VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3878

Coromandel · 1,448 pages · 270 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3878_0685 view scan ↗

English

445. The 20th of September 1790. presented, and show the accusations in an entirely different light than that in which they were viewed in the absence of a defense, and accordingly, together with the Honorable Designated Authority, judged that, notwithstanding the extraordinary nature of this grievance, innocence, if it is as certain as the Honorable outgoing authority conscientiously declares, notoriously legitimizes all means and ways for the defense and preservation of one's rights; which would be lost if one were to submit tacitly or silently to orders or condemnations such as those by which the Honorable outgoing authority feels aggrieved, and accordingly, in accordance with the proposal, it was resolved to accept and insert this document, as proposed by the Honorable incoming authority, approved The 30th of September approved and agreed to accept the document as it lies, and, in proof of the grievance, to insert it herein; the same reading as follows: From the report of affairs made since October of the past year, I do not doubt that it will have become convincingly clear to Their High Excellencies the reason why I was not able to answer immediately to the insulting and grievous accusations of Van Bijland, namely: the onset of an apoplexy that befell me through all the hardships and such rough and shameful treatment as Van Bijland dared to use against me, so that I may trust in the well-known equity of Their High Excellencies that, if my defense since made and sent in February via Ceylon for the committee concerning this government could have been before the eyes of Their High Excellencies, They would have viewed the burdensome insults in an entirely different light and, based on unproven and shameful accusations from a passionate and rash mind like that of Van Bijland, would not have imposed upon me the harsh condition of having to bind my modest possessions and estate, acquired after a long service not in luxury and presumption but with care and anxiety, as if that slander had already been proven as clear as day, which has not happened so far on any single point, nor is it possible that it will ever happen regarding any of them; a harshness that overwhelms my spirit because it is so utterly convinced of innocence, and why, if the aforesaid assembly, upon rereading my defense, should judge that, notwithstanding this, the aforesaid order must be complied with, I hope that Their High Excellencies, regarding the infraction upon my honor, reputation, and credit, and the damage being brought upon and caused me 447. The 30th of September 1790. taking into consideration what to do in compliance with Their High Excellencies' disposition, caused as long as I may not dispose of what is mine, will not take amiss the right that I reserve for myself to recover damages and interest, if not from Van Bijland, with whom little would be found, then from the Honorable Company itself, to seek to obtain and acquire them wherever I might in time be advised. Was signed N:s Tadama. In the margin: Handed over in council on the 30th of September, Year 1790. However, since this, so far as this assembly is concerned, does not remove the obligation under which one lies, on account of different opinions and the uncertainty of the outcome of affairs, to obey the order without deviating from it, the well-mentioned incoming authority gave into consideration how one was to understand the meaning and intent of the same, namely, whether to bind oneself sufficiently by a solemn promise, or whether that ought resolution to have the outgoing authority sign a bond. to take place by drafting and signing a solemn written promise during the current meeting, or whether something more ought to be observed in that regard, such as posting a sworn surety. Whereupon, after ripe deliberation, and the members having made it known that, on the one hand, the nature of the matter, namely an unproven accusation, and on the other hand, the integrity of Mr. Tadama, does not permit demanding anything more of His Honorable than that which the order of Their High Excellencies literally dictates, namely a solemn, sufficient promise, since the posting of a sworn surety is a measure required in law The 30th of September 1790: 449. The 30th of September 1790. defense already made, and that which is to follow from this assembly and Mr. Designated Authority Eilbracht in particular, upon the by the designated, more required when someone is half-convicted or at least greatly suspected; that, moreover, this measure would not have escaped the attention of Their High Excellencies had They found it necessary; and accordingly, it was unanimously approved and agreed to request His Honorable, instead of a sworn surety, to sign during the current meeting the drafted form below: I hereby solemnly promise and bind myself that, pending further disposition of the Honorable High Indian Government, I shall not alienate or transfer any of my securities or goods, but place them at the disposal of the Honorable Company until such time, and upon my already Insertion of form. and arrested Jagannathpuram's chief of Bijland

Dutch transcription

445. Den 20e: September 1790. opgeleevert, in de accusatien in een gansch aender licht doen voorkomen als waar in die, bij mans„ quement van verdeediging zijn beschout, en mits dien met den Heer G'eligeert Gezeg hebben geoordeelt, dat onaangezien het extra ordinaire van deeze bezwaarnis de onschult, indien die zoo zeeker is, als de Haer afgaande gezaghebber gemoedelijk betuigd, notoir wettigt alle midde„ len en weegen tot defensie en preservatie van ie„ mands Recht; dat verlooren zoude gaan indien men zich aan beveelen, of Condemnatien als die, waarmeede de Heer Afgaande gezaghebben zig geaggraveert voelt tacite of stilzuwijgende on„ derwerpt, en mitsdien, Conformn de propositie beslug tit accptatie van den Achtbaaren Heer aan komand gezaghebber goedgevonden Den 30. Septemb goedgevonden en verstaan, het geschrift, zo als het en Insertie van dat geschrift legt, aanteneemen, en ten bewijze van bezwaar, bij deezen, te insereeren; buijdende het zelve als volgt Bij het zeedert october anno passato gedaan ver„ slag van zaaken twijffele ik niet of Hun Hoog Edelheeden zal overtuijgend zijn gebleeken de reeden waarom ik mij niet direct heb konnen verantwoorden op de hoonende en grievende beschuldigingen van van Bijland, namelijk: het toe„ val van een appoolozie die mijn tot is geweest door alle de moeije„ lijkheeden, en zulke ruwe en smadelijke bejeegeningen, als waarmeede van Bijland zich teegen, mij heeft durven, bedie„ nen zodat ik van de bekende billijkhtijd van Haar Hoog Edel„ heeden smag vertrouwen, dat zoo mijne zeedert gedaane en in februarij over Ceilon verzondene verantwoording voor de besoigne over dit gouvernement onder het oog van Haar Hoog Edelheeden hed kunnen zijn Hoog dezelve de hoonen lasten in een gansch andere licht beschouwt en mij op on„ beweezene en smadelijke beschuldigingen van een driftig en onbesuijst gemoet als dat van van Bijland niet zouden hebben opgelegd de harde voor waarde van mijne na een lang Jaarige dienst, niet in weelde en laatdunkenheijd maar met zone en kommer verkreegen weijnige bezittingen en vermogen te. moeten verbinden even als of die laster reets zo zonne klaar beweezen ware als tot nu toe nopens geen enkel point ge„ schied, en niet mogelijk is dat omtrend eenige der zelve ooijt geschieden zol eene hardigheijd die mij het gemoed over„ stelpt omdat het zelve zo volstrekt van onschuld is overtuijgd en waarom indien de vergadering voorsz: mijne verantwoon„ ding herleezende, en oordeelende dat des onaangezien aan de voorsz: ordre voldaan moet worden, ik koop dat Hun Hoog Edelheeden om de infractie op mijne eer reputatie en crediet en de schade die mij word toegebracht, en veroorzaakt 447. den 30: September 1790. —. in consedoratie wat, ter voldoenin„ gen van H: H: Ed: s dispositie, te doen veroorzaakt zolange ik over het mijne niet mag dis„ „poneeren, niet qualijk zullen gelieven te duijden, het recht dat ik mij nesemer van verhaal van schade en intres„ sen zo niet op van Bijland, waar bij wijnig zoude te vin„ den zijn, op D: E: Comp: zelve om die te (zoeken te er„ langen en te verkrijgen, waar ik in der tijd mogte te raade worden /:was geteekend N:s Iacama /:/in margine:/ In blaadse overgegeaven den 30. September Anno 1790. Dan nadien dat, voor zo verre derze de zter g'lijueert gesagh: geft vergadering betreft niet wegneemt de verpligting waar onder men legt om uijt hoofde der onderschrijdene begrip„ pen, en onzeekerheijd der uijtslag van Zaa„ ken te obedieeren aan de ordre zonder daar van aftewijken gaf welmelde Heer Aankomende gezaghebber in Considera„ tie hoedanig men de zin en meening derzelve has„ de te begrijpen namenlijk om door een plechtige belofte zich voldoende te verbinden, of dat diende te besluijt den Heer afgande Gedagt een verbintens te doen tekenen. te geschieden door een solemneele schriftelijke belofte staande vergadering te ontwerpen en te ondertae„ kenen, of dat daartoe, iets meer diende te worden inacht genoomen gelijk het stellen van Cautie Juratain. Soo is, hier op rijpelijk gedelibereerd en door de leeden te kennen gegeeven zijnde dat eensdeels„ denaart der zaake een onbeweezene beschuldi„ ging namelijk en anderdeels de probiteijt van den Heer Tadama, niet toelaat zijn Edele Achtbaare iets meerder afte vergen dan het geende ordre van hun Hoog Edelheeden letter„ lijk dicteerd, een plechtege voldoende belofte namelijk, nademaal het stellen van cautie Iuratoir een middel is dat in Rechten word Den 30. September 1790: gerequireert 449. e31„e September 1790. — gedaane verantwoording, en die welke van deeze ver„ gadering en den Heer G'eligeert gezaghebber Eilbracht in het bijzonder staat te volgen, op de door het g'eligeerd, meer gerequireert wanneer iemand als ten halve is geconvenceert immers grootelijks word gesus„ pecteert; dat over zulks dit middel de aan„ docht van Hun Hoog Edelheeden niet ont„ stipt zoude zijn, zoo Hoog dezelve dat nood„ zaakelijk hadden bevonden en mits dien unanien goedgevonden en verstaan, zijn E: E: achtb: te verzoeken om, in steede van cautie Turatoir, staande vergadering te onderteeke„ nen, het ontworpen, en hier ondervolgende fermulier Ik beloove en verbinde mij mits deezen plechtiglijk om het nadere dispositie van den Edele Hooge Indifasche Regeering, geene van mijne effecten of goederen te zullen veralle neeven of over te maaken maar die te stellen en gearresteerd Iaggerneikpoerams opperhoofd van ter dispositie van D: E: Comp: tot „ lange en op mijne bereets Insertie formulier. Bijland

NL-HaNA_1.04.02_3878_0690 view scan ↗

English

accusations made by Bijland shall be further disposed of by the Right Honourable High Indies Government. In the meeting of the Council of Policy at Palliacatta in the Castle Geldria on 30 September 1790. After which the gentleman outgoing commander, being invited back inside by the members Brouwer and Bloeme, assisted by the secretary, made known the aforesaid made dispositions, and in submission to the resolution, without prejudice to the aforesaid reservation, the deed in the meeting having been signed by His Honour to be kept in the secret archives, it was further understood to note this and to instruct the secretary to lock up the original thereof among the secret papers, for such purpose as shall ultimately be found proper. 30 September 1790. 451. 30 September 1790. The chosen commander here limits himself regarding the case of van Bijland to reading the papers, and why. This having been thus handled, the gentleman incoming commander made known how His Honour would require too much time to read through all the papers taken yesterday concerning the case of the merchant van Bijland, without being able to fulfill the intention of the Right Honourable High Indies Government in a timely manner. That His Honour therefore had confined himself to a review of the orders dispatched to Jaggernaijkpoeram and the successive letters received from there, serving as a report of the proceedings of the commissioners, indicating among other things that continuation that the chiefs van Halmen and van Someren had answered the questions put to them, but that the aforementioned van Bijland had repeatedly refused to do so, whereby the matter could only be considered half done, and ought to be brought to an end or to a state of clarity as best as possible by him, the gentleman Commander, thus declaring in writing regarding the resolution of this assembly of 12 March last according to which the aforementioned van Bijland was placed under arrest at Jaggernaijkpoeram, upon the documents reviewed and read through thus far, and principally concerning the arrest itself, in such manner as is noted in a separate 30 September 1790 resolution 453. 30 September 1790. The commissioners are ordered to send a report of their commission. resolution of today, it is thus understood to note this, and pursuant to His Honour's proposal made in the aforesaid writing, to write to the commissioners at Jaggernaijkpoeram to draw up and send hither a written report of the outcome of their commission, its success and conclusion, for the shortening of which they can refer as much as possible to the successive letters and further documents written hither, in order that, properly cited as appendices, all the originals may be added thereto here and soon presented to Their High Honours. To give notice beforehand of Their High Honours' disposition to van Bijland. With orders to first have the merchant van Bijland notified by the clerk van Holt of the commission instructed to His Honour by the Right Honourable High Indies Government to investigate his complaints, to hear the parties back and forth, and to report his findings to Their High Honours, and especially to demand from him those sufficient proofs which he has declared to be able to bring forward regarding his accusations made both against the outgoing Commander, the Honourable Mr Tadama, as well as several members of the Council, chiefs of subordinate offices and others, 30 September 1790 accusations 30 September 1790. 455 To allow him to write freely, but under what condition. which he testified to be able to bring forward, and further, in accordance with the pleasure of Their High Honours, to allow the aforementioned van Bijland the freedom to write whatever he deems necessary, provided he observes all moderation and decency and refrains from offensive or insulting terms. To allow him to obtain copies of deeds and evidence. Item, to allow him to have produced and gathered all deeds and documents which he might consider can serve as evidence, for which purpose the said clerk shall be of service to him at his reasonable expense, and the commissioners themselves, if requested, shall grant their authority and To provide Bijland's answer. and assistance against unwilling persons, or the swearing of deeds that might be presented to them for that purpose, all with clear annotation by the clerk of the answer of van Bijland, and the drafting of a report in common form. To what extent van Bijland's arrest is to be altered. And it is also, upon the proposal of the aforementioned Honourable chosen commander, approved and resolved, in order to facilitate all this, to authorize the aforementioned commissioners to alter the arrest under which the aforementioned merchant van Bijland was placed last March, 30 September 1790. 457. 30 September 1790. in such a way that, under surrender of all his seized letters, books, papers, and in a word everything that has been arrested, he is merely left under the watch of a sentinel in front of his dwelling, and subsequently, or as soon as practicable, to send him hither on one of the sloops if they should still be present, or otherwise with a proper escort overland, but upon his departure to have him notified that neither His Honour nor the assembly can be held liable for any sustained grievances upon his departure.

Dutch transcription

onder ntungen nag enel ning dien aea. Bijland gedaane beschuldigingen door de Edele Hooge Indiasche Regeering nader zal zijn gedisponeerd Invergadering van Politie te Palliacatta in het Cas„ teel geleevia den 30. September 1790: Waarna de Heer afgaande gezachhebber door de leeden Brouwer en Bloeme, geas„ sisteerd van den secretaris, weder binnen verzocht, de voorsz: gevallene dispositien bekend gemaakt, en in onderwerping aan het besluijt, onvermindert de voorsz: reserve de acte in vergadering door zijn E: Achtb: om in de seret ite kuaren, geteekend zijnde is verder verstaan zulks te noteeren en den secretaris te demandeeren om dezelve in originali bij de secreete Papieren op te sluijten, ten zoodanigen fine als uiteindig bevonden zal worden te behooren Den 30e: September 1790. Dit 451. Den 30 September 1790. de hier g'eligeerd gesag hi bepaald signop:s de zaak van van Bijland tot het leesen der papieren. en waarom. Dit aldus afgehandelt zijnde, gaf de Heer Aankoomende gezachhebber te kennen hoe zijn E: E: achtbaare, om alle de gisteren meede genomene Papieren, het geval met den koopman van Bijland betreffende doortalee„ zen te veel tijd zoude benoedigen, zouder aan de intentie van de Edele Hooge Jndia„ sche Regeering tijdig te konnen voldoen dat zijn agtbaare daar om zich hadde bepaald aan eene resumptie, van de naar Iaggernaijkf: afgevairdigde ordres, en de successive van daar ontvangene brieven, dienende tot verslach van de verrichtingen der gecom„ mitteerdens onder andere aanwijzende dat vervolg dat de opperhoofden van Halmen van Someren op de hun„ gedaane vragen geantwoord, doch dat voormelde van Bijland zulks bij herhaaling geweijgert hadde, waar door de zaak, maar ten halve afgedaan kan aangemerkt, en zoo goed mogelijk door hem heer Gezaghebber ten einde, ofte in staat van wijken diende gebracht te worden, zich over„ zulks ter zaake van het besluijt deezen ver„ gadering van den 12. maart Jongstleeden volgens het welke meer melde van Bijland te Iag„ gemaijkpoeram in arrest is Gesteld, op de dus verre geresumeerde en nageleezene stuk„ ken en principaal over het arrest zelve schriftelijk verklaarende, in dier voege als bij aparte Den 30e September 1780 Resolutie 453. Den 30e. September 1790. rapport van hun Commissie te senden; Resolutie van heeden is aangeteekend, zoo is de geommitste g t geten verstaan dit te noteeren, en ingevolge zijn E: E: Achtb: bij het voorsz: geschrift gedaane propositie, de ge„ committeerdens te Iagger naijkpoeram aante„ schrijven, om van den uitslag haarer commis„ sie, het gevolgen einde van dezelve interich„ ten en herwaards te zenden een Rapport in„ schriptis, ter bekorting zo veel moogelijk hooding ten bekorting van het welke zij zich kunnen be„ roepen op de successive herwaards ge„ schreevene brieven en verdere stukken om als bij lagen behoorlijk gequoteerd al„ in Originalie . hier daar bij gevoegt, en eerlange in ale Waar Hoog Edelheeden aangebooden te worden, met arte H: Ed: dispositie tetoven geven. wijsen van Bijland vo af kenis van t met last om, voor af den koopman van Bijland, door den scriba van Holt te laaten bekend maa„ ken, de door wel Em=de Edele Hooge Indiasche Regeering aan zijn E: E: Achtb: gedemandeerde commissie om de klachten van denzelven te onderzoeken parthijen over en weeder te hooren, en Hun Hoog Edelheeden van vor al m sijn acusatien te den zijne bevinding verslag te doen, en voorna„ mentlijk om van hem te vorderen die vol„ doende bewijzen welke hij van zijne zotee„ gen den Afgaanden Gezaghebber den E: E: Achtb: Heer Tadama, als verscheide leeden van de Raad, opperhoofden der subalterne kantooren en ande ren uitgebrachte beschuldi„ Den 38e: Jubitser Ao 1732 gingen Den 80: Nepvember 1790. 455 laaten. — aan bevoolen gingen betuijgt heeft te konnen te berde bren„ gen, en voorts meermelde van Bijland na en hier omvrijken t schijven te het welbehaagen van meermelde Hun Hoog Edelheeden vrijheijd te laaten om te schrijven al wat hij nodig oordeelt mits in het ooghol,„ dog onder wat mits dende alle moderatie en decentie en zich wachten de voor letive of hoonende termen. item om alle Acten en munimenten wel, gem buijden intewanen ke hij mochte oordeelen tot bewijs te kon„ nen strekken, zelve te laaten beleggen en in winnen, waar toe gemelden scriba ten sijnen redelijke kosten, hem ten dienste zal moeten staan, en gecommitteerdens hier toed gecomitt sintie zelve des verzocht werdende, hun gezach en Bijlands antw: te dienen. — te veranderen. — en assistentie zullen moeten verleenen tegen onwillige, ofte het beeedigen van Acten welke haar ten dien fine mochten en de seribaom van relaas van worden aangeboden, alles onder dis„ tinctie annotatie door den scriba van het antwoord van van Bijland, en de inrichting van een Relaas in commu„ ni forma. in hoevere van Bijlands amst En is tevens op de propositie van welm: E: E: Achtb Heer geeligeert gezachheb„ ber goedgevonden en verstaan om tot faci„ liteering van het een en ander meermelde gecommitteerdens te qualificeeren, om het arrest waar onder voornoemden koopman van Bijland in maart laast„ Den 30. September 1795. leeden 457: en 30e September 1790: leeden gesteld is zodanig te veranderen dat onder extraditie van alle zijne geannes„ „teerde brieven boeken papieren en in een woord alles wat gearresteerd is den zel„ ven en kel word gelaaten onder het op„ zicht van een schildwacht voor zijne woo„ ning, en hem vervolgens, ofte zodradoe, en hoedanig herwaards teser„ den. nelijk, met een den Chialoupen, indien die noch aan wee zig mochte zijn anders met een behoorlijk es corte overland herwaards te zenden, dog bij zijn vertrek met mit im zijnglijven„ . hem te laaten aan zeggen om noch zijn E: E: Achtb:, noch de vergadering over eenige gesustineerde verongelujkingen trek. ten

NL-HaNA_1.04.02_3878_0698 view scan ↗

English

continuation to render difficult by remonstrances or appeals the arrest ordered under date of 12 March, as this cannot be redressed or judged except after the conclusion of the investigation by the Noble High Government of India, to whose final disposal everything must be left, as ordered by the same and naturally appropriate, partly because of His Right Honourable lack of power to go beyond the Commission, and partly because almost no one remains here qualified to judge as a judge over van Bijland 30 September 1790. to 459. 30 September 1790. to judge, as everyone from the greatest to the least has been challenged by him, and thus tacitly recused. Finally, to instruct the frequently mentioned commissioners further to send hither at the earliest opportunity the points on which they had intended to hear van Bijland, in order to make such use thereof as shall be found appropriate, and lastly, after the general execution of these orders, to cause all expenses to cease at the earliest opportunity, whereas regarding their return journey, and the journey, and the handover and accountability of the office after the performance of all this, the necessary instructions will be written to them. Also, upon the presentation of the well-mentioned Lord incoming Commander showing that, for the administration of what belongs to the Chief Administrator's department and for the further accountability of what shall be found necessary to be demanded after the arrival of the aforementioned van Bijland from the Merchant Paul Engelbert van Halm, who, concerning the residency 30 September 1790. of 461. 30 September 1790. of Iaggernaijkpoeram, has indeed been suspended from function by the council, but as yet, no less than the second in command van Someren, has not been suspended and is therefore not disabled from performing his office here, without prejudice to the obligation of accountability and whatever may result therefrom, it is resolved, conforming to His Right Honourable proposal, to write to the repeatedly mentioned commissioners to instruct the Honourable van Halm to proceed hither directly without remaining any longer at Iaggernaijkpoeram on account of the affair of van Bijland. Lastly, attention having been paid to the complaints of Your High Nobilities in paragraph 48 of the letter concerning the fact that the sent copies of the Resolutions do not extend beyond 3 August, and how the same were thus not able to judge more closely from the resolution the price of sold coffee specified in paragraph 100 of the October letter of 1789, and consequently recommending more diligence in settling the necessary papers, it is, in order to provide for this and at the same time prevent all objections that might arise concerning the drafting of the Resolutions in the future, after deliberation upon the proposal of the Lord incoming Commander, approved and resolved that henceforth the minutes of every meeting shall be signed at the next assembly, and at the following or at latest the second meeting thereafter, the Resolution itself shall serve for resumption and approval, and upon failure thereof, the secretary shall forfeit a fine of ten pagodas for the benefit of the diaconate, in case the settlement should remain more than one month behind. Thus done and decreed in Castle Geldria at Palliacatta as aforesaid. /: signed :/ as before. September 1790. Saturday 463. Saturday 2 October 1790. In the morning at nine o'clock. Council of Policy. All present. Absent: The provisional Chief Administrator D: E: van Dalm and De Raeff, the Warehouse Master, the former still being at Iaggernaijkpoeram, and the other unwell. The day before yesterday, with the work upon the formal Rescription of the Noble High Government of India under date of 27 April of this year having approached paragraph 51, concerning Continuation of the work on the letters and annexes from the Noble High Government of India. the arrears of the weavers, regarding which Their High Nobilities are pleased to remark that, since these have all accrued to the amount of Pagodas 13892. 10. 1/8 at Iaggernaikpoeram, one ought not to have let the matter rest with mere reproaches, but rather should have obliged those indifferent servants, namely the chiefs, to make immediate compensation, with an order, since this is a debt of 1785/6, to have the payment into the Treasury take place with interest at 12 percent, to be calculated half a year after the settlement of accounts, otherwise leaving the same 2 October 1790. for 465. 2 October 1790. for the account of this administration; thus, whereas compliance with the said order has already been written to the servants or the chiefs with the transmission of Extracts by missive of this council of 27 July last, to which, apparently because of the confusion that currently prevails at this office, no answer has yet been given, it is resolved to note this and in the meantime await the reply. Their High Nobilities, not considering the reasons given for approving the accounts of the commissioners to Hyder Ali, Simons, Geeke and associates, to be of value

Dutch transcription

vervolg ter zaeke van het subdato 12. maart gede„ cerneert arrest door vertoogen of instan„ dien te vermoeijelijken, als niet te ne„ dresseeren ofte te beoordeelen zijnde, dan na het afgeloopen onder zoek door de Edele Hooge Indiasche Regeering aan welkers uiteindige dispositie alles staat gelaaten te worden gelijk door Hoog„ dezelve geordonneert en natuurlijk eige„ is, eensdeels om de zijn E: E: Achtbaare ontbreekende macht van verder te gaan als de Commissie en ten anderen om dat hier genoegzaam niemand meer voor komt bevoegt om als Rechter over van Bijland Den 30. September 1790. te: 459. 30e. September 1790. worsen over te senden. — te Iugeeren als zijnde van groot tot klein door hem gedeclineert, dus tacite gere„ procheert Eindelijk dikgerepte gecommitteerdens artenen oor van bgtend nt noch te gelasten, om de pointen waar op zij van intentie geweest zijn van Bijland te hooren, ten eersten herwaards te zenden, ten einde daar van zoodanigge, waar ome bruik te maaken, als bevonden zal wor„ den te behooren en laastelijk om na de hnall ongedente den Casferer generaale uijtvoering van deeze ordreten eersten alle ongelden te doen ophouden, zullende hen aangaande hunne te rug reis. aan van de reis, ende overgave en verantwoording van het kantoor na verrichting van dit al„ les, het noedige worden aangeschreeven von slhen sompen wrn D„ d=og is op vertooning van welm: Heer aankoomend gezaghebber hoe ter waarneeming van het geen van des Hoofd administrateurs de partement is, en tot verdere verantwoording van het geen na aankomst van voor„ zeide van Bijland bevonden zal wor„ den te moeten werden gevordert van den Koopman Paul Engelbert van Halm die wat de opperhoofdij Den 30e. September 1740. van 461. Den 30. September 1790. van Iaggernaijkp:r aangaat door de vergadering wel buijten functie gesteld doch als noch zoo min als den secunde van someren niet gesulpen„ deert dus niet buijten het vermogen gesteld is om alhier zijn ampt waar te neemen on„ vermindert de gehouden is van verantwoording en het geen daar uijt resulteeren kan Conform vervolgen zijn E: E: Achtb: propositie verstaan, de meerm: gecommitteerdens aante schrijven om den E: van Halm aan te zeggen van zich direct her waards te begeeven zonder zich om de wille van de affaire van van Bijland langer te Jaggermaijks: op te houden Lastelijk gelet zijnde op de klachten van huw Hoog Edelheeden bij de 48. par: des briefs over dat de af„ gezondene Copia Resolutien niet verder loopen als „tot 3: aug:s en hoe hoog de zelve dus niet in staat geweest warende bij pav: 100. van de october brief van 1789. op„ gegeeven Den 30. gegeeven prijs van verkogte koffij nader uijt de resolutie te be„ oordeelen, en dien volgende meer voortwaeren heit recom„ mandeerende met het effen stellen der nodige papieren zoo is om hier in te voorzien en tevens te prevenieeren alle beden„ kingen die over de instelling der Resolutien in den aenstaen„ de den zou konnen ontstaen, na deliberatie op zijn propositie van den heer va d h aenkomende gezachhebber goedgevonden en verstaen, om voortaen de notulen van ieder vergedering te laeten teekenen bij de naeste bij eenkomst en in de volgende of uiterlijk de tweede vergadering daer aen, de Resolutie zelve te laeten dienen ter resumptie en approbatie, en bij mancquement van dien door den secretaris te doen verbeurd„ een boete van tien pagooden ten behoeve van de diaconij bij zoo verre met de effenstelling verder als een maend agter uit mocht blijven. Aldus Gedaan en G'earresteerd in 't Casteel Gel„ dria te Palliacatta dat voorsz: /: geteekend:/ als vooren September 1790. Saturdag 463. Saturdag Den 2: october 1790. Smorgens te negen Uuren Vergadering van Politie Alle Prezend Abzent De p:l Hoofd Administrateur D: E: van Dalm en De Raeff De Pakhuijsmeester zijnde de eerste noch te Iaggernaijkpoeman ende andere onpasselijk Ver gisteren met de besoigne over de geeende Vervolg der beloig„ ne over de brieven en formeele Rescriptie van de Edele Hooge bijlagen van de Edele Indische Regeering sub 27. April Hooge Indiasche Reger„ „ring. — deezes Jaars genadert zijnde tot aan de 51. paragraaf, concerneeren„ de H: H: d: ordre mop:s de agerstallen daar Agterstallen de de van Jugaftwagten tet antwr op waar omtrend Haar Hoog Edelheeden gelieven aante merken dat, daar die alle zijn ingekomen tot Pa/o 13892. 10. 1/8. te Iaggernaikpoeram, men het bij en„ „ kele reproches niet had behooren te laaten berusten maar die indifferente bedienden de opperhoofden namelijk moeten ver„ plicht en tot een dadelijke vergoeding, met bevel om, vermits dit een schult is van 178 5/6. de in Cassa telling van dien te laa„ ten gevolg neemen met den intrest van 12. percento, te reekenen een half Iaar na de afreekening, dezelve anders laatende Den 2. October 1790. voor 465. Den 2 october 1790. voor reekening van dit minister hem: zoo is nademaal de nakooming der gemelde ordre, den bedienden ofte de opperhoofden onder toezending van Extracten, bereets is aangeschreeven bij missive deezer ver„ gadering van den 27. Iulij J=o leden, waar op, apparent om de Confusie welke thans ten deezen kantoore plaats heeft, nog niet is geantwoord verstaan dit te noteeren en het antwoort intusschen te gemoet te zien Dun Hoog Edelheden de opgegeeven reeden, e e egen ekange gemt 10. — nen tot het inwilligen der reekeningen van de gecommitteerdens bij Haijder Alij kasz: niet van valeur Simons Geeke en houdende

NL-HaNA_1.04.02_3878_0706 view scan ↗

English

continuation stating however the same under the remark that although Their High Mightinesses, with the fourth and fifth points of the sub-considerations made thereon by this Council under 14 January of the past year upon the settlement of accounts, namely the necessity of making the expenditures among the ministers of the Nawab and the ample authorization which they were said to have had for that purpose from the Nagapatnam Government, could not fully agree, nevertheless pass the resolution of this meeting of 14 January 1789, trusting, however, that in the deliberation The 2 October 1790. over 467. The 2 October 1790. over those accounts they proceeded in accordance with conscience, and pursuant to the recommendation given by Their High Mightinesses, namely in the decisions to keep in view not so much the interest of the servants as the interest of the Honorable Company, with authorization also for the disbursement of the remainder which according to the notation at § 53 and 54 of the letter of this Council of 14 March would be due to them, as to Simons and Geeke a sum of Pagodas 8491. 13. 40. and to Hasz: an amount of Pagodas 3092. 23. 53., it is resolved, concerning Ravallet's claim to await the answer from Jaggernaikpoeram under expression of humble thanks for this favorable consideration, to credit the accounts of Simons and Geeke, as already current upon the books, for that amount, and to note that to Hasz: in settlement of his debit to the Orphan Chamber's treasury, 1000 Pagodas have already been paid in reduction of the above; item, to give him also an account for the remainder. Concerning the claim of the former Jaggernaikpoeram Secunde George Francois Jaques De Ravallet to the amount of Pagodas 530. 6. 8. at § 55, Their High Excellencies desiring a statement as to why one has delayed so long with this, item, to prove the origin and legitimacy thereof: it is resolved on this also The 2 October 1790. likewise 469. The 2 October 1790. Palicol Merchants, to make a further representation to order likewise to continue to await the answer to be obtained from Jaggernaikpoeram, and thereafter to comply with the aforementioned order. Their High Excellencies persisting in the previous order of 29 July 1788, to leave the D: B: C Pagodas 356: 28 validated to the Palicol Merchants for the account of the Chiefs and not of the merchants, it is, after consideration of the reasons and motives which militate in favor of the payment, resolved, on occasion to make once again a favorable appeal and representation of matters on behalf of those who are ordered to make reimbursement; nonetheless while writing also to Palicol to attach the amount in safe keeping or to provide sufficient security for it. Also The 2 October 1790. to make an explanation to Their High Excellencies regarding the payment on behalf of the Estate of De Vije, in the meantime to leave the ordered restitution in statu. To show that the sale of gold is preferable to minting. Also it is resolved to clarify as soon as possible the obscurity in the representation with respect to the disapproved payment of Pagodas 278: 10. — to the Executors in the estate of the late Captain De Vije, and to leave the ordered reimbursement in statu, since the Executors Luijken and Swart have agreed to comply upon the demand thereof in case no consideration should be given to the further appeal to be made, while it is assured by the meeting that the said Executors are good for this. Among the Financial Matters, upon what was written by Their High Excellencies at § 6 of the formal reply, it is resolved as soon as possible to 471. The 2 October 1790. to have essayed by the English to show that the sale of gold is preferable to minting, for which, moreover, one cannot obtain permission here from the sovereign of the land. Yet with respect to the prohibition against having the gold assayed any longer by the English, see § 63, and to prefer minting over the remittance to Madras, it is resolved to present to Their High Excellencies how it has always been arranged with the sale until after the receipt of bars cast at Batavia of gold that yields a loss, and here was reassayed by the already mentioned skilled Assayer Engelbert De Vries, whose reports submitted before and now regarding what was found in May, it was approved to have sworn in plano judicio before the Council of Justice The 2 October 1790. to satisfy Mr. van Angelbeek and Bijland here, in order to be transmitted in original with the certificate thereof. With regard to the bill of exchange sent from Cochin charged to the Merchant van Bijland mentioned at § 64, the delegated director having produced the resolution brought along from Bengal of Their High Excellencies dated 24 June last, whereby it is ordered to cause the Honorable Ordinary Councillor and Malabar Governor van Angelbeek duly to obtain the desired satisfaction, to be seen by extract from a Cochin letter of 30 April 1790: It is thus resolved to obey this after the arrival of the aforementioned van Bijland.

Dutch transcription

vervolg houdende doch dezelve onder remarque dat schoon Hovogst dezelve met de vierde en vijfde pointen der bij deezen Raade daar op gemaakte sub „ 14 Januarij anno passato „consideratien bij de dispositie over reeke„ ningen, namentlijk de nood zaeckelijkheijd tot het doen der spendatien onder de mi„ nisters van den Nabab en de ampele qua„ lificatie die zij daar toe zouden gehad hebben van de Nagapatnamsche Regeering zich niet volkomen konden Conformeeren nochtans passeeren het besluijt deezen vergadering van 14. Ianuarij 1789 in vertrouwen egter dat in de deliberatie Den 2. October 1790. over 467. Den 2 october 1790. over die Reekeningen daar in na gemoede lijkheijd is te werk gegaan, en ingevolge Hoogst derzelven gegeevene recomman„ datie van namelijk bij de dispositien niet zo zeer het intrest der bedien„ dens als het belang van de E: Comp: /:in het oog te houden, met qualifica, nmoh tie teevens ter afgave van het restant dat hun volgens het genoteerte bij §53. en 54. van de brief deezes Raads van 14. maart zoude Competeeren als aan Simons en Geeke een somma van Pagooden 8491. 13. 40. en aan Hasz: een mon„ tant van Pagooden 3092. 23. 53. is ver„ staan omtrend Ravallets pretentie 't antw: van Jag: af tewagten staan, onder betuijging van nedrige dank voor dee„ de gunstige reflexie, de Reekeningen van Simons en Geeke, als reets bij de boeken loopende daar ƒ voor te krediteeren en te noteeren dat aan Hasz: ten voldoening van zijn debet aan de weeska„ mers Cassa inmindering van het bovenstaande bereets 1000. Pagooden betaalt zijn item, om hem, voor het restant, ook een reekening te geeren Omtrend de pretentie van den geweezen Iag„ gernaijkpoeramsen Secunde George Francois Jaques De Ravallet tot P a/o 530. 6. 8. bij § 55. door Hun Hoog Edelheeden begeert wordende een opgave, waarom men daarmeede zolange is agter„ weege gebleeven iteem om den oorsprong en wettig„ heijt van dien te bewijzen: is verstaan hier op al„ Den 2. October 1740: meede 469. Den 2 october 1790. Palicolse Coopl: nader voordracht te doen ordionneeren meedte het van Taggereraijk poeram te erlangene avet„ „na woord te blijven afwachten, en daar„ aan de voorsz gpeerde ordre te voldoen. Dun Hoog Edelheeden pertisteerende bij de voori, ontrent het verlident an de ge ordre van 29. Iulij 1788. om de aan de Pali„ colsche Kooplieten gevalideerde D: B: C rpo 356: 28. te laaten voor reekening der opperhoofden en niet den kooplieden is, na overweeging van de reecde„ nen en motiven welke voor de afbetaaling mili„ teeren, verstaan, bij geleegendheijd ander maal een favorabele instancie en voordracht van zaaken te doen ten behoeve van de geene die gelast worden te vergoeden; nochtans onder aanschrijven nog namnpassemint me Reliol te naar Palicol, om het bedraagen te namp„ tiseeren, of daar voor voldoende Cautie te stellen Ook Den 2 October 17172 op helaringtedaen an H: : E. ns de afitaling ten khae der Boe„ hiet van De vije de geordonneerde restitie in tus„ schen in tatie te laaten te vertoonen dat de verkoop van goud preverabel is boven de vermunting Ook is verstaan ten naasten opte kelderen het duistere in de voordracht met op zicht tot de ge„ dis approbeerde afbetaaling van Pagooden 278:10. — aan de Executeurs in den boedel van wijlen den Capitain De vije, en het geordonneerde rembour„ sement in statu te laaten vermits de Executeurs Luijken en swart op de afvordering der wege aangenoomen hebben te voldoen, indien op de nadere te doene instancie geen reflexie mogt wor„ den geslagen terwijl door de vergadering verzee„ kert word, dat gem: Executeurs hier voor se„ cuur zijn.— Onder de Geldzaaken is op het aangeschree„ vens door Hun Hoog Edelheeden bij §6: van de formeele rescriptie verstaan ten naasten te ver 471. Den 2. October 1790. te laaten Essaijeeren door de Engelsche lwte. vertonen, dat den verkoop van goud prefenabel is boven de vermunting, waar toe men alhier buij„ ten des, geen verlof van den landheer kan bekomen Doch met opzicht tot het verbed om het goud utomt drage nt ht e belen niet meer te laaten esCarijeeren door de Engelschen vide §63, en de vermunting te preffereeren bo„ ven de verzending naar Madras, is verstaan . hun Hoog Edelheeden voortedragen hoedanig het zich steeds met den verkoop geschikt heeft tot na den ontvangst van staaven te Batavia gegeten van Htof goudt dat verlies geeft en alhier is gerijst aijeert „geworden door den reets voorgedragen kundigen Ed seijeen Engelbert De vries wiens te vooren en nu weegens het bevondene Maij ingediende portin, werd goetge„ vonden in plano Iudicio, bij de Raad van Justi„ 10. —. tie Den 2. October 1740. de Heer van Angelbieken en Bijlan te bestieeren tie alhier te laaten beeedigen om met het bewijsetaa„ van, in originali te worden overgezonden. aande geordoneerde sotiffactie ean Ten aanzien der van koetjem gezondene wissel tot laste van den Koopman van Bij„ land vermeld bij §64 door den Heer geligeert. gezackhebber zijnde geproduceert het uijt ben„ gale meede gebrachte besluijt van hun Hoofdel„ heeden de dato 24. Iunij laastleden waar bij geor„ donneert wordt om den Edelen Heer Raad ordi„ nair en Mallabaars gouverneur van Angelbeek de begeerde satisfactie, te zien bij Extract uit een koetsjansche brief van den 30. april 1790. be„ hoorlijk te doen erlangen: Zoo is verstaan daar aan te obedieeren na de aankomst van voorm van Bij„ land

NL-HaNA_1.04.02_3878_0713 view scan ↗

English

473. 2 October 1790. To request an excuse concerning the report on the fortifications not having been sent in the past year. Present state of affairs. Ordered to proceed hither. With respect to the Fortifications and Buildings, since Their High Excellencies, see paragraph 66 of the formal rescript, in the dispatch sent from here dated 26 March 1789, did not find the report referred to in the letter of October, it is resolved to request an excuse from Their High Excellencies on this matter and to demonstrate that in general the condition of the buildings is still in that same state as was described in detail in earlier papers in the time of the Honorable former Administrator Blaaukamer, and specifically by the letter of For the incoming Administrator to occupy a house outside the fort. 17 October 1785, but nonetheless to have an accurate inspection and survey made of the Fort and the buildings by the Lieutenant Commandant of the Jaffanapatnam Detachment David Kahle, and the Lieutenant and Overseer of the Artillery Willem Hendrik Nuwer, in the presence and under the supervision of the Ensign Engineer Pierre Broslette, and to submit a written report of their findings, pointing out the defects in general and of the government house or the governor's dwelling in particular, in order, following that and on the basis of this new evidence, to show the necessity 2 October 1790. 475. 2 October 1790. To observe carpentry etc. The bad condition here at the Head Office. in which the incoming Administrator finds himself to seek a dwelling outside the fort, and whether, upon the request to be made for that purpose, it might favorably please Their High Excellencies to grant His Honor thirty pagodas per month for house rent. And regarding the repeated recommendations and desires both of the Gentlemen Masters and of Their High Excellencies not to allow any carpentry or repairs to take place except in cases of utter necessity, and even then to act frugally and undertake no major capital works for the present, it is resolved to submit dutifully to this, while demonstrating how it were to be wished Continuation. that one might once be able to rely on some grounds of certainty concerning the stay at this very poorly situated place, or that another Head Office could be chosen, if the restitution of Nagapatnam should not shortly be the agreeable result of the hope that has long been entertained in that regard; for by being obliged to manage in such a miserably defective manner as at present, the Company will sooner or later feel the disadvantage thereof, partly through the damage it suffers due to the lack of storage space for goods, and partly because nothing here can be improved with 2 October 1790. paltry 477. 2 October 1790. or frugal repairs, but that, if all inconveniences are to be removed, one will have to incur heavy expenses to improve the same, since various buildings here are deficient, which cannot be erected or renewed for a small sum, the Government House or the lower apartments of the same resting on props, while above, owing to the weight of the flat roof, all the beams are for the most part bent crooked from age and are therefore fitted with iron straps, so that if in one or another heavy rain they should Continuation. happen to give way, the flat roof must fall down and the lower apartments collapse as well, perhaps not without some sad accident of life or limb to those who must perform their duties in this Government House, such as the Assembly, the Court of Justice, and at the sorting of linen or the so-called Packing Hall, the entire row together with several others who reside there, the danger being greater on the one side than the other, particularly in one of the principal rooms that previously served as an assembly hall, in which as well as beneath it the flat roofs are propped up and the beams are in a most precarious condition; while the Head Administrator's 2 October 1790. dwelling, 479. 2 October 1790. a house of little importance, situated between three other small dwellings directly opposite the government house, under the latter of which one of them is employed as a trade office, serves as a warehouse for the storage of bales or other precious goods, and the actual warehouses beneath the so-called already completely dilapidated church, the ceilings of which are indeed in such a bad condition that one can only make use of them at the risk of one's life, being also propped up in most places, and the woodwork largely infested and gnawed through by white ants, serving nonetheless, defective as they are, Continuation. as a large counting room and for the storage of the spices, the Japan copper, and some other articles, although these necessarily require more airy and better rooms than these, which are very suffocating: in a word, that this entire fort with its buildings will have to undergo a repair little less costly than if everything were rebuilt anew from the ground up, the walls being the only thing that, with few exceptions, being firm and strong, could be utilized, as the incoming Administrator affirmed having found all this upon his own inspection, 2 October 1790.

Dutch transcription

473. Den 2. october 1790. Excus te versoeken over het in a: p:s, met gesonden verslag van Fortifica„ tien. gen woordige staat land, beveets herwaarts ontboden zijnde. Ten opzichte van de Fortificatien en Gebouwen, door Hun Hoog Edelheeden viete par: 66. der formeele rescriptie, bij af„ gegaan schrijven van hier de dato 26. Maart 1789. niet gevonden zijnde het verslag waar„ toe men zich bij de brief van october vesse„ neert, is verstaan Hun Hoog Edelheeden hier over excuus te verzoeken en te ver„ onderwelkerontening ontrend di te toonen, dat over het algemeen den staat der gebouwen noch is in dat zelve weezen als het bij vroegere papieren ten tijde vanden Ed: achtbaaren Heer geweezen gezagheb„ ber Blaaukamer en wel speciaal bij brieve van komend gebigh: een huijs bijten t fort te Beekaen van den 17:' october 1785. breedvoerig beschreeven staat, doch niet te min, door den luitenand commandant van het Iaffanapatnamsche Detachement David Kahle, en den luite„ nant en op ziender der Arthillerij Willem Hendrik Nuwer, ten bij zijn en overstaan van den vaandrig Ingenieur Pierre Bros„ lette, een naukeurig en op neem te laaten doen van het Foot en de gebouwen en van der zes„ „ van ver bevinding te dienen, Rapport in scriplis„ aanwijzende de gebreeken in het generaal en van het gouvernement ofte des gouverneus o anedenteljsheemden aen, woning in het bijzonden, om na aanlei„ ding van dien, en op fundament van dit nieuw bewijs, te vertoonen de noodzaake„ Den 2. October 1740. lijkheijd d 475. 2 octobe 170. temmeragie Etc:a in agt te neemen. — de slegte toestand hier op 't Hoofd Comptoir. lijkheijd waar in de heer Aankomende gezach„ hebben is om buijten het fort een wooning te zoe„ . ken om of het hun Hoog Edelheeden op het daarom te doen verzoek gunstiglijk mochte behaagen aan zijn E: Achtbaare 'smaands dertig pagooden voor huijshuur te accordee„ ren. En op de iterative recommandatien en be, dercommandate te zijngjt: in de geerte zo van den Heeren Majores als van hun Hoog Edelheeden, om geen timmerakien of Reparatien te laaten geschieden dan bij uitterste noodzaekelijkheid, en dan noch zuinig en geene Capitaele voor eerst te doen is verstaan hier aan schuldplichtig te gekoor„ zaamen, onder vertooning hoe het te wenschen onderwelke vertooring ntrend waare vervolg waare dat men een maal mocht konnen aan gaan op eenige gronden van zeekerheijt aan„ gaande het verblijf ten deezer zeer qualijk ge„ stelde plaatsze ofte dat er een ander Hoofd kan„ toon konde verkooren worden, indien de te ruggaave van Nagapatnam niet in het kort het aangenaam gevolg mocht zijn van de hoop die der weege reets lange ge„ voed is geworden want dat met zich zo als thans zoo ellendig gebrekkig te moeten behel„ pen, de Compagnie, vroeg of laat het nadeel daar van zal gevoelen eensdeels door schaade die zij ondergaat uit hoofde van manc„ quement aan bergplaats voor de goederen en ten anderen door dien hier niets met Den 2 October 1790. krummelachti 477. Den 2. october 1790. krummelachtige of Zuinige reparatien is te verbieteren; maar dat, zullen alle de in„ convenienten uit den weg worden geruimt men in zwaare ongelden zal moeten vervel„ len om dezelve te verbeetenen dewijl het hier hapert aan verscheide gebouwen die met geen kleene somma op te richten ofte ven„ vrvolg: nieuwen zijn staande het Gouverne„ ment ofte de beneeden vertrekken van het zelve op stutten, terwijl van boven alle de balken mits de zwaarte van het Plat door ouderdom meest krom gebogen, en daarom met ijzere beugels beslagen zijn, zoo dat in„ dien zich bij de eene of andere Zwaare Reegen mochten i vervolg: mochten komen te begeeven het plat moet needer vallen en de onder vertrekken ook instorten somwijl niet zonder het een of ander droevig ongeluk van lijf of leeven van den geen die in dit Gouvernement haare, dienst moeten presteeren, gelijk de vergadering, de Raad van Iustitie, en bij lijwaat sorteering of zoogenaamde Pakzaal, de gansche Raves„ met verscheide andere die naaren, als zijnde het gevaar op de Eene kant grooter, als de andere bijzonder in een der voornaamste Kamerschie te vooren tot een vergader zaal heeft gedient in dewelke zoo wel als onder dezelve de platten onderstut en de Balken ten hoogsten haggelijk gestelt zijn; terwijl de Hoofd administrateurs Den 20 ctober 1750 wooning /32 479. Den 2. October 170. wooning een huis van weinig belang, geplaatst tus„ schen drie andere wooningjes, vlak over het gou„ vernement onder welke laaste een van dezelve tot een Negocie kantoor word geemploijeert diend tot een Pakhuijs ten berging van Pakken of andere precieuse goederen en de eijgenlijke Pakhuijzen onder de zoo genaamde reets geheel bouvallige kerk vervolg immers de zolderingen zoo slegt zijn aereest dat men en niet dan met leevensge„ gestide vaar gebruik van kan maaken, zijnde op de meeste plaatzen ook onderstut ende houtwerken grootendeels van de witte mieren geinfecteert en door knaagt dienen„ de nochtans zoo gebrekkig als ze zijn tot 32. vervolg: tot een groote getelkamer en ter berging van de specerijen, het Japans Koper, en eeni„ ge andere articulen, schoon het een en an„ dev lugtiger en beeter vertrekken als deerze die zeer bedempt zijn, noodwendig behoe„ ven: in een woord dat dit geheele fort met dies gebouwen eene Reparatie zal moeten ondergaan weinig minder Kostbaarden of alles van de grond of nieuw opgetrokken wierd zijnde de muuren het eenigste daar men, als hegt en sterk weijnige uitgezon„ dert, gebruijk van zou kunnen maaken gelijk de heer aankomende gezaghebber betuigde, dit een en ander, bij eige inspec„ Den 2 october 1790. tie

NL-HaNA_1.04.02_3878_0721 view scan ↗

English

481. The 2nd of October 1740. returned stained. — to reimburse. — having found it to be so, and therefore did not deem it improper to have this note kept thereof. At a public sale in Batavia of 55 pieces [illegible] 5 pieces of Guinea linen returned from Samarang as stained and unmerchantable, although, see paragraph 71 of the rescript, the parcels were found unopened and in good condition, a loss having occurred, and that lower yield having been charged hither by order of Their High Excellencies to be reimbursed with 50 percent in addition, it is understood [illegible] to serve. — to have the invoice of the account received thereof, with all others recently brought to the Trade Office, delivered either in copy or in extract, written on half-sheets of paper, Measures taken to settle the trade accounts. delivered to the Honorable Head Administrator, in order to be submitted with his considerations alongside it to the meeting, and then to be disposed of according to the findings of the matter. Their High Excellencies showing themselves, see section 73, very displeased about the absence of the Principal Trade Books of 1786/7, and that one is thus three years in arrears, which may give rise to all kinds of abuses and disadvantages, being unable to tolerate such a delay any longer, with a recommendation to cause the overdue trade work to be settled at once, so as not to have to proceed to measures of greater stringency, under the simultaneous notification that no one will be permitted to repatriate The 2nd of October 1740. before The 2nd of October 1790. 483. before Their High Mightinesses are informed of how matters stand with the books, and that liquidated transfers can be made. Thus, upon the declaration of the Honorable Chosen Commander that His Honorable Respectable immediately made inquiries concerning this upon his arrival, and noticed among other defects that cannot be remedied in one fell swoop that the work had largely fallen into arrears because those who were actually tasked with it, or some of them, had assigned the affairs of their department to others to observe and carry out, but had failed in fulfilling their payments; and Continuation and how necessary it consequently was, for the encouragement of those persons who have settled the trade work up to 1786/7, to summon them to the meeting, to present to them the desire of Their High Excellencies and the favorable consideration which Their High Mightinesses promise elsewhere to bestow upon persons who distinguish themselves through skill and ability; in accordance with His Honorable Respectable's proposal, it has been approved and understood to cause the three persons at the Trade Office recognized as skilled and capable bookkeepers, the trade transferer Wouter Pietersz, the secretary of the Orphan Chamber Simon Duijnevelt, and the trade auditor Christiaan Theodorus Bloeme, to appear in the meeting, The 2nd of October 1740. and 485. The 2nd of October 1790. and to hear how matters now stand with the books, and what is to be expected from them if they set their hands diligently to the work, so that they may then be favorably recommended to Their High Excellencies. — Continuation The said officials having thereupon appeared in Council, the foregoing having been presented and made known to them, the transferer Wouter Pietersz, acting as spokesman, declared that he, together and alongside the secretary of the Orphan Chamber Duijnevelt, is diligently busy settling the overdue work, while the latter, or the auditor, Continuation the auditor Bloeme, took care of the work of his elderly father's department, or that of the invoicing; that Duijnevelt was busy with the Trade Journal and with the Ledger of 1787/8, and he, Pietersz, with the transferring, namely to balance both, so that there was a possibility, upon dispatching the books in upcoming February, to be able to present the state of the government as of ultimate August 1789; after which that of 1790, as the present Trade Bookkeeper De Raeff affirmed and promised, could follow in October 1791, and the books The 2nd of October 1790. as of 487. as of ultimate August of that year, under ultimate February 1792. Both aforementioned persons, Pietersz and Duijnevelt, testifying that they are satisfied regarding the overdue work, except in so far as it concerns Continuation the merchant Van Bijland, who was still indebted to satisfy Duijnevelt even for the work of Sadraspatnam, requesting the aid of this meeting thereon, while testifying to having agreed with the late Honorable Stoffenberg, Van Bijland's predecessor, regarding the Trade Book etc. for each financial year up to 250 pagodas; thus it is understood, for the reassurance The 2nd of October 1790. Continuation and encouragement of the aforesaid persons, to keep this note and to offer Duijnevelt all possible assistance in his claim against the merchant Van Bijland, but in case of failure, to request the Noble High Indian Government to then pay such an amount from the Company's Treasury on account of Van Bijland and debit him for it on his salary account, and this out of the consideration that, whenever those who actually commenced the work remain deficient in the promised fulfillment of what is performed for them, no other means appears to remain The 2nd of October 1740. than

Dutch transcription

481. Den 2. October 1740. rang gevlekt te rug gekomen. — te vergoeden. — tie dusdaanig bevonden te hebben en daar om niet oncige oordeelde, daar van te laaten houden deeze an„ notacie Bij puplicke verkoop te Batavia van 55 p:s ombnd 5: p:s gunt van amie„ guinees van saemerang te vuggekomen als ge„ vlekt, en onverkoopbaar, schoon vide par: 71. van de rescriptie de Pakken ongeopent en wel geconditioneerd waren bevonden, verlies ten lis mt d : nstmen gevallen en dat minder rendement ter ordre van Hun Hoog Edel haeden herwaarts aan„ gereekent zijnde om met 50. percento daar en boven vergoed te worden is verstaan de slfeamintaten toten dienen. — de daar van ontvangene factuur vann aan nee„ kening met alle anderen die me Jongst zijn aen„ gebracht op het Negotie kantoor het zij in Cobij of Extract ter halver blad geschreeven te laaten afgeeven „genomene maatregulen tot het Effen 'stellen van 't negolie werk. afgeeven aan den E: Hoofd Administrateur om met zijne Consideratien daarnevens ter ver„ na gadering ingediend en als dan daar op ee be„ vinding van zaaken gedisponeerd te worden Sun Hoog Edelheeden zich vide § 73. zeer mis„ noegt toonende over het wegblijven der Hoofd„ 2 Negotie Boeken van 178 /7. en dat men over zulks drie Jaaren ten agter en is dat tot aller hande abuiten en nadeelen aanleiding kan geeven eene zodanige veragtering niet langer kunnende dulden, met recommandatie om het achterstallige Negocie werk ten eersten te doen effen stellen om tot geen middelen van van meerder klem te moe„ ten overgaan, onder voorhouding tezens van niemant te zullen laaten repetrieeren Den 2. october 1740. voor Den 2. october: 1790. 483. voor dat Hoog Dezelve geinformeert zijn, hoo het met de boeken staat, en dat er liquida transporten kunnen gedaan worden 10 zoo is op verklaaring van den Heer geeligeert gezackhhebben van zich bij zijn E: Achtb: aankomst ter stond hier na geinformeert en onder andere gebreeken die opstel en verolg sprong niet kunnen worden geremeeli„ eert ontwaart te hebben dat het werk veel al ten agteren was geraakt uit hoofde dat de geen welke het eigenlijk in„ cumbeerde, ofte sommige van hen, de zaeken van hun de partement, ter waarneeming en begleeving aan anderen opgedraagen, doch op„ „mainkeert hadden in de voldoening der weegen en vervolg en hoe noodszaakelijk het dien volgende was ter aanmoediging van die perzoonen welke het Negocie werk tot 178 /7. hebben offengesteld, in vergadering te ontbieden, de begeete van Hun Hoog Edelheeden voor te houden en de gunstige reflexie welke Hoog Dezelve elders belooven te zullen vestigen, op lieden die zich door kunde en bequaamheijd distinqueeren Con„ form zijn E: E: achtbaares propositie goed„ gevonden en verstaan, de drie ten Negocie kantoore als kundige en bequaame Boek„ houders den Negocie overdrager wouter Pie„ tersz: den secretaris van de weeskamer Simon Duijnevelt, en den Negotie Nareeke„ naar Christiaan Theodorus Bloeme in ver„ Den 2. october 1740. gadering 485. Den 2. october 1790: dering te doen komen, en te hooren, hoe het thans met de Boeken staat, en wat men daar van heeft te wachten, indien en door hun ieverig handen aan het werk geslagen in zij dan aan hun Hoog Edelheeden favorable ge„ recommandeerd worden. — vervolg Gemelde bedienden daar op in Raade verscheenen, het voorenstaande voorge„ houden en te kennen gegeeven zijnde ver„ klaarde de overdrager wouter Pietersz: het woord doende van met en benevens den secretaris van de weeskamer Duijnevost zieverig beezig te zijn ten opfenstelling van het agterstallige werk, ter wijl de laaste of de Naree Reneian vervolg Naraekenaar Bloeme de Zorge had voor het werk van zijn oude vaders depantement ofte dat van Factuur houden, Dat Duij„ nevelt beezig was met het Negoeie Jouw„ naal en met het Hoofd Boek van 178 7/8. en hij Pietersz: met het overdragen te weeten om beidte te sluiten zodat er moge„ lijkheijt was, met overzending der boeken in februarij aanstaande den staat des gou„ vernements onder ult=o aug:s 1789. te kun„ nen vertoonen waar na die van 1790. ge„ lijk de tegenwoordige Negotie Boekhouder De Raeff affirmeerde en beloofde zou konnen volgen in october 1791. ende boeken Den 2. october 1790. ouder 487. onder ult„o aug=s van dat Iaar onder ult„o fe„ bruarij 1792. betuijgende beide voormelde persoonen Pietersz: en Duijnevelt, wegens . het agterstallige werk te zijn bevreedigt 1 uitgenomen voor zo verre het zelve den vervolg koopman van Bijland aangaat, die 1 Duijnevelt noch schuldig was te voldoen zelfs voor het werk van Sadraspatnam verzoekende daar op adjude van deeze ver„ gadering, onder betuijging van met wijlen den E: Stoffenberg van Bijlands voorzaat weegens het Negotie boek Entz over eenge„ ƒ koomen te zijn voor ieder boekjaar tot 250 pa„ gooden zo is verstaan hier van ter gerustheijd en Den 2 october 1790. vervolg en opwekking van voorst: lieden, te houden deeze annotatie en duijnevelt in zijn pre„ tensie op den koopman van Bijland alle mo„ gelijke assistentie te bieeden doch bij non reussite de Edele Hooge Indische Regeering te verzoeken, om als dan voor reekening van van Bijland een zodanig bedraagen uit sComp:s Cassa te betaalen en hem daar voor op soldij reekening te belasten ende zulks uit die Consideratie dat, wanneerde zodanige als het werk eigenlijk aangevat gebrekkig blijven in de beloofde voldoe„ ning van het geen voor hun verricht wordt er geen ander middel schijns over te blijven Den 2. October 1740. dan

NL-HaNA_1.04.02_3878_0729 view scan ↗

English

2 October 1790. 489. The Coromandel pay books. than by such prompt executions to provide for all untidiness and arrears in the work. With regard to the pay books, dispositions of their High Excellencies: Transmitting a report from the Head of the General Pay Office regarding his findings on the Coromandel pay books of the year 1785 and of 1785/6, as well as those of the financial year 1787/8, it having been resolved by their High Excellencies: 1. To reproach this council for the improper report made, as if their High Excellencies had granted to all the servants still remaining on the Coast of Coromandel the wages, board allowances, and emoluments from the day they no longer enjoyed maintenance, with orders to withdraw all those accounts again and to compensate for the damage that the Honorable Company will suffer thereby. 2. To still adhere to the Article Letter in granting a reasonable allowance to those who have not enjoyed maintenance, and to let this serve in reduction of what they might have enjoyed in wages, etc., with the exception, however, of the former 2 October 1790. Jaggernaikpoeram 491. 2 October 1790. Jaggernaikpoeram chief and the second official there, Blaaukamer and Ravallet. 3. To have redressed the errors cited by the said Head Sinkelaar which were committed in the pay books of 1785 and 1785/6. 4. To order this administration to still comply with the circular order renewed by the Home Pay Memorandum of 1 December 1780 to note on finalized death accounts whether or not the deceased left a testament and who have entered upon the estate as heirs or executors; item, to redress the errors committed in this regard under transmittal of copies of testaments. 5. To remark that the transmittal from here was neglected of the receipt roll and drawn-up debt account of the seamen of the sloop De Zeerob who remained on Coromandel, and consequently to order this administration not only still to send to Batavia those of the already repatriated youth Carel Laboden, but also to compensate the Company the 10 guilders with which his account has remained undebited. 6. To consider the complaints of this council about not receiving the final accounts of persons who were not projected to remain here and of others who had to be detained 2 October 1790. as groundless, 493. and to recommend greater attention in this regard for the future; and finally, 7. To express dissatisfaction with the disbursements made too generously, and to enjoin improvements, on pain of compensation for what the Company has been disadvantaged thereby, and specifically regarding the persons mentioned in the report, and such others as may appear to have enjoyed too much according to the list that their High Excellencies ordered the aforementioned Head Sinkelaar to draw up thereof and which is transmitted along with the report. Resolved to have the Pay Bookkeeper answer the Batavia report regarding this in the margin. The assistant Bakker permitted to leave for Batavia. Therefore, before being able to dispose hereon, it was agreed to place the report into the hands of the Pay Bookkeeper Broerius Brouwer in order to answer it in the margin, and according to the findings of affairs by this council, to report to the Honorable High Indian Government what has already been redressed, and what is necessary, both in compliance with what was recommended for observance and in relation to the unlawful points of the aforesaid report. On the request made by petition of the young Assistant Willem Bakker to be allowed on this occasion when the ship Horssen returns to Batavia to cross over thither aboard that vessel, 2 October 1790. 495. 2 October 1790. and favorable recommendation of the Sub-Lieutenant with the Horssen: it was agreed to grant that request, but with suspension of wages, due to the non-expiration of his contract, although the petitioner otherwise deserves the retention thereof, as according to the testimony of the outgoing Administrator he conducted himself diligently and well at his office, and regarding which, for that reason, a favorable testimony will be given in his favor to the Honorable High Indian Government. Lastly, there was also read a petition of Paulus Mager, Sub-Lieutenant on the said ship Horssen, containing a request for passage aboard the aforesaid vessel for his wife married here, Maria Elisabeth van Odijk, with some slaves and baggage: thus, after deliberation of what came into consideration pro and con, it was agreed to allow the petitioner to take with him his said wife, together with one male slave and one female slave, for their convenience, provided the customary passage money is paid into the treasury in advance and the passengers are kept at no cost to the Company. Thus done and resolved in Castle Geldria at Palliacatta, on the date aforesaid. Signed as before. Monday, 2 October 1790. 497. Remark of their High Excellencies concerning the requisition of gold of 19 carats 2 2/5 grains instead of 20 carats 1/2 grain. Monday, 4 October 1790. In the morning at nine o'clock. Council of Policy. All present, except the Honorable Head Administrator Van Dalm, for the reasons as before. The work on the respected formal rescript from the Honorable High Indian Government of the date 27 April of this year was resumed, and under Article 82, having seen their High Excellencies' aforesaid remark concerning the fact that in drawing up the requisition of specie from the Netherlands

Dutch transcription

Den 2. october 1790. 489. de Cormand=s soldij boeken. — dan door der gelijke parate executien in alle slordigheijd en agterlijkheijt van het werk te voorzien— Met betrekking tot de soldij Boeken dispositen va d: H: : mtan onder overzending van een bericht van het opperhooft van het generaale soldij kantoor weegens zijne bevinding van de Korman„ delsche soldij boeken van het Jaar 1785. en van 178 7/6 mitsgaders die van het boekjaar 1789 17 7/81. door hun Hoog Edelheeden beslooten zijnde 17 1. Om deeze vergadering te reprocheeren over de gedaane abusive opgave als of Hoogdezelve aan alle de ter kust, Konman„ del noch overgebleevene dienaaren hadden toegen de t vervolg toegelegt de gatien kostgelden en emolumen„ ten van den dag af dat zij geen onderhoud meer hadden genoten, met bevel om alle die reekeningen weeder intetrekkenen te vergoeden het nadeel dat de E: Maatschap„ pij daar bij zal lijden. — 2. om zich als nog te gedraagen aan de Articul brief in het toeleggen van een weedelijke toelage aan den geen die geen onderhoud hebben genoten, en zulks te laaten strekken in minde„ ving van het geen zij aan gasieentz: mochten hebben genoten met uitzon„ dering nochtans van het geweezen Den 2. october 1790. Jagger: 491. Den 2. october 1790. Iaggernaijkpoeram opperhoofd en de secunde aldaar Blaaukamer en Ra„ vallet - Ten 3. te laaten redresseeren de door het gem: opperhoofd sinkelaar aangehaal„ de abuisen welke begaan zijn in de sol„ dij boeken van 1785. en 178 5/6. Ien 4. dit Ministerium te gelasten om als vervolgen noch te voldoen aan „ bij Pattriasche soldij Memorie van den 1. December 1780. gerenoveerde Circulaire ordre om bij de afgeslotene doodreekeningen te noteeren of de overleedene al of geen testament heeft agtergelaaten en wie als erfgenaamen of Executeuren de boedel aanvaart hebben, item om vervolg omdeder weegen begaane abuiten te redressee„ ven onder overzending van copia te stan„ menten. — Ten 5: te remarqueeren dat van hier is verzuimt de overzending van de quitantie Rol enge„ formeerde schuldreekening van de op koo„ mandel verbleevene zeevaarende van de sloep de zeerob en dit Ministerie mits dien te gelasten niet alleen om die van den reets gerepatrieer„ den Ionge Carel Laboden, als noch naar Bata„ „via te zenden maar ook aan de Comp: te vergoeden de ƒ 10 –. waar voor zijn reek: onbelast is gebleeven Den 6. De klachten deezer vergadering over het niet ont„ vangen van afreekeningen van menschen welke niet geprojecteert waaren om alhier te verblijven en van anderen die aangehouden moesten Den 2. october 1740. worden 493. Noter 1790. worden als ongegront aante merken en voor het vervolg ten deezen opzichte een meerder atten„ ke aan te bevelen, en eijndelijk— Ten 7. Om ongenoegen te betuijgen over de te ruijm gedaane verstrekkingen, en te ve„ commandeeren, tot verbeetering, op peene vervolg van vergoeding van het geen de Comp: ƒ daar door benadeelt is, en in specie van de perzoonen bij het bericht opgenoemt, en zoodanigen anderen als mochten blijken te veel genooten te hebben, bij de lijst die hun Hoog Edelheeden het voorm: opperhoofd sinkelaar gelast hebben daar van op te maa„ ken en neeven het bericht word overgezonden besluijt den soldij Boekh=r het Ba taviasch bericht hier ontrnd in mur„ gine te doen be antwoorden. den assistent Bakker na Batavia verlost. — Doo is, alvoorens hier op te konnen disponeeren, verstaan het bericht te stellen in handen van den Soldij Boekhouder Broerius Brouwer om daaar op in margine te antwoorden en na bevinding van zaaken bij deeze vergadering, de Edele Hooge Indiasche Regeering verslag te doen van het geen be„ reets Zeectart geredresseert, en wat en noodig is, zo ten voldoening aan de ten nakoming aanbevolene, als met relatie tot de weeder„ rechtelijke pointen van het voorsz: bericht Ol het bij Request gedaan verzoek van den Iong Assistent willem Bakker om te deezer geleegentheijd dat het schip Norsen naar Batavia retourneert per dien bodem Den 2 october 1740. derwaarts 495. Den 2. october 1790. en ganstig voorschrijvens van den sousluijtenant met Hoosen derwaarts te moogen overvaaren: is verstaan dat verzoek te accordeeren, edoek met stilstand van mt sulstand van gagi gagie, mits de non expiratie van zijn verbant schoon de supp=t anders het behouden van dien meriteert, als volgens betuiging van den Heer rafgaande Gezaghebber zich ten zijnen kantoo„ ve, ieverig en wel gecomporteert hebbende, en waar van dien halven in zijn faveur een gunstig getuijgenis aan de Edele Hooge Indiasche Ro„ geering zal worden gegeeven. — Laastelijk ook zijnde geleezen een Request p pijd ver en dande rouw van Paulus Magen, sous Luitanant op het gemelde schip Horsen houdende verzoek om passagie per voorschreeve bodem voor zijne alhier ƒ alhier gehouwde huijsvrouw Maria Elisabeth van odijk, met eenige slaven en bagasie: zo is na overweeging van het geen voor en teegen in aanmerking quam verstaan den suppliant toetestaan het meede voeren van gemelde zijn huisvrouw, nevens een slaaf en een slavin, ter onndrteningen tamsper gede kaarer op patsing, mits het gewoone transport gelt, voor af in Cassertellende en de passagiers„ buiten laste van de Compagnie kost vrij hou„ dende Aldus Gedaan en gearresteerd in 't Casteel Geldria te Palliacatta dato voorsz: /:geteekend:/ als vooren. — Maandag Den 2. October 1790. 497. „romarque H=r H: Ed:s ove 't Eijsschen van goud van 19. Car: 2 2/5. gr:t insteede van 00: Car: : ½. gr: Maandag Den 4.:' october 1790. Smorgens te negen uuren Vergadering van Politie Alle Perzent excepto D: E: Hoofd Administrateur van Dalm om reeden als te vooren Deeden de besoigne over de gerespecteer,„ Vervolg der besoig„ ne over de brieven en bijlagen van de Edele de formeele rescriptie van de Edele Hooge Hooge Indiasche Re„ geering. — Indiasche Regeering de dato 27. april dee zes Jaars, weeder om hevat en bij de 82. 5. gezien zijnde welmelde Haar Hoog Edel„ heedens remarque over dat bij inrichting van de Eisch van Contanten uijt Ne„ derland

NL-HaNA_1.04.02_3878_0738 view scan ↗

English

show. For the minting of pagodas, gold of 19 carats, 2 7/5 grains was requested, whereas previously gold of 18 carats, 5 1/2 grains had always been demanded, which Their High Nobilities had also, as usual, requested from the Netherlands for this government. The dispatched requisitions having been examined in this regard, it was resolved, upon the departure of the next requisition, to respectfully demonstrate to Their High Nobilities that among the requested gold, f 300,000 is specified as 20 carats, 8 2/5 grains for the minting of three-figure pagodas, as being softer of gold and of finer alloy than that which is actually suitable for the minting of other pagodas, for which The 4th of October 1790. overleaf. 499. The 4th of October 1790. the diaconate accounts. f 600,000 of the usual alloy, or 19 carats, 2 1/5 grains, was petitioned, as was also specified in the dispatched requisitions for 1788 and 1789, and not of 18 carats and 5 1/2 grains, which previously, during the possession of Nagapatnam, was indeed requested for the minting of Nagapatnam pagodas, but has no longer been requested since the war, as that alloy is currently not to be employed. Under domestic matters: The seven submitted status accounts of the Coromandel Diaconate having been found very accurate and drawn up entirely according to order, so that Their overdue interest monies and outstanding capitals. Their High Nobilities were pleased to express their satisfaction therewith, in so far however, because seven years of interest remain in arrears thereon, instructing this Ministry to demand an explanation for this, with the recommendation to see to the collection thereof, the more so as matters here were being shelved, and further to report whether these monies are in good hands or outstanding securely, otherwise to have good surety provided for them. Thereupon, the Cashier of the Diaconate, Jan Willem [illegible], having been heard in the meeting, it was resolved to record his statement that an extract of this paragraph was received, The 4th of October 1790. received 501. The 4th of October 1790. orphan accounts. received, but that he had omitted to confer thereon with the Brother Deacons, undertaking, upon serious recommendation in that regard, to do so in writing shortly, which then being granted, this record is made thereof. Concerning the submitted status account of the Orphan Chamber, as noted alongside the letter of 14 March 1789 at paragraph 78, closing with the end of August 1786, and the subsequent one closed under the end of August 1788, cited at paragraph 125 of the letter of 18 October, or with respect to the first-mentioned, it being remarked that it only begins with 1 September 1780, and regarding both, as well as an account found among the appendices, running from 1 September 1786 to the end of August 1787, and of which mention was neglected in the letter, that the same are rather obscure and do not satisfy the intention: Their High Nobilities, while expressing serious displeasure at the far-reaching indifference in a matter of so much importance, order that both matters be redressed by the former Secretary Brouwer, and that he, after the example of the Diaconate, be made to draw up seven distinct The 4th of October 1790. accounts 503. The 4th of October 1790. the government against further delay. complied with. accounts since 1 September 1780, in which the receipts and expenditures, or profits and losses, from time to time are demonstrated and shown with the same exact clarity, as well as how large the capital successively has been; once again seriously warning that Ministry that they will tolerate no pretexts for the delay or postponement thereof, expecting without fail, alongside the answer to this, the aforementioned accounts, while in the contrary case this assembly would have to accept the consequences. Thus it was resolved to note that an extract of this paragraph was delivered to the Orphan Chamber here and to the former Secretary Brouwer, each separately; item, in excuse of the aforementioned Brouwer with respect to the submitted accounts, his statement that the same were drawn up after a model given to the Orphan Chamber for guidance, according to the Coromandel Council Resolution of 27 September 1777, which was specially approved by the Noble High Indies Government by missive of 15 May 1778; but to command him and the Orphan Masters, each separately, The 4th of October 1790. to command 505. The 4th of October 1790. to request inability to make conveyance. the fulfillment of the desire of Their High Nobilities, so that by the time the answer to the rescript of 27 April of this year is due to be dispatched, seven other accounts may be drawn up after those of the Diaconate, to be presented to Their High Nobilities; and at that time, disposition be requested upon his declaration of being unable to make conveyance, according to order, of that which he is still indebted to account for to the Chamber, being entirely destitute and possessing no other means than what he enjoys for salary, board money, and

Dutch transcription

toonen. derland hot het stempelen van pagoten was ge„ vraagt goud van 19. Cavaaten, 2 7/5. grijn, daar men bevoorens altoos goud van 11. Can 5½ grijn had„ de geeischt, het welk Hun Hoog Edelheeden ook als na gewoonte uit Nederland, voor dit ont slagescle ewintren e ven gouverrnemen t verzocht hadden: zoo is de afgegaane Eisschen hier op nagezien zijnde verstaan, bij het afgaan van de naaste Eisch hun Hoog Edelheeden eerbiedig te vertoonen dat onder het gevraagde goud ƒ 300'000: bekend gesteld zijn van 20. Car 8 2/5. grijn, tot het slaan van driebeeldige pagooden, als zachter van gouden fijnder van olloij zijnde dan dat eigentlijk lient tot het stempelen van andere pagooden, waar voor Den 4. October 1790. verte. 499. Den 4. ' October 1790. — den diervonij rekeningen. ƒ000'000. —. van het geworne alloij, ofte 19. Cas: 2 1/5. gr: gepetitioneerd en hoedanig ook bij de afgegaa„ Eisschen voor 17002. en 1789. is bekend ge„ ne steld geworden en niet van 18: Car: en 5½ grijn het welk te vooren bij het beszit van Nagap: tot het slaan van Nagapatnamse pagoden wel, dog zeedert den oorlog niet meer is ge„ vraagd geworden, als van dat alloij tans niet te emploijeeren zijnde Onder de huizelijke Bestellingen de overgezondene zeven stuks staat Reeken gemegend: : d: vor en ijtig ningen van de kormandelse Diakonij, wel zeer accuraat en volkoomen na de ordre opgemaakt bevonden zijnde, zoodaanig dat Hun. Wallige Intrest penningen. en uitstaanen de Cpitaalen „ring Ell Hun Hoog Edelheeden daar over hen genoegen oprecommandatie ontrand de agter„ gelieven te betuijgen, in zoo verre edoch wijl daar op zeeven Jaaren intressen ten agteren staan dit Ministerium gelastende om daar van reeden te laaten geeven, met recommandatie om voor de inpalming te zorgen te meerde zaeken alhier op de lange bank wierden gescho„ ven, en voorts te berichten of deeze pennin„ gen in goede handen, ofte secuur uitstaan„ de zijn, anders daar voor goede Cautie te laaten behord hir op en dierij aserstelen zoo is hier op in vergadering zijnde gehoord de Kassier der Diakonij Jan willem on aantekening an sin verlen suijken; verstaan aanteteekenen zijne verklaaring van Extract van deeze periado Den 4. ' October 1790. — ontvangen 501. Den 4. ' October 1790: — oner reekeningen. ontvangen doch geommitteert te hebben om daar op met Boederen Diaconen zich te ver„ klaaren, op sevieuse recommandatie derwee„ gen aanneemende dat binnen Korten schrif„ telijk te doen het welk dan geaccordeerd zijn„ de word daar van gehouden deeze aanteekening Omtrend de overgezondene staat weeken, kommen : H: l: sse ae ning der weeskamer, als nevens brieff van 14. Maart 1789. genoteerd bij § 78. sluijten„ da met ultimo augustus 1786. en de na„ aen geslootene onder ultimo augustus 1702r aangehaalt bij par: 125. den brief van 18. october, ofte met opzicht tot de eerst gemelde geremarqueert wordende dat die ogenogenen lut derwegen die eerst met P=mo September 1780. aan van; neemt, en op bieden zoo wel, als op een on„ der de bijlagen gevonden, der de Reekening ƒ 7 loopende zeedert p=mo September 1786 tot ul=o aug:s 1787. en waar van verzuimt 's bij de brief eenige aanhaaling te doen dat dezelve vrij wat duister zijn en niet voldoen aan de intentie: gelastende huw Hoog Edelheeden onder betooning van ernstig ongenoegen over de verregaande onverschilligheijt in een zaak van zoo veel belang, het een en ander door den geweezen secretaris Brouwer te laaten redressieren en hem, na het voor„ beelt van de Diaconij zeeven distincte Den 4'. October 1798. Ree. 503. Den 4. ' October 1790. — de regeering teegen verder uijt stel„ „wer aan H: H: Ed: deves dc voldaen. Reekeningen seedert p=mo 7ber: 17010. te doen formeeren waar bij de inkomsten en lasten of winsten en verliezen van tijd tot tijd met dezelve Jurste klaarheijd gedemon„ streerd en aangetoond worde mitsgaders hoegroot het kapitaal successive geweest is atat ministerie nogmaals serieuselijk sim seriense waarschouwing aan„ dat waarschouwende, dat geene uitvlugten voor de vertraaging of uitstelling daar van zullen tollereeren, waar zonder fout, ne„ ven s' antwoord op deezen, de voorm: Reeke„ ningen verwachtende, ter wil bij Contrarie geval deeze vergadering zig de gevolgen zou J. moeten getroosten, zoo is verstaan te vrolee last ven wesmreeten en Brou„ linge ren vevolg ven, dat Extract van deeze periode aan de weeskamer alhier en aan den geweeken secretaris Brouwer ieder in het bijzonder is affgegeeven, item tot verschooning van voormelde Brouwer met opzicht tot de verzondene reekeningen zijne ven„ tooning dat dezelve zijn ingesteld na aen model de weeskamer ter naricht afgegeeven, volgens kormandelsch Raadsbesluijt van den 27. September 1777. dat door de Edele Hooge Indiasche Regee„ ring speciaal is geapprobeert bij mis„ sive van 15. Meij 1778, doch hem en wees„ meesteren ieder afzonderlijk aante be„ Den 4'. October 1790. veelen 505. Den 4. October 1740. onvermogen tot het doen van transport te versoeken. veelen, de voldoening der begeerte van Wun Hoog„ Edelheeden, om teegen dat het antwoord op legendaanstand empte de rescriptie van 27. april deezes Jaars staat aftegaan, zeven andere reekeningen interichten na die der Diacorij, om Hun Hoog Edelheeden aangebooden en als mot en distrste mtene Oornuer dan dispositie verzogt te worden op zijn verklaaring van niet in staat te zijn om na de ordre transport te doen van het geen hij noch verschuldigt is aan de kamer te verantwoorden; als ten eene maal onvermogende zijnde en geen middelen anders hebbende dan het geen hij geniet voor gakie kostgeld en

NL-HaNA_1.04.02_3878_0746 view scan ↗

English

why the Council was held liable by Their High Excellencies for Brouwer's arrears and emoluments And whereas Their High Excellencies, vide paragraph 85 of the rescription, under renewal of the order of 15 April 1788 paragraph 33, with denial of Brouwer's request for atterminatie for five years and considering how, through the non-settlement of matters, everything depends on an uncertain outcome, should devise means for settlement and security, what is more, without answering the declaration of liability already made under 31 March 1789 paragraph 61 for the damages that would be caused by further delay and postponement, 4 October 1790. 507. 4 October 1790. whereby it appeared that admonitions and reproaches no longer had any influence, now being unable to tolerate such irresponsible conduct any longer or to see the interest of the orphan chamber neglected, had resolved to hold the members who have formed, and still form, the Council of Paliacatte, both in general and each in particular, further responsible for the damages that the orphan chamber as aforesaid comes to suffer, once again charging to have a liquid transfer made by the said Brouwer of that administration or to have sufficient surety provided for the shortfall, but in case of inability, to have such done by the said members, each in so far as it is incumbent upon him, unless they could sufficiently demonstrate to have constantly performed their duty, without prejudice to their recourse against the said Brouwer, finally, since the reasons adduced on 3 March 1789 why the considerations on 4 October 1790. 509. 4 October 1790. Discussion and remark upon one thing and another. the petition submitted by Brouwer could not have been requested from the orphan masters are completely insufficient, to demand those considerations immediately upon receipt hereof, this was very seriously discussed, and the incoming governor made known the necessity not only of satisfying Their High Excellencies herein, but since it is not even known on his own administration whether the orphan chamber acts according to instructions, or upon its own understanding and authority, in order to prevent such unpleasant and lamentable dispositions for the future, and for the security of the orphans' funds, especially with regard to the administration and lending out of the same, to devise precautions and measures that may be sufficient never to fall into such an embarrassment; which being generally approved and applauded was understood first to record something to serve as advice, item that subsequently was read a minute of the aforesaid orphan chamber, serving as it were as advice and consideration on the case in question, which however appeared strange from the vice-president and members of the chamber in particular, 4 October 1790. 511. 4 October 1790. under what condition he is willing to take a seat. without demonstrating the reason why they did not vote and advise herein jointly with the president, concerning which the junior merchant and warehouse master De Raeff made known that the presidency of the said chamber was indeed assigned to him according to the resolution of this table of 13 December 1789, but that he had hitherto excused himself therefrom and taken no seat out of apprehension of responsibility for the state of the chamber in general and the debit of Brouwer in particular, declaring however to be prepared to place himself at the head continuation 4 October 1790. of that assembly if, as is shown by the resolutions of this Council of 11 October 1785 and 26 September 1786 had taken place with the former presidents Simons and Stoffenberg, he may be held free of responsibility for what has passed, under promise of all possible care, diligence, and vigilance for the future, especially when, according to the intention of the said honorable incoming governor, firm arrangements and regulations are drafted in order to guide and conduct oneself accordingly, instead of oral traditions and customs. Thereupon 513. 4 October 1790. Insertion of the advice of the orphan masters. Thereupon was read the aforesaid minute advice or advice of the aforesaid orphan chamber, reading as follows. Sunday 3 October Anno 1790. By the vice-president having been produced a report that the secretary of this council, Duijnevelt, has delivered, reading as follows. To the Honorable Fredrik Willem Bloeme, Vice-President, together with the further Honorable Members of the Coromandel Orphan Chamber. Venerable Gentlemen, The undersigned secretary of your honors' college has the honor to report that, pursuant to the resolution of the Coromandel Government of 3 March 1789 and that of your honors of 21 October thereafter, he has made his utmost effort and, so far as it was feasible, had addressed certain persons who are indebted to the former secretary of this chamber, Mr. Broerius Brouwer, for the satisfaction of the same, vide minute letters; but that he has received such reply thereto as can be seen in the extracts annexed hereto, etc. For the rest, I remain with respect, was written underneath, Honorable Gentlemen, lower, your honors' humble and obedient servant, was signed, I. Duijnevelt, in the margin, Paliacatta 3 October 1790. Extract from the resolutions taken by the orphan masters of Coromandel. Secondly, on

Dutch transcription

waarom Hl: H: Eds den Rand voor Brou„ woen agterstal aan sprekelijk heid en emolumenten En nademaal Hun Hoog Edelheeden. viele par: 85. van de rescriptie, onder re„ novatie de ordre van 15. april 17088. par: 33. met ontzegging van Brouwers verzoek om attermanatie voor vijf Jaaren en an„ der aanmerking hoe door onaffdoening van zaaken alles van een onzeekeren uit„ slag afhangt zouden middelen te bevaa„ men tot vereffening en securiteijt wat meer is, zonder te antwoorden op de zub 31. Maart 17829. par: 61. bereets gedaane aanspreekelijk verklaaring voor de nadeelen die door langer uitstel en ver„ Den 4. ' October 1790. traaging 507. Den 4:' October 1790. — traaging zouden worden veroorzaakt. waar door het scheen dat vermaaningen en reprochet geen invloet meer hadlden nu een zoo onverantwoordelijk gedrag niet langer kunnende gedogen ofte het belang van de weeskamer te zien ver„ waarloosen, beslooten hadden de leeden die de Palliacatsche Raad hebben uijt„ gemaakt, en als noch uitmaaken zoo in het Generaal, als ieder in het bijzonden nader respontabel te houden voor de nadeelen die de weeskamer als voor„ malt komt te lijden nochmaeals ge,ondemente at telent n „ mt door brower lastende of suffiante Cautie op Trouwer Supplice tastende om door gem: brouwer een liquide transport te laaten doen van die ad„ ministratie of sufficanten Cautie te doen stellen voor het te kort komen„ de doch bij onvermogen, zulks te laaten geschieden door gedagte leeden ieder voor zoo verre hem incumbeert ten ware voldoende konnen aantoe„ „ betugt: nen steeds hun plicht te hebben behoudens hun guarand op gemelde ven omantiaenten te kenen brouwer eindelijk om vermits de op den 3. maart 1789. bij gebrachte reedenen, waarom de consideracien Den 4'. October 1740. op 509. Den 4. ' October 1790. — discour en aanmerking ver tien en ander. op het van Brouwen gediend supplicq van weesmeesteren niet hadden konnen worden gevraagt, ten eenemaal onvoldoen„ de zijn die Consideracie op ontvangst deezes ten eersten te vorderen werd hier over zeer sevieus gediscoureert en door den heer aankomende gezaghebber te kennen gegeeven, de noodzaake„ lijkheijd niet alleen van hier in hun Hoog Edelheeden te voldoen maar ver„ mits er op zijn E: Achtbare r afdraga zelf niet bekend is of de weeskamer ageert volgens instructie, ofte op eige begrip en authoriteijt tot voorkoming van de van zulke onaangenaame en beklagelijke disposi„ tien voor den aanstaande, en tot zeekerheit van de gelden der weezen speciaal met op„ zicht tot het administreeren en uitzetten van dezelve, precautien en mesures te be„ vaamen die toereikende kunnen, zijn van nimmer in zodanig een ongelegenheid te vervallen; het welk als algemeen geatsou„ ƒ eert en geapplaucteert verstaan is voor af op„ diendeverstamer adries t wat te teekenen, item dat vervolgens zijnde geleezen, een notul van voorsz: weeska„ mer, dienende als het waare tot advies it gemed an er poadent en Constideratie op het geval in questi, doch dat zonderling voorquam van den vice President en leeden der Kamer in het bij„ Den 4'. October 1790: zonder 511. Den 4. october 1790. — „gen is sitting te nemen. — zonder, zonder te doen blijken de reeden waar„ om hier in niet met den President in het gemeen is gevoteert en geadviseert, waarom„ trent den onderkoopman en Pakhuis mees„ ter De Raeff te kennen gas, dat het Presidium van gemeldte kamer volgens besluijt deezer tafel van den 13. december 1789. hem wel was opgedragen doch dat hij tot nu toe zich daar van geexcuteert en geen sessie genomen hadt, uit beduchting van verantwoording voor den staat vande kamer in het algemeenen den debet van br„, ou war in het bijzonder verklaarende echter onder welke voorwaarte lijgereen„ bereid te zijn zich te stellen aan het hoofd vervolg Den 4e. October 1790.— hoofd van die vergadering indien, gelijk uijt„ wijzens. de Rezolutien deezes Raads van den 11. october 1785. en 26. September 1786. heeft plaats gehad met de voormalige Pre„ sidenten Simons en stoffenberg, mag worden gehouden buiten verantwoording van het gepasseerde onder belofte van alle mogelijke zorg vlijt en vigilantie voor het toekomende inzonderheijd wanneer na de intentie van wel melde E: Agtbaare Heer Aankomende ge„ zog hebben er stellige schikkingen en Regle„ menten worden, beraamt om zich daar na in steede van mondelinge overleeveringen en utantien, te kunnen vichten, en gedraagen Dier 513. Den 4 October 1790 Dier op dan wierd geleezen het voorsz: No„ Insertie van weesmeesteren ad„ vies. — tulair adves of advies van voorsz: weeska„ mer, luidende aldus. Sondag Den 3. ' october A:o 1790. Door den heer vice Preces, geprocuceerd zijnde een be„ rigt dat den secretaris dezes raads Duijnevelt, overgege„ Aan den wel Edelen Heer Fredrik willem Bloeme vice preces, benevens de verde„ „ve E:s leeden, van de corman„ delsche weescamer. — Verwaarde Heeren Den ondergeteekende secretaris van uwel Eerwaardens collegie heeft de eere van berigt, te dienen dat den zelven ingevolge besluijt der chormandelsche Regeering van den 3. Maart 1789. en dat van uwel Eerwaardens van den 21. october daar aan zijn uitterste de voir aangewend en zo verre het doenlijk wat zommige perzoonen die aan den voorigen secretaris dezer Camer den Heer Broerius Brouwer schuldig zijn aangesproken hadde, ter voldoening van de zelve vide Minut brieven; dog dat hij daar op zoo„ danige antwoord bekomen heeft, als bij de hier aangelia„ seerde Extractenr ensz: te zien is. — Ik noeme mij voor het overige met agting /:onderstond:/ Eerwaarde Heeren /:lager:/ uwel Eder waarden son„ derdanige en gehoorzaame Dienaan /:was getekend:/ I: Duijnevelt /:in margine:/ Palliacatta den 3. october 1790. ven heeft luidende aldus. — Extract uijt de Resolutien genomen bij weesmeesteren van Cormandel 2o. op

NL-HaNA_1.04.02_3878_0754 view scan ↗

English

The 4th of October 1740. After deliberation on what was necessary, it was resolved to declare to the Illustrious Government here, by extract hereof, that however gladly one would wish to serve with the desired consideration of this Chamber by Their High Excellencies upon the petition of the former Secretary the Honorable Brouwer, contained in an extract from Their High's honored missive of the 27th of April of this year, one is nevertheless to one's regret completely unable to do so, because the debtors specified by the said Honorable Brouwer, according to the answers received, partly promise to pay their debt, and others, due to inability, are not capable of doing so. Below stood: Agreed. Was signed: S. Duijnevelt, Secretary of the Orphan Chamber. Upon which, and after everything aforementioned having been maturely and attentively deliberated, it was understood to declare the statement inadequate to meet the aim and the intention, consequently entirely unacceptable and of no value; item, to invite and enjoin the aforementioned Honorable De Raeff, pursuant to his obligation and the offer made thereto, to immediately take a seat as President at the Orphan Chamber, and to impose upon his Honor no further accountability or claim regarding the state of the Chamber in general or the debt of the former Secretary Brouwer in particular—just as was done with the previous Presidents Simons and Hoffenberg—than from the date that it shall appear he concurred therein or gave advice and voted, consequently not for what is past, but indeed for the future. Regarding which, or the management of the Chamber, after obtaining light and elucidation according to the declaration of the aforementioned incoming Commander, disposition will be made as soon as possible, as shall be found to be most proper and for the general security. And it was resolved and understood to communicate the aforementioned to the President and members of the said Orphan Chamber by extract hereof, and at the same time to demand that they seriously reflect upon the state of affairs of the Chamber and the orders of the Noble High Indian Government in that respect, in particular the making of the transfer by the aforementioned Brouwer, and to understand that although, according to Brouwer's declaration, this cannot be done for the funds which he must account for in cash, such nevertheless can and ought to take place for the effects of the Chamber: books, letters, papers, accounts, and in a word everything that concerns the administration of the orphan masters together or of their secretary in particular, the debit of Brouwer being included thereunder as belonging to the actual state of the Chamber; with orders to have such a transfer drawn up at the earliest opportunity, to have Brouwer's successor sign for it with the exception of everything that is not accounted for, and to attach to that transfer, while delivering it to this assembly, a reasoned report from Their Reverences serving both as an answer to the plea of Brouwer in so far as that shall appear necessary, and as Their Reverences' advice and considerations regarding the state of the debtors in general and each of them in particular, which are to be held as sufficient, which as doubtful, and which as hopeless, and accordingly in general what the true and actual state of the Chamber is, and in what light it must be regarded, who those are according to the books to whom that capital must in time be accounted for, and what might still be recovered, whether from the original debtors themselves, or from their guarantors in person, or their respective heirs or attorneys; in order that, after this shall have been seen and assessed, such disposition may be made regarding the security desired by the Noble High Indian Government or that for which the members of this assembly declared responsible should properly give surety, as shall be judged necessary and sufficient according to the nature of the matter and the incoming report; in particular to show simultaneously with that report the manner of administration of the Chamber in general and the investment of the moneys in particular; item, to what extent the Honorable President and Vice President are responsible, together or each in particular, for the capital of the Chamber and the moneys held in the cash office; how the moneys are usually invested, whether with the general advice and consent of the Chamber, or on the order of the President or Vice President alone, or by the secretary as cashier at his own discretion; with further statement whether the Chamber acts according to an established instruction or on its own authority; if there should be an instruction, when and by whom it was drafted, with the exhibition of a copy, in order, if necessary, to be corrected, altered, or amplified, as shall appear to be required by the subject matter. Their High Excellencies further, under the chapter of Domestic Appointments, vide 888 of the rescription regarding the distribution of the douceur on the collection of linens and sales of merchandise, still adhering to the previous orders and the disposition

Dutch transcription

Den 4. ' October 1740. selve Jungeerd Do is daar op na deliberatie van het noodige beslooten Door Extract van dezen de Illustre Regeering alhier te„ betuigen dat hoe gaarne men van de begeerde consideratie de„ zer camer door Haar Hoog Edelheedens, op het supplicq vanden voorigen secretaris den E: Brouwer vervat bij Exa tract uijt Hoogst derzelver g'eerde missive van den 27. apwil dezes Jaars, dienen wilde Egter tot leedwee„ zen daar toe onmogelijk in staat is te doen alzo de door gemelde E: Brouwer opgegevene Debiteuren, na vel„ gens bekomen antwoord gedeeltelijk beloven, hun schuld te zullen betalen, en andere door onvermogen daar toe niet machtig zijn /:onderstond:/ Accordeerd:/ was geetee„ kend:/s Duijnevelt sec: orph:s onvoldoende verklaaring nout Waar op en alles wat voorsz: staat rijpe„ lijk, en aandachtig gedelibereerd zijnde, is ver„ staan het adreste verklaaren niet te voldoen aan het oogmerk en de intentie gevolgelijk ten eenemaal onaanneemelijk en van gee„ De Raef als President setting gein, ner waarde, item om voormelde E: De Raeff ingevolge zijne verplichting en daar toe ge„ daane offerte, te inviteeren en te injungeeren om terstond als President zetting te neemen bij de huijtenanspak ant gepasseertde weerkamer, en zijn E: even als met de voorige Presidenten 515. Den 4. October 1790. — vor delijk Presidentien Simons en Hoffenberg geschied is, omtrend den staat der Kamer in het gemeen, ofte de schult van den geweezen secretaris Brouwer in het bijzonder geene verdere verantwoording ofte aanspraak opte leggen, als zeedert den datum dat blijken zal, daar in, geconcurneert, ofte bij Naar Eerwaarde geadviseert en gevoteert te heb„ ben gevolgelijk niet voor het gepassenrde maar wel voor het toekomende, waar omtrend ofte dg hj o ete mene w de maneance van de kamer na het erlangen van licht en elucidatie, volgens verklaaring van voorm: Heer aankomende gezachhebber zodra mogelijk zal worden gedisponeert, zoo als ten meesten beste en tot algemeene zeekerheijd zal bevonden worden te behooren. En om ander Extract te geven. bevele te voldaen. d suee aentene met aen mis alierder geaigewoerden en verstaan Besident en leeden van meermelde weeskamer het geen voorsz: staat, bij Extract deezes te commu„ met lat, in wat mimuer st 2: d rireren, en tevens te demandeeren om over den staat van Zaaken der Kamer en de beveelen van de Edel Hooge Indiasche Re„ geering ten dien op zichte, in zonderheijd het doen van transport door voormelde Brouwer Serieuselijk de gedagten te laaten gaan en te begrijpen dat schoon dit zelf volgens betuijging door Brou„ wer, niet geschieden kan van de pennin„ gen die hij kontant moet verantwoor„ don, zulks egter kan en behoord plaats Den 4 . October 1790. te 517. Den 4. ' October 1790. — te hebben, van de Effecten van de kamer boeken, brieven papieren reekeningen en in een woord alles wat de administra„ tie van weesmeesteren te zaamen ofte haare secretaris in het bij zonder concerneert den debet van Brouwer als tot de eigenlijke staat des Kamers vervolg„ behoorende, daar onder begreepen met last om ten eersten zodanige transport te doen vervairdigen den opvolger van Brouwer daar voor te laaten teekenen met uijthondering van alles wat niet word verantwoord mitsgaders bij dat trans„ port /: het zelve overbrengende te dee„ zen vervolg Den 4e. October 1790. zer vergadering te voegen een bereden eent bericht van Haar Eerw: dienende zo wel tot antwoord op het verkoog van Brouwer in zo verre dat noetig zal voorkomen als Haar Eerwaardes advies en Consideratien, weegens den staat der De„ biteuren in het algemeen, en van ieder der„ zelve in het bijzonder, welke voor Luf„ fisant welke als dubieus en welker als hoopeloos moeten worden gehouden en overzulks in het generaal wat de waare en eigenlijke staat is van de kamer, en in dewelke licht die moet worden beschout wie de geenen volgens de boeken E 519. Den 4. October 1790. — boeken zijn, aan wien dat kapitaal in den tijd moeten: worden verantwoord en wat en noch zou zijn te recouvneeren het zij van de origineele debiteuren zelve dan wel van haare borgen in persoon ofte derzelver Erfgenaamen, of ge„ magtigden respective om na dat dit ge„ vervolg zien en beoordeelt zal zijn op de begeerde zeekerheit door de Edele Hooge Ineli„ sche Regeering ofte het geen waar voor de respontabel verklaarde leeden deezer verge„ dering eigentlijk zoude moeten Caveenen, zode„ nig te disponeeren als na den aart der zaake en het intekoomen bericht zal geoordeelt worden nodig vervolg Den 4. October 1790. — nodtigen toereikende te zijn Eijentelijk om bij dat bericht tevens te vertoonen, de wijze van administratie den kamer in het gemeen en het uitzetten der penningen in het bijzonder, item in hoe verreden E: President en vice President voor het kapitaal van de kamer en de in Cassa berustende penningen te saamen ofte ieder in het bijzonder verantwoorde„ lijk zijn hoedanig de penningen door gaans zijn belegt, met algemeen advies en Consent van de kamer dan wel op ordre van den President ofte vice President alleen ofte door den secretaris als kassier na eige goedvinden met verdere opgave off de kamer na een be 521. Den 4. ' October 1790: tot wanneer en waarom H: H: Ed:s hebben uijt gesteld de dispositie op 't verdeelen van doceur gelden bevaamde Instructie ofte op eige authori„ teijt ageert zoo er een Instructie mocht zijn, wanneer en door wie beraamt, met exhibitie van een Copij om des noods gecon„ rigeert, gealteneert ofte geamplieert te wor„ den, zoo als ten surjette zal voorkomen te benodigen. — Hun Hoog Edelheeden zich wijders onder het Chapiter der Nuijzelijke Be„ stellingen vide 888. van de rescriptie omtrend de verdeeling van het douceur op den Inzaam van lijwaaten en ver„ hier van koopmanschappen als nog ge„ an draagende aan de voorige ordres, en de dis

NL-HaNA_1.04.02_3878_0762 view scan ↗

English

continuation The 4th of October 1740. will in any way be capable thereof, and in so far as that estate is not deemed to be involved in the securities that must be posted according to the present orders: thus, considering that at the session of the 29th of September last it was already understood that the funds, which currently still stand to the credit of the estate to the sum of roughly Pagodas 7000.-.-, must for the present serve and remain as a guarantee for the ordered securities, it has after deliberation been agreed to persist therein, and consequently to suspend the disbursement of funds until further discovery of affairs and a more ample supply than at present. etc. E 525. The 4th of October 1790. To order the sub-offices to answer the extracts in the margin, and within what time to suspend the same. Then, since this point, or the posting of the required securities, cannot be accomplished so long as no answer is received from the subordinate factories to the extracts from Their High Noble Rescription, of which the extracts were already sent to them two and a half months ago, the Honourable Elected Authority showed himself to be extremely sensitive about the indifference and sluggishness in this matter, at the same time proposing the necessity of rousing the chiefs from their continuation The 4th of October 1790. slumber, and under declaration of being held responsible for the delay that already exists and the detriment that the Company anticipates, to write to them to supply and send hither, at the latest three days after the receipt thereof, the aforesaid extracts answered in the margin and inserted with one of their letters, as is customary from here with the Patriarchal extracts; thus it was agreed to conform entirely with His Honourable Worship's proposal, and accordingly to make the said order circular, and seriously to admonish the employees, one as well as the other, 527. The 4th of October 1790. Disbursed to the minister van de Werth. to admonish them to take careful guard against further sluggishness and negligence, if they do not wish to expose themselves to more emphatic dispositions of this meeting. Their said High Nobilities, remarking under § 90 of the rescription that the statement made by the minister van de Werth of what is due to him for credited emoluments differs from that which was granted by Their High Nobilities by resolution of the 6th of February 1781, amounting under various items to Rixdollars 357 continuation The 4th of October 1790. Rixdollars 62.¼ per month, or for 37 months Rixdollars 2321.¾, calculating Pagodas 160. 15. -. Validating those to him, and for the purchase of wine for the Lord's Supper, item writing materials, half of the Pagodas 348:18:- unauthorizedly credited to him, or Pagodas 174. 9:-. or together Pagodas 1335.-:-. instead of the Pagodas 1655: 4:54 validated to the aforesaid minister, or an excess of Pagodas 320: 4:54, which Their High Nobilities desire shall be reimbursed by those who have disposed so liberally of the Company's purse, among which Their High Nobilities 529. The 4th of October 1790. Excess travel expenses enjoyed by Weskrusius of Bimilipatnam deducted. Simons to be allowed to receive his permitted travel expenses to Sadras from the treasury. also place Pagodas 43. 2. 70, with which the frequently mentioned minister was advantaged through the calculation of the buying price instead of the selling price of three lasts of rice for him, taken from the ship Wezelwerf, validating the recorded 2 pagodas per month for the wages of 2 peons no more than the recorded travel expenses from and to Negapatnam: thus, as there is no opposition to this, it has been agreed to have the excess validated sum reimbursed and paid into the treasury by whoever it is incumbent upon, or who paid out to the aforesaid minister more than is justified. At Bimilipatnam, according to § 93 of the rescription, not more than 100 pagodas instead of the disbursed 190 pagodas for travel expenses being validated to the chief Weskrusius, and it being ordered to have that excess amount restituted to the Company: thus, since that employee has been informed thereof by transmission of an extract, it has been agreed to await the consequence of the ordered compliance with the directive. It also having been resolved by Their High Nobilities, under the remark as in § 91, to consent to the forwarded requests of the merchants Simons and van Bijland, The 4th of October 1790. to 531. The 4th of October 1790. Account requested of the mintage of dabboeses. Record of the counting and forgiving of the toll books. to validate to them for travel expenses to Sadraspatnam a sum of 50 Pagodas each, it was agreed to let the share of the former be drawn by him from the treasury there, but to place that of van Bijland in credit on his account. With regard to the minting of dabboeses, Their High Nobilities, under the observation as in § 96 of the rescription, judging it best to adhere to the old custom, and accordingly ordering to mint no more dabboeses than are necessary for expenditure, and to maintain their value: The 4th of October 1790. thus it has been agreed to dutifully observe this, and in fulfillment of Their Highest requisition at § 97, to have the invoice keeper at the Trade Office draw up a statement of the expenses that fall upon the mintage of that specie which the Company would have to bear if, following the proposal made from here in 1780, only the copper for that mintage were relinquished to the employees. Their High Nobilities approving the [illegible] in anno passato, on the occasion of a notarial disposition on one of the records

Dutch transcription

vervolg Den 4. '. October 1740. daar toe eenig zints in staat zal zijn, en bij zo verre dien boedel niet betrokken word geoor„ deelt, in de Cautien die na de teegenwoordige ordres gesteld moeten worden: zoo is, aan„ gezien ter sessie van den 29' September pas„ fato bereets begreepen is dat de penningen, die den boedel ten somma van pra/o 7000. –. -. ruijm nog te vooren staat voor eerst moeten strekken en blijven tot een waarborg voor de geordonneerde Cautien na overweeging verstaan daar bij te per„ sisteeren, en mitsdien de afgaave van penningen, tot nader bevinding van zaaken, en eene ruimere voorraad als tans. etc E 525. Den 4. October 1790. — nade Comptoiren te bevelen t H:ds Extracten en margine te beantwoorden, en binnen welke tijd trnt te surcheeren. — Dan nademaal dit point, ofte het stellen der gerequireerde Cautien niet tot stand is te brengen, zo lange en geenant„ woord in komt van de subalterne fac„ torijen op de Extracten uit Hun Hoog Edelheeden rescriptie waar van hen voor twee en een halve maand geleeden bereets de Extracten gezonden zijn toon te de Heer geëligeert gezachhebber zich ten hoogsten gevoelig over de onverschilligheid en traagheid in deezen tevens voor„ stellende de noodzaakelijkheid om de opperhoofden op te wekken uit hun„ ne nervolg Den 4. ' October 1790. ne sluimering en onder verklaaring van verantwoordelijk te zijn voor het cilaij . dat reets exteert en het nadeel dat de Comp: te gemoet loopt, hen aan te schrijven om uitterlijk drie dagen na den ontvangst van het zelve te suppediteeren en werwaarts te zenden de voorsz Extrac„ ten in margine beantwoord, en geinsereent bij een van hunne brieven gelijk van hier met de Partriache Extracten in usantie is zoo is verstaan zich met zijn E: E: Achtbaares voorstel alzints te Confor„ meeren, en over zulks de gemelde ordre circulair te maaken, en de een zoo wel als de ander den bediendens serieus te vermaanen 527. Den 4. october 1790. uijteekeerde aan den predicant van de werth. vermaanen om zich voor verdere traagheijt en nalaatigheijd zorgvuldig te wachten indien zij zich niet exponeeren willen aan nadrukkelijker dispotitien dee„ zer vergadering. — Welmelde Hun Hoog Edelheeden wij belatin emnen en on e dens bij § 90. van de rescriptie reman„ queerende dat de daar den Predikant van de werth gedaane opgave van het geen hem Competeert voor te goed ge„ maakte Emolumenten, difffeneert met het geen door hun Hoog Edelheeden bij besluijt van den 6. februarij 1781. is toe„ gelegt bedraagende aan diverse articulen Rijs 357 vervolg Den 4. October 1790. Rijxdaalders 62.¼ maandt ofte voor 37. maan„ den Rijxdaalders 2321. ¾ reekende P a/o 160. 15. —. Hem die valideerende en voor den inkoop van wijn voor het nacht„ maal item schrijf gereedschappen de helft van de hem ongequalificeerd goedgedaane Pagooden 348:18: of ter „ 174. 9: — 16: ofte ofte zaamen. - - - - pa/o 1335. —: —. in steede van de aan voormelde Predikant gevalideerde - - - - - „ 1655: 4:54: ofte meerder Pa/o 320: 454: die Hun Hoog Edelheeden begeeren dat vergoed zullen worden door den geene die zo liberaal over 'sComp:s beurs hebben ge„ disponeert onder het welke Hun Hoog„ Edelheeden 529. Den 4. October 1790. bij Hleshusiuns te veel genotene rijs ongelden van Bimilip=m afte„ wageshede Edelheeden ook stellen Pagoo den 43. 2. 70. waar„ meede meermelde Predikant bevoordeelt is door de inkoops in steede van uijtkoops gereekening van drie lasten vijst voor hem, uit het schip Weaolwerf geligt, de opgebrachte 2. pagooden 's maands voor gagie van 2. pions zo min, als de opgebreckte reijs kosten van en naar Naga„ patnam, valideerende: zoo is wijl hier teegen geen verzet valt verstaan het te veel gevalideerde te laaten vergoeden en in Cas„ sa tallen door den geen, die het incumbeert ofte voorm: Predikant, meer als gewettigd is uit betaald hebben. Te Bimilipatnam aan het oppar, e gentrmene velenig an hoofd Simons sijn toegestaane reijs onge„ den op Sadras uijt kassa te laaten ontfangen. hoofd Weskrusius, viete § 93: van de rescriptie niet meer dan 100. pagooden, in steede van de uijtgereikte 190. pagooden voor reis ongel„ den gevalideert en bevolen wordende, om dat meerder bedraagen aan de Compagnie te laaten restitueeren: zoo is nademaal die bediende daar van door toezending van Extract verwittigd is verstaan het ge„ volgder aanbevolene nakoming van de ordre afte wachten, Noch door Hun Hoog Edelheeden onder remarque als bij §91: beslooten zijnde te bewilligen in de overgezondene verzoeken van de Kooplieden Simons en van Bijland Den 4. October 1790 om 531. Den 4 October 1790. te doen van 't munt loon van da boe„ Tenena om hen voor reijs ongelden naar Sadraspat„ nam te valideeren, ieder een somma van 50. Pagooden is verstaan, het aan„ deel van de eerste door den zelven ginter hit Cassa te laaten naar zich neemen doch dat van van Bijland in Credit te dog van beslndvoort den te laten stellen op zijn reekening — Met opzicht tot het slaan van dab „ Blamo gedemandeert antoning boezen Hun Hoog Edelheeden onder aan„ merkinge als bij § 96. van de rescriptie best oordeelende om bij de oude gewoonte te blijven, en over zulks gelastende van geen dabboezen meer te slaan als tot de uijtge„ ve nodig zijn en om derzelven waarde te crediteeren. — main aantekning van't Offentellen on vergeven den tolboeken. Den 4. October 1790 maintineeren: zoo is verstaan dit schuld„ plichtig in acht te neemen, en in voldoening aan Hoogst derzelver requisit bij § 97. op het Nagotie Kantoor door den factuurhouden te laaten formeenen een aantooning van de ongelden, die op de vermunting van die specie vallen welke de Compagnie zoude moeten dragen wanneer na het van hier gedaane voorstel van 1780:; eenlijk het koper tot die vermunting aan de bedienden wordaff„ gesstaan. — Dun Hoog Edelheeden goedkeunende de„ in anno passato, ter geleegendheijd van eene Notulaire dispositie op een der aantee„ keningen

NL-HaNA_1.04.02_3878_0771 view scan ↗

English

533. The 4. October 1790. accounts of the merchant van Bijland on the offer made on 21. September by the honorable outgoing commander to provide, as Administrator of the toll, a distinct statement of the monthly amounts of the said tolls, although he had kept summaries thereof, in the expectation that this will have been complied with since, it is resolved to record the declaration of the honorable outgoing commander that the summaries of the monthly amounts of the tolls have since been settled and delivered to the toll bookkeeper, the storekeeper Iacob Samuel de Raeff, in order to act in accordance with the orders regarding them. The 4. October 1790. de Raeff, in order to act in accordance with the orders regarding them. With which proceedings it having become afternoon and the business having progressed to the chapter of the [illegible], it is resolved to meet again tomorrow in order, if possible, to make an end of the same. Thus done and decreed in Castle Geldria at Palliacatta, date as above. Signed as before. Tuesday 535. for the Netherlands, the Cape and Ceylon. Tuesday The 5 October 1790. In the morning at nine o'clock. Council of Policy. All present Except The honorable Head Administrator Ian Dalm. Resumed the letter produced by the outgoing commander to the Illustrious Assembly of the XVII, representing the General Dutch East India Company, also to the Ministry of Ceylon and Cape of Good Hope, to be dispatched per the packet boat De Expeditie. Granted passage on the same for the outgoing commander's grandson, note of the paid transport money, and permission for an attendant, sent, after reading it is resolved to agree therewith. Upon the declaration of the right honorable incoming commander of his wish to count into the Company's treasury here the passage money required for his grandson Iacob Daniel Heijning, aged seven years, destined by his parents to depart for the Netherlands per the aforementioned packet boat, with the request to note this and also to communicate such by a note to the honorable and very right honorable Directors at the Chamber of Delft, it is resolved to agree to both matters, and to allow The 5 October 1790. 537. The 5. October 1790. Instruction given to the commander of the said boat to take aboard a free servant named Maert to attend to the child as far as the Cape, and to note that the notification letter concerning all this was also drafted and approved during the meeting. Hereafter, the commander of the aforementioned packet boat, Iacob Zoeteman, having been summoned into the meeting, his destination to Ceylon was announced to him without specific instruction as to which port of the island, and how one fears, because of the already advanced time, whether it would be feasible for him, upon reaching the Basses, not to be carried off from the land by the drift of the current and thus not to miss Gale as the most convenient and nearest port to inquire after orders from the Ceylon Government. Whereupon, after that seaman had answered to this that he would do his best to reach Gale, and if not, to run into the bay of Trinconomaale, it is resolved to give him his dispatch today with an instruction to try to sail for Gale, or otherwise to endeavor to head for Trinconomale, to await orders regarding his return to the Netherlands, as this was then told to him, and he was likewise ordered to hold himself ready to depart tomorrow morning when The 5. October 1790. 539. The 5. October 1790. the papers that he needs to take with him, among others the customary expense accounts, can be ready, the aforementioned drafted instruction being of the following content: Insertion of the Instruction. Instruction for the Captain Lieutenant Iacob Zoeteman, commanding the packet boat De Expeditie, for his voyage to Colombo. Since we, regarding your destination, have no other orders or directives from the Honorable High Indian Government than to send you as soon as possible to Ceylon, in order to be dispatched from there to the Netherlands on the first of October, which nevertheless, for reasons that you must demonstrate from your journal if required to the ministry there, has been frustrated, we have conferred with you in our meeting of yesterday concerning the route you thought best, and whether the bay of Gale can be considered the nearest and safest to seek out and sail to without running the risk of being misled by the currents at the Basses and carried away from the land, and agreeing in opinion with you that one

Dutch transcription

533. Den 4. October 1790. keningen van den koopman van Bijland op den 21. September gedaane aanbieding van den achtbaaren. Heer afgaande gezaghebber om, als Administrateur van de tol van het maandelijks bedragen van geet: Tollen een distincte opgave te doen alhoewel daar sum van „ boekzes had gehouden in verwach„ vervolg ting dat daar aan zeedert zal voldaan zijn zoo is verstaan op te teekenen de verklaaring van den E: Achtbaaren Heer afgaande Gehes„ hebber dat de boekzes van het Maande„ lijks bedraagen der tollen, zeedert effen gesteld en aan den tol Boekhouder den Pakhuismeester Iacob Samuel de g de. Den 4. October 1790. de Raeff zijn afgegeeven, om daar meede nade ordre te handelen: Croer Met welke verhandelingen het over de middag geworden en de besoigne tot het W Die naar en gevorderd Capittel der zijnde, is verstaan morgen weederom te vergaderen, om des mogelijk een einde van dezelve te maaken. Aldus Gedaan en Gearres„ teerd in 't Casteel Geldria te Palliacat„ ta dato voorschreeven /:geteekend als vooren. Dingsdag 535. voor neder Pd. de Caab en Ceijlon. Dingsdag Den 5 ocober 1740: Smorgens te negen uuren Vergadering van Politie Alle Trekent Behalven De E: Hoofd Administrateur Ian Dalm Geresumeert de door den Heer afgaande Eesm pte an vr rige bieven gezaghebber geproduceerde missive aan de Illus„ tre vergadering van X VII de Generaale Nederlandsche oost Indische Compagnie re„ presenteerende item aan het Ministerium van Ceijlon en Cabo de goede Hoop om per de vorde som de Eespetitie paket bort De Expeditie te worden verzonden. g'accordeerde passagie daar meede van dad ter ankomende Gesagh, bleij„ soor delfs van t betaald transportgeld en testaan van een op passen verzonden is na lectura verstaan zig daar mee„ de te Conformeeren. — Op verklaaring van den E: E: Achtb: G Heer aankomende gezaghebber van gene„ ge te zijn om zijn kleen zoon Iacob Da„ niel Heijning oud zeven Iaaren, door zijn ouders gedestineert om per voormelde pa„ het Boot naar Nederland te vertrekken het daar toe staande passage gelt alhier in met commanicatie riefj aan de kamers Comp:s Cassa te tellen met verzoek om dat te noteeren en zulks noch bij een briefje aan de Edele groot Achtbaare Heeren Bewind„ hebbenen ter kamer Delft te Communiceeren: is, verstaan in het een en ander, en het meede Den 5 October 1790 geeven E 537. Den 5. October 1790. Instructie gegeven aan de Ge„ saghebber van gem=e Bood tot het aan„ aren van lijden. geeven van een vrije Ionge in naame Maert ter oppassing van het kind tot aan de kaap te bewilligen, en aante teekenen dat het Com„ municatie briefje van dit een en ander ook - 1 staande vergadering is ontworpen en g'oed„ gekeurt. — Hier na de Gezaghebber van voorsz: Paket om hetene hute aende missin Boot Iacob Zoeteman in vergadering zijnde aangekondigt zijn destinatie naar Ceijlon zonder bepaalde aanschrijving naar welke Haven van het Eiland, en hoe men beducht is of het weegens de reets ver is geschooten, tijd hem wel doenlijk zou zijn bij de Basjes Koomende door verleiding van van E involg van stroom, niet van het land verweident en dus Gale, als de gelegenste en naaste Haven om naar ordres van de Ceilonsche Regee„ ring te verneemen, niet mis te raaken: zoo is, na dat dien zeeman hier op hadde ge„ antwoord zijn best te zullen doen om Gale te krijgen, en zo niet de barij van Trin„ conomaale in te loopen, verstaan, hem heeden zijn despeche te geeven met een Instruc„ tie om gale te zien te bezeilen, ofte anders Trinconomale te trachten te besteeve„ nen, ter afwachting van ordres nopens zijn Retour naar Nederland, gelijk hem dan dit, en tevens is aangezegt om zich gereed te houden van morgen te vertrekken wan„ Den 5. October 1790. neer 539 Den 5. October 1790. — neer de papieren, die hij diend meede te nee„ „men, onder anderen de gewoone onkostreeke„ ningen gereed kunnen weezen zijnde de voorsz: ontworpen Instructie van den vel„ Jnsertie van de Instructie genden inhoude.— Instructie voor den Capitain Lieutenant Iacob Zoeteman Commandeerende de pakket boot De Expeditie, voor zijne reize na Colombo. Dermits wij nopen uwe destinatie geen andere or„ dres off aanschrijvens van de Edele Hooge Indische Regee„ ving hebben dan om uE: ten spoedigsten voor Ceijlon te zenden ten einde van daan op primo 8ber: v Nederland te worden gedepecheert, het welk nochtans om reeden als uE: door u Journaal des begeerd wordende aan het mi„ nistenie aldaar moet doen blijken verijdelt te zijn heb„ ben wij uE: in onze vergadering van gistenen onderhouden over de Route die uE: dacht de beste te zijn en of de baeij van geele de naast en veiligste kan worden gehouden om op te zoeken en te zeilen zonder gevaar te loopen van door de stroomen in de bassis misleit en van het land verweidert te worden, en met uE: van gevoelens zijnde dat men

NL-HaNA_1.04.02_3878_0778 view scan ↗

English

5 October 1790. the letters and enclosures of the keeping the land in sight as well as possible and using seamanship, now that the monsoon was about to turn and the currents consequently also about to take another turn, Galle could be reached and entered as the best harbor, we have resolved to follow your opinion in this and therefore order you hereby to head for that bay by all possible means, and there to inquire what orders there might be from the Government at Colombo regarding your fitting out and further voyage to the Netherlands; but in case you find it impracticable, so that you might run the risk of missing Ceylon or Galle due to the currents, it will, as you also understand, be best to turn the bow toward Trincomalee and there to see and hear what should be put into effect to advance your voyage according to the intention of the Ceylon Government. We wish you a safe voyage and remain, below stood, your good friends, lower, by order of the Right Honorable Nicolaas Tadama, Senior Merchant and Governor of this Coast of Coromandel with the resort thereof etc. etc., signed, J. J. Wasz, Secretary, in the margin, Paliacatta in Fort Geldria, 6 October 1790. Continuation of the business under the chapter of the Servants, in the formal rescript section 106 from the Honorable High Indian Government, where yesterday the continuation of the business stopped at the remarks of Their High Excellencies on the sent memorandum of the number of Company servants as of the end of December 1788, it being noted by Your High Excellencies how the small number of only two soldiers appearing on that memorandum seems to be a clerical error, and secondly that the general total was not summed up, and also for a part it was not noted how many were above or below the establishment, recommending the observation of this last remark; the memorandum having been examined and found that the aforesaid number of only Scheuneman of Nagapatnam to be summoned, and if not appearing, to declare his post vacant, and why. 5 October 1790. only 2 soldiers besides the non-commissioned officers indeed presents itself, and the other errors were truly committed, it is resolved to report that no more common European soldiers were then in the garrison, to ask excuse for the further omissions, and seriously to recommend the ordered observance of the last remark to the Pay Bookkeeper, whom the drafting of this memorandum concerns. Their High Excellencies persisting in the order given in section 6 of the dispatch of 29 July 1788, to write off the salary of the servants who were then at Nagapatnam and did not come hither with the gurab De Hoop, and awaiting the fulfillment thereof if such has not already happened, it is resolved to let this take effect, thus to deduct the salary of all those who did not come over with the aforesaid gurab or remained at Nagapatnam upon its departure, from that day on until the time they have arrived here and are employed again, and accordingly to write off the salary of the still absent Master of Mines and Dispenser Johannes Scheunneman, Regarding the clerks. and if, after repeated admonitions, he does not appear with the middle of this month to attend to his duty, then to declare the same vacant and dispose of it further. Your High Excellencies, vide section 109 of the rescript, desiring a statement of the clerks who are needed for extraordinary writing work and what writing materials are needed for it, and how many the clerks exceed the establishment, with orders still to comply with their address in the dispatch of 15 April 1788 section 43; therefore, since this point will be kept in mind 5 October 1790. 5 October 1790. be spared. kept in mind by the Gentleman chosen as Governor during the investigation that His Right Honorable is to make regarding the reduction of the establishment of this Government in general, and the report that is to be made to Their High Excellencies in that regard, it is resolved to note this and at the same time that, regarding the number and the necessity of the copyists, reports have already been required at the session of 28 September last. And since Their High Excellencies in section 115 of the rescript qualify this Ministry to dismiss the Ensign-Engineer if, as the Merchant Van Bijland charges against him, he should be useless and incompetent; therefore, since the incompetence has not yet been proven, after consideration of the uselessness, it is approved and resolved respectfully to represent to Their High Excellencies that one, for the present, is of the contrary opinion in that regard, at least as long as a fort is maintained, for which an engineer is necessary to put it into some state of defense, as has recently been done, or to suggest the best means for doing so, as this is beyond everyone's knowledge, while 5 October 1790. at the same time

Dutch transcription

Den 5. October 1796.— de brieven en vijlagen vande meer zoo voldoenlijk het land in gezicht houdende en zeen„ manschap gebruijkende nu dat de mousten stond te kenteren en de stnoomen gevolgelijk ook een andere keer te neemen gale zoukunnen beteiken en als de beste Wa„ ven inloopen zoo hebben we beslooten daar in uwe openi te volgen en gelasten uE: derhalven mits deezen om al wat mogelijke is die baaij te besteevenen en aldaar te verneemen wat ordres en mochte zijn ^uijtrussing van de Regeering te kolombo omtrent uw ^ ahse token en verdere Reis naar nederlandedoek in dien uE: het ondoenlijk vinden dat uE: gevaar mogt mit. loopen van door de stroomen Ceilon of gale nit te raaken zal het gelijk uE: ook van begrip is best zijn de steven naar Trinkonomale te wen„ den en aldaar te zien en te hooren wat er ter be„ vordering van uwe Reis na de intentie van de Ceilon„ sche Regeering in het werk diend gesteld te worden wij wenschen uE: een behoude vaaren en verblijven /:onderstond:/ uE: goede vrienden /:lager:/ Ter ordon„ nantie van den wel Edele Agtbaare Heer N:s Tadama opperkoopman en gezaghebber deezer Ruste kormandel met den retorte van dien Etc: Etc: /:geteekend:/ I: I: Wasz: bec: /:in margine:/ Palliacatta in het Fort geldria den 6' october 1790. — Vervolg der betoigne over Sonder het Chapiter der Dienaaren, bij de Edele hooge Jniache legering formeele rescriptie § 106. waar bij gister met 541. Den 5e. October 1740. der dienaaren van dec. 170. met het vervolg der besoigne gebleeven is op de remarngus H: H: Ed soft verog overgezonden Memorie van het getal van ƒ sComp:s die naaren onder ult„o December 1788. door Wuuwe Hoog Edelheeden aangemerkt wor„ dende, hoe het geving getal, van maar twee soldaaten op die Memorie bekend staande apparent een schrijfout schijver te wee„ zen, ten anderen dat het generaal getal niet is te-zaamen getrokken en ook voor een gedeelte niet is genoteerd hoe veel er boven of beneeden de bepaeling waa„ 1 o de observantie van deeze laaste remarc„ ven que aanbeveelende, zoo is de Memorie zijnde overgezien en bevonden dat het voorsz: getal van Beraamde rescriptie hier op maar Scheuneman van Nagap=n op te roepen, en niet komende zijn post vaamt t verklaren, en waarom Den 5e. October 1790. maar 2. soldaaten buiten de ouder afficie„ ven, en zich effective bij opdoet, en de an„ dene abuizen waarlijk begaan zijn, verstaan te berichten dat en geen gemeene soldaaten Europees namelijk, toen meer in het quan nisoen zijn geweest, weegens de verdere om„ missien excuus te verzoeken ende aanbevoo„ lene nakoming der laaste remanque den soldij Boekhouder, wien het opmaaken van deeze Memorie aangaat, serieutelijk aan te beveelen. Dun Hoog Edelheeden persisteerende bij de Tueb 29. Iulij 1788. § 6. der mis„ sive gegeevene ordre, om de gasie der Die„ naaren ence ende 543. Den 5. october No. 1790. naar en welke toen te Nagapatnam waren, en niet herwaarts zijn gekomen met de Goerab De Hoop afteschrijven, en de vol„ doening daar van verul atende indien zulks niet reets geschiet mocht zijn is verstaan zulks te laaten effect sor„ teeren, dul van alle de zodanige als met veroorg gemelden Goeval niet overgekomen ofte bij dies vertrek te Nagapatnam verbleeven zijn de gagie aftekorten van dien dag af, tot den tijd dat al„ hier aangekomen en weder geemploijeert zijn over zulks degatie van den als noch absent blijvende Ministmees„ ten en Dispencier Iohannes Schun„ neman ed omtrend depennisten. neman afteschrijven, en met meetie van deese maand, ter waar neeming van zijn dienst na de iterative vermaaningen, niet opdan gende dezelve als dan vacant te verklaaren en daar over nader te disponeeren. an etenin ende gereen mit : uw Hoog Edelheeden vide paer: 109. van de rescriptie begeerende eene opgave van de Pennisten welke tot het extraordinai„ re schrijfwerk en welke schrijfgereedschap„ pen, daartoe nodig zijn, en in hoe veele de Pennisten bestaan boven de bepaaling met last om als noch te voldoen aan Hoogst dee„ zelver aanschrijven bij Missive van 15. April 17088. § 43. zoo is, nademaal dit point in het oog zal worden gehou„ Den. 5. october 1790. den - 545. Den 5:' october 1790. gemist werden. den door den Heer geëligeert Gezaghel„ ben bie het onderzoek dat zijn E: Acht„ baare over de vermindering van den omslag deezes Gouvernements: in het generaal en het verslag dat der weegen aan Hun Hoog Edelheeden staat te doen, verstaan dit en tevens te noteeren, dat aangaande het getal den benodigtheijd der scribenten bereets berichten gevordert zijn, ter ses„ die van den 28. September passato. — En nademaal Hun Hoog Edelheeden waaromder Jngemnuur nig niten bij § 115. van de rescriptie dit Minis„ terium qualificeeren om bij aldien de vaan„ drig Ingenieur, gelijk de koopman van Bij„ land van welke Caragraphen van H: H: Ed:s brief van Bijland Extract te geven ter veramt woor deng et land hem ten lasten legt, naitteloos en onbe„ quaam mocht zijn, zijne de missie ba gee„ ven, zoo is vermits de onbequaamheijd nog niet is beweezen na overweeging van de nutteloosheijd, goedtgevonden en verstaan Hun Hoog Edelheeden eer„ biedig te vertoonen, dat men, voor als noch, dien aangaande van Contrarie ge„ voelen is, ten minsten zoo lang er een fort word aangehouden, waar toe een Ingenier noodig is om, gelijk nu Jongst is geschiet, het te brengen in eenige staat van defensie, of om de beste mid„ delen daar toe aan de hand te geeven als ieders kennis niet bereikende terwijl Den 5. october 1790. tevens

NL-HaNA_1.04.02_3878_0785 view scan ↗

English

547 5 October 1790. it was furthermore approved to have extracts of these paragraphs, item of paragraphs 11, 12, 13, 14, 16, and 17, delivered to the Merchant, van Bijland, upon his arrival here, as well as of all the passages to be found further on, both with regard to his reflections in general and the accusations against the Honorable Tadama, the Council, and others, which are cited in the formal rescript or are to be found in the separate letters dispatched to Their Right Excellencies dated 10 February and 26 March of this year, in order to explain himself thereon and Committee work concerning Their Right Excellencies' missive of 27 April concluded. — 11 May Concerning the dismissal of the Honorable Tadama. with cancellation of salary, and orders to remain on the Coast for further accounting and to substantiate with those proofs which he has declared to be able to produce thereof. Points Herewith the points of committee work concerning the formal rescript of Their Right Excellencies dated 27 April of this year; in so far as entirely or partly handled, and subsequently having taken into consideration what was written by Their Right Excellencies' further respected letter dated 11 May 1790: namely, having dismissed as such on the 30th of the preceding month the Honorable Nicolaas Tadama on account of his sickly condition and the request made thereto by His Honor, with cancellation 5 October 1790. of his 549. And election of the Honorable Eilbracht to the authority, to be written. of his salary, and orders to remain on the Coast until His Honor shall have accounted for himself on the points appearing in the aforementioned formal rescript, and the books, in accordance with the latest order, shall have been properly prepared and found in good order, item until he shall have made a proper transfer to his successor, the Right Honorable Jacob Eilbracht, to whom the authority must be transferred one month after his arrival at Palliacatta: thus it was resolved to let the handover of the authority take effect on Monday the 25th of this month, and to give notice thereof directly by a circular to the subordinate offices, 5 October 1790. notice Item to prepare the transfer papers up to the ultimate of August. to give notice to the heads of the subordinate factories to let this take effect on their part as well, according to custom. However, with respect to the general transfer, the incoming ruler having already made known on the 28th ultimo that he cannot agree with the order dispatched on 2 August past to the outer offices or factories for sending the papers required for that purpose up to the ultimate of February 1790, as His Right Honor is of the opinion that these must at least be up to the ultimate of August, if not later, in order to be able 5 October 1790. to 551. 5 October 1790. to ascertain how matters actually stand with the general government, and for which reason the following was recommended to the servants by circular on the same day, appears from as from the following letter. Insertion of circular letter subordinate: To the respective heads, as well as the seconds, of the offices Sadraspatnam Jaggernaijkpoeram Palicol, and Bimilipatnam Since the papers to serve for the general transfer from the first to the second undersigned, received by Your Honors' latest advices, are judged unable to suffice, as they go no further than up to the ultimate of February, we have today thought fit to return the same to Your Honors and to order you, upon receipt of this, to prepare others immediately instead, at least closing under the ultimate of August, and if it cannot be done further, for the later the better, provided they can be here before the middle of the coming month. We give you notice thereof and order Your Honors, good friends, regarding. 1 tie 5 October 1790. The transfer of the Main Office determined for the 15th of this month. — to recommend. — regarding the inventory and state of the respective cash balances, to observe our order of the 25th of this month and to deliver these under the offering of an oath by those who have taken the inventory thereof, which report to the heads must therefore be drawn up in that manner and added to the presentation of the state of the cash balance; remaining otherwise, after cordial greetings, below stood: Your Honors' good friends; was signed: N:s Tadama, J:b Eilbracht, J: J: De Raeff, B: Brouwer, F: W: Bloeme, and J: J: Hasz; in the margin: Palleacatta in Fort Geldria, 28 September 1790: So it has now, upon consideration, been approved and agreed to have the said transfer, in so far as this Main Office is concerned, made on the 15th of this month, and therefore to recommend to those whom the preparation thereof and the procurement of the necessary papers for that purpose concerns, all possible speed, and upon the signing of the same to take into consideration how far there will then have been compliance 553. 5 October 1790. Warning of Their Right Excellencies to the servants concerning the performance of duty. with the remaining orders of Their Right Excellencies, and taking into consideration the position of the Right Honorable outgoing ruler regarding the place of his stay here on the Coast until the receipt of orders from Their Right Excellencies regarding the accounting that His Right Honor owes to Them. Furthermore, it was resolved to, alongside an extract from the secret minutes of what was dealt with and resolved in the Council of India on 21 September 1789, the received warning serving to stimulate ambition in a

Dutch transcription

547 Den 5. october 1790. te vendrs goedgevonden om van deeze par: item van pav: 11. 12, 13. 14. 16. en 117 Er„ tracten aan den Koopman, van Bijland, bij zijn arrivement alhier te laaten afgeeven als meede van alle de voortwaarts te vin„ dene passagien, zoo met betrekkingen tot zijne bedenkingen in het algemeen als de accusatien teegen de heer Tudana de Raad en anderen, welke bij de for„ meele rescriptie aangehaalt ofte bij de afgegaane aparte Brieven aan Hun Hoog Edelheeden de datis 10. februarij en 26. Maart deeses Iaars te vinden zijn ten einde zich op dezelve te verklaaren en Besoigne over H: H: Ed.s missive van den 27. april afgeloopen. — 11. Meij weg:s ontslag van den agtb Heer Tadama. met afschrijving van gage, en last tot nader verantwd= op de kust te blijven en te aastrueenen met die bewijsen welke be„ tuijgd heeft daar van te konnen prdoluceeren Porincten Dier meede de pinten van besoigne over de formeele rescriptie van Hun Hoog Edel„ heeden de dato 27. April deezes Iaars; in zoo verre geheel of ten deele afgehandelt en ommentinge pen ondie vanden vervolgens in aanmerking gekomen zijnde het aangeschreevene bij Hoog den zelver nadere gerespecteerde letter en de dato 11. meij 1790: van namelijk op den 30 der voor„ gaande maand den E: Achtbaaren Heer Nicolaas Tadama mits zijne ziekelij„ ke omstandigheeden en het daar toe, door zijn E: Achhtbaare gedaane verzoek, als zo„ danig te hebben ontslagen, met afschrijving Den 5. october 1790. zijnen 549. En Electie van de agtb: Heer Eil„ bracht tot gedagh te schrijven. zijner gasie, en bevel om op de kust te ver„ blijven tot dat zijn E: zich verantwoord zal hebben op de pointen bij de voorsz: for„ meele rescriptie voor komende, en de boeken, ingevolge de Iongste ordre behoor„ lijk in gereedheijd gebracht, en in orde zullen bevonden zijn item tot dat aan deszelfs op volger den E: E: Achtbaare Heer Iacob Eilbracht aan wien een maand na des zelfs arrivement op Palli„ akatta het gezach moet overgegeeven worden:/ behoorlijk transport zal hebben gedaan: zoo is verstaan de overgave van het amntelig aed an : gezach te laaten gevolg neemen op Maandag den 25 deezer en om daar van directelijk en dit arculair de Comptire aan Den 5. october 1790. kennis Stem om de papieren tot transk port tot ul:o augs te formeeren kennis te geeven aan de opperhoofden der onder„ hoorige factorijen om zulks, volgens utantie te hunnent ook te laaten gevolg neemen Dan met opzicht tot het generaal trasport, door den Heer aankomende gestackhebber op den 28. passato bereets te kennen, gegeeven zijnde van zich niet te kunnen Confirmeeren, met de op den 2.:' Augustus p=o naar de buite kan„ tooren ofte Factorijen afgevairdigde ordre ter afzinding van de daar toe no„ dige papieren onder ultiao febr: 1790 als vermeenende zijn E: E: Achtbaare dat die ten minsten moeten zijn onder ult=o aug=s zoo niet laaten om te kon„ Den 5. october 1790. nen 551. Den 5. ' october 1790. nen nagaan hoe het met het generaale gouvernement eigenlijk gesteld is en waar toe ten zelven dage de bediendens Circulair het volgende is aanbevolen Ronsteert Uijt gelijk ten an de volgende brief. Insertie Cerculaire brief dier onder„ Aan de respective opperhoofden nevens de secundens der Comptoiren Sadraspatnam Iaggernaijkpoeram Palicol, en Bimilipatnam Vermits de papieren om te dienen tot het Generaal tran„ port van den Eersten aan den Tweeden Teekenaar, ontvangen vie„ ven uwel E: Iongste advisen geoordeelt worden niet te kunnen, voldoen als niet verder gaande dan tot ult=o februarij hebben wij heeden goedgevonden uE: dezelve te rug te zenden en aan te schrijven, om in steede van dien, op ontvangst deezes ter stont anderen vervairdigen ten minsten sluitende onder ult=o Augustus en dier het niet verder kan geschieden want hoe laeten, hoe beeter mits hier kunnende zijn voor medio van de aanstaande maand wij geeven u daar van kennisse en gelasten uE: Vrienden Goede nopens. 1 tie Den 5. october 1790. 't Transport va 't Hoofd Comptor e„ paald onder 15. do deeser. — aan te beveelen. — nopens den opneem en staet der respective geld Cassas in het oog te houden onze ordre van den 25. deeser en Zedieste bezorgen onder presentatie van eede door den geen die den opneem daar van hebben gedaan welken Rapport aande opperhoofden derhalven in dier weegen ingericht en bij de vertooningen van den staat den Castt gevoegt moet worden van blij„ vende overigens na geneegene groote /:onderstond:/ uE goede vrienden /:was geteekend:/ N=s Tadama I=b Eilbracht I: I: De Raeff B: Brouwer f: w: Bloeme, en I: I: Hasz: /:in margine:/ Palleacatta in het Fort Geldria Den 28. September 1790: Doo is na overweeging als nu goedgevonden en verstaan het gemelde transport voor zo verre dit Hoofd kantoor aangaat te laaten doen onder den 15 deezer en overzulks den geen die die dit angetall moglijkspoed het vervairdigen van dien en het bezorgen der nodige Papieren daar toe aangaat alle ent gundetakinig tenvorgen moogelijke spoed aan te beveelen en bij onder„ teekening van het zelve in overweeging te neemen hoe verre als dan voldaan zal - 553. Den 5. october 1790. wing H=r H: Ed:s aande dienaaren omtrend plicht betragting zal zijn aaande overige ordres van Hun Hoog Edel„ heeden, en in aanmerking kan koomende sustenu van den E: E: Achtbaaren Heer af„ „gaande Geszaghebber aangaande de plaats van „ deszelfs verblijf hier ter kuste tot naer„ langing van ordres van hun Hoog Edelhee„ den op de verantwoording die zijn E: E: agt„ Hoogst dezelve verschuldigts baare aan Voorts 's verstaan om de nevens een Extract uit de secreete Notulen van het gebesoigneerde en geresolveerde in Raade van India op den 21. September 1789 ontvangene waarschouwing elie„ nende ter opwerking van ambitie in een

NL-HaNA_1.04.02_3878_0792 view scan ↗

English

To deliver to the Fiscal and the Master of Equipage an extract regarding the running away of an English ship. To each of the Company's servants, particularly such as are entrusted with any administration or management, against breach of duty, neglect, or any other negligence, with the promise of reward and recognition of merit for such as shall conduct themselves well and give proofs of fidelity, zeal, and vigilance, to be presented and announced to everyone concerned in full assembly, after the surrender of authority, on a day to be further determined at that meeting; the same shall likewise be sent for the same purpose to the chiefs of the respective factories. To the Fiscal and the Master of Equipage it is resolved to have a copy delivered. The 5th of October 1790. Extract. 555. The 5th of October 1790. What to do upon discovery of the crew thereof. The trade business. Extract from the general resolutions of the Castle of Batavia, dated the 13th of October 1789, whereby orders are given, in case a certain English King's ship, the Bounty, should appear anywhere in the roads of the Company's establishments, to arrest it with its crew and to have the men conveyed to Batavia in a secure manner, to the end that upon discovery of any of the deserted persons, of whom the descriptions will also be furnished in copy, a report thereof may be made, in order then to proceed according to orders. After pointing out what was resolved at the High Table dated the 14th of December 1789, it being recommended by circular to ensure the prompt answering of the findings on the trade books and the remarks made thereon, since in case of neglect without sufficient reasons, the damage caused thereby will be recovered from the governors and heads of the offices; so it is resolved, upon receipt of any finding, immediately to place it in the hands of the Honorable Chief Administrator, in order to have the necessary extracts prepared therefrom for the subordinate offices for immediate transmission and the necessary written instructions thither, and in the meantime to proceed with The 5th of October 1790. 557. The 5th of October 1790. And to send. the examination of the remarks, so far as this main office is concerned, to provide in general his findings and written considerations thereon at the latest one month after their receipt, unless there be sufficient reasons for a longer or further time, which he must then communicate to the assembly, in order that, after his Honor's report has been disposed of, the answering of the marginal notes may be taken in hand immediately, and presented to Their High Noble Indulgences as soon as an opportunity occurs. French muskets to Batavia. Remainders. To the said Honorable Chief Administrator, as well as the administrators of the artillery and armory, it is resolved to communicate in copy the resolution of Their High Noble Indulgences dated the 18th of December 1789, in order that, if any French muskets are on hand here, they may be sent at the earliest to the main capital of the Indies, in order to give proper effect thereto in case of need, and to write off such muskets to be dispatched in the armory booklets. Furthermore, there are the resolutions passed by Their High Noble Indulgences dated the 22nd, 28th, and 29th of January 1790, containing Their High disposition upon a report of the Lord Inspector General concerning the apparent remainders in the Indian books, namely: The 5th of October 1790. 559. The 5th of October 1790. 1. To enter into the books all iron and metal cannon, without distinction as to where the same are placed, with their monetary value. 2. To allow the vessels that are not in use to continue under the remainders without valuation, but those that are in use at their true cost; 3. With respect to the arms, to act in accordance with the contents of another extract resolution dated the 22nd of January aforesaid. 4. To exchange in the books the calculation of 4 and 12 penningen with 8 penningen or a whole stuiver. 5. To write off all unserviceable tools; and 6. Immediately after stamping, to bring the seal money, with their value, in favor of the account of Revenues, and to charge the paper needed for it as otherwise to the debit, and thus to form an Account of Stamped Papers in the books. The Honorable Chief Administrator required to report hereon. Stamp regulation to be issued. So it is, after deliberation, resolved upon the contents of all these orders, under delivery of a copy, to have the Honorable Chief Administrator serve with a report as to what in that regard, or for the execution thereof, must be taken into consideration here; and how the trade books of this Government ought to be treated in conformity therewith to fulfill the true intention. To whom copies and additions of the same to be issued. To the Honorable Court of Justice, the various secretariats, the Orphan Chamber, the Vendue Master, and wherever else it belongs, it is resolved to have delivered in copy the circular resolution of Their High Noble Indulgences dated the 19th of The 5th of October 1790. 561. The 5th of October 1790. Also of Their High Noble Indulgences' order regarding the writing off of charges, etc., in settling troubles. 19th of March of this year, indicating how, in order to prevent all evil practices, one must act henceforth with the writing and employing of seals, both for the Court of Justice and the above-mentioned respective officers, and all others without distinction; the practice of attaching seals to papers instead of writing the deeds and muniments themselves upon them being abolished once and for all, as is henceforth required of all the aforementioned officers and private persons who must make use of them in or out of court. To the Honorable Chief Administrator, the other subordinates of the trade office, and

Dutch transcription

Fiscaal en Equipagiem=r afte geven Extract weegs 't afloopen van Een Engels schip. — een ieder van sComps Dienaaren in zonderheijd Zosa„ nigen als eenig bewind of administatie zijn aanbetrouwt teegen wande voir, pligt verzauim of eenige andere nalaatigheijd, met belofte van belooning en erkenning van merite voor zo„ doenigen als zich wel komen te gedraagen en blijken van trou, ijver en vigilaantie geeven aan een ieder die het aangaat, in volle vergade„ ving voor te houden en aante kundigen na de overgave van het gezach, op een dag dieter bij eenkomst nader bepaalt zal worden zul„ lende het zelve ten gelijke fine worden ge„ zonden aan de opperhoofden der respective factorijen Aan den fiscaal en Equipagie op zien„ der, is verstaan te laaten afgeeven Copia Den 5. october 1790. Extract 555. Den 5. october 1790. wat bij ontdrikking der manschap„ van daar van te doen. — 't negolle werk. Extract uit de generaale Resolutien des kas„ teelt Batavia de dato 13 8ber: 1789. waarbij gelast woret van zeeker Engelsch Konings 1 schip the Bountij zo het ergens op een der reeden van 'sComp:s Etablissementen mocht verschijnen; met dies Manschappen te arresteeren en het volk op een secuure wij zij naar Batavia te laaten overgaan, teen einde bij ontdekking van of ander der ge„ deserteerde Perzoonen waar van de beschrij„ vinghen meede in Copia zal worden ter hand gesteld daar van Rapport te doen, om als dan na de ordre te kunnen laaten handelen Na aanwijzing van het geanresteerde an matugule t bvontrnge ean de vervolg de Hooge Taffel de dato 14. December 1789. Cerculair aan bevolen wordende te zorgen voor den vroeg tijdige beantwoording der Bevindingen van de Negotie boeken en daar op gemaakte re„ marcques wijl bij verzuijm zonder voldtoende reedenen, op de Gouverneurs, en Hoofden den kantooren verhaalt zal worden het nadeel dat daar door word veroorzaakt zoo is ver„ staan, bij ontvangst van eenige Bevinding die ter stond te stellen in handen van den E: Hoofd administrateur om daar uijt Aliao te laeten vervaerdigen de nodige Extracten 6 voor de onderhoorige Kantooren ten onmid„ delijke verzending en nodige aanschrijvens derwaards, en intusschen voorttegaan met Den 5. . october 1790. het 557. 5. october 1790. en te zenden. het nagaan der remarques voor zoo verre dit Hoof dkam toor betreft op dezelve, in het gene„ raal te dienen van zijne bevinding en schrijte„ lijke Consideracien uitterlijk een maand na dies ontvangst ten ware en voldoende reedenen zijn, tot langer of meerden tijd die als dan aan de vergadering moet Communiceeren om na dat op zijn Ed: bericht gedisponeert zal zijn de beantwoording der marginale Aantee„ keningen dadelijk ter hand te neemen, en die zoodra er geleegendheijd voor komt Hun Hoog Edelheeden aantebieden. — Aan gem: E: Hoofd Administrateur zowel France geweeren no Batavia als de Administrateurs van de Arthillerij en wa„ pen restanten. — vermeld de text penkamer, is verstaan in copia te communiceeren hun Hoog Edelheeden besluijt de dato 18 De„ cember 1789, om, zo er alhier eenige fransche geweeren aanhanden zijn, die ten eersten naar Jndiasch Hoofd plaats te verzenden om in Cas subject zulks na behooren te laaten effect sorteeren, en zulke te ver„ zendene geweeren bij de wapen kamer boek„ jes afteschrijven. da seter: He: eashij dun Hoog Edelheeden geverde besluiten de datis 22. – 28 - en 29: Januarij 1790: vervasten„ de Hoog der zelver dispositie op een bericht van den Heer visitateur generaal weegens de schijn restanten bij de Jndische boeken te weeten Den 5. october 1790. s: om 559. Den 5. october 1790. s om al hebijzer en metal kanon zonder onderscheijd waar„ zelve is geplaatst met hunne gelds waarde bij de Boeken inteneemen. — 2 Om de vaartuigen, die niet in gebruijk zijn, on„ getaxeert onder de restanten doch in gebruik zijnse met het waare kostende te laaten voortloopen; 3. om met opzicht tot de wapenen te doen handelen vervolg„ Extract besluijt na den inhoud van een ander de dato 22. Ianuarj voormelt. — 4. Om de bereekening van 4 en 12. penningen met 8. penn: ofte een geheele suiver bij de boeken te verwisselen. , 5. omalle onbequaame gereedschappen afte schrijven, en 6. om de zelgeld, nade stempeling, direct met hunne waerde te brengen, ten faveure der reekening van Inkomsten en hat daar toe nodige papier als anderzients, ten lasten en over zulks bij de boeken te for meenen een het Reekening dE: Hoofd administrateur hier op bericht gedemandeerd. — segul reglement afte geven. Reekening van Gestempelde Papieren 11 Soo is, na overweeging, verstaan op den in„ houd van alle deeze ordres onder afgave van Copia, den E: Hoofd administrateur te laaten omtrns de deente die nderen die nen van Bericht wat daaromtrent, ofte ter executie van dien, alhier in aanmerking moet komen; en hoedinig daar meede ter voldoening aan de eigenlijke intentie, bij de Negotie Boeken deezes Gouvernements diend te worden gehan„ delt. aan wien al Copia amplatie van Aan de Achtbaare Raad van Iustitie, de on„ der heijdene beamptschrijvens, weeskamer, ver„ dumeester en daar het verder behoort, is ver„ staan in Copia te laaten afgeeven het Cinculeur besluijt van hun Hoog Edelheeden de dato Den 5. october 1790 19. 561: Den 5e. October 1790 de Jtem van H: H: Ed:s ordr mep:s het afboeken van ongelden Ensz: bij 't latreeren van onlusten. — 19. Maart deezes Iaars aanwijzende hoedarig ter wat dit behelden voorkooming van alle quaade praktijken voortaen moet gehandelt worden, met het beschrijven en emploijeeren der Zegels zo voor de Regtlank als de bovengemelde respective officianten, en alle anderen zonder onderscheijt, eens voor al afgeschaft wordende de magime van zegels om papieren te slaan, insteede van de actens en munimenten zelve daar op te schrijven gelijk voortaan begeert word, van alle de voormel„ de officianten en particulieren die zich in of buijten Rechten daar van moeten bedienen. — Aan den E: Hoofd Administrateur de verdere suppoosten van het Negocie kantoor en

NL-HaNA_1.04.02_3878_0800 view scan ↗

English

and it is understood that all Administrators, as well as the Chiefs of the subordinate stations, shall be given and sent in copy, for information and compliance, the General Circular Resolution dated 26 April 1790, in order that in the event of any disturbances, all cash, provisions, ammunition, or other goods written off as train or war expenses shall be entered into a separate Train Book, and that said book, after it has been put in order in accordance with what is prescribed, shall be sent to Batavia for examination. And with this the business ended and the meeting adjourned. Thus done and resolved in Castle Geldria at Palliacatta, date as aforesaid; signed as before. 5 October 1790. 563. days postponed, for what reason. — Friday 15 October 1790. At nine o'clock in the morning. Council of Policy meeting. All present. Absent: The Head Administrator, the Honorable Van Dalm, for reasons as before, and Broerius Brouwer, the Fiscal, on account of illness. The Honorable, Right Respected outgoing Authority gave to know to the assembly how, according to the resolution of the 22nd ultimo, today ought to have been the sailing day of the ship Horsen, if the papers that necessarily must be dispatched by that vessel had been ready, and His Honorable, Right Respected had not judged 15 October 1790 continuation how one could wait therewith another two to three days, or at the latest until the 20th of this month, partly on account of the news received of the dispatch and impending arrival of the remaining goods from Bimilipatnam with the boat De Schildpad, which had arrived here yesterday evening with 65 bales, item from Sadraspatnam another 3 chests of chintz Pro Patria which, having actually been shipped, were expected at any moment, and are too precious to remain lying over here and not be dispatched by the aforesaid ship, whose detention, moreover, seems to involve not the slightest difficulty, now that the first quarter of the month has set in with good weather, and thus no concern seems to be had 565. 15 October 1790. A passage granted to Nassenius on Horsen. — concerning a few days beyond the aforesaid time, if only that vessel could leave the roadstead and put to sea at the spring of the full moon, or the 20th, as His Honorable, Right Respected proposed to the assembly, in order for that purpose to make all possible speed in preparing the papers as they ought to go with that vessel. Whereupon, having deliberated and the proposal regarding the aforesaid matter being fully approved, it is by unanimous vote approved and agreed to fix the dispatch of the ship Horsen to Batavia at the latest on the 20th of this month. — Thereafter, a petition was read from one George George Hendrik Nassenius, having served at Madras as an officer in the Hanoverian Regiment, and according to the displayed passport having now received his discharge to seek his fortune elsewhere, containing a request that, on account of his inclination to engage in the Company's service, he may obtain transport to Batavia by the Company's vessel Horsen, along with a recommendation to Their High Excellencies of his person for the aforesaid purpose. Thus it is, although there are known orders that no foreigners may obtain passage on the Company's ships, nevertheless noted on the one hand that this order has since been expanded with many restrictions and modifications, and therefore on the 15 October 1790. other 567. 15 October 1790. rig furnished equipment goods to Horsen. hand considered that this is principally to be applied to persons asking for mere passage without offering service, as in this case; while moreover it deserved reflection, what is surmised on the side, that the petitioner's profession is, among others, that of an Engineer, for which one seldom has capable persons at hand; after consideration of this and that, it is approved and agreed to grant the petitioner's request as it lies, provided he pays ƒ 36 for passage money and maintains himself, without cost to the Honorable Company. On this occasion, further discussion took place concerning what was mentioned in the postscript of the formal 15 October 1790 report. — formal rescript of the Honorable High Indian Government dated 27 April of this year, to first give information on what appears in two transmitted copies of declarations of the officers of the ship Horsen, namely, that in the past year they accounted to the Equipment Overseer here for three hawser cables wound to pieces in fishing up two anchors that went under water due to the breaking of the ropes, and how the matter stands with a kedge anchor of 406 lb which the ship's officers claim was also delivered, receiving in return another anchor of 800 lb; as it appears from the already submitted and now reread report of the Equipment Overseer Adrianus 569. 15 October 1790. Adrianus van Odijk, that he indeed affirms the breaking of the aforesaid cables during the retrieval of the loosened anchors as being consistent with the truth, but that the broken ones were not handed over for the new cable ropes supplied by order of the outgoing Authority, and further that after the loss of the second anchor, and because the ship had no more anchors at the bow, since the anchor of 2782 lb being stocked ashore at the time was not yet ready, likewise by order of the said Honorable, Right Respected outgoing Authority, a kedge anchor of 406 lb was sent from on board to moor the ship therewith, and that by the said officers to him, the Equipment Overseer

Dutch transcription

en alle Administrateurs item de opperhoofden der subalterne kantooren is verstaan, ter na„ richt en nakoming in copia aftegeeven en toe„ te zenden det Cinculair generaal besluijt de dato 26. April 1790. om bij het exteeren van eenige onlusten alle de kantanten Provisien Ammonotie of andere goederen, op Trein ofte oorlogs ongelden affgeboekt werdende bij eens aparte Treins boek inteneemen en dat boek na dat het Conform het voorgeschrevene in ordre zal zijn ter examinatie naar Batavia te zenden. En hier meede eijndigde de besoignasscheidde de vergadering. Aldus Gedaan en Gearresteerd in 't Casteel geldria te Palliacatta dato voorsz: /:geteekend als vooren. Den 5. October 1790. 563. dagen uit gestelden waarom. — Vrijdag Den 15. October 1790. Smorgens te Negen uuren Vergadering van Politie Alle Present Abzent De Hoofd Administrateur D:E: Van Dalm om reeden als vooren, en Broerius Brouwer De fiscaal weegens ziekte Iaf de E: E: Achtbaare Heer afgaande gezagheb„ vordens suijlden nogenig ber de vergadering te kennen, hoe volgens arrest van den 22 Passato, het heeden de zeildag zou moeten zijn van het schip Horsen indien de papie„ ven, welke per dien Bodem noodwendig die„ nen verzonden te worden geneed geraakt waa„ nen en zijn E: E: Achtbaare niet geoordeelt hadeten D Den 15e. october 1790 vervolg hadde hoe men daar meede nog twee à drie daagen offte uiterlijk tot den 20. deezer zoude kunnen wachten eensdeels uit hoofde der erlangste tijding van de afzanding in aanweezering den restant goedenen van Bimilipatnam met de Boot de schuld„ pad die gister en avond alhier was gearriveerd met 65. Pakken, item van Sadraspatnam nog 3. kisten met Chitzen P=ro Patria die werkelijk afgescheept, zijnde alle oogenblikken te gemoet wierden gezien, ente pricieus zijn om alhier te blijven overstaan en niet per het voorm: schip te worden verzonden, welkers aanhouding buiten dat, geen de minste zwaarig„ heijd scheijnd intesluijten nu het eerste quartier van de maand met goed weer zich instelten men dus geen bekommering scheen te maaken te hebben 565: Den 15. October 1790. Eene Nofsenus passagie met Hor„ sen verleend. — hebben weegens eenige daagen over de voorsz: tijd in dien dien beden maar met het voorspring van de volle maan ofte den 20. de rheede verlaaten, en zee„ kiazen konde, gelijk zijn E: E: Achtb: de ver„ gadering proponeerde, om ten dien einde met het vervaindigen der papieren zoo als ze met dien Bodem dienen aftegaan alle moogelijke spoed te maaken. Waar op gedelibereert het geavanceerde ter zaake voorsz: volkoomen geavoueert zijnde zoo is met eenpaarigheijd van stemmen goedgevonden en verstaande depeche van het schip Hoosen naar Batavia vast te stellen uit„ terlijk den 20: deezen. — Dier na geleezen zijnde een Request van eene George deling Enst: George Hendrik Nassenius te Madras als officier onder het Nannoveraasche Regiment gedient, en uijtwijzens vertoond paspoort nu zijn ontslag erlangt hebbende om elders zijn fortuijn te kunnen zoeken, houdende verzoek om ter zaake van zijne geneegend„ heijd, om zig in 'sComp:s dienst te engageeren per 'sComp:s Bodem Horsen, transport na Batavia te mogen erlangen, met voordragt tevens aan Hun Hoog Edelheedens van zijn ang onderwelk opnerking als van per zoon ten fine voormeld: zoo is, of schoon en be„ kande ordres zijn, dat geene vreemdelingen per 's Comp=s scheepen passage erlangen moogen egter aan de eene kant opgemerkt hoe die ordre zeedert met veele res„ trictien en attepatien is geamplieert, en mitsdien ten Den 15. October 1790. anderen 567. Den 15: october 1790. „rige verstrekte Equipage goede„ „en aan Horsen. anderen geconsidereert, dat zulx hoofd zaakelijk betrekkelijk is te maaken op perzoonen vraagende enkelde passagie zonder aanbieding van dienstge„ lijk in deezen; Terwijl daar en boven Refflexie ver„ diende, het geen men als van ter zijde vermeent, dat des suppliants metieer, onder anderen zou zijn, die van Ingenieur waar toe men zelden capele voorwerpen aan handen heeft na over„ weeging van dit een en ander goodtgevondeeren verstaan, het verzoek van den suppliant zoo als het legt te accordeeren, mits ƒ 36. voor passagie mits betalende ƒ 36. . . . gelt betaalende en zich zelve, buijten laste van se E: Comp:e houdende. Te deezer geleegentheijd nader zijnde gesproo„ nadergespek ver de voor paa„ ken over het vermelde bij P: s: van de geeende for„ meele Den 1e: ctber 1 732 berigt. — meele rescriptie van de Edele Hooge Inciasche Re„ geering de dato 27. April deezes Jaars ten eerste in„ formalie te geeven op het geen voorkomt bij twee overgezonden copia verklaaringen der overreeden van het schip Hoosen van, namelijk in anno pas„ dato drie aan stuk gewonden Kabeltouwen bij de opvisching, van twee mits het breeken den tou„ wen, onder water geraakte Ankers alhier aan den Equipagie opziender te hebben verantwoord en hoedaanig het geleegen is met een werp anker van 406. lb: dat de scheeps overheeden beweeren meede afgegeeven, en daar voor een ander anker van 800. lb: ontvangen te hebben; daar gelijk het met bist uit des equipagie atnte esie van den 25. Aug:s I:o leesen bereets ingediende en nu herleezen bericht van den Equipag opziender Adrianus 569. Den 15 . october 1790. Adrianus van Odijk komt te blijken dat hij het breeken der voorsz: kabels, bij het op win„ dien vande los geraakte ankoos, als met de waarheijd over eenkomstig wel affirmeert, doch dat voor de op ordre van den Heer afgaande gezaghebber op nieuw verstrekte kabeltouwen de gebrookene niet zijn afgeleverd, voorts dat na verlies van voordleg het tweede anker en om dat het schip geen meer ankers op de boeghast, wijl het toen aan land gestokt worden de Anker van 2782. lb. nog niet gereed was, insgelijks op ordre van gemelde E: E: Achtb: Heer afgaande gezaghebber een werp anker van 4106. lb: van boord was ge„ zouden, om en het schip meede te vertuijen, en dat door gem: overheeden aan hem Equipagie opzinden

NL-HaNA_1.04.02_3878_0808 view scan ↗

English

15 October 1790 to offer to Their High Noble Indulgence. to hear. overseer a kedge anchor of 576 lb for the service that had previously been delivered by warrant of this Government, confirming this with copies of the warrants granted to him as annexed to that report in copy; so, since this contains the exact opposite of what the aforesaid declarations dictate, it was approved and understood after deliberation to send the report with the appendices, though inserted, separately in copy for the agreeable consideration of the aforementioned Their High Nobilities in government, and to clarify this contradiction, to summon the captain of the aforementioned vessel Philip George Gas into the meeting and to hear him on such questions as were drafted in advance for that purpose 571. 15 October 1790. drafted, and follow hereafter. The said Captain Gas, appointed by order, having been summoned inside and appeared, was asked the aforementioned questions following below, and answered them as noted under each of them, namely: 1. Whether last year, for the lifting of two drowned anchors, 3 cable ropes from the ship's store were not used and broken during the hauling in of the anchors; he answers Yes. 2. Whether, instead of these 3 broken ropes, 3 others from the shore store here were not furnished to the ship; he says that he had received two cable ropes and a piece of rigging instead of a cable rope that was not in store. 3. continued 3. Whether the broken cable ropes upon his departure were accounted for to the master attendant here, or remained with him on board; he says that the delivery of the broken cable ropes was offered by him and his first officer to the master attendant here, but that the same had answered that since the cable ropes were broken he could not use them, so that those ropes remained on board, and consequently the declaration was improperly drafted by its signatories. That besides this, 2 foresheets from his ship's store had been employed for lifting those drowned anchors, without any mention being made of it anywhere. 15 October 1790. 4. 573. 15 October 1790. 4. Whether the aforesaid 3 cable ropes were strictly necessary for fishing up 2 drowned anchors; he says Yes, and that because the buoy ropes of the anchors were broken, and the anchors consequently lay blind, and that the stormy and foul weather had contributed much to the breaking of those ropes. That in fishing up the first anchor fully eight days' time was spent, and one cable rope after another broke, because due to the heavy laboring and working of the ship, and the high southern swells of the sea, the ropes chafed into pieces around the palm of the anchor, so that even to get the anchors home, continued they had to employ the aforementioned two new foresheets from the ship's store. 5. How the matter stands with the kedge anchor of 1100 lb that was lifted from the ship, and instead of which another of 800 lb was allegedly furnished. He says that upon arrival of the sloop De Herstelling from the north, which lacked anchors, the aforementioned master attendant Van Odijk asked him whether, in exchange for another anchor that was too heavy for the sloops, he could furnish him a kedge anchor of 800 lb, and that this was also carried out, with the order and prior knowledge of the outgoing gentleman commander, so that a kedge anchor was furnished to the sloop from 575. 15 October 1790. to offer. regarding the 4th question. from the ship's store, and instead of it another anchor of 1100 lb was delivered for the ship, which is also actually in the ship, and that consequently the declaration thereof is also improperly arranged. Thus it was resolved to note this and that in the manner aforesaid, and also to present this by extract to Their High Nobilities, the Noble High Indian Government, in the form of an extract of this and the preceding period, and to demonstrate that the fourth question was mainly put to the repeatedly mentioned Captain Gas in order to discover whether from the consumption of the aforesaid 3 cable ropes such incompetence can be deduced on the part of the master attendant as the merchant Van Bijland attempted to suggest in his objections cited at length by Their High Nobilities in the aforesaid formal reply; upon which further response will be made in due course, and it will apparently be demonstrated, as in this case, that it is not difficult to bring someone under suspicion and accuse them vaguely, but that proving it is seldom so easy, seeing that this suspicion owes its origin solely to private interviews of Captain Gas with the aforementioned Van Bijland, who, as he testified, had sought to embroil him in conducting an illicit trade in equipment goods, and that his refusal in that regard brought him into the hatred of Van Bijland, and regarding the aforesaid three broken cable ropes perhaps 15 October 1790.

Dutch transcription

Den 15e. october 1790 word. H: H: Ed:s aan te bieden. op te Hooren. opziender een warpanker van 576. lb: ten dienste dat met ordonnanier evrstijd van dit Gouvernement was afgeleevert zulks bevestigende bij Copijen van de op hem verleen„ de ordonnancien zo als ze aan dat berigt ge„ deslitit fender ij in Coij annexeert zijn; zoo is, neemaal dit Juist het tee„ „gendeel behelst van het geen de voorsz: ver„ klaaringen dicteeren na overweeging goedge„ vonden en verstaan het bericht met de bijlaagen, schoon geinseneert, apart in Copia over te zinden ten believende speculatie van welmelde Hun enlpitie in regediang den Hoog Edelheeden, en ter opheldering van dit teegenstrijdige, den Capitain van voor„ melden Bodem Philip George Gas in ver„ gadering te ontbieden, en hem te hoonen op zoodanige vreegen, als ten dien fine voor af zijn oontworpen 571. Den 15e 9pteber 1790. woorden.— ontworpen, en nader staan te volgen. — Gemelden kapitain Gad beveels geappoin„ Companti van hem — teert, hier op binnen geschelt en gecompareert mitsg:s gedaan waage en zijn ant„ op de voorsz: hier onder volgende gedaane vragen ge door hem zoodanig geanwoord zijnde als onder ieder van dezelve genoteert staat; als 1. of er voorleeden Jaar tot het ligten van twee verdronken ankers niet 3 kabeltouwen uijt den. scheeps voorraad gebruikt en bij het inwinden der ankers gebrooken zijn antwoord Ia 2. of insteede van deeze 3. gebrookene Touwien niet 3. andere uijt den voorraad hier aanland aan het schip verstrekt zijn zegt dat twee cabeltou„ wen en een stuk want in steede van een Cabeltouw dat niet in voorraad was, ontvangen hadt 3. E nervolg 3. of de gebrooken cabaltouwen bij zijn vertrek aan den Equipagie, op ziender alhier verantwoord. dan wel bij hem aan boord verbleeven zijn, zigt dat de afgave van de gebrooke Cabeltouwen door hem en zijn eerste officier, den Equipagie opziender alhier was aan„ gebooden, doch dat dezelve daar op geantwoord hadt, dat dewijl de Rabeltouwen gebrooken waren hij die niet gebruijken konde, zoo dat die touwen aan boorel waren verbleeven, en de verklaaring gevolgelijk abusive ingesteld was, door de onder„ teekenaaren derzelve. Dat buijten dien tot het ligten van die verdronke Ankers 2. fokke schooten uijt zijne scheeps voorraad waren geemploijeerd zonder dat daar van ergens mentie gemaakt was geworden. Den 15. October 1790. 4. o 573. Den 15:. October 1790. 4. of den voorsz: 3. kalellouwen tot het opvisschen van 2. verdronken ankers volstrekt nood zaake„ lijk waren zegt Ia. en zulx vermits de boeijree„ pen van de ankers waren gebrooken, en de ankers gevolgelijk blind lagen en dat de ontuijmigheijd en het vuw weer veel had geattribueert; tot het breeken dier touwen. — Dat bij het opvisschen van het eerste anker wel agt daagen tijds doorgebracht is en het eene Cabeltouw na het ander was gebrooken, ver„ mits door het zwaar arbeijden en werken van het schip, en de hooge Zuidelijke dijningen der zee de Touwen om de leepel van het anker en zo door het schavielen aan stuk waren geraakt zoo dat men zelfs, om de ankers thuijs te krijgen, vervolg de Den 15e. october 1730 vervolg de voorm: twee nieuwe fokkeschooten uijt den scheeps voorraad hadt moeten emploij een.— 5. Goedanig het geleegen is met het werpanken van „het„ 1106. lb: dat uijt schip geligt, en in steede van het wel„ ke, een ander van 800. lb: verstrekt zoude zijn. zegt dat bij arrivement van de chialoup De Herstelling van de noord, die ankers man„ queerde de voormelde Equipagie opziender van odijk aan hem hadt gevraagd of hij in rui„ ling van een ander anker, dat te zwaar was voorde Chialoupen aan hem Ronde verstrek„ ken een werp anker van 800. lb: en dat dit ook gevolg had genoomen, met ordre en voor kennis van den Heer afgaande gezaghebber zo dat aan de Chialoup een werp anker uijt 575. Den 15. october 1790. aan te beeden. — trend de 4. e vrage. — uijt den scheeps voorraad verstrekt, en in steede van dien voor het schip een ander anker van 1100 lb: was afgegeeven het welk ook werken lijk in het pchip is, en dat gevolgelijk de verklaar„ ving daar van ook abusive is ingerigt. — Soo is verstaan dit een en ander invoege voor, ook dit bij Extrect v: H: Ed:s melt te noteeren, deeze en de voorgaande periode Ex„ tract gewijzen f de Edele Hooge Indische Regeering te presenteeren, en te vertoonen, dat de vierde vraag en onderwelke vertooning om„ voornaamelijk aan meermelde Capitain Gasge„ daan is, om te ontdekken of er door het verbruij„ ken van voorsz: 3. kabellouwen, zoodanig een onkunde bij den Equipagie opziender is afte„ leijden, als de koopman van Bijland dat trachte te doen voorkomen, bij zijne door Hunne Hoog Edel„ heeden vervolg. heeden bij voorsz: formeele rescriptie breedvoerig aangehaalde bedenkingen, waar op in den tijd ver„ der zal worden gerescribeerd en apparent als met dit geval worden geprobeerd, dat het niet Zwaar„ valt iemand in verdenken te brengen, en als in vago te beschuldigen maar dat het bewij„ zen zelden zoo gemakkelijk toegaat nactien deeze verdenking alleen zijn oorspreng verschul„ digt is aan particuliere Entrevues van capitain gas met voorm: van Bijland die, gelijk hij be„ tuijgde hem had zoeken te wikkelen in het drijven van een ongepermitteerde handel in Equipagie goederen en dat zijne weijgering „bij derweegen hem„ van Bijland in haat, en weegens de voorsz: drie gebrooken kabeltouwen moo„ Den 15. october 1790. gelijk

NL-HaNA_1.04.02_3878_0815 view scan ↗

English

577. 15 October 1790. Discharged cargo of Horsen. Shortages of arrack and copper, and the cause thereof.— as had also brought into suspicion with the Master of the Equipage, just as he, Captain Gees, upon special interrogation by the gentleman, the elected Authority, undertook to state and confirm by a secretarial declaration under presentation of an oath. After this, having resumed the findings of the delivered cargo, placed on the table by the gentleman, the departing Authority, alongside the reports regarding the delivered cargo of the repeatedly mentioned ship Horsen from Batavia, before disposing thereon, reflection was made upon the extraordinary shortages, which, just as in the previous year, are once again the case, both with the arrack and the Japanese bar copper, which, as stated in the copy recently received and 15 October 1790. continuation reread today of the report from the commissioners at the island of Onrust, was weighed out to the satisfaction of the ship's officers and, so to speak, inspected by them bar for bar, as proof that it could not have been covered with verdigris, nor as rusty and greasy as had been stated at the time by the former Warehouse Master of the Island; whereas, as the present Warehouse Master De Raeff alleged, and after fetching some bars of copper from the new consignment as well as those from the previous year, convinced the assembly that the copper of both parcels, and indeed generally speaking all the bars, are effectively covered with green and a stickiness, 579. 15 October 1790. continuation stickiness, some affected as if by rust and corroded, whether through the sharpness of that green or from other causes, but that in that state, as it is heavy, without being well cleaned, and consequently reduced in weight after washing off the filth, it would be difficult to sell, or at least to deliver. Thus, in order to discover what may be the actual cause thereof, if the copper, as mentioned before, was delivered to the ship's officers pure and good, and therefore to satisfaction outside the chests with the weighing of the bars net, in accordance with the proposal of the gentleman, the incoming Authority, with whom the aforementioned Captain Gas had already shown himself aggrieved regarding the delivery and treatment of the discharged cargo, 15 October 1790. continuation cargo in general, and of the Japanese copper in particular, to hear about this and what is written above in the assembly, and to see what one shall then serve to conclude on the subject. This then, in accordance with the proposal, being agreed to by the assembly, the repeatedly mentioned Captain Gas was requested inside again, and having appeared and the reason thereof being presented to him, he testified frankly to have received the copper on Onrust to satisfaction, without it having been covered with any green or filth, and that as regards those bars which appear as if eaten away, this, as they had assured him at Onrust, owed its origin to the casting of the same underground in Japan, whereby it easily occurred 581. 15 October 1798. that pebbles or grains of sand slipped in, which then gave an appearance as if the copper had been deprived of its appearance and infected by rust or some other cause. That, as regards the green that now again appears on the copper, this was principally, if not solely, to be attributed to leakage of the arrack, which was extraordinary this year, caused by the fact that the lower tiers of the leagers, pressed by the upper ones because of their bad condition, according to a secretarial declaration passed by the ship's superior and petty officers at his requisition in that regard, were broken to pieces, and as shown by the findings, to the number of 39 pieces had leaked empty and dripped onto the copper; requesting, for the rest, Gas regarding his shortage on the cargo. for the rest, regarding the delivery of his cargo in general, to be allowed to refer to a petition which he affirmed to have prepared, but did not have with him, because it was locked up in his desk of which he had lost the key, undertaking to have it forced open, to fetch the writing, and to deliver it. Which having been carried out, the same, being read, was found to be of this content: — To The Right Honourable Nicolaas Sadama, Senior Merchant and Departing Authority, as well as Jacob Eilbracht, Senior Merchant and Incoming Authority of the Coromandel Government with the Jurisdiction thereof, their Honours. Alongside The Honourable Members of the Political Council. — Right Honourable Sirs, and Honourable Sirs. The Captain of the ship Horsen, lying here in the roadstead, 15 October 1790.

Dutch transcription

577. Den 15e. october 1790. verde laading van Horsen. minderheeden van arrak en koper, en dies oorzaak.— gelijk ook met de Equipagie meester in verdenken gebragt hadde, gelijk hij Capitaijn Gees op speciaale afvoerge van den Heer g'eligeerd gezaghebber aannam, bij een secretarieele verklaaring onder presentatie van Eede optegeeven, en te bevestigen Hirna zijnde geresumeerd de door den Heer diend bevinding der uijt gele„ afgaande gezaghebber ter teesel gelegdte Bevin„ ding, neevens de Rapporten weegens de uijt geleeverde lading van het meermelde schip Nor„ ten van Batavia, wierd alvoorens daar op te disponeeren gereflecteerd op de extra ordi,„ rflerie op de Eatmn ordinaire naire minderheeden, welke eeven als voorlze„ den Iaar weederom het geval zijn, zoo met de arrak als het Iapansch staafkoper, het welk gelijk het nu Jongst in Copia ontvangen en heeden Den 15. october 1790. vervolg heeden herleezen Bericht van de gecommitteer„ dent ten Eijland onrust de scheeps over heeden ten genoegen toegewoogen en door dezelve om zoo te spreeken, staaf voor staraf bezigtigd word ten bewijze dat het zelve met geen spaansch groen met benzet, zoo roesterig en smeerig kan geweest zijn, als het toenmaals door den geweezen Pak„ huijsmeester van Bijland was opgegeeven daar, gelijk de teegenwoordige Pakhuijsmeester De Raeff allegeerde en na het ophelen van eeni„ ge staaven koper uit den nieuwen aanbreng zoo wel als die van voorleeden Iaar de verga„ dering overtuijgde dat het koper van beide de parthijen en wel over het generaal genoomen alle de staar en effectif met groen en eene kle„ verigheid 579. Den 15. October 1790. verigheit bezet sommige als van roest geinfecteerd de schoorp en door kaagd zijn, het zij doorssheijd van dat groen of uit andere oorzaaken maar dat in thags die staat als het zwaar is, zonder wel schoon ge„ maakt, en gevolgelijk na het afwasscheer den vui„ ligheijd, in gewigt vermindert te worden bezwaan„ lijk zoude te verkopen, immers afte leeveren zijn zoo is om te ontdekken wat daar van de vervolg 00.10 eigenlijke oorzaak mag weezen, in dien het koper gelijk voor melt staat de scheeps overhee„ den zuiver en goet, en overzulks ten genoegen buij„ ten de kistjes met toeweeging der staaven netto is afgeleevert conform de propositie van den Heer aankomend gezaghebber bij wien voorm: „deswaard Kapitain Gat zig bereets „ hadde getoond, over de afleevering en behandeling der uijtgeleverde len„ ding „ Den 15. october 1790. vervolg ding, in het algemeenen van het Iapans kop er in het bijzonder, hier over en het geen voorsz: staat in vergadering te hooren en te zien, wat men als dan ten supette zal dienen te sluijten. Dit dan conform den voorstel door de ver„ gadering toegestemt, meer melden kapitain Gas weeder binnen verzogt, en verscheenen, en de reeden van dien voorgehouden zijnde betuij„ de hij vondborstig het koper, op onrust, na genoegen te hebben ontvangen zonder dat het met eenig groen ofte vuijligheijd was bezet ge„ weest en dat wat aangaat die staaven, welke als door vreeten voor komen dit gelijk men hem dat te onvust hadde verzeekent zijn oorsprong verschuldigt was aan het gieten van dezelve onder de grond in Iapan waar door ligtelijk ontstond) 581. Den 15. october 1798. ontstond dat er kijsteentjes of Land korrels in sloopen, die dan een vertooning maakte als of het kopper door reest of eenige andere oorzaak, van aanzien berooft, en geinfe„ teert is geraakt Dat, wat aangaat het groen dat zig nu andermaal aan het koper op doet, zulks voornaamentlijk zo niet eeniglijk, was te attrie bueeren aan lekkagie van de arrak, die deezen Iaare extraordinair is geweest, veroorzaakt door vervolg dat de onderste lagen der leggens, door de bovenste gedrukt om hare slegte gesteldheijd, uijt wijzens eene derweegen door de scheeps opper-en onder offi„ cieren, ter zijner requisitie gepasseerde secretarieele verklaaring, aan stukken geraakt, en zo uijtwij„ „zend de bevinding ten getalle van 39. stuks leedig ge„ lekt, en op het kooper gedroopen waaren, verzoekende overigens gas nop.s zijn minderheid op de„ lading. overigens weegens de afleevering van zijn laading, in het generaal, zig te moogen gedraagen, aan een adres dat hij betuijgde ingeneedheijd gebragt doch niet bij zich te hebben, uijt hoofde het zelve in zijn burcau waar van de sluitel verlooren hadde lag opge„ slooten, aanneemende die te laaten opensteeken, het geschrift te haalen, en overteleevenen, Gelijk ge„ volg genoomen hebbende, werd het zelve geleezen zijnde, Insertie bericht voor Capitain bevonden te zijn van dezes inhoud. — Aan De wel Edele Achtbaare Heer Nicolaas Sadama opperpoopman en Afgaande ge„ zaghebber mitsgaders Jacob Eilbracht opperkoopman en Aankomende gezaghebber van het Cormandels Gouvernement met den Resorte van dien EE: Ed: Neevens. De wel Edele Heeren leeden van den Politicquen Raad. — Wel Edele Achtbaare Heeren, en WelEdele Heeren. 3 Den Copitain van het alhier ter rheede leggende schip den 15. october 1790. Worsen „

NL-HaNA_1.04.02_3878_0821 view scan ↗

English

583. The 15th of October 1790. Having heard with sorrow, George Philip Gas, that upon re-weighing here of the 1000 small chests of Japanese bar copper brought by him, petitioner, from Batavia, an excessive deficit of approximately 10 chests on average has occurred, takes on that account the liberty to respectfully demonstrate to Your Honorable Worships and Worshipful Honors: That he, petitioner, began unloading the aforesaid Japanese bar copper on the 14th of September last and sent 50 small chests thereof daily to the shore, and consequently delivered here the above-mentioned number of 1000 small chests just as they had received them in Batavia. That the petitioner, on the occasion that the aforesaid copper was disembarked, saw with astonishment that the chests were gradually unloaded from the chelingas and set down upon the public beach, whence a portion thereof was caused to be carried to the Castle and there, just as had happened on the beach, was left standing outside a proper storeroom for days on end as a prey to everyone, before one began to weigh it and take it into receipt. That the petitioner thereupon addressed himself to the Warehouse Master, Mr. De Raeff, kindly requesting His Honor to store the aforesaid copper in a warehouse to prevent thefts, to which he, petitioner, received as an answer from the same that he had no warehouse nor warehouses for it, and asking whether I would pay the coolie fees for carrying it into and out of the warehouse. That the petitioner thereupon took his recourse to the Honorable Worshipful Mr. Tadama, and having informed His Honorable Worship of the matter, further requested His Honorable Worship to be allowed to have a warehouse for the storage of the Company's goods being unloaded daily, but received the answer that there was no warehouse. That the petitioner thereupon placed a guard from his crew, both on the The 15th of October 1790. whereof he makes a complaint therein; beach and in the Castle where the copper lay. That the petitioner, notwithstanding this precaution taken, to his regret discovered that a sailor from the guard had stolen 5 bars of copper, which were found in his pocket. That subsequently, upon the weighing out of the aforesaid copper, there was one chest among them wherein, instead of 125 lb, only 60 lb were found, and several chests wherein 25 lb were missing. That the petitioner, therefore, and in consideration of all that has been stated above, humbly solicits Your Honorable Worships and Worshipful Honors favorably to excuse them from the compensation resulting, through no fault of their own, from the aforementioned deficit, or else to leave the decision thereof to Their High Excellencies the High Indian Government at Batavia. Beneath was written: Honorable Worshipful Gentlemen, and Worshipful Gentlemen, Your Honorable Worships' humble and obedient servant. Signed: G. P. Gas. In the margin: Paleacatte, the 8th of October 1790. And whereas this document now shows how the aforementioned Captain Gas, as it were, complains that the unloading proceeds so slowly here, since the discharge of the copper was only begun on the 14th of September, and they could 585. The 25th of October 1790. deliver no more than 50 small chests daily; and that besides that, the copper on the beach, without any guard or proper storage place, had stood for days on end as a prey to everyone before one had begun to carry it up and re-weigh it, so much so that his petitions to the Warehouse Master, not to expose the copper in this manner on the beach, and also to the outgoing Governor, to have the same stored in a warehouse, having found no acceptance, he had been obliged to place a guard from his crew on the beach and in the fort near it, since it had also lain outside the warehouse there or in the fort, with the result that, notwithstanding this precaution, the copper ships here was stolen by one of his own men to the number of 5 bars, and upon the weighing out, a chest was found among the lot that contained only 60 lb instead of 125 lb, while in several other chests 25 lb were missing. In the meeting or Council, this complaint and the actual state of affairs having been maturely deliberated upon, and it having been submitted by the outgoing Governor in his defense, the impossibility of making more speed with the unloading and carrying up of the goods, as well as the storage thereof, or of adopting other means than have always taken place here, and now twice, with the cargo brought The 15th of October 1790. by 587. The 15th of October 1790. by Captain Gas, as every impartial person will have to admit, seeing for oneself and considering the inconveniences with which one has to struggle here with the unloading of the ships, both through the use of such vessels as the chelingas here, of which the overseers will not take in a single piece more than what they judge to be enough for a load, rather leaving the vessel at the peril of the freighters; furthermore a wild and barren beach, where the surf of the sea beats so violently that no one, except those boatmen, finds themselves able to approach the same and clear the vessels of their

Dutch transcription

583. Den 15. october 1790. Horsen George Philip Gas, met leedweesen vernoomen hebbende dat er op de door hean supp=t van Batavia aangebragte 1000. kistjes staaf kooper Japans bij naweeging alhier door elkanderen Een Exces„ sive te kort koming heeft plaats gevonden van circa 10. kistjes, gebruijken uit hoofde van dien de vrijheijd uwel Ed Agtbaa„ vens en wel Edelens met Eerbied te vertoonen. — Dat hij supp=t het voorsz: staafkooper Japans met den 14. September J=o leeden hebben begonnen te lossen en daar van dagelijks 50: kistjes naar de wal hebben gesonden en dien volgend het bovengemeld getal van 1000. kistjes zooda„ nig als zij dezelven te Batavia hadden ontfangen, ook alhier hebben uitgeleeverd. — Dat den supp:t in deesen bij geleegentheijd dat het voorsz: met kooper is ontscheept verwondering heeft gezien dat men de kistjes successive uijt de Chialeng en gelost en naar het openbaar strand heeft neder geset, van waar men een gedeelte daar van naar het Casteel heeft laaten draagen en weeder aldaar gelijk aan strand is geschied, buijten eene behoorlijke bergplaats dagen lang ten proije van een ieder heeft laaten staan, een men begonden het selve afteweegen en in ontvangst te neemen Dat den supp=t hier op zig vervoegd heeft bij den Heer Pak„ huijsmeester De Raeff, zijn Ed: vriendelijke verzoekende om het voorsz: kooper ter voorkooming van diverijen in een pakhuijs te willen bergen waar op hij supp=t van denzelven tot antwoord bekwam daar voor geen pakhuijs nog pakhuijsen te hebben en of ik de Coelij gelden daar voor zoude betaalen om in en uijt 't Pakhuijs te draagen. — Dat den supp=t hier op zijn toevlugt heeft genoomen tot den wel Edelen Agtbaaren Heer Iadama en zijn wel Edele Agtb: van het een en ander kennisse gegeeven hebbende versogte zijn wel Ed: Agtb: verder om een pakhuijs te moogen hebben ter berging van de dagelijks gelost wordende Comp:s goederen, dog kreeg tot antwoord, dat er geen pakhuijs was. — Dat den supp=t daar op een wegt van zijn Equipagie zoo wel aan Den 15. October 1790. waar over sig daar in beklaagd; aan strand als in het Casteel, alwaar het kooper lag, heeft gesteld, Dat den supp=t ongeagt deeze gebruijkte Precautie tot zijn leed„ weezen heeft ontrekt dat er een Mattroos van de wagt 5. staven kooper geslooten, had die in zijn zak zijn gevonden Dat vervolgens bij het uijt weegen van het voorsz: kooper een kister onder is geweest waar in, in steede van 125 lb: maar 60. lb: zijn bevonden, en verscheijde kisten waar in 25. lb: hebben gemankeert. in't Dat de supp:t derhalven en met Consideratie van al het gunt voorsz: uwel Ed: Agtbaarens en wel Edelens ootmoedig solliciteeren van de uijt de meerm: te kortkoming /:buijten hun schuld:/ te resulteeren, vergoeding goedgunstiglijk te moogen worden ge excuteerd, dan wel de Deceszie daar van over te willen laaten aan Hunne Hoog Edelheedens de Hooge In„ diasche Regeering te Batavia /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heeren, en wel Edele Heeren uwel Edele Agt„ baaren onderdanige, en gehoorseeme Dienaan /:was ge„ teekend:/ G: P: Gas. /:in margine:/ Palliacatta den 8. october 1790. En nademaal nu dit schriftuur aantoond, hoe voorm: kapitain Gas, zich als het waare beklaagt over dat het hier zoo traag toegaat met de ontlaading, als den 24. September eerst met de ontlossing van het kopere begonnen zijnde, en dagelijks niet meer dan 50. kistjes hebbende kunnen 1. 585. Den 25. october 1790. kunnen afleeveren, en dat behalven dat het koper aan strand, zonder eenige wagt ofte behoorlijke ƒ prooije bergplaats, daagen lang ten pariije van een ieder had gestaan eer men het was beginnen opte„ „draagen en nateweegen, zo zelfs dat zijne instancien bij den Pakhuijsmeester, om het koper aan strand dusdanig niet te exponeeren, vervolg„ en ook bij den Heer afgaande gezaghebber om het zelve in een pakhuijs te laaten bergen, geen ingang: gevonden hebbende hij genood„ ƒ zaakt geweest was een wacht van zijn Equi„ pagie aan strand, en in het fort daar bij te stel„ len, aangezien het ook daar of in het fortbuij„ ten het Pakhuijs hadlt geleegen, met dit gevolg dat, ongeagt deeze precautie, het koper door scheepen hier door een van zijn eige volk, ten getalle van 5. staven bestolen, en bij de uijtweeging een kistje onder de parthij bevonden was, dat in steede van 125. maar 60. lb: hadse ingehouten, wijler in verscheijde andere kistjes 25. lb: gemankeert hadde. — in ommientenij ofsen van Meerte zijn over dit bekleg, en den eijgent„ „lijken toedracht van zaaken rijpelijk gede„ libereerd, en door den Heer afgaande gezag„ hebben ter zijner verantwoording ingebragt zijnde, de onmoogelijkheijd, om met het ontlossen en opdraagen der goederen, item het bergen der zelve meerder spoel te konnen maaken, of andere middelen ter hand te neemen, als steeds alhier, en nu tot tweemaal toe, met den aanbreng Den 15e. October 1790. door 587. Den 15.: october 1790 door Capitain Gas hadde plaats gehad, gelijk ieder onpartijdige zal moeten avoueeren, zelve ziende, en nagaande de inconvenienten waar„ meede men alhier met de ontlossing der scheepen heeft te worstelen zo door het ge„ bruijk van zulke vaartuijgen, gelijk al„ vervolg hier de slengen, waar van de opzienders geen enkel stuk meer zullen inneemen, dan het geen zij oordeelen tot een laading genoegte zijn, het vaartuig lieven ten pericul van de beladens leggen laatende; voorts een woest zoo en barstrand, daar de branding der zee, heft tig opwerkt dat niemand, als zij blenge„ niers zich in staat bevind het zelve te naderen, ende vaartuijgen te ontdoen van haare

NL-HaNA_1.04.02_3878_0826 view scan ↗

English

continuation its cargo, which certainly does not proceed easily, considering the motion of the sea and the smaller vessel, that, after the goods have thus been brought from the vessels onto the beach, sometimes thrown down, depending on the difficulty involved in it, the further carrying up of the same cannot be obtained from these people, as they confine themselves only to their vessel to deliver from it what is inside, the more so that when the cargo thus sometimes remains lying or is carried and stored from under the open sky into the sheds erected on the beach by a few coolies who can be gathered together, the following day often The 15th of October 1790. The 15th of October 1790. a sufficient multitude of coolies is not immediately to be found to continue the carrying up, and that if hands can indeed be put to work for that purpose, the transport from the beach to the fort, a distance of one hour, proceeds so uncomfortably, and in burning heat is accompanied by so much grief and difficulty, that the description thereof would become tedious if it were not enough to say that after having labored through the hot, loose sand, the goods must then again first be worked across a river which is sometimes fordable and sometimes too deep to cross other than by small craft, which one must thus also have ready, continuation ready, yet which cannot be obtained in sufficient numbers as quickly as one would like; that this all having taken place and the goods having been ferried across, one must again transport and labor them over a broad, hot sandbank, for which the heat of the day repeatedly makes the labor impossible, but that they cannot enter the fort without having struggled through that hot sand or, when done at midday, having been set down again and left until the cool of the day and the sea breeze, somewhat relieving the labor, encourages the coolies to carry them up; to which is added that the few who are still here are frequently impressed by the Havaldar and taken away by force, The 15th of October 1790. The 25th of October 1790. taken away, whereby the goods must frequently remain lying on the beach for days on end without being able to be carried up and brought into the Fort, as the Warehouse Keeper De Raeff acknowledged these matters and defended himself verbally upon the aforesaid advice: It is, after consideration of what is stated above, resolved to keep this broad annotation thereof, and to order the Warehouse Keeper, for further accountability regarding what concerns him in particular, to serve a report in writing upon the aforesaid advice, in order to be respectfully brought to the attention of Their High Noble Lordships by the ship Horsen with an extract from this Resolution. And whereas from this report, and from what The 15th of October 1790 continuation one daily hears and sees, it is entirely confirmed, which one may also with peace of mind assure Their High Noble Lordships, that in the unloading and storing of the cargo, everything has been done that could possibly happen, in proportion to the condition both of the vessels with which one must make do, the inconvenience of the beach, the far distance from the fort, as well as the shortage of people or Coolies to carry up the goods, and the necessary Warehouses or other suitable storage places for the Company's goods inside the fort, whereby, as has taken place with the arracks and still exists with respect to the remaining provisions goods lying stored under sheds on the beach, the imported sugar and other items, which otherwise cannot be placed anywhere and which therefore The 15th of October 1790. are exposed there to wind and weather, insofar as those sheds cannot resist the rough season: it is after careful consideration approved and resolved to record these matters thus in detail, both to show the well-mentioned Their High Noble Lordships the wretched situation of this place, and of the storage places inside the Fort in general, as well as the state of affairs in particular, which one deems necessary to detail and describe further in this manner, as to what everyone according to his duty has exerted to prevent the Company from damage, without any other way remaining open for this Council than to adhere to the orders and regulations with respect to all occurring The 15th of October 1790. ordinary and extraordinary deficits and defects upon the delivery of the cargo of the Company's ships; and wherefore it is also approved to dispose upon the aforesaid Finding of the delivered cargoes, or the notes and remarks made thereon by the departing Commander, for the time being acting in the work of the Head Administrator's Department, as follows hereafter. The Decision. Remark upon the adjacent Finding. Friday the 15th of October. Annotation of the General Finding of the delivered cargo of the ship Morsen, dated the 1st of October for the end of August in the year 1790.

Dutch transcription

vervolg haare laading, dat zeeker niet gemakkelijk toegaat, de beweeging der zee en een kleener vaartuijg in aanmerking genoomen dat, 1 na dat de goederen dus uit de vaartuijgen op strand gebragt, som wijl neer gesmeeten zijn, na maate der moeijte die er aan vast is, het verder opdraagen derzelve van dit volk niet is te verkrijgen, als zig alleen aan haeve vaartuijg houdende, om daar uitte„ leeveren het geenen in is, zouden meer, dat wanneer het goed, dus somwijl leggen blijft off door eenige weinige Roelies chie men bij een kan krijgen van onder de bloote Hemel in de strand opgeslaagene lootzen gedragen en geborgen word, de volgende dag dikmaals Den 15. october 1790. niet e 589. Den 15:' october 1790: niet ten eersten een toeneikende meenigte van koelies is te vinden om het opdragen voortte„ zetten, en dat zoo daar toe, al handen aan het werk kan worden geslagen het overbrengen van strand naar het fort, een distancie van een uur zoo ongemakkelijk toegaat, en in brandende hitte met zoo veel verdriet en moeijelijkheijd vervolg verzelt is, dat de beschrijving daar van verveelen zoude indien het niet genoegzijte zeggen, dat na dat men het heete vulle zand is door gearbeijd de goederen dan weeder eerst over een revier moeten worden gewwerkt „die somtijds door waedbaar en sointijds . te diep is, om 'er anders als met kleen vaar„ tuijg overte koomen, dat men dus almeede gereed vervolg gereet moet hebben doch zoo schielijk als men wil in toereijkende meenigte niet bekomen kan dat dit al plaats hebbende en de goederen over„ gezet zijnde men dezelve weeder over een bree„ de heete zandplaat moet veranbeijden, en venwer„ ken, waar toe de kitte van den dag, den arbeijd meen„ maals onmoogelijk maakt, maar dat ze niet in het fort kunnen koomen zouden dat heate Land weeten door gewonstelt ofeldaan is het op de middag, weeder neer gezet en gelaaten te zijn, tot dat de koehte van den dag en den zeevend den arbeid wat verlitende de koelies aanzetom dezelve optedraagen, waar bij noch komt, dat de weijnige die daar van hier nog zijn, dik wils door den Haweldaar geprest, en met geweld wegge„ Den 15e. october7 1790. noomen 591. Den 25. october 1790. — tot verantwoording.— vaerig te vertoonen. noomen worden, waar door veelmaals de goederen op strand dagen lang moeten blijven leggen, zonden opgevoen gen en in het Fort gebragt te kunnen worden, ge„ lijk de Pakhuijsmeester De Raeff dit een en ander avoueerende, en zich mondeling op het voorsz: adves verdeedigde:— Doo is, na overweeging van het geen voorsz: staat, annotatie daar van verstaan daar van te houden deeze breede annotacie, en den Pakhuijsmeesten te verdere verantwerdingen at avan den Pakthuijs man van het geen hem in het bij zonden concerneert, te gelas„ ten om op het voorsz: advet te dienen van berichtin„ scriptis, ten eijnde niet Extract uit deeze Resolu„ tie Hunne Hoog Edelheeden per het schip Horsen eerbiedig onder het oog gebragt te worden. — Dan nademaal uit dit verslag, en het geen van Helt en nanden H: H: d: aed men E Den 15. october 1790 vervolg men daagelijks hoort, en ziet, ten eenemaal bewaarheijd word, 18 het geen men hun Hoog Edelheeden tevens met gerust„ heijd mag verzekeren dat in de ontlossing en ber„ ging van de lating is gedaan, alles wat na moogelijkheijd heeft kunnen geschieden, na maate van de gesteld„ heijd, zo der vaartuijge vaarmeede men zich moet behelpen, de ongeleegentheijd van het strand, de ver„ ve afstand van het fort, als het manquement aan volk of Koelies om de goederen op te dragen, en de no„ „ dige Pakbuijzen of andere bequaame berg plaatsen voor 's Comp:s goederen binnen het fort, waar door gelijk met de arvaks heeft plaats gehad, en nog subsisteent, ten aanzien der overige dispens goede„ ren, aan strand, onder loot zen geborgen leggende de aangebragte suiker, en andere articulen, welke anders nergens zijn te plaatzen en die derhal„ ven S 593. Den 15e. optober 1790. ven aldaar aan weer, en wind geexponeerd zijn, in zo ver„ re die lootszen het ruwe saitoen niet resesteeren kunnen: ze is na aandagtige overweeging gevetge„ vonden en verstaan, dit een en ander, dus omstan„ dig aante teekenen zoo, om welmelde hun Hoog Edel„ heeden te doen zien, de elvndige tituasie deezen plaatse, en den bergpaatzen binnen het Fort, in het vervolg algemeene, als den toedracht van zaaken in het bijzonder, welke men noodig oordeelt duslanger te detailleeren en te beschrijven, ten behooge wat een ieder volgens zijn plicht heeft aange„ wend om de Compagnie te verhoeden voorschaade„ zonder dat er dus voor deezen Raade eenigen an„ deren weg open blijft dan zig te houden aan de ordres en voorschriften ten aanzien van alle voor„ Koomer den 15 october 1798. dispositie op de bevinding A:o: 1790. Na resumptie van bezijden staande aanteekeningen en aan„ merkingen is goedgevonden en verstaan koomende ordinaire en extra ordinaire minderheeden door en defecten, bij uijleevering van de lading den Comp:s scheepen; En al waaromme dat tevens is goedgevon„ den op de voorsz: Bevinding der uijtgeleverde laadingen ofte de door den Heer afgaande ge„ zaghebber het werk van des Hoofd Adminis„ trateus Departement, voor als nog waarnee mende, daar opgemaakte aanteekeningen, en aanmerkingen, te disponeeren als hier onder volgt Het Besluijt Aanmerking op de neevens staande Bevinding Vrijdag den 15. october Aanteekening van de Generaale Bevinding der uijt geleeverde lading van 't schip Morsen gedateerd den 1. october voor ultimo augus„ tus anno 1790.

← previousnext →