Inventory 3879
Coromandel · 1,188 pages · 203 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
2145: January 1791. — The 21st. 113 packs on the Demands for 1791: still remaining perp 35399. 7. 14. as this redressed document shows. Demonstration of the state of the Finances at Bimilipatnam calculated according to the papers received with the accompanying letter of 29 December 1790, in the merchandise calculated at fixed prices; as follows: According to the settlement, the three companies of Bimilipatnam merchants are in debit as of the last day of August 1790; namely: As of the last day of September Setla pelli Harsama Cammarasoe - - ps 1982. 10. 1/8. Oroetoe wenkappa wenkatta Ramadoe - - - - 2498. 18. 3/4. Daatcherij Coermana - - - - 1905. 15. -. Total 6386. 19. 7/18. In October 1790, there was already advanced on the trade for 1791 - - 6000: —. —. p 12386. 19. 1/8. In the cash box on 28 December there were in cash, — 750. 1. 3/4. And in merchandise in stock: 13155. -. lb: Cloves - - - 1t. p po 8962. 12. — 74445. -. lb: Japanese bar copper - - 1=2407. 15. - 148488. lb: powdered sugar - - 3712: 5: 8 Together Pag: 46973. 5. 3/4. was signed Demands 11570 f 35399. 7. 14. 27082. 8. 1/8. Upon receipt to communicate that a bill of exchange will be drawn up to 900 pagodas, to the end that the sale of the sugar will facilitate the payment. The 21st January 1791:— Thus it is agreed to reply on these matters and to pre-advise the said Secunde that, due to a lack of money here, one will dispose for a part of his stock, at least up to an amount of 9000 pagodas, for which one will draw upon him in the coming days in order to be paid before mid-February to the holder of the bill of exchange; noting that this will be very easy to find if he disposes of the sugar according to what was written by letter of 3 November 1790, when he will not remain... remaining cash which with... 2147. Pagodas 1700 in linens already had. The 21st January 1791. ...consideration to lose day by day through the interest running on the value thereof.— Regarding the further communication in the aforementioned Bimilipatnam letter of 29 December with respect to the arrears of the merchants: namely, that since they have already brought in, in reduction of these debts of theirs, 7500 pagodas in linens of the assortments recently demanded, under the obligation to deliver also the remaining amount by January, or in this month, and thus fully liquidate with the Company; which he, the Secunde, hoped would result in everything being brought into order by the last day of February and the matter being settled as required. While this so prompt delivery was certainly to be attributed to a favorable turn in the linen trade, caused on the one hand by the ongoing war of the English with Tippu Sultan, on account of which all procurement on their part had to come to a standstill due to the lack of money; and on the other hand because the shipping from France had for some time virtually ceased, for the loading of whose ships otherwise heavy commissions were executed, which therefore brought the linens in the country back to the former prices and made the merchants willing... 2149. Merchandise at cost price demanded liquidation of the arrears, beside the chief leadership thereof requesting to be relieved from the compensation. The 21st January 1791:— ...had made them willing to make the delivery thereof at the old, unincreased prices; but that they nevertheless requested ready money, and at the same time prayed that, in case the advances could not be made to them in ready money and they should be required to accept trade goods in part, the cloves and the Japanese bar copper might be relinquished to them at their prime cost prices, for the benefit of private merchants, who otherwise would completely dictate terms to them in the resale of those articles and force them into very detrimental conditions. Furthermore, that thereafter the arrears were to serve the merchants to satisfy the new demands, without any further advance, and they had already brought in the largest part thereof, under the assurance that they would fully balance the whole by the last day of this month of January; on which account he, the Secunde, humbly requested that this assembly might be graciously pleased to absolve them, namely the chiefs, from the imposed compensation, at least insofar as the obligation entered into by the merchants was faithfully fulfilled; pleading at the same time for pardon regarding what was so unfortunately given by the advance in October last, as to which he... 2151. To state that the settlement of the arrears will be looked forward to with pleasure. The 21st January 1791: ...testified to have been misled solely by common custom, without suspecting any wrongdoing, being ignorant of the orders given since then by this Government in that regard, which he promised to follow strictly henceforth. Thus, after consideration of all the aforesaid, it is approved and agreed to declare, with respect to the arrears, that in regard to the same one will look forward with pleasure to the fulfillment of the obligation to deliver the remaining amount also within this month, and thus to see the suppliers' account settled; as also the procurement in the coming days of the contracting agreement according to the formalities and model.
Dutch transcription
2145: Januarij 1741. — Den 21. 113. pakken op de Eisschen voor 1791: noch over„ houd perp 35399. 7. 14. gelijk dit geredresseert schrif, insentie van dat schriftuur tuur uitwijst. Aantooning van den staat der Financien te Bimilipatnam berekend na de neven brieve van 29. xber: 1790. ontvangene papieren, in de koopmanschap„ pen na gestelde prijsen bij Calculatie; als. Na volgens afreekening zijn de drie gezelschappen der Bimilipat„ namsche kooplieden onder ult:o Aug:s 1790. debet; teweeten Onder Ult:o September Setla pelli Harsama Cammarasoe - - ps 1982. 10. 1/8. Oroetoe wenkappa wenkatta Ramadoe - - - - „ 2498. 18. ¾. - „ 1905. 15. -. pr/o 6386. 19 7/18. Daatcherij Coermana - - - - In October 1790. is op den handel voor 1791. reets verstrekt — - - „ 6000: —. —. p„ 12386. 19. 1/8. — In kassa waren den„ 28. December aan Contanten, — 1 —— - En aan koopmanschappen in voorraad 13155. -. lb: Garioffel nagulen - - 74445. -. „ Iapansch staaf koper 148488. „ poeder suijker Te Samen Pag: 46973. 5. ¾. de tn . was geteekend — - - - 1t. p po 8962. 12. — „1=2407. 15. - „ 3712: 5:8 Eisschen „ 11570 ƒ 35399. 7. 14. „ 27082. 8. 1/8. „ 750.1. 1. ¾. - bij reciptie te communiceeren dat tot 900 pag: wispel zal getrokken te enden van de suijker de betaaling zal J„ viliteeren Den 21:' Januarij 1741:— Zoo is verstaen het een en ander te rescribeeren en gemelde Secunde te preadverteeren dat min mits gebrek aen geld alhier voor een gedaelte over zijne voorraed zal disponeeren, ten mins„ ten tot een bedraegen van 9000. pag:s waar voor men eerst daege op hem zal trekken om„ voor medio Februarij aen den houder der met aanmerking dat de verskapwissels betaelt te worden, onder aenmen„ king dat dit zeer gemakkelijk zal te vinden zijn, indien hij zich ontdoet van de suiker na het aengeschreevene bij brief van 3. November 1790. , als wanneer hij niet ver„ het vinden der maende„ de resteere De Contanten welke met over en te blijven 2147. pagij 1700 an lijwaaten reest te hebben Den 21: Januarij 1791. overleggen om dag aen dag te verliezen door de op de waerde van dien loopende interessen.— Nopens het verdere gecommuniceerde in leveranci op de agterstallen van de meerm: Bimilipatnamsche brief van 29. xber: met opzigt tot de agterstallen van de kooplieden, namelijk dat wijl zij in minde„ ring van deeze hunne Schulden bereets voor 7500. pag: aen Lijwaeten hadden aengebracht van Sortementen Jongst gevordeert, onder inkoop om miet utto fl 1 verbintenis van, met Ianuarij, of in deeze maend het overige bedraegen meede inte„ leveren, en dus met de Comp:e ten vollen liquideeren, zulk hij secunde hoopte zulk rand heefte dat tegen ult=o Febr daer aen alles in de band gebracht en geschreeven aan een gelukkige hur van zaaken Januarij 1741. Den 21 deese geneede leverantie word to vereisch afgehandelt zou zijn, ter wijl deeze zoo gereede leverantie zeekerlijk was toete schrij„ ven aen een voordeelige verandering omtrent den Lijwaet handel, veroorzaekt eensdeels door de aenhoudende oorlog van de Engelschen met Tie„ „poe Sultan, uit welken hoofde alle Inzaem van hunnen twegen hadt moeten stelstaen; om het gelt gebrek, en anderdeels door dien de vaert uit Frankrijk zedert eenige tijd genoegzaem had opgehouden, tot de belae„ ding van welker scheepen anders Zwaere Commis„ wan doe ook de kouste emngen sien wierden uitgevoerd het welk derhalven de Lijwaeten land weder op de voorige prijzen kplae ten vollen zijnterg onver hoogde pon de benanciete doen acht de de bellijk maekte gewillig ge„ 2149. koopmansz: teegen uit koopsprijs gevorderde liquidatie der agter stallen, nevs opperh:d van dies ver„ derloedende versoekt mets de gording ontheff te mworden Den 21: Januarij 1791:— maekt hadde om de Leverantie daer van te doen tegen de oude onverhoogde prijzen; doch dat ze dog versoeken dan gereed geld en tevens baden, om bij aldien de voor uit ver„ strekkingen aen hun niet konde geschieden in gereed gelt, en zij gehouden mochten zijn voor een gedeelte handel waeren te acceptee„ ren, de nagelen en het staef koper Iappans voor der zelver uitkoops prijzen aen hen mochten worden afgestaen, ten behoeve van particuliere kooplieden, die hen anders in het weder verhandelen dier articulen, volkomen de vet stellen, en tot zeer schadelijke conditien nood zaeken zouden. Voorts dat daer na de agterstallen den koop mis„ en lieden stonden te dienen tot voldoening Januarij 1791:— Den 21: de nieuwe Eisschen, zonder eenige verdere voor uit verstrekking, en ze reets voor het grootste gedeelte daer van hadden ingebracht, onder verzeekering van het geheel met ult:o deezer Maend Ianuarij ten vollen te verevenen, hij secunde uit dien hoofde ootmoedig verzocht dat deeze vergadering, hun namelijk de opperhoofden van de opgelegde vergoeding goed gunstig geliefde vrij tespreeken, ten minsten voor zoo verre de verbintenis door de kooplieden aengegaen, getrouwelijk virsokt venschoonen geverd volbracht wierde, smeekende tevens om ver„ schooning wegens het zoo ongelukkiglijk ge„ gen door de verstrekk verstecking in debe„ geevenon october laastleeden, waer toe hij betuigd 3 1 2151. te betuijgen dat de verevening der agterstallen met vermaakte gemoed gedien werd Den 21:' Januarij 1791: betuigd eenelijk door het gewoon gebruik verleid te zijn, zonder vermoeden van te zullen mis„ doen, als onkundig weezende van de ordres door deeze Regeering zedert dien aengaende gegeeven, die hij beloofd voortaen stipt te zullen op volgen. Zoo is na overweeging van alle het voorsz: goedgevonden en verstaen met opzicht tot de Agterstallen te verklae„ ren dat men ten aanzien van dezelve met vermaek zal te gemoet zien de nakoming der verbintenis van het overige bedraegen in deeze maend, meede ingelevert, en vm het aan bestedens Contract dus der Leveranciers reeken te zien, als ook de bezorging eerst daegs van het taenbesteedings Contract uit dien ing de lijk ning verevent aantoond na de formaldien te sind en model
English
delivery of merchandise, to be handed over at the price of The 21st of January 1791: the Tender Memorandum at the old unraised prices, separately, thus not inserted into the Contract, but annexed to the same in such form as it has been dealt with here, and a copy of which shall be sent to him for his information, with authorization to conclude the same on the aforesaid indicated footing, with further authorization, since as aforesaid a partial disposition has been made over the Bimilipatnam money supply and the suppliers can demand no advance as long as there is still a delay in the arrears, that some advance might and could be made 2153. The 21st of January 1791. of merchandise instead of money, for their immediate relief, to part with them at the prices to which they could drop if necessary, that is 80 pagodas for the bhaer of Copper, and 400 for the bhaer of Cloves, if absolutely no more could be stipulated for them, which however still seemed somewhat probable, in view of the demonstrated eagerness of the suppliers to have preference over private individuals at those prices, which is consequently still of some value to them; consequently under this proviso that this price reduction must be understood The 21st of January 1741. to be granted upon the sale of copper and Cloves separately, and not when the two other kinds of spices are to be added; it speaking for itself that if the merchants, as he assures, fully settle their arrears and dues by the end of this month, and have bound themselves jointly and severally in this regard as is proper, he the secunde and the chief Heshusius are released from the indemnification; but that in the opposite case the same remained in effect, according to the instructions in the letter of the 25th of November of last year, and finally that he has exposed himself through an advance in October; 2155. in the expectation that nothing will fail in the promise to settle the account and that in the future no such arbitrary undertakings will ever take place again, and this Council will thus be acknowledged in that dignity which has been entrusted to Her by the High Authorities. With relation to the clarification demanded by letter sent on the date of 25th November last concerning the payment made there in dabboes for the purchase and dispatch of Nelij for this Main Office, as evident from the Bimilipatnam letter of 24th October 1790 The 21st of January 1791: The 21st of January 1741: the repeatedly mentioned Secunde Dormieux having demonstrated that he had to accommodate himself therein, as in all other expenditures, to the exchange rate, and thus paid just as many dabboes for a rupee as it happened to be worth on the bazaar, and were so exchanged against other current dabboes; that therefore no distinction took place in that regard, nor that the dabboes of the Company, which in weight easily equal the others circulating over there, were held of less value, on the contrary that they often had the preference as being better copper, but the vast quantity 2157. which were minted in all mints thereabouts and were scattered through the country, regarding which the difference that occurred in the exchange of a pagoda between the Company and the bazaar price only arose from the fact that the Company, in issuing the dabboes, fixes the same at 168 per pagoda, so as to calculate a fixed set advance on the minting of the copper, and that on the contrary on the bazaar the exchange rate was accommodated to the lesser value caused by the surplus of the minted specie. The 21st of January 1741: The 21st of January 1741. suffered by the Company's servants on the receipt of their salaries, and the difference in the further expenditures, and because on that account it had always been permitted to them to accommodate themselves to the exchange rate regarding all purchases for dabboes, this had then also taken place with respect to the grains recently purchased and dispatched, of which the accounting was arranged according to the determination in the books; furthermore, in compliance with the order received thereto to report truthfully what the actual charges are for the minting that the Company debits for each bhaer, he the secunde testifies that twenty-five and five-sixteenths pounds 2159. The 21st of January 1791: pounds were accounted for the wages of the minters, and that the scrap pieces falling off with the dust and dross amounted to twenty-five eleven-sixteenths pounds, which were remelted and reworked by the minters, who were bound, for a bhaer of 480 lbs, free of all burdens and charges, to deliver 16014 dabboes of the usual weight, though turning out more irregular than at Jaggernaikpoeram, because the Minters were not permitted, as there, to select the copper for the service of the mint, nor to exchange the falling off scrap pieces, dust and dross for other copper, which at Bimilipatnam is very disadvantageous.
Dutch transcription
king van koopmansz: die afte staan als in den tix Den 21=' Januarij 1798: — de Aenbesleedings Memorie tegen de oude on„ verhoogde prijzen, appaert, dus niet geinsereert bij het Contract, maer aen het zelve geannex„ eert in zodanigen form, als het alhier behan„ delt is, en hem in Copij tot zijn naricht zal werden toegezonden, met qualificatie tot het sluiten van het zelve, op den voorsz: met qualificatie bij verstrck„ aengeweezene voet, met verdere qualificatie om, vermits men gelijk voorsz: staet over den Bimilipatnamschen gelt voor„ raed gedeeltelijk heeft gedisponeert en de Leveranciers geene verstrekking kon„ er eenige„ 2 aen de Agterstallen en zouden konnen en mogen nen verlangen, zoo lange het noch hapert geschieden 2153. Den 21: Januarij 1791. geschieden van Koopmanschappen in steeve van gelt, ter hunner dadelijke te gemoet ko„ ming, die aftestaen tot de prijsen waer toe ze des noods konden afdaelen, dat is 80. pa„ gooden voor de bhaer Koper, en 400. voor de bhaer Nagelen, indien en volstrekt niet meer voor waere te bedingen, dat echter noch al eenigzints waerschijnelijk voor kwam, mits de betoonde greetig„ heit der Leveranciers om voor die prijzen de preferentie te mogen hebben boven particulieren, dat hen gevolge„ lijk noch wel wat waerdig is gevol„ gelijk onder deeze mits dat die prijs„ vermindering zoo verstaen moet wor„ gen den quiseeren, dat dan zeeker de oppent„ ontlast zijn don dre verbondet blijven Den 21:' Januarij 1741. — den, dat ze ingewilligt word bij verkoop van koper en Nagelen apart, en niet wanneer 'er de twee andere soorten van spe„ oo0 de hoft dogtenstallen te: cerijen zijn bij te voegen, van zelfs spreekende dat indien de kooplieden, gelijk hij ver„ zeekert, met ult:o deezer haer agterstal en genot ten vollen verevenen, en zich derwegen gelijk behoort in solidum hebben verbonden, hij secunde en het opperhooft Heshusius van de vergoeding d de 2: estegende ie eirzijn ontslagen; doch dat bij het tegendeel dezel„ ve stand hielt, navolgens aenschrijvens bij de secunde wonndein ponten den brief van 25. November J:o leeden, en eindelijk Secunde voor dit mael vergeeft, hij zich door een inep n 2 ge verstrekking in October heeft men denst resking van obten denge 2155. gekuwd de betaaling der nelij in dabboes geexponeert; in die verwachting dat aen de be„ inverwagting sulx niet vinder lofte ter afdoening van de reekening niets zal haperen en dat 'er in den aenstaenden nooit zulke eigendenkelijke onderneemingen meer plaets zullen hebben, en deezen Raede dus en„ kent worden in die waerdigheit welke Haer door de Hooge Gebiederen is toevertrouwt Met relatie tot de bij afgegaen schrijvens des secundes de monstratie veng de dato 25. November pass=o gevorderde elucidatie nopens de aldaer gedaene betae„ ling in dabboes tot inkoop en verzending van Nalij voor dit Hoofdkantoor, gelijk zulks nit wijzens Bimilipaena zulk brief van den 24. October 1796 Den 21:' Januarij 1791:— heeft in het maer S Den 21: Januarij 1741:— meerm: Secunde Dormeeux gedemonstreert zijnde, dat hij zich daer in, als in alle andere uitgaven had moeten schikken na de wissel koers, en dus voor een ropij even zoo veel das„ boes betaelden, als die op de bazaer quam te gelden, en tegen andere Courante dabboezen zo werden ingewisseld; dat derhalven daer om„ trent geen onderscheijd plaets had, noch dat de dabboes van de Compagnie die in gewicht de andere die ginter roulleeren ruim evenaeren, van minder waerde werd gehouden, integendeel dat veel al de voorrang had als beter koper zynde, maer ordige der Aabboes nigte mee 2157. nigte die in alle munten daer omstreeks geslae„ gen werden, en door het land verspreed waeren, waer omtrend het verschil, dat bij verwis„ seling van een pagood plaets had tusschen de Comp: e en bazaen prijs, alleen daer van daanquam, dat de Comp:e bij de uitgave der dabboes, dezelve steld op 168. per pagood, om dus een vast bepaeld advan„ ce te bereekenen op de vermunting van het koper, en dat men daer en tegen op de bazaer de wisselkoers schikte na die mindere waerde van de overtolligheit de heellijk ontstont het dit ook g munt specie verootzaekte Den 21:' Januarij 1741: — lied welke sComps Dienaeren Geelvinck de schnede der dienaaren s van geleen maat oring dan dat bokel gelde Den 21:' Januarij 1741. — lijden op het genot hunner besolding, en het ver„ schil in de verdere uitgave, en wijl hun uit „ dien hoofde steeds was toegestaen geworden ƒ . omtrend allen inkoop voor dabboes zich te mogen schikken na de wisselcours, dit dan ook plaets gehad had ten opzichte van de laas„ telijk ingekochte en verzondene Graenen, waer van de aenreekening geschikt wierd na de zoook van de ongelden op de ven bespaeling bij de boeken; voorts dat, ter voldoening van de daer toe bekomene ordre om „na waerheit op te geeven wat eigenlijk de ongel„ den zijn van de vermunting die de Comp:e ning gebracht hij secunde betui„ ie daer ver„ van ieder bhaer en twintig en vijf Zestind„ ponden 2159. luijker atote saggerander kep: Den 21:' Januarij 1791:— ponden werden afgereekend voor het loon der munters, en dat de afvallende brokjes met het stof en gruijs beliep vijf en twintig elf zestiende ponden, welke weder versmolten en bewerkt wierden door de munters, die gehouden waren voor een bhaer van 480. lb:s, vrij van alle lasten en ongelden te leveren 16014. Aabboes van de gewoone zwaerte, doch ongelijker vallende dan te waar om de dabbosin daar onge„ Iaggernaikpoeram, om dat aen de Mun„ ters niet gelijk daer vergund werd het koper ten dienste van de munt uitte„ het stof en grui zoeken, noch de afvallende boekyes koper te verruij Bimilipatnam zeer schadelyk nde zulks bij by
English
would bring about in the circulation, and why it had been arranged in this manner since the first establishment of the Mint: so, just as was already taken into consideration at the session of the ultimate of December last, the necessity of finding some means to make the loss for the Company's servants upon payment in dabboes more bearable without detriment to the Company, to which end, according to the resolution of that date, the commission was assigned to the Trade Transferor Wouter Pieterst, and the matter, as the Bimilipatnam Secunde Dormieux now presents it, requires clarification and will remain just as obscure and uncertain as at present, so long as no fixed determination is made of the value of the dabboes in proportion to that of the Pagoda or the Rupee; after consideration of everything pertaining to the matter and what has been treated in this regard since October and November last, in accordance with the proposition of the Honorable Commander, it has been approved and agreed to submit to the consideration of the aforementioned Dormieux whether an acceptable means might not be found to propose to the Honorable High Indian Government the fixing of a peremptory value on that coin in such a proportion to trade as well as in all expenses, and whether thus, with a certain lesser profit on the copper upon minting than upon sale, through such a determination the variation of the exchange rate thereon as well as on the value of the Rupee must not lose its force, or at least will not cause that instability and inconvenience which now appears to be the case by calculating too many dabboes per Pagoda or Rupee, regarding which a certain medium of the value of the Rupee to that of the dabboes ought to be concluded and fixed once and for all, how many dabboes in proportion to the rising of the Rupee ought to be disbursed, especially because the latter has a more constant rate in the northern trade and daily expenditure than the Pagoda, aside from the fact that this again differs from the circulating Nagapatnam or Star Pagoda of the Company, upon which therefore no such certain calculation as upon the Rupee can be made; with further observation that if the Company's dabboes amply equal those of others in weight, and are deemed of better value in the circulation among the common people as being of better copper, from this naturally arises the question whence comes the remarkable difference in weight of the one compared to the other, as appears from the report inserted herebefore and a copy of which is to be sent to him, Dormieux, upon the dutiful re-weighing of different dabboes within this Government, and why among those minted by the Company good and bad dabboes are found, and especially those of Bimilipatnam, whether the same are not counterfeit or made too light. And in order to present this as clear as day to this Council and to elucidate the Honorable High Indian Government in this regard, it has also been agreed to order the said Secunde Dormieux to exchange, from all dabboes circulating in Bimilipatnam, each in its sort and with notice from which mint, 25 lb of each sort and to have them weighed with the Company's gold or money scales, to have the difference in the weight of each sort stated and made known by report by two express commissioners, the Clerk and the Surgeon; as also 25 lb of the Company's good, and 25 lb of bad dabboes, likewise with an indication of what they differ in weight, to have confirmed upon oath in that report. Furthermore, regarding the charges upon the minting of dabboes, which for so far is indeed intelligible, for greater clarity and to see it more plainly and overall, to order him, Dormieux, to draw up a return of the quantity of copper that was worked into dabboes in the book year 1782/83, calculated with all charges and items which, upon delivery of the proceeds of the minting, are deducted and stated as charges lost in waste. And to conclude the Bimilipatnam business, it was agreed to postpone the deliberation over the Secunde's further letter of the 8th of this month until after the receipt of the original with enclosures, which is still expected. Further, having examined the contents of the letters from the Chief of Sadraspatnam, the Merchant Joan Daniel Simons, dated the 27th, 28th, 30th, and 31st of the past month, item the 3rd, 10th, 13th, 14th, and 15th of this month, beginning with the considerations appearing in that of the first-mentioned date regarding the introduction of the public sale of the Company's merchandise, namely that the same cannot well be introduced with any prospect of good success, because the merchants who were accustomed to come to the market there did not flock thither at a fixed time, nor could they be accustomed thereto, because they came down whenever they had collected a certain quantity of merchandise such as diverse linens, cotton, yarn, areca, pepper, native iron and steel, item asafoetida, garlic, jaggery sugar, etc., which they sold or exchanged on the marketplaces of Kanjevaram, Salapette, and Ballajapatte against what they required, that the [illegible]
Dutch transcription
de te vorderen nop:s dese munt spedie Den 21:' Januarij 1741:— bij den vertier zoude te weege brengen, en waer„ om het dusdanig was ingericht zedert de welke onsidaatien van de seuerste instelling van de Munt: zoo is even gelijk ter sessie van Ult:o xber: J:o leeden reets in aenmerking is gekomen de nood„ zaekelijkheit ter uitvinding van eenig mid„ del om buiten schaede van de Comp:e het verlies voor de Dienaeren bij betaeling in dabboes dragelijker te maeken, waer toe, vol„ gens besluit van dien datum de Commissie aen de Negocie overdrager Wouter Pie„ terst is opgedragen, en de zaek zoo als de Bimilipatnam sche Secunde Dormieur p heldering tans oorstelt nee vereischt en even duister en onzaeker zal de zal 2161. Den 21:' Januarij 1741:— zal blijven als tegenwoordig, zoo lange 'er geen vaste bepaeling word gemaekt van de waerde der dabboes na rato van die der Pagoot of de ropij, na overweeging van alles wat ter materie dient en zedert October en Novem„ ber laestleeden ten deezer opzichten verhan„ delt is, Conform de propositie van de Heer Gezach„ hebber, goedgevonden en verstaen, voorm: Dor„ mieus in Consideratie te geeven of 'er geen aen„ neemelijk middel is uitte vinden ter voorstel„ aen de Edele Hooge Indische Regeering het fixeeren van een peremptoire waerde op die specie in zoo een evenreedig heit met de den handel zoo wel als in alle dat ze kan vouleen Den 27:' Januarij 1797. uitgaven, en of dus met een zeekere mindere winst op het koper bij vermunting als bij verkoop, door zoo eene bepaeling de variatie der wisselcours daer op zoo min als op de waerde van de ropij niet haer kracht moet verliezen, ten minsten die ongestadigheit en ongelegenheit niet zal veroorzaeken, welke nu het geval schijnt te zijn door te veel dabboes per pagoot of ropij te ree„ kenen, waeromtrent tot een zeeker medium van de waerde der Ropij, tot die der dabboes dient te worden geconcludeert en eens vooral gefixeert hoe veel dabboes na rato van het rijzen e Ropij dient uitte te deese om dat die over daeen Sche ge sche Noorszden Handel en dagelijk 0 2163. Den 21: Januarij 1791 dagelijksche uitgave een bestendigen Cours heeft als de pagoot behalve dat deeze weder ver„ schilt met de rouleerende Nagapatnam„ sche of ster Pagoot bij de Comp„e waer op dus geen zoo zeeker facit als op de Ropij is te maeken, onder verdere aenmerking dat zoo de dabboes van de Comp„e die van anderen in gewigt ruim evenaeren, en in de Cours onder de gemeenten van beter waerde geacht worden, als van beter koper zijnde, hier uit natuurlijk spruit de vraeg waer uit dan kenkomstig is het aen merkelijk verschillend gewicht van de eene met de andere, sodanig als blijkt bij het hier voor geinsereerde en hem Dormieux te Zenden Copia bericht t boesen 25. lb: te wergen, om meed„ der tigt in deesen te krijgen Den 21=' Januarij 1791:— bij de plichtige naweeging van differente dabboes„ binnen dit Gouvernement. en waerom er onder de gemunte door de Comp:e, goede en slegte dab„ boes worden gevonden! en inzonderheit die van Bimilipatnam, zoo dezelve niet ver„ valscht of te ligt gemaekt zijn. — oant tot voriden ont ael: En om dit zoo klaer als den dag deezen raede voor te stellen en de Edele Hooge Indische Regeering der wegen te elucideeren is tevens verstaen gemelde Secunde Dormieux te ge„ lasten om van alle dabboes te Bimilipat„ nam rouleerende, ieder in haer soort en met bekendstelling uit welke munt, 25 H: van ieder soort op te wisselen en te laeten wegen hoedanig t rapport daar van met s Comp:s goud of geld balans, het verschil in en zing interechten en onderede 2165. rendement te senden met ongelden beteekend Den 21:' Januarij 1791. in het gewigt van ieder soort bij Rapport, door twee Expresse Gecommitteerden, den Scriba en Chirurgun te laeten opgeeven en bekent stellen; als meede 25. lb van 'sComp:s goede, en 25. lb: slegte dabboes, meede met aenwij„ zing wat de zelve ingewicht verschillen, in dat Rapport met Eede te laeten bevestigen. Voorts om van de ongelden bij de vermunting vantwvermunte koperin van Aabboes, dat voor zoo verre wel ver„ staenbaer is, tot meerder klaerheit en om het duidelijker en over het geheel te zien, hem Dormieux te gelasten om van de quantiteit ko„ welke in het boekjaer 17 8/3 tot dabboes ver„ werkt is een Rendement op te maeken, beree„ kend met alle ongelden en items welke bij aflee„ vering besoigne over brief van 8: Jan: uijtgesteld tot de ontvangst van ong: en bijlaagen Rescriptie naer Sadraspatnam Den 21: Januarij 1741: vering van het provenuder vermunting gedetra„ hurt en opgegeeven worden aen ongelden in afvul verlooren te gaen. En is tot Slot van de Bimilipatnamsche besoigne verstaen de deliberatie over des secundes nadere letteren van den 8. deezer uit te stellen tot na de ontvangst van het Origineel met bylaegen dat noch te gemoet wort gezien Wijders nagegaen zijnde den inhoud der brieven van het opperhoofd van Sadraspat„ nam den Koopman Ioan Daniel Simons, de datis 27, 28, 30. en 31. der gepasseerde, item 3, 10, 13, 14, en 15 deezer maend aenvangkelijk bij die van eerst gem: datum consideratien dantoffend: ne voorkomende Consideratien van het gemeld Oppe equen pper blicque vendutie van 'sComp:s han„ delebaaren pens het introduceeren van d 2167. Den 21:' Januarij 1791:— Opperh: nopens het introduceeren van den publi„ equen verkoop van 'sComp. s koopmanschappen namelijk dezelve niet wel kan worden inge„ voert met eenig voor uitzigt van goed succes„ wijl de kooplieden die gewoon waren aldaer ter markt te komen, niet derwaerts vloeijden op een vasten tijd, noch daer toe te gewennen zouden weezen, om dat zij afkwamen wanneer ze een zeekere quantiteit Koopmanschappen als diverse lij„ waeten, kattoen, garen, arreek, peeper, In„ landsch ijzer en Staet item assafaetida, kenof„ look, Iagersuiker ensz: verzameld hadden, welke zij verkogten of vervulden op de markt plaet„ zen kanjewarom, Zalapette en Ballajapatte tegen het geen zij benodigden, dat de tra„ val n G um laers
English
The 21st of January 1741:— than delivered to them; that if they wanted spices and copper, they then came or agreed with the agents of the Company's merchants, to deliver the Dutch goods to them either in exchange or purchase, so that not they, but only the engrossers would appear at the public auctions, who, as he, the Chief, was convinced, would at the upcoming sale offer such a low price for the cloves and copper, that in case one might decide to dispose of them for that amount, they, besides the interest on their advanced money, which they would calculate according to merchant style, would also make a small profit; that these engrossers would be none other 2169. Concludes that little hope rests on a good result; deems it advisable to modify the prices. The 21st of January 1741: than /: at least in the present turbulent times :/ the wealthiest of Madras; that for all these reasons, and in case the upcoming auction should not have the desired progress, he humbly considered /: with submission, however, to the discerning judgment of this assembly :/ that it was better for the Company's interest to modify the prices of both the aforementioned articles in proportion to what they fetch in Madras and on the marketplaces; finally, that at Sadras and further south nothing can be accomplished fruitfully as long as the destructive war between the English and Tipu Sultan continues, and that since, and that in the south there is little hope as long as the war lasts, these accounts have not yet settled; transaction had postponed. The 21st of January 1741:— this war, according to the rumors and all appearances, seemed likely to break out with more fury, there was little probability that any notable collection could be made at the office there, not only for this reason, but also because the merchants and suppliers had not yet settled their latest accounts, and that therefore, why he, the Chief, in hope of the approval of this Council, had postponed entering into negotiations with them to satisfy the respective European and Indian requirements sent to him, reassuring meanwhile that assurance regarding the new contracting at the non-increased prices to be obtained. he will leave nothing untried at the new contracting to abolish the paid increase and to negotiate the old, non-increased prices; thus, since trade cannot be forced, one must therefore hope for more favorable and better times with such an important matter as the intended public sale, because opening up trade must notoriously be advantageous for the Company, and it was never the intention of this assembly to let the cloves and copper go at all costs at auction, but on the contrary to see if not more could be made than the set limit, the of copper and cloves. The 21st of January 1741.— which also should and could be the primary aim, if only it were first an established custom; after deliberation, it is agreed to reserve this and further to remark that reducing or lowering the prices is currently surely the only means to dispose of the aforementioned two articles, namely the cloves and the Japanese bar copper, unless one has sufficient quantities of nutmeg and mace on hand, in which case the cloves at least should retain their old price, whereas copper on the other hand is an entirely different matter. 2173. Chief's question answered, how the merchant goods are to be calculated that are supplied instead of money. The 21st of January 1741. if no Japanese bar copper were to arrive at all, as with the traders of Ceylon, then the sale of it would possibly not be in such a sorry state as one must generally experience at present, to the noticeable prejudice of the Company. Furthermore, on the question asked by the aforementioned Chief Simons in the aforementioned letter of the 27th of December last, how he had to understand the passage arising from the missive of this Government of the 12th of November, that the goods Item concerning the dimensions of the chintzes in the Extract list of the aforementioned requirements. should be calculated at the old price: after deliberation, it was approved and agreed to note that this answers itself by what follows on this altered passage, namely that upon the sale of copper and cloves separately, the price may decrease, but upon delivery for trade as is done here, the old or previous year's prices must be paid. With regard to the aforementioned Chief's requested further elucidation in respect to the first article of the Extract of the Homeland Requisition for 153 pieces of Salempores, length 38 and width 3 1/4 cobidos, which The 21st of January 1741.— there were no longer than 32 to 33 cobidos, 2175. The 21st of January 1741. 33 cobidos, as well as whether the 5 packages or chests of 500 pieces of assorted chintzes, for a sample in various sorts, should be 9 cobidos in length and 2 5/8 cobidos in width, or rather 13 in length and 2 cobidos in width: it is agreed, for clarification, to report that it is thought that this requisition was made for a sample, partly on account of the uncertainty whether the supply at Sadras would get underway, and partly to know at what price, and whether that would suit the Honorable Company, and that it therefore seems best for that matter to proceed by the earlier requisitions.
Dutch transcription
Den 21. ' Januarij 1741:— laers dan aen hen bezorgden; dat bij aldien zij specerijen en koper wilde hebben, zij dan daer kwamen of accordeerden, met de Agenten van 'sComp:s kooplieden, om het zij in vuiling of koop aen hen de Hollandsche waeren te bezorgen, zoo dat niet zij, maer eenelijk de op koopers op de vendutien zouden verschijnen, welke gelijk hij opperhoofd zich verzeekerd hield op de aenstaende verkoop voor de nagelen en het koper een zoo laege prijs zouden uitlooven, dat ingevalle men besluiten mochte die daer voor aftestaen, zij behalven den intrest van hun uitgeschooten geld het welk zij na koopmans stijl zouden bereekenen, noch een winstje zouden over„ „dat deeze op koopers geen andere zou„ den 2169. Concludeerd dat weijnig hoope huyst op ien goed siteet oordeest lanten, het modificeeren der prysen Den 21. ' Januarij 1741: den zijn /: altans in de presente onrustige tijd:/ als de vermogendste van Madras; dat om alle die reedenen, en ingevalle de aenstaende op veiling geen gewenschte voortgang hebben mochte hij nedrig van begrip was /: met on„ derwerping echter aen het door zichtig oordeel deezer vergadering:) dat het voor 'sComp s belang beter was de prijzen van beide de voorsz: articulen te modificeeren na rato dat de„ zelve te Madras en op de Marktplaetzen gelden; eindelijk dat te Sadras en verder om de zuid niets met vrugt zal konnen wor„ bewerkstelligt, zoo lange de verderffelij„ oorlog tusschen de Engelschen en Tiepoe sulthan blijft voort duuren, en dat nadien en dat er om de zeyd wijnig hoope hend sae laeny den oorlog dencin deezen reecq: nog niet verevent hebben heandeling had uijtgestelt Den 21:' Januarij 1741:— deezen oorlog vervolgens de geruchten en alle appa„ ventien met meer woede scheen te zullen uitbaersten, er weinig waerschijnelijkheit was, dat aldaer ten kantoore eenige naem waerdige en ook om dat de hoflieden hin Inzaem zal kunnen werden gedaen, en dat om deeze reeden niet alleen, maer ook ver„ mits de kooplieden en Leveranciers hunne Jongste reekeningen noch niet vereffent hadden dat daardon ene nieuwende waerom hij opperhooft in hoope van de goed„ keuring deezes Raeds had uitgestelt om met hen te treeden en onderhandeling ter voldoe„ van de respective Europische en Indi„ orm de hem toegezondene Verzeekerende intusschen dat Eefschen verzeekering omtrend de nieuw aanbesteeding op de onverhoogde prijden te vuilen staan Hij bij de nieuwe aenbesteeding niets onbe„ zogt 2171. wat te reboriteeren op de Conside„ natien nopens de vendute Den 21:' Januarij 1741: — zogt zal laeten, om de betaelde verhooging te vernietigen, en de oude onverhoogde prijzen te bedingen: zoo is nadien men den handel niet dwingen kan, dus op gunstiger en beter tijden met zoo een voor naeme zaek als de geintentioneerde publieke verkoop dient te hoopen, wijl het open stellen van den Handel notoir voor deelig voor de Comp:e moet zijn, en het nimmer de intentie deezer vergadering geweest is om op ven„ dutie de Nagelen en het koper a tout pris te laeten gaen, maer in tegendeel te ziien of er niet meer maeken zoude weezen als de bepaeling, het te van deper en nagullen Den 21:' Januarij 1741.— het geen ook het voornaemste but zou moeten en kunnen zijn, indien het maer eerst en usan„ tie was, na overweeging verstaen dit te resere„ de den de en pensenie een en verder te remarcqueeren dat het verminderen of het doen daelen van de prijzen tans gewis het eenige middel is om de voorsz: twee articulen de Nagelen en het Japans „hant te staef koper namelijk van de „ zetten, ten zij men genoegzaeme quantiteiten Nooten en foelij aen handen heeft, wanneer de Nagulen altans haer oude prijs zoude moeten behouden het koper daer en tegen een gansch Object ^ daer in meet 2173. sopperhoofd varage beantieurd hge de coopman Hz: te berekenendie in steede van gelt verstrkt werden Den 21:' Januarij 1741. er in het geheel geen Iapansch staef koper quame, gelijk als met de handelaers van Ceilon, als dan den debiet van het zelve mogelijk zoo droevig niet zoude gestelt zijn„ gelijk men het thans doorgaens onder vinden moet, tot merkelijke prejuditie van de Compagnie. Verder is op de vraege door voorsz: opperhoofd Simons bij voornoemde brief van 27. December Jongstleeden gedaen, danig hij hadde te verstaen de bij mis„ sive deezer Regeering van 12 ' November opkomende ui dat de koop Ti Item weegt de masten der Chitsen bij Entract lijtet voon nd: voorhe„ mende „den bereekent na de oude prijs ! Na over„ weeging goedgevonden en verstaen te noteeren, dat die zich zelve beantwoord door het geen op deeze . gecastreerde passage volgt, namelijk dat bij verkoop van koper en nagelen apart, de prijs kan afdaelen, maer bij verstrek„ king op den handel gelijk hier geschiet, de oude of voor Jaerige prijzen moeten worden betaelt. Ten aenzien van voormelde opperhoofds na„ dere verzochte elucidatie ten op zichte van de bij het eerste articul van het Extract Patriasche 153 1 kken Salempoeras slakt, lang 38 en br: 3¼4. Cob„ s, welke Den 21:' Januarij 1791. — daer niet langer viel als van 32. a 8 33. Coo. 2175. Den 21:' Januarij 1741. 33. Cob.:s, zoo meede of de 5. pakken of kisten van 500. p:s Chitzen in zoort, tot een preuve in diverse zoorten, van 9. Cobido lengte en 25/8: Cob=s breete, dan wel lang 13: en br:t 2. Cob. s dienen te weezen: is verstaen tot ophelde„ ring te melden, dat men denkt dat deeze eisch„ ter preuve is geschiet, eensdeels uit hoofde der onzeekerheit of op Sadras de leverancie wel op gang zou vinden, ten anderen om te wee„ ten tegen wat prijs, en of die D E: Comp:e zou„ de Convenieeren, en het daerom best schijnt voor zo verre, bij de vroeger Eisschen te gaen
English
Surety for the Chief, charged [illegible] of the collection for the price increase. The 21st of January 1741. on which account nothing can be discovered, to take from each sortment half in the best taste, especially the painting work, wherein one appears safely permitted to follow that of the English. For the price increase of 8 per cent paid at Sadras on the procurement in the past year for the benefit of the Chief Simons, the Junior Merchant Jacobus Simons Canter Visscher and Master of Equipage Adrianus van Odijk having stepped forward as sureties, as shown by the following act passed thereof at the Secretariat on the 17th of this month, reading as follows: Before me, Jan Obdam, bookkeeper and clerk at the Secretariat, on the [illegible] of January 1741. 2177. The 21st of January 1741. Government of the Coromandel, present the witnesses to be named hereafter; the Junior Merchant the Honorable Jacobus Simons Canter Visscher, standing on his departure for Ceylon, as being appointed there, and the Overseer of Equipage here, Adrianus van Odijk, who together and each individually declared, under renunciation of the benefits of order, excussion, and division, being instructed of the force and effect of this clause, to establish themselves as sureties and as principals on behalf of the General Dutch Chartered East India Company, for the complete accounting and satisfaction of Two Hundred Twenty-Four Old Nagapatnam Pagodas and twelve fanums, which have been charged to the Right Honorable Mr. Joan Daniel Simons as Chief of Sadraspatnam on account of the price increase on the textiles collected there, to furnish caution therefor according to the honored orders of Their High Mightinesses the Noble High Indies Government [illegible] Batavia [illegible] 7th of April [illegible]. Proposal for the new trade. The 21st of January 1741. under date of the 22nd of November 1790. For the fulfillment of that which is written above, the appearers bind their persons and property, submitting the same to all the Lord's laws and judges, and the First Appearer very specifically, by reason of his upcoming departure for Ceylon, to the judicature of the Judge there. Thus Done and Passed in Fort Geldria at Palliacatta on the date aforesaid, in the presence of Jan Rosseau and Willem Pietersz, clerks at the aforesaid Secretariat, as witnesses. The original minute of this is duly signed. Below stood: Which I witness. Was signed: Jan Obdam, First Sworn Clerk. Thus it is agreed to accept this deed as sufficient, to preserve it in the great money chamber with the others, and to give notice thereof to the Chief. Chief Simons [illegible] by missive 2179. The 21st of January 1741. of the 28th of December of the past year reporting that, in view of the slowness of the old Sadraspatnam merchants with which they had handled the work of the collection in this past year, and the little expectation he had of them for the future, this had caused him, in accordance with what was recommended by this Council by letter of the 4th past, to look out for good suppliers to make use of them in the new tender and to be assured that the contracts entered into will be fulfilled [illegible] under which security the proposed persons [illegible] The 21st of January 1791. Poele, who undertook to provide surety in solidum or to remain guarantor for one another, and besides whom the supplier present at Palliacatta, Meddha Wardarasoe Chittij, was likewise inclined to step forward as cautioner for them; that he therefore took the liberty to propose those two persons and to request that they may be accepted as fellow suppliers, so that when he could make a start with the work of the collection, he might assign a portion of the demands to them; and since such [illegible] as the proposed Native traders cannot always be verified, and it is trusted that the Chief has not proposed any people upon whom one could not rely with peace of mind, after consideration of this and the further alleged reasons, it is agreed to conform with his proposal, consequently qualifying him to make use of the aforementioned Namboor Lami Chittij and Samie Aija Poelle at the new tender, since they undertake to provide surety and remain guarantor for one another in solidum, besides which the well-known Palliacatta supplier Meddha Wardarasoe Chittij serves as counter-surety for them, which all the more and the necessity of a Second at that station. The 21st of January 1791. gives all the more security to the negotiations with them. Concerning the representation made by the aforesaid Chief Simons showing how the placement of a Second at Sadras appears most necessary, not only for the reason cited thereof in the dispatch sent under date of the 29th of December 1790, but also to prepare the trade books and papers in due time and to allow the Company's business to proceed without interruption, because, owing to his, the Chief's, advancing years and occasional intervening debility, so accurately to the successively appointed [illegible] 2183. The 21st of January 1791. was not in a position to offer him assistance in drawing up the trade books and papers, so that he had to perform everything himself and, in case of illness or any ailment, fall behind therewith, just as he had already privately made known to the Honorable and Respected Master Administrator, with the request to assign him a Second; that, as regards the lower staff at Sadras, he, the Chief, was humbly of the opinion that 3 clerks ought to be stationed there, for the reason that once business at the office there resumed its course as of old, they daily [illegible]
Dutch transcription
borgtogt voor 's opperhoofds op geleg„ des Celntie vor Jaijs verogong Den 21:' January 1741.— wegen niets ontdekken kan, om van ieder soo te„ ment de helft te neemen in de beste smaek, bijzonder het Schilderwerk, waer in men dat der Engelschen veilig scheint te mogen volgen. Voor de te Sadras betaelde prijs verhooging van 8. p:r C=to op de bezorging in Anno pass=o ten behoeve van het opperhoofd Simons zich als borgen hebbende geinterponeert de anderkoop„ man Iacobus Simons Canter Visscher en Equipagie meester Adrianus van Odijk uitwijzens de daer van op den 17. deezer ten Secretarije gepasseerd, hier onder volgende acte uidenn my Jan Oodam, boekhouder en klerk ter Secretarije den aarij 179 2177. Den 21. Januarij 1741. Cormandelsch Gouvernement, present de natemel„ dene getuijgen; den Onderkoopman D E: Iacobus Simons CanterVisscher, staande op zijn vertrek na Ceijlon, als daar bescheijden weezende en den Equipagie opsigter alhier Adrianus Van Odijk, de welke te samen en ieder in 't bijzonder verklaar„ den, onder renunciatie van de Beneficien ordines Excussionis. , et divisionis, zijnde van de kragte en uijtwerking deezer Clausule onderricht, hem te stellen, tot borgen en als principaalen ten behoeve van de Generale Nederlandsche G'octroijeerde oost Indiasche Compagnie, voor de Compleete verant„ woording en voldoening van Twee Honderd Vier en twintig Oude Nagapatnamse Pagooden en twaalf fanums, welke den wel Edelen Heer Ioan Daniel Simons als opper„ hoofd van Sadraspatnam weeg:s prijs ver„ hooging, op de daar ingezamelde Lijwaaten zijn ten laste gekomen, om daar voor Cautie te stel„ len nade G'eerde beveele Hunner Hoog Edel heeden de Edele Hooge Indiasche Regsere o § 28. en n gende K houder daar aan form dien 7. April Anno te Batavia sive voor den nieuwen handel voordragt Den 21. Januarij 1741. — sub dato 22. November 1790. — Tot naarkominge van het gunt voorschreeven staat, verbinden de Comparanten hunne persoonen en goederen, dezelve submitteerende aan alle Shee„ ren Recht en de Rechteren, en de Eerste Compa„ rant wel speciaalijk, mits zijn aanstaande ver„ trek na Ceijlon, aan de Iudicature van den Rechter aldaar. Aldus Gedaan en Gepasseerd in 't Fort Geldria te Palliacatta dato voorsz:, ter presen„ tie van Ian Rosseau, en Willem Pietersz: Clercquen ter Secretarije voormeld als getuijgen, De minute deezes is behoorlijk geteekend. — /:onderstond:/ 'Twelk Getuijgd: /: was geteek:t/ J=n Obdam, E: g: Clercq. — Zoo is verstaen die Acte voor voldoende aan te neemen, in de groote geld kamer bij de overige te bewaeren en het opperhoofd kenniste geeven. welke zeverauciers neermel e Simons bij missive 4 - 2179. Den 21:' Januarij 1741.— van den 28. Dec:, J:o leeden bedeeld wordende, dat aengezien de traegheit van de oude Sa„ draspatnamsche kooplieden, waer meede zij het werk van den Inzaem in dit afgeloo„ pen Iaer hadden behandelt, en de weinige ver„ wachting die hij van hun had voor het toeko= mende hem dit, volgens het aenbevolene door deezen Raede bij brief van den 4. pass:o na goede Leveranciers hadde doen onzien, om bij de nieuwe aenbesteeding zich van hun bedienen, en verzeekert te zijn dat aen egaene Contracten zal voldoen worden teek liefhebbers op de Hambden onder welke zeekerheijt de voorgestelde perkond zeekerheijt aangem Den 21:' Januarij 1791:— Poele, die aennamen in Solidum te caveeren of borg voor elkander te blijven, en buiten de„ welke de te Palliakatta zijnde Leverancier Meddha Wardarasoe Chittij meede voor hun als Cautionaris geneegen was te interponee„ ren, dat hij dus de vrijheit nam die beide per„ soonen voor te stellen, en te verzoeken dat zij als meede Leverangiers mogen werden aengenomen, om wanneer hij een aenvang kon maeken met het werk van den Inzaem aen hen een gedeelte van de Eisschen te kunnen op draegen/ zoo wn aengezien zulk als de voorgestelde procun„ mdige dangerense toesland dert alloos nood van 2181. Den 21:' Januarij 1741.— Inlanders niet steeds is nategaen, en men vertrouwt dat het opperhooft geene lieden heeft voorgedraegen waer op men zich niet met gerustheit zou mogen verlaeten, uit overweeging van dit en de verdere geallegeerde ree„ „denen, verstaen zich met zijn voorstel te confor„ meeren, dienvolgende hem te qualificeeren om zich van voorm: Namboer Lami Chittij en samie Aija Poelle bij de nieuwe Aenbesleeding te bedienen, dewijl zij aenneemen om in solidum elkanderen te Caveeren en borg te blijven, buiten dien de bekende Palliakatsche Sa„ eier Meddha Wardar a boiden tot meede Waer of terborg is, dat des te meer Chitlij en oodsaakelykheyt van een se„ cunde op dat compteir Den 21. Januarij 1791. meer zeekerheit aen de onderhandelingen met hun komt te geeven. — Belangende de door het voorm: opperhoofd Si„ mons gedaene vertooning hoe te Sadras aller nood„ zaekelijkst voorkomt de plaetzing van een Secunde niet alleen om de daer van by afgegaen schrijven de dato 29. ' december 1790. aengehaelde reeden maer ook om de Negocie boeken en papieren op haer tijd gereet te maeken en sComp:s zaeken een ongestoorde voortgang te doen hebben, wijl, mits zijne opperhoofds klimmende Jaeren tusschen beiden plaets hebbende dibili zoo nankeurig aen de successive gestelde 2183. Den 21:' Januarij 1791. instaet was om hem hulp te bieden in het op mal„ ken der Negocie boeken en Papieren zoo dat hij alles zelfs moest verrichten en bij ziekte of eenig ongemak daar meede agter uit raeken, „gelijk hij dat bereets aen den E: E: Achtb: Heer Gezachhebber in het particulier had te kennen 9. gegeeven, met verzoeke om hem een Tweede toete voegen; dat wat aenbelangt de min „ Htem om3: pennitten dere bediendens te Sadras, hij opperhooft nedrig van gevoelen ware dat aldaer 3. pen„ nisten dienden te weezen, om reeden als de zaeken gelijk van ouds daer ten kantoore weder gang geraekten, de Zij dag even
English
to render an account thereupon. The 21st of January 1791. present at the garbling of the spices, and whenever, assuming that the third is superfluous, which however was not the case when the collection and trade flourished, then upon illness or other absence of one of the two, the latter work would have to come to a standstill, because the secunde, who is also warehouse master, could not act as commissioner; it is, since the appointment of a secunde was already provided for by the disposition made regarding the servants on the 6th of December last, wherein everything worthy of consideration was observed, understood to persist therein and to resort to the fact that the number of junior servants must remain on the footing as it was then regulated. 2185. The 21st of January 1791. regulated, because, if necessary, the scribe must serve to copy all the secretarial paperwork, and an assistant for the trade work, while as regards the sorting and measuring of the linens, such is properly the department of the chief and the secunde, and the packing and all other commission work belongs to the scribe with the assistant, to attend to their duties there as well when one of the two is ill, just as the secunde must put his hand to the work and attend to it, and so that if all the clerks happen to fall ill, either the chief or the secunde must step in directly, The chief for the present [illegible] native servants being unable to spare any. The 21st of January 1791. or need to be at a loss; since in such an extraordinary case, when the work must be completed or cannot wait for the patient's recovery, for one or one and a half months, an extraordinary writer or copyist can be engaged. Upon the further declaration of the aforementioned Simons that, as Sadras is presently so severely depopulated and trade and commerce are at a standstill due to the present distressing circumstances of the times, he can also make no reduction among the native servants, unless upon improvement of conditions, promising to make every effort to 2187. The 21st of January 1791. requests batta for the drillmaster to manage the gifts with all possible care, and to reduce the monthly expenses as much as possible, although no others were charged than those that were utterly necessary; that since receiving the order of this Council of the 4th of November last, no batta was provided to the drillmaster, with a request that, because at Nagapatnam the drillmasters of both the Malays and the Sepoys had enjoyed double board money, that gratuity might also be granted to the sergeant drillmaster: it is, upon consideration of all this, and especially how the argument brought forward by the chief regarding the poor state of affairs concerning the need for the native servants on payroll ought precisely to form a motive to economize all expenses for the Company as well, The 21st of January 1791. understood to instruct him to look out once again for ways and means to reduce the native servants' wages by his own deliberation, unless he prefers to wait until it is ordered and diminished willy-nilly. With the recommendation at the same time to especially discontinue the giving of gifts that are utterly superfluous in a place like Sadras, being native territory, and concerning 2189. The 21st of January 1791. concerning the requested double board money for the sergeant as drillmaster of the Sepoys at Sadras, to note that this is entirely contrary to the Regulations, according to which no drillmasters are recognized at the outposts, and if they are indeed needed, one of the non-commissioned officers, sergeant or corporal, must attend to it, and for general drill, usually the sergeant acting as adjutant; and therefore to reject the aforesaid request for double board money. And as the said officer Simons, by a separate letter of the 31st of the past month, showed a deficiency of ammunition and other such goods specified in the said letter, which could be of use to him to offer some resistance against the attack of the rabble of roaming Luitecks or robbers, The 21st of January 1791. which was already provided for on the 8th of this month by sending per sling the following, namely: 3 sponges and rammers, 3 iron scrapers and copper ladles, 3 priming irons, 3 cannon augers or handspikes, 100 50 500 pieces of lead musket balls, fine powder, 2191. Whereof also the receipt [illegible] The 21st of January 1791. 1/2 barrel of tar, 1/4 barrel of pitch, 1/4 barrel of rosin, from the remnants of that station: 1500 lbs of iron, and 50 pieces of leaguer staves. And the receipt of which is also reported by reply of the 10th of this month, upon the return of the sailor Jan Cavellangs, who had been sent thither to oversee those goods: it is understood to keep this note here of that, and of the charge for the value of the said goods amounting to the sum of f 170: 4. 8. By the said Sadras letter [illegible] Read over.
Dutch transcription
te doene recomptie daarop Den 21=' Januarij 1791. - weezen, bij het guarbuleeren der specerijen, en wanneer /:gesteld dat de derde overtollig is, het geen echter zoo niet was, wanneer den Inzaem en vertier quam te floreeren:) dan bij ziekte als anderzints van een der tween, het laeste werk moest C stilstoren, wijl de secunde, die teffens Pakhuis„ meester is, niet als Gecommitteerden ageeren konde: zoo is, nademael in de aenstelling van een Secunde bereets is voorzien bij de gevallene dispositie over de dienaeren op den 6. December J:o leeden, wanneer men derwegen alles be„ tracht heeft wat eenige Consideratie verdien„ de verstaen daer bij te persisteeren en te re„ het getal der mindere dienaeren soriteeren moet blijven op dien voet als het loen is gere„ guleert „ 2185. Den 21:' Januarij 1748. guleert, wijl, des noods, de scriba moet dienen tot tot het copieeren van al het secretarieel schrijf„ werk, en een assistent voor het Negocie werk, terwijl wat aengaet het sorteeren en doen na„ meeten der lijwaeten zulks eigenlijk het depante„ ment is van het opperhooft en den secunde en de de afpakking en alle andere Commissie werk van den Scriba met den Assestent om daer ook haere diensten waerte neemen wanneer een van beiden ziek zijn als de secunde hand aen het werk dient en te vaceeren, en dat zoo al de Pennisten zulks te beurt eren vatt het zij die nen daer direct moet hooft ofte den 't opperhoofd voorde teegenwoordige inland te degteendende gene te kun„ nen missen. Den 29' Januarij 1791. of behoeft verleegen te zijn; te zijer; als kunnen„ de in zoo een extra ordinaire geval wanneer het werk effen moet zijn of niet kan wachten na des patrents herstelling, voor een en een halve maend, een extra ordinaire schrijver op Copi ist kan op gebracht worden. —. W Op de verdere verklaering van meerge„ repten Simons, dat daer sadras tegenwoor„ dig zoo zeer ontvolkt is, en de neering en handteering door de presente bedroefde tijds omstandigheeden stil staen, hij ook geen deminutie onder de Inlandsche bediendens eeren, ten zij bij verbeetering ge denzelve „dag beloofd de geschenten van te de zer diminuieeren. al beloovende te zullen trachten - om 2187. Den 21 Januarij 1747. versoekt battom voor de dilame„ om de geschenken met alle mogelijkheit te menageeren, en de maendelijksche ongel„ den zoo veel doenelijk te verminderen, hoe„ wel daer geen andere worden opgebrachten „dan die ten uyttersten „noodzaekelijk waren; dat zedert het ont„ vangen bevel deezes Raeds van den 4. Novem„ ber J: leeden aen den drilmeester geen battam verstrekt wierd, met verzoek om dewijl te Nagapatnam de Arilmeesters zoo wel van de Maleiers als Sipaars dubbeld kost„ geld hadden genoten ook dat douceur aen den Sergeant drilmeester mocht is, bij overweegeng worden toegelegt: goedgevonden en versten ge desligt netgenden van het een en ander„ der en inzondderheit hoe het door het opperhooft bij soon van Jnlaendse bedien„ Den 21:' Januarij 1741. bij gebracht argument wegens de slegte toe„ stand des ter benodiging van de in besolding staende Inlandsche Dienaeren Juist een motif moeste uit maeken om ook voor de Comp:s alle ongelden te bezuinigen verstaen hem te gelasten om andermael na middelen en wegen uit te zien om de Inlandsche„ dienaer loonen door eige overlegte ver„ minderen, ten zij verkieft af te wachten dat het bongre malgre geordonneerd en gedimunieert worde. met recomman„ datie tevens om voor al het doen van geschenken nate een plaets als Sa„ die ten uittersten on„ niet dras en ven ertollig zijn op ten gebied zijnde, en nopens 2189. Den 21:' Januarij 1791:— nopens het verzochte dubbelt kost gelt voor den Sergeant als Arilmeester van de Sipaais te sadras aentemerken dat dit ten eenemaele strijd met het Reglement, volgens het welke op de buitenkantooren geen drilmeesters be„ kent en zoo die al nodig zijn, een van de on zoorder officiers Sergeant of korporael daer toe vaceeren moeten en voor de gene„ vaele exoecitie, gemeenlijk de als Adju„ dant fungeerende Sergeant, en over zulks het voorschreeve verzoek om dubbelt kostgelt van de hand te wijzen; dn de der veoe: ofecie 7 mons by aparte letteren van den 31. der ge„ passeerde maend vertoonde Mancquement Van den op de lesel daarom dets zijn geson„ welk ootis goederen wan Den 21. Januarij 1791:— van Ammunitie en andere zulk als bij gemelde brief gespecificeerde goederen die hem van pas konden komen tot het bieden van eenige resistencie tegen den aenval van het gespuis van herom zwervende Lutjaks of Roovers, den 8. ' deezer daer in reets zijnde voorzien door de afzending per en sleng van het volgende; teweeten: „ 3. Wissers en aenzetters 3. ijzere kratsers en kopere lepels, 3. priemen, 3. kanon booren, of schutspaeken, 100 50 „ fijn 500. stuks loode Lamphaen kgegels, 0 Vat Kruy 2191 Waar van ook de ontrvangst al dehelfe d lijntene van de oseg Den 21e Januarij 1741. –.½. Vat theer —¼. „ Pik –. ¼. „ Harpuijs. uit de restanten van dat kintoor 1500. -. lb:s ijzer, en 50. –. p.s legger duigen 8 En waer van de ontvangst ook be„ deelt staet bij antwoord van den 10:' dee„ zer maend, in de te rug zending van de tot op zicht over die goederen der„ waerts gezonden Mattroos Jan Cavel„ langs: zoo is verstaen daer van, en van de aenreekening der waerde van gemd alhier te houden deeze annotatie. — goederen ten bedraegen van ƒ 170: 4. 8 Bi gemelde Sacrassche brief van enank a Over leessen
English
Rescription to Portonovo The 21st of January 1741. As it was reported on the 10th of the current month that the clerk Cornelis van Misselaer had died, having already been ill for some time and on his way to Madras on leave for the recovery of his health: so it is, pursuant to the proposal of the Honorable Commander, resolved to let the Bookkeeper Ian Anthonij van Veen step forward as clerk in his place and to administer to him the oath drafted for that purpose. Concerning Portonovo, in reply to the letter from the Resident Librecht Cornelis Topander, it is resolved to record the approval of the Cash and Specification accounts received therewith for the month of December, in the confidence that the previous one will be properly accounted for and that economy will be observed according to the intention of this Council; furthermore to record the debiting of f 345. 1. – on account of compensations for loss on damaged Portonovo linens sold here by public auction in September of last year, as well as f 900. which upon Topander's departure here were disbursed from the Honorable Company's petty cash, and which must be accounted for there to the Honorable Company. Rescription to Nagapatnam. The 21st of January 1741. At the same time, it is approved to inform the aforementioned Portonovo Resident Topander, while sending an extract from the Resolution of the 6th of December last, of the arrangement made regarding the servants at the subordinate stations, with orders to govern himself accordingly insofar as that Residency is concerned. As a consequence of what was recommended to the Agent Philippus Iacobus Dormieux by letter of the 29th of December 1740, and made known in the name of this assembly to his predecessor the former Mintmaster and Dispenser Johannes Schuneman, finally, through a letter dated Tranquebar the 10th of this current month, communicated that in the past year on the 7th of June he had purchased coir anchor ropes from the widow Cantervisscher for the Honorable Company, under such conditions as appear from the following contract: We, the undersigned Carolina Susanna Simons, widow Cantervisscher, and Johannes Schuneman, having mutually agreed: I, Carolina Susanna Simons, widow Cantervisscher, hereby acknowledge to have sold and delivered in good condition to the said Mr. Schuneman, for the account of the Honorable Company, two coir cables; namely: 5. One coir cable of twelve inches in thickness and one hundred and four fathoms in length, and 15. One coir cable of fourteen inches in thickness and one hundred and two fathoms in length. On condition that his Honor shall pay me for them on first demand such price as I shall come to sell the coir cables of the above-mentioned thickness and length that I still have for sale to others. And I, Johannes Schuneman, acknowledge and declare hereby, on the authority of the Honorable Nicolaas Tadama, Commander of the Coromandel Government at Paleacatte, to have purchased and received in good condition for the account of the Honorable Company from the said Madam the widow Cantervisscher, the above-mentioned two coir cables, the one numbered 5 of twelve inches in thickness and one hundred and four fathoms in length, and the other numbered 15 of fourteen inches in thickness and one hundred and two fathoms in length, obliging myself to pay her Ladyship on first demand such price for them as she shall come to sell the coir cables of the aforesaid thickness and length that she still has for sale to others. In witness of the truth, we the undersigned confirm all the aforesaid with our customary signature, two identical documents having been made and mutually delivered, of which, one being satisfied, the other remains void and of no value. Nagapatnam, the 7th of June 1740. [Below stood:] Agreed. [Was signed:] J:s Schuneman. According to which contract, as it depends on a very uncertain outcome, it might still take a long time before the matter is determined, not to mention that the condition to be satisfied with the price which the seller might obtain for the same sort of ropes is entirely improper and contrary to what a contract ought to be without exception, since the condition stipulated herein is mutually subject to disputes that could be very far-fetched and exaggerated; whereas, on the contrary, the demand of the said widow Cantervisscher, according to what the ropes cost her in Colombo with the charges incurred at Nagapatnam, or 18 3/4 pagodas the bahar, to be satisfied with 20 pagodas per bahar, leaves a choice to agree to or diminish that price; the said two ropes, the one of 12 and the other of 14 inches, or 2880 lb, amounting to 6 bahar of coir at 20 pagodas the bahar, coming according to Schuneman's calculation, pursuant to the transmitted bill of lading of the 7th of June of last year, to stand both at 120 pagodas; he, Schuneman, requesting a favorable consideration regarding the reason for the delay, and in case it should be approved to agree to this price, that the aforesaid 120 pagodas may be paid to the Junior Merchant Jacobus Simon Cantervisscher.
Dutch transcription
blent aangestel Reseriptie naer Portonovo Den 21.:' Januarij 1741. van den 10. Courant gemelt wordende het overlijden van den scriba Cornelis van Misselaer bereets eenige tijd ziek geweest, en met verlof ter herstelling van zijn gezond„ heit op weg geweest zijnde naer Madras: den boekhouden van eien we ge zo is, in gevolge propositie van de E: E: Acht„ baere Heer Gezachhebber verstaen als scriba in zijn steede te laeten op treeden den Boek„ houder Ian Anthonij van veen en hem den daer toe beraemden Eed te laeten presteeren Portonovo betreffende, is in antwoord op de brief van den Resident Librecht Cornelis Sopander verstaen te noteeren de approbatie van de daer nevens ont„ vangene Cassa en Specificatie reekening L. Cbb al vroenboren van 9 2193. dad gde epmans, en enuie met ƒ 900. bij de Resodent haer ge noeten daar zal aan Cas gebeld gest„ Den 21:' Januarij 1741. van de maend December, in ver„ trouwen dat de voorige behoorlijk verantwoord, en na de intentie die„ zes Raeds de menage zal worden be„ tracht, overigens te noteeren het aen„ reekenen van ƒ 345. 1. –. weegens ver„ goedingen van verlies op beschadig„ de Portonovosche Lijwaeten in September Anno pass:o alhier per 2 vindutie verkocht, i tem ƒ 900. die bij dan Sopanders vertrek alhier uit sComp. s kleene geld Cassa verstrekt zijn, en „ginter aen D E: Comp:e moeten verantwoord worden Tevens „inge Rescriptie naer Na„ gapatnam. — Den 21e' Januarij 1747 dn Tevens is goed gevonden voormelde Portono„ rosche Resident Toppander onder toezending van Extract uit de Resolutie van den 6: De„ amber laestleeden te informeeren van de gemaekte schikking nopens de Dienae„ ren op de Onderhoorige kantooren, met last om voor zo verre die Residentie be„ treft, zich daar na te reguleeren.— Als een gevolg van het naer Nagapatnam den Agent Philippus Iacobus Dormieus bij brieve van den 29: Xber: 1790. is aenbevolen en uit naem deezer vergadering bekent gemaekt aen zijn voor zaet den geweezen Muntmeester en Dispencier Iohannes scheuwman send Contragt me t hune man, eindelijk door denven bij deezen den onge angde eee Missive gedateert Frankebaer den 10 2195. Den 21:' Januarij 1741. — deezer loopende maend bedeelt wordende dat hij in den voorleeden Iaere den 7. Juni van de weduwe Cantervisscher, voor de E: Comp. e had ingekocht de kaijer Ankertouwen op zoodanige voorwaerden als blijken bij het volgende Contract. Wij onder gesz: Carolina Susanna Simons weduwe Cantervisscher, en Iohannes Schune„ man, weder zijdsch over een gekoomen zijnde, — Beken ik Carolina Susanna Simons weduwe Cantervisscher bij deezen aan gemelden Heer Schune„ man, voor Rekening van D: E: Compagnie, verkogt en welgeconditioneerd over geleverd te hebben Twee Kaijer Kabels; te weeten: 5. Een Kaijer Kabel van Twaalf duijmen dik en Een Hondert en vier Vaamen lang, en 15. Een kaijer kabel van veertien duijmen dik en Een hondert en twee vaamen lang. Onder Conditie, dat zijn E: mij op eerste aanwaaring daar zo danige Prijs voor betaalen zal, als ik de nog te koop hebb de keijer Kabels van bovengemelde dikter bergte aan an„ deren zal koomen te verkoopen Insentie En ik Johannes Schunman bekenne en verklaard bij deezen, op qualificatie den wel Edelen Gestrengen Heer Niet aammerking daar op Den 21. Januarij 1791. Nicolaas Tadama, Gezaghebber van het kormandelsch Gou„ vernement te Palleakatta, voor Rekening van DE: Compagnie„ van gemelde Mejuffrouw de weduwe Cantervisscher, gekogt en wel geconditioneerd ontfangen te hebben, de boven gemelde twee kaijer kabels het eene genommerd 5 ' van twaalf duijmen dik en Eenhonderd en vier vaamen lang, en het ander genommerd 15:' van veertien duimen dik en Een honderd en twee vaamen lang mij verbindende om haar wel Edele op eerste aanmaa„ ning, daar zodanige prijs voor te betaalen als zij de nogte koop heb„ bende kaijer kabels van vooren gemelde dikte en lengte aan an„ dere zal koomen te verkoopen.— Jn teken der waarheid bekragtigen wij ondergesz: al het bovengezegde met onze gewoone Handtekening zijnde hier van gemaakt en weeder zijdsch geleverd twee eensluijdende Ge„ schriften, waar van het eene voldaan zijnde, het andere kragteloos en van geener waarde blijft. . Nagapatnam Den 7.=de Junij 1790. /onderstond/ ac„ cordeerd /was geteekend:/ J:s Schuneman. — Volgens welk Contract als dependeerende van een zeer onzeekere uitslag, het noch lange zou konnen aenloopen eer de zaek gedetermineert word, om niet te zeggen dat de Conditie om te vreede te zullen zijn met de prijs welke de verkoopster voor gelijk soort van touwen zou konnen maeken, ten eenemael in con„ venabel en strijders met het een Contract komt zonder exceptie behoord te zijn, daer a voor waerde in deezen bedon¬ het welk duideli gen 2197. Den 21: Januarij 1741:— gen, van weerskanten, subject is aen verschillen die zeer vergezocht en gedreeven zouden kunnen worden, daer en tegendeel de Eisch van gemelde weduwe Can : 100 :s :s bar vore ter visscher om, na rato van het geen de touwen Haer op Kolombo kosten met de ongelden op Nagap=m gevallen, ofte 18¾. pagoot de Bhaer te vreede te zul„ len zijn met 20 pagooden per Bhaer; een keuze over„ laet om die prijs te accordeeren of te diminueeren, komende na Schunemans bereekening volgens over komende bijde bouwen op ae gezonden Cognoiscement van 7. ' Juni Anno p:o de gemelde twee touwen het eene van 12, en het andere van 14. ' duijm ofte 2880. Hb: uitmaekende 6. bhaer kaijer, â 20. pag:s de bhaer, beiden te staen op pag: 20, verzoekende hij wij ver borksk: d Bog„ schuneman op de reeden van het retardement eene gun ge Consideratie, en bij aldien men goet mocht vin en deeze prijz te accordeeren oorsz p 120. drtoge goederend len aen den onderkoopm Jacobus Simon Cantervisschen betaelt mogen worden oo
English
The 21st of January 1791. — and so it is, because upon investigation at the Trade Office it was found that ropes of a caliber like these were charged from Ceilon in Anno 176 against ƒ 63: 1: 8: or srp: 14. 11. -. and ƒ 756. 10. — pp:o 161. 250. and therefore, in comparison with the latter pe, works out ƒ 8. 2. 50. cheaper, for this reason, and in order to finally bring an end to the matter, it being almost six months ago, in accordance with the proposition of the Honorable Respected Lord Director, it was understood to agree to the requested price of p/ 20. per bhaer, and consequently to pay the amount of pp: 120. for both the ropes to someone else whom the aforementioned Schuneman shall designate, as the Junior Merchant Canter Visscher has already departed for Ceilon. Done at Fort Geldria in Paliacatta, dated as before. Signed as before. — Monday 2499. Monday The 31st of January 1791: In the morning, all present; The Lord Director made known to the assembly of the Members that he had convened them principally to inform them of the increasing impossibility that occurred to His Honorable Respected while drafting the affairs to have them ready under today's date, as he had hoped, and on the contrary that the drafts are of such a nature that they require more than ordinary attention and effort to assemble everything completely and to submit them to the Noble High Indian Government [illegible] with the reasons thereof. The 31st of January 1791. a missive under today's date serving for prior communication thereof and the predicament in which one finds oneself with the preparation of the aforementioned general report, both because of its more than usual extensiveness and the replying to various requisitions in the honored rescripts of the well-mentioned Their High Nobles received in Anno passato, as well as because the transmission thereof overland to Nagapatnam, even if one had finished with it, seems to the utmost inadvisable [illegible] the passage is so unsafe [illegible] as the descriptions confirm. 2201. The 31st of January 1791. Which having been heard, the aforementioned letter read, and proposed by the Lord Director to dispatch it this evening or at the latest tomorrow morning by catamaran to Sadras, and from there in such manner to Nagapatnam, just as the Chief Simons had already been written to previously by His Honorable Respected; so it was approved and understood to conform with all this and thus also with the content of the aforementioned letter, as well as with the [illegible] attached General Demand for requirements for the Year 1791. and [illegible] to respectfully request the fulfillment thereof, and to note that both have been signed in the assembly. Subsequently was read a report from the pro interim official Fiscal Simon Duijnevelt and five acts submitted therewith, showing the result of the information obtained regarding the origin of the desertion of 13 ordinary Easterners from the Jaffanapatnam Detachment, mentioned in the separate Resolution of the 14th of this month, which report reads as follows: To the Honorable Respected Lord Jacob Ailbrach Senior Merchant and Director of the Coromandel Government with the dependencies of the same together with The Council Honorable Respected Lord and Gentlemen. Pursuant to the very honored command of Your Honorable Respected, the 2203. January 1791. humble signatory, acting pro interim in the Office of Fiscal here, having taken information regarding the cause of the successive desertion of thirteen men from the Company of Easterners of Captain Mahomet Sangaram belonging to the Jaffanapatnam auxiliary detachment present here, has the honor to provide a report concerning the same. Initially, he presents for this purpose to Your Honorable Respected the following documents of Information, collected at his requisition in this matter before an ordinary Judicial Commission, Namely: Letter A: Declaration of the Lieutenant and Commander of the detachment David Kahle, granted on the 20th of this month and verified on the 21st thereafter under offer of Oath. B. Ditto of the Captain of the Company of Easterners from which these men deserted, by name Mahomet Sangaram, granted and verified on the same dates, likewise under offer of Oath. Deposition of seven arrested military men, namely: six who, having been seized by the English at Madraspatnam, were extradited and sent here with an escort, their names being Samsoedien Tegal, Pakier Ceijlon, Jansin Samarang, Mamoet Kolombo, Doela Geribon, and Saradien [illegible]; The 31st One by name Reeua Batavia, who returned from his desertion of his own accord, all ordinary Easterners from the aforesaid Company [illegible] together with
Dutch transcription
Den 21. January 1791. — d zoo is, wijl bij het nagaen op het Negocie kantoor word be„ vonden dat tonven van Caliber als deeze, in A:o 176 van Ceilon zyn aengereekent tegens ƒ 63: 1:8: of srp: 14. 11. -. en ƒ 756. 10. — pp„o 161. 250. en dus ten aenzien van het laest pe ƒ 8. 2. 50. beter koop uitkomt, om deeze reeden, en om een„ mael een einde van de zaek te maeken als bij na zes maenden geleeden zijnde, Conform de propositie van den E: E: Achtb: Heer Gezach hebber verstaen de gevraegde prijs van p/ 20. per bhaer te accordeeren, en dienvolgende het bedraegen van pp: 120. voor beide de touwen te betaelen aen iemand anders die gemelde Schuneman zal komen aentewijzen, alzo de Onderkoopman Canter vis„ scher reets na Ceilon is vertrokken. Vont Geldria te Dalli Actum in het geteekend JAls vooren. — acatta dato voor Maandag 2499. Maendag Den 31 Ianuarij 1791: Smorgens Alle present; Heeft de Heer Gezachhebber de verge e dering kennis van de Leeden voornae„ melijk te hebben geconvoceert ter bekent mae„ king van de zijn E: E: Achtbaare onder het beschrijven van zaeken, meer en meer voorkomende onmogelijkheijt om daer meede gelijk gehoopt had onder heeden gereed te vae„ ken, in tegendeel dat de ontwerpen van dienaart zijn, dat ze meerder gewoone aendacht en moeite vereisschen om alles volleedig bij een brengene en de Edele Hooge Indische Regel„ C den 1 voorte dragen Ho de erom E: E: Acht t on oe e e lin voo Hoet hade egegi met de Reedenen van dien Januarij 1791. Den 31 missive onder heedigen datum dienende tot prealable communicatie van dien en de on„ gelegenheijt waer in men zich bevind met het gereed maeken van het opgemelde genelaelver slag, zoo wegens derzelver meer dan gewoone uijt gebreekheijt en beantwoording van onderschei„ dene requisiten bij de in Anno pass:o ontvange„ ne geeerde rescriptien van welmelde Hun Hoog Edelheeden, als om dat de overbreng van dien naer Nagapatnam over Land, al waere men daer meede gereet ge rackt, ten uttersten ongeraeden voorkomt de pasjage zoo onverlig is zoo land enwoordig dagelijks Hol als de beschti bevestigend 2201. senden Den 31 Januarij 1791. Het welk aengehoort, de gemelde brief ge sene leezen en door den Heer Gezachhebber ge„ proponeert zijnde, om die heeden avond of uitterlijk morgen vroeg per kattemarauw naer Sadras, en van daer dusdanig naer Nagapatnam af te vairdigen, gelijk het op„ perhoofd Simons door zijn E: E: Achtbaere bereets prealabel was aengeschreeven zoo is goedgevonden en verstaen zich met dit alles en dus ook den inhoud van gem:de brief te conformeeren, als meede met de afte Commelen be sete van benen ei daer bij geindereerde Foom Eesch vaan benodigtheeden voor den Jaere 1791. en Hlaag Dezelve om de voldoening 2 aan alien eerbie di9 e Higsl de e amelijen Den 31 Januarij 1791. „dig te verzoeken, en te noteeren dat beide in vergadering geteekend zijn- sund seaeld beogte oen gen vervolgens is geleezen een bericht van het proin„ terim officie Fiscael Simon Duijnevelt en vijf daer bij overgelegde actens, aen„ toonende den uitslag van de genomene infor„ matie na de oorspronk der desertie van 13 gemeene oosterlingen van het Iaffanapat„ namsch Detachement, vermeld ter ap„ parte Resolutie van den 14. deezer, welk bericht aldus luid Aan den Wel Edelen Achtbaaren Heer Jacob Ailbrach Opperkoopman en Gesachhebber van Cormandelsche Gouvernement met den Ed: Elc: Resorte van d nevens Den Raad Wel Edele Achtbaare Heer en Ingevolge zeer g'eerde Last van uw Edele Achtbaard Heeren den 2203. Januarij 1791. den nedrigen teekenaar, als pointerum waarnee„ mende het Ampt van Fiscaal alhier, in forma„ tie genomen hebbende, na de oorzaek van deser„ tie successive van dertien Manschappen uijt de Compagnie Oosterlingen van Capitain Macho„ met sangaram gehoorende tot het hier zijnde Iaffanapatnamsch hulp detachement, heeft hij de Eere derweegen van bericht de dienen„ Aanvankelijk bied hij daar toe uwel Edele Acht„ baarens aan de volgende documenten van Infor„ matie, ter zijner requisitie in deezen voor een or„ dinaire Justitieele Commissie belegt, Namelijk; L:r A: Declaratoir van den Luijtenant en Cormandant van het detachement David kahle op den 20. ste deezer verleend en 21. daar aan gerecolleert onder presentatie van Eede 13. Dito van den Capitain der Compagnie Oosterlingen waar uijt deese manschappen verloopen zijn in na„ me Mahomet Sangaram in datis als even verleend en gerecolleerd meede onder aanbord van Eede. Dipositie van seven militair gearresteerdens namelijk: ses die door de Engelsche op Madras„ patnam opgevat weezende uijtgeleverd en hier met Estoorte gezonden, zijn naam f' sam„ soedien Tegal, Pakier Ceijlon, Iansin Sama rang, Mamoet kolombo, Doela Geribon en Saradien ere Den 31 Eene in name Reeua Batavia die uijt zich zelve van sijne desertie te rug gekomen is alle gemeene oosterlingen uijt voorschreeve baart abaija mitsgaders nog Compagnie
English
January 1791. The 31st Company of Captain Mahomet Sangaran and having run away therefrom one after another, this deposition given by them on the 20th of this month and reconfirmed on the 21st following upon examination of each individually regarding the cause of their D: declaration given under offering of an oath on the 21st by the sergeant of the aforesaid auxiliary detachment and who serves as drillmaster to the aforementioned Company of Orientals, named Ewald Rademacher, and reconfirmed on the 22nd following under further offering of the oath; and E: Declaration given on the said date and reconfirmed by the Oriental sergeant of the said Company, named Sarra Masin, who previously had acted as order sergeant, likewise offering the oath therewith. The undersigned, having in the first place sought to discover any reasons for this desertion with the Detachment Commander and the Oriental Captain of the Company from which the men have deserted, has been able to find nothing of that nature with them; each of the declarations, Letters A: and B: of the men, they declare individually in agreement, receive in wages, board money, and rations what is due to them, and this in the presence of commissioned officers, and that neither had anyone reported to him with complaints against any officer or subordinate, etc. The Commander and Captain unanimously state that they know very well that nothing more has been imposed upon them in the service than what their actual duty is, and finally the Commander individually still knows well that in their service they have not at all been strictly treated or punished; Herewith end the declarations of these superior officers, and the reconfirmations under further offering of the already presented oath essentially contain nothing other than persistence in what they first stated; with Letter B: the declaration of the Captain does indeed contain an addition, yet this constitutes no reason or cause for desertion, toward which alone the inquiry of the undersigned has been directed; it shows that the desertion of the conspiracy on the last day of December, among whom the sixth arrestee Saradie Soerabaija was one, was a premeditated act from that morning on, for whereas Saradie Soerabaija, according to the witness of the Captain, reconfirmation dA: The 31st of January 1791. was daily accustomed to obtain the garden, he did not appear that day, and in the evening at roll call he was also found missing alongside six other men; the Captain had also that day missed the kris in the house of the of his (the Captain's) son. Just as little as these two documents yield any reason for desertion, so do the two last attestations, namely: Letter D: attestation of the sergeant of the Detachment and Drillmaster of the Company of Orientals, Ewald Rademacher, and ditto of the Oriental sergeant of the Company who previously acted as order sergeant, named Sara Madien, Letter C. The first says, agreeing with the aforesaid superior officers: that he is very well convinced that the men received everything in wages, board money, and rations that was due to them, that also none of the men had ever complained of anything to him, and specifically he says separately from the aforesaid two superior officers, nothing on account of deductions by the Captain of the Company, whether on account of loans or otherwise; for, he continues, if he had discovered any such thing, he would then according to his obligation have made a report of it. He further adds to this, as it were to give further testimony of the men's contentment here, that they had told him: that they were now contented and that there were no deductions made by the Captain, as previously at Jaffanapatnam and Trincomalee, and that they thus here being now of his department, makes notice of the aforesaid attested matter only that these men here had no reason for complaint about deductions or lesser enjoyment, but the contrary, that they were well content here and thus on that account had no reason for desertion; and under Letter E: the aforesaid Oriental sergeant says that he, as order sergeant for the Captain, had indeed collected money from the men on account of opium debts, but also expressly at the same time: that he received this from them as they paid willingly, but that in that regard force had never taken place; of money lending by the Captain to the men he claims to know nothing, nor had he ever collected anything other than on account of opium debt. Here are thus four witnesses, all under offering of solemn oaths, who declare, namely: 1: that the men received their full allowance, Letters A:, B:, and D: agreeing. 2. That no one presented themselves with any complaints, agreeing under Letters A:, B:, and D:. 3. That they were not strictly treated or punished, because Letters A: and B: are in the same manner. 4. That they lived here contented, and specifically that no deductions were made by the Captain, Letter D:. 5: That in collecting the opium debt for the Captain no coercion took place, Letter E:, and 6th That no money lending by the Captain to the men took place, also apparent from Letter E:; to which is added the testimony of the sixth arrested person, deponent upon surrender named Saradie Soerabaija, fellow deserter and military man, namely: that he had borrowed no money, and of the seven who voluntarily
Dutch transcription
Januarij 1791. Den 31 Compagnie van Capitein Mahomet Sangaran en daar uijt na den anderen weg geloopen zijnde dese depositie door hen verleend op den 20 S:te dee„ zer en gerecolleerd den 21. ste daan aan na Exame van ieder afzonderlijk op de oorzaak van hun D: verklaaring onder presentatie van Eede op den 21:e verleend door den zergiant van voorsz: hulp detachement en die als dril meester fungeerd bij meer gerepte Compagnie Oosterlingen namens Ewald Rademacher en gerecolleerd den 22. daar aan onder nader aan bod van het Iurament„ en. E: Verklaaring opgemelde datis verleend en gerecol„ leerd door den oosterling Zergiant van gedagte Compagnie in name Sarra Masin die bevoo„ „vens als order Zergiant geageerd had biddende meede daar bij den Eed aan Den ondergeteekende in de Eerste plaats gedragt deese hebbende eenige reeden vóór „ dessertie te ontdek„ ken bij de Commandant „ t de tachement, en capitain Oosterling van de Compagnie waar uijt de manschappen verloopen zijn, heeft bij haar niets van die natuur kunnen vinden, iede declaratoiren L=ra A: en B: het volk declareeren zij ilder afsonderlijk over een stemmend, krij„ gen aan gagie kostgeld en wandsoen wat zien wegloopen toekomt en dit in presentie van gecommit„ teerde officieren de had op gedaan & dat zich ook niemand bij hem had officieren hoe verwashandeling tal zich nooit een 2205. had aangegeeven met klagte teegen eenig offi„ cier offe minder Ensz: Commandant en Capitain een stemmigrat dat zij zeer wel weeten dat hun in den dienst niet meer is opgelegt als hun wee„ zentlijke plicht is en Eindelijk den Commandant afzonderlijk nog weet wel, dat hij zeer wel dat zo hun dienst in't ge„ heel niet streng behandeld of gestraft zijn; Hier meede Eijndigen de declaratoiren van deezen opper officieren, en de recollement on„ der nader aanbod van den bereets geprezenteerde Eed behelsen in 't weesenlijke niets als per„ sisteering bij hun eerst gesegde bij L=na B: De„ claratoir van den Capitain is zeeker wel een bij voeging, dog deeze maakt geen reeden of aanleijding tot desertie uijt, waar na Enkel de Enqueste van den ondergeteekende is ingericht geweest ze toond aan, dat de deser„ tie van 't Complot op den Laaste December, waar onder den Sesde arrestant Saradie soerabaija was een, van dien morgen af„ voor bedachte daad geweest, is want daarhij Saradie soerabaija volgens getuijge is van den Capitain recollement dA: Den 31 Januarij 1791. de „ ien was dagelijks tuin te krijg komt hy hij ook neevens nog ses manschappen vermist ook had de Capitain dien dag ver gist de krits Higt de Capet Chein savs bij G rolleesen wierd en dag niet te voorschein ten huijse van den van Den 31 van zijn :/ des Capitains:/ zoon„ Even zoo min als deeze twee Documenten eenige rec„ den tot Desertie uijtleeveren, zoo doen ook de twee laaste Attesten namelijk: L:r D: Attestatie van den zergiant van 't Detachement en Drilmeester van de Compagnie oosterlingen Ewald Rade„ macher, en dito van den Oostersche Zergiant van de Comp:e die bevoorens als order Zergiant ageer de namens Sara Madien L„ra C Den Eerste zegjt over een komende met voorsz opper offecieren: dat hij zeer wel overtuijgd is, dat het volk aan gage kostgeld en van dcoen alles gekreegen heeft wat hun toequam, dat ook geen een van het volk ooit iets aan hem geklaagd had, en speciaal zigt hij afsonderlijk van voorsz twee opper officieren, niet weegens afkorting door de Capitain van de Compagnie het zij weegens beleening als andersints, wan„ vervolgd, hij, dat indien hij zoo iets ontdeckt had, hij dan na zijn Gehoudenisse hier van rapport zoude gedaan hebben. Hij voegt hier nog bij, om als 't waare meerder getuijgenis van 'Tvolk wel te vreedenheid hier te geven, dat ze hem gezegd hadden: dat ze tans vergenoegd waar en dat er geen afkor„ tinagsee hede door de Capitain, als bevoorens op Saafanapatnam en Trinconomale, en dat Januarij 1791 ze dus hier hun ond hnn of Satfa laaten de als het weesende tans van zijn depantement, m kken EnsIn ggeen staak merkt male daar afkor 2207. Januarij 1791. Den 31. uijt het voorsz: getattesteerde enkel aan dat dit, volk hier geen reeden van klagte had over afkorting of min genot maar 't Contrarie, dat ze „vreede hier wel te „ waaren en dus deswegen geen reeden tot Desertie hadde En bij L:ra E: segt voor 3 oostersch: Zergiant. dat hij wel als order Zergiant voor de Capitain had geld in gepalmd van 't volk weeg:s schuld van ampohioen, maar wel uijtdrikkelijk tevens ook: dat hij dit van haar ontvangen had, zoo zij gewillig betaalde, dog dat daar omtrend nooijt dwang had plaats gehad; van Geld leening door de Capitein aan 't volk zegt hij niets te weeten, nog dat ook nooit iets anders als weegens amphioen schuld ingevorderd had Hier zijn dus vier getuijgen alle onder aanbodva„ solemneele Eede, die verklaaren; namelijk: 1: dat het volk hun vol genot gekreegen heeft L:ra A: B: en D: over een stemmenden 2. Dat Sich niemand met eenige klagten heeft aan„ gediend sub: L:ra A: B: en D: accordeerde. 3 Dat ze niet streng behandeld of gestraft zijn wyl L:r A: en B: in zelven voegen. 4. Dat ze hier vergenoegd Leefden, en speciaal uijt gien afkorting door de Capitain geschiede L:ra 5: Dat in 't invorderen van amsshioen schuld aan de Capitain geen dwang plaats had oede Lra E: en den 6 Dei: or goen geld beleening door de Capitldin aan 't volk plaats hal meede blijkens &:a E: deposant bij waar bij nog komt het getuigenis van de sesde gearresteerde bij uijtleevering inname Saradie Emoede Gediserteerde en militair soerabaija, namelijk: dat hij geen Ider ge„ leend wad- en van de wevende die vrijwillig te
English
The 31st of January 1791. has returned, and is separately detained, in the name of Reewa Batavia, namely that he has absolutely no complaint against anyone. That the detainees therefore had no reason for desertion on the aforementioned six listed grounds is clear: not for the first three according to the concurring testimony of three persons; not for the fourth, according to the specific testimony of one witness; likewise not for the 5th and 6th reasons, also conforming to the statement of one witness, all offered under oath, with the addition that the seventh deponent was found to have nothing at all to complain about. Notwithstanding this, however, the six brought forward, named Samsoedientegal, Pakier Ceylon, Jamin Samarang, Mamoet Kolombo, Dolla Zeribon, and Saradie Soerabaija, accuse their captain: First: of the forced sale of opium at 2 little balls per fanum, whereas they can buy them outside at 6 to 7 little balls per fanum. And secondly: harsh treatment when they were punished for a misdeed, namely that the captain calls out strike away, even if it is half to death, if they run away, the Company can easily get other soldiers for them, saying this all six together, the first five subsequently. Thirdly: deduction or rather taking away of their wages on account of debt without a proper reckoning, about which they could not inquire without the captain becoming angry with them, in which case the first deponent, Samsoedientegal, states that he [illegible] debt Jaffanapatnam [illegible] and fourthly; the six again together 9 ditos paid high [illegible] fanum per rupee per month [illegible] they give as reason for their desertion. [illegible] captain namely: [illegible] taking a [illegible] their 2209. The 31st of January 1791. Yet these charges once confronted with what has been declared and attested hereinbefore under offer of oath, namely by the Commandant, the drillmaster, and the eastern sergeant, that of the captain being presently excluded, as being the accused in this matter, likewise with remarks applicable thereto. Thus the undersigned believes, with submission to the discerning judgment of your Honorable, Worshipful, and Noble sirs, that these charges entirely lose their force thereby, and can be accepted as nothing more than pretexts in order, if possible, to give their committed crime of desertion a semblance of reason. First: the forced sale of opium, etc. Had this taken place, and indeed to such an extent that it could drive them to desertion, then it is certain that, given the notoriously vindictive nature of this nation, it could not have remained concealed from the Commandant, who, besides showing himself to them daily and thus affording the opportunity to address it directly to him if they had anything to complain about, has an orderly from the Company with him daily, who would not have failed to report it; however, the latter testifies in deposition Littera A that no complaints whatsoever have been presented to him. The Drillmaster in Attestation Littera D also mentions nothing of that nature, indeed stating explicitly that they were well pleased here. The The 31st of January 1791. The Eastern Sergeant of their own nation says in Littera E that no coercion regarding the collection of opium money took place, even less can it be assumed that such was customary in the sale, and since it appears that they therefore owed money to the captain, it is far more believable that they addressed themselves to the Captain for this when their money was gone, and they could no longer get credit outside, whereupon possibly the Captain gave it to them either at his discretion or according to an established custom with him; but however that may be, it does not appear that coercion took place, thus there is also no crime on the part of the captain, who in such a manner accommodated them rather than mistreated them, wherefore this reason, which they give as a cause of their desertion, loses its force of its own accord. Secondly: harsh treatment when they were punished for a misdeed, which was alleged to consist of the captain then calling out strike away even if it is half to death, etc. This the undersigned considers too trifling to make any contention about; he merely notes in this regard that while this accusation might contain the truth, such calling out cannot and should not be considered as anything other than an ordinary command on such an occasion, and that, since such a punishment always takes place in the presence 2211. of the Commandant and under his supervision, the captain, despite all these words, adds nothing to nor takes anything away from the punishment. Thirdly: deduction, or rather taking away, of wages after they had duly received them, by the captain and also by the orderly sergeant on account of loans. Had this taken place, and also to such an extent that it could constitute a reason for such great dissatisfaction, then this, as noted on the first point of the charge, would not have remained concealed from the Commandant and the Drillmaster; however, no complaint has been made to them about this, and the aforementioned eastern sergeant expressly says that he never pocketed money for the Captain on account of loans: thus this accusation also merits little or no belief, and can by far not outweigh the contrary attested under oath by the Drillmaster Rademacher in Attestation Littera D, namely, of their attested satisfaction here. Fourthly: of high interest taken, namely: one large fanum per rupee. The accusation against the Captain regarding loans not being admissible, this charge The 31st of January 1791. regarding the interest falls away of itself, and all that was brought forward concerning the loans is also applicable thereto. This is what the undersigned has deemed necessary concerning each point of their accusation
Dutch transcription
Den 31: Januarij 1791: te rug gekoomen is, en afsonderlijk gearresteerd. zit in name Reewa Batavia. te weeten dat hij in 't geheel geen klagte teegen iemand heeft Dat de Gearresteerdens dus geen reeden tot de sertie gehad hebben om voorsz ses opgenoemde oorsaaken blijkt klaar om de drie Eerste niet volgens over een stemmend Getuijgens van drie persoonen Om de vierde niet, volgens speciaal getuigenis van Een attes„ tant item ook niet om de 5. en 6:de reeden, mede Conform verklaaring van Een attestant, alle onder aanbod van Eede, uijt genomen nog dat de sevende gedeposeerde Ligt in 't geheel niets te klaagen te hebben. Dit niet teegenstaande Egter beschuldigen de ses opge brachte namens samsoedientegal, Pakier Ceij„ lon, jamin samarang, Mamoet kolombo, dol„ la Zeribon, en Saradie soerabaija hun Capitain Voor Eerst: van opdrag van amphioen teegen 2. Bollet„ jes per fanum, daar ze die buijten kunnen koopen tie„ gen 6. â 7. bolletjes per fanums en twee den: straffe behandeling als ze over misdaad gekoslijd wierden, namelijk dat de kapitain aanroept slaan maar op is 't half dood, als z: wegloopen, de Comp: kan„ voor hun wel andere soldaaten krijgen, dit seggende ses gesamentlijk, de vijf eerste vervolgens. Ten derden: afkorting of liever afneeming van hun gage„ weegens schuld sonder behoorlijke reekening, waarna zij niet zoude kunnen vraagen, sonder dat de Capi„ stain op hun quaad wierd, in welk geval den Eerste op geeft, dat hij zoo deposant Sam soe dien te ga en schuld„ Jaffanapatnam wel en vierden; de ses weeder te samen 9: ditos betaald hooge te Funum pe ropij 's maands van hun op een andere haald komende, wel te„ sullen vinden geven zij voor reeden de sertie Dit en de bedragi perl op beree No kapitain namelijk: namen het neemen Een hunne 2209. Den 31 Januarij 1791. Dog deese aanklagte eins geconfronteerd teegens het gedeclareerde en betuigde hier voorwaards onder aabod van Eede namelijk door den Commandant, drilmeester, en oostersche Zergiant /: dat van den kapitain tans uijtgeslooten, als beschuldigden in deese:/ item met aanmerkingen daar op toe„ passelijk. zoo vermeend den ondergeteekenden, met onder„ werping aan het doorzigtige oordeel van uwel E„ „dele Achtb: en Edelens dat die hier door ten eene„ maal hun kragt verliesen, en voor niets hooger kunnen aangenoomen werden, als uijtvlugten om, des mogelijk hun begaane misdaad van desertie een schein reeden bij te setten Voor Eerst op drang van amphion Ensz. had dit plaats gehad, en wel in soo verre dat zulks hun konde nopen tot desertie, zoo is 't zeeker dat het zelve na de muijlen wraak zuchtigen aart deezer natie niet had kunnen verborgen blijven voor den Commandant, die buijten dat hij zich dagelijks aan hen vertoont, en dus geleegen„ heijd geeft, om zij iets te klaagen hebbende, dit direct aan hem te kunnen doen, een oppasser uijt de Compagnie dagelijks bij hem heeft, en die niet gemanqueert zoude hebben daar van Rapport te doen egter betuijgd deese bij claratoir S:r A: dat hem geen klagte hoegenaamd d m van rt na te opgediend zijn. Den Drilmeester bij Allest V=a D: mentio„ neerd ook niets van dien aar„ zegt wel uijtdruk„ kelyk dat 'z hier wel te vreede waaren Den Den 31. Ianuarij 1791. Den Oostersch Zergiant hun eijgen natie zegt L:ra E: dat geen dwang omtrend het invorderen van amp„ hioen geld heeft plaats gehad, nog minder is dus te stellen; dat zulx ingebruijk zoude zijn geweest in den verkoop, en daar blijkt dat ze desweegen neren dan wel geld schuldig waaren aan de Ca„ E pitain, is vrij eerder te gelooven dat ze hun hier om bij de Capitain g'addresseerd hebben als hun geld op was, en op Crediet buijten niet meer kreijgen konden. wanneer mogelijk de Capitain het hun gegeven heeft of na goed dunking of na een be„ haald gebruik bij hem daar op dan hoe dit zij, dwang blijkt niet dat er plaats gehad heeft, dus ook geen misdaad aan de zeijde van de kapitain, die hun op zoo een wijs eerder te gemoet quam, als qualijk behandelde, waar om deeze reeden van die zij voor een oorzaak hun van desertie opge„ ven als van zelver zijn kragt verliest. Ten Tweeden straffe behandeling als zij over misdaad gekasteijd wierden en die hier in zoude bestaan, dat de kapitain dan zoude toeroepen sla maar als is 't half dood Enss: Dit acht den teekenaar te beuselagtig om'er eenige Endentie overte maaken, enkel merkt hij hier omtrend aan dat deese beschuldiging wel roeken al niet anders kan en diend geconside„ de waarheijd kan behelzen, maar dat dit toe reerd te werden als een ordinaire Commando bij soo een geleegendheijd en dat, daar soo een afstraffing alloos geschied ten overstaan 2211: van den Commandant en onder zijn opzigt, de kapitain niet al dit zeggen tog niets toe of afdeel in de straff: zen derden afkorting, of liever afneeming van gage na Ze die rigtig ontvangen hadden, door de kapitain en ook door de kapitain en ook door de order Zergiant weegens beleening Had dit plaats gehad, en ook in soo verre dat zulks een reeden van soo groot misnoegen uijt. maaken konde, zoo zoude zulx als op het Eerste Poinct van aanklagte aangemerkt, voor den Com„ mandant, en Drilmeester niet verborgen hebben gebleeven egter bij deese is hier over geen klagte ge„ schied, en voorm. oostersche zergiant zegt uijt druk„ kelijk dat hij weegens beleening voor de Capitain nooijt geld ingepalmt heeft: des deese aanklagte meede weijnig of geen geloof mercteerd, en op ver„ re na niet opweegen kan het Contrarie betuijg„ de door den Drilmeester Rademacher bij At„ test L=ra D: onder Eede, namelijk, van haar be„ tuijgde wel te vreedenheid hier Ten vierden: van Hoog genomene Intrest, na„ melijk: Een groote fanum per Ropij„ De accusatie teegen de Capitain van beleening niet admissibel zijnde, zoo verval deeze beschul„ Den 31 Januarij 1791. diging omtrend de Intrest van zelven, en is al en het bij gebruchte nop:s de bedeening ook daar twe upplicabel. Dit is het geene den teekenaar nodig g'achte heeft omtrend ieder Poinct van hun beschul„ 1 diging
English
January 1791. allegations made against the Captain in particular, and concerning the accusation in general, he feels obliged further to remark that it appears very suspicious to him that the deponents, who were all examined individually before their general deposition was committed to paper, agreed so promptly in their words of accusation according to the translation thereof by Corporal Johannes Trimmel; subject to correction, he maintains that this implies no small suspicion of collusion among them, all the more so since the seventh deponent, who was kept apart or separated from them, not only made no complaint about this, but attested that he had not the slightest reason for complaints of any kind to put forward, giving no other reason for his desertion than that he had gone along as part of a plot; on account of all which the humble undersigned deems himself obliged to attest to Your Honorable Worships and Honors that, from the aforesaid inquiry, not the slightest plausible reasons have appeared to him that could have given rise to the aforesaid desertion of the thirteen Orientals; The 31st hoping hereby to have satisfied the esteemed instruction of Your Honorable Worships and Honors, he takes the particular honor of subscribing with deep respect (below was written: Right Honorable Worshipful Sir and Sirs, Your Honorable Worships' most humble and obedient servant; was signed: S: Duijnevelt; in the margin: Palliacatta the 24th of January 1791). The 31st. January 1791. Then, since from the aforesaid report of the said provisional Fiscal it appears that, according to the inquiries made, not the slightest plausible reasons have appeared of any mistreatment that could have given rise to the aforesaid desertion of the said 13 Orientals: thus, in order not to lapse into the same wrong about which complaint was made against the English Government—namely the punishing by striking of deserters delivered up to him under the terms of the Cartel Continuation The 31st January 1791. of the year 1755—it has after deliberation, in conformity with the proposal of the Honorable Gezaghebber, been approved and resolved to discharge from military arrest the six Orientals surrendered by the English at Madraspatnam, named Samboedien Tegal, Pakier Ceijlon, Tamin Samarang, Mamoet Kolombo, Doela Seribon, and Saradien Soerabaija, together with one more named Rawa Batavia, who returned of his own accord and who have been placed in military arrest inside the fort, with a serious reprimand and admonition by the Commandant of the Jaffanapatnam detachment to which they collectively belong; likewise, in order to prevent repeated desertion, to keep them confined inside the fort and let them perform duty, and as soon as an opportunity presents itself, to send them to Jaffanapatnam—namely the six principal culprits who were misled by instigation—but the other one, who returned of his own accord and has been in simple military arrest at the main guardhouse, upon the request of the Commandant and Head of the Militia here, Jan Joachem Winkelmans, after a verbal reprimand, to let him resume his service with the detachment. Further The 31st January 1791. Further, having been read two reports submitted under dates of the 21st and 24th of this month by the Assayer Engelbert de Vries to the Right Honorable Worshipful Sir Gezaghebber, the one showing the assay found of the 12 bars of gold that were cast from the melted 2926 pieces of Persian gold rupees, detailed in the resolution of the 21st of this month, and the other regarding the assaying of two silver Jaggernaikpoeram rupees, which were found to be of a fineness of 11 penn: 10 1/2 grains; as all this further appears from the aforesaid reports. To The 31st January 1791. To The Right Honorable Worshipful Commanding Sir Jacob Eilbracht, Senior Merchant and Gezaghebber of the Coromandel Government with the dependencies thereof, etc. etc. etc. Right Honorable Worshipful Commanding Sir, Pursuant to Your Honorable Worship's esteemed order, the undersigned Assayer, in the presence of two members of the Honorable Court of Justice of this castle, namely Jacobus Simon Cantervisscher and Simon Duijnevelt, has properly re-weighed and assayed the 12 bars of gold that were cast from the 2926 gold Persian rupees mentioned in their report, and found them to be as he has the honor to present below: Weighed before cutting the assay samples | Number | Assay | Weight after cutting the assay samples | Difference / assay samples mark: ounce: engels: ace | | carat: grain: ace | mark: ounce: engels: ace | mark: ounce: engels: ace 10: —: 15: —. | 1 bar No. 1 | Assays 22: 7: 1/2. | 10: —: 12: 2. | —: —: 2: 1/2. —. 12: 2: 6: 1/4. | 1 do. do. 2 | 20: 10: 1/2. | 12: 2: 3: 3/4. | —: —: 2: 1/2. —. 11: 1: 8: 3 3/4. | 1 do. do. 3 | 21: 8: 1/2. | 11: 1: 6: 1 1/4. | —: —: 2: 1/2. —. 11: 2: 3: 3/4. | 1 do. do. 4 | 20: 8: 3/4. | 11: 2: 1: 1/4. | —: —: 2: 1/2. —. 10: 6: 11: 1/4. | 1 do. do. 5 | 21: 1: —. | 10: 6: 8: 3/4. | —: —: 2: 1/2. —. 11: 3: 2: 1/2. | 1 do. do. 6 | 21: 7: —. | 11: 3: —: —. | —: —: 2: 1/2. —. 11: 3: —: —. | 1 do. do. 7 | 22: 1: —. | 11: 2: 17: 1/2. | —: —: 2: 1/2. —. 11: —: 10: —. | 1 do. do. 8 | 22: 4: 1/2. | 11: —: 7: 1/2. | —: —: 2: 1/2. —. 11: —: 11: 1/4. | 1 do. do. 9 | 22: 3: 3/4. | 11: —: 8: 3/4. | —: —: 2: 1/2. —. 10: 6: 2: 1/2. | 1 do. do. 10 | 22: 4: 3/4. | 10: 6: —: —. | —: —: 2: 1/2. —. 9: —: 8: 3/4. | 1 do. do. 11 | 22: 4: 1/2. | 9: —: 6: 1/4. | —: —: 2: 1/2. —. 9: —: 3: 3/4. | 1 do. do. 12 | 22: 4: 1/2. | 9: —: 1: 1/4. | —: —: 2: 1/2. —. Total: 129: 3: 3: 3/4. | | | 129: 1: 13: 3/4. | —: 1: 10: —.
Dutch transcription
Januarij 1791. diging teegen de Capitain uijtgebracht van t bij„ zonder ter needer te stellen en belangende de be„ schuldiging in 't Generaal, vermeend hij nog te moeten aanmerken, dat hem zeer bedenkelijk voorkomt dat de depozanten, die alle ieder afzon„ derlijk g'Examineerd zijn, voor hun generaale depositie wierd ten papiere gebracht, in hun„ ne woorden van beschuldiging soo prompt over een kwaamen volgens overzetting daar van door den Corporaal Iohannes Trimmel onder correctie sustineerd hij, dat hier geen kleijne verdenking van afspraak onder den anderen in opgeslooten legt, te meer dit, daar de sevende deposant, die appart of afgescheiden van hun gezeeten heeft hier niet alleen niet overklaag„ de maar betuijgde dat geen de minste reeden van klagten, hoe genaamt had in te brengen geen andere reeden van zijn desertie gevende als dat hij per Complot was meede gegaan om alle het welke den nedrigen teekenaar zich verplicht acht uwel Edele Achtb: en Edelens te betuijgen, dat hem uijt voorschreeven infor matie geene de minste aanneemelijke reede„ die tot voorschreevene voorgekoomen en de sertie van d' dertien Oosterlingen aanleijding Den 31 hebben kunnen geven verhoopende hier meede aan de GEerde tie van uwEd:e Achtb: en Edelens voldaan 2213 Besluit de gearverseerdens koort Den 31. Januarij 1791. te hebben, maatigd hij zich de bijzondere Eere aan met diep ontzach te onderschrijven (onderstond Wel Edele Achtbaare Heer en Heeren /:uwel Edele Achtbonderdanigste en Gehoor„ saamste Dinaar :/ was geteekend:/ S: Duijnevelt:/ /:In margine:/ Palliacatta den 24. Januarij 1791 Dan nademael uit voorsz. bericht van vortgien weden botaanlijding van de voorsdie voor gemelde prointerim Fiscael komt te blijken dat narvolgens de gedaene informatien geene de minste aenneemelijke reedenen zijn voor„ gekoomen van eenige mishandeling die tot voorschreeve desertie van gemelde 13 oosterlingen aenleiding hebben kunnen geeven: zoo is om niet te vervallen in het zelve quaed waer ver min tegen het Engelsch Gouvernement heeft gedoleert het straffen namelijk van slaan aen geaen van Drossers op de kermen van het Cartael Verwelg Den 31 Januarij 1791. van den Iaere - 1755. - aen hem overgelee„ vert na overweeging, Conform de proposi„ „ heer tie van den „ Tezackhebber, goed gevonden en ver„ staan de ses door de Engelschen te Madras„ patnam uijtgeleverde oosterlingen in nae„ men Samboedien Tegal Pakier Ceijlon, Tamin Samarang, Mamoet kolombo¬ Doela Seribon en Saradien Soera„ baija, nevens noch eene in naeme Ra„ wa Batavia, die uit zich zelve is te ruch gekomen en in militair arrest binnen gezet zyn, daer uit te ontslaen, met een Serieuse Correcie en vermaen door den Com„ mandant van het Iaffang patramsch: Potalohepert 2215. legaten debeen „ te seronder Detachement waer zij gezaementlijk 1 behooren, item om dezelve, ter voorkoming zo uist fot t houde en dient te van andermaelige desertie binnen het ^ en dienst te laaten doen fort gebannen te houden, om zoo dra ge„ en iglegentijd a assen legentheijt voor komt haer na Iaffana„ patnam te verzenden, te weeten de zes principaele schuldigen, die door opstoo„ king verleid geweest zijn, doch de andere gist endeles tornge a de reet welke uijt eige motief is te ruch gekomen, 7 en aen de hoofdwacht in enkele militai„ re arrest geweest is, op de verzoek vand eo d Commandant en Hoof der Militie alhier Ian Joachem Winkelmans, na een verbaele reproche, bij het Dotachement Den 31 Januarij 1791. ds weder zijn dienst te laeten waerneemen Wijders Jn ote Aberij e elir bijana n d oereende do fien Januarij 1791. Den 31 Wijders zijnde geleezen twee onder datis 21. en 24. deezer door den Essaijeur Engelbert De vries aen den E: E: Achtb: Heer Gezack„ en ed e staen gud van on hbber overgegeevene Rapporten, het eene aentoonende het bevondene Essaij van de 12. staeven gout die gegooten zijn van de ver„ smoltene, 2926. stuks Persiaensche goude Ro„ pijen, omstandig vermeld bij Resolutie van len angder van de selreresageri den 21. deezer, en het andere wegens het Essaijeeren van twee Zilvere Iaggernaik„ poeramsche Ropijen, die van gehalte be„ vonden zijn 11. penn: 10:½. grijn; gelijk dit een en ander bij voorsz Rapporten. nader komt te blijken In Jaster beijde de Rasfortenr Aan 2217. Januarij 1791. Den 31 Aan Den Wel Edelen Agtbaaren Gebiedende Heer Jacobs Eilbracht. opperkoopman en Gezaghebber van het Cormandels Gouvernement met den Resorte van dien Etc: Etc: Etc: Wel Edele Agtbaare Gebiedende Heer In gevolge uwel Ed: Agtb: Geerde bevel, heeft den ondergetee„ kende Essauer ter presentie van twee leeden van den Agtb: Raad van Iustitie deeses casteels met naame Iacobus Simon Cantervis„ cher, en Simon Duijnevelt, de 12. staven Goud welke gegolen zijn van de bij Hun Ed: Rapport vermelde 2926: goude Persiaensche Ropijen, behoorlijk herwogenen geessaijeert, mitsgaders zoodaenig bevonden als hij de eere heeft hier onder te vertoonen heeft gewogen voor het afkap„ pen der kroefjes m g: onc: Eng:s weeg waar 't uit kappen der. Minder Proefjes carg: grijn ong: ond: Eng: mg: ons Eng: 10: —: 15: —. â: 1: staaff N:o 1: Essaijeert 22: 7: ½. 10: —. 12: 2: —. —. 2: ½. —. 12: 2: 6: ¼: „ 1 d:o d:o 2. _„o 20: 10: ½. 12: 2: 3: ¾. —. —. 2: ½. —. 11: 1: 8: 3¾. „ 1: „ „ 3: _„o 21. 8: ½. 11: 1: 6: 4: —. —. 2: ½. —. 30: 6: 11: ¼: „ „1. 3: 2: ½: „ 1. 11: 2: 3: ¾: „ 1: „ „ 4: _„o 20: 8: ¾: 11: 2: 1: ¼: —. —. 2: ½. —. 1: „ „ 5: _„o 21: 1: —. 10: 6: 8: ¾. —. —. 2: ½. —: 6: _„o 21: 7: —. 11: 3: —. — — —. 2 ½. —. 7: _„o 22: 1: —. 11: 2: 17: ½: —. —. 2: ½. —. „: 3: — —. „ 1: 8: _„o 22: 4: ½. 11. —. 7. ½.— —. 2: ½. —. 11. —. 10: — 11: — 11: ¼: „ _„ 22: 3: ¾: 11: —. 8: ¾: —. 2: ½. —. _„o 22: 4: ¾: 10: 6: —. —. — —. 2. ½. —. 10: 6: 2: ½: „ 1. „ 1: 1: „ 10: „1. 12. _„o 22: 4: ½ 9. —. 6: ¼. — — 2: ½ _ 22: 4: ½. 9. —. 1: ¼: —: —. 8: ½. —. 13. ¾. —. 1. 129. 1. voormelde 9: 9. —. 3: ¾: 9: —. 8: ¾: 129: 3. 3. ¾ Teld: 10. — —.
English
The 31st of January 1791. marks : ounces : engels The aforementioned 2926 Rupees have weighed 129: 3: 10: ¾ Lost during melting 0: 0: 15: 0 So that the said 12 bars have weighed 129: 3: 3: ¾ From which deduction for 12 assays 0: 0: 1: 10: 0 Remainder pure 129: 1: 13: ¾ Herewith the 12 assays, to be preserved in the main treasury. Wherewith I hope to have complied with your Right Honorable esteemed order, and with the utmost respect take the liberty to sign myself, beneath stood, Right Honorable Commanding Lord, your Right Honorable humble and very obedient servant, was signed, E: D: vries. In the margin: Palliakkatta, the 21st of January anno 1791. To the Right Honorable Commanding Lord, Jacob Eilbracht, Senior Merchant and Governor of the Coromandel Government, with the dependencies thereof, etc. etc. etc. Right Honorable Commanding Lord. Pursuant to your Right Honorable esteemed order, the undersigned Assayer has opened the sealed parcel handed to him by your Right Honorable, and found therein 1 silver new Jaggernaikpoeram rupees, of which 2 have been duly assayed by the Assayer, and found as he hereby has the honor to present: No 1 No 8. 2219. [illegible] The 31st of January 1791. No 1. A new Jaggernaikpoeram Rupee assay 1 [illegible] 279 ditto 11: 10: ½ ditto 2. Herewith the 2 unassayed Rupees, together with the remainder of the 2 assayed ones, and their assay samples, and Wherewith I have the honor to subscribe myself with the utmost respect, beneath stood, Right Honorable Commanding Lord, your Right Honorable humble and very obedient servant, was signed, C: D: vries. In the margin: Palliacatta, the 24th of January anno 1791. Thus it has been resolved to have both reports and all previous ones of the said Assayer de Vries confirmed under oath by the Court of Justice, to send the assay samples of the said bars of gold and those of the silver Rupees with two others that are still in natura, by the earliest opportunity to Batavia, with a calculation of the value of both, requesting [illegible] The 31st of January 1791. their High Mightinesses to have further trials made of the aforementioned assays if they so please. Furthermore, having heard the presentation and communication made by the Governor regarding the difficulty in which His Right Honorable had found himself up to now for the settlement of what was still to be furnished to the Palliacatta suppliers to the amount of Pagodas 12546: 17: 69, which, after deduction of the [illegible] of the amount of the first term of the delivery under the present date, was still due to them, and regarding which, as long as it can be deferred, it is unadvisable, and if possible not 2221. The 31st of January 1791. to negotiate money at interest, so that His Right Honorable had found no other solution than to propose to the suppliers the acceptance of a bill of exchange drawn on the offices of Jaggernaikpoeram, Palikol, and Bimlipatnam to the amount of 10000, by proposition, or as much less as, according to the Resolution of the 21st of this month, the intention had been to draw upon the servants, in order also to keep them as much as possible out of inconvenience so long as a debit of Cloves and Japanese bar copper, the principal merchandise they have on hand, appears The 31st of January 1791. to progress there as little as here according to wish, and that because the suppliers were satisfied with this draft to the extent provided that they were charged no higher premium than was customary here with regard to the Madras three-figure Pagodas in the course of trade, His Right Honorable, under promise to allow equity herein, had finally concluded the matter with them in this manner: 2223. to receive The 31st of January 1791. The payment order that must be paid amounts to Rupees 23120: 4: 70 ditto of the sold merchandise as far as the merchants are concerned 10573: 11: 1 Pagodas 12546: 17: 69 500 Gold Rupees at 3 1/16 per piece each 1843: 18: 0 Remainder Pagodas 10702: 23: 69 For this, to grant the following bills of exchange, namely: 1. on Jaggernaikpoeram of Pagodas 3500: 0: 0 1. on Bimlipatnam of 4500: 0: 0 1. on Palikol of 2000: 0: 0 Total 10000: 0: 0 And the remainder here in cash Pagodas 702: 23: 69 Now, in order that no confusion or erroneous transactions take place in the cash accounts of this Main Office, suppose that the payment order for what had to be paid amounted to Pagodas 23120: 4: 70 upon which, paid via the cash account of the month of December, being in the meeting of the 11th of that month handed over to the merchants 500 gold Rupees at 3 7/16 pagodas each 1843: 18: 0 Remainder Rupees 21276: 10: 70 The merchandise that must be paid in cash amounts in total to Pagodas 13212: 22: 61 In which the Broker participates for 2639: 11: 60 Thus after deduction, the Merchants 10573: 11: 1 Remainder Pagodas 10702: 23: 69 Thus the payment order of the month of December 1790 No 10 must be canceled and instead of that drawn up to the debit of the merchants to the amount of Pagodas 10573: 11: 1, besides which they receive in bills of exchange to be charged to the Main Office 10000: 0: 0 Remainder as above Pagodas 702: 23: 69 Such
Dutch transcription
Den 31. Januarij 1791. mq: onc: Eng:s voormelde 2926: Ropias hebben gewogen. - . - 129:3: 10:¾ Bij het smelten verlooren - . . . . . . —. . —. 15: —. Zo dat gem: 12. staven hebben gewoogen - - - 129. 3: 3: ¾. waar van aftrekk voor 12 proefjes - - - „ —. 1. 10. —. Rest Tuijver. . . 129. 1 13¾. Hier nevens de 12. proefjes, om in de groote geld kamer bewaard te worden. Waar meede verhoope aan uwel Ed Agtb: g' eerde ordre te hebben voldoen, des met de volmaak„ ste Eerbied de vrijheijd neeme te anderschrijven /:onderstond:/ wel Edele Agtb: Gebiedende Heer uwel Edele Agtbare onderdaniege en zeer Ge„ hoorsame Dieraar:/ was geteekend:/ E: D: vries /: In margine:/ Palliakkatta Den 21 Januarij A„o 1791. Aan Den Wel Edelen Agtbaaren Gebieden„ de Heer Iacob Eilbracht; opperkoopman en Gezaghebber van het Cormandels Gouvernement, met den Re„ sorte van dien Etc: Etc: Etc: Wel Edele Agtbaare Gebiedende Heer. Ingevolge uwel Ed: Agtb: Geerde, bevel, heeft den ondergeteekende Essaijeeren, de van uwel Ed: Agtb: hem ter hand gestelde verzee„ geldbondeltje Geopend, en daar in bevon„ den 1 Zilvere Nieuwe Iagger naijkpoeramse ropias, waar van door den Aekenaar 2 be„ hoorlijk zijn gessaijeerd, en bevonden zoo als hij bij deeze de Eere heeft te vertoonen No1 N 8. 2219. Rosijens va balavido te Leenden Den 31. Januarij 1791. No 1. Een Nieuwe Iaggernaijk p:r Ropia Es saijer 1 : /: r 279 _o d„o 11: „ 10:½: d„o 2. E „ Hier nevens de 2. ongeessaijeerde Ropien, mits„ gaders het overschot van den 2. G'essaijeerde, en desselfs proefjes, en Waarmeede de Eere heb met de volmaakste Eerbied te onderschrijven /onderstond:/ wel E„ dele Agtbaare gebiedende Heer:/ uwel Ed: Agtb: onderdaanige en zeer Gehoorsaame Dinaar /was geteekend:/ C: D: vries:/ Inmar„ gine:/ Palliacatta Den 24. Januarij A:o 1791. — Zoo is verstaen beide de Rapporten en alle den te doen belijven voorige van gemelde Essaijeur de vries bij de Raed van Iustitie met Eede te laeten bekrachtigen, de proefjes van gemelde despoerses der saavem en e: silvere staeven goud, en die der zilvere Ropij„ en met twee anderen welke noch in waerde van het een en ander, in verzoek tavia te zenden, met aenreekening der metaanmasting van die sommake natuura zijn, ten nesten naer Ba„ aen Ho oest vag 't Eenst besaelde teromijn aan de hoofd: geconcludeerde met oi sel van 1oor pag: of de noorder Comp„s torma Den 31. Januarij 1791 aen Hun Hoog Edelheeden om van de voorsz Essaijen des gelievende nadere proeven te laeten neemen. Wijders zijnde gehoord de door den Heer Gezachhebber gedaene vertooning en communicatie van de ongelegenheit waer in zijn E: E: Achtb zich tot nu toe hadden bevonden ter goetmaeking van het geen aen de Palliakatsche Leveran„ ciers noch diende gefourneert te worden ten bedraegen van P a/o 12546: 17. 609; die hen, na aftrek van de, in mindering van het bedraegen van het eerste termijn der verstrekking onder huidigen datum waer omtrent zoo noch competeerde en lange het gesurcheert kan blijven on„ geraeden daer bij ook zoo mogelijk niet 2221. Den 31 Januarij 1791. niet is om gelt op interest te negocieren ren, zulks zijn E: E: Achtbaere er niet anders op had gevonden dan de Leveranciers te proponeeren het aen„ neemen van een wissel op de kantooren Iaggernaikpoeram, Palikol en Bemili„ patnam tot een bedraegen van 10000. bij „po pro„sitie, ofte zoo veel minder als uijt„ wijzens Resolutie van den 21. deezer de intentie geweest is op de bedienden te trek„ pen, ten einde hen ook zoo veel doenlijk buijten ongeleegen heet te houden zoo lange een debet van Nagelen en Japansch stoef was zij in koop kopfer, het voornaemst manschappen aen handen hebben, aldaer m zoo Jen welen Verger Januarij 1791. Den 31 zoo min als hier niet naer wensch schijnt te willen vlotten, en dat wijl de Leveran„ ciers met deeze trekking in zoo verre te vreede mits min haer geen hooger op„ gelt reekende als alhier omtrent de Madrasse drie beeldige Pagoo„ den in de cours des Handels plaets had, zijn E: E: Achtbaere onder belofte van hier in de bil„ lijkheijt te zullen plaets geeven de zack met hun eindelijk ge„ concludeert had in deezer voege 2223 „ om te genieten Den 31. Januarij 1791. De ordonnantie die betaalt moet worden bedragt Ro/o 23120. 4. 70. d:o van de verkogte koopmanschap voor zo verre de kooplieden betreft - - - - - „ 10573: 11: 1: 500 Goude Ropijen â 3 1/16. prCo ieder - - - P„o 12546: 17. 69. „ 1843. 18. —. rest pa/o 10702. 23, 69. A Hier voor te vrleenen de volgende wissels als 1. op Paggernaikp: van - - - - - - - pr/o 3500. –. –. 1. „ Bimilipatnam - - - - - - - „ 4500: —. —. 1 „ Palikol. - - - - - - - - - - - - - „ 2000. —. —. „ —. —. „ 10000:— En het Restant hier metp. . . . . p a/o 702. 23. 69: - Om nu geen verwaarringen ofte verkeerde behandelingen te doen plaats hebben bij de kassa reekeningen van dit Hoofd„ kantoor, zoo stelle dat de ordonnancie van voor het geen be„ taelt moest worden bed:t. . . . . . . . . . . . . . p„o/o 23120: 4. 70: waar op vier de kassa Reekening van de maand December bet:d zijnde in vergadering of den 11. van die maand aan de kooplieden ter hadde ge„ stelde 500 goude Ropijen â 3 7/16 pag: ieder - - - - - - - - - - „ 1843. 18. —: Rest. . . . . . . R oa/o 24276: 10: 70. De koopmansz die in cassa betalt moeten worden bedraegen in het geheel . . . . . - pa/o 13212:22: 61. Waar in de Tholk participeert - - - - „ 2639. 11. 60. Dus na aftrek de Cooplieden - - - - - - „ 10573. 11. 1 —: Rest Pagooden 10782: 23. 69. „1790: N:o 10. geroijeert en instede van dien tot Laste der kooplie den opgemaakt worden ten bedragen van pa/o 10573. 11. 1. bui„ ten het welke zij aan wissels ontvangen om het Hooft Cantoor ten Lasten gebracht te worden Dus moet de ordonnantie van de Maand December „ 10000„ — — Hest als boven pra/o 702. 23. 69. Lulks „
English
The 31st of January 1791. there would remain to be paid as the balance no more than the aforementioned fr 7082:23:69. Thus, all of this having been heard with complete satisfaction and this arrangement appearing most plausible, it was, after deliberation, approved and agreed to conform entirely therewith and likewise to allow the discharge of the aforementioned balance to take effect in the coming month. Subsequently, the Honorable Authority informed the meeting of the delay and difficulty that has arisen in the monetization of the five bars of gold sent for sale to Madras on the 21st of this month with the Company's Interpreter Mandalam Vendadassalam Naiker, demonstrating in this respect how the said Interpreter, during his presence there, had shown not only the impossibility of bargaining for any higher price for the gold than previously, but that the sarrafs, because they could not immediately have the gold assayed, had left it to his choice either to take it back with him or to leave it in their custody until the Mintmaster, who was not allowed to meddle in the Company's affairs, should have time to examine the gold, whereupon, if it were good, they would be willing to give the former price, and nothing more; The 31st of January 1791. that the said Interpreter, adding to his aforesaid report his opinion that, because of the turbulence of the troubles and the insecurity of the roads, and since the sarrafs were trustworthy, it would be best to leave the said 5 bars of gold in their custody, in which the Lord Authority, convinced of this, had consented. But since the month had again come to an end without their being able to discharge the 1500 pagodas negotiated on the 15th of this month out of necessity and for reasons set forth in the separate Resolution of the 14th of this month, and thus, for the making good of the expenses and the payment of still unfulfilled warrants, some money in ready cash was once more required, at least until after the receipt of the proceeds from the gold, which also cannot take place without a deduction of 25 days' interest for prompt payment, the Lord Authority, with the help of the Interpreter, until such time as this money is obtained, yesterday brought into the main cash office two thousand two hundred Pagodas, borrowed from the Native merchant Rama Chittij at the interest rate of 3/4 per cent per month, which subsequently, as a supplement to what was necessary, were transferred to the petty cash office; The 31st of January 1791. and as soon as the proceeds of the gold are delivered, these shall be repaid to him together with the accrued interest, and the interest, as expenses falling upon the sale of the gold, shall be debited to the gold, so as to be settled in the account of Gold by weight and accounted for in the Yield; it was—however much these vexatious inconveniences were otherwise to be wished away, yet out of conviction of their reality, and since without these remedies the most necessary payments, even such as those of the Servants, would have to stand still, as the balance of the cash office before the receipt of the borrowed sum amounted to no more than 365:2:– pagodas, whereas fully 6600 rixdollars must be paid—agreed to conform entirely with these proceedings. Hereafter, reading was taken of two petitions from the former Lord Authority Nicolaas Sadama concerning various indemnifications likewise imposed upon his Honor, among others the deficient Sequestration monies with the former Secretary of Justice Johannes Abraham Bronsveld, as well as the ordered provision of surety for the price increases granted in 1787/8, the said writings reading verbatim as follows: To The Right Honorable Jacob Eilbracht, Authority of the Coast of Coromandel with its Dependencies, Etc., Etc., Together with The Council. Right Honorable Sir and Gentlemen. Whereas Your Right Honorable and Honors, by resolution of the 18th of November last, were pleased to hold the Authorities and members who constituted the meetings of the 15th and 26th of September 1786, as well as the 28th of August 1788, accountable for the overdue Sequestration Monies accounted for by the sequester of Insolvent estates prior to the surrender of Nagapatnam in the year 1781, the First Sworn Clerk of Policy and Secretary of Justice, Johannes Abraham Bronsveld; the undersigned former Authority of this Coast has the honor, as well for himself as for his predecessor, the late Right Honorable Willem Blaaukamer, and the former members of that time, the Gentlemen Martinus Stoffenberg and Pieter
Dutch transcription
meede d oende ae een e el en Den 31 Januarij 1791. „ per don wead Consfiaere sihbaar Zulks er „ restant niet meer zoude te be„ taelen vallen dan de evengem: fr„ 7082:23: 69. zoo is, het een en ander met alle genoegen aengehoort in deeze schikking ten utter„ sten plausibel voorgekomen zijnde, na overweeging, goed gevonden en verstaen zich daer meede alzints te conformeeren en de voldoening van het evengem: res„ tant in de aenstaende maent meede te laeten gevolg neemen. Vervolgens gaf de E E Achtbaere Heer Gezachthebber de vergadering te kennen, het retardement en de ongelegenheit die zich op doet in het ten gelde maek maaken van de sub 21. deezer met Hom Comps 2225. Waar voor gen hoogen bris als de vor„ tige te besfngen open Den 31. Januarij 1791 sComp:s Tolk Mandalam wendadas„ salam Naiker ter verkoop na Ma„ dras gezondene vijf staeven goud, ten dien opzichte vertoonende hoe gem Tolk, bij zijn aenweezen al daer had„ de vertoont niet all een de onmogelijk„ heijt om eenige meerder prijs voor het goud als te vooren te bedingen maer dat de sarafs om dat zij het gout niet direct konden lae„ ten essaijeeren aen zijn keuse had„ den gelaeten om het weder meede teneemen of onder haer telaeten tot dat de Muntmeestendie zich met niets des s Comp:s zacken mocht bemoeijen tijd zou hebben het Goud te examineeren wanneer zij indien het goed was, den oorigepijs wilde geven, en meer mest; dat gem: Folk vorgeeg Den 31 Januarij 1791: Tolk bij voors: zijn berigt voegende zijne openie dat om de hierigheid der troubelen en onveiligheit der wegen, en wijld' sarags te vertrouwen waren, het best zoude zijn omd'gemelde 5. staeven gout onder hen te laeten en waer in hij Heere Gezach¬ hebber, hier van overlingt, hadde gecon„ ongelign hijs dan erongele senteert, dan daer de maent weder ten eijnde was geloopen zonder dat men de op den . 15. = hujas uit noodzaekelijkheit en om reeden als bij aparte Resolutie van 14 deeszer genegotieerde 1500 pagoode in staet is af te leggen, en dus ter goed maeking van de ongelden onder heellen er de afbetaeling van noch onvoldoene ordonnancien, op nieuw eenig gelt in voorraed 2227. deignoverseragde Den 31 Januarij 1791. voorraed werd vereischt ten minsten tot na de ontvangst van het provenu van het gout dat ook niet kan geschie„ den dan met korting van 25. dagen En„ te voor prompte betaeling, hij Heere oe ee Gezackhebber, door behulp van den Tolk tot er tijd dat men dit gelt beko„ me gisteren in de groote gelt kamer hadde bezorgt twee duizent twee hondert Pagooden, opgenomen van den Inlandsch koopman Rama Chittij tegen de Rente van ¾. pr C:to 's maends, welke vervolgens dat de onglden inde lan kas tot supplement van het nodige na de kleene kas waren overgebracht, en 7 - Onditaele omple al rorenen van tegoud vn donk ale don de ot de eij se e Den 31 Januarij 1791: zo dra het provenu van het gout word afgeleverd met de te verloopene interest aen hem weder uitgekeert, en de intres sen als ongelden op den verkoop van het gout vallende ten laste van het gout gebracht te worden, om dus op reekening van Goud bij gewigt verevent en bij het Rendement verantwoord te worden; den ee positaenge sik metet zoo is, hoe zeer ook deeze verdrietige inconvenienten anders waren te wensch¬ echter uit overtuiging van de wezenlijk„ heijt derzelve en dus zonder deeze reme„ „dien de noodzaekelijkste betaelingen zelfs gelijk die der Dienaeren zauden moeten 2229. heer Sadamna Den 31. Januarij 1791. moeten stilstaen wijl het restant der cas„ „sa voor de ontvangst van de opgenomen Som, niet meer bedroeg dan. 365: 2: –. po„ gooden, daet 'er wel -6600- rm te betaelen valt verstaen zich met deeze verrichtin„ „gen alzints te conformeeren. Hier na wierd lectuura genomen binnen donenderoodingen vande van twee addressen van den Heer Ge„ weezen Gezachhebber Nicolaas Pada„ ma over diverse zijn E: meede op ge„ ligde vergoedinge zen, onder anderen de vegens hpenstmnten Janmingen d te kort komende Siquestratie pennin„ gen bij den geweezen Secretaris van Ius„ ƒ titie Iohannes Abraham Bronsvell, item Den 31: Januarij 1791. En prijs Verhooging In seertie bij de item de geordonneerde cautie stelling voor de in 178 7/8 geaccordeerde prijs verhoogingen luidende gemelde schriftuur en woordelijk alsus Aan Den Wel Edele Agtbaare Heer Jacob Eilbracht. Gezaghebber van de Cust Cormandel met den Resorte van dien Etc: Elc: Neevens Den Ragd Wel Edele Agtbaare Heer en Heeren. Door uwel Edele Agtbare en Edelens bij besluit van den 18. November J„o leeden behaagd hebbende de Gezaghebbers en leeden, welke de vergaderingen van den 15: en 26 September 1786 item 28 aug:s 1788. hebben uitgemaakt, aangespreekelijk te houden voor de agterstallige sequestratie Penningen onder verantwoording van den voor het overgaan van Nagapatnam in Ao 1781. Geweesene sequester van Insolvente boedels, den Eerste Gezwoore Clerk van Politie en Secretaris van Iustitie, Iohan„ nes Abraham Bronsveld; heeft den onder„ geteekende Geweezen Gezaghebber deezer Custe de eere, zoo wel voor hem, als zijn antesesseur wijle den wel Edelen agtb: Heer Willem Blaau„ kamer, en de toenmaalige geweezene leeden, de Heeren Martinus Stoffenberg, en Pieter 43
English
2231. The 31st of January 1791. Pieter Willem Peeke, to bring in their objections against it. That the sequestration funds of the previous Government is a matter which, subject to correction I believe, directly depends on the department of the Council of Justice, whose duty it was then also to keep a watchful eye upon it, and to ensure that the same would not be squandered or dissipated through bad practices and unheard-of treatments, the more so as it is known to everyone that Bronsveld, long before the surrender of Nagapatnam to the English, was already insolvent and unable to account to Their Honors for the proceeds of the estate of the late junior merchant and former chief of Bimilipatnam, the Honorable Jasper Theodorus Pfeiffer, who had been indebted to the Orphan Chamber to a sum of Three Thousand Pagodas, and which amount was placed under him, Bronsveld, in sequestration out of the Company's treasury; as will appear from the Judicial Rolls of that time. What reason now the Honorable Council of Justice had to demand no accounting and rendering of accounts from the more-mentioned Bronsveld The 31st of January 1791. for the sequestration funds that had been under him, is and remains an enigma to the undersigned, the more so as it nowhere appears that the former Government ever meddled with it, and thus that matter must be considered to concern the Justice directly. After the surrender of Nagapatnam, he, along with others, was then transported as a prisoner of war by the conquerors to Madras; and subsequently departed for Batavia, where he was directly urged by the gentlemen orphan masters there to pay out the aforementioned 3, pagodas 3000: —, belonging to the aforementioned estate of the Honorable Pfeiffer. He professed his inability to do so, and deposited as a security with their Reverences various proofs which he said he claimed to have from one and another here on the coast. Said proofs were then accepted for that purpose and referred to the orphan masters at Colombo, whither the aforementioned Bronsvelt mostly departed, so those two Colleges corresponded about the matter in question. After the restoration of this place, Bransveld subsequently came here. No one troubled the Government here or made an application to the same to compel Bronsveld 2233. The 31st of January 1791. to compel him to render an account of the sequestration monies that had been under him, only the then former First Sworn Clerk and Secretary of Justice, the present Secretary of Police, Johan Joachim Hasz, believed that the former First Sworn Clerk Bronsveld was bound to make a transfer to him, as his successor, of the administration he had held; this having then also been put into effect by the said Hasz by making his representations in this regard to the then former Governor, the Honorable and Respected Mister Blaaukamer, which was then also followed by a commission of the junior merchant and current chief at Bimilipatnam, the Honorable Philippus Henricus Heshusius, and the present Secretary of the Orphan Chamber, Simon Duijnevelt, to conduct an inquiry into the condition of the aforementioned sequestration funds; these commissioners, being through the lack of the necessary documents unable to do what was demanded of them as required and in question, made a report thereof to the aforementioned late Honorable Governor Blaaukamer; subsequently this affair seems to have been taken over by the orphan masters, The 31st of January 1791. perhaps on account of that chamber's claim upon the sequestration monies; at least by that College the papers relative to this claim on Bronsveld were requisitioned from Colombo. Said proofs having since been sent hither and addressed to that College, Bronsveld cared little or nothing about pursuing his debtors, or collecting his stated outstanding funds, and no one challenged Bronsveld. This affair then being in such a situation, the more-mentioned Bronsveld pretended that he had letters from one of his blood-relatives from Ceylon, who said he wished to help him out of the labyrinth if he proceeded thither in person, wherefore by petition dated the last of August 1788 he requested, to salvage his affairs, to be allowed to make a short trip to Colombo; and since in granting that permission one rather foresaw the prospect that the said Bronsveld would be enabled to salvage himself than by remaining here longer he would be able to do, as his impoverished condition was too well known to everyone and none of his creditors 2235. The 31st of January 1791. opposed it, this was accordingly granted to him by resolution of the 29th of August 1788. And since from then until the end of the month of October, when he departed with the Company's sloop De Herstelling for Jaffanapatnam, no one came forward to oppose this granted permission, the subscriber believes he has no responsibility in this regard, The more so as the Ceylon Ministers have been repeatedly requested in emphatic terms to send him, Bronsveld, hither. And since it has pleased your Honorable and Respected Honors recently to write again with urgency to the respected Ceylon Government regarding him, Bronsvelt, the undersigned does not doubt that the said Ministry will indeed please to put into effect the necessary measures to send Brensveld directly hither and to constrain him to account for what he owes. Finally, the subscriber requests leave to remark that he, his predecessor, and those who composed the Council at the time
Dutch transcription
2231. Den 31 Januarij 1791. Pieter Willem Peeke, hunne beswaaren daer tegen in te brengen. — Dat de sequestratie gelden van het voorig Gouvernement een zaak is, welke /:onder Cor„ rectie vermeene:/ direct aftehangen van het de partement van de Raed van Iustitie, wiens plicht het dan ook geweest is, daar op een waa„ kend oog te houden, en te zorgen dat dezelve niet door kwaede practijcquen en ongehoorde be„ handelingen, verkwist of doorgebracht worden te meer, het een iegelijk bekent is, dat Brons„ „veld, lange voor het overgaan van Nagapatnam aan de Engelschen, reeds Insolvent en niet vermogens was, om het provenne der nalaa„ tenschap van wijlen den onder koopmane gewee„ zen opperhoofd van Bimilipatnam de E: Ias„ per Theodorus Pfeiffer, wien tot een somma van Drie Duijsent Pagooden aan de Weeska¬ mer schuldig geweest zijnde, en welk mon„ tant onder hem Bronsveld uijtsComp:s Cassa Sequistratie gesteld is aan hun Eern:s te verantwoorden; het geen bij de Iustitieele Rol„ len van die teijd blijken sal Wat reeden nu den Agtb: Raad van Pas 687 de gen der van titie gehad heeft, om van meer gem: Bronsveld geen Reekoning en verantwoording te vorderen ter van Den 31 Januarij 1791. van de onderhem geweest zijnde Sequestratie gelden, is, en blijft voor den ondergeteekende een raadsel, te meer, het nergens blijkt, dat de voormaalige Regeering zig ooit daar mee„ de bemoeit heeft, en dus moet werden Geconsi„ dereert die zaak de Iustitie direct aan te gaan Na het overgaan van Nagapatnam wierd dan hij neevens andere als krijgs gevangene door de veroveraars na Madras vervoerd; en vertrok vervolgens na Batavia, alwaar hij direcht door heeren weesmeesteren aldaar aan„ gemaand wierd, ter uijtkeering van voors 3 pag: 3000: —. , de voorsz Boedel van d' E: Pfeiffer toe„ behoorende, hij betuigde daartoe zijn onvermo„ gen, en stelde als Een waar borg onder haar Eerwaardens, verscheijdene bewijsen, die hij zeij„ de van den een en ander hier te kuste, te pretendeeren te hebben, gemelde bewijsen wierden dan ten dien fine overgenoomen, en gerenvoijeerd aan weesmees teren te Colombo, werwaards Brensvelt voor meld, meeste vertrok, dus Correspondeerden die beijde Collegien over de Zaak in questi„ Na de herstelling deeser plaatse kwam vervolgens Bransveld hier niemand heeft de Regeering alhier lastig bij deselve aanzoek gedaen om Bronsveld te noodzaeken gevallen afte 2233. Den 31. Januarij 1791. noodzaaken tot het doen van Reekenschap van de onderhem geweest zijnde Sequestratie penningen, eenelijk vermeende den toen ge„ weest zijnde Eerste Gezwoore Clerk en secretaris d Iustatie, den present en secretaris van politie van Politie, Iohan Joachim Masz:, dat den voormaaligen E: G: Clerk Bronsveld, gehou„ den was, aan hem als zijn vervanger trans„ port te doen van zijne gehad hebbende ad„ ministratie; zulks door gem: Hasz: dan ook in het werk gesteld zijnde door dier wegens Sijne representatien te doen aan den toenmaali„ gen geweesen Gezaghebber, den wel Edelen agtb: Heer Blaaukamer, waar op dan ook gevolge is, een Commissie Van den onderkoopman en thans opperhoofd te Bimilipatnam d:o E: Phi„ lippus Henricus Heshusius, en den presen„ ten Secretaris van de Weeskamer Simon Duij„ nevelt tot het doen van onderzoek na de gesteld heijd der voorm: Tequestratie gelden; deeze Commissianten door het gemis der noodige do„ reest zijnde min cumenten, niet instaat het haar gedemandeerde naar vereischt en queste te kunnen doen, hebben daar van Aap„ dor port gedaan aan voorm: overleedene Agtbaa re Heer Gezaghebber Blaau kamer; vervolgens scheijnt deeze affaire door weesmeesteren te zijn Den 31 Januarij 1791. zijn overgenomen, misschien uijthoofde der pro„ tentie dier kamer op de Sequestratie penningen, ten minsten door dat Collegie zijn de papie„ ven, betrekkelijke deeze pretensie op Brons„ veld, van Colombo opgeeijscht — Gemelde bewijsen zedert dit heen Gezonden en geaddresseerd zijnde aan dat Collegie, kreunde zig Bronsveld weijnig ofte niet, om zijne Debiteuren te vervolgen, ofte zijne opgegeevene uijtstaande gelden, te incasseeren, en niemant sprak Bronsveld aan. Deeze affaire dan in eene dusdanige situatie zijnde, gaf meerm Bronsveld voor dat hij aanschrijvens van een zijnen bloed„ vrienden van Ceijlon had, welke hem uijt het laborint zeijde te willen helpen, indien hij zig perzoonlijk derwaards begaf, waar om hij per request, gedateerd ult:o aug:s 1788: versogt, ter reddinge zijner zaaken een sprin„ tyl na Colombo te mogen doen; en dewijl men tot het verleenen van die permissie eerder asparantie voorzag dat gem Bronsveld in staat zoude gevaeken zig te redden, dan langer hier verloevende, te zullen kunnen doen, als zijn de sijn armoedige toestand een ieder te wel bekend en erniemant zijner Crediteuren Sig 2235. Den 31. Januarij 1791. zig daer tegen opponeerde, zoo wierd hem zulks bij resolutie van 29 aug:s 1788: geaccordeerd En nadien er zedert tot het laest van d' maend van october, dat hij met sComp:s Chie„ loup De Herstelling na Iaffanapatnam vertrocken is zig niemand heeft op gedaan an om zig te verzetten teegen deeze verleende permissie, vermeend den teekenaer, hier omtrend geene verantwoording te hebben, Te meer men met nadrukke termen de Ceijlonse Ministers ieteratieve heeft ver„ sogt hem Bronsveld dit heen tezenden En vermits het uwelEdele Agtb: en Edelens behaagd hebben, onlangs weeder met empressie aand' geeerde Ceijlonsche Regee„ ring ten aanzien van hem Bronsvelt te schrij„ ven, zoo twijffeld den ondergeteekende niet, of welm: Ministerie zal wel het nodige Gelieven in het werk te stellen om Brens„ veld direct herwaards op te zenden, en hem te Constrageren ter verantwoordinge van het geen hij verschuldigd is Endelijk verzoeht den tee lof te mogen remarqueer hem, zijn anteccesseur, en die geene, welke den Raed des tijds hebben uijt ge„ maakt
English
The 31 January 1791. made, it would be a very hard matter if they were to be declared liable for a bad administration in the previous or Nagapatnam Government, kept of monies that one must consider purely private, therefore he insists that it may please Your Right Honorable and Worships to present this affair in the most favorable manner to Their High Mightinesses, to the end that the signatory C. S. may be released from this accountability. Meanwhile the signatory has the honor to call himself with all respect underneath was written: Right Honorable Lord and Sirs: Your Right Honorable and Worships humble and obedient servant: was signed: N. Sudama In the margin Palliacatta The 22 January 1791. To The Right Honorable Lord Jacob Eilbragt, Commander of the Coast of Coromandel and its dependencies with the Council. Right Honorable Lord and Sirs, In order to comply with Your Right Honorable and Worships resolution, contained in the Extract Resolution of 22 November of this year on the foundation of the orders of the Honorable High Indies Government, both by paragraph 28 of the formal rescript dated 27 April as well as the recommendations in paragraphs 20 and 23 of the further letter from their said High Mightinesses, under date of 17 August of the past year, with regard to the ordered provisional deposit of security for the price increases granted in 1787 at these places and on the returns, the undersigned has the honor herewith to demonstrate as concisely as possible the true reasons and causes that gave rise to the origin thereof, as also appears more circumstantially from the Extract attached hereto, from the Resolution taken in the Council of Coromandel at Palliacatta under date of 10 March 1787, whereby it appears that a certain private merchant here by the name of Annam Boddelij Chittij had then shown himself willing to take over all the camphor, pepper, and powdered sugar of the Company that were on hand here The 31 January 1791. against the delivery of linens and that for an advance very advantageous to the Honorable Company, provided that in addition there was paid to him in cash a sum of 5000 Pagodas, in order for him to deliver against the end of the month of September, on the demand allocated to this head office for that year, thirty packages of Palliacatta linens, and that above the most recent prices paid here before the war, with an increase of 3 percent. And since all the effort made by the administration of that time was in vain to contract for the said linens at the old prices, indeed even the old Palliacatta Company merchants could not be moved to accept the delivery, even with an increase of three percent, and since one was therefore in the absolute necessity, if one wanted to secure linens for the Honorable Company, to grant the aforementioned increase of three percent to the private supplier, it was also the consequence thereof that when entering into the contracts for the following years one had to conclude on that footing, without being able to move the merchants to make the collection for the old unincreased prices; which reasons also gave rise to the price increases at the respective subordinate offices not counting the large purchases by strangers who came to market with ready cash, as shown by the letters of the chiefs of the outer offices, without which the merchants could not be moved to accept the demands, the more so because one was always very poorly provided with ready money, and thus on account of the lack of cash the payment had to be made in unwanted merchandise, such as the cloves and the Japanese bar copper, on which they, the merchants, continually suffered very great losses, which is sufficiently and abundantly known to everyone in general and to Your Right Honorable and Worships in particular. That regarding the aforementioned increases granted here to the merchants, not only can the undersigned, but also the recipients thereof declare in good conscience, and if necessary affirm under oath, to have received the same. However, since the undersigned has already, by a solemn obligation, had to place all his means at the disposal of the Honorable Company, upon the accusations brought against him by the merchant Willem Hendrik van Bijland, although he has as yet been unable to prove anything, just as the undersigned trusts can never be done by him with any ground or convincing proof, he finds himself, to his utmost regret, unable to comply with the ordered posting of security, since no one would be willing to stand surety for him, inasmuch as he has already conscientiously surrendered and pledged all his possessions. All the aforementioned being set down, the petitioner humbly requests Your Right Honorable and Worships to bring it with all emphasis under the discerning eye of the High Indies Government, living in the confidence that they will see the necessity wherein
Dutch transcription
Den 31 Januarij 1791. gemaakt, een zeer harde zaak zoude wee„ Ten, indien zij aanspreekelijk zouden wer„ den verklaard voor een kwaede adminis„ traatie in het voorig of Nagapatnams: Gouvernement, gehouden van penningen die men zuijver particulier moet Conside„ reeren, dus hij insteerd dat het uwel Ed: agtb: en Edelens mag behagen deeze affaire op het favorabelste Hun Hoog Edelens voor„ te dragen, ten eijnde den teekenaar C: S: van deeze verantwoording mag werden gelibe„ reerd. — Onderwijlen heeft den teekenaar de eere van zig met alle agting te noemen /onder„ stond:/ Wel Edele agtbare Heer en Heeren:/ :uwel Edele agtbare en Edelens onder die„ „nig en Gehoorsaeme Dienaar : / was Geteekend:/ N: Sudama Inmargine Palliacatta Den 22. Januarij 1791. Aan Den Wel Edele Agtbare Heer Jacob Eilbragt, Ge zaghebber van de Cust Cormandel Resorte van dien le: Ell tegens den Raed Wel Edele Agtbare Heer en Heeren met den Om te voldoen aan uwel Edele agtb: en 6 Edelens 2237. Edelens besluijt, vervat bij Extract Resolutie van den 22 November Heeden op fundament van de door de Edele Hooge Indische Re„ geering, zoo bij de 28. Jar: der formeele res„ criptie de dato 27. April als het aanbevoo„ lene bij den 20. en 23 par: van de nadere mis„ sive van gemelde Hun Hoog Edelheeden, sub 17. augustus des Gepasseerde Iaars, ten aan„ zien van de geordonneerde Provisioneele Cau„ tie stelling, voorde in lo 1781 7/87. te deezer plaatsen toegestaane prijs verhooging en op de Rethoer„ ren, heeft den ondergeteekende de eere hier bij zoo beknopt moogelijk, te demonstreeren de waare reedenen oorzaaken, die aanleijding tot den oorspronk daar van hebben gegeeven, gelijk zulks ook omstandiger blijkt, uijt het deezen bij gevoegd Extract, uijt de Resolutie genomen in Raade van Cormandel te Pallia„ 1787. catta sub 10: maart ^ waar bij blijks dat zee„ ker particulier koopman alhier in naeme Annam Boddelij Chittij zig toen genoe gen hadde getoond, om alle de hier aanhan den geweest zijnde Campher Peeper en Poederzuiker van de Compagnie over te nee„ Den 31 Januarij 1791. men Den 31 Januarij 1791. men op leverantie van Lijwaaten en zulks voor Eene voor haar Ed: zeer voordeelige ad„ vans, mits daar en boven aan hem nog in contant wierde verstrekt, eene Somma van 5000 Pagooden, om door hem op den Eijsch voor dat Iaar dit Hoofd comptoir toegedeelt, teegen het uijt eijnde van de maand September te werden geleevert, Dertig Pakken Pallia„ catse Lijwaaten, en zulks boven de Iongst, of voor den oorlog alhier betaalde prij„ zen, met Een augmentatie van 3. percento En vermits alle aangewende moeite door het toenmaaligen Ministerie vrugte„ „loos is geweest om gedagte Lijwaaten tegens de oude Prijzen te bedingen, Iazelfs wae„ ren de oude Palliacatsche Comp:s pooplie„ den niet te beweegen, om schoon met Een verhooging van Drie perCento, de Livera tie te accepteeren, en mits dien men dus we in de absolute noodzaakelijkheijd geweest is, wilde men Lijwaeten voor de E: Comp:e bezor voorm: verhooging van drie perCents naem den prliculieren Leverancier en de deeren het geet dan ook is Geweest, dat men bij het aangaan volg der Contracten voor de volgende Iaaren op dien voet heeft moeten sluijten zonder dat G. en dat ge„ 2239. Den 31 Januarij 1791. dat de kooplieden te beweegen zijn geweest, de Inzaem te doen voor de oude onverhoogde prijzen; welke reedenen almeede aanleijding gegeeven hebben tot de prijs verhoogingen op de respective subalterne Comptoiren /:ongereekent den grooten Insaam door vreemden, die met ge„ reede Contanten ter mark kwaamen, uijtwij„ sens de brieven der opperhoofden van de buij„ ten Comptoiren:/. zonder dewelke de marchian„ deurs niet te beweegen zijn geweest tot het ac„ cepteeren der Eijsschen, te meer, men steeds zeer gebrekkig voorzien was van gereedgeld, en dus uijthoofde van gebrek aan kontanten de verstrekking heeft moeten geschieden in on„ gewilde koopmanschappen, gelijk de Nagu„ len en het Iapans staafkoper, waarop Sij marchiandeurs Continueelijk zeer veel schaade Leeden welke genoegzaem een ieder in het algemeen, en uwel Edele agtb: en Ede„ lens in het bijzonder ten overvloede bekend Dat belangende de voorm: hier te plaatse toegelegde verhoogingen is aan de kooplieden zijn kan den ondergeteekende niet alleen, maar Strekt werken Den 31 Ianuarij 1791. de genieters der zelve ook nagemoede verklaaren en des noods met eede betuigen, dezelve genooten te hebben-. Dan, daar den ondergeteekende bereeds bij eene plechtige verbintenisse alle zijne middelen ter dispositie van d' E: Comp:e heeft moeten ver„ binden, op de beschuldigingen door den koopman Willem Hendrik van Bijland ten zijnen Las„ te ingebragt, schoon hij als mog niets heeft kunnen bewijsen, gelijk den ondergeteekende vertrouwd nimmer door hem met Eenig Grond of overtuijgende preuves te zullen kunnen worden gedaan, zoo vind hij zig tot zijn uit„ terste leedwoezen niet in staat om aan de ge ordonneerde Cautie stelling te voldoen, na„ demaal zich niemant voor hem zoude wil„ len verbinden, vermits hij bereeds alle zijne bezettingen nagemoede opgegeeven en verbon den heeft e Alle het voormelde ter needer gestelde, ver„ soekt den toekinder uwel Edele Agtb: en Edelens tmoedig onder het doorzichtig oog van de Hooge Indische Regeering met alle P nadruk te bre„ t Hoog t dezelve de noodzaake likheijd in vertrawen leevende, aarinne
English
2241. 31 January 1791. in which the previous Ministry had been, will be pleased to take into favorable consideration. The undersigned also trusts that all his possessions, secured by a solemn promise to the Honorable Company, will be considered sufficient by your Honors for all the sureties to be provided, as besides these, nothing remains to him. In which expectation he has the honor to sign this with all high esteem, /below stood:/ Right Honorable Sir and Sirs, /your Honors' humble and obedient servant, /was signed:/ N: Tadama. /In the margin:/ Palliacatta, 22 January a:o 1791. Extract Resolution taken in the Council of Coromandel at Palliacatta by the Lord Commander, 10 March 1787. 31 January 1791. made known that a certain private merchant here, named Annam Boddelij Chittij, was inclined to take over from the Company all the camphor, pepper, and powdered sugar on hand here, against the delivery of textiles, for the following prices, namely: The bahar of camphor, or 480 lb, for 65 pagodas, yielding a profit of 74 5/6 percent; The bahar of pepper for 42 pagodas, or with an advance of 202 1/16 percent; and The bahar of powdered sugar for 14 1/2 pagodas, or with a profit of 86 percent, provided that, in addition, on the delivery of textiles, he would be furnished with a sum of 5000 pagodas in cash. For all of which the said supplier had agreed to deliver, against the requisition of the Company for this year allocated to this Head Office, toward the end of the coming month of September, the following 30 packs of Palliacatta textiles, namely: 10 packs of Cambays of 8 cobidos, 10 packs of Salempores, 10 packs of Chellas of 16 to 17 cobidos, provided that, above the latest prices paid here before the war, an increase was granted to him of three percent. The Lord Commander furthermore declared 2243. 31 January 1791. that, as far as his extreme weakness had permitted, and alongside him the Honorable Chief Administrator Tadama, he had made every possible effort to negotiate the said textiles at the old prices, but that all their attempts had been in vain. Whereupon, after deliberation, both on account of the assurance given therein by the Lord Commander and the Chief Administrator that they could not have concluded on any better or other footing with the aforesaid private supplier, and that even the old Palliacatta Company merchants could not be induced thereto, as well as out of the conviction that an increase of three percent under the present circumstances of the times is very moderate, it was approved and agreed to furnish to the aforesaid private supplier, Annam Boddelij Chittij, on the delivery of textiles: From the Company's main cash vault: 5000 pagodas, and From the warehouses: 12838 pounds of camphor, 1560 pounds of black pepper, and 94886 pounds of powdered sugar, for the prices cited above, provided that for this, by 31 January 1791. the end of September next, such sound textiles shall be delivered by him to the Company as are described in further detail in the contract prepared for that purpose by the Honorable Chief Administrator. /below stood:/ Agrees. /was signed:/ I: I: Hasz, Secretary. Thus, after consideration of both matters, and especially the inadmissible reason of inability to provide sureties while the Company already holds a legal lien on all the petitioner's possessions, and in view of this and the uncertainty as to how the defective administration of the said Bronsvelt will turn out, regarding which the necessary request was already made on 18 November of the past year to the Ceylon 2245. 31 January 1791. Ministry, it was approved and agreed to present all this in the near future to the Honorable High Indian Government, and for all that Mr. Tadama has been ordered either to compensate or to provide provisional sureties for, to have his Honor's account debited in the trade books until the receipt of a reply from the said High Excellencies; and in the meantime to declare all his effects, monthly salary, and whatever else might accrue to him from the Honorable Company, 31 January 1791. to be bound and executable for the one and the other, in case no decision to the contrary should happen to be made by their High Excellencies upon the aforementioned representation; with the notation of the Lord Commander's opinion that the notion of the said Mr. Tadama, as if the accountability for the sequestration moneys should actually incumbent upon the Council of Justice and with it also the Orphan Chamber, is very mistaken for their Right Worships. For the Court of Justice is indeed a watchful eye 2247. 31 January 1791. to keep watch over the execution of matters demanded or ordered of the Secretary as sequestrator, and that if anything were to be lacking therein and the interested parties complaining thereof were not upheld and provided with justice, the Council in such case would consequently have to answer for its said subordinate or Secretary; but that, as far as the administration of sequestrations in general is concerned, and the Governor or Commander, since the government and supervision over everything has been entrusted to him, has over it, just as over other administrations, an
Dutch transcription
2241. Den 31 Ianuarij 1791. waarinne het voorig Ministerie Geweest is, wel zullen Gelieven in gunstige aanmerking te neemen. —. Ook vertrouwd den teekenaar dat alle zijne door een plegtige belofte aan d' E Comp:e gesecureerde bezittingen bij uwel Edele agtb: en Edelens voor alle de te stellene cautien voldoende zullen werden geconsidereerd alsoo behalven dezelve hem niets overig is — In welke verwagting hij de eere heeft, deezen met alle hoog agting te onderteeke„ nen, :/onderstond:/ Wel Edele Agtbare Heer en Heeren:/ uwel Edele Agtb: en Edelens onderdanig en Gehoorsamen dienaar:/ /:was geteekend:/ N: Tadama :/ Inmar„ geene Pabliacatta Den 22. ' Ianuarij a:o 1791:— noomen in Raade van Cor Extract Rezolutie ge n ver elvinck 20 swie Den 110e. Maartos 1787 andel te Palliacatte op„ den Heer Tezaghebler le Den 31 Januarij 1791. te kennen gegeeven, dat zeeker particulier koopman alhier, in naam Annam Boddelij Chittij, geneegen was, alle de hier aan hande zijn de Camphur, peeper in poedersuijker van de Compagnie overteneemen, op leverantie van lij„ waaten, voor de volgende, prijsen, namentlijk De bhaaren Campher of 186. —. lb: voor 65: pag: geevende een winst van 74. 5/6. percent„ De bhaar peeper voor 42. pag: of met een ad„ vans van 202. 1/16. percent. en De Bhaar Poeder zuijker voor k. ½. pag: of met een winst van 86: percent, mits daar en booven aan hem, op Leverancie van Lijwaa„ ten, nog in Contant wierd verstrekt, eene som„ ma van 5000 pag: Voor welk een en ander, gemelden leveran cier aangenoomen had, op den Eisch van de Compagnie voor dit Jaar, dit Hoofd Comp„ toir toegedeeld, teegen het uijt eijnde van de maand september aanstaande te zullen leeveren de volgende 30. pakken Palliacat„ sche Lijwaaten, als„ 10 –. pakkken Cambaaijen de 8. Cobidos, Chelassen de 16 â: 17. mits aan hem booven de Jongst, & voor den 10 —. 10 .__o rloo tatie wierd toegestaan van drie percent„ Betuijgende den Heer Gezaghebber wijders alhier betaalde prijsen, een augmen„ _o 6. „ _„o al 2243. Den 31. Januarij 1791. dat hij, voor zoo veel zijne extgreme zwak„ heijd had toegelaaten, en neevens hem de E. Hoof administrateur Tadama, alles had„ de aangewend wat hun moogelijk geweest is om gedagte Lijwaaten teegens de oude prijsen te bedingen, dog dat alle hunne pogingen vrugteloos geweest waaren. Waar op na deliberatie zo wel uijt hoofde van de daar bij gedaane verzeekering door den Heer Gezaghebber en Hoofdadminis„ strateur, dat op geen beteren of anderen voet met den voormilden particulieren beve„ rancier, hadden kunnen sluijten, en dat daar toe zelfs de oude Palliacattasche Compagnies Coplieden niet te beweegen geweest waaren, als 6„ uijt overtuijging dat een verhooging van drie per centos in deeze tijds omstandigheeden zeer maatig is goedgevonden en verstaan is, aan den voormelden particulieren Liverancier An„ nam Boddelij Chittij op Leverantie van Lij waaten te laaten verstrekken, als: Ui sComp:s groote geld Cassa uijt de Pakhuijsen, 5000 -. hagooden en 128:38. —. Ponden Camfer 1560 94886 —. _„o Poederzuijker voor de prijzen hier booven geciteerd, mits daar voor door hem Peeper Swarte en pans teegen vorte deragen Den 31. Januarij 1891. teegen ultimo September aanstaande aan de Com„ pagnie geleeverd worden, zoodanige deugdzaame lijwaaten als bij het ten dien einde door den E: Hoofd Administrateur, ingereedheijd gebragt Contract, nader beschreeven staan.:/ onderstond:/ /Accordeert:/ was geteekend:/ I: I: Hasz, secr denslist stenen enden te n Zoo is na overweeging van beide, en in zen„ derheijt de niet aenneemelijke reeden van onvermogen tot het stellen van borgen, terwijl de Comp:e reets legael verband heeft, op alle des vertooners bezittingen, uit hoofde van dien en de onzeekerheijt hoe„ danig het zich met de marcqueeren„ de administratie van gemelde Brons velt zal komen te schikken waer over den 18. November Anno pass:o bereets het nodige verzoek aen het Cet„ lonsch 2245. de heer sadama voor de ofgelegde vergoedingen te del de en Den 31 Ianuarij 1791. 3 lansch: Ministeruim is gedaan, goed gevonden en verstaen om het een en ander ten naesten de Edele Hooge In„ dische Regeering voor te dragen, en ƒ voor al het geen den Heer Tadama is opgelegt, of te vergoeden of bij provi„ sie borgen daer voor te stellen, zijn Ed: reekening bij de Negocie boeken te laeten debiteeren, tot na ontvangst van antwoord van welmelde Hun Hoog Edelheeden, en inmiddels alle zijn ego eten voralel en hebbende maend zijne effecten goed gelden en het geen verder bij DE Comp:e mocht te vooren slaen voor het een en sijnag =e e Den 31 Ianuarij 1791. en ander te verklaeren verbonden en dxe„ cutabel te zijn, ingevalle op de voorsz representatie bij Hun Hoog Edelhee„ den geen dispositie ter contrarie mocht e eeemen te vallen; onder annotatie van des Heere Gezachhebbers opinie, dat het be„ grip van gemelde Heer Tadama als of de verantwoording der sequestratie penningen de Raed van Iustitie en met Haer ook de weeskamer eigenlijk incum beeren zoude zijn de Iustitievoo E: E: Achtbaere zeer abusif voor Zoo den is een waekent oog „ 2247. Den 31. Januarij 1791. oog te houden op de uitvoering van zaeken den secretaris als se quester wor„ dende gedemandeert of geordonneert, en dat wanneer daer aen iets quame te ontbreeken en dat de geiteresseer den daer over doleerende niet gemaintineert en Recht bezorgt wierden, de Raed in zoo een geval vervolg zou moeten verantwoorden voor gem: haere suppoost of Secretaris, maer daet, wat de administratie van den sequesten in het algemeen aengaet, en de Gouverneur of Gezachhebber, als het bewind, en tee„ verzicht over alles aenbevolen zijnde, daer over even andere Administratien ors ee„
English
Continuation The 31 January 1791: must keep an eye, and it is necessary to take care that, in case of failure, neglect of duty, or for other reasons of distrust, the community having an interest in the administration of the sequester is not brought into any inconvenience or caused damage by any abuse, neglect, or carelessness in that regard; in a word, that a Chief Commander, without owing anyone any reasons in that regard, can oblige every administrator, thus also the Sequester, to render an account, and needs to trust no one further 2249. The 31 January 1791. than for the amount of his security, because whatever else might be in the hands of the sequester, he can have transferred directly into the Company's Treasury, to be kept there until it has been disposed of, and distribution can be made to those to whom the remainder belongs, without, however, disavowing that the accountability for matters which, out of earlier negligences, have fallen into confusion and disorder, now also falling upon Mr. Tadama, is very hard and onerous, but that His Honour could have protected himself against this by 31 January 1791. not proceeding with the utmost rigor, at least to have that recorded by Resolution which now constitutes his opinion, and not to leave the matter, as if in secret, to mere chance, and concealed from the High Government. After the reading of another address from the Storekeeper Jacob Samuel De Raeff, directed to this Council, wherein he found himself aggrieved to see himself also involved in the provision of security ordered in the session of the 14th of this month for the deficit of Broerius Brouwer at the Orphan Chamber as 2251. The 31 January 1791: its former Secretary and Cashier, amounting for his share, that of De Raeff, to pagodas 518: 11: 38, as further appears in detail from that address itself, reading as follows: To the Right Honorable Jacob Eilbracht Governor of this Coast of Coromandel with its Dependencies Etc: Etc: Together with the Council Right Honorable Sir and Gentlemen The undersigned, having gathered from a certain Extract of Resolutions Taken in the Council of Coromandel of the 5th January 1791, that he, pursuant to the highly honored order The 31. January 1791. order of Their High Mightinesses in their formal Rescript of the date 27 April 1790, was also included in the positively demanded security for the debts of the former Secretary of the Orphan Chamber Broerius Brouwer to the said Chamber, unless he could sufficiently demonstrate having always fulfilled his duty. The signatory takes the liberty of submitting the following for his justification in this matter: 1st. That the affairs of the Orphan Chamber in general, and the debt of Brouwer to the same in particular, were already in the same condition at Negapatnam before the war of 1781 as they were at the restoration and re-possession of our offices after the same in 1785. 2nd. That the Governor of Vlissingen and his Council at that time accepted and passed without objection the successive financial statements submitted by the Orphan Chamber, and therefore they were sent to Batavia as usual. Thirdly, that the then President Mossel and the other Members of the Board of Orphan Masters did not take care of these moneys in the hands of Brouwer. 2253. The 31 January 1791. After the re-possession of Palicol, Brouwer, with promises of payment when he recovered his outstanding private funds, strung the government along until the year 1788, until in the same year Their High Mightinesses insisted so strongly upon that point that no further postponement could take place. At that time, the humble signatory arrived in the month of September 1788 as Secretary and Cashier from Batavia, sick and lame, being a stranger here on the Coast, who knew nothing yet of the condition of the Orphan Chamber in general and of Brouwer's affairs in particular. On 3 March 1789, the then Secretary Duijnevelt submitted a financial statement with a request for transmission, and as this was customary, it was resolved and recorded accordingly. Subsequently, Mr. Brouwer, after his statement made that he could not yet comply with the honored demand of Their High Mightinesses to make a clear transfer of the Orphan Chamber, submitted an inventory of his property and The 31 January 1791. and outstanding moneys to the amount of Pagodas 7407: 1/2, whereby it appeared that he, after collection in a short time, would be able to satisfy it, considering his debt amounted to approximately Pagodas 6000: -: -, at the same time submitting his Petition and request to Their High Mightinesses for an extension of five years, petitioning this Council for a favorable recommendation. It was too late, so it seemed, to obtain the requested consideration of the gentlemen Orphan Masters beforehand, and therefore, as the dispatch of the General Report papers was at hand, it was decided to submit Brouwer's petition, with a statement of his property aforementioned, respectfully to Their High Mightinesses. Taking into consideration, first, that there was nothing to be obtained from him at that time except some jewels and trifles of his wife and furthermore, as also that one could hope at the time that, his outstanding debts being collected, he would be able to satisfy the debt, the more so as it seemed that Their
Dutch transcription
Vervolg Den 31 Januarij 1791: het oog moet laeten gaen, en is het nodig zorge dragen dat bij mancquement van plicht verzuim of om andere reeden van mistrouwen, de gemeente die bij des se„ questers Administracie belang heeft, in gien ongelegenheijt gebracht of schaede„ veroorzaekt worde door het geen of ander misbruik, verwaerloozing of onachtzaem„ heijt derwegen, in een woord dat een Hoofd Gebieder zonder eenige reeden derwegen den iemant verschuldigt te zijn, alle administrateur dus ook den Sequester kan verplichten reekenschap te geeven, en niemand verder behoeft te vertrouwen aan 2249. Den 31 Januarij 1791. dan voor het bedraegen van zijn Borg„ togt, dewijl wat al meerder onder de se„ quester mocht zijn, direct in sComp:s Cassa kan laeten overbrengen, om aldaer bewaert te blijven tot dat daer over ge„ disponeert, en aan den geenen die het vervolg toekomt uitdeeling gedaen kan worden, S zonder nochtans de disavoueeren dat de nu op den Heer Tadama meede komen„ de verantwoording van zaeken, die uijt vroeger slordigheeden, in confusie en buijten haer geheel geraekt zijn, zeer hard en zwaer valt, maer dat zijn E: zoch daer tegen had konnen deseken met zoo linge van niet do ofeneigte de se Januarij 1791. Den 31 niet ten regoureuste te procedeeren, ten minsten dat geen bij Resolutie te laeten - aenteekenen het welk nu zijn gevoelen uijtmaekt en de zaek als in het ver„ borgen; niet aen het enkel geval over en voor de Hooge Regeering verborgen te laeten. deeij e e ie Na Lectuure van een ander advres van den Pakhuismeester Jacob Samuel De Raeff, den deezen Raede gericht, waer bij zich bezwaerd rond van zich meede betrokken te zien in de ter sessie van Den 14 '. deeser geordonneerde Cautie Htel„ ling voor de te kort koming van Broe„ rius Brouwer bij de weeskamer als haer 2251. Den 31 Januarij 1791: haer geweezen Secretaris en kassier bedraegende voor het aendeel van hem De Raeff pr/o 518: 11: 38, gelijk zulks intortie nader blijkt, bij dat adves velve, al„ dus luijdende. Aan Den Wel Edelen Agtbaaren Heer Jacob Eilbracht Gezaghebber deezer Custe Cormandel met den Resorte van dien Elc: Etc: Neevens Den Raed Wel Edele Agtbare Heer en Heeren Den ondergeteekende, uijt seeker Ex„ tract Resolutien Genoomen in Raede van Cormandel van den 5. Januarij 1791. ontwaard hebbende, dat hij ingevolge de zeer geEerde order Den 31. Januarij 1791. order van Haar Hoog Edelheedens bij Hoogst derzelver formeele Rescriptie de dato 27. April 1790. meede betrocken was in de Positief begeerde Cau„ tie voor de schulden van de Geweese Secreta„ ris van de weeskamer Broenius Brouwer aan gemelde kamer ten zij voldoende konde aanthoonen steeds zijn pligt betragt te hebben. Den teekenaer neemt de vrijheijd tor zijner Justificatie in deeze te laaten dienen 1=e Dat de zaak van de weeskamer in het ge„ meen en de schuld van Brouwer aandezelve in het bijzonder reets op Nagapalnam voor den oorlog van 17811. in selve toestant is geweest als bij de Herstelling en weder bezit neeming onzer Comptoiren na den selve in 1785. — 2. Dat den Heer Gouverneur van vlissingen en sijnen Raad te dier tijd, de successive in gediende staat Reekeningen, van de weeskamer sonder beswaar hebben aen en overgenoomen en dus dezelve nagewoonte s zijn verzonden Mossel en de overige Leeden van Collegie van Ten Derde dat den toenmaalige President Batavia waar weesmeesteren voor dedse Penningen in handen van Brouwer, niet Gezorgd hebben Nots. 2253. Den 31 Januarij 1791. Na de weder in bezit neeming van Palle„ acatta, heeft Brouwer met belofte van betaaling, als hij zijne uijtstaende particu„ lieve Gelden in kreeg tot den Iaaren 1788. de regeering geamuseerd, tot dat in selven Iaare door Haar Hoog Edelheedens op dat Poinct soo strek wierd aengedrongen, dat geen uijtstel langer kon plaats hebben= Toen ter tijd kwam den needrigen teekenar in de maand september 1788. als secre„ taris en Cassier van Batavia, siek en lam maen, een vreemdeling hier ter Custe zijnde die nog van weeskamer gesteld„ heijd in 't gemeen en Brouwers zaeke in 't bijzonder niets wist. Den 3 Maart 1789. leverde den toenmalige secretaris Duijnevelt Een staat Reekening en met verzoek ter verzending, 't welk ge„ bruijkelijk zijn de wierd sulks beslooten en genoteerd— t vervolgens gaf den Heer Brouwer na zijne gedaene declaratie dat hij nog niet kon voldoen aen het geEerd re „ quisit van Haar Hoog Edelheedens om Een liquide Transport der weeskamer te t ing doen, Een staet over van zijne bezitting 1 en Den 31 Januarij 1791. en uijtstaende Gelden ten bedraagen van Pag:s 7407:/½. waer bij het toescheen dat densel„ ve, na in casseering in kosten tijd, soude kun nen voldoen ingesien zijn schuld bedroeg Circa Pagooden 6000. –. –. , terzelver tijd in leeverende zijn Request en verzoek aan Haar Hoog Edelheedens om atterminatie voor vijf Iaaren insteerende bij deezen Raad om Een gunstig voorschrikt Het was te laat, soo het scheen om de ge„ vraagde Consideratie van heeren weesmees„ teren alvoorens in te winnen en dus wierdwijl trek het versoek van de Generaal verslaegs papie„ ren na bij was beslooten Brouwers request met Een staet van zijne bezitting voormelde Haar Hoog Edelheedens eerbiedig aente bil den Inconsideratie zijnde genoomen, ten Eersten dat er tog toen ter tijd niets van hem te haalen was, als Eenige Iuweelen en kleijnigheeden van zijn Huijsvrouw en wijters als ook dat men in der tijd hon hoopen dat hij sijn uijtstaende schul den geincasseerd zijnde ende kunnen vol„ doen te meer daar het scheen dat Haar 6
English
2255. The 31st of January 1791. Their High Excellencies had not yet withdrawn their honored sentiments of benevolence toward him, as evidenced by his promotion to titular junior merchant and fiscal of this Coast at that very same time. The humble subscriber also notes in the already mentioned Extract Resolution that the First Merchant van Bijland's note regarding the Orphan Chamber was allegedly not inserted into the Resolutions. This point pertains to him in particular to answer, as the former secretary of the Council at that time. The said van Bijland reserved a note during the meeting of the 21st of August to be submitted at the next one; that never happened, and therefore no insertion took place. Only after all hateful matters had already been brought forward by him through dispute and discord, the said van Bijland, on the 6th of October 1790, the day he departed on commission to Madras, reportedly sent from halfway two notes, among which the one concerning the Orphan Chamber, with a small note The 31st of January 1791. to the Honorable Commander Tadama, which is annexed hereto in original under No. 1, being, not without malice, antedated by one month. Thus, this non-insertion did not occur through negligence, but solely because the same was never produced, neither by His Honor nor by the Honorable Commander; nevertheless, all his notes in a separate bundle have been offered in originals to Their High Excellencies according to his request. This note can also not be regarded as if the said van Bijland had brought forward any objection regarding the matter of Brouwer. No, other reasons were hidden there; he could have submitted his objections earlier. His way of thinking regarding this is also open to Your Right Honorable Honors in the annexed note written in his own hand to the Honorable Commander Tadama at the time when, as President, he had received the Orphan Chamber Extract from Their High Excellencies' dispatch concerning Brouwer dated the 31st of March 1789, and from which it appears that he would also gladly have saved Brouwer at that time. Thus the humble subscriber dares to trust that [illegible] the humble subscriber takes the liberty to remark, 2257. The 31st of January 1791. that he cannot see that any malversation was committed by him in this matter, for which, in his still impoverished circumstances caused by the disasters on Sumatra's West Coast and the consequences thereof, from which he was just beginning to catch his breath, he should anew be brought into an innocent joint reimbursement of a debt contracted by another over many years, under the eyes of his rulers and superiors of the Orphan Chamber, who, as it appears, have unforgivably neglected the collection thereof. And his portion amounts, according to an account drawn up of it, to Pagodas 329: 2: 6: with the interest to an amount of Pagodas 189. 9. 12., making together Pagodas 518. 11. 38:, and then for the remainder having to maneuver in solidum for some insolvent co-participants. The humble subscriber takes the liberty to remark that the source lies at Nagapatnam with the Governor and Council and the Orphan Chamber of that time, subsequently with the President and Members who thus must be held liable in person or in their estates before one can address the Honorable Commanders Blaukamer and Tadama with their Honorable Council Members. I submit myself, however, with all possible respect to the most honored decision of Their High Excellencies, as being in no way willing to anticipate their highly wise resolutions, in the flattering hope that the very same will not be pleased to impose any innocent burdens and reimbursements upon their humble servant, who has now already served the Honorable Company for 22 years with honor without yet having advanced far. The undersigned requests that this paper, serving for his justification, be inserted into Your Right Honorable Honors' Resolution of the first meeting, and subsequently may be offered to Their High Excellencies with an attached Request. Beneath stood: Doing which, was signed: J: S: De Raeff. Right Honorable Stern Sir, Here are two notes which I have drafted, and which must absolutely serve me, one for the repair of my good name and reputation, which people have sought to blacken in this Council as if I could deliver linens without samples. Be that as it may, Your Right Honorable Sternness shall be convinced that I do not engage in backbiting, but go straight from the shoulder as I would wish were done to me, No. 1. 2259. The 31st of January 1791. and that for reasons that I have neither relations nor friends, and have nothing to care for in these Regions except for a good name and reputation, which people thus seek to take from me at every opportunity, whilst people forget that in order to saw another, one must run oneself. I request then to add these writings to the others to be sent to Batavia and Europe, whereby you will highly oblige Your Right Honorable Sternness's servant who has the honor to sign with respect, beneath stood: Your Right Honorable Sternness's Servant, was signed: van Bijland, in the margin: Palliacatta the 7th of December 1790. Lower: Excuse paper, pen and style, I had taken these papers along by mistake and thus while traveling lacked what was necessary to write in that respective manner as was proper, beneath stood: Agrees with the original, was signed: J: I: Hasz. Right Honorable Sir, No. 2. Please examine once this accompanying Extract
Dutch transcription
2255. Den 31 Januarij 1791. Hoog Edelheedens hunne geEerde gevoelens van weldaadigheijd over hem nog niet had„ den ingetrocken, blijkens sijne bevordering tot litietaire onderkoopman en fiscaal die„ zer Custe ter dier selver tijd Ook ziet den needrigen teekenar in reets gemelde Extract Resolutie dat den P: koop„ man van Bijland zijne aenteekening ten regarde des weeskamer, in de Resolie„ tien niet soude sijn geinsereerd Dit poinct raakt hem in het bijzon„ der te beantwoorden als geweezene secre„ taris van den Raad te dier tijd= Gemelde van Bijland heeft den 21. aug:s in vergadering eene aenteekening gereser veerd om bij volgende te werden ingedient, 2 dat is nooijt geschied, en dus heeft ook geene Insertuet plaats gehad, dan na dat door 'twist en twee dragt reets alle haatelijke saaken door hem te voorschijn waeren gebragt, zoud hij van Bijland den 6: 8ber 1790. den dag toen hij in commissie na Madras vertrock van half weegen twee aenteekeningen, waar onder die, aangaende de weeskamer, met Een car„ tabelditje Den 31 Januarij 1791. tabelletje aan den Heer Gezaghebber Tada„ ma dat in origene sub N:o s hier nevens ligt zijnde niet zonder Erg, Een maand geanti„ dateerd. Dus is deeze non insertie niet door versuim geschied, maar Eenlijk om dat dezelve nooijt is geprodieceert nog door zijn E: nog door de Heer Gezaghebber, Egter zijn alle zijne aan„ teekeningen en Eene apparte bondel volgens zijn verzoek in orginalia Haar Hoog Edel„ heedens aangebooden. Deeze aanteekening kan ook niet weerden aangemerkt als of hij van Bijland eenig be„ Zwaar over de zaak van Brouwer ingebragt Neen, daar schulde andere reedenen, hij heeft sijne beswaar en Eerder kunnen in dienen, zijne dankens wijze hier omtrent leg ook oopen voor uwel Ed: Agtb: bij neevens leggende sijn eijgen„ handig briefje aan den Heer Gezaghebber Iadama geschreeven, ten teijde dat het wees„ kamer Extract uijt Hun Hoog Edelens mis„ sive raekende Brauwer de dato 31. Maart 1789. als President had ontfangen, en waar bij blijkt dat hij Brauwer te diertijd ook geerne had willem sauveeren Dus durft den nedrigen teekenaer vertrouwen dat Cant gesprooken worden den neemt de vrijheijd aan te merken in Cas van Cautie meede Den taeken 2257. Den 31 Januarij 1791. merken dat hij niet kan zien, dat er in deeze door hem Eenige malversatie is gepleegd waar over hij in zijne nog armoedige om„ standigheeden veroorzaakt door den desas„ ters op Sumatras, westcust en de gevolgen van dien, waar uit hij pas begonadem te haelen, op nieuw moet worden gebragt in „n onschuldige meede vergoeding van Een debet door een ander over veele Jaaren gecontracteerd, onder het oog sijner gebie ders en superieuren der weeskamer die de invordering daar van onvergeeflijk / na dat het scheint:/ hebben verwaarloost en zijn portie bedraagt na luijd van Een daar van gemaakte Reekening Pagoo den Intrest 329: 2: 6: met den Ieralieft tot Een beloop van Pro 189. 9. 12. dut te saamen Pag: 518. 11. 38:, en dan ten overige te moeten laveeren in solidum voor Eenige insalvente meede Particiepanten — Den nedrige teekenaer neemt de vrijheijl aan te merken, dat de source legt op Naga patnam bij den Gouverneur en Raed en de weeskamer van die tijd „vervolgens bij den President en Leeden van te spraekelijk zijn voor dat men de Heeren perzoon of in hunne boedels Eerst aen„ die dus im„ Gezaghebber Den 31 Januarij 1791. Gezzaghebber Blaukamer en Tadama met hun„ ne Ed: Raedsleeden kan aenspreeken Ik onderwerp mij echter met alle mooge„ gelijke Eerbied aende zeer geëerde decisie van Haar Hoog Edelheeden als willen„ de ingenendeelen Hunne Hoog wijze lee„ sluiten anticipeeren, in deeze plaatenze hoop dat hoogst dezelve hun ootmoedige Dienaar die dE: Comp: nu reets 22. Jaaren in Eere dient zonder nog verre gevordert te zijn geene onschuldige belastingen en vergoedingen sullen gelieven op te leggen. Den ondergeteekende verzoekt dat dit pa„ pier dienende ter zijner Iustificatie in uwel Ed: Agtb: Resolutie van Eerste verga dering geinsereerd, en vervolgens met Een bijgevoegd Request Haar Hoog„ Edelheedens may werden aengebooden /:onderstond T welk doende:/ was geteekend/ I: S: De Raeff. — WelEdele Gestrenge Heer Hier zijn twee aanteekeningen die ik ver„ zigt hebbe, en die mij absoliet dienen moe„ Een tot maratien van mijn Goede naem en Reputatie die men in deese Raedt soo heeft soeke swart te maaken als op ik leijwae„ ten kon leeveren sonder monsters Het zij zoo het zij uwel Ed:e Gest:r sult: overterigt zijn dat ik niet met agterklap ainga, maar recht voor den vuijst zoo als ik winste dat met mij gedaan — wierd No 1. 2259. Januarij 1791. Den 31 wierd, en dat om reedenen dat ik nog rela„ tien nog vrienden heb en niet te sorgen heb in deese Gewesten als voor Een goede naem en Reputatie die men zoo, bij alle Geleegentheidt soekt mij te ontneemen, Terwijl men ver„ geet dat om een ander te Saagen, men zelfs loopen moet verzoeke dan deese schrif„ ten bij de anderen te voegen om naer Bu„ tavia en Europa gesonden te worden waer door uwel Ed: Gestr: ten hoogsten verplichten sal die de Eere heeft sig met Respect te teeken /:onderstond:/ uwel Ed: Gestr: Diender:/ /:was geteekend van Bijland:/ inmar„ gine:/ Palliacatta den 7. December 1790. — :/ Lager Excuseert papier Penen steijt ik had deeze papieren per abuijs mee„ de genoomen en dus opreijs ontbloodt van 't noodige om op die respectievse weise le schrijven zoo als het behoorden :/ondestand/ Accordeert met het origineel /was geteekend/ J: I: Hasz WelEdele Heer No. 2. eens Solieft, dit neevens gaende Extract
English
The 31st of January 1791. to examine, it appears clearly to me that it serves only for the information of the orphan masters, and by no means to serve, because the excerpt is contained therein why it did not take place. This is all the more my opinion, that one can do harm by taking notice thereof, but it can never serve any good purpose other than to ruin Brouwer. As long as we receive no other qualification, which we do not ask for, we shall in the meeting accept this extract only for notification, unless Your Honorable Most Strict Sir instructs me otherwise, and in the meantime I have the honor to call myself with respect, below stood, Your Honorable Most Strict Sir's obedient servant, was signed, Van Bijland, below stood, Agrees, was signed, I. I. Hasz. The aforementioned advice as the same is annexed with the enclosures, it was found good and understood to transmit 2261. The 31st of January 1791 to a request also submitted by him, De Raeff, addressed to the Honorable High Indian Government, in conformity with his request on the next opportunity, and to request Their High Excellencies' favorable reflection thereon. Furthermore was read a request of Abraham Swart, bookkeeper, requesting, because of his sickly condition, as suffering from a chest ailment that renders him unable to properly perform his work, resolutions approved The 31st of January 1795 and therefore requesting to be discharged from the Company's service, it was decided to grant that, and accordingly to have his salary cease from today. Lastly, it was resolved to record the resumption and approval of the resolutions of the 9th, 10th, 18th, 19th, 20th, 22nd, and 23rd of November last. Done in the fort Geldria at Paliacatta, date as above, was signed, as before. Saturday 2263. of the report by Van Bijland, of false measures in the dispensary. Saturday the 12th of February Year 1791. In the morning all present. After the dispatch of the business mentioned in the separate resolution of today, the Honorable Authority informed the meeting how His Honor, upon the report by the merchant Willem Hendrik van Bijland that in the dispensary, while the former Fiscal Broerius Brouwer administered it, measuring had been done with false measures, and that those were still at hand there, had appointed a judicial commission to conduct a precise investigation into this matter and to deliver a written report thereof, also submitting the received report with four informative depositions mentioned therein, executed immediately in the dispensary itself before the judicial members Jacobus van Tessel and Jan Willem Luijken, at the requisition and in the presence of the interim Fiscal Simon Duijnevelt, in the presence of the secretary of justice Jan Obdam, who together had made a report of the findings of the matter, as follows. The 12th of February 1791. Insertion of the report. To 2265. The 12th of February Year 1791. To The Honorable, Jacob Eilbracht, Senior Merchant and Authority of the Coromandel Government with the jurisdiction thereof, etc. Honorable Sir, Pursuant to Your Honor's esteemed order, the undersigned interim Fiscal and delegated judicial council members, together with the secretary, went to the Company's dispensary in the fort here and demanded from the dispenser such measures and weights as might be false or small and too light. The dispenser thereupon handing to us a tin measure or can, with which, at the time that the gentleman Brouwer was dispenser, the distribution or measuring out of oil had been done, we remeasured the same with a gauged wooden Nagapatnam measure and found that the said tin can contained no more than three-quarters of the same. Subsequently, having performed the remeasurement with a maatje, the finding was as follows: The Nagapatnam gauged measure, 17 maatjes. The aforementioned tin measure, 13 and a half. A smaller tin can, passing for half of the first, 8 maatjes, and A ditto passing for a quarter, 4 maatjes. Furthermore, we found all the weights in the dispensary to be the Company's and upon confrontation with the standard weights, to agree with the same. The wooden parra, which is ungauged, we also confronted, namely, measured leveled with rice, and upon weighing found it to contain forty pounds, scant. Furthermore, we also found an old wooden parra and some smaller old wooden measures which the dispenser declared were not used at all and lay in the dispensary as useless. Furthermore, pursuant to Your Honor's further order, we heard the following persons concerning the aforementioned tin measure found to be too small, namely: The Dispenser, Mr. Fredrik Willem Bloeme, the re-checker Christiaan Theodorus Bloeme, the former servant of Mr. Broerius Brouwer at the time that His Honor was dispenser, or performed that post, named Welaijdom Chittij, who on that account have declared as the authentic document of today shows, The 12th of February 1791. to which we respectfully refer, hoping hereby to have complied with Your Honor's esteemed intention
Dutch transcription
Den 31 Januarij 1791. eens na te sien, daar komt mij duijdelijk in voor dat het alleen tot weesmeesters narichts dient, en geensints om te dienen, want het Excurs is, daar in betadt waerom het niet geschied is dit is te meer mijn Gevoe„ len, dat om men kwads doen kan, met daar op te beruchten maar nimmer tot Een Goed oogmerk strekken kan als om Brouwer te Ruineeren zo lang als wij geene andere kwalificatie krijgen daar wij niet om vraagen, sullen wij in vergadering dit Extract alleen voor notificatie an„ neemen ten waere uw Ed: Gestr: mij an„ ders onderrichten, en tusschen heb is de Eere mij met Respect te noemen /:onderstond:/ uwel Ed: Gestr: Gehoorsz: Dinaar /was getee„ kent:/ van Bijland /onderstond:/ Accor„ deert:/ was geteekend:/ I: I: Hasz. gemelde adves zoo als het zelve met de bijlaegen is geannexeert Beblijt sijn regenst o sant Jafgoed gevonden en verstaen het bieder den 2261. Den 31 Januarij 1791 aen een door hem De Raeff tevens overgegeeven Request gericht aen de Edele Hooge Indische Regiering, Conform zijn verzoek bij naeste gelegenheijt over te zenden, en daar op Hun Hoog Edelheeden gunstige reflezie te verzoeken. Noch is geleezen een Request van d Abraham Swart, Boekhouder ver„ zoekende om mits zijn ziekelijken toe„ „land, als laboreerende aen een borst„ quael dat hem buijten stadt stelt, zijn werk na behooren waer te neemen in to het het Pevoe et gene niet wij r line seert mits 6 Resblutin gea toekerd Den 31 Januarij 1795 mits dien verzoekende om uit Comp:s dienst ontslagen te worden zoo is verstaen dat te accordeeren, en over¬ zulks zijn gasie van heeden af te laeten cesseeren. Laestelijk is nog verstaen aen„ te teeken en het resumeeren en appro„ beeren der Resolutien van den 9: 10. 18. 19. 20: 22 en 23 November laestleeden Actum in 't fort Seldrica te Palliacalla dato voorsz /:was Geteekend:/ als vooren. Saturdag 2263. van 't aangeven door van Bijland, van valsche maaten in 't dispens. - Saturdag Den 12:'Fbruari Ao 1791. Smorgens alle Present, Na afhandeling der zaeken de heer gesagh geeft kennisse ter aparte Resolutie van heeden vermeld, gaf den E: E: achtbaeren heer gezachhebber de vergadering te kennen, hoe zijn E: E: Achtb: op aengeeving door den koopman Willem Hendrik Van Bijland, dat er in de Dispens, terwijl de geweeze Fiscael Broerius Brouwer Die administreerde, met valsche maet was gemeeten, en dat die aldaer dat den em astiveele ommissie noch aen handen zouden een sustitieele commissie ne saen 9. 20. - a als benoemd ei deezer hadde zijn. dit had lote ondersoeken. in gekomen. deezer zaeke een nauwkeurig onder dat daar van rapporten actustijn zoek en daer van schriftelijk Rapport te doen, tevens overleggende het inge„ komene bericht met vier daer bij vermelde actens informatoir, onmiddelijk in de Dispens zelve ge„ passeert voor de Iustitieele Leeden Jacobus van Tessel en Jan Willem Luij„ ken, ter requisitie en ten overstaen 6 van den interim Fiscaal Simon Duijnevelt, ten bijzijn van den se„ cretaris van Iustitie Jan obdam welke met elkander en van de bevinding der zaeke verslag gedaen hadden Als Den 12. Februarij 1791. Jn sertie rapport. Aan 2265. Den 12. Februarij Ao. 1791. Aan Den Wel Edelen Agtbaren heer, Jacob Eilbracht opperkoopman en gezaghebber van het cormandelsch gouver„ nement met den resorte vandien„ &a Na Wel Edele Achtbaare Heer Ingevolge uwel Edele achtbaare g'eerde last hebben de ondergeteekendens Prointerum Fiscaas en gecommitteerde Jnstitieele Raeds„ Leeden, nevens den secretaris, hun vervoegd in 'sCom„ pagnies dispens in 't fort alhier en van den dispen„ cier afgevraegd zoodanige maeten en gewichten als valsch ofte kleijn en te ligt mochte weezen. Den dispencier ons daar op ter handstellende Een Blikke maet of kan waarmeede ten teijde dat de heer Brouwer dispencier was, de verstrekking of uijtmeeting van olij gedaan was hebben wij deselve nagemeeten met Een gelijkte houte Na„ gapatnamsche maat en bevonden dat dezelve blikke kan niet meerder inhield dan drie quart rn van dezelve Vervolgens de nameeting gedaan hebbende port luij„ met Een masje was de Bevinding als volgd. De Nagapatnamse g'eijkte wa „ voorsz: blikke man Een kleijndere „ 13. ½. Musjes 17. —. Een kleijndere blikke kan, loopende voor de - - - – missjes 8. - en helfte van de Eerste- - „ 4. —. Een dito loopende voor Een quart. - - - Voorts hebben wij alle het indispens weezende gewigt bevonden, teweezen 's Comp:s en bij confron„ „tatie teegens de stand gewigten met de zelve ac„ cordeerende.- De houte Parra die ong eijkt is, hebben wij meede geconfronteerd, teweeten, met rijst afgestreeken gemeeten, en bij weeging bevonden intehouden veertig Ponden schaars. — voorts hebben wij nog gevenden Een oude houte Parra en eenige kleijndere oude houte maaten die de dispencier verklaarde dat ten eene maal niet gebruijkt wierden, en als nutteloos in 't Dilpens laagen. — Weijders hebben wij ingevolge uwel Ed: agtb: ver„ dere last, weegens voorsz: te kleijn bevondene Blik„ ke maatgehoordde volgende persoonen, als: Den Dispencier De heer Fredrik Willem Bloeme den Nareekenaar Christiaan Theodorus Bloeme, den geweezen dienaar van de heer Broerius Brou„ wer ten teijde dat zijn E: dispencier was, of die post waarneem, in name. Welaijdom Chittij laard hebben als de doar Den 12. Februarij 1791. De heer Welke derweeg van opheeden voor waar aan wij ons eerbiedig gedraagen- hoopende hiermeede aan uwel Edele agtb: g'Eerde Jn„ egte document aantoond en „tentie
English
2267. 12 February 1791. having satisfied, we assume the honor to subscribe with deep respect. Below stood: Honorable, Esteemed Sir, your Honorable Esteemed's humble and obedient Servants. Was signed: J. van Bessel and J. W. Luijken. In the margin: Pulicat in Fort Geldria, 1 February 1791. Lower: In my presence, signed: S. Duijnevelt. In the middle stood: Known to me, signed: J. Obdam, Secretary. Thus, although according to the mentioned report the aforementioned Brouwer cannot be called innocent, but rather subject to action regarding his conduct in this case, as having, despite the provision being accounted to him with a good measure, nonetheless caused oil and possibly other liquid goods to be measured out with a smaller measure; however, considering that during the time the provision was entrusted to him, no complaints of inequality seem to have arisen, and he, Brouwer, will in due time have to further account for these and other matters before the Honorable Supreme Indian Government, it is, in accordance with the proposal of the Honorable Esteemed Lord Director, approved and understood to let the matter rest here, to review the documents and have those sworn that require it, in order to be attached in original to the documents that will be sent over by the well-mentioned Lord Director concerning the affair of the mentioned Van Bijland, with an authentic copy of the aforementioned report. Furthermore was read an address of the deacon brothers here, the Bookkeepers 12 February 1791. 2269. Ian Willem Luijken and Christiaen Theodorus Bloeme, containing a request to nominate and appoint, in place of the retired elders Broevius Brouwer and Jacobus Simon Cantervisscher, two other elders according to the choice of this meeting, in order to hold their required meetings according to order and to properly direct the matters concerning the Church Council or the Diaconate: thus, upon the proposal of the Honorable Esteemed Lord Director, it is approved and understood to appoint as elders the Secretary of Police and Cashier Johan Joachim Masz and the ordinary commissioner in the Company's Trade Warehouses Jacobus van Tessel. 12 February 1791. Hereafter was resumed a translation of a Gentile document, in the form of a Petition, dedicated to this meeting by the Company's Interpreter Mandalam Wengadassalam Naiker, containing a further request for proper payment of his advanced money to an amount of pagodas 2989. 6. 50. in the camp of Haidar Ali, without the demanding of an oath or the posting of security de restituendo, as the latter had been ordered at the session of 21 January last, showing that the account was accounted for by the former commissioners, the Merchant Joan Daniel Simons and 12 February 1791. 2271. Junior Merchant Pieter Willem Geeke, at whose request he made the advances, to their principals, namely this meeting, subsequently revised by their High Excellencies and passed after undergoing reduction, and authorization granted for its payment, such that he, the petitioner, believed no private reflections or remarks would be able to overthrow all of this, as all this further appears from the translation of the aforementioned petition, reading as follows: 12 February 1791. Translation Translation of a Gentile paper drawn up in the form of a Petition, and in all respect dedicated to the Honorable Esteemed Lord Jacob Eilbracht, Senior Merchant and Director of the Coromandel Government and its dependencies, together with the Esteemed Council, by the Company's Interpreter Mandalam Wengakasselam Waijker. Honorable Esteemed Ruling Lord and Honorable Lords. On 19 March 1781, as the Company's Interpreter by the honored order of the Coromandel Government, I proceeded with the gentlemen commissioners to the camp of the Nawab Haidar Ali Khan and remained there until 21 March 1783. During all that time, the expenses and the provisions to the Persian writer, Brahmin, palanquin coolies, etc., who came along, were made by me, which in total amount to Pagodas 7350. 8. 26., as is shown in the given 12 February 1791.
Dutch transcription
2267. Den 12 Februarij Ao. 1791. tentie voldaan te hebben, maatigen wij ons de lere aan met diep ontsag te onderschrijven. /:onder„ stond:/ wel Edele achtbaare hier uwe Edele achtb: onderdanige en gehoorsame Dienaaren /:was ge„ tekend:/ J„s van Bessel en J: W: Luijken, /:Jn margine:/ Palliacatta Jn 't Port Geldria Den 1. Februarij 1791. /:lager:/ ten overstaan van mijn geteekend:/ S: Duij„ nevelt /:Jntmedden: stond:/ Jn kennisse van mijn /:geteekend:/ Jn obdam, Cec:s J:b zoo is, ofschoon volgens het gemeld de voor ouwerhuen schull t Considereeren bericht voormelde Brouwer gezegd kan worden niet onschuldig, maer veel een wegens zijn gedrag in cas subject actionabel te zijn als hebbende, niet tegenstaende de dispens aen hem met 10 een goede maet is verantwoord, echter met een mindere maet, olij en moge„ lijk wel andere natte waeren laeten uitmeeten, echter uit aenmerking dat er geduurende den tijd dat min Despens elf 8. - en —. de fron ac„ meede n ar geene klachlen over der ongelyking hem toevertrout „gen Tang soog d: same boden te verdoen wijde de vertorek en afgaen den ene„ sroonen versoceken om duderlingen Voorts is geleezen de die ljhao og de oten egen zich schijnen te hebben opgedaen, en hij Brouwer zich over deeze en ande„ re zaeken in der tijd bij de Edele hoo„ ge Jndische Regeering nader zal moe„ belijt da uer bielaten uten verantwoorden, conform de pro„ positie van den E: E: Achtb: heer ge„ zachhebber goed gevonden en verstaen de zaek hier bij te laeten berusten, de stuk den belaaten revoleren enst: de actens te recolleeren en die het ver„ eisschen te beeedigen laeten, om in originale te worden gevoegd bij de om bij dan Bijtende apere geregt stukken die over de affaire van ge„ melde van Bijland door welmelde heere gezachhebber zullen worden „overgezonden, met een authenticque copij van het voormeld bericht en adres van broe„ deren Radonen alhier de Boekhou„ Den 12. Februarij 1791. „ders. Darde ƒ 2269. ders Ian Willem Luijken en Christiaen Theodorus Bloeme, behelzende verzoek om in steede van de afgegaene ouder„ lingen Broevius Brouwer en Iacobus Si„ mon Cantervisscher twee andere ouderlingen na de keuse deezer vergadering te benoemen en aentestellen, ten einde na de ordre hunne vereischte bij een„ komsten te houden en de zaeken de kerke Raed of de diaconij concer„ „neerende, na behooren te dirigeeren: zoo is op propositie van den E: E: den so: epost n besthoden van n achtb: heer gezachhebber goedgevon„ den en verstaen tot ouderlingen aen„ te stellen den secretaris van Policie en kassier Iohan Ioachim Masz: en den ordinaire gecommitteerde in sComp:s Negorie Pakhuizen Iacobus sol ovordeen denweerst Den 12. Februarij 1791. van Tessel Hier en di ge„ de Hgel van „ dng van in inde ent an maartand de selk veset nde igtgeten hier na wierd geresumeerd een Trans„ laet van een Jentiefs geschrift, bij for„ ma van Request, gedediceerd aen deeze, vergadering door 'sComp=s Tholk Mandalam Wengadassalam Naiker„ houdende nader verzoek om richtige betaeling van zijn verschooten gelt tot een bedraegen van pa/o 2989. 6. 50. doe de oslitigt en de Cutin het leger van haider Alij, zonder het vergen van een Eed ofte het stellen van cautie de restituendo, gelijk dit laeste ter sessie van den 21. Januarij jLeeden was geordonneerd, onder ver„ tooning dat de reekening door de toemaelige gecommitteerden, den Koopman Joan daniel Simons un Den 12. Februarij 1791. onderkoopman 2271. onderkoopman Pieter Willem Geeke, of wiere verzoek hij in verschot is geraekt„ bij haere committenten deeze verga„ dering namelijk, verantwoord, ver„ volgens door hun hoog Edelheeden gerevideert en na ondergaene ver„ mindering gepasseert en tot dies be„ tailing qualificatie verleent is, zulks hij suppliant vermeende geen particuliere reflexien of aenmerkin„ gen in staet te zijn dit alles om verre te stooten, gelijk dit een en an„ : der nader blijkt bij de vertaeling van het voorsz: request aldus luiden de daten den veguste Den 12 Febr: 1791. ver„ sen Translaat Translaat eener Jentiefsche Papier bij forma van Request: opgemaakt, en in alle Eerbied gedediceert aan den wel Edelen Achtbaren heer Jacob Eilbracht. opperkoopman, en gezachheb„ ber van het cormandelsch gouvernement met den re„ sorte van dien, nevens den agtbaren Raad, door 'sComp=s Tolk Mandalam wenga„ kasselam Waijker. - Wel Edele Agtbare Gebiedende heer en Wel Edele Heeren. Den 19:e Maart 1781. heb ik mij als 'sComp=s Tolk ter geeerde ordre van de cormandelsche Regeering met de heeren gecommitteerdens a het leeger van den Nabab Haijder Alichar„ begeeven en aldaar tot den 21. maart 1783. geblee„ Geduurende alle die tijd zijn de ongelden, en de lijs &=a door mij gedaan, dewelke in het geheel bedragen Pagjorden 7350. 8. 26. gelijk zulx bij de voor„ siaansche schrijver, bramine, palenquin Coe„ verstrekkingen aan de meede gekomene Per„ Den 12 Februarij 1791. ven gevene