Inventory 3845
Ceylon · 1,132 pages · 302 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
757 The 16th of June 1789 Declaration of the head of the Galle and Matara Moors that he is unable, according to his contract, to deliver 60 heads daily for labor. Observations and resolution thereupon. to investigate whether the tony had already been somewhat leaky prior to the loading of the said lime, and if so, whose fault it is that the lime was nevertheless loaded into it. And whereas it has been represented by the aforesaid head of the Galle and Matara Moors that he is no longer able, pursuant to his obligation of the 23rd of December 1787, to deliver 60 heads daily for labor from the Galle Moors residing in Galle and from the Galle Moors residing in the Matara district, as well as from the Matara Moors residing in the Galle district, because at the latest census, after deducting the 60 heads who pay poll tax, no more than 114 heads were present, whereas 180 heads are nonetheless required in order to be able to deliver 60 heads for labor daily. It is, considering that the large difference in the number of uliyam workers between the latest census and the census conducted before the often-mentioned head of the Moors entered into his last 758. Resumption of a Galle resolution containing a decision on a dispute between the alphandigo farmer and the tobacco farmer of Matara. last obligation warrants some accommodation, approved and agreed to allow him to suffice henceforth with delivering daily, from the aforesaid Moors at Galle, 50 uliyam workers for labor instead of the stipulated 60 heads; provided that the number of Matara uliyam workers whom he must deliver during the return voyage remains on the determined footing. Further, there was resumed a Galle resolution of the 27th of April last, whereby the officials, on a dispute having arisen between the alphandigo farmer and the tobacco farmer of Matara over the collection of duty on a parcel of tobacco that was brought by sea from Batticaloa to Matara and Mirissa, resolved to award this duty to the alphandigo farmer, and at the same time to determine for the future that the collection of duty on all native tobacco brought by sea to places belonging under the Galle Commandery shall always be performed by the Galle farmer. The 16th of June 1789. 759 The 16th of June 1789. Deliberation thereupon. Resolution thereupon. Which having been deliberated upon, it was taken into consideration that to the alphandigo farmer of Galle, under the farming conditions, the duty on all merchandise imported by sea into the Galle Commandery, the lands of Matara included thereunder, is assigned; that nothing else is exempted therefrom except only those goods of which the duty is collected by the cloth farmer, and that it therefore stands to reason that the alphandigo farmer must also collect the duty on the tobacco imported by sea from Batticaloa into the Matara district, just as he does on the Jaffna tobacco, and that, on the other hand, the tobacco farmer of Matara, according to his conditions, is only entitled to the duty on the tobacco brought by land from the King's territory, from the Walawe side and from Batticaloa, and transported through Matara and Akuressa to Weligama. And it has therefore been approved and agreed to approve the aforesaid resolution, and to have the conditions 760 The 16th of June 1789 Resumption of a Galle criminal trial against Amaroege Aberan Appoe and his associates concerning theft committed. conditions of the Galle alphandigo and Matara tobacco farms interpreted accordingly. There were resumed by circulation, and now brought to the table, the documents belonging to the criminal trial instituted by the Galle Fiscal d'Estandau against the fugitives Amaroege Aberan Appoe and Habradoe Paandigammige Joean, and the detainees Galkollege Joean and Galkolle Balege Liesa, the first two for theft committed at the house of the Reverend Minister Capelli, and the latter two for receiving the stolen goods, regarding which the aforesaid two fugitives were, by the Court of Justice at Galle, barred from all actions, exceptions, and defenses that they might have entered and advanced had they appeared, and condemned in default to remain banished forever beyond the Company's jurisdiction on pain of further prosecution; and further the detainee 761 The 16th of June 1789. Deliberation and resolution thereupon. Further, resumption of the criminal papers belonging to the trial of the Moor Kappoediaar and his associates. Galkollege Joean to be tied to a post, severely flogged, subsequently riveted in chains, and put to work on the public works for the period of three consecutive years, and the last-mentioned Galkolle Balege Lieza to be sjambokked by the Caffres of Justice and riveted in chains for the period of six months. And after deliberation, it was approved and agreed to confirm the aforesaid sentence of the Galle court, and to confine the two last-named convicts in the materials warehouse at Galle; but whereas the aforesaid court in this trial has definitively pronounced sentence without reflecting that the evidentiary documents have not been sworn, it has simultaneously been approved to recommend that they be more attentive in this regard in the future. There was further resumed a bundle of papers belonging to the criminal trial instituted by the aforesaid Galle Fiscal against the Moor Kappoedeaar and his associates.
Dutch transcription
757 Den 16 Junij 1789 betuijging van het hoofd der gaalse en Matureese mooren dat hij niet in staat is volgens zyn aan neem sdaags 60 koppen tot den arbeid teleeveren aanmerk in en besluijt daarop. te ondertoeken of de tony reeds lek wat gemeest voor 't inlaaden van gemelde kalk, en zoo Ja„ wiens schuld t is, dat des niet te min de kalk daar in gelaaden is. — En wijl door 't voorsz hoofd der gaalsche en matu„ reesche mnooren vertoond is, dat hij niet langer in staat is, om volgens zijne verbintenis van den 23: xber 1787:, uijt de gaalsche mooren die te Gale woonen en uyt de gaalsche mooren, die in 't Matu reesche woonen, als mede uijt de matureesche mooren, die in 't gaalsche woonen, dagelyks 60 koppen ten arbeid te leeveren, vermits 'er bij de Jongste beschrijving, na aftrek van de 60: koppen die hoofd geld betaalen, niet meer zijn present geweest dan 114. koppen, daar nogtans 180: koppen worden vereijscht, om dage„ lijks 60: koppen tot den arbeid te kunnen leeveren Is, uijt aanmerking dat 't groot verschil in 't getal der oeliammers, tusschen de jongste „ beschrijving en de beschrijving die gedaan is voor dat 't meerm: hoofd der mooren zijn laatste 758. resumtie van een gaalte retol: behelsende besluyt op een quetti tus„ teren taberx pagter wan Mature laatste verbinten is heeft aangegaan, eenige inschik kelykheid verdient, goedgevonden en verstaan, hem te laaten volstaan met voortaan dagelijks, uijt de voorsz mooren, teer gale ten arbeid te leveren 50 oeliammers, insteede van de gestipuleerde 60. koppen; mits dat 't getal van de matureesche oehammeers, die hij in den retour leid moet leeveren, blijve op den bepaalden voet Nog is geresumeert eene gaalsche resolutie van den 27. April JZ, waar bij de bedienden, op „sen den sephundigd pag, eene ontslaane questi tusschen den Alphandigo pagter en den tabaks pagter van Matiire, over het heffen van toe van een partij tabak, die van Baticaloa over Zee te Mature en Mi„ „risse was aangebragt, hebben beslooten deese toe toete wijzen aan den Alphandige pag„ „ter, en teffens voor den aanstaande te bepaalen; dat de toe heffing van alle de inlands tabak, die over zee, op plaatsen onder 't gaalsch Commandement sorteerende, aangebragt word, altijd door den gaalschen pachter zal geschieden.—. Den 16: Junij 1789: waar 1 759 Den 16 Junij 1789. Waar over gedelibereerd zynde, is in achting gewoomen deliberatie daarover dat aan den alphandigo pagter van gale, bij de pagt Conditie word toegeweesen de toe van alle koopmanschappen, die over zie in 't gaalsch Commandement, de landen van Mature daar onder begreepen, worden ingevoert; dat daar van niets anders is uijtgesondert, dan alleen die waaren, waar van de geregtigheid door den lijuaats pagter word geheeven, en dat het derhal„ „ven van selfs spreekt, dat de alphandige pagter ook de toe moet heffen van de tabak, die van Battikaloa over Zee in 't matureesche word inge„ voerd, zoo als hij dat doet van de Jaffenasche tabak, en dat daar en teegen de tabaks pagter van Mature volgens zijne Conditie, alleen de toe moet hebben van de tabak die uijt 's ko„ nings landen, van de waluwesche kant en van Baticaloa, te lande aangebragt en door Matture en accuretse na Belligam vervoerd word. En is derhalven goedgevonden en verstaan, de beslugt daarop voorsz resolutie te approbeeren, en de Contitien ch 760 Den 16 Junij 1789 resuntie van een les tegen alianoege gepleegde diefstorl Conditien van de gaalsche alphandigs en Mattie „reesche tabaks pagten, daarna te doen interpre„ „teeren. zijn door rondsending geresumeert en tans ter ta„ gaals krimineel pro„fel gebragt, de stukken gehoorende tot 't Crime Alrai Appore C: S: overveel proces, door den gaalschen fiscaal de Estanda g'entameerd, tegen de latitanten Amaroege Abe„ ran appoe, en habradoe Paandigammige Joean, en de gedetineerdens galkollege Joean en galkolle Balege Liesa, de twee eersten over gepleegden dief„ „stal ten huijse van den Eerw: predikant Ca„ pelli, en de twee laatsten over 't heelen van de gestolene goederen, waar over voorsz twee latitanten, door den Raad van Justitie te gale, zijn versteeken van alle aktien, weeken en deffentien, die zij kompareerende zouden konnen ingebragt en gemoveerd hebben, en gecondem„ neerd om by Continuacie, voor althoos buij ten sComp=s Jurisdictie gebannen te blijven sub poene van nadere terecht stel„ ling; en voorts de gedetineerde gelkolleg 5 ons 761 Den 16: Juni 1789. deliberatie en besluijt daarop. Nog retumtie van de Crimi„ neele papieren gehoorende tot het proces van die moor kappeoediaar galkollege Joean, om aan een paal gebonden, strengelijk g'geeselt, vervolgens in de ketting geklonken en voor den teid van drie agter eer volgende Jaaren, aan de gemeene werken ten arbeid gesteld teworden en de laast gem: galkolle Balege Lieza, om door de kaf„ „ters van de Justitie gesjamnbokt, en voor den tijd van ses maanden in de ketting geklonken te worden. En is na de liberatie goedgevonden en verstaan, 't voorsz gewylde van den gaalschen rechter te ap„ probeeren, en de twee laatst genoemde gecondemneer„ „den te confineeren in 't materiaal huijs te gale dog wijl de voorsz resolutie in dit proces ten diffinitive heeft gesontentieerd, zonder te re„ flecteeren, dat de bewijs stukken niet zyn B'eedigd, is teffens goedgevonden deselve te recommandeeren, om in den aanstaande daar omtrend attenter te weezen. — is geresumeerd een bondel Papieren, gekro„ rende tot het Crimineel proces, door voorm: d gaals chen fiskaal g'entameerd tegen den moor„ Kappeoedeaar . C S:
English
762 The 16th of June 1789. Reasoning concerning the condemnation to pay costs of the accuser who cannot prove his accusation. Kappeoedeaar and the Sinhalese Bamberendege Poentja, on suspicion of theft, together with a sentence of the Galle Court of Justice, by which these accused persons are released from their detention under solemn promise, with condemnation of the accuser Liennege Joan to the costs and expenses of Justice. Resolution thereon: After deliberation, it has been approved and agreed to confirm the aforementioned sentence. Furthermore, taking into consideration that, however much it is founded on equity that an accuser, when he cannot prove his accusation, is condemned to the costs of the trial, this nevertheless cannot be executed so unconditionally regarding the native in criminal cases without detrimental consequences, which could sometimes have a harmful influence on public safety, because the natives might thereby be deterred from reporting criminal offenses when they cannot provide sufficient proof. 763. The 16th of June 1789. Resolution thereon. Reports of Captain-Lieutenant Cherret and Adjutant Behm regarding destroyed fixed cartridges. It has therefore been approved and agreed to recommend to the respective Courts of Justice in this government that in the future they shall not condemn any accuser to the costs of the trial, unless there are reasons to suspect that he, driven by frivolity or malice, proceeded to the accusation of the defendant, but rather to keep the disposition regarding the costs in statu quo. There have been received from Galle two reports from the Captain-Lieutenant of the artillery Cherret and the Adjutant Behm, wherein, in compliance with the resolution of the 24th of April last, they report that the 6192 sharp cartridges which, according to the said resolution, have been destroyed, had already been held by the two Company artillery detachments since the year 1782 and successively became unserviceable. 764. The 16th of June 1789. Resolution thereon. Report of a judicial committee, who had the Surat bales brought by the ship Berkhout opened and inspected. Resolution thereon. Whereupon it has been approved and agreed to order the Galle officials to ensure that in the future unserviceable cartridges do not remain with the Company, but are returned immediately to the ammunition store and exchanged for new ones. Furthermore, there has been received from Galle a report from the appointed judicial members who, in compliance with the resolution of the 24th of April last, had the remaining Surat bales that were brought to Galle by the ship Berkhout opened and inspected, it appearing from this report that in another 15 bales, 44 pieces of linen were found missing. And it has been approved and agreed to notify Their High Excellencies of this as well, transmitting the aforementioned judicial report, and in the meantime to order the Galle officials to have all the missing pieces recorded in a separate account, to remain running thereon until the receipt of Their High Excellencies' pleasure. 765 The 16th of June 1789. Communication from the overseer of the Galle Korale concerning the private trade in coir. It having been represented by the overseer of the Galle Korale, Van Schulz, that the private merchants in coir seem rather willing to abandon that trade than to purchase it from the Company at 36 stuivers per bundle according to the regulation by resolution of the 26th of March last, because of the slight probability they have of making any profit on it then, and that this will certainly result in harm to the people who earn their livelihood in the country by making coir, the more so because the Company, for lack of cash, cannot buy up all the coir that the natives produce in the country; wherefore he, the overseer, proposes that private individuals may again be permitted to buy coir on the former footing, provided that this purchase in the country is made for them by him, the overseer himself, in order thereby to prevent all confusion and to be able to ensure that the Company can always be supplied with good coir, and that the natives can thereby also be encouraged to spin a good thread, which will not be observed by them at all if everyone is free to buy up coir in the country; requesting at the same time that in such case a small sum of two stuivers per bundle may be paid to him, the overseer, by the private individuals for his trouble and for the advancing of money and the risk thereof. 766 The 16th of June 1789. Deliberation and resolution thereon. After deliberation, it has been approved and agreed, pursuant to the aforementioned proposal, to permit provisionally for the period of one year the private purchase of coir in the Galle Korale, provided that the purchase in the country is carried out by the overseer of the Korale himself, and that there shall be paid to him for this by the private merchants 2 stuivers per bundle above the ordinary purchase price; and that therefore, so long as this method continues, the gratuity for the Commander and the duty for the
Dutch transcription
762 Den 16: Junij 1789. reitonnement, over het Condemneeren ion de kosten van de accutateur die zyne accutatie niet kan bewijzen kappeoedeaar en den fingalees Bamberendege Poentja, over suspecie van dieverij, nevens. eene sententie van den gaalschen raad van Justitie, waar bij deese geaccuseerdens uijt hun „ne detentie, onder handtasting worden ontsla„ „gen, met Condemnatie van den accutateur Lien„ „nege Joan, in de kosten en wesen der Justitie. besluijt daarop in is na deliberatie goedgevonden en verstaan, voorm: sententie te approbeeren. voorts in agting genoomen zijnde, dat hoe zeer 't op de billijkheid gegrond is, dat een accutateur wanneer hij zine accusatie niet kan bewijzen in de kosten van 't Proces word gecondemneerd, dit nochtans niet zoo onbepaalt, omtrend den inlander in Crimineele zaaken kan worden g'Exekuteerd, zonder nadeelige gevolgen, die somtijds van schadelyken in„ invloed op de publieke vijligheid zou„ den kunnen zijn, wijl de inlanders daar door, zullen kunnen worden afge„ schrikt, om de Crimineele mitdaaden aan 5 be 763. Den 16: Junij 1789. besluijt daar op berigten van de Cap luijt. Behm over vernietigde vaste pattroonen. aante geeven, wanneer te geene genoegdoende bewy zen kunnen bybrengen. Js derhalven goedgevonden en verstaan, de respek„ „tive Raaden van Justitie in dit gouver„ nement te recommandeeren, om in den aanstaande geen accusateur in de kosten van 't proces te kondemneeren, indien 'er geene redenen zyn om hem te verdenken, dat hy uijt ligtvaardigheid, op door quaad aar„ „digheid gedreeven, tot de beschuldiging van den aan„ „geklaagden is getreeden, maar de dispositie over de kosten liever te houden in statuquo. - zin van gale ontvangen twee berigten van den Chevret en den adjudant Capitain luijtenant der artillerie Cherret en den adjudant Behm, waar bij ze in voldoening aan de resolutie van den April HLeeden, berigten, dat de 6192: scherpe Pattroonen; die volgens gemelde re„ solutie vernietigd zijn; reeds zedert 't Jaar 1782: bijde twee Comp=s ootterlin„ „gen hebben berust en successieve onbequaam zijn geworden waar end 764. Den 16 Junij 1789. besluyt daarop rapport van een Justitieel kommitsie, die de surats „te pakken per 't schip hebben doen openen en bezigtigen. besluijt daarop Waarop goedgevonden en verstaan is, de gaalsche bedienden te gelatten, om te sorgen, dat in den aanstaanden de onbequaame pastroonen, niet bij de Comp: blijven berusten, maar te„ eersten in 't ammonitie terug besorgd, en tegens nieuwe verwitseld worden. Nog is van gale ontvangen een rapport van ge„ committeerde Justitieele leeden, die ter vol„ werkhout aangebragt, doening aan de resolutie van den 24. April Heeden, de overige suratsche pakken, die per 't schip Berkhout te Gale zijn aangebragt, hebben doen open en bezigtigen, blijkende bij dit rapport dat in nog 15: pakken, 44: stuks lijwaaten zijn temin bevonden: En is goedgevonden en verstaan, ook hier van onder toezending van 't voorsz Justitieele rapport, aan hunne Hoog Edelh: kennis te geeven, en intusschen de gaalsche bedienden te gelatten, om alle de minder bevondene stukken op eene apparte reekening te laaten overschryven; om daar op te blyven voortloopen tot den ontvang van Hunner Hoog Edelheeden goed vinden. Door be 765 Den 16. Junij 1789. bedeeling van de opzien„ „der der gale korle, me„ negotie in den kaijer Door den opziender van de gale korle van schulez „gens der parsikuliere vertoond zijnde, dat de particuliere Negotianten in de kaijer, liever van dien handel schijnen tewillen afsien, dan ze volgens de bepaaling bij resolutie van den 26=e Maart JoLeeden, teegens 36: stuijv=s per bos van de Comp: overte„ neemen, wegens de geringe waarschijnlijkheid die ze hebben, om als dan daar op iets te ge„ „winnen, en dat dit sekerlijk tot nadeel zal strekken van 't volk, 't welk zig in 't land met 't maaken van kaijer erneert, temeer de Comp=e, bij gebrek van Contanten, alle de kaijer niet kan inkoopen, die de in„ „landers in't land aanmaaken, weshalven hij opziender proponeert, dat weder aan de Parti„ cubieren toegestaan mag worden, kaijer te moo„ „gen inkoopen op den voorigen voet, mits dat dee„ sen inkoop voor hun, door hem opziender selve in 't land worde gedaan, ons daar door alle verwarringen voor tekoomen, en te kunnen zorgen dat de Comp=s altijd van goede kaijer kan voorzien, en ook de inlanderen daar door, tot che 766 Den 16: Junij 1789. —. daarop. tot 't spinnen van een goede draat kunnen wor„ „den aangewend, 't welk in 't geheel door hun niet zal worden in agt genoomen, by aldien 't een ieder vrij staat in 't land kaijer opte„ „koopen, verzoekende teffens, dat in zulken gevalle aan hem opziender, voor zijne moeij„ „te en voor 't voorschieten van geld en de retiko daar van, door de particulieren eene klijnigheid van twee stuijv=s per bos,„ mogen betaald worden Js naa deliberatie goedgevonden en verstaan, deliberatie en besluijt om ingevolge de voorsz propotitie, bij provisie voor den tijd van een Jaar, den particulieren inkoop van kaijer in de gale korle toetestaan, mits dat de inkoop in 't land, door den opziender der korle zelfs geschieden, en dat aan hem daar voor, door de particuliere Negotieanten, worden betaald 2: stuijv=s P=r Bos, boven den gewoonen in„ koops prijs; en dat derhalven, zoo lang deeze metode duurd, 't douceur voor den Commandeur en de geregtigheid voor de be N 1
English
16 June 1789. Communication from Gale regarding the shortage of military personnel and calling the Company's burghers to arms; resolution regarding the posts at Gale and decision thereon. The diaconate, which must furthermore be satisfied by the exporters. The Gale officials having communicated by letter of the 13th of this month that, upon the declaration of Major Lever that the troops remaining there after the departure of the ship de Gouverneur Generaal de Klerk are insufficient to occupy the necessary posts, they have provisionally called the burgher company to arms again on the former footing. Upon the report of the head of the Ceylon militia, the Honorable Lieutenant Colonel Tilenius, that by withdrawing some posts, the present Gale garrison is sufficient to occupy the remaining posts that strictly must be manned, it was approved and resolved to have the said Honorable Tilenius prepare a list concerning the posts that must be occupied, and to send the same to Gale, with orders to the officials to withdraw the other posts provisionally, and consequently also to dismiss immediately the burghers who were called to arms. Summary of a Gale resolution on the findings regarding the Cochin cargo of General de Klerk. A Gale resolution of the 11th of this month was reviewed, containing the officials' decisions on the findings regarding the Cochin cargo of the ship de Gouverneur Generaal de Klerk delivered there. And after deliberation, it was approved and resolved to approve the said resolution. Business concerning Tuticorin. Communication from the Tuticorin officials regarding the report received from the Tuticorin chief interpreter who is on a commission to the Teuver; decision thereon. The Tuticorin officials communicated by letter of 20 May last that their chief interpreter, who is on a commission to the Teuver, reported to them that the regent also wants to send him back with matters unresolved, and again proposes sending one or two European servants to Kilkare to enter into a new contract; and that the officials thereupon wrote to the said interpreter to request the chancellor once more in their name to settle the matters in dispute, pointing out that for this purpose, upon proposals from him and from the Teuver, a European gentleman was sent twice, and these missions having ended fruitlessly, a native servant was sent again upon their proposal, whom they now wish to dismiss again without settling the matters, and, should the chancellor be unwilling to do this, to make every effort to persuade him at least to remove the increased toll, and thus to restore the toll to the rate at which it was set by himself, as otherwise the Company's trade cannot continue; that the officials, regarding the chancellor's proposal to send Europeans again to enter into a new contract, in order not to offend him directly, let him know secretly that they would be very willing to draft a new contract with him, but that it appeared very questionable to them whether the Teuver, in his subject status to the Nabob, is permitted to contract on new matters, but that they would nevertheless gladly await his proposals, which he could give to the interpreter, in order to consider whether something might possibly be done with them; and that if he found difficulty in entrusting this to the interpreter, they would authorize the first resident of Kilkare to speak on the matters, whereby the negotiations could take place without any prejudice; and that they further ordered the interpreter to assure the chancellor, who questions the copies of the contracts brought along by him, that they are authentic, of which he himself must be assured, and that they would nevertheless, for greater certainty, send for the original contracts from Colombo; and if the regent, after everything has been done to persuade him to settle the matters, nevertheless wishes the interpreter to leave with matters unresolved, to ask then for a written answer from him and from the Teuver; and that he should complain to the Teuver that the regent does not wish to settle the matters; and finally to add that the Company has attempted to deal with the matters with the Teuver and the regent himself, but that their Honors, seeing they can obtain no justice from them, will finally be forced to address themselves to the Nabob; the officials further requesting that the contracts of 1750 and 1767 may be sent to them from here, which will presumably be useful in convincing the Teuver. Whereupon, after deliberation, it was approved and resolved to approve the officials' aforementioned written instructions to their chief interpreter, and to send the aforementioned two requested original contracts to the officials when the opportunity arises. Furthermore, the Tuticorin officials, pursuant to the resolution of 3 March last,
Dutch transcription
767 Den 16: Junij 1789. bedeeling der gaalte gebrek van militairen de komp: burgers in de wapens getrokken holloue nopens de sosten te gale en besluijt daar „op de dia Conia, door de uijtvoerders boven dien zullen moeten worden voldaan. De gaalsche bedienden bij brieve van den 13=e deeser bediendens dat wegens bedeeld hebbende, dat ze op de betuijging van den majjoor Lever, dat de na 't vertrek van 't schip de gouverneur Generaal de klerk, aldaar verbleevene manschappen, niet toerijkende zijn om de noodsakelijke posten te„ kunnen bezetten, de burger Comp=e weder op den voorigen voet, bij voorraad onder de wapens hebben getrokken. Js op 't berigt van 't hoofd der Ceilonse militie berigt van den E: luijt: DE: Luijtenant kolonel Tilenius, dat bij intrekking van sommige posten, 't present gaals guarnisoen toerijkende is, om de overige posten die volstrekt moeten worden beset, te kunnen bezetten: goedgevonden en verstaan, door gemelde E: Tilenius te laaten opmaa„ ken eene aanwyzing, nopens de potten die belet moeten worden, en dezelve te zenden na gale, met last aan de bedienden, om de ove„ „rige potten bij provisie in te trekken en - 768 Den 16: Junij 1789 resumtie van een gaalse retol op de bevinding van de toeskeemte lading van generaal de klerk Besoigne over Tutukorijn „ bedeeling der tutukorijnte bed=n van het ontfangen berigt van den tutuk opper„ toek die in kommissie en mits dien ook, de onder de wapen gebrokke„ ne burgers, ten eersten weder afte danken. Js geresumeerd eene gaalsche resolutie van dan 11=e deeser, houdende der bedienden dispositien het schip de gouverneur op de Bevinding van de aldaar uijtgeleverde koetsiemsche laading van 't schip de gouver„ „neur generaal de klerk. En is naa deliberatie goedgevonden en verstaan gemelde resolutie te approbeeren. Tutuk orijnsche bedienden hebben bij brieve De van den 20: Maij JL:, bedeeld, dat hunne by den theuver bevind opper tolk, die zig in Commissie bij den teuver bevind, aan hun heeft bericht dat de ryksbestierder hem meede onverrig„ ter zaake wil doen terug keeren, en tant op nieuw voorsteld om een â twee Euro„ peesche bedienden na kilkare te zen„ „den, tot het aangaan van een nieuw kontrakt; en dat zij bedienden daar op aan gemelde tolk hebben geschreeven, om den kancellier uijt hunnen naame besluyt daarop nogmaals 769 Den 16: Junij 1789. vervolg nogmaals te verzzoeken, om de zaaken in verschil aftedoen, onder vertooning dat ten dien einde op de voorstellen van hem, en van den teuver, tot tweemaal een Europeesch Heer gezom„ „den, en deeze besending vrugteloos afgeloopen zyn„ „de, weder op hun voorstel een inlands bediende gezonden is, die ze weder willen afscheepen, zonder de zaaken aftedoen, en om wan„ neer de kancellier dit net doen wil, alle vermoogen in 't werk testellen, om hem te beweegen, dat hij ten minsten den ver„ hoogden toe wegneemt, en dus den toe weder steld op den voet, waar op deselve door hem zelve gesteld is, vermits anders 'sComp=s han„ „del niet kan blijven voortgaan; dat zij bedienden op 't voorstel van den kancellier, om weder Europeeschen tezenden tot 't aangaan van een nieu kontrakt, om hem niet direkt voor 't. hoofd te stooten, hem in 't geheijm hebben laaten weeten, dat ze zeer ge„ noegen zouden zijn, om met hem een nieu kontrakt te beraamen, maar dat Den 16: Junij 1789. vervolg dat 't hun zeer bedenkelyk voorquam, of de te uver, in zijnen onderworpelijken toe„ stand aan den Nabab, wel over nieuwe saaken mag kontracteeren, dog dat zij echter gaarne zyne voorstellen; die hij aan den tolk konde opgee„ „ven, zullen verwagten, om te overweegen off daar op gedaan niet mogelijk iets kan worden, en dat indien hy swaarigheid vond, om dit aan den tolk te vertrouwen, zy den eersten resident van kilkare zouden qualificeeren, om over de zaaken te spreeken, waar door de onderhandeling zou„ „der eenig opzigt geschieden konde, en dat ze wi ders den tolk gelast hebben, om den kan„ „cellier, die de door hem meede genoomen apschrieften van kontraten in twijffel trekt, te verzekeren, dat deselven egt zijn, waar van hy zelve moet vertekert zijn, en dat ze des niet te min, tot meerder verzekering, de ori„ gineele Contrakten van kolombo zouden omtbieden, en om indien de rijks bestierder„ na dat alles is aangewend om hem te beweegen tot 't afdoen der zaaken, hem tolk des 171 Den 16. Junij 1789. besluijt daar op des niet te min onverrigter zaake wil laa„ „ten verstrekken, als dan een schriftelyk antwoord te vraagen van hem en van den teuver; en dat hy by den teuver moest klaagen, dat de Ryksbetteerder de zaaken niet wil afdoen„ en eindelijk 'er bij moest voegen, dat de Comp: getragt heeft om de zaaken met den teuver en den Rijkskancellier zelve te behandelen, maar dat haar Ed ziende bij hun geen regt te kunnen krijgen, Eijndelijk genoodsaakt zal weesen, zig bij den Nabab te addresseeren: verzoekende de bedienden wijders, dat hun van hier mogen worden toegesonden de kon„ trakten van 1750: en 1767:, die vermoedelijk zullen te pas koomen tot overtuijging van den teuver„ waarop gedelibereerd zynde, is goedgevonden en verstaan, te approbeeren der bedienden voorsz aanschrijvens aan hunne opper toek, en de voorsz gevraagde twee origineele kontrakten bij gelegentheid aan de bedienden toetesenden. Nog hebben de Lutukoryjnsche bedienden, op 't ingevolge resolutie van den 3. Maart Jo Leeden
English
The 16th of June 1789. Representation of the Tuticorin servants concerning the order addressed to them regarding the request of the land regent to ship linens. The servants, with reference to the instruction sent to them that, in view of the request of the land regent to ship linens for the Nabob, they ought to have referred the matter to Mr. Buchanan, demonstrated in their letter of the 8th of this month: 1. That the land regent conducts the government without the intervention of Mr. Buchanan or anyone else, and that he administers both the public and the private affairs of the Nabob, so that he is the man who possesses full knowledge of what goes on, and whose statements in his public capacity they must accept as true as long as they cannot contradict them with convincing proofs. 2. That what occurred during the shipment of the linens mentioned in the aforementioned resolution, added to the known violent conduct of the land regent, proves sufficiently that they, the servants, when he grants them the opportunity, must not delay if they wish to avoid difficulties arising, which they always seek to prevent, as long as the Company's rights do not suffer thereby. The 16th of June 1789. Continuation. Deliberation thereon. 3. That they could cause no greater displeasure to the land regent, who absolutely refuses to acknowledge Mr. Buchanan, than by referring him to Mr. Buchanan, whereby they would excessively embitter him against them, since they know that he has a thousand opportunities to torment them, without Mr. Buchanan being able to help them, even if he wished to do so. 4. That Mr. Buchanan was spoken to about this same matter, but made no answer thereto, from which they must conclude that this is a matter outside his department. The servants therefore request to be provided with the further orders of this Government in this regard, since there are still some linens at Kollelegrepatnam that were purchased for the Nabob. Whereupon, having deliberated, it was taken into consideration that the inquiries made by the servants in their letter of the 14th of February last, concerning a parcel of linens of the Nabob mentioned therein, rested solely on a message delivered by a servant of the manigar; that it was upon this that, pursuant to the resolution of the 3rd of March last, they were instructed to refer all such requests to Mr. Buchanan, since abuses are less to be feared from written proposals made by a public person than from verbal requests made by this or that person, which are always more or less subject to great uncertainties; and that, since Mr. Buchanan was expressly appointed by the Nabob for the transactions with the Company, especially concerning mercantile affairs, it appeared, and still appears, to this Government that requests, such as for permission to export linens for the Nabob, ought to be made through him; but that, since Mr. Buchanan did not answer the letter written to him by the servants concerning this matter, it seems one must consider either that his commission does not extend to this, or that he does not wish to concern himself with it. The 16th of June 1789. Resolution thereon. The servants report that the propagation of the Christian religion has had wished-for results, and request a second proponent and authorization to pay the rent of a school that was hired. And it is therefore approved and understood to acquiesce in the reasons given by the servants as to why they did not refer the request of the land regent to Mr. Buchanan, and consequently to authorize them for the future to dispose of the written requests of the land regent, as in this case, directly and without the intervention of Mr. Buchanan. The servants having furthermore reported in the aforementioned letter that the propagation of the Christian religion already has wished-for results, that there are 16 pupils at Tuticorin and more than 20 at Mannapaar, besides many others, especially weavers, who are on the way to embracing the Christian religion; but that the Proponent Oudaalje cannot serve Tuticorin and Mannapaar simultaneously as a teacher; requesting therefore that a second catechist be sent to them promptly, and for that purpose, if possible, to employ the schoolmaster who arrived in Ceylon in 1765 as a heathen with the Prince of Kilkare, and has since converted to Christianity; and furthermore to have authorization to pay 2 pagodas per month for a house which they had to rent for a Malabar school. After deliberation, it was approved and understood to send the requested Malabar schoolmaster, who is currently stationed at Kalpettij, to Tuticorin, and to authorize the servants to pay 2 pagodas per month for the rented house. Resumed a yield of 1008 marks of silver.
Dutch transcription
517ƒ Den 16 Junij 1789. vertooning der tutuk=s bediendens, nopens het aangeschreeuwe ten op„ van den landregent om „berb afteschiepten J:Leeden, aan hun gedaane aanschrijvens, dat ziente van 't aanzoek te 't aanzoek van den landregent, om lijwaa lywaaten voor den Naaten voor den Nabab aftescheepen, hadden moeten overwijsen aan den heer Buckanan, bij hunnen brief van den 8: deeser vertoond: — 1. Dat de landregent de regeering voerd zonder tussen komst van den heer Buchanan op iemand anders, en dat hij zoo wel de pu„ blieke als de byzondere zaaken van den Nabab bestierd, dat hij dus de man is, die vol„ koomen kennis draagt van 't geen er om gaat, en wiens verklaringen in zijne publie „ke qualitijd, zij voor waarheid moeten aan„ neemen, zoo lange ze dezelve niet wederspre „ken kunnen door overtuijgende bewijzen 2 Dat 't geen bij de afscheeping, van de bij voorsz resolutie vermelde lijwaaten, is voorgevallen, gevoegd bij 't bekende geweldadig gedrag van den landregent, genoeg bewijst, dat zij bedienden, wanneer hij hun de munt gunt, niet moeten draalen, zoo ze geen moeije„ lijk heeden willen zien voortkoomen, die zij altijd, en zoo veel sComp=s regten 'er door niet 773 Den 16 Juni 1789. vervoeg deliberatie daarover niet lijden, tragten voorttekoomen. 3 Dat ze den landregent, die den heer Mucha„ „nan volstrekt niet wil erkennen, geen grooter- verdriet zouden kunnen aandoen, dan door hem overtewijzen tot den heer Buchanan, waar door ze hem ongemeen teegen hun zou„ „den verbitteren, daar zij weeten dat hij duij„ „sent gelegentheeden heeft om hun te quellen, zonder dat de heer Muchanan hun zoude kunnen helpen, indien lijt ook wilde doen. 4. Dat de Heer Buchaman over deeze selve zaak onderhouden is, dog daar niets opge„ antwoord heeft, waar uijt zij opmaaken moeten, dat dit een zaak is buijten zijn departement. verzoekende de bedienden derhalven, om daar omtrend met de nadere beveelen deeser Regeering teworden gemunieerd, vermits er nog eenige lywaaten te kolle legre„ „patnam zijn, die voor den Nabab zijn ingekogt: Waar op gedelibereerd zynde, is in agting ge„ „noomen, dat de vraagen, door de bedienden bij hunnen Den 16 Junij 1789. vervolg. hunnen brief van den 14: februarij IL gedaan, nopens een parthij lijwaaten van den Nabab daa bij vermeld, alleen rusten op een boodschap, door een bediende van den manigaar gedaan, dat het hier op is, dat ingevolge resolutie van den 3=e Maart JL:, hum is aangeschreeven, om alle diergelijke aanzoeken aan den heer Buchanan overtewij„ „zen, wijl de misbruijken minder te vreeten zijn van schriftelijke voorstellen, gedaan door een publieq perzoon, dan van mondelinge verzoe„ „ken, door deesen of geenen, die altoos min of meer aan groote onzekerheeden subject zijn; en dat wijl de heer Muchanars, door den Nabab Exptres benoemd is, tot de han„ delingen met de Comp: inzonderheid wat 't mercantile aangaat, 't deese Regeering boven dien voorgekoom is, en ook nog voor„ komt, dat de aanzoeken, als is om ver lof te hebben tot den uijtvoer van lij„ „waaten voor den Nabab door hem behoor„ „den te geschieden, dog dat wyl de Heer Vuchanan „ 175 Den 16 Junij 1789 besluijt daarop De bedeelen dat de voortslan„ ting van den Christelijken gewenschte gevolgen had en verzoeken om een tweede den proponent en qualificatie tot het betaalen van huur van school ingehuurd Buchanan niet geantwoord heeft op den brief, door den bedienden der wegens aan hem geschree„ „ven, men 't daar voor schynt te moeten hou„ „den, dat of zijne Commissie zig hier toe niet uijtstrekt, op dat hij zig daarmee„ de niet bemoeyen wil. En is derhalven goedgevonden, en verstaan, om te berusten in de reedenen door de bedienden gegeeven, waarom te 't verzoek van den landregent niet aan den heer Buchanan hebben geren„ voijeert, en hun mits dien te qualificeeren, voor den aanstaande, om op de schriftelijke 20 verzoeken van den landregent, gelijk in dit geval„ direct en zonder tusschenkomst van den Heer Buchanan te disponeeren bedienden bij voormelten nief nog be„ goot dielf aldaer erdeeld hebbende, dat de, voortplanting van Christelijken gods dienst, reeds voor een huijs tot houde gewenschte gevolgen heeft, dat er te Tutu„ korijn 16 leerlingen zijn, en te Manna„ paar meer dan 20, buiten veele andere voor „ „ Den 16. Junij 1789. besluijt daarop. voornamelijk weevers, die op den weg zyn om de Christelijke religie te omhelsen; dog dat de Proponent oudaalje, Tutucoryn en Mannapaar niet te gelijk als leermeester kan bedienen; met verzoek derhalven; om hun spoedig eenen tweeden katichileermeester toete „senden, en daar toe zoo 't geschieden kan, te ein„ ploijeeren den schoolmeester, die in 1765: als een hijden na Ceilon is overgekoomen met den kilk areeschen prins, en zedert tot 't Christen „dom overgegaan, en voorts ook om qualifika„ tie te moogen hebben, tot het betaalen van 2 pagooden smaands, voor een huys 't welk ze tot een mallabaarsche school hebben moeten in huuren Js na deliberatie goedgevonden en verstaan, den gevraagden mallabaarschen schoolmeester die tans te kalpettij bescheiden is, na Tutu„ korijn te zenden, en de bedienden te qualifica „ren, tot de betaaling van 2: pagnoden smaan voor 't ingehuurde huijs. - Js geresumeerd een Rendement van 1008: mark silver, 67
English
777. The 16th of June 1789 Insertion of a yield of the silver minted into rupees silver, which were minted into rupees, which was examined and found correct by the visitor; and it was approved and understood to insert the same here below Finding or Yield of 127 bars of silver totaling 1016 marks in three chests marked No 206, 207 and 210, of which 8 marks in one bar were retained for the minting of fanams, the said silver being among more brought from Europe by the ship de gouverneur Falck to Colombo and subsequently brought here by the ship de Batavier, which silver, by the esteemed order of the Right Honorable commanding Lord Martinus Mekern, senior merchant and chief of the Madura Coast, was delivered by the junior merchant and administrator The Honorable Lord Anthonij van der wael from the Company's central treasury into the mint for the striking of Ceylon silver Rupees, and according to the extract of the resolution taken in the Political Council at Tuticorin, every tenth bar of the said 126 bars assayed by the Assayer Godfried Schiegling, and subsequently, by me, the undersigned mint master, and in the presence of the aforementioned Schiegling and the commissioner Hermanus Engelbert Dender, properly melted and cast into ingots, as well as handed over to the minters; Namely: Mark oz. Eng. Assayed from chest No 206 as: 8. — — on 1 Bar of Silver No 38. Assayed at: 11 20 — 11 20 — — — — 8. — — on 1 Bar of Silver No 39. Assayed at: 11 20 — 11 20 — — — — 8. — — on 1 Bar of Silver No 40. Assayed at: 11 20 — 11 19 ¾ — — — — -¼ 8. — — on 1 Bar of Silver No 41. Assayed at: 11 20 — 11 19 7/8 — — — — -1/8 8. — — on 1 Bar of Silver No 42. Assayed at: 11 20 — 11 19 7/8 — — — — -1/8 Assayed from chest No 207 as: 8. — — on 1 bar of silver No 43: Assayed at: 11 20 — 11 19 ¾ — — — -¼ 8. — — on 1 bar of silver No 44: Assayed at: 11 20 — 11 20 — — — — 8. — — on 1 bar of silver No 45: Assayed at: 11 20 — 11 20 — — — — 8. — — on 1 bar of silver No 46: Assayed at: 11 20 — 11 19 ¾ — — — -¼ 8. — — on 1 bar of silver No 47: Assayed at: 11 20 — 11 20 — — — — Assayed from chest No 210 as: 8. — — on 1 bar of silver No 48. Assayed at: 11 20 — 11 20 — — — — 8. — — on 1 bar of silver No 49. Assayed at: 11 20 — 11 20 — — — — 96 — — on 12 Bars of silver 912 — — on 114 bars of silver 1008 — — on 126 bars of silver together 1 10 — deducted for 12 samples taken here, each of 1¼ Eng. and 15 Eng. of added silver, and sealed in twelve small papers and delivered to The Honorable administrator here in the central treasury 1007 6 10 Remains in silver 14 — 17 12/12 in soedat or refined Japanese copper added here to bring the same to the fineness of 11 penn. and 16 grains. 1021 7 4 7/12 in mint material 12 7 — lost during melting and casting. 1009 — 3 1/12 remainder ½ deducted for one whole sample Assayed at 11 Penn. and 16 grains. 1009 — 2 7/12 ½ for two samples at 1¼ Eng. each, being from two struck silver rupees taken from the whole lot by a person unknown in the mint, in the presence of The Honorable fiscal and members; assayed as before. 1009 — — 1/12 Thus kept pure, calculated at 20 1/87 rupee weight each mark, yielding Rupees 20200 8 Recorded: above: More Less penn. grain penn. grain penn. grain penn. grain The 16th of June 1789 Carried forward
Dutch transcription
777. Den 16: Juny 1789 intertie van een rende„ ment van het tot ropijen vermunte zilver silver, die tot ropijen zijn vermunt, 't welk door den visitateur g'Examineerd en wel bevonden; en is goedgevonden en verstaan„ 't zelve hier onder te insereeren Bevinding off Rendement van 127: staaven zilver te zaamen 1016: mark in drie kisten gem=t No 206: 207: en 210: waar van 8: mark aan een staaf zijn aangehouden tot 't munten van pannins zijnde gemeld zilver onder meerder uijt Europa per 't schip de gouverneur Falck op kolombo en vervolgens P=r 't schip de Batavier al„ „hier aangebragt, welk zilver ter g'eerde ordre van den wel Edelen ge„ biedenden Heer Martinus Mekern, opperkoopman en opperhoofd der kuste madire, door den onderkoopman en ad„ ministrateur DE: Heer Anthonij van der wael uijt sComp=s groote geld kassa in de munt verstrekt tot 't slaan van Ceilonse zilvere Ropyen en volgens be„ b koomen Extrakt resolutie genoomen in raade van Politie te Tulsekorijn de tiende staaff van gem: 126: staaven door den Essaijeur godfried shiegling g ark ƒ Mark onc: Eng uyt de kist N=o 206 g'etsaijeert als. . 8. —„ —„ —„ aan 1. Blaar Tilder N=o 38. g' Assigeert a: 11 20. — „ 11. 20 —„ 11: 20 — „ 11 20 —„ —„ —„— 8. —„ — — „ „ 39 1. „ „ 4 11:20 — „ 11 19 ¾ — „ —„ —„ —„ —„ —¼ 8. – „ —„ —„ „ 40 1. „ 11 20 —„ 11 19 7/8. —„ —„ —„ —„ —„ — 1/8 „ 8. —„ —„ —„ 41 - 1/8 11: 20 —„ 11 19 7/8 —„ —„ —„ —„ —„ „ 42. „ uijt de kist N=o 207: 9'Essayeert als: 8. —„ —„ —„ aan 1 bhaar zilver N=o 43: g'essageert d 8 —„ —„ —„ „ 1. „ „ „ 44. — - „ 8 —„ —„ —„ „ 1. „ „ 45 „„ 8 —„ —„ — „ „ 1. „ „ „ 46. „ —„ 8 — „ „ 1. „ „ „ 47. — uijt de kist N=o 210: g' 61 Cappert alst „ aan 1. bhiaar zilver N=o 48. g'essaijeert a 11 20 — „ 11 20 —„ —„ —„ -„ „ 1. „ „ „ 49. 8 — „ „ „ 96 —„ —„ — „ aan 12 Bhaaren zilver 912. „ 114 staaven zilver - „ - „ 1008: —„ —„ —„ aan 126: bhaaren zilver tesaamen 1 10 — gaat af aan 12: hier getrokkene proeven ieder van 1¼: Eng=s en 15: Eng=s aan bijge„ klegd selver en dat in twaalf papiektjes verzegeld en aan D' E: heer administra„ teur alhier in de groote geld kassa afgegeeven 1007: 6: 10 „ Blijft aan zilver 14. — 17: 12/12 aan soedat of aan geraffineert kooper Jappans hier bij gedaan om 't zelve te brengen op het gehalte van 11: penn: en 16. grijn. - /112: aan munt materiaal 4 1021: 12 7 „ wij het sonelten en gruijten verlooren. - 1009 —„ 3 1/12 rest ½. gaat af aan eene heele proef g'Essaijeert â 11. Penn: en 16. grijn. -. - 1 - 1 1009 —. „ 2 ½ aan twee proeven â 1¼ Eng=s ieder zinde van twee geslagene zilvere roppijen uijt den heelen hoop gelangt door een in de munt onbekent perszoon ter presentie van DE. fiscaal en leeden; g'etsayeert gelijk vooren. 1009. —„ — 1/12 Dus zuijver gehouden gerekend â 20 1/87: ropij swaarte ieder man uijtmaar„ Rop= 20200 8: 1 8: —„ —„ —„ „ „ 11 20 — „ 4 19. ¾ —„ —„ —:½ „ —„ „ —„—„ „ —„ —„ —„ — „ 11 20 — „ 10 20 —„—„ „— —„ „ 11 20 — „ 11 20 „ —„ —„— —„ —¼ „ 11 20 —„ 1„ 19 ¾ „ —„ —„ „— „ „ —„ —„ —„ — 11 20 — „ 11 20 —„ —„ — „ 11 20. —„ 11 20 —„ —„ —„ —„ —„ —„ —„ aangesch: hierbev: Meerder Minder pelde grien keun grijen pangrijen kenn: grijn g' Etsaijeert, en vervolgens door mij ondergeteekende muntmeester en ten bijwee„ „len der voormelte steijling en de gecomm: Hermanus Engelbert Dender behoorlyk doen smeeten en tot gruijsgieten mitsg=s de munters inhandigt; Namentlyk Den 16 Junij 1789 Die Transporteere 78 „ 1 „ „ 1 „ „ „ „ „ 2 -„ „— „ ƒ - keude - - — - - - 8.
English
The 16 June 1789. 295: 1/16 Carried forward rupees 21210:8 deduct for minters' wages at 11½ rupees per thousand. . . rupees 243: 8: for charcoal, slack, pots, pans, limes, and tamarind and peons or Lascars at 2 7/16 rupees per thousand - - - - - 51: 1/16: amounts together to 13 1/16 rupees per thousand - deduct - - - - - - rupees 294: 8 9/16 whereof delivered in the manner as aforesaid to the Honorable Fiscal and members, handed over for transfer into the great cash chest - - - 1 Remains for the mass - - 20913. 9/16. Deduct mark 14 —. 17 23/32 Engs refined copper or rather 12 15/16 lb unrefined Japanese copper at the cost of - - - 2 ¼. rest rupees 20910: 15/16: add hereto again the value of 3¾ Engs delivered from the aforesaid mass - - - - - - - – – - – – - - - - - - - - - 13/16 Counts rupees 20911: ¾ put into the great cash chest handed over - – – - – – - - 2 — Adds rupees 20913:¾ . The aforesaid 1008 troy marks of silver are 993: 1/16 in lb on average calculated at f 26 – – the silver after deduction of the assays of 1:–. ounce 10: Engs at the cost of f 4: 16: 1 penning - - - - - - - f 25831:19 7: added hereto the cost of the copper - - - - - - - - 2 17 11 Total purchase cost f 25834:17 2. whereof, as said before, after deduction of the incidentals fallen thereon, there have been minted for the Honorable Company 20913¾ rupees, calculated to ducatoons at 66 stivers a piece amounts to 7842: 23/32: and amount to in Dutch money f 25880. 15 5: whereon a profit shows of — /32 per cent ample or — f 45:18:3: And the Dutch money burdened with 21 1/3 per cent in order to bring it to Indian money, the purchase cost in Indian money comes to - f 31374:19:8 And the rupees that have been minted for the Honorable Company which, also burdened with 21 1/3 per cent to bring it to Indian money, comes to 31430: 12 8. whereon a profit shows of — 1/32 per cent ample in Indian money - - f 55. 13 — Tuticorin the 2 May 1789 /:signed:/ F: Dammann /:in the margin:/ Calculated / signed/ G: Stiegling and Ws Es Dender. Short demonstration in comparison against the charged price of the silver burdened with the agio calculated thereon at f 26: 12: 1 penning: amounting the purchase of the silver to f 26436:2:5 penning, deducted herefrom the cost of the assays at f 4: 18: 5 penning: . . . Remains f 26431: 4:— whereof after deduction of the incidentals fallen thereon there have been minted for the Honorable Company rupees 20913¾: calculated to ducatoons at 66 stivers a piece amounts to 7842: 23/32: and amount in Dutch money - – – – 25880: 15: 5 whereon a loss shows of 2 1/8 per cent or f 550:8: 11 /:signed:/ F: Dammann /:in the margin:/ examined and found correct /:signed:/ W: A: Berghuijs Remains rupees 20915. 7/18. Business 779 9 2 — = brought adminis- bring five of 10 5/8: The 16 June 1789 Business concerning Trincomalee Communication of the Tuticorin servants regarding the posting of sureties by the administrator and cashier for their administrations and the offer of the manufacturer there in lieu of sureties. Resolution thereon The Trincomalee servants having communicated by letter of the 3rd of this month that the administrator Lever and the cashier Stubbe, until now for their administrations have not been able to post sureties, because they could find no capable people for that purpose, but that Captain Fombaur has offered, in lieu of surety for the administrator which he has under him as manufacturer, to leave with the Company a sum of one thousand seven hundred rixdollars, which he has lent to Her Honorable on interest, with the interest accrued thereon, with the request, however, that this capital may continually continue to earn interest. After deliberation it was approved and agreed to set a term of two months for the administrator Lever and the cashier Stubbe, to post the ordered surety, and in default thereof, to have their salary withheld, until it shall come to amount to 187 a 781 The 16 June 1789: Offer of the arrack farmer at Trincomalee to pay more in rent for the more expected troops, monthly rixdollars 30: amount to the sums of the surety, which each of them must post; and furthermore to accept the offer of Captain Fombaur, to leave the capital of one thousand seven hundred rixdollars, that he has lent to the Company, with its interest, with the Company, in lieu of the surety, that he must post for his administration, and to have interest credited on the aforesaid one thousand seven hundred rixdollars, as long as that capital remains running with the Company. The Trincomalee servants, in compliance with that which was recommended to them by this government by letter of 21 May last, having communicated, that the arrack farmer there has agreed, henceforth on account of the more troops, that are about to arrive there, to pay thirty rixdollars a month more for the arrack rent than the lease sum thereof amounts to. It was approved and agreed, to acquiesce in that and 2
Dutch transcription
Den 16 Juny 1789. 295: 1/16 P=r Transport ropsian 21210:8 gaat af voor munters loon â 11½: ropij per mil. . . rop: 243: 8: voor koolen gruijs potten pannen limoenen en tamerijn en pions of Latcorijns â 2 7/16: ropij per mil - - - - - „ 51: 1/16: komt te zaamen â 13 1/16: ropij P=r mel-gaat af - - - - - - rop=s 1 waar van in manier als vooren overgegeeven aan DE: piskaal en leeden, ter overbrenging in de groote geld katsa afgegeeven - - - „ Blyft voor de matsa - - „ 20913. 9/16. Trek af mark 14 —. 17 23/12 Eng=s geraffineert kooper dan wel 2 ¼. 12 15/16 lb: ongeraffineert koper Jappaus ten kosten - - - „ rest rep 20910: 15/16: voege hier wederom by de waarde van 3¾. Eng=s uijt voorsz - /16 matsa afgegeev - - - - - - – – - – – - - - - - - - - - -„ Teld ropp: 20911: ¾ 2 — stelle in de groote geld kassa afgegeeven - – – - – – - - „ Addeert rop 20913:¾ . voorschreevene 1008: marken troid zilver zijn 993: 1/18. in tb: door malkanderen gerekent a ƒ 26 – –. het inff naar aftrek der proeven van 1:–. onc: 10: Eng=s ten - - - - - - - ƒ 25831:19 7: kosten ƒ 4: 16:1 penn - - - - - - - hier bij addeert het kostende van 't kooper - - - - - - - - „ 2 17 11 T inkoops kostende ƒ 25834:17 2. waarvan gelijk vooren gesegt naar de tractie der daar op ge„ vallene ongelden voor DE: komp=e zijn geslaagen 20913¾ ropij ge„ reekent tot ducatons â 66: stuijv: t stuk komt 7842: 2/32: en ƒ 25880. 15 5: bedragen aan nederlands geld waarop zich een winst vertoond van — /32: p„r C=to ruijm ƒ 45:18:3: of— En het nederlands geld met 21 13/3: P=r C=to beswaart om tot Jn„ 31314:19:8 diasch geld te brengen komt 't inkoops kostende aan Jndiasch geld-ƒ En de ropijen die voor DE: komp:s geslagen zijn die ook met „ 34370: 12 8. 21 1/3: p=r C=to beswaart om tot Jndiasch geld te brengen komt. waarop zig een winst verthoont van — 1/32: P=r C=to ruijm op Jndiasch - -ƒ 55. 13 — - Tutukorijn den 2: Maij 1789 /:wast geteekend. / F: Dammann /:in margine / Bereekent / geteekend/ G: Stiegling en W=s E= Dender. korte aanwijzing in vergelijk tegens de aangereekende prijs van het zilver beswaart met de daarop berekende agio â ƒ. 26: 12: 1: penn: bedragende de inkoop van het zilver ƒ 26436:2:5. penn hier van afgetrokken het kostende van de stroeven â ƒ 4: 18: 5: Penn:. . . Blijft ƒ 26431: 4:— waar van naar detractie der daar op gevallene on„ gelden voor DE: komp: geslagen zijn ropgen 20913¾: ge„ reekent tot ducatons â 66: stuijv=s 't stuk koomen 7842: 23/32: en bedraagen aan nederlands geld - – – – „ 25880: 15: 5 ƒ550:8: 14 waarop zich éen verlies verthoont van 2 1/8. P=rC=to of /:was geteekend:/ F: Dammanu /:in marginee:/ g'examineerd en wel bevonden /:geteekend:/ W: A: Berghuijs Blyjft ro: 20915. 7/18. geld - - - - – – – – – – – – – – – – – – Bezoigne 779 9 2 — = bij ge„ istra„ brengen evyf van „ 105/8: Den 16 Junij 1789 Belorgue over Trinkonomale bedeeling der tutuk=s bed=s nopens het stellen van borgen door de admi„ instrateur en kassier al„ nistraties en de aanbieding in steede van borgen. besluyt daarop De Trinkonomaalsche bedienden bij brieve van den 3: deezer bedeeld hebbende dat de administra„ daar voor hunnen admiteur Lever en de Casseer stubbe, tot nog toe voor van den fabriek aldaar hunne administratien geene borgen hebben kunnen stellen, om dat ze daar toe geene bequaame luijden konden vinden, dog dat de Capitain Fombaur heeft aangebooden, om insteede van borgtogt voor de administrateur die hij als fabriek onder zig heeft, bij den Compenie te laaten staan eene somma van Een duijsent zeven hondert ryksd=s, die hij aan haar Edele op Jnterest heeft geleend, met de daarop verloope„ ne renten, met verzoek egter, dat dit Capi„ taal bij voortduuring interest naag blijven winnen. Js naa deliberatie goedgevonden en verstaan„ aan den administrateur Lever en den Cassier stubbe, een termijn van twee maan„ „den te bepaalen, om de geordonneerde borgtogt te stellen, en bij gebreeke van dien, hunne gagie te laaten inhouden, tot dat die zal koomen te beloopen 187 a 781 Den 16: Junij 1789: aanbieding van den arraks paigter te Trinko„ nomaale om voor de meerder verwagt worden„ meer aan pagt te betaalen beloopen de sommen van de borgtogt, die een elk hunner stellen moet; en voorts te akcepteeren de aanbieding van den kapitain Fomnbauer, om 't kapitaal van Een duijsent seven hondert rd=s, dat hij aan de Comp=e heeft geleend, met dies intrest, bij de Comp: te laaten staan, insteede van de borgtogt, die hij voor zijne administratie moet stel„ „len, en op voorsz Eenduijsent seven hondert rd=s interest te laaten goed doen, zoo lang dat Capitaal bij de Comp=e blyft voortloopen. De Trinkouomaalsche bedienden, ter voldoe„ ning aan het geen hun door deese regeering „de troupen sm=r rd=s 30: bij brieve van den 21: Maij JZ aanbevoolen is, bedeeld hebbende, dat de arraks pagter aldaar heeft aangenoomen, om voortaan wegens de meerdere troupen, die aldaar staan aan„ te koomen, Dertig rd=s smaands meer„ „der opte brengen voor de arraks pagt dan de pagtschat daar van bedraagt. Is goed gevonden en verstaan, te berusten in die „ en 2
English
The 16th of June 1789. Decision thereon. Transaction concerning Batticaloa. Return of two reports of the unserviceable goods at Batticaloa. that offer, and to let this increased payment take effect as soon as the troops, who have been sent thither with the ship the Gouverneur Generaal de Klerk, shall have arrived there. There have been resumed two reports inserted below of goods, which since the ultimo of August were found unserviceable and destroyed at Baticaloa. List of the goods to be mentioned below which, since the general survey taken under the ultimo of August 1788, were found unserviceable on various dates, which in the presence of the Honorable, Valiant Mr. Christoph August Nette, Lieutenant and Commandant, in the absence of the Chief of these districts, the Junior Merchant, the Honorable Mr. Jacob Burnand, acting in authority here, and in the presence of us, the undersigned as commissioners, have been destroyed; namely: From the Company's armory: 7, that is seven pieces of sword knots, of which 4 pieces were found unserviceable in the month of September of the preceding year. 3 in the month of February of the current year. 5, that is five pieces of cartridge pouches with brass clasps, as 3 were found unserviceable in the month of September of the preceding year. 2 in the month of February of the current year. 5, that is five pieces of cutlass scabbards, namely: 3 pieces were found unserviceable in the month of September of the preceding year. 2 in the month of February of the last year. 6, that is six pieces of cartridge pouch straps, of which 4 were found unserviceable in the month of September of the preceding year. 2 in the month of February of the current year. 5, that is five pieces of bayonet scabbards, found unserviceable in the month of December of the preceding year. 7, that is seven cartridge straps, of which 4 were found unserviceable in the month of September of the preceding year. 3 in the month of February of the last year. From the Company's equipment warehouse: 2, that is two pieces of inchiadossos, found unserviceable in the month of September of the preceding year. 1 paday sail in the said February of the last year. 2, that is two shrouds or 4 stays of the stranded boat Rammekens, found unserviceable on the 20th of this month. From the blacksmith's shop: 1 piece of a hand hammer. 1 pair of fire tongs, found unserviceable in the month of February of the current year. 4½ pounds of old iron, being half of the scrap old iron and copper from the destroyed iron and copper works, delivered into the trade warehouse. 2½ pounds of copper. Batticaloa, the 24th of March, Anno 1789. was signed: J: J: Wambeek and A: Cramer In the margin: In my presence, signed: C. A: Nette List of the goods to be mentioned below which, since the destruction carried out under the ultimo of February of the current year, have been found unserviceable, which in the presence of the Honorable, Valiant Mr. Christof August Netté, Lieutenant and Commandant, in the absence of the Chief of these districts, the Junior Merchant, the Honorable Mr. Jacob Burnand, acting in authority here, and in the presence of us, the undersigned as commissioners, have been destroyed, namely: From the Company's armory: 1, that is one piece of a cutlass with brass hilt. 2 pieces of cutlass scabbards. 2 pieces of cartridge pouches with brass clasps. 4 pieces of sword knots. 2 pieces of cartridge pouch straps. 4 pieces of bayonet scabbards. From the Company's equipment warehouse: 1 piece of a bailer bucket. 20 pieces of gunny bags. 1 piece of a cleaver. From the blacksmith's shop: 1 piece of a nail mould. From the stranded boat Rammekens: 1 piece of a half leaguer. 3 pounds of old iron, being half of the scrap old iron and copper from the destroyed iron and copper works, delivered into the trade warehouse. 1 pound of copper. Battekaloa, the 7th of May 1789. was signed: I: I: Wambeek and C: Cramer In the margin: In my presence, signed: C: A: Nette Decision thereon. And it has been approved and understood to confirm the destruction carried out. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. was signed: W. J. van de Graaff, P. Sluijsken, M: B. Baket, D: T: Fretz, J: P: C: Tilenius, J. Reintous, B. L: van Zitter, and A. Samlant. Resolution. Thursday, the 18th of June 1789. Absent: The Honorable Dissave: Diederich Thomas Fretz The Honorable Pay Bookkeeper: Gerrit Engel Holst The Honorable Fiscal: Mr. Johannes Adrianus Vollenhove Resolution taken in the Council of Ceylon, by way of circulation. Communication from the Tuticorin servants concerning some money offered for safekeeping by the Maniyakar to the residents at Kilakarai. The Tuticorin servants have communicated by letter of the 15th of May of the current year that the residents of Kilkare had reported to them that the Manigaar of Kilkare had some days ago sent three bags of money with a chetti to the lodge, with a request to keep the same for the aramane, but that they had found difficulty therein and had requested him not to take it amiss that they could not do this, since they themselves were fearful for their money, and that thereupon people had wished to cut off all their supply of provisions, but that this, upon a message which they had sent to the Manigaar, had not been carried out up to now, though it was not known what orders regarding this would come from the chancellor, to whom it would be made known; and that the said residents had meanwhile requested to know whether they, in a defenseless place like Kilkare, had done well to refuse to take money from others, and especially from the aramane, into safekeeping; with the addition that it is said on the other side that if they cannot expect so much friendship from the Company on such occasions, the Company's servants should not come to them either; whereby the Tuticorin servants have further added by way of clarification that for some time many robbers and plunderers have been roaming about in the Marawa country, and that it has now even come so far that under the walls of Ramanathapuram, and near and around Kilkare, they plunder
Dutch transcription
Den 16 Junij 1789 besluyt daarop. Besoijgne over Batticaloa retumtie van twee berigten der te Battika„ „ne goederen. die aanbieding, en deese meerdere betaaling te laaten ingaan zo dra de troupes, die met 't schip de gouverneur generaal de klerk na derwaats zijn gezonden, aldaar zullen zyn ge„ arriveerd. -. zijn geresumeerd twee hier onder g'intereerde wee onbequaam bevonde berigten van goederen, die zedert ult=o augustus te Baticaloa onbequaam bevonden en Pa vernietigd zijn. Lyste der ondertenoemene goederen die zedert den gedaanen generaalen opneem onder ult=o aug=s 1788: op diverse datums onbeq bevonden zijn, dewelke ten overstaan van DE: manh: Heer Christoph august Nette, luijtenant en Commandant, mits absentie van 't opper„ hoofd deeser distrikten den onderkoopman DE: Heer Jacob Burnand het ge„ „zag alhier waarneemende, en ter presentie van van ons ondergeteekendens als gecommitteerdens zijn vernietigd geworden; teweeten van 's Comp=s wapenkamer. 7. zegge seven P=s porte pees, daarvan 4: P=s in de maand 7ber Ao p=o onbeq: bevonden. 3 „ in de _=o febr: Jz: _o _ vijf P=s Pattroon lassen met kopere kassen als 3. – „ in de maand 7ber A=o p=o onbeq: bevonden febr: J: Z: _o 2 „ in de _o _o 5 zegge 187 „ 783 Den 16 Junij 1789. 2½ „ 5 zegge vijf P=s krommehouwers scheeden, teweeten 3: p=s in de maand 7ber Ao p=o onbeq: bevonden. 2 „ im de _=o febr: J:L: _„o _„o 6. „ Les P=s pattroon tas riemen, van dewelke 4. „ in de maand = ber Ao p=o onbeq: bevonden P do „ 2 „ in de _=o febr J: Z: 5- „ vijf P=s bajone tscheeden in de maand xber Ao p=o onbeq bevonden 7 — „ zeven „ kardon riemen, daarvan 4 „ in de maand 7ber: Ao p=o onbeq bevonden _o van 'sComp=s Equipagie Pakhuijs 6 2. „ twee P=s Jnchiadossen in de maand 7ber: Ao p=o oubeq bevonden. een „ padee zijl inde d-o febr: VL _=o _o 2 „ twee „ spante want of 4: hoofd touwen van de gestrande bood Rammekens, op den 20: deeser onbeq bevonden van Der Smits winkel. Een P=s handhamer een „ vuurtang -„ in de maand febr: Jz: onbeq: bevonden: vier en een half lb: oud ijzer synde de helft van 't afgekoomene twee en een half - „ „ koper oud ijzer en koper op de vernietigde ijzer en koper werken in 't Negotie Bak„ huijs afgegeeven. Batticaloa den 24: Maart A=o 1789. /:was geteekend:/ J: J: wambeek en A: Cramer /:geteekend/ /:in margine/ Ten mijnen overstaan C A: Nette 3 „ in de _„o febr: JL: _„o Lijste der ondertenoemene goederen die zeedert den gedaane vernietiging onder ult=o febr Jz: onbeq bevonden zyn, dewelke ten overstaan van D'E. maah Heer Christof Au„ „gust Netté, luijtenant en Commandant mits ab„ sentie van het opperhoofd deeser districten den onder„ koopman DE: heer Jacob Vriemand, 't gezag alhier 1. „ 1 „ „ 4½. „ 87 Den 16: Junij 1789. besluijt daarop alhier waarnemende, en ter presentie van ons ondergeteekendens als gecommitteerdens zijn vernietigd geworden teweeten van 'sComp=s wapenkamer. 1. zegge Een P=s krommehouwer met kopere gevest scheeden „. twee „ _„o twee „ pattroon tassen met kopere kassen vier „ porte pees „ pattroontas riemen twee „ vier „ bajonetscheeden van sComp=s Equipagie Pakhuijs „ Een P=s slag Puts twintig P=s goenij zakken een „ Luijmes. van de Smits winkel 2 een P=s vyf Spijkerform van de gestrande bod Rammekens. Een P=s halve legger drie lb: oud ijzer sijnde de helfte van 't afgekomene oud ijzer en een „ „ koper 5 koper op de vernietigde ijzer en koper werken, in 't Negotie pakhuijs afgegeeven 5. Battekaloa den 7: Maij 1789: /:was geteekend/ I: I: wambeek en C: Cramer /:in margine/ Ten mijnen overstaan /:geteekend/ C: A: Nette En is goed gevonden en verstaan, de gedaane ver„ nietiging te approbeeren Aldus gedaan ende geresolveert in 't kasteel kolombo ten daage, maand en Jaare voorsz /:was geteekend/ W J. van de graaff, P sluijsken, M: B Baket, D: F: Fretze, J: P: C: Tilenius, J. Reintous, B L: van Zitter en A samlant resolutie 2 4. „ 2 „ 4 20 „ een „ „ „ „ „ 785 bedeeling der tutuks door den Matjoor aan ter bewaaring aange„ booden. De Tutukorijnsche bedienden hebben by brieve van bed=s nopens eenig geld den 15: Maij IZ: bedeeld, dat de Residenten van de residenten te kelkaren kilkare hun hadden berigt, dat de Manigaar van kilkare hun voor eenige daagen, met een sitty drie zakken met geld na de losie had toegesonden, met verzoek om deselven voor de armane te bewaaren, dog dat ze daar in lwaarigheid gevonden, en hem verzogt hadden niet qualijk te neemen, dat ze dit niet doen konden, vermits ze zelven voor hun geld bedugt waaren, en dat men daar op hen alle toevoer van levens middelen hadde willen beletten, maar dat zulks op een boodschap, die zoe aan den manigaar Donderdag den 18=e Junij 1789. „ Absent. Den E. Detsave - - - . . - - - - - - Diederich Thomas Fretz Den E Zoldij Boekhouder - - - Gerrit Engel Holst Den E: fiscaal. . . . . . . . . . M=r Johannes Adrianus Vollenhove Resolutie genoomen in raade van Ceilon, by weege van rondvraage. hadden op 1 786 Den 18: Junij. 1789. vervolg hadden gesonden, tot nu toe niet was ten uijt „voer gebragt, doch dat men niet wist welke ordres daar omtrend van den kan„ cellier, aan wien 't zoude bekent gemaakt worden zouden koomen; en dat gem Resident hun intusschen hadden verzogt temoo„ „gen weeten, of ze op een weerloosen plaats als kilkare, wel gedaan hadden te wijgeren om geld van anderen, en inzonderheid: van de armane, in bewaaring teneemen; met bijvoe„ ging, dat 'er van steuvens kant gezegt word dat wanneer ze zo veel vriendschap van de Comp:, bij zulke gelegen heeden niet moogen vor wagten, 'sComp=s bedienden dan ook by hun niet koomen moesten waarbij de tutuko„ rijnsche bedienden nog tot opheldering hebben gevoegd, dat zedert eenigen tijd, in 't mar„ ruasche land veel roovers en plunderaars rond sierven, en dat 't tans zelfs zoo verre ge„ koomen is, dat ze onder de muuren van ram„ menadewaram, en bij en omtrend kilkare Klundere
English
787 The 18th of June 1789. deliberation thereon decision thereupon plunder, and that people therefore seek to bring everything into safety here and there out of fear of an unexpected attack, the servants requesting accordingly that they may be provided with the orders of this government regarding this matter: whereupon, having deliberated by roll-call, it was taken into consideration that it is hard to believe that some poor fellows, who out of poverty and to make a living, rob and plunder what they find on the roads, would attack the Company's lodge, and that on the other hand one cannot well refuse the Theuver so slight a service as to take some money into custody, without giving great offense. And it has therefore been approved and understood to write to the servants at Tutucorin that, if it is indeed the Theuver's money for which storage space in the Company's lodge at Kilkare is requested, or that at least there are no reasons to doubt it, and it moreover appears that such 788 The 18th of June 1789. such requests are made with the prior knowledge of the Theuver or his minister, to then authorize the Residents of Kilkare to take the Theuver's money into custody, provided that in the receipt that is granted for it, it is clearly stated that neither the Company nor the residents shall be liable for it, in case it should be lost through fire or other unforeseen and unavoidable causes. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. (was signed:) W: J van de Graaff, P Sluijtken, M: B: Raket, J: P C: Tilenius, J: Reentous, B L: van Zitter, and A: Samlant resolution 789 Communication from the Governor, regarding a drafted second placard for Batticaloa Monday the 22nd of June 1789. Absent The Honorable Paymaster Gerrit Engel Holst The Honorable Fiscal Mr Johannes Adrianus Vollenhove The Governor communicated to the meeting that the Chief of Batticaloa, during his recent presence here, showed him that in addition to the placard established by resolution of the 26th of May last, another placard is necessary concerning agriculture, so that both the headmen and the inhabitants of the eight Batticaloa provinces and of the lands of Panawa and the Korle Pattoo, each concerning this work, may know their duty, in order that the Company properly receives its tithes, and that none of the inhabitants may be wronged; and that His Honour, according to Resolution taken in the Council of Ceylon, by roll-call. thereupon the 790 The 22nd of June 1789. decision to write to Batticaloa regarding several proposals made by the Chief there to the Governor the advice of the aforesaid Chief, has drafted the placard that has been circulated among the members of this Council for reading. Whereupon, having deliberated, it was approved and understood upon the proposal of the Governor to establish the aforesaid placard, as it is established hereby; that, being too voluminous to be transcribed here, it shall be preserved among the appendices of the resolution, and that an authentic copy thereof shall be sent to Their High Mightinesses for approval. Furthermore, several proposals were made by the aforesaid Chief to the Governor, which for the most part can be introduced immediately, and the remainder from time to time, for the improvement of the Company's revenues in the Batticaloa region; which His Honour, after having examined and investigated them point by point with the aforesaid Chief, communicated to the meeting, and in accordance therewith, upon the proposal of the said Governor, it was approved and understood that it shall be written to Batticaloa. 791 The 22nd of June 1789. continuation 1 That the Pandara Pulleys must be exempt from the brick and tile baking, and in return, with the exception of the blacksmiths, goldsmiths, and silversmiths, as well as the brass founders, of whom mention shall be made below, to have them perform, so far as they are not field labourers, all that which all other inhabitants must perform who are not field labourers; that nevertheless such among the Pandara Pulleys who choose to pay for it instead of performing their oeliam service, shall until further orders of this government be allowed to suffice with the payment of a poll tax of 2 rixdollars per year, and that from their 15th to their 60th year. 2: That the Vellales of the first class, the Maddapallies, and the Vellales of the second class, with the exception of those belonging among them of whom separate mention is to be made herein, as well as those who belong under the so-called district of Batticaloa, regardless of caste for the rest, and thus also the barbers, must 792 continuation must be registered and obliged to the oeliam service. 3. That the head census of the villages Cattancoody, Eraur Pattoo, and Calaar must be carried out immediately; that this registration must be renewed every two years, and that the Moorish mercadors, consisting of 40 heads, must be exempt from the two rixdollars poll tax paid by them until now, and in return be obliged henceforth to perform oeliam service, just like the other inhabitants of these villages, and that this shall commence on the first of September next. 4: That nevertheless all the inhabitants of the aforesaid villages, who are to be registered in the aforesaid manner, shall have it at their choice to pay, instead of their oeliam service, a poll tax of 3 rixdollars per year, which shall be paid for all the time that they are obliged to do their oeliam service, that is from their 15th to their 60th year. 5 That the Nallawas, who until now paid 5 rixdollars The 22nd of June 1789. to
Dutch transcription
787 Den 18: Junij 1789. - deliberatie daarover besluyt daarop plunderen en dat men dus alles uijt bedugting van een onverwagten aanval, hier en daar zoett in vijligheid te brengen, verzoekende de bedienden mits dien, daar omtrend met de beveelen deezer regeering temoogen worden voorzien: waar over bij rondvrage gedelibereerd zinde, is in achting genoomen, dat 't qualyk „te gelooven is, dat eenige arme kerels, die uijt ar„ moede en om aan de kost te koomen, rooven en plunderen 't geen zij op de weegen vinden sComps: logie zouden aankatten, en dat men ook ten anderen, den teuver een zoo geringe dienst, als is om eenig geld in bewaaring te neemen niet wel kan wijgeren, zonder groote aan„ stoot te geeven. En is derhalven goed gevonden en verstaan, den bedienden te Tutukorijn aan te schrijven, om zoo 't werkelijk gelden van den teuver zijn, waar voor berg plaats in sComp:s logie te kilkare word verzogt, of dat 'er ten minsten geene reedenen zijn om dat in twijffel te trekken, en 't boven dien blijkt, dat dierge= 788 Den 18: Junij 1789. diergelyke verzoek en geschieden met voorkesi„ „nis van den teuver, of zin minister, als dan de Residenten van kilkare te qualificeeren om steuvens geld in bewaaring te moogen neemen, mits bij het bewijs, dat daar voor word verleend, duijdelijk word bekend ge„ steld, dat nog de Comp=e, nog de residenten, daar voor zullen aanspreekelijk zijn, in„ dien 't door brand of andere onvoorziene en niet te belettene oorzaaken, mogte verlooren worden. —.. Aldus gedaan ende geresolveert in 't kasteel kolombo ten daage, maand en Jaare voorsz /:was geteekend:/ W: J van de Graaff, P Sluijtken, M: B: Raket, J: P C: Tile„ nius, J: Reentous, B L: van Zitter en A: Samlant resolutie 789. Communikatie van den hier gouverneur, no„ „pens een ontworpen twee plakaat voor Battika „loa Maandag den 22: Juny 1789. Absent Den E Zoldyj Backhouder - - - - Gerrit Engel Holst Den E fiskaal - - . . . . . - - - - - M=r Johannes Adrianus Vollenhove De Heer Gouverneur heeft ter vergadering gecom„ municeerd dat door 't opperhoofd van Batica„ loa, bij zijn jongst aanweezen alhier, aan „ hem is vertoond, dat behalven het plakaat„ vastgesteld bij resolutie van den 26: May Zeeden, er nog een ander plakaat noodig zij, betrekkelijk tot den landbouw, op dat zoo wel de hoofden, als de ingezeetenen van de agt Bat: Caloasche provintien en van de landen van Pannoea, en de korl Pattoe een elk betrekkelijk tot dit werk, zyn pligt weet, ten einde de Comp=e haare tienden behoorlijk inkrijgt, en dat niemant der ingezeetenan kan worden verkort, en dat zijn Edele mits Resolutie genoomen in Raade van Cijlon, bij rondvraage. op dien „ 790 Den 22: Junij 1789: besluijt om naar „ven wegens verscheide opperhoofd aldaar aen den heer gouverneur dien met advijs van voorsz opperhoofd, heeft ont „worpen 't plakaat, dat bij DE=s Leeden ter lectuur is rond gezonden. Waar op gedelibereerd zynde, is op de propositie van den heer gouverneur goedgevonden en verstaan, 't voorsz plakaat vast te stellen, zoo als het vast gesteld word door deezen, dat 't zelve te vo„ lumineus zinde, om hier te worden ingeschree„ „ven, onder de bijlaagen van de resolutie zal werden bewaard, en dat daar van ter goedkeuring aan hunne Hoog Edelheeden zal worden gezonden een antentike kopij Nog zijn door 't voorsz: opperhoofd aan den heer gou„ baltikalva aante schryverneur verscheide voorstellen gedaan, die meeren„ voorstellen door 't deels nu aanstonds, en de overige van tijd tot tijd, tot verbetering van sComp:s inkomsten„ in 't Baticaloasche kunnen worden ingevoerd, welke zijn Edele na die met voorsz opperhoofd van stuk tot stuk te hebben nagegaan en onderzagt„ tant ter vergadering heeft gekommuniceert, en is propositie overeenkomstig met dezelve, op de Jtti van welgem heer gouverneur, goed gevonden en verstaan, dat na Baticaloa zal worden aangeschreeven. gedaan. 791 Den 22: Junij: 1789. vervolg 1 Dat de Pandare Poelees moeten worden ontslagen van de Pannebakkerij, en om hun daar en teegen„ uijt gesondert de ijzere, goud en silversmeeden, als meede de geelgieters, waar van hier onder zal ge„ sprooken worden, te laaten verrigten, voor zoo verre te geen veld dienstelingen zijn, al 't geen, 't welk moeten verrigten alle overige ingesete„ „nen, geen veld dienstelingen zijnde, dat nogtans zulke onder de Bandare Poelees, die 't verkiezen„ om insteede van hunne oelie dienst te verrigten, daar voor te betaalen, zullen tot nader order deeser regeering, moogen volstaan met de be„ taaling van een hoofd geld van rd=s 2: - sjaars, en zulks van haar 15: tot haare 60 Jaar. 2:/ Dat de Mellales eerste zoort, de Madda„ pallies, en de Bellales twee zoort, uijtgezon„ dert zulke onder hun gehoorende, waar van in deesen appart staat teworden ge„ sprooken, als meede die geenen, die gehro„ „ren onder 't zogenaamde distrikt van Baticaloa, onverschillig voor 't overige van geslagt te zijn, en dus ook de barbeers„ moeten 792 vervolg moeten worden beschreeven en tot de oely dienst verpligt 3. Dat de hoofd beschrijving van de donpen kattan koederijpoe, Aare pattoe en kallerie„ ten eersten moet worden gedaan, dat deese be„ schryving alle twee Jaaren moet worden ver„ nieuwd, en dat de moorse merkadoors, bestaande in 40: koppen, moeten worden ontslagen van de twee rd=s hoofdgeld, door hun tot hier toe betaald, en daar en teegen worden verpligt voortaan oelij dienst tedoen, even als de andere inwoonders deeser „dorpen, en dat zulks zal moeten beginnen met P=mo Zber aanstaande. 4/: Dat nogtans alle de ingezetenen der voorsz dorpen, die invoege voorsz staan te worden beschreeven, 't in hunne verkeesing zullen hebben, om insteede van hunne oelij die„st, te betaalen een hoofd geld van 3: rd=s sjaars, 't geen zal worden betaald voor al den tijd, dat ze verpligt zijn tedoen hunne oelij dienst, dat is van haare 15: tot haare 60. Jaar. 5/ Dat de Nalluassen, die tot hier toe, 5: rd=s Den 22 Junij 1789. aan
English
793. 22 June 1789. continuation have paid to the renter, henceforth instead thereof, shall have to pay to the same, head for head, one quarter rd=s per month. 6. That the Chinade karcasses or native fishermen, from whom up to now a sum of rd=s 80 per year has come in, which henceforth shall no longer be paid, must be registered; that the same, instead thereof, henceforth head for head must pay 12 stuijv=s per year, or a quarter rd=s for head money or kustumadoe monies, from those of them aged 15 to 60 years, without this furthermore making any change in their further obligations, and that the native headmen will have to collect these head monies or kustumadoe monies from these people, and on an order from the opperhoofd, directly deliver them into the Company's treasury. 7. That the blacksmiths, goldsmiths, and silversmiths, as also the brass founders, included under the katta Pan Poelees, and from whom up to 36 rd=s per year has come in, which henceforth shall no longer 794. 22 June 1789. continuation be paid, must be registered in like manner; that whenever they do not choose to perform their oeliams service, each must pay 26 fanams per year, or rd=s 2: 8:—, and this from their 15 to 60 years; and that the land vidaan, who is their headman, will have to collect this money from them, and on an order from the opperhoofd, directly deliver it into the Company's treasury. 8. That the washermen, from whom up to now 76 rd=s per year has come in, and which will no longer be paid, likewise must be registered; that these must perform their oeliams service, except for those who according to the custom of the land must be exempted, and that those who do not wish to perform their oeliams service shall have to pay, head for head, each 2 rd=s per year from their 15 to their 60 years. 9. That the karreatsen or lime burners likewise must be registered; that these, for their oelij service, shall be obligated to burn each year 24 795. continuation 24 parras of lime, which they will have to deliver to the Company inside the fort, or otherwise must pay rd=s 2 per year, and this from their 15 to their 60 years. 10. That the moorish merchants in the province of Craver, from whom up to now 15 rd=s has come in, which henceforth will no longer be paid, henceforth, just like all other Moors, will have to perform their oeliams service. 11. That the weavers, painters, and dyers must be registered as soon as that can take place, which is left to the good discretion of the opperhoofd; that they will have to pay, head for head from their 15 to their 60 years, 26 fanams or rds: 2:8:— per year, and this for as long as they are weavers, painters, or dyers; that upon ceasing to practice these crafts, they shall fall back into the classes to which they belong, and consequently from that time forward will no longer pay the aforesaid rd=s 2:8:—; and that this right, until such time as the aforesaid head registration takes place, shall be farmed out. That under this article must also specially be understood the Parreasses or Tamblinjeros. 12. That after the special head registrations provisionally ordered herein have been completed, further in due time, in such manner as the opperhoofd shall deem most fitting, a general head registration must be carried out of all the inhabitants, wherein it will especially have to appear who are cultivators and who are not, which each will have to be indicated in a separate section. 13. That the field dues, introduced instead of the pingos formerly in use, for which by the aforesaid placcaat it is stipulated that for each ammonam that is sown, one parra or 18 medietes of Nely must be redeemed with 12 stuijv=s in cash, and for the unsown fields with half, and for which up to now rd=s 638 has been received by 797. 22 June 1789. continuation the opperhoofd, must henceforth be collected for the Company. 14. That the opperhoofd is further authorized, as he has already been authorized by letter of 20 August last, to appoint five kannekappels, whether under that name or under the name of kangaans, as permanent servants to be employed in the country, at a pay of 10 schellings per month, as also to take permanently into service five or 8 lascorijns, to be employed especially in the collection of the tithes, at a pay as stipulated for the other lascorijns in the regulation. 15. That the opperhoofd is authorized to exempt the field-service people in the eight Baticaloa provinces, for the present and until further order, from timber hauling, except only insofar as it is necessary for Batikaloa, and that in return they will have to be used for the improvement of agriculture, such as making dams, constructing tanks, and whatever else may serve for the improvement thereof; after these tasks have previously been established in the land assembly, in consultation with the native headmen. That in return, the inhabitants of the Panua lands shall have to fell and haul the calamander wood, which is found there in abundance and shall be required for the Company. 16. That the opperhoofd, in accordance with the resolution already taken thereto on 24 March last, must appoint two postholders, to be stationed the one in the Panua lands, and the other in the Kore Pattoe; and that at each of these posts a resthouse must be built, and in addition another resthouse in the land of Panua at Koemboegamme, where the lascorijns' post is situated, all nevertheless with as little expense as possible. 17. That since it is very difficult to bring the Nely from the Panua lands to Baticaloa
Dutch transcription
793. Den 22: Junij 1789. vervolg aan den pagter hebben betaald, voortaan insteede van dien, aan denselven zullen moeten betaalen, hoofd voor hoofd, een kwart rd=s 'smaands. 6/. Dat de Chinade karcassen of inlandsche vissers, waar van tot hier toe ingekoomen is een som van rd=s 80 sjaars, die voortaan niet meer zullen worden betaald, moeten worden beschree„ „ven; dat deselve in steede van dien; voortaan elk hoofd voor hoofd 'sjaars moeten betaalen 12: stuijv=s, of een kart rd=s voor hoofd geld of kustumadoe penningen, in zulk van haar 15: tot 60 Jaar, zonder dat 't voorts eenige ver„ andering zal maaken in haare verdere ver„ pligtingen, en dat de inlandse hoofden deese hoofd gelden op kustunradoe penningen, van dit volk zullen moeten invorderen, en die op een ordonnantie van 't opperhoofd, direct zullen moeten overbrengen in 'sComp=s kas. —. 7. Dat de eijzer, goud en silversmeeden, als meede de geelgieters, begreepen onder de katta Pan„ Poelees, en van dewelke tot 36: rd=s, 'sjaars ingekoomen zijn, die voortaan niet meer zullen ter - 794 Den 22: Juny 1789. vervolg zullen worden betaald inselvervoegen moeten worden beschreeven, dat wanneer ze haare veliams dienst niet verkiesen te verrigten, te betaalen moeten elk sjaars 26 panuns, of rd=s 2: 8:—. , en zulx van haar 15: tot 60: Jaar; en dat de lands vidaan, die hun hoofd is, dit geld van hun zal moeten invorderen, en op een ordonnantie van 't opperhoofd, direct overbrengen in 'sComp=s kas. 8/ Dat de watsers, waar van tot hier toe 76: rd=s 'sjaars ingekoomen zyn, en welke niet meer zullen worden betaald, insgelijks moeten worden beschreeven; dat deese hunne oeliams dienst doen moeten, uyt gesondert zulke, die na 'slands gebruik vrij gelaaten moeten worden, en dat die geenen, die hun oeliams dienst niet doen willen, hoofd voor hoofd zullen moeten betaalen elk 2: rd=s sjaars van haare 15: tot haare 60 Jaar. 9 Dat de karreatsen of kalk branders insgelijks moeten worden beschreeven, dat deese voor haare oelij dienst zullen verpligt zijn, elk sjaars aantebranden 24 795. vervolg 24. parras kalk, die ze zullen moeten leeveren aan de Comp=e binnen 't fort, of anders moeten betaalen, rd=s 2: sjaars, en zulks van haare 15: tot haare 60: Jaar. 10: Dat de moorte merkadoors in de provintie Craver, van wien tot hier toe 15: sd=s inge„ koomen zijn, die voortaan niet meer zullen worden betaald, voortaan even als alle andere mnooren, hunne oelianis dienst zullen moeten doen. 10/ Dat de weevers, schilders en verwers moeten worden beschreeven, zoo dra dat geschieden kan„ 't geen aan 't goed overleg van 't opperhoofd word overgelaaten, dat ze zullen moeten betaalen hoofd voor hoofd van haare 15: tot haar 60: Jaar, sjaars 26: Januiis of rds: 2:8:—, en zulks zoo lang ze weevers, schilders of ver„ „wers, zijn; dat ze ophoudende deese arnbagten te doen, weder zullen vallen in de Classen, waar toe ze gehooren, en mits dien daar en teegen van dien tijd af, niet meer zullen betaalen de voorsz: rd=s 2:8:-. en dat deese geregtigheid, tot zoo lange de Den 22 Junij 1784 voortz 196 Den 22: Junij 1789. vervolg voorsz hoofd beschrijving geschied, zal wor„ den verpagt. Dat onder dit artikel ook speciaal moeten worden verstaan de Parreas„ „sen of Tamblinjeros. - 12. Dat na de in deese provisioneel aan be voo„ „lene speciaale hoofd beschryvingen zullen zijn gedaan, voorts ter gelegener tijd, op zulke wijze als 't opperhoofd dat bequaamst oordeelen zal, moet worden gedaan een generaale hoofd beschrijving van alle de ingezeetenen„ waar bij inzonderheid zal moeten blijken, welke land bouwers zijn en welke niet, die elk in een appart pak zullen moeten wor„ „den aangeweesen. 13/. Dat de velds geregtigheid, ingevoerd in „steede van de eertijds in gebruijk geweest zijnde pingos, waar voor by 't voorsz placaat bepaald is voor elke ammonam, dat bezaaijd word, een parra of 18: medieten Nely, afte„ koopen met 12: stuijv=s indias, en van de onbezaaijde velden met de helft, en waar voor tot hier toe bij 797: Den 22: Junij 1789: —. vervolg 't opperhoofd genooten is rd=s 638:, voortaan voor de Comp:e moet worden ingetrokken. 14. / Dat 't opperhoofd nader word gequalificeerd, zoo als hij reeds gequalificeerd is bij brief van den 20: augustus passato, om aan te stellen vijff kannekappels, 't zij met die naam, of met 2 de naam van kangaans, als permanente die„ vyf „naaren, om in 't land teworden gebruijkt, op een betolding van 10 schollingen 'smaands, als mee„ „de om nog permanent in dienst te neemen. 8: lakcorijns, om inzonderheid bij 't invorderen van de tienden te worden gebruijkt op een bezolding, even als de overige latkorijns bij 't reglement bepaald: 15 Dat 't opperhoofd word gequalificeerd, oor . de veld dienstelingen in de agt Baticalaasche E„ provintien, voor eerst en tot nader disposi„ „tie te ontslaan van den houtsteep, uijt„ gezondert alleen voor zoo verre t voor Batikaloa noodig is, en dat ze daar en teegen zullen moeten worden gebruijkt, tot verbeetering van den landbouw, als 't maaken van Dammen, 't aanleggen van tangen te de bij 748 Den 22: Junij 1789 vervolg tangen, en wat voorts tot verbeetering daar van strekken kan; na dat deese verrigtin„ „gen, voor af in de lands vergadering, met overleg van de inlandsche Hoofden, zullen zijn vastgesteld. Dat daar en teegen de ingezee„ „tenen van de Pannuatsen landen, zullen moe„ ten kappen en sleepen en kalmerille houten„ die daar in overvloed vallen, en voor de Comp: zullen worden gevraagd.. 16/ Dat 't opperhoofd, over eenkomstig met 't daar toe bereeds op den 24. maart JL genoomen besluijt, moet aanstellen twee posthouders, om geplaatst te worden de eene in de Panniase landen, en de andere in de kore pattoe; en dat „ elk van deeze posten een nust huijs moet gebouwd worden, en boven dien nog een rust huijs in 't land van Panua op koemboegamme, daar de lascorijns post legt, alles met zoo weinig omslag nogtans, als mooge„ lijk is. — 17/. Dat wijl 't zeer moeijelyk valt, de Nelij uijt de Paniatse landen na Baticaloa te „
English
The 22nd of June 1789. Continuation. to have brought, the chief of Baticalva, according to his offer made to the Governor, shall deliver this nelly into the warehouse at Baticalva, and that on the other hand he shall have the liberty to have the nelly that comes in from the Panuasse lands collected at Aroekgamme or wherever else it shall be convenient, and to sell it to the barkiers of Galle or Matara. 18. That the levying of the tithe must also be introduced in the Korlepattoe. 19. That both with the post-holder of the Corlepattoe and with the post-holder of the Panuase lands, a military detachment from the Baticaloa garrison must be stationed, consisting of one corporal and eleven privates. 20. That a lease must be placed upon the chenas in this manner: that upon granting permission, and after it has been determined how many people will cultivate a chena, this number shall be reported to the leaseholder, and that the leaseholder may levy from each of these people, and from all those who again work upon such a chena, 20 janumis or 2½ rixdollars for all the time that they cultivate the chena, and that this lease shall be paid before the work may be commenced. That from the payment of this lease shall nevertheless be exempt, and consequently shall remain excepted, the Moorish carpenters who choose to perform oelie service at the wharf. 21. That the chief must in due time contemplate introducing a tobacco lease, and that he must likewise in due time take into consideration whether a lease can also be placed upon the linens that are manufactured in the Baticaloa district. 22. That the chief shall have to take into further consideration the imposing of a tax on the ferry to and from the Island of Poeliantivoe, as well as on the travelling fish toll. 23. That for as long as no wood is cut in the Baticaloa district, the wood-cutter must return again to his former capacity of soldier, and that consequently his salary of 5 rixdollars must be withdrawn. That as long as no wood is cut in the Baticaloa district, one adigar and 12 veddas of the veddas in service must also be discharged. 24. That the Pandarepoeles being released from the brick and tile bakery, this entire establishment must henceforth be abolished, and that the tiles and bricks required at Baticaloa must be purchased from private persons at the lowest prices. Furthermore, taking into consideration that the kustinadoe moneys as well as the field rights mentioned above formerly constituted a portion of the revenues of the Kandyan dissaves, and that on that account the chiefs of Battikaloa, since the Company has been in possession of these lands, have enjoyed from the former a sum of 360 rixdollars, and for the field rights, after they were calculated in money, year after year a sum of 638 rixdollars; it is on that account, and because it would not be equitable to deprive the chief of Baticaloa of this income by the aforesaid arrangement, approved and resolved to grant out of these articles to the chief of Maticaloa, as an indemnification, a sum of 1000 rixdollars, which however may only be enjoyed after the amount of the aforesaid articles shall have been paid into the Company's treasury, and provided the same amounts to so much; and it is at the same time resolved henceforth to cause to be recovered out of these revenues the eighty rixdollars which the 40 Moorish werkadores have hitherto paid, in order to be distributed according to custom among the Company's slaves. And Chief Burnand shall, of all the revenues mentioned herein, as soon as they shall be regulated, have to draw up a specification showing what each item amounts to, and send the same hither, to be entered in the books for the benefit of the Maticaloa land revenues, and to the debit of him who must collect and account for them, and who shall again be credited in the books for the moneys or the nelly that come in for them, and which must each be entered separately in the monthly accounts. Furthermore, it is approved and resolved henceforth to have the Baticaloa nelly, which has hitherto only been taken into the books at 18 guilders Indian per last, entered in the books at 36 guilders Indian per last, being the price at which nelly is taken into the books here. Taking further into consideration that keeping accurate head- and land-registers at Baticaloa is of very great importance to the Company and may have a great influence on its interests, it is approved and resolved that henceforth a thombo-keeper shall reside at Baticaloa, and to appoint thereto the bookkeeper and former trade administrator of Baticaloa, Johannes
Dutch transcription
799. Den 22: Junij 1789: vervolg te laaten koomen, 't opperhoofd van Batikalva„ volgens zijn aanbieding aan den heer gouver„ „neur gedaan, deese Nelij zal leeveren in 't pakhuijs te Batikalva, en dat hij daar en teegen de vrijheid zal hebben, de Nelij die uijt de Panuasse landen inkomt, te aroek„ „gamme of waar 't anders konvenent zal zijn, te doen verzaamelen, en die te verkoopen aan de gaalsche of matureesche barkiers. 18/. Dat 't heffen der tiende, ook in de korlpat„ toe moet worden ingevoerd. - 19/. Dat zoo wel byj de potthouder van de Corle„ pattoe, als bij de potthouder van de panuase landen, moet worden gelegd een militaire kommando uijt 't Baticaloase guarnisoen bestaande uijt een korporaal en Elf gemeenen 20/ Dat op de Chenassen een pagt moet worden gelegd; op deeze wijze: Dat by het geeven van verlop, en na dat vastgesteld is hoe veel menschen een Chena zullen bewerken, dit getal aan de pagter zal worden opgegee„ ven, en dat de pagter van een elk deeser menschen 1 800 vervolg menschen, en van alle die geene, die weer op zulk een Chiena werken, zal moogen heffen 20: Janumis of 2½ rd=s, voor al den teid dat ze de Chena bewerken, en dat deese pagt zal worden betaald voor dat 't werk zal moo„ „gen worden begonnen. Dat van 't betaalen van deese pagt nogtans zullen vrij zijn, en mits dien zullen blijven uijtgesondert, de moorte Timmerlieden, die verkieten oele dienst te doen aan de werff. 21/ Dat 't opperhoofd ter gelegentertijd moet be„ „dagt zijn, om een tabaks pagt intevoeren, en dat hij intgelijks ter geleegener tijd moet in overweeging neemen, of ook niet op de lijwaaten, die in het Baticaloate worden aan„ gemaakt, een pagt kan worden gelegd. — 22 Dat 't opperhoofd nader zal moeten in over„ weeging neemen, 't opleggen van een belasting op 't veer na en van 't Eiland Poeliantivoe als meede op de vaarende vis toeie 23 /. Dat tot zoo lang 'er geen hout gekapt word in 't matikaloasche, de houtvetter wederom moet te rug keeren tot zijn voorige Den 22: Junij 1789. —. qualiteit . - 801. Den 22: Junij 1789. deliberatie en besluijt, penningen, en de velds ge„ qualiteid van zoldaat, en dat mits dien zijn traktement van 5: rd=s moet worden ingetrok„ 2 ken. Dat zoo lang 'er geen hout gekapt word in 't Batik alaasche, ook van de in dienst zijn„ „de wedatsen, moeten worden afgedankt een adigaar en 12: wedatsen. 24 / Dat de Pandarepoeles ontslagen zijnde van de Pannebakkerij, voortaan deese geheele omslag moet worden afgeschaft, en dat de pannen en steenen te Baticaloa nodig, teegens de laagste prijsen van particulieren moeten wor„ „den ingekogt. voorts in agting genoomen zijnde, dat de kustin„ nopens de rustinadoe nadoe penningen, zoo wel, als de velds gereg„ ragtigheid te Mattekalvatigheid hier boven vermeld, eertijds hebben uijtge„ „maakt een gedeelte der inkomsten van de kandiate dessaves, en dat uijt dien hoofde de opperhoopden van Battikaloa, zedert dat de komp=e in 't bezit deeser landen is, uijt de eerste genooten hebben een som van rd=s 360. –. en voor de reeds geregtigheid, na dat die in geld bereekend is., Jaar voor Jaar een som 802 waarvan 't opperhoofd tie moet ofmaaken. somn van rd=s 638:, is uijt hoofde van dien, en dat 't niet billijke zoude zijn, 't opper¬ hoofd van Baticaloa, door de voorsz schik ki te ontsetten van dit inkoomen, goedgevonden en verstaan, uijt leijde deese artikelen, aan 't op perhoofd van Maticaloa tot een dedomagemen toete leggen een som van 1000= rd=s, die egter eerst zal moogen worden genooten, na dat 't bedraa gen der voorsz: artikulen in sComp=s kas za zijn overgebragt, en mits 't zelve zoo veel be„ loopt; en is teffens verstaan, om inzelverv „gen voortaan uijt deese inkomsten, te doen in „keeren de tachtig rd=s, die de 40 moorse wer kadores tot hier toe hebben betaald om naar gewoon „te teworden verdeeld onder 'sComp=s lijfeigenen. En zal te opperhoofd Burnand van alle Bumand een specifickeete inkomsten in deezen vermeld, zoo dra ze gereegeld zullen zijn, eene specifica„ te moeten opmaaken, aanwijzende wat een elk articul bedraagd, en dezelve her waards zenden, om bij de boeken teworden Den 22 Junij 1789. in= 803 Den 22: Junij 1789. waar voor de Bakikaloeike ken uijtteneemen. een thombo houder ingenoomen, ten behoeve der Matikalaatche slands inkomsten, en ten laste van den geenen, die ze moeten invorderen en verantwoorden, en die weder voor de penningen of de Nely, die daar voor inkoomen, en welke bij de maand reeke ningen elk afsonderlijk moeten worden ingenoo„ „men, bij de boeken zal worden gecrediteerd. — voorts is goedgevonden en verstaan, om de Batica„ „ Nelij nooitaan bij de boe„wasche Nelij, die tot hier toe maar ingenoo„ „men is tegens ƒ 18:—. indiasch 't last, voortaan bij de boeken tedoen inneemen met ƒ 36: in„ diasch 't last, zynde de prijs, waar voor hier de Nelij bij de boeken ingenoomen. - Nog in agting genoomen zijnde, dat te Bati„ te bastikalva aangsteld, Caloa te houden van akurate hoofd en land beschrijving, voor de Comp: van heel veel belang is, en op haare intresten van een grooten invloed zyn kan, is goedgevonden en verstaan, dat voortaan een thom„ bohouder op Baticaloa leggen zal, en om daar toe aantestellen den boekhouder en geweezene Negotie overdrager van Baticalaa Johannes -
English
804 do. Determination of the clerks etc. at Baticaloa Determination of the garrison there Furthermore, Johannes Philippus Wambeek must at the same time, in so far as the Resident does not have time for it, prepare the trade, pay, and conduction papers. It is further understood that, besides a bookkeeper and authorized representative, no more may henceforth be stationed at Baticaloa than: 1 young assistant to serve with the tomb-keeper, who shall not be advanced higher than 16 guldens, or at most 20 guldens if he conducts himself well. 1 apprentice to serve both with the tomb-keeper and the authorized representative, as the scribal work shall require. 1 comforter of the sick. 1 surgeon, who shall not be permitted to earn more than at most 24 guldens. Furthermore, it is approved and understood to fix the Baticaloa garrison, including the postholders of Panua and Korlepattoe, and the military stationed at each of these places, as follows: The 22nd of June 1789. Europeans 1 1 805. What further shall be ordered to Baticaloa 1 officer 4 sergeants, of whom one as postholder at Panua and one in the Korlepattoe 3 corporals 1 drummer and 36 privates 1 gunner, and that the present bombardier must be sent to Trinkonomale, unless, preserving his rank, he chooses to remain at Baticaloa with a gunner's wage of 16 guldens, and 4 assistants Malays or descendants of Malays residing in the Baticaloa district: 1 sergeant 2 corporals, one for Pania and one for the Korlepattoe 33 privates, of whom 10 for Panua and 11 for the Korlepattoe That it shall also be written to Baticaloa that all the surplus European military who are currently stationed there must be sent to Trinkonomale, Europeans The 22nd of June 1789 except 21 806. The 22nd of June 1789. The soldiers remaining there to be reduced to 9 guldens. What to do with those who are not satisfied therewith. except the two old soldiers, named Augustus Frans and Jacob Oudshoorn, who, as they are no longer fit to serve, must be discharged from the Company's service. That all soldiers remaining at Baticaloa who earn more than 9 guldens must be notified that from the 1st of July next they will be reduced back to 9 guldens, except Justus Anthonij de La Rambelje, who formerly was an assistant and upon a certain reduction was transferred to soldier. That those who are not satisfied with this, in so far as they are Europeans who are still strong and healthy enough to serve, must be sent to Trinkonomale, or otherwise, if their time is nearly expired, to Gale, to be sent home to the fatherland with the first return ships, and that the natives who do not wish to serve for 9 guldens must be discharged from the service. Lastly, 807. The 22nd of June 1789. When to cease the provisions to the family of Soerapatte. Whereof to send a secret letter to the Resident of Batticaloa. Lastly, it is understood that it shall be written to Baticaloa that the provisions to the family of Soerapattie must cease after the decease of his only male descendant now still living. And although it is evident from the aforesaid dispositions that it is the intention of this government that the execution of the aforesaid arrangements must be carried out according to the circumstances of affairs, it is nevertheless approved and understood to recommend this further to the Resident in a secret letter. Thus done and resolved in the Castle of Kolombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graaff, P. Sluysken, M. E. Raket, D. T. Fretz, C. Tilenius, Js. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samlant. Thursday 808. Note regarding the letter received from Madras. Summary of a letter from the government at Madras. Thursday the 25th of June 1789:— Present: The Right Honorable Lord Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Designate Commander of Gale Peter Sluysken The Honorable Disava Diederich Thomas Fretz The Honorable Titular Lieutenant Colonel Johan Philip Christiaan Tilemius The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter Absent: The Honorable Designate Head Administrator Mattheus Petrus Raket The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst The Honorable Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove the first two on account of indisposition, and the last on a brief trip to Gale. The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant. Resumed is a letter from the English government at Madras, dated the 18th of this month, written to the Governor in reply to a private letter from His Honour, written to Mr. Hollond pursuant to the secret resolution of the 2nd of May last, of which it is understood to make this record: Is
Dutch transcription
804 doen. bepaaling der pennisten enz te batkalra bepaling van het guar„ inzoen aldaar weet bij teffens moet Johannes Philippus wambeek, die tevens, voor zoo verre 't opperhoofd daar toe geen tijd heeft; de Negotie zoldij en kontuntie pa„ „pieren zal moeten vervaardigen. voorts is verstaan, dat behalven een boekhoud en geauthoriteerde, voortaan niet meer zal moogen leggen te Baticaloa, dan 1: Jong atsistent vin bij de thombohouder dienst te doen, die tot niet hooger zal worden verbete dan tot 16: guldens, of op zijn hoogst tot 20 „guldens, of zoo hij 't wel maakt. 1: Aanquekeling om zoo wel bij de thombohoude ƒ als bij de geauthoriseerde dienst te doen, dat 't schrijfwerk dat vordeken zal 1. krankbezoeker 1. Chirurgijn, die niet meer zal moogen win„ „nen, dan uitterlijk 24: guldens Wyders is goedgevonden en verstaan, om 't mati kaloase guarnisoen, daar onder begreepen de posthouders van Banua en korlpattoe, de militeiren die op elk deezer plaatzen staan teworden gelegtd, te bepaalen als volgd. Den 22: Junij 1789. Euro peesen 1 1 805. wat verder na Ba„ tikaloee zal worden aangetch: 1. officier 4. sergeants, waar van een als posthouder op Panna en een inde korlpattoe 3. korporaals 1. Lamboer en 36 gemeenen 1. kanniouier, en dat de tegenswoordige bombardier zal moeten worden gezonden na Trinkonomale, ten zij hij behoudens zijn qualiteid, met kannoniers gagie van 16: guldens, verkiest op Baticaloa te blijven en 4. handlangers Mallaijers of van Mallaijers afkom„ „stig, die in 't Baticaloasche woonen. 1. sergeant 2. korporaals, een voor Pania en een voor de korlpattoe 33: gemeenen, waar van 10: voor Banna en 11: voor de korl Pattoe Dat hier bij na Baticaloa zal worden aangeschreeven, dat alle de meerdere Europeese militairen, die tans daar leggen moeten worden gezonden na Trinko nomale, Euro peezen Den 22: Juny 1789 uytgenoomen 21 806. Den 22: Junij 1789. de soldaaten die aldaar te schrijven buyten een wat te doen met die geene die daarmeede niet te vreeden zyn uijt genoomen de twee oude zoldaaten, in naa me Augustus Frans en Jacob oudshoorn, die wijl ze niet meer in staat zijn te dienen, uijt sComp=s dienst moeten worden ontslagen. Dat alle de zoldaaten, die te Baticaloa blijven, blijven tot ƒ 9: terug meer gagie winnende den 9: gulden, moet worden aangekundigt, dat ze met P=mo Julij aanstaande zullen worden terug geschreeven tot 9: gulden, uijtgenoomen Justuus An„ thonij de La Rambelje, die eertijds assistent geweest is, en bij zeekere redukitie tot zoldaat is overgeschreeven. Dat die geene, die dit niet aanstaat, voor zo verre 't Europeesen zijn, die nog sterk en gezond zijn om te kunnen dienen, moeten worden gezonden na Trinkonoma„ le, of anders zoo hun teid bij na om is, na gale, om met de eerste retour schee„ „pen teworden verlost naar 't vaderland, en dat de Jnlanderen, die niet voor ƒ:9: dienen wil len, uijt den dienst moeten woorden ontslaagen. Laastelijk 807. Den 22. Junij 1789. wanneer de verstrekking aan de familie van soerapatte te doen ophouden waarover een bekreete van Battakalaa laaten afgaan Laastelyk is verstaan dat na Baticaloa zal worden aangeschreeven, dat de verstrek„ „king aan de famieli van soerapattie, zal moeten ophouden na 't overlijden van de nu, nog alleen in leeven zijnde eenigste mannelyk naa„ zaat van hem. En schoon uijt de voorsz dispositien blijkbaar brief aan 't opperhoog is, dat 't de intentie deeser regeering zij dat in de uijtvoering van de voorsz schikkin„ „gen, naar omstandigheeden van zaaken moet worden tewerk gegaan, is niet te min goedge„ vonden en verstaan, om 't opperhoofd Mur„ pand dat nader bij eenen secreeten brief aan terecommandeeren. Aldus gedaan ende geresolveert in het kasteel kolombo ten daage, maand en Jaare voortz /:was geteekend:/ W J: van de Graaff, P: Sluijtken, M E Raket, D F. Fretz, C Tilenius, J=s Reintous, B: L: van Zitter JE:C A: Camlant Donderdag 808 aantekening wegens de Maderas ontvangen brief Donderdag den 25 Junij 1789:— Present Den wel Edelen groot Achtb: Heer Gouverneur Willem Jacob van de graaff Den Heer g'Eligeerd gaals Commandeur Peter Sluijsken Den E: Dessave . . . . . . - - - - Deederich Thomas Fretz, Den E: titulaeir luijtenant kollonel Johan Philip Christiaan Tilemius, Den 2 Eerste Pakhuysmeester Johannes Reintous Den E Lekretaris - - - - - - - - - Benedictus Lambertus van Zitter Absent Den E: g' Eigeerd Hoofdadmis Mhateur Mattheus Petrus Baket Den E Zoldij Boekhouder - - - Gerrit Engel Holst, Den E: fiskaal - - - - M=r Johannes Adrianus Vollenhove de twee eersten mits indispotitie, en de laaste voor een springtogt naGale. Den E Negotie boekhouder Abraham Samlant. - Is geresumeerd een brief van het Engels gou„ retumtie van een van vernement te Madras, onder dato 18=e deezer aan den heer gouverneur geschreeven in antwoord op een particuliere brief van zijn Edele, ingevolge secreete resolutie van den 2: Maij JL: aan de Heer Hol„ lout geschreeven, waarvan verstaan is, deeze aan teekening te houden Is
English
809. Resolution concerning the public tender held for the delivery of coir. Resolution on the petition of Keunemann containing the request to be relieved of a certain commission. The 22nd of June 1789. It has been approved and agreed to record that the delivery of the required coir for the Company, pursuant to the resolution of the 16th of February last, was publicly tendered, and that the same was accepted and taken on by the fishermen Joan Fernando and Don Marcoe, at four Indian stuivers the pound; and it was likewise approved to have advanced to them for this purpose, according to the agreement, from the Company's treasury, a sum of five hundred rixdollars. And an extract hereof, with a copy of the deed of tender, shall be delivered to the Honorable Chief Administrator, to serve for his information, and to govern himself accordingly. On a petition from the junior merchant Keunemann, containing a request that, on account of indisposition, he may be relieved both of the commission assigned to him alongside the junior merchant Hageman by resolution of the 13th of November last, and of all other duties, at least for 810. The 25th of June 1789. The confined Moor Segve Medien discharged therefrom. for as long as his indisposition lasts: it has been approved and agreed to grant his request, and to have provided to him for the time that he has served, or from mid-November to mid-March last, the usual board money, house rent, and rations, and to allow his salary provisionally to continue until the end of upcoming August, to see if he might in the meantime recover from his illness. Upon the request made thereto by the blind Moor Selaan, it has been approved and agreed to discharge his father, the Moor Segoe Midien—who, for the seduction of the slaves of the resident of Silaus, Ebel, pursuant to the resolution of the 1st of September 1787, was confined for 5 years in the materials warehouse here, but while hauling ashore the bark De Liefde was so severely injured by the breaking of a heavy rope that he can do no further service—from the aforesaid confinement, and thereby to set him at liberty again. 811. The 25th of June 1789. Report of the town architect Hendriksz, regarding the expenditure on the fortification works in the month of May. Insertion of an account paid to the laborers on the fortification works. A report was read from the town architect Hendriksz, stating that in the month of May last, the laborers at the fortification works here were employed in the further deepening of the ditch as well as in the filling up of the glacis, and that such provisions were made to them as are mentioned in the note inserted below. Note of the people who worked on the fortification works in the past month of May, showing that which has been paid and provided to them both in respect of monthly wages and earned daily wages, namely: Monthly wages: 102 large coolies for 1 month at 2 1/2 rixdollars each: rixdollars 255.-.- 16 Panneas for 1 month at 5/8 rixdollars each: rixdollars 10.-.- 1 Sinhalese Aratchi for 1 month at 4 rixdollars: rixdollars 4.-.- 2 ditto Kanganies for 1 month at 1 1/2 rixdollars: rixdollars 3.-.- 42 ditto boys for 1 month at 1 1/2 rixdollars: rixdollars 63.-.- 56 small boys for 1 month at 1 1/4 rixdollars: rixdollars 70.-.- 68 Sinhalese coolies for 1 month at 5/8 rixdollars: rixdollars 42.24.- 4 ox drivers for 1 month at 13/16 rixdollars: rixdollars 1.1 1/2.- Daily wages: 1 European drill master for 12 days at 12 stuivers: rixdollars 3.-.- 1 corporal for 12 days at 6 stuivers: rixdollars 1.24.- 1 sergeant for 12 days at 4 stuivers: rixdollars 1.-.- 2 Javanese headmen for 12 days at 1 rixdollar 34 stuivers: rixdollars 3.34.- 50 common Javanese for 12 days at 3 stuivers: rixdollars 37.24.- 68 ditto coolies for 24 days at 3 stuivers: rixdollars 17.9.- Ox-cart loads, 275 at 3 stuivers each load: rixdollars 17.9.- 1 Sinhalese Aratchi for 24 days at 1 stuiver: rixdollars -.24.- 2 ditto Kanganies for 24 days at 1/2 stuiver: rixdollars -.24.- Together: rixdollars 544.15.- Rations: 812. The 25th of June 1789. Resolution thereon. Insertion of the petition of the town architect Hendriksz, containing grievances over the delivery of tutenag at 36 3/10 stuivers the pound. Rations: Arrack to the above-mentioned 71 Sinhalese persons for 24 days: 170 1/5 kandis. Ditto to the 53 Europeans and Javanese for 12 ditto: 66 kandis. To 172 persons who scooped the water out of the ditch on free days and during the nights: 17 1/5 kandis. Together: 253 1/5 kandis. Rice to the aforementioned 71 Sinhalese persons, namely: 1 Aratchi: 2 parras. 2 Kanganies, each 1 1/2 parras: 3 parras. 68 common Sinhalese, each 1 parra: 68 parras. 16 Panneas and 4 ox drivers, each 1 parra: 20 parras. Total: 93 parras. Salt to the same, at 1/4 parra for each parra of rice: 23 1/4 parras. Note: as of the first of May last, the remaining amount that continued under the responsibility of the undersigned was: rixdollars 1021.20 1/2. From which being deducted that which was disbursed in the past month of May, amounting to: rixdollars 544.15.-. It appears that the undersigned, as of the first of this month, remained accountable for: rixdollars 477.5 1/2. Colombo, the 17th of June Anno 1789. Was signed: R. Hendriksz. And after deliberation, it was approved and agreed to grant authorization for the writing off of the aforesaid provided cash, grains, etcetera. Was read a petition inserted below from the town architect Hendriksz. To the Right Honorable Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch East Indies, Governor and Director of the island of Ceylon with its dependencies. Right Honorable, Highly Esteemed Sir, It pleased Your Right Honor in the year 1786, in the presence of the junior merchants Augier and Kriekenbeek, to have 400 pounds of
Dutch transcription
809. Besluijt wegens de gedaa„ „ne aanbesteeding van de besluijt op 't addres „de verzoek om ontslaagen tewoesen van zekere op„ Js goed gevonden en verstaan om aantekening te leverantie van harwaathouden, dat de leverantie van den benoodigde karwaat voor de Comp=e, volgens resolutie van den 16 febr JL:, publiek is aan besteed, en dat dezelve is aangenoomen en doen door de vissers Joan Fernando en Don Marcoe, tegens vier Indische stuijv=s 't lb:, en is teffens goed gevon„ „den aan hun daartoe, volgens beding, uijt „ sComp=s kas te laaten voorschieten eene somma van vijf hondert ryksd=s: En zal Extrakt hier van, met een kopij van de acte van aanbesteeding, worden besteld aan den E: Hoofdadministrateur, om te dienen tot des„ „selfs narigt, en om zig daarnaar te reguleeren. op een addres van den onderkoopman keun„ van kenneman inhouden mann, houdende verzoek om mits in„ gedraagene Commissie dispositie te moogen worden ontslaagen, zoo wel van de Commissie, hem nevens den onderkoopman Hageman bij resolutie van den 13: 9ber: pass=o opgedragen, als van alle andere verrigtingen, ten minsten Den 22: Junij 1789. voor 810 Den 25: Junij 1789. De geconfineerde Moor segve Medien daarvar„ ontslaagen voor zoo lange zyne indispotitie duurt: is goed gevonden en verstaan zijn vertzoek te akkordeeren, en hem voor dien tyd, dat hij dienst heeft gedaan, of van medio November tot iedio Maart V=L, te laaten verstrek„ ken 't gewoone kost geld, huyshuur en rand„ soen, en zijne gagie bij provisie tot ult=o aug=t aanstaande te laaten voortloopen, of hy intus„ „schen van zyne siekte mogte hersteld raken, op 't daartoe gedaan verzoek door den blin„ den moor selaan, is goed gevonden en verstaan zijnen vader, de moor segoe mi„ dien , die over 't verlyden van de slaaven van den silauschen resident Ebel, vol„ gens resolutie van den 1: Zeptember 1787:, voor 5: Jaaren in 't materiaal„ huijs alhier geconfineerd, dog bij 't op de wal haalen van de bark de Liefde, door 't breeken van een swaare tou zodaa„ „iig geblesseerd is, dat hy geen dienst verder doen kan te ontslaan van 't voorsz kon= 1 811 Den 25: Junij 1789. ning: van den fabriek Hendriksz, wegens het van 't portifikatie werk in de maand Maij. konfinement, en mits dien weder op vrije voeten te doen stellen. Is gelieten een Berigt van den fabriek Hendriksz, insertie van een reeken„ houdende, dat in de maand Meij JL:, de arlij betaalde aan de arbeidenders aan 't fortifecatie werk alhier zijn g'em„ ploijeerd tot 't verder uijtdiepen van de gragt„ zoo wel; als tot 't opvullen van de glaces, en dat aan hun zijn gedaan zodanige verstrek„ kingen, als vermeld staan bij de hier onder geintereerde Notitie. — Notitie van het volk dat in de gepasseerde maand Maij aan de Fortificatie werken g'arbeid heeft, net aan„ thoning van 't geene aan hem soo wegens maendgelden als verdiende dagloonen betaald en verstrekt is teweeten. maand gelden Dagloonen. 1 2 _o Javaans 1 Hof 50. – gemeene javaanen - - - - - - - - - - „ 12 „ otsekar bragten. â 3: stuijv=s elke vragt - - - 68. _o koelies - – – – – – – – - – „ 24 — „ Europeese Dril meester - - - - - - „ 12 „ 1 Motschieters — — — — — — — „ 12 korparaal - - - - - - – – – „ 12 „ „ 1. —. „ „ 34 — „ 12 - „ „ 3 — — „ 6 —. „ „ 3 — — „ 4 —. „ „ 1 — — 37. 24. — „ 3 —: „ „ 17 9 — „ 20 s 544: 15 — rd Te zaamen - „ sergeant - - - - - - - - „ 12. „ „ 6 -. „ „ 1 24 — 1. singaleete Arraatje. . . - - - - - - - - - „ 24: daagen â 1: sturijps „ — 24 — 2 _— kangaans - - - - - - - - - „ 24:-„ „—½ - „ „— 24 —. 1. ½„ „ „ 63 — — 1 ½ „ 70 — — „ „ — 1/8 „ „ „ 42: 24 — —13/16 „ „ „ 1 1½ — — — 1/8 „ „ „ 2: 24. —. 102: groote koelies - - - - - - - - - - - - - - v=n 1 mad: 2. ½ „ rd=s ieder rds 255. — —. 16 Panneassen - - - - - - - - - - „ 1 „ — 1/8 „ „ „ 10 — — 68 1. Singaleete arraatje - - - - - - - - „ 1 - „ 2 - _o kangaans - – – – - - - - - „1: „ 42 _=o Jongens - - - - - - - - - - - - - „ 1. „ 56. — kleene jongens - - - - - - - - - - „ 1 „ singaleese koelies - - - - - - - - - „ 1 „ 4 „ osse drijvers. - - - - - - - - - - - - - „ 1 „ andzoenen - ƒ ƒ - —— —— - - 4 275 812 Den 25: Junij 1789 besluijt daarop intertie van 't addres van den ffabriek: Hendriksz inhoudende beswaarnis over het leeveren van doedoes tegens 36. 3/10 st=s 't lb: Randsoenen. kando 170 1/5. Arak aan de opgemelde 71 koppen Lingaleesen voor 24: dragen 66 — — „ _o „ de Lr — Eurosteelen en Javaanen - - - „ 12. do „ 172: koppen die op de vrijedagen en in de Nagten, het water uijt de gragt gegrott hebben - - - - - - - Ryst aan de voorengemelde 71. koppen singa leeten teweeten 1. Arraatje - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Barr 3 2. kangaans, ieder 1½ parra - - - - - - - - - - -„ 68 gemeene singaleeten - ieder 1. parra - - - - - - - - „ 68 16 Panneatsen en 4: ofsedrijvers, ieder 1: Parra - - - - - „ 20 Bart: 93 —. zout aan dezelve, â 1/4: Paria bij elk parra rijst - - - - - - Barr=ts 3 / N=to onder primo Maij JoLeeden was 't restant bedraagen dat ter verand„ „woording van den ondergeteekende voortliep groot --- rd„s 1021: 20½. waarvan afgetrokken zijnde het uijtgelangde in verleede „ 541:15 - - - - -– – – - - - - -- maand Maij, met - - - - - Blykt dat den ondergeteekende onder Primo deeser ver„ rd„s 47: 13½ antwoordelijk gebleeven is voor - - - - - - kolombo den 17: Junij Ao 1789: /:wat getee=„ „kend:/ R=s Hendrikksz n is na deliberatie goedgevonden en verstaan, qualifika„ tie te verleenen ter afschrijving van de voorsz verstrekte Contanten, graanen &=ra is geleesen een hier onder g'intereerd addres van den fabriek Hendriksz Aan den welEdelen groot achtb: Heer Willem Jacob van de Graaff, raad ordinair van nederlands india, gouver„ „neur en directeur van het Eiland Ceilon„ met dees onderhoorigheeden. Wel Edele groot Achtb: Hoog Geb: Heer Het heeft uwel Edele groot achtb: behaagd in 't Jaar 1786:, ten overstaan van de onderkooplieden Augier en kriekenbeek, ter preuve te laaten vermunten 400: lb: 17 /5. 1„ tezaamen kaam 253 1/5. — Jlepans do .- . 2 — 4
English
813. 25 June 1789 Japanese copper, and upon the report of these commissioners that 44 15/16 lb were lost thereon during melting and processing, that the expenses of minting, besides the wear and tear of some tools which could not be estimated, amounted to rd=s 50: 32 /:, and that from the remaining copper rd=s 274. 39. -. in doedoes were struck, Your Honorable Greatly Respected Worships, on the assumption that with the minting of a larger quantity of copper less loss and expense would occur, proposed to the undersigned to deliver in the future out of 500 lb of copper 92 lb of doedoes, against the payment of 26 19/10 stuijvers for each lb of doedoes. The undersigned thereupon also undertook to try to what extent it would be possible to deliver the doedoes on that footing, but owing to a lack of Japanese copper he was unable to carry out this trial earlier than in the months of March, April and May 1788, when he minted a quantity of more than 25000 lb of Japanese copper, but the outcome showed him that without great loss he cannot deliver the doedoes at 26 3/18 stuijvers per lb, whatever care he took to ensure economical handling and diligent supervision; — May it please Your Honorable Respected Worships to take into favorable consideration that, owing to the lack of cash, the undersigned must monthly deliver from 5 to 6000 rd=s in doedoes, that for this purpose he employs 120 to 130 laborers daily, among whom there are several who enjoy from 3 to 6 rd=s wages per month, so that he may always have trained people, not to speak of the multitude of tools and other necessities which he must pay for to that end. The minting of the aforesaid 400 lb for the trial took place in the presence of the aforesaid commissioners and of the undersigned, who carefully paid attention to everything, and did not let the least bit be lost, but diligently had all the pieces or the scrapings, which fell during the cutting, flat-beating 814. 25 June 1789. beating and shaping of the doedoe pieces, collected, melted and likewise processed into doedoes, and this close supervision was then very possible, not only because of the small quantity of the copper, but especially also because only 10 men worked on it. Yet since the undersigned cannot always be present at this work, and must therefore rely on hired overseers, Your Honorable Greatly Respected Worships will easily be able to consider that, even though these were faithful, it is nevertheless not well feasible, in the processing of 5 to 6000 lb, to keep such close watch on more than 100 laborers that nothing is lost through carelessness, not even to speak of stealing, which also frequently happens and is even discovered. — For this reason, and because the undersigned did not recently absolutely commit himself to deliver the doedoes for 26 5/10 stuijvers per lb, but indeed to make a trial whether he would be able to do so, he received for the 22727 5/8 lb of doedoes, which he delivered in the months of March, April and May 1788 to the Honorable Company, payment made against the rate of 30 stuijvers per lb stipulated by resolution of 14 December 1784. Then, since the undersigned has since been called upon by the Cashier to satisfy a warrant amounting to rd=s 1751: 41½, on account of payment received in excess on the aforesaid 22727 1/8 lb of doedoes, constituting precisely the difference between the price of 26 5/8 stuijvers proposed to him by Your Honorable Greatly Respected Worships and the price of 30 stuijvers per lb fixed in 1784, the undersigned hereby takes his recourse 815. 25 June 1789 deliberation and decision thereupon recourse to Your Honorable Greatly Respected Worships, most humbly praying not only to be pleased to release him from the aforesaid restitution, but also to leave the payment for the doedoes on the footing fixed by resolution of 14 December 1784, of 30 stuijvers per pound, as he can solemnly assure Your Honorable Greatly Respected Worships that he cannot undertake to do it for a lower price without greatly prejudicing himself. Awaiting a favorable disposition hereupon, the undersigned had the honor to call himself with deep respect / was written below / Honorable Greatly Respected Noble-born Lord, Your Honorable Greatly Respected Worships' very humble and obedient servant / was signed / R: Hendriksz / in the margin / Colombo the 18 June 1789 Whereupon, deliberation having been held, it was, although the reasons adduced by the said master of the works to maintain that he cannot deliver the doedoes at 26 1/10 stuijvers per 1/2 lb seem very probable, approved and understood, before disposing of his request, to have a trial made once again with the minting of a larger quantity of copper, namely up to 1000 lb, and to commission thereto the junior merchants Itsendorp and Johnson, with orders to employ all attentiveness therein, and after the completion of their commission to submit a written report indicating the amount and weight of the minted
Dutch transcription
813. Den 25: Junij: 1789 Japans koper, en op 't berigt van deese gekommitteerdens dat daar op bij versmelting en verwerking zijn verlooren 44 15/16. lb, dat de onkosten van vermnting behalven de slijtagie van eenige gereedschappen die niet konden geschat worden, heb„ „ben bedraagen rd=s 50: 32 /:, en dat van het restant koper waa„ „ren geslagen rd=s 274. 39. -. aan doedoes, heeft uwel Edele groot „achtb inde onderstelling, dat bij de vernunting van een grooter quantiteid koper, minder verlies en ongelden zouden vallen, den ondergeteekenden voorgeslagen, om in 't vervolg van 500: lb: koper te leeveren 92. lb: aan doedoes, tegens de betaaling van 26 19/10: stuijv=s voor elk lb: doedres. De ondergeteekende heeft daar op ook aangenoomen om te probee„ „ren in hoe verre het mogelijk zoude zijn, om de doedoes op dien voet te leeveren, dog heeft hij deeze proeff bij gebrek van Japans koper niet eerder kunnen neemen, dan in de maanden van Maart, April en Meij 1788:, wanneer higj eene quanti„ teid van ruijm 25000: lb: Japans koper heeft vermunt, maar de uijtkomst heeft hem getoond, dat hij zonder groote: schaade, de doedoes tegens 26: 3/18: stuijv=s 't lb. niet leeveren kan, wat zorg hij ook heeft aangewend, tot eene zuijnige behandeling en vlytige oppassing; — Het behaage uwel Edele achtb. in gunstige Consideratie te nee„ „men dat de ondergeteekende wegens 't gebrek aan Contanten, maandelijks van 5: tot 6000: rd=s aan doedoes moet leene„ „ren, dat hij daar toe dagelijks 120 â: 130: arbeiders in dienst heeft, waar onder 'er verscheide zijn die van 3: tot 6. rd=s loon in de maand genieten, op dat hij steeds geoeffend volk kan hebben, om niet te spreeken van de menigte van gereedschappen en andere benodigdheeden, die hij daar toe moet bekostigen De vermunting van de voorsz 400: lb: ter preuve„ is geschied ten bejweezen van de voorm: gekommitteer„ „den en van den ondergetekenden, die zrgvuldig op alles agt gegeeven, en 't geringste niet hebben laaten verlooren gaan, maar al de stukjes of 't gruijs, dat bij't kappen plat slaan /5. — 13½. ƒ - 814: Den 25: Junij 1789. slaan en formeeren der doedoes stukken, vielen, naarstig hebben doen versamelen, smelten en meede tot doedoes ver„ „werken, en deese niauwe oppassing wat toen zeer mogelijk, niet alleen wegens de klijne quantiteid van 't koper, maar inzonderheid ook, om dat er slegts 10: man aange„ werkt hebben. Dog daar de ondergeteekende altijd bij dit werk niet pre„ „lent kan zijn, en het daarom op gehuurde oppassers moet laaten aankoomen, zal uwelEd= groot achtb: ligtelijk kun„ „nen Considereeren, dat schoon deeze ook al getrou waaren, het nogtans niet wel doenlijk is, bij de verwerking van 5: â 6000: lb, een zo nauwe agt op ruijm 100: arbeiders te„ „geeven dat 'er niet door onagtzaamheid wat verlooren gaat, om niet eens van het steelen te spreeken, dat ook dikwijls geschied en zelven ontdekt word. —. Hierom, en om deat de ondergeteekende zig Jungst niet volstrekt heeft verbonden, om de doedoes te leeveren voor 26: 5/10 stuijv=s 't lb:, maar wel om een proeff te„ neemen of hij dat zoude kunnen doen heeft hij voor de 22727: 5/8: lb: doedoes; die hij in de maand en Maart April e Maij 1788. aan de DE geleeverd heeft, betaaling oort ontvangen tegens de bij resolutie van 14: December 1784: bepaalde strijt van 30: stuijv=t voor 't lb: Dan wyl de ondergeteekende het zeedert door den Casser aangesprooken is, tot de voldoening van eene ordon„ nantie groot rd=s 1751: 41½:, wegens teveel genoo„ „tene betaling op voorm: 22727: 1/8: lb: doedoes, uijt maa„ kende juijst 't verschie, tusschen de door uwel Edele groot Achtbaare aan hem voorgestelde prijs van 26 5/8: stuijv=s en de in 1784: vatgestelde prijs van 30 stuijv=s t lb: , zoo neemt de ondergeteek mits deesen zijn toevlugt. de 2 815. Den 25: Junij 1789 deliberatie en besluijt daarop toevlugt tot uwel Ed. groot achtb ood moedigst biddende, niet alleen hem van de voorsz: restitutie tewillen bevrijden, maar ook de betaaling voor de doedoes, te laaten op den by resolutie van 14: xber 1784: vastgestelden voet, van 30: stuijv=s per pond, alzoo hij uwel Ed=: groot achtb heiliglyk kan verzeekeren, dat hy het voor geen min deren prijs kan aanneemen te doen, zonder zig zelven groo„ telijks te benadeelen. Jn afwagting van eene gunstige dispositie hier op, hief de ondergeteekende de eere, zig met diepe eerbied tenoemen /:onder „stond / wel Edele groot Achtb: Hoog geb: Heer uwer wel Edele groot achtb: zeer onderdaanigen en gehoorzaamen Die„ „naar /:wat geteekend:/ R: Hendriksz /:inmar„ gine/ kolombo den 18: Junij 1789 Waar op gedelibereerd zynde, is, of schoon de ree„ „denen, die gemelde pabriek bij brengt, om te beweeren, dat hij de doedoes niet tegens 26 1/10 stuijv=s '½ lb kan leeveren, zeer waarschijnlijk schijnen„ goed gevonden en verstaan, alvoorens op zijn ver zoek te disponeeren nogmaals eene preuve te „doen neeuren met de vermeinting van een grooter quantiteid koper, of wel tot 1000: lb: toe, en daar toe te committeeren, de onderkooplieden Jtsen„ „dorp en Johnson, met last om alle oplettent heid daar bij te gebruijken, en na de absolvatie hunner Commissie te dienen van schriftelijk berigt, aanwylende 't bedragen en gewigt der gemunte
English
816 The 25th of June 1789 from the Cashier regarding letters. minted doddos, how much loss has fallen upon the copper, how much the wages of the laborers and the wear and tear of the tools amount to; and furthermore it was resolved to leave suspended the settlement of the warrant spoken of in the aforesaid address until this report shall have come in. insertion of the aforementioned Credit Here was read an inserted report below from the Cashier de Haart: To the right Honorable, highly esteemed Sir, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island Ceylon, with its dependencies. Right Honorable, highly esteemed, High Commanding Sir! The undersigned Cashier shows to your Right Honorable with great respect that currently remaining under his balance in the small cash chest is a sum of fifteen thousand three hundred eighty-five rijksdaalders in the Company's credit letters from various received lots, which have become entirely filled with writing and unusable, so that he takes the liberty humbly to request your High Honour that they may be destroyed and written off from his balance, 817 The 25th of June 1789: written off, the same consisting of the following: 1 of Letter No, dated 21 December 1785, No 8, of rd:s 1000. –. – 4 of Letter B, dated 1 May 1786, No 8, 3, 5, and 6, each of rd:s 500. –. 2000 –. – 5 of Letter L, dated 24 October 1785, No 8, 11, 17, 18, and 19, each of rd:s 500. –. 2500: –. — 9 of Letter M, dated 21 December 1785, No 5, 7, 10, 11, 16, 20, 21, 24, and 27, each of rd:s 500: - - - - - - - - - - - - - - - - 4500 –:– 1 of Letter P, dated 10 January 1787, No 11, of 500 – – 7 of Letter K, dated 24 October 1785, No 3, 8, 9, 21, 25, 28, and 37, each of rd:s 200: - - - - - - - - - - - - - 1400. –. 11 of Letter C, dated 1 May 1786, No 2, 5, 15, 19, 29, 34, 54, 55, 57, 59, and 68, each of rd:s 100:-: - - - - - - 1100:— 10 of Letter I, dated 24 October 1785, No 7, 18, 20, 28, 31, 34, 35, 43, 62, and 77, each of rd:s 100: — 1000. – 1 of Letter P, dated 10 January 1787, No 63, of 100 —. 2 of Letter C, dated 10 May 1785, No 29 and 60, each of rd:s 100 - - 200 —. 2 of Letter D, dated 10 May 1785, No 89 and 92, each of 50. 100. —. 8 of Letter D, dated 1 May 1786, No 4, 9, 41, 43, 48, 70, 92, and 94, each of rd:s 50. - - - 400 – 5 of Letter E, dated 24 October 1785, No 2, 3, 26, 27, and 34, each of rd:s 50. 250. – 14 of Letter F, dated 24 October 1785, No 13, 16, 26, 33, 45, 47, 52, 65, 72, 80, 95, 102, 114, and 140, each of rd:s 20. 280 —. 4 of Letter H, dated 24 October 1785, No 10, 11, 39, and 52, each of rd:s 10 40 — 3 of Letter L, dated 24 October 1785, No 11, 17, and 36, each of 5 15— 87 pieces of credit letters amount together to rd:s 15385. –. Short summary: 1 of rd:s 1000. 19 each of rd:s 500: 9500:—. 7 each of rd:s 200. 1400 –. 24 each of rd:s 100. 2400. –. 15 each of rd:s 50. 750— 14 each of rd:s 20. 280 –. 4 each of rd:s 10 40 –. 3 each of rd:s 5 15— 87 pieces of credit letters amount to rd:s 15385. -. – Furthermore, he has the honor to be, with due respect 818 The 25th of June 1789 resolution thereupon. address from the commissioners indicating who was the commander on the unloading vessel. when an empty half aam was brought ashore and high esteem, was signed, right Honorable, highly esteemed, High Commanding Sir, your Right Honorable's very obedient servant, was signed, B: C: de Waart, in margin: Colombo the 22nd of June 1789. And it was approved and resolved to have the therein mentioned credit letters filled with writing destroyed and written off, and the same were accordingly actually destroyed during the meeting. There was read an address from the commissioners Spoor and van Geyzel, whereby they declare not to have been present when the empty half aam, mentioned in the resolution of the 26th of May last, was brought into the pantry, but that they had noticed it the following day, and could not discover at that time who had been the commander on the unloading vessel with which it was brought ashore, but that they had finally learned these days that it had been the sailor Johan Steller. Furthermore, there was read a secretarial declaration from the 819 secretarial declaration granted by the sailor Steller concerning the said half aam. deliberation thereupon said sailor Steller, wherein he affirms to have delivered the aforesaid empty half aam of linseed oil from here in such condition as he had received it on board the ship de Gouverneur Falck, and that he had not known that it had been empty until the same was brought ashore here from the lighter. Whereupon having deliberated, it was taken into consideration that the commissioners have already been repeatedly ordered to give notice at once to the Honorable Chief Administrator as soon as they discover any significant defect in the goods, and that if they had observed this when they found the aforesaid half aam empty, the necessary inquiry with the ship's authorities could have been conducted afterwards; and that as regards the excuse of the sailor Steller, such also cannot excuse him, because it had been his duty to see what goods he received on board the ship, and in what condition they were. resolution thereupon It was therefore approved and resolved, the aforesaid resolution of the 26th of May last, in so The 25th of June 1789. far
Dutch transcription
816 Den 25: Juny 1789 van de Catsier wegens brieven. —: gemunte doedoes, hoeveel verlies op 't koper ge„ vallen is, in hoe veel bedraagen 't loon der arbij „ders en de slejtagie der gereedschappen; en is voorts ver„ staan, om tot dat dit berigt zal zijn ingekoo„ men, te laaten uyjtgesteld de voldoening der ordonnantie, waar van bij voortz addres word gesprooken insertie van 't derlijf geleeten een hier onder g'intereerd berigt va„ vergeschreevene Crediet den Cassier de Haart Aan den wel Edelen groot achtb: Heer Willem Jacob van de graaff, raad ordinair van nederlands Jndia gouverneur en Direkteur van 't Eij„ land Ceilon, met dees onderhoorigheeden. Wel Edele groot Achtbaare Hoog gebiedende Heer! De ondergeteek: Cassier vertoont uwel Edele gestr: groot achtb: met veel Eerbied, dat tans onder zijn restant in de kleine geld kas berustende zijn een somma van vyftien duijsent Driehondert vijf en Taggentig rijksd=s aan sComp=s krediet brieven uijt di„ verte ontvangen parthijen, die ten eenemaal vol„ beschreeven en onbruijkbaar geraakt zijn, das hij de vryheid gebruijkt Hoog denzelven Eerbiedig te verzoeken, dat ze vernietigd, en bi zijn restant moogen afgeschreeven 817. Den 25: Junij 1789:—: afgeschreeven worden, bestaande deselve in als volgt. 1: van L=ra N:o ged=t 21: december 1785: N=o 8: van - - - rd=s 1000. –. – 4: „ „ B: „ 1: Meij 1786: N=o 8:3: 5: en 6 ieder van rd=s 500. –. „ 2000 –. – 5. „ „ L: „ 24. 8ber 1785: „ 8:11: 17:18: en 19: —„ van rd=s 500. –. „ 2500: –. — 9. „ „ M: „ 21. xber: 1785. „ 5:7:10: 11: 16: 20: 21: 24: en 27: ider van rd=s 500:- - - - - - - - - - - - - - - - „ 4500 –:– 1. „ „ P: „ 10: Januarij 1787: No: 11: van - - - - - - - - „ 500 – – 7 „ „ K: „ 24. 8ber 1785: N=o 3:8: 9: 21: 25: 28: en 37: ieder van rd=s 200= - - - - - - - - - - - - - „ 1400. –. 1. „ „ C: „ 1. Maij 1786: N=o 2:5: 15: 19: 29: 34: 54: 55:57: 59: en 68: ieder van rd=s 100:-: - - - - - - „ 1100:— 10. „ „ I: „ 24: 8ber 1785: N:o 7:18: 20: 28: 31: 34: 35:43: 62: e„ „ 1000. –„ -- 77: ieder van rd=s 100: — --- „ 100 —. 1. „ „ P: „ 10 Januarij 1787: N=o 63: van 2 „ „ C: „ 10 Maij 1785: N:o 29 en 60: ider van rd=s 100 - - „ 200 —. 2 „ „ D: „ 10: Maij 1785: N=o 89: en 92 - - - - - - „ 50. „ 100. —. 8. „ „ D „ 1 Maij 1786: N=o 4: 9: 41:43: 48: 70:92: a„ „ 400 – 44: ieder van rd=s 50. - - - 5: „ „ lb: „ 24: 8ber 1785: N=o 2:3: 26: 27: en 34: ieder van rd=s 50-. - - - - - – – – – – „ 250. – „ 9: „ 24: 8ber 1785: N=o 13: 16: 26: 33: 45: 47: 52: 65: 72: 80 95: 102: 714: en 140: ieder van rd=s 20. „ 280 —. „ 24: 8ber 1785: N=o 10: 11: 39: en 52: ieder van rd=s 10 „ 40 — 3 „ „ L: „ 24: 8ber 1785: N=r 11: 17: en 36: - - „ „ „ 5„ 15— 87: P=s krediet brieven bedraagen Tezaamen = rd=s 15385. –. korte samentrekking 1: van - - - - - - - - - - - - - rd=s 1000. 19. ieder van rd=s 500: - - - - - - „ 9500:—. 7. „ „ „ 200. - - - - - „ 1400 –. „ „ 100. – - - - - „ 2400. –. „ „ 50. . . . . „ 750— „. „ 20. – – – - - „ 280 –. 14. 24 „ 15. „ 4. „ „ „ 10 - - - - - „ 40 –. 87: p=s krediet brieven bedraagen rd=s 15385. -. – overigens heeft hy de Eer met verschuldigde eerbied 1 „ „ F: 14 „ en 70 „ „ „ „ 5 – – – – – „ 15— 3. 818 Den 25: Junij 1789 besluijt daarop. Is addres van de ordinair „nende wie als gezag hebber op 't lotvaartuijg is geweest. is aan de wal gebragt en hoogagting te zijn /:onderstond:/ welEdele groot Achtb: Hoog gebiedende Heer, uwel Edele groot Achtb: seer gehoorzaame Dienaar /:wat geteekend:/ B E: C: de Waart /:in margine:/ kolombo den 22=e Junij 1789 — En is goedgevonden en verstaan, de daar bij ver melde vol beschreevene krediet brieven, te laaten vernietigen en afschriven, en zijn mits dien deselve staande vergadering werkelyk vernietigd. -. geleesen een addres van de gecommitteerdens gecommitteerdens aantoo„ spoor en van geijzel, waar bij ze tekennen wenk liedig half aan geeven, niet present geweest te zijn toen 't leedige halve aam, vermeld by resolutie van den 26: Meij Joleeden in 't dispens wat ge„ „bragt, maar dat ze 't den volgenden dag hadden gebragt ontwaard, en toen niet kun nen ontdekken wie de gezagvoerder op 't los vaartuijg was geweest, waarmeede t aan de wal is gebragt, dog dat ze eyndelyk deeser daagen hebben vernoomen dat 't was geweest de matroos Johan steller. voorts is nog geleesen een Lecretarieele de Claratoir van de 819 lekretarieel verklaaring door den mattroos gelle„ half aam. delaberatie daarover van gemelte mattroos stellen, waar bij hij verleend nopens gem: betuijgd, voorsz leedige halve aan lijn olie zodaanig hier uijt geleverd te hebben, als bij 't aan boord van 't schip de gouverneur Falck ontvangen had, en dat hij niet geweeten had, dat 't leedig was geweest, dan toen 't zelve hier uijt de gammel aan de wal wierd gebragt Waar op gedelibereert zijnde, is in agting genoomen, dat de gecommitteerdens reeds bij herhaaling zijn gelast, om zoo dra ze eenig defekt, van be„ lang aan de goederen ontdekken, daar van ten eersten kennis te geeven aan den E: hoofdad„ ministrateur, en dat indien ze dit hadden geobserveerd, toen ze 't voorsz halve aam ledig hadden bevonden, men daar na 't nodig onderzoek bij de scheeps overheeden hadde kunnen laaten doen; en dat wat aangaat de verschooning van den mattroos keller, zulks meede hem niet ontschuldigen kan, wijl 't zyn pligt was gemeest, om toetezien, welke goederen hij aan boord van 't schip ontving, en hoedanig die gesteld waar„ besluijt daarop in: is derhalven goedgevonden en verstaan het voorsz besluijt van den 26: Maij J=Z:, in zoo Den 25: Junij 1789. verre
English
820 The 25th of June 1789. Report from the chief surgeon Aleman regarding a patient found in the hospital, deliberation and resolution thereupon. to alter so far that the linseed oil of the aforesaid empty half aam shall be reimbursed to the Company at the purchase price, half by the commissioners Spoor and Van Geijzel, and the other half by the aforesaid sailor Helder. The chief surgeon Aleman having reported that, since the month of October 1776, there has been in the hospital here a young sailor named Gerhardus de Wolf, whose lower limbs are completely emaciated and as if withered, without the slightest movement, and the bones so brittle that they break whenever the patient, however carefully, is lifted, so that he cannot be cared for outside the hospital, because he is utterly and entirely unable to help himself in the least, and does not even have natural bowel movements except through the application of remedies. In consideration of the fact that the aforesaid Gerhardus de Wolf, although incurable, cannot be sent back to the Netherlands in his present condition, and that he likewise cannot continue in the Company's 821 The 25th of June 1789. Resumption of an address from the honorable dissava Fretz containing proposals to introduce a changed manner of proceeding before the Landraad, deliberation thereupon. service, it is approved and understood to pension him with two and a half Indian guilders per month. There was resumed by circulation an address from the honorable Colombo dissava Fretz, and an extract from the Landraad roll of Jaffnapatnam dated 19 February last, both containing proposals to introduce a shorter manner of proceeding before the Landraads than is currently in use, together with an instruction drafted by the Jaffna Commander Raket for the newly established Landraad at Mannar. Which having been deliberated upon, it has been taken into consideration that, contrary to the purpose of establishing the respective Landraads, which was to administer prompt and proper justice to the native on the spot, the attorneys have gradually introduced to them the same manner of proceeding as is 822 The 25th of June 1789. Resolution thereupon. customary before the Court of Justice, and that thereby, besides many other inconveniences, the poor natives are not only entangled in lengthy lawsuits, but are also driven to great expense by the numerous and often needless written pleadings and procedural terms, which frequently amount to more than the disputed matter is worth, to the great detriment of the litigating parties. And it has therefore been approved and understood, as a permanent law for the respective Landraads in this Government, to enact the instruction inserted below, and to send the same to the officials at the subordinate stations and to the honorable dissava here, with circular letters, in order that, before introducing the same, they may take into consideration whether it can everywhere be established on that footing, and if not, to notify this government thereof, indicating the changes that, according to the circumstances of each place 823 The 25th of June 1789. in particular, ought to be made therein. Instruction for the respective Landraads in this Government. The hearing and settling of disputes among the natives has from ancient times here been entrusted solely to the land regents, and where there was no special land regent or head over the natives, to the rulers of the place itself. The manifold duties attached to the service of a land regent have, in the course of time, given cause to establish councils here and there for the relief of the land regent, under the title of Landraad. The intention of their founding was, however, not to introduce among them that expensive and tedious manner of proceeding customary before the Courts of Justice, but rather to examine the affairs of the native and administer justice in a simple and brief manner. The litigious nature of the natives and their impoverished circumstances did not tolerate, nor do they tolerate now, that they be subjected to a manner of proceeding to which so much expense and passage of time are attached, and whereby the powerful are able to ruin the destitute. Through the course of time and through the inattention of the judges, the attorneys have nevertheless succeeded in gradually bringing into practice before several of these councils that same manner of proceeding as is prescribed for the Courts of Justice, to the great detriment of the natives, because the lawsuit thereby often costs more than the disputed matter is worth. In order
Dutch transcription
820 Den 25: Junij 1789. Berigt van den oppermeester hospitaal tevinden, pattient deliberatie en besluijt daarop. verre te altereeren, dat de lijn olie van het voorsz leedige halve aam, aan de Comp=e zal worden vergoed tegens den inkoops prijs, de helft door de gecommitteerdens spoor en van geijzel, en de weder helfte door voorsz mat„ „troos Helder De oppermeester Aleman berigt hebbende, dat Algman wegens een in 't zedert de maand 8ber 1776:, zig in het Hoppi„ taal alhier bevind een Jong mattroos, genaamt Gerhardus de wolf, wiens onderste ledemaaten geheel uijtgeteerd en als verdort, zonder de minste beweeging zijn, en de beenderen zooo broot, dat ze breeken wanneer de patsient, hoe voor„ sigtig ook, opgeligt word, zoo dat hij buijten het hospitaal niet kan besorgt worden, wijl hij volstrekt geheel buijten staat is, zig zelven in 't minste te helpen, en zelfs de natuurlijke ontlastingen niet heeft, dan door applicatie van middelen. uijt aanmerking dat voormelte gerhardus de wolf, schoon incurabel, in zyne presen„ ten toestand niet na Nederland kan worden terug gezonden, en dat hij ook zodaanig in sComp:s 821 Den 25: Junij 1789 van den E: dessave fresz veren dende manen, van procedeeren bij den land„ raad intevoeren deliberatie daarvier 'sComp=s dienst niet kan kontinueeren, goedgevonden en verstaan, hem te gegieeren met twee en een halve indische guldens smaands. resumtie van ee adraijn door rondsending geresumeerd een addres inhoudende voorstel em van den E: Colomboschen dessave Fretz, en een Extrakt uijt landraads roe van Jaf„ penapatnam de dato 19: febr: JLeeden, houdende bijde voorstellen, om eene kortere manier van procedeeren bij de landraaden intevoeren, dan tans in gebruijk is; nevens eene door den heer Jaffenas Commandeur Raket ontworpene instruktie, voor den nieu opgerigten landraad te man„ naar. waar op gedelibereerd zijnde, is in achting ge„ noomen, dat Contrarij 't oogmerk van de intelling der respective landraaden, 't welk was om aan den inlander de plans kort en goed recht tedoen, door de procureurs langsamerhand bij dezel„ „ven is ingevoerd deselfde manier van procedeeren, als bij den raad van Justitie in 822. Den 25: Junij 1789. besluijt daarop. in train is; en dat daar door buijten veele andere ongelegentheeden, de arme inlanders niet alleen in langduurige procedures wor„ „den ingewikkeld, maar ook door de veel vus„ „dige veel tijds noodeloose schriftuuren en termijnen op groote kosten worden gejaagd, die dikwils zelfs meerder koomen te beloopen, dan 't questieur onderwerp waardig is tot groot nadeel van de plitende parthijen. —. En is derhalven goedgevonden en verstaan, tot een permanente wet voor de respective land„ raaden in dit gouvernement, te arresteeren de hier onder g'intereerde instruktie, en deselve tesenden aan de bedienden op de onderhoorige Comptoiren, en aan de E: dessa„ „ve alhier, met circulaire aanschrijvens, om alvoorens deselve te introduceeren, in overweeging teneemen, of ze over al op dien voet kan worden g'Etablisseerd, en zoo niet, aan deese regeering daar van kennis te geeven, met aanwijzing van de veranderingen die naar de onstan„heeden van elke plaats in 823 in 't byzonder, daar in zouden behooren te worden gemaakt. Instruktie voor de respective Landraaden in dit Gouvernement Het hooren en afdoen van de geschillen der inlanders, is hier van ouds af alleen toevertrouwd geweest aan de land regenten en daar geen besonder landregent of hoofd over de inlanders was, aan de gebieders van de plaats zelve. De menigvuldige pligten, aan den dienst van een land regent verknogt, hebben in 't vervolg van tijd aanleiding gegee„ „ven, om tot verpligting van de landregent, hier in daar Collegien opterigten, onder de titul van landregent. De intentie van haare stigting was echter niet, om bij dezelve in tevoeren die kost-baare en langdraadige maniere van proceduure, bij de Collegien van Justitie gebruijkelijk, maar wel om op eene eenvoudige en korte wijze, de zaaken van den inlander te onderzoeken en regt te doen. De pligtzugtige aart van de inlanders, en hunne armoedi„ „ge omstandigheeden, gedoogden 't niet, nog gedoogen 't taus„ dat men hun onderwerpt aan eene wijze van procedee„ „ren, waar van aan zoo veel kosten en tijds verloop verbonden zijn, en waardoor de magtigen den onvermoo„ genden ruieesten kunnen. -. Door verloop van tijd en door onoplettendheid der regters, is 't nogtans den procureurs gelukt, om bij verscheide deezer Collegien, langsaamerhand die zelf„ „de maniere van procedeeren in train te brengen; als aan de Collegien van Justitie is voorgeschreeven, tot groot nadeel der inlanderen, wijl daar door dik„ wijls 't proces meerder kost, dan 't questieuse onderwerp waardig is. Den 25: Junij 1789. om 65
English
The 25th of June 1789 In order to restore these Boards to the state of their original institution, and at the same time to prescribe the limits and duties for the newly established landraads, this Instruction has been framed Concerning the Judges § 1. The Boards of the landraads shall continue to consist of a President, who everywhere shall be the land regent, or where no such particular official exists, the ruler of the place itself; of a vice president, where such may have place; and of a sufficient number of Members, who shall consist partly of servants of the Comp:e, and the remainder of the principal Native chiefs, as has taken place hitherto. § 2. In case of provisional discharge, absence, or indisposition of the president, the vice president, or where there is none, the eldest Member in rank, shall occupy and administer his place and office in the council. § 3. The Presidents shall have the authority to convene the Board, both ordinary and extraordinary, and as often as matters shall make necessary. § 4. They shall put the matters to the vote, where it might be necessary in particular cases, may make propositions, furthermore collect the opinions and conclude by majority vote, pronounce or cause to be pronounced the decrees, impose silence, and adjourn the meeting, in all of which the Members and the subordinates of the Board shall be bound to obey them and properly respect them. § 5. The Presidents, however, shall not have a casting vote, nor 824 825 The 24th of June 1789. nor may they assume the same, whenever the votes on both sides are equal; but on such an occasion, the matter in question shall be decided in favor of the defendant. § 6. In the landraads, no more than in all courts of justice, father and son, brothers, nor father-in-law and son-in-law, may sit at the same time. § 7. The President, vice President, and Members may not accept any gifts, presents, or donations from anyone who has, or appears likely to have, a lawsuit before their Board, on forfeiture of their office, and arbitrary correction in addition; and they shall furthermore be bound annually to take the customary oath of purgation framed for the courts of justice, according to the formulary drafted for that purpose. § 8. Neither may they give any advice or counsel in their cases to parties who have any lawsuit before their Board, or appear likely to get one, likewise on the penalty aforesaid. § 9. Under the same penalty, it is at the same time forbidden to them, as well as to the secretaries, to disclose the secrets of their meeting to whomever it might be. § 10. In deciding and settling the cases pending before their Boards, they shall have to regulate themselves according to the Dutch laws and local statutes. Whenever doubt might arise in the landraad concerning the true meaning of any local law, they must address themselves to the government and ask for interpretation; while at the same time it is recommended to them to extract from the bundles of Extracts from the Colombo resolutions and other writings kept at the landraad, and to have arranged under subordinate main headings, a compendium of the orders that serve to be considered as local 836 The 25th of June 1789. laws, so that use may be made thereof on all occasions, and especially at the termination of a lawsuit, at first glance. All further orders given hereafter relating to this must be included in this compendium. § 11. In their decrees, they shall concisely state what the parties on both sides have mainly brought forward, and the grounds upon which the judgment rests. This may serve, among other things, so that when the Landraad lawsuits come on appeal before the court of Justice, the Justice councils can judge them with greater ease and decide them more expeditiously, in accordance with the intention of this government by resolution of the 8th of June 1773. § 12. The President, vice president, and Members shall, upon their introduction, take the oath according to the formulary drafted for that purpose. Concerning the Manner of Proceeding. § 1. The natives, namely Sinhalese and Malabars, who have these disputes among themselves, may not bring them directly before the landraad, but, according to the recommendation in the successively issued placards, must first address themselves to the land regents or other chiefs under whom they immediately stand. § 2. When they have first been to the lesser, and subsequently to the higher chiefs, and have received no justice to their desire, they may address themselves regarding this to the land regent, fiscal, or secretary under whom the accused falls. 83
Dutch transcription
Den 25: Junij 1789 Om deese Collegien dan tot den staat haarer primi„ „tive instelling terug tebrengen, en om te gelijk de nieuw opgerigte landraaden, haare paalen en pligten voorteschrijven, in deeze Jnstructie gerigt van de Rechters § 1: De Collegien van de landraaden zullen blijven bestaan uijt een President, die over al zal zijn, de landregent„ op daar geen zodaanige bezondere Amptenaar is, de gebie„ „der van de plaats zelve, uijt een vice presis, daar dat plaats kan hebben, en uijt een toerijkend getal Leden, die gedeeltelijk uijt dienaaren van de Comp:e, en de rest uijt de voornaamtte Jnlandsche hoofden zullen bestaan, gelijk tot nog toe heeft plaats gehad. § 2. Bij provitioneel ontslag, absentie of ongelegentheid van den president, zal de vice presis, of daar 'er geene is, 't oudste Lid in rang, desselfs plaats en ampt in den raad bekleeden en waarnemen. § 3: De Presidenten zullen de authoriteit hebben, 't Collegie te doen bij een koomen, zoo wel ordinair als ex„ „tra ordinair, en zoo dikwils als de zaaken te zullen noo„ dig maaken. § 4 zij zullen de zaaken in omvraage leggen, daar 't in enkelde gevalle mogte nodig zijn, propositie moogen doen, voorts de adviesen Collegeeren en met de meeste stemmen Concludeeren, de appoinctementen pronuncieeren op doen pronuncieren, silentie imponeer en de vergadering doen eindigen, mal 't welk de Leeden en de suppoosten van 't Collegie gehouden zullen zijn, hun te gehoorzaamen en behoorlijk te respecteeren. § 5: De Precidenten zullen egter geen dubbelde stem hebben nog 824 825 Den 24. Junij. 1789. nog zich deselve mogen aanmatigen, wanneer de stem„ men aan wederziden eguaal staan; maar zal bij zo. „daainge gelegentheid, de questieute zaak worden gedecideerd, ten voordeele van den verweerder. §6. Jn de landraaden zullen, even zoo min als in alle regtbanken tegelike niet moogen zitting hebben vader en zoo, Broeders, nog schoonvader en schoon zoon. §7: De President, vice Praecis en Leden zullen geene giften, gaven of geschenken moogen aanneemen van iemand, die voor hunne Collegie proces heeft, of apparent hebben zal, op ver„ „beurte van hun ampt, en arbituaire Correctie daar en boven, en zullen ze voorts gehouden zijn, om Jaarlijks te doen de gewoone en voor de regt banken beraam„ „de eed van purge volgens 't formelier daar toe beraamd. § 8. ook zullen ze aan partijen, die voor hun Collegie eenig proces hebben, of apparent slaan te krijgen, in hunne zaaken geen advijs of raad mogen geeven meede op paene voortz. —. § 9. op deselfde paenaliteid word voor hun teffens, zoo wel„ als den secretarissen verbooden, te openbaaren de Lecreten hunner vergadering, aan wien 't ook zoude moogen weesen. -. § 10. Jn 't decideeren en afdoen van de zaaken; voor derselver Colle„ „gien hangende, zullen ze zig hebben te reguleeren naar de Nederlandsche wetten en plaatselijke statuten. wanneer bij den landraad twijffeling mogte ontstaan, over het rechte verstand van eenige locaale wet moeten dezelve zig bij de regeering addresseeren in interpretatie vraagen, Terwijl ze tevens gerecommandeerd worden, uijt de bij de landraad berustende bondels Extrakten uijt de kolombose resolutien en andere geschriften uijt te trekken en ondergeschikte hoofdeelen te laaten brengen, een recuil en de orders die als plaatselijke wetten 836 Den 25: Junij 1789. wetten dienen te worden geconcidereerd ten einde daar van bij alle gelegentheeden, en inzonderheid bij het termineeren van een geding, met den eersten opslag gebruyk te kunnen maaken. Alle verdere orders die na deesen gegeeven worden hier toe betrekkelijk zijnde, moeten bij dit recuile worden ingenoomen §: 10: Bij hunne appoinctementen zullen ze bekooptelijk aan„ wijzen, het geen parthijen over en weder hoofdzakelyk hebben ingebragt, en de reedenen waarop de uijt spraak rust. Dit kan onder anderen strekken om wanneer de Landraads processen in appel koomen bij de Justitie, de Justitie raaden daar over met temeer gemak kun„ „nen oordeelen en die te spoediger beslissen, over eenkomstig met de intentie deezer regeering byj resolutie van den 8: Junij 1773. —. §12 De Praesident, vice praesis en Leeden, zullen bij hunne introductie moeten doen den eed, naar 't formelier daar van beraamd. -. van de maniere van Procedeeren. § 1. De inlanders, naamelyk singaleesen en Malla„ „baaren zullen de questien deese ouderling hebben, niet direkt voor den landraad mogen brengen, maar vol„ „gens 't aanbevoolene bij de successive g'emaneerde placcaaten, zig eerst moeten addresseeren aan de landre„ genten of aandere hoofden, waar onder ze on„ middelijk staan. § 2. wanneer ze eerst bij de mindere, en vervolgens bij de hoogere hoofden zijn geweest, en geen regt naar hun verlangen hebben bekoomen zullen ze zig daar over moogen addresseeren bij den landregent, piscaal op secre„ „taris, onder wien de aangeklaagde sorteerd. 83
English
827. The 25th of June 1789. Section 3. If anyone who has thus addressed himself to the Landregent, or has been summoned before him, is not satisfied with his ruling, he shall have the liberty to bring his case before the Landraad. Section 4. The same liberty shall also be had by the people who fall under the Fiscal and Secretaries, and might be dissatisfied with their ruling, insofar as their disputes fall under the jurisdiction of the Landraad; but these people must then, before addressing themselves to the Landraad, give notice thereof to the Landregent, as President of the Landraad. Section 5. The Landraads shall consequently, before they admit any cases before their courts, have to investigate whether they have first been brought before the Landregent, or where there is no Landregent, before the Chief of the place who is President of the Landraad, since these may not be bypassed according to the laws of the land. Section 6. When a case has then been presented to the Landregent, or President of the Landraad, which must come before the Landraad, the President shall have to send the plaintiff to the Secretary, to give him notice of the dispute, and of the evidence and witnesses he has in his favor. Section 7. After the Secretary shall have recorded everything, he must, when a native is the defendant, draw up a Summons, arranged according to the nature of the circumstances, more or less after the example found among the appendices. Section 8. The day for the Appearance must thereby be set as generously as the remoteness of the domiciles of both parties and witnesses shall require. 39 828 The 25th of June 1789. Section 9. The President must place an order under or on the back of this Summons to the village chiefs not only to have the summons served upon the defendant at once; but also to send up the witnesses of the plaintiff mentioned therein, and the witnesses whom the defendant shall declare to have, without fail and so timely that they can appear before the Commissioned Members by the fixed day. Section 10. Likewise, the Secretary must notify the plaintiff to appear with his evidence on the day appointed by the Summons. Section 11. When a native is the plaintiff in the lawsuit against a Company servant or burgher, one shall adhere to the custom followed hitherto in the issuing of the Summonses. Section 12. When the plaintiff in the lawsuit fails to appear on the appointed day, he shall forfeit a fine of one rd., for the benefit of the Landraad treasury, unless he can prove that he was unable to appear due to lawful impediments. Section 13. In any case, the plaintiff who thus neglects to appear at the appointed time shall, moreover, at the assessment of the Landraad or its Commissioned Members, have to pay the expenses he has caused his opponent by not appearing, regardless of the reason by which he might have been hindered therein, as this may not result in damage to his opponent, and this payment shall have to be made before he will be heard anew, unless the Landraad or the Commissioned Members, for lawful reasons, should judge that a reasonable term must be granted to him for this purpose. Section 14. Likewise, the defendant, if he stays away without lawful reasons, shall forfeit a fine of half a rd., also for the benefit of the Landraad treasury. Section 15 829 The 25th of June 1789. Section 15. When the plaintiff appears and the defendant stays away, the session must be postponed to another day; which again must be taken as generously at the discretion of the Commissioners as may be necessary. Section 16. The plaintiff who has appeared, as well as the witnesses, must then be ordered, without a summons, to appear on the same day, but the absent defendant must be summoned anew by the Secretary through a further Summons. Section 17. Upon the appearance of the parties, the Commissioned Members must investigate the dispute in the briefest and most summary manner, examine the evidence, and hear witnesses, endeavoring, if possible, to mediate the matter to the satisfaction of both parties. Section 18. If they succeed therein, only a brief note of the mutual agreement of the parties is necessary, which they will have to sign, as well as the Commissioners, the Secretary, and the interpreter; a record shall be kept with the Landraad resolution, and a certificate thereof on stamped paper shall be issued to each of the parties. Section 19. But if the parties cannot be brought to that, the Commissioned Members must, by interrogating both parties and their witnesses, clarify the dispute as much as possible and put it in a state of proof. Section 20. If this cannot properly take place in the first session due to shortness of time or other impediments, the Commissioned Members shall hold a second, third, and even a fourth session regarding it. Section 21. As much as possible, these sessions must be held on consecutive days, in order to help the parties to justice as speedily as possible. Section 22
Dutch transcription
827. Den 25: Junij 1789. §. 3. Jndien de geene, die zig invoegen voortz aan den Land„ „regent heeft geaddresseerd, op voor denzelven is beroepen, niet te vreeden is over desselfs uijtspraak, zal hij vrijheide hebben, om zijne zaak tebrengen voor den landraad. §. 4. Dezelve vrijheid zullen ook hebben de luijden, die onder de fiscaal en secretarissen sorteeren, en over hunne uijt„ spraak te onvreede mogten zijn, in zoo verre hunne ques„ „tien zyn van 't ressort van den landraad; dog deese luijden moeten als dan, alvoorens zig bij den landraad te addres„ „seeren, daar van kennis geeven aan den landregent, als president van den landraad. — §: 5: De Landraaden zullen mitsdien, voor dat ze eenige zaaken voor haare regtbanken admitteeren, moeten onderzoeken of ze eerst gebragt zijn voor den land re„ gent, of daar geen land regent is, voor 't opperhoofd van de plaats, die president van de Landraad is, wijl deese na slands wetten niet morgen worden voorbij gegaan. §: 6: wanneer 'er dan eene zaak bij den Landregent, of president van den landraad is aangediend, die bij den landraad moet koomen, zal de President den aanleg„ ger moeten zenden bij den secretaris, om aan hem ken„ „nis te geeven van de quette, en van de bewijzen en getuijgen e die hij voor zig heeft. § 7. Naa dat de sekretaris alles zal hebben opgenoomen moet hij, wanneer een inlander de aangeklaagde is, eene Citatie opmaaken, geschikt na geleegent„ heid van zaaken, min of meer na 't voorbeeld; dat onder de bijlaagen legt. § 8 De dag tot de Comparatie moet daar bij zoo ruijm wor„ den behaald als de afgelegentheid van de woonplaatsen, zoo van parthijen als van de getuijgen, dat zal vereysschen. 39 828 Den 25. Junij 1789. § 9. De President moet onder of op den dorto van deese Citatie, een order doen stellen op de dorps hoofden om niet alleen de citatie ten eersten aan den gerequi„ „reerden te doen bestellen; maar ook om de daar bij ver„ milde getuijgen van den requirant, en de getuijgen die de gerequireerde zal opgeeven te hebben, zonder manquement en zoo tijdig op te zenden, dat ze teegens den gefuxeerden dag voor gecommitteerde Leeden kunnen verscheinen: § 10: Jnsgelijks moet de secretaris den aanlegger aankondigen, om met zijne bewyzen op den by de Citatie bestemden dag te Compareeren. § 11: wanneer een inlander de aanlegger van 't proces is, tegen een Comp=s dienaar op burger, zal men zig in 't inwigten van de Citatien, houden aan 't tot hier toe gevolgde gebruijk § 12. wanneer de aanlegger van 't proces in gebreeke blyft, om ten bestemden dage te Compareeren, zal hij verbeuren eene boete van een rd=s, ten behoeve van de landraads Cas, ten zij hij bewijzen kan, door wettige beletzelen buijten staat te zijn geweest om opte koomen § 13: Jn alle gevalle zal de aanlegger, die dus nalaatig blijft ter bestemder tijd te kompareeren, boven dien ter taxatie van den landraad of derzelver gecommitteer„ de Leeden moeten betaalen de onkosten, die hij door niet te kompareeren, aan zijn partij heeft vervor„ zaakt, 't zij ook door wat reeden hij daar in mogt zijn belet terwejl dit zyn party niet tot schaade mooge verstrekken, en zal deeze betaaling moeten geschieden, voor dat hy op nieu zal worden gehoort, ten zij de landraad of de gecommitteerde leeden, om wettige reeden mogten oordeelen, dat hem daartoe aen billik termijn moet worden gesteld: § 14. Jnsgelijks zal de verweerder, indien hij zonder wettige reedenen weg blijft, eene boete van een half rd=s verbeuren meede ten behoeve van de landraards kas. 3. 15 829 Den 25: Junij 1789. § 15. wanneer de aanlegger kompareerd en de ver„ weerder weg blijft, moet de zitting verschooven worden tot eenen anderen dag; die weder ter discretie van Commitsarissen zoo ruijm moet worden genoomen, als noodig zij. § 16. Den aanlegger die gecompareerd is, zoo wel als de getuijgen, moeten als dan worden gelast, zonder bitatie, ten zelven daage te verschijnen, dog de ab„ sent gebleeve verweerder, moet door den secretaris door een nadere Citatie op nieu worden geciteerd:— § 17. Zij verschijning van partijen, moeten de gecommitteerde leeden de questi op de kortste en zakelijkste wijze onderzoeken, de bewijzen examineeren en getuijgens hooren, tragtende. zoo 't mogelijk is, om de zaak tot genoegen van bijde partijen te bemiddelen. § 18: zoo ze daar in klaagen, is alleen een korte aanteeke„ ning, nodig. van 't ouderling verdrag van partijen, 't geen ze zullen moeten tekenen, zoo wel, als de Com„ „mitsarissen, de secretaris en den tolk, zal een aanteke„ „ning by de landraads resolutie gehouden worden, en daar van aan een elk der parthij een bewijs opge„ „zegeld papier worden afgegeeven. § 19. Dag zoo parthijen daar toe niet te brengen zijn, moe„ „ten gecommitteerde leeden, door 't ondervraagen van bijde partijen en hunne getuijgen, de questie zoo veel doenlijk ophelderen en in staat van bewizen brengen. § 20: Jndien dit mits kortheid des tijds, of om andere hindernissen in de eerste zitting niet behoorlyk kan geschieden, zullen gecomm: Leeden daar over eene tweede, derde en ook wel eene vierde zitting houden § 21: zoo veel mogelijk, moeten deese zittingen op ag„ tereenvolgende dagen worden gehouden, ten einde parthijen zoo spoedig 't geschieden kan, aan regt te helpten. §22
English
38 8 The 25: June 1789. — § 22: If it is necessary that the parties, or one of them residing in the country, make a trip home in order to bring further evidence, or that other witnesses must be summoned, then the commissioner Members must appoint a day for the further session, and notify the parties to appear precisely without Citation, on pain of forfeiting such fines as mentioned above under articles 12: and 14:, and furthermore, as far as the plaintiff is concerned, that he shall be ordered to pay the damages mentioned in §:13:, as shall be found equitable according to the circumstances of the cases. § 23. In summoning the further witnesses, one must proceed as has been prescribed here above under articles 7 to 9. § 24. When the third session also expires without the case having been able to be brought into a state for judgment, the commissioner members must inform the parties of what is still lacking, and notify them to bring such evidence as they might still have on such day as has been appointed for the fourth session; with the warning at the same time that, whether they do this or not, the investigation will be concluded with this fourth session, and a report thereof will be made to the land council, in order that, if the council finds the case subsequently disposed for it, it may render a decision on the documents on file: — § 25. Commissioner Members shall not be permitted to administer the Oath to either parties or witnesses, but if they find in the course of the investigation that it is necessary, they shall give notice thereof at the next meeting of the land council to the full council, under submission of the records kept, and request its ruling regarding whether or not to administer the Oath. § 26 831 The 25: June 1789. §: 26 The Council having permitted the taking of the Oath, the swearing-in shall take place as usual before the commissioner Members. § 27: Before the Swearing-in takes place, commissioner Members must, in the case of natives who in their judgment seem to need these reminders and admonitions, emphatically impress upon the party or witnesses who are about to take the Oath the weight of the oath and the severe punishment that those who swear rashly, and even more so those who swear falsely, inevitably have to expect; they must thereby impress upon them that it does not depend so much on the form or on the manner in which the Oath is taken, as on the act itself, and the terrible fate that awaits those who dare to call upon Almighty God as a witness to matters that one does not fully know, or, what is even worse, that are untrue. §: 28. Subsequently, commissioners must once again clearly explain to them the articles which they must swear to, asking whether they are prepared to confirm them under Oath? If they say Yes, the Oath must be taken according to the forms specially devised for each denomination in particular. —. § 29 By this brief manner of Proceeding, which is already observed essentially with good results in some land councils, the necessity of submitting written pleadings of Claim, answer, Reply and rejoinder, of interrogatories and Counter-interrogatories, of objections and rebuttals, of deduction, Memorial or inventory, and whatever more of that nature, falls away insofar as the parties are reciprocally natives. §. 30 Nevertheless, the Land Councils and their commissioner 832 The 25: June 1789. commissioner members are recommended to ensure, in the course of the investigations, that all clarifications are provided to the cases for which such written pleadings are otherwise produced; In particular, if the parties should provide them with any questions which they deem necessary to be put to those who are prepared to take the Oath, they shall have to pay attention to them in accordance with equity. § 31 Although both parties are natives, they shall nevertheless have the freedom to make their cases known in writing by petition, and to submit depositions of witnesses and also other documents that they might find necessary, provided that the costs thereof shall remain for the account and at the expense of the submitter, even though he might prevail in the lawsuit, unless the Council in special cases might find it reasonable that the losing party be ordered to pay the costs thereof, either because he gave cause for it through his obstinacy and thereby made the submission of these papers necessary, or for other equitable reasons. § 32: The opposing party, if he so desires, shall also be permitted to have a Copy of such petitions and depositions, yet likewise at his own expense, even though he prevails in the case, unless the council for special reasons, as has been said here above, might judge that the losing party ought to be condemned therein as well. § 33. Parties may also have the freedom to conduct their cases through proxies or attorneys
Dutch transcription
38 8 Den 25: Junij 1789. — § 22: Js 't nodig dat partijen, of een derzelve woonende in 't land eene keer na huijs doen, om nadere bewij„ zen te brengen, of dat andere getuijgen moeten worden opgeroepen, dan moeten gecomm: Leeden een dag bepaa„ „len, tot de nadere zitting, en partijen aanzeggen, om precies zonder Citatie te Compareeren, op verbeurte van van zodanige boeten, als hier boven bij t: 12: en 14: is gezegt en voorts zoo veel den aanlegger aangaat, te zullen worden verweezen in de scha vergoedingen, waar van §:13: is gesprooken, na dat zulks na omstandigheeden van zaaken zal worden billyk bevonden. § 23. Jn 't ontbieden van de nadere getuijgen moet wor„ „den gehandeld zoo als dat voorgeschreeven is hier vooren 3: 7 tot 9. § 24. wanneer de derde zitting ook afloopt, zonder dat de zaak in staat van wijzen heeft kunnen worden gebragt moeten gecomm leeden partijen informeeren, wat daar aan nog ontbreekt, en hun aanzeggen om de bewijzen die ze nog mogten hebben, te brengen op zulken dag, als tot de vierde zitting is bepaald; met waarschou„ „wing teffens, dat het zij ze dit doen of niet, met deese vierde zitting 't onderzoek zal worden beslooten, en rapport daar van aan den landraad gedaan worden om zoo de raad de zaak daarna gedisponeerd wind, op de leggende stukken uijtspraak te doen: — § 25. gecommitteerde Leeden zullen parthijen, nog getuij„ „gen, den Eed niet moogen opleggen, maar zoo ze in den loop van 't onderzoek bevinden, dat 't nodig zij„ daar van bij de naaste bij eenkomst van den land„ „raad, onder productie van de gehoudene aanteeke„ ning, aan den vollen raad kennis geeven, en haare dispositie verzoeken, over 't al of niet doen van den Eed. 3 26 831 Den 25: Junij 1789. §: 26 De Raad 't presteeren van den Eed toegestaan hebbende, zal de oediging na gewoonte voor gecommitteerde Leeden geschieden. § 27: voor dat de B'Ediging geschied, moeten gecomm: Leeden aan de parthij of getuijgen, die den Eed staan te doen, wanneer 't inlanderen zijn, die deese herinneringen en vermaningen, naar hun oordere schijnen nodig te hebben, met nadruk voorhouden 't gewigt van den eed, en de swaare straffe die de zulke, die ligtvaardig en nog veel meer die vals liveeren, onvermydelik te wagten hebben ze moeten hun daar bij voorhouden, dat 't met zoo zeer aankomt, op 't formulier of op de wijze, waar op den Eed word gedaan, als wel op de daad zelve, en het verschrikkelyk lot, dat die geenen te wagten hebben, die den Almach„ tigen god durven aanroepen tot een getuijge van zaaken die men niet volkoomen weet, of het geen nog slimmer is die onwaar zijn. §: 28. vervolgens moeten kommissarissen hun nog eens nader duijdelijk voorhouden de articulen, die ze Oe„ siveeren moeten, met afvraage op ze bereid zijn om die met Eede te sterken? zoo ze zeggen van Ja, moet den Eed. gedaan worden op de formulieren, voor een elk gezinte in 't bijzonder beraamd. —. § 29 Door deese korte wijze van Procedeeren, die met goed gevolg bij sommige landraaden reeds hoofd„ zakelijk word g'observeerd, vervalt in zoo verre par„ tijen over en weder inlanderen zijn, de noodzakelijk „heid tot 't indienen van schriftuuren van Eijsch, antwoord, Replicq en duplicq, van interrogato„ rien en Contra interrogatorien, van reprochen en salvatien, van de ductie, Memorie of inventaris en wat diergelijke meer zij §. 30 Niet temin worden de Landraaden en haare gecomm: 832 Den 25: Junij 1789. gecommitteerde leeden gerecommandeerd, om in den loop van de onderzoeken te zorgen, dat alle ophel„ deringen aan de zaaken worden gegeeven, waar toe deen„ gelijke schriftuuren anders worden geproduceerd; Jn„ zonderheid zullen ze, indien partijen hun eenige vraagen mogten opgeeven, die ze nodig agten dat aan zulken, die gereed staan, om den Eed tedoen, worden voorgehouden, daar op naar billijkheid moeten letten. § 31 schoon de bijde parthijen inlanders zijn, zullen te nog „tans vrijheid hebben, hunne zaaken ingeschrifte bij requeste te kennen tegeeven, en verklaringen van ge„ tuijgen en ook andere stukken, die ze noodig mogten vinden, overteleggen, mits dat de kosten daar van zullen blijven voor reek: en ten laste van den produ„ „cent, schoon hij in 't proces mogte triumpheeren ten zij de Raad in speciaale gevallen mogte redelijk vinden, dat de lecumbant in de kosten daar van worde gecondemneerd, 't zij om dat hij door zijne hartnek kig„ „heid daar toe aanleiding heeft gegeeven, en daar door het indienen van deese papsieren heeft noodzakelijk gemaakt, dan wel om andere billijke redenen. §32: ook zal de teegen parthij, des begeerende, Copij morgen hebben van diergelijke requesten en verkla„ ringen, dog meede ten zijnen eigenen koste, schoon hij in de zaak truumpheerd, ten zij de raad om bezondere redenen, gelik hier bo„ „ven gezegd is, mogte oordeelen, dat de secum„ bant ook daarin behoord te worden gecondem„ neerd § 33. Parthijen moogen ook de vrijheid hebben, hunne zaaken door gemagtigden off procureurs
English
833. The 25th of June 1789. to have handled by attorneys, provided that they bear the salaries of such persons themselves and charge nothing on that account to their opposing party, even if the latter should succumb in the case. § 34. The Landraaden and also their commissioners must ensure that the submission of such papers and the taking of copies by both parties impede the course of the investigation, as well as the final settlement of the lawsuit, as little as possible. § 35. Company servants, burghers, and others not belonging under the aforesaid denomination of natives, having a lawsuit with one another before the Landraaden, whether they are plaintiffs or defendants, shall have the choice of whether they wish to have their cases investigated and settled according to this summary manner of proceeding; if both parties do not choose this, these cases of theirs shall be conducted according to the customary manner of proceeding, and as has been in use hitherto. § 36. When the plaintiff is a native, and the defendant is a Company servant, burgher, or such person who does not belong under the denomination of native, it shall be left to the defendant's choice according to which of the aforesaid two manners he wishes to have his case conducted, and if he chooses the latter, the plaintiff shall likewise be permitted to proceed in the same manner. But if the defendant is a native, the plaintiff shall in all cases be required to follow the manner of proceeding prescribed for the natives, unless 834. The 25th of June 1789. unless the council in exceptional cases, for equitable reasons, should decide otherwise. § 37. In cases of great importance among the native chiefs or other prominent persons, although belonging under the denomination of natives, the Landraaden shall likewise, when these make a request to that effect, be obliged to permit them to proceed according to the customary and hitherto followed manner; however, the Landraaden shall be very cautious about permitting this when the plaintiffs are native chiefs or other prominent inhabitants, and the defendants, on the other hand, are common natives, who, through the wealth and power of such plaintiffs, could be significantly vexed with costly and protracted proceedings. § 38. Of the proceedings in each case that is handled in that manner as is prescribed hereinbefore regarding lawsuits among the natives, the secretary must keep a concise and clear record of each session in particular, in which the content of the written submissions produced by the parties must also be briefly cited, as far as that is deemed necessary, and thereby the insertion of such written submissions shall be excused, which must nevertheless, properly numbered, be preserved among the annexes to the Landraad resolutions. § 39. From the aforesaid records, the secretary must, after 835. The 25th of June 1789. after the conclusion of the investigation, draw up a brief report, to be presented by the commissioned members to the Landraad, indicating how they found the case, with the addition of such remarks as they themselves shall deem necessary and expedient. § 40. This report, with the kept records and further received papers, must be presented by the commissioned members to the president of the Landraad, or to the one presiding therein in his absence. These reports must be prepared and handed over as soon as it can be done, especially when the interested parties or the witnesses are natives who live far inland. In this latter case, both the interested parties and witnesses shall be warned not to depart before the documents have been presented in the aforesaid manner to the president of the Landraad, or to the one presiding in his absence, who in such a case must immediately read the documents to see whether everything is in such order that judgment can be rendered thereon; if not, he shall point out the deficiency to the commissioners, in order that they may cause this to be supplemented immediately and before the parties and witnesses have yet departed, and this having been done, the parties and witnesses shall be notified that they may return home. § 40. If it is deemed necessary, the aforesaid documents of the investigation shall immediately be circulated for reading among the members, or otherwise brought forward at the first meeting of the College, and
Dutch transcription
833. Den 25: Junij 1789. procureurs te doen behandelen, mits ze de Lala„ rissen van de zulken zelve draagen, en der wegens niets ten laste van hunne teegen parthij in reek brengen, schoon deese in de zaak secumbeerd § 34. D=e landraaden en ook haare Commissarissen moe„ ten zorgen, dan 't indienen van diergelijke papieren, en 't neemen van Copijen door wederzijdsche parthijen, de loop van 't ondersoek, zoo wel, als de finaale af„ doening van 't proces, zoo min mogelijk stremmen. §35. Comp=s dienaaren, burgers en andere, niet gehoorende onder de voorsz denominatie van inlanderen, met malkanderen proces hebbende voor de landraaden zal 't zij ze aanleggens of gedaagden zijn, 't in hunne verkieting staan, of ze na deese korte wijze van procedeeren hunne zaaken willen hebben onder„ zogt en afgedaan: zoo by de o parthijen dat niet verkiesen, zullen deesen hunne zaaken worden. bericht na de gewoone wijze van procedeeren, en zoo als dat tot hier toe in gebruijk is geweest §36. wanneer de aanlegger is een inlander, en de ver„ weerder een Comp:s dienaar, burger of zulke, die niet gehoord onder de denominatie van inlander„ zal 't in des verweerders verkiesen gesteld worden; na welke van de voorsz twee wijzen hij zijn zaak wie hebben bericht, en zoo hy de laatste verkiest, zal aan den aanlegger insgeliks worden toege„ staan, om op deselfde wijze te procedeeren. Dog zoo de verweerder een inlander is; zal de aanleg„ ger in allen gevalle moeten volgen de wijze van Procedeeren, aan de inlanders voorgeschreeven ten 34 83 Den 25: Junij 1789 ten zij de raad in enkelde gevallen, om billi„ reedenen, 't anders mogten verstaan. — § 37. Jn gevallen van groot gewigt, onder de inland hoofden of andere voornaame luijden, schoon ge hoorende onder de denominatie van Jnlandere zullen de Landraaden insgelijks, wanneer deeze daar toe verzoek doen; moeten toestaan, om na de gewoone en tot hier toe gevolgde wijze te pre cedeeren, dog zullen de landraaden zeer omtigtig zyn om dit toetestaan, wanneer de aanleggers zijn inlandsche hoofden of andere voornaame i zeetenen, en de gedaagden daar en teegen gemeene J landers, die door 't vermogen van zulke aanlegger met kostbaare en langwijlige procedures merkeli zouden kunnen worden gequeld. — §: 38. van 't verhandelde in elke zaak, die bericht word op die wijze, als dat hier vooren is voorge schreeven omtrend de processen onder den inlander moet de secretaris van ieder zitting in 't byzond eene zakelijke en duijdelijke aantekening houde waar bij ook de inhoud van de schriftuuren die door parthijen worden overgelegd, zoo veel dat nodig word bevonden, kortelijk moet geciteerd, en mits dien de insertie van dier gelik schriftuuren g'Excuteerd worden, die nogtans behoorlyk genommert, onder de bijlaagen der Landraads resolutien moeten worden bewaard § 39: uijt voorsz aanteekeningen moet de sekretaris, na 835 Den 25: Junij 1789. na 't afloopen van 't onderzoek, een kort bericht opmaaken, om door gecommitteerde Leeden aan den landraad te worden gepresenteerd houdende aan„ wijzing, hoedanig zyde zaak bevonden hebben, met bijvoeging van zodaanige aanmerkingen, als zij zelven zullen noodig en dienstig agten. § 40. Dit berigt, net de gehoudene aantekeningen en verdere ingekoomene papieren, moet door gecommit„ teerde Leeden worden gepresenteerd aan den president van den Landraad, op die in zyn absentie daarin pre„ sident. Deese berigten moeten zoo spoedig 't geschie„ „den kan, worden vervaardigt en overgegeeven; inzon„ derheid wanneer de belang hebbende of de getuijgen inlanders zijn, die verre landwaards inwoonen. Jn dit laatste geval zullen, zoo wel de belang hebbende als getuijgens, worden gewaarschouwt, om niet te ver„ trekken, voor dat de stukken invoegen voortz aan den president van den landraad zullen zijn gepre„ senteerd, dan wel aan die, welke in zijn absentie pre„ lideert, die in zulk een geval en stukken aanstonds zal moeten leeten, om tezien of alles is in die ordre, dat daar op uijtspraak kan worden gedaan, zoo niet; zal hij 't ontbreekende aan kommissarissen aanwig„ zen, ten einde deese dat aanstonds, en voor dat nog parthijen en getuijgens zijn vertrokken, doen suppleeren, en dit geschied zijnde, zullen partijen en getuijgen ge„ waarschouwd worden, dat ze moogen na huijs keeren: § 40 zoo 't nodig word bevonden, zullen de voorsz stukken van 't onderzoek, daadelyk ter bectu„ „ra bij de leeden worden rondgezonden, op anders ter eerster vergadering van 't Collegie ingebragt en
English
The 25th of June 1789. and disposition be made concerning it according to the findings. Paragraph 42. If upon reviewing these papers the Landraad should also find that the case is not yet sufficiently clarified to allow a definitive judgment to be rendered on it, it shall return the same to the commissioned members with a distinct indication of what is lacking, and what further must be done therein, which the commissioners must comply with at once. Paragraph 43. Concerning the execution of sentences in the countryside, and the execution of deeds of property for sold immovable goods, the provisions of the resolution of the 5th of November 1779 must be followed, an extract of which is inserted below. Extract from the resolution adopted in the Council of Ceylon, Friday the 5th of November 1779. That the deeds of property for immovable goods situated within the gravets and in the countryside, which are acquired by purchase, inheritance, donation or in any other manner, and are not worth more than fifty rixdollars, shall be passed before commissioners from the Landraad without payment of the lord's dues; and that in the same manner the deeds of property for immovable goods situated within the city, not worth more than fifty rixdollars, shall be passed before commissioners from the Court of Justice without payment of the lord's dues, provided that for this, just as at the Landraad, no more than half salary may be received; but that otherwise, the deeds of conveyance for all immovable goods worth more than fifty rixdollars shall, as of old, be passed before the Court of Justice, and the lord's dues be paid there. That, however, the Landraad shall also be permitted to pass deeds of conveyance for immovable goods situated within the gravets and in the countryside, worth more than fifty rixdollars, which are sold in execution by virtue of their reverences' condemnation; and that in the same manner, when in cases that come in appeal before the Court of Justice, and in cases that, propter continentiam causae, must be brought before their honors in the first instance, lands outside the gravets must be executed, the execution shall take place upon an act of the Court of Justice by the Landraad, and the conveyance shall also at the same time be passed before commissioners of this body, and the proceeds of the purchase money, after deduction of the small expenses that fall upon the inspection of the lands, pure and without any further deduction—since the expenses of the sale and the making of the new deed of property must be paid by the buyer—shall be delivered by the secretary of the Landraad to the secretary of the Court of Justice, at the disposal of the last-mentioned council, without the secretary of Justice being permitted to charge any salary for receiving or taking in this purchase money. Concerning Appeals. Paragraph 1: When the losing party considers himself aggrieved by the sentence of the Landraad, and consequently wishes to bring his case, The 25th of June 1789. before the Court of Justice, he must, within ten days after the pronouncement of the sentence, give notice thereof to the secretary of the Landraad; of which the parties must be informed by the secretary after the pronouncement of the sentence and after the adjournment of the meeting. Paragraph 2. When this occurs, the secretary must keep a record thereof and make a report to the president, who must immediately give orders that the sentence shall not be put into execution until the appeal is denied, or the case in appeal shall be decided. Paragraph 3. Subsequently, the losing party must, within another ten days, or within twenty days after the pronouncement of the sentence, hand over to the president a petition, written according to what was enacted by resolution of the 4th of November 1751, on a stamp of twelve stuivers, containing a request for relief in order to be permitted to pursue his case before the Court of Justice. Paragraph 4. The petitions of the persons who wish to appeal from the sentences of the Landraads of Colombo, Batticaloa, Kalpitiya, Puttalam, and Chilaw must be addressed to the Governor, and the cases that have been decided by these Landraads shall come in appeal before the Court of Justice in Colombo. Paragraph 5. The petitions of those who have lost before the Landraads at Jaffna, Mannar, and the Vanni must be addressed to the Commander of Jaffna, and the cases concluded before these three Landraads must come in appeal before the Court of Justice at Jaffna.
Dutch transcription
836 Den 25: Junij 1789. en daar over naar bevinding gedisponeerd worden § 42. Jndien nu ook de Landraad bij resumtie van deeze papieren, mogte bevinden, dat de zaak nog niet genoe is opgehelderd, om daar over ten diffinitive uijt„ spraak te kunnen doen, zal ze dezelven aan ge„ Comm: leeden terug geeven met distincte aanwyzing van 't ontbreekende, en wat nog verder daarin moet worden gedaan, waar aan kommitsarissen ten eersten zul„ „len moeten voldoen. § 43. omtrend het Executeeren van sententien ten platten lande; en 't passeeren van brieven van eigendoms van ver„ „rogte vaste goederen, moet worden gevolgd 't voorschreevene bij retol: van den 5: 9ber 1779:, waar van Extrakt hier onder word geintereerd. Extrakt resolutie genoomen in Raade van Ceilon. vrijdag den 5: November 1779. Dat de brieven van eijgendom van vaste goederen, geleegen binnen de gravesten en ten platten lande, die door koop, erffenis, donaatsie of op eenige andere wijze worden verkreegen, en niet boven vijftig rd=s waardig zijn, zonder betaaling van sheeren geregtigheid, zullen worden gepasseerd voor gecommitteerden uijt den Land„ raad, en dat in zelvervoegen de brieven van eigendom van vaste goederen, geleegen binnen de stad, niet boven vijftig rd=s waardig, zonder betaaling van 's heeren geregtigheid, zullen worden gepasseerd voor gecommit„ teerden uijt den Landraad van Justitie, mits daar voor even gelijk bij den landraad, niet meer dan half la„ „laris zal mogen worden genooten: dog dat voor 't overige, de transport brieven van alle, vatte goederen, brven vyftig rd=s waardig, gelijk van ouds, bij de Justitie zullen worden op 837. worden gepasseerd, en daar s heeren geregtigheid worden betaald. —. Dat egter de landraad ook brieven van overdragt zal mogen passeeren van vaste goederen, binnen de gravetten en ten platte landen geleegen, boven vijftigg rd=s waardig die bij executie uijt kragte van hun eerw. kondemnatie worden verkogt, en dat in zelvervoegen wanneer in zaaken, die in appel voor den raad van Justitie koomen, en in zaaken die propter Continentiam Cauta, ter eerster instantie voor hun achtb: moeten worden gebragt, landerijen buijten de gravetten moeten worden g'excuteerd, de uijtvoering van de executiie op een appoinctement van den raad van Justitie, door den Landraad zal geschieden, en ook tevens voor gekommitteerden van dit kollegie de overdragt worden gepasseerd, en 't prove„ nu van de kooppenningen, na aftrek van de weinige kosten, die op het visiteeren van de Landerijen vallen, zuij„ ver en zonder eenige verdere korting, wijl de onkosten van de verkooping en 't maaken van de nieuwen eigendoms brief door den kooper moeten worden betaald, door den secretaris van den Land„ raad aan den secretaris van den raad van Justitie overgeeven, ter dispositie van laastgem raade, zouder dat de sekretaris van Justitie voor 't ontvangen ofte inneemen van deese kooppenningen eenig salaris zal moogen in reek brengen. van de Appellen. § 1: wanneer de succumbeerende partij, zig be„ swaard agt bij de sententie van den Landraad, en mits dien zijn zaak wil betrekken Den 25: Junij 1789. voor 838 Den 25: Junij 1789. voor den Raad van Justitie, moet hij binne tien daagen, na de pronunchiatie van de senten tie, daar van kennis geeven aan den secretaris van den Landraad; waar van partijen, na 't pronunchieeren van de sententie, en na het schijde van de vergadering door den secretaris moeten word § 2. wasneer dit geschied, moet de secretaris daar van aantekening houden, en rapport doen aan den president, die daadlijk order moet stelken, dat de Lententie niet zal worden ter Executie gelegd, tot dat 't appel gewijgerd, of de zaak in appel gedecideert zal zijn. § 3. vervolgens moet de gesecumbeerde parthij, binnen nog andere tien dagen, of binnen twintig daagen na de pronunchiatie der sententie, een request, geschreeven volgens 't gearresteerde by resolutie van den 4: Novem ber 1751:, op een zegel van twaalf stuijv=s aan den president ter handstellen, houdende verzoek om relief, ten einde zijn zaak voor den raad van Justi„ tie temoogen vervolgen. § 4. De requesten van den luijden, die appelleeren willen van de vonnissen van de Landraaden van kolombo, Baticaloa, kalpettij, Pirtulang en silau, moeten gerigt zijn aan den Heer gouverneur, en zullen de zaaken, die bij deese land„ raaden zijn uijtgeweesen, in Appel koomen voor den raad van Justitie te kolombo. -. § 5. De requesten van de geenen, die getecumbeerd heb„ ben voor de landraaden te Jaffena, Manaar en de wannij, moeten worden geaddresseerd aan den heer Commandeur van Jaffena, en moeten de zaaken voor deese drie landraaden getermineerd, in appel koomen bij den raad van Justitie te Jaffena. onderrigt 16