § 104. De gezamentlijke officieren van de in„ fanterie en artillerij alhier in 't gu„ arnisoen bescheijden, hebben ons bij twee addressen, die Copieelijk onder de bij„ laagen zijn gevoegd, vertoond de on„ mogelijkheijd, om langer met hun Pober tractement te kunnen rond„ schieten 992. schieten, wegens de duuate; dier hier tans omtreed alle behoeften plaats heeft wij moeten de gegrondheid van hun beswaarnis erkennen, en 't heeft ons zelfs verwonderd, dat ze 't zoo lang hebben kunnen uithouden wijl niet alleen de huijshuur, zedert dat we 't regiment van sur„ emburg hebben gekreegen, bij na eens zoo hoog gesteegen is, als die te vooren heeft gedaten maar ook alle levens behoeften en kleeding buiten gewoon in prijs gereezen zijn. § 105 Wij hebben derhalven beslooten aan uwe Hoog Edelh: voortestellen, gelijk we de vrij„ heijd gebruijken dat nederig te doen door deezen, of hoogst dezelven niet zoude kunnen goedving, om voor zoo lange deeze ongemeene duur te aanhoud aan de nationaale officieren van de infanterie en aatillerij, die hier in guarnisoen zijn, een maandelijks, douceur toe te leggen, en dat te bepaa„ len op tien rd:s voor elk Capitain af Capitain luijtenant, en op ses rd:s voor ider subaltern officier: waernevens we nog beslooten hebben, om tot hunne kleeding eene maatige quantiteit lijn„ waat, uit sComp:s pakhuijs te laaten verstrekken, voor 't inkoops kostende § 106. De zoldij boekhouder te Gale, die teffens ontvanger is van 's Comp:s Domainen, heeft een der schraalste bedienigen in dit Gouvernement, wijl hij behalven eene geringheijd, die hij als sabandaar geniet van drie â vier inlandsche vaartuigen, die Jaarlijks daar aankoomen, geen aen„ der inkoomen, hoe genaamd, heeft, dan de bezolding van de Comp: De onderkoopman Nicolaas Bernaa„ dus Martheze, die deeze post nu veertien Jaaren bekleed, en reets twee„ en vijftig Jaaren de Comp: diend, heeft ons instantig verzogt, om uit de Gaalsche buijten adraks pagt 993. pagt, een gelijke som van 300. ad:s sjaars tot een middel van bestaan te moogen hebben, als in het 1784. aan den Gaal fiskaal is toegevoegd § 107. Volgens 't genoteerde bij onsen eerbiedigen Van den 17. ' 8ber: pass:o §. 120. , is uit gem: pagt aan den Gaalsch fiskaal toegevoegd, al 't geen dezelve boven de 500. ad:s doet, tot dat ze 800. rd:s en zedert is deeze pagt daer boven geld merkelijk gedeesen als hebbende in „in anno 126 6/1„ rd=s 160; angro 1718/0 rd=s 1400. en in anno 178 5/6. rd:s 800:„—. -. d„n 11 A:o 178/9 ger rd:s 1600. —. —. opgeworpen en wijl de ontwan van 's Comp:s domainen, door zijne wer en vlijt, veel toebrengt tot een spoe„ dige en volkomene invordering van sComp:s pagt penningen, neemen we de vrijheijd, om over eenkomstig ons besluijt van den 26. ' maart Jongstleeden, aan uwe Hoog Edelh: nederig voorte stellen of - hoogst de„ zelven niet zouden kunnen goedvin„ den vinden, om gunstig toetestaan, dat de zoldij-boekhouder te Gale, nu en in 't Vervolg, als ontvanger van 's Comp:s domainen mag genieten de helfte vae 't geen de voorsz: buijten aaaar pagt meer doet dan 800 rd:s sjaars, tot dat ze 1400 rd:s en daar boven zal gelden § 108. Het Battikaboasch opperhoofd Jacob Burnand, die zeedert 't Jaar 1776. onderkoopman is, en nu 5. Jaaren de Battikaloasche landen met veel lof bestierd verzoekt uw Hoog Edel: bij een rekwest, dat onder de bijlaagen overgaat, om met de kwaliteit en ga„ gie van koopman te moogen worden begunstigd § 109 zijnde goede directie hebben we bij on„ zen medrigen brief van den 31. ' Januarij 1788. bereeds de eere gehad te brengen onder het oog van uw Hoog Edelh: behalven veele nuttige en voor de voordeelige Schikkingen, door komp: heer
English
994. introduced by him in Batticaloa, the paddy revenue received in his time was fully twice as much as before his time, and we therefore feel all the more emboldened to recommend him most humbly to Your High Excellencies' favor as a servant of great merit, and to support with our humble proposal his aforementioned request to be favored, like his predecessor Franken, with the rank and salary of Merchant. § 110 We take the liberty to present to Your High Excellencies among the appendices a petition from the lieutenant in the Regiment of Luxemburg, du Crok, who, according to the note in our respectful letter of 17 October 1788, remained behind here on leave. He is the father of the aforementioned Lieutenant of Artillery in the Company's service du Crok, and as he has now resolved to settle here, he requests in the said petition to obtain letters of naturalization, both for himself and for his aforementioned son. And since both father and son are very capable persons who have always conducted themselves well for as long as they have been in this government, we cannot refrain from supporting the aforementioned request with our humble recommendation. § 111. The minister of the Reformed congregation here, Johannes Lambertus Hofman, having made known to us by petition the necessity of his presence in Batavia for the furtherance of a lawsuit which he initiated here before the Court of Justice 995. against the widow of the late Fiscal Borwater, and which is now sent on appeal to the Honorable Court of Justice in Batavia, we have granted him permission—hoping that Your High Excellencies will view this favorably—to sail thither on one of the ships now departing, with his salary written off. § 112 By a petition, a copy of which is enclosed herewith, we were requested by Lieutenant Colonel Filenius and the widow Borwater, who are betrothed to one another, that we, for such reasons as are stated therein, would send sealed to Your High Excellencies certain papers concerning some disputes that took place during the outward voyage between between the minister Hofman and the captain of the ship De Draak, Riebebroeder, mentioned in our Resolution of 14 November 1786. We have considered this request in our meeting today, and taking into consideration that it is in itself a matter of great indifference whether these papers remain here at the secretariat or at the secretariat of Your High Excellencies, it appeared to us that we would do better to grant the aforementioned request than, by our refusal, perhaps give cause for the prolongation of a lawsuit, wherefore the same are also forwarded sealed among the appendices hereof. § 113 According to an extract from a letter from Galle of the 18th of this month, which is included among the appendices, 26. 996. the Company of Sepoys that is crossing on the ship De Phenecier behaved rather mutinously in the bay of Galle on board the said ship. It was nevertheless quickly quelled and without any consequences. At the interrogation held concerning this, the Sepoys complained about the rations that were served to them and that they were also now and then somewhat ill-treated, but the discontent seems in particular to have arisen because they could not go ashore as they wished, which could not be permitted to them out of fear of desertion. § 114. Upon inquiry it did not appear that the rations were not properly served to them; nor did it appear that they were ill-treated on board; nevertheless the Galle servants were ordered to recommend to the ship's officers that they must ensure that these people are properly treated in all respects and that they are given no legitimate cause for complaint. As it also appeared to us on this occasion that the Sepoy officers were rather dissatisfied with the manner in which they were accommodated on board, we have further written to the Galle servants that they must provide for this. § 115. A sergeant and three Sepoys of the aforementioned Company have, as it seems, made themselves quite suspected of having been the principal instigators in the aforementioned case, so much so that the ship's officers hesitated to take them on board again out of fear of new unrest. We had therefore initially written to the Galle servants to send them hither, 997. but as the ship Hinloopen departs at the same time as De Phenecier, they were subsequently instructed to send them with Hinloopen to Batavia, in order that, with Your High Excellencies' pleasure, they may be placed there with their Company again. § 116. Among the appendices hereof we also add a petition from the blacksmith Fredrik Niebur, who was stationed on the ship Johanna Margaritta, and owing to the wrecking of the said vessel in the year 1782 was employed here and is currently still in service. He requests therein to have his closed pay accounts for the ships Buitenleven and Rodenrijs, on which he says he is still owed 6.½. months' wages, and of which he lost the originals in the wrecking of
Dutch transcription
994. hem in het Batticalaasche ingevoerd, is de nelie gerechtigheid in zijn tijd ingekomen ruim eens zoo veel als voor zijn tijd, en we bevrijmoedi¬ gen ons dus te meerder om hem als een dienaar van veel verdien„ sten in uw Hoog Edelh: gunste op het nederigst aan te beveelen, en voorsz: zijn verzoek om gelijks zijn voor„ zaat Franken met de kwaliteid en gagie van Koopman te worden begunstigd, met onzen nedrige, voor„ dragt te ondersteunen. §110 Wijnnoemen de vrijheijd uwen Hoog Edelh: onder de bijlaagen aante„ bieden, een request van den luij„ tenant bij het aegiment van Lux„ emburg du Crok, die volgens genoteerde bij onsen eerbiedigen van den 17:' October 1788 met verlof alhier is te rug gebleeven Hij is de vader van den hier vooren genoemde genoemden Luijtenant der artille„ aij in sComp:s dienst du Crok, en wijl hij nu geresolveerd is zich hier te stabileeren, verzoekt hij bij gem: dequest, om zoo voor zig, als ne voor zijnen meerm: zoon te moo„ gen hebben brieven van naturalisa„ tie: En vermits bij de vader en zoon zeer geschikte luijden zijn, die zig zoo lange ze in dit gouvernement zijn geweest altijd wel gedraagen hebben kunnen wij niet afzijn, 't voorsz: verzoek met onse nedrige voor„ spraak te ondersteunen §:o 111. De predikant van de gereformeer„ de gemeente alhier Johannes Lambertus Hofman, bij request aan ons te kennen gegeeven hebben de, de noodzakelijkheijd van zijne teegenwoordigheid te Batavia paoces, 't ter bevordering van een welk hij alhier voor den raad van Justitie 995. Justitie teegen de weduwe van wijlen den fiskaal Borwater g'entameerd heeft, en tans in appel aan den achtb: raad van Justitie te Bata„ vias overgezonden word, hebben wij in hoope dat uwe Hoog Edelh: dat gunstig zullen in schikkingen, hem toegestaan, om met afgeschree„ ven gagie, met een der tans ver„ trekkende scheepen na derwaarts te moogen overvaaren. §o 1122 Bij een dekwest dat in kopij hier„ nevens gaat zijn wij door den luij„ tenant Kolonel Filenius en de wer„ duwe Borwater die met mal„ kanderen ondertrouwd zijn verzogt, dat we, om zoodanige reedenen als daar bij zijn vermelt, aan uw Hoog Edelh: verzegelt wilden toezenden zeekere papieren raa„ kende eenige verschillen die 'er op de uijtrijse hebben plaats gehad tusschen tusschen den predikant Hofman en de kap: van het schip de Draak Riebe broeder vermelt bij onze Resolutie van den 14:' November 1786. wij hebben dit verzoek op heeden in onze vergadering overwo„ gen, en is het ons uit aanmer„ king dat het op zig zelven een zeer onverschillige zaak zij of deeze papieren hier ter sekreta„ rij, dan wel ter sekretarij van uw hoog Edelh: berusten, woorgekoo„ men dat we beeter deeden aan het voorsz: verzoek te voldoen dan oon door onze wijgering zom„ tijds aanleijding te geeven tot ver„ lenging van een proces waerom dan ook de zelve onder de deezes versegelt overgaen bijlaagen § 113 Blijkens een Extract uijt een Gaalschen brief van den 18. ' deezes over gaat dat onder de bijlaagen heeft 26. 996. die met 't heeft de Comp: Sipaijen„ schip de Phenecier overgaat zig u de Gaalsche baaij van boord van zelve schip, vrij wat wederhoorig gedraagen. Het is nogtans spoedig en zonder dat 't eenige gevolgen gehad heeft gestilt. Bij 't vertoor daar over gehouden, hebben de sipaijen ge„ klaagd over de randsoenen, die aan hun zijn verstrekt en dat ze ook nu en dan wat kwalijk gehandeld schijnt en warren, dog 't midnoegen zonderheijd te zijn ontstaan, om dat zo niet naar hun zie hebben kun„ 't geen hem nen na de wal gaan, niet heeft kunnen worden toegestaan uit vreeze voor desertie § 114. Bij onderzoek is niet gebleeken, dat doet de randzoenen niet behoorlijk aan hun zouden zijn verstrekt; ook is daar bij niet gebleeken, dat ze aan boord kwalijk behandeld zijn, niet te wien zijnde zijnde Faalsche bediendens gelast, om de scheeps overleden te recommendeeren, dat ze moeten zorgen, dat dit volk in al„ len opzigte behoorlijk word behandeld en dat aan hun geen wettige reden„ gegeven word tot klaagen wijl 't ons ook bij deeze geleegentheijd is voor„ dat de sipaijse officieren, wat gekomen, te onvreeden waaren, over de wijze waar op ze aanboord waaren gelogeerd, hebben we de Gaalsche bediendens nog aange„ schreeven van daar in te moeten voorzien § 115. Een zergeant en drie siparen van de voorsz: Comp:, hebben zig zoo 't schijnt, vrij wat verdagt gemaakt, van de voornaamste aanstookers in 't voorsz: geval te zijn geweest, zoo zeer, dat de scheeps overleden bedenking gedaa¬ gen hebben, om ze wederom aan boord te neemen, uit vreeze voor nieuwe onlusten we hadden de Gaalsche be„ diendens daarom eerst aangeschree„ Wer 997. dog wijl ven, om ze herwaards te zenden 't schip Hinloopen met de Lheene„ cier te gelijk vertrekt, is hun nader aangeschreeven, om ze met Hinloopen na Batavia te verzenden, ten eijn„ de met believen van uwe Hoog Edelh: aldaar weder bij hunne Comp: te kunnen worden geplaatst. § 116: Onder de bijlaagen deeses, voegen we nog een Request van den grofsmit Fredrik Niebur, die bescheijden is geweest op 't schip Johanna Margaritta, en mits 't veronge„ lukken van Gem: bodem in A:o 1782. alhier g'emploijeerd en tans nog in dienst is. Hij verzoekt daar bij te moogen hebben zijne afgesloote zoldij reekeningen op de scheepen buijten leeven en rooden rijs, waar bij hij zegt nog 6.½. maanden gagie te goed te hebben, en waar van hij het origineele kwijt geraakt is, bij 't verongelukken van
English
of the aforesaid ship. And since these accounts have already been requested by our pay clerks in a note of 27 March 1786, but no reply has been received to date, we take the liberty of most humbly requesting Your High Noble Lordships to be pleased to issue the necessary order that copies of the said accounts be sent hither. We commend Your High Noble Lordships and the interests of the Company to God's safe keeping and remain with all respect and fidelity, below stood: High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord and Honorable, Valiant Sirs, Your High Noble Lordships' humble and obedient servants, was signed: W: J: Van de Graaff, M: P: Raket, J: Reintous, B: S: van Zilter, A: Samlant, and J: A: Vollenhove. In margin: Colombo, 24 April Anno 1789. To To the same as before Paragraph 1. We intended to let the ships the Phaenecier and Hinloopen depart at the same time, and our dispatches for them had also already been sent to Galle, when we received the news mentioned in our respectful secret letter dispatched concurrently with this one. Having thereupon ordered Galle to hold back one of the aforementioned ships until our further orders, the Galle officials chose the Phaenecier for that purpose. Consequently, the ship Hinloopen departed ahead on the seventh of this month. Paragraph 2. And as it might sometimes happen that the ship the Gouverneur Generaal de Klerk cannot follow as quickly as we had thought, we take the liberty of respectfully presenting this in reply to Your High Noble Lordships' highly respected dispatches of 27 November and 9 and 11 December 1788, the full response to which was deferred in our letter of 24 April last. Paragraph 3. We have already dutifully complied with Your High Noble Lordships' esteemed recommendations in paragraphs 5, 6, 7, and 8 of the first-mentioned dispatch regarding what was required in the Extract from the Fatherland of 20 December 1781, as appears from our response on folios 367, 384, 388, 394, 400, and 414 of the said Extract, inserted in our respectful letter of 26 January last. Paragraph 4. Concerning the payment of the wages of deceased European servants, we shall henceforth strictly conform to the recommendation of the Lords Majores, and therefore allow no further payment except upon authorization obtained. Paragraph 5. The information and elucidation requested in the aforesaid Extract from the Fatherland regarding the discovered discrepancies and errors in the Ceylon returns of sold merchandise, we have already supplied in our response on folios 421, 422, 425, 428, and 430 of the said Extract, inserted in our aforesaid respectful letter of 26 January last. And we have furthermore issued the necessary orders so that the returns are henceforth drawn up in accordance with the intention of their Right Honorable Lordships, and that all accuracy is observed in this regard. Paragraph 6. From the report of the chief examiner Berghuijs, transmitted in copy among the enclosures, Your High Noble Lordships will be pleased to see that the Galle, Matara, and Tuticorin books up to anno 1784/5, and the Jaffna and Mannar books up to Anno 1785/6, have already been examined, and that the Galle, Matara, Tuticorin, and Trincomalee books of 1785/6 are currently under examination. We further refer humbly to what we noted in this regard in our aforementioned respectful letter of 26 January, in the response to folio 434 of the Extract from the Fatherland. Paragraph 7. The report received concerning the stowage and condition of the cargoes of the ships that returned for the Zeeland Chamber in 1785, we have sent in copy to Galle, not only to serve for the information of the master of the equipage, but also to have his considerations thereon regarding the provisions that would be required for the future against the defects indicated therein; and as soon as we have received these, we shall have the honor of conferring further with Your High Noble Lordships about it. Paragraph 8. We shall dutifully comply with the order not to admit any agents or consuls, or any such qualified persons of foreign powers, without special orders from the Lords Majores; we have also notified all subordinate offices of this government of this order. Paragraph 9. Your High Noble Lordships' letter directing us to release the estate of the late Mr. van Vlissingen, former Governor of the Coromandel, from the provisional attachment placed thereon, will serve for our guidance, and the dowager of His Honor has been informed of this favorable disposition. Paragraph 10. We have already made known to Your High Noble Lordships our respectful thoughts regarding the shortfall of rice found in the cargo of the chartered ship De Maria, by letter of 17 October 1788, and since then in our humble letter of 26 January last communicated the arrangements made by us to ensure henceforth even more reliably proper treatment upon unloading here. Nevertheless, the chief administrator has been ordered to conduct an even more thorough investigation and, if possible, state to what this excessive deficiency must be attributed; when this report is received, we shall have the honor of submitting a humble report thereof to Your High Noble Lordships. Paragraph 11. In accordance with Your High Noble Lordships' further recommendation, we shall see how it may best be done to obtain some elucidation from the Government of Madras regarding what was lost with Trincomalee and Fort Ostenburg. Paragraph 12. The further remarks made by the retired
Dutch transcription
27 van voorschr: schip. En wijl deeze reke„ ningen, reeds door onze zoldij bedien„ den, bij eene notitie van den 27. Maart 1786. verzogt zijn, maar daar op tot nog toe geen antwoord ontvangen is, neemen wij de vrijheijd uw Hoog Edelh: nederigst te verzoeken, de noo„ dige order te willen stellen, dat Copij en van gem: reekeningen herwaards worden bezorgd. Wij beveelen uw Hoog Edelh: en de belangens der maatschappij in godes vijlige hoede en blijven met alle eerbied en trouwe. /:onder„ stond:/ Hoog Edele Groot achtb:, wijdge„ biedende Heer en welEdele Gestr: Heeren uwer Hoog Edelh: onderdanige en gehoor„ zaeme Dienaaren. /:was getek:/ W: J: Van de Graaff, M: P: Raket, J: Rein„ tous, B: S: van Zilter, A: Samlant, en J: A: Vollenhove /:in margine:/ Kolombo den 24. April A:o 1789. — Aan 998. Aan als vooren P. 1. We meenden de scheepen de Phaenecier en Hinloopen te gelijk te laaten vertrekken en waeren onze depeches voor dezelve ook reeds na Gale verzonden toen we ontfingen de tijding vermald bij onze eer„ biedigen sekraten brief die met deze te gelijk afgaat Hier op door ons na Gale gelast zijnde om een der voorm: schee„ pen te laaten leggen tot onze nadere order, hebben de Gaalsche bedienden daar toe verkooren de Phienecier Het schip Hinloopen is mits dien den sevende dezer voor- uit vertrokken § 2. Ens wijl het zomtijds zoude kunnen ge„ beuren, dat het schip de Gouverneur Generaal de klerk, niet zo spoedig dan we gedagt hadden, zal kunnen vol¬ deeze gen, neemen we de vrijheid eerbiedig te laten dienen in antwoord op uwer Hoog Edelh: zeer gerespecteerde Missives van den 27. November en 9. en 11. December 1788. waer van de volleedige rescribtie bij bij onsen brief van den 24. april J:o L: uijt„ gesteld is gelaten §3: Aan uwer Hoog Edelh: g'eerde aanbevee„ lingen bij S. V. 5. 6. 7. en 8. van eerstgem: missiv nopens het gerequireerde bij 't patriasch Extrakt van den 20: December 1781. heb„ ben we reets schuldplictig voldaan, gelijk blijkt bij onse beantwoording op ƒ 367: 384: 388. 394. 400. en 414. van gem: Extrakt, g'insereer bij onsen eerbiedigen van den 26. ' Januarij Jongsleeden. §4. Wij zullen omtrent het afbetalen van de gagie, van de overleedene Europeese dienaaren ons voortaan stiptelijk gedaa„ gen naar de aanbeveeling van de Heeren Majores, en mitsdien geen betaaling meer toetestaan dan naar verkreegene autho„ risatie. De gevraagde informatie en elucidatie bij 't 35 voorschr: patriasche extrakt, nopens de ontdekte verschillen en abuijsen bij de Cei„ lonsche rendementen van verkogte koop„ manschappen, hebben we reets gesuppedi„ traad 999 29 teerd in onse beantwoording op ƒ 421. 422. 425. 428. en 430. van gemelde extracht g'in„ sereerd bij voorsz: onsen eerbiedigen van den 26. Januarij J: L: eer hebben daa voordee nodige onder gesteet en hebben we voorts de nodige order gesteld op dat de aenden een„ ten voortaaen worden ingerigt, naar de intentie van hunne welEd: Hoog achtb:, en dat daar omtrent met alle naaukeurigheid word te werk gegoeden. — §6. Bij 't in Copia onder de bijlaegen overgaan„ „de bericht van den eersten visitateur Berg huijs, zullen uwe Hoog Edelh: gelieven te zien, dat reets gevisiteerd zijn de Gaalsche, Matureesche en tutukorijn„ sche boeken tot anno 178/5. , en de saf„ fenasche en Maernaarsche tot A:o 1785/6. en dat tans ter visitatie onder handen zijn, de Gaalsche, Matureesche tuku„ korijnsche en trinkonomaalsche boeken van 178 5/6. wij refereeren ons voorts nederig aan 't geen we hier omtrent, bij voorm: ver onsen eerbiedigen van den 26. Januarij, gecroteerd 28 genoteerd hebben in de beantwoording van & Pataiasche extrakt P. 434: van meere §: 7 Het ontfangen bericht, nopens de stuagie en bevinding van de ladingen der scheepen, die in 1785. voor der kamer Zeeland zijn geactourneerd, hebben we in Copia gezoeg¬ den na Gale niet alleen om te dienen tot narigt van den Equipagiemeester, maar ook om daar op te hebben zijne Consi„ deratien nopens de voorziening die teegen de daar bij aangeweesene defecten, voor den aanstaende zoude worden vereischt, en zoo dra we die zullen hebben ontfangen, zullen we de eere hebben uwe Hoog Edelh daar over nader te onderhouden §8We zullen schuldplichtig voldoen aan de de order, om geene agenten of Consuls, dan wel eenige zoodanige gequalifi„ ceerde perzoonen van vreemde Mogend„ heden te admitteeren, buijten speciaale last van de heeren Majores, van deeze ordre hebben we ook na alle de onder hoorige 1000. hoorige kantooren deezes gouvernements kennis gegeeven T g' uwer Hoog Edelh: aanschrijvens ons den boedel van wijlen den Heer gew: Cormundells gouverneur van vlissingen te ontslaan uit het provisioneel daar op gelegd be„ slag, zullen we tot ons na„ richt laaten dienen, en is de douarieae van zijn Edele van deese gunstige dispositie g'informeerd § 10. Wij hebben reets uwe hoog Edelh: nopens, de minders bevondene rijst op de lading van het in„ gehuurd schip De Maria onse eerbiedige gedachten te ken„ nen gegeven bij brieve van den 17. ' October 1788. en sedert bij onsen nedrigen van den 26 Janu¬ arij 9 bedeeld de schik„ 3 JL door Beng ons gemaakt om voor„ taan taam te meer van eene goede behoo deling bij de ontlossing alhier te kunnen verzekert zijn niet te min is de hoofd administra„ teur gelast om nog nadia een aller naaukeurigst ondersoek te doen en des doenlijk opte„ geeven waar aan die excessive te kort koming moet worden toe geschreeven: wanneer dit be„ richt inkomt zullen we de Eere hebben uwen hoog Edelh daar van nedrig verslag te soe„ § 11: Ingevolge uwer hoog Edelh: nade re aanbeveeling zullen we zien hoe het op de bekwaamste wijse is te doen, om van het goevernement van Madaas eenige elucidatie te beko„ men nopens het verloorene met Trinkonomale en Oostenburg. § 12 Het nader aangemerkte door den afgegaan
English
1001. Since the departed chief administrator, the elect Galle Commander Sluijsken, has submitted his response to the full explanation regarding their handling of the coined species tendered to Your Right Honourables by the Tuticorin servants in addition to our respectful letter of 26 January, we take the liberty of presenting a copy thereof herewith to Your Right Honourables; other business has thus far prevented us from disposing of it; we shall do so shortly and inform Your Right Honourables thereof on a subsequent occasion. Paragraph 13: The Dutch guilders brought by the Draak, according to the literal sense of the order now further given by Your Right Honourables at Paragraph 33, have been issued and accounted for evenly with the new milled ducatoons at a difference of 17½ per cent between their Indian and Dutch value, and consequently there is so far no difference. Now as regards the pagodas which, had they been on hand, would have been issued for the linens that in the absence of pagodas have now been paid with the aforesaid guilders, it matters little into how many parts a pagoda is divided when one otherwise agrees on its real value, and whether one divides it into 80, 90, 100 or more parts, provided one only takes into account that when one divides the pagoda, for example, into 90 parts, these, although called stuijvers, are nonetheless not equal 1002. in value to an eightieth part of a milled ducatoon, which is likewise called a stuijver. In pointing out the presumed errors committed in the calculation of the money species on the Madura Coast, this was not taken into account, and this should nonetheless have been done in order to calculate correctly. In our humble opinion, upon this difference also rests, among other things, that which was written by Your Right Honourables to Coromandel by missive of 29 July 1788, wherein it was pointed out to the Pulicat ministers that by selling the cloves for 100 Indian stuijvers, or 1¼ old Nagapatnam pagoda, they had sold them for 6 stuijvers 3 7/9 penningen Dutch money above the regulation; for if each of these 100 stuijvers, or a hundredth part of 1¼ old Nagapatnam pagoda, had to be calculated as equal in value to an eightieth part of a ducatoon, the cloves, by selling them for 100 Indian stuijvers, would not only not have been sold higher than the fixed price of 3½ rupees or 1 25/32 milled ducatoon, but they would then even have been sold 5 stuijvers below it, since 105 such parts, of which 80 make a ducatoon, are needed to pay for a pound of cloves. Paragraph 14: In accordance with Your Right Honourables' recommendation, we shall continually devote all possible attention to reducing the expenses as much as is practicable, and to that end, pursuant to what was recommended 1003. by extract from the minutes of what was resolved in the Council of India on 22 August, we shall henceforth review the state account in a separate committee and examine all expense accounts as to how far the aforesaid regulation in the Memoir of Retrenchment has been complied with, and in the case of the contrary give sufficient reasons why that could not have taken place. Paragraph 15: We humbly thank Your Right Honourables for the arrack and rice sent with the ship Hinloopen, of which the latter in particular arrived very opportunely. Paragraph 16: The money from the sold merchandise of the chief surgeon of the ship De Vlugge Trekvogel shall be kept in sequestration until further orders. Paragraph 17: Regarding the arrangement for the accommodation of the military, we shall henceforth govern ourselves in accordance with the advice in the report sent to us from the head of the General Pay Office. Paragraph 18: When we obtain from the Cape Ministers a narrative of the ceremonial reception and departure there of the ambassadors of Sultan Tipu Sahib, we shall send it to the Gentlemen Ministers at Boetsiem. Paragraph 19: In the final settlement of the affair of the Mannar Paravas, we shall, according to Your Right Honourables' order, ensure as far as possible that the Company is indemnified for the loss of its revenues and the disbursement of extraordinary expenses caused by the absconding of these Paravas. Paragraph 20: The Girauwepattu excavation has already been fully completed, according to the report transmitted in copy from the commissioners who inspected that work, 1004. to which we also add a report from the surveyor Foenander, to resolve certain objections that appear in the aforementioned report of the commissioners. This excavation has already rendered great service, as the Galle servants have informed us by their letter of 7 April, of which an extract accompanies this. In a short time we have good grounds to hope that the expenses incurred thereon will be reimbursed double and redouble. From the reports presented alongside our respectful letter of 26 January, Your Right Honourables will have already seen that this work cost far less than was estimated in the beginning, but we do not yet have the account from Galle.
Dutch transcription
1001. afgegaane hoofdadministrateur den ge„ Eligeert Gaals Commandeur Sluijs¬ ken op de nevens onsen eerbiedigen van den 26. ' Januaij uwen Hoog Edelh:s aangeboodene volleedige ver„ andwoording van de Tutukorijn„ sche bedienden nopens hunne behande„ ling van de muntspetien, ingekoomen zijnde, neemen we de vrijheijd een afschrift daar van uwen Hoogen Edelh hiernevens aantebieden; an„ deze bezigheeden hebben ons als nog verhindert om 'tr over te disponee¬ aen; we zullen dat eerstdaegs doen en uwen Hoog Edelh: daar van bij eene volgende gelegeert„ heid kennis geeven. §13: De Hollandsche guldens met de Draak aangebragt, zijn na den letterlijken zin van uw Hoog Edelh: nu naader gegeevene order /29 bij § 33. dvenaedig met de nieuwe gekar„ telde ducatons met een verschil van 17½. p:r C:t tusschen derzelver Indiase en Ne„ derlandse waerde uitgegeevend en verant„ woord, en is 'er mits dien in zoo ver„ de geen verschil. wat nu aungaet de pagooden. die zo weze gehad hadden, zouden zijn uitgegeeven voor de lijwaa„ ten die bij ontstentenis van pagoodee„ nu met de voorsz: guldens betaald zijn, het komt ter weinig op aan in hoe - veel deelen met een pagood deeld wanneer men het anders over derzelver werkelijke waarde eens is, en of men die mits dien deeld en 80: 90. , 100. of meerdeelen als men alleen daar bij in agt neemt, dat wanneer men den pagood bij voor„ beeld deelt in 90. deelen die hoewel men die deelen stuijvers noemt nochtans niet gelykstandig zijn in 1002. in waarde met een taggentigste deel van een gekaatelde ducaton, dat men insgelijks een stuijver noemt Dit is bij de aanwijzing der zoo ge„ meende begaane fouten in de be„ reekening der geld spetien op de Madureesche Kust, niet in agt genoomen en dit hadde nochtans be„ geschieden om aichtig te hooren op dit verschil rust te rekenen anderen naar ons nee„ ook onder drig inzien, het door uwe Hoog Edelh: aangeschreevene na Kormandel bij Mis„ sive van den 29:' Julij 1788. waar Paliakatse Ministeas bij de is aangeweezen, dat met de Nagele„ te verkoopen voor 100. stuijvers In„ dias of 1¼. oude Nagapatnamse ze die verkogt hebben pagood, 6. stuijvers 3. /9. penningen Ne„ derlands geld, booven de bepaaling; want zo elk deezer 100 stuijvers of een honderdste gedeeltens van 1/9. oude Nagapatnamse pagood, moesten gereekend worden gelijk te staan in waarde met een ver taggentigste gedeelte van een ducaton zoude de Nagelen met ze voor 100. stuijvers indias te verkoopen, niet alleen niet hooger verkogt zijn dan de bepaalde prijs 25. van 3.½: ropij of 1. 3/30. gekaatelde ducaton, maar te zouden dan zelfs 5. stuijvers daar beneeden zijn verkogt, wijl 'er 105. zulke deelen waar van 80. een ducaton maaken noodig zijn om een pond Nagelen te betaalen. § 14 Wijx zullen overeenkomstig uwen Hoog Edelh: recommandatie bij voortduuring alle mogelijke oplet¬ tendheid besteede om de lasten zo veel immers doenlijk te„ verminderen en zullen ten dien einde volgens het aanbevoolene bij 1003. bij Extrakt uit de Notulen van het gere„ solveerde in Raade van India op den 22. aug:s de staatreekening voortaan in een aparte besoigne resumeeren en ondersoeken alle de lastreekeninge, in hoe verre aan de voorschr: be„ paling bij de Memorie van me„ nage is voldaan en bij het Contra„ die voldoende reedenen geeven waerom dat niet heeft kunnen geschieden. §55 Wij bedanken uwen hoog Edelh: needrig voor de gezondene arrak en rijst met het schip Hinloopen waar van de laatste inzonderheijd zeer te pas gekoomen is. —. §: 1655 geld van de verkogte Koopman„ schappen van den oppermeester van 't schip de vlugge trekvogel zal het nader order in sequestratie worden gehouden. § 17 wij zullen nopens de schikking ter tegemoet kooming der militairen ons voortaan rigten overeenkomstig met 30 met ' geadviseerde bij het ons toege„ zonden berigt van 't opperhoofd van 't Generaale soldij Comptoir. § 18 Wanneer we van de Caabsche Minis„ ters J Relaas bekoomen, van de Caremonieele receptie en afscheid al„ daar van de Ambassadeurs van den sultan Jipoe saib, zullen we het aan de Heeren Ministers te Boetsiem Zenden. § 19 Bij de finuale afdoening van de zaak der Mannaarsche Parauas, zullen we volgens uwer Hoog Edelh: last, naar mogelijkheid zorgen om de Comp: schadeloos te stellen, voor het gemis van haare inkomsten en de uitgaave van extra ordinaire ongel„ den, die door de uijtwerijking dee„ zer. Parruas zijn veroorzaakt § 20 De Giarewaijsche doorgraaving is reets ten vollen geabsolveerd, volgens 't in Copia overgaand bericht van de gecommitteerdens, die dat werk hebben opgenomen L 30. 1004. Opgenoomen, waar bij we nog voegen een bericht van den Landmeeter Foenander, ter oplossing van zee„ kere bedenkingen, die bij 't voorm: bericht van dengekommitteerdens voor„ koomen. Deeze doorgraaving heeft reets groote dienst gedaan, gelijk de Gaalsche bedienden ons hebben bedeeld bij hunnen brief van den 7' april, waar van een extrakt dee„ zen verzeld. In korten tijd hoo„ pen we met gronden dat de ongel„ den daar aan gedaan dubbeld en deze dubbelt zijllen zijn vergoed uit de berichten, nevens onsen eerbiedigen van den 26. Januarij aangebooden, zullen uwe Hoog Edelheeden reets hebben gezien, dat dit werk waij minder heeft gekost, dan men en den beginne heeft gegist, doch we hebben de reekening van Gale nog niet
English
not received, so as to give Your Right Excellencies the actual amount thereof, which will therefore be done on a following occasion. § 21. In fulfillment of Your Right Excellencies' highly esteemed order, we have the honor hereby to inform that instead of the junior merchant van Tijlingen, the bookkeeper Nicolaas Rijnders has been appointed as supervisor of the iron warehouse here. § 22. The provision of 50. rijksd:s made there to the sous-lieutenant of the regiment of Meuron Bergeur has been liquidated here with the said Regiment. § 23. To the Crown Prince of Tidor Maha Rasa Moelah, we have, according to Your Right Excellencies' qualification, granted for the future 60: rd:s in cash, 35. paaras of rice, 2. lb: of pepper and —. 1/2. paara of salt per month, in place of the 59: rd:s in cash, 27. paaras of rice, 1. lb: of pepper and 1/3. parra of salt enjoyed by him thus far; and henceforth we shall cause to be added to the annual list of state exiles an indication of all that is furnished to them monthly, both in money and goods. § 24. The two Javanese Priests, who were brought here as Exiles in 1784. with the ship the Triton, we have, according to Your Right Excellencies' order, caused to be unchained from their irons, and we have issued the necessary orders to secure them as far as possible. § 25. The bundle of trial papers regarding Colonel de Hugonet et al., which was sent to us along with Your Right Excellencies' aforesaid highly esteemed Missive of 11th December, contains only the deduction of said Hugonet et al. with the annexes, but no Minutes and pleadings, no declaratoir from the advocate fiscal, no interlocutory sentence of the council. § 26. That we particularly need the aforementioned trial documents in order to deliberate on the revision, Your Right Excellencies can understand from this alone, that in them the errors will probably lie, or at least could partially lie, for the correction of which the revision must serve; wherefore we respectfully request that these may yet be granted to us through the kindness of Your Right Excellencies, whilst we at the same time hereby protest, so far as necessary, against the expiration of the fatalia revisionis, and reserve substantially to ourselves against this the benefit of relief in omnem eventum. § 27. According to that which was recommended in the Extract from the Minutes of what was resolved in the Council of India on 22nd August last, we shall henceforth cause the calculation of the true benefits and burdens of this government to be made according to the Model promised therewith, as soon as it shall have been received here, and furthermore regulate ourselves in that regard according to the forwarded Homeland Extract of 30th December 1787. No. 5. and 6. § 28. Likewise, pursuant to the recommendation in extracts from the minutes of the aforesaid date and of 16th September thereafter, we shall cause all our letters and resolutions not only to be provided with marginals, but also cause alphabetical registers to be formed thereof, according to the models sent to us; just as we shall also take care that the positive orders for this Government are drafted and sent over to Your Right Excellencies. § 29. We have also issued the necessary orders that in the trading of the Company's goods on the books, so far as it may have relation to this government, there be followed that which is prescribed in the received extract from the Minutes of 19th December 1788. § 30. In introducing the calibers of cannons designated as regular, we shall conform to the recommendation in the extract from the Minutes of 23rd December 1788. sent to us; and the statement required therein of the cannons of the same Calibers that will be necessary in this government shall be presented to Your Right Excellencies on a following occasion. § 31. Here nothing is deducted from the wages of the servants who are paid at 15: stuivers to the guilder, and we therefore humbly think that the order contained in the extract sent to us from the Minutes of 23rd December aforesaid, to state how much the amount would come to concerning the deduction of 3. stuivers from the 48. stuivers, with respect to the Company servants (excluding the common soldiers), and to whom such would actually be applicable, has no reference to this government. § 32. Concerning the question proposed in the Extract from the Minutes of 26th September 1788., we are very much of the opinion that the means proposed by the Noble High Honorable Lords Masters, to retain only the bosses and master journeymen of the Craftsmen and, under their supervision, to have the work performed by hirelings, can be very useful: to introduce that all at once will nevertheless not do, but we shall see to bringing it about from time to time, especially upon the departure of servants on the payroll, by hiring people in their place to be paid a fixed wage out of the cash box. The ship carpenter's yard must nevertheless remain for the greater part excluded from this, because the Natives are for the most part too weak for the heavy labor that often occurs there. § 33. Of the Remarks sent to us, concerning the arrangement and management of the hospitals, we have caused copies to be delivered to the Regents of the hospitals in this government, in order according to
Dutch transcription
niet ontfangen, om aan uwe Hoog Edel„ „heden 't wezentlijk bedragen daar van optegeeven, 't welk dus bij eene volgen„ de geleegentheid geschieden zal. § 21. In voldoening van uwe Hoog Edelen zeer geëerde ordre, hebben we de eede door deezen te bedeelen, dat insteede van den onderkoopman van Tijlingen, de boekhouder Nicolaas Rijnders is aangesteld, als opziender van 't ijzer„ magazijn alhier § 22 De aldaar gedaane verstrekking van 50. rijksd:s, aan den Gousluijtenaat van 't regiment van Meuron Bergeur, is alhier met gemelde Regiment geliquireerd § 23 Aan den Kroompains van Tidor Maha Rasa Moelah, hebben we vol„ gens uwer Hoog Edelh: qualificatie voor den aanstaande toegelegd 60: ad:s Contant, 35. paaras rijst, 2. lb: peper 1005. en —. ½. paara zout 's maands, en sleede van de door hem tot dus verre„ genotene 59: ad:s Contant, 27. paaras rijst, 1. lb: poper en 1/3. parra zout: en we zullen voortaan, bij de Jaar„ lijksche lijst der staatsbannelingen doen voegen eene aanwijzing van al het geen aan hun zoo in geld als goed maandelijks verstrekt worden. § 24: De twee Javansche Priesters, die en 1784. met het 't schip de Triton als Bannelingen hier zijn aange„ bragt, hebben we volgens uwer Hoog Edelh: order, uit de ketting laaten klinken, en we hebben de nodige orders gesteld, om hun zoo veel doenelijk te secureeren. § 25: De bondel met proces papieren noo„ pens Kollonel de Hugonet C: S: welk ons neevens uwer Hoog Edelh: voorsz: zeer g'eerde Missive Vaer van den 11:' December, toegezonden is, behelst alleen de deductie van d ' Hugonet C: S: met de bijlaagen dog geene Notulen en dingtaalen, geen de klaratoir van den advocaat fiskaal, geen interdocutoir senten„ tie van den raad § 26. Dat wij de voormelde proces stukken inzonderheid noodig hebben, om ons op de revisie te beranden kunnen uwe Hoog Edelh: alleen daar uit begrijpen, wijl in de zelven naar waarscheijnlijkheid de exreuren zullen leggen, of ten minsten voor een gedeelte kunnen leggen, tot wel„ ker verbeetering de revisie zal moeten dienen, weshalven we eer„ biedig verzoeken, dat ons dezelven door de goedheijd van uwe Hoog Edelh: als nog moogen geworden terwijl we teffens teegen het verloopen 1006. verloopen van de fatalia revisionis, bij deezen, zoo verre zulx noodig is, protesteeren, en ons daar teegen het beneficie van relief substantieel in omneen eventum deserveeren. §27. wij zullen volgens het aanbevoolene bij Extrakt uijt de Notulen van het geresolveerde in Raade van India op den 22:' august pass:o de bereeke„ ning van de waare voordeelen en lasten deezes gouvernements, voortaan laaten doen naar het daarbij toege„ zegde Model, zo dra het hier zal ontvangen zijn, en ons wijders daar„ omtrent reguleeren naar 't toegezonden Patriasch Extrakt van den 30. ' December 1787. N. 5. en 6. § 28. Insgelijks zullen we, ingevolge de aanbeveeling bij extracten uit de no„ rer tulen van voorm: datum en van den 16: 7ber: daar aan, alle onsen brie„ ver ven en resolutie niet alleen van maa„ ginaalen doen voorzien, maar ook daar van alphabetische registers doen formeeren, naar de ons toegezondene modellen; zo als we ook zorgen zullen, dat de positive orders voor dit Gouvernement, effen gesteld en aan uwe Hoog Edelh: overgezonden worden § 29. ook hebben we- de nodige orders gesteld, dat in het verhandelen van 'scomp:s goederen bij de boeken, zoo veel het relatie tot dit gouvernement kan hebben, gevolgd worde het voorgeschree„ vene bij 't ontvangene extract uijt de Notulen van den 19. ' Iber: 1788. § 30. In het invoeren van de voor regulier be„ steende Calibeas van kannons, zullen we ons schikken naar de aanbeveeling, bij 't ons toegezonden extract uijt de Notulen van den 23. xbr: 1788.; en de daar bij gevorderde opgave van de Kannons e 1007. kannons van dezelve Kalibers, die in dit gouvernement nodig zullen zijn, zal uwer Hoog Edelh: bij eene volgeende geleegendheid aangebooden worden § 31. Alhier word van de zoldijen der dienaa„ ren, die betaald worden tegens 15:' stuijv:s de gulden, niets afgetrokken, en we den„ ken derhalven nederig dat de order vervat bij 't ons toegezonden extract uijt de Notulen van den 23. Iber voormeld, om op te geeven hoeveel 't mon„ tant wegens de aftrekking van 3. stuijv:s van de 48. stuijvers, met op„ zicht tot de Comp: dienaaren (uijtge„ zonderd de gemeene militairen :/ zoude beloopen, en op welken zulks eigent„ lijk toepasselijk zoude zijn, tot dit gouvernement geene betrekking heeft §32. Noopens de voorgestelde vraage bij het Extrakt uit de Notulen van den 26. september 1788. zijn we zeer van gevoelen dat het door de Edele Hooge 't door de heeren majores Achtb: Heeren Meesteren geproponeer¬ ed de middel, om alleen de baasen en mees„ ter knegts der Ambachtslieden aan te hou„ den en onder hun opzicht, door huurlin„ gen 't werk te doen verrigten. zeer zijn nuttigheid hebben kan: Eens klaps dat zal nogtans niet kunnen in te voeren aangaan, dog we zullen zien het van tijd tot tijd, daarheen te brengen met inzooderheijd bij het afgaden van in zoldij staande dienstelingen, luiden om teegens een vast loon uit de kast te wor„ den betaald, in hun plaats aantenee„ men. De scheepstimmerwerf zullen nochtans daar van voor het groote re gedeelte dienen te blijven uijtgezonderd wijl der Inlanderen meerendeels te zwak zijn tot den zwaaren arbeijd die daar bij veeltijds voorvalt. §33. van de ons toegezondene Remarques, raa„ kende de inrichting en bestiering der hospitaalen, hebben we afschriften laa„ ten afgeeven, aan de Regenten van de hospitaalen in dit gouvernement, om volgens 81
English
according to Your High Mightinesses' order by extract from the minutes of 26 9ber 1788, to draw as much use and help from it for the benefit of the unfortunate sufferers as might be judged serviceable according to the condition of the places. § 34. We shall dutifully comply with the given order, by extract from the minutes of 30 7ber past, not to grant any extraordinary rewards, of whatever nature they might be or by whomever recommended, without first having received the qualification of Your High Mightinesses for that purpose upon a proper and substantiated proposal. § 35. Likewise, we shall let serve for our information the order contained in the extract from the minutes of 12 8ber past, not to surrender any nutmegs and mace below the set prices, under penalty of compensation. § 36. Also, according to Your High Mightinesses' recommendation in the extract from the minutes of 14 8ber past, we shall in the provisions to the ships strictly conform to the orders and regulations established in that regard. § 37. Just as we shall also, according to the order given in an extract of the same date, take care that, if the prices of such goods as are suitable for Europe that might have been sent hither from Batavia should in the meantime noticeably fall, to send the same back thither at that time. § 38. The order contained in the extract from the minutes of 31 8ber past, not to keep heavy ropes longer than three years, but after the expiration of that time to send them to Batavia for replacement, we shall take for our dutiful information. § 39. According to the recommendation in a further extract of the aforementioned date, we shall each time submit to Your High Mightinesses a calculated estimate of the necessary expenditures from the drawing up of the formal requisition until the last of January next, and we shall begin with that at the next opportunity. § 40. According to the recommendation in the extract sent to us from Your High Mightinesses' resolution of 22 August 1788, we shall revise the Memoir of Retrenchment so far as this government is concerned, and therein take into consideration what changes should be made to it according to the changed circumstances of the times, with which we shall make as much speed as the circumstantial nature of this work and our other manifold activities will allow. § 41. We humbly request Your High Mightinesses to oblige us with another three hundred leagers of arrack, so far as the ship's space will permit and the shipment of rice will not be hindered thereby. § 42. The Company of Galle Chasseurs is the company of Major Leever, Commander of Galle, and since it was therefore necessary to place another commander over it, and that a keen officer upon whom we can rely should be chosen for that purpose, the Under-Major Johan Willem Ullenbeek has been placed over it as Captain Lieutenant and Commander, whom we took the liberty of proposing to Your High Mightinesses as Captain Lieutenant in our humble letter of 27 November 1786, and which humble proposal we now take the liberty of repeating through this. We commend Your High Mightinesses and the interests of the Company into God's safe keeping and remain with all respect and fidelity, High Mightinesses, Grand Noble, Widely Commanding Sir, and Right Honorable Respected Gentlemen, Your High Mightinesses' humble and very obedient servants, Signed: W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, M: P: Raket, C: Tilenius, Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlant and J: A: Vollenhove. In the margin: Kolombo, 10 May 1789. § 1. The ship De Phenecier departed from Gale on 17 May last, and we take the liberty of offering hereby to Your High Mightinesses the duplicate of our letter dispatched with it on the 10th of the aforementioned month. § 2. Since then, on the 15th of this month, via Palleakatta, we had the honor to receive Your High Mightinesses' so respected letters of 17 and 28 April last; we shall let what is prescribed therein serve for our dutiful information, while we request permission to defer the further response until a following opportunity. § 3. Since the ship De Gouverneur Generaal de Klerk will most likely tarry a little longer, we could not omit to avail ourselves of the opportunity that the ship Storsson offers us to report on the most necessary matters to Your High Mightinesses. § 4. Concerning the discharged cargoes, we offer to Your High Mightinesses among the enclosures the copy of a report received from Gale from a judicial commission, which, according to what was noted in our respectful letter of 24 April last, paragraph 47, caused the remaining linen bales brought from Souratta with the ship Berkhout to be opened and inspected, and from which it appears that in another 15 bales, 44 pieces of linen were found to be missing. The copy unpacking-ticket
Dutch transcription
32 1008. volgens uwer Hoog Edelh: last bij Extrakt uijt de Notulen van den 26:' Iber: 1788. , daar van zo veel nut en hulp, ten behoeve der ongelukkige lijders, te trekken, als naar de ge„ steldheid der plaatsen, dienstig zouden kunnen worden geoordeeld. § 34. We zullen schuldplichtig naarkomen de gegeevene order, bij extrakt uijt de Notulen van den 30: 7ber: pass:o om geene extra ordinaire belooningen, van wat aart dezelve ook zouden mogen weezen, of door wie ook aan„ gepreezen, te doen, zonder alvoorens op eene behoorlijke en gemotiveerde voor¬ dragt, de qualificatie van uwe Hoog Edelheden daartoe te hebben ontfangen § 35. Insgelijks zullen we tot ons naricht laaten strekken, de order vervat bij 't extrakt uijt der notulen van den 12. 8ber: pass:o, om geene nooten mus„ caat en foeli beneeden de bepaalde prijzen aftestaan, op peene van vergoeding S. 36. § 36: Ook zullen we volgens uwer Hoog Edel„ heden aanbeveeling, bij 't extrakt uijt de Notulen van den 14. 8ber: pass:o in de verstrekkingen aan de scheepen ons stiptelijk gedraagen naar de daar omtrent gestelde orders en bepalingen § 37. zoo als we ook, volgens de order bij een extract van denzelfde datum ge„ geevens, zorgen zullen, om, indien de prijsen van zodanige goederen, als voor Europas geschikt, van Bata„ via herwaarts gezonden mogten zijn in tusschen merkelijk kwamen te daalen, dezelve als dan na derwaards te rug te zeerden. §38 De order, vervat bij 't Extract uijt 70 de Notulen van den 31. 8ber p:r om geene zwaare touwen langer dan drie Jaaren aante houden, maar na expiratie van die tijd, ter verwisse¬ ling na Batavia te zenden, zullen we ons tot schuldig narigt laten ver„ trekken N. 39 1009. § 39 Volgens het aanbevoolene bij een nader Extrakt van voorm: datum, zullen we uwen Hoog Edelh: telkens eene calculative opgave doen van de be„ nodigde uijtgave, zedert 't opmaaken van den formeelen Eisch, tot ult:o Janu„ arij aanstaande, en zullen we daar meede beginnen met de naastvolgende geleegentheid. § 40 we zullen volgens 't aanbevolene bij 't ons toegezondene Extract uijt uwer Hoog Edelh: resolutie van den 22. aug:s 1788. de Memorie van menagie voor zoo verre dit gouvernement be„ treft, revideeren, en daar bij in overwee„ ging neemen welke veranderingen, naaa maate van de veranderde tijds om„ standigheden, daar in zouden moeten ge„ maakt worden, waar meede wij zoveel spoed zullen maaken, als de omstag„ tigheijd van dit werk, en onse an„ dere menugvuldige bezigheden, het zullen toelaaten. §4. We verzoeken uwe Hoog Edelh: nederig om om ons met nog drie honderd leggers ar„ rak te willen gerieven, voor zo verre de scheeps ruimte dat toelaten zal, en de afscheep van rijst daar door niet word Verhinberd § 42: De Komp: Gaalse Jaagers is de Komp: van de Majoor Leever Kommandant van Gale en wijl het dus nodig was daar bij een ander kommandant te plaatzen en dat daar toe wierde ver„ kooren een wakkere officier waar op we staat kunnen maaken, is daar bij als Capitain Luijtenant en kom„ mandant geplaatst den ondermajoor Johan willem Ullenbeek, die we bij onzen nederige brief van den 27. November 1786. de vrijheijd gebruikt hebben uwe Hoog Edelh: tot kapitain luit: voortedraagen en welke onze neederige voordragt we tans de vrij„ heid neemen door deezen te herhaalen. Wij beveelen uw Hoog Edelh: en de belangen der Maatschappij in Godes veij„ lige hoede en blijven met alle eerbied 33 1010 en trouwe /:onderstond:/ Hoog Edelh Groot Achtb: wijd Gebiedende Heer en wel„ Edele Gestr: Heeren Uwer Hoog Edelh: onderdanige en zeer gehoor„ zaeme Dienaaren. /:was getekend:/ W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, 7: M: P: Raket, C: Tilenius Reintous, B: L: van Litter, A: Samlant en J: A: vollenhove /:in margine:/ Kolombo den 10. Maij 1789. - S1. 'T schip de Phenecier is den 17e. Maij J: L: van Gale vertrokken, en we nee„ men de vrijheijd uwer Hoog Edelh: hier nevens aantebieden, 't duplicaat van onsen daarmeede afgevaardigden brief van den 10. van gemelde maand §2. zedert hebben wij op den 15. ' deezer de eer gehad, over Palleakatta te ont„ vangen uwer Hoog Edelh: zoea ge„ respecteerde brieven van den 17. en 28. april /:L: we zullen ons het daar bij voor„ Aan als vooren geschreeven =geschreevene tot schuldig narigt laaten verstrekken terwijl we verlof verzoeken de verdere beantwoording tot eene vol¬ gende geleegentheid te moogen laaten uijtge„ steld. §3 Vermits 't schip de Gouverneur Generaal de klerk naastdenkelijk nog wat zal vertoeven, hebben we niet kunnen af zijn ons te bedienen van de geleegent„ heijd, die 't schip storsson ons aan de hand geeft om uwe Hoog Edelh: ver„ slag van de nodigste zaaken te doen. §4 Betreffende de uijtgeleeverde Ladingen, bieden wij uwe Hoog Edelh: onder de bijlaegen aen„ 't afschrift van een van Gale ontvangen rapporl van eene Justitieele Commissie, die volgens het genoteerde bij onsen eer„ biedigen van den 24. ' april J:L: § 47. de overige Lijwaatspakken, die met 't schip Berkhout van Souratta zijn aangebragt heeft doen openen en bezig„ tigen, en waar uijt blijkt, dat in nog 15. pakken 44: stuks Lijwaaten te min zijn bevonden. De Kopij afpark„ briefje E
English
1011 11 notes found in these packets we also send accompanying this, and we will send the originals by a direct opportunity. § 5. Upon resumption of the Galle resolution of the 28th of April last, whereby the officials disposed of a finding regarding the cargo of the ship de Phenecier delivered at Galle, it appeared to us that the officials allowed the ship's officers 1/8 per cent spillage on the Japanese copper that was sent with that vessel from here to Galle, and that they likewise had about 200 gunny sacks written off, on the pretext of the said officers that they had been used for the storing of rations and for the providing of saltpetre. § 6. And because the regulation on goods transported from one place to another belonging to the same government grants half of the determined determined spillage, and also the gunny sacks, in so far as they were employed for the storing of rations, should not have been written off, but should have been charged to the ship's expense account for further accountability; we therefore, as well as because the declaration produced by the officers concerning the employment of these sacks, and which is included among the annexes, speaks of an uncertain number and was consequently not satisfactory, decided at the session of the 26th of May last, as appears from the accompanying extract of our minutes, to have the excessively allowed spillage on the Japanese copper, amounting to 6 1/4 lb., charged to their account to Batavia, and likewise to have the 269 gunny sacks less accounted for by the officers charged, subject to Your High Excellencies' respected disposition, at the purchase cost, as is done in the Galle invoice, 34. 1012 invoice that is included among the annexes. § 7. We have also, from the Galle resolution of the 29th of April last, containing the officials' disposition on a finding of the cargo of the ship Hinlopen delivered there, noted that the officials indeed disposed of the short-delivered arak, but not of two full leagers that were also received short therewith; and we have therefore, as appears from the aforesaid extract of our resolution, written to the officials to have the said casks charged as yet to the account of the ship's officers to Batavia, and on the other hand to have credited to them 10 1/2 lb. Pagoe Borneo, on account of the permitted spillage of 1 1/2 per cent on 700 lb. that were sent with that vessel from here to Galle. § 8. To the question which, according to the note at § 290 of our respectful letter of the 26th of January last, we put to the Malabar Ministers, as to how far it would be feasible to provide us annually with the required timber, their Honors have sent us a statement of the kinds that can be obtained at Cochin, against the prices mentioned therein. We had these prices compared against those for which timbers of equal length and thickness were charged from Batavia hither in recent years, and it was pointed out by the visitor that those from Cochin are considerably more expensive. § 9. We therefore resolved at the session of the 16th of June last, as appears from the extract of our resolution that is among the annexes, and in which are inserted the aforesaid Cochin statement and the report of the visitor, to inform Your High Excellencies thereof and to request Your High Excellencies' highest pleasure in that regard, as we have the honor to do hereby. Meanwhile, in order to remain without embarrassment should Your High Excellencies see fit that we should request our requirement from Cochin, we have only 1013 requested so much from Cochin of those kinds that differ the least in price, as appears from the accompanying copy of the demand that we made thereof from Cochin. § 10. Concerning private trade, upon the report of the Bengal Ministers that a private ship, fitted out at Vlissingen and flying the Dutch flag, being commanded by an Englishman and burgher of Vlissingen, George Hoare, has appeared and been detained in the Ganges; in case more such interlopers might perhaps come out, we have issued orders everywhere in this government that, by virtue of the Company's exclusive right to navigation to the East Indies, all Dutch ships that have sailed out of the ports of the Republic and cannot prove to have sailed out in the service of the State or of the Dutch East India Company, shall be detained immediately upon arrival in the ports of this government. 3. § 11. With relation to the Servants, considering that among the means that can serve for the improvement of agriculture, some not infrequently occur about which one cannot judge regarding the possibility of executing them without first having them investigated by an accurate leveling, and [illegible] of the possibility of the cut recently made to bring the water from the Matara river into the Girreways, as well as by the execution of that work, has given proof of how very useful he can be for these purposes in this government, we have, subject to Your High Excellencies' approval, promoted [illegible] to Captain-Lieutenant in the Engineers; and we humbly request Your High Excellencies that this appointment may be favorably approved and that the salary attached thereto may be granted to him Toenander, the more so as no other Captain-Lieutenant has been appointed in place of Captain-Lieutenant Johannes, who departed for the Netherlands. § 12.
Dutch transcription
1011 11 briefjes, die in deeze pakken zijn bevon„ den, laaten we meede deezen verzellen, en zullen de origineele met een diaekte gelegentheyd zenden. § 5. Bij resumtie van de Gaalsche resolutie van den 28. ' april J: L:, waar bij de bedienden hebben gedisponeerd op eene be„ vinding van de te Gale uijtgeleeverder lading van 't schip de Phenecier, is ons gebleeken, dat de bedienden aan de scheeps overheeden 1/8. p:r C.:o spillagie heb„ ben gevalideerd op 't Japans Koper, dat met dien bodem van hier na Gale gezonden is, en dat ze insgelijks om„ trent 200. goenij zakken hebben, laa„ ten afschrijven, op de voorgave van gemelde overheeden, dat ze tot het bea„ gen van Randzoenen, en tot het bezor„ gen van salpeter waren verbruijkt. 56. En wijl 't reglement op goederen, die van de eene plaats na de andere, onder 't zelfde gouvernement gehoorende, worden vervoerd, de helfte van de be„ paalde paalde spillagie toegelegd, en ook de goe„ nij zakken, voor zoo verre ze tot ber„ gen van randzoenen zijn g'emploijeerd niet hadden mogen worden afgeschree„ ven, maar ter nader verantwoording op de scheeps onkostreekening moesten zijn belast; hebben we daarom zoo wel, als ook om dat de verklaering die de overheeden wegens het emploij deezer zakken hebben geproduceerd, en die onder de bijlagen overgaat, van een onzeeker getal spreekt en mits dien niet voldoende was, ter sessie van den 26. ' Maij J:o L:, blijkens ne„ vens gaande extract onser actol:, be„ slooten, de te veel gevalideerde spilla„ gie op 't Japans Koper, uijtmaakende 6:¼. lb:, ten hunnen laste na Batavia te doen aanreekenen, en insgelijks de over heeden minder verantwoorde 269 goenij zakken, ter uwer Hoog Edelh: g'eerd dispositie, met 't inkoops kostende te laa„ „ten aanreekenen, zoo als geschied bij de Gaals fachuur 34. 1012 factuur, die onder de bijlaagen overgaat § 1. ook hebben we bij de Gaalsche resol: van den 29: ' april J:L:, houdende der bedienden disposi„ tie op eene bevinding, van de aldaar uijt¬ geleeverde lading van het schip Hinlope„ opgemerkt, dat de bedienden wel gedispo„ neerd hebben op de minder geleeverde araak maar niet op twee heele leggers, die daar mee¬ de zijn te min ontfangen en wij hebben daarom, blijkens 'H. voorschr: extract onser resol:, den bedienden aangeschreeven, om gem: fusten als nog ten laste van de scheeps¬ overheeden, na Batavia te laaten aanree„ kenen, en daer en tegen hun ten goede te doen brengen 10. ½. lb: Pagoe Borneo, wegens o de gepermitteerde spillagie van 1½. p:r C:o op 700: lb:, die met dien boodem van hier na Gale zijn gezonden. 38 Op de vraage, die we volgens het genoteer„ de bij §. 290. van onsen eerbiedigen van de„ 26:' Januarij J: Z:, aan de Mallabaarsche Ministers hebben gedaan, in hoe verre het doenlijk zoude zijn, om ons Jaarlijks van 't benodigde houtwerk te voorzien, hebben hebben hun Ed:s ons eene aanwijzing gezonden van de zoorten, die te koetsiem kunnen worden opgedaan, tegens de prijsen daar bij vermeld. wij hebben deeze prijzen doen verge„ lijken tegens die, waar voor de houtwerken van gelijke lengte en dikte, in de Jongste Jaaren van Batavia herwaards zijn aangereekend en is door den visitateur aangeweezen, dat die van koetsiem aan„ merkelijk duurder zijn §9 Wij hebben derhalven ter sessie van den 16:' Junij J:o L:, blijkens 't extract onser resol:, dat onder de bijlaagen gaat, en waar bij zijn g'insereerd de voorschr: Boetsiemsche aanwijsing en 't bericht van den visitateur, beslooten, om uwe Hoog Edelh: daar van kennis te geeven, en hoogst der zelver goedvinden daar omtrent te verzoeken, zoo als we de eere hebben # de vaor hebben dat te doen door deezen Intusschen hebben we, om te blijven, buiten verleegentheijd, indien uwe Hoog Edelh: mogten goedvinden, dat, we onse benodi„ ging van koetsiem zoude vraagen, eene„ lijk 1013. lijk van die zoorten, die het minste in paijs differeeren, zoo veel van koetsiem gevraagd, als blijkt bij 't nevensgaande Copij van der„ eisch, die we daar van, van Boetsiem heb„ ben gedaan §10. Omtrent de Particuliere vaart hebben we„ op het bedicht van de Bengaalsche Minis„ ters, dat in de Ganges verscheenen en gearresteerd is een particuliere, schip, uijtgerust te vlissingen en voerende de hollandsche vlag, zijnde gecomman„ „deerd door eenen Engelschman en burger van Vlissingen George Hoare; of 'ex somtijds meer diergelijke sluijkvaarders mogte uijtkomen, over al in dit gouverne„ ment order gesteld, om uijt kragte van 't uijtsluijting recht van de Comp: tot de vaart na oostindie, alle Nederlandsche scheepen, die uit de havens van de Repu„ blicq uijtgevaaren zijn, en niet bewijsen kunnen in den dienst van den staat, of van de nederlandsche oostindische Comp: te zijn uitgevaaren bij aankomst in de havens van dit gouvernement, daadelijk te arresteeren. 3. § 11. Met relatie tot de Dienaeren hebben we uijt aanmerking, dat onder de middelen die ter verbeetering van den landbouw dienen kunnen, 'er niet zeldsaam voor„ koomen, waer over men, nopens de mo¬ gelijkheid om die uittevoeren, niet oordeelen kan, zonder die alvorens door eene naaukeurige waterpassing te doen on„ verzoeken, en beoordeelen der mogelijkheid van de onlangs gedaane doorgraaving, om 't water uijt de Matureesche rivier te brengen, in de Girkewaijs, als meede door de executie daar van dit werk, blijken gegeeven heeft, hoe zeer hij tot deeze eindens in dit gou„ vernement van groote nuttigheijd zijn kan op approbatie van uwe Hoog Edelh: bevor„ dead tot Cap: luijtenant bij de genij en we verzoeken uwe Hoog Edelh: nederig, dat deeze aanstelling gunstiglijk mag geap„ probeerd, en aan hem Toenander de daar toe staande gagie toegelegd mag worden te meer in de plaats van den na Ne„ derland verlosten Capitain luijtenant Johannes, geen ander Capitain luijtenant is aangesteld S. 12.