VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3864

Japan · 1,440 pages · 285 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3864_1263 view scan ↗

English

Ceram Lauters having overwhelmed the post at Aroe in the past year, and having plundered the Banda small traders who were there, taken their vessels and merchandise for themselves, and made slaves of their persons, he has been provided with everything that can nourish his further obstinate rebellion, while the newly obtained booty taken from some Banda citizens who ventured in the past month of February to depart for Aroe to try if they could trade there as before will also have contributed not a little thereto, wherefore in my opinion it has become highly necessary that both he himself and his following be brought to reason by means of force before his following becomes stronger and more powerful to be resisted, since the brother of the aforementioned rebel Noekoe has already set himself up as King of Ceram Laut and assumed the name of Djo Mogofta, according to the accounts sent to me thereof by the Banda Governor Mr. Haga, and I have the honor to offer Your Honorable Worship a copy herewith and thereby also to communicate that I was informed by the aforementioned Banda Governor by letter dated 20 August that, according to reports received from Ceram, in the latest attack at Aroe a certain captain of Noekoe, Imam Boeli of Maba, was shot dead, who however was not sent by Noekoe but was said to have departed thither on his own accord with a vessel and people of Maba, in order to be able to make an inquiry thereafter whenever it might be deemed necessary, and in the best manner to persuade the peoples of Maba, Weda, and Pattany to abandon the party of Noekoe and his following for their own salvation and preservation; and since some Alfoors of Tobelo and Tobaroe have also joined that band according to the account of the soldier Pieter Mattheus van Sameth and associates accompanying this in copy, it would be a desirable matter if Your Honorable Worship could persuade the King of Ternate to cause these peoples of his to return and forbid them to join Noekoe and his following again; during the great hongi expedition to be undertaken I hope to find an opportunity to curb the more than excessively great and dangerous power of the rebel Noekoe, and in mutual consultation with the Banda Governor to devise such measures as are useful and serviceable for the restoration of the so greatly disturbed peace and security of the inhabitants on both sides. Meanwhile I have the honor to subscribe myself with true respect, under was written: Honorable Worshipful Sir, lower: Your Honorable Worship's humble servant, was signed: J. A. Schilling, in the margin: Amboina in the Castle Nieuw Victoria, 3 September 1788. Separate Ternate To the Right Honorable Worshipful Sir Alexander Cornabé, Governor and Director there. Right Honorable Worshipful Sir! Availing myself of the first opportunity that has presented itself since the receipt of Your Honorable Worship's esteemed separate letters of 15 October and 17 November of the past year, likewise 21 January of this year, with the annexes cited therein, to apply or rather dispatch any answer thereto, I now proceed to do so and congratulate Your Honorable Worship in the first place upon the victory gained over the formidable fleet of the Bugis and chief of Passir, Ponillie, assembled together, wishing that the consequences thereof may in every respect answer Your Honorable Worship's objective to the benefit of the Company, and that the Sultan of Magindanao may also thereby be moved to ratify the drafted peace articles presented to him and the restitution of

Dutch transcription

96 Ceraemmers de Post te Aroen in â: p:s overrompeld en de Bandase smmalle handelaars, die aldaar geweest zijn ge„ „plundert hunne vaartuigen en koopman schappen na zig genomen en hun zelve tot slaven gemaackt hebbende van alles voorsien is geworden dat tot zijne verdere halstarrige wederspannigheid voedzee geven kan terwijl de nieuw behaal„ „de buit op eenige Bandase burgers die het in de ver„ „weekene Maand february gewaagd hebben na Aroe te vertrekken om te beproeven af ze aldaar gelijk bevoorens handel konden drijven daar toe meede niet „wanig gecontribueerd zal hebben wer het na mijne gedagten hoog noodzaakelijk geworden is dat zo wel hij zelve als zijnen aanheng door middel van geweld tot reden gebragt werde eer zijnen aanhang sterker en magtiger word om wederstaan te kunnen worden ver„ „mits de Broeder van meerm: Rebel Noekoe zeg reeds tot koning van Arren heeft opgeworpen en den noam„ van djo Mogofta aangenomen, na de relasen 09 die mij daar van door den heer Bandas gouverneur Haga m A 12 de H dat h behu eenig en s Haga toegezonden zijn en ik de Eere hebbe uwelEd Achtb: hier nevens een Capia aan te bieden en daar bij ook te Communiceeren dat mij door voorm: heer Ban„ „das gouverneur bij brieve in dato 20: Augustus is ter kennis gebragt dat volgens ontvangene berigt van Ceram in de Iongste Attacque ten Aroe Sekeren Capitein van Noekoe Imam Boeli van Maba doodgeschooten dog door Noekoe niet gezonden maar uit zeg zelve met een vaartuig en volk van Maba derwaards vertrokken zoude wezen ten einde daar na wanneer t nobig g'oordeeld mogte worden onderzoek te kunnen doen en de volkeren van Maba weder en Pattany op de beste wijse te overreden de parthy van Noekoe in zijnen aanhang te verlaten tat hun eigen heil en behoud; En vermits zig bij dien hoop al meede gevoegd hebben eenige Alphoeden van Tobelo en Tobaroe na aanleeding van t dezen im Capia versellende relaas van ven zoldaat Ptetu Mattheus van Samelh C: S: zoude het eene gewenschten zaak 98 voor A zaak wezen zo uwel Edele Agtb: den koning van Ter„ „naten konde bewegen om deze zijne bevolkeren terug te doen keeren en verbieden om zig bij Noekoen en zijne aanhang weder te vervoegen; — Onder de te doene grooten Hongy hoope gelegenheid te zullen, vinden om de meer, dan al te groot en gelaar„ „lyk wordende mogt van den Rebel Noekae te zullen kunnen fnuijken en met onderling overleg van den heer Bandas gouverneur zodanige middelen te berammen welke ter herstelling van de zoo zeer gestoorde uist en veiligheid van weder zijdsche omgesettenen nuttig in dienstig is. - Terwijl ik mij intusschen de eere geve met ware agt my te onderschryven /:onderstond:/ wel Edele Achtbare Heer:/ lager:/ uwelEd Achtb: oodmoedige dienaar /:was geteekend /: I: A: schelling /:in margiene:/ Amboina in 't kasteel Nieuw Victorca, den 3 September 1788: — Ternaten van vol 2 van verlaten by Alphoeren aat en seube Ftete zen aak aba van 12 Haga toegezonden zijn en ik de Eere hebbe uwel Ed: Achtb: hier nevens een Capia aan te bieden en daar bij oor„ te Communiceeren dat mij door voorm: heer Ba „das gouverneur bij brieve in dato 20: Augustus is kennis gebragt dat volgens ontvangene berigt van Ceram in de Iongste Attacque ten Aroe Sekeren Capitein van Noekoe Imam Boeli van Maba doodgeschooten dog door Noekoe niet gezonden maar uit zeg zelve met een vaartuig en volk ver Maba derwaards vertrokken zoude wesen ten ein daar na wanneer t nobeg g'oordeeld mogte worde onderzoek te kunnen doen en de volkeren van Maa weder en Pattany op de beste wijze te overreden de parthy van Noekoe in zijnen aanhang te verlaten tat hun eigen heil en behoud; En vermits zig by dien hoop al meede gevoegd hebben eenige Alpho„ van Tobelo en Tobaroe na aanleeding van t deze im Capian versellende relaas van ven zoldaat Mattheus van Samelh C: S: zoude het eene gewenscht. zaak 98 voor H zaak wezen zo uwel Edele Agtb: den koning van Ter„ „naten konde bewegen om deze zijne bevolkeren terug te doen keeren en verbieden om zig bij Noekoen en zijne aanhang weder te vervoegen./ — Onder de te doene grooten kongij hoope gelegenheid te zullen, vinden om de meer, dan al te groot en gelaar„ „lyk wordende mogt van den Rebel Noekae te zullen kunnen fnuijken en met onderling overleg van den heer Bandas gouverneur zodanige middelen te berammen welke ter herstelling van de zoo zeer gestoorde rist en veeligheid van weder zijdse omgesettenen nuttig in dienstzig is. - Terwijl ik mij intusschen de eere geve met ware agt my te onderschryven /:onderstond:/ wel Edele Achtbare Heer :/ lager:/ uwelEd Acttb: oodmoedige dienaar /:was geteekend /: I: A: schelling /:in margiene:/ Amboina in 't kasteel Nieuw Victorca, den 3 September 1788: — 12 Ternaten a 7en li 17 Apart Ternaten Aan den WelEdelen Achtbaren Heer Alexander Cornabé, Gouverneur en Directeur aldaar WelEdele Achtbare Heer! De eerste gelegenheid te baat nemende die wij zeedert den ontvangst van uwel Ed: Achtb: g'eerde Aparte briev van den 15: October en 17: November a: p: iten 21: Jann dezes jaars met de daar bij geciteerde bijlagen is voorg„ komen om daar op eenig antwoord te kunnen toepassen of veel liever afzenden zo treede ik daar toe tans en filiciteere uwel Ed: Achtb: in de eerste plaats met de bevogtene overwinning op de bij een verzamelde formidable vloot van den Boeginees en hoofd van Passir Ponillie met wensch dat de gevolgen van dien aan uwel Ed: Achtb: oogmerk in allen deele ten voordeele der Maatschappij beantwoorden en den sultan van Magindanad daar door ook bewoogen worden te ratificeeren de ontworp „ne en hem voorgestelde vreedes artikelen en restitutie van

NL-HaNA_1.04.02_3864_1269 view scan ↗

English

of the booty that fell to his share from the surprise attack on the post at Riouw. Meanwhile, I thank Your Right Honourable very much for sending the aforementioned enclosures and for the efforts made to persuade the kings of Ternate and Tidore to recall their fugitive subjects who are assisting the brother of the rebel Nuku, and to forbid them from giving further aid to that tyrant in robbing, murdering, and plundering everything he encounters, to the aggrandizement of his and his brother's power and to the injury of that of the Company. The open letter from the king of Ternate sent to me for that purpose seems indeed to indicate that this prince had no knowledge that his fugitive subjects assisted the tyrant of Aru; but if His Highness is not inclined to employ more efficacious means for the return of those rebelling subjects than summoning them by an open letter, then I am certain that this means will never achieve the purpose. Nevertheless, I have made use of the aforementioned letter and sent it a few days ago to the Captain of Ketting to be published there, notwithstanding that I saw or encountered no Ternatan subjects during my completed hongi visit around Great Ceram, and therefore also made no haste to send it off for the aforementioned purpose. The reasons adduced by the king of Tidore as to why he could not be induced to issue a similar document do not seem unfounded to me, and nothing is to be gained from any such document among the native population. But that His Highness, as it were, calls into doubt that the peoples of Maba, Weda, and Patani assisted the rebel Nuku and his brother Djo Magoffer in overpowering the post at Aru and in the hostilities committed against the inhabitants of Banda, appears wonderfully strange to me, since all the reports gathered in Banda and sent to Your Right Honourable establish this so certainly that no doubt can be cast upon it. While at the beginning of the past month of March a pirate fleet of 30 to 35 sail, belonging under the power of Nuku and consisting of peoples from Maba, Weda, Tobelo, and Cerammers, showed itself in the vicinity of the post at Sawai and attacked the villages of Saleman, Hatilen, and Hatuwe belonging under that post, yet they were relieved in the nick of time by the ensign and commander of that post, and those pirates were put to flight with a mere handful of men, according to what has been imparted to me thereof by the aforementioned commander. This, however, is a settled matter, and I also readily grant His Highness that if the Cerammers did not waver and were faithful to the Company, Nuku surely would long ago, without His Highness's intervention, have fallen into the trap, and I would be freed of that trouble which I have hitherto, though in vain, exerted to gain mastery over him. For that reason, and your Right Honourables' esteemed separate instruction to correspond with Your Right Honourable and the Governor of Banda concerning the means which are best suited for his pursuit and subjection, I must advise Your Right Honourable of my opinion that Nuku must be subdued by force or by ruse, and that I shall therefore also make use of both means and have already given orders to that end, with a friendly request to support my efforts herein to the utmost of your power, since Nuku, since my hongi, has left Ceram and taken refuge on one of the Papuan Islands, and indeed, according to rumors, to Salawati, by whose Raja and the one of Onin he is powerfully supported. Wherefore it would not be unserviceable if Your Right Honourable could support the king of Tidore with some force for the pursuit of that disturber of the peace and at the same time for the fulfillment of the promises which were made by him in Batavia, according to what was noted in Your Right Honourable's aforementioned missive dated 15 October of the past year, because as long as he is not captured and eradicated, or brought to submission, Tidore itself as well as Ceram will never attain full tranquility, since both the Cerammers and the Papuans show too much reverence to the descendants of the kings of Tidore ever to deliver him up to the Company, being well aware of the fate that would then befall him. Meanwhile, I have the honour to assure Your Right Honourable that however great the power of Nuku may be, it was nevertheless not a match for that which I took along from here on the hongi and further reinforced on the north coast of Ceram with 407 very resolute and valiant Alfurs, who were truly burning with desire to practice their art of headhunting, for which, however, I could provide them no opportunity owing to Nuku's flight to one of the Papuan Islands and the departure of the villagers of Waru, who had granted Nuku lodging on Ceram.

Dutch transcription

100 van den buit hem ten deele gevallen uit de overrompe„ ling van de Post te Riouw Intusschen bedanke ik uwel Ed: Achtb: zeer voor de toezending der voormelde bijlagen en voor de aange„ wende moeijte ter overredding van de koningen van Ternaten en Tidor om hunne uitgeweekene en den broeder van den Rebel Noekoe adsisteeren de onder„ danen terug te roepen en te verbieden dien gewelde, naar verdere hulpe te bewijsen in het roven, Moor„ Cte „ten en plunderen van al wat hem voorkomt ter vergroting zijner en broeders magt en verquestinge van die der Comp: De ten dien einde mij toegezondene opene brief van den koning van Ternaten scheint wel te kennen te geven dat die vorst geene kennisse gedragen hebbe dat zijne uitgeweekene onderdanen den geweldenaar van Aroe geadsitteerd hebben maar zoo zijn Hoogheid geen efficacieuser middelen tot het terugskeeren dier rebelleerende onderdanen genegen is in 't werk te stellen als 't op ontbieden derzelve bij eene opene brief dog dan ben ik verzeekerd dat dit middel nimmer aan 't oogmerk voldoen zal, nogtans heb ik van voorsch: brief zeedert rte briev Janu is voorg ne ik te tb: chappij aat Ed: itutie van voor H brief gebruik gemaakt en dezelve den Capitiin van ketting voor weinig dagen toegezonden om aldaar gepubliceerd te worden niet tegenstaande ik geene Ternaatsche onderdanen onder het toen mijner volbragte Hongij visite rondsom groot teram gezien of ontmoet hebbe en mij daarom ook niet gehaast om dezelve ten einde voorsz: ap te zenden. De bij gebragte reeden van den koning van Tidor waarom hij niet te beweegen is geweest een diergelijk schriftuur uit te vaardigen komen mij niet ongegrond voor en is van al diergelijke schriftuw bij den Inlander ook niets uit te winnen, maar dat zijne Hoogheid als het waare in twijfel trekt dat de volkeren van Maba, weda en Pattanij den rebel Noekoe en sijnen broeder Djo Magoffer zonde g'adsisteerd hebben, in 't overweldigen der post te Aroe en de vijandelijkheeden tegens de Bandase ingezetenen gepleegd, komt mij wonder vreemd voor, dewijl alle de relaasen in Banda ingewonnen en uwel Ed: Achtb: toegezonden zulks zo zeeker stellen dat daar aan geen twijfel geslagen kan worde terwijl x voor A 102 terwijl in 't begin van de verweekene maand Maart zig weder een roofvloot van 30: â 35: zijlen onder de magt van Noekoe gehoorende en bestaande uit volkeren van Maba, weda, Tobillo en Cerammers in de nabijheid van de Post te sawaij heeft laten sien en de onder die post gehoorende Negorijen van Saleman, Hatilen en Hatuwe aangevallen, dog door den vendrig en Commandant dier Post nog even tijdig ontzet en die rovers met een handje vol volk op de vlugt gedreven zijn na 't gunt mij daar van is bedeeld door opgem: Commandant; Dit is egter een uitgemaakte zaak en staa ik zijn Hoogheid ook gaarne toe dat wanneer de Cerammers niet hinkten of de Comp: getrouw waren Noekoe ge„ „wisselijk al voor lange buiten zijn Hoogheids bemoeijenisse in de knip geraakt en ik bevrijd zoude wezen van die moeijte die ik tot nog toe, dog te vergeefs in 't werk gesteld hebbe om hem dog magtig te worden; uit dien hoofde en Huw Hoog Edelheedens g'eerde Aparte aanschrijven om met r e een ftun 1 den en rde met uwel Ed: Achtb: en den heer Bandus Gouverneur te correspondeeren over de middelen dewelke ter zijner agterhaling en te onderbrenging het beste geschikt zijn, moet ik uwel Ed: Achtb: adviseeren van gevoelen te zijn dat Noekoe door geweld of list te ondergebragt moet worden en dat ik der„ halven ook van beide middelen gebruik zal maken en daar toe ook reeds ordre gesteld hebbe met vriendelijk verzoek om mijne pogingen hierinne na uiterste vermogen te willen onder„ steunen dewijl Noekoe zedert mijne Hongij ceram verlaten en de wijk na een der Papoese Eijlanden genomen heeft en wel na de gerugten lopen na salwattij door wiens Radja en die van oning hij magtig ondersteund word, wes het niet ondienstig zoude weezen zo uwel Ed: Achtb: den koning van Tidor met eenige magt konde ondersteunen ter agterhaling van dien rust ver„ stoorder en ter voldoening tevens aan de belofte welke door hem te Batavia zijn gedaan na 't genoteerde bij uwel Ed: Achtb: opgemelde missive 104 voor A missive de dato 15: October a: p: om dat zoo lange hij niet gevangen genomen en uitgeruid dan wel tot submissie gebragt worde zo min Tidor zelve als ceram ooit in volle ruste geraken zal dewijl zo wel de Cerammers als Papoeën te veel eerbied toe„ dragen de afstammelingen van Tidors Koningen dan dat zij hem immers ofte ooit aan de Comp=e zullen overleveren als bewust sijnde van 't tot dat hem als dan te beurt zoude vallen. Intusschen heb ik de eere uwelEd: Achtb: te verzeekeren dat hoe groot de magt van Noekoe ook zij dezelve egter niet bestand is geweest tegens die ik van hier na de Hongij mede genomen en aan de Noordkant van Ceram nog versterkt hebbe met 40 7: wel geresolveerde en Strijdbare Alploeren die wel van verlangen gebrand hebben om hunne kunst van koppen snellen uit de oefenen dog waar toe ik hen geene occagie hebben kunnen ver„ schaffen door de vlugt van Noekoe na een der Papoete Eijlanden en de uitwijking der Dorpelingen van Waroe die Nockoe te Ceram huisvetting ver„ „gunt hebben. De hebbe ld gingen onder„ poese ten lopen daan elde missive

NL-HaNA_1.04.02_3864_1274 view scan ↗

English

As the situation in Banda did not permit Governor Haga to devise with me during the Hongi the means that could best serve to destroy the power of Nuku or rather his following, I had to take the execution of that project upon myself alone, without however succeeding therein due to the early onset of the wet monsoons, but primarily due to the staying behind of three well-armed pantjalangs which I had taken along expressly for that purpose, and without which my objective was not to be attained. However, in order to enable the Governor of Banda to recapture the overrun post at Aru, I sent His Honorable under the Hongi six well-armed Hongi orembaais and subsequently also one of the best-sailing pantjalangs, with as many soldiers and artillerymen as could possibly be spared. Yet, however great my expectations were of that assistance, the outcome fell very far short of those expectations, while another project of mine also came to naught as a result, to my sincere regret. I wish that Your Honorable's undertakings for the benefit of the Company's interests may be pursued with greater blessing by the All-Blessing Jehovah, to whose gracious protection I recommend Your Honorable, while I declare to be, with the greatest respect, Honorable Sir, Your Honorable's humble servant, was signed, J. A. Schilling. In the margin: Amboina, in Castle Nieuw Victoria, the 20th of June Anno 1789. Agrees: P. S. Ogelmant Number 88 Copy Outgoing Secret and Separate Letters to the Eastern Governments, Anno 1788/9. Amboina To the Honorable Sir! Johan Adam Schilling, Governor and Director there. Honorable Sir, I take the honor, in reply to the separate letter written jointly by Your Honorable and the retired Honorable Governor De Bock under date of the 1st of March and delivered here on the 15th of September last, to note that the rebel Tidorese prince Nuku, with his letters sent to the aforementioned Honorable De Bock, very probably sought to gain time in order to execute his pernicious designs against the Company all the better. Indeed, from the recently received separate advices from Banda, it has appeared to me that he had a hand in the overrunning of Aru, and has forced in one of his brothers as king or lord there, while the King of Tidore, for very good reasons, could not approve the proposal of Their High Mightinesses mentioned in their letter to me dated the 14th of December 1787, and has made fruitless attempts to subdue Nuku with his own forces or to get him into his hands, against my will and advice, based on his promise made at Batavia after his appointment to accomplish this task. In this, however, I perceive that he is not sufficiently supported by his grandees, which is why I have forbidden His Highness all further dispatches of kora-koras against Nuku and have formally rejected his request to be allowed to cruise Ceram, only permitting him to bring the petty king of Taway to reason, if possible, since he claims that the latter prevents the Japoese kings from coming forward to pay homage to him. In this last king's endeavor, I fear that our own people are also being disappointed, as nothing has been heard of a small fleet of kora-koras with Maba men under the Tidorese Lieutenant Galamanib, which had already set out for Taway in the month of May. Regarding the peace with Maguindanao, Maloerang, and Sarangani, not much good can be said, since instead of the expected ratification from the Sultan of Maguindanao, letters have been received promising peace after a substantial embassy from here has appeared in Maguindanao, while from all indications it appears that they have amused us and still wish to amuse us with peace negotiations in order to have their hands all the freer, and meanwhile, if possible, to overwhelm the Company's possessions. The Ilanuns, whose King Alam, a vassal of the Sultan of Maguindanao and the same person who helped overrun the post at Riau last year, joined with a force of 25 large vessels under the said Alam with the Bugis chief of Pasir named Daeng Nihle, who was robbed near Paleleh in Anno 1784 by the Ternate cruising fleet under the massacred Chief Mate Spruijt, estimating his suffered damages at 36660 Rixdollars 36 Stivers and demanding compensation for it at Kwandang and nowhere else, and being also incited to take revenge for his son who fell in the aforementioned incident, came to harass the aforementioned residency in the month of May with the said Ilanuns and all kinds of rabble in 88 vessels. From there, however, by a force sent against him from here consisting of 2 pantjalangs, 1 galeoot, 20 Ternate kora-koras under the command of Captain-Lieutenant Engineer Baron von Lützow, on the 2nd of July following, after our garrison had hastily withdrawn from the small fort there via the overland route to Gorontalo due to a lack of many necessities, especially drinking water, he was promptly dislodged and pursued further to Buol and Pontoli, whose petty kings adhere to the party of Daeng Nihle, being so severely battered in several engagements

Dutch transcription

De gesteldheid van Banda den heer Gouverneur Haga niet toegelaten hebbende om met mij onder de Hongij de middelen te beramen die meest sienen konden ter verdestrueering van de magt van Noekoe of liever dies aanhang zoo heb ik de uitvoering van dat project alleen op mij moeten neemen zonder dat ik daar in egter geslaagt ben door de vroege opbrake der wette winden dog voornamelijk door het agterblijven van drie wel gearmeerde Pantjallangs die ik tot dat einde expres heb meede genomen en zonder dewelke mijn oogmerk niet te bereiken was, om de heer Banda's Gouverneur egter in staat te stellen de afgelopene post te Aroe te heroveeren heb ik zijn wel Ed: Achtb: onder de Hongij ses wel gearmeerde Honge orembaijen en vervolgens ook een der best bezeijlde Pantjallangs toege„ zonden met zoo veel Militairen en Arthilliristen als immers te missen waren, dan hoe groote verwagting ik ook van die adsestentie had, heeft de 106 voor A Voor t Naar sien J. Wiessener D„ van Eijk de uitkomst aan die verwagting egter in verre na niet voldaan terwijl een ander project van mij daar door ook in het riet gelopen is tot mijn hartelijk leedweezen. Ik wensche dat uwelEd: Achtb: ondernemen gen ten voordeele der belangens van Maatschappij met meerder zeegen agtervolgt mogen worden door den Alzegenaar Jehova in wiens genadige protezie ik uwel Ed: Achtb: aanbeveele terwijl ik betuige met de meeste agting te zijn. /:onderstond) welEdele Achtbare Heer /lager/ uwelEd: Achtb: oodmoedige Dienaar /was ge„ teekend) J: A, Schilling (in margine:) Amboina: in 't Casteel Nieuwe victoria den 20: Junij A„o 1789. Accordeert P=s Ogelmant PM door heb ijn heer e ik wel volgens toege„ thilleristen groote had, heeft de voor 107 No„ 88 Copie Afgaande Secreeten en Aparte Brieven naar oosterse Gouvernemente A„o 1788/9. voor Hoorn voor A N voor A Copia 107 Amboina Aan den Wel Edelen Achtbaren Heer! Johan Adam Schelling gouverneur en Directeur aldaar WelEdele Achtbare Heer See van mij zelve, de Eer in reseriptie op uwel Ed: Agtb: met den afgegane Edel heer gouver neur De Bock, sub da„ „to p„mo Maart te samen geschreven en den 15: September mo L: L: alhier aangebragten Aparte brief te noteeren dat de Rebelleerende Tidorees prins Noekoe met zijne aan wel melde Edel heer de Bock gesonden Letteren zeer waar schijmelijk tyd heeft willen winnen om zijne perlicieurse aanslagen tegen den Comp„e ter beter te kon„ „nen uit voeren immers is mij uit de onlangs ont„ „vangen Aparte Bandaze adviessen voorgekomen dat hij in het afloopen van Aroe de hand heeft gehad en eenen van dezelvs Broeder aels koning of Landheer aldaar heet ingedrongen terwijl de koning van Tidor om vrij goede reedenen het voorstee van Aparten. hun hum Hoog Edelheedens vermeld bij hoogst der zelver aan mij sub dato 14: Dec: 1787: in geregte missieve niet heeft konnen goudeeren en vrugteloos pagingen heeft aangewend om Noekoen met eijgen magt te onder te brengen dan wel in handen te krijgen tegen mijne wil en aanradingen aan en op fundament hij ten Bataviea zijnde na zijne aanstelling belooft heeft dit werk te zullen verrigten dog waar inne ik bespeur dat door zijne Rijksgroten niet ge „noeg gesecundeert word waarom me ik zijn Hoogheid alle nader op noekoe te doene afzen„ „dinge van Carra Cordas verboden en zijn gedaan verzoek om Ceram te mogen laten bekruissen for„ „meel het afgeslagen, hem alleen permitteerende het koningje van Tawaij indien mogelijk tot reeden te brengen door dien voor geeft dat dese de Japoese koningen wederhoud van op te komen om hem heulden te doen den in welker Laatst „'T konings tentament ik bedeugd ten dat al meede de Eigen 109 ligen volk word te leur gesteld als ook van eene reeds in de maand Meij na Tawaij afgesteeken Corras Vlootje met Mabareesen onder den Tidorees Luitenant galamanib niets vernomen word:- van de vreede met Magindano Maloerang en Sarm„ „ganij kan niet veel goeds gezegd worden dewijl „m steede van dit te gemoet geziene ratificatie van Maginoanas zulthan brieven ontfangen zijn die de vreeden belooven na dat een aanzienelijke bezending van hier te Magindano zouden wezen opgedaagd ten„ „wijl na alles blijd dat men ons met vreeder onder„ „handelingen g'anuceerd heeft en nog anuceeren wil om de handen des te ruimer te krijgen en sComp„e poscessien middelerwije in dien mogelijk te overweldi„ „gen hebbende zig de slanongers wierd koning Alam en fasal van Magindanas Sulthan en de zelfde is die 't Comptoir Rieuw voorleeden Jaar heeft helpen afloopen met een magt van 25: groote vaartuigen onder hem Alam gevoegd bij het door de Ternaat„ „sche kruisvloot onder den gemassacreerde, op perstuur„ „man lver daan fok „ de tot 2y issen men aats de d mee 6 „man Spruijt A„o 1784: bij Palella beroad gewoorde Boegineese hoofd van Passik met naame Poanileed zijne gelaaden schaade op rd„s 36660: 36: begroote „den en dezelve op quandang en nergens anders voor goed willende hebben ook op wraak neeming wegens zepier bij voorm: geval gesneuvelden zoon verstooct sijnde met gezeide Hanongers en allerhanden gespuis voorm: Residentie in de maand Meij is ko„ „men benauwen met 88: vaartuijgen dog van waar hij door een op hem van hier afgezonden magt van 2: Pantjaellang 1: Galowet 20: Ternaatsche Corra Corras onder gezag van de Capitein Luitenant Ingeneur Baron von Lutzouw den 2: Julij daar aan na dat onze bezettelingen uit het fortje aldaar door gebrek aan veele behoerten speciaal aan drienk water de wijk na gorontalo over de landweg genomen hadde Schielijk, gedelo„ „geerd geworden en voorts tot Bwrhool en Pontolij welker koningjes de Perthij van Doanilie aanhan „gen nagezet in verscheide gevegten zodanig geh „vend

NL-HaNA_1.04.02_3864_1285 view scan ↗

English

known that 33 of their vessels have been either destroyed or captured, and Foanitie has barely escaped. Many on the enemy side have fallen, among them a brother of king Alam, while we have suffered only three to four dead and a few slightly wounded. The aforementioned cruising flotilla is soon expected back from quandang via Manado. The desired success of our arms will, I believe, swiftly make the emperor of magindano decide to send the aforementioned ratification, as well as to effect the restitution of the riouw artillery that fell to his share of the plunder made there, which he has not seen fit to surrender, the king thinking to suffice with the return of two Europeans, likewise fallen to his share of the loot, from the garrison of Riouw mentioned repeatedly. Meanwhile, I am confident, provided the flag of the Company shows itself once more in these parts, that I can make the Hlanongers pay the costs of the war. I [illegible] man Spruijt in the year 1784 near Palella [illegible] aforementioned Bugis chief of Passik named Ioan [illegible] his laden damage estimated at 36660: 36 rixdollars [illegible] wanting to have the same at quandang and nowhere else, also out of vengeance for Pepier's son who fell in the aforementioned incident, being reinforced with the said Hanongers and all kinds of rabble, came to press the aforementioned Residency in the month of May with 88 vessels, but whence by a force sent against him from here, consisting of: 2 Pantjallang 1 Galowet 20 Ternatan Kora-Koras under the command of Captain Lieutenant Engineer Baron von Lutzo on the 2nd of July thereafter, after our garrison in the small fort there had fled by land to gorontalo due to a lack of many necessities, especially drinking water, he was swiftly dislodged and pursued further to Bwrhool and Pontoe, whose petty kings had joined the side of Goanilie, in various engagements so [illegible] known that 33 of their vessels have been either destroyed or captured, and Foanitie has barely escaped. Many on the enemy side have fallen, among them a brother of king Alam, while we have suffered only three to four dead and a few slightly wounded. The aforementioned cruising flotilla is soon expected back from quandang via Manado. The desired success of our arms will, I believe, swiftly make the emperor of magindano decide to send the aforementioned ratification, as well as to effect the restitution of the riouw artillery that fell to his share of the plunder made there, which he has not seen fit to surrender, the king thinking to suffice with the return of two Europeans, likewise fallen to his share of the loot, from the garrison of Riouw mentioned repeatedly. Meanwhile, I am confident, provided the flag of the Company shows itself once more in these parts, that I can make the Hanongers pay the costs of the war. I [illegible] I wish, with Your Honorable Worship, that the disturbed peace on sumbawa may be restored through the action of the State ships, without being able to report anything positive to Your Honorable Worship in that regard owing to the delay of the State frigate the Lijwe and the brig de Pyl, which warships I have learned from the public news were sent via Bima and Sumbaur to the Moluccas. The widow Agaatz, recommended to me by Your Honorable Worship, not having appeared as yet, I have not had the opportunity to show further efficacy toward her; the pity that she [illegible] while I meanwhile have done much good for that widow and children. Received today via Maccassar and Gorontalo from the bark of the merchant Hemmekan Their High Mightinesses' duplicate secret circular letter dated February of this year with respect to the divisions that tear apart our republic and the disasters resulting therefrom; and since the native vessel carrying that letter was wrecked near gorontalo and contained more papers than have reached me, I take the precaution of sending a copy of the aforementioned letter to Your Honorable Worship as well as to the Governor of Banda, Mr. Haga, remaining otherwise with distinguished esteem. It was signed: Honorable and Worshipful Sir; lower down: Your Honorable Worship's humble servant, was signed, Alex. Cornabe. In the margin: Ternate around Castle Orange, the 15th of October 1788. To the Honorable and Worshipful Sir! Lambertus Sienszoon Haga Governor and Director there Honorable and Worshipful Sir! After the Tidore events of the year 1783 were [illegible] peoples of Mabar, wedar, and Pattanej, of Tobillo and Tobanroen, who had taken a large part in the treason, had fled to assist Noekoe further in his evil plots, although the subsequent appointment of King Kamaloedien and the proclamation of a general amnesty caused a good party of them to return; but since the convoy sent by Your Honorable Worship to protect the small trade to Aroe has been attacked repeatedly by those peoples, and among them was found the Maba Captain Imam Boelie, who had come directly from Maba to Aroe with a vessel and crew and was shot dead by our men, this unexpected news has greatly aroused my attention and moved me to conduct a precise investigation into this, of which investigation I shall not fail to inform Your Honorable Worship of the results. I hope and wish meanwhile

Dutch transcription

„bend is dat 33: stuk ven hun vaartuigen zoo vermeld als genomen zijn en Foanitie het nauwenood ontkomen is zijne veele van 't vijands zijde gesneuteld daar onder een Broeder van koning Alam terwijl wij maar drie â vier dooden en eenige ligt gevonden bekomen heb„ „ken worden de gem: kruis vlootje eerlang van qu „andang over Manado te rug verwagt het gewenscht succes onser wapenen salden keijser van magindano men ik schielijk doen besluiten tot de afzending van voorengewaagde ratificatie zoo meede tot de restituitie van het riouw geschut dat hem voor zijn aandeel in aen aldaar gemaakten buidte beurd ge„ „vallene is dog, 't welk hij niet goedgevonden heeft aftegeven aenkende de koning volstaan met de terug gave van twee hem almeede tot aandeel in den luid te beurd gevallen Europeesen uit de bezettering van Riouw meermeld terwyl ik mij sterk maken mits zig de vlag van de Tauverijen andermaal in desen ooird vertoond om de Hlanongers de kosten van de oorlog te doen betaalen. — Ik eij ko„ n zag behoefte ontalo gede ontolij aan hun ggeh vend delo„ t zouw voor A „man Spruijt A„o 1784: bij Palella behoufd gem Boegineese hoofd van Passik met naame Ioan zijne gelaaden schaade op rd„s 36660: 36: beg „den een dezelven op quandang en nergens anders goed willende hebben ook op wraak neeming wa„ Pepier bij voorm: geval gesneubelden zoon verst sijnde met gezeede Hanongers en allerhan gespuis voorm: Residentie in de maand Meij i „men benauwen met 88: vaartuigen dog van waar door een op hem van hier afgezonden magt: ver 2: Pantjallang 1: Galowet 20: Ternaatsche Corra- Corras onder gezag Capitein Luitenant Ingeneur Baron von Lutzo den 2: Julij daar aan na dat onze bezettelingen tn het fortje aldaar door gebrek aan veele behoe„ speciaeal aan driek water de wijk na goronta over de landweg genomen hadde Schielijk, gedel „geerd geworden en voorts tot Bwrhool en Pontoe„ welker koningjes de Parthij van Goanilie aans. „gen nagezet in verscheiden gekregten zodanig g „vend „bend is dat 33: stuk van hun vaartuigen zoo vernield als genomen zijn en Foanitie het nauwenood ontkomen is zijne veele van 's vijands zijde gesneuteld daar onder een Broeder van koning Alam terwijl wij maar drie â vier dooden en eenige ligt gevonden bekomen heb„ „ben worden de gem: kruis vlootje eerlang van gu „andang over Manado te rug verwagt het gewenselt succes onser wapenen seelden keijser van magindano men ik schielijk doen besluiten tot de afzending van vooren gewaagde ratificatie zoo meede tot de restituitie van het riouws geschut dat hem voor zijn aandeel in aen aldaar gemaakten buidte beurd ge„ „vallene is dog, 't welk hij niet goedgevonden heeft aftegeven denkende de koning volstaan met de terug gave van twee hem almeede tot aandeel in den liid te beurd gevallen Europeesen uit de besetterig van Riouw meermeld terwyl ik mij sterk maken mits zig de vlag van de Tauverijen andermaal in desen ooird vertoond om de Hanongers de kosten van de oorlog te doen betaalen. — Ik voor A „Ik wensch met uwelEd Achtb: tal de gestoor de rust op sumbawa door toedoen van 's Landscheepen. mag wesen hersteld zonder uwelEd: Achtb: dienwegens iets positiees te konnen melden door 't agter blijken van 's lands fregat de Lijwe en Brieg de Pyl welke oorlogs kielen uit de dublicque Nouvelles vernomen heb dat over Bima en Sumbaur na „de Malaccos gesonden zijn De mij door uwel Ed Achtb: aanbevoolen wed=e Agaatz als nog niet zijnde opgedaagd zoo heb ik ook nog g een gelegenheid gehad om nader efficasieupen aan haar te betoonen het meederly dat zij verdeerd tesbankende ik intusschen zeer voor t goede aan die wed„e en kinderen bewezen. - Bdekomen heeden over Maccassar en Gorontalo uit de Bark van den koopman Hemmekan Hunner Hoog„ „ Edelheedens Dup=t secreeten Circulaire missieve d: d: feberuarij h: A: met op zigt tot de verdeeld heeden d onse 413 voor HH Banda onder republicq, verscheuren en de daar uit gedergd wor„ „aende onheilen en dewijl het Inlands vaartuig, waar meede die brief is aangebragt omstreks gorontalo is verongeluk en meer papieren heeft ingehad dan mij gewor„ „den zijn zoo gebruik ik de voorzorg uwel Ed: Achtb: als ook den Heer Bandas gouverneur Haga een afschrift van gem: missieve toen te senden, zijnden ik overigens met de gedestingueerde agting. — /:onderstond:/ wel Edele Achtbare Heer /:leger:/ uwelEd: Achtb: oodmoedige Dienaar /:was geteekend/ Alex„t Cornabe /:in margine, Ternaten om 't Casteel- orange den 15: october 1788: — ly ae Aporte Aan den wel Edelen Achtbaren Heer! Lambertus Sienszoon Haga gouverneur en derecteur aldaar Wel Edele Achtbare Heer! Na dat Tidoreese gebeurtenissen d' A„o 1783: zijn vellig„ volken gens les na de ek en voor ontalo er be d: d: heeden der Hoog„ e volken van Mabar, wedar en Pattanej van Tobillo en Toban„ „roen die in het verraard veel genomen hadden uitge„ „welken om Noekoe voorts in sijne boose aanslagen ter assisteeren hoe wel de daar op gevolgde aanstelling van koning kamaloedien aan afkondiging eener gene„ „raale amnestie een goede Barthy derzelve hebben doen terug keeren, dan daar het door uwelEd: Achtb: tot oekking van den smaelle handel na Aroe afge„ „sonden Convoij tot onderscheiden reise, door die vol „ken g'attacqueerd geworden is en sig daar onder zout bevonden hebben de van Maba Direct met een vaar„ „tuig en volk te Aroe opgekomen dag door de onse doodgeschoten Mebaze Capitein Imam Boelie soo heeft deese onverwagte tijding mijne aandagt niet weinig gaande gemaakten en opgewerkt om dasso na rrauwkeurig onder zoek te doen, en van welk onder „zoekt niet ingebreken sal blijven uwel Edele Achtb: „de gevolgen meede te veelen, Ik hoope wensch immiddens

NL-HaNA_1.04.02_3864_1291 view scan ↗

English

meanwhile that with the help of the reinforcement of several vessels from Ambon expected along the coast, the faithless nations who overran the aforementioned Aroe may be driven out and severely chastised, and at the same time may be captured the Tidore prince Manoffo, who passes himself off as a brother, though he is only a distant relative on the maternal side. The extraordinary noise and the earth tremors that followed it, of which my letter of 18 December 1787 made mention, should be regarded as nothing other than the workings of nature, and I am meanwhile pleased to be able to bring to the notice of Your Right Honorable that the same have entirely ceased. And this being an answer to Your Right Honorable's esteemed separate letter of 25 August last, I proceed to the communication of the most remarkable events that occurred after the dispatch of my above-mentioned last letter, consisting of the following: A Buginese chief named Poaniie, residing at Paessie, who was mistreated by our people during the cruising of the year 1784 near Magintarumer near Palella and who lost a son in that encounter, was invited several times, though in vain, to come hither to enter into negotiations with this administration regarding the damages suffered. He finally assessed these at 36660:36:- rixdollars and intended to recover them from the garrison at Kwandang, distressing that residency on 30 May of this year with a force of thirty vessels manned by all kinds of rabble, keeping them blocked up in the small fort prior to the throwing up of bentings, until, reinforced by 28 large vessels from Lanong under King Alam, who is a vassal of the Sultan of Maguindanao and the very one who helped to overrun the Malacca establishment at Riau, he was attacked on 24 July thereafter by Captain Lieutenant Engineer Baron von Zutzouw, C.I., with two pantchiallangs, one galowet, and 20 Ternatean cora-coras and dislodged from there with loss. Pursuing and overtaking the enemy, he battered him in several engagements at Berhool and at Tontoli in such a manner that, besides 33 of his vessels, he lost a considerable number of men. Meanwhile, I harbor the hope that the disputes that have arisen among the natives on Manado and erupted into violence will soon be settled by the arrival of our aforementioned cruising fleet expected there shortly, and that the Maguindanaoans, who indeed sent back two Europeans from the Riau captives to us but have not returned the cannons that fell to their share of the plunder, will no longer amuse us with peace negotiations that are not sincere and only serve to cover their designs and to conduct them all the more favorably. Having yesterday received via Makassar and Gorontalo a secret circular supplement to the respective Governors of the four Eastern Governments by a native vessel that was dashed to pieces near the last-mentioned residency on account of the divisions in our Republic having reached extremes, I have, because not all papers from that vessel were salvaged and it is possible that Your Right Honorable has not received the above-mentioned honored missive, taken the precaution of having a copy made thereof, which copy is enclosed herewith. Wherewith I have the honor to be with the greatest respect, At the bottom stood: Right Honorable Sir Lower: Your Right Honorable's humble servant Was signed: Alexr Cornabe In the margin: Ternate in Fort Orange, 16 October 1788. Amboina Separate To the Right Honorable Sir Johan Adam Schilling, Governor and Director there. Right Honorable Sir! Finding upon rereading my separate letter addressed to Your Right Honorable under date of 12 October last that I therein erroneously named the King of Salawati, against whom the Prince of Tidore has sent out a small cruising fleet, the petty King of Tawaij, this unintentional mistake is rectified by this my acknowledgment. For the rest, referring myself for the present to my aforementioned letter, of which a duplicate is enclosed herewith together with a second copy of Their High Excellencies' secret circular missive of 12 February of this year, I have further the honor to be with the greatest respect, At the bottom stood: Right Honorable Sir Lower: Your Right Honorable's humble servant Was signed: Alexr Cornabe In the margin: Ternate in Fort Orange, 17 November 1788. Separate To the Right Honorable Sir Johan Adam Schilling, Governor and Director there. Right Honorable Sir! Referring to my last previous separate letters of 16 October and 17 November 1788, I have the honor hereby to acknowledge the safe receipt of Your Right Honorable's letter dated 8 September prior, and in reply to the same to note that I am afflicted with regret that I guessed so correctly with respect to the hope formerly given by Nuku that he would submit. The Kings of Ternate and Tidore are not a little astonished.

Dutch transcription

115 voor A immiddens dat met behulpen van het à Costy te gemoet gesiene secours van mondere vaartuigen uit Amton de trouwloose Natien, die Aroe voorm: afgelopen hebben daar in't verdraven en geboelig gekostijd mogen worden en tevens in handen gekreegen de soo als een Broeder uit geeven de Tidoraspriers Manoffo die die slegts een sijne verre bloed verwand is van Moeder zijden Het seldsame geleud en daar op gevolgde aard be„ „vingen waar van mijne Letteren van den 18 December 1787: genaagd hebben niet anders den als uit werk selen van de natuur moetende worden aangemerkt ten ik immiddens verblijd ter kennis van uwelEd: Achtb te mogen brengen dat dezelve ten eenemaal= gecesseerd hebben En hier meede beantwoord sijnde uwelEd Achtb: g'agten Aparten Schrijvens van den 25: Aug„s L: L: ga ik over tot de bedeeling der der na de afsending mij„ „ner op gem: laatese voorige voorgevallen meakwaardig„ ste niet „ste gebeurtenissen, hier inwe bestaande Een door de on„ „sen bij de bekrusjing van den Jaare 1784: op den Magim„ „tarumer bij Palella mishandeld geworden ten Paessie Domicilieun houdende Boegineese hoofd Poaniie gen=t die daar bij een zoon verlooten heeft tot diverse mala toe dog te vergeefs na herwaards g'invisiteerd geworden om met dit Ministerie weg„s geleeden schade in onderhan„ „delingen te komen heeft dezelve eendelijk op Rijksdaald 36660: 36:- begroot en dezelve, op de quandangse besetting willen verhalen die Resedentie op den 30: Meij dezes Jaars met een magt van dertig met allerkan „de gespuw bemande vaartuigen benauwende in het fortjen zeiden voor het op werppen van Benting als gebir„ „queerd houdende, tot hij eerlang met 28: Hanongse gro„ „te vaartuigen, onder koning Alam die een vasal van den Sulthan van Magmndanauw en dezelvde is, die het Molaks Comptoir Riouw heeft helpen aflopen verstrekt gewoo„ „den door den Cap„n Luitenant Iingeneur Baron von Zut„ „zour voor H „zouw: C: I: met twee Pantjallangs, Een Galowet, en 20 Ternaatse, Corra Corras den 24: Iuly daar aan heeft aangelaast en met verlies van daar gedelogeerd, den bijand nasettende agterhalende en in verscheiden gebegten te Berhool en te Tontoly sodanig havenende dat hij buiten 33: van zijne vaartuigen Considerabel veel Vvolks verloten heeft terwijl ik hoope voede dat de op Manado onder de Inlander gereesen geschillen en tot dadelykheeden uitgebarsten geschillen met de eerlang aldaar gemoet gezien wordende komst van onze kruis vloot voormeld schielyk uit den weg genuemd sullen worden en dat de Magondanauwer die ons van de Riauwde gevangenen wel twee Europeezen te„ „uig gezonden hebben dog 't hun uit den buit te beard gevallen Canons niet weder uitgegeven heb„ „be ons niet langer amiseeren sal met vreedes onderhandelingen, die met sinceer en alleen dienende sijn om summe des seynen te bedekken en des te gunsier gunster te konnen voeren. Op gisteren over Maccasjaar, en 9. orontato ontfangen hebbende Supp„t Secreten Circulairen aan de Respective gouverneur der vier oosters, te gouvernementen per een Jnlands vaartuig dat bij laatsgem: Residentien aan stukken geslagen is wegens de in onse republicq tot uitersten gekomen verdeeld heeden heb ik door dien met alle papieren uit dat vaartuig geborgen zijn en mogelijk is dat uwel Ed: Achtb: opgemelde gevereerden missive niet ontvangen heeft de voorsorg gebruik daar van een afschrift te laten maken, en welk afschrift deesen ilij be. — waar meede de heere heb te sijn met de meesten agting. /:onderstond:/ Wel Edele Achtbeeren heer /lager/ uwelEd: Achtb: oodm: dienaar /was geteekend:/ Alex=r Cornaber in margine:/ Ternaten in 't Kasteel orange den 16: october 1788:— Amboina 119 voor H Amboina Aparte Aan den Wel Edelen Achtbaren Heer Johan Adam Schelling Gouverneur en Directeur aldaar. — Wel Edele Achtbaren Meer! Bevinden bij herlees mij myner aan uwelEd Agtbb: sub dato 12: october J: L: aparten ingerigten Letteren dat ik den koning van salawaly tegen wien tidors voorst een kruisblootje uitgesonden heeft daar bij verkeerdelijk het koningje van Tawaij genoemd heb en welk onwillig begaane abuis met deese mijne be„ „kentenis geretificeerd word. — Mij zelve overigens voor het tegenwoordige refereerende aan opgemelde mijne Letteren, waar van Duplicaat deleden mlij de nevens een tweede afschrift Hunner Hoog Edelheedens Circulaire secreete missi„ „ve van den 12: februarij hujus Anni heb ik voorts de Eere met de meeste agting te zijn /:onderstond/ welEdele Achtbaren Heer /:Lager:)uweld: Acthb: oom: Dienaar Amboiia Dienaar /:was geteekend:/ Alex:r Cornabe /:in margin Ternaten in 't Casteel orange den 17: November 1788: — Aparl Aan den wel Edelen Achtbaren Heer Johan Adam Schelling Gouverneur en Directeur aldaar! WelEdele Achtbaren Meer. Het refert aan mijne laatsten voorige Aparts Letteren van den 15: october en 17: November 1788: geebe ik mij zelve de eere bij deesen te adriveeren de goede ontvangst van uwel Ed: Achtb: Schryvens d: d: 8: September be voren en in rescriptien op de zelve te noteeren dat met leed„ „wezen ben aangedaan over sulks soo wel gegist heb ten opsegten der door Noekoe Voormaals gegeven hoop dat in submissie komen zoude. - Tibor zijn niet weinig De koningen van Ternaten en verwonderd.

NL-HaNA_1.04.02_3864_1297 view scan ↗

English

121 for A surprised to have learned that some of his departed subjects have joined the usurper of Aroe, and the first-named made no difficulty about summoning the same, in accordance with your Right Honourable's proposal, by the enclosed open letter written in Malay with Arabic characters, of which the translation is also enclosed herewith, while the king of Tidor could not be persuaded to send a similar document, because His Highness is of the opinion that threats only harden the stubborn Tidorese in their wickedness, and that they can be brought back to their duty by nothing other than a gentle hand. Moreover, I perceive that His Highness is somewhat touched by the bad name given to his, as he believes, faithful Maba people, both in your Right Honourable's letters and regarding the Maba Captain Imam Boelij mentioned by the Governor of Banda, Haga, of whom it is testified that on his own initiative he departed by corocoro from Maba for Aroe aforesaid, and colluded with the enemies of the Company, which that prince seems to wish to refute in the attached copy of the translation of the defense document, in which the blame for Nooko not yet being captured and for the Maba people remaining suspect is laid upon the Ceram people. Your Right Honourable will be better able than I to judge what there is to that, since those peoples are under his obedience, as well as whether Nooko must be subdued by force or by ruse. The king nevertheless is having an investigation made into the information communicated to him regarding the aforementioned Imam Boelie, in order to report to me on this upon the return of his envoys. Meanwhile, I hope to learn before long that your Right Honourable, on his hongi expedition, may have happily executed his intention to diminish the power of Prince Nooko in one way or another, in consultation with the Governor of Banda, and I declare further to be with the highest consideration, below stood citizen for H 123 Banda Per the Banda citizen J. Paulus below stood: Right Honourable Sir, lower: Your Right Honourable's humble servant, was signed: Alexr Cornabe, in the margin: Ternate in Fort Orange, the 21st of January 1789. Separate To the Right Honourable Sir! Lambertus Janszoon Haga Governor and Director there. Right Honourable Sir. Regarding the investigation promised in my last previous separate letter of the 16th of October 1788 into the departure by corocoro of the Maba Captain Imam Boelij Dereit of Raba, not being able to report anything with certainty for the present because the envoys of Tidor's king who departed thither have not yet returned, I have in the meantime arranged that the king of Ternate by the enclosed open letter written in Malay with Arabic characters, whereby according to the copy of the translation also transmitted herewith, summons back his subjects sheltering under the usurper of Aroe, so that when they comply with his and my order within the time of six months they will be pardoned, or otherwise be severely punished after they shall have been seized in Banda or Ambon and sent hither. I also urged the king of Tidor to let a similar document go forth, but in vain, as His Highness conceives that the same would have a contrary effect on his departed subjects, saying that the Tidorese who adhere to Nooko are not to be brought back to their duty otherwise than with a gentle hand and cannot bear any threats. Breaking off herewith, I have the honour to be with all high esteem, below stood: Right Honourable Sir, lower: Your Right Honourable's humble servant, was signed: Alexr Cornabe, in the margin: 19 125 for A in the margin: Ternate in Fort Orange, the 21st of January 1789. For examination: J: Wissener Ts Van Dijk Agrees: Ogelwight Nott. genes Secret Letters Arriving from the Extirpators of the Year 1789 Hoorn for Copy No. 42 for A 126 for A Secret To the Right Honourable Sir Alexander Cornabe! Governor and Director of the Moluccas Right Honourable Commanding Sir However gladly the undersigned, according to the tenor of your Right Honourable's highly respected secret missive of the 9th of January last, would hasten thither immediately upon any unexpected enemy news together with the extirpators under their command, the undersigned find themselves troubled, as we have no other vessel for the service of the troops than an old and almost disabled corocoro, with which the troops must be transported from one district to the other; wherefore the undersigned most humbly beseech your Right Honourable that graciously, according to the discretion of your Right Honourable, a galliot or other vessel may be sent hither for our assistance; with which, having first recommended your Right Honourable and the Company's lawful interests to the safe keeping of God, we take the liberty to call ourselves with the due respect and high esteem, below stood: Right Honourable Commanding Sir, lower: Your Right Honourable's most humble, faithfully bound servant, was signed: J: Loffman and Ms Wiggers, for examination, in the margin: Batjan, the 11th of February in the year 1789. Agrees: J: Viessener P: B: O: Geewight F: van Eijk for for Copy Outgoing Secret Letters to the Extirpators; of the Year 1789. No. 42. Delft for for A

Dutch transcription

121 voor A verwonderd: geweest te vernemen dat zeg eenige Han„ „ner uit geweeken onderdanen by den geweldemaak van Aroe vervoegd hebben en eerstgemelde heeft geen Swarigheid gemaakt om dezelve na Volgens uwelEd: Achtb: voor stal op te ontbieden by inleggende Maleidtsche met Arabische Caracters geschreven opene brief, waar van het Translaat deesen almeede inlijste terwyl de koning va Tidor tot de afzending wan een deergelijk schriftuur met heeft konnen worden overgehald uit hoofde zijn Hoogh: van begrip is dat bedreigingen den koppige Tidorees in zijn kwaad stijlen, en tot zijn plegt met niet anders den langs een Jagt leintje terug gebragt kan worden dan zijn Hoogh is bespeur ik wel eenigsints geraakt over de kwaade naam die aan sijne soo hij meent ge„ „trouwe Mabureesen gegeven word met den zoo uwel Edele Achtb: Letteren, als om die van den heer Bandas goufrneur Hage aangehaalden Mabase Capitein Imam Boelij van wien getuigd word dat uit eigen motiep per Corra Carras van maban soude wesen afgevaaren na Aroe voormd. n voorm:d, en met de vyanden van de Comp„e geheuld hebben 't welk die voorst schijn te willen reteur queeren in deezen bij gevoegde Copia Translaat verdeedig schrift waar bij de schuld dat Woekoe nog niet is opgelegjt en dat de Mabureesen verdagt blijven Cerammers leg uwel Ed: Achtb: sal beter dan ik konnen beoordeelen wat daar van zij dewijl die volkeren onder sijn gehoorzaamheid staan soo mede of Noekre met geweeld of doorlist te ondergebragt moet vor „de. De koning laat niet te min onderzoek doen na de hem meede gedeelde tijd mij nop„s den vooren gewaagsen Iman Boelie om mij dien wegens bij retour zijne zendelingen verslag te doen. — verhoope intesschen eerlang te sullen vernemen dat uwel Edele Achtb: op dessel vs Kongy togt gelukkig mag hebben uitgevoert zijn voornem om de magt van Preeus Nolkoe met overleg van de heer Pan„ dees gouverneur op de eene of andere wijs klein te maken en betuige overigens met de meeste tonse deran tie ten zijn /:onderstond/ burger voor H 123 Banda P„m den Bandas burger J: Paulus /:onderstond/ Wel Edele Achtbaren Heer /: lager:/ uw elEd: Achtb: oodmoedige Deenaar. / was geteekend/ Alex:r Cornabe /:in margine:/ Ternaten in 't kasteel orange den 21: Januarij 1789: — Apart Aan den Wel Edelen Achtbaren Heer! Lambertus Janszoon Haga Gouverneur en Directeur aldaar. WelEdele Achtbaren Heer. Nopens het in mijne laatsten voorige Aparten van den 16: october 1788: beloofde onderzoek na het afsteeken per Corra Corras van den Mabase Capitein Iman Boelij Dereit van Raba voor als nog niet mits met zekerheid komen„ „den bedeelen door dien de na derwaards vertrokken zende„ „lingen van Tidous koning nog niet gereverteerde zijn heb ik intusschen bewerkt dat de koning van ter „naten rtour me dera. „naten bij inleggende Maleits met Arabische Caracten geschreven opene brief waar bij volgens het daar var al meede overkomende Copia Translaat sijnen onder den geweldenaar van Aroe Schuilende onderdanen terug ondbied om wanneer binnen de tijd van ses maanden aa zijn en mij bevel voldoen gepardoneerd of bij tegen„ „deel swaar gestraft te worden na dat in Banda of Ambon sullen opgepakt en na herwaards wezen opge„ „zonden Ik hebben koning van Tidot meede aangezet om een diergelijk schriftuur te laten afgaan dog te vergeefs dewijl zijn Hoogheid begrijpt dat het zelve op zijn uit geweeken onderdanen een Contraire effect maken zoude, zeggende dat de Tidoreesen die Noekoe aanhangen niet anders den met een zagt leintje weder tot hun pligt te brengen zijn een geen dreegementen veelen konnen. Hier meede afbreekende heb ik de Eer met alle Hoog „agting ten zijn /:onderstond:/ wel Edele Achtbaren Heer :/ Capor uwelEd: Achtb: oodmoedigen dinaer /:was geteekend Mek Corm /om margine 19 125 voor A /in margiene Ternaten in 't kasteel orange den 21: Januarij 1789: voor t Naar sien J: Wissener t T„s Van Dijk Accordeert ogelwight Nott - genes Secreete Brieven Aankomende van de Extirpateurs D: A„o 17039 Hoorn voor Copia No. 42 voor A 126 voor A Secreet Aan den wel Edelen Agtbaren Heer Alexander Cornabe! Gouverneur en Directeur der moluccos WelEdele Agtbare Gebiedende Heer Hoe gaarne de nedrige teekenaars, naar luid uwe welEd: Agtb: 's: hoog gerespecteerde secrete missive van den 9:e Janu: J: L: om ten eersten, bij /: onverhoopte vijandelijke tijding nevens onderhebbende Extirpateurs naar derwaards te spoeden, vinden de nedrige teekenaars bezaard, al„ zoo geen ander vaartuig tot de Troeps dienst heb dan Een oud en bij na ontramponeerde Corra Corra, met welke de Troeps volkeren van 't eene na de andere District moeten getransporteerd worden: weshalven smeeken de nedrige teekenaars uwe welEd: Agtb: op 't aller ood„ moedigst, dat goedgunstiglijk naar goedvinding van uwe wel Edele Agtb: Een Galewit of andere vaor „tuig ter onser assistentie dit heen mogen gesonden worden: waarmeede na alvoorens uwe welEd: Agtb: en sComp:s wittige belangers in alle veilige hoede gods aanbevolen hebbende, nemen wij de vrijheid ons met de verschuldigste eerbied en hoogagting te noemen. /:onderstond:/ wel Edele Agtb: Gebiedende Heer /:Lager:/ uwer welEd: Agtb: aller oodmoedigsten Trouwverpligt Dienaar /:was geteekend:/ J: Loffman en M:s Wiggers voor t Naar sien (:in margine:) Batchian den 11: Febr: A„o 1789: Accordeert J: Viessener P BO Geewight den F„ van Eijk voor voor Copia Afgaande secreete Brieven naar de Extirpateurs; d: A„o 1789: N„o 42: Delfft voor voor A

NL-HaNA_1.04.02_3864_1313 view scan ↗

English

Copy 127 127 for A Batchian To the Military Ensign Johannes Lofman and Bookkeeper Adriaan Wiggers, Commissioners for the Spice Destructions there. Valiant, Pious, Should it happen that news reaches Your Honor sooner than here that the United Netherlands have once again become engaged in war with any European power, and that a naval fleet of the said power has actually approached on an advance toward here and the Obi Islands, I hereby order Your Honor to break camp immediately with your subordinates and hasten hither, so that Your Honor does not fall into danger of being overwhelmed, while the keeping of the aforementioned order secret is most strongly recommended by underwritten: Your Honor’s Good Friend, was signed: Alex: Cornabe in the margin: Ternate in Fort Orange the 9th of January Anno 1789. Agreed, Bogelwight er for for Outgoing Secret Letters to the Outposts for the Year 1789 Netherlands Copy No 47 for A 129 Copy for A Batchian To Sergeant Johan Pieter Terbeek Postholder there. Honorable, In case it should happen that news reaches Your Honor sooner than here of war between our state and a European foreign power, and that a naval fleet of the said power is actually advancing toward here and has approached up to the Obi Islands, I order Your Honor to come up hither with his garrison, with or without the king of Batchian at the choice of His Highness; however, upon departing, Your Honor must be mindful to spike the artillery there beforehand and render the gunpowder unusable, while Your Honor is furthermore ordered to reveal the abovementioned order to no one, but to keep it secret until such time as Your Honor deems it necessary to put the same into effect. With which I remain, underwritten: Your Honor’s Good Friend, was signed: Alex: Cornabé in the margin: Ternate in Fort Orange the 9th of January 1789 To Sergeant Johan Pieter Terbeek Postholder there. Honorable, Matters in the Netherlands according to the latest privately received news having changed shape such that one has no breach of peace with any European power to fear for the present, no use will need to be made of my secret order sent to Your Honor on the 9th of January of this year, for your governance. Your Honor receives enclosed herewith an order from the sultan of Ternate to the utusan Moahibat, who is present there with four kora-koras for the tracking down of some wandering Tobelo Alfurs, to return from there hither at once, which order Your Honor must deliver to him, this being in fulfillment of my requisition to remove all reason for estrangement between His Highness and the king of Batchian, which latter-mentioned monarch has complained by letter about the conduct of the aforesaid utusan, who is said to have gone to Kasiruta against the prohibition and will of the king and furthermore allowed the Ternatans not to show him the due respect; against which it has appeared to me from a letter written by the utusan to his master that Batchian’s sultan supposedly gave him the freedom to travel throughout the entire country, and also that the Tobelo Alfurs have truly found refuge on Batchian, and not only that, but that attempts have also been made to tear two apprehended fugitive Ternatans by force out of the utusan’s hands, while besides this three other Ternatans were found performing duty with Your Honor; concerning all of which I wish to be informed in detail and according to the truth, in order to be able to pass judgment thereon upon the return of the repeatedly mentioned utusan. With which, after greetings, I remain, underwritten: Your Honor’s Good Friend, was signed: Alex: Cornabé in the margin: Ternate in Fort Orange the 15th of April 1789. Batchian 133 Batchian Secret To Sergeant Johan Pieter Terbeek Postholder there. Honorable, A rumor spread by the King’s emissaries who recently fetched the letters and presents received for His Highness from Their High Nobilities out of the ship the Triton, stating that a hongi fleet of Papuans and other pirates with Prince Nuku at the head is allegedly at Obi, and which rumor passes more and more among the community as true news, is the cause of this dispatch via the burgher Wijnand Sevening, who comes over to Your Honor in a prahu rosche with Ternatans to inquire to what extent credit should be given to the said news. If nothing has come to Your Honor’s knowledge with certainty, Your Honor shall have to let him row further out to sea from there to discover whether anything of the said hongi fleet can be discerned or not. Whereas, if it is certain that a hongi fleet is showing itself in those parts, Your Honor must have him turn back at once and with an accurate written report concerning the size of the fleet as well as concerning the place where the same was seen the last time. However matters may stand with that, Your Honor needs to maintain vigilance and be mindful of your own defense, as well as of the safety of the Extirpators at Kasiruta, with whose head, the Military Ensign Lofman, Your Honor must above all proceed communicatively, and furthermore act as the circumstances shall come to require, even if it were with the departure hither with his garrisons and the Extirpators aforesaid, for which I fully authorize Your Honor, especially in case Your Honor is not vigorously supported by the Batchianese. With which I remain, underwritten: Your Honor’s Good Friend, was signed: Alex: Cornabé in the margin: Ternate in Fort Orange the 27th of June 1789. For the verification, J. Wiessener J. van Eijk Agreed, Bogelwight for A for Copy Daily Register Secret from the 20th of September to the 12th of October Anno 1789 No 2. for A

Dutch transcription

Copia 127 127 voor A Batchiam Aan den vaandrig Militair Johannes Lofman „ Boekhouder Adriaan Wiggers! Commissianten ter specerij Distructien aldaar Manhafte, Vrome, Wanneer het mogte gebeuren dat bij uE: eerder dan hier tijding mogt inkomen dat de vereenigde Nederlanden wederom in oorlog mogten geraakt zijn met eenig Euro„ „pisch mogendheid en dat een scheepsvloot van ged„e mogendheid werkelijk een aan„ „togt na herwaards en oubijse Eijlanden genaderd wezen mogt zoo gelast ik uE: met uE. onderhorige direct op te breeken en herw„s te spoeden, ten einde uE: niet in gevaar van overrompeld te werden gezaaken terwijl de gezeim houden van secreet gem: voor t Naar sien J: Wiessener J: van Eijk gem: ordre ten sterkste word aanbevoolen door /:onderstond:/ UE: Goede vriend /:was geteekend Alex: Cornabe /:in margine:/ Ternaten in 't Casteel Orange den 9: Jannuarij A„o 1789. Accordeert Bogelwight er voor voor Afgaande Secreete brieven naar de Buijten Posten voor d' A„. 1789 Neederland Copia No 47 voor A 129 Copia voor A Batchian Aan den Sergeant Johan Pieter Terbeek Posthouder aldaar Eerzame Bij aldien het gebeuren mogt, dat bij uE: eerder dan hier tijding mogtenkomen van oorlog tusschen onzen staat en een Europise vreemde mogendheid en dat werkelijk een scheepsvloot van ged„t mogendheid na herwaards in aantogt en tot bij de oubijse Eijlanden genadert wezen mogt, gelast ik uE: met deszelfs bezettelingen na her„ waards optekomen met of zonder den koning van Batchian na de verkiesing van zijn Hoogh: dog zal uE: opkomende. verdagt moeten zijn om het geschut aldaar voor Secreet voor ap te vernagelen en 't Buspoeder on„ bruikbaar te maaken terwijl uE, wijders gelast word bovengem: ordre aan niemand te openbaaren maar geheim te houden tot de tijd toe dat uE: oordeeld dezelve werk„ stellig te moeten maken. Waarmeede blijven. /:onderstond:) UE: Goede Vriend /was geteekend Alex„t Cornabé /in margine) Ternaten in't Casteel Orange den 9: Januarij 1789 Aan den Sergeant Johan Pieter Terbeek Posthouder aldaar Eerzame De zaaken in Neederland volgens de jongst particulier ingekomen Nouvelles zodanig van gedaante verandert zijnde dat men voorgee„ vreedebreuk met eenige Europote mogendheid Batehien Secreet te 131 te dugten heeft, zoo zal voor eerst van mijn aan uE: op den 9: jann: dezes jaars toegesonden secreete or die geen gebruik gemaakt behoeven te worden à Gouverno. UE: bekomt dezen ingesloten een bevel schrift van den sulthan van Ternaten aan den ginter ter opspeuring van eenige swervende Tobilsche Alfoeren met vier Corra Corras aanweezig zijnde oetoesang Moahibat om van daar ten eersten dit heen en terug te keeren waarom uE: hem die ordre overhandigt moetende zulks in voldoen van mijn requisiet tot wegneeming van alle reeden tot verwijdering tusschen zijn Hoogheid en den koning van Batchian welke laatstged„t vorst bij brieve gedoleerd heeft over het gedrag van voorzijde oetoesang die tegen het verbod en wil des konings na Casiroeta zoude gesonden en voorts toegelaten hebbe, dat de Ternataanen hem den verschuldigden eer„ bied niet kwamen te bewijsen, waar tegen mij uit een door den oetoesang aan zijnen meester voor A meester geschreven brief voorgekomen is dat Batchians sulthan hem de vrijheid gegeven zoude hebben om 't geheele Land door te gaan, zoo mede dat de Tobilsche Alfoeren wezentlijk op Batchian schuilplaats gevonden hebben, niet alleen maar dat ook pogingen zijn aangewend om twee op„ „gepakt geworden uitgeweeken Ternataanen met geweld uit des oetoesangs handen te ruktien terwijl boven des nog drie andere Ternatanen bij uE: dienst doende gevonden zijn omtrent alle 't welke ik in 't breede en na waarheid wil wezen g'informeerd ten eijnde daar over bij retour van meerm: betoelang uitspraak te konnen doen waarmeede na groete blijve /:onderstond:) uE: Goede vriend /was geteekend) Alex„t Cornabé (inmargine) Ternaten in't Casteel orange den 15: April 1789. Batchian 133 Batchian Secreet Aan den sergeant Johan Pieter Terbeek Posthouder aldaar Eerzame: Een met 's Konings sendelidgen die de jongst voor zijn Hoogheid van Hunne Hoog Edelhedens uit het schip de Triton ontvangen brieven en geschen „ken hebben afgehaald verspreijd gerugt dat een Hongij vloot van Papoeën en andere rovers Prins Noekoe aan t hoofd te oubij souden wezen en welk gerugt langs hoe meer onder de gemeente voor een waare tijding doorgaat is oorsaak van deeze afzending per den burger wijnand Sevening, die in een prauw rosche met Ternaten tot uE: overkomt om te vernee„ „men in hoe verre aan gemelde tijding geloofd moet worden gedefereerd. zullende uE: hem ingevalle uE: daar van niets voor A niets niet seekerheid voorgekomen is, van daar buiten gaats moeten laten voortscheppen om te ontwaaren of daar iets van gesagte Htongij vloot te bespeuren is dan niet. Terwijl uE: hem bij aldien zeeker is dat sig een Hlangij vloot daar om streeks sien laat ten eersten moet laten terug steeven en met een per„ tinent berigt ingeschrift wegens de grootheid der vloot soo wel als wegens de plaats waar de„ zelve de laastemaal is gesien geworden. UE: dient het zij dan hoe het daar meede ook geleegen mag weezen de waakzaamheid in het oog te houden en op eijgen defensie ver„ „dagt te weezen soo meede op de veiligheid der Extirpateurs te Cassiroeta met welker hoofd den vaandrig Militair Loflman uE: voor al communicatief moet te werk gaan en voorts sodanig handelen; als de omstandigheeden het sullen komen te vereijschen alwaar het ook 135 ook met de opkomst naar herwaards met sijne Bezettingen en de Extirpateurs voormeld waar toe ik uE: volkomen qualificeere vooral inge„ „valle uE: niet kragtladig door de Batchianders word ondersteund. waarmeede blijve /:onderstond) uE: Goede vriend /was geteekend:) Alex„r Cornabé (in margine) Ternaten in't Casteel Orange den 27: Junij 1789. Voor t Naar sien J Wilssener S Vanlijk. S 5 Accordeert D ogelwight F voor A voor Copia Dag- Register Dekreet van den 20„e September tot den 12„e October A:o 1789 No 2. voor A

NL-HaNA_1.04.02_3864_1333 view scan ↗

English

Continuation of the Secret Daily Register King of Boni regarding the non-fulfillment of the lease by his people. Descent of several armed Bonians to this place. Order sent to the post-holding sergeant at Siang. Friday the 25th nil nil Tuesday the 22nd The chaloup de Langmoedigheid dispatched to Batavia Writings to Batavia with secret papers. See Secret Letter Book Wednesday the 23rd I received a letter from the Maros Resident Burg Graat reporting Fitting answer of that he had recently forgotten to inform me, that the King of Boni, to the grievances which he had made in my name, regarding that the Bugis had not paid a single doit in lease for 6 months, had given as an answer: That he had given orders to his people, to pay no lease on everything that was imported and exported, but note well: remained unsold. Sunday the 20th Monday the 21st That Resident also reported to me that a large number of armed natives had departed from Maros, according to the saying of the one to reinforce the rebels and according to reports of the other, to reinforce Bontoala and the Bugis villages lying east of this castle, under the authority of the Bonian princes Arung Raja and Aru Bulu Bulu. Thursday the 24th I ordered the sergeant and Postholder at Siang Christoffel Trouc bach by a note to make his retreat with vessels, which he must expressly keep ready for that purpose, in the event of an unexpected attack or assault (in which he had to acquit himself of his duty as much as possible) and in case of superior force, hither or else to Labakkang, if he should judge such the safest according to the circumstances of the time, provided that he first properly spike the two one-pounder cannon pieces beforehand. Saturday the 26th the Sulewatang of Boni sent the court interpreter Passir to me Devious message from Boni's in order to inform me while presenting his greetings that he, by September Anno 1789. Order sent king. Anno 1789 September regarding the murder of our horseman answer thereto. through the third hand continuation order of his king, had questioned Daeng Malimpo about the murder of a European horseman, mentioned under the 13th and 14th of this month, but that the latter had declared himself entirely innocent thereof and said that it must have occurred through a party of bandits without his knowledge. Upon this roguish and distorted excuse, I made known to the interpreter of Boni, to tell the sulewatang in turn, that he who was first for so long with the Company, and now again for so many years among the Bonians, knew as well as I that no other bandit rabble was known here in the country than the Bonians themselves, and that both the chief surgeon Deefhout and the officer of my bodyguard alongside all their accompanying people had testified to having seen no one down that road except Daeng Malimpo with his people, who even shortly after the return of our men and Daeng Malimpo's quasi demonstrated innocence in this case, had together started cheering again and in that manner had returned to Bontoala with a flag or three. That he could therefore also tell the Saluatang in addition that not a European or one or more of the sepoys from the Malangke post could come down hither to perform their duties without being cursed at from afar along the way in the most infamous manner by the Bugis, and that this did not resemble at all their repeatedly feigned brotherhood with the Honorable Company, which I feared, weary of all this taunting, will once be forced to take revenge, possibly to Boni's great regret. And since this message; concerning an affair of such importance as is the cruel murder of one of our Europeans on the Company's public road, was delivered to me by the King of Boni in a manner entirely inconsistent with the Company's dignity, simply through an interpreter: as if from the third hand, I therefore had that interpreter return with the aforementioned answer, as a sign that one cannot always remain equally insensible to so many insulting and provoking actions. Furthermore, at noon, the annual spice extirpators who had been thither returned here to the roadstead of Bouton, accompanied by the envoys who usually come along. Sunday the 27th nil Monday the 28th ditto Tuesday the 29th Sent a separate note to Samarang and Surabaya by the Chinese padewakang, to report the safe Writings to Samarang arrival of the two ships mentioned under the 14th and 15th of this month and the troops etc. brought along with them: of which the duplicate will be taken along the day after tomorrow by another vessel. and Surabaya Thursday the 1st until Sunday the 4th nothing occurred in this matter to note or of remark. Monday the 5th: received news from Bulukumba and Selayar regarding pirate vessels that had appeared over there, which were even said to have attacked the last-mentioned residency Pirates near and on Selayar on the east or back side, though having been repulsed. See enclosures October Tuesday

Dutch transcription

vervolg van het Sekreet Dag Register Bonijs koning wegens het niet voldoen der Pagt door de zijne. afkomst van verscheidene gewapende Boniers na herwaards. ordre aan den Posthoudend sergeant te siang afge„ vrijdag den 25„e nihil nihil Dingsdag „ 22„e De Chialoup de Langmoedigheid na Batavia gedepecheert schrijvens na Batavia met sekreete Papieren. Vide sekreet Brief boek woensdag „ 23„e Ontfing 1k een brief van den Maros Resident Burg Graat meldente ingepast andwoord van dat hij laast vergeten had mijn te bedeelen, dat Bonijs koning, op de doleantien die hij uit mijn Naam gedaan had, wegens dat de Boegineesen in 6/m: geen duit aan Pagt hadden betaald, tot antwoord had gegeven: Dat hij ordre gegeven had aan zijn volk, om van alles wat uit en ingevoerd wierd, dog NB: onver„ „kogt bleef, geen Pagt te betaalen. Zondag den 20„e Maandag „ 21 Die Resident melde mijn ook dat er een groot aantal gewapende Inlanders van Maros vertrokken waren, na het zeggen van den eene tot versterking der Rebellen en na berig„ „ten van den andere, tot versterking van Bontoala en de b'oosten dit kasteel leggende Boegineesche Negorijen, onder het gezag van de Bonijsche Crinsen Aroeng Radja en Aroe Boeloe Boeloe. Donderdag den 24„' heb ik den sergeant en Posthouder te Siang Christoffel Trouc „bach bij een briefje gelast om bij een onverhoopte aanval of attacque (:waar inne hij zig zo veel mogelijk van zijn pligt moeste quijten:) en in cas van overmagt ten eersten zijn retraite met vaarthuigen, die hij tot dien einde expres moet klaar houden, na herwaards dan wel na Labakkang, indien hij zulx na tijds om„ „standigheid het veiligste mogte oordeelen, te nemen, mits alvorens de twee een ponder stukjes kanon voor af ter deeg vernageld te hebben. Saturdag „ 26„e zond mijn de Soelewatang van Bonij de Hofs Tolk Passir toe slinkse bootschap van Bonijs om mijn onder het doen van zijn groete aan te zeggen dat hij, op September A„o 1789. Last „zonden koning. A„o 1789 September over het vermoorden van onze Ruiter andwoord daar op. door de derde hand vervolg Last van zijn koning, Daeng Malimpe had onderhouden over het vermoorden van een Europeesch Ruiter, onder den 13„e en 14:' dezer vermeld, dog dat deze zig geheel onschuldig daar aan had„ verklaart en gezegd dat het door een parthij Struik Rovers buiten zijn weten moest geschied zijn. Op dit schelmagtig en verdraaid excus gaf ik den Tolk van Bonij te kennen, om den soelewatang wederom te zeggen, dat hij die eerst zo lange bij de komp„e, en nu weder zo veel jaren onder de Boniers geweest is, ret zo wel als ik wist dat er geen ander Roofgespuil hier op het land bekend was als de Boniers zelfs, en dat beide de oppertoek Deefhout en de officier van mijn Lijfwagt nevens al haar bij hebbend volk betuigd hadden niemand die weg uit gezien te hebben dan Daeng Malimpo met zijn volk, die zelfs kort: na de terugkering der onze en Daeng Malimpos quasie schrijv betoonde onnozelheid in dit geval, weder gezamentlijk aan het Joelen gegaan en indier voegen na Bontoala met een vlag off drie terug waren gekeert. Dat hij dus ook aan den Saluatang boven dien konde zeggen dat geen Europees of een dan wel meer der Sipaijers van de Post Malangkerij na herwaards ter verrigting harer zaken konde afkomen zonder onderwegen op de allerinfaamste wijze van verre door de Boegineesen uitgescholden te worden, en dat dit gansch niet geleek na haar telkens voorgewend Broederschap met de Ed: komp„e dien Ik vreesde dat, al dit tergen moede, nog eens genoodzaakt zal zijn zig te revengeeren, mogelijk tot Bonijs groot berouw. en En dewijl deze Bootschap; betreffende een affaire van dat aan„ „belang als is het Cruelle vermoorden van een onzer Europee„ „sche op 'skomp,s Publicque weg, door Bonijs koning op een Zar gantzh lb o1 A„o 1789 September retour der Boutonse specerij Extirpateurs woensdag „ 30„e nihil. gantsch niet met 'skomp„s agting overeenkomende wijze, Simpel door een Tolk: als uit de derde hand aan mijn gedaan was, liet ik dien taalsman dan ook dusdanig met voorsz: antwoord weder terug keeren, ten blijke dat men niet altoos even ongevoelig kan zijn voor zo veele hoonende en tergende gedoentens. Voorts kwamen op de middag hier ter rheede van Bou„ „thong terug de na derwaards geweest zijnde Jaarlijkse specerij Extirpateurs, verzeld van de gewoonlijk mede komende Gezanten Zondag den 27„e nchil Maandag „ 28„e _o ien Dingsdag „ 29„e Per den Chineesch Pegdakong een apart briefje na Samarang en sourabaija afgezonden, ter bedeeling van de behoude aan schrijvens na samarang „komst der twee onder den 14„e en 15„e dezer vermelde scheepen en daar meede aangebragte Manschappen etc: waar van de wedergade op overmorgen een ander vaarthuig zal mede nemen en sourabaija Donderdag den 1„e tot Zondag „ 4e viel niets in dezen te Noteeren of van remarque voor Maandag „ 5: tijding van Boelecomba en Zaleijer ontfangen wegens ginter verschenene roofvaartuijgen die zelfs laast gemelde Resi„ Zeerovers bij en op zaleijer „dentie aan de oost of agter kant zoude hebben aangedaan, dog afgeslagen wesende. vide Bijlagen dat aan„ van October Dingsdag het een sch t Europee„ een

NL-HaNA_1.04.02_3864_1336 view scan ↗

English

Folio 1129 October Tuesday the 6th: Nihil Wednesday the 7th The rebels again in Goak. Meeting. Commissioners to Maros. Further reports of the pirates. Boni's king surrounds his dwelling. Thursday the 8th. Before noon I received report from the post-holding officer at Malankerij that the enemies had advanced into Goah again; all to be seen more broadly, along with what was undertaken regarding it, in today's Secret Resolution. In consequence of which the ordinary commissioners to the Court of Boni, the Fiscal Devos and Shahbandar Monsieur, departed in the evening for Maros. Friday the 9th. Further report from Saleijer concerning the pirates, see Annexes. In the afternoon the King of Boni let me quasi know that the Mountain Macassars had become active again, for the reason that those of Nangasa had attacked their benting early on Wednesday morning. Also that he had caused a benting to be made around his own dwelling, solely and only to serve as a palisade, since he had heard that the Noble Company was also on its guard. The latter was further confirmed to me when, late in the evening, I received a note from the Maros Resident Burggraaff, communicating that Dato Baringang had begun to throw up a benting of sods or earth in front of the King's house at the negorij Pasandang, about two hours from our post, to where he had recently moved again, and that they had advanced with it up to 10 fathoms in length, while the breadth or thickness would come out to 2 fathoms and the height to 6 feet. Anno 1789 5 October Saturday the 10th. The armed pantjallang De Jonge Fransz departed via Boelecomba for Saleijer; see the general letter thither. A pantjallang to Saleijer. Sunday the 11th. Nihil Monday the 12th. The commissioners mentioned under the 8th of this month returned from Maros with a written report of their proceedings with the King; see Annexes. The commissioners from Maros back. Makassar, in Fort Rotterdam, the 12th of October 1789. Annexes part belonging to the Secret Daily Register from the 20th of September to the 18th of October Anno 1789 Copy 69 for A. Register of Annexes Letter from the Maros Resident Burggraaf to the Noble Lord Governor, reporting that in his last letter of the 21st of September he had forgotten to write that he had complained to the King of Boni about the non-payment of the lease monies by the Bougiers for six months' time, together with the answer of that prince thereto, under date of the 22nd of September 1789, folio 1. Letter from the Noble Lord Governor to the Postholder Trouerbag stationed at Siang, with orders how he shall have to conduct himself in the event of an unexpected attack in case of superior force, under date of the 24th of September 1789, folio 3. Letter from the same as above to the Noble Java Governor Greeve. Letter from the same as mentioned to the Sourabaia Chief Darkeij, both communicating the safe arrival of the reinforcements sent hither, under date of the 25th of September 1789, folio 4. Report or daily account of Sergeant Cirkler, having been to Bouthong as extirpator for the eradication of the spice trees, folio 6. Translation of a Malay document written by the King and Nobles of Bouthong to the Noble Lord Governor, received the 29th of September 1789, folio 17. Resolution. Annexes Register of Annexes Letter from the Maros Resident Burggraaf to the Noble Lord Governor, reporting that in his last letter of the 21st of September he had forgotten to write that he had complained to the King of Boni about the non-payment of the lease monies by the Bougiers for six months' time, together with the answer of that prince thereto, under date of the 22nd of September 1789, folio 1. Letter from the Noble Lord Governor to the Postholder Trouerbag stationed at Siang, with orders how he shall have to conduct himself in the event of an unexpected attack in case of superior force, under date of the 24th of September 1789, folio 3. Letter from the same as above to the Noble Lord Java Governor Greeve, folio 4. Letter from the same as mentioned to the Sourabaia Chief Darkeij, both communicating the safe arrival of the reinforcements sent hither, under date of the 25th of September 1789. Report or daily account of Sergeant Cirkler, having been to Bouthong as extirpator for the eradication of the spice trees, folio 6. Translation of a Malay document written by the King and Nobles of Bouthong to the Noble Lord Governor, received the 29th of September 1789, folio 17. Resolution. Letter from the Boelecomba Resident van Dieman to the Noble Lord Governor, communicating that he had obtained tidings of the arrival of pirate vessels at Saleijer, whereabout and at the island Cabaijna he said 600 of those vessels would stay, under date of the 1st of October 1789, folio 23. Relas given by the soldier Hendrik Muller at the requisition of the aforementioned Boelecomba Resident concerning the said pirates, under date of the 24th of September 1789, folio 25. Letter from Saleijer's Resident Whijts to the Noble Lord Governor, giving notice of the arrival there on the east side of three, and an equal number on the west side, of heavily manned pirate vessels, etc., under date of the 27th of September 1789, folio 27. Resolution taken upon the received report that the enemies had advanced into Goah again, and what was undertaken regarding it, the 8th of October 1789, folio 29. Letter from Saleijer's Resident Whijts to the Noble Lord Governor, with further report concerning the pirates, under date of the 24th of September 1789, folio 33. Resolution taken by circular query upon the receipt of two letters, namely one from Saleijer's and one from Boelecomba's Resident concerning the arrival of pirate vessels at Saleijer, under date of the 5th of October 1789, folio 21. Written report of the ordinary commissioners Vos and Monsieur, having been to Maros at the Court of Boni, concerning their proceedings there, under date of the 12th of October 1789, folio 36. Makassar, in Fort Rotterdam, the 12th of October 1789. Sworn clerk

Dutch transcription

Oor 1129 October Dingsdag en 6: woensdag „ 7 de rebellen weder in Goak vergadering gekommitteerdens na Maros nadere berigten van de zee, „rovers Bonijs koning omringt zijn wooning Nihil Donderdag „. 8„o voor de middag kreeg Ik berigt van de Posthoudend officier op Malankerij dat de vijanden weder in Goah waren ge„ „rukt. alles breder te zien met het daar omtrend in het werk gestelde bij de sekreete Resolutie van heden. Jngevolge van de„ „welke dan ook 's avonds na Maros vertrokken de ordinaire gekom„ „mitteerdens aan Het Hof van Bonij de fiskaal Devos en Jaban„ „dhaar Monsieur. Vrijdag den 9„e nader berigt van saleijer wegens de Zeerovers. vide Bijlagen 'S nademiddags liet mijn de koning van Bonij quasi ne„ „ten, dat de Berg-Makasaren weder in beweging waren geraakt, om reden dat die van Nangasa haare Benting op woensdag in den vroegen morgen g'attacqueert hadden. Ook dat wij om zijn eigen wooning Een Benting had laten maken enkeld maar alleen om tot een Pagger te dienen, dewijl wij gehoord had dat de Edele komp„e ook op haar hoede was. Dit laatte wierd mijn nader bevestigd wanneer Ik des avonds laat een briefje van den Maros Resident BurgGraaff ontfing, ter bedeling dat Dato Baringang begonnen had om voor 's konings huis op de Negorij Pasandang, Circa twee uuren van onze Post, waar na toe Hij met een benting van aarde onlangs weder was verhuijst, Een Benting van Sooijen of Aarde op te werpen en dat zij daar mede g'avanceerd waren Ao. 17419 5 October Saturdag, den 10e vertrok de g'armeerde Pantjallang De Jonge Fhansz over Een pantjallaen na Boelecomba na Saleijer. vide gemeene brief na derwaarts. saleijer Zondag den 11 Nihil Maandag „ 12 reverteerde de gekommitteerdens vermeld onder den 8„e de gekommitteerdens van dezen van Baros te rug niet schriftelijk Rapport ha„ Maros te rug „rer verrigtingen bij den koning vide Bijlagen. Makassar in het Kasteel Rotterdam den 12:' October 1789. waren tot 10 vadem in de Lengte, terwijl de breete of dikte op 2 vadem en de Hoogte op 6 voet zoude uitkomen Bijlaagen parte van den 20„e September tot gehorende bij het Sekreet Dag- Register den 18e October Ao 1789 opia 69 O voor A. Register der Bijlagen Brief van den Maros Resident Burg Graaf aan den Edel Heer Gou„ „verneur meldende dat hij bij zijn laaste brief van den 21:e September vergeten had te schrijven; dat hij bij den koning van Bonij gesoleert had over het niet betalen der pagtpenningen door de Bouiers in ses maanden tijd nevens het antwoord van dien Oorst daar op sub dato 22.:' Septbr: 1789 folio. Brief van den Edelen Heer Gouverneur aan den op Siang leggen „der Posthouder Trouerbag met onderhoe hij zig te gedragen zal hebben bij een on= „verhoopte aanval in Cas van overmags de dato 24=e September 1789 - - - -„ Brief van als even aan den Edelen den Iavas Gouverneur Greeve. . . Brief van als gemeld aan het Sourabaijs opperhoofd Darkeij beide bedelende de behoude overkomst van het na herwaarts gezondene renforten de dato 25:e September 1789. . - „ Rapport of Dag verhaal van de na Doutong als Exteipateur ter uitroeijing der Specerij Boomen geweest zijnde zergeant Cirkler.„ Translaat Maleijds geschrift geschreven door den koning en Rijksgroten van Bouthong Aan den Edele Heer Gouverneur ontfangen den 29=e September 1789 - - - - - „ 17. Resolutie en. 6. Bilagen Register der Brief van den Maros Resident Burg Graaf aan den Edel Heer Goud„ „verneur meldende dat hij bij zijn laaste brief van den 21:e September vergeten„ had te schrijven dat hij bij den koning van Bonij gedoleert had over het niet betalen der pagtpenningen door de Bouiers in ses maanden tijd nevens het antwoord van dien Vorst daar op sub dato 22.:' Septbr: 1789. - folio. Brief van den Edelen Heer Gouverneur aan den op Siang leggen„ „de, Posthouder Trouerbag met orderhoe hij zig te gedragen zal hebben bij een on„ „verhoopte aanval in Cas van overmags de dato 24=e September 1789 - - - - „ 3. Brief van als even aan den Edele heer Iavas Gouverneur Treeve - . „ 4. Brief van als gemeld aan het Sourabaijs opperhoofd Darkeij beide bedelende de behoude overkomst van het na herwaarts gezondene renforten de dato 25:e September 1789. . - „ Rapport of Dag verhaal van de na Doutong als Exteipateur„ ter uitroeijing der Specerij Boomen geweest zijnde zergernt Cirkler. -„ Translaat Maleijds geschrift geschreven door den koning en Rijksgroten van Bouthong Aan den Edele Heer Gouverneur ontfangen den 29=e September 1789 - - - - - „ 17. Resolutie en. 6. Brief van den Boelecombas Resident van Dieman aan den Edel Heer Gouverneur, bedelende dat hij tijding erlangt had van de aankomst van hoofvaarthuijgen op Saleijer, waar omtrent en op het Eiland Cabaijna hij zeide 600 stuks van die vaarthui„ „gen zullen ophouden, sub dato 1:e Oc„ belaas gegeven door den zoldaat Hendrik Muller ten Requisitie van evengemelde Boelecom „bees Resident wegens gemelde zeere= „vers, de dato 24:e' Septbr. 1789 Drief van Saleijers Resident whijts aan den Edele Heer Gouverneur kennisse gevende vande aankomst ginter aan de Oostkant van drie en een gelijk getal aan de westkant, sterk bemande Boofvaar= „thuigen etc de dato 27:e Septbr. 1789. . „ 27. Resolutie genomen op het ontfangene berigt dat de Vij= „anden weder in Goah waren gerukt en wat daar omtrent in het werk gesteld is, den 8:e october 1789. . . . . „ 29. Brief van Saleijers Resident whijts aan den Ed Heer Gouverneur met nader berigt wegens de Zee Rovers de dato 24:e Septbr„: 1789. „ 33. Resolutie bij Rondvrage genomen op den ontfangst van twe= brieven als een van Saleijers en Een van Boeliecombas Resident wegens de aankomt op Saleijer van Roof= „vaarthuigen de dato 5:e 8ber 1789, folio. 21 Schriftelijk „tober 1789. . - - - - „ 23. „ 25 Schriftelijk Rapport van de na Maros aan het Hof van Bonij geweest zijn de ordinaire gekommitteerdens vos en Monsieur wegens hunne verrigtingen aldaar de dato 12:e October 1789. . folio 36. Makassar in het Kasteel Rotterdam den 12:' october 1789 Seena„ gklerk

NL-HaNA_1.04.02_3864_1355 view scan ↗

English

Makassar To the Right Honorable, Highly Esteemed Sir Barend Reijke Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of this coast of Celebes Right Honorable, Highly Esteemed Sir. In my last letter dated the 16th of this month addressed to Your Right Honorable, in which I reported on the conversation held between His Highness, the King of Bonij, and myself, I forgot to mention that this prince, in response to the grievances submitted in the name of Your Right Honorable that the Bugis had not paid a single duit of lease for six months, replied that he had given orders to his people that everything which was imported and exported, but remained unsold, was not required to pay any lease. Furthermore, I have the honor to call myself with the greatest respect and high Maros in the fortress Valkenburg the 22nd of September Year 1789. esteem, Right Honorable, Highly Esteemed Sir. P.S. Just after the closing of this letter, I was informed that some flags, up to 15 pieces, departed from here with a large number of armed natives; one says to the Goah area for reinforcement, and the other says for the reinforcement of Bontoalacq, and Mamajang and the villages lying to the east of the castle, under the authority of Aroeng Radja and Trou Boeloe Boeloe. Your Right Honorable, Highly Esteemed Humble Servant was signed C. BurgGraaff Siang. Siang. Makassar Honorable Sergeant Trouerbagh. This serves for your information, that in the event of an unexpected attack or assault in which you must fulfill your duty as much as possible, and in case of superior enemy forces, you must immediately retreat hither with vessels that you must keep expressly prepared for this purpose, after having thoroughly spiked the two one-pounder cannons beforehand, or else to Labakkang if you should deem this to be the safest depending on the circumstances of the time. I am, in Castle Rotterdam the 24th of September 1789. your friend: was signed: P. Reijke Samarang To the Right Honorable, Highly Esteemed Sir Jan Greeve Extraordinary Councillor of the Dutch Indies as well as Governor and Director there Right Honorable, Highly Esteemed Sir Through the favorable cooperation of Your Right Honorable, which has obliged me in every way, the small ship Gouda and the hooker ship De Surcheanse arrived here from Sourabaija on the 14th and 15th of this month after a very speedy voyage of few days, with the reinforcement of European and Javanese warriors planned for this Government, item the added ƒ15000 in payment money, 10,000 lb of gunpowder, 200 koyangs of rice, and some other goods. On which occasion I also had the honor to receive Your Right Honorable's friendly letter of the 16th of July past, intended to notify of the arrival of this relief force, and which relief force I therefore hope will bring Bonij's unreasonable king Samarang to other thoughts than those he has entertained up to now to the great detriment of the Honorable Company, although I still very strongly doubt it and, from the daily increasing bad conduct of him and his people, must rather think the contrary. In all likelihood, I shall shortly send the small ship Gouda back to Sourabaija, whereas I will need to detain the hooker ship De Surcheanse in the meantime; however, I shall then inform Your Right Honorable further with the necessary details; as I am presently also notifying the Sourabaija chief, Mr. Barkeij, of this. The instructions concerning the ammunition for Batavia shipped as ballast in the ship De Surcheanse will be observed. After friendly greetings, I remain with all respect, Right Honorable, Highly Esteemed Sir, in Castle Rotterdam the 25th of September Year 1789. Makassar. P. Reijker Your Right Honorable's very obedient servant and friend. was signed: Sourabaija Sourabaija To the Right Honorable Sir Anthonij Barkeij, Chief there. Right Honorable Sir. With the arrival here on the 14th and 15th of this month of the small ship Gouda and the hooker ship De Surcheanse, both of which had a most prosperous voyage, I have duly received the friendly letters sent by Your Right Honorable with them, dated the 15th, 24th, and 25th of August, along with the reinforcement of 200 European soldiers and 500 Madurese as well as Sumanap warriors, item 200 koyangs of rice, three chests of payment money, and 10,000 lb of gunpowder, with some other goods mentioned therein. Concerning all of which I could not fail to inform Your Right Honorable at the first available opportunity, as well as to assure you that the instructions regarding the aforementioned Javanese warriors will be observed here. The delivery of the 4 pieces of metal cannons for the King of Boutong and the leaguer of white French wine for which the captain of the Surcheanse must account here. I will likely send the small ship Gouda back to Sourabaija shortly, whereas I will need to detain the hooker ship De Surcheanse in the meantime; however, I will then inform Your Right Honorable further with the necessary details. After extending my cordial greetings, I remain with very much respect, Right Honorable Sir, Makassar in Castle Rotterdam the 25th of September Year 1789 Your Right Honorable's humble servant. was signed: B. Reijke Respectfully.

Dutch transcription

Makassar Aan den Wel Edele Gestrenge Agtbaren Heer Barend. Reijke Raad Extra ordinair van Nederlandsch mitsgaders. Jndien. Gouverneur en Directeur dezer kuste Celebes WelEdele Gestrenge Agtbaren Heer. Bij mijn laaste brief in dato den 16„e Joledin aan uuwel Edele gestrenge gerigt, waar bij jk verslag gedaan heb van 't gesprek, tusschen zijn Hoogheid, den koning van Bonij en mij gehouden, heb jk nog vergeten te melden, dat mij dien vorst, op de doleantien uit Naam van uwel Edele Ge„ „steenge Agtbare gedaan, dat de Boeginesen in 6 maanden geen duit Pagt betaald hadden, tot antwoord heeft gege„ „ven, dat hij ordre gegeven had aan zijn volk, dat alles wat uit en ingevoerd wierd, dog onverkogt bleef, geen pagt van behoefde te betaalen. Overigens heb jk de Eeren met de meeste Eerbied en hoog Maros in het fortres Valkenburg den 22„e September A„o 1789. hoog-agting mij te noemen Wel Edele Gestrenge Agtbaren Heer. P: S: Zo even na het: sluiten dezes werd mij berigt als dat er eenige pees vaandels tot 15 pees met een groot aan „tal gewapende Jnlanders van hier vertrokken, de Een „zegt naar het Goahse tot versterking en de andere zegt tot versterking van Bontoalacq, en Mamajang en de b'oosten van het kasteel leggende Negorijen, onder het gezag van Aroeng Radja en trou Boeloe Boeloe. uw wel Edele Gestrenge Agtbaren onne „danige Dienaar /:was getekent) C„n BurgGraaff J Siang. Siang. Makassar Eerzame Den zergeant Trouerbagh. Tot uE narigt diend dat uE bij een onderhoopte aan= „val of attacque /:waar inne UE zig zo veel mogelijk 6 van zijn pligt moet quijten:/ en in Cas van overmagt ten eersten zijne retraite net vaarthuigen die uE daar toe expres moet klaar houden, na herwaarts moet nemen en de twe Een ponder stukken voor af ter deeg vernageld, dan wel na Labakkang als uE dit het veiligste na tijds omnstandigheid mogte komen te oor= „deelen. Jk ben in het kasteel Rotterdam den 24=e Septbr 1789. uE vriend: /:was getekent:/ P„s Reijke Samarang Aan den welEdelen Gestrengen Agtbaren Heer. Jan Greeve Raad Extra ordinair van Nederlandsch Jndien mitsgaders. Gouverneur en Directeur aldaar Wel Edele Gestrengen: Agtbaren Heer Door uwel Edele Gestrenge Agtbare mijn alzints verpligte gunstige medewerking zijn op den 14„e en 15:e dezer van sou„ „rabaija na een zeer spoedige reize van weinig dagen hier aangekomen het scheepje Gouda en het Boekerschip De Surcheanse met het voor dit Gouvernement ge„ „projecteerde renfort van Europeesche en Iavasche krij„ „gers item de daar bij gevoegde ƒ15000 aan Paijement, 10'000 lb Buskruidt, 200 Coijangs Rijst en eenige ander goederen. Bij welke gelegendheid jk dan ook de Eeren gehad heb: te ontfangen uw wel Edele Gestrenge Agtbare vriendelijke van den 16„e Julij passato ter bedeling van de overkomst van dit secours ingerigt en welk secours jk dan ook verhopen wil dat Bonijs onredelijken ko „ning Samarang „ning tot andere gedagten zal brengen dan waar mede hij tot nog toe tot groot nadeel van d Ed komp=e heeft zwanger gegaan, schoon jk er nog zeer sterk aan twijf= „fel en uit het dagelijks toenemend slegt gedrag van hem en de zijne eerder het tegendeel moet denken„ Na alle gedagten zal jk het scheepje Gouda eerstdaags na Sourabaija te rug zeuden, dewijl jk het Hoeker schip De Surcheanse inmiddens zal dienen aan te houden; Egter zal jk uwel Edele Gestrenge Agtbare hier van als dan nader het nodige bedelen; Gelijk jk hier van thans ook kennisse geef aan het Sourabaijs opperhoofd de Heer Barkeij. Het aangeschrevene wegens de in het schip De Sur= „cheanse tot ballast afgescheepte ammunitie voor Bata= „via zal in agt genomen worden Jk ben na vriendelijke groete met alle agting WelEdele Gestrenge Agtbaaren Heer in het kasteel Rotterdam den 25=e September A„o 1789. Makassar. P: Reijker uwer wel Edele Gestrenge Agtbare zeer gehoorzamen Dienaar en Vriend. /:was getekent:/ Sourabaija en are den Sourabaija Aan den wel Edelen Agtbaren Heer Anthonij Barkeij, opperhoofd aldaar. Wel Edele Agtbaren Heer. Met de aankomst alhier op den 14„e en 15=e dezer van het scheepje Gouda en het Hoeker schip De Surcheanse wil„ „ke beide een allervoorspoedigste reise, hebben gehad, heb jk zeer wel ontfangen uwel Edele Agtbare daar mede af„ „gezondene vriendelijke Brieven van den 15„e, 24„e en 25=e Augustus nevens het renfort van 200 stuks Europeesche Militairen en 500 zo Maduresen als Sumanapsche krijgers, jtem 200 Coijangs Rijst, drie kisten met Paij„ „ement en 10'000 lb Buskruit met eenige andere goe= „deren daar bij vermeld. van welk een en ander jk dan ook niet heb mogen afzijn uwel Edele Agtbare bij eerst voorkomende gelegendheid zo wel kennisse te geven als te verzekeren dat hier in agt zal genomen worden het aangeschrevene omtrent voorschreve Javasche krijgers. De bezorging van de 4 pies Metaale Stukjes, stukjes voor de koning van Boutong en de Legger witte fransche wijn die de kaptain van de Surcheanse hier verantwoorden moet. Denkelijk zal jk het scheepje Gouda eerst daags na Sourabaija te rug zenden dewijl jk het Hoeker schip De surcheanse inmiddens zal dienen aan te houden, Egter zal jk uwel Edele Agtbare hier van als dan nader het nodige bedeelen Jk ben na aflegging mijner hertelijke groete met Tzeer veel agting. WelEdele Agtbaaren Heer Makassar in het kasteel Rotterdam den 25:e September A„o 1789 uwer wel Edele Agtbare Ootmoe„ „digen Dienaar. /:was getekent:) B„r Reijke Eerbiedig. re he

NL-HaNA_1.04.02_3864_1362 view scan ↗

English

Respectful Report. To The Right Honorable Sir Barend Reijke Councillor of Netherlands India and Governor and Director of this Coast of Celebes. Right Honorable Sir. In the year 1788, on the 8th of September: We departed from Makassar and arrived on the 25th of November at Boutong. I immediately sent an interpreter to the king to announce my arrival. The interpreter, having returned, delivered a message to me in the name of the prince, stating that the letter that had been sent to him would be fetched the following day. On the 26th of the same month: The letter was retrieved from the prahu and we appeared before the king in council. After compliments were paid, I presented the recognition money to the prince. Thereupon I requested to be brought, as swiftly as possible, to all the islands belonging under his domain and realm, and in particular to Honauw and Callousoesoe. The prince replied to this that in those two places it was not yet safe, and that Captain Pancesatende was still at Calensoesoe. Thereupon I took my leave and went to my quarters. 1788, the 27th of December: Arrived here from Batavia on a sloop the Chinese named Tansitiong, an inhabitant of Ternaten. In the year 1789, on the 4th of January: The said Chinese departed again. The 10th of the same month: Two interpreters came and brought me word in the name of the king that we would depart for the islands on the 15th of this month. The 15th of the same month: We were summoned by four interpreters before the king in council to take our leave in order to depart for the islands. Having arrived there, I once more requested the king to have me brought to Honauw and Callensoesoe as well. To which the prince replied that for this time it could not be. I then took my leave and betook myself to the prahu. The 16th of the same month: We departed from Boutong and arrived the 19th of the same month at Mandatie. I sent the interpreter to the Radja to make my arrival known and to request permission to make a forest excursion. The 22nd of the same month: We made a forest excursion across the land of Mandatie and arrived in the evening at the negorij Wantje, where we passed the night. The next day we continued our journey through the forest across Lamoerauw and in the evening, after we had discovered nothing, we came home, and I rewarded the forest guides with 2 rixdollars and 24 stuivers. In the year 1789, the 1st of February: We made a forest excursion across the island of Eapotta, and when we observed nothing of nutmegs or cloves there, we went home and I rewarded the forest guides with 2 rixdollars and 12 stuivers. I sent the interpreter to the Radja to request a prahu in order to take my departure for Paijdoepa. The 10th of the same month: The Radja let me know that we could not depart before the heavy storm winds blowing at that time subsided somewhat. The 25th of the same month: We departed from Mandatie and arrived the 26th of the same month at Paijdoepa. I sent the interpreter to the Radja to make my arrival known and to request permission to make a forest excursion. The 1st of March: We made a forest excursion across Kanoeboe, Walepa, Polio, and spent the night at Wande Wande. The next day we continued our journey across Swaro and Pokkoorokko. When we could discover nothing of any spices here, we returned home again, and I rewarded the forest guides with 2 rixdollars and 9 stuivers. I sent the interpreter to the Radja to request a prahu in order to take my departure for Tonganno. The 14th of the same month: We departed from Paijdoepa, and the 15th of the same month: We arrived at Tonganno. I sent the interpreter to the Radja to make my arrival known and to request permission to make a forest excursion. In the year 1789, the 20th of March: We made a forest excursion across Troau Pagolle and remained overnight at Tremo. The following day we marched through the forest across Kajangen, but we could discover nothing of any spice trees, and coming home in the evening, I rewarded the forest guides with 1 rixdollar and 24 stuivers. The 24th of the same month: We made a forest excursion across the islands Centea and Tallandona. Having likewise encountered nothing there, we went home in the evening, and I rewarded the forest guides with 1 rixdollar and 12 stuivers. I sent the interpreter to the Radja to request a prahu in order to take my departure for Binonko. The 28th of the same month: We departed from Tonganno and arrived in the evening at Binonko. I sent the interpreter to the mantri of the negorij to make my arrival known and to request permission to make a forest excursion. The 1st of April: We made a forest excursion across Taijpaboea, Ohieo, and passed the night at the negorij Wale. The following day we marched across Batoewa and took our night's rest at Walonde. The 3rd of the same month: We marched through the forest across Wakieo Kied. Since we could discover nothing, we betook ourselves toward home by the evening, and I rewarded the forest guides with 2 rixdollars and 24 stuivers. I sent the interpreter to the mantri of the negorij to request a prahu in order to take my departure for Tonganno. The 5th of the same month: We departed from Binonko and arrived in the evening at Tonganno.

Dutch transcription

Eerbiedig Rapport. Aan Den welEdelen Gestrengen Heer Barend Reijke Raad van Nederlandsch Jndia en Gouverneur en Directeur dezer kuste Celebes. Wel Edel Gestrengen Heer. A„o 1788. den 8:e Aptbr: Vertrokken wij van Makassar en quamen den 25„e Novbr: op Boutong, jk zond ten eersten een Tolk naar den koning om mijn arrivement bekent te maaken. Den Tolk retour komende bootschapte mijn uit Naam van den vorst, dat de brief welke aan hem gezonden was, daags daar aan afgehaald zou worden. den 26„e _„o Is de brief van de prauw gehaald en wij bij den koning in vergadering verschenen, naar gedane Compliment, pie„ „senteerde ik den vorst de Recognitie penningen aan, hier op verzogt ik mijn zo schielijk als het zijn konde, naar alle Eilanden onder zijn Gebied en Rijk behorende te willen laten brengen en inzonderheid naar Honauw en Callousoesoe. Den vorst antwoorde hier op dat het op die twe plaat Den 9. „sen nog niet zuijver wat en dat den Capitain Pance satende nog op Calensoesoe was: hier op nam ik mijn afscheit en ging naar mijn woonplaats 1788 den 27:e December, Is alhier van Batavia met een Chialoup g'arriveert den Chinees genaamt Tansitiong een ingezeten op Ternaten. A„o 1789. den 4„e Januarij js gemelde Chinees weder vertrokken. „ 10:e _„o Quamen twe Tolken en bootschapten mijn, uit Naam van den koning dat wij den 15„e dezer naar de Eilanden ver= „trekken zouden. „ 15„e _„o wierden wij door vier Tolken tot den koning in vergade„ „ring geroepen afscheid te nemen om naar de Eilanden te vertrekken. Daar komende verzogt ik den koning nogmaals mijn ook naar Honauw en Callensoesoe te laten brengen. waar op den vorst antwoorde, dat het voor ditmaal niet wezen kon- jk nam dan mijn afscheid en ver= „voegde mijn naar de prauw d: 16=e _„o vertrokken wij van Boutong en kwamen. „ 19:e _„o op Mandatie, jk stuurde den Tolk naar het Raadjen, mijn komst bekend te maken en te verzoeken om een bos= „dogt te mogen doen. „ 22:e _„o Derden wij een boschtogt over het Land Mandatie en kwamen 'savonds op de Negorij wantje, daar wij over= „nagten. Den anderen dag vervolgden wij onse togt door het bosch ever„ Lamoerauw en 's avonds naar wij niets opgedaan hadden kwamen wij thuns en ik vereerde aan de Boschloopers Rd=s 2: en 24. A„s den Coning pier„ auw plaat d A„o 1709. den 1:e Februarij Deeden wij een boschtogt over het Eiland Eapotta A en als wij daar van Nooten of Nagulen niets verna= „men gingen wij naar huis en ik vereerde aan de bosch „lopers Rd„s 2 en 12 A. Ik zoud den tolk naar het Raadjen een prauw te verzoeken om mijn vertrek naar Paijdoepa te mogen nemen. „ _„o „ 10:e _„o Liet mijn het Raadjen weten dat wij niet konden ver„ „trekken voor dat de zware stormwinden welke te dier tijd waeijden, wat bedaarden. „ _o „ 25 e _„o„ Vertrokken wij van Mandate en kwamen „ _o. „ 26„en _„o, op Paijdoepa, ik zond den Tolk naar het Raadjen mijn komst bekend te maaken en te verzoeken, om een boschtogt te mogen doen. _„o „ 1 Maart Deden wij een boschtogt over kanoeboe, walepa, Polio en op wande wande overnogteden wij, den anderen dag vervolgden wij onzen teijt over Swaro en Pokkoo rokko„ als wij hier niets van enige specerij vernemen konden, keerden wij weder naar Huis en ik vereerde aan de Boschlopers ld. 2. en 9 st„s Ik zoud den Tolk naar het Raadjen een prauw te verzoeken; om mijn vertrek naar Iongamio te mo= „gen nemen _„o den 14„e _„o Vertrokken wij van Paijdoepa en 15:e _o Quamen wij op Tonganno ip zond: den Tolk naar het Raadje mijn komst bekend te maken en te ver= „zoeken om een boschtogt te mogen doen. den 20=e „ „ „ _„o „ 240: A„o 1789 den 20„e Maart: Deden wij een boschtogt over Troau Pagolle en zijn op Tremo overnagt gebleven, den volgenden dag trokken wij door het bosch: over kajangen maar wij konden 1 niets van eenige specerij boomen vernemen, en 'savonds te huis komende, vereerde ik aan de boschloopers Ed: 1 en 24: A„o _„o Deden wij een boschtogt over de bilandin Centea en Tallandona daar insgelijks niets ontmoet hebbende, gingen wij 'savonds naar Huis en ik. vereerde aan de boschgangers: ld: 1: 12 st„s ƒ Ik: zond den Tolk naar het Raadjen een prauw te verzoeken om mijn vertrek naar Binonko te mo= „gen nemen. _„o „ 28„e _„o vertrken wij van Tonganno, en kwamen 'Savonds op Binonko. Jk stuurden den Tolk naar den Man= „tri van de Negorij, mijn komst bekend te maken, en te verzoeken om een boschtogt te mogen doen. „ _„o „ 1:e April Deesen wij een boschtogt over Taijpaboea, ohieo, en op de Negorij wale vernagten wij den volgenden dag trokken wij over Batoewa en namen op walonde onze Nagt rust „ _„ „ 3„e _„o Trokken wij door het bosch over wakieo kied wijl wij nu niets op konden doen, vervoegden wij ons met den avond naar Huijs en ik vereerde aan de Boschgangers rd„s 2: 24 — Jk zoud den Tolk naar den Mantri van de Nego„ „rij, een prauw te verzoeken, om mijn vertrek naar Ton „gaino te neemen. „ 5:e _„o Vertrokken wij van Binonko en Quamen 'savonds op Ton ƒ „ganno, a 9 1 1 1 logt sch n zoeken ko den, de te mo„ „ ver .

NL-HaNA_1.04.02_3864_1366 view scan ↗

English

10th ditto. I sent the interpreter to the Radja to make known my arrival and to request permission to make an excursion into the woods. 1789: the 10th of April. We made an excursion into the woods across Wacha, Odo, Lamelankao, and being able to find nothing, we returned home in the evening via Koeloe, and I presented to the woodsmen rd 1¾. I sent the interpreter to the Radja to request a proa so that I might take my departure for Caijdoepa. The interpreter brought me the answer that we could not depart before the proa that was to bring us to Makassaar was ready; we would depart with it. 29th ditto. A trepang fisher reported to me that on the 24th, near Binonko, he had seen from afar a vessel with Europeans sailing, setting course to the west, but he did not know how many or of what nation they were. May: we departed from Tongaino and arrived ditto on Paijdoepa. I sent the interpreter to the Radja to make known my arrival and to request permission to make an excursion into the woods. ditto. We made an excursion into the woods across Tamrakka, Angel, and at Palea we took our night's rest. The next day we continued our journey through the woods via Karekke. We had perceived nothing of spices, and upon returning home I presented to the woodsmen rd:s 2: 24:— and the interpreter who was with me asked me for provisions, and I presented to him rd 2: 24 — 1789 the 12th of May. I sent the interpreter to the Radja and requested to have the crew of the proa changed, and to be permitted to take my departure for Mandatie. 19th ditto. We departed from Paijdoepa and arrived 20th ditto on Mandatie. I sent the interpreter to the Radja to make known my arrival and to request permission to make an excursion into the woods. 24th ditto. We made an excursion into the woods across the district of Lea, and at the settlement of Lea we took our night's rest. The next day we continued our journey through the woods. Finding nothing here either, we returned home in the evening via Lamahe, and I presented to the woodsmen Rd:s 2. 24 — I sent the interpreter to the Radja and requested to have the crew of the proa changed, and to be permitted to take my departure for Boutong. 28th of May. We departed from Mandatie and arrived 31st ditto on Boutong. I sent the interpreter to the king to make known my return, and requested to have myself brought as soon as possible to the small strait. The interpreter returned and delivered a message to me in the name of the prince that we would depart with the upcoming new moon. I also learned the following: firstly, that six days after our departure from here, the Boutong envoy returned here again from Batavia. Secondly, in the month of April, a Company ship was here, coming from Batavia, to go to Ternaten. After this, two Company barks: The first coming from Amboina, going to Banjarmassing. The second came from Samarang and went to Ternaten. 1789. the 28th of June. We departed from Boutong for the small strait and arrived on the 29th ditto at Pampinaho. We immediately made an excursion into the woods across Campinaho, and at Paonda ouda we stayed the night. The next day we continued our journey and, having found nothing, returned in the evening to the proa. 1st of July. We departed from Pampinaho and arrived in the evening at Boengi. 2nd ditto. We made an excursion into the woods through the thickets of Boengi, and likewise having found nothing, returned in the evening to the proa. 3rd ditto. We departed from Boengi and arrived in the evening at Kaijsaboe. 4th ditto. We made an excursion into the woods across Kaijsaboe. Perceiving nothing of spices there either, we returned in the evening to the proa. 5th ditto. We departed from Kaijsaboe and arrived in the evening at Kadatoea. 1789. the 6th of July. We made an excursion into the woods across Kaddatoea. Perceiving nothing there, we went to the proa in the evening. We departed, and 7th ditto we arrived at Siompo. We also immediately made an excursion into the woods across Siompo, and remained overnight at Giginapada. The next day we continued our journey, and after we could perceive nothing here either, we returned in the evening to the proa. 9th ditto. We departed from Siompo, and arrived 10th ditto on Boutong. Since the king, along with some of his grandees, was out fishing for pleasure, I sent the interpreter to the Shahbandar to make known my return. I presented to the crew of the proa rd: 2: 24:— and to the interpreter rd 1: 12:— I found lying at anchor here the Company ship Het Loo, coming from Amboina, to steer for the Eastern Salient of Java and from there to Batavia. Serving as captain on this ship was Mr. Pieter Hartman. 1789 the 12th of July. Said ship departed again. 18th ditto. The king with his retinue returned again to Boutong. 19th ditto. I sent an interpreter to the king and requested to be permitted to come before him in the assembly. 23rd ditto. We were brought into the assembly by four interpreters. Arriving there, I requested the prince to please send me to Makassar in the month of September, in accordance with my Instructions. The king gave as an answer that preparations were already being made to depart at that time. Upon this, I took my leave and went to my lodging. 1789 the 3rd of September. I sent an interpreter to the king and requested once more to let us depart for Makassar. The prince let me know that he had to wait for the Sapati, who was out pursuing the Papuan pirates because so many people were being taken away from the small surrounding places. ditto. The Sapati returned to Boutong. ditto. The king let me know through two interpreters that we would depart for Makassar on the 21st. 20th ditto. We were in the assembly with the king; after we had taken our leave to depart for Makassar, we went to our lodging. 21st ditto. The letter was brought to the proa, and we departed from Boutong. 26th ditto. We arrived at Makassar. signed: Everhardt Circkelir Translation

Dutch transcription

10„e „ganno. jk stuurden den Tolk, naar het Raadjen mijn komst bekend te maaken en te verzoeken om een boschtogt te mogen doen. 1789: den 10„e April Deeden wij een bosektogt over wacha;, odo, Lamelankao„ en niets konnende op doen kwamen wij 'savonds over koeloe weder te huis, en ik vereerde aan de boschgangers rd 1¾ Ik stuurden den Tolk naar het Raadjen, een prauw te verzoeken om mijn vertrek naar Caijdoepa te mogen nemen. Den tolk bragt mijn tot antwoord, dat wij niet konden vertrekken, voor dat de prauw welke ons naar Makassaar„ moest brengen klaar was, daar zoude wij mede vertrekken, 29:e _„o Berigte mijn een triepangvaarder dat hij den 24:e omtrent Binonko. , van verre een schuijt met Europeeschen had zien zeilen, zettende Courss naar het westen, maar hij eerst niet hoe veel of wat natie het waren. Maij: vertrokken wij van Tongaino en kwamen _„o Op Paijdoepa, ik zond den tolk naar het Raadjen mijn komst bekend te maken en te verzoeken om een boschtogt te mogen doen. _„o Deden wij een boschtogt over Tamrakka, Angel, en op Palea namen wij onze Nagtrust, den anderen dag vervolgden wij onzen togt door het Bosch over karekke, wij hadden niets van specerij vernomen, en te huijsko „mende vereerde ik aan de boschlopers. . . rd„s 2: 9:— en 13. Den bij mijn zijnde Tolk, vroeg mijn om levensmiddelen rd „ 2. 24 — en ik vereerde hem 1789 den 12:e Maij Stuurde jk den tolk naar het Raadjen en liet verzoeken om het valk van de prauw te laten verwisselen, en mijn vertrek naar Mandatie te mogen nemen. „ 19„e _„o vertrokken wij van Paijdoepa in kwamen „ 20„en _„o op Mandatie, ik zond den tolk naar het Raadjen mijn komst bekend te maken en te verzoeken om een bosch= togt te mogen doen. „ „ 24„e _„o Deden wij een boschtogt over het band van Lea, en op de Negorij Lea namen wij onze ragt Rust, den anderen dag vervolgden wij onzen togt door het bosch, hier ook niets vindende kwamen wij over Lamahe 's avonds te huijs en ik vereerde aan de boschlopers Rd„s 2. 24 — jk zond den Tolk naar het Raadjen en liet verzoeken om het volk van de prauw te laten verwisselen, en om mijn vertrek naar Boutong te mogen nemen 28„e Maij Vertrokken wij van Mandatie en kwamen. Op Boutong, ik stuurde den tolk naar den koning, mijn retour bekend te maken, en liet verzoeken mijn ten spoedigsten naar de klijne straat te laten brengen. Den tolp kwam weder en bootschapte mijn uit Naam van den vorst, dat wij met het aanstaande Nieuwe ligt vertrekken zoude. Ook vernam ik dit volgende, eerstelijk, dat zes dagen naar om vertrek van hier den Boutongsen Gezant van i s „ 31„e _„o„ een , van Batavia weder retour is gekomen. Tweedens in de maand April 'is hier een Compagnies schip geweest, komende van Batavia, om naar Ter= „naten te gaan. Naar dezen twe Comp„s Barken De Eerste komende van Amboina, gaande naar Danjer„ „maassing De twede kwam van Samarang en ging naar Ternaten 1789. den 28„e Junij Vertrokken wij van Boutong naar de kleine straat en 29„e _„o op Pampinaho, wij deden ten eersten een boschtogt over Campinaho en op Paonda ouda overnagteden wij, den anderen dag vervolgden wij onzen togt en kwamen zon „der iets gevonden te hebben 's avonds op de prauw 1: e Julij vertrokken wij van Pampinaho en kwamen, 'savonds op Boengi„ „ 2„e _„o Deden wij een boschtogt door de boschkagien van Boengi, en insgelijks niets gevonden hebbende, kwamen 'savonds op de prauw 3:e _„o Vertrokken wij van Boengi en kwamen 'savonds op kaijsaboe. 4„e _„o Ieden wij een boschtogt over kaijsaboe, daar ook niets van specerijen vernemende, kwamen wij 's avonds op de Prauw. 5:e _„o vertrokken wij van Kaijsaboe en kwamen 's avonds op kadatoea. den kwamen 15. 1789. den 6„e Julij Deden wij een boschtogt over kaddatoea aldaar niets ver„ „nemende, gingen 's avonds op de prauw- wij vertrokken, en „ 7„e _„o kwamen wij op Siompo, deeden ook aanstonds een bosch= „togt over Siompo en op Giginapada bleven wij overnagten den anderen dag vervolgden wij onzen togt en kwamen naar dat wij hier ook niets vernemen konden 's avonds op de prauw. „ „. 9:e _„o Vertrokken wij van Siompo, en kwamen. „ „ 10„e _„o Op Boutong, terwijl nu de koning met eenige van zijne Rijksgroten voor plaitier op de Visserij was. zo stuurden ik den Tolk naar den Sabandhaar om mijn retour bekend te maken: Jk vereerde aan het - - - rd: 2: 24:— volk van de prauw - . - - - - - „ 1: 12. — .. en aan den Tolk . jk vond hier ten anker liggen, het Comp„s schip Het 9d zoo komende van Amboina, om naar den Oosthoek van Iava te steenen en van daar naar Batavia als Capitain op dit schip was, de Heer Pieter Hartman. 1789 den 12„e Julij js gemelde schip weder vertrokken „ 18:e _„o Js de koning met zijn gevolg weder op Boutong gekomen. 1 „ „ 19„en _„o zoud jk een tolk naar den koning en liet verzoeken om bij hem in de vergadering te mogen komen „ 23„e _„o wierden wij door vier tolken in vergadering gehaald. Daar komende verzogt ik den vorst, mijn dog in de maand September volgens mijn Jnstructie naar Makas„ =sar te zenden Din - ds s 1 wonde „ niets op 2 Den koning gaaf ten antwoord, dat bereeds aanstal gemaakt wierd, om op die tijd te vertrekken. Hier op nam Jk mijn afscheid en ging naar mijn woonplaats. 1789 den 3„e Septbr: Stuurden k een Tolk, naar den koning, en liet nogmaals verzoeken om ons naar Makassar te laten vertrek= „ken. Den vorst liet mijn weten, dat hij op den Sa= =patie moest wagten, die uit was om den Papoesen zee- Bover naar te zetten wijl zo veel volk van de kleijne omleggende plaatsen wierd weggenomen _„o Quam den Sapati weder op Boutong _„o Liet mijn de koning door twe tolken weten, dat wij den 21„e naar Makassar vertrekken zouden. _„o zijn wij bij den koning in vergadering geweest, naar wij afscheid hadden genomen, om naar Makassar te ver„ „trekken gingen wij naar onze woonplaats. 21:e _„o Js de brief op de prauw gebragt, en wij zijn van Bou= tong vertrokken. 26 _o quamen wij op Makassar /:was getekent:/ Everhardt Circkelir Translaat 20„e

NL-HaNA_1.04.02_3864_1371 view scan ↗

English

Malay Translation Document written by the king and grandees of the realm of Bouthong, to the Honorable, Worshipful, and Strict Lord Barend Keijke, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Coast of Celebes at Makassar, together with the Council. Compliments and blessings according to custom. We expressly inform Your Honorable, Worshipful, and Strict Lordship and the Council herewith that we have received Your Honorable, Worshipful, and Strict Lordship's letter, together with the customary recognition money according to the annual practice amounting to the sum of 150 Rds., from our envoy Mantri Rakeij and the Company's Commissioner under the customary ceremonies and honors. We understood therefrom that it has pleased Your Honorable, Worshipful, and Strict Lordship to order us to send quickly to Batavia to Their High Mightinesses, in order to request their approval of our affairs. However, we state to Your Honorable, Worshipful, and Strict Lordship in return the commands of Their High Mightinesses in Their letter to us, namely that we shall have to repair to Makassar to renew the contract there according to old custom. We declare that we are very glad and delighted to have been ordered to do so by Their High Mightinesses, the more so because we also recall the words of the former Governor-General van der Parra, who at that time said to an envoy of ours, named Radja Loeliboe, namely: if the envoy wished to hear what he now hears, and wished to see what he now sees according to the tenor of his letter, it could not yet happen at this present time, since His Honor's eyes and ears were now closed regarding the history of the settlement of Balientjoesoe, for the reason that the Honorable Company wished to know or hear nothing at all of the aforementioned settlement of Kalientjoesoe, and whether it was friend or foe, but only that one must first settle that history and place it on its proper and sound footing, and having accomplished that, only then must one send either to Makassar or to Batavia to renew and swear to the contracts, according to the ancient custom between the land of Boutong and the Honorable Company. Wherefore we now say that we are in perplexity, and not knowing what we shall do, since this year we are not able or are powerless to do so, because we are still waiting for the peoples of Balientjoesoe, and at present only half of them have come under the obedience of the land of Boutong. But as soon as the aforementioned peoples of Kalientjoesoe, on whom alone we are still waiting, shall collectively be subject to the laws and the land of Boutong, the king and his grandees of the realm will not fail to send hither, for the renewal of the contract between the land of Boutong and the Honorable Company. Regarding the annual questioning of us by the Honorable Company concerning the cannons present here, we say that the retention of the same does not occur in order to use them against the Honorable Company or for our own defense, but if necessary to use them against all enemies of the Honorable Company, since the settlement of Boutong is situated at such a distance that all vessels that come there, be they friend or foe, must absolutely pass before it, and that the path or strait is also there. But if the Honorable Company considers that we on the land of Boutong no longer need have any fear or apprehension concerning all those nations for whom we fear that they might later come to do us harm, and that we are cleared of all the Company's enemies whom we feared might still visit us in time, we are very willing to surrender them. Furthermore, the Sultan of Boutong and all grandees of the realm request Your Honorable, Worshipful, and Strict Lordship that our abducted people, who have been carried off from here from the land by Poea Liedja, properly named Laboenie, and Poea Tanie, properly Ladankie, both residing at Loekoe Bodo, may favorably be returned to us. We also request Your Honorable, Worshipful, and Strict Lordship that instead of the soldier named Bon, another may be sent hither in his place, as he has violated the custom of the land of Boutong. Upon the arrival of the Company's commissioners here, after a short delay, we assisted them according to custom with vessels and the necessary men, as well as providing one of our interpreters to perform his work with all good success, to the surrounding islands for the eradication of spice trees according to old customs. And after he had performed this properly, he returned, after which, by our approval, we had him depart Makassar-wards to Your Honorable, Worshipful, and Strict Lordship, accompanied by our Mantri Rakeij, two Pangalassangs, an interpreter, and the necessary men, with two vessels. Written in the land of Boutong on the 30th day of the month Haddjie, on Monday of the year 1203. Below was written: For the translation, signed: H.k Dewers. Monday.

Dutch transcription

Translaat Maleijdsch Geschrift geschreven door den koning en Rijksgroten van Bouthong, Aan Den wel Edelen Agtbaren Gestrengen Heer Barend Keijke Raad Extra ordinair van Nederlandsch Indien; mitsgaders Gouverneur en Direc„ teur ter kuste Celebes op Makassar benevens Den Raad. Compliment en zegenwenschingen naar Gewoonte Wij maken uwel Edele Agtbare Gestrenge en Raad bij dezen Extpresselijk bekend, dat wij uwelEdele Agtbeere Gestrenge Brief nevens de gewoonlijke recognitie penningen navol= „gens Jaarlijks gebruik ten bedragen van Rd„s 150. van onzen afgezand Mantri Rakeij en den kompagnies Commissiant onder de gewoonlijke Ceremonien en Eerbewij„ „zing hebben ontfangen, en daar uit verstaan dat wu „wel Edele Agtbare Gestrenge behaagt hadde ons te gelasten om spoedig naar Batavia aan Hunne Hoog Edelhedens te zenden, ten einde aldaar approbatie van onze zaaken te verzoeken. Dog wij verklaren uwel Edele Agtbare Gestrenge daar en tegen de gezagdens van Hunne Hoog Edelhe„ =dens dens in Hoogst Derzelver Brief aan ons namentlijk dat wij ons na Makassar zullen hebben te vervoegen om aldaar het Contract navolgens oude gewoonte te vermieu„ „wen en betuige daar over zeer verheugd en verblijd te zijn zulks van Hunne Hoog Edelhedens bevolen te zijn geworden, te meer wij daar bij ook indagtig zijn de woor„ „den van den voormaligen Gouverneur Generaal van der parra die ter dier tijd gezegd heeft aan eenen onzen afgezant met name Radja Loeliboe te weeten, als hij afgezond wild hooren wat hij nu hoort, en zien wild wat hij nu ziet, na luid van zijn brief, zo kan het als nu nog in dezen tijd niet geschieden, dewijl zijn Edelheids oogen en Ooren nu gesloten waren, om= „tient de Historiaal van de Negorij Balientjoesoe, om redenen d' Ed: komp„e van die Negorij Kalientjoesoe voorm: in het geheel niet weten of hooren willen, en of dezelve vriend of vijand is, dan eenlijk dat men die Historiaal eerst moesten afmaken, en op zijn regte en zuivers voet brengen en na zulks verrigt hebbende als dan eerst na Makassar dan wel na Batavia te moeten zenden, om de Contracten te vernieuwen en te bezwieren, navolgens het oud gebruik tusschen het Land van Boutong en d' Edele komp=e waaromme wij thans nu zeggen in verlegendheid te zijn, en niet wetende wat wij zullen doen, wijl wij van dit Jaar niet kunnen of onvermogens zijn zulks te 19. te doen door dien wij nog na de volkeren van Balien „tjoesoe wagtede en thans nog maar eerst den helfte daar van gekomen zijn onder de gehoorzaamheid van het Land van Boutong, dog zo haast de volkeren van kalientjoesoe meermeld /:waar op maar eenlijk het wagten nog was:/ gezamentlijk de wetten en het land van Boutong zullen onderdanig wezen, zo zullen de koning en zijn Rijksgroten niet in gebreke blijven om als dan herwaarts te zenden, ter vernieuwing van het Contract tusschen het Land van Boutong en de Ed: komp„e Omtrent de Jaarlijkse opdissching door d' Ed komp„e van ons, van de hier zijnde kanons, zeggen wij dat de aan „houding derzelve niet geschieden om daar mede tegen de Edele komp„e of tot ons defentie, maar des noods dezelve tegens alle vijanden van d Ed komp=e gebruik te maken, vermits de Negorij Boutong in zo een distantie leid dat alle vaarthuigen die daar komen, hij zij vriend of vijand absolut daar voorbij passeeren moeten en dat daar ook de weg of straat is maar zo bij aldien d' Ed komp=e vermeurt dat wij op het Land van Boutong geen vrees of zwarig= „heid meer behoefden te maken voor al die Natie waar voor wij vreesen dat zij ons naderhand mogten komen kwaad doen, en dat wij van alle komp:s vijanden waar voor wij bedugt waren dat zij nog in der tijd ons mogten komen bezoeken gezuwvert zijn, zo willen dezelve zeer gaarne afgeven. voorts k Voorts verzoeke Js Poeltang van Boutong, en alle Rijksgroten, aan uwel Edele Agtbare Gestrenge om onse ag geroofde volkeren die hier van het Land zijn vervoert ge „worden, door Poea Liedja ten regten genaamt Laboenie en Poea Tanie ten regten Ladankie beide woonagtig te „loekoe Bodo gunstiglijk wederom te rug te mogen hebben Ook verzoeken wij mede aan uwel Edele Agtbare Gestrenge dat instede van den zoldaat genaamt Bon, een ander in dies plaats herwaarts mogten gezonden worden, alzo hij de gewoond van het Land van Boutong overtreden heeft De 'sComp„s gekommitteerdens hebben wij bij aankomst alhier na een weinig toevens volgens gebruik g'adsisteert met vaarthuigen en de nodige Manschappen, als mede een onzer Tolken om zijn werk met alle goed succes te kunnen verrigten, na de omherleggende Eilanden ter uitroeijing van specerij boomtjes navolgens oude usanties mede gegeven, en na dat denzelven zulks na behoren verrigt hebbe is we„ „derom te rug gekeert, vervolgens door ons goedvinding hem verzeld van onzen Mantri Rakeij twe Pangalassangs bin Tolk en de nodige Manschappen, met twe vaarthuigen Makassar waards tot uwwel Edele Agtbare Gestrenge doen vertrekken. Geschreven op het Land van Boutong den 30„e dag van de maand Haddjie op Maandag van 't Jaar 1203 /:onder„ „stont:/ voor de Translatie /:was getekent:/ H„k Dewers. Maandag

NL-HaNA_1.04.02_3864_1375 view scan ↗

English

21 Monday the 5th of October Anno 1789. By Inquiry: Having been circulated by the Governor among the Members for reading, a letter received this morning from Saleijer and one from the Resident of Boelecomba with some enclosures, whereby notification is given by the former of the arrival on the east side of the land of Saleijer of some, or rather three, pirate vessels, and that they had already 22 engaged in action with them there, and had repulsed that rabble, as far as can be gathered from the Resident's letter, and furthermore that the said Resident has done everything possible to offer all resistance to them in the event of a further landing that three others intended to undertake on the west side; That the Resident of Boelecomba has written on the same subject and transmitted an account, in which mention is made of as many as six hundred vessels and their intended undertakings, which surely, as is frequently the case, must be greatly exaggerated by rumors, and that more reliance can be placed on that of the Resident of Saleijer. However, since the subjects at Boelecomba and Bonthain are strong and powerful enough to resist a landing, if such should take place in due time, provided they are on their guard and remain vigilant, as has been shown clearly enough on the islands situated around here, which are provided with considerably fewer people. Thus, upon the proposition simultaneously made by the Honorable and Severe Gentleman, it has been approved and agreed, since the Resident has already requested assistance, nevertheless to have the post on Saleijer protected by a good pantjallang, reinforced with some soldiers under a good non-commissioned officer, and to send it thither at once, or as soon as possible, although it is still virtually an upwind voyage, as no more pantjallangs can well be spared from here and one cannot further expose oneself, or else one would have to detain both ships for the protection of the castle, which would also be entirely unfavorable and not turn out to the benefit of the Honorable Company. Thus done and resolved at Makcassar in Castle Rotterdam on the date aforesaid. Was signed: B: Reijke, Wm Beth, J: M: Bakrman, J: L: de Vos, Jn Monsieur, Is Bosch, J: G: Budach and J: A: wisse. Makassar 23. Makassar To the Right Honorable and Severe Sir Barend Reijke Extraordinary Councillor of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of this Coast of Celebes. Right Honorable and Severe Sir. Having received on the 24th of the past month of September the unpleasant news that the Papuans and Maguindanaos are alleged to be lingering on and around the islands behind Saleijer and at the island of Cabaijna with six hundred vessels, that they had already seized old Kalauw, and furthermore that they intended to overrun Saleijer as well, all as evidenced by the account respectfully accompanying this, to which I humbly refer; I therefore immediately informed the Resident of Saleijer of this by a separate letter sent by express messenger over sea, a copy of which likewise accompanies this, and also directly put everything here into a good state of defense, furthermore sent some reinforcements to the upper district of Lemo Lemo and Tanah Beroe, with orders to build some bentings there as quickly as possible for defense against the sea robbers; furthermore furnished the Sergeant and Postholder as well as the Regent of Bonthain with orders as to what they had to observe in the event of an unexpected attack by that pirate rabble, as appears from the letter sent to them, a copy of which is likewise enclosed herewith, which orders I have given provisionally, and which I request Your Right Honorable and Severe Sir to be pleased to approve. I have hitherto awaited an answer to my aforementioned letter sent to the Resident of Saleijer, since the messenger had orders from me to return here directly from Saleijer, so that upon receiving the same I could supply Your Right Honorable and Severe Sir with certain news as to how matters stood with that news and also with the Honorable Company's possessions on Saleijer; but up to this day that messenger has not yet returned, which makes me fear that he might perhaps have fallen into the hands of sea robbers. Meanwhile, I have just at this moment been informed by the Resident of Saleijer via Bira that the sea robbers have already attacked and burned a negorij under Barang Barang, while at the same time sending this enclosed separate Company's missive for Your Right Honorable and Severe Sir, which I also directly and humbly offer to His Honor by good Boutonese letter-carriers. I further have the honor to call myself with true high esteem and respect, stood below, Right Honorable and Severe Sir, lower, Your Right Honorable and Severe Sir's very humble and dutiful servant, signed, G: van Diemar, in the margin, Boelecomba in the Company's fortress the 1st of October 1789. Account

Dutch transcription

21 Maandag den 5:e October A:o 1789. Bij Rondvragt: Door den Heer Gouverneur bij de Leden ter lecture rond gezonden zijnde, ben dezen morgen ontfangene Brief van Saleijers en Een van Boelecombas Resident met enige Bij lagen, waar bij door den Eersten kennisse word gegeven, van de aankomst op de oostkant van het Land van Saleijer van eenige, of wel drie Roofvaartzuijgen en dat zij reets 22 daar in actie niet hun geraakt waren en dat gespuis zo men niet anders uit 's Resident Brief kan opmaken afgeslagen hadden, mitsgaders dat gem: Resident alles wat geschieden kan gedaan heeft, om z' bij verdere landing dat drie andere aan de westkant wilde ondernemen, allen te= „genstand te bieden Dat den Boelecombas Resident over het zelfde onder„ „werp geschreven en een Relaas overgezonden heeft, waar bij gesproken word van wel ses Hondert vaarthuigen en hunne te doene ondernemingen, dat zekerlijk gelijk meer= „malen plaats heeft, door gerugten zeer vergroot zal wezen, en op die van Saleijers Resident meerder staat te maken is. Dan vermits de onderdanen op Boelecomba en Bon= „thain sterk en magtig genoeg zijn om zig tegen de Landing ƒ:zo st met igen doen ge 1 ande „ . /: zo die in der tijd mogt plaats hebben:/ te verzetten, indien d' op hunne hoede en maar waakzaam zijn, gelijk dit op de hier omstreeks leggende Eilanden, van vrij minder volk„ voorzien, klaar genoeg gebleeken is. zo is, op de tegelijk voorgestelde Propositie van zijn wel Edele gestrenge goedgevonden en verstaan, wijl de Resident rhijts om assistentie verzogt heeft, om de Post op Saleijer, evenwel met een goede Pantjallang te laten dakken, ver= „sterkt met enige Militairen, onder een goed onder of„ „ficier en die ten eersten, of zo dra mogelijk, schoon het nog genoegzaam een ophaal togt is, derwaarts te zenden, alzo men geen meerdere pantjallangs van hier wel missen en zig zelven meer ontsloten kan, of men zoude anders tot dekking van het kasteel beide de scheepen dienen aan te houden, dat ook gansch niet favorabel zoude wezen, of voordelig voor d' Ed komp=e uitkomen Aldus gedaan en Geresolveert tot Makcassar in het Kasteel Rotterdam dato voorsz /:was getekent:/ B: Reijke„ W„m Beth, J: M: Bakrman, J: L: de Vos, J„n Monsieur, I„s Bosch, J: G: Budach en J: A: wisse. Makassar 23. Makassaa Aan Den welEdelen Groot Agtbaren Gestrengen Heer Barend Reijke Raad Extra ordinair van Nederlandsch Jnsien mitsgaders Gouverneur en Directeur dezer kuste Colabes. Wel Edele Groot Agtbare Gestrengen Heer. Den 24=e der gepasseerde maand september, de onaangename tijding erlangd hebbende dat de Papoers en Mangundanauers zig op en omtrent de Eilanden agter Saleijer en op het Eij= „land Cabaijna met ses hondert vaarthuigen zouden op „houden, dat dezelve oud kalauws bereeds hadden wegge „nomen, voorts dat dezelve voornemens waren saleijer al„ „mede af te lopen alles uitwijzens het dezen in Eerbied ver„ „zellend Relaas, waar aan ik mij onderdanig refereren, zo heb ik terstond per Expresse zendeling over zee aan Sa= „leijers Resident bij aparte brief, hier van kennisse gegeven, waar van dies Copia almede dezen is verzellende, ook direct alhier alles in goeden staat van defensie gesteld, voorts in de bovenstreek van Lemo Leino en Tanah Beroe enige te versterking gezonden, met Last om aldaar ten spoedigsten enige wel. wezen, het. k enige Bentings te maken, ter verwering van den zee Boven wijders den zergeant en Posthouder mitsgaders den Regent van Bonthain met orders genumeerd, wat bij onverhoops overval van dat Boofgespuis te observeeren hadden, blijkens de aan denzelven toegeschikten brief waar van Copia dezen al= mede bijgevoegd is, welke orders jk provisioneel gegeven heb„ en die ik uwel Edelen Groot Agtbare gestrenge verzoeke te willen approbeeren. Jk heb tot dus verre antwoord verwagt op voorschreven mijn brief aan Saleijers Resident gezonden, dewijl den zendeling van mij last had om direct weder van Saleijer na herwaarts te keeren, wanneer ik bij erlanging van het zelver uwewelE dele groot Agtbare Gestrenge zekere tijding konde suppediteeren hoedanig het met die tijding ook met 'skomp„s possessien op Saleijer gesteld was, Dan tot heden is die zendeling nog niet gereverteert, dat mij doet vresen dat zomtijds in zee Ro= „vers handen is komen te geraken. Terwijl ik zo op het ogenblik van Saleijers Resident over Bira ben verwittigt geworden, dat den Zee. Bover bereeds een Negorij onder Barang Barang had aangedaan en verbrand, on„ „der toezending teffens van deze inleggende aparte 'skomp:s Missive voor uwel Ed Groot Agtb: gestrengen, die ik ook direct door goede Wontoneesen Brievedragers Hoog Dezelven onder„ „danig koom aan te bieden. Ik heb voorts d' Eer mij met ware Hoog agting en Respect te noemen /:onderstont :/ welEdele Groot Agtbare Gestrenge Heer /:lager uwerwelEd: Groot Agtb geste zeer onderdanige en trouwschuldige Dienaar /:getekent/ G: van Diemar /:in margine:/ Boelecomba in askomp s fortres den 1:e October 1789. Nelaas

NL-HaNA_1.04.02_3864_1379 view scan ↗

English

25. Report given at the requisition of the junior merchant and Resident of Boelecomba and Bouthain, Mr. Godlieb van Diemar, by the soldier Hendrik Muller. That when he, the reporter, was sent a few days ago by the Resident to the upper district to urge the chiefs to pay their annual tribute, upon arriving at Lamo Lemo, he heard from Daeng Fadoenie that the Papuans and Magindanaos were at Boneratte with three hundred vessels, having burned the island of Klaut Toea, as well as seized the islands situated around and near Makassar and abducted the people, and also captured a bark and a sloop along the coast of the Makassarese land. That they intended first to take Boneratte and then likewise to overrun Saleijer, and that to this end bentings had already been erected at the village of Tanette on Saleijer. That at the aforementioned village of Lemo Lemo a three-oared prahu had arrived from Boneratte in order to purchase a vessel there, whose crew he, the reporter, had asked whether it was indeed the truth that the Papuans and Magindanaos had taken and burned Klandt Toea, to which two of the prahu's crew had answered yes, and that they had murdered two men and kept one alive with them, all the inhabitants having fled into the mountains, and that those pirates were still lingering on the island of Klandt Toea; also that the people of Magindanao with as many as three hundred vessels were at Cabaeijna, who had agreed with the said Papuans and Magindanaos on Klandt Toea to sail together in one fleet to Boneratte, from there to Saleijer, and subsequently to head toward this region, and nothing more. Thus done and reported at Boelecomba, in the Company's fortress, on the 24th of September, Anno 1789. Was signed with a mark next to which was written: made by the reporter aforementioned. Lower: Which is witnessed, signed: S: Jasom, sworn scriba. In the margin: In my presence, was signed: C:s Theunisz. Makassar 27 Makassar To The Right Honorable and Stern Sir Barend Reijke, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies and Governor and Director of the Coast of Celebes. Right Honorable and Stern Sir. Upon the report received yesterday evening that on the east side of Barang Barang three heavily manned pirate vessels arrived and stepped ashore, subsequently this mob set fire to a certain small subordinate village called Wankoang, yet those of Barang Barang and Bonto Boroes offered all possible resistance, with the loss of two of the Regent of Barang Barang's brothers, alongside two severely wounded, I immediately sent the assistant interpreter Voll with more armed men there to assist that regency, whereupon, having received further report this morning that besides those three prahus, an equal number appeared on the west side of the said Barang Barang, I sent relief there and caused all subjects living in the mountains to come down to prevent those pirates from landing and to counter force with force. Just as I have admonished the Regents everywhere that each should keep strong guard for his own, as is being done here to protect the Company's fortress, I deem it my duty to immediately give Your Right Honorable and Stern Sir the requisite notice thereof, with a very humble request herein for Your Right Honorable and Stern Sir's most favorable assistance. I have likewise informed the Resident of Boelecomba of this hostile encounter. It is also learned here that Oud Klandt has been overrun or burned by the pirates, though what nation cannot be said with certainty. While I have the honor, with the utmost high esteem and veneration, to call myself most subserviently, stood below: Right Honorable and Stern Sir, lower: Your Right Honorable and Stern Sir's very humble servant, was signed: A:n Whijts. In the margin: Saleijer, in the Company's fortress Defensie, the 27th of September, Anno 1789. 29 Thursday the 8th of October, Anno 1789. In the evening at 5 o'clock, all present in the country residence of the Right Honorable and Stern Sir Governor. After the members had assembled, the Governor communicated that this meeting took place solely to inform the gentlemen of the precarious state of affairs here, that the Makassarese rebels, reinforced by a multitude of Boniers, had once again advanced with considerable force into the demolished Gowa, and had encamped near the Graves; that they were in skirmishes with our or the well-disposed Makassarese, and that several shots had already been fired on both sides. That His Honor, upon receiving this unexpected news, directly informed the sulewatang, or governor, of Boni, who assured the interpreter Bewers that all this was unknown to him and the first he had heard of it, that he had not the least power or authority over the princes who were with the Makassarese and could do nothing about it, and that it would therefore be best to inform the King of Boni. Wherefore the Governor then proposes to the members that, since our forces available at hand here are entirely not sufficient to act offensively and

Dutch transcription

25. Relaas gegeven ter Requisitie van den onder„ „koopman en Resident van Boelecom„ „ba en Bouthain de Heer Godlieb van Diemar door den zoldaat Hendrik Muller. Dat wanneer hij Relatant voor enige dagen door de Heer Resident na de bovenstreek was gezonden om de hoofden aan te spooren ter afbrenging van hunne jaarlijkse tribuit op Lamo Lemo komende, van Daeng Fadoenie gehoort heeft, dat de Papoers en Margindanauers op Boneratte met drie Hondert vaarthuigen waren, hebbende het Eiland klaut Toea verbrand, als mede de Eilanden om en bij Makassa„ gelegen weggenomen en de Menschen gerooft, ook onder 't Makassaarsch Land Een Bark en een Chialoup afgelopen. Dat dezelve van zints warin eerst Boneratte weg te ne= „men en als dan Saleijer mede af te lopen, dat ten dien einde te Saleijer op de Negorij: Tanette bereeds bentings gemaakt waren. Dat opgemelde Negorij Lemo Lemo van Boneratte een drie eenders prauw was aangekomen om aldaar een vaartzuig te koopen, aan dewelke hij Delatant gevraagd had, of het we„ „zentlijk de waarheid was, dat de Papoers en Manqinda= „nauers: klandt Toea hadden weggenomen en verbrand, waar op twee van het prauws volk hadden g'antwoord van Ja, en dat dezelve twe man vermoord en een levendig bij hun gehouden hadden, zijnde al de Jnwoonders naar het gebargte gevlugt en dat die Rovers: zig nog op het Eiland klandt Toea over n on„ onder: te /:lager schuldige a Toea waren op houdonden, ook dat het volk van Mangin„ „dano met wel drie Hondert vaartzuigen op de Cabaeijna zig bevonden, dewelke met gemelde Pappers en Mangin „danauers op klandt Toea zig bevindende hadden afgespro„ „ken om te samen in een vloot na Boneratte van daar na Saleijer en vervolgens na deze Landstreek te ste„ „venen, zonder meer Aldus gedaan en gerelateert tot Boele comba, in kom„ p:ls fortres den 24:e September A„o 1789 (:was getekent:) miet een kanisje waar bij geschreven stand gesteld bij den Relatent voormeld /:lager:/ 'T welk getuigt /:getekent:/ S: Jas om gezw: Scriba. /:in margine:/ Mij present /:was getekent) C:s Theunisz. Makassar 27 Makassar Aan Den wel Edelen Gestrengen Heer Barend Reijke Raad Extra ordinair van Nederlandsch Jndien mitsgaders Gouverneur en Direc„ „teur ter kuste Celebes. Wel Edelen Gestrengen Heer. Op de ontfangene berigt den gepasseerden avond hoe dat aan de Oostkant van Barang Barang drie sterk bemande zee-Rovers vaarthuigen zijn aangekomen aan de wal gestapt vervolgens door dat Hoofgespuis zeker kleen onderhorig Nego„ „aijtje genaamt wankoang in de brand gestoken egter door die van Barang Barang en Bonto Boroes alle moge„ „lijke tegenstand geboden met verlies van 2 der Barang Barangs regents broeder nevens twe zwaar gekwest, heb ik mediatelijk den ondertolk voll met meerder gewapend Manschappen daar hien gezonden tot assistentie van dat Regentschap, als wanneer ik dezen morgen nader Berigt erlangd hebbende dat er buiten die 3 prauwen, nog een gelijk getal zig aan de westkant van gem: Barang Ba= „rang vertoonden, secours daar heen gezonden en alle in het gebergte wonende Onderdanen doen afkomen om die Rovers de aanlanding te beletten en geweld met geweld te ken te gaan. zo als ik de Regenten alomme vermaand heb kom„ heb elk voor de zijne stork wagt te houden, gelijk tot dek= „king van skomp„s Vesting alhier gedaan werdende, van mijn pligt agtende, ten eersten uwelEdele gestrenge daar van de vereischte kennisse te geven met zeer ootmoedig verzoek hier inne om hoogst uwwel Edele Gestrenge gunstig assistentie. van deze vijandelijke ontmoeting, heb ik den Resident van Boelecomba, mede verwittigt. Ook verneemt men alhier dat oud klandt door de zee Bovers (:dog wat Natie weet men niet voorzeker te zeg„ „gem:/ afgelopen is of verbrand. Terwijl de Eer heb met de uiterste hoog-agting en Vena„ „ratie, mij onderdanigst te noemen /:onderstond:/ wel Edele gestrenge Heer /:lager:/ uwel Edele gestrenge zeer ootmoedi= „gen Dienaar /:was getekent:) A„n whijts /:in margine:) Saleijer in 'skomp„s Vesting Denfensie den 27:e Septbr. A„o 1789. 29 Donderdag den 8„e October A„o 1789 'S avonds om 5 uuren alle present in de Buiten woning van den wel Edelen Ge= „strengen Heer Gouverneur Na dat de leeden bij den anderen vergadert waren, com= „municeerde den Heer Gouverneur dat deze bijeenkomst eenlijk geschiede, om de Heeren kennisse te geven van den haggelijken toestand der zaaken alhier, dat de Makassaarsche Rebellen versterkt door een menigte Boniers wederom met een tamelijke magt in het gedemolieerde Goat waren gerukt, en zig omtrent de Grave gelegert hadden, Dat zij in schep„ „nitseling waren, met onze of de welgezinde Makassa= „ren en dat reeds verscheide schooten aan weerskanten ge„ „vallen waren, Dat zijn Ed Gestrenge op deze bekomene onverwagte Tijding, direct den soelewatang, of stedezouder van Bonij het zad laten weten, die aan den tolk Be: „wers betuigt had, dat hem dit alles onbewust en het eerste was, dat hij daar van hoorde, Dat hij geen de minste magt of gezeeg over de Prinsen die bij de Ma„ „kassaren waren had en daar niets in doen kon en dat het derhalven best zoude wezen, het den koning van Bonij te laten weeten. Waarom dan den Heer Gouverneur aan de Leeden voor „steld om nadimnaal onze magt, die wij hier aan handen hebben, gantsch zo groot niet is, om offensiep te ageeren en

NL-HaNA_1.04.02_3864_1384 view scan ↗

English

and not to drive the rebels away from there by force without finally declaring war on Bonij, but only in such a manner that we might, if necessary, defend our own possessions, the more so because little reliance can be placed on the native on this coast, however well they present themselves, especially after a single defeat, to take the gentlest course once more, and to send commissioners to the king at Maros, and to have His Highness asked what he intends or means by causing the Macassars, etc., to advance again, it has thus, after deliberation on this matter, pursuant to the proposal of the Governor, been approved and resolved to send forthwith to Maros, to His Highness the king of Bonij, the ordinary commissioners to the Court of Bonij, the merchant and fiscal De Vos and the junior merchant and Shahbandar Monsieur, in order to express to that prince on behalf of the Governor and Council their astonishment that the Mountain Macassars have marched into Goah again, that this does not at all accord with the promise of the king and the negotiation in which the Madanrang, with the prior knowledge of the king, engaged with the Governor, that it appears in every respect as if Bonij wishes to break the treaty with the Company, the more so because what was proposed in the said negotiation between the Governor and the Madanrang does not seem to have merited any reflection on the part of the king; that this, then, was also the reason why no answer was given to the last message received from the king and grandees of the realm, especially since the same conveyed nothing but obscurities; that therefore the Governor and Council, in the name of the Honourable Company, request from the king and grandees of the realm a further clarification of their intention, and that in this matter the king may be pleased to state point by point in particular on what terms and conditions His Highness intends to act regarding the Goan regalia, so as to put an end, if possible, to the discords prevailing between the Company and Bonij on that account; that His Highness in the meantime be pleased to give orders for the Mountain Macassars to withdraw from Goah and to place the Company's post in security; and finally, that the commissioners shall serve a written report of the king's answer. While the chief interpreter Deefhout, during this meeting, was sent by the Governor to Commandant Heijtland at Malankerij, with orders to the aforesaid Commandant by no means to meddle in the disputes of the Macassars on either side and, if necessary, ultimately to repel force with force should the Company's post be attacked; that he consequently shall also admit no native princes of whatever name into the post, in order thereby to give no occasion for disputes with the Bonians, and thus at the same time also to comply as far as possible in every respect with the esteemed intentions of Their High Mightinesses, by keeping ourselves for the present as much as ever possible out of all troubles. Thus resolved at Makassar on the date aforesaid. Was signed: B:s Reijke Wm Beth J:n A:m Baserman P:r P:s de Vos S:n Monsieur J:b Bosch J:n G. Budach and J: A. Wesse To Makassar Barend Reijke Extraordinary Councillor of the Dutch East Indies, and Governor and Director of the Coast of Celebes. Right Honourable and Valiant Sir, After the dispatch of my very respectful letter of the 27th, the duplicate of which I have the honour to present to Your Right Honourable and Valiant Self and to which I very dutifully refer, the assistant interpreter Voll informed me by an express that the 3 pirate vessels, having departed from Wankoang, are lingering behind and near the corner of Barang Barang. At the request of this interpreter, I have also supplied him with further powder and lead, so that necessary use thereof can be made against those rovers, with strict orders to keep them off the shore and to attack them, yet proceeding therein with the utmost caution. To the Right Honourable and Valiant Sir. The 3 other prahus, or their companions, that were situated on the west side have already moved from there, but whither is unknown to us; we think quite certainly that they must be roaming behind Saleijer and near the islands, whom I do not trust at all, as they are only seeking an opportunity to creep closer upon us. Barang Barang has already 6 dead and 4 wounded; those pirates, on the other hand, have also shed not a little blood. Then, since this occurrence comes very inconveniently at present, partly because our approaching departure for Makassar is thereby greatly hindered, and partly because of the weakness of the European military personnel, as we have at present only five healthy men, the remainder being sick, and moreover having very bad reports concerning the Papuans and Mindanaos, as if those pirates intend to visit this residency in force with vessels; the aforementioned reason, and especially this one, compel me humbly to request Your Right Honourable and Valiant Self for a reinforcement of troops for the protection of the Company's post, so as not to be placed in an embarrassment in case of the utmost necessity. Wherewith, hoping for a favourable regard, I shorten this letter, and furthermore have the honour to remain, with the most perfect high esteem and respect, Right Honourable and Valiant Sir, Your Right Honourable and Valiant Self's very dutiful servant. Was signed: A:s Whijts In the margin: Saleijer in the Company's Fortress Defensie, the 29th of September, Anno 1789. To

Dutch transcription

en de Rebellen van daar niet geweld te verdrijven zonder din Oorlog finaal als aan Bonij te declareeren, maar wel enkeld zodanig, dat wij onze eigen bezittingen des noods zouden kunnen defendeeren, te meer er op den Jnlander te dezer kuste hoe wel zij haar ook aan= „stellen weinig staat bijzonder bij een enkelde nederlaag te maken is, den zagtsten weg weder in te slaan, en gekommitteerdens na Maros bij den koning te zenden, en zijn Hoogheid te laten afvragen. wat Hij van zints is of b'dogt met het weder doen optrekken der Ma „kassaren &:a, zo is na Deliberatie hier over, ingevolge het voorgestelde van den Heer Gouverneur goedgevonden en verstaan de ordinaire Gekommitteerdens aan het Hof van Bonij den koopman en fiskaal De Vos en den onderkoopman en Sabandhaar Monsieur ten eersten na Maros en bij zijn, Hoogheid den koning van Bo„ „nij te zenden, om aan dien vorst uit Naam van Gou „verneur en Raad hunne verwondering te betuigen, over dat de Berg Makassaren weder in Goah zijn gerukt, dat dit gansch: niet overeenkomt met de belofte van den koning en de onderhandeling waar in de Madanrang met voorkennis van de koning met den Gouverneur ge= „weest is, Dat het in allen opzigte blijkt als of BBonij het verbond met de Comp„e wil breeken, te meer, om dat het voorgestelde in de ged=e onderhandeling, tusschen den Gouverneur en de Madanrang geenzints eenige Reflectie bij de koning scheint gemeriteert te hebben Dat 31 Dat dan ook de heeden uitgemaakt heeft, waarom men op de laast ontfangene Bootschap van den koning en Rijksgroten niet g'antwoord heeft, bijzonderst daar dezelven niets anders beresden dan duisterheeden Dat daarom den Gouverneur en Raad uit Naam van de Edele komp„e de koning en Rijksgroten een nadere op„ „heldering van haare mening afvraagd en dat daar ƒ bij wel principaal de koning Articulatim gelieft op te geven op welke Conditien en voorwaarden, zijn Hoogheid, omtrent de Goahise Rijksornamenten ver= „meent te zullen handelen! om dus des mogelijk een Einde te maken van de daar door heerschende on„ „enigheden tusschen de Comp=e en Bonij. Dat zijn Hoogheid intusschen gelieft order te stellen dat de Berg -Makassaren uit Goah aftrekken en 'skomp:s Post in veiligheid stellen En eindelijk, dat de gekommitteerdens van 'skonings „ Andwoord zullen hebben te dienen van Berigt in Scriptis. Terwijl den oppertolk Deefhout, staande deze bij een „komst door den Heer Gouverneur na den Comman„ „dant Heijtland op Malankerij gezonden wierd, met ordre aan voorm: Commandant om zig geenzints te melleeren in de geschillen der wederzijdsche Makas= „jaren en eindelijk des Noods geweld met geweld te keeren zo skomp:s Post mogt worden aangerant: Dat hij dienthalven ook geen der Jnlandsche Princen hoe genaamt schen ge bben genaamt in de Post zal hebben te admitteeren, om daar door geen aanleiding te geven tot geschillen met de Bo„ „mers en om dus te gelijk ook zo veel mogelijk is in allen opzigte te voldoen aan de g'eerde Jnzentien Hunner Hoog Edelhedens met ons voor eerst zo veel immer doen„ „lijk buiten alle moeijelijkheeden te houden Aldus Geresolveert tot Makassar dato voorsz: (:was getekent B:s Reijke Wm Beth. J„n A„m Baserman. P„r P„s de Vos. S„n Mousieur. J„b Bosch. jn G. Budach en J: A. Wesse Aan 33. Makassar Barend Reijke. Raad Extra ordinair van Nederlandsch Jndien mitsgaders Gouverneur en Direc= teur ter kuste Celebes Wel Edelen Gestrengen Heer. Na het afzenden mijner zeer Eerbiedige van den 27:e het duplikaat van welke ik de Eere heb UwelEdele gestrenge te offereren en waar aan ik mij zeer onderdanigst rofereren heeft den ondertolk voll mij door een Expresse doen ver„ „wittigen als dat den 3 zee-Rovers vaarthuigen van wankoang vertrokken, zig agter en bij de hoek van Barang Barang ophouden. Op verzoek teffens van welk tolk hem net nog meerdere kruit en Lood heb geriefd, om tegens die zwervers daar van de nodige ge= „bruik te kunnen maken met strikt ordre om ze van de wal af te houden en haar te attacqueeren, 6 nogthans met de uiterste omzigtigheid daar inne te werk te gaan Aan Den WelEdelen Gestrengen Heer. De 3 ander aan de Westkant gelegen hebbende piauw en of haaren makkers zijn bereeds van daar verhuijst, dog waar heen ons onbekent, denken wel voorzeker, dat zij ag „ter Saleijer en bij de Eilanden moet zwerven op wien jk gansch niet betrouwt, als tragtende maar na Occa „gu om ons nader te bekruijpen. Barang Barang heeft bereeds 6 dooden en 4 gequa „ten, die Rovers hebben daar tegen mede niet weinig bloet gelaten. Dan nadien thans met dit voorval zeer ongelegen komt eensdeels dat ons aanstaande vertrek na Makas„ „sar daar door sterk wert verhindert, ten anderen om de zwakheid der Europeesche Militairen, als hebben be thans maar vijf gezonden, zijnde de overige ziek, waar en boven zeer kwade berigt hebbende nopens de Papoes en Mangindanadas, als of die zee-Rovers Voornemens zijn deze Residentie, met magt van vaarthuigen eens te bezoeken, reeden voormeld als om deze inzonderheid, doe mij nootzaaken uwel Edele Gestrenge (:als in Cas van de uiterste Nood niet in verlegendheid te geraken:) om versterking van Manschappen tot bescherming van Skomp:s Post onderdanigst te verzoeken Waar mede in hoope van gunstig welmening deze bekortende, zo heb overig de Eer, met de volmaak„ „ste hoog-agting en Eerbied te verblijven /:onderstont) welEdel 35. Wel Edel Gestrengen Heer /:lager:/ uwer welEdele Gestrenge # N zeer onderdanigen Dienaar /:was getekent:/: A„s Whijts /:in margine:/ Saleijer in 'skomp:s Vesting Defensie den 29='n September A„o 1789. — ens maak„ sont Aan

NL-HaNA_1.04.02_3864_1390 view scan ↗

English

To the Right Honorable Sir, Barend Reijke, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, and Governor and Director of this coast of Celebes, together with the Council. Right Honorable Sir and Gentlemen, In dutiful fulfillment of the commission given to us in writing on the 8th of this month as ordinary delegates to the court of Boni, we proceeded to the Residency of Maros, where the Prince of Boni currently holds his court at the village of Marampesoe. Subsequently, on the 9th, we requested an audience there, and having been admitted to an audience on the eleventh, after paying the customary compliments through the sworn assistant interpreter Hendrik Bewers, who accompanied us as spokesman, we had the following represented to His Highness in the friendliest manner, in the presence of his court councillors, the Madanrang, Tomelalang, Aroe Amaling, and Aroe Madjang: That the Governor and Council expressed their astonishment that the Mountain Makassars have marched into Goah again, which was completely contrary to the promise of the King and the negotiations that the Madanrang had conducted with the Governor with the King's foreknowledge. That it appears in every respect as if Boni wishes to break the alliance with the Honorable Company, all the more so because the proposal in the aforementioned negotiations between the Governor and the Madanrang does not seem to have merited any reflection on the part of the King. This was also the reason why no answer was given to the last message received from the King and the Grandees of the realm, especially since it contained nothing but obscurities. For this reason, the Governor and Council, in the name of the Honorable Company, ask the King and the Grandees of the realm for further clarification of their intentions, and that in particular the King may be pleased to state point by point under what conditions and terms His Highness intends to act regarding the Goah regalia, so as to put an end to the disagreements prevailing on that account between the Company and Boni. That His Highness, in the meantime, might be pleased to order the Mountain Makassars to withdraw from Goah and to secure the Company's post. To this representation, the Prince of Boni had us informed in reply that on the very same evening the Company's delegates were dispatched from Makassar, His Highness had already sent an emissary to inform the Governor of the reasons that had induced the Mountain Makassars to march into Goah again. Furthermore, that His Highness was by no means of the intention or desire to break the alliance with the Company, but merely desired that the Company would not hinder him in his laws and customs or be an obstacle therein. And as for the little reflection that had hitherto been given to the negotiations between the Governor and the Madanrang, this was to be attributed to the fact that they were somewhat contrary to the laws and customs of Boni. Concerning the obscurities that were said to have resided in the last message delivered, this might well have been the case, but the Governor should understand that under previous kings, such circumstances and occurrences of committed acts had not taken place as are still seen to occur daily. Furthermore, the King and the Grandees of the realm declared that regarding the Goah regalia, they could not declare themselves earlier.

Dutch transcription

Barend Reijke Raad Extra ordinair: van Nederlandsch Jndia. mitsgaders Gouverneur en Directeur dezer kuste Celebes Nevens Den Raad. Wel Edele Gestrenge Heer en Heeren. In schuldpligtige voldoening van de ons als ordinaire gekommit„ „teerdens aan het Bonijse Hof den 8„e dezer schriftelijk op„ „gedragene kommissie hebben wij ons na de Residentie Ma= „ros, waar Bonijs Vorst op de Negorij Marampesoe zijn Hof tans houd begeven, vervolgens den 9„e daar aan om acces laten verzoeken en den Elfden tot gehoor gelaten zijnde, hebben wij na aflegging van het gewone Compli„ „ment, door ons tot Taalsman mede gegeven zijnde ge„ „zworen ondertolk Hendrik Bewers, zijn Hoogheid ter presentie van zijne Hof- Raaden den Madanrang, Aan Den Wel Edelen Gestrengen Heer Tomelalang 37. Tomelalang, Aroe Amaling, en Arde Madjang, op de vrundelijkste wijze laten voorhouden: Dat de Gouverneur en Raad hunne verwondering betuigde, over dat de Berg Makassaren weder in Joah zijn gerukt, het geen gansch niet overeenkomstig met de belofte van den koning en de onderhandeling waar in de Madanrang met voorken= „nis van den koning met de Gouverneur geweest is, was Dat het in allen opzigte blijkt, als of Bonij het verbond met de Edele kompagnie wil breeken te meer om dat het voorgestelde in de gedagte onderhandeling tus= „schen de Gouverneur en de Madanrang geenzints enige refleien bij de koning schijnt gemeriteert te hebben dat dan ook de reeden uitgemaakt heeft waarom men op de laast ontfangene bootschap van de koning en Rijksgroten niet g'antwoord heeft, bijzonders daar dezelve niets anders behelsde dan duisterheden en waarom het ook is dat den Gouver= „neur en Raad uit Naam van de Edele komp„e de koning en Rijksgroten een nadere opheldering van hunne mening afvraagd, en dat daar bij wel principaal de koning arti= „culatim gelieft op te geven op welke Conditien en voor Hoogheid omtrent de Joahse Rijks orna= „waarden zijn „menten vermeend te zullen handelen, om dus een Eijnde te maken van de daar door heerschende onenigheden tusschen de kompagnie en Bonij. Dat zijn Hoogheid intusschen gelieft ordre te stellen dat de Berg-Makassaren intusschen uit Goah aftrekken en Eerbiedige Remarcques. Dit wijt 's konings gedoen„ en het andere geen naam meer mag hebben en 'skomp:s Past in veiligheid stellen. Op welke voor „houding Bonijs vorst ons tot heer berigt liet geeven dat zijn Hoogheid dun zelfden avond dat 's kompagnie gekommitteerdens van Makassar waren afgezonden hij bereets een zendeling hadden afgevaardigt, om den Hee Gouverneur kennisse te geven van de reeden die de Berg Makassaren bewogen hadden om binnen Ioah weder in te rukken. Voorts dat zijn Hoogheid geenzints van mening wer ov tragten wilde, het verbond met de komp„e te breken maar enkel begeerde dat de Comp„e hem in zijne wetten en „tens in allen opzigten gewoontens niet zoude stuiten of daar in hinderlijk wezen ter Contrarie aan, al was het maar enkeld en wat aanging de weinige reflezie die er op de onder„ door het stremmen van 's komp:s gewone geregtig:, handeling tusschen den Heer Gouverneur en de Madan„ „heden en verkleening Harer Bdelens principaeste„ rang tot nog toe geslagen is, zulks toe te schrijven is, jnkomsten als de Tholhef: dat dezelve tegens de wetten en gewoontens van Bonij =fing en de verthiening, van welk eerste de Booms=- enigzints strijdende zijn geweest, en betreffende de duijster Pagter in ruim ses maan„ „den tijds geen duit van de „ heden die er in de laaste gedane bootschap zouden geresi„ „deerd hebben, dit mede wel kan plaats gehad hebben, dog dat den Heer Gouverneur geliefde te begrijpen, dat er bij en 8 „ de vorige koningen ook zulke omstandigheden en gebeur„ door „tenissen van gepleegde daaden niet waren voorgevallen, zo als men nog dagelijks ziet exteeren Bouiers gekregen heeft „kel Ma sch „ 2 Voorts betuigde de koning en Rijksgroten, dat zij nopens Bo de goarder Rijks-ornamenten zig niet eerder konde verklaa„ ren wittig ter ove Jare 4

NL-HaNA_1.04.02_3864_1393 view scan ↗

English

could be informed by Your High Excellencies' special letter, if so desired, in addition to Aroe Baranting, who was, before the reply in this regard from Their High Excellencies shall have arrived, the more so as the Governor, at the time when the Tomelalang and Aroe Mampos Bonij were inside with His Honorable Strictness, even appealed to the High Government, so that all arrangements, if they should not agree with the intention of Their High Excellencies, would again be futile, and therefore being of the opinion that one ought to leave matters as they now stand, until such time as the outcome from Batavia, for which alone one is waiting, shall have been obtained. Furthermore, the King declared that he had already given orders to make the Mountain Macassars withdraw and that they had complied with this the day before yesterday or on the 9th, but that he could not guarantee when they might march into Joah again, because Craeng Mangassa, with the atrocities committed by the Macassars against the Mountain Macassars, would not cease and seemed to pay little heed to the orders of the Governor not to commit any hostilities, upon which utterance of the King, the Madanrang requested that the Governor should at the same time be informed that on this occasion a victory of his mother's nephew, by the people of Mangassa, who was supported by Datoe Sidenring, was repulsed, and which the King had heard by rumor had been brought to the Governor, with the addition that if the Company does not wish to rid itself of Prince Aroe Pantjana, as well as Datoe Sidenreng and Aroe Barantie, which last two, upon the repeatedly reiterated declaration of the Governor, had only been sent to Joah to secure the Company's post there, and meanwhile have joined the people of Mangassa to advance against the Mountain Macassars, one would have to expect such incidents daily, for since they had stayed there, one had not yet had any peace. Our assigned commission being herewith concluded, we hope to have conducted ourselves to the satisfaction of Your Honorable Strictness, wherefore with all due respect we call ourselves underneath Honorable Strict and Stern Sir and Sirs lower Your Honorable Strictness' very obedient and dutiful servants was signed Jb Lr de Vos and Simon Monsieur in the margin Makassar the 12th October Anno 1789 Lower The contents of this I the undersigned sworn interpreter into and out of the Macassar language back into Dutch faithfully certify to have translated as such was signed Hendrik Bewers.

Dutch transcription

39. door uw Hoog Edelhedens bijzondere brief ver:= wittigt kunnen worden des gelievende bij een Nog Aroe Baranting, die wer„ „ren, door in al eer het antwoord hier omtrent van haar Hoog Edelhedens, zal zijn ingekomen, te meer daar den Hee„ Dit antwoord heeft hij immers ale dog het Gouvernur in die tijd toen de Tomelalang en Aroe Mam„ „pos Bonij binnen bij zijn welEdele Gestrenge zijn geweest, zelfs zig op de Hoge Regering beroepen heeft, dus alle schikkingen, indien het met de intentie van Haar Hoog Edelhedens niet mogte overeenkomen wederom vang= „teloos zoude zijn en daarom van mening zijnde, dat men zo als de zaaken nu staan dezelve ook diende te laatens, tot tijd en wijle men het uitsluitsel van Batavia, waar na alleen het wagten is, zullen ex= „langd hebben. zelve zou hem nog nader Alwijders betuigde de koning, dat hij bereets or= kelijk bij onze Post geposteert „ der hadde gegeven om de Berg- Makassaren te doen sedenreng die zig op Thaang aftrekken en dat ze eergisteren of den 9=e daar aan vol= stond nog den datoe van schoonmoeder, om dat hoe „daan hadden, dog dat hij niet konde instaan wan= ter bescherming van zijn „neer zij wederom bennen Joah mogte rukken, wijl Mampoe het zelve wilde Craeng Mangassa met de plegende geweldenarijen aan teh= innemen, gesteld had, zonder zig in deze zaak gemel= „keld bij Makassaren tegens de Berg - Makassaren niet wilde ophouden en zig „leert te hebben, zo het en„ en de Rebellen niet onder=wijnig schijnt aan de ordres van den Heer Gouver. Makassaren gebleven was. door zo een groot getal 30. „ neur, om geen vijandelijkheden te pleegen te stooren, steunt waren geworden zieke Prinsen, dat d'ontwijf op welke uitinge van den koning, den Madan- „ners onder diverse Roof- met koning en al aan haar „rang begeerde, dat men den Heere Gouverneur te felbaar geheel Mangassa gelijk zoude verwittigen dat bij deze gelegendheid ook een woede zoude op g'offert hebben en dan was de koning van overwinning de tae eet van zijn Moeder, door het volk van Mangassa, Bonij door het regt van asolut koning alsolu „saren en kreeg dus volkomen zijn bose wil, zonder de komp:e eens nodig te hebben: verklaa„ dog En die Nee „ si„ bij beur= , nopens En om deze Prinsen te verstolen zo als Bonijs koning ook die door Datoe Sidenring ondersteunt wierd, de ko„ pretendierd dat men Atrocken, is afgeslagen en welke de koning per gerugt gehoort hee „tjana, zal doen zoude de regte 1 zaak wezen om ons geheel dat dien bij den Heer Gouverneur zoude gebragt zijn, te ontwapenen en de Ed komp„e te gelijk door trouwloos met bijvoeging dat zo de komp:e zig niet wil ontdoen bij alle Bondgeneten te doen 1 doorgaan, te meer nog daar zo van den Prins Aroe Pantjana, als Datoe Piden hij betuigd of zegt niet te kunnen instaan door het „reng en Aroe Barantie, welke twe laasten op de meer„ weder in ruk ken der Berg: Makassaren in Goah. „ malen herhaalde betuiging van den Heer Gouver„ Wat betreft het afzenden van de kop van een gesuen„neur enkel na Ioah waren gezonden, om 'skomp:s „velde seef van denkadan P rang /: schoon dit anders een Post aldaar te beveiligen en intusschen onder het volk volkomen bewijs uitlevert dat de Bouiers de Rebellen van Mangassa hebben begeven om tegens de Berg„ in alles opentlijk assisteeren, en vrijheid aan onze kant Makassaran aan te rukken, men dagelijks diergelijke zoude geven om te kunnen vragen, wat die Neef daar voorvalletjes te verwagten hebben, want zedert dat deedz:) daar van betuig Jk niets anders te weten ze zig daar hebben opgehouden, men nog geen rust als dat na het gesegt wel zeven koppen zijn afgebragt, waar van segter niet eens heeft gehad. een enkelder heb willen zien, niet tegenstaande zulks niet alleen een oud Constant ge„ „brink alhier geweest is, maar ook dat een Gouver„ Hier mede onze opgedragene Commissie „ner als dan de brengers - van zulke rampzaligheden nog boven dien, een of twe afgelopen zijnde, verhoopen wij ons na genoegen van Realen spaans present died. Dat nu bij mijm in het ge= uwel Edele Gestrenge gedragen te hebben, weshalven „heel geen plaats gevonden wij ons met alle verschuldigde Eerbied noemen /:on„ heeft. Met opzigt tot dit onwaar„ „derstont:) WelEdele Gestrenge Heer en Heeren (:lager) „agtig voorgeven van het ge„ „weld dat onze arme Ma„ uwel Edele Gestrenge zeer Gehoorzame en Trouwschul„ kasseeren tegens de Bebellen zoude plegen gedrage jk mijn Eerbiedig aan het meer „dige Dienaaren /:was getekent:) J„b L„r de Vos „maals hier omtrent door„ 6 en Simon Monsieur /:in margine:) Makassa„ mijn aangemerkte en bijzon„ ders aan het genoteerde bij het reets uw Hoog Edelh:s aange„ bodem Dag Register onder den 29 augs J„oleden. den q:was getekent) B„s Reijste 41 den 12„e October A„o 1789 /:Lager/ Den Jnhoud dezes betuijge Jk ondergetekende gezworen tolk in en uit het Makassaars weder in het Nederduijtsch getrouwelijk als zodanig vertaalt te hebben. /:was getekent:) Aen„ Accordeert „ Seena kluk „drik Bewers. assar

NL-HaNA_1.04.02_3864_1401 view scan ↗

English

43 68 D 8 nothing nothing nothing nothing 31 7/418 ditto from the bottom some flaws. at the mouth of the Roadstead and the Native Village 6 [illegible] of the entire Roadstead 3 d 83 to be counted from: Table of all such Metal and Iron Cannons, Mortars, and Howitzers as remain present here under the Government, as well as the subordinate Residencies and Vessels, as of today's Date, together with their Proportions, as well as where the Artillery is stationed, and for what Defense it serves — 13 [illegible] 32 /8 806 8 15 [illegible] 2 5 v and 1 55 5 5 ƒ 5 5 8 88 18 [illegible] 8 d Notice 8 5 8 e 3 5e 15 p e C 2 5 63 where stationed and for what and 89 1 62 of defects 8 0 3 stationed. Defense. from the Bottom 3 8 5 e ditto 23 8 [illegible] 5 5 5 18 [illegible] [illegible] 8 3 9 17 [illegible] large feet [illegible] feet 8 [illegible] 8 8 8 8 4 d 9 96 30. Iron. 12. 1½ 2 nothing 29. ditto 12. 13/¾. seen 5 28. ditto 12. ¼. 22: ditto 27. ditto 12. 1½ seen seen ditto 26. ƒ ditto 12. 168: 2. — 25. [illegible] 12. 17¾ 8b: 24. ditto N 23. ditto 12. 15 2 e ditto 1706. — 8. 1. 2. 8. 1 / 2 ditto 2/8. 8. 13 8/8. 22. ditto 12. 16 5/88. nothing 5 - 8. 10. 3. 6. 18 3/. 15. 5½ 3/8. 12½ seen 15. ditto 18. 2. ¾ 2 ditto - 15. ditto 18. 20. 17. Caron 1785. 4562. 8. 7. 3. 9 ditto 196: 11 1/ 5/6 /8. 1 1/3. Gerrit 1. Metal 12. 13/½: 2b. Koster 1676 3100. 9. 12. 3. 18. 15 5/8 2/8. 1¼ ditto /8. 8 7/8. 2. — 12. 1.3 /8 the large 176 3162. 9. 8 ditto 3. 15: 15/ ditto 1 : : 8 14. Iron. 12. 14 H1. Caron 1786. 3241 8. 2/3. 3/ 6 121 3 1/8. 108. 20. ditto 12. 41. 2 ditto ditto ditto 1785. 3306. 8. 5. 3. 8. 165 12½¼ 4 1/3. /8. 10 1/3. nothing nothing nothing Z ditto seen seen seen 8: 12. 3. 6. 16½ 13. 4 5/8. ½. 10 5/8. ditto 21. ditto 12 17. 2 nothing 8. 3 413. 2/8. 7 13/4 5. 78. 10½. 12. 20. seen ditto 19. N 8. 3. 3. 5: 17/8:131: /8: 8: /8: — 12. 2¾ times ditto - ditto 13. seen 8. 4. 3: 3½ 174 15: 3¾4 9 10 /. — 8. 1: 3. 3: 1 7/1 1 3/¾ 1/1 9 8/8 —. 8. 3. 3. 3. 178. 1 5/8. 1. 1/8. 7/8. 12. 14 ½ Caron: 1785 3180. 8. 3 ditto 3. 8. 17. 1 1/4. 13. /8. 3/3. seen. seen 8. 4¼ 3. 3. 16/8 12½ 4 4/8. ½. 9/8. some banks 1/½ = - 8. ¾. 3. 1. 1 7/8. 174 5/8. 1/8. 108. roll inside. . 8. 1. 3. 23. 1 58. 2 1 4 8/8 8. 3½ 3. 2½ 1½ 14. 4¾. ½. 10 8 some grooves and seen — 8 o7 not to seen — — ditto — to nothing nothing 161 ƒ - — - — flaws. [illegible] 85 9 6 8 8 S 5 5 8 8 8 5 8 5 5 A 5 58 2 of and [illegible] ƒ W 81 e nothing nothing 12. Iron 12. 15. & ditto nothing North North Gate to be counted from 15 [illegible] and 8 Notice [illegible] the of the Defects where the artillery was stationed for what 20 [illegible] from the Bottom 10 [illegible] stationed defense. 3 3 [illegible] 6 6 G: [illegible] 3 3 3 3 5 seen . seen seen. 8. 3. 3. 35. 17 3/8. 135 4 1/8. 78. 10¾. feet 6 inches from the bottom - 7. 92. 3. ½. 18. 11¼ 4½ /8. 110 ½ three flaws. 10. ditto 12. 18. 2/8 – - - 8. 32½ 3. 5. 1 /¾ ditto 132 /8. 3/8. 10 ¾ nothing 8. ditto 12. 22. seen — 8. 3 13. 5 ditto 17/ 1 38 5½. /. 1 1/1 7. — 18. 2½ - 8. 1. /13. 8. /. 51 ditto 5. 3¾4 12 3/1 6. Metal 18. 10¼ P. Haghe: 1571. 3850. 4. 5. 3. 10: 1 1/ 131 ditto 4/8. /8. 10 8/8 F 5. —. 18. 207. P. Haaghe. 1671. 3860: 4. 5: 3 1: 1 7/8:1: 8. /8. 10 8/8 nothing nothing 11. Iron. 10. 22. 8 seen seen. Seen. 8. 10. ditto 3. 6. 18 /¾. 1 1½. 2. 12½ 3. —. 12. 14. 2 - 8. 3: 3. 3: 17: 11: 4 3/8. 2. 10 /. — — - 8. 3: 3. 27: 17½: 13: 2/8. ½2: 15½ 2. —. 12 15. : — — 1. — 12. 14. 2. Caron 1785. 3274. 8. 5. 3. 7/5. 164 21 ditto 13. 8. 10 3/3. v 11. ditto ditto 12. 19: ditto nothing nothing 53. —. 12. 15: & ditto seen. seen. 2900. 8. 2. 3. 3. 165/0. 12/¼ 4 1/8. 5/8. 9/8. nothing nothing 52. . . 12. 13¾ seen [illegible] 8. 3 ditto 3. 34 65/ / / 8. /8 — — 51. ditto 12. 14. 23/38. Caron. 1786. 3214. 8. 38 3. 1/4. 1614 12. 11½ 7/8. 18/6. 50. — 18. 20. 44. Caron 1786. 1 156. 8. 7. 3. 45 1714. 1 ditto 516. /8. 13/8. nothing nothing nothing 49. ditto 18. 22. [illegible] seen. seen seen 8. 10. . 54. 18. 1. 1 nothing 48. — 18. 23. seen 9. 9 /13. 40 1 7/8 1/. / /8 1 46. — 12. 11: 2 2/50 - 8. 3. 3. 3/0. 17/8 13. 5. ½. 9¼. — 45. ditto 12. 16. 82/5 . 8. 3. 3. 28:s 17½. 13 /8 4. ½. 10½. 44. — 12. 14. ½. . Caron. 1786. 3260. 8. 4. 3.7 1/2. 163. 1. 4 1/3. /8. 10½. nothing nothing nothing 43. ditto 12. 13½ 8: seen. Seen. 8. 3. 3. 28. 178. 1 5/. 1/8. /8 3/8. seen. something 1 foot a deep cavity 8. 2. ƒ. 3. 1 71/8. 12/8. 5. ½. 78. 2 1½ 8 inches some flaws — 42. — 12. 164 ditto seen- of the entire land side. T of the Native Village and the land side 59 5 8 5 8 8 5 20 33 8 9 5 2 e 56 85 8 ƒ e c = 58 8 8 88 ƒ 5 F 8 5 3 5 5 ƒ 3. . 8 ƒ 5 8 5 1 65 5 8 6 6 5: — — A — — — — — 415 8 8 E Notice The Artillery [illegible] of the Defects from the Bot- counted tom of the of Campong Baroe and the Roadstead of the entire Esplanade, of the Castle on the Land side. 8 [illegible] [illegible] 5 5 115 [illegible] 1 5 8 5 8 8 8 5 1 pair 5 5 8 5 3 8 8 d 3 over 1 year 9 [illegible] 8 [illegible] 3 25 5 5 2 58 50 the 5 8 8 8 e 9 [illegible] 5 8168 8 [illegible] [illegible] ditto ditto 1 5 111. Iron. 18. 208 41 Caron. 1786 15 16. 8. 7. 3. 4 ditto 19 15 56. 7/8. 12. nothing nothing nothing 40. — 12. 15½ seen seen . 1707. seen. 8. 3 41 ditto 168 1 / / / . /8 nothing 38. - 18. 34½ seen . — 8. 1 1 / 3. 5/8. 1 /8. 15. 6¾ ½. 10 3/8. - - 18. 20. ditto Caron. 1785. ditto 176 8 ditto 6 ditto 3.4. 19. 15. 51. /8. 12. 37 ditto nothing nothing nothing A 36 ditto 12. 155 &c seen. Seen seen 8. 3/8. 3. 1/8. 17. 131/4. 1/8. 3/8. 9 1/8. ƒ 35. ditto 12. 14. 87. — - 330. 8. 34 13. 5 1 7/. 1 /8. 5. 4. 0¾. nothing A 34 ditto 12 1½ 8 b. — Seen 8. ¼ 3 1½ 17 1 3/8 1/ ditto 10¾. — [illegible] - 8 9: & -7. 5. 3. –. 158. 128. 1 ditto 3/8. 8 5/8. 58. ƒ 59 — 8. 9½ &: - - - 7. 5. 3- ditto 16. 126:18: 14. 3/8. 8¾. 2220. 7. 10. 3. 1/4 15 ditto 1 1/8 ditto ditto ½. 5/8. 9 ditto 8. 9½ R. — 57 80. ditto 2291 7. 9: 3. 1. 15 ditto 1 18: 1 2/8. 8 5/8 6 8. 9 — — nothing N seen. 6. 5½ 2- 7. 1414 ditto 1 /8. 3¾ ¼. 5/8 1: 6 6¼ &c: - - ditto N 6. 52:5: 11 ditto 1 8/8: ¾ ¾. 8 1/8. &c. ditto 6 7. — 2. P. Quadiy 5. Metal. 6 6½ &b: Fermy 1689. 1708. 72 ditto 3. 1. 138. 108. 3½ ½. 7¾. A Claadgr 75 6 6½ 25. Fremy 1682. 1625. 7. 2. 3. 3/8 12/8. 10. 30. 2. 5/8. 6 ditto 9 6 2d A S. 7 And artillery was for what stationed Defense. 3 55 3 3 5 ditto— 58 5 9 9 5 e 5d E 3 5 3 E Ce 85 ƒ ƒ end 2 32 8 5o 53 — 8 8 X ƒ 3 8 x 51 ƒ — — side Native Village [illegible] the.

Dutch transcription

43 68 D 8 niet niet niet niet 31 7/418 do van den Rodam eenige gallen. aan de mundang van de Rheede en de Neegerij 6 Pee van de geheele Rheede 3 d 83 d'af te reekenen: Sabetle van alle zoodanige Metalle en Ysere Canons, Mortiers en Houwitzert als 'er onder heedigen Datum alhier ten Gouvernemente, beneevens de onderhoorige Residentien en Vaartuigen, nog per Restant, beneevens de Proportie van dien, mitsgaaders, waar het Gesschut geplaatst, en tot wat Defensie het zelve is — 13 se 32 /8 806 8 15 Doke 2 5 v ende 1 55 5 5 ƒ 5 5 8 88 18 D: Hr Geplet E„n 8 d Notitie 8 5 8 e 3 5e 15 p e C 2 5 63 verwaargen tot wat ende 89 1 62 der debreeken 8 0 3 op „eplaatst. Depensie. van den Boden 3 8 5 e d0 23 8 ge 5 5 5 18 ve P8 8 3 9 17 tn gr vt v:s d' vt 8 8n 8 8 8 8 4 d 9 96 30. Ysere. 12. 1½ 2 niet 29 „ 12. 13/¾. zien 5 28 „ 12. ¼. 22: „ 27 12. 1½ zier zien „ 26. ƒ „ 12. 168: 2. — 25. ed 12. 17¾ 8b: 24 „ N 23 „ 12. 15 2 e „ 1706. — 8. 1. 2. 8. 1 / 2 „ 2/8. 8. 13 8/8. 22. „ 12. 16 5/88. niets 5 - 8. 10. 3. 6. 18 3/. 15. 5½ 3/8. 12½ zier 15. „ 18. 2. ¾ 2„ - 15 „ 18. 20. 17. Caron 1785. 4562. 8. 7. 3. 9„ 196: 11 1/ 5/6 /8. 1 1/3. Gerrit 1. Metala 12. 13/½: 2b. koster 1676 3100. 9. 12. 3. 18. 15 5/8 2/8. 1¼„ /8. 8 7/8. 2. — 12. 1.3 /8 d roote 176 3162. 9. 8„ 3. 15: 15/„ 1 : : 8 14 Ypser . 12. 14 H1. Caron 1786. 3241 8. 2/3. 3/ 6 121 3 1/8. 108. 20. „ 12. 41. 2 _„ „ 1785. 3306. 8. 5. 3. 8. 165 12½¼ 4 1/3. /8. 10 1/3. niet niet niet Z„ zien zier zier 8: 12. 3. 6. 16½ 13. 4 5/8. ½. 10 5/8. „ 21. „ 12 17. 2 niet 8. 3 413. 2/8. 7 13/4 5. 78. 10½. 12. 20. zien „ 19 N 8. 3. 3. 5: 17/8:131: /8: 8: /8: — 12. 2¾ x d:r - „ 13 zien 8. 4. 3: 3½ 174 15: 3¾4 9 10 /. — 8. 1: 3. 3: 1 7/1 1 3/¾ 1/1 9 8/8 —. 8. 3. 3. 3. 178. 1 5/8. 1. 1/8. 7/8. 12. 14 ½ Caron: 1785 3180. 8. 3„ 3. 8. 17. 1 1/4. 13. /8. 3/3. zier. zien 8. 4¼ 3. 3. 16/8 12½ 4 4/8. ½. 9/8. eenige banken 1/½ = - 8. ¾. 3. 1. 1 7/8. 174 5/8. 1/8. 108. rolle van binnen. . 8. 1. 3. 23. 1 58. 2 1 4 8/8 8. 3½ 3. 2½ 1½ 14. 4¾. ½. 10 8 eenige groeven en zien — 8 o7 niet te zier — — „ — te niet niet 161 ƒ - — - — gatten. Laper 85 9 6 8 8 S 5 5 8 8 8 5 8 5 5 A 5 58 2 van end eec ƒ W 81 e niet niet 12. Ysere 12. 15. & d: niet N oort N. Poort 3af te reekenen 15 J Asettjen En 8 Notitie vs de der Gebreeken op Per lutwas tot wat 20 fd d van den Bodem 10 vrr geplaatit defenvie„ 3 3 ee 6 6 G: V 3 v=s d 3 3 3 3 5 zien . zien zien. 8. 3. 3. 35. 17 3/8. 135 4 1/8. 78. 10¾. v:t 6 d' van den bodem - 7. 92. 3. ½. 18. 11¼ 4½ /8. 110 ½ dripe hallen. 10. „ 12. 18. 2/8 – - - 8. 32½ 3. 5. 1 /¾„ 132 /8. 3/8. 10 ¾ niet 8. „ 12. 22. zien — 8. 3 13. 5„ 17/ 1 38 5½. /. 1 1/1 7. — 18. 2½ - 8. 1. /13. 8. /. 51„ 5. 3¾4 12 3/1 6. Matole 18. 10¼ b. hauge: 1571. 3850. 4. 5. 3. 10: 1 1/ 131„ 4/8. /8. 10 8/8 F 5. —. 18. 207. p. haaga. 1671. 3860: 4. 5: 3 1: 1 7/8:1: 8. /8. 10 8/8 niet niet 11. Isere. 10. 22. 8 zien zien. Zien. 8. 10. „ 3. 6. 18 /¾. 1 1½. 2. 12½ 3. —. 12. 14. 2 - 8. 3: 3. 3: 17: 11: 4 3/8. 2. 10 /. — — - 8. 3: 3. 27: 17½: 13: 2/8. ½2: 15½ 2. —. 12 15. : — — 1. — 12. 14. 2. Caron 1785. 3274. 8. 5. 3. 7/5. 164 21„ 13. 8. 10 3/3. v 11. „ „ 12. 19: d„o niet niet 53. —. 12. 15: & :o zien. zien. 2900. 8. 2. 3. 3. 165/0. 12/¼ 4 1/8. 5/8. 9/8. niets niets 52. . . 12. 13„¾ zin tie 8. 3„ 3. 34 65/ / / 8. /8 — — 51. „ 12. 14. 23/38. Caron. 1786. 3214. 8. 38 3. 1/4. 1614 12. 11½ 7/8. 18/6. 50. — 18. 20. 44. boron 1786. 1 156. 8. 7. 3. 45 1714. 1„ 516. /8. 13/8. niets niets niets 49. „ 18. 22. Ed. zien. zien Zaei 8. 10. . 54. 18. 1. 1 niets 48. — 18. 23. zien 9. 9 /13. 40 1 7/8 1/. / /8 1 46. — 12. 11: 2 2/50 - 8. 3. 3. 3/0. 17/8 13. 5. ½. 9¼. — 45. „ 12. 16. 82/5 . 8. 3. 3. 28:s 17½. 13 /8 4. ½. 10½. 44. — 12. 14. ½. . baron. 1786. 3260. 8. 4. 3.7 1/2. 163. 1. 4 1/3. /8. 10½. niets niets niet 43. „ 12. 13½ 8: zien. Zien. 8. 3. 3. 28. 178. 1 5/. 1/8. /8 3/8. zien. iets 1t eene diepe hotte 8. 2. ƒ. 3. 1 71/8. 12/8. 5. ½. 78. 2 1½ 8d'e enge gakien — 42. — 12. 164„ zien- van de geheele land zijde. T van de Neegerij en de land zijde 59 5 8 5 8 8 5 20 33 8 9 5 2 e 56 85 8 ƒ e c = 58 8 8 88 ƒ 5 F 8 5 3 5 5 ƒ 3. . 8 ƒ 5 8 5 1 65 5 8 6 6 5: — — A — — — — — 415 8 8 E Notitie Het Ge„ ƒo9 der Febreeken van den Bo„ reekenen dem erf te van de Campong Baroe en de Rheede„ van de gantsche Plem, van 't Casteel aan de Land zyde. 8 re Joler 5 5 115 ger 1 5 8 5 8 8 8 5 1 pr 5 5 8 5 3 8 8 d 3 over 1aer 9 i 8 ngt 3 25 5 5 2 58 50 de 5 8 8 8 e 9 sver 5 8168 8 r „t 3 p=t d dn dm M gn C „ „ 1 5 111. Isers. 18. 208 41 Caron. 1786 ƒ15 16. 8. 7. 3. 4„ 19 15 56. 7/8. 12. niets niets niets 40. — 12. 15½ zien zien . 1707. zien. 8. 3 41„ 168 1 / / / . /8 niets 38. - 18. 34½ zien . — 8. 1 1 / 3. 5/8. 1 /8. 15. 6¾ ½. 10 3/8. - - 18. 20. L.„o. Caron. 1785. „ 176 8„ 6„ 3.4. 19. 15. 51. /8. 12. 37 „ niets niets niets A 36 „ 12. 155 &c zien. Zien zien 8. 3/8. 3. 1/8. 17. 131/4. 1/8. 3/8. 9 1/8. ƒ 35. „ 12. 14. 87. — - 330. 8. 34 13. 5 1 7/. 1 /8. 5. 4. 0¾. niets A 34 „ 12 1½ 8 b. — Zier 8. ¼ 3 1½ 17 1 3/8 1/ „ 10¾. — ede - 8 9: & -7. 5. 3. –. 158. 128. 1„ 3/8. 8 5/8. 58. ƒ 59 — 8. 9½ &: - - - 7. 5. 3- „ 16. 126:18: 14. 3/8. 8¾. 2220. 7. 10. 3. 1/4 15„ 1 1/8 „ „ ½. 5/8. 9 „ 8. 9½ R. — 57 80. „2291 7. 9: 3. 1. 15„ 1 18: 1 2/8. 8 5/8 6 8. 9 — — niets N zier. 6. 5½ 2- 7. 1414„ 1 /8. 3¾ ¼. 5/8 1: 6 6¼ &c: - - „ N 6. 52:5: 11„ 1 8/8: ¾ ¾. 8 1/8. &t. „ 6 7. — 2. P Quadij 5. Metole. 6 6½ &b: fermij 1689. 1708. 72„ 3. 1. 138. 108. 3½ ½. 7¾. A Claadgr 75 6 6½ 25. fremj„ 1682. 1625. 7. 2. 3. 3/8 12/8. 10. 30. 2. 5/8. 6 „ 9 6 2d A S. 7 En 5 schutwas tot wat geplaatst Defensie. 3 55 3 3 5 „— 58 5 9 9 5 e 5d E 3 5 3 E Ce 85 ƒ ƒ end 2 32 8 5o 53 — 8 8 X ƒ 3 8 x 51 ƒ — — zijde Weegerij eee de.

NL-HaNA_1.04.02_3864_1404 view scan ↗

English

65 88 2 Note and nothing ƒ &5. visible clean 61. - 6 7½. 89 „ 6 7/8 r„ visible. — 6. 9 visible 64. . 6. 7½ 23/8 6 7½. Not t ale en a The artillery good ordnance of the defects that was placed against coals 39 90. Iron 6. 7. 1 „visible. - - 6. 9. visible 94. „ 5. 8½. 67 „„ 6. 7. 85 92. -. 6. 8. 2/85: 6. 8. 8 —- not 12. Visible 1740. 6. 15. 2. 14 14 14: 13. 8. 8. 221: 1: 32 2. 1: 1 1/8: 1. 38.: 23. 9. 1800. 715 2. 10. 18. 08 3. ½ 9 le gaeltkheene — 1740. 7. 1. 2. 10. 11 „ 1. 38. 4 7/8. - — 178. 7 3/8 . 10. 18. 10 15. 8. 7. „ 1760: 7:1:2:1: 1: 18: 3/8: 4. 9. — 1521. 6. 52 7: 1„ 18„ 38: 4: 8 - 1760: 7 ¾ 2 4: 1: 10„ 34 ½. d:' rem tun netgout tua not - - visible. 7. 1. 2. 4„ 11„ 1. 3¾4. ¾. 8 5/8 . 7. 2. 2. 0. 1 1. . 8. 8. - - 170. 7. ¾ 2 4 12. 10. 8 . 8. 8. - - 170. 7. ¾4 2 10. 1 18 14. 1 8 ½. 8¾ not - – visible. 6. 4. 2. 5. 13. 11. 1. ½. 9. - 6. 77: 238 - - 6. 42. 5. 12. 11. 11. ½ 9. 6. 7½. & - - 6. 11. 2. 4. 13. „. 41. ½ 9. — - 6. 11. 2. 4. 12. 11. 14 ½ 9. 5½ Candij 8. Metal.„ 6 6½ lb. Trenij 1698. 1727. 7. 2. 3. –. 138. 10. 38. ½. 7/8. and Candij „ 6 6½. 8 5. Trinj . 1682. 1612. 7. 2. 3. ½ 1 38 4/3 3¾ ½ 8½ „ 4: 5. ½ „o I bran. 1721. 1395 7 5/ 3 /8. 18 16. 4 /8. 3/8 old R visible. —. 4. 5. 21: R08ge. 1689. 1068. 6. 3/8. 2 7/½ 11. 8/4 3. 1/8. 55 old - 4 1½ 2/ Rzogge. 1685. 1085. 6- 4 2. 8. 10¾ 8½ 3. 3/8. 6½. e Crans 1 „ 3. 3½. 25. Tan. 171 180 6 1 1 18 8 8. 22. E„ for what Defense 5 2 ƒ 8: 8 885 8 E 157 55 d 38 ƒ „ 815 p 63 7/13 p s en 8r 3: 3 3 3 3 6 3 5 6 8 83 ƒ 5 5 3 0 8 1 60 13 19 p 23 63 8 9 8 5 nothing - — — — ƒ nothing — — 85. — 6. 7½ p= not visible. — „ 6. 77: 2 /85 -- 7. — not 88. visible. „ 6. 7. 85. not 17 4 A7 ƒ H v 5 5 5 fo 0 sevr 88 8 8 of the Defects & To be calculated from the bottom 5 8 te e and 5 Ee around the touch-hole both for Parade, as well as to serve for defense at the high ne de 8 2 5 pumr 5 8 aNer 3 0 8 8 5 8 u 9 3 57 8 5 9 5 5 E 3 5 66 3 8 e 2 9 6d 61 1 6 d m m m V O v dBB ton § 11 0. 0 0 0 3 n H 97 not not not to be to be seen seen. Seen. 8 3½ 3. 7. 17/8. 138. 58. ¾. 10½. 31. Iron 12: 16¾ visible. 8. 3: 3. 4:131„ 13 /5: 1 3/8. 18 8/8 32. —. 12. 20. - — 8. 1½ 3. 2. 17„ 13: 4 1/8. ½2 10 38/8 9 — 12. 32¾ 8. 3. 3.-5. 17½ 13/8. 5½ ½. 1 ¾ some honeycombings. „. 12. 19 47 „ 12. 15 8 - 8. 10. 3. 1 5 17. 13¼ 5 ¼. 10¾ 41. - 1314. 6. 1: 2. 4: 12/8 /8: 1. 8. 78. - 1314. 6. 11„ 24„ 12¾ 9½ 3¼. ¼. 5/8. „ 1354 6. 1. 2. 8„ 12„ 4 1/8 3/8. /4. 3/8 „ 1300. 6. 10 /2. „ 12„ /. 3¾. ¾. 8½ Pieter ƒ 40 zeert. 1772. 461. 4. 18. 1. 41„ 8 3/8. 5/8. 2 3/8. 8. 5¼. 22. Metal 2. 2¼ ƒ Pieter „ 2. 2¼. & „zeest 172. 47. 1. 8. 1 9: 8½ 65/8. 2/8 /8. 5. 21. 2: 2½. L=o Burghard 1772 478. 14. ½. 4:„ 8/41. 6 5/8. 2½. 3/8. 5. „ 19. Pieter 20. „ 2. 2¼. L=. Zeert. 1771. 4462. 14. 18. 1- 9„ 8 1/8. 6½ 2½. 3/8. 4 5/8. 2. 2¼ 2 1: 1787. 412. 3. 10. 1. 7½ 81½2 5½ 26. 1/8. 5. visible 1787 412. 3 10 1718. 8 12. 52 2/6. 1/8. 5. : 2. 2¼ N F: ƒ 40 41½ 8 — 2 4. 4½ &c — 4 1: 285. 7. — -4 4½ &c dde 12 by night and unseasonable hours 65 8 5 in time of need, as 8 at alarm, and in time of need. v 9 ƒ ditto ditto. the 5 5 for Defense placed of the Post. and P 1360 Note And difference was for what Placed Defense The artillery and 1 — 5 x e e 8 38 um 5 B 8 ƒ p 5 v 8 „ ga 3 5 8 55 8 5 8 3 5 78 8 8 1 8 d 3 3 833 55 8 F 8 g her 8 „ - - „ — — to be not ƒ not seen. - — - campong tee, also both in front and on the Redoubt. F nothing. „ 154 Note The and e 5 vr e do te /8 Artillery for what of the Defects 2 J to be calculated from Defense the bottom was placed 38765 385 1. 1. „ 94. 1½ d: 5 37 5 3 8 ditto 8 8 868 vt d vt 7 8 3 3 3 0 6. 7. M Caron 1786. 1808. 6. 10.3 — „ 14. 16 13. 8. 8/ 44 Claron 1786: 1791:6: 4:3: —: 14: 9: 15: 10: 8/ 6 7. 6. 7. ditto Caron „ 17386. 178 ƒ 10653 —„ 14 1084 3. /8. 6 7. . . Clijon 1706. 179 6 183 1. 14: 15: 18: 12. Nicolaas 15. Metal. 4. 5. 2: Greede . 1725. 179.2. 8. 16. 3. 1. 1/. 9. 38. 78. 5 5/6. Nicolaas E 16. _ 4. 5. &: Greeve 1725. 1708. . 183 1 1. 9. 33. ½ 7. K J: de jonge 4 5¼. &b „n Zoom 17241. 10: 6ƒ 325: 18: 914: 34: 7/8. 7. Mi laet 4. 1¾1 — b„g rad 1761„ 158. 6. 3 2. 10. 124. 1„ 8. 18. 6. 3. 34. 2 1. 1786. 627. 4. 25414 414 92/4. 5: 3. 18. 55. 2. 2¼. — I: 787: 109:3: 4:1:1/8 8: 5: 15 8: 5: 229e 4685: 69:2:5„ 231„ 90: 7„ 20: 2. 5½: 2. 2¾. 2d 2. 231. 20. old 22.9: 168: 698 5 5. 2. 8. 90: 7. 24. 78. ¾ R old Rogge„ 1685. 690. 5. 6. 2. 31. 9. 76. 2/8. ½. 5½. not not —. 1. 1¼. Visible. seen. seen. 28. . 7. 1 58. 7/. 6. 314. /8. 15½ 1. 1 20. 210: 15. 210. . 8„ 1: 18: 5: 4 1/8:18 8 2 1: 15 50 1 1: 5 : 3: 1 1. 1:1: 2: et 1. 1¼ Visible seen. Visible. 269. 3. 5„ 1. 4. 70. 5/8. 15. /8. 18. 1. 1¼ 283. 3. 5/8 1. 6 4 78. 5/3. 18 4 48. 1 1¼ 278. 3. 61 5: 72. 3/8. 24 /8: 1: — 289. 3. 7. 1 7/8. 7¼. 5/8. 2/8. 8. 48. — 1 1¼ — — - 270. 6 158. 7/8. 5/8 2. ¼ 48 - - Visible ƒ. 74. 8. 8. 62. 41 2. ½. 3¾. - - 2. 4. 10¾ 66. 41½ 12. ¾. 3¼. - - 2. 2/3. 10¾. 66. 4¼ 12. ¾ 3¼. — — 2 1/3 10¼ 66. 414. 1½2. ¼. 3¼. -. 2. 3. 10¾. 56. 11„ 12 ¼. 3¼. 15. —. 2. 2¾ 2: 1 swivel-gun /8. ½. 4 /s - - 4. 5. 2 9: 8. 8„ 52. 3¼. 15. ¾. 3¼. —. — -- — - 1. 1¼ . Iron ½. 5/8 visible — „1 41 E„ not seen. Iron. — - - — 13 21 lin — — 17. — 16. -. not seen. — — — — — — — — — — ½. 8. ½. 5/8. 1 — - — - ½ 5/8. — — — — — 10 ver ƒ 1 5 8 2 a - 2 8 8 6 2 ƒ S: ƒ e 5 ƒ 5 O 8 F 1 Note . of the Defects 5 8 calculated from the Bottom 5 8 The seen e ƒ 3 3 5 ƒ C Merteen „ 35 9 85 23 4 6 ƒ At e 3 i 6 P50 e ƒ d 19 c d 5 ƒ 3 5 8 a 83 85 5 5 0 aar 8 ede 8 v 3 ƒ ene 8 ditto bonvitle 5 5 5 8 9 5 8 ƒ „ 8 3 5 3 8 e 3 8 18 3ƒ 51 6 6 0 8 6 ed. 6 8 981 6 e 68 E d d 2 n n n 1 8 8 8 0 8 0 8 0 x Opbortienrs 2 Greeve 1720. 859. 2. 4 165„ 12„ 03: 81„ 3/6. 5/8. Metal. 8. 82. II E 29 57. Greeve 1720. 859. 2 1: 15„ 12: 11. 4: ¾: 5/8. 8. 8½. x5 Mbert 6 68. 41. D. Graven 1720. 330. 4. 10. 1 1/. 38 08/8 32 3/16 4 /1 Mbert p=e Grave. 1720. 328. 1 10. 11½„ 8 „ 108„ 35„ 3/16 4 1/1 6 6/8. 51 e On „ 538: Dl: Brand. 1736 227. 1. 11: 8¾4. 8½. 90: 3 ¼. 18. Howitzer 85. — 201. 1. 6½ 9. 7½ 7¼. 1/80. 18. — 1 8 Metal. 4 V. F I. Burghard &F „ 4 „. 12 „ Burghera 1723: — 4. 8„: 9. 7/ 5/0„ 1/89 1/8. 2. ee E 8 Artillery for what was Defense placed. e F 3 E e 6 ƒ 8 A 49 —

Dutch transcription

65 88 2 Notitie en niets ƒ &5. zien net 61. - 6 7½. 89 „ 6 7/8 r„ zien. — 6. 9 zien 64. . 6. 7½ 23/8 6 7½. Not t ale en a Het Ger guede schut der debreeken dat tege koelen was ge„ plaatst 39 90. Jsere 6. 7. 1 „zier. - - 6. 9. zien 94. „ 5. 8½. 67 „„ 6. 7. 85 92. -. 6. 8. 2/85: 6. 8. 8 —- niet 12. Zier 1740. 6. 15. 2. 14 14 14: 13. 8. 8. 221: 1: 32 2. 1: 1 1/8: 1. 38.: 23. 9. 1800. 715 2. 10. 18. 08 3. ½ 9 le gaeltkheene — 1740. 7. 1. 2. 10. 11 „ 1. 38. 4 7/8. - — 178. 7 3/8 . 10. 18. 10 15. 8. 7. „ 1760: 7:1:2:1: 1: 18: 3/8: 4. 9. — 1521. 6. 52 7: 1„ 18„ 38: 4: 8 - 1760: 7 ¾ 2 4: 1: 10„ 34 ½. d:' rem tun netgout tua niet - - zier. 7. 1. 2. 4„ 11„ 1. 3¾4. ¾. 8 5/8 . 7. 2. 2. 0. 1 1. . 8. 8. - - 170. 7. ¾ 2 4 12. 10. 8 . 8. 8. - - 170. 7. ¾4 2 10. 1 18 14. 1 8 ½. 8¾ niet - – 2ie. 6. 4. 2. 5. 13. 11. 1. ½. 9. - 6. 77: 238 - - 6. 42. 5. 12. 11. 11. ½ 9. 6. 7½. & - - 6. 11. 2. 4. 13. „. 41. ½ 9. — - 6. 11. 2. 4. 12. 11. 14 ½ 9. 5½ Clandij 8. Metole.„ 6 6½ lb. Trenij 1698. 1727. 7. 2. 3. –. 138. 10. 38. ½. 7/8. ende Candij „ 6 6½. 8 5. Trinj . 1682. 1612. 7. 2. 3. ½ 1 38 4/3 3¾ ½ 8½ „ 4: 5. ½ „o I bran. 1721. 1395 7 5/ 3 /8. 18 16. 4 /8. 3/8 oude R zien. —. 4. 5. 21: R08ge. 1689. 1068. 6. 3/8. 2 7/½ 11. 8/4 3. 1/8. 55 zoude - 4 1½ 2/ Rzogge. 1685. 1085. 6- 4 2. 8. 10¾ 8½ 3. 3/8. 6½. e Crans 1 „ 3. 3½. 25. Tan. 171 180 6 1 1 18 8 8. 22. E„ tot wat Defensie 5 2 ƒ 8: 8 885 8 E 157 55 d 38 ƒ „ 815 p 63 7/13 p s en 8r 3: 3 3 3 3 6 3 5 6 8 83 ƒ 5 5 3 0 8 1 60 13 19 p 23 63 8 9 8 5 niets - — — — ƒ niets — — 85. — 6. 7½ p= niet zien. — „ 6. 77: 2 /85 -- 7. — niet 88. zien. „ 6. 7. 85. niet 17 4 A7 ƒ H v 5 5 5 fo 0 sevr 88 8 8 der Gebreeken & Van den Bodem af te reekenen 5 8 te e en 5 Ee rond om 't zund gat zo tot Parade, als om ter defensie te dienen ande hoog ne de 8 2 5 pumr 5 8 aNer 3 0 8 8 5 8 u 9 3 57 8 5 9 5 5 E 3 5 66 3 8 e 2 9 6d 61 1 6 d m m m V O v dBB ton § 11 0. 0 0 0 3 n H 97 niet niet niet te te zien zien. Zien. 8 3½ 3. 7. 17/8. 138. 58. ¾. 10½. 31. Yssere 12: 16¾ zien. 8. 3: 3. 4:131„ 13 /5: 1 3/8. 18 8/8 32. —. 12. 20. - — 8. 1½ 3. 2. 17„ 13: 4 1/8. ½2 10 38/8 9 — 12. 32¾ 8. 3. 3.-5. 17½ 13/8. 5½ ½. 1 ¾ eenige gallen. „. 12. 19 47 „ 12. 15 8 - 8. 10. 3. 1 5 17. 13¼ 5 ¼. 10¾ 41. - 1314. 6. 1: 2. 4: 12/8 /8: 1. 8. 78. - 1314. 6. 11„ 24„ 12¾ 9½ 3¼. ¼. 5/8. „ 1354 6. 1. 2. 8„ 12„ 4 1/8 3/8. /4. 3/8 „ 1300. 6. 10 /2. „ 12„ /. 3¾. ¾. 8½ Pieter ƒ 40 zeert. 1772. 461. 4. 18. 1. 41„ 8 3/8. 5/8. 2 3/8. 8. 5¼. 22. Metalen 2. 2¼ ƒ Pieter „ 2. 2¼. & „zeest 172. 47. 1. 8. 1 9: 8½ 65/8. 2/8 /8. 5. 21. 2: 2½. L=o Burghard 1772 478. 14. ½. 4:„ 8/41. 6 5/8. 2½. 3/8. 5. „ 19. Pieter 20. „ 2. 2¼. L=. Zeert. 1771. 4462. 14. 18. 1- 9„ 8 1/8. 6½ 2½. 3/8. 4 5/8. 2. 2¼ 2 1: 1787. 412. 3. 10. 1. 7½ 81½2 5½ 26. 1/8. 5. zien 1787 412. 3 10 1718. 8 12. 52 2/6. 1/8. 5. : 2. 2¼ N F: ƒ 40 41½ 8 — 2 4. 4½ &c — 4 1: 285. 7. — -4 4½ &c dde 12 bij nagt en ontiden 65 8 5 in tijd van nood, als 8 bij attarm, en in tyd van nood. v 9 ƒ _o _o. de 5 5 ter Defensie ge van de Post. en P 1360 Notitie En verschit was tot wat ¶ Geplaatst Defensie HetGe en 1 — 5 x e e 8 38 um 5 B 8 ƒ p 5 v 8 „ ga 3 5 8 55 8 5 8 3 5 78 8 8 1 8 d 3 3 833 55 8 F 8 g her 8 „ - - „ — — te niet ƒ niet zien. - — - mpong tee, ook zo voor„ en op de Redout. F niets. „ 154 Notitie Het ende e 5 vr e do te /8 Geschut tot wat der Gebreeken 2 J van der Bodem (Swas ge De fenvie af te reekenen plaatst 38765 385 1. 1. „ 94. 1½ d: 5 37 5 3 8 _o 8 8 868 vt d vt 7 8 3 3 3 0 6. 7. M Caron 1786. 1808. 6. 10.3 — „ 14. 16 13. 8. 8/ 44 Claron 1786: 1791:6: 4:3: —: 14: 9: 15: 10: 8/ 6 7. 6. 7. d=/o Caron „ 17386. 178 ƒ 10653 —„ 14 1084 3. /8. 6 7. . . Clijon 1706. 179 6 183 1. 14: 15: 18: 12. Nicolaas 15. Metole. 4. 5. 2: Greede . 1725. 179.2. 8. 16. 3. 1. 1/. 9. 38. 78. 5 5/6. Nigolaar E 16. _ 4. 5. &: Greeve 1725. 1708. . 183 1 1. 9. 33. ½ 7. K J: de jonge 4 5¼. &b „n Zoom 17241. 10: 6ƒ 325: 18: 914: 34: 7/8. 7. Mi laet 4. 1¾1 — b„g rad 1761„ 158. 6. 3 2. 10. 124. 1„ 8. 18. 6. 3. 34. 2 1. 1786. 627. 4. 25414 414 92/4. 5: 3. 18. 55. 2. 2¼. — I: 787: 109:3: 4:1:1/8 8: 5: 15 8: 5: 229e 4685: 69:2:5„ 231„ 90: 7„ 20: 2. 5½: 2. 2¾. 2d 2. 231. 20. oude 22.9: 168: 698 5 5. 2. 8. 90: 7. 24. 78. ¾ R oud Rogge„ 1685. 690. 5. 6. 2. 31. 9. 76. 2/8. ½. 5½. niet niet —. 1. 1¼. Zix. zien. zin. 28. . 7. 1 58. 7/. 6. 314. /8. 15½ 1. 1 20. 210: 15. 210. . 8„ 1: 18: 5: 4 1/8:18 8 2 1: 15 50 1 1: 5 : 3: 1 1. 1:1: 2: et 1. 1¼ Zier zien. Zier. 269. 3. 5„ 1. 4. 70. 5/8. 15. /8. 18. 1. 1¼ 283. 3. 5/8 1. 6 4 78. 5/3. 18 4 48. 1 1¼ 278. 3. 61 5: 72. 3/8. 24 /8: 1: — 289. 3. 7. 1 7/8. 7¼. 5/8. 2/8. 8. 48. — 1 1¼ — — - 270. 6 158. 7/8. 5/8 2. ¼ 48 - - Zien ƒ. 74. 8. 8. 62. 41 2. ½. 3¾. - - 2. 4. 10¾ 66. 41½ 12. ¾. 3¼. - - 2. 2/3. 10¾. 66. 4¼ 12. ¾ 3¼. — — 2 1/3 10¼ 66. 414. 1½2. ¼. 3¼. -. 2. 3. 10¾. 56. 11„ 12 ¼. 3¼. 15. —. 2. 2¾ 2: 1 raaijbars /8. ½. 4 /s - - 4. 5. 2 9: 8. 8„ 52. 3¼. 15. ¾. 3¼. —. — -- — - 1. 1¼ . Ysere ½. 5/8 zien — „1 41 E„ niet zien. Issere. — - - — 13 21 lin — — 17. — 16. -. niet zien. — — — — — — — — — — ½. 8. ½. 5/8. 1 — - — - ½ 5/8. — — — — — 10 ver ƒ 1 5 8 2 a - 2 8 8 6 2 ƒ S: ƒ e 5 ƒ 5 O 8 F 1 Notitie . der Gebreeken 5 8 van den Bodem 5 afgereekent 8 Het pien e ƒ 3 3 5 ƒ C Merteen „ 35 9 85 23 4 6 ƒ Te e 3 i 6 P50 e ƒ d 19 c d 5 ƒ 3 5 8 een 83 85 5 5 0 aar 8 ede 8 v 3 ƒ ene 8 d: bonvitle 5 5 5 8 9 5 8 ƒ „ 8 3 5 3 8 e 3 8 18 3ƒ 51 6 6 0 8 6 ed. 6 8 981 6 e 68 E d d 2 n n n 1 8 8 8 0 8 0 8 0 x Opbortienrs 2 Sreeve 1720. 859. 2. 4 165„ 12„ 03: 81„ 3/6. 5/8. Metale. 8. 82. II E 29 57. Greeve 1720. 859. 2 1: 15„ 12: 11. 4: ¾: 5/8. 8. 8½. x5 Mbert 6 68. 41. D. Graven 1720. 330. 4. 10. 1 1/. 38 08/8 32 3/16 4 /1 Mbert p=e Grave. 1720. 328. 1 10. 11½„ 8 „ 108„ 35„ 3/16 4 1/1 6 6/8. 51 e Aan „ 538: Dl: Brand. 1736 227. 1. 11: 8¾4. 8½. 90: 3 ¼. 18. Houwilter 85. — 201. 1. 6½ 9. 7½ 7¼. 1/80. 18. — 1 8 Mbetale. 4 V. F I. Burghard &F „ 4 „. 12 „ Burghera 1723: — 4. 8„: 9. 7/ 5/0„ 1/89 1/8. 2. ee E 8 Gercent tot wat was ge Defensie plaats1. e F 3 E e 6 ƒ 8 A 49 —

← previousnext →