Inventory 3878
Coromandel · 1,448 pages · 270 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
The 25th of August 1790. it has appeared had been received from the ship and the undersigned also accompanying this That from the said vessel it was indeed said, for the service of this Government according to ordinance Letter E and bill of lading Letter F, a piece of kedge anchor of 575 lb, because for the Company's sloops no more anchors were on hand the humble undersigned hopes herewith to have satisfied the contents of the aforesaid Extract, wherefore he takes the liberty to subscribe himself with all respect and deference, was below written, Right Honorable Noble Sir and Sirs, your Right Honorable Noble humble and obedient Servant, was signed, A. van Odijk, in the margin, Palliacatta the 9th of August 1790. Which supply having been made, and whereas it has appeared to the Council therefrom that instead of the aforesaid three broken ship's cable ropes, there were supplied to that vessel from here 2 pieces of Dutch cable ropes of 8 and 9 inches and 1 piece of shroud-laid rope of 7 inches, the latter because no more cable ropes were on hand, and that these were not broken ropes, without any of those broken ropes having ever been received on shore from that vessel 335. was sent on board 75 lb for the sloops from board was lifted The 25th of August 1790. has been received. Furthermore, that after the second anchor of the aforesaid vessel had been lost, and because the buoy rope had also broken, having that, and the anchor of 2782 lb to be stocked on shore not being ready yet, a kedge anchor of 1106 lb had been sent to that keel, in order to moor the ship therewith. And that furthermore, for the service of this Government, there was indeed lifted from that vessel a kedge anchor of 575 lb, because for the Company's sloops here no anchors were then on the buoy in vessel no more anchors in stock, the aforesaid Master of Equipage confirming all this with the aforesaid inserted authentic copies of proofs. Therefore, after mature deliberation, it was approved and understood to respectfully submit the said accountability, although inserted herein, nevertheless in original among the annexes of the papers to be sent to Batavia for the pleasing disposition of Their High Nobles. Having been received the Report of the expressly commissioned seamen regarding the performed inspection and good condition of the stowage of the leaguers of arrack in the aforementioned vessel Horsen, it was understood to keep a record thereof herewith. The 25th of August 337. draught of water on the Zeekob to have written off the main account. The 25th of August 1790. Likewise of the draught of water of the aforesaid keel, upon its arrival at this roadstead, which it was further understood, pursuant to the orders, to send in original among the annexes to Batavia. Thereafter served a Report of expressly commissioned persons, the boatswain Ian de Iong and Gunner Jan Gerrardus, who, pursuant to the order of the Honorable Commander, have taken inventory of all the goods of the sloop De Zeekop. Thus, after resumption of the same, it was approved and understood to have the following lost or missing anchors and grapnel, as well as used, broken ropes and other other equipage goods written off the main account; namely: 2 pieces of anchors 1 light grapnel 2 half Dutch cable ropes 2 ditto mooring cables 3 lead lines [illegible] 3 ditto small buckets 15 blocks of various sorts 1 marline spike 2 scrapers 4 wooden hooped buckets 3 tarpaulins 2 breeching ropes 4 handspikes 3 capstan bars 1 pump brake 2 ballast shovels And furthermore to act with all the rest in such manner as is noted hereafter, to wit: 2 pieces 2 ditto 2 1 1 2 The 25th of August 1790. 339. The 25th of August 1790. Account of Commander Ioachim Otto Dratzien to be debited: 40 lb of powder 1 piece of half leaguer 1 pewter pint 2 stay sails Per the ship Horssenaar to be sent to Batavia: 1 piece of anchor of 620 lb 7 half leaguers 1 copper cooking pot 1 pitch ladle 2 half-hour glasses To be destroyed by the expressly commissioned persons: 1 piece of wooden steward's pump 1 tin funnel 1 grate 1 drill And to be handed over to the overseer of the Equipage to be used in the Company's service: 2 pieces of half Dutch cable ropes 2 ditto mooring cables fit While a letter was also read from the Mintmaster and Purveyor Iohannes Schuneman and the Bookkeeper Philippus Philippus Jacobus Dormieur dated the 15th of this month from Nagapatnam to this Council, containing the communication that the first mentioned, pursuant to the order of this Council, had turned over the affairs of the Company there, hitherto attended to by him, to the second named for that purpose, and that he, Scheuneman, was on his departure for Tranquebar, on the one hand because of the troubles of Tipu's Horsemen at Nagapatnam; and on the other hand to have himself cured of his ailment there, and after the effecting thereof to proceed hither in the coming spring to assume his duties. The 26th of August 1790. Where
Dutch transcription
Den 25. Augustus 1790. gebleeken is— van 't schipp ontfangen waren „en zijt geteekende in deezen allmeede verzellende Dat van dien boodem wel is gezegt, ten dienste van dit Gouvernement volgens ordonnantie L=a E: en afscheep briefje L F een p:s werpanker de 575. lb: om dat voor de 'sComp:s Chialoupen geen meer anker aan handen waren— verhoopt den needrige teekenaar, hier meede aan den inhoud van 't voorsz: Extract voldaan te heb„ ben des hij de eene aanmaatigd zig met alle eerbied en ontzag te onderschrijven /:onderstond:/ wel Ede„ le Agtbaare Heer en Heeren uwel Ed: agtb: onderdanige en gehoorzaamen Dienaar /:was„ geteekend:/ A=s van odijk /:Jn margine:/ Pal„ liacatta den 9. aug:s 1790. welke verstreking daarig In nademaal den Raad daar uijt geblee„ ken is, dat in steede van de voorsz: Ge„ brookene drie scheeps Cabeltouwen aan dien bodem van hier zijn verstrekt geworden 2. P:s Cabeltouwen hollandsch de 8. en 9. d=m en 1. p:s wandslag de 7. d=m welke laaste om dat geen meer Cabeltouwen aan handen zijn en dat geengebrooken touwen geweest, zonder dat ooijt van dien bodem een van die gebrookene touwen aan de wal ontvangen 335. was aanbooret gezonden 75. lb: voor de eloopen van boord geligt wa Den 25. Augustus 1790. ontvangen is. — Voorts, dat nadat het tweede anken van ditienen kante vn 106. . voorsz: boetem was verlooren geraakt, en om dat de boeijreefs meede gebrooken was, dien hebbende en het aan de wal te stokkens anker de 2782. lb: nog niet gereed was, een werp anker de 1106. lb: aan dien kiel was gezonden geworden, ten eijnde daar meede het schip te vertuijgen. — En dat wijders vandien bodem ten dienste E„ dat een verpanter van van dit Gouvernement wel was geligt een p:r werpanker d' 575. lb: om dat voor 'sComp:s Chialoupen alhier geen ankers bodem toen geen meer ankers op de boeij in lee„ 1790. ticque bewijssen. met bijlagen 4: v: bet: aan te bie„ aen bij aanteekening van de bevon„ dene Huagegen an wat log hor dening word berestigdt met dishen en voorraad waren, bevestigende voorsz: Equippee„ giemeester dit een en ander met de voorsz: geinsereerde authenticque Copia bewijzen a de sluijk tie veranter: monge, Doo is na rijse deliberatie goedgevonden en verstaan gemelde verantwoording, schoon in deezen geinsereerd, egter in origineel onder de bijlaagen van de aftegaane papie„ nen na Batavia ter believige dispotitie van Haar Hoog Edelheeden eerbiedig aantebiden Ingekomen zijnde het Rapport van de expresse gecommitteerde zeelieden we„ gens de gedaane visitatie en wel bevinding van de stuagie der leggers met arak in meer melden bodem Horsen, zo is verstaan daar van bij deezen aanteekening te housen ver Den 25. Augustus Soo E 337: deefpt reeten op dte Zeekob op de hoofd reek: te laaten afschrij„ ven Den 25: Augustus 1790: Soo meede van het dieptreeden van voorsz: Jtem van de visitatie van kiel, bij des zelfs arrive ter deezer rheede het geen men alverder verstond ingevolge de ordere, in origineele onder de bijlaagen na Batavia te zenden Dier na diende een Rapport van expres„ diend rapport van opneem se gecommitteerdens den bootsman Ian de Iong en Constabel Jan Gerrardus welken ingevolge de ordre van den Heer gezagheb„ ber alle de Jnventarieele goederen van de Chia„ loup De Zeevol hebben opgenomen— So is na resumptie van het zelve goedgen het verhorene onbequamge Enste„ vonden en verstaan de ondervolgende verloo„ vens of te zoek geraakte ankers, en dreg mitsg:s verbruijkte gebrookene touwenen andere andere equipagie goederen op de hoofdreekening te laaten afschrijven; namentlijk. 2 p:s ankers 1. „ ligte drag halve Cabeltouwen holl=s 2 d:o Caijertouwen loodlijnen 3. mschoonen d:o emmertjes 3. „ 15. „ blokken Jnzoort 1. „ marlpriem 2. „ schraapers 4. „ houte band putten 3. „ presennings 2. „ broekings 4. „ handspaaken 3. „ windboomen 1. „ pompgek 2: „ ballast schoppen En voorts met al het overige zodanig te handelen, als hier onder genoteerd staan ter wee„ ten 2. p:s 2. „ d 2. 1. 1 2: „ Den 25:' Augustus 1790. 339. Den 25. Augustugj 1790. Reek: van den gezaghebber Ioachim otto Dratzien te belasten 40. lb. kruijt 1. p:s halve legger 1. „ tinne pintje 2: „ stag zeijlen P=r 't schip Horssenaur na Batavia te zaaden 1. P:s anker van 620: lb: 7. „ halve leggen 1. „ kostrol Kopere „. piklepel 2. „ half uur glazen Door Expresse gecommitteerdens te laaten vernietigen 1. p:s houte botteliers pomp 1. „ blikkke tregter 1. „ rooster 1. „ boor En aan den opsiender der Equipagie afte geeven om in 'sComp:s dienst gebruijkt te werden 2. p:s halve Cabeltouwen hollandsch 2. „ d:o Caijertouwen bequa Terwijl nog geleezen wierd een brief geleeden na gap=s brief door den muntmeester en Dispencier Iohannes Schuneman en den boekhouder Philippus in zijnde ken door de heureman aan der„ boekk„: dormiu trangides Philippus Jacobus Dormieur onder dato 15. deezer van Nagapatnam aan deezen Raade behelsende overdragt van ngde rigt behel zende Communicatie dat den eerstgem: ingevolge de ordre deezes Raads de Comp: aldaar door hem dus affaires van de lange waargenomen, aan den tweeden genoemden ten dien eijnde hadt op gedraa„ en scheunemans ofstrkna gen, en dat hij schuneman op zijn ver„ trek na tranquebaare stond eensdeels om de troubles van tiepoes Ruijters te Nagapatnam; en ten anderen om zig al„ daar van zijn quaal te laaten geneezen, en na het effectueeren daar van in het aanstaan„ de voor Jaar zig na herwaarts te begeeven ter aanvaarding van zijn dienst. p Den 26: Augustus 17498 Waar
English
341. The 25th of August 1790. to repair here. Having deliberated upon this, it has been approved and understood that it shall serve as a reply to the said Mintmaster and Dispenser Schuneman that one cannot well allow him, partly out of fear of the raid by Tipu's horsemen and partly to be cured of his illness, to betake himself to Tranquebar, all the more so as it is trusted that he is just as safe here as in Tranquebar, and that the Chief Surgeon of this Castle could cure him just as well as the doctors there, and it is therefore requested that he come over here as soon as possible. Dormieur for qualified emoluments etc. and 2 peons in service is granted. Comes to assume his service. Lastly, the honorable Administrator made known that the aforementioned Bookkeeper Philippus Jacobus Dormieur has made an instance to his honor in private writings to favor him with the board money and emoluments of a qualified Bookkeeper, as well as an allowance for rent, and to be permitted to keep two peons in his service; thus, because he will continue to attend to the Company's affairs at Nagapatnam and in order to assist him somewhat in the impoverished state in which he finds The 25th of August 1790. 343. The 25th of August 1790. himself, it has been approved and understood to grant that request as it stands, but under this condition: if Their High Nobilities should not be pleased with this allowance of the Council, then what has been enjoyed by him will have to be refunded into the Company's treasury. Thus done and resolved in Castle Geldria at Palliacatta, date as aforesaid. Signed as before. Tuesday the last of August 1790 in the morning at ten o'clock. Council of Policy. All Present. After opening this meeting with the ordinary prayer, a written report was tabled by the Administrator from the Bookkeepers Jacobus van Tessel and Jan Willem Luijken, who examined three Porto Novo bales in the Company's storage loft in this Castle which were damaged by the white 345. ants, namely: One bale of Guinea brown-blue 49 @ 1st sort, one bale of Guinea brown-blue 50 @ 3rd sort, and One bale of salempores brown-blue 3rd sort, the said report reading as follows: Insertion of the same. To the Right Honorable Nicolaas Padama, Senior Merchant and Administrator of the Coromandel Government and its dependencies. Right Honorable Sir, Pursuant to Your Right Honorable's highly respected order, we, the undersigned specially appointed commissioners, betook ourselves to the Company's storage loft and there examined the three Porto Novo bales which were damaged by the white ants, and have found them as follows: One bale of Guinea brown-blue 49 @ 1st sort No. 163 for Amboina, completely damaged. One bale of Guinea brown-blue 50 @ 3rd sort No. 19 for Padang, damaged only in the packing, but the linens look well. And One bale of salempores brown-blue 3rd sort No. 146, long 32 and broad 2 1/4 cobidos, for Batavia, found therein: 59 pieces good, and 21 pieces damaged by the white ants, besides the packing. Subsequently, we inspected the loft where the aforementioned bales had been lying and found the same pure and clean, without any signs of those pests, and it therefore seems very probable to us that these pests had already lurked therein upon their receipt here, all the more so as the bales lying around them were not damaged. We hope hereby to have complied with the intention of Your Right Honorable and have the honor to call ourselves with respect, Right Honorable Sir, Your Right Honorable's humble and obedient servants. Signed: J. van Tessel and J. W. Luijken. In the margin: Palliacatta, the 27th of August 1790. Then, whereas it has appeared from the aforesaid report that the loft where the aforementioned bales have been lying among others was found upon inspection to be pure and clean, without any signs of those pests, and one must therefore establish that these pests must have already lurked in the said bales upon their receipt from Porto Novo here, all the more so as the packages lying around them 347. were not damaged; so it is, after deliberation, approved and understood to have the aforesaid completely damaged bale of Guinea brown-blue 49 C: 1st sort No. 163, as well as the 21 pieces of salempores brown-blue 3rd sort from the bale No. 146, sold at public auction for what they will fetch, and to charge the lesser yield to Porto Novo for compensation, as well as to order the Resident there to send as many others here in place of the aforesaid damaged pieces, in order that those bales may be replenished therewith. From an act recently executed before the First Sworn Clerk of Policy here, Jan Adam, and witnesses, it having appeared that the Secretary of this Council, Johan Joachim Hasz, and the Junior Merchant Jacobus Simons Cantervisscher bound themselves jointly and severally as sureties for the Warehouse Keeper Jacob Samuel De Raeff, and this to a sum of two thousand rix-dollars; so, because the aforesaid act was found to have been drawn up according to regulations, it has been approved and understood to accept the two aforesaid sureties, and on the other hand, the salary of the aforementioned Warehouse Keeper De Raeff, see the note in the resolution of this table of
Dutch transcription
341. Den 25. Augustus 1790. dut heep te begeen. aar over gedelibereerd weezende, is goed gevon besluit shunrman alse den en verstaan dan gem: muntmeester en dis„ pencier Schuneman tot rescribtie te laaten dienen dat men hem niet wel toestaan kan, dat hij eens deels uijt meeze voor den in val van Tiepoes Ruijters en ten anderen om hem van zijne ziekte te laaten genee„ zen zig na Tranqusbaar begeeve te meer men vertrouwd dat den zelven hier al zoo zeeker is als te Tranque„ bare en dat den opperchirurgijn dee zes Casteels hem even zo goed zoude kunnen geweezen als de doctooren van daar, en men dus begeerd dat hij ten eersten dit heen over„ komt. Dormieur om gequaliftiedenen E molimentel Etc. in 2. pions indienst. word in gewilligd. komt om zijn dienst te aan vaarden. — on datk ven omitgsterde L aastelijk gaffoten heer Gezaghebber te kennen, dat voorsz: boekhouder Philip„ pus Iacobus Dormieur aan zijn agtb bij particuliere schrijvens instantie gedaan heeft, om hem te begunstigen met het kostgeld en emolumenten van een gequa„ lificeerd Boekhouder mitsgaders toelaag van huur, en in dienst te mogen hebben twee pions, zoo is, omreeden den zel„ ven 'sComp:s affaires te Nagapatnam zal blijven waar neemen en om hem eenig„ zints te gemoed te komen in zijn armoedige staat waarinne hij zig den 25 Augs 1790. willige 343 Den 25. Augustus 170. zig bevind goedgevonden en ver„ staan in dat verzoek zoals het legd te bewilligen, dog onder deeze op apporotatie van 11 Ed:lEd Hunne Hoog Edel„ mits, indien heeden in deeze toelaage des Raads geen genoegen mogten neemen, als dan het genootene door hem, weder in 'sComp:s Cassa zal moeten werden uijtgekeerd. Aldus Gedaan en gear„ 1 resteerd in't Casteel Geldvia te Pal„ liacatta dato voorsz: /:geteekend:/ als vooren Dingsdag den 2 uer ekler 7 de derhati Dingsdag Den Laasten aug:s 179: S'morgens te tien uuren Vergadering van Politie Alle Present §15 a het openen deezer vergaedering door het ordinair gebed, is door den heer Gezag„ hebber ter tafel overgelegd een schrif„ telijke rapport van de boekhouders Jacobus van Tessel en Jan willem luijken, die in 'sComp:s pakzolder ten . . deezen Casteele g'examineerd hebben drie Portonovosche pakken welke door de ƒ 345. de witte mier en beschadigd waren te weeten Een pak guinees bruijn blaauw de 49 @ 6 eerste zoort een pak Guinees bruijn blaauw de 50. @ 3. zoort en Een pak salempoeris bruijn blaauw 3. zoort luijdende gemelde rapport aldus Jnsertie van 't zelve Aan den welEdelen agtb: Heer Nicolaas Padama opperkoopman en gezaghebben van het conmandels gouverne„ ment met den Resorte van dien WelEdele Agtbaare Heer Volgen uwel Ed: agtb: seer gerespecteerde bevel„ hebben wij ondergeschreeven Expresse gecommitteer„ dens ons begeeven in 'sComp: Pak zal der en aldaar g'ex emmineerd de drie Portonovose Pakken welk door de witte mieren beschadigd waaren, en hebben de zelve bevinden als volgd. — Een pak guinees bruijn blauw de 49: @ eerste zoort N=o 163. aan Amboina ten eenemaal beschadigd Een „ Guinees br: bl: de 50. @ 3. Z=t N=o 99. voor Padang enkeld aan de Pakkagie beschadigd dog de lijwaa„ ten zien en wel en Een pak salempoeris bruijn blaauw 3. Zoort N=o 146. lang 32. en b=t 2¼. Cob=s voor batavia daar inne bevonden; als 59. p:s goede, en 21. „ door de witte mieren beschadigd neffens de packagie.— vervolgens hebben wij den zolder daar de voor„ melde ongeval. — voormelde Pakken gelegen hebben onder zogt en den„ zelven zuijven en reijn bevonden, zonder eenige blij„ ken van dat ongediert en komt ons dus Veer waar„ scheijnlijk voor dat dit gedierte daar in reets ge„ schuijlt heeft bij hunnen ontfangst alhier te meer en daar vonrt geleegen hebbende Pakken niet zijn beschadigt geweest. — Wij hoope hier meede aan de intentie van uwel Ed: agtb: te hebben voldaan en hebbe de eene met agting te noemen /:onderstond:/ wel Edele agtbaare Heer uwel Ed: agtb: onderdee„ nige en gehoorsame Dienaaren /:was geteekend:/ J: van Tessel en J: W: luijken /:Jnmar„ gine:/ Palliacatta Den 27. augustus 1790. vor onderstalde onrdak ven den Dan nademaal uijt het voorsz: rap„ port gebleeken is dat de zolder daar de voormelde pakken onder meerdere geleegen hebben bij onderzoek denzelven zuijver en reijn bevonden is, zonder eenige blijken van dat ongedient en men dus vast stellen moet dat dit ongedierte in gemelde pakken reets geschuijlt moesten hebben bij hunne ontvangst van Portonovo alhier te meer de daar rondom geleegen hebbende fardeelen niet aatsten Aug„s 190 347. te verkoopelig oen ve gentek niet zijn beschadigt geweest: zoo is na deliberatie het beschadigte P:r vendutte goedgevonden en verstaan het voorsz: ten eene„ maale beschadigde pak Guinees bruijn blaawe de 49 C: eerste Zoont N=o 163. zo wel als de 21 p:s salem poeris bruijn blaauw 3. o zoort uijt het pak N=o 146. bij publicque vendutie voor het geldende te laaten verkoopen, en het min„ der rendement Portonovo ter vergoedling aante reekenen, mitsgaders den Resi vnan eig st an te dent aldaar te gelasten om in steede van voorsz: beschadigde stukken, zo veel an„ dere dit heen te zenden teij eijnde die pakken daar meede te kunnen werden gesuppleerd Uijt een kans ingekomene acte voor den aerste en ote aeten Eersten 1798 1 voordeske gag zijn Eersten Geswooren Clerk van Politie alhier Ian Adam en getuijgen gepasseerd gebleeken zijnde, dat den secretaris deezes Raads Iohan Ioachim Hasz: en den onderkoopman Iacobus Simons Cantervisscher, zig te zaamen in solictien ver„ bonden hadden tot borgen voor den Pakhuijs„ meester Iacob Samuel De Baeff, en zulks tot eene somma van twee duijzend Rijxdaalders zo is, wijl de voorsz: acte bevonden is na de ordre ingerigt te zijn goedgevonden en verstaan de twee voorsz: borgen te acceptee„ ontsag van zijn voor hier ven ven, en daar en teegen de gagie welke voor„ noemde pakhuijsmeester De Raeff, vide het aangeteekende ter resolutie deezer tafel van alsten velgen 1
English
349. to release from the bond attached to this suretyship of 10 December of last year, and likewise to let the said received bond, according to order, be deposited in the great money chest. In the session of this table of the 14th of this month, it having been resolved to demand from the Chief of Sadraspatnam, the Merchant Jan Daniel Simons, a satisfactory accounting regarding the abandonment of that factory and his retreat by sea to Madras and subsequently overland hither, so pursuant to that resolution, today by the Lord Governor at the table is submitted the accounting handed to his Honour by the said Merchant Simons, reading as follows: To the Right Honourable Nicolaas Sadama, Senior Merchant and Governor of the Coromandel Government and the dependencies thereof, together with the Council. Right Honourable Sir and Gentlemen. Although in my humble letter of the 16th of this month I gave the principal motives that moved me to depart from Sadras, and your Honours nevertheless require from me a further and satisfactory accounting, I shall, in order dutifully to comply therewith, give here a detailed narrative of what occurred there, as an appendix to my above-cited letter. It was on the 3rd of this month when the small detachment of sepoys, together with a European drillmaster, arrived there. On the 4th, at past eleven o'clock in the evening, the first riot occurred among the people, according to my letter of that date. Last of August 1790. 351. Last of August 1790. On the 5th in the morning, the appointed inhabitants of Sadras, Eddeloer, and Arriaalcheri came to me. I conferred with them as to how and in what manner one should make use of your Honours' favorable offer, in order to send over, besides the aforesaid detachment, also the necessary goods to defend oneself against the roaming marauding parties in case they might come to Sadras; but since without a stronghold one could not well have defended oneself, it was decided to palisade the demolished fort as well as possible with palm trees, and to raise walls behind them, to wall up the land gate, as well as the sea gate with a small wicket, furthermore to mount on wooden blocks some of the most serviceable and smallest iron cannon, from which the English had knocked off the trunnions and left behind, and to provide them with iron bands and plates, and have freestone cannonballs made for them. I took one of the bastions for my account, the merchants the second, the painters, Chettis, and other inhabitants of Sadras the third, and the Mukkuvars and inhabitants of Eddeloer and Arriaalcheri the fourth to restore, in order, in case of any attack, to shelter and defend themselves with their wives and children in that fort. I immediately had work started on the bastion that I had taken for my account. Around nine o'clock I received news by sea from Pondicherry, which was dispatched at four o'clock in the afternoon of the previous day, that the advance troops had marched into the villages belonging under that city and were causing terrible havoc; that the Royal French flag, which the Lord Governor De Fresne had sent with a force to the head of those troops to cause the advance bands to leave the territory of Pondicherry, had not been respected by them; that thereupon his Honour had dispatched a detachment of 60 Europeans and 300 sepoys with the necessary artillery to form a line around the French borders, in order to ward off that scum of mankind and, if possible, to secure the territory against them; and lastly, that many wounded were brought in there. Upon this news and the rumor that everyone around Sadras was fleeing, I judged that it was more than time to provide for the interest of my masters. I therefore had everything that was among the merchants and the painters brought to my dwelling house to be packed up, and shipped aboard the boat Schilpad, which had been dispatched from here under date of 4 April last, and lay in the roads for the salvaging of the Company's effects, etc. While.
Dutch transcription
349. neenen 't sadvas opperh=d weeg=s verlaaten van dat Comptoir van den 10. December anno pass:o in steede van deeze borgtogt verbonden heeft te ontslaan, mitsg:s de gezegde ingekomene borgtogt na daet inde grote Caste sepe„ de ordre in de groote geld Cassa te laaten deponeeren Der sessie deezer tafel van den 14. dee, diend verantwoording van zer beslooten zijnde om van het op„ perhoofd van Sadraspatnam den Koopman Ian Daniel Simons te vorderen een fatisfactoire verantwoording weegens de verlaating van dat Comptoir, en retiree„ ring van den zelven over zee na Madras„ en vervolgens overland na herwaarts, zoo is ingevolge van dat besluijt heed en door den heer Gezaghebber ter tafel overgelegd de d de Aug:s 1790. ende Insertie der zelve de door gemelden Koopman Simons aan zijn agtb: ten hand gestelde verantwoording luijdende aldus. Aan den wel Edelen Agtb: Heer Nicolaas Sadama opperkoopman en geslaghebber van het cormandelsche gouver„ nement met den Resorte van dien &=m d=m Nevens Den Raad. — Wel Edele Achtbare Heer en Heeren. Alschoon ik „ mijn onderdanig schrijvens van den 16. dezer de voornaamste motiven die mij bewogen van sadras te vertrekken, heb opgegeven en uwe Ed: Achtb: echter van mij een nadere en satisfactoire verantwoording begeven zo zal ik om daar aan schuld„ pligtig te voldoen hier een gedetailleert verhaal doen van 't geen daar voorgevallen is als een aanhang„ zel van mijn boven aangehaalden brief. 'T was den 3. dezer toin het kleen detachement si„ paaijs nevens een Europeese drilmeester aldaar aankwam Den 4. savonds over elf uuren geschiede de eerste op loop onder het volk volgens mijn schrijven van dien datum „bij Den Laatsten Aug:s 1790: 351. Laatsten Aug„s 1790. Den 5. Smorgens kwaamen de geappointeerde inworners van Sadras Edeloer en Arriaalcheri bij mij Ik overlijde met hen hoe en op wat weijse men gebruijk maaken zoude van uwel Ed: agtb: gunstige aanbieding, om behalven het voorm: detachement nog de benodigde, i open goederen over te zen„ den, ten eijnde sig tegen de zwervende voof, partijen te ver„ deedigen, ingeval zij te advas mogten koomen dan dewijl men zonder een woperplaats zich niet wel zoude hebben kunnen defenderen, beslort men het gedemilieerd fort zo goed mogelijk met palmeeren te pallisadeeren, en daar agter ande muuiven opte haalen, de landpoort toete metzelen, zomeede de Zeepoort met een kleen poortje, verders eenige van de bruijkbaarste en kleenste ijzere kanon, welke de En„ gelschen de ooren afgeslaagen en agtergelaaten hadden op houte blokken te plaatsen, en met ijzere banden en borden te voorzien en daar toe arduijne koegels te laaten maaken; Ik nam een der punten voor mijne reeke„ ning de kooplieden de tweede: de Schulders, Chittijsen verdere Jnwooners van Sadras de derde, ende Macquassen en inwoonners van Eddeloer en arralcherij de vierde te ves„ taureeren, om in Cas van eenige aanvanding met m w, vrouwen en kinderen zig in dat fort te bergen te verweren Ik liet onmiddelijk aan de punt, die ik voor mijne reekening ge„ nomen hadt arbeiden omtrent negen uuren kreeg ik over zee van Pondecherij berigt 't welk /'sagter middags te vier uu„ ren van den voorigen dag afgezonden was dat de voortvoupen in de dorpen, onder die stad gehoorende waren ingerukt en daarijse„ lijk huijs hielden, dat de koninglijk fransche vlag welke den Heer gouverneur de frene met een magt aan het hoofdt wen troupes toegezonden hadt, om de voorbenden het grondtge„ biedt van Pondecherij te doen verlaten, niet gerespecteerd gewor„ door zij den was dat daar op 2: Ed:s een detachement van 60. Europeesen 300. Sipaijs met de nodige Arthillerie was afgesonden om een lienie te formeren vortom de franse limiten, ten eijnde dat uijtvaagzel van het menschdom afte win en ware het mogelijk voor het zelve te beveiligen, en laastelijk dat daar veele geblesseerden binnen gebragt wierden op de ze tijding en het gerugt dat alles rorntom gadras aan het vlugten was, oordeelde ik dat het meer dan tijdt was voor het belang van mijne betaald heeren te moeten bezorgen Jkliet derhalven alles wat onder de kooplieden en de„ schilders was ten mijnen woonhuijze brengen om inte„ pakken, en in de boot schilpadt aftescheepen die onder datto 4. april p:r van hier afgezonden was, en op de rheede lag ter berging van 'sComp:s effecten &=a Terwijl.
English
Last of August 1790. While they were busy with the packing, a second riot arose among the inhabitants, though more terrible than that of the evening before. The sepoys and the armed peons, who stood posted in front of my residence, were so penetrated by the frightened multitude of men, women, and children that they were utterly unable to act, and had the enemy attacked at that moment, it would have looked lamentable. Then everything calmed down again when the pickets of taliars and peons came to report that no horsemen, but mere fear had caused this tumult. It was not long, however, before such a fearful belief occurred for the third time, when it was thought that some horsemen were approaching, though they later turned out to be Moorish women who sat on pack oxen or pack carriers / common bullocks / and were traveling from elsewhere to Madras. Notwithstanding all this unrest, the Company's linens and chintzes were packed toward evening, but could not be brought on board because of the high surf that was then running. On the 6th in the morning, the head of the boatmen first came to report to me that 13 boatmen with women and children had run away that night. Thereafter the heads of the painters came to report that most all of the painters had departed with their families for Madras. The farmer complained that all the farmers had taken flight. Subsequently the merchants reported that all the washers and beaters had fled, and that the blue-dyers would follow in their footsteps as soon as they received their due pay for this and the past month, and that in the meantime they had sent away their wives and children. Finally the interpreter and the kotwal came to tell me that that night most all the women and children and three quarters of the inhabitants had deserted Sadras. This became evident as I could get no people to carry the goods to the beach, and had I not personally had two carts with 4 draft oxen, together with my palanquin bearers and the remaining blue-dyers, the goods could not possibly have been brought to the beach and embarked. Reports of renewed unrest came in daily and were confirmed, that the horsemen at Porto Novo and around Cuddalore and Pondicherry had already exercised and left behind their inhuman, raging, wild marks of human atrocities, arson, and murder crying to heaven. The place which I have the honor to occupy for the Honorable Company is open and exposed on all sides, and in no proximity 353. Last of August 1790. to being supported or relieved by speedy rescue, which in such cases is all the more required, as in a single twenty-four hours these marauders could, by forced marches, surprise me and the inhabitants and thus execute their godless design. Let one place oneself for a moment in my position; grant me, Your Right Worshipful, to respectfully present what was left for me to do in these circumstances other than what I have executed to the best of my ability according to my oath and duty; for I have cared for the Company's interest, as I hope to demonstrate below, and secured her effects and not left them to fate and chance, considering it is too well known that embarkation at Sadras, owing to the high surf and rough weather, is not always the easiest but rather the most unfavorable, and which can be accomplished with no haste, no matter how it is undertaken, especially after sunset. Thus nothing could remain postponed until the last, because then, too, no help would have been obtained, owing to the flight of everyone. Prudence therefore demanded that, while I still had apparent time, I should profit from it and comply with Your Right Worshipful's esteemed recommendations regarding this in secret letters of 26 March and 9 May of 4 April of this year. I have said above that I have cared for the Company's interest; permit me, Your Right Worshipful Sirs, that I may analyze this, and trust that what I have accomplished in this regard will earn Your High Approval. The Company's merchants, who had already sent away their families, informed me that most of the linens collected by them were secured at Permacoil and Cuddalore, and at the same time testified that as long as these troubles lasted, they could not carry out the collection at Sadras with any success and security; they also requested, as soon as the safety of the roads permitted it, to be allowed to go to Cuddalore, and there to have the linens which they still have to deliver to the Honorable Company against the advanced cash and merchandise, dyed, bleached, and made up, and by chelingas to
Dutch transcription
Laatsten Aug„s 1790. Terwijl men met de inpakking onlezndtig was, ontstondt er on„ der de inwooners een tweede oploop dog affneuser als van des avonds te voren de Sippaijs en de gewapende pions, die voor mijne wo„ ning geposteerdt. stonden wierden zoodanig door de verschrikte menigte van mannen vrouwen, en kinderen door drongen dat zij onmogelijk konden ageren, en indien de vijandt op dat ogenblijk en op ingevallen was, zoude het Jammerlijk hebben uijtgezien; Dan het bedaarde, alles weeder toende brandwagten van taljars en pions kwamen rapporteeren, dat geene ruijters maar enkele vreze dit temelt vervor„ zaakt hadt, het duur de even wel met lang of daar geschiede voor de derde reijse weder een zodanig vreeslijk geloof, wanneer men meende dat eenige ruijters in aantogt waren, dog die naderhandt bleek moorsche vrouwen te zijn welk opdraag o sen arreekdra„ gers / gemeene paartjes:/ zaten en van elders naar Madras reijsdoen Niet tegenstaande alle deeze onrust warende Comp:s lijwaaten en chitsen tegen den avond ingepakt, maar konde niet naar broodt gebragt worden, door de hoge branding welk en toen stonden Den 6. 'smorgens kwam eerst het hoofd van de Chalengeniers mij napporten dat 13. Chialengeniers met vrouwen en kinderen dien nagt waren weggelopen. —. Daar na de hoofden van de schilders, dat meestalle de schilders met hunne familien naar Madras vertrokken waren, de pag„ ter beklaagde zich, dat alle de land bouwers de vlugtgenoo„ men hadden vervolgens de kooplieden, dat al de waters en klop„ pers waren uijtgeweeken, en dat de blaauwe verwers kunne voet stappen zoude volgen, als zij hun tegoed hebbende be„ zolding van deeze en de gepasseerde maand krijgen, en dat zij intusschen hunne vrouwen en kinderen hadden wegge„ zonden, Eijndelijk kwamen den tolk en koetewal mij zeggen dat dien nagt meest alle de vrouwen en kinderen en drie kwart den Jnw=s Sadra verlaten hadden. — Dit bleek vermits ik geen volk konde krijgen om die goederen naarstrant op te dragen, en had ik Zelfs geen twee karren met 4. trekossen, mitsg:s mijne luijnieurs en agter„ gebleevene blaauwe verwen gehad zoude de goederen onmo„ gelijk aan strandt hebben kunnen gebragt en ingescheept zijn geworden Tijdingen van vernieuwde onkeijler liepen en dagelijks in en wierden bevestigt dat de fouties te portonovo en von„ tom coedeloer en pondecherij reets hunne onmenschelij„ ke woedende, woeste kenmerken van menschen schende„ rijen voof moorten brant ten hemel schreuwendsthad„ den uijtgeoeffent en nagelaten. — De plaats die ik de eere hebbe voor D: E: Comp: te occupe„ ven, is van alle zijden open en bloot, en ingene na bij heit 353. Laatsten Aug„s 1790. heit van door een schielijk secours te kunnen worden ondersteuns of geveelt, dat in zulke gevalle maar alle heer vereicht wordt wijl in een enkelde tet maal de ze stropes door overhaastende marschen mij en de ingezetenen konden overvallen en dus hun goetloos ookmerk werkstellig maken. Men stelle, zich een oogenblik in mijne plaatse ver„ gunne mij uwel Ed: agtb: en eerbied voor te stellen wat mij in de ze omtstandigheeden te doen stondt dan dat ik vermogens volgens eedt en pligt ter uijtvoer gebragt hebbe, want ik heb voor 'sComp: belang ge„ zoogt gelijk ik lager hoope aantewijzen / en hare efffecten gerecureert en die niet op een lootgeluk aan het noodtot overgelaten, gemerkt het te zeer bekend is dat de inscheping te sadvas wegens de hooge brandingen en onbaarbaar weder niet altijd de gemakkelijkste maar de ongunstigste is en de„ welke met geen overhaastuijg hoe 't ook aangevan„ gen wodt, kan worden ter slijt voer gebragt inkonderheijd na Zoodt, ondergang. Dus konde niets uijtgestelt blijven tot op het last, want als dan ook geen hulp zoude hebben erlangt, door het zich op de vlugt begeeren van allen de voorzigtigheijd vorderde derhalven, dat terwijl mij scheinlijke tijdt ove„ vige was ik daar van profiteerde en uwel Ed: agtb: geeerde aanbeveelingen daar omtrend bij secreete letteren van den 26. maart en 9 meene van den 4 april deezes Iaars nakwam. — Ik heb hier boven gezegt, dat ik voor 'sComp=s belang gezorgt hadt, permitteer mij uwel Ed: agtb: Heeren dat ik dit mag ontleeden, en vertrouwen dat 't geen ik hier omtrent bewerk stelligt heb, Hoogst derzelver goed„ keure verwerven zal. De Comp: kooplieden, die hunne huijsgezien bereets weggezonden hadden, gaven mij tekennen dat de meeste door hen ingezamelde lijwaten te permakoel en koedeloer geborgen waren en betuijgden teffens dat zo lang de ze trou„ 1blestduurde met geen vrugt en zekerheijd den inzaam te sadvas zoude kunnen doen verzogten meede zodrade veij„ „ligheijt derwegen het toelieten naar Coedeloen te mogen gaan ten aldaar de lijwaaten die zij aan D' E: Comp: op de verschoote„ ne Contanten en Coopmanschappen, nog moeten leeveren te moogen laten vereven bleken en opmaken, en perchialengen en naar
English
to be forwarded to Sadras or Palliacatta to be sorted and accepted. This I have granted to them in the hope of Your Right Honourable's favourable approval, and thus I hold myself assured that shortly a chialeng will arrive here with good and sound goods, in order to still be able to be sent with the ship Norsen to Batavia. They further request through me from Your Right Honourable a further provision of cash on the running purchase, and I pray to be permitted at the same time to send to them the Company's chop, which they have desired of me, to mark the linens. With respect to the chintzes, I judge to have said humbly enough in my submissive letter of the 16th instant, only I shall advance here that in order to prevent rotting and spoiling, as most were in wax and the greatest number of painters who had fled to Madras could not be persuaded to come hither and finish their work on the island of Ennore, I had to unload them at the aforementioned place, and to that end was forced to let the Company's boat, in which they were laden, touch at that roadstead. That I left the bookkeeper Salder with the detachment of sepoys and the peons at Sadras provisionally and until further orders from Your Right Honourable, happened principally so as not to abandon the place entirely nor leave it as a prey to vagabonds and malicious persons, yet not without this precaution, namely that I engaged 12 chialengiers in permanent service at one Pagoda each monthly (considering that since then nine more chialengiers have absented themselves), in order, if possible, to persuade them to remain there, to the end that in case of need they may save them with their chialengs in time. After all these prepared measures, after the Company's effects were secured, after caring for Your Honour's interest, and after receiving news from my correspondents at Madras that the marauders apparently would not venture to come to that side, of which I hereby offer the original brief note to Your Right Honourable, I departed on the 9th instant from Sadras with the scribe Van Mispelaar and assistant Betger, pursuant to Your Honour's aforementioned earlier recommendations. And as all that was of value around Madras, St. Thomé, etc., and most all who lived outside, as mentioned in previous writings, have been safely removed with commendable prudence and withdrawn inside the city, I judge that the step I took to come hither from Sadras cannot be attributed to a pure fear that might have crept over me, but rather to true notions of honour and duty that animated me to be active in every respect for the promotion of the interest of my Lords and Masters and the preservation and rescue of that which was entrusted to my care. Should it nevertheless please Your Right Honourable that I return thither, I am prepared to do so, and even undertake to cause the painters with all the chintzes delivered at Madras to come to Sadras, and there continue that work as well as that of the purchase (the linens being dyed, bleached, and dressed at Cuddalore, as such cannot presently be done at Sadras due to the desertion of the workmen), but request at the same time that I may be considered exempt from all responsibility if, through any unexpected incursion of horsemen or false alarm, the Honourable Company should happen to suffer damage. Trusting that this justification will be regarded by Your Right Honourable as the utmost that I shall be able to offer regarding the essence of the matter, I have the honour to be with the deepest veneration, Right Honourable Sir and Sirs, Your Right Honourable's humble and very obedient servant, signed, J. D. Simons. In the margin: Palliacatta, the 28th of August anno 1790. Notwithstanding that round about detachments with artillery, after attentive consideration thereof and noted contradiction in the deliberation, the Council remarked that this justification directly contradicts the chief's previous writing of the 21st of July last, whereby the same, upon the request made by the merchants and inhabitants of that factory to support that place with at least 25 to 30 sepoys, under whose command they were inclined to take up the arms (with which they had wished to favour them from here) and to defend themselves against the roving parties of robbers, but without such assistance and backing they declared to be able to accomplish nothing, had remarked that if he had a small assistance of military force (assisted both by armed inhabitants and peons), he would then with greater peace of mind than otherwise be able to remain there and thus prevent that place from becoming completely depopulated. For, he said, if he further departed from there, he was assured that all would then flee, and would afterwards cause much trouble, labour, and expense to cause the inhabitants and work-folk (especially the blue dyers, washers, and beaters, whom he had with very great trouble enticed thither from Pondicherry and Cuddalore) to return, whereas if he had a small cover, he would be able to await the utmost there, to wit, when it was a matter of defending themselves against small parties and advance troops, etc. The 31st of August 1790.
Dutch transcription
naar Sadras off Palliacatta over te zenden omgezorteert en geaccepteerd te worden, Dit heb ik in hoope van uwel Ed: agtb: gunstige approbatie aan hen geaccordeerd, en dus houde ik mij ver„ zekert dat binnen korten hier een Chialeng zal aankomen met goede en deugdzaame goederen, om nog met 't schip Norsen na Batavia te kunnen ver zonden worden zij verzoeken nog door mij van uwel Ed: agtb: om een nadere verstrekking van Contanten op den loopende inzaam, en ik bidde mij teven oorloven aan hen toe te zenden 's Comp: sjap, welke zij van mij begeert hebben, om de lijwaaten te merken, Ten opzigte van de Chitsen oordeel ik nedrig genoeg gezegt te hebben bij mij onderdanig schrijvens van den 16. hejes eenelijk zal ik hier avanceeren dat ik dezelve tot voorkooming van verrotting en bederf, alzo de meeste in waks stonden en het grootste getal van schilders die naar Madras geweeken waren niet te bewegen sijn ge„ weest herw:s te komen, en hun werk op het VEeland Evikan tevolvoeren:/ op de even gem: plaats moeste lossen, en ten dien eijnde genoodzaakt geweest ben 'sComp:s boot, waar in zij waren afgeladen die rhede telaten aandoen. — Dat ik den boekh: salder met het detachement sin paaijs en de pions te sadvas, provisineel en tot nadere ordre van uwel Ed: agtb: gelaten heb, is voornamentlijk geschiedt om de plaats niet geheel te abandonneeren nog ten provije van vagebonden en moetwilligen overte„ laaten echter niet zonder deeze voorlarge namelijk dat ik 12. Chialengniers in vasten dienst heb aange„ noomen tegen aen Pag: ieder Imd:t /:gemerkt zedert nog negen Chialengniers zich geabsenteerd hebben:/ om was het mogelijk hen te persuadeeren daar te blij„ ven, ten eijnde in cas van noodt hen met hunne chalen en bijtijds te redden. — „a alle deze beraamde maatregelen na 's Comp:s effecten gesecureert na voor UE: Ed: belang gezorgt te heb„ ben en na bekomene tijding van mijne Corresponden„ ten te Madras, dat de rooftvorpen apparent niet tal men zouden naar die kant te komen, waar van het origineele brifje uwel Ed: agtb: bij deezen aan„ biede, ben ik met den scriba van Mispelaan en as„ sistend Betger den 9. deser van Sadras vertrokken ingevolge Hoogst der zelver voorm: vroegere aanbe veligen En daar al wat omstreeks Madras S:t Tho„ me &=a van waardij was, en meest alle die buijten woon„ den Laatsten Aug:s 190. 355. Laatsten Aug:s 1790. daar in met voorig schrijvens voor zien leggen, met prijselijke voorsigtigheijd geborgen en binnen de staat getrokken sijn, oordeel ik vedwng dat den stap dien ik gedaan heb om van sagvas herw:s te komen niet aan een prre vreze die mij zoude onderkropen hebben kan werden toegeschreeven maar veel eer aan ware denkbeelden van een en pligt die mij bezielden om allen halven werkzaam te zijn ter bevordering van het interest van mijne Heeren en Meesters en behou„ dingen redding van het geen aan mijns zorge toevertrouwt was Behaagt het/ uwel Ed: agtb: nogthans dat ik weder derw=s ga„ Ik ben daar toe bereidt, en neeme zelfs aan de schilders met alle de te Madras afgegevene chitzen op Sadras te doen komen en daar dat werk zo wel als dat van Inzaam /: de lijwaaten te koedeloer geverft, gebleekt, en opgemaakt zijnde, als zulx tegenwoordig door het verloopen der werklieden, te sa„ dras niet kunnende geschieden:/ voorttezetten, dog verzoeke teffens dat buijten alle verantwoording mag geacht worden, indien bij eenig onverwagt in val van ruijters of vals alarm D: E: Comp:s schade mogte komen te leijden — In vertrouwen dat deeze Iustificatie door uw Ed: agtb: zullen werden aangemerkt als de veelfte, die ik belangende het weezentlijkste vande zaak zal kunnen aanbieden heb ik de Eere met diepste veneratie te zijn /:onder„ stond:/ wel Edele agtbaare Heer, en Heeren, uwel Ed: agtb: onderdanige en zeer gehoorzaame Dienaar /:was„ geteekend:/ I: D: Simons /:in margine:/ Palliacatta Den 28. augustus anno 1790. — den niet teegen staande en Romtom, detachemten met geschut 11 a welkers aandagtige resumptie en geremarqueerde contradictie deliberatie, den Raad remarqueerde, dat die verantwoording direct contradiceerd met het opperhoofds voorige schrijvens van den 21. Iulij laastleeden waar bij denzelven op het gedaan verzoek vervolg verzoek der Kooplieden en Inwoonders van dat Comptoir, om die plaats ten minsten met 25. â 30 sapaaijs te ondersteunen, onder welkers aan„ voering zij geneijt waaren de wapenen hen /:waar meede men het van hier hadt willen begunstigen:/ op te neemen, en zig te verdee„ digen leegen de swervende parthijen voovers, dog zonder zodanig eenen bijstand en rugsteuw zij verklaarden niets te kunnen uijtvoeren heeft aangemerkt, dat wanneer hij een klijke assistentie van Krijgs volk /: bij ge„ staan zoo wel doon gewaapende Inwoon„ ders als Pions:/ hadt hij dan met meer der gerustheijd, dan anders zig daar zoude Laatsten Augs kunnen 1790 357. kunnen ophouden en dus voorkoomen dat die plaats niet geheel en al ontvolkt raakte, want zeijde hij wij„ dens verwijdert hij van daar dan was hij verzee„ kerd dat alles dan uijtwijken zoude, en nader„ hand veel moeijte, arbeijd en kosten veroorzaan ken zouden om de inwoonders en werkwelk vervolg. /:inzonderheijd de blaauwe venwers, wasschers en kloppers, die hij met zeer veel moeijte Pondicherij en Coedeloen derwaarts. van gelekt haelt:/ te doen te rug keeren, dog wan„ neer hij een klijne bedakking hadt, hij daar het uijttreste zoude kunnen afwagten, te weeten wanneer het te doen was om zig teegens klijne parthij en voortroupen te verdeedigen Etc: Dan 241 Den dndt 1e Augj 1730
English
was sent. Whereupon the Council, based upon that emphatic assurance given by the repeatedly mentioned Chief Simons at the time, had also directly resolved, in order to accommodate him and the merchants and inhabitants of Sadraspatnam, to detach further thither a commando of 1 Sepoy sergeant, 2 corporals, and 24 Sepoys, with a European quartermaster, and this in the expectation that he would fulfill his promise made by protecting the factory and reassuring the inhabitants, whereas now the contrary thereof has become apparent through his premature abandonment of his post, leaving behind the aforesaid detachment of Sepoys, etc. And from the last of March 1790. 359. Resolution to express displeasure to him regarding the premature retreat. and retreating by sea to Madras and subsequently to this place, the more so since the cavalry of Tipu Sultan have not shown themselves near or outside Sadraspatnam, much less invaded the village itself. Therefore, for the reasons mentioned, since Chief Simons, as aforesaid, was so premature in abandoning his post, it has been approved and agreed not only to make known to him by extract of this the displeasure of this Council thereat, but also to order him to return forthwith to his chiefdom, and if dire necessity should arise, to withdraw then with the Company's servants stationed there and the detachment of Sepoys, etc. The 1st of August 1790. 168b. What then to observe. To send over promptly what has been processed at Cuddalore. And to note that the Schildpad has discharged its cargo on shore. etc., leaving behind, however, two peons and the flag watchman, the latter of whom, in the event of an unexpected invasion by the cavalry, shall haul down the flag and retreat hither by the chartered chelingue, or find a place of refuge, since it is judged to be his absolute duty to maintain possession of that factory for as long as possible. To order furthermore the repeatedly mentioned Chief Simons to send hither, after completion, the Company's linens and chintzes which he sent to Cuddalore for processing and delivered to the painters at Madras, in order to be sorted and packed here. With the further notation that the merchandise and other effects of the Honorable Company from Sadraspatnam The last of August 1790. from Witsen 361. Dismissal of 2 assistants on account of illness. have been duly discharged here from the boat De Schildpad. The assistants Pieter Willem van Someren van Vrijenes and Gozewijn Christiaan Pietersz having requested by petition to be discharged from the Company's service on account of their sickly condition, whereby they were unable to attend to the service of the Honorable Company as required, it has been approved and agreed to condescend thereto, and to write off their wages at the end of this month. Thus done and resolved in Castle Geldria at Paliacatta on the date aforesaid. Signed: as before. Wednesday 1790. Receipt via Ceylon of 2 mail packets from the Netherlands and one from the Cape. Promised mail. Wednesday, 1 September 1790, at half past six in the evening. Council of Policy. All Present. Having received here from Colombo, under cover of letters from those ministers of 5 August last, two mail packets brought thither by the ship De Gouverneur Generaal Mossel from the Netherlands for this Coast, and a private small letter box via the same from the Cape of Good Hope, besides a packet and a small box from the Netherlands with private letters, which latter, however, owing to their size, could not be sent overland from Colombo to Jaffanapatnam, the same will, according to the aforesaid writing of the Government of Ceylon, be delivered hither by sea from Trincomalee. After opening the aforesaid European packets, there were found in the first a letter written by the Most Noble, Most Respected Gentlemen Seventeen from Amsterdam on 3 December 1789 to this Government, accompanying the extract from their letter sent on the very same date to Their Right Nobles, the Noble High Indian Government, and of the extract from their general letter to the said High Indian Government dated 9 November To keep. of the past year; and in the second, the extract from the demand of returns from the Indies for the year 1791, as well as such other papers as are noted in the registers received therewith, Note of that receipt. of the receipt of which it was thought fit to keep a record hereby. Thus done and resolved in Castle Geldria at Paliacatta on the date aforesaid. Signed: as before. Thursday, 1 September 1790. 365. Committee regarding the arrival of the vessel of Byland. Thursday, 9 September 1790, at nine o'clock in the morning. Council of Policy. All Present. The Lord Governor informed the members that he had expressly called them together to deliberate on the contents of the letter received yesterday by tappal from the commissioners at Jagannathpur dated 30 August last, in which they gave notice of the arrival there in the roads of the vessel of the merchant Willem Hendrik van Bijland, named Le Diable.
Dutch transcription
sonden was waar op den kendeschntngen an waatemaal den Raad op die gesaane nadruk„ kelijke verzeekering door meenmelde oppen„ hoofd simens des tijds, ook direct geresolveerd hadlt, om ter te gemoed koming van hem en de kooplieden den en Jnwoonders van sadrass=m naderwaarts te detacheeren, een commando van 1. Sipccaijse sergeant 2. Korporaals en „ Europeese 24: Sipaaijs, met een wilmeester en zulks in verwagting dat hij aan zijn gedaan belofte zoude voldoen, door het Comptoir te beschermen, en de inwoonders in gerustheijt te stellen, tans het teegendeel daer van gebleeken is door zijne voor„ baarige verlaating van zijn post, met agter„ laating van het voorsz: detachement sipaijs E: en Van Laatsten Matr 17 359. besluijt hem weeg=s 't voorbaarig geedring ongenoegen te betuijgen. en retineering over zee na Madras en ver„ volgens ter deeker plaatze te meer daar de reijtens van Tipoe dulthan zig omtrendt, of buijten sadvas niet hebben laaten zien, veel min in het dorp zelve zijn ingevallen. — Doo is om reeden gemelde opperhoofd Simons, gelijk voor zegd, zoo voorbaarig is geweest om zijn post te verlaaten goedtgevonden en ver„ staan, denzelven bij Extract deezes niet alleen het ongenoegen deezes Raadts daar over te ken„ nen te geeven, maar ook hem te gelasten, om en tegelasten diret waaar derwv=s te gaan zig ten eersten weeder na zijn opperhoofdij te be„ geeven, en als de nood aan de man mogte en hoe zij nood op te trekken koomen, zig dan met 'sComp:s aldaar bescheijden zijnde dienaaren, en het detachem en't spaaijs etca Den Eetsten Augs 1750. 168b: wat dan in agt te neemen. water van Coddeloer nagedaen werk spoelig over te zenden. en te noteeren dat de schild pad zijn laing wal had uijt gekoerde &:/: met agterlating egter van twee pions en de vlaggewagter „ welke laaste bij eene onverhoopte in vasie der Ruijtens de vlag zal dienen bij te maaken per de in huurge„ nomene Chialeng herwaarts te relireeren, of een gold wat zijn absolute pligt is heen koomen te zoeken, alzo men oordeeld, het zijn pligt te zijn, om de pocessie van dat Comptoir zo bang te maintineeren als mogelijk is te orfonneeren nog ' omp:s lijk Ein voorts meer gerapte opperhoofd Simons nogte gelasten, om de Comp:s lijwaaten en Chitzen die hij ter vergadering na Coedeloer gezonden, en aan de schilders op Madras heeft afgegeeven na dies effectueering dit heen te zenden, ten eijnde al„ hier gesorteerd en g'embaleerd te worden. — Inder verdere notitie, dat de Coopmanschappen en andere effecten van D': E: Comp:e van Sadraspatram Den Laatsten Aug„s uijt Witsen 361. demissie van 2 adsistenten mitsziekte. uijt de Boodt De Schilpad, alhier behoorlijk uijt„ geleverd zijn De assistenten Pieter willem van Somenen van vrijenes en Gozewijn Christiaan Pietersz bij requeste verzoek gedaan hebbende, om mits 1 hunne ziekelijk en toestand waardoor zij niet in staat waren om de dienst van D: E: Comp: na behooren waar teneemen uijt sComp:s dienst te werden ontslagen zo is goedgevonden en ver„ staan daar inne te Conttescendeeren, en hunne gagien met ult=o deezer maand te laaten afschrijven. Aldus Gedaan en Gearresteerd in 't Cas„ teel Geldria te Palliacatta dato voorsz: /:ge„ teekend:/ als vooren Woensdag 1790. receptie over caijlon van 2. brief bakken uijt deter lan en een van de Caab zeel beloofel Woensdag Den 1: September 1790 Savonds om half Zeven uuren Politie Vergadering van Alle Present Deeden alhier van Polombo ondergeleijde bette„ ven dier Ministers van den 5. aug:s Iongstleeden ontvangen zijnde, twee brieve pakketten per het schip De Gouverneur Generaal Mossel uijt Ne„ derland voor deeze Custe aldaar aangebragt, en een een particulien brieve Casje over dito van de Caab de goede Hoop, nevens een pa„ ketje en een kasje uijt Nederland met parti„ culie brieven, dog welke laaste mits de grootheijd niet van Colombo overland na Jaffanapatnam hebbende 363. September 1790. bakketen. hebbende kunnen worden verzonden, zal het zel„ ve ingevolge voormolde schrijvens der Ceijlonse Re„ geeving over zee van Trinconomale dit heen besorpd worden. Nagedaane opening van voorsz: Euro„ Jnhoude van de Nederlandsche pasche pakketten wierden in het eerste bevonden een Missive door de Hoog Edele Hoog agtb: Heeren Zeventhienen uijt Amsterdam den 3. December 1789. aan deeze Regeering geschree„ ven, ten geleijde van hiet Extract uijt Hoogst der zelver brief op even gemelde datum aan Haar Hoog Edelheeden de Edele Hooge Indiasche Re„ geeving afgezonden, en van het Extract uijt Hoogst derzelver generaalen brief aan wel melde Hoog Indiasche Regeering gedatteerd 9. No„ vember te houden. vember des gepasseerden Iaars, en in het tweede Extract teijt den Eijsch van velhouwen uijt Indie voor den Iaare 1791. mitsg=s zodanige andere papieren als bij de daar nevens ontvangene Registers genoteerd staan, aanteekening vandieke ontfangt van welkers receptie men goed vond bij deesen aanteekening te houden. Aldus Gedaan en gearres teerd in 't Casteel Geldria te Pallia„ te ƒ „ catta dato voorsz: /:geteekend:/ als vooren Donderdag Den 1. September 1790. 365. commitses ode vaande og e van ijlanels vaan thuijg Donderdag Den 9. ' September 1740. Smorgens te negen uuren ƒ Vergadering van Politie Alle Present E Den Heer Gezaghebber maakte aan de leeden bekend, dat hun expresselijk bij een ge„ roepen hadt, om te delibereeren over den in„ houd van de opgisteren per tappal ontvange„ ne brief den gecommitteerdens te Iagger naijk: de dato 30: aug:s J:o leeten waar bij zij ken„ „nisse gaven van de arrive aldaar ter rheede van het vaartuijg van den Koopman wil„ lem Hendrik van Bijland Le Diable genaamd
English
then four peCopela roads to keep as such hidden and the two aforementioned, namely, and will itself by the steersman and seven sailors had had taken into custody until they regarding this order shall have obtained from this Government. Resolution thereon it has been approved and agreed by a unanimity of votes to charge the said commissioners to cause the aforesaid vessel of the merchant Van Bijland to be brought into the river there, and to discharge the crew appointed thereto, except for two men who shall have to watch over it, but if upon the receipt of this order that small keel cannot well be brought into the river of Iaggernaijkp:, then to let it lie on the roads there as it was presently manned, 9 September 1790. 367. September 1790. 3: the same post receiver until it can possibly be brought into the river, where it shall have to remain arrested until the further order of this Council. Thus done and resolved in the Castle Geldria at Palliacatta on the date aforesaid. signed as before Wednesday 22 September 1790 In the morning at nine o'clock Meeting of the Political Council All Present The day before yesterday from Colombo, alongside the ministers' accompanying letters of 11 August last, the duplicate dispatch of the Right Honorable High Respected Lords Seventeen of 3 December of the past year having been received here, brought thither by the ship De Unie, together with such annexes as stand mentioned in the register annexed thereto, it was resolved to take note of its receipt. Subsequently was produced by the Governor a receipt of the paid interest monies to the amount of f: 63000. –. to the Armenian merchant at Madraspatnam Schamier Sulthan, for the most recently closed financial year 1789/90, of which it is likewise resolved hereby to keep note, 22 September 1790 369. 22 September 1790. and furthermore to charge that amount, according to the order of the Indian Capital Batavia, to its account. Furthermore, it was resolved to set the sailing day of the ship Horsen to Batavia for the 15th of October next. Miss Adrianna Petronella Wierman, widow of the late Junior Merchant, Mint Master, and Purveyor here Pieter Willem Geeke, having made a request by petition to permit her to depart for Jaffanapatnam to her family, etc. Insertion of the petition The said petition reading as follows: 22 September 1790. To the Right Honorable, Highly Esteemed, High- Commanding Lord Nicolaas Tadama, Governor and Director of the Coast of Coromandel and its dependencies on behalf of the Netherlands East India Company, together with the Honorable Members of the Political Council. Right Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord, and Honorable Lords. Adrianna Petronella Wierman, widow of the late Pieter Willem Geeke, in his lifetime having been Mint Master and Purveyor of this Capital, your Right Honorable's humble servant, hereby takes the humble liberty most urgently and respectfully to petition your High Honors, that, whereas sad fate has not only willed to deprive her and her two minor sons studying in Europe of their support and assistance in the loss of her said husband, but moreover to cause them to experience the most affecting and deplorable state and situation, namely to see themselves plunged into an insolvency of the estate. Wherefore, by commissioners ordered by your Right Honors, all that was left to her and was in her possession was inventoried, seized, and attached for and on behalf of the Honorable Company, and she is now without any means or income to be able to subsist or to provide for her life's necessities, both for herself and her unfortunate children, which grievance is for her and the unfortunate participants not the least but the most distressing, because her said husband having had the honor to constitute a fellow member of your Right Honorable's revered assembly, they always previously were able to subsist somewhat with him without want, may it most generously please your Right Honors, as fathers of the fatherland and thus of widows and orphans, as well as all poor people deserving true compassion, among whom the humble petitioner together with her two children flatters herself that she may also place herself with all right and claim.
Dutch transcription
dan vier peCopela rheede tan zooanig versteekend te houden en de 2 egemetende genamd en zul zijhitzlve doorden besteliman en zeven mattroozen hadden laaten in be„ ƒ waaring neemen tot dat zij dier weegens ordre deezen Regeering zullen hebben erlangd.— beslijt het zelat kendern Doo is met een paarigheijd van stemmen goedgevonden en verstaan, gemelde gecommit„ teerdens te gelasten om voorsz: vaartuijg van den Koopman van Bijland in de revier al„ daar te doen brengen, en het daar op be„ scheijden volk, op twee man na die op het zelve zullen moeten passen aftedanken, dog indien dat kieltje op den ontvangst deezer ordre niet wel in de revier van Iagger naijkp: kan gebragt worden als dan het zelve zoelanig als tans bemand was, op de rheede Den 9. September 1790. aldaar 367. ember 170 3: Ien d=o p:s ontf:r aldaar te laaten leggen, tot dat het zelve met mogelijkheijd in de revier zal kunnen gebragt ƒ worden alwaar het tot de nadere ordre deezes Raads zal moeten gearresteerd blijven. Aldus Gedaan en Gearresteerd in 't Casteel Geldria te Palliacatta dato voorsz: /:geteekend:/ als vooren Woensdag Den 2:' September 1790 Smorgens te negen uuren E Vergadering van Politie Alle Present Eergisteren van colombo nevens der auuf: aurpase Crief van dan Ministers geleijde letteren van den 11. aug:s Jorg leeden e o e an seala voor 17 80 Conpstleeden alhier ontvangen zijnde de dupplicaat missive der Hoog Edele Hoog agtb: Heeren Zeventhienen van den 3. December A:o passato per het schip de unie aldaar aangebragt, nevens zoodanige bijlaagen als bij het daar nevens a57 gevoegd geweest zijnde Register vermeld steaan zo is verstaan van dies ontvangst notitie te houden Vervolgens wierd door den Heer Gezaigheb„ ber geproduceerd, een quitantie van de afbe„ taalde intrest penningen ten bedraagen van f: 63000. –. aan den Armeenische Koopman te Madraspatnam Schamier Sulthan, voor het Jongst afgelegde boekjaar 178 6/90. waar van almeede verstaan is bij deezen aanteekening Den 22 September 1750 ten 369. Den 22. Neptember 1790. kenarij besluijt zulx batavia aan te vee„ quest om na Jaffanap:m te moogen vertrekken te houden, en voorts dat montant na de ordre de Indiasche Hoofdplaatsze Batavia ten „laste te brengen. Wijders wierd verstaan om den zeijldag zijdog nan hoo en bespaelk of den 18„' 8ber: van het schip Horsen na Batavia te be„ paalen op den 15. october aanstaande Door Mejjuffrouw Adrianna De„ de wet: Gieeke versoekt bij nen„ tronella wierman, weduwe wijlen een onder koopman, Muntmeester en Dispencier alhier Pieter willem Geeke bij requeste verzoek gedaan zijnde om haar te permitteeren na Iaffanapatnam tot haare fa„ milie te mogen vertrekken etc: luijdenden Insentie van 't zupplicq luijdende gemeld request aldus. den 22. September 1790. Aan den wel Edele Groot agtbare Hoog gebiedende Heer Nicolaas Tadama Gouverneur en Directeur der Custe Corman„ „ o: I: Comp:, del en dies onderhoorigheden de Nederl: „ incumberen„ de, beneffens D: E:s leeden van den Politicquen Raad. Wel Edele groot Agtbare Hoog Gebie„ dende Heer, en E: Heeren. Adriaana Petronella wierman, weduwe wijlen, Pieter willem geeke, in sijn leven geweest zijnde Muntmeester en dispen„ cier dezes Hoofdplaats uwer wel Edele groot agtb: ootmoe„ dige dienaresse gebruijkt mits deezen de nedrige vrij„ heijd Hoogst dezelve instandigts en Eerbiedigst te versoeken om, nadien het droevig nood tot niet alleen gewild heeft haar en hare 2. onmondige Zoontje in Europa ter sudie leggende hun, hunnen steun en onderstand te doen missen in't verliesen van haar gem: man maar ook boven diente doen ondervinden, de aller treffenste ende plorabelste staat en situatie, te weten sig in een insolventie des boedels ge„ stort te sien. — Welhalven door uwel Ed: groot Agtb: gelast sijnde Commis„ sarissen, al wat haar Nagebleeven en beijwas, voor en van wegen D: E: Comp: g'inventarisseerd, in beslag genomen en genadert is, en tans buijten eenig vermoogen of inkomen van te kunnen bestaan of in haar levens behoef te voorsien so voor haar Eijge als ongelukkige kinderen verseerd welke grieving voor haar en rampzalige participanten niet de„ geringste maar aller penibelts is uijthoofde hare /:z:/ Mandog d' Eere gehad hebbende een mede lid uwer wel Edele groot agtb: ge„ ventreerde vergadering uijt te maaken, sij steeds eenigsints bevorens met hem zonder gebrek hebben moogen subsiste„ ven 't uwel Edel groot agtb: als vanderen des vaderlands en dus door der weduwen en wezen mitsg=s alle ware mee„ delijde verdienende armen, onder welke de Nedrige Supp=t beneffens hare 2 kinderen sig vleijd zij meede met alle voor zegt en vegt te moogen stellen Edelmoedigst mag behagen
English
371. 22. September 1790. pleased to permit her to return to Jaffanapatnam to her family, in order to experience whether the All-Sufficient One will mercifully grant her a way out of her poverty, need, and distress: while whether she is present or not at this place cannot serve in any way for the numerous creditors who might claim rights to the estate; as the petitioner is entirely inexperienced and ignorant regarding all the management of her late husband's affairs and matters, and the proceeds of the estate being neither in whole nor in part sufficient, according to examination, to contribute to any redress, of all which aforementioned and related matters the truth of the allegation is well known to Your Right Honourable, wherefore the humble petitioner furthermore respectfully requests Your Right Honourable that, in the event of a surplus of what the Honourable Company claims from the said estate, which she hopes will now be found since Their High Mightinesses in Batavia have generously deigned to condescend to the moderated ledger account proposed by Your Right Honourable on Their High Mightinesses' said order in favour of the Honourable Mr. J. D. Simon and the petitioner's late husband, the same may be ceded to whoever has preference according to law, in the presence and attendance of the petitioner's general attorneys authorised and qualified by deed for the petitioner's proceedings and matters, and that in the aforementioned case, the transferee of whatever may then remain, in the interest of his principal's own concern as well as that of the petitioner, may obtain permission to effectuate, by precautionary means, the sale thereof or of the small jewels and silverware, only a few of which still remain, in a populous place and in such areas where they may fetch somewhat better sales than here; as, it is said, the princes and grandees on the Malabar recently bought and paid for set, finished jewels generously with half capital. — Your Right Honourable, by showing this act of generosity and justice, will bind in eternal gratitude and encourage the petitioner, a widow sighing in grief, and her poor orphan children, worthy of mercy and compassion. in the margin: Palliacatta the 20th of September 1790. Which having already shipped some of her chests and cupboards etc. Which petition having been read, it was remarked by the Council that, although after the death of the petitioner's aforementioned husband his estate was seized, inventoried, and since partly converted into money by public auction for the arrears that the said deceased still had to account for to the Honourable Company for several items charged to his account from Ceylon to here, and besides this, the same was still indebted to the Orphan Chamber and Diaconate funds upon his death, and the Council has now understood from various quarters that the petitioner has already shipped from here into a private thonij lying in the roads some chests, cupboards, etc. What reflections made upon this The 22nd of September 1790. Now, whereas the Council furthermore remarked 373. 1790. September not had done. to have the shipped goods unloaded that regarding this premature shipment of her goods some reflections ought to be made, to prevent all suspicions whether the petitioner might not at times have withheld something of value, the more so since in such a case the estate being practicable she has not yet sworn the estate oath regarding the honest statement of her husband's estate: so it is after deliberation approved and agreed, before any consideration shall be given to her aforesaid request, to mandate the Council of Justice here by extract hereof to cause the aforesaid goods shipped in a private thonij in these Roads to be unloaded again, and to have the same inspected by a Commission. order to the Council of Justice. and to have them visited by a Commission. at his request discharged from the service. — 2: —. —. sal: Chrystalli Tartari 3: —. —. „ glauber — 2. —. Mercqur: dulc: — 1. —. „ praecipit: rubr: 2. —. —. lithargij Aur: 2. —. —. Rad: Rhei 1. — — d:o Jalapp: —. 12. —. d:o Ipecacoanha 4. —. —. Cort: Peruvian: 2. —. —. Herb: Althaeae 2. —. —. flor: camomill: 2. —. —. „ Sambuc: — 8. —. spirit: sal: Armoniac: 1. —. —. „ Nitr: dulcis —. 8. —. „ vitriol: 1. — —. Elixir proprietat: 2. —. —. „ Salutis 2. — —. sapon: venet: 4. —: —: aqua Cinnamom: 2: p:s guinees bleaked Palliacatta the 15th of September 1790 was signed: Eldert van Santen. the Bookkeeper Baelen on [illegible] discharged The Bookkeeper Matthias Hendrik [illegible], having submitted a request by petition to be discharged from the Company's service on account of his sickly condition and inability The 22nd of September 1790. to 377. to perform his duties properly, retaining his rank, but with suspension of salary, it was agreed to grant that request, and consequently to have his salary written off as of today's date. Thereupon served a report of information from the Fiscal of this Head Settlement, Broevius Brouwer, who together with the appointed Judicial Council members, the Junior Merchant Canten Visscher and Bookkeeper Luijken, by order of the Deputy Authority in the Company's trade warehouses here, compared the standard weight of 50 lb. brought from Batavia by the ship Horssen of this year against the standard weight that the said Fiscal report of information of the standard weight of 50 lb. brought from Batavia against that of Ceylon
Dutch transcription
371. 22. September 140. behagen, haar te permitteeren na Iaffanapatnam tot haare Familie te keeren, ten eijnde, t Ervaren of den Algenoegzame haar aldaar een uijtweg in haar armoede, nood en druk genadig„ lijk wil doen ontmoeten en ondervinden: Terwijl schoon Wij al of niet present is ter deser plaatse van geen niet kan strek„ ken, voor de meenigvuldige Crediteuren, die regt op den boedel zouden kunnen pretendeeren: als sijnde de supp=te ten eene„ maal onervaaren en onwetende omtrent alle de bestieringen harer /:2:/ Manaffaires, en zaken en in't geheel nog ten delen, 't provenue des Boedels toerijkende volg=s Examinatie om daan in een redres te contribueren, van welk alle voor enstaande, en een en andere uwel Ed: groot agtb: te weldEgtheijd des Aleguatie bekend sij, weshalven de nedrige suppp:t ook wij ders uwel Ed: groot agtb: aankondende verzoekt, dat bij overschot van 't geen D E: Comp: uijt gesegde boedel Compo„ teerd dat sij hoopt dat nu zal gevonden worden ver„ mits haar Hoog Edelheedens te Batavia genereurelijk hebben behraagd te Condescendeeren in de geme diocrideerde leger reek: door uwel Edele groot agtb: geproponeerd op Haare Hoog Edelheedens gezegd bevel, in faveure D: E: Heer I: D: Simon, en der supp=t /:Z:/ Man 't zelve mag wor„ den gecedeert aan den volgens regten preferentie hebben de, ten overstaan en ter presentie van des supp:t generale gemagtigdens bij acte. tot de supp=t verrigtingen en zaken g'authoriseerd en gequalificeerd, en dat in Zoever gem: gesteld geval, den overnemen van 't als dan mogen„ de overschieten ter behartiging van desselfs principale eijgene intrest, als dat der supp=t maglast erlangen, door ge„ precantioneerde middelen 't Effectueeren, dat de aande man brenging daar van of van de Iuweelstjes en zilver wer„ ken alleen eenige nog maar daar van bverig sijnde, geschie„ de, ter volkrijke plaatze, en zulke oordee daar die eenig. sints beeter verdebitering dan hier geven; als gelijk men zegt, de vorsten en grooten op de Mallebaar, nog Hortelings de gesette afgemaakte Juweelen ruijm met een half Capit: hebben ingekogt en betaald. — uwel Ed: groot agtb: zal door deze te bewijsene daad van Edelmoedig- en Regtvaardigheid tot Euwige dankbaar„ heijd verpligten en aansporende in kommer sugtende supp=t weduwe en hare medogends- en - Medeleijdens waardige arme kinderen weezen /:in margine:/ Pal„ liacatsa den 20. September 1790. Welk ƒ ten scheules reedtst van haar kisten en kasten all:a afscheese tiende tj werden ge„ maat memenede s gti atergee welk suipliceg opgeloesen zijnte wierd bij den Rraad geremarqueerd dat, of schoon na het overlijden vandes suppliants gem: Man deszelfs nalaatenschap in beslag genomen, geinventariseerd, en zeedert ge„ deeltelijk per publicque vencutie ten gelde ge„ maakt is, voor de agterstallen die gemelde geeke nog aan D' E. Comp: verantwoorden moet wee„ „gens verscheijdene posten ten zijnen laste van Ceijlon na herwaarts aangereekend en buij„ ten dien dezelven nog aan de weeskamer en Die„ conij Cassas, bij zijn overlijden debet gebleevens, en degfschep doorde er ben meen tans van ten zijden verstaan heeft, dat zij suppliante reets van hier in een op de rheede leggende particuliere thonij heeft afgescheept een„ ge kisten kassen etc: wat neflectienr uijt deesen Dan nademaal den Raad al verder remar„ Den 22. September 1740. queerde 373. 1790. ber niet gedaan had. het afgescheepte te doen ondtlossen queerde dat omtrend dies vroegtijdige afscheeping haarer goederen wel eenige refflectien dienden te wenten gemaakt, tot voorkoming van alle susfpicien, of zij suppliante niet zomtijds het een of ander van waardij mogte agter gehou„ den hebben, te meer zijden in zulk een gevaltan ij nog den boedel laer parficabel zijvise boodel eed weegens de zuijvere opgave haarer mans nalaatenschap nog niet heeft gepresteerd: zoo is na deliberatie goed ge„ last an ten raad van Justicia„ vonden en verstaan, voor en al eer men eeni„ ge reflectie op haare voor sollicitatie zal slaan den Raad van Iustitie alhier bij Extract deezes te demancteeren om de voorsz: afgescheepte goederen in een particuliere thonij op deeze Rheede, weeder te doen ontlossen, en dezel, endoor een Commisse telaaten visiteeren ve op zijn verzoek uijt den dienst ontlaagen. — 2: —. —. sal: Christallor Toertor 3: —. —. „ glanber — 2. —. Mercqur dulc: — 1. —. „ praccipit rabv: 2. —. —. lithargijn Aur: 2. —. —. Rad Rhic 1. — — d:o Ialapp —. 12. —. d:o spicacoana 4. —. —. Cort: Perudian 2. —. —. Nerb: Althacre 2. —. —. flor camomill 2. —. —. „ Sambac — 8. —. spirt sal Armorial 1. —. —. „ Nitv: dulci —. 8. —. „ vitviol 1. — —. Eligis proprictal 2. —. —. „ Salatus 2. — —. sapor: vinit 4. —: —: aqua Cirnamom 2: p:s guineesen gebleekt Palliacatta Den 15. September 1790 /:was„ geteekend:/ Eldert van Santen. den boekh: baelen op Leetrat Den Boekhouder Matthias Hendrik salder bij request versoek gedaan heb„ bende, om hem uijt hoofde van zijn ziekelijken toestand en onvermogen Den 22. September 1798 om ƒ 377. bek: lingen matie van 't van Batavia aan„ gebragte stand gewigt van 50. lb: steeg:s dat van sien om zijn dienst na behooren te presteeren, behou„ den qualiteijt, dog met stilstand van gagie uijt 'sComp:s dienst te ontslaan, zoo is verstaan in dat versoek te bewilligen, en mits dien zijn gagie te laaten afschrijven met den dag van heeden. Dier nadiende een Rapport van den fiscaal diend rapport van Jnfor„ deezer Hoofdplaatse Broevius Brouwer wiens nevens de gecommitteerde Iustitieele Raads leeden den onderkoopman Canten vis„ scher en Boekhouder Luijken op ordre van den Naer gezaghebber in 'sComp:s negotie Pakhuijsen alhier geconfronteerd hebben, het van Batavia per het schip Horsendeeken Jaars aangebragte stand gewigt van 50. lb: tegens het standgewigt dat gemelden fis„ Caal
English
insertion of the same which the Fiscaal has in his keeping, the said report reading as follows: To the Right Honorable Nicolaas Sadama, Senior Merchant and Commander of the Coromandel Government with the dependency thereof. Right Honorable and Commanding Sir, The respectful undersigned, pursuant to Your Right Honorable's highly respected order, proceeded to the Company's warehouses here, together with the two commissioned members from the Honorable Council of Justice of this Castle, the Honorable Jacobus Timon Cantervisscher and Jan Willem Luijken, and there confronted the 50 lb. standard weight brought over this year from Batavia per the ship Horsen against the standard weight which the undersigned has in his custody, and found that the fifty-pound weight brought from Batavia is 1 7/32 ounces lighter than the standard weight held by the undersigned, against which all weights in the Company's warehouses, equipage, dispensary, and mint are compared, equalized, and calibrated. And whereas this discrepancy may cause a considerable deficit on a large number of pounds upon the delivery of the cargo, the undersigned therefore requests that it may please Your Right Honorable to appoint a committee to confront his weights against the gold weight that turns out accurate, in order to prevent all future confusion and errors in the weights. He has the honor to subscribe himself with all respect and awe. Below stood: Right Honorable and Commanding Sir, Your Right Honorable's humble servant. Was signed: B. Brouwer. In the margin: Palliacatta, 11 September 1790. Lower: In our presence. Signed: J. T. Cantervisscher and J. W. Luijken. After the reading of which, the Council noted that the said Fiscaal and commissioned judicial members declared thereby that they had found the aforesaid fifty-pound weight brought from Batavia to be 1 7/32 ounces lighter than the 50 lb. standard weight resting with the Fiscaal; the said officer, the Fiscaal, consequently requesting that it might please this Council to appoint a committee to confront his weights against the gold weight that turned out accurate, in order to prevent all future confusion and errors in the weights. Thus, after deliberation, it was resolved and decided to condescend to the request of the Fiscaal Brouwer aforesaid, and accordingly to instruct the Council of Justice here, by extract hereof, to commission two members from their Council to examine and confront the sample weight received from Batavia against the gold weight present here in the mint, and this in the presence of the Assayer De Vries. A report having been received from the special commissioners, the Bookkeepers Jacobus van Tessel and Jan Willem Luijken, who, in the presence of the Second Lieutenant of the ship Horsen, Jan Christiaan Clemens, caused to be opened a chest which was received here among others of the Frontignac wines brought from Batavia per the aforesaid vessel, and found therein 44 bottles of spoiled red wine and 46 empty bottles without corks, which apparently must have been shipped at Batavia mistakenly for Frontignac wine; which chest they immediately caused to be repacked in the presence of the ship's officers, sealed with the Company's seal, and, pursuant to the order of the Commander, delivered to the Captain of the aforesaid ship, of which it is resolved to keep this record. The Hanoverian Sergeant Hendrik Adolph Huijer, recently engaged in our service as a soldier, having made a request to be permitted, in accordance with the promise made upon his engagement, to depart for Batavia with the ship Horsen, we have not been able to grant this request, as this man, being very knowledgeable in service matters, could not well be spared, performing sergeant's duty, conducting the drills for the sepoys, and commanding the detachment at Sadras, where he, according to the measure of his forces, made such dispositions for the defense that he was able to carry away the approval of the Right Honorable Commissioners during their presence there; and on that account, in hopes of Their High Mightinesses' favorable approval, it is resolved, in order to compel this man to stay, to promote him to sergeant with the pay of ƒ 20 per month, under a new contract of five years starting today. Lastly, the person of Anthonis Smith of Weissenzee, who came over here from the Danes at Tranquebar, was at his request admitted into the Company's service as a soldier, with a monthly pay of twelve guilders under a contract of three years, starting on the 17th of this month when he arrived here. Thus done and resolved in Castle Geldria at Palliacatta, date aforesaid. Signed: as before. Friday
Dutch transcription
jnsertie van 't zelve Caal onder zijne bewaaring heeft luijdende gemelde Rap„ port aldus Aan den welEdelen Agtb: Heer Nicolaas Sadama opperkoopman en gezaghebber van het Cormandels Gouvernement met den Resorte van dien. WelEdele Agtbaare, en Gebiedende Den eerbiedigen teekenaar heeft zig ingevolge uwel Edele Agtbaare zeer gerespecteerde ordre in 'sComp:s Pakhuijsen alhier, nevens de twee gecommitteerde leeden uijt agtb: Raad van Iustitie deezes Casteels de E=s Iacobus Timon Can„ tervisschen, en Ian willem Luijken vervoegd en aldaar het van Batavia per het schip Horsen in deezen Iaare meede gebragte standgewigt van 50. lb: geconfronteerd tee„ gen het stand gewigt dat teekenaar onder zijne bewaaring heeft en bevonden dat het van Batavia aangebragte vijftig„ ponds gewigt 1 7/32. - oncen ligten is dan het onder den Tekenaar zijnde stand gewigt, waar meede alle gewigten zo in 'sComp:s Pakhuijsen Equipage Dispens en munt worden geconfron„ teerd en equaal gemaakt, mitsgaders geeijkt En dewijl dit different op een groot getal Ponden Een aanzienlijke minderheijd bij de uijtteevering der la„ ding kan veroorzaaken, soo verzoekt dan seeke naar dat het uwel Ed: agtb: mag behaag in een Commissie te be„ noemen om zijne gewigten tegen het goud gewigten dat accu„ raat uijtkomt, te konfronteeren, ten eijnde alle verwar„ ringen, en abuijsen in de gewigten voortaan te prevenieren. Hij heeft de een zig met alle eerbied en ontsag te onderteeken /:onderstond:/ wel Ed: agtb: en gebiedende Heer uwel Ed: agtb: - ƒ Heer. 379. den 8ber 1760. eruigten beseondshen gewigt teegens het goud ge„ wig t delefen Confronteeren B: Brouwer /:in margine:/ Palliacatta den 11. Sep: 790. /:lager: ter ons presentie /:geteekend:/ I: S: Cantenvis„ scher, en I: W: Luijken. agtb: onderdanige Dienaar /:was geteekend:/ Sida welkers lectuura den raad remarquen, het aangebragte 17/2 oncen de, dat gem: fiscaal en gecommitteerde Iustitiee„ le leeden daar bij verklaarden, dat zij het voorsz. van Batavia aangebragte vijftig Ponds gewigt 1. 2/32. oncen ligten hadden bevonden dan het onder den fiscaal berustende stand gewigt van 50. lb: verzoekende mits dien gemelden officier de fescal vendoekt zijnstend dat het deeken Raade mogte behaagen een Com„ misse te benoemen, om zijne gewigten tegens het goud gewigt dat accuraat uijtquam te Con„ fronteeren, ten eijnde alle verwarringen en omverwapving voortekomen abuijsen in de gewigten voortaan te preveneeren Soo E daan tol een Commissie te benoemen ten ovorstaan van een bosigien bevinding van de botl: beboen ven roodewijn en 46. ledige bott=s onder de aangebragte veer d coent wijneena last aande Raad van Justie Doo is na deliberatie goedgevonden en verstaan in het voerzoek van den fiscaal Brouwer voornoemd te condescendeeren, en dien volgende den Raad van Iustitie alhier bij Extract deezes te gelasten om twee leeden uijt haaren Raade te Committeeren tot het Examineeren en Confronteeren van het van Batavia ontvangen proef gewigten. tegens het alhier in de munt zijnde goud ge„ wigt, en zulks ten bijweesen van den Es„ saijeur De vries. — Ingekomen zijnde een Rapport van Expresse gecommitteerdens de Boekhouders Iacobus van Tessel, en Ian willem Luijken, dieten bij„ weesen van den sous Luijtenant van het schip Horsen Ian Christiaan Clemens hebben 2 September Ao doen . 381 nder 1790: de kist met de zelve de Capi„ „tain ver zagelit werden afge„ geven bevondenet tot sergiant met ƒ 20.: doen op even een kas welke onder meerdere van Batavia per voorsz: bodem aangebragte vandcoen wijnen, alhier is ontvangen, en daar inne bevonden 44. bottels bedorven roodewijn en 46. ledige bottels zouder kunken, welke apparentelijk abusive voor surancoen wijn te Batavia moeste zijn afgescheept; welke kas zij in presentie der scheeps overheeden imme„ diaat weeder hadden laaten in pakken, met sComp:s zegel verzegeld, en ingevolge de ordre van den Heer gezaghebber aan den Capitain van voorsz: schip Gas afgegeeven waar van ver„ staan is deeze aanteekening te houden. Den Iongst bij ons in dienst voor soldaat Een Jongst aangenomen soldart aangenoome Nanovevaans Sergiant Hendrik adolph se Adolph Huijer, aan zoek gedaan hebbende, om volgens belogte bij sijn Engagement na Batavia met het om welke bij zen dere meeten schip Horsen te mogen vergaan; soo hebben Maij in dit verzoek niet kunnen bewilligen, wijl deezen man zeer kundig in dienst saaken niet wel„ konde missen, doende sergiats dienst leevende de Exercitie aan de Sipaijs en komandeerende het detachement op Sadras, daar den zelve na rato van zijne magt,„ soodanige disposatien ter de„ fentie heeft gemaakt, datde de goedkeuring van de welEdele Gestr: Heeren Commissarissen bij hun aan weeden aldaar hebben moogen wegtraagen, en overzulks is op Hoope van Hunne Hoog„ Edelheeden gunstige aprobatie verstaan, ten eijnde deeze man tot blijven te noodzaaken den zel„ ven te bevorderen tot sergiant met de Den 2 September betelling 383. met ƒ12: „besolding van ƒ 20. per maand, onder een nieuw verband van vijf Jaaren heeden in„ gaande Laastelijk wierd den perzoon van An„ admissie van een zoldaat thonis Smith van Weijzen Zee, van de Deen en gebdaan te Tranquebaare alhier overgekomen op zijn verzoek in 'sComp:s dienst geadmitteerd voor soldaat, met een maandelijxe besoleding van twaalf guldens onder een verband van drie Jaaren, ingaande den 17.' deezer wan„ nar denzelven hier aangekomen is. — Aldus Gedaan en Gearresteerd In't Casteel Geldria te Palliacatta dato voorsz. /:geteekend:/ als vooren. Vrijdag E bir
English
Arrival of the honorable new governor with the Expeditie. September 1790: Friday the 24th Evening meeting of Policy Present The Honorable Nicolaas Sadama, Senior Merchant and outgoing, Jacob Eielbracht, Senior Merchant and incoming Governors of this coast of Coromandel with the jurisdiction thereof, Jacob Samuel de Raeff, the Warehouse Master, Broerius Brouwer, the Fiscal, Fredrik Willem Bloeme, the Invoice Clerk, and Johan Joachim Hasz, the Secretary. Paul Engelbert van Halm, the Honorable Chief Administrator, still being at Jaggernaikpoeram. The Gentleman Governor-elect mentioned at the head hereof having arrived here on the roads today at noon via the packet boat De Expeditie, destined hither from Bengal, and having come ashore with his family in the afternoon at nightfall, having been fetched from on board with the proper ceremonial by the committee members of the council requested thereto, the Warehouse Master De Raeff and Fiscal Brouwer, alongside the widow Hoffenberg and the wife of the aforementioned Honorable Brouwer; it was resolved to note this ceremonial and at the same time that the military and sepoys stood posted in a double rank from the river to the Government House, and upon stepping ashore 15 and upon entering the fort 17 cannon shots were fired, and having been received there by the outgoing Governor and the other members of the assembly, alongside all other Company servants and various inhabitants of this place, and having immediately been introduced into Council, congratulated upon his arrival, and placed at the upper end of the table, on the left hand of his predecessor. Subsequently, a written address was read out by the incoming Governor, serving both to answer the honor shown to His Honor and the compliments made, and to make known his sentiments regarding the state of affairs and the necessity of putting hands to work as soon as possible, in order to improve and bring into good order, if possible, those which require redress; proposing to that end to begin with the deliberations over the letters and enclosures received from the Honorable Supreme Indian Government on the coming Monday, as this and what is further mentioned in that writing can be examined more fully from the content itself, as follows, His Honor requesting the further proposal to be inserted below, reading as follows: Right Honorable Sir and Gentlemen. As much as it affords me the greatest pleasure to be so fortunate as to meet Your Honors in good health, I find myself equally touched and sensible of the honor shown to me, both upon my arrival ashore and with this my ceremonial introduction into the meeting. I express on that account, and for the compliments made to me no less politely and the kind counter-wishes expressed, my utmost obligation. Nothing will cause my pleasure to rise to such a high peak as when it may be granted to me to answer both the trust placed in me by the Honorable Supreme Indian Government and Your Honors' favorable and affectionate sentiments, and fully to convince you of the purity and sincerity of my sentiments; tending toward making myself known and agreeable to Your Honors through resoluteness, unity, and true friendship, especially in accommodating one another in the observation and execution of our duties as obligated.
Dutch transcription
aankomst van den agtb: heer. nieuwe gezaghebber met de Exprecittie. September 1790: Vrijdag Den 24 Savonds vergadering van Politie Present E Agtbaare Heeren D„ dicolaas Sadama, 6: opperkoopman en afgaande Jacob Eielbracht opperkoopman en aankoomende Gezag„ hebbers deezer custe Cormandel met den Resorte van dien Jacob Samuel de Rraeff, Den Pakhuijsmeester Broerius Brouwer; Den fiscaal Fredrik Willem Bloeme, en Den factuur Houder Johan Joachim Hasz: Den Secretaris 7depto Paul Engelbert van Halm Den E: Hoofd administrateur zijnde nogte Iaggernaijkpoeram De Heer g'eligeerd Gezaghebber in Hoofde deezes gemeld, heeden op de middag perde uijt Bengale her„ waarts gedesteneerde paket boot De Expeditie alhier E 385 214. Septmber 1700 alhier tenshelde, en in de namididagj met het vallen van avond, met Desselfsen familie aan land gekoomen, van boord af, met weolbe Cingamonieelaf gehaalde zijnde door de Daartoe verzogte Gecommitteer„ de leeden dat het raads den Pakhuijsmeester De Raeff en Fiscaal Brouwer, nevens de weduwe Htoffenberg en de huijsvrouw van gem: E: Brouwer, is verstaan dit Ceremonieel en tevens te noteeren, dat de mili„ Ramstel triven en sippaaijs in een dubbeld van kest geposteerd hebben gestaan van de revier af tot het Gouverne„ . ment en bij het aan wal stappen 15. en met het in „treeden van het fort 17: Canon schooten zijn gestaan, en aldaar door den Heer afgaande Gezaghebber, en verdere leeden der vergadtering, nevens alle overige Comp:s die„ „der „naaren, en verscheijde „ Inwoonderen van deeze plaats is gerecipieert, en Conforen verkiesing en instantien word in vaaste geintorosireerd terstond Jeremonieel daar We aea Mnrti van dank betuijging zaaken. over h: 1: Ee: missive te segen mem; terstond in Raade geintrootuceerd, en met desselfs arvi„ vement vergelukt, mitsgaders, aan het hooge eende des tafels, aan de linkenhand van desselfs prees ses„ teur is geplaats geworden. — Vervolgens door den heer aankoomende Gezag„ hebben zijnde voorgeleezen een schriftelijke reeden voering dienende zoo tot beantwoording van het zijn Ed: Agtbaare aangedaan honneur, en de gemaakte en tot spoedig nedtres van Complimenten, als om te kennen te geeven, zijn gevoelen met opzigt der gesteldheijd van zaaken, en de noodzaakelijkheijd om, ten spoedigsten handen aan het werk te slaan, ten eijnde die, welke redres vereijsschen, des mogelijk te verboeteren en in profeneerd met de besopnie goede ordre te brengen: proponeerende ten dien fine met de besoigne over de van 198. de Den 24. 387. de Edele Hooge Indiasche Regeering ontvangene brieven en bijlaagen te beginnen, op aanstaan, en wanneer de Maandag gelijk dit en het geen verder bij dat schriftuur vermeld staat uijt den inhoud zelve breeder kan worden nagegaan, als navol„ begeerd Jnsertie der aanspraak gens zijn E: E: Agtbaare 'T verdere voorstel hier onder geinsereerd wordende luijdende het zelve Jnsertie der zelve. — aldus Wel Edele Agtbaare Heer en Heeren. Zoo zeer als het mij tot het grootste genoegen sterkt van zoo gelukkig te zijn /uwel Ed: in goede westant te ontmoeten zoo aangedaan en gevoelig bevindende ik mij ook weegens het honeur mij beweezen zo bij mijne komst aen landt, als met deeze mijne ceremonieele introductie in vergadering; Ik betuijge dierwegen, en de mij niet minder beleefdelijk ge„ maakte Complimenten, en gedaane melde tegen wenschen mij„ ne uijtterste verplichting Niets zal mijn genoegen zoo horg ten top doen stijgen dan wanneer het mij mag gebeuren zoo wel aen het op mij door de Edele Hooge Indiasche Regeering gestelde vertrouwen, als aen uwer wel Edele goedgunstige en genegene gevoelend, te berut woorden, engenwaalijk te overtuijgen van de zuijverheit en oprechtheid mijner sentementen; daar toe neigende om door Cordaetheijt, Eenigheit en waere vriendschap mij bij uwel Edelens bekend en aangenaam te maeken, in zon„ derheit met elkander te gemoet te koomen in de waer nee„ ming en uijtvoering van onse pligtig gelijk dat ver„ plicht 1
English
No. 24. September 1790. becomes a duty and is necessary in a Government of as much importance as ours. We must therefore not delay or linger in clearing out of the way everything that, according to the letters and papers sent to me by the Supreme Indian Government, appears to cause severe displeasure to them as well as to the Right Honorable Lords and Masters. Declaring from this day forward that, through one or another unfounded delay, I cannot involve myself in an accounting of matters that already rests upon those who seem to have been more zealous in shirking and excusing themselves, whether well-founded or unfounded, than in obeying and putting an end to matters which ought long ago to have reached their conclusion, so as not to cause the patience of our respected superiors to run out and prompt them to resort to measures of greater severity and emphasis than the repetition of unheeded recommendations. It is unnecessary, my Lords, in this short address, to expatiate upon that which is so blatantly obvious and requires immediate redress. The orphan and poor funds, so far as they must still be accounted for, are of such a nature that regarding them, no loss, uncertainty, or delay can be tolerated. The arrears on supplies must be settled as soon as possible, and with regard to the increased prices of linens, the decreased prices, on the other hand, of Japanese bar copper, and, in a word, the general trade and domestic management, our utmost attention must be exerted, in order to afford the well-mentioned Their Right Excellencies, and in due time also our Lords and Masters, that satisfaction in this regard which is very reasonably expected of us. For these reasons, from the moment that all this improper management came under my observation and its reform was consequently recommended, I have not remained idle, but immediately excerpted from the formal Rescript of Their Right Excellencies of the 27th of April last the necessary points of deliberation in order to hold a full committee meeting concerning them and the contents of the appendices and further papers at the earliest opportunity; proposing for that purpose to appoint a day starting from today, and to instruct the Secretary and First Clerk to compile, for my consideration and guidance, a concise report on the cases concerning the Orphan Chamber and Diaconate, including everything that has been dealt with regarding them, whether by resolutions, letters, or otherwise—in a word, 389. The 24th of September 1790. the past records from the beginning up to the present—and also to ensure that, on the day of the committee meeting concerning this, all books, charters, and papers that might be needed to review and examine anything are close at hand in the assembly; furthermore, to instruct the Board of Orphan Masters to make a statement as soon as possible regarding the submitted accounts of the former secretary Brouwer and to supply to this assembly, concerning the matters and accounts, Their Reverences' advice and considerations. Since a period of one month has been determined by Their Right Excellencies for the making of the general and liquid transfer from Mr. Tadama to us, I cannot doubt that his Right Honorable Honor has already made the necessary preparations and arrangements for this purpose, requesting, with regard to the taking of inventory of the respective administrations, the appointment today of two commissioned members of this assembly in the presence of the Fiscal for the taking of inventory of the large and small or daily cash funds, with orders to report thereon in writing under presentation of oath; likewise, to issue and dispatch the necessary orders for the general inventory, both here and to the subordinate offices, with regard to the cash under the same restriction as above. Since the time of my arrival here has turned out to be later than I had anticipated on the 2nd of July of this year, when the news of my appointment was received in Bengal, namely the beginning of this month, I find myself obliged provisionally to state to the Council the reasons why it was delayed. After balancing the Bengal trade ledgers up to the last of July and rendering an accounting of the trade office and my administration as Dispensier under the said date, I intended to set out on the journey on the 20th of the following month with the packet boat the Expeditie, which was dispatched by the Honorable Supreme Indian Government for my transport hither; but ten days prior, I was seized by a severe and no less dangerous bilious fever which kept me confined to bed until the 25th of August, and it was thus because of this, and to recover my lost strength, that I was obliged to remain until the 29th, when I departed from Chinsura with my wife and 4 children to embark down the river, or at Fulta, which however could not take place until the third of this month in the afternoon, since the packet boat, having departed from Chinsura on the 28th of August, on the second of this month
Dutch transcription
n 24. September 1790. plicht word en noodig is in een Gouvernement van zoo veel ge„ wicht als het onzes wij moeten dus niet vertoeven, of langen draeh„ len in het uijt den weg ruijmen van alle wat na daer van door de Hooge Indiasche Regeering mij toegezondene Brieven en papieren blijkt, Hoog dezelve zoo wel, als de welEdele Hoog Agtbaare Heeren en Meesters een sleg misnoegen te geeven. Verklaarende van heeden af, door de eerre of andere ongegronde tardance mij niet te konnen wikkelen in eene verantwoor„ ding van zaeken die bereeds legd op den geen welke zich meen schijnen te hebben beievert op suncheeren en zich gegrond of in„ gegrond, te excuseeren dan te obedieeren en een einde te maeken van zaeken welke allang haer beslag hadden behooren te erlangen om het geduld onzen gerespecteede superieuren niet ten einde te doen loopen en tot middelen te doen overgaan, van meer klein en nadruk als de herhaeling van niet opgevolgde Recomman„ datien onnodig is het Mijne heeren, in deeze korte Reedevoe„ het welk zoo eclattant in het vig, uijt te worden over dat geen ^en een onmiddelijk oog loopt en een dadelijk „ vedve vereischt. Het weeten armen geld, zoo verre dat noch moet worden verantwoord, is van dien aert, dat dien aenlangen geen schade onzeeheijt of uijtstel kan worden geleeden. De Agterstallen op de leverantien moeten ten spoedigsten vereffend, en over verhoogde perijzen der lijwaaten, de verminderde daar en teegen van het Japans staef koper en in een woord de algemeene Confrasie en de Huijshouding, onze uijterste attentie in het werk gesteld worden, ten einde de welmel„ de Hun Hoog Edelheeden, en met er tijd ook onze Heeren en meesters die voldoening derwegen te bezorgen welke zeer billijk van ons verwacht word. — Om die reeders hebbe ik van het oogenblik af dat alle dee„ ze er vorieuse behandeling en wij onder het oog gekomen en dus ook aanbevolen zijn het verbeeteren derzelve, niet stilgezeeten, maer ter stond uijt de formeele Rescriptie van Hun Hoog Edelheeden sul 27. april J:o leeden geexcerpeerd de nodige poincten van deliberatie om daer over en den inhoud der Bijlagen, en verdere papieren, ten eersten eene volleedige besoigne te houden: proponeerende daar toe van heeden of eendag te bepaelen en den Secretaris en Eerste klerk te gelasten, om ter mijner speculatie en te rechten een Com„ pendeus verbael Aan de gevallen raekende de weeskamer en diaconij includeerende alles wat, daer over, zo bij re„ solutien Brieven als anderzints verhandelt is in een woord 9 den 389. Den 24: September 1790. de Retra acta van de beginnen af tot nu toe en om tevens zorge te dragen dat, ten dage van de besoigne hier over, in vergadering bij der hand zijn alle boeken chartres en Papieren welke z zoukonnen benodigen om het een of ander over en na te zien; voorts om het Colle„ gie van weesweesteren te gelasten om zig ten spoedigsten te verklaa„ ren op de ingekomen verantwoordigen van den geweeze secre„ taris Brouwer en over de zaaken en quette, aan dese vergadering te suppediteeren Naar Eerwaarden Advies „ Consideratien. Tot het doen van generaele en lequide Transport van de Heer Tadama aan wij door hun Hoog Edelheeden een maand bepaelt zijnde mag ik niet twijffelen of zijn wel Ed: agtb: heeft bereeds de nodige preparatien en schikkingen daer toe gemaakt verzoekende, ten aenzien van den opneem den res„ pective Administratien op heeden de benoming van twee gecommitteerde leeden dezer vergadering ten overstaan van den Fiscaal tot den opneem van de groote en kleene ofte dagelijkse cassa met last om doen van te doen Rapport in scriptis onder presentatie van eede iten om tot den gene„ valen opneem, zoo hier als naer de subalterne kantooren de nodige orders te sullen en af te vaerdigen; met betrek„ king tot de cas onder de zelve restrectie als hier boven Daer de tijd van mijn aankomst alhier laest is uijtgeval„ len als ik mij den 2. / Iulij dezer Jaars wanneer de tijding van mijne electie in Bengale is ontvangen, hadde, voorgesteld te weeten en het begin van deeze maend vinde ik mij ver„ plicht, bij provisie aen Raade, te Relateerende reeden waar om het teegen deelerteert. Na het effen stellen der ben„ gaelsche Negotie boeken tot ultimo Iulij en het verantwoor„ den van het negcie kantoor en mijne administratie als Dispencier onder gem: datum dachtik den 20. der volgende maend mij op reis te begeeven met de Paket bood de Ex„ peditie / welke tot mijne transport herwaards door de Ede„ le Hooge Indiasche Regeering was afgezonden maar thien dagen te vooren, wierd ik aangetast door een hevige niet min gevaerlijke galkoorts die mij bij bedleef tot den 25. augustus, en het /was dus daar door en om herstelling van verboorene krachten dat ik verplicht was mij op te houden tot den 29. wanneer ik met mijn vrouw en 4. kinderen van Chinsura vertrek om ons beneeden Jn de revier, ofte te volta in te scheepen dat egter niet vn kon geschieden dan den derde deezer tagter middags vermits De Paket boot den 28. augustu van chinsura vertrokken den twee deezer
English
readiness of the Council to his Honorable proposals. arrived at Folla only on the evening of this day and the following day needed time to tidy things up on board and to make some room for us as passengers with our baggage, concerning the cramped nature of which and the inconveniences arising therefrom I could be very extensive, were it not enough to say that the little place of our lodging, namely for these persons, consists of no more than 9 feet in length and 12 feet in breadth, besides two bedsteads on whose sides in two small wooden huts outside this little room was rented for the storage of our necessary daily goods, to find a sleeping place for 2 to 3 slaves, necessarily purchased to be at hand at night for my wife and daughters. How heartily we therefore longed (after as swift a voyage as we had flattered ourselves with) and how much it has grieved us to have had to spend 18 days for that or the completion thereof, owing to contrary winds or calms, namely since the evening of the 8th of this month, when we parted with the pilot and got out of the Ganges into the sea, can easily be judged by anyone who has ever traveled across the sea on any Company ship, let alone on a vessel so entirely unsuitable for passengers as the aforementioned packet boat, which is destined for Ceylon in order to repatriate from there on the first of October. I thank Heaven for my deliverance from the same, and my safe arrival at this place, where I shall leave nothing untried to make myself worthy of the affection of everyone, and in the first place of Your Honors, hoping to be so fortunate as to merit Your friendship and instruction and favor wherever I might need it, and to which end I therefore expressly commend myself to Your Honors' favorable attention and assistance. Delivered in the Council of Policy at Palliacatta on the 24th of September 1790. Was signed: Jacob Eilbracht. Having deliberated thereon, and the meeting The 24th of September 1790. 391. To serve with considerations on Brouwer's accounting and accounts. the meeting having expressed its complete readiness, it was approved in conformity with the proposal of the incoming Administrator, and it is understood to begin the committee work in the coming week on Monday or Tuesday as will be further announced. Demand to the Orphan Chamber. With respect to the Orphan Chamber, it was likewise agreed to conform to the proposal of the aforementioned incoming Administrator, and consequently understood to demand that Board to serve with their advice and considerations, dated as soon as possible, on the successive submitted justification and accounts of the departed Secretary Brouwer, The 24th of September 1790. advice To form a record of what was written about the Orphan Chamber. administrations. New Administrator. For the main treasury here, appointed the members De Raeff and Hasz. in order to still come before the committee work and be employed, to which end the Secretary Hasz was also ordered to review the past records, and with the first clerk to form a compendious report thereof for the information and speculation of the said Administrator. Regarding the commissions for taking the inventory of the respective administrations for which, according to the declaration of the outgoing Administrator, the necessary orders have been given both here and at the subordinate factories, it was understood to conform also with the proposal of the incoming Administrator, and consequently to have the inventory of the respective treasuries take place, here at the main office by members of this meeting, and thus for the 1790. The 24th of September main 393. At the offices, the persons who are on hand there. Report under oath. Reading of a letter from Bengal brought along by His Honor. Note thereof made. Committee work on delayed main treasury appointing the members De Raeff and Hasz, for the small cash Brouwer and Bloeme, as well as at the subordinate offices, by people who are on hand there and are to be commissioned for that purpose, with orders to serve with a report in writing of their findings, under presentation of oath. Lastly, having been read a missive under flying seal brought along from Bengal by the aforementioned incoming Administrator from the Ministry to this meeting, it was understood to note this as well, and upon a suitable occasion to deliberate on its contents, and the trade papers received alongside it. The 24th of September 1790. Thus done and decreed in Castle Geldria at Palliacatta on the date aforesaid. Was signed: M:r Tadama, J:b Eilbracht, J: S: De Raeff, B:s Brouwer, F W: Bloeme, and J: J: Hasz. Tuesday 395. Statement served regarding the surplus and deficit found as of the last of August '88. Merchandise. In the morning at nine o'clock. Meeting of the Council of Policy. All present, except The Honorable Head Administrator Paul Engelbert van Halm, he still being at Jaggernaikpoeram. Tuesday, the 28th of September 1790. Initially, by the Honorable outgoing Administrator, still observing the work of the department of the absent Head Administrator, was submitted a statement and demonstration of what was found surplus and deficit, worn out, in the respective administrations here at the main office during the inventory taken as of the last of August 1788.
Dutch transcription
bereedvaardigh=d van den Raad tot zijn agtb: voor„ stellen— deezer savonds eerste te volla aanquam en de volgende dag tijd nodig had om het aan boord wat op te redderen en voor ons als passasiers met onse bagasie wat plaats te maaken over welkers bekrompenheijt en daar uijt ontstaane onge„ makken ik zeer breedvoerig zoo konnen zijn waare het niet genoeg te zeggen dat het plaetsje van ons ver„ blijf te weeten voor des persoonen niet meer bestaet dan 9. voet in de lengte en 12 voet en de breete buijten twee bedsteede aan wier kanten in twee kleene houtjes voor dit vertrekje tot berging van ons nodig dagelijks goed af„ gehuurt, om een legplaetsje te vinden voor 2. à 3. slaaven„ nodig gecocht om voor mijn vrouwen Dochters, snachts bij derhand te zijn Hoe Chartelijk wij dus verlangt hebben (na eene soo spoedige Reis als we ons hadden gefletteert en hoe zeer het ons heeft verdroten daar toe ofte de vol„ brenging van dien 18. dagen mits Contratrie wind of stellen te hebben moeten doorbrengen te weeten zeedert den 8. deezer savond, dat wede loots quijd en uijt de ganges in zee ge„ raakt zijn, kan ligtelijk beoordeelt worden door iemand die ooijt met eenig Comp:s schip over zee is gereijst, men gezwijge met een voor Passagiers, ten eenemaal zoo onge„ schijkte vaartuijg als voormelde Paket boot, die gedestineerd is naer Ceijlon om primo october van daer te Repatrieeren Ikdanke den Hemel voor mijne verlossing van de zel„ ve, en mijn behoede arrivement ter plaetse alwaar ik niet onbezocht laeten om mij waerdig te maaken de genegenheijd van een iegelijk, en wel in de eerste plaets van uwel Edelens hoopende zoo gelukkig te zijn van uwe vriendschap en onderrichting te zullen meriteeren en genate waer en ik die mochte benodigen en waer toe ik mij denhalven na drukkelijk en uwer wel Edelens gunstige attentie en adju„ de gerecommandeert houde. — Overgegeeven in Raade van Politie te Palliacatta den 24. September 1790 /:was geteekend:/ Iacob Eilbracht. Daarop gedelibereerd, en door de vergadering Den 24. September 1790. 391. van Consideratien te dienen op brouwers verantw: en reeze„ ningen. vergaedering ten vollen bereijd vaarsigheijd betuyjgd zijnde, is Conform des. Heer aankomende ge„ zaghebbers propositie goed gevonden en ven word bepaldt den der besoig„ ver„ men staan om de besoigne te beginnen in de aan„ staande week op Maandag of ding sstg zo als nader zal worden aangezegt. aan Met opzicht tot de weeskamer demandeeren de weeskamen„ is meede verstaan, zig te Confirmeeren met de propositie van welm: Heer aan„ koomende gezaghebber, en dien volgende ver„ staan dat Collegie te demandeeren om op de successive ingekoomen verantwoor„ ding en reekeningen van den geweeken Secretaris Brouwer te dienen van haar Den 24: September 1790. advies nen dijenfen. een verbaal van 't geschrevene over de waa kamnen te foreneeren ministratien nieuswe gezag hebber tot de groote kas hier gecom„ mittserdt de leedende raeff en Masz: om nog bij de besoigne te hun advis en Consideratien, en de dato zo spoedig mogelijk, om„ onder de besorgene van pats te komen, en g'emploijeerd te den sech en enst Clenen gelast worden, ten welken fine de secretaris Hasz: ook werd gelast, om de Retroacte nategaan, en met de Eersten klenk daar van tot maricht en speculatie van gem: Heer Ge„ zaghebber, een Compendieus verbaal te formeeren. omtrend dte opneemden dat, in ten aanzien der commissien tot den opneem der respective administratien waar toe, volgens betuijging van den Heer afgaande gezaghebber zooal„ hier als op de subalterne factorijen de nioetige ordres ge„ op propositie van den heer steld zijn, is verstaan zich tevens te Conformeeren met de propositie van den Heer aankomende gezag„ hebben, en mits dien den opneem der r respective geld 1 „kamers te laaten geschieten, hier ten hoofd kantoore door leeden deezer vergadering, en over zulks tot de 190. Den 24: September grooten 393. op de Comptoir en de persoo„ nen die daar toe aan de wand zijn rapport onder eede agtb: meede gebragt bengalle brie groote geld kas te Committeerende leeden De Raeff en kast, tot de kleene Brouwer, en Bloeme mitsga„ tot de kleene Cas brouwer ders op de onderhoorige kantooren, doorlieden, die daar aan handen zijn, en ten dien fine gecommitteerd staan te worden, met last om van der zelver be„ mits doende schriftelijk vinding te dienen van Rapport in scriptis, onder prezentatie van Eede. Laastelijk nog zijnde geleezen eene door wel„ leesing van een door zijn melde Heer aankoomende gezaghebber van Ben„ gele meede gebragte missive onder cachet voland, door het Ministerium aan deeze vergadering, is aanteekening daar van de verstaan zulx ook te noteeren, en bij bequaame de besoigne en over uijtge„ stelde gelegendheijd over dies inhoud, en daar nevens en bloeme ontvangene Negotie papieren te besoignee„ Den 21. September 1798. ren - ƒ ren Den 24. September 1700. Aldus Gedaan en Gear„ resteerd In't Casteel Jeldria te Palliacatta dato voorsz: /: wasge„ teekend:/ M:r Tadama I=b Edl: bracht, I: S: De Raeff B:s Brouwer F W: Bloeme en I: I: Basz: Dingsdag 395. dient op stel van onder ult:o aug:s 88. te over en te bevondene Copmansh: Enth: Smorgens te negen uuren Vergadering Van Politie Alle Present excepto Den E: Hoofdadministrateur Paul Engelbert van Halm Iaggeraijkpoeram. — sijnde nog te Dingsdag Den 20:' September 1790. Aanvankelijk werd door den E: E: Agtb: Heer afgaande gezaghebber, als nog waarneemende het werk van het departement van den afweezigen Hoofdaa„ ministrateur overgesegt een opstel en aantooning van het geen in de respective Administratien hier ten Hoofd kantoore bij den opneem onder ultimo au„ gustus 1788. over en te kort bevonden versleeten
English
The 28th of September 1790. This statement having been served and reviewed today in the Council of Cormandel, it was disposed thereupon as noted in the margin under each entry, namely: [illegible] of former warehouse master Martinus Hossenberg, [illegible] surplus [illegible] deficit Sheet copper red Sheet copper yellow. or has become unusable, confronted against the findings of the general survey of the previous year and the balance of the trade books of the last of August 1788, and whereupon, having deliberated in the meeting as usual: it was resolved that [illegible] document with the marginal decisions made thereon statement of the merchandise etc. found in surplus and in deficit during the survey taken under the last of August 1788, drawn against the balance of the same time in the trade books of this castle Palliacatta, which is hereby presented to the Honourable Nicolaas Tadama, senior merchant and commander of this coast of Cormandel with its resort, together with the Council, in order to allow such write-offs to take place as they shall find appropriate, namely. write-off [illegible] - - - - — 1/½ or 1:8: provided in this financial year, calculated at 1/8 percent [illegible] — - — 1/16. „ 60½ „ Ditto - - - - - also thus - - - 22: ¼ „ 145¼. „ ditto provided and sent Insertion with its marginal dispositions to be inserted here. — Dutch iron 397. September 1790. Mace Lead sheets Ditto and write off dust and sweepings of spices. - The 28th. sent is 1½ percent [illegible] 6. ½. on 422. –. provided in this financial year, calculated at ½ percent plus ditto - — - - 26. ¼. „ 1740. —. „ ditto -— —. 1. ¾. „ 63. -. „ „ provided, calculated at 3 percent: scant - - - - - - —¼. „ 22: —. „ provided 81. ¼. „ lb: of these 78. ½. lb: upon cleaning for retail from 3 socks, of this 30. –. on 154. lb: or 1 sock as per the finding of the commissioners of the 6th of May, calculated at 19 5/18 percent 33. ½. „ 154. lb: or 1 ditto Ditto 20th ditto [illegible] 15. —. „ 154. „ „ 1. „ of the 1st of this month, 9 5/8 percent plus 2. ¼ on 276. –. lb: for the consumption chest, both upon bringing in and weighing out of small parcels, is 1 percent scant. — 81. ¼. lb: deficit as above 34. ¾. „ dust and sweepings coming from the aforesaid socks, see the aforementioned finding above, as 14. ¼. on 154 lb: or 1 sock, calculating 9¾ percent 12. ½ „ 154. „ „ 1 ditto „ 10. — ditto 5. —. „ 154. „ „ 1 ditto „ 3½ ditto 116. –. lb: Mace as above. 1009. ½. lb: of these 703. ½. lb: of this 581. –. lb: upon shipment of those 145¼. on 14529¼. lb: or 150 chests to Bimilipatnam per the gurab named Venturo Zaquito, calculating 1 percent [illegible] 15. ¼. „ 15166¼. „ „ 156 dittos to Jaggernaikpur per a private thoni named Wirespansamie, calculating also 1 percent plus 19. ¼. „ 1970. ¼. 20 dittos to Portonovo per a private chialeng, is also 1 percent plus. 100. ½. „ 10042. ½. „ 105 dittos to Bimilipatnam per a private thoni named Maghomet, is also 1 percent [illegible] 13. –. „ 1282. – . „ „ 13 ditto to Jaggernaikpur per a ditto [illegible], is also ditto ditto 136. ¼. „ 13617. ¼. 142 ditto Ditto 3. -. „ 305 - „ „ 3. „ to Palicol, also 201 ditto [illegible] 11. ½. lb: spilled chests with the Nutmegs, whereof 1. — on 89. 2. lb: or 3 chests to Portonovo is 1 percent [illegible] 4. ¾ „ 475. ½. lb: 16 „ „ Bimilipatnam 1 percent scant 5 ¾. „ 564 „ 19 chests „ Jaggernaikpur is [illegible] 94: ¼. lb: upon opening for retail, whereof 10. -. on 998. –. lb: or 10 chests, see finding of the 8th of April, is 1 percent plus 675. ¼. and 10. –. lb: which are carried forward. — - - - - - - - - - - - „ 116. —. „ to wit write off to profit and loss. — write off as above Dutch nails Hoop iron - The 28th of September 1790. This statement having been served and reviewed today in the Council of Cormandel, it was disposed thereupon as noted in the margin under each entry, namely: In the Company trade warehouses under accountability of the Honourable Chief Administrator and former warehouse master Martinus Hossenberg, [illegible] surplus [illegible] deficit Sheet copper red Sheet copper yellow. or has become unusable, confronted against the findings of the general survey of the previous year and the balance of the trade books of the last of August 1788, and whereupon, having deliberated in the meeting as usual: it was resolved that [illegible] document with the marginal decisions made thereon statement of the merchandise etc. found in surplus and in deficit during the survey taken under the last of August 1788, drawn against the balance of the same time in the trade books of this castle Palliacatta, which is hereby presented to the Honourable Nicolaas Tadama, senior merchant and commander of this coast of Cormandel with its resort, together with the Council, in order to allow such write-offs to take place as they shall find appropriate, namely. write off [illegible] - - - — [illegible] or 1: 8: provided in this financial year, calculated at 1/8 percent [illegible] — 1/6 „ 60½ „ Ditto - - - - - also thus 22:¼. 125¾. „ ditto provided and sent Insertion with its marginal dispositions to be inserted here. — Dutch iron
Dutch transcription
Den 28. September 1790. Dit opstel op heeden in Raade van Cormandel gedient en geresumeerd zijnde is hier op zodanig gedis„ poneerd als in margine onder „elke post genoteerd staat nament„ Ian teg ent an hof shuisen om atiementi ven wezen pakhuijsmeester Martinus Hossenberg te over te kort Plaat koper vood Plaat Koper Geel. of onbruikbaar is geraakt, geconfronteerd toegen de Bevinding der generaale opneem van sjaars bevoorens en de balans der Negotie boeken van ultimo Augustus 1788. en waar op bij de vergadering als na gewoonte zijnde gedelibereert: zoo is verstaan dat ge„ schrift met de daar op gevallene marginaale dispositien stel der te vier, en te kort bevondene Koopman„ V G schappen Etc: bij gedane opneeminge onder ult=o aug=s 1788. te„ gens de balance van denselven tijd op de Negotie boeken deezes kasteels Palliacatta getrocken welke mits deesen werd gepresenteerd Aan den welEd: Agtb: Heer Nicolaas Iadama opperkoopman en gezaghebber dezer custe Cormandel met den Resorte van dien, beneevens den Raad ten eijnde sodanigen en afschrijvinge te laaten geschie„ den, als zullen bevinden te behooren Namentlijk. vernopwing en verkasten afskrij- - - - — 1/½: oƒ 1:8:in dit boekjaar verstrekt rekend 1/8. percento S: — - — 1/16. „ 60½ „ Idem - - - - - meede zoo - - - 22: ¼„ 145¼. „ _:o verstrekten ver zon„ Insertie met dies marginal aspositen alhier te insereeren. — den lijk ijzer Hollands 397. September 1790. Foelij of Macis Hoot plaaten Iem en overschrijven opgruijten stof van specerijen. - Den 28. den is 1½. p:r C:o v=m 6. ½. op 422. –. in dit Boekjaar verstrekt reekend ½. P:r C=o ruijm do - — - - 26. ¼. „ 1740. —. „ d:o -— —. 1. ¾. „ 63. -. „ „ verstrekt reekend 3. ten houden: Schaars - - - - - - —¼. „ 22: —. „ verstrekt 81. ¼. „ lb: van deeze 78. ½. lb: bij zuijvering tot den verthier van 3. zockels, hier van 30. –. op 154. lb: of 1. sockels blijkens be„ vinding der ge committeerdens van den 6. meij rek: 19 5/18. p:r C:o 33. ½. „ 154. lb: of 1. d:' Idem 20. d:o r=m 15. —. „ 154. „ „ 1. „ van den 1. deser 9. 5/8 p:rC:o ruijm 2. ¼4. op 276. –. lb: ter Consumptie kist zo bij het indragen als uijtweegen van kleene parthijtjes is1, p:r C:o Schaars. — 81. ¼. lb: te kort als vooren 34. ¾. „ stoffen gruijs uijt voorsz: zockels voortgekoomende vide voren „ gem: bevinding als 14. ¼. op 154 lb: of 1. soekel rek=s 9¾. ten hond: 12. ½ „ 154. „ „ 1. _:o „ 10. —. _:o 5. —. „ 154. „ „ 1. _:o „ 3½. _:o 116. –. lb: Foelij als boven. 1009. ½. lb: van deese 703. ½. lb: hier van 581. –. lb: bij verzending van die 145¼. op 14529¼. lb: of 150. kisten naar Bimilip: per de goerab gen=t venturo za quito rek=d 1. ten hondert s=s 15. ¼. „ 15166¼. „„ 156. d=os Naar Iagq: per een par„ liculier thonij gen=t wirespansa„ mie reek=e meede 1. p:r C:o ruijm 19. ¼. „ 1970. ¼. 20. d=os naar Portonovo per een par„ ticulier chialeng is almeede 1. p:r C:o ruijm. 100. ½. „ 10042. ½. „ 105. / d=os naar Bimilip: per een particuliere thonijgen=t Mag„ homet is ook 1. p=r C„ h=m 13. –. „ 1282. – . „ „ 13 d:o naar Iagg: p:r een d:o kist„ na samie is ook d:o d:o 136. ¼. „ 13617. ¼. 142. d:o Idem 3. -. „ 305 - „„ 3. „ Na Palicol mede 201. d:o s=s 11. ½. lb: bij de Nooten gestorte kisten waar van ƒ 1. —: op 89. 2. lb: of 3. kisten na Portonova is 1. p:r C:o v=m 4. ¾ „ 475. ½. lb: 16 „ „ Bimilip: 1. p:r C:o schaars 5 ¾. „ 564 „19. kisten „ Iaggern: is 5 so 94: ¼. lb: bij opening tot den verthier waar van ƒ10. -. op 998. –. lb: off 10. kisten vide bevinding van den 8. april is1. p:r C:o r=m 675. ¼. en 10. –. lb: Die Transporteere. — - - - - - - - - - - - „ 116. —. „ te weeten afschrijven op winst en verlies. — afschrijven als boven ands spijkers Hollands Hoep ijzer - Den 28. September 1790. Dit op stel op heeden in Raade van Cormandelgedient en geresumeerd zinde is hier op zodanig gedis„ poneerd als in margine onder „elke post genoteerd staat nament„ In s Comp: negotie pakhuijsen onder verantwoor„ „ding van den E: hoofd aelministrateur en ge„ wezen pakhuijsmeester Martiaus Hossenberg te over te kort Plaat koper rood Plaat koper Geel. of onbruikbaar is geraakt, geconfronteerd teegen de Bevinding der generaale opneem van sjaars bevoorens en de balans der Negotie boeken van ultimo Augustus 1788. en waar op bij de vergadering als na gewoonte zijnde gedelibereert: zoo is verstaan dat ge„ schrift met de daar op gevallene marginaale dispositien stel der te over, en te kort bevondene koopman„ schappen Etc: bij gedane opneeminge onder ult=o aug=s 1788. te„ gens de balance van denselven tijd op de Negotie boeken deezes kasteels Palliacatta getrocken welke mits deesen werd gepresenteerd Aan den welEd: Agtb: Heer Nicolaas Tadame opperkoopman en gezaghebber dezer custe Cormandel met den Resorte van dien, beneevens den Raad ten eijnde sodanigen en afschrijvinge te laaten geschie„ den, als zullen bevinden te behooren Namentlijk. boet e nopenoven kasten afschrij„ - - - — /: oƒ 1: 8: in dit boekjaar verstrekt rekend 1/8. percento S: — 1/6 „ 60½ „ Idem - - - - - meede zoo 22:¼. 125¾. „ _:o verstrekten ver zon„ Insertie met dies marginaale aspositen alhier te insereeren.— den lijk ijzer Hollands
English
397. The 28th of September 1790. Mace Lead sheets Transfer and rewrite to spice dust. - that is 1½ per cent less 6½ on 422.- disbursed in this financial year, calculated ½ per cent ample -- 26¼ on 1740.- ditto 2 disbursed, calculated 3 per hundred: 1¼ on 63.- ditto ditto Scant ------- ¼ on 22:- ditto disbursed 81¼ lb of this 78½ lb upon cleaning for the consumption of 3 soc सं, of this 30.- on 154 lb or 1 soc सं, according to the finding of the committee members of the 6th of May, lacking: 19 1/8 per cent scant 33½ on 154 lb or 1 ditto, idem 20th ditto ample 15.- on 54 on 1 ditto, of the 1st of this month, 9 7/8 per cent ample 2¼ on 276.- lb in the consumption chest, both in carrying in and weighing out of small lots, is 1 per cent scant. — 81¼ lb short as before 34¾ lb dust and refuse originating from the aforesaid soc सं, see the aforesaid 1st mentioned finding, as 14¼ on 154 lb or 1 soc सं, calculated 9¼ per hundred 12½ on 154 ditto 1 ditto ditto 10.- ditto 5.- on 154 ditto 1 ditto ditto 3½ ditto 116.- lb Mace as above. 1849½ lb of these 703½ lb of this 581.- lb upon shipment of those 145¼ on 14529¼ lb or 150 chests to Bimilip: per the gurab named Venturo za quitt, calculated 1 per hundred scant 151¼ on 15166¼ on 156 ditto to Jagg: per a private thony named Wines Parsamie, calculated also 1 per cent ample 19¼ on 1970¼ on 20 ditto to Portonovo per a private chialeng, is likewise 1 per cent ample. - 100½ on 10042½ on 105 ditto to Bimilip: per a private thony named Maghomet, is also 1 per cent ample 13.- on 1282.- on 13 ditto to Jagg: per a ditto Kistnasamie, is also ditto ditto 136¼ on 13617¼ on 142 ditto Idem 3.- on 305.- on 3 ditto to Palicol, also 201 ditto scant 11½ lb chests spilled with the Nutmegs, of which 1.- on 89.2 lb or 3 chests to Portonovo is 1 per cent less 4¾ on 475½ lb 16 chests to Bimilip: 1 per cent scant 5¾ on 564 lb 19 chests to Jaggern: is 94¼ lb upon opening for consumption, of which 10.- on 998.- lb or 10 chests, see finding of the 8th of April, is 1 per cent ample 675¼ and 10.- lb, which I carry forward. — ------------ 116.- lb namely Cloves write off to profit and loss. write off as above Dutch nails Dutch Hoop iron - The 28th of September 1790. voyage of departed spices on Nutmegs write off to profit and loss Black pepper according to the following 5 parcels write off to profit. --------- Japanese bar copper --------- surplus shortage 675¼ and 10.- lb Carried Forward 10.- on 967 lb or 10 chests, see finding of the 6th of May, 11 per cent ample 9¼ on 976.- on 10 ditto, idem of the 8th of May, ditto per cent 9¼ on 954 on 10 ditto, ditto ditto 9th ditto, scant 10.- on 986 on 10 ditto, ditto ditto 12th ditto 10.- on 1012 on 10 ditto, ditto ditto 13th ditto, ditto per cent 8.- on 798 on 8 ditto, ditto ditto 14th ditto 6.- on 582 on 6 ditto, ditto ditto 16th ditto 9¾ on 978 on 10 ditto, ditto ditto 20th ditto, ditto 3.- on 283 on 3 ditto, ditto today, ditto, ample 8.- lb spilled with the Nutmegs of those 7¼ on 7081¼ lb or 27 chests, 1 scant -¼ on 29¾ on 1 ditto, ditto 28½ on 2835½ lb in the consumption chest, calculated 1 per cent scant 703½ lb as before less 306.- lb dust refuse gathered from the aforesaid Nutmeg and Clove chests cleaned for consumption, namely: 32¼ on 998 lb or 10 chests, calculated 3¼ per cent ample 30½ on 781¼ on 27 ditto with nutmegs, 4 ditto 32.- on 976 on 10 ditto, 3¼ ditto 32 1/6 on 965.7 on 10 ditto, 3½ ditto ample 10.- 29 5/8 on 1012 on 10 ditto, 3.-.- scant 26¼ on 798 on 8 ditto, 3¼.- ample 16¼ on 582 on 6 ditto, 2 7/48.- ditto 287½ on 978 on 10 ditto, 3 3/8.- ditto 1.- on 29¾ on 1 ditto with nutmegs, 3½ per cent 1009½ lb Cloves as before lb, which 19½ lb upon opening for the consumption of 28 chests spilled with Cloves, of this 19.- on 1891¼ lb or 27 chests, calculated 1 per cent ample 25¾ upon shipment, namely: 2.- on 206¼ lb or 3 chests to Portonovo, is 1 per cent correct 10.- on 1064¼ on 16 ditto to Bimilip:, 1 ditto ample 13.- on 1243.- on 19 ditto to Jagg: ditto 20¼ lb in the consumption chest, is 1 per cent ample on 2071 lb 66.- lb Nutmegs as stated. / 146½ on 9759 lb in this financial year shipped and disbursed at 1½ per cent ample --- 14¼ on 11327 likewise so - - - - - - 7/8 ample ----- 42¼ on 4289¼ Idem - - - - - - - 1 scant Indigo refuse ------- 4½ on 229½ sold by auction, calculated 2 per cent precise ------- 2000.- ditto with the covering of diverse goods, calculated 2 per cent scant write off to expenses on merchandise: ------- 17822.- on 178218 lb shipped per the ship Den Avend, calculated 10 per cent disbursed as having lain over the year, 2 per cent 1 Canvas Tent for the service of the 34 3/8 on 967 on 10 chests, 3½ ditto ditto 1 scant -½ on 54½ on 2 ditto 435½ on 348394½ lb Idem --------- 1/8 ditto ---------- 3265.- on 163746.- as Idem --------- 2.- scant 10.- on 283½ on 3 ditto, 3¼ ditto Spelter / - Coffee beans Kajang mats — Caliature wood write off to profit and loss Timorese sandalwood likewise so Powder sugar - write off to expenses and merchandise trade 66.- - — - crews. — 5½ on 264 Ee
Dutch transcription
397. Den 28. September 1790. Foelij of Maces Sboot plaaten Hern en overschrijven op gruijten Htof van specerijen. - den is 1½. p:r C:o v=m 6. ½. op 422. –. in dit Boekjaar verstrekt reekend ½. P:r C=o ruijm - - 26. ¼. „ 1740. –. „ d:o 2 verstrekt reekend 3. ten houden: „. 1. ¼. „ 63. -. „ „ Schaars - - - - - - - — ¼. „ 22: —. „ verstrekt 81. ¼. „ lb: van deeze 78. ½. lb: bij zuijvering tot den verthier van 3. Zockels, hier van 30. –. op 154. lb: of 1. sockels blijkens be„ vinding der ge committeerdens van den 6. meij brek: 19 1/8. p:r C:o S=o 33. ½. „ 154. lb: of 1. d: Idem 20. d:o r=m 15. –. „ 54. „ „ 1. „ van den 1. deser 9. 7/8 p:r C:o ruijm 2. ¼. op 276. –. lb: ter Consumptie kist zo bij het in dragen als uijtweegen van kleene parthijtjes is 1 p:r C:o schaars. — 81. ¼. lb: te kort als vooren 34. ¾. „ stoffen gruijs uijt voorsz: zockels voortgekoomende vide voren 1 gem: bevinding als 14. ¼. op 154 lb: of 1. soekkel rek= 9¼ tenhond: 12. ½ „ 154. „ „ 1. _:o „ 10. —. _:o 5. —. „ 154. „ „ 1. _:o „ 3½. _:o 116. –. lb: Foelij als boven. „1849. ½. lb: van deese 703. ½. lb: hier van 581. –. lb: bij verzending van die 145¼. op 14529¼. lb: of 150. kisten naar Bimilip: per de goerab gen=t venturo za quitt rek=d 1. ten hondert s=s 151. ¼ „ 15166¼. a„ 156. d=o Naar Iagq: per een par„ ticulier thonij gen=t wines parsa„ mie reek=e meede 1. p:r C:o ruijm 19. ¼. „ 1970. ¼. 20. d=os naar Portonovo per een par„ ticulier chialeng is almeede 1. p:r C:o ruijm. - 100. ½. „ 10042. ½. „ 105. / d=os naar Bimilip: per een particuliere thonij gen=t Mag„ homet is ook 1. p=r s„ r=m 13. –. „ 1282. – - „ „ 13 d:o naar Iagg: p:r een d:o kist„ na samie is ook d:o d:o 136. ¼. „ 13617.¼. 142. d:o Idem 3. —. „ 305 - „„ 3. „ Na Palicol mede 201. d:o s=t 11. ½. lb: bij de Nooten gestorte kisten waar van ƒ 1. —: op 89. 2. lb: of 3. kisten na Portonova is 1. p:r C:o v=m 4. ¾ „ 475. ½. lb: 16 „ „ Bimilip: 1. p:r C:o schaars 5. ¾. „ 564 „ 19. kisten „ Iaggern: is 94. ¼. lb: bij opening tot den verthhier waar van ƒ10. –. op 998. - lb: off 10. kisten vide bevinding van den 8. april is 1. p:r C:o r=m 675.¼. en 10. –. lb: Die Transporteere. — - - - - - - - - - - - - „ 116. -. „ te weeten Gariaffel Nagulen tafschrijven op winst en verlies. afschrijven als boven lands spijkers Hollands Hoep ijzer - Den 28. September 1790. reijse oe gaaan sceepijen op Nooten Musschaten afschrijven op winst en verlies Peper swarte on berids volgende 5. pasteen afschrijven opwinst. - - - - — - - Iapans Staaf koper - - - - - - - - - - te over te kort 675. ¼. en 10. - lb: Per Transport 10. –. op 967. lb: of 10. kitteen vide bevinding van den 6. meij 11: percento ruijm 9¼. „ 976. — „ „ 10. d=os Idem van den 8. meij d. o P:o 9¼. „ 954. „ „ 10. „ „ „ „ 9. „ s:o „ 10. –. „ 986. „ „ 10. „ „ „ „ 12. „ 10. –. „ 1012. „ „ 10. „ „ „ „ 13. „ „ P:o 8. –. „ 798. „ „ 8. „ „ „ „ 14. „ 6. –. „ 582. „ „ 6 „ „ „ „ 16. „ „ 9¾. „ 978. „ „ 10. „ „ „ „ 20. „ d:o 3. –. „ 283. „ „ 3. „ „ heden „ „ „ R=m 8. - . „ lb: bij de Noten gestort van die 7. ¼. op 7081 ¼. lb: of 27. kisten „ 1. s=s —¼. „ 29. ¾. „ „ 1. d:o „ „ 28. ½. op 2835½ lb: inde Consumptie kist rekend 1. p:r C:o s:s 703. ½. lb: als vooren te minen 306. —. lb: stoffen kruijntjes uijt voorsz: tot den ver„ thier gezuijverde Nooten en Nagulen kisten vergadert Nemphe „ : 32:¼. op 998. lb: of 10. kitten reek: 3¼. p:r C:o r=m 30. ½ „ 781.¼. „ „ 27. d=os met noten 4. „ „: 32 — „ 976. „ „ - - 10. „ - - „ — - „ „ 3¼. -„ „ 321 6 „ 965: 7„ „ „ 10. „ - - „ — – „ 3½. 3½. „ r=m 10. „ - - 10. „ — - „ — - „ 3 —. — „s=s 29. 5/8. „ 1012: „ 26. ¼. „ 798. „ „. —: 8. „ - - - „ - - „ 3. ¼. —. „ r=m 16. ¼. „ 582. „ „ — — 6- „ — - - „. . . „ 2. 7/48: —: „ „ 287. ½. „ 978. „ „ —. 10. „ — —. „ - „ 3. 3/8. —„ „ 1. –. „ 29¾„ „ - - 1. „ matnoten „ „ 3½ „ p=s 1009½. lb: Garioffel Nagulen als vooren lb:, de welke 19.½. lb: bij opening tot den verthier van 28. kisten met Nagulen bestort hier van 19. —. op 1891. ¼. lb: of 27. kisten rekend 1. p:r C:o R=m 25. ¾ „ bij versending te weeten ƒ 2. op 206. ¼. lb: of 3. kisten na Portonovo is 1. p:r C:o C„t 10. „ 1064.¼. „ „ 16. d=o „ Bimilip: „ 1. „ „ R:m _:o 13. „ 1243. — „ „ 19. „ „ Iagg: — 20. ¼. lb: ter Consumptie kist is 1. p:r C:t ruijm op 2071. lb: 66. –. lb: Noten gelijk gesegd. / 146. ½. op 9759. lb: in dit boekjaar/ verzonden en verstrekt â 1: ½ p:r C:o r=m — — — 14. ¼ „ 11327. „ almeede zoo - - - - - - „ 7/8. - „ R:m - - - - - 42. ¼. „ 4289. ¼. „ Idem - – – — — — — „ 1. „ „ s:o Indigo uijtschot - - - - - - - 4. ½. „ 229. ½. per vendutie verkogt rek=d 2. p:r C:o P:s - - - - - - - 2000 - . d=o met het overdecken van diverse goederen r=k 2 p:r C:o s=s afschrijven op onkosten op koopm: - - - - - - - 17822. -. op 178218. lb: per 't schip den avend verzonden reekend 10. p:r C:o „ verstrekt als over het Iaar geleegen 2. p:r C:o 1. Zeildoeks Tent ten dienste van de 34. 3/8. „ 967. „ „ „ 10. „ „ - - „ 3½: „ „ „ _:o 1 S:s —½. „ 54. ½ „ „ 2. d:o 435. ½ „ 348394. ½. lb: Idem - - - - - - - - 1/8 „ „ - - - - - - - - - - 3265. –. „ 163746. -. „ adJdem - - - - - - - - - 2. -: „ s:s 10. –. „ 283½. „ „ 3. „ „ „ „ 3¼. „ „ spicuter/- Coffij Boonen Cadjtng Matten — Caliateurhout afschrijven op winsten verlies Zandelhout timorees meede zoo Poeder zuijker- afschrijven of onkosten en koop„ Negotie 66. -. - — - manschappen. — 5. ½. „ 264. Ee
English
399. the 28th of September Trade warehouses damaged by rain and torn by wind and rotted, running without money. [illegible] ditto: Rice Salt Frisian butter Olive oil Dutch vinegar Brandy White wine Sack wine Arrack Wax ditto candles 66. –. „ 758. lb:, as. Rose water [illegible] Gunpowder siftings Handspikes Cannon ladles Rammers part and the following two Files of various sorts [illegible] of the Binnacle lamps To be sent to Batavia and the cost thereof written off to ordinary expenses [illegible] 3. „ Ditto [illegible] The same. Claw hammers Planes Pincers Chambers The supplementary books of tools Broad pickaxes to be handled as with the augers mentioned above Coopers' pickaxes the following two items with the material tools as also the Material iron pickaxes Blacksmith shop files of various sorts Thus Done and decreed in the Castle Thus Done and Confronted Copper powder lanterns -- Wooden braces 3. - - „ ditto Chisels of various sorts 2. -. „ ditto Drill bits of various sorts 4. -. „ ditto - 13. ½. „ 449. ½. ditto ditto 3. „ ditto - - - 7. ¼. „ 143½. ditto ditto 5. „ ditto . . „ 3. „ ditto 7. –. „ 207. –. lb: „ 9. ½. „ 189. –. kann: - - - „ 5. „ ditto – - - - 22. ½. „ 307½ ditto - - - - „ 7¼. ditto 1. ½. „ 69. –. flasks - – - „ 2. –. ditto - — — 18. —. „ 902. —. bottles - - . „ 2. ditto 9 1/3 „ 463. 1/3 ditto - - - „ 2. ditto - - - - — — - 7954. ½. „ 109718: candles: - - - „ 7¼. ditto 8.½. on 278. lb: candles and accounted 3. percent for waste of material and dirt 57. ½. „ 480. „ wax lost in the making of candles accounted 12. percent 2. -. on 83. –. bottles issued accounted 2. percent 65. –. pieces through daily use aged, worn out and torn. — 7. —. „ unserviceable and worm-eaten 2. –. „ Ditto - — - - - - 5. —. „ broken through use — 2. —. „ Ditto -. 1. —. „ of ½. hour broken to pieces. 5. –. „ unserviceable - —. 15. —. „ worn out and broken . 3. —. „ become unserviceable through use 1. -. „ Ditto 6. –. „ ditto -. 2. -. „ broken and unserviceable. -– - — 1. -. „ ditto -. 3. –. „ ditto —. 5. –. „ ditto — — — 3. —. „ Ditto these and the following to be handled according to the resolution of the 13th of January of this year 2. - „ become unserviceable through use -- - - - - 1. -. „ ditto 4. –. „ ditto - - - - - - - 1. -. „ ditto – – – – – – – – - - 2. - . „ ditto [illegible] write off the following entries to profit and loss 232. ½. on 4650 ½. parras accounted 5. percent – – – – – – – – – – 2. – - „ ditto – – – – – – - - 2. – . „ ditto - - . 6. . -. „ ditto Geldria to provisions Pieter Willem Geeke provision warehouse under accountability -- -- - – - -- - -- - - - – - - - - - -. - - — ƒ - — -- - - - the trade d 6 - 10 Geldria at Palliacatta the 28th of September 1790. By order of the Honorable [illegible] Nicolaas Sadama senior merchant on the undersigned [illegible] the following of 1787/8. to write. Note and reservation of the incoming Governor regarding this arrangement [illegible] But by the Honorable outgoing Governor, concerning the trade business having been presented to the assembly, the price regulation for the trade books of the year [illegible] and in order that the balances and 1787/8. it has been approved and agreed after examination to keep a record thereof by this, and to instruct the Trade Bookkeeper by extract hereof to let the registration of the balances proceed according to the prescribed price regulation. — The incoming Governor declaring, with request for a note, as yet not to have enough insight regarding the necessity at Palliacatta In the Castle Geldria The 23rd of September 1790. for the ultimate of August 1788. — necessity . „ 28 September 1790. 401. necessity of such an arrangement of the aforementioned papers as whereby for the period of a whole year disposition is made on deficits and defects which, upon discovery, or after inventory, sorting, etc., could and ought to be brought before the assembly more conveniently and with greater assurance, continued: than after the passage of so much time, and therefore, without taking the aforementioned dispositions, however much in accordance with the local custom, for his accountability, reserving for himself the right, after the closing of the books of 1789/90 or the drafting of those for 1791/2, to point out how, according to his Honorable [illegible] 1790. [illegible] Expedition etcetera requested necessities granted. Inspection of the requests thereto. — Honorable understanding, regarding this, it could be handled for the future in order not to have findings of deficits drafted all at once, but successively upon the receipt of the reports, and to make disposition thereon for the instruction of the Trade Bookkeeper, as in Bengal, and as his Honor believes, is customary everywhere. — Furthermore it was agreed to approve the necessities requested by two separate requests for the ship Horsen, for making the upcoming voyage to Batavia, and the packet boat De Expeditie destined for Ceylon, the said requests reading as follows The 28th of September To 1790.
Dutch transcription
399. den 28. September Negotie pakhuijzen gemaakt door regen en windgescheurd en verrot, lopende zonder geld. dosijtistie van de manren e arie ee en d: Ryst zout Boter vriese olijven olij- adijn Hollands Brandewijn - witte wijn Zecqwijn Arakapij — wazen d:o Kaarsen - - - - - - 66. –. „ 758. lb:, als. Bosen water Ideen Kruijt Tiften — handspaaken Canon leepels wisterstokken deele en de volgende teee veilen in zoort ed ens har ennene e van den Nacht Huislampen Na batavia te zenden en dies kostende afsc: op onkosten ordinair e e ee ende e e e e e an 3. „ Idem Resennings Desselfs. spijker Hamers- schaaven- Nijp Jangen - - Kamers De bijboekjes van gereedschappen Breede Houweelen - - - - - als bij de avegaars boven gemeld te handelen kuijpers Houweelen - - volgende twee posten bij de matervabereerdsmi zoo ook de Materiaalen ijzere Houwelen - - - Smits winkel vijlen in zoort - - Aldus Gedaan en gearresteerd in 't Casteel Aldus Gedaan en Geconfronteerd Coopere kruijt lanthaven -- Houte ommeslagen - - - - - - - - - 3. - - „ _:o bijtels in zoort - - - - - - - - - - - 2. -. „ _:o Boorijzer in zoort - - - - - - - - - - - 4. -. „ _:o - 13. ½. „ 449. ½. _:o _:o 3. „ _:o - - - 7. ¼. „ 143½. _:o _:o 5. „ _:o . . „ 3. „ _. o 7. –. „ 207. –. lb: „ 9. ½. „ 189. –. kann: - - - „ 5. „ _:o – - - - 22. ½. „ 307½ d:o - - - - „ 7¼. _:o 1. ½. „ 69. –. flessen - – - „ 2. –. _:o - — — 18. —. „ 902. —. bottels - - . „ 2. _:o 9 1/3 „ 463. 1/3 d=o - - - „ 2. _:o - - - - — — - 7954. ½. „ 109718: karrnz: - - - „ 7¼. _:o 8.½. op 278. lb: kaars en door afval van stoffen en vuijligheijd rekend 3. p:r C=o 57. ½. „ 480. „ wax bij het maaken van kaarsen verlooren reekend 12. p:r C=o 2. -. op 83. –. bottels verstrekt rekend 2. p:r C:o 65. –. p:s door dagelijks gebruijk verouderd ver„ sleeten en gescheurd. — 7. —. „ onbequaam en vermoland 2. –. „ Idem - — - - - - 5. —. „ door gebruijk gebrooken — 2. —. „ Idem -. 1. —. „ van ½. uur aanstuckend. 5. –. „ onbequaam - —. 15. —. „ versleeten en gebrooken . 3. —. „ door gebruijk onbequaam geworden 1. -. „ Ider 6. –. „ _:o -. 2. -. „ gebrooken en onbequaam. -– - — 1. -. „ _:o -. 3. –. „ _:o —. 5. –. „. _:o — — — 3. —. „ Idem deeze en de volgende handelen na met besluijt van den 13:' Jan: dee ses Jaars 2. - „ door gebruik t onbequaam geworden -- - - - - 1. -. „ _:o 4. –. „ _:o - - - - - - - 1. -. „ _:o – – – – – – – – - - 2. - . „ _:o ds hip de navolgende posten afschrijvenop winstenv lies 232. ½. op 4650 ½. parras reekend 5. p„r Cento – – – – – – – – – – 2. – - „ _:o – – – – – – - - 2. – . „ _:o - - . 6. . -. „ _:o Geldria tot dispencien Pieter willem Geeke ovisie Maguasijn onder verant„ -- -- - – - -- - -- - - - – - - - - - -. - - — ƒ - — -- - - - de gotie d 6 - 10 Geldria te Palliacatta den 287. September 1790. Ter ordonnantie van den welE„e dele Agtbagn an vmn ae Nicolaas Sadama opperk op ande bandeteekende sopte napoigen„ van 178 7/8. te Schrijven. annotatie en reservatie van den Heer aan„ komende Gezagten omtrend deese in richting de e ergelinig mdeskaken Dooh door den E: E: Agtbaaren Heer afgaande Geszachhebber, het negotie werk concerneerende ter vergadering geexhibeerd zijnde, de prijs re„ guleering voor de Negotie boeken van anno desuift en om dien de Restanten en 178 7/8. zoo is na examinatie goedgevonden en ver„ staan, daar van bij deeszen aanteekening te hou„ den en den Negotie boekhouder bij Extract dee„ zes te gelasten om na de voorschreeve prijs reguleering, de inschrijving van de restanten te laaten gevolg neemen. — Verklaarende de Heer aankomende gezaghebben met verzoek van annotatie, als noch geen door zicht genoeg te hebben, omtrend de noodzaake„ tot Palliacatta In't Casteel Goldvia Den 23. ' September 1790. voor ult=o au„ gustus 1788. — lijkheijd . „ 28 September 190. 401. lijkheijd eener zoodanige inrichting der voor„ schreeve papieren als waar bij voor de tijd van een geheel Jaar word gedisponeerd op minder„ heeden en desfecten die bij ontdekking, off naden opnaam, garbalatie ensz: gevoegelijker en met meer gerustheijd onder het oog van de vergee„ dering konden en behooren gebracht te worden vervolg:n dan na verloop van zoo veel tijd, en overzulks zonder de voorsz: dispositien hoe zeer ook overeenkomstig met de aldue gewoonte, te neemen voor zijne verantwoording aan zich te behouden het recht, om na het sluijten der boeken van 17 3/90. ofte het formeenen van die voor 179½. aantewijzen, hoedanig na zijn achtb. Han bre 190. antsil rusen en kaeuet alt Expeditie al:o versogte benodigdheeden toegestaan. Insite van derequeste darom. — achtb: begrip, daar omtrend, voor het vervolg zou kunnen worden gehandelt om niet in eens, maar successive na het inkomen den Rap„ porten van de minderheeden bevindingen te doen formeeren, en tot naricht van den Negotie Boekhouder daar op te disponeeren gelijk in Bengale, en zo als zijn Agtb: ver„ meend, overal gebruikelijk is. — Wijders is verstaan te accordeeren, de bijliee afzonderlijke Requesten verzogte benodigt heeden voor het schip Horsen, tot het doenden aanstaande Reijze naar Batavia en de Pakkel boot De Expeditie gedtestineerd naar Ceilon luijdende gemelde Requesten aldus Den 28. September Aan 190.
English
To the Right Honorable Nicolaas Padama, Senior Merchant and outgoing, and Jacob Eilbracht, Senior Merchant and incoming Commanders of this Coast of Coromandel with its Dependencies; Together with the Council. Right Honorable Gentlemen, The Captain of the ship Horsen, George Philip Gas, your Honors' humble servant, very humbly requests that the following may be provided for the benefit of the vessel under his command, namely: 2 pieces of spars for making topgallant yards. 1 barrel of tar, because all his barrels of tar have leaked empty. Rations for the 12 crew members who were projected for this Coast and remained on board, with which he was provided for no longer than up to this place. And furthermore, rations for the crew members who were sent on board to sail over to Batavia. Doing which, etc. Was signed: G: P: Gas. To the Right Honorable Nicolaas Padama, Senior Merchant and outgoing, and Jacob Eilbracht, Senior Merchant and incoming Commanders of this Coast of Coromandel with its Dependencies; Together with the Council. Right Honorable Gentlemen, The Commander of the packet boat De Expeditie, Jacob Zoetman, your Honors' humble and obedient servant, requests very humbly for the necessary fresh provisions for the crew assigned to the aforementioned small vessel, as well as the necessary rations for the voyage to Colombo. Doing which, etc. Was signed: J: Zoeteman. Committee on the Batavian letters and appendices received this year. Which positive orders appear therein. Subsequently, pursuant to what was resolved on the 24th of this month, having now entered into committee on the general formal letter from the Honorable High Indian Government dated 27 April of this year, received in July last per the ship Horsen, respectively, and Their High Honors' further respected letters of the 11th and 18th of the following month of May, with the appendices according to the registers, it is understood beforehand to be obligatory to comply with all the positive or permanent orders appearing therein, namely: 28 September 1790. 1. In the future, upon the sale of any timber, to effect the same with a capital advance, instead of with 30 percent as was done last year and is too little; likewise to make use of this concession henceforth with discretion. 2. To continue with the sale of the mite-eaten nutmegs as long as the scarcity of the same persists, although according to the orders of the Lords and Masters and the statutory provisions by Extract from the General Resolutions of the Castle of Batavia dated 20 August 1759, they must otherwise be sent to the Netherlands in separate chests with a distinguished mark. 3. Pursuant to the order of the Lords Major contained in the Extract of the Patriotic Missive dated 9 November 1739 and the Extract of the General Resolution of the Castle of Batavia of 13 August 1789, to cause the chief commanders of the Western offices, who after obtaining permission from Their High Honors desire to repatriate directly, to remain at the Cape for one year, and in addition to cause the amount of their surety to be paid into the Company's treasury. 4. As appears from the Circular Extract of the General Resolution of 17 July 1789, henceforth to prepare and transmit the general remnants or statement of accounts according to the model of a Javanese remnant list, and as was already comprehended and ordered under 19 October 1781; likewise concerning the remnants in the warehouses, henceforth either to report them separately or to show them with the requisition, as the second model dictates. 5. In conformity with the Extract of the Resolution of 23 October 1789, to let the officers of the Company's ships, who receive all wet goods ullaged, suffice with delivering them in that manner. 6. As per the Extract of the Resolution of 26 November of the just-mentioned year, henceforth to make no allowance whatsoever of table money to the captains and officers of the country's warships without special authorization. 7. According to the tenor of a second Extract of the Resolution of the same date, in the future to admit no warships of foreign nations to the Company's establishments, except in case of the uttermost necessity. 8. As appears from the Extract of the Minutes of 29 December of the said year, in the accounting for powder turning by the ship officers, to validate for ullage, as of old, 5 lb each turn for a quantity of more than 2000 lb, but for 2000 lb and below, 2 lb per thousand or per mille each turn. 9. Pursuant to the Extract of the Resolution of 16 March 1790, when reviewing the ship's powder accounts, to validate no salute in the accounts henceforth unless a written warrant can be shown for it, and to have the number of pieces with which the ships are mounted, along with the caliber, made known at the head of the powder accounts. 10. According to the further Extract of the General Resolution of 19 March 1790, to introduce the arrangements appearing therein against defrauding the small stamp, namely henceforth to accept no papers, or allow them to be valid in law, except those written upon the very stamp that is required for it, and not wrapped around it; which is also enjoined upon the official clerks and others concerning all notarial deeds, extracts, or accounts. 11. Pursuant to the Extract of the Resolution of 30 March of this year, to take for information that henceforth to no one permission shall
Dutch transcription
403. Aan de wel Edele Agtb: Heer Nicolaas Padama opperkoopman en afgaande en Jacob Eilbracht opperkoopman en aankomende gezaghebbers deezer Custe Cor„ mandel met den Resorte van dien; Nevens Den Raad WelEdele Agtbaare Heeren Heeren Den Capitain van het schip Horsen George Philip Gas uwe Ed: agtbaaren sonderdanigen die naar ver„ zoekt zeer ootmoedig dat ten behoeve van zijn onder„ hebbende bodem hett volgende mogen werden verstrekt als 2. p:s spieren tot het maaken van Bramvaas 1. vath theer door dien alle zijne vaten met theer leedig gel„ st zijn. Randcoenen voor de 12. manschappen die voor deeze Custe geprojecteerden aan boord verbleeven zijn, waarmeede hij niet langer als tot deeze plaatze voorzien is geworden. - En voorts nog randcoenen voor de manschap„ pen die, van de wel na boord gezonden zijn om na Batavia overtevaaren /:onderstond:/ 'T welk Doende W=ma /:was geteekend:/ G: P: Gas Aan de wel Edele agtb: Heer Nicolaas Iadama opperkoopman en afgaande, en Iacob Eilbracht opper koopman en aankomende gezaghebbers deezer Custe Corman„ del met den Resorte van dien Nevens Den Raad Wel Edele Agtbaare Heeren en Heeren. Den gezaghebber van de pakket Boot De Expeditie Jacob deezen Iaare ontvangene en Bijlaagen. welke positive ordres daar bij al voor komen Iacob Zoetman uwel Ed: Agtbaarens onder da„ nigen en gehoorzaamen dienaar, en steerd zeer oot moe„ dig om de nodige verversching voor de manschap„ pen op voormelde kieltje bescheijden zo wel, als de noodige randcoenen voor de reijse na Colombo /:onder„ stond:/ 'Twelk Doende Et: /: was geteekend:/ I: Zoeteman, Besoigne overde Dervolgens, na het gearresteerde op den Bataviasche Brieven 24. deezer, als nu zijnde getreeden in besoigne over de in Iulij I:o leeden per het schip Horsen resemiflij ontvangene gemeene formeele resrectie van de Edele Hooge Indiasche Regeering de dato ƒ 27. April deezes Jaars en Hoogst der zelven nader gerespecteerde schrijven van den 11. en 18. der volgende maand Mei met de bij„ laagen na volgens Registers, is voor afven„ staan schuldplichtig te obtemporeeren alle de daar bij voorkomende positive of per„ manente Den 28. September 1790. 405. manente ordres,; namentlijk. — s Imin het vervolg bij verkoop van eenige houtwerken dezelve met een Capitaal advant te doen geschieden, in steede van met 30. Percento gelijk voorleede Iaar geschiet en te weijnig is, item om van vervolg deeze concessie voortaan met bescheiden„ heid gebruik te maaken. Om met den verkoop der vermij„ terde nooten te continueeren, zo lang de schaarscheijd van dezelve aanhout, schoon ze anders na de ordres der Heeren en Meesters, en het gestatueerde bij Extract uit de generaale Rezo„ lutien des Kasteels Batavia de dato 20. aug=s 1759. in n 28. September 1906: 2 te vervolg in aparte kisten met een gedittingeert merk naar Nederland moeten worden verzonden.— 3. Om, ingevolge de ordre der Heeren Majores vervat bij Extract Patriasche Missive de dato 9 Novembr 1739, en Extract Generaale Ressolutie des kasteels Batavia van den 13. augustus 1789. de hoofd gebieders van de westensche kan„ tooren, welke na bekoomen permissie van Hun„ ne Hoog Edelheeden direct verlangen te re„ patrieëen, een Iaar aan de Caal te doen verblijven, en daar en boven het bedraagen hunner borgtogt in 'sComp:s Cassa te doen tel„ len Om blijkens Civculair Extract generaale Den 28 September 1790. Resolutien 4. 407. 28. September 1790. Resolutie van den 17. Iulij 1789. , de gene„ raale Restanten ofte staatreekening voor„ taan te formeeren; en overte zenden na het model van een Iavasche Restant lijst, en zo als het reets begreepen en geordonneert is, sub 19. 8ber: 1781. — item nopens de restanten in de pakhuijzen voorlg: of zonderlijk optegeeven, of bij den Eisch aantetoonen, zo als het tweede model dic„ teert. 5. Om Conforan Extract Resolutie van den 23. october 1789. de overheeden van 'sComp:s scheepen, welke alle natte waeren duimsteek ontvangen te laaten volstaan, met dezelve vervolg dezelve in diervoege uitteleeveren. — 6. Om vide Extract Resolutie van den 26. Novem„ ber des eeven gemelden Jaars, voortaan aan de kapiteins en officieren van 'slands oorlog„ scheepen, geene verstrekking hoegenaamt van tafelgelden te doen zonder speciale authorisatie. 7. Om na luid van een tweede Extract Reso„ lutie van evengemelden datum in het vervolg geen oorlog scheepen van vreemde Natien op sComp:s Etablissementen te admitteeren ten zij ingeval van aller uijtterste nood 8. Om blijkens Extract notul van den 29. Dec: des gemelden Iaars bij verantwoording van kruitkeeren door de scheeps overheeden voor September 170. 409. voor de quantiteijt van meer dan 2000. lb: als van ouds, ieder veis 5. lb: te valideenen voor spillasie, doch van 2000. lb: en daar beneeden ieder heer 2. lb: op de duizend ofte permil 9. Om ingevolge Extract Resolutie van den 16. Maart 1790. bij het resumeeren van scheeps kruit reekeningen geen salut in reekening voorg te valideeren, dan, waar voor schriftelijke ordonnancie vertoond kan worden en om aan het hoofd der kruit reekeningen, het getal der stukken waar meede de scheepen gemon„ teert zijn, met het Caliber, bekend te doen stellen. 20. Pin, navolgens nadere Extract generaale Resolutie em ber 1790 ivoolg Resolutie van den 19. Maart 1790. te introduceen„ „ren en daar bij voorkomende schikkingen teegen het defraudeeren van het kleen Zegel namelijk om voortaan geen papieren aanteneemen, of in Rechten gelden te laaten dan die op het zegel dat daar toe word vereischt zelve geschreeven, en niet daarom geslagen zijn dat ook aan de Beamptschrijveren, en anderen gere„ commandeert word omtrend alle Notarieele Acten Extracten of Reekeningen. — 11. Omingevolge Extract Resolutie van den 30. Maart deezes Iaars ter naricht te nee„ men dat voortaan aan niemand permissie Den 280. September 1790. zal
English
Extracts and copies of those orders were dispatched and issued. permission of the former Governor will be granted to repatriate, before and until the High Indian Government has been informed of the state of the Trade Books, and that a clear transfer can be made. Of all which standing orders the necessary extracts or copies, both for the servants at the subordinate factories and to various persons here at the head office, were dispatched and issued shortly after receipt. Their High Excellencies, vide section 6 of the aforementioned formal reply regarding the administration of the main treasury at the time of the government 1790. 28 September 1790: continuation government under the late Honorable Reunier van Vlissingen and Chief Administrator Heracules Mossel, expressing their utmost displeasure over the failure to take serious measures to collect the debit of the aforementioned treasury resulting from goods sold on credit, which according to their own opinion was handled very feebly, and therefore recommending greater earnestness for the future: thus, since it is maintained that some of the debts have been settled, it has been resolved, upon the proposal of the chosen Acting Commander Jacob Eilbracht, to commission 28 September the Trade Bookkeeper Jacob Samuel de Raeff and Secretary Johan Joachim Hasz, and to order them to verify from the books of this government from 1784/1785 onward whether the debtors, as listed in the separate Ceylon dispatch dated 30 June 1785, whether as good or as doubtful, have been entered into the Trade Books, what has been transacted regarding them in the same and in the secretarial papers since then, and how the matter currently stands, and to provide this Council with a report in writing hereon as soon as possible. 28 September 1790. It is also, in order to comply with the order in section 10 of the aforementioned formal reply, particularly in the marginal reply to the extract from the dispatch of the High Honorable Lords Seventeen, dated 4 December 1788, section 171, to keep closer in view the remark made by their Right Honorable Excellencies concerning the reduction of the establishment on this Coast, and to take to heart their recommendation attached thereto as soon and as much as possible, resolved upon the proposal of the chosen Acting Commander to 28 September 1790. to order the heads of the respective clerical offices to submit as soon as possible a report in writing regarding the number of clerks serving in each of their offices, their necessity, competence, and skills; citing what work must be performed with the number that each office has, and how that differs from former and present times. And since the Right Honorable Lords Majors as well as the Honorable High Indian Government repeatedly insist continuation insist upon the reduction of the establishment of this Government, it has been resolved, in accordance with the further proposal of the aforementioned chosen Acting Commander, to have the invoice clerk Fredrik Willem Bloeme prepare a statement for the subordinate offices or residencies showing the profits and expenses of each office since the war or their reestablishment up to the book year 1789/1790 inclusive, indicating what the profits and expenses consist of, whether the Company has gained 28 September 1790. or lost by the re-establishment of the same, arrears on the respective deliveries naturally being included therein, and finally which servants, both native and European, are stationed at each factory and for what purpose each of them is employed according to the specification books; regarding the disbursements at this Head Office, such as those submitted by the Warehouse Master, Master Attendant, and others, the necessary representations were made in the outgoing letter dated 10 March 1788, to which it was answered in the honored reply of Their High Excellencies dated 29 July 28 September 1790. July thereafter, to leave the same for the present or in such manner as they now are, it being understood to note this here, without prejudice to the obligation of the chosen Acting Commander, as His Honor declared it to be his intention, to examine them further according to the intent of Their High Excellencies' latest resolution of 29 June 1790, and to serve his Honorable considerations thereon. Thus done and resolved in Castle Geldria at Palliacatta, date as above. Signed as before. Wednesday Wednesday, 29 September 1790. At nine o'clock in the morning Political Council Meeting All Present Absent was Administrator The Honorable Paul Engelbert van Helm for reasons as before The deliberations on the letters and annexes received this year from the Honorable High Indian Government at Batavia having been resumed today, attention was now directed to the remarks made by Their High Excellencies in the formal reply under date of 27 April of this year, under the main heading of the Inzaam, section 25.
Dutch transcription
411. latracten en Copijen dier ordres vervonden nen afgegeven. „stallen van het vororg Gouveremren zal worden verleent om te mogen repa„ trieeren voor en al eer de Hooge Indiasche Regeering geinformeert is, hoe het met de Negotie Boeken staat, en dat men li„ quide transport kan doen. Van alle welke permanente ordres de noodige Extracten, of kopijen zo voor de Bediendens op de subaltenne factorijen, als aan onderscheidene hier ten hoofdkan„ toore kort na de ontvangst zijn ver„ zouden en afgegeeven geworden. — hun Hoog Edelheeden vide §6. van voor„ vedemanderd onder betkende e melde formeele rescriptie omtrend de adminis„ tratie der groote kasse, ten tijde van het gou„ vernement b1r 1790. Den 28. September 1790: vervolgen vernement onder wijlen den Edelen Heer Reu„ nier van vlissingen, en Hoofdadministrateur seracules Mossel te kennen geevende hoogst„ derzelver misnoegen over het niet nee„ men van ernstige maatregulen tot het in palmen denebet van voorsz: Kassa spruijtende uijt de Credit verkogte koop„ manschappen het welk men na Hoogden zelven gevoelen zeer flauw behandelde en dus recommandeerende meer ernst voor den aanstaande: zoo is nademaal gesustineerd wordt, dat en van de schulden: zommige zijn afgedaan en venevent op de propositie van den Heer g'eligeert gezag„ hebben Iacob Eilbracht verstaan, den Negotie 413. den Sebs tem ber Negotie Boekhouder Iacob Samuel. De and: de Ratf in Mak Raeff en secretaris Iohan Ioachim Hasz: te committeeren en te gelasten om bij de boe„ ken deezes gouvernements van 178 2/5. af nategaan of de debiteuren, zo als ze zijn opgegeeven bij Ceijlonsche aparte missi„ ve de dato 30. Iunij 1785. het zij als goed ofte als dubieus, bij de Negotie Boeken zijn ingenoomen, wat daar van bij de zel„ ve, en de secretarieele papieren zeedert ven„ handelt en hoe het actueel daar meede ge„ leegen is, en om hier op zoo spoedig mogelijk aan deezen Raade te dienen van bericht inkcriptis. — T„ Vock 1 Den 28. September: 1796. Amasaten de Canteren en rnskt en„ ae dendenden en het werk te doen „Dock is, om te voldoen aan het geordinneerde bij §10. van voormelde formeele rescriptie om in het bijzonderde bij marginaale beant„ woording van het Extract uijt de missive der Hoog Edele Heeren Zeventienen, geda„ teerd 4. December 1788. § 171. voorkoomende aanmerking van Hunne wel Edele Hoog agtb: omtrend de vermindering van den omslag ter deezer kuste zig nader voor oogen te houden, en op te wekken Hoogst den zelver daar bij gevoegde recomman„ datie ten eersten zo veel mogelijk ten harten te neemen, op de propositie van den Heer g'eligeert gezaghebber verstaan de 415. en 28 September 1790. van winden de laten hntr der buijten Cop toeren na den onlage de baazen der respective schrijf kantooren te gelasten, om ten spoedigsten te dienen van bericht inschriptis nopens het ge„ tal der op ieder van hunne kantooren dienst doende scribenten, de benodigd„ heijd, bequaamheijd en kuendigheijd van dezzelve; met aanhaaling, wat er voor werk met het getal dat ieder kantoor heeft moet worden verricht, en waar dat al in verschilt met vroeger, en de tegenwoordige tijden. En nademaal de wel Edele Hoog Agtbaare an an Catur huen te antonen Heeren Maijores zo wel, als de Edele Hooge Indiasche Regeering bij reitiratie in„ sisteeren verorlg sisteeren op het verminderen der omslag van dit Gouvernement is, conform voor mel„ den Heer g'eligeerd gezaghebbers verderen voorstel verstaan om van de subalterne kan„ tooven, ofte opperhoofdijen, door den fac„ tuurhouder Fredrik willem Bloeme te laaten vervairdigen een aanloo„ ning van de voordeelen en lasten van ieder Kantoor, zeedert den oorlog afte het retablissement van de zelve, tot het boekjaar 17 3/80. inclusive met aan„ wijzing waar in de voordeelen en lasten bestaan, of de Compagnie met het wee„ der oprechten van de zelve gewonnen Den 20 September 1790. of 417. Den 28. September 1790. onder wet te ontinueeren of verlooren heeft de agterstallen op de respec„ tive leverancien gelijk het van zelf spreekt daar onder begreepen, eindelijke welke be„ dienden zo inlandsche als Europeesche op ieder factorij bescheijden zijn en waartoe ieder van dezelve, na aanwijzing der specificatie boeken worden geemploij„ eert zijnde wat aangaat de ongelden te dengelent hete Cmstere e deezer Hoofd kantoore, als daar zijn die„ welke door de Pakhuismeester, Equi„ pagiemeester en anderen opgebragt worden het nodige voorgedraagen bij afgegaan schrij„ ven de dato 10. maart 1788. daarop bij g'eerd rescriptie van Hun Hoog Edelheeden de dato 29. Julij September7 1790. getrgft: van zijn onsideratien Den 28. Iulij daar aan geantwoord, om dezelve voor eerst ofte indier voegen te laaten als zo thans zijn met vetwotelijten hererentemens dat dan verstaan is hier te noteeren on„ vermindert de gehoudenis van den Heer g'eligeerd gezaghebber om zoet zij E: Achtbaare verklaarde van voorneemen te zijn, die na de intentie van hun Hoog„ Edelheedens Iongst besluit van den 29. Iunij 1790. nader nategaan en daar op te dienen van zijn Achtb: consideratien Aldus Gedaan en gearresteerd in 't Casteel Geldrie te Palliacatta dato voor„ schreeven /:geteekend:/ als vooren. — Woensdag 1 419. Woensdag Den 29:' Sptember 1790. remarque H=o H: Ed:s overde min Jnsaam t Jagermerkj=rn S morgens te negen uuren Vergadering van Politie Alle Preszent Bedalerd p:s Was Admstatu D: E: Paul Engellert van Helm om reeden als vooren Deeden weeder zijnde her vat de besoigne vervolg van de Bo„ over de deezen Iaare ontvangene brieven en Iaare ontvangene bijlaagen van de Edele Hooge Indiasche gen van Battavia regeering te Batavia, werd de attentie als nu gevestigd op de bij formeele Rescriptie sub 27. april deezes Iaars, onder het hoofd deel van den Inzaam §25. door Hun Brieven en Bijlaa„ soigne over de deezen Hoog Edelheeden „
English
and wholly to Adraspatnam. Their High Mightinesses made a remark on the procurement for 178 7/8, or that that of Jaggernaickpoeram amounted to fully 136 packs less than that of 178 6/7, while in the years 1787, 88, and 89 not the slightest collection was made at Sadras, desiring satisfactory reasons for this, the more so because private merchants could obtain linens from those places and it would be foolish to order samples from there if no collection could be made, in addition to the fact that the merchant van Bijland on this matter had submitted a report to this meeting, 29 September 1790. in which he declared to have found his sole subsistence in this branch; thus, although with regard to what was advanced by the said van Bijland it has already been understood by this meeting how unfounded he has declared himself to be, nevertheless out of consideration that in a general sense it is easier for private individuals to obtain linens because, firstly, they supply themselves with assortments that are not acceptable to the Company as differing either in quality or in length and breadth, and secondly because they, for their requirements on the one hand, accommodate their merchandise to the market, being content with current prices, and on the other hand generally accept in payment from the buyers of their goods the linens that are bought up by them and not made according to specified lengths, breadths, etc.; after deliberation, it was approved and resolved to note this down here, and otherwise to await the answer expected from Jaggernaickpoeram to the extracts sent thither, taking into consideration with regard to Sadras that the necessary representations have already been made regarding the collection there, as appears from the separate missive of 10 February and the answered Patria extract of 4 Dec: 1788 § 174, inserted with the missive to Their High Mightinesses of 26 March of this year. Their High Mightinesses, in § 26 of the aforementioned formal rescript, without wishing to enter into the reasons given by the missive of this assembly under 18 October § 13 and 9 why no collection was made at Sadras, considering them insufficient and contrary to the report of the aforementioned van Bijland, against which the meeting not only said nothing but on the contrary referred to it without bringing forward or remarking anything in the least upon it, whether by way of excuse and elucidation, much less by way of refuting the propositions and insinuations used therein: thus it was resolved to record the declaration of the Honorable retiring Commander that he was prevented in this matter by a stroke of apoplexy that occurred at the same time and lasted for more than a month and a half, resulting in paralysis on the left side, and for that reason delayed his accountability 29 September 1790. until the next opportunity, when his Honor declared himself on the matter, and the assembly, as shown by the annotation to the separate resolution of 5 February of this year, took over that address; considering the same here as inserted, so that, beyond what will be further presented for defense, it may serve for their provisional defense. Yet since, as Their High Mightinesses further please to note in the aforementioned § 26, the aforementioned report of van Bijland contains positive accusations of public deception, fraud, and far-reaching malversations that allegedly took place in the linen trade, and which he undertakes to confirm with sun-clear proof, suspending disposition thereon until after the receipt of a satisfactory account in that regard, with orders that in case the late Honorable Commander Willem Blaaukamer should be involved in those accusations, to place an attachment on his estate; thus it was resolved to note the declaration of the retiring Commander Nicolaas Tadama, in his capacity as co-attorney of the aforementioned estate, that according to the books with the Honorable Company the same still has a credit of over seven thousand pagodas, and that these can serve as security for whatever might prove to be charged against the same, which amount is thus approved for the present to remain thus attached at the further disposal of the Honorable Company, without making any payment thereof except in so far as it shall appear after date or in time that too much has been withheld. And whereas Their High Mightinesses expressly desire that the retiring Commander will sufficiently bind himself by a solemn promise not to alienate or transfer any of his property prior to Their aforementioned further disposition, but to place the same at the disposal of the Honorable Company until
Dutch transcription
en gehel ge te adrasp=m. Hoog Edelheeden gemaakte ne marque, op de procure voor 178 7/8. ofte dat die van Iaggernaijkpoeram wel 136. Pakken minder quam te bedragen dan die van 178 6/7. terwijl in de Iaaren 1787. 88. en 89. te sadras geen de minste inzaam was geschiet daar van voldoende reeden begeerende, te meer daar particulieren van die plaatszen lijwaaten konden bekoomen en het dwaas zoude zijn van daar monsters te ontbieden in„ dien er geen inzaam te doen was, be„ halven noch dat de koopman van Bijland op zijn desweegen bij deezen Den 29. September 1798. vergadering 2 2 e 421. Den 29 September 1790: „culier facielder als d. E: Comp„se lywaaten kunnen bekomen vergadering ingedient Rapport, hadde betuijgd zijn eenigste bestaan bij deeze takte hebben gevonden, zoo is of schoon beluigte antekning waan omn part wat aangaat hat geadvanceerd door gem: van Bijland, van weegen deeze vergade„ Vertoond ving bereets is verstaen hoe ongefundeert hij zich heeft verklaart echter uijt aanmerking dat in een algemeen zin het den particulieren gemakkelijker valt lijwaaten te bekoomen om dat zij voor eerst zig voorzien van sorteeringen die bij de Comp: niet acceptabel zijn als verschillende of in qualiteijt of in lengte en breete en ten anderen om dat ze tot haaren ƒ trend aftewagten. haare benoodigtheijd aan de eene kant met haare koopmanschappen zich schikken „ nade markt te vreeden zijnde met de Courante prijzen en aan de andere kant van de Koopers van haare goe„ daren doorgaans in betaaling aannee„ men de lijwaaten die door zoodanige opgekocht, en niet na bepaalde lengte breedtens ensz: aangemaakt worden na overweeging goedgevonden en verstaan in t Jagermutsp=r ontword hier om, dit alhier aanteteekenen en overigens aftewachten het antwoord dat van Iag„ germaijkpoeram op de derwaards gezon„ dene Extracten word te gemoet gezien koo„ Den 29. September 1790. meende 423. Den 29 Deptember 170. bered vertog edaan. hebben verklaaring op van Bijland de„ schuldiging nop=s den niet in saam op sadran. mende ten aanzien van sadvas in aan„ aanmerking omtrend saderas dat merking dat nopens de inzaameling aldaar bereets de noodige vertooningen geschiet zijn, gelijk dat consteert bij apparte missive van den 10. februarij en het beantwoord Patriasche extract van den 4 Dec: 1788. § 174. geinsereerd bij missive aan Hun Hoog Edelheeden van den 26. Maart deezes Iaars. — Dun Hoog Edelheeden bij de 26: 8 van aantakng as lans end ge za voorm: formeele rescriptie zonder zich te willen inlaaten over de bij missive deezer vergadering sub 18. october §13. en „9. gegeevene reedenen waarom geen in„ zaam vervolg zaam te Sadras is gedaan die houdende . voor onvoldoende en strijdig met het Rap„ port van voorm: van Bijland, teegen het welke de vergadering niet alleen niets gezegt maar integendeel zig daar aan gerefereert heeft zonder daar op, ets het minste het zij tot verschooning en aliciden tie veel min tot weederlegging der daar bij gebruijkste stellingen en insumilatien in te brengen off aen te merken: zoo is verstaan opte teekenen de ver„ klaaring van den E: E: Achtb: Heer afgaande gezag„ hebben van, hier in door een ter zelven tijd opgekoomen, en meer dan anderhalve maand aangehouden toe„ val van appoplezie, en daar uijt ontslaane verlam„ ming aan de linken zijde, verhindert te zijn gewor„ den, en om der reeden met deszelfs verantwoording Den 29. September 1790. getardeert 425. 7000. pag: redit van Blaaukamer boedel tot nadere dispositie gearresteerd „tig houden en waarene getardeert te hebben tot de naaste geleegentheijd, wan„ neer zijn E: Achtbaare zich, ter zaake verklaart ende vergadering uitwijzens annotatie bij aparte Resolutie van den 5. februarij deezes Iaars, dat ver„ toog heeft overgenoomen; houdende het zelve alhier voor geinsereert, om buijten het geen verder tot verdeeliging zal worden opgegeeven te moogen dienen tot haare provisioneele verantwoording. Dan nadien gelijk hun Hoog Edel heeten bij de voorsz: 261 verder gelieven aante merken in het voorsz: Rapport van van Bijland voorkoo„ men stellinge beschuldigingen van openbaare mis„ leiding, bedrog en verregaande malvertati en die in den lijwaat Handel zouden plaats vinden, en welke Den 29. September 1790. 1 Den 29. September 1790: vervolg welke hij aanneemt met zonne klaare bewijzen te bevestigen, de dispositie daar op surcheerende, tot na het inkoomen van een satisffactoire verant„ woording, dierweegen, met last om bij aldien de E: Achtbaare Heer overleede gezag hebber willem Blaaukamer in die beschuldigingen mocht betrokken zijn, deszelfs Boedel met arrest te bezwaaren; zoo is verstaan, te notee„ ven de verklaaring van den Heer afgaande gelag„ hebben Nicolaas Tadama, in hoedanigheijd van meede gemachtigde van voorschreeve boe„ del dat dezelve volgens de boeken bij D' E. Comp: nog ruim zeven duizend pagooden te vooren 1 staat, en dat die konnen strekken tot een waar„ borg van het geen tot laste van dezelve, mocht komern ƒ 427. Den 29: September afgaande gesagh=t zijn bestting ver„ bind Etc:a komen te blijken, en welk bedraagen dus werd goedgevonden voor eerst dusdaanig of gearres„ teerd, ter nadere dispositie van D: E: Comp: te laaten voortloopen zonder eenige betaaling daar van te doen dan bij zo verre na dato ofte in den tijd zal blijken dat te veel mogt aan„ gehouden zijn. — En nademaal hun Hoog Edelheeden expares bgerten ene t telijk begeeven, dat de Heer afgaande gezaghebber zich door een plechtige belofte voldoende zal verbinden om voor Haare voorschreeve nadere dispositie geene van zijne goederen te veralie„ neeren ofte over te maaken maar dezelve te stellen ter dispositie van de E: Comp: tot dat op 2 190.
English
before which, or that, might be resolved concerning His Honour on the one and the other matter, the said His Honour declared that he complained in the highest degree about the harshness of the commitment upon unproven accusations, and as Their High Noble Honours themselves describe them as insinuations that can never be made good, and upon which His Honour believed he had already sufficiently answered by the aforesaid writing, which was received in the meeting of the 5th of February of this year, and sent on the 10th thereafter via Ceylon to Batavia, that according to His Honour's thoughts he could be excused therefrom, with the request that if the incoming Director and present members might understand it otherwise, they would be willing to postpone the final disposition on this order until tomorrow, when His Honour undertook to submit his objections in writing. The aforesaid writing having been reviewed hereupon, and having considered with the incoming Director that if the same could have been in Batavia so early that Their High Noble Honours could have made use thereof during the latest deliberations on Coromandel, matters would very likely have appeared in another light, and possibly they would first have demanded the proofs of what are believed to be unfounded and irresponsible accusations, without coming to the aforesaid extremity; thus, after deliberation on this and that, it has been approved and agreed to grant the request of the Honourable outgoing Director and thus to leave the disposition on the aforesaid order suspended until tomorrow. Subsequently was heard the declaration of the incoming Director, how His Right Honourable was demanded and seriously recommended, by separate letters from the Noble High Indian Government dated 12 May and 2 July of this year, carefully to investigate the accusations brought forward by the aforesaid Merchant van Bijland in his considerations submitted to that Ministry, both against the aforesaid outgoing Director Tadama, the members of the Council, and the appointed Chief Administrator van Halm, also the other servants, and to report to the High Government according to truth and with appropriate certainty, and elucidate how matters might stand therewith, as also with regard to the multitude of fraudulent transactions which were alleged to have been committed by the said outgoing Director and the Council in general, but especially by the said van Halm, specifically with the minting of dabboesen, to be seen in detail in the papers received from the aforesaid van Bijland by Their High Noble Honours per the cutter Le Diable, and sent to him, the incoming Director, in copy; for the execution of which His Right Honourable made known that he must first inform himself of the reasons and motives for the arrest which the said van Bijland reported to Their High Noble Honours as being of the most extreme criminal nature, and about which he has complained in the highest degree; to wit, whether that arrest was decreed politically or judicially and by whom, also whether the case and asserted action against him has been established in the Court of Justice, or is still in the terms of the political; in either case requesting the exhibition of the resolution of the political administration or the disposition of the justice, in order, having seen and considered the same, to be able to deliberate what means ought to be employed to satisfy the aforesaid desire of Their High Noble Honours, and to have van Bijland brought hither at the earliest, whether arrested or after release from arrest, with and alongside the aforesaid Chief Administrator van Halm, under a certain separate restriction to him, the Director, and his service continued, and being so involved in the matter that he will necessarily need to be heard further. Thus it has been agreed to record this and that according to His Right Honourable's desire, and at the same time to note that regarding the arresting of the person of the repeatedly mentioned van Bijland, the separate resolution of this meeting of the 12th of March last was communicated and read to His Right Honourable; and furthermore to make known that the matters still remained in the political sphere, since although some proofs had indeed been gathered against van Bijland by the Fiscal Office, the action has not yet been instituted in the Court of Justice or formally filed, but the conduct of him, van Bijland, was meanwhile investigated at Jaggernaickpoeram itself by an expressly appointed commission, and consequently all those who were involved therein were heard, as the records concerning this in
Dutch transcription
ver dat uijt del ot mogen betkhan ter tegen van zin agt: op het een en ander zal zijn gedispoeert, betuijg„ de gemelde zijn agtb: zich ten hoogsten te beklaa„ gen, over de hardigheijd der verbintenis op onbe„ weezen beschuldigingen, en gelijk Hun Hoog„ Edelheeden zelve die beschrijven als insimulatien die nimmer zijn goed te maaken, en waar op zijn E: Achtb: vermeende zich bereeds zoodaan nig te hebben verantwoord bij het voorsz: geschrift, dat ter vergadering van den 5. fe„ bruarij deezes Iaars is overgenoomen, en den 10. daar aan over Ceijlon na Batavia verzonden dat na zijn Ed: gedachten daar van zoukun„ worden geexcuseert met verzoek om indien de Heer aankoomende Gezaghebber, en pre„ Den 29. September 1790. sente 429 reeds na Batavia afgegaan en Consi„ deraten daar opd semte leiden, het anders mogten begrijpen de finaue dispositie op deese ordre uijtte willen stellen tot morgen wanneer zijn E: omschijfkigt vin e ate e gen Achtbaare aannam zijne bezzwaar nisschrij„ telijk op te geeven. — Het voormelde geschrift hier opgeleeken oftlutin en ijngete et en met den Heer aankomende gezagheb„ per geconsidereert zijnde dat bij aldien het zelve zoo vroegtijdig te Batavia had kunnen zijn dat Hun Hoog Edelheeden daar van onder de Jongste besoigne over kormandel gebruijk hadden kunnen maa„ kande zaaken veel ligt in een ander oog„ punt beschut, en moogelijk eerst gevordert Zouden morgen. gezaghebber nots zijn agtb:s Commis„ sie tot onder soek op de klagte van van Bijlande zouden hebbende bewijzen van zoomen ver„ meent ongefundeerde en onverantwoor„ delijke beschuldigingen zonder tot het uitstling van de posie tot voorsz: uijtterste te koomen; zoo, is na overweeging van dit een en ander goedgevon„ „ den den en verstaan in het verzoek van „ E: Achtb: Heer afgaande gezaghebber te be„ willigen en de dispositie op voorsz: ordre dus tot morgen gesurcheert te laaten vrkslaring vand' Har antomd Vervolgens werd gehoord de verklaaring van de Heer aankomende gezaghebber hoe zijn E: E: achtbaare bij aparte lette„ ven van de Edele Hooge Indiasche regeering de dato 12. Meij en 2. Iulij dee zes Iaars Den 29. September 1790 was 431. was gedemandeert en serieuselijk gerecom„ mandeert, om de door voorm: Koopman van Bijland bij zijne aan diet Minis„ terie overgegeevene bedenkingen voort„ gebrachte beschuldigingen, zoo teegen voorm: Heer affgaande gezaghebber Tadama, de lee„ den van den Raad, en geligeerd Hoofd Admi, vevolge nistrateur van Halm item de verdere die„ naaren naukeurig te onderzoeken, en Hoog dezelve, na waarheijd en met gepaste con„ daatheijd te berichten en te elucideeren hoedanig het daar meede mochte geleegen zijn zoo ook ten aanzien van de meenigte van Den 29. September 1790: wendt munten van Dabboesen Bijland arresta moeten onderbeken van frauduleuse behandelingen die door gem: Heer afgaande gezaghebber en de Raart in het alge„ insondenterdtij van halm on, meen, dog inzonderheijd door op gem: van Halm gepleegt zoude zijn speciaal met het munten van dabboesen omstandig te zien bij de daar van bij hun Hoog Edelheeden per de Kotter le Diable van voorschreve van Bijland ontvangene, en hem Heer aankomende gezaghebber, in Copia toege„ onrdeldant aet ad anton van zondene Papieren ter uitvoering van het welke zijn E: E: Achtbaare te kennen gaf zich alvoorens te moeten informeeren na de reedenen en motiven van het ar„ rest dat gem: van Bijland als ten uit Den 29. Fep tersten 433. terste Crimineel aan Hun Hoog Edelheeden opgegeeven, en waar over hij zich ten hoog„ „ten beklaagt heeft te weeten of dat arrest politiek of Justicieel is gedecerneert en door wie item off de zaak en gesustineerde actie teegen hem bij de Iustitie Bank vast ge„ maakt, ofte als noch is in de termen van Politiek in een of ander geval met ver„ zeek van exhibitie van het besluit van de Politie of het dispositie van de Iusti„ cie, om het zelve hebbende gezien en overwoo„ gen, te konnen overleggen welke middelen om ante Comiste kunmme voldoen. er dienen in het werk te worden gesteld, om aan de voorsz: begeerte van Hun Hoog Edel„ heeden Jea 1 ƒ Den 29. September 1790. herwiaarde komen te houden meld de tex. in van Bijsanden van Halm : dan haeden te voldoen, en van Bijland het zij gearres„ teerd, of na ontslag uit het arrest, ten eersten herwaards te doen komen, met en beneevens voorm: Hoofdadministrateur van Halm onder zeekere aparte restrictie aan hem haer gezaghebber, en zijn dienst gecontinueert en in de zaak zoodanig betrokken dat nood wendig nader zal dienen te worden ge„ welk aanteekeng hier ontrend) hoort: zoo is verstaan dit een en ander navolgens zijn E: E: Agtbaares begeerte al„ dus en tevens aante teekenen dat weegens het arresteeren disperzoons van meerw: van Bijland aan zijn E: E: Agtb: is ge„ communiceert en voorgeleezen het apart besluijt 435. Den 29. September 1790: besluijt deezer vergadering van den 12 maart J:oleeden en overigens te kennnen gegeeven dat de zaaken als noch verseerde in de termen van het politieker, nademaal door het officie fiscaal wel eenige bewijzen teegen van Bijland waren vervolg ingewonnen, maar dat de actie bij de Justitie als noch niet geinstitueert ofte bank vast gemaakt, maar het ge„ drag van hem van Bijland intusschen door een expres benoemde Commissie te Jagger naijkp: zelve onderzogt was, en gevol„ gelijk alle die daar in betrokken waaren gehoort zijn geworden gelijk de derweegen in
English
all documents after reading demanded of Pietersz: and Duijnevelt to provide a statement of the general price increase to be done in hol dangal the bundles of letters brought into the meeting the incoming and outgoing papers and other documents came to show, all of which His Honorable took with him, together with the evidence gathered against van Bijland that was submitted at the same time, in order to review and examine the same before being able to make any further overture or proposition to the Council, believing that he needed some time to reflect upon the reality of the matter. Their High Excellencies having seen §28. of the formal Rescription yet passing before this gentleman the price increase granted to the Bimilipatnam merchants The 29th September after 437. after the example of those of Iaggernaijkpatnam, taking into consideration the disadvantageous consequence of the price increase, namely immediately seeing the example followed from one place to another, whether well-founded or unfounded, and under this special condition, that in the defense to be made regarding the aforementioned points of accusation by van Bijland, as relating thereto, it be sufficiently demonstrated both the necessity of that increase and that it was truly paid to the merchants; furthermore, since van Bijland states in the Report that it is continuation a Coromandel system to increase the textiles by some percent, desiring that provisional security shall be given at all places where this practice has occurred: thus, in order to judge and verify who all must be included in that security and up to how much, it has been resolved to demand of the Trade transferrer Wouter Pietersz: and Secretary of the Orphan Chamber Simon Duijnevelt, by extract hereof, the drawing up of a demonstration of the general amount of the price increases, both here The 29th September and 1790. 439. and at the subordinate factories, from the time it was introduced until the time it continued or was altered or diminished again, indicating where, when, on what kind of goods, and by whom the same, or which members of this assembly, granted it accordingly, and for how much each of the consenters should have to provide bail, to be calculated pro rata according to the sum and the means of subsistence previously held; the commissioners being required to inform themselves regarding the names of the participants from the Secretary continuation Secretary of this assembly, who is hereby ordered to provide them with the necessary information from the Resolutions as well as otherwise. Wherewith the assembly has separated again today to convene again tomorrow and resume the business. Thus done and resolved in Castle Geldria at Palliacatta, date as above: /:signed:/ as before. Thursday The 29th of September 1790: 441. business concerning the letters and appendices received this year from Batavia, and reservation of the gentleman outgoing Commander At nine o'clock in the morning Council of Policy All Present Except The Honorable Senior Administrator van Palm for the reason as before, and The Warehouse Master De Raeff due to indisposition. To begin the further continuation of the business concerning the respected orders of the Honorable High Indian Government contained in the formal rescription of the 27th of April of this year, regarding the points to be handled today, in compliance with Thursday, The 30th of September 1790. the production of written objection against Their High Excellencies' disposition upon accusation of van Bijland deliberation thereon what was agreed upon by yesterday's resolution, there was produced by the gentleman outgoing Commander a document serving as an objection against and reservation of recovery of damages for the attachment of his goods ordered by Their High Excellencies, solely and exclusively based on accusations by the merchant van Bijland, which, far from being proven, as His Honorable assured could never be proven, requesting a disposition thereon, thus, after the said gentleman outgoing Commander, upon request, had left the assembly the freedom of deliberation, upon further reading and consideration of the content of His Honorable's defense sent over in February last, into consideration came The 30th of September 1790. the 443. The 30th of September 1790. the prematurity of the accusation by someone who, as is demonstrated in the clearest terms, remarked nothing regarding the subject when it was actually the time to do so, but being chief at Sadras, even found himself in the necessity to make a request for an increase on the procurement, and that up to 8 percent, which, if it is a system, causes the sincerity of van Bijland, or his diligence for the Company's true and essential interest, to lose its value immensely, since he should then have refrained from such a proposal and shown other proofs of duty, as one trusts will agree with the equitable sentiments of continuation of the Honorable High Indian Government, who will wrong no one when one can justify oneself or demonstrate one's innocence, and that, in so far, the disposition of the same is somewhat to be blamed on Mr. Tadama himself, if His Honor did not have a valid reason for excuse, of having been utterly unable to address and excuse himself to Their said High Excellencies earlier than in the aforementioned February, which, as the assembly already remarked yesterday, this defense in all likelihood would have brought about an uncommon softening in the judgment of Their High Excellencies. The 30th of September 1790.
Dutch transcription
ale documenten verte ecture gedemandeerd aan Pietrs: en Duijmvelt 'T opgave van de generaale prijs verhooging te doen in hol dangal in vergadering gehaalde bondels met brieven de Her ankomend gesngistberent en andere papieren quamen uitlewijzen, alle welke zijn E: E: Achtbaare na Zichnam met de tevens overgegeeven bewijzen teegens van Bijland ingewonnen ten einde dezel„ ve te resumeeren en nate zien al voorens eenige verdere ouventuure of propositie aan Raade te kunnen doen vermeenende eenige tijd noodig te hebben van zich op het gewiest der zaake te moeten bedenken. Dun Hoog Edelheeden viere §28. van formeele Rescriptie noch voor deeze heer passeerende de aan de Bimilipatnamse kooplieden geaccordeerde prijs verhooging Den 29. Se na 437. na het voorbeeld van die van Iaggernaijkps onder aanmerking van het nadeelig ge„ volg der prijs verhooging van naamelijk terstond het voorbeeld van de eene opan„ dere plaatzen, het zij gegrond off ongegrond gevolgt te zien en onder deeze speciale vervolg Conditie, dat bij de te doene verantwoor„ ding op de voorgeciteerde poincten van accutatie door van Bijland, als hier toe relatief, voldoende worde aangetoond zoo wel de noodzaakelijkheijd van die ver„ hooging, als dat die waarlijk aan de koop„ lieden betaalt is; verder nadien van Bij„ land bij het Rapport poseert, dat het een vervolg een kormandelsch Tijltema is de lijwaaten andel met eenige percentos te verhoogen, be„ geevende dat bij provisie Cautie zal wor„ den gesteld op alle plaatzen, alwaar dit gebruik heeft plaats gevonden: zoo is om te oordeelen en nategaan wie al in die Cautie moet worden betrokken en tot hoe veel inder verstaan, den Na„ gotie overdrager wouter Pietersz: en secretaris van de weeskamer Simon Duijnevelt bij Extract deezes te de„ mandeeren het opmaaken van een aantooning van het generaale bedraa„ gen der prijs verhoogingen zo alhier Den 29 Me als 1790. 439. als op de onderhoorige factorijen zeedert dat de zelve is geintroduceerd tot de tijd dat ze continueerd of weder is gealteneerd of gdim: nueert, met aan wijzing waar wanneer op welk zoort van goed en door wie de zelve of welke leeden deezer vergadering zeis involg geaccordeert, en voor hoe veel, een ieder van de inwilligers zoude moeten borg stellen te reekenen na rato van de som en het te vooren plaats gehad hebbend middel van bestaan zullende zij gecommitteer„ dens zich aangaande de naamen der Par„ ticipanten moeten informeeren bij den secretaris vervolg Secretaris deezer vergadering, die mits deezen „gelast wordt hun uijt de Resolutien als ander„ zints, de nodige opgaven te doen. Waarmeede dan de vergadering heeden weeder is gescheijden om morgen ander„ maal bij een te koomen ende besoignete hervatten Aldus Gedaan en gearres„ teerd in het Casteel Geldria te Pal„ liacatta dato voorsz: /:geteekend:/ als vooren Donderdag Den 29. ' September 1790: 441. soigne over de diezen saa„ re ontvangene brieven en bijlaagen van Batavia, en reserve van de Heer afgaande gesagh=t Smorgens te negen uuren Vergadering van Politie Alle Prezent Behalven De E: Merfe Admministrateur van Palm om reeden als vooren, en De Pakhuijsmeester De Raeff mits indispositie Tot een aanvang van de heeden verder te verhandelen verder vervolg van de be„ ne poincten der besorijne over de gerespecteerde ordres van de Edele Hoog Indiasche Regeering verval bij de formeel rescriptie van den 27. April deezes Iaars, door den producte van schriftelijk bswaar Heer afgaande Gezaghebber in voldoening aan Donderdag Den 30 ' September 1790. het tegen H: H: Ed: dispositie op accudati van van Bijland deliberatie daar over het ingewilligde bij besluijt van gisteren zijnde geproduceerd een geschrift, dienende tot bezwaar„ over en reserve van schade verhaal, teegen de door Hun Hoog Edelheeden geordonneerde verbintenis van zijne goederen, en kel en alleen op beschul„ digingen door den koopman van Bijland, die verre van beweezen te zijn, gelijk zijn E: Acht„ baare verzekerde nimmer beweezen konden. worden, met verzoek van dispositie daar op, zoo is, na dat gem: Heer afgaande Gezach hebber op versoek de vergadering vrijheijt van delikeratie had gelaaten, bij nadere lectura en overweeging den inhoud van zijn E: E Achtbaares in februarij laastleeden over„ gezonden verantwoording, in considteratie gekoomen Den 30e September 1740. de 443. Den 30e. September 1790. de prematuriteijt der beschuldiging door iemand die gelijk ten klaarsten word gedemonstreert toen het eigenlijk tijd was, ten sujette niets geremarqueerd maar opperhoofd te sadvas zijnde, zelfs zich inde noodzaakelijkheijd bevonden had om ver„ zoek te doen tot verhooging op den inzaam, en dat wel tot 8. percento, het welk, indien het een vervolg Lijsterman is de oprechtheid van van Bijland, ofte zijne zorgvuldigheijd voor ' Compagnies waar en weezenlijk belang ongemeen van haar waarde doet verliezen wijl hij dan, met zoodaanige een voorstel agter weegen had moeten blijven, en andere blijken van devoir, toonen, gelijk men vertrouwd dat over een zal stemmen met de equitabele gevoelens van vervolg van de Edele Hooge Indiasche Regeering, niemant zullende verongelijken wanneer zich verant„ woorden ofte zijn onschuld aan den dag leggen kan en dat, voor zoo verre, eenigzints aan den Heer Tadama zelfs, de dispositie van Hoog dezelve is te wijten indien zijn E: geen wit„ tige reeden van verschooning had, van met geen mogelijkheijd een als in februarij voormelt, zich aan welm: hun Hoog Edelheeden te hebben kunnen addresseeren, en verontschuldigen, dat gelijk de vergadering bereets gisteren heeft gene„ marqueert, deeze verantwoording aller waarschij„ nelijkst een ongemeene verzachting in het oordeel van hun Hoog Edelheeden zou hebben Den 30: September 1740. opgeleevent