VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3844

Ceylon · 708 pages · 229 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3844_0230 view scan ↗

English

206. The 18th of November 1788 continuation. of the bill of exchange that he drew on the servants at Jagernaispoeram for the planks purchased there by him without their prior knowledge. To refer, regarding the cinnamon received back from Bengal mentioned in paragraph 140, to what was recorded concerning this in the resolution of the 9th of December of last year, and furthermore to instruct the head of the Mahabadde to take care that in the future nothing but good cinnamon is sent to Batavia. Upon the remark that Their High Excellencies please to make in paragraph 142 regarding the paddy boys, to show to the very same that the order given by this government to the visitor with respect to the said servants actually entails reporting from time to time as the number of sailors might increase, and that this order was given with the intention of being able to reduce that of the paddy boys upon the increase in the number of sailors. To take for information Their High Excellencies' recommendation in paragraph 146 to investigate the misconduct of military personnel judicially, and in that regard to comply with the general orders of the Company without appealing to established customs, and to grant an extract thereof to the head of the militia so as to act accordingly henceforth. To notify, according to Their High Excellencies' recommendation in paragraph 152, both the Netherlands 207. Netherlands and Batavia of the amount of the seized goods and monies of the Colonels De Hugonet and Bas, together with Captain De La Roche. To take for information Their High Excellencies' recommendation in paragraph 153 to govern oneself according to the standing orders when deciding on criminal trials, and either to approve the sentences, or to suspend the execution, or to order the officer to enter an appeal; and to demonstrate to Their High Excellencies that the sentence of the Council of Justice against the soldiers of the Regiment of Luxemburg, Jan Baptist Huet and Anthony Thomas, was in effect suspended by the Lord Governor with the advice of the council, in order to be sent to Their High Excellencies with the case documents, as is customary in such cases, although it was poorly phrased in the dispatched letter of the 5th of April 1788 by stating that it had been decided to leave the same without disposition, and that this suspension took place primarily: 1. Because it appeared to this government that, since soldiers found to have slept at their post are punished here with running the gauntlet, it could not be consistent with this practice to administer only a similar punishment in this case, the outcome of which could have been terrible. 2. Because it was already known to the entire garrison that Jan Baptist Huet had declared in his depositions rendered, The 18th of November 1788 continuation. 208. continuation. that the soldier Anthony Thomas, on that same morning preceding the early night in which the incident occurred, had informed him of his intention to rob the gunpowder cellar at the Galle Gate, after having first asked him when he was scheduled to stand sentry there, and requested him to be of assistance to him therein. 3. Because it was likewise known that he had furthermore declared that, while he was standing sentry before this cellar, he had heard a noise at the lock of the door of the gunpowder cellar in the early night between 9 and 10 o'clock, and having approached this door while calling out "qui vive", had seen someone take flight from there holding something in his hand. 4. Because it was finally also known that, despite this, and notwithstanding that the aforementioned Thomas in question had entrusted to him his intention to rob the gunpowder cellar while he would be standing sentry, he nevertheless—and although the aforementioned confidence could leave no doubt in his mind regarding what was underway—not only failed to notify the guard of the Galle Gate at the moment it happened, which is not twenty paces from the post where he stood sentry and which he consequently could easily call out to without leaving his post, but he also continued to keep this incident silent and kept it hidden The 18th of November 1788 209. continuation. until, by order of the undersigned Lord Governor, he was questioned about it with great gravity by the captain in whose company he served, and admonished to tell the truth. That because, for these reasons, it was held by the public that his complicity in this crime, or at least that he lent a hand thereto, could not be doubted with any plausible reason—because even if it were truly the case that he stood not before the door through which the gunpowder was stolen, but before a door standing next to it to shelter from the rain under a lean-to constructed in front of this door, this deserved not the slightest consideration in this matter, since these two doors stand not one and a half rods apart, and it is therefore not possible that so heavy a lock as was on the door through which the theft was committed could have been forced without his knowledge while he stood before the second door—this government therefore judged that so dangerous a case as sentries making themselves complicit, or at least lending a hand to the robbing of a gunpowder magazine, ought to have been punished more exemplarily in the person of Jan Baptist Huet, if the case were otherwise held to be proven, since in military offenses it is somewhat questionable to punish them in the presence of a large garrison with a punishment so little proportioned to the crime. The 18th of November 1788. On

Dutch transcription

206. Den 18:e: November 1788 vervolg. van de wissel, die hij op de bedienden te jagernaispoeram heeft getrokken, voor de door hem aldaar buijten hunne voorkennis. ingekogte planken. Om nopens de bij §. 140. vermelde van Bengale te rug ontvan „gen kanneel, te reffereeren aan het geen derweegens aange„ „teekend is, bij resol: van den 9:e xber: j:o Leeden, en voorts het hoofd der Mahabadde te recommandeeren, om zorge te daagen, dat in den aanstaande, niet dan goede kanneel na Batavia word gezonden. Op de aanmerking, die Hunne Hoog Edelheeden 3. 142. noopens de padie Jongins gelieven te maken, aan hoogst dezelve te ver „toonen, dat de order door deeze regeering aan den visitatel ten op zigte van gem: dienstelingen gegeeven, eigentlijk behelst, om naar mate dat het getal van de mattroosen mogte toe„ „neemen, daar van tijd tot tijd berigt te doen, en dat deeze ordre gegeeven is met intentie, om bij de toeneeming van het getal der mattroosen dat der padie jongens te kunne reduceeren Om hunner Hoog Edelheeden recommandatie bij §. 146. om het wangedaag van militairen Justitieel, te onderzoeken, en zig dien aangaande te gedragen aan de generaale orders der Comp:e zonder zig te kroepen op ingevoerde gewoon „ten te neemen tot narigt, en daar van Extract te verlee aan het hoofd van de militie, om zig voortaan daar naar te rigten Om volgens Hunner Hoog Edelheeden aanberling bij §. 152: zo welk Nederland 1 G 207. Nederland als na Batavia te bedeelen, het bedraagen van Een„ de gesaiseerde goederen en gelden van de kollonels de Hugo„ „net ende Bas, nevens den Capitijn de La Roche Om Hunner Hoog Edelheeden aanbeveeling bij S. 153: om in het disponeeren over Crimineele processen, te reguleeren na de vaste orders, ende vonnissen te approbeeren, of de Executie is„ te surcheeren, dan wel den officier te gelasten om in appel„ te koomen tot narigt te neemen, en aan Hunne Hoog Edelheeden te vertoonen, dat de sententie van den raad „van justitie tegens de zoldaten, van het regiment van Luxemburg Ian Babtist Huet, en Anthonij Thomas door den Heer gouverneur met advies van raden, in effec„ „te is gesurcheerd, om met de proces stukken te worden we„ gesonden, aan hoogst dezelven gelijk dat in zulke gevallen gebruijkelijk is, schoon dat bij afgegaanen brief van den 5. April 1788 qualijk is gestelt, met te zeggen, dat men beslooten had dezelve buijten dispositie te laten, en dat deeze t„ surcheanse hoofdzakelijk is geschied 1./ Om dat het deeze regeering heeft toegescheeven, dat wijl hier met de spitsroede gestraft worden, det zoldaten die bevonden zijn op hunne post te hebben geslaapen, en met dit gebruik niet bestaan konde, om ook alleen een diergelijke straf te ren oesfenen, in dit geval, waar van de uijtkomst verschrikkelijk den had kunnen zijn 2. / Om dat het bij het geheele guarnizoen reeds bekent was, dat het Jan Babtist Wuet bij zijne verleende depositien hadde ver„ Den 18e: November 1788 „klaard vervolg. land 1„ 208. vervolg. „klaard, dat de zoldaat Anthonij Thoma dien zelfden morge dat in de voornagt daar aan het geval gebeurt is, hem had „de kennis gegeeven van zijn voorneemen, om de kruijt kelder aan de Taalse poort te besteelen, na hem alvoorens te hebben gevraagt, wanneer hij daar stont op schildragt te koomen, en verzogt hem daar in behulpzaam te willen zijn 3. ) Om dat het insgelijks bekend was, dat hij voorts had de ver„ „klaard, dat terwijl hij voor deeze kelder op schildwagt stont, hij in de voornagt tusschen 9 in 10: uuren, een gedruijs aan het slot van de deur van den kruijt kelder hadde gehoort, en onder het roepen van qui vire na deeze deur toegegaan zijnde gesien hadde, dat ijmand daar van daan de vlugtnam houdende iets in zijn hand en 4. Om dat het Eijndelijk ook bekend was, dat hij t uet des niet tegenstaande, en niet tegenstaande Thoma invr „gen voorsz: zijn voorneemen, om de kruijt kelder, ter„ „wijl hij op schildwagt zoude staan, te besteelen, aan hem hadde toevertrouwd, nogtans en schoon de voorsz: Confidentie bij hem geen twijffel konde overlaaten, nopens het geen 'er gaande was, niet alleen daar van op het oginblik dat het gebeurde, geen kennis heeft gegeeven aan de wagt van de Gaalse poort, die geen twintig passen van de post af is„ daar hij op schild wagt stond en hij dien volgens zonder zijn post te verlaten makkelijk konde beroepen, maar de hij ook dit geval voorts is blijven verswijgen, en het bedekd Den 18:e: November 1788 gehouden 209. vervolg gehouden heeft, tot dat hij ter ordre van den heer ondergeteeken„ „den gouverneur door den Capitain in wiens Comp:s hij stond, daar over niet groote ernst is ondervraagt, en vermaand om de waarheid te zeggen. Dat wijl het om deeze motiven bij het publiek daar voor is gehou„ „den, dat zijn meede pligtigheid aan deeze middaal, of ten mins„ „ten dat hij daar toe de hand geleend heeft, met geen draage„ „lijke reeden konde worden in twijfel getrokken, om dat zoo het ook werkelijk mogte waar zijn, dat hij niet voor de deur, waar door het kruijt gestoolen is, maar voor een daar naast staande deur gestaan heeft, om te schuijlen voor de reegen, onder een afdak dat voor deeze deur gemaakt is, dit in deezen geen de minste aandagt verdiende, wijl deeze twee deuren geen ander halve roede van mal„ „kanderen staan, en het dus niet mogelijk zij, dat een zoo zwaar slot als was aan de deur, waar door de diefstal is gedaan, terwijl hij voor de tweede deur stond, buijten zijn weeten heeft kunnen worden geforceert: deeze regeering daarom ge„ „oordeelt heeft, dat een zoo dangereus geval, als is dat zig schildwagten meede pligtig maken, of ten minsten de hand leenen aan het besteelen van een kruijt magua zijn, meer exem„ „plair in den perzoon van Jan Babtist Wuet hadde behoren te worden gestaaft, zoo de zaak anderzins wierde gehouden voor beweezen, wijl het in militaire delicten, wat bedenkelijk zij die in presentie van een groot guarnizoen te bestraffen met een straffe, zoo weinig aan de misdaad geproportioneerd. Den 18:e November 1788. Op

NL-HaNA_1.04.02_3844_0234 view scan ↗

English

240 Continuation In response to Their High Excellencies' remark in section 156 regarding the resolution of this government to apply also to the head of the Company's military forces on Ceylon the decision of the gentlemen masters concerning the power and authority of the head of the militia at the Cape of Good Hope over military affairs, it is represented to Their High Excellencies that this resolution was adopted by this government not so much because that arrangement had been introduced at the Cape, but rather because the order of the service caused this government to deem it entirely necessary that the head of the militia should have command over the entire military establishment, and that the less difficulty was found in this because this arrangement had formerly existed on Ceylon. However, that this government did not ask for Their High Excellencies' authorization beforehand is solely to be attributed to the uncertain circumstances of the times then experienced, which caused any delay in matters of that nature to be regarded as dangerous, particularly because one had such a regiment here as was that of Luxemburg. And furthermore, in accordance with the intention of Their High Excellencies regarding the artillery corps, pursuant to what has been submitted by the head and commander of the said corps as being necessary in his view to promote the required order in the military service, it has been approved and agreed: 1. In order that here in Colombo the head and chief of the Ceylonese military forces, and the respective military commanders at the outstations, may be properly informed of the strength The 18th of November 1788. of 211 of the artillerymen belonging under their garrisons, as well as of the particular duties for which they are employed, likewise of the number of sick in the hospitals, invalids in the barracks, the dead, newly arrived recruits, etc., the captain commander of the artillery here in Colombo, and the commanding officer of the artillery at the outstations, shall be obligated to have the officer of the week deliver a weekly short strength return every Monday to the military commanders of the garrison under which they fall. 2. Of all extraordinary occurrences touching the garrison service, notice shall be given, as the exigency of matters requires, by the artillery officer of the week or the orderly bombardier to the commander of the militia. 3. When cannon are moved outside, or a detachment of artillerymen marches out, proper report thereof shall be made by the artillery officer of the week to the commander of the militia, as likewise must be done as soon as everything has returned within. 4. At the opening and closing of the powder magazines, the transporting or bringing in of gunpowder, etc., likewise with respect to all operations upon the ramparts, inspection of the pieces, loading, and firing with the same, report shall in the first place be made to the main guard, and subsequently to the nearest guard where the magazine stands or the work is to be performed. And whereas all reports of the main guard and subordinate posts are delivered in writing twice The 18th of November 1788. daily continuation. 212. 2 continuation. daily to the Honorable Governor as well as to the head of the militia, and at the outposts to the commanding officer and military commanders, this may be considered sufficient, because the work of the artillerymen is so manifold and their number so small that the progress of the work would suffer disadvantage from the multiplication of such reports. 5. When the artillerymen march out to exercise, proper notice thereof shall be given once and for all, as likewise must be done after the exercise has ended. 6. When the head of the artillery here, or any artillery officers belonging within this garrison, absent themselves with permission of the Governor, proper notice thereof, as well as of their return, shall be given to the head of the Ceylonese militia or the military commanders at the outposts, without prejudice to the right of the head of the artillery to request such in person directly from the Governor, both for himself and his subordinates, and at the outstations by the commanders of the artillery directly from the commanding officer of the place to which they are assigned. 7. The nomination of both officers and non-commissioned officers for promotion or appointment in the artillery corps shall remain reserved, as before, to be made directly to the The 18th of November 1788 Governor

Dutch transcription

240 vervolg Op Hunner Hoog Edelheeden aanmerking bij 5. 156. nopens het be„ sluijt deezer regeering, om de decisie, der heeren meesters omtrend de magt en het gezag van het hoofd der militie aan de Caal de Goede Hoop over het militaire weezen, meede aplicabe te maken op het hoofd van 'sComp:s militaire magt op Cu„ „lon aan hoogst dezelven te vertoonen, dat dit besluijt door dee „ze regeering niet zoo zeer is genoomen, om dat die schikking aande Caab was g'introduceerd, als wel om dat de order van den dienst, deeze regering het alles noodzakelijk deet inzien„ dat het hoofd van de militie de bestelling heeft over het geheele militaire weezen, en dat men daar in te minder zwaarigheid heeft gevonden, om dat deeze schikking eer„ „tijds op Ceilon heeft plaats gehad; dog dat deeze regeering daar toe al voorens Hunner Hoog Edelheeden qualificatie niet heeft gevraagt, alleen toe te schrijven is aan de onzeekere tijds gesteldheid, die men toen beleefde en die alle uitstel in zaake van dien aard, als gevaarlijk deet beschouwen, voornamentlijk, om dat men een zodanig regiement hier had, als was dat van zuxen „burg. En is wijders, overeenkomstig met de intentie van Hunne Hoog Edelheeden, noopens het Corps arthillerij, volgens het geen door het hoofd en Commandant van het zelve Corses is opgegeeven, na zijn inzien tot bevordering van de noodige geregeldheid in den militair en dienst nodig te zijn, goed gevonden en verstaan 1. Ten eijnde hier op kolombo het hoofd en Chef van de Ceilousche militaire magt, ende respective militaire vragt Commandanten op de buijten Comptoiren, behoorlijke kennis dragen van de sterkte Den 18:e November 1788. der 211 der artilleristen, onder der zelver guarnizoens sorteerende, ins„ gelijks van de bijzondere diensten, waar toe ze gebruijkt worden, idem van het getal der zieken in de hospitaalen, impotenten aan de Casernen, dooden, nieuwe aangekoomene recauten enz: zal hier te kolombo den Capitijn Commandant van de artil„ „lerie, en op de buijten Comptoiren den gezagvoerenden officier der arthillerie verpligt weezen, alle maandagen door den woek hebbenden officier eene weekelijke korte sterkte te laten overgeven, aan de militaire Commandanten van het guarnisoen, waar onder zij sorteeren 2. Van alle Extra ordinaire voorvallen, raakende den guarni„ „soens dienst, zal na Exigentie van zaaken, door de aathil„ „lerij officier van de week, ofte den order bombardier, kennis, wor„ „den gegeven, aan den Commandant van de militie 3. wanneer geschut na buijten gevoerd word, ofte eene Commando van artilleristen uit rukt, zal daar van behoorlijk rapport worden gedaan, door den weck hebbende arthillerie officier aan den Commandant der militie, zoo als insgelijks geschieden moet, zoo, daa alles weder zal zijn binnen gekoomen 4. Bij het openen en sluijten der kruijt maguazijn, transporteeren ofte aanbrengen van buspoeder enz: idem ten opzigte van alle verrigtingen op de wallen, visitatie der stukken, het laaden en vuuren met dezelve, zal in de eerste plaats rapport wor„ „den gedaan aan de Hoofdwagt, en vervolgens aan de naaste wagt, alwaar het magazijn staat, ofte het werk gedaan moet worden, En alzoo alle rapporten van de hoofdwagt en onderhoorige posten, twee maal Den 18=e November 1788. daags vervolg. 212. 2 vervolg. daags aan den wel Edelen Heer gouverneur, zoo wel, als aan het hoofd der militie, en op de buijten posten aan den ge„ „zag voerder en militaire Commandanten schriftelijk m „den overgebragt, kan dit voor volstandig gehouden worden, dewil het werk der arthilleristen zoo veel vuldig, en der„ zelver getal zoo weinig is, dat door de vermeerdering zodaniger rapporten, den voortgang zoude nadeel lenden 5. / wanneer de arthilleristen uit rukken, om te exerceeren„ zal daar van eens voor al behoorlijke kennis worden ge„ „geven, zoo als insgelijks geschieden moet, na dat de exere „tie zal zijn g'eindigt 6. ) wanneer het hoofd der arthillerie, alhier, ofte eenige arthil„ „lerie officieren binnen dit guarnizoen sorteerende zig met permissie van den heer Gouverneur absenteeren, zal daar van behoorlijke kennis worden gegeven, zoo wel, als van der„ „zelver te rug komst, aan het hoofd der Ceilonsche militie„ ofte de militaire Commandanten op de buijten posten behoudens het regt van het hoofd der arthillerie, om zulk in perzoon te verzoeken, direct bij den Heer gouverneur zoo voor zig zelve als zijne ondergeschikten, en op de buij„ „ten Comptoiren door de Commandanten der arthillerie, direct bij den gezag voerenden van de plaats, waar ze be„ „scheiden zijn 7. De voorstelling zoo van officieren als onder officieren ter bevordering ofte aansteeling bij het Corps artilleristen„ zal als voorens gereserveert blijven te doen direct bij den heer Den 18e November 1788 Gouverneur

NL-HaNA_1.04.02_3844_0237 view scan ↗

English

213 continued. Governor by the Chief of the Ceylon artillery, who will then also subsequently make known the appointment or promotion made on the weekly short and monthly general strengths, arranged for the head of the militia: And with regard to the artillerymen at the outposts, all nominations for promotion or appointment among them must be transmitted by their commanding officer to the chief of the artillery, with proper communication only to the commander at the place where they are stationed, who will have to enclose such nominations under flying seal in Company's letters, in order that—after the same have first been reviewed by the said Chief of the Ceylon artillery, who is best capable of judging the ability and merits of his subordinates, and thus to do justice to each according to their merits—they may be presented by him to the Lord Governor; And this without prejudice to the custom according to which all such nominations are also made by the commanders of the subordinate stations, by Company's letters, consistent with the nominations of the artillery commanders, unless they have any objections against them, which must then be made known in the letters. 8. All major punishments concerning garrison offenses—that is, pure military infractions of the artillerymen—shall take place with the prior knowledge of the head of the militia here, or of the respective The 18th of November 1788 commandants 214. continued. commandants at the outer stations; But the determination of the punishment shall, according to custom, take place by the commandant or commanding artillery officers where they are stationed, in accordance with the articles of war and garrison orders, and the execution of the imposed punishment within the corps itself to which the offenders belong: But all minor punishments shall be carried out as before. 9. And since no regiments, or particular corps, detachments thereof, etc., can be inspected by anyone else, whomever it may be, other than by specially appointed inspector generals, and by their own chiefs, or within the Dutch garrisons annually by delegates from the assembly of Their High Mightinesses the States General of the United Netherlands, before whom they pass in review, this shall also not be done with respect to the artillerymen otherwise than by order of the Lord Governor, and specifically by delegates from the Political Council, of which the head of the militia here, and the military commandants at the outer stations, may be the principal persons. 10. When men from the artillery are furnished for the parade, which—as long as the artillery corps is no stronger than at present—ought not to take place on account of continuous artillery duties, the officer on duty for the week shall be present there: The others, being used almost continuously on special assignments or artillery duties, may be excused by their commandant, after The 18th of November 1788. the 245 continued. the latter shall deem it fair. The commanding artillery officer shall, in the case proposed, appear on the parade as often as he himself shall find that his other duties can allow it. 11. The commanding artillery officers shall strictly adhere and limit themselves to the garrison orders, and all other arrangements, both military and domestic, that are observed there, and at the same time take proper care that their subordinates appear well-dressed and neat when they are not at work. 12. When leave is requested for an artillery officer to make a journey to the main station, the commanding artillery officer shall at the same time be bound to give notice thereof to the head of the artillery. 13. In addition to the monthly short strength returns, which are sent under flying seal by the subordinate artillery commandants to the head of the artillery, they shall also send to the said head every three months a proper artillery report, containing the state and condition of the artillery equipment—under which everything must be comprehended and understood—together with notice of all work of importance that was done and taken in hand during that time, and 14. To the head of the Ceylon artillery here, rank is continued as heretofore above infantry officers of equal standing to him, except, as goes without saying, when these equal The 18th of November 1788. standing

Dutch transcription

213 vervolg. gouverneur door den Chef der Ceilonsche arthillerie, die dan ook vervolgens de gedaane aanstelling ofte bevordering, zal doen bekent stellen op de weekelijksche korte en maan„ „delijksche generaale sterktens, geschikt voor het hoofd der militie: En ten aanzien der arthilleristen op de buijten posten, zullen alle voordragten van bevordering ofte aanstel„ „ling bij dezelve, door haar Commandeerende officier aan den chef der arthillerie moeten overgezonden worden, met be„ „hoorlijke Communibatie van den gezagvoerder alleen, ter plaatze waar ze bescheiden zijn, die zodanige voordrag„ „ten onder Cachet volant in 'sComp:s brieven besluijten zal moeten, ten eijnde /: na dat dezelve eerst zullen zijn nagezien door den gem: Chof der Ceilonsche arthillerie, die best in staat is, om over de bekwaamheid en verdiensten zijner on„ „der geschikten te oordeelen, en dus na merites een ieder regt te laten wedervaaren:/ door hem aan den Heer gouverneur te worden gepresenteerd; En zulks onvermindert de gewoon„ „te, volgens welke alle diergelijke voordrachten, ook door de gezagvoerders der ondergeschikte kantooren worden gedaan, bij Comp:s brieven, over een komstig met de voordrachten der ar„ „thillerij Commandanten, ten zij ze daar tegen eenige objectien hebben, dit als dan bij de brieven zullen moeten worden bekent gesteld 8. Alle staaf oeffeningen van belang over guarnizoens /: dat is pure militaire delicten der arthilleristen:/ zullen geschieden met voorkennis van het hoofd der militie alhier, ofte der respective Den 18e November 1788 Commandanten 214. vervolg Commandanten op de buijten Comptoiren; Doch de bepaaling der straf zal na gewoonte geschieden door den Commandant„ ofte commandeerende arthillerie officieren, waar ze beschij„ „den zijn, overeenkomstig met de krijgs artikel, en quar„ „nizoens orders, en de uijt voering der opgelegde staaf bij het Corps zelve, waar onder de delinquanten behooren: Dog alle mindere straffen zullen als vooren gedaan worden 9. En also geen regimenten, ofte bij zondere Corpsen, detache „menten derzelve enz:, door ijmand anders, wien het ook wee„ „zen mag, geinspekteerd konnen worden, als door Expres benoemde generaale inspecteurs, en door haare eigene chefs„ ofte wel binnen de Nederlandsche guarnizoen, Jaarlijks door gecommitteerdens uit het Collegie van Hunne Hoog Mogende de staten generaal der vereenigde Nederlan„ „den, voor wien dezelve Reveue passeeren, zal zulks ten op„ „zigte der arthilleristen ook niet anders gedaan worden, dan op bevel van den Heer Gouverneur, en wel door gecom„ „mitteerdens uijt den Politiken raad, waar van hier het hoofd der milietsie, en op de buijten Comptoiren de militai„ „re Commandanten, de eerste perzoonen konnen weezen 10. wanneer uijt de arthilleristen, volk tot de parade gefourneerd word, het geen zoo lang het Corses arthillerie niet sterker is, als thans, uijt hoofde van Continueele arthillerie diensten niet moet geschieden, zal de week hebbende officier daar bij present weezen: De overige bij na gedurig in Commissie of arthillerie diensten gebruijkt, wordende, zullen door hun Commandant, na Den 18:e November 1788. dat 245 vervolg. dat dezelve dat billijk oordeelen zal, mogen worden geexcuseert. Den Commandeerende arthillerie officier zal in het voorge„ „stelde geval, op de parade verscheinen zoo dikwils, na ma„ „te hij zelve zal bevinden, dat zijn andere verrigtingen dat konnen toelaten 11. De Commandeerende arthillerij officieren zullen zig naukeu„ „rig houden en bepaalen aan de guarnizoens orders, en alle an„ „dere schikkingen, zoo militaire als huijshoudelijke, die aldaar worden in agt genoomen, en te gelijk behoorlijke zorg dragen, dat haare ondergeschikte wel gekleedt en proper te voorschijn koomen, wanneer ze niet in het werk zijn 12. Wanneer voor een arthillerij officier na het hoofd Comptoir ver„ „lof verzogt word, tot het doen van een springtogt, zal den Com„ „mandeerende arthillerij officier ter zelver tijd gehouden zijn daar van kennis te geven aan het hoofd der arthillerie 13. Behalven de maandelijksche korte stuktens, die door de onder„ „geschikte Commandants der artillerij, onder Cachet volant aan het hoofd der arthillerij gezonden worden, zullen dezelve ook alle drie maanden, aan gem: hoofd zenden, een behoorlijk arthillerij rapport, behelsende den staat en gesteldheid van den arthillerij omslag /: waar onder alles begrapen en verstaan moet worden:/ teffens met bekent stelling van al het werk van belang, dat geduurende die tijd gedaan en bij der hand genoomen is en 14. Aan het hoofd der Ceilonsche arthillarij alhier, word als ints den rang gecontinueert, boven de aan hem gelijkstandige infanterie officieren uijt gezondert, gelijk dat van zelve spreekt, wanneer deeze gelijk„ Den 18: November 1788. „standige

NL-HaNA_1.04.02_3844_0240 view scan ↗

English

216 continuation equal rank might be of the Ceylon militia, and to the commanding artillery officers at the respective outer offices, the rank above the infantry officers of equal rank to them, not being commanders, is continued. Upon Their High Nobilities' expressed expectation at § 157, that this government will employ means to cause the high prices at Trinkondmale to cease, and to be able to withdraw again the allowance to the European soldiers of the national troops, as well as the gratification to the mess masters there: to show most humbly to the very same that the garrison of Trinconomale was, before the war, never stronger than roughly 500 heads, but that it is now so considerably reinforced that notoriously provisions have had to become scarce and expensive, all the more since during the war, and as long as the English and subsequently the French possessed the place, agriculture and other trades have virtually stood still. That also the continuous arrival of foreign war- and other ships further helps to increase the scarcity and dearness, and that to all misfortune it is added thereto that almost nothing is imported from outside, on account of the lack of gold and silver money, because Trinkonomale yields virtually no products that can be given in exchange. That although there is hope that through restored tranquility the native will return again to his former trade, to which purpose all encouragement and measures have been put into effect for some years, it is however very well to be understood that provisions The 18th of November 1788. not 217. continuation will not fall to the former prices, as long as one is forced to keep so considerable a garrison there, and for those reasons to propose humbly to the very same, to determine the board money of the European corporals and privates, who are stationed at Trinkonomale, for the future on the same footing as is enjoyed by the corporals and privates at Kolombo, and as they currently still enjoy at Trinkonomale, according to the provisional allowance by secret resolution of the 22nd of December 1787. To instruct the examiner, with delivery of an extract from § 158 of the aforesaid letter, to bring into account, upon drawing up the payment warrant for the recruits of the regiment of Meuron who arrived with the ship De Phenecier, the three months' pay that they received at Batavia. Upon the remarks by Their High Nobilities, at § 162, regarding the enlistment into service of 48 native sailors for two Calpettij and one Putulang thonij, instead of the coolies previously used for that purpose: to report to the very same, that the enlistment into service of these 48 heads turns out more advantageous than the hiring of daily coolies, because these 48 native sailors receive monthly 72 rds and 48 parras of rice, or in the year 864 rds and 576 parras of rice, and for that perform all ordinary services at Kalpettij both on land and on the Company's tonies, for which otherwise, if no more than an equal number of coolies had to be hired daily, The 18th of November 1788. the 218. continuation the hire at 4 stuivers per day would amount in the year to rds 1440. Regarding the remark by Their High Nobilities at § 160, in respect of the waste lands that were granted to private persons for reclamation and cultivation: to report to the very same, that the grant of lands to private persons always occurs under some condition of advantage for the Company, namely either to plant a third or larger portion of it with cinnamon and other products for Her Nobility, or else to pay the usual dues for it, and that these consist of a tenth of the grains for sowing lands, or a third of the plantation on the high grounds, which is paid in cash, according to the determination by resolution of the 10th of November 1772. Upon the further elucidation demanded by Their High Nobilities at § 176 regarding the utility of the canal in the Girrewaijs, to refer to what was noted in the letter of this government of the 4th of July 1787, and further to show to the very same, that the Company in the years 1783/4 alone, through a crop failure which arose from a lack of water, lost 49207 7/8 parras of paddy, besides losses suffered in earlier years, and that from this the necessity and utility of this canal appears best, because through it the Girrewaij lands will always be provided with water. In satisfaction of Their High Nobilities' question at § 193 on what grounds the title and rank of junior merchant was granted to the bookkeeper Joost Pieter de Moor by resolution The 18th of November 1788. of this 219 The 18th of November 1788. continuation. Friday of this government of the 19th of April 1787, to elucidate to the very same that the intention of this government was nothing other than to grant to the bookkeeper de Moor, who since the year 1750 has been stationed under the head administrator, according to earlier examples, the rank of junior merchant, and that it is a mistake of the secretary that to the aforesaid resolution the title was also added. And under delivery of an extract from the postscript of the aforesaid letter, speaking of the 250 lb of gunpowder that was found lacking in a martavan, to request a report from the captain of artillery Kuhn regarding the remarks that Their High Nobilities please to make concerning it. Thus done and resolved in the castle of Kolombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, D: T: Fretz, J: P: C: Silemus, M: P: Raket, J: Reintous and B: L: van Zitter.

Dutch transcription

216 vervolg „standige officier Rif van de Ceilonsche militie zijn mogt, en aan de Commandeerende arthillerij officieren op de respective bli ten Comptoiren, word gecontinueerd den rang boven de aan hun gelijk standige infanterie officieren, geen Commandant ze Op Hunner Hoog Edelheeden betuijgde verwagting bij §. 157. , dat die„ „ze regeering middelen zal aanwenden, om de duurte te Trin„ kondmale te doen Cessieren, en de toelaag aan de Europeesche zoldaaten van de nationaale troupes, zoo wel, als het douceur aan de schafbasen aldaar, weder te konnen intrekken: aan hoogst dezelve nedrigst te vertoonen, dat het guarnisoen, van Trinconomale, voor den oorlog nimmer sterker geweest is, dan min of meer 500: koppen, dog dat het thans zoo aanmerkelijk ver„ „sterkt is, dat notoir de levens middelen schaars en duur hebben moeten worden, te meer geduurende den oorlog, en zoo lange de Engelschen en vervolgens de faanschen de plaats in bezit hadden, de landbouw en andere neeringen genoegzaam stil hebben gestaan. Dat ook de geduurige aankomst van vreemde oorlogs en andere scheepen, de schaarsheid en duurte nog helpt vermeerderen, en dat 'er tot alle ongeluk nog bij ker dat daar bij na niets van buijten word ingevoerd, weegens het gebrek aan goud en zilver geld, om dat Trinkonomale genoegzaa geen producten geeft, die in ruijling kunnen worden gegeven. Dat schoon er hoop is, dat door de herstelde rust, de inlander weder tot zijne voorige neering zal keeren, waar toe alle aanmoe„ „diging en maat regelen, zedert eenige Jaaren zijn in het werk ge„ „steld, het echter zeer wel te begrijpen is, dat de levensmiddelen Den 18e November 1788. niet 217. vervolg niet tot de voorige prijsen zullen dalen, zoo lang men genoodzaakt is, omer eene zoo aanzienlijke bezetting te houden, en om die moli„ „ven aan hoogst dezelven nedrig voor te stellen, om de kostgelden van de Europiese Corporaals en gemeenen, die te Trinkonomale bescheiden zijn, voor den aanstaande te bepaalen op den zelf„ „den voet, even als die worden genooten bij de Corporaals en ge„ „meenen te Kolombo, en zoo als ze die tans te Trinkonoma„ „le nog genieten, volgens de provisioneele toelage bij secre„ „te resolutie van den 22: December 1787. Den visitateur onder afgave van extract uit 5. 158. van voorsz: Missive aante beveelen, om bij het opmaaken van de betalinge ordonnantie voor de recauten van het regiment van Meu„ „ron, die met het schip De Phenecier zijn aangekoomen, hun in reekening te brengen de drie maanden gagie, die ze, te Ba„ tavia hebben ontvangen. Op het aangemerkte door hunne Hoog Edelheeden, bij 5. 162, no„ „pens het in dienst neemen van 48. inlandsche mattroosen voor twe Calpettijsche en een Putulangsche thonij, in plaats van de bevoorens daar toe gebruijkte koelies: aanhoogst dezelven te berigten, dat het in dienst neemen, van deeze 48 koppen voordeeliger uijt komt, dan het huuren van dagelijksche koelies, om dat deeze 48. inlandsche mattroosen maandelijks 72. rd:s en 48. parras rijst, of in het jaar 864. rd:s en 576. parras rijst te genieten, en daar voor alle ordinaire diensten te kalpettij zoo aan land als op de Comp: tonies verrigten, waar voor anders, indien daartoe niet meer dan een gelijk getal koelies dagelijkst„ Den 18:e November 1788. moest 218. vervolg moest worden ingehuurd, de huur tegens 4. stuijvers 'sdaagsid in het Jaar zoude bedraagen rd:s 1440. Nopens het aangemerk te door Hunne Hoog Edelheeden bij 5. 160, ten op zigte van de vroeste gaonden, die aan particulieren ter bekwaam „making en bebouwing zijn afgegeven: aan hoogst dezelven te berig „ten, dat de afgave van gaonden aan particulieren altijd geschei„ onder eenig beding van voordeel voor de Comp:e, het zij name „lijk om er een derde of grooter gedeelte van, voor haar Edele te beplanten met Canneel en andere producten, dan wel ome de gewoone gerechtigheid voor op te brengen, en dat deeze besta in een tiende van de graanen voor zaaij gaonden, of een derde van de aanplanting op de hooge gronden, die Contant betae word, naar de bepaaling bij resol: van den 10:' 9ber: 1772. Op de door Hunne Hoog Edelheeden, nader gevorderde elucidatie bij § 176. weegens de nuttigheid van de doorgaaving inde Gir „rewaijs, zig te refereeren aan het genoteerde bij den brief de „zer regeering van den 4. Julij 1787. , en voorts aan hoogst dezelven te vertoonen, dat de Comp:e alleen in de jaaren 178¾4. door een misgewasch, het welk ontstaan is uijtge„ „baek van water, heeft verlooren 49207. 7/8. parras nelij, behalven ondergaane verliesen in vroegere jaaren, en dat daar uit bet blijkt de noodzaakelijkheid en nuttigheid deezer doorgaaving wijl daar door de girrewaijsche landen altijd van water zullen zijn voorzien Jn voldoening aan Wunner Hoog Edelheeden vraag bij §„ 193. op wat gaond aan den boekhouder Joost Pieter De Moos, bij resolutie Den 18:e November 1788. deezer 219 Den 18:e November 1788. vervolg. Vrijdag deezer regiering van den 19:e april 1787. toegevoegd is de titul en rang van onderkoopman, aan hoogst dezelven te elucideeren, dat de intentie deezer regiering niet anders geweest is, dan om aan den boekhouder de Moor, die zedert het Jaar 1750: bij den hoofd administrateur bescheiden is geweest, naar vroeger exempelen, de rang van onderkoopman toete voegen, en dat het eene vergissing van den secretaris is, dat bij de voorz: resol: ook de titul is gevoegt En onder afgave van Extract uijt het P: S: van voorsz: missive sprakende van de 250: lb: buskruijt, die in een martavaan te min zijn bevonden, van den Capitijn der arthillerij kuhn berigt te vragen, op de aanmerkingen, die hunne Hoog Edel„ „heeden daar bij gelieven te maken. Aldus gedaan ende geresolveert in het kasteel kolombo ten dage maand en jaare voorsz: /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, D: T: Fretz, J: P: C: Silemus M: P: Raket, J: Reintous in B: L: van Zilter.

NL-HaNA_1.04.02_3844_0244 view scan ↗

English

220. Friday the 21st of November Anno 1788. Present The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Governor Willem Jacob van de Graaff, The Honorable Chief Administrator Peter Sluysken The Honorable Dessave Diederich Thomas Fretz The Honorable Titular Lieutenant Colonel Jan Philip Christiaan Filenius The Honorable Principal Fiscal Mattheus Petrus Raket The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Hitter Absent The Honorable Principal Trade Bookkeeper Abraham Samlant, the first due to indisposition, and the latter on the Company's service in Jaffnapatnam. The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst The common resolutions of this meeting of the 17th and 21st of October last were resumed and approved, as well as a resolution concerning the native department of the latter date; of which it is understood that this note shall be kept. In order to promote as much as possible the sale of the cloths and clothing brought by the ship De Gouverneur Falck, it has been resolved and agreed to cede the same to whoever wishes to take over this entire lot at the purchase cost price, according to the Dutch invoice. If someone only wants half or a third thereof, then thirty percent profit on the purchase cost price is to be stipulated, but to sell the same in single pieces no lower than with fifty percent profit on the purchase cost price. 221. And it is further resolved, under transmission of samples of the same and an indication of the purchase prices, to write to the servants at Jaffanapatnam, Gale, and Tutucoryn, to report to this government, after taking information, what likelihood there is of selling those goods on the aforementioned basis at the named places; and also to demand a similar report from the warehouse masters here regarding the prospect of disposing of them here in that manner. However, since there is not much likelihood of a speedy sale of these goods, and one must therefore reasonably fear losses if more thereof are continuously brought, it has consequently been resolved and agreed to humbly request the Gentlemen Majors, for the time being and until it shall be found how it turns out with this lot, not to send any more thereof hither. Upon the request made by the dismissed Captain D'Elmillac for the extension of the surplus of his allowances, the disposition on which was postponed at the session of the 7th of this month, having now been deliberated, it has been resolved and agreed, considering that he was prevented by his creditors from departing with the ship Josephus de Tweede, to grant him a further sum of 208: 31 rixdollars, amounting to as much as his captain's emoluments would have totaled for two and a half months, or from the middle of October last, when the rest of his allowance was stopped, until the end of this month; the more so since this, in all likelihood, will approximately correspond with what would have been paid to him until the disbanding of the regiment had he remained in the regiment. 222. Since the ship De Batavier, which was scheduled to be sent to Coetchin to collect pepper and already departed from Gale hither on the 11th of this month, has not yet appeared here, it has been resolved and agreed, on the proposal of the Lord Governor, to send the ship De Phenecier to Coetchin to collect pepper instead of the said vessel. An address was read from the Captain Lieutenant of the burghers here, Johannes Wilhelmus van Cuylenburg, wherein he makes the proposal to leave to him the diving of chank, pearl oysters, and other shells along the Trinkonomaale shores for the term of five years: the first two years for free, and the following three years provided that he yields one fourth of the profits to the Company, for which he undertakes to submit an accurate account while showing the condition of the beds; requesting, however, to assign to him for that purpose two divers from Calpentyn or Mannaar alongside a shark charmer and 12 Moors from Trinkonomale or elsewhere exempt from oelie service, all at his own expense. Which having been deliberated upon, it has been resolved and agreed to write to the servants at Trinkonomale to first have the aforesaid chank and pearl fishery put up for lease there again as soon as possible, in case there might perhaps be more bidders for it, with authorization at the same time that, if no one makes a somewhat acceptable bid for it, and they otherwise see no chance of entering into a more advantageous arrangement in that regard, then to accept the proposal.

Dutch transcription

220. approbatie en aesumtie van „zer vergadering besluijt ter bevordering en kleedingen, met het schip de gouverneur Falik aan„ „gebragt. Vrijdag den 21:e November A:o 1788. Present Den wel Edelen Groot achtb: Heer gouverneur Willem Jacob van de Graaff, Den E: Hoofd administrateur - - - - - Peter Sluijsken Den E: Dessave - - - - - - - - . Diederich Thomas Fretz Den E: titulair Luijt: kollonel . . . . . Jan Philip Christaan Filenius Den E: p:l fiscaal. - - . . . . . . Mattheus Petrus Raket Den E: Eerste Pakhuijs meester - - - - - - - Johannes Reintous Den E: Secretaris - - - - - - - . . . . . Benedictus Lambertus van Hitter Absent zijn geresumeerd en g'approbeerd de gemeene resolutien deezer vergade drie voorgaande resol: deen„ ring van den 17. en 21. okctober J:o leeden, en eene resol: over het inlam departement van laatst gemelte datum: waar van verstaan is te houden deeze aanteekening Om zoo veel mogelijk te bevorderen het debiet van de lakenen van het de biet van de laken, en kleedingen, die met het schip de gouverneur Falck zijn aangebragt, is goedgevonden en verstaan, om aan die geene, de deeze geheele parthij wil overneemen, dezelven afte staan voor: het inkoops kostende, volgens de Nederlandsche aanreekening zoo ijmand daar van maar de helfte of een derde deel wil hebben, als dan op het inkoops kostende nog te bedingen dertig p:r C:o winst, maar dezelven bij enkelde stukken niet lager te ver„ „koopen, dan met vijftig posC:o winst op 't inkoops kostende. Den E: p:l Negotie boekhouder - - - - - Abraham Samlant, de eerste mits in„ dispositie, en de laatste in 'sComp:s dienst naga Den E: Zoodijboekhouder - - - _ _ _ _ _ Gerrit Engel Holst En 2 221. wat dien aangaande na Jassena gale en Tutu Corijn geschreeven is verzoek aan de heeren Majores herwaards te zenden tot dat zal zijn bevonden, hoe het met aan den gedestitueerden ka„ gelegt nog rd:s 208: 31. En is wijders verstaan, onder toezending van de monsters derzelven en eene aan wijzing van de inkoops prijsen, den bedienden te Jaffanapatnam, gale en Tutucorijn aan te schrijven, om na ge„ „noomene informatie aan deeze regeering te berigten, wat apparentie 'er is om die goederen, op den voorschreeven; voet ter genoemde plaatsen te verkoopen: en ook gelijke berigt te vorderen van de pakhuijsmeesters alhier, weegens het voor„ „ze op „uitzigt om die wijze hier kwijt te raaken Dan wijl 'er niet veel apparentie is tot een spoedig vertier deezer goe„ te doen, om niet meer daar van deren, en men daarom met reeden voor schade moet dugten, in„ de aangebragte parthij uit„ dien bij voort duuring daar van meerder werden aangebragt, is derhalven goed gevonden en verstaan, de Heeren Majores ne„ „drigst te verzoeken, om voor eerst en tot dat zal zijn bevonden, hoe het met deeze parthij uit valt, niet meer daar van her „waards te zenden. Op het door den gedestitueerden Capitijn D' Elmillac gedaan ver„ „pitein D' Elmillactoe zoek, om de verlenging van het surplus zijner appoinctemen„ „ten, waar over de dispositie ter sessie van den 7. deezer uijt„ gesteld is, thans gedelibereerd zijnde, is uijt aanmerking, dat hij ver„ door zijne Crediteuren verhinderd is geworden, om met het schip Jozephus de Tweede te vertrekken goedgevonden en verstaan, aan hem nog toe te leggen eene somma van rd:s 208: 31. uijtmaa„„ „kende zoo veel als bedraagen zoude hebben zijne Capitains ke emolumenten voor twee en een halve maanden, of van medio 8ber: J:o leeden, wanneer de overige toelage aan hem is opgehouden, E„ tot ult:o deezer, te meer wijl dat boven dien naast denkelijk, nagenoeg ut„ Den 21:e November 1788. zal valt 222. besluijt om het schip de Phenecier naar koetsiem peper insteede van de Bata„ Addres van den burger Kapitein bij hij het voorstel doet, om de duijkerij van sjank oosen paarl oesters en andere schulpen langs de Tainkonomaalse voor 5. Jaaren. besluijt daar op. zal uijtkoomen met het geen tot de afdanking van het regiment, aan hem zoude zijn betaald, indien hij in het regi 9 „ment gebleeven waare Wijl het schip De Batavier, het welk na koetsiem aangelegd te zenden, ter afhaal van reeds den 11. deezer van gale na herwaards vertrokken is, alhier nog niet komt opdagen, is op de propositie van den heer gou„ „verneur goed gevonden en verstaan, insteede van gem: bodem, het schip De Phenecier ter afhaal van peper na koetsiem te zenden js geleezen een addaes van den Capitain Luijtenant der burger„ suijtenant van Cuijlenbing waar alhier Johannes Wilhelmus van Cuijlenburg, waar bij hij het voorstel doet, om de, duijkerij van sjankoosen, paarloesters en stranden aan hem over te laten andere schulpen, langs de Trinkono maalsche stranden aan hem over te laten voor den tijd van vijf jaaren, de twee eerste Jaaren voor niet, en de volgende drie jaaren mits opbrengende een quart van de voordeelen aan de Comp:e, waar toe hij aanneemt, „ van de gesteltheid der banken, een zuijvere raekening onder aanwijzing overteleggen, met verzoek nogtans; om hem ten dien einde toe te voegen twee duijkers van kalpettij of Mannaar nevens een haaij banner en 12. moren van Trinkonomale of elder vrij van oelie dienst, alles op zijne eigene kosten. Waar op gedelibereerd zijnde, is goed gevonden en verstaan, den bediend te Tainkonomale aanteschrijven, om eerst de voorsz: sjankos en paarlduijkerij, aldaar zoo spoedig mogelijk nogmaals te laten verpagten, of daar voor zomtijds meer liefhebbers mogten weezen, met qualificatie teffens, om indien er niemand een eenige „maten aan-neemelijk bod voor doet, en zij buijten dien geen kans mogten z om daar omtrend een voordeeliger arrangement aan te gaandan Den 21e November 1788. behelsd „ vier. 2 aanen gen

NL-HaNA_1.04.02_3844_0247 view scan ↗

English

223. contains the aforementioned proposition of van Cuijlenburg, to then leave these pearl fisheries to him, van Cuijlenburg, on the condition proposed by him, provided he himself engages the required divers and shark charmers for this purpose, and binds himself to render an account under oath to the Company for the proceeds of the pearl fishery over the last three years, and an extract hereof shall be given to the said van Cuijlenburg, who will have to declare by written address whether he is inclined to undertake this work in the manner stipulated herein: Read a request from the military Lieutenant Jean Brohier, to whom, on account of his illness, permission was granted by resolution of 16 January 1786 to make a voyage to the west of India with suspension of pay: requesting that, since he has now recovered again, his pay and emoluments may resume their course, with preservation of his seniority. And after deliberation, it was approved and understood to grant the petitioner's request. Resumed a criminal proceeding initiated by the Honorable Fiscal Raket against the Company's bondslaves Solon of Samarang and Jerede, the first for the crime of theft and the latter for presumption of complicity, alongside the sentence passed therein by the Court of Justice of this Castle, and whereby the last-mentioned Jerede was acquitted of the charge and released from his detention free of costs and damages, but on the other hand, the first-mentioned Solon of Samarang was condemned to be brought to the ordinary place of execution here, and 21 November 1788. there 224. there being delivered to the executioner, tied to one of the posts of the gallows, severely flogged until bleeding, and subsequently chained in irons, to labor for the duration of five consecutive years ad opus publicum at the place to be designated by this government. And after deliberation, it was approved and understood to confirm the said sentence, and to designate the materials warehouse here as the place of his confinement. Read a request from the chetty and local inhabitant Francisco Rodrigo Tambi, whereby he makes known that from his late maternal aunt Christina Waas, widow of the chetty Adriaan Kasie Chetty, as appears from the translated Tamil bill of sale of 29 December 1781, he bought for the sum of one hundred rixdollars half of a parcel of land situated in the New Street on Wolvendaal, in block B: but that the Secretary of Justice raises objections against granting a title deed thereof to him, the petitioner, because the said Christina Waas had inherited this piece of land from her father Bastiaan Waas on the condition that she would not be permitted to sell the same to any stranger, but wishing to alienate it, would be obliged to sell it, or convey it by valuation, to her sister Magdalena Waas, widow of the chetty Salomon Rodrig Sammogam, who had inherited the other half thereof from her father under the same condition: with the request therefore that, since both heirs are already deceased, and consequently 21 November 1788. the 225. the aforementioned condition ceases of itself, just as on that account the last-mentioned Magdalena Waas herself, while still alive, sold her share to strangers, it might therefore please this government to release the portion bought by the petitioner from Christina Waas from the bond of fideicommissum placed thereon by her father, and consequently to authorize the Secretary of Justice to grant a new deed to the petitioner by virtue of the aforementioned bill of sale, for which he undertakes to pay the customary lord's dues. Whereupon deliberation having taken place, considering that the positions of the petitioner in his aforementioned request have been found upon examination to contain the plain truth, and that consequently the encumbrance placed on this parcel of land by Bastiaan Waas has already lapsed of itself: it was approved and understood to authorize the Court of Justice of this Castle to grant a title deed in communi forma to the petitioner for the repeatedly mentioned parcel of land bought from Christina Waas, provided he pays the twentieth penny to the Company. Taking into consideration that the clerks at the respective writing offices are very inattentive in collating the papers, and that great and troublesome errors can sometimes arise therefrom, it is therefore, on the proposition of the Governor, approved and understood to decree that the collators for every mistake discovered in a collated paper 21 November 1788.

Dutch transcription

223. request van den Luijtenant „zoekende dat zijne gagie aan en enolumenten weder moo„ gen koers neemen. besluijt daar op. resumtie van een Caimineel solon en Samran over diende Crimen fuali„ behelsd de voorsz: propositie van van Cuijlenburg, als dan deeze duijkerijen aan hem van Cuijlenburg, op de door hem voorgestel„ „de Conditie, overtelaten, mits hij zelve de daar toe benoodigde duijkers en haaij banners op doet, en zig verbind aan het pro„ „duct der duijkerij in de laatste drie jaaren, reekening onder eede aan de Comp:e te doen, en zal hier van Extract gegee„ „ven worden aan gem: van Cuijlenburg, die zig bij een schrifte„ „lijk addres zal moeten verklaaren, of hij, op de wijze als in deezen is bepaald, geneegen is dit werk te aanvaarden: Js geleezen een request van den Luijtenant militair Jean militair Jean Prohier, ver„Brohier, aan wien mits zijne ziekte, bij resol: van den 16: Janu„ „arij 1786. toegestaan is, met stilstand van gagie, een rijs na de west van Jndien te mogen doen: houdende verzoek, dat wijl„ hij nu weder hersteld is, zijne gagie en emolumenten weder mogen koers neemen, met behoud van zijne ancieniteit En is na deliberatie goedgevonden en verstaan, des supp:t ver„ „zoek te accordeeren. Js geresumeerd een door den E: fiscaal Raket g'entameerd Cai„ proses tegen Comp: leefeigenen, mineel proces, tegen de 'sComp:s lijfeigenen solon van Sama „ ven„ „rang en jerede, de eerste over het Cinnen furti, en de laatste over presumtie van meede plichtigheid, nevens het daar in= geslagen vonnis door den raad van Justitie deezes Casteels, en waar bij laatst gem: gerede van de beschuldiging g'absol„ke „veert, en kosten schadeloos uijt zijne detentie ontslaagen dog i daar en tegen, de eerst gem: solon van Samarang gecondem„t vel„ „neerd is, om ter ordinaire gerechtsplaats alhier gebragt, en ut„ Den 21:e November 1788. aldaar ler 224. besluijt daar op. request van den sittij fran„ „zoekende om de fidei Com„ „mis op zekeren grond gelegt te willen onthegen aldaar den scherpregter overgeleevert zijnde, aan een der Stijlen van de galg gebonden, strengelijk en ten bloede gegeeselt en vervolgens in de ketting geklonken te worden, om voor den tijd van vijf agter een volgende Jaaren, ad opus publicum te arbeiden, ter plaatze door deeze regeering te bestemmen. En is na deliberatie goed gevonden en verstaan gem: vonniste approbeeren, en het materiaalhuijs alhier te bestemmen, tot de plaats van zijn Confinement Js geleezen een request van den sittij en inwoonder alhier TransisCo „siscus Rodrigo tambi, ver Rodaigo Tambie, waar bij hij te kennen geeft, dat hij van zijn overleedene muij Christina Waas, weduwe van den sittij Adri„ „aan kasie sittij, blijkens translaat tamulsche koopbewis van den 29:e December 1781. voor de somma van Een hondert rd:s gekogt heeft, de helfte van een stuk grond, geleegen in de nieuwe straat op wolvendaal, in het blok B: dog dat de secretaris van Justitie swaarigheid maakt, om daar van een eigendoms beweis aan hem supp:t te verleenen, om dat gem: Christina Waas, dit stuk grond van haaren vader Bastiaan waas had geaft, onder conditie, dat ze het zelve aan geen vreemde zoude mogen verkoopen, maar het willende veralieneeren, verpligt zoude zijn te verkoopen, of per taxatie overtelaten, aan haar suster Magdalena waas, weduwe van den sittij Salomon Rodrig sammogam, die de weder helfte daar van op gelijke Conditi van haren vader geerft had: met verzoek derhalven, dat wijl de bijde erffgenaamen reeds overleeden zijn, en mits dien Den 21e: November 1788. de d 225. deliberatie en besl uijt daar op een boete bepaald op de Collationisten. de voorsz: Conditie van zelfs ophoud, zoo als ook daarom laatst gem: Magdalena Waas zelve, nog in leven zijnde, haar aandeel aan vreemde verkogt heeft, het over zulks deeze regeering mogte behagen, het door den supp:t van Christina waas ge„ „kogte gedeelte, van den door haaren vader daar op gelegden band van fidei Commis te ontheffen, en mits dien den secre„ „taris van Justitie te qualificeeren, om uijt kragte van het voorsz: koop beweis, daar voor aan den supp:t te verleenen een nieuwen brief, waar voor hij aanneemt, te betalen. de gewoone heeren geregtigheid Waar op gedelibereerd zijnde, is uijt aanmerking dat de posi„ „tien van den supp:t bij voorm: zijn request na gedaane onderzoek, zijn bevonden te behelsen, de zuijvere waar„ „heid, en dat mids dien de door Bastiaan waas, op dit gronds gedeelte gelegde belasting, deeds van zelve is vervallen: goedgevonden en verstaan, den raad van Justitie deezes Casteels te authoriseeren, om voor meerm: door den supp:t van Christiana waas gekogte gronds gedeelte, aan hem mits betaalende den twintigste penning aan de Comp:e te laaten verleenen een eigen„ „doms brief in Communi forma Jn achting genoomen zijnde, dat de pennisten op de respective schrijfkantooren, zeer in attent zijn in het Collationeeren van den papieren, en dat daar uijt zomtijds groote en moeielijke abuisen kunnen ontstaan is derhalven, op de propositie van den heer gouverneur goed gevonden en verstaan, te arresteeren, dat de Col„ „lationisten voor elk fout, die in een gecollationeerd papier ont„ Den 21e: November 1788. „dekt.

NL-HaNA_1.04.02_3844_0250 view scan ↗

English

226. Business concerning Tutucorijn. Resumption of a Tutucorijn resolution containing various decisions. ...discovered, shall henceforth forfeit one rixdollar for the benefit of the diaconate poor, and that this fine shall be paid from the shop cash box and charged to the pay account of the person who shall have signed such paper before inspection. Resumed a Tutucorijn resolution of the 9th of October last, containing decisions: 1. To have destroyed, according to custom, the goods that have become unfit and unusable at Tutucorijn and at the residencies during the book-year 1787/8, provided that the resulting scrap iron, copper, etc., shall be taken in for further accounting, and the unusable mint tools shall be sent hither, along with whatever else might serve as ballast for the return ships. 2. To charge the account of the shippers for the short-delivered rice and wheat brought by the smalschip De Verwagting, after deduction of the spillage allowed by regulation, and to have the 30 unusable gunny bags brought with it sold for the prevailing price. 3. To pass to write-off an amount of 29 pagodas spent by the Ponnecail resident Francken on the occasion of his departure for Kilkare to fulfill the commission assigned to him at the court of Ramenadewaram, but from where he had to return without having accomplished his business due to the absence of the regent of Marrua, who had departed for Madras, and without whom The 21st of November 1788. the 227. The 21st of November 1788. Approval of the same. Resumption of a Tutucorijn resolution containing a decision to contract out the maintenance of the second resident's dwelling at Mannapaar for 15 pagodas a year. Decision thereon. Resumption of a Tutucorijn resolution into which is inserted an instruction for the commissioners for the inspection of the pearl banks, and the mint officials are authorized to have one tested out of every 10 silver bars to be minted. the Theuver refused to grant an audience. 4. To excuse the second Mannapaar resident Francois, on account of his sickly condition, from the commission assigned to him for the inspection of the pearl banks, and to appoint in his place the first sworn clerk Gratiaan. 5. To grant authority for the write-off of the percentage allowed by regulation on the merchandise sold, provided, and consumed in the book-year 1787/8, both from the warehouses at Tutucorijn and from the timber yard on the island of Allelandi. And after deliberation, it was approved and agreed to sanction the aforesaid decisions. There was also resumed a Tutucorijn resolution of the 21st of October last, in which it was resolved to contract out the maintenance of the second resident's dwelling at Mannapaar for 15 pagodas a year, commencing from the time that the second resident took up his residence in the same. And after deliberation, it was approved and agreed to sanction this decision, with a recommendation to the officials to have inspected from time to time the condition of the buildings for whose maintenance a fixed amount of money is established, and whether this is properly observed. Furthermore, there was also resumed a Tutucorijn resolution of the 1st of October last containing decisions: 1. To approve the instructions inserted therein, both for the commissioners for the inspection of the pearl banks, and for the commander 228. Decision thereon. Complaint of the merchants at Tutucorijn regarding the high price of cotton and the strict inspection of the linens. commander of the thony intended to carry out the cruising along the shores from Tutucorijn to the Freshwater Island in the north and to Mannapaar in the south, and 2. To authorize the mint officials to have only one bar tested out of every 10 silver bars to be minted, and to allow the minting to proceed on that basis, in order to prevent too much time from being lost through the testing of all the bars; and furthermore, in consideration of the fact that the aforesaid silver invoiced from the Netherlands at a fineness of 11 pennings 20 grains was found to be 11 pennings 19 grains, as is generally the content of silver coming from the Netherlands, to have a sample or piece of each silver bar kept sealed in the main cash chest for the protection of the mint officials, so that if any account should be demanded regarding the assay at Tutucorijn, it can be tested by another assayer, while the same, if no longer needed, can serve for the minting of fanams. And after deliberation, it was approved and agreed to sanction the aforesaid decisions. The Tutucorijn officials having reported by letter of the 31st of October last that the Company merchants on that coast unanimously complain of the continuous high price of cotton and the strict inspection of the linens, particularly of the guinees and salempuris, in which the weight of the linen also constitutes one of the requirements, and that they have consequently failed The 21st of November 1788. done

Dutch transcription

226. Besoigne over Tutucorijn resumtie van een Iut rit:s resol: inhoudende diverse besluijten: „dekt word, voortaan zullen verbeuren een rd:s ten behoeve van de diaconia armen, en dat deeze boete uijt de winkel Cassa zal betaald, en gesteld worden op de zoldij reekening van den geene die zodanig papier voor het nazien zal hebben onderteekend geresumeerd eene Tutucorijnsche resolutie van den 9:e october J:o leede houdende besluijten 1. Om de goederen, die te Tutucorijn, en op de residentien, geduuren „de het boekjaar 1787/8. onbequaam en onbruijkbaar geworden zijn, naar gewoonte te laten vernietigen, mits dat het daa van komende oudijzer, koper enz: ter nader verandwoorden ingenoomen, en de onbequaame munt gereedschappen na her„ waards gezonden zullen worden, nevens het geen verder tot ballast voor de retourscheepen zouden kunnen dienen 2. Om de minder uit geleeverde rijst en tarwe, bij aanbreng per het smalschip de verwagting, na aftrek van di bij reglement toe„ gestaane spillagie, den overvoerderen op hunne reekening te doen stellen, en de daar meede aangebragte 30. onbeq: goenij zak„ „ken, voor het geldende te laten verkoopen. 3: Om ter afschrijving te passeeren een bedragen van pagooden 29/00 die de Ponnecailsche resident Francken heeft veronkostigd, bij geleegendheid, dat hij naar Kilkare is vertrokken, om de hem opgedraagene Commissie aan het hoff van Ramenadewaram te volbrengen, dog van waar bij onverrigter zaake heeft moe„ „ten te rugge keeren, mits de absentie van den rijks-bestierder van Marrua, die naar Madras was vertrokken, en zonder wien Den 21:' November 1788. de 29 t 227. Den 21:e November 1788. approbatie van dezelve. resumtie van een Putuk: resol: inhoudende besluijt om het onderhoud van de tweede residents wooning te Manna„ 15. pag: 'sjaars. besluijt daar op. resumtie van een Tutuk: resol: waar bij g'insereerd is een instruc„ bij de visitatie der paaalban„ ken, en de munt bedienden /. gequalificeerd zijn om van elke 10: staaven zilver die vermunt laaten essaij eeren. de theuver geen audientie wilde geeven. 4. Om den tweede Mannapaarschen resident Francois, weegens zijnen ziekelijken toestand, te excuseeren, van de aan hem opgedraagene Commissie tot de visitatie der paarlbanken, en in zijn plaats daar toe te benoemen den eersten gezw: klerk Gratiaan 5. Om qualificatie te verleenen tot de afschrijving van de bij reglement toegestaane p:r C:o op de in het boekjaar 178 7/8. verkogte koopmanschappen, verstrekte en verbruijkte goederen, zoo uit de pakhuijsen te Tutucorijn, als uijt de timmerwerf ten Eijlande Allelandi En is na deliberatie goedgevonden en verstaan de voorsz: besluijten te approbeeren Noch is geresumeerd eene Tutucorijnsche resolutie van den 21:e ac„ „tober J:o Leeden, waar bij beslooten is, om het onderhoud van de „paar aan te besteeden voor tweede residents woning te Mannapaar, aan te besteeden voor 15. pagooden sjaars, aanvang neemende van den tijd, dat de tweede resident zijn intrek in dezelve genoomen heeft En is na deliberatie goed gevonden en verstaan, dit besluijt te appro„ „beeren, met recommandatie aan de bedienden, om van tijd tot tijd te doen opneemen, hoedanig de gebouwen, tot welker on„ „derhoud een vast geld is bepaald, gesteld zijn, en of daar aan behoorlijk de hand word gehouden Voorts is ook geresumeerd eene Tutucorijnsche resolutie van den „tie voor de gecommitteerden den 1. oktober J:o Leeden houdende besluijten Om te approbeeren de daar bij geinsereerde instructien zoo voor de ge„ staan te worden een staat te committeerdens bij de visitatie, der paarlbanken, als voorden ge„ „zaghebber 228. besluijt daar op klagte van de kooplieden te Tutucoaijn over de duurte van het kattoen ende scherpe bezigtiging der lijwaaten „zaghebber op de thonij, die bestemd is, om de bekruijsinge te doen langs de staanden, van Tutucorijn tot het verswaters eij„ „land in het noorden, en tot Mannapaar in het zuijden, en 2. / Om de munt bedienden te qualificeeren, om van elke 10. stave zilver, die vermunt staan te worden, alleen een staaf te laten essaijeeren, en daar op de vermunting te laten geschieden; ter voorkooming dat door het essaijeeren van alle de staven, niet te veel tijds verloopt; en voorts om uijt aanmerking, dat het voorsz: zilver het welk uit Nederland aangeschreeven is, m een gehalte van 11 penn: 20: gaijnen, maar bevonden is op 11. penn: 19. gaijnen, zooals meerendeels het uijt Nederland koomende zilver- maar inhoud, tot dekking van de munt bedienden, van elk staaf zilver, een klampje of stuksje in de groote geld Cas verzegelt te laten bewaaren, ten eijnde wanneer over het essaij te Tutucorijn eenige verandwoording mogte worden gevraagt, door een ander essaijeur te kunnen worden geessaijeerd, terweil het zelve, indien het niet meer nodig is, kan dienen tot het munten van fanums En is na deliberatie goed gevonden en verstaan de voorsz: besluij„ „ten te approbeeren. De Tutucorijnsche bedienden, bij brieve van den 31. october J:o Leeden, bedeeld hebbende, dat de Comp:e kooplieden daar ter kuste zig een „pariglijk beklagen, voor de aanhoudende duuate van het kal„ „toen, en de scherpe bezigtiging der lijwaaten, in het bijzonder van het guinees en salmpoeris, waar bij het gewigt, van het lijn„ waat ook een van de requisitien uijt maakt, en dat ze mits dien verzak Den 21:e November 1788. gedaan 2

NL-HaNA_1.04.02_3844_0253 view scan ↗

English

229. Price increase Deliberation thereon Decision thereon. having therefore made a request for 5. per cent, for a five per cent price increase, solely on the coarse assortments, being the guinees and salempouris, wherein the said servants declare that the complaint of the merchants is in all respects well-founded, and that indeed the droughts there on the coast have for a long time made both cotton and provisions very dear, and that cotton throughout the entire year and until now remains very expensive, notwithstanding that this was not noticed because the collection for the Honorable Company, due to a continual lack of money, was very dull this year, and because among private individuals, for the same reason, there was also no trade of any note: with the request that the disposition of this government might be sent to them as soon as possible. Thereupon it was deliberated and taken into consideration that the fixed prices for the linens delivered to the Company must be deemed to be adjusted to the average price of cotton, and that consequently, while the Company does not reduce the prices of linens in times when cotton is cheap, it is also equitable that the merchants content themselves with the same payment in occasional years when cotton is somewhat more expensive than ordinary. And it is therefore approved and understood to reject the aforesaid request of the merchants for a price increase. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month and year aforesaid. It was signed: W: J: van de Graaff, I: Sluijsken, D: I: Fretz, J: P: C: Filenius, M: P: Raket, J: Reintous, and B: L: van Zitter. The 21st November 1788 Resolution 230. Proposal of the Galle servants to publicly farm out the tithe right of the chena. Deliberation and decision thereon. Resolution taken in the Council of Ceylon by way of circular questioning on Monday the 24th November 1788. The Galle servants having proposed, by letter of the 20th of this month, the proposition made to them by the servants at Matara at the request of the chiefs of the korales and pattus of that Dissavony, to henceforth let the tithe right of the chenas be publicly farmed out, as the said chiefs declared that it is impossible for them to effect the collection thereof on the footing currently customary without being burdened with heavy arrears, and the Matara servants maintain that such a farming out would be more advantageous for the Company, and would also probably be a very suitable means to increasingly prevent the clearing of illicit chenas. Thereupon it was deliberated by means of circular questioning, and in view of the utility that may arise therefrom, it was approved and understood to grant authorization to let the tithe right, which is usually levied on the chenas in the Matara district, henceforth be farmed out, provided that the servants take care that the coolies, Nahaidas, cinnamon peelers, and others who from of old have had the privilege to each cultivate one chena of one amunam in size free of dues, shall not be prejudiced in that privilege by this farming out. Thus 231. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month and year aforesaid. It was signed: W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, D: F: Fretz, J: P: C: Tilenius, G: E: Holst, M: P: Raket, J: Reintous, B: L: van Zitter, and A: Samlant. The 24th November 1788 Wednesday 232. Resumption and approval of four previous resolutions of this meeting. Report of the Honorable Dissava regarding salt remaining unsupplied to two of the state exiles. Wednesday the 26th November Anno 1788 Present The Right Honorable Greatly Respected Lord Governor Willem Jacob van de Graaffe The Honorable Head Administrator - - - Peter Sluijsken The Honorable Dissava - - - Diederich Thomas Fretz The Honorable Matara Dissava - - - Christiaan van Angelbeek The Honorable Titular Lieutenant Colonel - - - Jan Philip Christiaan Tilenius The Honorable Fiscal - - - Mattheus Petrus Raket The Honorable First Warehouse Master - - - Johannes Reintous The Honorable Secretary - - - Benedictus Lambertus van Zitter The Honorable Trade Bookkeeper - - - Abraham Samlant Absent The Honorable Pay Bookkeeper - - - Gerrit Engel Holst, due to indisposition The resolutions of this meeting of the 24th, 28th, 30th and 31st October last were resumed and approved, of which it is understood to keep this record. By the Honorable Dissava Fretz, in an address of the 12th of this month, it being shown among other things that, whereas in the report which was submitted by the Honorable Head Administrator Sluijsken and his Honor himself concerning the state prisoners, under date of 23rd October 1787, and inserted by resolution of the 8th March 1788, it was not indicated that Seila, widow of the Tumanggung Sawangalio Sosronogoro, receives 1/4 para of salt, and Raden Johanna together with his brother receive 1/5 para of salt monthly, these people have not received any salt since the month of April last

Dutch transcription

229. paijs verhooging deliberatie daar over besluijt daar op. verzoek derhalven om 5. prCo gedaan hebben, om vijf p:r C:o prijs verhooging, alleen op de groove sortimenten, zijnde het ginees en salmpoeris, waar bij gem: bedienden verklaaren, dat de klagte der kooplieden in allen op zigte gegrond is, en dat werkelijk de droogtens daar ter kus„ „te, zedert een langen tijd, zoo wel het kattoen als de levens „middelen zeer verduurd hebben, en dat het kattoen het gantsche jaar door en tot nog zeer duur is, niet tegenstaande zulks niet is opgemerkt, door dien den inzaam voor 'dE: Comp:e mits continueele geld gebrek, dit jaar zeer flaauw, en om dat onder particulieren, om die zelfde reden, ook geen handel van eenig naam geweest is: met verzoek dat hun de dispositie van deeze regeering, ten spoedigsten mogten worden toegezonden Js daar op gedelibereerd en in achting genoomen, dat de bepaalde paij„ „zen voor de lijwaaten, die aan de Comp:e worden geleevert, moeten geacht worden te zijn geschikt naar den gemiddelden paijs van het Cattoen en dat mits dien, terwijl de Comp:s in tijden, dat het Cattoen goed koop is, de paijzen der lijwaaten niet vermindert, het ook billijk is, dat de kooplieden zig met dezelfde betaaling vergenoegen, in enkelde jaaren dat het Cattoen, wat duurder is, dan ordinair En is derhalven goed gevonden en verstaan, het voorsz: verzoek van de kooplieden, om prijs verhooging, te wijzen van de hand. Aldus gedaan en de geresolveert in het Casteel Colombo ten dage maand en Jaare voorsz: /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff I: Sluijsken, D: I: Fretz, J: P: C: Filenius, M: P: Raket, J: Reintous en B: L: van Zitter. Den 21e: November 1788 Resolutie 23.0. voordaag der gaalse bedien„ „dens dan de tiende geregtig„ „re, publiek te laten verpag„ deliberatie en besluijt daar op Resolutie genoomen in Rade van Ceilon bij weege van vondvrage op Maandag den 24:' November 1788. De gaalsche bedienden, bij brieve van den 20: deezer; voor gedragen hebbende, de „hed der jmnasen te ati aan hun door de bedienden te Mature, op het verzoek van de hoofden der korles en pattroes dier Dessavonie gedaane propositie, om voortaan de tiende gerechtigheid der sjenassen publicq te laten ver„ „pachten, wijl gedachte hoofden verklaarden, dat het hun onmo „gelijk is, de invordering daar van op dien voet, als tans ge„ „bruijkelijk is te doen, zonder met zwaare agterstallen be„ „last te worden, en de Matureesche bedienden sustineeren a eene diergelijke verpagting voordeeliger voor de Comp„, en ook waarschijnelijk een zeer geschikt middel zijn zoude, om het kappen van ongeeijkte Tjenas meer en meer voor te komen Js daar over door middel van rond vrage gedelibereerd, en uijt aan „merking van de nuttigheid, die daar uijt kan voortspaa „ten, goedgevonden, en verstaan, qualificatie te verleenen om de tiende gerechtigheid, die gewoonlijk van de sjenal in het Matureesch district word geheeven, voortaan te laten verpachten, mits dat de bedienden daar bij verdacht zijn, om de koelies, Naindes, kanneel dragers en andere die van oudsher het voorrecht hebben gehad, om elk een sjena van een ammonam groot, vrij van gerechtigheid te mogen bewerken, bij deeze verpachting in dat voor recht miet worden gekenkt: Aldus „ten. 231 Aldus gedaan en de geresolveert in het kasteel kolom„ „bo ten dage maand en jaare voorschreeven /: was geteekend:/ W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, D: F: Fretz J: P: C: Tilenius, G: E: Holst, M: P: Raket, J: Reintous B: L: van Zitter, en A: Samlant Den 24:e November 1788 Woensdag 202. resumtie en approbatie van vier voorgaande aesol: deezer ver„ „gadering berigt van den E: dessave„ „vene zout aan twee van Woensdag den 26:e November Anno 1702 Present Den wel Edelen Groot achtbaaren Hee Gouveneur Willem Iacob van de Graaffe Den E: Hoofdadministrateur - - . . . . Peter Sluijsken Den E: Dessare - - . . . . . . . Diederich Thomas Fretz Den E: Matureesche Dessave . . . Christiaan van Angelbeek Den E: Tit: Luijtenant Colloniel. . . . . . Jan Philip Christiaan Tilenius Den E: p:l fiscaal - - - - - - - _ Mattheus Petrus Raket Den E: Eerste pakhuijsmeester - - - - - Johannes Reintous Den E: Secretaris - - - - - - . . Benedictus Lambertus van Zitter Den E: p:l Negotie boekhouder - - - - Abraham Samlant zijn geresumeerd en g'approbeerd de resol: deezer vergadering van den 24. 28: 30: en 31. October J:o Leiden, waar van verstaan is te houden deeze aanteekening. Door den E: Dessave Faetz, bij een addres van den 12:' deezer, onder wegens onverstrekt geblee„ anderen vertoond zijnde, dat vermits bij het berigt, het welk de staats bannelingen door den E: Hoofdadministrateur Sluijsken en zijn E: zelve, n „pens de staats gevangenen, onder dato 23:e october 1787. ing „diend, en bij resol: van den 8:e Maart 1788 g'insereerd is, met was aangeweezen, dat seila weduwe van den tommog om Sa„ „wangalie sosoronogora ¼. paara zout, in raja Johanna neevens zijn broeder 1/5: paaras zout, 's maands genieten, deeze luijden zedert de maand April J:o Leeden, geen zaut hebben ontvangen Absent Den E: Zoldij boekhouder - - - - - - - - Gerrit Engel Holst, mits indispositie met be en

NL-HaNA_1.04.02_3844_0257 view scan ↗

English

239 Resolution thereon Report of the Honorable Dessave, concerning the farming out of the nelij duty. with the request that the same may be credited to them from that time forward. It was, after deliberation, approved and agreed to have issued, from the first of April of the past year onward and monthly hereafter, to the aforementioned Seila, one-quarter parra of salt, and to Raja Johansa and his brother eight twenty-fifths of a parra of salt. There was read an inserted report below from the aforementioned Honorable Dessave Fretz, concerning the held farming out of the nelij duty of the small harvest of this financial year, and of various Company gardens. Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord! Herewith I have the honor to present to Your Right Honorable the return of the farming out of the nelij duty of the latest jalla harvest for the account of the financial year 1788/9, held by me in the presence of Landraad members, to the amount of seven hundred and eighty amunam and 30 koernies, amounting to 6318.-. Parras. To which is added the farming out of the district of Kaliture, which I had held by the Commandant of that place, the Honorable Lieutenant Rudolph, because the crop was far advanced in ripeness, and thus no time remained to invite the bidders to come hither, without the crop running the risk of reduction through the dropping of the nelij grains, to the amount of - - - - - - - - - - - - - - - - - - 2200. —. Total 8518. –. Parras. In examining the leases from 1752/3 to 1756/7 and the collections by Sinhalese commissioners from 1778 to 1787, I observed that the jalla harvest of the aforementioned years on average yielded no more in one year, at the time of the farming out, than 5402 parras, and upon collection by commissioners 5278 parras, in which latter lot the Silauwsche district is also included; and of which the report for the latest Jalla harvest is still awaited, and thus the aforementioned 8518 parras are still to be increased therewith, so that the aforementioned farming out of the nelij duty To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord! Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies. The 26th of November 1788. quite 234. The 26th of November 1788. Resolution thereon Report on the proposed questions concerning the calculation and handling of specie on the Madura coast Resolution thereon. has turned out quite favorably. From the aforementioned return, Your Right Honorable will also observe that the Company garden Pellewatte, situated at Palkisse, according to the customary conditions, has been leased for 5 years at 305 cans of oil per year, whereas previously it was leased for only 255 cans per year, also for 5 consecutive years. Likewise, I have had the Company gardens Palla and Kowillewatte, situated at Kaliture, leased for 5 years at 720 cans of oil per year, having previously yielded 800 cans. While Koedarabegewatte, also situated at Kaliture, has been leased for 5 years for 27 rixdollars per year, having previously made 26 rixdollars. I furthermore have the honor to be with all high esteem, below stood, Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord, Your Right Honorable's obedient servant, was signed, D. T. Fretz, in the margin, Hulftsdorp, the 22nd of October 1788. And after deliberation it was approved and agreed to confirm the aforementioned leases, and by reason of the considerable advantage which the collection of the nelij duty by means of farming out yields over the raising of the same by assessment, to authorize His Honor gradually and according to opportunity to proceed with reintroducing the method of farming out everywhere. The Honorable Trade Bookkeeper Raket and the First Examiner Berghuijs, having served with a report in answer to the various questions which, by resolution of the 11th of this month, were posed to them and the Honorable Chief Administrator Sluijsken concerning the calculation and handling of specie on the Madura coast. It was, after deliberation, approved and agreed to have the said papers filed in the bundle of examiner reports, along with the other papers received concerning this matter, and furthermore to send a copy thereof, as well as of the instructions recently received from Batavia regarding this subject, to Tuticorin, so that the servants, in the accounting still expected from them 247 b

Dutch transcription

239 besluit daar op berigt van den E: dessave, wee„ „ting van de nelij geregtigheid. met verzoek dat aan hun, het zelve, van die tijd af, mag worden goed gedaan Js na deliberatie goed gevonden en verstaan van p=mo April J:o leden af en voortaan maandelijks aan voorm: Seila, een quart parra zout, en aan Raja Johansa en zijn broeder agt vijfentwintig„ „ste paara zout, te laten verstrekken Js geleezen een hier onder g'insereerd berigt van voorm: E: Dessave „gens de gehoudene verpag„ Fretz, weegens de gehoudene verpachting van de nelij gerechtigheid van den klinen, oegst deezes boekjaars, en van verscheide Comp:e tunnen. Wel Edele Groot achtbaare Hoog Gebiedende Heer! Hier neevens hebbe de eere uwel Edele Groot achtbaare aante bieden het rendement van de door mij ten overstaan van landraads leeden gehoudene nelij gerechtigheids verpagting van den jongsten jalla oogst voor reekening van het boekjaar 178 8/9. ten bedraagen van amm:s seven hondert en taggintig en 30: koernies, uit maakende Parr:s 6318. -. waar bij komt de verpagting van het district van kaliture, die ik door den Commandant dier plaats de E: Luijtenant Rudolph hebbe laten houden weil het gewas in rijsheid verre gevordert was, en dus geen tijd overschoot om de liefhebbers te nodigen, tot de overkomst herwaards, zonder dat het gewas gevaarliep van vermindering door het uijt vallen der nelij korls ten be„ Sommert Parr:s 8518. –. Jk heb bij het nagaan der verpagtingen van 175 2/3. tot 1756/7 en de invorde„ „ringen door singaleese gecommitteerdens zedert 1778. tot 1787. ont„ „waart, dat den jalla oogst van voorschreeve jaaren door een gesla„ „gen niet meerder in een Jaar heeft opgeworpen, ten tijde der verpagting als parras 5402. en bij invordering door gecommitteerdens 5278: par„ „ras, onder welke laatste parthij ook nog het silauwsche district begra „pen is; en waar van voor den jongsten Jalla oogst nog het bericht verwagt, en dus daa meede de voorschreeve parras 8518. nog staan vermeerdert te worden, zoo dat de voorsz: nelij gerechtigheids verpagting „dragen van - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 2200. —. Aan den wel Edelen Groot achtbaren Heer! Willem Jacob van de Graaff, raad ordinair van Nederlandsch Jndia gouver„ „neur en Directeur van het Eiland Ceilon met dies onderhoorigheeden. Den 26:e November 1788. vrij 234. Den 26e November 1788. besluijt daar op berigt op de voorgestelde vra„ „gen wegens de bereekening en behandeling van de geldspe„ „tien ter kuste Madure besluijt daar op. vrij voordeelig uijt gevallen is Bij voorsz: rendement zal uwel Edele groot achtbaare ook ontwaaren, dit 'sComp:s tuin Pellewatte geleegen te Palkisse na de gewoone Conditie, voor 5. Jaaren is verpagt geworden tegens 305. kannen olij sjaars, terwijl hij bevoorens, maar voor 255. kannen 'sjaars meede voor 5. agter een vol„ „gende Jaaren verpagt was Desgelijks heb ik 's Comp:s tuinen Palla en kowillewatte, te kaliture gelee„ „gen, voor 5. Jaaren laaten verpagten tegens 720: kannen olij 'sjaars „hebbende bevoorens opgebragt 800 kannen. Terweil ook koedara begewatte meede te kaliture geleegen voor 5. Jaaren verpagt is, voor rd:s 27. 'sjaars, hebbende bevoorens 26: rd:s gedaan jk heb voorts de eere met alle hoog achting te zijn /:onderstond:/ Wel Ed: groot achtb: Hoog gebiedende Heer uwel Ed: groot achtb: gehoorzaamen Dienaar /:was geteekend:/ D: T: Fretz /:in mar„ gine:/ Hulftsdorp den 22 oktober 1788. En is na deliberatie goedgevonden en verstaan, de voorsz: verpachtin „gen te approbeeren, en uit hoofde van het aanmerkelijk voordeel, tol de invordering der velij gerechtigheid bij weege van verpagting gieft, boven de hissing derzelve bij taxatie, zijn E: te qualificeeren om gaande weg en na mate van de gelegendheid, voort te gaan om het middel van verpachting over al wederom in te voeren. Door den E: Negotie boekhouder Raket en den eersten visitateur Berghuijs, ter beandwoording van de verscheidene vragen, die bij resol: van den 11:e deezer, aan hun en den E: Hoofdadminis„ „trateur sluijsken; nopens de bereekening en behandeling van de geld spetien, ter kuste Madure, zijn voorgesteld gedient zijnde van berigt Js na deliberatie goed gevonden en verstaan, gem: papieren te laten, inmaaijen in den bondel visitateurs berichten, bij de verdere overda„ „ze zaak ingekoomene papieren, en voorts daar van, zoo wel„ als van de onlangs, nopens dit onderwerp, van Batavia ont„ „vangene aanwijzing Copia te zenden naar Tutucorijn, op dat de bedienden, bij de van hun nog verwagt wordende verandwoor„ 247 „ding b

NL-HaNA_1.04.02_3844_0259 view scan ↗

English

Report of the Honorable Chief Administrator regarding the purchased woodwork for the ship De Phenicier. Decision thereon. Petition of the Chilaw alfandega farmer Katta Lebbe Seesma Lebbe, requesting that certain arrears may be written off in the books. Deliberation thereon. Report regarding destroyed six cable-laid ropes. Decision thereon. Petition of the Cashier de Waart requesting that the money counters of the small cash office may be relieved of the compensation imposed on them for the shortage of funds sent to the Vanni. Decision thereon. On the report of the aforementioned P. Sluijsken, they may also add regarding these papers whatever they find necessary in this matter for further clarification of this case. Was read a report inserted below from the often-mentioned Honorable Chief Administrator, regarding purchased woodwork for the use of the ship De Phenicier. Right Honorable High-Commanding Lord! The undersigned has the honor to report to your Right Honorable that, out of extreme necessity, owing to a shortage at the Honorable Company for the service of the ship De Phenicier, the master shipwright has purchased from private persons: 2 Homeland studdingsail booms or lower palms for thirty-five rixdollars each 1 Batavia anchor stock for sixteen rixdollars I most respectfully request your esteemed approval, and also that this amount may be paid to him from the treasury. Meanwhile, I remain with all high esteem, Right Honorable High-Commanding Lord, your Right Honorable obedient and humble servant, signed: P. Sluijsken. In margin: Colombo, the 21st of November 1788. And after deliberation, it was resolved and agreed to approve the said purchase, as having occurred out of necessity, and to have the amount paid from the Company's treasury. Was read a petition from the Moor Katta Lebbe Seesma Lebbe, in which he indicates that, having been the farmer of the Chilaw alfandega lease in the book year 1777/78, he had been forbidden by the late Governor Falck, upon complaints of the inhabitants of the Negombo district, to levy any duty on the provisions that are brought across the Kaymel River, as evidenced by a letter written by his Honor on the 7th of December 1770 from Negombo to the Commander at Chilaw; and that he, having thereby fallen short by 95 rixdollars on his lease, had addressed the said Governor about this and obtained a promise of remittance, just as he had never been called upon to pay the aforementioned 95 rixdollars during a period of 17 years since that time; but that he is now being dunned for it, and therefore requests that the aforementioned arrears, as caused by the aforementioned prohibition of the late Governor Falck, may be written off in the books. Whereupon, having deliberated, it was taken into consideration that the petitioner would not have been prevented from levying the aforementioned duty if the same had been enjoyed by previous farmers and thus had also pertained to him; and that besides this, it is very improbable that the late Governor Falck would have promised him the remittance of the remaining 95 rixdollars, because in a letter written by the Commander of Chilaw on the 5th of September 1771, and thus nine months after the aforementioned prohibition, a request was made that the petitioner, residing here, might pay the aforementioned 95 rixdollars here, and the often-mentioned Governor also replied to this, by a letter of the 12th of the said month, that the collection of this money had been assigned to the Cashier. And it was therefore resolved and agreed to deny the petitioner's request, and on the contrary to order him to account for his aforementioned arrears to the Company. A report having been submitted by the judicial members Kriekenbeek and Johnson, stating that in the presence of the Adjunct Fiscal Van der Straaten they have caused to be destroyed 6 cable-laid ropes, which had served for the mooring of the following ships, and according to the declaration of the boatswains Haaijes and Mortier could no longer be used, namely: From the ship De Batavier: 1 piece of 22 inches 3 pieces of 16 inches From the ship De Gouverneur Falck: 1 piece of 22 inches 1 piece of 16 inches After deliberation, it was resolved and agreed to grant authorization for the writing-off of the said ropes. Was read a petition from the Cashier De Waart, in which he requests that the money counters of the small cash office may be relieved of the 48 rixdollars 12½ stuivers imposed on them as compensation, which was found to be missing upon the shipment of 10,000 rixdollars from here via Mannar to the Vanni, and this in consideration that these money counters were not sent along with that money to the Vanni to count it out there, and thus none of them was present at its delivery. After deliberation, in consideration that this shortage was not yet

Dutch transcription

„235. berigt van den E: hoofd admi„ „nistrateur, weegens de inge„ van het schip De Prenecier. besluijt daar op. request van de silauwse al„ Pandigo pagter katta Lebbe 1508 „ Sees ma Lebbe, verzoekende „ding op het berigt van voorm: P: sluijsken, ook noopens derze pa„ „pieren, kunnen voegen het geen ze in deezen, tot meerdere ophel„ „dering van deeze zaak, zullen nodig vinden. Js geleezen een hier onder g'insereerd berigt van meerm: E: hoofd„ „kogte hout werken ten behoer„ administrateur, weegens ingekogte houtwerken ten behoeve van het schip De Phenicier Wel Edele Groot achtbaare Hoog Gebiedende Heer! De ondergeteekende, heeft de eer uwel Ed: groot achtb: te berigten dat er uijt hooge noodzakelijkheid, mids gebrek bij dE: Comp:e ten dienste van het schip Den Phenecier, door den baas van de scheepstimmerwerk van particulieren ingekogt zijn 2. Vaderlandsche lijzeilsche spieren of onder palmen voor vijf en dertig rd:s ider 1. Bataviasche ankerstok voor sestien ud:s Jk verzoeke hoogst deszelfs g'eerde goedkeuring, en tevens dat aan hem uit kassa dat bedraagen mogte worden betaald. Jn„ „middels blijf ik met alle hoog achting /:onderstond:/ wel Edele groot achtb: Hoog Geb: Heer Uwer wel Edelens groot achtb: gehoorzame en onderdanige Dienaars /:was geteekend:/ P: Sluijsken /:in margine:/ kolombo den 21:e November 1788. En is na deliberatie goed gevonden en verstaan gem: inkoop, als uit noodzaakelijk geschied, te approbeeren, en het bedraagen daar van uijt sComp:s Cas te laten voldoen Js geleezen een request van den moor katta Lebbe Seesma Lebbe waar bij hij te kennen geeft, dat hij in het boekjaar 177 3/8. pagter Aan den wel Edelen groot achtbaren Heer! Willem Iacob Van de Graassee raad ordinair van Nederlandsch Jndia gou„ „verneur in Directeur van het Eijland Cei„ „lon met dies onderhoorigheeden. Den 26:e November 1788 van dat dat 9 236. dat zeker agterstal bij de boeken mogte worden af„ „geschreeven. deliberatie daar over van de silauwsche alphandige pagt geweest zijnde, door wijlen den heer gouverneur Falck, op de klagte van de inwoonders vanh Nigombosche district, verbooden was geworden, eenige pagt te mogen heffen van de levens middelen die over de kaijmelsche rivier gewees worden, blijkens een brief door zijn Edele den 7. December 1770: vn Nigombo aan den Commandant te silauw geschreeven, en dat hij d door, op zijn pagt 95: rd:s te kort gekoomen zijnde, zig daar over aan welgem: Heer gouverneur g'addresseerd, en belofte van kwijt schel„ „ding bekoomen had. zoo als hij ook zedert die tijd geduurende een reeks van 17. Jaaren, nooijt was aangesprooken geworden, tot de betaaling van voorsz: 95. ad:s dog dat hij nu daar toe word aange „maand, en daarom verzoekt, dat voorsz: agterstal als veroor zaakt door het voorm: verbod van wijlen den Heer gouverneu Falck, bij de boeken mogte worden afgeschreeven. Waar op gedelibereerd zijnde, is in achting genoomen, dat de supp„ niet zoude zijn belet geworden, de voorsz: gerechtigheid te heffen indien dezelve door de vorige pagters waare genooten geweest, en mits dien hem ook toegekoomen hadde, en dat het buijten dien zeer onwaarschijnlijk is, dat wijle de Heer Gouverneur Falok aan hem de kwijt schelding, van de nog agterstallige 95: ad: zon „de toegezegd, hebben, wijl bij een brief van den Commandant van Silau, den 5. 7ber: 1771. , en dus negen maanden na het voorsz verbod, geschreeven, verzoek gedaan is, dat de supp:t, als hier woonachtig zijnde, de voorsz: 95. rd:s alhier mogte afleggen„ en ook daar op door meerm: Heer gouverneur, bij een brief van den 12. van gem: maand, g'andwoord is, dat de invordering vande Den 26:e November 1788. dit /90 238. Den 26:e November 1788. besluijt daar op. rapport wegens vernietigde ses vijger touwen. besluijt daar op. request van den kassier de geld tellers, van de kleine „ven van de hun ter vergoeding bij de gelderen na de wannij gezonden. dit geld, aan den Cassier was opgedragen En is derhalven goedgevonden en verstaan, des supp:ls verzoek te ont„ „zeggen, en hem daar en tegen op te leggen, om voorsz: zijn agter„ „stal, als nog aan de Comp:e te verandwoorden. Jngekoomen zijnde een rapport van de justitieele leeden kriekenbeek en Johnson, houdende dat ze ten overstaan van din adjunct fiscaal van der straaten, hebben doen vernietigen 6. vijger„ „touwen, die tot het vertuijen van de volgende scheepen gedient hebben, en volgens verklaring van de bootslieden Haaijes en Mortier, niet meer konden gebruijkt worden, namentlijk 1. p:s van 22: d:m van het schip De Batavier 3. „ „ 16. „ 1. p:s „ 22: „ van het schip de gouverneur Falck 1. „ „ 16. „ Js na deliberatie goedgevonden en verstaan, qualificatie te verleenen ter afschrijving van gem: touwen. Is geleezen een addres van den kassier de waart, waar bij hij Waart verzoekende, dat de verzoekt, dat de geldtellers van de kleine geld Cas mogen Cas mogen worden onthee worden ontheven, van de hun ter vergoeding opgelegde rd:s 48 opgelegde te kort kooming 12½. die bij verzending van 10000: rd:s van hier over Mannaar na de wannij, daar op zijn te kort bevonden, en zulks uit aanmerking, dat deeze geld tellers met dat geld niet zijn meede gezonden na de wannij, om het zelve aldaar uit te„ tellen, en dus niemand hunner bij dies uitlevering present zijn geweest deliberatie beluijt daar p„n is na deliberatie uit aanmeeking dat deeze te kort kooming nog geen zon van

NL-HaNA_1.04.02_3844_0262 view scan ↗

English

Request of the Honorable Burnat, requesting that his account in the trade ledgers may be relieved of the Girrewais. Deliberation thereon. Resolution thereon. does not amount to half a percent, and that if the money counters had accompanied the money to the Wannij, their maintenance would have cost about as much, it is approved and understood to relieve them of the imposed compensation for this deficit, and consequently to have the aforesaid rd:s 48. 12½ written off in the books. Upon an incoming request from the former Senior Merchant and former Dessave of Mature, the Honorable Daniel Burnat, whereby he requests that his account in the trade ledgers may be relieved of the outstanding paddy of the Girrewais, with which he is still charged; this arrear having now been further deliberated upon, and it being taken into consideration that although by resolution of the 9th of August 1785 it was resolved to authorize the servants at Mature to write off the Girrewaise arrears for the years 1783 and 1784, amounting to 50910¾ parras of paddy, the execution of that resolution had been postponed until the aforesaid Honorable Burnat should have arrived here, in order to learn from him more closely whether there might not be any means to have some of these arrears collected, and that his Honor has since assured that the loss of the said 2 years could by no possibility be recovered from the Girrewaise headmen, having actually been lost through a crop failure caused by an extraordinary drought; It is therefore approved and understood to write to the servants at Gale, instructing them, regarding the quantity of paddy for which the Honorable former Dessave Burnat stands known as a debtor in the Mature trade ledgers of the book year 1785/6 on account of the Girrewaise arrears, amounting to 41340 7/8 parras, The 26th of November 1788. to have re-entered the entire lease of the year 1784, which was written off without authorization in the Mature trade ledgers of the book year 1784/5, amounting to 43252. -, and on the other hand to authorize them to have written off from these 84600. 2/3 parras, for the actual loss of the years 1783/4, the following, namely: for the year 1783, according to an account submitted by the Honorable Burnat, instead of the 14111 parras of paddy mentioned in the resolution of the 9th of August 1785: 12408 1/8 parras, and for the year 1784, according to the report in the Gale letter of the 23rd of July 1785: 36799. ¾ parras, thus together, instead of the 50910 ¾ parras mentioned in the aforesaid resolution of the 9th of August 1785: 49207½ parras. With orders to have the remaining 15393. - parras, being arrears from earlier years up to and including the year 1782, transferred to a separate account, in order to still be accounted for to the Company by the Girrewaise headmen, because these earlier arrears did not occur from a general crop failure, as in the years 1783/4, but arose from time to time because particular fields, which failed now and then, could not yield the amount fixed by the lease; wherefore it is furthermore understood to recommend to the Honorable Mature Dessave to devise the most suitable means for the liquidation of these 15393 parras of paddy, even if the payment, if it cannot be done otherwise, should have to take place in installments over 2 to 3 years. Resolution regarding the differences between the remaining balances in the Colombo trade ledgers and the reports of the general inventory. Whereas there are noticeable differences between the remaining balances in the Colombo trade ledgers and the reports of the general inventory, which can only be settled through an exact confrontation; it is therefore approved and understood, in order to have a clear remaining balance in the trade ledgers, as far as is possible for the present and before all administrations shall have been confronted, to order the trade servants here: 1. In closing the trade ledgers of the year 1787/8, to write off directly all remaining balances of the administrations that run continuously in the Colombo books, both of Colombo and of the Colombo Dessavony and the posts subordinate thereto, and to transfer them to a separate account, which they must create in the books under this or that convenient name; and likewise to take into the credit of this new account all the goods which, according to the trade ledgers, are found running to the credit under the aforesaid administrations, in order to be settled later through a proper confrontation, as shall be found appropriate. 2. On the other hand, in closing the books of the year 1787/8, to take into the credit of the aforesaid new account all the goods which, according to the reports received thereof, in the inventory taken under the ultimo of August last past, have been found The 26th of November 1788.

Dutch transcription

238: request van den E: Burnat verzoekende, dat zijne ree„ „kening bij de negotie boe„ „ken mag worden ontheeven, van de girre waijs deliberatie daar op. besluijt daar op. geen half pr C:t uijtmaakt, en dat zoo de geld tellers volgens gel„ na de wannij waaren meede gegaan, hun onderhoud omtrend zoo veel zoude hebben gekost, goed gevonden en verstaan, hun te ontheffen van de opgelegde vergoeding deezer minderheid, en mits dien voorsz: rd:s 48. 12½. bij de boeken te laten afschrijven. Op een ingekoomen request van den oud opperkoopman en gew: des„ „save van Mature, d'E: Daniel Burnat, waar bij dezelve ver„ van de agterstallige ul „ zoekt, dat zijne reekening bij de negotie boeken mag worde ontheven, van de agterstallige nelij van de girrewaijs, waarm „de dezelve als nog belast is; thans nader over dit agterstal gedelibereerd, en in achting genoomen zijnde, dat wel bij resol: van den 9:e aug:s 1785. beslooten is, om den bedienden te Mature te qualificeeren, tot de afschrijving van de ginre„ „waijsche agterstallen, van de jaaren 1783. en 1784. bedraagene 50910¾. parr:s nelij, maar dat de executie van dat besluijt wa uijt gesteld gelaaten, tot dat voorm: E: Burnat, alhier zoo ^ van „de zijn overgekomen om van den zelven nader nabij t verneemen, of 'er geen middel waare, om iets van deeze agterstallen ingevordert te krijgen, en dat zijn E: zedert verzekert heeft, dat het verlies van gem: 2. Jaaren, bij geen mogelijkheid van de girrewaijsche hoofden konde worden verhaald, als werkelijk bij een mis gewas veroorzaakt door eene ongemeene droogte verlooren gegaan zijnde js derhalven goed gevonden en verstaan, den bedienden te Gale aan te schrijven, om bij de quantiteid nelij, waar voor d' E. gew: dessaar Den 26:e November 1788. Burnat 39 Den 26:e November 1788. Burnat, weegens de Girrewaijsche agterstallen bij de Matu„ 1 „reesche negotie boeken van het boekjaar 178/6. als debiteur be„ „kend staat, bedraagende - - - - - - - - - - - - - - Par:s 41340 7/83 8„ weder te laten inneemen de geheele admodiatie van het jaar 1784. die zonder qualificatie, bij de matureesche negotie ali boeken van het boekjaar 178 4/5. afgeschreeven is, uitmakende „ 43252. -. 7 in en hun daar en tegen te qualificeeren, om van deeze Parr:s 64600. 2/3 te mogen laten afschrijven, voor het rieel verlies van de Jaaren 178¾. het volgende, als voor A:o 1783. volgens een door den E: Burnat overge„ „legde reekening insteede van de bij resol: van den 9:e aug:s 1785. vermelde 14111. parr:s nelij. . . . Parr:s 12408 1/8. en voor A:o 1784. volgens het bedeelde bij gaalsche brief van den 23. Julij. 1785. - - - - - - - - - - „ 36799. ¾. 26 dus te zaamen, insteede van de bij voorsz: resol: van den 4.' aug: :n 37. termelde 50910 4. parr as : - - - - - - - „ 9207½. Met last om de overige - - - - - - - - - Parr:s 15393. —. als zijnde agterstallen, van vroegere jaaren tot a:o 1782 in„ „clusive, te laten overschrijven op een aparte reekening, om door de girrewaijse hoofden als nog aan de Comp:e te wor van „den verandwoord, wijl deeze vroegere agterstallen, niet zijn; voorgekoomen bij een generaal misgewasch, gelijk inde Jaren in 178¾. maar van tijd tot tijd zijn ontstaan, door dien bij zonder eer velden, die nu en dan qualijk geslaagt zijn, de bepaaling bij min„ admodiatie de a niet hebben kunnen opbrengen: weshalven tee„ al verder verstaan is, den E: Matureesche dessave te recomman„men „deeren, om de bequaamste middelen uijt te denken, tot liquidatie deze van 240. besluijt omtrend de verschillen, tusschen de „sche negotie boeken, en de „ral en opneem van deeze 15393. pars: nelij, al zoude de voldoening, zoo het niet anders kan, bij gedeelten in 2. â„o 3. jaren moeten geschieden Aangezien er merkelijke verschillen zijn, tusschen de restanten restanten bij de kolambo bij de Colombosche negotie boeken, en de rapporten van den gene„ rapporten van den gene„ „raalen opneem, die niet dan door eene exacte confrontatie kun„ „nen worden verevend: Is derhalven goed gevonden en verstaan, ten einde bij de negotie boeken te hebben, een zuijver restant, zoo veel dat voor eerst, en voor dat alle de administratien zullen zijn geconfronteerd, mogelijk is den negotie bedienden allie te gelasten 1. Om onder het sluijten van de negotie boeken van a:o 178 /8, alle de restanten van de administratien, welke bij de Colombosche boeken voort loopen, zoo wel van Colombo, als van de Collombosche dessavonij en de daar onder gehoorende posten, direct afteschae „ven, en overtebrengen op eene aparte reekening, die ze mien bij de boeken moeten formeeren, onder deeze of geene gevoeglijk benaming; en insgelijks ten voordeele van deeze nieuwe ree„ „kening inteneemen, alle de goederen, die volgens de negotie boeken, onder de voormelde administratiien, Credit loopen „de worden bevonden, om nader door eene behoorlijke Confron„ „tatie te worden verevend, zoo als dat zal worden bevonden te behooren. 2. Om daar en tegen, onder het sluijten van de boeken van A:o 1 ten voordeele van de voorschreevene nieuwe reekening inter „men alles de goederen, die volgens de daar van ingekoomene rapporten, bij den gedaanen opneem onder ult:o aug:s J:o L: is Den 26e: November 1788 weezen

NL-HaNA_1.04.02_3844_0265 view scan ↗

English

241. The 26th of November 1788. Order to the trade clerks, to accurately confront all the running accounts in the books, both now and in the future annually after the closing of the trade books, and to report the differences. have been found under the aforementioned administrations, with a clear indication of the sorts, calibers, and weights of these goods, as far as they appear in the said reports, or can possibly be traced elsewhere; and subsequently also to balance the remaining balances of these administrations in the trade books, in accordance with the aforesaid inventory reports. 3. To enter these goods, which as said will be taken in according to the inventory reports and thus will be presented as actually found remainders, in so far as they have been received from the Netherlands, Batavia, or elsewhere, at what they cost according to the invoice, or, if that cannot be found without great effort, at the prices at which such goods were last charged from those places; and to take in the goods produced here at the amount written off for them in the books at their production, in so far as that can be traced without too much difficulty, and the rest according to what such goods usually cost, especially in so far as the items consist of matters of small importance. And it is further understood to order the aforementioned trade clerks, both now and in the future annually, immediately after the closing of the administration and the trade books, to accurately confront all administrations and further accounts running in the books, and to report the differences discovered therein to this government at the latest within six months after the closing of the books, 242. The 26th of November 1788. Business concerning Jaffanapatnam. Report of the Jaffna administrator De Lannoij concerning a previous resolution on various entries, in which he provides clarification. together with an indication of which administrations have been confronted after the closing of the latest books, and which could not be confronted, with the reasons why that could not be done. Received from Jaffanapatnam a report from the administrator De Lannoij, in which, in compliance with the resolution of the 6th of October last, he indicates: 1. That it is an error that in his previous report it was stated as if 11 whole and 25 half Guineas had blown away. That, on the contrary, only 2 pieces thereof were torn to pieces and blown away by the strong southwest wind, but that the remaining 34 pieces were sold at public auction, and the proceeds thereof have been accounted for in the Mannar cash account of the month of August last. 2. That the 55 lb of sulfur specified for write-off in his first report constitutes the 2½ percent for spillage determined by regulation on a shipped consignment of 2200 lb. And 3. That the 481 cans of coconut oil mentioned in the first report constitutes the ullage found on 40 half leagers of oil brought from here to Mannar for shipment to Trincomalee, because the hoops of two of these casks burst and the oil leaked out entirely, while the remaining casks, due to the thinness of the staves, had sweated out much oil. Deliberation and resolution thereon. Whereupon deliberation having taken place, it was approved and understood to grant authorization 243. The 26th of November 1788. Order regarding the shipment of beverages, oil, etc. in cooperage. Report of the commissioners for the inspection of the Arippu pearl banks. to write off the aforesaid 2 pieces of Guinea, 55 lb of sulfur, and 481 cans of coconut oil, the latter specifically because it sufficiently appears from the transmitted statement of the commissioners and the cooper that this extraordinary leakage actually arose from the poor condition of the casks; but, on the other hand, it was understood not to credit the Mannar Chief with the 125 cans of coconut oil validated to him for spillage on this consignment by the Jaffna resolution of the 4th of July last, because spillage is properly permitted by the regulation to make good the loss, but not to be validated in addition to it. And it is further approved and understood, in order to prevent such enormous losses as the aforesaid 40 half leagers of oil were subject to, to instruct the Honorable Chief Administrator to explicitly order both the commissioners and the receivers in the future, upon the shipment of beverages, oil, etc. in cooperage, to take good care that the casks have their full complement of hoops and are in good condition. The report submitted by the commissioners for the inspection of the Arippu pearl banks, the Chiefs of Kalpitiya and Mannar, Van de Graaff and Von Ranzow, was reviewed, stating that they had three banks dived, all of which were found sparsely stocked with oysters from 1 to 5 years old, of which 1190 oysters having been brought up and opened, no more than 27 seed pearls were found therein. That because the wind continued to blow from the northwest, the banks were so sparsely stocked, and

Dutch transcription

241. Den 26e November 1788. ordre aan de negotie bedien„ dens, om zoo wel nu als voor„ der negotie boeken, alle de de boeken voortloopende nauw„ keurig te konfronteeren berigt te dienen. weezen zijn bevonden onder de voorm: administratien, met duijdelij„ „ke aanwijzing van de zoorten, Calibers en gewigten deezer goederen, voor zoo verre die bij gem: rapporten blijken, of elders bij moge„ „lijkheid na te speuren zijn: en vervolgens ook de na restanten deezer administratien bij de negotie boeken te stillen, overeenkom„ „stig met de voorsz: rapporten van den opneem 3. Om deeze goederen, die gelijk gezegd, volgens de rapporten van de opneem, zullen worden ingenoomen, en mits dien als in effect bevondene restanten vertoond zullen worden, voor zoo verre die uijt Nederland, van Batavia of elders zijn ontvangen, te boeken met het geen ze volgens de aanreekening kosten, dan wel, zoo dat zonder groote moeite niet is op te zoeken, met de prijzen, waarmeede diergelijke goederen het laatst van die plaatzen zijn aangereekend, en om de goederen, die hier zijn aangemaakt, inte neemen met het bedraagen, dat bij het aanmaken van dezelve daar voor bij de boeken afgeschreeven is, zoo veel dat zonder al te groote moite is nategaan, en de rest na het geen gewoonlijk zulke goederen kosten, inzonderheid in zoo verre de dingen bestaan in zaken van klein belang. En is wijders verstaan voormelde negotie bedienden te gelasten, om taan Jaarlijks na het sluijten zoo wel nu, als voortaan jaarlijks, dadelijk na het sluijten der administratie, en reek bij negotie boeken, alle de administratien en verdere reekenin„ en van de verschillen van „gen, bij de boeken voortloopende, naauwkeurig te confrontee„ „ren, en van de verschillen die 'er ontdekt worden, uitterlijk binnen ses maanden na het sluijten der boeken, berigt te geven aan deeze regering 242. Den 26e: November 1788 Besoigne over Jaffanapatnam berigt van den Jaffenas ad„ „ministrateur De Lannoij van een voorig besluit over di„ regeering, met aantooning teffens, welke administratie, na het sluijten van de jongste boeken geconfronteerd zijn, en welk niet hebben kunnen worden geconfronteerd, met de reedenen waarom dat niet heeft kunnen geschieden. van Jaffanapatnam ontvangen een berigt van den administrateur maar bij hij ten voldoening de Lannoij, waar bij hij, ter voldoening aan het besluijt van den verse posten aanwijzing doet. 6:e oktober J:o Leeden aanwijst. 1. Dat het een abuis is, dat bij zijn voorig berigt was opgegeven als of 11 heele en 25. halve Guneesen waren weggewaait. Dat integendeel slegts 2. stukken daar van, door de sterke suit weste wind, aan stukken geraakt en weg gewaaijt, dog dat de overige 34. stukken per publieke vendutie verkogt zijn, en het rendement daar van, bij de Mannaarsche Cassa reekening van de maand aug:s J:o Leeden verandwoord is 2. Dat de bij zijn eerste berigt, ter afschrijving opgegevene 55. lb: Zwavel, uijt maakt de bij reglement bepaalde 2½. p:r C:o voor spillagie, op eene afgescheepte parthij van 2200 lb: en. 3. Dat de bij het eerste berigt vermelde 481. kannen kokus olij„ uijt maakt de bevondene wannigheid op 40: halve leggers olij, die van hier te Mannaar waren aangebragt, ter verzending na Trinkonomale, wijl van twee deezer fusten de banden ge„ „sprongen en de olij geheel uijtgeloopen was, terweil de overige fusten, door de dunnigheid der duijgen, veel olij hadden uijt„ gestoont gesweet. deliberatie en besluijt daarop Waar op gedelibereerd zijnde, is goedgevonden en verstaan, qualifficatie te 243 Den 26e: November 1788. dranken, olij enz: in vaat„ werken. —. rapport van de gecommitteer„ „dens tot de gecommi visita„ tie der arriposepaare banken. te verleenen tot de afschrijving van voorsz: 2. stukken gunees 55: lb: Zwavel 481. kannen kokus olij, en wel de laatste, om dat het bij de overgezondene verklaaring van de gecommitteerdens en den kuiper, genoegdoende blijkt, dat deeze ongemeene lekkagie werkelijk voort gesprooten is, uit de slegte gesteldheid der fusten; dog is daar en tegen verstaan aan het Mannaarsch opperhoofd niet te laten goed doen, de bij jaffenasche resol: van den 4. Julij J:o Leeden op deeze parthij aan hem. voor spillagie gevalideerde 125. kann: kokus olij, wijl de spillagie bij het reglement eigent, „lijk is toegestaan, tot goedmaking, van de taxatie, maar niet om daar en boven te worden gevalideerd ordre bij afscheep van En is wijders tot voorkoming van zoo en orme laxatien, als voorsz: 40: halve leggers olij, onderworpen zijn geweest, goed gevonden en verstaan, den E: Hoofd administrateur aante beveelen, om in den aanstaande bij den afscheep van dranken, blij Etc: in vaat werken de gecommitteerdens, zoo wel, als de ontvangers uijt drukkelijk te gelasten, om wel toe te zien dat de fusten haare volle beslag heb„ „ben, en wel geconditioneerd zijn Js geresumeerd het ingekoomen rapport van de gecommitteerdens tot de visitatie der arriposche paarlbanken, de opperhoofden van kalpettij en Mannaar van de Graaff en van Ranzow, hou„ „dende, dat ze, drie banken hebben laten beduijken, die alle schraal bezet bevonden zijn met oesters van 1. tot 5. Jaren oud, waar van 1190 oesters opgehaalt en g'opend zijnde, waaren daar in niet meer dan 27. gruis paarlen gevonden. Dat wijl de wind uit het noord westen bleef waaijen, de banken zoo schraal voorzien waren, en

NL-HaNA_1.04.02_3844_0268 view scan ↗

English

244 deliberation and resolution thereon. and in the dived-up oysters such a small number of bad pearls had been found, they had consulted the native bank experts as to whether the remaining banks ought to be visited, but that these had declared that two years ago they had inspected these banks and had found them conditioned then as they are now, and that because it had not rained as it should have for three years, the banks could not very well be stocked with oysters either, wherefore they maintained that the remaining banks would be in just the same state as the three already inspected banks, and therefore deemed the inspection of the same unnecessary. That they, the commissioners, had therefore ceased the further inspection in order to prevent needless expenses. Whereupon, having deliberated, it was approved and resolved to consider this inspection concluded for this time, and because it is nevertheless very concerning that the Mannar pearl banks, despite no fishery having been held thereon for a great series of years, are found upon each inspection to be so poorly stocked, it was further resolved to order the Mannar Chief van Ranzow to have the most rigorous cruising carried out thereon by the cruise boats Ceilon No. 1 and 2, to prevent their being clandestinely dived, and to that end to draft an instruction for the commanders of the said boats, subject to the further approval of this government, in which it must especially be stated that one can be assured that the cruising takes place diligently, showing at the same time in what manner it ought to be done in order to attain the intended objective. The 26th of November 1788. 245 Business concerning Gale. Communication from the Honorable Governor concerning a notification from Colonel de Meuron regarding the field chaplain. The Honorable Governor communicated to the meeting that the Honorable Colonel de Meuron had caused to be made known to him, through the Lieutenant Colonel of his regiment, the Honorable de Meuron Bullot, that the field chaplain of the same regiment, who is assigned here to the staff and departed some time ago on leave for Gale, had written to him, the Colonel, that the Honorable Commander of Gale, Kraijenhoff, on the occasion of his announcing to the same his intention to return back hither, had told him that he had to have prior leave from this government to do so. That thereupon, by letter of the 18th of this month, a report was requested from Gale, with instructions at the same time that the aforesaid field chaplain, whenever he wished to return back hither, was not to be hindered therein. That it was indeed found upon closer investigation that not the field chaplain himself, but Captain Jequier had written to the Honorable Lieutenant Colonel de Meuron Bullot that the said clergyman had to have leave from this government to come back hither, and that the field chaplain himself, having been spoken with about it upon his return hither, had attested to having learned from Lieutenant Jarnier that he needed the leave of this government for it, while the said Jarnier had declared here that he had heard the Honorable Commander Kraijenhoff say that everyone belonging to the regiment who was in Gale, or in the future should be there, would not depart from there The 26th of November 1788. 246 The Honorable Governor and the Honorable Dissava of Angelbeek wished not to be present at the deliberation and have left the meeting. would depart without an order of this government, as all of that appears from an extract from the letter of the aforesaid Captain Jequier produced by the aforesaid Colonel de Meuron, and from an attestation of the just-mentioned Lieutenant Jarnier. That nevertheless the matter in itself is of too little importance for any closer investigation to be necessary regarding it, and that he, the Honorable Governor, only makes this communication because of the improper answer that was received from Gale to the aforesaid letter, in the letter of the servants of the 20th of this month, which was read around among the Honorable members and is now brought by the Honorable Governor before the deliberation of the meeting. Subsequently, the Honorable Governor having declared that he preferred not to be present during the deliberations on this matter, as likewise did the Honorable Dissava of Mature, van Angelbeek, His Honour, together with the said Honorable Dissava, left the meeting. Deliberation thereon. Whereupon, having deliberated and taken into consideration That by the aforesaid letter of the 18th of this month, from the Honorable Commander Kraijenhoff, no justification was demanded, but only elucidation as to what there was to the report made to the Honorable Governor by the Honorable Colonel de Meuron, from which simple question it could not consequently follow that His Honour had been suspected of bad conduct, as is presumed in the aforesaid letter from Gale, since even if the matter had truly been as it had been presented to the Honorable Governor, this would have been no more than a mere mistake in the ordinary course of affairs. The 26th of November 1738. That

Dutch transcription

244 deliberatie en besluijt daarop. en in de opgedookene oesters een zoo gering getal van slegte paa „len gevoorden was, zij de inlandsche bank kundigen hadden geraad „pleegt, off de overige banken zouden dienen bezogt te worden dog dat deeze gedeclareerd hadden, dat zer voor twee Jaaren dee ^ zodanig gesteld bevonden „ze banken gevisiteerd, en ze toen meede hadde, als tans, en dat wijl het in geen 3. Jaaren gelijk het behoord hadde geree„ „gend, de bank en ook niet wel met oesters kunnen bezet zijn, weshalven ze sustineerden, dat het met de overige banken even zodanig zal gesteld zijn, als met de drie reeds gevisiteerde banken, en daar om het visitieren. van dezelve onnodig keurden Dat zij gecommitteerdens derhalven, tot voorkooming van nood „loose kosten, de verdere visitatie hadden gestaakt Waar over gedelibereerd zijnde, is goedgevonden en verstaan dee„ „ze visitatie voor dit maal te houden voor afgedaan, en wijl het nogtans zeer bedenkelijk is, dat de Mannaarsche paarlbanken niet tegenstaande in een groote reeks van jaaren, daar op geene visscherij gehouden is, bij elke visitatie zoo schaaal bezit gewor„ „den bevonden, is alverder verstaan, het Marmaarsch opperhoofd van Ranzon aante beveelen, om daar op door de kruijs boot Ceilon N:o 1. en 2. ten naauwkeurigsten te laten kruijsen, ter voorkoming dat ze niet Clandestein worden bedooken, en ten dien eijnde voor de gezaghebbers van gem: boots, op de naadere goedkeuring da„ „zer regeering, te ontwerpen eene instructie, waar bij in het be„ „zonder moet worden gezaagd, dat men kan verzekerd zijn, dat de bekruijsing naarstig geschied, met aanwijzing teffens hoe„ „danig die behoord gedaan te worden, om het bedoelde oog merk te kunnen Den 26e: November 1788. berijken 245 Besoigne over Sale kommunikatie van de heer gouverneur, wegens een be„ kendmaking van de Collonel de Meurou, ten opzigte van de veld prediker. berijken. De Heer gouverneur heeft ter vergadering gecommuniceert dat de heer Collonel de Meuron hem, door den Luijtenant Collonel van 7. zijn regiment, de Heer de Meuron Bullot, had doen bekend ma„ „ken, dat de veld prediker van het zelve regiment, die hier bij den staf beschijden, en voor eenigen tijd met verlof na Pale vertrokken is, aan hem Collonel hadde geschreeven, dat de E: gaalsch gezaghebber kraijenhoff ter geleegendheid dat hij den zel„ & „ven, zijn voorneemen om na herwaards te rug te keeren, had bekend gemaakt, hem hadde gezegd, dat hij daar toe alvoorens verlof van deeze regeering moest hebben Dat hier op, bij brieve van den 18:e deezer, berigt is gevraagd van Gale, met aanschrijvens tevens, dat de voorsz: veldprediker, wan„ „neer hij dit heenen wilde te rug keeren, daar in niet moest wor„ „den gehinderd. Dat wel bij nader onderzoek is bevonden, dat niet de veld presi„ „ker zelve, maar wel de Capitijn Jequier aan den E: Luijte„ „nant Collonel de Meuron Bullot geschreeven had, dat die geestelijke verlof van deeze regeering moest hebben, om herwaards te rug te koomen, en dat hij veld prediker zelve, met zijne te rug komst alhier daar over onderhouden zijnde, hadde betuijgd, van den Luijtenant Jarnier vernoomen te hebben, dat hij daar toe het verlof deezer regeering nodig hadden, mitsgaders dat gem: Jarnier hier had verklaard, dat hij den E: gezaghebber Kraij„ „enhoff had hooren zeggen, dat een ieder van het regiment, die zig te gale bevond, of in het vervolg zoude bevinden, er niet van daan Den 26e: November 1788. zoude 246 de Edele Heer gouverneur „gelbeek wilden bij de deli be„ ratie niet present zijn en heb„ zoude vertrekken, zonder order deezer regeering, zoo als dat al „les blijkt, uijt een door den voorsz: Collonel de Meuron ge„ „produceerde extract uijt den brief van voorsz: Capitijn Jequier, en uijt een attest van even gem: Cuit: Jarnier. Dat nogtans de zaak in zig zelve van te gering een belang is, dan dat daar omtrend eenig nader onderzoek zoude nodig zijn, en dat hij heer gouverneur alleen deeze Camma „nicatie doet, uijt hoofde van het wanvoeglijk andwoord, dat op de voorsz: brief; van gale ontvangen is, bij der bedienden brief van den 20:e deezer, die bij de E: leeden rond geleezen en tans door den heer gouverneur ter deliberatie van de ver„ „gadering gebragt is. Vervolgens de heer gouverneur verklaard hebbende, liefst niet te willen en de heer dessave van An„ present zijn, bij de deliberatien over dieze zaak, gelijk ook ge„ „ben de vergadering verlaaten „ daan heeft de E: Dessave van Mature van Angelbrek, heeft zijn Edele, met gem: E: Dessave de vergadering verlaten. deliberatie daarover. Waar op gedelibereerd en in achting genoomen zijnde Dat bij voorsz: brief van den 18:e deezer, van den E: gezaghebber Kraijenhoff geene verandwoording, maar alleen elucidatie gevraagd is; wat 'er was van het berigt, door den E: Collonel de Meuron aan den heer gouverneur gedaan, uijt welke eenvoudige vraag mitsdien niet konde volgen, dat men zijn E: van slegtheid hadde verdacht gelijk bij de voorsz: gaalsche brief word ondersteld, wijl zoo ook de zaak waarlijk zodanig geweest waare, als ze den Heer gouver„ „neur was aangediend, dit niet meer zoude geweest zijn, dan eene bloote vergissing in het gewoon kloop der zaken. Den 26e: November 1738. Dat

NL-HaNA_1.04.02_3844_0271 view scan ↗

English

decision thereon. That it is therefore entirely incomprehensible how the aforesaid letter could in any way have offended the Honorable Commander Kraijenhoff, unless it must pass for an insult that this government requests information regarding reports made to it, and in the meantime, and until it knows the truth thereof, establishes such orders concerning it as it deems necessary. It is therefore, as well as because such an offensive style of writing has repeatedly occurred in the Galle letters, against which the Noble High Indian Government, by a highly respected missive of 10 July 1768, recommended this government to make use of the authority granted to all respective governors together with their councils in order to maintain the so necessary subordination in its full force, approved and understood that the aforesaid letter from the Galle servants of the 20th of this month shall be returned to them in original, with orders, as far as the aforesaid matter is concerned, to write another letter to this government in terms that correspond with their subordination to this government; and further with a recommendation to the frequently mentioned Honorable Commander Kraijenhoff to take careful care henceforth against such improper and indecent style of writing in letters directed to this government or to the Governor in particular, if he does not wish to give cause for being dealt with in accordance with the recommendation of Their High Excellencies in their aforementioned missive, of which an extract in translation shall now additionally be sent to him for his information and guidance. 26 November 1788. Business concerning Trincomalee. Petition of the Trincomalee Chetti Sille Poelle Modliar, requesting a favorable disposition regarding the unfortunate outcome of the lease of the pearl and chank fishery at Trincomalee. Deliberation and decision thereon. There was read a petition from the Trincomalee Chetti Sille Poelle Modliar, wherein he sets forth that, with the intention of benefiting the Company, he made a proposal in September 1785 to lease the pearl and chank fishery at Trincomalee, and that these fisheries were granted to him in the month of May 1786 for the period of 15 months for 1500 rixdollars; but that in the meantime, during the severe hurricane that occurred in April 1786, all the banks were so washed away and covered with sand that, after many and repeated attempts in which he lost more than 500 rixdollars, he was able to recover nothing more than about 700 chanks and 40 pearl oysters; requesting therefore that, in consideration of this unfortunate outcome, a favorable disposition might be made regarding him, so that he is not ruined by this undertaking to provide the Company with a new source of income. Whereupon, having deliberated, it was taken into consideration that the petitioner was certainly unfortunate in his undertaking, and therefore ought to be accommodated in such a manner that others are not discouraged from similar undertakings; yet it was nevertheless approved and understood to postpone the final disposition of his overdue lease payment until further notice, and provisionally to promise him a favorable reflection upon his request in proportion to the assistance he will demonstrate to the new contractor of the said fishery, should the latter request it of him, and thus earn the favor of this government. 26 November 1788. The bookkeeper Broman and the assistant Kalenberg reduced in pay to 9 florins per month. Upon the repeated complaints made by the Trincomalee servants concerning the continuous bad and dissolute conduct of the bookkeeper Broman and the assistant Kalenberg, it was approved and understood to reduce their pay as of the end of this month to nine florins per month each, with notification to them that if they are not brought to repentance and betterment by this mild correction, they shall then be dismissed entirely from the service. The number of clerks at Trincomalee reduced to six persons, and where they are to serve. Furthermore, in consideration of the fact that through the incorporation of the trade books of Trincomalee into those of Colombo, the number of eight clerks, fixed by resolution of 27 October 1786, is not needed there, it was approved and understood to eliminate two of them, and consequently to determine: For the Secretariat of Policy and Justice: 4 clerks and 1 apprentice, who shall simultaneously have to write the work that the Secretary has to perform as fiscal, cashier, and pay bookkeeper; and one of them shall also simultaneously serve as writer to the Honorable Chief. For the Administrator: 1 clerk to perform the trade work, and if he cannot manage with this one, he must hire private writers at his own expense. Request of the Trincomalee servants to make a favorable disposition regarding the given order for the demolition of the houses standing within the 200 rods of the gates. The Trincomalee servants, under transmission of a report from the ordinary fireworker and surveyor Carstens indicating the successive measurements and boundaries made for the demolition of the houses outside Trincomalee, having reported that since the demolition of the houses that were within the 150 26 November 1788.

Dutch transcription

247 besluijt daarop. Dat het derhalven geheel niet te begrijpen is, hoe voorsz: brief den E: ge„ „zaghebber kraijenhoff, in eenig opzigt heeft kunnen beleedigen, ten zij het voor eene beleediging zoude moeten door gaan, dat deeze „regeering onderrigting vraagt nopens berigten, die aan dezelve gedaan worden, en intusschen en tot dat ze weet, wat daar van zij, daaromtrend zodanige orders steld als ze denkt nodig te weezen Js daarom zoo wel, als om dat te meermaalen bij de gaalsche brieven, eene diergelijke aanstootelijke schrijf wijze is voorgekoomen, waar tegen de Edele Hooge Jndische regiering, bij zeer gerespecteerde mis„ „sive van den 10:' Iulij 1768 deeze regeering heeft gerecomman„ „deert, om zig te bedienen van de magt, aan al de respective gou„ „verneurs, nevens derzelver raden verleend; ten einde de zoo noo„ „dige subordinatie te houden in zijn volle kragt; goedgevonden en verstaan, dat de voorsz: brief van de gaalsche bedienden van den 20: deezer in origine aan hun zal worden te rug gezonden, met last, om zoo veel de voorsz: zaak aangaat, aan deeze regeering een ander brief te schrijven, in termen die over eenstemmen, met hunne onderge„ schiktheid aan deeze regeering, en net recommandatie wijders aan deeze regerin, en met recommandatie wijde van meerm: E: gezag„ „hebber Kraijenhoff, om zig voortaan zorgvuldig te wagten van dier„ „gelijke onktamelijke, en in decente schrijf wijze, in de brieven aan deeze regeering, of aan den Heer gouverneur in het bezonder ge„ „rigt, indien hij geen aanleiding wil geven, dat men met hem han„ „dele, overeenkomstig met de aanbeveeling van Hunne Hoog Edel„ „heeden, bij voormelde Hoogst derzelver missive, waar van ten over„ „vloede nu nader een extract na Tale zal worden gezonden, tot Den 26: November 1788. deszelfs 248 Besoigne over Trinconomale request van den trinkonomaalse „aar, versoekende eene gunsti„ likkigen uitslag van de pagt der paarl en Chankos deliberatie en besluit daarop. deszelfs narigt en om zig daar naar te bestieren. Js geleezen een request van den Trink onomaalschen sittij sille Poelle Pittij sille Poelle modli„modliaar, waar bij hij vertoond, dat hij uijt inzigt om de Comp:e te be„ „ge disposietsie over den ongen„ voordeelen, in 7ber: 1785. het voorstel gedaan heeft, om de paarlen duijkerij te Trinkonomabe. Rhankos duijkerij te Trink onomale in pagt te neemen, en dat hem deeze duijkerijen inde maand Maij 1786. voor den tijd: van 15. maan„ den, voor 1500. rd:s zijn overgelaten; dog dat intusschen bij de zwaar orcaan, die men in April 1786. gehad heeft, alle de brnken zodanig zijn verspoelt, en met zant bedekt geraakt, dat hij na veele en herhaalde pogingen, waar bij hij ruim 500: rd: heeft ingeschooten, niets meer heeft kunnen opdoen, dan omtrend 700: Chankoosen en 40. paarl oesters: verzoekende derhalven, dat uit aanmerking van desen ongeluk kigen uijtslag, eene gunstige dispositie om„ „trend hem mogte genoomen worden, op dat hij door deeze onder„ „neeming om aan de Comp:e een nieuwe inkoomen te bezorgen niet geruineerd raakt Waar op gedelibereerd zijnde, is in achting genoomen, dat de supp:t ze„ „kerlijk ongelukkig in zijne onderneeming geweest is, en daar„ om wel dient te gemoet te worden gekoomen op eene wijze, dat andere van diergelijke onderneemingen niet worden afgeschikt; dog is niet te min goedgevonden en verstaan, de finale dispositie over zijn agterstallige pagt schat tot nader uit te stellen, en hem bij provisie eene gunstige reflectie op zijn verzoek toete zeggen, naar mate hij door te betoone assistentie aan den nieuwen aan„ „neemer van gem: duijkerij, wanneer deeze hem daar om mogte verzoeken, Den 26: November 1788. de 259. assistent kalenberg worden tot ƒ9: s maands. te Trinkondmale gebragt op ses stux en waar ze dienst doen moeten. verzoek der trinkonop maalse bediendens, om een omtrent de gegeevene ordre ter afbrake van de huisen die porten staan. „de gunste deezer regeering zal verdienen de boekhouder Bromans de bij herhaaling gedaane klagte door de Trinkonomaalsche be„ terug geschreeven in gagie dienden, wegens het continueel slegt en liederlijk gedaag van den boekhouder Broman, en den assistend Kalenberg, is goed gevon„ „den en verstaan hun met ult:o dezer, in gagie te rug te laten schrijven, tot Negen guldens 's maands ider, met aankondiging aan dezelven, dat zo ze door deeze sagte Correctie niet tot in„ „keer in beterschap worden gebragt, zij als dan geheel uijt den dienst zullen worden gesteld. Het getal der pernisten oorts is uijt aanmerking, dat mits het intrekken van de negotie boeken van Trinkonomale bij die van kolombo, het getal van agt pennisten, bij resol: van den 27. oktober 1786. bepaald, aldaar niet nodig is, goedgevonden en verstaan, daar van twee stux inte trekken, en mitsdien te bepaalen. Voor de secretarij van Politie en Justitie 4. borsten en. . . . . . dije teffens zullen moeten schrijven 't werk dat de secae„ „taris, als fiscaal, kassier en zoldijboekhouder te verrigten heeft, en zal ook daar van een teffens moeten fungeeren, als 1. aank weekeling. . schrijver bij het E: opperhoofd. Bij den Administrateur 1. borst om het negotie werk te verrigten, moetende hij indien het met deeze niet stellen kan, particuliere schrijvers op eigen kosten huuren De Tainkonomaalsche bedienden, onder toezending van een berigt gunstige dispositie temaaken van den ordinairen vuurwerker en landmeeter Carstens, aan„ binnen de 200: roeden aan de wijzende de successive gedaane meetingen en beperkingen, tot de afbrake der huijzen buijten Trinkonomale bedeeld hebbende, dat zedert de afbrake van de huijsen, die binnen de Den 26e: November 1788. 150 ½

NL-HaNA_1.04.02_3844_0274 view scan ↗

English

250. deliberation thereon resolution thereon. stood within 150 rods, according to the determination made in the year 1785, most of the burghers and inhabitants there had bought and built upon other houses and lots, which are now again in danger of having to be demolished, because they stand within the said rods from the forts, and the order of this government, given by resolution of 15 March 1787, also implies that the demolition must be extended to that distance: requesting that a favorable disposition may be made in that regard, so that the owners of the aforementioned houses are not subjected to a double loss. Thereupon it was deliberated and taken into consideration that it has always been the intention of this government to have all buildings cleared away that stand within the perimeter of 200 rods around Trincomalee and Oostenburg, and that it occurred solely out of accommodation that the execution thereof was provisionally limited to the perimeter of 150 rods. And it was therefore approved and understood to still permit that the buildings standing beyond these 150 and within the 200 rods be left standing for the time being, provided that the owners are enjoined not to carry out any significant repairs to them, since at the very first necessity they will have to be demolished: And it was likewise understood to command the officials at Trincomalee to have these lots, along with the buildings standing thereon, appraised, and thereby to have the nature of the property rights investigated, in order to be able to judge, in case of demolition, to what extent the Company is bound to indemnify the owners. The 26th of November 1788. 251. The 26th of November 1788. petition of the former Captain Hageman, complaining about the Court of Justice having declared inadmissible the mutual will executed by him and his wife. -. resolution thereon. — Read a petition from the former military Captain Hageman, wherein he complains about the Court of Justice of this Castle, on account of the same having declared the mutual will executed by him and his late deceased wife to be inadmissible and tending to the prejudice of the children of the first marriage: requesting that the said Court might be ordered to approve the aforementioned will, or else to elucidate to him, the petitioner, wherein the children of the first marriage would be prejudiced thereby. And before disposing thereof, it was approved and understood to have a copy of that petition served upon the aforementioned Court, in order to furnish this government with a report thereon. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforementioned: /:was signed:/: W: J: Van de Graaff, P: Sluijsken, D: T: Fretz, C: van Angelbeek, J: P: C: Filenius, M: P: Raket, J: Reintous, B: L: van Zitter, and A: Samlant. Resolution 252. The Honorable Disava resumption of an extract of a private missive, written by the Commander of Jaffnapatnam to the Honorable Governor, regarding the condition of the crop there. resolution thereon. Resumed by circulation an extract of a private missive written by the Commander of Jaffnapatnam, Raket, on the 18th of this month to the Governor, conveying information that the crop in Jaffnapatnam is in such a poor state that nothing other than a great famine can be expected from it unless it should rain there soon, as matters are no better on the coast, requesting therefore to be pleased to provide that Jaffnapatnam be assisted with grains for the relief of the poor inhabitants, who have now had no harvest for 3 consecutive years. And after deliberation, it was approved and understood, both for the relief of Jaffnapatnam and of Mannar and the Vanni, where a similar shortage prevails, to request from the ministers at Cochin, over and above the quantity already requisitioned, a further six hundred lasts of rice, or as much thereof as it will be possible for their Honors to procure. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforementioned: /:was signed:/ W: J: van de Graaff, P: Sluisken, J: P: C: Filenius, G: E: Holst, M: P: Raket, J: Reintous, B: L: van Zitter, and A: Samlant. Thursday the 27th of November Anno 1788. Absent Diederich Thomas Fretz, Resolution taken in the Council of Ceylon, by way of circular inquiry. Resolution on 253. The Honorable Disava answer of Captain Lieutenant Johannes to the order concerning what he must declare in his reports Resolution taken in the Council of Ceylon by way of circular inquiry. Saturday the 29th of November Anno 1788. Absent Diederich Thomas Fretz The Galle officials having communicated by letter of the 25th of this month that, upon notifying the Captain Lieutenant of the engineers Johannes that, according to the order of this government given by letter of the 19th of this month, he must declare in his reports regarding the activities on the fortification works there that they are done on the oath taken by him as engineer, he had answered: That he may flatter himself to be a thoroughly honest man, who has always performed all the service duties imposed upon him with all zeal and fidelity, and has never given anyone in the world any reason to suspect his honest conduct in any respect. That upon entering the service of the Honorable Company, he took an oath of fidelity once, and moreover, as an engineer, took a separate oath of engagement, which has been sacredly and with all attention observed by him up to this hour, and therefore trusts that people will not be able or willing to suspect his maintained conduct in all his service duties, and he, the engineer, is thus of the opinion that his reports already submitted, and those yet to be submitted, regarding his activities with respect to the necessary improvements of this fortress

Dutch transcription

250. deliberatie daar over besluit daarop. 150. voeden gestaan hebben, volgens de bepaaling in het Jaar 1785: ge„ „maakt, de meeste burgers en inwoonders aldaar, andere huijse en erven gekogt en aangebouwt hebben, die nu weder gevaar lopen te moeten worden afgebrooken, om dat ze staan binnen de zoo roeden aan de forten, en de ordre deezer regering, gegeven bij bin van den 15. Maart 1787. meede brengt, dat de afbrake tot die distantie moet worden uijt gestrekt: met verzoek dat daar omtrend eene gunstige dispositie mag worden gemaakt, op dat de eigenaaren der voorsz: huijsen, niet aan eene dubbele schade worden onderworpen Js daar over gedelibereerd en in achting genoomen, dat het alteid de in„ „tentie deezer regeering is geweest, om alle gebouwen, binnen den om„ „trek van 200: roeden rondom Trinkansmale en Oostenburg. staande, te laten weg ruijmen, en dat het alleen uit inschikkelijkke is geschied, dat men hij provisie de executie daar van, tot den omtrek van 150: roeden heeft bepaald. En is derhalven goedgevonden en verstaan, als nog toetestaan, dat de ge„ „bouwen, die buijten deeze 150: en binnen de 200: roeden staan„ voor eerst in weezen worden gelaten, mits dat de eigenaars worden gerecommandeerd, om daar aan geene merkelijke repa„ „ratien te doen, wijl die bij eerste noodzakelijkheid zullen moe„ „ten worden afgebrooken: En is teffens verstaan, den bedien„ „den te Trinkonomale aante beveelen, om deeze erven, met de daar op staande gebouwen, te laten taxeeren, en daar bij te doen on„ „derzoeken de natuur van eigendommen, om in Cas van afpho„ „ke te kunnen beoordeelen, in hoe verre de Comp:e, tot de scha„ Den 26e: November 1738. „de 251. Den 26e: November 1788. request van den gew: kapitein, Hageman, beswarende over dat dezelve hadde verklaard mutueel testament, door passeerd. -. besluijt daarop. — „deloos stelling van de eigenaars gehouden is Js geleezen een request van den gew: Capitain militair Hageman, den raad van Justitie, wegens waar bij hij zig bezwaard over den raad van Justitie deezes Cas„ vor oube staanbaar het „ tiels, wegens dat dezelve het mutueel Testament, door hem hem en zijn huisvrouw ge„ en zijne laast overleedene huijsvrouw gepasseerd, hadde verklaard „te zijn onbestaanbaar, en strekkende tot prejuditie van de voorkinderen: met verzoek, dat gem: raad mogte worden gelast, het voorsz: testament te approbeeren, dan wel hem supp:t te elucideeren, waar in de voorkinderen daar bij zouden zijn geprejudiceert En is alvoorens daar op te disponeeren, goedgevonden en verstaan, ko„ „pij van dat request te laten bestellen aan meerm: raad, om daar op aan deeze regeering te dienen van berigt Aldus Gedaan en de geresolveert in het kasteel kolombo„ ten dage maand en Jaare voorsz: /:was geteekend:/: W: J: Van de Graaff P: Sluijsken, D: T: Fretz: C: van Angel„ „beek, J: P: C: Filenius, M: P: Raket, J: Reintous, B: L: van Zitter en A: Samlant. Resolutie 252. Den E: Dessave resumtie van een extrakt partikuliere missive, door aan den Ed: heer gouverneur katie, nopens de gesteldheid van het gewas aldaar. besluit daarop. Js door rondzending geresumeerd een extract particuliere missive, door den heer Jaffenas kommandeur den heer Japfenapatnams Commandeur Raket den 18. deezer aan geschreven houdende Cummuni den heer gouverneur geschreeven, houdende Communicatie, dat me het gewas in het Jaffenapatnams zoo slegt gesteld is, dat men daar van niet anders dan eene groote hongers nood verwagten kan, indien het 'er niet spoedig mogte regenen, wijl het op de kust meede niet beter gesteld is, verzoekende derhalven te willen voor„ „zien, dat gaffenapatnam met graanen word geassisteerd, tot gerief van de arme ingezeetenen, die nu 3. Jaren agter den anderen geen oogst hebben gehad. En is na deliberatie goedgevonden en verstaan, zoo tot gerieff van Jappen apat„ „nam, als van Mannaar en de wannij, daar gelijk gebrek heerst, van de ministers te koetsiem, boven de reeds g'eischte quantiteit, nog ses hondert lasten rijst te vragen, of zoo veel daar van, als het hun Edelens moogelijk zal zijn te bezorgen Aldus Gedaan, en de Geresolveert in het Casteel Colombo, ten dage maand en Jaare voorsz: /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff : Sluis„ „ken, J: P: C: Filenius, G: E: Holst, M: P: Raket, J: Reintous, B: L: van Zitter, en A: Samlant Donderdag den 27:' November A:o 1788. Absent Diederich Thomas Fretz, Resolutie Genoomen in rade van Eij„ „lon, bij weige van rondvrage. Resolutie op 253 Den E: Dessave antwoord van de kaptein luitenant Johannes op de ordere wat hij bij zijne Resolutie genomen in Rade Van Cijlon bij weege van rondvrage Saturdag den 29:e November A:o 1780. Absent Diederich Thomas Fretz De Gaalsche bedienden bij brieve van den 25. deezer bedeeld hebbende, dat v op de aankondiging aan den Capitain Luijtenant van de genie raporten moet verklaaren Johannes, dat hij volgens ordre deezer regeering, gegeven bij brieve van den 19. deezer bij zijne rapporten, weegens de verrigtingen aand„ 't fortificatie werk aldaar, moet verklaaren, dat ze geschieden in op den eed, door hem als jnginieur gedaan, g'andwoord hadde e„ Dat hij zig vleijen mag een volkoomen eerlijk man te zijn, die alle in de hem opgelegde dienst verrigtingen, altoos met alle ijver gid en trouwe volbragt, en niemand ter wereld immers eenige schein gegeeven heeft, om zijn eerlijk gedaag in eenig opzigt te ver„k „denken. Dat hij in dienst der Edele maatschappije treedende, een is„ „maal een eed van trouwe afgelegd, en boven dien nog als ingemeur een afzonderlijke eed van verbintenis gedaan heeft, welke door 't hem heiliglijk en met alle aandagt tot deeze uure is opge„ „volgt, en dus vertrouwd dat men zijn gehoude gedaag in alle zijne dienst verrigtingen niet zal konnen of willen verden„ „ken, en hij ingenieur dus van gevoelen is dat zijne reets inge„ke „diende, en nog inte diene berigten weegens zijne verrigtingen met opzigt tot de noodzaakelijke verbeteringen deezer ves„ „ting

NL-HaNA_1.04.02_3844_0278 view scan ↗

English

254: Deliberation and decision thereupon. fortification works, can and ought to be considered just as pure and satisfactory as if each of them, upon submission, were reaffirmed anew by him with a solemn oath, and that he therefore trusts the esteemed government of this Island will not require of him that those reports must each time be furnished with the mention or repetition of the words of the dutiful oath and commitment once taken by him, in which demand he assumes an evident and highly disparaging distrust of his conduct, and thus most urgently requests to be excused therefrom; and if this his lawful plea cannot or may not be granted to him, he, the engineer, then requests to be immediately discharged from his official duties at these and all other fortification works in this government, and that permission be granted to him to return to Europe on one of the Company's ships departing from here, with the pay and baggage due to a Lieutenant in the service of the Honorable Company. It was therefore deliberated and taken into consideration that in the aforesaid order given to the engineer Johannes by letter of the 19th of this month, to submit the reports of his activities under the oath he took as an engineer, nothing insulting to him is implied, and that even the Commissioners who carry out the monthly muster of the native troops in this government, among whom is always a member of this assembly, submit their report with this express addition: that it is done under the Oath by which they are bound to the Company; and since nevertheless The 29th November 1788. 255 The 29th November 1788. the Engineer Johannes declares himself unable to submit thereto, it has therefore been approved and agreed to grant him the requested permission, in accordance with the authorization of the Honorable High Indian Government by missive of 4 September 1784, to repatriate on one of the ships scheduled to depart in the coming month of January, and that with the pay and baggage of a Lieutenant, as his contract as Captain-Lieutenant has not expired, provided however that he provides the necessary surety for the administration he has held. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. Van de Graaff, P. Sluijsken, J. P. C. Tilenius, G. E. Holst, M. P. Raket, J. Reintous, B. L. van Zitter, and A. Samlant. Monday 256. Resumption and approval of two previous resolutions of this assembly. Petition of the carpenter Gillegot and his sureties concerning a certain debt to Roosmalecocq. Monday the 1st December 1788 Present The Right Honorable Governor Willem Jacob Van de Graaff The Honorable Chief Administrator Peter Sluijsken The Honorable Disava Diederich Thomas Fretz The Honorable Titular Lieutenant Colonel Jan Philip Christiaan Tilenius The Honorable Fiscal Mattheus Petrus Raket The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter The Honorable Pro-Interim Trade Bookkeeper Abraham Samlant Absent The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst, due to indisposition. The resolutions of this assembly of the 3rd and 7th of November last were resumed and approved, and it was agreed to record this note thereof. Read a petition from the house carpenter Cornelis Gillegot and his sureties Jacob Gerritsz, Christiaan De Liem, Andriesz Jansz, and Jacob Bekker, wherein they show that on account of a certain debt of the first petitioner to the Landraad Secretary Roosmalecocq, after the mortgaged property was legally sold, half the pay of the petitioners was deducted, which deducted pay, from the month of June 1787 to the month of October last, amounts to a sum of 185:45 rixdollars; and since they, the petitioners, are poor people who have wives and children, and can no longer subsist solely on half pay, the more so as they believe that from debtors who are on half pay no interest may be taken, and that also the costs for the inventory of their goods, which amount to 90:14 rixdollars, have been calculated too high, they therefore request to be excused from the payment of the said costs. 257. The 1st December 1788. Deliberation and decision thereupon. Judicial report concerning spoiled Coastal rice dumped into the sea. Decision thereupon. Report of the president of the wardmasters concerning the ox carts. the imposed payment for ox carts. Whereupon, having deliberated, it was approved and agreed—in consideration of the fact that the costs for the inventory of the goods came to be so high solely through just such an erroneous calculation of the traveling fees as was mentioned in the resolution of the 11th of November last, and that the petitioners, as poor craftsmen, deserve some consideration—to excuse them from the payment of the fee and traveling costs charged for the inventory of the goods, and thereby allow them to suffice with paying, of the aforementioned charged costs, only the stamped paper consumed on that occasion. There being received a report from the judicial members Kriekenbeek and Johnson, stating that in the presence of the Adjunct Fiscal Van der Straaten, in the Dispensary here, they saw weighed and subsequently dumped into the sea 700 lbs of spoiled Coast rice. After deliberation, it was approved and agreed to record this note thereof. Upon the report of the president of the wardmasters here, the Honorable Fiscal Raket, that the collection of the 5 rixdollars which the inhabitants who keep ox carts must pay annually for each ox cart according to the 21st article of the edict of the 11th April 1787, with much difficulty

Dutch transcription

254: deliberatie en besluijt daarop. —. „ting werken, even zoo zuijver en genseg doende konnen en behooren aangemerkt te worden, als of ze ider bij hunne overlegging op nieuw met solemneele eede door hem bekragtigt wierden, en hij dus in dat vertrouwen is, dat de g'eerde regeering, deeses Eilands, van hem niet zal vergen dat die berigten telkens met vermelding of herhaaling van de woorden der pligtige door hem eenmaal afgelegde eed verbintenis zullen moete voor„ zien zijn, in welke voorstelling hij een zigtbaar en ten hoogh verklijnend mistrouwen van zijn gedaag ondersteld en dus zeer instantig verzoekt daar van te mogen verschoond blij„ „ven, en indien hem deeze zijne regtmatige beede niet kan of mag toegestaan worden, hij ingenieur als dan verzoekt dadelijk van zijn dienst verrigtingen bij deeze en alle andere vesting werken in dit gouvernement te mogen ontslagen, en hem verlof gegeeven worden om met een der van hier vertrekken ^gagie en „de sComp:s scheepen met de bagagie, een Luijt: in dienst der Ed: maatschappije Competeerende, na Europa te mogen retourneeren Js derhalven gedelibereerd en in achting genoomen, dat in de voorsz: ordre, aan den ingenieur Johannes bij brieve van den 19. deezer gege„ „ven, om de rapporten van zijne verrigtingen te doen op den eed, die hij als ingenieur heeft gedaan, niets beleedigents voor hem opge„ „slooten legt, en dat zelf de Commissarissen, die maandelijks de monstering van de inlandsche troupes in dit gouvernement doen, en waar onder hier altijd, is een lid van deeze vergadering hun rapport met deeze expresse bij voeging doen, dat het geschied op den Eed, waar meede ze aan de Comp:e verbonden zijn; en wijl niet Den 29e: November 1788. temin 255 Den 29:e November 1708. te min de Jngenieur Johannes verklaard, zig daar aan niet te kunnen onderwerpen, is derhalven goed gevonden en verstaan aan hem te geven 't verzogte verlof, om overeenkomstig de vergun„ „ning van de Edele Hooge Jndische regeering, bij missive van den 4. 7ber: 1784. te mogen repatrieeren, met een der scheepen, die in de aanstaande maand januarij staan te vertrekken, en zulks met de gagie en bagagie van Luijtenant wijl zijn verband als Capitijn luijtenant niet is g'expireerd, mits v „stellende echter de noodige borgtogt, voor zijne gehad hebben, ls „de administratie in Aldus Gedaan en de Geresolveert in het Kasteel Kolombo ed„ mn ten dage maand en Jaare voorsz: /:was geteekend:/ W: g: Van de Graaff, P: Sluijsken, J: P: C: Filenius, G: E: Holst E„ M: P: Raket, J: Reintous, B: L: van Zitter, en A: sam„ „lant. Maandag 256. redumtie en approbatie van twee voorgaande resolutien deezer vergadering request van den timmer„ „man Gillegot en zijne borgen wegens zeker schuld aan Roosemaalecocq. Maandag den 1:e December 1788 Present Den wel Edele Groot achtb: Heer Gouverneur Willem Iacob Van de Graaff Den E: Hoofdadministrateur. . . . . . . Peter Sluijsken Den E: Dessave. . . . . . . . . Diederich Thomas Fretz Den E: Tit: Luit: Collonel - - . . . - . Jan Philip Christiaan Tilenius Den E: fiscaal. . . . . . . . Mattheus Petrus Raket Den E: Eerste pakhuijsmeester - - - - - Johannes Reintous Den E: Secretaris - - - - - - -. . Benedictus Lambertus van Zitter Den E: p:l Negotie boekhouder - - - - - - Abraham Samlant Sijn geresumeerd en geapprobeerd de resolutien deezer vergadering van den 3. en 7. 9ber: J:o Leeden, en is verstaan daar van te houden deeze aanteekening Js geleezen een request van den huijstimmerman Cornelis Gil„ „legot en zijne borgen Jacob Gerritsz: Christiaan De Liem„ Andriesz: Jansz: en Jacob Bekker, waar bij zij vertoonen, dat over zeekere schuld van den eersten supp:t aan den land„ raads secretaris Roosmalecocq, na dat het hijpotheek ge„ „rechtighijk was verkogt, de halve gagie van de supp:ten is in„ „gehouden bedraagende, deeze ingehoudene gagie, zedert de maand Junij 1787. tot de maand october J:o Leeden, een som„ „ma van rd:s 185:45. –. en wijl zij supp:ten arme luijden zijn, die Absent Den E: soldij boek houder. - - - - - - - - Gerrit Engel Holst, mitsindispositie vrouwen be 257. Den 1e: December 1728. deliberatie en besluijt daar op. Justitieel berigt, weegens buskauid. besluijt daar op. berigt van den president J van de wijkmeesters wegens de osse kaaren. vrouwen en kinderen hebben, en niet langer alleen van de halve gagie kunnen bestaan, te meer zij vermeenen dat van debiteuren; die op halve gagie lopen, geen interest mag genoomen worden, en dat ook de kosten voor de opschrijving hunner goederen, die rd:s 90: 14. –. bedraagen, te hoog bereekend zijn, zoo verzoeken ze„ van de betaling van gem: kosten te mogen verschoond worden. Waar op gedelibereert zijnde, is uijt aanmerking dat de kosten van de opschrijving der goederen, eenelijk zoo hoog komen te staan, door even zoo eene abusive bereekening van de gang gelden, als vermeld is bij resol: van den 11. 9ber: J:o Leeden en dat de suppten als arme ambagtslieden eenige consideratien verdienen; goed„ „gevonden en verstaan, hun te verschoonen van de betaling van het salaris ende gang gelden, die opgebragt zijn voor de op„ „schrijving der goederen, en mits dien hun te laten volstaan, met van voorm: opgebragte kosten, alleen te betalen, het bij die geleegentheid verbruijkte gezegelt papier Jngekoomen zijnde een berigt van de justitiele leiden Kriekenbeek het in zee gesterte beduave en Iohnson, houdende dat ze ten overstaan van den adjunct fis„ „caal van der straaten, in het Dispens alhier hebben zien weegen, en vervolgens in zee storten 700: lb: bedurve kust rijst Is na deliberatie goedgevonden en verstaan, daar van te houden deeze aanteekening. Op het berigt van den president van wijkmeesteren alhier, VE: fiscaal de opgelegde betaaling voor Raket, dat de invordering van de 5. rd:s die de ingezeetenen welke ossekarren houden volgens het 21. articul van het placaat van den 11. April 1787. jaarlijks voor elke ossekar moeten betaalen, met veel moeijelijkhend

NL-HaNA_1.04.02_3844_0282 view scan ↗

English

258. The 1st of December 1788. Resolution thereon. Petition of Mr. Paravicini. is attended with difficulty and cannot happen without falling hard upon the owners themselves, because by far the most of these people are poor folk who must live off the income of these carts. It is, after deliberation, approved and agreed to provisionally suspend the collection of the aforesaid cart money until it shall appear whether the wardmasters might be able to defray their expenses without the same. There was read to the meeting the following petition of the Major and head of the Ceylon Artillery, the Honorable Elias Paravicini Di Capelli. To the Right Honorable, Highly Commanded Lord and Lords! To the Right Honorable, Highly Commanded Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, together with the Political and Civil Council. According to the resolution taken in the Council of Ceylon on the 29th of December 1787, it having been granted to the undersigned upon his request to continue provisionally and subject to the further approval of Their High Excellencies at Batavia in the full exercise of his office as head of the Ceylon Artillery, and therewith at the same time to retain the faculty to profit from the leave of the Honorable High Indian Government to depart for the Netherlands when convenient, etc.: the undersigned therefore has the honor hereby to inform Your Right Honorable of his intention to sail for the Netherlands on the ship the Governor Falck, together with his wife and family, at the same time respectfully requesting that Your Right Honorable may be pleased to grant this in the most favorable manner. And as the undersigned, during the span of 13 years, served the State of the United Netherlands in the capacity of Second Lieutenant as an officer of honor /: the authentic proofs of which have already been shown to Your Right Honorable :/ and was also employed in various military and civil departments during a course of 26 years in the service of the Dutch East India Company on Ceylon, he therefore respectfully requests to be provided with such attestations concerning the manner in which he served here in this country and conducted himself with constancy, as Your Right Honorable shall find that he has merited; in order to remain always acceptable for re-entry into the service of the Dutch East India Company, in case of necessity, in his present or higher ranks, etc. /: was subscribed :/ Right Honorable, Highly Commanded Lord and Lords, Your Right Honorable's humble and obedient servant /: signed :/ E: Paravicini di Capelli /: in the margin :/ Colombo, the 2nd of December, Anno 1788. 259. The 1st of December 1788. Resolution thereon. Resolution thereon. Whereupon, having deliberated and taken into consideration that the said Major Paravicini di Capelli, in his address mentioned in the resolution of the 29th of December 1787 containing the reasons which moved him at that time to postpone for a while his departure for Europe, for which the High Indian Government had already granted consent, requested to be allowed to reserve for himself the faculty to repatriate later, when inclined, by virtue of the aforesaid leave, and that this address was also submitted as such to Their said High Excellencies, it is approved and agreed to grant the aforesaid request as it stands. Yet, since the said Major Paravicini di Capelli, through his well-known talents in the artillery and in engineering, has been of particular service to the Company in this government for a great number of years, and that it would be very desirable to be able to retain an officer of such great skill in both these departments in the service of the Company, it is, after deliberation, also approved and agreed to inform His Honor by an extract from this resolution, in the most friendly and well-meaning manner: that 260. The 1st of December 1788. Some books and writing materials granted to the Proponent Camp for the benefit of the students in the seminary. that this assembly would consider it of great importance to the service of the Company if he could decide to continue therein for at least a few more years, and that it would consequently be very agreeable to the Governor in particular, and to the members of the assembly in general, if such an important motive as postponing his journey home for a while longer, and persevering in his service to be of use to the Company and therein to the fatherland, could lead His Honor to take into further consideration how far his circumstances might allow him to comply with the above-mentioned desire of this government; it nevertheless remaining always within his power in due time, as he sees fit, to make use of the consent mentioned herein, already granted to His Honor by Their High Excellencies, to be allowed to repatriate. Upon the proposal made thereto by the Scholarchal meeting here in their resolution of the 6th of October last, it is approved and agreed henceforth to have the following books and writing materials provided annually to the Proponent Camp for the benefit of the seminarists, namely: 1 Bible in quarto 6 Psalm books in octavo 6 Step of Youth 6 Sinhalese New Testaments 6 ditto Psalm books 6 Sinhalese Heidelberg Catechisms 2 reams of writing paper, large format 3 reams of writing paper, small format 15 bundles of quills 2 oilstones 2 penknives 6 slates, and 2 inkpots. Is

Dutch transcription

258. Den 1. December 1788. besluijt daar op. request van den Heep. Paravicini moeijelijkheid verbonden is en niet zonder de eigenaren zelve, hard te vallen geschieden kan, om dat verre de meeste van deeze luijden arme menschen zijn, die van het inkoomen deezer kaaren leven moeten Is na deliberatie goed gevonden en verstaan de invordering van voorsz: karren geld bij provisie te doen staken, tot dat het ge„ bleeken zal zijn, of de wijkmeesteren zonder het zelven hun„ „ne ongelden zouden kunnen goed maken. Is ter vergadering geleezen het ondervolgend request van de ma„ „joor en hoofd van de Ceilonse arthillerie, DE: Elias Paravi„ „cini De Capellie. Wel Edele Groot achtbaare Hoog Gebiedende Heer en Heeren! Volgens resol: genoomen in raade van Cijlon op den 29. xber: 1787. aan den onderteekenaar op deszelfs gedane versoek toegestaan zijnde, provisioneel en ter nadere approbatie Hunner Hoog Edelheeden te Ba„ „tavia te Continueeren in de volle oeffening van zijn ampts als hoofd over de Cuilonsche artillerie en daar bij teffens te houden de facul„ „teit om te geleegenerheid van het verlof der Edele hooge Indische regee„ ring profiteerende na Nederland te mogen vertrekken enz: en zoo heeft den ondergeteekende de eer uwel Ed: Groot agtb: mits deezen te kennen te geven zijn voornemen om per het schip den gouver„ „neur Falck, met en beneevens zijne huijsvrouw en familie na Neder„ „land afte vaaren, te gelijk eerbiedig verzoekende dat uwel Ed: groot„ achtb: behagen mag zulx op de favorabelste wijze toetestaan: En alzoo den ondergeteekende geduurende den tijd van 13. Jaren in qualiteid van tweede Luijtenant den staat der vereenigde nederlanden als een officier van eer heeft gedient /: waar van de authenticque beweisen alreeds aan uwel Ed: Groot agtb: zijn vertoont:/ als meede in diverse militaire en Aan den wel Edele Groot achtb: Hoog Geb: Heer steed Willem Jacob van de Graaff raad ordinair van Nederlands Jndia gouver„ „neur en Directeur van het Eijland Cijlon met dies onderhoorigheeden. Benevens den politiken Civiele raad. be bes 259 Den 1. December 1788. besluijt daar op. besluijt daar op. civile departementen geduurende eene reeks van 26. jaaren in dienst van de Nederlandsche oost jndische Comp:e op Ceilon is g'emploijeert geworden, zoo verzoekt hij eerbiedig te mogen voorzien worden, voor zodanige attestatien, omtrend de wijze waar op hij hier te land gediend en zig bij geduurzaamheid gecomporteert heeft, als uwel Edele groot achtb: zal bevinden dat hij zal hebben gemeriteert; ten einde bij de Nederlandse oost Jndische Comp:e ingevalle van noodzakelijkheid al„ „toos weder in dienst acceptabel te blijven in zijne presente ofte hooge charges enz: /:onderstond:/ wel Ed: groot achtb: Hoog Feb: Heer en Heeren uwer wel Ed: groot agtb: onderdanige en gehoorzame Dienaar /:getee„ „kend:/ E: Paravicini de Capelli /:in margine:/ kolombo den 2. December A:o: 1788. Waar op gedelibereerd en in achting genoomen zijnde, dat gem: ma„ „goor Paravicini de Capelli bij deszelfs addres vermelt bij resol: van den 29. December 1787. houdende de reedenen, die denzelven ter dier tijd bewoogen, om nog voor eerst wat te verschuijven deszelfs vertrek na Europa waar toe de hooge indische regeering reeds consent hadde verleent, verzogt heeft, zig te mogen reserveeren, de faculteid, om naderhand des graden zijnde, uijt kragte van het voorsz: verlof, te mogen repatrieeren, en dat ook dit zijn addres zodanig aan wel gem: Hunner Hoog Edelheeden is voorgedraagen, is goed gevonden en verstaan, om in het voorsz: verzoek zoo als het legt te bewilligen. Dan wijl gem: majoor Paravicini de Capelli, door zijne bekende talenten bij de inde arthillerie, en in de genie, de Comp:e in dit gou„ „vernement, zedert een groote reeks van Jaaren, van bezondere dienst geweest is, in dat het zeer te wenschen waare, om zoo een offi„ „cier van zoo veel kunde in beide deeze departementen in den dienst van de Comp:e te kunnen conserveeren, is na deliberatie teevens goed gevonden en verstaan, om zijn Edele bij een Extract uit deeze resolutie op de vriendelijkste en welmeenendste wijze te informeeren dat 6 260. Den 1. December 1788. aan de proponent Campten behoeve van de scholieren in het seminarium eenige boeken en schrijf gereedschappen toe„ „gelegt. dat deeze vergadering, het voor den dienst van de Comp:e van veel be„ „lang zoude reekenen, indien denzelven mogte kunnen besluijten om daar in nog ten minsten eenige jaaren te blijven Continueeren en dat het dienvolgens den Heer gouverneur in het bezonder, en de leeden van de vergade veiag in het al gemeen zeer aangenaam zijn zoude, indien een zoo gewigtig motief, als is om met zijn thuis rijze nog wat te verschuijven, en te volharden in zijn dienst, de Comp: en in dezelve het vaderland van nut te weezen, bij zijn Edele kon„ „de voortbrengen, om te neemen in nadere overweeging, in hoe ver„ „re het deszelfs geleegendheid zoude kunnen toelaten, om dan het hier boven gem: verlangen van deeze regiering te voldoen, zullende het des niet te min steeds in deszelfs vermogen blijven om in der tijd, naar goedvinden gebruijk te maken, van het in dezen vermelde Consent, door hunne Hoog Edelheeden aan zijn Edele bereeds ver„ „leend om te mogen repatrieeren. Op de daar toe gedane voordragt door de scholarchale vergadering alhier „ haare resolutie van den 6. 8ber: j:o leeden is goedgevonden en verstaan, voortaan aan den Proponent Camp, ten behoeve van de seminaaisten jaarlijks te laten verstreken de volgende boeken en schrijfgereedschappen Namelijk 1. bijbel in quarto 6. Psalmboeken in 8:t 6. trap der jeugd 6. singaleeze Nieuwe Testamenten 6. d — Psalmboeken 6. sing: - - . Heidelbergsche Catechis mussen 2. riemen schrijf papier groot formaat 3. „ kleen formaat 15. bossen Penne schagten „ 2. olie steentjes 2. pennemessen 6. griffies en 2. Olijen. Is

NL-HaNA_1.04.02_3844_0285 view scan ↗

English

261. Business concerning Jaffanapatnam. Summary of a Jaffna resolution containing various decisions. Deliberation and decision thereupon. A Jaffna resolution of the 13th of November last was summarized, containing decisions 1. To write off four horses and a foal that perished in the Wannij. 2. Likewise to write off the discarded goods found unserviceable under the date of the ultimate of August last, and in return, for further accounting, to take into inventory the 445 lb of scrap iron and 5 lb of scrap copper derived from them. 3. To nominate to this government, as sexton and schoolmaster of the orphanage, the soldier Johannes van der Pugt, proposed by the church council. 4. Likewise to present to this government the request of the widow of the arraatje Ritnesinga modliaar, not only to be allowed to receive the accrued interest on the capital loaned to the Company by her husband and son since the 1st of September 1787, but also to recover her proofs submitted to the commissioners who investigated the complaint of the deceased wannetje Nella Naetje, in order to pursue her case before the Council of Justice. And 5. To appoint the cashier van Sprang as a member of the Jaffna Landraad. And after deliberation, it was approved and agreed to sanction the writing off of the dead horses and foal and the discarded goods, as well as the appointment of the cashier van Spaang; and furthermore to appoint the nominated soldier van der Tugt as sexton and schoolmaster of the orphanage, with the salary attached thereto; and to authorize the Jaffna The 1st of December 1788. 262. Business concerning Gale. Consideration of the Governor regarding an order to Gale. Jaffna officials to credit the widow of the arraatje Ritnesinge modliaar, Sewegamie, with the interest on the monies loaned to the Company by her husband and son, from the time that the payment thereof was suspended under this government because of the claim instituted by the wannetje Nella Naatja. And it was further decided to request information from the officials as to the reason why, in the small stud farm of the Wannij, a number of four horses perished in the span of one year. The Governor submitted for the consideration of the meeting whether it might agree to send the order to Gale, following the decision taken in the session of the 26th of November last regarding the Gale letter of the 20th of the said month, in the following manner: Upon further investigation regarding what was mentioned in our letter of the 18th of November concerning the field chaplain of the Regiment de Meuron, it has become apparent to us that not the field chaplain himself, but Captain Jequier wrote to the Honorable Colonel de Meuron that this clergyman required permission from us to return hither; and he himself, having been spoken to about this upon his return here, testified to having heard from Lieutenant Jaanier that he needed permission from us for that purpose, just as the said Jaanier declared here that he heard the Honorable Commander Kraijenhoff say that everyone The 1st of December 1788. 263. Continuation. everyone of the regiment who was in Gale or should be there in the future was not to depart from there without our order. Whether this was properly or improperly understood by the aforesaid officer is something we do not consider necessary to investigate. The entire matter is of too little importance for that. Nor have we called the Honorable Commander Kraijenhoff to account for this, as your letter of the 20th instant states. We merely wanted to know the truth of the report made to us by the Honorable Colonel de Meuron, and we do not see how it should follow from simply inquiring into it that we suspected His Honor of bad faith; for even if the matter had truly been as it was reported to us, this would have been nothing more than a mere mistake in the ordinary course of business. We therefore do not understand at all how our aforesaid letter could have offended the Honorable Commander Kraijenhoff in any way, unless it should be considered an offense that we ask for information regarding reports made to us, and that in the meantime, and until we know what the truth of the matter is, we issue such orders as we think necessary. The strange and very ill-sounding answer that we have received thereto, contained in your aforesaid letter, has therefore greatly displeased us. We deliberated upon this in our meeting on the 26th of November and decided to write to you, as is done hereby, that we grant you a period of eight days, starting from the day that this The 1st of December 1788.

Dutch transcription

261. Besoigne over Jaffanapatnam. resumtie van een Jaffenase besluijten. deliberatie en besluijt daar op. Is geresumeerd eene Jaffanasche resol: van den 13. 9ber: J:o L: houdende besluiten resol: inhoudende diverse 1. om vier paarden en veulen, welke in de wannij verrekt zijn, te laten afschrijven 2. Om de vernitigde goederen, die onder ult:o aug: :s L: onbequaam be„ „vonden zijn, insgelijks te laten afschrijven, en daar en tegen ter nader verandwoording te laten inneemen, de daar van af gekoome„ „ne 445. lb: oud ijzer en 5. lb: oud koper. 3. Om aan deeze regiering tot koster en schoolmeester van het wees„ „huijs voortedragen, den door den kerken raad voorgestelden zol„ „daat Johannes van der Pugt 4. Om insgelijks aan deeze regeering voor te dragen, het verzoek van de weduwe van den arraatje Ritnesinga modliaar om niet alleen te mogen hebben de te goed gemaakte interest, op de door haaren man en zoon aan de Comp:e geleende Capi„ „taalen, zedert p„mo 7ber 1787. maar ook om te rug te mogen „erlangen, haare aan de gecommitteerdens, die de klagte van het overleedene wannetje Nella Naetje onderzogt hebben, overgegeevene beweizen, ten einde haare zaak bij den raad van Jus„ „titie te kunnen vervolgen. en 5. Om den kassier van Sprang aante stellen als lid in de Jappanaschen landraad En is na deliberatie goed gevonden en verstaan te approbeeren de afschrijving van de gestorvene paarden en veulen ende vernitigde goederen nevens de aanstelling van den kassier van Spaang en voorts om den voorge„ „draagenen zoldaat van der Tugt, aante stellen als kosten en school„ meester van het weeshuijs, met de daartoe staande gagie, en om den Den 1. December 1788. Iaffanaschen 262. Besoigne over Gale. bedenking van den heer gouverneur, wegens een aanschrijving na gale„ Jaffanasche bedienden te qualificeeren, om aan de weduwe van den arraatje Ritnesinge modliaar sewegamie, den intrest goedte„ „doen, op de door haar man, en zoon aan de Comp:e geleende pe: zedert den tijd dat de voldoening daar van, mits de geinstitueerde pretentie door het wannetje Nella Naatja, op onder deezer rege „ring is op geschort. En is wijders verstaan vande bedienden in„ „formatie te vragen, waar door het komt, dat inde kleine stoeterij van de wannij een aantal van vier paarden, in den tijd van een Jaar is gecreveert. De heer gouverneur heeft de vergadering in bedenking gegeven, of de„ „zelve niet zoude kunnen goedvinden, om het aanschrijven na gale, uit hoofde van het ter sessie van den 26. 9ber: J: L: genoomen besluijt nopens den gaalschen brief van den 20: van gem: maand te doen, op de volgende wijze Bij gedaane nader onderzoek, nopens het geen, omtrend den veld, „prediker van het regiment van Meuron, vermelt is bij onsen brief van den 18. 9ber: is het ons gebleeken, dat niet de veldsprediker zelve, maar de Capitain Jequier, aan den E: Collonel de Meuron geschreeven heeft, dat die geestelijke ver„ „lof van ons moest hebben, om herwaards te rug te keeren, en hij zelve heeft, met zijne te rug komst alhier daar over onderhouden zijnde, betuijgd van den Luijtenant Jaanier vernoomen te hebben, dat hij daar toe het verlof van ons nodig hadde zoo als ook gem: Jaanier hier heeft verklaart, dat hij den E: gezaghebber Kraijenhoff, heeft horen zeggen, dat een Den 1. December 1788. ijder 1 263. vervolg. ieder van het regiment, die zig te Pale bevond of in het vervolg zou„ „de bevinden, 'er niet van daan zoude vertrekken, zonder onse order of dit nu door voorsz: officier wel of qualijk verstaan is, is iets dat we niet nodig agten te onderzoeken. De geheele zaak is daar toe van te klein belang. We hebben ook den E: gezaghebber kraijenhoff derweegens tot geene verandwoording opgeroepen, zoo als uwen brief van den 20: dee„ „zer zegt. we hebben alleen willen weten, wat 'er was van het berigt door den E: Collonel de Meuron aan ons gedaan, en we zien niet hoe uijt eenvoudig daar na te vragen, vol„ „gen zoude dat we zijn E: van slegtheid hebben verdagt, want zoo ook de zaak waarlijk zoo geweest waare, als ze ons is aange„ „dient, zoude dit niet meer geweest zijn, dan eene bloote vergissing in het gewoon beloop der zaaken. We begrijpen dus geheel niet, hoe voorsz: onse brief den E: gezag„ „hebber Kraijenhoff in eenig opzigt heeft kunnen beleedigen, ten zij het voor eene belediging zoude moeten door gaan, dat we onder„ „rigting vragen nopens berigten, die ons gedaan worden, en dat weeten we intusschen, en tot dat ne intusschen, en tot dat we verzoondlijke wat 'er van de zaak zij, zodanige orders stellen, als we den„ „ken nodig te weezen. Het vreemd en zeer qualijk luijdend andwoord, dat we daar op hebben ontvangen en vervat is bij voor„ schreeve uwen brief, heeft ons mids dien zeer ontstigt. We hebben den 26:e November daar over in onze vergadering gede„ „libereert, en beslooten uE: aante schrijven, gelijk geschied bij deezen, dat we uE: een tijd stellen van agt dagen, te beginnen, van den dag af dat Den 1e: December 1788. deeze 1

NL-HaNA_1.04.02_3844_0288 view scan ↗

English

264: Decision thereon. Petition of Captain D' L'Egrevisse, containing a request regarding some men of the regiment of Luxemburg who remained behind in the hospital at Galle due to illness. Decision thereon. Business concerning Batticaloa. Resumption of a Batticaloa resolution with an attached census of the inhabitants of the Island of Poeliantivoe. this shall have been received by you, so that your aforementioned letter may be redrafted, and instead of that part thereof which forms the subject of this, an answer may be inserted as is proper, with a very explicit warning that if this gentle manner of admonishing you, and the Honorable Kraijenhoff in particular, to greater propriety in your letters now and for the future, does not produce the effect which we expect from it, we shall find ourselves, however unwillingly, compelled to adopt a more efficacious course for that purpose. And after deliberation it was resolved to act in accordance therewith. There has been received from Galle a petition from Captain D' L'Egrevisse of the regiment of Luxemburg, containing a request that the men of the aforementioned regiment who remained behind in the Galle hospital due to illness may be paid their wages, as that is their only means of subsistence. And after deliberation it was approved and agreed to authorize the Galle officials provisionally to allow one month's wages to be paid to each of these men. A Batticaloa resolution of October 22nd, last past, was read out to the Honorable members, with an attached census J:o L: of the inhabitants of the Island of Poeleantivoe and the nearby villages Kottemoene, Pattakolon, and Walgatteniere belonging directly under the fort, indicating that the inhabitants of the aforementioned Island and the above-mentioned villages, apart from women, children, and serfs, consist of 443 heads The 1st of December 1788. 265. The 1st of December 1788. Deliberation and decision thereon. Order to the trade officials on which account to enter the Company's dues from paddy, salt, and custom pennies at Batticaloa henceforth. 443 heads, of which 60 Company's servants 148 who have chosen to pay a poll tax of 3 rd:s per year instead of performing oeliam service 130 heads performing oeliam service 86 free, and 19 absent Whereupon, having deliberated, it was approved and agreed: 1. To approve the arrangement of the officials to have the aforementioned census renewed once every two years, as well as their arrangements made to collect the poll tax in a proper manner from those who choose to pay it. 2. That the trade officials shall be ordered, as they are hereby ordered, to enter into the books the oeliam money of the aforementioned 140 heads at three rd:s per head for the benefit of the country's revenues of Batticaloa for this and the next coming year according to the above-mentioned census, and further as the same census shall be taken from two years to two years in the future. 3. That since in the census the reasons for exemption are not indicated with respect to some of those who are exempt from oeliam service, information regarding this shall be requested from Batticaloa. Furthermore, in accordance with the proposal made to that end by the Batticaloa officials, it was also agreed that the trade officials shall be directed, as they are hereby directed, instead of charging to the account of the country's vidana, henceforth likewise to enter the Company's tenth due of paddy, as well as the due on salt and the custom pennies, for the benefit of the country's rents and revenues of Batticaloa. 266. To whom an extract of that resolution is to be given. And an extract hereof shall be given to the trade officials to serve for their information and to regulate themselves accordingly. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. It was signed: W: J: Van de Graaff, P: Sluijsken, D: T: Fretz, J: P: C: Tilenius, M: P: Raket, J: Reintous, B: L: van Zitter, and A: Samlant. The 1st of December 1788. 267. Saturday the 6th of December A:o 1788. Present: The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Governor Willem Jacob Van de Graaff The Honorable Chief Administrator Peter Sluijsken The Honorable Titular Lieutenant Colonel Jan Philip Christiaan Silenius The Honorable Fiscal Mattheus Petrus Raket The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous The Honorable Secretary Benedictus Lambertus Van Zitter The Honorable Provisional Trade Bookkeeper Abraham Samlant Absent: The Honorable Dessave Diederich Thomas Fretzz, the former having departed for the country, and the Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst, the latter due to indisposition. Resumption and approval of two previous general resolutions and one secret resolution of this assembly. Three letters brought by the ship De Gouverneur Generaal de Klerk from the Zeeland Chamber opened and read. The general resolutions of this assembly of November 11th and 13th, last past, have been resumed and approved, together with a secret resolution and a resolution regarding the native department of the first-mentioned date, and it was approved to make this record thereof. Three packets of letters having been brought by the ship De Gouverneur Generaal de Klerk, which arrived for the Zeeland Chamber, the same have now been opened and found therein: A duplicate missive from the Gentlemen XVII, dated Amsterdam the

Dutch transcription

264: besluijt daar op. request van den kapi„ „tain D' L'Egrevisse, inhou„ „ge manschappen van het ae„ die mits ziekte in het kos„ „bleeven. besluijt daar op. Besoigne over Batticaloa. resumtie van een Battica„ „loasche resol: met een daar van de ingezeetenen van 't Eijland Poelian, tivoe. deeze bijuE zal zijn ontvangen, om voorm: uwen brief te kunnen laten verschrijven, en insteede van dat gedeelte daar van, dat het on„ „derwerp deezes uijtmaakt daar in te doen stellen, een andwoord„ zoo als dat betaamd, met zeer expresse waarschouwing dat zoo deeze zagte wijze, om uE: en den E: kraijenhoff in het bezonder, tot meer welvoegelijkheid in UE: brieven te vermanen, nu en voor va den aanstaande, niet doet, die uijtwerking, die we daar van verwagten, we ons hoe zeer ongeern, genoodzaake zullen zien, daar toe een meer efficasieuse weg inteslaan En is na deliberatie beslooten, om dat over eenkomstig daar mede te den Js van Pale ontvangen een addres van den Capitijn van het regimt „dende verzoek, weegens een van Luxemburg D' L' Egrevisse, houdende verzoek, dat aan de i „giment van Luyenburg manschappen van gem: regiment, die mits ziekte in het Gaalsch „pitaal zijn te rug ge hospitaal zijn te rug gebleeven, hunne gagie mag worden ver„ „strekt, wijl dat hun eenigste middel van bestaan is En is na deliberatie goed gevonden en verstaan, de gaalsche bediendens bij provisie te qualificeeren, om aan elk deezer manschappen een maand gagie te mogen laten verstrekken. Is bij DE: leeden rond geleezen een Batticaloasche resol: van den 22: 8ber: bij gevoegde hoofdbeschrijving J:o L: met een daar agter gevoegde hoofd beschrijving van de inge„ „zeetenen van het Eijland Poeleantivoe, en de na bij geleegene direct onder het fort gehoorende dorpen Kottemoene Patta„ „kolon, en walgatteniere aanwijzende dat de inwoonderen van het voorsz: Eiland, en de bovengem: dorpen, behalven de vrouwen kinderen en lijffeigenen, bestaan in oud Den 1e. December 1788. 443. koppen d den 1 265. Den 1e. December 1788. deliberatie en besluijt daar op. ordre aan de Negotie bedien„ „den op welke reek: voortaan attoe „ om de Comp:e geregtigheeden van de nelij, zout en kostoe„ „loa, te brengen. 443. koppen, waar van 60. Comp:s dienaaren 148. die verkoosen hebben insteede van oelie dienst te doen, te beta„ „len een hoofdgeld van 3. rd:s 'sjaars 130. koppen oeliams dienst doende 86. vaije en 19. absente Waar op gedilibereerd zijnde, is, goedgevonden en verstaan 1. Te approbeeren de schikking der bediendens, om de voorsz: beschrij„ „ving alle twee jaren eens te doen vernieuwen, als meede hunne gemaakte schikkingen om het hoofd geld der zulke die ver„ „kiesen dat te betalen, op een bequaame wijze te doen inkoomen. 2. Dat de negotie bediendens zullen worden bevoolen, zoo als ze bevo„ „len worden door dezen om het oelij geld van de voorsz: 140: koppen, â drie ad:s perkop, ten behoeve van 'slands inkomsten van Bat„ „ticaloa bij de boeken inteneemen, voor dit en het naast koomen„ „de jaar, volgens de hier boven gem: beschrijving, en voorts zoo als dezelve beschrijving van twee tot twee garen in der ted zullen wordengedaan„ 3. Dat aangezien 'er bij de beschrijving, nopens een parthij der geener die vrij zijn van oelies dienst, niet is aangeweezen de reedenen van dien, van Baticaloa derweegens berigt zal worden gevragt. Wijders is overeenkomstig met het daar toe gedaane voorstel der Baticaloasche bediendens nog verstaan, dat de negotie bedien„ madoe poejmn: te Battica„dens zullen worden gelast, zoo als ze gelast worden door deezen, om. „van de nelie als meede, de geregtigheid van zout 's Comp:s tiende geregtigheid van zout en de Costumade penn: insteede van die te belasten op de rekening van 'slands vidaan, voortaan insge„ „lijks 6 266. aan wien Extract van dat besluijt te geven „lijks te brengen, ten behoeve van 'slands renten en inkomsten van Baticaloa. En zal hier van Extract worden gegieven aan de negotie bedienden, omn 2 te dienen tot hun narigt en om zig daar naar te reguleeren. resolveerd Aldus Gedaan en de Geprasset in het kasteel kolombo ten dage maand en Jaare Voorschreeven /:was geteekend:/ 2 W: J: Van de Graaff, P: Sluijsken, D: F: Fretz, J: P: C: D Tilenius, M: P: Raket, J: Reintous, B: L: van Zitte en A: Samlant Den 1. December 1788. Zaturdag 2 267. Present resumtie en approtatie van twee voorgaande gemee„ dezer vergadering brieven met het schip de gouverneur generaal zeland meede gebragt. Zaturdag den 6:' December A:o 1788. Den wel Edelen Groot achtb: Heer Gouverneur. Willem Jacob Van de Graaff Den E: Hoofdadministrateur. . . . . Peter Sluijsken Den E: Titulair Luijtenant Kollonel. . Jan Philip Christiaan Silenius Den E: fiscaal. . . - - - - _ _ _ Mattheus Petrus Raket, Den E: Eerste Pakhuijsmeester. - . . . - . Johannes Reintous Den E: Secretaris. . . . . - - - - Benedictus Lambertus Van Zitter Den E: p:l Negotie boekhouder. - - - - - Abraham Samlant Absent de eerste na het land vertrokken en de laatste mits indispositie Den E: Dessave. . . . . . . . . Diederich Thomas Fretzz. Den E: Zoldijboekhouder - - - - - - - - Gerrit Engel Holst, Sijn geresumeerd, en g'approbeert de gemeene resolutien dee„ ne en een secreete resolutie zer vergadering van den 11. en 13. 9ber: J:o Leeden, nevens eene se„ „creete resolutie en eene resolutie over het inlands de„ „partement van eerst gem: datum, en is goedgevonden daar van te houden deeze aanteekening geopend en geleezen drie Met het schip de gouverneur generaal de klerk, het welk De klerk van de kamer voor de kamer Zeeland is uitgekoomen, aangebragt zijnde drie brief Paketten, zijn dezelve tans geopend en daar in gevonden. Een duplicaat missive van de Heeren 17=men gedateert Amsterdam den

NL-HaNA_1.04.02_3844_0292 view scan ↗

English

268. Resolution thereupon. Resolution to return to Batavia at the first opportunity the account received for the goods of the sloop De Krab. Resolution to take money on loan from the master-builder Hendriks at yearly interest. The 8th of November 1787. and Two missives from the Lords Directors of the Chamber Zeeland dated the 14th of April and the 22nd of May of this year, together with the annexes according to the registers. Whereof it is understood this note shall be kept. Whereas there is no prospect of recovering anything for the present of what was lost with the sloop De Krab, the debit whereof has in the meantime been entered into the books here: It is, by virtue of the remark made by the High Government of the Indies in the esteemed missive of the 10th of December 1784—namely, that the accounts of ships and sloops that have not arrived here ought not to be entered into the books here—approved and agreed to authorize the trade officers to write the aforesaid entered debit back to the general account upon the closing of the books for 1787/8, and thereby to return the account received from Batavia thither at the first opportunity, for the esteemed disposal of Their High Excellencies. Owing to the small stock of cash for the payment of the domestic expenses here: it is approved and agreed to accept five thousand rixdollars into the Company's treasury from the master-builder Reinier Hendriksz at an interest of six percent per annum. The 6th of December 1788. Received 269. The 6th of December 1788. Insertion of the financial statement of the native orphan chamber. The financial statement of the native orphan chamber here for the fiscal year 1787/8 having been received, it is, after review thereof, approved to insert it below. Account showing what is found according to the books of the general native orphan chamber for the year 1787/8, both to the credit of the wards and otherwise as remaining balances, as well as the investments, agio, profit, etc. Namely: The creditors and accounts in credit consist of the following, to wit: The Sinhalese Orphan Chamber. Cash held at this chamber, to wit: Don Jeronimus Rodrigo, son of Philip Rodrigo, in principal and interest: rds 517. 27. 3/4. Raphiel, Dammetje, and Maria, children of Dom Markus, silversmith, in principal and interest: rds 78. 1. —. Renald, Francina, Pieter, Willem, Cornelis, and Adriaan, children of the messenger Karoepoege Anthonij Mendies, in principal and interest: rds 45. —. 3/4. Christina and Levina de Soijsa, in principal and interest: rds 70. —. —. Domingo, son of Bastiaan Perera, silversmith, in principal and interest: rds 192. 4. —. Johannes Fernando, in principal and interest: rds 52. 30. —. Johanna Geertruijda and Hendrik, children of Abraham Perera, mohottiar, in principal and interest: rds 1872. 40. —. Total: rds 2828. 7 1/2. Proved principals, to wit: Don Thomas Rodrigo: rds 500. —. —. Andries Fernando, son of Johannes Fernando: rds 50. —. —. Floris, son of Don Constantino: rds 25. —. —. Anthonij and Fransisco, children of Lokoebadal Lijenege Don Simon, silversmith: rds 100. —. —. Elizabeth Perera: rds 905. 6. —. Carried forward: rds 1580. 6. —. rds 2828. 7 1/2. 270. The 6th of December 1788. Brought forward: rds 1580. 6. —. rds 2828. 7 1/2. Johanna Geertruijda and Hendrik, children of the mohottiar Abraham Perera: rds 825. —. —. Simon, Levina, and Makinjoe, children of Don Joan Silva, arachchi: rds 166. 39. —. The children of Isaak de Saram, Maha Mudaliyar, to wit: Simon and Johanna De Saram: rds 2908. 33 1/2. Martinus and Hendrik de Saram: rds 2611. 13. —. Total: rds 5519. 46 1/2. Dona Cornelia, Don Constantijn, Dona Dana, Dona Anna, and Dona Philippa: rds 84. 39. —. The children of Lodewijk Fonseca, Mudaliyar of the Heen Korale, to wit: Don Balthazar, Pieternella, Francina, Juliana, Saphira, and Sara Fonseca: rds 1371. 15 1/5. Cornelia Adriana Fonseca: rds 242. 39 1/5. Total: rds 1614. 7. —. Francina Perera: rds 280. 42. —. Total: rds 10217. 11. 2. Account of remaining interest for what this account has standing ahead at this chamber: rds 257. 22 1/2. Total: rds 13302. 41. —. The Chetty and Paravar Orphan Chamber. Cash held at this chamber, to wit: Soese Pieries, in principal and interest: rds 27. 17. 1/4. Anto Christoffel, Pauloe, and Kitto, children of Siman Cardoso, in principal and interest: rds 83. 44 1/2. Joan, son of Pasquaal de Zilva, in principal and interest: rds 246. 5. —. Matthijs, Magdalena, Pauloe, Natthalia, Simon, and Sawerie Moettoe, children of Pedroe Fernando Pauloe, in principal and interest: rds 253. 4. 1/2. Bastiaan Christoffel, Pedroe, and Catharina, children of Sawerkie Fernando, in principal: rds 17. —. —. Maria and Soese, children of Adriaan Sinne Tambie, in principal and interest: rds 116. 14. —. Philippoe, son of Siman Oelgenaden, in principal and interest: rds 54. 24. —. Tonjo and Pedroe, children of Joani Fernando, in principal and interest: rds 52. 12. —. Maria Louisa and Christoffel, children of Philip Rodrigo Perie Tambie, in principal and interest: rds 54. 41. —. Philippoe and Fransisca, children of Pauloe Rodrigo Moettappa, in principal and interest: rds 35. 3. —. Migietje Kaawajoe: rds 25. —. —. Gabriel Rodrigo: rds 200. —. —. Constantina: rds 518. 24. —. Carried forward: rds 940. 2. 1/4. rds 13302. 41. —.

Dutch transcription

268. besluijt daar op. besluijt om de van Batavia ontvangene reekening van de goederen van de sloep de Krab bij eerste geleegendheid na derwaards te rug te zen„ „den. besluijt om van den fabriek Hendriks geld ter leen te neemen 'sjaars den 8. 9ber: 1787. en Twee missives van de Heeren Bewindhebberen ter kamer Zee„ „land gedateerd 14. April en 22: Maij deezes jaars, neevens de bijlagen volgens de registers Waar van verstaan is te houden deeze aanteekening Aangezien 'er geen apparentie is, om voor eerst iets te rug te 8 krijgen, van het verloorene met de sloep de krab, waar van 299 de aanreekening intusschen hier bij de boeken ingenoomen is: Is uit kragte van de door de hooge Indische regee „ring gemaakte aanmerking, bij zeer g'eerde missive van den 10. December 1784. dat namelijk de aanree „keningen van de scheepen en sloepen, die hier niet zijn gearriveerd, alhier bij de boeken niet moesten worden ingenoomen, goed gevonden en verstaan, de negotie bedienden te qualificeeren, om de voorsz: ingenoome aanreekening, weder onder het sluijten van de boeken van 178 7/8. , te rug te schrijven op het generaal, en mits dien de van Batavia ontvan „gene aanreekening, bij eerste gelegendheid na der„ „waards te rug te zenden, ter g'eerde dispositie van hunne Hoog Edelheeden. Mits den geringen voorraad van Contanten, tot het doen tegens den interest van 6: p„r C:o van de huijshoudelijke onkosten alhier: is goedgevonden en verstaan, van den fabricq Reinier Hendriksz: vijf duijzend rd:s in 'sComp:s Cas te accepteeren, tegens den interest van ses p:r C: 'sjaars. Den 6:e: December 1788. Ingekoomen 269. Den 6: December 1788. insertie van de staat reekening Ingekoomen zijnde de staat reekening van de inlandse boedel van de inlandsche boedelkd„ kamer alhier van het boekjaar 1787/8. is na resumtie van dezelve goed gevonden, die hier onder te insereeren. Reekening aanthoonende wat volgens de Boeken van de algemeene inland„ „sche boedelkamer de Anno 1787/8. zoo ten, voordeele der Pipullen als anderzints per restand te vinden zijn, zoo meede het uitgezette opgeld gewin &:a Namelijk. De Crediteuren en in voordeel staande reekening bestaan in de volgende als; De singaleeze Boedelkamer Contan„ „ten ter deezer kamer staande als Don jeronimus Rodrigo zoon van den Philip Rodrigo aan Capitaal en interest - - - - - - - - - - - - - - rd:s 517. 27. ¾. Raphiel, Dammetje en Maria Kinderen van Dom Mar„ „kus Zilversmit aan Capitaal en interest . . . . „ 78. 1. —. Renald Francina, Pieter, willem Cornelis en Adri„ „aan kinderen van den bode Karoepoege Anthonij Mendies, aan Capitaal en interest - - - - - - - - Christina en Levina de Soijsa aan Capitaal 45. —. ¾ en interest - - - - - - - Domingo zoon van Bastiaan Perera zilver„ „smit aan Capitaal en interest. . . . . . „ 192. 4. —. Iohannes fernando, aan Capitaal en interest - - - - - - - „ 52. 30. –. Johanna Geertruijda en Hendrik Kinderen van Abra„ „ham Perera Mohotiaar aan Capitaal en intrest „ 1872. 40. — —rd: 2828. 7½. 6 Beweezene Capitaalen als „ rd:s 500. —. Don Thomas Rodrigo - - - - - Andries Fernando Zoon van Johannes Fernando . . „ 50. —. —. - - - „ 25. —. — floris zoon van Don Constantino. - - Anthonij en fransisco kinderen van Lokoebadal Lijene„ „ge Don Simon Zilversmit - - - - - - - „ 100. —. „ 905. 6. — - 825 Transporteere rds 1580: 6. —. rds 28: 7:½. Elizabeth Perera - - - - - - - - - - - 70. —. — mer. .. „ - 279. Den 6: December 1788. Johanna geertruijda en Hendrik Kinderen van den moholtiaar Abraham Perera - - - - - - - - - Simon, Levina en Makinjoe kinderen van Don joan Silva, arraatje - - - - - - - - - - - - - - „ 166. 39. —. Dona Cornelia, Don constantijn en Dana De kinderen van Isaak de Saram Mahamode„ „liaan als Simon en Johanna De Saram. . . . . . . . rd:s 2908: 33:½. Martinus en Hendrik de Saram - – – – –. „ 2611. 13: – „5519: 46:½. Dona Anna en Dona Philippa - - - - - - - - - - - - - „ 84. 39. —. De Kinderen van Lodewijk fonseca Modliaar van de Hina korle, als. Don Balthazar Pieternella, francina, Juliana Saphira en Sara fonseca. . . . . . . . rd: 1371. 15 1/5. Cornelia Adriana fonseca. . . . . . . . . . „ 242. 39 1/5: „1614. 7. -. „ : - - - - - - „ 280. 42. -. „ 10217. 11. 2. Francina Perera - - - - - - - - - Rekening van overige interest over het geen deeze reekening bij deeze kamer te vooren staat - - - – - – „ - - . - ƒ 257. 22 ½ „ 13302. 41. De Sittische en Parruasche Boedelkamer Contanten ter deezer kamer staande als; soese Pieries aan Capitaal en interest - - - - - - . . - - Anto Christoffel, Pauloe en kitto kinderen van Siman Cardoso aan Capitaal en interest - - - - - - - -„ Ioan zoon van Pasquaal, de Zilva, aan Capitaal en interest - - - - „ 246. 5. —. Matthijs, Magdalena, pauloe, Natthalia, Simon en Sawerie moettoe„ kinderen van pedroe fernando pauloe aan Capitaal en inter„ - - . „ 253. 4. ½. Bastiaan Christoffel, Pedroe en Catharina kinderen van Sawe„ kie fermando aan Capitaal - - - - - - - - „ „ 116. 14. -. Maria en soese, kinderen van Adriaan Sinne tambie aan 54. 24. —. Philippoe zoon van Siman Oelgenaden aan Capitaal en intrest - - - - - - - - - - - - — — Tonjo en Pedroe kinderen van Joani fernando aan — - - Capitaal en interest - - - - - - Maria Louisa en Christoffel kinderen van Philip Ro„ drigo perie tambie aan Capitaal en interest . . . . . Philippoe en fransisca kinderen van Pauloe Rodui„ „Go Moettappa aan Capitaal en interest -- Capitaal en interest - - - - - - - - - - „ Migietje Kaawajoe - - - - - - - - - - - - - - - „ 25. —. — Gabriel Rodaigo - - - - - - - - - - - - - - - - „ 200. —. –. Constantina - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 518. 24. -. -.„ 83: 44:½ „ 35. 3. — Transporteere - - - - - rd:s 940: 2:¼4 r:s 13302: 41: 27. 17. ¼ . „ 52. 12. —. 54. 41. -. - - - 227. P:r Transport - - - rd:s 1580. 6. — d:s 2828: 7½ :t —. „ „est. . . . . . . . . . . - - - - - - . . . . „ 17. —. —.

← previousnext →