Inventory 3864
Japan · 1,440 pages · 285 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
the 31st: Kruisser and Sergeant Scheffer of the galowet de Exter to betake themselves with the soldiers they had on board to the corracorras sent to them and not to land for as long, waiting among the other corracorras, until I, First Commissioner, should give further warning. After I had shown the Chiefs of the Corra Corras, Captains of the Alfurs, the location of the benting and instructed them in what manner to make the same, I fetched with the boats 2 pieces of 1-pounder cannon from the pantjallang de Windhond, 2 pieces of 3-pounder cannon from the pantjallang de Kruisser, and from the galowet de Exter 2 pieces of 2-pounder cannon, wherewith I went ashore at 7 o'clock in the evening with the soldiers on the pantjallang de Windhond, within which time Ensign Sneofskij and Sergeant Scheffer also landed, and had to take post directly in the bentings thrown up from coconut trees, during which time I was busy with our seamen transporting the guns thither from the boats; at two o'clock those bentings were ready and the guns placed as required, to which the zeal of the Commander and the industriousness of the sailors contributed greatly. The pantjallangs being stripped of many people through the landing, we had them guarded by 6 corra corras, and after the detoesang had commanded Alfurs to surprise the enemy from the rear through the lalarij forest, we opened fire from our battery at the break of day, and as we were not at all far from the enemy, this unexpected greeting January 1789. greeting caused an astonished confusion among the enemy; notwithstanding that very many of their vessels were set on fire and shot to pieces, they nevertheless held out against this fire until past ten o'clock, attempting several times to slip past us and escape out of the river; but through the good countenance with which our men handled the cannon they were received so well, that the enemy was finally compelled to retreat with great loss to get out of the range of our guns. Having escaped from us, they came first into the hands of our Alfurs who had posted themselves on the opposite side of the river and who harassed the enemy greatly, since they could bring their fire into his vessels. The muddy ground along the river prevented us from doing more damage to the enemy; but we quickly put our battery and guns in order again and had still more ammunition fetched from our vessels, and the enemy spent the remainder of this day repairing his crippled vessels. On the 14th of July at 4 o'clock in the morning, the enemy, about 12 pieces of vessels strong, came, paying no heed to the firing of our pantjallangs and corra corras, in order to flee from the river; as they had to pass us at the distance of 1½ musket shot, one can gather from that their distressing situation and the great loss which they suffered here; besides this, they had scarcely escaped the danger of our artillery or they found themselves exposed to a new one, namely the fire of our vessels, which they also had to pass at a closer distance. Hardly had they passed us or I, First Commissioner, went with Lieutenant Muller and 12 soldiers on board the galowet de Exter, as this vessel sails best, in order to be able to pursue the fled vessels; and we were also fortunate enough to overtake 5 of their praus, which, since they could hold out no longer, set the vessels on the beach and the people fled into the woods; so that only 7 or 8 Iranun or Maguindanao vessels got away in all. Upon our return we found another 8 vessels which were abandoned by the enemy up the river and came drifting down the river empty. How great the number of vessels was that the enemy lost in this affair we cannot precisely determine; 16 vessels were partly burned and chopped to pieces by us, besides those shot to the bottom, estimated in all at 25 praus, which number also agrees with the enemy's own statement at Tontolij, as we learned later; their loss of their men is all the greater, and had we not been of the intention to join the family that according to received news was still at Tontolij, and for that reason had to keep the corra corras with us, the Iranuns who had thus fled into the woods would not have escaped, but we would certainly have had them pursued by our Alfurs. Our loss consisted of three dead and 11 wounded, all Ternatans; and after we had brought our guns back on board our vessels, we set sail again for Tontolij on the 15th of July. The King and Captain Laut of Bwool, who shortly before our departure sent 4 envoys to make their excuses, stating that simple fear of the Iranuns had kept them from coming to us, we in turn informed that we now had no time to converse with them, and that when we came back we would arrange matters here. On the 25th of July at four o'clock in the evening we came to anchor in the roadstead of Tontolij, after we had received all reports from our corra corra people, who had arrived here already two days before us.
Dutch transcription
den 31: kruisser en sergeant scheffer van de Galowet de Ex„ „ter om zig met haare aan boord hebbende mili„ O „tairen op de haar toegesondene Corracorras te vervoe„ „gen en niet te landen voor zoolang onder de anderen corra corras te wagten Tot dat ik eerste com„ „misssiant verders waarschouwde Na dat ik de Hoofden der Corra Corras Capiteins der Alfoeren de plaats van de Benting aangewee„ „sen hadde en onderregt op wat wijse dezelve te maa„ „ken haalde ik met de schuiten 2: p„s Canons van 1: lb: van de Pantjallang de winthond 2: p„s Canons van 3: 8: van de Pantjallang de kruisser, en van de Galowet de Exter 2: p„s Canons van 2: lb: waar meede ik met die op de Pantjallang de windhond hebbende mili„ „tairen des avonds om 7: uuren aan wal ging binnen welke tijd de vaandrig sneofskij en sergeant schef„ „ter ook lande en zoo direct Post in de van klaapper koomen op geworpene Bentings vatten moesten onder welke tijd ik beesig was met onse zeevaa„ „rende de stukken uit de schuijten derwaards te Trans„ „porteeren: om Twee uuren waaren die Bentingsklaar en de stukken na behoeven geplaatst, waar de ijverig„ „heid der Gezaghebber en de werkzaamheid der Mattroosen veel daar toe gedaan heeft, De Pantjallangs met het landen van veel volk ontblood zijnde, lieten wij deese nogt dezelve door 6: Corra Corras bewaken, en na dat den detoesang Alfoeren gecommandeert hadde om den vijand van agteren door het lalarij Bosch te overvallen gaven wij met het aanbreeken van den dag vuur van onse Batterij daar wij in't geheel niet veer van de vijand waaren zoo maakte deese onverwagte begroeting 68 Jan 69 Janu: 1789. begroeting eene verbaasde verwarring onder den vij„ „and niet tegen staande dat heel veel van zijne Vaar„ G O 1 „tuijgen in branden in stukken geschooten, soo hield hij egter dit vuur tot over tien uuren uit probeerden ver„ „scheiden maalen om ons voorbij en uit het revier te ont„ „snappen maar door de goede Contenaie waar meede onse manschappen het kanon handeerden zoo wel ontfangen wierden, dat die vijand eindelijk genood„ „zaakt wierd met groot verlies te retereeren om uit het bereijk van onse stukken te komen ons ontvlugt zijnde kwam denselven eerst in de handen van onse Alfoeren die zig aan de over kant der Rivier geplaats hadden en die den vijand zeer benauwden ver„ mits haar vuur in zijne vaartuigen konden brengen. De modderagtige grond langs de Rivier, verhinder„ „de ons den vijand van meer nadeel te wezen; maar # maakten schielijk onse Betterij en stukken weder En in ordre en lieten nog meerder ammunitie van onse vaartuigen haalen, en den vijand brag den overrest van deesen dog, met repareeren van zijne ontram„ „poneerde vaartuigen toe, den 14: Julij 's morgens te 4: uuren kwam de vijand omtrent 12: p„s vaartuigen sterk aen zig niet stoo„ „rende aan het vuuren van onse Pantjallangs en Corra Corras om uit de revier te vlugten, daar dezelve ons op de distantie van 1½ snaphaan schoot passee„ „ren moesten, kan men daar uit opmaken desselfs benauw„ „de situatie en het groote verlies dat hij hier onder„ „gaan heeft buiten dien was hij pashet gevaar van ons geschut ontloopen of hij zag sig aan een nieuwe ge„ Exponeert namelijk het vuur van onse vaartuigen, die hij ook op een nadere distentie passeeren moeste„ even waaren, zij ons gepasseerd of ik eerste Commissi„ „ant ging met den Luit„ Muller en 12: soldaaten aan boord 31: den 31: boord van de Galowet de Exter, dewijl het vaartuig het beste bezijld is, om de gevlugte vaartuigen te kun„ „nen vervolgen, waaren ook zoo gelukkig 5: van haar Prauwen te agter haalen, die en vermits zij het niet langer houden konden de vaartuigen op strand settende en 't volk Boschwaards in vlugten; soo dat maar 7: of 8: Hanoreesen of Magindanauwse vaartuigen in't geheel daar van gekoomen zijn; bij onse terugkomst vonden wij nog 8: Vaartuigen die van den vijand boven uit Re„ „vier zijn verlaten geworden en leeg het Revier zijn koo„ „men afdrijven, Hoe groot het getal van vaartuigen geweest is, die den vijand in deese quaal verloren heeft, kun„ „nen wij met net bepaalen 16: vaartuigen zijn door ons deels verbrand en in stukken gekapt, buitende in den grond geschoo„ „tene na gissinrg in allen 25: Prauwen welk getal ook niet des vijands eigene opgave te Tontolij /:zoo als wij nader er„ „varen hebben:/ over een komst, hun verlies Hunner mans is des te grooter, en waren wij niet van jntentie geweest, om Foauilie die na ingekomen tijding nog te Tontolij was te vervoegen, en uit dien reden de corra corvas bij ons houden moesten zouden de zoo in't Bosch ontvlugte Hanoreesen er niet afgekomen maar zouden dezelven wel door onse Alfoeren hebben laten nazet„ „ten ons verlies bestadd in drie dooden en 11: geblesseerden al„ „le Ternataanen, en gingen na dat we onse stukken weder aan„ „boord van onse vaartuigen gebragt hadden den 15: Julij weeder onderzijl naar tontolij. Den Koning en Cap„n Lauwt van Bwool die kort voor ons vertrekt hunne Excusen door 4: afgezanten maken lieten dat enkelde vrees voor de Inlanoreesen hunlieden had afge„ „houden bij ons te koomen, lieten wij wederom weeten nu geene tijd te hebben om ons met hunlieden te onderhouden dat wanneer wij weer om kwamen hier rangeren zou„ „den den. 25: Julij 's Avonds te vier uuren kwamen wij ter rheede van Tohtolij ten anker, na dat wij alle vooren van onse corra torras volke, die hier al twee dagen voor oms gekomen waren 70 Jan Van
English
71 January 1789. were informed that the Hanorese Poamilie who had fled from Bwool and who had still been at Tontolij, had been warned that we were about to arrive, whereupon he, Poamilie, who had built a benting on the beach where previously the Company's post had been, see plan, immediately set sail, but that the corracorras, by their arrival, had forced seven taouwakens to remain lying in the river, and that the Buginese enclosed here, among whom were four Buginese nakhodas who had defected from Quandang to Poamilie, had built a benting in the settlement of Tontolij. The heads of the corracorras also brought a nakhoda to us, whom they had detained here with his prahu, claiming to be a Macassar and to have come here to trade and to fish for tripang, and because this nakhoda could show no pass, I handed him over again to the oetoesang with orders to keep good guard over him; however, that same night that Macassar slipped away with his crew, which consisted of 8 men, and defected to the Buginese in the benting, as we subsequently discovered. The king of Tontolij, who let us know through his brother and an interpreter that he and his people were too weak to keep the Buginese out of his settlements, we in turn informed that he had to come to us in person, who also thereupon arrived on 26 July with a retinue of 50 armed men, but which armed men we had remain on the beach, accepting only the king on board with us. The king, having made the same excuse as the aforementioned emissaries, proposed on behalf of the four nakhodas left behind from Poamilie's force, Lamoesa, Lamatta, Lagoora, Lamandara, and some other relatives of Poamilie, together 7 vessels and about 200 men strong as he said, that if the said nakhodas paid a fine to us, whether they could then depart with us and how large that fine must be. But giving no ear to this, we made ourselves ready with all the military personnel and 4 pieces of cannon of 2 lb to take up post this very evening in the benting abandoned by Poamilie, in order to be able to march from here all the better toward the Buginese in their benting. We requested the king to remain with us and to show us the way to the settlement, but his armed people he had to send back to the settlement to let the Buginese know in our name that if they recognized their committed mistake and wished to pay fines on that account to the Company, they must then come to us in person. Furthermore, the king had to let his people and the Kaili people, a settlement that also falls under Tontolij, know that they should not dare to associate with the Buginese or to provide them with provisions, and that if we discovered the contrary, we would treat them all as enemies. Having waited some time and receiving no answer from the Buginese, we handed the king over to the oetoesang, and I, the first signatory, went on 27 July at 2 o'clock in the morning with the naval lieutenant and commanders of the pantjallangs, the cruiser Kreuger, with the military personnel assigned to the pantjallang the Winthond and some volunteer sailors and Ternatans, to the benting of the Buginese, after we had our guide instructed by the king. We left Ensign Sneviskij, Sergeant Scheppner, and the remaining Ternatans with the pieces being transported thither, and after we had marched for two hours through mud and lalang forest, we finally arrived before the benting of the Buginese, and because we still had to cross a fast-flowing deep river here, we had to halt until the rest of our people had followed with the pieces. The enemy not shooting at us, I, the first commissioner, went to the bank of the river and called the nakhodas by name, asking whether they were now inclined to come out of the benting. 72
Dutch transcription
71 Jann: 1789. waren onderrigt: dat den van Bwool ontvlugt Hanoreese Foanilie die nog te Fontolij geweest was gewaarschouwd 9 hadden, dat wij stonden te komen, waar op hij Boemilie, die haar aanstrand waar voor deesen Comp„s Postge„ „weest is vide Plan eene Benting gemaakt had/ direct onderzijl ging, dog dat de Corra Corras door hun„ „na aankomst seven Taouwakens genoodzaakt had„ te „den in't revier te blijven leggen en dat de hier ingesloo„ „tere Bregineese waar van vier van Quandang tot Poa„ „nilie overgeloopene Bagineese Anachodas bij, waren eene Benting in de Negorij Fontolij gemaakt had„ „den; ook bragten de Hoofden der Corras Corras een en Anachoda bij ons, dien zijl: hier met zijn Prauw hadden aange„ „houden voorgeevende Een Maccassaar te zijn en hier gekoomen was omme te Negotieren en Tiriepangs te vis„ „sen en door dien deese machoda geen Pas vertoonen konde, geeff ik hem weeder aan den detoesang over met ordres goede wagt op hem te houden, egter is die maccassaar die selffden nagt met zijne Eqquipagie die in 8: man bestond ontslipt en tot de Boegineesen in de Benting overgeloopen zoo als wij naderhand ontwaard hebben Den koning van Tontolij die ons door zijn broeder en een Djurebassa liet weten dat hij niet zijn volk te swak was om de Boegineesen uit zijne Negorijen te houden lieten wij wederom zeggen dat hij zelfs bij ons komen moeste die ook daarop den 26: Julij met een gevolg van 50: man gewapend aankwam, dog welke gewapende mans: aan't strand lieten blijven maarenkelde de koning bij ons aanboord amipteerden: Den koning dezelvee Excuse gemaakt hebbende als bovenge„ „melde zendelingen, proponeerde uit naam, der van„ Poamilies magt, agter uitgebleevene vier Machodos Lamoesa, Lamatta, Lagoora, Lamandara, en nog eenige nabestaanden van Poemilie te samen 7: Vaar„ „tuige, en omtrent 200: man; zoo als hij zijde sterk, dat wanneer gemelde Anachodas aen ons Boete be„ taalde om e den 31: betaalden, of zij dan met wij vertrekken konden en hoe groot die Boete zijn moeste, maar hier aan gehoord gevende maakten wij ons klaar met alle militairen en 4: p„s ka„ „nons van 2: lb: om nog van deesen avond in die van Poa„ „nielie verlatente Benting Post te vasten, om van hier uit deste beeter na de Boegineesen hunne Ben„ „ting te kunnen marcheeren De koning verzogten wij bij ons te blijven en ons den weg naar de Negorij te Toonen maar zijn gewapend volk moest hij weeder na de Negorij toesenden, om de Boegineesen uit onse naam te laaten weeten, dat wanneer zij haaren gemaakten misslag in zagen en Boeten diesweegens aan de Comp„e betaalen wilde, dat zijl: als dan selfs bij onskomen moeste: ver„ „ders moest den koning aan zijn volk en de caijlereesen/: eene Negorij die ook onder Tontolij sorteert laten wee„ „ten dat zij zig niet onderstaande zouden met de Boe„ „gineesen te verkieren of dezelven niet montkost te woor„ „sien, en dat zoo wij het contraire ontwaarden, hen altemaal als vijanden behandelen zouden: eenige tijd gewagt hebbende en van de Boegineesen geene antwoord bekomende, gaven wij den koning aan den Oetoesang over en ik eersten tekenaar ging den 27: Julij smorgens 2: uuren met den Luitenant ter Zee en Gezagvoerders van de Pantjallangs de kruisser kreuger, met de op de Pan„ „tjallangs de winthoud bescheidene militairen en eenige Wij„ willige matroosen en Ternatanen na de Benting der Boeginee„ „sen, na dat wij onsen weg wijser, door den koning hadden laten, onderwijsen, lieten den vaandrig snevfskij sergeant scheppner en de resteerende Ternatanen bij de na derwaards getranspor„ „teerd wordende stukken, en na dat mij twee uuren door moder en lalarij Bosch gemarcheerd hadden, kwamen wij eindelijk voor de Benting der Boegineesen aan, en door dien wij hier nog snel loopend die previer te passeeren hadden, moesten wij zoolang halt maten tot dat de rest van ons volk met de stukken nagekomen waaren: den vijand niet op ontschieten de ging ik eerst commissiant aan den over van't revier riep de Machodar bij namen, wagende of zij nu gezind waaren uit de Benting Jan der 72 -
English
January 1789. of the enemies called out what we then desired and how much they should give; to which I replied that one of them had to come over, that it was not customary to shout such matters back and forth in the presence of so many people. The aforementioned king, who during this time had followed with the remainder of our men, requested of me whether he might send one of his men over, who also not long afterward returned with a note of the following content: We give 100 reaalen of gold and then we desire a free departure with everything that belongs to us. We sent these emissaries back with that note, and through whom we let it be known that we were not permitted to accept gifts from the Company's enemies, but that if they wished to pay the Company a fine of 500 reaalen of gold, 20 slaves, and furthermore surrender their ammunition, we would then also take him with us to Quandang, where they could then reside either there or at another place belonging under the Company, under the Company's supervision; but receiving no answer to this for a long time, and our pieces already being positioned, we opened fire, which they also answered briskly, and after we had fired upon the enemy for a considerable time with the artillery and small arms without effect, since the Bugis were completely entrenched in the ground, nothing else remained for us than to see whether we could not cross the river and then occupy the benting, only despite all applied efforts, this undertaking also remained impossible without vessels due to the depth and rapid flow of the river. This reciprocal firing continued from both sides with great intensity from 9:30 o'clock until 5 o'clock in the evening, and after we had our Alfurs burn the negorij and the paduwakans belonging to the Bugis which had been hauled onto the bank of the river, we returned again to our benting occupied on the beach, and our loss consisted of one sailor from the pantjallang De Windhond who was shot dead, 2 wounded natives, 4 gunners from the galiot De Ekster, one soldier from the pantjallang De Windhond, and of the corocoro crew 1 sergeant and 9 commoners wounded, though the number of dead as well as the wounded among the Alfurs cannot be reported accurately because the Ternatans have the custom, as soon as their comrade is shot dead, of burying him quietly and not saying anything about it. During this engagement, the aforementioned king of Tontoli had to remain with the envoy and other chiefs of the corocoros, but upon a false alarm that the Alfurs made in the forest, as if the Bugis were making a sally, the chiefs of the Ternatans, according to old custom, also took to running, of which this king knew how to make good use and slipped away from his guards. Having returned in the evening to our benting on the beach, 10 men who had stayed behind from the king's retinue ran amok, of whom 5 were killed, 2 captured, and 3 ran away. The next day we attempted to go up the river with our boats and some small Bajau proas which the Alfurs had captured on their journey here, but due to a heavy rain that lasted long we were forced to turn back. We also sent Alfurs in to see whether it might be possible on the other side to reach the benting further up, but this too was not possible because of the marshy ground. The Alfurs also brought news that they had seen several of the Tontoli king's people in the benting of the Bugis, among whom was even the king's brother, who had previously been on board with us, and that the Kaili people, who had made a benting at their negorij, had fired upon our Ternatans, upon which I ordered them to treat them all as enemies, to burn the houses, to ruin the gardens, and to cut down the fruit trees, for which we allowed them several days' time, since we could accomplish nothing anyway due to the continuous rain, whereby our men found the opportunity to obtain several Bugis heads who wished to prevent this undertaking. Our corocoro crews only had provisions for 50 days The 31st January
Dutch transcription
Jann: 1789. der vijanden riep, wat wij dan verlangden om hoe veel zij gee„ „ven zouden; waar op ik antwoord diende dat een van hunl: overkomen moeste, dat het geen gebruik was, diergelijken, in preesentie van zoo veel volk, over en weder te schreuwen: Den meermelde koning die geduurende deze tijd, met den overrest van ons volk na gekomen was, verzogt aan mij, of hij met een van zijn volk oversenden mogte, die ook niet lang geleeden wederom kwam met een Biljet van volgenden snbvond. wij geeven 100: reaalen goud en dan begeeren wij eenen wijen uit vogt met alles wat ons toe hoord wij souden dezen sen„ „delingen met dat Biljes wederom en door wien wij weeten lie„ „ten, dat het ons niet gepermitteerd was schenkagies van Compagnies wijanden te neemen, maar dat wanneer zijl. aan de Comp„e eene Boete van 500: reaalen goud 20: slaven en voorts hunne Ammunitie afgeven wilden, dat wij hem dan meede naar Quandang zouden neemen, alwaar zij dan of op een anderen der onder de Comp„e gehoorende plaats onder Comp„s opzigt konden woonagtig blijven; dog hier op lange geen antwoord bekomende en onse stukken, bereeds geplaatst zijnde gaven wij vuur, 't welk zij ook fris beantwoorden, en na dat wij eenen gerui„ „men tijd met het geschut en klein geweet zonder effect op den vijant gevuurd hadden alzoo de Boegineesen heele maal in den grond ingegraaven waaren, zoo bleev ons niets anders over, dan om te zien of wij niet over het rivier konden komen en als dan de Benting te besetten, alleen ongeant alle aangewen„ „de moeite, bleeff ook dit voorneemen, weegens de diepte, en spellapendheid van 't rivier, zonder vaartuigen ondoenlijk: Dit over en weerschieten duurde van weeder zijds, met veel hevigheid van ½ Tien uuren tot 's avondste vijff uuren toe, en na dat wij de Negorij en de aan de Boegineesen toegehoorende Padu„ „wakans (: die op den over van 't der rivier opgehaald waren; door onse Alfoeren hadden laten verbranden, gingen wij weeder, na on„ „se aan't strand geocupeerde Benting terug, en bestond ons verlies in Een matroos van de Pantijallang de winthond die doodgeschooten is, 2: geblesseerde Inlanders, 4: Busschieters van de Galomet de Exter Een soldaat van de Pantjallanen de winthond en van 't Corra Corras volk is 7: sergeant en 9 gemeene 73 gemeene geblesseerde, dog is 't getal van de dooden zo wel als de geblesjeerden van de Altoeren niet regt op tegeven door dien de Ternataanen de gewoonte heeft zoodra zijn kamaraad word doodgeschooten, hem Hilletjes te begraven en noet iets daar van te seggen. Geduurende deze affacque moette de Koning van Fontolij meermeld bij den oetoesang en overige Hoofden der Corra corras blijven, dog bij een blind Marin die de Alfoeren int Bosch maakten, of te ware de Boegineesen een uitval deeden gingen de Hoofden der Ternataanen na oude gewoonte ook aan't loopen, waar van dezen koning wist goed ge„ „bruik te maken en zijne bewaakers ontslipten. Des Avonds in onse Benting aant srand terug geko„ „men zijnde, maakten te van den koning zijn gevolgag„ „ter uit gebleevene 10: koppen Amok waar van 5: ver„ „moord 2: gevangen en 3: weggeloopen zijn, des anderen daags probeerden wij met onse schuiten en eenige kleine Badjoree„ „se Trauwen /:die de Altoeren op hunne rijshier na toe hadden buijt gemaakt:/ het rivier na boven te gaan maar door eénen swaaren reegen, die lang duurde waren wij genoodzaakt wederom te keeren, ook zouden wij Alfoeren int om te sien of het aan de andere kant niet zok mogelijk, na boven aan de Benting te komen, maar ook dit waar van weegen den morassig en grond niet mogelijk, de Alfoeren bragten mede tijding, dat zij verscheidenen van des Tontolijs Konings volk in de Benting der Boegineesen gezien, waar onder zelfs des konings Broeder die bij ons eerst aan Boord geweest was, be„ „vond, en dat de caijlereesen die op haare Negorij een Benting gemaakt, op onse Ternestanen hadden geschooten, waar op ik hem ordonneerde, om ze alle vijandelijk te behandelen, de huisen te verbranden, de Thinnen te ruineeren en de Brugt boo„ „men om te kappen, waar toe wij hem eenige dagen tijd lie„ „ten, dewijl wij dog door den aanhoudenden reegen niets konden uitvoeren, waar door ons volk occagie bequam, ver„ „scheidene Boegineesen koppen, die dis voorneemen belet„ „ten wilden:) te bekomen. onse Corra Corras volken nog maar voor 50: daage„ den 31: randeoen 74: Jan
English
January 1789. having rendez-voused, and we being completely unable to obtain provisions here, and also, due to the continuous rainy weather, unable to inflict any damage on the enemy, so that staying here any longer would merely waste time, we resolved to return to Quandang in order to carry out the orders received from your Right Honorable there. Thus, as soon as the Alfoors who had been sent out foraging were assembled, we set sail on the evening of 3 August and came to anchor on 6 August in the Bay of Bwool to investigate the conduct of the Buol people here, particularly that of Djogoego Batalipo. And because that village is far from the beach, we were obliged to send a small prahu upriver with two soldiers to request the king with all his chiefs to come aboard with us the following morning. The next day our emissaries returned, bringing with them two brothers of the king and the jurubasa, because the aforementioned king and Djogoego were deathly ill. These statements were not only confirmed by our soldiers, who had spoken with the king themselves, but we had also previously heard that the king suffered from dropsy and that the aforementioned Djogoego was completely dried out by the heavy use of opium. After we asked these emissaries what kind of Buol people had followed Boanilie to Quandang and that Djogoego Batalipo, according to incoming news, had been present there in person, their answer was that Buol people had indeed followed Boanilie to Quandang, but none of the king's people, rather laborers from the gold mines, among whose number are not only Buol people but also those from various villages, indeed even Gorontalese and Limbotto people, who had come there to work and who, without his knowledge, had incurred debts with Boanilie and had been taken along by Boanilie on account of these debts; and for that same reason Boanilie had also carried off the people of Djogoego Batalipo. The aforementioned Djogoego, who had gone to Boanilie to release his people from this expedition, had to endure some mistreatment from the first-mentioned to induce him to go along in person, but that the repeatedly mentioned Djogoego had escaped during Boanilie's flight. As these statements agreed with all the reports previously received, we gave those people a serious admonition to maintain a continuous and loyal conduct toward the Company and let the aforementioned Djogoego know that if he in the future allowed himself to be suspected in the slightest of incurring debts and associating with the Company's enemies, even if it were nothing other than indulging his desire for opium or gambling, he, Djogoego, would then be punished most severely, as would the king if he did not prevent such things; whereupon we let the emissaries depart. Shortly before our departure from Bwool, that king sent us 1 piece of cannon of 1 lb, which his people had fished up from an Ilanun prahu sunk in the river. Arriving again in the roadstead of Quandang on 15 August, the esteemed letters of your Right Honorable were handed to us by Quandang's Resident E. Baijer, with the addition that he, E. Baijer, had gone on the Company's behalf to Candipang a few days ago with one of the kora-koras sent back by us, and along the way had found a Buginese padewakang which, by showing a non-matching pass, had believed it could get away, but that from the wretched condition of its crew, as well as the disfigurement of its hull, it was evident that it must have been among Boanilie's troop and had therefore likely concealed itself among one of the islands lying here, and thus had not been spotted during the pursuit of Boanilie. The number of vessels, both from Boanilie's force and others that were destroyed by us, are counted, apart from those sunk or shot to the bottom: 8 Buginese padewakangs 25 Ilanun vessels and 7 pieces of cannon of 2 and 1 lb. The number of prisoners escaped from the enemy amounts to over 20 heads, all of whom were Candipang, Bolangitang, and Buol people, which persons had been captured from time to time by the Ilanuns and Maguindanaos on this coast and have now taken advantage of this opportunity to run away. Because these people were recognized by their countrymen and their statements confirmed by the truth, they have therefore been delivered to their destined places. It was said by a Candipang man, who had been with the Ilanuns for more than 10 years, that the Ilanuns and Maguindanaos who were with Boanilie were divided into two parties, and that the chief of the Ilanuns from Barogen, Radja Ho, was shot dead at Bwool; the chief of the Maguindanaos being named Radja Alam, whose residence, named Tuboc, lies not far from the Maguindanao emperor. The aforementioned Alam was also in Riau 1½ years ago, from where he brought along a Company chaloup, 8 iron cannons of 3 lb, and two Europeans, of whom one died over there and the other, according to the testimony of that Candipang man, is treated well there. The aforementioned Alam was also severely wounded at Bwool.
Dutch transcription
Jann: 1789. randeven hebbende, en wij hier in't geheel geene mond„ „kost kunnende bekomen, en ook door het aanhoudent reegen weeder, den vijand geenen nadeel hunnende toe„ „voegen, dus om hier langer te verblijven; maar tijd verspilden zouden resolveerden wij terug naar Quandang te keeren, om onse van uwer welEdelen Agtb„s ontvangene ordres daar in ter uitvoer te brengen zoo gingen wij zoo dra de op marode uitgesondene Alfoeren bij een waren, den 3: Aug„s 's avonds onderzijl en kwamen den 6: Aug„s in de Bogt van Twool ten anker, om hier na de Brroloreese hun gedrag bezon„ „ders die van Djoegoegoe Batalipo onderzoek te doen, en dewijl die Negorij ver van 't strand af is, zoo waaren wij genood„ „zaakt eene kleine Prauw met twee militairen naar boven te senden, om dien koning met alle zijne hoofden des anderen morgens bij ons aanboord te versoeken; 'sanderen daags kwamen onse sendelingen wederom, mede brengende Twee Broeders van den koning en den Djurnbassa, door „dien den koning en Djoegoegoe voormeld stervens ziek waa„ „ren welker voorgaven niet alleen door onse militairen diezij zelfs met den koning gespooken hadden wierd bekragtig„ maar wij ook al bevorens gehoord hadden dat den ko„ „ning aan de water zugt laloreerden en dat gem: Dja„ „goegoe ten heelen maale door 't sterk gebruik van amphioen uitdroogde; Na dat wij deese zendelingen waagden wat dag voor C Bwrolorees en zijn die Fvanilie na Guandang verlaegd gevolgd en dat Djoegoegoe Bataliro volgens ingekome„ „ne tijding in persoon daar bij geweest is. was hun antwoord dat wel Biroloreesen Boanilie na Guan„ „dang gevolgd waren, dog geene van 'kkoning volk, maar arbeiders uit de goud mijnen onder welks getal niet alleen Bitooloreesen maar ook van de verscheidene Negorijen zijn, ja zelfs: Gorontaalders en Limbotters, die daar om te werken gekomen waren en die ook buiten zijn weeten schuld bij Boanilie gemaakten voor deese schuld door Poanilie zijn meede genoomen geworden, en 31: 75 en om die zelfde reeden hadde Roanilie ook dat volk van Djoegoegoe Batalipo mede gevoerd. Den even gemelden Djoe„ „goegde die bij Boanilie gegaan zij was, om zijn volk van dezen togt vrij te maken en heeft van eerst gem: eenige misshandelingen ondergaan moeten, om hem hier daar te beweegen in persoon meede tegaan, dog dat meerm: Djoe„ „goegoe 't met de vlugt van Poamilie ontslnapt was; welk gesegdens met de alle te vooren bekomene Rappor„ „ten accordeerende, gaven wij die lieten een ernstige vermaning; tot een aanhoudend en trouw gedrag tegens de Comp„e te geven en lieten gem: Tjoegoegoe weeten, dat wanneer hij in't toebe„ „komen zig maar den geringsten verdagt tot schulden komen liet, en met 's Comp„s vijanden verkeering maakte, al„ „waart maar ook niet anders als zijn begeerte tot aup„ „hiven schuwen aff dobbelen; dat hij Djoegoegoe als dan op het strengste zoude gestraft worden, insgelijks den koning dat die zulks niet belot hadde, waarop wij de zendelin„ „gen lieten vertrekken: 'S daar voor ons vertrekt van Bwool zoud ons dien koning Een p„s kanon van 1: lb: die zijn volk, van eene in de Rivier gesonkene Hanoreese prauw opgevischt hadden den. 15: Augustus op de rheede van mandang weder komen„ „de, wierd ons door Quandangs Resident DE Baijer d' g'eerde Letteren van uwer welEd: Agtb: overgegeven, met bijvoering dat hij E: Baijer voor eenige dagen geleeden met eene van ons terug gesondene Corra cor„ „ras, Comp„s weegen naar Candipang was gegaan, en onderweegens eene Boegineesen Paduwaken, had gevon„ „den die door eene vertooning van eenen niet accoord komende pas geloofd had wij te komen, maar dat uit die naare gesteldheid zijner Equipagie, zoo wel als aan de ontransponeering zijner Grauw bleek dat hij onder de Troep van Goanilie geweest moest zijn en dus denkelijk zig onder een van de hier leggende Eijlanden 76 den 31. Jann: 1784. 77 Eijlanden verschuild had en hem dus in't nazetten van Foanilie zomtijds niet ontwaard hadde. Het getal van vaartuigen zoo van Boaniliesmagt als andere die door ons geruineerd zijn, worden buijten de gezonkene of in die grond geschootene gereekend. 8: Boegineese Raduwakans 25: jlanvreesen vaartuigen en 7: p„s Canons van 2: en 1: lb: het getaal der van den vijand ontvlugten gevangenen beloopen over de 20: koppen, dat alle Caudipangs, Boelangstamers en Brroolo„ „reeden waren welken menschen van tijd tot tijd van de Jnlanoreesen en Magindanawers op deze kust zijn Ge„ „roofd geworden en nu van deze occagie geproviteert hebbe oon weg te loopen, welke menschen om datze van hunne Landslieden gekend en hare gezegdens met de waar„ mij „heid bekragtigde hebben die daarom op hunne be„ „stemde plaatsen afgegeven, zijn den door eenen Candipan„ „gers die ruim 10: Jaren bij de Jaalaners geweest was gezegt dat de Planoreesen en Maijmdanawers die bij Po„ „anilie geweest zijn, in twee parthijen waren verdeeld geweesten dat het hoofd der Jlauoreesen van Barogen„e Radja Ho te Bwrool was doodgeschooten: zijnde 't Hoofd der Magindanauwers gen„t geweest Radja Alam welkers residentie gen„t Toeboek, niet ver van Magindanaows kijser legt. Gemelde Alam is voor 1½: jaar meede naar Rieouw geweest, waar van dan hij een Comp„s eldoep„ „pe 8: ijzere canons van 3: lb: en twee Europeesen meede gebragt heeft, waar van eene ginter over„ „leeden zij en den anderen, volgens getuigenis van dien Caudipangers aldaar goedbehandeld word, gem: Alam is te Bwool meede swaar gekledseerde geworden
English
the 31st. had become and the said Maguindanaos and Iranuns sailed out to war with Poamilie under the condition, captured Company vessels being for them, and for each European head they would enjoy 500 rixdollars, but that captured corracorras would be for him, the Bugis; but that Poamilie had not kept his word at all and had even left them in the lurch at Buol during the flight, where the greatest part of their women and men were lost; yes, even their King Ilo was shot dead, over all of which these two pirate chiefs at Tolitoli came to blows: Alam wants his expenses reimbursed and furthermore demands 3000 rixdollars for the King Ilo shot dead at Buol, and Poamilie says that they did not fulfill their promises, but against this truly courageous King Alam, the stubborn Poamilie, by all presumption, will come up short; from all this we have reason to believe that this coast will for now remain free from these pirates, the Iranuns have had enough to not return for the present, and Poamilie is too faint-hearted to undertake such a thing alone, and I also think he is glad to have escaped the danger, for according to incoming reports Poamilie held a meeting at Tolitoli upon the news of the escaped Iranuns that we would pursue them, in which he proposed, if we should press upon them too quickly, to offer us 3000 rixdollars and then make peace with the Company, against which the Mandarese King who was with him was strongly opposed, saying 78 January H 79. January 1789. saying that it was a disgrace for him to make peace, they would rather flee, which advice was also followed, but had the Ternatans performed their duty, Poamilie would not have gotten away with a single vessel from there. The Bugis who followed Poamilie from Kwandang have now found a hiding place with the King of Tolitoli who has turned villain, but who can nevertheless never bring it to a force of importance to become feared by the Company; no sooner had we arrived at Kwandang than we had to, due to lack of provisions, send the pantjallang De Kruisser with 10 Corra Corras to Amurang to fetch rations for the remainder of our corra corras; besides this the leakage of the said keel increased greatly so that the Master and Lieutenant at Sea Kruger found it troublesome to remain at sea any longer. Upon our arrival we notified King Tilahoenga and Gomoenio, who were both at Limbotto, to come to Kwandang, but these gentlemen did not heed this friendly invitation, except for the new King Gomoeno, who came to Kwandang without having any of the chiefs with him, whereupon I, the first undersigned, was compelled to go to them, leaving behind the second commissioner Lieutenant at Sea Muller at Kwandang, the Ensign Sneevogels having already gone to Amurang. Arriving at Limbotto, I presented to them in a meeting held there that Kwandang, through a long-neglected gold delivery, had become a burdensome post, and through the retreat of the Limbottos a completely useless residency for the Company, and could impossibly 34s 80 impossibly be maintained any longer in this manner, for which reasons the Company was no longer inclined to follow the caprices of the Kwandangers and Limbottos, so that they should now unanimously make a firm decision where they were inclined to observe the Company's contracts, whereupon, after many debates, they decided to remain at Limbotto: of this decision taken in my presence, they had to give direct notice to Gorontalo's Resident, the Honorable D' Swart, and the Kings; also, deputies were immediately chosen, not only to give Your Honorable notice of this taken decision, but also to beg forgiveness for their reprehensible conduct maintained for a long time; furthermore, it was decided to immediately rebuild the old Company lodge and to finance all further necessities out of their own means. Going from here to Gorontalo to comply with the orders received from Your Honorable and to take a survey of its ports, I ordered these deputies in the meantime to make themselves ready to go with me to Kwandang upon my return, in order to sail with us to Ternate. Returning back to Kwandang, I was compelled to stay there for a few more days because of the demolition of the fort, for which the Gorontalo King had given 200 and the Limbottos 100 men; during this time sending word several times to Limbotto that the deputies had to come, since we were on the verge of departure and our rendezvous time was up, the more so because here no the 31st:
Dutch transcription
den 31. geworden en zijn gem: Magindanauwers en Jlano„ „reesen met Poumilie ten oorlog uitgevaaren op voor„ „waarde, Comp„s vaartuigen vervoerende, voor hunl: en voor Ester Europeesen kop ld: 500: te zullen genie„ „ten dog dat vervoerde corracorras voor hem Boe„ „gineese zouden zijn; dog dat Foanilie daar Gantsch zijn woord niet had gehouden en zelfs sunl: te Berool bij de vlugt hadden insteek gelaten alwaar het grontste gedeelte hunner Trauwen, en mans verlooren geraakt is; ja zelfs hun ko„ „ning Jlo dood geschooten was geworden, over al het welk deze twee roverste Tontolij swene worden gekreegen: Alam wil zijn onkosten goedgedaan hebben en vragt buiten dien voor den op Brrool Doodge„ „schoten en koning Hlo 3000: rd„s en Fvanilie zegt dat zij niet aan haaren belooften voldaan hebben, maar teegens dezen in ter daad cauragieusen koning Alam zal den Halstarrigen Poanilie na alle persumtie te kort schieten; uit allen dezen hebben wij reeden te gelooven dat deze Cust voor eerst van deze Rovers vrije zal blijven de Slanoreesen hebben gevoel genoegd gehad om vooreerst niet weeder om te komen en Poanilie is te lathartig om zoo wat alleen te onderneemen ook denk ik blijd te zijn, dat hij 't gevaar ontloopens, want volgens ingekomen berigten heeft Poamilie te Tontolij op de tijding van de ontloopene Ilanoteesen dat wij soude na„ „komen, vergadering gehouden waar in hij propo„ „neerde, ons wanneer wij hen ten spoedig op 't lijff kwamen 3000: rd„s te presenteeren en als dan vreede met de comp„e te maken, waartegen de bij hem zijnde mandareesen koning sterk geweest is, zeggende 78 Jan H 79. Janij: 1789. zeggende dat het hun een schande was voor hem, om vreede te maken, zij zoude liever voorvlugten, welkersraad ook opgevolgd is, dog hadden de Ter „natanen zig van hun pligt gekweesten, Poamilie was met geen vaartuig daar van af gekoomen. De van Quandang Pvanilie gevolg de Boe„ „gineesen hebben nu, bij den tot schurk geworden en koning van Tontolij eenen schuil plats gevonden, maar die het dog noit tot een magt van Belong brengen kunnen, om voor de Comp„e van Vreeste worden; zoo draa waa„ „ren wij niet te Quandang gekomen of wij moesten iit gebrek aan mond kost de Pantjallang de Kruisser met ƒ 10: Corra Corras naar Amoerang zenden om randcoen voor den overrest van onse corra Corras te halen buiten dien namen de Lekkagie van den gemelde kiel zeer toe zoo dat de Gezaghebber en Luit„ ter Zee kruger zwarig„ heid vond om Langer in zee te blijven Bij onse komst lieten wij den koning Tilahoenga en Gomoenio die heiden te Limbotto waren, weeten op Quandang te komen dog deze Heeren gaven aan deze vriendelijke Invitatie geen gehoor, uitgenomen den nieu„ „wen koning Gomoemo, Die op Quandang kwam zonder iemand van de Hoofden bij zig te hebben, waarop ik eerste teekenaar genoodzaakt was, om na hunl: t toe „ gaan, agterlatende den twee Commissianten Luit„ ter Zee Muller te Quandang, was den vaandrig sneofs„ hij reeds na Amaerang. Te Limbotto komende stelde ik hunl: in eene daar gehoudene vergadering voor dat Quandang een, door een lang verwaarloosde goudleverantie een last Post, en door den wijk der Limbotters geheele uit „teloote Residentie voor de Comp„e was geworden en onmogelijk 34s 80 onmogelijk op deze rijse langer konde aangehouden worden, om welke reeden de Compe niet langer van zins waare de Caprices der Quandangers en Limbotters op te volgen, zoo dat zij nu een paarig een vast besluit zouden neemen waar zijl: geziend waren Comp„s contracten na te komen, waar op zijlieden na veele geleeverde de baten beslooten te Limbotto blijven: van dit in mijne pree„ „sentie genoomen besluit, moesten zij direct aan Gerou„ „taals Resident D E: D' Swart en de Koningen kennis geven, ook wierden direct Gecommitteerden verkoosen, om niet alleen uw wel Ed: Agtb: van dit genoomen besluit kennis te geven, maar ook om hunne langen tijd gehouden reprochabel gedrag vergifnis, te smeeken voorts wierd besloo„ „ten direct de oude Comp: Logie te herbouwen en alle verdere benoodigheedens uit hun eigen te bekostigen. Hier van daan naar Gorontalo gaande om aan de van uw welEd: ontvangene ordres te voldoen en opneem van desselfs porten te numen, ordonneerde ik dese gecommitteerden onder deese tijd zig klaar te maken, om bij mijn retour mede naar man„ „dang te gaan, om met ons meede naar Ternaten te stee„ „venen. G Terug weder te mrandang komende, was ik Ge„ „noodzaakt mij aldaar, weegens de demolieering des Cor„ „tres, nog eenige dagen op tehouden, waar toe de Go„ rontaalsche koning zoo: en de Limbotters 100: man gegeven hadde geduurende deze tijd, verscheidene rijsen naar Limbotto latende weeten dat de Gecom„ „mitteerdens komen moesten, wijl wij op ons vertrekt waren, en onse randeven tijd om was, te meer hier geen den 31:
English
81 January 1789. being unable to obtain provisions, and that these people, through this unauthorized conduct, have not only completely forfeited the protection of the Company, but also in all fairness ought to pay the expenses of our entire expedition; but regardless of all this, we had to depart without commissioners after the Resident Baijer had left for Limbotto with a corporal, 6 privates, and 5 gunners, along with 6 pieces of 1 lb ball cannon. Among these 6 cannon pieces, 4 are unserviceable, yet still good enough to use for salute shots. All these disputes prevailing between the Quandangers and Limbotters are caused by nothing other than the faction of the old king Nackij and Djugoego Djusuff. But these two aforementioned wise men, seeing that with me they could find no passage by any means to hinder the breaking up of Quandang, thought to turn to another side, namely King Tilahoenga, whom Nacki had on his side, to bring him into discord with his chiefs. But in the assembly held at Limbotto he had at last no other excuse than that he was contracted with the Company at Quandang, though which excuses were made even more ungrounded by his chiefs through the following counter-arguments: that he had failed to comply with the contracts made with the Company, that they, the chiefs, along with the people, saw no chance to fulfill them at Quandang, but indeed could at Limbotto. In particular, the new King Gamomo declared, we would rather abdicate than go back to Quandang. Nackie The old king, who now saw no other recourse, requested a pass to go and live as a free man in the Bay of Tomini, and for which granted permission he would deliver annually 40 reals of gold for linens against 1082:—: reals; but the Gorontalo kings, to whom I made this known, requested with solid reasons never to grant Nacki this license, adding that he, Nackij, had well over 400 slaves, who, when digging in the mines, would not only cause much detriment to the Gorontalese, but would also give much occasion for smuggling. In my humble judgment, these disputes, which are very disadvantageous to the Company and a source of unrest for the residency, whether the residency is now at Limbotto or not, will not cease unless, on the Company's behalf, these so detrimental 83 January 1789. and, for the Company's interests, so dangerous wise men, whose number at Limbotto is already rather large, are strictly forbidden to interfere in village affairs concerning the Company's interests, and if this occurs, to be punished exemplarily. The petty king of Baulemen, residing here at Quandang under the Company's supervision, has moved with his retinue with the Resident to Limbotto; this Company dependent humbly requests to be allowed to have his subjects residing in Gorontalo and Limbotto under his direction again, as he would then see a better chance to pay off the debts incurred with the Company. The Company's goods that went missing in Fort Lijden at Quandang under the supervision of King Tilahoenga after the departure of the Honorable Resident Baijer, the said king has found himself willing to pay for. After Fort Lijden was demolished, the benting built by Djugaegu Djoesoeff and Captain Lauw Bini, the house of the old king Nacki, and also the houses standing there of the Baulemmers who had relocated to the old village of Limbotto were burned down, and the fruit trees cut down, we were forced to call at Caudipang 84: the 31st and Boelangitang due to a lack of provisions. Having stayed here for two days, we finally arrived at Amoerang on 30 October. Going from Caudipang to Amoerang, one of our kora-koras was smashed to pieces on the rocks near Boelang through the carelessness of the Ternatans, who did not keep off the shore in heavy weather; but the Company's ammunition was saved, and a day after our arrival, Manado's Resident, the Honorable Schierstein, came and presented to us a secret letter received from your Honors, wherein he was authorized, in the event of disputes arising in the uplands between the Fondanese and the peoples of Tonsea, to make use of our expedition at his discretion. On 10 November I, first and third commissioner, Ensign Sneofkij with 30 European soldiers and 20 Ternatans, after we had previously ordered that after the pantjallangs were repaired they were to take in a cargo of rice, and the kora-koras were to depart directly for Manado to take in their due provisions there, went with the Resident, the Honorable Schierstein, to the designated village of Tomohon, where the Fondanese were to make peace with those of Tonsea; but because of the bad roads we arrived
Dutch transcription
81 Janu: 1789. geen kost kunnende bekomen en dat zij lieden door dit ongepermitteerd gedrag niet alleen de Proter„ „tie van de Comp„e ten eenemaal verbeurd, mearc ook naar alle billigheid de onkosten van onse geheele Expeditie betaalen moesten maar ongeagt alle dezes; moesten wij zonder gecom„ „mitteerdens vertrekken na dat den Resident Baijer met een Corporaal 6: gemeene en V: Bus„ „schieters nevens 6: kanons van 1: lb: bals naar Limbotto vertrokken was /onder die 6: p„s kanons zijn 4: p„s onbequaam egter nog goedgenoeg tot honneur schooten te gebruiken alle deese tus¬ „schen de Quandangers en Limbotters heerschende verschielen worden door niets anders veroorzaakt den door de Parthij van den oud koning Nackij en Djoegoegoe Djusuff, dog deese Twee gemelde Wij„ „lieden, zagen bij mij, door allerhande middelen geen doortogt, om de opbrake van Quandang te kinde„ „ren meenden zij zig over een ander kant, name„ „lijk den Koning Tilahoenga dien Nacki, door zijne zijde had, met zijne Hoofden in oneenig„ „heeden te brengen, maar ik de op Limbotto Ge„ houdene vergadering hadde hij op het laasts geen ander uitvlugt meer als dat hij met de Comp„e op mandang gecontracteerd was, dog welke Excusen door zijne Hoofden door vol„ „gen de teegen reeden nog redenler gemaakt wierden dat hij de met de Comp„s gemaakte contracten aar 83: den 31: contracten was wa gekomen, dat sij hoof „den met het volk geen kans zagen, om zul„ „ke meede te quandang te voldoen merar wel te Limbotto Bijsonders de N: Ko„ „ning Gamomo declareerde wij uit liever bedanken dan weder naar Guan„ „dang tegaan Nackie De oud koning die nu geen andere uitvlugt meer zag, versogt Een Pas, om als vrijman in de Bogt van Tonin„ „nen te gaan woonen, en voor welke ver„ „leende permissie hij Jaarlijks 40: reaale. goud voor Lijwaten tegens rd„s 1082:—: reaal zoude leveren: dog de Gorontaalsch koningen dien ik dit bekent maakte, ver„ „sogte met bondige reeden, van Nacki deese Licentie noit te verleenen, met bij voeging dat hij Nackij wel over de 400: slaven had, die wanneer zij in de mij„ „nen graafden, niet alleen de Gorontaalders veel afbrouk deeden maar ook veel aanlag tot smokkelen geven zouden: Na mijn ge„ „ring voordeel zouden deze voor de Comp„e zeer nadeelig en een ruim voor de Residentie zijnde verschillen niet eerder op houden„ als is residentie nu te Limbotto of het moet van Comp„e weegen, deze zoo naa„ „delige Jan ƒ 83 Jann: 1789. „delige en voor sComp„s belangen zoo gevaarlijk Wijlieden welks getal te Limbotto al 6 tamelijk groot is ernstig verbooden worden, t om zig moet in Negorijs zaaken betreffende Comp„s belang te bemoeijen en zulks Ge„ „schiedende Exemplair gestraft te worden. De hier op Quandang onder sComp„s opzigt woonen d' koningje van Baulemen is met zijn gevolg met den Resident na Limbotto verhuijst; deze Comp„e verbandeling versoekt needrig om de van zijne te Goronta„ „lo en Limbotto woonende onderdane weder onder zijne Directie te mogen hebben door dien hij dan deste beeter kans zag: om de bij de Comp„e gemaakte schulden te voldaan. De na het vertrek van den E: resident Ba„ „ijer in't fort Lijden te Quandang onder op „zigt van koning Tilahoenga absent ge„ „raakte goederen van de Comp„s heeft gem: ko„ „ning zig bereid gevonden te betaalen: Na dat het fort lijden gedemolieerd, die van D'joe„ „gaegoe Djoesoeff en Cap„n Lauw Bini gemaakte, Benting, de wooning van den oud koning Nacki en nog de daar staande wooningen der na de oude Ne„ „gorij Limbotto verhuijsde Baulemmers verbrand en de vrugt boomen onvergekoopt waren genoodzaakt op Caudipang en 84: den 31 en Boelangitam weegen gebrekt aan mond „kost aantegaan, hier ons twee dagen op„ „gehouden kwamen wij eindelijk den 30: octr: te Amoerang aan van Caudipang na Amoerang gaande is een van onse Corra Cowas bij Boelang door de onverzigheid der Arnatani die zig niet swaar we„ „der te na aan de wal hielden op de kliepen instukken geslagen dog 'sComp„s ammunitie is gereedgeworden, en een dag na onse aankomst kwaam Manados Resident DE: Schierstein een aan ons van uw. welEd: Agtb: bekome„ „ne secreete schrijvens vertoonde al„ „waar in hij gequalificeerd was bij de in de boven landen ontstaane stribberingen tusschen de Fondan„ „neesen de volkeren van Toncea na goeddunken gebruik van onse Expeditie te maken. Den 10: November ging ik eerste en der„ „de commissiant de vaandrig sne of„ „kij met 30: Europeesen militairen en 20: Tirnatang, na dat wij te vooren gedr„ „donneerd hadden, dat waar na de Pan„ „tjallangs getimmerd eene lading Rijst in te neemen en de corra corras direct naar manado moesten vertrekken om aldaar hunne te goed hebbende van deven in te neemen met den resident D'E: Schier„ „sten na de bepaalden Negorij Fomchon daar de Fondemmersen die van Foncca weede maken moesten dog weegens de slegte weegen kwamen W
English
85 Janu: 1789 we only on the 14th ditto at the said settlement, where to our great astonishment we found only a few Hoekums, but not one of the disputing parties. The Honorable Schierstein immediately dispatched emissaries to summon the still-missing Hoekums of the different parties. On the 10th ditto those of Tondano arrived at Tomolonton, and by their outward appearance more inclined to war than to make peace, because those Hoekums had more than 1500 armed men with them. The emissaries sent out to Fonceur returned with the report that they were indeed willing to make peace with the Tondanese, but at Manado, and that their grievance was actually against those of Kakas and Tombokke, as having murdered their people. After having put all orders into effect to determine the place for the new peace at Manado, we would send our accompanying Alfoors to their appointed cora-coras at Manado, and we set out with the Honorable Schierstein on our return by prahu across the inland waters of Tondano. For inexperienced natives this settlement might present some difficulty to capture it, but for Europeans it is very easy and by far not what people make of it. The notion of blocking the river flowing into the inland water and thereby raising its level is very ridiculous. Firstly, more than 20 small rivers flow into it, and secondly, the inland water is surrounded by mountains, so that the water flowing down from them due to the heavy rains is quite sufficient to supply the inland water with water. Only from another side would I see an opportunity to put the Tondanese in difficulty. All the water gathered here has only one outlet, which is that so-wished-for Manado river. If this river, at its outflow 86 the 31st outflow from the inland water, were blocked, it would submerge those present houses, built with not inconsiderable trouble and raised 5 to 6 feet above the water, and thus force the inhabitants to flee. The said Tondanese can also make use of this said advantage, though not to such a high degree that they would cause harm to themselves thereby. But a sensible enemy has in these environs no lack of materials to make rafts and thereby capture the settlement. On the 23rd ditto we departed by small prahu from Amurang and arrived on the 24th ditto at Manado. Finding upon our arrival there still none of the disputing parties, and their appointed time having already passed, we were finally obliged to have those gentlemen brought to Manado, half by gentle means and half by force, where they finally on the 10th Dec: concluded peace according to local customs. The further orders received from Your Right Honorable regarding bringing to the attention of the Hoekums of these lands their obligation to the Company in observing the contracts, have been complied with in the strictest manner, and just as is known from the detailed report of the Honorable Schierstein, to which I refer in all respect. Going overland from Manado to Kema, we also found our pantchiallangs there with the Galowet, from where we then on the 12th Dec: crossed over to the main office of Ternate, and arrived there safely at anchor on the 27th Dec:. The good conduct, the willingness which our subordinates entrusted to us in this expedition, both military personnel and seafarers, have shown in every circumstance, is very praiseworthy and deserves to be commended to Your Right Honorable. 87 Janu: 1789 to be commended. Furthermore, we accompany this report with an accurate account of the provisions issued to us for further accounting, together with a statement of the gunpowder, round and long shot still remaining, and it is most humbly requested of Your Right Honorable by us, with all respect, in the name of the expedition, graciously to grant us during the time of our service the double order and bounty money. We remain in the hope that this undertaking, which was carried out with all conceivable zeal, may be honored with approval, whereafter we take the liberty once more to recommend ourselves to Your Right Honorable's esteemed protection and arrogate the honor to call ourselves, at the bottom stood: Right Honorable Ruling Lord and Right Honorable Sirs, lower, Your Right Honorable's very humble servants, was signed: Baron von Lutzow, J: Muller and L: Sncofskij. in the margin: Ternate, mid-Janu: 1789. Specific statement of the cash expended on our expedition and what more, out of the 300 rix-dollars received here at Ternate, 300 from the Honorable De Swart at Gorontalo, 200 from the Resident Schierstein at Manado, Total 800 rix-dollars that has been furnished, as follows: for the hiring of a light scouting prahu at Kaidipang, with which the Alfoors had to spy on the enemy in the Bay of Kwandang: 6:-:- upon the return of the same as a gratuity: 10:-:- upon the arrival of Kaidipang's king on board, entertained by us: 10:-:- Carried forward: 26 rix-dollars
Dutch transcription
85 Janu: 1789 wij eerst den 14: d„o op gem: Negorij alwaar wij tot onse groote verwondering maar eenige Hoekum vonden maar niet een van de Twistende Parthijen, DE: Schierstein zond direct sen„ „delingen af om de nog manqueerende Hoekums van de verschillende parthijen te roepen den 10: d„o kwamen die van Tondano op Tomolonton aan en na het uitterlijke aan„ „zien meer ten oorlog gemilineerd als om vreede te maken door dien die Hoekums meer dan 1500: gewapende mans: bij zig hadden; de weg gezondene sendelingen na Fonceur„ kwamen met rapport wederom, dat zij wel geneegen wa„ „ren met de Foutanners steede te maken maar op Ma„ „nado, maar dat zijlieden het eijgentlijk teegens die van kakas en Tombokke hadden als hebbende hun volk vermoord na alle ordres in't werk gesteld te hebben om te manado den nieuwen vreede plaats te bepaalen zoo zoude wij onse meede genoomene Alfoeren na hunne bescheidene Corra Corraste Manado en wij be„ „gaaven ons met de E: schierstein op ons retour per Prauw door het binnen water van Tondano, deze Negorij kan wel voor onervaarene Inlanders eenige Swatigheid hebben om dezelve inteneemen, maar voór Europeesen is het heel gemakelijk en lange dat niet wat men daar van maakt, de verbeelding om de na 't binnen water toeloopende Rivier op te stoppen en het als dan hoogte maken is zeer belaglijk ten Eerste loopen meer als 20: kleine rivieren in het zelve en ten tweeden is het binnen water rond niet ge„ „bergtens; zoo dat het water dat door de swaare ree„ „gens hier van afstroomd toerijkend genoeg is om het binnen water met water te voorsien: alleen over een ander kant zoude ik kans sien om de Toudanners in verleegenheid te brengen, alle het hier vergaderde waater heeft maar eenen afloop, dat is dat zoo Ge„ „wenschte Manadose rivier; dit rivier bij sijne uitloop 86: den 31: uitloop uit het binnen water opgestopt wordende zoude dog die teegenswoordige en niet onbegrijpelijk moeite gebouwde huijsen welke 5: â 6: voet bo„ „ven het water verheeven zijn onder water brengen en dus de bewooners noodzaakken om te vlugten, deze gem: voordeel kunnen zig gem: Sondaners ook, maar niet in een zoo hoogen graad, dat zij zelfs nadeel daar door geschieden, bedienen maar eenen verstandigen vijand heeft in deese en vivies noort aan materiaalen gebrek om vlooten te maaken en hier de Ne„ „gorij meede inteneemen den 23: d„o gingen wij met een kleine prauw van Amoerang weg en kwamen den 24: d„o te manado aan bij onse aankomst aldaar nog geene van de Twistende Parthijen vindende en hun„ „ne bepaalde tijd bereeds verscheenen zijnde soo zijn wij eindelijk genoodzaakt geweest die heeren halfs met goede en halff met geweld na Manado te laten halen alwaar zij eindelijk den 10: Dec: na land manieren den vreede geslooten hebben. De van uw wel Ed: Agtb: verder bekomene or„ „dres, om de Hoekums dezer landen hunne verplig„ „ting voor de comp=e in't nakomen der Contracten on„ „der het oog te brengen is op het stipste nagekomen en zodanige als bij 'E breedvoerig berigt van dE: schier„ „stein bekend staat, waar den ik mij in alle Eeg„ „bied refereeren van Manado overland naar ke„ „na gaande vonden wij onse Pantjallangs met de Galowet ook daar van waar wij dan den 12: Dec: naar 't Hoofd comptoir Ternaten overstaaken en aldaar den 27: Dec: gelukkig en wel ten anker kwaa„ „men. Het goede gedrag, de vrijwilligheid, die onse in deese Expeditie aanvertrouwde onderhoorige zoo militairen als zeevaarende in alle gevalle getoont hebben is zeer roemlijk en verdiend uw wel Ed: Agtb: aangepreesen Jen 87 Jann: 1789 aangepreesen te werden, Overigens laten wij bij dit Berigt nog verseld gaan eene accurate opgave der verstrekkingen van 't gee„ „ne ons tot nadere verantwoording is meede gege„ „ven worden benevens eene opgave van 't nog per res„ # „stand gebleeven Buskrit, Rond en lang scherp en word op het needrigste, door ons in alle eerbied„ uit naam der Expedities aan uw welEd: Agtb: ver„ „zogt, om ons geduurende den tijd onzer verzig„ ting gratieuselijk toetevoegen het dubbeld ordre, Erstgeld. Wij blijen ons met de hoope dat deze verrigting die gewes met alle erdenkelijken iever uitgeevoerd goedkeuring mogen worden vereerd, waarna wij de vrijheid nemen ons nog maals in uw WelEd: Agtb: g'eerde protextie te recommandeeren en de Eer aanmatige ons te noemen /:onderstond:/ WelEdele Agtbare Gebiedende Heer en WelEd: Heeren /:lager uwer welEd: Agtb: zeer onderdanige Dienaren /:was geteek:/ B„n Von Lutzon, J: Muller en L: Sneofskij /:in margine:/ Ternaten Aoij med„o Jann: 1789. Specificque opgave der op onse Expeditie ver„ „bruikse contanten en wees meer, als van de alhier te Ternaten ontvangen rd„s 300:— te Gorontalo van de E: De Swart „ 300:—:—„ Manado van den resident schierstein „ 200:—:—„ Somma 800:—:— Rijksdaalders van verstrekt is; als volgt. e voor het inhuuren van een ligte schep prauw te kadipang waar meede de Altoeren den vijand in de Bagt van Quandang bespioneeren moesten - 6:-:- Bij retour denzelve tot een douceur - Bij de komt van Candipangs koning aanboord van ons vertracteerd - - - - - - = — rd„s 10: —: — Transporteere rd„s 26:—:— –„ 10:—:— 3 -
English
88 the 31st Carried forward rds. 26:—:— Likewise spent on the envoys of the old King Nacki at Kwandang - - - „ 8:—:— For the purchase of 2 water buffaloes there for refreshments for our men - - - „ 30:—:— For the purchase of refreshments for our wounded who remained behind at Kwandang - - - „ 6:—:— To the surgeon who remained with these wounded „ 3:—:— Entertained the envoys of the King of Buol on two different occasions - - - - „ 12:—:— Paid as a gratuity to the sailors who brought the cannon ashore at Buol - - - „ 10:—:— To three Alfurs who brought the first Maguindanao heads to us at Buol - - - - „ 5:—:— For the purchase of refreshments at Buol - - - „ 80:—:— Entertained upon coming on board the envoys of the little King of Toli-Toli - - - - „ 10:—:— Upon coming on board of the said little King and of the Alfur captain who brought us some heads of Bugis juragan - - - - „ 80:—:— and his retinue - - - - „ 6:—:— as a gratuity - - - - „ 20:—:— Receiving no more refreshments at Toli-Toli and Buol, we have from time to time paid to the Alfurs for fish money and otherwise - - - „ 86:—:— On our return entertained the envoys of the little King of Buol - - - - - „ 16:—:— Disbursed for the first commissioner's retinue on the journey to Limboto, Gorontalo, and back again to Kwandang - - - - „ 8:—:— Provided for refreshments during the period of 1½ months at Kwandang, including 2 lasts of rice, since the rendezvous time had passed - - - - „ 150:—:— Carried forward rds. 550: 16:— 89. Carried forward rds. 550:16:— January 1789 To Jogugu Dijgesoeff, stipulated for the upkeep and care of our 9 wounded left behind and 1 surgeon for the aforesaid months – – – „ 45:—:— Paid to 200 Gorontalese and 100 Limboto people during the demolition of the post Leiden at Kwandang for sirih and pinang - - „ 70:—:— Paid at Kaidipang and Bolaang Itang for sago „ 80:—:— Provided to the Kaidipang chiefs and subordinates whom we received from the King to serve as guides - - - „ 12:—:— Paid at Amurang also for refreshments for our crew - - - „ 40:—:— Expended for our sick taken along from Amurang to Manado – – – „ 35:–:— Paid at Kema for refreshments for the said sick „ 40:—:— Paid for coffins at Kwandang, Amurang, and Manado for our deceased „ 20:—:— Total rds. 940: 16:— Deducted from this the amount received – - - „ 800:—:— Shows that there is due to the signatories rds. 140:16:—. Provided during the expedition to the old King Nacki and those of the Leiden garrison, as well as to prisoners escaped from the enemy, and also to a kora-kora sent from Manado which upon our arrival at Kaidipang had already fled from Kwandang but went with us again; Rice: Lasts 6:—:— Nails used for the repair of the ranopards and kora-koras during the expedition: 500 lbs. Used for our wounded and dead as well as those of the Ternatans: ordinary bleached Guineas pcs. 16:—: including those taken along from Ternate ordinary bleached Guineas - - - 10 pcs. and those received from the Resident of Gorontalo 6 pcs. 90 the 31st Provided from own stock on various occasions as identification marks and signal flags for the kora-koras and for the Alfurs going into battle ashore, both at Buol and Toli-Toli: ordinary bleached Guineas pcs. 40:—: Baftas red, wide, whole - - - - „ 20:—: Likewise the flag cloths received from the Resident of Gorontalo, D. E. De Swart 9:—: Used for signal fires and otherwise: wax candles „ 30:—:— of which ten bundles were still received at Manado „ 10:—:— total: 40 lbs. Next follow the provisions issued to us which have been disbursed and consumed, namely: 620 lbs. iron soap 388 jugs arrack 500 jugs coconut oil 1000 lbs. Java salt 8 bottles distilled spirits 125 lbs. coffee beans 10 quires large format paper 10 ditto small ditto 2 bundles quill pens 12 lbs. sealing wax 300 lbs. gunpowder 100 pcs. filled mortar grenades according to the lists appended behind 100 pcs. ditto hand ditto 100 lbs. match cord used to extinguish fires 100 lbs. saltpetre 10 lbs. cartridge twine used for making cartridges 48 pcs. ditto needles 24 quires cartridge paper priming wires, as per appended lists 91 January 1789 Weapons etc. received from the soldiers from this garrison, namely: 3 pcs. grenadier muskets with iron ramrods Lost without anyone's fault or neglect of duty while crossing the river at Buol 3 pcs. ditto cutlasses 1 pcs. ditto ditto scabbards 4 pcs. bayonets 3 pcs. cartridge pouches, small 7 pcs. sword belts of chamois leather 1 pcs. drum carriage of the drummer Of the 100 muskets received for the Ternatans, the following are missing: 1 pcs. bayonet 1 pcs. ordinary iron ramrod 1 pcs. musket lock underneath stood: Ternate, mid-January 1789 was signed: Baron von Lützow, J. Muller, L. Snerfskij List of the remaining and lost Company goods from the pantchiallang De Windhond, the cruiser, and the galiote De Ekster; namely: From the Windhond: Gunpowder remaining - - - 25 lbs. bullets, assorted - - - - - - - - 295 lbs. Missing: 2 pcs. ladles and wadhooks of 3 lbs. lost during the loading of the cannon 2 pcs. ditto ditto ditto of 1 lb. 20 pcs. hand grenades 50 pcs. grape shot fired in 3 rounds 25 pcs. priming wires, and issued to the soldiers 100 pcs. flints From the cruiser: Gunpowder remaining - - - 19 lbs. 8 oz. or 13 pcs. cartridges of 3 lbs. 50 pcs.
Dutch transcription
88 den 31 Transport rd:s 26: soo meede aen de sendelinge van den oud koning Nacki te Quandang gespendeert - - - „ voor de Inkoop van 2: Carbouwen aldaar tot ver„ - - „ 30:—:— „versching voor ons volk.. Tot den Inkoop van verversching voor de van ons te quandang agter gebleevene Gebles„ -„ „seerde. . .. 6 „6 Aan den bij deze geblesseerde geblevende meester „ 3 ƒ van Bwools koningszendelingen bij twee di„ „verse malen vertracteerd - - - - „ 12 Tot Een douceur aan de matroosen, die te Bwrool te Canon aan de wals bragten, verstrekt 10: —:— Aan drie Alfoeren die te Bwrool de eerste magin„ „danauwse koppen bij ons bragten - - - - „ 5: voor inkoop van verversching te Bwool 80. —: — Bij 't aan Boort komen der sendelingen van Ton„ „tolij koningje vertracteerd - - -. - . . „ 10:—:— Bij 't aan Boord komen van d„o koningje en van den Alfoereesen kap„n die eenige koppen van Boegmneesen Anachodas bij ons bragten Te Tontolij en Bwrool geen verversching meer bekoomende, soo hebben we van tijd tot tijd aen de Altoeren voor visgeld als anderzints ƒ Bij onse terug komst aan de sendelingen van Brrool Koningje vertracteerd - - - - - „ voor de Eersten commissianten gevolg op de rijs„ naar Limbotto, Gorontalo en weder terug naar Quandang uitgereikt- In de tijd van 1½ maand te Quandang voor verversching verstrekt, waar onder 2: las„ „sen Rijs zijn, door dien de randeven tijd ver„ – - - „ 12:—: zijn gevolg- - - - „scheenen.- tot een Souceur. . . . . - - - „ 20: —: — verstrekt - - - - - „ 150:—: Transporteere rd„s 550: 16:— 80:—: — 6: —: — - -„ 86:—: 16:-: 8 2 „ - - - — 89. Transport rd„s 550:16:— Janu: 1789 Aan Djoegoegoe Dijgesoeff voor de van ons agter ge„ „latene g: Geblesseerde en 1: meester voorz: maan„ „den onderhoud en oppassing bepaalt – – – „ 45: —: ƒ Aan 200: Gorontaalders en 100. Limbotters geduu„ „rende de demoleering van 't postje Leijden te Quandang voor srie en Pinang bet: - - „ 70: Te Candipang en Boelangitam voor Sagoe bat: „ 80: Aan de Caudipangse Hoofden en mindere die wij van den koning tot wegwijsers bekomen hebben ver„ Te Amoerang al meede voor verversching voor onse Equipagie betaalt - - - „ 40: voor de van ons van Amoerang na Manado meede genoomene sieken besteld. - – – „ 35: –: — Te Kema aan verversching voor d„o sieken bet: „ 40: —: — voor dood kist te Quandang, Amoerang en Manado voor onse overleedene betaalt „ 20:—:—. Somma rd„s 940: 16:— : Hier van afgetrokken de ontvangene – - - „ 800: —:— 6 Blijkt dat de Teekenaars competeerd rd„s 140:16:—. „strekt - - - Aan den oud Koning Aacki en die uit Leijden beset„ „ting, zoo wel als aen van den vijand ontvlugte Ge„ „vangene, en ook aan een van Manado gezondene Coosa Corra /: die bij onse aankomst te Candopang de vlugt bereeds van mandang genoomen had maar weer met ons meede ging: Geduurende de Ex„ „peditie verstrekt; Rijst: Lasten L:n 6: —: — Tot reparatie der Ranoparden en Corra Corras Geduurende de Expeditie verbruikt spijkers h: 500: —: — voorde geblesseerde als dooden van ons zoo wel„ als van de Ternatanen verbruikt gui„ gem: gebl: p„s 16: —: waar onder de van Ternaten mede Genomene guin„s gem: gebl: . . . . - 10: — p„s en de van Gorontaals resident ontfangen 6:—„ Tot - 90 den 37 Tot verkenteekenen en zijn vlagge aan de Corra Corras„ en aen de wal ingevegt gaande Alfoeren, zoo te Bwool als Pontolij in diverse rijse, uit eigen voorraad verstrekt Qui„ „nees gem: gebl: en . . . . - - p„s 40: —: Baftas Rode treede heele - - - - „ 20: —: Zoo meede de van Gorontalo Resident D E: D' Swart ontvangene vlagge„ „Doeken. 9:—: verbruikt tot zijn vuuren als anderzients waxkaarsen „ 30: —:— . — x waar van nog tien panden te Manado ontfangen „ 10: —:— Geld. - . ld: 40: —:— vervolgen nu de aan ons meede gegeeven victua„ „lie welke verstrekt en verbruikt zijn, als 620 lb: sop pessi 388. kann: Arak 500: „ olij van Klappus 1000: lb: zout Javas 8: Flessen gevisteleerde wateren 125: lb: Cofffij boonen 10: Boeken grootformaat Papier 10: d„o klein _o d„o v 2: Bossen Penne schagten 12 ld: zeegel Lacq 300: „ Buskruit - 100: p„s Gevulde mortier Granaden volgens de agter bij gevoegde lijsten 100: „ _„o hand _„o ƒ 100: lb: snabel - - Wedbrinck tot Blusch 100: „ salpeeter - - 10: „ Cardoos Garen. -- }tot te maken van Cerdoesen 48: p„s d„o Naalden - - 24: Boek cardoes Papier - - voorp„s ruim naalde, zoo als agter hij gevoegde Lijsten van - . 91 Janu: 1789 van de militairen uit dit Guarnisoen ontvangen warpens enz: als. 3: p„s Granad„s geweeven met ij: L: Bij het passeeren van het ri„ 3: „ d„o Houwers - - „vier op Bwool sonder iem„ toedoen oppligt verzuim ab„ 1: „ d„o _„o scheeden „sent geraakt 4: „ Bajonetten 3: „ Catroontassen kleijne 7: „ PortEpesen seemloeren 1: „ sergband van den Tamboer van die voor de Ternatanen ontfangene 100: p„s snaphanen is absent als 1: „ Bajonet 1: „ gemeene ij:z: 1: „ snaphaan kratter /:onderstond:/ Ternaten Abij med„e Jann: 1789 /:was geteekend:/ Baron von Litzow, J: Muller„ L: Snerfskij Rijst van de Pantjallang de Windhout, de Kruisser en Galowet De Exter per Restant zijnde en verlooren geraak „te comp„s goederen; als van de windhout. P„r restant Buskruit . . . - - - ld: 25: —:— kogels in zoort — — — — — — - - „ 295: —: — vermits. 2: p„s Leepels en verken staaten van 3 ld: bij 1: laasden van't Canon 2: „ _o „ _o _o „ 1: „ verlooren. 20: „ Handgranaden - 50: „ Druijven in Loopt 3 verschooten 25: „ ruim Naalden, en aan de militairen verstrekt 100: „ vuursteenen - - van de hruisser P„r restant Buskruit - - - - ld: 19: on: 8: of 13: p„s Casdoesen van 3: lb: —:-. 50: p„s
English
42 50 pieces round shot of 4 lb do 30 do do 100 do 19 Langridge shot 4 lb 13 do do 3 lb 15 do do 1 lb do 42 Grape shot assorted 25 Hand grenades 1 since 1 piece purse keg at Bwool 8 cooking kettle Tontolij, which was ashore to boil sulfur and pitch 1 ladle and worm of 4 lb 3 fallen overboard 2 do do do 1 do do 1 at Tontolij since 2 copper cartridge cases of 4 lb 1 do do 3 25 priming needles issued to the military 100 flints 1 musket scraper from the Galowet D'Exter for remainder of gunpowder lb 32 balls assorted 240 since pieces muskets lost from the boat 1 the 31 January 8 3 93 January 1789 2 pieces ladles and worms of 3 lb 2 do do 2 lb 20 cartridge cases assorted at Quandang due to the fire 1 musket scraper on the upper deck lost 4 sheet leads 2 powder horns 1 small purse keg 25 pieces hand grenades, belonging to the vessel 100 grape shot assorted 30 sliding pincers 25 priming needles issued to the soldiers 100 flints 1 Letting slip a piece of grapnel rope at Bwool to pursue the enemy. below was written: Ternaten around the middle of January 1789. was signed: B: van Lutzow, J: Muller and L: Sneofskij List of those who died on the expedition, both seamen and soldiers; namely: From the Pantjallang De Windhond 1788 27 July the sailor Jan Herokop shot dead at Tontolij fired away 23 November 31 3 and fallen its issued 32 40 94 the 31 23 November: the soldier Keemel died at Kema From the Pantjallang De Kruisser 12 December: Jan Hendrik Will died at Manado From on Ternaten have 32 European men do 17 do Balinese do do received for final accounting Weapons lost in the expedition At Quandang Bwool Tontolij Of these are 29 European soldiers 17 Balinese soldiers on the Pantjallang De Windhond do Kruysje Galowet De Exter Wherein, besides that which emerges from the commissioners' letters pursuant to the secret resolutions of this Table dated 6 August and 24 November past regarding their 95 do do European soldiers received. Windhond The Ternatean auxiliary troops behaved cowardly. January 1789 From the Galowet De Exter 1788: 17 August Johan George Dichieling died at Quandang 10 September Anthonij Rohamus died 21 October Valentijn Levian died at Candipang 18 November Sebastiaan Siger died at Amoerang 24 December Laurens Nette died in sight of Ternaten below was written: Ternaten around the middle of January 1789. was signed: B: von Lutzow, J: Muller and L: Sneofskij Muskets Cutlasses Cartridge-boxes Frogs pieces 32 32 32 32 17 17 25 Total pieces 74 32 49 32 Muskets Cutlasses Cartridge-boxes Frogs pieces 5 3 3 3 3 7 3 3 3 Total 15 6 6 6 29 29 29 29 17 3 Subtotal as above pieces 59 29 This subtracted remainder pieces 59 29 46 29 signal victories achieved over the Bugis and Iranun, there also appears the poor execution of orders Muskets Cutlasses Cartridge-boxes Frogs 17 2 8 Total 29 by received Weapons are Kruysse 1 96 the 31 guns condition of the Galowats in an action. through and faint-hearted conduct of the Ternatean auxiliary troops, without which far greater damage could have been inflicted upon the enemy, while on the other hand it nevertheless appears that they were useful here and there and especially in the pursuit; thus it was approved and agreed to conceal this from the King of Ternaten, who attributes the best part of our success to the bravery of his mountain farmers. enemy vessels with their and further to record that the enemy fleet consisted of 49 Buginese, Tontolij and Caili vessels and 37 Iranun or Maguindanao vessels, King Ilo at the head of the Iranun and Alam at the head of the Maguindanao, each vessel carrying besides swivel guns at least 2 pieces of cannon of 2 lb caliber, and the large vessels each carrying 6 pieces of 3 to 4 lb balls. It being testified of the Galowets that they are indeed good in an action on calm water and along 97 January 1789 as also of the Pantjallang. The claim of the old Limbotto King Nackie found untrue by the commissioners. along the shore, but not tenable against an enemy that dares to attack them, because their freeboard is much too low, whereby the crew is too much exposed, nothing of the guns and munitions of war being protected by its breastwork, which is only 1 1/2 feet high. As it is likewise testified of the Pantjallangs that they are very unsuitable to be used in expeditions, because guns can be placed neither forward nor aft on them, and they can be maneuvered during calms without hindrance, which might be remedied by providing them forward with a removable capstan and placing guns aft, for which they are wide enough. Being found untrue by the commissioners the claim of the old Limbotto King Nacki that he defended the small fort Leijden against the enemy after the retreat of our forces until their arrival, but that the same remained occupied all this while by the Gorontalo Walapoeloe Toffik and Captain Amadie of Quandang. The
Dutch transcription
42 50: p„s rondscherp van 4: lb: d:o 30: „ do 100: „ 19: „ Langscherp „ 4: „ 13: „ d„o „ 3: „ 15. „ d„o „ 1:„ do 42: „ Druijven in zoort O 25: „ Handgranaden 1: „ vermits 1: p„s Beurs vat te Bwool 8: „ kokskeetel „ Tontolij, die aan Land was om swavel en Pik in te kooken 1: „ leepel en verkenstaart van 4: ed: „ 3: „ Goverboord gevallen 2: „ d„o„ do 1: „ d„o d„o „ 1: „ te Tontolij vermits „ 2: „ kopere Cardoes kookers van 4: „ _o d„o „ 3: „ 1: „ d„o 25: „ ruin Naalden ¶aen de militair verstrekt 100: „ vuursteene 1: „ Geweet kratsel van de Galowet D' Exter P„r restant Buskruit. . . ld: 32:—: kogels in Zoort - - - „ 240: —:- vermits p„s snaphanen uit de schuit ver, „looven 1: den 31. Jan 8„ 3: „ - 93: Janr: 1789. 2: p„s Leepelsen verkenstaarten van 3: lb 2: „ _„o „ _„o „ 2: „ 20: „ Cardoes kokers in zoort -- te Quandang door den Brand 1. „ snaphanen kratsel - op den Boven ver„ 4: „ Platlooden - - - - „looren. 2: „ kruit Hoorns - 1: „ Buesvaatje - 25: p„s Handgranaden, op den Bodem) gehoorende 100: „ Druijven in zoort - 30: „ Schuiftangen - 25: „ Ruim Naalden aan de militairen vertrekt 100: „ vuursteenen -- 1 Een p„s dregen Touw te Bwool laten slip„ „pen om den vijand te vervolgen. /:onderstond:/ Ternaten abij medio Jann: 1709. /:was geteekend:/: B: van Lutzonr, J: Muller en L: Sneofskij Lijst van de op de Expeditie overleedens zoo zeevaarende als militairen; te weeten. van de Pantjallang de windhoud 1788 27: Julij den mattroos jan Herokop te Pontolij dood geschooten verschooten 23: 9ber 31: 3 and vallen its rekt 32:- 40: - : 94 den 31: 23. 9ber: den soldaat Keemel te kema overleeden van de Pantjallang De Kruisser 12: del: Jan Hendrik Will te Manado over„ „leeden van op Ternaten hebben 32: koppen Europeesen d„o 17: d„o Baliers d„o d„o Tot nad=tse verantwoording ontvan„ gen In de Expeditie verlooren geraakte wapeni Te Quandang- „ Brool „ Tontolij Hier van zijn - 29: militairen Europeesen - - - - 17: Baliersse militairen- op de Pantjallang de windrd d„o „ kruysje „ „ „ Galowet De Eeter Waar bij Buijten het gunt uit de Gecom„ „mitteerdens brieven ter: Secreete resolutien deeser Tafel de Datis 6: August„s en 24: Novem: N„o Preterie nopens derselver op 95 _o d„o opee„sen militairen ontvangen. windrd de Ternaatsche hulpbenden hebben zig las„ hartig gedragen. Janu: 1789. van de Galowel De Ester 1788: 17: Aug„s Johan George Dichieling te Guandang overleeden - 10: Septen: Anthonij Rohamus „ overleeden 21: october Valentijn Levian „ CandipangeCleeden 18: Novem: Sebastiaan Siger „ Amoerang Den 24: Decem: Laurens Nette in 't gezigt van Ternaten overleeden /:onderstond:/ Ternaten Adij medio Jann: 1789 /: was„ „geteekend:/ B: von Luston, J: Muller en L: Sneofs„ Gereeren Houres Rattonas otese „kij rd„s 32:: 32:- 32: 32:—: „ 17: —: 17: —: — „ 25: —: Teld p„s 74: 32: 49: 32:— Gerrieren, Houw„ Patrvoon: Porth: — p„s 5: 3: 3: 3: „ 3: —: —: : - - —„ „ 7: 3: 3: 3: 18S 15: 29. 29. 29. 17: —. —: —: —: —: —: —: - – „ 3: —: 29. 29. Disteld als even p„s 59: 29. Dit gesubstraheerd rest: ps 59. 29. 46. 29. op de Boegineesen en Hlanongers behaalde gesignaleerde overwinningen nog voor„ „komst, de slegte nakoming van ordres - - - - – - Geweeren . Heuw„s Patr: Oorth: – – – – – – – – – „ 17: —: – – – – – – – – – – „ 2: – – – – – – – „ 8: . . . P„o 29. - door ers Avan „gen Wapenzijn. - - . ƒ ƒ — Kruysse 1 — - — —— ƒ - _„o 96. den 31 geschut gesteldheid der Galovats in ee gevegt. door en lathartig gedrag der Ternaatse hulpben„ „den, sonder het welke den vijand vij Groter afbreuk soude hebben konnen worden toe„ gebargt terwijl aan een andere kant nog„ tans blijkt dat sij hier en daar nuttig sijn geweest en speciaal bij het vervolgen; dus Goedgevonden wierd en verstaan sulx voor den koning van Ternaten, die het beste Gedeel„ „te van ons succes aan de dapperheid sij„ „ner Berg boeren toeschrijft, te ontveinsen. getal de tjendelijk vaartuij meshun en voors an te teekenen dat de vijandelij„ hij vloot bestaan heeft in 49: Boeginee„ „sen, Tontolijreesen en cailireesen en 37: 'slang, „se of Magindanauwse vaartuigen den Koning Ilo aan 't hoofd van de Hanon„ „gers en Alam aan 't hoofd van de Magin„ „dauers hebben ijder vaartuig buijten de draijbassen ten minste 2: p„s canons van 2: ldb: Caliber en de Groote vaartuigen ieder 6: tuk„ „ken van 3: â 4: lb: bals Gevoerd. wordende van de Galowets getuigd dat wel goed sijn in een gevegt op stil water en langs Jan 97 Janu: 1789. zo meede van de Pantjallang. het voorgeven van den oud Simbotsche koning Nackie door de gecommitteerden onwaar bevonden. langs den wal maar niet bestaan baar voor een vijand die se aan durven doen dewijl der„ selver boord veel te lang is, waar door de manschappen te zeer g'exponeerd zijn wordende niets door dies borstweering, die maar 1½ v„t hoog is gedekt van de stuk„ „ken en oorlogs behoeftens. Gelijk van de Pantjallangs mede ge„ „tuigd word dat met seer geschikt sijn om in Expeditien gebruikt te worden, door dien nog voor mij agter geschut daarop geplaatst kan worden en hier bij stiltens g'inteerd kon„ „nen worden sonder hindering 't gunt te redee„ „seerden soude weesen met selve van vooren een uitnement spil te voorsien en agter op stuk„ „ken te plaatsen waartoe se breed genoeg sijn e seinde door de Gecommitteerdens onwaar bevonden het voorgeven van den oud Limbossda vol koning Nacki, dat het fortje Leijden, na de retraite der onsen tot hunne komst toe, tegen den vijand Gedefendeerd heeft, maar dat het selve duslange beset gebleeven is met den Gorontale Walapoeloe Toffik en Car„n Amadie van Quandang Het
English
98. Number of the European servants shot dead. Engeland A Bugis met by the aforementioned Kwandang Resident Baijer on his voyage to Kaidipang was handed over to the Honorable van Lutzow for transport hither. The loss of European servants shot dead incurred on 27 July 1780 consists of: One sailor from the pantjallang De Windhond. Four gunners from the galowet De Ekster, killed, along with one soldier, whose names and residences have been duly reported to the pay office in order to draw up their death accounts. Concerning the Buginese anakhoda met by the former Kwandang Resident Baijer on his voyage to Kaidipang and subsequently handed over to the Honorable von Lutzow for transport hither, of whom mention is again made in the aforementioned compendious report; whose paduwakang looked very badly battered and the crew sailing upon it did not match the pass found on him from the retired Governor of Java, the Honorable Mr. Siberg, dated 12 May 1787; and who was suspected by the commissioners on the cruising fleet, as well as by Baijer, of having belonged 89 3 January 99. January 1789. Interrogated in his defense. Is set at liberty. among the enemy and having been in combat with the first-mentioned at Buol itself; the Governor having made it known that after his arrival at Ternate, he had the same brought before him in order to hear what he had to bring forward in his defense, and having heard the man's reasons, reflected that regarding him one may easily have acted mistakenly and considered friend as foe; and has accordingly left him, together with four of his crewmen—one of them having jumped overboard out of fear of the Ternatean Alfurs and perished—at liberty and permitted him to reside with the local Bugis inhabitant of Gorontalo, Lamne, who claimed 6 pennies per day for him and each of his men; and he serves to give his defense in writing, which reads as follows: Translation of a Malay story written in Buginese characters of the Bugis brought in by the commissioners of the expedition of Kwandang; to the Honorable, Right Venerable Mr. Alexander Cornabé, Governor and Director over the Moluccas, reading, after preceding respect, as follows: 90 It was the 15th of the month of Sha'ban in the year 1201, being 3 July 1787, that we received our pass from the Governor at Semarang, and we spent 3 months on the voyage to Kutai; from the aforementioned place we set sail again for Semarang in the month of Jumada al-Thani 1202, that is in March 1788; however, we were cast ashore with our proa on the land of the Mandarese, where the aforementioned was smashed to pieces in the month of Rajab, that is April of the aforementioned year; our stay there was 3½ months before we obtained a new proa by purchase; undertaking the voyage from there to Dondo, we called at Donggala to purchase coconuts and kapok, while we were then met by eighteen Iranun proas which attacked us and engaged in battle with us from morning until evening at sunset, in which fight three of our men were wounded, and we would likely have fallen prey to the Iranuns had it not been that we were scattered from one another that night, being the 10th of the month of Shawwal, 22 July, by a storm, and which heavy west wind made us land at Kaidipang, where we found the Kwandang Resident, who also took us along to his residency and stripped us of all our goods; we remained in the fortress four days until the cruising fleet returned, whose commanders took us onto the sloop, where we had to remain for five months until the arrival here. Our goods that were secured by the Kwandang Resident consist of one chest, wherein: 2 pieces of silk patolas, 1 of four fathoms and 1 of 3 ditto 2 pieces of kebaya kantjing, or women's sleeves 1 set of gold buttons 5 sets 31 191 January 1789. 9 pieces of shorts, among which one woven with gold 1 fine haman 1 gold-embroidered cap 1 black Macassar cloth 1 Chinese purse 2 silk shorts 1 silk trousers 30 pieces of striped cloth, for shorts 26 pieces of Macassar neckerchiefs 1 fine ditto cloth 1 Bugis cloth 8 bedaks In the second chest: 2 silver boxes, of which 1 with its chain 7 shorts 1 woman's kebaya 1 set of silver buttons In the third chest: 13 knives with yellow handles 6 small scissors 12 small mirrors 2 lb. yellow copper Loose Goods: 4 rantakas 5 muskets 2 blunderbusses 6 sagosagos 2 piculs of gunpowder 3 jars with musket and rantaka balls, though not full 2 copper loyangs 5 spittoons 1 kettle 1 barrel of oil 10 jars of oil 2 charts 2 large dishes 2 pieces 1 set of silver buttons
Dutch transcription
98. getaal der dood geschooten Europeese Dienaaren. vlngelandt sen doo ten gem: muandang resident Baijer op zijn togt na Candipang ont„ „moeten Boeginees. is aan den E: van Lutton te overvoer na hern„s overgegeven Het op den 27: Julij 1780: bekomen verlies van Doodgeschooten Europeese Dienaaren bestaat i Een Mattroos van de Pantjallang d' winthrom vier busschieter van de Galowet de Exter gequist. nevens Een soldaat. welker naamen en woonplaatsen behoor„ „lijk ten soldij Comptoire opgegeven sijn om hunne dood reekening op te maken. 1 Den door den geweesen Quandangs Resid„t Baijer op zijn togt me Caudipang antmoor en vervolgens aan den E: von Lutzor ten over „voer na herw„s overgegeven geworden Boeg: „noes Anachoda aanbelangende van wien in het Compendieus berigt voorm: weder mentie gemaakt word wiens Paduwa „kans seer lelijk gehavend uitgesien heeft en de daarop varende manschapp: niet uitgekomen zijn met de bij hem gevon„ „den Pasce van den afgegeme Java's Gou„ „verneur Edele Heer Siberg d: d: 12: Meij 1787: en die door de gecommitteerdens op de kruisvloot soo wel, als door Baijen verdagt gehouden is van gehoord te hebben onder 89 den 3 Jan J 99. Janu: 1789. verdeediging onderraagd zijnde. word op wije voeten gesteld. onder den vijand en met eerst gem: te Bwool selve slaags te zijn geweest; door den Heer Gouverneur te kennen sijnde gegeven dat en door den Heer Gouverneur nopens zijne den selve na aanbanding op Ternaten bij zig hebbende laten komen om te hooren wat tot sijne verdediging in te bren„ „gen hadde op te hooren van 's maands reede„ „ne bedagt geworden is dat men te sije aan, „sie wil mis gelast en vriend voor vijand aangemerkt kan hebben hem dien volgens nevens vier sijner scheepelingen, sijnde een daar van uit Vees voor de Ternaatse Alfoeren overboord gesprooken en veronge„ „lukt op eige voeten gelaten en gepermitteerd heeft om bij den in loco sijnde Boeginees Inwoner van Gorontalo Lamne die voor hem en ieder der sijne 6: p:s'Idaags gepretendeert heeft gen„d intewroonen en zij, en diend van schriftelijke verantwoording ne verantwoording schrieftelijk te geven, luidende dezelve aldus. Translaat eener maleidsche in Boe„ „gineese Caxacters geschreeven verhaal„ van den, door de Commissianten der Expe„ „ditie van Quandang opgebragte Boegineesen; Aan den wel Edelen Agtba„ „ren Heer Alexander Cornabe Gouverneur en Directeur over de Moluccos Zuidende na voorafgaand Eerbied; aldus: Het 90 „ Het was den 15: van de maand Saabang in't jaar 1201 over den 3: Julij 1787: / dat wij onse Pas van den Heer Gouverneur te Samarang ontvingen, en hebben 3 maanden doorgebragt in de zijs naar Kuti; van gem: plaats zijn wij in de maand Djinaboel 1202: dat is in maart 1788: / weder naar Samarang Gestevend, eg„ ter vervielen we met onze Prauw op E' land der Mandha „reesen, alwaar gem: is stukken geslagen in de maand Radjaa dat is April :/ van gem: Jaar: ons verblijff is daar geweest 3½: maand, voor dat we een Nieuwe Trauw te koop kreegen; De rijs van daar na Doudo onderneemende gierden wij te Doengala aan, om klapers en kapok intekopen, ter „wijl als doe ons ontmoeten agtien Hlanoveesen Prauwen, welke ons andeden en van 's morgens tot 's avonds met sons ondergang met ons hebben slaags geweest bij welk ge„ „regt Drie van de onse gekwest zijn geworden, en zouden den„ „kelijk een prooij den Ilanas geworden zijn, waar 't niet dan we dien nogt of den 10: van de maand sawal 22: julij storm door een waar van elkanderen word verstrooijs, en welke swaare westen wind ons heeft te Candipanen doen landen, alwaar we quandange Resident aantrofpen en die ons ook naar zin Residentie heeft mede gevoerd, en ons van alle en ze goederen ontblood, bleven uit fortres vier dagen, tot dat de hruisvloot terug kwam, wel„ „kers Hoofden ons op de sloep nam, alwaar wij ons vijf „manden tot de arrive alhier hebben moeten ophouden De Goederen van ons die door Quandangs Resident Geborgen zijn, bestaan in Een kist, waar in. 2: p„s zijde Pattolas 1: van vier V=m en 1: van 3: d„o 2: „ „ kabaijen kantjing, of vrouwe mouwen 1: stel goude knoopen V: Stil den 31 191 Janu: 1789. 9: p„s korte Broeken / waar onder Een van goude geweest 1: „ fijne haman 1: „ goud door werkte muts 1: „ swart maccassaarse kleetjes 1: „ chineese Beurs 2: „ sijde korte broeken 1: „ „ lange _o 1 30: - stukken gestreept goed, voor korte broeken 26: p„s maccassaarse Neusdoeken 1: „ fijn _o kleetjes 1: „ Bakkse kleedje 8: „ Bedakken in de twee kist 2: zilvere doosjes, waar van 1: met dies ketting 7: korte Broekoy 1: p„s Vouwe Kabaaij 1: „ stel zilvere knoopen in de derde kist 13: p„s messen met geele heften 6: „ klijne schaaren 12: „ „ spiegels 2: lb: geel kooper Losse Goederen 4: p„s Rantakken 5: „ snaphanen 2: „ Donderbussen 6: „ Sago sagos 2„ Picol Buskruit 3: - bulis met snap:n en rantak kogels dogn niet vol 2 p„s kopere Loijangs „ kwispedrois Tot 5: „ „ ketel 1:„ 1: „ vat met olij 10: „ Bolis „ „ 2: „ kaarten 2: „ Bessers 2 „ 1: stil zilvere knoopen p„s
English
142 1 piece compass to be tensioned, since we reside with wife and children in Samarang Contents of the same. 2 copper standing lamps 5 pedaks 7 krisses with their belts 5 badik-badiks or belly-cutters cushions and mats 10:-:- rixdollars in value 3 corges Macassar cloths 4 chelasses and 10 Macassar neckerchiefs; as well as coconuts and kapok, yet unable to state the value thereof, because in the fight with the Haners they had to throw them overboard We submit all this to the consideration of Your Right Honorable Lord Governor, how we, having been enemies, should dare to undertake to be together with those who reside in Quandang, and are subject to Captain Amin residing there, and thus we hope that His Excellency will kindly take our case into consideration, and will cause proper satisfaction to be granted to us. Below stood: Ternate the last day of December Anno 1788 was signed with Arabic characters set by: Anachoda Panga, Jurumudi Poanasako, Jurubatu Sebadoe and Samaroe lower: For the translation signed: J. b Schoe whereupon the defendants say. That on the 3rd of June 1788 they received the said pass, and having had a voyage of three months to [illegible], from where in March 1788 they steered again to Samarang and got off course onto the Land of Mandhar the 31st 143. January 1789. Their goods that were salvaged by Quandang's resident consist of what is here newly specified. Mandhar, where their vessel was smashed to pieces; they having stayed there 3½ months before they could purchase a new proa, with which they undertook the voyage to Dondo, and en route touched at Donggala to buy coconuts and kapok, being met by 18 proas with Hanongers who engaged in combat with them from morning until sunset, such that three of their companions were wounded there, and they would likely have become a prey for the Hanongers, had they not been parted by a storm from the west; this incident having occurred on the 22nd of July 1788; subsequently having landed at Kandipang, Quandang's resident showed up there, who conveyed them to his residency, stripping them of all their goods; they being detained within the fort for 4 days, when the cruise fleet returned thither, whereupon they were placed during five months. Their goods salvaged by Quandang's resident consist of a chest wherein 2 pieces silk patolas, namely 1 of 4 and 1 of 3 fathoms 2 pieces cabayas with buttons or with women's sleeves. 1 set of gold buttons 1 set 144: the 31st 1 set of silver buttons 9 pieces short trousers among which 1 worked with gold. 1 piece fine hamans, 1 cap worked through with gold. 1 black Macassar cloth, 1 Chinese purse 2 short silk trousers 1 long silk trouser 30 pieces striped cloth, for short trousers 26 Macassar neckerchiefs 1 piece fine ditto cloths 1 piece batik ditto 8 pedaks In a second chest 2 silver boxes whereof 1 with a chain 7 short trousers 1 woman's cabaya 1 set of silver buttons In the third chest 13 pieces knives with yellow handles, 6 small scissors 12 ditto mirrors 2 pounds yellow copper Loose goods, such as: 4 pieces swivel guns 5 flintlocks 2 blunderbusses 6 sagu-sagus 52 piculs of gunpowder 3 pieces pouches or bamboos with flintlock and 7 swivel gun balls, yet not full 2 pieces 195 January 1789. delivered. and the rest taken over by Baijer for the adjacent sum. 2 pieces copper basins 2 ditto spittoons 1 ditto pot 1 copper kettle 1 barrel with oil 10 pieces bamboo tubes with oil 2 charts 2 compass dividers 1 copper standing lamp 1 compass 5 pedaks 7 krisses with their belts 5 badik-badiks, or belly-cutters cushions and mats for the value of 18 rixdollars 3 corges Macassar cloths 4 pieces chelasses 18 Macassar neckerchiefs also some coconuts and kapok whose value they cannot properly state, because they had to throw some of it overboard during the fight A portion of the aforesaid goods has only been brought here. Of all the aforesaid goods only a portion was brought here, according to the inventory made thereof and resting among the secret annexes, while concerning the goods sent over, Baijer handed over to the Commander on the Windhond a note with the declaration of the prices for which he took them over, amounting to 258:24:- rixdollars, which he acknowledges owing. 196. the 31st Note thereof. Declaration of the Lieutenant at sea Muller. The Bugis are short of everything, as follows: the Anachoda 1 piece kris 1 silver box 8 Spanish reals in goods in the pocket, to the value of 30½ rixdollars his cambielang 4 pieces chintz: 16:- rixdollars 7½ ½ corge neckerchiefs: 7:12:- rixdollars 53:24:- rixdollars 52:-:- rixdollars 258:24:- rixdollars Below stood: The adjacent amount of 258 rixdollars I acknowledge to owe to the above-mentioned Bugis and will pay upon the first demand. Lower: Quandang the 12th of October 1788. Was signed: J. D. Baijer Missing from the Bugis' weapons are however still a blunderbuss, a flintlock, ½ picul of gunpowder that was not delivered here and which Lieutenant Muller testifies in the following declaration to have received. ditto No. 150: Today the 3rd of February 1789 appeared before me, Carol Godlieb Rousselet, First Sworn Clerk of Police of this Government, in the presence of the witnesses to be named below, The boatswain's mate Swerus Sijbrand, of Aalburg, aged 38 years, of the Lutheran and trousers made the others together: 153:-:- rixdollars besides that in cloths: 206:24:- rixdollars the religion
Dutch transcription
142 1 p„s Compas te serpannen, daar wij met vrouw en kinderen te samarangn woonnagtig Inhoud van het zelve. 2: „ kopere staande Lampen 5: „ Pedakken 7: „ Criessen met dies Talibanden 5: „ Badie Badie of Buiksnijers overkussers en matjes rd„s 10:—:— in waardij 3: corgies maccassaarse kleedjes 4: Chelassen en 10: maccassaarse Neusdoeken; als meede nog klappers en kapok, dog niet kunnende opgeven de waardij daar van, door dien in't gevegt met de Haners daar van over Boord hebben moeten smijke„ wij geven dit alles in overweeging van uw WelEd Agtb: Heer Gouverneur, hoe wij ons zouden ^geweest zijnde vijanden te zamen derven ondernemen om met de te Quandangs woonagtig sijn, en onderhoorig aan den aldaar woon„ dagtig zijnde Capn Amin, en dus verhoopen wij dat Hoog dezelve onse zaak gelieven in aanmerking te neemen, en ons behoorlijk satisfactie zal doen ge „worden /:onderstond:) Ternaten den Laatsten December A„o 1708 /:was geteekend:/ met arabische Cara „ters /:gesteld door:/ Anachoda Panga Djoeromoe „di Poanasako, Sjurubato Sebadoe en Samaroe /:lager:/ voor 't Translaat /:geteekend:/ J„b Schoe waar bij de verweerde seggen. Dat den 3: Junij 1788. gemelde Pasce ontvan„ „gen en een reijs van drie maanden gehad heb„ „bende naar hoeke van waar in maart 1788. weder na Samarang gestevend en op de zoute vervallen sijn op het Land van Mandhar den 31: 143. Janu: 1789. Hunne goederen die door quandangs resi„ „dent geburgen zijn, bestaan in het hier neu„ gespecificeerde. Mandhar alwaar hun vaartuig in stukken geslagen is; sijnde sij daar 3½: maand ver„ „bleven voor een aleer een nieuwe prauw te koop kree„ „gen waarmede sij de zeijs na Dondo ondernomen en en passant Doengalo aangierden om Clappus en kapok intekopen ontmoet wordende door 18: Grauwen met Hanongers die met hen van 's morgens af, tot sous ondergang toe, slaags sijn geweest soo dat drie hunner medgesellen daar gekwest en souden waarschijnelijk een provij voor de Hanonges geworden zijn, sonder door een storm uit den weste uit elkander geraakt waren; sijnde dit voorval gepasseerd den 22:e Julij 1788: vervolgens te Candipang geland sijnde, toofte sij mandangs resident daar aan die na sijne residentie overvoerde hen van alle hunne Goederen ontblootende, sijnde sij binnen het fort 4: dagen aange„ „houden, wanneer de kruisvloot aldaar te rug kwam, wanneer sij daarop ge„ „duurende vijff manden Geplaatst sijn, gewest. Hunne door Qandangs resident ge„ „burgen Goederen bestaan in een kist waar in 2: p„s zijde Pathollas, als 1: van 4: en 1: van 3: v=m 2: „ „ Cabaijen kantjing of met vrouwe mou„ „wen. 1: stel goude knoopen 1: stel r 144: den 31: 1: stil zilvere knoopen 9: p„s korte broeken waar onder 1: met goud gewerkt. 1: „ fijne Hamans, 1: „ met goud door werkte muts. 1: „ swarte maccassaarse kleedje, 1: „ Chineese Beurs 2: „ korte sijde Broeken 1: „ lang „ broek 30: „ gestrept Goed, tot korte broeken 26: „ Maccassaarse neusdoeken 1: „ fijne d„o kleetjes 1: „ Batikse d„o 8: „ Pedakken In een Tweede kist 2: „ silvere doosjes daar van 1: met een kitting 7: „ Korte Broeken 1: „ vrouw Cabaaij 1: „ silvere knoopen In de derde kist 13: p„s messen met geele heften, 6: „ kleine schaaren 12: „ d„o spiegels 2: ld: geel koper Losse Goederen als; 4: p„s rantakka 5: „ snaphanen 2: „ donderbussen 6: „ sagoe sagaes 52: Picol buskruit 3: p„s boelis of Bamboesen met snaphaan en 7: rantakka kogels, dog niet vol 2: p„s 195 Janu: 1789. aangebragt. en het overige door Baijer voor nevenstaande somma overgenomen. 2: p:s kopere Loijangs 2: „ _„o Guispedoors 1: „ _„o Pot 1: „ kopere keetel 1: vat met olij 10: p„s Boelie met olij 2: „ kaarten 2: „ Passers 1: „ kopere staande Lamp 1: „ Compas 5: „ bevakken 7: „ kriessen met dies Taliebanden 5: Badjie Badje, of buijksnijders kussen en matjes voor de waardij van 18: rd„s 3: Corgie maccassaarse kleetjes 4: p„s Chelassen 18 „ maccassaars Neusdoeken ook eenige Clappus en Capok welker„ waarde zij niet regt op geven konnen, door die daar van in 't gevegt over boord hebben moeten suijten een gedeelte der voorn: goedere is maar hier Eijnde van alle voormelde goederen slegts een gedeelte alhier aangebragt, volgens daar van gemaakte in onder de secreeten bijlagen berustende inventaris, terwijl weg„ het met overgesondene door Baijer aan den Gezaghebber op den windhoud overgegeven H P. is eene Notitie met bekend stelling der prijsen waar voor het overgenomen heeft tot rd„s 258: 24:— die hij bekend schuldig te weesen - 196. den 31: Notitie daar van. Declaratier van den Luik„ ter zee Muller„ De Boegineesen komen te kort in alles. als d' Anachoda 1: p„s Keis 1: „ zilvere doos 8. spanse maten in van Goeveren in de zak, tot waardij van 30½ rd„s „ zijne Cambielang 4: p„s Citz: - - - - 16: — „ 7½: ½: Corsies Neusdoeken - - - - rd„s 53: 24:— „ 52:—:— rd„s 258: 24: /:onderstond:/ Nevens staande Contingent van r„s 258 bekenne aan op gem: Boeginees Debet te zijn en ter eersten aanmaaninge te zullen voldoen /:lager Muandang den 12: october 1788: /:was geteekend:) J: D: Baijer mankeerende van der Boegineesen wapene egter nog een Donderbusch Een snaphaanen ½ Picol Buskruit die hier niet is uitgelee„ „verd en dewelke de Luitenant Muller in # volgende declaratoir betuig met ontfan„ gen te hebben d0 (L:Z: N„o 150: Heeden den 3: Febr: 1709 compareerde voor mij Carol Godlieb Rousselet, Eerste gezw: klerk van Politie deezes Gouvernements present de natenoemene getuigen Den Bootsmansmat Swerus Sijbrand, van Alburg oud 38: jaren van de Luitersch en broeken gemaakt - - - - - de ande te zamen - – – – – „153: —: — buiten dat aen kleetjes - - - - - - rd„s 206:24: Den religie
English
197 January 1789. The sailor Pieter Ohl, from Bolkewest, aged 22 years, of the Lutheran religion, and Herman Gersteman, from Westerende, aged 28 years, of the Lutheran religion, both stationed on the Company's pantchiallang De Windhond, who, upon the requisition of the naval lieutenant and commander of the aforementioned pantchiallang, Jan Muller, and in favor of the pure and upright truth, declared it to be true and truthful: That they, the declarants, having arrived at the aforementioned residency with the expedition fleet that departed from here for Quandang recently under the command of Captain Lieutenant Engineer Baron von Lutzow, and that their aforementioned commander did not receive any gunpowder from the Buginese who were brought up from Caudipang by the Quandang resident Daniel Baijer and transferred hither under arrest on the aforementioned vessel, but did receive 4 pieces of muskets, 5 blunderbusses, and some swivel guns. All of which the declarants declared to be the pure and upright truth, being prepared, if required, to confirm this with a solemn oath. Below stood: Thus done and declared at Ternate, at Castle Orange, on the date aforementioned, in the presence of Johan Fredrik Mulder and Johan Fredrik van den Broek, both clerks, as witnesses, who duly signed the minute hereof alongside the declarants and me, the first sworn clerk. Lower: which I attest. Signed: C. G. Rousselet, First Sworn Clerk. Their padewakang, which they say was new and purchased for 80 rixdollars, having been used by the commissioners of Lutzow and companions to transport horses and smashed to pieces on this beach. They, the defendants, submit for consideration how they could have dared to conspire with those who were enemies at Quandang, since they reside with wives and children at Samarang and are subordinates of the Buginese Captain Amin there, with the request that proper satisfaction may be granted to them. 198 The 31st Deliberation on this matter. To acquit them of suspicion and allow them to return to Samarang. This matter having been deliberated upon, and considering the possibility with which everything stated by them regarding their disastrous voyages and encounter with the Llanos might have occurred, and that, even if the contrary were true, about which the former commissioners on the cruising fleet themselves can advance nothing with certainty, it is nonetheless better to let a person go who cannot be convicted as guilty than to condemn an innocent person; so it was approved and understood to acquit the defendants Anachoda Panga, Jurumudi Poanasako, Jurubatu Sebadu, and Samaru hereby of the suspicion cast upon them that they belonged to Foamilie's people, and to allow them to return to Samarang, under letters of escort and a report to the administration there concerning what occurred with respect to them. 199 January 1789 Baijer must count into the cash at Gorontalo his debt to the aforementioned Buginese, and be sharply reproached for his conduct. The adjacent weapons must be forwarded hither. Baijer being required to count into the cash at Gorontalo his aforementioned debt to the repeatedly mentioned Buginese up to 258 rixdollars and 24 stivers; and, having been brought hither by invoice in their favor, it may subsequently be credited to Samarang, and he, Baijer, shall be sharply reproached for engaging in trade with, and remaining indebted to, people whom he regarded as suspects and therefore sent up. The Honorable von Lutzow being required to satisfy these people for the loss of their vessel, and the 6 pence daily which they enjoy here for subsistence being charged to Baijer. While by the first available opportunity there must be sent hither: One musket, Blunderbusses, and Half a picol of gunpowder, which, as stated above, were found missing from the armament that was brought over. Returning to the proceedings of the commissioners on the cruising fleet as the same are described in their above-mentioned concise report, and it having been found 31st 100 To distribute the captured artillery from the enemy to the captors, and the natives who defected to our side have been granted their freedom. Alam, who holds authority over the Magindanaos, is the same one who helped raid Riouw, and the chief of the Llanos was shot dead. Promise of Porinke to both aforementioned. that the artillery captured by them from the enemy consists of: 3 pieces of cannon of 1 and 2 pounds, all of which were found upon inspection by the artillery to be of native manufacture, wherefore it was approved and understood not to retain the same for the Company, but to distribute them to the captors. And to record that 20 persons, including Caudipangers, Bolaang Itams, and Birholorese, who were previously captured by the Magindanaos and Llanos and defected to our side, have recovered their freedom. Likewise, that Alam, who exercised authority over the Magindanaos and resides at Tubu, is the same one who helped raid Riouw, from where he captured 1 iron cannon of 3 pounds and 2 Europeans, one of whom has died while the remaining one is treated well. And that the chief of the Llanos, Radja Ho of Baro, was shot dead. Both having joined Foamilie for assistance on condition that the Company's vessels to be captured would be theirs and they would be granted 500 rixdollars for each European head. However, to which agreement, through the conclusion of success
Dutch transcription
197 Jann: 1789. Den Mattroos Pieter ohl, van Bolkewest oud 22: jare„ van de Luijtersche religie en _„o Herman Gersteman van westerende oud 28: jaren van de luijtersche religie alle bescheiden op sComp„s Pantjallang D' windhout De welke ter requisitie van den Luitenant ter Zee en Gezaghebber van voorn: Pantjallang Jan Muller en ten favuur der zuivere en opregte waarheid ver„ „klaarde waar en waaragtig te zijn. Dat zij Declaranten met de J: L: van hier na Qandang afgesteeken Expeditie vloot, onder gezag van den Cap„n Luit„t Jngenieur Baron von Lutzow, ter voorm: resident ge„ „arriveerd zijnde, en hun Gezaghebber voorn: van de van Guandangs resident Daniel Baijer, van Caudipang opgebragte en met gem: kiel na herw„s in arrest overgevoerde Boegineesen geen kruit ont„ „vangen hebben, maar wel 4: p„s snaph: v: Donderbasch en eenige rantakken. Het geen de declaranten verklaarden de zuivere en opregte waarheid te zijn, bereid zijnde, des gerequreerd werdende, met solemnee„ „len Eede te bevestigen /:onderstond:/ Aldus Gedaan en verklaard te Ternaten ten Casteele Orange dato voorsz: /: ter praesentie van Johan Fredrik Mulder, en Johan fredrik van den Broek, beide klerken als getuigen die de minute dezes nevens de declaranten en mij Eerste. Getw: klerk behoorlijk hebben onderteekend /:lager:/ quod dttestor /:geeteekend:/ C: G: Rousselet; E: Gesw: Klerk, sijnde hunne Padewakan, die sij seggen nieuw te zijn geweest en rd„s 80: gekogt te hebben, door de Gecom„ „mitteerdens van Lutzow C. s: ten overvoerd van Paarden gebruikt geworden en op dit strant aan stukken geslagen Gevende sij verweerders in overweging hoe dat souden hebben durven ondernemen om met de te Quandang 198 den 31 Deliberatie hier over. „fers van verdenking wij te spreeken en na Samarang terug te laten keeren. Quandang geweest sijn vijanden samen te spannen, door sij met vrouwen en kinderen op samarang woonagtig, en onderhoorige sijn van den Boeginees Cap„n aldaar Amin met beede dat hun behoorlijke satisfactie geworden mag. Hier over gedelibereerd en geset sijnde op de mogelijkheid, waarmede al het door hun nop„s derselver rampspoedige rijsen en ontmoeting met de Hanongers heeft konnen passeeren en dat, soo het gee„ „gendeel al eens waar weesen magt, dog waar omtrent de geweesen Gecommitteerdens op de kruisvloot selve niets met zeekerheid ad „vanceeren konnen, het nogtans beeter is eenen niet overhugd konnende worden schu„ „dig te laten loopen, dan een onschuldig te beslorte gew: Boeginees met sijn mat, condemneeren; soo wierd Goedgevonden en verstaan den verweerder Anachoda Panga, Tjoermoedie Poanasako, Djoeroe bato seba„ „doe en samaroed mits deesen vrij te speee„ „ken van de verdenking waaronder gelegd hebben dat onder Foamilies volkje gehoor„ „den en na samarang terug te laten keeren, om„ „der Geleijde Letteren en verslag aan het mini„ „sterie 199 Jann: 1789 telle zin debet aan voorm: Boegineesen. en over zijne handel wijse schepelijk gereprocheerd worden nevenstaande wapen moeten na herw„s worden bezorgd. sterie aldaar van het voorgevallene ten hun„ „nen opzigte Baijer moet op Gorontalo in Cassa sullende Baijer op Gorontalo in Cassa moe„ „ten tellen voorsegde sijn debet aan meerm: Boe„ „gineesen tot rd„s 25824:—: en na herw„s p„r fac„ „tuur ten faveure gebrogt sijnde, Samarang vervolgens ten goede aangereekend te kon„ nen worde, en hij Baijer scherpelijk gerepro„ „cheerd worden dat aandeel drijff met en schuldig blijft aan door hem voor suppect gehouden gehouden en daarom opgezonden wordende Lieden zullende dE: von Lutzon deeze Lieden voort verlies van hun vaartuig moeten te vreede stellen en Baijer ten lasten moeten gebragt worden den 6: daags die zij tot onderhoud alhier genieten Terwijl per eerst voorkomende gelegentheid na herws sullen moeten worden toegeschikt. Een snaphaan Donderbosch en „ Halff Picol buskruit die, als boven gezegt, aan hunne overgekomen, armature te min bevonden sijn. Tot de verrigtingen der g'committeerdens op de kruis„ „vloot soo als dezelve in hun bovengem: Compedieus berigt teschreeven staan weder gekeerd, en bevonden sijn „de den 31 100 het veroverd geschut van den vijand. aan de veroveraans uit te keeren. en de overgeloopen inlanders tot de onse hunne Wijheid gegoven Alam die over de magindananers, het gesag werd, is die zelfde die Riouw heeft holpen afloven. en het hoofd van de slanonges is dood ge„ „schooten. Belofde van Porinke aan bide ongem: de dat het door de zelve op den vijand veroverd geschut bestaad in. 3: p„s Canons van 1: en 2: lb: die alle in de Arthillerij Geseponeerden van In„ „lands maaksel te weesen bevonden sijn, waar om goedgevonden wierden verstaan dezelve voor de Comop niet te laten inneemen maar aan de veroveraars d uit gekeerd. En aanteekening te houden dat 20: soo Caudi„ „pangers, Boelang Htammers als Birholoreesen, die voor heen door de Magindanams en Hanon„ „gers geroofd geworden en tot de onse overgeloopen sijn hunne Vrijheid gerecourreerd hebben soo meede dat Alam, die over de Maginda„ „nauers het gezag gevoerd en zijn verblijff op Toeboe heeft, de selvde is die Riouw heeft het„ „pen aflopen van waar hij 1: ijzere Canons van 3: lb: en 2: Europeesen veroverd heeft sijn„ „de een derselve overleeden terwijl de overgeblee„ „vene wel behandeld worden. En dat het Hoofd over de Hanongers Radja Ho van Baro doot geschooten is. Hebbende sig beide bij Foanilie tot assisten „tie vervoegd op voorwaarde dat 'sComp„s te ver„ „overen vaartuigen de haare weesen en sij voor ijder Europeese kop rd„s 500:—: geweten souden. Dog aan welk accoord door het sluiten Juc„ ces S Sch 2
English
11 January 1789. Foanilie. Hiding place of the Buginese attacked from Quandang. The Limbotto kings and grandees have decided to reside at Limbotto henceforth and to send delegates hither. A disagreement arose between Alam and... ...of their weapons, not having been able to be satisfied by either side, a severe disagreement arose from this, Alam wanting to be compensated 3000 rds for the shot Raja Hlo. Meanwhile, the Buginese attacked from Quandang had found a hiding place with the apostate king of Tontoli. At Limboth, where the kings were present with their chiefs, having been presented by the Honorable von Lutow that Quandang, through a long-neglected gold delivery, had become a burdensome post and, through the retreat of the Limbotto people, a completely useless residency for the Company, and could no longer be maintained, why one could no longer follow their caprices. Whereupon they jointly decided henceforth to reside at Limbotto. And delegates were appointed not only to inform this government thereof, but also to beg forgiveness regarding their previously held reproachable conduct, while it was also decided to repair the old lodge at their own expense. The little fort Leyden at Quandang being demolished by 200 Gorontalo people and 100 Limbotto people. 31. 112 31 January. The arrival of the aforementioned delegates was likely prevented. Request of king Nacki. The kings of Gorontalo opposed this. The king of Bolemmo, who had resided at Quandang, also moved to Limbotto. Having been demolished. And the arrival of the said delegates was likely prevented by the faction of the former Limbotto king Nacki and former goegoegoe Toesoeph, which first-mentioned has brought over to his side the actual king, who is poor and a debtor of Nachie, whereby the disagreement regarding the residence at Limbotto or at Quandang has become lively again among the Limbotto people. Nacki requesting to be allowed to settle in the Bay of Tominie in order to provide the Company there annually with 40 reals of gold in exchange for linen. Against which the kings of Gorontalo opposed themselves, saying that Nachie had at least 400 slaves, who, if they dug in the mines, would not only cause great prejudice to the Gorontalo people, but from this also an opportunity for smuggling would arise. The king of Bolemmo, who formerly resided at Quandang under the supervision of the Company, having also moved to Limbotto, after the delegate made a request that the return of his subjects scattered among the Gorontalo and Limbotto people might be effected, in order to be able to pay off all the sooner his debt contracted with the Company. 113 January 1789. Concerning the Company's effects that went missing from Quandang, it is said that king Tilahounga has undertaken to pay for the same. The servants employed in the expedition have properly performed their duty. Decided to grant the adjacent servants the requested double board money, along with having the specified incurred expenditures written off by the commissioners. While on the subject of the Company's effects that went missing after the retreat of Baijer from Quandang to Gorontalo, it is said that king Tilahounga has undertaken to pay for the same. The compendious report being concluded with a commendation of those servants who were employed in the expedition under the Honorable von Lutzow and company, and of whom it is said that all have properly fulfilled their duty, offering an accurate statement of the provisions that were given along on the expedition for further accounting, together with a statement of the remaining gunpowder, round and long shot, with the petition that double board money may be granted to all. Because of the satisfaction given to the commissioners and those who followed them in this successful expedition, it was approved and agreed to grant to all of the same, following previous examples, the requested double board money. And to have the expenditures of Rds 800, incurred by the first-mentioned on their long journey and appearing not excessive, written off. 114 31. To have written off: Rds 800:—:— in cash, of which here locally Rds 300:—:—, at Gorontalo Rds 300:—:—, and at Manado Rds 200:—:— are held. Besides Rds 149:16:— which they have disbursed in excess. Or together Rds 949:16:— to be written off, with restitution of the aforementioned over-disbursed Rds 149:16:—, and alongside 40 pcs common bleached Guineas and 34 pcs red broad whole Baftas, also to have the adjacent articles written off. 18000 lb or 6 lasts of Javanese rice 500 lb of nails in assorted types 16 pcs common bleached Guineas, whereof 6 pcs received at Gorontalo 9 pcs bunting in assorted types received at Gorontalo 30 lb of wax candles 10 lb of the same received at Manado 620 lb of pork 388 cans of arrack 500 cans of coconut oil 1000 lb of Javanese salt 8 bottles of distilled waters 125 lb of coffee beans 10 quires of large format paper 10 quires of small format paper 2 bundles of pen quills ½ lb of sealing wax 300 lb of gunpowder 100 pcs filled mortar grenades 100 pcs filled hand grenades 100 lb of lead.
Dutch transcription
11 Jann: 1789. Foanilie. schuilplaats der van Quandang g'autugeer„ „de Boegineesen. de Limbotsche Koninge en grooten hebben beslooten voortaen hun verblijfj te limbot„ „to te houden. en gecommitteerdens na herwaards te zenden. te brengen; „molieerd. ontstaan mneenigheid tusschen Hlaan en ces hunnere waapenen, van geene zijden vol„ „daan hebbende konnen worden, was hier uit sware oneenigheid ontsaan, willende Alam voor den doodgeschooten Rdja Hlo 3000 rd„s vergoed hebben Intusschen hadden de van mandang g'autugeer„ „de Boegineesen een schuilplaats gevonden bij den affallige koning van Fontolij Te Limboth, alwaar de koningen met hun„ „ne hoofden preesent waren, door den E: von Lutow voorgehouden sijnde dat Quandang door een lang verwaarlosde Goud leverantie een Last Post en door de retraite der Limbotters eene gansch nutteloose residentie voor de Comp„ geworden was en niet langer kan aangehouden worden waarom men hunner Caprieus niet langer konde opvolgen. waarop sij gesamentlijk beslooten voor„ „taan op Limbotto verblijff te houden. en gecommitteerdens benoemd om deese re„ e „geering daar van te verwittigen niet alleen, S: maar ook om weg„s hun bevorens gehouden reprochabel gedrag vergeffenis te smeeken mitsg„s de oude Logie weeder in orsse Terwijl nog beslooten om de oude Logie op eij„ „gen kosten weder in order te brengen sijnde het fortres Leijden op mandang het fortje Leijde te Quaadang gede„ door 200: Gorontaalders en 100: Limbotters gedemolieerd 31: O a r 112 den 31 Jan de opkomst van op gem: gecommit„ „teerde 's denkelijk tegen gehouden. verzoekt van koning Nackie. De koningen van gorontalo hebben zig daar tege g'opponeerd. Den te quandang getete koning van Bo„ „lemmors meede na Limbotto verhust Gedemolieerd geworden en de opkomst van ged„e gecommitteerdens den „kelijk tegen gehouden door de Partij van den oud Limbots koning Nacki en oud goegoe„ „goe Toesoeph welke eerstgem: den werkelijke koning, die Armen een debiteur van Nachie is„ tot sijne sijde heeft overgehald waardoor de oneenigheid weg„s het verblijfs te Limbotto of te Quandang, onder de Limbotto weder levendig is geworden versoekende Nacki sig in de bogt van To„ „minie te mogen nedersetten om aldaar 't jaar„ „lijks 40: realen goud tegen lijwaten aan de comp„ te besorgen waartegen sig de koningen van Gorontalo g'op„ „poneerd hebben, seggende dat Nachie wel 400: slaven had, die wanneer sij in de mijnen Groe„ „ven, den Gorontaalders niet alleen grote afbreuk souden doen, maar hier uit ook maar aanleg tot smok„ „kelen ontstaan soude sijnde de voorheen onder opzigt van de Comp„e te Quandang geseeten Koning van Bolemmo mede na Limbotto verhuist, na dat den Gecommit„ „teerde versoek heeft gedaan dat te rug gaven sijner onder de Gorontaalders en Limbotters versprijde onderdanen, bewerkt mogte worden om sijne bij de comp„e gemaakte schuld des te van de ga eerder 1 na ko 113 Jann: 17879 ven de van Gurmdang absent geraakte sComp„s effecten word getagt dat koning Silahoen„ ga aangenomen heeft dezelve te betalen. de in de Expeditie g'emploijeerde Die„ naaren zijn hun pligt nabehooren aange„ komen beslooten aan nevenstaande Dienaaren toe „teleggen het verzogte dubbel kostgeld. nevens gespecificeerde gevane spenda„ tien door de Commissianten te laten afs„ „schrijven eerder te konnen afseggen. Terwijl op 't sujet der na de retraite van Baijer uit Quandang na Gorontalo absent Geraakte sComp„s effecten, gesegd word dat koning Tilahoe„ „nga aangenoomen heeft dezelve te betalen. Wordende het Compedieus berigt beslooten met eene aanprijsing van die Dienaaren in de Expeditie onder den E: von Lutzow C: S: g'em„ „ploijeerd geworden sijn en van wien gesegd word dat alle hun pligt nabehooren nagekomen sijn onder aan bod eener accurate opgave der verstrekkingen van 't gunt tot nadere ver„ „antwoording op de Expeditie mede gegeven is benevens opgave van het overig gebleven buskruit, Rond en lang scherp, met beede dat aan alle mag worden toegelegd dubbel kostgeld. Om het voor de commissianten en die hen in deese wel geslaagden Expeditie gevolgd sijn ge„ e„geven genoegen, wierd goedgevonden en verstaan aan alle deselve na voorige voorbeelden toete leggen, het versogte dubbel kostgeld. En de door Eerstgemelde op hunne lange togt gedane en niet excessiff voorkomende spenda„ „tien van Rd s 800 31 der 114: den 31 laten afboeken Rd„s 800:—: Contant waar van hier ter plaatse rd„s 300: te Gorontalo rd„s 300:-: en te ma„ „nado rd„s 200:- onder hebben bever sƒ 149:16. — die sij hebben over verstrekt. of te samen rd:s 940:16:— te laten afschrijft met restitutie van de bovengemelde oververstrekte rd„s 149:16:- met zo meede nevenstaande Artikulen te en benev„s 40: p„s gun„s gem: gebl en 34: p„s Baftra rode breede heele somede te laten afboeken. 18000: lb: off 6: Lasten Javase rijst 500: „ spijkers in zoort 16: p„s Guin„s gem: gebl: daar onder 6: p„s op Gorontalo ontfangen 9. „ vlagge doeken in zoort op Gorontalo ontfangen 30: lb: waxkaarsen 10: „ _„o op Manad:o ontfang 620: spek 388: kann: Arak 500: in olij van Clappus 1000: lb: zout Javase 8: flessen met gedistelierde wateren 125: lb: Coffijboonen. 10: boeken groot Formaat Papier d„o d„o 10: d„o klein „ 2: Boss Penneschagten ½ lb: zegul Lak 300: „ Buskruit 100: p„s gevulde mortier granaten do 100: „ d„o hand 100: ld: -. 7 N 7a
English
115 together with the following armory goods as well as the adjoining missing or lost artillery goods and war supplies. Written accountability regarding this by the commanders. January 1789. 100 lb sulfur 100 lb saltpeter 10 lb cartridge yarn 48 pieces ditto needles 24 bundles ditto paper 100 pieces venting needles also passed to be written off, as follows: 3 pieces grenadier musket with iron ramrod 3 pieces ditto broadswords 1 piece ditto scabbard 4 pieces bayonets 3 pieces cartridge pouches, small 7 pieces sword frogs, chamois leather 1 piece drum shoulder belt missing at the Prassa river on Buol without neglect of duty along with and besides 1 piece bayonet 1 piece iron spearhead 1 piece musket scraper provided from the inventory to the Ternate Alifurs. also proceeded to write off the following artillery goods and war supplies that went missing or were lost in the following vessels, after regarding this by the respective commanders, Lieutenant Muller, Kreuger and Sub-lieutenant at Sea Doedes by the accountability below 116 the 31st Having been required by your Honorable Worships to provide proofs or declarations of the ammunition and other goods lost and missing at the attack of Kwandang, Buol and Tolitoli, we have the honor to respectfully inform your Honorable Worships that it is impossible for us, according to the reports submitted by the commissioners, to give an accurate account of how the goods expended and missing during that attack were shot away and went missing, because during the attack, both on board and with the dispatching of goods on shore, it was impossible to record everything according to orders, but being ready at all times to confirm by oath that we have not enriched ourselves with the said missing goods. Wherewith we hope to have fulfilled the honored intention of your Honorable Worships, we take the liberty to call ourselves with due respect. underneath stood: Right Honorable Worshipful Commanding Lord lower: your Honorable Worships' humble servants was signed: Jan Muller, Jan Doedes and Jan Christiaan Kreuger in the margin: Ternate the 4th of February 1789. stated that it is not possible for them to substantiate with an oath the manner in which all those goods went missing, but are ready to swear that none of them enriched themselves thereby, while the loss of gunners' ladles, budget barrels, Right Honorable Worshipful Commanding Lord! Alexander Cornabé Governor and Director of the Moluccas To the Right Honorable Worshipful Lord 117 January 1789. canisters and a cooking kettle took place during the engagements on shore with the enemies at Buol and Tolitoli. From the pantchiallang De Windhond. 2 pieces ladles and wadscrews of 3 lb lost while loading the cannon 2 pieces ditto of 1 lb 40 pieces round shot of 4 lb 20 pieces bar shot of 4 lb 20 pieces hand grenades 500 pieces musket cartridges shot away 50 pieces grapeshot assorted 135 pieces round shot of 3 lb 30 pieces bar shot of 3 lb 25 pieces venting needles 125 pieces flints 100 pieces round shot of 1 lb 20 pieces bar shot of 1 lb From the pantchiallang De Kruiser! 32 pieces round shot of 4 lb 21 pieces bar shot of 4 lb 130 pieces round shot of 3 lb 27 pieces bar shot of 3 lb 173 pieces round shot of 1 lb 15 pieces bar shot of 1 lb 19 pieces round shot of 4 lb 13 pieces round shot of 3 lb 15 pieces round shot of 1 lb 62 pieces grapeshot assorted 125 pieces hand grenades 345 bundles live musket cartridges Missing at Buol. consumed 118 1 piece budget barrel At Tolitoli ashore 1 piece cooking kettle, to boil sulfur in 7 pieces ladles and wadscrews of 4 lb fallen overboard 3 pieces ladle and wadscrew of 4 lb the same 1 piece ditto ditto missing at Tolitoli 2 pieces copper cartridge canisters of 4 lb 1 piece ditto ditto of 3 lb 25 pieces venting needles 150 pieces flints consumed 1 piece musket scraper lost From the galley De Ester 1 piece musket lost in the boat 2 pieces ladles and wadscrews of 3 lb 2 pieces ditto ditto of 2 lb 20 pieces wooden cartridge canisters assorted at Kwandang for the fire of the vessel 1 piece musket scraper 4 pieces sheet lead 2 pieces powder horns 1 piece budget barrel 125 pieces hand grenades 100 pieces grapeshot assorted of 2 and 3 lb carried on the inventory but shot away 30 pieces boat tongs ditto of 2 and 3 lb 25 pieces venting needles 100 flints consumed 500 pieces round shot of 2 and 3 lb 233 pieces bar shot of 2 and 3 lb
Dutch transcription
115 mitsgad„s de hier andervolgende wapenkamers goederen als meede nevenstaande absent of ver„ „looven geraakte Arthillerij goederen en oor„ „logs behoeftens. schriftelijk verantwoording dies weg„s door de Getaghebbers. iemands toe„ Jann: 1789. 100: ld: swavel 100: „ salpeter 10: „ Cardoes gaaren 48: p„s d„o Naalden 24: B„s d„o Papier 100: p„s ruim Naalden wordende nog ter abboeking gepasseerd, als; 3: p„s Granadiers Geweer met ij: L: d„o Houwers - - - - - do 3: „ bij de Prassa 1: „ d„o d„o scheede - - - - - - . rivier op 4: „ Bajanetten - - - - - - - - - Bwool buiten 3: „ Patroontassen klein - - - - - - . . . . „ doen v8 pligt versuim ab¬ 7: „ Portspees semleere. - . . . . . . . „sent gerauk F 1: „ Tamboers dragband. . . . . . . met en benevens 1: p„s Baijones - - - - uit het aan 1: „ ij: Landstoken - - - de Ternaassen Al„ # „boeren verstrekt 1: „ snaph: krattel - - - geworden. „ge over de ook wierd geprocedeerd tot de afboeking van de ondervolgende Arthillerij goederen en oorlogs behoeftens die in de ondervolgende vaartuigen absent of verloren sijn geraakt na„ dat dien weg„s door de respective Gezaghebbers, de Luit„t Mulder, Krenger en sousluit„t ter zee Doedes bij onderstaande verantwoording Aan te ma¬ 6: p„s d 116 den 31 Door uwer wel Ed: Agtb: gerequireerd zijnde bewijsen off verklaringen te suppediteeren der te Quandangze, Brood en Fontolijs Attaque verlooren en vermits geraakte, Amme „nitie en andere goederen hebben wij de Eere uw welEd: Agtb: schuldpligtig te bedeelen, dat de geduurende die attac„ „que verschootene en vermitste goederen volgens der com„ „missianten ingediende Berigten, ons ondoenlijk is, ac„ „curaat te kunnen opgaven hoe zulx verschooten en ver„ „mits geraakt zijn, omreeden geduurende de attacqu zoo wel als aanboord als met E afzenden van goederen aan„ Land, onmogelijk instaat zijn geweest om alles na de order te kunnen aanteekenen, dog bereid zijnde, ten allen tijden met Eede te bevestigen dat we ons niet met gemelde vermitste Goe„ „eren verrijkt hebben Waar mede wij verhoopen aan de g'eerde Intentie van uw WelEd: Agtb:s te zullen hebben voldaan, matigen ons met eer aan met verschuldigde Eerbied te noemen. /:onderstond:/ WelEdele Agtbare Gebiedende Heer (lager:) uw WelEd: Agtb: onderdanige Dienaaren / was geteekend:/ Jan Muller, J„n Doedes en J„n Christ„s Kreuger /:inmar„ „gine:/ Ternaten den 4:e febr: 1789. — gebuigd hebben dan hun niet mogelijk is de wijs waar„ op alle die goederen absent geraakt sijn, met eede te staven maar bereid sijn te sweeren dat zig nie„ „mand van hen daar meede verrijst heeft moetende het absent raken van schut leepels, buursvatjes WelEdele Agtbare Gebiedende Heer! Alexander Cornabé Gouverneur en Directeur der Molucers Aan den WelEdelen Agtbaren Heer kokers . 117 Janu: 1789. kokers en Een kokskeetel geschied sijn geduuren de ge„ vegten aan land met de vijanden op Borhool en Tontolij. uit de Pantjallang d' windhoud. 2: p„s leepels en verken staarten van 3: lb: bij 't laden van 7. Ca„ 2: „ do - - - - - „ 1: „ 1„ non verlooren 40: „ rondscherp van 4: lb:. .. 20: „ lang d„o „ 4: „. - 20: „ hand granaten. - 500: „ scherpe patronen - - - verschooten 50: „ duiven in zoort - 5 135: „ rondscherp van 3: lb: - - „ 3: „- 30: „ lang d„o F 25: „ ruim naalden. . . 125: „ vuursteenen - - 100: „ rondscherp van 1: ld: -. 20: „ lang scherp „ 1: „. . van de Pantjallang d' Kruisser! 32: p„s rondscherp van 4: lb: 21: „ lang d„o - . „ 4: „ 130: „ _„o - „ 3: „ 27: „ _o - „ 3: „ 173: „ _o „. „ 1: „ 15: „ _:o - - „ 1: „ _o „ 4: „ 19. „ 13: „ _o „ 3: „ 15: „ _o „ 1: „ 62: „ Drniven in zoort 125: „ Hand granaden 345: „ Bos scherp snaphaan Patroonen Te Borool vermits. verbruikt 1: r„s en Brod Ommen Le a aan order te t Eede te Goe„ Heer (lager:/ :/ mar„ ijs waar„ de Jacqu 118 1: p„s Beurs vaatje Te Tontolij aanland 1: „ koks keetel, om swavel in te kooken 7. „ Leepels en verkenstaakt van 4: lb: overboord gevallen 3: „ Leepel en verken staart van 4: lb: iedem 1: „ d„o „ d„o te Foutolij vermits 2: „ kopere hardoeskokers van 4: ld: d„o 1: „ d„o C 25: „ ruimmaalden 150: „ vuursteenen verbruik 1: „ geweer kratser van de Galowet D'Ester 1: „ snaphaen in de schuit verlooren 2: „ Leepels en varken staarten van 3: lb: „ d„o d„o „ 2: „ 2: „ d„o 20: „ houte Casdoes kokers in zoott Quanbang. voor brandig 1: „ snaphaan kratser - - - - het vaartig 4: „ Plaatlooden - - - - - - - - 2: „ kruithoors - - - - - - - 1: „ Beurs vaatje - - - - - - 125: „ Handgranaten - - - - bij den inventaris 100: „ druijven in zoort van 2: en 3: lb: }voort geloopen dog 30: „ schuittangen d„o „ 2: „ 3: „ verschooten 25: „ ruimmaalden - - -- 100 „ vaarsteenen - - - - -- 500: „ rondscherp van 2: en 3: lb: 233: „ lang d„o „ „ „ „ „ - - verbruik 1: p„s do „ 3: „ verlooten 7a
English
119 Re-examined and sworn statement. January 1789. 1 piece grapnel and gomuti cable slipped at Bwool to pursue the enemy. Regarding lost equipment goods: concerning which lost equipment goods the following sworn and re-examined statement has been passed. L.Z. No. 151. Today, the 4th of February 1789, appeared before me, Carel Godlib Rousselet, First Sworn Clerk of Police of this Government, in the presence of the witnesses to be named hereafter: The sailor Jan Trax of Waldeck, aged 25 years, of the Roman Catholic religion, ditto Anthonij Fredrik Schrader of Varel, aged 24 years, of the Lutheran religion, stationed on the galley De Ekster, Who, at the requisition of the Lieutenant-at-Sea and Commander of the aforementioned galley, Jan Doedes, and in favor of the pure and sincere truth, declared it to be true and truthful: That their Commander aforesaid, on the 14th of July of last year at Bwool, being with the expedition fleet dispatched from here to Kwandang, by order of the first commissioner of the said fleet, the Captain-Lieutenant Engineer Baron van Lutzoe, slipped a grapnel weighing 480 lb with a full gomuti cable 6 inches thick, in order to pursue the enemy, and upon returning applied all diligence to fish the same up again, but due to the strong currents and muddy bottom, it was impossible to retrieve the said cable; All of which the declarants state to be the pure and sincere [illegible] 120 truth, being prepared, if required, to confirm the same by solemn oath. Below stood: Thus done and declared in Ternate at Fort Orange, date as above, in the presence of C. F. Mulder and C. F. van den Broek, clerks, as witnesses, who have duly signed the minute hereof along with the declarants and me, the First Sworn Clerk. Lower: which I attest. Was signed: C. G. Rousselet, First Sworn Clerk. Today, the 5th of February 1789, appeared before the undersigned attending members of the Honorable Court of Justice, in the presence of the fiscal of this province, together with me, the secretary: The sailor Jan Trap of Waldeck, aged 25 years, of the Roman Catholic religion, ditto Anthonij Fredrik Schrader of Varel, aged 24 years, of the Lutheran religion, stationed on the galley De Ekster, Who, their statement given on the 4th of this month regarding the loss of a grapnel with a gomuti cable having been read to them for re-examination, still unalterably persisted therein, taking the oath upon it—the first in the Roman Catholic manner by placing his two index fingers of the right hand on the Gospel of John, and the latter in the Protestant manner by raising the two index fingers of his right hand, but both while uttering the words: So truly help me God Almighty. Below stood: Thus re-examined and sworn in Ternate at Fort Orange, in the ordinary council chamber of justice, date as above. Was signed: with two crosses made by Jan Trap and A. F. Schrader. In the middle: in my presence, signed: G. F. Durr, fiscal. In the margin: present before us, signed: G. G. H. van Graeven and D. Wolff. Even lower: In the knowledge of me, signed: C. G. Rousselet, secretary. 125 January 1789. Also to be written off, as well as the adjacent unserviceable artillery goods, together with 10 pieces of unserviceable muskets. Gunpowder expended and wasted: The gunpowder expended on the enemies and wasted from the vessels, namely: from the pantchiallang De Windhond: 975 lb, from the pantchiallang De Kruiser: 981 lb, from the galley De Ekster: 1002 lb, and from 20 Ternatean kora-koras: 850 lb. It was approved and agreed to also have this written off. Likewise: 14 copper priming irons, 5 steel cannon drills, 22 pig-tail wads, and 14 sponges and rammers for one-and-a-half-pounder pieces, which were returned unserviceable by the Ternatean auxiliary force. Along with: 7 pieces of grenadier muskets, and 34 musket stocks, out of one hundred provided to the Ternateans on the kora-koras and returned unserviceable to the Company's armory; as also 1 bayonet, 1 ramrod, 1 gun worm, which 122 have gone missing, according to the written report received in this regard from the specially appointed commissioners. To the Right Honorable Lord Alexander Cornabé, Governor and Director of the Moluccas. Right Honorable Commanding Lord, By the honored order of your Right Honorable, we the undersigned, as specially appointed commissioners, repaired on the 30th of December of last year to the Company's armory and there inspected in the most exact detail 100 pieces of grenadier muskets which were provided to His Highness the King of Ternate during the recent expedition to the Coast of Celebes and have been returned, and found such defects therein as we have the honor to make known to your Right Honorable below: 7 pieces of grenadier muskets unserviceable, there being 1 burst barrel, and 6 so thin and worn out by firing that they are unusable, 34 stocks in pieces, and missing: 1 bayonet, 1 ramrod, 1 gun worm. Wherewith, hoping to have complied with your Right Honorable's highly honored order, we honor ourselves to call ourselves with deep respect, Below stood: Right Honorable Commanding Lord. Lower: Your Right Honorable's entirely humble and dutiful servants. Was signed: J. G. W. Heinrich and J. Haan. In the margin: Ternate, the 9th of January 1789. Further report of the said commissioners: as also upon another report from the same commissioners, reading: To
Dutch transcription
119 gerecolleerde en B'Eedigde verklaring Jann: 1789. 1: p:s Diek en Goemoets Touw, te Bwrool gestipt om den vijand te vervolgen wegens verhooren geraukte Eq:r goedergn Weegens welke verlooren Equipatie goederen gepas„ E „seerd is de ondervolgende beëëdigde en gerecol„ „leerde verklaring. L:Z: N„o 151. .. . . . . Heeden den 4: Februarij 1789. compareerde voor mij Carel Godlib Rousselet, Eerste gezw: klerk van Politie deeses Gouvernements present de natenoemene getuigen. Den mattroos Jan Trax van Vaaldeek oud 25: garen van de Romsch religie _„o Anthonij Fredrik Schrader van vaadel oud 24: Jaaren van de Luijterse religie. Bescheiden op de Galijnse Efter Dewelke ter requisitie van den Luit„t ter zee en Gezag„ „hebber van voorn: Galeij Jan Doedes, en ten faveure der suivere en opregte waarheid verklaarde waar en waarag „tig te zijn. Wt Dat hun Gezaghebber voorm: op den 14: Julij j: L: te Bwool met de van hier na Quandang afgesteeken Ex pe„ Bij „ditie vloot zijnde ter ordre van den eersten commissi„ „ant van gem: vloot den Cap„n Luit„ Jngeineuer Baron van Lutzon een Dreg Zwaar 480: lb: met een heele Goe„ moets Touw dik 6: d„m hebben laten slippen om den vijand te vervolgen en bij het terug keeren alle Vlijt aangewent denzelve weeder op de visschen maa door de sterke stroomen en modderige grond, onmoge„ „lijk instaat zijn geweest gemelde met dees Touw waarom te kennen krijgen: Het geen de declaranten verklaaren de zuivere en opregte 31 andang a o vaartug looten brandig ntaris en dog en ld. 120: den 31 opregte waarheid te zijn bereid zijnde zulx g „requieerd werdende met solemneele Eede te be„ „vestigen /:onderstond:/ Aldus Gedaan en verklaard te Ter „naten ten Casteele orange dato voorz: / ter present van Cn F: Mulder en C F: van den Broek ber„ „ts klerken als getuigen die de minute deses nev„s Den Declaranten mij Eerste getw: klerk behoorlijk hebben onderteekend /:lager:/ quod attestor /:was geteekend:/ C: G: Rousselez E: g: klercq Heeden den 5: Febr: 1789: compareerde voor de ondergetee„ „kende vaceerende Leven in den E: Agtb: Raad van Justitie ten overstaan van den fiscaal deezer provintie nevens mij secretaris Den mattroos Jan Trap van Waldeek, oud 25: Jaren van de roomsch religie. _„o Anthonij Fredrik Schrader van vaarel oud 24: jaren en van de luijtersch religie Bescheiden op de Galij Den Axter Dewelke hunne gegeven verklaaring van den 4: deezer weig„ het verlies van een Dreg met een Goemoets Touw de nood voor recollement voorgehouden zijnde daarbij als nog onveran„ „derlijk sijn blijven persisteeren doende hier op den Eed de Eerste op de romsche wijse met het leggen zijner Twee voorste vingeren, der regterhand op het E: van gelium van Johannes en de laatste op de protestansche wijze met het op steeken der Twee voorste vingaen zijner regterhand, dog beijde onder het uiten der woorden. zoo waarlijk helpe mij Godt Almagtig. /:onderstond:/ Aldus Gerecolleerd en Beedigte Ter„ „naten ten Casteel Orange ter ord„e Raadkamer van Justitie dato voorsz: /:was geteekend:/ met twee kruis„ „je /:gesteld:/ door Jan Trapen N: F: Schrader /in't midden ten mijnen overstaen /:geteekend:/ G: F: Duur fisc: /:in margine:/ onspreesent /:geteekend:/ G: G: H: van Greeven en D„s woltf /:nog lager:/ Inkennisse van mij /:geteekend:/ C: G: Trous„ „selet, secret„s 125 Jann: 1709. almeede te laten afboeken als meede nevenstaande onbekwaar„ „me Arthillerij goederen. benevens 10: p:s onbequame gewee„ „ren. goerderen. Het verschooten en verspilde Buskruit Het op de vijanden uit de vaartuigen verschooten en verspil„ de Buskruit als uit de Pantjallang De Windhout Pot. 975: ld: uit de Pantjallang 3 kruijsser „ 981: l8: uit de Galowet de Ester „ 1002: lb: en uit 20: Ternaatse Corra Corras „ 850: ld:— Wierd goedgevonden en verstaan almede te laten afboeken soo meede 14: kopere Landpriemen 5: stale Canon boven 22: varken staarten en 14: wiessersen aansetters van een en halff„ „ponder stukken die door de Ternaatse hulp„ „bende onbequam sijn terug gebragt. Met de Benevens 7: p„s Granadiers Geweer die en. d„o lade houten 34: „ uit hondert aan de Tematanen op de Corra Coras verstrekt geworden en onbequaam terug sijn gebragt eenig aldens gensete Warenkame als: ook v: Bajonet 1: Laadstok 1: Geweer kratser Die Ter„ - 1 122: den 31: schriftelijk berigt van Expresse ge„ „committeerden dieswegens. die absent sijn geraakt luid het dienwegs„ ingekomen schriftelijk berigt van Expresse Gecon„ „mitteerdens. Aan den WelEdelen Agtbaren Heer Alexander Cornabe, Gouverneur en Directeur der Moluccos WelEdele Agtbare Gebiedende Heer. ter g'eerde ordre van uwelEd: Agtb: hebben wij onder„ „geteekende als Expresse Gecommitteerdens op den 30: Dec: in A„o P„o ons begeeren na sComp„s wapenkamer en aldaar op het nauwkeurigste na gezien 100: p„s Grand„s geweer, de„ „welke aan zijn Hoogheid den koning van Ternaten in de jongst na de Cust Celebes gedane Expeditie sijn verstrekt geworden wederom afgegeven zijn, en hebben sodanige gebreeken daar aan„ bevonden, als wij de Eer hebben uwelEd: Agtb: hier onder be„ „kend te stellen. 7: p:s Grenadiers Geweeren onbequaam, als zijnde daar 1: loop gesprongen, en 6: sodanige dun en door het vuuren gesleeten dat dezelve onbenikbaar zijn. 34: Laaden in stukken, en manqueert v: Bajonet 7: Lade stock v: geweer kratser, waar meede verhoopen aan uwelEd: Agtb: hoog G'eerde ordre te zullen hebben voldaen, vereeren wij ons met diep Eerbied te noemen . /:onderstond:) WelEd: Agtb: Gebiedende Heer (:lager) 116 UWelEd: Agtb: Gansch onderdanige en Trouwschuldi„ „ge Dienaar /:was geteekend:/ J: G: W: Heinrich, en J:s Haan /:inmargine:/ Ternaten den 9. Jann: 1789. nader berigt van gem: gecommitteer oo meede op een andere Berigt van de selve G'committeerdens luidende Aan „den.
English
123: January 1789. Pursuant to your Right Honorable highly respected order, we the undersigned as Special Commissioners have inspected in the most accurate manner the weapons of the military men from this garrison who recently arrived back here from the expedition to the Coast of Celebes, as well as the weapons of the garrison troops of Quandang who also arrived here, which were found to be as we have the honor to specify distinctly to your Right Honorable below, namely: From the military men of this garrison are missing: 3 pieces Grenadier muskets 3 pieces ditto cutlasses 4 pieces bayonets 3 pieces cartridge boxes 7 pieces sword belts 1 piece cutlass scabbard 1 piece drum shoulder strap And are unserviceable: 5 pieces Grenadier muskets 6 pieces ramrods 8 pieces Grenadier cutlasses 13 pieces ditto scabbards 15 pieces cartridge boxes 9 pieces sword belts From the Quandang garrison troops sent hither are unserviceable: 3 pieces Grenadier muskets 5 pieces ditto cutlasses 5 pieces ditto scabbards 4 pieces cartridge boxes 5 pieces sword belts Wherewith hoping to have complied with your Right Honorable highly respected order, we honor ourselves by calling ourselves with deep respect: below stood: Right Honorable Commanding Lord; lower: your Right Honorable's entirely humble and dutiful servants; was signed: C. G. W. Heinrich and Johannes Haan; in the margin: Ternate, the 9th of January 1789. Right Honorable Commanding Lord! To the Right Honorable Alexander Cornabé, Governor and Director of the Moluccas. 124 the 31st. Report of commissioners regarding 19 pieces unserviceable flags. Write-off of unserviceable returned weapons. Above the missing weapons already written off above, 3 pieces Grenadier muskets 3 pieces ditto cutlasses 4 pieces bayonets 3 pieces cartridge boxes 7 pieces sword belts 1 piece cutlass scabbard 1 piece drum shoulder strap, further from the military men returned to this garrison from the expedition, 5 pieces Grenadier muskets 6 pieces ramrods 8 pieces Grenadier cutlasses 13 pieces ditto scabbards 15 pieces cartridge boxes and 4 pieces sword belts which have been found unserviceable. Among the returned equipage goods that were provided for the service of the cruising corocoras, were found unserviceable: 19 pieces flags according to the report below from Special Commissioners. To the Right Honorable Alexander Cornabé, Governor and Director of these Moluccas. Right Honorable Commanding Lord! Pursuant to your Right Honorable esteemed order, we, 125 the same also approved for write-off. Regarding the adjacent 1 piece swivel gun and gunpowder, to await the decision of Their High Excellencies. January 1789. we the undersigned as Special Commissioners betook ourselves to the equipage wharf, under the accountability of the Equipage Master, the Honorable Daniel van Waningen, and received there: 3 pieces binnacle compasses, serviceable 3 pieces ditto lamps, serviceable 19 pieces flags, unserviceable which have recently been brought back with the cruising corocoras from the northwest coast of Celebes. Wherewith hoping to have complied with the esteemed intention of your Right Honorable, wherefore we take the liberty to call ourselves with deep awe: below stood: Right Honorable Commanding Lord; lower: your Right Honorable's obedient servants; was signed: Jan Doedes and Jan Carl Krouger; in the margin: Ternate, the 4th of January 1789. It was approved and agreed to pass the same likewise for write-off. Regarding the 4 pieces swivel guns captured from Foanilie in the year 1784 by the late Chief Mate Spruijt and associates, hitherto kept in custody at Quandang and now sent up, but of which 1 piece swivel gun was appropriated by the Limbotto Captain Binie, while of the 8 barrels of gunpowder taken into custody by them there, it must be considered that they have been fired off at his own men; it was approved and agreed to await the venerated decision of 126 the 31st. Production of a received report of an expedition fleet sent to Gorontalo. Insertion thereof. Their High Excellencies. Next, there was produced and read at the Table the brief report, likewise handed to the Governor, from Lieutenant Michiel Vrijmoet and Sub-Lieutenant Jan Carel Worm, also sent on the 18th of July 1788 with one pencalang, one galley, and twenty Ternate corocoras for the securing of Gorontalo against attacks by the Magindanaos and other adherents of Polmilie, who threatened this Residency with an invasion from the south side, see secret letters from the Honorable De Swart, while from the north side it already had to fear the advances of the aforementioned Bugis chief; the said report being of the following tenor: Compendious Report Concerning a cruising and expedition fleet under the command of the undersigned Lieutenant at Sea Michiel Vrijmoet, addressed to the Right Honorable Alexander Cornabé, Governor and Director, together with the Council of the Moluccas. Right Honorable Commanding Lord and Honorable Sirs! After your Right Honorable had been pleased to provide me with
Dutch transcription
123: Jann: 1789. Jngevolge uw welEd: Agtb: hoog g'respecteerde ordre, hebben wij ondergeteekende als Expresse Gecommitteerdens op nauwkerrigste gevisiteerd de wapens der militairen uit dit Guarnisoen dewelke Jongst uit de Expeditie van de Cust Ce„ „lebes wederom hier g'arriveerd zijn mitsgaders de wapens der Ee iti meede alhier aangekomene Besettelingen van Quandang, dewelke sodanige bevonden als wij de Eer hebben uwelEd: Agtb: hier onder distreckt te specificeeren. namentlijk van de militairen uit dezen Guarnisoen manqueeren. 3: p„s Granadiers Geweesen 3: „ do stouwers „ 4: „ Bajonetten 3: „ Pattroontassen 7: „ Forte Epees 1: „ Houwer scheede Tamboer. 1: „ slag Band van de En zijn onbequaam 5: „ Grenadiers geweezen 6: „ laaden 8: „ Greuadiers Geweer 13: „ d„o scheeden 15: „ Pattroontassen 9. „ Forte Epees van de Herwaards Gezondene Quandangse Besettelingen zijn onbequaam 3: p„s Grenadiers geweeren 5: „ d„o Houwers 5: „ d„o scheeden 4: „ Pattroontassen 5: „ Poste Ewees Waarmeede verhoopen aan uwelEd: Agtb: hoog gerespecteerde ordre te zullen hebben voldaan vereeren wij ons met diep respect te noemen. /:onderstond:/ WelEdele Agtbare Gebiedende Jeor /:lager:/ uwel Ed: Agtb: Gantsch onderdanige en Trouwschuldige Dienaren /:was geteekend:/ C: G: W: Heinrich en J„s Haan /:in margine: Ternaten den 9. Januarij 1789. WelEdele Agtbare Gebiedende Heer! Aan den Wel Edele Agtbaren Heer Alexander Cornabé, Gouverneur en Directeur der Moluccos. boven el 124 den 31. „bragte wapenen. Berigt van gecommitteerdens weg„ „den sijnde. 19. p„s onbequame vlaggen. boven de hiertoven reeds afschreeven vermits geworden, 3: p„s Grenadiers Geweeren 3: „ d„o Houwers 4: „ Bajonetten 3: „ Patroontassen. 7: „ Port Epees 1: „ Houwer scheeden 1: „ Tambers slag band afschrijving van onbequame terug ge„ van de uit dit Guarnisoen van de Expeditie Ge„ „reverteerd militairen nog. 5. p„s Granadiers gemeer 6: „ lade houten 8: „ Granad„s Houwers 13: „ d„o scheeden 15: „ Patroon Tassen en 4. „ Port Epees die onbequaam bevonden zijn. onder de terug gebragte Equipagie Goe„ „deren die ten dienste der kruis Corra Corras verstrekt geworden sijn onbequaam, bevon„ 19. p„s vlaggen luid onderstaande berigt van Expresse Gecommitteerdens. Aan den Wel Edele Agtbaren Heer! Alexander Cornabe, Gouverneur en Directair dezer Moluccos WelEdele Agtbare Gebiedende Heer! Jn opvolging uwer wel Edele Agtb: g'eerde ordre hebben wij 78 125 dezelve meede ter afschrijving ge„ „passeert. nopens de hier nevenstaande, 1: p„s rantak en buskruijt, de dis„ „positie van H: H: E: intewagten. Jann: 1789. Wij ondergeteekende als Expresse gecommitteerdens ons vervoegt in de Equipagie werff, staande onder varant„ „woording van den Equipagie Meester D' E: Daniel van Waningen en aldaar ontfangen. 3: p„s Nagthuis compassen bequaam 3: „ d„o Lampen. . . . 19. „ vlagge onbeq: Die met de kruisser Corracoras jongst van de N„s W„t Cust Cele„ „bes weeder terug zijn gebragt. waarmede verhoope aan de G'eerde Intentie van uwelEd: Agtb: te zullen hebben voldaan, weshalven de vrijheid gebruike ons met diep onzag te noemen. /:onderstond/ WelEd: Agtb: Gebiedende Heer /:lager:) uwelEd: Agtb: Gehoorsame Dienaaren /:was geteekend:/ J„n Doedes en J„n C„l Krouger /:inmargine:/ Ternaten den 4: Janu: 1789. wierd goedgevonden en verstaan deselve almede te passeeren ter affschrijving. De van Foanilie A„o 1784: door wijlen den opper„ „stuurman spruijt C: S: buijt gemaakte dus lange te Quandang in bewaaring gebleeven en nu opgesonden geworden. 4: p„s rantakkas. aanbelangende; dog waar van 1: p„s rantakka door den Limbothoud Cap„n Binie genaast ge„ „worden terwyl van de van hun aldaar in bewaring genomen 8: vaten Buskuit gedagt worden moet dat op de sijnen ver„ „schooten sijn geworden; wierd goedgevonden en verstaan de gevienereerde dispositie van hunne 126 den 31 van een na Gorontalo afgesonden ge„ „worden Expeditie vlootje. Insertie daar van hunne Hoog Edelheedens te blijven inwagten. Productie van een ingekomen verslag vervolgens wierd ter Tafel geproduceerd en geleesen het den Heer Gouverneur insgelijks ter hand gekomen kort verslag van den met Een Pantjallang, Een Galeij en Twintigt Ter„ „naatse Corra Corras almeede op den 18: Julij 1788 afgesonden geworden Luitenant Michiel Vijmoet en sous Luit„t Jan carel Worm, ter bevijlinging van Gorontalo tegen attentaten der Magindanaurs en andere adherenten van Polmilie die deese Residentie vide secreete letteren van den E: De Swart met eene invatie van de zuid zij„ „de betrijgd hebben, terwijl se van de Noortkant van de progressen van voorn: Boegineesen hoofd bereeds te dugten had sijnde ged„e berigt van volgende Contract Compendieus Berigt E Weegens Eene cruis en Expeditie vloot onder commando van den ondergeteekende Luitenant ter zee Michiel Vrijmoet gerigt Aan den WelEdelen Agtbaren Heer! Alexander Cornabé Gouverneur en Directour benev„s Den Raad der Mholuccos Wel Edele Agtbaren Gebiedende Heer en E: E: Heeren Na dat uwelEd: Agtb: mij hadde gelieven te nunieeren met
English
127 January 1789. With a secret instruction dated 10 July 1788, I went on board my vessel, the pantjallang de Tidor, and the wind being favorable, I weighed anchor and set sail on Friday the 18th of July of the past year in the company of the galowet D'Arend and ten Ternate corocoro vessels, in order to proceed with our voyage to Gorontalo, steering a course toward the corner of Tidor, and arriving there on the 23rd, anchoring off the strait of Batchian. As I was unable to make progress due to contrary winds and currents, I anchored off Captain Paulus only on the 29th, where I provided myself with the necessary firewood and drinking water, and set sail again on 4 August. Having to struggle here with calms and contrary currents, and my crew having to wear themselves out casting and weighing anchor repeatedly, until I was separated from the galowet and corocoro vessels, and overcome by the current, with a leaky vessel that was almost impossible to steer, I saw myself driven away from before the bay of Gorontalo in the space of one night to around Lembe. Thereupon I decided to enter Lembe; but this was again impossible due to the terrible current falling out of the strait, and I thus found myself forced to enter Strait Banka, where I indeed anchored on 17 August of the past year, and further resolved to seek the roadstead of Licoepang, which I succeeded in doing. Having provided myself with the necessary supplies here, I wished to resume my voyage, but saw myself forced by all kinds of fatal circumstances of weather and wind to seek the roadstead of Kema. Lying at anchor here, I repaired my sails as quickly as possible, for which, having no more sailcloth, I requested leiers from the Postholder, who accommodated me with 11 pieces. Having thus provided myself with what was necessary, the detoezang and the clerk of the Ternate corocoro vessels came on board with me, notifying me that they wished to return to Gorontalo with the pantjallang because they feared their king, who had ordered them not to leave the Company's pantjallang alone at this time; whereupon I pointed out to them that it would be better, since they were separated from Gorontalo's Resident, for them to return to Ternate. 128 the 31st They would not listen to anything, however, saying they wished to go along again, asking me for nails, which I also provided to them; and the conditions being favorable for me, I set sail on 24 October of the past year in company with the corocoro vessels, which then kept close to me. But being separated from them by heavy weather, I succeeded in anchoring in the bay of Gorontalo 4 days earlier than they, or on 7 November of last year. Lying at anchor, I went ashore, and in the meantime the sailors Casper Kraamer and Hendrik Raap drowned, of which drowned persons the body of the first was found again, but the latter could not be traced despite all efforts made; whereafter on 12 November following, the sailor deserted and did not appear again either. After I had properly unloaded the Company's goods, provided myself with the necessities, and everything at Gorontalo being in complete tranquility, the Resident dispatched me again, and I undertook my return voyage on 24 November of the past year. Encountering nothing on that voyage, I arrived at Kema on the 28th following, where I received word from the Resident of Manado that I was to receive my Company's cargo at Licoepang. I set sail for there on 8 December and arrived at Licoepang on the 16th following. Having loaded here and received the Company's missive, I set sail from there on the 30th and arrived at Kema on 31 December, and arrived here on 7 January. Hoping herewith to have fulfilled the honorable intentions of Your Right Honorable, I take the liberty to subscribe myself with the greatest respect, below was written: Right Honorable Commanding Lord and Honorable Lords, lower: Your Right Honorable's humble servant, was signed: Th: Vijmoot in the margin: Ternate, 28 January 1789. To the Right Honorable Lord Alexander Cornabé, Governor and Director, including the Council of the Moluccas. Right Honorable Commanding Lord and Honorable Lords, The undersigned, Lieutenant at Sea Michiel Vrijmoet, 129 January 1789. Vrijmoet, sent by Your Right Honorable along with the galley D Arend and ten corocoro vessels to Gorontalo, and having been furnished with a secret instruction dated 10 July 1788, will have the honor, in accordance with bounden duty, to report to Your Right Honorable that upon his arrival at Gorontalo he duly delivered for that residency to Resident de Swart; having found that residency in full peace and tranquility and having heard of no enemies there, Resident de Swart dispatched me again after 18 days of stay, wherewith this voyage of mine was ended, and I sailed to Kema to take in a cargo of rice. The goods given to me for further accounting, consisting of: 5 pieces Guineas gross bleached 150 lb nails of assorted types 10 wax candles 194 cans arrack 150 cans coconut oil were consumed in the following manner, to wit: the 5 pieces Guineas: 3 pieces provided to the ship's surgeon 2 pieces for the buntings of the flags and tablecloth 150 lb nails: 140 lb provided to 10 corocoro vessels at the request of the chiefs 10 lb for repairing the boat 10 wax candles for night signals for the fleet 194 cans arrack for extra drams for the crew and the Ternatans during bad rainy weather 150 cans coconut oil: 100 cans consumed on Gorontalo for the pantjallang 30 cans for the boat 20 cans leaked out. Having on the rations received for the Ternatans amounting to 22 rixdollars 290 lasts, fallen short by 2 lasts, 36 measures due to leakage, see declaration. Requesting
Dutch transcription
127 Jannu: 1789. met eene secreete jnstructie d: d: 10: Julij 1788 begaff ik mij aanboord van mijn Bodem des Pantjallang de Tidor en de Windgunstig zijnde, ligte ik ankor en lieden op Vrijdag den 18: julij a: p: onder zeijl in geselschap van de Ga„ „lowet D' Arend en Thien Ternaatsch corra Corras, ten eijnde onse reijse naar Gorontalo voort te stellen, stuurende coers naar de hoek van Tidor, en komende op den 23: daar aan voor„ de straat Batchian ten anker, terwijl ik door teegen wind en stroom niet kunnende vordere, eerst op den 29. voor 6 Cap„n Paulus ankerde, alwaar ik mij van het nodige brand„ „houten dink waater voorzag, en op den 4: August„s weeder onder zeijl zeide, terwijl ik hier met stiltens en teegen stroomen moetende worstelen, en mijn volk met An„ „ker werpen en weeder op halen moest afwerken, tot ik van Galowet en Corra Corras affgeschieden, en door de stroom overmeesterd, met Een Lek vaartuigd, dat bij na niet te stuuren was van voor den Gual van Gorontalo in de tijd van een nagt tot omtrent Lembe zag weggedreeven, waarop ik besloot Lembe, binnen te loopen; dog ulit was door den Weeselijke stroom die uit de straat komt vallen wederom onmogelijk, en ik mij dus genoodzakt vond staat Banka binnen te loopen, alwaar ik den ook op den 17: August:s a: p: ankerden, en voorts besloot de rheede van Licoepang op te zoe„ „ken 't welk mij dan ook gelukte hier mij van 't nodige voor„ „sien hebbende wilde ik mijne rheijse weder vervorderen, dog zag mij door allerhande fatale omstantigheeden van weer en wind genoodzaakt de rheede van kema opte zoe„ „ken hier g'ankerd leggende verstelde ik zo schielijk mo„ „gelijk mijne zeijlen, waartoe ik van den Posthouder, door dien geen zeijldoek meer had, leijers verzogt, die mij dan ook met 11: p„s geriefden, mij dus van het nodige voor„ „sien hebbende, kwam den detoezang en schrijven der Tern„ „naatsche Corra Corras bij mij aanboord, mij aanzeggen„ „de dat zij met de Pantjallang naar Gorontalo, terug wilden gaan door dien zij bevreest waaren voor hunner koning die hun bevolen had 'sComp„s Pantjallang in deese tijde niet alleen te laten waar op ik hen voor„ „hield dat het beeter soude zijn dat zij de wijl van Goron„ „talis resident afgescheeopt waren, naar Ternaten terug keerde 128 den 31: keerde, dog wilde nergens naar hooren, zeggende weederom meede wilde gaan, versoekende mij om spijkers dewelke ik hun ook verstrekte, en den geliegentheid voor mij goed zijnde leijden ik op den 24: october a: p: ingeschap der Corra Corras onder zijl, die mij den ook instelte boeg seer„ „den dog door zwaar weer van hun afrakende gelukte het mij 4: dagen eerder den zij„ off op den 7: Novem: J: L: in de Qual van Gorontalo te ankeren, geankerd leggende ging ik naar de wal, en intusschen vervronkende Mhattroosen Casper Kraa„ „mer en Hendrik Raap, van welke verdronke lingen 't lijk van de eerste weeder gevonden dog de laatste maalle aangewende moeyte niet op te speeren is geweest, waar op mij op den 12: Novem: daar aan den mattooos droste die ook niet weeder te voorschijn is gekomen, Na dat ik sComp„s goederen behoorlijk hadde gelost, mij van het nodige voorsien en alles op Gorontalo in volle rust, zijnde, depecheerde den resident mij weder aff, en lieden ik mijne terug rheijse op den 24: Novem: a: p: weeder aan, terwijl mij in die togt niets is voorgekomen arriveerende ik den 28: daaraan op„ kema, alwaar ik van Manados resident tijding kreeg dat ik op Liecoepang mijn sComp„s Laading zoude bekomen, leiden daar den 8: deC: onderzijl na en arri„ „veerden den 16: daaraan op Licoepang hier geladen en 'sComp„s missive bekoomen hebbende, leiden ik den 30: van daar onder zijl en arriveerde den 31: Dec: op kema, en arriveerde alhier op den 7: Januarij Hier meede verhoopende aan de G'eerde Intentie van uwelEd: Agtb: te zullen voldaen, matige ik mij de vrijheid aan met de meeste agting te onderschrijving /:onderstond:/ welEdele Agtbare Gebiedende Heer en E: E: Heeren /:lager uwer welEd: Agtb: onder„ „danige Dienaar, /:was geteekend:/ Th: Vijmoot /:in margine:/ Ternaten den 28 Januarij 1789. Aan den WelEdelen Agtbaren Heer Alexan der Cornabé Gouverneur en Sireckur ben„d Den raad der Moluccos WelEdele Agtbare Gebiedende Heer en E: E: Heeren Den ondergeteekende Luitenant ter Zee Michiel 6 Vrijmoet 129. Jann: 1789. Vrijmoet door uwelEd: Agtb: benevens den Galeij D Arend en Tien Corra Corras, na Gorontalo afgesonden, en geiunieerd geworden zijnde met een Secreete Instructie d:o d: 10: Julij 1788: zal de Eer hebben uwelEd: Agtb: navol„ „gens schuldige pligt te raporteeren dat bij zijn arrive op Gorontalo voor die residentie behoorlijk hebben uit„ „geleeverd aan den Resident de swart hebbende ik die re„ „sidentie in volle rust en vreede gevonden en geen vijanden aldaar te vernomen hebbende heeft den resident de swart mij na 18: dagen op onthouds weeder afgedepecheerd, waar meede den deese mijne togt geeindigd, en ik naar Kema ter inneeming van een Lading Rijst ben ge„ „steevend. De mij ter nader verantwoording meede ge„ „geeven goederen bestaande in 5: p=s Guin„s Grots gebl: 150: lb: spijkers in zoort 10: „ warkarsen 194: kann: Arak 150: „ olij van Clappus zijn op navolgende wijse verbruijkt als. de 5: p„s Guin„s 3: „ aan de meester verstrekt 2: „ tot broekings der vlaggen en Tafel doek „ 150: —. lb: spijkers 140:— „ aan 10: Corra Corras op versoek der opperhoof„ „den verstrekt. 10: „ tot repareeren der schuijt 10: „ waxkaarsen tot seinen bij nagt voor de vloot 194: kann: Arak vror Extract soopjes aan het volk en de Ternatanen bij slegts reegen weer 150: „ olij van Clappus vooskan op Gorontalo aan de Pantjallang verbruijket 30: kan voor de schuit 20: „ uitgelekt. hebbende op de voor de Ternatane ontfangen rand„ „cve tot rd:s 22: Last 290: door lekkagie te kort gekoo„ „men 2: laste, 36: maten vide verklaaring. Versoekende
English
I very humbly request that it may favorably please your Honorable Worships to allow the aforementioned goods to be written off, and to discharge me from further accountability for them. Wherewith, hoping to have complied with the honored intention, I take the honor to call myself, with due respect, Honorable and Worshipful Commanding Lord, Honorable Sirs, your Honorable Worships' humble and obedient servant, was signed, M: Vrijmoet. In the margin: Ternaten the 16: Jann: 1789. We the undersigned, all in the service of the Honorable Company stationed on the pantjallang the Tidor, declare at the request of Navy Lieutenant Michiel Wijmoet, that during the voyage to Gorontalo, due to the leakage of the vessel, rice was continuously pumped out and the cargo ran short by two lasts and thirty-six measures of rice. We declare this above to be the pure truth, and if necessary, to confirm it with an oath. Below stood: Ternaten the 10: Januarij 1784. Was signed: J:b Lutser and C:n Schreuder, with a cross marked by H: J:s Volmeer. Today, the 12: Januarij 1789, appeared before the undersigned attending Members of the Honorable and Worshipful Council of Justice, in the presence of the Fiscal of this Province, along with me, the Secretary; Jacob Lutzer of Valkensteijn, aged 32: years, of the Reformed religion, Christiaan Schreuder of Gotsenburg, aged 37: years, Lutheran, Hendrik Janze Volmeer of Westsone, aged 35: years, Reformed, all stationed on the Honorable Company's pantjallang De Tidor, who, their declaration given on the 10: of this month concerning 2: lasts and 36: measures of rice wet and spoiled by heavy leakage of that vessel on the voyage to Gorontalo having been presented to them anew for re-examination, have persisted therein invariably as before, taking thereon the oath in due form, by raising the two front fingers of their right hand and uttering these words: So help me God Almighty. Below stood: Thus done, re-examined, and sworn at Ternaten in the ordinary Council Chamber of Justice on the date aforesaid. Was signed: J:b Lutzer, C:s Schreuder, and with a cross marked by H: J: Volmeer. In the middle: In my presence, signed: L: Sneofskij and D:k Wolff. Still lower: Witnessed by me, signed: C G:s Rousselet, Secretary. Whereby one immediately found deplorable the reports occasionally received from Manado and Gorontalo concerning the adversities with which the Commander on the pantjallang the Tidor had to struggle during his expedition, which caused him to be able to reach the place of his destination only on the 7: Novem: last, not having had the advantage of the rowing and boat vessels he had with him, all of which made the voyage very quickly, overcoming the currents and adverse winds by the strength of oars and pagaye. However, one had to comfort oneself in this regard, as well as with regard to the increased costs that the Ternate chiefs, sent back from Gorontalo with the aforementioned 10: corracorras, caused for the Company by returning thither after they had met Commander Wijmoet aforementioned again, under the pretext, as was later learned, that they had received orders from their prince not to leave this prince, but to which they appear to have proceeded solely out of a desire for plunder, as will become clearer during the upcoming deliberation over the secret advices received from Gorontalo, while it is certain that they had already left the pantjallang the Tidor to follow the galeivoot den Arend, with which they arrived at Gorontalo at the same time. Having found Gorontalo in complete tranquility and nothing to be done there, and having been dispatched back from there on the 24: Novem: and landed here on the 7: Januarij of this year, one had again to lament the expenses that were fruitlessly incurred with this dispatch; while one was nevertheless at ease in this matter for having acted upon the received reports and following the instances of Resident de Swart, and which aforementioned resident likewise conducted himself according to the reports given to His Honor by the kings concerning an approaching enemy on the south side. And whereas the expenditures made on the aforementioned expedition of 5: pieces Guinees fine bleached, 150: lb: nails, 10: kannen arrack, and 150: lb: oil of coconut, occurred unavoidably, it was approved and understood to pass the same to be written off. And to allow Commander Wijmoet to validate in kind 2: lasts and 2700: lb: Manado rice, which he fell short in the provisions to the Ternatans due to the leak that occurred to his vessel. Furthermore, it was approved and understood to have written off from the inventory of the pantjallang the Tidor and galeivoot de Arend the gunpowder spent and wasted on this expedition, to 457½: lb: on the Tidor and 477¼: lb: on the Arend, as appears from the memorandum submitted below in that regard. Gunpowder
Dutch transcription
130 verzoekende ik zeer needrig dat het uwelEd: Agtb goedgunstiglijk gelieven te behagen gem: goederen ter af „schrijving te Passeeren, en mij van de verdere verantwoording derzelve te ontslaan. Waar meede verhoopen aan de geerde intentie te hebben voldaan matige ik mij de Eere aan met schuldi„ „ge Eerbied mij te neemen /:onderstond:) Wel Edele Agtbare Gebiedende Heer E: E: Heeren /:lager:) uwelEd: Agtb: onderdanige en Gehoorzame Dienaare /:was geteekend:) M: Vrijmoet /:in margine:) Ternaten den 16: Jann: 1789. Wij ondergeteekende alle ten dienste der E:d: Comp„ bescheijden op de Pantjallang de Tidor verklaarde ter requisietie van luitenant ter zee Michiel Wij„ moet, als dat op de geduurende rijse naar Goronta „lo deur lekagie van 'E vaartuig altoos rijst uijtge„ „pompis en tekort gekomen is van le laading Twee las„ „sen en ses en Dertig maate rijst deese bovenstaande verklaarde wij de suivere waarheid te zijn en des noods sijnde met eede te bevestiegen /:onderstond:/ Ternaten den 10: Januarij 1784. /:was ge„ „teekend:) J„b Lutser en C„n Schreuder met een kruis /:gesteldovr:/ H: J„s Volmeer. vyf Heeden den 12: Januarij 1789. compareerde voor de ondergeteekende vaceerende Leden in den E: Agtb: Raad van Justitie, te overstaan van den Fiscaal deezer Provintie, nevens mij Secretaris; Jacob Lutzer van valkensteijn oud 32: jaren, van de gereformeerde relegie Christiaan Schreuder van Gotsenburg oud 37: jaren, luijters Hendrik Janze volmeer van westsone oud 35: jaare Gerefor„ alle bescheiden op scomp„s Tantjallang De Tidor dewelke hunne op den 10: deezer gegeeven verklaring weg„s door sware lekkagie van dat vaartuig op de reijse naar Gorontalo, nat en bedurven 2: lasten en 36: maten rijst de no„ vo voor recollement voorgehouden zijnde, daar bij als nog onveranderlijk den 31 meerde 131 Janu: 1709. Inhout van het zelve. onveranderlijk is bleven persisteeren doende daar op den Eed in debita forma, met het opsteeken der Twee voorste vinge„ „ren hunner reghand en het buiten dezer worden. zoo waarlijk helpe mij Godt Almagtig. /:onderstond:/ Aldus Gedaan Gerecolleerd en Beedig te Ternaten ter ord„e Raadkamer van Justitie da„ „to voorsz: /:was geteekend: J„b Lutzer, C:s Schiender en met Een huis /:gesteld door H: J: volmeer. / int midden/ te mijn overstaan /:geteekend:/ L: Sneofskij en D„k Wolff (nog lager:/ Inkennisse van mij /:geteekend:/ C G„s Rousselet secretaris, Waar bij men al aanstonds beklagtig vond de nu en dan wel Manado en Gorontalo ontfangen tijding wegens de tegenspoeden waarmeede de Gezagheb„ „ber op de Pantjallang de Tidor op dies sijn togt te worstelen heeft gehad, dewelke veroor„ „zaak hebben dat de Plaats sijner distinatie eerst op den 7: Novem: L: L: heeft konnen besteevenen als niet hebbende het voordeel van de bij hem gehad hebbende roeij en scheep vaar„ „tinge, die alle wij spoedig de reijse gedaan hebben de stroomen en tegen winde met de kragt van riemen en Fagaije te boven komende dog weswegens me„ sig gestroosten moest soo wel, als wegens de meer„ „dere koste, die van Gorontale met bovengem: 10: Corra Corvas terug gesonden Ternaatse hoofden voor de Comp„e veroorzaak hebben met na derw„s te reverteeren, na dat den gezagheb„ „ber Wijmoet voorn: weder ontmoet hadden onder 132 den 31 vervolg. „sien ter afschrijving gepasseert. ond voorgaav, soo als men na verneemd dat bevel van hunnen vorst ontfangen hadde om dit kietjel niet te verlaaten dan waartoe sij alleen uit sught tot buitmaken schijnen te zin overgegaan, gelijk nader bij te houden besogne over de veon Gorontalo ontfangen secreete Advisen Sal„ „komen te blijken terwijl seeker is dat sij de Fan„ „tjallang de Tidor reeds verlaten hebben om de Galowet den Arend te volgen met de welke sij tegelijk op Gorontalo g'arriveerd sijn. Gorontalo in volle rust en daar niets te verrigten gevonden hebbende en van daar op den 24: Novem: terug gedepecheerd en alhier den 7: Januarij deeses Jaars aangeland sijnde; moest men alweeder beklagen de kosten die met deese afsending vrugteloos sijn aangewend; terwijl men niet te min gerust was in deesen op de ingekomen narigten en navolgens de instan„ „tien van de resident de swart, te werk te sijn gegaan en welke voorn: resident sig al„ „meede gedragen heeft na de sijn E: door de koningen gegeven narigten wegens een opkomen„ „de vijand aan de zuijt zijde. nevenstaande gevaine poenda, En dewijl de op gem: Togt gedaane spendatie van Jann: 1789. en in Natura te valideeren ne„ „venstaende rijst. zo meede te laten afschrijving het verschooten en verspelde buskruijt Memorie dieswegens. 5: p„s Guin„s gem: gebl: 150: lb: spijkers 10: kann: Arak en 150: „. olij van Clappus onvermijdelijk geschied sijn; wierd goed„ 6 „gevonden en verstaan dezelve te passeeren ter afschrijving En aan den Gezaghebber Wijmoet in na„ „tira te laten valideeren 2: Lasten en 2700:— lb: rijst Manados die hij bij de verstrek„ „kingen dien de Ternatane te kort geschoo„ sten is door het sijn vaartuig toegekomen Lek. Nog wierd goedgevonden en verstaan bij den inventaris van de Pantjallang de Tidor en Galowet de Arend te laten afschrijven het op deese togt verschooten en verspilde buskruit. tot 457½: lb: op de Pioor en 477¼: „ „ „ Arend blijkens onderstaande dienwegens ingediende memorie. Kruijt
English
Gunpowder Account of what was expended during the voyage with the Pantjallang from here to Gorontalo and back again, Namely 1788. July 15: or remaining -- lb: 1000. July 22: ditto inspected the ordnance and found wet 6 of 2 lb and 4 pieces of 1 lb: lb: 8. — July 25: ditto ditto ditto ditto 8 of 2 lb and 6 of 1 lb - - 11. — July 28: ditto ditto ditto ditto 7 of 2 lb and 5 of 1 lb 9. 2/3 July 31: ditto spilled during the turning of the powder - - - 15. — August 3: inspected the ordnance and found wet 8 pieces of 2 lb and 7 of 1 lb - 11. 1/2 August 7: ditto ditto ditto 7 of 2 lb and 8 of 1 lb -- 11. — ditto ditto due to heavy rain and high seas 8 of 2 lb and 9 of 1 lb - 12. 1/2 August 9: ditto for 2 signal shots for the Galley de Arend - - - 5. 2 August 13: ditto inspected the ordnance and found wet 10 of 1 lb and 8 of 2 lb - - 13. — August 15: ditto spilled during the turning of the powder . . . . . . . . 14. — August 17: ditto inspected the ordnance and found wet 8 of 2 lb and 9 of 2 lb -- 12. 2 August 23: ditto ditto ditto ditto 7 of 2 lb and 8 of 1 lb - - 11. — August 31: ditto ditto ditto ditto 8 of 2 lb and 5 of 1 lb - - 10. 2 spilled with the turning of the powder - - - - - - - - - 13. — September 6: inspected the ordnance and found wet 8 of 2 lb and 7 of 1 lb - - 11. 1/2 September 18: ditto ditto ditto ditto 5 of 2 lb and 4 of 1 lb - 7. — spilled during the turning of the powder -- 12. — October 11: inspected the ordnance and found wet 8 of 2 lb and 3 of 1 lb - 9. 2 October 17: ditto ditto ditto ditto 8 of 2 lb and 7 of 1 lb - - 11. 2 October 22: ditto ditto ditto ditto all wet due to heavy rain and high seas 13. — October 29: ditto ditto ditto ditto wet 7 of 2 lb and 9 of 1 lb - - 13. 2 November 5: 1/2 ditto ditto ditto ditto 5 of 2 lb and 7 of 1 lb - - 8. 1/2 October 31: spilled with the turning of the powder – – – – – – – – 13. 1/2 November 7: saluted the Gual of Gorontalo with 9 shots - - - - 9. — November 11: ditto inspected the ordnance wet 9 of 1 lb and 5 of 2 lb -- 9. 2 November 22: ditto ditto 8 of 2 lb and 10 of 1 lb -- 13. — November 30: ditto spilled with the turning of the powder. 12. — Carried forward 346 1/2: 1000 lb: ounces Transport 346 1/2: 1000 lbs January 31, 1789. December 30, 1788: at the departure from Gorontalo 9 shots. . — 9. — September 1: inspected the ordnance and found wet 8 of 2 lb and 7 of 1 lb. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 11. 1/2 October 12: inspected the ordnance and found wet 8 of 2 lb and 10 of 1 lb 13. — ditto spilled with the turning of the powder 10. 1/2 ditto inspected the ordnance and found wet 8 of 2 lb and 5 of 1 lb ditto inspected the ordnance and found wet 5 of 2 lb and 8 of 1 lb - - - 9. 1/2 ditto spilled with the turning of the powder 9. — ditto Spilled during the voyage with filling of cartridges and rounds - 28. 1/2 remains 549 1/2 Sum 1000. — Was subscribed: Ternate in the Company's Pantjallang de Tidor the First of January One Thousand Seven Hundred and Eighty-Nine Was signed: Michiel Vrijmoet General Gunpowder Account January 31, 1789. General of the Galley Den Arend during its voyage from this roadstead to Gorontalo until return here, Namely 1788. July 17: or remainder. lb: 1000. July 18: upon setting sail and passing Castle Orange in 13 shots - - lb: 23. — July 21: inspected the ordnance found wet 2 of 3 lb and 5 of 2 lb - - - - 10. — July 23: fired 2 shots at two Padewakans - - - - - - - 5. — July 25: fired 2 ditto at 1 Prow of Captain Paulus - - - - - - - - 5. — July 31: spilled with powder turning - 9. — July 31: inspected the ordnance and found wet 5 of 2 lb and 2 of 3 lb - - - 10. — August 14: spilled with powder turning - 9. — August 15: 20 signal shots before the Gual of Gorontalo to obtain shipping intelligence 51. 1/2 August 19: found wet 5 of 2 lb and 2 of 3 lb - - - - - - - - - - - - - 10. — August 27: upon firing various signal shots during the voyage to Gorontalo with 6 losses from the Pantjallang de Tidor and Kora-Koras – – – – – – – 53. — September 10: found wet 5 of 2 lb and 2 of 3 lb - - - - - - - - - 10. — September 15: spilled during the turning of powder - 8. — September 25: spilled wet ordnance found -- 17. — September 30: spilled powder turning - - - - - 9. — October 10: inspection of the ordnance - - 7. — October 15: spilled powder turning - - 15. 1/2 October 25: spilled wet ordnance found - 7. — October 31: spilled powder turning - 9. — November 5: 6 pieces of 2 lb and 2 of 3 lb wet ordnance found spilled – - – - 10. — ditto 1 piece signal shot upon departure from Gorontalo – – – – - - 1. 2 ditto 6 pieces of 2 lb and 2 of 3 lb wet guns found - - - - 7. 2 November 15: spilled during the powder turning - - - - - 6. — November 22: inspected the ordnance and found wet 6 of 2 lb and 1 of 3 lb - - - 9. — November 30: spilled during powder turning - - - 7. 1/2 December 1: in 9 cannon shots at the burial of the Ternatan envoy 13. 2 December 3: 4 signal shots at various vessels in Rimba 8. — December 9: the ordnance inspected and found wet 2 of 3 lb and 6 of 2 lb 10. — December 15: spilled during the powder turning - -- 4. — December 16: inspection of the ordnance found wet 2 of 3 lb and 5 of 2 lb - - - 8. — making of cartridges during the aforementioned voyage spilled – – - 55. — priming powder in the aforementioned shots. 27. 1/4 for repairing live cartridges which became unserviceable during the expedition - - - 18. 1/2 December 31: spilled during powder turning - - - - - - - - - 9. — ditto all wet - - - - - 10. — Counts lb: 477. 3/4 remaining 522. 1/4 Sum lb: 1000. — Was signed: Captain Horm
Dutch transcription
Ktruit Reekening van 't verschootene 1788. 15: Julij off restemt--. ld: 1000. 22: d„o visenteerde 't geschut. en bevonde na t 6: van 2: d: en 4 p„s van 1: lb:. lb: 8. — 25. d„o d„o „ d„o „ d„o „ 8: „ 2: „ „ 6: „ „ 1: „ - - „ 11. — 28: d„o d„o „ d„o „ d„o „ 7: „ 2: „ „ 5: „ „ 1: „„ 9. /3: 31: d„o bij 't kruit keeren verspild - - - 15:—: „ 3: Aug„so visenteerde 't geschut en nat bevonden 8: p:s van 2: en 7:r van 1 lb: - „ 11: ½: d„o 7: d„o „ „ d„o 7: „ „ 2: „ 8: „ 1: „ -- „ 11: — „ d„o „ „ door zwaare reegen en Hooge Zee 8. „ „ 2: „ 9. „ 1: „ - „ 12: ½ do 9. tot 2: sip schooten voor de Galeij de Arend - - - .0 - „ 5: 2: 13: d„o visiteerde 't geschut en bevonden na 10: van 1: lb: en 8: van 2: lb: - - „ 13: —. 15: d„o by 't kruitteeren verspild — . . . . . . . . . „ 14:—: 17: d„o visenteerde 't geschut en bevonden na 1 8: „ 2: „ „ 9. „ 2: „ -- „ 12: 2: 23. d„o d„o „ d„o „ d„o „ 7: „ 2: „ „ 8: „ 1: „ - - „ 11: —: 31: d„o d„o „ d„o d„o „ 8: „ 2: „ „ 5: „ 1: „ - - „ 10: 2: met het kruit heeren verspild - - - - - - - - - „ 13: 6: Sept: visenteerde 't geschut en bevonden „ 8: „ 2: „ „ 7: „ 1: „ - - „ 11: ½: 38. _„o d„o d„o „ d„o „ 5: „ 2: „ „ 4: „ 1: „ - „ 7: — „ bij 't huutkeeren verspild -- — -„ 12: —: 6 11 8ber: visenteerde 't geschut en bevonde „ 8: „ 2: „ „ 3: „ 1: „ - „ 9. 2: 17: d„o d„o „ d„o „ do „ 8: „ 2: „ „ 7: „ 1: „ - - „ 11: 2: 22: d„o d„o „ d„o „ d„o „ alle met door swaare reegen en hooge Zee „ 13: —: 29. d„o d„o „ d„o „ d„o nab 7: van 2: en 9. van 1: lb: - - „ 13: 2: 5: 9ber: ½ d„o „ d„o „ d„o „ 5: „ 2: „ 7: „ 1: „ - - „ 8 ½: . 31: 8ber: met 7 kruit kaeren verspild - – – - – – - – „ 13: ½: 7: 9ber: saluweerden de Gual van Gorontalo met 9. schooten - - - - „ 9. —: 11: d„o visentende 't geschut nag 9. van 1. ld: en 5: van 2: lb:- -- 22: do d„o _o 8: „ 2: „ „ 10: „ 1: „-- 30: d„o met 't kruit keeren verspild. d„o „ 12: —: ld: onse Transporteere 346½: 1000: 13: —: „ 9:2: geduurende de reijse met de Pan„ „tjallang Pen hier naar Gorontalo en wederherw„s Namentlijk 28 - „ d„o do - 12: 742 den 31: — lds 151½ Transport 8346: : 100 Jenn: 1789. 30: Geber: bij 't vertrekken van Gorontalo 9. schooten. . — 1: 7ber: visenteerde 't geschut en Nat bevonden 8: van 2 en 10½ 7 van 1: lb:. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 11:½: visenteerde 't geschut en nat bevonden 8: van 2: en 10: 13:— van 7: lb: met 't kruijt keeren verspild visenteerde 't geschut en nat bevonden 8: van 2: en 50: van V: ld: visenteerde 't geschut en Nat Bevonden 5: van 2: en 8: van 1: ld:- - - met '6 kruit keeren. verspeld Geduurende de reijse met vullen van Car„ „doesen en Pattroonen verspild - blijft restant /:onderstond:/ Ternaten in 'sCompagnies Pantjallang de Tidor den Eersten Januarij Een Duijzend seeven hondert Neegen en Tagtig /:was geteekend:/ Michiel Vrijmoet Generaale „ 28:½: 9.½: 9. 1788 00. 12: d„o d„o d„o d„o d„o do „ d„o 1000. : -- - 10½. „549½: „ „ - — -: - . . Generaal Kruit Reekening den 31 1788. 17: Julij of restant. „duurende desselfs reijse van deese komst alhier Nementlijk Somma d. 1000: Ed 1000. Jann 1789. van den Galeij Den Arend ge„ reede naar Gorontalo tot terug bij 't onder zijl gaan en't Passeeren van 't casteel orange in 13: schooten - - ld: 23: 18: Julij visenteerde 't geschut bevonden nat 2: van 3: lb: en 5: van 2: lb: - - - - „ 10: 21. L„o . deede zijn 2: schooten op twee Padewakans - - - - - - - „ 5:— 23: _„o „ „ 2: d„o „ 1: Prauw aan den C„n Paulus - - - - - - - - . „ 5: — 25: _„o 31: _„o met kruit keeren verspild - 31: _„o visenteerde 't geschut en bevonden nat not 5 van 2: lb: en 2: van 3: lb: - - - „ 10 — no 14: Augs 15: _„o met kruit keeren verspild- 19. _„o 20: sein schoot voor de kwal van Gorontalo met scheep in narig te erlangen „ 51:½: 27: _„o bevonden nat c: van 2: lb en 2: van 3: lb - - - - - - - - - - - - - „ 10: —. „ _o bij 't doen van diverse zijn schooten geduurende de reijse naar Gorontalo met 6 ver„ „liesen van de Pantjallang de Tidor en Corra Corras - – – – – – – „ 53: — 10: Septem: bevonden nat 5: van 2: lb: en 2: van 3: lb: - - - - - - - - - „ 10: — 15: _„o bij 't hrit keeren verspild - 25: m„o „ „ nat bevond geschut verspild -- 30: mo „ „ kruit keeren verspild - - - - - 10: 8ber: „ „ visenteerde van 't geschut - - 15: m„o „ „ kruitkeeren verspild - - 25: _o „ „ nat bevonden geschut verspild - 31. _0 „ „ kruit keeren verspild - 5: 9ber: 6: p„s van 2: lb: en 2: van 3: lb: nat bevonden geschut verspild – - – - „ 10: —. „ _„o 1: „ zijn schoot bij vertrek van Gorontalo - – – – - - „ „ _o„ 6: „ van 2: lb: en 2: van 3: lb: nat bevonden stukken - - - - 15: _o bij 't kruitkeeren verspild - - - - - 22: _„o visiteerde 't geschut en bevonden nat 6: van 2: en 1 van 3: lb: - - - 30: _„o bij kruitkeeren verspild - - 1: Deco in 9. canon schooten bij 't teraarde bestellen van de Ternaatse oetoesang „ 13: 2: 3: Dec: „ 4: zijn schooten op diverse vaartuigen in rimben 9: „ 't geschut gevisenteerd en bevonden fatz: van 3: ld en 6: van 2: lb: 15: „ bij 't kritkeeren verspild - -- 16: „ „ „ visenteerde van 't geschut nat bevonden 2: van 3: lb: 5: van 2: lb: - - - „ 8. —: „ „ „ „ aanmaken van Cardoesen geduurende die rijse voormeld verswild – – - „ 55: — 1 zindkruit in voormelde schooten. tot repareeren van scherpe Pattoonen welke geduurende de Togt zijn onbequaam geraakt. - - - 31: _„o bijs kriit keeren verspild - - - - - - - - - „ 9. — „ „ _„o alle nat - - - - - „ 10. — restant. - /:was geteekend:/ JC„n Horm – – – – – – – „ 27:¼: 18:½: Somma l: 1000: —. „ Gise 1:2: -„ 7: 2: „ - — - - - . „ 9. —. „ 9. — — . . . . . - - - - - - - - - „ 4. — - - - - – – – „ 9. –. - - -„ 8:–. - - - - „ 17:–. —- -- - - „ 10. —. - - 9. —: 7: 15:½: 7: —: „ „ 6:—. -„ 9. —. -„ 7: ½: - „ – – – „ — — - — — — - . . „ 8. —: n Telt ld: 477:¾ - —
English
The 31st: The returned artillery, armories, and equipment goods have been stored away again in the administrators' custody. Resolved to draft a specific account of all the expenses incurred caused by Franijlie. Deliberation on And to note that all the artillery, armories, and equipment goods brought back after both expedition fleets, as well as upon consumption, have been stored away again in the respective administrations according to regulations. Lastly, it was approved and agreed to demand from the trade officials that they draw up an accurate and specific account of all expenses incurred on account and in the matter of the disturbances caused by Boamlie and adherents with the fitting out of two cruising fleets, in Dief, rixdollars, and guilders, with the addition of the aforementioned and hereinafter following secret deliberations regarding Gorontalo and Quandang, to make further deductions, item the expenses incurred for sending an express to the first-mentioned residency. Furthermore, they proceeded to the handling of such matters as have been communicated by the Resident of Manado by secret and separate letters of the 17th and 16th of December 1788, and on the subject of the letters received by this council sub dato 3rd of July of the aforesaid year regarding his former authority and the resident. Manado. considering 122 E January 1789. Ponto. continuation. Considering restored Boelang Itam complaints of Boelang's regent Nicolas, regent Nicolas Ponto, of whom it is said that, made arrogant by the favors and honors enjoyed here, he had allegedly assumed an honorary title unfitting for him, as appeared in a message delivered on his behalf to the resident, when his emissaries called him radja or king, but regarding which, having been questioned here about this, he faulted them, attributing that mistake to their simplicity; it was approved and agreed to reply that the Honorable Schierstein could and might have contented himself with that excuse for the time being, without reminding this petty local ruler of his humiliating relation to and dependence upon the king of Caudipang, whose goegoegoe he would merely be according to the style of the contracts made with the Candipang king, since that, considered intrinsically, is somewhat incompatible with the authority that the first-mentioned holds as regent, to which last-mentioned dignity not the king of Caudipang, but rather the Company has elevated him. And thus it has also not been strictly necessary 739 140 continuation. Deliberation regarding that to demand from the regent and grandees of the Boelang Itam tribe the signing of the contract renewed here in the year 1702 with the present king of Caudopang, at which renewal they were not present and were also judged by this government not required to be present. This late demand must indeed have surprised the regent, even though it was made following the example set by the late Governor of Banda and former Resident of Manado, Seidelman, and must have appeared all the more unsavory after it was made on behalf of the resident by the Bookkeeper Band without having been forewarned thereof, which resulted in the regent choosing to address himself in writing to this Council in order to learn from them whether he must sign the deed sent to him on behalf of the Resident or not; requesting, alongside the grandees, that what happened with his father Israel Ponto be overlooked and may not be held further to their charge. Having deliberated upon this and taken into consideration the 31st 141 January 1789. Resolution taken thereon. Ponto. that a Regent who is appointed by the Company, without prejudice to the right of the King over the fiefdoms of Caudipang and Boelang Itam, may indeed be distinguished to some degree and maintained in his dignity, it was thus approved and agreed to excuse the often-mentioned regent of Boelang Itam from the said late signing and, in order that the resident is also not slighted in his authority, to inform him in the answer to his letter: that he would not have done wrong if he had complied with the requirement of the Honorable Schierstein and will do well for the future to listen to his admonitions; that, for the rest, what happened with the regent Israël Ponto is no longer thought of and he has nothing to fear from the Company so long as he conducts himself quietly and peaceably toward everyone, especially toward the king of Caudipang, and together with him contributes what is necessary to get the gold procurement underway again and make it flourish, opening the sago forests to the Candipangers for the aforesaid purpose and ensuring 142 the 37 communication from Manado's resident regarding the conclusion of peace by those of Toncea and Sondano. that the mined gold properly reaches the hands of the Resident, that of the Boelang Itamers separately, so that one may know what each person has dug up, although it will nevertheless have to be conveyed, together with and alongside the gold mined by the Candipangers, to the residency of Manado by delegates of the king over the fiefdoms of Candipang and Boelang Itam. The peace which, according to the writings of the Honorable Schierstein dated the .. and the 12th of November thereafter, was to be concluded at Tomohon between those of Toncea and Sondano, could not reach its full conclusion earlier than the 10th of December 1788 within the residency of Manado due to the extraordinary bitterness of the parties, after the resident, assisted by the commanders of the cruising fleet, the Honorable Captain Lieutenant Engineer Van Lutzow cum suis, had to overcome many obstacles and very many unpleasantnesses from 74
Dutch transcription
den 31e: de terug aangebragte Arthillerij, wa„ „penkamers en Eq: goederen zijn in de Administrateurs weeder geburgen. beslooten van alle de door Franijlie veroorzaakte gedane bekostigin„ „gen te formeeren een specificque reekening. Besogne over En te noteeren dat alle de na beijde Expeditie vlootjes als met verbruik terug aangebragt Arthillerij wa klag in Equipagie goederen „perkamer weder in de respective administratie voer ordonnantie geburgen sijn geworden. Laatstelijk wierd goedgevonden en verstaan aan de Negotie bediendens te demandeeren dat een accu„ „rate en specificque reekening opmaken wegens alle uit hoofde en ter sake der door Boamlie en adherenten veroorsaakte onlusten gedane bekosti„ „ginge met de uitrusting van Twee kruisvloo„ „en, in Dief, rijksd„s en guldens met beijvoeging van de voren gemelde en onder deesen te volgen secreete besognes over Gorontald en Quandang nader te doen afschrijvingen, item het bekostigde tot afsending van Expresse na Eerstgem: residentie. Wijders wierd getreeden tot de afhande„ „ling van sodanige saken, als door den Resident van Manado bedeeld zijn geworden bij secreete en Aparte Letteren van den 17=e en 16: Decembr: 1788. en op 't Sujet van den door deezen rade sub dato 3: Julij van voorm: Jare in zijn vorig gesag en 's residents ontfangen brieven. Manado. aansien 122 E Jann: 1789. Ponto. vervolg. aansien herseld geworden Boelang stam klagten van Boelangs regent Nicolas 's regent Nicolas Ponto, van wien gesegt word dat op de alhier genoten gunst en eerbewijsingen verhovaardigd sig selve soude toegeeijgend heb„ „ben een hem niet voegende Eere titul, geblee„ „ken in een sijnen't wege bij den resident gedane boodschap, wanneer sijne sendelingen hem radja of koning genoemd hebben, dog waar„ „omtrent hij deselve hier over onderhouden geworden sijnde, in het ongelijk gesteld heeft, dien mistax aan hunne ormoselheid toeschrijvende goedgevonden en verstaan te rescribeeren dat dE: schierstein sig met die verontschuldiging woord„ dite tijd heeft konnen en mogen vernoegd hou„ „den sonder, dit Landheetje indagtig te maken desselvs verneederende betrekking tot en op den koning van Caudipang, wiens goegoegoe hij navolgens den stijl der met Candipangse Koning gemaakte contracten, slegts weesen souden daar sulx intransique beschoud sijnde, wij wat incompati„ „bel is met het gezag dat eerstgem: voerd als Regent, tot welke laatstgem: waardigheid hem de koning van caudipang niet, maar wel de comp„e verheven heeft. En dus ook niet volstrekt noodzakelijk geweest 739 140 vervolg. Deliberatie daar omtrent geweest is van den regent en rijksgrooten van Boe„ „lang stam te vergen de onderteekening van het met den Rreesentie koning van Caudopang a„o 1702 alhier vernieuwde Contract bij welke vernieuwing sij niet tegenwoordig geweest en ook door deese regering niet g'oordeeld sijn present te moeten weesen. Hebbende deese late vordering den regent wel moeten surpreneeren ofschoon dezelve geschied sij op het gegeven voorbeeld van den laatst over„ „leeden Heer Bandas Gouverneur en geweesen Ma„ „nados resident Seidelman en te onsmakelij„ „ke moeten voorkomen na dat deselve van wege den resident geschied is door den Boekhoud„ Band sonder dien wegens gepreevenieerd te zijn het gunt van van gevolgd geweest is dat de re„ „gent verkoosen heeft sig in geschriefte bij deesen Rade te addresseeren om van Haar te ex „varen of de hem van wege den Resident toe„ „gesonden Acte teekenen moet dan niet. ver„ „soekende nev„s de groten dat het voorgeval„ „lene met desselfs vader Israel Ponto over 't Hoofd worde gezien en hun niet verder ten lasten komen mag. Dan hierover gedelibereerde in agt genomen sijnde den 31 141 Jann: 1789. beslut daar over genomen. „to. sijnde dat een Regent die door de Comp„e word aangesteld onderminderd het regt van den Koning over de Leenrijkjes van Caudipang en Boelang Itam, wel eeniger mate gedistingueerd en in waardigheid gemanitineerd worden# sijne mag, soo wierd goedgevonden en verstaan den regent van Boelang Itam meermeld van op ged„e late onderteekening te excusseeren en hem ten einde ook de resident in zijn ge„ „zag niet te kort worde gedaan in antwoord recommentatie aan gein rigent Pon, op zijnen brieff te kennen te geven: dat niet misdreeven soude hebben bij aldien aan het requisit van den E: schierstein voldaan had„ „de en voor 't vervolg wel zal doen naar sijne vermaningen te luisteren dat overigens aan het voorgevallene met den regent Israël Ponto niet meer gedagt word en hij van de Comp„e niets te vreesen heeft soo lange sig stil en weedsaam jeegens een ijder speciaal tegen den koning van Caudipang koomt te gedragen en met deesen te samen het nodi„ „ge bij brengt om de goud procure weder aan de gang te helpen en florissant te ma„ „ken de sagoe bosschen voor de Candipangers ten einde voorsz: open stellende en sorg dra„ „gende e 142 de 37 bedeeling van Manados resident weg„s het sluiten der weede door die van Fon„ „cea en Soudamo. gende dat het gemineerde goud behoorlijk in handen van den Resident gerake dat van de Bollang Hamers afsonderlijk, op dat men weeten moge wat een ieder opgedolven hebbe, schoon het daarom met en benevens het door de Candipangers gemineerde goud na de residentie Manado sal moeten wor„ „den overgevoerd door gecommitteerdens van den koning over de leenrijkijes van Candi„ „pang en Boelang Itam. De weede, die volgens schrijvens van den . . en den 12:„ E: Schierstein d: d: . . # Novem: daaraan geslooten stond te worden op Tomohon tusschen die van Toncca Sondano en Fontolij door de ongemeene verbitte„ „ring van Parthijen niet eerder sijn volle beslag hebbende mogen erlangen dan op den 10„e decembr: 1788. binnen de residentie Manado nadat de resident van de Hoofden der kruis„ „vloot den E: Cap„n Luit„s Ingenieur van Lutzon C: S: g'assisteerd, om hier toe te geraken veele hinderpalen heeft moeten te boven komen en zeer veele onaangenaamheden van 74