VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3878

Coromandel · 1,448 pages · 270 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3878_1097 view scan ↗

English

859. The 10th of November 1790. Writing of received price increase in Council The loss that we have incurred on the copper, cloves, nutmegs, mace, powder sugar, etc., which were sold to us for the collection of linens, we take the liberty to demonstrate as follows below: On the cloves, nutmegs, and mace since 1788 to the 20th of October of this year amounting to 71600 rupees at 485 3/4. On 95 bahars of copper, loss: 988 1/2. On 158 ditto of powder sugar, loss: 302 3/4. Total: pagodas 1696 1/2. Of the taken over 150 leagers of arrack some have been sold, and some still lie unsold, for which reasons we cannot make the account yet. In the year 1789 we bought coffee beans at 45 1/2 pagodas, but the export of the same has been prevented by the people of the Dewan, whereby they still remain lying. Currently the price of coffee is 22 pagodas the bahar. On the pepper and spelter we have incurred no loss. Was signed: Ragoe Wenkatarama Chittij, Ekeroe Anambodolo Chittij, Molingie Letjamana Chittij, Meddha Wardarasoe Chittij, Wenkata Kistnama Chittij, Kansarla Oboeloe Chittij. Underneath stood: For the translation according to the translation of Roepaijen. Pulicat, the 27th of October, Year 1790. Signed: A. Dormieux, Sworn Translator. On the contents of which, after the proposal of the said Governor that the merchant signatories ought to be questioned in confirmation thereof in the meeting as to how this matter had proceeded, it was, after deliberation, understood to conform entirely with His Right Honourable's proposal and to note that the suppliers by name of Ragoo Wengeta Reima Chittij, Okoloe Arinam Boddelij Chittij, Molingie Letjamana Chittij, Kansarla Obloe Chittij, Maddhawardarasoe Chittij, and Wengeta Kistnama Chittij, having appeared in the meeting, sustained the contents of the aforesaid writings and testified that the same were given truthfully without any compulsion or persuasion, out of their own free will; furthermore, to demand of the former Governor, Mr. Tadama, along with the members who voted with His Right Honourable for the aforesaid price increase, their further accounting in that regard, demonstrating the necessity thereof according to the desire of the said Honourable High Indies Government; likewise, to have prepared at the Trade Office by the transferred administration a statement of the quantity of merchandise that has been furnished and sold to the aforesaid suppliers from October 1789 to October 1790, at what prices, and thus with an indication of the profit that was achieved thereupon accordingly, and not by the actual bid. After this, the said Governor produced and subsequently read the transfer of the main treasury to the Honourable Chief Administrator van Halm, dated the 28th ultimo, reading verbatim as follows: Transfer of the Chief Administration, which is made by the Right Honourable Nicolaas Tadama, former Governor of the Coromandel Government with its dependencies, having officiated in the service of Chief Administrator here, to Mr. Paul Engelbert van Halm, Merchant and incoming Chief Administrator, consisting of the following: In the main cash treasury, according to the unclosed Main Cash Book for the year 1788/89 and the taking over by commissioners of the 23rd of this month, namely: 20 Marks, 7 Troy ounces, 16 7/8 Engels, 16 Holl. ace, 15 5/256 dols, at 6 bars of gold by weight, as: 12 Marks, 7 Troy ounces, 1/2 Engels, 9 Holl. ace, 5 1/128 dols, at 4 remaining bars brought here per the ship Korsten this year from Batavia, namely: 2 Marks, 7 Troy ounces, 3 1/4 Engels, 2 Holl. ace, 6 4/128 dols, at 1 bar No. 1, assay carat 18 and 9/32. 0 Marks, 6 Troy ounces, 12 1/2 Engels, 0 Holl. ace, 14 11/64 dols, at 1 ditto No. 2, carat 18 and 1/32. 3 Marks, 2 Troy ounces, 10 Engels, 2 Holl. ace, 10 6 1/4 dols, at 1 ditto No. 3, carat 17 and 8/32. 5 Marks, 1 Troy ounce, 1 1/4 Engels, 3 Holl. ace, 21 2 1/64 dols, at 1 ditto No. 4, carat 18 and 2/32. 8 Marks, 6 Troy ounces, 9 5/8 Engels, 7 Holl. ace, 10 4 12/256 dols, at 2 bars of melted 200 pieces Persian gold rupees, as: 4 Marks, 3 Troy ounces, 4 7/8 Engels, 3 Holl. ace, 16 5 2/256 dols, at 1 bar assayed at Madras, carat 20 and 1/32. 4 Marks, 3 Troy ounces, 5 Engels, 3 Holl. ace, 17 11 1/32 dols, at 1 ditto here, carat 20 and 5/32. Together at 6 bars as stated: 20 Marks, 7 Troy ounces, 16 7/8 Engels, 16 Holl. ace, 15 5/256 dols. 1659 pagodas, 12 fanams, 60 cash gold Star Coin Madras pieces. 99 1/32 Mark Marks Reals in scrap silver. 2 pagodas Gold Porto Novo New Coin. 1 sample piece of Porto Novo pagodas New Coin. 1 ditto piece of Madras pagodas Star Coin. 3426 pieces Persian Gold Rupees. The Main Cash Books of the years 1785/86, 1786/87, 1787/88, 1788/89 closed, and 1789/90 running until the 19th of October for ultimo August 1790. The received and issued warrant bundles belonging to the said cash book. The receipt book ad idem. The extract Main Cash Book ad idem. The bundle of the account of stamped paper together with the remainder of the said papers and the small box with 15 silver ditto seals according to the annexed note of today's date. The bundles of sureties, receipts, promissory notes, paid receipts, etc., concerning the interests of the Honourable Company, together with a list memorandum of current warrants from Nagapattinam, paid at Pulicat, Nagapattinam warrant papers of the money trade, and further papers of Nagapattinam. Likewise are also handed over all the books, bundles, and papers as they currently are in the Trade and Pay Offices, under the responsibility of the [illegible] Along with

Dutch transcription

859. Den 10. November 1798. schrift van ontvangen pwijl ver„ hooging in raade de schaade die wij gekreegen hebben op het koper, nagulen noo„ ten, foelij poeder zuijker/ &=a, die aan ons verkogt zijn tot het in„ zamelen van lijwaaten, zoo neemen wijde vrijheijd, zulx hier onder aanteloonen. op de nagulen, nooten, en foelij 't sedert 17088. tot den 20. 8ber: deezes Jaars bedragende p 7o1600. — pr/o 485. ¾. — op 95. bhaaren Koper- „ 158. d:o poeder zuijker - verlies „ 988. ½. —. — — - „ 302. ¾.— Te samen pag: 1696. ½. –. Van overgenomene 150. leggers Arrak zijn Eenige dotit verkogt geworden, en Eenige leggen nog onverkogt om welke treeden kunnen wij de reekening nog niet maar ken In den Iaare 1789. hebben wij Coffij boonen gekogt tegens 45½. pageden, dog den uijtvoen derselve is door het volk van den duan belet waar door die nog blijven leggen. — Thans is de prijs van koffij 22. pagooden de bhaar 1 op de peeper en spiauter hebben wij geen schaade gekreegen /:was geteekend: Bagoe wenkatarama Chittij, Ekeroe Anambodolo Chillij, molingie letjamana Chittij meddha wardarasoe Chittij, wenkala Histna ma Chittij, Kansarla oboeloe Chittij: /:onderstond:/ voor de oversetting volgens vertaling van Roepaijen Palliacatta Den 27. october A:o 1790. /:geteekend:/ A=n Dormieur Gesw: Transl=t. „ Heer op welkers inhoud, na de propositie van gem: Gezagheb„ de Coopl: bevestigen hunge„ bevde onderteekenaars in vertonders van dien in vergade„ ving behoorde afgevragtte worden hoedanig dat „ zijn werk was gegaen; zoo is na overweeging & ver„ staan zich met zijn E: E: Achtb: verrichtingen propositie — noortsakelijkheijd op gelege coopm: op 't negotie kantoor t doen opmaasken volkomen te Conformeeren en te noteeren dat de leve„ vanciens in naemen Ragoo wengeta Reima Chill„ Okoloe Arinam Boddelij Chittij Molingabel, Jema Chittij, Kanela obloe Chittij, Maddhawar„ ƒ darasoe Chittij en wengeta kistnama Chittij in vergadering gecompareert, den inhoud van voorsz: geschriften gestaend gedeen en betuigt hebben dat dezelve na waarheijd zonden eenige devang, of pensuasie de raatsleeden verantwe ondis euit ige vrije wil verleent zijn; voorts om van den Heer geweezen Gezachhebber Tadama nevens de leeden welke met zijn E: Achtb: tot de voorsz: prijs verhooging hebben gestemt, te vorderen hun„ ne nadere verantwoording derwegen, aantoonen„ de nade begeerte van welm=de Edele Hooge Indische aantooning van verstrekte Regeering de noodzaakelijkheijt van dien, item om op het Negocie Kantoor, door den overdragen Den 10. November 1790. te 861. Den 10. November 1790. ministrateierschap te laaten formeeren een Aantooning van de quan„ liteijt Koopmanschappen die zedent october 17879 tot october 1790. aan voorsz: leve ranciers 3 zijn verstrekt en verkocht, tegen welke prijzen en dus met aanwijzing van het advans dat daar op indiervolgen, en niet door eigenlijk de biet is behaelt geworden. Hier na werd door welm=te Heer Gezachhebben diens, transport van thofed geproduceert en vervolgens geleezen het Trans„ port van de groote Geldt kamer aan den E: Hoofd„ Administrateur van Halm onder den 28. pas„ dato luijdende woordelijk als volgt Transport van de Hoofd adminis„ tratie welke gedaan word door den wel Edele agt„ baare Heer Nicolaas Tadama geweesene gezag„ hebber van 't Cormandels Gouvernement met den resorte van dien, als waangenoomen hebbende de dienst van hoofdadministrateur alhier, aan den Heer Paul Engelbert van Halm Koop„ man en aankoomende hoofd administrateur be„ intertie staande Den 10. November 1790. Mg: Tr:s Ma: H: staande in als volgd In de Groote Geld Kassa volgens ongeslootene Groot kassaboek de anno 17 8/98 89 en opneemder gecommitteerdens van den 23. deser; teweeten 20. 7. 16. 7/8. 16. 15. 5. 2/356. â. 6. staaven Goud bij gewigt; als Ma: Tv:s Aog: 121. 7. ½. 9. 5. 1. 1/128. a 4. Restant staaven van per 't schip Korsten deesen Iaare van Batai„ Via alhier aangebragt, weeten Mg: Tr:s Mij: H: 2. 7. 3. ¼. 2. 6. 4. 1/28. â 1. staaf N=o 1. Ess=t car: 18. en9. 3 —. 6. 12. ½. —. 14. 11. 3/64. „ 1. _:o „ 2„ „ „ 18. „ 1.. 3. 2. 10. —. 2. 10. 6. ¼. „ 1. _:o „ 3. „ „ 17. „ 8„ 5. 1. 1. ¼. 3. 21. 2. 1/64. „ 1. _:o „ 4. „ „ 18. „ 2. 8. 6. 9. 5/8. 7. 10. 4. 12/56. â 2. staaven van gesmoltene 200. p:s persiaanse goude Ropijen; als â 6. staaven te saamen als gesegd 20. 7. 16. 7/8. 16. 15. 5. 1256. 1659. 12. 60. —. Pagooeten Goude sterve Munt Madrasp:s 99. 1/32. Mark Mark Reaalen aan uijtschot zilver 2. —. Pagooden Goude Portonovose Nieuwe munt 1. —. p:s Proefje van Portonovose pagoo den Nieuwe munt 1. —. „ _:o „ Madrasp=te Pagooden sterne Munt 3426. —. stx Persiaanse Goude Ropijen 85 De Groote Kassa boekende A:o 17 23/86. 17. 3/87. 17 8/78. 17 38/9. geslooten, en 17 38/90. tot den 19. october voor ult=o aug:s 1790: voortloopt De ontvangen, verstrekt ordonnantie bondels gehoorende tot gem: kassa boek Het quitantie boekad Jdem Het Extract Groot kassaboek e Jdem, De bondel van de Reekening van gestempeld papier neevens 't Restant van gem: papieren en het katje met 15. zilver d:o zeegels volgens annex Notitie van heedigen datum.- De Bondels van Borgtogten, quitantien resipessen betaalde quitantien ensz: Concerneerende de de belangen den Edele Maatschappij nevens p=l memorie loopende ordonn: van Nagap=m te Palli voldaane Nagabat=s a: ordonn papieren der geld negotie en verdere papieren van Nagapatnam Desgelijks worden ook overgegeeven alle de boeken bondels en papieren zoo als thans zijn op de Negotie en zoldij komptoiren onder verontwoording van Mg: T:s Ma: 4. 3. 4. 7/8. 3. 16. 5. 2/56. â. 1. staaf te Mad„s g'ets=t car: 20. 1. —. 4. 3. 5. —. 3. 17. 11. 1/32. „ 1. _:o alhier „ „ „ 20. 5. —. den. 223 Nevens

NL-HaNA_1.04.02_3878_1101 view scan ↗

English

863. The 10th of November 1790. the Pay Bookkeeper Broerius Brouwer and Trade Transferrer Wouter Pietersz. Palliacatta In Castle Geldria, the 28th of October 1790. at the bottom: for the transfer was signed N. Tadama below: for the receipt was signed P. E. van Halm in our presence as commissioners in the margin: was signed B. Brouwer, and F. W. Bloeme Note of the Remainder of Stamped paper alongside its silver seals belonging under the accountability of the paraphers; Namely, 2 sheets of 10 Rds 3 ditto 5 24 ditto 4 24 ditto 3 27 ditto 2 73 ditto 2 172 ditto 24 stuivers 38 ditto 12 ditto 158 ditto 6 ditto f 15 ditto Silver seals hereof 1 piece of 25 Rds 1 ditto 15 1 ditto 12 1 ditto 10 1 ditto 8 1 ditto 6 1 ditto 5 1 ditto 4 1 ditto 3 1 ditto 2 1 ditto 1 1 ditto 36 stuiv. 1 ditto 24 1 ditto 12 1 ditto 6 15 pieces as above Palliacutta in Castle Geldria, the 28th of 8ber 1790. for the transfer. at the bottom: was signed A. Tadama Whereupon, having been seen how much the entire stock of money amounted to, and in what specie of good rupees, under the date of the transfer, including also the still unpaid last installment of the 200 leaguers of arrack sold according to the resolution of the 26th of July of this year, it amounts to no more than f 76833. 1. 8; that, as the Lord Commander added hereto, this consisting for the greatest part of six still unsold bars of gold and 3126 pieces of Persian gold rupees, his Honor had left nothing untried since taking charge of affairs to at least dispose of the rupees and make ready cash of them, but that difficulties arose therein which his Honor believed ought first to be cleared out of the way with the deliberation of the meeting; for that, according to the samples shown without reserve at Madras, the offer made for them differed firstly in the quantity that The 10th of November 1790. would 865. The 10th of November 1790. would be surrendered, and secondly so significantly in price with the 287 pieces sold before the last of August, that the Lord Commander had reason either to distrust that negotiation, or to enter into an investigation of the reasons thereof before proceeding to any further negotiation, because according to the subsequent report received, for 100 pieces of gold rupees, if one intended to sell any quantity of importance, no more than pagodas 327, and for small lots up to pagodas 36 3/8 for 10 pieces was offered, namely if one wished to deliver them in lots of 25 to 100 and less, yielding according to the first calculation a loss of 8 1/32, and according to the last, an advance due to the fallen prices of 1 7/16 per cent, whereas the 287 pieces previously sold had yielded an advance of 6 7/16, as shown by the return of the date 4th of August last presented to the assembly; that the six bars of gold had first been sent to Madras and subsequently to Sadras by the former Lord Commander and brought back, but that the sale up to now had had no result; Item in taffetas of Cossimbazar that to these annoying inconveniences was added the inability to dispose of the merchandise on hand to satisfaction, both due to the decline of the market underway, and the indecision of the merchants; regarding which, the concept of seeing whether public sale can be introduced here is for now out of the question The 10th of November 1790. in 867. The 10th of November 1790. in a season called the bad monsoons, or, due to the failure of rain, is constantly to be expected, but must at least be postponed until next January; and secondly the apprehension, since everything is steadily declining, for the merchandise, continuation, once put up for auction and held back for certain prices, whether the buyers will not all the more dictate terms, and one will thus be forced in the end to give in and let them go for what they are willing to pay, or else to leave everything lying to considerable detriment with no sufficient prospect of improvement, as long as the war with inconvenience hereby over the upcoming trade with Tipu Sultan continues and one must wait for a reply to the representation of the precarious state of affairs to the Honorable High Indian Government, with which the true interest of the Company does not agree, considering the significance of the remainders and the capital that remains idle here as long as the goods are not converted into money and the proceeds circulate with profit in trade; that meanwhile the time to enter into a new contract on the demands for Europe and India for the year 1791 was passing, regarding which the suppliers had been pressed and an estimate of the requirements having been presented, showing that the earlier one begins with it, the better the prospect would be for The 10th of November 1790. a

Dutch transcription

863. Den 10. November 1790. den Zoldijboekhouder Broerius Brouwer en Negotie overdraager wouter Pietersz: Palliacatta In het Casteel Geldvia den 28. october 1790. /:onderstond:/ voor de overgave /:was geteekend N. o Tadama /:lager:/ voor de ontvangst /:was geteekend:/ P: E: van Halm /: in ^ ons present als gecommitteerdens. — „margine: / /:was geteekend:/ B: Brouwer, en F: W: Bloeme Notitie van 't Restant Gestempeld papier nevens dies zilvere zegels gehoorende onder verantwoording van den perrapheerden; Teweeten, 2. — vellen van 10. Rd=s 3. _:o „ 5. . „ 24. —. _. o „ 4. „ 24. —. _:o „ 3. „ 27. —. _:o „ 2. „ 73:—„ _:o „ 2. „ 172. _:o „ 24. stuijvers 38. —. _:o „ 12. _:o 6. _:o 158: —. _„o„ ƒ 15. –. D=s Zilvere zegels hier van 1. — P:s van 25. Rd:s 1. „ „ 15. „ 1. - „ „ 12. „ 1. . „ „ 10. „ 1. „ „ 8. „ 1. — „ „ 6. „ 1. —. „ „ 5. „ 4. „ 1. . . „ „ 3. „ 1. –. „ „ 2. „ 1. —. „ „ 1. -. „ „ 1. „ 1. . . . „ „ 36. stuijv: 1. —. „ „ 24. „ 1. - „ „ 12. „ 1. —. „ „ 15. –. stuks als boven Palliacutta in 't Kasteel Geldria den 28. 8ber: 1790. voor de overgave. /:onderstond:/ /:was geteekend:/ A= Tadarna 6. „ Waarbij dan gezien zijnde dat de gansche voor raad voorraad van geld daar bij hoe veel van geld onder den datum van het transport, het noch onvoldaene en in wat specie van de goedte ropijen onvolddene laaste termijn van de volgens besluijt van den 26. Iulij deezes Iaars verkochte 200. leggers Atrak meede gereekent, op niet meer dan ƒ76833. 1. 8. te staan komt; dat gelijk de Heer gezachhebber hier bij voogde dit voor het grootste gedeelte bestaande uit zes noch onverkochte staaven goud en 3126. swaarigheijdin den verkop sluks Persiaansche goude ropijen, zijn E: E: Achb zedert de maneance van zaeken niets onbe„ zocht had gelaaten, om ten minsten de Ropijen van de hand te zien te zetten en daar voor gereed gelt te maeken edoch dat zig daar in op deeden zwaarigheeden welke zijn E: Achtb: vermeende dat, met overleg van de vergadering eerst behoorden uit den weg te worden geruimt; want dat na de zon„ ropar te Madras vertoonde minsters, het bod dat men den wegen deed voor eerst in de quantiteijt welke Den 10e. November 1790. zou 9 865. Den 10. November 1790. zouworden afgestaan, en ten anderen met de voor zul„ timo aug=s verkochte 287. stuks zoo aanmen„ kelijk in prijs, verschilde dat hij Heere Gezach„ hebben reeden had die onderhandeling, ofte mis„ trouwen of alvoorens tot eenige verdere negocia„ tie over te gaan te treecen in een onder zoek nade reeden van dien, want dat na het bekomen vervolg= berichte voorde 100. stuks goude ropijen indien men eenige partij van belangdacht te verkoopen, niet meer dan pa/o 327. - en bij kleene partijen tot pra/o 36. 3/8: voor gelijk voo„ stuks geboden wierd te weeten wanneer men die bij 25. tot 100. en minder wilde afle„ veren, geevende na de eerste bereekening een verlies van 8 1/32. en na de laaste, een advans van door de gedaalde prijser van 1 7/16 p:r C:o daar de te vooren verkochte 287. stuks een advans van 6 7/6. hadden a fw worpen gelijk het in ver„ gadering gebracht Rendement de dato 4 aug=s laast„ leeden dat komt aan te toonen dat de sessta„ ven goud, door den Heer geweeze Gezachhebber eerst na Madras, en vervolgens naer Sadras gezonden en te rug gebracht waren, maar dat de verkoop tot nu toe, geen gevolg gehad haetde Item in tafsetten vanCospm dat bij deeze verdrietige inconvenienten noch quam de ongelegenheit om de Koopman„ schappen, welke aan handen zijn na genoegen van de hand te zetten, zoo mits het deelen der markt gaande weg, als de besluiteloosheit van de kooplieden derwegen dat aen het concept van te zien of den publicquen verkoop hier kan Den. 10. November 1798. worden 867. Den 10. November 1790. worden geintroduceert, voor eerst niet is te denken in een tijd die men de quaade moussons noemt of, mits het niet vallen van reegen gecuu„ rig is te verwachten, maar ten minsten tot Ianuarij aanstaanden moet worden uijtgesteld en ten anderen de beduchting of daar alles ge„ duurig daelt, voor de koopmanschappen wan, vervolg.- neen ze eens zijn opgeveilt en voor zeekene prijzen worden opgehouden, daarna door de koo„ pers niet des te meer de wet gestelt, en men dus genoodzaakt zal worden om ten often te komen en ze te laaten gaan voor het geen zij daar voor willen geeven, dan wel tot Considterable schadle alles leggen te laaten met geen genoegzaam voor uijt zigt van verbeetering, zoo lang den oorlag met ongelegenheijd hier door over den aanstaanden handel met Tiepoe stultan aanhout en men moet wach„ ten na antwoord op vertooning van den hache„ lijken toestand van zaeken aan de Edele Hooge Indische Regeering, waarmeede dus het waare belang van de Compagnie niet in stemt gecon„ sideneert de aanzienelijkheit der Restanten en het kapitaal dat vien teloos blijft zoo lang de goederen niet ten gelde gemaakt zijn en het provenu met voordeel in den handel komt te roulleenen; dat intusschen de tijd tot het aan„ gaan van een nieuw Contract op de Eisschen voor Europa en Jndia en den Jaare 1791. gaande weg den inschoot waar omtrent de levenanciers geprlist en een opgave gesteren zijnde van het benooltigde vertoonen dat hoe vroegtijdigen men daar meede begint, hoe beter het uitzicht zoude zijn op Den 10. November 1790. een

NL-HaNA_1.04.02_3878_1107 view scan ↗

English

869. The 10th of November 1790. situation and consideration give a timely proper delivery, insisting as far as possible on the payment of their favourable balances, namely the merchant Meddhawardase C:s for 622: 1. 70. and the merchant Koeloe Annam Boddelij C:s for 495. 10. 74. according to the account drawn up thereof, item a further advance in cash on the new delivery, undertaking, upon the announcement of the Lord Governor that no other than the old unraised prices can be granted to them in the purchase, to declare themselves in the course of this or at the latest in the coming week, desiring beforehand to consult with the weavers; giving his Honour therewith in consideration what was most in the interest of the Company, namely continuation. — namely with the merchandise in general, and the large unwanted stock of cloves and Japanese bar copper, of which the former presently at Madras was worth no more than 345. 3/4, and the copper 75. pagodas per bahar of 500. lb., to adapt to the circumstances of the time and, according to the qualifications available for that purpose, to lower somewhat for both articles, rather than to hold up the sale any longer and to get into a real embarrassment around the time that the advances must necessarily take place, in order to reap the fruits both of the desired price reduction of the returns and a timely delivery; since, after all this shall have been tried, the way nevertheless The 10th of November 1790. still 871. The 10th of November 1790. resolution to have drawn up a memorandum of the amount of the demands for 1791 still remained open, for that which cannot be disposed of by private sale at an acceptable bid, to announce a public auction and to see what success that will have: thus, having heard and attentively considered all this, in accordance with the opinion and proposition of the Lord Governor, it was approved and agreed to have drawn up, by the Honourable Chief Administrator, a Memorandum in two columns concerning the amount of the Returns that, as far as this main office is concerned, must be provided to fulfill the aforementioned Fatherland and Indian demands for 1791: showing in the one the amount in money according to the old unraised, and gold species of Mr. Tadama elucidation to be requested assayed to have assayed necessity to raise. regarding the difference in the and in the second, the recently contracted prices; regarding the difference in the gold species to request elucidation from the former Governor, Mr. Tadama, both regarding the type of rupees that have just been sold and those that are still on hand, and of which mention was made here earlier, and whether the rupees sold previously had beforehand in which case it has not yet been assayed, if so, then also to have the remaining ones assayed, as has just been done with two bars of gold, for which, as is said, Malay slips are already to be found according to the assays taken thereof here, which upon examination must further reveal how the gold rupees, meanwhile for the rupees, even if it were only in small parcels, or that which is absolutely necessary in ready money for the household, The 10th of November 1790. necessary 873. The 10th of November 1790. the cloves the more necessary as the cashier by the end of October is already in advance, to see to stipulate the highest price, as well as for the Japanese bar copper, and if that might be turned over for 85. pagodas per bahar, to prefer the sale thereof by private contract over that by public auction, and also to observe the same with the spices, and the spices and why the more so as of the nutmegs and mace virtually nothing of importance is on hand, namely only 197. 1/2 lb. of the first and 906. 5/8 lb. of the latter, according to the general remnants as of the end of October, against which there lies a stock of 56625. lb. of cloves, for the promotion of the sale of which; as shown by the Extract General Resolution of the Castle Batavia, dated 28th of December 1707, one might at the utmost go down to considerable remnant of copper still on hand sale thereof to 80. stuivers Indian money per lb.: and regarding which, according to the proportion also to be found therein in the distribution with the two other kinds of spices, one will see what can possibly be stipulated, without for the present going further than to 90. stuivers Indian, or still 15. stuivers less than the old price, calculated at up to 105. stuivers Indian. the remnant of the copper being 209708. 7/8 lb.: thus more than the entire cargo per the ship Horssen, notwithstanding that which was allocated to the offices around the North was satisfied from it and the previous year's remnant in the warehouses left so far untouched as proof of the small sales, from which it appears most clearly that the sale of that metal does not move at all in those terms to be called reasonable, The 10th of November 1790. to

Dutch transcription

869. Den 10. November 1790. toestan en overweeging gee„ een tijdige behoorlijke leverantie, insitteerende Zoodna doenlijk op de afbetaaling van haare batelijke saldos te weeten de Koopman Med„ dhawardase C: s pra/o 622: 1. 70. en de koopman b Koeloe Annam Boddelij C: S: pr /o 495. 10. 74. volgens daar van opgemaekte reekening iten eene verdere voor uit verstrekking in Contant op de nieuwe leverancie aanneemende zich op des Heer Gezach hebbent aan kondiging van hen geen andere dan de oude onthoogde E prijzen te kunnen accordeeren in den Coop van deeze ofte uijtterlijk in de aanstaande weer te declareeren, begeerende voor af te raedplee„ gen met de weevens; geevende zijn E: E: achte wat zijn agt: ontrendelak„ mits dien in overwoeging wat met het meeste intrest van de Comp: over een kwam, van namelijk vervolg. — namelijk met de koopmanschappen in het gene„ raal, ende groete ongewilde voorraad van Nage„ len en Japans staaf koper welke eerste thans te Madras niet meer dan 345. ¾, en het koper 75. pagooden de bhaar van 500. lb: quam te gelden zich te schikken na de omstanden des tijds en, nade daar toe leggende qualifi„ 1 catien voor beide artikulen wat afte daelen lieven dan den verkoop langer op te houden en in een wezenlijke verlegenheid te geraeken tegen den tijd dat de advances noodwendig dienen te ge„ schieden, om vruchten te kunnen trekken zoo van de begeerde prijs vermindering der Re„ touren als eene tijdige leverancie; dewil na 1 dat dit allas beproeft zal zijn, den weg doch Den 10. November 1790. noch 871. Den 10. November 1790. besluijt te doen pormeeren memorie van 't bedragen der baij aen aijschen voor 179 noch open bleef, om voor het geen op een aanneemelijk bot uit de hand niet is quijt te raeken vendu„ tie te laaten uitschrijven en te zien van wat succes die zijn zal: zoo is het een en ander aangehoord en aandachtig overwogen zijnde, 7 conform de op inie en propositie van den heere Gezachhebber goedgevonden en verstaan om ƒ van het bedraagen der Retouren die voor zoo verre dit hoofd kantoor aangaat moe„ ten worden bezorgt ter voldoening van voorsz: Patriasche en Jndiasche kisschen voor 1791: door den E: Hoofd Administra„ teur te laaten formeeren een Memorie in twee Collommen, aantoonende in de eene het beloop in gelde na de oude onverhoogde en qouet spcien van de heer tata„ maellicietatie te verzoeken geesaijeerd te doen essuijeeren nootzqeakelijkheijt te verhog„ pen. nopens het different in de en in de tweede, de Jongst bestaed de prijzen; over het dif„ ferent in de goude specien van den Heer geweezen ge„ zachhebber Tadama te verzoeken elucidatie zoo aangaande het soort der ropijen die neets ver„ kocht zijn als die welke men noch aan handen heeft, en waar van hier voorgesprooken is en of de te vooren verkochte vopijen voor af in wat geval het nog niet geëssaijeert zijn zoo Ja dan ook de noch overigente laaten essaijeeren, gelijk neets geschiet is met twee staaven goud, om de welke gelijk gezegt word bereets Mlaij brieffjes na de daar van alhier genomene proeven zijn te vinden, dat zich bij examinatie nader moet ontdekken, hoedanig de goude ropijen bij intusschen voor de Ropijen al ware het ook maar bij kleene partijen, ofte het geen aan gereed geld in de huishouding volstrekt Den 10. November 1790. nodig 873. Den 10. November 1790. de negalen te meer nodig is als zijnde de kastier met ultimo october be„ reets in verschot te zien de hoogste prijs te be„ dingen, zoo ook voor het Japans staaf koper steint koper en zoo dat voor 85. pagoeden de bhaar mocht om te zetten zijn, den verkoop daar van uit de hand te prefeneeren boven die per vendutie, en „het zelve ook in acht te neemen met de spece, ende spaeceijen en waarom „rijen, te meer en van de Nooten en foeli genoog„ zaam niets van belang aan handen is name„ lijk maar 197.½ lb: van de eerste en 906. 5/8. lb: van de laaste na de generaale Restanten onder ultimo october, waar en tegen en een voorraad legt van 56625. lb: nagelenten bevordering van welker verthier; uijtwijzens Extract generaal . Resolutie des Kasteels Batavia, de dato 287. Xber: 1707. men uiterlijk zou mogen komen tot aansie nelijk restant van koper nog aanhanden tier daan in tot 80. stuijvers Jndische geld het lb: en waaromtrent men dus na de tevens daar bij te vindene pro„ portie in de verdeeling met de twee andere zoorten van specerijen zal zien wat met mo„ gelijkheit kan worden bedongen zonder voor eerst verder te gaan dan tot 90. stuivers Jn„ disch, ofte noch 15. stuijvers minderd an de oude „ tot 105. stve:s Ind: gereekend. prijs, „ zijnde het restant van het koper 209708: /8. lb: dus meer dan den ganschen aan„ breng per het schip Horsen niet tegenstaande het geen de kantoor en om de Noord is toege„ deelt daar uit voldaan en het voor Jaarig res„ tant in de Pakhuizen zoo verre onaangevoert ten blijk van den gevingenvers gelaaten, waar uit ten klaarsten Consteert, dat den vertier van dat metaal gansch niet ven„ seert in die termen van reedelijk genoemt Den 10. November 1790. te

NL-HaNA_1.04.02_3878_1113 view scan ↗

English

875. 10 November 1790. the previous fixed price impossibility to obtain that now and cause of the small turnover in 4: per to ask reasons etc: served report of the debtors of the previous government at Nagapatnam could be, on which account Their High Nobilities, see paragraph 44 of the formal rescript dated 27 April of this year, declare to refrain from reducing the price, expecting accordingly, whereas previously pagodas 89 19. 50. per bahar, that it is completely impossible to obtain that for it, and also appears to be the reason that during the book year 1789/90 here at Paliacatta no more than 120 lbs was sold, on behalf of Mr. Tadama which small turnover it was also approved to have Mr. Tadama asked for the reasons, in order to be recorded in a resolution along with the answer to the previously cited requisitions. After this was read the report required by the orders of 28 September last from the members De Raeff and Nassiet, concerning the debtors to the main treasury upon the handover of Nagapatnam in the year 1781 under the government of the late Honorable Mr. Reynier van Vlissingen, reading as follows. To the Right Honorable Worshipful Jacob Eilbracht, Senior Merchant and Governor of this Coast of Coromandel and its Dependencies. Right Honorable Worshipful Sir and Gentlemen. In dutiful compliance with your Right Honorable Worshipful and Honorable esteemed orders contained in the extract minute of the resolution in the Council of Coromandel on the 28th of the past month of September, containing: 1. To investigate in the books of this government from 1784/5 onward whether the debtors, as they are listed in the separate Ceylon letter dated 30 June 1785, have been entered into the trade books either as good or doubtful; 2. What has since been transacted concerning them in the trade books and secretarial papers; and 3. How matters currently stand therewith; we have the honor to submit our report in this regard, namely: That we, having found the following listed as debtors of this government in the above-mentioned separate Ceylon letter of 30 July 1785, to wit: The private supplier Moetoe Chitteappa Poele, on delivery of textiles for the year 1781, pagodas 10066. 5. 70. The merchant Ramalinga Poele for pagodas 3628. 5. 36. Ditto Ankan Patavia Rama Naiker, 3814. 6. 6. Ditto Moetoe Waytilinga Moddeliar, 2682. 21. 75. Merchant Godawanty Goeru Moerty Chitty, 2123. 2. 15. And the merchants Namboer Wengeta Kistnas Chitty and Conda Pilly Chitty, 811. 5. 4. Total pagodas 13059. 16. 56. Miss Hazelman as the widow Venk, pagodas 4049. 7. 10. The children of Jan Heens, 518. 12. 35. The two merchants dismissed from trade, Donna Wardappachitty and Annam Bodly, under the guarantee of Messrs. Mossel and Simons, 8764. 0. 0. The merchant Medhoe Wanderasoechitty on textile contract, 174. 11. 30. All conforming to the extract annexed hereto under letter A. Informing ourselves, according to the first clause of the aforesaid esteemed orders, whether these entries had been taken up into the trade books from 1784/5 until now and in what manner, we have found that none of them were taken up into the same. Concerning the second clause: nothing whatsoever has been transacted in the trade books regarding those entries, but in the secretarial papers the following appears, as: In a letter from Their High Nobilities to this government dated 17 April 1787, they state: § 20. That they overlook the postponement of the investigation into the arrears and outstanding debts of the previous government due to the lack of the necessary papers, for the retrieval of which the former secretary Stoffenberg was sent to Nagapatnam, but expected that the necessary dispatch had already been made in this long-delayed matter, see letter B. This government wrote to them in response on 10 March 1788: That they hoped, before the closing of that letter, to receive from Nagapatnam a distinct report of the arrears of the previous government and as accurate a statement as possible of the loss that the Company suffered upon the surrender of Nagapatnam; that the former adigar Schunemak at Nagapatnam had already made great progress with that investigation, but that if it unexpectedly could not be completed, it would certainly follow in coming October; that the difficulty attached to that work required not only attention but time, as the principal papers, including the main treasury book, were missing, see letter C. Their High Nobilities write to this government again on 15 April 1788, under § 25:

Dutch transcription

875. Den 10. November 1790. de voorige prijsetaar onmogelijkp:d die nu te krijgen en oopsztaak van de geringen af zet in 4: p:r reeden te vraagen etc: diend bericht van de debitee„ ren van 't voorig gouver ne„ ment te Nagap: te kunnen worden uit welken hoofde Hun Hoog bepaaling door H: V: Eed: aan Edelheeden vide par. 44. van de formeele Res„ criptie de dato 27 april deezes Jaars verklaa„ ven afte zien van de vermindering van prijs, verwachtende over zulks, daar voorgelijk te vooren pagooden 89 19. 50. per bhaar dat vol„ strekt onmogelijk is daar voor te erlangen en ook de reeden schijnd uit te maaken dat ergeduurende het boekjaar 17 23/90. hier te Pallia„ Ratta niet meer dan 120. lb: is verkocht geworden, van de heer tademadtenweegen welke geringe debiet tevens is goedgevonden den heer Tadama de reeden te laaten vragen om, met het aantwoord op de voorgeciteerde requisiten bij Rebo„ lutie te worden aangeteekend. Hier na werd geleezen het bij de besorgen van 28. September J:o leeden van de leeden De Raeff en pnrsertie en Nasz:t gevorderde bericht, nopens de Debiteuren aan de groote Cassa bij het overgaan van Nagapat„ nam in het Jaar 1781. onder het Gouverne„ ment van wijlen den Edelen Heer Reijnier van vlissingen luidende aldus. — Aan Den wel Edelen Achtb: Heer Jacob Eilbracht opperkoopman en Gezaghebber deezer custe Cormandel met den Resorte van dien Weldele Agtbaare Heer en Heeren. In schuldplichtige voldoening aan uwel Ed: agtb: en Edelens geeerde beveele vervat bij Extract No„ tul van het geresolveerde in Raade van Corman„ del op den 28. der Jongste gepasseerde maand september behelsende 1. / Bij de boeken deeses Gou„ vernements van 178 4/5. af nategaan of de Debiteu„ ven zooals ze zijn opgegeven bij Ceijlonse apparte Nevens Den Raad. Den 10. November 1790. missive 877. Den 10. November 1790. missive de dato 30. Junij 1785. 't zij als goed of dubieus bij de Negotie boeken zijn ingenomen 2. / wat daar van bij deselve /: negotie boeken: en secretarieele Papieren 't /zedert verhandelt, en 3. / Hoe het actueel daarmeede gelee„ gen is Hebben de eere deswegen te dienen van Bericht Namentlijk Dat wij als debiteuren deeses Gouverne„ ments bij boven gem: apparte Ceijlonse missive van den 30 Julij 1785. opgegeven gevonden hebbende vol„ gende; te weeten. — Den Particuliere leverancier Moetoe Chitteappa Poele - - Pag: 10066. 5. 70 opleverantie van lijwaaten voor a:o 1781. Den Koopman Ramalinga Poele voor - - - poa/o 3628. 5. 36. „ _:o Ankan Patavia rama Naiker „ 3814. 6. 6. „ _:o Moetoe waijtilinga Moddeliaar „ 2682. 21. 75. „koopman Godawantij Goeru Moertij Chittij „ 2123. 2. 15. Ende Cooplieden Namboer wengeta kistras chittij en conda Pillij Chittij. - „ 811. 5: 4. Pagooden 13059 16. 56. Mejuff=w Hazelman als weduwe Venk r o/a 4049. 7. 10. de Kinderen van Jan Hteens - – — — – „ 518. 12. 35. de uijt den handel gezette twee kooplieden Donna wardappachittij en Annam Bodlij onder borgtogt van de heeren Mossel en Simons – – - - - - „ 8764. —. — den Koopman Medhoe wanderas oechit„ tij op lijwaat Contract - - - - - - „ 174. 11. 30. alles Conform Extract deesen onder L=a A:annex Ons volgens het eerste lidt der voorsz: g'eerde beveele informeerende of deese Potten bij de negotie boeken 't zedert 178 24/5. tot nu waaren ingenoomen en hoedanig hebben wij bevonden dat bij deselve daar van geene ingenomen was. Con. voor — — — — — -- - en Den 10. November 1790. concerneerende het tweede lidt Is bij dezelve negotie boeken van die posten niets hoegenaamt verhandeld maar wel bij de Lecretarij Papier en het volgende als Bij missive Hunne Hoog Edelhedens aan de„ ke Regeering de dato 17. april 17887. zeggen hoog dezelve § 20. dat passeeren het uijtstellen van het onder„ zoek der agterstallen en uijtstaande schulden van het voorig Gouvernement, mits gebrek aan de nodige Papieren tot welkers afhaalden gewee„ zen secretaris Stoffenberg na Nagap: geson„ den is dog verwagtede dat met deeze zoolang getraineerde zaak bereeds de nodige voort„ vaarendheid was gemaakt vide L=ra B: Deese Regeering schreef Hoog deselve in dato 10. maart 1788. daarop Dat hoopten nog voor het sluijten dier brief van Nagapatnam te ontfangen een distinct bericht van de agter stallen van het voorige Gouverne„ ment en een zoo vermogelijk accurate opgave van het verlies het geen de Comp: geleeden heeft bij de overgave van Nagap: dat den geweesen adigaar Schunemak op Nagapatnam reeds met dat ondersoek sterk gevorderd was, dog dat zoo. het onverhoopt niet konde afgaan dan vast in october aanstaande volgen zoude dat de moeijelijk aan dat werk vast niet alleen attentie maar tijd vereijschte also de principaalste papieren en daaronder het groote Cassa boek manqueerden vide L=ra C: Hun Hoog Edelheedens schrijven deeze Re„ geeving in dato 15. April 1788. weeder onder 825.

NL-HaNA_1.04.02_3878_1117 view scan ↗

English

879. The 10th of November 1790. Section 25. that they could take no satisfaction whatsoever in the fact that no report had as yet been given regarding the arrears and outstanding debts of the previous Government, and that matters of that nature were put off for so long, and even more so since they were not even informed as to what had become of the mission of the former secretary Stoffenberg to Nagapatnam for the necessary papers, and that it was expected that a settlement of matters would finally be pursued, see Letter D. Under date of 29 July 1788, Their High Excellencies write again, Section 27, that with regard to what was advanced concerning the arrears of the previous Government and the slow progress taking place in that respect, they adhered to the latest rescript, trusting that the requisitions made therein would be answered without delay, see Letter E. On the 15th of September 1788, it was resolved in the Council of Coromandel to serve Their High Excellencies, in rescript to the aforementioned orders regarding the arrears and debts of the previous Government, that the investigation thereof and the compiling of a list of damages suffered by the Company with the transfer of Nagapatnam to the English had been assigned to the adigar Scheuneman; that he had gone to Nagapatnam for this purpose in 1785, but that whatever effort he had made to trace everything had been fruitless, because among all the papers secured there and since brought over here by the former Secretary Stoffenberg, none or very few could be found that could have given him as much light on these matters as he needed. That. The 10th of November 1790. and That he lacked, among other things, the grand cash book and the trade journals of 1779/80 and 1780/81, of which the first had indeed been started but not closed, and the second had not even seen the light of day, which circumstance had caused him, Scheuneman, almost to doubt a good outcome of his commission, until the former secretary Stoffenberg obtained an opportunity to acquire from Mr. Cochrane, English commissioner, a note of the remainders upon which the respective administrations had been surrendered to the English. That the said Scheuneman had formed from this a calculative statement of what the Company had lost in the surrender of Nagapatnam and what debts it still had outstanding there, Extract Letter F. By further extract from that resolution, regarding the outstanding debts amounting to f 138395.16, agreeing with the Ceylon surrender as far as supplies on delivery of linens for the year 1781 are concerned, to assure Their High Excellencies that everything possible would be done to collect them, demonstrating that this would have been worked on long ago if prudence had not advised postponing serious measures, because most debtors were residents of Nagapatnam, some of whom pretended to have an outstanding account with the Company, and others that they had liquidated their account or debt with the English after the transfer of the city; that the Government thus maintained that such an investigation could not yet take place, but that one had to wait until the Company came into possession of Nagapatnam again, whereupon a successful outcome was not doubted; that for the promotion 881. The 10th of November 1790. of this, the invoice clerk Bloeme had been ordered to give an accurate statement of what the merchants of Nagapatnam had delivered against the respective demands for the Netherlands and the Indies in the year 1781, Letter G. Under date of 20 October 1788, this Government made a rescript to Their High Excellencies concerning the arrears and outstanding debts of the previous Government, entirely in conformity with the decision just drafted on 15 September 1788, Letter H. On the 26th of September of that same year 1788, the Honorable Mr., now outgoing Commander Taeklema, made known in the meeting that the debt of the Paleacatte merchant Dondalwardappa Chetti, amounting to 864 Pagodas, had been satisfied without His Honor's knowledge by the merchant Simons as guarantor, as evidenced by an autograph receipt of the late Governor van Vlissingen written on the deed of suretyship, which document His Honor produced and was also inserted into the resolution. Whereupon it was resolved to give the said merchant an extract of this resolution for his discharge, etc., Letter I. By letter of the 14th of March 1789, this Government gave notice to Their High Excellencies of this liquidation, Letter K. Their High Excellencies write by missive of the 31st of March 1789 to this Government under Section 35 that, for the reasons adduced, they could well allow that no serious measures had yet been taken for the collection of the debts of the Nagapatnam Government, but that they expected that upon the restitution of Nagapatnam by the English, the requisite speed would also be made therewith, and that they also remained awaiting the outcome of the order given to the invoice clerk Bloeme to accurately state

Dutch transcription

879. Den 10. November 1790. §25. dat in 't geheel geen genoegen konde neemen, dat omtrend de agterstallen, en uijtstaande schulden van het voorig Gouvernement als nog geen berigt gegeven was en dat zaaken van dien aard zoo lang agter de bank geschooven wierden en te meer daar niet eens wierden geinformeerd wat en ge worden was van de uitzending van den geweezen secretaris Stoffenberg na Nagapatnam om de no„ dige Papieren en dat verwagtede dat eijndelijk eens een afdoening van saaken zoude werden betragt vide L=aV D: In dato 29. Julij 1788. schrijven Hoog dezelve weeder § 27. dat in op zigt van het geadvanceer„ de omtrent de agterstallen van het voorig Gou„ vernement in de traage voortgang die daar om„ trend plaats had zig gedroegen aan de Jongste ves„ criptie, in vertrouwen dat aan de daar bij gedaane requisiten sonder uijtstel zoude beantwoord werden vide L=ra E: Op den 15. September 1788. wierd in, Raade van cormandel beslooten, om ten aansien van de ag„ terstallen en schulden van het voorige Gouvernement Hun Hoog Edelheeden in rescriptie op voorenstaande be„ veelen te dienen, dat het onder zoek daar van, en het formeeren van een lijst van schade bij D Comp: geleeden, met het overgaan van Nagapatnam aande Engelse, aan den adigaar Scheuneman was opgedraagen dat deeze ten dien Eijnde in 1785. na Nagapatnam gegaan was, dog dat wat moeijte ook gedaan had, om het een en an„ der nategaan alles vrugteloos geweest was, om dat weder onder alle de papieren, die daar geborgen en t' ze„ dert door den geweesen Secretaris Hoffenberg hier overgebragt waaren geene of weijnige te vinden waaren, die hem in deeze zaaken zoo veel ligt hadden kunnen geven als hij nodigheid Dat. Den 10. November 1790. en Dat hij onder anderen miste het groote Casse boek zine d' negotie boeken van 17 3/80 en 178¾. waar van de eerste wel begonnen maar niet afgeslooten waaren ende tweede het ligt niet eens gesien hadde dat zulx hem scheuneman bij na aan een goede uijtslag van zijne commissie had doen twijffelen, tot dat den geweesten secretaris, Htoff en berg geleegenheid kreegom van de heer cochrane Engelsche commissaris te bekomen een Notitie van de Restanten waar op de Respective Administratien aan de En„ gelse waaren overgegeven. — Dat gemelde scheuneman daar uijt geformeede had Calculative aantooning van het geene D: Comp: bij de overgave van Nagapatnam verlooren had en wat schulden zij daar nog had uijtstaan, Extract L=a F: Bij nader Extract uijt die Resolutie om met op„ Digt tot de uijtstaande schulden groot ƒ 138395. 16. ac, cordeerd met de Ceijlonse overgave voor zoo verde verstrekking op leverantie van lijwaaten voor A:o 1781. belangd:/ Hoog dezelve te verzekeren dat al het moge„ lijke zoude betragt worden die in te palmen met vertooning dat daar al voor lange werk van zoude gemaakt zijn, zoode voor zigtigheijd niet geraaden had, ernstige mat regulen uijt te stellen, om reeden de meeste debiteuren Inwooners van Nagapat„ nam waaren die voorwende Een uijtstaande ree„ kening te hebben met de Comp=e, en andere dat ze hun reekening of schuld na't overgaan van de stad met de Engelsche geliquideerd hadden dat de Regeering dus sustineerde dat zodanig ondersoek nog niet geschieden konde maar daar meede moes„ tte gewagt werden tot de Comp: weeder in 't besit van Nagapatnam quam, als wanneer niet getwigeld reusite wierd aan eene gelukkige reaste dat tot beworde„ ring 881. Den 10. November 1790. ving hier van den factuurhouder Bloeme gelast was, om accuraat opte geven wat de Cooplieden van Nagapatnam geleverd hadden op de respective Eijs„ schen voor Nederland en India, en den Iaare 1781. L=a G: — In dato 20. 8ber: 1788. doet deeze Regeering no„ pens de agter stallen en uijtstaande schulden van het voorig Gouvernement rescriptie aan Hun Hoog Edelens, in alles conform zoo evenge Exten„ deerd besluijt op den 15. 7ber: 1788. L=o H:, op den 26. 7ber: van dat zelfde Jaar 1788. Gaf den agtb: Heer thans afgaande Gezaghebber Tacla„ ma, in vergadering te kennen dat de schuld van den Pallifacats Coopman Donal wardappa Chittij groot P ao 864. buijten zijn Agtb: weeten door den koop„ man Simons als borg voldaan was, blijken seij„ genhandige quitantie van wijlen den Gouverneur van vlissingen op de acte van Borgtogtgeschreeven welk document zijn Achtb: proeduceerde en ook ter reso„ lutie geinsereerd wierd. — Waar op beslooten wierd gemelde Coopman tot zijn Decharge Extract dezer Resolutie aftegeven &=a I: Bij brief van den 14. maart 1789. geeft deese Regeering Wun Hoog Edelheedens kennisse van deese liquidatie L=ae K: Hun Hoog Edelens schrijven bij missive van den 31. maart 1789. aan deeze Regeeving onder § 35. dat om de bij gebragte Reedenen wel konden passee„ ven dat ten Inpalming der schulden van het Na„ gapatnamse Gouvernement nog geene Erntlige maat vegulen genomen waaren, dog dat verwagte dat bij de te wuggave van Nagapatnam door de Engelsche ook de vereischte spoed daar meede zoude werden ge„ maakt, en dat ook bleeven afwagten den uijtslag van de gegeven ordre aan den factuurhouder Bloeme om op:

NL-HaNA_1.04.02_3878_1120 view scan ↗

English

The 10th of November 1790. to state what the merchants of Nagapatnam had delivered against the respective demands for the Netherlands and India respectively in the year 1781. Letter L. The 8th of September 1789 the Honorable outgoing Commander produced in the meeting a receipt from the late former Governor of Vlissingen granted to the former Palliacat merchant Meddha Wardarasoe Chittij, dated 15 April 1782, showing that this merchant had liquidated accounts with the Honorable Company; an authentic copy of this evidence was taken and inserted into the resolution, Letter M. The 18th of that month, a reply was drafted to Their High Mightinesses, concerning among other things what had been remarked about the arrears of the former Government, to assure Them that to our regret nothing could have been accomplished in this matter before Nagapatnam was again regained, as was extensively reported in the answered Extract from the Fatherland of the 12th of December 1786, paragraph 436, inserted in the latest report on Ceylon, Letter N. By letter of the 18th of October 1789, this Government sends Your Honors a reply, conformable to the aforesaid resolution, Letter O. By letter of the 26th of March 1790, No. 63, this Government presents to Their High Mightinesses a petition from the former Major and Head of the militia at Nagapatnam, Hazelman, which contains a request to pay out his back wages due from the Honorable Company since 1767 to 1781, and to satisfy a certain warrant on the petty cash granted by the former Government in the amount of Pagodas 4049. 7. 10. to the debit of his predecessor, the former overseer of works at Nagapatnam, Henk, since he had married the widow in community of property, Letter P. This, Right Honorable Lord and Lords, is all that has been dealt with in the secretarial papers from 1785 until now concerning the arrears of the former Government, and proceeding now to the third or last part of our commission, namely how matters actually stand in this regard, we have the honor to report: That to our regret we cannot speak of this with as much certainty as we would wish, but shall proceed according to the light that has appeared to us from earlier papers than those cited above, following the order in which the debtors are listed in the Ceylon letter cited in the beginning, to wit: The private contractor Moetoe Chitteappa Poele: Pagodas 10066. 5. 70. This man, like all debtors, was urged by the remaining political council members of Nagapatnam to settle his account with the Honorable Company, but apparently did not wish to comply; this appears from an extract of a letter written by these members to Their High Mightinesses on the 22nd of November 1783, Letter C. Then an account signed by him and dated Tranquebar, the 25th of December 1783, is found, attached hereto as Appendix, Letter R, whereby he remains in debt only Pagodas 8578. 17. 70., though his willingness or unwillingness to pay does not appear. The Debtors on deliveries for the year 1781: The merchant Ramalinga Poele: Pagodas 3628. 5. 36. He has submitted an account signed by him and dated Tranquebar, the 20th of December 1783, see document Letter S, at the bottom of which it states that both items for which he must account to the Honorable Company amount to 870994. 13. 77. Ankan Patavi Rama Naijker for Pagodas 3414. 6. 6. Of him, the gentlemen members of the Nagapatnam Council say in their above-cited letter of the 22nd of November 1783 that, unlike all other debtors, he had handed over a rough account to them, but that they had not been able to interview him further about it, because since then, under all kinds of pretexts, he had kept himself absent like the other merchants. The rough account mentioned here, however, cannot be found. Moetoe Waijtinada Moddeliaar for Pagodas 2682. 24. 75. From him there is again an account signed by him and dated Tranquebar, the 30th of November 1783, Letter T, whereby instead of being indebted, he has a credit of Pagodas 852. Gode Swantij Goeraroertij Chittij for Pagodas 2123. 2. 15. He has also submitted an account signed and dated Tranquebar, the 21st of September 1783, Appendix, Letter U, whereby he only remains indebted Pagodas 135. Namboer.

Dutch transcription

Den 10. November 1790. optegeeven wat de cooplieden van Nagapatnam gelevert hadden op de respective eijsschen voor Ne„ derland en India respective in den Jaare 1781. d=e L: Den 8. September 1789 Produceerde den agtb: afgaan„ de Gezaghebber in vergadering quitantie van wij„ len den geweezen Gouverneur van vlissingen aan den geweezen Palliacats Koopman Meddha wardarasoe Chittij verleend in dato 15. april 1782. waar bij bleek dat die Coopman met D:E: Comp: geliquideerd had„ van dit bewijs wierd authenticq copij genomen en ter reso„ Den 18. dier maand wierd rescriptie beraamd aan Haar Hoog Ed=s en onder andere nopens het geremarqueerde omtrent de agterstallen van het voorig Gouvernement, om Hoog De„ zelve te betuijgen, dat tot leed wezen daar inne niet eer de niets had kunnen werden gewerkstelligd voor dat men weeder in 't bezit van Nagapatnam geraakte, zoo als breedvoe„ rig gemeld was bij beantwoord Patriasch Extract van den 12. December 1786. § 436. geinsereerd bij Iongst verslag over Ceijlon L=a N: Bij brief van den 18. 8ber: 1789. doet deeze Regeering U: UEd: rescriptie, Conform evengemeld besluijt L:a /o. Bij brief van den 26. Maart 1790. — N 63. Bied deeze regeering Hun Hoog Edelens aan Request van den geweezen Majoor en Hoofd, der militie te Na„ gapatnam Hazelman, dat behelst verzoek om zijne bij D: E: Comp: te goedstaande gagien 't Zedert 1767. tot ƒ1781. te doen dier en tot voldoening van zeekere ordon„ nantie op de kleijne Cas door het voorig Gouverne„ ment verleend groot Pa/o 4049. 7. 10. , ten laste van zijn voor zaad den geweezen op ziender der werken te Na„ gapatnam Henk, vermits hij ingemeenschap van goederen met de weduwe getrouwe was L=a P: Dit is wel Edele Achtb: Heer en Heeren alle het ver„ handelde bij de secretarieele Papieren 't zedert 1785. tot nu toe over de agterstallen van het voorig Gouvernement en dus nu overgaande, tot het derde of laaste lidt ons en com„ missie, Namentlijk Hoe het actueel daar meede geleegen is, hebben wij de Eene te berichten. Dat wij tot ons leetweezen hier van niet met zoo veel lutie geinsereerd L=ra M: zeekerheijd 883. Den 10. November 1790. zeekerheijd kunnen spreeken als wel wenschen, maar daar in zullen te werk na het ligt dat ons daar van bij vroegere papieren als de voorengeciteerde, is te vooren gekomen, vol„ gende daar in de ordre als de debiteuren bij den in den aan„ vang geciteerde Ceilonsche brief genoteerd staan, te weeten Den particuliere leverancien Moetoe chitteappa - – – – – – – - - Pag: 10066:5. 70. Poele- Deeze is als alle debiteuren door de over gebleeven Politicque leeden van Nagapatnam tot het afdoen van zijn Reekening met D': E: Comp: aangemaand, dog heeft daar aan zoo het scheen niet willen voldoen dit blijkt bij Extract brief deezer leeden aan haar Hoog Ed:s in dato 22. November 1783. ge„ schreeven L=a C: Dan van hem vind men Een reekening door hem ge„ teekend en gedateerd Tranquebar den 25. December 1783. deezen bij gevoegd als bij laage L=a R: Waar bij hij maar debot blijft - - - - - Pr/o8578. 17. 70. dog blijkt niet van zijn willigheid of onwilligheid tot betaaling. — De Debiteuren op leverantie van a:o 1781. Den Koopman Ramalinga Poele Pa/o 3628, 5. 36. Deeze heeft reekening geleverd door hem geteekend en ged: Tranquebaar den 20. december 1783. vide document Waar bij aan de voet staat dat de beijde posten die hij aan D: E: Comp:s moet verantwoorden bedraagen - - - - - 870994:13:77. Ankan Patavi Rama Naijker tot Pa/o 3414: 6: 6: Deeze zeggen de Heeren leeden van de Nagapatnamse Raad bij hun boven geciteerde brief van den 22. Nov: 1783. dat bij uit„ sondering van alle andere debiteuren aan hun had overgegeven een ruwe Reekening, dog dat ze hem daar over niet nader hebben kunnen onderhouden uijt hoofden hij 't zedert onder allerhande voorwendselt zig als de andere Cooplieden ab„ sent gehouden hadt. — De hier genoemde ruwe Reekening egter is niet te vinden Moetoe waijtinada Moddeliaar tot Pa/o 2682. 24. 75. Van deeze is weder een reekening door hem geteekend en ged: Tranquebar den 30. November 1783. L=a I: waar bij insteede dat hij schuldig is hij te vooren staat Pa/o 852. - Gode swantij Goeraroertij Chittij tot - - - pr/o 2123. 2. 15. Deeze heeft meede reekening geleverd geteekend en ged: Tranquebaar den 21. 7ber: 1783. bijlaage L=a U: Waar bij hij maar, schuldig blijft - - - - - - pra/o 135. — Namboer. L=a S:

NL-HaNA_1.04.02_3878_1122 view scan ↗

English

Namboer Wenketie Kistna Chittij and Cond Pilly Chittij to Pagodas 811. 5. 4. These have also rendered an account of liquidation with the Gentlemen Agents of the English at Nagapatnam dated 10 February 1782, document Letter V. With this, the debtors on the delivery of 1781 are dealt with. Now follow: Miss Hazzelman as widow Henk to Pagodas 4049. 7. 10. This entry is the only one of which we have the fortune to report to Your Honorable Nobilities and Honors that it is actual and stands to be collected, for from the document Letter P cited above, it appears that the lady's present husband, Mr. Hazelman, for the purpose of liquidation, tenders the salary due to him. The children of Ian Steens to Pagodas 518. 12. 35. Of this we also find no mention whatsoever made. Donnal Wardappa Chittij and Annanda Bodi Chittij to Pagodas 864. —. —. This debt entry was satisfied by the merchant Simons as guarantor, to the late Governor van Vlissingen, according to the annex Letter I cited above. The merchant Meddhoe Wardarasoe Chittij to Pagodas 1744. 11. 30. This man also settled that debt with the late aforementioned Governor van Vlissingen, as appears from the annex Letter M set down above regarding him. These being debtors to the previous Government in total, that is with Moetoe Chetteappa Poele on account of the copper contract, all in the sum of Pagodas 23125. 22. 46. And the remaining political members of the Nagapatnam Council promised Their High Honors that they would take care of the collecting of that capital, as appears from the extract mentioned above of their letter to Their High Honors of 22 November 1783. All the foregoing accounts of the merchants these Gentlemen obtained from them after the date or the dispatch of this letter to Their High Honors, but that these Gentlemen did anything further upon it, or wrote about it to Their High Honors or to the Government of Ceylon, much less dispatched that account as a report of this affair, does not appear to us. With this same extract these Gentlemen also give elucidation concerning the entries that ran debit at the main treasury at the surrender of Nagapatnam and which by the late Governor van Vlissingen were allegedly satisfied to the English upon deduction, to the sum of Pagodas 22045. —. as: 10 November 1790. 885. 10 November 1790. The entry of Tieroemenij Chittij, originating from Japan bar copper supplied to him in the years 1776 and 1777: Pagodas 3832. —. —. The entry of the merchant Ankan Patavi Rama Naijker on account of sold merchandise in the year 1780: 13419. —. —. The debit of the alligaar Scheuneman, originating from pepper and arrack sold to him in the year 1773 to: 5194. —. —. Or as above: Pagodas 22045. —. —. Regarding this, these Gentlemen say nothing further than that they note this for the elucidation of Their High Honors; according to the statement of the trade transferor Nieboer, we do not find that anything further has been written about it, but rather that the aforementioned Scheuneman, in his petition presented to the Government of Ceylon dated 27 November 1788, deals with this along with other matters in great detail, and that by the late Governor van Vlissingen in a detailed report to Their High Honors in response to the aforementioned Scheuneman's petition, this was spoken of at length, without finding any further back-and-forth correspondence regarding it. Hoping hereby to have complied with the esteemed orders of Your Honorable Nobilities and Honors, we take the special honor to subscribe with deep veneration, was undersigned, Right Honorable Gentlemen, Your Honorable Nobilities' very humble and obedient servants, was signed, J. S. De Raeff and I. I. Hasz, in the margin, Palliacatta the 9th of November 1790. The contents of which then indicating, what that indicates, that the debtors on account of delivery of linens are: Camalinga 1 10 November 1790. Continuation: Samelinga Poele for Pagodas 3628. 5. 36. Ankan Patavi Rama Naijker: 3814. 6. 6. Moetoe Waijtilinga Moedeliaar: 2682. 21. 75. Godawartij Goeroe Moerti Chittij: 2123. 2. 15. and the company of Namboer Wengeta Kistna Chittij and Kondapillij Chittij: 811. 5. 4. Item: Moetoe Sjetteappa Poele on account of a certain contract for copper: 10066. 5. 70. Totaling Pagodas 23125. 22. 46. To which there still follows: Mistress Hazelman formerly widow Henk: Pagodas 4049. 7. 10. The children of Jan Steens: 518. 12. 35. The dismissed merchants Wardappa Chittij and Annam Bodlij under the suretyship of the Honorable Simons and Geeke: 864. —. —. and The merchant Medhoe Wardarasoe Chittij on delivery of linens: 174. 11. 30. totaling 5606. 6. 75. Totaling together Pagodas 28731. 5. 41. 2. What has since been transacted regarding this in the trade books and secretarial papers, and 3. How matters actually stand therewith, that report being accompanied by various annexes from Letter A to Letter V, following the indication of which it is established that the aforementioned

Dutch transcription

Namboer wenketie Kistna chittij en cond Pilly Chit„ - P a/o 811. 5. 4. tij tot Deeze hebben meede Reekening gegeven van liquidatie met de Heeren Agenten der engels en op Nagapatnam in dato 10. febr: 1782. decument L=a V: Hiermeede zijn afhandeld de Debiteuren op de Leveran„ tie van 1781. Nu volgen Mejuffw Hazzelman als wed: Henk tot Pa/o 4049. 7. 10. Deeze post is de Eenigste die wij het geluk hebben u wel Ed: achtb: en Edelens te berichten dat weesentlijk is, en staat in te komen, - want bij het hier voor en geciteerde document L=a P: Blijkt, dat des Juffrouws teegenwoordige man de Heer Hazelman tot liquidatie, zijn te goed hebbende gagie pre„ senteerd. — De kinderen van Ian Steens tot - - - - Pa/o 518. 12. 35. Heer van vinden wij meede in 't geheel geen mentie gemaakt Donnal wardappa chittij en Annanda Bodi„ – - - - - - - - - - - P a/o 864. —. — bij tot - - - Deeze schuld Post is door den Koopman Simons als borg voldaan, aan wijlen den Gouverneur van Vissingen volgens hier voorwaards geciteerde bijlaage L=a I: Den koopman Meddhoe wardarasoe chittij tot Po/o 1744. 11. 30. Deeze man heeft die schuld meede verevend met wijlen gemel de Heer Gouverneur van vlissingen, blijkens het hier voo„ ven ter needergestelde, in opsigt van hem bijlaage L=ra M: Deeze zijnde Detiteuren aan het voorig Gouverneus in 't ge„ heel, dat is met Moetoe chetteappa Poele weegens het koper contract alles ter somma van - - - - - p. ao/o 23125: 22. 46. En de overgebleeven Politicque leeden van de Nagapat„ namse Raad beloofden Hun Hoog Edelens voor de in„ palming van dat capitaal zorge te zullen draagen blijkens hier vooren gewaagd Extract hunnen brief aan Hoog Dezelve van den 22. November 1783. — Alle voorstaande Reekeningen der cooplieden hebben dee„ ze Heeren bekomen van hun na dato of het afgaan deezer brief aan Hun Hoog Edelens, dog dat deese Heeren daarop iets ver„ der gedaan, of daar over aan Hoog Deselve, of de Ceijlonse Re„ geering geschreeven, veel min die Reekening als een verslag deeser affaire verzonden hebben komt ons niet voor. Bij dit zelve Extract geven deeze Heer en nog Elucidatie nopens de Posten die bij de groote Cas debet liepen bij de over„ gave van Nagapatnam en welke door wijlen den Heer Gouver„ neur van vlissingen aande Engelse:/ bij afpensing zoude zijn voldaan geworden, ter somma van Pa/o 22045. —. als Den. 10. November 1790. 885. Den 10. November 1790. De post van Tieroemenij Chittij oorspronkelijk uijt aan hem verstrekt Iapans staaf koper in de Jaare 1776. en 1777. - -- Pa/o 3832. –. –. - De Post van den koopman Ankan Patavi, Rama„ Naijker weegens verkogte koopmanschappen in a:o 1780 „13419. -. — Den debet van den alligaar Scheuneman, oorspron„ kelijk uijt aan hem verkogte Peper en arvak in tot - - - - a:o 1773. — — — „ 5194. —:— of Als boven P a/o 22045. -. - Hier omtrend zeggen deeze Heeren verder niets als dat dit tot Elucidatie van Hun Hoog Ed=s noteeren, volgens opgave van den Negotie overdraager Nieboer vindende wij niet dat daar over verder iets geschreeven is maar wel dat gemelde scheuneman bij zijn Request aan de Ceijlonse Regeering in dato 27. November 1788. gepre„ senteerd hier over nevens andere zaaken zeer omstan„ dig handeld en dat door wijlen den Heer Gouverneur van vlissingen bij omstandig bericht aan Hun Hoog Edelens in antwoord op gemeld scheunemans supplicq daar over in't breede gesprooken werd, sonder dat men daar van meer over en weeder schrijvens vind. — Hoopende hiermeede aan de G'eerde beveelen van uwel Ed: agtb: en Edelens voldaan te hebben, maati„ gen wij ons de bijzondere Eere aan, met diepe vene„ ratie te onderschrijven /:onderstond:/ wel Edele Agtb: Heeren Heeren uwelEd: Agtb: zeer onderdanige en gehoorzame Dienaaren /:was geteekend:/ J: S: De Raeff en I: I: Hasz: /:in margine:/ Pallia„ catta den 9. ' November 1790.. — Welkers inhout dan aanwijzende s) dat de de, wat dat aan wijst. biteuren, uit hoofde van leverancie oplijwaa„ ten zijn Camalinga — 1 — - Den 10. November 1790. vervolg Samelinga Poele voor - - - - - Ankan Patavi Rama Naijker - - - - - „ 3814. 6: 6. Moetoe waijtilinga Moedeliaar - – – - - „ 2682. 21. 75. Godawartij Goeroe Moerti Chittij - - - - - „ 2123. 2. 15. en de ploeg van Namboer wengeta Kistna Chittij en Kondapillij Chittij - – - - - - „ 811. 5 4 item Moetoe Sjetteappa Poele wegens zeeker contract voor Koper _ _ - - - - - - „ 10066. 5: 70: komt te saemen Pa/o 23125. 22. 46. Waar bij noch volge Juffrouw Hazelman voormaals wedu„ wa Herrk - - - - - - - P a/o 4049. 7. 10. De kinderen van Jan Steens - – – - „ 518. 12. 35. De afgeszetta Kooplieden wardappa Chittij en Annam Bodlij onder borgtogt van D' E:s Simons en Geeke - - „ 864. —. —. en De koopman Medhoe wardarasoe Chittij opleverantie van lijwaaten - - - - „ 174. 11. 30„ 5606. 6. 75. - Maakts te Zaemen P a/o 28731. 5. 41. 2 Dat daar van bij de Negotie boeken en secretariee„ le Papieren zeedert verhandelt en 3. / hoedanig het acthael daan meede geleegen is, zijnde dat bericht verzelt van diverse bijlagen van L:a A: tot L=a v: na aanduiding van dewelke het consteert dat de voorsz: Pa/o 3628. 5. 36.

NL-HaNA_1.04.02_3878_1125 view scan ↗

English

The 10th of November 1790. debtors have hitherto not been entered in the books or charged to their debit, but everything was left as it was submitted in the year 1781/4 to the esteemed Government of Ceylon and recorded by the same in a letter to Coromandel, dated 30 June 1785; except that from some papers of earlier days, including various accounts of some of the debtors attached to the report, it is discovered that after negotiations on the matter with the remaining members of the Council at Nagapatnam who were at Trankebaar in the year 1782/3, the debit of those to be mentioned hereafter would be no more than as follows: The private suppliers Moetoe sittessa pele vide Account Litt. R: - - - - - - - - Pr/8578: 17: 10. The Debtors for deliveries of 1781, namely: Ramalinga Poele acc: Litt. S: only - - - - - 994: 13: 77. Godewartij Goeroemoertij Chittij according to acc: Litt. U - - - - 135: -: -: That Namboer wenkltie Kistna Chittij and konda Pillij Chittij, as accounts Litt. V show, had demonstrated that with the Agents at Tranquebaar they Carried forward Pa/o 9708. 7. 67. 887. Brought forward Pr/o 9788. 7. 67. had liquidated to - - - - 814: 5: 4: which, subtracted from the above, would bring those debts to - - - - - - - - - - Pa/o 8897. 2. 63. Which is further reduced by what appears in the report, namely: That Moetoe waijtinada Moddeliaar, instead of being in debit according to his account, Litt. I, ought to have a credit balance of - - - - 852: -: -: Which would reduce the debts of these to - - - - - - - - - - Pa/o 8045. 2. 63. And when from that are again subtracted the items that are said to be paid, such as: Dornal wardappa Chittij and Ananda Boddij, vide annex, continued Meddhoe wardarasoe Chittij Litt. M: 1744. 11. 30, 2608. 11. 80. Then there remains charged to these Natives . . . . . Ra/o 5436. 15. 33. Whereunto added the debit of Mistress Hazelman amounting to - - - - - - - - - P o 4049. 7. 10. that of the children of Ian Steens - - - - - - - 518. 12. 35., 4567. 19. 45. one obtains in old debts of the previous Government - - - - - - - - - - - R o/a 10004. 10. 78. Concerning all which items the presentors make known that the Company can count on none other than that of the said Mistress Heezelman, she having pledged and offered Litt. I with Pag: 864. –. –. of the pay accounts of her late husband for that purpose, The 10th of November 1790. 889. The 10th of November 1790. while of the children of Ian Steens no mention is anywhere to be found; whereas, as regards the persons who under the aforesaid Government of 1781 remained in debit to the main Treasury, namely: Aan kan Patavie Rama Naiker - - - - 23419. -. -. and Johannes Schuneman - - - - - 5194. -. -. Tieroemenie Chittij up to - - - - - - - Pa/o 3432. -. -. or together R ra/o 22045. -. -. it is shown by the aforesaid Committee members that those sums were paid under extortion to the English by the late Governor van Vlissingen in the year 1781/2 on account of the surrender of Nagapatnam, and that detailed accounts thereof were rendered to the Noble High Government of the Indies by the said Governor as well as the aforementioned Schuneman, and whereby it had thus remained; so it is, upon representation by the Honorable Esteemed Governor that if not the last-mentioned three items, then at least all the preceding ones ought, after receiving the instruction from the Ceylon Government and the restoration of affairs here on the Coast, to have been entered into the books and made known until it should have been decided by the High Government of the Indies whether the same belong among the good or bad debts of the Honorable Company, in conformity with His Honor's proposal, approved and resolved to have the first-mentioned Debtors for their arrears, as submitted from Ceylon, still entered into the books and debited therefor; and to bring the matter as it lies closely before the eyes of Your High Noble Excellencies, and regarding the crediting of those who have submitted counter-accounts, as well as concerning those who remained indebted to the main Treasury, but were paid to the English by the gentleman van Vlissingen, to request their High disposition; presenting that, both due to the lapse of time and the non-recovery of Nagapatnam, the value of none other than that of Mistress Hazelman, as far as the pay accounts are concerned, may in any way be counted upon, notwithstanding that the previous Administration, vide annex Litt. C under 18 October 1789, gave hope that after the reacquisition of Nagapatnam the necessary measures would easily be effected for that purpose, since it is uncertain whether those people will then indeed be found and have not already come under other jurisdictions; And in order that the matter be brought before the Right Honorable Lords Directors as well as Their Noble Excellencies the High Government of the Indies as clearly and circumstantially as is now done to the assembly, for which the transcription of the Annexes into the Resolution would produce too great a complication and verbosity, not to say an almost impracticable amount of copying work owing to the multitude of other arising matters, it is resolved to have the annexes copied separately and to send copies of the report and annexes to Europe and Batavia.

Dutch transcription

Den 10. November 1790. debiteuren, tot nu toe bij de boeken niet ingenomen of te voor hunne debet belast zijn maar dat alles zodanig ge„ laeten is geworden, als het in den Iaare 178/4. aan de geerde Ceilonsche Regeering opgegeeven en door dezelve ter ne„ dergestelt is bij brieve naar Kormandel, de dato 30. Junij 1785. behalven dat men uit eenige papieren van vroe„ ger dagen, onder anderen diverse aan het bericht vervolg. gehegte Reekeningen van eenige der Debiteuren hase ontwert dat nade onder handeling ten wegen met de in a:o 178 2/3. overgebleeven leeden van de Raed te Nagapatnam op Trankebaar den debet der na te meldene niet meer zoude zijn als volgt De particuliere leveranciers Moetoe sittessa pelevide Reekening - - - - - Pr/8578: 17:10. -. L=a R: — — — — — — — De Debiteuren opleverancie van 1781. te weeten Ramalinga Poele reek: L=a S: maar — - - - - „ 994:13: 77. Godewartij Goeroemoertij Chittij blijkens reek: L=a u. - - - - „ 135: —: —: Dat Namboer wenkltie Kistna Chittij en konda Pillij Chittij, uit wijzen reekeningen L=a v: hadden hadden vertoont dat zij met de Agenten te Tranquebaar Transporteere Pa/o 9708. 7. 67. 887. P„r Transport Pr/o 9788. 7. 67. - - - -„ 814: 5: 4: hadden geliquideert tot welke van het bovenste gedetraheert zoude die schul„ den beloopen - - - - - - - - - - - Pa/o 8897. 2. 63. Welke alverder komente verminderen door het voorkomende bij het bericht namelijk: Dat Moetoe waijtinada Moddeliaar in steede van de„ bet te zijn volgens zijne reekening, L=a I: Loute te - - - - „ 852: —: —: vooren staan - - - - - - - — Het welk de schulden van deeze zoude verminde„ Pa/o8045. 2. 63. ren tot - - - - - - - - - - - En wanneer daar van al weeder word gedestraheerd, de posten die gezegt worden betaalt te zijn als: Dornal wardappa Chittij en Ananda Boddij, vide bijlage „ „ „1744. 11. 30„ 2608. 11. 80. vervolg Meddhoe wardarasoe Chittij La M: Dan blijft er tot laste van deeze Inlancsen . . . . . Ra/o 5436. 15. 33. Waar bij gevoegt den debet van Juffrouw Hazelman tot _ _ - - - - - - - - P o 4049. 7. 10. die de kinderen van Ian Steens - - - – - - - -. „ 518. 12. 35. „ 4567. 19„ 45. krijgt men aan oude schulden des voorigen Gouvernements - - - - - - - - - - - R o/a 10004. 10. 78: Omtrent alle welke posten de vertooners ko„ men te kennen te geeven dat de Compagnie op geen anderen kan reekenen als op die van gemelde Juffrouw Heezelman de Zoldij reekeningen van laastgemelde haare Man, daar voor hebbende L=a I: met. . . . . . . . . . . . Pag: 864. –. –. Den 10. November 1790. ver. en „ 889. Den 10. November 1740. verbonden en aangebooden, zijnde van de kinderen van Ian Hteens nergens eenige mentie te vinden, terwijl wat aangdat de onder het voorsz: Gouver„ nement van 1781. aan de groote Cassa de bet geblee„ ven persoonen, te weeten Aan kan Patavie Rama Naiker – – - - „ 23419. —. —. en Johannes Schuneman – – – – – „ 5194. —. —. Tieroemenie Chittij tot - - - - - - - Pa/o 3432. -. -. „519 of te zaamen R ra/o 22045. -. -. door voormelde Gecommitteerden word vertoond vervolg- dat die posten door wijlen den Heere Gouverneur van vlissingen, in ad:o 178½. bij afperssing, aande Engelschen wegens de overgave van Nagapatnam zouden voldaen, en door gem: Heere Gouverneur zoo wel als opgemelde schuneman, omstan„ dige verantwoording aan de Edele Hooge Indische Regeering gedaan zijn, en waarbij . het danigdtie bij de boeken te debi„ teeven. al te vertoonen met versoek om die positie besluijt welke postenen hoe, het dusdanig was gebleeven zoo is, op vertoo„ ning van den E: E: Agtb: Heer Gezackhebber hoe zoo niet de laaste opgemelde drie posten ten minsten alle de voorgaande nade ontvan„ gene aanschrijving van de Ceilonse Regeering en het herstel van zaeken hier ter kuste bij de boeken hadden behooren ingenoomen en be„ kend gesteld te worden tot dat door de Hooge Indische Regeering zoude zijn gedecideert, of dezelve onder goede of quaade schulden van de E: Comp: behooren Conform zijn E: Achtb: pro„ positie goedgevonden en verstaen de eerst ge„ melde Debiteur voor haar agter weezen zoo als het van Ceilon is opgegeeven, als noch te laeten inneemen bij de boeken en daer voor te debitee„ en wat N: W:Ed: hier omtrendi: en Uuw Hoog Edelheeden de zaak zoo als telegt, Den 10. November 1790. ten 891. Den 10. November 1790. ten naesten onder het oogte brengen, en wegens het orant het Crediteeren van de geene die Contra„ reekeningen gegeeven hebben item nopens die welke an de groote Cassa zoude schuldig ge„ bleeven, doch door den heer van vlissingen aande Engelschen betaalt zijn hoog der zelver dispositie te verzoeken; onder vertooning dat; zoo door het verloop des tijds als het niet vervolg= weeder bekomen van Nagapatnam, of de waarde van geene andere als die van Juffrouw Hazelman, voor zoo verre de soldij reekeningen aangaat en eeniger manier meer mag worden gereekent, niet teegen staande het voorig Mi„ nisterie vide bijlage L=a C: onder 18. october 1789. hoope heeft gegeeven dat nade weeder in bezit raa„ king: van Nagap: het noodige daar toe be„ werks Den 10. November 1790. berigt en bijlagen Copia na europpa en Batavia afte zenden werkt telligt zoude worden, dewijl men ontreeken is of die lieden als dan, wel zullen te vinden en niet reets onder andere Iurisdictie ge„ raakt zijn En dat de zaak de wel Edele Hoog Agtbaer Heeren Majores zoo wel als Hun Edelhee„ den de hooge Indische Regeering even klaar en omstandig onder het vog worde gebracht als het na geschiet aen de vergadering waar toe de inschrijving der Bijlagen bij Besolutie eene te groote omslag en wijd loopigheit om niet te zeggen een genoegzaem on uitvoer„ lijk Copier nwerk opleveren zoude mits de meenigte van andere voorkomende zaeken zoo is verstaen om de bij lagen a part te laeten afschrijven en

NL-HaNA_1.04.02_3878_1131 view scan ↗

English

893. The 10th of November 1790. old debts retained internally and in a separate volume as upon sending of the Resolutions, alongside the same to the Netherlands and Batavia to be dispatched. At the session of the 30th of October last, a report served regarding the matter on account of the old debts at Palikol to the sum of Pagodas 1238: 22¾ having been requested from the Honorable Head Administrator, namely tracing the time that the same arose and whether they were entered into the Palicol books outside or inside the line, with or without qualification, his Honor today presented the following written report reading Insertion Thus thus The 10th of November 1790. To the Honorable Respected Sir Jacob Eilbracht Senior Merchant and Commander of the Coromandel Government and of the Dependencies thereof, etc., etc. Together with The Council Honorable Respected Sir and Gentlemen, In compliance with the highly esteemed order of Your Honors to investigate in which years, and in whose times as chiefs the debts of the merchants to be named below were incurred, and by whose order they were placed internally in the Palicol trade books, he in all respect takes the liberty to report on this matter as follows, namely: That the merchant there named Mahamadoe Assen, from the year 1755 during the time of the Chief van Dorst and the Second van Schrik, as a debtor until the 14th of September 1789 when he died, was carried on the trade books with an amount of Pagodas 440. 11. 1/8. Further, that since the year 1772 to 1775 until the rupture with the British, when that factory was transferred to them, during the time of the Chief Accama and the Second Onstee, the following debt items of Company merchants occurred, namely: Daatcherie Gouwindoe 34. 15. 1/4 3/4. Kannemoerie Togie 200. 10. 1/2. Bolla Pregada Wierasoe 318. 7. 3/8. Kannemorie Chittija 237. 2. -. Thus the debts of the five excluded merchants amount to Pagodas 1238. 22. 3/4. Furthermore, I have the high honor in conclusion to bring to the knowledge of Your Honors to of - 895. The 18th of November 1790. that the chiefs of Palicol, pursuant to the resolution taken on the 9th of June 1788 in the Council of Coromandel, were authorized to allow the aforementioned five debt items to be carried internally, of which Resolution I take the liberty to attach an extract for their highly esteemed consideration. In the hope that hereby the intention of Your Honors has been fulfilled, I take the liberty to subscribe myself with all due respect, Honorable Respected Sir and Gentlemen, Your Honors' most humble and obedient servant, was signed: P. E. van Halm. In the margin: Palliacatta, the 8th of November 1790. Extract from the Resolution taken in the Council of Coromandel on The 9th of June 1788. Monday. With regard to the debt of the five merchants excluded from the trade of the Company, it has been resolved to note that the chiefs were indeed instructed in writing to endeavor to keep the Honorable Company indemnified and that a suitable means was indicated to that end to encourage the new merchants to take over that debt, but that this attempt should not have been made until the collection was back in regular course, and that they have therefore been far too hasty in making this proposal to the newly proposed merchants, with the recommendation to make use of it on a more favorable occasion, and with the order to allow that debt of the former merchants to continue running internally in the Palicol trade books in the meantime. Below was written: Agrees. Jacob Dam, First Sworn Clerk. It was, after consideration thereof and of the extract from the Coromandel Resolution of the 9th of June 1788 attached thereto, resolved to send a copy of both to Palicol, with orders to the chiefs to report whether nothing more can possibly be recovered from these debtors, and whether since the aforementioned resolution no attempt has been made to have these old debts settled by the new merchants, in order, after receiving an answer to this, to request the decision of the Honorable Supreme Indian Government. The aforementioned Honorable Head Administrator having also submitted the following account of the expenses incurred on his journey hither overland from Jaggernaijkpoeram to the amount of Pagodas 124.- with a request for payment thereof. Account of the travel expenses incurred from Jaggernaijkpoeram overland to the main station Palliacatta, namely: For 50 coolies for carrying six trunks, six baskets, one palanquin, and two doolies, each at 8 Rupees: Rupees 400. -. -. For 4 peons for maintenance during the journey: Rupees 16. -. -. Paid to the boatmen for crossing various rivers: Rupees 30. -. -. Expenses for provisions, and caretakers of the rest houses: Rupees 29. -. -. Rupees 465. -. - Rupees 465 reduced at 3 3/4 Rupees for one new Pagoda makes: New Pagodas 124. -. -. Palliacatta, the 3rd of November 1790. Was signed: P. E. van Halm. It is, seeing that before his journey hither, the 10th

Dutch transcription

893. Den 10: November 1790. colde schulden binnen sleijve en in afzonderlijke band als bij verzending der Resolutien, nevens deselve naer Nederlant en Batavia afte vaerdigen. — Ter sessie van den 30. october J:o leeden diende bericht nepens de Pele wegens de oude schulden te Palikol ter Somma van Par/o 1238: 22¾ aan den E: Hoofd Administrateur gedemandeert zijnde het na speuren der tijd dat dezelve ont„ staen en of ze bij de Palitkelsche boeken buiten of binnen slijns ingenomen zijn met of zonder qualifficatie gaf zijn v: heeden daar van over het ondervol„ gende schriftelijk bericht luijdende Jnsertie Aldus aldus Den 10. November 1790. Aan den wel Edele Agtb: Heer Jacob Eilbracht opperkoopman en Gezaghebber van het cormandesche Gouvernement en met de Resorte van dien Etc: Etc: Beneevens. Den Raad WelEdele Agtbaare Heer, en Heeren In voldoening van het zeer gevenereerde bevel van uwel Edele Agtb: om na tegaan in welke Jaaren, en in wiens opperhoofden tijden de schulden van de onder te noemene Cooplieden gemaakt en op wiens ordre die binnen sijns in de Palicolsche Negotie Boeken geplaats zijn: neemt hij in alle eerbied de vrijheijd daar van in deezen van bericht te dienen, als. Dat den Coopman aldaar in naame Mahamadoe Assen van a:o 1755. ten teijde van het opperhoofd van Dorst en den secunde van schrik als debiteur tot den 14. 7ber: 1789. wanneer hij overleeden is bij de Ne„ gotie boeken voortgeloopen heeft met een bedraagen - - - - - - - - - P a/o. 440. 11. 1/8. Wijders dat zeedert a:o 177 2/5. tot de repluure met de britten wanneer die factorij aan hun is overgegaan „ leijde van de opperhoofd Accama en den secunde onstee de onder volgende schult Pos„ ten van Comp: Cooplieden hebben plaats gevonden als Daatcherie Gouwindoe - - - - - - - - -„ 34. 15. ¼¾. Kannemoerie Togie - - - - - - - - - „ 200. 10.½ Bolla Pregada wierasoe - - - - - - - - - - „ 318. 7. 3/8. Kannemorie Chittija - _ - - - - - - - - „ 237. 2. —. dus Monteeren de schulden van de vijff gesecli„ deerde Cooplieden - - - - - - - - - - - - Pag: 1238. 22. ¾. Voorts hebbe ik de hooge Eere tot slot aan uwel Eed: Agtb: ten van - 895. Den 18. November 1790. — ter kennis te brengen dat de opperhoofden van Palicol volg=s genomene besluijt op den 9. Iunij 1788. in raade van Cor„ mandel gequalificeerd zijn omgemelde vijff schuld Posten, binnen slijns te laaten sloopen van welke Resolutie ik de vrijheijft neeme Extract tot hoogst derselve g'eerde specula„ tie te annexceeren. — In hoope dat hier meede aan de Intentie van uwel Ed: agtb: voldaan is neeme ik de vrijheijd mij met alle verschul„ digde eerbied te neemen /:onderstond:/ welEdele Agtbaere Heer en Heeren uwelEd: Agtb: oorm: ord: en gehoorsame Dienaaren /:was geteekend:/ P: E: van Halm /:in margine:/ Palliacatta den 8. 9ber: 1790. Extract uijt Resolutie geno„ men in Raade van Cormandel. op Den 9. ' Iunij 1788. Maandag Ten aanzien der schuld van de vijff uijt de handel der maatschappij gesecludeerde kooplieden is verstaan te noteenen dat men de opperhoofden wel heeft aangeschreeven om te tragten de E: Comp: buijten schaade te houden en daar toe als een geschikt middel aangeweesen om de nieuwe koop„ lieden te animeeren om die schuld over te neemen, maar dat dit tentamen, niet eerder moeste gedaan, zijn dan wanneer den insaam eens weeder in sleur was en zij dus, veel te voor„ barig zijn geweest in het doen van deese propositie aan de nieu„ we voorgedragene kooplieden, met recommandatie daar van bij een fovorabler gelegentheijd gebruijk te maaken, en ordre die schuld dergeweesen kooplieden zoo lang bij de pa„ licase Negotie boekjes binnen blijvi te laaten voortloopen /:onderstond:/ Accordeerd /: Jap obdam, E: g: Clercqs Doo is, na overweeging van dien, en het daar aan geannexeert daar van Copij na Palicol te zenden Extract uijt de kormandelsche Resolutie van den 9. Iuni 1788. verstaen Copia van beiden te zenden naar Palicol, met last aan de opperhoofden om te berichten of er van deeze de bi, onser des mogelijk nog iets van teuren niets meer met eenige mogelijkheijt is te verde„ „ven en of er zedert 't gem: besluijt geene poging is gedaen om deeze oude schulden door de nieuwe kooplieden te vere„ venen November 1790. H: Ed: verslag te doen. van halm le verd reekenning van rijs onkosten Intentie op approbatie 124. pag: goedge„ daan omwaingekomen antw:d 7: verren, om na erlanging van antwoord hier op dispositie van de Edele Hooge Indische Regeering te verzoeken Gemelde E. Hoofdadministrateur van de op zijn herwaards reise van Jaggernaijkpoeram overland gemaakte ongelden tevens hebbende ingediend, de ondervolgende reekening ten bedraage van P 7o 124. - met verzoek om voldoening van dezelve. — Reekening van de Gedaane Rijs ongelden van Jaggernaijk poeram overland Na de hoofdplaatse Palliacatta te weeten â 50. Coelijf tot het draegen van ses Coffers ses mantsjes Een palenqu in en twee Doelijs ijder à Rop: 8. - - - - - - - - Rop: 400. –. —. „ 4. Pions aan onderhoud geduurende de Reijse - . . . . . . . . . . . . „ 16. —. —. „betaald aan den schuijte voerders tot het passeeren van diverse revieren „ 30. —. —. „ ongelden aan Mond behoeftens, en opzigters van de Rusthuijsen „ 29:— Ropias 465. —. - Ropias 465. gereduceert tot 3¾ Rop:s voor Een 0: Nag: maaken - - - - - d. N: p r/o 124. —. Salbiacatta 3. 9ber: 1790. /:was geteekend:/ P: E: van Halm. — = Do is nadien en voor zijne herwaarts Den 10. reis

NL-HaNA_1.04.02_3878_1135 view scan ↗

English

897. 10 November 1790. there being no other possibility during the journey and the aforementioned expenses therefore not appearing excessive, it is understood that the same are passed subject to the further esteemed approval of the Right Honourable High Indian Government, and that the excess received by the said van Halm at Jaggernaikpoeram is to be counted back into the Treasury. Report having been submitted by the bookkeepers Simon Duijnevelt and Christiaan Theodorus Bloeme concerning the sorting, findings, and stamping of the cloths recently received from Sadraspatnam, through the following report: To the HonourableJacob Eilbracht, Senior Merchant and Governor of this Coast of Coromandel and its dependencies, etc., etc., etc. Honourable Sir, Pursuant to your Honour's esteemed order, we have the honour to report that the Sadraspatnam cloths, amounting to the quantity of 32 pieces of Ordinary Bleached Guinees, 394 pieces or half pieces of Brown-Blue Guinees, and 26 pieces of Brown-Blue Salampoeris, have been sorted by us and found as follows: First sort, Second sort, Third sort Ordinary Bleached Guinees: 8 pieces, 18 pieces, 6 pieces. Brown-Blue Guinees: 117 pieces, 185 pieces, 92 pieces. Salempoeris ditto ditto: 11 pieces, 12 pieces, 3 pieces. which we subsequently caused to be stamped with the eight stamps received from Sadras. Trusting that this our performance will satisfy your Honour's esteemed order, we take the liberty to call ourselves, with deep respect, Honourable Sir, your Honour's humble and obedient servants. Was signed: S: Duijnevelt and C: T: Bloeme. In the margin: Palliacatta, 5 November 1790. Thus it is resolved to keep this record thereof and to send a copy of the same to Sadras, in order to be entered into the books and accounted for there accordingly. The aforementioned Duijnevelt having been commissioned together with the bookkeeper Jacobus van Tessel to ascertain what estates of the Company's servants deceased intestate were under the administration of the Curator Ad Lites Broerius Brouwer for the book years 1789 and 1790, and it being found that he had none to account for, as the following report itself indicates, reading thus: To the Honourable Jacob Eilbracht, Senior Merchant and incoming Governor of this Coast of Coromandel and its dependencies, etc., etc., etc. Honourable Sir, Pursuant to the written order from the Honourable Nicolaas Tadama, we presented ourselves to the Pay Bookkeeper and Curator Ad Lites, the Honourable Broerius Brouwer, in order to take an inventory of the moneys of the estates of the Company's deceased servants in his custody, and found there to be none. Thus hoping hereby to have complied with the esteemed order, we remain with the highest esteem, Honourable Sir, your Honour's humble and obedient servants. Was signed: S: Duijnevelt and J: van Tessel. In the margin: Palleacatta, 15 October 1790. Thus it is resolved to also keep this record of that performance. Read a petition from Simon Jan de Bruijn, together with an extract submitted alongside it from a letter of the Honourable High Indian Government to the Bengal Ministry dated 2 October 1787, paragraph 105, reading respectively as follows: To the Honourable Jacob Eilbracht, Senior Merchant and Governor of the Coromandel Government and its dependencies, etc., etc., together with the Gentlemen members of the Council of Policy. Honourable Sir, Humbly shows your Honour's humble servant Simon Jan De Bruijn: That before the war he was an assistant at ƒ24 in the secretariat at Houghly in Bengal, but that upon the transfer of that place to the English, in order to obtain a livelihood for himself, his old mother, and three motherless children, he had proceeded to Calcutta to enter the private writing service of the English. 10 November 1790. That chance would have it that his patron whom he served, Mr. Johnson, was sent on a mission to Golconda, whom he, desiring not to be deprived of his livelihood, was indeed obliged to follow, whereby he became thus separated at a great distance from the Dutch establishment. That upon learning in the said Golconda that the factories on this coast had been restored, he had proceeded directly under the Dutch jurisdiction, namely to this main station of Palliacatta, where he arrived on the first of October of the year 1785. That from then on he had sought to return again to his assigned post at Houghly, and having requested the favorable assistance therein of the late Honourable former Governor Blaaukamer, had succeeded so far that he was granted transport to the Dutch factory of Jaggernaijkpoeram. That during his stay there until an opportunity to Bengal should present itself, the person who was skilled in and attended to the trade affairs happening to die, the Gentlemen Chiefs detained him for this duty, adding something from their private means for his subsistence, writing in the meantime to Bengal and to the said Mr. Blaaukamer in order to obtain his salary and board allowance there, and to be permitted to remain assigned there as well, which was also the lot of the petitioner from the first of March 1786 until 20 August 1789, when he was innocently implicated in a prosecution which was mingled with his ruin and why he was actually forced to go to Batavia in order to obtain

Dutch transcription

897. Den 10. November 1790. sadrase lijwaaten reis geen andere mogelijkheit is geweest en de gemelde onkosten derhalven niet excessief voorkomen ver„ staan dezelve op de vradere geeerde approbatie van de Eitels Hooge Iandische Regeering te passeeren, en, het meer„ het meergenotene in Caste tellen dere genotene door gemelde van Halm te Jagger„ naikpoevam, weder in Cassa te doen tellen Door de boekhouders Simon Duijnevell, dient bericht van gesonteerde en Christiaan Theodorus Bloeme, de onlangs van Sadraspatnam ontvangene lijwaaten gesorteerd en van derzelven bevinding en Tjapping gediend zijnde van het ondervolgens bericht Jnsentie Aan den wel Ed: Agtb: Heer Jacob Eilbracht opperkoopman en Gezaghebber te dezer Custe chormandel met den resorte van dien. Ets: Et: Etc: Wel Edelen Agtbaren Heer Ingevolge uwel Ed: agtb: geerde ordre hebben wijde eere van rapport te dienen dat de sadraspatnamse. lijwaten E Den 10. November 1790. besluijt er op — nator adllitschap lijwaten ter quantiteijd van 32. p:s Guirrees Gemeen Gebleekt 394: „ of halve stuicken Guinees bruijn blaauw en 26. „ Salampoeris Bruijn Blaauw; door ons gezonteerd en Eerste tweede derde Zoort Guinees Gemeen Gebleekt p:s 8 p:s 18„ — p:s 6. —. Guinees bruijn blauw - - - - - „ 117. „ 185. —. „ 92: — Salempoeris _:o _:o - - - - „ 11. „ 12 —. „ 3. —. die wij vervolgens hebbe laten sjappen met de ont„ fangene agt tjappen van Sadras. In vertrouwen dat deese onse verrigting aan uwelEd: agtb: g'eerde bevel voldoen zal neemen wij de vrijheids on met diep ontsag te noemen /:onderstond:/ wel Ed: agtb: Heer uwel Edele Agtb: onderdanige en gehoor„ „zame dienaren /:was geteekend:/ I: Duijnevelt en C: I: Bloeme /:inmangiere:/ Palliacatta den 5.:' Nov: 1790. Soo is verstaen daer van te houden deeze annotatie en Copia van het zelve na sedlvaste zenden om aldaar, zoodanig bij de boeken in„ genomen en verantwoord te worden. diend berigt omtrend het Ja: Gemelde Duijnevelt met den boekhouder Jacobus van tessel zijnde gecommitteert geweest, om na te gaan welke nalaatenschap„ pen van ab intestato overleedene Comp:s Die„ naaren bevonden zijn als volgd. 899 Den 10. November: 1790. naaren, de Curator Adlites Broerius Brouwer voor het boekjaar 1789. en 1790. onder zijne admi„ nistratie hadde en bevonden zijnde dat hij geene geen administratie bevonden .. hadde te verantwoorden gelijk het ondervol„ gend bericht zelve uitwijst luijdende aldus - Jntentie van 't bericht, Aan Den wel Edelen Agtb: Heer Jacob Eilbracht opperkoopman en Aankomende Gezaghebber te deeser Custe Cor„ mandel; met den Resorte van dien Etc: Etc: Etc: WelEdelen Agtbaren Heer Wij hebben ons volgens schriftelijke ordonnantie van dan wel Edele agtb: Heer Nicolaas Tadama vervoegd bij den zoldij boekhouder, en Curaton adlites den E: broe„ rius Brouwer om den opneem te doen van de penin„ gen der nalaatenschappen van 'sComp: overleedene Dienaaren onder zijne berustinge te vinden, en bevonden geene te zijn Dus hier meede verkopende aan de g'eende ordre voldaan te hebben, blijven wij met de aller hoogste agting /:onderstond:/ wel Edelen agtb: Heer, uwel Ed: agtb: on„ derdanige / en gehoorsame Dienaanen /:was geteekend:/ I: Duijnevelt en I: van Tessel /:inmangine:/ Pal„ leacutta den 15. october 1790. Soo is verstaan van die verrichting almeede aantekening hier van te Simon Jan d: bruijn voor senteend request engalen pro„ readmissie etc: Jnsertie te houden deeze annotacie Geleezen een Request van Simon Ian de Bruijn, en een daer neven overgelegt Extract uit een Missive van de Edele Hooge Indiasche Regeering aan het Bengaalsch Ministeri„ um de dato 2. october 1787. par: 105. luidende het een en ander aldus. Aan den wel Edele Agtb: Heer Jacob Eilbracht opperkoopman en Gezaghebber van het Chormandels Gouvernement met den Resorte van dien Etc: Etc: beneevens De Heeren leeden van de Raad van Politie Wel Edele Agtbaeren Heer Jeeft met ootmoedigheid te kennen uwel Ed: agt„ bavens onderdanige Dienaar Simon Ian De bruijn Dat hij voor den oorlog was assistent van ƒ24. ter secretarije te Houglij in bengale, dog dat hij niet het overgaanden plaats aan de Engelsche, om bestaan te hebben voor hem, zijn oude Moeder en drie moeder„ loose kinderen zig begeeven had na Calcutta bij de engelsche in Particuliere schrijfdienst. Den 10. November 1790. Dat 901. Den 10. November 1790. Dat het geval Just gewild heeft, dat zijn Patroon die hij bediende de Heer Johnson in commissie moest na Golconda, die hij wilde hij van zijn broodwinning niet verstooken raaken wel ver„ pligt is geweest, te volgen, en waardoor zoda„ nig van het Hollandsch Etablissement op een verre afstand verwijdert geraakt was. — Dat hij op Golconda vermeld verneemende dat de Comptoiren op deeze kust hersteld waeren zig direct begeeven had onder de hollandsche Juvis„ dictie en wel te deezer hoofdplaatse Palliacatta waarbij aanquam den eerste october van het Jaar Dat hij van toen afgetraagt had, weeder na zijn bescheiden Post Houglij te komen en daar toe de gunstige hulpe verzogt hebbende van wijlenden Agtb: Heer toenmaelige Gezaghebber Blaauka„ „mer daar in zoo verre geslaagd was, dat hij t van„ port kreeg tot het hollandsche Comptoir Iag„ gernaijkpoeram. — Dat bij zijn verblijf daar tot zig een geleegent„ heid na Bengala zoude op doen den Persoon die het nego„ tie werk kundig was en waarnam komende te overlijden, de Heeren opperhoofden hem aangehouden hadden, tot deze verrigting onder het toevoegen uit hunne particu„ biere van iets tot zijn bestaan schrijvende intusschen na Bengale en aan den gemelde Heer Blaaukamer ter erlanging van zijngagie en kostgeld daar, en om ook daar toe moogen bescheiden blijven gelijk ook het deel van den suppliant geweest is zeedert primo maant 1786. tot 20. augustus 1789. wanneer hij onschuldig gewikkeld wierd in eene prosecutie waarmede zijne ruine gemelleert geweest en waarom hij eigentlijk ge„ noodzaakt geweest is zich naer Batavia ten erlanging 1785 — 6 van

NL-HaNA_1.04.02_3878_1140 view scan ↗

English

10 November 1790. to seek satisfaction, with the result that the petitioner was referred with his grievances to the Honorable Commander, as the person qualified himself to investigate the cases of the Count van Bijland. The petitioner having now only recently learned how the Supreme Government of the Indies, upon the favorable recommendation of the Ministry in Bengal disposing over the petitioner, granted him absolution from the crime of desertion, with favorable permission to be readmitted into the Company's service with the continuation of wages from the day he resumed service on Coromandel, most respectfully addresses himself to this honorable assembly with a humble prayer to be permitted to enjoy this favor through the grant of the salary of Assistant at 24 florins per month from the first of March 1786 until the day he departed for Batavia, and furthermore, since the term of service as Assistant, which began in August 1779, has amply expired, that it may graciously please your Honors to promote him to Bookkeeper at 30 florins per month under a new three-year contract, the petitioner appealing to the testimony of the Chief Administrator van Halm regarding the time he actually performed the Company's service and how he conducted himself therein, requesting at the same time a favorable consideration of the extract annexed hereto from Their High Excellencies' dispatch to the Bengal Ministry dated 2 October 1787. Below was written: Which doing, etc. etc. In the margin: Paleacatte, 6 November 1790. 903. 10 November 1790. And from when wages are approved. Extract from a dispatch written by Their High Excellencies, the Supreme Government of the Indies at Batavia, to Bengal, dated 2 October 1787. Section 105. Concerning the address of the Court of Justice mentioned under miscellaneous matters, containing the opinion of that body regarding the Assistant Simon Jan de Bruijn, to the effect that he cannot be considered guilty of the crime of desertion and is not in such circumstances as to require a pardon on that account, but that he, like all other prisoners of war, may be readmitted into the Company's service in his former capacity, with the continuation of wages from the day he returned to Coromandel and performed his service, we grant our approval and consider the matter in like manner. Below was written: Agreed. Was signed: Jan Obdam, First Sworn Clerk. It is approved, for which reason it is to be submitted to nominate him as Bookkeeper. Seeing that, according to the testimony of the Chief Administrator van Halm, former Chief of Jagannathapuram, the petitioner actually performed the Company's service there to satisfaction, it is resolved to let the petitioner now enjoy the favorable disposition of Their said High Excellencies, and consequently to validate for him from the first of March 1786 until 3 April 1790, when he departed on private business for Batavia, the salary of Assistant at 24 florins per month, as well as the emoluments or board money, etc., as enjoyed at that office by the clerks, the former, namely his salary on the books, for and up to the aforesaid time and with its further continuation from this day onward, and the latter with payment from the treasury on account of arrears for 49 months that he is owed, to be credited to Jagannathapuram; but regarding his further petition for advancement to Bookkeeper, to nominate him to the Supreme Government of the Indies, in order to fill a vacancy as such within the number soon to be determined. 905. 10 November 1790. The Assistant Warner dismissed from the service for bad behavior. On the other hand, upon complaints received concerning the Assistant Ian Carel Warner, stationed at the secretariat, specifically for giving constant cause for complaints due to both incapacity and dissolute conduct, having performed no service since the departure of the ship Horssen on account of drunkenness, and moreover being slow and constantly behind in his work, it is resolved to discharge him from the Company's service, and consequently to terminate his salary and emoluments as of today. The Assistant Collet transferred from the trade office to the secretariat, and Dirk Vrijmoet engaged for the trade office. It is resolved to transfer Dirk Collet from the Trade Office to the secretariat, to relieve the shortage of good scribes at the latter office, and to supplement the ordinary complement at the Trade Office in accordance with the petition submitted for that purpose, to engage into the Company's service, as a person of good promise, Dirk Vrijmoet as Junior Assistant at 16 florins per month with a five-year contract commencing today, in consideration of the fact that prior to the war he served as a soldier at 9 florins at the pen for a period of nine years and gave satisfaction. 907. 10 November 1790. Locksmith Weber dismissed from the service for bad behavior. A soldier of the Jaffnapatnam detachment discharged from the rolls. It is also resolved to dismiss from the Company's service, as a useless and dissolute subject, Johannes de Weeber, engaged at Negapatnam on 5 August 1770 as a locksmith at 15 florins, presently earning 18 florins, and requesting by petition a further increase in salary to 24 florins, he being judged unworthy thereof on account of his incompetence, laziness, and bad behavior, wherefore his earned wages are to cease as of today. Hubert Lucas Koning, son of the late Fiscal of Negapatnam, Martinus Koning, presently a soldier in the Company's service, and in August [illegible]

Dutch transcription

Den 10. November 1790. van satisfactie te vervoegen met dat gevolg dat de supp„t met zijn doliantien is gerenvoijeert aan den E: E: achtb: Heer Gezachhebber, als gequalifficeert zelf om de gevallen van den Heer Graaff van Bijland te onderzoeken. — Zoo is het dat de suppliant nu eerst hebbende verno„ men, hoedaenig het de Edele Hooge Jndische Regeering op favorabele voordracht van het Ministerium in Bengale over den supp=t disponeerende hem verlee„ neerde absolutie van het crime van desertie met gunstige verlof om wederom in 'sComp:s dienstte cours worden geadmitteerd met ratneeming van gasie van den dag af dat hij op Kormandel weder dienst „gedaan, zich eerbiedigst addresseert aan deze acht„ „heeft baere vergaedering met ootmoedige beede om van deze gunst te mogen goud eenen door eene toevoeging van de gasie van Assistent met ƒ 24. ter maand zeedert primo maart 1786. tot den dag dat hij zich naar Batavia heeft begeeven en overigens, nadien het verband van Assistend, begonnen in augustus 1779. ruim is g'expireert dat het uwelEd: achtbaere goed gunstig mag behagen hem te bevorderen tot boekhou„ der met ƒ 30 ter maand en een nieuw verband van drie Jaeren beroepende de suppliant zich op het getuigenis van den Heer Hoofd Administrateur van Halm nopens de tijd dat hij werkelijke 'sComp:s dienst waergenomen en hoedanig hij zich daar in gequesten heeft verzoekende tevens een guns„ tige reflezie op het aan de ze g'anneerxeerde Extract uit hun Hoog Edelheedens missive aan het Ben„ gaesche Ministerium sub dato 2. october 1787. /:onderstond:/ 'T welk doende Etc: Etc: /: Jn mar„ gine:/ Palliacatta Den 6. November 1790. — xtract 903. Den 10. November 17907. en zedert wanneer gage word goed gedaan. — Extract uijt Een Missive door Haar Hoog Edelheedens de Edele Hoog Indiasche Regee„ ring te Batavia naar Bengale geschreeven, gedateerd 2. october 1787. — §105. Het onder Nuijtselijke saaken vermelde ad„ dres van den Raad van Justitie, inhoudende het ge„ voelen van dat Collegie omtrend den Assistend Simon Ian De Bruijn, dat hij niet schuldig kan gereekend worden aan 't crimen van de sertie en niet in die termen is, dat desweegens pardon behoeft, maar dat hij eeven als alle andere krijgsgevangenen voor sijn vorige qualiteijt weder in Comp dienst kan worden gead„ mitteerd, met cours neeming van gagie van den dag af dat op chormandel te rug kwamen sijn dienst presteerde, verleenen wij onse goedkeuring en Consideeren, die saak ingelijker voegen /:onder„ stond:/ acordeerd /:was geteekend:/ Jan obdam, E g: Clercq Soo is aengezien volgens getuigens van den word geaccordeerd waarom Hoofd Administrateur van Halm als ge„ weeze opperhoofd te Iaggernaijkpoeram de suppliant aldaer tot genoegen Comp:s dienst werkelijk heeft waargenomen verstaan den suppliant als nu te laeten gaudeeren van de guntige draagen. gunstige dispositie van gemelde Huw Hoog Edel„ heeden, en hem mits dien zedert primo maart 1706: tot den 3: April 1790, dat hij in panstie culie va affaires naar Batavia is vertrokken te valideeren de gasie van Assistent met ƒ 24 ter maend, als meede de Emolumenten ofte het kostgeld ensz: gelijk het ten dien kan„ toore door de pennisten word genoten het eerste ofte zijne gasie bij de boeken zedert en tot voorsz: tijd en met verdere Cours„ neeming van dien van heeden af en het laaste met betaeling uit Cassa op reeke„ ning van voorjaarige lasten om voor 49. maenden, dat hij te goed heeft Jaggennaijtp: hem als boekhouden voor te te worden aangereekend doch zijne verdere Den 10. November 1740. in. 905. Den 10. November 1790. le Hteer slegt gedrag uijt den ctiens gesteld. instancie tot avancement van Boekhouder de Edele Hooge Indische Heyjeering voor te drac„ „gen om bij vacatuure als zodanig te kunnen invallen in het getal dat eerstdaags bepaalt staat te worden. — Daaren tegen is op ingekomen klachte den assistend wannan wag„s over den ter secretarije bescheiden Assistent Ian Carel warner van namelijk zoo wegens begaardheit, als liederlijk gedrag geduurig reeeten te geeven tot klachte hebben„ de zedert het vertrek van het schip Hor„ sen, uit hoofde van dronkenschap geen dienst gedaan en zijnde daar bij traag en steeds ten agteren met zijn werk verstaan den„ zelven uit 'sComp: dienst te ontslaan, en over zulks van 't megete kantoor op 't secretarij verplaats den assis„ tent Cotha en voor 't negotie Cantoor in dienst genomen din korij moet gomg aftekent, de zulks zijn gagie en emolumenten van heeden ofte doen cesseeren. — Van het Negotie Kantoor is verstaen op se„ cretarije te verplaatzen Dirk Collet tarte „gemoet koming van het gebrek van goede seribenten ten laastgemelde Kantoore en tol suppliment van het gewoone getal op het Negocie Kantoor Conform het daar toe bij Request gedaen verzoek, en als van goe„ de verwachting in 'sComp: dienst aante„ neemen Dirk vrijmoet als Jonge As„ sistent met ƒ 16. ter maand en een verband van vijf Jaeren heeden ingaande en zulks uit Consideratie dat hij voor den oorlog als soldaet met ƒ9. geduurende een Den 10. November 1790: tijd 907. Den 10. November 1780. slogt gedrag uijt dienst ge„ Laet 9e de tachement op reen boek ont slagger tijd van negen Jaaren aan de penne heeft dienst gedaen en genoegen gegeeven. — Ook is als een onnut en liedenlijk sub„ sloote maker weeben mits ject verstaen uit 'sComp:s dienst te zetten de op den 5. Augustus 1770. te Nagapat„ nam als slootmaker aangenomen Johannes De Weeber met 15. winnen„ de thans ƒ 18. en doende bij Requeste ver„ zoek om verdere verhooging in gasie tot ƒ24. dat hij geoordeelt wend, om zijn onkunde, luij en slegt gedroeg, niet waardig te zijn, weshal„ ven zijne winnende gagie van heeden afstaat te cesseeren. — Hubert Sucas Koning, zoon van den geweezen een soldaat van 't Jaffanat Nagapatnamsch fiscaal Martinus Koning thans soldaat in 'sComp=s dienst, en in aug=o J: leecken edrag rag

NL-HaNA_1.04.02_3878_1146 view scan ↗

English

admitted The 10th of November 1790 [illegible] members permitted to visit his relatives in Madras for some time, presenting by petition the favorable opportunity presenting itself to him for the improvement of his state and condition, with the request to discharge him from the Company's service, sufficient time having expired, and in his stead and in his place to accept another into the Jaffnapatnam detachment to replenish the number as a soldier, a certain Peter Iansen, who is inclined to do so for the sake of the petitioner; it is thus agreed to condescend to both requests, provided the petitioner properly reimburses the Company for whatever deficit he might have on his account, 909: Maintenance from the diaconate granted as granted in June 1788. Insertion of his petition. The 10th of November 1790. and to let his salary cease as of the ultimate of August. Lastly, upon a petition received from a certain Domingo De Silva, it was agreed to have the diaconate disburse to the petitioner the payment intended for him by Their Reverences in June 1788, but not yet followed through, of thirty gold fanums per month and one parra of rice, item to continue this due to his distressed condition, the petition reading as follows: To the Honorable Valiant Commanding Lord Jacob Pilbracht, Senior Merchant and Governor of the Coromandel Government with the dependencies thereof, etc. etc. etc. Honorable Valiant Commanding Lord, Domingo De Silva shows with the utmost humility: That The 10th of November 1790. That he, having been admitted into the Company's service as a sailor in the year 1752 at Nagapatnam, was promoted after the passage of some time to quartermaster's mate, and performed that service to the satisfaction of his superiors until anno 1778, when he fatefully became blind therein, as he still remains in that most pitiable condition. That the then Honorable Valiant Lord Commander and Council of Nagapatnam, out of compassion for his miserable state, were graciously pleased to allow him to continue each month with his full pay, but that he was deprived thereof, and thus of his only means of subsistence, by the fateful loss, for him and many others of Nagapatnam, to the English in anno 1781; which second misfortune forced him to take up the beggar's staff, being led therein from house to house by his wife, who, like him, is already advanced in years. That in consideration of his deplorable state, the gentlemen overseers of the poor in June 1788 indeed granted him a monthly allowance of 30 gold fanums and one parra of rice, but that he has not been so fortunate to this day as to enjoy any of it, for the reason that there is no money in the treasury. That meanwhile, along with his unfortunate blindness, as a confluence of misfortunes, there are further added the infirmities of old age, both in him and his wife, especially the weakening of strength and indisposition upon indisposition, whereby both he and she, being prevented from begging alms from the compassionate, are obliged to spend days and nights in their shelter in hunger and grief, until they regain the required strength to go out again, or until those of the compassionate who know them and know their abode send them something for their relief. That he, the petitioner, in this unhappy condition, with 911. The 20th of November 1790. with the deepest submission turns to the renowned generosity and compassion for truly pitiable objects of your Honorable Valiant Lordship, with the humble plea, taking into the most favorable consideration his blindness, advanced years, and the weak bodily constitution both of him and his wife, his guide, which latter conditions make their further walking about not only exceedingly difficult, but even impossible, and moreover that he, as well as his wife, is a member of the Reformed Church, to graciously grant him, whether from the poor treasury or otherwise as your Honor shall deem best, a monthly allowance for the support of him and his likewise aged wife; for which great benefit he and his wife will spend their last remaining days of life in fervently imploring Almighty God for His abundant blessing upon your Honorable Valiant Lordship's highly esteemed person, illustrious family, and interests for the Company, and of your Honor in particular. Underneath stood: Which obtaining, etc. etc. etc. In the margin: Palliacatta, the 30th of October 1790. Thus done and resolved in Fort Geldria at Palliacatta, date as above. Was signed: as before. Thursday [illegible] of the returns [illegible] Insertion Thursday, the 18th of November 1790. In the morning, all present. In compliance with the requirement by resolution of the 10th of this month, the Honorable Chief Administrator exhibited to the assembly the following calculation of the amount of the returns, in so far as the satisfaction must be written at this main office on the homeland and Indian demands for the upcoming year 1791, according to the increased and old unincreased prices, showing that the same in the latter case would amount to ƒ315506. 1. 8., reading verbatim as follows: Memorandum

Dutch transcription

geadmitteerdt Den 10. November 1790 J=o leeden gepermitteert om zijn nabestaanden te Madras voor eenige tijd te mogen gaan bezoeken bij request te kennen geevende de hem voor„ komende gunstige gelegenheit tot zijne staat en stands verbeetering met verzoek om hem, mits genoegzaame tijds expiratie uijt Comp:s dienst te ontslaan, en in zijn steede en in zijnplaats ven andern bij het Jaffenapatnamsch de tachement ter weder aanvulling van het getal als soletaat aan te neemen zeekere Peter Iansen, als daan toe ten gevalle van hem suppliant geneegen zijnde zoo is verstaan, in het een en ander te condescendeenen, mits de sup„ pliant aan de Comp: behoorlijk vergoede het geen hij op reekening mochte te quaat Haan 909: houd van de diaconij toegestaan als in Junij 1700. toegaltaq Jnsertie van zijn request Den 10. November 1790. staan en zijn gasie met ult=o aug:s te laaten cesseeren Laastelijk is op een ingekomen Request een domingo de filvaonder„ van zeekere Domingo De Silva verstaan den suppliant, door de Diaconij te laaten uitkeeven de door Haar Eerwaardens in Juni v7r, hem toegedachte doch noch niet ge„ volgde afgave van dertig goude fanums '1 maands en een parra Rijst item om daar bij„ uit hoofde van zijn bedrukte toestand te blijven continueeren, luijdende dat suppliac as volgt. Aan den wel Edelen Gestrengen Gebiedende Heer Jacob Pilbracht oppercoopman en Gezaghebber van't Kormandels Gouvernement met den ne„ sorte van dien EH: Etc: E lb: WelEdele Gestrenge Gebiedende Heer Geeft aller demoedigste te kennen Dominge de selve Dat. Den 10. November 1790. Dat hij in 't Jaar 1752. op Nagapatnam in 'sComp dienst geadmitteerd weezende voor mattroos na verloop van eenige tijd bevordert is tot vlaggemens maat, en die dienst tot genoeg zijner meerdere waar„ genoomen heeft tot a:o 1778. wanneer hij nootlottig daarinne blind geworden is zoo als hij in die alle inst meede lijdende stand nog verzeerd Dat het den toenmaaligen wel Edelen Gestrengen Heer Gebieden en Raadse Nagap: uit ontferming over zij„ ne Elendigen staat wel gratieuselijk behraagd had hem smaand met zijn volle bezolding te laaten voortloopen dog dat hij daar van, en dus van zijne eenig middel van bestaen / was verstooken geraakt door het noodtottig ver„ lies voor hem en veele van Nagap: in a:o 1781. aan de Engelschen welk tweede ongeluk hem toengenoodsaakt wad zig tot den boedel staff te begeeven wordende daar in door zijn vrouw die als hij bereeds hoog in Jaaren is van huijs tot huisgesied.— Dat hem uit aanzien van zijn beklaaglijke staat door de heeren armen bezorgers in Junij 1788. wel is toe„ gelegd een maandelijks onder stand van 30. goude fa„ wums en een panra Rijst dog dat hij tot heeden niet zoo gelukk is is geweest daar iets van te genieten omreeden en geen geld bij kas is. — Dat intusschen bij zijne ongeluckige blindheijd nu„ als een zaamen loop van tot gevallen, nog konnen de gebreeken det ouderdoms zoo bij hemals zijn Huijsvrouw voor al verswakking van kragten en opgesteld heeden opongesteldheeden waardoor zoo hij als zij, belet raakende de meedeleidende een al moet afte smeeken in hun schulplaats dagen in nagten in honger en kommer moeten doorbrengen tot ze tot het uijtgaan weeder de vereischte kragten bekomen of die van de meedelijdende die hun kennen en hun verblijf weeten wat tot hunnen onderstand hun toezeiden Dat hij suppliant zig in deeze ongelukkige toestand met 911. Den 20. November 1790. met de diepste onderwerping wend tot de beroemde Edel„ moedigheid en ontferming van waarlijk ontfermings aan waardige voor werpen van uwelEd: Gestr: met de moedige beede zijne bindheid hooge Jaaren, en swakke lichaams ge„ steldheid zoo van hem als zijne huijsvrouw zijne geseidster welke laaste Conuptien hun het meerder hondloopen niet aleen ten hoogsten moeijelijk, maar zelve ondoenelijk maaken in een allergunstigste aanschouw neemende en daar bij dat hij zoo wel als zijne huijsvrouw liemaat is van de gereformeerde kerk hem gratieutelijk het zij uit de armen kas, dan wel anders als hoogdezelve best zeel gelieven te oordeelen te doen genieten een maan„ delijks genot tot onderstand van hem en zijn meede ven„ ouder de huijsvrouw voor welke hooge weldaad hij en daagen zijne huijsvrouw hunne laatte leevens langen zullen besteeden en van den almagtigen Godvieniglijke te smeeken zijnen mildrijken zeegen over uwel Ed: Gestr: Hoogaanzienelijk per soon Jllustre familie en belangens voor de p: maatschappij en van hoog dezelve in't bijzonder /:onderstond:/ 'T Gunt ver„ wervende /Etc: Etc: bte: /:in margine Palliacatta den 30. 8ber: 1790. Aldus Gedaan en gear„ resteerd in het fort Geldria te Palliacatta dato voorsz: /:was getee„ kend:/ als vooren. — Donderdag Diend bedeckining van draagen der ri voorstei Insintien Donderdag Den 18 November 1794. Smorgens alle present etes ter voldoening aan het gerequireerde bij besluit van den 10. deezer maand door den E: Hoofd Administrateur ter ver„ gadering geexhibeert de onder volgende be„ reekening van het bedraagen der Retouren voor zoo verrede voldoening geschreeven moet ten deezen Hoofd kantoore op de Pa„ triasche en Jndische Pisschen voor het aan„ staande Jaar 1791. nade verhoogde en oude over hoogde prijzen aantoonende dat zulks in on het laaste geval ƒ315506. 1. 8. zoude komen te beloopen leidende woondelijk aldus. — Memorie

NL-HaNA_1.04.02_3878_1151 view scan ↗

English

913. The 18th of November 1790. Memorandum of the amount of the following Pulicat cloth packs on the demands for the Fatherland and the Indies for the year 1791, to be: For the Fatherland According to the old prices / Increased prices 5 packs fine Moeris, length 27 and width 2 Covids, at the pack of 100 pieces - - - - ƒ 7582. 10. -. / ƒ 7809. 17. - 30 packs superfine Handkerchiefs of 1¼ Covids, at the pack of 100 pieces, to wit: 10 packs of 12 single to the piece - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 16740. -. - / ƒ 18832. 10. -. 15 packs of 10 single to the piece - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 20925. -. -. / ƒ 23540. 12. 8. 5 packs of 8 single to the piece - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 5584. -. - / ƒ 6277. 10. -. 46 packs Rumals sesterganti, in assortment, at the pack of 100 pieces, as: 12 packs of 1 7/8 Covids of 8 single to the piece - - - - - - - - - - - - ƒ 12852. -. -. / ƒ 12852. -. - [illegible] of 1 [illegible] Covids of 8 single to the piece - - - - - - - - - - - - ƒ 5211. -. -. / ƒ 5211. -. - 10 packs of 1¼ Covids of 8 single to the piece - - - - - - - - - - - - ƒ 13500. -. -. / ƒ 13500. -. -. 20 packs of 1 1/8 Covids of 8 single to the piece - - - - - - - - - - - - ƒ 22950. -. -. / ƒ 22950. -. -. 30 packs Rumals d'Esta, in assortment, at the pack of 100 pieces, to wit: 12 packs of 1¼ Covids of 8 single to the piece - - - - - - - - - - - - ƒ 15282. -. -. / ƒ 15282. -. -. 10 packs of 1 Covid of 8 single to the piece - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 9225. -. -. / ƒ 9225. -. -. 6 packs of 1 Covid of 16 single to the piece - - - - - - - - - - - - ƒ 5535. -. -. / ƒ 5535. -. -. [illegible] - - - - - ƒ 4492. 10. -. / ƒ 4492. 10. -. [illegible] - - - - - - - ƒ 2358. -. -. / ƒ 2358. -. -. 53 packs checkered Rumals, in assortment, at the pack of 100 pieces, to wit: 20 packs of 1¼ Covids of 8 single cloths to the piece, old sample, single check with brown corners - - - - ƒ 19770. -. - / ƒ 19770. -. - 5 packs of 1¼ Covids of 8 cloths to the piece, diverse with brown corners - - - ƒ 4942. 10. -. / ƒ 4942. 10. - 20 packs of 1 1/8 Covids of 8 cloths to the piece, old sample, single check with brown corners - - - - ƒ 17970. -. - / ƒ 17970. -. - 5 packs of 1 1/8 Covids of 8 cloths to the piece, diverse with brown corners [illegible] of 1 Covid of 16 cloths to the piece, large 15 pieces Bethilles allegias, length 16 and 2 Covids wide - - - - - - - - - - ƒ 11863. 2. 8. / ƒ 11863. 2. 8. 20 pieces Bethilles Callewaphoe with blue, as: 15 pieces, length 16 and width 2 Covids with blue - - - - - - - - - ƒ 15390. -. -. / ƒ 15390. -. -. [illegible] length 16 and width 2 Covids, of different - - - - - - - - - ƒ 5130. -. -. / ƒ 5130. -. -. 30 pieces Bethilles Testerganti, length 16 and width 2 Covids with blue - - - - ƒ 31805. 17. -. / ƒ 31805. 17. -. 5 pieces Chelasses of the Coast, length 17 Covids - - - - - - - - - - - ƒ 3843. 15. -. / ƒ 3959. 1. 8. 10 cases handkerchiefs [illegible] of 8 cloths - - - - - - - ƒ 5445. -. - / ƒ 5445. -. - 244 packs for Europe - - - - - - Total - - - - ƒ 258393. 4. 8. / ƒ 264141. 10. 8. The 18th of November 1790. Transport: According to the old prices / According to the increased prices For Batavia 2 packs Gingham underdrawers or governors - - - - - - ƒ 2564. 1. 8. / ƒ 2884. 11. 8. 4 ditto Moerissen, extra fine, bleached, length 18 and width 3 Covids - - - - ƒ 6300. -. -. / ƒ 6489. -. -. 5 ditto Moerissen, fine, bleached, length 18 and width 2½ Covids - - - - - - - ƒ 4500. -. -. / ƒ 4500. -. - 4 ditto fine red Handkerchiefs, all with red headers, as: 3 packs of 1¼ Covids of 8 single cloths - - - - - - - ƒ 2965. 10. - / ƒ 2965. 10. -. 1 pack of 1 Covid of 16 ditto ditto - - - - - - - ƒ 786. -. - / ƒ 786. -. -. 2 cases fine painted Chintz - - - - - - - - - - - ƒ 3150. -. -. / ƒ 3150. -. - 1 pack fine Coast Cambay - - - - - - - - - - - - ƒ 1423. 10. - / ƒ 1466. 4. -. 1 pack Coast checkered Chelasses - - - - - - - - - - ƒ 1026. -. -. / ƒ 1056. 15. 8. 1 pack or 50 pieces Gingham directeur with fine stripes - - - ƒ 670. 6. -. / ƒ 754. 2. -. For Banda 1 pack striped Gingham underdrawers - - - - - - - ƒ 1340. 12. 8. / ƒ 1508. 4. -. 1 pack or 50 pieces red gingham - - - - - - - - - - - ƒ 641. -. 8. / ƒ 721. 3. -. 2 packs large checkered Rumals of 1¼ Covids - - - - - - - ƒ 1977. -. -. / ƒ 1977. -. -. 1 pack fine Chelasses of 16 Covids - - - - - - - - - - ƒ 1423. 10. -. / ƒ 1466. 4. -. 1 pack blue checkered Gingham - - - - - - - - - ƒ 1282. -. 8. / ƒ 1442. 5. 8. 1 pack checkered Rumals of 1 1/8 Covids - - - - - - - - - ƒ 896. 16. 8. / ƒ 896. 16. 8. 1 pack Gingham taffachelasses - - - - - - - - - - ƒ 870. 15. -. / ƒ 896. 16. 8. For Ternate 1 pack striped Gingham underdrawers - - - - - - - ƒ 1340. 12. 8. / ƒ 1508. 4. -. 1 pack checkered Rumals of 1 Covid of 16 single cloths - - - - ƒ 786. -. -. / ƒ 786. -. -. For Padang 1 pack or 40 pieces Taffachelasses, extra fine, striped according to samples ƒ 652. 10. -. / ƒ 672. 1. -. 1 pack or 40 pieces Taffachelasses ditto ditto ditto with small squares - - - ƒ 765. -. -. / ƒ 765. -. -. 1 pack or 80 pieces ditto ditto ordinary - - - - - - - ƒ 696. 12. -. / ƒ 719. 7. -. For Japan 4 packs Ginghamtaffa Chelas extra fine - - - - - - ƒ 6525. -. - / ƒ 6720. 15. -. 4 packs ditto ditto ditto improved - - - - - - - ƒ 6587. -. - / ƒ 6755. 2. 8. 6 packs ditto ditto ditto ordinary - - - - - - ƒ 8707. 10. -. / ƒ 8968. 5. 8. Short statement of the amount of the Fatherland and Indian demands for the year 1791, to wit: According to the old prices / According to the increased prices 244 Packs for the Fatherland - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 258393. 4. 8. / ƒ 264141. 10. 8. 51 ditto and cases for India - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 57112. 17. -. / ƒ 59055. 7. 8. 295 packs and cases total together in Indian money - - - - - - - - - - - ƒ 315506. 1. 8. / ƒ 323196. 18. -. Pulicat, the 16th of November, the year 1790. (was signed) P. E. van Halm

Dutch transcription

913. Den 18. November 1790. Voor 't Patria 5. –. pak: Moeris fijne lg: 27. en b:t 2. Cob=s â 't pak van 100. p:s 30: —. „ Neusdoeken suprafijne d 1¼ C: â 't pak v=n 100. p„s Teweeten voor Patria en India o A:o 1791. Teweesen. 10. –. p=ken van 12. enk: aan 't p:s - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 16740. — —„18832. 10. -. 15. —. „ „ 10. „ „ „ „ - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 20925. –. –. „ 23540. 12. 8. 5. -. „ „ 8. „ „ „ „ - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 5584. —. — „ 6277. 10. —. 12. — „ „ 1 7/8. „ „ 8. „ „ „ „ - - - - - - - - - - - - „ 12852. —. —. „ 12852. — — „ 1. —. „ „ 8. „ „ „ „ - - - - - - - - - - - - „ 5211. —. -. „ 5211. —. — - - - - - „ 4492. 10. -. „ 4492. 10. —. - - - - - - - „ 2358. –. –. „ 2358. —. —. 46. —: p=ken Roemaals sestergantij Jn zoort â het pak v:n 100. p:s, als ƒ 30. –. p=ken Roemaals d' Esta Jn zoort â het pak v:n 100: p:s teweeten 53. –. P:s Roemaals geruijte Jn zoort â 't pak r:n 100. p=s teweeten, 20. –. p=ken d. 1. ¼ C:s van 87. doeken â 't p:s oudmonsten enkelde ruijt 2. - - - „ 19770. -. - „19770. —. — – – – – – – – – – – – – –1 met bruijne hoek - 5. -. „ 8 1¼ Cp: v=n 8. doeken â 't p:s diverse met bruijne hoeken - - - „ 4942. 10. -. „ 4942. 10. — 20. —. „ „ 1 1/87 „ „ 8. „ „ „ „ oud monster enkelde vuijt -- - „ 17970. —. –„17970. -. 5. –. „ „ 1 1/8. @ v=n 8. doeken a 't p:s diverse met bruijne} min „ „ 1 C:s v:n 16. doeken â 't p:s groot - 15. –. p:s Betthilles allegias en lg:s 16. en 2. Cob:s breet - - - - - - - - - - „ 11863. 2. 8. „ 1863. 2. 8. 20. –. „ Bethilles Callewaphoe met blaauw; als 15. –. p:r lg: 16. en b=t 2. Cob:s met blaauw - - - - - - - - - „ 15390. —. –. „ 15390. –. —. min „ „ 16. „ „ 2. „ van different - - - - - - - - - „ 5130. –. –. „ 5130. –. —. 30. –. p=s Bethilles Testergantij lg: 16. en b:t 2. Cob:s met blaauwe - - - - „ 31805. 17. -. „ 31805 17. —. 5. –. „ Chelassen van d' kust lg: 17. Cob:s - - - - - - - - - - - „ 3843. 15. –. „ 3959. 1. 8. 10. —. „ kist neusdoeken ont: d 7. @ van 8. doek: - - - - - - - „ 5445 —. —„ 5445 —. 244. -. Pakken voor Europa - - - - - - Somma - - - - ƒ258393. 4. 8. ƒ 264141. 18 8 met bruijne hoeken - - - - - - - - - - - - 10. —. P=ken d 1. ¼ C: van 8. enk: â 't p:s _ - - - - - - - - - - - - „ 13500. –. –. „ 13500. –. –. 20. —. „ „ 1 1/8 „ „ 8. „ „ „ „ - - - - - - - - - - - - „ 22950. –. –. „ 22. 950. —. —. 12. –. pak„ de 1¼. C: van 8. enk: â t p:s - - - - - - - - - - - - „ 15282. –. –. „ 15282. –. –. 10: —. „ „ 1. —. „ „ 8. „ „ „ „ - - - - - - - - - - - - - - - - „ 9225—. -. „ 9225. —. —. 6—. „ „ 1. —. „ „ 16. „ „ „ „ - – – – - - - - - - - „ 5535. —. —. „ 5535—. —. hoeken - - - - - - - - - - - - - - - - - volgens de verhoogd oude prijsen prijsen - - - - ƒ7582. 10. —. ƒ 7809. 17. — Memorie van het bedraagen der ondervolgende Palleacatse Lijwaat Packen op de bischen„ oor - — — Den 18. November 1790. oude prijsen volgens de Transport Voor Batavia volgens de vervoogd oude prijsen prijsen ƒ 2. – . pak: Gingam onderbroeks of gouverneurs - - - - - - „ 2564. 1. 8. „ 2884. 11. 8. 4. —. d:os Moerissen Extrafijne gebl: l9: 18. en br=t 3. Cob=s - - - - „ 6300. —. –. „6489„ — —. 5. —. „ Moerissen fijne gebl: lb: 18: en b:t 2½. C:s - - - - - - - „4500. —. —. „4500. —. 4. —. „ Neusdoeken fijne roode alle met roode hoofden; als 2. —. kisten Chitsen fijne geschilderde - - - - - - - - - - - ƒ 3150. —. —. ƒ 3150. —.— 3. –. p=ken d 1¼ @ v:n 8. enk: doeken - - - - - - - „ 2965. 10. — „ 2965. 10. —. 1. —. „ „ 1. —. „ „ 16. _:o _:o - - - - - - - „ 786. — —„ 786. —. —. - - - „ 1423. 10. -„ 1466. 4. -. – – – – – – – – – – „ 1026. –. -. „1056. 15. 8. Palliacatta Den 16. ' November a:o 1790: /:was geteekend:/ P: E: van Halm 295. —. packen en kisten bedraagt in N2: d=o Geld – – – - - - - - - - - ƒ315506. 1. 8 ƒ323196. 18 — 51. –. _:o en kisten voor India - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 57112. 17. — „ 59055. 7. 8. 244. –. Packen voor Patria - _ - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ258393. 4. 8. ƒ264141. 10. 8. 1. –: pak: - Cambaaijen fijne cust - 1. —. „ Chelassen geruijte cust - - - - - - 1. –. „ of 50. p=s Gingam divecteur met fijne streepen - - - „ 670. 6. —. „ 754. 2. —. Voor Ternaten 1. —. „ Gingam onderbroeks gestreept - - - - - - - „ 1340. 12. 8. „ 1508. 4. —. 1. —. „ Roem: geruijte d' 1. Co: v:m 16. enk: doeken - - - - „ 786. —. –. „ 786. —. —. Voor Padang Voor Japan 1. —. „ of 40. p:s taffachelassen Extra fijne gestr: volg: staalen „ 652. 10. —. „ 672. 1. —. 1. —. „ „ 40. „ taffa _:o _:o _:o met blokjes - - - „ —. —. —. „ 765. —. —. 1. - „ „ 80. „ _:o _:o ordinair - - - - - - - „ 696. 12. — „ 719. 7. —. 4. —. „ Gingamtaffa Chelas Extrafijn - - - - - - „ 6525. — —„6720. 15. —. 4. —. „ _:o _:o _:o verbeeterde - - - - - - - „ 6587. — — „ 57552. 8. 1:——„ _:o _:o _:o ordinair - - - - - - „ 8707. 10. —. „8968. 5. 8. „ 57112. 17. - „ 59055. 7. 8. - - - - ƒ315506. 1. 8. ƒ323196: 18. —. 295. –. packen en kisten sommeeren te zaamen - - t - Korte aanthooning van het bedraagen der Patriasche en Jndiasche eisschen voor den volgens de verhoogde Iaare 1791., te weeten oude prijsen prijsen 1. —. „ Gingam onderbroeks gestreept - - - - - - - „ 2340. 12. 8. „1508. 4. —. 1. — „ of 50. p:s gingam roode - - - - - - - - - - - „ 641. —. 8. „ 721. 3. —. 2. —. „ Roemaals geruijte groote d 1¼. Ca: - - - - - - - „ 1977. —. —. „ 1977. —. —. 1. - - „ Chelassen fijne d' 16. Cob=s - - - - - - - - - - „ 1423. 10. —. „ 2466. 4. — 1. —. „ Gingamgeruijte blaauw - - - - - - - - - „ 1282. —. 8„ 1442. 5. 8. 1. —. „ Roemaals gev: d' 1 /8. C 8. - - - - - - - - - „ 896. 16. 8. „ 896. 16. 8. 1. -. „ Gingam taffa Chelassen - - - - - - - - - - „ 87015. –. „ 896. 16. 8. - Voor Banda verhoogd prijsen ƒ258393. 4. 8. ƒ 264141. 10. 8. - Jan 9 9 - — -- .

NL-HaNA_1.04.02_3878_1153 view scan ↗

English

915. The 18th of November 1790. Further conference of the Governor with the merchants concerning the prices. From which calculation against the old unraised prices, as the Governor showed to the Council, could not yet be positively determined, since the merchants until now have refused to declare themselves regarding His Honorable's representation that he could absolutely grant them no increase in price of any kind; hesitating on that account under various pretexts and excuses, especially a declaration of the weavers that is supposedly still lacking to them, notwithstanding that they had recently accepted in the meeting to give a final answer last Saturday the 13th instant, which they nevertheless excused until yesterday, when they requested His Honorable to The 18th of November 1790. Continuation. take into consideration the increased cost of the handkerchiefs supra fine, for which they had asked a 12½ percent increase last year, with some proportionate addition or augmentation on the old unraised prices; but the Governor gave no hearing to all these requests, rejected them outright, and pointed out to them that even if these cloths now turned out to be somewhat more expensive than before, they made ample and generous profits on the other goods, so much so that if they were to persist, His Honorable could demand from them a reduction in price on all the other sorts; all the more since, besides their delay in 917. The 18th of November 1790. giving a positive answer or making an acceptable offer for the merchandise still lying unsold, they not only wasted and lost time, but daily exposed the Honorable Company to loss by holding up those goods for so long; and for this reason His Honorable stood firm in refusing any price increase of any kind. Having put this before them yesterday for the last time and asked for an answer, the suppliers again requested a postponement until next Saturday the 20th instant, which was then granted to them, and they were notified that a decisive Yes or No would then be expected, and The 18th of November 1790. and, if necessary, other merchants would be sought. Which having been heard, and complete satisfaction being taken with the actions of the Governor, it was resolved to record everything as above and to await the final answer of the suppliers, which they promised His Honorable to give the day after tomorrow, the 20th of this current month. Note of five queries made to the former Governor Tadama. Concerning the low sale of copper. Concerning the price increase in 1789/90. Concerning the difference in the gold rupees. Whether the rupees sold were assayed. Concerning the arrack money not yet received. Concerning the necessity of the price increase. With the provisional answer from the said Tadama by letter. It was also resolved to record here what, pursuant to the resolution of the 10th instant, the Honorable Governor had the Secretary of this meeting ask his predecessor, Mr. Tadama: 1. regarding the low sale of only 120 lb of Japanese bar copper 919. The 18th of November 1790. in 1789/90; 2. the apparent difference in the prices of the gold Persian rupees that were sold previously and those that now remain for sale; 3. whether the sold rupees were assayed, and if possible to obtain one of those previously sold by His Honor as a sample; 4. regarding the not yet effected payment of the last term of the 200 leaguers of arrack sold here by His Honor, to the amount of 2,900 pagodas; 5. and finally, regarding the submission of an address to demonstrate the necessity of the price increases granted to the suppliers in the year 1787; with what the said Mr. Tadama provisionally answered to the Secretary on all these matters by letter of the 13th instant, reading as follows: The 18th of November 1790. Reading: Honorable Sir! Palliacatta has never had a significant market for Japanese bar copper; the reason for this (if I am not mistaken) is principally to be attributed to the payment here of the export duties by the wholesale buyers, from which the merchants at the subordinate offices are exempt. But why the sale here in the year 1789/90 was less than the year before, I can give no reason; this Your Honor should ask of the Palliacatta merchants. The gold Persian rupees, which were sold this year with a profit of 6 13/16 percent, were not assayed, but sold as they came, because they yielded a good profit; my servant is about to go to Madras and will be instructed to look out for that sort of rupees. Of the gold rupees on hand, 200 pieces have been melted down, 100 by the assayer De Vries, and 100 by the shroff at Madras; one can be certain of the assay or fineness by De Vries, who according to the testimony of the Chief Assayer Mellin possesses the required skill, and it will therefore, now that one has a good and skilled assayer, be by far the safest course that all of them be melted down and thereafter assayed, and sold at their determined fineness, for that one could sell them with a profit is almost impossible, and a loss of 8 1/32 is too significant. Upon the declaration of the chiefs of the subordinate offices regarding the necessity of a price increase on the linens, extensively described by the said Governor Mr. Blaaukamer in the Company's papers

Dutch transcription

915. Den 18. November 1790. gesaghebber met de koopl: over de krifsen Dan welke Calculatie tegen de oude onver hoofde nader conferentie van de heer prijzen men gelijk de Heere Gezaghebber aan Raade 19 vertoonde als noch niet positief konde bepaelen nadien de Kooplieden zich tot nu toe niet wilden ver„ klaaren op zijn E: E: Agtb: vertooning van hen volstrekt geene verhooging van prijs, hoe ge„ naemt, te konnen accordeeren aerselende derwe„ . .. gen op verscheide voor wendsels en pretexten, in„ zonderheit eene hen, als het waere noch ont breekende verklaering der weevers niet tee„ genstaende zij laest in vergadering zelfs aan„ genomen hadden, gepasseerde satundag den 13: deezer finaal antwoort te zullen geeven, dan het welke zij haddlen verschoonen tot gisteren wanneer zij zijn E: E: Agtbaere haedelen verzocht in 5 Den 18 November 1790. Vervolg. in Consideratie te willen neemen de verduuring der Neusdoeken supra fijne voor dewelken zij voorleeden Jaan 12½ p:r C:o verhooging hadden gevraagt met eenige geproportioneerde ver„ meerdering of augmentacie op de oude onver„ hoogde prijzen meer dat hij heer Gezoghebber aan alle deeze aanzoekingen geen gehoor verleent, die volstrekt afgeslagen en hen vertoond had dat alware het ook dat deeze Doeken van thans wat duurder als te vooren te staen quamen zij op de andere goederen genoeg en ruime genoeg profi„ teerden zelf zoodat indien zij mochten blijven staen, zijn E: E: Agtb: van hen kan vorderen vermindering van prijs van alle de overige soor„ ten; te meer daer zij behalven haere verschuijving in 917. Den 18. November 1790. in het geeven van positie / antwoord of het doen van een aanneemelijk bod voor de nroch on verkogte leggende koopmanschappen de tijd niet al„ leen verquiste en verlooren lieten gaen maan de E: Comp:, door het zoo lang op houden van die waer en dagelijks aan schate exponeerde en waarom zijn E: E: Agtb: was gebleeven bij het vervolg, refuseeren van alle verhooging hoe genaemt hen gisteren voor het laest, dat voorgehouden en om antwoort gevraegt hebbende hadden zij leveranciers wederom uitstel verzocht tot aanstaande saturdag den 23. ' deezer, het welk hen dan toegestaan en aangezegt was dat men als dan bescheit zou verwachten Ia of Neen en Den 18 November 1790. Aanteekening van vijf onder„ gesagt:n Jadamca gedaan per als„e en des noods aan zien na andere kooplieden. — Antekening dan tien mnenden Det welk dan aangehoort en met de verrichting van den heer Gezaghebber volkomen genoegen genomen zijnde zoo is verstaan het een en an„ der, invoege als boven aan te teekenen en afte„ wachten wat uiteindig, antwoord der leveran„ cien zijn zal het welk zij zijn E: E: Agtb: be„ lerst hebben te geeven op overmorgen den 20: van deeze loopende maand. scheijdens vargede gewersden huer Ook is verstaen alhier aan te teekenen het geen ingevolge arrest van den 10. deezer de E: Agt„ baare Heer Gezachhebber Des zelfs antecesseur den Heer Tadama door den Secretaris deezer verga„ „weg: de gedingen af tet van ko„ dering heeft laeten vragen s) wegens den geringen verkoop van maar 120. lb: Iapans staef koper ins 919 Den 107. November 1790 af weeg:s tnog niet ingekomen aarakgeld den prijs verhooging in 17 29/98: 2/. het voorkomende different van de weg:s desferent der gouderofijen prijzen der goude Persiaansche Ropijen, die te vooren verkocht en nu ter verkoop noch overig zijn 3 of de verkochte Ropijen zijn geessaijeert en oof de utkagten desijed varn om van de door zijn E: Agtb: te vooren verkocht das mogelijk eene te bezorgen tot monster 4. / over de noch niet geeffectueerde voldoening van het laaste ter mijn der, bij zijn Agtb: be„ Hier verkochte 200. leggers Arak, ten bedtraege van 2900: pagooden 5. / en eindelijk wegens ofontand e noodaakelijkheid het inleeveren van een Adres ter aantooning van de noodzaakelijkheit den in A:o 1707 aan de leveranciers geaccordeerde prijs verhoogingen, met het geen zijnd: p:s antwv: bij missive gemet: Heer Tadama op het een en ander aan hem secretaris bij provisie heeft geantwoord bij missive van den 13. deezer aldus luijdende Den 28. November 1790. luijdende PPalliacatta is nimmer een aanmerkelijk de biet in het Iapan Staefkoper geweest de reeden daar van /:zoo ik niet mis heb:/ is wel principaal te attribueeren aan de uijtbetaaling alhier van de uijtgaande regten door de opskoopers waar van de Kooplieden op de onderhoorige Comptoiren vrij zijn Edog waarom meden verthier daar inne in a:o 17 29/98: minder is geweest dan het Jaar bevoorens weet ik geen reeden van te geeven; dit zal uwel Ed: dienen te vraegen van de Palliacattase Kooplieden. — De Goude Persiaanse Ropias, die deesen Iaare met een advant van 6 13/16. P=r C:o verkogt zijn, zijn niet geessaijeerd, maar stoots voet verkogt, omdat ze eene goede winst gaven; Mijn dienaar staat na Madras te gaan, en zal belast worden om na diergelijke zoort van Ropias om te zien Van de aan handen zijnde Goude Ropias, zijn 200. stuks gesmolten 100. door de Essaijeur De vries, en 100. door de Saraf op Madras op het Essaij of gehalte door de vries, die volg:s getuijgenisse van den Groote Essaijeur Mellin de vereijschte bekwaamheijd bezit kan men verzeekert zijn, en het zal dus, nu men een goede en bekwaame Essaijeur heeft, verre het secuurste zijn, dat alle dezelve gesmoeten en daar na g'essaijeerd wordende, op dies bevondene gehalte verkogte worden, want dat men dezelve met een winst zouden kunnen verkoopen, is bij na niet moogelijk, en Een verlies van 8 1/32. is te aanmerkelijk. — Op de betuiging der opperhoofden van de onderhoorige Comptoiren van de noodzaakelijkheijd van eene prijs ver„ hooging op de lijwaaten breedvoerig door den gem: Gezag„ hebber De heer Blaukamer bij 'sComp=s papieren beschree„ WelEdele Heer! ven

NL-HaNA_1.04.02_3878_1159 view scan ↗

English

921. 18 November 1790. given, who concerning this has used all possible means to investigate the necessity thereof and has not failed to inform himself with foreigners on the subject; and based on this investigation, the previous government proceeded to that increase, with written instructions that it had to be abandoned again as soon as possible. And if I am not mistaken, this was written annually to the chiefs; if they were unable to bring this about during all that time or were negligent in doing so, then they are and remain accountable for it. It will possibly be feasible to carry out if one can sell the merchandise at market price. NB: regarding the increase of prices, the incoming letters from Jaggernaikpoeram and Bimilipatnam must be examined, from which everything will become clearly evident. My people already departed for Madras 5 to 6 days ago, who were ordered to obtain for me an English receipt from Mr. Bell for the relevant str: P a/o 2900. I expect the same any moment. I have the honor to be with respect, Honorable Sir, Your Honor's obedient servant, was signed: N:s Tadama, in the margin: Mangawaken, 13 November 1790. And whereas the said Mr. Tadama, regarding the fineness of the gold rupees, refers to assays made thereof by the assayer De Vries and the shroffs at Madras, to the number of 100 pieces each; it is understood to record that no proof is to be found anywhere regarding the findings of the shroffs, and that the said De Vries, specifically summoned to the meeting, admits that one of the bars of gold currently still deposited in the main treasury was cast from the rupees melted down by him on the order of Mr. Tadama, which were found to be of different alloys, namely Persian and Batavian, as he convinced the meeting with the report given thereof to which he referred, which was specifically fetched and reviewed, which report is understood to be inserted below. To 923. 18 November 1790. The Honorable Chief Administrator instructed to have the gold rupees examined. To the Honorable and Respected Mr. Nicolaas Tadama, Senior Merchant and Acting Governor of the Coromandel Government with the dependency thereof, etc., etc. Honorable and Respected Sir, In accordance with Your Honor's esteemed order, the undersigned, in the presence of two commissioners appointed for that purpose, received 100 pieces of Batavian gold rupees, namely 50 whole and 100 half, item also 100 pieces of Persian gold rupees, weighed and melted the same and cast them into 2 bars, namely: 100 pieces of Persian gold rupees weighed m: l:s 4. 3. 10. Cast therefrom 1 bar No. 1, weighing: 4. 3. 7.½. less: 5. —. taken off for 1 sample: 2½. Assayed: 20 carats 5 grains. 100 pieces of Batavian gold rupees weighed: 6. 3. —. Cast therefrom the bar No. 2, weighing: 6. 2. 17½. less: 5. —. taken off for 1 sample: 2½. Assayed: 18 carats 4¾ grains. With which I have the honor to subscribe myself with the utmost high esteem, Honorable and Respected Sir, Your Honor's humble and obedient servant, was signed: E: D: Vries, in the margin: Palliacatta, 26 July 1790, lower: Agrees, signed: J:n Obdam, E: G: Clerk. After the dismissal of the aforesaid De Vries, it was furthermore resolved and understood to instruct the Honorable Chief Administrator to have the supply of Persian gold rupees examined and appraised by shroffs, or money testers, to see what value they will place on them, and whether one might subsequently be able to sell them or issue them in deduction of what must be spent on the delivery of textiles or for domestic expenditures, reporting on this transaction together with the standing commissioners to the meeting. Subsequently, the Governor presented to the meeting an extract from the rough general return of merchandise sold in 1789/90, in confirmation of his already demonstrated surprise regarding the small sale of only 120 lb of Japanese bar copper. 18 November 1790.

Dutch transcription

921. Den 18. November 1790. ven, die desweegens ter onderzoek nadies nood zaakelijk„ heijd alle moogelijke middelen heeft aangewend en niet nagelaaten heeft zig bij vreemden dientweegen te infor„ meeren:/ en op dit ondersoek is de voorige regeering ge„ treeden tot die augmentatie met aanschrijvens om daar van zoodraa moogelijk weeder te moeten af„ zien En zoo ik niet mis heb, is zulks Jaarlijks de opperhoofden aangeschreeven hebben die dat in aldien tijd niet kunnen bewerken of zijn te daan omtrent nalaatig geweest dan zijn en blijven de„ zelve daar voor aanspreekelijk Moogelijk zal het uijt„ tevoeren zijn als men de Coopmanschappen marks„ prijs van de hand kan zetten. NB: omtrend de vermeerdering der prijssen, moetende Aankomende brieven van Jaggernaikpoeram en Bimilipatnam nagegaan worden, waar uijt alles klaarlijk zal komen te blijken. — Mijn volk is reeds voor 5. â 6. dagen na Maaras ver„ trocken aan wien last is Gegeeven, om mij een quitan„ tie in het Engels van de heer Bellte bezorgen van de bewuste str: P a/o 2900. —. Ik zie dezelve alle ogenblik te gemoed— /Ik hebde eere met agting te zijn /:onderstond:/ wel Edele Heer uwel Edele dienstwillige Dienaar /:was geteekend:/ N:s Tadama /:in margine:/ Man„ gewaken den 13. November 1790. — En nademael gemelde Heer Tadama, Zich amnotatie nop:r de goude ropijen aengaande het gehaelte der Goude Ropijen beroept op Essaijen welke daar van door den E sSaijeur Den 18 November 1790. dat en en g'sfaijterd zijn Indertie ssaij affort Essaijeur De vries en de Sarast te Madras, tan ge„ talle van 100. stuks ieder, zouden gemaakt zijn„ dat er geen bewinsing van sanap is verstaen aante teekenen, dat er aangaende de bevinding door de sarafs geen bewijs ergens en dat ze totetavin gesmotten is te vinden en dat gem: De vrieser pres in verga„ dering ontboden, toestemt dat een van de Haaren goud nu noch in de groote geldkamer berus„ ne noch tende, is gegooten van de door hem op ordre van den Heer Tadama versmoltene Ropijen die van different alloij zijn bevonden te wee„ ten Persiaansche en Bataviasche gelijk hij met het daar van gegeeven rapport, waar op hij zich over beriep en dat expres is opgehaelt en op ven gezien, de vergadering overtuijgde, welk rapport ver„ staan is hier onder te inseneeren Aan 923. 18. November 1790. d' E: Hoofd administrateur gede„ mandeerd het doen Examineeren der goude ropijen. — Aan Den wel Edelen Agtbaaren Heer Nicolaas Padama opperkoopman en Gezaghebber van het Cormandels Gouvernement met den Resorte van dien Etc: Eta: WelEdele Agtbaere Seer Ingeverge uwel Edele Agtb: G'eerde bevel heeft den ondergeteekende ter Presentie van twee daar toe gecommitteer„ dens ontfangen 100. stuks goude Bataviase Ropijen te weeten 50. heele en 100. halve item nog 100 p:s Persiaanse goude Ro„ pias dezelve gewoogen gesmolten en tot 2. staaven gegoo„ ten te weeten. — 100: stuks goude Persiaanse Popias hebben gewoogen m: l:s 4. 3. 10. daar van gegooten 1. Haar N=o 1. wegd: - - - - - - 4. 3. 7.½. Essaijeerd 20. Cr=t 5. gr: 100. stuks bataviase goude Ropias hebben gewoogen - - - - 6. 3. —: daar van gegooten de Haar N=o 2. Weege - - - - - 6. 2. 17½. gaat af voor 1. Proefje - - - - - - - - - - - - - 2½. Essaijeerd 18. Cr=t 4¾. gr: Waar meede de eere hebmet met de volmaakste Hoogagting te onderschrijven /:onderstond:/ wel Ed: Agtb: Heer uwel Ed: Agtb: onderdanige en gehoor„ saame Dienaar /:was geteekend:/ E: D: vries /:in„ margine:/ Palliacatta Den 26. Iulij 1790. /:lager:/ Accordeert /:geteekend:/. I=n obdam E: G: Clercq deste min - - - - - - - - - - - - - - -. 5. —. gaat af voor een Proefje - - - - - - - - - - - -. -. 2½. des te min - - - - - - - - - - - - - - — —. 5. —. „Na het dimitteeren van voorsz: De vries, is alverder goedgevondenen verstaen den E: Hoofd Administrateur in mandatis te geeven om den. tot naricht in de uijtgave. de hem outeen den een e den voorraad van Persiaansche goude Ropijen door Sarafs /: ofte geld keurders:/ te laaten e xo„ mineeren en taxeenen; om te zien wat waarde zij daar op stellen zullen en of men daar na dezelve zou kunnen verkoopen of verstrek„ ken in mindering van het geen op Leverantie van lijwaaten, of in de Huishouding moet vr vo es gcommitt:s worden uitgegeeven, doende van deeze ver„ vichting met de permanente Gecommit„ teerden Rapport aan de vergadering. — de hen Ggsegt: motueend un Vervolgens vertoonde de Heer Gezaghebber aande vergadering een uittrekzel uit het ruw Generaal Rendement van verkochte. Koopman„ ten blijk van den geringen vskop schappen en 17 39/90. ter bevestiging zoo van zijn E: E: Agtb: reets betoonde verwondering over den geringen debiet van maer 120. lb: Iapans stoaf Den 18 November 1790 Koper

NL-HaNA_1.04.02_3878_1163 view scan ↗

English

925. November 1790. The 18th weighing, reports copper here at Palliacatta, stating that generally the sales do not amount to more than ƒ 41216. 11. —, as can be seen distinctly here below from the aforementioned extract. Memorandum of the merchandise disposed of at Palliacatta during the book-year 1789/90, namely: 029 Purchase Selling Per Cost Cost Cent 90. lb. Dutch iron - - - - - - ƒ 9. 17. —. ƒ 12. 16. —. 30. —. —. 60. ditto nails - - - - - - - 7. 12. — 14. 4. –. 84.¼. —. 2077. cloves - - - - - 715. 15. 8. 10225. 4. -. 1328. 1/16. —. 523. nutmegs - - - - - 110. 6. 8. 3677. 6. 8. 3233. 7/16. -. 87. 5/8. maces - - - - - -. - 45. 3. 8. 821. 10. -. 1717. ¼. -. 114. black pepper - - - - - - 14. 10. -. 64. 2. 8. 254.¼. —. 1387. powder sugar - - - - - - 112. 3. —. 182. — 8. 62. 5/16. -. 120. Japan bar copper - - - - - 31. 2. 8. 101. 1. —. 224. 3/16. -. 20. ½. sandalwood - - - - - 12. 4. 8. 18. 6. 8. 50. 8. –. 200. leagers or 77600 jugs of arrack api with the casks, from the consignment brought here this year by the ship Norssen from the headquarters Batavia — — - - - - - - 18217. 4. —. 26100. – –. 43.¼. —. Sum of selling cost - - - ƒ 41216:11:—. thereby arguing how far off it is from representing the sale of Japan bar copper in such terms as might be called reasonable, as was done from here, whereby the Honourable High Indian Government was prompted to waive the previously granted price reduction; and how heavy the accountability of him, the Lord Governor, would be, regarding what his Honour demonstrated to the discharge of the finances, November 1790. The 18th. if, through the conduct of the previous ministry and the evident practical impossibility of disposing of that metal, at least in any considerable parcel, otherwise than by following the market price, the aforementioned Their High Honours could not be convinced of his innocence, and at the same time persuaded that they were truly mistaken in this matter and regarding the stock; demonstrating further that if the merchandise still in stock could be disposed of according to a calculation made as closely as possible, one might count on receiving - - - - - ƒ405950. 18. and that, if one added to this the value of the gold in specie to the amount of - - - - 7683: 1: 8: one might then, according to the accounting, reckon to be worth - - - - - - ƒ 482784. -. –. and 927. The 18 November 1790. needed. with the merchants. and therefore, to outward appearances, possess more than enough to find the advances for the merchants; for the 1/3 part of the amount of the returns on the Homeland Demand for which the suppliers ask for ready cash, what is needed for the new collection, to be found and furnished between now and the end of next January, amounts according to the calculative estimate made thereof to - ƒ86131. 1. 8. and half of the 1/3 part of the Indian Demand in cash also - 9518: 16: —: or together - - - ƒ95649. 17. 8. Possibility in trading, but that, when set against this how slowly the sale of everything proceeds, how indescribably unpleasant and present The 18. November 1790 and vexatious it is to come to an agreement with dilatory merchants, and that one, so to speak, can never rely on fixed established prices, insurmountable difficulties then presented themselves regarding the contracting as well as the prices that one needs to negotiate in order to find, between now and next January, a capital sufficient enough to perform the necessary advances on the collection, the daily expenses both here and what the offices to the southward on the roads and the trade itself still require; at least that, what is offered for the copper and cloves after the reduction to 85. pagodas for the bahar of copper and 450. pagodas the bahar, or 90 stivers 929 The 18. November 1790. [illegible] and demand iron Indian per pound of cloves, the merchants declared they could offer no more than 80. for the copper and separately only 400. pagodas per bahar for the cloves; which, with what they say they will be able to what they would offer as an utter maximum spend for the following articles, if they were provided with ready money to be able to collect and pay for them, would still yield an acceptable advance, namely: 480. lb. cloves 400. pagodas 988 7/8. per cent 180 Japan copper 80. pagodas 189¼ 480. powder sugar 13. – - 55¼. 480. pepper 50. –. 256. ¼. 480. coffee beans 28. – . – 157. 5/16. 488. camphor 100. - - - 168. 7/16. which, if they were not forced to change their minds again, would be the utmost 6D

Dutch transcription

925. November 1790. Den 18 weegen in brengt koper hier 'te Palliacatta als dat Generaalijk den verkoops niet meer dat ƒ 41216. 11. —: komt te bedraagen, gelijk dat uit voorsz: uittrek zel zelve hier onder distincten komt teblijken Memorie van het verthierde coopmansz: te Palliacatta geduurende het boekJaar 1789/90 Teweeten 029 uijtkoops Per Inkoops kostende, kostende, Cento 90. lb: ijzer Hollands - - - - - - ƒ 9. 17. —. ƒ 12. 16. —. 30. —. —. 60. „ spijkers _:o - - - - - - - „ 7. 12. — „ 14. 4. –. „ 84.¼. —. 2077. „ Garioffel Nagulen - - - - - „ 715. 15. 8. „ 10225. 4. -. „ 1328. 1/16. —. 523. „ Nooten Muisschaaten - - - - - „ 110. 6. 8. „ 3677. 6. 8. 3233. 7/16. -. 87. 5/8. „ foelij of Maces - - - - - -. - „ 45. 3. 8. 821. 10. -. 1717. ¼. -. 114. –. „ Pleeper swarte - - - - - - „ 14. 10. -. 64. 2. 8. „ 254.¼. —. 1387. –. „ Poeder zuijker - - - - - - „ 112. 3. —. 182. — 8. 62. 5/16. -. 120. —. „ Iapans staafkoper - - - - - „ 31. 2. 8. 101. 1. —. 224. 3/16. -. 20. ½. „ Zandel hout - „ - - - - - „ 12. 4. 8. 18. 6. 8. 50. 8. –. 200. —. legg: of: 77600. –. kann: arak Apij met dus fusten, uijt d'parthijppert schip Norssen in deesen Jaare van de hoofdplaatse Batavia alhier aangebragt — — - - - - - - „ 18217. 4. —. 26100. – –. 43.¼. —. sommeerende uijtkoops - - - ƒ 41216:11:—. daar meede beweerende hoeverre het er van is van den Debet van het Iapansch staaf koper te stel„ len in die ter men, dat men zo reedelijk mag noemen gelijk van hier geschied en waar door de Edele Hooge Indische Regeering gepermo„ veert geworden is om afte zien van de te vooren toegestaene prijs vermindering en hoe zwaande wat zijn agtb: tot dechange den„ verantwoording van hem heere Gezachhebber zijn . ovember 1790. Den 18. financien vertoond. zijn zoude bij aldien niet door het zig gedrag van het voorig Minister uim ende wezenlijk voorkomende onmogelijkheijt om dat metaal immers bij eenige aan merkelijke partij anders als met het volgen der markt prijs van de hand te konnen zetten welm: Hun Hoog Edelheeden van zijn onschult, en tevens overtuigen konde van in deezen zo wezenlijk en omtrend de voornaad van te zijn geabuseert; vertoonende alverder dat zoo de koopmanschappen welke noch in voorraad zijn, mochten konnen worden van de hand gezet na eene daarop zee na mo„ gelijk gemaakte bereekening men daar voor zou mogen Cyffenen. op - - - - - ƒ405950. 18. en dat als men hier bij voegde de waerde van het goud inde specien tot - - - - „7683: 1: 8: men nade aenreekening dan zoumogen stellen rijk te zijn - - - - - - ƒ 482784. -. –. en 927. Den 18 November 1790. benotigt weret. met de Cooplaeden. en over zulks na uiterlijken scheijn overvloedig ge„ noeg bezitten tot het vinden der advances aan de kooplieden want dat het 1/3. gedeelte van wat tot den nieuwen jnsaam het bedragen der Retouren op den Patriaschen Eisch waar voor de leveranciers kontant gelt. vragen om gevonden en gefourneert te worden tusschen nuen ultimo Ianuarij aanstaende na de daar van gemaakte Calculative benee„ kening beloopt - _ - - - - - - ƒ86131. 1. 8. en de helft van het 1/3. gedeelte van den Jn„ dische Eisch aan Kontant ook - - - - „ 9518: 16: —: of te zaemen - - - ƒ95649. 17. 8. maar dat, wanneer daar tegen over word Moogelijkheijt in t handelen gestelt en hoe traeg het met den debiet van alles toegaet hoe onbeschrijvelijk onaengenaem en aa 1 1 1 presenteeren Den 18. November 1790 en verdretig het is met talmachtige koopleden tot een accoord te komen en dat men, om zoo te spreeken nimmer magreekenen op gezette vaste prijzen, zich als dan onover„ komelijke zwaerigheeden op deeden we„ gens de Aanbesteeding zoo wel als de prijzen die men dient te bedingen, om intusschen nu en Ianuarij aanstaande te vinden een kapitael toereikend genoeg om in het doen der nodige advances op den inzaam, de dage„ lijksche ongelden zoo alhier als het geen de kantooren om de Zuid denwegen en de wat ijvor't koperende nagulen handel zelve noch benodigen; altans dat na de afdoeling tot 85. pagooden voor de baer koper en 450. pag: de baer ofte 90 stui„ vers 929 Den 18. November 1790. tinatijen genen, en eyst eren vers Indisch het pond nagulen, de koop„ lieden betuigden voor het koper niet meer dan 80. en voor de Nagelenapart, maar 400. pagooden per bhaar Ronden bieden dat, met het geen zij zeggen te zullen kunnen ben wat zij al uijtterlijk zouden steeden voor de volgende articulen, zoo zij van gereedgelt waeren voorzien om die te kun„ nen afhaelen en betaelen noch een aannee„ melijk advans zoude afwerpen te weeten 480. lb: Nagelen 400. pagorden 988 7/8. p:r C:o 180 „ Iapans koper 80. pag: 189¼ „„ 480. „ Poeder Suiker 13. – - „ 55¼. „ „ 480. „ Peeper. . . 50. –. „ 256. ¼. „ „ 480. „ Koffiboonen 28. – . – „ 157. 5/16. „„ 488. „ Kamfer - - - - 100. - - - „ 168. 7/16. „ „ het welk indien zij niet genoodzaakt wierden weder van gedachten te veranderen het uitterste zoude 6D

NL-HaNA_1.04.02_3878_1168 view scan ↗

English

The 18th of November 1790. transport goods / have at transport. — would be wherefore they said merchandise, instead of money, could accept, coffee included, that is to say the coffee, if they could transport it without payment of toll to the Dewan, on account of whose claim the goods purchased of last year had not yet been fetched entirely or in full, which expenses they on the trade, and furthermore for the expenses that fall upon them during transport, namely: One bhaer Powder Sugar at Farm Pagodas 1. 14. -. For Coolie wages for carrying to the beach Pagodas -. 6. -. Freight Pagodas -. 11. 1/4. The export from Palliacatta amounts to Pagodas 1. 31. 1/4. Import at Madras: for unloading and carrying up Pagodas -. 6. -. at Farm Pagodas -. 30. -. various petty expenses Pagodas -. 3 3/4. Pagodas -. 39. 3/4. or together on one bhaer Powder Sugar Pagodas 2. 26. -. One bhaer Pepper Pagodas 4. 27. 1/4. At Farm Pagodas 5. -. -. Palliacatta expenses: for unloading and carrying up Pagodas -. 6. -. Farm Pagodas 2. 26. -. petty expenses Pagodas -. 5 1/2. Madras expenses Pagodas 2. 37. 1/2. or then together Pagodas 7. 37. 1/2. At Palliacatta Pagodas -. 11. 1/4. Pagodas 5. -. -. At Madras Coolie wages Pagodas -. 6. -: One bhaer bar copper Japanese or together freight Pagodas -. 11. 1/4. at Farm Pagodas 4. 27. 3/4. freight for unloading Pagodas -. 6. -. petty expenses Pagodas -. 5. 1/4. carrying-up wages Pagodas -. 6. -. Toll Pagodas 8. -. -. 931. The 18th of November 1790. freight carrying-up wages Pagodas -. 6. -. how the merchandise to yield and on delivery and for cash Pagodas -. 11. 1/4. At Palliacatta Pagodas -. 17. 1/4. petty expenses Pagodas -. 4. -: Toll Pagodas 1. 17. 1/4. At Madras Pagodas 1. 27. 3/4. Together Pagodas 2. -. -. for unloading Pagodas -. 6. -. carrying-up wages Pagodas -. 6. -. at Toll Pagodas -. -. -. One bhaer camphor at Toll Pagodas 4. 27. 1/4. At Palliacatta Pagodas 5. -. -. Pagodas 3. -. -. At Madras Toll Pagodas 8. -. -. - freight Pagodas -. 11. 1/4. Thus, since one must leave nothing unattempted to accomplish everything possible for the best of the Company's interest, it was resolved to note this down as proof thereof, and for such goods as the merchants might be pleased to accept in reduction of the advances to be made to them, to stipulate the old or previous prices, namely for the spices and the Japanese bar copper, but for the rest, or if both these articles can find buyers for cash, to let those and the remainder go for the specified prices. And in proof that the satisfaction of the respective demands for returns from the Indies, both here and at the subordinate factories, has not been conducted according to order, and the trade has thus run from one year into the other, namely with goods still to be dispatched on previous demands, while the advances made on the demand of the current year could and should indeed not be reckoned otherwise. The 18th of November 1790. 933. The 18th of November 1790. the Honorable Governor produced a demonstration showing how matters stood in this regard at the departure of the ship Hoosen to Batavia recently, and how few returns were dispatched on the same in comparison to the demand and the advances furnished thereupon, likewise what quantities of packs were thus reckoned as serving to satisfy earlier demands long since expired, some even for 1787, as the aforementioned Demonstration following below further shows.

Dutch transcription

Den 18. November 1790. vervoer waaren / hebben bij vervoer. — zoude zijn waer voor zijde gemelde koopmanschap„ pen, in steede van gelt, zouden kunnen aanneemen de koffij onder begrip van tot wije wel verstaende de koffij, indien zij die konden vervoeren zonder betaeling van Tol aan de Duan, om welkers pretentie, de gekochte van voorleeden Iaer, noch niet geheel ofte ten vollen welke ongelden zij op de handel, was afgehaelt, en de overigens om de ongelden die er bij vervoer voor hen op komen te vallen te weeten Een bhaer Poeder Suiker aan Pacht P71. 14. -. Aan Coelijloon voor het na strand draegene „ —. 6. —. „ vracht - - - - - - - - - - - - „ —. 11. ¼. Den uijtvoer van Pall: bedraagt - - - - - - - p oa/o 1. 31. ¼. bonden invoer te Madras voor het lossen en opdraegen - - - - - - - - - - Pa/o —. 6. —. – – – – – – – – – – – – – - „ —. 30. —. à pacht - „ diverse kleene ongelden - - - - - - - „ —. 3¾. „ —. 39. ¾. of te zaamen op een bhaar Poeder Zuiker - - - - - pa/o 2. 26. —. Een bhaar Peeper - - - - - p a/o 4. 27. ¼ — Aan pacht- Palliacatsche ongelden - P/o 5. –. —. voor het lossen en opdraegen - - - - ƒ 67. —. 6. —. – – – – – – – – – - „ 2. 26. —. ¼pacht - - - - - „ —. 5½. „kleene ongelden - - Madwas ongelden - - - „ 2: 37:½: dan wel te zaamen - - - - - - „ 7. 37. ½. - - „ —. 11. ¼. pa/ 5. —. —. Te Paelliakatta - - Te Maart„ „ Koelijloon - - - - - - - - - - „ —. 6. —: Een bhaar staaf koper Iapansch of te zaamen- „ vracht - - - - - - - - - - - - - „ —. 11. ¼. â pacht - - - - - - - - - - - p a/o 4. 27. ¾. „vrocht - - - - - - - v:r het lossen - - - - - - - - - - 6% — 6: „ kleene ongelden - - - - - - - - „ — 5. ¼ „ opdrachtoon - - - - - - - - - - „ —. 6. —. „ Tol - - - - - - - - - „ 8. —. —. :- — — — 931. Den 18. November 1790. „vraegt. —. „ opdroegen loon - - - - - - - - - „ —. 6. —. hoedanig de Koopmansz: afte staan en op leverantie en voor Contant — – – – – – „ —. 11. ¼ De Palliacatta - - - - pa/o —. 17. ¼ „ kleene ongelden - - - - - - „ — 4. —: 3 „ Fol — — — — — — — — - – „ 1. 17. ¼. Te Madvos - - - - „ 1: 27:¾ Te zaamen - – - - - - Po/o 2. —. –. voor het lossen - - - - - - - - pa% —. 6. —. „ opdraegloon - - - - - - - - „ —. 6. — â Tol - - - - - - - - - P%o —. —. —. Een bhaar kamser à Tol - - - - - - - - - - - - - P a/o 4. 27. ¼. Te Palliakatta - - - - pa/o 5. —. —. -„ 3. —. — Eete Madras - — - Teld - - - - - - - „ 8. —. —. — „ vracht - - - - - - - - - - „ —. 11. ¼. Soo is nademael men niets onbezocht annotatie van't een en ander moet laeten om al wat mogelijk is, ten besten van 'sComp:s belang uitte werken verstaen dit een en ander ten blijke van dien aan„ te teekenen en voor zoodanige goederen als de kooplieden genoegen mochten zijn aan„ teneemen in mindering van de aan hen 1 te doene verstrekking te bedingen de oude ofte voorige prijzen, te weeten voor de specerijen en het Iapansch staef koper, doch voor het overige, ofte zoo beide deeze articulen voor Contant aan den man willen, die en de overige te laeten gaen voor de opgegeevene prijzen en bewijze dat de voldoeming der respecti„ re Eisschen van Retouren uit Indie zoo alhier als op de subalterne Factorijen niet nade ordre behandelt, en den handel dus van het eene Jaar in het andere is geloopen met namelijk op voorige Eisschen noch af te zenden goederen terwijl de ver„ ttrekkingen op den Eisch van het loo„ pende Jaar gedaen, immers niet anders konden of behoorden gereekend te worden Den 18. November 1790. Jro 933. Den 18 November 1790. produceerde de E: E: Achtbaare Heer Ge„ zoghebber een aantooning hoedanig het zich dien aangaande bij vertrek van het schip Hoosen naar Batavia nu Iongst heeft toegedragen, en hoe weinige retouren er op dezelve in vergelijking van den Eisch en de daer op gefourneerde verstrekkingen verzonden item welke quantiteiten Pakken dus gereekent zijn geworden als te dienen in voldoening van vreegere reets lange afgeloopene Eisschen sommige zelfs voor 1787. gelijk de voorsz hier onder vol„ gende Aantooning nader uitwijst Jnsente antooningtenwigen 3 Potitie

NL-HaNA_1.04.02_3878_1172 view scan ↗

English

Wherefore. Notice of the piece-goods packs received in the year 1790 on the following demands and dispatched to Batavia per the ship Horssen, to wit: 877 packs from Palliacatta, to wit: 31 packs for the Homeland; as: 6 packs anno 1789. - - - - - 56 packs for the Indies, to wit: 106 packs from Portonovo for the Indies, to wit: 12 [illegible] 39 packs from Sadraspatnam; as: 24 [illegible] 428 packs from Paggernaik p: as: 191 pieces for the Homeland, to wit: 237 pieces for the Indies, as: 102 packs from Palicol, whereof: 38 packs for the Homeland anno 1790. - - - - - - - - - - - - - ƒ16892. [illegible] Indies, as: 173 packs from Bimilipatnam, of these: 112 packs for the Homeland, as: 89 [illegible] 67 pieces for the Indies, of which: 15 packs anno 1790 for the Homeland - - - - - - - - - ƒ12624. 4. —. 50 pieces anno 1788. – - - - - - - - - – – - ƒ43521. 11. -. 28 pieces anno 1788. — — — — — — — - - ƒ1602518. 8. 135 [illegible] 1789. — — - - — - — — - - ƒ24738. 2. 8. 12 pieces anno 1788. _ _ _ _ - - - - - - - - ƒ10096. —. — 20 [illegible] 1789. - - - - - - - - – – - - - - - -. ƒ16064. -. -. 4 pieces anno 1788. _ _ _ _ _ _ _ _ - _ - _ _ ƒ4662. 13. —. 22 [illegible] 1789 - - - - - - - - - - - - ƒ25688. 8. -. 4 pieces anno 1787. - - - - - - - - - - - - - - -. 1801. 3. — 90 [illegible] 1789. – – - – - - - - - - - - [illegible] - - - - - . 46837. 12. —. [illegible] 1790 [illegible] India - - - - - - - - - - ƒ14054. 17. 8. ƒ26679. 2. 8. 32 [illegible] 2789. - - - - - - - - - - ƒ27817. 19. 8. 9 pieces anno 1789. _ - - - - - - - - - - - ƒ4062. — —. 9 pieces anno 17829. _ - - - - - - - - - - - ƒ3325. 18. 8. 935 packs amount to - - - - - - - - - - - - - ƒ545763. 19. -. note thereof and of the Joois, pursuant to His Right Honourable's desire 52 [illegible] 1790. – – – – – – – – – – – ƒ21995. 16. –. ƒ26057. 16. -. ƒ104695. 12. —. [illegible] 1790. – — – – – – — — – – – ƒ52477. 16. —. ƒ78637. 16. -. 50 [illegible] 1790. — — — – – – – – – – – ƒ22953. 10. –. ƒ26279. 8. 87. ƒ43171. 8. 8. 74 [illegible] 1790 – — – – – – – – – – ƒ20938. 9. 8. ƒ61702. 10. 8. ƒ213830. 3. - 109 [illegible] 7790 – – – – – – – – – – - ƒ80788 2. –. ƒ152127. 12. 8. 1790. _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - - - [illegible] – - - - - - ƒ6539. 4. –. ƒ55177. 19. -. 30 [illegible] 1790 - - - - - - - - - - - - - ƒ40133. —. 8. ƒ70484. 1. 8. ƒ206209. 15. -. - - - - - ƒ8581. 4. —. 23 [illegible] 2790. — — — — — — — – – ƒ27144. 9. 8. ƒ3572513: 8. The 18th of November 1790. agreed 64 [illegible] 935 The 18th of November 1790. agreed to keep this note here, so that in the time when the final accounts for the year 1790 are to come to light and those which, regarding the subordinate offices, have been separately ordered since 1707 5/6 to be transmitted for each successive delivery year, shall be brought to the attention of the assembly to serve as proof that they are continually one year, if not longer, behindhand therewith, and the actual arrears of the last delivery year have always remained concealed. ƒ [illegible] Then was read a written report from the members Broerius Brouwer and Fredrik Willem Bloeme, who, according to the resolution of the 24th of September, were appointed to take stock of the daily or petty cash, showing, according to five balance sheets annexed thereto, the balance of the cash at the middle and the ultimate of the past month, the one serving for the The 18th of November 1790. general 937. The 18th of November 1790. Insertion of report and annexes. general transfer under the first-mentioned date and the other balance sheets for the accounting of the cashier's administration since the month of September 1789 until the ultimate of October 1790; as also, with the report, to prove that there was 1479. 22. 33 pagodas under the first-mentioned date, and by the ultimate of October no more than 269: 20. 38 pagodas remained as the balance, as is evident from the documents themselves, reading verbatim as follows: Statement 1 Balance Sheet of the Company's petty cash, as of today's date, under the responsibility of the cashier Johan Joachim Hasz, which, in the presence of the Right Honourable Nicolaas Tadama, outgoing, and Jacob Eilbracht, incoming Governors of the Coromandel Government with the resort thereof, has been surveyed by us the undersigned, express commissioners, and found as follows: Debit 1790. Primo March, the balance yesterday in cash - - - pagodas 127. 18. 50. ultimate ditto, received on 6 warrants - - -- pagodas 4373. 3. 38. ultimate April, ditto on 5 ditto - - - - - - - - pagodas 2939. 15. 66. ultimate May, ditto on 4 ditto - - - - - - - pagodas 2023. 2. 31. Sum total pagodas 9463. 16. 25. In the Castle Geldria, ultimate of May anno 1790. /was signed:/ B: Brouwer, F: W: Bloeme /in margin:/ for the accounting /signed:/ J: J: Hasz. Palliacatta The 18th of November 1798. 941. The 18th of November 1790. Credit 1790 ultimate March, for what was disbursed on 53 warrants - - - - - pagodas 3138. 19. 54. ultimate April, ditto on 60 ditto - - - - pagodas 2180. 11. 34. ultimate May, ditto on 51 ditto - - - - pagodas 1535. 17. 1. ultimate ditto, balance in cash - - - - - - - pagodas 2608. 16. 16. Sum total pagodas 9463. 16. 25. Balance Sheet of the Company's petty money under the responsibility of the cashier Johan Joachim Hasz, which, in the presence of the Right Honourable Nicolaas Tadama, outgoing, and Jacob Eilbracht, incoming Governors of the Coromandel Government and the resort thereof, has been surveyed by us the undersigned, express commissioners: Debit 1790 Primo June, the balance from yesterday in cash - - - - pagodas 2608. 16. 16. ultimate ditto, received on 6 warrants - - - - - pagodas 3735: 13: 67: ultimate July, ditto on 5 ditto - - - - - pagodas 2321. 20. 52. ultimate August, ditto on 18 ditto - - - pagodas 9053. 22. 68. Sum total pagodas 1720. 1. 43. In the Castle Geldria, Palliacatta B: Brouwer and F: W: Bloeme /in margin:/ The 18th of November 1790. 1

Dutch transcription

waarom. Nolitie van de in anno 1790: op de volgende Eisschen Ingekomen en per 't schip horsen naar Batavia verzondene lijkaat pakken Te weeten 877. –. Packen van Palliacatta te weeten 31. –. pakken voor 't Patria; als 6. –. pakken a:o 1789. - - - - - 56. –. Packen voor Indie te weeten 106. –. Packen van Portonovo voor Indie te weeten 12. -. „ „ 39. –. Pak: van Sadraspatnam; als. 24. —. „ 428. –. pak: van Paggernaik p: als 191. –. p=s voor 't Patric te weeten 237. –. p=s voor Iudie als 102. – pak: van Palicol daar van 38 –. Pak: voor 't Patria anno 1790. - - - - - - - - - - - - - ƒ16892. „ India als 173. –. Pak: van Bimilipatnam van deese 112. –. Pak: voor't Patria als 89. - „ 67. –. p=s voor Indie van dewelke 15. -. pak: anno 1790. voor 't Patvia - - - - - - - - - ƒ12624. 4. —. 50. –. p=s a:o 1788. – - - - - - - - - – – - ƒ43521. 11. -. 28. –. p=s Ad:o 1788. — — — — — — — - - ƒ1602518. 8. 135. - . „ „ 1789. — — - - — - — — - - „24738. 2. 8. 12. –. p=s anno 1788. _ _ _ _ - - - - - - - - ƒ10096. —. — 20. -. „ „ 1789. - - - - - - - - – – - - - - - -. „16064. -. -. 4. –. p:s A:o 1788. _ _ _ _ _ _ _ _ - _ - _ _ ƒ 4662. 13. —. 22. –. „ „ 1789 - - - - - - - - - - - - „ 25688. 8. -. 4. – P=to anno 1787. - - - - - - - - - - - - - - -. 1801. 3. — 90. -. „ „ 1789. – – - – - - - - - - - - „ - - - - - . 46837. 12. —. „ 1790 „ India - - - - - - - - - - „14054. 17. 8. „ 26679. 2. 8. 32. –. „ „ 2789. - - - - - - - - - - „ 27817. 19. 8. 9. –. p=s ad:o 1789. _ - - - - - - - - - - - ƒ4062. — —. 9. –. p=s anno 17829. _ - - - - - - - - - - - ƒ3325. 18. 8. 935. –. Pakken bedraegen - - - - - - - - - - - - - ƒ545763. 19. -. aanteekening daar van en D' Joois, ingevolge zijn E: E: Achtb: begeerte 52. –. „ „ 1790. – – – – – – – – – – – „ 21995. 16. –. „ 26057. 16. -. „104695. 12. —. „ 1790. – — – – – – — — – – – „ 52477. 16. —. ƒ78637. 16. -. 50. -. „ „ 1790. — — — – – – – – – – – „22953. 10. –. „ 26279. 8. 87. „ 43171. 8. 8. 74. –. „ „ 1790 – — – – – – – – – – „ 20938. 9. 8. ƒ 61702. 10. 8. „ 213830. 3. - 109. –. „ „ 7790 – – – – – – – – – – - „80788 2. –. ƒ152127. 12. 8. 1790. _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - - - „ – - - - - - „6539. 4. –. „ 55177. 19. -. 30. –. „ „ 1790 - - - - - - - - - - - - -„40133. —. 8. „ 70484. 1. 8. ƒ206209. 15. -. - - - - - ƒ8581. 4. —. 23. —. „ - -. . . „ 2790. — — — — — — — – – „27144. 9. 8. ƒ3572513: 8. Den 18. November 1790. verstaen 64. —: „ 935 Den 18. November 1790. versteen hier van deeze aanteekening te houden om in den tijd als de afreeke„ ningen voor a:o 1790. in het licht staan te komen en die welke wat de subalterne kantooren aangaat zedert 1707 5/6 van ieder leverancie vervolg Jaar afzonderlijk geordonneert zijn over te zenden, onder het oog„ vande vergadering zullen gebracht worden te strekken ten blijke dat men daar mede geduurig een Jaar zoo niet langen agter uit, en het eigenlijke Agterstal van het laeste leverancie Jaar altoos is bedekt geblee„ ven ƒ t lue ont ven. de atest vant oneemen en volgens word geleezen een schrif„ telijk bericht van de leeden broe„ rius Brouwer en Fredrik wil„ lem Bloeme uijtwijzens besluit van 24. September gecommit„ teerd geweest tot den opneem van de dagelijksche ofte kleene Cassa, aantoonende na luid van vijf dien aangekegte staat reeke„ ningen, het saldo van de Cassa on„ der medie en ult=o van de gepasseer„ de maand, het eene ten dienste van het Den 18. November 1790. generaal 937. Den 18. November 1790. Insertie rapport en bij laagen. generaal Transport onder eerstge„ melden datum en de andere staat nee„ keningen tot verantwoording van des kassiers administracie zedert de maand 7ber: 1789. tot ult=o 8ber 1790: gelijk die met het bericht ten bewijze dat er pagooden 1479. 22. 33. onder eerst gem: datum, en met ult„o october niet meer dan pagooden 269: 20. 38: per restant is geweest gelijk dit eenen ander Cons„ teert bij de stukken zelve luijdende woon„ delijk als volgt Staat 1 Staat Reekening van 's Comp:s kleene ker Iohan Ioachim Husz: dewelke ter zeer geende Iacob Eilbracht, aankoomende Gezaghebbers van 't Corn se gecommitteerdens is opgenomen, en bevonden, als. 1790. P=m Maarte 't Restant gisteren aan kontant - - - ult„o _:o „ „ ontfangene op 6. ordonnantien - - „. April „ „ _:o „ 5. _:o - - - - - - - - „ 2939. 15. 66. Somma p ra/o 9463 1625. In't Casteel Geldria ultimo Palliacatta wergen. F: W: Bloeme /:in margine:/ voor de verantw Den 18. November 1798. Dobet pa/o 127. 18. 50. -- „ 4373. 3. 38. „ Moij „ „ _:o „ 4. _:o - - - - - - „ 2023. 2. 31. „van 941. Den 18. November 1790. ultimo ld Cassa onder heedigen datum staande onder verantwoording van den Cas„ „sie van de wel Edele Agtbaare Heeren Nicolaas Tadama, afgaande en rmandels Gouvernement, met den Resorte van dien, door ons ondergesz: expres„ 179 ult„o staart p:r 't verstrekte op 53. ordonnantien. . . . . . . - . p o/a 3138. 19. 54. - „ April „ „ _:o „ 60. — _:o „ Meij „ _:o „ 51. — _o „ _=o „ „ Restant aan Contant - _ _ - - - - - - - „ 2608. 16. 16. Somma Meij anno 1790. /:was geteekend:/ B: Brou„ rantwoording /:geteekend:/ I: I: Hasz: po/o 9463. 16. 25. - - - - „ 2180. 11. 34. _:o - - - - „ 1535. 17. 1. Credit - Staat Reekening van 'sComp:s kleene gel den Cassier Iohan Ioachim Hast: dewelke ten zee ma afgaande, en Iacob Pilbracht, Aankoomend van dien, door ons ondergesz: expresse gecommitteerdens 1790 P=mo Junija 't Restant van gisteren aan kontant - . . . . p a/o 2608. 16. 16. ult=o _=o „ „ ontfangene op 6. ordonnantien - - - - - „ 3735: 13: 67: „ Julij „ „ _:o „. 5. _:o - - - - - „ 2321. 20. 52. „ aug:s „ „ _:o „. 18. — Palliacatta In't Casteel Geldria B: Brouwer en F: W: Bloeme /:Jnmargine:/ Somma Pro 1720. 1. 43. - - - „ 9053. 22. 68. Debit Den 18 November 1790. _:o -- 1

NL-HaNA_1.04.02_3878_1179 view scan ↗

English

943. The 18th of November 1790. August the Cash, under today's date being under the accountability of honored order of the Honorable Nicolaas Sadama Authority of the Coromandel Government, with the Dependency was audited and found, as follows. — 1790. 1st June for that furnished on 64 warrants - - - - - - - - - Pagodas 2330. —— 18. ult. July ditto ditto 87 ditto - - Pagodas 4212. 4. 46. ditto 144 ditto . . Pagodas 7566. 18. 62. ditto Remaining in Cash – – – – – – – – – Pagodas 3611. 1. 77. August Anno 1790. was signed Ultimo For the accountability signed I: I: Hasz:— Sum Anno 1720. 14 43 Credit and 18. November 1798. To the Honorable Sir Jacob Eilbracht Senior Merchant and Authority of this Coast of Coromandel, with the Dependency thereof Etc: Etc: Honorable Sir In order to dutifully fulfill the resolution upon the proposal made by your Honor contained in the Extract resolution of the 24th of September last, we have the honor to report to the same that we proceeded to the Cashier Johan Joachim Hasz, and audited the Company's Petty Cash under his accountability since the month of January of this year, during which he has held that administration, up to the date hereof, and found it as shown in the annexed 3 pieces of Statements of Accounts, consisting of a two-monthly Cash account for the months of January and February of this year 1 ditto for the months of March, April, and May 1 ditto for June, July, and August Furthermore, we have the honor on the opposite page to present the Cash account from the 1st of September to mid-October, to serve as a transfer pursuant to orders, and finally that from mid-October to the ultimo of the same month, which finding of ours we are always ready, if required, to confirm with an oath, the state of the aforementioned Petty Cash thus being as follows, namely 945. On the 1st of September, balance from yesterday Sum Pagodas 3614. 11 7 Wherewith we hope to have complied with the esteemed orders of your Honor, and furthermore have the honor to call ourselves with due respect, was written below, Honorable Sir, your Honor's humble and obedient servants, in the margin, Palliacatta in Castle Geldria the 15th of October 1790. was signed B:s Brouwer, and F: W: Bloeme; lower, for the accountability I: I: Hasz: Statement Sum Pagodas 361. 1: 17 Credit Debit 1790 on the ult. September for that furnished on 62 warrants Pagodas 172. — 59. in cash - - - Pagodas 361: 1: 7. mid-October ditto ditto 22 ditto Pagodas 410. 2. 65. ditto ditto Remaining in Cash Pagodas 14792:33. The 18th of November 1798. 1798. 1789 Statement of Account of the Company's Petty Cash Sadama Senior Merchant and Authority of the Coromandel commissioners by the outgoing Cashier Jacob Samuel the Cashier Johan Joachim Hasz: namely on the 1st of September for the balance of the past month August, namely per memorandum running moneys - . - Pagodas 110. –. –. Cash – – – – – – – – – – – – Pagodas 6555. 17. 34 Pagodas 65. 17. 34. – – – – – – – – – Pagodas 1020: 1060. ditto - - Pagodas 96. 1442: - - - - - - - - Pagodas 310. 15. 49: 8th ditto 1. — 9th ditto 4. — ult. ditto received on 8 warrants - - - - - - - - - - - Pagodas 61. 5. 39. ditto Sum 6/8 87153:1564. Palliacatta In Castle Geldria surrender Jacob Samuel de Raef; lower, for the receipt I: J: Hasz: F: W: Bloeme. — Debit November 1790 ditto December ditto 7. — ditto 947. November 1790. The 18th. Cash which, by the esteemed order of the Honorable Nicolaas Sadama Government with the Dependency thereof, in the presence of expressly appointed De Raeff were transferred to the newly appointed on the ult. September for that furnished on 45 warrants - ditto October ditto 46: — ditto 38. ditto in Cash per memorandum as 1: warrant of the bookkeeper Duijnevelt . . Pagodas 100. -. 1. ditto cargo [illegible] - - - - Pagodas 10: — 1 ditto equipage overseer ditto Remaining ditto ditto December ditto 51. ditto - - - - - - Pagodas 2152. 13. 62. Ultimo December Anno 1789. was written below, for the in the margin, present before us as commissioners signed B: Brouwer, and Sum 6/8 8153. 15. 64. - - Pagodas 868. 17. 29 van Odijk - - - - - - Pagodas 50. 160 - - - - - Pagodas 708. 17. 29 — - . . - - Pagodas 1779. 15. — - - - Pagodas 1725. 15. 6. - - - Pagodas 1628. 2: 47. Credit 1739 ditto November ditto 1 ria 1790 Statement of Account of the Company's Petty Cash the Cashier Johan Joachim Hasz: which, by the esteemed Merchant and Authority of the Coromandel Government commissioners was audited and found; as follows. On the mid-October for the balance from yesterday in Cash — ult. ditto received on 1 warrant Palliacatta In Castle Geldria B. Brouwer and F: W: Bloeme; in the margin, for the Sum Pagodas 148. 9. 58. Debit Pagodas 1479. 22. 33. 14 25 and 18 November 1790. - -- 949. November 1798 Cash under today's date being under the accountability of the order of the Honorable Jacob Eilbracht, Senior Merchant with the Dependency thereof by us the undersigned expressly appointed On the ult. October for that furnished on 43: warrants - - - ditto ditto Remaining in Cash 1790. Ultimo October Anno 1790. was signed for the accountability signed I: I: Hasz:— D Sum Pagodas 1481. 9. 58. Credit –- Pagodas 1211. 13. 20. - - - - - - - - - - - - Pagodas 269. 20. 38.

Dutch transcription

943. Den 18. November 1790. „ aug:s „ et Cassa, onderheedigen datum staande onder verantwoording van geande ordre van de wel Edele Agtbaare Heeren Nicolaas Tada„ Gezaghebbers van 't Cormandels Gouvernement, met den Resorte is opgenomen en bevonden, als. — 1790. p=mo Junij p:r 't verstrekte op 64. ordonnantien - - - - - - - - - pro/o 2330. —— 18. ult„o Iulij „ „ _:o „ 87: _:o. - - „ 4212. 4. 46. _o _:o 144. _:o. . . „ 7566. 18. 62. „ _:o „ Restant aan Contant Augustus Anno 1790. /:was geteekend:/ Uillimo voor de verantwoording /:geteekend:/ I: I: Hasz:— Somma A„o 1720. 14 43 – – – – – – – – – „ 3611. 1. 77. Credit . en 18. November 1798. Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Jacob Eilbracht opperkoopman en Gezaghebber dee„ zer kuste Cormandel, met den Resorte van dien Ete: Etc: Wel-Edele Agtbaare Seer Imaan het besluijt op de gedaane propositie van uwel Ed: agtb: vervat bij Extract natul van den 24. september J=o leeden „pligt schuldig te voldoen hebben wij de eere Hoog de zelve te rap„ porteeren, dat wij ons bij den Cassier Iohan Ioachim Wasz: begeeven, en 'sComp: kleene geld Cassa onder zijn verantwoor„ ding zeedert de maand Ianuarij deezes Iaars, dat hij die administratie onder zich heeft tot dato deezes opgeno„ men, en zoodanig bevonden als de hier nevens gaande 3. stuks staat Reek: dict eeren, bestaande dezelve in en febr: deezes Iaars 1. d:o van de maanden Maart, April, en Meij „ „ _:o Iunij, Iulij en Augustus twee maandelijkse Cassa reek: van de maanden Ianu: Wijders hebben wij de eere aan de hier omstaande zijde aan tebieden, de Cassa reek: van P=mo Jber: tot medio october, om ingevolge ordre te dienen tot transport, en eijndelijk die van medio october tot ult=o der zelver maand, welke onze bevinding wij altoos bereijd zijn, des gerequireerd werdende, met Ed: te bevestigen zijnde dus den staat van voorsz: kleene geld Cassa in maniere als volgd te weeten 1. „ 945. adijp=r sep:t restant van gisteren Somma p o/a 3614. 11 7 Waar meede wij verhoopen aan de zeer geeerde ordre van uwe Ed: Agtbaare te hebben voldaan, en hebben voor 't overige de eene ons met verschuldigden eerbied te noemen /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer uwel Ed: Agtbaare onderdanige en gehoorsaame Dienaaren /:In margine:/ Palliacatta in 't Casteel Geldria den 15. october 1790. /:was geteekend:/ B:s Brouwer, en F: u: Bloe„ me /:lager:/ voor de verantwoording I: I: Hasz: Staat Somma Pap: 361. 1: 17 Credit Debet 1790 adijult: sop: p:r't verstrekkte op 62 octonm b„o 172. — 59. aan kontant - - - Pag: 361: 1: 7. med: oct: „ „ _:o „ 22. _:o „ 410. 2. 65. d:o d:o „ Restanten aan Contant„ 14792:33. Den 18. November 1798. 1798. 1789 Staat Reekening van sComp: kleene Geld Sadama opperkopman en Gezaghebber van 't Cormandels mitteerdens door den afgaande Cassier Iacob Samuel de Cassier Iohan Ioachim Hasz: te weeten adij p=r 7ber: a't Reslant van de gepasseerde maand Aug:s te weeten â per memorie lopende gelden. - . - Po/o 110. –. –. „ Contant – – – – – – – – – – – – „ 6555. 17. 34 p „65. 17. 34. – – – – – – – – – „ 1020: 1060. _:o. - - „ 96. 1442: - - - - _ _ - - - - „ 310. 15. 49: „ 8br: „ „ _:o „ 1. — „ „ 9ber: „ „ _:o „ 4. — „ ult„o _:o „ 't ontvangene op 8. ordonnantien - - - - - - - - - - - „ 61. 5. 39. _o Somma 6/8 87153:1564. Palliacatta In't Casteel Geldria overgaaf Iacob Sam=l de Raef /:lager:/ voor den ontfangst I: F: Wasz: F: w: Bloeme. — Debet November 1790 „ „ xbr: „ „ _:o „ 7. — - _o 947. November 1790. Den 18. ssa dewelke ter G'eerde ordre van den wel Edele Agtb: Heer Nicolaas „met Gouvernement „ den Resorte van dien ten bijweesen van Expres gecom„ De Raeff werden overgetransporteerd aan den Nieuw aangestel„ adij ult: pber: p:r 't verstrekt op 45. ordonnantie— „ „ octob: „ „ _:o „ 46: — _:o „ 38. _:o à Contant „per memorie als 1: ord: van den boekh: Duijnevelt . . P. a/o 100. -. 1. „ „ „ argatie aceappen - - - - „ 10: — „ „ Equipagie opsiender „ „ _o „ „ Restant _:o „ „ Dec: „ „ _:o „ 51. _:o _ - - - - - - „ 2152. 13. 62. Ultimo December Anno 1789. /:onderstond:/ oor den /:in margine:/ ons Present als gecommitteerdens /:geteekend:/ B: Brouwen, en Somma 6/8 8153. 15. 64. - -„ 868. 17. 29„ vanodijk - - - - - - „ 50. „ 160 - - - - - P a/o 708. 17. 29 — - . . - - p/o 1779. 15. — - - -- „ 1725. 15. 6. - - -- „ 1628. 2: 47. Crecit 1739 „ „ Nov: „ „ 1 „ ria - 1790 Staat Reekening van 'sComp:s kleene ge den Cassier Iohan Ioachim Hasz: dewelke ter zeer ge man en Gezaghebber van het Cormandels Gouvernement teerdens is opgenoomen en bevonden; als. Adij Mer oct a 't Restant van gisteren aan Contant — „ ulto _:o „ ontvangen op 1. ordonnantie Palleacatta In't Casteel Geldia B. Brouwer en F: W: Bloeme /:in margine:/ voor de Somma pra/o 148. 9. 58. Debet pa/o 1479. 22. 33. 14 25 en 18 November 1790. - -- 949. Novem ber 1798 ge 't Casse onder heedigen datum staande onder verantwoording van de ordre van den wel Edele Agtb: Heer Iacob Eilbracht, oppercoop„ ent met den resorte van dien door ons ondergesz: Expresse gecommit„ Hdi ult:o ct: p:r 't verstrekte op 43: ordonnantie - - - „ „ _:o „ „ Restant aan Contant 1790. dia Ultimo: october Anno 1790. /:was geteekend:/ voor de verantwoording /:geteekend:/ I: I: Hasz:— D Somma pa/o 1481. 9. 58. Credit –- p a/o 1211. 13. 20. - - - - - - - - - - - - „ 269. 20. 38.

NL-HaNA_1.04.02_3878_1186 view scan ↗

English

November 1790 books are recommended. Item, regarding the compliance with a new arrangement concerning the cashier drawing up his balances. Thus, after reading of one and the other, it was approved and understood to consider the commission herewith fulfilled, and to recommend the cashier to provide the cash books that are still unprepared, of which the accounting is for his account, as quickly as possible, and to have them provided by his predecessor, and in the course of this book-year or by the end of this month to comply with the arrangement of the 25th ultimo for closing the actual cash account month by month, thus with the derogation of the aforesaid custom of preparing state accounts, since the remainder of the cash from the statement in the report of the 18th November of spices and copper sequestration moneys Hasz: and Obdam will appear from the examination. And it is also understood to note that the supplier of Malliatour wood, ray skins, and mountings, the Company's interpreter Mandalam Wengadat Salam Naiker, is satisfied to receive for half of the amount thereof, or Pagodas 2639. 11. 60, spices and Japanese bar copper, at the old or previous price. Hereafter is resumed and produced by the gentleman Commander, his transfer of sequestration moneys by the former Sequester Johan Joachim Hasz: to his successor Jan Obdam, to the amount of Pagodas 1890. 12. 13., as the account drawn up thereof further shows, reading as follows: Transfer Insertion 18th. 950 November 1790. Transfer of the Sequestration Moneys and accounting of the retiring Sequester Johan Joachim Hasz: to his replacement Jan Obdam. 1788 on the 10th March: The proceeds of some old woodwork remaining from the Moor Machometh Isoep Batavia, see vendue roll - - - - - - - - - - Pagodas 53. 15. 19. 1789 on the 14th: sold goldworks etc., as appears from vendue roll - - - - - - - - - - - - - - 1105. 35. 12. received various species from the Right Honorable Gentleman Tada- ma - - - - - - - - - - - 291. 7. 39 3/4 [subtotal] 1465. 11. 10. The proceeds of the sold jewelry of the quartermaster Barend Berggrein, see vendue roll of the 14th February 1789 - - - - - - - - - 85. 27. 22. The proceeds of various small jewels of the deceased Assistant Paulus Argenisz:, see vendue roll as above - - - - Pagodas 39. 7. 10. 24th May: for the account of the very same estate, received from the Secretary of the Orphan Chamber D. E. S. Duijnevelt, as appears from the account - - - - 348. 32. 6. [subtotal] 387. 39. 16. Sum Pagodas 1938. 33. —. Furthermore: 13 pieces of various original bonds of the claimants on the estate of the above-mentioned Machomet Isoep Batavia, as appears from the submitted note. 1 bundle with various papers belonging to the estate of the aforesaid Barend Berggrein, see register; and 1 bundle with various papers concerning the estate of the Assistant Argenisz:, likewise according to register. Dated as above— Palliacatta The 12th November Anno 1790. Below: for the receipt, Jan Obdam. In the margin: present as commissioners, signed: J. S. Cantervisscher and J. W. Luijken. Underneath: for the transfer, J. J. Hasz:. 953. November 1790. The 28th November 1790. Namely: 1790 on the 1st November: for salary at 2 1/2 percent, to wit: on Pagodas 1465. 11. 10. - - - - - - - - - - - Pagodas 36. 29. 1. on Pagodas 85. 27. 22. - - - - - - - - - - - - - 2. 5. 10. on Pagodas 387. 39. 16. - - - - - - - - - - - - 9. 32. —. Balance of this transferred - - - - - - - 1890. 12. 13. Sum - - - - - - - Pagodas 1938. 33. —. Signed: for speedy accounting. Thus, since by a report of the survey under the first-mentioned sequester as of the last of August of this year, which was made known by resolution of the 8th September last, it is found that an accounting and distribution among the creditors of those moneys is shortly to take place, it is understood to recommend the compliance thereof to the said Obdam, so as not to retain a greater balance than the amount The 1st of November 1790. of 955. November 1790. as security, for which, in accordance with the request made by him, Obdam, by petition, it is also approved that he may let stand with the Company his earned monthly wages since the first of September of this year until the time that the same must remain, seeing that the petitioner finds himself unable to provide personal sureties, and the order dictates that in such a case the salary is held to be sufficient. Insertion of report and annexes. The 18th November 1790. Further, having read a report from the aforesaid Hasz: and Obdam pursuant to the demand made by resolution of the 25th ultimo, having examined what the former sequester Johannes Abraham Bronsvelt remained in arrears in that capacity and is still indebted to account for, which report, supported by five annexes from Letter A to E, it was approved to insert herewith, being of the following content: Namely 957. The 18th November 1790. To The Right Honorable Jacob Eilbracht, Senior Merchant and Commander of this Coromandel Government, etc., etc., Together with The Council. Right Honorable Sir and Gentlemen. In compliance with Your Right Honorable and Worships' esteemed order by extract minutes of the resolutions in the Council of Coromandel dated the 25th of October last, to distinctly provide the state of the outstanding sequestration moneys of the Nagapatnam Government

Dutch transcription

Neat br 1730 boeken gerecommandeeren zij Jtem de nakoming eer nieuwe schik king daan, om trent de cassier het Elfenstellen zijnen Soo is na lectuure van het een en ander goed„ gevonden en verstaen, de Commissie hier meede voor voldaen te houden, en den kas„ hier te recommandeeren om de Kassa boeken die noch onopgemaakt zijn, waar van de verantwoording voor zijn reekening loopt ƒ ten spoedigsten te bezorgen, en door zijn voor zaat te doen bezorgen, en met den loop van dit boekjaar ofte met het einde van deeke maand na te komen de schikking van den 25. passato tot het sluiten der effective kassa reekening maand voor ^ van de gewoonte van't opmaaken maand, dus met de rogatie van der voorsz: staat reekeningen nadien het restant der Kassa uit de opgave bij het Rapport van en 18 den November specerijen en kopper tratie penningen Nasz: en ebdam de examinatie zal komen te blijken. — En 's tevens verstaan te noteeren, dat de onsermonte o e leverancier van Maliatourhout Roggevellen en Monteeringen, 'sComp=s Tolk Mandalam wen„ gadat salam Naiker te vreeden is om voor de helft van het bedraegen van dien ofte p a/o 2639. 11. 60: te ontvangen specerijen en Iapansch staef Keper, na de oude off voorige prijs Hier na word geresumeerdt en door den heer bGezagteb, diens transport van soques„ ber geproduceert Transport van de sequestracie penningen door den geweezen Zequesten Iohan Ioa„ chim Wasz: aan zijn opvolgen Ian obdain, ten bedraagen van pag: 1890. 12. 13. gelijk de toan 1 van gemaekte Reekening nader aantoond, luijden„ de aldus. Transport Insertie 18. 950 November 1798. Transport van de Siquestratie Gelden Ioachim Hasz: aan deszelfs vervanger Ian obdam 1788: den 10. Maarte Het prevenu van eenige oud Houtwerken r=ma van den Mhoor Machometh Isoep Batavia, vide vendurol - - - - - - - - - - Pa/o 53. 705 19. 17089. „ 14 „ „ verkogte goudwerken etc: blijkens ven„ „ „ „ ontvangen diverse specien van den welE„ delen Agtb: Heer Tada„ du rol - - - - - - - - - - - - - - „ 1105. 35. 12. „ „ „ Het provenu van de verkogte Kleijnodi„ en van den quartiermeester Ba„ rend Berggrien, vide vende„ vol van den 14. febr: 1739. _ _ - - - „ - - - - - „ 85. 27. 22. „ „ „ „ Het provenu van diverse Iuweeltjes van den over„ leeden Assistent Paulus Argenisz: vide vendurol als even - - - - pa/o 39. 367:109: 24. Meij „ voor reekening van even gem: boedel van den secretaris van de weeskamer D: E: S: Duij„ nevelt ontvangen blijkens reekening -. - - - „ 340:32: 3: „ 387: 39: 16. Somma pa/o 1938. 33. —. Voorts Nog 13. —. P:s diverse origineele obligatien van de pretendent en op de boedel van bovengem: Machomet Dsoep Batavia, blijkens overgegeevene Notitie 1. —. Bondel met diverse Papier en gehoorende tot den boedel van voorsz: Ba„ rend Berggrein, vide Register; en 1. —. Bondel met diverse papieren, betreffende de boedel van den Assis„ tent Argenisz: almede Conform, Register gedateerd als boven— ma - - - - - - - - - - - „ 291. 7. 3/¾ 1465. 11. 10. Palliacatta Den 12. Novemb /:lager:/ voor den ontfangst J=n obdam /:Jnmargine:/ ons 953. November en verantwwording van den Afgaande Sequester Iohan 1790 den 1: Nov: p:r Salaris â 2½: P=r C:to Teweeten „ „ 387. 39. 16: —: —: — „ „ soldo deeze overgetransporteerd - - - - - - - „ 1890. 12. 13. op P a/o 1465. 11. 10. — - - - - - - - - - - - pro/o 36. 29. 1. „ „ „ „ 85. 27. 22. —. - - - - - - - - - - - - - „ 2. 5. 10. Somma- ro/o 11938. 33. —. „ /:geteekend:/ Anno 1790. /:onderstond:/ voor de overgave„ I: I: Wasz: spresent als gecommitteerdens /:geteekend:/ J: S: Cantervisscher en J: w: luijken. — November Den 28. Namentlijk. - - – – – – – – – – „ 9. 32. –. 1790. eeee tot spoedige verantwooreling Zoo is nademael bij een verrig port van den opneem bij eerst gemelde onder sequester zal ultimo augustus deesses Jaars dat ten Resolutie van dan & septembee laattlaaen af grinta„ vaw, word bekend gesteld gevonden, dat van die penningen, eerlang ver„ antwoording en uijtdeeling on„ der de Crediteuren staat te geschie„ den, verstaan de nakoming van dien aan gem: obdam te recomman„ deeren om geen grooter saldo aan te houden dan het bedragen November 1790. Den 1e van 955. November 1790. in Borgtocht waar voor, Conferm het door hem obdam bij doliandsgage voor on gtaan Request gedaan verzoek tevens is goedgevonden bij de Compagnie te mo„ gen laaten staan zijne winnende maandgelden zedert primo sep„ tember deezes Iaars tot de tijd dat de zelve moet standhou„ den aangezien de suppli„ ant zich onvermogend be„ vind om personeele borgen te stellen en de ordre dicteert dat van bij genomelage requsten schape Jnterstie beriechten bijlagen Den 18. dat, in zoo een geval de gasie voor voldoende word gehouden. 1798 aen lijnst angenskense Dijders zijnde geleezen een be„ ƒ richt van voorsz: Hasz: en obdam ingevolge het gedemandeerde bij arrest van den 25. passato hebbende, nagegaan wat de voormaelige se„ quetter Iohannes Abraham Brons„ velt, inde hoedanigheit ten agteren ge„ bleeven en noch verschuldigt is te verant„ woorden, welke bericht geadstrueert met vijf bijlagen van L=a A: tot E: men goedvond bij deezen te inseereren, zijnde van de volgende in houden Nan 957: Den 18 November 1790. Aan Den Wel Edelen Achtbaaren Heer Jacob Eilbracht, Opperkoopman en Gezaghebber Deezes Cormandels Gouverne„ ments Etc: Etc„ Nievens Den Raad WelEdelen Agtbaaren Heer en Heeren. In voldoening aan Uwel Ed: agtb: S en Edelens Geerge bevel bij Extract notul van het geresolveerde in Raade van Corman„ del de dato. 25. e october Iongsleeden om dis„ „tinct opte geeven de staat van de agterstalli„ ge sequestratie penningen van het Nagap=m Gouvernement E „ E

← previousnext →