VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3860

Japan · 1,006 pages · 179 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3860_0793 view scan ↗

English

21 Remainders and Formal Requisition for up to this date Anno 1788/9. Requisition. Continuation of the Armory 6 bundles /: say: / six bundles of Drum Lines 50 bundles Five hundred pieces of Gunflints 5000 pieces 500 pieces Medicaments. According to the attached Catalogue For the Church, and School. 20 pieces /: say: / twenty pieces of Psalm books, New rhyme, in Octavo 20. four pieces of Bibles in Large Octavo 4. Twenty ditto Catechisms with Bible Verses in octavo 20. twenty-four pieces of ditto without Bible Verses in Octavo 24. Twelve single Hellenbroeks 12. Twelve pieces of double ditto 12. twenty-four Question Books by Knibbe 24. Twelve Borstius 12. twenty-four pieces of Gospels 24. thirty pieces of Letter Art 30. twenty-four ditto Stairs of Youth. 24. thirty-six ditto Histories of David, Solomon, And Tobias. 36. forty-eight ditto A:B:C: Books, of which 12 by Borstius. 48. Vessels 1 piece /: say: / One piece boat of 7 or 8 Oars with its accessories 1. One ship's Boat with its accessories 1. punt, 30 feet long, with the provisions of the necessary wood and iron for it these last two vessels being humbly requested in fulfill- ment of the Requisition sent thereof in Anno Passato. Padang on Sumatra's West Coast, the 30th of January 1788. Concerning the Merchandise, we take the humble liberty to strongly request Your Right Excellencies to let us have as much of it as is in any way possible, as we do not doubt that we shall have a desirable trade this year, so much so that the Warehouses may well be for the greatest part empty by the arrival of the Ship. The Requisition for Specie we have humbly excused for the coming Year, for the reason that some Monies have been counted into the Treasury by the humble first signatory here, in the hope that Your Right Excellencies will please not take this amiss of him, and for that reason we maintain that, barring unexpected contingencies, we can manage for fully two years with it, now humbly praying Your Right Excellencies, for that reason, to grant Your highest approval to the count made (of which, under Domestic Affairs, we shall have the high Honor to supply the humble motives to Your Right Excellencies). The Remainders of our Main Cash Treasury currently consisting of over 60000 rixdollars, that of Rice of 139089 lbs, and of Gunpowder of 5622 lbs. 582. Section 79. Section 80. Section 81. 22 Section 82. We have caused to be delivered to TouloChinco from the Main Cash Treasury 7947:44:- rixdollars, as well as the necessary Rice, Gunpowder, and other Domestic necessities, with which we have been able to accommodate the Sub-station, all of which, together with the Merchandise brought for it from Batavia, was sent thither on the 5th of January last. Section 83. Domestic Affairs Section 84. While the Assayer is in great embarrassment for lack of Assaying requisites, we humbly request Your Right Excellencies [illegible] that it will not be possible to assay in the coming Year, and this will cause many difficulties with the merchants. Section 85. Regarding the Benzoin returned by Your Right Excellencies, which was reclaimed from the vessel of Tjampa by the Natal Resident Robert Broff, the first signatory has communicated the questions submitted by Your Right Excellencies to him, but they have not yet been answered by him. Since it is, however, not clear to us from Your Right Excellencies' highly respected missive what we shall do in case the Resident should write that he reclaimed the Benzoin as goods recently sold to him and not yet paid for, we humbly request to receive Your Right Excellencies' high further orders concerning that matter. The Buyers of that lot, namely, the Captain of the Chinese nation here, Lauw-Tjouanko, and the Batavian Chinese Tjo-Gjotko, each for 30 chests, have addressed us to request the Restitution of their money, since it had not yet been returned in Batavia. However, as Your Right Excellencies' highly honored missive of the 24th of July of the past Year dictates that it would be paid out yonder, and the Benzoin was also charged per invoice, we have refused them, yet promised to write humbly to Your Right Excellencies so that the money might be delivered to them yonder. Section 86. Domestic affairs The shoes sent in the current year for the military being, for the greatest part, so small that they cannot be used by them, we are obliged to send 100 pairs of them back now, while we hope that Your Right Excellencies will be pleased to judge it fair that we do not force upon those people, whose livelihood is already so meager, goods that they cannot use, while in Batavia there will be no lack of opportunity to employ them for newly arriving Young Persons. Section 87. While the humble first signatory was favorably granted by Your Right Excellencies in the High Order to barter 30495:2p. - rixdollars of Dutch Monies remaining with him into Gold, and thus to remit it toward Batavia at 20½ rixdollars per real of 24 Carats, in order to be paid out again in the Netherlands by assignment, he has not yet been able to effect this, owing to the Great scarcity of Gold, which is caused by the lack of Merchandise with which to draw down the highlanders, and by the recent unrest with the 588.

Dutch transcription

21 Restanten on Formeele Eijsch voor tet dato dee„ A:o 1788/9. Vervolg van de Wapen-kamer 6. bossen / zegge:/ ses bossen Trom Leijnen 50. bossen Vijff hondert peesen Vuursteenen 5000. p:s 500. pees Medicamenten. Volgens annexe Cathalogus Voor de Kerk, en School. 20: peesen / zegge:/ twintig Peesen Psalm boeken Nieuwe rijm in Octavo vier peesen bijbels in Groot Octavo „ Twintig d:o Cathecismussen met Bijbel Texten in octavo d:o zonder Bijbel Texten in vier en Twintig peesen Octavor „ Enkelde hellenbroeken do. „ Twaalf peesen dubbelde - - - - - - . d:o „ vrage Boekjes van Knibbe „ Borstius „ vier en twintig peesen Euangeliums „ dertig peesen Letter Konsten „ vier & twintig d:o trap der Iengd. „ ses en dertig d:o Historien david, Salomon, En Tobias. agt en veertig do: A: B: c: Boekjes daar van 12. van Bortius. „ 48. Vaarthuijgen 1. pees /:zegge:/ Een pees schuijt van 7. of 8. Riemen met zijn toebehooren Een „ scheeps Boot met zijn toebehooren schouw lang 30. voeten, den wel het daar toe noodige hout, en ijser wordende deese beijde laeste vaere¬ thuijge needrig versogt in voldoe . . . . . . 36. „ . . . . 24. . . . . . - 30. . . . . . . . . . 24. . . . . . . . . 12. . . . . . . . . 24. . . . . . . . 12. 24. =ning „1. ieten. . . . . . . . . . . als toe= visi= . . . . . . . . 12. „ „ „ - 1. „ „ „ 20. 4. Eijsch. =ning van den in A:o: P=o daar van ge „sonden Eijsch. Padang op Sumatras West Cust den 30:e Januarij 1788. Omtrend de Koopmanschappen, neemen wij de needrige vrijheijd UW Hoog Edelheedens ten sterksten te versoeken ons daar op zoo veel te laten worden als maar Eenigsints mooglijk is, terwijl wij niet twijffelen, off wij zullen in dit Jaar een gewenscht vertier hebben, zodanig dat de Pakhuijsen teegens de komst van 't Schip wel voor 't grootste gedeelte zullen kunnen leeg zijn. Den Eijsch van Contanten hebben wij voor 't aanstaa „de Jaar needrig g'excuseerd, om reeden door den needrigen Eersten teekenaar alhier Eenige Pen¬ ninge in Cassa geteld zijn, op hoop dat Uw: „ Hoog Edelheedens zulks hem niet ten quaden zullen gelieven te neemen, en wij uijt dien hoofden sustineeren buijten onverwagte toevalle, wel twee jaaren daar meede te kunnen rondschieten, bid¬ dende thans UW Hoog Edelheedens needrig om die reeden aan de gedaene telling (waer van onder Huijselijke bestellingen de hooge Eere hebben zullen Uw Hoog Edelheedens de needrige motive te sup „pediteeren:/ Hoogst derselver goedkeuring te ver „leenen Bestaande thans de Restanten van onse Groote Geld Cassa in rd=s 60000 ruijm die van Rijst in 139089. lb en van Buskruijt in 5622. lb. 582. § 79. § 80. § 81. - 22 83. Huijselijke Zaaken § 84. § 82. Hebbende wij aan TouloChinco uijt de Groote Geld Cassa laten geworden rd=s 7947: 44:—. als meede den nodigen Rijst, Buskruijt en andere Huijsje= lijke benoodigtheeden. waar meede wij in staat geweest zijn het Comptoir te kunnen gerieven welk een en ander beneevens de van Batavia daar voor aangebragte Koopmanschappen op den 5e: Januarij I: L: na derwaards gesonden is. Terwijl den Essaijeur oland in groote verleegendheid is, om Essaije behoeftens, verzoeken wij UW: Hoog Edelheedens needrig dat 't hoogst deselve in 't aanstaande Iaar niet zal kunnen g'Es= „saijeert worden, en zulks veele moeijelijkheeden met de kooplieden verwetken zal Nopens den door Uw Hoog Edelheedens te rug gesondenen Bensuin die door den Nattaes, Resi= dent Robert Broff uijt het vaarthuijg van Tjampa gereclameerd is, heeft den Eersten teekenaar de door uw Hoog Edelheedens opgegeevene vraagpoincten aan denselven bedeelt, dog zijn deselve als nog door hem niet b'antwoord. Terwijl ons Egter uijt Uw Hoog Edelheedens hoog gerespecteerde missive niet blijkt, wat wij doen zullen ingevalle den Resident schreijven mogte, den Benzuin gereclameerd te hebben als Jongst aan hem verkogt, en nog niet betaald goed, zo verzoeken wij needrigUw Hoog Edelheedens hooge nadere ordre daar over te moogen ont= „fangen De Koopers van dat Som te weeten, den Capitain der Chineese natie alhier Lauw= Tjouanko, ende § 86. Bataviase Eijsch. ge a § 85. Huijselijke zaaken Bataviasche Chinees Tjo- Gjotko ijder voor 30. kisten hebben zig aan ons g'addresseert om de Restitu¬ „tie van hun penningen te verzoeken, also deselve op Batavia nog niet te rug gegeeven waren. tewijl egter UW Hoog Edelheedens hoog g'Eerde missive van den 24e: Julij gepasseerden Jaars dicteerd dat deselve ginter zouden uijtbetaald worden, ook de Benzuin per factuur aangereekend is, hebben wij dezelve van de hand geweezen egter belooft Uw: hoog Edelheedens zulks needrig aante schrijven op dat het geld hun ginter geworden mogte De in A: c: voor de militairen gesondene schoene voor 't Grootste gedeelte, zo klijn zijnde dat deselve door hun niet kunnen gebruijkt worden, zijn wij in de verpligting 100. paar van deselve thans weer te rug te zenden terwijl wij hoopen dat Uw Hoog Edelheedens zullen gelieven billijk te oor= deelen, dat wij aan die menschen wies bestaan dog zo gering is geene goederen opdringen die zij niet gebruijken kunnen, terwijl op Batavia geen gelee= „gendheijd manqueeren zal, om deselve aan aan= „koomende Jonge Perzoonen te kunnen Emploijeeren. Terwijl den needrigen Eersten teekenaer de in H: O: door UW Hoog Edelheedens gunstig toegestaane rd„s 30495: 2p. – Neederlandse onder hem berustende Gelden in Goud te moogen trocqueeren, en zodanig Batavia waards teegens rd=s 20½. 't real H: van 24. Caraat over te zenden, om per assignatie in neederland weet uijtbetaald worden. door het Groot gebrek aan Goud het geen door manquement van Koopmanschappen die den bergman daar meede afflotken, en door de laasten onluste met 588. § 87. de

NL-HaNA_1.04.02_3860_0797 view scan ↗

English

Domestic Affairs having arisen from the Sigablas Cottas, it was prevented from exchanging that entire sum for gold, since it was able to obtain no more than 12 bars to the amount of rds 15752: 38:—, which are crossing over with this vessel, it has taken the humble liberty to count the amount lacking in gold, being rds 14742: 36:—, here in the Great Field Treasury, and now to account for it toward Batavia, pleading that Your High Nobilities may most highly approve this counting done out of embarrassment, since he is already strongly called upon for those monies from Europe, and to forgive him that he finds himself frustrated therein in being able to barter the entire amount in gold, the reasons for which are the internal disturbances which he could neither foresee nor avoid, while he wishes to flatter himself that Your High Nobilities may take high pleasure therein, because he has thereby been placed in a position to avoid the demand for cash for the coming year. His authorized representatives in Batavia taking the liberty humbly to request the assignments therefor from Your High Nobilities. The humble second signatory has also counted here into the treasury in reduction toward the payment of his Palembang debt the sum of rds 1500: —: — as was communicated to him by Resident Walbeek, that his effects left behind there were auctioned; and the proceeds thereof to the amount of Sp: 239: —: — have also been paid off in reduction of his debit. Also, pursuant to Your High Nobilities' high order, the estate of the widow Roode is accounted for toward Batavia, and the weapons of the murderer Tjampa, from which we have merely kept 6 pieces of flintlocks, were sent over without a sum of money. Indigenous Affairs From the peoples of the Sigablas Cottas we have once again had to endure the most unreasonable and stubborn treatment, under continuous hypocritical avowals nevertheless of their sincere friendship toward the Company; this stubbornness of theirs finally went so far that the first signatory, in order to prevent all further disadvantageous consequences, was finally obliged to make a change in the Panglimaship. After they had postponed coming down from time to time since the arrival of the Company's ship in the year 1786 due to internal disturbances to receive the presents sent by Your High Nobilities, they finally came down in the beginning of the month of September last, having made the firm agreement among each other to insist on the appointment of another Panglima. Having arrived at Tanjong Saba, a place situated about half an hour from Padang, where they are accustomed to rest for one or more nights according to their pleasure and subsequently to be fetched by delegated Padang Ponghouls, the spirit of discord was sown there among them concerning the persons whom they would nominate for the Panglimaship, through which the 13 negorijen fell into 4 different factions. The leading role and the strongest party among these was held by the hypocritical Radja Tallier; he, knowing well that the Company would never voluntarily choose him as Panglima again, then took the treacherous resolution to bribe some of the oldest Panghouls and make them discontented, and to incite them to close the roads, on the condition not to open them again except on the condition that he became Panglima. This project succeeded for him, indeed even so far that, after roughly between 80 and 100 Panghouls had come from Tanjong Saba to this place, he even bribed several of them, who had already seen the first signatory and greeted him on the balai, for the paltry sum of 2 to 3 Sp:s, so that they also went back to the mountains. The arrived Ponghouls were then admitted to an audience to the number of well over 80 and received the Company's letter and gifts, but hardly a day or two after that date had passed when the news arrived that the Ponghouls who had returned to the mountains had immediately closed the roads so fiercely and were watching so closely that not a single soul could get through. Having received this news, he at once let the arrived Ponghouls come inside again and presented to them the great unreasonableness of the conduct of their co-regents and the shameful deed that they went to close the roads while they were here in the appearance of friendship to receive the Company's missive and presents, with an earnest request that they might seek to redress everything at once and get the roads open again. They promised this and requested their usual annual gratuity in order to be able to depart again at once and carry out their promise, which the first signatory then handed over to them with a detailed address in which he showed them that the reason why they enjoyed this annual gratuity was none other than to oblige them thereby to care for the safety of the roads and to encourage the mountaineer to come down for trade; they answered that they knew this well, and it was also their sincere intention to do so, but that they requested me to be allowed to speak to them negorij by negorij, first alone in the evenings on different days. I then presented to them that such evening audiences were not customary, and also the time of 13 evenings would be consumed therewith, which lasted much too long, while they had heard my request that they might go back to the mountains quickly to get the roads open again. Yet while I was very inclined to listen to what they had to say provided that their proposal was reasonable, I proposed to them to

Dutch transcription

23 Huijselijke Zaaken de Figablas Cottas is voortkoomende geweest, belet geworden is, die geheele somma teegens Goud te kunnen verwisselen, also deselve niet meer als 12. staven ten bedragen van rd:s 15752: 38:—. heeft kunnen magtig worden, die met deesen bodem overgaan, zo heeft deselve de needrige vrijheijd genoomen het aan Goud te kort Koo¬ „mende zijnde rd=s 14742: 36:—. alhier in de Groote Peld, Cassa te tellen, en thans Batavia waards aan te reeken, smeekende (UW Hoog= „Edelheedens deese uijt verleegendheijd geschieden telling, also hij om die Penninge thans reets uijt Europa sterk is aangesprooken worden, hoogst te approbeeren, en hem te willen vergeeven dat hij zig daar in gefrustreerd vind het geheele bedragen in Goud te kunnen trocqueeren, als waar van de binnenlandse onlusten die denselven niet heeft voorzien nog eviteeren kunnen, de reeden zijn. terwijl hij zig flatteeren wil dat UW Hoog Edelheed=s hoog genoegen daar in neemen mooge door dien hij daar door in staat geraakt is, den Eijsch van Contanten voor 't aanstaande Jaar te kunnen Eviteeren Zullende desselfs semagtigdens te Batavia de vrijheijd neemen bij Uw Hoog Edelheedens de Assignaties daar voor needrig te requireeren Hebbenden den needrigen tweeden teekenaar meede alhier in Cassa geteld inmindering tot betaaling van zijn Palembangse schuld de somma van rd=s 1500. —: — gelijk aan denselven door den Resi= dent Walbeek bedeeld is, als dat zijne aldaar nagelaeten effecten gevenduceerd zijn; en 't rendement daar 2 189. § 90. 5 194. §95. Huijselijke Zaaken daar van ten bedrage van Sp: 239:-:—. meede in= „mindering van zijn debet affbetaald zijn ij „ 91. Wordende meede de nalatenschap van de weduwe Roode ingevolge UW Hoog Edelheeds hooge ordre Batavia waarts aangereekend, en De wapens van den moordenaar Tjampa waar „ 92. uijt wij enkeld 6. ps snaphaanen gehouden hebben, zonder Geld somma overgezonden. Inlandse zaaken. 5 93. Van de volkeren uijt de Sigablas Cottas hebben wij weer de aller onreedelijkste en stijffhoofdigste be= „handelingen onder aanhoudende schijn heijlige betuijging egter van hun opregte vriendschap tee¬ „gens de Comp=e ondergaan moeten, deese hun stijff= hoofdigheijd is ten laasten zo verre gegaan dat den Eersten teekenaar tot voorkoming van alle verdere nadeelige gevolgen ten laasten in de verpligting go¬ „weest is, om een verandering in het Panglima= „schap te maaken. Na dat deselve zeedert de komst van 't Compte schip in Ao 1786. van tijd tot tijd door innerlijke onlusten uijtgesteld hadden, om aff te koomen, en de van uw Hoog Edelheed=s gesondener Presente te ontfangen zijn zij dan eijndelijk in het begin van de maand september I: l: affgekoomen de vaste affspraak onder elkanderen genoomen hebbende, om op de aan= „stelling van een ander Panglima aante dringen. Op Tanjong Saba gekoomen zijnde een Plaats geleegen omtrend een half uur van Padang, alwaar zij gewend zijn, na hun welbehoegen een off meer deze nagten 24 598. Inlandse zaaken nagten uijtterusten en vervolgens door Gecommitteerde Padangse Ponghouls affgehaald te worden, wierd aldaar de Jeest van tweedragt onder hun gesaijd over de Persoonen welke zij tot het Panglimaschap voordragen zouden raakende hier door de 13. negorijen in 4. differente Facties. § 96. De hoofd Rolle en de sterkste Parthij onder deesen hadde den scheijnheijlige Radja Tallier deesen wel weetende dat de Maatschappij hem vrij¬ „willig nooit meer tot Panglima Verkiesen zoude, nam toen het verraderlijke besluijt sommige der oudsten Panghouls om te koopen, en mis¬ noegt te maaken, en tot het sluijten der weege aan te setten met beding om deselve niet week te open als op voorwaerde dat hij Panglima wierd § 97. Dit Projekt gelukte hem, jazelfs zo verre dat hij na dat Circa tuschen de 80. a 100. Panghouls van Tanjong Saba na herwaards gekoomen waeren zelfst nog verscheijdene van hun die den eersten tee¬ „kenaar reets gesien en op de barong gegroet hadde voor de geringheijd van 2. a 3. Sp=s omkogte dat deselve ook weer na het gebergte gingen De afgekoomene Ponghouls dan wierden toen ten ge= „talle van ruijm 80. ter audientie binnen gelaeten en ontfingen Comp:e brieff en Geschenke, dog nauw= „lijks een dag op twee na dato verloopen zijnde kwam de tijding aan, dat de na het Gebergte terug gekeerde Ponghouls de weege direct, zo vinnig geslooten hadden, en oppasden dat er geen Steweling doorkoomen konde. § 99. Deese tijding ontfangen hebbende liet ten eersten de § 100. Inlandse Zaaken de affgekoomene Ponghouls weer binnen koomen En stelde aan deselven de groote onreedelijkheid van het gedrag van hun meede regenten voor en het schandelijke bedrijft, dat die de weegegingen sluijten, terwijl zij hier waren in scheijn van vriend= schap Compte. missive en Presente te ontfangen met Ernstig verzoek dat zij zoeken mogten om alles ten Eersten te redresseeren, en de weege weer open te Krijgen zij beloofden zulks en versogten om hun gewoonlijk Jaarlijx douceur om ten eersten weer te kunnen ver¬ „trecken, en hun belofte uijt te voeren, het geen den Eersten teekenaar toen aan deselve overgaff, met Een breedvoerige aanspraek waar in aan denselven vertoonde dat de reeden waarom zij dit Jaer „lijx douceur genooten, geen andere was, als om zij daar door te verpligten, van voor de veijligheid der weege te zorgen en den Bergman te animeeren ten handel afftekoomen, zij antwoorden dat zij zulx wel wisten ook hun opregte meening was, om te doen, dog dat zij mij verzogten negorij voor negorij eerst op differente dagen 's avonds alleen te mogen spreeken. Ik stelde hun toen voor dat diergelijken avond Audienties geen ge= „bruijk waren, ook de tijd van 13. Avonden daar meete vergaan zoude, het geen veel te lang duurde, ter¬ wijl zij mijn verzoek gehoord hadden, dat zij schie¬ lijk weer na het Gebergte gaan mogten om de weege week open te krijgen. Dog terwijl ik zeer geneegen was wel te willen aan¬ hooren, wat zij te zeggen hadden mits dat hun voordragt reedelijk was, ik hun proponeerde § 101. om

NL-HaNA_1.04.02_3860_0801 view scan ↗

English

Domestic affairs. to first consult with one another, and that those negorijen that had one and the same matter to propose could then come inside together in the morning, at which time I would take them aside and hear them. Two of the smallest negorijen, which have little to say and because of their weakness always conform to the majority, then returned to the Mountains, and nine came to me after an interval of 3 days, and their request consisted of the dismissal of the Sadang Panglima Radja Mangsor. I then pointed out to them that I could not well accept this request of theirs, since at first it was only a request of nine negorijen, and that in such matters all thirteen negorijen ought to be of one mind, because otherwise, by satisfying one party, I would displease the other, and thus matters would not be improved; that besides this, the Panglima was a good man who did no harm to anyone and was loyal to the Company, and I therefore could not fittingly assent to this request of theirs. But they replied that they could not tolerate the Panglima at all because he was a very stupid and lazy man. I then replied that if such was the case, it was a burdensome post for me, but did not concern them at all, for they ruled their mountains and the Panglima ruled Company land. But they answered again that it had to be so, come what may, that all thirteen negorijen had bound themselves under oath Domestic affairs not to rest until the Panglima was dismissed; and if some negorijen among them were not currently present with this request of theirs, they had nevertheless bound themselves under that oath as well, and that they would not be able to get the roads open again if I did not grant this request of theirs. Being entirely unable to bring these people to a reasonable argument and away from their stubbornness, I answered them that I would first also hear the two remaining negorijen, and would then send them a further reply up to the mountains, meanwhile urging them once again in the strongest terms to take care that the roads were opened again. Two days after this, the other two negorijen also came in; these had accepted Sp: 100:— from the Panglima to stand up for him, and they then requested that I might not listen to the request of their fellows, but might allow the Panglima, being an honorable man, to continue in his dignity. To which I replied that I was very much inclined to do so, and also wished to satisfy their request, provided that they made every effort to persuade their fellow regents to their side, and to ensure that the roads were opened. They promised this, even with the explicit declaration that if it could not be done by fair means, they would use weapons for that purpose, whereupon they also departed. After the passage of some time, I repeatedly received messages and letters that insisted on the dismissal of the Panglima; Domestic affairs yet wishing first to see what the two negorijen that had undertaken to protect the Panglima would be able to accomplish, I repeatedly sent every message back with friendly answers, which lasted for nearly two and a half months, during all of which time not a single thail of Gold came down from the Mountains. In the meantime the Ship had arrived, and as the Mountain dweller is then accustomed to come down in great numbers, I flattered myself that such would now also happen; but no, the roads were guarded in such a way that no one was allowed to come and go. It then appeared clearly enough to me that the negorijen wishing to protect the Panglima were unable to accomplish anything; thus nothing remained for me but to adapt myself to their will in an appropriate manner, for which I had always still reserved a way out in case I should not be able to turn them from their stubbornness. The reason that I did not dare to firmly reject their request at the very beginning was similar previous cases, as in the times of Commander Palm, where the Panglima Southan Bongsoe also had to be dismissed in a similar manner after the passage of 9 months, from which I could sufficiently understand that once these people took their stand, they could by no possibility be moved from it; and I therefore did not dare to join the refusing nor the conceding side too hastily or too strongly, so that I could always extricate myself in an appropriate manner, in order that, should I have to become the lesser party, it would not have the appearance

Dutch transcription

25 Inlandse zaaken. om met Elkanderen Eerst affspraak te neemen, en dat dan de negorijen die een en het selve voor te dragen hadden, met elkanderen 's morgens konden binnen komen als wanneer ik hun appart neemen, en aanhooren zouden Twee van de klijnste negorijen die wijnig te zeggen hebben, en zig om hun swakheijd altoos na de meerderheijd schikken, keerde toen te rug na 't Gebergte en neegen kwamen na verloop van 3. dagen bij mij en hun verzoek bestond in de affzetting van den Sadangsen Panglima Radja Mangsor, Jk bragte hun toen onder het oog dat ik dit ver= „zoek van hun niet wel accepteeren konde, ter= wijl het eerst maar een verzoek van neegen ne¬ „gerijen was, en dat bij diergelijken zaeken alle derthien negorijen dienden eens gesint te zijn, wijl ik anders met de eene Parthij genoegen te geeven, de andere misnoegt maakte, en dus de zaaken niet verbeeterd wierden. dat behalven dat den Panglima een goed mensch was, die niemand geen quaad deed, en trouw aan de Compe was, en ik dus in dit hun verzoek niet voeglijk Stem¬ „men konde, dog zij gaven ter andwoord dat zij den Tanglima in het geheel niet leijden konden om dat hij een seer stom en luij mensch was, Ik repliceerde toen dat als zulx was, het eene last= Post voor mij was, maar hun in het geheel niet raakte, want dat zij hun gebergtens en den Pangli¬ „ma Comp=e land regeerde. dog zij antwoorden weer dat zulx zijn moeste, zo als het wilde dat zij zig alle derthien negorijen onder Eede verbonden hadden 1 102. Inlandse zaaken „ 103. § 104. hadden, niet te rusten, voor dat den Panglima aff¬ gezet was, en zo nu ook onder hun Eenige negorije thans niet meede bij dit hun versoek present waeren, zij egter zig meede onder dien Eede ver¬ bonden hadde, en dat zij in staat zoude kunnen zijn de weege week open te krijgen, zo ik dit hun verzoek niet toestond Met geen mooglijkheijd deese menschen tot een reedelijk Raisonnement en van hun stijffhoof¬ digheijd kunnen de affbrengen antwoorde ik hun dat ik Eerst de twee nog manqueerende negorijen ook aanhooren, en hun dan nadere antwoord na 't gebergte zoude agter aan zenden hun intuschen nogmalen ten sterksten aanzettende om zorg te dragen dat de weege weer open Kwamen Twee daage na deesen kwamen de andere twee negorijen ook binnen, deese hadden van den Panglima Sp: 100:—. g'accepteerd om hem voor te staan die verzogten toen dat ik na het verzoek van hun maats niet luijsteren mogte, maar den Sanglima als een braaf mensch zijnde, in zijn waer¬ digheijd mogte laten continueeren. waar op ik re¬ pliceerde dat ik daar toe zeer geneegen was, en ook aan hun versoek voldoen wilde, mits dat zij allen ijver deeden om hun meede regenten tot hun overtehaalen, en te maaken dat de weege open¬ kwamen, zij beloofden zulx zelfst met de Expresse dat als het met goeden niet geschieden kunne, zij de wapens daar toe gebruijken zouden, waer op zij dan ook vertrokken & 105. Na verloop van eenige tijd kreeg ik telkens bro en boodschappen die op de affsetting van den Panglima aan 3 26 Inlandse zaaken - aandrongen tog willende eerst affzien wat de twee negorijen zouden kunnen uijtvoeren die aangenoo= men hadden den Panglima te protegeeren zond ik telkens alle boodschap met vriendelijke andwoorden weer te rug het geen bij de twee en een halve maende duurde, in alle welke tijd geen enkeld thaijl Goud van 't Gebergte afkwam. Intusschen was 't Schip g'arriveerd, en also dan den Bergman gewend is, bij hopen aftekomen flatteerde ik mij dat zulx nu ook geschieden zoude, dog neen de weege wierden zo bewaard dat niemand aff en aankoomen mogte. Mij bleek toen duijdelijk genoeg dat de den Pangli= ma Protegeeren willende negorijen niets uijtvoeren kun¬ nen, dus was niets voor mij meer over als op een gepasde manier mij na hun wil te schikken, waar toe ik altoos nog eene uijtvlugt bewaerd hadde ingevalle dat ik niet zoude in staat zijn kunnen deselve van hun Stijkhoofdigheid affte „brengen dieest De reeden dat ik hun versoek niet in beginne ^ Cordaet van de handwijzen durfste waaren zoort gelijke voor= „gaande gevallen, gelijk bij tijden van den Com= „mandeur Palm, daar den Panglima Southan Bongsoe na verloop van 9. maanden, ook opge= „lijke manier weer moest ontslagen worden, waer uijt genoeg begreijpen konde dat deese menschen lens op hun stuk staande met geen mooglijkheid daar of te brengen waaren, en ik mij dus niet te schielijk te sterk aan de weijgerende nog toegeevende kant voegen durfste, om mij altoos op een gepasde manier te kunnen redderen op dat wanneer ik de minste worden moest zulx niet den Schijn hebben §. 106. § 107. § 108.

NL-HaNA_1.04.02_3860_0804 view scan ↗

English

Native Affairs 110. might have seemed as if I had been forced to do so. Meanwhile, I quietly gave the Panglima every means to see whether he could win these peoples over to his side again. I lent him money; he sent his family to the mountains in the hope that they might soften their minds, but it was of no help. They replied that all those of their nation who adhered to or supported the Panglima were dogs and swine, and even if he wished to give 2000 Sp:s, they still would not have him as Panglima, and would never reopen the roads as long as he remained Panglima. Such strong and, among the Malays, so insulting expressions having been used by them, I saw very well that nothing more could be done about it. § 111. I then had the merchants come to me and told them that it indeed appeared as if henceforth all friendship between the Company and the Tigablas Cottas would be at an end, since they were so unreasonable in their request that no mortal was capable of satisfying it. For it was known even to themselves that the thirteen towns were currently divided into five factions regarding the person of a Panglima, and as there could only ever be one Panglima, I could therefore give no satisfaction by dismissing this one and appointing another Panglima, since I could only satisfy one party and would still be left with 4 disgruntled ones, whereby matters would not be improved at all; § 109. 27 Native Affairs. 113. the more so because among those whom they proposed for Panglima was Raja Tallier, a person who could never ever be accepted as Panglima again by the Company on account of the many bad and murderous deeds committed by him, which were known to all of them; that I had therefore now decided to do nothing more in this matter, as I saw no chance of giving satisfaction, and that I would leave it to the discretion of the Tigablas Cottas whether they wished to maintain friendship with me or break it off entirely. The merchants recognized the reasonableness of my statements, yet declared that the bitterness against the Panglima was so great that there was no possibility of a solution unless he was dismissed. I then briefly answered once more that I could not do so, since I could not make five Panglimas at the same time. These statements had the desired effect, for seeing no longer any possibility of avoiding the dismissal of the Panglima, I had kept the impossibility of making five persons Panglima at the same time as a last resort, so that once that was cleared out of the way, I could accommodate myself in a fitting manner to their obstinate will. The merchants then immediately (as I had indeed expected) conveyed the discourse held with them to the mountains, and after the lapse of 112. 114. Native Affairs 115. about 14 days brought me a letter that they had received from the mountain people, stating that if the reason I did not wish to dismiss the Panglima was that they were not yet agreed among themselves about the person of the new one, they might safely tell me that whomever I wished to make Panglima, they would be satisfied with, provided only that this one were dismissed first; and if I did so, the merchants would then immediately stand surety for the opening of the roads; indeed, hearing that this had been the only difficulty that had kept me from dismissing the Panglima, they now also did not doubt in the least that I would do so, and for that reason had already sent orders to all the gold mines that no more gold might leave via the east side, but everything should be kept to be brought to Padang immediately after the opening of the roads. After I had thus negotiated for more than three months with these stubborn people, and saw that I could gain absolutely nothing with all my resisting or proposals, but was obliged to accommodate myself to them just as had happened with my predecessors, I very readily accepted this offer of theirs, even with the declaration, as there was simply no other way, that if they had thought so right from the beginning and had been of one mind regarding the person of a new Panglima, or had left it directly to my discretion, I would perhaps have granted their request immediately, for the reason that to the Company it

Dutch transcription

Inlandse zaaken „ 110. hebben mogte, als of ik daar toe genoodzaakt ge¬ „worden was. — Intusschen gaf ik aan den Tanglima Htilletjes alle middelen aan de hand om te zien off hij deese volkeren niet week op zijn zijde konde krijgen ikleende hem geld hij zond zijne Famillie na 't Gebergte op hoop dat die Je moederen verweeken zouden maar het help niets zij antwoorden dat alle die van hun natie den Panglima aanhingen off voor¬ stinden, sonde en varkens waren, en al wilde hij 2000: Sp=s geeven, dat zij hem dan nog niet voor Panglima houden wilden, en in Eeuwigheijd de weege niet weer openen zouden als hij Pang¬ „lima bleef. — zulke starke en bij den maleijer zo schimperige Expresjes door hun gebruijkt zijnde, zag zeer wel dat er niets meer aan te doen was. § 111. Jk liet toen de Kooplieden bij mij komen en zegde aan deselve dat het wel scheen, als off voortaan alle vriendschap tusschen de Comp=e inde Tigablas Cottas zoude gedaan zijn, terwijl zij in hun versoek zoo onreedelijk waren, dat geen sterveling vermoo= gende was, om genoegen daar aan te kunnen geeven. terwijl hun zelfst bekend was, dat thans de derthien steeden in vijff Facties verdeelt waren, om= „trend de perzoon van eenen Panglima, en daar evenwel maar een Panglima zijn konde, en ik dus door het ontslaan van deesen en aanstellen van een ander Panglima dog geen genoegen geeven konde, terwijl ik maar aan een Parthij voldoen, en dan dog 4. misnoegde overhouden zoude. waer door dan de zaeken in het geheel dog niet verbeeterd wierden § 109. 27 Inlandse zaaken. „ 113. wierden, te meer daar onder de geene die zij tot Pang= „lima voor droegen den Radja Tallier was, een Perzoon, die nooit of ooit door de Comp:e weer tot Panglima konde g'accepteerd worden, om reeden der veele door hem begaane slegte en moor dadige bedrijvens, die hun allen bekend waren, dat ik dus thans beslooten hadde in deese zaake niets meer te doen, wijl ik dog geen kans zag om ge¬ noegen te kunnen geeven, en dat ik het in de willekeur der Pigablas Cottas zoude laten berusten off vriendschap met mij onderhouden, dan wel de selve ten Eenemaale affbreeken wilden De Kooplieden zagen de reedelijkheijd van mijne gezegdens in dog verklaarden dat de verbitterheid teegens den Panglima zo groot was, dat er on„ mooglijk eene uijtsigt over was, zo hij niet ont¬ „slaan wierd, Ik antwoord toen nogmalen kort dat ik zulx niet toen koste terwijl ik geen vijff Panglima te gelijk maken Koste Deese gezegdens hadden de gewenschte uijtwerkingen want geen mooglijkheijd meer ziende het ontslaan van den Panglima te kunne eriteeren, had¬ „de ik de onmooglijkheid van vijff Perzoonen tegelijk tot Sanglima te kunnen maken, bewaard tot de laaste uijtvlugt, omme wanneer die uijt den weg geruijmt was, mij op een gepasde manier na hun stijfhoofdige wille te kunnen schicken. De Kooplieden bragten toen ten eersten (:gelijk ik wel verwagtende was :) mijne met hun gevoerde dis¬ curse over na 't gebergte en bragten mij na verloop van „ 112. „ 114. Inlandse zaaken „ 115. van Circa 14. dagen Een brief die zij van de bergvolkeren gekreegen hadden, dat als de reeden was, dat ik den Panglima niet ontslaan wilde, om dat zij onder Elkanderen nog niet eens waren over de Perzoon van den nieuwen zij maar aan mij gerust zeggen mogten, dat wie ik ook tot Panglima maaken wilde zij er genoegen inneemen zouden, mits dat dien ze maar eerst ontslaan wierde, en als ik zulx deed de kooplieden zig dan direct Borg stellen zouden voor het open der weege, Ja dat zij hoo¬ rende dat dit de eenige swarigheid geweest zijnde die mij teegen gehouden hadde den Panglima te ontslaan, nu ook in het geheel niet twijffelden of dat ik zulx doen zoude, en uijt dien hoofde nu ook reets ordres na alle de Goudmijnen ge¬ „sonden hadden dat geen Gond meer de oost zijde uijtgaan mogte maar alles bewaard worden om ten eersten na het open der weege na Padang gebragt te worden Na dat ik dus ruijm drie maanden lang met deese stijffhoofdige menschen Gecapituleerd hadde, en zag dat ik volstrekt niets met al mijn teegen spartelen off voorstellen winnen konde, maar in de verpligting kwam, mij zodanig na hun te moeten schicken als bij mijne antecesseuren ook geschieden was, zo nam ik dan deese hun operte zeer gereed aan zelfst met de betuijging terwijl er tog onmog „lijk iets anders op was, dat als zij direct van begin zo gedagt hadden en omtrend de Perzoon van eenen nieuwen Panglima eensgesint geweest waren, off aan mijne Schikking direct overgelaeten hadden ik hun versoek mooglijk aanstonds zoude toegestae hebben om reeden dat het aan de maatschap pij het

NL-HaNA_1.04.02_3860_0807 view scan ↗

English

28 Internal Affairs it was all the same who was Panglima here, as long as it was an honest person. I regarded this as the best means of preservation, a suitable retreat, by which I could satisfy them without giving any noticeable appearance of seeing myself forced to yield to them. Paragraph 116. I then had the Panglima come to me and presented to him all the effort I had made to protect him, and asked him whether he could still devise any means to maintain his position, but he declared that he saw no possibility of getting the sentiments of the mountain peoples back on his side, and since he saw that on account of his person all trade of the Company was at a standstill, he wished rather to request to be discharged from his regency, provided that I left him the rank of former Panglima, something he flattered himself I would not refuse him, because I was convinced that he had done nothing whereby he had made himself guilty of any punishment or offense against the Company. Paragraph 117. I then granted him his request with the promise that I would humbly write to Your High Excellencies that he was discharged from the Panglimaship for no bad or unfaithful conduct, so that when times should turn again in his favor and the mountain peoples might be won over in his favor upon a vacancy, he might then again be eligible for that dignity, and could flatter himself with the high approval of Your High Excellencies. Paragraph 118. After I had then given notice of the request of the Panglima to the Land Council, Internal Affairs I had the merchants come to me, and told them that the Panglima had requested his discharge, and that I had taken this into further consideration, but that I was not of the intention to grant it to him if the mountain peoples persistently showed themselves stubborn and would not first open the roads, but once this had occurred, that I would then fulfill his request. Paragraph 119. The merchants were very glad about this news, and requested to be permitted to go immediately to the mountains, assuring that within the span of 8 days the roads would be open, as indeed happened, and on the fourth day after their departure a small quantity of gold already came down, and all roads were reopened. Paragraph 120. When the merchants came down again after having settled everything in the mountains, the Panglima was then discharged in the full Land Council on the 12th of January last while retaining his rank, and the merchants brought me a signature from the eldest Ponghouls of twelve negorijen stating that they would be satisfied with whomever it might please me to appoint as Panglima from the Sayang Ponghouls. Paragraph 121. Notwithstanding this signature, however, I nevertheless received letters again a few days after that date from different negorijen, some petitioning for this one and others for another, and since I did not wish to act hastily with the appointment of a new Panglima, but if possible first see toward whom the mountain peoples inclined most strongly, Paragraph 122. 29 Internal Affairs Paragraph 126. the conferring of that dignity has been postponed by the humble first signatory until after the departure of the ship, when the same shall proceed to the election of a new one. Paragraph 123. The Panglimaship having thus become vacant, I take the humble liberty first to sketch for Your High Excellencies the persons who are strongly soliciting for it in the mountains among the Tigablas Cottas and squandering all their money to use the same for their advocacy with me. Paragraph 124. The first and principal one is the former Panglima Radja Tallier, who is currently the origin of all that has happened, and from the very least circumstance has repeatedly drawn the strongest poison to incite the foolish mountain peoples against the Panglima, through which they have also conceived such a great hatred against him, and he still exerts himself strongly, hoping through his false intrigues to compel the Company to have to make him Panglima. Paragraph 125. Radja Tallier is a shrewd, crafty, but very dangerous person; were it that his heart inclined as much to good as it does to evil and to the strongest thirst for revenge, he would be the most capable person of all for Panglima; yet he has no other aim in becoming Panglima than to satisfy his thirst for revenge against the Pauwers and Cotta Teugers. Paragraph 126. These people have an irreconcilable hatred against him, because during the time that the place was left by the English to its own fate, out of a private grudge he murdered the head Ponghoul

Dutch transcription

28 Inlandse zaaken het zelfde was, wij hier Tanglima was, als het maar een brav mensch was. Ik zag dit als het beste middel tot de bewaerde Een gepasde retiraide aan, waar door ik hun bewee¬ digen konde zonder eenige merklijk Schijn te geeven van mij gedwongen te zien, hun wie op te volgen § 116. Jk liet toen den Panglima bij mij komen en stelde hem voor alle moeijte die ik gedaan hadde om hem te bewaeren, en vroeg hem off hij nog eenige middelen bedenken koste om zig staande te houden, dog hij verklaarde dat hij geen mooglijkheijd zag om de Gemoederen der Bergvolkeren weer op zijn zeide te krijgen, en terwijl hij zag dat weegens zijn Perzoon allen handel der maatschappij stil stond hij liever verzoeken wilde van zijn regentschap ontslaan te worden, mits dat ik hem den Rang van oud pang= „lima liet, het geen hij zig flatteerde dat ik hem niet weijgeren zoude, door dien ik overtuijgt was, dat hij niets gedaan hadde, waar door hij zig aan Eenige Straffe of staat van de Maatschappij had¬ „de schuldig gemaakt. Ik stond hem toen zijn verzoek toe met belofte dat ik Uw Hoog Edelheed=s needrig aanschrijven zoude dat hij om geen quaad of ontrouw gedrag van het Pangli¬ „maschap ontslaan was, op dat wanneer de tijden ren weet in zijn voordeel veranderen ende Bergvolkeren bij vacatuur in zijn faveur mogten overgehaald zijn, hij als den tot die waardigheid week verkiesbaer, zijn mogte, en zig met de hooge approbatie van Uwe „ Hoog Edelheed:s flatteeren konde „ 119. Nadat ik toen van het verzoek van den Sanglima aan § 117. 8 118. Inlandse Zaaken aan den Land=raad kennisse gegeeven hadde, liet ik de kooplieden bij mij koomen, en zegte aan hun, dat den Panglima zijn ontslag gevraagt, en ik zulx in nadere overweeging genoomen hadde, dog dat ik niet van meening was, om het aan hem te geeven, zo de Bergvolkeren zig bij aanhoudendheijd kopig toonen en de weege niet eerst open wilde, dog als dit ge¬ schieden was, dat ik dan aan zijn versoek vol¬ „doen wilde. Over deese tijding waren de Kooplieden zeer verheugt„ en verzogten om aanstonds na het gebergte te moogen gaan, verseekerende dat binnen de tijd van 8. dagen de weege open zijn zouden, gelijk dan ook gebeurde en met den vierden dag na hun vertrek kwam reets eene klijne Quanti¬ „teijd Goud aff, en alle weege wierden weer open gesteld. Soen de Kooplieden na alles in het gebergte ge¬ „ 121. schikt te hebben weer affkwamen, wierd dan den Pang¬ „lima op den 12:e Januarij I: l: in den vollen land= Raad met behoud van zijn Rang ontslaan, en bragten de Kooplieden mij eene handteekening van de oudsten Ponghouls van Twaalf Negorijen dat zij genoegen daar in neemen zouden wie of het Sayang mij ook behaagde uijt de ^ Ponghouls tot Tang¬ „lima aante stellen Niet teegenstaande deese handteekening egter kreeg ik evenwel korte dage na dato Week brieven van differente negorijen die den een voor die en die voor een anderen versogten, en terwijl ik mij met het aanstellen van eenen nieuwen Panglima niet over= haasten wilde, maar als 't mooglijk was eerst zien na wien de Bergevoekeren het sterkst over= „ 122. § 120. halden 29 Inlandse zaaken „ 126. heelden, zo is het begeeven van die waardigheijd door den needrigen Eersten teekenaer uijtgesteld ge= worden tot na het vertrek van 't schip, wanneer deselve tot de verkiesing van een nieuwe overgaan zal 123. Het Tanglimaschap dus vacant geworden zijnde neeme de needrige vrijheijd UW Hoog Edelheeds Eerst de Persoonen te schetsen die daarom in het Gebergte bij de Tigablas Cottas sterk solliciteeren en al hun Peld verquisten om deselve tot hun voorspraak bij mij te gebruijken. § 124. Den Eersten en Principaalsten is den oud Panglima Radja Tallier, die thans de oorspronk van al het voorgevallene is, en uijt het allerminste telkens het sterkste vergifd gezogen heeft, om de stomme Bergvolkeren teegens den Panglima aan te hitsen waar door zij dan ook een zo grooten haat teegens hem opgevat hebben, en hij zig nog sterk vlijt, door zijne valsche Kuijperijen de Comp:e te zullen noodzaeken hem Panglima te moeten maaken. „ 125. Radja Tallier is een Schrander door sleepen dog zeer gevaarlijk menschen, was het dat zijn hart zo wel ten goeden helde, als het ten quaden, en ter sterksten wraak zugt doet, zoude hij de bequaam¬ „ste Perzoon van allen tot Panglima zijn. tog hij heeft geen ander oogmerk om Panglima te worden, als zijn wraakzugt teegens de Pauwers en Cotta Teugers te versaadigen. Deese menschen hebben Eenen onversoenlijken haat tee¬ gens hem, om reeden dat hij in de tijd dat de plaats door de Engelsen aan zijn eijgen nootlod over= gelaten was, uijt Een Particuliere neijd den hoofd Ponghoul

NL-HaNA_1.04.02_3860_0810 view scan ↗

English

Native affairs had the Penghulu of Pauh, named Radja Joan, stabbed to death at a cockfight, from which all disasters for Padang have originated, namely that all gardens with their houses were burned, thousands of cattle and many slaves were carried off by the Pauhers, and most people were brought to poverty. Besides this, it is also greatly to Radja Tallier's discredit that after the citizens of Padang—when he could hold out no longer—had out of pity quietly brought him out of the river by prahu at night to prevent him from being murdered, and thereby saved his life, he having kept himself hidden under a pigsty the whole day to avoid being found, instead of keeping quiet, he brought together a party of 30 armed Acehnese vessels in order to attack Padang and the Christian inhabitants themselves with them; in which, however, his objective failed because he was defeated at sea by the Padang citizens and had to retreat, after which he had all that rabble of Acehnese settle in Company land at Priaman and in those districts, which subsequently caused so many misfortunes, and could have had quite fatal consequences had they listened to the horrible proposal regarding the cockfight made by Maradja Basaar upon the arrival of the first signatory here, and of which he would thus have been more or less the direct cause. Section 127. Thus his character, of which enough examples have already been demonstrated in past times, is absolutely nothing less than that of an honest man, and the office of Panglima can impossibly be entrusted again to a person who, at the slightest incident, would possibly seek to avenge himself once again on the inhabitants of Padang on account of what is cited here, whereas he himself now, when everything is subjected to the Company with the utmost submission, because he is unable to get the subjects of the Company on his side, uses the stupid but stubborn mountain peoples to chastise the Company by closing the roads; and whereas he is so hated by the Pauhers and Cotto Teugers—with which peoples, however, as they are very bold and the closest neighbors of Padang, it is absolutely essential to live in complete friendship, and which peoples are also truly subjected to the Company with much affection and submission—that it is certain that not a year would pass without the cleverest efforts of the chief being unable to prevent the saddest and most ruinous consequences thereof for the Company and the place of Padang, but that everything would burst out again into a burning fire of war, of which it is still very keenly known from old times that the Pauhers have caused the Company much trouble and expense. Thus, for all these reasons, Radja Talliek can impossibly be chosen as Panglima, but well deserves to be clapped in irons and put to the heaviest labor for the rest of his life. Section 128: The second applicant for the office of Panglima is the present Bandhara, Radja di Slhier. This one is certainly the most faithful to the Company and the best of them all, and a man who, upon my first arrival here, gave me much information and helped me out of many a difficulty; yet he is of the lineage of Tjiniago, of which there are as yet no examples of a Panglima being able to maintain himself for longer than two years, while the mountain peoples want a Panglima from the lineage of Cotto Pilian. It is said that he has offered 1000 Spanish reals to the mountain peoples to interest them in his favor; this large sum of money will also possibly move them to it, yet when they have drawn it, they will possibly quickly defect from him again and want to have another Panglima again, although it were to be wished that, if the mountain peoples lean toward him and he had acceded to that dignity, he would be able to sustain himself therein. Section 129. The third is a certain Radja Lingang, currently Penghulu of Padang. This one has much to his discredit, also from the times that the English were here. He is an arrogant, haughty person, full of underhand tricks, false, grasping, and hated everywhere; yet at present, since he has been severely corrected verbally by me several times, reasonably submissive. Section 130. The fourth is Radja Jambij, also Penghulu of

Dutch transcription

Inlandse zaaken Tonghoul van Paur met naam Radja Joan op een haanevegterij heeft laten dood steeken, waer uijt alle Rampspoeden voor Padang voortgekome zijn, dat alle Thuijnen met hun huijsen verbrand 1000. van Buttels en veele slaeven door de Pauwers weggevoerd, en de meesten menschen tot armoede gebragt zijn Behalven dit heeft Radja Tallier nog tot zijn grooten Lasten, dat na dat hem de Burgers van Padang toen hij het niet langer houden konde 's nagts uijt meedelijden om niet vermoord te worden stilletjes met een Prauw de Rivier uijt¬ gebragt, en hem daar door het leeven gereddert hadden, daar hij den geheelen dag zig onder een varkens hok verborgen hadde gehouden, om niet gevonden te worden, in steede van zig stil te houden, een Parthij van 30 gewapende Atchien ders vaarthuijgen bij elkanderen gebragt heeft, om daar meede Padang, en de Christen Inwoonder zelfst te attaqueeren, waar in hem egter zijn oog „merk mislukte door dien hij door de Padang „se Burgers op zee geslagen wierd, en zig retireeren moeste, waar na hij alle dat hoofgespuijs van Atchienders in Compe Lande te Priamang, en in die distrecte heeft doen needersetten, het geen vervolgens nog zoo veel ongelukken verwekt heeft, en van vreije noodlottige gevolgen hadde zijn kunnen, hadden deselve geluijstert na het Gruwelijke voorstel van de Haane vegterij door Maradja Basaar bij de komst van den Eersten teekenaar alhier gedaan, en daar hij dus min of meer meede de directe oorzaak van zoude § 127. geweest 3 7 30 Inlandse Zaaken geweest zijn, dus zijn Caracter waar van in voorgaen „de tijden reets staaltjes genoeg gebleeken zijn, ab= solut niets minder is, als dat van een Eerlijk man, en het Panglimaschap onmoogelijk wee¬ „der te betrouwen is, aan een Perzoon die bij het ge= ringste voorval zij mooglijk weegens het hier aan gehaalde nog eens weer aan de Ingeseeten van Padang te wreeken zoeken zoude daar hij zelfst thans daar alles met de uijtterste submissie aan de Comp=e onderworpen is, om dat hij niet in staat is, de onderdaanen van de Comp=e op zijn zijde te krijgen de stomme dog stijffhoofdige Bergvol= „keren gebruijkt om de Comp=e te kastijden door 't sluijten der weege en daar hij zoodanig door de Pauwers en Cotto Teugers gehaad word met welke volkeren Egter als zeer stout en de naaste Buuren van Padang zijnde, het absolut hen zaak is, om in een volmaakte vriendschap te leeven, en welke volkeren ook waerlijk met veel geneegendheijd en submissie aan de Compe onderworpen zijn, dat het voorzeeker is, dat het geene Jaar duuren zoude of de Schranderste pogingen van 't opperhoofd zoude niet in staat kunnen zijn de droevigste, en aller ruineuste ge¬ volgen daar van voor de maatschappij en de Plaats Padang te beletten, maar dat alles weer in Een Brandend vuur van oorlog zoude uijtbersten, waar van van oude tijden nog zeer gevoelig bekend is, dat de Pauwers de maat¬ schappij veel moeijelijkheijd en kosten verwekt hebben. dus om alle deese reeden Radja Talliek onmoogelijk tot Panglima kan verkoosen worden. maar op ers de Inlandse zaaken. maar wel verdiend in de ijsers geklonken, voor al zijn leeve aan 't swaarste werk geset te worden. „ 128: Den tweeden sollicitant tot het Panglimaschap„ is den teegenswoordigen Bandhara Radja di Slhier deese is zeekerlijk de trouwste aan de maatschap¬ „pij en de beste van allemaal en een man die mij bij mijn Eerste aankomst alhier veel onderrigt gegeeven en uijt meenige verleegendheijd geholpen heeft tog hij is, van het geslagt van Tjiniago, waer van nog geene voorbeelden zijn, dat een Panglima het langer als twee jaeren, heeft houden kunnen, ter¬ wijl de Bergvolkeren Een Panglima uijt het geslagt van Cotto Pilian hebben willen, men zegt dat hij 1000. sp: realen aan de Bergvolkeren Geboden heeft, om voor hem zig te interesseeren, deese grote Somma Gelds zal deselve ook mooglijk daar toe moveeren, tog wanneer zij zulks getrokken hebben zullen zij mooglijk schielijk weer van hem af¬ „vallen en weeder Eenen anderen Panglima hebben willen, hoewel het te wenschen was, dat als de Bergvolkeren na hem overhellen, en hij in die waardigheijd opgetreeden was, dat hij zig daar in susteneeren Kunnen. § 129. Den derden is eenen Radja Lingang, thans Pong= „houe van Padang deese heeft veel tot zijn lasten meede van de tijden dat de Engelsen hier geweest zijn. hij is een verwaand Groots mensch vol van Slinkse Streeke, vals, inhaalig, en over al gehaat tog thans zeedert dat hij verscheijden keer sterk van mij mondelijks gecorrigeerd is, reedelijk submis. Den vierden is Radja Jambij meede Ponghoul van § 130. ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3860_0813 view scan ↗

English

31. Native Affairs 1. 132. of Padang, this is a spiteful, contentious, stubborn, and dangerous person, who in the time of Commander van Staveren was Penghulu of Pulau Batu, but on account of his extortions and bad conduct had to abscond at that time in order not to be apprehended and sent away, and only dared to return to Company lands after the English had taken possession of this place. He is highly regarded among the hill tribes because of his old age, some of them having already stood up for him upon my arrival. It is certain to be expected, however, that if he were to become Panglima, he will resume his old tricks and extortions, for which he will then have an open field. Except for these four persons, there is currently no one here who is eligible for the position of Panglima. I have already taken great pains to find someone among the resident Malays who, on account of his lineage, might become eligible, in order first to make him Penghulu of Padang and in that manner raise a good Panglima from him, but currently no one is to be found. The dispositions of these four persons are therefore such that Raja Taliar would be absolutely ineligible, and the other three offer poor prospects of being able to remain in the Panglima office for long. For what the hill tribes currently state about the Panglima being too old, they will soon § 131. Native Affairs § 133. say again of Raja Lingang and Raja Jambi: that they are too arrogant and bloodsuckers. The choice, therefore, to find a Panglima among them about whom one could flatter oneself with the prospect of his being able to remain in that capacity for long, is truly almost impossible. It is, however, much to be wished that the hill tribes may lean toward the Bendahara Raja di Hilir, concerning all of which it is not yet possible for the primary signatory to make a well-founded judgment. Just as it is likewise not possible for him § 134. to carry out what was highly proposed by Your Excellencies, 1 135. namely to enter into an agreement with the Penghulus of those mountains regarding slaves who abscond from here. It is something that the humble primary signatory hereof sought to carry out immediately upon his arrival here, but there is no prospect of it. The number of those regents consists of almost 500 heads, and even if one were to enter into an agreement with 400 of them, since it is impossible—and they certainly see to it—ever to get the entire number together, the runaway will always be in the hands of those who claim not to know of this contract. And however much one presents the absurdity of these statements to them, they will not listen to it, but to show their sincere heart, will return him once they have first been amply paid the value thereof, 32 Servants. Native Affairs besides which value they additionally request a small present on top of that for the trouble taken therein, and for having persuaded one of their fellow brothers, who was ignorant of the contracts, to surrender and return without profit a cleanly and legitimately purchased slave, while they themselves are meanwhile the thieves thereof. § 136. The disputes concerning the appointment of the second King of Tiku can still not be settled, however much trouble the primary signatory takes in that regard; nevertheless, the parties still remain reasonably quiet, although each continues to stand stubbornly on their position. § 137. The old Panglima of Salido having died very unexpectedly, his nephew named Raja Alam was proposed by the Resident of Pulau Cingkuk upon the nomination of the Landraad there as the only legitimate successor thereto, who in that capacity, subject to further high approval from Your Excellencies, has been provisionally appointed and sworn in by the undersigned under the customary name of Sri Nara. The envoys from the House of Suruaso having arrived, they received their customary presents and departed again reasonably satisfied. Corporal Schrik, who was stationed as postholder at Ajer Hadja for a time, behaved in a very predatory § 138. § 139. Servants manner toward some merchants passing through there, taking from several of them merchandise purchased here in Padang under the pretext that they had bought it from the English at Mukomuko, notwithstanding that they even showed him passes issued to them by the primary signatory, which he retained and subsequently ignored. During the time he was stationed at that post, § 140. nothing of this leaked out, as the people did not dare complain about him out of fear. However, when shortly thereafter he was seized by a severe illness, for which reason he had to be relieved from the post and transported here to the hospital, these people came to lodge their complaint against him with the primary signatory. Upon investigation, it was found and also admitted by him that he had taken from three persons, namely from two the value of Sp: 40. - each, and from the third Sp: 15. -. His sudden death from an old illness that had long been festering in his § 141. body deprived him of the well-deserved, just punishment for such scandalous actions. However, as his estate yielded Sp 70. — and 10 dubbeltjes at auction, the primary signatory judged that the same could by no means be considered as legitimately belonging to him, and for that reason divided it among the said persons against receipt, namely to those who were owed Sp: 40. —, Sp 30. – each, and to the third Sp: 10. and 10 dubbeltjes. With this, these people, having already considered their property lost, were very well satisfied. § 142. .

Dutch transcription

31. Inlandse zaaken 1. 132. van Padang, dit is Een haatdragend, Questieus, koppig en gevaarlijk mensch, die bij tijden van den Commandeur van Staveren Ponghoue van Poulo Batoe geweest is, egter weegens zijn Knevelarijen en slegt gedrag zig in die tijd heeft retireeren moe¬ „ten om niet g'apprehendeert en opgesonden te worden, ook na dat de Engelsen beset van deese plaats genomen hadden, eerst weer in Compe landen heeft durven te rug komen. Hij is bij de bergvolkeren zeer gesien weegens zijn ouderdom, zijnde deselve bij mij komst reets gedeeltelijk voor hem opge¬ koomen, het is egter zeeker te denken dat als hij mogte Panglima worden, zijne oude streeken en Knevelarijen daar toe hij dan een open veld heeft weer beginnen zal Buijten deese vier Perzoonen is thans niemand hier die tot Panglima verkiesbaar is. Ik hebbe reets veele moeijte gedaan om ijmand onder de Ingeseetenen maleijers te vinden, die weegens zijn geslagt verkiesbaar zoude worden kunnen om hem dan Eerst Ponghoue van Padang te maken, en op die manier eenen goeden Pangli= ma daar van op te kweeken, dog daar is thans niemand te vinden. De gesteldheeden van deese vier Perzoonen zijn dus zodanig dat Radja Tallier absolut onver= „kiesbaar zijn zoude ende anderen drie slogte uijt= sigt geeven, om lang in het Panglimaschap te kunnen blijven, want wat de Bergvolkeren thans opgeeven dat den Panglima te Hom is, zullen zij van Radja Lingang en Radja Jambij schielijk weer § 131. Inlandse zaaken § 133. weer zeggen dat zij te verwaand en bloed zuijgers zyn De keuse dus om eenen Tanglima daar onder te vinden, die men zig flatteeren konde dat eene uijtsigt zoude hebben, om lang in die qualiteit te kunnen blijven, is waarlijk bijna niet moog¬ „lijk, egter zeer te wenschen dat de berg volkeren na den bandhara Radja d' Ilhier Overhellen mogen, over welk een en ander den Eersten teekenaar egter als nog niet mooglijk is ge¬ „grond te kunnen oordeelen. Gelijk het meede aan denselven niet mooglijk is § 134. ter uijtvoer te kunnen brengen Het door Uw Hoog Edelheed=s hoogst geproponeerde 1 135. om met de Ponghoúls van die Gebergtens Een accoord aante gaan, nopens slaven die van hier drossen. Het is iets dat den Eersten needrigen teekenaar deeses reets direct bij zijn arrivement alhier gesogt heeft, ter uijtvoer te brengen, dog daar geen kans toe is, het getal van die Re¬ „genten bestaat wel bijna uijt 500. koppen, en al was het dat men met 400. van hun „ ac¬ „coord aanging also het onmooglijk is, en zij wel daar voor zorgen om nooit het geheele getal bij een te kunnen krijgen, dan zal den drospen altoos zijn inhanden van de geene die zeggen van dit contract niet te weeten, en hoe zeer men hun de ongerijmdheijd van deese Gesegdens zal voor „stellen, zullen zij egter niet daar na luijsteren, maar om hun opregt hart, te toonen denselven weerom geeven, wanneer hun ruijm de waerde daar 32 Dienaeren. Inlandse zaaken daar voor eerst uijtbetaald is, buijten welke waerde zij nog een Presentje boven dien versoeken, voor die daar in gedaane moeijte, en dat zij een van hun meede broeders die onweetende van de Contracten was gepersuadeerd hebben, een Suijver een regt „vaardig gekogt slav weer zonder winst aff= te staan, en te rug te geeven, terwijl zij intus¬ „schen zelfst de dieven daar van zijn § 136. De verschille over 't aanstellen van den tweeden Koning van Tikoe Kunnen als nog geschikt worden, hoe veel moeijte dat ook den Eersten teekenaar daar omtrend doet, egter houden zig als nog de Parthijen reedelijk stil, hoewel zij ijder stijffhoofdig op hun stuk staan, blijven. § 137. Den ouden Panglima van Sillida zeer onverwagts overleeden zijnde is door den Resident van Poulo Chinoo op voordrag van den LandRaad aldaar als de eenige wettige opvolger daar toe voorgedraagen desselfs neeff met naam Radja Alam die ook in die Qualiteit op nadere hooge approbatie van Uw Hoog Edelheedens door den onder= „geteekende provisioneel aangesteld en onder hede genoomen is onder den gewoonlijken naam van Sirie nara De affgesanten van 't Huijs van Sourouassa affgekoo= „men zijnde hebben hun gewoonlijke Presente ontfan= „gen en zijn tamelijk vergenoegt weer vertrocken. Den op Adjarhadja Eene tijd lang als Posthouder geweest zijnde Corperaal Schrik, heeft sig teegens sommige aldaar passeerende Kooplieden zeer rover= agtig § 138. § 139. Dienaeren agtig gedragen terwijl hij aan verscheijdene van hun alhier op Padang ingekogte Koopmanschappen afnam onder voorwendzels, dat zij deselve bij de Engelsen op Mokko Motko zouden gekogt hebben niet teegenstaande deselve hem zelfst Passe door den Eersten teekenaar aan hun gegeeven vertoonden, die hij te rug hield en vervolgens negeerde seduurend de tijd, dat hij op die Postlag was § 140. niets daar van uijtgelekt, terwijl de menschen uijt Bangigheijd niet over hem klagen durvsten. tewijl hij egter kort na dato door eene heerige ziekte aan= gevat wierd, om welke reeden hij van de Post moest affgelost en alhier na het Hospitaal getrans¬ „porteerd worden, kwamen deese menschen bij den Eersten teekenaar hun beklag teegens hem inbrengen en wierd na onderzoek bevonden ook door hem bekend dat hij aan drie Persoonen te weeten aan twee ijder de waarde van Sp: 40. - en den derden van Sp: 15. - affgenoomen hadde De schielijke dood aan eene zeedert lange tijd in zijn § 141. lighaam geroede verouderde ziekte onttrok hem de voor zulke schandeleuse bedrijvens wel ver= „diende regtvaerdige straffe, terwijl egter zijne na= „laetenschap bij verkoop sip 70. — en 10: dubb: ge= rendeert heeft, heeft den Eersten teekenaar g'oor= „deelt dat deselve in geenen deele zoude kunnen ge= considereerd worden, als hem regtvaerdig toekoo¬ mende, en uijt dien hoofde deselve onder gemelte Persoonen teegens Quitantie verdeelt, teweeten aen de geene die Sp: 40. — hebben moeten ijder Sp 30. – en ke derden sp: 10. en 10. dubb: waar meede dan deese menschen, hun goed dog reets al verlooren gecon¬ sidereerd gehad hebbende zeer wel vergenoegt ge¬ „weest zijn § 142. .

NL-HaNA_1.04.02_3860_0817 view scan ↗

English

33 Servants 142. Section 143. The humble first signatory deemed this arrangement most necessary both for the honor and for the security of the Honorable Company's trade, because through such unauthorized acts the mountain dwellers, instead of being enticed, would be frightened away from coming down to trade, and also in order to give the mountain dwellers a little more courage for the future by obtaining justice, so that they may peacefully bring forward their rightful complaints. For otherwise such treatment would arouse such fear among them of coming down that trade would languish without the reason being known. However, in order that the first signatory may not possibly be called to account in time by the heirs of this corporal, he takes the humble liberty to request Your High Nobilities' high approval of these actions by resolution, so that this may be inserted into his closed account. Section 144. The bombardier Isaak Anthonij Sieck and soldier Johan Jodfried Ketter, having requested their discharge to Batavia due to the expiration of their term, are now crossing over with this vessel, as are two humble petitions from the bookkeeper Johannes Alexander van Koningsmark and the gunner Cornelis van Vliet, who humbly request Their High Nobilities for their retirement pension. The first arrived in the year 1757 on the ship Rotterdam as a boy, and the second in 1758 on the ship Renswoud at 8 guilders, and as especially the Servants latter is now becoming old and very infirm, they humbly request Your High Nobilities to be pleased to grant their request favorably. And whereas here both Section 145. seven military individuals have died, and others must be trained for the artillery to replace those who are lacking, and the sailors destined for the office have had to be employed on the now departing ship to complete the necessary crew, and from the small vessels must be taken those lacking for the bark De Kreeft, and also thirteen sailors have died here recently, we humbly request Your High Nobilities to be pleased to send us, in compensation for the aforementioned men, seven European soldiers and thirteen sailors in return, as otherwise, upon the arrival of the ship in the current year, we will not be able to make use of the available small vessels for unloading. In place of the deceased Moors, 5 others were taken into service from among the old ones who had remained behind here, so that their number is now complete, whereas in this year Section 146. one male slave has died, and 11 have deserted to the mountains, and since for the reasons cited at the beginning of this document there is little prospect of ever being able to recover them, we request Your High Nobilities' high permission to be allowed to purchase twelve Niassers in their place, 34. Servants Section 147. for which we will have to take the first available opportunity in the hope of high approval of this request of ours, as through the lack of them all work is delayed, just as we were now obliged, with the busy work in the smith's shop for the bark De Kreeft, to hire wage-laborers for the forging. We request Your High Nobilities that we may be excused from receiving slaves from Batavia, because they are usually those who cannot be governed there, and arriving here—where they cannot work in chains because of the many severe and nearly incurable leg injuries to which those who walk barefoot here are subject, and also cannot be locked up at night in a well-secured building, because their quarters consist merely of bamboo—they seek the first opportunity to obtain their freedom by flight, of which the Niassers, who find many of their compatriots here, do not make themselves guilty, as they do not feel the yoke of slavery so heavily. As the Bugis ensign Dul is constantly engaging here in many bad intrigues, paying no heed whatsoever to the reproaches frequently given to him on that account, we now send him back to Batavia as a disobedient subject, with a humble request to Your High Nobilities—since the number of native soldiers here is presently so small anyway—that it may please Your High Nobilities to excuse us from another in the future to spare unnecessary expenses; while we also send back, on account of his continuous sleepiness in the service, the Bugis corporal Mingo, who was demoted to soldier. Section 148.

Dutch transcription

33 Dienaeren „ 142. § 143. Den needrigen Eersten teekenaar heeft deese schikking aller noodzaaklijkst g'oordeeld zoo wel voor de Eere als tot beveijliging van S: E: Comp=te Handel, terwijl door diergelijken onge. oorlofde bedreijvens den Bergman in Steede van aangelokt, affgeschrikt zoude worden, om ten handel afftekoomen, als ook om den bergmen door het verkrijgen van 't Regt voor 't toekoo= mende een wijnig meer moed te geeven, om gerust zijne regtvaerdige klagten in tebrengen. Terwijl zoort gelijke behandelingen zodanig een vrees anders onder hun verwekken zoude om af= „te koomen dat den Handel kweijnen zoude zonder dat men de reeden wist waarom Op dat egter den Eersten Teekenaar niet mooglijk door de tijd van de Erffgenaamen van deesen Corporael daar over zoude kunnen aangesprooken worden neemt deselve de needrige vrijheijd Uw Hoog Edelheeds de hooge approbatie van deese zijne gedoentens hier in bij besluijt te versoeken, op dat zulx bij zijn affgesloten reekening kunne g'insereerd worden. § 144. Den Bombardier Isaak Anthonij Sieck en zoldaat Johan Jodfried Ketter mits hun tijds Expiratie hun verlossing na Batavia versogt hebbende gaan thans met deesen Bodem over, Gelijk meede twee needrige Smeek schriften van den Boekhouder Johannes Alexander van Koningsmark en den Cannonier Cornelis van Vliet die Hoogst= deselve om hunne Rustgagie needrig versoekende. den Eersten is in 't Jaar 1757. met het schip Rotterdam voor Jonge en den tweeden in 1758. met het schip Renswoud voor ƒ 8. uijtgekomen en terwijl thans Principaal den Dienaeren den laasten oud en zeer gebreklijk word, versoeken zij UWw Hoog Edelheedens needrig hunne beede gunstig te willen verhooren, En Terwijl alhier zo wel week § 145. Seeven koppen, militairen overleeden zijn, en andere tot de Arthillerij aangeleerd moeten worden tot suppleering van de daar aan manqueerende als meede de voor 't comptoir gedestineerd geweest zijnde mattroosen week op het thans vertrekkend schip hebben moeten g'emploijeerd worden, tot compleetering van de noodige manschap, en van de klijne vaarthuijge zullen moeten affgenoomen worden, de manqueerende voor de Barcq de kreeft, en hier meede zeedert Korten der thien mattroosen overleeden zijn zo verzoeken wij UW= Hoog Edelheeds needrig ons tot vergoeding van gemelde menschen weerom seeven Europeese Militairen en derthien mattroosen te willen laten ge¬ „worden. terwijl wij anders bij de komst van 't schip in A: c: geen gebruijk van de aanhanden zijnde klijnen vaarthuijgen tot het lossen zullen maken kunnen. zijnde hier voor de overleedene mooren week 5. andere in dienst aangenomen van de ouden die alhier te rug gebleeven waeren, zo dat derselver getal thans Compleet is, waar en teegen in dit Jaar § 146. Een mans, slaven overleeden, en 11. na 't Gebergte gedrost zijn, en terwijl om in 't begin deeser aan¬ gehaalde reeden weijnig uijtsigt is, om deselve ooit weerom te kunnen krijgen, zo versoeken wij Uw Hoog Edelh:s hooge permissie om weer Twaelff stux massers in derselver Plaatse te mogen aan¬ Kopen 3 34. Dienaeren § 147. „koopen, waar toe wij de eerste voorkoomende occassie zúllen moeten waarneemen, op hoop van hooge appro¬ „batie, op dit ons verzoek terwijl wij door het ge= mis van deselve en al het werk vertraagt worden, gelijk wij thans bij 't drutke werk in de Smits winckel voor de Bank de Kreeft in de verplig= ting geweest zijn, huurlinge tot het voorsmeeden aanteneemen, verzoekende UW Hoog Edelh:s van Batavia, slaven te ontfangen verExcuseerd te moogen weesen, door dien deselve ordinaire de geene zijn die aldaar niet kunnen geregeerd worden, en hier koomende alwaar zij niet in de kettingen werken kunnen door de veele Sware, en bij na ongeneesbaere accidente aan de beene, daar aan de geene onter „worpen zijn, die alhier bloots voet loopen als meede in geen wel voorsien gebouw snagts kunnen opge¬ slooten worden, door dien hun vertrek enkeld uijt bamboes bestaat ten Eersten occagie zoeken om hun vrijheijd door de vlugt te verkrijgen, waar aan de niassers die hier veel van hun landgenooten vinden ^ niet schuldig maken, terwijl zij 't Iok der slavernij zo zeer niet zig zo zeer ^ gevoelen Den Bougineesen vaandrig Dul zig met veele slegte Konkelarijen hier telkens ophoudende, aan de daar over dikwils aan hem gegeevene Reprochés zig in het geheel niet Htoorende, zenden wij thans als een dis=obedient subject, na Batavia te rug met needrig versoek aan Uw Hoog Edelhs terwijl thans het getal der Inlandse Militairen alhier, dog zo gering is, dat het Uw Hoog Edelh: behagen moge, ons voortaan van een anderen te Excuseeren ter menageering van onnoodige kosten, ter¬ „wijl wij meede om zijn aanhoudende slaperigheid in den dienst te rug zenden, den tot zoldaat gedeporteerden Bougineese Corporaal Mingo. § 148.

NL-HaNA_1.04.02_3860_0820 view scan ↗

English

Servants. At Adjarhadja, two Bugis soldiers deserted with their full arms. However, after the passage of some months, one of them returned of his own accord and begged for mercy, in consideration of which he was punished with a severe gauntlet and sentenced to pay for his arms from his earned pay according to the Company's orders. § 149. Because of their continuous drunkenness and dissolute and malicious conduct, we have also demoted to sailors the soldiers Iohan Schrader and Pieter Minder, against which, at their request, the sailors Hartog Arends and George Scott from the ship De Standvastigheijd were exchanged to soldiers; likewise, from the idle youths wandering around here, Laurens Caljour and Pieter Groenewout were taken into service as ship's boys at ƒ 5.-, who will go to Batavia on the bark De Kreeft in order to be separated from their families, to whom they cause very great grief. § 150. The junior assistant Dirk Boudewijnsz having passed away very suddenly, we have thereby lost one of the most capable accountants of this office; and although it has appeared to our great regret from the humble report submitted to Your Right Honourables by the senior merchants of the Castle at Batavia that it is impossible to find some capable assistants for this office, we are nevertheless obliged to represent anew to Your Right Honourables the miserable condition in which this office is damaged regarding scribes. § 151. The only ones who currently remain to us are the bookkeeper Jan Boudewijnsz and junior assistant Willem Krijgsman. § 152. When we dread mentioning to Your Right Honourables how necessary it is that there are at an office at least a few persons who can calculate well, and thus will only count the copying work, which occurs at an office with the copying of three sets of pay books, Trade Ledger, Journal, and specification, copying in quadruplicate of all outgoing letters, as well as those incoming from subordinate offices and foreign nations, and all further papers which are prepared in the service according to the circumstances of affairs, whether with declarations, findings, native correspondences, and whatever more belongs thereto, we hope that it may graciously please Your Right Honourables to understand how impossible it is to do all this work with only two clerks, who moreover are only native children. § 153. Not without reason do we fear that under such a deficient situation the office will fall into such confusion that it will cost incredible effort to redress everything again, and that, however much the humble first signatory strives to give satisfaction in everything to Your Right Honourables, he will nevertheless see himself exposed herein to the sharpest reproaches from Your Esteemed Selves, without being able to avoid such with all vigilance and effort. § 154. We therefore humbly beseech Your Right Honourables to deign to grant your favourable consideration to the request which we now find ourselves obliged to repeat, to deliver us from these worrisome circumstances by sending some capable clerks, and if it is not otherwise possible, to at least let us have a single person who can calculate well with a couple of native clerks (or Mestizos), as there is absolutely no one here at the office who can be employed for that purpose. § 155. And although, if it should highly please Your Right Honourables to comply favourably with the request of the scribe and pay bookkeeper Van Koningsmark, a person might well be found here for pay bookkeeper, this office is however annexed to that of scribe, for whose performance we have no one to propose to Your Right Honourables, and we humbly request Your Esteemed Selves to let us have another in his place. § 156. The comforter of the sick Jan Bos, serving here, humbly requests Your Right Honourables for his release to Batavia, as his contract expires in the coming month of June, and we pray Your Right Honourables to be allowed another in his place. § 157. Meanwhile we now send over with this vessel the former First Clerk of Policy Michiel Willem Hendel, the same having been frequently very senseless for over five years, which senselessness now repeatedly causes him to lapse into great malice, and as we can no longer properly let him go around loose, nor have any secure rooms to lock him up in, we are under the obligation to have to send him away, humbly praying Your Right Honourables that it may please Your Right Honourables to let him go from aboard ship to the Outer Hospital, as we do not doubt that there will possibly still be recovery for him when he uses the necessary remedies and is removed from a wild way of life and the uttermost poverty. § 158. Exiles. We also send over in chains with this vessel the three Bugis from the vessel of Tjampa who wanted to defend themselves with krises at Oedjong Karrang, and 2 other vagabonds who continually resided here among the Malays committing theft and burglaries, and were handed over to us by them to be banished from here and to do their service as slaves for the Honourable Company in chains. § 159. Short Invoice. The goods discharged into this vessel from this head office consist of: ƒ 40.

Dutch transcription

Dienaeren. Op Adjarhadja zijn twee Bougineese militairen met hun volle wapens gedrost, den Eenen egter van deselven is na verloop van Eenige maanden zijn eijgen weerom gekoomen, en heeft omgenade versogt uijt welke Consideratie deselve met een swaere spitsgard bestraft, en zijn wapens van de winnende Pagie na Compte. ordres te betalen ge¬ condemneerd is. § 149. Hebbende wij om hun aanhoudende dronkenschap en Liederlijk, en Quaadaardig gedrag meede tot mat= „troosen gedeporteerd de zoldaaten Iohan Schrader En Pieter Minder, waar en teegen van 't Schip de standvastigheijd op hun verzoek tot zoldaten gechangeerd zijnde mattroosen Hartog Arends, en George Scott, gelijk meede van de alhier rondswer= vende leeg lopende Jongelinge in dienst voor Jongens van ƒ 5. - aangenoomen, Laurens Caljour, en Pieter Groenewout, die met de Bark de Kreeft, na Batavia gaan zullen om van hun Famillie aan die zij zeer veel verdriet doen affgetrocken te worden. Den Iong=assistent Dirk Boudewijnsz: zeer subiet overleeden zijnde hebben wij daar door Een van de bequaamste Ceijffers van dit Comptoir verlooren, en hoewel ons uijt de door de Heeren opperkooplieden des Casteels te Batavia aan UW Hoog Edelh=s overgegeeven needrig berigt tot ons Groot leed= „weesen gebleeken is, de onmoogelijkheijd van he= nige bequaame Assistenten voor dit Comptoir te kunnen vinden zijn wij egter weer verpligt Uw Hoog Edelheed=s op 't nieuwe voor te stellen de verzeerd: naare gesteldheijd waar in dit Comptoir ^ omtrend schibenten. § 151. & 148. „ 150. 35. Dienaeren § 151. De Eenigsten die ons thans nog overblijven zijn, den Boekhouder Jan Boudewijnsz: en Jong assistent Willem Krijgsman „ 152. Wanneer wij vreesen UW Hoog Edelheedens men= tie te maaken, hoe noodsaaklijk het is dat op een comptoir ten minsten Een paak menschen zijn die goed reeken kunnen, en dus maar enkeld het copij werk reeken willen, wat op hen Comp¬ „toir voorvalt met het Copiheren van drie stel zol= „dij boeken, Negotie Groot Boek, Iournaal, En specificatie, Copiheren in Zua=druplo van alle aff= gaande Brieven, gelijk meede der aankoomende van onderhoorige Comptoiren, en vreemde naties en alle verdere Papieren, die in den dienst na om¬ standigheeden van zaaken gemaakt worden, het zij met verklaeren, bevindingen, Inlandse Correspon¬ denties, en wat meer daar toe behoord, hopen wij dat het UW Hoog Edelh:s moge gunstig behagen intezien, hoe onmoogelijk het is al dit werk met slegts twee Pennisten te doen, die daar bij nog maer Inlandse Kinderen zijn. Niet ongegrond vresen wij dat bij zulk hen gebreckelijke gesteltenisse het comptoir zodanig in verwarring zal geraaken, dat het ongeloof= „lijke moeijte kosten zal, om alles weer te redres= „seeren, en dat hoe zeer den needrigen Eersten teekenaar zig b'ijverd om Uw Hoog Edelh=s in alles genoegen te geeven, hij egter hier in zig aan de allerscherpste verweijde van Hoogst= dezelve zal g'exponeerd zien, zonder dat hij met alle vigilantie en moeijte zulx zal eriteeren kunnen „ 154. Wij Smeeken dus Uw Hoog Edelh:s needrig het ver= =zoek „ 153: Dienaeren. „zoek dat wij ons thans in de verpligting vinden weer te moeten herhaelen, van ons door het zenden van eenige bequame Pennisten uijt deese zorgelijke omstandigheeden te redderen, Hoogst= „ deselve gunstige Consideratie te willen verwaar= „digen, en zo het dan niet anders mooglijk is, ons dog een enkelde Perzoon die goed reeken kan¬ met een paar Inlandse Pennisten (:of Mesticen te willen laten geworden, terwijl volstrekt alhier op 't Comptoir niemand is, die daar toe g'em¬ „ploijeerd kan worden § 155. . En hoewel tot zoldij boekhouder zo het Uw Hoog Edelh:s hoogst behagen mogte aan het versoek van den schriba en Zoldijboekhouder V=n Koning= „smark gunstig te voldoen, mooglijk alhier wel een Perzoon zouden kunnen gevonden worden deese dienst egter annex aan die van Schriba is tot wies waarneeming wij niemand hebben¬ om UW Hoog Edelheedens te kunnen voordragen versoeke wij Hoogst deselve needrig ons een andere in dies plaats te willen laten geworden. § 156. Versoekende den alhier dienst doenden ziekentrooster Jan Bos Uw Hoog Edelheedens needrig om zijn verlossing na Batavia, terwijl zijn verband in de aanstaande maand Junij uijt is, en wij Uw: „ Hoog Edelh:s bidden Een ander in zijn plaats te moo= „gen hebben Terwijl wij thans met deesen Bodem oversenden § 157. den geweesenen Eerste Clercq van Politie Michiel, Willem Hendel deselve al zeedert ruijm vijff Iaeren dikwils zeer Zinneloos zijnde welke zouloos heijd - 36. Dienaeren Bannelingen. § 158. „heijd hem thans meermalen tot Eene groote Quaad= aardigheijd doet overgaan, en wij hem niet wel meer kunnen laeten los rondgaan, ook geen bewaerde vertrekke hebben, om hem daar in op¬ te sluijten zijn wij in de verpligting, denselven te moeten verzenden, biddende wij Uw Hoog Ed:s needrig dat het Uw Hoog Edelh behagen moge, hem van boord aff, na 't buijten Hospitaal te laten gaan, also wij niet twijffelen of dat moog= „lijk nog wel herstelling voor hem zijn zal, wan= neer hij de noodige middelen gebruijkt, en affge= trocken is, van een verwilde Leevens aart, en de uijtterste armoede. Nog zenden wij met deesen Bodem in de kettings over de drie Bougineesen van 't vaarthuijg van Tjampa die op oedjong Karrang zig met den Krissen hebben verweeren willen, en 2. andere vage¬ „bonden, die zig hier met steelen, en huijs= „braken onder de Maleijers telkens opgehou= „den hebben, en door deselve aan ons overge= „geeven zijn, om van hier verbannen te worden en als slaven bij d E: Maatschappij in de ketting hun dienste te doen kort Factuur De in deesen Bodem affgelaedene Goederen „ 159. van dit hoofd Comptoir bestaan in 40. ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3860_0824 view scan ↗

English

Short Invoice Padang on Sumatra's West Coast the 30th of January Checked Cornelis Londs 40 bars of Gold to the value of. . . - . ƒ 107719: 6:—. 27634 lb Pepper. . . „ 3523:11:— 400 pieces Hamans Hendrik Pem:. . . „ 4441: 1:8. 13140 lb Sappanwood. . . - - - - - - - „ 380: 2:—. 10300 „ Benzoin Cabissa. . . . . „ 6707: 19: —. Various unusable returned Goods. „ 959: 8:—. Some Unserviceable Goods. „ —: —: —. Accounts Charged. . . . . . . „ 42461:—:18: — Of goods. . . . „ 33553: 2: 8. Total. . . . - - - ƒ166193:5: 8. the Captain Sterk being strictly ordered to call at the Office of Poulo Chinco, and also to take in the Pepper and Sappanwood in stock there. Section 161. Hoping and wishing that this vessel may arrive quickly and safely at your place, while taking the humble liberty of further most strongly recommending our persons to Your High Excellencies' high and continuous Protection, and naming ourselves with deep awe and respect, High Noble, Most Honorable, Widely-Commanding Lord, and Most Noble and Strict Lords! Your High Excellencies' humble and loyal servants. Ph Joh: van der Hengh 1788. No. 5 Duplicate Missive To Their High Excellencies. The High Indian Government Batavia To the High Noble, Most Honorable, Widely-Commanding Lord, and Per the Private vessel of the Chinese Lauw Tamko. To his High Excellency, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General. Together with The Most Noble and Strict Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Most Honorable, Widely-Commanding Lord, Most Noble and Strict Lords! Section 162. The Ship de Standvastigheijd having departed from here on the 30th of January, we hope that it may already have arrived safely at your place for some time now. Section 163. The work on the bark de Kreeft proceeds very slowly because nearly all the carpenters have fallen ill in turn; however, we hope that by the end of this month it will be in such a condition that it will be able to undertake its journey to Batavia. Section 164. Section 165. On the 3rd of the past month, the humble First Signatory received a letter from the Natal Resident Robert Broff, being the answer to the points of inquiry sent to him regarding the Benzoin from the vessel of Tjampa. This letter contained that the Benzoin had been given to Tjampa for the account of the Natal Society to sell wherever he saw the greatest advantage in it, and subsequently to purchase for it such products and merchandise and bring them to Natal as were most in demand and needed there, and that the profit that would then come from it would be for him, Tjampa, in recompense for his services rendered to the Resident at the overrun of the Residency of Tappanoly. Furthermore, this letter was accompanied by a sworn statement from Lieutenant Louis, who then had authority at Tappanoly and had handed over this Benzoin to Tjampa, wherein he declared false the statement given by William Lightbow, namely that the chests had been marked with the specified Natal mark. Section 166. On the 29th of the same month, there arrived here the Natal Doctor Hoarat, who handed over to me a further letter from the said Resident Broff dated the 21st, wherein he wrote requesting that I make restitution of the Benzoin to the bearer of that letter, as he had been present during the entire transaction regarding it and could give me the necessary declaration in that regard as I thought was necessary. This Hoarat then passed a solemn declaration, both for Broff and for himself because he holds his share in the Natal Society, that the Benzoin was never sold to Tjampa, nor was it ever paid for by him, but only given to him with the purpose as we have mentioned above. Section 167. Maintaining then that the right of ownership according to all equity was on the side of the claimants, because they had given this Benzoin to barter for necessary provisions and merchandise for their Residency, I judged it well and in accordance with Your High Excellencies' high intention to restore it to them, just as I then handed over in kind into the hands of Doctor Hoarat against receipt the 70 chests sent back from Batavia, and rs 130:—:- or the proceeds of the sale in money for the 20 that were already sold. Section 168. The Acehnese vessels presently sailing back and forth from Chinco here report to us that the English at Natal are busy heavily fortifying themselves. We also hear that at Bencoolen they are likewise busy repairing the fort. Section 169. While everything in their garrisons along this coast, except the troubles at Moco Moco, is in complete peace, we maintain from this that they possibly already have some news, or fear, of becoming engaged in war with a European power, and while

Dutch transcription

Kort Factuur Padang op Sumatras West Cust den 30e: Januarij Nagezien Cornelis Londs e 40. staven Goud ter waarde van. . . - . ƒ 107719: 6:—. „ 3523:11:— 27634. lb Peeper. . . 400. p=s Hamans Hend=k Pem:. . . „ 4441: 1:8. 13140. lb Sappanhout. . . - - - - - - - „ 380: 2:—. 10300. „ Bensuin Cabissa. . . . . „ 6707: 19: —. Verscheijdene onbruijkbaare te rug 959: 8:—. gaande Goederen. „ —: —: —. „ Eenige Onbequaame Goederen. Aanreekeningen Ten lasten. . . . . . . „ 42461:—:18: — _o „ Goeden. . . . „ 33553: 2: 8. Somma. . . . - - - ƒ166193:5: 8. zijnde aan den Capitain Sterk belast ten Comptoire 8 160 Poulo Chinco aantegaan, en den aldaar in voorraed zijnde Peeper en Sappanhout meede in te neemen § 161. Hoopende en wenschende wij dat deesen Bodem spo„ „dig en behouden â Costi, arriveeren moge, Terwijl onse Perzoonen wij Uw Hoog Edelh:s hooge aan houdende Protectie verders ten sterksten aan te be¬ veelen de needrig vrijheijd neemen, en ons met diep ontsag en Eerbied noemen Hoog Edele Groot Agtbare Wijd=Gebiedende Heere, En Wel Edele Gestrenge Heeren! Uw Hoog Edelheedens onder da „nige en Trouwschuldige Dienvaeren. 6 reft O: N:v: M Ph Joh: van der Hengh 1788. ƒ V No. 5 Dupplicaat Missive Aan Haar Hoog Edelheedens. D' Hooge Jndiasche Regeering Batavia 8 Den Hoog Edelen Groot Agtbaren! Wijd Gebiedende Heere! En Per D' Particuliere vaarthuijg van den Chinees Lauw Tamko. SS 162. §S 163. 37 Aan zijn Hoog Edelheijd! M„r Willem Arnold Alting! Gouverneur Generaal. Beneevens De Wel Edele Gestrenge Heeren Raden, van Nederlands Indiën Hoog Edele Groot Agtbare Wijd=Gebiekende Heere Wel Edele Gestrenge Heeren! Het Schip de Standvastigheijd op den 30e Januarij van hier Vertrokken Zijnde hopen Wij dfat reets lange à Costij behouden moge gearriveerd zijn Het Werk aan de Barck de Kreeft gaat zeer langsaam door dien bij na alle Timmer„ „lieden beurt om beurt ziek geworden zijn, egter hopen wij dat deselve in 't Laast van deese MMaand in zodanigen staat zijn zal dat zij haare Reijse na Batavia zal kunnen aanvaarden.— 8 164. Op § 165. Op den 3„e gepasseerden Maands Ontfing den Heedrigen Eersten Teekenaer eenen Brief van den Natt als Resident Robert Broff Zijnde de Antwoord op de aan hem gesondene Vraag Poincten nopens den Bonssuijn uijt 't vaar¬ „thuijg van Tjampa, Deese Briev behelsde dat de Bensuijn voor Reekening van de Nat¬ t alse Societeijd aan Tjampa gegeeven was om te verkoopen waar hij 't meeste voordeel daar op zag, en Vervolgens zodanige Produc¬ „ten en Koopmanschappen daar voor in te koopen en na Nattal te brengen als aldaar het meeste getrokken en benoodigt waeren en dat de winst die dan daar van komen zoude, zijn zoude voor hem Tjampa in Recom„ „pens van zijne Dienste bij 't afloopen der Residentie Aappanolij aan den Resident beweesen. Nog Was deese Briev Verpeld met een ƒ beEedigde Verklaring van den Luijtenant Louis die toen 't gesag op Tappanolij, en deesen Bensuijn aan Tjampa affgegeeven hadde, waar in deselve de verklaring door William Ligtbouw gegeeven voor vals verklaard te weeten dat de kisten met het opgegeevene Nat¬ talse Merk geteekend waeren geweest, er Op den 29 desselven Maands kwam toen 8 166. hier den Nattalse Doctor Hoarat die mij overgaff eenen naderen Briev van gemelden Resident Broff van den 21e waar in deselve schreef dat hij mij versogte de Restitutie van den Bensuijn aan den Brenger van dien Briev te willen doen, also deselve bij de geheele Behandeling nopens derselven present was geweest, en mij daar omtrend de noodige Verklaring asseeren konde zo als ik dagt dat het noodzaaklijk was, Deese Hoarat heeft SS: 164. toen 22 38 167. C: toen zo voor Brofs als voor hem door dien hij zijn Portie in de Nattalse Societeijd heeft eene Solemneele Verklaring gepasseerd, dat de Bensuijn nooit aan Tjampa Verkogt ook maar hooit door hem betaald geweest is ^ aan den¬ selven gegeeven met het oogmerk gelijk boven gemeld hebben. Susteneerende toen dat het Regt van Eijgendom na alle Billijkheijd aan de Leijde van de Reslamanten was, door dien zij deesen Bensuijn gegeeven hadden om te troe„ queeren voor noodige Behoeftens en Koop¬ manschappen voor hun Residentie, hebbe geoordeeld wel en overeenkomende met Uw¬ Hoog Edelheedens hooge intentie te doen denselven aan hun te restitueeren, Gelijk ik dan ook in handen van Doctor Hoaraff zee¬ gens quitantie in Natura hebbe overgegee¬ ven de 7o van Batavia te rug gesondene kisten en r„s 130:—:- off het sphovenu van de Verkoping aan Geld voor de zo die reets Ver„ kogt waren De van Chincol thans alhier aff en aan¬ SS 168. vaarende AtChiender Vaarthuijgen berigten ons dat de Engelsen te Nattal sterk besig sijn met zig te fortificeeren, Wij horen teffens dat zij op Benkoulen ook besig zijn met het Fort te herstellen. Terwijl alles in hun Besettingen Langs 8 169. deese Cust Excepto de Stroppelingen op Mogeo Moeco in een Volkomen Rust is Susteneeren wij hier uijt dat deselve mooglijk reets eenige Tijding hebben of vreesen met een Europeese Mogendheijd in oorlog te zullen raaken en terwijl - -

NL-HaNA_1.04.02_3860_0830 view scan ↗

English

while in such case it would not be impossible that the Republic of the United Netherlands could also be drawn into it, we have deemed it our duty to also employ from our side here such means as the very weak condition in which we find ourselves will allow us, in order, if possible, at least to be able to protect this place and the Company's valuable effects against a passing raider. To that end, we have hired around 70 Niassers, being unable to obtain more, and on the north side of this place on the beach, at a distance of a good quarter of an hour's walk, we have made a beginning with throwing up an entrenchment of fascines and sand, with which we have now already progressed so far that it has been raised to the height of the guns on two sides, and we hope that the work can be completed in about a good four weeks' time. Here we have placed three eighteen-pounders and four twelve-pounder cannons, the rest of the ordnance being in the gorge of the Apenberg. From the East Priaman we have provisionally withdrawn 10 common Buginese, who keep watch here, while we are now training 20 European soldiers for the artillery in exchange for the gratuity of 1/2 Ducaton per month stipulated for that purpose by Your Right Noblenesses, and when these have been perfected, we shall also have the other 20 of our small garrison trained for it. § 171. § 172. § 170. 39 § 172. § 173. While it is almost impossible with the small number of soldiers present here to resist an accomplished landing for any length of time, our only strength will now consist in seeing if we can keep the enemy off land by means of ordnance. However alarming, indeed almost impossible, this may be on an open beach where landings can be made anywhere over a distance of one hour, to accomplish with 40 European soldiers, whom we will presumably still have to divide into two parties, we humbly submit to Your Right Noblenesses' own further serious consideration, while we most strongly beseech that it may please Your Right Noblenesses, if Your Highest Selves should have any suspicion of war, to assist us at the very earliest with a sufficient number of soldiers and cannons, whilst in the meantime we shall continue to put everything here into such a state of defence that, if we receive assistance early enough, we may face with some peace of mind whosoever might become our enemy. According to the calculation and estimate made, we would presently require five hundred European soldiers, a competent bombardier, and two gunners in order to be able to instruct others, as those whom we have scarcely know enough to instruct others. § 174. 72 while in such case it would not be impossible that the Republic of the United Netherlands could also be drawn into it, we have deemed it our duty to also employ from our side here such means as the very weak condition in which we find ourselves will allow us, in order, if possible, at least to be able to protect this place and the Company's valuable effects against a passing raider. To that end, we have hired around 70 Niassers, being unable to obtain more, and on the north side of this place on the beach, at a distance of a good quarter of an hour's walk, we have made a beginning with throwing up an entrenchment of fascines and sand, with which we have now already progressed so far that it has been raised to the height of the guns on two sides, and we hope that the work can be completed in about a good four weeks' time. Here we have placed three eighteen-pounders and four twelve-pounder cannons, the rest of the ordnance being in the gorge of the Apenberg. From the East Priaman we have provisionally withdrawn 10 common Buginese, who keep watch here, while we are now training 24 European soldiers for the artillery in exchange for the gratuity of 1/2 Ducaton per month stipulated for that purpose by Your Right Noblenesses, and when these have been perfected, we shall also have the others of our small garrison trained for it. § 171. § 170. § 172. 39 § 172. § 173. While it is almost impossible with the small number of soldiers present here to resist an accomplished landing for any length of time, our only strength will now consist in seeing if we can keep the enemy off land by means of ordnance. However alarming, indeed almost impossible, this may be on an open beach where landings can be made anywhere over a distance of one hour, to accomplish with 40 European soldiers, whom we will presumably still have to divide into two parties, we humbly submit to Your Right Noblenesses' own further serious consideration, while we most strongly beseech that it may please Your Right Noblenesses, if Your Highest Selves should have any suspicion of war, to assist us at the very earliest with a sufficient number of soldiers and cannons, whilst in the meantime we shall continue to put everything here into such a state of defence that, if we receive assistance early enough, we may face with some peace of mind whosoever might become our enemy. According to the calculation and estimate made, we would presently require five hundred European soldiers, a competent bombardier, and two gunners in order to be able to instruct others, as those whom we have scarcely know enough to instruct others. § 174. 10

Dutch transcription

terwijl in zulken gevalle het niet onmoog¬ lijk zoude zijn kunnen dat de Rep: der verEenigde Neederlanden meede daar in getrokken zoude worden kunnen, zo hebben wij 't van onse sligt geoordeeld meede van onse kant alhier zodanige middelen in 't werk te stellen als de Leer Swakke Staat waar in wij ons bevinden, ons toelaten wil om is 't mooglijk ten minsten deese Plaats en Compte dierbaare Effecten teegens eenen voor¬ „bijgaande Strooper te kunnen dekkens e. Wij hebben ten dien Eijnde omtrend 70 Niassers in huur genomen kunnende niet meerdere krijgen en aan de Noord zeijde van deese Plaats aan Strand op de Distantie van een groot quartier uur gaans, een Begin gemaakt met het opwerpen van een Schantz van Fa„ „schinen en zand waar meede wij thans reets zo verre gevordert zijn dat deselve tot aan de hoogte van de Stukken op twee Zeijde opgehoogd is en hopen wij dat het werk in Tijd van omtrend nog groote Vier weeken zal kun¬ „nen Voltooijd zijn Alhier hebben Wij geplaats Drie agthien sonders en vier twaalff sonders Canons, zijnde de Rest van 't geschut in de Kloof van den Apenberg van de Oost Priamang hebben wij Provisioneel ingetrokken 10 Gemeene Bougineesen, die de wagt alhier houden, Terwijl wij thans 20 Europeese Militairen teegens het door uw= HoogEdelheedens daar toe bepaalde Dou„ ceur van ½ Ducaton 'S Maands tot de Ar¬ „thillerij aanleeren, en wanneer deese zullen geperffectioneerd zijn, zullen wij de andere 2o van onse geringe Besetting ook daar toe aanleezen laten. SS 171. b 172 (Terwijl § 170. 39 § 172. § 173 Terwijl het bij na onmooglijk is met het geringe hier zijnde getal + Militairen eene gedaane Landing langer te kunnen resis„ teeren, zal thans onse eenigste Force daar in bestaan kunnen om te zien den vijand door 't geschut van Land te kunnen afhouden Hoe Zorglijk Ja bij na Onmooglijk Zulks ƒ egter is aan een open Strand daar op de destantie van een uur over al gelandet Kan worden /om te doen met 40 man Europeese Militairen en die wij nog Presumtief in twee Parthijen, zullen verdeelen moeten Geeven wij sneedrig uw Hoog Edelheedens in Hoogh perselver nadere ernstige Consideratie, terwijl wij ten sterkste smeeken dat het uw Hoog„ „ Edelheedens in Horgest Versalaaer mareva ean Mi„ ge Cnsideratie, Terwijl wij ten Sterkuten smerken dat het uw Hoog Edelheedens beha„ gen moge, Wanneer Hoogst Derselver Eenige suspicie van oorlog hebben mogten ons tog¬ ten Spoedigsten met een toereijkend getal Mi„ „litairen en kanons te willen assisteeren, zullende wij intusschen voortvaaren met alles hier in zodanigen Staat van Defensie te brengen dat wanneer wij vroeg genoeg Assistentie krijgen, Wij met eenige gerustheijd den geenen onder de oogen zien kunnen die onse Vijand zoude worden mogen. Na de gemaakte Calculatie en slaan zouden wij thans nodig hebben Vijff Hondert Man Europeese Militairen Een bequame Bom„ „bardier en twee Canoniers om andere te kunnen aanleezen also de geene die wij hebben nauw¬ lijks zo veel weeten dat zij andere onder¬ 8 174. „regten 72 terwijl in zulken gevalle het niet onmoog¬ lijk Zoude zijn kunnen dat de Rep: der verEenigde Neederlanden meede daar in getrokken zoude worden kunnen, zo hebben wij 't van onse sligt geoordeeld meede van onse kant alhier zodanige middelen in 't werk te stellen als de Leer Swakke Staat waar in wij ons bevinden, ons toelaten wil om is 't mooglijk ten minsten deese Plaat en Compte. dierbaare Effecten teegens eenen voor bijgaande Strooper te kunnen dekkense Wij hebben ten dien Eijnde omtrend 70 Niasse in huur genomen kunnende niet meerde krijgen en aan de Noord zeijde van deese Plaats aan Strand op de Distantie van een groot quartier uur gaans, een Begin gemaak met het opwerpen van een Schantz van Fa „schinen en zand waar meede wij thans reet zo verre gevordert zijn dat deselve tot a de hoogte van de Stukken op twee Leijd opgehoogd is en hopen wij dat het werk in Sij van omtrend nog groote vier weeken zal ko „nen Voltooijd zijn Alhier hebben Wij geplaats Drie agthie Sonders en vier twaalff Sonders Canons, Zijn de Rest van 't geschut in de Kloof van den Apen¬ van de Oost Priamang hebben wij Provisioneel ingetrokken 10 Gemeene Bougineesen, die d wagt alhier houden, Terwijl wij thans 24 Europeese Militairen teegens het door uw= „HoogEdelheedens daar toe bepaalde Dor ceur van ½ Ducaton 'S Maands tot de A „thillerij aanleeren, en Wanneer deese zulle geperffectioneerd zijn, zullen wij de andere van onse geringe Besetting ook daar toe aanleer laten 8S 171. SS 170. Terwij S 172 39 §S 172. § 173. Terwijl het bij na onmooglijk is met het geringe hier zijnde getal t Militairen eene gedaane Landing langer te kunnen resis¬ teeren, zal thans onse eenigste Force daar in bestaan kunnen om te zien den vijand door 't geschut van Land te kunnen afhouden. Hoe Zorglijk Ja bij na onmooglijk zulks egter is aan een open Strand daar op de destantie van een uur over al gelandet Kan worden / om te doen met 40 man Europeese Militairen en die wij nog Presumtief in twee Parthijen, zullen verdeelen moeten Seeven wij sneedrig uw Hoog Edelheedens in Hoogh derselver nadere ernstige Consideratie, Terwijl wij ten sterkste smeeken dat het uw Hoog„ Edelheedens in Horgest Versalaer marein An Mi¬ ge Cnsiveratie, Terwijl wij ten starkuten smerken dat het uw Hoog Edelheedens beha„ „gen moge, Wanneer Hoogst Derselver Eenige suspicie van oorlog hebben mogten ons tog ten Spoedigsten met een toereijkend getal Mi„ litairen en kanons te willen assisteeren, zullende wij intusschen voortvaaren met alles hier in zodanigen Staat van Defensie te brengen dat wanneer wij vroeg genoeg Assistentie krijgen, Wij met eenige gerustheijd den geenen onder de oogen zien kunnen die onse Vijand zoude worden mogen. Na de gemaakte Calculatie en slaan SS 174. zouden wij thans nodig hebben Vijff Hondert Man Europeese Militairen Een bequame Bom„ „bardier en twee Canoniers om andere te kunnen aanleeren also de geene die wij hebben nauw¬ lijks zo veel weeten dat zij andere onder¬ „regten 10

NL-HaNA_1.04.02_3860_0834 view scan ↗

English

can aim, and the bombardier whom we have now that it comes to the point confesses never to have seen a bomb thrown, still less even to have handled one himself. § 175 Regarding the artillery, we still humbly request Your High Excellencies for such goods as we take the liberty to requisition in such a case at present, namely: 12 pieces of Eighteen-Pounder cannons, with their appurtenances and limbers. 6 field culverins of 6 to 8 lb, with their appurtenances and limbers. 200 round shot for each piece of cannon that is sent, according to its caliber. 200 grapeshot, as above, for each of the same. 200 grapeshot of 18 lb. 200 grapeshot of 12 lb. 1000 lb of gunpowder, of which 800 lb of cannon powder. 8 pieces of powder kegs. 20 powder horns. 100 fire arrows for making night signals. Some spare gun carriages and limbers, for the caliber of cannon as is on hand here and is still to be sent. § 176. This is what we, as a matter of duty, find ourselves obliged to bring to the attention of Your High Excellencies as being necessary for our defense, while insisting principally and most strongly on the field culverins. Should circumstances, however, not permit assisting us in this manner, § 177. we nevertheless humbly request and beseech that it may please Your High Excellencies to let us have as soon as possible as much as Your High Excellencies will see fit to send us. We are now having the citizenry drill in arms daily, so that when the soldiers have to keep guard on the beach, this place may be guarded by them. The assistance that we should expect here from the native is entirely null and of no value; in retaking the small fort Priamang from the hands of 40 Achinese, they have already shown enough of their cowardice, not counting the time necessary before one can gather even a single couple of hundred men of them, in which time the whole matter could long since be decided. § 180. We maintain that the cash treasury will for the time being still suffice without increase; however, with a noticeably larger number of men, we would still humbly request Your High Excellencies for 20 to 40 lasts of rice more. § 181. We have sent the secret order to the Resident of Poulo Chinco that he, without however attracting notice, shall keep himself in such a state that upon the first order he can break up the station and ship all Company effects here in the vessels being sent for that purpose. 182: Although, according to English reports, the prospect of maintaining peace is very small, we must nevertheless humbly beseech Your High Excellencies that in case it should please Heaven to stop the fire of war, and thus the measures taken and expenses incurred by us should be found unnecessary, it may nevertheless please Your High Excellencies not to look upon this with eyes of displeasure, but to consider it favorably as having been done to protect the honor of the Dutch nation against the burning eyes, longing for this place, of a secret enemy who is only waiting for the moment to be able to make another attack. § 183. In the beginning of last month, in fulfillment of the claim made upon the arrival here of the First Signer, we further received from Benkoulen two European soldiers and a Sepoy sergeant with four men. These say that shortly another eight Sepoys were to follow when the English are willing to grant them their discharge, which they had done to them only with much opposition, but that the remaining eight men absolutely will no longer take service with them. § 184. We now take the liberty to conclude this with the repeated humble prayer that it may favorably please Your High Excellencies to rescue us as soon as possible from the threatening, by no means minor danger that presumably hangs over our heads, while with deep awe and respect we call ourselves, High Noble, Right Honorable, Widely Commanding Lords! And Noble, Severe Lords, Your High Excellencies' Humble & Dutiful Servants, Padang, on Sumatra's West Coast, the 16th of March 1788. O: H: v: Graff Ph. Joh. van der Bergh A: Vendel Checked Requisition of such artillery, goods, and woodwork as are in all respect requested for the main station Padang on Sumatra's West Coast from His High Excellency, The High Noble, Right Honorable, Widely Commanding Lord! Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, and The Noble, Severe Lords Councillors of the Netherlands Indies, consisting of the following: Artillery Goods 12 pieces of Eighteen-Pounder cannons, with their appurtenances and limbers 6 field culverins of 6 to 8 lb, with their appurtenances and limbers 200 round shot for each piece of cannon that is sent, according to its caliber 200 grapeshot, as above, for each of the same 200 grapeshot of 18 lb 200 grapeshot of 12 lb 1000 lb of gunpowder, of which 800 lb of cannon powder 8 pieces of powder kegs 20 powder horns 100 fire arrows for making night signals Some spare gun carriages and limbers, for the caliber of cannon as is on hand here and is still to be sent From the Equipment Yard 100 pieces of thick planks for platforms under eighteen- and twelve-pounder 60 pieces of beams cannons Padang on Sumatra's West Coast, the 16th of March 1788. O: H: v: Graff Ph. Joh. van der Bergh Copy Outgoing Letter To Their High Excellencies The High Indian Government At Batavia No. 6

Dutch transcription

„regten kunnen, en den Bombardier die wij hebben nu 't op Stuk van zaaken komt bekend nooit een Bombe te hebben zien goeijen nog viel minder zelvst daar meede omgegaan te zijn S 175 Terwijl wij tot de Arthillerij uw Hoog „ Edelheedens nog needrig versoeken om Jo„ danige Goederen als wij de vrijheijd neemen thans in zulken gevalle te Eijschen, als 12 p„s Agthien Ponders Kanons, met hun toe behooren en Voorwagen. 6 „ Veld slangen van 6 a 8 lb met hun toebe hooren en Voorwagen. 200 „ Rond Scherp, voor ijder Stuk Kanon dat gesonden (word na zijn: qualitre 200 „ Druijven als even tot ijder van deselve 200 „ Druijven van 18 lb 200 „ Druijven „ 12 „ 1000 lb Kruijt; Waar onder 800 lb Canons Kruijt 8 p„s Beurs vaeten 20 „ Kruijt Hoorens 100 „ Vuur pijlen tot 't doen van Nagt Seijnen Eenige Reserve Affuijten en Woorwagens, voor 't qualibre van Kanon gelyk alhier aanhanden is en nog staat gesonden te worden § 176. Dit is het geene Wat wij ons Pligt halver verschuldigt vinden uw Hoog Edelheedens onder 't oog te brengen tot onse Defensie nodig te hebben terwijl op de Veld slangen principaal ten sterke „ten in steeren— zouden egter de omstandigheeden niet willen toelaaten ons in deeser voegen te kunnen assis¬ § 177. „teeren 421 40 „teeren versoeken en smeeken Wij egter needrig dat het uw Hoog Edelheedens behagen moge ons ten Spoedigsten zo veel te laten geworden als Hoogst Derselver zullen goedvinden kunnen ons tewillen zenden. Laatende Wij thans de Burgereij zig dagelijks in de wapens oeffen om wanneer de Militairen aan Strand de Wagthouden moeten deesen Plaats door deselve te laaten bewaaken De Assistentie die wij hier van den Inlander zouden verwagten moeten is Volstrekt van Null en geener waerde, bij 't herneemen van 't kleene Fortje Priamang uijt de handen van 40 Atchienders hebben zij hun Lafhartigheijd reets genoeg laten blijken ongereekend de Tijd die nodig is Voor dat men een enkelde paar hondert man van deselve bij elkanderen krijgen kan, en in welke Tijd het geheele geval lang kan gedeci„ „deerd zijn. — De Geld Cassa Susteneeren Wij dat nog al zonder vermeerdering1 Voor eerst zal kunnen toereijken, egter zouden wij bij een merklijk aantal meerder Volk uw HoogEdelheedens nog needrig om 20 á 40 Last Rijk meer versoeken SS 181. Aan den Poulo Chineos Resident hebben wij de secreete ordre gesonden dat hij zonder dat zulks egter in 't oogvatt zig in zodanige staat houden zal, dat hij op de eerste ordre het Comp¬ „toir opbreeken en alle Comp„e Effecten in de daar toe gesonden wordende Vaarthuijge na her¬ waerds afscheepen kans. 182: Hoewel volgens de Engelsen Rapporte de # uijtsigt om sreede te houden zeer weijnig is, moeten wij egter uw Hoog Edelheedens nee„ „drig smeeken dat in gevalle het den Hemel § 180. behagen 8 179. behagen mogten het oorlogs Vuur te staaken, en dus de door ons genomene Maatreegelen en ge¬ „daane kosten, onnoodig zouden mogen bevonden worden, het uw HoogEdelheedens egter behagen zulks met geen oogen van ongenoegen te be„ „schouwen maar gunstig te Considereeren als geschieden, ter Dekking voor de Eere der Nelder„ landse Natie teegens de kammenden en na deesen laats reijkhaelsende oogen van eenen Secreeten Vijand, die maar na 't oogenblik wagt om weer eenen Aanval te kunnen doen. Wij hebben in 't begin van gepasseerde SS 183. Maand van Benkoulen, in voldoe¬ ning der bij de komst alhier van den Eersten Teekenaer gedaane Re¬ clame, nader ontfangen twee Eu¬ ropeese: Militairen en een Sipaijer sergeant met vier man, Deese zeg¬ gen dat binnen korten nog agt man Sipaijers te volgen stonden, wanneer de Engelsen hun 't Ontslag geeven wil¬ len, 't geen zij aan hun niet als met op veel teegens in gedaan hadden, dat egter de agtergebleevene agt man absolut geen Dienst meer bij hun neemen Wil¬ „len Wij neemen thans de Vrijheijd deese § 184. te bekorten met de herhaalde needrige Bede dat het uw Hoog Edelheedens, gunstig E 42. 41. gunstig behagen moge ons tog ten spoe¬ „digsten te redderen uijt het dreijgende niet geringe gevaar dat ons presum¬ tief over 't Hoofd sweeft, terwijl wij ons met diep ontsag en Eerbied noemens. Hoog Edele Groot Agtbare Wijd Gebiedende Heere! ƒ En Wel Edele Gestrenge Heeren Uw Hoog Edelheedens Padang Onderdanige & Trouw schuldige met op Sumatras West Cust Dienaeren den 16e Maart 1788 O: H: ve Eraff Ph Joh van der Sengh l„ m 89 421 A :Vendel Nagezien 42 Eysch, van zodanige Arthillerij, goederen en Houtwerken, dewelke voor 't Hoofd Comptoir Padang op Sumatras West Cust in alle Eerbied versogt word, van zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaren Wijd Gebiedende Heere! M„r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal, En Den Wel„ „Edelen Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indien bestaande het een en ander in als. Arthillerij Goederen 12 p„s Agthien Ponders Canons, met hun toebehooren en voorwagen 6 „ veld slangen van 6 ¼8 lb met hun toebehooren en voorwagen 200„ Rond scherp voor ijder stuk Canon Dat gesonden word na zijn qualibre 200 „ Druijven, als even tot ijder van deselve 200„ Druijven van 18 lb 200 „ Druijven „ 12 „ 1000 lb kruijt, waar onder, 800 lb Canon kruijt 8 p„s Beursvaeten Kruijt Hoorens 20 „ 100 — „ vuurpijlen tot 't doen van Nagt seijnen Eenige Reserver Affuijten en voorwaegens, voor 't qualitre van Canon gelijk alhier aanhanden. is en nog staat gesonden te worden Equipagie Werff Van D 100 p„s swalpen tot Beddings onder agthien en Twaalff ponders 60 „ Balken 5 Canons Padang op Sumatras West Cust den 16„e Maart 1788 6 C: N:v: Crath P. s ^ach van der Vengh ƒ Copia Affgaande Missive Aan Haar Hoog Edelheedens D' Hooge Jndiasche Regeering Tot Batavia N=o 6 O ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3860_0847 view scan ↗

English

43 Register of the papers which are sent today toward Batavia with the bark de Kreeft, respectfully addressed to His High Nobility, the High Noble, Right Honourable, Far-Commanding Lord, Mr Willem Arnold Alting, Governor-General, together with the Right Honourable, Severe Lords Councillors of the Dutch Indies, by the Right Honourable Christian Hendrik van Erath, Merchant and Commander, and the Lord Mr Philipus Johannes van der Steenhoven, Junior Merchant and Second of this Coast. This Register No. 1. A missive addressed as above. No. 2. A duplicate missive addressed as above, sent via the Chinese Lauw Tamko. 3. Inventory of the bark de Kreeft. 4. Expense account of the bark de Kreeft. 5. Pay books of the year 1787/1 packed off in a small chest. 6. Copy of the report regarding the same. 7. Price current of the linens from Poulo Chinco. 8. Bill of lading, invoice of what has been laden in this bottom. 9. Two requisitions, of which one is a duplicate, which were retained via the Chinese Lauw Tamko. 10. A register of pay books and papers. 11. Balance sheet of the Diaconate Poor. Padang, the 27th of March anno 1788. 44 To His High Nobility, the High Noble, Right Honourable, Far-Commanding Lord, Mr Willem Arnold Alting, Governor-General, together with the Right Honourable, Severe Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Right Honourable, Far-Commanding Lord! And Right Honourable, Severe Lords! The bark de Kreeft now being in such a state that it can return toward Batavia, we have the high honour to send to Your High Nobilities both this our humble missive and the duplicate of a letter dispatched shortly beforehand with the Chinese vessel of Lauw Tamko. The expenses which this small vessel has incurred here, both for carpentry and equipment goods, together with 14 months of board and rations, amount in total to f 4300:9:-. We hope it may be evident to Your High Nobilities that we have observed all frugality therein that was at all possible. Since during all this time not only the carpenters who came over with the ship de Standvastigheijd, but besides that also hirelings for the caulking, have been busy solely with this bark, no beginning has yet been able to be made with building the new scow. And as the lighter de Willekomst has also been so gnawed through by the worm that it could no longer remain in the water but had to be pulled up onto land, it will likewise require a difficult and long-lasting repair, for which reason we have been obliged, in addition to the carpenter destined for this office, to retain two others. Yet these still raise many difficulties, stating that they will barely be able to finish all the work before the expected arrival of the ship without further assistance, because only now the penjallang Padang and de Nieuwe Vreede also require no small amount of caulking. This latter small vessel will also have to be sent by us toward Batavia in a few weeks, both to be provided in some places with other planks in place of those that have already been eaten away by the worm, and to be provided with a double skin, since it arrived here without one, and vessels without it can barely hold out for a year here in the river without being nearly eaten through. The carpenters have also declared upon inspection that this penjallang could not possibly hold out for another year and still be in a condition to be sent to Batavia for repair. 45 We also have the honour to send to Your High Nobilities the price current of the linens brought for Poulo Chinco, and as their sale price does not differ from those that similar assortments yield at this main office, we have judged that we might permit the advance sale thereof. However, since it appeared to us from the same that the guarras yield only 26 7/10 and the armozeens 38 1/5 percent, we have written to the Resident, on account of the small profit they yield, above all never to requisition more of these two assortments than is strictly necessary to prevent the native from seeking the same from our competitors; this having been until now the principal reason why that office has always been provided with a small quantity thereof. As in our recently dispatched requisition of artillery goods under the date of the 16th of March the necessary carriages for the ordnance were forgotten by mistake, we now take the humble liberty to send over a further requisition thereof. There are also now sent over the altered pay books of the year 1788/1, together with a copy of the accounting of the former pay transferer Gerrit Krijgman, amounting to f 1. 7. 0. to

Dutch transcription

43 Register der Papieren, welke op heeden met de Bark de Kreeft, Batavia waards versonden werden Eerbiedig Ingerigt Aan zijn Hoog Edelheijd, Den Hoog Edelen Groot Agtbaren Wyd Gebiedende Heere Mr Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Beneevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands Jndien Door D. E. Agtb: Heer Christiaan Hendrik v„n Erath Koopman en Gesaghebber D'Heer: Mr Philipus Johannes Vn dr. Stenh 9 onderkoopman en Secunde deeser Custe B Dit Register No 1 Een Missive Ingerigt als boven „ 2 „ Dupplicaat Missive Jngerigt als boven p„r den Chinees Lauw Tamko gesonden 3 Inventaris van de Bark de Kreeff 4 Onkost Reekening van de Bark de Kreeft 5 Zoldij Boeken D' A„o 178/1 in Een kistje afgepakt. 6. Copia Berigt nopens deselve 7 Rijs Courant van de Leijwaeten v„n P=lo Chinco 8 Coignossement Factuur van 't gelaedene in deesen 19 Bodem 9 twee Eijschje, waer van Een Dupplicaat, die per den Chi„ „nees Lauw Tamko vhouden 10 Een Register van Zoldij Boeken en Papieren „ 11 Staat Reekening van de Diaconij Armen Padang den 27. e Maart A. o 1788 J Ar Bersell enber „ „ „ 4 44 Aan zijn Hoog Edelheijd. en Hoog Edelen Groot Agtbaren reeft Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Beneevens WelEdele Gestrenge Heeren Rad in van Neederlands Indien Hoog Edele Groot Agtbare Wijd=Gebiedende Heere! En WelEdele Gestrenge Heeren! De Bark de Kreeft thans in zodanigen staat zijnde dat deselve Batavia waerds terug gaan kan, hebben wij de hooge Eere uw Hoog„ „ Edelheedens zo wel deese onse needrige Mis„ sive als het Dupplicaat van een kort van te voo¬ ren met het Chineese vaarthuijg van Lauw Tamko affgegaane Briev toe te zenden De onkosten die dit kieltje alhier verwekt heeft zo aan Timmeratie als Equipagie Goederen beneevens 14. Maande Kostgeld en Randsoenen Wijd-Gebiedende Heere monteeren 44 Aan zijn Hoog Edelheijd. De Barcg D' Kreeft & 162. & 163. M„r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Beneevens De WelEdele Gestrenge Heeren Rad in van Neederlands Jndien Hoog Edele Groot Agtbare! Wijd=Gebiedende Heere! En WelEdele Gestrenge Heeren! De Bark de Kreeft thans in zodanigen staat zijnde dat deselve Batavia waerds terug gaan kan, hebben wij de hooge Eere uw Hoog¬ „ Edelheedens zo wel deese onse needrige Mis„ sive als het Dupplicaat van een kort van te voor¬ ren met het Chineese vaarthuijg van Lauw Tamko affgegaane Briev toe te zenden De onkosten die dit kieltje alhier verwekt heeft zo aan Timmeratie als Equipagie Goederen beneevens 14. Maande Kostgeld en Randsoenen Den Hoog Edelen Groot Agtbaren Wijd-Gebiedende Heere monteeren Pr monteeren in 't Generaal ƒ 4300:9:- wij hopen dat het uw Hoog Edelheedens blijken moge dat wij daar in alle Suijnigheijd geobserveerd hebben die maar immers mooglijk geweest is. &164. Terwijl in alle deese Tijd niet alleen de met het schip de standvastigheijd overgekome Timmer lieden maar behalvan dat nog huurlinge tot het Calfaten alleen met deese Bark beesig geweest zijn, heeft als nog geen Begin kunnen gemaakt worden met het opbouwen van de nieuwe schouw En daar meede de Ligter de Willekomst. & 165. zodanig door de Worm doorknagt is Dat deselve niet meer in het water heeft blijven kunnen maar op 't Land heeft moeten gehaald worden zal deselve meede eene moeijlijke en Lang. aanhoudende Reparatie vereijschen, om welke Reeden wij in de verpligting gekomen zijn buijten den voor het Comptoir gedestineerde Timmerman nog twee andere aan te houden, Terwijl egter deese nog veele swarigheeden maken Dat zij al het werk nauwlijks nog voor de te verwag¬ „tende komst van 't schip zonder meerdere as„ „sistentie zullen afkunnen om Reeden dat eerst thans de Pantjallang Padangen de Nieuwe vreede ook al geen geringe Calvaat slag verEijkchen & 166 zullende dit Laaste kieltje meede over eenige weeken door ons Batavia waerds versonden moet worden om zo wel op sommige Plaatsen van andere Planken j: in steede van de geene die reets door de Worm. opgevreeten zijn als ook met een Dubbelthuijd voor „sien te worden, terwijl het zonder Deselve hier gekomen is en de vaarthuijge buijten deselve het nauwlijks een Jaar lang alhier in de Rivier houden 45. 8 169. houden kunnen zonder bij na doorvreeten te zijn ook de Timmerlieden bij visitatie verklaard hebben dat deese Pantjallang onmooglijk nog een Iaar zoude overblijven en aan nog in staat zijn kunnen na Batavia ter Reparatie versonden te worden &167. Wij hebben meede de Eere uw Hoog Edelheedens toe te zenden den Prijs Couramt van de voor Poulo Chinco aangebragte Lijwaeten en also derselver, verkoops Prijs niet verschillende is met de geene die gelijke sorteeringen ten deesen Hoofd-Comp¬ „toire rendeeren, hebben wij geoordeeld derselver voorkoop te moogen toestaan & 168. Daar ons egter bij denselven gebleeken is Dat de Gerrassen slegts 26 7/10 en de Armosijnen. — 38 1/5 pC„t opbrengen hebben wij aan den Resident aangeschreeven, om van deese beijde sorteeringen weegens de geringe winste die zij opbrengen voor al altoos niet meer te Eijshen als hoogst nood„ „zaaklijk is om te beletten dat den Jnlander. — deselve bij onse Compediteuren niet zoeken ga¬ zijnde dit tot nu toe de Principaals te Reeden geweest waarom men dat Comptoir altoos met een geringe quantiteijd daar van voorsien heeft Bij onsen Jongst afgesonden Eijsch van Arthillirij Goederen onder d 16e Maart abusivelijk vergeeten zijnde de noodrige Bokke voor 't geschut te requi¬ reeren neemen wij thans de needrige vrijheijd daar van nog een nader Eijschje over te zenden. Nog gaan thans meede over de veranderde zol dij Boekend' A„o 1788/1. beneevens een Copia verantwoor¬ ding, van den geweesen zoldij overdrager Gerrit Krijgman ƒ 1. 7. 0. aan _

NL-HaNA_1.04.02_3860_0856 view scan ↗

English

172. addressed to the humble First Signatory concerning the errors that were presumed at Batavia to have crept into the preceding documents. As also the financial statement of the Diaconate Poor Fund, 171: that of the Orphan Chamber, with the Pantjallang, to follow shortly. The quarters in which the company's slaves have resided here up to now, being a group of bamboo huts left behind by the English, having become so dilapidated that there was no repairing them anymore, we have had to have another bamboo house built for them, next to which we also had a small guardhouse erected that is manned in the evenings in order to keep an eye on them at night as much as possible and to prevent escapes. To the election of a new Panglima, 173: the humble First Signatory has not yet been able to proceed, notwithstanding that the mountain peoples continuously and almost daily trouble him, both by letter and in person, to urge the bestowal of this dignity, which occurs due to the solicitations made to them by the candidates for it. Two reasons have held me back until now from proceeding therein as yet. First, to cause those among the mountain peoples or regents of the Tigablas Cottas who take an interest in one or the other who 175 sometimes 174. 5 46. 176. 177. 178. might not be chosen, by delaying through an interval of some time, first to weaken slightly in their strongest passion and to let them grow weary, so that they might not immediately raise their horns again and directly start new disturbances if they cannot have their way. Secondly, since the heaviest trade here ordinarily takes place in the month before fasting, the humble First Signatory wished to gather first into the lap of the Company the profits arising therefrom, so that (while it is entirely impossible to appoint a Panglima to everyone's satisfaction) if new disturbances should arise after his appointment or the roads might become closed, the fruits of this season might first have been reaped. For these reasons, the First Signatory wrote some time ago to the mountain peoples, under the pretext of an overflow of business that prevented him from undisturbed consideration of the person of a new Panglima, that it was not possible for him to choose a Panglima before the fasting, but that this would take place after its conclusion as quickly as possible. Corporal Dominicus Chabron, stationed at Poulo Chinco, having taken his own life in a state of delirium, we have, subject to the high approval of Your Excellencies and upon the recommendation of the Resident there, appointed the soldier serving there, Johan Hendrik Hamper of Hooren. Padang the 27th of March 1788 2 on Sumatra's West Coast 179. We have shipped from here to Batavia in this small vessel from this Head Office 5088 lb of black sifted pepper costing, including its packaging, f: 6:11 6: 10. 180. While we have instructed the Commander to call at Poulo Chinco and there also take over the roughly 17:0: v:0: lb of that sort already gathered there, wishing that this small vessel may henceforth sail more fortunately than it has done up to now, and may soon arrive there. While we take the humble liberty further of most strongly recommending our persons to the continuing high protection of Your Excellencies, and with deep deference and respect call ourselves, High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lords And Noble, Right Honorable Lords, Your Excellencies' humble and dutiful servants, 6 C: H: v: Erath P Joh van der Hengh 181. at Batavia Checked Mr. Vendel 47 Requisition for such artillery goods as are most respectfully requested for the Head Office Padang on Sumatra's West Coast from His Excellency the High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Noble, Right Honorable Lords, Councillors of the Netherlands Indies, consisting of the following: Two carriages with their accessories for eighteen-pounder cannon. One ditto ditto for twelve-pounder cannon. Padang the 27th of March 1788 C: H: v: Erath Phs. Johs. van der Hengh Duplicate Missive. To Their Excellencies The High Indian Government At Batavia 28. Register of the papers which are sent today with the Pantjallang the Nieuwe Vreede toward Batavia, respectfully addressed to His Excellency, the High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord Mr Willem Arnold Alting, Governor-General, together with the Noble, Right Honorable Lords, Councillors of the Netherlands Indies, by the Honorable Christiaan Hendrik von Erath, Merchant and Commander, and Mr Philipus Johannes Van der Hengh, Junior Merchant and Second of this Coast. B This Register No 1. An original missive addressed as above. 2. A duplicate ditto sent with the ship De Standvastigheid. 3. A ditto ditto sent with the barque De Kreeft. 4. A ditto secret missive addressed as above, sent with the ship De Standvastigheid. 5. A ditto formal requisition of Padang for the year 1788/9. 6. A ditto ditto of Poulo Chinco for the ditto ditto. 7. A ditto small requisition of the necessary artillery goods sent per the barque De Kreeft. 8. A ditto small report of the damaged linens brought per the ship De Standvastigheid. 9. A report concerning the condition of the Pantjallang the Nieuwe Vreede.

Dutch transcription

& 172. aan den needrige Eerste Teekenaer ingerigt nopens de Fauten die op Batavia voor ondersteld waren in de voorgaande ingeslopen geweest te zijn..... Als meede de staat Reekennng van de Diakonij & 171: Armen Cassa, zullende die van de Weeskamer, met de Pantjallang nog navolgens. De vertrekke waar in tot nu toe de Leijff= lijgen van de Maatschappij alhier gehuijst hebben zijnde een Parthij door d' Engelsen agtergelaaten Bamboese kitten geweest zodanig desolat gewor¬ den zijnde dat er geen herstel meer aan was. hebben wij moeten een ander Bamboesen Huijs daar voor laten aanmaaken waar naast wij nog een wagthuijsje hebben laaten opregten dat 's Avonds besett word om zo veel als moogelijke is 's nagts een oog op deselve te kunnen houden en het uijtloo¬ „pen te beletten Tot de keuse van eenen Nieuwen Panglima heeft & 173: den needrigen Eersten Teekenaer tot nu toe nog niet kunnen overgaan, niet teegenstaande de Berg¬ volkeren bij aanhoudenheijd bij nadagelijk aen¬ selven lastig vallen zo met Briven als in Persoon om het vergeeven van deese waardigheijd te willen behaast en 't geen voorkoomende is door de instan¬ ties die van de sollicitanten daarna aan hun gedaan worden. Twee Reeden hebben mij tot nu toe teegengehoude voor om daar in als nog te gaan Voor eerst om de geenen uijt de Bergvolkeren off Regenten der Tigablas Cottas die zig het stac voor den een en ander interesseeren die het. & 175 Somtijds & 174. 5 46. ƒ 176. & 177. ƒ 178. somtijds niet zoude worden kunnen door het vertragen in de Tuschen posing van eenige Tijd eerst een weijnig in hun Sterkste Drift te doen. verflauwen en te laten vermoeijd worden op dat zij niet in deselve ten eersten weer hun Hoorens opsteeken en direct nieuwe onlusten beginnen mogten wanneer zij hun wil niet krijgen kunnen Ten tweeden terwijl de sterkste Handel alhier. ordinair in den Maande voor de vasten geschied. wenschde den needrigen Eersten Teekenaer graag de voordeele die daar uijt voortkomende zijn.. eerst nog in den schoot der Maatschappij in te saamen op dat (terwijl het volstrekt onmooglijk is eenen Panglima tot algemeen genoegen te kunnen maaken:/ wanneer na het aanstellen van denselven weer nieuwe onlusten ontstaan af de weege mogten geslooten raaken de vrugden van deese Tijd eerst mogten ingeend zijn Om deese Reeden heeft den Eersten Teekenaer eenige Tijd geleeden onder voorwendsel van overlo„ pende Beesigheeden die hem beletten van zijne gedagten ongestoord over de Persoon van eenen nieuwen Panglima te kunnen laten gaan aan de Berg volkeren geschreeven dat hem niet mooglijk zij voor de vasten eenen Panglima te kunnen. kiesen maar dat zulks na verloop van deselve. — zo schielijk als mooglijk was geschieden zoude Den op Poulo Chinco geleegen Corporaal Dominicus Chabron heeft zig in ijlhoofdigheijd om het leeven gebragt hebbende wij op hooge van hooge approba„ „tie van uw Hoog Edelheedens en voordrag. van op e Padang den 27e. Maart 1788 2 op Sumatras WestCust van den Resident aldaar daar toe Laaten optreede den aldaar Militeerenden zoldaat Johan Hendrik Hamper van Hooren §179. Wij hebben in dit kieltje van hier Batavia waerds affgescheept van dit Hoofd Comptoir 5088 lb Peeper swarte Gcharkte kosten de Met dies Emballagie f: 6:11 6: 10. l 180. Terwijl wij aan den Gezaghebber belast hebben „om op Poulo Chinco aan te gaan en aldaar de thans reets ingesaamt ruijn 17:0: v:0: lb: van dat Corl ook meede over te neemen Wenschende wij dat dit kieltje voortaan gelukkiger vaaren als het tot nu toe gedaan heeft, en spoedig â Costij arriveeren moge Ter= „wijl onse Persoonen wij uw Hoog Edelheedens hooge aanhoude Protexie verders ten Sterksten aan te beveelen de nedrige vrijheijd neemen en ons met Diep ontsag en Eerbied noemen Hoog Edele Groot Agtbare Wijd Gebiedende Heere En WelEdele Gestrenge Heeren uw Hoog Edelheedens onderdanige en Trouwschuldige Dienaeren 6 C: H: v: Erith ƒ P Joh van der Stengh S 181. E va ia Nagezien Mr. Vendel 47 Eijsch van zodanige Arthillrij goederen, dewelke voor 't Hoofd Comptoir Padang op Sumatras West Cust, in alle Eerbied verzogt word, van zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agt„ „baeren wijd Gebiedende Heere. M„r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal. En Den WelEdelen Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indien bestaande het een en ander in als Twee Bolken met hun toebehooren voor agthien ponder kanon. - Een d„o d„o voor twaelff ponder Canons Padang den 27„e Maart 1788 C: H: v: Erath Phs. Johs. van der Hengh Suplicaat Missive. Aan Haar Hoog Edelheedens D' Hooge Jndiasche Regeering. Tot Batavia 28. Register der Papieren welke op heeden met de San„ tjallang de Nieuwe Vreede, Batavia waerds versonden werden, Eerbiedig Ingerigt Aan zijn Hoog Edelheijd, Den Hoog Edelen Groot Agtbaren wijd Gebieden„ „de Heere Mr Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Beneevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands Jndien Door D: E: Agtb. Heer! Christiaan Hendrik von Crath Koopman en Gesaghebber en D' Heer Mr Philipus Johannes V„n d„r Stengh onderkoopman en Secunde deeser Custe B Dit Register N=o 1. Een origineele Missive Ingerigt als Boven d„o „ 2. „ Dupplicaat d„o „ d„o met 't Schip D' Standvastigheijd pronden de d„o d„o met de Barcq Dkreeft stonden d„o„ d„o Secreete Missive Ingerigt als boven met 't Schip d'Standvastigheijd stonden do d„o Formeele Eijsch van Padang D' Ao 1788/9. do d„o d„o „ Poulo Chinco d. o d. o „ d„o Eijschje van 't Benoodigte Arthillerij Goederen pr. d' Barcq d' Kreeft vtonden „ 8. „ d. o Rendementje van de Beschadigte Leijwaeten die pr 't Schip D' Standvastigheijd aangebragt zijn „ 9. „ Berigt wegens de Gesteldheijd van de Pantjallang de Nieuwe vreede „ 5. „ „ 6. „ „ 4. „ „ 7. „

NL-HaNA_1.04.02_3860_0868 view scan ↗

English

No. 10. An Inventory of the Pantjallang De Nieuwe Vrede No. 11. A Packet of Pay-roll Papers, together with its Register No. 12. A Duplicate Inventory of the Bark De Kreeft No. 13. A Duplicate Expense Account of the Bark De Kreeft 14. A ditto Bill of Lading and Manifest of the cargo loaded in the Bark De Kreeft. 15. A Bill of Lading and Manifest of the cargo loaded in the Pantjallang De Nieuwe Vrede. 16. A small Packet, with Orphan Chamber Booklets and Papers, which is addressed To the Right Honorable, Strict and Highly Esteemed Sir: Hendrik Van Stockum, President, Together with The other Gentlemen Members In the Venerable College of Orphan Masters at Batavia 17. A Statement of Account of the Orphan Chamber No. 18. Duplicate ditto ditto of the Deaconry Poor No. 19. A Requisition for Artillery Goods of 15 April. Padang, 15 April 1788. J. L. van Bersell, Scribe To His Excellency! The Right Honorable, Highly Esteemed, and Wide-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, Together with The Right Honorable and Strict Lords, Councillors of the Dutch East Indies. Right Honorable, Highly Esteemed, Wide-Ruling Lord, Right Honorable and Strict Lords. Under date of 27 March last, we had the high honor to send to Your Excellencies with the Bark De Kreeft our last missive along with 30725 lb of pepper, which we hope may have safely arrived over there since then. Now this letter is transmitted to accompany the Pantjallang De Nieuwe Vrede, which we humbly request Your Excellencies to provide with the necessary repairs and have fitted with a sheathing of double planking, and subsequently, according to Your Excellencies' high pleasure, to send back hither again with its commander and second quartermaster; while we append hereto the declaration regarding the condition of this Pantjallang submitted to the humble first signatory by the carpenters. From this small craft, we have detained here for necessary use the six four-pounder iron cannons with their appurtenances. The lighter De Wellekomst, being currently in the hands of the carpenters, has been gnawed through by the shipworm in an almost unbelievable manner, and there is virtually not a single plank left in it that is not eaten away like a beehive. Since bow planks are lacking for its repair according to the carpenters' statement, we have taken the liberty of drawing up a small requisition for them, humbly requesting Your Excellencies that they may be furnished to us at the earliest opportunity, as the complete restoration of this vessel must await the same. The field redoubt thrown up by us is now completely finished, except for the platforms for the pieces, for which we first await the timber from Batavia; in the meantime, we have had the same placed on heavy sleepers, which we have arranged in such a manner that, for lack of better platforms, we shall nevertheless be able to make the necessary use of the artillery. Ever since the first arrival of the cannon brought by the ship De Standvastigheid, the first humble signatory has immediately made efforts to have sleepers for the platforms cut here, but with all efforts exerted in a period of four and a half months, he has barely been able, due to the indifference and laziness of the suppliers, to bring it so far that he now has 18 pieces together, so that the timber for the platforms could not be produced here in a year's time! This redoubt is arranged for eleven pieces of cannon, and upon a closer positioning of the pieces we found it necessary to remove another eighteen-pounder from the Kloof and place it here, so that there now stand in the same, corresponding with the Kloof, four eighteen-pounders and four twelve-pounders. Although this redoubt is now so situated that it can cover the mouth with a twelve-pounder cannon and sweep the rock De Walvisch in a straight line of fire, we nevertheless found it most necessary to cover the mouth of the river even further, and indeed principally against a surprise attack or rush of a party of armed boats at night, at which time shots from the redoubt cannot be fired with such certainty, nor can the target at which one would have to shoot be seen. To that end, we have thrown up a battery near the entrance of the river—as can be seen by Your Excellencies on the chart of the Padang Roads drawn by the engineer Von Lutzow—at the place where low land is marked, and indeed accurately where the depth of the water is marked with 6 up to the inner corner. Here we have placed the six pieces of cannon taken from the Pantjallang De Nieuwe Vrede, which with lead grapeshot will be able to have the very best effect at night, completely closing the mouth of the river. For lack of more personnel, we have provisionally stationed here the Sepoy Sergeant with

Dutch transcription

No. 10. Een Inventaris van de Pantjallang de Nieuwe Veede „ 11. „ Paequet Zoldij Papieren, beneevens dus Register „ 12. „ Dupplicaat Jnventaris van de Barcq D' Kreeft „ 13. „ Dupplicaat Onkost Reekening van de Barcq D' Kreeft 14. „ d„o Factuur Coignossement van 't gelaedene in de Barcq D Kreeft. 15. „ Factuur Coignossement van 't gelaedene in de Pantjallang de Nieuwe Vreede. 16. „ Pacquetje, met weeskamer Boekjes en Pa„ „pieren, dewelke g'addresseerd is Aan den welEdelen Gestrengen Groot Agtbaren Heer: Hendrik V„n Stoekum Praesident Benevens De verdere Heeren Leeden In 't Eerwaerde Collegie van Heeren Weesmeesteren te Batavia 17. „ Staat Reekening van de weeskamer „ 18. „ Duppc: d. o d. o „ „ Diaconij Armen „ 19. „ Eijschje van Arthillerij Goederen van den 15. . April. Padang den 15. April 1788. — J Ltv Bersell Seribe Vreede er n me 15. 49. lang Vreede Aan zijn Hoog Edelheijd! Den Hoog Edelen Groot Agtbaren Wijd Gebiedende Heere M„r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Beneevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands Jndien Hoog Edele Groot Agtbare Wijd Gebiedende Heere WelEdele Gestrenge Heeren Onder den 27e Maart J:l: hadden wijder hooge Eere uw Hoog Edelheedens met de Bark De Kreeft onse Laaste Missive beneevens 30725 lb Peeper toe te zenden die wij hoopens dat zeedert behouden à Costij moge gearriveerd zijn. Thans En 49. 5 De Pantjallang d' Nieuwe Vreede § 182 Aan zijn Hoog Edelheijd! Den Hoog Edelen Groot Agtbaren Wijd Gebiedende Heere M„r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Beneevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands Jndien Hoog Edele Groot Agtbare Wijd Gebiedende Heere WelEdele Gestrenge Heeren Onder den 27e Maart J:l: hadden wijder hooge Eere uw Hoog Edelheedens met de Bark De Kreeft onse Laaste Missive beneevens 30725 lb Peeper toe te zenden die wij hoopens dat zeedert behouden à Costij moge gearriveerd zijn. Thans En § 183 § 185 § 186. Thans gaat deese over ter Verzelling van de Pant¬ jallang de Nieuwe Vreede, die wij uw Hoog Edel¬ „heedens needrig versoeken dat de noodige Reparatie Ontfangen en met een dubbelhuijt moge voorsien worden en vervolgens na uw Hoog Edelheedens hooge Welbehaagen met derselver Gezaghebber en tweede quartiermeester weer na herwaerds moge te rug geson¬ den worden Terwijl wij daar bij voegende Verklaring door de Timmerlieden omtrend de Gesteldheijd deeser Pantjallang aan den needrigen Eersten Teeke¬ naer ingediend: Wij hebben uijt dit kieltje alhier tot noodzaaklijk Gebruijk aangehouden de Ses Vier Sonder ijser Kanons met dies toebehooren. De Ligter de Wellekomst thans onder de handen der Timmerlieden Zijnde is op eene bij na ongelooflijke wijse door de Worm doorknaagt en ten naasten bij geen een Plank meer daar in die niet als een Beij in Nest doorveeten is. Tot dies Reparatie volgens opgave der Timmer „lieden Boeg Planken manqueerande hebben wij de vrijheijd genomen een klijn Eijschje Daar van te formeeren, versoekende uw Hoog„ Edelheedens needrig dat ons deselve met de eerst geleegendheijd geworden moge, also het volkomen herstel van dit Vaarthuijg na deselve wagten mo § 184. De P 50 S. 188 S 189 N 187. De door ons opgeworpen Veldshantz is thans ten eenemaalen Klaar Excepto De Beddings voor de Stukken, als waar voor wij de Houtwerken eerst van Batavia verwagten, hebbende wij intusschen deselve op sware Swalpen Laaten! zetten, die wij in diervoegen geschikt hebben? dat wij bij gebrek van beetere Beddings egter dog het noodzaaklijke Gebruijk van 't geschuts zullen maaken kunnere. Zeedert de eerste komst van 't aangebragte Kanon per 't Schip de Standvastigheijd heeft den Eersten Needrigen Teekenaer aanstonds Moeijte gedaan om swalpen tot de Beddings alhier te laaten! kappen dog heeft deselve met alle aangewende! moeijte in Tijd van vier, en een halve Maand nauwlijks door de onverschilligheijden Luijigheijd de Leverantiers zo verre brengen kunnen dat hij thans 18 stuks bij elkander heeft, zo dat in geen Jaar Tijd het Houtwerk tot Beddings alhier zoude kunnen aangemaakt worden!— Deese Schantz is Ingerigt voor Elff Stuks Kanons en hebben wij bij nader Plaatsing der stukken noodig gevonden nog Een agthien Ponder uijt de kloof weg te neemen en alhier te Plaatsen zo dat thans in deselve gelijkstandig met de Kloof vier agthien Ponder en vier twaalff Ponder staan. Hoewel lijk S 190 8. 191. S. 192. Hoewel nu deese schantz zodanig gesitixeerd is dat deselve met een Twaalff Ponder Kanonde Mond: dekken en de klip de Walvisch in een Reegelregte schoot bestreijken kan, hebben wij egter allernood¬ „zaaklijkst gevonden de Mond der Rivier nog meer te dekken en Wel principaal teegens eene overrompeling off aandrang van een Parthij gewapende Schuijten: bij Nagt Tijd als wanneer de schoote, uijt de schantz zo verseekert niet geschieden kunnen ook het Voorwerp niet kan gezien worden daarna men zouden schieten Moeten. — Wij hebben ten dien Eijnde bij den Ingang der Rivier die uw Hoog Edelheedens blijken kan op de van den Jngenieur V„n Lutzow geformeerde kaart van de Rheede van Padang een Batterij opgeworpen ter Plaatse alwaar Laag Land staat en wel accuraat waar de Diepte van 't water met 6 beteekend is tot na binne aan de Hoek toe, Alhier hebben wij geplaats de uijt de Pantjallang de Nieuwe Vreede geligte Ses Stuks Kanons, die met Loode Druijven eene allerbestigste uijtwerking bij Nagt Tijd zullen doen kunnen, in den Mond der Rivier Volkomen sluijten er Bij Gebrek van meerder Volk hebben wij alhier Provisioneel den Sipaijer Zergeant met

NL-HaNA_1.04.02_3860_0877 view scan ↗

English

51 § 193. § 194. had the four men take up post and had a guard house erected for them there. However, because there were no more than 100 round shot and 11 lead grape shot in the pantjallang for this cannon, we have also taken the liberty of requisitioning an additional quantity of the same, while we, so that there may be no mistake regarding the quality, have described this accurately in the requisition. We flatter ourselves that the expenses incurred here, which for both of these redoubts will amount to somewhat more than Rds 800:—:—, will not be considered by your Right Excellencies as needlessly wasted, for even if our precautions taken now should be judged by your Right Excellencies as too hasty, we must nevertheless humbly point out to your Right Excellencies that the good battery in the gorge and the one at the mouth of the river, along with the strong field redoubt, will at all times provide good cover for Padang, and have been laid out by us in such a manner that they can be maintained by a few slaves without causing any further expenses, and will be entirely overgrown within a year and become solid naturally. If § 195. § 196. § 197. If only the inhabitants of these coasts would show a little more zeal and less indifference, and were willing to grant proper assistance with the felling and delivering of brushwood for making fascines, the costs would have been considerably less. For the hauling and felling thereof from afar has delayed the work not a little and caused much daily wage expense to accumulate. Although it is now very necessary that in another place, a little further inland, another good redoubt must be constructed where an enemy would have to emerge if he were to make a landing outside the range of our pieces at a distance of over an hour away and attempt to push through a stretch of brushwood, we shall nevertheless postpone the raising of it for a little while until we have received higher orders from your Right Excellencies or other more definite reports, at which time it can be completed within two months. The trade books not yet being closed, we remain unable to present your Right Excellencies with a statement of accounts for this coast; meanwhile, the statement of accounts of the Orphan Chamber, together with its further books and papers, is also being forwarded herewith. In 52. § 198. § 199. § 200. § 201. In the regency of Baijang, the humble first signatory found himself obligated, on account of their disobedient and rebellious behavior, to dismiss 5 ponghouls. These regents consist of 15, who are known by the name of the 12 and 3, the three being the head regents of the three tribes that constitute this land and originate from the Tigablas Cottas, namely from Moarapanne, Kinari, and Cotta Ano, each of which three in turn has four under him, and thus make 15. Having summoned these regents hither in the past year regarding disputes they had with those of Sillida, the head ponghoul of those of Moarapane refused to come hither, but stayed away. The other ponghouls having informed me thereof, I summoned a merchant of Moara-panne to me, whom I interviewed regarding this, with orders to send immediately to Baijang and summon this ponghoul hither once more, whereupon he indeed arrived immediately and made many excuses about his pressing work in the pepper gardens and other domestic circumstances, which I let pass for that time, with the earnest recommendation to take care in the future, as I would otherwise not accept such excuses again. Having now found it necessary to summon these regents hither once more on account of § 202. § 203. § 204. § 205. on account of a seized vessel with which one Radja Darre, an inhabitant of Baijang, had covertly gone to Benkoulen with rice, the same head ponghoul said again that he had no intention of going hither, and stayed behind with two more of his subordinate ponghouls. The others, having come to me, then unanimously brought me this report. I then used the very same merchant again to get him hither once more by that means, and he indeed came directly, together with the other two who had stayed behind with him. This second disobedience being inexcusable, notwithstanding the hundreds of excuses he brought forward again, and clearly demonstrating that he was willing to listen to the merchants of his country, but absolutely not to the orders of the Company, I had him placed under arrest immediately along with both of his companions, and dismissed all three from the ponghoulship, as well as two other regents on account of their rebellious behavior shown in the following case. The aforementioned Radja Darre, a Malay and native of Baijang, had already been suspected for a long time of covertly carrying, with a small vessel of a couple of lasts, rice

Dutch transcription

51 §S 193. S 194. met de Vier man laaten Post neemen en een wagt Huijsje daar voor laten opregten. Daar egter voor dit kanon in de Pantjallang niet meer geweest is als 100 Rond scherpen 11 Loode Druijven hebben wij meede nog eene quantiteijd daar van te Eijschen thans de Vrijheijd genomen terwijl wij / op dat in 't qualitre niet moge mis„ „tast worden/ zulks accuraat bij den Eijsch beschree„ ven hebben. Wij flatteeren ons dat de hier ingedaane kostin¬ die voor beijde deese schantzen Omtrend iets meer als Rd„s 800:—:— bedraagen zullen door uw„ Hoog Edelheedens niet als onnoodig verspild mo¬ „gen geconsidereerd worden want al was het dat thans onse genome voorsorge door uw Hoog Edelheedens. — mogte beoordeeld worden als te voorbatig, moeten wij egter uw Hoog Edelheedens needrig onder 't oog brengen, dat de Goede Batterij in de kloof die aan de Mond der Rivier beneevens de sterke Veldschaartz in allen Tijden eene goede Dekking van Padang zijn zal en door ons zodanig is aangelegt geworden dat deselve met een paar slaven zonder eenige verdere kosten te verwekken kunnen onderhouden woorden, en in Tijd van een Jaar ten eenemaalen zal begroeijt zijn en uijt de Natuur vast worden Was SS 195. 1. 196. § 197. Was het dat de Bewoonders Deeser Stranden een Weijnig meer ijver en minder onverschilligheijd betoonen wilden, en geneegen Waren eene behoorlijke assistentie te verleenen met het kappen en aanbren„ gen van BosCagies tot het maken van Taschenen zouden de kosten nog vrije minder geweest zijn Want het verre Haalen en kappen daar van heeft het werk niet weijnig verdraagt en Veel Daghuur doen aanloopene Hoewel het nu zeer noodzaaklijk is dat op een andere Plaats een Weijnig Landwaards en nog een goede Schantz moet aangelegt worden op een Plaats daar een vijand zoude uijtkomen moeten wanneer hij buijten het Bereijk van onse stukken op de verte van ruijm een uur eene Landing doen en door een Parthij Boscagies zoude doordringen willen, zullen wij egter het opwerpen van deselve nog een weijnig uijtstellen, tot dat wij hoogere ordres van uw Hoog Edel„ heedens of andere nadere verseekerte Tijdingen zullen gekreegen hebben, Als wanneer deselve in Tijd van Twee Maanden zal kunnen voltooijd worden e De Negotie Boeken als nog niet gesloten zijnde blijven wij onvermogende uw Hoog Edelheedens als nog eene staat Reekening van deese Cust te kunnen voorleggen; Gaande intusschen de staat Reekening van de Weeskamer beneevens de verdere Boeken en Papieren van deselve bij deesen meede over Jns 52. 8. 198 8: 199 8 200 8 201. In 't Regentschap van Baijang is den Needrigen Eersten Teekenaar in de Verpligting gekomen wegens hun dito bediend en oproerig Gedrag 5 Ponghouls af te zetten Deese Regenten bestaan in 15 die dene Naam hebben van 12 en 3 zijnde de Drie de Hoofd Regenten van de Drie Stamme die dit Land uijtmaken en uijt de Tigablas Cottas afkomstig zijn te weeten uijte Moara¬ „panne Kinari en Cotta Ano Drie met hun Drie ijder weer vier onder Zighebben en dus 15 uijtmaken In 't Gepasseerde Jaar deese Regenten na herwarads geroepen hebbende over verschille die zij met die van Sillida hadden wilde de Hoofd Ponghout van die van Moarapane niet na herwaerds komen maar bleefweg De anderen Ponghouls mij daar van verwittigd hebbende liet ik een Koopman van Moara=panne bij mij komen die ik daar over onderhield, met Last om ten eersten na Baijang te zenden en deesen Ponghoul nog eens na herwaerds op te ontbieden waar op hij dan ook ten eersten kwamen veele ontschuldi¬ „gingen maakte over zijn Drukwerk in de Peeper Thuijnen, en andere Huijsselijke omstandigheeden die ik voor die keer liet doorgaan met ernstige recommandatie van zig in 't toekomende te Wagten, dat ik anders diergelijken Excusen niet weer accepteeren zoude. — Thans in de Noodzaaklijkheijd gekomen zijnde dese Regenten waer na herwaerds te moetin roepen wegens 8. 202 § 203 wegens een aangehaald vaarthuijg daar meede lenen Radja Darre Inwoonder van Baijang ter Sluijks na Benkoulen met Rijst geweest was zegde denselven Hoofd Ponghoul weer dat hij niet van Meening was na herwaerds te gaan en bleef met nog twee van zijne onderhoorige Ponghouts terug, De anderen bij mij gekomen zijnde bragten mij toen eenparig dit Rapport. Jk gebruijkde toen weer den Eijgensten Koopman om hem door dat Middel nog eens na herwaerds te krijgen en hij kwam ook directe met de anderen twee te samen die met hem terug gebleeven waren Deese tweede diso bedientie onverschoonbaar zijnde niet teegenstaande honderden van Excusen die hij weer voorbragte, en duijdelijk aantoonende dat hij wel na de Kooplieden van zijn Land maar volstrekt niet na de ordres van de Comp„e luijsteren wilde liet hem met zijne beijde makkers direct in Arrest neemen en zette alle drie van 't Ponghoul¬ schap af Gelijk meede nog Twee andere Regenten weegens hun oproerig gedrag in 't navolgende geval beweesen. Den Zoeven aangehaalden Radja Darre Maleijer en Jnboorling van Baijang was reets zeedert lange Tijd suspeet geweest dat hij telkens met een Klijn Vaarthuijg van Een Paar Laste ter sluijks. Rijffl 8. 204 §S 205.

NL-HaNA_1.04.02_3860_0881 view scan ↗

English

53. § 206. § 207. § 208. brought rice to Benkoulen and from there again brought all kinds of goods back in troguads. Now the Resident of Poulo Chinco was warned that he had returned the day before from Benkoulen and had entered the river of Baijang, whereupon the Resident immediately sent two Buginese with a letter to the Penghulus of Baijang, with orders to arrest this vessel and its crew. However, the Penghulus were afraid to lay hands on him because he had a large following, and Radja Darre told the Buginese that if the Resident wanted the vessel, he must come and fetch it in person, called together several hundred common people, forced the Buginese to retreat swiftly, and brought the vessel by force back out of the river into the sea, while in the meantime all the goods brought by him, as well as 21 passengers or partners in this vessel, were made away with. During this tumult two Penghulus assisted who, instead of making the people go back and refrain from such outrages, even lent a helpful hand to the same. The Resident of Poulo Chinco sending the following day to Poulo Babi to have a quantity of sappanwood fetched, this vessel was found there, manned only by a single man and the Radja Darre, and having already taken in some rice again. Then the men of the Resident seized this vessel with both persons and brought it to Poulo Chinco, whereupon the Resident § 209. Resident then informed me by letter of what is related above, and I sent a pantjallang thither to bring both these persons with the vessel hither, and subsequently having summoned the Penghulus of Baijang hither for this reason, those who wish to bear the name of being honest and obedient offered in their excuse that at that time and in that event they could not possibly have offered any resistance to their malicious fellow Penghulus without causing great disasters, while the same directly threatened them with war and arson, and thereby the entire country ran a great risk; for which reason I have also dismissed both these rebellious subjects from their regency and ordered the collective Baijang people presently still here to look for other persons whom I might appoint as Penghulus in the place of these five, the dismissed ones being presently still in arrest, while the Radja Darre, with one of his anak rajas, now riveted in chains, is sent per this vessel to Batavia for the further supreme disposal of Your High Noble Excellencies, his vessel having been confiscated and sold publicly for the benefit of the Company. The Regency of Baijang is the only one that, as long as the First Signer has now been here, has constantly caused many difficulties. 54. § 210. has, and if this execution of punishment now administered to them does not strike some terror into them, he fears greatly that in time military force will have to be used to bring them to greater obedience, while their rebellious nature in general extends so far that the small and lesser Penghulus, who are usually in every negorij and stand completely under the rule of the 15 Penghulus, now, when the latter wish to execute any punishment for theft or murder, will not submit to it at all anymore, but immediately threaten with war and challenge the others to it; the humble First Signer fearing greatly that in such a case the Head Regents might once address themselves to them and request to be maintained in their authority as being appointed by the Company, which would then bring the same, with the small number of available military men, into great embarrassment, and yet, if this case brings no improvement, it may in time become necessary if the lesser regents and subjects, encouraged by this, should persist in their stubborn disobedience. The first intention regarding these five arrested malicious Penghulus of the First Signer § 211. § 212. Signer was to send all five of the same to Batavia now as well; however, after this had become known, more than 100 people, men, women, as well as children, came here from Baijang, who without ceasing pray and plead, and wish to offer themselves under oath as guarantors for their conduct, so that I finally, in order not to make too much commotion and to see whether the granting of forgiveness after prior punishment might still make some impression upon the minds of these peoples, gave them hope of not being deported, but of being allowed to return to their country as common Malays under bail of their families for their conduct. About half a month ago, seven Company slaves again deserted together in a plot, so that now of the 24 pieces brought along from Batavia, only four remain. The lack of the same constantly brings us into the greatest embarrassment, and we are obligated for the daily work to hire 8 Niasser mercenaries at present, and as for a long time no slaves have been brought in, and the continuous hire, principally with a larger number at the time of the unloading of the ship, would run very high.

Dutch transcription

53. S. 206. SS 207 SS 208 Rijst na Benkoulen bragte en van daar dan weer allerhande Goederen in troguads te rug. Thans wierde den Resident van Poulo Chinco gewaar¬ schouwd dat hij 's Daags van te vooren weer van Benkou„ „len te rug gekomen in de Rivier van Baijang ingeloopen was waar op den Resident aanstonds twee Bougineesen met eenen Briev na de Ponghouls van Baijang Zond met Last om dit Vaarthuijg met zijn volk te arresteeren Dog de Ponghouls waren bevreest hem aan te doen om dat hij eenen Grooten aanhang hadde en Radja Darre zegde aan de Bougineesen dat als den Resident 't vaar¬ thuijg hebben wilde hij 't in Persoon moest komen haa¬ „len riep eenige hondert gemeen volk bij elkanderen, nood„ „zaakte de Bougineesen zig schielijk te moeten retureeren en bragte het vaarthuijg met geweld weerde Rivier uijt in zee terwijl in de tusschen Tijd alle de door hem gebragte Goederen beneevens nog 21 Passagiers off, Deelgenooten in dit vaarthuijg gaabsenteand waren Bij deesen Tumult assisteeren twee Ponghould die in steede van 't volk te doen te rug gaan en zig van zulke Buijtensporigheeden te doen meijden, zelvst nog behulpsame hand aan deselve verleenden Den Resident van Poulo Chinco 'sanderendaags na Poulo Babi zendenden om een Parthij Sappenhout te laaten haalen wierd dit Vaarthuijg aldaar gevonden alleen voorsien met een enkelde man en den Radja Dar¬ „re, en hebbende reets weer eenigen Rijst in Toennam het Volk van den Resident dit vaarthuijg met de beijde Persoonen en bragten het na Poulo Chinco, Waar op de n. Resident § 209 Resident mij dan bij Brieve het boven verhaalden bedeelde, en ik een Pantjallang na derwaerds zond om deese beijde Persoonen met het Vaarthuijg na herwaerds op te brengen en vervolgens om deese Reeden De Pong¬ „houls van Baijang na herwaerds opgeroepen hebbende bragten de geenen die den Naam voeren willen van eerlijk en gehoorsaam te zijn tot hun Exeus op dat zij in die Tijd en bij dat geval zonder groote ongelukke te Verwekken, onmooglijk aan hun quaadaardige Meede Ponghouls eenige Resistentie hadden doen kunnen terwijl deselve hun direct met oorlogen Brandstig¬ „ting dreijgden, en daar door dan het geheele Land gevaar Liep om welke Reeden ik dan meede deese beijde oproerige Subjecten van hun Regentschap af¬ „geset en aan de gesamentlijken thans nog hier zijnde Baijang geordonneerd hebbe, andere Persoo¬ „nen op te zoeken die ik in deeser vijff haar Plaat, „se tot Ponghouls aanstellen konde zittende de afgesetten thans nog in Arrest, Terwijl den Radja Darre met een van zijne anak Rauws thans in de ketting geklonken per Deesen Bodem na Batavia overgaan ter naderen hooge Dispositie van uw„ Hoog Edelheedens zijnde zijn Vaarthuijg ten Voordeele van de Maatschappij geconfisqueert en Publicq verkogt. Het Regentschap van Baijang is het eenigste wat den Eersten Teekenaer zo lange als hij nu hier is telkens veel Moelijkheeden verwekt heeft. 54 § 210 heeft, en wanneer deese thans aan hun gedaane straff-oeffeninge niet eenigen schrik onder hun bren„ „gen zal, vreest hij zeer dat door de Tijd zullen Militai„ „ren moeten gebruijkt worden om hun tot meerder Gehoorsaamheijd te brengen terwijl den oproerigen Aart over 't gemeen van hun zig zo verre strekt dat de klijnen en geringeren Ponghoul die ordinaire ijder Negorij heeft, in Volstrekt onder de Regeering van de 15 Ponghouls staan, thans, wanneer deese eenige straff-deffeningen over Diefstal off Moord doen willen, zig in 't geheel niet meer daar aan onderwerpen willen, maar aanstonds met oorlog dreijgen ende anderen daar toe uijt daagen vreesende den Needrigen Eersten Teekenaer zeer dat zig in" zulken gevalle de Hoofd Regenten eens aan hen addresseeren en versoeken zullen in hun Authoriteijd als door de Compe aangesteld zijnde gementineerd te worden, het geene denselven als dan met het geringe Getal der aanhanden zijnde Militairen in groote verleegendheijd Brengen zal, en egter zo dit geval geen Beeterschap verwekt door de Tijd noodzaaklijk worden kan wanneer de mindere Regenten ende onderdaanen door deese gestrekt in hun herdnekkige disobedientie mogten blij¬ „ven Continueeren: Het eerste voorneemen omtrend deese vijff g'arresteerde quaadwillige Ponghouls van den Eersten e7 Teekenaer § 211 SS 212. Teekenaer was deselve alle Vijff thans meede na Batavia te versenden, dog na dat zulks rugtbaar geworden was zijn meer dan 100 Menschen zo Mannen, vrou¬ „wen als kinderen van Baijang hier gekoomen, die zonder op te hooren bidden en smeeken, en zig onder het doen van Eed als Borg voor 't gedrag van deselve instellen willen zo dat ik eijndelijk om niet te veel Beweeging te maaken en te zien of het verleenen van Vergeffenisse na voorgegaane straffe nog eenigen indruk op de gemoederen van deese Volkeren hebben mag hun Hoop gegeeven. hebbe van niet versonden te worden maar na hun Land als gemeene Maleijers te mogen te rug keeren onder Borgtogt van hun Familjes voor hun gedrag Omtrend Een halve Maand geleeden zijn weer seeven Comp„e Slaven in een Complot te gelijk gedrost zo dat thans van de van Batavia meede gebragte 24 stuks nog maar vier overblijven — Het gemis van deselve brengt ons telkens in de grootste verleegendheijd, en zijn wij in De verpligting voor het dagelijkse werk thans 8 Nias¬ sers Huurlinge aan te houden, en terwijl in lange geene slaven aangebragt zijn en de aanhoudende Huur principaal bij een meerder Getal in de Tijd van 't Lossen van 't schip zeer hoog oploopen Zoude

NL-HaNA_1.04.02_3860_0885 view scan ↗

English

55. § 213. § 214. we have deemed it well to send the pencalang Padang to Nias, which will depart thither within a few days under the command of Sea Lieutenant Vogeling with a small cargo of merchandise amounting to rds 507: 47:— at cost price in order to barter for slaves there, hoping that Your Right Excellencies will be pleased to approve of this, as we believe this will turn out to be the best purchase to obtain good slaves quickly. Other than some unusable goods, we have sent nothing in this small vessel except a ship's fire engine that was initially given to us upon our departure hither for want of another, costing ƒ 356: 12:— and as the same cannot be of any service to us, we humbly request Your Right Excellencies for a large one in its place. We now take the humble liberty of concluding this letter by commending ourselves most strongly to the continued high protection of Your Right Excellencies and, with deep respect and reverence, calling ourselves, Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord and Right Honorable, Stern Lords, Your Right Excellencies' humble and dutiful servants, C: H: v: Erith J: Phs Loh van der Stengh Padang on Sumatra's West Coast, the 15th of April 1788 J Examined: Matheo: 56 Requisition of such goods as are in all respect requested for the main office of Padang on Sumatra's West Coast from His Right Excellency, the Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Right Honorable, Stern Lords Councilors of the Netherlands Indies, consisting of the following: Artillery goods 600 pieces round shot for cannon, bored at 5 lb iron accurately taken according to the caliber gauge 600 lead grapeshot for the same 600 round shot for the same at 44 lb iron 600 lead grapeshot for the same From the equipment shipyard 25 pieces bow planks for repairs to the lighter Padang on Sumatra's West Coast, the 15th of April 1788 Phs Jh van der Stengh C: H: v: Crith 57. To His Right Excellency, the Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with the Right Honorable, Stern Lords Councilors of the Netherlands Indies. This letter has been dispatched with the private bark of the English Captain Walter Sims. Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord, Right Honorable, Stern Lords, § 215. We have the high honor to inform Your Right Excellencies by this humble letter that today the small ship, the Cornelia Adriana, has arrived here from a failed voyage to Timor. § 216. The events concerning that vessel up until the ships Dregterland and Javaas welvaaren encountered it will already be known to Your Right Excellencies from the reports submitted to You regarding this matter by the captains of both those ships. § 217. It has had 2 more deaths since that time and has pumped rice several times. At present, while the ship lies still, it is kept at 8 inches of draft water only by continuous and uninterrupted pumping day and night, although according to the statement of its commander, this had previously increased to 3 feet against all pumping efforts. § 218. As a passing English vessel, by which we send this to the North Island in the hope that it may arrive properly, does not wish to delay long, we cannot as yet give Your Right Excellencies any further accurate report regarding the condition of the cargo, other than that we have opened the invoice and bill of lading, and shall immediately make a start with unloading the finest goods from the ship, and furthermore have the same inspected and set to work with all the carpenters we can obtain in order to repair it as quickly as possible and send it back to Batavia. § 219. Also most strongly requesting Your Right Excellencies, since there are very few workmen here, that if You should receive this our humble missive early enough, some carpenters may be sent over to our assistance for the ship, while we at the same time request Your Right Excellencies' high orders 58. Padang, the 14th of August 1788 as to what we shall do with the large quantity of rice and the ship, in case the naval officers and carpenters appointed to examine it should report that the small vessel could not be repaired here, whether because it has been eaten away by worms or would have to be careened, which latter is completely impossible here under present circumstances; we maintain, however, that it will not turn out so unfortunately. § 220. Furthermore, all being in moderate peace at this main office and the subordinate stations, we have the high honor to call ourselves with deep respect and reverence, Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord, Right Honorable, Stern Lords, Your Right Excellencies' humble and dutiful servants, C: H: v: Eruth Ph Joh van der Hengh Examined Copy of Outgoing Letters, Poulo Chinco, Anno 1787/8, No. 7

Dutch transcription

55. § 213. §S 214. zoude hebben wij geoordeeld wel te doen de Pantjallang Padang na Nias te zenden zullende deselve binnen eenige Dagen onder 't bezag van den Luijtenant ter Zee Vogeling na derwaerds gaan met een klijn Carga van Koopmanschap¬ „pen bedragende uijtkoops rd„s 507: 47:— om daar voor slaven te trocqueeren, hopende dat uw Hoog Edelheedens zulks zullen gelieven te approbeeren, terwijl wij denken dat dit het beste koop zal uijtkomen om schielijk en goede slaven te krijgen. Wij hebben in dit Kieltje buijten eenige on„ bequame Goederen niets versonden als een scheeps Brandspuijt die ons in 't begin na herwaerds meede gegeeven is bij gebrek van een andere kostende ƒ 356: 12:- en also deselve ons van geen Dienst zijn kan versoeken wij uw Hoog Edelheedens needrig om een groot in dies plaats. Neemende wij thans De needrige vrij¬ „heijd deese te bekorten met ons in de aanhou„ „dende hooge Protexie van uw Hoog Edelheedens ten ten sterksten aan te beveelen en met Dieponts en Eerbied te noemen. Hoog Edele Groot Agtbare Wijd Gebiedende Heere En WelEdele Gestrenge Heeren uw Hoog Edelheedens onderdanige & Trouwschuldig Dienaeren C: H: v: Erith J: Phs Loh van der Stengh Padang op Sumatras west Cust den 15„e April 1788 J en in Nagezien Matheo: 56 Eijsch, van zodanige Goederen de„ „welke voor 't Hoofd Comptoir Pa„ „dang op Sumatras west Cust in alle Eerbied versogt word, van zijn Hoog Edelheijd, Den Hoog: Edelen Groot Agtbaren, wijd= Gebiedende Heere! M„r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal, En Den WelEdelen Gestrenge Heeren Raaden van Neederland Indien, bestaande het eenen ander in, als Arthillerij Goederen 600 p„s Rond scherp voor kanon geboord, op 5 lb ijzer na de Taalstok aecuraat. opge„ nomen 600„ Loode Druyven tot als even 600 „ Rond Scherp voor als even op 44 lb ijzer 600 „ Loode Druijven tot als even Van D' Equipagie werff 25 p„s Boeg Planken tot reparatie aande Ligter! Padang op Sumatras west Cust den 15„e April 1788 s Phs Jh van der Stengh C: H:v: Crith 6 Cap 57. Aan zijn Hoog Edelheijd Deele Brief is versonden met de Particuliere Barcq van den Engelse Den Hoog Edelen Groot Agtbaren Wijd-Gebiedende Heere. Mr Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Beneevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raden van Neederlands Jndien Hoog Edele Groot Agtbare Wijd-Gebiedende Heere. Capitain waltersims WelEdele Gestrenge Heeren §215. Wij hebben de Hooge Eere uw Hoog Edelheedens bij deesen needrige te bedeelen als dat op heeden alhier van een Verlooren Reijse na Timor, ge¬ „arriveerd is 't scheepje, de Cornelia Adriana d 216. De Gebeurtenissen van dat kieltje tot dat de scheepen Dregterland en Javaas welvaaren 't selve ontmoet hebben zullen uw HoogEdel„ „heedens wel reets bekend zijn uijt de Rapporten daar En daar omtrend van de Capitains van die beijden scheepen aan Hoog deselve ingediend & 217 klet heeft zeedert die Tijd nog 2 dooden gehad en verscheijden keeren Reijst gepompd, thans het schip Stil Leggende word het nog met stijff door en zonder eenige tusschen sosing Dag en Nagt t pompen met 8 Duijm watergaande gehouden hoe wel zulks reets eens van te vooren volgens opgave van dies Gesaghebber teegen alle pompen aan tot 3 voet is aangegroeijt geweest & 218 Also een alhier passeerend Engelse scheepje daar meede wij deese na 't Nooder Eijland zenden op hoop dat het te regt komen moge, zig niet lange ophou „den wil, kunnen wij uw Hoog Edelheedens thans nog geen nader accuraat Berigt nopens de gestel„ „heijd der Lading geeven, als dat wij het Factuur Cognoissement g'opend hebben, en ten eersten een begin maken zullen met de fijnste Goederen uijt het schip te lossen En voorts het selve Laaten visiteeren en met alle Timmerlieden die wij krijgen kunnen aan 't werk gaan om 't selve zo spoedig als mooglijk te herstellen en na Batavia te rug te zenden. Versoekende meede uw Hoog Edelheedens te d 219. sterksten also hier zeer weijnig werklieden zijn dat wanneer Hoogst Deselve deese onse needrig Missive nog vroeg genoeg ontfangen mogen ons het schip nog eenige Timmerlieden tot assistentie overge „sonden worden terwijl wij teffens uw Hoog Edelheedens hooge 58. Padang den 14„e Augustus 1788 hooge ordre invraagen wat wij met de groote quantiteijd Rijst en het Schip doen zullen, ingevalle de ter Examinatie gecommitteerd wor„ dende Zee officieren en Timmerlieden van Berigt dienen mogten dat het Scheepje alhier niet te repareeren was, het zij dat het door de worm opgevreeten was off gekield zoude moete worden tot welk laaste alhier in de tee„ „genswoordige omstandigheeden geen Mooglijkheijd is, wij egter susteneeren dat niet zo ongelukkig uijtvallen zal. & 220. Verders ten deesen Hoofd en onderhoorigen Comptoiren alles in een middelmatige Rust zijnde hebben wij de hooge Eere ons met diep ontsa„ „gen Eerbied te noemen. Hoog Edele Groot Agtbare Wijd-Gebiedende Heere! WelEdele Gestrenge Heeren uw Hoog Edelheedens onderdanige en Trouwschuldige Dienaeren. 57 C: H: v: Eruth Ph Joh van der Hengh e 3 pje daar op hoop ophor thans gesteld Factuur ten Goederen selve die elve ons overge heeden 2 ƒ ƒ. En 1 Krij opmans Nagezien N 8 Copia Afgaande Poulo Chinco a Brieven A:o 178 7/8. No. 7

NL-HaNA_1.04.02_3860_0899 view scan ↗

English

To the Bookkeeper Johan Fredrik Zugel Resident at Poulo Chino Honorable, Discreet, Corporal Borchard, stationed at Adjarhadja, being summoned hither, Corporal Volmer is now going over to replace him at that post. I remain, after greetings, Honorable, Discreet, Your Honor's good friends. Was signed: C: S: V: Erath and I: J: V: d: Stengh. In the margin: Padang, the 8th of September 1787. To the same as above. Having received a letter from the Doepaties or 4 Songhuls of Corinthies stating that they were at Jndrapoera and wished to come hither, but were fearful of encountering some trouble on the way through Company's lands, I have sent a Buginese with the messenger sent to me thither to fetch them, with orders to the Corporal at Adjarhadja to send another Buginese from that post along with them to dispatch them hither, which serves for Your Honor's information. Their High Excellencies having also ordered to purchase as much of the sappanwood falling here as is ever possible, and having given as an example the purchase thereof at Bima at f 2: 1: 4 and on Java at f 2: 9: 8 Dutch money per picol, Your Honor is hereby ordered, as this wood falls mainly in the Schillodase and Poulo Babie districts, to make the purchase thereof in as large a quantity and at as moderate a price as is ever possible, and strictly to forbid all export thereof under penalty of confiscation, we judging that when the export is forbidden, this wood will easily be obtainable for the prices as dictated by the given examples. I remain, after greetings, ending. Padang, the 9th of September, in the year 1787. P.S. Their High Excellencies having instructed the Master of the Equippage at Batavia to stow the cargo for Chinco as much on top as possible, Your Honor is notified thereof in order to be prepared, upon the arrival of the ship, quickly to unload the goods that are at hand therein, for which Your Honor may employ the pantjalling, provided however that it is not delayed thereby, but departs hither at the same time as the ship to serve as pilot. To the same as above. For the writing off of the customary wastage requested by Your Honor in your letter of the 18th of December, provided it does not exceed that determined therefor by the regulations, Your Honor is hereby authorized, as well as informed that the other papers sent with this letter have reached us in accordance with the register. I remain, after greetings, ending. Padang, the 2nd of October, in the year 1787. To the same as above. Judging that at the present late season of the year the Company's ship will presumably come from the north, Your Honor is ordered to send the pantjalling De Nieuwe Vreede back hither at the first good opportunity after receipt of this. Should it happen contrary to expectation that the ship were still to appear from the south side, and Your Honor on that account might require the pantjalling for unloading, then Your Honor may immediately give notice thereof by express messenger, whereupon the same will come over again as quickly as possible for Your Honor's assistance. Your Honor must now also ship hither in this pantjalling all the remaining unsmelted gold. I remain, after greetings, ending. Padang, the 8th of November 1787. To the same as above. The ship De Standvastigheijd having arrived here from the north side on the 18th of this month, this serves to inform Your Honor thereof. Although we do not doubt that the pantjalling De Nieuwe Vreede will already have departed from Poulo Chinco hither, we nevertheless most strongly recommend, in case this should not yet have occurred due to some hindrance, that the same come over as quickly as possible. I remain, after greetings, ending. Padang, the 20th of November 1787. To the same as above. The English Consul Peirse writing to me from Mocco that, being there on a mission to settle the disputes between the old king and his son, he had heard that the Sultan of Jndrapoura in the past month of March had sent someone to the young warring Sultan and let him know that if he were in distress, he would help him with men and weapons, and that he could also be supported by me, Your Honor is therefore hereby ordered to summon the Sultan of Jndrapoura immediately to you at Poulo Chinco, to question him most strongly about these statements, and to conduct an investigation as to whether they are true or not, and subsequently to inform me directly thereof, and to order the Sultan to remain at Poulo Chinco until I have written further to Your Honor about this. In the meantime, please send the enclosed letter overland immediately to Mr. Peirse at Mocco Mocco, and write once more to the corporal stationed at Adjarhadja that he must take good care, pursuant to my order given in the letter of the 29th of June, not to meddle in any way with the affairs. I remain, after greetings, Honorable, Discreet, Your Honor's good friend. Was signed: C: H: v: Erath. In the margin: Padang, the 5th of December 1787.

Dutch transcription

Aan den Boekhouder Johan Fredrik Zugel Resident te Poulo Chino Eersame Discreete Den te Adjarhadja Posthoudende Corporaal Borchard, na herwaerds op ontboden wordende, gaat thans den Corporaal Volmer over om denselven op die Post te vervangen, Blijve na groete /:onder= „stond:/ Eersame Disereete /:Lager stond:/ UE: goede Vrienden /: was geteekent/ C: S: V: Erath: en I: J: V: d: Stengh. /: in margina:/ Padang den 8=e September 1787. Aan als Vooren Van de Doepaties off 4 Songhuls van Corinthies eenen Briev gekreegen hebbende dat deselve op Jn¬ „drapoera waren en graag naer herwaerds komen wilden, egter bevreest waren om eenig ongemak op weg door Comp:s Landen te zullen ontmoeden, hebbe eenen Bouginees met den aan mij gesonden Boden na derwaerds gesonden om te zelve afftehaalen, met Last aan den Corporaal te Adjarhadja om van die Post nog een Bouginees meede te geeven om deselve na herwaerds te Eenvoyeeren 't geen tot U E: Com= nuncatie diend. Haar Hoog Edelheedens meede gelast hebbende, om van 't alhier Vallende Sappanhout zoo veel op te koopen als immer mogelijk is, en tot een voorbeeld gegeeven hebbende den Inkoop daar van te Bina á ƒ 2: 1: 4 en te Java à ƒ 2: 9: 8 hollands geld per picol, zo werd UE: gelast bij deezen alzo dit hout Voornamentlijk Voormantlijk in 't Schillodase en Poúlo Babie Valt, den Inkoop daar van te doen, tot zo groote quantiteijd en Civile Prijs als immers moogelijk is, en alleen uijt¬ „voer daar van bij straffe van Confiscatie ten strafsten te verbieden, oordeelende wij wanneer den uijtvoer Ver= boodem is, dat dit hout wel voor de Prijse gelijk de gegeevene voorbeelden dicteeren; zal te bekomen zijn, Blijve na groete slott. Padang den 9=e September A„o 1787 —. P: M: Haar Hoog Edelheedens, aan den opper Equipagie meester te Batavia belast hebbende, de Lading voor Chinco zo veel moogelijk is boven op te Bergen word UE: daar van kennisse gegeeven om teegens de komst van 't schip in gereedheid te zijn, van schielijk de daar in bij de hand zijnde Goederen te lossen, waar toe UE: de Santjalling emploijeeren Kan, moedende egter deselve daar door niet opgehouden worden, maar met 't Schip te gelijk na herwaerds als Loots vertrekken. Aan als vooren Tot het afgeschreijven der gewoonlijken spillagie door UE: bij Brieve van den 18=e xber: verzogt, mits met Excedeerende het daar voor (bij Reglement be= „paalde, word UE: bij deesen gequalificeerd, als meede bedeeld dat ons de verdere bij deeze Brieve gesondene Papieren Conform Register geworden zijn, Blijve na groete slott Padang den 2„e October A„o 1787 3 Aan als Vooren Bij de teegenwoordige Laaste Jaar tijde oordeelende dat 't Comp„s schip presumtief Van de Noordkomen zal, word UE: gelast de Santjalling de Nieuwe reede bij de eeste goede occassie na ontfangst deeser na herwaerds te rug te zenden, mogte het intuschen verwagting gebeuren dat het Schip nog van de Zuijd¬ „kant zoude komen, opdaagen, en UE uijt dien hoofde de Santjalling mooglijk tot het Lossen benoodigt zijn, dan kan UE: per Expresse ten eersten daar van kennisse geeven, wanneer deselve tot UE: assistentie weer ten spoedigste over koomen zal. Moetende UE: thans in deese Santjalling meede na Eer= Goud „waerds afscheepen, al het per restant zijnde onge= „smolten, Blijve na groete slott 8=e November 1787 Padang den Aan als vooren. Het schip de standvastigheijd op den 18e deeser van de Noordkant alhier gearriveerd zijnde diend deese UE: zulks te bedeelen hoewel wij niet twijffelen of de Pantjalling de Nieuwe Vreede zal reets van Poulo Chinco na herwaerds vertrokken zijn, Recomman= deeren wij egter ten sterksten in gevallen zulks door eenige verhindering nog niet mogte geschieden zijn, dat deselve ten spoedigsten overkome, Blijve na groete Sadang den 20e November 1787 Slott Aan Aan als Vooren. Den Engelschen Consul Teirse mij van Mocco schreyvende dat hij aldaar in Commisse zijnde om de onlusten tuschen den ouden Koning en zijn zoom te beslissen, gehoord hadde, dat den sulthan van Indrapoura in de gepasseerde Maand Maart ijmand aan den Jongen oorlogende sulthan gezonden en hem hadde laaten weeten, dat als hij in verleegen was, hij hem met Volk en wapens helpen zoude en ook van mijn zoude kunnen ondersteund worden, zo word UE: bij deesen gelast den sulthan van Jndrapoura ten eersten tot zig na Poulo Chinco te ontbieden hem over deese gesegdens ten sterksten te onderhouden, en onderzoek te doen of deselve waar zijn of met, en mij vervolgens direct daar van te informeeren en den sulthan te ordonneeren zo Lang op Poulo Chinco te blijven tot dat ik dan nader UE: daar over ge= „schreeven hebbe Jntuschen gelieft UE: ten eersten inleggende Briev verder over Land na Mocco Mocio aan d' Heer Peirse te zenden en nog eens nader aan den Posthoudende in Corporaal te Adjarhadja aan te scheijven, dat hij wel zorg drage ingevolge mijn bij Brieve van den 29=e Junij gegeeven Last om zig hoegenaamt met de zaaken te meleeren, Blijve na groete /:onderstond:/ Eersame Discreete /:lager sond:/ UE: goede Vriend /: was geteekent:/ C: H: v: Erath / in margine/ Padang den 5„e Decb:r 1787. Aan 1

NL-HaNA_1.04.02_3860_0903 view scan ↗

English

To the same as before. The 200 Th:s of unsmelted gold sent hither by you on the pantjalling De Nieuwe Vreede have reached us and were found accurate, which will be smelted at the first opportunity and your office credited for the same. I remain, after greetings, subscribed: Honorable, Discreet, lower stood: Your good friends, was signed: E: H: v: Erath and P: J: V: d: Stengh, in the margin: Padang, the 13th of December 1787. To the same as before. You will receive with the pantjalling De Nieuwe Vreede, as shown by the accompanying invoice and bill of lading, such goods as could presently be shipped therein in fulfillment of your requisition of the 24th of December last, the gunpowder to be sent afterward at the first opportunity, and you are ordered to unload this pantjalling as quickly as possible and to send it hither with all the gold on hand, so that it may yet be dispatched with the ship to Batavia. The soldier Johan Podlieb Kitter shall receive his discharge if he does not wish to remain; however, please take further trouble to see if it is possible to persuade him to stay and enter into a new engagement, while the Bugis soldier Soema may indeed continue in his service, provided that he must first be punished with a severe running of the gauntlet, and that it must be announced to him that the weapons made absent by him must be paid for according to Company custom, and that if he absents himself again and can subsequently be apprehended, he will be clapped into chains without connivance. Your further letter of the 29th of December will be answered by a vessel departing in a few days, as time is currently too short. I remain, after greetings. Padang, the 5th of January 1788. To the same as before. The English Resident [illegible] writing to me that he, being on a commission there to resolve the unrest between the old sultan and his son, had heard that someone from Indrapoura in the past [illegible] had been sent to the young warring [illegible] and had let him know that if he were in distress, he would assist him with weapons and could also be supported with men, you are therefore ordered to summon the Sultan of Indrapoura to you at Poulo Chinco and to cross-examine these statements most strictly and to investigate whether they are true, and subsequently to inform me thereof directly, and to order the sultan to remain there until I have written to you further. In the meantime, please send the enclosed letter further overland to Mr. Peurse and write to the corporal holding the post, that he take good care, as instructed by the letter of the 29th of June, not to meddle in any way with these affairs. I remain, after greetings, subscribed: Honorable, Discreet, lower stood: Your good friend, was signed: E: H: v: Erath, in the margin: Padang, the 5th of January 1788. To the same as before. The 200 Th:s of unsmelted gold sent hither by you on the pantjalling De Nieuwe Vreede have reached us and were found accurate, which will be smelted at the first opportunity and your office credited for the same. I remain, after greetings, subscribed: Honorable, Discreet, lower stood: Your good friends, was signed: E: H: v: Erath and P: J: V: d: Stengh, in the margin: Padang, the 13th of December 1787. To the same as before. You will receive with the pantjalling De Nieuwe Vreede, as shown by the accompanying invoice and bill of lading, such goods as could presently be shipped therein in fulfillment of your requisition of the 24th of December last, the gunpowder to be sent afterward at the first opportunity, and you are ordered to unload this pantjalling as quickly as possible and to send it hither with all the gold on hand, so that it may yet be dispatched with the ship to Batavia. The soldier Johan Podlieb Kitter shall receive his discharge if he does not wish to remain; however, please take further trouble to see if it is possible to persuade him to stay and enter into a new engagement, while the Bugis soldier Soema may indeed continue in his service, provided that he must first be punished with a severe running of the gauntlet, and that it must be announced to him that the weapons made absent by him must be paid for according to Company custom, that if he absents himself again and can subsequently be apprehended, he will be clapped into chains without connivance. Your further letter of the 29th of December will be answered by a vessel departing in a few days, as time is currently too short. I remain, after greetings. Padang, the 5th of January 1788. To the same as before. Since it seems clear that the Sultan of Indrapoura has no part in the intrigue charged against him by Resident Peurse, you may let him return to his country again, with the serious recommendation, however, to take good heed against similar matters. I remain, after greetings, subscribed: Honorable, Discreet, lower stood: Your good friend, was signed: E: H: v: Erath, in the margin: Padang, the 8th of January 1788. To the same as before. As we hope to be able to let the ship De Standvastigheijd depart towards the end of this month and call on you, you are ordered to hold yourself in readiness by that time to ship all pepper and sappanwood in stock on it to Batavia, and also immediately upon receipt hereof to send hither your requisition for Batavia for the years 1788/9 and 1789/90. While you are simultaneously informed for your notice that the Panglima Radja Mangsor, upon his request,

Dutch transcription

Aan als Vooren De met de Santjalling de Nieuwe Vreede, door UE: na herwaerds gesonden 200 Th:s Goud ongesmolten zijn ons geworden en accuraat bevonden zullende deselve bij eerste occassie gesmolten en UE: Comptoir daar voor den goeden gebragt worden, Blijve na groete /:onderstond:/ Eersame Discreete:/ lager stond:/ UE: goede vrienden / was geteekent E: H: v: Erath en P: J: V: d: Stengh, /:in. margina :/ Padang den 13 December 1787 Aan als Vooren. UE: geworden, met de Pantjalling d' Nieuwe Vreede blijkens beijkoomende Factuur Cognoissement zodanige Goederen thans daar in hebben kunnen afgescheept worden in voldoening van UE: Eijsch van den 24=e xber: J: l: zullende 't kruijt bij eerste Occassie agter aan gesonden worden, en word/ UE: gelast dese Pantjalling ten Spoedigsten te Lossen en met al het aanhanden zijnde Goud na herwaerds te zenden op dat zulks nog met 't schip na Batavia versonden kunnen worden Den soldaat Johan Podlieb Kitter Zal zijne verlossing geworden als hij niet blijven wil, dog ge= „lieft UE: nadere Moeijte te doen of het moogelijk is hem te kunnen persuadeeren van te blijven, en nog een Nieuw verband aan te gaan, Terwijl den Bouginees soldaat soema wel weer in zijn Dienst kan blijven Continueeren, dog alvorens met eene straffe Spitsgard moet bestraeft worden, en de door hem absent gebragte wapens volgens Comp=s gebruijk moeten betaalden hem aangezegt worden Mocco om 7. dat an Aan als Vooren Den Engelschen Consul Teirse m„ schreyvende dat hij aldaar in commis¬ de onlusten tuschen den ouden sou zoon te beslissen, gehoord hadde,d van Indrapoura in de gepasseerde ijmand aan den Jongen oorlogend gezonden en hem hadde laaten we¬ hij in verleegen was, hij hem in wapens helpen zoude en ook van in kunnen ondersteund worden, zo wor gelast den sulthan van Jndrapoura tot zig na Poulo Chinco te ontbied deese gesegdens ten sterksten te oud onderzoek te doen of deselve waar zij mij vervolgens direct daar van te in¬ den sulthan te ordonneeren zo Lang op te blijven tot dat ik dan nader UE: „schreeven hebbe Jntuschen gelieft UE inleggende Briev verder over Land na aan d' Heer Peurse te zenden en n aan den Posthoudende in Corporaal te te scheijven, dat hij wel zorg drage bij Brieve van den 29e Junij gegeeven& hoegenaamt met de zaaken te melen na groete /:onderstond:/. Eersame Diser sond:/ UE: goede vriend /: was gelees v: Erath / in margine/ Padang den 5 Aan als Vooren De met de santjalling de Nieuwe Vreede, door UE: na herwaerds gesonden, 200 Th:s Goud ongesmolten zijn ons geworden en accuraat bevonden zullende deselve bij eerste occassie gesmolten en UE: Comptoir daar voor den goeden gebragt worden, Blijve na groete /:onderstond:/ Eersame Discreete :/ lager stond:/ UE: goede vrienden / was geteekent E: H: v: Erath en P: J: V: d: Stengh, /:in margina :/ Padang den 13 December 1787 Aan als Vooren. UE: geworden, met de Pantjalling d' Nieuwe Vreede blijkens beijkoomende Ffactuur Cognoissement zodanige Goederen thans daar in hebben kunnen afgescheept worden in voldoening van UE: Eijsch van den 24=e xber: J: l: zullende 't kruijt bij eerste Occassie agter aan gesonden worden, en word/ UE: gelast dese Pantjalling ten Spoedigsten te Lossen en met al het aanhanden zijnde Goud na herwaerds te zenden op dat zulks nog met 't Schip na Batavia versonden kunnen worden Den soldaat Johan Podlieb Kitter Zal Zijne verlossing geworden als hij niet blijven wil, dog ge= „lieft UE: nadere Moeijte te doen of het moogelijk is hem te kunnen persuadeeren van te blijven, en nog een Nieuw verband aan te gaan, Terwijl den Bouginees soldaat soema wel weer in zijn Dienst kan blijven Continueeren, dog alvorens met eene straffe Spitsgard moet bestraeft worden, en de door hem absent gebragte wapens volgens Comps gebruijk moeten betaalden hem aangezegt worden dat dat als hij zig meer absenteerd en Vervolgen ge= „apprehendeerd kan worden, zonder Conniventie in de ketting zal geklonken worden UE: nader Briev van den 29=e xber: zal met een binnen weijnig Dagen vertrekkend Vaarthuijg beantworden, terwijl thans de Tijd te Kort is, Blijve na groete. — Slott Januarij 1788. den 5e Padang Aan als Vooren. Terwijl het duijdelijk ^ schijnt te blijken dat den soulthan van Jndrapoura aan de hem door den Con= „sul Peuse ten Lasten gelegde konkelarij geen deel heeft, kan UE: den selven na zijn Land weederom laaten te rug keeren, met ernstige Recommandatie egter van zig wel voor zoort gelijke stukken te wagten, Blyve na groete /:onderstond:/ Eersame Discreete (:lagers stond:/ UE: goede Vriend /: was geteekent:/ C: h: V: Erath (:in margine) Padang den 8e Januarij 1788. Aan als Vooren Alzo wij hoopen 't schip d' slandvastigheyd teegens 't Laaste van deese maand te kunnen, laaten ver¬ „trekken en bij UE: aan te gaan word UE: gelast om zig teegens die Tijd in gereedheid te houden, al= lem in Voorraad zijnde Peeper en Sappanhout daar in na Batavia af te scheepen als meede ten eersten na ontfangst deeser UE Eysch voor Batavia voor den Jaeren 1788/9 en 1787/90 na herwaerds te Zenden. Terwijl UE teffens voor Communicatie gegeeven word dat den Tanglima Radja Mangsor om zijn Versoek

← previousnext →