Inventory 3864
Japan · 1,440 pages · 285 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Thus done and resolved at Banda at Castle Nassau on the date aforesaid. Signed: P: I: Haga, A: A: 'S Gravezande, I: F: Steinhert, I:s Hageman, I:n A: Bangeman, B:s Van de Walle, P:r D: M:n Van der Aa, and C: A:n van Eijk. Wednesday the 29: July A:o 1789, at eight o'clock in the morning. Council of Policy. Present: The Right Honorable and Worshipful Lambertus Janszoon Haga, Governor and Director of this Province. The Gentlemen: Adrianus Anthonij 's Gravezande, Senior Merchant and Second in Command; Johan Fredrik Steinhert, Captain and Head of the Military; Johannes Hageman, Merchant and Head of P:lo Aij and Rhun; Johan Andries Bangeman, Merchant and Fiscal; Bartholomeus van de Walle, Junior Merchant and Resident of Waijer, the 6: June 1789; Cornelis Adriaan Van Eijk, Junior Merchant and Pay Bookkeeper; Petrus Dorotheus Maria van der Aa, Junior Merchant and Secretary of Policy. Business concerning the secret rescript and annexes of Their High Excellencies. Regarding the Macassars appearing here to the east, noted. After the dispatch of the matters described in the common resolutions of today, the Governor brought to the table of the Council of Policy the secret rescript of Their High Excellencies, the Illustrious High Indian Government at Batavia, dated the 31: December of the past year, with its annexes, which were received as noted in the common resolution in response to H: H: 8. And it was in the first place approved and agreed to take for notice and to record that Their High Excellencies under paragraph 1 were pleased to consider as well handled the cautious conduct maintained here with regard to the book-cruising against the Mandarese, Wadjorese, and Tihanbaarese who appear annually in the regions of Aroe, Tenember, or thereabouts to the east, and why the Macassar ministers were informed of this as well as of the five Butonese paduakans that were said to be found thereabouts, with a recommendation for the Governor of Macassar to warn our allies to refrain from those waters to prevent harmful consequences, although Their High Excellencies can hardly imagine that that nation would stray so far from their country; furthermore, that in the separate letter last dispatched from here to Their High Excellencies of the 4: June last past, under paragraph 182, mention again had to be made of Macassars who have recently been in those regions again with several vessels. Note of the approval of the reduction made here of some expense posts and the remark regarding this. Furthermore, it was approved and agreed to record and to serve for dutiful notice that Their High Excellencies have approved the reduction made here of some small expense items, with the remark that Their High Excellencies, with the reduction of expenses, have not looked so much at the servants insofar as they do not exceed the determination in the Memorandum of Retrenchment and are required for defense, but at so many other items that can be saved through a careful and attentive deliberation and management of the household state of the Company. To serve as an answer to the reference concerning the capturing of the Post at Aroe. Their High Excellencies being pleased to mention that the elucidation given from here regarding the true state of affairs of the factional overrun of the Post at Aroe is meager, Their High Excellencies can nevertheless sufficiently infer from it, whether one must attribute this to vengeance or to the wicked nature and the treachery of the Mohammedans of Oedjier, that neither here nor at Aroe was there the least notice had of this evil intention, notwithstanding that the treachery was forged and carried out by and among so many peoples, and even by Gorammers with whom they were so familiar; demonstrating how careless and how little on guard people have been, which is to be lamented all the more since there are so many examples found of the deceitful and treacherous nature and aims of the Natives to the east, and everyone therefore ought to be all the more watchful and on guard for their own safety. However much Their High Excellencies are once again forced to overlook this harmful and factional case, in the hope that the Company's servants will finally take warning from such fatal incidents, and always practice a prudent distrust regarding the Native and be attentive to their movements, it was approved and agreed to reply thereto with all respect that one was never careless, but that such long-standing matters could not immediately be remedied from the interior of Banda, at a distant post visited by ships once a year, and among a nation like that of this region from whom one cannot obtain certain intelligence even on their own land, as quite a larger and remarkable example thereof was recently seen in the neighboring, extensive Amboina, when in the year 1781, according to the description in the Advices of 1782, Goram and all of Ceram, from top to bottom, right up to the negorijen that are to be seen from the island of Saparoela, and thus a multitude of negorijen, all at once took the field as enemies and attacked the surroundings.
Dutch transcription
135 /:onderstond/ Aldus Gedaan en Geresolveert te Banda aan het Casteel Nassauw dato voorschreeven /was geteekend:/ P: I: Haga, A: A: 'S Gravezande, I: F: Steinhert, I=s Hageman, I=n A= Bangeman, B=s Van de Walle, P=r D= M=n Van der Aa„, en C: A=n van Eijk Woensdag den 29: Julij A:o 1789. des morgens ten Agt uuren Vergadering van Politie Present Den WelEd Agtb: Heer Lambeilus Janszoon Haga Gouverneur en Directeur deser Provintie D' Heeren Adrianus Anthonij 's Gravezande Opperkoopman, en schunde Johan Fredrik Steinhert Kapitain en Hoofd der Militie Johannes Hageman Koopman en Hoofd van P=lo Aij en Rhun Johan Andries Dangeman koopman en Fiscaal Bartholomeus van de Walle onderCoopman en Resident van Waijer den 6: Junij 1789. Petrut 2 ken Besoigne op de pescaate des cuiptie en Bijlagen win„ „ner Hoog Ed„s over de Maccassaren die hier om de oost verscheinen genoteerd. Na het afhandelen der zaken bij de gemene Resolutien van buden beschreeven, bragt den Heer Gouverneuren voor de Badarig o „tire, ten Pafel de vel geede Sipite Rasciptin Hunner Haog Edelens Illustae Hoge Jndiasche Regeering te Batavia van den 31. December des gepaseerden aark, met de Bijlagen van dien din zodanig zijn ontfangen, als bij de gemeene Resolutie staat aan„ het andwoord H: H: 8: „ getekent; En wierd in de eerste plaats goedgevonden en verstaan ter narigt te neemen en te noteeren, dat Hun Hoog Edelens onder § 1: als wel behandelt hebben gelieven te beschouwen, het hier gehouden omzigtig gedrag ten opzigte der Boekruissingen op de Mandareesen, wadjoreesen en Tihan baaareesen welke Jara„ „lijks in de Contrijen van Aroe, Denember of aldaar om de oost verscheenen, en waerom Hoogst: Dezelven de Maccassaerse Cornelis Adriaan Van Eijk —ondercoopman en zoldij Boekhouder Petrus Dorotheus Maria van der Na onderCoopman en secretaris van Politie Minsitert een gein 187 en aan te halen dat er weder eenige, in deze Contrije aan„ dig gefreest zijn. aantek: van de approbatie der alhier gemaakte verminde„ „ring van eenige Last posten en de remarque deswegen. Ministers hier van zo wel hebben kennisse gegeeven, als van den vijff Boetense Paduakans welke zig aldaar omstreeks zouden hebben laten vinden, met recommandatie om den Heer Maccassaar Gouverneur ons den Bondgenoten ter waarschou„ „men, om zig van die waart te onthouden, tote vororkominge van nadeelige gevolgen, schoon Hoog Dezelve nauwelijks onderstel„ „len kunnen dat die ntatie zig zo verre van hun Land zonder verweideren: wijders dat bij de laatst van hier afgezonden apparte Brief aen Huw Hoog Edelens van den 4: Junij J: Leden „ onder s 182. andermaal de aanhaling gedaan heeft moeten wor„ „den, van Mlaccassaeren, die Jingst weder met versceiden Vaar„ „tuigen in die Contrije zijn aangeweest voorts is goedgevonden en verstaan te narteeren en ten schuldigen na„ rigt te laten strecken dat door Hun Hoog Edelens is g'appro„ „beerdt de allier gemaeteten der amonderinge van eenigen gedingen Last„ „posten, onder aanmerking dat Hoogst dezelve met de reductie van den omslag niet zo zeer gezien hebben op de Dienaren voor zo den 29. Julij 1729 verre te diene andwoord op de aanhaling wegens het af„ „lopen van de Post te Aroe. verre dezelve de bepaling bij de Memorie van Minagie niet te boven gaan en tot defentie verenscht worden, maer op zo veele andere Aetesulen dae d'vor en Zuinrig en attent overleg en Bester vmn den Huis„ „houdelijke staat der Comp:, kunnen bespaard worden 1 Hun Hoog Edelens gelievende aan te halen dat de van hier ge„„ „gevene elusidatie weegens de ware toedragt van het facieus af„„ „lopen den Post te Maoe: schraals is, Hoogst dezelve er egter ge„ „noegzaam uit afneemen keenmen, het zij men zulks aan wraakelid dan wel aan den seooden aard en 't veraad den Mahumedaniae van oedjier hebbe boeteschijven, dat men nog alhier nog te Aroe, eenige de minste narigt van dit boos vaorneemen heeft gehad, ong'agt het verraad door en onder zo veele volken gesmeed en uitgevoerd i5, en zelvs door Garammers waar meede zo famillair zijn geweest; ƒ ten blijkken hot zogeloos en hre weinig men op hoeden iks geweest, en 't geen zig te meer moeten beklagen daar 'er zo veele voor beelden gevonden worden van den bedriegelijken en verraderlijken aand en oog„ „merken van den Jnlandse om de oost, en ieder dus te meer voor zijn eigen veeligheijd behoorde waakzaam en op zijn hoeden te zijn, hoe 179 den 29: Julij 1789: hoe zeer Hoogst Dezelve alweeder genoodzaakt zijn dit na„ „deelig en facieur geval te passeeren, in hoop dat 'sComp: Dienaren zig eendelijk aan zulken noodlottige gevallen zullen spiegelen, en teds een voorzigtig wantrouwen omtrent den Jnlander oeffenen, en op hun„ „na gangen oplittend zijn, zo is goed gevonden en verstaan daar op in alle eerbied te rescriseeren, dat men nimmer zorgeloos is geweest, maar dat aan zulken verouderde zaken uit Bandas binmnenste al aanstonds geen herstelling hebben kunnen gegeven worden, op„ een afgelegen Post die eens in het Jaar bevaren word, en onder een Natie als die van dezen oord van man men zelfs op zij n eigen Land geen zekere narigten bekomen kan, gelijk daar van nog laatst een vrij grooter en aanmerkelijk er voorEdele ge„ „zien is in het naburicq uit gestrekte Amboina, toen in het Jaer 1781: na de beschrijving bij de Advisen van 1782: Goramn en gantsch. Ceram, van boven af tot beneden toe, jer tot de Negorijen, die van het Eolland Saparoela te beshouwen zijn, en dus een minigte van Nego„ „rijen, op eenenaal als vijanden uit vellen in de omsz aantaste dan en hos zelf Huis„ ge„ af„
English
the sipahis have been encouraged to remain through an increase in pay. even in the mainland posts without there being any knowledge thereof was a proof of the insolence of the nation, against which Banda could not provide itself any more security on the remote Aroe, since one has no natives to assist, and already had enough to do under special circumstances to look after its own minimum with a weak garrison, in which there were fully 250 soldiers fewer than the strict establishment of ordinary times, while finally this remote Aroe post, garrisoned with ten to twelve men against a thousand hostile natives, has never been anything other than, as it were, the prey of the enemy, and the Company also has no posts on the South-Eastern or South-Western Islands that are in any way defensible from afar. It having been approved that the corps of sipahis had again been encouraged to remain, as the same on Banda seems not to be [illegible], with authority further to induce that corps to stay, where necessary by a hand-out to each of a couple of ducatoons; it has thus been deemed proper to express gratitude for this and to comply with these desires, as well as with respect to this favor 141 Their High Excellencies' remark and description regarding the spared dispatch of Aroe in the past year to be answered as in the text. firstly to note that the sipahis were recently encouraged by the increase in pay. Since, pursuant to what was noted in the repeatedly mentioned separate letters, one had already planned and prepared the expedition for the recapture of Aroe with good deliberation and foundation, all the more as haste was strictly required in this matter in order not to allow the rebel any further time to nest himself further there, and it was easy to understand here that the rebels, after committing such a treason, had to be punished not by mild but by severe means: with which remark Their High Excellencies declare that They also with every reason might and should have expected that one would have carried this decision into execution as early as possible with the forces at hand, without awaiting the arrival of the ships, which after all can seldom be at hand early enough, and all the more so, since the Lord Governor of Ambon in good time, at the breaking through of the west winds, had sent 69 soldiers of the best men from the Ambon garrison with the paduakang vessels de Vriendschap 29 July 1779 and de Willem, and these vessels were moreover manned with 16 seamen each and well-armed, while one could have distributed these troops among the sloop Weltevreede at hand and the paduakang het Geduld, and likewise placed upon them the retained sipahis, whereby one might have been sufficiently assured of a successful outcome; so that Their High Excellencies are exceedingly astonished and lament that through a rash and ill-reasoned consideration, just as if that rebel would come to repentance and submission through gentle means, one has since been able to resolve to let two burgher vessels depart thither for trade, and only have the same escorted by the said sloops and paduakang, with the unfortunate and detrimental outcome that the two burgher vessels were attacked and burned by a great multitude of enemy vessels, and the two convoys were forced to retreat, and because this affair has thereby become more and more complicated and grave, the enemy being encouraged by this good success and reinforced from all sides, 143 29 July 1789 and also the expectation that such will now have been carried into execution. and moreover all the more efforts will now be needed to bring him to reason, Their High Excellencies could with reason make this government feel their displeasure in a sensible manner over this poor deliberation, however much they are once again forced to let the matter pass as being irreparable and owing to these and other concurring circumstances, in the expectation that the decision taken further here to humble the rebellious Orang-kayas with their adherents by means of force, on the proposed footing under the authority of the second-in-command 's Gravesande, will be carried into execution with all prudence and courage and have successfully prospered, all the more since the reports from Ambon were that the Lord Governor Schilling would dispatch the assistance requested for that purpose in good time; thus it was deemed proper and agreed to answer in this regard with the greatest respect that the reasons given for this contain the pure truth, and that one, from knowledge of the internal condition in an unsettled province
Dutch transcription
de sipais zijn door verho„ „ering in gagje tot verblijf giaene mngerz. zzelfs op de Pooten aanheden zonden dat daar van erig kenmnise was een blijk van de snrodheid der Natie, tegen dewelke Banda zig op het afgelegen Aroe geen meer vijligheid bezorgen keonde„ daar men geen Jnlander te baat heeft, en reeds met een Swak Gularnizoen waar aan van de naauwe bepaling van ordinaire. tijden ruijm 250. Aflilitairden te min, waren, genoeg te stellen had„ „dea om in bijzindere omstandigheeden voor zijn beminste te zorgen, terwijl ten laatsten deze afgelege Aroese Post bezet met Tien â Twaalf Mannen, tegens Duijzent boze Jnlanders nimmer anders gereest is as, za het ware, hete deel van den vijand, in de Cop: ook geen Posten op de Zuid oost of zuid wester Eilande heeft die van verre eenigsints bestand zijn. G'approbeert zijnde dat het Corps Sipais wederom tot verblijf was G'omimeerd wijl het zelve op Banda van niet schernt te zijn, met qualificatie om dat Corps verder tot verblijf te trec„ „kan, alwaar het des noods door toelage op hand aan ieder van een paer Ducatons; zo is goed gevonden daar voor te bedaanken en aan dese begearlen te voldoen, mitsgaders ten opzigte van deze gun„ „ste 141 Huin H: Ed: aanmerking en Beschrijvinge ten aanzien vande gespaarade Bestellin„ Haoe in Ao passo te l'andwoor„ „den als in den texz. „sten te noteeren, dat de Sipaia laast door de verhoging in gagie zijn g'animeert. Daar men ingevolge het genoteerde bij meermelde Apperte „gen ter herneminge van Letteren de Expeditie ter herneeming van Aroe met goed over„ „leg en grond reeds voorgenomen en beraamd hadde te meer de kast in deezen, volstrekt vereischt wierd, om den Rebel geen verdere tijd te laaten om zig verdere aldaar te nestallen en hier ligt te ben„ ƒ „grijpen was dat de Rebellen, na het pleegen van zo een voeraad, 1aij door geen zagte maar streng middelen moesten gekastijd wooren„ „den: met welke aanmerking Hun Hoog Edelens betuigen dat Hoogst Dezelve des ook met alle reeden hadden mogen en moeten verwagten dat men dit besluijt met de aanhanden hebbende magt zo vroeg mogelijk ter executie zouden hebben gesteld zonder de komst der scheepen afte wagten, die immers zel„ „den vroog genoeg aanhanden kunnen zijn, en zulke te meer, daar de Heer Ambonse Gouverneur in tijds bij het door breeken der weste winden 69: Militairen van de beste Manschappen uit het Ambons Guarnizoern, met de Patjallings de Vreend„ den 29. Julij 1779. „schap Een Coop: van l „ schap en de willem haddte toegezonden en deze vaartuigen daar en boven mot 16. zeevarende ieder bemand en wel g'armeerd wa„ „ren, terwijl men deese Manschappen, op de aanhanden hebbende Chialoup Weltevreede, en batjalling het Gedeeld hadden kon„ „nen verdeelen, en op dezelve almede plaatsen de aangehoudene sipais, wanneer men zig genoegsaem van een goede uitslag had„ „den mogen verzekeren, hoidanig, Hun Hoog Edelens zig ten uittersten verwonderen en beklaegen dat men door een onbezomene en onberaisonneede overweeging, wen als of die Rebel door zagh „te middelen tot in keer en submissie zouden komen, zeedert hebben kennen besluten twee Burgers vaartuwigen dermaarde ten handel te laeten, vertrecken, en deszelve alleen te laten Cenvogeeren dor gedagten Chialoupen, Pantjalling, met die ongeluckeigen en nadeeligen uitslag dat de twee burger vaartuijgen, door een grote meenigte vijanden „lijke vaartuigen overvallen, en verbrand, mitsgaders de twee en vi„„ „jen genoodzaakk zijn geweest te wijken, en dewijl deeze affaire daar door meer en meer ingewieteld, en nadenkelijk is gewordende vijand don dit goede Succes aangemoedigt en van alle kanten wolsterkt 143 den 29: Julij 1789 en ook de verwagting dat zulx als nu ter uijtvoer zal zijn gebragt. is mitsgaders tans te meer essarts zullen nodig zijn om den „zelven tot reeden te brengen, zo zouden Hun Hoog Edelens over dit slegt overleg deze Regeering met reeden heet ongenoe„ „gen op een gevoelige wijze konnen doen ondervinden, hoe zeer al„ „weder genoodzaakte zijn de zaak als niet te repareeren zijnde en wegens deeze en gelene Conlureerende omstandigheden te passee„ „ran, in verwagting, dat het hier nader genomen besluit om de Rebellige oedgereesen met hunne adherenten door middel van geweld te verneederen, op den voorgestelden voet onder het gezag van den secunde s' Grave zande met alle voorzigtigheid en ra„ „geud zal ter uitvoer gebragte en daar in geluckeig geslaagd zijn, . te meesde van Ambon de narigte waren dat den Heer God„ „verneur Schilling, de ten dien eende verzogten adsistentie in tijds zoude afzenden; zo wierd goed gevonden en verstaan, des„ „wegen met de meeste eerbied te andwoorden, dat de hier van gegeven reden de zuivere waarheid behelzen, en men uit de kennisse van den inwvendigen toestaand in een ongeschikte brovin„ „tie acre dn schap en de willem hadete toegezonden en deze vaartuigen daar en boven met 16. zeevarende ieder bemand en wel g'armeerd wa„ „ren, terwijl men deese Manschappen, op de aanhanden, hebbende Chialoup weltervreede, en batjalling het Geded haden kon„ „nen verdeelen, en op dezelve almede plaatsen de aangehoudene sipais, wanneer men zig genoegsaem van een gode uitslag had„ „den mogen verzekeren, hodanig Hun Hoog Edelens zig ten uittersten verwonderen en beklaegen dat men door een onbezomene en onberaisoneede overweeging, wven als of die Rebel door zagh „te middelen tot inkeer en submissie zouden komen, zeedert hebben komnen beslutiten twee Burgers vaartuigen der waarde ten handel te laeten vertrecken, en dezelve alleen te laten Cenvo geeren door gedagten Chiraloupen, Pantjalling, met die ongeluckeigen en nadeeligen uitslag dat de twee burger vaartuijgen, door een grote meenigte vijanden „lijke vaartuigen over vallen en verbaand, mitsgaders de twee Conavr„ „jen genoodzaakt zijn geweest te wijken, en dewijl deeze affaira„ daar door meer en meer ingewiekeld, en nadenkelijk is gewordende vijand door dit goede succes aangemoedigt en van alle kanten volsterkt
English
143 the 29th of July 1789 and also the expectation that such will now have been put into execution. and furthermore, as more efforts will now be required to bring the same to reason, Their High Noble Indulgences, over this poor deliberation, could with reason let this Government feel their displeasure in a sensible manner, however much they are again forced to pass over the matter as being irreparable and due to this and that concurring circumstance, in the expectation that the resolution further taken here to humble the rebellious Oedgeezen with their adherents by means of force, on the proposed footing under the authority of the Secunde 's Gravezande with all caution and regard will have been put into execution and therein successfully prospered, also as there was news from Ambon that the Lord Governor Schilling would send off the assistance requested for that purpose in time; it was thus approved and understood to answer thereto with the greatest respect, that the reasons given for this contain the pure truth, and that from the knowledge of the internal condition in an unsettled province one has sought to manage as best one could, just as had the attempted orders succeeded, such would in every way have been advantageous, and one could not have worked otherwise than with all cordiality, also for an own dwelling, where one also first especially in these days had to be and remain mindful of the internal cares, in which one was already weak and had 253 military men fewer than the regulation, wherefore one hundred military men from Amboina were requested, not looking merely at the expedition, but to keep the same here in service, and the 69 troops received would, in these circumstances, mean little when, due to the great lack of men, one could receive no further significant relief from the capital; that by no means the paduakang the Willem and the Vriendschap came for assistance, but only brought over the said troops and immediately had to depart back to Amboina on an expedition along Ceram's south coast due to the great clove harvest, so that with the lack of what was 145 the best consequences of the promises and demonstrations of the Keyenese noted. necessary, in impotence and difficulties, it had to seem best to undertake the least, and that consequently a private sloop was placed at service, and the Lord Governor also gave his capable slaves and freemen from his house as reinforcements, of whom some perished, without coming forward with charges on that account now that it did not succeed, and that, finally, it has also since become evident that if one had wished to accomplish anything with all that was then at hand, such could sometimes have delivered even more disadvantageous consequences; how one had to receive these painful reproaches and citations with emotion, for the mitigation of which it is still hoped for a favorable consideration of these further reasons and representations, which one was not allowed to conceal now. It having been agreeable to Their High Noble Indulgences that the inhabitants of the island Great Key are well-disposed toward the Company, and have requested not to be brought under suspicion as if they sided with the Aruese, while the 29th of July 1789 they to give thanks for what was approved by Their High Noble Indulgences under § 7 and following. Black sand of Damme found to be good. to allow the erection of a redoubt at Ro- singain to take effect, while in the meantime an earthen battery is being thrown up. they had made promises to provide assistance to the burgher vessels, and Their High Nobles hope to learn of the good result thereof, it is thus understood to note in that regard that the best results thereof are found in the separate resolutions of the 24th of December of last year and further in that of the 26th of May last. For what was passed and approved under § 7 and following of the honored rescript, it is approved to thank Their High Noble Indulgences, and and noted: that the black sand of the island Damme, having been found good at the capital, 100,000 pounds thereof is now demanded. Furthermore, qualification having been given by Their High Noble Indulgences for the erection of the proposed fortification on the island of Rosingain, in the expectation that the costs, according to the assurance from here, will be taken as economically as possible, although one could well have given the same calculatively, which is strictly expected henceforth; it is approved 147 the order in regard to the right of Ambon and Banda over the islands to be investigated, to be obeyed. approved and understood to have the proposed fortification at Rosingain completed as quickly as possible, and to note that the Lord Governor, seeing the necessity not to leave the post-holders exposed any longer but to provide protection as quickly as possible, upon receipt of the rescript had a start made with the construction of a spacious earthen fortification or breastwork at the place chosen by His Honor himself, of which the general resolution of the 21st of December of last year makes mention from His Honor's visit, in order to transfer the artillery into it and to prepare the necessary two rooms for the garrison when it may be more secure, and subsequently the erection of the redoubt, which will go inside it, and which is a work that requires more time, can proceed very suitably, as the necessary people have been sent to that island, where everything is now at work on throwing up that earthen battery. By Their High Noble Indulgences finally, in order to be able to determine with foundation which islands belong under Ambon, and which under the the 29th of July 1789 Banda
Dutch transcription
143 den 29: Julij 1789 en ook de verwagting dat zulx als nu ter uijtvoer zal zijn gebragt. is mitsgaders tans te meeresorts zullen nodig zijn om den „zelven tot reeden te brengen, zo zouden Hun Hoog Edelens over dit slegt overleg deze Regeering met reeden het ongenoe„ „gen op een gevoelige wijze konnen doen ondervinden, hoe zeer al„ „weder genoodzaakte zijn de zaak als niet te repareeren zijnde en wegens deeze en geene Concureerende omstandigheden te passee„ „ren, in verwagting, dat het hier nader genomen besluit om de Rebelige oedgereesen met hunne adherenten door middel van geweld te verneederen, op den voorgestelden voet onder het gezag van den secunde 's Gravezuande met alle voorzigtigheid en re„ „geud zal ter uitvoer gebragt en daar in gelilkig geslaagde zijn, te meede van Ambon de narigte waren dat den Heer God„ „verneur Schilling, de ten dien eende verzogte adsistentie in tijds zoude afzenden; zo wierd goed gevonden en verstaan des„ „wegen met de meeste eerbied te andwoorden, dat de hier van gegeven reden de zuivere waarheid behelzen, en men uit de kennisse van den inwendigen toestand in een ongeschikten Provin„ „tie „tie zig heeft zoeken te hadden zo als men beste konde gelijk der beproefde bestellingen gelukt zijnde, zulks alle zinta voordee„ „lig zoude zijn geweest, en men niet anders als met alle hortelijk„ „hied, ook voor een eigen inwroning, heeft kuamen werken daar man ook eerst bijzonder in deze dagen bedagt moeste zijn en blijven op de zorger van birnen waar in men reeds sraak was en 253. Meijn „litaiden meinder hade als den bepaling, hoedanig om Een Homo„ „dert Militairen van Amboina, niet slegte ziende op de Expi„ „ditie maar om dezelven alhier in dienst te houden, verzogt is, en de ontfange 69 Manschappen in dezer omstandigheeden weir „nig zeggen welde toen men mits het grote volks gebrek geen 1 verder naemwaerdig ontzet van de Hoefeplaets konde ont„ „fangen; dat geensint de Patgalling de Willem en der vriendschap ter adsistentie quamen maar eenelijk de gemelde Manschappen overgebragte en aanstonds weder na Amboina te rug vertrecken moesten in Expeditie langs Cerame zilde Cust mits het grote Nagul gewas, dus het met gebrek aan het no„ dige 145 de beste gevolgen van de be„ „losten en vertoninge der keije„ „nesen genoteert. „dige in onmagt en ongelegendheeden, toeschijpelen moeste het beste te zijn, om het minste te onderneemen, en dat men mits dien een particuliere Chaloup tot de diensten, en den Heer Gouverneur ook zijne bequame slaven en vrije uijt zijn Buis gegeven heeft tot versterking, waar van eenige omgekomen zijn, zonder des„ „wegen met lasten voorte komen nu het niet is gelikkt, en dat, eindelijk, het ook sedert als gebleken is, dat men met alles wat toen aaanhanden was ieta hebbende willen verrigten zulke somtijds nog nadeliger gevolgen zoude hebben beunmen afle veren hoedanig men deze Smertende reproschie en aanhalingen des ne„ „gen met aandoening heeft moeten ontfangen, ter verzagting van dewelke als nog gehoopt word op en gelnstige beschou„ „winge van deze nadere reden en vertoninge, die men als nu niet heeft mogen verbergen. Hun Hoog Edelens als aengenaam geweest zijnde dat de bewooonens van het Eijland Groot ke ij de Maatschappen toe „gedaen zijn, en verzogt hebben van niet in verdenking gebragt te werden als of zij met de Anoeneesen huelde, ter wijl den 29 Julij 17889 zij voor het door H: H: Ed: gap „proleerde onder 1 7: en vollgen„ „de, te bedanken. Atarda van Damme deugd„ „zaam: bevonden is. „singain te laten gevolg nemen, al„ „maer intusschen een Aarde Batte maije opgenoropen word. egje op zij beloften gedaen hadden, de Burger Vaartuigen ar „hulpen, bij stand te bieden, en Hoog Dezelve daar van het goed gevolg hopen te verneemen, zo is verstaan dien aa „gaande te noteeren, dat de besten gevolgen daar van ge„ „vonden werden bij de apparte Resolutien van den 24.: Decem „ber 8: p=s en nader bij dier van den 26: Maij Jongstleeden. voor het gepasseerde en g'approbeerde onder §. 7: en volgen „de van de g'eerde Rescriptie, in goed gevonden Hun Hog en aangetek: dat de Cravel Edelens te bedanken, en van § 11: te noteeren, dat de Swad Raader van het Eijland Damme, ter Hoofdplaets de „saaam bevonden zijnde, tons 100'000. Ponden daar van geeischt word. de Erectie van een trake te Ro„ voorts door Hun Hoog Edelens qualificatie gegeven zijn „de tot de Eeectie van de geproponeerde sterkte ten Eilande Rosingain in verwagting, dat de kosten volgens de ver„ „zekering van hier, zo menagieus mogelijk genomen zul„ „len worde, schoon men dezelve wel Calcullatief hadden kom „nen opgeeven het geen voortaan stipt word verwagt; zo is goed„ 147 het bevel ten aanzien van het te onderzoeke Regt van Aenbon, en Bandor, op de Eyjlanden te ge„ „hoorzamen. goedgevonden en verstaan die geproponeerde sterk ten te Ro„ „singain zo spoedig mogelijk te laten vervaardigen, en te no„ „teeren, dat den Heer Gouverneur, in ziende de nodzakelijk„ „heid om de bistelingen, met langere bloos te laten maar een ƒ 1 spoedigste beschutting ten bezorgen, op den ontfangst der Rees„ „criptie heeft laten beginnen met den aanleg van een ruime Aarde sterkte of Bonstwering op de door zijn Ed: zelven uit ge„ „keose plaatse, waar van den gemeene Resolutie van den 2e1 De„ „cember Aop=s uit zijn Ed: vesite, de melding doen, ten einde daar in het geschut over te brengen en de nodige twee vertrec„ C „ken te vervaardigen voor den Bezitting wanner die meer veilig mag zijn, en vervolgens de Erectie van de Redout, wel„ „ke daar binnen komt, en het geen een werk is dat langer tijd vereischt; zeer geschikt voortgang hebben kan, gelijk na dat Eiland het nodige volk afgezonden, aldaar nu alles aan het werk is tot het opareapen van die aarde Batterije. Bij Hun Hoog Edelens eendelijk om met grond te konnen bepaalen welke Eilanden onder Ambon, en welke onder het Ban„ den 29: Julij 1789. „das 9.
English
the information against the credit avoided during the time of the French, to serve as notice. that Government had previously fallen under this jurisdiction, it being resolved to order, from the old papers, to investigate and to demonstrate to what extent the right of this Administration and that of Ambon aforesaid has extended over the same, and to communicate thereabout with those ministers, in the expectation that each will present their interests with modesty and henceforth, without intruding upon each other's rights based on far-fetched and sought-after pretexts, so it was resolved to comply with and obey those honored orders and expectations according to obligation. Having proceeded after this to some received papers, which may be considered as annexes to the secret matters, it was approved and understood to serve as notice the information by extract from the minutes of the resolution in Council of India on 20 December 1787, accompanied by an extract of the Patria letter of 28 December 1786, serving for notice and information that no subjects of the French crown have any authority anymore to demand further enjoyment from the credit given to the same in the latest war with England. 149 served as response to the considerations of the Gentlemen Majores concerning the free navigation of the English and the native rulers. By another extract presented by the Governor from the aforesaid minutes, the Ministers of the Great East having been given to consider the considerations of the Gentlemen Majores appearing in the Patria letter of 28 December 1786 § 72 regarding the precaution which one ought to take, that the free navigation in the Eastern seas granted to the English in the latest peace treaty may not give that nation any occasion to conduct any trade, much less to establish themselves further in those quarters for that purpose, and whether it would therefore not be necessary, both in the circumference of the Company's Eastern provinces, the Moluccas proper, as well as further thereabouts, to have surveyed which lands the Company took actual possession of in earlier times or which could still be taken possession of, and whether, either by establishing a post or erecting tokens of ownership, 29 July 1789: according as the nature and the situation of the lands would permit, some other provisions could and ought not yet to be made to cut off the pass to other European nations, and in particular the English, from obtaining a permanent residence or any properties there; so, after reading that extract and deliberating upon the aforesaid considerations of the Gentlemen Majores, it was approved and understood to set down as the respectful judgment of this Government, in submission to correction: that in this province the circumference where the spices grow is strictly defined, and the care and attentiveness of the Governor in that regard remains ever active, and it is thus hardly possible that anything thereof should fall into foreign hands, while on the other islands, so far as earlier and later reports indicate, nothing of that nature is to be found, and those of the island of Damar, whose chiefs have done homage to the Governor and have come up to the main Castle, 29 July 1789: have also testified and confirmed that on that island no spices are to be found except the wild and entirely tasteless ones, with the most precious assurance at the same time of their loyalty, according to the record thereof in the general resolution of 24 December 1708, that furthermore this island and the remaining Banda South-Western islands unsuitable for taking possession of have already been mentioned in separate letters from the Governor dated 6 September 1786, and that, with respect to the South-Eastern islands, the inhabitants of Great Kei have left their land open for investigation, and with whom recently, on the occasion of the expedition to Aru, a new contract was concluded, which is now being passed to the Captain of that expedition, and whereby the same have bound themselves most dutifully to the Company and to obedience, and on the remaining islands of that region no spices are known of, that with and from the impoverished nature of the land and islands under Banda there is not much to negotiate or to be gained for a European power, everywhere a notable lack of provisions prevails, and on account of the treacherous nature of by far the most of them, one can trust them the least when they appear at their best, so that for the present one does not know what one can and may undertake or propose in this regard with the destitute and roguish nation in this region, with any prospect of good results, all the less because a post in those parts must be quite strong and well-garrisoned with men, who otherwise would be brought to the slaughterhouse, as experience in earlier times on the island of Nila has proven, that this nation cannot well be brought under subordination, at least not as long as one cannot display a considerable force on all occasions to prevent or punish outrages, that it therefore appears to this Government that no foreign power will be able to settle in that region or manage that nation to their hand, as the Honorable Company, [illegible] are.
Dutch transcription
de informatie tegens het in den lijt vermijde Credit va de Franschen, ter narigt te laten streeken. „das Gouvernement van oude hier gesorteerde hebben, besloten zijnde te gelasten, om uit de oude Papieren na te gaan en aan te tonen, in hoe verder het regt van dit Bestier en dat van Ambon voorsz: op dezelven zig heeft uitgestrekt, en daar over met die Mi„ „miesters Commdincatief te gaan, in vermagting dat men zijne Belangens met bescheiden heid zal op geeven en voortaan, zonder op ingegande en gezogte schein redenen op elkander Regten te impieteeren, zo wierd besloten aan die g'eerde beveellen en verwag„ „ting na gehoudenissen ten voldoen en te gehoorzamen. Hier na overgegaen zijnde tot eenige ontfange Papieren, die als Bijlagen voor het secreten aangemerkt kunnen worden, wierd goed gevonden en verstaan ter narigt ten laten stercken de informatie bij Extracte uit de Notillen van het geresol veerde in Raede van Jondie op den 20 December 1717: verzeld van een bej„ „tract Patacasche Missive van den 28. December 1786 dienende tot narigt en informatie, dat geene onderdanen van den Tran„ „sche kroom taves eenige bevoegdheid meer hebben, om van het aanm de zelve in den Jongsten voelog met Engeland gegeven Cre„ „dit te deen „den de de dier 149 te diene Androegd op de Be„ „denkingen der A: M: aangaan„ doe de vrije vaart den Engelsche n de vortsten solleen. dit een verder genol te vorderen. wij een ander door den Heer Gouverneur over gelegd Exetecht uit voormelde Notulen, de Ministers om de groote oost in overweging gegeven zijnde, de bij Putriasche Missive van den 28: December 1786. § 72: voorkomende Bedenkingen der Heeren Majores nopens de voorzorge, die meen diend te gebruiken, dat de bij het Jongste vreedens Tractaat aan de Engelschen toegestane vrije vaart in de oostersche zeeen, dan die Natie geene aanleiding kome te geven tot het drijven van eenigen handel, veel min, nog, om zig tot dat einde in de quartieren meer te zetten, en of het derhalven niet nodig zoude zijn, om zo in den omtrek van 's Comp: oos„ „tersche Provincien, de eigentlijke Moluccos, als verder daar omstreeks, te laten opneemen, welke de Landen zijn, waar van de Comp: in vroegere tijd baddelijk bezit genomen heeft of waar van zig als nog bezit zoude kunnen neemen, en of, het zijg door postwvattinge, of het oprigten van tekenen van Eigendem den 29:' Julij 1789: naar den 29 naar dat den aard en de gelegendheid der Landen het zoude toe„ „laten als nog niet eenige andere voorzieningen zolden kun„ „men en behoren gedaen te worden, om aan andere Europeshe val „tiein en in zonderheid de Engelschen, den Pas af te snyden om aldaar een vast verblijf of eenige Eigendommen te verkrijgen; zo is, na lecture van dat Extract over de voormelde Bedinkingen der Heeren Maijores gedelibereerd zijnde, goed gevonden en verstaan voor een eerbiedig oor„ „deel dezer Regeering, in onderwerping aan de Correctie, d needer te stellen; dat in deeze Provincie den ontrek, al„ „waar de specerijen vallen, te nauw bepaaeld, en de zorgen en op lettendheid van den Heer Gouverneur daar omtrent steeds werkzaam blijft, en het dus niet wel mogelijk zij, dat daar van iet in dreemde handen geraken terwijl op de andere Eilanden voor zo verperde vroegere en latere berigten beheesen, niet van dien aard te vinden is, en die van het Cir „land Damane welkers Hoofden den Heer Gouverneur ho„ „mage beweezen hebben en aan het Hoofd: Casteel opgekoomen zijn 1 den 29: Julij 1789: zijn, mede hebben getuigd en bevestigde, dant en op der Eiland geene specerijen, buiten de wilde en ten eenemaal smakeloose, „ te vinden zijn, met de dierbaarste verzekering tevens van hunne trouwe, naar de aanteekening daar van bij de gemeene Resolutie van den 24: December 1708, dat wijders van dit Pi„ „land en van de overige voor een bezitneming ongeschikten Ban„ 1 „dasche zuidwester Eilanden reeds aanhaling gedaen is bij appar„ „te Letteren van den Heer Gouverneur in dato 6: september ao 1786:, en dat, ten opzigte der Zuid: ooster Ellamden, de Be„ „woners van Groot keij hun Land ter onderzueking heb„ „ „ben vrij gelaten, en met dewelke Jongst, bij gelegeniheid van de Expeditie naar Aroe, een nieuwe Contract is gesloten, het welke tans onder de Papitaen van dere Togt overgaat, en waar bij dezelve zig op het pligtigste aan de Comp=e en tot gehoorzaam„ „hheid verkonden hebben, en men op de overige Eilaaden dean dien ord van geane specargjen weet, dat met, en van den on vermaogenden Landaard en Eilanden onder Banda voor een Europeesche Mo„ „gendheid „gendeheid niet veel te negotieeren of ten beste valt, over al een voornaam gebrek aan mondkost heersht, en men hun mits den trouw: loosen aerd van verre de meesten derzelver wanneer zij het beste voorkomen, het minste vertrouwen kan, dat men dus voor het presente niet weet, wat men met de on vermogende en ondeugende Natie in deezen oord dien aan„ „gaende aenvangen of daar toe proponeeren kan en mag, met 7 een voor uitzigt van eenige goede gevolgen, te minder om dat een bost aan die kandt vrijsterk en wel bezet van Manschap„ „pen moet zijn die anders als op de slagsbank gebragt woden „den, gelijk de ondervinding in vroegere tijden op het Eiland Neuwar beweezen heeft, dat die Natie niet wel onder Subordinatie te beengen is, ten minsten niet, zo lange, men geen aanzienlijke magt, en bij alle gelegenheeden, vertonen om de uweldaden tegenhouden of strafen kan, dat het deze Regeering dierhalven toefpreient, dat geen vraemde Mo„ „gendheid zig in die Contrije zal kunnen neder zetten, of die Na„ „tie naar zijn hand brengen, daar de Ed: Maatschappi, dee schoren van hiun doen en atenin ales verkoren vertrigde en held tot het wol pa age zijn
English
153 Noted the receipt of the missive from the Homeland regarding the happy revolution of affairs in the Republic etc. To keep for guidance the order regarding the admission etc. of Spanish ships. inhabitants of this Colony to come at their own pleasure with their products to the Main Castle, and depart again unmolested, cannot fully succeed in this; while the customary boundary marks, erected in earlier times, are still to be found in most places and to many of those islanders no other name or Nation than the Honorable Company is known, under which it also is that they permit the Banda traders into their Country, a few robber nests excepted. Alongside an Extract from the Minute of Their High Mightinesses' resolution of 20 June 1788, having received a Copy of the secret Missive mentioned therein from the Honorable and Most Respectable Lords Directors of the Amsterdam Chamber of 8 November 1787, regarding the unexpected and happy revolution of affairs that occurred in the Republic etc.; it is thus approved, in accordance with the order, to let this content serve for guidance and observance. Likewise it was understood to note for similar guidance, the receipt of the Extract from the secret Minutes of 29 July 1789, Note that the secret Missive from Their High Mightinesses concerning the unrest in the Republic was received at Macassar. the resolution in the Council of the Indies on 4 November 1784, ordering the Governor and Directors at the Outer Offices to permit no Spanish ships at any places under the Company's jurisdiction, nor to show them any accommodations etc., annexed to a separate Missive from the Lords Principals to the Governor and Second at the Cape of Good Hope of 8 October 1774. And it was subsequently, for the coherence of this secret matter, also approved to note that the Lord Governor has now received, via Macassar, both the original and duplicate secret Circular Letters to the respective Lords Governors of the Eastern Governments of 12 February Anno 1788, which had remained over there because the opportunity had passed, these being an antecedent of the just-mentioned Resolutions of Their High Mightinesses of 20 June 1788, and the secret Missive from the Homeland of 8 November 1787, regarding the revolution 155 29 July 1789 Approval of the separate Resolution of 6 June. of affairs in the Republic. Finally, the Separate Resolutions of 6 June last were approved. Below stood: Thus Done and Resolved at Banda at Castle Nassau, date as above. Was signed: P. J. Haga, A. A. 'sGravezande, J. F. Steinhart, J. Hageman, J. A. Bangeman, B. Van de Walle, P. D. M. van der Aa and C. A. Van Eijk. P. D. M. Vander Aa, Secretary. Agrees. Ternate Secret Resolutions from 23 September 1788 to 30 May 1789. Reading of two letters received from the Emperor of Magindano. Alexander Cornabé Merchant, Second, and Chief Administrator. Bernard Sebastiaan Wentholdz Captain and Head of the Military. Johan Godlob Wilhelm Heinrich Junior Merchant and Fiscal. Fredrik Durr First Bookkeeper and Paymaster. Jacobus Josephus Baxe Junior Merchant and Secretary. Daniel Ogelwight, The Honorable Respectable Lord. Upon the reading of two letters delivered to the Lord Governor on the 13th of this month on behalf of the Sultan of Magindano by the regent and some other grandees of Maloerang and now produced at the Table, both of 11 January of this year. Translation. Present. Tuesday 23 September 1788, in the morning at 8 o'clock, Council of Policy meeting. the 23rd Translation of a letter written in Malay in Arabic Characters from the Emperor of Magindano, To the Honorable Respectable Lord Alexander Cornabé, Governor and Director of the Moluccas, and the Council, dated 11 January 1788: Reading, after the introductory blessing, as follows: First, I, Lord Emperor Amirol Amaraja Mohamat Sal Alimoedien, make known to my brother, The Lord Governor in the Moluccas, that I have understood the letter along with the prescribed contracts, and the commitments established thereby seem very good for always, and for which reason I wished, if it pleased my Brother in the Moluccas the Lord Governor, along with the further friends of the Company, to send commissioners here and if possible in the coming South Monsoon, because the other petty kings do not yet know the Contract entered into by the King of Sarangani with the Company, as well as their grandees and commoners, and thus, when high commissioners from my Brother the Lord Governor are sent here from the Moluccas, the said petty kings and commoners will first truly believe that the Company truly accepts our desire for Friendship, since they will then be convinced that the New Bond is tied forever, sending as a token of a true intention in life to accompany this a Metal clock for my brother the Lord Governor in the Moluccas.
Dutch transcription
153 genoterd den ontfangst den Pattiasche Missive nopens de geluckige omwenteling van eden in oe Republicq eprz tot narigt te houden de ordre „gen de toelatinge enz van spaande schepen „zijn deezer Colonie hun naar eigen believen met hunne pro„ „dreften aan het Hoofd Casteel komen, en weder ongemoesteerde taat henen gaan, hier in niet ten vollen slagen kan; terwijl de gewone mer ketekkenen, in vroegere tijden opgerigt, op den meeste plaatsen nog te vinden zijn en veelen dier Silanders geen ander naam of Natie dan de Ed: Comp: bekent is, onder dewelke het dan ook is, dat zij de Bandasche Handelaars in hun Land, ee„ „nige weinige roofnesten uitgezonderd, boelaten. Nevens Extract uit den Notul van Hun Hoog Edelens: besluit van den 20: Junij 1788:, ontfangen zijnde Copia van de daar bij vermelde, secreete Missive van de wel Edelen Hoog Agtbare Heeren Bewindhebberen ter kamer Amsterdam van dan 8. November 1787. nopens de inverwagte en geluckige om„ „wenteling van zaken in de Republicq voorgevallen enz:; zo is goedgevonden na den last, zig deze inhoud tot narigt en abseen„ „vantie te laten vertrecken Gelijk verstaan wird nog tot zodanige eenderns te nateeren, — den ontfangst van het Extract uit den secreeten Notulaen van den 29 Julij 1789 het aantek, dat de secrete Mis„ „sive H: V: Eo: over de onlusten in de Republicq die te Ma„ dea ontgf: is het geresolveerde in Rade van Jndie op den 4. Novem„ „ber 17804, gelastende den Gouverneur en Woigden op de Bug, wna „ten Comptoiren, om geene Spaanse schreepen off eenige plaatsen onder s' Comp: resort toe ten laten val win aan de„ „zelve eenige gereeplijkheeden te bewijzen en z:, annex sp„ „parte Missive den Heeren Majores aan den Gouverneur en secunde aan Cabo de goede Hoop van den 8. october 1774: En is vervolgens voor een Samanhang van dit secreta, „basser was blijden overleggen ook goed gevonden te noteeren dat den Heer Gouver„ „neur als nu ontfangen heeft, over Macasser, bijde de origineele en Dupp=t secrete Circulaire Briefen aan de respective Heeren Gouverneurs der oostersche Gouver„ „nementen van den 12: febr: A=o 1788;, die aldaar om dat de gelegendheid voor bij was is blijven overleggen, zijnde de„ „zelve als een anterareude van even gem: Hulon Hoog Edelens Besletiten van den 20: Junij 178 , en Patrcaphe se„ „creete Missive van den 8. November 1787, nopens de lutie ommen„ 155 den 29: Julij 17829 probatie der apparte Reso„ datie van de 6: euenij. „ommenteling van zaken in den Republicq. Eijndelijk is g'approbeert de Apparte Resolutien van 2pp den 6: Junij laatsleden /onderstond/ Aldus Gedaan e Geresolveert te Banda aan het Casteel Nassauw dato voorsz: /was geteekend:/ P:ds J=n Haga, A=o A: 'SGravezan„ „de, I=n F:s Steinhert, I=s Hageman, J=n A=s Bangeman, B:s Van de Walle, I=l D= M=r van der Aa en C= A=n Van Eijk P: D: M: Vander Aen Secretaris e Accordeert Ternaatsche Resolutien Dicreete zedert 23 September 1788 tot 30 may 1789. secreete Lecture over twee van den keijser van man„ „gindano ontfangen brieven, Cornabé Alexander Koopman, secunde en Hoofdadmi„ Bernard Sebastiaan Wentholdz „nistrateur. Capitein en Hoofd der Militie-- Johan Codlob Wilhelm Heinrrich „ onderkoopman en fiscaal Fredrik Durr : Willem Fredrik Mersz „ 1= _o en soldij Boekhouder Jacobus Josephus Baxe „ „ _o „ Secretaris- Daniel Ogelwight, Den wel Edelen Agtbaren Heer Op genomen lectuur van twee den Heer Gouverneur den 13 deezer maand van wege den sulthan van Magindano door den rijksbestierder en eenige andere grooten van Maloerang overhandigd geworden en tans ter Tafel geproduceerde Brieven beijde van 11=e jann: h„o a„ Translaat. Praesent Dingsdag den 23: Septem: 1788: 'smorgens te 8: uuren vergadering van Politie E den 23: Translaat eener Maleidsche in Arabische Caracters geschreevene brieff van Magindand Keijzer, Aan den wel Edelen Agtbaren Heer. Alexander Cornabe, Gouverneur en Directeur der Moluccos, benevens den Raad d3' 11: Januarij 1788:— Luidende naar vooraffgaande zegenwensch! aldus, vooraf doe ik Heer keijzer Amirol Amaraja Mohamat sal Alimoedien aan mijn broeder Den Heer Gouverneur in de Moluccos te weeten, dat den brieff nev„s de voorgeschreevene contracten verstaan heb, en de door bij bekend gestelden verbintenissen voor altoos zeer wel voorkomen, en om wel„ „ke reden ik wenschte zoo het mijn Broeder in de moluc„ „cos den Heer Gouverneur beliefde, nev„s de verdere vrienden van de Comp„e gecommitteerden dit heen te zien en als 'ter wesen kan in de aanstaande Z: Mausson, om reden de andere koning „jes 't ingegane Contract van Saranganis koning met de comp„s nog niet en weeten, zoo ook hunne grooten en gemeene, en dus, wanneer groote gecommitteerden van mijn Broeder den Heer Gouverneur uit de Moluccos dit heen worden gezonden, zullen gerepte koningjes en ge„ „meene eerst regt gelooven, dat de Comp„s wezentlijk on„ „ze begeerte van Vriendschap accepteeren, dewijl als dan zijl: zullen overtuigd werden dat den N:s Band voor eeuwig werd vast gekroopt, latende ten teeken van een ware oogmerk ten leeven bij deese versellen een Metale kloeq voor mijn broeder den Heer Gouveneur in de Moluccos
English
3. Septem: 1780 Moluccos. below stood, Written the 1st day of the month Rabial-akhir in the Year 1202: or the 11th January 1788: was signed: lower: for the Translation was signed: J. Schoe sworn Translator. Translation of a Letter written in Malay in Arabic Characters from Magindanao's Emperor Amiroel Amaraja Mohamat sah Alimoedien. The Honorable Worshipful Sir! Alexander Cornabé, Governor and Director over the Moluccos the 11th January 1788:— Reading after preceding blessing wishes: This Letter or piece of Paper, dispatched with my envoy the gegoegoe Takraminang, serves merely to make known to my brother the Governor in the Moluccos that the king named Sianti was present at the conquest of Riouw, and there took the cannon and other goods from the captured sloop and brought them here, along with Two Dutchmen who have already been sent by me in advance to the Company. These actions of the said kinglet having brought me a bad name, I have punished him along with his followers for it, and repaired to his settlement; for the reason that they go out plundering without my knowledge and thus show themselves to be obstinate. With this punishment I was not satisfied, but have moreover taken away again their captured booty of Cannons and other goods, and from all this I hope that my brother will see my pure heart toward the Company, all the more because the Dutchmen sent in advance have not 23 To the 23rd Contents of the same. not been sent to the Company as a present or for sale, but following the ways of brothers with Brothers and friends with friends, so as to be able to live with the Company in a pure spirit. below stood: Written the 1st Day of the month Rabial-akhir 1202: or the 11th January 1788: lower: for the Translation was signed: J. Schoe, Sworn Translator. it was seen to surprise that the aforesaid Emperor's Letters contain nothing other than many declarations of friendship and at the same time serve to accompany a Metal bell being sent as a gift to the Governor; in neither of the two being found the expected ratification of the Peace of 1787; but in the letter to the Governor having noticed with dismay the wrongful interpretation that his Highness comes to give to that part of the letter written to him on the 15th February of last year, whereby was accepted the proposal made in his Highness's letters of the Year before to send ambassadors hither, who were to be his son and Brother, to make peace with the Company; it having never entered the mind of this council to seek peace with the Magindanaoan, however much the same is to be preferred above the Se Septem: 1788 ad idem the violence of war; but indeed, out of humanity and to advance the prosperity of the mutual Nations, one was willing to lend a hand to a Peace negotiation requested by and on behalf of his Highness, which was believed to have been pursued in good faith and brought to perfection with Maloerang's King, the hitchiel Pantjala, who appeared at this castle on the 9th proximo, who, under offer of Oath, declared before this Council to be qualified to conclude a definitive treaty of peace, friendship, and Commerce, both for himself and for the sultan of Magindanao, whereupon one then also proceeded and made no difficulty in bringing such a treaty to completion on 9 July 1787: in the presence of the Messrs. Commanders of some Dutch war Vessels then present, whereof the sultan was given the necessary notice by letter of the 28th of that month, with the transmission of a copy of of the aforesaid Treaty, in the confidence that his Highness would quickly have allowed the ratification thereof to follow, but to which his Highness says he cannot proceed before and until prominent delegates shall have been dispatched on behalf of this government, as the prince expresses himself in his letter of 12 September 1787: a royal child of Saringami having formerly been treacherously killed by those of Chiauw; this event being purposely cited and adduced by the Magindanaoan to justify thereby the required sending of delegates: but not thinking of the exercise of Vengeance that they have practiced over it; whereby not even a semblance of right remains to them to make further trouble on account of the aforesaid event, much less to be allowed to Refuse ad idem ad idem Se the 23rd: Septem: 1788. resolution taken concerning this. to Refuse the arrival of Dutch Delegates at Magindanao with a retinue of Ternatans, who had no part in the aforesaid murder, whether to offer apologies for it or also to make peace, by doing either of which the Company's dignity would be compromised. Wherefore it was resolved to abandon all further peace negotiations with the Magindanaoan, if that nation wishes to delay the council any longer with statements that contradict themselves and, now that the Plundered Goods from the overrun Riouw garrison have partly become the property of Magindanao's sultan, clearly show that the Ilanun is free to plunder, even on the Company's Territory, and there remains nothing else for this administration to do than their lust for plunder, as much
Dutch transcription
3. Septem: 1780 Moluccos. /:onderstond:/, Geschreeven de 1: dag van de maand Ri„ „boel aihir int Jaar 1202: of den 11:' Januarij 1788: /:wat getee„ „kend: /: lager:/ voor 't Translaat /:was geteekend:/ J„b Schoe gezw: Transl: Translaat eener Maleidsch in Ara„ „bische Caraclas geschreevene Brieff van Magindanos Keijzer Amiroel Amaraja Mohamat sah Alimoedien. Den welEdelen Agtbaren Heer! Alexander Cornabé, Gouverneur en Directeur over de Moluccos d8 11: Januarij 1788:— Luidende na voor afgaande zegenwenschalda Dezen Brieff of stuks Papier met mijne sendeling den gden„ „goegoe Takraminang afgevaardigt, diend enkel om mijn broeder den Heer Gouverneur in de Moluccos bekend te ma„ „ken, dat, den koning genaamt sianti bij de verovering van Riouw is te zamen geweest, en aldaar van de veroverde sloep t Ca„ „non en andere goeren genomen en dit heen, gebragt nevens Twee Hollanders die al reeds door mij voor nit aan de Comp„e ge„ zouden zijn Deze gedoentens van gemelde koningjes mij een kwade naam verwekkende, heb ik denzelven nevens zijn gevolg daar voor gestraft, en dies Negorij vervoegt; om reden zijl: buiten mijn weeten uit rooven gaan en dus toonen helsterrige te wesen. Met deze straff heb ik mij niet vergenoeg maar hebbe daar en boven henl: veroverde Buijs van Canons en andere goederen weder weggenomen, en uit dit alles ver„ „hoop ik dat mijn broeder zal zier mijn zuivere hart voor de Comp„e te meer de voornit versondene Hollanders niet 23 Aan den 23: Inhoud derselve. niet voor een present op ter koop aan de Comp„e heb laten toekomen, maar volgende de manieren van vroeders met Broeders en vrienden met vrienden na, om dus met de Comp„e in een zuiver gemoede te kunnen leven /:onderstond:/ Geschreeven den 1: Dag van de maand Riboel ailivi 1202: of den 11: Januarij 1788: /:lager:/ voor t Tans„ „laat /:was geteekend:/ J„s Schoe, Gezw: Transl: wierd tot surpriese gezien dat voorsegde 's keijzer 's Letteren niet anders behelsen den veele wiendschap s betuigingen en tegelijk dienen ten geleijde van eene den Gouverneur in geschenk toegesonden wordende Melaalen klok wordende „ „m geen van beijde gevonden de verwagte ratifica„ „tie op de Vreede van 1787; maar in den brieff aan den Gouverneur met ontstigting ontwaard de ver„ „keerde uitlegging die zijn Hoogh: komt te geven aan dat gedeelte van de aan hem op den 15: febr: van voorleeden jaar geschreeven missive, waar bij g'amp„ „lecteerd word het in sijn Hoogh: letteren van het Jaar bevorens gedane. voorstel tot afsending van gesanten na herw:s die weesen souden desselfs zoon en Broeder om vreede met de Comp„e te maa„ „ken sijnde nimmer in de gedagte van deese rade opgekomen aansoek tot vreede te maaken met den Magindanauer, hoe zeer dezelve boven het Se Septem: 1788 adivem het geweld des oorlogs te prefereeren is; maar wel heeft men, uit menschleevenheid en om den bloeij der weederbijdsche Natien te bevorderen, de hand wel willen leenen aan eene voor en van Wege sijn Hoogh: versogte Veedes onderhandeling, die men meende dat ter goede trouwe doorgeset en tot volkomenheid gebragte was met den a. o p„o aan dit kasteel verscheenen Maloerang's Koning het „chiel Pantjala, die, onder presentatie van Eede, voor deesen Rade betuigd heeft, tot het sluijten van een defenitieff tractaat van vreede, vriendschap en Commercie, gequalificeerd te zijn, soo voor sig selve, als voor den sulthan van Magindanao, waar op men dan ook is te werk gegaan en geen swarigheid gemaakt heeft een Dusdanige tractaat den 9. Julij 1787: tot stand te brengen, ten bij weesen der heeren Bevelhebberen van eenige toen aanweesi„ „ge Hollandsche oorlogs Kielen en waaren men den sulthan bij brieve van den 28: dier maand, onder toeschikking een s afschrifts van van het Tractaat voorn: de nodige kennis heeft laten toekomen, in vertrouwen dat zijn Hoogh: de ratificatie daar op schietlijk soude hebben laten volgen, dog waartoe sijn Hoogh: segd niet te konnen overgaan vóór en aleer van weege deese regeering aansienelijke gecommitteerdens sullen weesen opgedagt zijn„ „de soo als sig, de vorst in zijne brieff van den 12: Septembr 1787: uitdruikt, wel eer een konings kind van Saringami, ver„ „raderlijk door die van Chiauw omge„ „bragt Wordende deese gebeurtenis door den Magindanauer voorgebragtelijk aantehaald en bij gebragt om er de gevoegde afsending van gecommitteerdens meede te bellijken: maar niet gedagt aan de Wraak oeffening die sig daar over geplagd hebben; waar door hun geschijn van recht meer overblijft om wegens voorsegde gebeurtenis verder water vial te maken, veel min om te mogen Weigeren adiden ad idem Se den 23: Septem: 1788. besluit daar over genomen. Weigeren op de komst van Hollandse Gecom„ „mitteerdens te Magindano met een gevolg van Ternatanen, die aan voorm: moord geen deel gehad hebben, het zij dan om daar over verschoningen of ook wel om vreede te maken, met welk een of ander te doen sComp„s waardigheid gecompromitteerd sou„ „de worden. waar om beslooten wierd aan alle verdere veede 's anderhandelingen met den nagin„ „danauer ofte sien bij aldien die natie den raad langer wil ophouden met betuiging „gen, die sig selve tegen spreeken en haar, nu de Geroofde Goederen uit de afgelopen riouse besetteling, voor een gedeelte de eijgendom van Magindanos sulthan geworden sijn, klaar doen sien dat den Hlanonger het roven, selfs op 'sComp„s Territoir wrijstaat en 'er voor dit ministerie dus niet anders te doen staat, dan hunne roodsugt, soo veel
English
The 23rd Continuation. to oppose, as much as possible, by force of arms, just as recently took place at Quandang, at Bhool and Fontolij with a most desired result. With all the above remarks made in the presence of the Emperor's envoys, the Maloerang Goegoegoe Fakalamima, Captain Raja Abictoelong, Captain Laut Livonanda, and Captain Betjara Magoekier, it was approved and understood to answer the letters from the oft-mentioned Sultan of Magindanao, offering: 1 piece fine bleached Guinees 2 pieces fine Salogasjes 3 pieces large Surat blankets as compensation for the expenses incurred by His Highness according to the statements of his envoys for the ransom of the two Europeans sent here and mentioned in the secret Resolution of the from the garrison of Riouw, intimating that we shall be equally grateful and ready to make payment for the delivery of the remaining Riouw prisoners, white and black. It was also understood to leave the metal clock, received as a present and valued at rds 76:-:- by the Master of Equipment van Waningen and Overseer of Works A. Lohoff because the eye in which the clapper hangs is worn out according to the report below. To the Right Honourable Alexander Cornabe, Governor and Director of the Moluccas. Right Honourable Commanding Sir, Pursuant to the honoured order of Your Right Honour, we, the undersigned, as special commissioners, have appraised a clock recently sent by the Emperor of Magindanauer as a gift to the Company, and have found the same unserviceable as a clock, because the eye in which the clapper must hang is worn out, weighing 152 lb, of which the pound calculated at 24 stivers would amount to the sum of rds 76; the same being nevertheless usable for making hinges, locks, bolts, etc., wherefore it could be accepted for the Company; hoping therewith to have fulfilled Your Right Honour's intention, we call ourselves with deep respect, underneath: Right Honourable Commanding Sir, lower: Your Right Honour's humble servants, was signed: Ds van Waningen and As Lohoff, in the margin: Ternate, the 22nd of September 1788. to transfer the same to the appraisers for the aforementioned amount of rds 76:-:- and to have the money collected. For a counter-gift for the said clock, it was decided to send to the said Emperor, the Sultan of Magindano: 2 pieces large Surat blankets 1 piece fine bleached Guinees, and 1 piece fine Salogasje. Leaving the reciprocating of the trifles received as gifts by the Governor, both on behalf of the King of Maloerang and Saringanie and from the Panghoeloe of Singat Mandmol at Batoe Lackie, to His Honour, as well as the answering of their letters; it shall be declared to the first-mentioned that we abide by the Contract concluded with His Highness on the 9th of July, and that we accordingly remain in the expectation that it will be promptly fulfilled, especially with regard to the stipulated delivery of wax, and His Highness may further be assured that he was under a misconception regarding the alleged ill will of the Kings of Chiauw and Tagulanda, who have sufficiently refuted the complaints brought against them in the letter of 29 August 1787. The Panghoeloe of Singat will be written that his arrival at Ternate will be welcome, as will his intention to continue living in good understanding with the Company, pursuant to the recommendations received in that regard from his late father and grandfather, the former Emperors of Magindanao. From the notes circulated among the members for reading, taken by the soldier Pieter Backer, who accompanied the King of Maloerang to his land and subsequently to Magindano, it was resolved to note: That the Maloerang territory is a thoroughly poor country and the King so destitute that he could not compensate for the provisions consumed on the journey, promised under the guarantee of the aforementioned Emperor, by providing other foodstuffs in their place. And that the wax to be obtained there is small in quantity and must be bartered from the mountain Alfoors. Having approached the residence of the Sultan of Magindano, he had to sail a bay fully 50 fathoms wide and 100 fathoms deep, for about 1½ miles over muddy ground; before the Emperor's palace, the depth is found to be only 1½ to 3 and sometimes 5 fathoms, with a strong outgoing current. September 1788. Having been admitted to the Sultan, the latter made known to him that he had long intended to enter into friendship with the Company, but had been restrained therein by the petty kings, and thus would gladly see the Company send a considerable force to his coasts to curb their rapacity. Two European prisoners were delivered to him by the Sultan, out of three who had been in his power, one of them having died on Magindano. Three others were still in the hands of a certain petty king of Santaboe, for whose ransom the Emperor had sent trade goods, and they would have followed as well if they had given credit to his message. At the Sultan's there were bronze and iron cannons.
Dutch transcription
den 23: vervolg. veel mogelijk, door kragt van wapenen, tegen te gaan, gelijk sulx onlangs te quan„ „dang te Bhool en Fontolij heeft plaats gehad met een alleer gewenscht gevolg. Met alle de bovenstaande in presentie van 's Keijzers sendelingen de Maloerangs Goegoegoe Fakalamima Cap„n radja Abictoelong Cap„n Laut Livonanda, en Capn Be„ „tjara Magoekier gemaakte aanmerkingen wierd goedgevonden en verstaan te refuteeren de brieven van den sulthan van Magin„ „danao meermeld, onder aanbod van 1: p„s Guin„s fijn Gibl: 2: „ Salogasjes fijne 3: „ Deekens Grote sour„s als die vergoeding der door sijn Hoogh: volg„s de gesegdens simer sendelingen, gedane kosten tot uitlossing der twee dit heen gesonden en ter secreete Resolutie van den gementioneerde Europeesen uit de besetting van e Berigt van gecommitteerden weg„s de waardij van gem: sulthan inge„ „schenk toegesonden klok. van Riouw, met te kennen gave dat men even dankbaar en gereed tot uitkeering weesen wel voor de uitleevering der overige Riause gevangenen Blanke en Swarte. ook wierd verstaan de ingeschenk ont„ „vangen en door den Equipagie meester van waningen en opziener der werken N„ 20hoff op rd„s 76:—:- gewaardeerde metale klok om reeden het oog waarin de kleepen hange molt„ versleeten is navolgens onderstaande Berigt. Aan den WelEdelen Agtbaren Heer! Alexander Cornabe Gouverneur en Directeur der Moluccos WelEdele Agtbare Gebiedende Heer ter g'eerde ordre van uwelEd: Agtb: hebben wij onder„ „geteekende als Expresse gecommitteerdens getaxeerd een klok jongst gesonden van den keijser van Magindanauer tot een schenkagie aan de Comp„e en hebben dezelve voor een klok onbruikbaar bevonden, om reeden het oog dagde kleepel in hangen moet versleeten is, weegende zwaar 152: lb: waar van '8 ld: teegens 24: bereekend een bedragen zoude in't maken van rd„s 76: zijnde dezelve egter tot 't aanmaken van Hengsels, slooten, schroeven Ca„ nog te gebruiken, waar om voor de Comp„e zoude kunnen worden ingenomen; waar meede verhoopen aan uwelEd: Agtb: Intentie te zullen hebben voldaan, noemen wij ons met diepe eerbied /:onderstond:/ WelEdele Agtbare Gebiedende Heer /:lager:/ uwelEd: Agtb: onderdanige Dienaar /:was ge„ „geteekend:/ D„s van waningen en A„s Lohoff /: inmar„ „gine:/ Ternaten den 22: Septembr: 1788. aan 23: deselve oa ties betragn an hum over aan de Tarateurs voor gem: bedragen van rd„s 76:-: over te doen en de penn: te laten incasseeren tot Een contra geschenk voor gesegde klok wierd verstaen voor Contra geschenk aan gem: keijser den sulthan van Magindano te la„ „ten volgen 2: p„s Dekens Groote Suraats 1: „ Guinees fijn gebl: en 1: „ Salogasje fijne Wordende het recompenseeren van de aan den Heer Gouverneur ingeschenks toege„ „komen bagatelen soo van wege den ko„ „ning van Maloerang en Saringanie als van den Panghoeloe van Singat Mandmol te Batoe Lackie aan sijn Ed: gedefereerd gelaten, soo wel als de beantwoording hunner brieven sullende aan eerstgemelde gedeclareerd worden dat men zig hand aan het met zijn HoogE:d den 9. Julij ge„ „slooten Contract en men dien volgens in de verwagting verseeid dat daar aen „telaten. genoteerde aantekeningen van een na zijn landen tot Magindand. verseld heeft. aan, vooral met opzigt tot de bedon„ „gen Leverantie van wax prompt vol„ „daan worde en zijn Hoogh: voorts verzeekeren kan dat in een verkeerd begriep is ge„ „weest omtrent de door hem bevreemde kwade gesendheid van de koningen van Chiauw en Fagulanda die zijn bij brieve van den 29. Aug„s 1787: ingebragte klagten genoegsaam wederlegd hebben sullen den Panghoeloe van Singat aangeschree„ „ven worden dat sijne komst op Ter„ „naten aangenaam weesen sal ook sijn voorneemen om voorts in goede verstand„ „houding met de Comp„s te leeven, inge„ „volge de dien wegens ontvangen recom„ „mendatien van wijlen zijnen vader en groot vader de overige keijser van Maginoand. uit de ter Lectuure den leeden ronde son„ soldaat die den koning van halvurang den aanteekeningen van den soldaat Pieter Backer die den Koning van Maloerang na sijn Land en vervolg„s tot gesteldheid van het Maloerangse rijk en desselfs koning. aannadering der der residentie plaats van den sulthan van Ma„ „gindano. tot magindano verseld heeft gehad, is verstaan te noteeren. Dat het Maloerangse een door den schraal Land is en de koning soo Arm dat de door hem ander belotte van resortatie van den Keijzer voorn: op de reijs genoten randeoen niet heeft konnen vergoeden met andere Levens middelen in steede te geven. En dat het daar te bekomen was ge„ „ring in quantiteit is en bij de berg Al„ „foeren moet worden ingeruild. De Residentie pbaltis van den sul„ „than van Magindano genaderd zijn„ „de. moest hij ruijm 50: vadems breede en 100: vadems diepe een qual wel 1½: mijl op vaten modderagtige grond voor 'T heij„ „sers dalm word de diepte gevonden van slegts van 1½: â 3: en ook wel 5: vadems gevonden met een sterk aflopend water. Bij Sep 1 Septem: 1788: „gen uitleevering van twee Europeese gevangene kraat hij de keijser en zijne betuigingen geschut hij den sulthan komst bij de keijseren zijne betuigen Bij den sulthan g'admitteerd sijnde had deese hem te kennen gegeeven dat lange tijd voornemens geweest was met de Comp„e vriendschap aan te benden, dog hier inne door de kleene Koningen wederhouden was geworden en dus Gaarne sien soude dat de Comp„e een aansienelijke magt naar sijne kusten soud om se hunne roopsuckt te beteugelen Twee Europise gevangenen werden hem door den sulthan uitgeleeverd van drie die in magt waren geweest sijnde ééen derselve op Magindano overleeden. Drie andere waren nog in handen van een seeker koningje van santaboe tot welker iitlossing de Keijzer negotie goederen gesonden had en souden ook ge„ „volgd sijn, bij aldien geloof hadden gede„ „fereerd aan sijne boodschap. Bij den sulthan waren metale en ijzere
English
the 23rd his dwelling iron cannon of the Company, namely: 2 pieces iron 8 lb. 2 ditto 6 lb. 4 ditto of 4 lb. balls 7 metal pieces of 1 and 2 lb. balls and at his eldest son's lay 6 pieces metal 4 lb. 2 iron 6 lb. and 2 ditto 4 lb. In the gallery of the Sultan can be seen 40 pieces native metal pieces of 3 and 4 lb. balls, besides 14 metal chamber pieces. The dwelling of the Sultan is surrounded by heavy palisades that form a benting of 4 points, which on the sea side is mounted with 3 pieces iron three-pounders; the planks are each bored with five embrasures for six-pounders. 50 pieces former, but mostly unserviceable, are kept in the house of the Sultan, of Company, English, and Spanish types, besides a few blunderbusses. 15. September 1788. The adjacent cash refunded to the aforementioned; and him promoted to sergeant. blunderbusses. The negorij is estimated at one hundred hides strong; at the departure of the soldier Backer, the Sultan expressed his displeasure against Maloerang's king, saying that the latter, without his prior knowledge, had gone to Ternaten to make peace with the Company; for which reason the Sultan also would not let him return back to Ternaten. To the aforementioned soldier Backer, it was approved and agreed to have refunded from the cash office 4:23:— rixdollars for nails that he had to purchase from a Chinese residing there in the state of Banka on the return journey for the repair of the Maloerang proa. And further, to the same warrior Pieter Backer, both as a reward for his endured hardships on an expedition of over twelve months with native notables, toward whom he behaved just as friendly and modestly, according to the oral testimony 16 The adjacent cash handed to the Maloerang envoys, passed for write-off. testimony that they gave thereof before the Lord Governor, while he turned his attention to all such matters from whose revelation he believed the Company might derive some benefit; as well as to encourage others to undertake expeditions to far distant places that are inhabited by pirates, and thus cannot well be visited by a single Company servant without apprehension of danger to life, to promote him to sergeant with the accompanying pay. Lastly, it was approved and agreed to have refunded from the cash office and to pass for write-off 30 rixdollars, which were handed by the Lord Governor to the Maloerang envoys upon their landing, to find their sustenance therefrom during their stay at this head office; and furthermore, upon obtaining their departure as soon as practicable, the 23rd departure September 1788. to provide them, along with the Taboekan people who accompanied them hither, with the sea rations designated for natives for the period of months. Was written underneath: Thus done and resolved at Ternaten in Castle Orange, date as aforesaid. Was signed: A. Cornabé, B. S. Wentholdt, J. G. W. Heinrich, G. F. Durr, W: F: Mersz, J. J. Bax, D. Ogelwight. 18. The Right Honorable, Venerable Lord Deliberation on letters received from Manado. Alexander Cornabé, Senior Merchant, Second, and Head Bernard Sebastiaan Wentholdt, Captain and Head of the Johan Godlob Wilhelm Heinrich, George Fredrik Durr, Junior Merchant and Fiscal, Willem Fredrik Mersz, the Pay Bookkeeper Jacobus Josephus Bax, and Daniel Ogelwight, Administrator Secretary Militia. Upon the separate letters received successively from Manado of 31 July, 16 and 29 August last, it was resolved, with respect to the suspicion recommended from here toward the native, to write in reply that not only now, but always, the fort must be kept in a state of good defense, and the native must continually be urged to fulfill the contracts. Wednesday the 8th of October 1788, at 9 o'clock in the morning, Meeting of Policy. Present: below ditto 19 Good hope of Boelang's Regent Nicolaas Ponto. The adjacent supplied rice passed for write-off. With further notification to the Resident Schierstein that one remains with his Honor in the hope that the Regent of Boelang Itam, Nicolaas Ponto, who has been restored to his former post and recently departed via Manado to his country, will give greater satisfaction than before in the matter of the gold delivery, as well as regarding the avoidance of new disputes with Caudipang's king; for which reason it was agreed to order the Honorable Schierstein that he must not tolerate that either of the two deviate from the convention recently concluded between them. The 6 measures or 450 lbs. of rice supplied by Manado's Resident to the Maloerangers sent hither by the Sultan of Magindanao, during their presence at Kema, it was agreed to pass the same for write-off, and furthermore, by outgoing letters, to inform the Resident that the said
Dutch transcription
1 den 23: desselfs wooning ijzere Canons van de Comp„e als. 2: p„s ijzere 8: lb: 2: „ _o 6: „ 4: „ _o van 4: „ bals 7: „ metale „ 1: en 2: „ „ en bij sijn oudste soon lagen 6: p„s metale 4: ld: 2: „ ijzere 6: „ en 2: „ d„o 4: „ In de Gallerij van den Sulthan sijn te zien 40: p„s Inlandse metale stukken van 3 en 4 lb: bals nev„s 14: „ metale kamer stukken. De woning van aen sulthan is amhijeld met sware Pallissaden die een Benting for„ meeren van 4: punten, die aan de Zeekant is beplant met 3: p„s ijzere Drie ponders de planken sijn ijder met vijff schiet gaten geboord voor ses ponders. 50: p„s geweesen dog meest onbekwame werden in het Huis van den sulthan bewaard van Comp„s Engelschen spaanse sorteeringen nevens eenige weinig Don„ „derbussen Tep 15. Septem: 1788. nevenstaande contanten aan voorn: keijser gerestitueerd. en hem tot sergeant bevordert. Donderbussen de Negorij word hondert Huiden sterk geagt; bij vertrekt van den soldaat Backer gaf de sulthan sijn on„ is mitvoogt op haloerangs koning, genoegen tegen maloerangs koning te kennen: seggende dat deese buiten sijn voor„ „kennis na Ternaten was gegaan om vreede met de Comp„e te maken: waar„ „om de sulthan hen dan ook niet we„ „der na Ternaten wilde laten terugkeeren. Aan voorn: soldaat Backer wierd goedgevonden en verstaan int Cassa te laten restitueeren rd„s 4:23:— voor spijkers die hij tot reparatie der Maloerangse Prauw op de terug reijs in staat Banka van eenen aldaar seggende Chinees heeft moeten inkopen. En den selfde krijger Pieter Backer voorts, soo tot belaning wegens sijne uit„ „gestaane fatiques op een Togt van ruim Twalff Manden, met jnlandse groten jegens dewelke hij sig even Vriendelijk en bescheiden gedragen heeft, navolg„s de mondelings getuigenis. 16 nevenstaande Contanten aan de Ma„ „loerangse seudelingen afgegeven, ter afschrijving gepasseert. getuigenis die sij daar van voor den Heer Gouverneur gegeven hebben, terwijl hij sijne attentie heeft laten gaan op alle sulke sa„ „ken, dat welker openbaring hij gemeend heeft dat de Comp„e eenig nut trekken konde; als om andere te amineeren tot het doen van togten na verre afgelegen plaatsen die van rovers bewoond en dus door een enkel Comp„s Dienaar niet wel sonder bedug„ „ting voor levens gevaar besogt konnen worden, te bevorderen tot sergeant met de daartoe staande gagie. Laatstelijk wierd goed gevonden en ver„ „staan uit Casse te laten restitueeren en ter afschrijving te passeeren rd„s 30: die door den Heer Gouverneur aan de Maloerangse sendelingen bij hunne aanlanding afgegeven sijn om daar uit hun bestaan te vinden geduurende hun verblijff aan dit hoofdcamptoir en deselve benevens de Taboekanders die se na herw„s verseld hebben voorts bij hun soo spoedig doenelijk te erlangen den 23: afscheid Septem: 1788: afscheid te laten gerieven met de voor Inlanders bepaalde zee randcoenen voor de tijd van maanden /:onderstond:/ Aldus Gedaan en Geresolveerd te Ternaten ten Casteel Orange dato voorsz: /: was geteekend:/ A: Cornabé, B: S: Wentholdt, J: G: W: Hennrich, G: F: Durr, W: F: Mersz, J: J: Baken D: Ogelwight. 18. Den wel Edelen Aijbaren Heer De liberatie over ontvangen Brieven van Manabo. Alexander Cornabe, „koopman secunde en Hoofd„ Bernard Sebastiaan Wentholdt Capitein en Hoofdder Johan Godlob Wilhelm Heinrich George Fredrik Dur „ onderkoopman en Fiscaal Willem Fredrik Mersz 3 & „ 7: — _den soldijboekonder Jacobus Josephus Bax en Daniel Ogelwight. „admisistateur - - „ „ _„o „ secretaris - Militie. . . Op het succesive van Manado ontfangen Aparte schrijven van den 31: Julij 16: en 29. Aug„s J: L: wierd met adspect tot het van hier aan„ „bevoolen wantrouwen jeegens den Inlander verstaan te rescribeeren, dat niet alleen nu maar altoos het Fort in staat van goede defentie gehouden, en den Inlander geduurig tot de naarkoming der Contracten aangeshoord moet worden. Woensdag den 8:e Octo„ „ber 1788: 's morgens te 9 uuren ver„ „gadering van Politie Preesent onder _o - 19 goede hoop van Boelangs regent N„o Ponto. nevenstaande verstrekte rijst ter af„ „schrijving gepasseert. Onder verders te kennen gave, aanden resident schierstein dat men met zijn E: in de hope verseerd dat de in zijn vorige post weeder hersteld geworden, en jongst over Manado naar zijn Land vertrokken Boelang Itams Regent Nicolaas Ponto, meer„ der genoegen dan bevorens geeven sal, in het stuk der Goud lverantie, zo wel, als omtrent de vermijding van Nieuwe geschil„ „len met Caudipangs koning, waarom verstaan wierd den E: Schierstein te beveelen dat niet gedogen moet dat een van beijde afwij„ „ke van de tusschen hem jongst geslooten Con„ „ventie. De door Manados resident aan de na herw„s door den sulthan van Magindanao afgesonden Maloerangers, bij hun aanweesen s„o op kema verstrekt zijnde 6: maten off 450: ld rijst wierd verstaan deselve ter affschrijving te passeeren, en voorts bij aftegane schrij„ „vens den resident te verwittigen dat men gem:
English
20 the 8th actually accomplished. Deliberation concerning a committed murder, first, by two Tonceas on two Tondaners. and has allowed the emissaries of Magindouwo to depart again without having accomplished anything substantial with them regarding the work of peace, merely occupying themselves with meaningless wordings and desiring that prominent commissioners on the Company's behalf be sent thither again, that one, however, by virtue of the good success of the Company's arms against the Slanongers, has arrived at the idea that they will shortly come out better and more sincere, and will soon dispatch envoys with the ratification of the peace of 1787, wherefore the Honorable Schierstein will have to take care that upon the appearance of such envoys, the same are detained neither in the Sangers nor at Manado, but are sent hither as expeditiously as possible. The murder committed by two Tonceas upon two Tondaners on the road from Colongan, as the same is described in detail in the President's general letter of the [illegible] of last year, having become a most weighty point of deliberation, after the same, according to the October 1788 21 according to the Resident's secret missive of the same date, has resulted in an open rupture between those of Tondano and Toncea, as well as the perishing of the rice crop standing in the field and reached to ripeness at Keina and Tondano, despite all precautions taken against this by the Resident, who arranged the extradition of both murderers and informed the Tondaners that he wished to deliver the delinquents to the jurisdiction of the Company, and send them hither to obtain a condign punishment as a proper satisfaction for the Tondanese nation, in conformity with the stipulations in contracts of the year 1699; the latter having not only lent no ear to such language rooted in equity, but the President's messengers were not even admitted upon their inland waters and were ignominiously sent back, while the Resident, who seems inclined to pursue the matter by force and to deprive the Tondaners of their natural stronghold, the inland 22 the 8th continuation inland water, by blocking it, so that the same are settled according to the Contracts and not according to the old manner or with fines, requests orders regarding his conduct to be maintained. And it having been communicated by the Governor to the Members of this Table that His Honour, both in view of the stock of rice greatly diminished by the provisioning of two cruising fleets, of which there will sometimes no longer be a sufficient quantity on hand for the distribution of the coming month of December, and by virtue of the uncertainty regarding the time at which the cruisers under the Honorable von Lutzow and others from Quandang may have arrived at Kemna, as also for the reason that the blocking of the Tondaners' inland water must be considered a matter more easily said than practicable, on the very day, namely the 15th of September when the aforementioned news was brought, in a separate note expressed his desire that the matter in question be settled as well as possible, and that recourse to arms not be taken until after all reasonable means have been tried.
Dutch transcription
20 den 8e wedentlijk verrigt. Deliberatie over eenen begaanen moord 1a. Twee souccars aan twee soudaners. det an e et en de en dendelingen weeder heeft vertreken laaten. zonder iets weesenlijks met hun omtrent 't veedes werk verrigt te hebben als zig met mets beduidende bewordingen ophoudende en begee„ „vende dat van Comp„s weege aanzienlijke Ge„ committeerdens na derwaards weeder gesonde„ dat men egter uit hoofde van het goed succes van sComp„s wapenen teegens de Slanongers, in het denkbeeld is geraakt, dat eerlang beeter en opregten uit zullen komen, en spoedig Ge„ „santen met de vatificatie op de weede van 1787: zullen afsenden, waarom dE: schierstein sal moeten, sorgen dat bij verschein van zodanige gesanten, dezelve nog in de san„ „gers nog te Manado opgehouden, maar ten spoedigste na herwaards gesonden worden De door twee Fonceaas- gepleegde moord aan Twee Tondaners op den weg van Colongan soda„ „nig als deselve breedvoerig beschreeven staat in Presidents gemeene Letteren van den - - - - j: L: een aller gewigtigst poinct van de„ „liberatie geworden zijnde, na dat dezelve luid ƒ. ber 1788 21 luids residents secreete missive van een gem: dag„ ƒ rekening tot gevolg gehad heeft eene openbare rupture tusschen die van Toudano en Toncea, so meede het vergaan van het te keina en Toudano op het veldstaande en tot rijpheid geraakte rijst gewasch, in weerwil van alle hier tegen ge„ „dane voorsiening door den resident, die de uitlee„ „vering van beide moordenaars bewerkt en aan de Tondaners doen weeten heeft, dat de delin„ „quanten, aan de judicativie van de Comp„e wilde overgeven, en na herw„s opzenden ter erlanging eener condigne stratfe, als eene behoorlijke genoegdoening voor de Toudaan„ „sche natie, Conform het gestipouleerde bij contracten de A„o 1699. sijnde door laats ged„e aan een dusdanig in billigeheid bestaande taal niet alleen geen voren geleend, maar Presidents Boodschappers niet eens op hun binnen water g'admitteerd en smade„ „lijk terug gesonden geworden, terwijl de resident die geneegen schijnt de zaak met force door te zetten, en den Gondan„ „ners hunne natuurlijke strekte, het binnen omtrent hal weeder wal gt sender wedentlijk verrigt. Deliberatie over eene begaane, moord 1a„ Twee soncears aan twee soudaners. „lingen van Magindouwo beeft maen met gem: sendelingen weeder heeft vertrekken la zonder iets weesenlijks met hun omtrent vreedes werk verrigt te hebben als zig me beduitende bewordingen ophoudende en „vende dat van Comp„s weege aanzienli„ „committeerdens na derwaards weederg dat men egter uit hoofde van het goedsu van sComp„s wapenen teegens de Slanong het denkbeeld is geraakt, dat eerlang en opregten uit zullen komen, en spoedi„ „santen met de vatificatie op de weer 1787: zullen afsenden, waarom dE: schier sal moeten, sorgen dat bij verschein v zodanige gesanten, dezelve nog ind „gers nog te Manado opgehouden, ten spoedigste na herwaards gesonden De door twee Fonceaas- gepleegde moord Twee Tondaners op den weg van Colongan „nig als deselve breedvoerig beschreeven staa Presidents gemeene Letteren van den - J: L: een aller gewigtigst poinct van „liberatie geworden zijnde, na dat luid 20 de o ad idem 21 october 1788 luids residents secreete missive van eeen gem: dag„ teekening tot gevolg gehad heeft eene openbare ruptune tusschen die van Toudano en Toncea, so cea meede het vergaan van het te keina en Toudano op het veldstaande en tot rijpheid geraakte rijst gewasch, in weerwil van alle hier tegen ge„ „dane voorsiening door den resident, die de uitlee„ „vering van beide moordenaars bewerkt en aan de Tondaners doen weeten heeft, dat de delin„ „quanten, aan de judicativie van de Comp„e wilde overgeven, en na herw„s opzenden ter erlanging eener condigne straffe, als eene behoorlijke genoegdoening voor de Tondaan„ „sche natie, Conform het gestipuleerde bij contracten de A„o 1699. sijnde door laats ged„e aan een dusdanig in billigeheid bestaande taal niet alleen geen ooren geleend, maar Presidents Boodschappers niet eens op hun binnen water g'admitteerd en smade„ „lijk terug gesonden geworden, terwijl de resident die geneegen schijnt de zaak met force door te zetten, en de Fondan„ „ners hunne natuurlijke strekte, het binnen 22: den 8: vervolg binnen water door opstopping te beneemen in voege deselve na luid de Contracten, en niet navolgens de oude manier, of met boetens afgedaan werden versoek doet om ordres nopens sijn te houden gedrag„ 3 En door den Heer Gouverneur den Leeden deeser Tafel gecommuniceerd weesende dat sijn Ed: zo ui't aanmerking van den door de proviandeering wan Twee kruis Vlooten seer verminder den voorraad van rijst, waar van somtijds tot de verstrek„ „king van de aanstaande maand December geen genoegzame quantiteijt meer aanhanden weesen sal, als uit hoofde van de onsekerheid weg„s de tijd op dewelke de de kruissers on„ „der den E: von Lutzom e: s: van Quandang te Kemna kunnen weesen g'arriveerd als ook om reeden de opstopping van den Fondaners binnen water, voor eene eer den seggelijke, als practicable saak moet gehouden worden, den eigendag of den 15: septembr: wanneer voor„ „schreeven tijding is aangebragt, in een Apart Briefje te kennen gegeeven heeft sijn ver„ „langen dat de saak in questie, so goed mo„ „gelijk bij gelegd, en tot de wapenen niet eer„ „der geprocedeerd wierde, dan na dat immelijke ad idem 0
English
23 October 1788: The council conforms to the President's notification made thereof, and received letter from Gorontalo's Resident De Swart. The Resident passed. peaceable means could accomplish nothing; so it was, after the members had conformed to this notification, approved and agreed to await the outcome thereof. Subsequently, the arrangements mentioned by Gorontalo's Resident De Swart in his secret letter of 1 July of this year for the guarding of the small fort within the Gual, at no expense to the Company during the troubles, were approved, and passed adjacent rations provided, because he accommodated with the usual rations the Buginese who brought over his letter of 30 May to this place with their own vessel, although it was at the same time understood to cause the Honorable De Swart to note that he should have provided a specific statement thereof upon dispatch, which will yet be expected, in order that one may learn whether or not the customary provision of rations to natives was exceeded. On the question posed by the Honorable De Swart as to how to act with the remains 24: the 8th: prow must be sold publicly. The sincerity of the Magindanaos cannot as yet be relied upon. remains of the hired prow that fell apart at Gorontalo, with which the letter of this government dated 5 May was delivered to him. It was approved and agreed to reply that one, having been able to deduce nothing else from the declaration that accompanied his aforementioned letter of 30 May regarding the ruined condition of that vessel than that its remains were no longer good for anything, could also give no orders regarding that, but that one, now having been informed of the contrary, commands that the same that fell apart there hired prow be publicly auctioned to the highest bidder in the presence of specially appointed commissioners and the net proceeds be credited to this place by invoice, with the transmission of the vendue roll, in order to then return the same to the owner. To inform the Resident that the sincerity of the Magindanaos cannot as yet be relied upon. While finally it was resolved to inform the Honorable De Swart that the sincerity of the Magindanaos cannot as yet be relied upon, as they occupy themselves with meaningless words, 25: October 1788 words, but that one lives in the hope that when they hear of the victory obtained over the Hanongers, they will speedily return and make peace. Below stood: Thus done and resolved at Ternate in Fort Orange, date as above. Was signed: A: Cornabe, B: S: Wentholdt, J: G: W: Heinrich, G: F: Durr, W: F: Mersz: C: C: Bazen, Ogelwight. 26 The Honorable Sir. Manado's Resident has not been able to succeed in his efforts to restore peace between the Foudaners and Fonceas for reasons adjacent hereunto. Alexander Cornabé Merchant, Secunde and Head Administrator Bernard Sebastiaan Wenthold Captain and Head of the Militia Johan Godlob Wilhelm Heinrich Junior Merchant and Fiscal George Fredrik Durr Willem Fredrik Mersz Junior Merchant and Pay Bookkeeper Jacobus Josephus Bazen Junior Merchant and Secretary Daniel Ogelwight. Manado's Resident Schierstein communicated in his letter of 10 September last that he had not been able to succeed in his efforts made for the restoration of peace between the Foudaners and Fonceas, through the treacherous conduct of the Foudaners; who, after they had received word that those of Foncea had also delivered up the second murderer, though a blood Present. Thursday the 16th of October 1788: at 9 o'clock in the morning, meeting of the Council of Policy. 27. continued. a blood relative of the old hoekum Encleman, and had hereby given to understand that they had no part in the murder cited in the secret resolution of this Board dated 8 current, and were willing to submit to the Company's judicature, as he, the Resident, hoped that they would now likewise do, and desist from all exercise of revenge, which would after all expose the so flourishing rice crop to destruction, and would further incline towards a reconciliation, to effect which a general assembly was arranged to be held within 6 days at Tomaloentoen, had sent the Resident an answer squaring with his desire, under many thanks, but had departed to Sawanga, and, surprising the Fonceas who were relying upon their word and harvesting rice there, had killed three of them, among whom was the Second Hoekum Runtoekahu of Ajermadidie, by which villainous act they threw the entire country into consternation and drove those of Toucca to rage, they having taken up arms with the intention not to lay them down again until
Dutch transcription
23 october 1788: de raad Confirmeerd, zig in Presidents daar van gedane aanschryving en „ten. ontvangen brieff van gorontaals resident de Swart- den reesident gepasseert. munnelijke wegen niets konden uitwerken; so wierd na dat sig de Leeden met dit aan„„ belooten het gevalg van dien te blijven inwag„ schrijvens geconformeerd hadden, Goedge„ „vonden en verstaan het gevolg van dien te blij„ „ven inwagten vervolgens wierden goedgekeurd de door Goron„ „talos Resident de Swart en in sijne secreete letteren van den 1: Julij h: a: gementio„ „neerde schikkingen ter bewakinge van het fortje binnen de Gual; buiten koste van de Comp„s geduurende de troubles, en gepasseerd nevenstaande verstrekte randeoenen door dat aan de Boegineesen die sijn schrijvens van den 30: Maij na herw„s met eijgen vaartug heb„ „ben overgebragt met de gewone Randioenen geriefd heeft, schoon tevens verstaan wierd den E: de swart te doen opmerken dat daar van bij de afsending specificque opgave hadde behoren te doen, het welk als nog sal worden te gemoet gesien, ten einde men erverten mo„ „ge of de gewone verstrekking van Rand„ „coenen aan Inlanders, al, of niet, te buiten sij gegaan op de gedaane vrage van den E: de Swart hoedanig te handelen hebbe met de over„ blijfsels e . 24: den 8: praum moet Publigque wor den verkogt „meenentheid der Magindanauers voor als nog geen staat te maken is: „blijfsels van de op Gorontalo in duigen ge„ „vallen afhuurde Prauw, waar meede hem het schrijvens deeser regeering d: d: 5:e Meij geworden is. Wierd goedgevonden en ver„ „staan te rescribeeren dat men uit de ver„ „klaring die opgem: sijne Letteren van den 30: Meij weg„s de desolate gesteldheid van dat schop vaartuig verseld heeft, niet anders hebbende konnen opmaken dan dat aan dies overblijfsels niet meer goed was, ook geen ordres dien aangaande heeft kunnen geeve de aldaar in dungen gevalle afgetuurde dog dat men nu van het tegendeel onder„ „rigt geworden beveeld dat dezelve publicq aan de meest biedende worden opgeveild ten overstaan van Exepresse gecommitteerdens en het netto provinu na herwaards p„r Fac„ „tuur werde aangereekend niet oversen„ „ding van de vendu Roll, om het selve dan Eijgenaar vervolgens te doen in't keeren. Den residentte verwittige dat op de wel Terwijl Laatstelijk beslooten wierd den E: de Swart te verwittigen dat op de welmee„ „nendheid der Magindanauwers voor als nog geen staat te maken is, als zig met niets beduidende bewoordingen op hou„ „dende 25: october 1788 dende, dog dat men in de hoope verseerd dat wanneer zij de behaalde overwinning op de Hanongers zullen verneemen zij spoe„ „dig terug keeren, en vteede maken zullen. /:onderstond:/ Aldus Gedaan en Geresol„ „veerd te Ternaten ten Casteel orange dato voorsz: /:was geteekend:/ A: Cornabe„ B: S: Wentholdt, J: G: W: Heinrich, Gc F: Durr, W: F: Mersz: C: C: Bazen Ogelwight. 26 Den welEdelen Agtbaren Heer. manados resident heeft in zijne geda„ „ne aan zoeken tot herstel van weede tus„ „schen de Foutaners en Fonceas niet kon„ „nen slagen om reeden hier nevens. Alexander Cornabé koopman secunde en Hoofd„ Bernard Sebastiaan Wenthold „administirateur- - . „Capiten en hoofd den Mhilitie Johan Godlob Wilhelm Heinrich „ onderkoopman en fiscaal George Fredrik Dutk. Willem Fredrik Mersz _„o en soldij Boekonder: Jacobus Josephus Baxen Daniel Ogelwight. _„o „ Secretaris. _o Manados Resident Schierstein bij zijne Letteren van den 10: Septem: J: L: communiceerde dat in zijne gedane aan„ „zoeken tot herstel der Vreede tusschen de Fondaners en Fonceaas niet hebbende kunnen slagen, door het verraderlijk gedrag der Foudaners; die na dat de weet ontfangen hadden dat die van Foncea den tweede moordenaar schoon Present. Donderdag den 16: October 1788: 's moogenste 9: uuren vergadering van Politie een . 27. vervolg. een bloed verwant van den oudhoekum Encleman zijnde ook al uit geleeverd, en hier meede te kennen gegeeven hadden aan de bij secreete re„ „solutie deezer Tafel d: d: 8: Curr„t geciteerde moord geen deel te hebben en zig te willen onder„ „werpen aan sComp„s jndicature gelijk hij resi„ „dent verhoope dat sij nu ingelijks souden doen, en afsien, van alle wraak oeffening die het so bloeijende rijst gewas tog waar aan vermeling bloot stellen soude, en voorts tot een assopiatie zoude overhellen, om dewel„ „ken te bewerken eene algemeene vergade„ „ring om binnen 6: dagen te Tomaloentoen gehouden te worden, belegd was, den resident een met zijn verlangen quadreerend aanwoord, onder veele danksegging hadde laten toekomen, maar na Sawanga verreijst waren, en de aldaar op hun„ „ne woorden staad makende en rijst in oogsten„ „de Fonceaas overvallende, die derselve waar onder de Tweede Hoekum Runtoekahu van Ajermadidie om het leven gebragt hadden, door welk snood bedrijff het geheele Land in constaruatie, en die van Toucca tot woeden ge„ ge„ „bragt hadden, hebbende sijde wapenen op„ „gevat met voorneemen om deselve niet eerder in weeder
English
28 the 16th resolution taken regarding this. payment of the 150 lasts of rice to be provided at rd.s 20. per last. and to notify them of this via a vessel to be chartered. to lay down, until an equally important Tondanese Hoekum shall have been sacrificed to their revenge, this unfortunate case being the cause that some hundred lasts of rice must be lost in the field, and must already be considered lost, so it was approved and agreed to write to the Honorable Schierstein that upon the arrival of the fusiliers from Quandang expected back at Kema, to bring that matter to an end, whether amicably or by force, which it was likewise resolved to give in mandate to the Honorable von Lutzow as well. It was furthermore resolved to authorize the Honorable Schierstein to pay for the very first 150 lasts of rice to be provided at rd.s 20. per last, according to His Honor's request made in that regard by collective letter, at the price of the grain; subsequently, or immediately after the unrest shall have ceased, to bring it back to the old footing. It being also understood to notify the Honorable Schierstein of this decision by an express vessel to be chartered, as no other opportunity for this presents itself here, so that one does not fall into the embarrassment 29. October 1788: The remaining disposition of the President's letters to be kept in suspense. as well as that of the Gorontalo decision regarding the division of the Limbotto people. the Limbotto king and grandees to give the required notice thereof. to demolish the small fort Leiden at Quandang. embarrassment regarding that much-needed grain, of which it is observed that the supply, if the cruising pantjallangs stay away any longer, will soon run out. The disposition regarding the remainder of the President's aforementioned letters being kept in suspense, as well as the disposition regarding the content of the Gorontalo letters produced for reading, dated 25 August and 15 September last, for the reasons mentioned in today's collective resolution, in reply to which latter only, and specifically in view of the Limbotto people who are still divided among themselves regarding a permanent abode, to reply: that all those among them who may not be found inclined to relocate to the old negorij and erect a lodge for the Company's servants there at their own expense, are to be left to their own fate, and the Company will no longer look upon or treat them as allies, of which decision it was understood to order the Honorable De Swart to give the required notice to the kings and grandees of Limbotto, and further to proceed with the demolition of the small fort Leiden at Quandang, and to have the Resident there, along with 1 corporal and 6 privates, transfer to Limbotto, and further to act in the evacuation of Quandang 30. Quandang as was already prescribed in the previous year. underneath stood: Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange, date as above. was signed: A: Cornabé, B: S: Wentholdt, J: G: W: Heinrich, G: A: Durr, W: F: Merkz, J: J: Bax, D: Vogelwight. 31 Saturday the 29th of November 1788, in the morning at 9 o'clock, meeting of Policy. Business regarding Manado Further resumption of the letters received from Manado Present: The Right Honorable Lord Alexander Cornabé Merchant, Secunde, and Chief Administrator Bernard Sebastiaan Wenthold Captain and Head of the Military Johan Godlob Wilhelm Heinrich Junior Merchant and Fiscal George Fredrik Durr Willem Fredrik Mersz Company's Acting Pay Bookkeeper Jacobus Josephus Bax, and Secretary Daniel Vogelwight Upon a further resumption taken of the separate letters received from Manado dated 15 and 29 August, item 10 September, certain points from the same having been taken into deliberation, over which at the session of 16 October no final disposition was reached; with relation to the proposed dispatch and subsequent banishment of some of the Tondanese Hoekums and old Hoekum by Manado's Resident Schierstein, to all of whom he 32 the 29th resolved all dispatches of native chiefs, except in case of extreme necessity, private report received from the Honorable von Lutzow regarding a victory obtained by His Honor over the enemy at Buol and Tolitoli. attributes the blame for the disorders and rebelliousness detected now and then among their nation, and which Hoekums do not care about any demotion, because when dismissed, they may well lose the token of their dignity, but by no means their authority; it was noted that in all likelihood they cannot always oppose the rashness of the rebellious populace, and consequently resolved to strictly forbid all dispatches of native chiefs, except in cases of the highest necessity and unquestionable obviousness that they have made themselves guilty. Awaiting the details of a signal victory obtained over the enemy at Buol and Tolitoli by the Honorable von Lutzow, as communicated in a private letter to the Resident Schierstein, from whom 8 padewakangs and 25 pirate prahus were said to have been captured, while Roamilie had escaped the danger of perishing or falling into our hands with a few Bugis who still remained with him; while one was busy with the
Dutch transcription
28 den 16: besluit dies wegens genomen. betaling der te besorgen 150: lasten rijst â rd„s 20. p„r last. „en hen hier van pr een intekuu„ „ren vaartuig te verwittigen. needer te leggen, dan na dat een even groote Tondaansche Hoekum aan hun Wraak sullen hebben opgeofferd zijnd dit fachuse geval oorsaak dat eenige hondert lasten rijst op het veld verloren moeten gaan, en bereids als verloren moeten gehouden worden, soo wierd goedgevonden en verstaan den E: Schierstein aan te schrijven dat met de opkomst der van Quandang terug verwagt wordende hunisjers te kema die zaak het zij in der minne dan wel met geweld, ten einde te brengen 't welk tevens beslooten wierd den E: von Lutzonr meede in mandatis te geeven. „sen residentse Qualificeeren tot der werdende wijders beslooten den E: schierstein te qualificeeren tot de betaling der allereerst te be„ „sorgen 150: Lasten rijst â rd„s 20: p„s latt navolgens zin E: daartoe bij gemeene Letteren gedaan versoek, op de preijs van het graan; vervolgens of immediaat na dat de onlusten sullen weesen gecesseerd weeder te brengen op de oude voet. werdende tevens verstaan van dit besluit den E: schierstein p„r een Expres in te huuren vaartuig„ also sig hier toe geen andere gelegenheid op doet te verwittigen ten eijnde men niet in de verlegenheid 29. october 1788: De overige dispositie van President letteren te houden in surchance. zo meede die der Gorontaalse besluit omtrent de verdeeling der Limbotters. „kossche koningh en groote de ver„ „Eijschte kennis daar geven. het fortje Leiden te Quandang te demolieeren. verlegenheid gerake aan dat seer benodigd graan, waar van men bespeurd dat de voorraad, bij langer uit blijven, der kruis Pantjallangs eerbang op zal raaken. Wordende de dispocitie over het overige van Fre„ sidents voorseijde Letteren gehouden, in surcheame, so meede de dispocitie over der inhoud der ter Lecture geproduceerde Gorontaalse brieven d: d: 25: Aug„s en 15: Septem: J: L: om de bij gemeene Reso„ „lutie van heeden vermelde reeden, in antwoord op wel„ „ke laats gem: alleen, en wel ten adspecte der nogal onder elkander, wegens een vast verblijff verdeeld sijnde Limbotters, te rescribeeren: dat men alle dezulke onderhen, die niet geneegen mogen bevonden worden tot verhuising naar de oude Negorij en oprigting eener Logie voor 'sComp„s Dienaaren aldaar op Eigen kosten, aan hun eigen noodlost overlaten en niet langer gorontaals resident moet de zim, als bondgenoten van de Comp„e wil aansien off behandelen van welk besluit verstaan wierd den E: de swart te gelasten dat de koningen en Groote„ van Limbosto de vereijschte kennis doen dragen en voorts te procedeeren tot de demolieering van het fortse Leijden op Auandang en den Resident aldaar benevens 1: Corporaal en 6: gemeene naar Limbot„ „to te doen overgaan, en wijders in de opbrake van Quandang 30. quandang te handelen, zo als reeds in t voorleeden Jaar is voorgeschreeven. /:onderstond:/ Aldus Gedaan en Geresolveerd te Ternaten ten Casteel Orange dato voorsz /:was geteekend:/ A: Cornabé B S: Went „holdt: J: G: W: Heinrich, G: A: Durr, W: F: Merkz: J: J: D: Ogelwight. Bar 31 Saturdag den 29. November Besoigne over Manado Nader resumtie der van Manado ont„ „tangen. brieven Alexander Cornabé ƒ Bernard Sebastiaan Wenthold Johan Godlob Wil helm Heinrick, George Fredrik Durt Willem Fredrik Mersz: „p„s ww„e soldij boekhouder Jacobus Josephus Bax en „ „ _o „ Secretaris. Daniel Vogelwight „ ƒ d Den wel Edelen Agtbaren Heer „koopman secunde en Hoofdadministradeur. „ lapiten en Hoofd der Militie -- „ onderkoopman en fiscaal- . - Op een nadere genomen resumtie der van Manado ontfangen Aparte Letteren d: d: 15: e29. August„s item 10: septem: in de biberatie genome„ sijnde eenige poincten uit de selve over dewelke ter setting van den 16: october tot geen finale dispositie getreeden is; wierd, met relatie tot de door Manados Resident schierstein gepropo„ „neerde opsending en daar op te volgen verban„ „ning van sommige uit de Fondaanse Hoe„ „kums en oude Hoekum, aan alle de welke hij Praesent 1788: 'smorgens te 9. uuren vergadering van Politie de - 32: den 29. beslooten alle op zindingen van In„ „landsche hoofden buiten hooge nood„ „zakelijkheid ingekomen particuliere Nargt van den E: van Eukhon wegens een door zijn E: te Bnhool en Foutolij behaalde overmining op den vijand. de schuld geeft van de onder hunne Nate nu en dan bespeurd wordende disorders en weederspa„ „ningheeden en welke Hoehuums sig aan geen demo„ „tie bekrennen, om dat afgeset sijnde, het teeken hunner waardigheid wel; maar geen siens hun gesag komen te verliesen; opgemerkt dat sij naar alle apparentie den en velmoed der oproerig gemeente niet altoos konnen tegen gaan en dien vol„ „gens beslooten alle opsendingen van Inlandsche hoofden, buiten de hoogste noodsakelijkheid en buiten handtafelijke klaarblijkelijkheid dat sij sig schuldig gemaakt hebben, ten scherpste te interdiceeren Met inwagting der particularijteijten eener door den E: von Lutzon behaalde en bij een par„ „ticuliere brieff aan den Resident schierstein be„ „deelde te Borhool en Tontolij gesignaleerden over„ „winning op den Vijand, op wien 8: Padumakans en 25: Hanongse Prauwen veroverd souden weese„ terwijl Roamilie, het gevaar, van om te komen off in onse handen te geraken met eenige wijnige hem nog bij gebleven Boegineesen, ontkomen was; terwijl men beesig was met de A
English
33: November 1788. Their High Excellencies given the necessary notice thereof. The adjacent cash and linen passed for write-off. To effect the demolition of Quandang, the Lord Governor brought to the knowledge of the members of this Table that, in order to convey this so joyful news to Their High Excellencies by a separate duplicate follow-up letter, he had caused the vessels that departed from here with the Advices to be pursued by an express proa under a quartermaster, who found the barque De Verwagting still in the Patiëntie strait and delivered the original to the commander, Captain at Sea Dekkereeks, having been handed over to the crew of the said express proa. Which was all understood to be passed for write-off. In the same manner it was approved and understood to pass for write-off the items furnished on Taboekan: 1 9/5 pieces Ducatons for a coffin, 11/16 Guineas, medium bleached, for a shroud, for the funeral of the soldier from the garrison of Riau who died there, Carel Bon, with orders to the trade officials 34 the 29th February. Recommendations to the resident. trade officials to charge the aforementioned supply to the main office per invoice, so that the deceased's death account may be debited for it. Furthermore, it was understood to bring to the attention of Resident Schierstein that matters concerning the cruises are to be handled secretly, and it is therefore improper that he reported in general letters of 31 July, 20 September, and 31 October the arrival first at Kema and subsequently at Likoupang of the pantjallang De Lassum, sent on the expedition to Gorontalo; and the arrival of the pantjallang De Kruiser with another 16 kora-koras of the small fleet under the Honourable von Lutzow and company to collect rice; as well as the news received by him that the bulk of the cruising fleet under Captain-Lieutenant Engineer Baron von Lutzow and company had set sail from Quandang to Amurang, and that the galley De Exeter had already arrived there; it being otherwise well considered that his Honour thought to send along with De Lassum the 21564 lb of rice that were still lacking for the provisions for the Alfur under Vrijmoet, and, for lack of space in the aforesaid small vessel, subsequently sent the same to Gorontalo in a chartered 35: November 1788. The adjacent accepted for communication. The unrest that arose between those of Tondano and Sonder has taken a fortunate turn. chartered vessel, conforming to the instructions of this government dated 8 [illegible] last; under the remark, however, that his Honour, reporting on this dispatch in separate letters of 28 October, might also have stated what was spent on the hiring of the said vessel, which will still have to be done. Accepted for communication being the reported departure of the Xulla islanders who had been there, after they were requested that they will no longer be admitted at the residencies, but only at the main trading station. Furthermore, from the Resident's aforesaid letter was noted the fortunate turn taken by the matters concerning the past unrest between those of Touceas and Tondano, after the delivery of the Governor's separate letter dated 1 September of this year, the threat made following this to the parties by the Honourable Schierstein having had the effect that, if they did not enter willingly into an association, they would be compelled thereto by force of arms, 29. 36 the 29th. With a secret letter returned without accomplishing its mission. Instead of 16:28:8 rixdollars. The adjacent cash and provisions passed for write-off. having brought about that peace will likely have been concluded in a large meeting held on the 12th of this month; which is all the sooner to be hoped because nothing will then have been hindered by the non-delivery of the Council's secret letter dated 16 October, for the conveyance of which an orembai was ceded free of charge to the Lord Governor by the Captain at Sea and Equipment Supervisor Daniel van Waningen; which small craft, however, returned yesterday evening for the second time from an unsuccessful voyage due to the prevailing northwesterly winds, whereby the private vessels previously licensed to Manado likewise returned without having accomplished their business; it being meanwhile regrettable the fruitlessly incurred expenses on this occasion for wages and provisions that were furnished to the natives on the said orembai, as well as provisions to 1 European boatswain and 13 sailors, namely: 79 3/8 rixdollars in cash, 1237½ lb rice, 38½ lb cararat, 67½ lb salt, 67½ lb bacon and meat, tamarind, jugs of olive oil, in cash, 90 9/10 jugs, sugar, butter, 37 November 1788. Passed for write-off. It is hoped that the resident will have employed proper means to pacify the contending parties. 90 3/10 jugs arrack, 1/4 jug Dutch vinegar, 10¼ jugs native ditto, 1½ lb pepper, 1½ lb wax candles, 3/8 lb cotton yarn, 12 lb coconut oil, all of which was understood to be passed for write-off. The demand made on the part of the Tonceas that the murderers of their compatriots also be surrendered to the Company, since the latter cannot possibly be distinguished from the crowd that assaulted the Tonceas, must certainly have presented no small difficulty in the work of peace if the Resident, to remove the same, waited for orders with which, due to the late dispatch of his letters, he could not be furnished in time; it is nevertheless presumed and hoped to the contrary that his Honour will have made use of the expedient that appeared suitable to him, and likewise appears so to this Council, to pacify both parties, by releasing the prisoners held as the presumed murderers; however, also:
Dutch transcription
33: Novem: 1788. Hunne Hoog Edelh,s de nodigo ke¬ „nis daar van gegeven nevenstaande Contanten en linnen ter afboeking gepasseert. de opbrake van Quandang te bewerkstelligen bragt de Heer Gouverneur ter kennis van de leeden deezer Tafel dat om aan Hunne Hoog„ „Edelh„s weegens deeze soo heugelijke tijding te laten toekomen bij een aparte na briefje in dupto de van hier met de Advisen vertrok„ „ken vaartuigen per expresse Prauw hadde la„ „ten nasetten door een quastiermeester, die de Bark de verwagting nog in staat Patien„ „tie aangetroffen en de origineeele aan den gesaghebber den Cap„n ter zee Dekkereeks afge„ „geven had sijnde aan de opvarende van gem: expresse prauw afgegen. welke een en ander verstaan wierd te pas„ „seeven ter afschrijving:- Inselver voege wierd Goedgevonden en verstaan ter afboeking te passeeren de op Taboekan verstrekt geworden. 1: 9/5: p„s Ducatons tot een doodkisten 11/16: Guin„s gem: gebl: tot Doodgewaad voor de begraffenis van den aldaar overleeden soldaat uit de besetting van rieouw, Carel Bon met last aan de Negotie bediendens 34 den 29. feb: Recommendaties aan den resi¬ „dent. bediedens opgem: verstrekking jndias Hoofdplaats per factuur aan te reekenen ten eijnde de dood reeke„ „ning van den overleedene daar voor kan worden belast. Voorts wierd verstaan den resident schierstein on„ „der het oog te brengen de zaaken die de bekruisin „gen raaken secreet behandeld worden en dus oneijgen is de door hem bij gemeene Letteren van den 31: Julij 20: Septem: en 31: october g'advideerde komst eerst te kema en vervolgen te Licoezang van de in experitie na Gorontalo gesonden Pantjallang de Lassum. en arrive van de Pantjallang de kruiser met nog 16: Corta Corra van het vlootje onder den E: von Lutzouw C: s: ten afhaal van rijst, soo meede wegs„ de bij hem ingekomen tijding dat het groos der Kruisvloot onder den Cap„n Luit„s Ingenieur Ba„ „ron von Lutzon C: s: van Quandang na Amoe„ rang onder zeijl gegaan en de Galeij de Eseter aldaar bereeds g'arriveerd was zijnde overigens wel dat gedragt sijn E: gedagt heeft de tot randeven voor de Alfoe„ „ten onder vrijmoet nog gemankeerd hebbende 21564: lb: Rijst met de Lassum mede te geven en deselve om gebrek aan ruimte in voorn: kieltje vervolgens na Gorontalo versonden hebbe in een afgeheurd 39: Novem: 1788. Het nevenstaande voor Communicatie aangenomen De gereesen onlusten tusschen die van Foncea en Sondans hebben een geluk„ „kige keer genomen. afgeheurd vaartuij, Conform het aangeschreeve„ „ne deezer regeering sub dato 8: - - - - vL: onder remarque nogtans, dat zim E: van deese afsen„ „ding bij aparte Letteren van den 28: october ver„ „slag doende, tevens wel hadde mogen opgeven was voor de inhuuring van gem: vaartuig besteedt hebben 't gunt als nog sal moeten geschieden Voor communicatie aangenomen wordende het bedeelde vertrek der aldaar aangeweest sijnde Xulloekers na dat hun aangesogt. geworden is dat op de residentien niet meer, maar alleen aan 't hoofdComptoir, g'admitteerd sullen worden Wierd voorts uit 's Residents voorsegde schrij„ „vens ontwaard de gelukkige keer die de zaaken rakende de geweesen onlusten tusschen die van Touceas en Fondano genomen hebben, na den aanbreng van 's Gouverneurs Mparte schrij„ „vens d: d: 1: septem: h: a: hebbende de hier„ „op aan parthijn door den E: schierstein gedane bedrijging dat, wanneer met goedevillig tot eene assopiatie kwamen sij hier toe door ge„ „weld van wapenen geconstringeerd souden worden 29. 36 den 29. met een secreete Brieff zake te rug gekomen „coenen. in steede rd„s 16:28:8: worden te weeg gebragt, dat in een op den 12: deezer maand denkelijke gehouden grote vergadering. vreede sal weesen Gemaakt 't welk te eerder ver„ „hoopt moet worden om dat als dan niets ver„ „let sal weesen bij de non bedorging van Traads secreete Letteren d: d: 16: October, tot welker voorsz. den na Manado afgesenden orembaij sending een Osembaaij van den Cap„n ter Zee en Equipagie opzigter Daniel van Waningen aan den Heer Gouverneur voor niet is afgestaan is voor de Tweede maal onverrigt dog welk kieltje, gesteren avond voor de tweede maal van een verloren reijs is terug gekomen door toedoen der doortastende Noord wette Win„ „den, waar door de bevorens na Manado gelicen„ „tieerde particuliere vaartuigen insgelijks on„ verrigter saken terug sijn gekeerd sijnde in„ „tusschen te beklagen de bij deese gelegenheid Hug„ „teloos aangewende kosten van gagie en randevenen die aan de Inlanders op gem: Orembaij someede van randcomen aan 1: Europ is Bootsman nevenstaende comtantenen rand„ en 13: matroosen verstrekt sijn geworden, als 79 3/8 rd„s Contant 1237½: lb: Rijst 38½ „ Cararat 67/½ „ zout 67½ „ speken vleesch „ Famarinde cann: olij, van olijven in Contant 90 9/10. kann: Ed: Suiker „ Booter 37 Novem: 1788 ter afschrijving gepasseerd men verhoopt dat den resident zig bediend zal hebben van bequame mid „delen tot bevreediging der verschil„ „lende partijen 90 3/10: kann: Arak /4 kann: Azijn Hollands 10¼ „ d„o Inlands 1½: „ Peeper 1½: „ waxkaarsen 3/8: lb: Catoene garen welk een en ander verstaan wierd te passeeren ter afschrijving. De van de zeijde der Tonceaas gedane vor„ „dering dat de moordenaars HunnerLands genoten meede aan de Compagnie worden over„ „geleeverd daar laatstgemelde onmogelijk uit de meenigte die de Fonccaas besprongen heeft, konnen onderscheijden worden bij het vreedes werk zeekerlijk geen geringe swarig„ „heid hebbende moeten opleeveren, bij aldien de resident, om de selve uit den wegte ruimen geveegt hebbe op ordres waarmeede door den late aanbreng sijner Letteren niet tijdig genoeg gemunieerd heeft konnen worden, word, niet te min het tegendeel vermoed en verhoopt dat zijn E: sig bediend sal hebben van het hem tot bevreediging van beijde parthijnen bekwaam voorgekomen en deesen rade meede als dusdanig voorkomende expedient met de largeering der voormoordenaars gehouden 12: „ Clapus olij. dog ede :
English
38. the 29th. 800 given to him. recommendation to the Manadoese fulfillment of their obligations. yet coming to no confession the Foucears named Roentonga and Oettewailen, against whom also no convincing evidence has been obtained. and the adjoining qualification is being It being in any case approved and understood to qualify His Honor for the immediate implementation of all such measures as may indeed be useful to avoid a war disastrous for this Colony with the natives, by whose diligence in agriculture it has until now been fed. Yet, since the native may indeed always be earnestly urged to fulfill his obligations and the delivery of rice, as the same presently occurs to the considerable disadvantage of the Company, far deviating from that which was contracted by the late Governor Padbrugge, it was regarding the better approved and understood to have the collective Manadoese Hukumis urged by the Resident and the chiefs of the Quandang cruising fleet who may be present there, on behalf of this government, that no longer any infraction of of the the 39. Novem: 1788 by the advantages gained by the cruising fleet under the command of the Hon. von Lutzow received letters thereof. fleet have conducted themselves very well great loss of the enemies. of the Contract of the Year 1694 will be tolerated, but the strict fulfillment of the same is required, whether by fair means or foul. deliberation over Gorontalo and Quandang With this, one had proceeded to the deliberation over the affairs of Gorontalo and Quandang, whose situation has changed noticeably for the better after the advantages gained over the enemy by our men under the command of Captain-Lieutenant Engineer Baron von Lutzow and associates in the month of July, as shown by the letter recently received from them dated the 20th of August past, in which is very extensively reported Gorontalo and Quandang. affairs have changed there noticeably for the better officers and lower ranks of the cruising fleet, the events at Brool and at Tontolij, and of which the particulars are such that one may, with all right and reason, once again praise the chiefs and lower crew members of the cruising fleet, as well as the military men and gunners, both on account of their good conduct and on account of the outstanding bravery with which a superior enemy was defeated, with the loss on his side of the Ilanuns king's sons, some N 71. 40. the 29th. capture of their vessels and dead and wounded of our men. some other fallen persons of distinction, as well as of 16 vessels, among which is also found the sub-king over an Ilanun district or federation, either chopped to pieces while several were shot to the bottom, and the prahus lost in the aforementioned manner are estimated at 25 pieces, not counting the loss of men, of which the number is guessed to have been very great; the enemy having been dealt, upon the commissioners' return to Quandang, altogether the very considerable damage of 8 Buginese 25 vessels of the Ilanuns which were either burned or taken, 7 bronze cannons of 5 lb, among which are some that shoot 2 lb balls. with the rescue from the enemy's hands of 20 Booloeteesen and Caudopangers captured by them, our loss consisting only of 3 dead and 7 wounded Ternatans in the fight at Bwrool, and in 1 European sailor, 5 soldiers, 5 gunners who were shot dead, 41. Novem: 1788 Flight of Foanili Commissioners for their free passage. guilty of treachery while 2 native soldiers sustained wounds thereby, as well as 1 sergeant and 8 privates of the Ternate auxiliary troops in the action at Tontolij, from where Foanili had fled, leaving behind a benting erected there by his people and 7 Buginese paduwakangs, all of which were burned by order of the commissioners, and whose its chiefs offered a gift to the chiefs or nakodas had first offered 800 rixdollars and thereafter 100 reals of dust gold for their free passage out of the river with retention of their goods in vain to the commissioners, the Hon. von Lutzow and associates, who came to demand 300 reals of dust gold, 20 slaves, likewise the surrender of all their war supplies for the Company, and furthermore stipulated that the capitulants should reside at Quandang under the Company's authority; it being meanwhile to be regretted that the Tontolijans, who had conducted themselves during the passage of the cruising fleet in every way hostilely against our men and had sided with the enemy, The Tontolijans have again
Dutch transcription
38. den 29. 800 aan hem gegeeven. recommendatie aan de manado„ nakoming hunner verbinte„ „nissen. dog tot geen confessie komende Foucears in na„ „me Roentonga en oettewailen tegen de welke ook geen overtuigende bewijsen ingenomen zijn. en word nevenstaande qualificatie Wordende in allen gevalle goedgevonden en verstaan sijn E: te qualificeeren tot de dadelijke bewerk„ „stelling van alle sodanige middelen als Im„ „mers dienstig zijn om eene voor deese Colonie verdertelijke oorlog te vermyden met Inlanders van welker naarstigheid bij den Landbouw sij tot heede gevoed geworden is. Dan dewijl de Inlander wel altoos met ernst mag worden aangespoord tot de naar koning sijner verbintenissen en de Leverantie van rijst, sodanig als deselve tans geschied tot merkelijk naveel van de Comp„e verre afwijkt van het gecontraleerde door wijlen den Heer Gouverneur Padbrugge, soo wierd „se Hoekinne amtrent de bete goedgevonden en verstaan de gesamenlijke Mac„ „nadose Hoekumis door den resident en de veelligt ald„r aanweesig sijnde hoofden der quandangse hruisvloot van wege deese regeering te doen aanleggen dat men in dit sovel als in alle de overige poincte„ van d d 39. Novem: 1788 door de behaalde voordeelen der kruijs vloot onder het beleid van den E van Lutdoor ontvangen schrijvens daar van. vloort hebben zig zeer wel gedragen groot verlies der vijanden. van het Contract de A„o 1694. geen infrac„ „tie langer gedoogen, maar de stipte aan„ „koming van het selve hebben wil, het sij met goede, het sij met kwade. deliberatse over perontalo en muandam Hier meede was men gevorderd tot de „ Besoigne over, deliberatie over de saaken van Gorontalo en Quandang welker aanschouw merke„ Gorontalo en „lijk ten goede veranderd is na de op den vijand Quandang. „zaken zijn aldaar merkelijk te goede door de onsen onder het belied van den Cap„n Luit„t ir verandert Jngenieur Baron von Lutzon c: s: in de maand julij behaalde voordeelen uitwijsens het van hen onlangs gelieden ontvangen schrijvens de dato 20=e August„s verweeken, waarbij seer uitvoerig bedeeld. ƒ word het voorgevallene te Broot en te Ton„ tolij en waarvan der particulariteijten soda„ erstordn en mindere manschappe ver kuij, ng sijn dat men de hoofden en mindere schee„ „pelingen der kruisvloot, soomeede de mili„ „tairen en Arthilleritten, met alle recht en reeden, andermaal louangeeren mag soo wegens hun goed beleid, als wegens de uitsteeken dapperheid waarmeede een overmag„ „tige vijand geslagen is, met verlies aan zijne de zijde van der Hlanongers konings zoonen eenige N 71„ 40 den 29. ververing van hun vaartuige en ge„ He dooden en gekretste der onsen. eenige andere gesneuvelde personen van distin„ „die soomeede van 16: vaartuigen, die waaronder sig ook bevind slo koning over een Hlanongs district of verband, of aan stukken gekapt terwijl verscheide in den grond geschoten sijn en de op voorscheeven wijse verloren geraakte kre len op 25: stuks begroot worden ongereekend naa verlies van manschappen, waar van het ge „tal gegust word zeer groot te sijn geweest sijnde den vijand met den gecommitteerdens retour op Quandang in alles eigenlijk de zeer aanmerkelijke afbruk toegebragt van 8: Boegineesen 25: vaartuigen van de slanongers die, of ver„ „meld ofrgenomen sijn 7: metale, Canons van v: lb: waarhij eenige sijn die 2: d: bals schieten. met verlossing verlossing int 's vijandt hadden van 20: door hen geroofde Brholoteesen en Caudopangers, bestaande ons verlies slegts in 3: dooden en 7: gekwesste Ternatenen bij het ge„ „wecht op Bwrool en in 1: Europich katroos v: soldaaten v: Busschieter die dood geschooten sijn 41 Novem: 1788 Vlugt van Foanilie Gecommitteerdens voor hunne wijd par„ „sagie. trouwlosheid schuldig gemaakt sijn terwijl 2: Inlandse militairen daar bij blessur bekomen hebben, soo meede 1: sergeant en 8: gemeene van de Ternaats hulpbenden bij de actie op Ton„ folij, van waar Foanili gevlugt was met agterlating eener aldaar door de sijnen opge„ „worpen Benting en van 7: Boegineesen Padu„ „nakans die alle op last van de gecommit„ dessels hoofden beieden an geschenk aan de „teerdens verband sijn geworden en welker hoofden of Anachodas Eerst 800: rd:s en daar na 100: realen stoff goud voor hunne Vrije Passage uit de rivier met behoud hunner goederen te vergeefsch geboden had„ „den aan de gecommitteerdens den E: voor Lutzon, C: s: die 300: Realen Stoffgouden 20: slaven item afgave van alle hunne oor„ „loogs behoeftens voor de comp„s kwamen te vorderen en bovendien bedongen dat de capitielanten te Quandang onder 'sComp„s gesag verblijff houden souden sijnde in„ „tusschen te beklagen dat den sig op passe De sontalijeesen hebben zig op nieuw van der Krins vloot allsins vijandelijk tegen de onsen gedragen en met den vijand geheurd hebbende Tontolijreesen
English
42: the 29th was, it has escaped again. The stronghold of the Bugis could not be captured, for reasons annexed hereto. Tontolij people could not be adequately paid back for the perfidy of which they have again rendered themselves guilty, and that their king, who had already been in our hands and was given into custody of the Ternatean chiefs, was lost sight of and thus escaped through the flight of the latter when it came to a fight, could not be brought in and rendered incapable of doing further harm to the Company, one having now to be content with the burning of the village Tontolij and the ruin of the surrounding gardens, which were stripped of all fruit trees, and to find consolation in that the crew of the aforementioned 7 Bugis paduwakang, as much by their chosen advantageous position as by the impossibility of being approached by Europeans, to which the swampy ground in which the enemy lay entrenched served so greatly as an insurmountable obstacle, as did the great drift and speed of the rushing water in the river, along which route the commissioners more than once attempted to approach the stronghold, to which was further added that the latter began to experience a lack of provisions. 43: November 1788 The commissioners, on their return journey, visit Buol again. The gugu Catalipa. It being worthy of note that the commissioners, on their return journey to Kwandang, visited Buol again and made an inquiry into the conduct of the gugu Batalipa, of whom it had been said that he had personally gone on the fleet of Poamilie to Kwandang, they learned of the falsehood of this rumor, but also that several Buol people, and mostly those who were in the gold mines, followed him, as well as some Gorontalo people who had been taken along by him on account of debts, were on the fleet with and beside some people of the aforementioned gugu who were also indebted to Boamilie, who, because he would not induce his people to go along voluntarily, had to suffer some mistreatment from the oft-mentioned Poamilie, to such an extent that he 44: the 29th had to take flight. Whereupon the King sent after the already departed commissioners one of the enemy's one-pounder cannons fished up in the river. Remarkable incident of a Bugis prahu met by Kwandang's resident. It is further worthy of recording that Kwandang's resident Baijer, having gone to Kaidipang with a kora-kora that had remained there, according to the commissioners' letter, met en route a Bugis prahu provided with a false pass of the Honorable Mr. Siberg, which to all appearances, as it was very badly damaged, must have belonged to the enemy fleet, that prahu being shot through with 7 cannonballs, the nakoda and two of the crew severely wounded, by the Ilanuns as they pretend, and precisely at the same time that our people were engaged with the Ilanuns at Buol, while in the meantime the dissension that arose among the enemies on account of the bad success of their arms tends to great reassurance, King Alam, who is very angry with Poamilie because the latter abandoned him, wanting to demand a good sum of money from Poamilie or otherwise wage war with him. 45: November 1788 The commissioners of the prahu fleet and other chiefs to be favorably remembered in a recommendation to His Right Honorable Excellency. Gorontalo's resident is fearful of new attacks by the enemy. The commissioners von Lutzow, Muller, and Schroefsky in the first place, and subsequently the chiefs and subordinates of the maritime forces, militia, and artillery who served and distinguished themselves under their command, being destined to be favorably remembered with a favorable recommendation to the Honorable High Indian Government, after the same shall be designated by name in an incoming compendious report, it was approved and resolved not to send any further letters to the said commissioners, who are expected back shortly. Although it can and may now be deduced from the above that one has no harm to fear from the side of the beaten enemy for a long time, which is also the commissioners' opinion, one must nevertheless note with surprise in the letter from Gorontalo's resident, the Honorable de Zwart, dated 25 August last, his fear of new attacks from the Bugis, who have been so greatly humbled and fallen into the hatred of their confederates. 29
Dutch transcription
42: den 29 „se is geweest, is het weder ontsnapt. De Benting der Boegineesen heeft niet konnen ingenomen worden om reeden hier nevens. Tontolijreesen niet genoeg doende heeft konnen betaald geset worden de Trouwloosheid waaraan sij sig op nieuw hebben schuldig gemaakt en hun koning die reeds in handen der on„ dat derselver koning, die bereeds in onse han„ „den en aan de Ternaatse hoofden in bewaring gegeven is geweest door de vlugt der laatsten, wan„ „neer het op een staan aankwam, uit het oog verloren en dus ontsnapt is niet heeft konnen worden opgebragt en buiten staat gesteld om aan de Comp„e langer kraad te doen, moetende me„ sig nu vergenoegen met het verbanden van de Negorij Tontolij en de rinne van de daarom„ „streeks leggende Thinnen, die van alle vrugt bomen beroofd geworden sijn en sig des getroosten dat de opvarende van voorseijde 7: Boeginee„ „se Padumakan soo door hunne genomen voor„ „deelige positie als door de onmogelijkheid om door Europeesen genadert te konnen worden waar„ „toe de moerassige gronrd waarin de vijand begraven heeft gelegen, soo seer tot een onoverko„ gestref= „melijke hinder paal ged heeft als de grote dritse en snelheid van het aflopend water„ in de Ririer, langs welke route de gecom„ „mitteerdens meer dan eens getragt hebben wijgenst Benting 43: Novembr 1788 De gecommitteerden doen bij hun terug reise Brool weeder besoeken den goegoegoe Catalipa. Benting te apprecheere, waerbij nog toege„ „komen is dat laats ged„e gebrek aan vivzes begonden te krijgen sijnde der aantekening waardig dat de gecommitteerdens op hun terug reijse na Guandang; Brool weder besogt en ondersoek gedaan hebbende naar het ge„ den ondertok te den na hut gedag van„ dag van den goegoegde Batalipa van wien gesegd is geworden dat personelijk op de vloot van Pocinilie naar Quandang gegaan soude zijn de valschheid van dit gerugt verno„ „men hebben dog ook dat verscheide Birhoolotee„ sen en moest sulke die in de goud mijnen vn „ren, hem gevolgd zijn zoo meede eenige Goron„ „taalders die weg„s schulden door hem meede genomen waren, op de vloot geweest sijn met en benevens eenig aan Boamilie almeede schuldig sijnde volk van den goegoegoe voorn: die, om reeden dit zijn volk om vrijwillig meede te gaan niet hadde willen bewegen, van dik„ „gerepten poanilie eenige mishandelingen hadde moeten ondergaan in soo verre dat de Veugl 44: den 29 „bang resident ontmoetende kpnnn „stoord. vlugt had moeten neemen Waarop de Koning den reeds vertrokken gecommi „teerdens een van der vijanden in de rivier opgevisch te Een Ponder canons heeft nagesonden Aanmerkelijk geval van een door quan sijnde der opteekening nog waardig dat suan„ „dangs resident Baijer volgens der Gecommitteer„ „dens schrijvens met een aldaar verbleevene Corra Corras na Caudipang gegaan, sijnde, onder weegsont „moet heeft een van valsche Rasie van de Edele Heer Siberg geiiunieerde Boegineese Prauws de„ welke naar alle aanschen, door dien seer ontramp„ „neerd was, onder de vijandelijke vloot moet gehoord hebben, sijnde die prauw met 7: canons hogels doorschooten, den Anachoda en Twee der opvarende swaar gewond, door de Hlanongers soo sij voorgevens, en just ter selver tijd dat de om„ „se met de Slanongers op Brohool slaags zijn koning Man is on Boanile heer gen. geweest, Terwijl intusschen tot grote gernstheid streekt de wegens het slegte succes van der vijanden wapenen onder hen ontstane oneenigheid„ willende koning Alam die op Foamilie seer gestoord is oversulx deese hem in den steek ge„ „daten heeft, een goede som gelds door Poanilie aan F 45 Novem: 17888 de gecommitteerde der pruinsvlrot „dere hoofden te goede te gedanken met een favorabel voorschrijven aan H: W: E. Gorontaals rresident is gedugt voor niouwe aanslagen van den vijand. aan hem vervolgd hebben off anders met hem oor„ „logen De gecommitteerdens von Lutzon, Muller en schroefshij in de eerste plaats en vervolgens de Hoofden en mindere uit de zeevart Militie en Arthillerij, die onder hunne beveelen gediend en uitgemunt hebben ten goede sullende gedags worden met een favorabel voorschrijvens aan de Edele Hooge Indiase regeering, na dat de„ „selve bij intekomen compedieus rapott met name sullen weesen aangeweesen wierd goedge„ vonden en verstaan aangemelde gecommit„ „teerdens, die eerlang terug verwagt worden, geen andere schrijvens meer ofte laten gaan. schoon nu uit het bovenstaande kan en mag worden gemaakt dat men van de zeijde van den geslagen vijand in lange tijd geen kwaad te weesen heeft sulx meede der gecommitteerd„s opinie is soo moet min met bereemding in't het schrijvens van Gorontalo's resident den E: de Zwart d: d: 25: August„s l: l: om ware„ sijne bedugting voor nieuwe aanslagen van het soo seer vernedert geworden en in de haat zijner geconsedereerdens geraakte Boegi„ neele 29
English
46 the 29th but who disappeared again, and for that reason he causes the corocores sent thither at his request to return hither, retaining the galley the Arend, for the adjacent reasons. head of Passir, who with the small remnant of his followers was forced to take flight, but for whose designs His Honour in letters of 20 September showed no further apprehension, stating Gorontalo to be in complete peace, and that for this reason, as well as because his supply of rice was running out, he had resolved to let the 10 Ternate corocores sent thither at His Honour's request made by letter of return hither, retaining the galley the Arend until such time as the pennant-bearer of this cruising expedition flotilla driven to Kema, the Lieutenant Michiel Wijmoet with the pantchiallang the Tidor, with which the Council's original letters of the were to be brought, the duplicates having been sent via Manado and Kwandang, should have arrived there, and His Honour consequently should have been informed of the orders of this administration regarding the use he was to make of the force sent to His Honour, it must be understood, since the same are nevertheless contained in the instructions for Wijmoet aforesaid and the commander on the aforesaid 47 November 1788 Complaints by the Resident of Gorontalo against the commander of the aforesaid galley, Sub-Lieutenant Worm. galley, the Sub-Lieutenant Jan Carel Worm, to whom the Governor, out of precaution upon the cruiser's departure, handed a duplicate, and which naval officer proceeded properly therewith, showing the same after his return to Gorontalo to the Honourable De Swart, who thereupon coolly gave him to understand that the same was good for him, Worm, and that His Honour had requested no help from here, see the commander's letters to this government dated 25 September, so as to reward his grudge here, so it appears, at the expense of the Company's interests, against the last-mentioned commander, who is accused by His Honour of having set up a petty trade stall to sell the trade goods he brought along, entrusting the care of his vessel to a few sailors, and permitting the corocores to be hauled onto the beach, without being willing to allow that, when the Resident requested him for two of these vessels to convey the letters mentioned in the joint resolution of this Board, they be handed over, pretending that the Ternate chiefs would not agree to this, whereas 48 the 29th Complaints of the last-named against the Resident. Deliberation regarding this. the Honourable De Swart had nevertheless obtained the same from the said chiefs upon the first request; while the repeatedly mentioned commander is not indebted to the Resident, but in his aforementioned letters likewise brings complaints against him, that His Honour, in dispatching the corocores back, did not send him along to Parigi, of whose garrison, as he had heard, no word or sign had been received in 24 months, and who he thought would never return again. Now this having been deliberated upon, it was approved and agreed to ratify the rations supplied to the Ternate auxiliary troops, to be replenished upon the expected arrival at Gorontalo of the pantchiallang the Tidor from the provisions put aboard that vessel, as well as the return of those auxiliary troops; with the remark, however, that after the presentation of the above-mentioned instructions made to the Resident by Worm, the contents of which, since nothing more was to be feared at Gorontalo, might and ought to have taken place via Parigi and together with the galley the Arend, as it could still have been reached by sail at that time, and Resident De Swart was aware of 49 Continued. November 1788 the desire of this government to be thoroughly informed regarding the state of affairs there, for which last year, owing to the unexpected return of Fakir Kadak, sent hither by him but recalled along the route by the Resident for good reasons, it went to trouble in vain. It is certain, meanwhile, that the commander on the galley the Arend, the aforementioned Sub-Lieutenant at Sea Jan Carel Worm, even though he might have been regarded by the Honourable De Swart as head over the cruising flotilla in the absence of the first commissioner, the Lieutenant at Sea Michiel Wijmoet aforesaid, ought to have complied with the requisition of the Resident for the delivery of two corocores for the conveyance of letters to Amurang, without having to be requested for this as the Resident wrongly did, whereas he only needed to have issued a written order for the aforesaid delivery, since it is at the same time true that in the governorships to the residencies, all the Company's vessels sent from the main office are consigned directly to the chiefs or Residents residing there. 29th
Dutch transcription
46 den 29 dog die weeder verdwijnen. en doet uit dien hoofde de op zijn ver„ „zoek na derw„s gezonden corra Corras na hem„ reverteeren met aanhouding van de Galower ten Arend. om nevenstaande reeden. „neese Hoofd van Passir, die met het gernige overschot sijner aanhanger de vlugt heeft moeten neemen, dog voor wiens desseinen sijn E: bij schrij„ „vens van den 20:e Septem: geen bedugting meer betoond te hebben, seggende Gorontalo in volle rust te sijn in dat hier om so meede uit hoofde sijn voorraad aan rijst opraakte te rade geworden was de op sijn E„s bij brieve van den gedane versoek na derw„s gesonden 10: Ternatitse corta Corras na herw„ts te laten reverteeren, met aan„ houding van de Galuwet den Arend tot tijd en wijle de na Kema verdreeven Wimpelvoerder van dit kruiken Expeditie vlootje die Luit„t Miskiel Wijmoet met de Pantjallang de Tidor, waarmeede sraads origineele Letteren van den .. - moesten worden aangebragt, sijn„ „de de Duplicaaten over Manado en Quandang ver„ „sonden geworden/ aldaar soude weesen gearriveerd en sijn E: dien volgens soude weesen geinunieerd met de leveelen van dit ministerie, specteerende het emploij dat van de zijn E: toegesonden magt (moet men begrijpen) te maken hadde, daar deselve nogtans begreepen sijn in den Instruc„ „tie voor Vrij moet voorn: en de gezaghebber op voorm: 47 Novem: 1788 klagten door Gorontaals resident tegen den Gezaghebber van voorn: Galorret de Sous luitenant Worm. voorm: Galowet den sous Luitenant Jan Carel Worm. aan wien de Gouverneur bij vertrekt der kruisser ui't voor„ „sorgt een wedergade ter hand heeft gesteld en welke zee offecier daar meede behoorlijk is te werk ge„ „gaan, deselve na retour te Gorontalo vertoonen de aan den E: de Swart, die hem daar op koel„ tjes te verstaan gegeven heeft dat deselve goed voor hem worm was en dat zijn E: om geen hulp van hier versogt hadde vide 't gesaghebbers Letteren aan deese regeering d: d: 25: septem: om hier meede positie soo toescheind, met post van 'sComp„s belan„ „gevt, sijn wrok te beloonen tegen laatstgem: Ge„ „zaghebber die van zin E: betigd word kraamtje vlingelandt opgezet te hebben tot verdebiteering sijner mee„ „de gebragte Negotie goederen, de sorg aan zijn vaartuig aan eenige matroosen toebetrouwende en toelatende dat de Corra Corras op het strand gehaald wierden, sonder te willen gedogen dat de resident die hen om twee deeser scheep vaar„ „tingen versoek gedaan hadde ten overbreng der bij gemeene resolutie deeser Tafel gementioneerde brieven afgegeven wierden, voorwendene dat de Ter„ toe „naatse hoofden hiertoe niet verstaan wilden, daar 29 48 den 29 klagten van laatstgem: tegen den resi„ ien Deliberatie dies wegens. daar den E: De Swart deselve nogtans op eerste requis is, van ged„e hoofden verkreegen had, terwijl de Gezagheb„ „ber meerm: den resident niets schuldig blijft maar in voorsegde sijne Letteren insgelijks klagten tegen den selve inbrengt over sulx sijn E: de corra Corras terug depe„ „cleerende hem niet meede weg dan wel na Barigie van welker besettelingen, soo hij gehoord hadde in 24: manden geen taal ofteeken vernomen was en die hij dagt dat mimmer weer terugt komen souden. Dan hier over gedelibereerd sijnde wierd goedge„ „vonden en verstaan de gedane verstrekkingen van rand„ „coenen aan de Ternaatse,„ hulpbenden om bij de te gemoet gesiene komst op Gorontalo van de Tan„ „tjallang de Tidor, uit den dat kieltje ingegeven voortaad aldaar, weder geresorteerd te worden, soo„ meede de terug sending dier hulp benden, onder remarque nogtans dat sulx na de aan den resideet door wormn gedane vertooning der bovengemelde instructe welker inhoud, door dien op Goronta„ dugten „lo niets meer te deegen stond, over Pariegie en met de Galowit den strand te gelijk, hadde mogen en behoren te geschieden als toen ter tijd nog hebbende konnen beseijld worden en den Resident de swart se over bekend 49. vervolg. Novem: 1788 bekend geweest het verlangen deeser regeering om wegs de gesteldheid van saaken aldaar grondig g'informeerd te weesen, waartoe sij voorleeden jaar, mits het onverwagte retour van den door hem na herw„s aff„ „gesonden dog op de route om wiij: goede reedenen door den resident te rug ontboden Fackier kadac, te vergeefsch moeijte heeft laten doen sijnde in„ „tusschen seeker dat den Gezaghebber op de Galeij den Arend den Sousluit ton Zee Jan Carel Worm voormeld, schoon ook als cheff over de kruis vloot bij absentie van den Eersten gecommitteerden den Luit„s ter Zee Michiel Vijmoet voorn: door den E: De Swaact hebbe moge worden aangemerkt, aan het requi„ tit van den resident hadde tot afgave van twee corra Corras ten overbreng van brieven na Amoerang hadde moeten voldaen, sonder hiertoe versogt te worden gelijk de Resident verkeerdelijk gedaan heeft, daar hij alleen beno„ „tigd hadde gehad tot voorm: afgave te verleenen eene schrieftelijke ordre, dewijl te gelijk waar ^ in de Gouvernementen na de residentien is dat alle van 't Hoofd Comptoire afgezonden wor„ „den den Comp„e vaartuigen direct aan de aldaar. 5 sijnde hoofden of Residenten, geconsigneerd wordende en 29:
English
50 the 29th continued. resolved to let the above serve for the instruction and observation of the naval officers, and to notify them by an extract thereof, the employment of the same remaining deferred to the residents as a matter of course, even if they belong to a cruising and expeditionary journey, as was the case here, and the commanders commanding thereon—which does not strictly apply to Wijmoet or Worm—are higher in quality and might also have the rank above the resident, provided that, as stated above, the orders are given in writing and the consequences resulting therefrom thus remain the responsibility of those who gave them, while the commanders of a cruising fleet, whether they are higher or lower in rank than the residents, in case of an attack or the planning of military operations, must always proceed with communication with the last-mentioned, if present. All of which was understood to serve as a permanent order for the instruction and observation of the naval officers stationed in this government, to whom it was also approved to make this resolution known by an extract to be issued by or delivered to the Captain at Sea and the Equipment Master Daniel van Waningen, in order to prevent 29 November 1740 To have an extract delivered to Sub-Lieutenant Worm upon return from the letter of the resident of Gorontalo regarding the complaints brought against him. Further deliberation on the aforementioned complaints. disputes and the neglect of the master's service for the future. It was also resolved, upon the return of Sub-Lieutenant Jan Carel Worm, to have delivered to him an extract from the letter of Gorontalo's Resident De Swart relating to the complaints brought against him concerning the setting up of stalls and an apparent lack of supervision, both over his assigned galivat and over the Ternatean kora-koras under his command, in order to account for himself satisfactorily in that regard. Although the carrying of native trade goods in vessels equipped for war and sent out against the enemy somewhat conflicts with the cruising duties, and the transit of trade goods for the turnover of the same—for which peaceful times are required—should preferably embrace more favorable opportunities where no damage was to be expected, nevertheless consideration was given to the situation in which cruising commanders very often find themselves, seeing no enemy, as was 51: 1621 52 the 29th continued. The commanders of the Company's vessels permitted to sell their trade goods. the case with Sub-Lieutenant Worm, and that they are nevertheless detained without earning anything toward their expenses in foreign or such places where they do not belong, apart from the trade which, by the mostly impecunious naval officers stationed here, is never carried on so heavily that the Company's vessels are hindered by it or brought into such a state that they could not maneuver against an enemy; while for the disadvantage that the Company might suffer from private trade at the gold-bearing trading posts, measures were sought by this council by resolution of the . . . . . For which reason it was approved and understood, without deviating from the aforementioned resolution which obliges the naval officers to place all dust gold collected by them into the hands of the residents, to permit the commanders on the Company's lesser vessels the unhindered sale of their trade goods, not being contraband goods, at all places belonging under the jurisdiction of this Government, wholesale and retail, indifferently to whom; in the same manner as such has been permitted to the ship's authorities 53 Upon the Resident's declaration that Gorontalo might be assaulted by Magindanaos. Cruising fleet dispatched thither. Their appearance. Displeasure of the said resident regarding their summoning and their return. 29 November 1788 by the Noble High Indian Government, with the understanding, however, that the said lesser vessels shall always retain the necessary space to be able to load and, when going on an expedition, to be able to maneuver properly. The apprehension expressed by the resident in his letter of the [illegible] that Gorontalo might be assaulted on the south side by Magindanaos, having caused this council to resolve upon sending a cruising and expedition fleet thither at the instance made for this purpose by His Honor, one sees with surprise the displeasure of the Honorable De Swart, both regarding their appearance and regarding the unwillingness of the commanders on the Ternatean kora-koras to return hither without having accomplished anything from Kema, where they had fallen off to, after having been exhorted to this end, in order to avoid expenses, by Manado's Resident Schierstein, who, apart from Poanilie and his followers, whom he knew had been driven away from Guandang, had heard of no other enemy.
Dutch transcription
50 den 29 vervolg. beslooten het bovenstaande te laten sterken tot Narigt en observantie der Zee officieren Extract daar van te verwittigen wordende het emploij deselve als Even van selve spreekende saak aan den residenten gedefereerd blijft, ofschoon se tot een kruis en Expeditie tocht„ gelijk hier het geval geweest is, gehooren mogen en de daarop commandeerende Hoofden, 't gunt op Wijmoet of worm juist niet toe passelijk is hoger in qualiteit sijn, en den rang tevens den resi„ „dent hebben mogt mits als boven gesegt, de bevee„ „len schrieftelijk gegeven worden en de daar uit pro„ flueerende gevolgen dus blijvende ter verantwoor„ „ding van de geenen die te konnen te geven, ter„ wijl de hoofde op een kruisvloot, het sij deselve hoger op minder in rang den de residenten sijn in cas van attacque of beraming, van krijgs ope„ „ratien altoos met laatstgemelde communicatie te werk moeten gaan bij aldien present sijn werk een en ander verstaan wierd als een permanent ordre te laaten strekken tot narigt en obtervan„ „tie der in dit gouvernement bescheijden zee ote„ „cieren aan de welken tevens goedgevonden wierd van dit besluit, bij een aan den Cap„ ter zee en en den Eij: meester bij en of te geven Exquipatie meester Daniel van waningen afte„ „geve Extract te doen verwittigen tot vernijbing van 29 Novemb: 1740 Den sous Luis„t woon bij retour te laten afgeven Extract uit de brieff van Geron„ „taals resident wegens de tegen hen in„ „gebragte klagten. Nadere deliberatie van voren gerepte vlagten. van disputen en veragtering van 's meesters dienst voor het vervolg. ook wierd beslooten bij retour van den sousluij„ „tenant Jan Carel Worm aan hem te laten, afgeven Extract uit den brieff van Gorontalos Resident De Swart met relatie tot de tegen hem ingebragte klagten wegens het opslaan van Kraamtjes en toeschijnelijk gebrek aan toesigt, soo over zijn onder hebbende Galowet, als over de onder sijne beveelen staande Ternaat„ „se Cona Corras, om zig dienwegens satisfac„ „tovilijk te verantwoorden. Hoewel het meede voeren van Negorij Goede„ „ren in vaartuigen, die ten oorlog sijn uitgelust en tegen den vijand uitgesonden worden wel eenig „sins de in bekruissing gezonden wordende over„ „voer van Negocie goederen tot de omsetting der selve waartoe geruste tijden gehoren, liefst f gunstiger gelegenheeden omhelsen omsten, waarbij geen schade te verwagten hadden, soo wierd nogtans geconsidereerd het geval waar in de kruishoofden al veelstijds geraa„ „ken dat geen vijand te sien krijgen gelijk het geval 51: 1621 52 den 29 vervolg. aan de gezaghebbers, ven'sComp„s vaartui„ „73n de verkoop hunner Negotie goede„ „ren gepermitteerd. geval met den sous luitenant Worm geweest is, en dat sij nogtans aangehouden worden, sonder iets tot hunne te doene bekostigingen op vreemds of sulke plaatsen alwaar niet te huis gehoren over te komen winnen, buiten den handel, die door de hier be„ „scheijden meestendeels onvermogende zee offecieren tog nimmer seer sterk gedreeven word dat 's Comp„s vaartuigen 'er door belemmerd of in sodanige staat gebragt worden dat tegen een vijand niet souden kunnen manuceeren, terwijl voor het nadeel dat de Comp„e uit den particuliere han„ „del op de goud gevende Comptoiren door dit mi„ „nisterie bij besluit van den. . . . . gesogt is geworden, waarom goedgevonden wierd en verstaan, sonder afwijking van bovengemeld besluijt het welk de zee officieren verpligt al het voor hen in„ germld worden stoff goud te stellen in handen van de Residenten; aan de Gezaghebbers op 's Comp„s min„ dere vaartuigen de onder hinderde verkoop hunner Ne„ „gotie Goederen geen contrabanda wharen sijnde op alle onder het resort van dit Gouvernement gehoorende plaatsten uit grosen in 't klein, onverschil„ „lig aan wien; even en sodanig als sulx aan de scheeps overheeden 53 op 's Residents betuiging. dat Gorentabo door Magindanauers magt worden aangerand. dew„s afgezonden. verzelver op daging. 29. Novem: 17888 overheeden voor de Edele hoge Indiase regeering gepermitteerd geworden is, met dien verstande nogtans dat gesegde mindere vaartuigen altoos sullen blijven behouden de nodige rumte om te konnen laden en in Expeditie gaande, te kon„ „nen manuweeren na behooren. De te bennen gegeeven bedugting van den resident in desselfs Letter van den dat Gorontals aan de zuijdzijde door Magin„ „danauersmogt worden aangerand, dit mi„ „nisterie tot de afsending eener kruijs en een kunsvlogt en zijne instantie in Expeditie vloot na derw„s hebbende doen besluij„ ongenoegen van gem: resident wegens, ten op de hier toe door sijn E: gedane uitstantie, soo siet men met bevreemding het ongenoegen van den E: De swart soo weg„s derselver op daging, als wegens de onwilligheid der hoofden op de Ter„ „naatse Corra Corras, dan onverrigter sake van kema, alwaar vervallen waren, na herw„ts terug te keeren, na dat hiertoe, ter vermijding van kosten, door Manados resident schierstein, die buiten Poanilie en zijne aanhangers, die hij wist dat van Guandang, verjaagd waren, van geen andere vijand gehoord had ver„ „maand
English
the 29th. communicated complaints of the Honorable D. Swart regarding the Limbotto kings and grandees effect of the accompanying resolution had become, while the President's statement, in his letter of the aforementioned 20th September that the said auxiliary bands, finding nothing to do at Gorontalo, would have liked to attack the local inhabitants, if they had only received permission for this from him, the resident, appears as obscure as it is incomprehensible. Upon the communication by Gorontalo letters dated 25 August, that the Limbotto king and grandees, in contempt of the order received from the Honorable De Swart, did not wish to await the return of the cruising chiefs at Guandang, but all departed from there, the one to Limbotto, the other to the warm water, and a third somewhat further; while the dead king Aackie, along with those of his following, have declared their wish to take up residence at the warm water, or at Quandang; it was approved and agreed to await the effect of the secret resolution of this Table of the 16th October last. Concerning the Faikier Holadoe described as a smuggler, of whom it is said that upon the departure of Boamilie from Guandang he had gone either to Moeloesiepat, or to Moetoen, or to Souse, or to Pogiama; it was approved and agreed to write, that good orders must be established in the gold mines to either catch him in the trap or successfully counter his smuggling trade, after it shall have become fully evident to the resident that Holadoe actually engages in this. And regarding the still unperformed surrender of his rifle by Sergeant Jacob Semet, who was provided there during the troubles with the weapons of a soldier, it was approved and agreed to reply that he, being commanded thereto, as one believes, will indeed have to carry out the said surrender. Furthermore, the disbursement of 300 rixdollars made upon their request by the Honorable De Swart to the commissioners on the cruising fleet, the Honorable von Lutzow and associates, was approved for further accountability; it was approved and agreed to demand the said passage in original. Lastly, upon the letter from Guandang's resident Baijer to Gorontalo's resident De Swart dated - - - - - after his retreat from there, that the Limbotto people had caused more damage than the enemies would have done, especially regarding the Company's effects; which King Tilahoenga received under his custody and under lock from Resident Baijer, but refuses to know anything about, although many of them went missing, and the former Captain Laut Bienie, out of reprisal for a slave who was allegedly abducted from him, removed and appropriated one of the rantakkas of the late Poanilie that had remained in custody under the resident in the powder house; it was approved and agreed, provisionally resolved to leave for the account of the aforementioned Baijer all the Company's effects lost after his retreat to Quandang, without prejudice to his claim upon the Limbotto kings, until such time as he shall have been able to show a receipt or proof that King Tilahoenga took the goods into his custody. Beneath stood: Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange, date as above. Was signed: A. Cornabé, B. S. Wenthold, J. G. W. Heinrich, G. F. Durr, W. F. Mersz, J. J. Bax, and D. Ogelwight. Saturday the 31st January 1789. In the morning at 8 o'clock, meeting of Policy. Present: The Honorable, Venerable Sir, Governor Alexander Cornabé Merchant, Secunde, and Chief Administrator Bernard Sebastiaan Wenthold Captain and Head of the Military Johan Godlob Wilhelm Heinrich Junior Merchant and Fiscal George Fredrik Durr Junior Merchant and Secretary Willem Fredrik Mersz Junior Merchant and Pay Bookkeeper Jacobus Josephus Bax and Military Secretary Daniel Ogelwight. The transaction of common affairs having ended, and produced at the Table being the compendious report and appendices of the commissioners sent in the month of June 1788 with two pantjallangs, one galley, and twenty Ternate kora-koras for the relief of Quandang and the expulsion or capture of its oppressors, the Buginese chief of Passier, Poanilie, and adherents, namely Captain Lieutenant Engineer Baron von Lutzow, Naval Lieutenant Jan Muller, and Ensign
Dutch transcription
54: den 29. bedeelde klagten van de E: D: Swart wegens de Limbotsche koningen en Rijksgrooten „fect van het nevenstaande be„ „stuit maand geworden waren terwijl Presidents gezegde, in sijnen brieff van den 20:e Septem: voormeld dat opged„e hulx benden, te Gorontalo niets te verrigtin vindende, de Ingeseeten aldaar gaan „ne soude hebben aangewent, wanneer hier„ „toe van hem resident slegts verloff gekree„ „gen hadde, soo duister als onbegrijpelijk voorkomt. Op de bedeeling bij Gorontaalse Letteren d: d: 25: Aug„s dat de Limbotse koning en rijks„ „grooten in vilipendi der van den E: De Swart ontfan„ „gen last, het retour der kruis hoofden op Guandang niet hebben willen inwagten, maar alle van daar vertrokken sijn, de Een na Limbotto de ander na het warme water en een Derde wat verder„ tewijl De dood koning Aackie, nevens die van sijnen aanhang, verklaard hebben op het warma water, dan wel op Quandang, verblijff te wil„ beslooten te blijven inmogten het et„ len houden; wierd goedgevonden en verstaan te blijven inwagten het effect van het secreet be„ „sluit deeser Tafel van den 16: october jol: Belangende den als een moshandelaar 1 beschreeven . 55 Novem: 1788 gaan den Resident aanteschrijven dat goede ordre in de goud mijnen gesteld moeten worden. nevenstaande afgave van Contanten door den 6: de Swart aan de gecommit„ „teerdens der kruisvloot gepasseert. beschreeven Faikier Holadoe, van wien gesegd wordt dat sig op vertrek van Boamilie van Guandang begeven soude hebben, off na Moeloesie pat, off na Moetoen, dan wel na souse, off na Pogiama; wierd goedgevonden en verstaan aan te schrij„ D ven, dat Goede ordres in de Goud mijnen ge„ „steld moeten worden om hem, off in den kinp te krijgen, off in simen sluijkhandel, met vrugt, tegen konnen Gaan, na dat den resident ten volle sal gebleeken weesen dat sig Holla„ „doe daarmeede weesenlijk ophoud. En wierd nopens de nog niet gevolgde afgave van zijn geweet door den aldaar in de trouble met de wapens van een soldaat voor„ „sien geworden sergeant jacob Semet, goed„ „gevonden en verstaan te rescribeeren dat hij gemelde afgave, daartoe gecommandeert wordende, soo men meend, wel sal moeten laten volgen voorts wierd gepasseerd de door den E: De swart aan de Gecommitteerdens op de kruisvloot den E: voor Lutzoir C: S: op hun versoek Gedane affgave van rd„s 300: tot nadere verantwoording wierd goedgevonden en 29. ½ - den 29. op het schrijvens van Guandangs re„ „sident Baijer aan die van Goodir „talo. Effecten door koning Filahoenga. voor reekening van gem Baijer en verstaan gesegde Pasce in: Origineele op te Eijschen Laatstelijk wierd op 't schrijvens van Guan„ „dangs Resident Baijer aan Gorontalos re„ „sident De swart d: d: - - - - - na zijn retracte van daar dat de Limbotters eijgenhuis ge „houden hebben, dan de vijanden zouden hebben komen wegens het abtent brangen van Conp:s doen, voor al omtrent 's Comp„s effecten; die koning Glve Tilahoenga onder zijn bewaring en onderslot van den Resident Baijer ontfangen heeft, maar van niets weeten wil, schoon daar van veele absent sijn geraakt en de oud Capitein Laut Bienie uit repiesailla weegens een slaaff, dien van hem ontvoerd zoude hebben, een der onder den resident in bewaring gebleven rantakkas van geleg Po„ „anilie uit het kruithuis gehaald, en genaast heeft goedgevonden en verstaan provisioneel besloote deselve provisionele te laten te laten voor reekening van Baijer meerm: alle de na zijne retraite op Quandang verloonen geraakte Comp„s effecten, behoudens zijn Qua„ „rant op de Limbotse koningen, tot tijd en wijlen hij sal hebben konnen vertoonen qui„ „tantie off bewijs, dat koning Tilahoenga 56 de 57 29. Novem: 1788. de Goederen onder zijn bewaaring genoomen heeft. /:onderstond:/ Aldus Gedaan en Geresol„ „veert te Ternaten ten Casteel Orange dato voorsz: /:was geteekend:/ A: Cornabé, W: Heinrich B: S: Wenthold, J: Gt Durt W: F: Mersz: G:F J: Bax en D: Ogelwight 58 Den WelEdelen Agtbaren Heer. „ Koopman secunde en Hoofdadministrateur „ Capitein en Hoofd der „ „ _„o „ Secretaris geproduceert berigten bijlagen van de in a„o p„o na Quandang afgesonden gecom„ „mitteerden. Militie. . . . . . Alexander Cornabé Bernard Sebastiaan Wenthold Johan Godlob Wilhelm Heinrich, „ onderkoopman en fiscaal George Fredrik Durr Willem Fredrik Mersz: Jacobus Josephus Bax en Ogelwight Dantel „ p„s _„o en soldij Boekhouder De verhandeling der Gemeene saken afge„ „lopen en Ter Tafel Geproduceerd sijnde Compendieus Berigt en Bijlagen van de in de maand Junij 1788: met twee Pantjallang, Een Galeij en twintig Ter„ „naatse Corta Corras tot ontset van Quandangen verjaging, of verhieling van dies benauers, het Boegineese hoofd van Passier Poanilie en Adherenten afgesonden gecommitteerdens den Cap„n Luitenant jngenieur Baron von Lutzow„ den Luitenant ter Zee Jan Muller en vaandrig Saturdag den 31: Januarij 1789. Smorgens te 8: uwren vergadering van Politie. Present. Militair _„o. - . --
English
59. Military officer Lodewijk Sneofsky of the following Content — Concise Report concerning the expedition conducted on the North West Coast of Celebes, submitted against a fleet of hostile Buginese and Hanongers. To the Right Honorable Sir! Alexander Cornabé, Governor and Director, together with The Council of the Moluccas. Right Honorable Commanding Sirs Honorable Sirs! After the undersigned had received on June 15, 1788, from the aforementioned Right Honorable Sir Governor and Council the secret instructions drawn up for their information and compliance, they went on board their respective vessels at eight o'clock in the morning: the First and Second Commissioner on the pantjallang D' Windhond, and the Commissioner on the Kruiser. After they had saluted the roads with 15 shots, they set sail with a fleet of two pantjallangs, one galowet, and 20 Ternate cora-coras. Said fleet was manned by 62 sailors and mounted with 44 cannons from 1 to 4 pounds; 1 Captain-Lieutenant Engineer 1 Military Ensign 51 European and Balinese Soldiers 1 Supernumerary Fireworks Master 1 Gunner 2 Gunners' mates 2 Assistant Surgeons the 31: Together 1075 men and 92 pieces of assorted cannons. After a voyage of [illegible] days, they arrived with the fleet in the Bangka Strait on June 21, and having heard from Captain-Lieutenant Dekkerek, who lay there with the vessel under his command, the bark De Verwachting, that the Manado Resident, the Honorable Schierstein, had received information through a Tidorese proa regarding the condition of Kwandang, they resolved to enter the Bay of Manado. On June 23 they came to anchor in the roads of Manado, where the Resident informed them that the Buginese were still all at Kwandang and the Limboto people were in the greatest distress. Setting sail again that very evening, they came to anchor at Kaidipang on June 29, not only to obtain closer and more accurate news of the enemy's position here, but also, according to the honored secret instructions received from your Right Honorables, to take along King Guide of Kaidipang and to send word of our arrival to the Gorontalo Resident, the Honorable De Swart. We obtained eight chiefs from the King of Kaidipang to serve as guides. Having just passed the eastern point of Kwandang, we had some Alfurs spy on the situation of the enemy with small proas, who returned with the report that the enemy had formed a line with his vessels before the mouth of the Hangatta Strait. His position was very advantageous, as before him was a 2 Assistant Surgeons 20 Cora-coras manned with 954 Ternate Alfurs, mounted with 48 small-caliber cannons. Reef. 68. E 61 January 1789. reefs, and at the rear he had a free retreat. As we on June 30, 1788 [illegible] were forced to come to anchor somewhat further in the Bay of Kwandang, we distributed our soldiers among the cora-coras. Ensign Sneofsky had to position himself with 16 cora-coras from behind, before the outlet of the strait, to prevent the enemy from retreating, and the first undersigned stationed himself with the galowet and 4 cora-coras face to face with the enemy, to prevent him from sailing out of the bay at night with the land breeze. This had the result that the enemy burned his well-made bentings, where previously the old fort stood, see plan, and the people took flight on board. Our cora-coras had not even yet reached the outlet of the Hangatta Strait when some enemy vessels already took flight, from which number of fleeing proas the Alfurs overtook several and made them prize. On July 4, the wind still being contrary, the First Commissioner went with his 4 cora-coras to the pantjallang De Windhond and summoned six other cora-coras for the pantjallang De Kruiser and the galowet De Ekster to help us collectively move so far that we could reach the enemy with our artillery. At four o'clock in the afternoon we were far enough that we had the enemy vessels just within reach of our artillery, but no sooner had the enemy fired some shots at us than the cora-coras let go of the towing lines and fled, which forced us to drop anchor and use our artillery as best as possible, and so successfully that we shot one of the enemy's largest vessels to the bottom, two beyond repair, and set one paduakan on fire. This ƒ
Dutch transcription
59. militair Lodewijk Sneofs hij van volgende Contert — Compendieus Berigt weegens de gedane Expetien op de N: W:t Cust van Celebes, teegen eene vloot van vijandelijke Boegineesen en Hanongers ingediend. op Aan den wel Edelen Agtbaren Heer! Alexander Cornabé, Gouverneur en Directeur Benev„s Den raad der Moluccos. WelEdele Agtbare Gebiedende Heeren WelEdele Heeren! Na dat de ondergeteekende den 15: Junij 1788: van in hoof„ „de gem: welEd: Agtb: Heer Gouverneur en raad hadde ontfangen de tot naarigt en op volging voor hun ingerig„ „te secreete jnstructie vervoegde zijnun 's morgens te agt„ uuren aan Boord van derselver respective Bodems den Eersten en Tweede Commissiant op de Pantjallang D' windhout, en de commissiant op de de kruijsser nadat de rheede met 15: schooten gesalveerd hadden gingen zij met eene vloot van 'et Twee Pantjallangs een Galowet en 20: Ternaatse Corra Coras= onderzijl en was gemelde vloot bemand met 62: zee„ „vaarende en gemonteerd met 44: Canons van 1 tol 4: ld: 1: kap„n Luit„t jngenieur 1: vaandrig Militair 51: Europeese en Baliese Militairen 1: Extra ordinaire Vuurwerker 1: Constabel 2: Busschieters 2: ondersurngijn den 31: Tesamen 1075: koppen en 92: p„s Canons in zoort Na een Rijs van 1: dagen kwannen zij den 21:' Junij met de Vloot in straat Banka aan, en van den Cap„n Luitenant Dekkerek (die met zijn onderhebben den Bodem de Bark De verwagting daar lagen, gehoord hebbende dat den Ma„ „nados Resident dE: Schierstein door een Xullokse Trauw naarigt had bekomen nopens de gesteldheid van quandang resolveerden zij om de Bogt van Manado bin„ „nen te loopen: den 23: junij kwaamen zij op de rheede van Ma„ nado ten anker, alwaar de Resident hun verwittigde dat de Boegineesen nog alle op quandang en de Limbosters in de grootste benauwdheid waren: Nog den eijgensten avond wee„ „der onderzijl gaande kwamen zij den 29. Junij op haijdi„ „pang ten anker om hier niet alleen nader en secuurde tijding van de positie des vijands te bekomen, maar ook volg„s de van uw: wel Ed: Agtb: bekomen G'eerde secreete In„ „structie, om Caijdipangs koning Guide meede te nee„ „men en den Gorontaalsen Resident dE: De swart van onse aankomst tijding te geven, wij erlangden van den koning van kandipang agt Hoofden als wegwijsers: effentjes de oosthoek van quandang voor bij zijnde, lieten wij door eenige Alfoeren met kleine Trauwen de stituatie van den vijand bespioneerden; die met Rapport weer om kwamen; dat de vijand voor de mond van de straat Hangatta met zijne vaartuigen eene Lieuie geformeert hadde; zijn positien waas zeer voordeelig vermits voor hem een 2: onderchirurgijn 20: Corra Corras bemant niet. 954: Ternaatse Alfoeren gemonteerd met 48: Canons kl: Caliber Riff. 68. E 61 Jann: 1789. Rissen van agteren een vrije retracte hadde daar wij den 30 Junij 1799 stioten i noodzaekt waren iets verder in de Bogt van Quandang ten Anker te komen zoo verdeelden wij onse militairen op de Corra Corras van vaandrig sneotskij moesten hun van agteren voor den uit„ „loop van de straat met 16: Corra Corras plaatsen om den vij„ „and het retireeren te beletten en de Erseeeste teekenaar po„ „steerde hem met de Galuwet en 4: Corra Corras vis en, vis van den vijand, om hem het uit zeijlen uit de Bogt bij nagt met de Landwind te beletten, dit was dat gevolg, dat den vijand zijn aan wel gemaakte Bentings /:waar voor deesen het zoude fort geweest is, / vide plan verbranden het volk de vlugt aan Boord nam, onse corra corras waren, nog niet eens voorden uit loop van de straat Hlangastra gekomen, of daar gingen al eenige vijandelijke vaartuij„ „gen op stok van welker getal vlugtende prauwen de Altveren eenige agter haalden en prijs maakten. Den 4: julij de wind nog Contraire zijnde zooging de Eerste commissiant met zijnen 4: Corra Corras na de Tantjallang de windhout en ontbood nog zes andere Corra Corras voor de Pantjallang d' kruijsser en de Galowet D' Exter om ons gesamentlijk zoo ver te helpen dat wij den vijand met ons geschut berijken konden Om vier uuren 's namiddags waaren wij zoo ver, dat wij de vijandlijke vaartuijgen effentjes onder het bereik van ons geschut hadden, maar soodraa had de vijand niet eenige schooten op ons gedaan of de Corra Corras lieten de Boeyseer touwen los en gingen op de Loop, het geen ons nood„ „zaakte het Anker te laten vallen, en ons geschut soo goed te gebruiken als mogelijk was, ook zoo gelukkig„ dat wij Een van s vijands grooste vaartuigen in de grond, Twee reddeloos, en Een Paduwaken in de Brand schooten: dit ƒ
English
the 31st This back-and-forth firing lasted from half past three o'clock until dark. Judging by the cannonballs, the enemy must have been very well provided with artillery. Of those that we received in the pantjallang D' Windhond, two cannonballs struck the side, one of which went through, one aft in the bilt, and one through the banjer, though without injuring anyone or causing leaks. The heaviest caliber, as we observed from the enemy cannonballs that fell into our hands, was of 4 lb balls. Our other vessels, likewise being left in the lurch by the corocoras, suffered no damage at all, except that on the galowet the soldier Louis Nette received a grazing shot to his head, and the commander and Lieutenant at Sea Doedes along with 7 more men of his crew were burned due to several cartridges catching fire, though without danger, which was probably caused by an enemy cannonball. During the night the enemy kept quiet. We kept three corocoras by each vessel to keep watch, since we had been informed by spies that Poemilie was inclined to board us, but which resolve was opposed by the Hanvreesen and Magindanauwers, as we learned after the fact. The remainder of the corocoras had to remain lying between us and the mainland to prevent the enemy from fleeing on that side. On the 2nd present, in the morning, we saw that the enemy had changed his position towards us, as he had backed down further astern in order to get out of range of our guns; whereupon we summoned the chiefs of the Ternatans to us and ordered them to let as many Alfurs as they could spare go ashore with muskets, in order, if possible, to surprise the enemy from behind through the salarie forest and give him a brisk fire, though not before we had approached the enemy to attack him severely from the front, while we also had our kedges run out to haul ourselves closer to the enemy. King Nackie, who until that time had sent his Captain Laut to us to ask for four barrels of gunpowder, we gave two, with the request to assemble as many men together as practicable and to act together with our Alfurs. Hardly had we run out two kedges, and no sooner had the Alfurs arrived at their designated place, than they fired recklessly at the enemy without us having fired a single shot yet. Boamilie, who clearly saw the danger coming, took to flight as quickly as possible. Since we could now accomplish nothing more with our vessels, we took to our boats armed with swivel guns, with which we pursued the enemy until dark. Of the Ternatans, three were shot dead and 5 wounded. The loss of the enemy according to his own testimony, as we later learned at Fontolij, consisted of 80 dead, besides the wounded. To our greatest surprise, our corocoras stationed before the exit of the strait returned at the very time when they could have been of the greatest use, since the enemy would have come between two fires had they remained at their post, having however been forced to abandon their post by 13 paduwakangs that the enemy had received as reinforcement, which will likely have brought provisions. This abandonment of this post by our corocoras was the salvation of a part of the enemies. January 1789. the 31st The number of enemy vessels found here at Guandang consisted of 86 vessels, of which the largest can be compared to Java pontings, namely 49 Bugis, among which number were Fontolireesen and Caijlireesen, and 37 Hanovreese or Magindanauw vessels, King Ilo as Chief of the Hanovreesen and Alam as Chief of the Magindanauwers. Among this number of vessels there was not one that did not carry, besides swivel guns, 2 pieces of cannon of 2 lb caliber; of the Bugis and Hanovreesen or mixed Magindanauwers, the largest vessels carried 6 pieces of cannon of 3 to 4 lb. Coming back on board with our boats, we gave orders to the galowet and corocoras to pursue the enemy, and if possible to delay them until we came after them with the pantjallangs. A galowet is indeed a very good sailing and rowing vessel for fighting along the shore in calm water, but against an enemy who dares to stand firm it is very dangerous for the men, since the gunwale is much too low and thus the crew is far too exposed. The long netting, which is barely one and a half feet high, not only takes away the men's courage, but also there is nothing on the entire deck that is protected by this bulwark; guns, men, ammunition, everything is exposed to the enemy fire, from which, as we experienced at Quandang, the most detrimental consequences can arise, as evidenced by the catching fire of the cartridges by an enemy cannonball. We
Dutch transcription
den 31 dit over en weer schieten duurde van halff vier uuren tot Donker toe, den vijand moet na de koegels te vordeelen heel wel van geschut voorsien zijn geweest, die wij in de Pantjallang D' winthoud bekomen hebben Twee kogelen kwamen op zijde waar van de eene door is, eene agteren in de Bilt en eene door de Banjer door, dog zonder ijmand te beschadigen nog Lekagies te veroorsaak; het swaar„ „ste Calieber zoo als van de vijandlijke koegelen die ons in handen zijn gekomen hebben ontwaard was van 4: lb: Bals„ onse andere vaartuigen op gelijken wijse, van de Corre corras in steek gelaten zijnde hebben in't geheel geen schade be„ „komen behalven op de Galowet heeft de Militair Louis Nette eenen schraamschoot aan zijn hoofd bekomen en de Gezaghebber en Luit„s ter zee Doedes met nog 7: man van zijne Equipagie zijn door het in brand raken van eenige Cardoesen verband geworden dog zonder gevaar„ dat denkelijk door een vijandelijke koegel toegekomen is. Geduurende de nagt hield den vijand zig stil, wij hiel„ „den bij ieder vaartuig drie Corra Corras om te oppassen vermits ons door spions verkligt was dat Poemilie gesind was ons te Enteren maar welk besluit door de Hanvreesen en Magindanauwer is tegegaan geworden, zoo als wij na dato ervaren hebben de over rest van Corra corras moesten tusschen ons en de vaste wal leggen blijven om den vijand de vlugt van deze zijde te beletten, den 2: P„s smorgens zagen wij, dat den vijand zijne positie jeegens ons veranderd haden, alzoo hij meer agter uit „ gedemst was, om buiten het bereik van onse stukken, te komen; waarop wij de hoofden der Ternabaanen bij ons ontboode, en haar ordonneerden om zoo veel Alvoeren als zij missen konden met snaphaanen aan de wal te laten gaan, om indien het mogelijk was den vijand van 62: 63 Jann: 1789. van agteren door het salarie Bosch te surpremeeren en braac vuur op hem te geven, dog niet eerder tot dat wij den vijand genodert waaren om hem gevoelig van vooren te attacqueeren terwijl nog onse werpen uitbren„ „gen lieten, om ons nader aan den vijand te haalen koning Nackie die tot dien tijd zijnen Cap„n Lauwst bij ons gesor„ „den hadde om vier vaten kruit te vraagen, gaven wij twee met versoek, zoo veel volk bij een te vergaderen als doenlijk, en met onse Alfoeren te samen te ageeren, nauwlijks hadden wij Twee werpen uitgebragt en de Altoeren waaren zoodra niet op haar bestende plaats aangekomen of zij schooten, maar Vries op den vijand los. sonder dat wij nog eenen schoot ge„ „daan hadden, boanilie die het gevaar wel aankomen zag, ging zoo spoedig als mogelijk op de vlugt, dewijl wij met onse vaartuigen nu niets meer uitvoeren konden, zoo gingen wij in onse met draaijbassen gewapende schuijten, waar meede wij den vijand vervolgden tot donker toe, Ternatanen zijn drie Dood geschooten en 5: „geblesseerd het verlies van den vijand volgens zijn eigen ge„ „tuigenis /:zoo wij nader te Fontolij vernoomen hebben, heeft buijten geblesseerden in 80: Dooden bestaan: tot onse grooste verwondering kwamen onse voor den uitgang van de straat geplaatste Corra Corras juist op die tijd terug wan„ „neer zij van het grooste nut hadden kunnen zijn, ver„ „mits de vijand tussen twee uuren gekomen was, wanneer zij op haar Post waaren gebloeven, zijnde egter tot het verloten van haar Oost genoodzaakt geworden door 13: Raduwakans dien den vijand tot secours bekomen hadde die denkelijk mondkost zullen aangebragt hebben, die verlating van deese Post door onse Corra Corras„ is het behoud van een geeste der vijanden geweest. Het O den 31 Het hier op Guandang gevonden getal der vijandlijke vaartuigen heeft bestaan in 86: vaartuigen / waar van de grooste met Gonting Javas konne; vergeleeken worden:/ als 49 Boegineesen, onder welk getal Fontolireesen en Caijlireesen zijn geweest en 37: Hlanvreese of Margindanauw, se vaartuigen den koning Ilo als Hoofd van de Hanoree„ „sen en Alam als Hoofd van de Magidanauwers onder dit getal van vaartuigen is met een geweest die niet buiten den draijbassen 2: p„s Canons van 2: lb: Calieber gehad heeft: van de Boegineesen en Hanongers of gemengde Magindanan„ „wers hebben de Grooste Vaartuigen 6: p„s Canons van 3: â 4: lb: gevoet. Met onse schuiten terug weder aan boord komende gaven wij ordre aan de Galowet en Corra Corras om den Vij„ „and te vervolgen, en mogelijk zijnde zoo lange op te hou„ „den tot dat wij met de Pantjallangs agter na kwamen, van een Galowet is wel een zeer goedzeil en roeij vaartug om langst den wal in stil water te vegten, maar telgens een vijand die staan durff zeer gevaarlijk voort volk ver„ „mits het Boord veel te laag is, en dus de maans al te bloot staat de lange koorden waar van net een en halff voet hoof is beneemen niet alleen het volk den moet, maar ook is niets op 't heele der dat door deze Boor„ „weering beschermd word, stukken mans ammunitie alles is aan het vijandlijk vuur bloot gesteld, waar uit zoogelijk wij te Quandang ondervonden hebben de aller nadeeligste gevolgen onstaan kun„ „nen gelijk tot een bewijs sterkt het in Brand vliegen der Cardoesen door eenen vijandlijken koegol. Wij 64:
English
January 1789. We went ashore with our boats to inspect the condition of the fort, where we met King Nackie with some chiefs of Gorontalo and Limbotto. King Nackie made us believe that he had kept watch in the fort all that time since the Resident left Quandang, but afterward the contrary proved to be true, since the said old King Nackie as well as the new King Tilahounga entirely left the command of the said small fort under the authority of the Wallepoeloe Tafik of Gorontalo and Captain Laut Amadie of Guandang. After we had sent our wounded ashore at Quandang to Djoegoegoe Djudoeff with a surgeon, as they would have been very much in the way on our vessels, we set sail on the 3rd of July at four o'clock in the morning. As the Buginese vessels, as well as those of the Hanors and the Magindanaos, sailed better, they could still be seen by us the next day, but it was impossible to overtake them because the pantjallangs would not move forward at all with a light breeze. The Hanorese, who did not lay their course as well as the Buginese, but indeed knew that they could not be overtaken by our vessels, attempted several times to engage us in battle, but had positioned themselves at all times in such a way that wherever we attacked them, we would run aground on shallows or reefs. Moreover, these pantjallangs, sailing as they do with their ordinary crew, are exposed to very many dangers from the enemy, because these vessels can place no cannon aft as well as fore, so that when it is calm, these vessels can be fired upon and boarded by the enemy from fore and aft without being able to offer the slightest resistance. Experience teaches that it is in this manner that all our vessels have been captured by the Magindanaos. Fore, these keels could be assisted with a removable capstan, and aft, the quarters of these vessels are wide enough to place gun ports there, by which modification these vessels, on account of their strong construction, would be able to deal with an enemy in these regions. Because their vessels were crippled, the Hanors were forced to run into the river of Borhool, by which we gained time to overtake them here. It was also reported to us that they had received some proas for reinforcement, and intended to set sail again this night. This caused me, the first signer, to resolve—since our vessels were still far outside the bay—to board the corocoroes with the soldiers I had with me on the pantjallang the Windhond, and to place them directly before the river mouth where the enemy lay at anchor, and to shut him in here until our fleet had approached. The enemy also tried to put out some vessels, but seeing themselves surrounded on all sides, they turned back again. The next morning, the 13th of July, when our vessels had come somewhat closer, I went back on board the pantjallang the Windhond, which, along with the galiot the Ekster, came to anchor in the afternoon at two o'clock. But before having our anchor in the ground, the enemy already began to greet us with some cannon shots, which had no other effect than making some holes in our sails. We did not answer this firing at all, because we were still too far away from them to be able to use our cannon effectively. The corocoroes, which had stationed themselves along the beach and from which some Alfurs went ashore, were attacked by the enemy with a force about 50 men strong. And after they had fought with each other for some time, the Alfurs brought three Hanorese heads on board with us, and the Magindanaos returned again to their vessels. Upon this, I ordered the Utusang of the corocoroes to have the Alfurs conduct a search along the beach and as far as practicable into the woods to see whether the enemy had positioned any guns or laid caltrops here, because we intended to land that night and raise a battery on the river side to make the enemy feel our presence more. I also ordered Ensign Sucofsky of the pantjallang the Kruiser...
Dutch transcription
Jann: 1789. 65 wij Gingen met onse schuijten aan de wal, om de gesteld„ „heijd van't fort te zien, alwaar wij den koning Nackie met eenige hoofden van Gorontalo en Limbotte van den Koning Nackie die ons wijs maakte dat hij al die tijd wagt in het fost zijde gehouden had zoolange den Resident Quandang heeft verlaten, is van agteren het contraire van die gebleeken, door dien gem: oud ko„ „ning Nackie soo wel als de N: koning Tilahoe„ „nga, het bestier van gem: fortje blood onder het ge„ „zag van den Wallepoeloe Tafik van Gorontalo en den Cap„n Lauwt Amadie van Guandang gelaten hebben. Na dat wij onse geblesseerden die op onse vaartuigen zeer in den weg zouden geweest zijn / met eenen meester te Quandang bij Djoegoegoe Djudoeff aan wal ge„ ƒ E „sonden hadden gngen wijden 3. Julij 'smorgens te vier uuren onder zijl, de Boegi„ „neese Vaartuigen zoo wel als de Haners en Maginda„ „nauwse beeter zijlende, konden van ons sauderen daags nog wel gezien, maar onmogelijk weer inge„ „haald worden door dien de Pantjallangs met eene leb„ „beren Koeltje in't geheel niet voort wilden de Ha„ „noreesen die zoogoed niet leijden als de Boegineesen, maar dog wel witten dat door onse vaartuigen niet konden agterhaald worden, probeerden tot verscheijdene maalen toe met ons te slaan, maar hadden zig alle tyd zoo geplaast, dat waar wij op haar lieden losgegaen, waa„ „ren, op ondieptens of reeven vast getield waare, buiten dien zijn deze Pantjallangs zoo als zee met haar ord„e Equipagie vaaren aan zeer veelgevaaren van den vijand ge„ „Exponeerd, door dien deze vaartuigen van agter zoo wel als van den 31: van vooren gaan geschut kunnen plaatsen, soo dat wan„ „neer het stil is, die vaartuigen van vooren en agte„ „ren kunnen van den vijand beschooten en geenters wor„ „den, zonder de geringste teegenweer te kunnen doen, op welk manier de ondervinding leert dat alle onse vaartuigen van den Magindanauwers zijn weggenomen geworden van vooren kon deze kielen met een uitneemen spil geholpen worden, en van agteren zijn de Billen van die vaartuigen breed genoeg om er geschut poorten te plaatsen, waar door met deese veranderinge, dese vaartuigen van weegens derselver sterken structuur met een vijand in deese gewesten te regten hadden. Door de ontramponeering haarer Vaartui„ „gen waren de Hanors genoodzaakt om de Rivier van Borhool te loopen, waar door wij tijd ge„ wonnen; om ze hier te agter haalen, ook wierd ons gerapporteerd dat zijt: eenige prauwen tot succivis hadde bekomen, en van zins waaren om van deze nagt weeder onder zijl te gaan dat mij eersten tee„ „kenaar deed resolveren door die onse vaartuigen nog veer buijten de Bogt waren met de bij mij op de Pan„ „tjallang de Windhout hebbende soldaten op de Corra Corras te gaan, en regt voor de quaal waar de vij„ „and en ten anker lag, te plaatsen, en hem hier solang in„ te sluijten tot dat onse vloot genadert waar, de vijand probeerde het ook met het na kuijten za„ „den van eenige vaartuigen, maar zig van alle kanten 66 J 67 Janu: 1789 kanten ingeslooten ziende, wederom keerden, den 13: Julij des anderen daags morgens doe onse vaar„ „tuigen wat nader gekomen waren, gine ik weeder na boord van de Pantjallang de. windhout die ook met de Galowet de Exter des namiddags te Twee uuren te anker kwamen, maar nog het an„ „ker niet in den grond hebbende over den vijand begost om al met eenige kanon schooten te begroeten, die van geen ander effect waren, dan datze eenige gaten in onse zijlen maakten, welk geschiet wij in't geheel niet beantwoorden, door dien wij nog te veer van hunlieden afwaaren om ons Canon met effect te kunnen gebruiken de Corra Corras die zig langs het strand geplaats hadden en waar van eenige Alfoeren aan de wal gingen kwam de vijand met omtrent 50: man„ sterk aan, en na dat ze eenige tijd niet elkan„ 158 „deren gevogten hadden, bragte de Alfvereesen Drie Hanoniesen koppen bij ons aanboord, ende Magin„ „danauwers retourneerden weder op hunne vaar„ „tuigen, mij belasten hierpo aan den Oetoesang der Corra Croras om langs het strand en zoo ver als doen „lijk Boschwaards in door de Alfoeren ondersoek te laten doen of den vijand hier geene stukken geplaats of voetangels gelegd hadden, door dien wij van intentie waaren dien nagt te landen en een Batterij aen de revier kans opte werpen, om de vijand meer te gevoel van onse kant te doen hebben: ordonneerde meede aan den vaandrig sncofskij van de Pantjallang de kruijsser 31: -