Inventory 3844
Ceylon · 708 pages · 229 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
480 118. 2. do Short summary of the requested chenas book for the year 1783: in the following korles, to wit: large therein standing large amm:s C: peelable old young amm:t C=t Therein standing Hewegam Corle cinnamon tree peelable old young 58. ½. Chenas for Oedoegahapattoe - - - - 59. 2. 143. 248. 427. cinnamon tree — - -. Meddepattoe - - - - - 118. 18. 201. 341. 652. —. - - Pallepattoe - - - - 60. 8. 228. 281. 478. 238. 6. 572. 874. 157. -. Pasdoenkorle. 239. —. Chenas for Mahapattoe - - - . 217. —. 846. 873. 1607. 96. — do — - - - Gangebaddepattoe - 90. —. 291. 168. 619. 162. —. do —. - - Jadegoddepattoe . . . 50. 20. 506. 48. 990. 457. 20. 1643. 1454. 3216. —. 9 Silauws District 59. -. Chenas for Madampe - - - - 8. 3. 1. 12. 10. 46. — do — - - - Cattikolanpattoe 6. 35 — 75. 7. 77. — do — - - - Jagampattoe - - -- 8. 6. —. 19. 9. 27. —. do — - - - Moenesarampattoe 5. 1. —. 16. 2. 72. —. do — - - - Meddepattoe - - - - 39. 7. 10. 13. —. 165. —. do - - - atterepalata . . . . 23. 38. — 88. 9. —. 62. 16. 1. 249 44. —. - 758. 2. 2216. 2573. 4817. -. Together Hulftsdorp the 30th March anno 1789 /:signed:/ A: P: van der Smagt Thombo Keeper 60. do Right Honourable, highly commanding and very generous Ioost Pieter de Moor, former Junior Merchant, titular here large presents with very much respect to Your Right Honourables. That in the year 1779, for the sum of 125 rds, he bought a small sowing field named Kadoeroekettikoembere in the village Pallepittij under the Adikarie Pattoe of the Hina Korle, in extent of sowing 2 amm:t and 22 hoernies, bordering on his garden situated at that place. Yet because this sowing field is encumbered with the obligation of 1. ¼ amm:s ande, and the supplicant on that account is with much trouble To the Right Honourable Lord Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies. The 31st March 1789: Right Honourable Lord 48. The 31st March 1789: vexed at the sowing, mowing and dividing of the dues to those who from time to time enjoy the same for their accomodessan, he therefore very humbly requests Your Right Honourables, out of favourable consideration, that he has served the Company for well over 47 years as an honest man, and nevertheless in his in all respects difficult service has always, as far as he knows, given satisfaction to his lords and masters, that it may please Your Right Honourables thereby to declare him free from the payment of these dues and, as the aforementioned sowing field is a trifle for the Company, to release him from that obligation by virtue of his supreme wide authority. Yet should he be so unfortunate as not to be able to obtain it on that footing, then it is his earnest prayer that Your Right Honourables at least be pleased to approve transferring to him in ownership, at the ordinary valuation, the share of 1. ¼ amm:s sowing that the Company has therein, for which benefit the supplicant shall remain grateful to Your Right Honourables for the time of his life. /:underwritten:/ Doing which etc. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month and year aforesaid /:was signed:/ W: J: van de Graeff, P: Sluijsken, M:s P:s Raket, D: T: Fretz, J: P: C: Filenius, J:s Reintous, B:s L: van Zitter, A: Samlant, and J:t A:s Vollenhoven. Resolution old 3216:—. 484 The 24th April 1789: encouraged, by the provision of maintenance or the granting of other reasonable rewards to those who work on it. You must speak about this with the principal villagers and those most knowledgeable in agriculture and take their opinions thereon; whatever you shall be able to indicate from time to time must, piece by piece, as one or another investigation shall have been completed by you, be communicated to the Honourable Dessave. Before this happens, you must investigate with proper attention whether that which according to your view may serve to improve these or those fields could also tend to the detriment of other fields, and if so, whether the other advantages that one could obtain thereby are so much greater than the full disadvantages that would arise from it, that one can indemnify the owners of the fields who would suffer damage thereby from this. You must examine whether both the fields of the Company and those of private individuals are properly and in good time sown annually, and ensure that this happens; if there are reasons that hinder this, you must investigate the causes thereof and provide therein in the best possible manner. The planting of nelie offers a great advantage over sowing. Besides the fact that thereby well over three-quarters of the seed corn is saved, the planted fields also yield from 40, 50, up to 80-fold. How the planting of Nelie must be done is described in detail in a separate writing that accompanies this. Attached thereto are several copies, so that you can distribute them to such of the inhabitants who are desirous to be instructed in this work. You are hereby most earnestly recommended to have one or more of those of your fields that are most suitable for it planted according to the aforesaid instruction, and also encourage the inhabitants to do so following your example. Of the fields that in the aforesaid manner are planted with Nelie:
Dutch transcription
480 118. 2. doL Korte Sommier van de verzogte Chenassen boek voor het „ Jaar 178 /3: in de ondervolgende korles te weeten. groot daar in staan graot amm:s C: schilb: oude Sougeamm:t C=t Daar in staen Hewegam Corle kanneel boom „ schilb: oude Jonge 58. ½. Chenassen voor oedoegahapattoe - - - - 59. 2a 143. 248: 427. kannel bang — - -. „ Meddepattoe - - - - - 118. 18. 201: 341. 652: —. - - „ Pallepattoe - - - - 60. 8. 228. 281: 478. 238. 6. 572. 874. 157. -. Pasdoenkorle. 239. —. Chenassen voor Mahapattoe - - - . 217. —. 846: 873. 1607. 96. — do — - - - „ Gangebaddepattoe - 90: —. 291: 168. 619: 162. —. 8— —. - - „ Jadegoddepattoe . . . 50: 20. 506: 48. 990: 457: 20. 1643: 1454: 3216:—: 9 I Silauws Distrikt 59. -. Chenassen voor Madampe - - - - 8. 3. 1: 12. 10: 46. — do — - - -„ Cattikolanpattoe 6. 35 — 75: 7. 77. — _ — - - - „ Jagampattoe - - -- 8. 6. —. 19: 9: 27. —. do — - - -„ Moenes a„ pattoa 5. 1. —. 16: 2. 72. —. do — - - - „ Meddepattoe - - - - 39. 7. 10.13: —. 165. —. 8 _: - - - „ atterepalate. . . . 23: 38.— 88. 9. —. 62: 16. 1. 249 44: —. - 758. 2: 2216: 2573: 4817. -. Tezaemen Hulftsdorp den 30:' Maart anno 1789 /:geteekent:/ A: P: van dersmagt Tombohouder 60: do wel Edele Groot agtb: hoog gebiedende en zeer genereuse Ioost Pieter de Moor, oud onderkoopman, titulair alhier groot geeft met zeer veel eerbied uwel Ed: agtbaare tekennen. Dat hij in den Jaare 1779: voor de somma van 125: rd:s gekogt heeft een klein Zaeijvelt gen:t kadoeroe kettikoembere in 't dorp Pallepittij onder de adtikarie pattoe van de hina korle groot aangezaeij 2: amm:t en 22: hoernies grensende aan zijn tuijn daar ter plaetse geleegen Dan dewijl dit zaeijveld met de verpligting van 1. ¼. anm:s ande is beswaard en de suppliant derweege met veel moeijenisse word ge Aan den wel Edelen groot agtb: heer Willem Jacob van de Graaff raad, ordinair van nederlands Jndia, gouver= neur en direkteur van het Eijland Ceilon met dies onderhoorigheeden. Den 31:' Maart 1789: Reweld: Heer 48. Den 31:' Maart 1789: kwret bij het zaeijen maeijen en verdeelen van de geregtigheijd aan de geene die deselve van tijd tot tijd tot hunne accomodessa„ konnen te genieten, zoo verzoekt hij uwel Ed: groot agtb: zeer oodmoedig uit gunstige aanmerking, dat hij der Comp: ruijm 47. Iaaren als een eerlijk man gediend, en niet te min bij zijnen alle zens moeijelijken dienst zijnen heeren en meesteren zoo niet anders weet sleeds genoegen gegeven heeft, dat het uwel Ed: groot agtb: mids dien behaege hem van het opbrengen van deese geregtigheijd vrij te kennen en het zaeijveet voormelt als eene geringheijd voor de Comp: zijndezen uit hoofde van hoogst desselfs breede magt, van die verpligting te ontheffen. Dog mogte hij zoo on- „gelukkig weezen van zulks op dien voet niet te konnen verkrei„ „gen dan is zijne kragtige beede, dat uwel Edele Groot agtb: ten minsten gelielee goed te keuren voor de gewoene taxatie het deel van 1.¼ amm:s gezaeij, dat de Comp: daar aan heeft, hem in eijgen dom over te laaten, sullende de supp:t voor deese weldaat den tijds zijnes leevens uwel Ed: groot agtb: dankbaar blijven. /:onder„ stond:/ 'T welk geuig Doende W Aldus Gedaen en de Geresolveert in het Casteel Colombo ten daege Maend en Jaere voorsz /:was geteekent:/ W: J:s van de Graeff, P: Sluijsken, M:s P:s Rakel, D: T: Fueth, J: P: C: Filenius, J:s Reintous B:s L: van Zitter x A: Sauilant; en J:t A:s Vollenhoven. Resolutie ins oude 3216:—. uver- met se 484 Den 24:' april 1789: moed komen, door het verstrekken van mainbrtementos op het geen van andere redelijke bolooningen aan den geenen die daar van werken. u E: moeten hier over spreeken met de voornaamste en in den landbouw meest kundige dorpelingen en hunne gevoelens daar over inneemen wat uw van tijd tot tijd zullen weeten aantewijsen moet stuks wij ze na mate dat het een of ander onderzoek door uE: zal zijn volbragt aan den E: dessave worden bedeelt. voor dat dit geschied moeten ru met behoorlijk aan dagt onder= zoeken, of het geen dit naar uw inzien tot verbeetering van deese of geene velden strekken kan, ook soude kunnen strekken tot nadeel van andere velden en zoo Ja of de andere voordeelen die men daar door zoude kunnen behagen zoo veel grooter zijn dan de voldr nadeelen die daar uit zouden voortkoomen dat men de eijgenaars dervelden die daar door schaede zouden lijden, hier ui't schadeloos stellen karr uw moeten nagaan, of zoo wel de velden van de Comp: als die van Partikulieren Jaarlijks behoorlijk en op zijn tijd worden be= zaaijt en zorgen dat dit geschied zoo er reedenen zijn die dit verhinderen moeten ww na de oorzaeken daar van onderzoek doen en daar in op de best mogelijke wijze voorzien Het planten van de nelie geeft een groot voordeel booven het zaeijen. Behalven dat daar door ruijm drie quart van het zaadkoorn word bezwaard, zoo geeven ook de beplante velden van 40. 50. tot 80. vout„ Hoe het planten van de Nelie moet geschieden is omstandig beschree= „ven bij een appart geschrift dat hierneevens gaat. Daar bij zijn gevoegd verscheijde Exemplaaren, ten eijnde vis die kunnen afgeeven aan zulke der ingezeetenen die begeerig zijn om zig in dit werk te laaten onderregten. vi worden door deesen op het eenstigste gerecommandeert om een of meer van die van uwe volden die daar toe het bequaemste zijn, na het voorsz: voorschrift te laaten beplanten en ook de ingezeete. „nen aanmoedigen om dat op uw voorbeeld te doen. van de velden die in woege voorsz: met Melde beplant worden:
English
485 The 24th of April 1789 — provided that they have not been ceded to this person or that as a home-garden, no dues at all shall be taken for the Company for this year, and in the two next ensuing years only half of the tithe that they formerly usually paid, even if the yield were to amount to 10 times as much as usual; and above that, not only to the headmen, but also to such of the inhabitants who diligently apply themselves to this work and excel in it, a considerable token of favor shall be given. Thus given in the Castle of Colombo on the 11th of April Anno 1789. And whereas the promotion of agriculture on Ceylon is of the greatest importance, and the fairly large sum of money that is paid annually to foreigners for grains is one of the principal causes of the lack of money among the inhabitants, it has, in consideration of the benefit that the native chiefs can contribute to this good work, furthermore been resolved and agreed, most humbly to propose to the Honorable Supreme Indian Government whether Their Excellencies might see fit to authorize this government to allocate to the native chiefs and to those who are subordinate to them for the management of agriculture, as an encouragement to them, half of the Company's paddy dues that shall henceforth come in from each district in excess of the highest year of the last 15 expired financial years. Furthermore, for the promotion of the plantations of pepper, coffee, and other useful products, it has been resolved and 1186 The 24th of April 1789: agreed to propose to Their Excellencies, whether Their Excellencies might not see fit further to authorize this government to make a similar favorable arrangement for the benefit of the native chiefs and those who work under them, and therewith to give them the assurance that as long as they conduct themselves well, they shall not be dismissed from their present posts except at their own request, since they would then be certain that, if they remain in life, they will enjoy the fruits of their labor; provided that all these benefits, as well of the paddy as of the remaining products, upon the replacement of a native chief, shall fall to the Honorable Company, and that to his successor only something be allocated therefrom to serve him in the first instance as a means of subsistence. Was read a translation of a Sinhalese report, inserted below, regarding the inspection of a piece of land situated in the village of Kottanchina, lying within the four gravets, which was requested by the Merchant and First Warehouse Master, the Honorable Johannes Reintous, in order to have it planted with pepper and coffee, in so far as it may serve for that purpose. Translation of Sinhalese Report Ola dated the 11th of April Anno 1789: By order of the Right Honorable Lord Grand Dessave, we, Moedermekege Naide Hamij, inhabitant of the village of Weregolle, and Robisin Araetjege Abraham Apoehamij, inhabitant of 487 the village of Koesinne, both in the Meddepattoe of the Hina Corle, together with the Chalia Braddoepittieje Anthonij Fernando, inhabitant of Mutwal, in the presence of Domingo Pieres, first Vidana of the four gravets here, have surveyed and inspected the scrubland in the village of Kottan China, situated within the four gravets; that scrubland consisting of scrub horo, kaha, madan, kajoe trees, and a sort of thorns ereminise, there being in between also some pits where cabook stones have been quarried, as well as there being found five peelable, twelve old, and twenty-five young cinnamon trees; consisting in land of about thirty amunams of paddy sowing, being stony cabook soil mixed with small stones, bordering to the East on a garden of a Moor, to the South on a garden of the Roman Church, to the West on a garden of the head of the Chetties, and to the North on a garden of a Tamblinjero. Further it is stated that of the aforesaid thirty amunams, about three amunams belong to the garden of the aforesaid Moor, about four amunams to the garden of the Roman Church, about one amunam to the garden of the head of the Chetties, and about three amunams of land to the garden of the Tamblinjero. And that the remaining land is a garden of the brother of the Chetty Philip Fernando, behind which coconut and other fruit trees stand. Thus this commission was carried out, and by us, the abovementioned commissioners, this report signed. Was signed: Nainde Hamij, Abraham Appoe, Domingo Pieres, and Anthonij Fernando. Below stood: for the translation, Hulsftdorp the 18th of April 1789. Signed: P. I. Roosmalecocq, Secretary. In the margin, for the translation, signed: J. de Zilva, sworn free interpreter. And after deliberation it has been resolved and agreed to grant as much of this piece of land as upon closer examination shall be found to belong genuinely to the Company, to the said Honorable Reintous in full ownership, under the usual servitudes. The 24th of April 1789.
Dutch transcription
485 Den 24: April 1789 — worden, zal, mits dat ze niet aan deese of geenen tot de homo des- „sang zijn afgestaen, voor dit Iaar geheel geen geregtigheijd voor de Comp: genoomen worden en in de twee naast koomende Iaaren alleen de helft van de tiende die ze eertijds doorgaens gegeven hebben, dl was het ook dat het geval 10. maenden zoo veel bedroeg, als na gewoonte, en zal booven dien niet alleen aan de hoofden, maar ook aan de zulke der ingezeetenen dit zig op dit werk naarstig toeleggen en daar in uitmunten, een aanzienlijke gunst bewijs worden gegeven Aldus gegeven in 't kaasteel kolombo op den 11:' april a:o 1789: En aangezien de bevordering, van den landbaur op Ceilon van de grootste aangelegentheijd is, en de vrij groote somma gelds die Jaarlijks aan de vreemden voorgraenen worden betaelt, een der voornaemste reeden is van de geldeloos- heijd der ingezeetenen, is uit aanmerking van het nut dat de landregenten aan dit goed werk kunnen toebren- „gen, alverder goedgevonden en verstaen, de Edele hooge in= dische regeering nedrigst voortestellen of hoogst deselve zoude kunnen goedvinden, deese regeering te qualificeeren, om aan de landregenten en de geenen, die ter bestiering van den landbou aan hun ondergeschikt zijn, ter hunner aanmae= „diging te moogen toeleggen de heeft van 'sComp:s nelie ge= regtigheijd, die voortaen uit een elk distrikt meer zal inkoo men dan in het hoogste Jaar van de 15. laest verstreekene boekjaaren Wijders is ter bevordering van de aanplantingen, van peeper kossij en andere nuttige produkten, goedgevonden, en verstaen 1186 Den 24:' april 1789: verstaen hunne hoog Edelheeden voortestellen, of hoogst deselve niet zouden kunnen goedvinden deese regeering nog te qualificeeren, om een even diergelijke gunstige schik „king, ten behoeve van de landregenten en de geenen, die onder hun weeken te moogen maaken en hun daar bij te geeven de verzeekering dat zoo lang ze het wel maeken, ze uit hunne teegens woordige posten, buijten hun ver= zoek, niet zullen worden ontslaegen, wijl zo als dan zeeker zouden zijn, dat wanneer ze in het leeren blijven, zoo de vrugten van hun arbeijd zullen genieten, mits dat alle deese voordeelen, zoo wel van de nelie, als van de overige produbiten, bij verandering van een land regent; zullen moeten vervallen aan d' E: Comp: en aan zijn vervanger daar uit alleen iets worde toegelegd om hem voor eerst tedienen tot een middel van bestaen. Is geleesen een hier onder geinsereert Translaat singalees rapport; weegens de bezigtiging van een stuk grond geleegen in het dorp kottanchena, geleegen binnen de vier gravetten, het welk door den koopman en eerste Pakhuijsmeester D' E: Johannes Keintous verzogt is, om met Peeper en kossij te laaten bepleenten in zoo verre het daar toe dienen kan. Translaat Singaleese Rapport ola ged:t 11. april anno 1789: Ter ordre van den wel Edelen heer groot dessave hebben we Moedermekege Naide hanrij inwoonder van het dorp wirengolle en robisien araetjege Abraham apoehamij inwoonder van 1: 487 't dorp koesinne beijde in de Meddepattoe van de hina Corle neevens den Chalia braddoepittieje Anthonan Fernando inwoonder van het matuael, ten bijweesen van Domingo Sieres eerste vidaen van de vier gravetten alhier, opgenoomen en gevisi teerd, de bosschagie in 't dorp kottan China, geleegen binnen de vier gravetten, bestaende die bosschagie, in kreupel hore kaha, Madan kajoe boomen, en een zoort van doornen Erre minise zijnde daar tusschen ook eenige kuijlen waar kabok steenen gekapt zijn, als meede te vinden vijf schilbaare, twaelf oude en vijf en twintig Jonge kanneel boamen, bestaende aan grond omtrent dertig amm:s nelij gezaeij, zijnde steenagtige keebok grond met steentjes doermengts, palende ten 0: aen een tuijn van een moor, ten Z: aan een tuijn van de roomse kerk„ ten w: aan een tuijn van 't hoofd der Chittijs, en ten n:d den een tuijn van een Tamblinjero. voords word opgegeven dat van vooringem: dertig arm:t tot de tuijn van voorengem: moor omtrent drie amm:s, tot de tuijn van de roomse kerk, omtrent vier amm:s en tot de tuijn van het hoofd der Chitties omtrent een amm: en tot de tuijn van den tamblinjero, omtrent drie anm: grond behooren En dat de overige grond, een tuijn is, van de broeder van den Chillij Philip fornandoe, waar agter kokus nog zoore zaks boomen staen zoodnig deese Commissie verrigt, en door ons boovengem: gecommit- teerdens dit rapport onderteekent /:was geteekent:/ Nainde Abraham hamij „ Appoe, Douringo Pieres en Anthonij Fernando /:onder- stont:/ voor de translatie Hulstsdorp den 18:' april 1789: /:getee „kent:/ P: I: Roosmalecocq sekret:s /:in margine, voor de ver= taling /:geteekent:/ J:s de Zilva gezwoore vrek tolk. En is na deliberatie goedgevonden en verstaen, zoo veel van dit stuk grond, als bij nader onderzoek zal werden be vonden de Comp:s werkelijk toe tebehooren, aen gem: E: Rein tous in volle eijgendom toetestaen, onder de gewoone servi= Den 24: april 1789: tuijse: ngolle rvan
English
488 The 24th of April 1789. It has been approved and resolved to grant authorization for the repairs proposed here alongside of the buildings at Silauw, and to write to the chief at Kalpeltij to send as much lime to Silauw for that purpose as the resident Ebell shall request of him, with instructions also to the Dessave to submit to this government, after the completion of this work, a specification showing what has been done to each building and what has been expended on each of the same, and what is already situated on each of the same parcels of land or may still be situated thereon hereafter, solely with this exception: that the same piece of land shall be exempt from the otherwise customary tax of one-third of the plantings for the Company; and this in consideration that this piece consists for the greater part of hard kapok soil, and that consequently the same cannot be cultivated without extraordinary costs and trouble. Also read an address inserted below from the Dessave Fretz, and after deliberation thereon, disposition was made as is noted below article by article. To the Right Honorable and highly esteemed Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the island of Ceylon with its dependencies, etc. Right Honorable, stern, highly esteemed, high commanding Lord! The head of Silauw, the Honorable Ebell, has reported to me that his dwelling is completed, and also that several other buildings require repairs and renovation, and particularly that the main guardhouse needs to be provided with a new roof, for which the timbers were ready, as well as that the work on the said roof could be completed by a pair of carpenters in 6 to 8 weeks, and if his Honor might also have four to five lasts of lime fetched from Kalpeltij, his Honor would then be able to have everything whitewashed. I therefore take the liberty to request of Your Right Honorable the authorization to have the aforementioned roof of the main guardhouse renewed, and to be pleased to have orders issued to Kalpeltij for the delivery of 4 to 5 lasts of lime at the request of the Honorable Ebell. 2. Whereas: Paragraph 1. 489 The 24th of April 1789. Paragraphs 2 and 3: By virtue of what is alleged here alongside, it has been approved and agreed to sanction the contracting out that was done to the carpenter Waga to repair the buildings at Hangwelle, and that the Dessave, after the completion of that work, must also submit such specifications thereof as required hereinabove under Paragraph 1. Whereas the undersigned Dessave, by the revered Ceylon resolution of the 25th of September 1787, was authorized to have the warehouse and the guardhouse at Hangwelle, which collapsed due to high water, rebuilt by contract, and he was unable to find any interested party for that, it pleased Your Right Honorable to authorize him further to have the collapsed buildings rebuilt by day-laborers; and since these work very slowly, so that raising the walls for about 1/4 of the entire work and preparing some door and window frames and the chopping of posts has already come to cost 126 2/4 rixdollars, in addition to 27 1/6 parras of rice, 6 parras of paddy, and 2 1/2 parras of salt, according to the annexed account; and moreover the front building, or properly the main house, also requires an entirely new roof frame, and I am thus apprehensive that everything will turn out far too expensive if those lazy laborers should continue to work without an overseer interested in the work, I therefore proposed to the supervisor of the timber felling, the shipwright Waga, to undertake that work by contract, and have thus agreed with him in the following manner: 1. That he shall complete the buildings currently under construction, as they were before the collapse, and moreover shall build a lean-to in front of the warehouse in which the Kandyan gift goods are stored and which is also used for a school, flush with that of the main resthouse, because the school is not large enough for the children, and thus the schoolmaster has requested to have that lean-to built, which moreover will also come in very handy during the coming and going of ambassadors, to serve for the storage of palanquins and a sleeping place for the coolies, as there is a lack of space for that. 2. That he shall place a new roof frame on the main resthouse. 3. That he shall supply and pay for the carpenters and masons, as well as the materials, except for the timbers, which will be provided from the timber felling, and what he cannot obtain, and:
Dutch transcription
488 Den 24:' april 1789: Is goed gevonden en ver en wat aan ieder van 't selve luijten daar op reeds geleegen of na deesen nog te leggen, alleen met deese uuitzondering, dat het selve stuk grond, zal zijn vrij van de anderzints gewoone belasting van een derde van de aanplan tingen voor de Comp: en zulkes uit aanmerking, dat dit stuk voor het grootere gedeelte is harde kapok grond, en dat mids dien het zelve niet dan met buijten gewoone kosten en moeiten kan worden beplant. Nog dis geleesen een hier onder geinsereert addres van den E: Des- „sive Freth: en is na deliberatie daar op zodanig gedisponeert als hier onder artikulatiem word genoteert. Aan den wel Edelen groot agtb: heer Willem Jacob van de Graaff, raed ordinair van nederlands India, gouver= neur en direkteere van het eiland Ceilon neevens dies onderhoorigheeden etc: Wel Edele gestrenge Groot agtb: hoog Gebiedende Heer! Het hoofd van Silauw, de E: Ebell, heeft mij bericht dat zijne wooning voltooit is, zomeede dat z:/ verscheijde andere gebouwen leenen tot de hier bezijden voorgestelde reparatien van de reparaties en vernieuwing noodig hebben, en wel voor al de hoofd wagt van een nieuw dak dient voorzien te werden, waar toe de gebouwen te silauw en 't opper hoofd te kalpellij aante houtwerken in gereedheijd waaren zoomeede dat 't werk van gemeld schrijven om daar toe zoo dak door een Iaar timmerlieden in 6: â 8: weeken konde volbragt veel kalk na celauw te senden als de resident bbele aan hem vraegen zal met last worden en wanneer zijn E: dan ook vier â vijf lasten kalke, mogte teffens aan den E: dessave om laaten afhaalen van kalpeltij zoo zoude zijn E: alles kon= na de absolvatie van dit nen laaten kasselen. werk, aan deese regeering overteleijgen eene specifi Ik gebruijke derhalven de vrijheijd uwel Ed: groot agtb: te ver catie; aanwijzende, wat zoeken om qualificatie tot het laaten vernieuwen van het aan elk gebouw gedaen meerm: dak van de hoofdwacht, en om orders na kaspettij tewillen laaten afgaan tot de afgaeve van 4. â 5. lasten halk op versoek van den E: Ebell. staan qualificatie te ver 2. vermits: 5:1. bekostigd is. 489 Den 24:' april 1789: §: 2: en 3: uit hoofde van 't gealegeerde hier bezijden, is tt goed gevonden en verstaen te approbeeren de aanbesteeding, die gedaen is, aan den Timmerman waga„ om de gebouwen te stangwelle te repareeren, dat d' E: dessave na de vollooijing, van dat werk, odr van dat werk, ooke daar van zodanige sepecificatien zal moeten overleggen; als hier bodven bij §: 1: gevordert is. „vermits „werth den ondergetekende dessave bij gevenereerde Ceilonse reeco= 2 lutie van den 25:' 7ber: 1787. gequalificeert is om dat door hoogwater ingestorte Pakhuijs en zoo van het wagthuijs te hangewelle wederom te karten opbouwen bij aanbesteeding, en hij daar toe geen liefhebber heeft kunnen vinden, zoo heeft het uwel Ed: groot agtb: behaagd, om hem nader te qualificeeren, tot het laaten opbouwen van de ingesloote gebouwen, door dog looners, en aangezien deese zeer langsaem arbeijden alsoo het op haelen der muuren voor omtrent /4. van het geheele week, en het klaarmaeken eenige deur en vengster kosijns en labberen van Praalen reeds rd:s 12624. neevens 27: 1/6. parras rijst 6: par ras Netie en 2.½. parras zout komt te kosten, blijkens annexe reekening en booven dien 't voorgebouw, of eijgentlijk het kapitael huijs ook een heel nieuw spanwerk noodig heeft, en ik dus beducht ben dat het een en ander al te hoog zal koomen te staen, indien die luije arbeijds lieden zonder een bij 't werk belang hebben „de opzigter mogten voortwerken zoo heb lik den opziender der hout kapperij den scheepstimmerman waga geproponeert om dat werk bij aanbesteeding op zig te neemen, en ben dus met hem eens geworden op de volgende wijse 1:/ Dat hi de onderhanden zijnde gebouwen zal voltooij en zoo als zij voor de instorting zijn geweest en booven dien voor „handiase het Pakhuijs waar in de „ schenkagie goederen geborgen worden en het welk ook voor een school gebruikt word een afdak sal maeken, egaal met dat van het kapitaele rusthuijs„ wiel de school niet groot genoeg is, voor de kinders, en dus den school meester verzogt heeft om dat afdak te willen laaten maeken, 't welk ook booven dien seer te pas zal koomen bij het gaen en koomen van ambassadeurs, om te dienen tot het bergen, van Palmkeins, en slaep plaats voor de koelies, alsoo daar toe plaets te kort schiet. 2:/ Dat hij op het kapitaale rugthuijs een nieuw spanwerk zal leggen. 3:/ Dat hij de timmerlieden en metselaars neevens de materiailen, uitgesondert de houtwerken, die uit de houtkapperij zullen bezorgt worden, zal leeveren en betallen, en wat hij niet kan kreegen, en: t
English
490 The 24th of April 1789: and thus ought to be delivered by the Company, shall serve in reduction of the sum for which he undertakes to make everything. 4th: That he shall be paid for it by the Company fifty-four parras of rice and two hundred fifteen rixdollars in cash. I therefore take the liberty to request Your Right Honorable Worship for permission to enter into an agreement with the said waga as being advantageous, compared to if the work had to be performed by day laborers, while moreover one can be better assured of the quality of the work. 3. The rest house, or actually merely the rooms in which the Kandyan ambassadors must stay overnight at Hangwelle, is not only dilapidated, but also makes the most wretched appearance, as does the small hut in which the compliments are exchanged by our commissioners with the Kandyan envoys, so that both require a necessary improvement. I have therefore agreed with the aforementioned waga 1st: That he shall rebuild the back wall of the rest house, as the present one is unfit, and he shall place the new wall somewhat further back, so as to make it somewhat larger. 2nd: That he shall have a pent roof made in front of the rooms. 3rd: That he shall have a small mandapa made in which the compliments between the envoys and commissioners are exchanged. 4th: That he shall furnish everything necessary thereto, except for timber works, which will be taken from the timber yard, and whatever he might take from the Honorable Company shall be deducted from the agreed sum. 5th: That he shall complete all the aforesaid for eighty-five rixdollars and 22 parras of rice. That it is cheap and might well cost twice as much if it had to be made without the presence of such an interested party is beyond dispute, and consequently I take the liberty to request Your Right Honorable Worship for authorization for the aforesaid contracting out. I furthermore have the honor to call myself with all respect, below stood, Right Honorable Severe High Governing Lord, Your Right Honorable Severe Worship's humble and obedient servant, signed D: T: Fretz. In the margin: Hulftsdorp, the 14th of April 1789. Attached. 491 The 24th of April 1789: Galle Business regarding Having received, alongside the Galle letter of the 7th of this month, a report from the commissioners Bijer and Palm, who inspected the completed excavation in the Moruwa Korale, and an address from the Lieutenant and Land Surveyor Foenander, wherein he refutes certain remarks of the said commissioners, both being inserted below. To the Right Honorable Governing Lord Mr. Christiaen van Angelbeek, Senior Merchant, Second of the Galle Commandment, and Dissave of the Lands of Matara. Right Honorable Governing Lord! The Honorable Worshipful Government of Galle having instructed Your Right Honorable Worship by letter of the 15th of this month to appoint the undersigned of this, Johan Casper Bijer, Lieutenant and Military Commandant, and Matthias Fredrik Palm, Authorized Person, both stationed here, as commissioners for the inspection of the excavation in the Moruwa Korale almost completed by Lieutenant Foenander, we, the undersigned, in compliance with Your Right Honorable Worship's highly esteemed orders, have proceeded to the above-mentioned region and presented ourselves at Dampahale before the person of the Lieutenant Engineer and First Land Surveyor Samuel Pieter Foenander, to whom we showed an extract from their Honorable Worships' aforementioned highly esteemed letter, with the disclosure of our commission, pursuant to which the said Lieutenant brought us to the place where the excavation was made, and first of all to where the dam lay. The said Lieutenant presented us with a cross-section or profile of the dam in figure, according to which the height of this dam is calculated at 36 feet above the bottom of the stagnant water, besides another 6 feet that is embedded in the ground under the water. The top of this dam is 30 rods long and nine feet wide, the same is: the
Dutch transcription
490 Den 24: april 1789: en dus door de Comp: dient geleevert teworden, zal strekken in minde ring van de somma waar voor hij alles aanneemt te maeken. 4:/: Dat hem daar voor door de Kompenie zal voldaan woorden vier en vijftig Parras rijst en rd:s twee hondert vijftien aan Contant. Ik gebruijke der halven de vrijheijd uwel Edele Groot agtb: te verzoeken om verzoeken accoord met gem: waga temogen aangaen als va voordeeligen zijnde, als wanneer het werk door dagloonders moes- „te verrigt worden, terwijl men booven dien zig beeter van de deugd= zaamheijd van het werk kan verzeekert houden. 3. Het rust huijs, of eijgentlijk maar de hamers waar in de kandiase ambassadeurs te hangwelle moeten overnagt blijven, is niet alleen bouwvallig, maar maakt ook eene allerslegtigste vertooning, gelijk ook het kleijne hutje, waar in de Complimenten door onse gecommitteer„ dens met de kandiase gezanten afgehandelt worden, zoo dat het een en ander eene noodsakelijke verbeetering vereijscht, Ik ben het der hal„ ven met voormelde waga eens geworden 1/ Dat hij de agtermuur, van het rusthuijs zal nieuw ophaelen, r weil de tegenswoordige „ onbequaem is en hij de nieuwe muur wat agterwaards zal zetten, om dus wat glooter te doen vallen. 2: Dat hij voor de kamers een asdak zal laaten maeken. kleine 3:/ Dat hij eene „ mandoe zoe laaten maken waar in de Complementen tusschen de gezanten en gecommitteerdens worden afgehandelt. 4:/ Dat hij al het noodige, uitgezondert houtwerken, die uit de houtkapperij zullen genoomen werden, daar toe zal fourneeren, en wat hij van de EComp: mogte neemen zal afgetrokken worden. van de verabhordeerde Somma. 5. Dat hij al het voorsz: zal volvoeren voor rd:s vijfen tagentig en 22: parrat rijst. wel Dat het goedkoop is en wel mogelijk „ eens zoo veel zoude kosten, wan neer het buijten, de teegenwoordigheijd van doo een belanghebber moeste gemaekt worden, is buijten teegenspraek en dien volgens 8 gebruik ik de vrijheijd uwel Edele groot, agtb: te verzoeken om qualificatie tot de voorsz: aanbesteeding Ik heb voorts de eere met alle respect mij te noemen /:onderstont:/ gestr: wel Edele „ Groot agtbaare hoog gebiedende heer ' uwel Edele Gestrenge Groot agtb: onderdanigen en Gehoorzaemen Dienaar /:geteekent:/ D: T: Fretz. (: in margine Hulfts dorp den 14:' April 1789: Nedens. 491 Den 24= April 1789: Gale Besoigne over Neevens gaelse brief van den 7: deeser, ontfangen. zijnde een rapport van de gecommitteerdens Bijer en Palm die de geabsol= „veerde doorgraving in de Morritakorte hebben bezigtigd, en een addres van den Luijtenant en landmeeter Feenander, waar bij hij zeekere opmerkingen van gem: gecommitteerden ontlegd, zijnde bij de hier onder geinsereerd. Aan den Wel Edelen Gebiedenden Heer M:r Christiaen van Angelbeek, opperkoopman sekunde van het gaals kom- 11 mandements en dessave der landen van Mature. Wel Edele Gebiedende Heer! De E: E: agtb: regeering van Gale bij brieve van den 15:' deeser uw wel Edele gebiedende hebbende aangeschreeven om de onder- geteekenden deeses Johan Casper Bijeriluijtenant en Comman- dant Militair en Matthias fredrik Palen, geauthoriseerde, bijde alhier beschijden, te benoemen tot gecommitteerden ter opneeming van de door den luijtenant foenander haes t volbragte doorgraving in de Morruakorle, zoo hebben wij ondergetekenden in voldoeninge aan uwel Ed: gebiedende zeer g'eerde orders, ons naar boovengem: landstreek begeven en ons te Dampahale laaten vinden voor den Perzoon van den luijtenant Jngenieur en Eersten Landmeeter Samuel Pieter Foenander, aan welken wij vertoond hebben, Extrakt uit voorm: hunnner E: E: agtb: zeer ge= eerde missive; met openinge van onse kommissie ingevolge welke gem: luijtenant ons gebragt heeft gehad ter plaetse daar de doorgra= vinge gemaekt is, en wel voor eerst daar do dan lag. gem: luijtenant heeft ons een Coup of doorsnie van den dam in siguur gepresenteert, volgens welke, de hoogte van deesen dan op 36: voeten booven de grond van het stilstaande water, behalven nog 6: voeten die in de grond onder het water gemeltheld is, bereekend wordt. De kap van deese dam is lang 30: roeden en neegen voeten breed, deselve is: de
English
492 The 24th of April 1789: is in straight lines, and of an evenly sloping surface, made in the manner of the ramparts on fortification works; this dam is covered with grass sods, and one could see that care has also been taken by hand to water them, as the sods look quite evenly grown and youthful, which makes a fine appearance. This dam is provided all around at the foot with a berm to the width of 2: rods, and is further well revetted with mud. We found the masonry standing two feet above water. The thickness of this dam is also, in our opinion, more than capable of resisting the pressure of the standing water column against it, and according to what we have inquired there, this dam stands, according to the oldest people, six feet higher than the highest swelling water has ever been there in their memory. Lieutenant Foenander showed us a cleft which he had caused to be cut in steps into a mountain at the north end of this dam, also a canal which he had caused to be dug below it, in order to divert the water running off from the mountains during heavy downpours along another route without affecting the dam. Also on the east side of this dam, one to two feet below the crest of the dam, a ditch or channel was made in order to drain off the water running down there during rainy times in a timely manner, so that it can cause no damage there either. After we had drawn up this and that, we walked along the cutting in order to inspect that great work, which was hewn through heavy cliffs and rocks and has been so successfully executed. The bottom of this cutting is two and a half rods wide; the surface was covered with a kind of whitish clay; the water standing upon it was on the side of the dam 2: 1: 2: 1: ½: 1: gradually decreasing in depth to half a foot; the bottom or the surface is even, and the water had a fairly good runoff, particularly when one approaches the Kattoene river. Where the cutting ends and falls into the Kattoene river, a vertical drop of more than 2: feet high has been left in order to cause the water running out of the cutting to plunge perpendicularly, and to create a swirling motion which no loose earth can resist, but whereby the river becomes deeper from time to time; this water that is discharged along the cutting enters the Kattoene river, and subsequently runs along stony grounds and cliffs toward the vidanie of: 93 The 24th of April 1789: of Kattoene and the Girrewais. We also found the walls or the sides of this cutting trimmed evenly and smoothly in straight lines, which certainly has cost much effort, labor, patience, and the continuous presence of the master of the works. It was nevertheless a pity to see that here and there, on the said walls, some holes were found, some of which were quite remarkably large, measuring indeed 5: 6: 7: yea up to 8: feet in circumference, and were 1: to 1½: feet deep; which holes, if remaining thus, will notoriously during heavy downpours or high water, when the cutting is subject to heavy scouring, cause the upper crust to collapse, whereby at times some slipping of the banks or complete blockage could be caused. The excavated earth from the cutting is placed in heaps five, six, and seven feet away from the bank; we fear, therefore, that in rainy times a large part of this excavated earth will wash down into the canal. There subsequently appeared before us: 1: Kauweragelle Nainde, aged by estimation 65: to 70: years; 2: Attauda Appoe, aged 78: years; 3: Parrege Appoe, aged 55: years, inhabitants of Oeroebokkoe Dambahale; 4: Hiasinge Tantrinainde, aged 76: years; and 5: Abesinge Jajewardene, Aratchy of Kaltere; who, upon the questions put to them, declared that to their memory the highest water has stood no higher than 12: feet above the lowest level of the water before the dam was constructed. They all judge the dam to be a masterpiece, and the cutting to be a most useful work; and they assure that many fields in the vidanie of Kattoene and the Girrewais have initially had pleasing proofs of the good success of this cutting, and they assure that the fields would never have a shortage of water, but that they would profit from the water that comes out of the cutting more at one time of the year and less at the other. In our view, Mr. Foenander deserves all praise for the completion of this great and heavy work. And we heartily wish that the great purpose which was intended with the construction of this cutting may be blessed and crowned with the most fortunate outcomes by Heaven itself.
Dutch transcription
492 Den 24:' April 1789: is in regte linien, en van een Egaal doceerende ofperolakte, op de weijse, als de wallen aan forticikatie werken gemaekt deese dan is met gras zooden bekleed, en men konde zien, dat ook door de hand aangehouden is, met deselve te besproeijen, alsoo de zooden vrij egael„ groeij en Jeugdig inzien, het geen een fraeije vertooning maekt. Deese dam is rondom aan den voet aan een barm voorzien ter breete van 2: roeden verders wel bepaggerd. wij vonden het metzelwerk twee voeten booven water staen. De zwaarte van deese dan is ook naar ons inzien, meer dan bestant teegens het drukken van het daar tegenstaande waterkolom, en volgens het geen wij ons aldaar hebben doen informeeren, staet deese dam naar het zeggen der oudste lieden ses voeten hooger, als het hoogst op zwellend water, hun geheugen, ooijt aldaar geweest is. De luijtenant foenander die ons een kloove zien, die hij aan het noord eijnde van deesedam in een berg heeft doen trappen, ook een kanael die hij daar beneeden heeft toengaeven, om het bij zwaare stort= reegens uit de gebergtens, afloopend water, langs eenen anderen weg zonder den dam aantedoen, afteleijden. ook was aan de oost zijde van deese dam een â twee voeten lager dam de kap , een groepe of greep gemaekt om het daar bij reegen= tijd af loopend water ter Tijden te doen afloopen, zoo datt het daar ook geen schade kan veroorzaken. Na dat wij dit een en ander opgemaekt hadden zijn wij de door welke door zwaare klippen en votsen uitgehou„ gravinge langs gegaen om dat groote werk te bes=thouwen „ zoo geluk= kig uitgevoerd is. De bodem van deese doorgraving is twee van een halve roede breed de oppervlakte was met een zoort van witagtig klij, verdekt, het water dat daar opstont, was aan de zeijde van de dan 2.: 1. 2. 1. ½: 1: tot een half voet allengs kens afneemende diep de bodem of de oppervlakte isegall, en het water had eene tamelijken afloop, voornamentlijk wanneer men de kattoense rivier nadert. t Daar de doorgraeving eindigt, en in de kaltaense rivier valt; is een loodregte val ruijm 2: voeten hoog gelaaten, om het water dat uit de doorgraeving loopt perpende culair te doen storten, en een maling te doen veroorzaeken die geen losse aarde kan tegen staen, maar waar door de rieier van tijd tot tijd dieper wordt, dit water dat langs de doorgraving komt ontlast, zig„n de kattoense rivier, en loopt vervol- „gens lungs steenagtige gronden en klippen na de ridanie van: „ 93 Den 24' April 1789: van kattoene en de Girrewais de wanden of de Leijden deeser doorgrae= vinge vonden wij ook in regte linien egaal en Glad afgestooken, het geen zeeker veor moeilt, arbeijd/ geduld en het geslage bij zijn des werksmeester gekost heeft, Iammer was het nogtans te zien, dat hier en daar, aan gedagte wanden eenige gaten gevonden wierden, waar van eenige vrij aanmerkelijk groot waaren, en wel 5. 6: 7. Ja tot 8: voeten in den omtrek hadden, en 1. tot 1½: voeten diep waaren welke gaaten zoo blijvende notoir bij zwaare start, regens of hoogwater, wanneer de doorgravinge in swaare Schuuring kreijgt, de booven korst zal doen instorten waar door zomtijds eenige Vervlamming of gantsche verstofping: konde veroorsaekt worden. De opgeworpene aarde uit de doorgraving is vijf, ses en zeeven voeten verre van de oever op hoopen gelegd; wij vreesen, dus dat bij reegen tijden een groot gedeelte van deese opgeworpene aarde in het kanael sal afspoelen. Compareerden vervolgens voor ons. en 1: kauweragelle Nainde oud na gissing 65. â 70. Iaaren - — 2: attauda appoe oud 78. Iaaren. . inwoonders van oeroebokkoe 3. Parrege appae oud 55: Jaaren. Dambahale. t Hiasinge tantrinainde oud 76: Iaeren en- . ƒ 5. Abesinge Iajewardene arraetje van kaltere, welke op de gedaene vraegen, verklaarden dat naar hun geheugen het hoogste water niet hooger dan 12: voeten over het laagste hori zont van 't water voor dat de dam gelegd was, gestlaan heeft de dam keuren zij alle voor een meester stuk, de doorgraeving als een allernuttigst werk; en verzeekeren dat veele velden in de vidanie van kattoene en de girewais, aanvankelijk - pleijde preu wen van 't goed succes deeser doorgravinge gehad hebben, en zij verzeekeren dat de velden nimmer gebrek aan water zoude hebben maar dat ze van het water dat uit de doorgravinge komt de eenehijd van het Jaar meer en de andere minder zoude profiteeren. Naar ons inzien verdiend de heer faenandzr alle los weegens 't voltooijen van dit groote en zwaare werk En wij wenschen hartelijk, dat 't groote oogmerk, 't welk met 't aanlegger van deese doorgravinge bedoelt is geworden, mag gezee 's „gent en met de allergelukkigste uitkomsten van den heme zelve bekroond worden be wij el
English
4921 The 24th April 1789: We hope herewith to have complied with your Right Honourable's very respected orders, and have the honour for the rest to be with the highest esteem, below stood, Right Honourable Sir, your Right Honourable's humble and obedient servants, was signed J: C: Bijer and M: C: Palin, in the margin Mature the 2nd April 1789: To the Right Honourable Sir Mr. Christiaen van Angelbeek Senior Merchant, Dissave etc: Right Honourable Sir! Pursuant to your Right Honourable's favourable order to reply to the following two remarks of the gentlemen commissioners who surveyed the excavation, namely: "It was nevertheless to be seen, that here and there along the said banks some holes were found, whereof some were rather remarkably large and indeed were 5, 6, 7, yes up to 8 feet in circumference and were 1 to 1½ feet deep, which holes, if remaining so, notoriously in heavy downpours of rain, or high water when the excavation once gets true scouring, will cause the upper crust to collapse, whereby sometimes some blockage or complete obstruction could be caused. The excavated earth from the excavation is placed five, six to seven feet from the bank or in heaps, we fear thus that in rainy times a large part of this excavated earth will wash down into the canal." The banks of the excavation everywhere have a sufficient slope where there is firm earth, but in some places where there is heavy silt earth and loose soil, the gentlemen have not incorrectly remarked that some earth has collapsed here and there, caused partly by some watercourses that discharge into the new river, partly by the treading of the cattle, which continually seek to enter the excavation because: 495 The 24th April 1789. because of the water; and partly because of the softness of the earth, which being softened and dissolved by rainwater cannot support itself, some does indeed wash in. No earth or sand has collapsed that is not loose, and that was not dissolved by the water; if it is so soft that it cannot withstand rainwater, it will not remain lying in a river that has a 9½ feet fall either, thus a scouring from water swelling higher will not only carry away the collapsed earth, but break and take with it even much more. In the same proportion as the water column rises, the velocity also increases, and the pressing weight on the bottom is also increasing; it was very different if the discharge was without any particular fall, because the water could have no power to carry anything away with it, but in this excavation there is an even bottom without the least obstacles, and that must make this excavation deeper from time to time, but not shallower, still less choked, and not at all obstructed; your Right Honourable only needs to observe all rivers that have any slope or fall, that it is only in such places where there is no great current in the water that any land will settle, whereas in all places where there are falls, only the rocks remain that are so large that they are able to withstand the force of the water. Regarding the excavated earth, the commissioners have wrongly seen fit to remark that it lies only 5, 6 to 7 feet wide from the bank; the deeper the excavation is, the higher that excavated earth lies, and the further the heaps are also from the banks; at the deepest places of the excavation, it lies fully 4 to 5 rods from the bank, as your Right Honourable may please to see on the plan of the sown fields lost by the excavation, where it is clearly marked with the widest slopes of excavated earth. The excavated earth indeed has a steep slope on the outer side, but on the side of the excavation it is no steeper than that the labourers were able to come up with the baskets, and thus not steeper than that one can easily walk up and down there; regarding the washing in of this earth into the excavation, I see no other reasons [illegible]
Dutch transcription
4921 Den 24:' April 1789: Wij verhoopen hiermeede aan uwel Ed: gebiedende zeer ge eerde ordres voldaan te hebben, en hebbe de eere voor het overige met de meeste hoog agting te zijn /:onderstont:/ wel Edele Gebiedende heer, uw wel Ed: gebiedendens onderdanige en gehoorzaeme dienaeren /:was getekent:/ J: C: Bijer en M: C: Palin /:in margine:/ Mature den 2:' April 1789: Aan den wel Edelen Gebiedenden Heer M:r Christiaen van Angelbeek opperkoopman dessave etc: Wel Edele Gebiedende Heer! Ingevolge uwer wel Ed: gebiedende gunstige dem beveeling om te antwoorden op de twee volgende aanmerkingen van heere gecommitteerdens die de doorgraving hebben opgenoomen, nament „lijk Tammer was het nogtans tezien, dat huer en daere aangedag= „te wanden eenige godten gevonden wierd, waar van eenige vrij aanmerkelijks groott waaren en wel 5: 6: 7. Ja tot 8. voeten in den omtrek Radden en 1. tot 1:½. voeten, diep waaren, welke gaaten, zoo blijvende notoir bij hwaare stort reegens, of hoog water wanneer de doorgraving eens waare scheuring kreijgt de boven korst zal= doen instouten, waar door zomtijds eenige vervlamming of grutsche verstofping konde veroorzaakt werden. De opgeworpene aarde uit de doorgraeving is vijf ses à' zeever vaten waar van de oever of hoopen gelegd wij vreesen dus dat bij roegen tijde een groot gedeelte van deese opgeworpene aarde in het tonnaal zal afspoeden. — De oevers van de doorgraevinge hebben over al een genoeg doende doceering daar aan vaste aarde is, maar op eenige plaetsen, daar zwaarte slik aarde en losse Land is hebben de heeren niet ten onregten aangemerkt, dat er hier en daar eenige aarde is, ingestort, veroorzaekt gedeeltelijk, van eenige water loopen, die zig in de nieuwe rivier ontlasten gedeeltelijk door het trappen van de beifsels, die geduurig in de doorgraaving weegens: 495 Den 24. April 1789. weegens het waater, zoeken te koomen; en gedeeltelijk weegens de logheid der aarde die door reegen water week en opgelost zijnde zig zelve niet daegen kan wel iets nispoelt„ Geen aarde of zand is ingestort die niet Los is, en die niet door 't water wierd opgelost, als deselve zoo week is, dat ze het regen= water niet kan tregenstaen, zoo zal deselve in een rierier die 9. ½. voeten doceering heeft ook niet blijven leggen dus een schuuring van een„ hooger op zwvellend water, zal niet alleen de ingevallene aan de Land waar zelfs nog veel meer breeken en meede neemen. In de zelfde eevenreedigheijd, als de water Colom rijst zoo neemt ook de haestigheijd Hoe en het drukkend gewigt is er ook op de bodem toenoemend heel anders was het als de afloop zonder eenig bij zondere veel was, wijl het water door geene kragt konde hebben om iets niet zeg wig te voeren, maar in deese doorgraeping is een egael bodem zonder de minste verhinderingen en dat moet deese doorgraebing van tijd tot tijd dieper maar, niet ondeeper werden nog minder verlommen en gantsch niet versloppen uwel Ed: geliedende gebieft alleen op alle rivieren teletten, die eenig doceering of vel hebben dat het alloon op zodanige plaetse daar geen groote loop in het water is eenig land zig zal leggen, waar op alle plaatsen, daar vallen zijn blijven alleen de klippen over die zoo groot zijn, dat zeir staat konnen weesen om tde forsch van 't water teegen te staen. omtrent de opgeworpene aarde, zoo hebben gecommitteerdens ten opzeg- ten gelievlen aan temerken dat denselven tot 5. 6: â 7. voeten breed van den oever aflegd hoe diepen de doorgroening is hoe hooger legt die op geworpene aarde, en hoe verdre zijn ook de hoopen van den olvers of, op de diepste plaetsen der doorgraaving legt deselve wel 4: â 5: roeden van den oever af: zoo als uwel Ed: gebiedende op het plan van de door de Doorgraeving verloorde zaeijvelden gelieft te zien, alwaar de selve duijdelijk met de breedste doreinge deoceeringen opgeworpe aarde afgeteekend is. De opgeworpene aarde heeft wel aan den buijlen kant een stijle Soo- „ceering maar aan de zyde van de doorgraeving is deselve met stijlden als dat de arbeijders met de manden hebben konnen opkoomen, en dus niet stijlden, als dat men daar gemakkelijk kan op en afgaen, wee „gens het inspoelen van deese aarde doorgralping zoo zie ik geen andere beweegreedn den zoo wanneer t zal ƒ 20 nde ing F
English
496 The 24th April 1789: motive for this washing away than the rainwater that might fall upon the raised earth itself; but since the weight and speed of this water can carry along nothing more than what is proportional to its force, and also that everything that would flow down with it is buoyant, I see no reason to think that it can collapse any more than what will be washed away by the same downpour into a swift-flowing river. Herewith I hope to have complied with Your Honour's commanding order, and in this expectation I remain with the highest esteem, below stood, Right Honourable Commanding Sir, Your Honour's humble servant, signed P: Toenander, in margin, Matara the 2nd April 1789. After deliberation, it was approved and resolved, in response to the report of the aforesaid commission and notwithstanding the clarifications provided by Lieutenant Toenander to the objections raised by them, to recommend to the Galle servants to keep a constant eye on this work, in order to be able to provide prompt remedies for anything that might in time impede the operation of this canal. In addition to the aforementioned Galle letter, a petition was received from the often-mentioned surveyor Toenander, accompanied by a map and description, indicating which sowing fields have been lost due to the aforesaid excavation, along with the submission of the request of their owners to be allowed to obtain other Company sowing fields in the Morua Corle in place of their lost fields, and to cast a favourable reflection upon the losses they have suffered thereby over the last two years. And as the Galle servants have supported the request of the aforesaid inhabitants, pointing out at the same time that the inhabitants of the Morua Corle derive not the slightest benefit from the aforesaid [illegible] 299 The 24th April 1789. aforesaid excavation. In the confidence that they will have taken into account the considerations of the Honourable Matara Dessave van Angelbeek, it was approved and resolved to authorize them to charge the said Honourable Dessave with making such arrangements, subject to the further approval of this government, for the indemnification of the inhabitants prejudiced thereby, as he shall deem equitable. Thus done and resolved in the Castle of Colombo, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W: J: van de Graaff, M:s P:s Raket, J: P: C:n Tilenius, J:s Reintous, B: L: van Zitter, M:n Samlant, and J:s A:s Vollenhoven. Resolution 498 Wednesday the 29th April Anno 1789: Present The Right Honourable Governor Willem Jacob van de Graaff, The Honourable Delegated Galle Commander Peter Sluijsken, The Honourable Chief Administrator Matthaeus Petrus Raket, The Honourable Dessave Diderich Thomas Fretz, The Honourable First Warehouse Keeper Johannes Reintous, The Honourable Secretary Benedictus Lamb:s van Zitter, The Honourable Trade Bookkeeper Abraham Samlant, The Honourable Fiscal Johannes Adrianus Vollenhoven. Absent: The Honourable Titular Lieutenant Colonel Jan Philip Christiaan Tilenius, The Honourable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst. The Galle servants having communicated by letter of the 27th of this month that the Honourable Matara Dessave van Angelbeek had represented to them that, as long as the excavation in the Morua Corle was in progress, His Honour had not been able to employ for the service of the cinnamon and other plantations more than a few ranks of Lascarins and some Jaggery people of Nacimeme, as well as some people of the Gajanayake, besides which the meager supply of grains had also not permitted the employment of more people for that purpose; requesting that, now that the work of the excavation is completed and a good harvest has yielded a sufficient supply of grains, His Honour might be granted authorization to enlist 800 or 1000 head on the usual maintenance allowances, both for improving and preparing Resolution taken in Council of Ceylon concerning the Native Department. the already established plantations as well as for extending the same. 499 The 29th April 1789: Resolution. After deliberation, it was approved and resolved to authorize the said Honourable Dessave to enlist the necessary servants up to 800 to 1000 head, according to necessity, on the usual maintenance allowances, for the labour on the cinnamon and other plantations, as proposed by him; provided that His Honour govern himself therein according to the supply of grain that will be on hand in the Matara district, and provided that cinnamon cultivation always remains the first and foremost point in this matter, insofar as good plots of land are found for it. Thus done and resolved in the Castle of Colombo, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W: J: van de Graaff, P:r Sluijsken, M:s P: Raket, D: T: Fretz, J:s Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlant, and J:s A:s Vollenhoven. 769
Dutch transcription
496 Den 24:' April 1789: beweereeden, tot deese afs poelinge als het regen water dat op de opgeworpene aarde zelve mogte vallen, maar wijl het gewigt, en de haestigheijd van dit water niets meer kan meede vaeren als evenreedig tot desselfs kragt, en ook dat al het geene dat daarmeede naar beneeden zoude vloeijen, Vlooij baar is, zoo zie ik geen reeden om te denken, dat het meer kan invallen, als met deselve slagreegen in een sterk lopend rivier zal weg Coopen„ Hiermeede hoope ik aan uw Ed: gebiedende beveel voldaen te hebben en in deese verwagting blijve ik met de meeste hoog-agting /:onderstont:/ wel Ed: gebiedende Heer uwel Ed: gebiedende ootmoedige dienaar /:geteekent:/ P: Toenander /: in Margine :/ Mature den 2:' april 1789: Is na deliberatie goedgevonden en verstaen, te berigten in het reap= „port van de voorsz: Commissie, en onvermindert de ophelderingen, die de luijtenant Toenander gegeven heeft, op de door hun ge= opperde bedenkingen, den bedoenden te gale aan te beveelen, om steeds 't oog op dit werk te doen houden, ten eijnde spoedig te kunnen voorzien in al het geen 't essekt van deese sprunt in der tijd zoude kunnen verhinderen Nog is neevens voorm: Gaelse brief, ontvangen een addres van meerm: landmeeter Toenandir, verzelt van een kaart en beschrijving, aan wijzende welke Zaeijvelden door de vorsz: doorgraeving zijn, verloo= ren gegaan, onder voordragt levens van het verzoek van derzelver eijgenaars, om voor hunne verloorene velden, andere Comp:s Zaeijvelden in de Morruakorle te moogen bekoomen en eene gunstige resliksie te willen slaan op de verliesen die ze daar door in de laeste twee Jaaren hebben onder- En wijl de gadlse bedienden 't verzoek der voorsz: ingezeetenen hebben ondersteund, miet aanwijzing teffens dat de inw=s van de morruakorle geen de minste voordeelen van de „gaen. voorsz: —. 299 Vif Den 24:' April 1789. voorsz: doorgraeving hebben. Is in vertrouwen dat ze daar omtrent zullen hebben ingenoomen de Consideratien van den E: Matureesche dessave van Angelbeek goedgevonden en verstaan, hun te quali= ficeeren, om deen gemelde E: Dessave op tedraegen 't mae= ken van zodanige schikkingen, op de nadere approbatie deeser regeering, ter schadeloos stelling van de daar door benadeelde ingezeetenen, als hij billijk zoude Aldus Gedaan en de Geresolveert in het kasteel Kolombo, ten daege Maend en Jaere voorsz: (: was ge= teekend: /: W: J: van de Graaff, M:s P:s Bakel, J: P: C:n Tilenius, J:s Reintous, B: L: van Litter, M:n Samlant, en J:s A:t vollenhoven. Resolutie oordeelen. 498 Woensdag den 29:' April Anno 1789: Present Den wel Edelen groot agtb: heer gouverneur - - - - - Willem Jacob van de Graeff, e Den heer gullegeerd Gaals Commandeur - - - - Peter Sluijsken. Den E: geligewd: Hoof administrateur - . Matthous Petrus Raket, Den E: dessave = - - - - _ _ _ _ Diderich Thomas Faetz: Den E: Eerste Pakhuijsmeester - - - - - Iohannas Reintous, Den E: Sekretaris - - _ _ _ - - - - - - - Benediklus Lamb:s van Litter, Den E: Negotie boekhouder - - - - - - Abraham Samlant. Den E: fiscaal - - _ _ _ _ _ _ Johannes Adrianus vollenhoven. absent. Den E: Titulair Luijtenant Collonal Jan Philip Christiaan Filenieus Den E. Zoldij boekhouder - - - - - - - - Gerrits Engel Holst, De gaalsche bedienden bij brieve van den 27:' deeser bedeelt hebbende, dat d' E: Matureese Desseve van Angelbeek aan hun had vertoond, dat zijn E:, zoo lange de doorgraving in de Morriakorle onderhanden, was, ten dienste van de kan= neel en andere plantagien, niet meer dan eenige randjes Laskro= rijns en eenige Jagereros van Nacimeme, als meede eenige vol= keren van de Gasenaik hadde konnen gebruijken, behalven dat ook de geringe voorraed van Graenen, niet had toegelaaten om meerder voek daar toe te emploijeeren, met verzoek, dat, wijl nu het werk der doorgraeving volbragt is, en een goede oegst eene genoegzaeme voorraed van Graenen op geworpen heeft, aan zijn E: qualificatie mogte gegeven werden, om 800: of 1000. koppen, zoo tot het verbeeteren en in staet brengen Resolutie genoomen in raede van Ceilon over het inlands Departement. der: E op 499 Den 29e' April 1789: Resolutie. der reeds aangelegde plantagien als ook tot het vermierderen derselven, opgewoone mainctementos te moogen in dienst neemen. Is na deliberatie goedgevonden en verstaen gem: E: dessave te qualificeeren, om volgens desselfs voorstol, de nodige dienste „lingen tot 800: â 1000. koppen, toe, naer maete van de nood zal: moogen kelijkheijd in dienst te neemen, voor de gewoone mainkte„ „mentos, tot den arbeijd aan de Canneel en andere plantagien, mits, zijn E: daar in zeg reguleeren naar den voorraed van graanen, die in het matureesche aanhanden zal zijn; en mits dat altoos, de kanneel kultivie het eerste en voor naamste poinct in deese blijft uitmaaken, in zoo verre daar toe goede stukken gronds gevonden worden. Aldus gedaen ende Gerepeveert in het Crasteel Kolombo ten daage Maend en jaere voorsz: /:was geteekent:/ W: J:b van de Graeff, P:r Sluijsken, M:s P: Raket, D: T: Fretz: J:s Speintous, B: L: van Zelter, A: sam lant, en J:t A:s vollenhooven. 769 „
English
500 Sunday the 10th of May Anno 1789: Present. The Honorable, Highly Esteemed Lord Governor Willem Jacob van de Graeff, The Honorable Lord Elected Galle Commander Peter Sluijsken, The Honorable Elected Chief Administrator Mattheus Petrus Raket, The Honorable Dessave Diderich Thomas Fretz, The Honorable Titular Lieutenant Colonel Jan Philip Christiaen Filenius, The Honorable First Warehouse Master Johannes Reentous, The Honorable Secretary Benediktus Lambertus van Letter, The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant, The Honorable Fiscal Johannes Adrianus Vollenhoven, The Honorable Paymaster Gerrit Engel Hoeft. Absent. Upon the report following hereafter, the mudaliyars Wijewardene Baendaranaijke of the Hina Korle and Wijesinge, Hoenetilleke of the Hewegamkorle, were commissioned by the Honorable Dessave by order of the Lord Governor, to investigate of what use it might be to have the old dam mentioned in the first-mentioned report restored, which both mudaliyars have submitted, the two reports further inserted below. Translation of the Sinhalese ola. Resolution taken in the Council of Ceylon concerning the Native Department. We the undersigned vidane and prominent villagers of the dispensary 501. The 10th of May 1789. village of Moelhiriawe give notice in writing that it has come to our ears by oral recount of the elders, that on an occasion when this land had belonged to Kandy, a certain king named Wapa Ratjoeroewe constructed a dam at the very place, both with cut and broken rock stones as well as with earth, the same being about 3/8 mile long, 8 fathoms wide, and about 3 fathoms high, and thereby the fields of about 500 ammunams were supplied with necessary water channels and sown, but now some places of this dam are broken, and the water flows out of 7 places which together are about 53 fathoms long, 8 fathoms wide, and 3 fathoms high, thus we think that in case those places were stopped up, the water would then remain full as before and the fields could be provided with the same and sown; likewise the same is useful for the crop which is spoiled by the drought, and not only that, but the necessary timber along with charcoal, bamboos, and rattans can also be easily fetched for the Company from distant forests, which up to the present has not been brought; with the improvement of this dam there nevertheless remain underwater sown lands to the extent of about 14 ammunams of both ande and ottoe fields, alongside some lower places in the small cinnamon garden of the Lord Dessave situated at Debiddehore, yet those places of the cinnamon garden can be protected therefrom by constructing some dikes, thus with the dispatch of a knowledgeable commission it will become extensively apparent what benefits the Company and inhabitants shall derive therefrom. This ola was signed on the 28th of March 1789 by Don Abraham, vidane of the aforesaid village, Mahagoddigeij Andries, Lekam Polwattege Adriaen Perera kangaen, Heweganmegeij Adriaen Braes kangaen, and Desinge Pateregeij Anthonij Perera; signed: Don Abraham, Andries, a cross and written around it this is the mark of Adriaen, Anthonij Perera, and a cross and written around it this mark is of Adriaen. The 10th of May 1789: To the Honorable, Highly Esteemed Lord Willem Jacob van de Graeff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its Dependencies. Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord, We have the high honor, regarding the findings of the dams that are constructed in the dispensary village of Moelhiriawe situated under the Adikari Pattu of the Hewegam Korle, hereby to provide Your Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord with a report. The first large dam is about 3/8 mile long and begins in the east at a kanatte of a certain Chalia named Thomisa situated in the village of Welicette under the Palle Pattu, and ends at a high Pittewile situated under the Adikari Pattu of the aforesaid korle; hereafter follow the broken places of this dam, specifying their length, width, and height, and lowered grounds that must be filled up. A broken place called Koeroendoegahakapalle 8 fathoms wide, 12 fathoms long, and 3 fathoms high, and the lowered dam standing next to it on the east side, 6 fathoms long and 1 fathom high. A broken place called Kiemboelkapalle 8 fathoms wide, 3 fathoms long, and 3 fathoms high. A broken place close by on the east side 8 fathoms wide, 3 fathoms long, and 2 fathoms high, and from there on the south side a lowered spot is 12 fathoms long and 1 fathom high, and likewise toward the west side for a length of 86 fathoms and 2 cobidos high. A broken place Kikgahakapalle 8 fathoms wide, 3 fathoms long, and 1 ½ fathoms high. A broken place Kopdekapalle 8 fathoms wide, 3 fathoms long, and 3 fathoms high. A broken place Kosgahakapalle 8 fathoms wide, 3 fathoms long, and 2 fathoms high. A broken place Halgahacapalle 8 fathoms wide, 6 fathoms long, and 2 fathoms high. A broken place Aandekapalle 10 fathoms wide, 12 fathoms long, and 3 fathoms high. A broken place Rabbigoedekapalle 10 fathoms wide, 18 fathoms long, and 5 fathoms high. From this place up to the large river is a trench 195 fathoms long, alongside a dam constructed by the highway in order to have firewood and charcoal fetched for the Honorable Company; if this dam were enlarged by a further 2 fathoms high, 8 fathoms wide, and 14 fathoms long, it would not then be necessary Balbigodde
Dutch transcription
500 Sondag den 10:' Maij Anno 1789: Present. Den wel Ed: groot agtb: heer gouverneur Willem Jacob van de Graeff, Den E: heer g:' Eligeerd Gaals Commandur Peter Sluijsken, Den E: g'eligeerd hoofd administriteur - - - Mattheus Petrus Raket, Den E: dessave - - - - - - - - - - - Diderich Thonas Fretz: Den E: Tituliir luijtenant Collonel Jan Philip Christiaen Filenius, Den E: eerste Pakhuijsmeester - - - - - Johanna Reentous, Den E: Sekretaris - - - - - - - - Benediktus Lamb:s van Letter Den E: Negotie boekhouder - - - - - Abraham Samlant, Den E: fiscael - - _ _ _ _ _ Johannes Adrianius Vollenhoven Den E: Soldij beschouder - - - - - Gerrit Engel Hoeft. Absent op het hier onder volgende berigt zijn door de E: dessave ter order van den heer gouverneur gekommitteerd de modliaars wijewardene Baendaranaijke van de hina Cerl en wijesinge, Hoenetilleke van de Gewegamhove, om te onderzoeken van wat nit het zoude kunnen zijn, om te doen herstellen de oude Dain by het eerst: gem: berigt vermeld, en welke beijde mod:t hebben ingediend, de twee nog hier onder geinsereerd berigten Translaat singaleise olae. Wij ondergetekende vidaen en voornaeme dorpelinge van 't dis= Resolutie genoomen in raede van Ceilon over het inlands departement. „pens: op. 501. Den 10:' Maij 1789. pens dorp Moelhiriawe geeven schriftelijk te kennen, dat ons door mondelinge vertelling derouden ter ooren gekoomen te hebben, als bij geleegentheijd dit land aan kundia had gehoord heeft toen zeekeren koning, met naam wapa Ratjoeroewe, eene dam„ zoo met gekapte en gebrookene klip steenen, als met aarde ter „omtrend selver plaatse aangelegte, zijnde deselve lang„ /8. mijl breed 8: en hoog omtrent 3. vaemen en is daarmeede de velden van omtrent 500: amm:s met nodige vaaten voorzien en bezaeijt geworden maar nu eenige plaatsen van deese dan gebrooken is, en hoopen het water van 7. plaetsen die te zaemen lang omtrent 53: breed 8 en lang 3. vaamen dus denken wij dat ingevalle die plaets sen mogte toegestopt worden zoude als dan gelijk voor het water vol blijven en de velden met het selve voorzien en bezaelt kunnen worden, zoo meede is deselve nuttig voor het gewasch 't welk miet de droogte word bedorven, niet alleen maar ook kan gemakkelijk voor de Comp: afhaalen de noodigehout werken neevens houds kool Pambe en rottings uit verrege leegene bosschen, waar van tot heeden niet gebragt is met de verbeetering van deese dan nogtans blijven onder water ter groote van omtrent 14. ann:s gezaeij zoo ande als ottoe velden, neevens eenige laeger plaetsen in de klein kaneel thuijn van den heer Dessave geleegen te Debiddehore egter kunnen die plact=z „sen van de kanneel thuijn daar van bevrijden, leggende, eenige dijken aan dus met de afzending van eene saek kundige Commissie zal wij dloopig koomen te blijken, wat voordeelen de Comp: en ingezeetenen hier bij trekken zullen. Deese ola is onderteekent op den 28:' Maart 1789: door DonAbra „ham vidaem van voorm: Dorp Mahagoddigeij Andries Lee Leekeme Polwvattege Adriaen Perera kangaen Heweganmegeij Adriaen Braes kangaen en Desinge Pateregeij Anthonij Perera /:geteekent:/ Don Abraham Andries, een kruijs en daaromme geschreeven di 't merk is van Adriaen Anthonij Perera en een kruijs en daaromme geschreeven dit merk is van Adriaen. S Aan: Den 10:' Maij 1789: Aan den wel Edelen groot agtb: Heer Willem Jacob van de Graaff, raad ordinair van nederlands Jndia gouver= neur en direbiteur, van het eiland Ceilon met dies onderhoorigheeden. Wel Edele Groot agtb: hoog gebiedende Heer Wij hebben de hooge eere uwel Edele groot agtb: hoog gebiedende noopens de bevinding van de dammen die in het dispens driep Moelhiriawe geleegen onder de adikaripattoe van de hewegamkonle zijn gemaekt, mits deesen van berigt te dienen De eerste groote dam is lang omtrent 3/8. mijl en begint hen oosten bij een kanatte van zekeren Chalia genaamt Thomisa geleegen in 't dorp weliciette onder de pacepattoe, en eijndigt bij een hoogste Pitte wile geleegen onder de adikarie pattoe van gem: korle hier na volgen de gebrookene plaatsen van deese dam bepalende derselfde lengte breedte en hoogte en verlaegde gronden, die opgevue 't moeten worden. Een gebrookene plaats. gen:t Koeroendoe gakakapalle breed 8: „lang 12: en hoog 3: vaemen en de daar bij aan de oostzijde staen „de verlaegde dan lang 6. en hoog 1. vaem. Een gebrookene plaats genaamt kiemboel kapalle breed 8: lang 3: en hoog 3: valuen. Een digte bij aan de 0. kant, gebrookene plaats breed 8. lang3: en hoog 2: vaansen en van daar aan de 3: zijde verlaegde plek, is lang 12. en hoog 1: vrem en insgelijks na de westkant ter lengte van 86: vaamen en hoog 2. kobidos. Een gebrookene plaats kikgahakapalle breed 8: lang 3: en hoog 1. ½ Een gebrookene plaats kopde kapalle breed 8: lang 3: en hoog 3: r„m Een gebrookene plaats kosgaha kapale breed 8: lang. 3: en hoog 2: v:m Een gebrookene plaats halgahacapalle breed 8. lang 6: en hoog 2: r„m Een gebrookene plaets Aandekapalle breed 10. lang 12. en hoog 3. r:m Een gebrookenet plaats Rabbigoede kapalle breed 10. lang 18. en hoog 5: r:m van deese plaats tot aan de grootte rivier is een doorgraving lang 195: vaemen nevens een dan aan 's heeren weg gemaakt ten eijnde om brandhout en houdskool voor d' E: komp: te doen afhaelen, zoo deese dam nog hoog 2= breed 8: en lang 14. vaemen ver= „groot, mogte werden zoude als dan niet nodig weesen Balbi godde
English
The 10th of May 1789: to repair breaches of godde kapelles, and such could also, once repaired, not be maintained. A broken place, kalogal kapalle, 8 fathoms wide, 6 fathoms long, and 3 kobidos high. A broken place, Makoeloegahakapelle, 8 fathoms long, 3 wide, and 1 fathom high. A sunken ground, Sitte wille moele, 15 fathoms long, 4 wide, and 1 fathom high. A made opening in the dam, 7 fathoms wide and 2 fathoms high, in order to let the water run into the small or outer tank, for which a sluice ought to be made de novo. With the repair of this dam, the fields of 180 amonams or somewhat more will come under water, but of these no more than 16 amonams are currently sown; however, these 16 amonams can be sown for the monsoon Moettjes. In case a cut is made along the aforementioned kanatte of Thoninsa, one can then drain the excess water of the lake into the water that flows into the cinnamon garden. The second dam of the small tank is situated 180 fathoms distant from the place mentioned hereinbefore. This dam begins on the east at the garden of a gamege kalve appoe vainde, and ends at a height situated at Ponnegaha oewitte, over a length of 7/8 mile. Now follow herewith the broken places of this dam, defining their length, width, and height, as well as the sunken grounds that would have to be filled up, as: A broken place named Halgahakapulle, 8 fathoms wide, 14 long, and 1 1/2 fathom high. A broken place, Indoeroewale kapalle, 23 fathoms long, 8 wide, and [illegible] high. A broken [illegible], 12 fathoms long, 4 fathoms wide, and 2 kobidos high. A broken place, Badoelle jaso kapelle, 16 fathoms long, [illegible] wide, and 1 fathom high. A broken place, Tittiwaene kapelle, 8 fathoms long and 2 fathoms high; here it is necessary that a sluice be made. A broken place, wanewole kapalle, 6 fathoms long, 8 wide, and 2 fathoms high. With the repair of this dam, the fields of 15 amonams sowing will come under water, but of these no more than 12 amonams and 26 koernies are currently sown; however, the same can be sown for the Monsoon Moettis, and the water must also be led from the large into the small lake. Upon our inquiry, it was declared by the vidana of the aforementioned dispens-village and by other knowledgeable people that with these repairs: 502 The 10th of May 1789. repairs, the ottoe and Ratnin fields of 40 amonams, which are currently sown with rainwater, alongside the owitties to the extent of 95 amonams which are sown dry once every 2 to 3 years, could be made into mud fields and be sown for the Monsoon Maha. Likewise, the vidana arachchi of Ambatle and other knowledgeable people say that from kleene moelle up to the Pass Naklegam there are fields of more than 300 amonams to be found which are sown with rainwater, alongside owittes to the extent of 100 amonams which are sown dry once every 2 to 3 years, all of which could be made into mud fields and sown; likewise the vidana of the Palepattoe and other people declare that the fields belonging to the koetie to the extent of 5 amonams which are sown with rainwater, alongside owittes to the extent of 15 amonams which were sown dry, could be made into mud fields and sown, although at first it is certainly not possible to determine the extent of the fields onto which one can let water run before and until the water is taken into the fields; besides this, it was testified by the goiyas that from the fields which they sow with rainwater they have obtained no profit or seed corn for 4 to 5 years. From all this, the undersigned hope that with the repair of this work both the Honorable Company and the inhabitants will suffer no loss, and moreover that the timber, firewood, and charcoal can easily be brought for the Honorable Company from a mile away from the river. Furthermore, we have the honor to sign this with all high esteem. Below stood: Right Honorable, Highly Commanded Lord, Your Right Honorable, Highly Commanded obedient servant. Signed: D. d. Dias and S. Perera. In the margin: Colombo, the 20th of December 1789. To the Right Honorable Lord Willem Jacob van de Graeff, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies. Right Honorable, Highly Commanded Lord, We, Wijewardene Bandarenaike, mudaliyar, and Wijesinge Goenetilleke, mudaliyar, submit in all respect a report regarding the commission entrusted to us: That all the mud and owitte fields of the village willewitte on the east, the stream of Pass Naklegam on the west, the stream
Dutch transcription
Den 10:' Maij 1789: „godde kapelles brouke te verbeeteren, en sulks kin ook verbeetert zijnde niet bewaart worden. Een gebrookene plaats kalogal kapalle breed 8: en lang6: vaamen en hoog 3: kobidos Een gebrookene plaats Makoeloegahakapelle alle lang 8: breed 3. en hoog 1. vaem. Een verlaegde grond Sitte wille moele lang 15. breed 4: en hoog 1: v=m Een gemaekte opening aan de dam breed7: en hoog 2: aamen ten eijnde om het water in de kleijne of buijten tank telaaten loopen, waar toe een sluijs de novo dient gemaekt teworden. Met de verbeetering van deese dan koomen onder water de volden van 180: amm:s of iets meer dog daar van worden tans niet meer be- Kaeit, dan 16: amm:s egter kan deese 16. amm:s bezueit worden voor de mosson Moettjes. Ingevallen een doorgrawving wordt gemaekt langs voorm: kanatte van Thoninsa, en deselve kan men als dan doen afloopen het meerder water van het lak, in 't water die de kanneel thuijn inloopt De tweede dam van de kleijne tank is geleegen 180. vaemen verre van de plaats hier vooren vermeld, Deese dan begint ten oosten bij de thuijn van een gamege kalve appoe vainde, en eijndigt bij een hoogte geleegen te Ponnegaha oewitte ter lengte van 7/8. mijl Nu volgen hier bij de gebrookene plaetsen van deese dan, bepalende derselver lengte, breedte en hoogte, zoo meede de verlaegde gronden die opgevult zouden moeten worden als. Een gebrookene plaets gen=t Halgahakapulle breed 8. lang 14. en hoog 1 1/½2 v=m Een gebrookene plaats Indoeroewale kapalle lang 23. breed 8: - en hoog Een gebrookene eaatondi aoele embere lang 12. opbreed 4 „m en hoog 2: hobidos Een gebrookene plaats Badoelle jaso kapelle lang 16. breed en hoog 1: :m Een gebrookeeng plaats Tittiwaene kapelle lang 8: en hoog 2: v:m hier is nodig dat een sluijs gemaekt worde. Een gebrooke Plaats wanewole kapalle lang 6: breed 8. en hoog Z: V:m Met de verbeetering van deese dam koomen onder water de velden van 15: amm:s gezaeij, dog daar van werd: thans niet bezaeit dan 12. amm:s en 26. koernies egter kan deselve voor de Mousson Moettis besaut worden, en ook moet het water uit de groote in 't beleijne Lak geleed worden. op ons gedaene afvraege is door de vidaen van het voorm: dispens „dorp, en door andere kundige lieden verklaart, dat met deese verboeteringe: ƒ 502 Den 10:' Maij 1789. verbeeteringen de ottoe en Ratnin de velden van 40: amm:s die tans met reegen water neevens de awitties ter groote, van 95. amo- nams die 2: â 3: jaaren, eens droog worden bezeijt zouden tot mod= „der velden gemaakt, en voor de Mousson Maha kunnen besaeijt worden jnggelijks zigt de vidaen arraetje van Ambatle en andere kundige lieden, dat van kleene moelle aftot 't pas Naklegam toe tevinden zijn velden van meer dan 300: amm:s die met regenwa= ter neevens owitted ter groote van 100. anmonams die om de 2: à 3. Jaaren eens droogj besaeijt worden alle deselve zouden tot mobder velden gemaekt en bezaeijt kunnen worden, zoo meede de vidaen van de Palepattoe en andere luijden verklaaren dat de velden gekoo= rende tot de koetie ter groote van 5: amm:s die niet regenwater neevens witles ter groote van 15: amm:s die droog werden besaeit tot moeder volden zouden gemaekt en besaeit worden, hoe wel voor ten eersten zeeker niet te bepaelen is de grootheijd der velden waar op men water kan kooppen laaten loopen voor en al eer het water in de velden genoomen word, buijten des is door de gajassen betuijgd, dat zij uit de velden, die ze met regenwater bezaeijen zoedert 4: à 5: Jacaren geen voordeel of zaedkoorn gekreegen hebben. uit het een en ander verhoopen de ondergetekendens dat met de verbeetering van dit werk zoo wel E: E: Comp: als ook de ingezeetenen geen schade zoude lijden zullen mitsgaders dat de houtwerken brandhout en houtskool van een mijl verre van de revier met gemak vaon de E: Comp: gebragt zal kunnen worden. voorts geeven wij ons de eere deesen met alle hoogagting te ondertekenen /:ondergstont:/ wel Edele groot agtb: hoog gebiedende hier uwel Edele groot agtb: hoog gebiedende gehoorzaems dienaar /:geteekent:/ D: d: April Dias en S: Perera /:in margine:/ Kolambo den 20:' xber: 1789: Aan den wel Edelen Groot agtb: heer. Willem Jacob van de Graeff. raed ordinair van nederlands Jndia, Gouverneur en direkteur van het hiland Cailon met dies onder hoorigheeden- wel Edele Groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer Wij wijewardene Bandarenaike mod:n, en wijesinge Goenetilleke mod:t, dienen in alle eerbied van rapport weegens de Commissie ons opgedraegen; Dat alle de mod:e en owittewelden van het dorp wille witte aan het oosten, de sprint van Pas naklegen, aan het wasten, de spruit.
English
503 The 10th of May 1789. stream of Kotta on the south, and of the great river on the north up to the limit of the Cappittij Korle situated from the tank of Moeleeriawe, previously had the necessary water for use to be able to plow and sow them, and during drought to bring the water over the fields, and that then only some low-lying fields were spoiled by strong high water, but now most of all the fields are lost due to the drought. On this side, or the south and western part of the stream of Kotta, fields situated there can, in case of necessity, also make use of the water from the Tank of Moelleriawe, by means of a water outlet over the stream of Kotta, which is customarily carried over the streams through hollowed-out trees, but these fields were mostly spoiled by high water, and this rarely happened due to a lack of water. All this we have learned from the villagers. Herewith we hope to have complied with the highly honored order of Your Right Honorable, and sign this with great respect. Lower stood: Right Honorable, highly commanding Sir, Your Right Honorable's faithful and obedient servants. Was signed: D. D. Dias and S. Perera. In the margin: Colombo, the 29th of April, anno 1739. Whereupon, having deliberated, it has been approved and agreed, in view of the great utility which may be expected with reason from the repair of the aforesaid dam, to have this work started as soon as possible. And it has further been agreed: 1. That the Company shall take on its own account the cost of the tools that will be needed for the aforesaid work until it is completed, and that to this end there shall be manufactured and provided 200 enxadas and 100 pickaxes, wherewith the same can be effectively and approximately accomplished. 2. That 504 The 10th of May 1789. 2. That the owners of the fields which are to be considerably improved by the extensive water tank obtained through the repair of the aforesaid dam, shall provide for each amonam of land one man for this work, whom they shall maintain at their own expense, and this for as long as until the entire work shall be completed. 3. That to this end all these lands shall be measured, and that a precise description thereof shall be made anew, indicating the size of the lands and the owners thereof. 4. That those who are negligent in sending a man for each amonam of land shall be taxed 6 rixdollars per month, being the double wage of a coolie, and that the lands of such owners who remain negligent in paying the aforesaid 6 rixdollars, as soon as the work shall be completed, shall be sold publicly before two Landraad members, in order to recover from the proceeds thereof the 6 rixdollars that shall have been paid each month in the aforesaid manner on account of such lands. And an extract of this resolution shall be given to the Honorable Dessave to serve for his information and to govern himself accordingly. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: J. van de Graeff, P. Sluijsken, M. P. Raket, D. T. Fretz, J. P. C. Tilenius, J. Reintoux, B. L. van Zitter, A. Samlant, and J. A. Vollenhooven. Resolution 30 Tuesday the 19th of May anno 1789. Present: The Right Honorable Governor Willem Jacob van de Graaff, The Honorable elected Commander of Galle Peter Sluijsken, The Honorable Chief Administrator Mattheus Petrus Raket, The Honorable Dessave Diderich Thomas Fretz, The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintoux, The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter, The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant. Absent: The Honorable Lieutenant Colonel Johan Philip Christiaen Tilenius, The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Hoest, The Honorable Fiscal Johannes Adrianus Vollenhoven, the first two on account of indisposition and the last for an official journey to Galle. There was read an inserted report below from the Honorable Dessave Fretz, with an accompanying translated report from the native commissioners who, in compliance with the resolution of the 21st of October last, appraised the gardens offered for sale to the Company of the late Honorable Dessave Billing, planted with pepper, coffee, and areca. To the Right Honorable Sir Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies: Resolution taken in the Council of Ceylon, concerning the native department. 6. on.
Dutch transcription
503 Den 10:' Maij 1789: spruit van kotta aan het zuijden, en van de groote rivier aan het worden tot aan de linnet van de Cappittij korle geklegen uit de tank van Moeleeriawe, bevoorens het noodig water ten gebruijke gehad hebben om deselve te kunnen worden beploegt, bezueit, en bij droogte het wa= ter over de velden te brengen, en dat toen maar eenige laege velden door een sterke hoog water zijn bedorven dog nu alle de velden meeste door de droogte verlooren gaen Aan deese kant of het z: en westelijk gedeelte van de spruit van kolta. leggende velden, kunnen bij noodzackelijkheijd, ook het water uit de Tank van Moelleriawe ten gebruijke neemen, door eene water loozing, over de spruit van kotter, 't welk men gewoon is door uitge- holde boomen over de spruijten te brengen dog deese velden werden meest door hoog water bedorven, en zelden geschied zulx door gebrek van water, Dit eenen ander hebben wij van de dorpelingen vernomen. Hiermeede verhoopen wij aan het hoog g'eerd bevel van uwwel Ed: groot agtb: voldaen te hebben, en onderteekenen deese met veel eerbied /:onderstont:/ wel Ed: groot agtb: hoog gebieden de Heer uuwel Edele 2 groot agtb: Trouwschuldige en gehoorzaeme Dienaaren /:was getek:/ D: D: Dias en S: Perera /:in margine:/ kolombo den 29:' april anno 1739: — Waar op gedeliboreert zijnde, is uit hoofde van de groote nuttigheijd die men van het herstellen van de voorsz: dam met gronds verwagten mag; goedgevonden en verstaen, om met dit werk hoe eer zoo beeter te laaten beginnen En is wijders vorstaen. 1: Dat de Comp: voor haar reekening zal meenen het 3 ƒ kostende van de gereedschappen die tot het voorsz: werk zullen noodig sijn, tot dat het is voltooijt, en dat ten dien eijnde zullen worden aangemaekt en verstrekt 200: inchiadossen en 100: Pikhaens waarmeede het zelve naesdrukkelijk ten naesten bij zal kunnen worden afgedaan. 2 Dat: e 504 Den 10„' Maij 1789. 2. Dat de eijgenaars der velden die door de uitgestrekte water tang die door het herstellen van de voorsz: dam zal worden verkree „gen merkelijk staen te worden verbeeterd voor elke am „monam grond tot dit werk, zullen geeven een man die zeop haare eijgen kosten zullen moeten onderhouden, en zulks zoo lang tot dat het geheele werk zal zijn afgedaen. 3: /. Dat tot dien, eijnde zullen worden gemeeten alle deese lan= „den en dat daar van op nieuw zal worden gemaekt een naukeurige beschrijving, aanwijzende de groote der gronden en de eijgenaars daar van 4:/ Dat die geene die in het senden van een Man voor elk ammonam grond, zullen nalatig zijn, zullen worden, belast met 6: rd:s smaands, zijnde het dubbel loon van een koelie, en dat de landen, van zulke eijgenaars die nalatig blijven om de voorsz: 6: rd:s te betaelen, zoodra het werk zal zijn afgedaen, voor twee land- raedsleeden publiek zullen worden verkogt ten eijnde uit het pro= venie daar van te verhaelen de 6. rd:s die elke maend in voege voorg voor reekening van zulke landen zullen zijn betaalt. En sal van deese resolutie Extrakt gegeven worden van d' E: dessave om te dienen tot zijn narigt en zig daar na te reguleeren. Aldus gedaen ende Geresolveert in het Casteel Colombo ten dage Maend en jaere voorsz: /:was geteekent:/ n:r J: van de Graeff, P:r Sluijsken, M: P: Raket, D: T: Frietz, J: P: C: Tilenius J:s Brintous, I: L: van Litter, A: Samlaut, en J:s A: vollen, hooven Resoluuitsse 30 Dingsdag den 19:' Maij anno 1789: Present Den wel Ed: groot agtb: heer gouvernur - - - Willem Jacob van de Graaff, Den heer g' Eligeerd jaals Commandeur - - - Peter Sluijsken. Den E: hoofd administrateire - - - - - - - - Mattheus Petrus Raket, Den E: dessave - - - - - - - - - - Diderich Thomas Fretz: Den E: eerste Pakhuijsmeester - - - - - Johannes, Reintous, Den E: sekretaris - - - - - - - - - Benedictus Lambertus van Zitter, Den E: negotie boekhouder - - - - - - - - Abraham Camlant: :absent. Den E: luijtenant Collonel - - - - - - - Johan Philip Christiaen Jilemus, Den E: soldij boekhouder - - - - - - - - - - Gerrit Engel Hoest, Den E: fiscael - - _ _ _ _ _ _ _ _ Johannes Adrianus vollenhoven, de twee eerste mids indispositie en de laeste voor een Springtogt na Gale Is geleesen een hier onder geinsereerd: berigt van den E: des- „save fretz: met een daarneevens overgelegde translaat rapport van de inlandse gecommitteerdens die ter voldoening, aan 't besluit van den 21:' 8ber: pas= sato getaxeert hebben, de aan de Compagnie te koop geboodene tuijnen van wijlen den E: dessave Bil= „ling beplant met peeper Coffij en arreek Aan den wel Edelen groot agtb: heer Willem Jacob van de Graeff, ordinaire raed van nederlands Resoluutsie genoomen in Raede van Ceilon, over het inlands departement. India: 6: op.
English
508 The 19th of May 1789: Deliberation concerning Jaffnapatnam. gardens are not taken over, to which, after the death of the Honorable Billing, significant improvements were made by the Honorable Dissave Fretz, the same might fall into the hands of people of whom it is to be feared that they will neglect the planted plantations. Therefore It has been resolved and agreed to take over the aforesaid ten planted gardens for the benefit of the Company, if the heirs of the Honorable Billing are willing to relinquish them for the appraised value of 46 Rixdollars 42 stuivers; and if they do not wish to relinquish them for that, to leave them the liberty to sell the same to others under the conditions mentioned in the resolution of the 23rd of October 1787, provided they pay out to the Company the value of the improvements which the Honorable Dissave Fretz had made thereto, according to the appraisal in the translated report mentioned herebefore. From Jaffnapatnam has been received the specific return, inserted below, of the poll taxes and duties that the Mannar Paravars must pay annually to the Company. Specific return of the 254 Paravars who furnish from 5 Rixdollars 40 stuivers to 1 Rixdollar yearly to the Company, namely: 254 heads; of whom 20 heads pay yearly - - - - 5 Rixdollars 40 stuivers each [illegible] pay yearly - - - - - - - - - 3 Rixdollars 24 stuivers each [illegible] - - - - - - - - 3 Rixdollars each 1 pays - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 2 Rixdollars 40 stuivers each [illegible] - - - - - - - - - - - - 2 Rixdollars 24 stuivers each [illegible] - - - - - - - - - - - - - - 1 Rixdollar 40 stuivers each 6 [illegible] 2 pay [illegible] These: [illegible] 27: [illegible] 8: 309 The 19th of May 1789: These Paravars being the most well-to-do people among them, and possessing large and small dhonies, ballams, large and small fishing nets, each according to his means, therefore they also pay to the Company according to the nets and dhonies they have, from 5 Rixdollars 40 stuivers to 1 Rixdollar 40 stuivers yearly each; they have themselves registered in the thombo as Chiambanotties, and do no services for the Company, but earn much from fishing and by hiring out their dhonies to the boatmen for unloading and loading vessels, for which they arbitrarily take 10 to 15 Rixdollars daily. 117 heads pay yearly 1 Rixdollar each. These have neither nets nor dhonies, but are merchants and have themselves registered in the thombo as merchants and, regarding the payment of 1 Rixdollar per year, are free from all services whatsoever, though when doing much business, and are therefore also the well-to-do and prominent people among the Paravar caste. Note: the 357 Paravars who pay 16 stuivers, being the remainder, and have no other services than to sail on the Company's dhonies, when they then receive rations from the Company. And as not many of the Company's dhonies are used in service here, the turn of such a one occurs only once a year. These also seek their livelihood by sailing on the dhonies of the prominent Paravars for unloading and loading private vessels, and receive 16 stuivers each daily for that. Mannar, the 10th of April in the year 1789. Signed: D. D. von Ranzow. And considering that the poll tax of the common Paravars, who pay only sixteen stuivers yearly, is very little, and that even if the poll tax of the Jaffna fishermen, which they offered to pay fivefold as appears from the resolution of the 20th of June 1788 in order to be exempted from the fish rent, according to the opinion of the Mannar Chief von Ranzow, noted in the resolution of the 6th of October, might be too much for their means, it is nevertheless equitable that an arrangement be made so that these people, who constitute so large a number and perform so little service for the Company, shall be of 510 The 19th of May 1789 Deliberation concerning Trincomalee. greater utility to the Company than they have hitherto been; it has been resolved and agreed to order the Chief von Ranzow to take this into further consideration and to provide this government with his advice as to how far it will be feasible, without burdening the said Paravars too much, to increase their poll tax somewhat, or else to employ them in other useful duties, beyond the slight service that they have performed up to now. It was taken into consideration that in the district of Trincomalee there are many fine arable lands, and still a multitude of uncultivated lands that can be made suitable for that purpose, besides that several useful products can also be cultivated in the same, so that from this district, if work is set upon with zeal and good management, in time no less advantage can be expected, both for the Company and for the inhabitants, than neighboring Batticaloa presently yields. And since, in order to achieve this aim, it is very necessary that agriculture in the Trincomalee region, which has been entirely neglected since the war, and is presently in a very languishing condition due to the departure of the inhabitants who have retired to the Kandyan territory, should first be given more special supervision than the Chief himself can provide, and that someone should be appointed for that purpose who is active and possesses enough zeal and expertise not only to take the work in hand with everyone, and the inhabitants through
Dutch transcription
508 Den 19:' Maij 1789: Besoigne over Iassanapatnam. thuijnen niet overneemt, waar aan na den dood van den E. Billing door den E: dessave Fretz. nog aanmerkelijke verbeeteringen zijn gedaen, dezelven inhanden van luijden kunnen koomen, waar van het te vreesen is, dat ze dege plantagien zullen verwaarloosen. „derhalven Is goedgevonden en verstaen, de voorsz: aangeplante tien tuijnen ten behoeve van de Comp: over te neemen, indien de erfgenaamen van den E: Billing, deselven willen afstaen „ die voor den getaxeerden prijs van rd=s 46: 42:—: en z00 ze„ daar voor niet willen afstaen aan hun de vrijheijd telaaten om deselve onder de bepalingen vermeld bij resolutie ƒ van den 23: 8ber: 1787. aan anderen te verkoopen, mits uit keerende aan de Comp: de waarde van de verbeetering, die de E: dessave Fretz: daar aan heeft laaten doen, na de taxatie bij het hier vooren vermeet translaat rapport. Is van Iassanapatnam ontfangen de hier onder geinse- reerde specifique opgaave van de hoofdgelden en geregtigheeden die de Manaarsche Parrieas Iaarlijks aan de Comp: moeten opbrengen. Specifique opgaeve van de 254: Parrewassen die van rd:s 5:40: tot rd:s 1:'sjaars aan de Comp: fourneeren namentlijk. 254. koppen; waar van Cn 20: koppen betalen 'sjaars - - - - Rd:s 5: 40: ieder —. betaelen 's jaars _ – – – – – – – – „ 3. – 24. — „ „– – - - - „ - – – „ 3: —: 1 betaelt - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 2: - 40: „ – – – – – – – – – – – – „2: 24.–„ –– – – – – – – – – – – – – – „ 1.– 40. .„ 6 2. betaelen- Deese: N6„ 8 — 27: d 8 : 309 Den 19:' Maij 1789: Deese Parewassen zijnde, bemiddelste menschen onder hun, en hebben groote een kleijne tonijs, ballangs groote en kleine visiatten ieder na zijn vermoogen dies betallen; ze ook aan de Comp: na volgens de netten en thonijs die ze hebben van rd:s 5: 40:—. tot rd:s 1:40:'sjaars ieder ze laaten bij de thombo als Chiamba notties beschrijven, en doen; voor de Comp: geene diensten dog winnen verpeutiren veel bij de visvangst en door het vergwaaen hunner tonijs aan de barkiers tot lossen en laeden der vaartuijgen waar voor de wil lekeurig 'sdaegs rd:s 10: tot 15: neemen. 117. koppen betaalen 'sjaars rd:s 1: ieders Deese hebben geen netten nog tonijs maar zijn negotienten en laaten, bij Jk en zijn wat de betaling van d: 10 pvsrjaars vaij van alle diensten, hoe genaamt /:dog wanneer voel met negotieeren de timbo als merkedowrs opschrijven en zijn ook daarom de bemiddelde en voornaemde lieden onder der Parrewassen geslagte. NB: de 357. Parravassen die 16: stuijvers betalen zijnde arreste en hebben geen andere diensten als top 'sComp:s tonijs te vaaren wanneer ze dan van de Comp: manrtimentos genieten. En wel er geene veele scomp:s touijs hier in dienst gebruikt werden, zoo komt ook de tourbeurt van zoo eene 'sjaars eens tegeschieden, Deese zoeken ook hun bestaen door hiet vaaren op de voornaeme Pir= reewassen hunnen tonies tot lossen en haeden der Partikuliere vaar tuijgen, en genieten daar voon 'sdaegs 16: stver:s ieder. „ Manaar den 10:' April anno 1789: /:geteekent:/ D: D: van Ranzow. En is niet aanmerking dat het hoofdgelt van de gemeene Parruas, „sJaars die maar sestien stuijvers„ betaelen, heel weijnig is, en dat zoo al het hoofdgelt van de Jasjanase vissers, dat ze vijfkns blijkens resolutie van den 20: Iunij 1788. om van de vispagt bevrijd te zijn, hebben aangebooden op te brengen, volgens 't susteni van 't Manaarsch opperhoofd van Rankonr, aangeteekent ter resolutie van den 6:' 8ber: daar aan voor hunne vermoogens te veels mogte zijn, het nogtans billijk „ dat er eene schikking worde gemaekt, om deese luijden die een zoo groot getal uitmaeken en zoo weijnig dienst aan de Comp: doen, voor haar Edele van: 510 Den 19:' Maij 1789 Besoigne over Trinkeonomale van meerder niet te doen zijn, dan ze tot hier toe zijn ge= voorm weest goedgevonden en verstaen, t opperhoofd van Kanzou aen „stebeveelen, om nader in overweeging teneemen en aan deese regee„ ring te dienen van zijn advies, in hoe verre het doonlijk zzal zijn, om zonder gemelde Parrias te veel te beswae= „ren, hun hoofdgeld eenigzints te vermeerderen, dan wel hun tot andere nuttige verrigtingen, boven den geringen dienst, die zo tot nu toe hebben gedaen, te Emploijeeren Is in agting genoomen, dat in 't distrikt van Tinkonomale veele schoone Zaeijgvonden zijn, en nog eene menigste ongehul tweerde landen, die daar toe bequaem gemaekt kunnen worden, behalven dat ook in 't zelfde verscheijde nuttige produkiten kunnen worden aangekweekt, zoo dat van dit destrikt indien er niet iever en goed belijd de handen aan het werk geslaegen worden, in der tijd geen minder voordeel, zoo voor de Comp: als voor de ingezeetenen kan werden verwagt, dan 't nabuurig Patticaloa thans opleevert. En wijl om dit doeluit te berijken het zeer noodig is, dat aan den landbauw in het Trinkonomaelsche, die zeedert den oor= log geheel is verst verwaarloost, en thans nog wee= gens het verloop van de ingezeetenen die na het brandiasch gebied zijn geretireerd in eenen zeer kwijnenden toestand is, voor eerst een meer bijzondere opzigt werd verleend, dan „word 't opperhoofd zelve kan doen, en dat daar toe „ genoomen, ijmand der actief is en lust en kundigheeden genoeg bezit om niet al- leen 't werk niet ieder onder handen te neemen, en de ingezeetenen door
English
54 The 19th of May 1789: to encourage thereto by his example, but also to entice the departed inhabitants to settle again in the Trinconomale area. It has therefore been approved and agreed to charge and authorize the extraordinary lieutenant of artillery and master of works at Gale, Hendrik Georg Leonard Dideriks, who was commissioned by the Lord Governor to survey and map the lands of Koeljaar, Tamblegam, and Kattoekolampattoe, situated under Trinconomale, to simultaneously investigate and immediately put into effect whatever he shall find to be useful and practicable for the aforesaid purpose; with this stipulation, however, that in matters of weight or significant consequence, he shall beforehand submit the proposals thereto to the Trinconomale officials and await their decision thereon. And since it is necessary that the aforesaid extraordinary lieutenant Dideriks has the requisite authority and prestige for this, it is likewise agreed to appoint and instate him during his commission for the aforesaid survey as overseer over the aforesaid three provinces, subordinate and attached to His Honour the chief of Trinkonomale, on the exact same footing as at Gale the overseer of the korle is subordinate and attached to the Lord Commander there; and accordingly, in addition to a separate instruction relative to this commission, also to provide him with a copy of the instruction granted to the overseer of the Gale korle on the 28th of July 1761, with orders 612 The 19th of May 1789. with orders to conduct himself accordingly, in so far as the things prescribed therein are applicable in the aforesaid provinces. To further encourage the aforesaid Dideriks to a zealous observance of everything that can serve the promotion and improvement of agriculture, it has furthermore been approved and agreed that, in case the Noble High Government of the Indies should be pleased to grant the proposals made to the same in favor of agriculture pursuant to the resolution of the 24th of April of this year, there shall then be allotted to him, Dideriks, two-thirds of half of whatever the paddy revenue shall exceed the highest amount collected in the last 45 financial years, which is the financial year 1773/74, in which year 7392 parras of paddy were collected from the three aforesaid provinces; as also two-thirds of half of the amount of the further produce of the land that shall be cultivated by him in the aforesaid lands; and this until both of those items shall amount to a sum of Three Thousand Rds. And it is further agreed that the remaining one-third part of the aforesaid half shall be for the Trinkonomale chief, provided that beforehand, from this one-third as well as from the two-thirds of the Extraordinary Lieutenant Dideriks, one-fourth part shall be deducted, to be distributed one-third to the resident of Tamblagam, and the other two-thirds to the further subordinate native chiefs, and among the same 513 The 19th of May 1789:— Resolution. in particular the wanniyas of Koetjaar and Kattekolompattoe, according to an arrangement to be drawn up annually by the extraordinary lieutenant Dideriks, which he must present to the Trinkonomale officials for approval before the distribution thereof may take place. Furthermore, it is agreed that whenever the half of the aforesaid items shall hereafter come to amount to more than Three Thousand rds a year, this excess amount shall be divided between the chief of Trinkonomale and the Extraordinary Lieutenant Dideriks in two equal parts, after one-fourth part shall likewise have been deducted therefrom to be distributed among the minor chiefs in the manner aforesaid. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W: J: van de Graeff, P: Sluijsken, M: P: Raket, D: T: Fretz, J:s Reintous, B: L: van Zitter, and A: Samlant. 514 Tuesday the 26th of May anno 1789:—. Present. The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Governor Willem Jacob van de Graaff, The Honorable Chief Administrator Elect Mattheus Petrus Raket, The Honorable Disava Diderich Thomas Fretz, The Honorable Titular Lieutenant Colonel Jan Philip Christiaen Tilenius, The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous, The Honorable Secretary Benediktus Lamb:s van Zitter, The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant. The Lord Commander Elect of Gale, Peter Sluijsken, absent, The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst, The Honorable Fiscal Johannes Adrianus van Vollenhoven, the first two on account of indisposition, and the latter on a brief trip to Gale. Was read an address inserted below from the Honorable Disava Fretz: Resolution taken in the Council of Ceylon regarding the Native Department. To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies. Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, High-Commanding Lord. Through the continuous information that I obtain regarding the province of Moetterajewille
Dutch transcription
54 Den 19:' Maij 1789: door zijn voorbeelt daar toe aan temoedigen maar ook de uit= geweekene inwoonders uittelokken, om zig weeder in het trinco- nomaelsche neder te zetten. Is derhalven goedgevonden en verstaen, om den Extraordinaire luijte nant der artillerie en fabriek te Gale. Hendrik Georg Leonard Dideriks, die door den heer gouverneur in Commissie is gestelt, om de Landen van koeljaar, Tamblegam en kattoekolampattoe; geleegen onder Trinconomale, te meeten en in kaart te bren gen, teffens te gelasten en authoriseeren, om tegelijk te onder zoeken en daedelijk tewerk te stellen wat hij ten eijnde voorsz: zal bevinden nutlig en intvaerlijk te zijn, met deese bepaeling nog tans, dat hij in zaeken van gewiegt of merke lijken omslag alvoorens de voorstellen daar toe aan de Trimo nomaelsche bedienden zal moeten doen, en hunne dispositie daar op afwagten En vermits het noodig is, dat de voorsz: extraordinaire luijte heeft nant Dideriks daar toe het vereischte gezag en aanzien „ is te fens verstaan han geduurende zijne Commissie tot de voorm: megting, te benoemen en aanstellen als op zigter over de voorsz: drie landschappen ondergeschitit aan het opperhoofd van Trinkonomale, aan zijn E: toegevoegd, even en op den zelven „en voet, als te gale de opziender van de korle is ondergeschikt en toegevoegd aan den heer Commandeur aldaar, en hem mids dien, behalven eene afzonderlijke jnstrubitie relatiof tot deese Commissie ook ter hand te stellen Copij van de instruktie den 28:' Julij 176: aan den opziender der gale korte verleend, met last: las 612 Den 19e: Maij 1789. last om zig daar naar te besteeren, in zoo verre de dingen, daar bij voorgeschreeven, in de voorsz: landschappen van applicatie zijn Om voorm: Dicteriks te meer aantemoedigen; tot eene ijverige betragting van alles, wat tot bevordering en verbetering van den landbouw kandlenen, is alverder goedgevonden en verstaen, dat ingevalle de Edele hooge indische regeering de voorstellen die volgens reesolutie van den 24. April J:o : aan hoogst deselven ter begunstiging van den landbou zijn gedaen, mogte gelieven intewilligen, als dan aan hem Dideriks zal worden, toe= gelegd twe derde van de helfte van het geen de nelie geregtigheid meerder bedraegen zal, dan ingekoomen is, in de hoogste van de 45. Jongste boekjaaren, 't welk is 't boekjaar 177: /4. in welk Iaar uit de drie voorsz: landschappen ingebedomen zijn 7392: parras nalij als meede twee derde van de helfte van 't bedraegen der verdere landsproduksten, die door hem in de voorsz: landen zullen worden aangekwweekt en zulks zullen tot dat bijde die artikulen „ bedraegen eene Somma van Drie Duijkent Rd:s En is wijders verstaen, dat het overige een derde gedeelte der voorsz: heefte, zal zijn voor het Trinkonomaelsch opperhoofd, mits dat alvoorens, zoo wel van deese een derde, als van de tweede derdens van den Extraordinair Luijtenant Dideriks, zal worden afgetrokken, 't vierede gedeelte, om te worden verdeelt een derde aan den re= sident van Tamblagam, en de andere twee derdens aan de verdere ondergeschikte inlandse hoofden, en onder deselve in 513 Den 19:' Maij 1789:— Resolutie. in zonderheijd de wannices van kroetjaar en bratte kolompattae naar eene schikking door den extraordinair Juijtenant Dideriks Iaarlijks daar van optemaken die hij aan de Trinkonomaelsche bedienden ter goed keuring zal moeten voordraegen, alvoorens de afgalve daar van zal moogen geschieden. voorts is verstaen, dat wanneer de helfte der voorsz: articulen na deesen meerder zal koomen te bedraegen dan Drie duijzent rd:s sjaars dit meerder bedraegen zal werden verdeelt, tus- „schen het opperhoofd van Trinkonomale en de Extra ordinaire luijtenant Dideriks, in twee gelijke deelen, na dat daar van insgelijks zal zijn afgetrokken, een quart gedeelte, om invoegen voorsz: onder de mindere hoofden te worden verdeelt. Aldus Gedaen ende Gerecolveert in het Casteel Colombo„ ten daege Maend en Jaere voorsz: /:was geteekent:/ W: J: van de Graeff, P: Sluijsken, M: P: Raket, D: T: Fretz: J:s Reintous, B: L: van Litter en A: Samlant 514 Dingsdag den 26: Maij anno 1739:—. Present. Den wel Edelen Groot agtb heer quesrneur Willem Jacob van de Graaff, Den E: g' Eligeerd hoofd administratour Mattheus Petrus Raket„ Den E: dessave - - - - - - - - - - Diderich Thomas Fuetz: Den E: Titulair luijtenant Collonel - - . - Ian Philip Christiaen Tilenius Den E: eerste Pakhuijsmeester - - - - Johannes Reintous, Den E: Sekretaris - - - - - - - - - Benediktus Lamb:s van Litter, Den E: negotie boekhouder - - - - - - Abraham Jamlant. Den heer gieligeerd gaals Commandeur Peter, Sluijske Abzent, Den E: soldij boekhouder - - - - - - Gerrit Engel Holst, Den E: fiscaal - - _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ Johannes Adrianus vollenhoven de twee eerste mits, indespositie en de laetste voor een springtogt na Gale. Is geleesen een hier onder geinsereerd. addres van den E: des„ Aan den wel Edelen Groot agtb: heer Willem Jacob van de Graaff, ordinair raed van nederlands Jndia, gouverneur en direkteur van het Eiland Ceilon met dies onderhoorigheeden. Wel Edele Gestrenge Groot agtb: hoog Gebiedende Heer Door de geduurige informatis die ik nopens het landschep Moette save Faetz: Resoluuitsie genoomen in raede van Culon over het inlands Departement. rajewille: op. —
English
515 The 26th of May 1789. having surveyed rajewil Elije, I have been informed that a part of that sowing land, on account of the marshiness of the ground, a third part on account of the hardness of the ground, as it cannot be accessed and worked, a third part on account of the high situation due to drought, and a fourth part on account of the low situation due to flooding, has failed to succeed, and the sown crop has been lost. And although it is not probable that that landscape can ever be brought entirely into cultivation, it has nevertheless appeared to me as if several large parts thereof could be made usable, so as to be able to be sown and to assure oneself of a good harvest. And this opinion of mine is confirmed, because through asking and re-asking I have succeeded to the point that I have been assured that by the laying of two dams about 60 ammunams of sowing land, which has remained unsown partly for 6 years and partly longer, could be sown with the best hope of a good outcome. And since the inhabitants of Dandoegam have undertaken to make these dams, provided they are granted one month free from all Company services, and subsequently to work and sow the fields, I have immediately granted them this, and ordered the Maha Vidane Mohandiram to ensure that those dams are made, and the fields worked and sown. I conclude therefore, especially from the latter, that many more such large pieces could be found here and there, which one could come to the aid of. But since one can make little progress with investigations involving the Sinhalese, because they are too reserved out of fear that if they discover anything they will be put to work, and besides they care little for the general interest or the interest of another when they have no significant self-interest in it, and such a thing cannot be set in motion without little trouble; thus it is necessary that such investigations for the promotion of the general interest, both of the Company and of its inhabitants, be carried out by someone of the required skill and zeal. And since the 516 The 26th of May 1789. Honorable Lieutenant Toenander has almost completed the excavation in the Morruahore, which the Sinhalese chiefs said would not succeed and would not produce the expected effect, I therefore request Your Right Honorable Worship to be pleased to have the landscape of Moetterajewil Elije examined once more by the said lieutenant, in order to discover whether certain parts thereof could not, by the application of suitable means, be brought into such condition for sowing that one might flatter oneself with well-founded hope of a desired harvest of grains. I have also had surveyed in the Kalutara district, by a native commission, a proposed excavation for the discharge of the excess water that stays for far too long on some 4 to 500 ammunams of sowing ground and causes the crop to be lost, or prevents those lands in part from being worked, the reports of which are most favorable, and of which I shall make a further report to Your Right Honorable Worship. However, it will not be advisable to proceed with the work without the necessary further investigation first having been conducted by a competent man, because one cannot rely sufficiently on visual estimates. I further have the honor to be with all respect, below stood, Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord, Your Right Honorable Worship's obedient servant, signed, D. S. Fuetz. In the margin: Hulftsdorp, the 23rd of May 1789. And after deliberation it has been approved and resolved: 1. To approve that the Honorable Dessave has commissioned the inhabitants of Dandoegommee to construct the two dams mentioned in the aforesaid report on the landscape of Moetterajewil Elije, under the promise of freedom from services for one month, and the right to work and sow the fields for which these dams will serve, provided they remain obligated to pay the customary dues therefor to the Company. 2. To commission Captain-Lieutenant Toenander to accurately survey the aforesaid landscape further, and to examine what could be
Dutch transcription
515 Den 26: Maij 1789: rajewil Elije genoomen heb, ben ik onderrigt geworden, dat een gedeelte van dat Zaeijland weegens de sieterigheijd van de grond, een derde gedeelte weegens de elofheijd van de grond, als niet konnende be hooge „gaan en bewerkt worden, een derde gedeelte weegens de Prega legging „droogte en een vierde gedeeltet wegens de laage legging door door „ overstrooming niet heeft willen slaegen en het gezarij verlooren is gegaen, en of schoon het niet waarschijnlijk is dat, dat land schap oo't geheel tot bequaemheijd zal konnen gebragt worden zoo is het mij evenwel voorgekoomen als of verscheijde groote ge= deeltens daar van zouden konnen tot stand gebragt worden, om te konnen bezaeijen en zig van een goeden oogst verzeekert houden en dit mijn denkbeelt word gestaaft, door dien ik door vraegen en hervraegen het zoo verre gebragt hebbe, dat men mij verzeekert heeft, dat door het leggen van twee dammen omtrent 60. amm=s Zaeijland, 't welk ten deele, zeedert 6: Jaar, en ten deese langer onsbezaeijd gebleeven is, zoude konnen bezaeijt worden met de beste hoop van eenen goeden uitslag; en wijl de inwoonders van Dandoegam aangenoomen hebben om deese dammen te waeken, wanneer zij een maend vrij gekent wierden van alle 's Comp:s diensten, en ver volgens de velden te bewerken, en bezaeijen, zoo heb ik hun zulks daadelijk ingewilligd en den Maga Vidaen Mohandiram aanbe voolen om te zorgen dat die dammen gemaekt, en de velden bewerkt en bezaet wierden Ik besluijte derhalven inzonder heijd uit het laestgemelde, dat er nog veel meer dergelijke groote stukken hier en daar zouden konnen gevonden werden, die men te hulp zoude konnen koomen, dog vermits men met de onderzoeken met zingaleesen weijnig vorderen kan door dien zig te agterhoudend zijn, uit bedugting dat zij iets: ontdekkende aan het werk zullen gezet worden en zij hun booden dien weijnig kreunen aan het algemeen, of een anders belang wanneer zij er geen naemwaardig eijgen belang bij hebben, en zulks niet met weijnig moeite kan in het werk worden gesteet roo is het noodig dat dergelijke onderzoeken ter bevordering van 't algemeen Coelang, zoo van de Comp: als „ haare ingezeetenen, door imand van de vereijschte kundigheijd en ijver worden gedaen; en alsoo De: tte 516 Den 26: Maij 1789:—. d: E: luijtenant Toenander in de Morruahore de doorgraving nagenoegen volbragt hebft, die de Lingaleese hoofden zeijden dat niet tot stand soude koomen, en het verwagte efseckt doen, zoo ver zoeke uwel Edele groot agtb: om het landschap Moetterajeurleje nog eens door gem: luijtenant te willen laaten Examieneeren ter ontwaaring of niet zeekere gedeeltens, daar van, door toebrenging van bequaam, middelen, zouden konnen tot zaijlreerheijd gebragt worden dat men zig met gegronde Hoop met een gewenschten degst van graenen zoude konnen vleijen Ik heb ook in het kalterse distrikt, door een inlandse Commissie eene gepropokiteerde voorghaeving tot Josing van het overtollige water dat al tekang op wel 4: â 500: amm:s zaeijgrond blijft staen en het gewas doet verlooren gaen, of belet dat die landen ten deele niet konnen bewerkt worden, laaten opneemen, welkers berigten van aller voordeeligst zijn en waar ik uwel Edele groot agtb: nader verslag zal doen, egter zal het nied niet raddsaem zijn om aan het werk te gaen, zonder dat ook alvoorens het nodige nader onderzoek dar door een kundig man zal zijn, voor afgegaen, weil men geen ge= noegjsame staat op het oogemoat maeken zal kan, Ik heb voorts de eera met alle eerbied te zijn /:onderstont:/ wel Edele gestr: Groot agtb: hoog gebiedende heer uwwel Ed: gestrenge Groot agtb: gehoorsaeme dienaar /:geteekent:/ D: S: Fuetz: /:in margine/ Hulstsdorp den 23:' Maij 1789:—. En is na deliberatie goedgevonden en verstaen. 1. Te approbeeren, dat d' E: dessave den ingezeetenen van Dan doegommee heeft opgedraegen, om de bij voorsz: berigt vermelde twee dammen op het landschap Moettereese wil Elije aan te leggen, oan te leggen, onder toezegging van dienst vrijheijd voor eene maend, en 't regt om de velden, daar deese dammen voor dienen zullen, te bewerken en besreijen mits verpligt blijvende daar voor op te brengen de gewoone geregtig „hijd aan de Comp: 2:/ Den phapitain, luijtenant Toenander te Committeeren, om 't voorsz: landschap nader accuraat op teneemen, en nategaen wat daar aen zoude 2
English
577 The 26th May 1789: could be done, with a well-founded prospect of good success, to make the same as suitable as possible for sowing lands, and §: To postpone the resolution concerning the projected excavation in the Kalutara district until the further report promised in that regard by the Honorable Dessave shall have arrived. The following petition having been submitted by the Mahamodr Nicolaes Dias: To the Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and its dependencies. Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, High Commanding Lord. The petitioner is informed that the Senior Merchant and Dessave of Colombo, Mr. Fuetz, and the Merchant and First Warehouse Master, Mr. Reintous, have been commissioned, among other things, to bring certain points of objection which appear in various Galle documents to the charge of the petitioner into such a state that a final judgment can be passed thereon. He is furthermore informed that among these documents there is said to be a separate letter from the Galle Commander Kraijenhoff, written on the 12th of January last, which is said to contain several points that offend the petitioner in his honor and good name. He therefore turns to Your Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed with the humble request that the gentlemen commissioners may be authorized to provide the petitioner with a complete copy of the aforesaid letter, or at least such extracts from it as concern the petitioner, so that he may be prepared in time to give the necessary answer to the gentlemen of the aforesaid commission when they shall request it of him; undersigned: Doing which, etc. /: signed N: Dias. It having been considered that the man's request is reasonable, as he cannot otherwise defend himself against what has been brought forward to his charge in the aforesaid letter, it was approved and understood to grant him a copy of the said letter. The Lord Governor communicated to the meeting that some people have addressed him, inclined to make a trial whether good sugar could not be produced on Ceylon, being encouraged thereto because sugar cane occurs fairly well on Ceylon, and that it has even appeared from a small test made that there is much hope for this undertaking to succeed well, which His Honor, out of consideration that even if such a sugar factory can yield no more than only as much as Ceylon needs for its own use, would already be a matter of great importance for this country, the more so because at the same time, along with the sugar, a quantity of good rum could be distilled if this undertaking succeeds, which, among other things, can have this advantage that fewer coconut trees will thereby be used for toddy tapping than at present, which work, being extended too far, could in time have a noticeably detrimental influence on the quantity of coconuts that are very necessary for the nourishment of the inhabitants, and to which one at present already seems to be able partly to ascribe the fact that coconuts and oil have from time to time become considerably more expensive. That His Honor, for that reason, qualified the Honorable Dessave, The 26th May 1789: — to 519 The 26th May 1789:—. to have a search made as to where a piece of land suitable for such an undertaking could be found anywhere, and that during this investigation, made by native commissioners, it was found that in the vicinity of Kalutara, along the river, there lies a piece of land, more or less 200 Morgens in size, that could be granted without disadvantage to the Company, as has since also been confirmed by a report from the Lieutenant and Commandant of Kalutara, Rudolph, who, for greater assurance, went in person to inspect this piece of land by order of the Honorable Dessave, and from whose report it specifically appears, among other things, that on this piece of land there stand only a few cinnamon trees of no importance. Whereupon, having deliberated, it was approved and understood to grant provisionally to the entrepreneurs in this matter an allotment of 30 morgens of the aforesaid inspected piece of land, subject to the usual servitudes already lying thereon according to the laws of the country, or which shall hereafter yet be imposed thereon, in full ownership, so that they may sell or alienate the same as they shall think fit, and this under the following special conditions, to which shall also be subject the further lands that shall hereafter be ceded to the aforesaid entrepreneurs: That the aforesaid company shall have to preserve and cause to be preserved undamaged the cinnamon trees that currently stand there and are noted in the aforesaid reports, until they have caused a double number of young cinnamon trees to be planted elsewhere; when this shall have happened, and these young cinnamon trees
Dutch transcription
577 Den 26: Maij 1789: zoude kunnen gedaen werden, met een gegrond voor uitzigt van een goed succes, om het selve zoo veel mogelijk bequaem te maaken tot Zaeijlanden, en §:/ De dispositie over de geprojekteerde doorgraeving in het kaltu= zal riesche uittestellen, tot dat ^ ingekoomen zijn 't door den E: dessave daar omtrent beloofde nader berigt. Door den Mahamod:n Nicolaes Dias ingediend: zijnde het on= dervolgend request. Aan den wel Edele Gestrenge Groot Achtb: heer Willem Jacob van de Graaff, raad ordinair van nederlands Jndia Gou= verneur en direkteur van het eiland Ceilon niet dies onderhoorigheeden Wel Edele Gostrenge Groot agtbaare hoog Gebiedende eer. De suppliant is geinformeerd dat den opperkoopman en Colombo= sche dessave de heer Fuetz, en de koopman en eerste Pak= huijsmeester de heer Reintous zijn gecommitteerd, om onder anderen eenige poincten van bezwaar die bij verscheijde Gaelse papieren ten laste van de suff:t voorkoomen te brengen in dien staet dat daar over sinaal uitspraeke kan worden gedaen. Hij is daar bij geinformeerd, dat onder deese papieren zoude zijn een apparte brief van den heer Gaelsche gesaghebber Kraijenhoff geschreeven den 12:' Januarij jongst leeden, die zoude /inhouden verscheijde posten die den suppliant in zijn eer en goede naem beleedigen. Hij heerd zig mits dien tot uwel Ed: gestr: grot agtb: met nedrig verzoek dat de heeren gecommitteerden moogen werden geauthori= „seert om van de voorsz: breef afte geeven aan den suppliant een vollee= „digje Copij of ten minsten zodanige Extrakten uit deselve als de suppliant betreffen, ten eijnde hij in tijds kan gereed zijn, om aan de heeren van voorsz: Commissie wanneer ze dat van hem zullen vraegen daar op te: 1 518 te geeven het noodig beschijd: onderstont:/ 'Twelk doinde ste /: getekent W: Dios Is uit aanmerking, dat 'smans verzoek reedelijk is, wijl hij zig anders niet kan verantwoorden op het geen bij voorsz: brief ten zijnen laste is voortgebragt, goedgevonden en verstaen, aan hem Copij van gem: brief te accordeeren. De heer Gouverneur heeft ter vergadering gecommuniceert, dat eenige luijden, zig bij hem hebben geaddresseert, geneigt om een proefte neemen, of niet op Cailon goede zuijker zoude kunnen worden aangemaekt, daar toe aangemoedigd, door dien het zuijker „reets riet op Ceilon vrij wel voorkomt, en dat ook zelfs bij een genoo= miene kleijne proef gebleeken is, dat er tot deese onderneeming veel hoop is, dat ze wel gelukken zal, dat zijn Edele uit „overweeging „ondernering, dat zoo ook zulk een zuijker makerij niet meer kan uit leeveren, dan alleen zoo veel als Ceilon tot eijgen gebruik noodig heeft, dit reeds voor dit land een zaek van veel belang zoude zijn, te meer ook tegelijk, met de zuijker een parthij goede rui, zoo deese onderneeming slaegt, kan worden ge= stookt, 't geen onder anderen dit voordeel hebben kan, dat daar door minder koker boomen, dan thans tot tijsseren, zullen worden gebruikt welk: werk te vere uitgestrekt wr= dende; door den tijd van een merkbaare schaadelijken invloed, op de hoeveelheijd der koker nooten, die tot volding der inge zeetenen zeer noodig zijn, zoude kunnen worden, en waar aan men voor het teegenswoordige breeds voor een gedeelte schijnt te moogen toeschrijven, dat de kokers en de olie, van tijd tot tijd merkelijk verduurd zijn. Dat zijn Edele uit dien hoofde den E: dessive heeft gekiwalisieerd, Den 26: Maij 1789: — om 519 Den 26: Maij 1789:—. om te laaten omtzien, waar oergens een stuk grond, bequaam tot zulk eene onderneeming, zoude kunnen worden gevonden, en dat bij dit onderzoek, gedaen door inlandsche gecommitteer dens, bevonden is, dat er om streeks kaltere, langs de rivier een stuk grond legt, min of meer groot 200: Morgens, dat zonder nadeel van de Comp: zoude kunnen worden afgegeven, zoo als dat ook zeedert nog is bevestigt, bij een berigt van den luijtenant en Commandant van kaltera Ruddph, die tot meerdere verzeekering dit slijk grond op last van den E: dessave, in per „zoon is gaen bezigtigen, en uit wiens berigt onder anderen speciaal blijkt, dat op dit stuk grond niet dan eenige wijnigge kanneel boomen staen van geen belang. Waar op gedelibereert zijnde, is goedgevonden en verstaen, om van het voorsz: bezigtigde stuk grond, bij Provisie een bestek van 30. morgen, onder de gewoone servituijten, daar op na 'slands welten reeds leggende, of die na deesen daar op nog zul „len worden gelegt, aan de onderneemers in deesen aftegeeven in vollen eijgendom, zoo dat ze het zelve zullen moogen verkoo= pen of veralineeren, zoo als se dat zullen te raede werden, en zulks op de volgende speciaele voorwaarden, waar aan ook zullen zijn onderworpen de meerdere gronden, die na deesen aan de voorsz: onderneemers zullen worden afgestaen Dat de voorsz: societijd de kanneel boomen die er thans staen en bij de voorsz: rapporten bekend zijn, onbeschadigd zal moeten bewaaren en doen bewaaren, tot dat ze een dubbeld getal Jonge hanneel boomen ergens anders heeft doen aanplan- „ten, wanneer dit zal zijn geschied, en deese Jonge kanneel boomen
English
520 The 26th of May 1789: trees will have grown to a certain size, so that one does not need to fear that they will perish, if the old trees should be clearly of greater hindrance, and this is reported, it will then be further decided upon. 2. That for the aforesaid 30 morgens of land, now provisionally to be ceded, as well as for the land that shall be ceded hereafter, the aforesaid society shall pay the interest of ½ percent per month on the principal sum that, according to the resolution of the 10th of November 1772, must be paid for the high lands that are granted for planting; and that this payment for the aforesaid 30 morgens shall commence on the first of December 1795, and for the additional lands that shall be ceded hereafter, pro rata of the time. 3. That the sugar and the rum that shall be produced by this society shall, upon export, pay the customary export duties as they are at present, or shall hereafter be established. 4. That the sugar that is consumed on Ceylon itself, provided that it is not exported by sea, shall be free of any duty, unless hereafter other similar sugar manufactories should be established, and some taxes for domestic consumption should be levied upon them, in which case the associates in this undertaking shall be subject to the same taxes for the sugar consumed domestically. 5. That for the sugar that is exported by sea to one or another 321 The 26th of May 1789: subordinate office, even though also intended for domestic consumption, the export duties shall nonetheless be paid, as in article 3. 6. That the rum shall be considered just like the Ceylon arrack, and be subject to the same taxes as have already been levied, or shall hereafter be levied, on this arrack. 7. That the Company, as far as its needs are concerned, shall always have the preference, both for the sugar and for the rum, provided it warns the society a suitable time in advance, and that it pays the market price for it. 8. That as far as the society might deem it convenient, they may also plant coffee and pepper, both on the land now to be ceded to them and on the lands to be ceded hereafter, in order to deliver them to the Company for the prices already established thereon or to be established hereafter, but not coconut trees, except in a very small number and as far as they might serve as food for the servants who are to be employed in this enterprise. 9. Finally, that the remainder of the aforesaid 200 morgens of land shall provisionally be granted to no one, so that the society may expand its operations upon it, provided that within the period of one year it becomes apparent that this society has made a useful employment of the 30 morgens now ceded to it, in accordance with the intent of this resolution; failing which, not 522 The 26th of May 1789. only will the rest of these lands be disposed of, but even this grant of 30 morgens will be revoked again, if after the expiration of one year it does not appear that proper work has been made of the concession granted herein. And an extract hereof shall be delivered to the Honorable Dissave, as well as to those who have offered themselves for this enterprise, to serve for their information and to regulate themselves accordingly. There have been received from Gale fourteen translated reports of native commissioners concerning the inspection of the lands to be mentioned, both in the Matara Dissavony and in the Gale Korle, which have been requested by various persons for cultivation, namely: In the Matara Dissavony. Two ratmaherre rush lands named Maddewille and Ahabaddewille, situated in the village Rideijegamme under the Magampattoe, the first the size of fourteen ammunams and the second the size of 18 ammunams of paddy sowing, requested by Sabapattie Goeneratne Gamineaje, inhabitant of Andrawawe, to be cultivated into sowing fields within 3 years and to be possessed under delivery of the tithe duty. A tank named Mahawauwe, situated in the village Koeroegamwittige under the Mahampattoe, the size of 7 ammunams sowing, requested on the same conditions by the inhabitants of the said village, Gamege Mainatoewe, Dewaha and Gajekien Gammege Menieki. Gale. Business regarding a 523 A ratmaherre tank named Toelgadwenne, situated in the village Baddeganne under Mahampattoe, the size of 10 ammunams sowing, requested on the aforesaid conditions by the Mayorral of the said village Wigalagamma, and his brother Menieka, alongside the inhabitant of Attinajale named Baddenege Siman. A ratmaherre tank named Halmilegahawaawe, situated in the village Koeroeganwittije under the Mahampattoe, the size of 4 ammunams sowing, requested on the above-mentioned conditions by the inhabitants of the said village, Ratnapoelige Wattoewa and Ridijegamme Dontoewa. A tank named Kallaheuwewweuwe, situated in the village Killehinafuttie under the Mahampattoe, the size of 15 ammunams sowing, requested on the aforesaid conditions by Adikariwaddoewe Sinewirebangaen. A rush land named Kiellegahawitte, situated in the village Toddewe within the four Gravets, the size of 1½ ammunams sowing, being a parveny of Ammeresegere Wakkripte, but for a long time neither plowed nor sown, except only that the size of one pela has now been cleared of weeds by someone other than the one to whom it was given for cultivation by the said owner, requested on the aforesaid conditions by Don Abraham Wiedjesinga Appoehame. A rush land named Paloe-elle, situated in the village Ettilenadoegelle under the Gangebaddepattoe, the size of 3 ammunams sowing and unknown whether it is ratmaherre or parveny, but not cultivated or sown in fifteen years, requested by the overseer of the Company's cinnamon garden at Kappoegamme, Louis Pieris. A ratmaherre tank named Koembeladewijeroeuwe, situated The 26th of May 1789: in
Dutch transcription
520 Den 26:' Maij 1789: boomen tot een zeekergroote zullen zijn gekoomen, zoo dat men niet behoeft tewreesen, dat ze zullen uitgaen zal zoo den oude boomen maesten kennelijk van grooter hinder zijn, en dit word aangegeven, als dan daar op nader worden gedisponeert 2. Dat van de voorsz: 30. morgens grond; nu bij Provisie afte= staen als meede van de grond, die na deesen zal worden af gestaan, door de voorsz: societijd zal worden betaelt den intrest van ½. Percento 'smands, van de hoofdsom, die vol= „gens resolutie van den 10:' 9ber: 1772: moet worden betaalt, van de hooge gronden, die ter aanplanting worden uitgegeven; en dat deese betaaling voor de voorsz: 30. morgens zal een begin neemen met Primo xber: 1795: en van de meerdere gronden, die na deesen werden afgestaen, pro rato van de tijd. 3. / Dat de zuijker en de rum, die bij deese societeit zullen worden aangemaakt, bij uijtvoer zullen betaelen de gewoone uitgaen „de regten zoo als dieze thans zijn, of na deesen zullen worden gestelt. Dat de zuijker die op kooser Ceilon zelve word geconsumeerd, mits dat ze niet ter zee word uitgevoerd, vrij zal zijn van eenige belasting, ten zij er na deesen andere diergelijke ruij „ker sabrieken wierden opgelegt, en dat daar op wierden gelegt eenige belastingen voor de Consumptie binnens lands wanneer de geassocieerdens in deesen voor de zuijker, die binnen 'slands geconsumeerd word, aan de selfde belastingen zullen onderheevig zijn. 5 Dat voor de zuijker, die ter zee werd uitgevoerd na 't en of ander 321 Den 26:' Maij 1789: ander onderhoorig kantoor, schoon ook strekkende tot de Consumtie binnens lands, des niet te min zullen worden betaalt de uitgaende regten, als bij art:l 3: E:/ Dat de ruim zal geconsidereerd worden, even als de Cei lonsche arrak, en onderworpen zijn, aan dezelfde belas- tingen, als op deese arrak bereeds gelegd zijn, of na deesen gelegd zúllen worden. 7 Dat de Comp: voor zoo veel haare benodigdheijd aangaat, althoos de Preferentie zal hebben, zoo op de zuijker als op de rum mits dit een bequaeme tijd te vooren aan de societeijd waarschouwende, en dat haar Ed: daar voor be ƒ taalt de prijs van de markt 8. / Dat voor zoo verre de focieteijd het Convenent mogte oordeele, ze zoo op de grond tans aan haar aftestaen, als op de gron- „den na deesen nog aftestaen ook sal moogen planten kosfij en peeper, om die voor de prijzen bereeds daar op gesteet of na deesen te stellen, dan de Comp te leeveren, dog niet met koker boomen, dan in een zeer klein getal en voor zoo verre die strekken mogten tot voedsel van de dienstelingen, die tot deese onderneeming staan te worden gebruikt 9. Eijndelijk dat het resteerende van de voorsz: 200. mor= „gens grond bij Provisie aan niemand zal worden afgegeven ten eijnde de tesocieteijt haere verrigtingen daar op uitbreijden kan, mits dat binnen den tijd van een Jaar komt te blijken dat die societeit van de nu aan haar afgestaene 30. morgens. overeenkomptig met de intentie van deese resolutie een nuttig gebruijke heeft gemaekt, zullende bij foute van dien, niet 522 Den 26: Maij 1789. niet alleen over de regt van deese gronden worden gedisponeert, maar zal zilfs deese gifte van 30. morgens wederom worden ingetrokken, wanneer na verloop van een Jaar niet blijkt, dat er behoorlijk werk gemaekt is, van de Confessie in deesen gedaen- En sal hier van Extrakt worden afgegeven aan den E: dissave als meede aan de geene, die zig tot deese onderneeming hebben aangebooden, om te dienen tot derselver narigt en om zig daar na te reguleeren. zijn van Gale ontvangen veertien translaaten Rapporten van inlandse gecommitteerdens, weegens de besigtiging van de te meldene gvonden, zoo in de matureese Dessavonij, als in de Gale korle welke door verscheijde perzoonen ter Cul tiveering zijn verzogt namelijk. In de Matureesche Dessavonij. Twee ratmaherre bieslanden met naeme mad dewille en Ahabaddewille geleegen in het dorp rideijegamme onder de Magampattoe de eerste groot veertien amm:s en de tweede groot 18. anm:s Felij zaeijens verzogt door sabapattie goene„ ratne Gamineaje inwoonder van Andrawawe om in 3: jaaren tot Zaeijvelden gehultiveerd en onder opbreng van de thiende geregtigheijd bezeeten teworden. Een Jank genaemt Mahawauwe geleegen in het dorp koeroegam wittige onder de Mahampattoe groot 7. amm:s zaeijens of dezelfde Conditien verzogt door de inw:r van gem: dorp Ga= „mege Mainatoewe, Dewaha en Gajekien Gammege Menieki: Gale Besoigne over Een: 523 Een ratmaherre tank genaemt Toelgadwenne, geleegen 't dorp Baddeganne onder Mahampattoe, groot 10. amm:s zaeijens op de voorschreeve Conditie verzogt, door de Majerael van gem dorp wigalagamma, en zijn broeder Menieka, neevens den in woonder van Attinajale genaemd Baddenege Siman Een ratmakirre tank genaemd Halmilega hawaawe geleegen in het dorp koeroeganwittije onder de Mahampattoe, groot 4. amm:s zaeijens op de bovengem: Conditien verzogt door de inwoonders van gemelde dorp Ratnapoelige wattoewa en Ridijegamme Dontoewa. Een tanke genaemt kallaheuwewweuwe geleegen in het dorp killehi nafuttie onder de Mahampattoe groot 15. amm:s Taeijens, ver- „zogt op de voorm: Conditien door Adikariwaddoewe finewire bangaen. Een beisland genaemt kiellegahawitte, geleegen in het dork Tod= dewe binnen de vier gravetten, groot 1.½. amm:s zaeijens, zijnde een Parvenie van Ammeresegere wakkripte dog in lange niet beploegt nog bezereijd behalven alleen dat ter groote van een pelle thans van ruijgtens is gezuijverd door een ander dan wien het door gem: eijgenaar ter Cultiveering was „ gegeven verzogt op voorm: Conditien door Don Abraham wiedjesinga Appoehaneij Een biefland gen:t Paloe-elle, geleegen in 't dorp, Ettilena doe gelle onder de gangebaddepattoe, groot 3: amm:s zaegens en onbe „kend ofer het ratmaherre of Carvenu is dog in geen vijftien Jaaren gecultiveerd of bezaeijd, verzogt door den opzigter van 'sComp:s kaneel tuijn te kappoegamme Louis Pieris Een ratmaherre tank genaemd koembela dewije roeuwe geleegen Den 26: Maij 1789: in:
English
524 The 26th of May 1789: in the village of Mahaurtte under the Gangebadde Pattoe, measuring approximately 5 pelles of nelie sowing and occupied by two defective cinnamon trees or katlekoeroende, likewise requested by the aforementioned Louis Pieris. Two ratmaherre rush lands named Pittedenije Parragawielle and Abega an de wille, situated in the village of Kittelegamme under the four Baijgamsteerste, measuring 2 and the latter 3 amams of nelie sowing, requested on the aforesaid condition by Daniel Perera Appoehamij and the inhabitant of Kambroegammoewe named Oenoewattoene Koswattage Janies. A ratmaherre rush land named Managoeloewewielle, with the Maggedenige Pottewrelle belonging thereto, situated in the village of Jallaimbe under Belligam, measuring approximately 2½ amams of nelie sowing, and requested by the aforementioned two persons. A ratmaherre rush land named Morregahawille, situated in the village of Peemboerawanne under the Belligam Korle, measuring ½ amam and 3 koernies of nelie sowing, requested on the aforementioned conditions by the cannekappel to the cardamom supplier, Slema Lebbe Mira Lebbe. A ratmaherre rush land named Parregahagoddelle Pottoewville, situated between the villages of Higatte and Pieimboerawerne, under the Belligam Korle, measuring by estimation 3 amams and 5 koernies of nelie sowing, requested on the aforesaid conditions as a sowing field by the aforementioned Slema Lebbe Mira Lebbe, together with the resident of Kattoewegodde named Alima Lebbe, Jsmael Lebbe, and the Majorael of Paetegamme, Don Joan Wikkreene Widaene Gammedetjele. A 525 The 26th of May 1789: A tank named Pottoetanne wienewerwe, situated in the village of Poettoetanne wienne under the Magampattoe, measuring 11 amams of nelie sowing, and requested on the aforesaid conditions by Anthonij Amerewikkaame Wannigeratne, being an arraetje of the washers; this tank was granted under the administration of the Honorable retired Dessave Burnat to a certain Ratnapoelle Gammer, who nevertheless has done nothing more to it than cultivate a sjuia and erect a hut thereon, in which some people lived. In the Galle Korle. A piece of ratmaherre land named Polgas doewebedde, situated in the village of Ahangamme under the Talpepattoe, measuring approximately 3 amams of nelie sowing and overgrown with a jungle of about 8 years of age, upon which are to be found 8 young cinnamon trees, requested by the Korale of the Talpepattoe, Wijesirie Goeneratne Obejesegere, for the planting of cinnamon. A piece of ratmaherre land named Troongahabedde, situated in the village of Attanekitte under the aforesaid pattoe, measuring approximately 6 amams of nelie sowing, upon which are to be found a jungle of 6 years and 12 young cinnamon trees, likewise requested by the just-mentioned Korale for the planting of cinnamon. A piece of ratmaherre land named Madoeheene bedde, situated in the aforementioned village, measuring approximately 5 amams of nelie sowing, upon which are to be found a jungle of 6 years and 10 young cinnamon trees, also requested by the aforesaid Korale for the planting of cinnamon. A 526 The 26th of May 1789: A piece of ratmaherre land named Paantjaliebedde, situated in the village of Hattelouwe under the aforesaid Pattoe, measuring 5 amams of nelie sowing, and upon which are found a jungle of 8 years, 2 peelable and 12 young cinnamon trees, requested by the aforesaid Korale for the planting of cinnamon. A piece of ratmaherre land named Wendagas deniebedde, situated in the village of Kroelagodde, under the aforementioned Pattoe, measuring 5 amams of nelie sowing, and upon which stand a jungle of 7 years and 8 young cinnamon trees, requested by and for the same purpose as before. A mallaspalla garden named Koongas goddewatte, situated in the village of Walpolle under the aforesaid Pattoe, measuring approximately 1 amam of nelie sowing, upon which stand a jungle of 12 years, 15 old soursop trees, 110 old, medium, and young areca trees, and 6 young cinnamon trees, requested by the aforementioned Korale for the planting of areca trees. A ratmaherre land named Hieriedollewatte, situated in the aforesaid village, measuring approximately 3 amams of nelie sowing, upon which stand 62 old soursop trees, 20 coconut trees, 35 old, medium, and young areca trees, 12 young cinnamon trees, and a jungle of about 20 years, likewise requested by the aforesaid Korale for the planting of areca. And whereas the Galle servants have declared that no obstacles have arisen against the grant of the aforesaid lands, it has been approved and agreed to place the aforesaid translation reports into the hands of the head of the Mahabadde, 527 The 26th of May 1789: Matters concerning Batticaloa. in order to have the requested lands, in so far as they lie within cinnamon-yielding districts, further surveyed by designated Chalia commissioners to determine whether they can be granted without prejudice to the cinnamon, and furthermore to authorize the servants at Galle, should these commissioners declare the said lands grantable, to permit the petitioners, under the usual conditions, to take immediate possession of the same and cultivate them. And whereas compliance has not yet been given to that which was enacted by the resolution of the 6th of March 1787—namely, that a Landraad Commission should annually inspect the condition of the granted lands and the work that may have been performed thereon, and that the respective land regents should report the findings of this Commission to this government in the month of May—it has been approved and agreed hereby to renew this order and to enjoin the observance thereof in the most emphatic manner. A placard drafted by the Governor with the advice of the Chief of Battikaloa concerning the land administration in Battikaloa was resumed, and after deliberation it was approved to enact the same and send it to Batticaloa for observance. And it was furthermore agreed to have this placard bound among the appendices to the resolutions, and that it shall also be sent as an appendix to Their High Excellencies. For the Mahabadde.
Dutch transcription
524 Den 26:' Maij 1789: in het dorp Mahaurtte onder de gangebadde pattoe, groot omtrent 5. Pelles Nedie zaeijens en bezet met twee ondeugen de kanneel boomen of katlekoeroende, meede door voorm: louis Pieris verzogt. Twee ratmaherre, bieslanden genaemt Pittedenije Parragawielle en Abega an de wille, geleegen in het dorp kittelegamme onder de vier Baijgamsteerste groot 2: en het laetste 3: amm=s nelie zaeijens op voorsz: Conditie verzogt, door Daniel Perera appoehamij en den inwoonder van kambroegammoewe genaemt oenoewattoene koswattage Janies Een ratmaherre biesland genaamt Managoeloewewielle, met de daar toe gehoorende Maggedenige Pottewrelle, geleegen in 't dorp Jallaimbe onder belligam, groot omtrent 2.½. amm:s nelie Zaeijens en verzogt door Voorm: twee Perzoonen Een ratmakerre biesland genaemt Morregahawille, geleegen in het dorp Peemboerawanne onder de belligamkorle, groot „meerm: ½. amm:s en 3: koernies nelij zaeijens opwwaarm: Conditien verzogt door den Cannekappel bij den kardamom leverancier Slema Lebbe Mira Lebbe. Een ratmaherre liesland genaemt Parregahagoddelle Pottoewville geleegen tusschen de dorpen higatte en Pieimboerawerme, onder de belligamkorle, groot na gissing 3: amm: en 5. koernies nelie zaeijens, op voorsz: Conditien tot een zaeijvelt verzogt, door voorm: slema Lebbe, Mira Lebbe, neevens den inwoonder van kattoewegodde geleegen genaemt Alima Lebbe, Jsmael Lebbe, en den Majorael van Paetegamme „tbe Don Joan wikkreene widaene gammedetjele. Een 525 Den 26: Maij 1739: Een Tank genaemt Pottoetanne wienewerwe, geleegen in het dorp Poettoetanne wienne onder de Magampattoe, groot 11: amm:s nelie Zaeijens, en op voorsz: Conditien verzogt door den Anthonij Amerewikkaame wannigeratne, arraetje van de wassers zijnde, deese tank, onder het bestivr van den E: afgegaene Dessave Burnat, begeeven aan eenen Ratnapoelle gammer, die nogtans daar aan niet anders heeft gedaen, dan dat een sjuia gehultiveert, en daar op een krussi gezet heeft; daer eenige menschen in woenden. In de Gaele korle. Een stuk reatmaherre grond genaemt Polgas doewebedde, gelee= gen in het dorp Ahangamme, onder de Talpepattoe groot omtrent 3: amm:s nelie zaeijens en bewassen, met eene bosschagien van omtrent 8: Iaaren oud, waar op tevinden zijn; 8: Jonge hanneel boomen verzogt, door den Cornel van de Jalpepattoe wijesirie goeneratne obejesegere, ter aanplanting van Canneel Een ratmaherre grond genaamt troongahabedde, geleegen in het dorp Attanekitte onder de voorsz: pattoe, groot omtrent 6: amm:s nele-zaeijens, waar op te vinden zijn een bos- schajer van 6: Jaeren en 12. Jonge kraneel boomen, meede door even gemelde Corael verzogt ter aanplanting van Canneel. Een stuk ratmaherre grond gen:t Madoeheene bedde, gelee= gen in voorm: Dorp, groot omtrent 5. amm:s nelie zaeijens waar op te vinden, zijn een bosschagie van 6: Jaaren en 10: Jonge kanneel boomen, ook door voorsz krovael ver zogt ter aanplanting van Canneel. Een 526 Den 26:' Maij 1789 Een stuk ratinaherre grond gen:t Paantjaliebedde, geleegen in 't dorp hattelouwe onder voorm: Pattoe, groot 5: amm:s nelie kaeijens en waar op zijn gevonden een bosschagie van 8: Jaang en 2: schilbaare en 12. Jonge Canneel boomen, door voorsz: korael verzogt ter aanplienting van Cranneel Een stuk ratmakierre grond genaamt Wendagas deniebedde, gelee= gen in het dorp kroelagodde, onder meerm: Pattoe, groot 5: amm:s nelie, Zaeijens, en waar op staen een bosschagje van 7. Jaare, en 8. Jonge kanneel boomen verzogt door en ten eijnde als vooren. Een Mallaspalla tuijn gen:t koongas goddewatte geleegen in 't dorp walpolle onder voorm: Pattoe, groot omtrent 1: amm: nelie zaeijens, waar op staen, een bosschagie van 12: Iaaren, 15: goude zoorzaks boomen, 110. oude middelmatige en Jonge avreeke boomen, en 6: Jonge Canneel boomen doormeerm: komal ver= zogt, ter aanplanting van arroeks boomen. Een ratmnaherre grond gen:t Hieriedollewatte geleegen in voorsz: dorf groot omtrent 3: amm:s nelie, zaeijens, waar op staen 62: oude zoorzaks boomen, 20. kokus boomen, 35. oude mid „del matige en Jonge arreeks boomen, 12: Jonge kameel boomen en een bosschagie van omtrent 20. Iaaren, meede door voorsz: koraal, ter aanplanting van arreek ver= kogt En wijl de gaelse bedienden hebben verklaard, dat tee= gen de afgaeve van voorsz: gronden geene beletzelen zijn voorgekoomen. Is goedgevonden en verstaen de voorsz: translaat rapporten te stellen inhanden van het hoofd der Mahobaa ten: 6 527 Den 26: Maij 1789: Desoigne over Batticaloa ten eijnde de verzogte gronden, voor zoo verre zoo in Canneel geevende distrikten leggen, nader door Expresse Cjaliasse gecommitteerdens te laaten opneemen, of ze buijten benaa= „deling van de Canneel kunnen worden afgegeven, en wijders den bedienden te gale te qualificeeren, om wanneer deese ge= Committeerdens gemelde gronden afgeeslijk verklaaren, de verzoekers, onder de gewoone bepalingen te moogen per= ^ dezelve mitteeren, om de eln dadelijk aantwaarden en te beweeken. En wijl aan het gearresteerde bij resolutie van den 6: Maart 1787. dat namelijk Jaarlijks door eene landraeds Commissie zoude worden opgenoomen, den toestand van de afgegevene Landerijen, off van het werk dat daar aan mogt verrigt zijn, en dat de reespective landregenten van de bevinding. deeser Commissie, in de Maand Meij aan deese regeering berigt zouden doen, tot nog toe niet is voldoen. Is goedgevonden, en ver staen deese order mits deesen terenoveeren, en de naarkoo= „ming daar van op het nadrukkelijkste aan te beveelen. Js geresumeerd een door den heer gouverneur met advies van het opperhoofd van Battikaloa ontworpen placcaat betrekkelijk tot het lands bestier in het battikaloase„ en is na deliberatie goedgevonden 't zelve te arresteeren en E ter observantie na batticaloa te zenden. En is wijders verstaan, dit placcaet onder de beijlaegen der resolutien te laaten inbinden en dat het ook als een bijlaege, zal worden gezonden. aan hunne hoog Edelheeden Voor habadde h
English
528 Kalpettij. Desoigne over As the Kalpitiya chief Van de Graeff has shown by letter of the 10th of this month that there are large, fine lands lying in that Province which are very suitable for the cultivation of coffee, pepper, areca, etc., to which he hopes to induce the inhabitants to turn with zeal, requesting that for that purpose, as was done here and in Galle, an honor mark may be promised to whoever shall excel above others in these plantations, It has been approved to grant authorization to promise an honor mark in the name of this government to whoever happens to excel in making such plantations. Thus done and resolved in the castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graeff, M. P. Raket, D. T. Fretz, J. P. C. Tilenius, J. Reintous, B. L. van Zitter, and A. Samlant. Resolution. The 26th of May 1789. 6 2 2 529 Wednesday the 3rd of June in the year 1789. Absent: The Honorable Dessave: Diderich Thomas Fretz The Honorable Titular Lieutenant Colonel: Jan Philip Christiaen Tilenius The Honorable Pay Bookkeeper: Gerrit Engelbert Hoest The Honorable Fiscal: Johannes Adrianus Vollenhoven It has been approved and agreed to grant provisionally for the period of one year a gratuity of thirty rixdollars per month to the provisional extraordinary Lieutenant of the Artillery Dideriks, who according to the resolution concerning the native department of the 19th of May last is going to Trincomalee to measure and map the lands of Kottiyar, Tamblegam, and Kattukulampattu, in order to make good his expenses, because the poor inhabitants cannot be required to bear these burdens and the otherwise customary extra board money cannot suffice to provide himself with the necessary provisions in the aforesaid poorly inhabited regions, where at Trincomalee itself everything is scarce and very expensive; and to have this gratuity, as well as the salary, the board money, and the emoluments of the said Dideriks and of his assistants, together with the coolie wages, and whatever else is provided for the benefit of this commission, charged in the books to a separate account, to be recovered Resolution taken in the Council of Ceylon concerning the native department by way of round robin from: on 130 The 3rd of June 1789. from the revenues of the country's products; the gentleman designate Commander of Galle Sluijsken, and the Honorable Chief Administrator Raket being of the opinion that, as the Company's order in such cases grants only double board money, the granting of the aforesaid gratuity to the extraordinary Lieutenant Dideriks ought to be submitted to their High Excellencies, but that it may nevertheless be provided in the meantime to meet his unavoidable expenses. Thus done and resolved in the castle of Colombo, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graeff, P. Sluijsken, M. P. Raket, J. Reintous, B. L. van Zitter, and A. Samlant. Resolution 531 Saturday the 6th of June in the year 1789. Present: The Right Honorable Governor: Willem Jacob van de Graeff The gentleman designate Commander of Galle: Pieter Sluijsken The gentleman designate Chief Administrator: Mattheus Petrus Raket The Honorable Dessave: Diderich Thomas Fretz The Honorable Titular Lieutenant Colonel: Jan Philip Christiaen Tilenius The Honorable First Warehouse Master: Johannes Reintous The Honorable Secretary: Benedictus Lambertus van Zitter The Honorable Trade Bookkeeper: Abraham Samlant Absent: The Honorable Pay Bookkeeper: Gerrit Engelbert Hoest The Honorable Fiscal: Johannes Adrianus Vollenhoven the first on account of indisposition, and the latter for an excursion to Galle. Upon the proposal of the Governor, it has been approved and agreed to have provided from the small petty cash to the advocate Jan Hendrik Schroter, who has come over from Batavia awaiting employment with stopped pay and whom His Honor has tasked to survey the Pasdun Korale and at the same time cast his eye over the plantations of cinnamon, pepper, and other products in the same korale, during this commission of his, the amount of his salary and emoluments, to be written off to the debit of the cinnamon plantations. 12 Resolution taken in the Council of Ceylon concerning the native department. Thus: on Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graeff, P. Sluijsken, M. P. Raket, D. T. Fretz, J. P. C. Tilenius, J. Reintous, B. L. van Zitter, and A. Samlant. The 6th of June 1789. Resolution. 332
Dutch transcription
528 Kalpettij. Desoigne over Door het halpetijsche opperhoofd van de Graeff, bij brief van den 10:' deeser vertoont zijnde, dat er groote schoone gron„ „den, in die Provintie leggen, die zeer geschikt zijn tot de Culture van hossi, peeper, arreek etc: waar toe hij hoopt de ingezeetenen, met iever te doen overgaan, met verzoek„ „dien dat ten „ eijnde leven als hier en te gale was geschied, eene eere toeken mag worden toegezegd aan dien, die in deze plantagien booven andere zal uitmunten Is goedgevonden qualificatie te verleenen, om aan den geenen, die in het doen van diergelijke aanplantingen komt uit temunten uit naam deeser regeering een eere teeken toe te zeggen. Aldus gedaen ende Geresolveert in het kasteel kolmbor ten daege Maend en Jaere voorsz: /:was geteekent:/ W: J: van de Graeff, M: P:s Rahet, D: T: Frotz:, J: P: C: Filo: „nius, J:t Spaintous, B: L: van Litter, en A: Samlant. Resolutie. Den 26: Maij 1789: 6 2 2 529 Woensdag den 3:' Iunij anno 1789: Absent Den E: dessave - - - _ _ _ _ _ _ Diderich Thomas Fretz: Den E: titulair luijtenant Collonel. . . . . Jan Philip Christiaen, Tilenius, Den E: soldij boekhouder - - - - - - - - Gerrit EEngel: Hoest, Den E: fiscael - - - _ _ _ _ _ _ Johannes Adrianus Vollenhoven, Is goedgevonden en verstaen om aan den P:l extraordinair luijtenant van de Artillerie Dideriks, die blijkens resol: over het inlands departement van den 19:' Maij Jongst leeden; na Trinkonomale gaet om de landen van koetjaer, Tamblegam en kattoekolompattoe te meeten en in kaart te brengen tot goedmaeking zijner onkosten, wijl het de arme ingezeetenen niet kan worden gevorgd, die lagten te draegen en het anderzins gewoone extra kostgeet niet kan toerijken, om zig van de noodige leevens middelen in voorsz: slegt bewoonde landschappen te voorzien, daar op Trinkonomaele zelve alles schrael en seer duur is bij provisie voor den tijd van een Jaar toebeleggen een douceur van dertig W rd.:s smaends; in dit douceur, zoo wel als de gagie, het kostgelt en de Emolumenten van hom Diderikes en van zijne adjunkten, zoomeede de koelie gelden, en al wat verder ten behoeve deeser Commissie word verstrekt, bij de boeken te doen belasten op eene apparte reekening, om gevonden tewerden Resoluuitsie genoomen in raede van Ceilon over het inlands De partement bij wel ge van Roudvraege uit: op 130 Den 3:' Junij 1789: uit de inkomsten van slands: produkiten zijnde de heer g'eligeerd gaalsch Commandeur sluijsken, en de E: hoofd administrateur Raket van gevoelen, dat wijl 'sComp=s order in diergelijke gevallen alleen dubbeld kostgeld toelegd„ het toeleggen van voorsz: douceive aan den Eltraordinair luijtenant Dideriks, aan hunne hoog Edelheeden behoorde te worden voorgedraegen, dog dat het niet te min ntus= „schen kan worden vorstrekt, tot tegemoet koming van zijne onvermijdelijke guastos. Aldus Gedaen, ende Geresolveert in het kasteel kolombo, ten daege Maend en Jaere voorsz: /was getee= kend:/ W: C: van de Graeff, P=r Sluijsken, M:r P:s Rahe J:s Reintous, B. E: van Zitter en A: Samlant e tee Resoluatsie 531 Saturdag den 6:' Iunij anno 1789: Present. Willem Jacob van de Graeff, Den wel Edelen Groot agtb: heer gouverneur De heer G'eligeerd Gaals kommandeur. . . . Peter Sluijsken Den heer g'eligeerd hoofd administeur- - - Mattheus Petrus Raket Den E: dessave - - - - - Diderich Thomas Fuetz: Den E: titulair luijtenant Collonel - -- Jan Philip Christiaen Telerius Den E: eerste Pakhuijsmeester - - - - - - Johannes Rointous„ Den E: Sekretaris - - - - - - - - - Benedictus Lambertus van Zittoa„ Den E: negotie boekhouder - - - - - - Abraham Samlant. rbsent. Den E: Soldij boekhouder - - - - - - Gerrit Engel Hoeft Den E: fesedae - Johannes Adrianus vollenhoven, de eerste mids indispositie, en de laaste voor een springtogt na Galen. Is op de propositie van den heer Gouverneur goedgevenden en verstaan, om aan den advocaat jan Hendrik Schrooter, die ter afwagting van Emploij met afgeschreeven gagie van ba„ tavia overgekoomen en aan wien zijn Edele heeft opgedraegen, om de Pasdoen kore temeeten, en ter zelver tijd zijn oog wat te laaten gaen over de plantagien, van kanneel peeper en andere producten in deselve kool geduurende deese zijne kom missie, uit de kleijne habfa te laaten verstrekken, het beloop van zijn gagie en Emolumenten, om te worden afgeschreeven ten laste van de Canneel plantagien 12 besolucitsie genoomen in raede van Ceilon over het inlands departement. aldus: ne - h – – - op Aldus Gedaen ende Gerecolveert in het Casteel Colombo ten dage Maend en Jaere voorsz: /:was geteekent:/ W: J: van de Graeff, P: Sluijsken, M:s F:s Raket, D: T: Froech J:n P: C: Tilenius, J:s Roeintous, P:s C: van Zitter en A: Samlant. Den 6:' Junij 1789. Resolutie. 332
English
533 Monday the 8th of June in the year 1789. Present The Right Honorable Governor Willem Jacob van de Graaff, The Honorable Gaals Commander-elect Peter Sluijsken, The Honorable Chief Administrator-elect Mattheus Petrus Raket, The Honorable Disava Diderich Thomas Fretz, The Honorable Titular Lieutenant Colonel Jan Philip Christiaan Jilenius, The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous, The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter, The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant, Absent The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engelhogt, The Honorable Fiscal Johannes Adrianus Vollenhoven, the former due to indisposition, and the latter for an excursion to Gale. Resumed is a report from the Assistant Land Surveyor Mathijsz, stating that he has measured for Don Christoffel Jansz, lascarin under the Honorable Chief Administrator, a piece of land situated at the Pass Naklagam, measuring in area 23 square rods, and that the said piece of land can be ceded without prejudice to the Company or anyone else. And after deliberation, it was approved and agreed to grant the aforesaid piece of land in ownership to the petitioner Don Christoffel Jansz under the usual conditions. Resolution taken in the Council of Ceylon concerning the Native Department, thus: Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. v. d. Graaff, P: Sluijsken, M:s P:s Raket, D: T: Fretz, J: P: C: Jilenius, J:s Reintous, Benedictus Lambertus van Zitter, and A: Samlant. the 8th of June 1789. Resolution. 534 535 Tuesday the 16th of June in the year 1789. Present The Right Honorable Governor Willem Jacob van de Graeff, The Honorable Gaals Commander-elect Peter Sluijsken, The Honorable Chief Administrator-elect Mattheus Petrus Raket, The Honorable Disava Diderich Thomas Fretz, The Honorable Titular Lieutenant Colonel Jan Philip Christiaan Jilenius, The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous, The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter, The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant, Absent The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engelstoegt, The Honorable Fiscal Johannes Adrianus Vollenhooven, the former due to indisposition, and the latter for an excursion to Gale. Upon the request of the burgher sergeant Johan Godfriet Jenger to be granted title deeds for the lands successively ceded to him for cultivation, the work performed thereon by the petitioner was inspected by native commissioners, and from this, the following report was submitted, provided with the advice of the Honorable Disava Fretz: Translation of a Sinhalese report ola, written the 29th of May in the year 1789. Inspected the land under Maharre, in the Adikarie Pattu of the Hina Corle, obtained by the burgher sergeant Johan Godfriet Jenger for planting Resolution taken in the Council of Ceylon concerning the Native Department. 536 The 16th of June 1789. and cultivation, and found it to extend to the east to a kiripaloegaha tree, to the south to an angelikke tree, to the west to an evereloegaha tree, and to the northwest to a kekoenigaha tree, of which the high ground measures approximately three amunams and 25 kurunis sowing capacity, wherein were found one hundred twenty-five peelable, three hundred fifty-seven young, and fifteen scraped cinnamon trees; and on twenty-two kurunis of land, seven hundred cinnamon plants planted in the year 1788, of six to eight leaves, presently five hundred pricked-out young plants; furthermore, there stand thereon two old coffee trees, seven old soursop trees, and twenty-one young and five hundred and thirteen young coffee plants, one hundred and fifty young soursop trees, fifty-five young areca trees; the cleared land without any planting measures one amunam and five kurunis sowing capacity. The low land measures approximately eight amunams and thirty-five kurunis sowing capacity, of which cultivated and sown land has an extent of approximately two amunams and five kurunis sowing capacity; the sown land is provided with dams and dikes. Thus this commission was executed by order of the Honorable Grand Disava of Colombo, and this was signed by Wanige Koorige Sinikoe Appuhamy, resident of Sangarawe in the Calpoettie Corle, and Koeregammege Don Simon Appuhamy, resident of Sagodde. At the end of the ola was signed: Ciniakoe, and Don Simon. Below stood: For the translation, Hulftsdorp, the 3rd of June 1789. Signed: A: P: van der Smagt, Tombo Holder. In the margin: For the translation, signed: D: A: Perera, Sworn Interpreter. The high and low lands mentioned herein were obtained by the burgher sergeant Jenger by virtue of the following deeds: namely, Dilgahakanatte to plant 1/3 with cinnamon, and Dangahapoerene measuring 2 amunams and 2 kurunis to cultivate into a sowing field, according to the sannas granted by the Disava De Cock on the 1st of November 1789; Dilgahahiene to the extent of 2 amunams and 10 kurunis, to plant 1/3 thereof with cinnamon, and after the completion thereof favored
Dutch transcription
533 Maandag den 8:' Junij anno 1789. Present Den wel Edelen groot agtb: heer gouverneur - - Willem Jacob van de Graaff, Den E: heer g'religeerd gaels kommand:r Peter Sluijsken, Den E: G'eligeerd hoofdadministrateur Mattheus Petrus Raket Den E: dessave - - - - - - - - - Diderich Thomas Fratsz, Den E: Titulaijr luijtenant Colonel- Jan Philip Christiaen Jilemius Den E: eerste Pakhuijsmeester - - - - Johannes Reintous, Den E. secretaris - - - - - - - - - Benedekt:s Lamb:s van Zitter, Den E: negotie boekhouder - - - - - - - Abraham Camlant, absent Den E: soldij boekhouder - - - - - - - Gerrit EngelHogt Den E: fiscaal - - _ _ _ _ _ _ _ _ _ Johannes Adrianus vollenhoven, de eerste mits indispotie, en de laeste voor een springtogt na Gale Is geresumeerd een berigt van den adjunt landinee ter Mathijsz hij voor Don Christoffel Jansz: lasko¬ houdende dat „gemoeten een stuk grond. # rijn bij den E: hoofdadministrateur, heeft „ geleegen aan het pas naklagam groot van inhoud 23: quadraet roeden en dat gem: stuk grond kan afgeegeven worden, zonder be nadeelingen van de Compagnie ofte imand anders. En is na deliberatie goedgevonden en verstaen, voorsz: stuk grond aan den verzoeker Don Christoffel Jansz: in eijgendom af te staen onder de gewoone Conditien Resolutie genoomen in raede van Ceilon over het inlands departement aldus: op. Aldus gedaen ende Geresolveert in het Casteel Colombo ten daege Maend en Jaere voorsz: /:was geteekent ƒ W„r. P: Sluijsken, M:s P:s Rakel/ D: v: Seretz J: P: C: Tilemiis, J:s Reintous Benediktus Lam bertus van Zitter, en A: samlant. den 8:' Junij 1789: Resoluutsie. 534 535 Dingsdag den 16:' Junij anno 1789: Present Willem Jacob van de Graeff, Den wel Edelen Groot agtb: heer gouverneur Den heer g'eligeerd Gaals kommandeur - - - - Peter Sluijsken, Den E: g'eligeed hoofdadministeur - - - - Mattheus Petrus Rakel, Den E: dessave - - - - - - - _ Diderich Thomas Fretz: Den E: titulair luijtenant Collonel. . Jan Philip Christiaan Jilenius, : Den E: eerste Pakhuijsmeester - - - - - Johannes Peintous, Den E: sekretaris - - - - - - - - - Benedibitus Lambertus van Zitter Den E: negotie boekhouder - - - - - - Abraham Camlant absent. Den E: soldij boekhouder - - - - - Gerrit Engelstoegt Den E: fiscael - - - - - _ _ Johannes Adrianus vollenhooven de eerste mits jndispositie, ende laeste voor een springtogt na Gale. op op 't verzoek van den burger sergeant Johan Godfriet jenger, ons eijgendoms bewijsen te moogen hebben voor de landerijen successive aan hem ter Cultiveering afgegeven, is, 't door den suppoliant daar aan verrigte werk, door inlandse gecom= mitteerden opgenoomen, en daar van ingekoomen, 't onder volgend rappoord, voorzien van 't advijs van den E. dessave Faetz: Translaat Kingaleese rapport ola ge= schreeven den 29: Maij anno 1789. Door den burger sergeant Johan God friet Jenger ter aanplan Resoluutsie genoomen in raede van Ceilon over het inlands Departement. ting. 536 Den 16:' Junij 1789: ttingen Cultiveering verkreegen grond onder Maharre, in de adikarie pattoe van de hinacorle, gevisenteert en bevonden te strek „ken ten o: aan een boom. kiripaloegaha, ten Z. aan een angelikke boom ten w: aan een boom evere loegahia, en ten W:s aan hren boom kekoenigaha, waar onder de hooge grond groot omtrent drie amm:s en 25: koernees gezaeij, daar in bevonden Eenhondert vijf en twintig schilbaar, drie hondert seven en vijftig Jonge en vijftien gekrapte kanneel boomen en op twee en twintig Coern:s grond in 't Jaar 1788: aangeplante zeeven hondert Canneel plant ses van zelven â 8. bladeren, tans uitgeschoolene vijf hondert plantjes nog staen daar op twee oude kokies, zeeven oude kaks Coorsakss, en een een twintig Jonge en vijfhondert en dertien Jonge kokiues plant „jes Een hondert en vijftig Jonge zoorzaks. vijf en vijftig Jonge arreeke boomen; de gezuijverde grond zonder iets te planten is groot een amm:s en vijf koernies gezaeij. „ard: De beesland is groot omtrent agt: neranzen en viefendertig Coernies gezaeij waar van gehultiveerde en bezaeijde grond ter groote van omtrent twee amm:s en vijfkoernies gezaeij, de aanbezaeijde grond is met dammen en deijken voorzien. zoodanig deese Commissie ter ordre van den heer ons groot dessave van kolombo verrigt en deese onderteekent door wanige Coerige sinikoe appoehamij inwoonder van Sangarawe in de Calpoettie Corle en koeregammege Don: semanappoehamij inwoonder van sagodde, aan 't eijnde der ola /:was geteekent:/ Ciniakoe:, en don Simon/ /:onderstont:/ voor de translatie Hulsts dorp den 3:' Junij 1789: /:geteekent/ A: P: van dersmagt Combohouder /:in margine:/ voor de vertaling /:geteekent:/ D: A: Perera geswoore solk De in deese vermelde hooge en laege gronden zijn bij den bawiger serge — „ant Jonger bij de volgende beweijsen verkretegen als Dilgohaka= nakte om 1/3. met kanneel te beplanten, en Dangahapoerene groot amm: 2: koern:s z: om te sultiveeren, tot een Zaeijland blijkens samnas van de heer dessave de CCock den 1:' 9ber: 1789: verleend Dilgahahiene ter groote van amm:s z: en 10. koern:s o ƒ3: daar van kanneel te beplanten en na dies volbrenging beguns. tigd
English
537 The 16th of June 1789: to be favored, with the other two thirds for planting coconut and other trees, see certificate granted by the undersigned on the 12th of December 1787. Moellendise, measuring 5 ammonams of muddy land for cultivation into a sowing field, according to the certificate of the undersigned dated the 12th of April 1788: From the aforesaid inspection report of the 29th of May last it appears that one third of the high land is not yet fully planted with cinnamon, and the field is also only partly cultivated; but as Sergeant Jenger promises to fully plant the remainder of the third of the high land with cinnamon, and to cultivate the field, for which dams have also already been made, he might indeed be favored with a deed of gift upon the request made by petition to the Honorable Grand Venerable, provided that the entire land remains bound to the Company until the full third has been planted with cinnamon, while regarding the mud land, the order by resolution of the 9th of August 1785 should be made known in the deed of gift, stating that if the low land is not cultivated within three years, a fine of 12½ rixdollars must then be paid for each uncultivated ammonam of land, which period of three years, however, commences from the day that the aforesaid certificates were granted by the dessaves. Hulftsdorp, the 11th of June 1789. signed: D. F. Fretz: Whereupon, having deliberated, it was approved and agreed, in accordance with the advice of the aforesaid Honorable Dessave, to let the petitioner be granted the requested title deeds for the lands mentioned hereinbefore, on the condition that the high lands Dilgahakanatte and Dilgahahene in their entirety shall remain bound to the Company until one third thereof, according to the petitioner's undertaking, shall be fully planted with cinnamon, and on the condition that the low lands Pangelyjehiepoerene 538 The 16th of June 1789. and Molendije shall be fully cultivated within three years, counting from the date of the certificates that have been granted to him thereof by the Honorable Dessave, on penalty of a fine of 12½ rixdollars for each ammonam of uncultivated land. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graaff, P:r Sluijsken, M: P:s Raket, D: T: Fretz, J: P: C: Tilenius, J:s Reintous, B: L: van Zetter, and A: Samlant. Resolution. 539 Wednesday the 5th of August anno 1789: Present The Right Honorable Grand Venerable Governor Willem Jacob van de Graeff, The Honorable Commander-Elect of Galle Peter Sluijsken, The Honorable Chief Administrator-Elect Mattheus Petrus Raket, The Honorable Dessave Diderich Thomas Fretz, The Honorable Titular Lieutenant Colonel Jan Philip Christiaen Tilenius, The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous, The Honorable Secretary Benediktus Lambertus van Zetter, The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant, The Honorable Fiscal Johannes Adrianus Vollenhoven, Absent The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Hoest, due to indisposition. Was read a report from the Honorable Dessave Fretz, stating that His Honor, after the customary inspection and upon the received report that the land had not been worked in fifteen years, has granted to the Malabar Master of the Silversmiths, Philippoe Morais, for cultivation, a piece of low land situated at Kotahena within the gravets, measuring 6½ ammonams; but that the son of the Moor Aijdroos Lebbe has objected to this, claiming that the land belonged to his adjacent garden and had been mortgaged by his late father Resolution taken in Council of Ceylon concerning the Native Department. 540 The 5th of August 1789: at the Orphan Chamber here, and that, as proof of his ownership, he had produced a thombo extract showing that Gedderekoembere, measuring 10 ammonams, is registered in his father's name, with the request to be allowed to retain the said land, admitting, however, that due to inability he has not worked it in five years; the Honorable Dessave therefore requesting to be provided with an order concerning this, as it is too detrimental to the public interest to let such a field lie waste any longer, whereas Morais undertakes to sow it before the upcoming Maha season, and the son of the head of the Moors requests two more years of time for cultivating and sowing, provided the Orphan Masters in the meantime might not have it sold for his father's debt: Whereupon, having deliberated and considering that the opponent himself admits that he has not been able to work the aforesaid low land in five years due to inability, although according to the report of the native commissioners it has already lain fallow for fifteen years, and that it is very likely that he will not be capable hereafter, at least in the first two years, to have it worked and sown, whereby so large a piece of land must remain uselessly waste. It has therefore been approved and agreed to authorize the Honorable Dessave to impose upon the aforesaid Moor that he must sow the aforesaid piece of low land before the upcoming Maha season, as Morais has offered, and if he
Dutch transcription
537 Den 16:' Junij 1789: tigd teworden, met de andere 2/3. ter aanplanting van kokus en andere boomen, vide bewijs door den ondertokenaar verleend op den 12:' xber: 1787. Moellendise, groot amm:s 5: aan modder grond ter kultiveering tot een Zaeijland, blijkens bewijs van den onderteekenaar gedateert 12:' april 1788: Bij het voorsz: opneemings rapport van den 29:' Maij J:o L: blijkt dat het derde van de hooge grond nog niet ten vollen met kan neel aangeplant is, en het veld ook maar ten deele gecultiveert, dog dog alsoo sergeant Jenger belooft om het mankeerende aan het dorde van de hooge grond met kanneel ten vollen te zullen beplant, en 't veld te kultiveeren, waar toe ook reeds dammen gemaakt zijn, zoo zoude hij wel met een giste brief op zijn bij request, aan den wel Edelen Groot agtb: gedaen verzoek konnen begunstigd worden onder deese mits dat de geheele grond verbonden bleef Aen behoeve van de Comp: tot dat het volle derde met kanneel beplant was, ter„ wijl omtrent de moeder grond, de ordre bij resolutie van den 9:' aug:s 1785: zoude dienen bij de giste bruf bekent gestolt te worden, behelsende „gestolt dat wanneer binnen de 3: Jaer der laege grond niet geculti veert is, als dan voor ieder anmonam ongekueltiveerd grond rd:s 12 ½ boete sal moeten betaalt worden, welke tijd van drie Jaaren egter ingaat van den dag dat de voorm: bewijsen door de dessa= ves verleend zijn. Hulstsdorp den 11:' Junij 1789. /:geteekent:/ D: F: Fretz: Waar op gedelibereert zijnde is goedgevonden en verstaen, om overeenkomstigt 't advijs van voorm: E: Dessava, aan den suppliant te laaten verleenen, de versogte eijgendoms bewijsen voor de hier vooren vermelde landerijen, mits dat de hooge ne gronden Dilgahakanatte en Dilgahahem in haar geheel aan de Comp: zullen verbonden blijven, tot dat 't derde deel daar van volgens des suppliants aanneeming ten vollen met kan- weel zal beplant zijn en mits dat de laage gronden Pangelyje Expoereire s. Den 16: Junij 1789. hiepoerene en Molendije, binnen 3: Jaaren te reekenen van den datum der beweijzen, die door den E: desserve aan hem daar van „moeten zijn verleend ten vollen zullen „ weesen gecultiveerd, op ver beurte van eene boeta van 12½. rd:s voor ieder amm: ongebul Aldus gedaen ende Geresolveert in 't Casteel Colomnebs ten daege mand en Jalre voorsz: /:was geteekent:/ w: C: van de Graep„ P=r Sluijsken, M: P:s Raket, D: T: Fretz, J:s F: C: Tilonies, J:s Reintous, B: C: van Zetter, en A: Cambert Resolumitsie. 538 tiveerde grond 539 Woensdag den 5:' augustus anno 1789: present Den wel Edelen groot agtb: heer gouverneur. . Willem Jacob van de Graeff, Den E: heer G'eligeerd Gaels Commandeur Peter Sluijsken Den E: g'eligeerd hoofd administrateur- -. Mattheus Petrus Raket, Den E: Dessave - - - - - - Diderich Thomas Fretz: . Den E: titulaer luijtenant Collone. . Jan Philip Chriptiaen Tilenius Den E: eerste Pakhuijsmeester. - - - Johannes Reintous Den E: Secretaris - - - - - - - Benedikt:r Lamb:s van Zelter. Den E: negotie boekhouder - - - - - Abraham Samlant Den E: fiscaal - - - _ _ _ _ _ _ Johannes Adrianus vollenhoven, absent Den E: Zoldij boekhauder - - - - - - - Gerrit Engel Hoest, mits in dispositie Is geleesen een berigt van den E: Dessave fretz, houden dat zijn E: na gewoone visitatie en op het bekooen „dat berigt „ de grond in geen vijftien Jaaren bewerkt was, aan den mallabaarschen meester der zilver Smeeden Thi„ lippoe Morais, ter Cultiveering heeft afgegeven een stuk laege grond geleegen te kottanchenie binnen de gra= „vetten; ter groote van 6½. ammonams dog dat de zoon van den moor Aijdroos hebbe daar teegen was opgekoo= men, voorgevende, dat dugrend gehoorde aan zijn daar aan annexe tuijn, en door wijlen zijn vader verpand Resoluutsie genoomen in raede van Ceilon dver 't Jnlands Departement. was: lant op. 5410 Den 5e' aug:o 1789: was bij de weesCamer alhier, en dat hij tot bewijs van zin eijgendom had geproduceert een tomboextrakt waar bij blijkt, dat gedderekoembere, groot 10. amm:s op zijn vaders naam beschreeven is, met verzoek om gem: grond te moogen behouden bekennende, echter deselve, weegens onvermoogen, in vijf Jaaren niet bewerkt te hebben, verzoekende d' E: dessalve mids dien daaromtrent, miet order temoogen worden voorzien„ wijl 't al te nadeelig voor 't algemeen is, om zoo een a veld langer woest te laaten leggen daar morais aanneemt om 't selve nog voor het aanstaande Moettes saisoen te wie len besaeijen en de zoon van 't hoofd der mooren tot de be= werking en bezaeijing nog twee Jaaren tijds verzoekt, in dien de weesmeesteren deselve intusschen voor zijn verders schuld niet mogten laaten verkoopen: Waar over gedelibereerd en in agting genoomen zijnde, dat de oposant zelle bekent, dat bij voorsz: laege grond mits onver moogen in geen vijf Jaaren heeft kunnen bewerken, hoe wel het zelve, volgens 't rapport van der inlandse gecommitteerdens reeds vijftien Jaaren heeft braek geleegen, en dat het seer waarschijnlijk is, dat hij ook voortaen, ten minsten in de eerste twee Jaaren niet vermoogende zal zijn, deselve te laaten bearbeijden en bezaaijen, waar door een soo groot stuk land nutteloos woest zal moeten blijven leggen. Is derhalven goedgevonden en verstaen den E: desgave te autho risseeren, om den voorm: moor opteleggen, dat hij voorsz: stuk laege grond, gelijk Morais heeft aangebooden nog voor 't aanstaande Moettihessaisoen zal moeten besaeijen, en soo hij
English
yet if he cannot do that, then since the said land is otherwise due to be sold by the orphan masters, to transfer the ownership thereof to the aforementioned Morais, provided that he pays the value thereof according to the appraisal, which the orphan masters are hereby ordered to have made, to the Orphan Chamber here, in reduction of the debt for which the land was mortgaged to the said chamber by the aforementioned Rijdrods Lebbe. The Honourable Dissave having represented by a petition the impossibility of having the condition of the granted lands in the Colombo Dissavony inspected annually by two delegated members of the Landraad, because some of them are too old to undertake that commission, and others cannot be chosen for it on account of their permanent offices, except only the members Pratou and Rinker, who are still best able to be employed for that purpose, although in that case the daily investigations at the Landraad sessions and the translation work under the tombo-holder would fall into arrears; and that His Honour therefore attempted to have the aforementioned commission carried out by delegated appuhamies, but that their reports were not found very satisfactory, as appears from the translations of their inspection in the Aloetkoer Korle and Hina Korle; wherefore His Honour requests authorization to be permitted to have the granted lands inspected by a single member of the Landraad, the assistant of Tratou, accompanied by a mohandiram who can read and write Dutch, according to an instruction drafted by His Honour, which is inserted below. The 5th August 1789. The 5th August 1789. Instruction drafted, which is inserted below: Instruction for the Honourable Delegated Member of the Reverend Landraad who shall inspect the lands successively granted for planting and cultivation. § 1. To Your Honour will be handed a list, written on half a sheet, of the high and low lands that have been successively granted to the petitioners on various conditions for planting diverse produce and for cultivation into sowing fields. § 2. These lands must be viewed and inspected by Your Honour in order to ascertain how far the conditions on which they were granted have been fulfilled, namely: Of the high lands: 1. How large the cleared land is in amunams and kurunies. 2. How much thereof is planted with coconut and soursop trees, or other produce for the owner. 3. How much land is occupied where the Company's produce has been planted, namely: cinnamon, coffee, sappanwood, teak, arecanut, and cardamom plants, item pepper vines, of which last the number of trees against which they stand must be noted. 4. Whether the cinnamon is peelable, or whether it belongs under the class of young or middling, while the other plants may also be indicated under three or more classes, such as young, middling, and fruit-bearing, etc. 5. How far the plants stand from one another. 6. What sort of soil it is. 7. Whether the fence or enclosure is sufficient and resistant against the breaking in of cattle and other livestock. 8. Whether the plantation is kept reasonably clean, or is overgrown, and whatever Your Honour may further find worthy of note. Of the low sowing lands: 1. How much thereof is cultivated and made arable. 2. Since when the same have been sown. § 3. If the conditions upon which the lands were granted have not been fulfilled, namely that the high lands have not been properly planted with the Company's produce and the low lands have not been properly cultivated, Your Honour must inquire into the reason, The 5th August 1789. and note it in the report, while Your Honour must seriously admonish the owners of those lands to remedy the deficiency as soon as possible and to bring the lands into such good condition as they are obliged according to the conditions upon which those lands were granted, under penalty of punishment. 4. For Your Honour's greater assistance, a mohandiram of the korle and the vidane of the village or the pattu, together with a sassarmadu appuhamy, shall constantly be present with you in order to give the necessary directions and statements. 5. Your Honour must state the finding for each piece of land in the margin of the said list, and further all accuracy, fidelity, and speed in executing this commission is expected of Your Honour. Hulftsdorp, the 25th July 1789. Signed: D. F. Fretz. After deliberation, it was resolved and agreed to authorize the Honourable Dissave to employ, according to his proposal, one member of the Landraad together with a mohandiram for the inspection of the work performed on the granted lands, and to give them for their guidance the aforementioned instruction drafted by His Honour, which is hereby approved, only with this addition: that the recommendation which according to § 3 must be made to the possessors of the acquired lands for the improvement of their work, must be made not only under penalty of punishment, but also under forfeiture of the acquired lands. There was also read a petition inserted below from the aforementioned Honourable Dissave Fretz, upon which was disposed as noted in the margin:
Dutch transcription
541 „tog hij dat niet kan doen, gem: grond; als dan wijl ze, door wees „mees „teren anders staat verkogt tewerden, in eijgendom te doen overgeeven aan meerm: Morais, mits deese de waarde daar van volgens tafatie, die weesmeesteren, door deesen gelast worden telaaten doen, aan de weeskamer alsr zal hebben uitte keeren, in mindering van de schuld, waar voor de Grend¬ door voorsz: Rijdrods Lebbe bij gem: kameris verpand: Door den E: Dessave bij een addres vertoond zijnde de onmoge lijkheijd om de toestand van de afgegevene gronden, in de kolom bosche Dessavonij Iaarlijks door twee gecommitteerdens landraeds leeden te laaten doen, wijl eenige daar van te oud, zijn om die Commissie waarteneemen, en andere daar toe niet kunnen gekoosen worden, weegens hunne vaste bedieningen, behalven alleen de leeden van Pratou en Rin ker, die nog al best in staet zijn om daar toe te werden g'emploijeert, hoe wel als dan de dagelijksche onderzoeken bij de landraeds kittingen in 't translateur werk bij den tombohouder zullen veragteren, en dat zijn E: daarom heeft geprobeert om de voorsz: Commissie door gecommitteerde appoe hamijs te laaten doen, dog dat hunne rapporten niet zeer voldoende zijn bevonden, zoo als dat blijkt bij de translatten weshalven van hunne opneem in de alloetherkoule en Hina korle „ zijn E: qualificatie verzoekt, om de afgegevene landerijen door een enkeld lid van den landraed, de assistent van Tratou, verkeld van een mohandiram, die nederduijts loesen en schrijven kan temoogen laaten doen, na volgens eene door zijn E: Den 5: aug:s 1789: ontworspene: 6 642 Den 5: aug„s 1789: ontworpene instruektie die hier onder werd geinsereerd. Instrubitie voor E:s gecommitteerde Eede van den Eerw: landraed die de successive ter aanplanting en Culitiveering afgegevene grond en zullen opneemen §: 1: Vw Ed: word ter hand gesteet eene ter halver blad geschreevene notitie van de hooge en laege gronden die successive aan de verzoe kers op diverse Conditien ter aanplanting van verscheijde produc „ten, en ter Cultiveering, tot zaeijlanden zijn afgegeven. §: 2: Deese gronden moeten door uw Ed:s bezigtigt en opgenoomen worden ter ontwaring in hoe verre aan de konditie's waar op ze afgegeven zijn, voldaen is namentlijk van de hooge Gronden. 1. hoegroot de gezuijverde grond aan ammonams en koernies 2: hoe veel daar van met koker en zoorzaks boomen, of andere productie voor den eijgenaar beplant zij 3: hoe veel de grond beslaet, waar op 'scomp:s produkten aangeplant zijn namentlijk, kanneel kaffhij, Sappanhout, kiate, arreek en hardemon, plantzoenen, Item peeper ranken, van welke laatste 't getal der boomen, waar aan ze staen, moet aangetee kent worden. 4. of de Cranneel schibbaar, is, dan wel of hij onder de klasse van Jong„ of middelmatig gehoort, terwijl de andere plantzoenen meede onder drie of meerdere klassen, zoo als Iong middelmatig en vrugt dragen de etc: kunnen aangeweesen worden. 5. hoe verre de plantzoenen van elkander staen. 6. welke zoort van grond het is. 7. of depagger op „ bekeining: Sussisant, en bestant is, teegen inbreeken van koebeesten en ander vee„ 8. of de plantagie redelijk zuijver gehouden word, dan wel verwil„ „dert is, en wat uw Ed:s salverdoe aantemerken vinden. van de laege Gronden zaij 1. hoe veel daar van gehultiveert en Zgtbaar gemaekt is. 2: zeedert wanneer deselve bezaait worden: §„ 3: wanneer niet aan de Conditie waar op de gronden afgegaven zijn voldaen is, namentlijk dat de hooge gronden niet nabehooren met 'scomp:s producten aangeplaut en de laoge gronden niet na behooren gekultiveert zijn, zoo moeten uw Ed:s na de reeden verneemen. 543 Den 5: aug:o 1789: „en verneemen, „ die bij rapport aanwijken, terwijl uw E:s de eijgenaars dier landen serieus moeten vermaenen, om het man „keerende ten eersten te verbeeteren, ende gronden. tot zoodaenige, goeden staet te brengen, als sij volgens de Conditie, waar op die landen afgegeven zijn, verpligt zijn sub peene van straffe 4: Tot uwE: meerdere assistentie zal geduurig een Mohandiram van de korl, ende vidaen van het dorp of de pattoe, neevens een sassermadoe appoehamij bij uwe presen. t zijn, ten eijnde de nodige aanwijzingen, ten opgaves te doen. 5: De bevinding van ieder stuk grond moet uw Ed:s bij de notitie in margine van 't selve bekent stellen, en word voorts alle accurates, trouwe, en spoed in het uitvoeren deeser Commissie van uwE: vertwagt: Hulstschorp den 25:' Iulij 189: / geteekent:/ D: F: Puotz: Is na deliberatie goedgevonden en verstaen, dien E: dassave te qualificeeren, om op tot den opneem van het werk dat aan de afgegevene landerijen verrigt is, volgens des- zelfs voorstel temoogen emploijeeren, een lid van den land raed neevens een mohandtram, en aan hun ter hunner bestiering temoogen geeven, de voorsz: door zijn E: ont worpene instructie, die mits-deesen werd geapprobeert alleen met deese ampliatie, dat de recommandatie, de volgens 5: 3: aan de bezitters van de verkreegene gronden moet worden gedaen, ter verbeetering van hun werk, moet geschieden: niet alleen sub peene van strafse maar ook teffens op verbeurte van de ver kreegene gronden Nog is geleesen een hier onder geinsereerd addres van meerm: E: Dessave Fretz:, waar op zodanig is gedisponeert, als be zijden: 8: 8: