Inventory 3864
Japan · 1,440 pages · 285 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
missing and now returned soldier de Silva, to re-engage in service. the Expeditions where he is to exercise Command, that everything shall be cleared away that could cause any harm to the good faith, and that good order and discipline shall take place, and the slightest reason for complaints being there, shall be decided to the satisfaction of the aggrieved party; and that they, the Keyanese, on their part may likewise hope for that same assistance against their enemies, whenever they continue in the long run to show themselves willing to be friends and allies of the Honourable Company; their promises having been repeated once more, and a friendly farewell having been taken of them, this Conference came to an end, which I hope may satisfy the purpose of your Right Honourable. naming myself with high esteem and Respect /was written beneath/ Right Honourable Sir /lower/ Your Right Honourable humble Servants /was signed/ A=s N=s 'SGravezande /in the margin/ Banda Nassau, the 6. December A=o 1788: — The Second and President of Justice, the Honourable 'S Gravezande, having had to take the trouble, on the occasion that the Governor was visiting the Out-Offices and the interim Fiscal van de Walle was at his Residency in Wajer, to examine the soldier Jacobus de Silva of Trinconomale, who, during that accident there, fell into the hands of a Gorammer Malcassa and a Hukom of Tidore, subsequently the 24. December 1788. transported to Ceram, and was ransomed by the orang kaya of Teilletaij, Libefalie, and Abdul adira for 90 rixdollars, and subsequently transported hither. And it having been found and sustained by His Honour, according to a written Report submitted thereof, that this de Silva may be acknowledged free of disloyalty and negligence, and is newly employable for the Company's service, it was thereupon approved and understood to re-engage the same Jacobus de Silva, whose and the other remaining soldiers' pay—except for Two common Soldiers who returned after the capture by Resolution of the 11. February of this year—ceased on the 13 April 1787, de novo as of the 1st of March next, for as long as he requests his freedom, into service as a soldier with the pay of f 13. per month that he earned, upon his old contract, from which the time that he has been out of service is excluded; furthermore, his ransom money to the amount of Ninety rixdollars, which he acknowledges, to be paid from the Treasury, and for the restitution of that amount, to withhold half his pay. Approval of the Separate Resolution of the 4. September. Lastly, the Separate Resolution of the 4. September last was resumed and approved. /was written beneath/ Thus Done and Resolved at Banda at Castle Nassau, date as above. /was signed/ L=d J=n Haga, A=o A=s 'sGravezande, J:n F=r Steinhert, J=s Hageman, and B:s Van de Walle. Monday the 20. January 1789. in the forenoon at half past Eight o'clock Meeting of Policy Present The Right Honourable Mr. Lambertus Janszoon Haga, Governor and Director of this Province Messrs. Adrianus Anthonij 'S Gravezande, Senior Merchant and Second Johan Fredrik Steinhert, Captain and Head of the Militia Bartholomeus van de Walle, Junior Merchant, Resident of Wajer and interim Fiscal the 24. December 1788. Absent Johannes Hageman, Merchant and Head of Pulau Ay, on his island. To grant to the Citizens taken into service as Sailors, above the pay, the Ration, and for each Last. For separate matters, the Honourable 'S Gravezande, Fleet Commander of the Expedition, gave notice by means of an address that His Honour, being engaged in recruiting the necessary seafarers for the vessels, already many of the good citizens had willingly offered themselves for this purpose and had also assured him that they will not only faithfully, but also gladly, let themselves be employed for such services as will be required of them; that, when sailing as Citizens outside of their ordinary pay with free board, they could also do something through engaging in small trade for the benefit of their Families, but for the present could not limit themselves to that when engaging in an expedition, and they therefore need their Pay for equipment, or must leave it for the maintenance of their Families left behind; that it had been requested by the Citizens who collectively entered service to make this respectful proposal, namely: to the enjoyment of the pay of four rixdollars, four months in advance before their departure, and to the Rations of a European seafarer, and that for each of the thirty-three of them taken into service, during their absence, rice for Two persons might be distributed to their wives and children for maintenance, against payment of 30 rixdollars the Last. Whereupon the Honourable reporter, in the expectation that they will fulfill their promises, and that their good services will equal whatever may be favorably decided in this regard, respectfully proposed the aforesaid request, as what they put forward appeared acceptable, most of them being old, experienced, and capable folk and the best Citizens, upon whose fidelity one the 26. January 1789.
Dutch transcription
25 vermiste en nu te rug geko„ „men soldaat de silver, weder in dienst aan te nemen. „de Expiditien alwaar hij het Commande staat te vieren, Ionge sal dat alles uijt den weg geruijmt worden wat eenige no„ „deel aan het goed vertrouwen soude kunnen toebrengen, en dat een goede ordre en discipline sal plaats vinden, en de minste reden tot klagten daar zijnde, tot genoegen van de beledigde sal beslist worden; en dat sij keijeneesen van hun kant even op die sel„ „ve assistentie tegen hun vijanden kunnen verhopen, wanneer sig op den ducr blijven toonen vrienden en bondgenooten van d'E: Comp: te willen sijne hunne beloften nogmaals herhaalt, een C vreendelijk afscheid van hun genomen is deese Conferentie ten 1 C eijnde geloopen die ik verhoop dat aan het oogmerk van ƒ uwelEd. Agtb: sal mogen voldoen. mij met hoogagting en Eerbied noemende /onderstond/ wet„ „Edelen Agtbaren Heere /:lager/ uwel Edele Agtbaare onder„ „„danige Dienaaren /was geteekend/ A=s N=s 'SGravezande /terseide / Banda Nassauw den 6. December A=o 1788: — de van de Bootelingen van Jaoa Dan Secunde en President der Justitie D E 'S Gravezande zig bij gelegendheid dat den Heer Gouverneur op de Buijten Comptoiren de visite doende, den interim Fis„ „caal van de Walle op zijne Residentie te waijer was hebben de moeten verledigen te examineeren den soldaat Jacobus de Silva van Trinconomale, de welke bij dat ongeval aldaar, in handen van een Gorammer Malcassa en een Hoekom van Tidor gekomen, ver„ den 24. December 1788. „ volgens ƒ 1 „volgens na Cerain vervoere, en door den orangkerij van Teilletaij Libefalie en Abdul adira voor Rij re: 90: — angelost mitsgas, pan „ders herwaards getransporteert is. en door zijn E: volgens een daar van overgelagd schriftelijk Be„ JV 1 „rigt bevonden en gesustineerd zijnde, dat desen de selva mag 1 waij gekend worden van ontrouwe en nalatigheid, en op nieuwe tot sComp: dienst emplojabel is, zo wierd mits dien goedgevonden en verstaan denselven Jacobus de Selva minst en den Reste „lingen gagie, behalven Twee gemeene Militairen die, na de aanhaling bij Resolutie van den 11: Februarij dezes Jaars zijn terug gekomen, gecesseert is op den 13 April 1787, de novo onder P=mo Maart. aanstaande, tot hoe lange hij zijn vrij„ „heid verzoekt, in dienst te neamen als soldaat met de gagie van ƒ 13. ter maand die hij gewonnen heeft, op zijn oude verband. waar van de tijd dat hij buijten dienst is geweest uit scheet, voorts zijne Lospenningen tot Negentig Rijxd„s die hij bekent uijt Cassa te betalen, en ten restitutie van dat bedragen zijn pr 16 27 van den 4. september: zijn halve gagie in te houden. approbatie der Mparte Pesol Laatstelijk is geresumeert in g'approbeert de Apparte Resolutie van den 4: September laatstleeden. /onderstond/ Aldus Gedaan en Geresolveert te Banda aan het Casteel Nassauw dato voorsz 14 . . /was geteekend/ L=d J„n Haga, A=o A=s 'sGravezande, ƒ J:n F=r Steinhert, J=s Hageman, en B:s Van de Walle. Maandag den 20: Ianuarij 1789. des voordemiddags ten half Negen uuren vergadering van Politie Present Den WelEd: Agtb: Heer Lambertus Ianszoon Haga Gouverneur en Directeur deser Provintie D' Heeren Aarianus Anthonij 'S Grave zande oppercoopman en secunde Johan Fredrik Steinhert Capitain en Hoofd der Militie Bartholomeus van de walle onder Coopman Resident van waijeren p=m Fiscaal den 24. December 1788. Absent . Absent aan de als Marijoren in dienst genome Burgers toe te staan boven de gagie, het Randsoen, en voor ieder Lasten Voor deapparte zaken wierd door het vloot Hoofd der Mepe Rigt egen 30 si iet Mroese Expiditie de E: S Gravezande bij een addres kennisse gegeven dat zijn E: in de aanwerving zijnde van de benodigde zeevarende tot de Pagte, zig reeds veele : ƒ . der goede ingezetenen daar toe ook gewillig aangeboden en ook verzeekert hadden dat zig niet alleen getrouwe, maar opk ƒ 1: gaarne, tot zodanige diensten zullen latten emplojeeren als men van hun zal vorderen; dat zij met de Burgers varende buijten hun gimane soldij in de vrije kost ook wel„ iets door: het drij van van kleine Negotie ten voordeele van hunne Huis gezinnen kunnen doen, dog zig voor het te„ „genwoordige daar aan niet konden bepallen als zig tot Johannes Hageman Koopman en Hoofd van P=lo Aijen Thun op zijn Hoofdij een 29 eeen expiditie en gagerende, en zy dus hunne Soldijen tot uitrusting benoodigd, of aan hun agtertelate Huis „gezien tot onderhoud moeten laten; dat door de gezament„ „lijken in dienst getreden Belager versogt was dese eer„ „biedige voorslag te doenen ten weten, tot het genot van de gagie van vier Ryjhdjslemn voor hun ver„ „trek vier maanden voor uijt, en om de Randcoenen van een Europese zeevarende, en dat vaar ieder den drie va dertig van helm in dienst genome, gedurende derselver afzijn, aan hunne vaartwan en kinderen tot onderhoud tet gedelt mogte worden de Rijst voor Twee koppen tegens betaling van 30. Rij Ed=s het Last. bij het welken den E: berigter, in de verwagting dat zij aan hunne beloften zulllen voldoen, en dat de goede diensten zullen evenaren aan het genen wat hier omtrent ten goeden besloten moge worden, het voorschaeve quantig voordragt daar het door hun voorgewende als aanneemelijk voorquam, zijnde de meeste oud bevaren en kundig volk en de beste Jruigketenen, op wiens touwe den 26. Januarij 1789. men
English
To allow the officers of the Expedition to enjoy double board money. Noted the transfer of the purchased sloop. one can rely upon and expect the required services; since in the aforementioned respectful proposal, backed by a representation, nothing else is enclosed than fairness, to which a good and needy inhabitant who renders his services may and must address himself, it is approved and agreed to grant fiat to that backed proposal as it lies. And it was further resolved, upon the request made to that end, that, as is customary in such circumstances here and elsewhere, the officers of the Expedition shall be allowed to enjoy double board money, simultaneously for their encouragement. Meanwhile, the fleet commander, the second-in-command sGravezande, claimed or requested nothing, stating he would be fully satisfied with whatever favors the Honorable High Indian Government might please to grant. It was also approved and agreed, from a report received from the appointed commissioners, the shopkeeper de Haan and Navy Lieutenant Borninkhoff Jansz:, to record that the sloop Lonthoir, purchased pursuant to the separate resolution of 24 December last, along with the goods on the inventory, has been transferred and delivered at the equipment yard by the provisional overseer there, Lieutenant Leendert Dijkhuijsen. The separate resolution of 24 December approved. Finally, the separate resolution of 24 December last was resumed and approved. Below stood: Thus done and resolved at Banda in Castle Nassau, on the date aforesaid. Was signed: L: V: Haga, A: A: sGravezande, J: F: Steinhert, and B: Van de Walle. Wednesday, 4 February Anno 1789, in the afternoon at four o'clock. Council of Policy meeting. Present: The Honorable Lambartus Janszoon Haga, Governor and Director of this Province. Messrs. Adrianus Anthonij sGravezande, Senior Merchant and Second. Johan Fredrik Steinhert, Captain and Head of the Militia. Johannes Hageman, Merchant and Head of P:lo Aijen Rhun. Bartholomeus van de Walle, Junior Merchant and Resident of Waijer and Provisional Fiscal. 26 January 1789. The departure of the expedition fleet to Aroe determined. Resumption and confirmation of a Memorandum for the fleet commander. Insertion of the same. After the Governor and the members had taken their seats, His Honor communicated to them that they had been convened because of the departure of the expedition fleet to Aroo, scheduled for tomorrow under the Senior Merchant and Second, the Honorable Adrianus Anthony 's Gravezande; whereupon His Honor laid upon the table a draft Memorandum for the said fleet commander to serve in that expedition, as well as for communication of the matter to this assembly. This document was subsequently read and resumed, and its contents in their fullest sense were deemed a necessity and confirmed, with the resolution to insert the same into this Resolution, reading as follows: Memorandum for the Honorable Mr. Adrianus Anthonij 'sGravezande, Senior Merchant and Second of this Government, to serve for His Honor's information in the Expedition to the Islands of Aroe and the arrangements there, which are recommended to his direction; serving at the same time for communication of the matters in Council. Since the overrun of the eastern coast of Aroe by the rebels of Oedjier with their adherents and their evil deeds there, these circumstances have successively been discussed here in the Council of Policy, and, following the separate resolutions, decisions were made to set out with sufficient force to seek reprisals, and at the same time to restore affairs and re-establish a garrison there for the benefit of the Company and the Banda inhabitants. All of which, regarding what preceded in the matter of Aroe since earlier days and what is required for the present, is known to the said Second, the second signatory of this document. This, combined with the extensive negotiations between the Governor and His Honor regarding what would be required in various circumstances, and since the remoteness of the place and the nature of the matter are unsuitable for the strictest positive orders, which reasons together have formed the primary cause for seeking a member of the Political Council of the highest standing and upon whose knowledge, conduct, and prudence in this one may rely; so it will only remain and be necessary to comprise some special points in a Memorandum for the said Second and fleet commander, leaving all further matters recommended to his direction toward the achievement of the salutary objective. For which purpose then, in order to hold oneself as assured as possible of a good outcome, the force has with great effort and expense been made quite considerable with twelve able vessels, being five sloops and pantjallings, among them a pantjalling from the Government of Amboina, one smaller cruising vessel, and six cruising orembaais from Amboina, which under the fleet commander carry 525 able-bodied men, mounted with 84 pieces of brass and iron ordnance from three to half-pound caliber, 1 mortar, 1 howitzer, 5 coehorns, bombs, hand grenades, and fireballs. 4 February 1789
Dutch transcription
de officieren van de Expeditie dubbelt kostgeld te laten genieten. niet. genoteert het Transport van de ingekogte Chaloupson„ men zig kan verlaten en de vereischte diensten verwagten magi zous nadien 1 in dan voorschreve eerbiedigen en met een voordragt- gesterkten voorslag niet anders opgesloten leg als den billijkheid, waar toe een goede en behoeftige Jngezetenen die zijn, diensten afleveren zal zig addresseeren mag en moet, goed gevonden en verstaan op dien gesterkten voorslagfi„ „at te verleenen zo als die digt. En is wijders op het daar toe gedane aanzoek, besloten om, gelijk retenderende het vest hoofd zulk ijzo vanigen gelegend heeden heere en elders meer plaatse heeft, 9 de officieren van de Expaiditie te laten genieten dubbid kostgued, ten aanmoediging van deselve teffens. ter wijl het vloot Hoofd den 8: secunde sGjravezande intusschen niets pretendeerde of versogte als zullende met den geedheden na behagen van de Edele Horge Jndiasche Regeering, ten vollen te vreeden zijn. Nog wierde goedgevonden en verstaan uijt een ingekomen Berigt „tor sop de Equipagie werd, van dpprasse Gecommitteerdens den winkelier de Haan en Quitenant ter Zee Borninkhoff Jansz: aan te teekenen dat de volgens apparte Besluijt van den 24. xber Jongst leeden ingekogte Cha„ „loup Lonthoir wet de goederen op de Jnventaris onder zijneudig op de Equipagie werff van den p=s op zegtern aldaar den Luitenant „ Leendert d 6 de apparte Recol: van den 24: „ Decemb: g'approbeert. Leendert Dijkhuijsen getransporteert en overgegevens is Eindelijk zijn geresumeert en g'approbeert de apparte Resolutie en van den 24: December Jongst Leeden. /onderstond/AAldus Gedaan en Geresolveert te Banda aan het Casteel Nassauwr dato voorsz. /was getekend:/ : V: Hagja, A: A= Grave zande J:bn J„k Steinhert, en B: Van de Walle Woensdag den 4: Februarij Ao 1789 des Nademiddags ten vier uuren vergadering van Politie Present Den WelEd Agt: Heer Lambelus Janszoon Haga Gouverneur den Directeur deser Provintie/. D' Heeren Aarianus Anthonij sGravezande opperkoopman en Secunde Johan Fredrik Stuinhert. Kapitain en Hoofd der Mlilitie Johannes Hageman koopman en Hoofd van P:lo Aijen Rhun Bartholomeus van de Walle onderkoopman en Resident van Waijer en P=r Fiscaal den 26 Januarij 1789 Na tg het vertrek den Expeditievloort na Aroe vastgesteld. ga Resumtie en Confirmatie de van een Memorie voor het d en vloot Hoofd. insertie van dezelve. Na dat den Heer Gouverneur met de Lieden zitplaats genomen hadden Communiceerde zijn Ed: dezelve bij den geroepen ten hebben mits het op morgen bepaelde vertrek van den Expiditie vloot na Aroo onder den opperCorpman en secunde D' E: Adria„ „nus Anthony 's Gravezande, waar op zijn Edele ter Tafel overleede een ontwarpen Plemonien voor het gemelde vloot-Hoofd om te dienen in die Expaidatie, tesamsl: ten Commaunicatie van den Za„ „set in dese vergadering, welke schriftitur vervolgens gelesen en gen„ „resumeert wierde, wanneer den inhoud in zijne volle zin, als een vereischte aangemerkt en geconfirmeert is met het besluijt om dezelve zodanig in dese Resolutie te invereeren, wydende als volgt. Memorie voor den E. Heer Adria„ nus Anthonij 'SGravezande opper„ „coopman en secunde van dit Gouvernement om te dienen, bij zijn Ed: kennisse van zaken in de Expeditie na de Eijlanden van Aroe en de be„ „stellingen, aldaar, welke desselfs directie zijn aanbevolen- dienende teffens ter Communi„ „catie van de zaken in den Raadt. sedert het aflopen der te smesten Eust te Aror door de Rebellen 33: Rebellen van oedjier: met hun aanhang en derselven bose bedrij„ „ven aldaar zijn alhier Successief in Rade van Politie die omstandig„ „heeden beredeneert en na de apparte Resolutien, de Besluijten geno„ „men om met een toerijkende magt uijt te zien na lepresaillie tef„ „fens om de zaken te herstellen, en aldaar weder Bezetting te nee„ „men ten nutten van de Comp: in de Bandas Jngezetenen; hoeda„ „nig dit in het gene van de Aroese zaken zedert vroeger dagen voor afgegaan is en voor het tegenwoordige vereischt word, alle bij gemelde Heer Secunder den tweden tekenaar deses, bekent is, het wel„ „ke gevoegd bij de uijtgebreiden onderhandelingen tusschen den Gouver„ „nend en zijn E: wat er vereischt wierde in verschillende omstan„ „digheden, en nu de afgelegendheid der plaatse en den aard der Za„ „ke ongeschikt is daar voor de strikste positive beveelen, gelijk het een en ander de voorname reden heeft uijtgemaekt dat men uijtgezien heeft na een Politicq Raadslid van het eerste aansien en op wiens kennis beleid en voorzigtigheid in desen men zig mag verlaten, zo zal 'er slegte overblijven en nodig zijn, voor denselven E: sccunde en vloot Hoofd eenige bisonde„ „re poincta in een Memorie te begrijpen, en die, met alle het verder zijne directie aanbevolen te laten ter berijking van het heilzame oogmerk. waar toe dan om zo veel mogelijk zeg van den goeden uijtslag verzekert te mogen houden, met veel moeiten en kosten de magt vrij aanzienlijk gemaakt is met Twaalf bequame vaartuigen, zijnde vijff Chaloupen en Pan„ „tjallings, daar onder een Patjalling uit het Gouvernement Amboina Een minder Kruijs vaartuiigen Ses Kruijs Orembaijen van Amboina die onder het vloot Hoofd, op hebben 525: weekbare mannen, gemonteert met 84: Stucken metaalen ijzer geschut van drie tot Een half l. saliber, 1: Mor„ „tier 1: ouwitsen, 5: kats koppen, Bommen, Hand granaten, den 4 Februarij 1789 Baand kogels
English
Round shot and other sharp ammunition, six blunderbusses, 232 muskets, provided with gunpowder, and everything else necessary for a complete expedition, and provisioned for a long voyage of five months, as much as the vessels have been able to take in. The Kei Islanders, or descendants of the old Bandanese, neighbours of Aru, have not given the slightest indication of having colluded with the rebels. They assured this in the spring by a letter to the Governor or Chief Signatory, requested to remain free of suspicion, and confirmed the same in the autumn by their arrival to trade with nine junks. On this occasion, by order of the Governor, a conference was held with those peoples by the Second in Command himself, and their voluntary offer was presented not only to be and remain faithful to the Company, but also to render all assistance, especially if the occasion, as might happen now, should present itself. Whereupon they departed for Banda, pleased with the particularly good treatment and trust, according to the note made thereof by the notary of the conference. And since this, under these present circumstances, is of exceptional importance, and also offers a good prospect when one increasingly inspires those peoples with the belief that one forms a good opinion of them, and thus, without losing sight of vigilance and caution, makes use of their offer for the present in providing the fleet with necessities that cannot be obtained on Aru and are nevertheless indispensable; it will therefore be necessary that the fleet, leaving this roadstead, head directly for Great Kei, where it will be joyfully welcomed by the inhabitants after these promises made here to the Governor, mainly also to assemble there with one another and at the same time to obtain some reliable information on the state of affairs at Aru. For it might sometimes happen that the fleet, during the voyage from here, through unexpected but unavoidable maritime disasters, is scattered and one or another vessel becomes separated from it. Having gathered there, provided with what is necessary, obtained the required clarification, and ensured by maintaining good discipline among the fleet's crew that the good Kei Islander is not disturbed, but rather more strongly drawn by friendly treatment, indeed even by distributing some small presents as may be suitable; and having obtained further complete assurance of their loyalty, the crossing to the Aru Islands must be made as soon as possible, weather and wind permitting. It would be a great matter and could sometimes bring about an immediate decision in the undertaking if the fleet, departing from Kei for Aru, the large vessels choose the roadstead or usual anchorage at Dobo, and the main force could immediately undertake a landing on the rebellious Ujir, which sort of attack they are not accustomed to there, as they have never yet seen any special force of the Company with them. And if that surprise attack could take place with the large vessels, or if they could at least serve as cover from afar, then it could be more completely accomplished. However, this is uncertain and very dangerous, because the land, or rather where the settlement of Ujir lies, forms a lee shore in the west monsoon, and no vessels, large or small, can endure any bouts of wind and weather there, nor can they get away from the shore again. Thus, in the event of unexpected resistance, when one had to retreat, where one could hope for no assistance from the large vessels, indeed could not even reach them except with the greatest danger, this would be too great a risk; as this, therefore, cannot be relied upon, it is necessary, when the aforementioned required favourable opportunity does not present itself, that the large and small vessels together choose Dobo, in order that, having anchored there, information be obtained by sending a vessel to the settlement of Wammer or other nearby settlements as to where the enemy is located and what their strength is. 4 February 1789. 1. As soon as, through the coming aboard of some native peoples, or through reliable reports, some reliance can be placed on successfully undertaking something against the settlements of Fangabal and Samang, located in the vicinity of Wokam, it is advisable, after first having made good arrangements for the safeguarding of the sloops and pajalangs, to depart for Wokam with the cruising orembaais fully equipped during a calm spell, and to attack the settlements of Fangabal and Samang, as they would otherwise continually disturb our men and could cause hindrances to the work. And this being accomplished, directly upon Wokam to first throw up a temporary battery and make some shelters; thereafter, to have the fleet's crew, with the help of some well-disposed natives, quarry stone, burn lime, and cut timber for the erection of a principal and suitable fortification or redoubt, in the manner of the redoubts here, with such improvements as the Governor has indicated, and in which a garrison may be as safe as possible from all attacks, for which the craftsmen will also go along with the tools and ironwork. When those of Fangabal and Samang have been put to flight and scattered, whether some fall into our hands or make their way to Ujir, an opportunity must be looked out for and observed, in calm weather, to surprise Ujir unexpectedly and either punish them by force or
Dutch transcription
Baankogels en verder scherp Ses Donder bussen 232: Snaphanen, voorsien van kruijt, en alle het verdere nodige wat tot een Comp „plete expeditie gehoord, en voor een lange togt van vijf maanden gevictualieert zo veel als de vaartuijgen hebben kunnen innemen De Zeijeneesen of afstammelingen van de oude Bandaneesen, nabuuren van Aroe, hebben geen de minste blijken gegeven van met de Rebellen gehult te hebben, zij verzekeren dit in het voor„ „jaar bij een Brief aan den Gouverneur of Eersten Tekenaar, ver„ „zogten voor of om buijten verdenking te blijven, en bevestigden het zelve in het najaar door hun komst ten handel met Ne„ „gen Jonken, bij welke gelegendheid ter ordre van den Gouver„ „neur door den secunde selver, met die volkeren en conferentie gehouden en voorgekomen is hun vrij willige aanbiedinge om niet alleen de Comp: getrouw te willen zijn en blijven, maar ook alle hulpe te bewijzen besonder indien de gelegendheit zoals tans zoude kunnen gebeuren, mogte voorkomen, waar op zijn bleide over een bijzonder goede behandeling en vertrouwen op Ban„ „da zijn vertrocken, na de daar van zijnde aantekening by de Notar van de Conferentie en dewijl dit in dese tijds omstandigheeden zo wel van een bij zondere gewigt is, als dat het een goed voor uitzigt heeft wanneer men die volkeren meer en meer inboezemd dat men van hun een goed denkbeeld vormt, en zodanig onder eene niet uijt oog te verliese waakzaam en voorzigtigheid gebruijk maakt van hun„ „ne aanbiedinge voor het presente in het voorsien van de vloot met benodigdheeden die op Aroe niet te bekomen zijn en nog„ „lans noodzakelijk vereischt worden; zo zal het nodig wesen dat de vloot dese rede verlatende, direct de steven wend na Groot Keij alwaar dezelve dan voor de bewoonders, na dese hunne belof„ „ten alhier aan den Gouverneur gedaan, blijde zal worden ingehaald, hoofd zadelyk ƒ 35 hoofdzakelijk ook om zig aldaar met den anderen te verzame„ „len, en teffens van den staat te Aroe eenig zeker narigt te er„ „langen, daar het Somtijds zoude kunnen gebeuren, dat de vloot in de reise van hier door onverhoopte dog niet te voorsiene zeede sastres uijt elkander en het een of ander vaartuig daar van verwerderd raeckte aldaar aan verzameld van het nodige voorsien, de vereischte elucidatie erlangd, en door het houden van een goede decipline onder de vlotelingen gezoagd zijnde dat den goeden Keijenees niet gestoort; maar eerder door den een vriendelijke behandelinge Ja zelfs door het toedeelen van eenige toedeelen van eenige geringe presente na dat het te pas„ „se komen mag, sterker getrocken is; en van derzelver trouwe nader volkomen versekering genomen hebbende, moet zo spoedig mogelijk, winden weer te bate komende overgestoken worden na de Eilanden Arou. het zoude een grote zaak zijn en som„ „tijds een directe beslissing in het voornemen kunnen geven, wanneer de vloot van Keij na Arou vertreckende, de grote vaartuijgen de Rede of gewone Anker plaats te Dobbo kosen, en het bloot Hoofd onmiddelijk een Landing op het Rebelliga oedjier kon„ „de ondernemen, hoedanige aanvanding zij aldaar niet gewoon zijn want nog nimmer eenige bisondere magt van de Comp: bij hem gesien hebben, en zo die verrassing met de grote vaartuijgen geschieden of dat deselve ten minsten van verre tot decking dienen konden, dan zoude het meer volmaakt kunnen worden: dog dit is wisselvalig en zeer dan gereus, =vermits het Land of wel daar de Negorij van Oedjier legt, in de west mousson een lager wal maakt, en geen vaartuigen groot nog klein aldaar eenige ontmoetingen van weer en wind uithouden nog ook niet weder van de wal komen kunnen dus dit voor een onverwagte tegenstand, wanneer men retiree„ „ren moest daar men van de grote vaartuigen geen adsistentie ho„ „pen Ja zelfs niet dan met het grootste gevaar bij deselven komen den 4: Februari 1789. konde konde, te veel gewaagd zoude zijn; gelijk hier op dan geen staat te maken zijnde, diend, wanneer de voorsz: vereischte gunstige ge„ „legendheid zig niet op doet, met de grote en kleine vaartuigen te sa„ „men Dobbe gekosen om aldaar g'ankert zijnde door het afsenden van een vaartuig na de Negorij Wammer of andere digt bij leggende Negorijen informatie genomen te worden, waar de vijanden zig be„ „vinden en hoedanig hun magt is. 1 zodra na door het aanboord komen van eenige voorlandse volke„ „ren, of door de goeder na regten eenige staat gemaakt kan worden om iets met vrugt te ondernemen op de Negorijen van Vangabel en Samme in de nabuurschap van wockum gelegen is het raad„ „saam na alvorens goede ordre tot de bewaringe der Chialoupen en Patjalling gestelt te hebben, met de kruijs orembaien van alles voorsien bij een stille gelegendheid na wolkum te vertrecken, en de Negorijen vangabel en Samme te attacqueeren, daar deselve an„ „ders gedurig de onse ontrusten en het werk hindernisse zouden kunnen toebrengen. en dit volbragt zijnde direct op Wockum eerst een losse Bat„ „terij op te werpen en eenige Lijfberginge te maken, daar na door de vlotelingen met behulp van eenige genege voorlanders steenen laten breken, kalk branden en hout kappen tot het Erigeeren van een Capitale en bequame sterkte of Redout, na de wijze der Re„ „douten alhier, met zodanige verbeteringen als den Gouverneur heeft aangewesen, en waar in een Bezetting zo veel mogelijk veilig kan zijn voor alle aanvallen, tot het welke de Ambagts„ „lelven mede gaan met het gereedschap en Eijzer werk. wanneer nu die van vangabel en Samme op de vlugt geslagen en verdeeld zijn, het zij Eenige in onse handen komen te vallen of zig nae oedjier begeven, zal na gelegendheid uitgesien en de waar„ „genomen moeten worden, om bij stil weder oedjier op het onver„ „wagtste te overvallen en dezelve het zij met geweld te Straffen dan wel
English
37 be brought to reason and repentance in another manner, while nonetheless, if it can and may happen consistently with true interest and honour, the fitting mildest means must be preferred over the severe. Since one is informed that most of the Christians of the Negorij wockum conspire together with those of dangabel Samme and oedjur, and have had knowledge of the hatched plot of the oedjireesen, their pretext that they were forced thereto must not be believed too easily, but they ought rather to be regarded as enemies, all the more as in the past year, when their orangkaij Nicolaas Harmens was there with our convoy vessels, they had opportunity enough to come over to ours instead of hiding themselves until now; unless their conduct upon a strict investigation appears less detrimental; in which case one must incline toward mildness and compassion. Should the oedjireesen, sometimes fearful of our considerable power, wish to come to submission, their known wicked inconstancy will beforehand have to be thoroughly put to the test, also by demanding the surrender and a solemn obligation for the tracking down and delivering up of the Gorammers and Cerammers, the Tidorian their so-called king Manosso, and all the principal members of the faction who are guilty of the vile enterprise, principally of the wanton murder, and at the same time hostages of some of their principal persons, who can also be brought to Banda to seek pardon and to enter into a new contract; in return for which they must receive assurance that no harm will be done to them. The fleet commander can attempt to carry out this same measure on the principal inland Negorijen, but if in the matter of hostages some hindrance should be found, and they cannot be the 4th of February 1789 induced to cross over to Banda this time as well, then, if the rebels willingly fulfilled the other just-mentioned requirements for a dutiful submission and could thus be admitted thereto, such contracts may be entered into with them in the best and most advantageous manner as shall be judged capable of existing to the greatest advantage, and which are not entirely hopeless for maintaining oneself therein. During the execution and preparation of the stronghold, for which with ripe deliberation, and the tracing of the reason why in ancient times it was laid out in wockum and not on the corner of the klappa doea, this best and safest place which has the most general approval ought to be chosen, as such a stronghold is most necessary there, and for which there is now the best opportunity, as this would subsequently have to incur new and great costs again, whereas on the other hand the present expenses can be so moderated, the fleet commander could do his best to draw the inlanders and well-intentioned to his side, and after everything was completed, with which the month of April will approach, he could make the round of the inland to reunite the estranged Negorijen; and if it were possible, try to obtain a good quantity of Paarl de Amour shells, also to take the necessary information regarding the pearl banks, whether one could in the future expect any good success from them for the benefit of the Company; and whether no good birds can be obtained and ordered to satisfy the annual requisition of the capital. By which time the large vessels can proceed from Dobbo to wockum or near the post, to assist the same if necessary, and the commander may depart for the inland with greater peace of mind, for it would not be advisable to divide the force into three and make it too weak. However, if upon landing at Dobbo the thorough information 39 the 4th of February 1789: should be obtained that the oedjireesen have been reinforced with the Gorammers and other peoples to offer resistance, and it is dangerous to break the force for the time being, because while being at wockum one cannot immediately request relief from Dobbo, especially not when the wind blows to any degree, he ought to proceed either to Dobbo or behind Wammer or to the River of Nasarwattie, and from there summon the inland Alfoors for help, and so together with them, well armed, proceed to Wockum, and in such a case seek to conquer and overpower them by force, and track the fugitives into the rivers, just as then also, everything going well, and being fully supplied with people, the post can be put in such order; which post, after the performance of these various matters, upon the departure of the fleet must for the present be provided with at least forty able-bodied men, for which could be employed the Corps of Sepoys under the officer and some volunteers of the Amboinese, in addition to a gunner and four artillerymen, supplied with the necessary iron cannon, shot, small arms, powder, and all other necessities and requirements for a complete store, from the fleet, which is well provided therewith. And since it is necessary that for the first year someone resides there who is acquainted with the internal conditions and the nature of the inhabitants, the Burgher ensign or currently acting Lieutenant of the Marines Anthonij Bodi, a man who has resided there for some years as Postholder, beloved by the native and thus suitable for it, could be encouraged to remain; while the orangkaij of wockum Nicolaas Harmens must then also remain to gather together again his scattered innocent Negorij peoples, and thus to strengthen the newly established post, and when 5
Dutch transcription
37 wel op een andere wijse tot reden en inkeer te brengen, terwijl nog„ „tans zo het behoudens het ware belang en de eere geschieden kan en mag, de betamende zagtste middelen geprefereert moeten wor„ „den voor de Strenge. dewijl men onderrigt is dat de meeste Christenen van de Negorij wockum, met die van dangabel Samme en oedjur te samen heulen en van het gesmeed voorraad der oedgireesen kennisse gedaa„ „gen hebben, zal hun voorgeven dat daar toe gedwongen zijn niet te ligt gelooft maar zij eerder als vijanden moeten aangemerkt worden, te meer zij in A=o p=o wanneer hun orangkaij Nico„ „laas Harmens met onse Convoij vaartuigen aldaar aan„ „geweest is, gelegendheid genoeg gehad hebben bij de onse over te komen instede van zig tot heden schuil te houden; ten zij hun ge„ „drag bij een strikt ondersoek zig minder nadeelig vertoond; wan„ neer men tot de zagtheid en het medelijden moet verhellen. De ordjereesen Somtijds voor onse aenzienlijke magt bevreest en tot submissie willende komen, zal hun bekende snode indeugden les„ „tigheid alvorens wel op de proef gesteld moeten worden, ook door eene te vordere afgave en plegtige verbintenis tot de opepeuring en overlevering van de Gerammers en Cerammers, den Tiderees hun zo genaamde koning Manosso en alle voornaamst van den aan„ „hang die aan het snood bedrijf ook principael aan het moed wel„ „lig moorden schuildig zijn, en teffens geijsselaars van eenige hunner voornaamste, die mede naar Banda gebragt kunnen worden om pardon te zoeken en een nieuwe Contract aan te gaan; waar te„ „gen zij versekering meten ontfangen dat hun geen heed aangedaan zal worden. dit zelve kan het vloot Hoofd tragten uit te voeren op de voor„ „naamste agterlandse Negorijen, dog wanneer in de zaken van gijsselaars eenige kindernisse mogte gevonden worden, en zij niet te den 4 Februarij 1789 te bewegen waren, om ditmael mede na Banda over te gaan, dan zoude in dien de Rebellen aan de andere evengemelde requisiten tot een pligtige Submissie gewillig voldeden en dus daar in g'admit„ „teerd konden worden, op de beste en voordeeligste wijse zodanig Con„ „traften, met hun aangegaan mogen worden als oordeelen zal ten mees„ „ten voordeele te kunnen bestaan, en die niet geheel hopeloos zijn om zig daar in te kunnen mainctineeren. Onder het uijtvoeren in gereed maken van de sterkte waar toe met een rijp overleg, en het naspeuren der reden waar om die oud tijds in wockum en niet aan de hoek de klappa doea is aangelegd dese beste en veiligste plaats die de meest algemeene goedkeuring heeft, gekosen dient te worden, hoedanig eene sterkte aldaar aller noodzakelijkst en waar toe tans de beste gelegendheid is, daar die in het vervolg weder nieuwe en grote kosten zoude moesten opleveren en daar en tegen de presente onkosten zodanig kunnen matigen! zoude het vloot Hoofd zijn best kunnen doen om de agterlanders en wel g'inten„ „tioneerde op zijde te trecken, en na dat alles voltooijd was, waar mede de maand April zal aanlopen, de ronde agter land kunnen doen om de verwijderde Negorijen weder te vereenigen; en zo het moge„ „lijk waren een goede partij Paarl de Amour Schelpen zien te bemag„ „tigen, ook omtrend de Paarl Beven de nodige informatie te neemen, of men daar van in het vervolg eenig goed succesten voordeele van de Comp: zoude kunnen verwagten; en of er geen goed gevogelte te bekomen en te bestellen is voor de voldoening van den Jaarlijksen Eijsch van de Hoofdplaats. tegen welke tigd de grote vaartuigen zig van Dobbo voor wockum of bij de Post kunnen begeven om deselve des nood„ „ste adsisteeren, en het Hoofd met meer gerustheid na het agter„ „land mag vertrecken, want het niet raedzaem zijn zoude, de magt in drien te verdeelen en te swak te maken. dog wanneer op Dobbo aanlandende de grondige in farema„ „tie 39 den 4. Februarij 1789: „tie mogte bekomen worden dat de oedgireesen met de Go„ „rammers en andere volkeren verstrekt zijn om tegenstand te bieden, en het gevaarlijk is, om voor eerst de magt te bree„ „ken, dewijl met te wockum zijnde niet Direct Secours van Dol„ „bo kan vorderen, bijzonder niet, wanneer het eenigsints waaijd dient hij zig het zij te Dobbo dan wel agter Wammer of na de Revier van Nasarwattie te begeven, en van daar de Agter„ „landse Alphoere saam te roepen hulpe, en zo met hun te samen wel gewapend na Woskum, en in dusdanig geval met geweld zoeken overwinnen en te vermeesteren, en de vlugtelingen in de Revieren na te speuren, gelijk dan ook, alles wel gaande, en wol„ „komen van volk voorzien zijnde, de Post zodanig en ordre gebragd kan worden; welke Post en na het verrigte van het een en ander, bij vertrek van de vloot voor eerst diend voorzien te worden, ten minsten met veertig weerbare Mannen, waar toe g'emplojeert zoude kunnen worden het Corpe Sipais onder den officier en eenige vrijwillige der Amboineesen, benevens een Cannonier en vier Busschieters, verstrekt met het nodige ijzer Canon scherp, handgeweer, kruijt, en alle verdere benodigdheeden en behoef„ „tens voor den Compleete voorraad, uit de vloot die daar van wel voorsien is. en dewijl het noodzakelijk is dat aldaar het eerste Jaar is„ „mand verblijft die de inwendige gesteldheid en de aard der Jn„ „woonders bekend is, zoude den Burger vendrig of tans funge„ „rende Lieutenant der Marijnen Anthonij Bodi, een man die eenige Jaren aldaar als Posthouder heeft gelegen, bij den Jn„ „lander bemind en dus daar toe geschikt g'animeert kunnen worden om te blijven; terwijl den orangkaij van wockum Nicolaas Harmens als dan ook moet blijven om zijne verstrooide onschuldige Negorijs volkeren weder bij den anderen te samelen, in zodanig de nieuw aangelegde Post te verstoeken, en wan „meer 5
English
when necessary, even one of the cruising patjallings could be detained until the month of September, so as only then, when it could happen safely, to return hither and when the Postholder shall have been sufficiently capable of putting his post in a state of defense. Leaving Aroe again, the island of Keij can be visited in order to collect from the inhabitants the oil prepared by them in accordance with their promises, and if any fugitives should be found there, to demand them from them in a proper manner; indeed, if their loyalty goes so far as to hand them over, then to honor them with some gifts. Upon receiving report of Macassars on Little Keij or at Aroe, where it is said they were in the previous year, one must, if they can be captured and there is no evidence that they are found with passes to this Government or have been driven off by sea disasters, regard them as smugglers, and at the slightest resistance attack them with force, since their sailing is nothing but harmful and detrimental, and gradually weakens the native and draws him away from the Company. In case everything at Aroe has met the objective, a major post has been established, reinforced according to its proportion and requirement, and the force is thereby diminished, principally through the lack of the Sepoys in whom one places some trust, it cannot be stated with certainty whether the expedition to Goram will be able to take place, since sometimes diseases or other incidents which are not alien to such expeditions might hinder this; yet if it is in any way possible, the fleet commander shall then visit Goram with united forces, and there, under the instruction of the Honorable Governor of Ambon, Schilling, dated the 5th of this month, make such arrangements as His Honor has prescribed therein to the minor chiefs of his fleet currently with us, as the contents appear necessary and sufficient for the time being, in order to achieve the further intention with a fortunate outcome to the benefit of both Governments, of which instruction the Governor has handed the copy to the fleet commander, for it might at times not be advisable to divide the forces and hazard only the Ambon fleet on the long-unvisited and fortified Goram with its wicked inhabitants. Finally, it is also a principal requirement to seek information from all sides concerning spice trees, and herewith these orders and the further ones for the beneficial ends and objectives, as sought hereinbefore, can be left to the direction and expertise of the fleet commander. Below stood: Banda in Castle Nassau, the 15th of January anno 1789. Was signed: Ls In Haga, and A A SGravezande. Subsequently, the secunde, the Honorable SGravezande, declared upon inquiry by the Honorable Governor on the 4th of February 1789 that his subordinate fleet lay in readiness and ready to sail and lacked nothing, but was provided with everything that belongs to such a complete expedition. The Honorable Governor in the meantime giving notice that, under covering letter of the Honorable Governor Schilling to His Honor dated the 5th of January, on the 16th there had arrived here from the Government of Ambon the patjalling the Willem, promised by the said Honorable Governor, to be employed in the expedition and also for the cruising of Goram and along the south coast of Ceram, with the orembaai previously arrived here, under the necessary instruction for the commander of the patjalling, Johan Christoffel Schults, and the adjutant Christiaan Hendrik Lange, of which instruction His Honor had sent the copy to the Honorable Governor so that he might follow such orders, information, and additions as His Honor should find necessary and serviceable for the promotion of the general interest of the honorable masters and the local inhabitants, it was deemed proper both to keep this record, and that the said patjalling was subsequently made ready and laden with provisions, for lack of which one would otherwise have had to look for a private vessel. Hereafter, the Honorable Governor rose from his seat, turned to the fleet commander, the Secunde, the Honorable Adrianus Anthonij 'SGravezande, and entrusted to him, with a proper and earnest address, the Arowe expedition fleet and the care for the same, and for the beneficial interest that will thereby be sought with Heaven's blessing, to which His Honor replied in kind under the declaration and assurance that he would apply all his abilities and seek thereby to answer expectations, and were it possible to achieve the full beneficial objective, after which the further mutual compliments were paid; and finally the Honorable Governor stepped outside with the Council and, with a suitable address, admonished the detachment lined up before the Government House, as well as the other sailors, and gave the orders for courage and loyalty with respect and obedience to the distinguished fleet commander; which being cheered, the crew departed on board. The 4th of February 1789.
Dutch transcription
„neer het nodige mogte zyjn zoude zelfs en dere afarmeende Patjal„ „lings kunnen aangehouden worden tot de maand September, om eerst als dan wanneer het veilig konde geschieden, herwaarts te heeren en wanneer den Posthouder genoegzaam in staat zal geweest zijn om zijn Post in Cas van tegenweer te stellen — Aroe dan weder verlatende kan het Eijland keij aangedaan wor„ „den, om de van de Jnwoonders, de door hun volgens derzelven be„ „loften in gereedheit te brengene olij in te neemen, en zo eenige vleg „telingen zig daar mogten bevinden, deselve op een gepaste wijse van hun afte vorderen, Ja indien hunne getrouwheid zo verre gaat tot de overlevering, als dan deselve met eenige presenten te vereeren. van Maccassaren op klein keij of wel te Aroe, alwaar men zegt dat zij in A=o p=o aangeweest zijn, narigt ontfangen de, diend men indien zij te bemagtigen en 'er geen blijken zijn dat zij met Pascen na dit Gouvernement gevonden worden:/ door see„ „rampen zijn verdreeven, deselve als Lorrendragers aan te mer„ „ken, en bij de minste tegen kanting met geweld aan te raorden, dewijl hun vaart niet als schadelijk en nadeelig is, en den Jnlander lang„ „samerhand verflauwd en van de Comp: trekt. Jngevalle op Aroe alles aan het oogmerk voldaan heeft een Capitale Post aangelegd, na dies evenredigheid en vereisch ver„ „strekt, en daar door de magt vermindert is principaal door het gemis der Sipajers waar op men eenig vertrouwen stelt, kan met niet voor vast stellen, of de Expiditie naar Goram zuel kunnen geschieden, daar somtijds ook ziektens of andere toeval„ „len welke dusdanige Expiditien niet oneigen zijn, dit soude moe„ „ten stremmen, dog zo het eenigsints mogelijk is, zal als dan het vloot Hoofd met vereende magt Ioram bezoeken, en aldaar onder de Jnstructie van den Heer Ambons Gouverneur Schilling in dato 5: deser zodanig Bestellingen doen als zijn Ed: daar bij aan het zijl gl de 41 het vloot hoofd verklaerd zijlvaardig te zijn en aan niets gebrak te hebben. de mindere Hoofde van desselfs onder ons zijnde vloot heeft voorgeschreeven, gelijk de Jnhoud voorkomt als noodzakelijk en genoeg doen de bij voor„ „raad, em met een geluckigen uitslag de intentie verder te bereiken ten nutte voor beide Gouvernementen, van welke Jnstructie den Gouverneur het vloot Hoofd de Copia heeft inhandigd, want het zoude Somtijds niet raadzaam kunnen zijn om de magt te boeken, en alleen de Ambonse vloot te hazardeeren op het te lang inbesogt gebleven en versterkte Goram met zijn snooden bewoonder. Eindelijk is het ook een voornaam vereischte, om van aller wegen informatie te zoeken na specerij Bomen- en hier mede kunnen dese Bestellingen en de verdere tot de heilzame eindens en oogmerken zoals hier voren is gezogt, aan de directie en kennisse van het vloot Hoofd werden overgelaten /onderstond/ Banda in het Ca„ „stoel Nassauw den 15: Januarij anno 1789: /was geteekend/ L=s I=n Haga, en A= A= SGravezande. Vervolgens verklaarde den secunde DE: SGra„ „vezande op afvrage van den Heer Gouverneur den 4 Februarij 1789. dat notatie dat de toegezegde Patjalling, de willen uijt Amboina aangekomen en de vloot daar meede verstrekt is. dat zijn onderhebbende Vloot ingereedheid en zeilvaardig lag en aan niet gebrek had„ „de; maar van alles voorsien was tot zulge „zo een Compleete Expiditie gehoord. Gevende den Heer Gouverneur intusschen. kennisse dat onder geleede Letteren van den Heer Gouverneur Schilling aan zijn Ed: in dato 5: Januarij, op den aan. 16: daar uit VGouvernement Amboina alhier was opgedaagd de door gemelde Heer Gouverneur toegezegde Patjalling de Willem om an de Expiditie g'implo„ „seert te wording en teffene voor de Bekruis„ „sing van Goram en langs Ceram zuid „kust a 43 woreden, en den Noqutant jo lan gr gemed „kust, met de voortijds hier aangekome orambaijer, onder de nodige Jnstructie znde e mtrite vorde gesage voor den Gezaghebber van de Patjal„ „ling Johan Christoffel Schulls en den Adgudant Christiaan Hen„ „drik Lange, van welke Jnstructie zijn Ed:, aan den Heer Gouverneur de Copia hadde toegesonden om daar bij zo„ „danige ordres, informatien en amplia„ „taen te kunnen volgen, als zijn Ed: nodig en dienstig vinden zoude ter bevordering van het algemeene Belang der Heeren Zijdse Gleesters en de weder Jngezetenen, zo is goed gevonden daar van zo wel deese aan„ den 4: Februarij 1789. „tekening den Adg den Heer Gouverneur draagd het veliot Hoofd zijn last ge„ onder een aanspraak, waar op de wederzijdse Comple„ manten velijnd „tekening te houden, als dat de gemelde Pa„ „tjalling vervolgens in gereadheit gebragt en beladen in met Randcoemen, bij gemis van de welke men nog na een particulier vaartuig zoude hebben moeten omzien Hier na stond den Heer Gouverneur na zijn zitplaatse op winde zig na het Vloot„ Hoofd den Secunde DE Adrianus Anthonij 'SGravezande en droeg aan den zelven op, met een gepaste en tede„ „re aanspraek, de Arowe Expiditie Vloot en de Zorge voor dezelve, en voor het Heil„ „zame Belang dat daar mede in 's Hemels zegen gezogt zal worden het welke zijn. E: even 45 de voorstelling gescheed, en het gemen gen deode verstekt /ondergtind even te doo beandwoorde onder de betuijginge en ver„ „sekeringe dat alle zijne veramogen aaniwienden em daca„ mede zooken zoude om aan de verwagting te berand„ „voorden, en wasre het mogelijk heet volle Heidlzame oogmerk te bereiken waar na de verdere neder zijdin se Complimenten afgelegde waerde - en eindelijk den Heer Comp Gouverneur met den Raad na buijten trad en het voor het Gouvernement opgetrede Commando, neen „vens de verdere Vlatelingen, met een geschikte aan„ „praak vermaende, en de bevelen gaf tot maarmoedig„ H „heid en trouwen met eerbied en gehoorzaamheid voor het aanzienlijke vloot- Hoofd: het welke toegen„ „juigd zijnde vertrok het gemeen na boord. den 44 Februarij 1759
English
Thus Done and Resolved /below stood/ at Banda at Castle Nassau date aforesaid /:was signed:/ L:d J=n Haga M: A= 'S Gravizande, J: F=n Meinhert D=:s Hageman and B:s Van de walle. Saturday the 26. May Ao 1789. In the Morning, at half past seven o'clock meeting of the Council of Policy. Present. The Honorable, Respectable Lord Lambertus Janszoon Haga Governor and Director of this Province The Gentlemen Adrianus Anthonij 'sGravezande. Senior Merchant and Second. Johan Fredrik Meinhert Captain and Head of the Militia Johan Andries Bangeman Merchant and Fiscal. Bartholomeus Van de Walle Junior Merchant and Resident of Wayro Petrus Dorotheus Maria van der Aa Junior Merchant and Secretary of Policy Cornelis Adriaan van Eijk Junior Merchant, and Pay Bookkeeper Absent 1722 Reto 47 the 26 May 1789 Return of the Expedition further of Closer. For special matters, it was approved to record that the Senior Merchant and Second The Honorable Adrianus Anthonij 's Gravezande having returned on the roadstead with the Expedition Fleet from Aroe, on that account and upon his return to this meeting, was complimented by the Lord Governor in an appropriate speech: the response thereto by his Honor, and the expressed sorrow that, struggling on that voyage with disasters and adversities, he could not thereby deliver the desired results; and that fortune had not favored him, despite all sincere efforts, to advance the interests and at the same time his honor through his commissions. He was addressed again by the Lord Governor, stating that His Honor had no reason or indication other than to trust that his Honor, with all sincere devotion, spared no trouble over indisposition. Johannes Hageman Merchant and Head of Palo Aije Absent but of which the Fleet Commander The Honorable 's Gravezande submitted the report. insertion of the same etc. but had applied his full abilities to serve the interest of the service and of this Province and to find his own honor as well, and that only the lot, all the more fickle in such circumstances, had not completely favored his side, in a sincere hope and wish that the consequences of a subsequent undertaking may deliver all that is desired, and one day will mitigate and sweeten everything. Thereupon the said Fleet Commander the Second The Honorable Adrianus Anthonij 's Gravezande presented an ample written report or account of the beginning, the progress, and the end of his Expedition and actions on Aroe, which was read, whereupon it was approved, in order not to detail this extensive matter here or needlessly repeat it less completely, to insert the same below. To 49 Banda! Lambertus Janszoon Haga, Governor and Director of this Province and the Dependencies thereof. Honorable, Respectable Lord; After I was permitted to enjoy the honor of taking a most affectionate farewell, which served as a great honor to me, most tenderly from Your Honorable Respectable, with a heart full of gratitude and prepared to answer the same at the cost of my life, both to the benefit of Your Honorable Respectable and for the general welfare: I proceeded on board, and after being delayed until noon by contrary winds, having got out to sea at three o'clock, my journey commenced while awaiting Jehovah's Blessing. Weather and wind served me very well, so that without mishaps, after a journey of three days and nights, on Sunday evening the 8th of this month, with the help of the village peoples of Elie, I came to anchor there, the necessary orembaays having been brought to me upon making the customary signal shots, whereas otherwise I would not have been able to reach the roadstead due to the stiff south-westerly wind, the obligingness of those native peoples to To the Honorable, Respectable Lord; is ƒ
Dutch transcription
Aldus Gedaan en Geresolveert /onderstond/ te Banca aan het Casteel Nassauw dato voor„ „schreeven /:was geteekend:/ L:d I=n Haga M: A= 'S Gravizande, J: F„n Meinhert D=:s Hageman en B:s Van de walle. Satuidag den 26. Maij Ao 1789. Des Morgim, ten half Agt uuren vergadering van Politie. Present. n WelEd Agtb: Heer Lambertus Danszoon Haga Gouverneur en Directeur deser Proferntie D' Heeren Adrianus Anthonij 'SGravezande. Opperkoopman en Secunde. Johan Fredrik Stanhert Capitain en Hoofd der Militie Johan Andries Bangeman Koopman en Fiscaal. Bartholomeus Van de Walle Onderkoopman en Resident van Waijer Petrus Dorotheus Maria van der Aa onderkoopman en secretaris van Politie Cornelis Adriaan van Eijk Onderkoopman, en zoldij Boekhouder Absent - 1722 Reto 47 den 26 Maij 1789 Retour der Expeditie vevort van Nader. Voor de apparte zaken, wierde Goed gevonden aantekening te houden dat den opperkoopman en Secunde D' E: Adrianus Anthonij 's Gravezande op den kedezer met de Expiditie Vloot van Aroe terug gekomen zijnde, des wegen en met de wederkomst in deze vergadering, door den Heer Gouverneur in een toepasselijke rade voering- gecomplimenteert wierde: wordende de s'andwoording van het zelve door zijn E: en de vertoonde smerte dat, in die Togt worstelende met .. rampen en wederwaardigheden, daar mede de gewenschte gevolgen niet afleveren mogte; en het hit hem niet gunstig hadde willen zijn om met alle hartelijke pogingen het Belang, en teffens zijn eere te vinden uijt zijn Bestel„ „lingen. weder door den Heer Gouverneur toegesproken, dat zijn Edele geene reeden of blijken hadde als om te vertrouwen dat zijn E: met alle hartelijke zugt geen last ontzien aver Jndispositie. Johanna Hageman Koopman en Hoofd van P=lo Aije khun Absent maar waar van het vloot Hoofd dE: 'sgravezande het ver„ Moig over legd. insertie van 't zelve enz. maar zijn volle vermogens aangewend had„ „de om het Belang voor den dienst, en deze Provintie en eigen eere teffens te vinden en dat slegts het, in zulke omstandigheeden te wisselvalliger tot niet ten vollen aan zijn zij de had„ „de willen komen, in een hartelijke hope en wensch, dat de gevolgen van een nadere onderneming alle het gewensch„ „te afleveren, en eens alles zullen mogen verkagten en ver„ „zoeten. vervolgens presenteerde het gemelde Vloot Hoofd den secunde de E: Adrianus Anthonij 'S Gravezande een ampel schaiftelijk Berigt of verslag van het begin, den voort„ „gang en het einde van zijne Expiditie en verrigtingen op Aroe, het weeken gelezen wierde, waar op goed gevonden is om het zelven ten einde deezen uit„ „gebreede zake, in dezen niet te detailleeren of min volkomen dus onnodig te herhalen, hier onder te insereeren. Aan 49 Banda! Lambertus Janszoon Maga, Gouverneur en Directeur deeser Provintie en den Resorte van dien. Wel Edele Agtbaaren Heere; Na dat ik de Eere had mogen genieten Een allerminsaemst en voor mij tot Een groote Eer verstrekt hebbende afscheijd op het aller teederst van uwel Edele Agtbaeren te hebben mogen nemen, met Een hart vol van Erken„ „tenisse en bereid om het zelve ten koste van mijn leeven: soo tot voordeel van uwel Edele Agtbaere als voor het algemeene wel zijn te beant„ „woorden: heb ik mij na boord begeeven, en na door tegen wind tot den middag opgehouden om drie uuren buiten gaats geraakt zijnde, heeft mijn reise onder inwagting van Iehovas Zeegen Een aanvang genooment Weer en wind is mij seer te baat geweest, soo dat ik sonder tegen s poe„ „den na Een reijse van drie Etmaelen op Sondag' avond den 8=e deeser met behulp van de negorijs volkeren van Elie, aldaar ben ten anker ge„en „komen, zijnde mij op het doender gewoone seijn schooten de noodige orembaijde„ toegebragt, terwijl ik anders de rheede door de Stijve zuid weste wind niet ge zoude hebben kunnen berijken, de gedienstigheit van die lands volkeren ten Aan den wel Edelen Agtbaaren Heere; is ƒ
English
was so great that they labored the entire night, and were so fortunate as to bring all the vessels to the roads, except for the two orembaais of Siela and Toelehoe, which had already strayed from us on the first night. Upon my request, the Keiese immediately dispatched some orembaais to the South side and to Klein Kei, which resulted in them finding the orembaai of Toelehoe off Klein Kei and bringing it hither, but of the orembaai of Sila there is as yet no report; for which helpfulness, as well as for the towing, I have gifted them 15 measures of rice and one piece of coarse bleached linen. Arriving at Kei, I found lying there in the roads the Company pantjalling De Jonge Jan, coming from the South-Western Islands, having already tarried here for a month and having been provided with the necessary supplies by the Keiese, ordering the steersman Jan Janszen to make himself ready to accompany me to Arouw, from where, may it be with heaven's blessing, I shall dispatch him as soon as possible with good tidings to Your Honorable Worships. Having eighteen slaves for the Honorable Company on board and being hindered thereby, I have, upon his request, made a distribution thereof among the other vessels until such time as he departs for Banda, also providing him with the necessary rations, and returning what was borrowed by the Keiese. From the first moment that these native peoples came to me until my departure, they have, without the least refusal or any sign of reserve, shown me all assistance, and granted free access to all negorijs, yea, even whenever I pleased, accompanied wherever I went or stood, everyone vied with one another to invite me into their houses, the Alfur as well as the Mohammedan. I have observed everything closely, traced the actions of each of the fleet's crew, and in the presence of the Keiese recommended to them that the least trouble caused to the native, by whomsoever it may be, shall be punished by me most severely. Because of this, everything has remained in good order, and the harmony is complete, everyone doing his duty and following the orders given by me, except only the Patti of Thamahoe, whom, in order to make an example for the others, on account of some wantonness committed by him and his people, I placed under arrest on the 20th of this month on the pantjalling De Willem, wherein I shall cause him to remain until departure. Both upon my arrival ashore and continuously, I am received with all distinction, a chamboe lined with white linen and a kind of canopy therein being immediately erected for me, with the negorij's flag waving above, as has happened in all the negorijs where I have presented myself. As soon as I entered into conversation with the chiefs of the land, I made known to them for what reasons and to what end I appeared in this place, proposing to them to invite together the chiefs of the negorijs lying hereabouts, as I had some matters to negotiate with them on behalf of Your Honorable Worships. This being fully agreed to and the day of the 18th of this month being appointed for this purpose, I went ashore to the conference house, and there negotiated such matters as the accompanying minutes of my proceedings dictate, to which I respectfully refer in this matter to avoid all prolixity, unable to conceal the pleasure I enjoy over the candor of these native peoples. Although the reception was cordial, for the rest I found it very bad here; the large negorij Elie, where I am presently situated with the fleet, was entirely burned down in the month of October when those people were at Banda, the orangkaij Djoemaet having died at the negorij Elat; and just after the close of the meeting, I received the unpleasant news that the so well-disposed negorij Elat, whose chiefs are present with me, caught fire on the 16th of this month by what accident is not yet known and was completely reduced to ashes, which has moved me greatly, as those poor people have offered me that which I did not demand of them, and most earnestly requested me to visit them upon my return, assuring me that I can expect everything from their loyalty; added to this is a very bad coconut crop, so that I can obtain almost neither oil nor sago for use, but since the native peoples have shown themselves willing to gather as much of that oil as possible, but unable to linger here any longer myself, I have resolved to leave the burger Hendrik Jacobszoon behind with some goods upon his offer, in order to cross over to Your Honorable Worships with a cargo of oil with the help of the Keiese as early as feasible.
Dutch transcription
is soo groot geweest, dat zij de geheele nagt g'arbeijd hebben, en soo geluckig ge„ „weest zijn om alle de vaartuijgen ter rheede te brengen, buiten de twee orem„ „baijs van Siela, en Toelehoe, die de Eerste nagt reeds van ons zijn afge„ „dwaelt, dierect hebbende keijeneesen op mijn Versoek Eenige orembaijs af„ „gezonden na de Zuidkant en na klijn keij, het geen van dat gevolg is ge„ „weest, dat zij de orembaij van toelehoe onder klijn keij aengetroffen, en na herwaards gebragt hebben, dog van de orembaij van Sila is tot nog toe geen narigt voor welke gedienstigheit, als ook voor het boegseeren hun „lieden beschonken heb met 15: maeten Rijst en Een geras gemeen gebleekt. —: Tot keij aankomende vond ik daar ter rheede leggen 's comp„s pan„ „tjalling De Ionge Ian, van de Zuidwester Eijlanden komende, reeds Een maand hier vertoeft hebbende, en door de Reijeneesen van het noodige voorsien, ordineerende den stuurman Ian Ianszen om zig gereed te maeken, van mij na Arouw te versellen, van waer ik hem soo spoedig mogelijk mag het in 's hemels zeegen zijn met goede tijding tot uwel Edele Agtbaere zal afzenden. — Agthien slaeven voor dE: Comp: aanboord hebbende en daer door belem„ „mert heb ik op zijn verzoek ben voordeeling daer van op de andere vaer„ „tuigen gemaakt, tot tijd en wijlen hij na Banda verstrekt, ook aan hem de benoodigde randsoenen verstrekt, en het door de keijeneesen ge„ „leende weder gerestitueert. Van het Eerste oogenblik dat die lands volkeren bij mij zijn gekomen tot op mijn vertrek, hebben sij sonder de minste weijgering of Eenig teeken van agterhoudendheijt mij alle hulpe bewesen, en Een vrije toegang tot alle negorijen verleent, Ia zelfs wanneer het mij maer geluste verseld waar ik ging of stond Een ieder mij om het 'seerste in hunne huisen nodi„ „gende soo den Alphoer als Mahomedaen, ik heb op alles nauwkeurig ge„ „let Een ieder der vlotelingen zijn doen en laeten nagespoord, in presentie der keijeneesen hun gerecommandeert dat de minste overlast die, door wie het ook zij den inlander word aengedaen op het strengste door mij zal gestraft worden, hier door is alles in goede ordre gebleven, en de har„ „monie volkomen, doende Een ieder zijn pligt en opvolging der ordres door mij gegeven als eeniglijk den Pattij van Thamahoe die ik om de andere andere tot Een Exempel te steekken, wegens Eenige door hem en zijn volk ge„ „pleegde moedwil op den 20:e deeser op de pantjalling De Willem gearresteert, waar in hem tot het vertrek zal doen continueeren. Soo bij mijn komst aan de wal als Continueelijk word ik met alle dis„ ds „tinetie ontfangen, zijnde direct Een met witt linne bekleede chamboe en Een zoort van verhemelte daer in voor mij opgeregt, waerende de negorijs vlag van boven, gelijk in alle de negorijen waar ik mij vertoond heb geschied is. — Soo dra ik met de landshoofden in gesprek kwam, gaf ik hun te ken„ „nen om wat redenen en tot wat eijnde ik aan deesen oord verscheen, hun voordra„ „gende om de hoofden van de negorijen hier omstreeks leggende te samen rds te nodigen, alsoo ik met hun lieden uit naem van uwel Edele Agtbaere uit„ Eenige saken te verhandelen had! Dit volkomen toegestemt en hier toe de dag van den 18: deeser be„e „paalt, heb ik mij na de wal in het Conferentie huis begeven; en aldaar soo „b„ „danige saken verhandelt als de nevens gaande Notul mijner verrigtingen dicteert, aan welke mij ter vermijding van alle Prolesiteijt in deesen Eerbiedigen, refereere kunnende ik niet ontvijnsen het genoegen dat ik geniet over de Cordaetheijt deeser lands Volkeren. Schoon nu het onthael minsaem is geweest heb ik voor het overige het hier seer slegt gevonden, de groote Negorij Elie waar ik mij thans met de vloot bevinde in de maand October wanneer die volkeren op Banda zijn geweest is geheel afgebrand, den orangkaij D joemaet op de negorij blat overleden; en even na het scheiden der vergadering: ontfing ik het on„ „aengenaeme berigt dat de soo wel gesinde negorij Elat op den 16: deeser daar dieshoofden bij mij present zijn, door wat toeval weet men nog niet in de brand geraakt en geheel tot affe is gelegt, het geen mij seer aan„ „gedaen heeft, alsoo die armelieden mij aangeboden hebben het geen ik van haar niet gevergt heb, en op het sterkste aangezogt bij mijn retour bij hun aan te komen, versekerende dat ik alles van haer getrouwheid kan verwagten hier bij Een seer slegt Clappus gewas, soo dat ik voor ge„ „bruijk bij na nog olij nog zagoe kan bekomen, dog dewijl de lands volkeren zig gewillig getoont hebben om soo veel mogelijk van die vettigheit bij een te samelen, dog mij niet langer hier kunnende ophouden, ben ik gere„ „solveerd den burger Hendrik Iacobsz: op zijn presentatie met Eenige goederen agter te laeten, om soo vroeg doenelijk met behulp der keijeneesen tot uwel Edele Agtbaare met Een lading olij over te steeken. Eendd: 9 en 53 t
English
On the one hand, I proceeded with this because the native schoolmaster Iacob Patiepilohie, who had also arrived from Timor on the pantjalling De Ionge Ian, having a large family, had to remain here due to a lack of shipping space and can now cross over at the same time. On the other hand, since the aforementioned Hendrik Iacobs now finds good harmony between us and the people of Keij, he has a very good and rare opportunity to traverse all corners and openings, especially around the scattered islanders of Klein Keij, one of the greatest nests of intrigue, because the people of Elat have offered to take him thither to purchase oil, and perhaps one of them may accompany him to Banda; the benefit that may arise from this makes me hope for the approval of your Right Honourable. I have instructed him to ascertain precisely in what places the Makassarese actually come to trade, and who conspires with the Goramese and Aruese, as I have been informed that two Makassarese are staying in those northern parts, but I have not been able to induce the people of Elie to go seek them out, since they are only hirelings in the land of Keij and the weakest party. If fortune favours me, on the return voyage I shall sail along the south side of Keij, and proceed as I shall deem necessary from the report left for me at Elat, where I shall make a landfall, by the burgher Hendrik Iacobs. Regarding matters in Arouw, I have not been able to obtain the slightest reliable clarification here; only from the village it was reported to me that some time before my arrival, far out at sea, a multitude of vessels coming from the west passed by, keeping a course toward Arouw. I have made every search for nutmeg and clove trees, and have further charged the burgher Hendrik Iacobs with this, but nothing of that nature has appeared to me. The fleet personnel are generally still in good condition, notwithstanding the continuous rains and heavy squalls day and night, whereby our ropes and grapnels suffer much, and we spend an unpleasant time and endure much discomfort from the cramped conditions, having been in constant fear of being blown off the roadstead by the violent squalls because the seabed here drops off steeply; otherwise the country itself is cool and pleasant, with many rivers of excellent water, the local people vigorous, well-formed, and healthy, though along the 53 seacoast everywhere steep and rocky and difficult to traverse, because of the foul clay soils; on the whole I have found the houses of the Alfurs larger and cleaner than those of the Moors, since the former are the true lords of the land; jealousy continually prevails among them, and I have also observed that the Moors are constantly intent on inciting the Alfurs of one village against the other, whereupon they again act as mediators, a statecraft necessary for them because they are by far the weakest. As soon as I arrived here, I sent the people of Elij hither and thither to invite all the populations to me, which had a great effect, for thereby people gathered together from places rarely heard from here; indeed, one of my emissaries, returning from the hinterland, reported to me on the 19th of this month that the people of Feer and their subordinate villages have offered to depart with me to Arouw, whereas formerly they were the ones who conspired with the Aruese and Goramese, and had they known sooner that the Honourable Company's vessels were at Elij, they would have appeared already, and if I needed them, I need only send the son of the old Orang Kaya of Elie named Alie, namely Siroda and Madingin, to call them. Having considered this within myself, the offer was certainly pleasing to me and served as a comfort, but considering that prudence must principally be kept in view and that I must be my own counsellor and the executor of my affairs, I thought it best to have those people thanked in a suitable manner for their goodwill, under the pretext that my time has expired and I cannot wait until they are ready, but that if they were immediately capable of departing with me within four days, I would then accept their offer; but that upon my return from Arouw I would make every effort to visit them and give proof that the Honourable Company will gladly forgive all the past and take them under protection. Your Right Honourable may remain entirely assured that the unlimited trust placed in me will cause me to spare neither care nor trouble to accomplish everything that may serve the glory of your Right Honourable's government and the benefit of the Honourable Company and the public, fearing neither hardships nor fatigues.
Dutch transcription
Eensdeels ben ik hier toe overgegaan om reeden den met de Pantjalling De Ionge Ian van Timor mede overgekomen inlands leermeester Iacob Patiepilohie, met Een talrijk huis gesien door gebrek van scheep„ ruimte hier moet verblijven nu met Eens meede kan overvaren. — Anderdeels wijl gemelte Hend=k Iacobs, nu Een goede har„ „monie tussen ons en de keijeneesen plaats vind, seer goede geleegent„ „heid die zelden voorkomt heeft, om alle hoeken en gaeten te door kruijsen voor al omtrent de verstrooijde Eijlanders van klijn Keij Een der grootste konkel nesten, dewijl de volkeren van Elat mij aangeboden hebben, hem derwaards te zullen brengen om olij in te koopen, en mogelijk Eene kun„ „ner na Banda mede gaan, het voordeel dat hier uit kan voor spruij„ „ten doet mij op de approbatie van uwel Edele Agtbaare hoopen, ik heb hem gelast nauwkeurig na te gaan op wat plaatsen eijgentlijk de Macassaeren ten handel komen, en welke met de Gorammers en arouneesen heulen, dewijl mij berigt is dat zig twee macassaeren daer om dienoord ophouden, dog ik heb de volkeren van Elie niet kunnen beweegen om dezelve te gaan. opsoeken, dewijl sij maar huurlingen op het land van keijen de swak„ „ste parthij zijn;— Soo mij het geluk meede valt zal ik in de te rug rheise langs de Zuid zeijde van keij heenen loopen, en na dat ik uit het door den burger Hendrik Iacobs voor mij te Elat waar ik zal dengieren na te laeten berigt noodig zal oordeelen te werk te gaan. — Omtrent de saaken te Arouw heb ik hier geen de minste sekere El„ „lucidatie kunnen erlangen, eeniglijk is mij uit de negorij haar berigt, dat Eenige tijd voor mijn aankomst wijd in zee Een menigte vaartuigen uit de west komende zijn gepasseerd houdende Coers na Arouw. — Na Noten en Nagulboomen heb ik alle recherge gedaan, den burger Hendrik Iacobs: zulx nader opgedragen, dog mij is niets van dien aard voorgekomen. De Vlootelingen zijn door den band nog in Een goede staat, niet „teegenstaande de geduurige regens en swaare buijn dagen nagt, waer door omse touwen en dreggen veel te lijden, en wij geen aangenamen tijd doorbrengen, en door de bekrompenheid veel ongemak lijden, zijnde geduurig in vreese geweest van door de hevige val winden van de rheede afgeslaegen te worden dewijl de grond hier stijl afloopt an„ „ders is het land op zig zelfs koel en aangenaam veele rievieren met kostelijke water, de landsvolkeren fris wel gemaakt en gesond, dog aen den 53 den Zeekant overael stijl en klipagtig en moeijlijk te bewandelen, door de vuijle kleij gronden, de huisen der alphoeren heb ik door den band grooter en sindelijker gevonden dan die der mooren, dewijl de Eerste de regte lands heeren zijn, de Ialoesij heerst continueelijk onder hun, en heb ook bespeurd dat de mooren zig steeds toeleggen om de alphoeren van de Eene negorijen tegen de andere op te hitsen, wanneer zij weeder voor mediateurs ageeren, Een staat kunde voor hun noodzakelijk om dat zij op verre na de swakste zijn. — Soodra ik hier g'arriveerd ben, heb ik het volk van Elij gints en herwaards gezonden, om alle de volkeren bij mij te nodigen, het geen van Een groote uit„ „werking is geweest, want hier door zijn van plaatsen te samen gevloeijd lieden die men zelden hier verneemt, Ia Een mijner zendelingen, van het agterland te rug keerende heeft mij op den 19=e deezer gerapporteerd dat de volkeren van feer en hunne onderhoorige dorpen zig aangeboden heb„ „ben, om met mij mede na Arouw te vertrekken, daar zij anders die geene geweest zijn die met de Arouweesen en Gorammers gehuilt hebben, en wanneer zij eerder geweeten hadden, dat dE: Comp=e vaartuigen te Elij waaren, zig reets vertoont zoude hebben, en bij aldien ik hun noodig had de soon van den Eliv oud orangkaij Alie in name Siroda en Ma„ „dingin maer zoude afzenden om hun te roepen; Bij mij zelven dit overwogen hebbende, is het aen bod mij zeker aangenaem geweest, en tot Eene gerustheid gestrekt, dog overwegende dat de voorsigtigheid principaal in het oog moet gehouden en ik mijn eijgen raadsman en de uitvoerder mijner saeken moet zijn, heb ik best gedagt die lieden op Een gepaste wijse te laaten bedanken voor hunne goede wille, onder voorwending dat mijn tijd verloopen en ik niet kan vertoeven tot dat zij in gereedheid zijn, maer wanneer zij direct in staat waren om over vier dagen met mij te vertrekken als dan hun aanbod soude accepteeren, dog dat ik bij mijn retour van Arouw alles zou aanwenden om bij hun aantekomen en blijken te geven dat dE: Comp:e al het voorige gaarn wil vergeven en hun in protextie aannemen. kunnende uwel Edele Agtbaere volkomen zig verzekert houden dat het onbepaeld vertrouwen dat op mij is afgevloeijd mij geen sorge nog moeijte doen spaeren zal om al het geene te bewerkstellige wat tot glorij van uwel Edele Agtbaere regeering, en tot voordeel van D E Comp: en het algemeen zal kunnen dienen, ontsiende geen ongemakken nog fatigen
English
exert to make my appearance in places where I judge I may be of service, and to instill a good sentiment in the native, the more so as they declare such a mission has never occurred, and they now have reason to be able to rely with peace of mind upon the bosom of the Honorable Company. I thank Providence that my journey thus far has been prosperous, and the same will be perfect for the beginning whenever the still strayed orembaij of Sila may turn up again, for which I still have hope, and will apply every effort toward. Were I burdened solely with the Bandanese, I would make some excursions to various places, but the concern caused to me by the Ambonese to keep them in check presently prevents me from removing myself far away. Having provided myself with the necessities and thus having nothing more to accomplish here, I intend this evening, the more so as nothing is heard of the orembaij of Sila and it has likely strayed toward Arouw where it will need my assistance, awaiting God's blessing, to cross over to Arouw where I hope my endeavors may be crowned with good success, offering your Right Honorable alongside this a copy of the Contract concluded with the Keyenese country chiefs and signed by them with the greatest willingness, of which they have retained an authentic copy among themselves. I then leave this place with a peaceful outlook to be able to impart pleasant tidings to your Right Honorable after a short while, wishing upon your precious person and Government the choicest of Heaven's blessings, and that Banda may soon revive in full flourish again, recommending myself to your precious protection, I call myself with all respect and true high esteem, underneath stood, Right Honorable Sir, lower, your Right Honorable's humble and very obedient Servant, was signed, A: A: 'SGravezande, in the center, In the Pantjalling D'oppas at the roadstead of Elij on the Island of Great Key, the 23rd of February Anno 1789: D:M: Vander Ae Secretary Agrees, D 55 57 Wednesday the 18th of February Anno 1789: In the morning at nine o'clock in the Conference House or Baleo on the sea shore in front of the Negorij Elie The Honorable Adrianus Anthonij 'SGravezande, Senior Merchant and Second of this Province of Banda, as well as Commander over the Fleet on the Expedition to Arouw The Honorable Valiant Hendrik Clements, Military Ensign Jacobus de Groot, Lieutenant of the Artillery Christiaan Hendrik Lange, 2nd Military Ensign Abdoel Karim, Ensign of the Sepoys Arend Bornikhoff Jansz:, Lieutenant at Sea Jan Jansz:, Lieutenant at Sea Anthonij Boode, Ensign of the Native Burgher Militia and Lieutenant of the Marine Jan Christoffel Scholts, Commander of the pantjalling de Jonge Willem Hendrik Jacobs, Burgher and First Mate on the pantjalling de oppas Present The Native Chiefs of the Negorij Elie: The Orangkaaij Alie and his son Sieroda The Orangtoea Nodring The Orangtoea Boediman The Priest The Orangkaaij Patimasa The Orangkaaij Balie The Orangkaaij of Wattolarie named Wandar The Orangkaaij of haar siswako The Native Chiefs of the Negorij Elat: Massawara, son of the deceased Orangkaaij D'Joemat The Priest Iman Dauwt The Orangkaaij Sicie The Orangkaaij Rilie The Orangkaaij Sila, alongside a multitude of Orangtoeas and lesser chiefs from both Negorijen and villages situated thereabouts. Absent: The Honorable Leonardus Philipus Leunisse, Sworn Clerk, keeping watch at the Roadstead. This hour having been appointed by the Commander of the Fleet to negotiate some matters with the assembled chiefs of the Negorijen situated around here, and to put them under consideration, in order thereafter to demand their decisions upon this, and to enter into a firm Contract. The same having gathered there, the Honorable Commander proceeded to the shore and was welcomed on the beach by the country chiefs. As soon as the compliments had been performed on both sides, his Honor made once again, as had happened upon the first arrival, a genial address suited to the nature of this matter, and at the same time greetings in the name and on behalf of the Right Honorable Lambertus Ianszoon Haga, Governor and Director of the Province of Banda, with an expression of the pleasure that the Commander felt regarding the immediate willingness and assistance shown by the country chiefs to our vessels, which otherwise certainly would not have been able to approach this roadstead due to the southwesterly winds, since the Honorable Commander was especially flattered by, and accepted with all cordiality, the generous offers and immediate supply of the necessities to our people, and the free and unhindered access to all the Negorijen that lie around here, intending to keep all this in remembrance, while thanking them for the good care taken of the pantjalling de Jonge Ian that had drifted past Banda, and the maintenance given to them, which will very gladly be refunded, and they will, upon their appearance at Banda, be able to expect such assistance as the Honorable Company is customary to grant to its faithful allies. The country chiefs declared that they would persevere in this, as the good treatment during their recent presence at Banda, and the care borne for them by the Right Honorable Governor and Director of this Province, had spurred them on so much the more to this. Hereupon the Honorable Commander made known to the assembled country chiefs how he, in the name and on behalf of the Honorable East India Company and representing the person of the Right Honorable Lambertus Ianszoon Haga, Governor and Director of Banda, had been dispatched as Commander over the fleet presently lying here at the roadstead, in order to assure all the faithful allies adhering to the Honorable Company of its help and assistance, and on the other hand, all those who have in a faithless manner transgressed against the dearly sworn alliances and solemn Contracts concluded by their ancestors
Dutch transcription
fatigen om mij te laeten vinden op plaetsen alwaar ik oordeel van dienst te kunnen zijn, en den inlander Een goed gevoelen in te boesemen, te meer zij verklaaren diergelijke afzending nooit voorgevallen, en thans reden heb„ „ben om zig met gerustheid in den schoot der E: Comp: te kunnen Verlaten, Ik dank de voorsienigheid dat mijn weg tot dus verre voorspoedig is, en het zelve zal volmaakt zijn voor het begin wanneer de nog afgedrael„ „de orembaij van Sila weder mag op dagen, daar ik nog hooja op heb, en alle moeijte toe aanwenden. Was ik eeniglijk met de bandaneesen beladen zoude ik na deese en geene plaetsen Eenige uitwijding doen, dog de sorge die mij de Am„ „boneesen om hun in toom te houden verwekken belette mij tans om mij langen verte verwijderen. Mij van het noodige voorsien hebbende en dus hier niets meer te ver„ „rigten ben ik voornemens deesen avond te meer van de orembaij van si„ „la niets vernemen en denkelijk naar Arouw verdwaalt daer hij mijn hulpe zal noodig hebben onderinwagting van Godes Zeegen naer A„ „rouw over te steken daar ik hoop mijne verrigtingen met Een goed succes mo„ „gen bekroont werden biedende uwel Edele Agtbaare hier nevens nog den Een afschrift van het Contract met de keijeneese landshoofden gesloten en door haarlieden met de grootste bereidwilligheit onderteekent en waar van zij Co„ „pia authenticq onder haar behouden hebben: Ik verlaat dan deese plaets in Een gerustige voor uitsigt om uwel Edele Agtbaere maen korte aangename tijdinge te mogen bedeelen, wenschende over deszelfs dierbaare persoon en Regeering de uitgesogte van Themels zee„ „geningen en dat banda weeder Eerlang in volle bloeij mag herleven, mij inder„ „selver dierbaere protexie aenbeveelende noeme ik mij met alle Eerbied en waere hoog agting; /:onderstond:/ Wel Edele Agtbaaren Heere. /:lager:/ uwel Edele Agtbaare onderdanige en seer gehoorsame Dienaar /: was geteekend/ A: A: 'SGravezande, /:in medid:/ In de Pantijalling D'oppas ter rheede Elij op het Eijland groot keij den 23=en februarij A„o 1789: D:M: Vander Ae Secretaris Accordeert, D 55 57 Woensdag den 18: Februarij Anno 1789: Smorgens om Negen uuren in het Conferentie Huijs of Baleo aan Seestrant Voor de Negorij Elie Den Wel Edele Heer Adriaanus Anthonij GGravezande. Opperkoopman en secunde deeser Provintie Banda mitsgad:s Comandant over de Vloot ter Expeditie na Arouw D E: Manhaften Hendrik Clements vaandrig Militair Jacobus de Groot ƒ Lieutenant der Arthillerij e C„hristiaan Hendrik Lange 20 Vaandrig militair Abdoel Karim Vaandrig der Sipaijers Arend Bornikhoff Jansz: Lieutenant ter Zee Jansz: Jan Lieutenant ter Zee Anthonij Boode vaandrig der Mirase burgerij en Lieuten: der Mareijne Jan Christoffel Scholts Gesaghebber van de pantj: de Jonge Willem Hendrik Jacobs burger en Eerste stuurman op d' Pantj: de oppas De Inlandse Hoofden Van de Negorij. Elie Den Orankaaij Alie en deselfs zoon Sieroda orantoea Nodring „ Boediman „ Priester „ Orangkaaij Patimasa „ _:o Balie „ _o van Wattolarie genaamt Wandar _o Van haar siswako De Inlandse Hoofden van de Negorij Elat. Massawara soon van den overleeden orankaij, D' Joemat Den Priester Iman Dauwt „ Orangkaaij Sicie „ _o Rilie „ _o sila nevens een meenigte van Orangtoeas en win„ „dere hoofden uijt beide Negorijen Present „ - - „ ƒ _o _o _o ƒ en daar omme streeks leggende dorpen Absent D E: Leonardus Philipus Leunisse, Geswoore schriba de Wagt op de Rheede houdende Dit uur door de Heer Commandant der Vloot bepaalt zijnde om met de Gesamentlijke hoofden der hier omtrent leggende Megorijen Eenige Sa„ „ken te verhandelen, en in overweeging tegeven, om daar na hier op hunne besluijten in te vorderen, en tot een vast Contract te treden. Deselve daar vergadert zijnde begaf den E: Commandant sig na de val; en wierd door de landshoofde aan 't strand verwelkomt soodra de Complimente aan weeder sijde verrigt waren, deed zijn E: nogmaals gelijk bij de eerste aankomst geschied was, een tot den aard deeser zake passende en gemoedelijke aanspraak„ en teffens de Groete uijt naam en van weegen den Wel Edele Agtbaare Heere Lambertus Ianszoon Haga Gouverneur en Directeur der Provintie Banda, met betuijging van het genoegen dat de Heer Commandant gevoelde over de dadelijkke bereedwilligheid en assistentie der landshoofden betoont aan onse Vaartuijgen, die anders seeker deese Rheede niet zoude hebben kun„ nen naderen door de sueijd weste winden dewijl het den E: Commandant sig bijsonder vleijde, en met alle hertelijkheid accepteerde, de gulle aanbiedingen en dadelijk toerijkinde van het benoodigde aan de onse, en de Vrije en onbedwange toegang in alle de Negorijen die hier omstreaks leggen, sullende het een en ander in geheugen houden, terwijl hun bedankte weegens de goede sorge voor de Banda voorbij geraakte Pantjalling de Jonge Ian, en het onderhoud aan hun gegeven, het geen seer gaarn sal gerestitereerd worden, sullende bij hun verscheijnig te Banda weder sodanige assistentie te verwagten hebben; als de E: Comp:s gewoon is aan haar getrouwe bondgenooten te verleenen: De lands hoofden verklaarde hier in te zullen volharden, daar de goede behande„ ling bij hun jongste aanwesen te Banda, en de sorge voor hun gedragen door den Wel Edele Agtbaare Heer Gouverneur en Directeur deeser Provin„ tie hier toe soo veel te meer aangespoort heeft Den E: Commandant gaf hier op de gesamentlijke landshoofden te kennen hoe dat hij uijt naam en van weegen de Edele oostindische Comp:s en repre„ senteerende de persoon van den Wel Edele Agtbaare Heer Lambertus Ianszoon Haga Gouverneur en Directeur van Banda, was afgeson„ den als Commandant over de tans alhier ter Rheede leggende vloot ten eijnde alle de trouwe en dE: Comp:e aankleevende bondgenooten van haar hulpe en bijstant te versekeren daar en tegen alle die gene die zig tegen de duur beswoorene verbonden; en plegtige Contracten door hunne voor vaderen gesloten, op Eene trouweloose wijse hebben te buijten ge„ „gaan
English
to go and chastise them in such a manner that they will be forever deprived of the desire to do any evil. That the Honorable Commandant intended to that end, and in order to punish such evil deeds, just as he had already told some of them during their presence at Banda, to depart shortly for the Islands of Arouw, in order to give the rebellious and faithless Oudjereel and his followers their just deserts there, while on the other hand taking under protection and defending the coastal and inland Alfurs who have remained loyal to the Honorable Company. Thus the Honorable Commandant requested and expected of the collective chiefs that they would by no means tolerate that the Aruese who are enemies of the Honorable Company should find any refuge or comfort among them, and in case they should happen to retreat to the land of Keij following a defeat to be suffered, to regard them as enemies of the Honorable Company, and thus likewise in case of an alliance, to seize them and hand them over to the Honorable Company, and whether they would also act likewise with regard to Macassars, Cerammers, and Gorammers who roam around here in an illicit manner and to cause harm in everything to the Honorable Company. That if they do this and comply with everything, their true loyalty and attachment will be fully evident to the Honorable Company, and they will also share in their interests, so that they can also be assured not only of good treatment but of protection against their enemies, and that the door of free trade at our main trading post will stand open to them, with the same privileges as are granted to all allies and vassals of the Honorable Company. Hereupon the regional chiefs unanimously promised that, if the Oudjereese and their followers should come to any settlements outside Elie and Elat, they would demand their surrender and, upon refusal, arrest them by force, and as far as they were concerned, the Honorable Company, where they may experience convincing proofs of affection, would see proof of their loyalty, with those of the settlement of Elat further adding that, if any rovers or enemies of the Honorable Company should come within their reach, they would dispense just deserts without any consultation with the other settlements. Being fully satisfied with this, the Honorable Commandant gave it to be understood that, although the Honorable Company has no reason for dissatisfaction regarding the settlements that come to Banda annually for trade, it is nonetheless not an unknown matter that here and there some acts were committed in former days against the Company's people and vessels, which by no means accord with the nature of the alliance; but since the Honorable Company and those to whom the direction of its affairs is entrusted are disposed to punish and to forgive, and it has frequently shown itself to be animated by the latter, the Honorable Commandant therefore declares, both in the name of the Honorable Company and on behalf of the Right Honorable Lord Governor and Director of the Province of Banda, a general oblivion of all that might previously have been committed to the detriment of the Honorable Company, and that if all those who for some years past, out of an awareness of what they have misdone, come again annually from now on to Banda for trade and pay their homage, everything will likewise be relegated to oblivion and they will be recognized as allies; whereas on the contrary, if they consort with the enemies of the Honorable Company, they will also be considered as such and treated according to the circumstances, since the Honorable Company, which has been provoked for too long, does not lack the power to avenge the injury suffered. The regional chiefs thereupon gave the following names of such settlements as were indeed guilty, both in harboring the Oudjereese and Macassars, namely the settlements of Moena, Feer, Weeboe, Meouwe, and Tahaan, but they also simultaneously assured that they had already long sought to come to Banda again for trade, and that they undertake to bring them there towards the calm season in the month of October to pay their homage to the Honorable Company, the more so when they received assurance from them of being included in the pardon; that they had shown the way to the strayed orembaai of Poelehoe, and upon the received news that a missing orembaai might still be on Klein Keij, had departed thither on their own initiative to search for it, and that by this conduct one had no need to fear that they would be carried off by the Gorammers to Arouw. The Orangkai of the settlement of Hahaar not yet being present, the regional chiefs were told by the Honorable Commandant to notify him, in the name of the Honorable Company and the Banda Lord Governor, that as long as the troubles at Arouw lasted, he should by no means meddle with those people and their villainous followers, nor grant access to his settlement, since he would otherwise immediately be considered an enemy of the Company; upon the breaking up of the meeting, he appearing in person, the same was most seriously presented to him by the Honorable Commandant, whereupon he immediately promised assurances of loyalty, and the chiefs of Elat and Elij stood surety for it. Hereupon the Honorable Commandant asked the regional chiefs whether they were also inclined to depart with this fleet to Arouw for assistance, or, if they gave sufficient reasons why they should be excused from this request, whether one could trust them on their given word, in case—which God forbid—any disasters should befall our fleet at Arouw, that a safe place of refuge could be found here, that they would also recognize our enemies through their hatred and protect us against them. Hereupon those of Elie and Elat answered that without the consent of the collective peoples they would do nothing of that nature, namely to go along to Arouw, since they themselves had to pay tribute, but if the possessor
Dutch transcription
59 gaan, sodanige te kastijden, dat hun de lust voor altoos benoomen word te om Eenig kwaad te doen. Dat den E: Commandant tot dat eijnde en om diergelijke euveldaeden te straffen voor newens was, gelijk hij aan eenige hunner bij aanwee„ en sen te Banda reeds gesegt had, Eerst daags na de Eijlanden van Arouw„ te vertreken, ten eijnde aldaar den weerspannige en trouwloose ondje„ reel en zijn aanhangloon na werken te verschaffen, daar en tegen d' E: Comp: trouwge bleeven soo voor als agterlandse alphoeren in protexie te nemen den en hun te verdedigen Dus den E: Commandant Versogt en verwagten van de gesamentlijke hoof„ ho„ den dat zij geensints zouden dulden dat den arounees die vijanden van d'E: Comp:s zijn Eenige heul oftroost bij hun mogen vinden, en ingevalle bij eene te bekomen neerlaag zig op het land van keij kwamen te retireeren, deselve als vijanden van d'E Comp: en dus in Cas van bondgenootschap meede sodanig zul„ len aanmerken, in beslag nemen en aan de E: Comp: overleveren, en of zij ook sodanig willen te werk gaan, omtrent maccasaeren Cerammers en Gor„ ammers die op een ongepermitteerde wijse, en om de E: Comp:s in alles na deel toe te brengen hier rond swerven. Dat Wanneer zij dit doen en in alles nakomen de E: Comp:e als dan volkomen sal blijken hunne Ware trouwe en aankleventheid, en ook in hun belangen deel„ nemen, dat zij dan ook versekert kunne wesen niet alleen van Eene goede be„ handeling maar Eene bescherming tegen hunne Vijanden, en dat de deure eener Vaije handel op ons hoofd Comptoir voor hun sal openstaan, met die selfde previlegien als aan alle bondgenooten en Vasallen van d'E: Comp:s Word verleend. „Hier op beloofde de landshoofden Eenparig, wanneer de oud Jereesen en hun en „ aanhang op eenige Negorijen buijten Elie en Clat mogten komen, dat zij „ deselve zullen afeijsschen en bij weigering als dan met gemeld arresteeren, „ en wat hun betreft dat de E: Comp: daar zij de overtuijgende blijken van toege„ „ negentheid mogen ondervinden, preuve sullen sien van hun gestrouwheid voe„ „gende die van de negorij blat daar nader bij, dat wanneer Eenige swervers: of „: vijanden van dE Comp: onder hun berijk mogten komen, zij sonder eenige raad„ „ „pleging met de andere Negorijen loon na verdiensten zoude toepassen. Hier over ten vollen voldaan gaf den E: Commandant hier op te konnen dat schoon d'E Comp:e omtrent de negorijen die Jaarlijks op Banda ten handel komen wel geene reeden van misnoegen heeft, het egter geene onbekende zaak is; dat hier en daar wel Eenige bedrijven omtrent Comp:s volk en Vaartuijgen in vroeger dagen zijn gepleegt, die geensints met den aard der bondgenootschap over eenkomen maar dewijl het E: Comp:s en die gene aan wien de directie hunner saken is toever„ trouwt gestelt zijn, om te straffen en te vergeven, en zij meenigmaal heeft getoont met het laaste besield te zijn, zo Verklaart den E:e Commandant uijt naam soo van d'E: Comp:s als van wegen den Wel Edele Agtb: Heer Gouverneur en Directeur der Provintie Banda eene Generale Vergeting van alle het gene wat voor 4r pen deesen 1 deesen ten nadeele van d'E Comp:s mogt zijn bedreeven, en dat wanneer alle die gene die nu Eenige Iaaren herwaards uijt eene invoeging van het gene zijn misdaan hebben, van nu voortaan Iaarlijks na Banda weder ten handel komen; en hunne hommagie bewijsen, men dan ook alles in het vergeetboek zal stellen en voorbondgenooten Erkennen, daar integendeel wanneer sij met de Vijanden van d'E: Comp:s heulen, men ook hun als zodanig zal con„ sidereeren en na de gelegentheid te werk gaan, dewijl het d'E: Comp:e die altelang getergt is aan geen magt ontbreekt om de geledene koor te wreeken: „ De lands hoofden gaven hier op de volgende namen van sodanige Nego„ „rijen als wel schuldig waren, soo met heiling der oudjereesen als mac„ „casaeren te weeten de Negorijen Moena Feer „ Weeboe „ Meouwe en „ Tahaan, dog versekerden ook teffens, dat zij reeds lange getragt hadden om weder na Banda ten handel te komen, en dat zij aannemen tegens de stille„ tijd in de maand October hun daar te brengen, om hun kommagie aan d'E: Comp:s te komen bewijsen, te meer wanneer zij van hun Versekeringe erlangde Van in de Vergiffenisse meede te zijn begrepen, dat zij de afgedwaalde Orembaaij Van Poelehoe de weg geweesen, en op de erfangde teijding dat mogelijk nog Een Vermitste orembaaij sig op klijn keij bevond, uijt eige beweging derwaards ter opspeuring zijn vertrokken, en dat men door dit gedrag niet te vreesen had, dat zij door de Gorammers na Arouw zouden worden mede gevoerd. Den Orangkaaij van de Negorij hahaar nog niet present zijnde werd door den E: Commandant aan de landshoofden gesegt, hem uijt naam van d' E: Comp: en de Bandas Heer Gouverneur aan te zeggen, dat zoo lange de onlusten te arouw- duurden, sig geensints met hun lieden en hun snooden aanhang soude melleeren of tot sijn negorij toegang verleenen, dewijl men hem an„ ders als een vijand van de s Comp:s direct: soude Considereeren, na het scheijden, der vergadering hij in persoon op dagende is het zelve hem door den E: Comman„ dant op het serieuste Voorgehouden, waer op hij direct: versekeringe van trouwe heeft belooft, en de hoofden van Plat en Elij sig daar voor gequerdert hebben. — dragende den E: Commandant hier op de lands hoofden of zij ook gene„ gen zijn met deese vloot ter hulpe naar Arouw te vertrecken, dan wel indien sij voldoende redenen geven, waarom van het zelve versoeken ontslagen te zijn, of men hun op het gegeven woord kan vertrouwen, om wanneer het geen /god verhoede :/ eenige desasters onse vloot te arouw mogt overkomen, een Veijlige schuijl plaats alhier te zullen kunnen vinden, onse vijanden ook door de hade te zullen erkennen en ons tegen deselve te beschermen. „Hier op dienden die van Elie en Elat, dat zij sonder toestemminge der ^aard „ gesamentlijk Volkeren niets van dien ^ zouden doen, namentlijk om meede na „ Arouw te gaan, wijl zij selve schattinge moeste betalen, dog bij aldien de besittert „ 1
English
61 possessors or Lord of the land proceeded to this, they would by no means be negligent, but that they promised the Honorable Commandant on their word and oath to stand by him to the last man whenever he needed their help. The Honorable Commandant further proposed whether from now on all vessels, both of the Company and those of the inhabitants, provided with a proper pass, will in case of need be supplied with what is necessary, and which assistance, if not immediately repaid due to the inability of those who come to request it, will be reimbursed to them as soon as news thereof is received at Banda. Whether they will salvage as much as possible, for a proper reward, all vessels that happen to run aground on this and the surrounding islands, both people and goods, and ensure that no one is harmed in their life, all ammunition returned, and whether they are inclined, whenever it comes to their ears that such a vessel remains stranded at the inland villages, to guarantee themselves as sureties to stand up for the Honorable Company in their capacity as allies, and to insist on the return of both people and goods for such compensation appropriate to its value. To this they answered unanimously that whatever vessels they may be, flying the flag of the Honorable Company and provided with passes, they will not only protect them and provide the necessary help, but also, if anything irregular should be done by the inlanders, stand up for it and treat it as their own affair, since they will leave the reward for the goods to be salvaged upon restitution to the Honorable Company and the Lord Governor at Banda. The Honorable Commandant further declared to the chiefs of the land that should it happen that either any commander of Company or burgher vessels or their subordinates were to cause any molestation to any of the local peoples during their presence, whereby the slightest rift in good faith would be caused, they shall, in order to prevent greater mischief, take no reprisals in this regard, but rather report this to the Honorable and Respected Lord Governor of Banda, either upon their arrival at Banda or by a letter sent there, whereupon such unruly persons will be punished according to their merits and they will be maintained in their just cause, and in proportion as they faithfully fulfill their promise, the good opinion currently held of them will grow more and more. Upon this, the Honorable Commandant asked the assembled chiefs of the land whether they had anything to say against any commissioners or commanders of Company or burgher vessels regarding any mistreatments inflicted in earlier times, to state it to His Honor without hesitation, since he would then ensure that justice would be done to them in this matter. Regarding this, the chiefs of the land were highly satisfied, declaring that for the present they had nothing of that nature to bring forward and that this served as a great reassurance to them, since they were thereby assured of
Dutch transcription
61 besitters of Heer van 't land hier toe overgingens; zij geensints nalatig souden zijn, dog dat zij den E: Commandant op haar woord en Eed beloofde, tot de laaste man te zullen bij staan, wanneer hij hun hulp benodigt was. Den E Commandant verder voor stellende of van nu voortaan alle vaartuijgen soo wel Comp:s als die der ingesetenen van Een behoorlijke pas voorsien, en in cas van gebrek van het noodige zullen voorsien, en welke assistentie is het niet direct door het onvermogen der gene die zulks komen te vorderen, so daa men te Banda daar van tijding zal Erlangen weder aan hun zal gerestitueerd worden. Of zij alle Vaartuijgen die op dit en de omleggende Eijlanden komen te stranden; Volk en goederen soo veel mogelijk onder een behoorlijk recompens: zullen bergen en sorgedragen dat niemant aan zijn leeven gekomen word, alle ammo„ „nitie gerestitueerd, en of zij genegen zijn wanneer hun ter oorer komt dat sulke een Vaartuijg op de agterlandse Negorijen komt te blijven, sig te willen guarendeeren als borgen om in haar betrekking als bondgenooten voor d' E: Comp:s te zullen opkomen, en op de teruggave van 't Een en ander aandringen voor soodanige Vergelding geschikt na dies waarde. „ Hier op antwoorde zij uijt Eener stemme, dat wat Vaartuijgen het ook zijn„ „ de Vlag van d' E Comp: voerende, en met Passen voorsien, niet alleen zullen beschermen „ en de noodige hulp toebrengen maar ook wanneer door de agterlanders iets „ buijten den regel mogt gedaan worden, daar voor te zullen op koomen, en „ als hun eigen zaak behartigen, dewijl zij het recompens Voor de te bergene goederen bij restitutie zullen overlaten aan d'E Comp: en den Heer Gouverneur „ te Banda. Den E: Commandant declareerde zig verder aan de lands hoofden dat wan„ neer het mogt komen te gebeuren, dat het zij Eenige gesagvoerder van sComp:s dan Wel burger Vaartuijgen of hun onderhoorigen, eenige molest bij hun aanweesen aan Eenige derlands volkeren kwamen te doen, waar door de minste scheuringen in het goed vertrouwen soude worden veroorsaakt, zullen zij ter voorko„ mingen van meerder onheijlen geene represailles hier omtrent nemen, maar het zij bij hun aankomst te Banda, dan wel bij een, een ofte sendene brief. den Wel Edele Agtbaare Heer Bandas Gouverneur hier van verslag doen, Wanneer soodanige buijten sporige: na merites gestraft, en zij in hun billijke saak gemaintineert worden, zullende na mate zij hunne belofte met getrouw„ heid nakomen de goede gedagten die men tans reeds van hun heeft meer en meer aangroeijen. Vragende hier op den E: Comandant de gesamentlijke landshoofden of zij iets op Eenige Commissianten gezagvoerders van Comp of burger Vaartuijgen wegens Eenige mishandelingen in Vroeger tijden aan gedaan, te zeggen hadde, het aan zijn E: onbeschroomt zouden opgeven, dewijl als dan sorgen zoude, dat hun hier over regt weder varen zal. „ Hier omtrent waren de landshoofden ten hoogsten voldaan, Verklaarende „ voor het tegenwoordige niets van dienaard in te brengen te hebben en dat dit voor „ hun tot Een groote gerustheid strckte, dewijl zij hier door versekert waren Van
English
of the good intentions of the Honourable Company and the Lord Governor of Banda, who would punish the harm done to them and support them in their lawful causes, for which reason this will encourage them all the more to show that they wish to be and remain faithful allies of the Honourable Company. The Honourable Commandant made known to the chiefs that he had reliable information that Macassarese vessels were at Klein Keij, and one of the same at Keij Feer, whether it might be possible to go and capture them, and if they did not dare to undertake the same on account of their neighbours, whether now or henceforth, whenever such vagrants might appear here, they would ward them off and permit them no trade unless provided with proper passes. That one or two Macassarese were lying at Klein Keij for trade, they had learned, and if all the negorijen were minded to join forces with them, they would gladly go and seek them out, but since at the present time it is far too dangerous for the vessels to go there, as it lies on the west side, they advised the Honourable Commandant against this, but promised to persuade those local peoples to drive them away from there and cut off their trade, and on the contrary to encourage them to come to Banda; for if the negorijen Elie and Clat go and expel the Macassarese by force, they must expect that those of Klein Keij with their following of thirty negorijen will in turn take reprisals, but they would attempt to carry everything out by means of gifts and through promises of free trade at Banda, while the Honourable Commandant has promised them a bounty of 10 rijxdaalders for every Macassarese or other enemies, whether Oud-Jerezen or Gorammers, whom they manage to bring in. Hereafter the Honourable Commandant asked in the most serious terms whether they acknowledge the Honourable Company as their lawful sovereign, and are prepared at all times to show the required homage, and according to their promises will conduct themselves as faithful vassals. They declared unanimously upon this not only to acknowledge the Honourable Company as their lawful sovereign and protector, but always to show all homage and fidelity, spitting their spittle from their mouths onto the ground, saying: just as little as we are accustomed to pick it up and put it back into our mouths, just as little shall we retreat from our promises and the contract that we are presently willing to sign. The Honourable Commandant further proposing, since the Honourable Company was in great need of coconut oil, how much of that fat the chiefs could hold in readiness annually, which could then partly be collected by the vessels departing to and from Arouw, and to that end calling at Elie and Clat, and also brought along when they come over to Banda annually in the month of October, and at what prices they are willing to surrender that fat, so that all disputes in the future may thereby be avoided. The chiefs thereupon declare very willingly that they will do everything possible to provide oil to the Honourable Company, and whenever it pleased the same to have the vessels departing for Arouw call at Elie and those returning call at Clat, they will hold the oil in readiness by that time, establishing the prices firmly in the following manner: for one piece of ordinary bleached Guinea cloth: fifty flasks of one and a half kan, or three bottles; one half ditto or Gerras: twenty-five flasks; one piece of whole broad black Bafta: twenty-five flasks; one half ditto: ten flasks; one piece of large red Karikal: ten flasks; one piece of small ditto: six flasks; all at three bottles to the flask. It being well understood that this applies when the Honourable Company had the same collected, but if they should bring it to Banda themselves, that the price might then be increased reasonably; and that when they delivered the promised oil upon the arrival of the vessels here, and thus supplied the Company, they may, upon their arrival at Banda, sell oil brought there to private individuals at market prices, the Honourable Company however always retaining the preference; the Honourable Commandant assenting to this request of theirs, they were completely satisfied. Also inquiring whether on the land of Keij and its dependencies there are also any, whether true or wild, clove or nutmeg trees to be found, and whether one can rely on their word of fidelity that there are none, and if any such should be found, whether they are inclined to point them out and eradicate them, their trouble in this matter being gladly rewarded by the Honourable Company. The whole local population declared that they threw their land completely open for inspection; that not a single tree was to be found there; that on account of that precious fruit their ancestors had been forced to leave Banda, and that they, as the descendants, would take good care that no tree is planted or cultivated there. Further inquiring that it had been learned that the Gorammers had urged those of Klein Keij and some of the negorijen situated on the west side to go along to Aroe to the aid of the Oud-Jerezen, whether they could not prevent this. They promised upon this that they would do everything in their power to make them abandon that intention, and that they hoped to succeed therein, especially now that they can give them the assurance that the Honourable Company will accept them in submission, and that they receive the news that the Honourable Commandant, upon his return from Arouw, will turn his prow along the south side of Keij and call upon them to learn their true intentions. In order to bind the collective local peoples even more in good trust and alliance.
Dutch transcription
„van de goede intentie van dE Comp:s en den bandas heer Gouverneur, die het „ hun aangedaan wordende leed soude straffen, en in hun regtmatige saaken „ ondersteuren, Warom dit hun nu te meer sal aanspooren om te toonen, dats zij getrouwe bondgenooten van de E Comp:s Willen zijn en blijven. :Den E: Commandant gaff de hoofden te kennen dat hij in het sekere on„ „derrigt was, dat macasaarse vaartuijgen, sig op kleijn keij bevonden, en Een dezelve op keij feer, of er mogelijk hat was om deselve te gaan bemagti„ „gen, en soo zij het zelve Voor hunne nabuuren niet dorsten te ondernemen; of ingevalle nu of voortaan wanneer diergelijke swervers zig hier mogten op doen, deselve te sullen affiweeren en tot geen handel toelaten ten ware met behoorlijke passen voorsien.. „ Dat er een of twee Macasaeren ten handel op kleijn keij, lagen hadden zijn „ Vernomen, en indien al de negorijen gesint waren om met hun samen te span„ „ nen wilden zij gaarne deselve gaan op soeken, dan dewijl het in de tegen„ „woordige tijd voor de Vaartuijgen alte dan gereus is om daar te komen, als „ aan de westkant leggende, raden zij den E: Commandant sulks of maar be„ „ loofde die lands volkeren te zullen beweegen om hun van daar te verdrijven, en den handel aftesnijden, daar en tegen te animeeren om na Banda te komen, want „ bij aldien de negorijen Elie en Clat met geweld de makasaaren gaan Veidag ven, hebben, zij te verwagten, dat die van klijn keij met hun aanhang van der tig Negorijen weder represailles zullen nemen, dog zij souden tragten alles met heden en door beloften van Een vrijen handel op Banda tragten uijt te vaeren, terwijl den E: Commandant voor ieder makasaaren of andere vijan„ den 't zij Oud Jerees of gorammer die zij komen op te brengen den premie van 10: rijx: toegesegt heeft Hier na Vroeg den E: Commandant in de aller serieuste termen of zij dE: Comp: Voor hun wettige lands heer erkennen, en bereid zijn ten allen tijden de verreijste hommagie te bewijsen, en sig in hun na beloften als getrouwe vasal„ len zullen gedragen.. „Sij verklaarde hier op Een parig niet alleen d'E: Comp:e te erkennen voor hun „wettigen landsheer en beschermer, maar steeds alle hommagie en getrouw„ „„heid te zullen bewijsen, werpende hun spoug uijt den mond op den grond segger „„de even soo min als wij gewoon sijn het zelve op te rapen en weder in de mond te „ stuken, even so min zullen wij terug treden van onse beloften: en het Contract dat wij tegen woordig gewillig zijn te onderteekennen. Den 8 Commandant Verder voorslaande dewijl de E: Comp:s zaer verlegen was om klappus olij, hoeveel de landshoofden Jaarlijks van die vettigheid wel inge„ reedheijd zoude kunnen brengen de welke als dan gedeeltelijk met de Vaartuij gen naar en van Arouw vertrekkende, en ten dien eijnde Elie en Clat aangie„ „rende zoude kunnen afgehaalt worden en ook wanneer zij Jaarlijks in de maand october na Banda overkoomen mede brengen, en tegen welke prijsen „ „ zij 63 zij die Vettigheid willen afstaan, op dat alle dispuuten in der tijds hier door kunnen gemenageert werden. „ De landshoofden betuijgen hier op seer gaarne alles te zullen aanwenden „ om d'E: Comp: olij te besorgen, en wanneer het deselve behaagde om de na Arouw „ vertrekende Vaartuijgen Elie ende terugkeerende Clat te doen aangieren wan„ neer zij tegen die tijd de olij zullen in gereedheid brengen stellende de prijsen in diervoegen Vast als. — voor Een Guinees gem: gebl: Vijftig flessen van een en halff kan of drie bottels „ Een ½ _„o of Gerras vijfentwintig flessen „ Een Baftas sw: br: heele vijfentwintig flessen „ Een _o „ „ halve tien flessen „ Een karik:s gr: roode tien flessen „ Een _o kl: „ ses flessen alle tegen drie bottels de fles „ Wel verstaande Wanneer d'E: Comp:s deselve liet afhalen dog wanneer zij die „: op anda selfs mogten aanbrengen, dat dan de prijs na de billijkheit mogt „ verhoogt worden; en dat wanneer zij de beloofde olij bij aankomst der Vaar„ „ tuijgen alhier leverde, en dus de Comp:s voorsien, zij lieden bij hun komst te „ Banda hier aangebragte olij aan particuliere voormaakt prijsen mogen „ verkoopen, egter de E Comp:e altoos de voorkeur behoudende, den E: Commandant „ in dit hun versoek bewilligende waren sij volkomen te Vriesden. Teffens: Voorhoudende, of er op het land van heij en dies onderhoorigheeden ook Eenige het zij egter of wilde nagul of Nooleboomen te vinden zijn, en of men op hun woord van trouwe sig kan verlaten dater geene sijn, en wanneer er sulke mogten te vinden weesen, of zij genegen zijn deselve aan te wijsen en uijt te roeijen, sullende hunne moeijte in deesen gaarn door de E: Comp: be„ „ Het gantschelands volk verklaarde dat zij hun land ter ondersoeking vol„ „komen vrijstelde; dat niet een enkelde boom daar te vinden was, dat om die kostelijke „Vrugt haar voor vaderen Banda hadden moeten verlaten, zij als het nageslagt wel „ sorge dragen dat geen boom daar geplant nog aangekweekt worden. Verder voorhoudende, dat men onderrigt was dat de gorammers die van kleijn keij en Eenige der Negorijen aan de Westkant geleegen aangespoord hadden, om mede „na Aroe te gaan ter hulpe van de oudjereesen, of zij zulks niet konden tegen gaan. „Sij beloofden hier op dat zij alles zouden in 't werk stellen om hun van dat voorne„ „men te doen afsien, en dat hij hoopte daar in te zullen slagen, voornamentlijk „ nu sij hun versekeringe kunnen doen, d'E: Comp:s hun in submissie wil aannemen, en „retour; „ dat zij de tijding erlangen dat den E: Commandant bij zijn „ vertavi van Arouw „ langs de Zuijd kant van keij de steven sal wende; en bij hun aangieren om hunne „ waare intentie te vernemen. Om de gesamentlijke lands Volkeren nog meer in het goed Vertrouwe en boond worden. Verder „ : 1 :
English
To further encourage them, the Honorable Commandant declared once more that the Honorable Company and the Right Honorable Lord Governor of Banda wished to accept them as good and faithful allies and to protect them against their enemies, and that when they continuously provide proof of loyalty, the damages they might suffer in defense of the Company's authority will not be left unrewarded, while the Honorable Commandant assured that upon his safe return to Banda he would report on the reception he had enjoyed, wishing them in general on behalf of the Right Honorable Lord Governor of Banda all salvation and prosperity, so that their land, crowned with prosperity under Heaven's blessing, and they may always be conquerors over their and the Honorable Company's enemies. Hereupon, with a noticeable emotion on the face of everyone, as well to the Moor as the Alfur, the hand of the Honorable Commandant was pressed and placed upon the forehead; five shots were fired from the Commandant's pantjallang D'oppas as a sign that everything was accomplished to satisfaction, and herewith this conference ended, and the Honorable Commandant departed with all the officers back on board, being escorted out by the country's peoples. Beneath was written: Thus done on the island of Groot Keij in the conference house or baleo on the seashore before the great negorij Elie, date as aforesaid. Was signed: A:s A:s 'S Gravezande, I:n H:k Clements, J:s C: de Groos, C: H: Lange, A: B: Iansz:, I: Scholts, A: Boode, Karim, I: Iansz: and H:t Iacobsz: Agrees, P: D: M: Vander Hen, Secretary. 65 Contract concluded by the Right Honorable Lord Adrianus Anthonij 's Gravezande, Senior Merchant and Second of Banda, as well as Commandant over the fleet lying here in the roads, departing on an expedition to Arouw. In the name and on behalf of the Honorable East India Company, which holds domain over all these lands from the West to the East, and representing the person of the Right Honorable Lord Lambertus Janszoon Haga, Governor and Director of this province and its dependencies. With all the orangkayas and chiefs of the negorijen Elie and Clat, with their surrounding villages, on the island of Groot Keij, by name Alie, and his son Sicoda, orangkay Patie-masa, Ngaree, imam Boediman, orangkay Balie, Massa-Wara, son of the deceased orangkay D' Joemaet, imam Daut, orangkay Sicie, orangkay Relie, orangkay Siela, orangkay wandang, and orangkay Siswokoe. To whom, with greetings on behalf of the Right Honorable Lord Governor of Banda, and in the name of the Honorable Company, is wished a long and happy life, all salvation and prosperity, so that under God's blessing they may be peaceful possessors of their land until the end of all things. First The chiefs of the country bind themselves jointly to the Honorable Commandant that, in case he, arriving at Arouw, comes to conquer the Ujir people and they, whether wholly or in part, take flight and retreat hither, they, of whatever name, will grant them no refuge, but deliver both them and their goods over to the Honorable Company and the Commandant, and also not tolerate that it happens through other negorijen, as they will demand them by force, and upon refusal of this, consider and attack them as enemies, that they will fully, without deviation, keep this promise of theirs, and vouch for their subordinates. Secondly If it should happen that the fleet, arriving at Arouw, were forced by superior power to retreat, and to take flight hither for assistance, and on that occasion were pursued by the Aru people, they promise most solemnly with all their might to assist the Honorable Company, and help defend it to the last man. Thirdly
Dutch transcription
Verder te animeeren Verklaarden, den E: Commandant nogmaals dat de E: Comp: en den Wel Edele Agtb: Heere Bandas Gouverneur haar als goede en ge„ „trouwe bondgenooten Wilde aannemen; en tegen hare Vijanden beschermen, en dat Wanneer zij bij aanhoudentheid preuve van trouwe komen te geven; de schade die zij tot verdediging van 'sComp:s gesag mogte komen te lijden niet onbeloont zullen gelaten worden terwijl den E: Commandant versekerde dat hij bij behou„ de retour de Banda verslag zoude doen van het onthaal dat hij genoten had„ hunlieden in het generaal uijt naam van den Wel Edele Agtbaare Heer Bandas Gouverneur alle heijl en welvaart wenschende, op dat hun land onder Theemels zeegen met verspodd gekroont, en zij steeds over winnaars hunner en dEComp:e vijanden mogen zijn. — „ Hier op door een ider niet sonder merkelijke aandoeninge op het gelaat; zoo „„ aam den moor als alphoereed, de hand van den E: Commandant gedrukt, en „ op het voorhoofd gelegd:, wierden Vijff schooten van de Commandants Pantjal„ „ling D'oppas tot een teeken dat alles nagenoegen volbragt was gedaan, en scheijde „hier meede deese Conferentie en vertrok den E: Commandant met „ de gesamentlijke Officieren weder na boord aan staand uijt geleide gedaan wordende door de landsvol„ „keren. /:onderstond:/ Aldus Gedaan op Het Eijland Groot keij en het Conferentie Huijs of Baleo aan seestrand voor de groote Negorij Elie dato voorsz: /:was geteekend:/ A:s A:s 'S Gravezande, I:n H:k Clements, J:s C: de Groos, C: H: Lange, A: B: Iansz:, I: Scholts, A: Boode, Karim, I: Iansz: en H:t Iacobsz: Accordeert P: D: M: Vander Hen Secretaris. 65 Contiaet Geslooten door den Wel Edelen Agtbaeren Heere Adrianus Anthonij 's Gravezande oppercoopman en Secunde van Banda, mitsgaders Commandant over de alhier ter rheede leggende Vloot in Expeditie naar Arouw Vertrekkende. Uijt naam en van weegen de Edele Oostindische Comp:s die het ge„ „bied voert, over alle deese landen van het westen tot het Oosten, en represen„ „teerende de persoonen van den Wel Edelen Agtbaren Heere Lambertus Janszoon Haga, Gouverneur en Directeur deeser Provintie en dies onderhoorigheeden. met alle de Orangkaijs en hoofden van de negorijen Elie en Clat met dies daar omstreeks leggende dorpen, op het Eyland Groot Keij, in name Alie, en desselfs zoon Sicoda, orangkaij Patie= =masa, Ngaree, imam Boediman, orangkaij Balie, Massa„ „Wara, zoon van den Overleeden Orangkaaij D' Joemaet, imam Daut, orangkaij Sicie, orangkaij Relie, orangkaij Siela, orangkaij wan„ dang en Orangkaij Siswokoe Dewelke onder groete van wegen den Wel Edelen Agtbaren Heer Bandas Gouverneur, en uijt naam van DE Comp:s werden toegewenscht, Een lang en geluckig leven, alle heil en Welvaart op dat zij onder Gods zegen mogen zijn geruste besitters van hun Land tot het eijnde van alles. Eerstelijk Verbinden zig de Landshoofden gesamentlijk aan den E: Commandant om ingeval hij te Arouw komende de oedjireesen komt te overwinnen en dezelve het zij geheel of gedeeltelijk met de Vlugt naar herwaards komen te retireeren, zij hoe genaemt hun geen schuilplaets zullen verleenen, maar so wel hun als derselver goederen aan D'E: Comp:e en den Commandant over„ geeven, en ook niet dulden dat door andere negorijen geschied, dewijl i ie met geweld zullen afvorderen, en bij dveigering van dien als vijanden ts aanmerken en attacqueeren, dat zij deese hunne belofte volkomen, zonder afwijking zullen gestand doen, en zig guarandeeren Voor hun onderhoorige. Tweedens Wanneer het mogt gebeuren dat de vloot te arouw komende door overmagt gedwongen wierd te retireeren, en de Vlugt ter adsistentie na herwaards te neemen, en bij die geleegendheit door de Arouneesen Ver„ volgt wierd, beloven zij op het plegtigste met alle magt, DE: Comp:e te zullen bijstaan, en tot de laaste man helpen Verdedigen. ~ Derdens
English
Thirdly They promise that if it should come to their ears that the Orang Liemas of the hinterland intend to depart with the Gorammers to Arouw to bring aid, they will oppose this to the best of their ability, and cause those people to desist therefrom and win them over to the Company. Fourthly They bind themselves, whenever any Company or burgher vessel provided with proper passes might arrive at their place now or in the future, to provide the same with what is necessary, and in case one of them should run aground, to salvage the goods and ensure that no one loses their life; also to oppose with all their might that no Macassars or unpermitted traders come to their negorijs to trade, nor to show them any assistance. Fifthly They declare that no spice trees of whatever name are to be found on their land, and if discovered in time they shall eradicate them, and point them out to the Honourable Company, freely tolerating the inspection thereof. Sixthly They promise that as soon as they encounter the peoples of the negorijs of Heer, Moina, Weebo, Meot, and Paen, they will then encourage them to cease trade with the Macassars and Gorammers as well as Odjereesen, and to return to the Honourable Company under assurance of forgiveness for the past, and to come trade at Banda. Seventhly They promise and declare most solemnly to recognize the Honourable Company as their lawful Sovereign, and are prepared to render all homage as to their head, to consider the enemies of the Honourable Company as their own, and to protect against the same, to observe this concluded contract sacredly without deviation, just as they do not take back into the mouth the spittle thrown upon the ground. On behalf of the Honourable Company and the Right Honourable Lord Governor of Banda, the Honourable Commander of the fleet lying in this roadstead declares that since the faithful adherence of the Kei islanders to the Honourable Company is now fully apparent, especially those of the negorijs Elie and Elat, the same are accepted as friends and allies of the Honourable Company, that they may expect all help and assistance, and shall be protected against their enemies and taken into protection; that a general forgiveness takes place for all that has been committed heretofore, provided they show themselves dutiful and come to trade annually at Banda according to custom to render their homage, if not with their own vessels then with those of Elie and Elat, and that they renounce rendering any assistance to the enemies of the Honourable Company, whosoever they may be. That whenever they come to render any assistance to Company or burgher vessels, or in the event of an unfortunate stranding, salvage people and goods and restore the same, they shall be compensated therefor according to equity, and when through the inability of those whom they assist the same cannot take place directly, care shall be taken for it as soon as the news thereof is received and reported at Banda. That if now or in the future any commanders of burgher or Company vessels, supercargoes, or whosoever it may be, should cause any harassment or commit any offense, they shall not take immediate reprisals therefor, but leave the punishment to the Honourable Company; the Honourable Commander declaring in the name of the Honourable Company and the Right Honourable Lord Governor of Banda, that as soon as one shall be informed of such punishable conduct, either upon the arrival of their Kei islanders at Banda or by a letter to be sent, they shall receive complete satisfaction, since such shall by no means be tolerated, and upon which they may rely peacefully and without fear. Lastly, the collective local chiefs promise and bind themselves, whenever the Honourable Company annually requires lamp oil, to prepare as much of that fat as possible, to be collected from Elij by Company vessels departing for Arouw, and from Elat upon returning, the following prices having been contracted by the Honourable Commander, namely: For 1 Guinees common bleached, fifty bottles each of three bottles 1 half Guinees overcas, twenty-five bottles 1 Baftas black broad whole, twenty-five bottles 1 ditto ditto half, ten bottles 1 Karikams large red, ten bottles 1 ditto small ditto, six bottles It being granted by the Honourable Commander upon their request that whenever, upon the arrival of the Company vessels at Keij, they have supplied the Company with oil, they may then sell the oil that they bring annually to Banda with their vessels to private individuals, unless the Honourable Company should be pleased to accept the same according to market price, in which case it shall retain the preference. The undersigned local chiefs declare that they sign this contract with complete satisfaction, and will observe it in sincerity, having been provided with a copy of its contents and being fully aware of it without deviating to the right hand or to the left, calling upon the Name of the Most High, who rewards the good of the pious and punishes the evil of the wicked, here in this world and hereafter in eternity. End. Underneath stood: Thus contracted and done within the negorij Elij on the island of Groot Keij, the 18th of the month of February in the year 1789. Was signed: H: A: 'SGravezande. In the margin: In the presence of, signed: I:n H:k Clements, I:n C:s de Groot, C:n H:k Lange, A: B: Iansz:, I:n Scholts, A:s Boode, Karim, P: Ianszen, and H:k Iacobs. In the margin stood: Written in Arabic letters, was signed: Paraphrased in Moorish characters by Mii Ngaree, Boediman, Masawara, Daut, Wandang, Batiemasa, Balie, Siswokoe, Sirie, Relie, Siela. Secretary Agrees: P:D: M: Van der Aa Examined: J: d: Cilvee
Dutch transcription
Deedens Belooven zij Wanneer haar lieden mogt ter ooren komen, dat de Oran „liemas aan het agter land met de gorammers naar Arouw ter hulp wielde vertreken, zulks na vermogen tegen, te zullen gaan, en die lieden daa van doen afzien en tot DE Comp:e over te haelen. — vieldens Verbinden zij wanneer Eenig Comp=s of burger Vaartuig met behoorlijk passen voorsien, nu of in der tijd bij hun mogte aankomen, de zelve van he noodige te zullen voorzien, en ingevalle Een derzelver kwam te staanden, de goederen bergen en zorgen, dat niemand aan het leven gekomen wor ook met alle magt teegen gaan dat geene Maccassaeren of ongepermit teerde handelaers, op hunne Negorijen ten handel komen, nog hen eenig hulpe bewijsen. — Vijfdens verklaeren zij dat geene specerij boomen hoe genaamt; op hun land te vinden zijn, en indertijd ontdekt wordende zullen uijtroeijen; en D'E: Com„ aanwijsen die Visentatie Vrijelijk gedogende. — Sesdens. belooven zij sodra zij de negorijs Volkeren van Heer, Moina, weebo„ Meot, en Paen, rencontreeren, als dan te zullen animeeren, om den handel met de Maccassaeren en Gorammers item odjereesen te staeken, en tot DE: Comp=e onder Verseekering van Vergiffenisse weegens het voor„ gaande terug te keeren, en ten handel op Banda te komen; Sevenden Belooven en Verklaeren zij op het plegtigste DE: Comp=e te erkennen, Voor haar wettige Landheer, en bereijd alle hommagie als haar hoofd te willen bewijsen, de Vijanden van DE: Comp=e als haar Eijgen te zullen aanmerken, en tegen dezelve te beschermingen, dit geslote Contract heijlig na te komen, zonder afwijking even als zij lieden het spoug op den grond geworpen, niet weder in den mond te rug nemen. Van Wegen D' E: Comp=e en den Wel Edelen Agtbaeren Heere Banda Gouverneur verklaert, den E: Commandant der ter deeser rheede leggen„ de vloot dat daar het nu volkomen blijkt, de getrouwe aankleeving der keijeneesen aan DE: Comp=e voor al die der negorijen, Elie, en Elat, de„ zelve als Vrienden en bondgenooten van DE Comp:e werden aangenoo„ „men, dat zij alle hulpe en bijstand te verwagten, en tegen haare vijan„ „den beschermt, en in protexie aangenomen worden, dat Een generaale ver„ geeving- plaets heeft voor al het geene voor deese begaan is mits be zig 5 67 zig schuldig bevindenide Jaarlijks na gewoonte, op banda ten handel komen om hunne hommagie te bewijsen, is het niet met eijgen Vaartuij„ gen dan met die van Elie, en Elat, en dat zij afstand doen om eenige hulpe te bewijsen aan de Vijanden van d' E: Comp:e wie het ook zijn moo„ gen. — Dat wanneer zij Eenige hulpe aan Comp:s of burger Vaartuigen ko„ men te bewijsen, of bij ongeluckig stranden, volk en goederen bergen, en het zelve restitueeren, daar voor na de billijkheit zullen voldaan worden, en Wanneer door onvermogen van die geene die zij adsisteeren, het zel„ „ve niet direcht zal kunnen geschieden, zal men zo dra de tijding daer van op banda en op gave gedaen Word daar voor sorge dragen. — Dat Wanneer nu of in der tijd Eenige hoofden van Burger of Comp=e Vaertuigen Commissianten, of wie, het ook zij, Eenig molest, dan wel zig in het Een of ander kwamen te vergrijpen, zij daar over geene dadelijke represaille zullen nemen, maar de straff aan D'E: Comp=e laeten, Verklaerende den E: Commandant uijt naam van DE: Comp=e en den Wel Edelen Agt„ baeren Heer, Bandas Gouverneur, soo dra men het zij bij aankomst „te Banda van hun Reijeneesen dan bij Eene afte zendene brief, van dus„ danig straff waardig gedrag zal verwittigt zijn, zij volkomen salis„ factie zullen erlangen, dewijl zulks geensints zal gedult werden, en Waar op zij gerust en zonder schroom zig kunnen verlaten; Laestelijk belooven en verbinden zig de gesamentlijke landshoofden, wan„ neer D'E: Comp=e Jaarlijks lamp olij benodigt is, zij soo veel mogelijk van die Vettigheit in gereedheid zullen brengen, om met Comp:s Vaartuigen na Arouw Vertrekkende, van Elij en terug keerende van Elat afgehaelt te worden, zijnde door den E: Commandans gecontracteerd de volgende prij„ sen als. — Voor Een Guinees gemeene gebl:, Vijftig Rlessen ieder van drie bottels 1: halve guinees ofer geras Vijffentwintig Vlessen 1: Baftas swarte breede heele Vijffentwintig Vlessen 1: _o „ „ halve Tien Vlessen 1: karikams groote roode Tien Flessen 1: _o kleene _o ses Vlessen Wordende op hun Versoek door den E: Commandant, toegestaan, Wan„ „neer zij bij de aankomst der Comp:s Vaartuijgen, tot Keij DE Comp=e van Olij Voorsien hebben, dat zij als dan de olij die zij met hunne Vaertuigen, Jaarlijks: te Banda aanbrengen aan particuliere mogen verkoopen, ten Waere - Waare DE: Comp=e Volgens maakts prijse deselve geliefde te accepteeren, Wanneer de Voorkeur zal behouden. Dit Contract Verklaeren de ondergeteekende landshoofden, met Volko„ men genoegen te onderteekenen, en in opregtheit te zullen nakomen, als van dies inhoude Copia Verleend, en volkomen bewust zonder afwijking ter regter aff ter slinkerhand, roepende hier op den Naam Des Allerhoogsten aan, die het goed der vroomen beloont, en het kwald der boosen straft, hier in dese Weereld en namaels in de Eeuwigheid Eijnde.— /Onderstond:/ Aldus Gecontracteerd, en Gedaan binnen de Negorij, Elij, op het Eijland Groot keij, den 18: van de maand„ februarij anno 1789: /:was geteekend:/ H: A: 'SGravezande /:ter„ seide /:in presentie van /geteekend:/ I:n H:k Clements, I:n C:s de Groot„ C:n H:k Lange, A: B: Iansz:, I:n Scholts, A:s Boode, Karim„ P: Ianszen, en H:k Iacobs; :terseide stond:/ met Arebische letters„ geschreeven /was geteekend:/ met moorse Caracter omschreeven door Mii„ Ngaree; Boediman, Masawara, Daut, Wandang, Batie„ „masa, Balie, Siswokoe, Sirie, Relie, Siela; Secretaris Accordeert P:D: M: Van der Aa Nergezien J„ d: Cilvee
English
69 To the Honorable, Worshipful Sir Cambertus Janszoon Haga Governor and Director of this Province and its Jurisdiction. The Council Honorable, Worshipful Sir Honorable Sirs It has been granted to the subscriber, after enduring many adversities and hindrances in the course of the commission entrusted to him, to arrive safely here on the 8th of this month with the greatest part of the fleet that had been projected for the Aru Expedition; by no means with the personal satisfaction of having been able to achieve the objective upon which the principal welfare of this province and its colonists depends, yet with the peace of mind that his actions could bear the strictest scrutiny, and he readily submits himself to such punishment if it should appear from a strict and accurate examination by Your Honorable Worships that any neglect of duty might be found on the part of the subscriber, whereby this expedition, fitted out at so much expense for the benefit and relief of the impoverished Banda inhabitants, turned out in any way fruitless; nothing was left unattempted. The subscriber even, at such times when an experienced sailor would judge it dangerous to attack the settlement of Udir, it being a lee shore for the vessels in the west monsoon, repeatedly made use of calm intervals to surprise the enemy in an unexpected manner if possible, which undertakings involved nearly great dangers and, through the incidents that arose there, always proved disadvantageous to the subscriber's designs. Thus having struggled on all sides with adversities, being forced to yield to a greater power, and in order not to lose everything and not to strengthen the enemy in his present situation, he found himself compelled to leave the post, nevertheless striving to the last to inflict all possible damage upon the enemy, who also suffered very much, and thus to turn the prow towards this place. May it now be permitted to me to render an account of my actions, drawn up according to the truth, in which the subscriber cannot conceal his heartfelt sorrow at seeing his hopes and expectations thus disappointed. After I was entrusted with the command over the expedition to Aru at the Meeting of Policy on February 4th last by Your Honorable Worships, with the greatest tokens of complete trust in my conduct, indeed almost without any restriction in the course of the commission to be undertaken by me, and in that capacity was introduced to the officers and subordinates projected for that purpose who were to accompany me; and the following day, on February 5th, with all marks of distinction, which I counted as a great honor and for which I am by no means insensible, was escorted to the pier by Your Honorable Worships and the entire Council, and having taken a most friendly and well-meaning farewell, I departed for my transport vessel, the pantchiallang De Oppas, awaiting Jehovah's precious blessings upon the efforts I was to undertake, and after making some necessary arrangements, set sail shortly thereafter with the entire fleet, consisting of: 71 The Pantchiallang De Oppas The Pantchiallang De Geduld The Pantchiallang De Jonge Willem The Sloop Lonthoir The Sloop De Draak The Cruising Orembaai Poelo-Ay The Six Ambon Cruising Orembaais, namely: The Orembaai of Ceijt The Orembaai of Wakasieuw The Orembaai of Toelehoe The Orembaai of Thamahor The Orembaai of Booij The Orembaai of Tield all properly equipped and mounted. On the 7th we passed the islands of Teewer and Kouwer, and on the 8th we approached the land of Great Kei, but having just passed the point or Tanjong Boerang, it was impossible to approach the roadstead of Eli due to heavy southwesterly winds, which was highly necessary for the following reasons: The straying of the Ambon cruising orembaais of Siila and Toelehoe, which we necessarily had to wait for and could not expose to being driven off to a place unknown to them and destitute of all help; the news received that the Company's small sloop De Jonge Jan, coming from the Southwest Islands and having bypassed Banda due to heavy weather, had landed here and was in want of provisions and other necessities; the hope that certain reports regarding the situation of Aru could be obtained, in order to proceed so much the more firmly and successfully in the further course of our operations; and especially in order to be able to comprehend whether the promises and assurances given by the Kei islanders during their presence at Banda in the month of November of the past year were well-founded, and whether any reliance could be placed upon them. Sailing along their side of Kei and having approached the latitude of the settlement of Ouratte, an orembaai with some Kei islanders came on board with the subscriber, to whom he made known his intention, whereupon the Priest Boediman requested of us, 1
Dutch transcription
69 Aan den Wel Edelen Agtbaeren Heer Cambertus Janszoon Haga Gouverneur en Directeur deeses Provintie en den Resorte van dien. Den Raad WelEdelen Agtbaeren Heere E: E: Heeren Het heeft den teekenaar na het uijtstaan van Veele wedernaadig„ „heeden en Stremiming in de loop Sijner op hem afgevloeijde Commissie mogen gebeuren op den 8: deeser met het grootste gedeelte sijnen tot de Arouse Expeditie geprojecteerd geweest sijnde Vloot behouden alhier te mogen aan handen geensints met die voldoening voor sig selfs van te hebben kunnen bereijken aan het oogmerk waer aan het voornaamste welvaren deezer provintie en dies Colonisten gelegen legt egter met die gerustheijd dat zijn doen en laten het strengste onderzoek kon dragen en sig bereid vaardig aan die straffe onderwerpt, in dien door een Strengen naauwkeurig ondersoek van uwelEd: Agtb: mogt komen te blijken, dat eenig pligt versuim aan de seijde van den teekenaar mogt gevonden worden, waar door deese 't Expiditie met soo veel kosten tot voordeel en op beuring van den verarande Neevens bandas en bandas in geseeten aangelegt eenigsints vrugteloos is afgeloopen niets is onbesogt gelaten Iasselfs heeft den teekenaar op soodanige tijden wanneer den kundigen Seeman, het gevaarlijk soude oordeelen om de negorij Oudjier in de west moussen een lager wal voor de vaartuigen sijnde, aan teranden, sig van stille Vlaagen telkens bedienende om ware het mogelijk den vijand op Een onverwagte wijze te verassen, welke ondernemin„ „gen bij na groote gevaeren na sig gesleept, en door daar bij g'exteerde voor vallens altoos het de sien van den teekenaar nadeelig hebben doen sijn, dusdanig op alle sijdien met tegenspoeden geworstelt, voor een grooter en vermagt moetende bukken, en om niet alles te verliesen en den vijand in sijn tegenwoordige setuatie te versterk„ genoorsaekt gevonden strouw te velaten egter tot het laeste den vijand alle afbreuk tragtende toe te brengen, die ook seer veel geleden, heeft en dusdanig. den steven na herwaards te wenden, het sij mij dan nu geoorlooft om van mijne ver„ „rigtingen een verslag te doen die na waarheijd in gerigt, en waar bij den teekenaar niet ontvijnsen kan sijn inneij leedweesen van in sijn hoopen verwagting: dusdanig te laude gestelt te Sien. Na dat op den 4 Februarij Iongst leeden ter Vergadenring van Politie door uwelEd: Agtb: met de aller grootste blijk en van eene volkomene vertrouwendheid en mijn dan en laten, Ja selfs bij na sonder eenige bepaling in den loop mijner te ondernemen Commissie, mij het Commando over de Expiditie na Arouw was opgedragen, en in die hoedanigheijd aan de daar toe geprojecteerde en mij sullende versellene officieren en mindere was voorgestelt, en daags daar aan of den 5: febr: met alle teekens van distinctie, die ik mij tot een groote een gerekent, en geen„ „sintoe daar over ongevoelig ben door Uwel Ed: Agtb: en den gantschen Raad tot aan het see hoofd uijtgeleede gedaan, en een aller vriendelijkst en wel meenend afscheijd genomen hebbende, ben ik onder inwagtinge van Iehovas dierbare Segeningen over mij„ „ne te ondernemene pogingen na mijn transport bodem de Pantjalling De opas vertrokken en na het doen eeniger noodige bestellingen kort daar na met de gantsche vlort onder seijl gegaen bestaande. 71 De Pantjalling De oppas „ _„o De Gedult _„o De Ionge Willem „ „ Chialoup Lonthoir _„o De Draak „ Kruijs orembaar Poelo-Aij De Ses Ambonse Truijs oranbaaijs als De orambaij van Ceijt „ Wakasieuw „ Toelehoe „ Thamahor _„o _o „ Booij _„o „ Tield. alle behoorlijk geequipeert „ gemonteert, den 7. passeerde wij de Eijlanden van Teewer en kouwer en den 8: naderde wij het Land van Groot keij, dog even de hoek off Tangona Boerang gepasseert sijnde was het onmogelijk om de rheede van Elij door Sware suidweste winde te naderen, en het geen ten hoogste Noodsa„ „kelijk was om de volgende Redenen. Het afdwale der ambonse Pruis oiambaaijs van Siila e Foelehoe welke wij noodzakelijk moesten in wagtin en niet konde Exponeeren aan eene verdrijving na een plaets voor hun onbekend en van alle hulpe ontbloot de erlangde tijding dat sComp: Chialoupje de Ionge Ian van de Suid wester Eijlande, komende door swaar weer Banda voor bij geraakt, alhier was aangeland, en aan mondkost en andere benoodigtheeden gebrek had De hoop dat men seekere berigten omtrent de gestoltheijd van Arouw soude kunnen, in winnen, om in den verdere loop onser verrigtingen soo veel te vaster en met succes te kunnen voort werken. En wel principael om te kunnen begroeven, of de gedane beloften en versekering „gen door de keijeneesen bij hun Aan wesen te Banda in de maand november A„o pass=to gedaan gegrond waden, en men daar op eenig vertrouwen konde stellen. Langs keij hun Seij leide, en de hoogte der negorij ouratte genadert, kwam een orembaaij met eenige keijeneesen bij de teekenaar aanboord, aan wien; het voornemen te kennen gaf, waar op den Priester Boediman aan ons versogt, 1
English
to fire some signal shots when the already prepared orembaais would arrive, as we otherwise ran the risk of being driven out to sea again by the heavy squalls, especially since close under the shore, because of the steep bottom, we could not even find an anchorage; we immediately perceived the willingness of the native peoples, for coming out in great numbers, they first brought in the vessel of the subscriber, and thereafter spent the entire night bringing all the vessels to the roads with incredible effort, and for which service, as a recompense, he presented them with 15 measures of rice, 1 gerras of bleached grains, and 40 jugs of arak. After I had now placed my vessels in a proper line and given several orders so that, notwithstanding all the good appearances and generous offers made by the Kei islanders, and also genuinely shown to the Company's sloop the Jonge Jan which had fallen into decay there, nothing would be taken by surprise, I proceeded ashore at their invitation, where I not only enjoyed a friendly reception, but was received with all distinction, a large chambo covered with white linen and a canopy having been erected, with the Company's flags flying both in the settlements and on the beach; being able to deduce completely from the conduct of everyone that not the slightest reserve was present, after I had now informed the principal chiefs of the surrounding settlements of the reason for my arrival, and requested the necessary assistance as far as possible should such be required, and at the same time an explanation of affairs concerning the present situation at Arouw, also whether they had any knowledge that Cerammers or Gorammers were also staying in their regions with the intention of departing for Arouw to assist the Oudgirezen, in what manner the peoples of Little Kei and their hinterland Alfurs were disposed, and whether one had anything to fear from them, or whether it might not be possible, since the subscriber thought to remain here for some time yet, to convene all the native peoples together, in order on an occasion such as this to anticipate and remove all the harm, 73 harm that might exist in the minds of the fearful, whether through remorse over past events or through the incitement of the Ceram and Goram rabble, who cast their poisonous sting on all sides, and to entice back there all such islanders who in former days visited Banda annually and provided themselves with the necessities for their households, but are now deterred; no sooner had this been opened by the subscriber, than a complete agreement and assurance of their sincere goodwill took place, two vessels being dispatched by the chiefs of Elie, partly to search for the two strayed orembaais, and at the same time to inform all the hinterland settlements of the arrival of the subscriber in this region, and to assure them, although laden with some stain of infidelity and committed misdeeds to the prejudice of the Honorable Company, of a complete pardon for what has passed, provided they renounce a conduct that not only exceeded the bounds of alliance, but would finally cause the so long provoked patience of the Honorable Company to resort to reprisals. This had such a good result that the one strayed orembaai of Toelehoe, wandering around between Little Kei and the settlements of Feer and Elat, and having become known there, helped on its way by those peoples, came to anchor with us off the settlement of Elie on 12 February; but of the other orembaai of Sila, whatever effort and expense the subscriber has applied, he has not been able to obtain the slightest news, so that if no sea disasters have befallen them, they have likely returned along Ceram to Amboina. The native peoples of the whole of Kei, upon the received notice of the arrival of the subscriber, having then joined one another to hold a general meeting for which 10 February had been appointed, such matters were thereupon transacted without any hindrance, but on the contrary with unanimous consent, and a contract, of which the necessary copies have been granted to the chiefs of the settlements of Elie and Elat, was passed, just as the resolution and the contract respectfully presented in original alongside this to Your Honorable Worships dictates, and to which the subscriber, in order to avoid all duplication, in everything
Dutch transcription
om eenige seijn schorten te doen, wanneer de reeds gereed leggen orembaaij en Sou„ „den wilkomen, daar wij anders gevaar liepe, door de Swaere val winden weder na sie gedreeven te werden, alsoo digt onder de wal door de stijle gronden selfs geen anker plaets konde vinden, direct ontwaarde wij de bereidwilligheijd van die lands volkeren want in meenigte uit komende, bragte sij eerst het vaartuijg van den teekenaar, en daar na den gantsche nagt door met alle de vaartuigen ter rheede te brengen, met eene ongelofelijke moeijte en voor welke Ser„ „ge tot een ieCcomppens huar vereende, met 15. maet„ Rijst 1. Gerras granen gebleekt en 40: kannen arak na dat ik nu mijn vaartuijgen in een behoorlijke linie geplaets en verscheijden ordres gegeven, om niet tegenstaande alle goede voorkomens en gulle aanbiedingen door de keijeneesen gedaan, en ok werkelijk betoont aan de aldaar vervallen Comp: Chialoupje de Ionge Jan niets overrompalte te worden, begaf ik mij op hunne noodiging aan de wal, alwaar niet alleen een vriendelijke receptie genoot, maar met alle distinctie ontfangen wierd sijnde een groo„ „te Chamboe met witlinnen en een verhemelte bekleed op geregt, waijende sComp: vlaggen soo in de Negorijen als aan het strand; kunnende uit het gedrag van een ieder volkomen af meten, dat geene agterehoudentheid in het minste plaats vond, na dat ik nu aan de voornaamste hoofde der omstreeks leggende Nego„ „rijen van de reden mijner komste kennisse gegeven, en soo veel mogelijk zoo sulks verreijst mogt worden de noodige assistentie versogt, en teffens opening van saken omtrent de tegenwoordige gesteltheid te Arouwe, ook of Sij lieden eenige bewustheid draegen, dat in hun Contreijen sig ook Cerammers, of Gorammers op hielde, met voornemen m ter hulpe der oudgireesen na Arouw te vertrekken, aan wel hoedanig de volkeren van kleijn keij , hunne agterlandse alphoesen gesend waere, en of men van hun ietrs te vreesen hadde, of het niet mogelijk was dewijl den teekenaar nog eenige tijd hier dagt te vertoeven, alle de Lands volkeren te suanen te roepen, om bij een gelegentheid als deese der selfde voorkomt alle het nadeelig 73 naedeelige dat in het gemoed der vreesagtige, het sij niet een vroegeing van vorige gebeuetenisse, dan met door aan het sing van het Ceramse en gorams gespuijs, die hun Ver„ „giftigen angel aan alle vorden uitwerpen, uit den weg te ruimen, en door al sulke Eijlanders die in vroeger: dagen Iaarlyks Banda besogten, en van het noodige tot de huijshoudinge versagen, dog nu afgeschrikt, weder naar derwaards te lokken niet soo dra was het een en ander door den teekenaer geoppent, of eene volkome„ „ne toestemming en versekering hunner op regte welmenentheijd vond plaets wordende door de hoofden van Elie twee vaartuigen afgesonden, diels om de twee afge„ „dwaerden orembaaijs op te soeken, en teffens op al de agterlandse negorijen kennis van de komst van den teekenaar aan deesen oord te geeven, en hun lieden schoon met eenige smette van ontrouwe en gepleegde Euveldaad ten nadeel van d'E: Comp: beladen van een volkomen quit schelding wegens het voorgaande te verse„ „keran, mits zij afstand doen van eengedrag het gen niet alleen de palen der bond„ „genoodschap te buiten gegaen, maar het soo lang getergd gevreld van dE: Comp Eijndelijk tot de presaille soude toen overgaen. Dit had een soodanig goed gevoeg, dat de eene afgedraelde orembaarij van toele hoe tusschen kleijn keij en de negorijen feer en Plat, rand bwalende, en daar bekend geworden, door die volkeren te regt geholpen op den 12: februarij bij ons voor de negorij Olie ten anker kwam, dog van de andere orembaaij van Sila heeft den teekenaer wat moeijte en kosten hij ook heeft aangewend, geen der minsten tij denge kunnen erlangen, dus so geen zeer rampen hune sijn overgekomen, dankelijk langs ceram naar Amboina sijn te ruggekeerd, De lands volkeren van geheel keij op de bekome waare van de komste der teekenaars, sig dan bij den anderen vervoegt tot het houden eener algemeene Samenkomst waar toe den 10: februarij bepaelt was, zijn daar op zoodanige Saka sonder eenige verkinderinge, in teegen deel met een pardige toestemminge verhan„ „deet, en een Contract waar van de nodige Copijen aan de hoogden der Negorij en Elie en Elat sijn verleend gepasseert, soodanig als de resolutie en het Contract ter sijde deeser uwel Ed: Agtb: Eerbiedig 5n orginalie gepresenteert word komt te dictee„ „ren, en waar aan den teekenaer om alle dubbel: voudigheit te vermijden sig in alles
English
to report everything, in hope of a favorable approval; as in everything I proceeded as much as possible with deliberation, and took the present constitution of that region as a basis, and did everything to remove the wrong and harmful notions that had taken all too deep root among some of that nation through the instigation of the roguish Cerammers and Gorammers, in which I had the pleasure of succeeding to such an extent, through obtaining immediate proofs of adequate assistance with necessities that could by no means be dispensed with. For the anchorage there being very dangerous due to the heavy squalls, and our vessels being damaged thereby, and having no hope of any relief, they provided us with heavy rattan ropes down to the smallest vessel, and their care was so great that at the slightest injury that befell us, they immediately rushed to help. Yes, even the Alfurs of Feer offered me that, if I wished to linger a little longer so they could prepare themselves, they would accompany me to Arouw, but for which I thanked them in a manner that satisfied them, it being enough for me to enjoy complete freedom here, and to be able to supply myself with water and firewood, and under that pretext to be able to crisscross all the settlements and forests situated hereabouts, where not the slightest trace of spice trees was found. On the other hand, everything was observed by me that could give rise to any displeasure, and through maintaining a strict discipline everything remained in order. Whatever trouble I took to obtain any intelligence concerning the condition of Arouw was in vain, as the natives declared to me that neither Cerammer nor Gorammer, nor Arounese had been there within the span of seven months, much less had they heard anything from them, but that now, about a month ago or in January, it had been reported to them by the Alfurs of the interior that they had seen many vessels pass north of Keij, holding course for Arouw or the Papuan Islands; that Macassars were at Kleijn Keij to fish for sea cucumbers; that upon my request made they would gladly accompany me thither, but were afraid of thereby falling into enmity with the other natives, as they must from the settlement of Eli and Elat in many respects certainly were by the Alfurs, yet were accountable to them, and could do nothing without their permission, but that they undertake to encourage all the inhabitants of the interior who could now hope for a general pardon, as well as those of Kleijn Keij, to resume their trade with Banda that had been suspended for so long, and for which I granted them some passes. Which, taking effect, will then also surely cause the navigation of the Macassars to cease, the more so as I have promised them twenty Rds for every Macassar appearing there without permission and seized by them and delivered to Banda. All the natives assuring me that during my stay at Arouw I would not encounter any Keijese, whether from Groot Keij or Kleijn Keij; that the Old Jerees had indeed taken all trouble to this end, but in vain; that the good treatment which the natives had enjoyed during their presence at Banda in the past year had encouraged them, upon their return, to bring all the inland settlements that were in confederation with the Old Jerees to another opinion, with a good result that the subscriber could rely on. That they were reliably informed that the Old Jerees had bound themselves to one another, through those of the settlement of Samme and Tangabel as descendants of the long-standing notorious Bolbol and the Old Jiers Orangkaij Tamalolla who died at Banda, in the most solemn Moorish manner never ever to reconcile with the Company, but to await the uttermost; that they, the Keijese, judged that if the Old Jerees were to gather their forces together, for which they had taken all trouble and had sent their emissaries hither and thither, yes, even promised some Macassars a free cargo of sea cucumbers if they would generously assist them this year in the protection of Oudjies during an expedition to be undertaken by the Company, that they judged that the subscriber in an attack at sea completely
Dutch transcription
alles komt te Refereeren, in hoope eener gunstige approbatie; alsoo bij in allen soo veel mogelijk met overleg te werk gegaen en de tegenwoordige Constitutie des tijds om dien oord tot een basis genomen, en alles aangewend om de verkeerde en nadeelige begeeppen die bij sommige van dien land aard, door aan hetfing der schelmse Cerammers en Gorammers, maar alte diepe wortels geschoten had, uit den weg: te ruimen, waar in ik het genoegen had soodanig te mogen recusseeren, door het erlan„ „gen van dadelijke bewijsen van een voldoenande assistentie der benoodigtheeden die geensints te ontbeeren waren, want de zeg plaets daar seer gevaarlijk door de Zwaade val winden zijnde, en onse torloven hier door sen beschudigt, en geen hoop op eenig onset, voorsaagen sij ons van Sware Rotting touwen tot het minste vaartuig toe, en hunne sorge was soo groot dat sij op het gering „ste letsel dat ons derde, directer hulpe toeschooten, Ia selfs de alphoeren van feer= baden mij aan; wanneer ik nog wat wilde vertoeven om sig te kunnen Gereed„ „makan Sij mij na Arouw wilde versellen dog waar voor ik hun op een wijse die hun vergenoegde bedankte, het mij genoeg sijnde eene volkomen vrij„ „haid alhier te mogen genieten, en mij van water en brandhout te kunnen voorsien en onder dat Pertext alle kunne hier omstreekes leggende negorijen e boschen te kunnen, door kruissen, waar geen de minste sweem van specerij boomen, gevonden is, daen en tegens is door mij alles in agt genomen wat aanleijding tot eenig misnoe„ „gen kon gevan, en door het houden eener sterke discipelene alles in ordre geblee„ „ven; wat moeijte ik ook aangewend heb om eenig narigt omtrent arouws gestell„ „heijd te erlangen was zulks vrugteloos, dewijl mij de lands volkeren verklaarden, dat nog Cerammer en Gorammer, nog arounees binnen de tijd van seven maen„ „den daer was aan geweest, veel min iets van hun vernomen hadden, maar dat nu Circa Een maand of in Januarij door den alphoeren van het gebragte haar was gerapporteert, dat zij veel vaartuigen benoorden keij hadden sien passeeren Couta: hhoudende na Acou of de Papoese Eijlanden, dat op kleijn keij maccasaaren lagen om tripangs te vissen, dat Sij op mijn Gedaan, versoek gaaren mij na derwaards wilde versellen, dog bevreest waaren hier door met de aanderen Lands Volkeen 75 volkeden in ommin te sullen geraken, dewijl Sij mooten van de Negorij Elii en Clat in veele opsigten seeker wel door de alphoeren geweest wierden dog aan hun egter Eijnsbaar waar, en sonder hunne toestemminge niets konde doen, maar t„ dat Sij aannemen om alle de agterlanders die nu op Een Generale vergiffenisse konde hopen, soo wel als die van kleijn keij te animeeren, om hun soo lang ge„ „staakte handel op banda weder te hervatten, en waar toe aan hun eenige pas„ „sen verleend heb, het welk gevolg nemende dan ook de vaart der macca„ „jaaren wel sal doen Cesseeren, te meer ik hun voor ider maccasaar onge„ „permitteert daar verscheijnende en door hun op gevat en op banda gelevert e wordende Twintig Rd„s toegesegt heb. versekerende my alde lands volkeren dat ik geduurende mijn verblijf tot Arouw geen keijnees het sij van groot keij of klijn keij souder een Contree„ „ren, dat den oud jerees hier toe wel alle moeijte aangewend dog vrugteloos a dat de goede behandeling die Sijlands volkeren bij hun aanwesen te Ban„ „das in a„o passato genoten hadden, hun aangespoord had, om bij hun te rug, het te komst alle de agterlandse negorijen die in Confedentschap met de audgireesen - -in„ stonden in een onder denkbeeld te brengen, met Een goede gevolg maar op den teekenaar kond vertrouwen. Dat sij in het seekere onderrigt waren dat den oudgireer door die van den negorij Samme, en tangabel als afstamelingen van den lang Jarigen be„ „rugte bol bol, en den te Banda overleden oud jiers orangkaaij Tamalolla, on„ „der den anderen op het pligtigste na de moorse wijse sig verbonden hadden om nooijt of ooijt met DE Comp: te versoenen, maar het uitterste afte wag„ „ten, dat sij keijenesen oordeelde indien de oudgereesen de magt bij den ander„ „ren kwam te versamelen, waer toe sij alle moeijte gedaen, en hunne sen„ „delingen genos en herwaards gesonden hadden, Ia selfs aan eenige macca„ „saeden een vrije lading tripangs toegesegt, wanneer sij hun dit Jaar bij een te doene Expeditie door d'E Comp: in het beschermen, van oudjies milde be„ „hulpsaam sijn, dat sij oordeelde dat den teekenaer bij eene attaque op See volkomen
English
was fully capable of resisting all their power, but sometimes not in the event of a landing, where the large vessels could be of little service; and that they would entrench themselves too strongly to be driven away by the force of the undersigned, heartily warning him to be on his guard, but believing that their emissaries had not yet arrived with the assistance they expected, but would still be lingering on the islands behind Arouw to await the arrival of the Honourable Company and the outcome thereof, all of which the undersigned found verified by the result. That a misfortune had befallen the native peoples of Elij, namely that during their presence at Banda in the month of November last, their great negorij Elij, by some unknown accident, was completely reduced to ashes, and this same fate having also befallen the very well-disposed great negorij Elat during my stay at Keij on the 17th of February, the undersigned found himself thereby placed in many inconveniences, for whereas he was already informed of the general lack of provisions at Arouw, and by distributing them had to draw the Alfoors to his side, and thought to provide himself here with a good quantity of sago, the undersigned was now obliged himself to satisfy with rice the request of the vessels for the assistance of some necessities. Being unable, through this general shortage, to attain at the same time my objective of purchasing a good quantity of coconut oil for the Honourable Company, I deemed it advisable to leave behind the burgher Hendrik Jacobsz, who desired to serve as mate with me, with some trade goods, in order that after obtaining them, he might return as soon as possible in the month of April to Banda with a junk purchased by me, with the help of the Keij people, who had promised me 6 men as sailors; and as the undersigned was also not unaware of the great shortage of wax caused by the passing by of the sloop De Jonge Jan, 77 and which vessel and its commander, the Sea Lieutenant Jan Janszon, whose experience in the Arouw region was of far too great importance to the undersigned, as experience had already sufficiently shown that the boatswain Gerrit Reuring was by no means fit for the command of the undersigned's pantjalling, according to whose example all the other vessels had to regulate themselves; therefore, I handed over to the aforementioned burgher Hendrik Jacobsz the wax, consisting of 32 blocks according to the bill of lading drawn up in duplicate, in the hope of an earlier delivery, while I also handed to the said Jacobsz a brief instruction to guide him at all the negorijen where he might touch along the south side of Keij, and as far as possible on Little Keij, where the chiefs of Elie promised me they would accompany him, to inquire at what places and which Macassars had been there for trade, and if possible to persuade those peoples to come to Banda for trade as in former years and to reject all smugglers, and also to investigate whether there are any cultivated or wild spice trees in that quarter; and if such should be the case, to urge their eradication with the help of the well-disposed native peoples of Elat. Having satisfied the native peoples of Elij to their contentment for the assistance of a basket of provisions to the small sloop De Jonge Jan, and after holding the general gathering and presenting all the chiefs of the negorijen present, especially those of Elie and Elat, with some gifts of rice, linen, and arrack for the good assistance shown to the fleet, receiving no further news of the strayed orembaaij of Siela, the undersigned deemed it advisable to cross over to Arouw, thus having ordered what was necessary that was judged to be observed by the fleet's crew, I, after taking leave of the well-intentioned Keij people, who assured me that they would come over in great numbers to Banda for trade in the coming month of October, care for the burgher Hendrik Jacobsz
Dutch transcription
volkomen bestand was tegem al hunne magt, maer som tijds niet bij eene landing, waer de Groote vaartuigen, van weinig dinst konde zijn; en sij alte „sterk sig soude nestelen, om door de magt van denn teekenaar verjaagt te worden, met alle hertelijkheijt iademden van wel op hoeden te zijn, dog dat geloofde dat hunne uitgesondene met de door hun verwagt wordende assir„ „stentie nog niet bij hun aangeland, maar nog op de Eijlanden agter Arouw sig soude ophoude, om de aankomst van dE: Comp: en den uitslag van dien afte wagten, en al het welk den teekenaar bij de uitkomst heeft bewaarteijd gevonden. Dat Sij lands volkeren Elij het ongelijk was overgekomen, dat geduurende hun aanwesen te banda in de maand November Jongstleeden hun Groote ne„ „gorij Elij door wat toeval onbekend, geheel in de asse was gelegt, dit sel„ „de noodloot de mede seer wel gesinde Groote Negorij Dat geduurende mijn verblijf tot keij, op den 17: febr: meede overgekomen heeft den teeken aan hier door sig in veele in Convenenten sien gebragt, want daar hij reeds onder regt was van het algemeene gebrek aan leevens middelen te Mrouw, en door toedeling van dien den alphoerees moest na sig tokken, en mij hier dan elen goede partij sagoe dogt te voorsien, moest den teekenaar nu Selja voor de assistentie van eenige benoodigtheeden aan de vaartuijgen op hun begeerte dit met Rijst voldoen. Door dit algemeen gebeek mijn oogmerk teffens niet kunnende berijken, om een goede partij Calappus olij voor d'E: Comp: te kunnen inkoope vond ik geraden om den bur„ „gen Hendrik Iacobsz: die als sturman bij mij begeerde, met eenige nego„ „tie goederen: agter te laten, ten eijnde na bekoming van dien, met een door mij ingekagt Ionk, met behulp der keijeneese, die mij 6: man als mattavosen toegesegt hadden, soo spoedig mogelijk in de maand van April na Banda te rugte keeren, en dewijl den teekenaar meede niet onbewust was het groote ge„ „brek aan wax, door het voor bij raken van de Chialoup de Ionge Ian 77 en welk vaartuijg en dies gesagvoerder de Lieutenant ter Zee Ian Ianszom dies ervarentheijd in de Mrouse landsteek van al te groot aanbelang voor den teekenaar was, daar de ondervinding reds genoegsaam took kwam dat den boot„ Sman Gerrit Reuring geensints geschukt was tt. het Commando op de Pin„ „tjalling van den teekenaer, na wiens voorbeeld al de andere vaartuigen sig: moei „sten reguleeren, dierhalven de wax bestaande in 32: steenen volgens daar van geformeert Cognoscement, in duplo aangemelde burger Hendrik Jacobsz heb overgegeven, in hope eener vroeger bestelling, terwijl ik aan gemelde Ia„ „cobsz: mede ter hand gestelt heb eene korte instructie, om sig daar na te reguleeren op al de negorijen waar hij langs de suidkant van keij soude ko„ „men aan te gieren, en soo veel mogelijk was op klijn keij waar de hoofden van Elie mij toegesegt hebben hem te sullen versellen te informeeren, op wat plaetse en welke maccasaeren aldaar ten handel sijn geweest, en soo het mogelyk is die volkeren te bewegen om na voorige Jaren naar Banda ten handel te komen en alle de lorrendraijers afte wijsen, ook wil uit te vorssen, of sig aan dien oord geen tamme of wilde specerij boomen bevin„ „den; en soo sulks mogt sijn door behulp van de soo wel gesinde lands volkeren van Plat op den uijt roegjing aan te dringen— De lands volkeren van Elij voor de assistentie van een mand Randsoen aan het Chialoupje de Ionge Ian ten genoegen voldaen, en na het houdende der algemeene samen komst alle de aanwesende hoofden der negorijen„ voor namentlijk die van Elie en Elat voor de goede assistentie aan de vloot bewesen, met eenige geschenken van rijst lijwaet en arak beschonken hebbende, geene nadere tijding van de afgedwaelde orembaaij van Siela be„ „komende, vand den teekenaar geraden na arouw over te steken, dus het noodige bestelt, wat oordeelden door de Vlootelingen te moeten g'observeert worden, heb ik na afscheijd genomen te hebben van de welmeenende keije neesen, die mij versekert hebben in de aanstaande maand october in geooten getalle ten handel na Banda te sullen overkomen voor den burger Hendrik Iacobsz: Sorge
English
to take care and to give proof to the Honorable Company of their fidelity in observing their concluded and signed contract. All this having been accomplished to the satisfaction of the subscriber, and having respectfully informed your Right Honorable Worships of these proceedings in his dispatched letter dated 22 February under the conveyance of the aforementioned Iacobsz., the subscriber then crossed over to Arouw with the fleet on 25 February in the evening at 6 o'clock, being escorted by the Kei islanders for a good distance offshore, and offered that if the subscriber had to retreat before the invaders onto their land, they would help defend him against his pursuers to the last man. Between Kei and Arouw, due to the heavy pitching, the stay of the sloop Lonthoir happened to break, whereby the sailor Jan Hendrik Blombag plunged from aloft down into the sea and drowned, there being no possibility of rescue. On 26 February in the afternoon, the subscriber arrived safely with the fleet at Niouw behind the island of Wammer, immediately formed a line of battle, and moored our vessels in such a manner that from whichever side we might be attacked we could defend ourselves, established all possible orders for a proper watch, and the subscriber set fixed patrols with small vessels throughout the night, to be continued constantly therewith. That same evening arrived a small vessel containing two Christians from Wammer, who were seeking their livelihood there in the woods, alongside two more prahus with Alfurs of Tongge, being a small village belonging under the orangkay of Wokkum, Nicolaas Harmens, the only one who, along with a few persons from the village of Iabelingan, remained faithful to him, as all the other coastal villages follow the Ujir people, whereby all communication was cut off. And whatever effort the subscriber made to obtain some intelligence regarding the Ujir people by means of spies, this was impossible, since the people of Carangoelie, opposite the subscriber's anchorage, observed from the dense woods—which are inaccessible due to the marshes lying before them—everything that occurred with the fleet and informed the Ujir people thereof; for no sooner did the subscriber undertake to send out one or more vessels to gain any intelligence, than they were ambushed and driven back by those of the villages of Iamme and Vangabel, who are the principal instigators of the Ujir people and the root cause of the overrun of the post at Arouw. By the said Christians of Wammer I was informed how they had been persecuted by the Ujir people and their adherents ever since the departure of the Company's pantchalling in the past, that they as well as the inland Alfurs had hoped for support from the Honorable Company, having now for nearly a whole year been forced to wander through the woods with wife and children in the most miserable manner; that the Ujir people, together with those of Damme and Vangabel, had not only burned the village of Maijkor and ruined everything, but in order to cut off all necessities, both for them and for the inlanders who must obtain everything from the coast, and thereby force them to conspire with them, had cut down the sago groves of Wammer, Vengabel, and Wokkum, and destroyed many coconut trees; that the Alfurs were in the greatest distress through lack of provisions and subsisted on wakat fruits and whatever the reefs yield them; that they did not doubt they would eagerly rush to the assistance of the subscriber, but if the Ujir people were to maintain the upper hand, they would then have to endure an even worse persecution, because the Ujir people, it not being well possible for them to drive them out of their hiding places, had used the crafty practice of inciting one native population against the other, whereby they were not safe even in the densest woods. This bitterness of the Ujir people had increased even more for the reason that the people of Timortaija and Wannebaaij had cut off the head of the Goramese Miliassa, as the leader and the chief in the overrunning of the Company's post at Arouw, in the river Nagar.
Dutch transcription
sorge te dragen en aan d'E Comp: preuver te sullen geven van hunne getrouw„ „heijd in het nakomen hunner geslote en onderteekend Contract: Det een em andere na gewoegen des teekenaars volbragt en van deese sijne ver„ „rigting uwelEd: Agtb: bij sijne afgesondene letteren in dato 22: febr: onder bestel„ „ling van meergemelde Iacobsz:, eerbiedig kennisse gegeven hebbende, is dan tee„ „kenaar op den 25. febr: savonds om 6: uuren met de Vlout naar arouw overgesto„ „ken, wordende door de keijeneesen ruim een wijl buiten de wal uit geleijde ge„ „daan, en aangeboden, dat soo den tekendar door de sasters op hun land sig moest retireeren tegen sijne vervolgens tot de laaste man soude helpen derde fendeeren, tussen keij en Aroil kwam, door het swaar Stamper der Sting van de Chia„ „loup Lonthoip te breken, waar door den mattaoos Jan Hendrik blombag van boven neder in See storte en verdronk, sijnde geene mogelijkheid van reddinge. — De 26 Febr: in de na middag kwam den teekenaar behouden met de vloot= te Niouw agter het Eijland Wammer aan formeerde direct een linie van betaille en vertuijden onse vaartuigen soodanig dat op wat sijde ook mogte besprongen worden wij ons konde defendeeren, stelden alle mogelik ordres tot een goede wagthanding en wierd door de teekenaar vaste patrouillien met klijna vaartuijgen door de nagt bepaald, om daar mede geduurig te Continueeren, dien selven avond kwam een klijn vaartuig waar in twee Christenen van Wammer, die daar in de boschaging hun kost sogten, nevens nog twee prac„ „wen met alfoereesen van Tongge, sijnde een klijne negorij gehoorende onder den orangkaaij van Wokkum Nicolaas Harmens, de Eenigste die hem benevens eenige wijnige persoonen van de negorij Iabelingan trouw sijn gebleeven, alsoo alde overige voorlandse negorijen de oudjereessen volgens, waar door alle Communicatie afgesneden, en wat moeijte den teekenaar ƒ. aanwende, om door middel van spionne, het een en ander omtrent de ou„ „dijereesen, te kunnen ervaren, was sulks ondoenelijk, daar het volk van Ca„ P. 79 Carangoelie tegen over de ankerplaets van de toekenaar, uit de digte boschagien die door de daar voorleggende moerassen ongenoekbaar sijn alles gade Moegen wat bij de vloot geschiede, en daar van de oudjereesen verwittigde, want niet Podra on der nam den teekender, om een of meer vaartuigen uit te senden om eenig kondschap te nemen of deselven weerden door die van de Negorijen Iam „me en vangabel die milde voornamste aen kietsers der olssereesen en de grond oorsaak van het afloopen deer Post te Arouw zijnde, overvallen en te ruug gedregen Door gemelde Chaisteeuren van wammer wierd mij berigt, hoedanig sij sedert het vertrek der Comp: pantjalling in do pass=o door de oudjereesen en O hun aanlang waren vervolgt, dat sij soo wel als de agterlandse alphoeren op andersteuning van d'E: Comp: hadden geheoopt, nu bij na een Jaar lang in de bossen op een aller elendige wijze met vrouw in kinderen hadde moeten om 'swerven, dat de ordjireesen met die van Damme en Vangabel niet alleen de negorij van Maij„ „kor hadden verbrand, en alles geruineert, maar om alle nooddruigt, soo voor hun als de agterlanders die aller van het voorland moeten hebben ag te snijden, en daar door te doringen, om niet hun samen te spannen, de Sagoe bossan van Wammer, vengabel en wokkum uijtgekapt, en veele Clappus boomen bedorven, dat de alphoereesen in de grooste nood door gebrek aan levens middelen waren, en sig met wakat vrugten en het geen de Reven hun oplevert erneerde, dat sij niet en twijffelde of souden reijkhalsende ter hulpe van den teekkenaer toeschieten, dog wanneer de oudjereesen de overhand mogten behouden, dat Sij dan nog erger ver„ „volgen souden moeten door staen, want den oudjereesen niet wel mogelijk sijnde om hun uit hunne schuilhoeken te vergagen, had daar toe de listige Practijk gebruikt, om het eene lands volk tegen het ander in 't' harnas te jagen, waar door sij selfs inde digste boschagien niet seker waren, deeser verbittering der oudjereesen was nog meer toegenomen uijt reden het volk van timortaija en wan„ „nebaaij den Gorammer Miliassa als de aan voerder en het hoofd inde overrompeling der Comp. post te Arouw, in de rievier Nagar het hoofd hadden
English
had refused, with the intention, as proof of their loyalty, of surrendering it to the first Honorable Company vessel to appear, just as those people, arriving to the subscriber a few days later, presented it to me as a gift. After I had provided the aforementioned peoples with some provisions, I sent them to the settlements of the Watteleers and Cabberoors to inform them of my arrival, and that if they were inclined to come to our aid, in order to help subjugate Oudjier and his faction, they could come without any fear, even if some of them, certainly out of fear of the Oudjierese power, had followed them; and that whenever they were inclined to do this, they should then gather together their neighbors, the peoples of Warkaij, Traningen, Kieij, Maijkor, Warnabaij, Silbatabata, Maririen, Koba, Colla, Radjeema, and Coemael, in order to attack the Oudjierese with equal force; whereas on the contrary, if they did not wish to offer a helping hand, the Honorable Company would likewise leave them to themselves, whereupon they could also expect to be carried off into slavery along with their wives and children by the Gorammers. On 3 March, the people sent by me to the settlements of Wattelee and Cabberoor returned, reporting that the people in those settlements particularly showed themselves pleased with the received news of the arrival of the subscriber, and had promised to appear within a few days. That very same day, the people from the settlement of Tabelengan, belonging under the main post of Wokkum, or its orangkay, brought me two Christians who had long remained under the violence of the Oudjierese, and who had been picked up by them in the forest of Samme while beating sago with those people, namely David Bacharias and Jacob Matthijs, as well as the Moorish quester Fauijser of Vangabel, one of the principal accomplices in the raiding of the post at Mouw, and who had stubbornly insisted upon murdering not only the Europeans, but also the orangkay of Wokkum, but who, upon the intercession of others, was yet spared by the Oudjierese, while the aforementioned Fauijin had given his daughter named Tabako Foeij as a wife to the traitor, the former arquebusier Kaboul Moor, who is still in Oudjier. After the subscriber had learned various matters from him, and fearing that one could not easily secure such a villain, and that he might at some time seek to save himself by flight due to the long time that one would still have to remain here, and having thus completely satisfied the Alfurs for their faithful service in this matter, delivered the aforementioned Fauijin back over to them, who, after having recounted all his roguish deeds to him, sabred him down and placed his head upon a stake on the sea beach, throwing the torso into the sea. On the 4th, the peoples of Lolla, Maririe, and Timortassa arrived with eight sabieren and orembaais in order to be of service to the subscriber wherever it might be necessary, just as the Christians Isaak Zacharias and Ian Joris, who had been held prisoner there for so long, took flight from Oudjier in a gaba-gaba prahu and came over to us, and the Christian Abraham Octavia was brought in by the people of Timortassa. The subscriber learned from them that the Oudjierese were preparing to reinforce themselves as much as possible, and that the people of Samme and Vangabel would also join them and were already busy transporting their best goods to Oudjier; that the faction of the Oudjierese, besides those of Samme, Vangabel, and Wokkum, consisted of the local peoples of Wassier, Kola, Koeloer, Oerialau, Carangoele, Confanie, a part of Tabalingan, Edelang, Doear Maar; but that no Cerammers or Gorammers had yet arrived among them, though they were expecting them daily; that Manosoe with his Tidorese faction held the supreme authority among them, and they had recognized him as their prince and promised that, if he saved them from the danger this time, they would then make every effort to make all of Arouw bow before him; that they had sought to induce him, Mannosa, to come and disturb us, but that he had refused to do so, saying it was by no means the Oudjierese affair, since he already had experience on Ceram being together with the rebel Noekoe as to what the orembaais could accomplish, and that he by no means feared the large vessels as they were unable to pursue them, but rather that they should reinforce their settlement with heavy bentings,
Dutch transcription
hadden afgeslagen, met voornemens tot blijk hunnern getrouwheijd, bij eerst op te dagene Comp: vaartuig het selve te zullen afgeven, gelyk die lieden eenige dagen daar na bij den teekender aankomende het selve aan mij vereerde. Na dat ik gemelde Volkeren met eenige levens middelen voorsien had, sond ik hun na de negorijen der watteleers en Cabberoors om van mijne komst te ver„ „wittigen, en indien sij genegen waren om tot hulp op te komen, ten Eince oudpier en sijn aanhang te helpen ten onder te brengen sij sonder eenige Schroom kon„ „de komen, alwaare het ook dat eenige van hunne seker uijtvreese voor de oudjereese Magt, de selve gevolgt hadden en wanneer Sij dit Genegen waren te doen, dat Sij als dan hunne nabuuren de volkere, van Warkaij traningen, kieij Maijkor, Warnabaij Silbatabata Maririen koba, Colla, radjeema en Coemael bij den anderen Samelen, om met gelijke magt de oud jercesein aan te vallen, daar en tegendeel wanneer sij de behulpsame hand niet wilde bieden, d'E: Comp: hun ook aan sig selfs soude overlaten, inden ij dan ook te ver„ „wagten hadden, om nevens hunne wij van en kinderen door de Gorammers tot slaven vervoerd te worden op den 3: Maart kewwamen de door mij afgeson„ „dene na de negorijen wattelee, en Cabberoor weder te rug, rapporteeren de dat het volk in die negorijen, bij sonder sig over de erlangde tijding van de komet van den teekenaer vergenoegte toonde, en beloofd hadden binnen kort en dagen te zul„ „len verscheijnen, even die selv de dag bragte mij het volk uit den negorij Tabe „lengan gehoorende onder de hoofdpost wokkum, of dies orangkaaij twee Christenen tot dies lange onder het geweld der oudjereesen verbleeven, en door hun in het bosch van Samme met die volkeren Sagoe klappende op geligt, in name David Bacharias, en Jacob Matthijs, als ook den moors Qquester fauijser van vangabel, een der voornaamste medepligtigen in het afloopen der Post te Mouw, en die met hart nekkigheidt aangedrongen had om niet alleen de Lu„ „ropeesen; maar ook den arangkaaij van wokkum te vermoorden, dog die op voorspraaken van andere nog dor de oudgereesen gespaerd is, terwijl gemelde „fauijin sijn dogter in namen tabako foeij, aan den verrader den gewese bos„ „schieter kaboul Moor, die sig nog te oudjier bevind, tot een vrouw heeft gegeven 81 „gegeven na dat den teekenaar het een en ander van hem vernomen had en ver„ „veegende dat men dusdanig Een swraek niet wel gemakkelijk versekeren kan, en sig som tijde door de lange tijd dat men hier nog moest verblijven met de vlugt soude soeken te redden, dies de alphoeren door hun getrouwen dienst in deese voldaan hebbende te verde gemelde fauijien aan hun weeder over, dee na hem al sijn schelmse bedrijven vermeten te hebben ter neder Sabelden en sijn kop op een staak aan het see strand stelden de romp in see werpende Den 4. kwamen de Volkeren van Lolla, maririe en timortassa met agt: Sabieren en orambaaijs om van teekenaar waer het noodig was van dienst te zijn, ge„ „lijk ook van oudjeer met een Gabbe Gabbe prauw de vlugt namen en tot om overgekomen zijn, de soo lange daar gevangen gehouden Christenen Isaak Zacharias, en Ian Joris, en door het volk van temortafsa wierd aange„ „bragt den Christen Abraham octavia, vernam: den teekenaer van hun dat de oudjereesen sig gereed maakten om hun soo veel mogelijk te versterken en dat het volk van Samme en vangabel sig meede bij hun soude voegen en reeds besig waren hunne beste Goederen na oudgier over te brengen, dat den aanhang der oudjereesen bestond buiten die van Samme, vangabel, en wok„ „kum, uit de landsvolkeren, van wassier, kola, koeloer, oerialau, Caran„ „goele Confanie Een gedeelte van Tabalingan, edelang doear maar, dat nog geen Cerammer of gorammers bij hun aangekomen, maar dat Sij de„ „selve dagelijks verwagtende waren, dat manosoe met sijn tidoreese aanhang bij hun het oppergesag had, en sij deselve voor hun vorst erkent en toegesegt, wanneer hij hun dit maal uijt 't gevaer redde, sij als dan alles soude aanwenden om geheel Arouw voor hem te doen bukken, dat sij hem mannosa hadden getragt te bewegen, om ons te komen, ontrusten dog dat hij sulks geweijgert had, seggende geensints hun oedjereesen saak te weesen, dewijl hij reeds ondervinding op Ceram met den rebel Noekoe te samen sijnde gehad, wat de orembaaijen konde uitwerken, dat hij geensints de groote vaartuigen als hun niet konnende vervolgen vreesde, maar dat sij liever hunne negorij met swraere benting t' verstoeken,