VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3878

Coromandel · 1,448 pages · 270 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3878_0903 view scan ↗

English

665. The 25th of October 1790. belonging to the writing departments, furthermore also the Engineer Assayer and Master of the Equipment; to whom the gentleman outgoing Commander announced the reasons for their summons, on that occasion in the ceremonial manner as follows. It is already known to you all for some time that the Noble High Indian Government, upon my request made to that end, has been pleased to relieve me of the supreme administration of this government, and to appoint as my successor the Honorable Jacob Eilbracht, to whom, in accordance with the pleasure of Their High Nobles, I now transfer authority, and who has also already solemnly accepted the same according to the tenor of the commission which we will now have read out to you. After the reading of the open commission, further asking the said servants. Since you have understood what the Noble High Indian Government expects and desires from you with respect to this your new commander: so I ask you whether you are prepared to acknowledge, honor, respect, and obey the Honorable Jacob Eilbracht, here present, as your lawful supreme commander, and whether you are prepared to confirm that with an oath. And the oath having been taken by them according to the tenor of the formula lying ready for that purpose, the keys were returned to the ones upon whom the care and custody thereof is incumbent, the seal stamps Gentlemen and Friends. could be done. stamps with the key of the large treasury to the members Brouwer and Bloeme, as appointed provisional administrators, likewise the small cash box to the cashier Hasz, and furthermore the Company's large and small seal to the secretary of this assembly by the gentleman elected commander, with this brief admonition. I hand back to you jointly and to each in particular, the keys of your administrations and the seals belonging both to the gentleman Chief Administrator's and the Secretary of Police's department. I request each of you a faithful and diligent observance of your duty, in guarding the same and in supervising your administration, in accordance with the oath just taken by you. After these persons were dismissed, the gentleman elected Commander had the assembly observe how, according to the order of the Noble High Indian Government, Gentlemen! The 25th of October 1798. also 667. The 25th of October 1790. there should also have been submitted and signed a general liquid transfer as of the 15th of this month, which had not been able to be prepared, partly because the Trade Books are not finished further than those of 1787/8, those of the following fiscal year now being closed, and on the other hand, or rather primarily, because here at the main office the closing of the cash account for the month of August is still lacking, under which date people both here and at the subordinate offices had the custom of including all expenses, even those falling after that date, as His Honor attested had appeared to his astonishment with even such expenses as were incurred on the account of the recently dispatched ship Horsen in the month and a half of this fiscal year, whereas one ought to have recorded them in the month in which they occurred, closing one of the ship expense accounts with the end of August, and the other since that date or from the first of September to the day that the ship is dispatched; that thus, since the gentleman outgoing Commander still had to account for the Trade Books from 1787/8 up to 1789/90 inclusive, at least the Main Ledgers that must be formed according to the Trade Journal, he, the gentleman incoming Commander, accordingly took nothing on his own responsibility, and in proof thereof desired an annotation of this and at the same time proposed the necessity of introducing another method The 25th of October 1790. and 669. The 25th of October 1790. and what that new introduction entails. and establishing it, both for the regular closing of the cash accounts, month by month, and the speedier preparation of the Trade Books and papers, both of this main office and of the subordinate factories, than has been the practice until now. Which having been listened to with attention, and the necessity as well as the usefulness thereof being fully acknowledged, it was approved and resolved, in accordance with the proposal of the aforesaid gentleman incoming Commander: 1. To abolish from now on the order or custom of forming a statement of account of the small or daily cash only once every three months, and to have that of the end of August 1790 closed at the latest by the end of this month, and to leave all expenses that might appear after that date for the account of the one who ought to have brought them forward in order to be included in the cash account. 2. With respect to the outer offices, or the subordinate offices, likewise to revoke and abolish the custom or order of sending the Trade papers here only once every three months, and henceforth to have this done month by month, in order to decide, in the first meeting after their receipt, upon such matters as require it, and to communicate the pleasure of the assembly to the chiefs directly. The 25th of October 1790. 3. To

Dutch transcription

665. Den 25. October 1790. de tot de schrijf departementen, voorts noch de Ingenier Essaijeur en Equipagiemeester; aan dewelken de Heer afgaande Gezachhebber de reeden van hun ontbod, in deezer voegen aan Cormoniel bij die geleegenheid Kondigde. Det is u allen zedert eenige tijd bereets bekend dat de Edele Hooge Indische Regeering, of daar om gedaan verzoek mij heeft gelieven te ontslaan van het opperbestier van dit gouvernement, en tot mijn opvolger te benoemen den wel Edelen Achtbaren Heer Jacob Eilbracht, aan wien ik, Conform het goedvinden van hun Hoog Edelheeden thans het gezach overgeeve, en die het zel„ ve ook bereets solemneelijk heeft aanvaart na luijd der Commissie„ die wij nu aan uEd=e zullen laaten voorleezen. „Va het doen voorleezen van de opene Commissie de gemelde Bedienden verder afvragende. Dewijl uEdelens verstaan hebt, wat de Edele Hooge Indiasche Regeering met opzicht tot deeze uwen nieuwen gebieder van uw Edelens verwagt ende begeert: zoo vraage ik u of gijlieden bereijd zijt den wel„ Edelen Achtbaren Heer Iacob Eilbracht hier tegenwoordig, te erken„ nen te eeren, respecteeren, en gehoorzamen, als uw en wettigen opper gebieder en of gijlieden bereijd zijt dat met eede te bekrachtign. En door deeze den Eed naluid van het daar toe leggende formulier gepresteerd zijnde, werden de sleutels, aan dengeen, die de zorg en be„ waaring daar van incumbeert de Zegel„ Heeren en Vrienden. stempels - konde gedaan werden.— stempels met de sleutel van de groote geldkamer aan de leeden Brouwer en Bloeme, als gecommit„ teerde administrateurs prointerum item den klijne Cas aan den Cassier Hasz:, en wijders 'sComp=s groot en kleen, zegel aan den secretaris deezer vergadering door den Heer geeligeert Gebie„ der weeder overhandigt, met deeze korte ver„ maaning. — Ik stelle u gezamentlijk en ieder in het bijzonder we„ der ten hand, de sleutels van uwe administratien en de Zegels behoorende zoo tot des Heeren Hoofd Administrateurs als secretaris van Polities da partement, Ik verzoek aen een ie„ der van uwe Ed: een getrouwe en ijverige waarneeming van uwe plicht, in het bewaren van dien / en het gade slaen van uwe Administratie, agter volgens den eed zoo even door uw Ed: gepresteerd.— om wat heeden tans gen trasen Na dat deeze perzoonen waren gedemitteert, deed de heer geeligeert Gezachthebbende ver„ gadering opmerken hoe na de ordre van de Edele Hooge Indische Regeering Mijn Heeren! Den 25. October 1798. ook 667. Den 25. October 1790. ook treeden had behooren te dienen en geteekend te worden een generaal liquide transport onder den 15. van deeze maand, het welk niet in gereedheijd had kunnen raaken, eensdeels, om dat de Negocie Boeken niet ver„ der affen zijn dan tot die van 178/4, wordende die van het volgende Boekjaar tans gesloo„ vervolg„ ten en ten anderen, of wel voor naamelijk, om dat het alhier ten Hoofekantoore noch hapert aan het sluiten der kassa reekening van de maand Augustus onder welke datum men zoo alhier als op de subalterne kantoor en de gewoonte had in„ te neemen alle ongelden, zelfs die na dien datum komen te vallen, gelijk zijn E: Achtbaare be„ tuijgde tot verwondering te zijn gebleeken met zulken zelf, als ten lasten van het onlangs gede„ pecheerde Gesagh: beswaar hier en hoode in tevoeren tot het regulier sluij„ ten van mandelijkse reekeningen Enst pecheerde schip Horsen, in de anderhalve maand van dit BoekJaar geimpendeert zijn, daar men ze had behooren op te brengen in die maand waar in ze zijn gevallen, sluitende een der scheeps onkostreekeningen met ultimo au„ gustus, en de andere zeedert dien datum ofte van primo september tot den dag dat het schip word geexpedieert, dat dus, vermits de Heer afgaande Gezaghebber nog hadde te ver„ antwoorden de Negotie boeken van 178 7/8. tot 17 3/90. inclusive, ten minsten de Hoofdboeken die na het Negocie Iurnaal moeten worden ver dekining ande er antand geformeert, hij Heer aankomende Gezagheb„ berderweegen niets voor zijne verantwoor„ ding neemende, tot bewijs van dien daar van dee„ voogtel van sijn agtimen ander mt ze annotatie begeerde en tevens voorstelde de nood„ zaakelijkheijd om een andere met hoode intevoe„ Den 25. october 1790. ven 669. Den 25. october 1740. en wat die nieuwe invoering al in„ houd. ven en vast te stellen zoo tot het regulier sluij„ ten der kassa reekeningen, maand voor maand als het spoediger in gereedheijd brengen der Negocie Boeken en papieren, zoo van dit Hoofd kantoor als de subalterne factorijen dan tot hier toe in usantie is geweest. Het welk met aandacht aangehoort en de nood, bslugt haartoe zaakelijkheijd zoo wel als de nuttigheijd van dien volkomen geavoueert zijnde, is Conform de propositie van welm: Heer aankomende Gezaghebber goedgevonden en verstaan. — 1. i=t om van nu afte vernietigen de ordre of gewoonte van alle drie maanden maar eens te formeeren een staat Reekening van de kleene of dagelijksche Cassa en die van ult=o Aug=s 1790. te laaten sluiten uiterlijk met vervolg met uiltimo van deeze maand en alle ongelden „ welke na dien datum mochte te voorschijn komen te laaten voor reekening van den geen die ze had behooren op te brengen om bij de kassa reekening te konnen wor„ den ingenomen.— 2. met op zicht tot de buijten kantooren, ofte de onderhoorige kantooren, insgelijks intetrek„ ken en afte schaffen, de gewoonte of ordre, van alle drie maanden maar eens de Negotie pa„ pieren herwaards te zenden en voortaan . zulks te laaten geschieden maand voormaand, om op de zulken als dat komen te vereisschen, in de eerste vergadering nadies ontvangst te disponeeren, en de opperhoofden het goed„ vinden den vergadering direct meede te deelen Den 25. october 1790. 3. om:

NL-HaNA_1.04.02_3878_0909 view scan ↗

English

671. The 25th of October 1790. Continued. 3. To have all expenses occurring after the end of August entered in the month in which they arise or occur, and not, as has very improperly taken place across the whole of Kormandel until now, to delay or leave open the general account of that month for expenses which in fact belong to the new fiscal year, since each month, and consequently each year, must bear its own charges and expenses. 4. With regard to the accounts for the expenses of ships, as well as those of the sloops and smaller vessels, to order that as soon as the end of August has passed, no other expenses shall be formed or charged to these accounts than those which have actually occurred up to that date, and thus in this month itself, and consequently to have the ship expense accounts and those of the smaller vessels at the subordinate offices arranged henceforth in such a manner that whenever a ship or vessel remains in port after the end of August, one shall have to close with the end of August and one from that time until the day the dispatch takes place and the expenses are settled. And in order that these main arrangements are all the better observed and properly carried out, it is furthermore understood and enacted, with respect to the cash accounts both here and at the subordinate factories and residences, to close the same henceforth precisely every month in the manner that the cash book for an entire year must be set up, thus with all accounts according to the tenor of the warrants, in debit as well as in credit; those of the month of August at the subordinate offices 673. The 25th of October 1790. not later than mid-September, and of this main office by mid-October, without delaying the same a single moment longer for the sake of expenses of the concluded fiscal year which might not yet have been brought in by then, leaving the same to the account of the person who neglected to attend to it in time; and furthermore, to have the cash accounts themselves ratified each month by the trade bookkeepers with a written warrant and qualification to enter and write off the items mentioned therein in the trade books, here at the main office by the supreme commander, and at the subordinate factory by the chief; and thus not to allow those of the ordinary months to close later than the middle of the following month, so that those of September and October, after the closing and dispatching of those of August, are taken in hand immediately, closed, and must be sent from the offices hither by mid-November. It was also considered a very useful and salutary matter, and accordingly, in conformity with the further proposal of the gentleman governor-elect, resolved and enacted that, in order to be certain that the monthly cash accounts agree with the issued warrants, a counter cash book shall henceforth be kept, in which every warrant of the debit with the letters of the alphabet and of the credit with No. 1, etc., must be promptly entered and briefly recorded, and to which account receipts and expenditures are booked here at the main office by the supreme commander, and at the subordinate factories by the chief, or the first assistant if 675. The 25th of October 1790. he is not the cashier, otherwise by the second assistant, and in his absence by the scriba or one of the clerks; furthermore, to have that cash account of each month examined and confronted against that counter cash book and the issued warrants to see whether the balance of the respective cash balances agrees therewith, the issued warrants are shown to be voided, and, as far as the provisions are concerned, properly receipted by the recipients and the receipt into the cash box by the cashier; which examination it was likewise approved to have carried out at this main office by the trade bookkeeper and invoice keeper, and at the subordinate offices by the person who, besides the chiefs, is judged best able to attend thereto; these commissioners, both here and there, shall be required to make a written report of this performance and finding under the oath taken at the commencement of their service, in which report must be noted the balance of the cash of each month and which warrants, whether in debit or credit, might have remained unsettled, which then must be found noted with their letter or number at the foot of the cash account. And since all this, when observed as it ought to be and as is expected to happen without fail, 677. The 25th of October 1790. by the person whose department it is to prepare the trade books early, will contribute uncommonly much to putting them in order along the way and, as soon as the cash account is in existence, to complete and close that month immediately, since other supporting documents are rarely lacking, although everyone concerned will also be held to their duty for the early delivery thereof: so, with respect to the trade books, in conformity with the proposal of the aforementioned gentleman incoming governor, it has been approved and understood to enact that they must close henceforth, those of the subordinate

Dutch transcription

671. Den 25. october 1790. vervolg 3 Omalle ongelden, vallende na ultimo Augustus„ te laaten opbrengen in de maand dat ze ontstaan of voorkoomen, en niet gelijk tot hier toe over gansch Kormandel zeer ondige heeft plaats gewrae„ de Masse reekening van die maand op te houden of ongeslooten te laaten, om ongelden welke, in der daad tot het nieuwe boekJaar behooren de„ „wijl ieder matand, gevolgelijk ook ieder Jaar, zijn eige lasten en ongelesen moet dragen. — 4 Om met betrekking tot de Reekeningen on„ kosten van schepen, item die der sloepen; en mindere vaartuigen, te ordonneeren om zoodra ultimo Aug=s voor bij is, geen andere ongeldden tot lasten van deeze Reekeningen te formeeren, of op te brengen, dan die effective tot dien datum toe dus in deeze maand zelve gevallen zijn, en gevolgelijk de scheeps onkostreekeningen, en die tende minder 9 we hofd schikkingen soo voor hier als op de factorijen. minder vaartuijgen op de subalterne kantooren, zoodaanig voortaan te laaten inrichten, dat wanneer een schip of vaartuijg na ultimo Aug=s blijft overleggen, en een zal moeten sluijten met ultimo Aug=s en een zee„ dert den tijd, tot den dag dat de depecke geschiet, een de ongelden gedaan zijn. — vorong thestomante van aer nede En op dat deeze hoofd schikkingen des te beeter in acht worden genoomen, en behoorlijk ter uitvoer gebracht, is al verder verstaan, met op zicht tot de kassa reekeningen zoo alhier als op de onderhoorige factorijen, en Residencien te statueeren om dezelve voortaan precies alle maanden te sluiten indiervoege als het Cassa boek van een gansch Iaar, moet worden ingesteld dus met alle de Reekeningen na luis van de ordonnancien indebit zoo wel als in Credit, die van de maand Augustus op de subalterne kantooren Den 25 ' October 1790. niet 673. Den 25. October 1790. niet laaten als medie september en van dit Hoofd„ Kantoor met medie october zonder dezelve een ogen„ blik langer op te houden, om de wille van ongelden van het afgelegde boek Jaar, die dan noch niet moch„ ten opgebragt zijn, blijvende dezelve voorreeke„ ning van den geen die verzuimt heeft bij tijds daar voor te zorgen, en voorts de Kassareekenin„ gen zelve op de Negorie boekhouders ieder maand vervolg te doen bekrachtigen met eene schriftelijke orden„ nancie en qualificatie om de daar bij vermelde posten bij de Negocie Boeken in- en afteschrijven, alhier ofte op het Hoofd kantoor door de opper Gebieden en op de onderhoorige factorij en door het opperhoofd en dus die der ordinaire maanden niet laaten te sluiten dan medio van de volgende zoo dat die van September en october na het sluiten en afzenden vandie van augustus direct ter hand genommen geslooten en wat eijnde en hoedang daar omtrent 'te handelen en van de kantooren herwaards gezonden moet wor„ den met medio November invoering van en Conte apseboekten Ook is als een zeer nuttige en heilzaame zaak geconsidereert en mits dien Conform de verdere propositie van de Heer g'eeligeert Gezaghebber geresolveerd en gestatueert dat omver„ zeekert te zijn dat de maandelijksche Kassa reekeningen over eenkomen met de verleende ordonnancien voortaan Contra Cassee boek zal worden gehouden, waar bij ieder ordonnan„ cie van den debet met de letters van het A: B: C: ende credit met N=o 1. ensz: ten eersten ingenomen en kortelijk genoteerd moet gevonden worden, of welke reekening ontvangst en uijtgaven geboekt staan hierten Hoofd kantoore door den oppergebieden, en op de subalternre factorijen door het opperhoofd, ofte dan Eerste zoo Den 25. october 1790. hij 47 675. Den 25. october 1790. hij geen kasvier is, anders door den tweeden en die ontbreekende door den kcriba ofte eene der Pennisten; voorts om die Kassa reekening van ieder maand te laaten examineeren en Confronteeren teegen dat Contra Cassa boek en de verleende ordonnancien om te zien of het saldo der respective Cassas, daarmee„ vervolg de accordeert, de verleende ordonnancien nichtig vertoond en wat de verstrekkin„ gen aangaat door de genieters ende ontvangst in Cassa door den Kassier behoorlijk gequi„ teert zijn, welke examinatie tevens werd goedgevonden ten deezen Hoofd kantoore te laaten geschieden door den Negocie boekhou„ der en factuurhouden en op de subalterne Kantooren 7 order op 't sluijten en versenden den boeken op de Comptoiren. kan tooren door den geen die, buijten de opperhoofden geoordeelt wordt best daar toe te konnen va„ ceeren zullende die Gecommitteerden zoo hier als ginter vandeeze hunne verrichting. en bevinding moeten doen schriftelijk Rap„ port op den Eed bij den aanvang van hunne dienst gepresteerd, en bij welk Rapport moet worden genoteert het suldte den Cassa van ieter maand en welke ordonnancien, het zij in debet of credit, onvoldaan mocht zijn gebleeven, die dan met haare letter of nummer, aan de voet van de kassi reekening moeten worden bekend ge„ steld gevonden. — En nademaal dit een en ander, wanneer zulks word betracht gelijk het behoort en men verwacht dat zonder mancquement Den 25. October 1790. geschieden 677. Den 25. October 1790. „geschieden zal, door den geen van wiens de par„ tement het is de Negotie Boeken vroegtijdigin„ gereedheijd te brengen, ongemeen veel zal Conten„ bueeren om dezelve gaande wegeffen te stellen, en zoo dra de kassa reekening, in weezen is, die maand ten eersten aftemaaken en te sluijten, wijl het aan andere bij papie, vervolg ven zelden mancqueert schoon tot het vroeg„ tijdig leeveren van dien een ieder, die het aangaat, ook tot zijn pligt zal worden ge„ houden: zoo is met betrekking tot de Negotie boeken Conform de propositie van welm: Heer aankomend Gezackhebber goedgevonden en verstaan te statueer en dat ze voortaan zullen moeten sluijten die den subalterne

NL-HaNA_1.04.02_3878_0916 view scan ↗

English

continuation subordinate offices by mid-October, in order to be sent hither under the ultimate date of that month with all the relevant papers, among others the settlement of the suppliers, over and above the observance of the order that had fallen into disuse to send first every three months for the Trade Office here a copy of the running Journal with an Extract from the ledger as far as the Head account is concerned, so as to be able to confront and agree with the respective books and accounts, as well as not to allow the books of the Head Office with what belongs thereto to be closed until mid-December, when henceforth under the ultimate date of that The 25th of October 1790. month 679. The 25th of October 1790. proposals regarding this reserved. month, the general description with the presentation of the state of the Government, both of profits, charges, and Arrears and otherwise, according to the orders recently received from the Honourable High Indian Government, can be drawn up, and sent from here with the Books attached in January, as it was already shown to be possible at the session of the 2nd of this month, if the books of 1789/90 are sent to the Indian Capital in October 1791, when those of 1790/91 can and must follow without failure in January 1792; the incoming commander reserving further for a closer opportunity, and in order not to delay any longer the actual business of this day, Bloeme the examination of the Trade Books of 1787/8. Obdam to do. what is further needed to set in motion to present to the meeting; proposing to conclude this matter, because the books of 1787/8 have advanced to the closing entries and thus can be examined, to charge that Commission regarding the Trade books of that book-year to the members Brouwer and Bloeme, and that of the pay books to the members de Raeff and Hasz:, according to the orders and Regulations of 175¾ resting thereto and the amplifications, it is understood to conform entirely thereto. further transport the sequestration It is also, as a point belonging likewise to the accounting of the administration, thus also to the general transfer, in accordance with the proposal of the repeatedly mentioned elected The 25th of October 1790. commander 681. The 25th of October 1790. to give. commander, understood to have account, justification, and transfer made of the sequestration moneys by the Secretary of Policy Johan Joachim Hasz: to his successor, the Secretary of Justice and First Clerk of Policy Jan Obdam, and to give both of them in mandatis to serve the assembly with a report on how matters stand with the sequestration moneys which the former first clerk Johannes Abraham Bronsveld, as sequester, must still account for, how much they amount to, and what has been dealt with in this regard from here with the ministry in Ceylon, where Bronsveld is currently residing. Then, by virtue of the ceremonial, the Merchant and First Warehouse Master Jacob Samuel de Raeff was requested, as captain of the Corps of clerks which, just like the militia, stood under arms in the square of the fort, to please place himself at the head thereof, which was followed thereupon, when, after report was brought on behalf of His Honour and the Commander of the garrison that all was in readiness, the Commanders with the other members of the council, after having made known to the community gathered there in the Hall of the Government the reason for this preparation, and having admonished each of the listeners, among others the Company's interpreter The 25th of October 1790. and 683. The 25th of October 1790. and merchants, to respect and obedience toward the incoming Commander, then proceeded to the steps, where the outgoing Commander addressed the audience as follows: continuation Gentlemen and friends, you have been called under arms today to make known to you all that, according to the approval of the Honourable High Indian Government, which at my request has been pleased to relieve me of the chief direction of this government, the supreme authority has been conferred upon and accepted by the Honourable Jacob Eilbracht, present here; having sworn to the Commission granted to His Honour by the said High Indian Government, we also have it read out to all of you who are present here. After the reading of the Commission, adding to the community: You have herewith heard what your duty toward your new ruler demands of you. I ask you then if you are prepared to comply with it, and to honour, respect, obey, and show all due loyalty to the Honourable Mr. Eilbracht: Which having been answered with a general threefold shout of Huzzah, by the continuation the aforesaid armed men, first the Clerks and then the Militia, three volleys were fired from the small arms, and between each of them a cannon shot was discharged, as well as the Ceremonial concluded with a salute of 17 shots from the points of the Fort, the defiling of the aforesaid Clerks and the Militia, whose officers when passing the steps saluted the Commanders and Council with sidearms and banners, while Their Honours remained on the steps until both Corps had passed and repassed. Lastly, it is understood to record that after the Council returned to the meeting hall and the presented commander now The 25th of October 1790.

Dutch transcription

vervolg subalterne kantooren met medic october om onder ultimo van die maand met alle de daar toe betrekkelijke papieren onder an„ deren de afreekening der leveranciers herwaarts te worden gesonden buiten en behalven noch de nakoming der in on„ bruijk geraakte ordre, om voor het Negocie Kantoor alhier, alle drie maanden eerste zenden kopij van het loopende Journaal met een Extract uijt het groot boek zoo verre de Hoofd reekening aangaat, om zoo wel bekon„ nen Confronteeren en accordeeren met de boeken en aanreekeningen respective, als om de boeken van het Hoofd Kantoor met het geen daar toe behoort niet laaten te sluijten als medio De„ cember wanneer voortaan onder ultimo van die Den 25e. October 1790. maand 679. Den 25 october 1790. propositien hier omtrend gereser„ reerd. maand, de generaale beschrijving met de ver„ Cooning van den staat des Gouvernements zoo van winsten, lasten, en Restanten als ander„ zints na de Iongst der weegen ontvangene ordres van de Edele Hooge Indische Regee„ ving konnen ingericht, en met de Boeken daar bij, in Januarij van hier verzonden won„ dengelijk dit ter sessie van den 2. deezer be„ reets getoond is mogelijk te zijn wanneer de boeken van 17 2/90. in october 1791. waar Jn„ diasch Hoofdplaats worden, verzonden wan„ neer die van 178/9. in Januarij 1792. zonder mancquement konnen en moeten volgen: ne, de heer niuwe Getegfe houd vorder serveerende de heer aankomende gezaghebber tot nader geleegendheijd, en om de eigenlijke beezigheijdt van deezen dag niet langer op te hou„ den Bloeme 't examineerender Negotie Boeken van 178 d. obidam te doen. den, het geen verder in trein te brengen nodig is aan op gedraagen aan Brouwer en de vergadering optegeeven; tot besluit van deeze materie proponeerende om vermits de boeken van 178 7/8 gevordert zijn tot de sluit posten en dus geexamineert konnen worden, die Com„ missie omtrend de Negocie boeken, van dat boek Jaar optedragen aan de leeden brouwer en en Slijborter ande hassen karkr Bloeme, en die der soldij boeken aan de leesen de Raeff en Hasz:, nade daar toe leggen„ de ordres en Reglementen van 175¾ en de ampliatien is verstaan zich daar meede alzints te Conformeeren. sluk trans port den sequstatieear Noch is, als een point behoorende meede tot de verantwoording der huijshouding dus ook tot het generaal transport, Conform de propositie van meerm: Heer geeligeert Den 25. october 1790. gezag hebben 681. Den 25. October 1790. tratie te geven. gezaghebber verstaan van de sequestratie penningen door den secretaris van Politie Iohan Joachim Hasz: reekening verant„ woording en transport te laaten doen aan zijne opvolger den secretaris van Justitie, en Eerste klerk van Politie Ian Obdam en hen beiden in mandatis te geeven om aan hide bret van Armels spu de vergadering te dienen van bericht, hoederenig het geleegen is met de sequestratie penningen, die de geweeze eerste klerk Iohannes Abraham Bronsveld, als sequesten noch moet ver„ antwoorden hoe veel die bedraagen, en wat derweegen van hier verhandelt is met het ministerium te Ceilon, alwaar Bronsveld zich is bevindende. - Dier nieel der voorstelling daan en nendenit Eemn Duorneere dan wierd bij ervating van het Conme monieel, de Koopman en Eerste Pakhuijs„ meester Iacob Samuel de Raeff verzocht om als kapitain van het Corps pennisten dat even als de militie op het plein van het fort in de wapenen geschaent stond, zig te willen vervoegen aan het hoofd van dien, gelijk daar op gevolg nam, wanneer, na dat er van weegen zijn E: en den Commandant van het garnisoen Rapport word gebracht, dat ƒ alles in gereedheijd ware de heeren Gezach„ hebbens met de overige leeden der vergude ring na op de Zaale des Gouvernements, de aldaar vergaderde gemeente de reeden van deeze toestel bekent gemaakt, en ieder van de aanhoorders, onder ander en 's Comp=s tolk Den 25. october 1790. en 683. Den 25. october 1790. en kooplieden, tot respect en gehoorzaamheijd aan den Heer aankomende Gezachhebber ver„ maand te hebben, zich vervolgens begaven naar de Puije, alwaar de Heer afgaande Ge„ zachhebber, de toehoorders aldus aansprak vervolg Men heeft Heeren en vrienden u heeden in de wapenen laaten komen om uE: alle bekend te maaken, dat navolgens het goedvinden van de Edele Hooge Indische Regeering, die mij op mijn verzoek van het hoofd bestier dee zes gouvernements heeft gelieven te ontslaan, het oppergezach is opgedragen, en aangenomen door den wel Edelen Achtb: Heer Jacob Eil„ bracht alhier tegenwoordig: beswooren hebbende de Com„ missie door welmelde Hooge Indische Regeering op zijn wel Edele Achtbare verleend, laaten wij die ook aan ziallen die hier tegenwoordig zijn voorleeden. — Na het weder opleezen van de Commissie de gemeente toevoegende Oij hebt hier meede gehoort wat uwe plicht omtrend uwen nieuwen gebieder van u vordert. Ik vraage u dan of gij bereid zijft die na te komen, en den wel Ed: Achtb: Heer Pilbracht te eeren, respecteeren, gehoorzamen en alle schuldige trou te bewijzen: — Het welk met een algemeen driemaalig ge„ roep van Hoeze zijnde beantwoord, werd door de . vervolg de voorsz: gewapende manschap, als voor af de Pennisten vervolgens de Militie drie dechar„ ges gedaan uijt het handgeweer, en tusschen ieder van dezelve een kanon schoot los ge„ brant, mitsgaders het Ceremonieel beslooten met een salvo van 17. –. schooten van de pun„ ten van het Fort, het defilieren van voorsz: Pennisten en de Militie, welker officieren bij het passeeren van de puije de heeren Gezach„ hebbers en Raad met zeijdgeweeren en vendels salueerden, terwijl Haar Achtbaare zich op de puije ophielden, tot dat beide de Corps gepasseert en gerepasseert waren. — Laastelijk is verstaan aante teekenen dat nadat de Raad zich weder ter vergader zaale begeeven en de heer voorgestelde gezachhebber zich als Den 25. October 1790. nu

NL-HaNA_1.04.02_3878_0923 view scan ↗

English

685. The 25th October 1790. having now taken his seat at the right hand of the retired Lord Commander, the ceremony concluded with a compliment to the last-mentioned His Honorable on the occasion of his discharge, and the conducting of his person in a body into the ordinary audience hall, where the compliments of felicitation were further offered by the members of the meeting and various other servants. Having completed these, Their Honors proceeded jointly with the new Lord Ruler to his residence, and considered everything concluded with the insertion of the Commission granted to His Most Honorable, as the secretary was instructed, and which follows verbatim here below: Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General and the Council on behalf of the state of the United Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company in the Indies. To all those who shall see this or hear it read, greeting. Be it known: Whereas on the 30th of the past month of April it was approved in the Council of the Indies to discharge the titular senior merchant and present Commander on the coast of Chormandel, Nicolaas Tadama, upon his request submitted to that end, and it has therefore become entirely necessary that the chief administration there, which has become vacant as a result, be entrusted again to a vigilant, capable, and honor-loving Minister, in order that the Company's interest and further concerns in that region may be managed and governed under proper order, thus it is that we, having considered the good qualities of the merchant, trade bookkeeper, dispenser, and invoice master at Houghly in Bengal, Jacob Eilbracht, who both in this and in other posts held by him has given proof of zeal and competence, have approved and resolved to nominate and appoint the aforesaid Jacob Eilbracht, as he is nominated and appointed by these presents, to senior merchant and Commander on the aforesaid coast of Chormandel, with the accompanying honors attached thereto, in order that, one month after his arrival there on the coast, he may receive and take over from the hands of the titular senior merchant and departing Commander Nicolaas Tadama a 687. The 25th October 1790. proper liquid transfer of all the Company's assets and further inventory, as well as to exercise the supreme authority there over the Company's servants and further subordinates, and to govern them in conformity with the laws and regulations successively issued or yet to be issued regarding this; to conduct the Company's trade on the said coast to its greatest benefit and profits, to direct it most diligently, and to expand it further as much as possible, as well as to counter all prohibited trade; to maintain, as far as practicable, good friendship and harmony with the rulers of the land and grandees, also to cause right and justice, both in criminal and civil matters, to be administered among the people; and further in all respects, with the advice of the Council, as the requirements of affairs demand, to perform and observe everything that is permitted and befitting a vigilant and faithful Minister, in conformity and accordance with the orders already established and given by us to that end, or yet to be established and given. Ordering and commanding therefore all high and low officials, both of Police and Justice, as well as of the Militia, likewise all citizens and inhabitants on the aforesaid coast, as well as all other qualified persons and servants, both by water and by land, and everyone whom this may further concern, both those who are presently found on Cormandel and those who might arrive there in the future, to regard, recognize, respect, and obey the aforesaid Jacob Eilbracht as their Commander, as well as to assist him with counsel and deed, according to their ability, pursuant to the oath by which each is bound to the General Dutch East India Company, since we have found this to be proper for the greatest service of the same and for the welfare of the public good there. Given in the castle of Batavia on the Island of Great Java, under the great Seal of the General Dutch East India Company, this 16th May 1790. Underneath stood: The Governor-General of the Dutch Indies. Was signed: W. A. Alting. In the margin stood: The Company's great seal impressed in red wafer, and underneath written: By order of Their aforementioned High Excellencies. Signed: P. G. van Overstraten, Sec. Thus done and resolved in Castle Geldria at Palliacatta, date as above. Signed as before, and Introduction of the Chief Administrator van Halm. Wednesday, The 27th October 1790. Morning. Meeting of the Political Council. Present: The Most Honorable Lord Jacob Eilbracht, Senior Merchant and incoming Commander of this Coast of Cormandel with its dependencies. The Honorable Chief Administrator Paul Engelbert van Halm. The Warehouse Master Jacob Samuel De Raeff. The Captain-Lieutenant and Commandant Joan Joachim Winkelmans. The Fiscal Broerius Brouwer. Fredrik Willem Bloeme, and The Invoice Master Joachim Nasz. Johan [illegible] The Secretary. The merchant Paul Engelbert van Halm, having been continued in the post of Chief Administrator assigned to him here by the latest formal rescript of the Honorable High 689. The 27th October 1790. High Indies Government dated 27th April of this year, for the time being or until further disposition of Their High Excellencies, having been summoned hither to assume the same as well as for other reasons mentioned in the resolution of the 30th September past, and having arrived here yesterday, it was resolved on the proposal of the Most Honorable Lord Commander to introduce his honor today into the Council, and to note that for this purpose he was requested to enter by the two junior members Bloeme and Nasz, and after his appearance, the Lord Commander presented that whereas the aforementioned Honorable High

Dutch transcription

685. Den 25. October 1790. nu geplaatst hadde aan de hooger hand van den Heer afgegaane Gezackhebber, de ceveronie ge„ eijndigt is met een Compliment aan laast„ gem: zijn Achtbare weegens deszelfs ont„ slag, en het Conduiseeren van deszelfs Perzoon en Corps tot in de gewoone audientie zaal, alwaar de Complimenten van filicitatie vervolg door de leiden der vergadering en verschride ande„ re Die naaren afgelagt zijnde begaven Haar Ede„ lens zich gezaamentlijk met den heer nieuwe Gebieder naar huijs, en hielden alles voor beslooten met het inserëren der Commis„ sio op zijn E: E: Achtbaare verleent ge„ lijk den secretaris gelast werd en de zelve . dus woordelijk hier onder volgt: Mr. Mr Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal ende Raaden van wegens den staat der ver Eenigde Nederlanden en de Gene„ raale Nederlandsche Geoctroijeerde oost Indische Com„ pagnie in Indie Allen den Geenen die dezen sullen zien ofte hooren leesen, salut. doen te weeten. Aangezien den 30. der gepasseerde maand April in raade van Indie is goedgevonden den opperkoopman titulair en tegenwoordigen Gezaghebber ter kuste chor„ mandel Nicolaas Padama, op desselfs daar toe gedaan versoek als zodanig te ontslaan, in het dus alle zints noodzaakelijk is geworden, dat het hier door vacant geraak„ „te hoofd bestuur aldaar weeder aan een wakker bekwaam en eerlievend Minister word opgedragen, ten einde Compag„ nies Interest en verdere belangens om dien oord onder eene be„ hoorlijke order gemanieerd en bestieurd worden, zo is het, dat wij, gelet hebbende op de goede hoedanigheeden van den Koopman Negotie boehouder Dispencier en factuur houder te Houglij in Bengale Iacob Eilbracht, die zo in deeze als in an„ dere door hem bekleede posten blijken van ijver en kunde heeft gegeeven, goedgevonden en verstaan hebben den voorn: Iacob Eilbracht te benoemen en aan testellen, gelijk dezelve benoemd en aangesteld word mits dezen, tot opper„ koopman en Gezaghebber ter voorm: kuste Chormandel met den vangende honneurs daar aan geaccrocheerd, ten einde een maand na zijn arrivement daar ter kuste uit han„ den van den titulair opperkoopman en afgaande gezaghebber Nicolaas Tadama te ontvangen en over te neemen een Den 25. October 1790. behoorlijk 687. Den 25. October 1790. behoorlijk liquide transport van alle 's Comp=s Effecten en ver„ dere omslag, mitsgaders aldaar het oppergezag over 's Comp=s Dienaaren en verdere onderhoorigen te voeren en dezelve te be„ stuuren in Conformite van de wetten en Reglementen successi„ ve desweegens gemaneerd of noch te emaneeren, 's Comp:s han„ del ter gem: kuste ten haare meeste nutte en profijten te drij„ ven op het ijverigste te bestuuren, en zo veel mogelijk verder uittebreiden mitsgaders allen verbooen handel tegen te gaan; met de landsheeren en grooten, zo verredoenlijk te onderhouden goe„ de vriendschap en harmonie, ook recht en Justitie zo in het crimineele als civiele onder den volke te doen administree„ ven, en wijders in allen opsigten met advis van den Raade, naar vereisch van zaaken, alles te verrichten en te betrachten het geen een wakker en getrouw Minister toestaat en betaamd, Conform en over een komstig de ordres door ons daar toe reeds gesteld en gegeeven of noch te stellen en te geeven. — Ordonneerende en beveelende dierhalven alle Hooge en laage ambte„ tenaaren so van de Politie en Justitie, als van de Militie item alle burgers en Jngezeetenen ter voorn: kuste mitsgaders alle andere ge„ qualifficeerdens en Bediendens sote water als te land en eeniege„ lijk die zulks verder mogt incumbeeren, soo die tegenwoordig op Cormandel gevonden worden als die in het vervolg aldaar mog„ ten aankomen voorm: Iacob Eilbracht voor hunne Gezag„ hebber aan tesien te erkennen en te respecteeren en te gehoofaa„ men mitsgaders met raad en daad, naar vermogen te adsisteeren ingevolge van den eed waar mede een iegelijk aan de generaale Ne„ derlandsche oost Indische Comp: verbonden is dewijl wij zulks ten meesten dienst van de zelve en tot welstaat van het algemeene best aldaar, aldus bevonden hebben te behooren. Gegeeven in 't kasteel Batavia op het Eijland Groot Javaonder het groot Zegul van de Generaale Neederlandsche oost Jndische Compagnie deesen 16. Mai 1790 /:onderstond:/ de Gouverneur Generaal van Ne„ derlandsch Indie /:was geteekend:/ W: A: Alting /:Jn margine:/ stond:/ 's Comp:s groot segul in rood ouwel gedrukt en daar onder gesz: Ten ordonnantie van welgemelde Hunne Hoog Edelheeden /:geteekend:/ P: G: van overstraten sec: Aldus Gedaan en Gearresteerd in 't Casteel Geldria te Palliacatta dato voorsz: /:geteekend:/ als voor en Woensdag Intendute van de Horfsdm Smau van Halm. — Woensdag Den 27:. october 1790. Morgens Vergadering van Politie Present Den E: E: Agtb: Heer Iacob Eilbracht opperkoopman en aankomende Gezaghebbers deeser Custe Cormandel met den Resorte van dien Den E Hoofdadministrateur Paul Engelbert van Halm De Pakhuijsmeester Iacob Samuel De Raeff Den kapt Luitenant en Commandant Joan Joachim Winkelmans Den fiscaal Broerius Brouwer, Fredrik Willem Bloeme, en Den factuurhouder. Joachim Basz: Johan Den Secretaris De koopman Paul Engelbert van Halm„ bij de Jongste formeele rescriptie vande Edele Hooge 689. Den 27. october 1790. Hooge Indische Regeering sub 27. april deezes Iaars, in de hem alhier opgedraagen post van Hoofd Administrateur voor eerst ofte tot na„ der dispositie van Hun Hoog Edelheeden ge„ continueert, ter aanvaarding van dezelve zoo wel, als om andere reeden vermelt bij be„ sluijt van den 30. September passato her„ voorlg waarts ontboden en gisteren alhier aange„ koomen zijnde is op de propositie van den E: E: Achtbaaren Heer Geztaekhabber verstaan zijn E: heeden te introduceeren, in Raade, en te noteeren dat ten dien fine door de twee Jongste leeden Bloeme en Nasz: binnen verzocht, en na verschijning door den Heer Gezachhebber is voorgehouden, dat vermits het welmelde Edele Hooge

NL-HaNA_1.04.02_3878_0928 view scan ↗

English

Taking of the oath by His Honour as President of Justice. The Supreme Government of the Indies, according to its missive of 12 May of this year, having been pleased to allow him provisionally, and pending further explanation on a certain clarification demanded by His Most Honourable, to continue in the service of Head Administrator entrusted to him, His Honour had been caused to come hither in order to assume the same and to apply himself in the personal execution thereof; giving proofs of being capable of answering both to his promotion thereto and to obtaining the approval as yet suspended by Your High Excellencies, regarding all of which it has furthermore been approved both to keep a record and that the repeatedly mentioned van Halm, after making a promise of all possible devotion, has taken the oath as President of the Council of Justice into the hands of His Honour; furthermore to give notice thereof by extract hereof to Their Honours, in order to take over and assume the presidency at the earliest meeting. Proposal concerning the Commandant Winckelmans; admission of the same to a seat in Council, and why. Furthermore, it having been made known by the Lord Governor how, on the one hand, according to the ancient order and custom as well as a list following the Regulation on the promotion of servants of the persons entitled to have a seat in the Council of Policy, the Commandant of the garrison is also included therein, and on the other hand because the times are currently such that one cannot foresee when one will require the military advice of the Commandant concerning that which might be required for defense, in case and if such incursions were to happen here as have already occurred with Porto Novo; proposing accordingly to introduce today into the Council and give a seat to the Captain-Lieutenant and Commandant of the Garrison, Jan Jochem Winckelmans, according to the indication of rank in the said list following the Regulation of the year 1767. The members having conformed thereto, it was resolved to note that, after taking the oath as a member of the Council of Policy, the aforesaid Winckelmans as Captain-Lieutenant was assigned a seat next to the Warehouse Master Jacob Samuel de Raeff, as occupying the post of Merchant, and thus above the Fiscal Brouwer, who has not yet obtained the qualification pertaining to his offices. 27 October 1790. Deducting the salary of the retired Governor Jadama as of 25 October. It was also resolved, pursuant to the highly respected order of Their High Excellencies contained in Their Most Venerable Missive of 11 May of this year, to have the salary of the retired Governor, the Honourable Nicolaas Jadama, written off as of the 25th of this month, and to give notice hereof to the pay accountant by extract hereof for his information. Resignation of Scheuneman upon request. Upon the request of Johannes Scheuneman, who on account of old age, infirmity, and continuous illness is not capable of coming hither to perform his duty, and consequently by letters of the 12th of this month makes a request to be discharged from the Company's service, it was resolved to grant the same and to note that his salary has ceased from the day he made the transfer of the agency at Nagapatnam to the bookkeeper Philippus Jacobus Dormieux, or since the middle of August last, and that the latter shall for the present continue there in the capacity of bookkeeper, with the enjoyment of double board money, emoluments, and house rent, which was granted to him by resolution of 25 August of the current year, subject to the approval of Your High Excellencies. How the bookkeeper Dormieux is to continue at Nagapatnam. Bloeme appointed as dispenser. Transfer from Brouwer. Instead of the said Scheuneman, in conformity with the proposal of the Honourable Lord Governor, it was resolved to attach the service of dispenser to the office of invoice keeper, and therefore to entrust the dispensary or the administration thereof to the invoice keeper Bloeme, to be transferred to him at the end of this month by the Fiscal Brouwer, who currently has the oversight thereof ad interim, and this subject to the further respected approval of the Honourable Supreme Government of the Indies. 27 October 1790. Obdam sworn in as Secretary of Justice, etc. It was also resolved to note hereby that the First Sworn Clerk and Secretary of Justice Jan Obdam has likewise taken the oath framed for those offices. Submitted report of the survey of the grand cash chest. Insertion of the same. Furthermore, having been read the report of the commissioners appointed pursuant to the resolution of 24 September last for the survey of the grand treasury, the Warehouse Master Jacob Samuel de Raeff and Secretary Johan Joachim Hasz, dated the 23rd of this month, reading as follows: To the Right Honourable Lords Nicolaas Sadama, Senior Merchant and outgoing, and Jacob Eilbracht, Senior Merchant and incoming Governors of the Coromandel Government with the resort thereof. Right Honourable Lords. Pursuant to the order demanded of us, the undersigned, by the resolution of 24 September last, we proceeded, in the presence of the first mentioned in the heading hereof, to the grand Cash Chest and there surveyed such gold and silver species, etc., as are to be found therein, and found the same in conformity with the grand Cash Book of the year 1789/90, in the following manner: 27 October 1790.

Dutch transcription

presteering van den Eed door zijn E: als President van Justitie Hooge Indische Regeering volgens haare missive van den 12. Meij deezes Iaars behaagd hadse hem bij provisie en tot nadere verklaaring op zeekere apart van zijn E: E: Achtb: gevorder„ de elucidatie te laaten Continueeren in de hem p:l opgedraagene dienst van Hoofdadmi„ nistratteur men zijn E: herwaarts hadt doen komen, ten eijnde dezelve te aanvaarden en in de perzoonelijke waarneeminge van dien zich te bevlijtigen; preuves geevende van in„ staat te zijn om te beantwoorden, zo aan zijne bevordering daar toe als ter erlanging van de door Uuw Hoog Edelheeden voor als nog opgeschorte approbatie van welk een en ander verder is goedgevonden zo wel annotatie te houden als dat meermelde van Halm na Den 27. october 1790. gedaane 691. 27. october 1790. mans sessie in Raad te geeven. en waarom gedaane belofte van alle moogelijke devoir, aanhan„ den van zijn Achtb: gepresteerd heeft den Eed als President van de Raad van Justitie; voorts om daar van door Extract deezes kennis te laaten geeven aan Haar Achtbaarheeden, ten eijnde ter eerster bij eenkomst het Presidium over te neemen en te aanvaarden Wijders door den Heer Gezaghebber te kennen Propotie den Commandent winskil„ gegeeven zijnde, hoe eensdeels volgens de aloude „ordre en usancie zoo wel alseen lijst agter het Reglement op de bevordering der Dienaaren van de perzoonen welke toe komt sessie te hebben in Raade van Policie, de Commandant van het gearnisoen meede daar onder is begreepen en ten anderen om dat de tijden tans zodanig gesteld zijn dat men niet kan voor zien wan„ ner Introductie van den selven en afleg„ „ging van den Eed neer men zal benodigen het militair advis van den Commandant over het geen tot defensie mocht worden vereischt, bij aldien en zulke invol„ len alhier eens quamen te gebeuren als bereets g'erteerd zijn met Portonooo: proponeerende mits dien om den Capitain luijtenant en Commandant van het Guarnizoen, Ian Jochem winckelmans heeden in Raade -. te introduceeren en sessie te geeven, na aanwijzing van de rang bij gemelde lijst acter het Reglement van A:o 1767. met het welke de leeden zich geconformeerd hebbende zo is verstaan aan te teekenen dat, na het afleggen van den eed als lid van Policie voorm: win„ kelmans als Capitain luijtenant zit plaats is Den 27e october 1790 aangeweezen 693. Den 27' october 1790. masgagie met den 25=de 8ber: afte schrijven. op verzoek. — aangeweezen naast den Pakhuijsmeester Iacob Samuel de Raeff als een Koopmans dienst bekleedende dus boven de fiscaal Brouwer die de qualiteijt tot zijne diensten staande noch niet verkreegen heeft. — Dork is verstaan, ingevolge de zeer g'eerde desole afgegaane getegken ada„ ordre van hun Hoog Edelheeden vervat bij Hoogst der zelver genenereerde Missive van den 11. Meij deeses Jaars, de gagie van den afgegaanen Gezachhebber den Heer Nicolaas 9 Iadama te laaten afschrijven met den 25. deeken, en hier van tot narigt den soldijboek„ houder door Extract deezes kennisse te geeven. Op verzoek van Iohannes Schuireman demissie van Scheuneman die hoedanig den Boekh=r. Dormieux op Nagapn te Continueeren — die weegens hooge ouderdom Caducheijt en aanhou„ dende ziekte niet in staat is herwaards te komen om zijn dienst waarte neemen en dien volgende bij brieven van den 12. dee„ der verzoek doet om uijt 'sComp=s dienst te worden ontslagen, is verstaan, zulks te om metigeijn aie atshijen acordeeren en te neteeren, dat zijn gasie heeft stil gestaan van den dag af dat hij te Na„ gapatnam transport heeft gedaan van het agentschap aan den boekhouder Philippus Jacobus Dormeur, ofte Zeetert medio augustus laastleeden en dat de laastgemelde vooreerst aldaar Continueeren zal met de qualiteijt van boekhouder, en het genot van dubbeld kostgeld emolkementen en huishuur, die hem Den 27. october 1790 is. 6 695. Den 27. october 1790 Bloeme aangesteld tot despencier ontvrangen Justitie Endz: is toegestaan bij besluit van den 25. aug=s J:o C= edock op approbatie van U: H: Ed=s Insteede van gem: schuneman is Conform de propositie van den E: E: Achtb: Heer Ge„ zaghebber verstaan, den dienst van dispencier te hegten aan het factuurhouderschap, en over„ zulks de dispens ofte administratie van dien op te dragen aan den factuur houder Bloe„ me om onder ult=o deezer aan hem getrans, ontransport van Brouwen te porteerd te worden door den Fiscaal Brou„ wer die adintrim het opzicht daar over heeft ende zulks op de nadere g'eerde approbatie van de Edele Hooge Indische Regeering Ook is verstaan hier bij aante teekenen dat de Obdam be ledigt als se:s van Eerste Gezwoore klerk en secretaris van Ius„ titie diend rapport van de opneem der groote Cas. — Insertie van 't selve titie Ian obdam almeede den Eed tot die diensten beraamd, gepresteerd heeft. Voorts zijnde geleezen het Rapport van de ingevolge besluijt van den 24. September Jongstleeden benoemde Gecommitteerdens tot . . den opneem van de groote geld kamer, den pakhuijsmeester Iacob Samuel de Raeff en secretaris Iohan Ioachim Hasz, ge„ dateerd 23. deezer aldus luijdende Aan De wel Edele agtb: Heeren Nicolaas Sadama opperkoopman en afgaande en Jacob Eilbracht opperkoopman en aankoomende Gezaghebbers van het Kormandels Gouvernement met den Resorte van dien Ingevolge het aan ons ondergeteekendens gedemandeerd bevel bij 't besluijt van den 24. September laastleeden hebben wij ten bijweezen van den eerst gemelde in den hoofde deeses ons in de groote Geld Kassa begeeven en aldaar opgenoo„ men zoodanige goud en zilver specien V=na als daar in te vinden zijn en de zelve na volgens het groot Kassaboek de A=o 17 8/90. Conform bevonden in maniere WelEdele Agtbaare Heeren. Den 27. ' october 1790. als

NL-HaNA_1.04.02_3878_0935 view scan ↗

English

697. The 27. October 1798. as follows, to wit: M:r Fr:s Mg: 6 223 223 20. 7. 16 /r. 16. 15 /36 6. bars of Gold by weight; as: of the orders concerning the trade business. — Ma: Fv: 216: 12. 1. 7. ½. 9. 5. 1. /½d a 4 Remaining bars of the ship Horssen brought hither this year from Batavia; to wit: Mo: tr= Ma: W: 19 2. 7. 3. ¼. 2. 6. 4. 13/128. a 1. pc: N=o 1. EDs=t cart 18. 9. —. — 6. 12. ½. — 14. 11. 3/64 „ 1. „ „ 2. „ „ 18. 1. —. 3. 2. 10. —. 2. 10. 6. ¼. „ 1. „ „ 3. „ „ 17. 8. —. 5. 1. 1. ¼. 3. 21. 2. 3/64. „ 1. „ „ 4. „ „ 18. 2. —. 8. 6. 9 7/8. 7. 10. 4. 2/365 2. bars of melted down 200. pcs: Persian gold Rupees, to wit: Ma: Iv:s Ma: H: 4. 3. 4. /8. 3. 16. 5. 2/36. â 1 pc: melted at Mad:s cart: 20. 1. — 4. 3. 5. —. 3. 17. 11. 2/32 „ 1. „ „ hither „ „ 20. 5. —. 20. 7. 16. 7/8. 16. 15. 5. 2/16 a 6. bars of Gold by Weight as aforesaid. — 1659. 12. 60. Pagodas Gold star Coin Madraspatnam 3426. — — pcs: Persian Gold Rupees. 99: 1/32. — Mark Reals in refuse Silver 2. —. —. Pagodas Gold Portonovose New Coin 1. — —: pcs: Sample of Portonovose pagodas New Coin 1. –. –. „ _:o „ Madrasp:s pagodas star Coin We can confirm this by oath, and have the honor with all High esteem to call ourselves /:underwritten:/ Honorable Worshipful Sirs your Honorable Worships humble and obedient Servants /:was signed:/ Iacob Samuel De Raeff, and I: I: Wasz: /in margin:/ Palliacatta The 23. for 15: October 1790. — Thus it is resolved to make a note hereof and to hold the Committee as discharged. — Fines established for non-compliance with the orders concerning the trade work. — As a sequel to what was already contemplated and regulated at the session of the 25th of this month, with regard to the closing of the Cash accounts both of this Head office and those of the subordinate offices, item with continuation the bringing in readiness in due time of the Trade books both here and there, in order not to be disappointed therein; but to be properly served, for which mere admonitions are found to be of too little force, it has been approved and agreed, in Conformity with the proposal of the Lord Governor, to determine fines for those who are negligent in the compliance and observance of this order, and thereby to enact that as a fine for closing too late and delivering the cash accounts of an ordinary month, twenty, and for the month of August, if it is not ready in time, twenty-five pagodas shall be forfeited by the cashiers for the benefit of the Diaconate here, each time that it happens, and the Trade bookkeepers fifty Pagodas The 27. October 1790 to J 699. The 27. October 1790. to wit for the Trade Journal of the Head office or of the subordinate factories, while for the Main Journal, if this is omitted, one hundred pagodas shall be forfeited to the Poor by the Chief Administrator. — And it is likewise approved to recommend to all those continuation from whose department comes the keeping of subsidiary books, item the drawing up of the specification book, a timely delivery and preparation thereof under warning that upon failure, according to the exigency of matters, they shall also fall into a pecuniary fine or into other Corrections. Whereas the order of the year 178/: of revising the books renewed Whereas according to the orders of 1754 it has been permanently enacted, sometimes dispensed with, yet more often commissioned, to examine the Trade Books before they are closed, chiefly to perceive whether the beginning Balances of the current agree with the closing balances of the closed book, whether all the entries in the Journal are entered and accounted for according to the warrants granted to the Trade bookkeepers, or according to the resolutions taken in the Council of Policy or dispositions made upon Findings, annotations, etcetera, The 27. October 1790 in 701. The 27. October 1790. in a word, whether matters have been handled in Conformity with the general orders on the keeping of the Books and what mistakes or errors have been discovered, and in particular whether the charges on land and ship salaries in the Trade books correspond with the pay books, item what differences have continuation arisen therein, all of which must be distinctly indicated and made known in the report of those who are commissioned thereto; thus it is resolved, in renovation of these orders, to enact herewith that as soon as one has advanced with the books to the closing entries or the striking of the Balance, the respective Trade continuation Trade Bookkeepers shall be obliged to give Notice thereof, at the Head office in the meeting, and at the subordinate Offices to the chiefs, with a request for Commissioners for the examination, for which at the head office there shall be chosen and appointed two members of the meeting, and at the same time two others for the examination of the pay books, or if through illness or other reasons so many cannot be spared, with one or two of the members, one or more of the first Qualified officials, and at the subordinate factories, such a person or persons, outside of the Keeper of the books, as is judged to qualify for consideration, whose Report, as far as the Head office is concerned, with the disposition made thereon, and of the subordinate offices The 27. October 1790 after

Dutch transcription

697. Den 27. october 1798. als volgd te weeten M:r Fr:s Mg: 6 223 223 20. 7. 16 /r. 16. 15 /36 6. slaaven Goud bij gewigt; als: der ordres omtrend het negotie werk. — Ma: Fv: 216: 12. 1. 7. ½. 9. 5. 1. /½d a 4 Restant slaaven van per het schip, Horssen deesen Iaare van Batavia alhier aangebracht; te weeten: Mo: tr= Ma: W: 19 2. 7. 3. ¼. 2. 6. 4. 13/128. a 1. st: N=o 1. EDs=t cart 18. 9. —. — 6. 12. ½. — 14. 11. 3/64 „ 1. „ „ 2. „ „ 18. 1. —. 3. 2. 10. —. 2. 10. 6. ¼. „ 1. „ „ 3. „ „ 17. 8. —. „ 18. 2. —. 5. 1. 1. ¼. 3. 21. 2. 3/64. „ 1. „ „ 4. „ 8. 6. 9 7/8. 7. 10. 4. 2/365 2. staar en vangesmoltene 200. p:s persiaanse goude Ropijen, te weelten: Ma: Iv:s Ma: H: 4. 3. 4. /8. 3. 16. 5. 2/36. â 1 st: te Mad:s gess:t cart: 20. 1. — „ 20. 5. —. 4. 3. 5. —. 3. 17. 11. 2/32 „ 1. „ „ alhier „ 20. 7. 16. 7/8. 16. 15. 5. 2/16 a 6. staaven Goud bij Gewigt als gezegd. — 1659.12. 60. Pagooden Goude sterve Munt Madraspatnams 3426. — — p=s Persiaanse Goude Ropijen. 99: 1/32. — Marg Mark Reaalen aan uijschot. Zilver 2. —. —. Pagooden Goude Portonovosen Nieuwe Munt 1. — —: p„s Proefje van Portonovose pagooden Nieuwe Munt _:o „ Madrasp:s pagooden sterve Munt Wij Kunnen dit met eede bevestigen, en hebbende bere ons met alle Hoogagting te noemen /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heeren uwel Edele Agtbaare onderdanige en gehoorzaame Diehraaren /:was geteekend:/ Iacob Fam=l De Raeff, en I: I: Wasz: /in margine:/ Palliacalta Den 23. voor 15: de october 1790. — Soo is verstaan hier van deeze aanteekening en de Commissie voor voldaan te houden. — Tot een vervolg van het geen ter sessie van den gestelde Boetens op 't niet nakomen 25. deezer bereets beraamt, en gereguleert is, met opzicht tot het sluijten van de Kassa reekeningen zoo van dit Hoofd kantoor als die der subalterne kantooren, item Met 1. –. –. „ vervolg het tijdig ingereedheijd brengen van de Negotie boeken zoo hier als ginter is, om daar in niet te leur gestelt; maar na behooren bedient te worden waar toe enkele vermaaningen van te weinig kracht worden bevonden, Conform de propositie van den Heer gezaghebber goedgevonden en verstaan„ om boeten te bepaalen voor de geene die nalciatig ƒ zijn inde nakooming en observantie deezer ordre, en mits dien te statueenen dat tot een boete voor het te laat sluijten en bekor„ gen der kassa reekeningen van een ordinaire maandtwintig, en voor de maand augustus zoo die niet tijdig gereeds is vijf en twintig pagoeden door de kassiers verbeurt zal worden ten be„ hoeve van de Diaconij alhier, ieder keer dat het papert, en de Negocie boekhouders vijftig Papode„ Den 27. October 1790 te J 699. Den 27. october 1790. te weeten voor het Negecie Iournaal van het Horsel kantoor ofte der onderhoorige factorijen, zullende voor het Hoofd Iournaal indien dit eigter weege blijft, hondert pagood en door de Hoofd Administrateur aan den Armen verbeurt worden. — En is tevens goedtgevonden aan allen den geen nervolg van wiens departement het is het houden van bij boekjes, item het opmaaken van het specificatie boek te recommandeeren eene voolgtijdige bezorging en ingeweetheijd making van dien = onder waarschouwing van bij manquiment na exigentie van zaaken meede in pecunieelen amende te zullen vervallen ofte tot andere Correctien. Dewijl de ordre an 178/: o vrsieren der boeken gerentvers Dewijl na de ordres van 175¼ permanent is ge statueert, somwijl geabsolveert, doch meermaals gecommitteerd het examineeren der Negocie Boeken voor dat zo worden geslooten, voor namelijk om te ontwaenen of de voor Restanten van het loopende accor„ deeren met de na restanten van het afgelegene boek, of alle de posten, bij het Joun„ naal navolgens de op de Negocie boek„ houders verleende ordonnancien, dan wel nade in Raade van Politie genomen ne besluijten off gevallene dispositien op Bevindingen aanreekeningen enz:, ingevroomen en verantwoord en Den 27. october 1790 in 701. Den 27. ' october 1790. in een woord, of de zaeken Conform de generaale ordres op het houden van de Boeken behan„ delt en welke abuisen of er neuven en ontdekt zijn en in zonderheid of te belastingen op land: en scheeps soldijen bij de Negocie boeken over een komstig zijn met de soldij boeken item welke differenten zich daar in hebben vervolg opgedaan dat alles distinctelijk aangeweezen en bekend gesteld, moet worden bij het blif„ port van den geen die daar toe worden gecom„ mitteert; zoo is verstaan tot renovatie ^ordres mits, deeze van deeze e te statueeren, dat zoo dra men met de boeken gevordert is tot de sluit posten ofte het trekken van Balans de respective Negorien vervolg Negocie Boekhouders, verplicht zullen zijn daar van Kennis te geeven, ten Hoofd kantoore in ver„ gadering, en op de subalterne Kantooren aan de opperhoofden, met verzoek om Gecommit„ teerden tot de examinatie, waartoe ten hoofd„ kantoore zullen verkooren en benoemt worden twee leeden van de vergadering, en te gelijk twee andere tot de examinatie der soldijboeken of indien door ziekte of andere reedenen zoo veele niet kunnen vaceeren, met een off twee der leseten een off meer der eerste Gequalificeerden, en opite subalterne factorijen, zoodanig een perzoon ofte persoonen, als buiten den Houderder boeken geoordeelt word aan toe in aanmerking te kunnen koomen wiens Rapport wat het Hoofel kantoor aangeat met de daer op ge„ vallene dispositie en van de onderhoorige kantooren Den 27 october 1790 na

NL-HaNA_1.04.02_3878_0941 view scan ↗

English

703. The 27th of October 1790 missive of 17 August last etc. after the closing of each of the books, attached thereto and must be sent with the books to Batavia. After these matters had thus been settled, proceed to the opening of a letter packet received yesterday evening under cover of letters from the Ceylon Ministry dated 30 September last from Nagapatnam, addressed to this assembly by the Honorable High Indian Government per the ship Berkhout; item two packets with private letters received there per the packet boat De Zeemeeuw from the Netherlands, and upon the opening of the first-mentioned packet there were found therein Their High Honors' very honored general and separate missives dated 17 August of this year, along with such enclosures as are noted in the register received alongside it; thus, after reading, it was resolved first to have the necessary extracts issued from it both here and for the subordinate offices and served for the observance and direction of the servants, and further to keep this record of the same. Lastly serve the complaints from Jaggernaikpur, what they contain. Insertion of the same. Lastly, having been read the translations produced by the Honorable Commander of two translated complaint letters, one from the Gentoo language by the Jaggernaijkpoeram merchants Kala Kistnama Peretie Anandoe and Datarie Wengete Riddlij dated 8 October 1790, or the suppliers of white linens, and the other from the English by the former renter of Gollapalium, Pintoe Poele Wenket Redelij, addressed to His Honor, reading as follows: Translation of a Gentoo letter written to the Honorable Jacob Eilbracht, Commander of the Coromandel Government with its jurisdiction, by the Jaggernaijkpoeram merchants Kala Kistnama Peretie Anandoe and Dasarie Wengata Viddij, dated the 8th of October 1790. Wherein, preceding compliments, Your Honor having been appointed ruler of this Coast 705. The 27th of October 1790. and having arrived there, we pray His Honor to look favorably upon us. For a long time, our ancestors have supplied the white linens to the Honorable Company and have always remained content with either the profit or loss we incurred upon it, because Their Honors are compassionate masters. When the English took over Jaggernaijkpoeram, all the merchants prayed to God that the Honorable Company might soon regain that place, and such has also come to pass through His grace. After the re-establishment of this trading post, the merchants visited the gentlemen here and made their request to restore each to his service. The merchant Pinte Pvolo Ramaija having requested during the time of the Honorable Governor van Vlissingen to be allowed to supply the white linens in place of his father, under the pretext that his ancestors had done so, His Honor rejected that petition, and subsequently his father also passed away without having become a partner in the aforementioned supply. Under the authority of Mr. van Halm, Ramaija, in order to gain favor, ran after His Honor's servant and managed through sinister tricks to be accepted as a merchant alongside two other persons who suited him, in order to conduct the work with the previous three dealers The 27th of October 1790. of white linens, whereby we have been excluded from that trade. The father of Ramaija left behind many debts, and that money has not yet been paid. For a long time we have awaited the opportunity to be helped forward, and we thus placed our trust in the Honorable Company. When Mr. van Bijland arrived here as chief, Ramaija did not fail to carry out all sorts of disorders, whereby disputes were stirred up among all the gentlemen here; we do not doubt that this will also be known to Your Honor. We have written to the Honorable Mr. Tadama in that regard, and upon our request were accepted as merchants. Some money was advanced to us by the gentlemen here, and over and above what we received, we delivered more linens that were of sound quality, solely to gain the favor of all the gentlemen. Now the repeatedly mentioned Purteprole Rama, or the one who has always mishandled affairs, has reappeared here to bring everyone into grief, as he attempts to become a merchant again. Fearful that this evildoer will, as before, do us wrong and write to our detriment, we take our refuge in Your Honor's widely known magnanimity, and humbly request

Dutch transcription

703. Den 27:' october 1790 missive van 17. aug:s J: l: Ensz: na het sluiten ider boeken bij de zelve gevoegt en met de boeken naar Batavia moeten gezonden worden Na dat dit een en ander aldus was vast gesteldt wort getre, metrmgten penin van d: den tot de opening van een gisteren avond ondergeseide letteren van het Ceilons Ministerij, de dato 30: september J:o leeden van Nagapatnam alhier ontvangen brief par ket door de Ectele hooge Jndische Regeering, per het schip berkhout aandeeze vergadering gerigt item twee paketten met particuliere brie„ ven per de paket boot De Zeemeeuw uit Nederland aldaar ontvangen, en bij opening van het eerstgemelde paket daar in zijnde bevonden hun hoog Edelheeden zeer geeerde gemeene en aparte missivens de dato 17: aug:s deezes Jaars nevens zoodanige bijlaagen als bij het daarneevens ontvangene Register bekend staan; zoo is na lectuva verstaan ten eersten de nodige extracten daar uit zo hier als voor de subilterne Can„ tooven te laaten afgeevenen verkenden tot marich tenobservan tie van de bediendens en voorts van dit eenen ander deeze aanteekening te houden, Laastelijk dienen a' Hlofte osfe van Jaggernaik P=r, wat die behelsen.— Insentie derzelve Laastelijk geleezen zijnde de vertaalingen van twee doonsen E: E: Achtbaaren Heer Gezackhebber geproduceerde Translaaten van klagt schriften, het eene uit het Jentiefs van de Jaggennaijkpoeramsche kooplieeden Kala kist nama Peretie Anandoe, en Datarie wenge„ te Riddlij gedtateerd 8. october 1790. ofte de leveran„ ciers der witte lijwaaten, en het ander uijt het Engelsch door den geweezen Pagter van Gollapa„ lium Pintoe Poele wen ket Redelij aan zijn achtb: gericht luijdende als volgd.— Translaat eener Ientiefsche brief geschreeven aan den welEd: Agtb: Heer Jacob Eilbracht Gezaghebber van het Cormandelsche gouvernement met den resorte van dien, door de Iagger naijkpoeramsche kooplieden Kala Kistnama Peretie Anandoe en Dasarie wengata viddij gedateerd den 8. october 1790. — Waar voor afgaande Eerbetuijgingen uwel Edele Achtbare tot Gebieder van deze Custa Den 27. ' october 1790. bevord 705. Den 27. ' october 1790. benoemd, en aldaar gearriveerd zijnde, zoo bidin zen wij Hoogst denzelven ons te willen Gegunsti„ 't zedert langen tijd hebben onse voor ouders de witte lijwaaten aan D: E: Compagnie geleeverd en ons althoos, zoo wel met het voor of nadeel dat wij er opgekreegen hebben, vergenoegd gehouden door dien Haar Ed: meerschllevende Heeren zijn Toen de Engelschen Iaggernaij kpoeram over„ genomen hebben, hebben alle de Cooplieden God aangebeeden dat D:E: Maatschappije haast we„ der die plaats bekomen mag, en zulx is ook door zijn genade geschied— Na het retablissement van dit Comptoir zijnde kooplieden bij de heeren alhier geweest en hun versoek aangelegd, om ider in zijn dienst te herstellen Den Koopman Pinte Pvolo Ramaija ten tijde van den wel Edelen gestrengen Heer gou„ verneur van vrissingen versogt hebbende om in plaats van zijn vader de leverantie van witte lijwaaten te mogen doen, onder pretext dat desselfs voor ouders zulx gedaan hadden heeft zijn Edele die Jnstantie van de hand geweezen, en na dato is ook de vader van hem het tijdelijke afgelegd, zonder dat hij deelgenoot geworden is van voorm: leverantie — onder het gezag van den heer van Halmliep Ramaija ter verwerving van gunst agter de dienaar van zijn Ed:, en bewerkte door si„ nistre streeken, dat hij nevens andere twee persoonen, die hem aanstonden als Koopman aangenomen wierd, om met de voorige drie marchiandeurs gen. Den 27. ' october 1790. marchiandeurs der witte lijwaaten het werk te ver„ rigten, waar door wij uijt dien handel gesecludeerd zijn De vader van Ramaija heeft veel schulden nage„ laaten, en dat geld is nog niet betaald. — 't zedert lange hebben wij de gelegendheijd afge„ wagt om voortgeholpen te worden, en wij stelden dus ons vertrouwen op D:E: Compagnie. Toen den heer van Bijland alhier als op„ perhoofd aanquam, liet Ramaija niet na om alle onordentelijkheeden uijttevoeren Waar door onder alle de heeren alhier disput verwekt is- wij twijffelen niet of zulx zal uwel Ed: Achtb: ook bekend zijn. — Wij hebben aan den wel Ed: Achtbaren Heer Tadama ten dien op zigte geschreeven, en zijn op onse gedaan verzoek als kooplieden aange„ noomen. Door weegen van de heeren alhier wierd aan ons eenige geld voor uijt verstrekt en wij hebben beven't door ons genotene, meer lij„ waaten die deugdzaam waaren, geleverd eenlijk om de gunst van alle de Heeren te verwerven. Nu is meermelde Purteprole Rama of de geene die althoos de zaaken qualijk behandelt heeft weder hier verscheenen om een ider in verdriet te helpen, alzoo hij tracht weder koopman te wor„ Bevreesd dat die quaad doender ons gelijk voor heen torten aan doen, en ten nadeele van ons schrijven zal neemen wij onse toevlugt tot uwel Ed: achtbare allom bekende Edelmoedigheijd, en versoeken de„ moedig den

NL-HaNA_1.04.02_3878_0945 view scan ↗

English

707. The 27th October 1790. courageously to give orders that we, who perform the Company's work with all vigilance, may remain as merchants. We also pray Your Honorable Worships to grant us the favor of having this letter translated, and at the same time to send us a Cowle. We shall never conduct ourselves otherwise than according to Your Honorable Worships' pleasure. Was signed: Kala Kistnama, Peretie Anandoe, and Wengetariddij. Beneath stood: for the translation according to the narration of Koepaijen, Palliacatta, the 26th October 1790. Was signed: A:m Dormieux, Sworn Translator. To the Honorable Jacob Eilbracht, Esq. The humble representations of Pinde Poloo Venket Reddij. In all humility I take the liberty to show Your Honor that for a considerable time I and my ancestors have been Meerasidars and Renters of the village of Gollapallum, and besides that a merchant of the Company in Guinees, but since these last 6 years a person named Pende Poloo Ramaija, a son of my uncle, has taken the said village separately on lease in his own name, and refuses to pay me the annuity or income from the produce of the village, on account of which I have often attempted The 27th October 1790. to bring my complaints before the gentlemen here, but the said Ramaijan, protected by Mr. Obdam, has prevented me from going to any gentlemen. Six months ago the Gentlemen Commissioners arrived here, to whom I made my complaints against my defendant. The ordinary lease of the abovementioned village of Gollapallum is Pagodas 250, but I offered Pagodas 175, if they would give me the lease of Gollapallum, and to that end I delivered a translated paper to the Gentlemen Commissioners, who thereupon ordered me to wait until the said village should be put up for auction, saying further that because I was a capable man and a Meerasidar, and besides offered the most, that I should have it, and therefore I should not fear or doubt, and further ordering me to seek a capable surety for the same, which I did, and found a capable person for that purpose. In the month of August, after the tom-tom had been beaten for three days to make known to everyone that the village of Gollapallum and other leases would be leased by public auction, at last on the 28th August all other leases were auctioned, except the village of Gollapallum, and an attempt was made to give it to the defendant Baraija. Whereupon I presented another petition to the Gentlemen Commissioners, stating that I was willing to pay five hundred Pagodas instead of 250 Pagodas, and that I would pay a portion of those 500 Pagodas now, and besides that would give a capable person as surety for the said lease, which petition I delivered for perusal 709. The 27th October 1790. to the Company's Head Clerk, who, in the presence of a large company, ordered the Head Peons to thrust me out. Whereupon the aforementioned subject has twice written to Mr. Nicolaas Tadama, Esquire, and to Mr. De Raeff. I have not yet received any answer from them. If my enemies might have reported to Your Honor that the said village cannot yield the said 500 Pagodas in a year except by arresting the inhabitants, I hope that Your Honor will consider the matter. To that end I have the pleasure of sending Your Honor a list of the moneys which it yielded during my last tenancy. Besides this, the abovementioned subject still owes from the estate of my ancestors 2000 Pagodas, which the said Ramaija holds in his hands, but refuses to pay. Therefore I very humbly request that Your Honor may be pleased to take this deplorable case of mine into Your Honor's serious consideration, and to be so good as to order the said Ramaija to pay that which is due or belongs to me from the estate of my ancestors, and also the lease of the village of Gollapallum for 500 Pagodas per year. Your Honor is charitable in supporting the injured and oppressed; I have no other protection than in Your Honor, for which charity I shall always be obliged, and will ever pray. Lower stood: Translated from English to the best of knowledge by me in Palleakatta, the 27th October 1790. Was signed: S. I. De Bruijn. 75. The 27th October 1790. The Honorable Head Administrator ordered to provide a report concerning this. Thus, after consideration of its contents, it was agreed in conformity with His Honorable Worship's proposal to place both in copy into the hands of the Head Administrator Paul Engelbert van Halm, in order to answer thereto as former Chief of Jagannathpoeram and Coringa, and to that end also to send copies of the same to the Commissioners at that office, to likewise serve a report on the contents thereof. Thus done and resolved in Fort Geldria at Palliakatta on the date aforesaid. Signed: as before. Friday 711. The 29th October 1790. Friday the 29th October, Year 1790. In the morning. All present. Initially, the Honorable Worshipful Governor presents a certain brief note from the Storekeeper De Raeff, having by order of the retired Governor Mr. Nicolaas Tadama made an inspection of the defects at the points of the fort, concerning the cannons, etc., placed thereon; likewise at the two earthen redoubts thrown up on the east and west side of the front of the castle, in order to protect this place as well as possible in case of a hostile attack by the horse troops of Tipu Sultan; the said note reading as follows: On the bastions Graaff Willem and ditto Hendrik, these being well placed and capable of serving, there the two embrasures

Dutch transcription

707. Den 27' october 1790. moedig ordre te stellen dat wij die met alle vige„ lantje 'sComp:s werk verrigten, als kooplieden blijven kunnen ook bidden wij uwel Ed: Achtbare ons de gunst te bewijzendeelse brief te laaten over zetten; en teffens on Een Caul toete schikken. — wij zullen ons nooijt anders gedraagen, dan na uwel Edele Achtbare genoegen /:was getekend:/ Kala Kistnama, peretie Anandoe, en wengetariddij /:onderstond:/ voor de overzetting volgens vertelling van Koepaijen, Palliacatta Den 26. october 1790. /:was geteekend A=m Dormieux Gesw: Transl=n Aan den Achtbaere Jacob Eilbracht, Esg„ De Nedrige Representatien van Pinde poloo venket reddij— In alle Nedrigheijd neeme ik de vrijheijd uwel Edele te vertoonen, Dat zeedert een Consideratile tijd ben ik, en mijn voor ouderen geweest Meerasidars en Paechters van het Dorp Gollapallum, buiten dien Koopman van de Comp:e in guinees, maar zeedert deze 6. Jaeren heeft een persoon genaamd Pende poloo Ramaija, een zoon van mijn oom 'tgemelde Dorp, afsonderlijk en pagt genomen op zijn naam, en weigert 't Jaargeld of Jnkomste vande productie van 't Dorp mij te betaalen om welke ik dik wils getracht heb mijnen Den 27. october 1790. mijne klagten voor de heeren van hier in te brengen maande gem: Ramaijan geprotegeert door de heer obdam W:o heeft mij verhindert om bij eenige Heeren te gaan, zes maenden gelee„ den arriveerde hier de heer Commissarissen, bij wien ik mijn klagten gedaan het, tegens mijn verweerder de ordinaire verpachting van het hier bovengem: Dorp Gollapallum is Patg: 250, maar ik offereerde Pag: 175. in dien zij de pagt van Gollapallum mij wilde geeven, en tot dien einde gaf ik een getranslateerde papier over, aan de Heeren Commissarissen, die mij daar op ordonneerde te wagten tot dat het gemelde Dorp zoude opgeveild worden; zeggende verders, dat door dien ik een bekwaam man, en meer vasidar was, en buiten dat 't meeste offereerde, dat ik die het hebben zoude, en daar om niet moest vreesen op twijffelen, en or„ donneerende mij verders, een bekwaeme Borg voor dezelve te zoeken 't welk ik deed, en vond daar toe een bekwaam persoon, in de maand Augustus na dat drie daegen de tomntom had geslaegen, om ieder bekend te maeken, dat het dorp gollapallum en andere pachten w=m bij publieke vendutie zoude verpacht worden, is ten laatsten op den 28. aug=s alle andere pachten opgeveilt, uitgezondert 't dorp Gollapallum, en getracht heeft aan den verweer„ der Baraija te geeven, waar op ik een andere Re„ quest aan de heeren Commissarissen gepresenteerd het, dat ik vijf hondert pagooden wilde betaelen in plaats van 250. pagoden, en dat ik van die 500. pag: een gedeelte thans zoude betaelen, en buijten dien een bekwaeme persoon als borg voor de zelve Doop wilde geeven, welke request ik ter overleezing aan 709: Den 27:' october 1790. aan 'sComp:s Hoofd schrijver overgaf, die mij in pre„ sentie van een groot geselschap, de Hoofdpions ordon„ neerde om mij buiten te stooten, waar over de hier voor gem: subject twee maal heeft geschreeven aan de Heer Nicolaas Tadama, Schildknaap, en aan de Heer de Raeff, Ik heb geen antwoord van henlieden nog ontvan„ gen, zoo mijne vijanden aan uwel Ed: mogt hebben gerap„ porteerd dat 't gem: dorp de gem: 500. Pag: niet kan opbren„ gen in een Iaar, dan door 't aresteeren van Inwoonders, so koop ik dat uwel Ed: 't een en ander zal overweegen, tot dien eijnde heb ik het vermaak uw el Ed: een lijst van gelden het welk in mijn laatst pachterschap heeft op gebracht, toe te zenden, buijten dien de boven gem: subject moet uit de Boedel van mijn voorou„ deren nog hebben 2000. Pagooden, 't welk de gemelde Ra„ maija in handen heeft, maar weijgert te betae„ Daarom verzoek ik zeer nederig dat uwel Ed: ge„ lieve te neemen deze mijne Deplorabele zaak in uwel Ed: sevieuse Consideratie, en zoo goed te willen zijn om gem: Ramaija te ordonneeren, te betaelen, 't geen mij uit de boe„ del van mijn voor ouderen Competeerd, of toekomt, en also 't pacht van 't Dorp Gollapallum teegens 500. pag: 'sJaars, uwel Edele is liefdaedig om g'injuneerde en verdruk„ te te ondersteunen, ik heb geen andere protegie dan in uwelEd: voor welke liefdaedigheid ik altoos verplicht zal zijn en wil /:onderstond:/ voor altoos bidden W=m /:lager:/ Ge„ translateerd uit Engelsch na beste kennisse door mij in Palleakatta Den 27. ' october 1790. /:was geteekend:/ S: I: De Bruijn. len. 75. Den 27. ' october 1790. d' E: Hoofd administrateur „gelast daar omtrend van bericht te dienen te kendende So is na overweeging van dies inhoud, Conform zijn E: E: Achtbaares propositie verstaaan, om beiden in Copia te stellen in handen vanr den Hoofd Administrateur Paul Engelbert van Halm, om als geweeze opperhoofd van Jaggernank„ ten dieneijnde ok Corijena Jag: poeram, zich daar op te verantwoorden, en ten dien fine ook afschriften van dezelve te zenden aan de Gecommitteerdens ten dien kantoors, om op derzelver in had meede van bericht te die„ nen. — Aldus Gedaan en Gearresteerd in't Fort Geldria te Palliakat„ ta dato voorsz: /:geteekend:/ als vooren Vrijdag 711. Den 29' 8ber: 1790. breeken aan't fort Erst Inderti daar van Vreijdag Den 29. ' 8ber: A:o 1790. — Somorgeens alle Present Aanvangelijk Ligt de E: E: agtbaare Heer diend kort aan teekening van de ge„ Gesaghebber over, zeekere korte aanteekening van den pakhuijsmeester De Raeff off ordre van den afgegaane Gezackhebber den heer Nicolaas Iadama onderzoek gedaan hebbende na de ge„ breeken aan de punten van de't fort, om de daar op geplaatste Cannons &=a; Jtem aan de Twee aarde redouten aan de Oost en West zeijde van het front van het Casteel opgeworppen, om in Cas van Eene vijandelijke aanval der roostroupen van To„ hoe sulthan zoo na moogelijk deese plaats te beschermen; luydende gemelde anteekening; als Volgd. Op de Bastoons Graaff Willem en Dito Hendrik zeijnde suklken wel geplaatst, en bekwaam om te kunnen dienen, daor de twee Onbernslens

NL-HaNA_1.04.02_3878_0950 view scan ↗

English

The 29th of October 1790. Embrasures at the Bastion Hendrik, on the courtine, must be opened, for currently the guns lying opposite them cannot serve. On the Bastions Maurits and Graaf Ernst, the guns stand in the ground, from which only one shot can be fired, because on the second shot they sink in deeper; hence, the guns lie too low for the embrasures, and even were that not so, the carriages, being unable to recoil, must be in splinters even if they were new; thus, in my opinion, sufficient platforms are needed for each gun. The situation is the same with the two new redoubts; the guns have no platforms and stand too low for the embrasures, especially at the Western Redoubt, where the same, though not yet sunk, nonetheless cannot shoot level without taking the embrasures with them. Very much is lacking from the carriages of the so-called field pieces that are placed on the redoubts, namely: 1st. Advancing hooks with the necessary hemp ropes for them. 2nd. Hooks for rammers and sponges. 3rd. Straps for the trail of the carriages; this can be fabricated with little effort and expense. For the rest, we found everything in order, the guns loaded with canister shot, the ammunition rooms near the bastions well provided; also, for the mortars, the necessary bombs are filled and ready. The masonry cooling tubs near the bastions ought to be repaired as soon as possible. The trees before the front of the Castle ought to be chopped from below in order to open the view towards the streets and houses, especially the tree before the house of Ebdarm, which partially obstructed the view of the street. All under correction of better judgment. Whereupon, having deliberated, it was approved and understood to deliver a French translation of the submitted note into the hands of the Engineer Pierre Brossette, in order to furnish his considerations thereupon, together with a specific calculation of the costs to determine whether the indicated and further discovered defects could be remedied in the most economical manner, in order to dispose thereof thereafter as shall appear necessary. Submitted by the aforementioned Warehouse Master De Raaff was a report of the 970 pieces of Gunny bags and 4 pieces of packing racks examined in the presence of the ordinary commissioners in the Company's trade warehouses, recently brought by the sloop De Zeehond and boat of the vessel De Hoop; from which it has appeared that the Gunny bags are completely rotten and ruined, and the packing racks are also old and useless, and thus found to be of no further service whatsoever. Thus, it is resolved to have the said 970 pieces of Gunny bags and 4 pieces of packing racks burned in the presence of express commissioners; but before having the value thereof written off, to require a report from Jaggernaijkpoeram as to what caused the rotting of the Gunny, and when the said racks were made, and thus how old they actually are. The Ordinary Commissioner in the aforementioned warehouses, the Bookkeeper Hendrik Diderik Beekman, having been unable for some time due to illness to perform his service, it is resolved to appoint as Commissioner pro interim the Bookkeeper Jacobus van Tessel, as well as Express Commissioners in the treasury, the Junior Merchant out of employment Jacobus Simon Cantervisscher, and the Bookkeeper Jan Willem Luijken. After this business was concluded, the Governor laid upon the table the letters received since June until now and still unanswered from the subordinate offices, the extracts made therefrom, and the trade and other papers transmitted alongside them, giving to understand that this arrears of work ought to have been in order prior to the arrival of His Right Honorable, but that, however difficult it might be to judge the occurring matters with thorough certainty, a hand nevertheless had to be put to it once and an end made of it; being willing to take this trouble upon himself notwithstanding other occupations, the Governor proposed to resume the work, and among the various matters, to make a beginning with the office of Jaggernaijkpoeram as the principal and weightiest, and specifically regarding the contents of the letters of the commissioners there, the Chief of Bimilipatnam, the Junior Merchant Philip Hendrik Mezhisius, and the Second of Palicol, the Bookkeeper Sebastiaan Mattheus Sliepkaaken, dated the 21st of June, 10th, 15th, 17th, and 18th of August, 7th, 15th, 24th, and 27th of September, 4th, 7th, 13th, 14th, 16th, and 18th of this current month, as well as the detailed letter received alongside theirs of the 4th of October from the Chiefs placed out of function, the Merchant Paul Engelbert van IJsaloo and the Junior Merchant Jeronimus Jacobus van Someren, under date of the 29th of the past and 13th of this month, addressed to this Council and to the aforementioned commissioners for forwarding.

Dutch transcription

Den 29.:' 8ber: 1790. Embrasurel bij Het Bastoon Hendrik, op de Cousteefaae moeten geoppeend werden, want thans Rumaren de door teegens leggende stukken met dienen Op de Bastiam Mauritsz: en Graaf Ermst staande Sukblen in het Land, daar uijt kan maar een maal geruurt worden want zij zakken bij het tweede schot diepper in, daor leggen, de stukken te laag voor de Embrasures, en was dot al niet zoo, de affuijten, niet agteruijt kunnende, moeten in sleaters al waarense ook nieuw, dus zijn er mijns bedunkens suffisan„ te beddaings noodig voor ider stuk Het is zoo meede geleegen met de twee nieuwe Bedouten, de stukken, de sturkkan hebben geene beddings, en staan te laag voor de Embrasures, insonderheijd bij de Wester Bedout, daar de zelve, schoon nog niet gesakt, egter geen waterpas Kun„ nen schieten, of neemen de Embrasures meede Daar mankeerd seer veel aan de affuijten van de zoo genaam„ de veldstukken, die er geplaatst zijn op de Resouten; als: Ten 1. avanceer haaken met de daar bij benoodigde hempseels „ 2:' haaken voor koralsers, en wissers ^egter „ 3. ' beugels voor de saard half van de affuijten; Dit kan met weinig moeijte en kosten werden aangemaakt Voor 't overige hebben wij alles in order gevonden, de stukken gelaaden Donder scherp, de ammunatie Kamers bij de bas„ tion wel voorzien, ook zijn voor de mortieren de noodige bommen gerult en gereet De gecretselde koelbakken bij de Castrons, dienen zoo mo„ gelijk gerefareerd te werden. De boomen voor het front van 't Casteel dienen van onderen te werden gehapt om het gezogt na de straaten en huijsen te oppenen, in sonderheijde de boom voor het huijs van Ebdarm die 713. Den 29' 8ber: 1798. geneur .4. pak tellingen onbequaam die het gezogt der straat gedeeltelijk boucheerde. — Alles onder Correctie van beeter weeten. - Waar op gedelibereerd zijnde, is goedgevonden en verstaan, dani 't pandaft geven van den Jan„ gelegde nota overgeseh in de fransche taal, aan den In„ genoeuw Pierre Brosselte teer hand te stellen, om daar op te suppediteeren zijne Consikeratoen, met een mier alulite itmaaken specosfigue Calculatie van heft kostende, in bien de aange„ weezene en te bevindene meerdere gebreeken, off het me„ nagieuste woerden verholpen, om daar na te disponeeren zoo als noodsakelijk zal voorkoomen. — Door Voormelde pakhuijsmeester De Raaff gedoent zijn, husfet van 9 0: genij zaken n de van een rapport van de ten bijweesen van de ordinac„ re gecommotteerdens in 'sComp:s negotie pakhuijsen gelxermoneerde 970. p:s Goenij Lakken, en 4. p:s pak„ stellingen, Jongst per de Roep De Zeevob en Bood de van de nood aangebracht. — schilfal van de wvoord aangebragt; waar uijt gebleeken is. Den 29' 8ber: Ao. 1790. besluijtot vernietiging den. mitteerde in 't Pakhuijs. — Canter visscher en Luijke Expresse ditos in d' geld Cas. is dat de Goenij zakhan geheel veroete en beborren; mots„ gaders de bakrstellingen meede oud en Onbequaam, en dus tot geene deenste meer van nuets bevonden zijn: zoo os verstaan de gemelde 970. p.:s Goenij zakken, een 4. p:s pakstellingen ten overstaan van Exfresse gecommit„ en berecht mops het verder sintuor„ teerdoms te laaten verbranden; Doch alvoorens de waar„ de van dien te laaten afschreijven, bericht van Jaggernaijk„ foewam te vordeeren, waar door de verorottaing van de Goenij veroorsaakt is, en wanneer de gemelde stellingen aange„ maakt, en zus hoe oud, die wel zijn. van Tesel Prointinum gecom„ De Ordinaire Gecommotteerde in Voorsz: packhuijsen, de boekhouder Hendrik Doderik Beekman, zeedert eenigen teijd door ziekte niet in staat zijnde, om zijn dienst te presteeren: is verstaan tot Gecommotteerde prointerum te benoemen den boekhouder Jacobus Van Tessel, mitsgaders als Expresse Gecomeno Heer„ dens 715. Den 29:' 8ber: A:o 1790. dens in de gelde kamer den onderkoopman buijten Em„ Vloij Iacobus Simon, Camterwisscher: en den Boekhouder Jaan Willem Luijken Na dato dot zyn beslag er laangde kabke, leijde de heer ge„ besoije verde Comptire zackhebber ter Taffel, de zeedert Iunij tot nu toe ontvan„ geme, en nog onbeandwoorde brieven van de subalserne Maar„ tooren, de daar uijt g'excersseerde ntulen, en de neevens de zelve overgesondene negotie en andere passoeren, te Boen men geevende dat dat legterstallig werk, voor de aaan„ Romst van zijn E: E: Agtb: hade behooren en Ordre te zijn, dog dat hoe beswaarlijk ook om over de voorkoomende zaa„ ken met grondige zeskerheijde te Runaren oordeelen, en egter Eenmaal de hand aandiende geslaagen en een eijnde van ge„ maakt te werden, deese moeijte onaangesien andere be„ zigheeden zig welgevallen lastende profoneerde bij Heer gezaghebber het werk oftervatten, en voordens de onderscheij„ dere./ Den 29e' 8ber: A:o. 1790 Rescriptie op Ver„ scheide ontvangene nenkpoeram, deme besoignes, als de voornaamste een gewochligste een be„ „gin te maaken met het kantoor Daggermaijk poreraam en wel over den in houde van de brieven brieven van Jagge „ der gecommitteerdens aldaar het opperhoofd van Bimile pat„ naam den onderkhoopman Phalip Heendrik Meshisius, en den secunde van Palicol den Boekhouder sebaa„ traan Matthaas Sliephaaken de datos 21:' Iuunij 10. ' 15. 17 ' en 18. ' augustus, 7. 15 24. ' en 27:' Septem„ ber „ 4. 7. 13. 14. 16. en 18. ' deeser loopende maand, mitsgaders de neevens haare van den 4:' October Ontvangene breedvoerige brief dar buijten Cunctie gestel„ de Opperhoofden, dan koofpman Paul Engelbert van Isaloo, en den onderkoopman Aironamus Iaco„ bus van someren, sub 29. ' der gepasseerde, een 13. ' van deese maand aan deesen Raade gewicht en aan voormelde gecommitteerdens ter voort„ sending. P

NL-HaNA_1.04.02_3878_0955 view scan ↗

English

717. The 29th October Anno 1790. settle. — The Herstelling having been dispatched to the north and delivered. And attention having initially been paid to the request of the Commissioners for fulfillment of the indent transmitted with their letter of 21st June for 150 pieces of ashlar floor stones of 2 feet square for a floor in the hall of the new warehouse where goods must be weighed out and in: so it was understood thereupon to reflect in due time according to the measure of absolute necessity, and to let the fulfillment take effect. Along with the missive of 10th August sent hither, serving as findings of the cargo delivered from the sloop the Herstelling, which was dispatched from Bimelipatnam with 29 bales to Iaggernaijkpoeram, and subsequently hither with 131 bales, amounting according to the invoice to ƒ 55973. —. –. To which is further added the expense account of said sloop, amounting to The 29th October Anno 1790. bags. — and report of unfit gunny bags amounting to ƒ 167. 12. 8. Copy of the report of the findings regarding the gunny bags of the imported copper chests, which, numbering 694 pieces, were found rotten and unusable, and have also been sent hither; the aforesaid entry of the findings in the report, and the report itself, reading as follows: Finding of such specie, bar silver, bar copper, Japan, etc., as were brought hither on the 17th instant by the Honorable Company's sloop the Herstelling from the main settlement Palliacatta and were accurately counted and weighed by us, the undersigned special Commissioners, by order of the Junior Merchant and Chief of Bimilepatnam Philip Hendrik Heshusius as Commissioner for the investigation of the Company's affairs here at the factory, in the presence of its commander, and also handed over to the fellow Commissioner, the Bookkeeper and Second of Palicol Sebastiaan Matthias Schliephaaken, in such manner as is shown at large hereunder; Namely: For the Factory Palicol 1. —. small chest with cash in sailcloth, sealed and marked 1/: to be sent unopened to the aforesaid factory. For Iaggernaijkpoeram 704. —. 694: 2: 6: at 88 bars of bar silver, each of 8 mark, enclosed in a sealed chest marked 250. —. lb bar copper Japan enclosed in 200 small chests sewn with gunny at 125 lb each, out of the parcel of the ship Horsen anno passato from Batavia to Palliacatta and brought from there hither by the abovementioned sloop according to bill of lading and invoice - - - lb 25000. – Received by us, the undersigned - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - lb 24984. 3/8. 1. –. piece calibrated wooden parra of 10 measures or 40 lb: Deficit - - - - - - - - - - - - lb: —. – The validated 1/16 per cento - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 15 5/8. 25000. – Gunny bags ƒ 719. The 29th October Anno 1798. - - - - - - - pieces 200. –. Furthermore, of the 160 pieces brought hither with the copper chests and received by us, the undersigned, they were found to be completely unfit, worn out, and unusable. In the Dutch Factory Iaggernaijkpoeram, the 20th July 1790. Below: For the receipt: was signed: S: M: Schliephaaken. In the middle: by the transfer: was signed: Jan Adolf. In the margin: present before us as Commissioners: signed: G. van Rechem and M. da Silva. Deficit - - - - - - - - - - - pieces 40. – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – 160. – To the Honorable Gentlemen Philip Hendrik Heshusius Junior Merchant and Chief of Bimilapatnam, and Sebastiaan Matthias Schliephaaken Bookkeeper and Second of Palicol; both commissioned by the Illustrious Government of Coromandel for the investigation of the affairs of this Factory. Honorable Gentlemen, In compliance with your Honors' esteemed order, we, the undersigned, proceeded to the Company's trade warehouses here, and there examined the gunny bags in which the 200 copper chests were enclosed, which the Company's sloop the Herstelling brought hither on the 17th instant, and found the same in pieces and fragments, being wet and rendered useless through long lying, indeed even impossible to bring to the number of 200 bags. Hoping hereby to have complied with your Honors' intention, we subscribe ourselves with all respect. Below: Honorable Gentlemen; your Honors' very obedient and humble servants: signed: G. van Reghem and M. da Silva. In the margin: Iaggernaijkpoeram, this 25th July 1790. Lower: Agreed: was signed: S. M. Schliephaaken. — Gunny bags according to bill of lading and invoice - - - - - - - - - - - - Yet received by us no more than - - - So The 29th October 1798. postponed until the delivery. Long voyage and suffered damages of the Herstelling. The decision on the gunny bags, notwithstanding that one ought to reserve the immediate or early dispatch of papers such as findings etc., upon which direct decisions must be made, to the circular orders to be sent out, after consideration of the contents of both the aforesaid writings, it was understood to await the delivery and findings regarding the defective gunny bags, in order then to resolve what is necessary; and finally to pass the expense account of the sloop according to custom. Serving as declarations of the by two declarations sent hither along with the aforesaid letter of 10th August, from the seafarers stationed on the aforesaid sloop the Herstelling, given under offer of oath at the requisition of the Commissioners, both concerning the cause of the long voyage from Bimilapatnam to Iaggernaijkpoeram, and the damages suffered to the anchors and sails. ƒ

Dutch transcription

717. Den 29:' 8ber: Ao 1790. voldoen. — de Herstelling om de Noord uijt ge„ wverde sendeing overgegeeven. En aanvangstelijk zijnde gelete de uest 0 ps varteten t of het versoek den Gecommitteerdens om voldoening van de neevens haare letteren van 21. ' Iunij overgesondene Eijsch van 150. p=s arduijne vloersteenen van 2. Vort in het vierkant tot een vloer in de zaal van het nieuwe pakhuijs daar uijt- en ingewoogen moet wor„ den: zoo is verstaan daar op, na onaate van volstrek„ te noodsaakeleykheijd, in der lijde reflegie te slaan, en de voldoremaing te laaten gevolg- neemen Neevens missive van den 10 ' Augustus herwaards ge„ diend bevinding derlaading van sonden zijnde, de bewinding dor uijtgeleeverde lading van de sloop de esterstelling, die van Bimelipatnam met 29. pakken naar Saggevaraijk poeram, en met 131. pakken vervolgens herwaards is gedefecheerde, be„ draagende volgens factuur ƒ 55973. —. –. Waar bij verder onkostrekening is gevoegt de onkostreekening van gemelde sloep, groot. Den 29. ' 8ber: A:o 1790. sakken. — en rapport van onbiquame gonij Groote ƒ 167. 12. 8. Coppia Rasport: van de bevindoing der goe„ nie zakken van de aangebragte koopper Arstjes, welke ten getalle van 694. stuks verrot en onbruijkbaar bevonden, meede herwaards zijn gesonden; Luijdende voorschreeve Indertie van de bevinding intrapportbewinding, en het Rapport aldus Bevinding van zodanige Convaasten, Bhaar zilver, slaafhopper Janforams &:a als er op den 17:' doe„ soo per 's E: Comp:s Chialoup de herstelling van de hoofdplaatse palliacatta alhier zijn aangebragt en door ons Ondergesz: Expresse Gecommitteerdens, ter ordre van den Onderkoopman en opper„ hoofd van Bimilepatnam Chilop Hendrik IsesRusius als gecommitteerde ter Ondersoek van 's Comp:s affaire alhier ten Comptoire, ten overstaan van dies gesaghebber accuraat geteld en gewoogen, mitsg:s aan den meede Gecommitteerde den boekhouder en secunde van Palicol sebastiaan matthias schliefzaaken ter handgesteld, insodaniger voegen als hier onder largo werd aangetoond; Namentlijk Voor 't Comptoir Palicol 1. —. kostjos met Contanten in zeijldoek verseegeld en gemerkt 1/: om ongedsende na levenge„ melde Comptoir versonden te werden Voor Iaggernaijkpoeraom Mg W: Mg: f:s 704. —. 694: 2: 6: â 88. staaven Bhaar zelver â ider van 8. mg: tv:s beslooten in een verseegelt kist gemerkt 250. -. lb: staajfkopper Jappans beslooten in 200. kistses met goenij benaaije â odeer van 125. lb: uijt de fartheij van het schelp Horsen anno passalo van batavia op palliacatta en van daar per booven gemelde sloep alhier aangebragt volg:s Cognoo ssement factuur - - - lb: 25000. – Door ons Ondergesz: Ontvangen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - lb: 24984. 3/8. 1. –. p:s ver Eijkte houte parra van 10. maaten of 40. lb: Des te man. - - - - - - - - - - - - lb: —. – Het gevallideerde 1/16. p:r Coonto - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 15 5/8. „ 25000. – Goenij Lakken ƒ 719. Den 29. ' 8ber: A:o 1798. - - - - - - - stukx 200. –. zijnde overrigens de alhier met de koper kostjes aangebragte, en bij ons ondergesz: ontvange„ ne 160. stux ten Eenemaal onbequaam, versleeten en onbruijkbaar bevonden. Jn 'T Nederlands Comptoir Jaggernaijkpoeram den 20. ' Julij 1790. /:onderstond:/ Voor den Ontfangst /:was geteekend:/ S: M: Schliephaaken /: In het midden:/ door de overgaane /: Was ge„ teekend:/ Jan adolf /:In margine:/ onspresent als Gecommitteerdens /:Geteekend:/ g:t van Rechem en M: da Silra Des te kort - - - - - - - - - - - vtrox 40. – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – 160. – Aan de Wel Edele Heren Philip Hendrik Heshusius onder koopman en Bimilapatnamse opperhoofd, en Sebastiaan Matthias Schliephaaken Boekhouder en secunde van Pulicol; Bijde gecommitteerd, door de Illustre Cormandelse Regeering, tot Ondersoek van de zaake„ lijkheeden deeses Comptoirs Jn naarkoming van uwelEdelens g'eerd order hebben wij Ondergeschreeven ons in 'sComp:s negotie pakhusen alhier vervoegd, en aldaar de Goenij zakken, daar de 200. koppere kistjens inwaaren, dewelke sComp:s sloop De verstelling of den 17. ' deeser alhier heeft aangebragt, opgenoomen, en deselve aan stukken en brokken bevonden, als zijnde nat, en door 't lang leggen onnute geworden, Ja zelfs onmoogelijk om tot „ het getal van 200. zaksen te brengen Verhoopende hiermeede welderselver intentie voldaan te hebben, onderschrijven ons met alle respect /:onderstond:/ WelEdele Heeren; uwelEdele zeer gehoorsaame en Onder„ danige dienaaren /:geteekend:/ G: van Reghem en M: da Sielra /:Jn margine:/ Jagger„ naijkpoeram deesen 25. ' Julij 1790. /:Laager:/ accordeerd /:was geteekend:/ S=n M:s sliephaakem. — Wel Edele Heeren Goenij zakken volgens Cognoissement factuur - - - - - - - - - - - - Dog door ons niet meer ontvangen dan - - - Zoo Den 29'. 8ber: 1798. uijt gesteld tot de uijtlevering lange reijse en geleedene schades van de Herstelling de disposite op de gnijsakken zoo is noet teegenstaande men zich teir dadelijke ofte vroege tijdiger oversending van passieren, gelijk bewindingen Eensz: waar op direct moet worden gedisefoneerd, staal te resorre„ ren tot de aftegaane Circulaire ordres, na overweeging van deen inhoud van beijdende voorsz: geschriften verstaan, om noo peens de behorven goenij zakken af tewagten de afleere„ vriang en bevrinding derzelve, om als daan dienaarn gaande en onkestorekeng gepasseerde het noodige te besluijten; En Eijndelijk de ontrostireesse„ ning van de sloep â uso, te passeeren dienen & verklaaringen van de Bij Twee neevens Voorsz: brief van 10 ' Augustus her„ waards gesondene Verklaaringen, van de off Voorsz: slorff de esterstelling bescheijdene zeevaarende, ter re„ quisitie van de Gecommatteerdens onder presentatie van Eede verleende, zoo weegens de Oorsaak der Lange rios van Birnalopatnam, naar Iaggernaij kpoe„ ram; als de geleedene schaade aan de ankers, en Zeijlant ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3878_0959 view scan ↗

English

721. The 29 October 1790 No. 687. Today, the 9 August Anno 1790. Appeared before me Albertus François van Holt, bookkeeper and sworn scribe at this office, and the hereinafter mentioned witnesses: the commander of the Company's sloop De Herstelling, Ian Adolf, who, at the requisition of the Honorable Messrs. Philip Hendrik Hesbulaus, chief of Bimilipatnam, and Debastiaan Mattheus Schloiffhaken, second of Palicol, both presently here as commissioners for the investigation of matters at this factory, appointed by the illustrious Coromandel Government, acknowledged and declared to be the true truth: That during his voyage he got almost every day no other winds than south, south-west, and south-west by south, with strong counter-currents; likewise that the aforesaid vessel had three of its anchors broken one after the other while weighing, namely one on the 16 March north of Bimilipatnam, and the other two in the roads of the said place on the 1 April and 5 May last; furthermore that for the said reasons of wind and current, despite all his applied efforts, he had such a long voyage. Ending herewith, he declared his given statement to contain the pure truth, giving as reason of knowledge as in the text; being furthermore ready, when such should be required, to support this with an oath. Thus done and declared in the Dutch Office of Jaggernaijkpoeram, the day and date aforesaid, in the presence of Jacobus Dormieux and Adrianus Mattheus da Silva, scribes here, as witnesses; the minute hereof is duly signed; underneath stood: Which is witnessed; was signed: Albertus François van Holt, sworn scribe. No. 69. Today, the 9 August Anno 1790. Appeared before me Albertus François van Holt, bookkeeper and sworn scribe at this office, and the hereinafter mentioned witnesses: the seafarers stationed on the Company's sloop De Herstelling, by name Joseph Bagolin, Ian Cornelis Neijhoff, Abraham Gustavus Benjamin Scheerbekker, and Hendrik Hackspol, who Insertion sails; reading as follows: - The 29 October Anno 1790. at the requisition of the commander of the said sloop, acknowledged and declared to be the true truth: That on the 16 March last, north of Bimilipatnam, the first anchor broke on 9 fathoms muddy bottom, and on the 1 April and the 5 May the two other anchors in the roads of Bimilipatnam on 5 fathoms sandy ground, and that the latter two during weighing with heavy seas and west and south-west winds. Furthermore the deponents declare that during the entire voyage they had almost every day no other winds than south-west and south-west by south, and strong counter-currents, also sometimes accompanied by squalls and a hollow sea, by which the vessel was driven back, and they were obliged to turn back to Bimilipatnam. That also several sails tore to pieces, and that all that was deposed before was mostly the reason why the voyage took so long. Ending herewith, the deponents declared this their given statement to contain the pure truth; giving as reasons of knowledge as in the text and all remaining willing, when such should be required, to confirm this with a solemn oath. Thus done and deposed in the Dutch Office of Jaggernaijkpoeram, date aforesaid, in the presence of Jacobus Dormieux and Adrianus Mattheus da Silva, scribes here, as witnesses; the minute hereof is duly signed; underneath stood: Which is witnessed; was signed: Albertus François van Holt, sworn scribe. it is decided, notwithstanding the adversity of winds is no longer within human power, yet since the loss of equipment goods, even though originating from or to be attributed to that innocent cause, may not be passed without a solemn oath. 723. The 29 October Anno 1790. sent trade papers received from there confirmation by oath regarding what was declared; approved and understood, to have the statements themselves confirmed by oath by the deponents before the Court of Justice of this office as soon as they shall happen to be in loco again, being at present already dispatched to Jaffnapatnam, and to record that proof coming from the Judge also in the Resolution. With regard to the letter of the 15 August submitted, concerning the handling of and disposition on the sent papers of the months of June and July, there being laid on the table the findings of the same at the trade office with the remarks made thereon, among others also the finding of 9 bales of Guinea fine bleached second sort gathered by the chiefs of Saloo and of Sboneven, who were suspended from function, at Jaggernaijkpoeram, and mentioned in the general finding sent hither by the Commissioners of the 1 April of this year, with

Dutch transcription

721. Den 29 ' 8ber: 1790 No: 687. Op Huijden Den 9. augustus Anno 1790. Compareerde voor mij Albertus François van Holtt, boekhouder en geswoore schriba ten deesen Comptoire en de natemeldene getuijgens: Den gesaghebber van sComp:s Chialoup De efferstelling Ian Adolf dewelke ter requisitie van de welEdele Heeren Philop Hen„ drik Hesbulaus opperhoofd van Bimalipatnam, en Debastiaan Matthaas schloiff haken secunde van Palicol, beijde teegenswoordig alhier als gecommitteerdens ter on„ dersoek van saaken ter deeser factorij door de illustre Cormandelse Regeering benoeme bekende en verklaarde de waaragtige waarheijd te weesen; Dat hij geduurende zijne reijse meest alle daagen geen andere winden gekreegen heeft, dan zuijd, zuijde wist, en zeyd west, ten Luijden, met sterke teegenstroomen. zo meede dat het vaar„ tkuijg voormeld, drie van zijn ankers agter den anderen heeft gebrooken gekreegen bij het ligten, als het Eene op den 16. maart benoorden Bimilipatnam, en de andere Twee of de rheede van gemelde plaats op den 1. April en 5:' meij pass:o; Voorts dat om gemelde reedenen van Wind en stroum /:schoon alle sijne aangewende moeijte:/ zoo lange reijse gehad heeft. — Eijndigende hiermeede verklaarde zijne gegeevene verklaaring de zuijvere waarheijd te behelsen, geevende voor reeden van weetenschap als in den text; verders gereede zijn„ de, wanneer zulx gerequireerd werd, deese met Eede te staaven. Aldus Gedaan en Verklaarde In 't Nederlands Comptoir Jaggernaijk poeram ten dage en dato voorsz:, ter presentie van Jacobus Dormieux, en Adrianus mat„ theus da Silva schribenten alhier als getuijgen, de minute deeses is behoorlijk geteekend /:onderstond:/ : ewgelk getuijgd /: was geteekende A=s J:s Van Holt: Ge„ Swroore schriba No: 69. Op Huijden Den 9 ' Augustus anno 1790. Compareerde voor mij Albertus Francois van Holt, boekhouder en Geswooren scriba ten deesen Comptoire, en de natenoemene getuijgens: de op 'sComps Chialoup de Herstel„ ling bescheijdene zeevaarende, in naamen Ioseph Bagolin, Ian Cornelis Neijhofff Abraham Gustarus Benjamien scheerbekker, en Hendrik Hackspol, dewelken Insertie zeijlen; luijdende als volgt: ter./ - Den 29:' 8ber: A:o 1790. ten Requisetie van den gesaghebber van gemelde slorp, bekenden en verklaarden de waar„ agtige waarheijd te weesen. Dat of den 16. ' maart p:o benoorden Bimilopatnam het Eerste anker gebrooken is of 9. Vaam midder grond, den 1:' april en den 5. meij, de twee andere ankers of de Rheede van Bomales patnam op 5. fadnen sandgronde, en dat de twee laasten met het ligten swaare zee, en weste en zuijdweste winden Verders verklaaren zij deposanten dat geduurende de geheele reijse meest alle daagen geen andere winden hadden, dan zuijde west en zuijd west ten Luijden, en sterke teegen„ strocen, ook somteijds verseld van buijen, en holle zee, waar door het vaartuijg te rug gedreeven wierd, en verpligt waaren na Bamalij=m te rug, de Heeren tewenden — Dat ook verscheijde zeijlen in stukken schourden, en dat alle het vooren gedeponeerde meest de reedenen waaren dat de Reijse zoo lange geduurt heeft. —. Eijndigende hiermeede verklaarden zij deposanten dat deese hunne Gegeevene Verklarring de zuijvere waarheijd behelsende; geevende voor reedenen van weetenschap als in den text en blijvende alle gewillig om deede wanneer zulx gerequireerd werdende, met Solomneele Eede te bevestigen aldus gedaan en gedeponeerd Jn 't Nederlands Comptoir Jagger naijkpoeeram dato Voorsz: ter presentie van Jacobus Dormieux en Adrianus mattheus Da Soelra, scribenten al„ on hier als getuijgens; De minute deeses is behoorlijk geteekend /:Oonderstond:/ 'T welk ge„ tuijgd /:was geteekend:/ A:s J:s van Afolt gesw: Scroba. —. besuijt di te oenbeledigen, en van, zoo is, onaangesien de, teegen spoed van winden meer niet in staat in smenschen vermoogen, echter nadien het Verliesen van Equispagie Goederen, alschoon ook daar uijt herkoomstog ofte te attribuaeren aan die onschuldige oordaa„ hee, niet mag worden gepasseerd dan met solemneele Eede. neen. — 723. Den 29:' 8ber: A:o 1790. sondene negotie papieren van daar ontvangen Eede bevestiging mon hete der weegens gedeclaceerde ; goedgewoo„ den en verstaan, om de verklaaringen selve door de depsaanten zoo dra zij zich weeder in loco zullen koomen te bevinden zijnde thans bereeds naar Jaffarnaipatnam gedepecheerd bij de Raad van Justitie deeses kantoors met Eede te laa„ ten bekragtigen, en dat bewijs van den Rechter inkoomende ook bij Resolutie in te schrijven. —. Het opsigt tot de neeren missive van den 15. ' Augustus overge„diening van en dispositie op de ge„ sondene paspoieren van de maanden Iunij en Iulij zijnde ter tafel gelegte de bevindiing derselve off het negotie kantoor met de daar op gemaakte remmarcques, onder anderen ook de bevinding van 9. pakken, Guinees fijn gebleekte tweede zoort door de buijten Cunctie gestelde opperhoofden van saloo en Van sboneven te Jaggerenaijkr poeram ingelaamelde, en vermeld bij de herwaards gesondene generaale be„ wiending der Gecomanstteerdens van den 1.:' April: dees Jaars, met

NL-HaNA_1.04.02_3878_0962 view scan ↗

English

The 29th of October Anno 1790. With the aforementioned Remarks from the Trade Office and the decision rendered thereupon following below; as Finding of the following 9 bales of fine bleached Guinea cloth of the Second sort collected here at this Office, which were opened by us, the undersigned Commissioners, and upon Examination were found as follows: No. 1: 1 bale of 40 pieces, Passable No. 2: 1 bale of 40 pieces, ditto, but somewhat unevenly sorted No. 3: 1 bale of 40 pieces, ditto, somewhat coarse, also unevenly sorted No. 4: 1 bale of 40 pieces, Reasonably good No. 5: 1 bale of 40 pieces, Somewhat coarse, but unevenly sorted No. 6: 1 bale of 40 pieces, ditto, ditto, ditto No. 7: 1 bale of 40 pieces, Passable, but unevenly sorted No. 8: 1 bale of 40 pieces, Just so No. 9: 1 bale of 40 pieces, Somewhat coarse, but unevenly sorted 9 bales as above. In the Dutch Office Jagannathapuram the ultimate of July Anno 1790. Was signed: P. H. Heshuysen and S. M. Schliephaken. Remarks on the following trade papers received from Jagannathapuram, 1st [illegible]: 2 expense accounts of June 1790 for f 20. 18. 8 and July 1790 for f 765. 19. -. 2 balance accounts of the large cash chest of June and July 1790, of which the latter closed with a remainder of Pagodas 1007. 15 5/8 or f 4534. 6. 8. 2 balance accounts of the small cash chest of the aforementioned two months, the latter closed with a remainder of Pagodas 1261. 29 7/8. 1 Return or Finding of 88 bars of silver coined into Rupees with an advance of 13 7/8 percent or f 2505. 8. 8, dated the ultimate of July 1790. 4 memorandums of remainders of June and July 1790, namely: 2 ditto of merchandise etc. and 2 ditto of the stock of linens. 1 Finding of the 9 bales of fine bleached Guinea cloth of the 2nd sort collected at Jagannathapuram and resorted by the Commissioners. The Decision on all these accounts: With this, as said in the remarks, there is nothing else to state but that the 12 lbs of wax and 16 lbs of lamp oil delivered to the clerk must, according to the resolution of the 29th of July past, be accounted for in cash again. It is understood to refer and reply hereto that the cash and expense accounts of June and July are passed for this time, but that one must be more mindful, according to the desire of the Right Honorable Supreme Indian Government, to reduce all expenses as much as possible, and to command a reduction of expenditures. Thus done and resolved in Castle Geldria the 29th of October 1790; by order of the Right Honorable Worshipful Governor J. Eilbracht and the Council. Signed: J. J. Stasz, secretary. Palliacatta, the 7th of September Anno 1790. The 29th of October 1790. Silver. To declare satisfactory; to send a copy of the aforementioned marginal decision thither, with a copy of the finding of the bales that were opened and examined out of the bleached cloth. Passing the profit on minted silver. Regarding the Return or finding transmitted along with the aforementioned letter of the 15th of August concerning the 80 bars of silver minted there and sent thither with the sloop De Herstelling, it having been reflected that the same yielded upon minting a profit on the total of 13 7/8 percent or f 2505. 8. 8: It is understood to pass the same, subject to further approval from Your High Honors, and as customary to insert it into the outgoing advises. Advances to suppliers upon delivery of linens. In this letter of the 15th of August, a supply or delivery of linens is mentioned, to wit advances to the Suppliers of the sewn goods: Pagodas 2280. -. - and to those of the White Linens: Pagodas 2282. 19 3/4, amounting together to Pagodas 4562. 19 3/4. Under earnest recommendation to account for these as soon as possible in sound linens, as the servants testify that the suppliers had assured them they would apply their utmost endeavor thereto, without adding or demonstrating how far that has taken effect, and whether they are thus entirely free of accountability for this advance: so it is understood to hold this before them, with reference to what must be written in this regard concerning the remarks which are still being made today in general over the arrears laid down for reimbursement, and which will be brought to their attention when the work is finished. The 29th of October 1790. Grievance of the Merchants. Regarding the stagnation of sales and interests of the export, the Commissioners showed by the frequently mentioned letter of the 15th of August the unpleasant obligation under which they were placed to bring to the knowledge of this Council that in the two most recent months no trade whatsoever had occurred; and however much they had tried to persuade the merchants thereto, nevertheless all their attempted efforts had been fruitless; giving as reasons that they could no longer bear the losses they had to suffer on the copper and the cloves, unless they wished willfully to ruin themselves and others and reduce them to beggary, which they nevertheless trusted would not be desired of them, since they maintained with all respect that they, as Free Merchants

Dutch transcription

Den 29 ' 8ber: A:o 1790. met de voorschireeven Remarques van het Negocie Kanhoor en daar op gevallene dispositie hier onder volgende; als Berinding van de Ondervolgende 9: pakken Guinees sijn gebleekte Tweede zoort hier ten Comptoire ingesaameld, welke door ons ondergeschreeve Gecommitteerdens g'oppeerd, en bij Examinatie bevonden zijn; als volgd N:o 1. 1. pak of 40. p:s Passabel „ 2. 1. „ „ 40. „ d:o dog wat onegaal gesorteerd „ 3. 1. „. „ 40. „ „ wast grof meede ongelijk gesorteerd „ 4. 1. „ „ 40. „ Rodelijk goed „ 5. 1. „ „ 40. „ Eeenig zints grof, dog ongelijk gesorteerd „ 6. 1 „ „ 40. „ d:o d:o „ d:o „ 7. 1. „ „ 40. „ Passabel, dog ongelijk gesorteerd „ 8. 1. „ „ 40. „ Eeven zoo „ 9: 1. „ „ 40: „ Eenigsoonts, grof; dog ongelijk gesorteerd 9. pakken als booven In 't Nederlands Comptoir Iaggermaijk poeram ult:o Julij A:o 1790 /:was geteekend:/ P: H: Hesheusius en S: M: Schliephaaken. Aammerking op de neers Aanteekening van de ontvangene Het Besluijt Negotie papieren van Saggerdag 1 p=m staande Pappieren opr alle deese Reekening vol, 2.' onkost Reekenringen van Junij 1790 ƒ 20. 18. 87 en Hiermeede als bij de Iulij 1790. _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - „ 765. 19. —. aanmerkang gesegd len niets anders te zeggen 2. staat: Reelk: der groote geldkrassue van Iu„o daor de ovegebragte 12. lb: nu en Iulij 1790. , waar van de laaste af„ wax, en 16. lb: Lampolij, aan den scriba van stolt geslooten met een Restant van Pagoob, na het besluijt van den 1007. 15 5/8. off ƒ 4534. 6. 8. 29. ' Julij p:s weeder in Ras„ 2. staat Rrek: der kleene geld Cassa van sa te laatten verandwoor„ voorsz: twee maanden, de laaste afgeslooten met een Restant van pagoodeen 1261. 29 7/8. door:—. is, te doen handelen a:o 1. Rendem: 725. Den 29.:' 8ber: A:o 1790. „commandeeren. — 1. Rendement of Bevinding van 88. Haaren Bhaar zilver tot Roppijen met een advans van 13 7/8 per Cento R=a of ƒ 2505. 8: 8. gedat=de ult:o Julij 1790. 4. memorie der Restanten van Junij en Julij 1790. als: 2. d=os van koopmansz: Elc: en 2. d=os van den voorraade der Lijwaats 1: Bevinding van de door de Gecom„ mitteerdens gehersorteerde g. pakken Guinees fijn gebleekt 2=de zoort te Iaggernaijk poe„ ram ingedaameld zoo is verstaan hier aan te refereeren en te rescribeeren dat de Kassa, en onkrostrekeningen van Iunij en Iulij noch voor ditmaal worden gepasseerd, maar dat vermindering van ongelden te re„ ^ moet men verdachter zijn om na de begeerte van de Edelee Hooge Indiasche Regeering alle ongelden na moogelijkheijde te verminderen, en zich daar Aldus gedaan en gearresteerd In 't Carsteel Geldroa den 29:' 8ber: 1790:; Ter ordonnantie van den wel Ed: Agtb: Heer gesaghebber Palliacatta Den 7. ' September Anno 1798. —. I: Eolbracht Heers den Raad /:geteek:d:/ J: J: Stasz: sec=s op Den 29:' 8ber: 1790 Zilver. — of salasfactor te verklaaren; Copia van de Voor„ schreeven marginaale dispositie derwaards te zendeen, met Cobbij van de bewinding der pakkoen, die uijt de geopsende bedlickteijd en geexamineert zijn. gepassen de winstept vermoonte Ten aanzien van het neevens Voorsz: brief van 15. ' Augustus overgesondene Rendement of benin„ ding van de aldaar vermunte 80. staaven bhaar zilver met de sloop de Herstellaing derwaards ge„ sonden, gereflecteerd zijnde, dat de zelve bij ver„ muntaing 13 7/8. p=r C=to opf ƒ 2505. 8. 8. op het Geheel aan winst hebben afgeworpen: Is verstaan het zelve off nadere approbatie van Asuw Hoog Edelheeden te passeeren, en â uso bij de aftegaane adviseen te insereeren. verstrking op lirevandens hij Bij deese brief van den 15 ' Augustus noch worden„ de Verstoind eene of lememincie van Lijmaaten gehaame Ver/. 727. Den 29.:' 8ber: 1798. verstorckking, te weeten aan de Leverancienrs der ge„ Zaaijde goederen - - - - - _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ Rai: 284. –. –. En aan die der Witte Lijwaaten - - - - - - - - - - - - „2283. 19: ¾. pes Te Laamen - - - - - - - - - Pag:s 4562. 19. ¾. Onder ernstige recommandatie om die zoo spoedig doen„ lijk, in deugdesaame Lijwaaten weeder te verandwoor„ den, gelijk de bediendens betuijgen dat de leveranciens den verseekert hadden daar toe hun uijttenste de„ voir aan tewwindeen., zonder daar bij te voegen of aan„ te toonen hoe verre dat gevolg heeft genoomen, en of zij dus gehaellijk buijten verandwoording zijn vaor deese Verstrk hoong: zoo is verstaan hem dat voor, wat derwegen aanteschrijven te houden, met oiferte tot de remarques welke over de ter Vergoeding ofglegde agterstallen in het Generaal noch heeden gemaakt, en als de besorigne g'eyjndigt is, hen onder het oog zullen gebragt worden. —. Ter Den 29' 8ber: 1790 of beswaar der Coopl: voordank den stlsten van venten en belaange van den Vertoer, bij meermelde brief vaan 15. ' Augustus door de Gecommitteerdens vertoond wordende de onaangenaame verplichting waar„ onder zij waaren van deesen Raade ter kennisse te moeten brengen, dat er in de twee Iongst afgeloo„ Eene maanden geene handel waaren hoe genaamt vertchierde zijn; En, hoe zeer zij de kooplieden daar toe ook hadden getrachte overbehaalen, egter alle hunne aangeavende vogingen vrugtelooswaaren geweest; Voorreeden geevende, dat zij de Verliesen die ze op het kooper en de Nagulen lijden moesten, niet langer draagen konden, ten zij de zich zelfs en anderen moedwollig ruineeren, en tot den beedelstaf helpen wilden, het geen zij Egter vertrouwden dat van haar niet zoude werden gewengd, aangezien zij on alle Eerbiede sustineerden, dat zij als Vreije Hooflieden 6:

NL-HaNA_1.04.02_3878_0967 view scan ↗

English

729. The 29th October 1790 merchants had to be considered, and therefore their trade with the Honorable Company also had to be free and unconstrained; that there was not the least favorable prospect for them to sell anything of note of those articles for the upcoming season, unless the Honorable Company resolved upon such a price reduction as would subsequently be sufficient to preserve them from loss, or by an ample supply of nutmegs and mace, to make tolerable the disadvantages which they had to suffer on the copper and cloves; that the Danes had brought a considerable quantity of copper with the ship Discut and had sold it at Nellojillij and Nanamarca for 60 Madras pagodas per bahar of 480 lb, which amounted to about 70½ New Nagapatnam pagodas, and which copper continuation was used just as well for the minting of dabboes, as that metal is presently most used for here on the Coast, as ours which they had to take from the Honorable Company for 97½ of the same pagodas, which thus yielded a difference of 49 pagodas or 21 per cent on each bahar of copper, just as they further state that they also had to suffer a sensitive loss on the cloves, whereby their 120 lb was charged in account at Pagodas 136. 12. —, whereas they presently could sell the same for no higher than the same — 105. 18. —, and consequently had to lose thereon New Nagapatnam Pagodas 30. 18. —, or about 22½ per cent. That the said merchants had furthermore requested the commissioners The 29th October Anno 1790 731. The 29th October Anno 1790 can bring about. them to present their aforementioned well-founded grievances most respectfully to this Council, with the further addition that their statements should not be regarded as frivolous or unfounded, but that they subjected the same to the most exact examination that one would please to make in this regard, and that it would then appear whether the same was well-founded or false. That, however sensitive it might be for them, they could not refrain from declaring that if the Honorable Company were to take no other measures in these critical times and circumstances for the revival of sales and procurement, or if an unforeseen favorable turn of times, which was sooner to be wished for than with reason to be hoped, did not take place, they had to give their Honors in advance the unpleasant report that nothing good was to be expected either of sales or procurement for the coming year, unless they were placed in a position for the latter by an adequate supply of cash. The commissioners further representing that, since experience fully convinced them that the complaints of the merchants regarding the loss they suffer on the copper and the cloves were not unfounded; as well as what was further brought forward by them regarding the unfavorable prospect for an abundant sale and procurement, unless through an ample supply of mace, nutmegs, or cash, or a more favorable change of the times than the present, generally agrees so very much with the truth, they had therefore deemed it their inevitable duty to give this Council most respectful notice thereof, with the request to take into favorable consideration the so reasonable and well-founded grievances of the merchants, which they did not in the least hesitate to confirm hereby, 733. The 29th October 1790 to write and therein to make such correction or provision as one shall judge to be consistent with the real interests of the Honorable Company. Thus, upon the declaration of the Governor that it was his intention to propose to the Council shortly his view regarding a necessary reform in the sales, in order to submit it for consideration by circular to the officials of all the offices and to request their advice thereon, conformable to his Honor's further proposal, it was resolved to prepare the officials for this and to admonish them to take note that the Honorable High Government of the Indies is not satisfied with long-winded representations, but with convincing proofs, at least that the trial of the plan to be proposed to them seemed to be the only continuation means of all to convince the Gentlemen Directors and the said High Government of the Indies of the reality of the complaints of the merchants regarding their so broadly stated damage and losses, although the Honorable Company in itself has nothing to do with that, because they are free, or rather ought to be free, and they must not be forced or persuaded to accept goods and not be able to refuse them, because the difficulties projected so far ahead; namely that, in case the prices of the copper and the cloves remained on the old footing, it appeared that buying and selling would both soon have to come to a standstill, appear very displeasing, and are regarded by the said High Government of the Indies, to whom such was already represented in the past year, as a proof of little mercantile knowledge; not to say The 29th October Anno 1790. date.

Dutch transcription

729. Den 29:' 8ber: 1790 kooplieden moesten werden geconcidereerd, en dus hun handel met de E: maatshappij ook moest wee„ sen vrij en ongedwrongen; Dat er voor haar, haar het„ minste gunstige vooruijtsigt niet was, om voor het vorkoomende ieds van naam van die bij de ar„ ticuls te verdebiteeren, dan waare D' E: Comp=e tot zodanige prijs Vermindeering Resolveerde als vervolg Voldoende zoude zijn, om haar voor schaade te be„ hoeden, of door Eeenen ruijmen aanbreng van Nooten in Foelij, draagelijk te maaken de nadeelen die ze op het koopper en nagulen lijden moesten; Dat de deenen met het schop Discut eene aansienelijke quamntiheijte koopper aangebragt off Nellojillij en Na„ Namarca verkogt hadden voor 60. Madrasse Vagooden de Bhaar van 480. lb:, het geen omtoremd 70½. Nieuwe Nagasatnamse pagooden uijtmaakte, En welk Hoof den leven vervolg Eeven zoo goed gebruijkt wierd tot het slaan van dabboesen, daar dat metaal hier ter Ruste tans wel het meest: toe gebeeligt wiend als het onse dat zij voor gelijke pagoodan o79 /½. van D' E: Comp=e neemen moes„ ten, het welk dus op oder Bhaar kooper een Verschol uijtleeverde van 49. pagodew „ uijm 21. p:r Combo: satt, gelijk zij Corstleeden verder arrenceeren, off de Maguleer meede een gevoelig verlies moesten Ondergaan, War„ deende hun den 120. lb: in Velkensing gebragt— met. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Pag:s 136. 12. –. Daar zij deselve thans noet hoogier Ver„ koopper Ronden voor gelijke - - - - - - - - - - - - „ 15. 18. —. En dienvolgens daar op Verliesen moesten Nieuwe nagossertnamde - - - - - - - - - - Pag: 30. 18. —. of omtrend 22½. p:r Consto. —. zal zij hooflieden voorts de Ggecommitteerdense versogt had Den 29:' 8ber: A:o 1790. den 731. Den 29.' 8ber: A:o 1798. Indaan te weeg brengen kan. den om haare voorsz: Gegronde beswaarnissen deesen Raade Eerbiedigst voorbedraagen, onder verdere addetie dat hun voor„ geeven noet moeste worden aangemeekt als prisfol of onge„ grond maar dat zij het zelve onderwierspen aan het Exacts„ te ondersoek, dat men believen zoude ten dien bolange te doren, en dat dan blijken woest of het zelve gefondeert of Valsch ware.—. Dat zij hoe sensibel voor haar ook zig moet onthouden kon, En wat inker reders in verien en den te declareeren, dat wanneer D' E: Comsagnie Geene an„ dere maatregunlen ia deese Criticque tijdesomstaendig heeden ter weederopluijkoing van verthier en Insaam kwam te neemen, of eene niet te voorziene favorabele verande„ ning van tijden die leerder te wenschen daan met gerwonde te hoopen was, stlund groef, zij haar Edele voor afs het onaange„ naam rasfort moesten deren, dat er zoo wel van den Verthier als Insaam voor het mansthroomende Jaar wiets goede te. H Den 29:' 8ber: A:o 1798. vervolg te verwagten was, ten waare zij door henen voldoenenden aanbreng van Contanten tot het laaste in staat gesteld wrieerde. Vertoonende zij gecommitteerde alverder, dat, daar de onderwinding haar ten Vollen overtuijgde daat de klagten der kooplieden noopens het Verlies dat ze op het koo„ per en de nagulen lijden, niet ongegoond was; zoo meede het verder door haar bij gebragte aangaande het onvoordeelig voor„ uijtligt of eenen opcullenten verthoer en Insaam, ten zij door eenen ruijmen aanbreng van Foelij, Nooten, of Contanten offte gunstagers verandering des teyds danr de teegenwoordige, in het algemeen zoo zeer met de waarheijd overeenstemd zij het derhalven haaren onvermijdelijke plicht hadden geacht deesen Raade daar van op het „ Eerbiedig st: kenmosse te geeven, met versoek de zoo billijke en gegronde be„ swaarmissen der kooplieden die zij in het minst niet heetsiteerden bij deesen te bevestigen, ingunstige overwee„ godga: 733. Den 29:' 8ber: 1790. te schrijven ging te neemen, een daarinne zodanige verbelfing of voorzoening te doren, als men oordeelen zal, met de Reele belangens der E: maatschaffij over een komstig te zijn. —. Zoo is off Verklaaring van den Heer Gesaghebber dat van wat de gecommitt:s daar op aan„ intentie waare desselfs gevoelen aangaande Eene nood„ saakelijke reformatie in den verhoofs ten naastem aan Raade voortestellen, om Circulaair de Bediendens van alle de Ramntooren in Consideratie geven, en daar of kunne advisen gevraagt te worden, Conform zijn E: E: agtb: verdere propposotie, verstaan de bediendens hier toe te prepareeren en te vermaanen van in op„ merking te neemen, dat de Edele Hooge Indische Regeering niet gedoent os, met omslagtige Vertoonin„ gen, maar overtuijgende preuwes, althons dat de proef„ neeming van het hen voortestellene plan het Eenigste uijt ƒ vervolg uijtleden heene middele scheijnde te zijn, om de heeren ma so„ res en gemelde Hooge Indosche Regeering te Overtuijgen van de weesenlijkheijd der klagten van de kooplieden om„ trend hunne zoo breed Obgegeevene schaade en Verloesen, schoon de E. Cormpbagnie of zich zelve daarmeede niet te doen heeft, wijl het hen wij staat, ommens behoort vrij te staan, en zij noet gedwrongen of gepersuadeerd moeten wor„ den, om koopmanschappen aanteneemen en niet van de hand te kunnen wijsen, wijl de swaarigheeden zoo ver voor„ voor uijt gespert; namelijk dat, ingeval de prijsen van het koopper en de nagulen bleeven of den Ouden voet, het zich liet, aansien, dat in en verkoop beiden haast zullen moeten stil staan, zeer onbehaagelijk voorkoomen, en door Welmelde Hoo„ ge Regeering van Indie, aan wien zulx in Anno passato reeds is Vertoond, word aangemerkit als een blijft vaon weijnig mercantole kundigheijd; om noet te zeggen Den 29' 8ber: A:o 1798. dato./.

NL-HaNA_1.04.02_3878_0973 view scan ↗

English

735. The 29th of October, Year 1790. because of claims on land. Insertion Bimilipatnam, and that the rise or fall of the Company's trade here on the coast is of too great an importance to the general interest not to examine this weighty matter somewhat more closely and seriously, and without allowing oneself to be so immediately intimidated by native unrest and sentiments, to look for extraordinary means, if the ordinary ones are found to be so disadvantageous and turbulent. Besides the repeatedly mentioned letter of 15 August sent hither by the Commissioners, there being a Request from the burgher residing at Jagannathapuram, Johan Frederik Kooring, delivered to them, containing a request to cause him to obtain a sum of one hundred and eighty three-image pagodas, which the merchant Van Bijland owes him, as that petition itself shows. To The Honorable Gentlemen Philip Hendrik Hissink Junior Merchant and Resident of etc. The 29th of October, Year 1790. The undersigned hereby informs Your Honors that the Right Honorable Lord Count van Bijland owes him, on a voucher, eighty Madras three-image pagodas, and on a certain date one hundred Star pagodas. For both amounts the undersigned approached the Lord Count van Bijland for payment, but His Lordship, saying he could not pay such, while he had a claim against the Honorable Governor Tadama, as well as the Political Council, for a sum of five thousand pagodas, being for indemnification etc. etc., and His Lordship further adding that if he paid me, the Honorable Gentleman, as well as the Council, could say that under these circumstances he had managed his affairs, and for that reason could demand no compensation for damages; but the undersigned accepts this excuse not at all in lieu of payment, the more so because this debt was contracted by the said Lord Count long before he found himself in these circumstances. Therefore, the undersigned requests Your Honors to order the said Lord Count van Bijland to pay, or to take such measures that the undersigned's claim is satisfied. Jagannathapuram, the 3rd of August 1790. Signed: J. F. Kooring. to write back not to accept such requests any longer, and why: it is considered that the Company's affairs cannot or should not have the slightest connection or relation with claims of private individuals, since for the one Honorable Gentlemen Sebastiaan Matthias Schloephaaken Bookkeeper and Second of Palicol; Both on Commission here. as well as for the other, so. 737. The 29th of October, Year 1790. returned to ultimo February. the path of law is open, and the petitioner, believing he has a cause of action against the aforesaid Van Bijland, can also make use of it in case of hesitation or unwillingness, the Commissioners resolve this, and at the same time to instruct them that such requests must always be rejected and returned. The formal statement of accounts of the Company's affairs at Jagannathapuram as of the ultimo February of this year, transmitted with the letter of the 7th of September, consisting of the statement of the Great and Small Cash balances, accounts of the merchants' debts, all as of ultimo February to serve for the general transfer of the Government, on the day of its receipt, having been returned on the 28th of September as insufficient and others being demanded up to ultimo September; It is resolved to make a note of this, and regarding the lease conditions further communicated in the aforesaid letter, as: 1. Of 1 Item of Gollapalem to present to the Commissioners. 1. Of the import and export duties of the river etc. - - - Pagodas 293. 18. —. 1. Of the native spirits - - - - - - - - - - - - - 141. –. –. 1. Of the betel - - - - - - - - - - - - - 14. 15. —. 1. Of the tobacco - - - - - - - - - - - - - - - - 170. 9. —. 1. Of the murphaver - - - - - - - - - - - - - - 25. 22. –. Making together - - - - - - No. 1: Pagodas 645. 15. —. or 25 pagodas 15 fanams more than the previous year; item that the lease of Gollapalem has again been granted, upon approval, to the old farmer for 300 new Nagapattinam pagodas, or 50 pagodas more than the previous year; to present to the Commissioners regarding this last matter what appears to the contrary, and the complaints already sent to them on the 27th of this month, for which reason it was also approved to make a declaration thereon after their accounting, and whether the leases in general, regarding this, The 29th of October, Year 1790. declare 739. The 29th of October, Year 1790. to declare, as is evident from the complaint inserted in the Resolution of the 27th of this month, as well as handed over to them and to the Chief Administrator of Salt, stating the contrary of what is reported regarding the cession of the revenues of Gollapalem, since the complainant claims to have bid 500 pagodas for it with the offer of proper security, but had the misfortune of being excluded therefrom or from the lease, notwithstanding that it had been assigned to him since the times of his ancestors; the received Lease Conditions reading as follows: Insertion of the lease conditions Lease conditions of the import and export duties of the river, together with the salt pans of the Company's village Jagannathapuram, as they were publicly auctioned on this day's date for the period of one full year, that is from the first of September 1790 to ultimo August 1791, and knocked down to the highest bidder; bid for and accepted by the natives Medegollij Brumhagie and Dewe Raienne Passaija for a sum of two hundred and ninety-three new Nagapattinam

Dutch transcription

735. Den 29' 8ber: A:o: 1790: land weegens pretentie. Insertie Bimilipatnam, en dat het staan of vallen van 's Compsagnoes Peandel hier ter kus„ te van te groote belang is voor het algemeen om die gewigtige zaak noet wat naader en Ernsteger te besperinsen en zonder. zich zoo onmeddelijk, door Imlandsche Concesteer en Gevoelens te laaten afschrikken, na Extira Ordinaire „ nedien om te zien, indien de ordinaire zoo nadeelig en bruijteroerlijk wor„ den bevonden. Neerdens de meermelde brief van 15 Aaugustus door de Gecom Requst van koning tegen van Bij„ mitteerdens herwaards gezonden zijnde een Request van den te Laggermaijkpoeram remoreerende burger Iohan Frederik Kooring, aan ken gewigt, in houdende versoek om hem te doen erlangen een som van Een hondert toggentigh Drie beeldige pagooden, die de koopman van Bijlande hem schuldig is gelijk dat supplicq zelve aan„ toon8. —. Aan De WelEdele isseeren Phalop Hendrik Hseshusaus Onderkoopman en opperhoof van cte. Den 29'. 8ber: Ao. 1790. Den ondergeteekenden geeft bij desesen uwel Edelens te kennen, als dat den Hoog Welgebooren Heer Graef van Bijland hem schuldig is of een bewijs madras Driebeeldige vrgooden Taggen tag en op Een dato ster pagooden Eenhonderd, voor bijde bedraagen de ondergeteekende den Heer Graaf van Bijland ter betaaling aangesprooken, maar zijne Hoog Gebooren seggende sulx niet te kunnen betaalen, terwijl hij eene pretentie had op den agtb: Heer Gesaghebber Tada„ ma, beneevens den polaticquen Raad Eene somma van Vijff duijsend pagooden, zijnde voor„ schaadelootstelling &a &: a en zijne Hoog Gebooren, daar nog bijvoegende, zoo hij mijn betaalde den agtbaaren Heer, beneevens den Raad zouden kunnen zeggen, dat hij in deese omstan„ digheeden zijne affairis waargenoomen had, en om dien reeden geene schaade Vergoeding te kunnen Eijsschen, maar deese Excuus den ondergeteekende gantsch niet voorbetaaling van accepteeren te meer terwijl deese schulde lang door gemelde Heer Graaf gemaakt is, bevoor hij zog in deese omstandigheedens bevond, zoo versoekt den ondergeteekende uwel„ Edelens gemelde Heer Graaf van Bijland ter betaaling te doen ordonneeren, of sodanige me de„ delen in 't werk te stellen, dat den ondergeteekende aan zijne prietentie voldaan word. — Hagger maij Hboeram den 3:' aug:s 1790. /:was geteekend:/ I: F: Bomoing. —. aan te schrijven dirgelijk vertoeken zoo is aangezien 's Compagnies zaaken geen de minste niet meer te accepteeren en waar„ gemeenschap of Connexie konnen of behooren te hebben met pretentie van particulieren nadien voor den een Wel Edele Heeren Sebastiaan Matthias Schloephaaken Boekhouder en secunde van Palicol; Beijde in Commissie alhier zoo./. om. — 737. Den 29:' 8ber: A:o 1790. ult:o febr: terug ge zonden. — zoo wel als den ander den weg van Rechten oppenstaat, en de suppliant vermeenende actie te hebben op Voorsz: Van Bijland, zich bij ongeweegendheijd of onwolligheijd, Ook daar van kam bedienen, verstaan de Gecommistteer„ den dit, en teerens voortehouden dat zoortigelijke Requesten altoos afgeweesen en te rug moeten gegeeven worden. — De neevens missive van den 7. ' September overgesonden deontvangen general op nem tot formeelen staat Reekening van 's Compagnies affaires te Saggermaij k poeram onder ultomo februarij dees as sacams staatwree keenning van de Groote en kleene Cassa, Ree„ keningen der schulden van de kooplieden, alle onder ultamo februarij om te dienen tot het generaal Transfort van het Gouvernement, ten drage van dies Ontwangste, off te den 28. ' September als onvoldoende te rug gezonden en andere gevordert zijnde tot Ultormo Soptorm beer toe; Is verstaan dat aanteteekenen, en aangaande de bij verpagting der domeijnen daar Voorsz: missive verder Gecommuniceerde heeft Condi toien, als 1. Van 1 Item van Gollepalium mitt=s voor te houden. — 1. Van de in en uijtgaande Regten van de Bevier &.=a - - - Pag: 293. 18. —. 1. Van de Inlandsche Dransten_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ 141. –. –. 1. Van de Beetel - - - - - - _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ 14. 15. —. 1. Van de mrphaver _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ 25. 22. –. Maakende Tekaamen. - - - - - - N:o 1: p a/o 675. 15. —: offte pagooden 25. 15. –. meer dan 's Jaars te vooren, ittem dat de pagt van Gollepalem op approbatie weeder aan e den Ouden pagter is afgestaan voor 300. Nieuwe Na„ gaappatnamse pagooden, ofte 50: pagooden meer dan omtrend de laaste wat de gecom„ s Jaars bevoorens, den Gecommitteerden voortehou„ den, de weegens dit laaste ter Contrarie voorkoomen de, en aan hen den 27. ' deeser reeds gesondene klack„ ten, om welke reeden dan teevens is goedgevonden om na hunne Veraanderoording daar op, en of de ver„ pachtingen in het Generaal, zich denweegen te ver„ 1. Van de Tabak _ - _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - - „ 170. 9. —. Den 29e' 8ber A:o: 1790 klaaren 739. Den 29 ' 8ber: A:o 1790. klaaren, als consteerende bij het ter Resolutie van den 27. ' deeser g'insereerde, mitsgaders aan hun en den Hoofd-administrateur van salm ter hand gestelde klagtschroft het teegendeel van het geen noopens den afstand dat oan komsteen van Golla paloum word opgegeeven, als beweerende de klaager daar voor met of„ fente van behoorlijke zeekerheijt 500. pagooden gebooden, doch het ongeluck te hebben van daar van ofte de Ver„ fachtong gesecludeerde te zijn, onaangezien die van de tijden zijner voorouders af, hem was toegeweesen, zuij„ Insertie van de pacht Conditien deende de Ootrangene Pacht Condotien; aldus Pachs Condities van de in en uijtgjaande Rechten van de Berrier, mo: tsg:s de zoutsamnen van 's Comp:s Dorp Sagger naijst Joesaan zodanig als die onder heedigen datum voor de tijd van een rond Iaar, dat is van prmimo Sestember 1790: tot ultimo Augustus 1791. Publicq ofgeveijlt, en aan de weest biedende uijtgeloofd wee„ sende; gemeijnd en aangenoomen zijn bij de Inlanders Mede„ Gollij Brumhagie, en Dewe Raienne Passaija voor Een som„ ma van Tweehondert Drie en Negentigh nieuere naga patnamse

NL-HaNA_1.04.02_3878_0978 view scan ↗

English

The 29th of October 1790. ...patnam pagodas and eighteen fanums, and this by the junior merchant and Bimlipatnam chief Philip Hendrik Heshusius, and the bookkeeper and Palicol second Sebastiaan Matthias Schliephaaken, both commissioned by the Illustrious Coromandel Government to investigate the affairs of this office, and that under the highly favorable approval of the Honorable Nicolaas Sadama, senior merchant and governor of this Coromandel Government, with its dependencies, together with the Honorable Council at Paliacatta; namely: First Toll must be collected on goods brought in by sea at 5 percent, and on whatever is exported 3 percent; however, all linens sent from here to Batavia, whether by the Company's ships or private vessels, are toll-free and not subject to any lease. Secondly On all private linens brought in and imported into the village to be sold here, 2 percent shall be paid. Thirdly The lease payment by foreign Europeans for the import and export in the river will always be left to the discretion of the chiefs. Fourthly Freedom will be granted annually to make as much salt as there is opportunity to produce within the Company's boundaries. Fifthly The farmer shall be obliged to pay every three months a quarter or fourth part of the lease money to the second as cashier, amounting to pagodas 73. 10. 1/2. Sixthly The farmer shall be obliged to provide two guarantors to the satisfaction of the chiefs. Jaggernaikpoeram, the last of August Anno 1790. Was signed: P. Hendrik Heshusius and S. M. Schliephaaken. In the middle was written: as farmers, signed in Malabar characters by the aforementioned farmers. Lower: as guarantors, signed also in Malabar characters. In the margin: in our presence as commissioners, signed: A. F. van Solt and M. M. Da Silva. Lease conditions of the indigenous liquors which are brought into and consumed in the Company's village of Jaggernaikpoeram, as they, under today's date, for the term of one full year, that is from the first of September 1790 until the last of August 1791, being publicly auctioned and knocked down to the highest bidder, were leased and accepted by the natives Boeroe Sjomena, Ramadoe, and Cesadaerse, for a sum of one hundred and forty-one New Nagapatnam pagodas, and this by the junior merchant and Bimlipatnam chief Philip Hendrik Heshusius, and the bookkeeper and Palicol second Sebastiaan Matthias Schliephaaken; both commissioned by the Illustrious Coromandel Government to investigate the affairs of this office, and that under the highly favorable approval of the Honorable Nicolaas Sadama, chief and governor of this Coromandel Government with its dependencies, together with the Honorable Council at Paliacatta. The 29th of October Anno 1790. 1st To him alone, to the exclusion of all others, is granted the right to sell all kinds of indigenous drinks, whether under the name of suri or arrack. 2nd The farmer shall not be obliged, as previously, to pay to the toll collector 8 1/2 dabboes for every pagoda's value of the above-mentioned drinks. 3rd He shall be granted all protection against those who might hinder or disadvantage him in his trade, and upon conviction, they shall be punished according to the circumstances of the case. 4th He shall be obliged to pay the promised lease money in four installments; namely: after the expiration of every three months, a fourth part, being pagodas 35 1/4, and to provide sufficient guarantors for this purpose. Jaggernaikpoeram, the last of August 1790. Was signed: P. H. Heshusius and S. M. Schliephaaken. In the middle was written: as farmers, signed in Malabar characters by the aforementioned farmers. Lower: as guarantors, signed also in Malabar characters. In the margin: in our presence as commissioners, signed: A. F. van Solt and M. M. Da Silva. Lease conditions of tobacco brought into and consumed in the Company's village of Jaggernaikpoeram, as they, under today's date, for the term of one full year, that is from the first of September 1790 until the last of August 1791, being publicly auctioned and knocked down to the highest bidder, were leased and accepted by the native Attegaria Patteina for a sum of one hundred and seventy New Paliacatta pagodas; namely: The 29th of October 1790.

Dutch transcription

Den 29.' 8ber: 1790. patnam se pagooden en agthien fanumo, en de zulx door den onderkoopman en Bimolapatnaams opperhoofd Philip Hendrik Heshudius, en Den Boekhouder en Palicols secunde Sebastraam matthias shlaephaaken, Bijde gecommitteerd door de Illustre Cormandelse Regeering, ter Onder„ soek van zaakken deeses Comptoires, en dat op hoog gundtige approbatie van den Wel Edele agtb: Heer Nicolaas Iudama opperkoopman en Gedaghebber deeses Cormandes Gouvernements, met does onderhoo„ righeeden; neevens den E: E: agtbaaren Raad te pa„ liacatta; namentlijk: Voor Eerst zal moeten werden Jagt genoomen van 't aangebragte ter zee 5. p:r C=to, en van het geen wond uijtgeroerd 3. p:r Cento; dog alle lijwaaten, die van hier na batavia werden versonden, 't zij met Comp:s scheepen of particuliere vaartuijgen zijn thoe wij, en geen pargt subject Ten Tweeden van alle aangebragte en in 't dorf ingevoert werdende particuliere lijwaaten om alhier te verdebiteeren zal betaald werden 2. percento Ten Derden De pagt betaalinge door Vreemde Europeesen, voor den in en uijtroer in de Revier zal telkent staan ter de Aositie van de opperhoofden Ten Vierde zal de Vrijheijd gegeeven worden Iaarlijks om zoo veel zout te maaken, als daar toe ov sCamn:s Limoten geleegentheijd zal te vinden zijn —. Ten 741. zal der peragters gehouden weesen alle drie maanden een quart of vierde van de pagtpennin„ aan den secunde als Cassier te voldoen met pag. 73. 10. ½. Ten Sesder zal de agtens gehouden zijn twee borgen te sellen tot genoegen den opperhoofden Jaggernaijst pocram Den Laasten augustus A:o 1790. /:was geteekend:/ C: Henderik Hes„ halius, en S: M: Schloephaaken /: In 't midden stond :/ als prgters /:geteekend:/ In malla„ baarse Cnneracteers de pagters voormeld. /: Laager:/ als borgern /:geteekend:/ meede in malla„ baarse Capracters /:in margine:/ ons present als gecommitteerdens /:geteekend:/ A. f: van Holt, en M: M: Da Silra. — Jagt Condoties van de Inlandse seaanrhem, dewelke in 's Comp„s Dorp Iaggernaijkpoeram aangebragt en verbruijkt werden, zoda„ nig als die onderheedigen datum voor de tijd van een Rondjaar, dat is van primo 7ber: 1790. tot ult:o aug:s 1791. Publicq overgereijlde em aan de meest biedende uijtgeloofde weesende, gemeijnde en aan„ genoomen is bij de inlanders Boeroe Sjomena Ramadoe en Cesadaerse, voor een soumma van Eeenhonderd Een en Veertogt Nieuwe nagaspaknam se pagooden, ende zulx door deen Onder„ Coopeman en Bimalipatnamse opperhoofd Philip Hendrik Heshusius, en Den boekhouder en Palicolse secunde Se„ bastiaan matthoas schliephaaken; Beijde Gecommitteerd door de Illustre Cormandels Regeering, ter ondersoek van zaaken deeses Comptoir, en dat of hoeg gunstige approbatie van den WelEdele Agtbaaren Heer Nicolaas Iadama opper Hoofman en gesaghebber deeses Cormandels Goeuverenement met dies onderhoorigheeden, neevens den E: E: agtbaaren Raad te Ten Vijfden Den 29. ' 8ber: A:o 1790. Palliacatta werd aan hem alleen met uijtsluijting van alle andere vergund het regt van verhoof van alleerleij Inlandse Dranken, zoo onder den naam van Lurij als fattij. — 2:de zal hij fagter niet verplogt weesen Gelijk benoorens aan den Tholbeffeer te voldoen 8/½. dabboes voor oder per goodes waarder van boovengemelde brankeior zal hem alle protectie vergund werden teegens de zulke die hem in zijn neering mogte hin„ derlijk of nadeelig vallen, zullende deselve bij overtuijging na bewinding van zaal heen weerd gestraeft zal hij verpligt weesen de beloofde paglspemningen te voldoen in Vierkeeren; teweeten: na verloop van drije maanden, zen voerde gedeelte, zijnde pegooden 35 ¼. en tot dies wathoorig stellen sufficante borgen Iaggernaijkpoeram Den laasten Augustus 1790. /:was geteekend:/ P: H: Stoskusus, en D: M: Schlephaa„ breen /: In 't melden stond:/als Jagten /: geteekend:/ In 't mallabaarse Canactens de Pagtirs Voorengemeld Laager als borgen /:geteekend:/ meede in mallabaarse Caracten s /:In margine:/ m ppresent / als Gecom„ mitteerdens. /:Geteekend:/ A: f: van Solt, en A: M: Dasilva. —. Pagt Conditie van Tabak die in 's Comp:s doo Pagger naijsh„ poeraam aan gebragt en verbruijkt werd, als die zodanig onder heedigen datum voor de teijd van Een Rondjaar, dat is van praimo 7ber: 1790. tot ubtimo Augustus 1791. publicq opgereijld en aan de meest biedende uijtgeloofd woesende, geaneijnde en aangenoomen is bij den Inlander Atfegaria Patteina voor Een somma van Eenhondert en seeventig Palliacatta; namentlijk Den 29.' 8ber: 1790. nieuwe 3. 4 4

NL-HaNA_1.04.02_3878_0981 view scan ↗

English

743. The 29th October Anno 1790. new Nagapatnam pagodas, and twenty fanams, and this through the Junior Merchant and Bimilipatnam Resident Philip Hendrik Heskusius, and the Bookkeeper and Palicol Second Sebastiaan Matthias Schliephaaken; both commissioned by the Illustrious Coromandel Government for the investigation of the affairs of this Office; and that subject to the highly favorable approbation of the Honorable Worshipful Mr. Nicolaas Padma, Senior Merchant and Governor of this Coromandel Government with its dependencies, together with the Honorable Worshipful Council at Paliacatta, to wit: First, it shall only be permitted to the farmer to import from outside and sell tobacco; those who might hinder or harm him in his trade by importing and selling tobacco in a clandestine manner shall be punished according to the findings of the case. Second, he, the farmer, shall be obliged to ensure that he always has a sufficient quantity of good tobacco in stock, selling the same no higher than for such a price as shall be prescribed to him monthly, and which must be adjusted according to the outside prices, with such a markup that the farmer comes to suffer no loss. Third, the tobacco brought in by him shall be toll-free, and the farmer shall be bound to pay the farm duties promised by him in four installments, according to previous custom, and this at pagodas 12. 14¼ each quarter, for the fulfillment of which he shall have to provide acceptable sureties. Jagannathapuram, the last day of August 1790. Was signed: P. H. Heskusius and S. M. Schliephaaken. In the middle stood, as farmer, signed in Malabar characters, the aforementioned farmer; lower down, as sureties, signed also in Malabar characters; in the margin, present before us as commissioners, signed: A. J. van Holt and A. M. da Silva. The 29th October Anno 1790. Farm of betel which is imported and consumed in the Company's village Jagannathapuram; and which as under today's date for the period of one full year, that is from the first of September 1790 until the last of August 1791, having been publicly auctioned and knocked down to the highest bidder, was bid for and accepted by the native Annala Hostnama for a sum of forty-four new Nagapatnam pagodas and fifteen fanams, and this through the Junior Merchant and Bimilipatnam Resident Philip Hendrik Heskusius, and the Bookkeeper and Palicol Second Sebastiaan Matthias Schliephaaken, both commissioned by the Illustrious Coromandel Government for the investigation of the affairs of this Office, and that subject to the favorable approbation of the Honorable Worshipful Mr. Nicolaas Padma, Senior Merchant and Governor of this Coromandel Government with its dependencies, together with the Honorable Worshipful Council at Paliacatta, to wit: First, it shall only be permitted to the farmer to import from outside and sell betel; those who might hinder or harm him in his trade by importing and selling betel in a clandestine manner shall be punished according to the findings of the case. Second, he, the farmer, shall be obliged to ensure that he always has a sufficient quantity of good betel in stock, 745. The 29th October Anno 1790. selling the same no higher than for such a price as shall be prescribed to him monthly, and which must be adjusted according to the outside prices, with such a markup that the farmer comes to suffer no loss. Third, the betel brought in by him shall be toll-free, and the farmer shall be bound to pay the farm duties promised by him in four installments, according to previous customs, and this at pagodas 11. 3. ¾ each quarter, for the fulfillment of which he shall have to provide acceptable sureties. Jagannathapuram, the last day of August Anno 1790. Was signed: P. H. Heskusius and S. M. Schliephaaken. In the middle stood, as farmer, signed in Malabar characters, the aforementioned farmer; lower down, as sureties, signed also in Malabar characters; in the margin, present before us as commissioners, was signed: A. J. van Holt and A. M. da Silva. Farm of opium which is imported and consumed in the Company's village Jagannathapuram, as under today's date for the period of one full year, that is from the first of September 1790 until the last of August 1791, having been publicly auctioned and knocked down to the highest bidder, was bid for and accepted by the native Maijgarpoele Pevaron for a sum of twenty-five new Nagapatnam pagodas and twenty-one fanams, and this through the Junior Merchant and Bimilipatnam Resident Philip Hendrik Heskusius, and the Bookkeeper and Palicol Second Sebastiaan Matthias Schliephaaken, both commissioned by the Illustrious Coromandel Government for the investigation of the affairs of this Office, and that subject to the highly favorable approbation.

Dutch transcription

743. Den 29:' 8ber: A:o 1790. nieuwe nagapatnamse pagooden, en weegen fanums, Ende zulx door den onderhoofman en Biamslapattnams opperhoofd Philop Hen„ dribo Heskusius, en den Boekhouder en Palicols secunde Sebastraan Mallhoes Schliephaaken; Beijde Gecammotteerd door de Solustre Cormandels Regeering ter onderzoek van zaaken deeses Comptoirs En dat ope hoog Gunstige approbatie van den WelEdele Agtb: Heer Nicolaas Padama opperkooppman en Gezaghebber deeses Corman„ dels gouvernements met dies onderhoorigheeden; Neevens den E. E: agtbaare Raad tot Palliacatta; Teweeten: Stemwvagter zal alleen vrij staan het van buijten binnen brengen en verkoopen van Tabak; zullende de zulke, die hem in zijne neering honderlijk of nadeelig weesen mogten, door of eene Clandestine wijse tabak interoeren en te verhoopen, na bevinding van zaaken weerden gestraeft zal hij pagten verpligt weesen te zorgen, dat alloos eene toereijkende quantiteyjte gorde tabok in Voorraad heeft deselve net hooger verhoopende dan voor zdanigen prijs, als hem maande„ geschikt lijks zal werden voorgeschreeven, en die geschrift moet zijn na de prijsen van buijten, met zodanige verhooging dat den pagter geen nudeel koome te lijden zal de door hem aangebragt werdende salack toe vrij zijn en wij Jagter gehouden weesende door hem beloofde pagtpenningen in Vierheeden te voldoen, volgens voorgige gewoonte, en zulx met p ro/o 12. 14¼. llk quartaal, zullende hij tot nakooming van dien, hebben te stellen aan„ neemelijke borgen. — Saggeraaijk poeram Den Laasten Augustus 1790. /: was geteekend:/ P: H: Jseshusius en S: A: Schilie phaakten /: In 't midden stonden/ als pagtenr /: geteekend:/ In mallabaarse Canractens, 2. a de 45 3:e Den 29.' 8ber: A:o 1790 de pagter Voormelde /: Luager:/ als borgen /: geteekend:/ meede in mallabaarse Caracteurs /. Inman„ gine :/ oms present als gecommitteerdens /:geteekend:/ A: f: Van Holt, en A: M: Da Solva Pagt van Beetel dewelk in s Coms Dorp Iaggermaij 1 poe„ raem aangebragt en verbruijkt t' werd; en die zodanigon„ der heedigen satuw voor de tijd van Een ronde Jaar, dat is Van Ommo 7ber: 1790. ot ultormo Aug=s 1791. publicq over„ geweijlde, en aan de weestbiedende uijtgeloofde weesende, gemeijnde en aangenoomen of bij den Inlander Annaale Hostnama Voor Een somma van Vier en Veertigh Nieuwe nagapatnam se pagooden, en Vijfthien Saarums, ende zulx door den on„ der Kooppman en Biawile fataramse opperhroofde Pholoff Men„ drik Heskusius, en den Boekhouder en Palicols secunde Sebarttoaan malthras Schluefhaaken Beijde Gecommot„ teerdens door de IlEustre Cormandelse Rogeering ter On„ versoek van Deusken deeses Comptoirn, en dat of fe Temstige approbatie van den welEdelen agtbaaren Heer Nicolaas Ta paoma, opper houffman en gesaghebber deeses Cormandels Gou„ verneoorents, met does onderhoorigheeden, neevens den E: E: agtbaaren Raad te Palloacatta; Teweeten: aften pagter zal alleen vrijstaan het van buijten binnen brengen en Verkoopen van Beetel, zullende de zulke die hem in zijne neering handerlijk of nadeelig weesen mogten, door of eene Clundestimes wy se beedel in veroeren en te verkoopen, mag bewinding van zaakten worden gestrafft. zal hij pagter ver pligt weesen te zorgen; dat alhoos Eeme voerijsktende quarn toteyt goede beetel 18 1o 745. Den 29 ' 8ber: A:o 1790. van Voorwaad heeft, deselve niet hooger verhoopende dan voor zodanigeen prijs als haan maandelijks zal worden voorgeschreeven, en die geschikt moet zijn na de prijsen van buijten, met zoba„ nige verhooging dat den pagter geen nadeel koome te lijden. —. zal de door hem aangebragte werdende Beebel tol vrij zijn en bij fagter gehouden weesen de door hem be„ loofde vagtfenningen in vierkeeren te voldoen, volgens voorige gewoontens, en zulx met Pagooden 11. 3. /¾, Elk quaartaal, zullende hij tot nakroomiang van dien, hebben te stellen aanneemwelijk bor„ gem. —. Iagger maij Apoeram den Laasteen Augustus A:o 1790. /: was geteekend:/ P: H: Hteskrusius en en a: M: Schlefphaaken /: In 't modden stond:/ als pagter /: geteekend:/ In mallabaarse Coo„ racters, den pagter Voormeld, /:Laager:/ als borgeen /:geteekend:/ meede in mallabaarse Carvacters /:Ien margine :/ omspreseent als Gecommotteerde ns /: wasonderteekend:/ A: J:s Van Stolt en A: M: Da Solra. —. Pagt van Amphooen dewelk in s Comp=s borp Saggernaijk poenam aange„ bragt en Verbruijte overdi, zodang als die onder heedigen datum voor de teijde van een Randjaar, dat is van primo 7ber: 1790. tot ultimo augustus 1790. sublocq ofgeveijld, en aan de meestbiedende uijtgeloofd weesende, gemeijnd en aangenoomen is bij den Inlander maijgarpoele Pevaron, voor Een Com„ ma van vijf en Twintigh nieuwe nagappatnaamse fagooden, En Een en Twintigh Carums, ende zulx door den Onderkoopman en Bimalasattnaamse opperhoofde Philops Hendrik Ssteshustus, en den boek„ houder en Palicolse secuande Sebastiaan malthias Schliefhaaken, Bij de gecmmitteerde door de Selustene Cormandelse Regeering, ter Ondero fork van zaaken deeses Complours, en dat of hoog Gunstage afpro„ batie. 3:e

NL-HaNA_1.04.02_3878_0984 view scan ↗

English

The 29th of October 1790. The farmer alone shall be permitted to import from outside and sell opium; and those who might hinder or harm him in his trade by importing and selling opium in a clandestine manner shall be punished according to the findings of the case. The farmer shall be obliged to ensure that he always has a sufficient quantity of good opium in stock, not selling it at a higher price than what shall be prescribed to him monthly, which must be adjusted according to the prices from outside, with such an increase that the farmer shall suffer no loss. The opium imported by him shall be duty-free, and the farmer shall be bound to pay the lease money promised by him in four installments, according to previous custom, namely at pag: 6. 11 ¼ each quarter, for the fulfillment of which he shall have to provide acceptable guarantors. Jaggernaikpoeram the last day of August Anno 1790. /:was signed:/ P: H: Boshusius and S: M: Schliefhaaken /:In the middle stood:/ as Farmer /:signed:/ In Malabar characters, the aforementioned farmer /:Below:/ as Guarantors, /:signed:/ also in Malabar characters /:In the margin:/ In our presence as Commissioners /:was signed:/ A: F: van Holt, and A: M: Da Silva. approbation of the Honorable Nicolaas Tadama, Senior Merchant and Commander of this Coromandel Government with its dependencies, alongside the Honorable Council at Palliacatta; namely: Lease: 1st 2nd 17 47. The 29th of October Anno 1790. Lease Conditions according to which the native Pontaproole Wenket Ramaij, as farmer of the Company's village Gollepaloum, which has been ceded to him for the sum of three hundred new Negapatnam Pagodas per year, and for the term of five years, beginning with the first of September 1790 until the last day of August 1795, by the Junior Merchant and Head of Bimelipatnam, Philip Hendrik Boshusius, and the Bookkeeper and Second of Palicol, Sebastiaan Mattheus Schliefhaaken, both commissioned by the Illustrious Coromandel Government for the investigation of the affairs of this Office, and that subject to the highly favorable approbation of the Honorable Nicolaas Tadama, Senior Merchant and Commander of this Coromandel Government with its dependencies, alongside the Honorable Council at Palliacatta, shall have to conduct himself; in the manner as follows: Firstly, he shall faithfully guard the Company's boundaries; and not allow anyone, whoever it may be, to make any encroachment upon them, the most suitable means to prevent which is to provide the borders with the necessary markers. Secondly, he shall govern the inhabitants under the higher supervision of the Chiefs of Jaggernaikpoeram, preserving them in their former customs and usages insofar as no change has been made therein, and thus levy no higher taxes than has been customary of old; nor introduce new ones, under whatever name, being in the contrary case answerable for this, and punishable according to the findings of the case. Thirdly, he the farmer shall not be permitted to pass judgment on any dispute among the inhabitants in cases of accounts or inheritances exceeding the value of 50 Rupees, but shall be bound to give notice thereof to the Chiefs, while at the same The 29th of October Anno 1790. time he shall be bound to faithfully decide all other disputes arising among the natives, and not allow the lesser to be in the least oppressed or wronged by the greater; just as he shall also: Fourthly: not be permitted to sell any house or cottage for debt, of whatever nature it may be, without having obtained express permission thereto from the rulers of Jaggernaikpoeram. Fifthly: the farmer shall not tolerate that any inhabitants, whoever they may be, are molested by foreign violence, whether for debt or for whatever reason, nor allow the peons of the Regents residing thereabouts, or others, to carry them off to foreign places, to the noticeable diminishing of the Company's respect; but shall inform such dispatched peons that they must address themselves to him for obtaining justice, which he must expedite for them as much as possible. Sixthly: the farmer shall be obliged to take care that as many palmyra and other fruit-bearing trees are planted as is at all feasible, likewise watching that, barring utmost necessity, none of these trees are chopped down or otherwise destroyed. Seventhly: he shall be bound to pay the agreed lease money, being as aforementioned 300 Pagodas each year, on the last day of August of each year. Eighthly: for the fulfillment of all the aforesaid he shall have to provide sufficient security or guarantors. Jaggernaikpoeram the last day of August Anno 1790. /:was signed:/ P: H: Boshusius, and S: M: Schliefhaaken /:in the middle stood:/ as farmer /:Signed:/ the aforementioned farmer /:Below:/ as guarantors /:Signed:/ also in Malabar characters /:In the margin:/ In our presence as Commissioners /:was signed:/ A: C: van Stolk, and A: M: Da Silva. By

Dutch transcription

Den 29 ' 8ber 1790. osem pagter zal alleen vrij staan het van buijten binnen brengen en verkoopen van Am„ perhooen; zullende de zulke die hem in zijne nering handerlijk of nadeelig weesen mogte door of eene Clandestone wijse Amphooen interoeren en te verkooppen, na bevindig van Laa„ heen werden gestreeft. — zal bij bagter verpligt weesen te zorgen, dat altoos eene orijkende quambe teijt goede aorscho„ gen in voorraad heeft, deselve niet hooger verhoopende dan voorzodanigen prijs als hem maandelijks zal worden voorgeschreeven, en die geschikt moet zijn na de prijsen van luijten, met zodanige verhooging dat, dan pagter geen nadeel Roume te lijden zul de door hem aangebragt werdende ampchooen toe vrij zijn, en bij Jagter gehouden wees„ de door hem beloofde Pagt penningen in Vierkeeren te voldoen, volgens Voorige Gewoon„ tins, en zulx met pag: 6. 11 ¼, Elk guartaal, zullende hij tot naarkooming van dien, hebben te stellen, aanneemelijke borgen. — Aaggernaijkspoeram den Laasten augustus a:o 1790 /:was geteekend:/ P: A: Htel her„ sius en S: m: Schliefhaaken /: In 't modden stond:/ als Pagter /:geteekend:/ In malla „. baarse Carracters, de pagter voormeld /:Langer:/ als Borgen, /:geteekend:/ meede on mallabaarse Caracters /:In margine:/ ons present als gecommitteerdens /: was ge„ teekend:/ A: f: van Holt, en A: m: Da Silora batie van den Wel Edelen agtbaar Heer Nicolaas Taba„ ma opperhoopman en gesaghebber deeses Cormandels Gouvernements met dies onderhoorigheeden, nee„ vens den E: E: agtbaaren Raad te Palliacatta; te„ weeten Pagt: 1:e 2 de 17 47. Den 29:' 8ber: A:o 1790. Pagt Condities waar na den Inlander Pontaproole Wenket Ramaij als bagter van sComp. s dorp Gollepaloum, dat aan hem Voor de somma van Driehonderd nieuwe nagaspatnamsche Pagooden des Jaars, en de tijd van vijf Jaaren, of beginnende met primo 7ber 1790. tot ulto:mo Aug:s 1795. afgestaan is ge„ worden door den Onder koopman en Bimelipatnams opperhoofd Pholop Hendrik Beshusius, en den boekhouder en palicols se„ cunde sebasliaan matthaad schloefphaaken Beijde Gecom„ mitteerd door de Illustre Cormandels Regeering ter Onder„ sook van zaaken deeses Comptaars, en dat of hoog gunstage af„ probatie van den WelEdele agtb: Heer Nicolaas Tadama opper„ koopman en gezaghebber deeses Cormandels gouvernement met dies onderhoorigheeden, neevens den E: E: agtbaaren Raad te Palloacatta dig zal hebben te reguleeren; in maniere als volgd. — Voor Eerst, zal hij 's Comp:s limoten getrouwelijk moeten bewaaren; en niet toelaaten dat door iemand wie het ook zij eenigen inbreuk in deselve geschiede 't welk te verhoeden het geschik„ ste middel is, de grensscheijdingen met de noodige teekens te voordien Ten Tweeden: zal hij de ingeteekenen onder het hooger opsigt der opperhoofden van Paggernaijk poeram regeeren, deselve Conserveerende bij haare voorige gewoontens en Costume voor zoo verre er geene Verandering in gemaakte is, En dus geen hoogere schattingen meer heffen, als van Ouds de Ge„ woonte os geweest; ook geene nieuwe intevoeren, onder wat naam ook, zullende in das Con„ tracie, daar voor weesen aanspreekelijk, en strafbaar na bevinding van zaaken Ten Derden: zal hij pagter niet vermoogen, uijtspraak te doen over eenig geschil, onder de in„ geseetenen in kas van Reekening of Erfdeelingen, de waarde van 50. Ropsijen surparsseerende maar zal gehouden zijn kennisse daar van aan de opperhoofden tegeeren, Terwijl bij tef fems. Den 29. ' 8ber: A:o. 1790 fems gehouden dale zijn, alle andere dafferenten ordern den Inlander onslaande, getarouwlijk te beslissen, en niet toelaaten, dat de mindere, door den meerdere in het minst verdrukt of Veron; gelijkt worden.; zoo als hem ook: Vierdens: niet vrij zode staan om Eenig huijsje of huijs om schuld, wat naam die ook zoude moogen hebben te verkooppen, zonder daar toe Expres verlof van de Iaggernaij Apoeramse be„ stierders verkreegen te hebben. Vijfdens: zal hij dagter niet gedoogen dat Eenige Ingeseetenen wie de ook zijn moogen door „nog ook buijtenlands geweld, gemolesteerd werden, het zij om schuld, of om wat reeden ook„ toe„ staan, dat de pions der daar omstreeks woonende Regenten, of andere, deselve na Vreemde plaatsen verroeren, tot merkelijke verkleijning van sComp:s verfect; maar zal zodaanige gisonde„ ne proms laaten aansondigien / dat ze zig bij hem toer verstrijging van Regte, zullen hebben te addresseeren, het geen hij haar te bevorgen zoo veel moogelijk bespoedigen moet. — Sesdens: zal hij sagter verplagt zijn zorg te draagen, dat zoo veel Relmeeren en andere vrugt draagende boomen aangeplante worden, als maar immers doenlijk is, teffens waakkende dat buijten hooge noodsaakelijkheijd, geeene dierboomen, omvergekapt of anders Ver„ nield worden Leevendens: zal hij gehouden zijn, de bedongene vrgtpenningen, zijnde zoo als hier voorengemeld is 300: pegooden ieder paer moeten afleggen met ultimo augusteerd van Eek Jaar. —. Ten agtsten: zal hij bot na roormaing van alle hel voorsz: hebben te stellen sufficante Caurtua of borgen. Daggernakfoeram den laasten augustuus Anno 1790. /:was geteekend:/ P: e: GeD„ Kusius, en S: M: Schloephaallem /: in 't walden stond:/ als pagter /:Geteekend:/ den fagter voormeld /:Langer:/ als borgen /:Geteekend:/ meede in mallabaarse Curactors /:Inmargine:/ Ons presents als Gecommitteerdens /: was geteekend:/ A: C: Van „stolk, en A: m: Da Silra. —. Bij

NL-HaNA_1.04.02_3878_0987 view scan ↗

English

The 29th of October, Anno 1798. Regarding the correspondence of the chiefs with the Council of Justice. By the aforementioned letter of the 7th of September, which had been transmitted for delivery. Remark of the Lord Commander. A letter under flying seal to the Honorable Council of Justice of this office, such requests occurring repeatedly and also from the other chiefdoms, these letters generally serving as an answer to requests or commissions from the Council to the said chiefs, such as the collection of monies or the accounting for other matters in disputes between private individuals, the Lord Commander expressed his surprise at such a correspondence, as being a mode of proceeding, on the one hand, directly contrary to the dignity of the Honorable Body, and on the other hand, not very proper for the Chiefs to interfere with the execution of such judicial commissions, which furthermore serves to hinder and delay that which is their actual department in the service of the Honorable Company, not to mention that difficulties and entanglements may arise therefrom, which The 29th of October, 1738. must be prevented for the future. Whereby, to the detriment of these occupations, contrary to good order and the various orders of the Honorable Company, the administration might, as it were, be forced to meddle with matters concerning justice alone; so that once and for all, by an entirely separate proposal from His Honor, demonstrating how this is forbidden, which His Honor believed should be presented, enjoined, and ordered to the Council of Justice, to cease this correspondence altogether, and if petitioners appear before their Honors complaining about the Company's servants or other subordinates of the subordinate offices or residencies, and making a request to examine them on this or to have demands made upon them, to definitively reject such petitions, in order to refer them, as is customary in law, to the ordinary court roll; when the citations, whether they are ordinary or whether they might be granted by 1754 The 29th of October, 1790. therewith. edict by toll of the bell, will have to be presented by the secretary, or in case of illness by the sworn clerk of Justice, to the Lord Commander or Governor for the time being, with the request that they may be sent and written in the Company's name, so that the same may be served in person upon the summoned party by the scribe or one of the chiefs, or else publicized and posted, in case the summoned parties might be cited by edict, or either as known and unknown claimants or insolvent estates; likewise, to have a written report given thereof by the scribe, or whoever serves the writ, so that on the day of the hearing, or when it is a court roll day, whether upon appearance or non-appearance of the summoned party, it may be exhibited, and the proceeding may be continued, as is customary according to style: so it is, after unanimous approval of the reality of the matter, the necessity and usefulness of this proposed reform, in accordance with the proposal of the well-mentioned Lord Commander, approved and agreed to conform entirely with all of this, and therefore to order the aforesaid Honorable Council of Justice to comply with this, and by extract hereof The 29th of October, 1790. Referral of Kabel Naboe's claims on Sapander and De Ravallet to the Fiscal, and why. also to give circular notice of this to all the servants or subordinate offices, to serve once and for all as guidance and observance as far as it concerns them. Also, having considered the letter of the 15th of September containing the expression of thanks from Kabel Naboe for the satisfaction of his claim on the late Honorable Governor Van Vlissingen, with a request for a speedy settlement of his matter with the Porto-Novo Resident Librecht Cornelis Sapander, and that his affair with the former Second De Rawalet had been placed in the hands of arbitrators, of which they hoped to be able to report the outcome shortly; concerning which the Chief Administrator Van Halm stated that a decision had already been made in so far, but that Kabel Naboe could nevertheless not be satisfied with it; regarding these matters, it was noted by the Lord Commander how improper and absurd it was that the assembly, amidst a multitude of The 29th of October, Anno 1790. so many occupations weighty for the Company, should furthermore have to occupy itself with disputes between private individuals, and that concerning the right or wrong of questionable accountings and other business matters, as His Honor believed he had already seen and read in the letters to be the point in question with this Kabel Naboe; whom one, in so far as he is a debtor of the Company and in case of the transfer of a claim or claims upon one or another of the Company's servants or subordinates, can certainly accommodate by having his case advanced for him by the fiscal office, either amicably or in court, since the Officer of Justice is the one who must represent and defend the law for such persons, as well as for poor and indigent people, and in particular for the Company; but that, a commission having been given for that purpose, matters like this one of Kabel Naboe no longer belong to the civil administration, and therefore cannot serve for the burden and harassment of this Assembly: so it is, after hearing this information, together

Dutch transcription

Den 29e. 8ber: Ao. 1798. over de Correspondentie der opperh: met de raad van Justie. Bij gemelde brief van 7.' 7ber: teer bestelling zijnde overgesonden. aanmerking van den H:r Gesaghitter Een brief onder Cackete Volants aan de agtbrare Raade van Justitie denses Camtoors, hoedanige versoeken meermaals en ook van de an„ deere opperhoofdijgen voorkoomen, diemeende die brieven doorgaans tot andwoord off versoeken ofte Commissien van de Raad aangedelde opperhoofden gelijk zulke als de invordeering van penningen of Veraandewoordaing van andere zaaken in Ver„ „ met particulieren schijl van arta culooren „ gaef de heer Gelaggebboer zijne Ver„ wondering te kennen, over eene dusdanige Correspondentie als zijnde een wrijse van handelen, aan de Eene kante di„ rect strijdig met de waardigheijd van het Achtbaare Col„ legie, en ten anderen niet wel voegelijk dat de Opperhoofden zich benroeijen met het uijtroeven van zulke Pustitooele Commissien, zoonwijl dienende tot bandance en Vertraa„ giang van het geen haar Eigenlijk defpastermant is in danr doonsze van D' E: Comp=e om niet te zeggen dat daar 8 uijt kunnen ontstaan moeijelijkheeden en brouilleerieen waar Den 29e' 8ber: 1738. voort vervolg te bepaalen. — waar bij ter laate van deese bonaeijaens, Heijden met goede order en de Onderscheijdene beveelen van de E: Comp=e, de polatie als bij te rug sluijte, zoo kunnen worden Genood„ zaakt zich te melleeren met de zaaken de Iustitie al„ leen Concerneerende, dat eens voor al, door gansch sondre, voorstel van zijn agt: hoedanig dit is verbooden, het welk zijn E: E: achtb: venmeende dat de Raade van Iustitoe voorgehouden, daar bij geinsungeert en gelaste diende te worden, om de Correspondentie ten Eene„ maal agterweegen te laaten, en zoo er zich aan haar agtbaarheeden koomen te melden supplianten doleerende over 's Comp.:s Dienaaren of andere Onderhoorige of de su„ balterne Comptoiren of Residentien, en verzoek doende om die daar over te onderhouden of aanmaaningen te Wil„ „len laaten doen, zulke instantrien finaal te Ontseggen, om gelijk in Rechten gebruijkkelijk is te ranvoijeeren „na de Ordinaire volle, wanneer de Cilatoin, het zij dat: die zijn Ordinaire, of dat ze mogten worden verleent G r. bij: 1754 Den 29' 8ber: 1790 „ daar meede.— bij Edicte onder klocke gelux door den secretaris, of bij ziekte door den geserooren klerck van Iustiotie zullen moeten worden gespre„ sernteerd aan den heer Gelaghebber ofte Gouverneur in der tijd met versoek dat Comp:s reegen overgesonden en aangeschreeven mag worden, dat deselve door den schriba ofte een der ppenwosten aan den gedagden in persoon besteld, dan wel gesubliceert en ge„ affigeerde moet worden, indien de gedaagdens bij Edacte, dan wel de Een of ander als bekende en onbekende pretendenten of Inslolvinte nalaatenschappen, gecrteerd mogten worden, item, om door den scroba, of die het Exploict doret, daar van te laaten geeven een schriftelijk Relaas, om ten daage dienende, ofte wanneer het Roldag is, het zij bij Comparatie of nan Comparatie van den gedaagden, g'Exhibeert, en met de proceduure voorlegaan te wor„ den, gelijk na stijle gebruijkelijk is: zoo os na Eenpaarige toe Conformeering van den Raad Wemming van de weesentlijkheijd der zaake, de noodsaake„ lijkheijde en nuttigheijd deeser voorgestelde reformatie, Conform propositie van welmelde Heer Gedaghebber, godgewonden en Verstaan zich met het een en ander aldints te Conformee„ „ren, over sulx de achtbaaren Raad van Justitie voormeld, de Den 29e. 8ber: 1790. renoorij van Cabelnaboed Pretentien op Sopander en de Ravallet aan de Fiscaal en waarom de nakooming van dien aante beweelen, en bij Extract deeses „ ook hier van Circulaar kennos te Geeven aan alle de bediendens off de onderhoorige wanbooren om voor zoo vereve hen aangaaft eens vooral te strecken tot naricht en observantie. —. Ook gelet zijnde op de brieve van den 15. ' September Voor Boo„ mende dankbetuijging van Rabel naboe voor de voldoening van zijn pretentie of wijlen den Edelen Heer Gouverneur Van Vlissingen, met versoek om een spoedige afdoeming zij„ ner zaak met den Portonoroschen Resident Librecht Cornelis Sapander, en dat zijne affaire met den gewee„ sen secunde De Rawalet was gesteld in handen van Arbie„ tent waar vaan binnen korten hooflen den uijtslag te zullen kunnen melden waaromtrent de hoofdadministrateur van Halm betuijgde dat bereets in zoo verre decisie was gevallen, doch dat Kabel naboe zig daarom eede niet kan te vreeden houden; werde noopens deese affaires door de heer Gezlaghebber aangemerckte hoe bneige en absurt het was dat de vergadering, onder een meenigte van zoo H vWiten Den 29:' 8ber: A:o 1790. zoo veele, voor de Comp:s gewichtige Occussatien nog daar en booven zich moest ovhouden over verschillen van Particulie voor met farticuloeren, en dat over gelijk of ongelijk van que Moemn overreekeningaen en andere zaakten van negoeien gelijk zijn agtbaarde veromeente Ergoms reeds in de brieven geleien en geleesen te hebben het perinct in que steen te zijn met deese Kabel Naboe die men voor zoo verre hij debiteuur is van de Comppagnie en, om Cas van Overdragte van pretentie of pretentiur of den Een of ander van vervolg s Comp.s dienaarven of Onderhoorigen, wil kan te gemoete Roomen met voor hem, door het officie fiscnal zijn zaak, het zij in der minne oft inrechten te doen bevorderen, nademaal de Officier voor Iustitie de Geene is die voor dergelijke, ook wel voor Arme Onvenmoogende lieden, en in zonderheijde voor de Comp=e het recht, moet voorstaan en ver deedigen, dog dat daar toe Commissie zijnde gegeeven, de zaaken gelijk deese van Kabel naboe„ niet meer behooren tot de policie, dus ook niet konnen strekken tot lust en vermoeijelijking van deese Vergade„ ring: zoo os, na het hooren van deese informatie, gepaard Nt

NL-HaNA_1.04.02_3878_0992 view scan ↗

English

or the property and natural course of affairs, in accordance with the proposal of the aforementioned lord governor; approved and understood to refer both of these affairs to the fiscal office, and to authorize him, in the event that the Company's rights and claims from Rabel Naboe, or the Ravalt and Tovander may be or become ceded, to demand and compel the said superintendents to make satisfaction, whether amicably or through the courts, and to that end to have delivered to him, the Fiscal, in extract copy or original as shall be required, all letters or deeds already dealt with or yet to be dealt with in the Assembly concerning this matter, and as evidence of his special authorization also an extract from these Resolutions. to [illegible] arrears [illegible] concerning the supply of white cloths, in the assigning of the same to two suppliers appointed by the former chiefs Van Salm and Van Sameren, named Dewarpear Ramaija and Tjekka Waar Rasa, it being made known by the Commissioners' letter of the 15th September past, on the 29th October, Year 1790, 1555. The 29th October, Year 1790. the necessity of complaining about their bad conduct, as they still owe well over 5000 pagodas on the funds advanced to them; furthermore, that the suppliers of the cotton blankets, Sringara Aambesie and Soltagaar Tokkosie, had not yet delivered a single blanket, and they thus were and remained in arrears for the sum of pagodas 1373. 14 1/8 despite all recounted serious admonitions, whereupon the debtors attempted to shelter themselves with frivolous excuses and shameless pretexts, even that the pressing of measures such as prosecution by peons left no hope for a partial, let alone complete, satisfaction of the arrears; thus, considering that the Chief Administrator Van Halm, having been heard here as former chief and specially questioned as to why such bad suppliers were appointed, and when and whether these people were in advance or in arrears at the time of the advances made to them, testified that this appointment was made out of necessity and as a supplement to those who were already indebted and deficient that year, and that at the disbursement of money they had no account with the Company yet or were not in default, it is understood that this and that, with respect to these new suppliers, is reserved for the Commissioners there, and to order them to demand from them the reasons for their default and to urge them to settle their debt, as well as to explain to this Assembly why not a single blanket has been delivered despite the advance of pagodas 1373. 14 1/8 made for that purpose; since the promises of the Company and chiefs to endeavor to prevent damages mean little or nothing if no prompt effect thereof is experienced, and so far to hold the Commissioners exempt from liability, provided, however, that the aforementioned advances are settled and it is shown that they are unanswerable on that account, when this, as goes without saying, must come under the compensation of the arrears in general, about which further action will be taken presently. On the other hand, it is understood to express satisfaction over the favorable testimony that, in the past letter of the 15th September past, was given concerning the vigilant conduct of the suppliers Kalla Rama Pasterloe, Schete Oespaija, and Daalserij Ruldij, who had completely accounted for the funds advanced to them by the Commissioners. 775. 7 The 29th October, Year 1790. New contracting against arrears. precautions to use in the matter Yet, as to the suggestion added thereto to the end of keeping this in mind whenever this Assembly might come to dispose finally of the affairs of the Paggernaijrepoeram merchants, it is to be noted that someone's good conduct constitutes the strongest recommendation, and that consequently preference belongs to such people who give satisfaction when the entering into of new contracts is dealt with, yet with that precaution and circumspection that in case of any unforeseen misfortune of the one, the other can be held liable for what a single individual out of the group might occasionally leave unpaid, wherefore it is in every way to be praised to persuade those with whom agreements will be sought for the coming year 1791 to co-sign for each other, or to remain bound in solidum. The 29th October, 1790. Arrears and conduct of the Masulipatnam merchants. With regard to the Masulipatnam merchants and their arrears, it being mentioned by the Commissioners in the aforementioned letter of the 15th September that the same, after deduction of what was delivered, but with residues and rejections included therein, were still indebted for a considerable amount of well over 8000 pagodas; that they, the Commissioners, could in no way fathom for what reason these merchants came to behave so negligently, notwithstanding the continuously made admonitions to account for the received funds in good-quality cloths, wherefore regarding the application of measures of greater force than admonitions, prudence did not as yet permit it, since they would thereby not only be offended in their credit, but would carelessly find themselves exposed to more disadvantageous consequences than

Dutch transcription

of de Eijgenscheep en natuurlijken looff van zaaken, Conform de pro„ positie van mlmelde heere gezaghebber; Goedgevonden en Vir staram beijde deese afflaares te Benvoijeeren aan het oppicie fiscael, en hem te qualoficeeren om, bij zoo verwreaain de Commpagnie de rc„ tien en pretentien van Rabel naboe, of de Ravalt en To„ vander mogten zijn of worden gecedeerd, de gemelde Imben„ denten ten voldoening aan te maanen en te noodsaaken, het zij in den minne ofte en Rechten, en ten doen fine alle brie„ ven of actens over deese zaak ter Vergadering reeds verhan„ delt ofte noch te verhandelen, aan hem Foscaal in Extract Cobij ofte rigineel na dat zulx zal worden vereijscht, te laaten afgeeven, en ten blijke van zijne speciaale qualifica„ tie ook Exteract uijt deese Resolutien. — „ witte tot agen steelie reetanter em mdn oopens den eensaam van „ Lijwaaten, in het oedraagen van deselve aan twee door de Geweese opperhoofden Van salm en van sameren aangestelde Reveranciers ge„ naamt Dewarpear Ramaija en Tjekka waar Rasa bij de Gecommitteerden 's chrijvens van den 15:' Septembr p:o den 29e: 8ber: Ao. 1790 te 1555. Den 29e' 8ber A:o: 1790. te kennen wordende gegeeven de nood saakelijk heijd van over het slogt gedrag van deese te doleeren, als of de aan hem verstrrkte gelden noch ruijm 5000. fagoden teen agteeren zijnde; voorts dat de le„ verancienrs der gekattoen eerde Deekeends Srngara Aambesie, en soltagaar Tokkosie noch geen Enkelde Deeken geleevert hadden, en zij dus moede pag: 1373. 14 /8. ten agteren waaren en bleeven Onaangelien alle verhaalde seroeuse vermaanan, vervolg gen tragtien de belkens zich te bekelsen met porinoolen uijtrluchten schaamteloose voorwendsels, zelfs dat klemmen der mesu„ „res gelijk de procecutie door Poons, geen hoof overloeten op een gedeeltelijke, men gedwijge Complete voldoening van het ag„ ter stal; zoo is: aangesien de Hoofdadminostrateur van Halm als geweese opperhoofde, hier ovegehoort en sppeciaial zijnde afgevraagt waarom zulke slegte leveranceens aangesteld je zijn, wanneer en of deese lieden ten tijde van de aan hun gedaane verstorekkingen te vooren of ten agteren waaren! Betuijgd dat deese aanstelling is geschied uijt nood en tot sul Bolement Den 29e' 8ber Ao 1790. „dens zevenan tisse flement van die, welke eeds debet en gebrekig waaren, wild den dat Jaar en dat ze, bij de afgaave van gelt, noch geen Ree keming bij de Compagnie hadden ofte te quaade stonden, verstaan dat een en ander, met oprzicht tot deese nieuwe Leveranciens dens gecommitteerden ginter Voorbehouden en te gelasten om hen de reeden van haar agtertwissen aftevraagen en aan te seooren tot Vereerening van haar Dobet, als meede om aan deese vergade„ viang oftegeeven waarom er geen Enkelde Deekken, onaangeloien de daar toegedaane verstrck dring van pug: 1373: 14 1/o: is geleevert; nademaal de beloften van de Comp„en en opperhoofden voor schaaden te zullen trachten te behoeden, weijnig of nwoets hebben te beduijden indien daar van geen spordig Effect word ondervonden, En in zoo veror, de Gecommitteerden buijten verandwoording te houden, zoo nochtaans dat de voorschreeven verstock hongs neder ofgelst, en aangetoond worde dat zij derweegen onaanspreekelijk zijn, wan„ neer die, gelijk van zelfs spreekte, koomen moet, onder de Vergoe„ ding der agterstallen in het Geneeraal, waar over Atrakhs breeder staat de worden gehandelt.— gengen o 'tgoedgeragven en Jaar in teegen is verstaan gemwoegen te betuijgen. over het favora„ bel 775. 7 Den 29. 8ber: A:o 1790: nieuwe Contractatie teegen agter stallen. de getuijgens dot bij de vorshenen re van den e setemeber oe g van weegens het Vigilant gebrag der Leveranciers Kalla Rama Pasterloe, Schete Oespaija, en Daalserij Ruldij die de door de Gecom„ mitteerden aan hen verstreckte penningen Compleet hadden ver„ andwoordgedoch of de daar bij gevoegde voorbragt ten Eijnde kenn welke precautie te gebruijken bij gemeegenlijk indaglig te zijn wanneer deese vergadeering over de zaakken der Pagger naij rpoeramse Cooslieden finaal mogt koomen te disponneeren aantemwerken, dat het goed gedrag van iemand de sterkste Recommandatie maakt En dat over sulx aan dergelijkse luijden die genoegen geeven de preferencie toekomt waanmeer over het aangaan vaar Noeuwe Contractien woord gehandelt, nogthaans met dien pare„ caustie en omsigtigheijd, dat in Cas van Eenig onverhooft ongeval van den Eemen, de andere kan worden aangesprooken van het geen een Enstele uijt de hoof, zamwijle te quaad mogt„ blijven, en waarom het alzints is aante sprijsen, om den geen „Iaar waar meede voor het aanstaande „ 1791. getragt zal word,n over Den 29'. 8ber: 1790. namse Coop:l over een te konmen, te persuadeeren om voor Elkander te Correeren, often insolebum borg te blijven.— agterstalen en gedrag den masule pat„ Met betrekking. tot de mazulipatnamse kooplieden en derselver agterstallen, door de Gecommatteerdenas bij de meer gecoteerden brief van den 15. Soptember gemelt wor„ doonder, dat deselve na aftrek van het geleeverde, maar onder Resterinten en uijtschotten waaromn begreepen, nog een aansie„ nelijk bedraagen van ruijm 8000: sagooden schuldig waaren dat zij gecommitteerden geensiants konden bevroeden, om welken weeden deesen astandelaars zich zoo neglijaente quamen te gebraagen, ongeagt de heer Continueels gedaanen adhorta„ toon tot verandwoordig der genootenae Gelden in beugde saa„ me lijwaaten, waarom terend het affliceeren van maddelen. van meerder kleem daan vermaanningen, de voor zichte gheijd als nog niet geboogden, wijle zij daar door niet, alleen en haar Coredet gekoreenstt zouden worden, maar gewaar loosen van zich aan nadeeliger gevolgen bloot gesteld te zien dan

NL-HaNA_1.04.02_3878_0997 view scan ↗

English

759. The 29th October, Anno 1790. Still claiming interest money on account of delivery on credit. — then one had to fear when one sought with leniency to bring them to fulfill their duty: thus it is, regarding what is to be written about this, that the same question comes into consideration regarding them as concerning the Jagannaykapuram chiefs, namely whether they were in arrears at the time of the provisions made to them before 1788, and if so, why they were provided anew, it being understood that the servants should also be held accountable for the inexcusable carelessness on this side, and the punishable character of the other side, since nothing else can be inferred from it than that, through the new supplies, the suppliers tried to improve their old arrears, and in reality have always remained in arrears. Regarding the interest money that the said merchants of Jagannaykapuram come to claim on the money advanced by them in the year 1786 for the collection and delivery of painted goods to the Honorable Company in cash or credit up to an amount of 15,782 pagodas, it being shown by the Commissioners that there was no more due from the chiefs than from the time of the delivery until the date that they received goods for the amount of the delivered linens, as appears from the Jagannaykapuram trade journal of the year 1787/8, page 21, where their account was credited for a sum of pagodas 3023:17:—, yet that in the cash book no payment was to be found; that since the qualification granted by this Council under 24th February 1788 dictated the payment of one percent interest on pagodas 15,782 from the time of their advance until the full payment, they, the Commissioners, were of the opinion that the interest money should be reimbursed to them from the time they provided the money to the weavers instead of the time of delivery; that in view of the loss which they claim to have suffered on the cloves and the Japanese bar copper taken in payment, the satisfaction of which had been promised to them in cash, they, The 29th October, Anno 1790. their 761. The 29th October, Anno 1790. had requested the Commissioners to bring to the attention of this Council that they already, upon receipt of those merchandise, had complained most earnestly to the chiefs about the considerable loss they would have to suffer on those goods, as the chiefs also agreed in their letter under 30th May 1788, but that they had accepted those goods nevertheless in order to avoid the violent demands and persecutions of their creditors and in the hope that the Honorable Company would meet them in this trade that was so disadvantageous to them, since the payment had been promised in cash by the late Honorable, Worshipful Mr. Blaaukamer, but that until today they had hoped in vain for any relief; that they, still trusting in the justice and equity of the Honorable Company, most respectfully requested that the loss suffered by them, which according to their accounts they set at pagodas 3156:9¾, might be reimbursed, if not entirely, at least in part, for which reason the Commissioners, with a deduction of their arrears, The 29th October, Anno 1790. took the liberty of bringing the grievances of the aforementioned merchants to the attention of this Assembly, because it was abundantly known that the cloves and the copper could only be sold at a loss; requesting therefore that such arrangements might be made herein as would be found necessary: thus it is, since upon examining the resolutions or the decree of this Assembly of 24th February 1788, the qualification appeared to validate the interest on account of advanced money or deliveries from the day of the advance, and the members are therefore grounded in their grievance over calculating it from the date of delivery, and also somewhat over the delivery or forcing of goods instead of cash payment, as is also affirmed by the letter of the chiefs of 30th May 1788. After deliberation, it was approved and understood to authorize the Commissioners to credit the merchants for the said earned additional interest in reduction of the general arrears in favor of whoever will be charged with the reimbursement; 763. The 29th October, 1790. Disposition of Their Excellencies on Blaaukamer's commitment. For assistant at ƒ 20. — however, as regards the compensation of damages for the loss suffered on the merchandise delivered to them, to leave the same deferred with all respect to the esteemed pleasure of the Honorable High Indian Government, taking into consideration that the declaration, namely of having accepted those goods only to get rid of the demands and persecutions of their creditors and in the hope that the Honorable Company would meet them in their loss because such had been promised to them by the aforementioned late Mr. Blaaukamer, will not offer much encouragement, partly because the appeal to someone who is dead carries little weight if one cannot solidly prove it, and partly because that agreement, however much it had been intended to promote the Company's interest, tends to include more a private encouragement than a formal contract. — Upon the request made and favorably presented in that regard, C. B. Dircksz was taken into service

Dutch transcription

759. Den 29.' 8ber: A:o 1798. „ nog Competeerende Jntrest penn: weeg: Leverancie op Credit. — dan meen hade te dichleen wanneer men hen met zagtheijd tot het voldoen van hunne plicht trachte te brengen: zoo is aan, wat derweegen aan te schrijven gelieen ten opzigten van deese deselve vraag in aanmerking komt als aangaande de Iaggermaijk: forenarm se: Hooflieden, naemelijk of zij ten beijde van de aan hen gedaane verstrakk„ trngen voor 1798. te quaad waaren, een zoo Ia waarom dan of nseuwr aan hem verstorckte, verstaan dit en de be„ dienden Ook voortehouden de onverandwoordelijkse onwerzlich„ tigheijd aan deese, en het straffwaardig Caracter van de andere mer zijde, nadien daar uijt niet anders is offtenmaaken dan dat; door de noeuwe fournossementen de leveranciers haar Ouden agter„ stallen hebben trachten ten verbeeteeren, en in het weesendlijke altoos zijn te quaat gebleeven Ten belange der intreste penningen die gemelde maculi presentie dien handelaar van Aatriamse kooplieden koomeen te pretendeeren, off hot door heen in den Iaare 1786. Voor geschooten geld, ter Insaame„ liinig een Leeverancie van Gelaaijde Goedeeren aan de E: Comp:e or kontanten of Credut tot een montants van 15782: fagoden door den Gecammetteer„ den vertoonde wordende dat assun door de opperhoofden moet meer vol„ „den daar was, daen van„ ijde der leverancie tot den datum dat zij Voor het bedraagen der geleeverde lijwaaten, koopman schaffeen hadden ontvrangen, blijkens saggermnagjkeppoenams negotie souw„ naal de Anno 178 7/8. pagina 21. alwaar hunne Reekening voor Een som van pag: 3023:17. —. , was gecrediteeerd, doch dat hij het Cassteboek geen afbetaaling was te Ontbecken, dat ver„ mits de door deesen Raade sub 24.:' Februarij 17828. Verleende qualificatie decteerde de behaaling van Een: par Cento intirest of: Pagj 15782: vaon dan tijde van hun verschot tot de volle belaa„ ling toe- zij Gecommitteerdens van gevoelen waaren, dat hen de intrest penningen moesten worden vergorde van den tyd vn amelnaren in sted van met dat zij het geld aan de weevens hadden verstrekt; Dat denr aan ziemn van tot verlies dat zij stellen of de in betaaling ge„ noolene naguleen en het Jappans Maaskoopper te hebben gelee„ deen, welkens voldoening heen in Containte was beloofd, zijliden Den 29' 8ber A:o 1790: hun 761. Den 29:' 8ber: Ao 1798. hun Gecommitteerden hadden versoghe den meegen deesen Raa„ de onder hel dog te brangen, dat zij bereeds bij den Onbranigst: dier kooppmanschappen zich off het Ernstigste bij de Opperhoof„ den beklaagt hadden over het important, verlies dat zij op die goederen moesten Ondergaan, gelijk de Opperhoofden dak ook toestemden bij haare brief sub 30:' meij 1708. dat zij die goederen egter hadden geaccepteerd om te Ontwrijken de boubaare aanmaamingen en vervolgingen haaren Credotou„ ren of dat d' E: Comp=se haar in deesen voor heen zoo nadeeligeen Maandel, zoude tegemmoet Roormen, aangesen heen de voldoening door Wijlen den E: E: agtb: Heer Blaaukamer in Contacnt be„ loofd was, dog dat zij bot heeden te vergefsen, of eenig Soulaas hadden gehoept; dat zij als noch verterouwende op de vegtraar„ digheijt en Equiteijt van de E: Comp=en /: erbiedigst semeestten dat hunlieden de geleedene schaade, die zij volgens haare Reekeningen of pagoodeas 3156. 9 /¾. stelden, zoo woet geheel tin minstam voor „magten een gedeelte „ worden vergoet, weshalven zij gecommitteerdene met dan de gummitt:n merangen de Den 29:' 8ber: A:o 1790. ring van hun agterstal. — de vryheijd naamen de beswaarnissen der voorschreeven kooplieden te brengen onder het oog van deese Vergadering, dewijl het ten overo„ vloede bekend was, dat de naagelen en het kooser wel dan met verlies zijn te verdebiteeren; versoekende derhalven dat hier in zodanige schilklingen moogen worden gemaakt als men be„ besluift de lententot wogen in minde, vin dan zoude te behoeven: zoo is nademaal, bij het nagaan der retracta ofte het besluijte deeser Vergadering van den 24. ' februa„ aij 1788. Consteerde de qualificatie am de Remte weegens voorgeschoo„ ten geld, ofte leveranciens te dalideeren van den dog def enschots En doe leeden oversulx gefundeert zijn in hunne beswaarmies over het bereekenen van dien zeedert den datuum der Leverancie, En ook eenigsants over het afgeeven of ofdringen van hoofman„ schappen in steede van Contante betaaling, als meede geaffir„ meert wordende bij brief der opperhoofden van den 30. meij 1778. Na overwreeging goedgevonden en verstaan den Gecommitteer„ den te qualificeeren om de Gesegde verdiende meerdere vente de kooplieden ten goeden te brengen in mindering van het gene vaal; 763. Den 29:' 87ber: 1790. positie van H: H: Ed: op Blaaukamers belede. voor assistent met ƒ 20. — raal agterstal in faveur van den geene die met de vergoeding belast zullen worden; Edoch wat aangaat de veergoeding van dog de schader goeding te laaten aan dis„ schaade voor Geleeden verlies op de aan hem afgeleeverde kooppoman„ schappen, deselve met alle Eerbied gedefereert te laaten aan het g'Eerde goedvinden van de Edele Hooge Indiasche Regee„ ring, Onder aanmerkring dat de betuijging namelijk van die en onder welke anmerkin mnp:s hun beroep koofmanschappen maar te hebben geacceppteerd om van aan„ naamngen en Vervolgsingeen hunner Crediteuren ontslaagen te raaken, en in hoop dat D' E: Comp=e hen; in hun verloest te gemoet dou woormen, om dat zulx hem was beloofd door wijllen Voormelde heer Blaau kamer, geeen groote aanmoediging zal opleeveren Eensdeels om dat het beroef op iemand die bood is wei„ nog heeft te beluijden, zoo men het niet bondig kan bewijsen, en ten anderen om dat die Convendentie, hoo zeer ook als het waaro geschoet der bevordering van s Compagnis belang, meer een particulier en couragement dan over een komst komt te includeeren. — Op het daar om bij Reequest gedaan en favorabel Voorgebrad, C: B: Dirtksz in dient genomen gen/

← previousnext →