Inventory 3883
Ceylon · 1,486 pages · 291 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
attention and deliberation should be directed toward devising the necessary measures. Whereupon, after extensive deliberation, it was approved to issue the following mandate olas. To the Inhabitants of the Talpepattoe in the Gale korle. It has been reported to me this morning that a party of the discontented Inhabitants from the dissavany of Mature intend to cross over to the side of Koodegodde or elsewhere in the Gale Corle, in order, if possible, to draw these inhabitants of ours into their interests as well, and thereby disturb the peace just as in the Mature district, from which one would then have to presume that their purpose is not so much to bring forward their complaints collectively as, driven by a mutinous spirit, to incite a general uprising in the country. I am reluctant to believe this received report, but because many evildoers might wish to involve other good inhabitants in their evil intentions, I have judged it necessary to dispatch this sannas ola, in order to recommend to everyone to keep very quiet and peaceful, so as to prove thereby their goodwill toward the Honorable Company as good and obedient subjects, in whose goodwill we trust, and to whom it is therefore also recommended by me not to let themselves be seduced into any uprising or revolt, as I shall consider it such if they conduct themselves in an insolent manner against the orders and laws of the Honorable Company; being otherwise certainly able to count always on my love of justice, I must, on the other hand, also be assured by them on this occasion of their fidelity and love for peace and quiet, which shall also be proven by them if they do not allow ill-disposed persons to cross over into the Gale korle to disturb the peace there. Thus dispatched the 11th of June 1790. Was signed: P. Sluijsken. To the Mutineers from the Mature Dissavany upon appearance on the borders of the Gaele korle with the intention of crossing over into the same. Until today I had imagined that the discontented inhabitants in the land of Mature were only concerned with bringing forward their complaints, having them heard, and obtaining justice thereon. In that confidence I also first sent a Commission from here in Gale to hear your complaints, and subsequently an even higher commission from Colombo has arrived, being the gentlemen Dissave Fretz and Samlant, to ensure that prompt justice is done to you. To the investigation of your complaints belongs some time to verify the fairness thereof, and subsequently to let justice be done to you; and thus, after your complaints had been submitted, you ought to have been quiet and peaceful, and to have placed a trust in the righteousness of those who will pass judgment thereon. The contrary appears, for you become more and more restless and even proceed to outrages that will make you punishable as mutineers; indeed, this outrage goes so far, as I have been informed, that you intend to cross over with a party into the Gale Corle and disturb these our inhabitants and their peaceful rest. The report that has been given to me of this I am reluctant to believe; however, if it should be so, they will certainly be none other than a party of evildoers and mutinous people, who I hope and expect will be restrained by the well-intentioned, for should this not happen, it will have the worst consequences for you. Therefore, consider all this and the consequences thereof, obey my orders, and go quietly and peacefully to your dwellings, await the justice that will be due to you upon the submitted complaints, and doing this, I bind myself to be your advocate in the strongest manner with the Lord Governor and Council at Colombo, who I know care for your welfare and will devise such means as will be necessary for justice and equity for you. Thus dispatched the 11th of June 1790. Was signed: P:r Sluijsken. And it was understood to deliver the aforesaid two mandate olas to the Mohandiram Korale and chief of the Talpepattoe, with orders to make use of the first as soon as he truly notices and is convincingly informed that any inhabitants of the Talpepattoe maintain any understanding with the mutineers in the Mature Dissavany, and of the second as soon as the mutineers appear on the borders of the Gale korle with indications of wishing to penetrate into the same. Furthermore, it was judged proper to make no drafts nor devise any measures before further news makes this necessary. Thus resolved in the city of Gale on the day aforesaid. Was signed: P: Sluijsken, M: vander Spar, J: L: Scheede, L: Aams, C: F: W: de Ramitz, J: J: D: D. Estandiu, H: E: de Lij, P: Devos, and C: L: B: van Albedijhl. Below stood: Agrees. Signed: J: H: Brechman, sworn clerk. Agrees. Wijbrands, clerk. [illegible]
Dutch transcription
aandagt en deliberatie op het beraemen der noodige maet regelen dient te vestigen Waar over wijdloopig gedelibereerd zijnde goedgevonden is de ondervolgende Mandaat classen uittevaardigen. Aan de Ingezeetenen van de Talpepattoe in de Gale korle Mij is berigt op heeden morgen dat een parthij der onvergenoegde Inwoonders uit de dessavonij van Mature voornemens zijn om aan de kant van koode godde of elders in de gale Corle overtekoomen om des moogelijk deese onse inwooners almeede in haare belan- gens te trekken, en daar door de rust gelijk in het Matureesche te stooren en waar door men dan zoude moeten veronderstellen dat het niet zoo zeer haarlieden te doen is, gemeenschappelijk haare klagten aante„ brengen als wel om door een muijtzieke gelst gedreeven een generaele opstand in het land te verwekken Dit erlangde narigt wil ik ongaarne gelooven dan dewijle mogelyk, veele boosdoenders ook andere goeden ingezeetenen in haar kwaeden voorneemens willen betrekken zoo hebbe ik noodig geoordeelt deesen samnasola aftesenden, ten eijnde een iegelijk te recommandeeren om zig stil en seer gerust tehouden ten eijnde daar door te bewijsen haare welmeenendheijd voor d' Edele Comp: als goede en gehoorzaeme onderdaenen, op wiens welmenendheijd ik wij vertrouwen en aan wien door mij ook daarom word aangerecommandeert om zig niet te laaten verlijden tot eenige opstand of revolte gelijk ik zulks zal aanmerken indien deselven op eene onbescheijde wijse zig teegens de ordres en wetten van de Edele Comp: gedraegen kunnende overigens op mijne regtlievendheijd ten zeekerste zeekers te altoos reekenen, moet ik daar en teegen ook bij deese geleegendheijd door haar verzeekerd wirde van haare getrouwigheijd en liefde tot vreede en rust en het geene dan ook door haar beweesen sal worden indien niet toestaen dat kwaadgesinde in de Gale korte overkoomen om daar de rust te stooren Aldus afgesonden den 11:' Junij 1790. /:was geteekent:/ P: Slijt Aan de Muijtetingen uit de matureesche Dessavon bij voorscheijning op de Grensen van de Gaele korle net voorneemen om in deselve overtekoomen. Tot op heeden toe hebbe ik mij voorgesteet, dat het de onvergenoegde inwooners in het land van Mature, alleen te doen was om haare klagten aan te brengen, die verhoord te krijgen en daar op regt te erlangen In dat vertrouwen ook hebbe ik eerst hier van Gale eene Commissie gesonden om uawlieder klagten aante hooren en vervolgens is eene nog hooger kommissie van kolombo gekoomen zijnde de heeren dessave Frettz: en samlant om uwlieden een spoedige regt te doen besorgen. Tot het onderzoek van uwlieder klagten behoord eenige teijd om de billijkheijd daar van na tegaen, en vervolgens uwE: regt te laaten geschieden in dus behoorden gij lieden naar dat, desselfs klagten waaren ingegeeven gerust en vreedig te zijn geweest en een vertrouwen te hebben gestelde op de regtvaardigheijd van die geene welke de uitspraek daar over doen zullen Het teegendeel blijkt wat gijlieden word meer en meer onrustiger en gaat zelfs over tot baldadigheeden die uw E: als muijtelingen zul 't strafbaar maaken wat deese bal dadigheijd gaat zelve zoo men mij berigt heeft zoo verre dat uwE: voorneemens zoude weesen om met een parthij in de Gale Corle overte koomen en deese onse inwoonders en haar vreedige rust te stooren ƒ stel berigt wat men mij hier van gegeven heeft wel ik ongaerne gelooven, edog zoo het zoo mogte zijn zullen het zeekerlijk. zeekerlijk niet anders weesen als een parthij boosdoenders en nuijtzieke lieden die ik hoope en verwagte dat door de welmeenende zullen terug gehouden worden, want dit niet geschiedende zal het voor uwl: van de slegtste gevolgen weesen Dus overdenkt dit alles en de gevolge van dien, gehoor= „saeme mijne beveelen en gaat rust en vreedig naar uwl: woonsteede, verwagt het regt wat uwl: op de ingegevene klagten zal toekoomen en dit doende verbinde ik mij om op de sterkste wijze uwl: voorspraek te weesen bij den Heere gouverneur en Raad te kolombo die ik weet dat zig aan uwE: welvaart laat geleegen zijn, en zoda= nige middelen zal beraemen als tot regt en geregtigheijd voor uwl: zal van nooden weesen. Aldus afgesonden den 11:' Junij 1790. /:was geteekent./ P:r Sluijsken En is verstaen voorsz: twee mandaat olassen aan den Mohanderam koraal en hoofd van de Talpepattoe te besorgen met last daar van gebruik temaeken van de eerste, zoo dra hij werkelijk bemerkt en over= tuijgend onderrigt is dat eenige ingezeetenen van de Talpepattoe met de muijtelingen in de Matursche Dessavonij, eenige verstand houding hebben, en van de tweede zoo drae de muijtelingen zig op de grensen van de Gale korle vertoonen met aanduijding om in deselve tewillen doordringen. Wijders is goedgesordeeld geene ontwerpen temaeken nog eenige maetregelen te beraemen voor en al eer nadere tijdingen dit noodzaekelijk maeken. Aldus Aldus geresolveert in de stad Gale ten drag voorschreeven /:wis geteekent P: Sluijsken, M der spar, J: L: Scheede, L: Aams, C: f: w: de Ramitz:, J: J: D: D. Estandiu, H: E: de Lij, P: Devos, en C: L: B: van Albedijhl /:onderstont:/ accordeert /:geekent: /: J: H: Brechman gesw: klerk. Accordeert. Wijbrands Eklerk - wageziens haas
English
Secret. Gale Saturday the 12th of June Anno 1790 Present. The Honorable Commander Peter Sluijsken, The Honorable Administrator Mattheus van der Spar, The Honorable Commandant of the Militia Johan Lodewijk Rheede, The Honorable Provision Master Christiaen Fredrik Willem de Ranisz, The Honorable Fiscal and Cashier Jean Jacques David D'Estandau, The First Warehouse Master Master Andreas Everhardus de Lij, The Honorable Overseer of the Gale Korle Pieter Willem Ferdinand Adriaen van Schuler, The Honorable Shopkeeper and Commissioner of the Areca Pieter de Vos and The Honorable Secretary Carel Lodewijk Baron van Albedijll. Absent on account of indisposition The Honorable Pay Bookkeeper Nicolaas Bernardus Marthen, The Honorable Junior Merchant Hendrik Levin Martheze. The Honorable Equipment Master Lucas Atems, occupied on the roadstead. The resolution of this assembly of the 11th of this month having been reviewed and approved, it was resolved to keep a record thereof. Hereafter were read the letters inserted herein from the Honorable Commissioners Frets and Samlant and from the Honorable Dessave van Angelbeek. To the Honorable Peter Sluijsken, Commander of the city and lands of Gale and Mature, together with the Council. Honorable Sir and Special Good Friends. In reply to your highly esteemed secret letter of yesterday, accompanied by a copy of the letter which the Dessave van Angelbeek wrote to your Honor on the 9th of this month, we have the honor to serve with a friendly reply: That a party of mutineers in their wantonness have plundered the houses of the Jagerero Aratchy at Meddeoejangodde and of the Mohandiram at Attoedawe, and have torn down a portion of the fences of the plantations at Kappoegamme; and as they have also at the same time done everything to stir up the inhabitants who were still at peace, and even to draw them to their side by force through heavy threats if they did not join the gathering; and as rumors also came in that there were a few people of the Gale Korle among the mutineers, and that they would occupy the passage of Goijapane and cross over to the Gale Korle, one can certainly say that things are rather worsening than improving. However, we must note here that it has already appeared to us many times from the outcome that many tidings which were even given as reasonably certain were found to be false, and therefore we do not believe much anymore without somewhat reassuring reasons. Now one also hears nothing further of the mutineers' intention to gather in the Lordship of Belligam and to penetrate into the Gale Korle; although it is still said that there are some people of the Gale Korle with the mutineers, for which latter reason one ought indeed to suppose that the intention is to go to the Gale Korle, but whereof we have no sound indication upon which reliance can be placed, otherwise we would have informed your Honor thereof, which we also promise to do most dutifully henceforth. Gajeman Aratchy was seized by the rebels, but regarding what was reported concerning Wiedjesinge Modliar, nothing is true, as that man has been with us. On account of the outrages committed as mentioned herefore and threats, as well as for many other reasons, we have deemed it advisable to send a detachment of 40 heads under the command of an officer to Gandure, and twenty men under a sergeant to Tallarin, as also another 20 heads to Belligam to join the four who are there, in order to prevent the running of the mutineers to Deondure, and to cover its inhabitants alongside the rest of the Wellebadde Pattoe, as well as the four gravets and the Lordship of Belligam. While we also, besides this, send a picket at night to the redoubt of Eck, to be at hand there in case anything should occur across the water at night. The aforesaid picket, and some other movements here, seem to have brought about that the mutineers are keeping somewhat quiet; at least, we have since heard nothing special of them, and we trust that the sending out of the detachments will make some impression on their minds, and that we shall yet become master of the matter in one way or another, without violent means needing to be employed. It will furthermore be well if your Honor would please send over 150 bullets instead of 2500, the cartridge paper, the medicines and the salt, according to the requisition made by the Dessave van Angelbeek. Lieutenant Beijer lies very ill at Tangale, and here is now only Lieutenant Mettler, whom we must keep here, and there is also a lack of good sergeants, whereby we are obliged to have detachments of 20 and 24 men commanded by a corporal; and although one gives them the title of vice-sergeant for as long as their command lasts, one knows well that the men do not have as much awe for that as for an actual sergeant, wherefore we request your Honor to be pleased to provide us with yet another officer, a sergeant, and a corporal from the national troops, alongside a sergeant and a corporal from the Regiment de Meuron. The
Dutch transcription
Secreet. Gale Saturdag Den 12:' Junij Anno 1790 Present. Den wel Ed: agtb: heer Commandeur. - . Peter Sluijsken, De E: Administrateur Mattheus van der Spar„ De E: Commandant van de tilitie Johan Lodewijk Rcheede, De E: Dispencier - - - - - - - - Christiaen fredrik Willem de Ranisz De E: fiscaal en Cassier - - . . . . - Jean Jacques David D' Estandau, De Eerste Pakhuijsmeester - - - M:r Andreas Everhardus de Lij„ De E: opzienden der Gale korle - - Pieter willem Ferdinand Adriaen van Schulde De E: Winkelir, en Crommissaris van den areeck Pieter de Vos en De E: sehretaris - - - - - - - - Carel Lodewijk Baron van Albedlijke bsent weegens indispositie De E. Equipagiemeester : - - - - - Lucas Atems op de rheede geocupeerd De E: zoldij boekhouder - - - Nicolaas Bernardus Marthen, De E: onderkoopman - - - - - - Hendrik Levin Martheze De resolutie deeser vergadering van den 11:' deeser ge„ resumeerd en geapprobeerd, zijnde is verstaen daar van deese aanteekening te houden. Hier na zijn geleesen de ten deesen geinsereerde brieven van d' E: Commissarissen frets en Samlant en van d' E: dessave van Angelbeek. Aan den E: E: Agtb: heer. Peter Sluijsken Commandeur der stad en landen van Gale en Mature neevens den raad. E: E: Agtb: heer en Bijzondere Goedevrienden. op uw E: E: agtb: seer geachte sekreete brief van gisteren Resolutie genoomen in raede van Gale. verzeld. op. verzeld van een afschrift van de brief die de heer dessave van Angelbeek aan uw E: E: agtb: heeft geschreeven op den 9:' deeser, hebben wij de eer in vriendelijke antwoord te dienen, Dat een Parthij muijtelingen it huredaerdigheijd de huijzen van den Jagerero uraetje te Meddeoejangodde, en van den Mohandiram te attoedawe gespaeljeerd en een gedeelte der Paggers van de Plantagien te kappoegamme afgebrooken hebben, en wijl zij ook teffens alles aangewend hebben om de nog in rust t zijnde ingezeetenen opterokkenen, en zelfs met geweld door swaere bedrijgingen, indien ze hun niet bij de zaemen rotting vervoegden, tot hun te trekken, eenige mitsgaders geruchten inliepen dat er „ wijnige volkeren van de Gale korl bij de muijtelingen waaren, en dat zij de Passagie van Goijapane zoude bezetten, en na de Gale kool overgaen, zoo kan men zeeker wel zeggen dat de dingen eerder verslimmeren, dan verbeeteren echter moeten wij hier bij aanmerken, dat het ons al veelmaelen gebleeken, is bij de uitkomst dat veele tijdingen, die men zelfs voor reedelijk zeeker opcrifte, leugenachtig bevonden zijn, en daercom gelooven wij niet veel meer, zonder eenigzints verzeekerende reedenen nu verneemd men ook niets verder van der muijtelingen voorneemen om in de Heerlijkheijd van Belligam te ver= „gaderen, en in de Galekorle door te dringen; of schoon men nog zegt dat er eenige volkeren van de Gale korle bij de muijtelingen zijn, om welke laeste reeden men dan wel dient te veronderstellen dat het voorneemen is om na de Gale korl te gaen, dog waar van wij pen teijling hebben, waar op staat te maeken is, anders zouden wij uw EE: Achtb: daar van verstendigt hebben: het geen we ook belooven voortaen pligt schuldigst te zullen doen. Gajeman arraetje is door de rebellen opgevat, dog nopens het opgegevene van wiedjesinge mod:t is niets waar, als zijnde die man bij ons geweest. uit hoofde der hier vooren gemelde gepleegde baldadigheeden, —. in en dreijgementen zoo wel als om meer andere reedenen, hebben wij raedsaam geoordeelt om, een de tachement van 40. koppen onder kommando van een officier na Gandure en twintig man onder een sergeant na Tallarin, zoo meede nog 20. koppen, na Belligam bij de vier die er zijn, te zenden, ten eijnde het geloop der muijtelingen na Deondure te belette en dies inwoonders neevens de verdere wellebadde pattoe zoomeede de vier gravotten, en de Heerlijkheijd van Belligau„ te dekken. Terwijl we ook boven dien snagts een piket na de redout van Eck senden, om daar bij der hand te weezen, ingeval er snagts aan de overkant iels te doen vie„ voorsz: Siquet, en eenige andere beweegingen alhier, scheijnen te weege te hebben gebragt, dat de muijtelingen hun wat stelden houden; altans, wij hebben ' zeederd, mits besonders van hun vernoomen en wij vertrouwen dat de uitzending der de tachementen eenigen indruk op hunne gemoederen zal maeken, en dat we nog het stuk op de een of andere wijse, sonder dat geweldadige middel behoeven te werk gestelt teworden. zullen meester= worden. Het zal voorts goed zijn wanneer uw E: E: agtb: 150: kogels, insteede van 2500: het Pattroon papier de medikamenten in 't zout na volgens de gedaenen Eijsch door den heer dessave van Angelbeek, gelieft over te zenden De luijtenant Beijer legt te Tangale zeer ziek en hier is nu nog maar de luijtenant Mettler, die we hier houden moeten, en aan goede zergeants mankeerd het ook, waar door we verpligt zijn om Detachementen van 20. en 24. man door een Corporael telaeten kommandeeren, en af schoon men die den titul van vice sergeant geeft, zoo lang zijn kommando duurt zoo wiet men wel, wel dat het volk daar voor zoo, veel ontstig niet heeft als voor een weekelijke sergeant, alwaarom wij uw E: E: agtb: verzoeken om ons nog met een officier een sergeant en een Oorporael van denationaele troepen, neevens een sergeant en een Corporael van 't regiement de Meuron tewillen voorzien. De.
English
The secretary Demoor, who was assigned to us by order of the venerated Ceylon government, has at his request, on account of his illness, been granted leave by us to depart thither, as he also set out on his journey yesterday; and since the authorized agent Palm and the bookkeeper Hissink are ill, and therefore cannot serve with us, although the former still works somewhat at home, we therefore request Your Right Honorable Worships to please accommodate us with a suitable man who can do something, either the first sworn clerk Gratiaen or the sworn clerk Berchman, along with a good clerk. We furthermore have the honor to remain with all respect, Beneath stood: Right Honorable Worships, Gentlemen and particularly good friends, Your Right Honorable Worships' obedient servants, Signed: D: T: Fretz and A: Camlant. In the margin: Mature, the 11th of June 1790. To the Right Honorable Worshipful Mister Peter Sluijsken, Commander of the City and Lands of Gale, Mature, etc. Right Honorable Worshipful Sir, Today before noon I was honored with Your Right Honorable Worship's much esteemed letter of yesterday's date. The condition of this dissavony is still the same; the rumor that the modliaar Wildjesinge had been demanded to surrender is not verified; the mutineers have nevertheless made attempts to draw him over to their side. This afternoon a detachment under the command of Lieutenant Weber departed for Gandure, 46 men strong; a ditto for Talambe under the command of Vice-Sergeant Schols, 22 men; and a ditto for Belligam under the command of a vice-corporal, likewise 22 men, so that at Bellegam at present, together with the corporal and postholder Willem Willemsz, 27 men in total are stationed. Through these detachments it is hoped that on the one side the communication with Gale will be kept open, and furthermore the remainder preserved from violence, and the four gravets will be secured on all sides, while the detachment at Gandure will cover the lordship of Deondure and likewise prevent the mutineers from approaching Mature from that side. Lieutenant Bijer is ill at Tangalle and has on that account requested to be relieved, which will happen tomorrow; thus only a single officer will remain here, on which account I request Your Right Honorable Worship that one more officer may be sent hither, and that two sergeants and two corporals may also be detached hither, as Captain de Prophalou affirms he does not have enough non-commissioned officers. The rumor that some twelve to 15 mutineers from the Gale Korle are indeed among the mutineers of the Belligam Korle is confirmed more and more, as is that the mutineers have the intention to incite the Talpepattoe to revolt; it is also assured that the inhabitants of the Talpepattoe wish for nothing better. According to reports, the mutineers are to march toward the lordship of Belligam, where order has been given to prepare 580 pounds of adukoos provisions. It is nevertheless quite possible that the marching out of the aforementioned 3 detachments will cause some change in the intentions of the mutineers. For the well-meaning and good advice, and in case matters should become even worse, Your Right Honorable Worship would oblige me in the highest degree by sending Captain Cherret. In the cinnamon warehouse is the detachment of the Regiment de Meuron, so that Mature is covered from that side, and from the side of the Red Mountain the mutineers will not dare to approach Mature as long as a detachment is stationed at Gandure; nor do I think that their plans have gone so far for the present. I have the honor to be with the most dutiful respect, Beneath stood: Right Honorable Worshipful Sir, Your Right Honorable Worship's humble servant, Signed: C: v: Angelbeek. In the margin: Mature, the 11th of June 1790. Whereupon, having noted in deliberation that the contents of the aforesaid two letters regarding the crossing over of the mutineers into the Gale Korle do not agree with each other at all, whereby this assembly, in taking decisions under other circumstances, could easily run into doubt, uncertainty, and great embarrassment; furthermore, that sending away military forces in small detachments appears dangerous and by no means advisable, since experience in the latest Sinhalese unrest has taught that detaching troops in small numbers has had the most sorrowful consequences: It has been resolved to communicate these remarks of the assembly to the Commissioners Fretz and Camlant when answering their aforesaid letters. Furthermore, it was approved and agreed, pursuant to the request of the said Commissioners, that Ensign Swalje
Dutch transcription
De sekretaris, demoor die ons ter ordre van de gevenereerde Ceilonsche regeering toegevoegd is, hebben wij op zijn verzoek weegens zijne ziekte, verhof gegeven om na derwaards te vertrekken, gelijk hij ook gister op reijs gegaen is, en alsoo de geauthoriseerde Palm, en den boekhouder Hissink ziek zijn, en dus bij ons geen dienst doen kunnen, schoon den eersten nog al wat tehuijs werkt, zoo verzoeken wij uwE: E: agtb: om ons met een geschikt man die iets doen kan, het zij den eerst geswoore klerk Gratiaen dan wel den geswooren klerk Berchman, neevens een Goed schribent dewillen gerieven wij hebben voorts de eere met alle agting te verblijven /:onder „stont:/ E: E: agtb: hier en Bijzondere goede vrienden uw E: E: agtb: Dienstwillige Dienaaren /:was geteekent:/ D: T: Fretz en A: Camlant /:in margine:/ Mature den 11:' Junij 1790. Aan den E: E: Achtbaaren heer Peter Sluijsken, kommandeur der Stad en Landen van Gale Mature &:a E: E: Achtbaare Heer. Ik hebbe mij heeden voor de middag vereerd gevonden met uw E: E: agtb: veel g'eerde van gisterigen Datum. De toestand deeser dessavonij is nog het zelfde het gerugt dat de modliaar wildjesinge zoude opgeeijscht zijn, is niet bewaarheijd de muijtelingen hebben egter Pogingen gedaen om hem onder zig te trekken. Heeden middag is een detachement onder kommando van den luijtenant Weber na gandure vertrokken sterk 46. koppen, een dito na Talambe onder Commando van de vice zergeant schols 22: koppen en een 8 —. na Belligam onder kommando van een vice korporael insgelijks 22: koppen zoo dat op Bellegam tans met den Corporaal en posthouder Willem Willemsz: in het geheel 27. koppen leggen, door deese kommandos word verhoopt dit aan de eene Galen kant. kant de korrespondentie met gale zal open gehouden worden en voorts de restant bewaard „ an geweldatigh eerl meed heijd van Belligam en de vier granetten „ aan allen zal bevrijd zijn, terwijl het kommando te Gandure in heerlijkheijd van Deondure zal dekken en insgelijks de muijtelingen beletten en van Mature neevens die kant te naderen De buijtenant Bijer is op Jangde zeek en heeft i dien hoofde verzogt om afgelost teworden het welk morgen zal geschieven zoo ook nog maar een enkeld officier affiaier hier blijft uit welke hoofde ik uw E: E: agtb: verzoeke dat na herwaards nog een officier mag gezonden worden en dat ook nog na herwaards moogen gedetacheerd werden twee sergeant en twee korporaels alsoo de E: Capitain de Prophalou, betuijgd geene onder officieren genoeg te hebben. Het gerugt dat er werkelijk een twaelf tot 15. stux muij „telingen. uit de Gale korle zig met bij de muijte „lingen van de belligam korle bevinden word hoe langer hoe meer bevestigd als meede dat de muijte= „lingen het voorneemen hebben om de Talpepattoe in oproe„ te brengen ook word verzeekerd dat de inwoonderen van de Jalpepattoe niets beeter wenschen volgens berigten zullen de muijtelingen moogen na de Heer lijkheijd van Belligam alwaar order gegeven is adoekoes „ „om 580. lb:s daad klaar te houden Het is egter wel mogelijk, dat de uitmarsch van de voorm: 3. kom „mandos eenige verandering in de voornemens der muijtelingen zal merken De zowelmenende als goede raedgevingen en ingevalle de zaeken nog erger mogten worden, zoo zullen uw E: E: agtb: mij ten hoogsten verpligten met 't zeiden van den E: Capitain Cherret. In het kanneel Pakhuijs is 't detachement van 't regiment. —. regiemant van Meuron zoo dat Mature ver die kant gedekt is en van de kant van d roode berg zul „len de muijtelingen mature niet durven naderen zoo lange een kommando op Gandure legd ook denke ik niet dat tot zoo verre voor eerst hunne voernee„ mens gegaen zijn. Ik hebbe de eere met de verschuldigste agting te zijn ƒ /:onderstont:/ E: E: agtb: Heer uw E: E: agtb: onderda„ nigen dienlaar /:was geteekent:/ C: v: Angelbeek /:in margine:/ Mature den 11:' Junij 1790. Waar op bij deliberatie aangemerkt zijnde dat de in= houden van de voorsz: twee brieven noopens het over= „koomen der Muijtelingen en de Gale korle gantsch niet met malkanderen overeenstemmen waar door deese vergadering en andere omstandigheeden bij de te neemene besluijten ligtelijk, als twijffelagtig in het onzeeker en groote verleegenheijd zoude kunnen geraeken; voorts dat het verwijderen der militairen en kleijne gedeeltens gevaarlijk en gants niet raedsaem scheijnd, aangezien de ondervinding in de laetste singaleesche onlusten geleerd heeft, dat het detacheeren van troupen in klein gedeeltens van de droevigste gevolgen geweest is. En is beslooten deese opmerkingen der vergadering aan d' E: Commissarissen Fretz en Camlant bij het beantwoorden hunner voorsz: letteren meede te deelen. voorts is goedgevonden en verstaen om ingevolge ver zoek van gedagte E:s Commissarissen den vaandrig Swalje
English
1356 Swalje and the requested four non-commissioned officers to keep themselves ready to march so as to be able to depart at the earliest opportunity. On this occasion, the Captain Commandant, the Honorable Scheede, testified that due to the departure of Ensign Swalje to Mature, no more than two subaltern officers remain in this garrison, who are not sufficient to perform the garrison duty in any way properly, and he requested that this deficiency might be remedied in one way or another. Whereupon it was approved and understood to request the esteemed Ceylon Government, as is most respectfully done hereby, to be pleased to send some more subaltern officers hither, and to assume that the two companies of the Regiment de Meuron stationed here may not be provided with the officers stipulated in the capitulation. Furthermore, it was understood that the first sworn clerk Gratiaen be added as sworn clerk to the Honorable Commissioners Fretz and Cambaut instead of the second warehouse master De Moor, and that he be allowed to depart alongside the pennist Goedestein to Mature to the said Honorable Commissioners. Thus resolved in the city of Gale, on the day aforesaid. Was signed: P. Sluijsken, M.s van der Spar, J.n E. Scheede, C. F. W. der Ernitz, J. J. D. de Estandau, A. E.s de Lij, P. W. F. A. van Schulen, P.r de Vos, and C. L. Baron van Albedijhl. Below stood: Agreed. Signed: J. H. Brechman, sworn clerk. Agreed. Wijbrands First Clerk Maas Secret. 1355 Notes. The 5th of July anno 1790. At Mature in a special meeting held by The Right Honorable Commander Peter Sluijsken, The Honorable Dissava of Mature, Mattheus Petrus Raket, The Honorable Colombo Trade Bookkeeper Abraham Samlant, The Honorable Galle Master of the Equipage, Lucas Aams, and The Honorable Galle Secretary, Carl Lodewijk Baron van Albedijhl. The Commander declared to the gentlemen present that he had requested Their Honors to this meeting in order to reflect together on the present state of affairs in this Dissavony, and to take into consideration the means that are yet to be tried and further practiced, in order thereby to restore the desired peace. That His Honor, with all attention and care, had examined the complaints and grievances of the discontented inhabitants of this Dissavony, received both in writing and orally—both those brought to the Commissioners of the esteemed Ceylon Government, the Honorable Dissava Fretz and the present Honorable Trade Bookkeeper Samlant, and those directed to His Honor himself during his presence here—and had thereupon devised and established such arrangements as were treated in the draft of a general mandate ola submitted by His Honor on this occasion. That before drafting this mandate, His Honor had tried all possible means to satisfy the discontented inhabitants in a manner least costly to the Company, but that His Honor had finally been obliged to confine himself to the contents of the aforementioned draft. His Honor kindly requested that the gentlemen present would make known their thoughts about it upon its reading, so that if Their Honors should find anything that ought to be altered, omitted, or added to promote the interests of the Honorable Company and the welfare of the inhabitants, His Honor could then still have such done. In order to leave the gentlemen present ignorant of nothing that had any relation to these matters, His Honor presented some letters received on this occasion from the Right Honorable Governor Van de Graeff, and what His Honor had finally written to the said Governor. Thereupon, the said correspondence was read one after the other, consisting of five letters from the said Right Honorable Governor, written to the Commander on the 18th, two on the 23rd, and on the 27th and 28th of the recently passed month of June, and in a letter dated the first of this month written to the said Governor by the Commander. Having taken note of their contents, the draft of the aforementioned mandate ola was read article by article; and the arrangements appearing therein were extensively discussed, and even after mature consideration had been completed, being arranged differently in a few places upon resumption by the Commander, the said mandate ola—since the discontented cannot be satisfied by any less costly means, leniency, and provisions than those appearing therein—was approved, and regarded and established as the last and utmost gentle means for the restoration of peace. Furthermore, it was understood to include the said mandate ola as an annex to this
Dutch transcription
1356 swalje en de gevraegde vier onder officieren zig marsch„ vaardig te laaten houden op de eerste te kunnen vertrekken. Bij deese gelegendheijd betuijgde de kapitain Commandant d' E: scheede dat door het vertrek van den vaandrig swalje na Mature, in dit Garnizoen niet meer als twee subalterne officieren overblijven die niet toerijkende zijn om de Guarnizoens Dienst eenigzints na behooren te kunnen verrigten en hij verzogt dat dit gebrek op de een of de andere wijze mooge verholpen worden. Waar op goedgevonden en verstaen is de g'eerde Ceilonsche regeering te verzoeken gelijk eerbiedigst geschied bij deesen van nog eenige subalterne officieren tewillen herwaards zenden en onder stellen. dat de hier bescheij- dene twee kompanien van het regiement van Meuron niet de bij de kapitulatie bepaalde officieren moogen voorzien worden. Voorts is verstaan den eerst geswoore klerk Gratieaen insteede van den tweede Pakhuijsmeester De Moor d' E: Commissarissen Fretz, en Cambant als gehour, schrijver toe tevoegen en hem neevens den Pennist Goedestain na Mature bij gedagte E:s Commissarissen te laaten vertrekken. Aldus geresolveert in de stad Gale, ten daege voorsz: /:was geteekent:/ P: Sluijsken, M:s van der Spar, J:n E: Scheede, C: F: W: Der Ernitz J: J: D: De Estandau: Sek vagezeen Estandau, A: E:s de Lij, P: w: F: A: van Schulen, P=r De vos, en C: L: Baron van Albedijhe /:onderstont:/ abekordeert /:geteekent:/ J: H: Brech= man G: klerk. Akkordeert. Wijbrands VEijklerk „ Maas Sekreet. 1355 Aanteekeningen. Den 5: Iulij anno 1790. Te Mature in een Expresse tezamen komst gehouden bij Den E: E: agtb: heer Commandeur Peter Sluijsken Den E: E: dossave van Mature - - . . Mattheus Petrus Raket, Den E: Colomboschen neeptie boekhouder Abraham Sainlant, 1. Den E: gaelschen Equipagiemeester - - - - Lucas Aams, en Den E: Gaalsen Sekretaris - - - - - - - Carl Loderwig Baron van Albedijhl. De heer Commandeur verklaarde aan de aanweezende Heeren hun E:s tot deese tezaemen komst verzogt te hebben, om met malkanderen de teegenwoordige gesteldheijd der zalken in deese Dassavonie te overdenken, en de middelen in overmeeging te neemen die als nog te beproeven, en verder te beceffenen zijn, om daar door de te venschene rust te herstellen. Dat zijn wel Edele met alle aandagt en zorge de, zoo bij geschrifte als bij monde ingekoomene klagten en beswaaren der mis noegde ingezeetenen deser dessavonij, zoo wel die welke aan de heeren Commissarissen der geeende Cailonsche regeering de E: E: dessave fretz: en den aanwezen den E: negotie boek- houder Samlant ingebragt zijn, als die aan zijn wel Edele „aanweesen zelve bij desselfs „ alhier gerigt waaren, nagegaen en daar op zodanige schikkingen beraemd en vastgestel had, als bijgen ter deeser geleegenheijd door zijn wel Edele overgelegd wordend ontwerp van een algemeene Mandaat ola verhandelt waeren. Dat zijn wel Edele tot het opstellen deeser Mandaat voor af alle moogelijke middelen, beproefd had, om de misnoegde inwoonderen door eene voor de Comp: het minst kostbaere „dog wijse te bevreedigen „ dat zijn wel Edele verpligt ge= weest: weest was, zig eijndelijk tot den inhoud van eeengem: ont= „werp te bepaelen zijn wel Edele verzogt viendelijk dat de aanweezende heeren haare gedagten daar over, bij het opleesen derzelve wilden te kennen geeven, ten eijnde zoo hun E: iets mogten vinden dat, tot bevordering der belangen van d' Ed: Comp: en het wel zijn der ingeseetenen, dien de veranderd, weggelaeten, of bij gevoegd te werden, zijn wel Ed: als dan zulks als nog konde laaten volbrengen. Om. de aanweesende heeren van niets onkundig te laaten wat eenige be= trekking tot deese saeken had, leijde zijn wel Edele eenige van den wel Ed: heer gouverneur van de Graeff, bij deese geleegen- heijd ontvangene brieven, en het geen zijn wel Edele eijndelijk aan welgem: heer gouverneur had geschreeven, over. Hier op wierden na den anderen, gem: Correspondentie geleesen bestaende in vijf brieven van gem: wel Edelen gestrengen heer gouverneur, den 18:' twee den 23:' en 27: en 28:' der Jongst gepasseerde maend Iunij, aan den heer Commandeur geschreeven, en in een brief in dato den eersten deeser aan welgem: heer gouverneur door den heer Commandeur geschreeven. Derselver inhouden tot naregt genoomen hebbende wierd het ontwerp van meerm: Mandaat ola port voor poort opgeleesen; en de daar bij voorkoo= mende schikkingen uitgebreijd beredeneerd en zelfs na volbragte rijpe overweeging op eenige weijnige plaetsen bij de resumtie, door den heer Commandeur anders geschikt zijnde, is ged= Mandaat ola, als zijnde de misnoegden door geene mindere kostbaare middelen, toegevendheijd, en bepalingen, dan die daar bij voorkoomen, te bevreedigen, goedgekeurd, in deselve als 't laatste en uitterste zagte middel ter herstelling van rust aangemerkt en vast gesteet. voorts is verstaan gedagde Mandaat ola als een bijlaege deeser
English
to present this note to the Right Honourable, rigorous, highly esteemed Lord Governor and the rest of the council at Kolombo. Hereafter, the Lord Commandeur gave a further extensive account of the conduct observed for some time by the dissatisfied and rioting inhabitants. That the measures employed by His Honour had caused a division among the principal chiefs of the dissatisfied, which had resulted in some division also arising among the inhabitants; that these chiefs had each individually made, and were still making, many requests to His Honour, and asked for protection accompanied by the fairest promises; that the brother of the notorious Don Simon arraetje, this brother being one of the principal chiefs and a great opponent of his said brother, had already been to His Honour in person, as had later the much noise-making Madoegodde appoe, also one of the principal leaders of the riots. That Don Simon arraetje himself, who must be regarded as the foremost leader of all, had written several letter-olas to His Honour, in which he, among other things, requested again that he might be promoted to mohandiram and head of the Kandebaddepattoe, of which province the inhabitants seem to be most devoted to him, under the promise that he would use all his power to bring about general peace quickly; that this Don Simon had several times promised to come to His Honour in person, and that His Honour had already expected him several times when he had sent word that he would come up, but that he nevertheless had not yet appeared, and yesterday evening had again notified anew that he would certainly come the day after tomorrow, it being an auspicious day. That His Honour can as yet form no idea of what had prevented the coming of the said Don Simon, the more so because, according to credible reports brought by several persons, he had already been very close to Mature up to three times, but had on each occasion unexpectedly turned back. That His Honour, for the speedy restoration of peace, had issued and sent off a general Pardon-ola, the contents of which are known to the gentlemen present; that His Honour had promised the requested Mohandiram's post to the said Don Simon arraetje, and had granted protection to his brother and the said Madoegodde appoe, the latter of whom is currently here in Mature; further, that His Honour had made known and assured all the other inhabitants, both through the said Pardon-ola and by means of the mudaliyars and other prominent chiefs who are present here, that upon their complaint fair justice would be administered to them, and everyone restored to their ancient privileges. That notwithstanding these measures, and notwithstanding that the principal chiefs give the best assurances of a speedy peace, no certainty has yet emerged from all these fair-seeming promises, and the gatherings in the country still continue in several places, and the dissatisfied still virtually rule the roost everywhere, having sufficiently prevented Resident Brinkman in the Magampattoe from proceeding from there to Tangale, under the pretext of not being able to take over or watch the Company's goods, and having furthermore intercepted and returned a letter that had been dispatched by His Honour to the said resident. That in view of the contradictory actions of Don Simon arraetje and of the other leaders of the riot, who accompany them everywhere, and the strange behaviour of the principal native chiefs present here, the Mudaliyars and Mohandirams, who seem to care very little about the state of affairs, nor show any activity toward bringing about peace, who approach the person of His Honour as little as possible and, as it seems, reluctantly, and neither cause an investigation to be made into the conduct of the dissatisfied, nor, as they properly should, give any report of all that is happening, of which they are probably very well informed. That in view of all this, His Honour is almost coming to the view that the dissatisfied still have certain intentions, whether the Court of Kandia is behind this or not, which have not yet been fathomed and which may not correspond with the interests of the Honourable Company, even the Gate-Mudaliyar of His Honour, Don Balthazar Dias, having also testified this very morning that he could no longer form a clear understanding of the matter. That His Honour therefore deems it necessary that all possible haste should be made in settling affairs, the drafted Mandate-ola sent as quickly as possible, and
Dutch transcription
1350 deeser aantekening den wel Ed: gestrengen groot agtb: heer Gouverneur en de verdere regeering te kolombo aantebieden Hier na deed de heer Commandeur nog een uitgebreijd verhaal„ van het zeedert eenige tijd gehoude gedrag der misnoegde en zaemen gerotte ingezeetenen. Dat de door zijn wel Edele in het werk gestelde middelen eene verdeeldheijd onder de voornaemste hoofden der misnoeijden veroorzaekt had, het welk van dat gevolg geweest was, dat ook eenige vordeeldheijd „was bij de ingezeetenen ontstaen werd, dat deese hoofden elk in het bijzonder veel aanzoek bij sijn wel Edele hadde gedaen en nog deeden, en om proteksie met deschoonste beloften verzeld, verzogten, dat de broeder van den beruchten Donr Simon ar= raetjen, zijnde deese broeder een der principaelste hoofden, en een groote teegenstreeven van gedagte zijnen broeder, reeds bij zijn wel Edele in perzoon geweest was, gelijk ook nader hand den veel gerucht maekende Madoegodde appoe mee de een der voor- naemste aanvoerders van de zaemenrottingen. Dat Don Simon arraetje, zelve, die men als het voornaemste hoofd van alleen moet aanmerken verscheijde brief-olassen aan zijn wel Edele had geschreeven, waar bij hij onder anderen weeder, verzogt # had, als mohandiram en hoofd van de kandebaddepattoe, van welke provintie de ingezeetenen hem het meeste toegedaen scheinen, zoo„ mooge bevorderd worden, onder belofte dat hij alle zijne vermoogen zoude in het werk stellen om de algemeene rust spoedig temaekebewerken, dat deese Don Simon ver scheijde keeren beloofd had, om zelfs in perzoon bij zijn wel Edele te zullen koomen, en dat zijn wel Edele hem reeds ver- scheijde maelen, wanneer hij had laaten weeten van te zullen op koomen, verwagt had, dog dat hij egter als nog niet. aar ls st niet verscheenen was, en gisteren avond weder op het nieuw had laaten weeten van overmorgen, een goede dag zijnde, voor zeeker te zullen koomen. Dat zijn wel Edele zig als nog geensints te vorstelling kan maeken, wat de komste van gedagde Don simon weederhouden had, temeer wijl hij, volgens gelooswaardige en door ver scheijde perzoonen aangebragte berigten, reeds tot drie keeren toe, heel na beij mature geweest, dog teekens onvoorziens weeder terug gekeerd was. Dat zijn wel Edele tot de spoedige herstelling van rust een generale Pardon-ola, waar van den inhoud aan de aanwezende heeren behoud is, had uitgevaardigd en afge= zonden, dat zijn wel Edele aan ged: Don Shimon arraetje de verzogte Mohandirams plaats had toegezegd, en aan zijnen broeder en de gedagde Madoegodde appoe„ waar van de laetste zig thans hier te Mature bevind, proteksie had gegeven, voorts dat zijn wel Edele aan alle de overige ingezeetenen, zoo door gem: Pardon-ola als door middel van de modligars en andere voornaeme hoofden, die zig hier bevinden, had laaten bekend mae „ken en verzeekeren, dat hun op derselver klagte een bil lijk regt soude toegedeeld, en een elk in zijne oude voor regten hersteld worden, Dat ongeagt deese middelen in ongeagt de voornaemste hoofden de beste verseekering van een spoedige rugt geeven, egter als nog geen verzeekerd blijven van alle deese schoonschijnende beloften te voorschein koomen, en de zamenrottingen in het land op verscheijde plaetsen als nog voorduurd, en de mis= noegden nog moest over al den baas speelen, hebbende den resident. Tie Resident Brinkman in de Magampattoe onder pretext van 'scomp:s goederen niet te kunnen overneemen of gaade slaen genoegsaem belet, zig van daar na „Tangale „te begeeven, en voorts een brief aangehouden en terug ge zondene die door zijn wel Ed: aangedagte resident afge vaardigd was. Dat aangezien: de teegenstrijdige demarches van Don Simon arraetje en van de anderen der voornaemsten van de kamenrotting, die hier over al verzellen, en het vreemd gedrag der hier aanwezige principale inlandse hoofden Modliaars en Mohandirams, die zig heer weijnig aan de gesteldheijd der zaeken scheijnen te stooren, nog eenige actuviteijd tot bewerking van rust vertoonen die zoo weijnig als moogelijk en gelijk het scheijnt, ongaerne den perzoon van zijn Edele naderen, en ook geen onderzoek na het gedrag der misnoegden laeten, doen nog, gelijk wel behoorden, van alles wat voorgaat, en waar van zij waar= schijnelijk zeer wel onderrigt zijn, eenig beregt geeven. Dat aangezien dit alles, zijn wel Edele bij na in het begrip komt dat de misnoeiden nog, het zij dat het Hof van handia hier agter schuijld, of niet, eenige oogmerken hebben die als nog niet door grond zijn, en die mogelijk niet met de intressen van de Ed: Comp: overeenkoomen, „wel E hebbende zelfs de Porta-Modliaar van zijn „ Ed: Don Balthazar Dias ook al heeden morgen betuijgd, zig geen regt begrip van de zalk meer te kunnen maeken. Dat zijn wel Edele dus noodig oordeeld, dat alle mogelijke haest in de afdoening van zaeken diend gemaekt, de ontworpene Mandaat-ola ten spoedigste verzonden en.
English
and its contents to be made known in all the Provinces of this dessavony. These proposals of the Lord Commander, namely: the necessity of losing no more time, were fully in agreement with the sentiments of the members present, all the more because, according to the notices and reports received by the Lord Commander, it appeared on up to two occasions that the Galle Corle would also come into motion, and furthermore because, according to the contents of the aforementioned letters of the Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lord Governor, the state of affairs in this Dessavony could have a dangerous influence on the minds of the discontented inhabitants of the Colombo Dessavony and the other inhabitants of this island. And it was judged necessary to dispatch the said mandate ola as soon as possible, in order to test the effect thereof. Subsequently, the Lord Commander asked the Gentlemen present whether Their Honors did not believe that it would be good to have the swords taken away from the native Matara headmen residing in Galle, since it appeared that this is a principal article which some inhabitants, who may be their enemies and who may at times have a great influence on the public sentiment, very much desire. After deliberation on this question, it was unanimously approved. It was approved that the said headmen residing exiled within the fortress at Galle should have their swords taken away, with notification to behave quietly and without giving any offense. Subsequently, it being taken into consideration that the inhabitants of the Magampattoe complain so greatly about the resident Brinkman and have requested to be relieved of him, and further that his departure from the said province would greatly convince the inhabitants that the intention of the expedition to Baddigirie has been abandoned, it was generally approved to summon the said resident hither after all, and accordingly to dispatch the order to him by two separate letters, the original by means of the headmen, and the duplicate by means of Lieutenant Beijer at Tangale. With this, it was judged good to let the detachment residing at Tangale remain there for the time being, since their return march could easily make a wrong impression and, moreover, this detachment is also still provided with provisions for some time. After this, it was remarked by the Lord Commander that His Honor promised the inhabitants in the aforementioned mandate to have all the general complaints of the discontented that had not yet been investigated and settled, as well as all special complaints that any inhabitants had presented against particular persons, investigated by the Lord Dessave Raket and two Commissioners; and His Honor assigned this investigation to the Honorable Dessave Raket, further requesting the Honorable Trade Bookkeeper Samlant to support the aforementioned Honorable Dessave in this labor as long as His Honor should still be at Matara; they shall, after returning to Galle, appoint another member from the Galle council to this Commission. Not only the Honorable Dessave Raket, but also the Honorable Trade Bookkeeper Samlant declared—the latter as long as he should remain at Matara—that they would very gladly comply with the desire of the Lord Commander, as the Master's service required this. Finally, the Lord Commander declared, further, that His Honor now believed to have proposed and put into effect everything that could serve to restore the country to tranquility, and that after the dispatch of the aforesaid mandate one will be able to discover whether there is any possibility of obtaining the object of a desired tranquility by gentle means; if so, and if the inhabitants return to a peaceful dwelling, His Honor would then dispatch the confirmation pardon-ola of the Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lord Governor, but otherwise not, so as to bring no diminishment upon the supreme authority. But that in the contrary case, if the inhabitants, after so much demonstrated indulgence, continue in their wantonness and refuse to submit, one would then have to think of other means, both to put Matara into a somewhat necessary state of defense, and to maintain the Company's prestige and punish rebellious subjects. All the gentlemen present declared themselves to be of one mind with the Lord Commander, and herewith this meeting was concluded. Thus done and recorded in the fortress of Matara on the day aforesaid. Was signed: P: Sluijsken, M:s P:s Raket, A:n Samlant, L:s Atems, C: L: B: van Albedhijl. Below stood: agrees. Signed: C: L: B: van Albedhijl, Secretary. Agrees. Hijbrands, First Clerk. 1362 Instruction for the Senior Merchant and Dessave of Colombo, the Honorable Diederich Thomas Fretz, and the Merchant and Trade Bookkeeper, the Honorable Abraham Samlant, going as express commissioners of this government to Matara to bring the banded-together inhabitants from this dessavony to reason and cessation. 1. It has appeared to me from the beginning, and still appears to me now, that it would have been better to first look into the uprising of a party of the Matara inhabitants, which began a few days ago in the Kande-baddepattoe and subsequently spread more and more, before proceeding to send a commission, and meanwhile to attempt whether the insurgents, in a less noisy manner, through the intervention of the
Dutch transcription
en dies inhoud in alle de Provintien deser dessavonij bekend gemaekt teworden. Deese voorstellen van de heer Commandeur, namentlijk: de noodzaekelijkheijd om geen meerder tijd te verliesen was vol koonnen met de gevoelen der aanweesende leeden overeen steumende, temeer wijl volgens de bij den heer Comman= „deur ingekoomene narigten en rapporten het, tot twee keeren toe, gescheenen heeft, dat de gale Corle ook in beweeging zoude koomen, en voorts wijl volgens den inhoud der heer vooren gem: brieven van den wel Ed: gestr: groot agtb: heer gouverneur, de gesteldheijd van zaeken in deese Dessavonij eenen gevaarlijken invloed op de gemoederen der misnoegde Jnwoonderen van de kolombosche Dessavonij en de overige inwoonderen deeses eijlands zoude kunnen hebben. En is noodig geoordeeld gedagte Mandaet ola ten spoedigsten aftesenden, ten eijnde de uitwerking derselve te beproeven. vervolgens, vroeg de heer Commandeur aan de aanweesende Hteeren of hun E: niet vermeenden dat het goed zoude zijn om de zig te gale bevindende Jnlandsche „houwers Matureesche hoofden hunne „ voosten te laaten afneemen, wijl het scheen dat dit een voornaem artikel is, waar na weijnige eenige ingezeitenen, die mogelijk hunne vijanden zijn, en die altemits een groote invloed op de gemoederen kunnen hebben, zeer verlangen. na deliberatie over deese vraege wierd een paeriglijk goed- „geoordeeld. „geordeeld dat gedagte zig tegale binnen de vesting gebannen bevindende hoofden hunne houwers afgenoomen wierd, met aankundiging zig stil en zonder eenige aanstoot tegeven tegedraegen. vervolgens in overweeging genoomen zijnde dat de in „gezeetenen der Magampattoe zoo zeer over den resident Brinkman zig beklaegen en verzogt hebben van den selven ontslaegen te worden. voorts dat het vertrek van deese, uit gedagte provintie, de ingezeetenen grootelijk zoude overtuijgen dat men van het voorneemen van de togt na Baddigirie afgezien heeft, zoo is algemeen goedgekeurt om gedagten resident als nog na heerwaards op te ont- bieden en diendvolgens de order aan hem door twee af „zonderlijke brieven aftevaardigen, het origineel door middel van de hoofden, en het duplicaat door middel van den luijtenant Beijer te Jangale. wij dees is goed geoordeeld om het zig te Tangale bevinden „de detachement voor eerst nog aldaer telaaten verblijven wijl hun terug marsch ligtelijk eenen ver= keerden indruk konde maeken en dit de tachement boven dien ook nog van levensmiddelen, voor eenige tijd voorzien is Hier na wierd door de heer Commandeur aangemerkt dat zijn wel Edele aan de ingezeetenen bij meerm: Man daet beloofd heeft, alle de generaele klugten der misnoegden die nog niet ondersogt en afgehandeld waaren, gelijk ook alle speciaele klagten die eenige Jngezeetenen tot bijzonder perzoonen voorgestelt hadden, door de heer Dessave Raket en twee Commissarissen te zullen laeten onderzoeken; en zijn. ende aa d zijn, wel Edele droeg dit onderzoek den E: E: dessave Raket op, verzoekende voorts den E: negotie boekhouder Jamlant om gem: E: dessave in deese arbeijd tewillen ondersteunen zoo lange zijn Ed: zig nog te mature zoude bevinden; zullen na te rug komst op Gale nog een lid uit den gaelsen raed tot deese Commissie benoemen. Niet alleen d' E: dessave Eaket, maar ook d' E: negotie boekhouder samlant betuijgden, de laetste zoo lange hij te mature zoude verblijven zeer gaarne aan het verlangen van den heer Commandeur, wijl smeesters dienst dit vorder de te zullen voldoen: Eijndelijk verklaarde de heer Commandeur, nog, dat zijn wijl Ed: nu alles meende voorgesteld en werkstellig ge maakt te hebben, wat zoude kunnen strekken om het land weeder in rust te brengen, en dat men na het afvaar= digen van voorsz: Mandaat zal kunnen ondervinden „is of er eenige mogelijkheijd„ om door zagte middelen het oogmerk van een gewenschte rust te verkrijgen, zoor Ja„ en dat de ingeseetenen tot eene vredige inwooning te rug keeren, zijn wel Ed: als dan de bevestigings- Pardon-ola van den wel Ed: gestrenge groot agtb: heer gouverneur zoude rklijning afzenden, dog anders niet, om geen verkhaijiig aan het oppergezag toetebrengen. Dog dat in het teegen gestelde geval, of dat de ingezeetenen na zoo veele betoonde toegeevendheijd in hunne baldadigheeden voor te vaaren en zig niet onderwerpen willen, men als dien op andere middelen zoude moeten denkon, zoo wel om Mature in een eenigzints noodzaekelijke staat van dissencie te. te stellen, als ook om 's Comp:s aanzien staende te houden en rebellige onderdaenen te straffen. De gezaementlijke aanweesende heeren betuijgden met den heer Commandeur van een begrip te zijn en hiermeede wierd deese bij eenkomst g'eijndigd. Aldus gedaen en aangeteekend in het fortresse Mature ten daege voorsz: /:was geteekent:/ P: Sluijsken M:s P:s Rakel, A:n Samlant, L:s Atems, C: L: B: van Albedhijl /:onderstont :/ accordeert /:geteekent:/ C: L: B: van Albedhijl sekretaris. Akkordeert. Hijbrands VEgkelerk - 1362 Instruksie voor den opperkoopman en Dessave van Kolombo dE: Diederich Thomas Fretz, en den koop„ „man en Negotie boekhouder dE: Abraham Samlant, gaande als expresse kom¬ „missarissen dezer regee „ring na Mature om de te zaamen gerotte inge „zeetenen uijt deze dessavo„ „nie tot reeden en stilstand te brengen. Het heeft mij van den beginne aan toe „gescheenen en schijnt mij ook nu nog toe, dat het beeter geweest waare het met den opstand van een partij der matersche ingezeetenen, die voor„ weinige daagen begonnen is in de kande- baddepattoe en zig vervol„ „gens meer en meer heeft uitgebreijd eerst wat in te zien, voor dat men trad tot het zenden van een kommis„ „sie, en intusschen te beproeven of de opvoerigen op een min gerucht maa„ „kende wijze, door tussenkomst van 1. de
English
the native chiefs, could be brought to rest. For the further promotion of this objective, I even sent my Maha Modliaar of the Gate to the Honorable Dessave of Mature shortly after the reports of these movements were received here. According to a letter from the Dessave of Mature written on the 19th of this month, the situation was also as good as quiet again at that time in the Gangebadde-pattoo. In the Belligam korl things also looked reasonably well according to that letter, and for that reason the decision of Galle to send a commission to Mature was all the more disapproved of from here; yet before the order not to send it was received at Galle, the officials had already caused this commission to depart. Upon the issuing of the aforesaid order, it was at the same time instructed that if the commissioners might also already have departed, they were to be written to that they had to suspend their commission and remain at Mature until further orders. The Galle officials did this as well, yet they at the same time wrote to the aforesaid commissioners, who they knew had already departed from Mature to the mutineers, that if they were already with the mutineers when they received this order, they should then proceed to carry out their charge, instead of writing to them, as ought to have happened, that in such a case they should see to break off their commission in the most proper manner. This instruction, greatly conflicting with the intention of the aforesaid order, was taken in the highest displeasure in the Council of Ceylon on the 25th of this month, and this was also written to the Galle officials. However, because it appeared from a Galle letter of the 24th and the enclosures sent therewith since received that the activities of the aforesaid commissioners were soon to come to a state where it was doubtful whether it would not be rather conspicuous to make too hasty a change therein, it was therefore thought best to acquiesce in the further instruction given by the officials to the commissioners according to the aforesaid letter, namely to conduct themselves in the execution of the order to suspend their commission according to the circumstances of the time. The further course of this matter Your Honors will find in the letters received from Galle with the enclosures, and the letters written from here to Galle, which are handed to Your Honors herewith. From these Your Honors will see that since the above-mentioned report of the Dessave van Angelbeek, matters have worsened considerably. I do not precisely mean to say that this must be imputed to the sending of a commission from Galle to Mature, yet it is not uncommon in matters such as these that things acquire a lesser or greater weight in the eyes of the chief instigators in proportion to the importance one seems to attach to them. As long as no extraordinary measures were employed, things could still settle down quietly without an uproar. One could seem to ignore many things, and the chief instigators could still back down from their intention without great fear of the consequences; but when it became known at Mature that a Galle commission was about to arrive, these ringleaders gained a new personal interest in keeping the people they had stirred up together as their support, and in animating them more and more. It is for this reason that I thought it would be better for the time being to defer somewhat the decision regarding the request of the Honorable Dessave of Mature, presented by the Galle officials in a letter of the 21st of this month and made in the name of him and his chiefs in a letter of the 19th prior to that, to send to Mature a commission either from the Political Council or from the Council of Justice at Colombo, in order to conduct a careful investigation so that it may become apparent who are the cause of this revolt, and so that the guilty may be punished as an example to others. In addition to this, the Dessave, as Your Honors will see in the just-mentioned letter, further requested that the commission to be appointed might also be instructed to make a careful investigation into his conduct during his administration at Mature, and to examine the complaints that might come in against him with all accuracy, conscientiously and with the utmost strictness. However, since matters, as I have noted above, have noticeably changed in nature over the past few days, this has moved me to put the proposal to the Council for the appointment of such a commission earlier than had otherwise been my intention, upon which proposal Your Honors were appointed thereto in the Council of Ceylon on the 26th of this month. As much as is known thus far of the complaints of the inhabitants in the Dessavony of Mature, Your Honors will find in the Galle letters and enclosures; whatever may still be received regarding this after Your Honors' departure for Mature will be forwarded to Your Honors. The Galle officials have been instructed that they must order the Honorable Dessave of Mature to give Your Honors, upon your arrival at Mature, full disclosure of everything relating to this uprising, and to inform Your Honors in the most complete manner of the state of affairs. Furthermore, the Galle officials have been instructed that they, upon Your Honors' arrival at
Dutch transcription
de inlandse hoofden, konden worden tot rust gebragt. Tot meerder bevordering van dit oogmerk heb ik zelfs mijn Maha Modliaar van de Porta, kort na dat van deeze beweegingen hier de berigten ontfangen, zijn, aan den E: Dessave van Mature gezonden. Volgens een brief van den Dessave van Mature geschreeven den 19. deezer, was ook toen in de Gangebadde-patto het weeder zoo goed als in rust. Jn de Belligam korl zag het ook volgens dien brief reedelijk wel uit, en is daarom te meer van hier afgekeurd het gaals besluit tot het zenden van een kommissie na Mature, dog voor dat de ordre om die niet te zenden, te Gale ontfangen is, hadden de bediendens deze kommissie reeds doen vertrekken, Bij het geeven van de voorsz: ordre was tevens belast, dat zoo de gekommitteer„ „dens ook reeds mogten vertrokken zijn, dezelve moeste worden aangeschreeven dat ze hunne kommissie moesten staaken en tot nadeze ordre te Mature blijven De gaalse bediendens hebben dit ook gedaan, dog ze hebben de voorsz: ge„ 2. 3. kommitteerdens 1363 gekommitteerdens, die ze wisten dat reeds van Mature na de muijtelin „gen vertrokken waeren, daar bij te „vens aangeschreeven, dat zoo ze reeds bij de muijtelingen waaren, wanneer ze deeze ordre ontfingen, ze als dan moesten voortgaan hun last te volbrengen, in steede van hun aanteschrijven zoo als dat had behooren te geschieden, dat ze hunne kommissie in zulk een geval, op de wel„ „voegelijkste wijze moesten zien aftebreeken Dit aanschrijven zeer strijdend met de intentie van voorsz: ordre is in Raade van Ceilon op den 25. deezer, ten hoogsten kwalijk genoomen, en is dit ook de gaalse bediendens aangeschreeven. Wyl het nogtans uit een gaalse brief van den 24. e en de daar nevens gezondene bij „laagen zedert ontfangen, scheen, dat de verrigtingen der voorsz: gekommitteer„ „dens spoedig stonden te koomen, indien staat, dat het bedenkelijk was, of het niet wat opzigtelijk zoude zijn daarin te spoedige verandering te maeken, is daarom best gedagt te berusten in het nader aanschrijven der bediendens vol„ „gens voorsz: brief aan de gekommit„ „teerdens gedaan, om zig namentlijk in de exekutie der ordre om hunne kom ring t hierde E„ van zer pattoo Jn de ens eurd van g voor den te dens trekken. re mitteer. n hreeven staaken blijven ook V eerden ge zijn, was 4. missie missie te staaken, te gedraagen na tijds omstandigheeden. Het verdere beloop dezer zaak, zullen uE, vinden bij de van Gale ontfangene brieven met de bijlaagen, en de brieven van hier na Gale geschreeven, en welke uE: hiernevens worden ter hand gesteld. uit dezelve zullen uE: zien dat zeedert het hier bovengem. bericht van den Dessave van sAngelbeek de zaeken merkelijk verslimmerd zijn. Ik wil juist niet zeggen dat dit aan het zenden van een kommissie van Gale na Mature moet worden geimputeerd dog het is met zeldzaam in zaaken als deze, dat de dingen in het oog van de hoofdbelijders een minder of meerder gewigt verkrijgen, na maate van het belang dat men daarin schijnt te stellen zoo lange 'er geene buijten gewoone mid„ „delen wierden te werk gesteld, konden de dingen nog zonder eclat zig tot rust schikken. Men konde veele dingen schijnen te ignoreeren en de Hoofd belyders konde zonder groote vreese voor de gevolgen, van hun voornee„ „men nog te rug komen, dog toen het te Mature 5. 1364 Mature bekend wierd dat er een gaalse kommissie stond te koomen, kreegen deze belhamels een nieuw personneel belang om het door hun opgerokkend volk tot hun appui bij malkanderen te houden en meer en meer te animeeren. Hierom is het dat ik gemeend heb, dat het beeter waare ook voor eerst nog wat uitgesteld te laaten het besluijt op het door de gaalsche bediendens bij brief van den 21. deezer voorgedraagen verzoek van den E: Dessave van Mature, gedaan uit naam van hem en zijne hoofden bij een brief van den 19=e daar te vooren, om na Mature, te zenden een kommissie het zij uijt de raad van Politie dan wel uijt den raad van Justitie te kolombo, om een naauwkeurig onderzoek te doen ten einde het blijken mooge wie oorzaake van deeze opvoer zijn, en op dat de schuldigen tot exempel van anderen mogen gestraft worden. Hier bij heeft de Dessave zoo als uE: bij evengem: brief zien zullen nog verzogt dat aan de te benoemene kommissie mogte worden gelast, om tevens een naauwkeurig onderzoek te doen naar zijn gedrag geduurende zijn bestier te Mature, en om de klagten die teegens hem mogten en m der het stellen. 1 d den t inkoomen 7. inkoomen met alle naauwkeurigheid gemoedelijk en op het scherpst te onderzek Dan wijl de zaaken zoo als ik hier boven heb aangemerkt, zeedert eenige daegen merk „lijk van gedaan te verandert zijn, heeft mij dit bewoogen om vroeger dan het anders mijn voorneemen was, aan den raad te doen het voorstel tot het benoe „men van zulk een kommissie, en op welk voorstel uE:s bij de in raade van Ceilon op den 26. deezer daar toe zijn benoemd. zoo veel tot nog toe van de klagten der ingezeetene in de Matersche Dessavonie bekend is, zullen uE. vinden bij de gaalse brieven en bijlaegen; het geen na uE: vertrek na Mature nog der„ „wegens mogte worden ontfangen, zal uE: worden nagezonden. De gaalsche bediendens is aangeschreeven dat ze den E: dessave van Mature moe „ten gelasten om aan uE: bij der zelver komst te Mature, opening van alles te geeven wat tot deezen opstand betrekkelijk is en om uE: op de volleedigste wize van den staat der zaeken te onderrigten. Nog is de gaelse bediendens aangeschreeven dat ze aan uE: met derzelver komst 10. te
English
at Gale, everything that has been accomplished by the commission appointed by them, as well as everything that has been submitted by the mutineers to this commission. And finally, it has been recommended to them that they must also hand over to you all addresses that might have been made directly by the mutineers to the Lord Commander. This revolt was undoubtedly stirred up by a party of restless fellows. Nothing has ever become known to me of any discontent among the inhabitants of Mature, and much less that they would have any reason to complain, both during the time that the first mentioned in the heading of this, the Honorable Disava Fretz, was at Mature, and during the time that the Honorable van Angelbeek has since been Disava of Mature. It would be very desirable if one could discover the ringleaders of this game, and particularly if one could get hold of them. It would likely result in the great multitude, which usually goes along without knowing what they want, being quickly brought to peace. Moreover, that would have a very favorable influence for the future, to curb a party of insolent fellows who only incite the people in order to advance their personal aims thereby. The means to restore peace are the first with which you must occupy yourselves. In this, you must observe, as far as is at all possible, that it is done in a manner that does not compromise the honor and prestige of the Company. I repeat it: it would be very desirable if one could get hold of some of the principal ringleaders, in order to subsequently have them punished according to their deserts as an example to others; however, if you find this not to be possible without making the unrest continue even longer, then it will be best to pretend not to know them, so that the fear of punishment may not cause them to continue in their wrongdoing. Employing your efforts toward the restoration of peace is therefore the first thing that I must recommend to you with great emphasis. For the furtherance of this, it is necessary to record with all accuracy the complaints that the inhabitants might have, and to investigate to what extent they are well-founded. If matters are somewhat favorably disposed to it, it is good to exhort the insurgents with emphasis that in the meantime each go peacefully to his home, because a few are sufficient to present to you the complaints that they believe they have. Regarding the hearing and investigating of the complaints, I leave it completely to your discretion to do that either jointly with the Honorable Disava van Angelbeek or separately, as you shall find most fitting and advisable according to the state of affairs, and most conducive to furthering the objective of restoring calm to people's minds. After the complaints shall have been recorded by you and properly investigated, I qualify you to settle in fairness all such matters that ought to be decided promptly, and as you shall find to serve the greatest benefit of the Company and its inhabitants. If there are matters that can tolerate delay, and concerning which you desire to be separately instructed because of their gravity, these must be presented to me as soon as possible, with your considerations as to how you think they ought to be decided. The settlement of the complaints, especially of those that are of some importance, must take place with the advice of the Honorable Disava van Angelbeek when he is present, without you nevertheless being obliged to follow his advice therein if both of you are of one opinion. Otherwise, and when the advice of the Honorable Disava agrees with the opinion of one of you two, that opinion must be followed. With this, I leave the rest to your discretion to employ the best means in order that peace may be restored as soon as possible, knowing both your abilities in matters of state and convinced that in everything you will keep in view the true interest of the Company and its inhabitants, as well as what may serve to preserve the Company's esteem and prestige among them, I hereby give you full power for the aforementioned purpose. While hearing and settling the complaints of the inhabitants, you must, as far as possible at the same time, seek to satisfy the above-mentioned request of the Disava and the native headmen, to trace as far as possible who or what are the causes of this revolt, if they can be discovered at all and insofar as that can be done compatibly with the objective of restoring peace quickly. If any complaints are made against the Honorable Disava van Angelbeek, I order you to handle them in accordance
Dutch transcription
13656 te Gale moeten kommuniceeren, alles wat verrigt is door de bij hun benoemde kommissie, als meede alles wat van de muitelingen bij deeze kommissie inge „koomen is. En is eindelijk hun aan„ bevoolen, dat ze ook aan uE: moeten ter hand stellen alle addressen die direkt door de muijtelingen aan den Heer kommandeur mogten zijn gedaan. Deeze opstand is ongetwijffelt ver„ „wekt door een partij onrustige knaapen. Mij is nimmer iets bekend geworden van eenig misnoegen der Matersche ingezeetenen en veel min dat ze eenige reeden tot klaegen zouden heb„ „ben, zoo geduurende den tijd dat de eerst genoemde in den hoofde deezes d'E: Dessave Fretz, te Mature geweest is, als geduurende den tijd dat dE van Angelbeek zeedert is geweest Dessave van Mature. Het zoude zeer te wenschen zijn zoo men de roervinken van dit spiel konde ont„ „dekken en in zonderheid zoo men ze konde in handen krijgen: Het zoude vermoedelijk voortbrengen dat de groote meenigte die doorgaans meede loopt zonder te weeten wat ze willen, Zee heb erk heeft het den benoe van zijn onie een der zal eeven komst van Nog en t 12. spoedig 1 1 spoedig zoude kunnen worden tot rust gebragt. Bovendien zoude dat van een zeer gunstigen invloed zijn voor den aan„ „staande, ter beteugeling van een partij stoute knaapen die het volk alleen oprokke „nen om daar door hunne personeele in „sigten te bevorderen. De middelen om de rust te herstellen zijn de eerste waarmeede uE: zig moe „ten beezig houden. Hier in moeten uE: zoo veel het eenigzins mogelijk is in agt neemen, dat het geschied op eene wijze die de eere en het aanzien van de komp, niet komprometeerd. Ik herhaale het, het zoude zeer wen„ „schelijk zijn zoo men eenige der voor„ „naame roervinken konde in handen krijgen, ten einde die vervolgens na ver „diensten tot exempel van anderen te doen straffen, dog zoo uE. bevin „den dit niet mogelijk te zijn, zonder de onrust nog langer te doen voortduuren dan zal het best zijn om zig te houden als of men ze niet kend op dat de vreeze voor straffe geen oorzaak zij dat ze in hun kwaad doen blijven voortgaan. 15 13. 14. 1366 Het aenwenden van uE: pogingen tot het herstellen van de rust is mids dien het eerste dat ik uE: met groote nadruk moet aenbeveelen. Ter bevordering hier van is het noodig om de klagte die de ingezee„ „tenen hebben mogten met alle naukeurig= heid opteneemen, en te onderzoeken in hoe verre die gegrond zijn. zoo de dingen er eenigsints na gedisponeerd zijn, is het goed de oproerigen met nadruk te vermaanen, dat intusschen elk vreedig na zijn huijs gaat, wijl eenige weijnige genoeg zijn om de klagten die ze ver„ meenen te hebben, aan uE: voortedrae„ gen. Nopens het aanhooren en onderzoeken der klagten, laet ik het volkoomen aen uE: gedefereerd, om dat te doen het zij ge= k in 2 4 ne de wen voor den ver en in de uuzen d geen doen 16: 15: gezaementlijk met den E: dessave van Angelbeek dan wel afzonderlijk, zoo als uE: dat na bevinding van zaeken zullen vinden meest oorbaar en raadzaem te zijn, en meest te strekken ter bevorde„ „ring van het oogmerk om de gemoederen tot rust te brengen. Na dat de klagten door uE: zullen zijn opgenoomen en behoorlijk onderzogt, kwa„ lificeere ik uE: om alle zulke zaeken die spoedig behooren te worden beslist, af te doen na billikheid, en zoo als uE. zul„ „len bevinden, dat te strekken ten meesten dienste van de komp=e en haere ingezee„ tenen. zijn er zaeken die uitstel veelen kunnen, en waer omtrend uE: om het ge„ wigt derzelve, verlangen appart te zijn # 16 g'instrueerd, moeten mij die ten spoedig= „sten worden voorgedraegen, met uE: kosi= deratien, 17: 1367 deratien, hoedaenig uE: denken dat ze be„ hooren te worden beslist: Het afdoen der klagten inzonderheid der zul„ ken die van eenig gewigt zijn, moet geschie„ den met advies van den E: dessave van An„ gelbeek, wanneer hij present is, zonder dat uE: nogtans zijn advies daer in zullen be„ „hoeven te volgen, zoo uE: bijde zijn van een gevoelen. Anderzins en wanneer het ad„ vies van den E: Dessave overeenstemd met het gevoelen van een van uE: bijde, moet dat gevoelen worden gevolgd. Hiermeede laet ik voor het overige aen uE: beleid gedefereerd, om de beste mid= delen aantewenden ten einde zoo spoedig het geschieden kan de rust te herstellen ken„ „nende uE bijde kundigheeden in slands zaaken en overtuijgd dat uE: in alles zullen 18: 19: „ 8 tien zullen in het oog houden het waere be„ lang van de komp=e en haare ingezeetenen, als meede wat strekken kan tot behoud van scomp=s agting en aenzien onder dezelve, geeve ik uE: hier meede ter voorsz: einde een pleins pouvoir. 20: onder het aenhooren en afdoen der klagten der ingezeetenen moeten uE: zoo veel mo„ gelijk daar meede gelijktijdig, zoeken te voldoen aen het hier boven gem: ver„ zoek van den Dessave en de Jnlandse hoofden, om zoo veel mogelijk na te speuren, wie of welke de oorzaeken zijn van deesen oproer, zoo ze eenigzints te ontdekken zijn en voor zoo verre dat geschieden kan, bestaanbaar met het oogmerk, om de rust spoedig te herstellen. zoo er eenige klagten gedaen worden tegens den E: dessave van Angelbeek, gelaste ik uE: om die overeen= komstig
English
1368 in accordance with his own express request made thereto, to investigate conscientiously and most strictly with all accuracy. Herewith you must also, as may be done in the most proper manner, comply with the further requests mentioned above in article 7 by the Honorable Dessave van Angelbeek. If you find in the investigation of the matter that the native chiefs, whether great or small whoever they are, have truly committed offenses against the inhabitants, to such an extent that you judge it necessary that this be remedied promptly and effectively, I qualify you to act therein according to the findings of the case, with the advice of the Honorable Dessave just as has been said above in article 18, whether by suspending such chiefs or even finally dismissing them from their service, subject to the subsequent approval of this government, and also even to have them taken provisionally into arrest, if you find that this is necessary for the promotion of peace and in the service of the Company. As soon as you shall have arrived at Mature and shall have informed yourselves of the state of affairs, you must briefly report thereof to me, as must also be done with everything that may appear to you of significant importance during your commission. Another company of easterners will march from here to Gale, unless I should soon receive tidings that it is not necessary. When it departs, word will be written to Gale to also send this company to Mature if it is summoned, and this must be done when you, with the advice of the Honorable Dessave, might find it necessary. 1369 I hope that no military force will be necessary to cause the restless among the inhabitants of Mature to return to their duty. Meanwhile, the reinforcement already sent can serve to reassure the peaceful inhabitants against the harassment of the restless, and even to protect them from it whenever that can be done with safety, without exposing the troops too much, and if in your judgment it is necessary. Herewith I wish you from my heart all possible success and am, after friendly greetings, below stood, your good friend, was signed, W: J: van de Graaff, in the margin, Kolombo the 30th of April 1790. Agrees. Hijbrands First Clerk P H W: Snncke No. 6 Checked 1370 Secret Instruction for the senior merchant and Dessave of Kolombo, the Honorable Diederich Thomas Fretz, and the merchant and trade bookkeeper, the Honorable Abraham Samlant, departing as express commissioners of this Government to Mature to bring the assembled inhabitants from this Dessavony to reason and tranquility. I have indeed not heard that significant outrages have been committed hitherto, at least not that the mutinous have done any damage to the resthouses of the Company or any goods belonging to their Honors. Nevertheless, the crowd of the more or less guilty increases daily on such occasions. One bad step follows the other, and the larger the crowd of those who know themselves to be guilty becomes, the more necessary it becomes to step over those things as much as cannot be avoided. If it should therefore appear to you that the fear of punishment has already become so great that without removing it peace cannot well be restored, unless one wished to have recourse to violent means, then you are hereby qualified to be allowed to grant a general pardon, after previously having taken the advice of the Honorable Dessave thereon, without you nevertheless being obliged to bind yourselves thereto if you both are of the opinion that it ought to be done. You can then do this either as an act that you take upon yourselves without qualification, or else, if it cannot be otherwise, directly in the name of myself and the Council. If it can be that in such a general pardon a few who are most guilty are excluded, 1371 excluded, that would greatly serve to preserve the Company's reputation; but if that cannot be, and you find that for the promotion of peace it must be given without exception, that may be done if necessary. I am, after friendly greetings, below stood, your good friend, was signed, W: J: van de Graaff. In the margin, Kolombo the 30th of April 1790. Agrees. Hijbrands First Clerk Checked P. A. W. Fremcke No. 7 1372 Kolombo To the Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Sir, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its Dependencies. Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, High-Commanding Sir! Most respectfully we inform your Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed that we arrived here yesterday morning, and have understood from the Dessave van Angelbeek that the state of affairs still continues substantially as it has been for some time. And because the Dessave thinks that if the peoples of the Billigamkorle were brought to peace, the other gatherings will then either dissolve of their own accord, or at least will be very easily brought to a standstill, we therefore decided yesterday afternoon at our meeting to make known immediately by sannas ollas that we had been sent by your Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed as Commissioners, and that tomorrow morning we
Dutch transcription
1368 „komstig met zijn eigen expres verzoek daer toe gedaen, met alle naukeurigheid gemoede= „lijk en op het scherpst te onderzoeken. Hier bij moeten uE: zoo als dat op de meest be„ tamelijke wijze geschieden kan, ook voldoen aen het hier boven bij art: 7: vermelde ver„ „dere verzogte door den E: Dessave van Angelbeek. zoo uE: in het onderzoek der zaeke bevinden dat de inlandse hoofden, het zij groote of kleij„ „ne wie ze zijn, zig werkelijk teegens de inge„ zeetenen hebben misgaen, in zoo verre dat uE: het noodig oordeelen, dat daer in spoedig en kragt„ „dadig worde voorzien, kwalificeere ik uE: om met advies van den E: dessave evenr zodanig als hier boven bij art: 18: is gezegt, daer in na bevinding van zaaken te handelen, het zij, met zulke hoofden te suspendeeren, of ze zelfs finael van hun dienst aftezetten, op de nadere goedkeuring van deze regeeringe ook zelfs 21: en„ komstig ere zelfs om ze bij provisie te doen neemen in arrest, indien uE: bevinden dat dit tot bevordering van de rust en ten dienste van de komp: noodig zij. zoo dra uE: te Mature zullen zijn aengekoomen en zig na de toestand der zaake zullen hebben g'informeerd, moeten uE: mij daer van korte„ „lijk berigt doen, zoo als ook moet geschieden van alles wat geduurende uE: kommissie uE: van merkelijk belang mogte voorkoomen. Nog een komp=e oosterlingen zal van hier marcheeren naer Gale, ten zij ik spoedig tijding mogte ontfangen dat het niet noodig zij, wanneer ze vertrekt, zal naer Gale worden aengeschreeven om ook deze komp=e naar Mature te zenden, zoo ze word op= ontboden, en moet dit geschieden wan„ „neer uE: met advies van den E: dessave dat mogte nodig vinden. 24: 22. 23: 1369 Ik hoop niet dat er eenig Militair vermogen zal noodig zijn, om de onrustige onder de Materse ingezeetenen tot hun pligt te doen keeren. Jntussen kan de reeds gezondene versterking strekken, om de in rust zijn= „de ingezeetenen voor den overlast der onrustigen gerust te stellen, en ze zelfs daer voor te dekken wanneer dat met vijligheid geschieden kan, zonder de troepes teveel te exponeeren, en dat het naar uE: oordeel noodig zij Hiermeede wensche ik uE: van harten alle mogelijke succes en ben na vriendelijke groete /:onderstond:/ uE. Goeden vriend /:was geteekend :/ W: J: van de Graaff /:in margine:/ kolombo den 30: april 1790. 24: Accordeert. Hijbrands Eijklerk . „ dat 4 P H W: Snncke No. 6 Nagesien 1370 Sekreete Jnstruksie voor den opperkoopman en Dessave van kolombo d: E: Diederich Thomas Fretz: en den koop„ „man en negotie boekhouder dE: Abraham Samlant, gaende als expresse kommis„ „sarissen dezer Regeering na Mature om de tezaemen ge„ rotte ingezeetenen uit deze Des Cavonij tot reeden, en stil¬ stand te brengen. Jk heb wel niet gehoord dat'er tot nog toe merkelijke baldadigheeden gedreeven zijn ten minsten niet dat de oproe„ rige eenige schaade zoude hebben gedaen aan de rust huyzen van de kompe of eeni„ ge goederen haer E: toebehoorende, niet te min groeid den hoop der min of meer schul„ „digen in zulke geleegentheeden daagelijks aan De eene kwaade pas volgt de andere en hoe grooter de hoop word der zulke dien zig schuldig kennen, hoe meer het nood„ zaekelyk word om over die dingen zoo veel veel het niet te ontwijken is hien te stap „pen zoo het uE: mids dien mogten voor koomen dat de weeze voor straffe reeds zoo groond geworden is, dat zonder die weg te neemen de rust niet wel te herstellen is, ten zij me„ toevlugd wilde neemen tot geweldige mid„ „delen, dan worden uE door deezen gequa„ lificeerd om een generaal paldon te moogen verleenen na alvoorens daer over te hebben ingenoomen het advies van den E. Dessave, zonder dat VE: zig nogtans daer aan zullen behoe„ binden ren te uen, wanneer uE: beijde van oordeel zijn dat het behoord te geschieden, uE: kunnen als dan dit doen het zij als een daad die uE onge qualificeerd over uE neemen dan wel zoo het niet anders zijn kan, direkt uit naem van my en den Raade kan het zijn dat bij zulk een generael pardon eenige wij„ „nigen die het meest schuldig zyn worden uit geslooten 1371 uitgeslooten, zoude dat zeer strekken tot be„ „houd van 'skomp:s reputatie, dog kan dat niet zijn, en bevinden VE: dat het ter be„ „vordering van de rust zonder uitzoude„ ring moet worden gegeeven mag dat des noods geschieden. Jk ben na vriendelijke groete /:onderstond/ uE: goeden vrienden /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff. /:in margine:/ Kolombo den 38:e April 1790. - Akkordeert Hijbrands Egbeerk Nagesien P„r A W„ Fremcke No. 7 1372 Kolombo Aan den wel Edelen Gestrengen Groot Achtbaaren Heer! Willem Jacob van de Graaff, raad ordinair van Nederlandsch Jndia, Gouverneur en Directeur van 't Eiland Ceijlon met dies onder„ „hoorigheeden. Wel Edele, Gestrenge, Groot Acht„ „baare, Hoog Gebiedende Heer! Eerbiedigst berigten wij uwwel Edele Gestrenge Groot Achtbaare dat we gisteren voormiddag alhier zijn aangekoomen, en van den Heer Des„ „save van Angelbeek verstaan hebben, dat de gesteldheid der zaaken nog genoegzaam zoda„ „nig continueeren als sij zedert eenigen tijd zijn geweest. en wijl de Heer Dessave vermeent dat wanneer de volkeren van de Billigamkorle tot rust gebragt waaren. De andere te zamen rottingen dan wel van zelve vervallen, of ten minsten zeer gemakkelijk tot stilstand zullen te brengen zijn, zoo hebben wij gisteren namiddag bij onse bijeenkomst beslooten om, ten eersten bij saunas olassen te doen bekend maaken, hoe dat wij door uw wel Edele gestrenge Groot Achtbaare gezonden waaren als Commissarissen, en dat wij morgen vroeg na
English
will come to Malimande in the Belligamkorle, in order to examine those who were present at the gathering, or who might still be there, concerning what moved them to such conduct, which is disadvantageous and improper for the service of the Honorable Company and for themselves; and furthermore to investigate their complaints and to decide them according to equity and justice; and that we shall subsequently go to such other places as we shall find necessary. We then dispatched these sannas-olas to all provinces this morning, making only this change, however, that we shall depart this afternoon instead of tomorrow. For we understand that no time must be lost, all the less so because Lieutenant Beijer reported to the Lord Dessave that on the evening of the 3rd of this month, fully 500 heads passed close by Tengale, cheering and dancing to the beating of small drums, and that they were further increased by a band in the country. The Modliaar Tinnekoon also wrote the same, enlarging the band to 1000 men, and adding that they say they have complaints against the Lord Dessave, interpreters, and all headmen. The Mahamodliaar is somewhat dissatisfied because we do not wish to take him with us to Malimande, and no matter how much we tried to appease him with fair reasons, saying among other things that we would first go without him, and if we found that he could be of service we would then send for him, it nevertheless appears that he remains displeased about it; and as he spoke of then wishing to go to Kolombo, being of no use at Mature, we advised him against it on the grounds that he might be of use to us, and pointing out that he would do wrong not to depart without orders from Your Honorable Right Harsh, Highly Esteemed; whereupon he then also agreed to stay. From Gale we still await the papers that have arrived since the 25th of April, as we have received them up to that date from Your Honorable Right Harsh, Highly Esteemed, and we also look forward to all the original olas that we likewise requested. Meanwhile, the papers that are still lacking for us to be informed of everything up to the date of this letter will also be handed over to us here. The Lord Dessave speaks very stubbornly of punishing the evildoers and obtaining justice for His Honor. It would certainly be fortunate if that could happen, but on which we must suspend our judgment until we have spoken to the unruly crowd. The incident at Makawitte, where a Sinhalese attempted to strike a blow with a club at the Eastern sergeant, who however dodged it, whereupon the common Easterners rushed forward and the Sinhalese received a slight stab, which has already healed, will be known to Your Honorable Right Harsh, Highly Esteemed. The family of the persons arrested in connection with that incident at Makawitte complained at Gale, and the Lord Commander referred them to us, just as they also complained to us here this morning; and as we said that we were first awaiting the papers from Gale, and that after reading them and those from here we would investigate the matter further, they requested that we have the arrested persons appear before us for an inspection of their wounds. This was done; we then saw that one of these men had received a good beating with rattans on his back, which the Lord Dessave had ordered to be given to him; and as there was one among those prisoners whom the Lord Dessave considered innocent, but had not wished to release until our arrival, the same was now discharged. When we have spoken to the most wicked mob, we shall then have to see what we are to do with those prisoners. The Lord Dessave assures us that in the Gangebaddepattoe everything is peaceful, and that they even condemn the actions of the mutineers; likewise that nothing is heard in the Wellebaddepattoe, the Baygams, the Four Gravets, the lordship of Belligam, and the Magampattoe, and that the peoples of the Magampattoe turned away the mutineers who were at the river Waluwe, saying that they have never been happier than now, and thus did not wish to have anything to do with their mutineers. We live in the best confidence that everything will turn out well, yet we also think that it cannot happen otherwise than by exercising leniency, for the mutineers, as one hears, stand firmly by their position. We have the honor to recommend ourselves to the continued favor of Your Honorable Right Harsh, Highly Esteemed, and to call ourselves in all faithfulness. Underneath stood: Honorable Right Harsh, Highly Esteemed, High Commanding Lord! Your Honorable Right Harsh, Highly Esteemed's obedient servants. Signed: D: I: Fretz and A: Samlant. In the margin: Mature, the 4th of May, Anno 1790. Lower: PS: We have requested the Lord Dessave van Angelbeek not to send out any military detachment at all, except in the most absolute and extreme necessity, which we trust will not occur. Agreed. Sijbrands First Clerk Examined L D Sinde
Dutch transcription
na Malimande in de Belligamkorle zullen koomen„ ten einde de geene die bij de te zamen rotting zijn, geweest, of daar bij nog mogten zijn, te onderhouden wegens het geene hun heeft bewoogen tot zoo een voor den dienst van de E: kompenie, en hun eigen nadee„ „lig- en onbehoorlijk-gedrag; en voorts hunne klag „ten te onderzoeken, en na billijk- en- regtveerdigheid te beslissen. en dat wij vervolgens nog na zodanige andere plaatzen zullen gaan als wij zouden bevin„ „den nodig te zijn. wij hebben dan deeze sannas-ola's na alle provintien heeden morgen afgezonden, dog daar bij eenelijk deeze verandering gemaakt, dat wij heeden namiddag /:in steede van morgen:/ zullen vertrekken. want wij begrijpen, dat er geen tijd moet verlooren gaan, en wel te minder om dat de Luijtenant Beijer aan den Heer Dessave berigt heeft, dat er den 3. deezer des avonds wel 500: koppen digt bij Tengale Juichende en dansende met 'slaan „de tamblijntjes gepasseert zijn, en dat zij nog met een troep in het land vermeendert zijn dit„ zelfde heeft ook den modliaar Tinnekoon ge„ „schreeven, met vergrooting van de troep op 1000: man, en bij voeging; dat zij zeggen klagte te heb„ „ben tegen den Heer Dessave, Tolken, en alle hoofden De Mahamodliaar is wat te onvreeden om dat wij hem niet willen meede neemen na Mali„ „mande, en hoe zeer wij hem daar omtrend met billijke reedenen hebben zoeken ter neder te zetten, en onder anderen ook te zeggen, dat wij eerst zon„ der hem gaan zouden, en wanneer wij bevonden dat hij van dienst zijn konde wij hem dan ontbie„ „den zouden, zoo scheint het dog dat hij derweegen mis= 1373 mis vergenoegd blijft; en wijl hij sprak van dan na kolombo te willen gaan, als op Mature van geen nut zijnde, zoo hebben wij hem dat afgeraaden uit hoofde hij ons van nut zoude konnen zijn, en onder voorhouding, dat hij qualijk doen zoude niet te vertrekken zonder bevel van uwel Edele gestrenge Groot Achtbaare; waar op hij dan ook heeft aangenoomen te blijven. van Tale verwagten wij als nog de papieren, die zedert den 25:' april ingekoomen zijn, alzoo wij dezelve tot dien datum van uwel Edele Gestrenge groot Achtbaare ontvangen hebben, en alle de ori„ „gineele olas die wij meede verzogt hebben, zien we ook te gemoet. terwijl ons ook de papieren die als nog mankeeren om van alles onderrigt te weezen, tot dato deezes, alhier zullen ter hand gesteld worden. De Heer Dessave spreekt zeer stuk van de quaad„ „doenders te straffen, en zijn wel Edele recht te ver„ „schaffen - gelukkig was het zeker indien het ge„ „schieden konde, dog waar over wij ons oordeel moeten ofschorten tot dat we de woeste menigte zullen gesprooken hebben. Het voorval te Makawitte, alwaar een Zingalus een slag met een knubbel heeft willen toebrengen aan de Oostersche zergeant, die het egter ontweeken is, en waar op de gemeene Oosterlingen zijn toegeschooten, en den Zingalees een ligte steek bekoomen heeft, die al geneezen is, zal uwel Edele gestrenge groot Achtbaare bekend zijn. de familie van de bij dat geval gearresteerde perzoonen van Makawitte hebben te gale geklaagd, en de Heer Commandeur heeft hun dee heid dat zullen li ten gen hun aan ons overgeweezen, gelijk zij dan ook deeze morgen hier bij ons hebben geklaagd, en wijl we zeiden dat we eerst de papieren van Gale verwagten, „de waaren. en dat we na dezelve, en die van hier, te hebben geleezen de zaak verder onderzoeken zouden, zoo verzogten zij dat de gearresteerdens wilden laten voor ons koomen ter beoging hunner worden; het geen geschiede wij zagen toen dat een van deeze menschen een goed pak slaagen met rol„ „tingen op de rug heeft gehad, dat de Heer Dessave hem heeft laten geven; en wijl 'er een onder die arres„ „tanten was, die de heer Dessave voor onschuldig „hield, maar niet had willen laageeren tot onse komst, zoo wierd den zelven als nu ontslagen. wanneer we den kwaadsten hoop zullen gesprooken hebben, dan zullen we moeten zien wat ons met die arrestanten te doen staat. De heer Dessave verzekerd ons dat in de gangebad„ „ de pattoe, alles in rust is, en dat zij zelfs het gedoente der muijtelingen verwijen; zoo meede dat er ook niets in de wellebaddepattoe, de Baijgains, vier gravetten de heerlijkheid van Belligain en de Magam „pattoe vernoomen word, mitsgaders dat de volke„ „ren van de Magampattoe de muijtelingen, die aan de rivier de waluwe zijn geweest, afgeweezen hebben, onder het zeggen, dat zij nooijt gelukkiger zijn geweest, dan tans, en dus met hun muijtelingen niet wilden te doen hebben. wij leven in het beste vertrouwen dat zig alles wel zal schikken, egter vermeenen wij ook dat het niet anders zal kunnen geschieden dan door toe„ gevendheid te gebruijken want de muijtelingen, zoo als 1374 als men horrt sterk op hun stuk staan. wij hebben de eere ons te beveelen in uwel Edele Gestren„ ge groot Achtbaare aanhoudende gunst, en ons met alle trouwe te noemen. /:onderstond:/ wel„ Edele Gestrenge Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer! uwel Edele gestrenge groot achtbaare gehoor„ „zaame Dienaaren /:geteekend:/ D: I: Fretz en A: Samlant /:in margine:/ Mature den 4: Maij A o 1790: /:lager:/ PS: wij hebben de heer Des„ „save van Angelbrek verzogt om in het geheel geene militaire detachement uit te zenden dan in de aller volstrekste en uijt terste noodzakelijkheid, die we vertrouwen dat niet voorkoomen zal. Accordeerd. Sijbrands Eijklerk Nagezien L D Sinde
English
1375 To the Honorable, Stern, Highly Esteemed Lord! Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon, with its dependencies. Colombo Honorable, Stern, Highly Esteemed, High Ruling Lord We had the honor to inform Your Honorable Stern Highly Esteemed of our departure from Mature to Malimidde in our respectful letter of the 4th of this month, which date, however, was written erroneously, as it was the 5th, and for which we request the pardon of Your Honorable Stern Highly Esteemed. We then arrived there in the evening. As we sailed up the river, we saw several inhabitants of the Gangebaddepattoo, both along the banks of the same as well as on the plains, and according to ancient custom they towed our vessels along on lines up to the limit of that pattoo; but on the contrary we saw not a single person on the territory of the Belligamkorle, and even arriving at Malimidde in the garden of the modliaar Hangakoon, which was intended for our lodging, we found no one other than a servant of the said modliaar; and shortly thereafter came an elderly man, being a majoraal's shift-changer, and both of them told us that the inhabitants were all at the gathering, and that their wives and children, upon the sound of the drums, imagining that the general alarm was being beaten and that a military force was marching against them, had taken flight. We then sent out men to reassure these fearful people, and to admonish them that they could safely return to their dwellings, which also had the result that they came by ones and twos. The next day towards noon we received an ola from the mutineers, in which they expressed their pleasure regarding our arrival, but at the same time requested that we would come to Hakman, because according to agreement everyone was to assemble there; and it was also the place of the beginning of the gathering. But we wrote in answer that the next day via Attverlieje we would come to them at Akkuresse. The aforementioned elderly man named Rannemrege Appoe, inhabitant of this village, promised us the next day on behalf of the other inhabitants to provide the necessary addekoes and phiendoes towards evening, as he, along with two other majoraals, fulfilled that promise; they also, on behalf of the mutineers, requested that we would come to Hakman, as the joint participants had agreed to assemble there, and thus the company of the Belligamkorle was also expected there, but we gave as an answer that we would go speak to the gathered people of this korle 1376 korle at Akkuresse, and that we had also already written this to them in answer to the ola that they had sent us. We departed this morning from here towards the side of Altverlieje, but arriving with our boat near the village of Kekkoenewille in the Belligamkorle, we first caught sight of a few people on the side of the Belligamkorle, while subsequently at a great distance from them we saw a whole crowd equipped with banners and drums, as well as with pikes, cutlasses, firearms, and sticks, whereupon we chose to step ashore at the first best place; meanwhile, those whom we had seen first came through the river towards us to help pull the boat, and when we had stepped ashore and wished to proceed to the crowd, they requested that we please first hear them out on what they had to say. We thus remained standing and expressed our willingness to hear them out, and then the present vidana of Elgirije spoke, praising the administration of the first signatory of this letter as Dessave of Mature, and complaining that they were currently plagued with unbearable services and obligations, and had to suffer many injustices, over which they, completely despondent, had proceeded to a gathering; and that they were now saddened because we had not answered their request to come to Hakman. Whereupon we gave them a fitting answer, adding that our desire was great to speak to the collective people and that we had come for that reason, and proceeded towards the large crowd, which we guess will have consisted of 500 heads; a part thereof was drawn up in a row with firearms, pikes, loose cutlasses, and long sticks with bayonets upon them, the rest were behind them, wildly intermingled, of whom many were provided with clubs; and the drummers stood all the way at the back. We passed the formed line, which opened in the middle to let us pass, but we chose first to go to the end, and subsequently we went to the middle of the field, towards the large crowd, which then surrounded us. We asked for the headmen in order to speak to them, whereupon several persons came forward, among them also Madoegodde Appoe; we called them to account regarding their improper conduct, with such further additions as are consistent with the state of the matter, expressing at the same time that we had very strongly desired to meet and speak with them, and that since they had not come to us at Malimidde, we had to assume that some bad rumor must be the cause thereof, and that we had therefore resolved to come to them at Akkuresse, but that it was now so much the more pleasing to us to meet them even earlier, etc. They cheered at this, and then the aforementioned vidana mostly spoke again, while now and then another also spoke in between, and their statements amounted essentially to the same as what that vidana had said at the first meeting: with the request that
Dutch transcription
1375 Aan den wel Edelen Gestrengen Groot Achtbaaren Heer! Willem Jacob van de Graaff, raad ordinair van Nederlands Jndia, gouverneur en Directeur van het Eiland Ceilon, met dies on„ „derhoorigheeden. Kolombo Wel Edele Gestrenge Groot Acht= „baare, Hoog Gebiedende Heer Ons vertrek van Mature naar Malimidde hebben wij de eer gehad uwwel Edele Gestrenge groot Acht„ „baare te bedeelen bij onsen eerbiedigen van den 4. deezer, welker datum egter abusive gesteld is, alzoo het den 5: was, en desweegen wij uwwel Ed: gest: groot Achtb: om verschooning verzoeken. wij zijn dan ook 's avonds aldaar aangekoomen. verscheide ingezeetenen van de Gange baddepattoe, hebben wij bij het op vaaren van de rivier, aan de kant derzelver, zoo wel als op de vlaktens gezien, en volgens oud gebruik hebben zij onze vaartuigen tot aan de Limiet dier pattoe aan lijnen voortgetrokken; dog in tegendeel zagen wij op den bodem der Belligankoale geen mensch en zelfs te Malimidde koomende in de tuijn van den mod„ „liaar Hangakoon, die bestemd was tot ons verbleef„ vonden wij niemand anders dan een dienaar van ge„ „melde melde modliaar; en kort daar na kwam een bejaard man zijnde een Majoraals beurt wisselaar die ons beide zeiden, dat de inwoonders, hun alle bij de te„ „zamen rotting bevonden, en hunne vrouwen en kin„ „deren op het geluijt van de tamblijntjes, zich ver„ „beeldende dat op de trou geslagen wierd en een mili„ „taire magt dit hun op de mansch was, de vlugt ge„ „noomen hadden wij zouden toen volk uijt om die vaaes „agtige menschen te bevreedigen, en te vermaanen dat zij maar gerust in hunne wooningen konden te rug keeren, het geen ook van dat gevolg was, dat ze bij en„ „kelden kwaamen. 's anderen daags tegen de middag ontvingen wij een ola van de muijtelingen, waar bij zij hun genoegen weegens onze komst te kennen gaven, dog teffens verzogten dat we na Hakman wilden komen, wijl daar volgens afspraak, alles inrest bij een koomen; en het ook de plaats was van het begin der zamenrotting. dog wij schreeven in and„ „woord, dat we 's anderen daags over Attverlieje na Akkuresse bij hun zouden o voorschreeve bejaarde man genaamd Rannemrege Appoe, inwooner van dit dorp, beloofde ons 's anderen daags uit naame van de andere inwooneren, om tegens den avond de nodige add „koes en Phiendoes te zullen bezorgen, gelijk zij ook nevens nog twee majoraals, aan die belofte voldaan heeft; die ons uit naam der muijtelingen ook verzog„ „ten dat wij na Hakman wilden koomen, terwijl de gezamentlijke mis vregden afgesprooken hadden om daar te vergaderin, en dus het Roth van de Belligam „korle daar ook verwagtende waaren, maar wij gav tot andwoord dat wij de te zamen gerotte volkeren deeze Korl 1376 korl te Akkuresse zouden gaan spreeken, en dat wij 6 hun zulx ook reeds hadden aangeschreeven, in and„ „woord op de ola die zij ons hadden toegezonden. wij vertrokken van heden morgen van hier na de kant van Altverlieje, dog bij het dorp kekkoene wille in de Belligamkorle met onze schuijt, koomende kreegen wij eerst eenige weinige menschen aan de zeide der Belligamkorl in het gezagt, terwijl wij vervolgens op een verre afstand van hun een heele menigte zagen voorzien met vaandels en tamlijntjes, mitsgaders met pieken, houwers, schiet geweiren en stokken, waar op wij verkoosen om op de eerste plaats de beste aan land te stappen; intusschen kwaamen de geene die we het eerst gezien hadden door de revier na ons toe om de schuijl te helpen trekken, en toen we aan land gestapt waaren, en voortgaan wilden na de menigte verzogten zij, dat wij hun eerst geliefden aantehoo„ „ren, wat zij te zeggen hadden. wij bleven dus staan„ en betuijgden onse bereidwilligheid om hun aantehooren, en toen voerde de presente viedaan van Elgirije het woord, paijzende het bestier van den eerst ge„ „teekende deezes als Dessave van Mature, en kla„ „gende dat zij tans met ondragelijke diensten en ver„ „pligtingen gekweld wierden, en veele onregt veer„ „digheeden moesten ondergaan, waar over zij gantsch mismoedig tot een te zamenrotting waaren overge„ „gaan; en dat zij nu bedroeft waaren, wijl wij hun niet geandwoord hadden op hun verzoek om na Hakman te willen koomen. waar op wij hun een gepast and woord gaven, met bij voeging dat ons verlangen groot was om de gezamentlijke volkeren te spreeken e ard en en wij daarom gekoomen waaren, en na den grooten hoop voortgingen, die we gissen in 500: koppen te zullen bestaan hebben; een gedeelte daar van was, in een rij geschaard met geweiren, pikken, losse houwers, en lange stokken met bajonetten daar op, de rest was agter hun, in het wild door elkander, waar van veele met knubbels voorzien waaren; en de Tamblinjeros stonden hel agter. wij passeerde de geschaarde reij„ die zig in de midde opende om ons te laten passee„ „ren, maar wij verkoosen eerst tot aan het end te gaan en vervolgens gingen we na de midde van het veld na de groote menigte, die ons toen omringde wij vroegen na de hoofden om hun te spreeken, waar op dan verscheide perzoonen ten voorschein kwaamen, daar onder ook Madoegodde appoe; wij stelde hun wee„ „gens hun onbehoorlijk gedrag te reeden, onder zoda„ „nige verdere bijvoeging als met de zaaks gesteldheid bestaanbaar is, onder uiting teffens dat wij zeer sterk verlangende waaren geweest, om hun te ontmoeten en te spreeken, en dat terwijl zij niet na Mali„ „mande bij ons waaren gekoomen, wij veronderstellen moesten, dat eenig quaad gerugt daar van de reeden zijn zoude, en dat wij derhalven beslooten hadden om bij hun te Akkuresse te koomen, dog dat het ons nu zoo veel liever was om hun nog vareger te ontmoeten Etc: zij Juichden hier op, en toen voer„ „de den hier vooren gemelden riedaan meest we„ „der het woord, terwijl zouwijlen een ander ook tusschen beiden sprak, en hun gezegdens kwaamen genoegzaam uit op het zelfde wat die vidaan bij de eerst ontmorting heeft gezegd: met verzoek dat
English
1377 that we should come to Wakman, because the agreement was firmly made that they would submit their grievances there where the largest crowd was and the others were to come, as well as where the gathering had its beginning. And although we said against this that they surely did not need to take so much trouble, but could quietly remain in their korle and submit their complaints, as we would judge them according to right and fairness and decide them if possible, without taking into any consideration a larger or smaller number of assembled people, nevertheless nothing could help, as they stuck to their point. Thus we indeed had to grant their request, with this recommendation however, that only a small number should go to Wakman, and that in the meantime they cause no nuisance to anyone, and behave modestly in every respect, and with proper composure and respect for the company and us, submit their grievances like faithful subjects. This they accepted amid cheering because of our consent to go to Wakman, while bringing forward, however, difficulties regarding their wives and children, because commandos were being sent out. But we assured them that no Commandos would come, and that their families could thus remain quietly in their houses, and that it would be good if only a few of them came to Hakman, and the others stayed with the women and children to take away all fear from them. During the conversation, Madoegodde appoe also arrived and complained with a hissing voice about the injustices done to them by the lord Dessave and the four persons of Baddekornege being the second interpreter and 3 of his relatives, adding that as long as those four persons were not punished in their presence they would not go into their dwellings, and that he declared this as the first and principal head of the assembly, clapping his hands at these last words, and turning around after that. Subsequently, two persons said that they had been to Gale to the Lord Commander, and had received orders from his Honorable to bring their complaints before us, and also that a letter had then been sent to us, along with a sannas ola for them, asking further whether we had received both. Our answer was that we had not yet received that letter and ola, but that we were expecting papers from Gale at any moment. We said further that we had not enough coolies to travel overland, and they must therefore provide them to us, which they also accepted. Finally we took our leave and went back into the boat, and then the small drums were beaten. Shortly thereafter we arrived on the other side of the river in the gangebadde pattoe, namely at Oeijangodde, in a house of the late Japa modliaar, where we found the pattoe arraatje, Don Siemon Jajesinge arraatje over the lascorijns, the vidaan cerraatje of Belpagam, the viedaan of Attoerlieje, and the coral viedaan along with a few common people, and then understood that they had arranged the aforesaid house for our accommodation, because the rest-house, which lies 1/8 mile higher up, was rather poor. They had much trouble securing some adukus towards evening, so raw rice was given to the rest of the people along with some tubers and soursop fruits. And upon expressing our surprise that we found so few people here, they said that everyone had fled out of fear of the mob on the other side of the river in the Belligam-koal, who had threatened to cross over to them. This afternoon we received some coolies from the Billigamkoal from the rebels, but not half enough in number, and a letter was also brought to us from the Honorable Lord Commander and the council at Gale dated the 6th of this month, along with some translations and other papers, together with the original olas which the mutineers had sent to Gale and submitted; as well as a sannas ola from the Lord Commander addressed to the mutineers, of which the translation was also sent to us, but the date is not filled in. This sannas ola we immediately sent to the crowd in the Billigamkorl, as we found it advisable, since they are aware that such a sannas ola was sent to us for them. Its content mainly consists of this: that they, the united crowd, did not need to come to Gale with their grievances, nor his Honorable to Mature to hear their complaints in person, referring them to us. Those who brought this sannas ola to them reported that they had taken a copy of it and had sent the original to Wakman. We intend to depart early tomorrow morning for Kotawatte, situated in the gangebaddepattoe near the Baijgams, in order to continue our journey overland to Wakman early the day after tomorrow, because the people of the Belligamkorle have said that on that day, and not earlier, they would submit their complaints at that place. We have the honor to call ourselves with the purest respect, below stood, Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, High Commanding Lord! Your Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed faithful and obedient Servants, signed, D. I. Fretz and A. Samlant. In the margin, Oeijangodde the 7th of May 1790. Lower, P.S. This letter could not depart earlier than the 8th. Agreed. Sijbrands. Clerk, J. V. D Linde
Dutch transcription
1377 dat wij na Wakman koomen wilden, wijl de afspraak vast genoomen zij, dat zij daar maar de grootste meenigte was, en de overige koomen moesten, zoomeede De te zamenrotting haar begin genoomen had, hunne bezwaarnissen zouden inbrengen; en of schoon wij hier tegen zeiden, dat zij immers zoo veel moeijte niet behoefden te neemen, maar gerust in hunne korle konde blijven, en haare klagten opgeeven, al„ „zoo we dezelve na regt en billijkheid zouden boordeelen en des doenlijk beslissen, sonder een grooter of klein„ „der getal vergaderde menschen in eenige aanmerking te neemen; zoo kon dog alles niets helpen, alzoo zij bij haar stuk bleeven, dus wij hun verzoek wil moesten toestaan, met deeze recommandatie echter, dat maar een klein getal na Wakman zoude gaan, en dat zij inmiddels niemand eenige overlast aandoen, en hun in allen deele bescheiden gedraagen, en met behoorlijke bedaandheid, en respect voor de kompenie, en ons; als getrouwe onderdaanen hunne bezwaarnissen voorbrengen moesten, het welk zij aannaamen onder een geJuich wegens onze bewilliging om na Wakman te gaan, onder het voorbrengen, egter van zwaarigheeden nopens hunne vrouwens en kinderen, wijl 'er kommandos uijt gezonden wierden; dog wij ver„ „zeekerden hun dat 'er geene Commandos zouden koomen, en dat dus hunne families gerust in hunne huijzen konden zijn, en dat het goed zou„ „de weezen, wanneer maar eenige wijnige uit hun na Hakman kwaamen, en de overige bij de vrouwen en kinders bleeven, om die alle vaees te te te beneemen. Onder het gesprek kwam ook Madoegodde„ appoe en klaagde met een verhissing van stem over de onrigten hun door den heer Dessave en de vier perzoo„ „nen van Baddekornege /:zijnde de tweede tolk en 3. van zijne geparrenteerdens:/ aangedaan, met bijvoeging, dat zoo lange die vier perzoonen niet in hunne presentie gestraft wierden zij dan niet in hunne woonhuisen gaan zouden, en dat hij zulx verklaarde als eerste en voornaamste hoofd van de verzameling; klappende bij de laatste gezegdens in de hand, en zig daar na omkeerende. vervolgens zei„ „den twee perzoonen dat zij te gale waaren geweest bij den Heer kommandeur, en van zijn Achtbaare ordre gekreegen hadden om hunne klagten bij ons inte brengen, zoo meede dat 'er toen een brief was afgegaan aan ons, nevens een samas ola voor hun, vraagende verder of wij het een en ander ontvangen hadden. ons andwoord was, dat wij die brief en ola nog niet hadden bekoomen, dog dat wij alle ogen„ „blikken papieren van Gale verwagtende waaren wij zeiden voorts dat we geene genoegzame koelies hadden om over land te reizen, en zij ons dezelve dus bezorgen moesten, het geen zij ook aannaamen Eindelijk namen wij afscheid en gingen weder in de schuijt, en toen wierden de tamblijntjes geslaagen. kort daar na arriveerden wij aan de andere zeide der rivier in de gangebadde pattoe en wel te oejan„ „godde, in een huijs van den overleeden Japa modliaar alwaar wij den pattoe arraatje, Don Siemon Jaje„ „singe arraatje over de lascorijns, de vidaan cerraatje te doen van 1378 van Belpagam, de viedaan van Attoerlieje, en den koal viedaan nevens eenige weinige gemeene men„ „schen vonden, en toen verstonden, dat zij voormeld huijs hadden geschikt tot ons verbleif, wijl het rusthuijs dat 1/8. meil hoger op ligt wat slegt was. zij hadden veel moeijte om tegen den avond eenige adoekkoes te bezorgen, dus wierd aan het overige volk raauwe rijst nevens eenige kokers en soer„ „zaks vrugten gegeeven, en op betuiging van onse ver„ „wondering dat we zoo weinige menschen hier von„ „den, zeiden zij, dat alles gedrost was, uit bangheid voor de zamenrotting aan de overzeide der rivier in de Belligam-koal, die gedrijgt had bij hun over„ te koomen. Deezen namiddag kreegen we eenige koelies, uit de Billigamkoal van de revolteurs, dog niet half ge„ „noeg in getal en ons wierd ook aangebragt een brief van den Achtbaaren Heer Kommandeur, en den raad te Gale gedatteerd 6: deezer, nevens eenige translaten, en andere papieren; mitsgaders de origineele olassen die de muijtelingen na Tale gezonden en over gelegt hebben; gelijk ook een samas ola van den Heer Com„ „mandeur gerigt aan de muijtelingen, waar van ons het translaat meede toegezonden, dog de datum niet ingevuld is. deeze sanas-ola hebben wij da„ „delijk na den hoop in de Billigamkorl gezonden, wijl we zulx raadzaam vonden, om de wille zij kennis draagen dat 'er zoo een sanas-ola voor hun, aan ons afgezonden was; dies inhoud bestaat hoofd„ „zakelijk hier in, dat zij /: de vereenigde meenigte niet behoefden na Gale te koomen met hunne bezwaaren Nagezien bezwaaren, nog zijn Achtb: na Mature om hunne klag „ten in perzoon aantehooren; met overwijzing van hun, aan ons. De geene die deeze sannas-ola aan hun hebben gebragt, hebben gerelateerd, dat zij daar van kopij genoomen, en dies origineel na Wakman gezonden hadden; wij staan morgen vroeg na ko„ „te watte, geleegen in de gangebaddepattoe, na bij de Baijgams, te vertrekken, om over morgen vroeg onse reis overland na Wakman voorttezetten; wijl de volkeren der Belligamkorle gezegd hebben dat zij op die dag, en niet vroeger, hunne klagte daar ter plaatse zouden inbrengen wij hebben de eere ons met de zuijverste eerbied te noemen /:onderstond:/ wel Edele gestrenge groot acht„ „baare Hoog Gebiedende Heer! uwel Edele gestren„ „ge Groot Achtbaare getrouwe en gehoorzaame Dienaaren /:geteekend:/ D: I: Fretz en A: Samlant /:in margine:/ Oeijangodde den 7. Maij 1790. /:lager:/ P:L: Deeze brief heeft niet eerder van den 8: kunnen afgaan. Accordeerd. Sijbrands liklerk J:V: DLinde
English
No. 3. 1379 Kolombo. To the Right Honourable, Valiant, Most Worshipful Sir! Willem Jacob van De Graaff Ordinary Councillor of the Netherlands Indies Governor and Director of the Island Ceylon with its dependencies. Right Honourable, Valiant, Most Worshipful, High-Commanding Sir. Our last to your Right Honourable, Valiant, Most Worshipful was of the 7. of this month, which we hope will have been delivered safely. Yesterday afternoon, after passing Oekgodde, situated in the Baygams, we arrived here, after we had previously been detained at the border of the Kandebaddepattoe, where an outpost of the rebels is located, until permission of the Chiefs came to let us pass. We found here none of the lesser Chiefs nor of the inhabitants, except a few washers, who, according to what they said, by order of the said petty Chiefs, draped the resthouse with a little white cloth. At two o'clock in the afternoon one heard from afar here and there a stirring of tom-toms and at half past three we saw the rebels coming together from all sides onto the open field in front of our resthouse, with beating tom-toms, bailadores, and flying banners. Most of them were armed, as we circumstantially detailed in our previous report with respect to the people of the Welligam Korle. A few emissaries came in the name of their lesser Chiefs to express their satisfaction regarding our arrival, with the request for permission to be allowed to come and speak with us. We sent the messengers who had come over back with 1380 the answer that it would please us to meet them, since we having been dispatched hither for that purpose by your Right Honourable, Valiant, Most Worshipful, would thus await them. But after waiting half an hour, not seeing them arrive, we resolved to go to them uninvited, and as we had stepped out of the resthouse for that purpose, and had taken a few steps onto the field where the crowd of rebels had gathered, the same emissaries came toward us and said that they had further agreed among themselves to come to us this morning, and this because only a part of the rebels from the Kandebaddepattoe and the Gangebaddepattoe had appeared, and the rest of those two pattoes, together with those of the Welligam Korle, the charcoal-supplying villages, Murruakorle, Kattoene, Oehoebokke, and the Girrewaijpattoe not yet being combined with them, the Chiefs of those bands might take it amiss if they appeared before us alone. We thereupon gave as an answer that it was well, but since we gladly wished to meet them, we would nevertheless come to the gathered crowd for a moment, in order to address a word to them through their Chiefs; as we, as soon as the emissaries returned, slowly followed them. The Chiefs of the bands, seeing us coming, sent two of their banners with tom-tom beaters and dancers to meet us. This music lasted nearly a quarter of an hour, and after that delay we were surrounded by the entire multitude, while efforts were also made to make them be quiet; that having succeeded, we said through the translation of the Mohottiar that the Chiefs of the bands might step forward, in order to be able to speak to them. 1381 Thereupon Alchapperoeme, former Aratchy of Koongelle, acted as spokesman, and requested in the name of the Chiefs present that we would be pleased to wait until today, when the other troops would be assembled with them, at which time they, after having consulted with one another, would present their complaints, in the confidence that the first-signed, who had governed them with much love for about two years and knew the sentiments of the poor inhabitants, would exert himself to do them justice and to restore them to their old privileges. The first-signed gave them assurance that they could calmly place their trust in a commission that had been appointed from among its council and sent on behalf of the Mighty Company by the Right Honourable, Valiant, Most Worshipful Lord Governor and the Council, constituting the revered Ceylon government, in order to restore good order and peace among the inhabitants. During this conversation a party of armed rebels from the charcoal-supplying villages came marching up under their banner with beating tom-toms. Hereupon the lesser Chiefs took their leave of us, with the promise of appearing before us today with the Chiefs who were still absent. They had us escorted back to the resthouse by two banners, with beating tom-toms. We estimated the assembled rebels at a number of more or less two thousand heads. This morning at seven o'clock, we heard the rebels arriving with beating tom-toms; they kept themselves constantly in motion, as one troupe marched past while the other appeared on the field in front of our resthouse, and after a short while was not seen again, except only a few small gatherings that stayed together, which was kept up until 1382 three o'clock in the afternoon, when they appeared shortly after one another on the aforementioned field with the entire assembly, which according to our calculated view, counting the armed and the unarmed together, consisted of circa 6000 men. And at four o'clock they formed themselves in lines, and while we received no message from them, we sent a few people to them and had them asked whether they were ready to receive us, and received as an answer that they would address themselves to us momentarily. In the meantime the well-known Madoegodde Appu came to stand before the door of the palisade in front of our resthouse, at a distance of more or less fifty paces, with several armed men, shouting with a loud voice that those who were of his caste among us
Dutch transcription
No. 3. 1379 Kolombo. Aan Den wel Edelen Gestrengen Groot Agtb: Heer! willem Jacob van De Graaff Raad ordinair van Neederlands Jndia Gouverneur en Direkteur van het Eijland Ceijlon met dier onderhoorigheeden. Wel Edele Gestrenge Groot Agtbaare Hoog Gebiedende Heer. Onszen laatsten aan uwel Edele Gestrenge groot Agtbaare is geweest van den 7. Deser, die ne hoopen dat wel zal zijn besteld, Gisteren middag zijn wij over ook godde, in de Baijgams geleegen, alhier aan„ „gekoomen, na dat we al voorens op de liemite der kande baddepattoe, alwaar een voorpost der suijtelingen is, waeren aan gehouden tot en verlof van de Hoofden Knam kwam om ons te laaten passeeren. wij von„ „den alhier niemand van de mindere Hoof„ „den nog van de ingezeetenen, uitgenoomen eenige wassers, die volgens hun zeggen, op ordre van gemelde kleene Hoofden, het rusthuijs met een weijnig zijn waad bekleed hebben. om twee uuren 's namid„ „dags hoorde men van verre hier en daar een geroer van samblijntjes en en half vier uuren zaagen wij de Muijtelingen van alle kanten op het vlakke veld voor ons Rusthuijs bij den anderen koomen, met slaande Tamblijntjes, baijljadoors en vliegende vaenen de meeste hunner waaren gewapend, zo als wij dat by onze voorige in op zigt der volkeren van de Bolligam Korle, omstandig bedeeld hebben. Eenige zendelingen kwa„ „men uit naam hunner mindere Hoop„ den hun genoegen te betuijgen weegens onze komst, onder het verzoek van ver„ „lof om ons temoogen koomen spreeken. wij zonden de overgekoomen booden terug„ met 1380 met bescheid, dat het ons lief zoude zijn, hun te ontmoeten, alzoo wij ten dien eijn„ „de door uwel Edele Gestrenge Groot agtbaare herwaarts geschikt zijnde, hun dus souden verwagten. dog na een half uur wagtens, hun niet ziende aan„ koomen, resolveerden wy onverzogt naar hun begaan, en zo als wij ten dien eijnde uit het rusthuijs gegaan, en eenige wijnige treeden op het veld gedaan hadden daar de Muijtelingen hoop versameld was, kwaamen de„ zelfde zendelingen ens tegemoed en zeijden, dat zij nader met elkanderen overeengekoomen waaren em heeden ogtend bij ons te koomen, en zulks om dat maar een gedeelte van de Muijtelingen uit de kandebadde„ „pattoe en de gangebadde pattoo ver„ „scheenen waaren, en de rest van die beijde pattoes, neevens die van de BelligamKorle, de Koolgeevende dorpen dorpen, Murruakorle, kattoene oehoebokke„ en de Girrewaijpattoe bij hun nog niet gekombineerd zijnde, de hoofden dier ben„ „den hun mogten kwalijk neemen wan„ neer zij alleen voor ons verscheenen wij gaven daar op tot antwoord; dat het goed was, maar wijl wij hun gaarne nenschten te ontmoeten, wij evenwel bij de versamelde hoop, voor een ogenblik zouden koomen, om den zelven door haare woofden een woord toetespreeken; gelijk wij zoo haast de zendelingen terug keerden hun langzaam volgden. De Hoofden der benden ons ziende aan koo„ „men, zouden ons twee hunner vaandels met Jamblinjeros en dangers te gemoet: Dit muziek duurde bij na een kwaat uur, en na dier op houding wierden wy door de gantsche menigte omringt, terwijl ook moeijte gedaan wierd om dezelve te doen stil zijn; dat gelukt zijnde, zeijden wij door vertaaling van den Mohotiaan, dat de Hoofden der benden mogten voortreeden, om hun te konnen 1381 konnen opreeken. Daarop voerde Alcha„ „peroeme geweeze arraatje van Koongelle het woord, en versogt uit naam der pre„ „sente hoofden, dat wij geliefden tewagten tot heeden, wanneer de andere troepens, met hun zouden versameld weesen, als wan„ neer zij, na genoomene afspraak met elkanderen hunne klagten zouden voor„ „dragen in vertrouwen, dat de eerst ge„ „teekende, die hunlieden met veel liefde omtrend twee Jaaren had geregeerd in de gemoederen der aame ingesetenen kende, zig zoude beyveren hun regt te doen wedervaaren, en in hunne oude voorragten de herstellen. De eerstgeteeken„ de gaf hun verzekering dat zij ge„ rust hen vertrouwen stellen konden op een kommissie die van weegens de magtige kompanie door den wel Edelen Gestrengen Groot agtbaaren Heer Gouverneur en den Raad, iit maa„ „kende de gevenereerde Cijconse regeering uit het midden haares raads benoemd, en en gezonden zij om de goede ordre en rust onder de ingezeetenen te herstellen, onder dit gesprek kwam een partij gewapende Muijtelingen van de koolgeevende Dorpen onder hun vaandel met slaande tamblijv„ „jes aan gemarcheert Hier op versogten de mindere Hoofden van ons afscheid onder belofte van weeden met de nu nog absente Hoofden voor ons te sullen verscheijnen zij lieten ons door twee vae„ „nen, met slaande Jamblijntjes tot aan het rusthuijs terug geleiden De vergader„ „de Muijtelingen schatten wij op een getal van min of meer twee duijsend koppen. heeden morgen ten zeven uuren, hoorden wij de Muytelingen met slaande tam„ „blijntjes aan koomen; zij hielden zig ge„ „duurig in beweeging, alzo het eene komplot voorbij marcheerde, terwije het andere op hiet veld: voor ons Rust huijs verscheen, en na een korte poos niet weder gezien wierd, als alleen eenige kleine verzamelingen, die zig bij den anderen hielden, het welk aan de 1382 de gang gehouden wierd tot drie uuren s namiddags, als wanneer zy kort op malkenderen met de gantsche verza„ „meling, die na ons Cackulative aan„ „schouw de gewapende met de ongewaa„ „pende door den anderen gereekend in circa 6000: Man bestond, op voormelde veld verscheen, en om vier uuren ran„ seerden zij zig in linien en terwijl wij geen boodschap van hun kreegen, zon„ „den wij een paar menschen tot hun en lieten hun lieden vraagen, of ze gereed waaren ons aftewagten, en kreegen tot antwoord, dat zij zig oogen blik ke„ „lijk bij ons zouden addresseeren, en die tusschen tijd kwam de bekende Madoegodde appor voor de deur van de Pagger voor ons rusthuijs staan op een afstand van min of meer vijf„ „tig schreeden, met eenige gewapende Mannen; roepende met een forse stem„ dat de geene die van zijn woek bij ons waaren,
English
would immediately join the crowd, just as some who were among our people have also gone far away. At half past four o'clock, some minor headmen from among the mutineers came to us, who said in the name of the entire multitude that the Dessave van Angelbeek, through his injustices, had not only thrown everything in this Dessavony into confusion, but also now, while there are rebels in the country, caused some of the inhabitants to be seized, brought to Mature, and punished. We asked them what kind of people had been seized, and they replied that this had happened to some from ekakawette, whereupon we said that those people were until now kept under arrest at Mature in order to investigate the matter further. Upon this, they said they had heard that Javanese were to be sent along with two Mohandirams to pursue those who had banded together, just as yesterday some of them were captured by Javanese, who had been sent out from Gangale, and were arrested in the fort there. We declared to have no knowledge of this, but presumed that this capturing must have its reasons, or that it was caused by an error; and that they could be assured that no commandos would come into the country, and thus they did not need to fear for that, likewise that the military men who are at Mature were only intended to counter violence, should such unexpectedly be undertaken. Next they said they had heard that the Dessave van Angelbeek had reported to Kolombo that the rioting party was ruining the Company's cinnamon and other plantations, burning the Company's resthouses, and committing other insolent acts, and that for this reason a great quantity of munitions of war had been sent from Gale to Mature, but that no one was in a position to accuse them of such a thing. We answered to this, that we could sufficiently notice from their conversation that they were being misled by ill-disposed people with untruthful reports, and that we assured them that the Dessave van Angelbeek had likewise written nothing to their charge, since they had not made themselves guilty thereof, and that Your Right Honorable Sir is of such greatness of goodness as not to fail to act with forbearance even toward the guilty. They replied to this that they are convinced of that, but that nonetheless the good name of Your Right Honorable Sir is very much abused by this person and that, of which they declared to have proofs in hand, which they promised to submit to us. We told them thereupon that we would expect those proofs from them, adding that there was no lack of evil people who, in order to advance their own interests, detained them with lies, which they must not believe, and that we held ourselves assured that they would indeed wish to make their complaints known to us, since they themselves had requested a Commission from Kolombo for the said purpose, by an ola written by the minor headmen of the Belliegam Korle in their name and that of the inhabitants there to the Lord Commander of Gale under date 25 April; which ola, furthermore, having been read aloud by our nottoor in their presence, one of them, namely the vidaan of Henegamme Kiandoewe, acknowledged that he had also signed that ola, and that he considered it a great fortune if we would investigate their complaints according to justice and equity. We repeated thereupon our former statement, that we had been sent hither for that purpose, and thus were fully inclined thereto. Meanwhile the first-signed, as the former Dessave of this Dessavony, in order to arouse greater confidence in us, told them that they could even be assured that if there were also complaints about matters that might have occurred during the time of his administration, the same would be committed to paper just as well as all others. They expressed thereupon their obligated thanks, and also were more inclined to bring forward their complaints, because the first-signed, as their former ruler, had come to this commission without them having requested him by name; but that nonetheless, they very much desired to be able to bring in their complaints with greater boldness, which would happen if the Dessave van Angelbeek were placed somewhere else away from Mature. Thereupon we presented to them the inequity of their proposal, consisting in this: that no one, whether great or small, could be condemned without first being heard and convinced of guilt, and that we besides could not decide upon this request of theirs, but would bring the same before the eyes of Your Right Honorable Sir, putting moreover to them by analogy this question: whether they would be inclined and find it equitable, being accused by their adversaries, to be condemned thereon without a hearing. This question they left unanswered, and showed an ola letter from the folk mohandiram and Baddekoan of Mature, addressed to Dammoelle Dissanaijke, former Mohandiram of the Maganpattoe, currently residing at Wallasmoelle, which they declared to have intercepted on the way while it was being carried for delivery to the said Dissanaijke; the contents of which, as far as we have been able to keep in memory, because the emissaries made great haste to have that ola again in
Dutch transcription
waaren, zig ten eersten bij den Hoop vor„ voegen zouden gelijk 'er ook eenigen, die zig onder ons volk bevonden, ten versten zijn weggegaan. Om half vijf uuren kreegen wij bij ons, eenige mindere Hoofden uit de Muijtelingen, die uit naam van de Gantsche menigte zeijden, dat dE Dessave van Angelbeek door desselfs on„ „regt vaardigheeden alles ter deser Dessavonin niet alleen in verwarring gebragt had, men ook tans, terwijl 'er revoeters in het land zijn, eenige der in woonderen liet op vatten„ na Mature brengen en afsdraffen wy vroegen hun wat voor menschen er op„ gevat waaren, en zij antwoorden, dat dit aan eenige van ekakawette overgekoomen zyn, waar op wij zeijden dat die men schen tot nog toe op Mature in arrest zaten, om de zaak nader te ondersoeken Hier op zeijden zij vernoomen te hebben, dat 'er Javanen zouden gesonden worden neevens twee Mohandirams om de te„ zaamen gerotten te vervolgen, gelijk gis„ „teren eenige van dezelven door Javanen, die 1383 die van Gangale uitgesonden waaren, ge„ „vangen genoomen en in het fort aldaar ge„ arresteerd waaren wij betuijgden, daar van geen kennis te hebben, dog vermoedende te zyn dat dit gevangen neemen zijn reeden zoude hebben, of dat het door abuis ver„ oorzaakt zij; en dat zij konden ver„ „zeekerd zyn, dat 'er geen kommandos in het land zouden koomen, en zij dus daarvoor niet hoefden tevreezen, zoo„ meede dat de mititairen die op Mature zijn, alleen geschikt waaren tot 't teegen gaan van geweedenarijen, zoo die buij„ „ten verwagting mogten ondernoomen worden. vervolgens zeijden zij gehoord te hebben, dat d'E Dessave van Angelbeek naar Kolombo be„ „deeld had, dat de suijtende partij 'sCom„ pamies Kanneel en verdere Pantagies ruij„ neerden, 'sComp:s rusthuijsen verbranden, en andere baldadigheeden meer pleegden, en dat daar om een groote meenigte ammonitie van oorlog van Galo na „Mature. Mature gesonden was, dog dat niemand instaat zij hun over zoo iets te beschuldigen. wij and woorden hier op, uit hun gesprek- genoegsaam te kunnen merken, dat zij door kwaad ge„ zinde lieden met leugen agtige berigten misleijd wierden, en dat wij hun verzee„ „keerden dat de Dessave van Angelbeek dien„ „gelijks ten laste van hun niet geschreeven had, dewijl zij zig daar aan niet had den schuldig gemaakt, en dat uwel Edele Gestrenge Groot agtbaare degroot van goed„ „hreid is, om ook zelfs omtrend de schul„ „digen niet met lankmoedigheid te hande„ „len: zy repliceerden hier op, dat zij daar van overtuijgd zijn, dog dat des niet te „min de goede naam van uwel Edele Gestrenge Groot agtbaare door deesen en geenen zeer misbruijkt word, waar van zij betuijgden bewijsen in handen te heb„ „ben, die zij beloofden ons te zullen over leggen. wij zeijden hun daar op dat wij die bewijzen van hun zouden verwagten, met bijvoeging dat het aan kwaade menschen niet mankeerden, die, om huis 1384 hun eygen belang tebevorderen, hun met leugens ophielden, waar aan zi geen geloof moeten slaan, en dat wij ons verzekerd hiel „den dat ze hunne klagten aan ons wel zouden willen te kennen geeven, terwigl zij zelven om een Rommessie van ko„ lombo ten gemelde eynde versogt hadden, bij een ola door de mindere Hoofden der Belliegam Korle uit naam van hun, en de ingezetenen aldaar aan den Heer Kommandeur van Gale onder dato 25. April geschreeven, welke ola. voorts door onsen en ootiaar in hunne pre„ „sentie op geleesen zijnde, erkende een van hun, namelijk de vidaan van Hene„ „gamme Kiandoewe, dat bij die vla mee„ „de geteekend had; en dat hij laet voor een groot geluk agte, indien wij hunne klagten na regt en billijkheid wilden onverzoeken wij herhaalden daar op ons voormalig gezegde, dat wij ten dien eijnde dit heen gesonden, en dus daartoe vol„ „koomen geneegen waaren. terwijl den Eerst„ „geteekende als geweesen Dessave deser Des savonij staat Des savonij ter verwekking van meerder vertrouwen tot ons, hun zeijde dat ze selps konde verzekerd zyn dat indien en ook klagten waaren over zaaken die voor „gevallen mogten zijn in de tyd van zyn bestier, dezelve even zo goed als alle an„ „dere zouden ten papiere gebragt wor„ „den zij betuijgden hier op kunnen ver„ „pligten dank, en ook „ het voorbrengen ammer klagten meerder geneegen t zijn dewijl de eerst geteekende als hun voor„ „malige gebieder tot deese kommossie was gekoomen, zonder dat zij hem bij naam hadden versogt; dog dat des niet temin, zij zeer verlangden, him„ ne klagten met meerder vaymoe„ „digheid tekunnen inbrengen, het welk geschieden zoude wanneer dE Dessave van Angelbeek van Mature ergens an„ „ders geplaatst wierd: daarop hielden wij hun de onbillijkheid van him voor„ „stel voor, hier in bestaande, dat niemand, het zy groot, of klein; veroordeeld konde worden sonder alvoorens gehoord en van schuld. 1385 schuld overtuijgd te zijn, en dat wij buijten dien, op dit humn versoek niet konden disponeeren, maar het zelve onder het oog van uw elEdele Gostrenge groot agt„ baare zouden brangen, stellende daar en booven hunlieden bij gelijkenis deeze vraag voor, of zij zouden geneegen zijn„ en billijk vinden, door hunner teegen partijen beschuldigd zijnde daar over onverhoord teworden veroordeeld Deeze vraag lieten zij opbeantwoord, en ver„ toonden een brief ola van den volk eohanderam en Baddekoan de Mature; gerigt aan Dammoelle Dissanaijke, ge¬ weezen Mohandiram van de Magan„ „pattoe tans woonagtig de wallas„ „moelle, welke zij betuijgden, in het heeren brengen, ter bestelling aan hem Dissanaijko, onderweegen ongespoord te hebben, dies inhoud, voor zo verre wij het hebben kunnen ingeheugen houden, wijl de zendelingen groote haast maakten, om die ola weeder in
English
to get into hands, just as if they did not trust it in our hands, as they also said they could not leave it with us, but would provide us with a copy of it tomorrow, amounts to this: "The writer of the ola compares the conduct of the Southerners to a crab, which, suited for boiling, imagines itself well off in a pot of cold water, but as the water boils up usually seeks to save itself too late and in the end must utterly pay for it with death; therefore the writer requests the aforementioned Discanayke to advise those gathered for the best, that they ought to appear in a good manner before the Dessave of Matara and make known their complaints, or else that they would be brought to reason by soldiers who have arrived from Galle and Colombo, for which also powder and lead have been brought from Galle to Mature, and they would be destroyed in case they might be disinclined to an amicable appearance. That they may also believe believe that the Dessave has powerful and wealthy friends; indeed, that they might well pay attention and take heed of what has befallen the Titulair Mohandiram Dahanayke, being a confidant of the Lord Commander of Galle, to whom you write letters, and how he is kept under arrest, and that he went to Galle without His Honour's prior knowledge. They subsequently complained about the improper conduct of the Dessave van Angelbeek, namely: that His Honour had caused the aforementioned Titular Mohandiram Dahanayke to be arrested upon his arrival at Mature solely out of evil suspicion, and is kept under arrest there to this day. We gave the emissaries in reply that the said van Angelbeek had spoken to us concerning that man and said that he had only had him arrested because he had departed for Galle without His Honour's permission, and that we considered that His Honour was not in the wrong in that regard, since prominent chiefs, wishing to depart somewhere, must request permission for that purpose from their ruler, and that likewise a Dessave may not go elsewhere outside his district without permission from his rulers: and thus Dahanayke, on account of his neglect, had made himself liable to punishment; but that they should not concern themselves about that matter and the contents of the aforementioned ola, but should consider the said ola as not having been received by them, with the further promise that we would investigate it; the emissaries were, so it seemed to us, satisfied with this and requested a postponement until tomorrow to submit in writing their manifold complaints, consisting of injustices, mistreatments, etc., which have been inflicted upon them for several years, under repeated request that the Dessave van Angelbeek of Mature may be transferred elsewhere, so that they may have greater freedom to submit their grievances. The first part of this request we answered with full agreement, declaring it to be better, in order to prevent errors in recording their complaints, that they present them in writing, but the second part we answered just as before. They replied to this that the complaints they have are not against their equals, in which case the offender could be heard in the face of the offended, but because they have to complain against a European gentleman, of equal standing with the gentlemen who as judges shall decide the case, it would thus tend to a disparagement of the Mature Dessave that His Honour were publicly put on display, and that therefore it would be best that His Honour were transferred elsewhere, since there were greater offices that His Honour could hold. We left this matter unanswered until a further, more suitable opportunity, as in chief we saw that they remained unyielding in their demand. Hereupon the former vidane arachchi of Marrakade named Abegoenewardene complained with much emotion about the mistreatment he had suffered from the present modliar of the Wellebaddepattoe, when, during the indisposition of the sowing-master of the Girrewais Sinnekoon, he performed that service pro interim in the month of October last; namely, that alleging that the complainant had caused the sowing work to be delayed, he had him seized by chandoes in the presence of his subordinates, and thrown to the ground, and subsequently caused him to be given several blows on the back, of which he showed us the scars, and that he, the Modliar, struck him, the complainant, with his chirreps on his head, and subsequently had him taken away to Mature to the brother of the accused, the second interpreter interpreter Mohandiram and Bardekorn, who, when the complainant was brought away from Marrakade, sent four lascorins to meet him on the road with orders not to let him go to any of the other native chiefs at Mature, but to bring him directly to the house of the interpreter Mohandiram, as he also, upon coming to him, had the interpreter Mohandiram punish him with the cane. We comforted this complainant as much as possible, promising him that his complaint would be investigated forthwith. Furthermore, we made known to the emissaries of the mutineers that we had with us a sannas ola from your Right Honourable, which according to the orders and desire received from your Right Honourable we were to proclaim as soon as we found ourselves among the assembled mutineers, and we asked the emissaries whether they desired to have it published before our resthouse to the lesser chiefs, or else before the whole crowd on the square; they requested our permission to, after taking counsel
Dutch transcription
in handen tekrijgen, even of ze die in onze handen niet vertrouden, gelijk ze ook zeij„ „den dezelve bij ons niet te kunnen laaten, maar een afschrift daarvan op morgen aan ons te zullen besorgen, komt hierop uit: „ De schrijver der ola vergelijkt het gedrag, der suijtelingen bij een kaab, die tot koken geschikt, in een pot met Roud water zig verbeeld wel te bevinden, maar bij het op kooken van het water zig door„ gaans telaat daar uit zoekt te redden en het ten latsten volstrekt met den dood moet bezuuren; dierhalven versoekt de schrijver aan booven gemelde Discanaij„ „ke, om de tezaamen gerotten ten besten teraaden, dat zij met goede bij de Dersave van Matere moesten verscheijnen en hunne klagten te konnen geeven, of dat hij anders door Militairen die van Gale en kolombo aangekoomen, en waartoe ook Kruijt en lood van Gale op Mature aangebragt, tot reeden zouden gebragt, en zij vernield worden, ingevalle zij tot een minnelijk verscheyning mogten ongeneegen weesen. dat zij ook van mogen gelooven 1386 gelooven, dat dE Dessave magtige en ver„ moogende vrienden heeft, Ja dat zij wel moogen letten en agt geeven op het geen de Titulain Mohanderam Dahanayke zijnde een vertrouweling van den Heer Kom„ „mandeur van Gale, aan wien gijlieden brie„ „ven schrijft, overgekoomen is, en, hoe hij in arrest gehouden word, en dat hij buij„ „ten zyn E.:s voorkennis na Gale gegaan is. zij beswaarden zig vervolgens over het on„ behoorlijk bedrijf van de Dessave van An„ namelijk: „gelbeek dat zzijn E. voormelde tot Mohan„ diram Dahanaijke eenelijk uit kwade suspicie met zijn komst op Mature had laaten arresteeren, en aldaar tot nog toe in arrest gehouden word. wij gaaven de zendelingen tot antwoord dat de van Angelbeek ons wegens die man onder„ houden en gezegt had, hem eenelijk te hebben laaten arresteeren, over dat hij zonder zin E. s verlof na Gale vertrok„ ken was en dat wij vermeenden dat zijn E. daaromtrend geen ongelijk had, vermits de aanzeenelijke hoofden, ergens heenen willende willende vertrekken daartoe verlof van hun gebieder moeten verzoeken en dat desselfs een Dessave niet zonder verlof van zijne gebieders in't zyn distrikt na eeders gaan mag: en dus Dahanaijke wegens zyn ver„ „zuijm zig staafschuldig gemaakt had dog dat zij over die zaak en den inhoud van voormelde ola hum niet moesten bekommeren maar gedagte ola moesten aanmerken als bij hun niet ontfangen te zijn, met belofte wijdras, dat wij daar na onderzoek doen zouden; De zendelin„ „gen waaren hiermeede, zoo 't ons toescheen„ tevreeden en versogten tot morgen uitstel om hunne wenigvuldige klagten, bestaan„ de in onregtvaardigheeden, mishande„ „lingen enz: die van verschuide Jaaren af aan hun aangedaan worden schriftelyk in tebrengen, onder herhalend versoek dat dE. Dessave van Angelbeek van Mature ergens heenen mag verplaatst worden, op dat zij meerder vrijheid moogen hebben hunne beswaaren in tebrengen. Het eerste lid deser wage hebben wij met een volkomen toestemming 1387 toesdemming beantwoord onder betuijging beten te zijn, tot voorkoming van abuijsen in het opneemen hunner klagten, dat zy dezelve in het geschrifte voordroegen, dog het tweede lid beantwoorden wij even als hier vooren zij repliceerden hier op, dat zij de klagten die zij hebben niet tegen hun gelijken zijn, in welk geval den beleedigen in face van den be„ „ledigden konde verhoord worden, maar dewijl zy te klagen hebben teegen een Edu„ „ropiaan weer, gelijk standig met de weeren die als regters de zaak zullen beslis„ „sen, dus het tot een minagting van d'E Maturese Dessave zoude strekken, dat zijn E: publiek ten toon gesteld wierd, en dat dierhalven het best zoude zijn, dat zijn E: na elders verplaatst wierd, dewijl er grooter bedeeningen waaren die zijn E. zoude kunnen bekleeden. wij lieten deeze saak onbeantwoord tot een nader voorkoomende geschik, „ter gelegendheid in't Hoofde wij zagen dat dat zij onverzettelijk bij kunnen eijsch bleeven staan. Hier op beklaagde zig de geweesen veed aan araatje van Marrakade genaamd Abe„ „goene wardene met veel aandoening over de mishandeling die hij van den tegen„ woordigen eodliaar der wellebaddepat„ „toe, doen hij bij indispositie van den zaaij„ „meester der girrewaijs sinnekoon, die dienst prointerum waarnam in de maand oktober Jongstleeden had ondergaan; namelijk dat hij voorgaande dat de klager het zuijwerk had laaten ver„ „tragen, hem ten bijzijn zijner minde„ „ren door sjandos heeft laaten op vat„ „ten, en op de grond smijten en vervolgens hem eenige slaagen op de rug, waar van hij de Led teekens aan ons wees, heeft laaten geeven, en dat hij Modliaar hem klager met zijne Chirippen op zin Hoofd geslaagen, en vervolgens hn naar Mature had laaten wegbrengen bij des geklaagdens Broeder, den tweeden bolk 1388 tolk Molanderam en Bardekorn, dewelke hem klager toen bij van Marrakade afgebragt wierd, vier laskorijns op de weg te gemoed zoud met last om hem bij niemand van de andere Jn„ „landse Hoofden op Mature telaaten gaan, maa direkt bij hem toek Mohanderam aan huijs tebrengen, gelijk bij ook bij hem koomende, de tolk Mohandiram hem de rovo heeft laaten staaffen. wij hebben deeze klager zo veel mogelijk getroost, met hem te be„ looven, dat zijne klagte ten naasten zoude ondersogt worden. voorts gaaven wij de zendelingen der Muijke„ lingen tekennen, dat wij een sarmas ola van uwel Edele Gestr: groot agtbaare bij ons hadden die wij volgens erlangde ondre en begeerte van uwel Edele Gestr: groot agtb moesten afkondigen, zo dra wij bij de ver„ „zameede muijtelingen ons bevonden, en wij vroegen de zendelingen of zij den zel„ „ven voor ons Rusthuijs aan de mindere hoofden verlangden gepubliceerd te hebben, dan wel voor de geheele schaare op 't plijn zij verzogten ons verlof om na genoomen advies
English
advice of the other Headmen who were with the crowd to answer us, and to that end be permitted to go to them for a moment, which we allowed him; and as they thereupon left, one of them, being the vidaan of Henegamme Keandoewe, inhabitant of Elgierese, returned alone, requesting to have the sannas in order to publish it before the entire assembly; and as soon as we handed it over to him, he held it upon his Head and then went in that posture back to the aforementioned fence gate, in front of which a whole troop of people stood waiting for him with flying banners, etc., also holding ready a piece of linen that they had stretched over their heads, under which the said vidaan was brought to the main body where the other Headmen stood gathered together, where surely the sannas, as we could observe of the gathered Crowd from our rest house, 1389 must have been published. The aforementioned sannas we drafted according to the circumstances, and had written on the blank paper signed by Your Honorable, Rigorous, and Highly Esteemed Sir, stating chiefly therein: That Your Honorable, Rigorous, and Highly Esteemed Sir had heard with surprise how they had banded together under the pretext of having complaints regarding unjust treatment; and as this conduct, which is contrary to good order, was worthy of punishment and tended to the detriment of the Company and their own well-being, Your Honorable, Rigorous, and Highly Esteemed Sir had, at their own request, sent to them both of us, known to them as long-serving Land Regents, to inquire into their complaints and to do justice; as we possessed the requisite knowledge of the country's customs and the orders of the Honorable Company; admonishing them at the same time, as obedient subjects, to present themselves quietly to us and to submit their grievances to us, with the order to strictly comply with this command and our orders. In the meantime, the Chief rebel Madoegodde Appoe arrived, in the same condition as we encountered him on the plain of Kekkrenoewille, namely accompanied by two men with bare cutlasses; although he was today also seized by drink, just as before, he was nevertheless much more polite than at the first meeting, and even so much so that he kissed our shoes; furthermore, stating both for himself and for the inhabitants of the collective Korles and Pattoes of this Dessavony, that the Honorable Dessave van Angelbeek, the second tolk Mohandiaam and haddekorn, his father the baijgam Mohandiaam, his brother the Wellebaddepattoe Modliaar, and his brother-in-law the Mohanderam of the Kandebaddepattoe, along with the Gajeman Aratje, the vidaan araatje of Kanawatte, and a Moorish servant of the resident of the Magampattoe Brinkman, are the principal ones against 1390 whom the aforementioned inhabitants generally complain, but that there were only few complaints charged against several of the other prominent and minor Headmen; furthermore, he said that he had one more word to say, if the first signatory would not take it amiss, and upon the answer that he could state anything that did not conflict with modesty, he submitted the following grievances: 1. Concerning the granting of the bond writings for planting Cinnamon, pepper, Cardamom, etc., under determination of monetary fines, which had already been paid by some who failed to fulfill their promises. 2. That the servants who work in the cinnamon woods were beaten to death. 3. That the inhabitants strongly complained about the newly introduced tolls, both of the bazaar and of the bridges, and also of the inland waters, which they requested might be abolished, and the above-mentioned bond writings annulled. We replied to Madoegodde Appoe to this effect, that these complaints would be taken under further consideration along with the other general ones, but that provisionally it might serve to inform the complainants that the first undersigned, as former Dessave of Mature, had caused several bond writings for cinnamon and other plantations to be made for the benefit of the Honorable Company, and that the said products must serve for the trade of the Honorable Company in order to maintain the country and the people from its revenues, as well as to protect them from the invasion of foreign Nations on this island; and as for the newly introduced tolls, that no others had been introduced under that name than two, namely the bazaar toll of Mature for the maintenance and healing of beggars and other miserable inhabitants, and the other, the ferry toll of the river of Polwatte for the benefit of the poor of the Diaconate at Mature; 1391 so that they could see that the Company did not have a farthing of profit from these tolls. Madoegodde Appoe replied that, be that as it may, they nevertheless did not consider it equitable that new tolls should be introduced, because the Company was obliged to have its subjects cared for and provided with necessaries when they fell ill and became impoverished; while he, Madoegodde Appoe, was speaking with us, he turned around toward the fence outside of which a body of people stood, giving them a sign that they should shout sadoe, meaning as much as a cheer, which also immediately occurred; and once again he turned around and gave them orders in an authoritative voice that the people should not presume to go away before he came to them; and not long after this, having prostrated himself before us in the most humble manner, he departed. With this the day came to an end, and we have the honor to call ourselves, with all due high esteem and respect, Beneath stood: Honorable, Rigorous, Highly Esteemed, High-Governing Sir! Your Honorable, Rigorous, and Highly Esteemed Sir's faithful and humble Servants, Was signed: D. J. Fretz and A. Samlant In the margin: Hakman, the 10th of May 1790. Agrees: Cornelis Johannes Idé, sworn clerk.
Dutch transcription
advies van de andere Hoofden, zig die bij de Hoop zig bevonden, ons te antwoorden, en ten dien eijnde voor een ogenblik zig naer hun demoogen begeeven, het welk wij cum permitteerden, en zij daar op heven gaande, knam een van him, zijnde de vidaan van Henegamme Reandoewe inwooner van Elgierese alleen terug, met versoek om de sannas temoogen hebben ten eijnde die voor de geheele schaare te publiceeren, en zo dra wij ze hem overgaaven, hield hij die op zyjn Hoofd en ging vervolgens in die houding derug aan de hier vooren genoemde paggerdeur, waar voor een heele troep volks hem stond in tewagten met vlie„ gende vaenden etc:a, deevens gereed hou„ „dende een stuk uit lijnwaat, dat zij over hunne woorden gespannen hadden, waar onder gemelde reedaan bij het gros, daar de andere woofden bij een vergaderd stonden gebragt wierd, daar zekerlijk de samas, zo wij't van de verga„ „derde Hoop, van ons rusthuijs, hebben konnen merken 1389 merken, zal gepubliceerd zijn. voorschreeven samas hebben wij na de om„ „standigheid gekoncipieerd, en op de door uwel Edele Gestrenge Groot agtbaare geteekende blanksola laaten schrijven, daar bij Hoofd zakelijk weldende. Dat uw elEdele gestrenge groot agtbaare met vernondering gehoord had, hoe zij tesaamen gerot waeren onder voormendsel van klagte behebben, wegens onregt vaardige behandelingen, en wijl dit deegen de goede ordre strij„ „dende gedomnte staaf waardig was, en tot nadeel van de Rompenie, en dun eijgen wel zijn strekk, zoo had uw elEd, Gestr groot agtb: op hun eijgen versoek ons byden, bij hun als veel jaarige Land„ „regenten bekend, tot hun gezonden, om na hunne klagten te verneemen; en regt te doen; dewijl wij de vereijschte Ren„ „nisse hadden van de lands gebruijken, en de ordres van dE. Kompanie, ver„ „manende hun tevens als gehoorsaeme onderdaanen zig met gerusthuijs bij ons te vervoegen, en hunne beswaarnissen aan ons ons op te geeven, met last, om dit bevel„ en onze orders stipt natekoomen. Jn die tusschen tijd kwam den Woofdrebel Madoe godde appre, in deselfde toestand als wij hem op de vlakke van kekkre„ noewille hebben aan getroffen, namelijk verseed van twee mannen met bloote houwers schoon hij van daag ook even als bevoorens van den drank bevang was, was hij even wel veel beleefden als bij de eerste ontmoeting, en wel zo lang, dat wyj ons de schoenen Ruste: geevende bij wijders zoo voor zzig als de ingezeetenen van de gezamentlyke R „les en Pattoes deeser Dessavonij te kenne dat dE Dessave van Angelbeek, de tweed toek Moliandiaam en haddekorn, zijn vader den baijgam Mohandiaam, zijn broed de wellebaddepattoe Modliaar en swager de Mohanderam van de Randebaddepatta neevens den Gajeman Aratje, de riedaan araatje van Kanawatte, en een moorse dienaar van den resident van de Magam „pattoe Brinkman, de voorwaamsten zijn teegen 1390 teegen mien voormelde ingezetenen generalijk klaagen, dog dat ter ten laste van verscheij„ „de der overige aanzienlijke en kleine Hoofden maar wejnige klagten waaran voorts zijde hij, dat bij nog een woordje te zeggen, htad, wanneer den eersten tekenaer sulx niet qualijk wilde neemen, en op het antwoord dat bij alles konde op gee„ „ven wat niet tegen de bescheidentheid streed, gaf hij de volgende besnaarm issen op /:/wneegens het verleenen van de verband„ schriften tot het aanplanten van Kanneel„ peper Kardamon enz: onder bepaaling van geld boetens, welke door sommigen, die in gebreeke bleeven hunne beloften na„ tekoomen, reeds betaald waaren 2/ dat de dienstelingen die in de kanneel duijven werken met slaagen vermoord wierden. 3. / Dat de ingezeetenen sterk klaagden over de nieuw ingevoerde pagten, zo van de bazaar, als der bruggen, Jtem van de binnenlandse wateren, die zij versogten dat mogten afgeschaft, en de boven gemelde verbandschriften, vernietigd worden. wij. wij andwoorden Madoegodde appoe hierop, dat deese klagten bij de andere generaale nader der onderzoek onder handen genoomen sou„ „den worden, maar dat provisioneelijk ter kennisse van de klagers kan dienin„ dat de eerstgeteekende als voormalige Dessave van Mature verscheide verband „schriften tot de kanneel en andere plan„ „tagies had laaten vervaardigen, ten voor„ „deele van de E. komp, en dat gemelde produkten moeten dienen tot den handel van de E. komp, om van derzelver in„ komsten land en volk te onderhouden, mitsgaders dezelve te beschermen voor den inval van vreemde Natien den desen eij„ lande: en was aanging de nieuw inge„ „voerde pagten, dat 'er geene anderen onder die naam ingevoerd waaren dan twee teweeten de bazaar pagt van Mature der onderhouding en geneezing der bede„ „laars en andere Miserable ingezeetenen, en de andere, de baugpagt van het ri„ „vis„ van Polwatte ten voordeele der armen van de Diakonie te Mature zo 1391 zo dat zy konden zien, dat de komp: geen duit voordeel van deeze pagten had. Madoe„ goede appore antwoorde, dat het zij hooe het zij„ wij het evenwel niet billijk agte dat ten nieuwe pagten ingevoerd werden, wijl de kompagiie verpligt was haar onder„ doenen, wanneer zij ziek wierden en in armoede vervielen telaaten geweezen en van nooddrift voorzien: terwijl hij Ma„ doe godde appor met ons sprak, keerde hij zig eens om na de pagger waarbuij„ „den een partij volk stond geevende hun een werk, dat bij sadoe /:beteekenende zoo veel als een gejuig:/ zouden schreeu„ „nen, het geen ook terstond geschiede, en andermaal keerde bij zig om en gat hun met een heerschende stem last, dat het volk niet zoude onderstaan van weg te gaan, zonder dat hij bij hun kwam; en niet lange na deezen ons voetvalligst gegavet hebbende, weg ge„ gaan is. Meermeede nam deesen dag een eijnde en wij hebben de eere ons met met al verschuldigste Hoog agting en res„ pect tenoemen /:onderstond:/ wel Eddele Gestrenge Groot agtbaare Hoog Gebie„ dende Heer! uweledele Gestrenge Groot agtbaare getrouwe en ootmoedige Die„ „naaren /:was geteekend:/ D: J: Fretz en A: Samlant /:in margine:/ Wak man Den 10. ' Maij 1790. Akkordert Corns: Johianns: Idé gezwkeerk
English
Checked Mreers No. 4. 1392. Colombo. To the Right Honorable, Highly Esteemed, and Venerable Lord Willem Jacob van De Graaff, Ordinary Member of the Council of Dutch India, Governor and Director of the Island of Ceylon with its Dependencies. Right Honorable, Highly Esteemed, and High Commanding Lord. We have had the honor duly to receive Your Right Honorable, Highly Esteemed, and Venerable letter of the 7th of this month, to which we most respectfully submit in dutiful reply, that Your Right Honorable and Highly Esteemed Lord, from our humble letter of yesterday evening—which could only be completed today and is now being dispatched alongside this one—will please observe that we have as yet been able to make little progress towards the restoration of tranquility, and that the matter today will principally have to show what may be hoped for. Nevertheless, we flatter ourselves with the good hope that everything will turn out well to that extent, if only we receive no further urgent urgent request for the removal of the Lord Dissave of Matara. Although we have made inquiries underhand as to whether the Maha Mudaliyar would be acceptable to us as an interpreter, we have nevertheless been unable to obtain any definite answer on the matter, other than that they had nothing against our interpreter (the Mohotiar); and because of this uncertainty, we have not dared to summon the Maha Mudaliyar, although otherwise no reason has appeared why we should not venture to make use of him, since we have not yet heard of any complaints against anyone in his family. Furthermore, we truly believe that he could still be of use to us; and as the Lord Dissave van Angelbeek has also written to us that he would gladly keep him on, we have likewise informed His Honor that we are of the opinion that he ought still to remain at Matara. Our detailed letter of yesterday we could only finish this evening, 1393 and since we dare not dispatch it during the night on account of the surrounding outposts, it will therefore not depart until very early tomorrow morning, which we most humbly request Your Right Honorable and Highly Esteemed Lord will kindly accommodate. In the meantime, we can also inform Your Right Honorable and Highly Esteemed Lord that this afternoon emissaries came to us again with various messages and many complaint olas, requesting that, after translation, they might have an answer on some of these olas within 2 days, to which end we will do our best; so far as it has been possible to inspect some clauses of these olas, they are the ordinary Sinhalese complaints. We have sent the letter of Your Right Honorable and Highly Esteemed Lord dated yesterday to the Lord Dissave under unsealed cover, as we are of the opinion that His Honor ought to be informed of everything, which we trust will meet with the approval of Your Right Honorable and Highly Esteemed Lord. We conclude this, commending ourselves into the continuous favor of Your Right Honorable and Highly Esteemed Lord, Checked and professing ourselves with all respect to be (below:) Right Honorable, Highly Esteemed, and High Commanding Lord! Your Right Honorable and Highly Esteemed Lord's obedient servants (was signed:) D. J. Goetz and E. T. Samlant (in the margin:) Hakmana, the 11th of May 1790. Agrees Cornelis Johannes Pool Sworn Clerk Maas No. 5. 1394 To the Right Honorable, Highly Esteemed, and Venerable Lord Willem Jacob van De Graaff, Ordinary Member of the Council of Dutch India, Governor and Director of the Island of Ceylon with its Dependencies. Colombo. Right Honorable, Highly Esteemed, and High Commanding Lord. In our respectful letter of the 10th of this month, we reported to Your Right Honorable and Highly Esteemed Lord in detail what had occurred up to that day; and we now have the honor to inform Your Right Honorable and Highly Esteemed Lord of what has occurred since. On the 11th of this month, the mutineers gathered again in the field in the afternoon, and afterwards a quantity of complaint olas was handed over to us, with the statement that these contained only a small part of their grievances, and that the remainder would be submitted later, with with the request that we would have the one general ola and another from the Girrewaye inhabitants translated as soon as possible, and provide them an answer thereto, while the other olas, and those still to come in, could subsequently be examined and the complaints contained therein settled; which request, however, was made only after our representation that the translation of so many complaint olas required much time and several interpreters and scribes, and we therefore proposed to them that they should disperse and go home to cultivate their sowing fields and attend to their further domestic affairs, while we, after having all those olas translated at Matara, would give them notice thereof, to the end that they could then come to Matara, or some other place in its vicinity, to attend the inquiry; at which time we could also cause the Headmen who were needed there to appear immediately. To which we further added that they should not be afraid of 1395 of the military, as we had given the necessary orders in that respect, and would further see to it that not a single field soldier came to the place where the complaints were investigated. The emissaries, however, declared that they would put this proposal to the Headmen and the assembled community, and would then deliver the answer to us, which consisted in this: that we, as aforesaid, should first have the general complaint olas and those of the Girrewaye people translated, and then provide them with an answer thereto. The collective complaint olas consist of the following: 1. A complaint ola of Benoewewille Wijebetoenge Kangaan against the interpreter Mohandiram. 2. A general complaint ola of the collective inhabitants of the Korles and Pattus of this Dissavany, except those of the Girrewais and the Magam Pattu. 3. A complaint ola of the collective Girrewaye inhabitants submitted by Panamoere
Dutch transcription
Nagezien Mreers No. 4. 1392. Kolombo. Aan Den wel Edelen Gestrengen Groot agtbaaren Heer willem Jacob van De Graaff. Raad ordinair van Neederlands Jndia Gouverneur en Direkteur van 't Eijland Ceijlon met dies onderhoorigheeden. wel Edele Gestrenge Groot agtbaere Hoog Gebie aen de Heer. Wij hebben de eere gehad wel te ontfangen uwel Edele Gestrenge Groot agtbaare Hoog geres„ „pecteerden brief van den 7:' deser, waarop wij eerbiedigst in schuldig antwoord deenen, dat uwel Edele Gestr Groot agtb: bij onsen nedrigen van gisteren avond, die echter eerst hreeden konnen klaar koomen en tans neevens desen afgaat zal gelieven te ontwaaren dat we nog weynig hebben konnen vor„ „deren tot herstelling van de rust, en dat zig de zaak heeden ten principaale zal moeten uitwijsen wat 'er behoopen is. des niet temin vleijen wij ons met de goede„ woop dat zig in zoo verre alles wel zal schikken, indien, ne maar geen nader aandanigend aandringend verzook krygen tot verwij„ „dering van den Heer Dessave van Mature schoon wij ons onder de hand geinformeerd hebben of den Mahamodliaar, als volk bij ons aangenaam zoude zijn so hebben wij egter geen bescheid daarop kunnen krijgen, dan alleen dat zij tegens onsen tolk /: den Mohoteaar. / niets hadden en om deze inzekerheid, hebben wij den Ma„ „hamodliaar niet durven ontbieden, schoo en anders geene reeden voorgekoomen is, waarom wij hem niet zouden durven gebruijken, aangezien we nog van geene klagten tegen iemand zijner familie iets vernoomen hebben. wij meenen voorts werkelijk dat hij ons nog van nut zoude konnen zijn, en wij de Heer Dessave van Angelbeek ons ook geschreeven heeft van hem gaarne nog w te willen aanhouden, zoo hebben wij zijn Edele meede tekennen gegeeven dat wij van meening zijn dat hij nog dient te exature te bleijven. onze omstandige brief van gisteren hebben wij heeden avond eerst konnen klaar krijgen 1393 krijgen, en wijl wij hem in de nagt net durven afsenden, om de wille der omhebbe„ „lyke voorposten zo zal bij erst morgen heel vroeg afgaan, dat wij uwelE aele Gestr: groot agtb: needrigst versoeken tewillen gunstig inschikken. Jntusschen konnen wij uwel Edele Gestr: groot agtbaare ook berigten dat heeden na„ middag weder zendelingen met verscheide boodschappen en veele klagt olas bij ons zijn gekoomen, met verzoek dat zij op eenige dier olas, na franslateering over 2. dagen ontwaard mogten hebben waartoe wij ons best zullen doen voor zo verre men eenige posten dezer olas heeft kunnen inzien, zo zij het ordinaire fingaleese klagters. wij hebben de brief van uwel Edele Gestr: groot agtbaare gedateerd van gisteren aan den Heer Dessave met openslip, gesonden, weijl wij van oordeel zijn dat zijn Edele van alles dient onderrigt teweesen, het geen wij vertrouwen van uw el E aele Gestr: groot agtbaare approbatie te zullen zijn wij besluijten deese met ons te beveelen in uwelE dele Gestr: Groot agtbaare aanhoudende geinst. Nagezien gimst, en ons met alle eerbied tenoemen /:on„ „derstond:/ wel Edele Gestrenge Groot agtbaare Hoog Gebiedende weer! uwel Edele Gestrenge Groot agtbaare Gehoor „zaame Dienaaren / was geteekend:/ D: J: Goetz: en et Samlant /in margine: pakman Den 11. ' Maij 1790. Akkordeert Corn:s Johianns Pdé gezw klerk Maas No. 5. 1394 Aan Den wel Edelen Gestrengen Groot agtbaaren Heen! willem Jacob van De Graaff Raad ordinair van Neederlands Jndia Gouverneur en Direkteur van 't eijland Cijlon met dies onderhoorigheeden. Kolombo Wel Edele Gestrenge Groot Agtbaare Hoog Gebiedende Heer Bij onzen Eerbeedigen brief van den 10. en deser hebben wij uwel Edele Gestrenge Groot agtbaare omstandig berigt, wat 'er tot dien dag voorgevallen zij, en tans hebben wij de eere uwel Edele Gestrenge Groot agtb: temelden wat zederd voorgevallen is. Den 11:' deser vergaderden de Muijtelingen we„ „derom 'snamiddags op het veld, en daarna wierden ons een partij klagt olassen overge„ „geeven, onder 't zeggen, dat dezelve een klijn gedeelte hunner beswaarnissen in hielden, en de rest nader zoude overgelegt worden, met met versoek dat me de eene generaale Beluijd ola, en nog een ander van de genrewayse ingezetenen ten spoedigsten wilden doen frans lateeren, en hun daar op bescheid bezorgen, ter wijl dan naderhand de andere vlas, en dee nog stonden intekoomen konden overgesa en daar in vervatte klagte afgedaan worden welk verzoek egter eerst gedaen wierd op onze vertooning, hoe dat het franslateeren van zo veele klagt olas veel tijd en verscheide tolken en schribenden va eijschte, en wij hun daarom voorstelden dat zy iit elkanderen na huijs nieden gaan„ om hunne zaaijvelden te bewerken, en verdere huijselijke zaaken gade teslaan terwijl wij dan na alle die vlan te Ma„ „ture te hebben laaten overzetten, luin daarvan kennis geeven zouden, ten eijnde zij dan na Nature, dan wel eenig ander plaats in dier nabijheid, koomen Ron „den, om 't onderzoek bij tewoonen; als wanneer ne ook de Hoofden, die daar bij noodig waaren, dadelyk konden doen verscheinen. waarbij we nog voe „den dat zij niet moesten bedugt zin voor 1395 voor Militairen, alzo wij ten dien op zigte de noodige ordre gesteld hadden, en vender zorgen zouden, dat geen en veld Militair kwam op die plaats daar de plagten onderzogt wierden. Dog de zendelingen betuijgden dat zij dit voorstel souden doen aan de Hoofden en de gezament„ lijke gemeente, en ons dan het ant„ woord daarop besorgen het geen daar in bestond dat we, gelijk voorzegt de generaale klagt slas, en die dan girewaise volkeren eerst wilden laaten overzetten, en hun dan bescheid daar op doen geworden. De gezamentlyke klags olas bestaan in als volgt. „ Een klagt ola van Benoewewille wio„ betoenge kan gaan tegen den volk Mo„ „handeram. Een generaale klagt ola van de gezaa„ mentlijke ingeseetenen der korles in Battoes deser Dessavonij, behalven die der Girrewaijs en de Magam pattoe. 3. / Een klagt ola van de gesaamen rlijke Girwaise ingezeetenen overgelegt door Panamoeste
English
Panamoelle Dandenije aratjege Lienweartjege 4. A ditto from the combined Namdes at the public works against their head, the overseer Albert Hoest, presented by the deposed kangaan of those servants. 5. A ditto from the Baijgamsa inhabitants against their veedaan Mohandiram; presented by the former Lieuneaatssele of redoenebaijgam. 6. A ditto from the woodcutters against the Mohanderam and overseer over the Matireese timber wharf and blacksmith shop, presented by the kangaan of those servants. 7. A ditto from the Belligamse residents against the Mohanderam and sabandaar of that jurisdiction, presented by the Roelie Meedigamme Baddrearm bed. 8. A ditto from Battoewille wiedjesinge, former kangaan, produced by himself against the sabandaar of Belligam. 9. A ditto from the inhabitants of Horregodde against the viedaan of Woregodde, Nape and Elgierije, presented by Poentjie appoe, wiedane Gammeaatjele of that village. 10. A ditto from Narandenise Jajesegere, former araatje of the Jagereros under Sinnekoon Modliaar, concerning his having been dismissed upon his return from there after having exerted himself at the work on Baddegerisse. 11. A ditto from Pallekannoe Kettije Jalat, Catnaijke Pattieraimake. Furthermore, Madoegodde appoe also came to us and said that the joint Chiefs requested through him for a speedy settlement of the complaints of the residents, and that within two weeks a proper publication might be made everywhere. He added thereto that the inhabitants, notwithstanding their despondency, had inflicted no damage upon the Company's property, although it had been within their power to do so and even to surprise and seize the fort of Mature at a certain hour, and that if justice were not done to them, the gathering would not disperse from one another, even though the book Mohanderam had said in his writing that gunpowder and lead were being brought to Mature in order to do away with them. We said thereupon that such speech did not behove him, since no violence was called for and the disputes would be settled through equitable justice, and that the residents ought not to give credence to what was written by the book Mohanderam, but place their trust in our just and equitable settlement of their complaints; to which he, Madoegoede appoe, who appeared very wild to us, also submitted, and went away after having politely greeted us. After this, the Chiefs sent us a request by message that we would not accept any complaint olas from anyone whomsoever before the general complaint olas and those of the people of the Girrewaij pattoese should have been translated. The Mohotiaar of Rolombo came further to relate to us that his lascorins had heard some people say that if they received no justice regarding their complaints, they would then attack us. Yesterday, upon our requisition, a kangaan and a lascorin from the Disavany of Mature, belonging among our retinue and who meant to go quietly to Mature and had been seized at the gravets of the mutineers, were handed over; the kangaan said that Madoegodde appoe had caused him to be thrown to the ground by four mayorals and beaten with fists, but we could discover no sign thereof; subsequently the Chiefs of the mutineers requested our emissary, being Don Siemon Jajewardene, attepattoe araatje, in secrecy to tell us that Madoegodde appoe, who was known to be a ringleader and a bad subject, brought matters before us of which the other Chiefs of the mutineers had no knowledge, and thus we should not take his sayings into consideration, nor believe that those messages came from them, since they did not employ him for that purpose and he only sought to plunge them into grief and to ruin them. That they would also gladly wish to come to us, but were fearful of being held for the authors of the gathering, whereas on the contrary they had joined the crowd to keep the people in order so that it did no harm, and upon the reassurance of the emissary that they could safely come to us without any apprehension, they demanded of him for greater security that he should confirm his words under oath, which he having done, they expressed their readiness to come to us. On the occasion that our book Mohotiaar had gone to a well to wash, some araatjes and kangaans said amongst themselves that if the residents received no justice on account of the many hardships done to them, they would then abandon their dwellings and go elsewhere. In the afternoon, Halzelle Abesinge, kangaan, along with two other persons, came to ask us in the name of the mutineers whether the olas (under no. 2 and 3) could be translated in two days, and if not, that we would then determine a day when they would be ready, so that they could in the meantime go to their villages to obtain provisions; we repeated to them what we had proposed several times, namely that they should all go home and we to Mature for the speedier translation of the olas, and that they and we then, as many of them as were necessary, should meet together at a determined place in the vicinity of Mature to examine and settle the matters; of this they undertook to make a report to the Chiefs of the assembled multitude. After
Dutch transcription
Panamoelle Dandenije aratjege Lienweartjege 4. / Een 8 o van de gesamentlyke Namdes bij de gemeene werken tegen hun Hoofd den op siender Albert Hoest, overgelegd door den afgezetten kangaan dier dienst „lingen. 51 Een 8 - van de Baijgamsa inwooners tegen hunnen veedaan Mohandiram; overgelegd door den geweesen Lieuneaatssele van redoe„ nebaijgam 6:/ Een do van de woud zagers tegen den Mo„ handeram en op ziender over de Matireese timmerwerf en smitswinkel, overgelegd door den kangaan dier dienstelingen. 7/ Een 8-. van de Belligamse ingezetenen tegen den Mohanderam en sabandaar dier weerlijk beid overgelegd door den Roelie Meedigamme Baddrearm bed. 8/ Een 8- van Battoewille wied jesinge ge„ weezen kan gaan, door hem zelfs gepro„ duceerd tegen den sabandaar van Bel„ „ligam. 9. Een do van de inwooners van Horre„ godde tegen den viedaan van Woregod de„ Nape 1396 Nape en Elgierije, overgelegd door Poentjie appor wiedane Gammeaatjele van dat Dorp 10/ Een 8 - van Narandenise Jajesegere geweesen araatje van de Jagereros onder Sinnekoon Modliaar over dat hij, na zig bij het werk op Badde gerisse beijverd te hebben met zijn brugkemst van daar is gediuoveerd ge„ „worden. 11/ Een d=o van Pallekannoe Kettije Jalat, Cat„ „naijke Pattieraimake voorts Kwam ook Madoe godde appre bij ons, en zeyde, dat ons de gesamentlyke Hoofden lieten versoeken om een spoedige afdoening der klagten van de ingezeetenen, en dat binnen twee weeken een behoorlijke pu„ blikatie alomme mogte geschieden. big voegde daarby, dat de inwoonders, net tegenstaande hunne mismoedigheid, geen schaade aan 'sCompagnies eijgendom„ „men hadden toegebragt, hoewel het in hun magt had gestaan om zulx te doen, en zelfs het fort van Mature op een bepaald uur te overrompelen, en weg„ „teneemen en dat wanneer hun geen regt weerd gedaan, de tesamenrotting niet van van elkanderen tescheuren zouden, zyjn schoon ook de trek Mohanderam, bij zijn gescharft zeijde dat 'er Kruijt en lood te Matuue aan gebragt zij, om hun van Rant te helpen. wi zeijden daar op, dat het hem niet voegde dus daenig bespreeken„ terwyl geen geweld tepas kwam, een de ver„ schillen door een billijk regt zouden af„ gedaan worden. en dat de ingesetenen aan het geschreevene door den boek Mo„ handeram geen geloof moesten slaan, maar hun vertrouwen stellen op onze regt veerdige en billijke afdoening thin „ner klagten waaraan hij Madoegoe „de appoe, die ons seer woest voorkwam„ zig ook onderwirp, en weg gong, na ons beleefd gegroet te hebben. Hierna lieten de Hoofden ons bij een Rood „schap verzoeken, dat we geene klagt olas van deezen en geenen wilden ac„ „cepteeren voor dat de generaale klag glas en die der girrewaij pattoese vol„ „keren getaanslateerd souden zijn. De 1397 De Mohokiaar van Rolombo, kram ons voorts verhaalen dat zijne las korijns eenige men„ „schen hadden hooren zeggen, dat wanneer zy geen reegt kreegen op hunne klagten, zo ons dan zouden overvallen. Gisteren wierden op ons requisit een kan„ gaan, en een las korijn uit de Dessavonij van Mature, onder ons gevolg gehoorende, en die stilletjes meerden na Mature te gaan, en aan de graves aer duijtelingen op gevat waaren uitgeleeverd: de kangaen zeijde dat Madoegodde appoe hem door vier maijoraals had laaten op de grond smijten en met vuijsten slaam dog wij konden daarvan geen teken ontdekken; vervolgens versogt de Hoofden der Muij„ „telingen onse sendelingen, zynde Den siemon Jajewardene attepattoe araatje in secretesse, om ons te zeggen, Dat Ma„ „doe godde appor, die bekend was voor een belhamel, en slegt zub Jekt, zaaken bij ons bragte waar van de andere Worfden der Muijtelingen geen kennis hadden in en wij dus zijne gesegdens niet wilden in aanmerking neemen, nog te gelooven dat die boodschappen van hun kwamen„ wijl zij hem daartoe niet gebruijkten, en hy maar zogt om hun in verdriet te dompelen, en te bederven. Dat zij ook gaarne zouden willen bij ons komen, maar bedugt waaren van voor de au„ „teurs der tezamenrotting te zullen ge„ houden worden, daar zi in tegendeel hun bij den Hoop vervoegd hadden om het volk in ordre tehouden, dat 't geen kwaad deed en op den ver zekering van den sendeling, dat zij gerust bij ons koomen konden sonder eenige bedug„ „ting, vergden zij van hem tot meer„ der zekerheid dat hij zijne gezegdens zoude besneeren, het welk bij gedaan hebbende, betuijgden zij hunne bereyd vaardigheid om bij ons tekoomen. Bij gelegentheid onsen toek Mohotiaar aan een put was gaan wasschen, zeijde een avaatjes en Rangaans onder elkander„ dat wanneer de ingezetenen wegens de hun 1398 hun aangedaane veele moogt werdig heeden geen regt kregen, zy dan hunne woonin„ gen verlaaten en elders gaan zouden. snamiddags kwam Halzelle abesinge Ran¬ „gaan, neevens nog 2. andere perzoonen ons in't naam der suijtelingen, vragen, of de olasson /:onder ut 2 in 3. / in 2. dagers konden getranslateerd worden, zzo niet, dat wij dan een dag wilden bepaalen wanneer te zouden klaar zijn, op dat zij in die tusschen tijd na hunne doopen konden gaan om onderhoud behaalen, wij herhaalden hun het geen we meermaa„ len geproponeerd hadden, namentlyk dat zij alle na huijs, en wij na Mature zouden gaan, ter spoedigere saarslatee„ „ring der olas, en dat zij en wij dan, voor zo veel er van hun nodig waaren, op een bepaalden plaats in de nabij„ „heid van Mature zouden bij een koo„ „men, om de zaaken te onderzoeken, en aftedoen hier van naamen zij aan verslag te doen aan de Hoofden der vergaderde menigte Na
English
After these emissaries were gone, we took a stroll to the place where the crowd was staying, to see if we could get to speak with the Chiefs, as well as to show the general public more confidence in us. But when they got sight of us, an alarm was raised, both by shouting and by the Jamblinjeros, and when we came closer, an entrance to the field where they were gathered together with their weapons was occupied by armed men. And when we proceeded and were right in front of it, some Chiefs came forward, namely Don Simon Vaartje of the Randebadde pattoe, B. Simon, former araatje, and some others, and we said to them that we were taking a stroll, and furthermore spoke about indifferent matters. And walking along, the road thereto was thus opened, and the people formed a rank, which however quickly fell into disorder, and the people enclosed us, making a great deal of noise. 1399 noise, although they were continuously shushed by the Chiefs. After having strolled for a while in such manner, we stood still and addressed the Chiefs and the people, presenting to them more closely how the rainy season was at hand, and that it would thus be better that they went home and we went to Mature, and that after the translation of the olas we would assemble again at a place in the vicinity of Mature. But whenever we made any headway with the one, it was again overthrown by others; indeed, some even shouted from behind that we must remain here until their affairs were settled. They also spoke with great fury of wickedness concerning the second toek and his family. We did everything to calm them down and to promise good justice, and to obtain their agreement that they would consent to go home, on the representation that they had to work their fields, and that we also could go to Mature to have the olas translated and to establish good order in everything, so as to be able to hear the complaints later on at a nearby place, with this urging, that we then could also have the Chiefs come to us to answer for themselves. But they replied that they could just as well remain gathered together here, and that the Chiefs could come here just as easily as they could go to Badegirieje, adding that they had wanted to send their people there in order to make them die, and that they might as well die here, since they had to die sometime anyway; in a word, they were very insolent and listened only now and then to the Chiefs. We sought to extricate ourselves as well as possible through rebuttals, and finally obtained a promise that they would take our proposal under further consideration, but that they would not come to any place along the coast, but rather inland; whereupon we proposed the baijgams, Gangebaddepaddoe, or Bellegam Kore, which met with their approval, with the promise to give us an answer the following day. In the meantime, they also handed over to us another bundle of olas, saying that the same consisted of the complaints of the inhabitants of the Vallebaddepattoe. Last night at 12 o'clock the mutineers were in an uproar and made a great commotion, and as that noise continued by screaming, shouting to each other, running about, and beating the Jamblijntjes, we wanted to send some men to learn what was going on, but no one wanted to go at first; everyone was afraid. But finally our Matersen attepattoe araatje and the Colombo Rangaan went down the mountain to learn what was going on, and they came came to tell us that a commando of Easterners had arrived in the Baijgams with the second volk Mohandaram and his father, the Mohandiram of the sjagams. Over which the mutineers went on violently, shouting to us that the entire Baddekornege family had to be sent under arrest to Gale, or else things would not go well, and the like. We resolved thereupon to go down the mountain to the plain near the people, but we sent messengers ahead to notify them thereof, with a warning that some chiefs might come to us, whereupon a whole party appeared, who confirmed what was mentioned above, asking whether that was a way of doing things at a time when we were with them, and the like. We sought to pacify them, but they insisted that the Baddekornege family be taken into arrest, which we had to promise. 1401 promise. Meanwhile, the uproar continued throughout the entire night, and after it became day, we sent word to the Chiefs to come to us in order to be able to confer with them about what had occurred. They then came with a party [illegible], and complained strongly and seriously, declaring that they no longer knew what to make of it, as we were present here to provide them with justice, yet commandos were sent out from Mature, for which they laid the blame on the second volk C:is, and most strongly insisted that they might be taken into arrest and punished. Which we simply had to promise to those furious people. We also made use of this opportunity again by demonstrating to them that, if we had been at Mature, we could have prevented such things, and that it was therefore best that we set out on our journey thither, at which time the olas could also be translated more quickly.
Dutch transcription
Na dat dese sendelingen weg waaren deeden wij een Ruijertje na de plaats waar de menigte hun ontheeld, om te zien of wij de Hoofden niet konden bespreeken kry„ gen, als ook om het algemeen al meer vertrouwen tot ons bedoon krijgen. dog bren ze ons in het gezigt krijgen wier aclarm gemaakt, zo door geroep als door de Jamblinjeros, en doen we na bij kwaamen was een ingang op 't veld daar zo bij een vergaderd waaren, met hunne wapens, met gewapend volk bezet en doen ne doorgingen en 'e flak voor waaren kwamen eenige Hoof„ „den voor den dag, namentlijk Den sim vaartje van de Randebadde pattoe, B simon geweesen araatse en eenige ander en aan zeijden we dat wij een Ruijert„ deeden, spraaken voorts over onversch lige zaakva dingen, en Ruijersen alzo de weg daartoe geopend, en volk een ranquet formeerde, dat egt schielijk in de war raakte en het vo ons insloot, en al bisel veel leeven maakte. 1399 maakte, schoon zy telkens gesusd wierden door de Hoofden na zodanig wat gekuij„ „erd te hebben bleeven ne staan, en opraa„ „ken de Hoofden en het volk aan, stellende hun nader voor hoe de regen tijd op handen was, en het dus beter zij dat ze na huijs en wij na Mature gingen, en dat we na Translateering der olas weder bij een kwaamen op een plaats in de nabijheid van Ma„ „ture. dog wanneer we met den eenen nat vorderden wierd 't weder door anderen om verre geworpen, Ja selfs riepen sommige van agteren dat we moeten hier blyven tot hun zaaken afgedaan waaren. zij spraaken ook met veel drift van knaadheid over den tweeden toek en zijne familie. wij deeden alles om hun ter needer te zetten en goed regt tebelooven, en van hun beverkrijgen dat zij stem„ „den, om na huijs te gaan: onder voor„ „houding dat zij hunne reeden moesten bewerke bewerken, en dat wij ook na Mature Kon„ den gaan, om de olas delaaten translatie„ „ren, en goede ordre, op alles te kunnen stee„ „len, om naderhand op een nabij geleege plaats de klagte tekonnen aanhooren, met deesen aandrang, dat wij dan ook de Hoofden konden laaten bij ons koo„ „men, om hun te verantwoorden. dog zij gaven tot antwoord, dat zij even we hier bij een vergaderd konden blijven, en de Hoofden ook zo gemakkelyk hier konden koomen als na Badegi„ rieje vegaan, met bijvoeging dat men huurlieden dog daar heen had willen zenden om hun te doen sterven, en zij dus hier ook sterven konden, wijl zij dog eens sterven moesten; met een woord gezegd, zij wadren zeer ban„ „taal en luijstenden maar nu en dan„ na de Horfden. wij zogten ons van zo goed doenlijk te redden door wederleggin„ „gen, en verkreegen eijndelijk toezegging dat zij nader in overweeging souder„ neemen ons gedaan voorstel, dog dat zij op 1400 op geen plaats langs staand zouden koo„ men, maar wel binnen het land; waar we, wij dan de baijgams, gangebaddepat„ „doe, of bellegam Kore voorstieden, het welk van hun goed keuring was, met belofte van ons sanderen daags bescheid te zullen geeven, in middels haaven zij ons ook nog een bondel olas over, zeg„ gende dezelve tebestaan in del agten der inwoonders van de vallebadde„ pattoe. Gepasseerde nagt om 12. uuren waaren de Muig„ „delingen in repen roer, en maakten een groot geweld, en wijl dat leeven aanheur door schreeuwen, elkanderen toeroep en, beloopen en Jamblijntjes teslaan, zoo wilden wij eenige menschen zenden om telaaten verneemen, wat 'er dog te doen was, maar niemand wilde eerst gaan, alles was bevreesd, dog eijndelijk ging onsen Matersen attepattoe araatje en kolombosen Rangaan de berg af, om teverneemen wat 'er te doen was, en zij Kwamen kwnamen ons zeggen dat een kommando orsterlingen in de Baijgams gekoomen was met den tweeden volk Mohandaram en zijn vader den Mohandiram der sja „gams. waar over de suyjtelingen gewel „dig aangingen, en ons toeschreeuw den dat de heele familie van Baddekornege na Gale in arrest moesten gesonden wo den, of dat het niet goed gaan zoude en wat dies almeer zij: wij resolveer „den daar op om de borg af na de vlak „te bij het volk tegaan, dog wij sonder boodschappers voor uit, om hun daarvan te verwettigen, met waarschouwing dat eenige hoofden mogten bij ons koomen waar op een heele partij verscheenen, die het hier vooren vermelde bevestigd onder het vragen of dat een manier v doen was, op een tid dat wij bij hun m ren, en wat dies meer zij wij zogte hun te bevreedigen, maar zij stonden en op dat de Baddekornegeze famili in arrest genoomen wierd, het geen wi belooven 1401 belooven moesten. Jntusschen Continueerde het op roer de geheele nagt door, en na dat het dag was lieten wij de Hoofden weeten on bij ons bekoomen, ten eijnde hun over het voor gevallene te konnen onderhouden bij kwamen dan ook met een partij 1888, en klaagden sterk een serieus, onder betuij„ „ging dat zij nu niet meer wisten hoe zij het hadden, alzzoo wij hier present waaren om hun regt te besorgen, en van Matiue kommandos uitgesonden weerden waar van zij de schuld op den tweeden volk C:is leiden, en den sterksten aan„ hielden, dat zij in arrgt genoomen en gestraft mogten worden. het geen wij aan die moedende menschen wel moes„ „ten toezeggen wij amplekteerden ook weder deeze gelegentheid door hun be„ vertoonen dat, wanneer mij de Mature waaren geweest, wij zulx hadden konnen belatten, en 't daarom best was dat wij daar heen op reijs gingen, als wanneer de vlas ook schielijker konden getranslateerd worden
English
become, and even interpreters and writers from Gale could come there. They advanced various matters and promised to provide us with coolies as far as the Baijgams, but not to Mature, because no one wanted to go there. We were also immediately to issue an open order by an ola that the chiefs who had arrived with orientals in the Baijgams, or thereabouts, had to depart with them immediately to Mature. And to Jangale we also wrote an ola to Simekoon Modliaar on account of received complaints that cattle belonging to the mutineers were being seized for the military, notwithstanding that cattle lying in two villages close to Cangal were spared; that he had to ensure that no more cattle were taken than were necessary for the military, and that he might then also see to the payment thereof to the owners, as well as that the cattle of the mutineers were not taken. We furthermore wrote a letter this morning to 1402 to the Honorable Dessave van Angelbeek, of which the copy is annexed hereto, and which we trust will merit Your Right Honorable's approval, since the circumstances of affairs have forced us, as it were, to what is stated therein and we have found it necessary. We have the honor to remain with all fidelity, (was signed:) Right Honorable, Highly Commanding Lord! Your Right Honorable's obedient servants (was signed:) D. F. Fretz and A. Samlant. (In the margin:) Hakman, the 13th of May 1790. (Lower:) P.S. Just now we were also told that a detachment of orientals has also departed for the Wille Badda Pattoe. We have therefore also ordered the chiefs who are in that pattoe, likewise by an open ola (in order to appease the mutineers), that they should return immediately with the detachment to Mature. If If the Dessave van Angelbeek does what we have written to His Honor, as we may not doubt, we still think that everything will turn out well, provided some requests are granted to the mutineers. For Jambroegoder in the Belligam Korle and Narewelpittieje in the Kande Badde Pattoe, people have been commissioned to us and requested to assess the nelly crop, which is ripe; which is also a good sign. We have communicated this to the Dessave in order to be able to send commissioners, since they do not dare to go and request them in Mature. Agrees, Cornelis Johannes Pelé, sworn clerk Checked, Maas Mature To the Honorable Lord, Mr. Christiaan van Angelbeek, Senior Merchant, Second of Galle, and Dessave there. Last night the mutineers were in an uproar and made a great disturbance, because, as it is said, the second interpreter and the Mohandiram of the Baijgams had come into the Baijgams with Javanese, and the Modliaar of the Welle Badde Pattoe, together with the Mohandiram of the Houtslaep, also had people seized and whipped in that pattoe, so that we were in entirely unpleasant circumstances, without knowing as yet what the consequence will be. Honorable Sir and Particular Good Friend. The The crowd also let us know, and even shouted at us, that the family of Badde Kornege had to be sent under arrest to Gale, or that things would not go well; in a word, they are furious, and especially against the said family. And we would now consider ourselves fortunate if, through the arrest of those chiefs, matters could be restored as we hope. We will readily admit that we could not believe that detachments had been sent out, since we requested Your Honor not to do so. Yet we are assured most strongly that such has happened, wherefore we most vigorously protest against this and against the further dispatch of the smallest detachment, without our knowledge and consent, against all the consequences that may arise therefrom. 1404 arise therefrom. And we therefore expect that Your Honor will not only send out no more detachments, but also that Your Honor will immediately have those sent out recalled; whilst we also deem it necessary, nay even highly necessary, that the second interpreter Mohandiram, together with his father the Mohandiram of the Baijgams, the Modliaar of the Wellebaddepattoe, and the Mohandiram of the Kandebaddepattoe, be immediately taken under arrest and kept until we shall decide further about them. We therefore trust and expect that Your Honor, without an instant's loss of time, will comply with these our requests, as being in accordance with the authority given to us by the instructions of the Right Honorable Lord Governor. We Checked We remain furthermore with all respect, (was signed:) Your Honor's dutiful friends, (was signed:) D. F. Fretz and A. Samlant. (In the margin:) Hakman, the 13th of May 1790. (Lower:) Agrees, (signed:) P. A. Der Moor, Company's clerk. Agrees, Cornelis Johannes Pelé, sworn clerk M. Staaf 1405 Kolombo To the Right Honorable Lord, Willem Jacob van De Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies. Right Honorable, Highly Commanding Lord, Yesterday we gave Your Right Honorable a detailed report of the state of affairs concerning the gathering and what further occurred in that regard. And now we have the honor to inform Your Right Honorable that the chiefs of the mutineers have failed to fulfill their promise, both with respect to their assurance that they would come to us yesterday evening, and regarding the
Dutch transcription
worden, en daar toe zelfs tolken en schrijvers van Gale koomen konden zij ad vorrenden het een en ander en beloofden ons koelijs te sullen besorgen, tot na de Baijgams, maar niet na Mature, wijl niemand daar heen gaan wilde wij zouden ook ten eersten een ope ordoe bij een ola af, dat de Hoofden die met oosterlingen in de Baijgams, of daar omstreeks gekoomen waaren, ten eersten met dezelve na Mature moesten ver„ „trekken en na Jangale schreeven wij meede een ola aan simekoon Modliaar wegens ingekoomene klagten dat er bee „ten van de muijtelingen op gevat wier „den voor de Militairen, niet tegenstaand er beesten in twee doopen digt bij Cangal gelaagen verschoond bleeven dat hij moest zorgen dat 'er geen meerdere be „ten genoomen wierden als voor de Mi tairen noodig waaren, en zzij dan ook voor dies betaaling aan de- eijgenaar mogt zorgen, zomeede dat de Beeste der Muijtelingen niet wierden genoomen wij schreeven voorts heeden morgen een be aan 1402 aan den 8. Dessave van Angelbeek, waar van het afschrift hier neevens logd, en die we vertrouwen dat uwel Edele Gestrenge Groot agtbaare approbatie zal verdienen, aangesien de omstandigheeden van zaa„ „ken ons tot het daar inne vermelde als gebrongen en wij sulx noodzakelijk gevonden hebben. wij hebben de eere met alle trouwe te zijn /onderstond:/ wel Edele Gestrenge Groot agtbaare Hoog Gebiedende Heer! uwel Edele Gestrenge Groot agtbaare gehoor „saeme Dienaaren /was geteekend:/ D: F: Pretz en et. Samlant /on margine/ Hakman Den 13. ' Maij 1790. /:lager:/ P: S: zo even word ons ook gezegd dat en ook een kommando oosterlingen na de wille barda pattoe vertrokken is, wij hebben daarom aan de Hoofden, die zig in die pattoe, bevinden, meede bij een ope ola /:om de Muijtelingen te vreede testellen:/ gelast, dat zij den eersten met het kommando na Mature soadon berug keeren„ Jndien Jndien de Dessava van Angelbeek doet wat wij aan zijn E geschreeven hebben, gelijk wij daaraan niet moogen twiffelen, zo denken wij nog dat zig alles wel zal schikken, mits aan de muijtelingen eenig versoeken worden toegestaan. voor Jam broegoder in de belligam Korle en narewelpittieje in de kande badde pattoe heeft men ons gekommitteerd en versogt om het nelij gewas, dat rijp is op teneemen: het welk ook nog een go teeken is, wij hebben zulx aan dE Ber „save van bedeeld ten eijnde gekom„ mitteerdens te kunnen senden, aangezien zij die te Mature niet durven gaan verzoeken. Akkondeert Corn:s Johann:s Pelé gezaklerk Nagezien Maas Mature Aan Den E. Heer. M:r Christiaan van Angelbeek opperkoopman Gaals sekunde en Dessave aldaar. weeden nagt zijn de Muijtelingen in rep en roer geweest en hebben een groot geweld gemaakt, wijl, gelijk te zeggen, den twee„ den tolk en den Mohandiram der Baij„ „gams met Javaanen in de Baijgams waaren gekoomen en den Modliaar der welle badde pattoe neevens den Mohan„ „diram van den Houtslaep ook menschen in die pattoe liet op vatten en kas„ „bijden, zo dat wij in gantsch en aange„ naame omstandigheeden zyn ge„ neest, zonder als nog teweeten wat het gevolg zijn zal. Ed Heer en Bijzondene Goede vriend. De De Menigte heeft ons ook laaten zeggen en zelfs toegeschreedd, dat de familie van Badde Kornege na Gale moest in arrest gesonden worden, of dat het niet goed zoude gaan met een woord zij zijn verwood en in zonderheid „gen genoemde familie en ne soude ons tans gelukkig agter, indien door het in arrest neemen dier Hoofd: de zaaken konden herstellen gelijk we koopen wij willen wel bekenn dat wij niet hebben konnen geloor dat 'er kommandos uijt gezonden den zijn wijl wij uwel Ed: versogt „ben, om zulks niet te doen Dog m verzekerd ons den sterksten dat zulk geschied zij, alwaarom wij daar teeg en teegen verdere uitsending van kleinste kommande, zonder onzze „kennis en toestemming, op het kra tigste protesteeren, teegen alle de ge „gen, die daar in't zullen konmen „des pri 1404 bespruijten. en wij verwagten derhalven, dat uw E: niet alleen geene kommandos meer zal uit senden, maar ook dat uw E: de uitgesondene dadelijk zal doen te rug roepen: terwijl wij ook noodig oordeelen, Ja zelfs hoogst noodig, dat de tweede tolk Mohanderam nevens„ zijn vader den Mohandiram der Baij„ „gams, den Modliaar der wellebad„ „depastor, den Mohandiram der kan„ „debaddepattoe, ten eersten in arrest genoomen en gehouden worden, tot dat wij over hun nader zullen besluijten. wij vertrouwen en verwag„ „ten dus, dat uwE zonder een ogen„ „blik tijd verzuim, aan deeze onze verlangens zal voldoen als oer„ een komstig zijnde met de Macht die ons bij Jnstruktie van den wel Edelen Groot agtbaaren Heere Gou„ verneu gegeeven is. wij Nagezien wij blijven woats met alle agting /on„ „derstond:/ uw E Dienstschuldige vruen „den. (was geteekend:/ D: J: Gdetz: en A. Samlant /in margine:/ Hak„ „man den 13. ' Maij 1790. /:lager:/ Ak kordeerd: /geteekend:/ P: A: DerMoor Komp: scriba. Akkordeert Corns. Johanns: Idé gezueklerk MStaaf 1405 Kolombo Aan den wel Edelen Gestrengen Groot agtbaaren Heer willem Jacob van De Graaff. Raad ordinair van Neederlands Jndia Gouverneur en Direkteur van 't Eijland Cijlon met dies onderhoorigheeden. Wel Edele Gestrenge Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer Gisteren hebben wij uwelEdele Gestrenge Groot Agtbaare omstandig verslag gedaan van de geschiedheid der zaaken noopens de te„ „zamenrotting en het geen ten dien belange verder voorgevallen is. en tans hebben wij de eere uwel Edele Gestrenge groot agt„ baare teberigten. Dat de behoofden der Muij„ „telingen ingebreeke zijn gebleeven, om aan hunne belofte bevoedoen, zoo ten op„ zigte van hunne toezegging om gisteren avond bij ons te zullen koomen, als omtrent de