Inventory 3883
Ceylon · 1,486 pages · 291 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
effect, then one can subsequently act with vigor against them when everything has been prepared for that purpose. The junior merchants Van Schuler and De Vos must not be sent to Mature, and if they should already have departed upon receipt of this, they must immediately be written to in order to suspend the commissions assigned to them, and to remain at Mature until further orders. We repeat, before all the military force destined for Mature and mentioned above shall have arrived there, no military detachments are to be ventured into the country until our further orders; indeed, no means of force, however named, must be employed until one is able properly to sustain them. Should the Honorable Disava Van Angelbeek nevertheless think that a few military men are necessary for the security of the warehouse of Bengal, he must send thither by sea a detachment that he shall find sufficient for that purpose, serving only for that. To assist the Honorable Disava Van Angelbeek with the clerical work, you must immediately send thither the Tombo Keeper Justinus Frek, with orders to remain at Mature as long as the Honorable Disava shall deem him necessary there. For the rest, after greetings, we remain, Valiant, Prudent, Discreet, Your good friends, was signed, W. I. van de Graaff, M. P. Raket, I. Runtous, B. L. van Zitter and A. Samlant, in the margin, Colombo, the 21st of April, anno 1790. Whereupon it was resolved to take the contents of the aforesaid letter for information, and to inform the Honorable Disava Van Angelbeek and the Honorable Van Schuler and De Vos thereof, and on that occasion also to write and instruct that, if the two last-mentioned still find themselves at Mature, they are to suspend their commission and to remain at Mature until further orders, and there to assist the Honorable Disava Van Angelbeek under the present circumstances of the times in the decisions to be taken, with their understanding and good counsel. However, if the said commissioners should already find themselves among the mutineers, then, in order not to give these people any evil suspicions, they are merely to record their grievances as quickly as possible, without conducting any investigation, and to return to Mature. Furthermore, it was resolved to have two light field pieces, with their appurtenances and ammunition, as well as the necessary artillerymen under the command of Lieutenant De Rachard and protected by a detachment from this garrison of 36 infantrymen, transferred to Mature tomorrow morning. Thus resolved in the city of Gale on the day aforesaid, was signed, P. Sluijsken, M. v. d. Spar, I. L. Scheede, L. Hems, C. F. W. De Ranitz, I. J. D. D. Estandau, A. E. De Lij and C. L. B. van Albedijhl, underneath stood, Agrees, signed, I. H. Brechman, sworn clerk. Agrees, Wijbrands, first clerk. Saturday the 24th of April Anno 1790. Present: The Honorable and Worshipful Commandeur Peter Sluijsken The Honorable Administrator Mattheus van der Spar The Captain Commandant of the militia Johan Lodewijk Scheede The Master Attendant Lucas Aims The Fiscal and Cashier Jean Jacques David D'Estendauw The First Warehouse Master Master Andreas Everardus de Lij The Secretary Carel Lodewijk Baron van Albedijhl. Absent: The Honorable Pay Bookkeeper Nicolaas Bernardus Martheze The Junior Merchant Hendrik Levin Martheze The Dispensier Christiaan Fredrik Willem de Ranitz, The Overseer of the Galle Korale Pieter Willem Ferdinand Adriaen van Schuler, and The Shopkeeper and Commissioner of the Areca Pieter De Vos. First was read the letter inserted here from the Honorable Van Schuler and De Vos and the olas sent with it: To the Honorable and Worshipful Lord, Peter Sluijsken, Commandeur, together with the Council there, Galle. Honorable and Worshipful Ruling Lord, and Lords. Upon receipt of Your Honorable Worships' letter of yesterday, being midnight, the commando was already on the march to Gandure, where we arrived at 3 o'clock this morning and immediately, in accordance with the contents of Your Honorable Worships' esteemed letter, began with the dispatching of cannas and invitations to the mutineers to come closer, either to Dikwella or... Resolution taken in the Council of Galle.
Dutch transcription
1311 uitwerking niet, zoo kan men vervolgens met nadauk lee„ „gens hie ageeren wanneer alles daar toe zal zijn geprepr„ „keert. De onderkooplieden van schuler en De vos moeten niet naer Maetiere gesonden worden, en zoo za op den ontvangst deeses reeds mogte vertrokken zijn, moet hun ten eersten worden aangeschreeven om de aan hun opgedraagene kommissien te staeken, en tot nadere last te Mature te blijven We herhaalen het, voor dat al het militaire vermogen voor Mature gedestineert en hier booven vermeld, aldaar zal zijn aangekomen, moeten er tot onse nadere order, geene militaire detachementen in het land worden gewagt zelvs moeten er geene middelen van geweld, hoo genaemd, wor„ den te werk gesteld, tot dat men die behoorlijk soute„ neeren kan. Mochte den E: dessave van Angelbeek nog„ „tans denken, dat tot beveiliging van het Pakhuis van Bengale eenige weinige militairen noodig zijn, moet hij een detachement dat hij ten dien einde zal toerij= kende vinden, alleen: daar toe dienende, over zee naer derwaards zenden. Tot assistentie van den E: dessave van Angelbeek in het schrijfwerk, moeten UE: ten eersten naar derwaarts zenden de Thombohouder Iustinus Frek, met last, om te Mature te vertoeven, zoo lang den E: dessave hem daar zal noodig oordeelen. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ Man„ haften, voorzienigen, Diskreeten, UE: goede vrunden /:was geteekend:/ W: I: van de Graaff, M: P: Raket I: Runtous, B: L: van Zitter en A: Samlant /:in margine:/ Kolombo den 21. april a:o 1790. — Waarop verstaan is den inhoud van voorschreeve brief tot narigt te neemen en den E: dessave van Angelbeek en DE: van Schuler an Divos daar van te onderrigten en bij die geleegenheid teffens aan te„ schrijven en te gelasten dat zoo de twee laastgemelden, sig nog te Mature bevinden als dan hunne Commissie te staaken en te Mature tot nader order te verblijven en aldaar den E: desjave van Angelbeek in de teegenwoordige teids omstandig= =heeden in de te neemene besluiten met derselver begrip en goede Raad te assisteeren. Edog zoo gedagte gecommitteerdens zig Nagezien zig reeds bij de milidelingen mogten bevinden, dan om aan deeze menschen geen kwaade vermoedens te geeven ten spoedigsten slechts derselver klagten opteneemen, zonder eenig ondersoek te doen en na Mature terug keeren. Wijders is verstaan om morgen vroeg twe ligte veld stukken, met der„ selver toebehooren en ammonitie gelijk ook de noodige artilleristen onder Commando van den luitenant De Rachard en gedekt door een detachement uit dit guarnisoen van 36. man Jnffanterissen na Mature te laaten overbrengen. Aldus Geresolveerd in de stad Gale ten daage, voorschreeve /:was, geteekend:/ P: Sluijsken, M: v: d: Spar, I: L: Scheede L: Hems, C: F: w: De Ramtz:/ I: J: D: D: Estandau, A: E: De Lij en C: L: B: van Albedijhl: /: onderstond:/ Akkordeert /: geteekend:/. I: H: Brech„ „man g: klerk. Accordeert Wijbrands Eiblerk Mans 1312 Saturdag den 24.:' April Anno 1790 — Present Den Wel Edelen Achtbaaren Heer Commandeur Peter Sluijsken DE: Administrateur Mattheus van der Spar „ Kapitain kommandant der militie Johan Lodewijk Scheede d„o —. in Equipagiemeester Lucas Aims Fiskaal en kassier Jean Jacques David D' Estendauw Eerste Pakhuijsmeester M:r Andereas Everardus de Lij„ „ Sekretaris Carel Lodewijk Baron van Albedijkl, Absent DE: soldij boekhouder Nicolaas Bernardus Martheze „ onderkoopman Hendrik Levin Martheze „ Dispensier Christiaan Fredrik Willem de Ranitz, „ opziender der Gale Korle Pieter Willem Ferdinand Adriaen van Schuler, en „ Winkelier en Commissaris der Arreek Pieter De Vos: Eerst zijn geleesen de ten deese geinsereerde brief van dE:s van schuler en Devos en de daar bij overgesondene Olassen Aan den Wel Edelen Achtb: Heer Peter Sluijsken. kommandeur, nevens den Raad aldaar Sale Wel Edele Achtb: Gebiedende Heer, en Heeren. Op den ontvangst van Uwel Ed: Achtb: brief van gis„ „teren zijnde middernagt, was reeds het kommando en aan marsch na Gandure, alwaar wij ten 3. uuren heeden mor„ „gen aangekoomen zijn en direkt, na den inhoud van Uwel Edele Achtb g'eerde aanschrijving, begonnen hebben met het afvaardigen van Cannassen, en uit noodigingen aan de muitelingen, om naader te koomen het zij te dikwelle op. Resolutie genoomen in Raade van Tale of
English
or elsewhere, to bring forward their complaints, to which have been added the strongest assurances that no harm shall befall them and that the detachment has come solely to protect the good residents. We hope that this will finally succeed and that they will make a start with presenting their complaints, to which according to the reports coming in they always seem equally unwilling and try to postpone the same from day to day under the pretext that their people have not yet all assembled. It is meanwhile certain that they, as roaming parties of greater or lesser number, upon which not the slightest reliance can be placed, wander around the country: they even threatened yesterday to come here to demand the release of Pekkindos and Adoekoes. We shall meanwhile go to Dikwelle, accompanied only by eight Malays, and see if they will come to speak with us. And if this happens, we shall send the detachment back to Mature as quickly as possible, to which we are all the more inclined because of the difficulty we experience in obtaining food and providing the same to them; despite the greatest promises of direct cash payment, we have thus far been able to obtain almost no rice, notwithstanding that the Modderliar and Mohandiram of the Wellbaddepattoe are with us. The Lord Dessave has shipped off various goods by sea, which are expected. In a word, things look very unfavorable, and the alleged causes and the reports coming in to us are so contradictory that one does not know which to believe. They cannot be trusted at all and are so insolent that they spare no one in their conversations. We hope and trust meanwhile that our arrival at Dikwille will indeed succeed, and assure Your Honorable Worships that we shall do everything possible to settle matters, having thus far always taken proper counsel and acted communicatively with the Lord Dessave here. From the complaint olas sent to us and submitted to the Lord Commander by the insurgents, we shall be able to make necessary and likely good use, and dutifully observe what is recommended therein. The mildest means are certainly the best, and this is indeed the plan that is not lost sight of by us. This being concluded thus far, we received, with the persons sent by us to the mutineers, some and indeed the first good news, in so far as it can be believed. We send their letter ola, addressed to the Moddeliar Maha, for the contemplation of Your Honorable Worships herewith, as well as the reply that we have dispatched thereto, which we hope will be to the satisfaction of Your Honorable Worships. We shall depart for Dikwelle after the meal and hope to send good tidings to Your Honorable Worships from there, in the firm confidence that they will come out with their complaints. The most disagreeable thing is that they have a great deal of liquor with them and are almost always intoxicated. For the rest, we have the honor to sign this with the highest esteem, beneath stood, Honorable Worshipful, Ruling Lord and Lords! Your Honorable Worships' humble servants, was signed, P: W: F: A: van Schuler and P: de Vos, in the margin, Gandrire, the 23rd of April 1740. Translation of the Sinhalese letter ola by the headmen of the insurgently assembled crowd of inhabitants of the Mature Dessavony and of all the Korles and Pattoes included thereunder, addressed to the Galle Porta Modliaar Abejesinhe Siriwardena on the 22nd of April 1790: After previous compliments. To take away all the injustices that have befallen us and the sorrow caused thereby, the great compassion of the highly respected Lord Commander of Galle has moved him to dispatch to us a sannas ola signed by His Honorable Worship, whereby we are announced that, for the investigation of all the complaints that we have to bring forward concerning the misfortunes that have befallen us, two Gentlemen Members of the Political Council of the Galle Commandment were sent to us; to which we also found added a second sannas ola signed by the said Gentlemen Council Members and Junior Merchants themselves, both of which we received together today, Thursday the 22nd of this month, at one o'clock at Dikwelle, read with much respect and understood the contents, and also came to know that the aforesaid Gentlemen Commissioners were also at Mature
Dutch transcription
of elders, om hunne klagten intebrengen waar bij gevoegd zijn de sterkste verzeekeringen; dat hun niets kwaads zal weedervaaren en dat het detachement eenlijk ge„ „koomen is om de goede ingezeetenen te bevijligen Wij hoopen dat dit eindelijk zal gelukken en dat sij met het voor„ brengen hunner klagten een begin maaken sullen, waar toe sij na de berigten, die inkoomen, altoos eeven onberijd= willig schijnen en het zelve van dag tot dag tragten te ver„ „schuijven, onder voorwending dat hunne volkeren nog niet alle tekaamen gekomen zijn. Het is intusschen zeeker, dat zij als stroopende partijen meer en minder, waar op geene de minste staat te maaken is in het land rond zwerven: zelfs hebben zij gisteren gedrijgd alhier te koomen om Pekkindos en Adoekoes afte-eisschen wij zullen intusschen na Dikwelle gaan, eenlijk verzeld van agt malaijers en zien of ze ons willen koomen spree„ „ken, En indien dit gebeurd, zullen wij zo ras mogelijk, het detachement terug na Mature zenden, waar toe wij te meer geneegen zijn om de moeijte, die wij ondervinden om aan de kost te koomen in hun dezelve te bezorgen, met de grootste beloften van direktes kontante betaaling, hebben wij tot dus verre bij na geen hij kunnen bekoomen, niet tee„ „genstaande de moddelpaar en Mohandiram van de Well „baddepattoe bij ons zijn. De heer desjave heeft over zee een en andere goederen afgescheept, die verwagt worden. Met een woord, het ziet er zeer onvoordeelig rut en zijn de voor „geevingen der oorzaaken en de berigten, die bij ons inkoo„ „men zoo Contradiktoor, dat men niet weet welke te gelooven. Men kan hun maar in het geheel niet vertrouwen en zijn zo brutaal dat ze niemand in hunne gesprekken ont„ „zien. wij hoopen en vertrouwen intusschen, dat onse kompt op Dikwille Wel zal reusseeren en verzeekeren uw Ed: Achtb:, dat wij alles mogelijk doen zullen om de zaaken te schikken hebbende altoos tot dus verre be„ =hoorlijke raad ingenoomen en kommunicatief met den hier Dessave te werk gegaan van de ons toegezondene en, aan den heer kommandeur door de oproerigen ingedienden klagt olassen, veullen wij 1313 wij het noodige en denkelijk een goed gebruijk kunnen maaken, en het daar bij aanbevoolene pligtschuldig obser„ „veeren. de zagtste middelen zijn zeeker de besten, en is dit wel het plan, dat niet door ons word uit het oog verlooren Tot dus verre deese ge-endigd zijnde, ontvingen wij met onse na de mustelingen teegezondene perzoonen, eenig en wel het eerste goed naarigt voor zoo verre men het gelooven kan wij zen„ den hunne brief olas, gerigt aan den moddeljaar dras, ten spekulatie van uwel Edele Achtb: hiernevens, zo meede het andwoord, dat wij daar op afgevaardigd hebben, Dat wij hoopen na uwel Ed: Agtb: genoegen zijn zal. wij zullen na den Eeten na Erkwelle vertrekken en hoopen uwel Edele agtb van daar goede tijdingen te doen toekoomen, in het vast ver„ „trouwen dat se met hunne klagten zullen uitkoomen Het onaangenaamste is, dat ze zeer veel drank bij zig hebben en bij na altoos beschonken zijn. wij hebben voor het overige de Eer deese met de meeste hoog agting te onderteekenen /:onderstond:/ wel Edele Achtb:, gebiedende Heer en Heeren! uwer wel Edele Achtb: onderdanige dienaaren /: was geteekend:/ P: W: F: A: van Schuler en P: de Vos /:inmar„ „gine:/ Gandrire den 23. ' April 1740. — Translaat singaleesche brief ola door de hoofden van de oproerig verzaamelde meenigte inwoonders der Maturesche dessavonie en van alle de daar on„ „der begreepene korles en Pattoes. gerigt aan dan gaalsche Porta modliaar Abejesinhe Siriwarde„ „na op den 22.' April 1790: — Na voorgaande komplimenten. Om de dan ons alle overgekoomene ongeregtigheeden en de daar door verwekte droefheid wegteneemen heeft het groot mede= „lijden van den hoog gerespekteerde hier gaals komman„ „deur bewoogen een door zijn wel Edele Agtb: geteekende san= „nas ola aan ons aftevaardigen, waar bij wij aangekundigt worden dat ter onderzoeking van alle de klagten die wij in te brengen hebben over de aan ons toegekoome onheijlen twee Heeren Leeden uit den Politieken raad des gaalschen kommandements tot ons gezonden wierden waar bij wij teevens een tweede Jannas ola hebben gevoegd gevonden van gem: heeren raads Leeden en onder kooplieden zelve geteekend die wij beijde te gelijk heeden op Donderdag den 22:' deeser om Een uur hebben ontfangen te Dikwelle met veel be „bied geleesen en den inhoud verstaan mitsgaders te weeten gekoomen dat voorm: Heeren gekommitteerdens ook te Ma„ „ture
English
...had arrived, inquiring of us the time, day, and place where Their Honors should present themselves in order to hear and investigate the above-mentioned complaints of injustices from us. Wherefore we declare that, since the heavy and manifold oppressions that have come upon us for some years past cannot be stated or given orally, we intend to await—until such time as we shall have prepared the writings serving thereto—the answer to an urgent request ola dispatched by us to the above-mentioned Honorable Lord Commander. For we are inclined and have resolved to make all our aforesaid matters known to His Honorable Lordship, and have humbly prayed to obtain permission thereto from His Honorable Lordship; and whereas no reply has as yet been received thereto, we request, until such time as we shall have prepared the aforesaid writings, an eight-day postponement, when we shall at the same time communicate the time and place where the investigation may be held, requesting once more very humbly that leave be granted to us until that time. Written and dispatched the 22. ' April 1790. by the chiefs of the gathered people from the korles and Pattoes of the Maturese territory, and with the knowledge of them all at the head of the ola was signed with five illegible Sinhalese signatures, of which some were with Dutch letters. Below stood for the translation Gale the 24. April: a:o 1790: was signed M: J: Gratiaen First sworn clerk in the margin for the translation signed S: de Zielva sworn interpreter. Translation of a Sinhalese copy letter ola written by the native Tabandaar and modliar of the Porta of the Honorable Lord Commander of Galle, Abejesinhe Siriwardene, to the gathered multitude of Sinhalese, both high and low, who are presently staying at Diekwelle. After preceding greetings. The Galle appochamies dispatched to you and now returned, namely Kattoekoeroende Mohotie Appoe, Galgodelle Apoe, and Nagahawatte appoe, delivered your esteemed ola today, being Friday the 23. of this month, around three o'clock in the afternoon. As soon as I received the same, I proceeded with the said three Appoes to the Lord Overseer of the Gale korle and Mr. DeVos, to whom I made known the contents of the same without any omission. Their Honors made it known that they take great pleasure in the manner in which your people make known your affairs and the injustices that have occurred, without any insolence, awaiting an outcome with such gentle-minded wisdom and peacefulness. The ola signed by fifteen persons among you and dispatched, including by Don Constantino Wiedjesoendere Abenaijke arraatje, gangoddegamme Don Siman Sammeresinhe Dodampe arraatje vidaan of Hakman Wallekadde, Damoelle Dissanaike Appoehamie Bitmeraale of the Girrewaij pattoe, Marakadda Abe Jesirie Sammeresegre vidaan Arraatje, Pallatterre Aba Jediere Goenelelbeke Araatje, Sirilat Rame Wickremse Fattoewe araatje, wellebaddepattoe: wiekreme ratne goonesegre Araatje, Abeze goenewardene Koditoeakkoe Araatje, wiemele goenesegre araatje of the four Baijgams, kattoewenne Anatte Abejesinhe Jajewardine arraatje, and Wijejewickreme Roepesinhe Korl; as well as the unsigned ola written on Talpats leaves to the Honorable Lord Commander of Galle, His Honorable Lordship has sent to the aforesaid Lords Commissioners presently here. Wherefore Their Honors, taking those two aforesaid olas with them, shall proceed to the resthouse of Diekwelle, and having arrived there shall show the same to you; and if you could then maintain that you dispatched those same olas to Galle, the modliar of the gangebaodipaltoe de Saram and the Baddekoen and second interpreter cited in the unsigned Talpats ola shall, as soon as you persist that they are the cause of the present uprising, be arrested according to the intention of the appointed lords, and the case of both of them shall be strictly investigated. If you are satisfied with this, you will do well to write, so that the said Lords Commissioners may then proceed from here to the resthouse of Diekwille.
Dutch transcription
„ture gearriveerd waaren, van ons afvraagende de tijd dag en plaets waar hun E:s zig zouden moeten laaten bevinden om bovengem: klagten over ongeregtigheeden, van ons aan te hooren en te onderzoeken. Weshalven wij betuijgen dat wijl de aan ons van voor eenige Jaaren of overgekoomen zwaare en veele verdrukkingen bij monde niet konnen ver„ =klaard of opgegeeven worden wij voorneemens zijn tot tijd en wijle wij de daar toe dienende schriften zullen vervaardigd hebben, aftewagten, het andwoord op een door ons aan boven gemelden achtb: heer kommandeur afgevaardigde instantig verzoek ola. wijl wij geneegen zijn en voorgenoomen hebben alle voormelde onse zaaken aan zyn wel Ed: Achtb: te ken„ „nen te geeven en onderdaanig gebeeden hebben, daar toe verlof van zijn wel Ed: agtb: te bekoomen en also ook daar op als nog geen rescribtie is ontfangen verzoeken wij zo lange en tot dat wij voormelde schriften zullen vervaardigd hebben om agt daagen uitstel wanneer wij te gelijk de tijd ende plaats alwaar het onderzoek zal konnen gehouden worden bedeelen zullen, verzoekende nogmaals zaer needrig tot die tijd verlof aan ons te willen geeven. Geschreeven en afgezonden den 22. ' April 1790. door de hoofden van de tezaamen gerotte volkeren uit de korles en Pattoes van het Matureesch gebied en in kennisse van hun alle aan het hoofd der ola /:was getekend:/ met vijf onleesbaer singaleesche handteekeningen, waar van eenige met neederduijtsche letters /:onderstond:/ voor de overzetting Gale den 24. April: a:o 1790: /:was geteekend:/ M: J: Gratiaen Eerste gesw: klerk (:in margine:/ voor de vertaaling /:ge„ „toekend:/ S: de Zielva gesw: tolk. Translaat singaleese Kopij brief ola ge„ „schreeven door den Inlands Tabandaar en mod= =liaat van de Porta van den Edelen agtb: heer gaalsch kommandeur Abejesinhe Siriwardene aan de te zaamen gerotte meenigte singaleeschen zo groote als kleene die zig tans op houden te Diekwelle. Na voorgaande groetenissen De naar uw lieden afgezondene en weeder te rug gekoomen „ne Gaalse appochamies met naamen Kattoekoeroende Mohotie Appoe, Galgodelle Apoe en Nagahaw atte„ appoe hebben uw lieden geagte ola besteld op heeden zijn„ „de Vrijdag den 23. deeser omtrend drie uuren 'snamid= „dags zo dra ik dezelve ontfangen heb, heb ik mij met genoemde 1314 genoemde drie Appoes vervoegd bij den heer op ziender der Gale korle en den heer DeVos, aan dewelken ik den in= „houd van dezelve, zonder eenige manquement heb te ken= „nen gegeeven. Hun wel Edelen hebben doen verstaan zeer veel genoegen te neemen in de wijze van uw Lieden zaken en overgekomene onrecht vaardigheeden te kennen te geeven. zonder eenige brutalitijten verwagtende eene uijt„ komste met zoveel zagt zennige wijsheid en vreedzaam De door uw lieden door vijftien persoonen onderteekende en afgesondene ola als door Don Constantino Wiedjesoendere Abenaijke arraatje, gangoddegamme Don Siman Sammeresinhe Dodampe arraatje vidaan van Hak„ „man Wallekadde, Damoelle Dissanaike Appoehamie Bitmeraale van de Girrewaij pattoe, Marakadda Abe Jesirie Sammeresegre vidaan Arraatje, Pallatterre Aba„ Jediere Goenelelbeke Araatje, Sirilat Rame Wickremse Fattoewe araatje, wellebaddepattoe: wiekreme ratne goo„ „nesegre Araatje, Abeze goenewardene Koditoeakkoe Araatje, wiemele goenesegre araatje van de vier Baij„ „gams kattoewenne Anatte Abejesinhe Jajewardine arraatje en Wijejewickreme Roepesinhe Korl; zo wel als de ongeteekende ola op Talpats blaaderen geschree„ „ven aan den wel Edelen Agtb: Heer Gaalsch komman„ „deur, heeft zijn wel Edele Achtb: toegezonden aan de tans hier zijnde voorengem: Heeren Kommissarissen. Wes= „halven gem: hun Edelen die twee voornoemde olas„ „sen meede neemende zig zullen begeeven naar het rusthuijs van Diekwelle en daar komende dezelve aan uw Lieden zullen, vertoonen en indien gij lieden als dan zoud konnen staande houden zie zelfde olassen te hebben afgezonden na Gale zullen de bij de ongeteekende Talpats ola aangehaalde modliaar van de gangebaodi„ „paltoe de Saram en de Baddekoen en tweede tolk, zo dra uwlieden persisteeren, dat zij oorzaake zijn van den tegenwoordige opstand na der heeren gekommit„ „teerdens voorneemens gearresteerd en hun beider zaak „strengelijk onderzogt worden Jndien uw Lieden hier meede te vreeden zijn, zullen dezelve weldoen van te schrijven op dat gem: heeren kommissa„ „rissen als dan van hier naar het rust huijs van Diek„ „wille =heid.
English
Thus written and sent the 23. April 1790 by the Shahbandar and Galle Guard Mudaliyar Abejesinsiriwardene below for the translation Gale the . April 1790. was signed M: J: Gratiaan First Sworn Clerk in the margin for the translation signed J: de zielva Sworn Interpreter. wille may depart. Whereupon it is understood to make this insertion and keep a record. Subsequently was read a secret missive from the Colombo Government of the following content. secret Gale To Mr. Peter Sluijsken Commander, along with the Council there Valiant, Prudent, Discreet, In our reply to your letter of the 19. of this month dispatched yesterday, we wrote to you that the Junior Merchants van Schuler and Devos should not be sent to Mature, and that if they had already departed, they should immediately be written to in order to cease the commission assigned to them. Since then we have received your letter of the 21. by which we see that this commission has indeed departed, and although we do not doubt that you will have immediately complied with our aforementioned order, namely upon receipt thereof to write to the said commissioners to cease the commission assigned to them, we nevertheless repeat the same hereby, with orders to have the aforementioned commission return to Gale upon receipt of this. The request presented by you to us on behalf of the Honorable Dissava of Mature, made in his name and that of the Mature native chiefs, that a commission may be sent directly by us, we shall take into further consideration. You must ask the Honorable Dissava of Mature whether he deems it necessary that the company of Easterners, mentioned in our letter of yesterday and which departed today, should proceed to Mature; if not, the same must remain at Gale until further orders, and in that case the two field pieces and the two light mortars etcetera must also not be sent until further orders. For the rest, after greetings, we remain below Valiant, Prudent, Discreet: Your Good Friends was signed W: I: van de Graaff M: P: Raket, I: Reintous, B. L: van Zitter and A: Samlant in the margin Colombo The 22 April anno 1790. lower down stood P: S: Enclosed herewith is a muster roll of the Company of Malays which departed thither today, which also states their allowances. Whereupon it is resolved to take its content for notification and furthermore to write to the Honorable Messrs. van Schuler and De Vos to carry out the stringent orders appearing therein as best as possible according to the circumstances of affairs. Furthermore, to send a copy of this letter not only to the said commissioners but also to the Honorable Dissava van Angelbeek, in order to learn whether it is necessary to send thither the Company of Easterners expected from Colombo and the two field pieces already shipped for Mature. Thus Resolved in the city of Gale on the day aforesaid was signed P: Sluijsken M: van der Spar J: L: Scheede, L: Aems, I: I: D: D: Estendau, A: E: De Lij, and C: L: B: von Albedijhl below Agrees signed I: H: Brechman Sworn Clerk. Agrees Hijbrands Sworn Clerk Examined Staal 1316 Saturday The 24. April Anno 1790. Present. The Right Honorable Commander Peter Sluijsken The Honorable Administrator Mattheus van der Spar Military Commandant Johan Lodewijk Scheede Master of Equipage Lucas Aems Dispenser Christiaen Fredrik Willem De Ranitz Fiscal and Cashier Jean Jacques David D Estandau First Warehouse Master Mr. Andreas Everardus De Lij and Secretary Carel Lodewijk Baron van Albedijhl. Absent The Honorable Pay Bookkeeper Nicolaas Bernardus Martheze Junior Merchant Hendrik Levin Martheze Overseer of the Galle Korale Pieter Willem Ferdinand Adriaen van Schuler and Shopkeeper and Commissioner of Arecanut Pieter De Vos. Initially were resumed and approved the resolutions of this table of the 19, 20, 21, 23, and 24. of this month, of which it is understood to keep this record. Subsequently was read a letter from the Honorable Messrs. van Schuler and De Vos written from Dikwille to this Government, of the following content. Right Honorable Ruling Lord and Lords. We departed this afternoon at four o'clock from Gandure and arrived here in the evening at half past six o'clock. On the road we saw many of the inhabitants of Dikwille, who also showed us every politeness according to the word of some Moors and To The Right Honorable Peter Sluijsken Commander, along with the Council there Resolution Taken in the Council of Gale Sinhalese upon
Dutch transcription
Aldus geschreeven en afgesonden den 23. April 1790 do den sabandaar en Gaalsche guarda modliaer Abejesin siriwardene /:onderstond:/ voor de translatie Gale den . April 1790. /:was geteekend:/ M: J: Gratiaan Eerste ge klerk /:in margine:/ voor de vertaaling /:geteekend:/ J: d zielva gepr: tolk. =wille konnen vertrekken. Waar van verstaan is deeze insertie te doen en aanteeken te houden. Vervolgens is geleesen een sekreete Kolombosche Regeerings missive van den volgenden inhoud. sekreet Gale Aan den Heer Peter Sluijsken kommandeur, Neevens den raad aldaar Manhaften voorzienigen Diskrieten Bij ons antwoord op uwen brief van den 19. deeser gisteri afgegaan, hebben we UE: geschreeven, dat de onderkoopliede van Schuler en Devos niet naar Mature moesten worden gezonden, en dat zoo ze reeds vertrokken waeren, hun ten eersten moest worden aangeschreev„ om de aan hun opgedragene kommissie te staaken zeedert hebben we ontvangen uE: brief van den 21. waar bij we zien dat deeze kommissie werkelijk vertrokken en schoon we niet en twijffelen, dat UE: dadelijk zullen hebben voldaan aan voorsz: onze order, om namentlijk op den ontfangst daar van de gemelde gekommitteer „dens aanteschrijven, om de aan hun opgedraagene kom „missie te staaken, herhaalen we niet te min dezelve door dezen, met last om op den ontvangst deses de voorsz: kommissie te laaten terug koomen naar Gale Het door UE: aan ons voorgedragen verzoek van den E: derse „ve van Mateere gedaan uit naam van hem en de Mater „reese Jnlandse hoofden, dat er een kommissie door ons br „rekt mag worden gezonden, zullen we nader in overwee UE: moeten den E: dessave van Mature vraegen of hij het noodig agt dat de kompenie oosterlingen, vermeld bij onzen brief van gisteren en welke heeden is vertrok „ken, na Mature komt zo neen, moet dezelve tot „ging neemen. nader 1315 nader ordre op Gale blijven, en moeten ook als dan de twe ved „stukken en de twee ligte Mortiers Etc=a niet worden gezonden tot nader last. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ Manhaften voorzienigen Diskreeten: UE: Goede vrienden /:was geteekend:/ W: I: van de Graaff„ M: P: Raket, I: Reintous, B. L: van Zitter en A: Samlant /:in margine:/ Kolombo Den 22 April ao 1790. /:lager stond:/ P: S: Hiernevins gaat een naamlijst van de Kompanie Maijers, die heeden na derwaards vertrokken is, waar bij ook hun genot bekend staat. Waar op verstaan is dies inhoud tot narigt te neemen en voorts aan dE:s van Schuler en De Vos aanteschrijven om de daar bij voorkomen de stijstelijke orders na omstandigheeden van zaaken best mogelijk op te volgen. voorts van deese brief niet alleen aan gemelde gekome „mitteerdens maar ook aan den E: dessare van Angelbeek kopij te zen„ =den ten eijnde te verneemen of het noodig zij de van kolombo verwagt wordende komp:s oosterlingen en de reets voor Mature afgescheepte twee veldstukken na derwaerds te zenden. Aldus Geresolveerd in de stad Gale ten daage voorschreeven /: was geteekend:/ P: Sluijsken M: van der Spar J: L: Scheede, L: Aems„ I: I: D: D: Estendau, A: E: De Lij, en C: L: B: von Albedijhl /onder„ „stond:/ Akkordeert /:geteekend:/ I: H: Brechman g: Klerk. Accordeert Hijbrands Gklerk Nagezien Staal 1316 Saterdag Den 24:' April Anno 1790. Present. De Wel Edele Achtb: Heer Kommandeur Peter Cluijsken D E. Administrateur Mattheus van der Cear „ kommandant der militie Iohan Lodewijk scheede Equipagiemeester Luckas etems dispencier Christiaen Fredrik Willem De Ranitz Fiskaal en kassier Jean Jaques David D Estandau Eerste Pakhuijsmeester M=r Andreas Everardus De Lij en „ Sekretaris Carel Lodiwijk Baron van Albedijhl. Absent DE: soldij boekhouder Nicolaas Bernardus Martheze onderkoopman Hendrik Levin Martheze opziender der Gale korle Pieter Willem Ferdinand Adriaen van Schuler en Winkelier en Commissaris der Arreek Pieter De Vos. Aanvankelijk zijn geresumeerd in geapprobeerd de resolutien deezer taval van den 19; 20„ 21, 23, en 24. deeser waar van verstaan is deese aanteekening te houden Vervolgens is geleesen een brief van dE: van Schuler en De Vos van Dik wille dan deeze Regeering geschreeven van de volgenden in= houd. Wel Edele Achtbaare Gebiedende Heer en Heeren. Wij zijn Heeden Middag ten vier uure van Gandure ver= „trokken en des avonds ten half seeven uuren alhier gear= „riveerd. op den weg hebben wij veele van de Jngezietenen van Dikwille gezien, die ook ons alle beleefdheeden ge„ „toond hebben volgens zeggen van eenige mooren en Aan Den wel Edelen Achtbaeren Heer Peter Sluijsken Kommandeur, noevens den raad al= daar Resolutie Genoomen in Raade van Gale singaliezen „ op
English
Cingalese, who were present here upon our arrival, have, the mutineers, to the number of around 17 to 1800 heads, today held their noon meal close by the rest house here. Now they are, it is said, at Polomaroewe and time will tell whether they will reveal their grievances to us tomorrow, or not; if this does not occur, we shall depart from here tomorrow afternoon for that place where we shall think ourselves able to be most useful, and in case they persist in not revealing their grievances to us, we believe that it will be unnecessary for us to chase after them further and we can quietly terminate our commission; what and which the reasons for all these gatherings are, remains as yet a mystery to us. However, it seems to us from all circumstances and very especially from the olas received today and sent to your Honourable Worships, that the mudaliyar de Saram and the second interpreter Baddekorne will have a large share therein. We have brought hither with us a European corporal and eight eastern soldiers, whom we shall also keep with us: as we strictly need the same for our cover and the number is nevertheless so small that we do not assume it can be a reason why the mutineers would not bring their grievances to us. The remaining troops, which were entrusted to us yesterday evening, we consider, as far as we are concerned, for the present no longer necessary, and have, in consequence thereof, given notice thereof this very evening to the lord dessave and Captain Propholowr, so that the lord dessave will be able to dispose over this command at his pleasure. We have the honour to be with all high esteem underwritten Honourable, Worshipful, Commanding Lord and Lords your Honourable Worships' humble servants was signed P: W: F: A: van Schuler P: de Vos in the margin Dikwelle the 23rd April Anno 1790. — Whereupon it was resolved and agreed to approve the conduct of the said commissioners and furthermore to recommend to them as yet the compliance with the orders of the Ceylon government sent to them today, furthermore to send them an ola directed to the discontented peoples of the Matara dessavony, in order to make the necessary use thereof, or rather to hold the same in reserve, in consideration that the mutineers expect such an answer ola from the lord Commander, as inserted in the resolution of this morning's translated ola. Draft 1317 Draft Mandate to the inhabitants of the Matara dessavony who have united together to lodge various complaints and grievances. A complaint ola came into my hands a few days ago, of which I am now informed that it was sent to me by you people: This complaint ola I have sent to my council members, the superintendent of the Galle Corle van Schuler and the commissioner of the areca Devos, to serve for their information. I refer you people with your complaints and grievances to the said commissioners, who represent my person before you people; trust them fully, lay your grievances and concerns open before them, of which they shall faithfully report to me, and whereafter I, according to these findings, shall grant you people just redress. I command you people hereby once again to behave quietly and modestly and to engage in no further disorders, if you wish to be able to count upon my goodness. Thus this was dispatched the 24th April 1790. was signed P: Sluijsken Hereafter was read a letter inserted herein from the Honourable dessave van Angelbeek with its enclosures. Honourable Worshipful Lord Particularly Good Friends. Since it is impossible for me to perform the manifold paperwork with the many commissions that are presently here without more help, I take the liberty to request from your Honourable Worships a capable and skilled person for my assistance. I hope that To The Honourable Worshipful Lord Peter Sluijsken Commander of the city and Lands of Galle, Matara together with the council your Honourable Worships will be so good as to excuse me for leaving the as yet unanswered letters still unanswered for the present, and referring myself solely to the enclosed letters, being a copy letter from the Honourable commissioners to me and a copy of my answer to the same. This answer I shall have the honour to send to your Honourable Worships tomorrow morning. I see as yet no improvement with the mutineers; they become ever bolder, and the good inhabitants are plagued by them more and more. Tomorrow I expect some reliable tidings of their further intentions, at which time I shall also have the honour to communicate them to your Honourable Worships. I have the honour to be with the greatest esteem. underwritten Honourable Worshipful Lord and Particularly good friends your Honourable Worships' obliged friend and servant was signed C: van Angelbeek in the margin Matara the 23. April Anno 1790. To the Honourable Lord Mr. Christiaan van Angelbeek Senior Merchant, Galle's Secunde and dessave there. Honourable Lord. We arrived here last night between 2 and 3 o'clock and shall depart for Dikwelle today after the noon meal accompanied only by 8 Malays. A party of the mutineers, it is said, sent word here yesterday that they would come hither and thus the necessary Behindoes and Adoekoes had to be kept in readiness for them: they have nevertheless not been here, probably on the rumour that we were about to come over hither. We have just now, with the return of our messenger, received an ola from the mutineers, in which they expressed their satisfaction with the charge of our commission; the said ola is now going in original to Galle
Dutch transcription
Cingaleezen, die hier bij onze aankomst present waren, heb= „len de wuitelingen, ten getalle van omtrend 17. â 1800. koppen heden dicht bij het rusthuijs alhier het middag-mael ge„ houden. Nie zijn ze, zegt men, op Polomaroewe en zal de tijd leeren of ze ons 'morgen hunne klagten, openbaeren zullen, dan wel niet zoo dit niet geschied, zullen wij morgen middag van hier vertrekken ter plaetze, daar wij zullen denken het nuttigste te kunnen zijn, en bij aldien se blijven persisteeren met hunne klagten niet aan ons te openbaaren, gelooven wij dat het onnoodig zijn zal wij haar verder agter na loopen en gerust onse kommissie kunnen staaken; wat en welke de reedenen van alle deeze attroupementen zyn, blijft„ ons als nog een raadsel. Egter schijnt, het ons uit alle omstan„ =digheden en wel speciaal uit de heden ontvangene en aan uwel Edele Achtb: toegezondene olas toe, dat de modliaar de Saram en de tweede Jolk Baddekorne er veel deel in heb= „ben zullen. Bij hebben een Europeesche korporaal en agt oostersche soldaaten. Herwaerds mede gebragt, die wij ook bij ons houden zullen: als dezelve volstrekt tot onze dekking noodig hebbende en het getal egter zo klijn is, dat wij met veronderstellen het eene Reeden kan zijn, waarom de muij„ telingen hunne klagten niet bij ons zouden inbrengen. De overige manschappen, welke gisteren avond ons toevertrond waeren, agten wij, wat ons betaeft, voor eerst niet meer noo„ „dig, en hebben, ingevolge van dien, dan heer dessave en Kapi= =tijn Propholowr daar van nog heden avond kennis gegeven op de heer dissave over dit Commando, na goedvinden zal kunnen disponeeren. Wij hebben de Eer met alle hoog agting te zijn /:onderstond:/ wal Edele, Achtb:, Gebiedende Heer en Heeren/ uwer wel Ed: Achtb: onderdanige Dienaeren /:was geteekend:/ P: W: F: A: van Schuler P: de Vos /:in margine:/ Dikwelle den 231 April A„o 1790. — Waar op goedgevonden en verstaen is het gedrag van ged=te gekom= „mitteerdens te approbeeren en hun voorts. als nog de opvolging van de hun heden toegezondene beveelen der Ceilonse regeering aan te beveelen, voorts hun toete zenden een ola aande misnoegde volkeren der Maturesche dessavonij gerigt, ten einde daar van, en uit aanmerking dat de muitelingen bij de ter reso„ „lutie van heeden morgen geinzereerde translaat ola een dierge„ „lijken antwoord ola van de heer Commandeur te gemoed zien; het noodige gebruijk te maaken, dan wel dezelve aantehouden. Consept „ 1317 Consept Mandaat aan de ingezeetenen der Matureesche des savonie die zig te zaamen vereenigd hebben, om verplijden klagten en beswaeren in te brengen. Mij is voor eenige daagen, een klagt ola ter hand gekomen waar van ik tans onderrigt ben, dat van uw lieden aan mij is gezonden: Deeze klagt ola heb ik aan mijne raads Leeden de op zien„ der der Gale Corle van Scweiler en Commissaris der ar„ =reek Devos gezonden, om tot derzelver narigt te dienen. Ik wijze uw lieden met uwe klagten en beswaeren aan ge„ =melte Commissarissen, die mijn perzoon bij uw lieden voorstellen, over vertrouwd hun E:s ten vollen, legd uw lieden beswaeren en bekommeringen voor hun oopen waar van zij mij getrouwelijk zullen verslag doen. en waar na ik na dies bevinding uw lieten een billijk regt zal doen geworden Ik beveel uw lieden bij deeze nogmaals aan van u stil en bescheiden te gedraegen en geen ongereegeld heeden meer te bestaen, wanneer gij op mijne goedheid zult kunnen staat maaken Aldus is deeze afgezonden den 24:' April 1790. /:was ge„ =teekend:/ P: Cluijsken Hier na is geleesen een ten deezen geinsereerde brief van de E: desJare van Angelbeek met dies bijlaagen E: E: Achtbaare Heer Bijzonder Goede vrienden. Vermits het mij onmogelijk is om het menigvuldig schrijf= =werk met de veele bestellingen die ik tegenswoordig hier zijn, zonder meerder hulpe te verrigten, zoo ben ik zoo vrij uw E: E: Achtb: tot myne assistentie om een be„ „kwaam en kundig mensch te verzoeken. Ik hoope dat Aan Den E: E: Achtbaaren Heer Peter Sluijsken - Kommandeur der stad en Landen van gale; Mature =ra nevens den raad uur heb„ uw E: E: Achtb: wel zoo goed zullen zijn, mij te verschoo= „nen, dat ik de nog onbeantwoorde brieven, ook als voor nog onbeantwoord laaten en mij all eenig referere aan de inleggende brieven, zijnde een kopij brief van E: gekom= „mitteerde aan mij en een kopij van mijn antwoord op dezelve. Dit antwoord zal ik morgen ogtend de eer hebben uw: E: E: Achtb: toetezenden. Ik zie voor als nog geene beterschap met de muijtelingen zij worden hoe langer hoe vrijer, en de goede ingezetenen worden door hun hoe lange hoe meer geplaagt. op morgen verwagte ik eenige zeekere tijdingen van hunne verdere voorneemens, als wanneer ik de oek zal hebben die uw E: E: Agtb: te bedeelen. Ik hebbe de eer met de meeste agting te zijn. /:onderstond:/ E: E: Achtbaare Heer en Bijzondere goede vrienden uw E E: Achtb: Dienstschuldige vriend en Dienaar /was geteekend:/ C: van Angelbeek /:in margine:/ Mature den 23. April A„o 1790. Aan den Wel Edelen Heer M:r Christiaan van Angelbeek opperkoopman, Gaals Secunde en dessave aldaar. WelEdele Heer. Wij zijn gisteren nacht tusschen 2 en 3. uuren alhier aangekoomen en zullen heden, na het middag mael na Dikwelle vertrekken enkel met 8. malaijers verzeld. Een hoop van de muijtelingen, hebben, zoo men zegt, gisteren hier laeten weeten, dat zij herwaards zullen koomen en dus de nodige Behindoes en Adoekoes voor hun in gereedheid moesten gehouden worden: sij zijn nogtans hier niet geweest, denkelijk op het gerugt dat wij herwaerds stonden overtekoomen. wij hebben zoo aanstonds, met de terugkeering van onzen zendeling, eene olas van de muijtelingen ontvangen, waar bij zij hun genoegen over den last onzer kommissie betuijgden, gedagte olas gaat tans in origineel na Gale
English
1318 Galle, and cannot, however gladly we would wish to do so, be sent to Your Honour either in translation or in copy, as the time for it is too short. For the sake of the aforementioned good tidings, we shall leave the detachment behind here, so that if we should not need it at Dikwelle, we may have it march back to Mature afterwards. Meanwhile we request Your Honour that orders may be given to supply the detachment with what is necessary, as we can obtain nothing whatsoever here, neither for ourselves nor for the detachment, nor even the necessary pots and pans, water, firewood, etc. We also request Your Honour that some salt, pepper, the promised whole aam of arrack, and a large cook's kettle may be sent hither for the said detachment by this evening. We have the honour to be with all respect, Honourable Sir, Your Honour's humble servants. Was signed: P: W: F: A: van Schuler and P:r De Vos. In the margin: Gandre, the 23rd of April 1790. Postscript: our returned emissary has informed us that the Honourable Bijer had sent a tannas ola among the mutineers, and that the mutineers had taken it very amiss, as the Honourable Bijer was said to have asked them therein whether they wished to judge or rather to depart; we therefore kindly request Your Honour that the Honourable Bijer may be ordered not to send any more samas among them. Below stood: Agrees. Was signed: M: F: Palm, authorized. To the Commissioners on behalf of the Galle Government, The Honourable Pieter Willem Ferdinand Adriaan van Schuler, Junior Merchant and Overseer of the Galle Korle, and Pieter De Vos, Junior Merchant, Shopkeeper, and Commissioner of the Areca. Honourable, Particularly Good Friends, I have just had the honour to receive Your Honours' letter of this afternoon, from which I see that Your Honours are departing for Dikwelle: For my part, I shall do everything in my power to assist Your Honours in their commission, and also to advance Your Honours' good intentions, as no one wishes more heartily than I that the country may once again be in peace and quiet. I do not see, since the mutineers have let Your Honours know that they are pleased with their arrival, why the detachment would then be necessary at Dikwelle, nor why a longer stay at Gandure is needed, as I now believe that Your Honours have it in their hands to bring the mutineers to peace. I know that according to Your Honours' instructions or memorandum it is stated that Mr. Prophalow must obey their orders, and as this memorandum was also sent to me for my information and observance, I must acquiesce in Your Honours' judgment. I am, however, so free as to note here that the purpose of the detachment marching out had mainly and solely the aim of causing division among the conspirators, and of freeing the inhabitants of the Wellebaddepattoe from vexations, and by no means to cause any inconvenience to the peoples of the Willebadde Pattoe through this detachment, nor to proceed to acts of violence: with the longer stay of the detachment at Gandure the inhabitants there are excessively burdened, and its marching further forward will cause new distress to the peoples at Diekwille and will needlessly exhaust the soldiers. Your Honours have no danger to fear from the mutineers, as they profess to be well pleased with their commission. It is for this reason that I kindly request Your Honours that the detachment may return, partly for the given reasons and partly because it is impossible to have these people maintained at Gandure any longer. If detachments are really to march out to remain in the country, it goes without saying that preparations must be made beforehand. For all these reasons I am dispatching a letter to Mr. van Prophalon, in which I tell him to hold himself in readiness to return back hither again.
Dutch transcription
1318 Gale en kan, hoe gaarne wij het ook doen wilden, niet in trans„ laat, nog in kopij, aan uwel Edele gezonden worden, wyl de tijd daar toe te kort is. om de wille van evengem: goede tijding, zullen wij het detachement hier agterlaaten, om zoo wij het op Dikwelle met nodig mogten agter na Mature te rug te laaten marcheeren. fdetusschen verzoeken, wij uwelEdele, dat order mag gesteld worden om aan het detachement het nodige te verstrekken, wil wij hier noch voor ons, nog voor het ditachement dast hoe ook genaamds, kunnen krijgen, nog ook de nodige potten en pannen, water brandhout &r=a ook versoeken wij uwel Edele, dat voor gedagte detachement tegen hede avond herwaards mogen gezonden worden wat zout, en peper het beloofde heele aam arrak en een groote koks ketel. Wij hebben de Eer met alle achting te zijn /:wel Edele Heer! uwer wel Edeles dienstwillige dienaeren /:was geteekend:/ P: W: F: A: van Schuler en P:r De Vos /:in margine:/ Gandre den 23. April 1790. P: s: onze terug gekomene zendeling heeft ons be„ „„richt, dat dE: Bijer eene Tannas olas onder de muijtelingen gezonden had, en dat de muijtelingen het zeer kwaalijk ge„ „noomen hadden, wijl dE: Bijer hun daar bij zoude gevraegd hebben, of sij rechteren dan wel heenen gaan wilden wij versoeken Uwel Edele overzulks vriendelijk, dat de E: Bijer gelast mag worden om geene samas meer onder hun aftezenden /:onderstond:/ Akkordeert /:was getee= „kend:/ M: F: Palm geauthorizeerde Aan de Kommissarissen van wegen de gaalse Regeering D E: Pieter Willem Ferdinand Adriaan van Schuler Onderkoopman en opziender der Galekorle en Pieter De Vos onderkoopman, winkelier en Kommis= =jaris van den arreek. E=s Bijzondere Goede Vrienden zoo even hebbe ik de eer te ontfangen uw E: briev van heden nademiddag waar uijt ik zie dat uwE: na Dik =welle vertrekken: van mijn kant zal ik alles doen wat in mijn vermogen is om uw E=s in desselfs kommissie behulpzaam te zijn en tevens om uw E: goede oogmerken te bevorderen alzoo niemand hartelyker wenscht dan ik dat het land weeder in rust en vreeden is. Ik zie niet, daar de muijtelingen UwE: hebben doer weeten, dat ze met derselver komste te vruede zyn, waer„ om dan het betachement te Dikwelle nodig zoude zijn en waarom een langer verblijf op Gandure, alzoo ik tans vermeene dat uw Ed: het in handen hebben om de muijtelingen in rust te brengen ik weet dat volgens uwE: instruktie of pro memoria staat, dat de Heer Prophalow der zelver beveelen moeten gehoorzaemen en alzoo deeze pro memorie ook aan mij gezonden is tot mijn naricht en observantie, zoo moet ik in uwE:s goed vinden berusten. ik ben egter zoo vrij hier bij aantemerken dat het oogmerk van 't uijtruk„ ken van het betachement voornamentlijk en en„ „keld alleenig tot oogmerk gehad heeft om een ver„ deelheid onder de zamenrotters te veroorzaeken, en de ingezeetenen van de Wellebaddepattoe van kwellingen te bevrijden, en geenzints om de volkeren van de willebadde pattoe door dit ditachement eenig overlast te doen nog ook om tot dadelijk„ „heeden overtegaan: met het langer verblijf van het detachement te Garidure worden de ingezeetenen aldaar te zeer gedrukt, en het verder opmarcheeren van het zelve geeft nieuwe druk aan de volkers te Diekwille en zal de zoldaat nodeloos afmatten UwE hebben geen gevaar van de muitelingen te vreezen alzoo zij betuijgen met door derzelver kommissie wel te vreeden te zyn Het is uijt dien hoofde dat ik uwE: vriendelyk verzoeke dat het detachement weder mag te rug komen eensdeels om de gegevene reede= nen als anderen deels wijl het onmogelijk is om deeze menschen op gandure langer te laeten onderhouden zoo er detachementen werkelijk zullen uijt marcheeren om in het land te blijven zoo spreekt het van dezelve dat er voor af aanstalten moeten gemaakt worden om alle deeze reedenen laet ik een brief aan de heer van Prophalon afgaan, waar bij ik hem zegge zig gereed te houden, om weder na herwaards te rug te keeren
English
1319 to return, but that he must first await a letter from you, in which I shall inform him of what he is to do, with notification that you have received this letter of mine in which I request the return march of him, Captain Prophalow. And that if you should order him to go to Diekwille, he must then know which orders he is to follow, those of your honors or mine. According to the copy of the instruction that I received from the council at Gale, he is solely under my orders, but according to the memorandum to you he must also follow your orders, and on that account he must have received a further instruction which was not communicated to me. I am therefore unable to give him any definite order, otherwise I would make him return immediately. I trust from you that you will find the reasons presented herewith for not allowing the detachment to advance further so well founded, that I do not find it necessary to protest against that march and leave the consequences thereof to your account. However, if this is necessary, I hereby do both in the most formal manner. Lieutenant Beijer has no other order from me than to keep very quiet at Jangale, and by no means to insult anyone whosoever. I therefore cannot believe that he would have sent such a sannas to the mutineers. On this occasion I shall myself speak to him about this, and at the same time order him further and most explicitly not to meddle with the mutineers at all and to adhere strictly to my repeated orders, which simply instruct him to cover the fort there and to avoid all hostilities. I have the honor to be with all respect, Honorable and especially good friends, your dutiful friend, was signed, C: van Angelbeek, in the margin, Mature the 23. April Anno 1790. Below stood, Agrees, was signed, M: F: Palm, authorized. Whereupon it was resolved to take note of the contents of the aforesaid papers. Furthermore, to represent respectfully to the esteemed Ceylon government in the first outgoing letter that the distance between the places where the mutineers are located and Mature, between Mature and Gale, and between Gale and Kolombo, is in the view of this assembly too great; and the circumstances at a point in time such as that in which the Mature dissavany currently finds itself are subject to so many and rapidly succeeding changes, and that it is almost impossible to rest assured that the orders dispatched from here to Mature, and even less those sent by the Ceylon government to this assembly, can be strictly carried out. For which reason this assembly has also always kept in mind until now, in the letters dispatched to the Honorable dissave at Mature and the Honorable Messrs. van Schuler and Devos, to recommend to them to adjust and direct their conduct and the decisions to be taken as much as possible according to the circumstances of the time, which this assembly understands to be necessary, considering that the state of affairs often makes a very contradictory conduct necessary when the orders being received often... This government, having full confidence that the Honorable dissave van Angelbeek and the Honorable Messrs. van Schuler and De vos have sufficient skill and judgment to devise with deliberation the best measures according to the requirements of the affairs, further resolves to propose respectfully to the Ceylon government and request them to bestow an equal confidence upon this assembly, and not to place it in embarrassment by sending its honored and otherwise very willingly obeyed positive orders, whereas it would grieve this assembly to the highest degree if the circumstances of the time did not fully harmonize with their intentions; under promise, upon the oath by which this assembly is bound to the Honorable Company and as men of honor, never to devise and put into effect any other measures than those which, in the view of this assembly, most accord with the interests and prestige of the Honorable Company and with the justice of honor-loving rulers. Thus Resolved in the city of Gale on the day aforesaid. Was signed, P: Sluijsken, M:s van der spar, I: L: scheede, L:t Hems, C: F: W: De Ranitz, I: I: D: DE Hendau, A: E: De Sij and C: L: B: van Albedijhl. Below stood, Agrees, signed, I: H: Brechman, qualified clerk, Wijbrands, clerk. Agrees. Maas. 1320 Resolution Taken in Council of Gale Monday the 26. April Anno 1790. Present The Honorable Commander Peter Sluijsken, The Honorable Administrator Mattheus van der Spar, The Honorable Captain and Commandant Iohan Lodewijk Schede, The Honorable Sea Captain and Master Attendant Lucas Aems, The Honorable Pay Bookkeeper Nicolaas Bernardus Martheze, The Honorable Purveyor Christiaan Fredrik Willem De Ranitz, The Honorable Fiscal and Cashier Jean Jacque David D'Estandau, The Honorable First Warehouse Master Mr. Andreas Everardus De Lij, and The Honorable Secretary Carl Ludewig Baron van Albedijhl, Absent The Honorable Junior Merchant Hendrik Levin Martheze, due to illness The Honorable Supervisor of the Galekorle Pieter Willem Ferdinand Adriaan van Schuler and The Honorable Shopkeeper and Commissioner of Areca Pieter de Vos, on commission to Mature. The Resolution of this assembly of the 24. of this month having been read and approved, it was understood to keep this record thereof. Hereafter were read several letters received from Mature, both from the Honorable dissave van Angelbeek and from the Junior Merchants the Honorable Messrs. van Scheeler...
Dutch transcription
1319 keeren dog dat hij eerst moet afwagten, eenen brief van uwE: waar bij ik hem zullen melden wat hyj te doen heeft met bekendmaeking dat uwE: deeze mijne brief ontfangen hebben, waar bij ik om den terug marsch van hem ka= „pitain Prophalow verzoeke. En dat zoo uwE. hem mogte ordonneeren om na Diekwille te gaan, hij als dan moet weeten welke orders die van uwE: of van mijn hij te volgen heeft. volgens de kopij instruktie die ik van den raad te gale gekreegen hebbe staat hij alleenig onder mijn orders maar volgens de pro memoria aan uwE: moet hij ook der„ zelver ordre volgenden hij moet uit dien hoofde eene nadere instruktie bekoomen hebben, die mij niet mede gedeeldes Ik vermag dus hem niets bepaeld gelasten anders zoude ik hem terstond doen terug keeren. Ik vertrouwe van uwE dat uwE: de reedenen hier bij gebragt om het delachement niet verder te laaten voorttrekken zoo gegrond zullen vinden, dat ik niet nodig vinde tegens dien marsch te pro„ „testeeren, en de gevolgen van dien uwEd: reekening te laeten. zoo dit egter nodig is zoo doe ik dit een en ander bij deese op het formeelst. De Luitenant Beijer heeft van mij geene andere ordre dan om zich zeer stil op Jangale te houden, en in geenen deele om ijmand hoe genaemd te beladigen. Ik kan dus niet denken dat hij eene zulke sannas aan de muijte= „lingen zoude hebben gezonden. Ik zal hem bij deese geleegendheid zelfs hier over onderhouden, en hem teffens nader en op het uijtdrukkelijkst gelasten om zig vol„ „strekt met de muitelingen niet te bemoeijen en zig stipt aan mijne herhaelde beveelen te houden die hem enkeld aanbeveelen om het fort aldaar te dekken en alle vijandelijkheeden te ontwijken. Ik hebbe de eer met alle agting te zijn /:onderstond:/ E=s en Bijzondere goede vrienden uwE: dienstschuldige vriend /:was geteekend:/ C: van Angelbeek /:in margine:/ Mature den 23. April Anno 1790. /:onderstond:/ Akkordeert /:was geteekend:/ M: F: Palm geauthoriseerde Waar op verstaan is de inhouden van voorsz: papieren tot na„ „rigt te nemen. voorts de g'eerde Ceilonse regeering bij eerst afgaen „de brief eerbiedig te vertoonen, dat de distancie tusschen de plaetsen, waar de Muitelingen zig bevinden en Mature tus„ =schen Mateire en Gale, en tusschen Gale en Kolombo na inzien deezer vergadering te ver; en de omstandigheeden in een tuid stip als waar in zig thans de Maturesche desjaronij bevind aan zoo Nagezier zoo veele en kort op malkanderen volgende veranderingen onderworpen en dat het bij na onmogelijk is, zig verzeekerd te houden dat de van hier na Mature afgevaerdigd wordende orders en nog minder die door de Ceilonsche regeering aan deese vergadering gezonden worden stiptelijk konnen worde opgevolgd, waerom deeze ver„ „gaedering ook altoos tot nog toe in het oog gehouden heeft, om bij de aan de E: dessave te Mature en de E=s van Schuler en Devos afgevaerdigde brieven deselven aantebeveelen hun gedrag en te nemene besluiten zoo veel mogelijk na de teids omstan„ „digheeden te schikken, en te bestieren, het welk deeze vergade= =ring begrijpt noodzaekelijk te zijn, uit aanmerking dat de gesteldheeden van zaaken dikwils een heel tegenstrijdig gedrag noodzaekelijk maaken, als de ontvangen wordende order dik= Deeze regeering volkoomen vertrouwende, dat de E: dessave van Angelbeek en de E: van Schuler, en De vos toerijkende kunde en oordeel genoeg hebben om met overleg de beste maat reegelen na vereijsch der zaaken te kunnen beraemen besluit voorts de Ceilonsche reegering eerbiedig voortestellen en te verzoeken van een gelijk vertrouwen deeze vergadering te willen toedraagen en door het toezenden van derzelver g'eerde en anders zeer gaarne op„ gevolgd wordende stellige beveelen niet in verleegenheid te brengen ter= „wijl het deeze vergadering ten hoogsten zoude smerten indien de omstandigheeden des teeds niet volkomen met derselver intentien haa„ „monieerde, onder belofte, van op den Eed, waarmede deeze vergade= =ring aen de Ed: komp:e verbonden is en als mannen van Eere geen andere maatreegelen ooit te zullen beraemen en werkstellig maken dan die na het inzien deeser vergadering het meest met het belangen en aanzien der Ed: kompame en met de regtvaar„ „digheid van eerlievende regenten overeenkomt. Aldus Geresolveerd in de stad Gale ten daege voorsz: /: was geteekend:/ P: Sluijsken, M:s van der spar I: L: scheede, L:t Hems, C: F: W: De Ranitz, I: I: D: DE Hen= „dau, A: E: De Sij en C: L: B: van Albedijhl /:onder„ „stond:/ Akkordeert /:geteekend:/ I: H: Brechman g: klerk Wijbrands VEgklerk Accordeert „teerd. — Maas 1320 Resolutie Genoomen in Raade De wel Edele Achtb: Heer Kommandeur Peter Huijlken, De E: Administrateur Mattheus van der Spar, De E. Kapitijn en Kommandant Iohan Lodewijk Schede, De E. Kapitijn ter zee en Equipagiemeester Lucas Aems, De E.d zoldij Boekhouder Nicolaas Bernardus Martheze, Deb:e Dispensier Christiaan Fredrik willem De Raneth: De Ed. fistaal en kassier Jean Jacque David D' Estandau, De E. Eerste pakhuijsmeester M:r Andreas Everardus De Lij, en De E: Secretaris Carl Ludewig Baron van Albedijhe, Absent De E: onderkoopman Hendrik Levin Martheze wegen ziekte De E: ophiender der Galekorle Pieter Willem Ferdinand Adriaan van Schuler e) in Commissie De E. winkelier en Kommissaris der arreek Pieter de Vos. . na Mature Geretumeerd en geapprobeerd zijnde de Resolutie dezer vergadering van den 24. ' dezer is verstaan daar van deze aanteekening te houden Hier na zijn geleesen verscheide van Mature aan„ gekoomene brieven zoo wel van den E: dessave van Angelbeek als van de onder kooplieden DE. van Maandag den 26. ' April Ao 1790. Prekent op van Gale Scheeler lerk
English
Gale To the Honorable Peter Sluijsken, Commander of the city and lands of Gale, Mature, etc., together with the Council. Honorable Sir and Especially Good Friends, I hope that Your Honors will have found my excuses for not answering Your Honors' highly esteemed letters of the 21st and 22nd of this month to be sufficient, and will therefore please favorably overlook this late response. Just now I have the honor of receiving Your Honors' highly esteemed letter of the 23rd of this month, from which latter letter I see that my respectful letter of the day before yesterday, along with the minutes of the conference held, had not yet been received when Your Honors' last letter was dispatched at 5 o'clock in the evening. I hope, meanwhile, that it will have been received shortly thereafter. I hope that the reasons to be found in those minutes, which moved us to make the detachment of Captain De Prophalou march in, reading as follows: [illegible], will be so sufficient that this step, accompanied by not the slightest hostile intention and solely aimed at protecting the Company's loyal inhabitants—who were threatened with fire and sword to make themselves guilty of disobedience and rebellion—and keeping them in their loyalty, will have carried Your Honors' complete approval. From my letter sent to Your Honors yesterday, Your Honors will likewise have seen that I protested against the further advance of this detachment, which protest, however, was unnecessary to that extent, as I have just received news from the Honorable Commissioners whereby they inform me that they had decided to send the detachment back here again, as indeed, according to the writings of Captain De Prophalou, will take place this afternoon. I do not in any way reject Your Honors' principles that in former years gatherings among the natives were settled in the gentlest manner by going to meet those people, just as I, as I wrote to Your Honors, had intended to do, and having proceeded to the mutineers, to hear them out; but this intention of mine was hastily thwarted because I was informed with certainty that, however well-intentioned they might be towards me, some disgruntled individuals, such as are always found even under the most just government, have stirred up great bitterness against me among these mutineers, mostly consisting of notorious evildoers, drunkards, and vagabonds, to such an extent that they treated the chiefs I had sent to them with contempt, and even, encountering them on the way, tore up and consigned to the fire a letter from me addressed to the overseer of the plantations, Ritmulder, and an ola addressed to the mohandiram of the Handbaddepattoe, Manamperie. Yet it cannot be unknown to Your Honors that such a nature of gentleness has precisely not always had the desired effect in all gatherings in former years, as Your Honors are pleased to note, since there are still living proofs, and possibly the Company's papers will also sufficiently testify, that during a similar meeting, once by the late Honorable Commander Abraham Samlant and another time by the Maturese dessave Leembruggen, during the rebellious course, the mutineers did not hesitate, in the presence of the first-mentioned, to mistreat the then vidaan of the Baygams, who was the object of their accusations, and, what was even worse, to set fire over the head of the rest house of Hakman, wherein the said Mr. Leembruggen was staying, whereby I believe that those two ministers of the Noble Company will have felt no small grievance. On which account I thought it best not to expose myself to the fury of those mutineers without Your Honors' express authorization. Notwithstanding this, I have nevertheless, upon Your Honors' proposal whether it would be serviceable to dispatch a commission from your council thither, requested—since Your Honors left it to my choice whether I desired such a commission—to be excused from it, and in its place requested a commission from the venerated Ceylon Government, by no means with the intention of sending these commissioned gentlemen to the mutineers themselves to seek them out, but rather, if the mutineers were inclined to present their complaints to those gentlemen with proper decency, to then use this last measure of gentleness. I think, therefore, that with the greatest right I was allowed to withhold the sannas of the Honorable Commander until I should have received an answer to my request, and no sooner was this answer received than the sannas was immediately dispatched. Nothing would grieve me more than that occasion should ever or at any time be given by my conduct to declare me guilty of insubordination and disobedience. This crime cannot be other than ruinous to the state. I therefore very respectfully request that, if I have made myself guilty of this, Your Honors will please point out that guilt to me, so that I may immediately justify myself, and that the complaint against it may not remain reserved. No less have I shown my readiness in obeying Your Honors' orders to
Dutch transcription
Gale Aan den E: E: Achtbaaren Heer Peter SluijsMei Commandeur der stad en Landen van Gale, Mature &:a Nevens den Raad. E: E: Achtbaare Heer en Bijzondere Goede vrienden Ik hoope, dat uw E. E. Achtb: mijne: verschoonings met het niet beantwoorden van uw E: E: Achtb: veel geeerde van den 21: en 22. dezer voor voldoende zullen hebben gevonden, en dus deeze laate beantwoording gunstig zullen gelieven inte„ schittten. zoeven hebbe ik de eere te ontfangen uw E: E: Achtb: veel geeerde van den 23:' dezer, uit welke laatste jk: zie, dat mijne eerbie„ dige van eergisteren met de aanteekening der gehoudene konferentie, bij het afgaan van uw E: E: Achtb: laatste om 5 uuren des avonds nog niet ontfangen was. Jk koope intusschen dat dezelve kort daar na zal ontfan„ gen zijn. Jk hoope dat de bij die aanteekening te vindene reedenen, die ons bewoogen hebben om het detachement van den Heer Rapitijn De Prophalou te doen intrukken, soo voldoende Schuler en Deros luijdende als volgd zullen 1321 zullen zijn, dat deese stap, met geen het min„ ste oogmerk van vijandelijkhijd, gepaart, en alleenig tot deking van 'skomp:s getrouwe ingezeetenen die te vuur en te zwaard ge„ dreijgd wierden, om zig dan ongehoorkdamheid en opvoer schuldig temaaken, in hem„ netrouwe te houden, uw E: E: Achtb: volkoo„ mene goedkeuring zal weggedragen hebben uijt mijne van gisteren aan uw E. E. Achtb: af„ gezondene zullen uw E. E. Achtb: insgelijks gezien hebben, dat ik tot het verder opmarcheeren van dit Detachement geprotesteerd hebben, welk protest egter in zo verre onnoodig ge„ weest is, wijl ik zo even van de E.:. Kommissa„ rissen tijding ontfange waarbij sun E:s mij be„ kent maaken dat ze beslooten hadden het De„ tackement weder na herwaarts terug te zenden, gelijk dan ook volgens schrijvens van den Heer kapitijn de Poophaloen heeden middag geschied= zal. Ik verwerpen uw EE. Achtb: grondstellingen in geene deelen, dat in vroeger Jaaren de zamenrettingen on„ der den inlander op de sagtste wijze bijgelegd wier„ den, met dat volk te gemoet te gaan, gelijk ik ook zoo als ik uw E. E. Achtb: heb geschreeven, zulks voorgenoomen had te doen, en mij naar de muijte„ lingen begeeven hebbende, hun aan tehooren, maar dit mijn voornoemen wierd ijlings verijzeld door dien wij met zeekerheid wierd berigt, dat zo wel„ meenende als zij omtrent mij waren egter eenige onvergenoegde, gelijk men steets ook onder de regtvaardigste regeering vind, groote verbitte„ ring onder deeze muijtelingen meest al be„ staande uit openbaare Kwaaddoenders, dronk„ varts en landloopens teegen mij berokkent hebben in in zo verre dat zij hunne hoofden, die ik hun toegeschikt had, veragtelijk hebben bejeegend en zelfs een brief van mij gerigt aan den opziender der plantaties Ritmulder en een ola gerigt aan den mohandiram der hand baddepattoe Manamperie, op weg aan„ treffende verscheurd en ten vuure opgeofferd hebbende: edog het kan uw E. E: Achtb: niet on„ bekend zijn, dat eene diergelijke aard van zagtheid Juijst niet altijd van het gewenscht effekt is geweest bij alle te kamen rottingen in vroegere Jaaren, gelijk uw E: E. Achtb: zulks ge„ lieven aantemerken, alzoo er nog leevendige bewijsen zijn, en mogelijk ook de Rompanies papieren genoegzaam zullen konnen getuij„ gen, dat bij eene diergelijke te gemoet tree„ ding eenmaal van wijlen den Achtb: Heer kommandeur Abraham Samlant en an„ dermaal van den heer Matureesche dessave Leembruggen, tot den opvoerigen loop, de muijtelingen zig niet ontzien hebben in pre„ sentie van den eerst gem: den toenmaligen ridaan den Baijgams, die het voorwerp kunnen accusatien was, te mishandelen, en wat nog orger was, het rusthuijs van Hakman, daar gem: heer Leembruggen zig in bevind boven desselfs hoofd in den brand te steeken, waar door ik vermeene, dat die twee ministers van de Edele maatschappije zig niet wijnig gegriefd zullen gevonden hebben, weshalven ik goed dogte mij aan de woede dien muijtelingen 1322 muijtelingen niet te exponeeren, zonder uw E. E. Achtb: expresse qualifikatie, onverminderd dit, heb ik even wel op uw E. E: Achtb: voorstelling, of het dienstig zijn zoude een kommissie uit derzelver raad dit heen te expedieeren verzogt, wijl uw E. E. Achtb: het in mijne keuse lieten, of ik eene dien„ gelijke kommissie begeerde, daar van te moogen verschoond worden, en in dies plaatse eene kom„ missie van de gevenereerde Cijlonsche regee„ ring verzogt, geenzints met oogmerk om deeze heeren gecommitteerden na de muijtelingen zelfs te zenden, hun die te doen opzoeken, maar wel zo de muijtelingen geneegen ware, hunne klagten bij die haeren in behoorlijke be„ tamelijkheid en tebrengen, als dan dit laast mid„ del van zagtheid te gebruiken. Jk denke dat ik dus met het meeste regt de san„ nas van den E: E: Achtb: Heer Commandeur so lange hebbe moogen ophouden tot dat ik op mijn ver„ zoek andwoord zoude bekoomen hebben, en dit and„ woord was niet zo dra ontfangen, of de Samnas is ten eersten afgegaan Niets zoude mij meerder Brenken, dan dat oit of te immer door mijn gedrag aanleijding gegeeven wierd, om mij dan insubordinatie en ongehoorzaamheid schuldig te verklaaren Deeze misdaad kan niet dan verderflijk voor de staat zijn. Jk verzoeke dus zeer eerbiedig, dat uw E. E: Achtb: zo ik mij hier aan schuldig gemaakt hebbe mij die schuld gelieven aantewijzen, op dat ik ter stond mij mag verantwoorden, en dat de klagte daar teegens niet mag gereserveerd blijven. Niet minder heb ik mijne bereidwilligheid in het gelwoorzaamen van uw E: E: Achtb: beveelen getoond te
English
with respect to the gentlemen commissioners themselves. I call upon them here to give witness to the truth. That I regarded them as lesser in standing than myself I thought very natural, since in the absence of the gentleman Commander the body of the entire Combined Council owes some deference to me as the second in command of the commandement. Notwithstanding this, however, immediately after the receipt of Your Honorable Reverences' answer, I promptly gave the necessary orders to render to these gentlemen such military honors as are due to me and even to the Honorable Reverence gentleman Commander, ordered it to be formed upon the departure of these gentlemen, and to salute with the cannon from the ramparts: offered my banner and drummers, and ordered that the Grasshoppers should accompany Their Honorable Reverences. Your Honorable Reverences' aforementioned letter of the 22nd of this month was delivered to me shortly before the departure of the Honorable Commissioners. As for Lieutenant Bijer and the men under his command in the fort of Tangale, I shall take care that they will have no lack of provisions and ammunition, which latter, consisting of 30 balls, 30 grape-shot, 30 [illegible], 70 bundles of fixed cartridges, and the loading tools belonging thereto, I have already sent to him by a large thonie, and have also received word of its good delivery. As regards the Modliar of the Gangebaddepattoe and my second interpreter, about whom the mutineers complain, I must hereby submit, under Your Honorable Reverences' favorable interpretation, that reasonableness and justice require me to testify in favor of these two persons; that they, as far as is known to me and as I am assured by conviction of their good qualities, are the most capable servants among the native grandees at Mature, upon whose activity in the service and in executing my peaceful orders I have always been able to rely. I judge according to outward appearances and personal experience, as well as according to the experience that my predecessors, the former dissaves Messrs. Burnat and Fretz, had of their loyalty and vigilance. I cannot, however, answer for any man in the world regarding his changeable and hidden inclinations of mind, as experience abundantly teaches us that under the outward semblance of virtue and integrity, professions of affection and friendship, the greatest vices often lurk; but I assure Your Honorable Reverences on the oath taken to the country that I have never discovered any irregularities in these chiefs. Indeed, I must specially testify in favor of my said second interpreter, that he, averse to anything of the kind, being unable to excuse some recent improprieties of his younger brother, the Modliar of the Wellebeddepattoe, and having discovered them, reported the same to me and most humbly besought me to punish him for it, which I did not fail to do; and if Your Honorable Reverences judge that the taking into arrest of the said two chiefs solely upon the complaints of a party of unruly people, who are always ready to vent their fury with the greatest recklessness, would be the best means to calm their minds and consider this means consistent with the prestige of the Honorable Company, then I, and all the other chiefs along with the aforementioned two chiefs, are in the same case, and we shall then collectively, for the satisfaction of a party of drunkards and ingrates, have to see ourselves stained in our standing and good name. Finally, may I be permitted to conclude from these my subordinate, though frank observations, that Your Honorable Reverences may be pleased to make such arrangements regarding the aforementioned two native servants and give me further orders as Your Supreme Selves shall deem equitable according to equity, I being prepared strictly to follow all of Your Honorable Reverences' positive orders, since I am then freed from all responsibility, and the consequences that the arrest of these two chiefs might well bring in its train, and the impression that such a procedure will make on the minds of the other chiefs, cannot be placed to my account. The pretext of the mutineers, that they have undertaken this uprising principally in order to be excused from the journey to Beddegierie, is utterly untenable, as will be shown in more detail when opportunity arises. It is merely an excuse; this can be demonstrated with a few points. Why, if it is this journey, did they not complain to me about it? Since they received the orders not from me, but from their chiefs, why then did they prepare themselves for that journey? Why do the peoples of the Morua Korle revolt, who were not only not ordered to depart, but who were expressly exempted by me from this journey on the grounds that these peoples must make the very oppressive delivery of cardamoms? And why, on the contrary, have the peoples of the Wellebaddepattoe, of the Four Gravets, of the seigniories of Belligam and Dondere, of the lower villages of the Gangebaddepattoe, not joined with the mutineers, and why have the peoples of the Gevendijpattoe remained obedient, until such time as they saw that they the fury of the rebellious
Dutch transcription
ten opzigte der heeren kommissarissen zelfs. Jkroepe hun hier op om de getuigens der waarheid te geeven. Dat ik hun minder in aanzien als mij hebbe aangemerkt dagt ik zeer natuurlijk, ver„ mits bij absentie van den heer Kommandeur het lichaam van den geheelen gealsen raad aan mij als secunde van het kommande„ ment eenige deferentie schuldig is. Niet teegenstaande egter dit, zo hebbe ik uit ge„ ƒ lijks na den ontfangst van uw E. E. Achtb: andwoord terstond de noodige beveelen ge„ geeven, om aan deese heeren zodanige mili„ taire honneurs te geeven, als mij en zelfs als den E E: Achtb: heer kommandeur toe„ koomen, gelast het vanhet bij vertrek deezen heeren te formeeren, en van de wal met het kanon te salueeren: Mijn vaandel en tam„ blijntjes aangebooden, en gelast dat de Sprinkhaanen Hen EE zoude begelijden. uw E. E. Achtb: voorm: brief van den 22:' dezer ik mij Rort voor het vertrek van de E s Kom„ missarissen besteld De luijtenant Bijer en zijn onderhebbende Mon„ schappen in het fort van Tangale zal ik zorgen dat geen gebrek zullen hebben aan levens mid„ delen en ammonutie, welke laatste bestaande in 30. Roegels, 30. druijven, 30. Bardoelen, 70. boss vaste pattroonen en de daar toe gehoorende laad gereedschappen ik hem per een groote thonie bereeds toegezonden en ook tijding 136 1 1323 van dier goede bestelling ontfangen heb. wat aanbelangd de Modliaar van de Gangebad„ de pattoe en mijn tweede tolk, waar over de muijtelingen zig beklaagen, dien ik bij deesen onder uw E: E: Achtb: gunstige welduijding, dat de reedelijkheid en de regtvaardigheid van mij vorderen ten voordeele van deeze twee perkoonen te getuigen; dat zij, voor zo verre het mij be„ kend is en ik door overtuiging van hunne goede hoedanigheeden verzeekerd ben, de geschikte diendaren zijn onder de inlandsche grandes op Mature, op wien activiteijt en den dienst en het uitvoeren mijner vreedelijke beveel en ik mij altoos hebbe moogen verlaaten Jk oordeele vol„ gens het uitterlijke, en eige ondervinding zo wel als volgens de bevinding die mijne pre„ decesseurs de heeren geweesene dessaves Bur„ nat en Fretz van hunne trouwe en veggelan„ tie gehad hebben. Jk kan mij evenwel voor geen mensche ter wereld versinden wegens zijne ver„ anderlijke en verborge gemoede neiginge alzo de ondervinding ons ten overvloede leerd, dat onder drie uitterlijken schein van deugd en eerbaan„ heid, betuigingen van genegenheid en vriendschap„ de grootste ondeugden dikwijls schuilen maar ik verzeekere uw E. E. Achtb: op den eed aan het land gedaan, dat ik nimmer eenige on„ gereemdheeden van deese hoofde ontdekt hebbe, Ja zelfs moet ik speciaal ten goede getuigen, van gem: mijnen tweeden tolk, dat lien, afkeerig van iets diergelijks, onlangs eenige onge„ Schiktheik schikstheeden van zijnen Jonge broeder, den modliaan van de wellebeed de pattoe niet konnende ver„ schoonen, en ontdekt hebbende dezelve bij mij aangegeeven en mij voetvalligst verkogt heeft heen daar over te straffen, het geen ik ook niet gemankeerd heb te doen, en indie uw E E: Achtb: oordeelen, dat het in aest neemen van gem: twee hoofden en keld op klagten van een partij lobbandig volk, dat altoos vaardig is hunne woede op te offenen aan de grootste roe Belootheid, het beste middel zoude zijn, om hunne gemoederen te bedaanen en dit middel over eenkomstig het aanzien van de Ed: komp: achten, zo ben ik, en alle de ver„ dere hoofden met voorm: bij de hoofde in het zelfde geval, en wij zullen dan gezaamentlijk tot genoegdoening van een partij dronkvarts, en ondankbaare, ons in ons aanzien en goede naam moeten bevlekt zien. Eijndelijk zij het mij geoorloofd uit deze mijne on„ derstellende, dog onbewimpelde aanmer„ kingen te besluijten, dat uw E: E: achtb: omtrent voorm: twee inlandsche dienaaren zodanige schikking gelieven temaaken en mij nader aanbeveelen als hoogst de„ zelven na de equiteit zullen billijk agten, zijnde ik bereijd alle uw E: E: achtb: podi„ tive beveelen stiptelijk op tevolgen, van„ mits ik als dan van alle verandwoon„ ding bevrijd ben, en de gevolgen die het arrest van deeze bijde hoofden veelligt na zig konnen sleepen, en de impressie, die „ eene 1324 eene zodanige poceduure op het gemoed van de andere hoofden zal hebben, niet op mijne reeke„ ning konnen gesteld worden. Het voorgeeven der muijtelingen, dat ze dese opstand voornamentlijk hebben gedaan, om van de regte na Bedde gierie verschoond te zijn, is zoo het als onbestaanbaar, gelijk bij geleegenheid na„ der zal worden aangetoond. Het is enkeld en doekje voor het bloeden dit kan met wij„ nige betoogd worden. waarom zo het deeze reijze is, hebben zij zig hier„ omtrent niet bij mij beklaagd? alzoo zij niet van mij de orders, maar van hunne hoofden, ontfangen hebben waarom hebben zij zig dan tot die reijke gereed gemaakt! waaron revolteeren de volkeren van de Morua Korle, die niet alleenig niet gelast zijn, om te vertrekken maar die wel hier expresselijk door mij van deeze rijze bevrijd zijn ge„ worden, uit hoofde deze volkeren de loo drukende Rardemoms leverantie moeten doen? En waarom daar en teegen hebben zig de volkoren van de wellebaddepattoe, van de vier gravetten, van de heerlijkheids van Belligam en Dondere van de beneeden dorpen van de gange baddepattoe niet meede tot de muijtelingen vervoegd, en waarom zijn de volkeren van de gevendij„ pattoe gehoorzaam gebleeven, tot zo lange te gezien hebben, dat ze de woede van de op„ „oerige
English
others had to concede. These questions certainly ought to be answered before their complaint can gain any semblance of truth; and after that it will be time to ask them why, upon my admonishing and commanding sannasses, by which I freed them from the journey and even ordered them not to depart, they did not quietly proceed to their residential villages and desist from their unruliness. Moreover, my sannasses were even superfluous. One of the prime ringleaders of the agitators, Dodampie Aratje, could have made my intentions known to them, since I, when he came to me the day before the Sinhalese New Year to take his leave in order to depart with his people for Beddegiree, even wished to excuse him from that journey, as he seemed sickly to me, informing him that I hoped to find so many people there that I had absolutely no need of him and his like. I have expounded a little more fully here upon this baseless pretext of the mutineers, with which they seek to justify their shameful existence, since sometimes this pretext of theirs might have some influence on the decisions to be taken. I have already given the necessary orders that the arriving commandos are properly lodged and provided with necessities. I request, however, to be provided with your Honors' orders as to what provisions should be made to these soldiers. Until now I have had this done at my own expense and without cost to the Company; in the future, however, and with larger numbers of troops, these expenses would exceed my means. As soon as Captain de Prophalow has returned here and Lieutenant de Rachard has arrived, I will confer with their Honors on what ammunition supplies will be needed here. Meanwhile, I request your Honors for some cooking kettles and other kitchenware, as these are completely lacking here. Your Honors' order not to allow any detachments to depart until a sufficient military force has gathered at Mature will be very strictly followed; and I am still busy and will remain constantly active in bringing the mutineers to calmness in a manner becoming to the Honorable Company. I regard the dispatch of the thombo-keeper Trek to my assistance as a special favor from your Honors, for which I shall always be grateful to your Honors. I have the honor to be with all high esteem, Honorable Sir and Particularly Good Friends, your Honors' dutiful friend and servant, was signed, C. van Angelbeek. In the margin: Mature, the 24th of April 1798. Galle. To the Right Honorable Sir Peter Sluijsken, Commander of the city and lands of Galle, Mature, etc., together with the Council. It was very pleasing to me to learn from your Honors' esteemed letter of the 23rd instant that the measures taken by me in sending out the detachment have served to your Honors' satisfaction. The same marched inside the fort yesterday afternoon, and yesterday evening the small commando that the Commissioners had taken with them for their protection, both being entirely to the satisfaction of the Commissioners, as your Honors will be able to observe from the enclosed copy of their letter. Mr. Prophalow informed me upon his arrival that the inhabitants at Gandure treated his Honor and our men very well, and even regretted seeing our detachment march back. For the pacification of those people, as well as the inhabitants of the other villages thereabouts, such as Doudure, Kappoegamma, Bamberende, and Roottegodde, I have dispatched a sannas to the effect that, Honorable Sir and Particularly Good Friends, I had received, to my great satisfaction, from the report of the officers who returned with the detachment, the very best and most commendable testimony of their conduct, and that if they persevered in this they could be assured of the benevolent protection of the Honorable Company, which is ever inclined to favor and reward its obedient subjects; that thus the good inhabitants could remain quietly in their dwellings without fear of molestation, as I was always ready to provide them aid and assistance. The marching out of the detachment has had the result that this province has once again been cleared of the mutineers; most of the good inhabitants, and according to reports even all those who were forcibly coerced into the mob by the mutineers, have separated themselves from them and returned to their homes. Several minor headmen from Bamberende came to me yesterday evening, stating among other things that they had nothing to complain of against the treatment by me or my subordinate headmen, a declaration that the inhabitants of Gandure likewise made to the officers of the detachment. The marching out of the detachment has further, according to reports, caused
Dutch transcription
verigen moesten toegeeven Deeze vraagen dienen zeeker beantwoord te worden, voor de hunne klagte schein van waarheid kan be„ koomen: en daar na zal het tijd zijn, om hun te vraagen, waarom zij op mijne verniaa„ nende en beveelende Sannassen, waar bij ik hun van de reijke bevrijd lebbe, en zelfs gelad hebbe om niet te vertreken, zij zig niet stil na hunne woon dorpen begeeven en van hunne ongebondenheid hebben afgezien. Des mijne Sannassen waaren boven dien zelfs over kood Een der eerste hoofden van de opvoermaakers Dodam pie arraatgo had hun mijne gekininge kunnen bekent maaken, alzoo ik hem zelfs„ toen lij sdaags voor het singaleesche nieuwe Jaar bij mij kwam om afscheid teneemen ten einde met zijne volkoren na Beddegiree te vertrekken, van die reize heb willen exuleeren alzo hij mij ziekelijk scheen te zijn, onder be„ kontmaaking, dat ik aldaar zoo veele vol„ keren verhoopte te vinden, dat ik hem en zijn gelijken volstrekt niet noodig had. ik hebbe mij over dit onbestaanbaar voorgeevan der muijtelingen, waarmeede zij hun schan„ delijk bestaan zoeken te wettigen, hier een wijnig breeder uitgelaaten, vermits zom tijdt dit hun voorgeeven eenig invloed in de te neemene besluijten zoude konnen hebben Ik hebbe reeds de noodige orders gesteld, dat de aankomende kommandos behoorlijk ge„ logeerd en van het noodige voorzien worden Jk verzoeke egter te moogen voorzien worden met 1325 met uw E. E: Achtb: beveelen, hoedanige verstrekkingen aan deeze militeiren moeten gedaan worden. Tot nu toe hebbe ik die voor mijne reekening laaten doen, en buijten kosten van de Komp: in „zouden het vervolg egter en bij meerdere troupes, deese onkosten boven mijn vermoogen gaan zodra de heer Kapitijn de Prophaloer hier weeder terug zal gekoomen zijn, en de luijtmant de Rachard zal aangekoomen zijn, zal ik met hun E. overleggen welke ammunitie goederen hier benoodigd zullen zijn. Jntusschen ver„ zoeke ik uw E: E: Achtb: om eenige koks ketels en verdere kombuijs goederen, alzo die hier in het geheel ontbreeken. zeer stipt zal uw EE: Achtb: order om geene detache„ menten te laaten vertreken tot dat een vol„ doende magt militairen te Mature zal zijn verhameld, opgevolgd worden: en ik ben nog beekig en zal steeds werkzaam blijven om de muijtelingen op eene voor DE: Komp: betame„ lijke wijke tot bedaaven te brengen. De toezending van de thombohouder Trek tot mijne assistentie beschouw ik als eene bijkondere gunst: van uw E: E: Achtb:, waar voor ik uw E: Achtb: steeds dankbaar zal zijn Ik hebbe de eer met alle horgachting te zijn /onderstond) E: E. Achtb: Heer en Bijzondere goede vrienden uw E: E. Achtb: dienstschuldigen vriend en dienaar /:was geteekend:/ C: van Angelbeek /:in marginee:/ Mature den 24' April 1798: Geele Tale Aan Den E: E: Achtbaaren Heer Peter Sluijsken, Kommandeur der stad en landen van Galo, Mature V: Nevens Den Raad. Het was mij zeer aangenaam uit uw E.: E: Achtb: ge„ achte letteren van den 23. dezer te verneemen dat mijne genoomene maatregelen in het laaten uitrukken van het detachement uw E: E: Achtb tot genoegen hebben gestrekt; het zelve is gister namiddag binnen het fort ingerukt en gisteren wvond het klijne kom„ mando dat E: gekommitteerdens tot hunne deking meede genoomen hebben, zijnde het een en ander volkoomen ten genoegen van E: gekommittteer„ dens gelijk uw E: E: Achtb: bij het dezen vervallend afschrift uit hun Ed. brief zullen kunnen beooge. De heer Prophalou heeft mij bij desselfs arrive be„ rigt, dat de ingezeetenen op Gandure zijn Ed: en ontvolk zeer wel bejegende en zelfs de terugmarsch van ons detachement ongaarne zagen, ter bevreediging van die lieden zo wel als de ingezeeten van de andere dorpe daar omstreeks gelijk D'oudure, Rappoegamma, Bamberende en Roottegodse heb ik een samuas laaten afgaan, van inhoude, dat E: E: Achtbaare Heer en Bijzondere Goede vrienden d 1836 ik tot Crataar mijn groot genoegen het rapport der heeren officieren, die met het detachement terug ge„ koomen zijn, het allerbeste en prijselijkste ge„ tuigenis van hun gehouden gedrag bekoomen had, en dat zo zij daar in volharden hij verzeekerd konden zijn van de welmeenende protexie van DE. Komp:, die steeds geneegen is haare, gehoor„ zaawe onderdaanen te begunstigen en te beloonen dat dus de goede ingezeetenen stil in hunne wooningen Ronde blijven, zonder voor overlast bevreest te zijn, alzo ik tot hunne hulpe en bij„ stand altoos gereed was: Het uitrukken van het detachement is van dat gevolg geweest, dat deze provincie weder van de muijtelingen ge„ zuijvert is, de meesten der goede ingeteetenen en zelfs volgens berigten alle die geweld„ dadig door de muijtelingen onder liet rot ge„ brokken waaren, zig van hun afgezonderd en weder tot kunnen terug gekeerd zijn, koomende verscheijde klijne hoofde van Bamberende gister avond bij mij, te kennen geevende on„ der andere dat zij teegen de behandeling „hoofden van mij of mijne ondergeschikte, niets te klagen hebben, eene verklaaring die de ingezeetenen van Gandure insgelijks aan de heeren officieren van het detachement ge„ daan hebben; Het uitrusken van het deto„ chement heeft verder volgens berigts do8
English
that effect that other well-intentioned persons from other districts have also torn themselves away from the gathering and returned to their homes. The inhabitants of the Gangebadde pattoe have already returned to their residential villages up to two times, but as soon as the people of Belligamcorle knew this, they made them return to the gathering again by force: it now appears in retrospect that the minor headmen of the Belligam Korle, who have always been treated by me with particular consideration, since I knew their influence on the people, also take part in the gathering, since it would otherwise be impossible for the people of that Korle to remain so obstinate. In the evening I shall have the honor of writing further to Your Honorable Excellencies, hoping to receive some more certain reports today. In the meantime I request Your Honorable Excellencies' authorization that I and my headmen may obtain all such statements before the Honorable Messrs. Prophalon and Metter, as members of the Honorable Council of Justice there, as we shall deem advisable, and that in this matter the pen may be wielded as clerk by the Second Warehouse Keeper of Galle, the Honorable De Moor, both on account of the indisposition of the authorized Palm, and also because the said Honorable De Moor is not a direct subordinate of mine; and it is for that reason that I also prefer that these statements may be lodged before the aforementioned Honorable Members of Justice, who, although for the present under my authority, are so only for a short time, as I hope and heartily wish. I shall cheerfully look forward to the promised field pieces and the reinforcement of this garrison with more men, as I believe that the reinforcement of this place with more men will have the best effect on the minds of the mutineers. In the meantime, I promise to observe Your Honorable Excellencies' strict orders not to let them march out except by Your Honorable Excellencies' express command. I have the honor to be with all high esteem, Honorable Excellency, Sir, and particular good friends, Your Honorable Excellencies' obliged friend and obedient servant. Was signed: C. van Angelbeek. In the margin: Mature, 25 April 1790. Lower: P.S. I had the honor of receiving this morning Your Honorable Excellencies' two letters of yesterday's date. Regarding the point concerning the further reinforcement of this place, I refer to what I have mentioned hereinbefore in that respect, and thus keep the contents of the said letters for communication and my dutiful compliance. Mature. To the Right Honorable Lord Dissave Van Angelbeek. Right Honorable Sir, We received Your Honor's letter of yesterday this morning, and immediately forwarded that for the Honorable Bijen to Tangalle; and already yesterday evening we wrote to the Honorable Van Prophalon that, as far as we are concerned, we do not need His Honor's subordinate detachment here, and that His Honor must therefore go with that detachment wherever Your Honor shall think fit. And this we have also communicated at the same time to Your Honor in our letter of yesterday evening, which we hope Your Honor will have received this morning, and we were very pleased that our way of thinking regarding this command agrees entirely with Your Honor's intention appearing in Your Honor's aforementioned letter received by us this morning. Now, after the said detachment, we also let the small number of soldiers that we brought with us from Gandure march straight back to Mature, so that their presence here might not prevent the mutineers from coming to us with their complaints. The Mudaliyar of the Wellabaddepattoe is of no service to us here, so we are sending him back to Mature, and upon our return to Mature we shall recount to Your Honor in detail how badly he has acted toward us and our people; we also think it very good that we remove him from us, in order thereby to encourage everyone to speak with us with full boldness. We have the honor to be with all esteem, Right Honorable Sir, Your Honor's obedient servants. Was signed: P. M. F. A. van Schuler and P. Devos. In the margin: Dikwelle, 24 April 1790. Below: Agrees with original. Was signed: M. F. Palm, authorized. To the Right Honorable and Worshipful Sir, Peter Sluijsken, Commander, together with the Council there. Right Honorable and Worshipful Ruling Sir and Gentlemen, After the dispatch of our letter of today, in which we have thus far detailed our proceedings, we received, while still at Dikwelle, Your Right Honorable and Worshipful's letter of yesterday, which we answer from here, where we have just arrived. Although we have been in negotiations with the mutineers, we have nevertheless never been in their company, and we shall therefore dutifully proceed to Mature, in order Galle to quiet, namely: the soft or the hard way; the soft way is directly to suspend some headmen, very easily determined, even if it were only for a time, until there should be an opportunity to investigate the matters further; and the other is that which the first signatory determined in the letter also sent today by means of soldiers, and indeed with no more than one hundred good Easterners. We believe, from what we have learned here and there, to be almost certain that if some native headmen were provisionally suspended, and the Lord Commander moreover issued a summons in which a fixed time and place were determined where the mutineers would have to bring forward their complaints, and that if they did not do so, one would then consider them as rebels, that this would fulfill expectations and tranquility would soon be restored. We request to be permitted to know whether the Maha Mudaliyar of the Lord Commander upon arrival at Mature, alongside the entire retinue of His Right Honorable and Worshipful
Dutch transcription
dat offerkst gehad dat ook andere wel geintentioneerde van andere distrikten zig van de zamenrotting af„ gescheurd en weder ten hunnen gekeerd zijn. De ingezoetenen van de Gangebadde pattoe zijn reeds tot twee maalen in hunne woondorpen terug geweest, dog zo dra de volkeren van Belligancorle dit wisten hebben zij hun weder met geweld tot de zamen„ rotting doen terugkeeren: het blijkt nu van ach„ teren dat de minderhoofden van de Belligam„ Korle, die door mij steeds met eene bijzondere rigting behandeld zijn geworden, alzo ik hunne en vloed op het volk Rende, meede aan de kamen„ rotting deel hebben, vermits het anders onmoge„ lijk zoude zijn dat de volkeren van die Rorle nog zo halsterk zouden blijven. de den avond zal ik de Eer hebben uw E: E: Achtb: nader te schrijven, verloopende op heeden eenige meer zeekere berigten te zullen ontfangen: Jntusschen verzoeke ik uw E. E. Achtb: kwalifikatie dat ik en mijne hoofden alle zodanige verklaaringe voor de E: De Prophaloen en Metter, als leeden van den Achtb: Raad van Justitie aldaar mag laaten inwinnen als wij geraden zullen vinden, en dat hier bij als beandschrijven de per mag gevoerd worden door de gaalsche tweede pakhuijsmeester &E: de Moor, zo mits indispositie van de geauthoriseerde Palm, als ook wijl gem: E. de Moor geen direk„ ter ondergeschikte van mij is; En het is uit dien hoofde dat ik ook verkiese dat deese ver„ klaaringen voor voorm: E: Leeden van de Justitie 1327 Justitie moogen belagd worden, die wel voor als nu onder mijn gezag staan, egter maar voor een korten tijd, ko ik hoope en hartelijk wensche. Ik zal de toegesprooke veld stukken en de versterking van dit guarnikoen met meerder manschappe blijmoe„ dig te gemoed zien, alzo ik vermeene dat de versterking van dese plaats met meerder man„ schappen het beste effekt op de gemoedere der mun„ telingen zal hebben: Ik beloove intusschen uw E: Ed Achtb: ernstige beveelen in agt te zullen neemen van ze niet dan op uw E: E: Achtb: orpresse order te laaten uijtrukken Jk heb de Eere met alle hoogachting te zijn /:onderstond:/ E. E. Achtb: Heer en Bijzondere goede vrienden uw E. E. Achtb: dienstschuldige vriend en ge„ voorzaame Dienaar /:was geteekend:/ C„ van Angelbeek /:in margine:/ Mature den 25. April 1790. /:lager:/ P: S: uw E: E: Achtb: beide brieven van gisterige datum heb ik de eer gehad haden morgen te ontfangen: jk refereere mij omtrent het poinct wegens de meerdere versterking dezer plaatze aan het geen ik ten dien op„ zigte hier vooren gemeld hebben houde dus den inhoud van gem: brieven tot Communikatie en mijne schuldige observantie Mature Aan den welEdelen Heer Dessave van Angelbeek wel Edele Heer. wij hebben uwel Edeles brief van gisteren, lieden morgen ontfangen en die voor den E: Bijen da„ „delijk - „delijk na Tangalo voortgeschikt: en hebben reeds gisteren avond den E: van Prophalon aange„ schreeven dat wij voor zo verre ons betreft zijn E:s onderhebbend detachement hier niet noodig hebben en dat zijn E: dus met dat detachement gaan moet werwaards het uwelEdele zal goed„ vinden en dit hebben wij ook tegelijk aan uwel„ Edele bedeeld bij onken brief van gisteren avond die wij hoopen dat uwel Edele heeden morgen zal ontfangen hebben, en zijn zeer verheugd geweest dat onze wijse van denken aan„ gaande dit Commando geheel over een komt met uwel Edeles intentie voor„ heeden koomende bij voorm: uwel Edeles morgen door ons ontfangen brief, thans laaten wij ook na gedagte detarhement dan wel direkt na Mature terug marcheeren het klijn getal militairen dat wij van Gandure herwaards meede gebragt hebben, op dat hunne teegenwoordigheid alhier dan de muijtelingen met belette met hunne klagten tot ons tekoomen De modliaar van de wellabaddepattoe is hier bij ons van geenen dienst dus zenden wij hem na Mature terug en wij zullen met ons terugkomst op Mature uwel Edele in het breede verhaalen hoe slegt dat hig met ons en ons volk gehandeld heeft ook denken wij het hael goed te zijn dat wij hem van ons verwijderen, om daar door een igelijk aantemoedige om met restemen vrij moesigfeid ƒ 1328 vrijmoedigheid met ons te spreeken wij hebben de Eere met alle achting te zijn /:on„ derstond:/ wel Edele Heer / ouwer welEdele dienstwillige Dienaaren /:was geteekend/ P: m F: A: van Schuler en P Devos /in margine:/ Dikwelle den 24:' April 1790. /:onderstond:/ Accordeerd /:was getee„ kend:/ M: f: Palm geauthoriseerde Aan den wel Edelen Achtbaaren Heer, Peter Sluijsken kommandeur, Nevens den Raad aldaar WelEdele Achtb: Gebiedende Heer en Heeren Na het afgaan onzer brief van heden; waar in wij tot dus verre onse verrigtingen omstandig verhaald hebben, ontfangen wij, nog te Dik„ welle zijnde uwel Edele Achtb: brief van gisteren, die wij van hier, alwaar wij zoo aangekoomen zijn, beantwoorden of schoon wij met de muijtelingen en onder„ handeling geweest zijn, zoo zijn wij egter nemmer bij hun geweest, en zullen ons dus pligtschuldig na Mature begeeren, ten eende Gale bedaaren, namentlijk: de zagte of de harde weg; de zagte is direkt eenige hoofden zeer ligt te bepaalen, al was het maar voor een tijd, te suspendeeren tot dat er gelegenheid zoude zijn de zaaken nader te onderzoeken, en de andere is die den eersten teekenaar in de meede opheeden afgezondene brief door mid„ del van militairen en wel met niet meer als honderd goede oosterlingen be„ paald heeft:, wij vermeenen uit het hier en daar, door ons vernoomene bij na zeeker te zijn, dat indien 'er eenige Jn„ landsche hoofden provisioneel gesuspen„ deerd wierden, en de heer Kommandeur boven dien eene Samas afvaardigde, waar in eene vaste tijd en plaats bepaald wierd waar de muijtelingen hunne klag„ ten zouden moeten voorbrengen, en dat indien zo dat niet deeden, men hun als dan als rebellen zoude aanmerken, dat dit aan de verwagting zoude voldoen en de rust spoedig zoude hersteld zijn wij verzoeken temoogen weeten off den porto Modliaar van den heer kommandeur bij aankomst op Mature, nevens de geheele staatsie van zijn wel Edele Achtb:
English
Honorable: will further his journey to Gale: so also the first signer requests permission to come over for just twenty-four hours, as he has private matters of great importance to attend to and hopes that this will graciously be granted to him by your Honorable. We will communicate our arrival at Mature more fully to your Honorable tomorrow: while for the present we hereby conclude this and with all high respect shall sign, as /:was written beneath:/ Honorable, Worshipful Sir and Gentlemen! Your Honorable's humble Servants /:was signed:/ P: W: F: A: van Schuler and P: De Vos /in the margin:/ Gandure the 24th of April 1790. /:lower:/ P:S. This letter, although ready on the 24th, could not be sent because the report could not be copied before this morning. The second signer likewise requests to be allowed to come to Gale for 24 hours: yet the first signer hopes that this double request will not be troublesome to him, as he knowingly has matters of consequence to attend to: Gandure the 25th of April 1790. Report made by Bandihittigei Don Philip de Zilva, Nanajekarea of the Gale Korle and resident of Boombalwelle, and Soederikoegei Joan, Lascorijn of the Gale guard and resident of Ratte Roerrende, who, by order of the Gentlemen Pieter Willem Ferdinand Adriaan van Schuler and Pieter de Vos, both commissioners on behalf of the esteemed government at Gale, departed from here yesterday afternoon with an ola letter, in reply to an ola letter sent the day before yesterday from Dikwelle by the mutineers to the portae modliaar of the Honorable Mr. Commander of Gale and Native Sabandaar Don Balthazar Dias Abeessinge Siriwardene and received here yesterday before noon, to the aforementioned mutineers, and returned today after noon, past three o'clock. That the narrators departed from here yesterday afternoon and having arrived in the village of Hakoeroe Bilembelawe in the evening around nine o'clock, also stayed overnight there. That they subsequently departed from there this morning around five o'clock, having arrived by seven o'clock in the village of Nakoeloegammoewe in the Girrewajpattoe. That having found there a guard post set by the mutineers, they asked the people on guard, who the narrators testified had no cleavers on or with them, where those mutineers actually were. That the aforementioned guards answered thereto that the mutineers were said to be in the school at Poeakdandawe. That the narrators thereupon immediately departed from Nakoeloegammoewe and arrived in the village of Poeakdandawe in the forenoon at ten o'clock. That having also found there, on the main road, a guard post set by the mutineers, they asked the Sinhalese who was on guard there where the mutineers were. That the aforementioned Sinhalese, whom the narrators said was alone in that guard post and likewise without a cleaver on or with him, having only a pike in his hand, answered that the mutineers were in the school. That the narrators then set out on their way again to go to the school, meeting underway nearly five to six hundred heads of the mutineers, who were going from the school of Poeakdandawe, beating small drums and with a flying banner, to the rest house of Mara Radde, situated one and a quarter miles from Poeakdandawe. That the narrators thereupon presented the ola letter mentioned in the heading of this document, received here for the mutineers, to one Madoegodde Appoe, who the narrators testified marched in front alongside more than fifty men armed with muskets, krisses, cleavers, and pikes; but that Madoegodde Appoe did not accept that ola, saying that he was head of the lascorijns and thus the delivery of the olas did not concern him, and that that ola therefore had to be delivered to the chiefs who followed behind. That thereupon three chiefs arrived under the talipots, accompanied by still more other chiefs; That the first narrator then having presented the aforementioned ola letter to the three first-mentioned chiefs, one of them, being a Bitmiraale Hamee, took that ola, opened and read it, and subsequently said he would answer it as soon as the other chiefs would also have read that ola. That they furthermore went with all of them to the main road and there Bitmiraale, having read that ola again up to two times within hearing of the assembled crowd, said it was indeed true that they had read one of the two olas mentioned in the aforementioned ola.
Dutch transcription
1330 Achtb: zijne rijze na Gale zal vervorderen: zoo meede verzoekt den eersten teekenaar verlof, om maar voor vier en twintig uuren tenwoogen overkoomen, wijl hij par„ titculiere beschikkingen van veel belang te verrigten heeft en hoopt dat hem dit goed gunstiglijk door uwel Edele Achtb: zal worden toegestaan. ons arrivement op Mature zullen wij uwel Ed: Achtb: op morgen nader bedeelen: terwijl wij voor het teegenswoordig deese hier„ meede besluijten en met alle hoog achting onderteekenen zullen, als /:onderstond:/ wel Edele Achtb: Geb: Heer en Heeren! uwer wel Ed: Achtb: onder„ danige Dienaaren /:wat getekent:/ P: W: F: A: van Schuler en P: De vos /in margine:/ Gaudure den 24:' April 1790. /:lager:/ P: S. Deese brief of schoon den 24. in gereedheid, heeft niet kunnen verzonden wijl het re„ laat niet voorheeden morgen is kunnen gecopieerd worden. Den tweede teke„ naar verzoekt insgelijk20 voor 24. uuren te t temogen na Galo Roomen: dog hooft den eersten tekenaar dat dit dubbeld verzoek hem niet zal hinderlijk zijn, wijl hij wetendlijk zaken van aangelegenheid te verrigten heeft: Gaudure den 25. ' April 1790 Relaas gedaan door Bandihittigei Don Philip de Zilva, Nanajekarea van de Gale Korle en inwoonder van Boombalwelle en Soederikoegei Joan„ Laskorijn van de gaalsche guarde en inwoonder van Ratte Roerrende, de„ welken ter order van de Heeren Pieter willem Ferdinand Adriaan van Schuler en Pieter de vol beiden kommissarissen van weegen de geeerde regeering te Gale, gistere middag van hier met eene brief ola, in andwoord op eene door de muijtelingen op eergisteren van Dikwelle aan de portae modliaar van den welEdele Achtb: heer gaalsolen kom„ mandeur en Jnlands Sabandaar Don Balthazar Diab Abeessinge Siri„ wardene gerigte en op gisteren voor de middag alhier ontfangene brief da, nagedagte muijtelingen vertrokken en op heeden na de middag over drie uuren terug gekoomen zijn. Dat de relatanten gisteren middag van hier ver„ trokken en des avonds omtrend negen uuren, 1331 in het dorp Hakoeroe Bilem belawe gearri„ veerd zijnde, ook aldaar vernacht hadden Dat zij vervolgens lieden morgen omtrent vijf uure van daar vertrokken zijnde, bij seven uuren in het dorp Nakoeloegammoeive in de ginecvai= pattoe aangekoomen waaren. Dat zij aldaar aangetroffen hebbende eene wagt„ post, door de muijtelingen gesteld, aan de wagt hebbende volkoren, die de relatanten betuigde geene houwers aan nog bij zig gehad te hebben ge„ vraagd hadden waar of die muijtelinge zig eigentlijk bevinden. Dat gedagte wagts vol„ keren daar op geandwoord hadden, dat de muij„ telingen in de school te Poeak dan dane zoude week Dat zij relatanten daar op ten eersten van Nakoe loe„ gammoewe vertrokken en des voor den middags ten tien uuren in het dorp Poeakk dan dawe geor„ riveerde waaren Dat zij aldaar ook, in den grooten weg, eene door de muijtelingen gestelde wagt=post gevonden hebbende, aan den singalees, die daar de wagt had„ gevraagd hadden waar of de muijtelings zig be„ vinden! Dat gedagte singalees die de rela„ tant zijden alleen en wel meede zonder een houwer aan - of bij zig maar enkel een piek in de hand gehad te hebben, in die wagt post geweest te zijn, geandwoord had, dat de muijtelingen in de schoon waaren. Dat zij relatant zig toen weder op weg begeeven hebbende, om na de school te gaan, onderweegs ontmoet hadden bij na vijf en zes honderd koppen van de muijtelingen, die van de school van Preak dan dane Poeakdandame, met slaan de tamblijntjes en met een vliegende vaandel, na het rusthuijs van Mara Radde, staande een en een kwart„ mijl van Preakdandane af, gingen, Dat zij Relatanten daar op in den hoofde dezes ver„ melde alhier ontfangene brief ola voor de muijtelingen, aan eene Madoegodde Appoe, die de relatenten betuigden nevens nog ruijm vijftig met geweeren, kritzen, liou„ werd en pieken gewaapende manschappen, voor aan marcheerde, gepresenteerd hadden; dog dat Madosgodde Appoe die ola niet gero„ cepteerd had, zeggende dat hij hoofd van de las korijns was en dus hem de bestellingen der olassen niet aanging, en dat die ola ver„ halven besteld moest worden aan de hoofden, die achter aan kwaamen. Dat daar op gekoomen waaren drie hoofden onder de talpatten, verkeld van nog meer andere hoofden; Dat de eerste relatant toen voorschreeve brief olo aan de drie eerstgem: hoofden gepresen„ teerd hebbende, een hunner, zijnde eenen Bit„ miraale Hamee, die ola genoomen, geopend en geleesen, en vervolgens gezegd had daar op te zullen andwoorden, zoo dra de au„ dere hoofden ook die ola zouden hebben Dat zij voorts met hun allen gegaan waaren na den grooten weg en aldaar Bitmiraale die vla wader tot twee-maal en toe, ten aanhwoore van de vergaderde meenigte geleeken heb„ bende, gezegd had het wel waar te zijn, dat zij van de bij meerm: ola vermelde twee glassen, eene geleesen.
English
one, on which their names and signatures appear, had been dispatched to the Right Honourable Lord Commander of Galle; but that the other Poetkolle ola, on which nobody's name nor signature appears, was not sent by them, but perhaps by the people of the Gangebadde pattoo. That Bitmiraale had subsequently asked the first deponent which gentlemen had actually come to investigate the complaints. That the first deponent had answered thereto that two councillors, being Lord Korl Captain and Lord Devol, together with a secretary, the Shabandar modliar, and the Attepattoo modliar, had come for that purpose, and that they were all at Dikwelle; that the assembled headmen had then unanimously said that they were sorry that the aforementioned gentlemen had tarried so long, that they could not all come together to Dikwelle and Tangale because there was not enough room, and therefore they would come to Hakman; that Pallatte Arvaatje had furthermore added thereto that an eight-day postponement had been requested for that purpose; that three days had now elapsed and there were only five days left, and that two days beforehand the aforementioned gentlemen would be requested to come to Hakman. Thus related in the village of Gandture in the Disavany of Mature, on the 24th of April 1790, in the presence of the Lord Commissioners named in the heading of this document, and translated by the modliar of the gate and native Shabandar Don Balthazar Dias Abetinge Siriwardene by was signed: with two Sinhalese characters; in the margin: present before us; signed: van Schuler and P. De Vos; in the middle: to my knowledge; signed: A. J. van Zitter, scribe; lower down: for the translation; signed: D. B. Dias. Upon which aforementioned letters it being observed that it is not the time now to be busy seeking clarifications and providing explanations for such neglects and mistakes that may have taken place in the course of past affairs; but that this government and especially the Honourable Dessave of Mature must focus his attention on the Company's true interest, wherefore it has been resolved merely to serve the Honourable Dessave van Angelbeek with an answer: 1. to provide the military personnel who are currently in Mature with the ordinary Company provisions, and if that is not sufficient, then to propose to us the extraordinary provisions that the said Dessave deems necessary; 2. that two field pieces with their accessories shall be sent to Mature in a Company thony, as well as 3. the requested galley utensils; 4. that the Company of Easterners which is expected today from Colombo shall march to Mature, one half the day after tomorrow and the other half two days thereafter; 5. to be permitted to pass such acts for the judicial members, Captain de Prophalow and Lieutenant Metter, who are currently in Mature, as he shall find advisable; and 6. immediately to send up hither in a secure manner the modliar of the Wellebadde pattoo, about whom the Honourable Messrs. van Schuler and Devos complain and demand satisfaction. To the Honourable Messrs. van Schuler and Devos, to return to Galle immediately with their accompanying retinue. Subsequently, a translated ola was read, written by the discontented people of the Maturese Disavany to the Lord Commander and brought here late yesterday evening, of the following content: Translation Translation of a Sinhalese letter ola written by some headmen of the Belligam Korle and the Gangebadde pattoo in the name of the inhabitants of the said Korle and pattoo, and addressed to the Right Honourable Lord Commander of Galle and Mature. After the preceding compliments. Your Right Honourable, moved by compassion, had been so good as to send the Lord Captain of the Galle Korle and some other gentlemen to hear and investigate our complaints; but our enemies, being some native headmen who are the cause of all these injustices, convinced that if we were interrogated in the presence of a large force we would not be so free to disclose the injustices committed by the said headmen, have by their cunning managed to bring it about that our complaints cannot be properly investigated, and to that end have by their practices caused a detachment to be sent along with the said Captain of the Galle Korle, which said native headmen, our enemies, have also joined, having on the way lured by their devious practices all such people who had gathered with us to submit their grievances and who were going to their villages and houses, and made them confess that they have no complaints to bring against anyone, and in proof thereof demanded their signatures. We have undertaken nothing improper against the Noble Company nor against the lords of the land, but our intention is to make known in all submission our grievances regarding many injustices that have befallen us; but we are prevented therein and fear, as we presume, that if we were to submit our complaints to the said gentlemen, we shall obtain no justice thereon, and that this may serve to our greater detriment in the future, since the aforementioned headmen, our enemies, as said, have managed by their practices to arrange that they can go along with the aforementioned gentlemen with a detachment and on their way also extort signatures from some of our people, after first having instilled fear in them. Previously, on account of some few injustices that had befallen the inhabitants of this place, Mr. Samlant, with the Maha Modliar of Colombo as interpreter, came here
Dutch transcription
1332 eene, bij dewelke hunne naamen en handterke„ ningen staan, aan den wel Edelen Achtb: Heer Gaals kommandeur afgevaardigd hadden: dog dat de andere Poetkolle ola, waar bij niemands naam nog handteekening staat, niet door hun maar, mitschien, door de volkeren van de Gangebadde pattoe gezonden was. Dat Bitmiraale vervolgens den Eersten rebatant gevraagd had welke heeren 'er eijgentlijk ge„ koomen waaren om de klagten te onderzoeken Dat de eerste relatant daar op geandwoord had, dat daar toe twee raadsheeren, zijnde de heer Korl Kapitijn en de heer Devol, nevens een secretaris, de Sabandaar modliaan en de Attepattoe modliaar, gekoomen en dat zij allen te Dikwelle waren; Dat de vergaderde hoof„ der toen eenpaarig gezegd hadden, dat het hun leed was dat voormelde heeren zo lang vertoefden, Dat zij met hun allen op Dito„ welle en Tangale niet koomen konden, wijl er geene ruijm te genoeg was en dus op Hakman koomen zouden; Dat pallatte ar„ vaatje nog daar bij gevoegd had, dat daar toe agt dagen uitstel verkogt was; Dat nu drie dagen verloopen en 'er nog maar vijf dags waaren, en dat twee dagen tevooren voorm: heeren verkogt zoude worden om op Bakman te koomen. Aldus Gerelateerd in het dorp Gandture ter Dissarong van Mature, den 24:' April 1790. ten bijweesen van de in den hoofden dezzes genoemde genoemde heeren Rommissarissen en ter ver„ taling van den moddeljaar van de porta en inlandsch Sabandaar Don Balthakar Diab Abetinge Siriwardene door /was geteekend:/ met twee singaleede ka„ rakters /:in margine:/ ons present /:getee„ kend:/ van Schuler en P. De vos (: in het midden.:/ In mijn kennis /:geteekend:/ A: J: van Zitter Scriba /:lager:/ voor de vertolking /:geteekend:/ D: B: Dias. Op welke voorsz: brieven aangemerkt zijnde dat het thans de tijd niet is, zig beezig te houden, met ophelderingen te soeken en uijtleggingen te geeven, van zodanige vertuijmenissen en vergissingen die mogelijk in den loop der gepasseerde zaaken plaats gevonden heb„ ben; maar dat deese regeering en voor al DE: Dessave van Mature zijne attentie diend te vestigen op 'sRomps waare belang waarom verstaan is van slagts den E. Dessave van Angelbeek in andwoord te dienen 1. ) om de militairen die thans te Ma„ ture zijn de gewoone 'skomp:s ver„ strekingen te doen en zoo die niet 1333 niet toerijkende is ons dan de extra ordinaire verstrekkingen die ged: dessave noodig oon„ deeld voor te dragen 2. / Dat twee veldstukken met haar zelven toe„ behooren in een komp: thonij na Mature zullen gezonden worden gelijk ook 3. / De gevraagde Rombuijs gereedschappen 4:) Dat de komp: oosterlingen die heden van ko„ lombo verwagt word de eene helft overmorgen en de andere helft twee dagen daar na na Mature zal marcheeren. :) om voor de Justitieele leeden de Kapitijn de Prophalou en luijtenant Metter die thans te Mature bevinden zodanige aktent te moogen passeeren als zal geraaden vinden. en 6: De modliaar van de wellebadde pattoe waar over de EE van Schuler en Devos zig beklaagen en voldoening eisschen ten eersten op eene secuure wijze na herwaards op te zenden. Arn DE:s van Schuler en Devos om ten eersten met derzelver bij hebbend ge„ volg na Gale terug te Heeren. Vervolgens is geleeden een translaat ola door de mis noegde volkeren der Matureesche dessavonij aan den heer Kommandeur geschr: en gisteren avond laat hier aangebragt van de volgenden inhoud Translaat Translaat Singaleese Brief ola ge„ schreeven door eenige hoofden van de Belligam Korle en de Gonige badde„ pattoe uit naam van de ingezeetenen van gemelde Korle en pattoe en gerigt aan den wel Edelen Achtb: Heer kommandeur van Gale en Mature Na voorgaande Romplimenten uwel Edele Achtb: was door meede lijden bewoogen zo goed geweest, om tot het aanhooren en onder„ soeken van onze klagten te zenden den Heer Kapitijn der Gala Rorle en nog eenige andere Heeren, dog onze vijanden zijnde eenige inlandsche hoofden, die oorzaakers, van alle deese onregtvaardigheeden zijn, over„ tuigd dat wanneer wij, in presentie van een „ onder vraagt groote magt „ wierden niet zo vrij zullen weeden de onregtvaardigheeden door gemelde hoofden toegebragt, openteleggen, hebben door hunne listen weeten in het werk te stellen dat onze klagten gelijk het behoord niet kan worden onderzogt en hebben tot dien einde door hunne pratelijk te weeg gebragt dat 'er een kommando met gemelde Ropitijn der Gale Korla meede gezonden is waar bij ook gemelde inlandsche hoofden onze vijan„ den zig gevoegd hebbende, hebben op weg alle sodanige 1334 zodanige lieden, die met ons verkaameld heb„ ben om hunne beswaaren in tebrengen en die na hunne dorpen en huijsen gingen door hunne slinkde praktijk bij hun aange„ lokt en door hun laaten bekennen dat zij geene klagten teegen iemand in te bren„ gen hebben en ten blijke daar van hunne hand„ teekeningen afgevorderd. wij hebben teegen de Edele komp: nog de heeren des lands niets onbehoorlijks ondernoomen, maer ons voorneemen is om in alle onderdanigheid onze beswaaren over veele onregten die ons over„ gekoomen zijn te kennen tegeeven, dog wij worde daar in teegen gehouden en vreese zo als wij vermeenen, dat wanneer wij onze klagten bij gemelde heeren mogte inbrengen wij, geen regt daar op zullen erlangen, en dat zulx tot meerder schade van ons in den ver„ volge zal konnen strekken, alzo voorm: hoofden onze vijanden, als gezegd, door hunne praktijk hebben weeten te bewer„ ken dat zij met voorsz: heeren een kom„ mando kunnen meede gaan en door heen weg ook van eenige onzer volkeren, na al„ voorens hun eene vreese te hebben aange„ jaagd hunne hand teekeningen afpersen Te vooren is om de wille van eenige wijnige onregt dat de ingeseetenen van deese plaats is overgekoomen, de heer Samlant met de maha modliaar van Kolombo als tolk alhier
English
arrived here, and justice was also done thereon, we therefore most humbly request that such gentlemen may now be sent to investigate the great injustices that have occurred to each of us residing in the Matura Dissavony, and that this may be brought to the knowledge of the Right Honourable Lord Governor in Colombo. We furthermore most humbly request that a fair arrangement may be made so that we can properly present our complaints, and also for the name of God to forgive us if any errors should be found in these our requests. Thus this was written and dispatched in the year 1790 on the 25th of April by Roepesinge Attoe Kool Arraatje, the vidaan Awaetge, the Linne Aatge, the vidaan Awaatge of Mavemte, the vidaan Aatgele of Heenegamme and Riandoewe, the vidaan Arraatge of Digielle walle hadde, in the name of the petty chiefs and inhabitants of the Belligamkorle, the vidaan Aatgele of the Korle, Don Joean Dissenaigke Arraetge of the Korle, the vidaan Arraetge of Bilpagamme, the vidaan Arraatje of Attoerlige Bopagod, the Siribaddene arraetje, lokdoege arraetje of the Sabanderij in the name of the petty chiefs and inhabitants of the Gangebadde Pattoe at the head of the ola was signed with twelve illegible signatures. 1335 signatures. Below stood: for the translation. Gale, the 26th of April 1790. Was signed: J: H: Brechman, sworn clerk. In the margin: for the translation, signed: S: D: S: Widjenaijke, sworn interpreter: Whereupon it was observed 1. That the sudden return of the Honourable Messrs. van Schuler and de Vos might possibly arouse some distrust among the mutineers that could have bad consequences. 2. That the mutineers themselves request a commission from Colombo. 3. That these mutineers ought to be amused as much as possible in order to gain time so as to be able to make the necessary preparations in case it should become necessary to attack these disgruntled people by force of troops. It was approved and agreed to dispatch an ola of the following content to the mutineers. Draft. Tanas ola From the various reports that I have received from you, I learned with great pleasure that you are conducting yourselves quietly and are undertaking no outrages against the Honourable Company. You have informed me that you still needed eight days' delay to bring forward your complaints to my dispatched council members, which delay I not only grant and accord to you, but add another eight days hereto in order to give you ample time to draw up your concerns in writing. Meanwhile, I have recalled my dispatched council members to Gale because the Company's service makes their Honours' presence here necessary. As soon as the time set by me shall have arrived, which will be around the 10th, 11th, or 12th of the upcoming month of May, a second commission will be sent by me to the place best suited for it, to which I trust you will present your complaints and grievances according to the truth of the matters with all calm and modesty. Meanwhile, as a good supreme ruler who takes your concerns to heart, I recommend that you continually conduct yourselves peacefully and modestly, while you may rest assured that you will obtain fair justice in your just complaints. You must not become alarmed about the arrival of some military troops in Matura; the same are not being sent to harm you as long as you conduct yourselves quietly, being intended solely to protect the Company's authority, forts, warehouses, and effects. This serves for your information, while I once again recommend modesty and 1336 and faithful adherence to the Honourable Company, which will not abandon you in your just grievances. Thus this was dispatched the 26th of April 1790. Was signed: P:s Sluijtken Furthermore, it was agreed to request and propose to the esteemed Ceylon Government to be pleased to send a Commission from Colombo, or else to authorize this government to dispatch a second Commission from here to the said Mutineers after the aforesaid time of delay shall have expired, in order to ascertain further whether peace and tranquility in the Matura Dissavony cannot be restored by hearing and recording the complaints of these people. Hereafter, the Lord Commander also made known to the assembly that yesterday morning the overseer of the Morruacorle, Ritmuller, arrived here via the Gale Korle, having declared that although the disgruntled inhabitants of this province had done him no harm whatsoever, he had nevertheless found himself obliged to depart, partly because the inhabitants themselves had strongly urged him to do so, and secondly because they had taken from him both his people who work in the plantations as well as his lascoreens and private attendants, which is why he had departed out of fear that some misfortune might befall him, leaving behind two slaves and various goods, the loss of which he conscientiously estimates at four or five hundred Rds., requesting to be allowed to depart for Matura. Whereupon it was agreed to permit the said Ritmuller to depart for Matura. Thus 1337 Thus resolved in the city of Gale on the day aforesaid. Was signed: P: Sluijsken, M. van der Spar, J. L. Schede, L: Aems, N: B: Martheke, C: F: W: De Ranith, G. J. D: D'Eotandauw, A: E: De Zij, and C: L: B: van Albedijke. Below stood: Agreed. Signed: M. J. Gratiaen, First Sworn Clerk. Agreed. Hijbrands, Free clerk. Maas Examined.
Dutch transcription
alhier aangekoomen, en daar op is ook regt ge„ daan, wij verzoeken dus zeer ootmoedigst dat dus danige heeren als nu mooge gezonden worden om de groote onregtvaardigheeden die aan een ieder van ons in de Matureesche dessavonij woonagtig, overgekoomen te onderzoeken en dat dit een en onder den wel Ed: groot Achtb: heer goeverneur te Molombo mag worden in kennis gebragt. Nog verzoeken wij op het aller oodmoedigst dat een billijkke schikking mag worden gedaan op dat wij onze klagten na behooren kunnen inbrengen en tevens om de naame Gods ons te willen verschoo„ nen zo 'er eenige fouten in deese onze verzoeken mogten werden gevonden. Aldus is deese geschreeven en afgehonden in den Jaare 1790. den 25:' April door Roepesinge Attoe„ Kool Avraatje, den vidaan Awaetge, de Linne Aatge, de vidaan Awaatge van Ma„ vemte den vidaan Aatgele van Heenegamme en Riandoewe, de vidaan Arraatge van Di„ gielle walle hadde, uit naam van de kleene hoofden en ingezeetenen van de Belligamkorle, de vidaan Aatgele van de Korle, Don Joean Dissenaigke Arraetge der Korle, de vidaan Arraetge van Bilpagamme de vidaan Arraatje van Attoerlige Bopagod de Siribaddene arraetje lokdoege arraetje van de Sabanderij uit naam van de klijne hoofden en ingezeetenen van de gangebad de pattoe /: aan het hoofd derola: /:was„ geteekend:/ met twaalf onlees baare hand„ „teekeninge. 1335 teekeningen. /:onderstond:/ voor de translaatsie /: Gale den 26. ' April 1790. /:was geteekend:/ J: H: Brechman gesw: klerk /:in margine:/ voor de vertaaling /:geteekend:/ S: D: S: wid„ Jenaijke geswoore tolk: waar op aangemerkt zijnde „ Dat het schillijks torug keeren van DE: van Schuler en de vos mogelijk eenig mistrouwen dat van quaade gevolgen zoude kunnen zijn bij de muij„ telingen mogte verwekken. 2:/ Dat de muijtelingen zelve om een kommissie van Kolombo verzoeken. 3: Dat men deese muijtelingen zoo veel mogelijk diend te ammuteeren om teijd te gewinnen ten einde de noodige toestellen te kunnen maaken ingevalle het noodig mogte worden deese misnoegde menschen door geweld van troupen aante lasten Is goed gevonden en verstaan aan de muijtelingen een ola aftevaardigen van den volgende inhoud. Consept. Tanas ola uit de verscheijde berigten die ik van uwlieden ont„ fangen hebbe, vernaam ik met veel genoegen dat gijlieden uw stil gedraagd en geene baldadigheeden tegen te Ed: Komp: bestaat Gijlieden hebt mij doen weeten dat gij nog agt dagen uitstel noodig had, om aan mijne af„ gezondene raadsleeden uw lieden klagten voortebrengen, welke uitstel ik uwlieden niet alleen toesta en akkordeere maar hier nog agt dagen bijvoege om uw liede volkoomen tijd te geeven uwliede bekommeringen in geschrifte Jntusschen tijd heb ik mijne afgezondene Raadsleeden na Gale terug geroepen wijl 'skomp:s dienst hun EE. aan weezen alhier noodzakelijk maakt zo dra de door mij gestelde teid zal verscheenen zijn het welk omtrend zal weeden den 10 1. of 12. van de kort aanstaande maand Meij zal een tweede kommissie op de best daar toe geschikte plaats door mij gezonden worden, waar aan ik vertrouwe dat gijlieden met alle bedaardheid en bescheidentheid uwe klagten en beswaaren na waarheid der zaaken zult opgeeven. Jntusschen be„ veele ik uw lieden als een goed opperge„ bieder die uwrlieden bekommeringen ter harte neemt aan van uw voortduu„ rend, vreedzaam en beschijden te ge„ draagen terwijl uw lieden uw kunt verzeekerd houden dat gij in uwe billijke klagten een billijke regt zult verkrijgen Gijlieden moet over de komste van eenige militaire troupen te Mature niet bevreesd worden; dezelve worden niet gezonden om uw lieden zoo lange gij uw stil gedraagd te vastijden zijnde alleen geschikt 'skomp.:s aanzien, forten, Magazijnen en effecten te beschermen. Dit diend tot uwlieden narigt, terwijl ik uw nogmaals de bescheidentheid geschriften op te stellen. en 1336 en getrouwe aankleeving aan de Ed: komp: die uw leeden in uw leeder billijke be„ swaaren niet verlaaten zal aanbeveele Aldus is deese afgezonden den 26. April 1790 /:was geteekend:/ P:s Sluijtken wijders is verstaan de geeerde Cijlonsche regee„ ring te verzoeken en voor te stellen om een Com„ missie van Rolombo te willen zenden dan wel deese regeering te kwalificeeren van een tweede Commissie van hier aan gedagte Muijtelingen na dat voor„ schreeve heijd van uijtstel zal verloopen zijn te mooge afvaardigen ten einde nader te ondervinden of door het aanhooren en opneemen van Rlagten deezer menschen niet de rust en de vreede in de Matureesche Dessa„ vong te herstellen is. Hier na gaf de Heer Rommandeur nog aan de vergadering te kennen dat gisteren morgen door de Gale Korte alhier aan„ gekoomen is de opzigter van de Mor„ ruacorle Ritmuller verklaard heb„ „beende bende dat schoon de misnoegde in woon„ deren dezer provintie hem hoegenaamd geen kwaad gedaan hebben hij zig egter verpligt gevonden had te vertrekken eensdeels wijl de ingezeetenen hem zelve daar om sterk hadden aangehouden en tweedens wijl hij hem als zijn volk die in de plantagien werkken gelijk dok zijne laskorijns en partikuliere oppas„ sers hadden afgenoomen, waarom hij uijt vrees dat hem eenig ongeluk mogte overkoomen vertrokken was, agterlaatende twee slaaven en ver„ scheijde goederen welker verlies lij gemoedelijk op vier of vijfhonderd Rd. schat verzoekende na Mature te„ moogen vertrekken. waar op verstaan is gedagte Rit„ muller te permitteeren na Ma„ ture temoogen vertrekken Aldus 1337 Aldus Geresolveerd in de stad Gale ten dage voorsz: /:was geteekend.:/. P: Sluijsken, M. van der Spar, J. L. Schede, L: Aems, N: B: Martheke, C: F: w: De Ranith, g. J. D: D' Eotandauw, A: E: De zij„ en C: L: B: van Albedijke, /:onderstond:/ Accordeerd /:geteekend./ M. J. Gratiaen E. G. Klerk. — Akkordeerte Hijbrands Vlijklerk Maas Nagezien
English
Wednesday the 28th of April Anno 1790 Present The Right Honorable Lord Commander Peter Sluijsken The Honorable Administrator Mattheus van der Spar Captain Commandant Johan Lodewijk Schede Equipage Master Lucas Etems Pay Bookkeeper Nicolaas Bernardus Martheze Provisions Master Christiaan Fredrik Willem de Ranitz Fiscal Jean Jacques David d'Estandau First Warehouse Master Andreas Everhardus Delij First Overseer of the Galle Korale Pieter Willem Ferdinand Adriaan van Schuler Shopkeeper and Commissioner of the Arrack Pieter de Vos and Secretary Carel Lodewijk Baron van Albedijll Absent The Honorable Junior Merchant Hendrik Levin Martheze The meeting being opened, the Honorable members van Schuler and De Vos gave a verbal report of their completed commission to the discontented inhabitants of the Matara Disavony, which report mostly contained that which had already been presented by the said Honorable members in their successive letters sent to this Council, with the addition that they believe themselves to be fully convinced that the aforesaid discontented individuals have by no means gathered to commit any acts of violence, as, so far as has come to their knowledge, they have not yet undertaken the least mischief, but that they have gathered solely to present various complaints and grievances concerning injustices committed against them; that if they, the commissioners, had not been recalled, it had been their intention to proceed to Hakmana to the said discontented individuals, and they flatter themselves that if this had been able to take place, the affairs of these people Resolution Taken in the Council of Galle would quickly have been put right, since they displayed much confidence in their arrival. That in their Honors' opinion, in order to achieve a good result and bring the discontented to peace, it will be necessary to suspend some of the Headmen and send them up to Galle; which their Honors also conveyed to the Honorable Disava van Angelbeek, who, however, had been of a contrary opinion. That when their Honors were at Dikwella, there came to them some Chalias, inhabitants of Naotunna, complaining that by the people of the disavony, and particularly by an overseer of the cinnamon garden at Kapparatota in the Wellaboda Pattu, many of their cattle had been shot dead because these cattle had entered the cinnamon garden, which could not have been prevented since the cinnamon garden was not properly fenced. That the said Chalia complainants had handed over an ola of these complaints of theirs, which had been handed over by their Honors to the Honorable Disava van Angelbeek; that the Mudaliyar of the Wellaboda Pattu, by his improper conduct, had deeply insulted and scorned their Honors as commissioners of this government, but that they, at the request of the Honorable Disava van Angelbeek and upon his assurance that this man was very necessary, had much merit, and could not be spared, had consented that this man, having been condemned thereto by the Honorable Disava van Angelbeek, asked their Honors publicly for forgiveness and paid a fine of 25 rixdollars. That their Honors have executed their commission to the best of their judgment and will consider themselves particularly honored if their conduct may merit the general approval of this meeting. Whereupon it was unanimously resolved to take complete satisfaction in the conduct of the said Honorable van Schuler and De Vos during their commission in the Matara Disavony, except concerning the said Mudaliyar of the Wellaboda Pattu, who, as appears from their Honors' letter written to this Council on the 24th of April last, by his offensive conduct insulted even the Lord Commander and, in the commission, this entire government, and thus it was neither within the authority of the Honorable Disava van Angelbeek to decide this matter, nor within that of their Honors to be satisfied with his decision. For which reason it is agreed to disapprove the manner in which this matter regarding the Mudaliyar of the Wellaboda Pattu was decided and settled, as it is disapproved hereby; and it is further agreed to write to the Honorable Disava van Angelbeek to send this Native Chief here after all, unless he cannot be spared under any circumstances, the judgment of which it is resolved, for the present, to leave deferred to the Honorable Disava van Angelbeek. Furthermore, it is resolved to order the said Honorable Schuler and De Vos to submit a written report by way of a journal of everything that occurred to them during their recent absence from here on the commission to Matara. Subsequently, two secret dispatches from the Colombo Government dated the 25th and 26th of this month were read, the contents of which it is agreed to take for information. Furthermore, since the said Government permits that two members of this Council, at the request of the Honorable Disava van Angelbeek, may remain at Matara to assist his Honor, it is resolved to commission the Honorable members Delij and d'Estandau, as they are commissioned hereby, to hold themselves in readiness to depart for Matara in case the said Honorable Disava should still deem this assistance necessary. Thus resolved in the city of Galle on the day aforesaid. Was signed: P. Sluijsken, M. van der Spar, J. L. Schede, L. Atems, N. B. Martheze, C. F. W. de Ranitz, J. J. D. d'Estandau, A. E. Delij, P. W. Ferdinand A. van Schuler, P. de Vos, and C. L. B. van Albedijll. Below stood: Agrees. Signed: M. J. Gratiaen, First Clerk. J. C. Agrees Hijbrands Clerk Pompeus Examined
Dutch transcription
Woensdag Den 28 April A=o 1790 Present Den Wel Edelen Achtb: Heer Kommandeur Peter Sluijkken E Administrateur Mattheus van Der Spar kapitijn Kommandant Iohan Lodewijk Schede Equipagiemeester Lucas Etems soldij Boekhouder Nicolaas Bernardus Martheze Dispencien Christiaan Fredrik Willem De Ranitz „ Fiskaal Jean Jacques David D' Estandau Eerste Pakhuijs meester M Andreas Everhardus Delij „ „ opzienden den Gale Corle Pieter Willem Ferdinand Adriaan Van Schuler „ Winkelier en Commissaris van den Arrek Pieter De Vos en „ „ Sekretaris Carel Lodewijk Baron van Albedijhb Absent Den E: onderkoopman Hendrik Levin Martheze De Vergadering geopend zijnde deeden de E Leeden van Schulen en Devos mondelijk verslag van Huune volbragte Commissie bij de misnoegde in woonderen der Matureesche Descavonij, welk verslag meest al onthield het geen reeds door gem E:s Leeden bij hunne suc= „cessive aan deese Vergadering overgezonden Brieven voorkomt met bij voeging dat zij volkoomen overtuijgd moenen te zijn, dat voorsz: misnoeg de geensints te zaamen gekoomen zijn, om eenige baldadig= heeden te bestaan als hebbende zoo veel hun te ovre is gekoomen, nog niet het minste kwaat ondernoomen maar dat zij zig alleen ver= gadert hebben om verscheide klagten en beswaaren over hun aange= daane Onregtvaardigheeden in te brengen; dat zoo zij gecommitteer dens niet terug geroepen waaren hun voorneemen geweest was, zig na Hakman bij ged:e misnoegden te begeeven, en zig vlijen dat zoo dit hadde kunnen geschieden de zaaken van deese menschen Resolutie Genoomen in Raads van Gale schielyk „ „ „ „ „ „ 1338 schielijk zouden teregt gebragt zijn, wijl ze veel vertrouwen in hunne komste hebben laaten blijken Dat na Hun E:s gevoelen om een goed gevolg te berijken en de misnoegden werden tot vreede te brengen het noodzakelijk zal zijn om eenige der Eerste Hoofden te suspendeeren en na Gale. op te zenden; het welk hun E:s ook den E Dessave van Angelbeek hebben te kennen gegeven, die echter van een strijdig gevoegen was geweest. Dat toen Hun E: te Diekwelle waaren aldaar bij Hun ge= koomen zijn eenige sjaliassen inwoonders van Naudoene zig beklagende dat door de volkeren van de dessavonij en wel in't besonden door een opzigter van de Kaneel thuijn te kappoe„ gamme in de wellebadde pattoe veele van hun koebeesten dood geschooten waaren wijl deese koe beesten in de kaneel thuijn gekoomen zijn het welk niet heeft kunnen belet worden wijs de kaneel thuijn niet gelijk behoord be= paggerd was. Dat gom sJaliassen klagers van deese hunne klagten een ola hadden overgegeven die door Han E aan den E: Dessave van Angelbeek waaren ter hand gesteld dat de Modliaar van de wellebadde pattoe door zijn onhebbelijk gedrag hun E:s als Gecommitteerdens van deese regeering ten hoogsten beleedigd en gehoond had dog dat zij op verzoek van den E: Dessave van Angelbeek en op desselfs betuijging dat deese man zeer nood= zakelijk was, veel verdiensten had en niet kon gemist worden, zig hadden laaten wilgevallen dat deese man man door de E: Dessare Van Angelbeek daar toe ge= Condemneerd, Han E: Publick om exkus had gevraagd, in 25 res boete betaald Dat Hun E:s na hunne beste waderes oordeel hunne kommis„ „sie hebben waar genoomen en zig bezonders vereerd zullen vinden in dien desselven Gedrage n algemeene Goed= keuring deeser vergadering moge verdienen. Waarop een paariglijk beslooten wierd in het gedrag van Gem: E: van Schuler en Devos geduurende hunne Commissie in de Matureische Dessavonij volkoomen genoegen te neemen, uijtgezondert, aangaande gem Modliaan van de Wellebaddepattoe, die, blijkens Hun E=s missive van „Iongst den 24 April erleden aan deese Vergadering geschree= „ven, door zijn, aanstootelijk gedrag, zelvs den Heer Kommandeur, en in de Commissie deese geheele re= „geering beleedigt heeft, en het dus nog aan den E: Dessave Van Angelbeek niet stond deese zaak te beslissen, nog aan Hun E„s om met dies beslissing te vreeden te zijn Waarom verstaan is, de wijze waarop deese zaak aan gaande de Modliaan, van de Wellebadde pattoe be= „slist en afgedaan is te dis aprobeeren gelijk zij gedis= „ approbeerd word door deesen en is voorts verstaan den E: Dessave van Angebbeek aan te schrijven om dit Jnlandsche Hoofd als nog na herwaards tezen 1 ed te zenden, ten zij hij volstrektelijk niet mogte kunnen gemist worden waar van beslooten is de beoordeeling voor 't teegenwoordige, aan den E: Dessave van An= gelbeek, gedefereerd te laaten Wijders is beslooten gem E: Schulen en Devos aan be „te beeveelen om als nog een schriftelijk Rapport bij wijse van een Dagregister van al het geen Hun ge= „duurende hunne Laatste afweezigheid van hier in Kommissie na Mature, is voorgekoomen Overtleggen Vervolgens zijn geleesen twee seoreite kolombosche regeerings missive van den 25 en 26 deeses waarvan verstaan is dies inhouden tot narigt te neemen. Wijders is wijl de wel gem Regeering permittere dat twee Leeden deeser Vergadering op verzoek van den E Dessave van Angelbeek tot zijn E: Assistentie te Mature moogen blijven beslooten de E:s Leeden De Lij en D'Estandam te kommitteeren, gelijk ze gecommitteerd zijn door deesen deezen 1340 Deesen om zig gereed te houden na Mature te vertrekken, in gevalle ged: E: Dessave deese assistentie als nog mogte noodig oordeelen. Aldus Geresolveerd In de Stad Gale ten dage voorschreeven /was getekend/ P:s Sluijsken, M: van daspara I: L. Schede, L: Atems N: B:s Martheze, C: P: W: De Ranitx: I: J: D: Estanden, a l De Li„ P W. Ferdinand, G: van Schulen, P De vos en C: L: B van Albedijkh /:onderstont / accordeert /:geteekent:/ M: J: Graticnen E: G: Clerke. J: C Akkordeert Hijbrands Ereerk Pompeus Nagezien
English
1341 Secret Wednesday the 26th of May Anno 1790. Present The Right Honorable Lord, Commander Peter Sluijsken, The Honorable Administrator Mattheus van der Spar, Master of Equipage Lucas Aams, Pay Bookkeeper Nicolaas Bernardus Martheeze, Fiscal and Cashier Jean Jaques David D'Estandau, First Warehouse Master Mr. Andreas Everhardus De Lij, Overseer of the Galle Korle Pieter Willem Ferdinand Adriaen van Schuler, Shopkeeper and Commissioner of Areca Pieter de Vos, and Secretary Carel Lodewijk Baron van Albedijl Absent Commandant of the Militia Johan Lodewijk Scheede, and on account of illness Junior Merchant Hendrik Levin Martheeze, Dispenser Christiaan Frederik Willem De Ranitz, excused on duty The Lord Commander made known that he had convened this meeting in order to bring a letter from the Lords Commissioners, Fretz and Samlant, received today from Mature, to the reading of the Honorable Members, and subsequently to take the necessary decisions regarding its content. Resolution taken in the Council of Galle on the occasion of an extraordinary meeting in the Commandery. Gale Gale To the Honorable and Respected Lord! Peter Sluijsken Commander of the City and Lands of Gale Mature as well as the Council Honorable and Respected Lord! Especially Good Friends! We have the honor to communicate to Your Honors that this afternoon we have caused to depart thither the Mudaliyar of the Weligam Korale, the Vidane Mohandiram of the Baygams, and the Mohandiram and head of the Kande Korale, whom we, together with the second interpreter Mohandiram, have discharged from their respective offices at their request, as we learn that this will have a notable influence on the minds of the mutineers and thus will contribute much toward the restoration of peace in this Disavany. The aforesaid heads have orders to remain and stay there until they shall receive any further orders. We call ourselves furthermore with all respect and underneath was written: Honorable and Respected Lord and Especially Good Friends, Your Honors' obligated friends, was signed: D. T. Fretz and A. Lamlant. In the margin: Mature the 24 May Anno 1790. 1342 After the reading of the aforesaid letter was completed, the Lord Commander submitted to the consideration of the Honorable Members whether, after the arrival of the aforementioned Maturese heads, they should be given freedom during their stay in Gale to reside outside or inside the city at their pleasure, or whether one should restrict them to staying inside the fortress. Whereupon it was deliberated and in particular noted that, although as yet there is no evidence that the said heads have made themselves guilty, and one on the contrary might assume from their honorable discharge that the Lords Commissioners have found them guilty of nothing, yet, if the said heads were given the freedom to reside outside the city in the country at their pleasure, it could easily make a wrong and bad impression on the minds of the mutineers and other inhabitants, who regard the said heads as oppressors of the people who were arrested at Mature because of their suspicious conduct and are now dismissed from their services, with removal from the Disavany; and that if these heads now obtain full freedom here at Gale to appear everywhere in the country with full honor and esteem, the mutineers might easily come to the idea that the affair of these heads has already come to an end, and that no further accounting will be demanded of them, through which idea quite possibly the so much desired peace and quiet in the Maturese Disavany would not be restored so quickly. And it was unanimously approved and agreed to oblige the said Maturese heads to stay inside this fortress during their residence at Gale. Thus resolved in the city of Gale on the day aforesaid. Was signed: P. Sluijsken, M. van der Spar, L. Hams, N. B. Martheeze, J. J. D. Estandauw, A. E. de Lij, P. W. F. A. van Schuler, P. de Vos, and C. L. B. van Albedijl. Underneath was: Agrees. Signed: M. J. Gratien, First Clerk. Agrees Hijbrands Clerk Secret. Thursday the 10th of June Anno 1790. Present. The Right Honorable Lord Commander Pieter Sluijsken, The Honorable Administrator Mattheus van der Spar, The Honorable Captain and Commandant Johan Lodewijk Schede, The Honorable Master of Equipage Lucas Adams, The Honorable Fiscal and Cashier Jean Jaques David D'Estandeau, The Honorable First Warehouse Master Mr. Andreas Everhardus De Lij, The Honorable Overseer of the Galle Korle Pieter Willem Ferdinand Adriaen van Schuler, The Honorable Shopkeeper and Commissioner of Areca Pieter de Vos, and The Honorable Secretary Carel Lodewyjk Baron van Albedijhl Absent The Honorable Pay Bookkeeper Nicolaas Bernardus Martheze, The Honorable Junior Merchant Hendrik Levin Martheze, and The Honorable Dispenser Christiaan Fredrik Willem De Ranitz, All on account of indisposition. The Lord Commander made known that he had convened the meeting to give the Members a reading of a letter just received from the Honorable Disava van Angelbek of Mature, in order to hold deliberation over its contents and take the necessary decisions; whereupon the said letter was read, being of the following content: Gale. To the Honorable and Respected Lord Pieter Sluijsken Commander of the City and Lands of Gale Mature Etc., as well as the Council Honorable and Respected Lord and Especially Good Friends The condition of this Disavany is currently becoming so critical that I begin to fear for very bad consequences. Gale Resolution taken in the Council of Gale. 1343
Dutch transcription
1341 Secreet Woensdag den 26:' Maij A„o 1790. Present De wel Edele Achtbaere Heer, Commandeur Peter Sluijsken, De E: Administrateur Mattheus van der Spar„ Equipagiemeester Lucas Aams, soldij boekhouden Nicolaas Bernardus Martheeze, „ Fiskaal en kassier Jean Jaques David D' Estandau, „ „ Eerste Pakhuijsmeester M Andreas Everhardus De Lij„ „ opziender der Gale korle Pieter Willem Ferdinand Adriaen van Schuler, Winkelier en Commissarissen der Arreek Pieter de Vos en Secretaris Carel Lodewijk Baron van Albedijl Absent „ kommandant der Militie Johan Lodewijk scheede en weegens ziekte „ „ onderkoopman Hendrik Levin Martheeze, „ „ Dispencier Christiaan Frederik Willem De Ranitz gesccepeerd in de Dienst De Heer Commandeur gaf te kennen deeze bij eenkomst te hebben belegd, om een briev van de Heeren Commissarissen, Fretz en Samlant, heeden van Mature ontvangen, de E: Leeden der Lectuur te brengen en vervolgens over dies inhoud de noodige besluijten te neemen. Resolutie genoomen in Raade van Gale bij Geleegenheijd van een ex„ „presse bij eenkomst in het Com„ „mandement. Gale „ „ „ Gale Aan den E: E: Achtbaaren Heer! Peter Sluijsken Kommandeur der Stad en Landen van Gale Mature Neeven & den Raad E: E: Achtbaare Heer! Bijzondere Goede vrienden! „wij hebben de Eere uw E:E: Achtbaaren te Communiceeren „dat wij heeden nademiddag na derwaards hebben doen „vertrekken de Modliaar der Welkebaddepattoe, den „viedaam Mohandiram der Baijgams en den Mohand „diram en hoofd van de kande baddepattoe, Die we „nevens den tweeden tolk Mohandiram, op hun verso „uijt hunne respective Bedieningen ontslaagen heb„ „„ben, wijl we verneemen dat zulx een merkelijken „invloed zal hebben op de Gemoederen der muijteling „en dus veel zal contribueeren ter herstelling van „de Rust in deeze Dessavonij voorschreeve hoofden „hebben ordre om aldaar te verblijven vertoeven tot „dat zij eenig nader bevel zullen koomen te ont„ vangen. Wij noemen ons voorts met alle Achting on den Hon„ en 1342 „derstond:/ E: E: Achtbaere Heer en Bijzondere Goede „vrienden Uw E: E: Achtbaere Dienstschuldige vrianden „ /:was geteekend:/ D: T: Fretz en A: Lamlant /: in marginen Mature den 24 Maij A 1790. Na volbragte opleezing van voorschr: Briev gaf: de Heer Commandeur de E:s Leeden in overdenking, of men na aankomst der vooren gemelde Matuureesche hoofden de zelve geduurende hun verblijf te Gale vrijheid zal moeten geeven, om zig buijten of binnen de stad na welgevallen te mogen ophouden, dan wel of men zig zal moeten bepaalen dezelve binne de vesting te laaten blijven! Waar op gedelibereerd en in het bijzonder aangemerkt is, dat schoon als nog geene bewijzen zijn dat gemelde hoofden zig hebben schuldig gemaakt en men ter contrarien uijt Hun honorable ontslag wel zoude moo „gen veronderstellen dat de Heeren Commissarissen Hun aan niets schuldig bevonden hebben, het egter indien aangedagte hoofden vrijheid gegeeven wierd buijten de stad in het Land zig na welgevallen te mogen opgehouden ligtelijk een verkeerden en kwaaden Jndruk zoude kunnen maaken op de Gemoederen der Muijtelingen en andere Jngezee„ „tenen, die gedagte Hoofden als verdrukkers des volks aanmerken die weegens hun in verdenking leggend gedrag te Mature gearresteerd, en nu uijt hunne diensten, met verwijdering uijt de Dessavonij„ ontslagen zijn, en dat zo deeze hoofden nu hier te Gale volle vrijheid bekoomen, om zig met volle Nagezien Pompens: volle Eere en aanzien, over al in het Land te kunnen vertoonen de Muijtelingen ligtelijk in het denk„ beeld zoude kunnen koomen, dat deeze hoofdens zaak reeds ten Eijnde geloopen, en hun verder geen verantwoording opgelegt zal worden, door welke Denkbeeld heel mogelijk de zo zeer te wen„ „schen Rust en vreede in de Matuureesche Dessavonij nog zoo spoedig niet zoude hersteld worden. En is met Eenpaarigheid van stemmen goedgevonden en verstaan, om gedagte Matureesche hoofden ge„ „duurende derzelver verblijf te Gale te verpligten zig binnen deeze vesting op tehouden. Aldus Geresolveerd in de Stad Gale ten dage voorschreeven /:was geteekend:/ P=r Sluijsken, M: van der Spar, L Hams, N=: B: Marthee„ „ze, J: J: D Estandauw, A E: de Lij, P: W: F: A van Schuler Pr de vos en C: L: B: van Albedijl. /:onderstont / accordeert /:geteekent : M: J: Graticnen E: G: Clerk Accordeert Hijbrands Eklerk Secreet. Donderdag den 10 Junij Anno 1790. Present. Den Wel Edelen Achtbaaren heer Commandeur Pieter Sluijsken, Den E: administrateur Mattheus van der Spar, Den E: kapitein en Commandant Johan Lodewijk Schede, Den E. Equipagie meester Lucas Adams Den E: Fiskaal en Kassier Jean Jaques David D' Estandeau Den E. eerste pakhuijsmeester M=r Andreas Everhardus De Lij, Den E. opziender der gale Korle Pieter Willem Ferdinand Adriaen van Schuler Den 8. Winkelier en Commissaris van den Arreek Pieter de Vosen Den 8. Sekretaris Carel Lodewyjk Baron van Albedijhl Absent Den E. zoldij Boekhouder Nicolaas Bernardus Martheze, Den E. Onder koopman Hendrik Levin Martheze, en Den E. dispensier Christiaan Fredrik Willem De Ranitz Alle weegens indispositie De heer Commandeur gaf te kennen de vergadering te hebben belegt om DEs Leeden Lectuvla te doen verkrijgen, van een zoo even ontvangene Brief van Den E: Dessave van Angelbek van Mature; ten eijnde over dies inhoud deliberatie te houden en de Noodige besluijten te Neemen; waarop gedagte Brief opgeleesen wierd, zijnde van den volgenden inhoud gale. Aan den E: E: Achtbaere Heer Pieter Sluijsken Kommandeur der Staden Landen van gale Mature Etc=r. Neevens den Raad E: E: Achtbaare Heer en Bijzondere goede Vrienden De toestand van deese Dessaronij woord teegenswoordig zoo haggelijk, dat ik voor zeer kwaade gevolgen beginne te Gale Resolutie genoomen in Raade van Vreesen op. 1343
English
to fear. The gentle measures employed until now seem only to have given the mutineers greater courage, for although they were given the necessary answer to their general complaints that were submitted, and all the justice has been done to them that could possibly be done, and at their mere verbal request the Moodliaar of the Wellebaddepattoe, the second Interpreter Mohandiram, and the Mohandirams of the Kandebaddepattoe and Baijgams were first arrested, then dismissed from their offices, and subsequently sent thither, notwithstanding nothing has yet been proven to their charge, and a general pardon was given to them prior to all this, they, instead of calming down, have become even more furious. They not only mistreat everyone who has not joined them, but they have also plundered the house of the Jagereros Aratchie at Meddeoejangodde in the Gangebaddepattoe, and deprived him of goods and cash to the value of about 3000 Rds. Likewise, yesterday they forced the house of the Mohandiram of Attoedare and took from him and his brother paddy goods and silverware, cash, and other goods to the value of 11200 Rds. They have partially broken and chopped down the fences of the cinnamon garden at Kappoegamme, which they also did in the pepper garden that is to be found in that same village. According to rumor, they have seized Modliaar Wiejesinge, to whom the authority of the Wellebaddepattoe was provisionally entrusted, and carried him off with them; more certain is the report that they have done this to the Gajeman Aratie. At present, nothing more remains to us than the Four Gravets; all the other districts are in revolt. The guard posts of the mutineers stand on the side of the Wellebaddepattoe on this side at the boundary border of the Lordship of D'ondure, and according to a report just received, it will be placed tomorrow morning on the Red Mountain. On the side of the Gangebaddepattoe it stands at Nadoegodde, and on the side of Gaale in the village of Kambroegamme. The mutineers likewise threaten to enter the Four Gravets, and to that end already sent a sannaas into the Four Gravets the day before yesterday, whereby they urge the inhabitants to bring their goods inland and join them, under the threat that if they did not do so in the meantime, they would then come themselves. To counter all these brutalities and to reassure the good inhabitants of the Four Gravets, with the approval of the Commissioners, the Redoubt of Eck will for the time being be manned with a detachment of 50 heads under the command of a European officer, and the necessary outposts outside the fort will also be posted here, everything, however, under the most prudent regulations. According to reports, the mutineers have received orders from their so-called head Madoegodde Appoe, although he is actually only the henchman of more prominent persons, to assemble together tomorrow in the Lordship of Belligam, with the intention of invading the Talpepattoe, and according to report to penetrate as far as Oenewatte. Not too much reliance can be placed precisely on these orders, as it is now the custom of the mutineers, if they wish to go to the Girrewaijs tomorrow, to pretend that they are departing for the Belligam Korle. Meanwhile, these reports maintain that some of the inhabitants of the Talpepattoe are staying among the mutineers, and that it is their real intention to incite the Gale Korle into rebellion as well. On account of this worsened state of this Dessawony, I request Your Honorable Worships to please supply me as soon as possible with the 2500 bullets and 40 quires of cartridge paper requested by letter of 28 April, as well as the medicines and 3 lasts of salt, since no salt is to be obtained from private individuals here. I have the honor to be, with the highest esteem, Honorable Worshipful Sirs, Special Good Friends, Your Honorable Worships' duty-bound friend and servant. Signed, C. van Angelbeek. In the margin: Matura, 9 June Anno 1790. After the reading of the aforementioned letter was completed, the present precarious circumstances of the Commandement of Gaale were noted generally with regret, and it being put to the question what conduct this Government will be obliged to maintain, and what measures are to be devised to attend to the Company's and general interests in the best manner in the present so dangerous situation, it was noted that the esteemed Government of the Ceylon administration, having deemed it necessary and approved to send over the Commissioners Fretz and Samlant to
Dutch transcription
vreesen. De zagte middelen tot nu toe gebesigt schijnen aan de muijtelingen maar te meerdere moed gegeeven te hebben, dan off schoon aan hun op hunne ingebragte generaale klagten, het noodig beschijd is gegeeven worden, en hun al dat regt is geschied, dat met moogelijkhijd kan gedaan worden, en op hun Enkeld mondeling versoek de Mondliaer van de welle baddepattoe, de tweede Tolk Mohanderam en de Mohandirams van de kandebadde pattoe en Baijgams eerst gearresteerd daarna van hunne ampten ontslaagen en vervolgens na derwaards gesonden zijn, niet tegen= staande nog niets ten hunne Lasten beweesen is, en hun nog voren dit alles een generaale pardon is gegeeven, zoo zijn te in stede van te bedaaren nog woedender geworden zij mishandeln niet alleenig alle en een iegelijk die zich met bij hun gevoegt hebben, maar zij hebben ook het huijs van de Jagereros Aractie te Meddeoejan godde in de gange baddepattoe gespolieerd en zoo aan goederen als Contanten hem de waarde van omtrent 3000 rd=s ontnoomen. Jnsgelijks hebben ze op gisteren het huijs van den Mohandiram van Attoedare gevorceerd en van hem en zynen Broeder aan Nelie goed en zilver werken kontanten en verdere goederen ter waarde van 11200 Rd=s ontnoomen. De paggers van de kanneel tuijn te kappoegamme hebben zij gedeeltelijk gebrooken, en om verre gekapt, het welke zij ook gedaan hebben in de Peper tuijn die in dat zelfde Dorp te vinden is, volgens gerugt hebben zij den Modliaar wiejesinge, aan de welke provisioneel het gezag van de Wellebaddepattoe opgedraagen was, opgeligt 1344 Opgeligt en met zig gevoerd, meer zeeker is het geriegt dat ze dit den Gajeman Aratie gedaan hebben. thans blijft ons niet meer overig dan de vier gravetten alle de Overige Distrikten zyn in Revotie. De wacht posten der Meute- =lingen staan aan de kant van de de Wellebadde pattoe aan deese kant op de Liemiet Scheijding van de Heerlijkhijd van D'ondure en volgens zoo eeren ontfangen bericht zal die morgen Ogtend op de roode Berg gelegt worden. Aan de kant van de gange badde pattoe staat die te Nadoe= =godde en aan de kant van Gaale in het Dorp Kambroe¬ =gamme. De muijtelingen drijgen insgelijks binnen de Vier gravetten te koomen en hebben ten dien eijnde reeds eergister een sannaes in de Vier gravetten gezonden waar bij ze de ingezeetenen aanmaanen om hunne goederen Land- wards inte„oeeren en zig bij hun te vervoegen, onder bedrijging dat zoo ze dit in die tusschen tijd niet deeden zij als dan zelfs zouden koomen. Tot teegen gang van alle deese brutaliteiten en om de goede ingezeetenen van de Vier gravetten gerust te stellen zal met goedvinden van heeren Commissarissen voor eerst de Redout van Eck met een Detachement van 50 koppen onder het gezag van een Europees Officier als meede hier buijten het fort de noodige buijten posten gesteld worden, alles egter onder de voorzigtigsten bepaalingen. Volgens berichten hebben de muijtelingen van hunne zoo= genaamd hooft Madoegodde appoe hoewel hij eijgentlijk maar de noodhelper van meer aanzienelijke is, ordre gekreegen om zig gezaamentlijk op morgen in de Heerlijkhijd van Belligam te vergaderen, met voorneemen om in de Talpe pattoe in te vallen, en volgens zeggen tot na oenewatte door te dringen op. Op deese ordres kan juijst niet als te veel staat gemaakt worden wijl het thans de gewoonte der Muytelingen, is zoo ze morgen na de girrewaijs willen gaan zij voorgeeven dat ze na de Belligam Korle vertrekken. Jntuschen willen deese berigten dat 'er eenige der Jnwoonderen van de Talpepattoe zich bij de muijtelingen ophouden, en dael het hun werkelijk voorneemen is om de gale Korle ook in opstand te brengen. wegens deese verergerde staat van deese Dessawonij versoek ik uw EE: Achtb: my met de bij Brieve van den 28 April versogte 2500 koegels en 40 Boeken Pattroon Papier als meede de medicamenten en 3 Lasten zout als zijnde alhier bij Par= =tikulieren geen zout te bekoomen, zoo spoedig als mogelijk gelieven te gerieven. Ik hebbe de Eer met de meeste achting te zijn— /:onder stond / E: E: Achtbaere Heeren Bijzondere goede Vrienden Uw. E:E: Achtb: Dienst schuldige Vriend en Dienaar. /:was geteekend/ C: van Angelbeek:/ in margine:/ Matura den 9 Junij Anno 1790: Na volbragte Lectuur van voorschreeven Brief wierd all¬ gemeen met leedweesen de tegenwoordige haggelijke Tijds omstandigheeden van het gaalsch Commendement opgemerkt en in om vraage gebragt zijnde welk gedrag deese Regering zal verpligt zijn te houden, en welke maatregeln te beraamen zijn, om in de tegenwoordige zoo gevaarlijke toestand 's Comp=s en algemeene belangen op de beste wijse te behartigen. wierd aangemerkt dat de geeerde Regeering des Ceijlonschen gouvernements noodig geoordeelt en goedgevonden hebbende DE=s Commissarissen Fretz en Samlant over te zenden ten.
English
In order to investigate and settle the grievances of the assembled inhabitants in the Matara Dissavany in the name and on behalf of the said Government; it is therefore not open to this Council to interfere in this matter as long as the unrest does not extend beyond the Matara Dissavany; all the more because the said Government has not deemed it advisable to impart to this Council any information regarding the mandate and the activities of the said Commissioners, by which this Council has certainly been relieved of all responsibility for bad consequences; however closely the Matara Dissavany is subordinate to this Government by the Lord Masters. However, that according to the aforementioned letter, the rebellion of the dissatisfied inhabitants will possibly also spread to the Galle Korle, the danger in that regard being at times very near, and it not appearing that the commission of the Honorable Fretz and Samlant is also limited to that province; this Council is obliged to break the silence maintained until now and to apply its attention to the master's welfare; so as not to make itself guilty of and accountable for an excessive silence before the supreme High Government of these lands. That in order to deliberate upon the measures to be taken in this situation, and not to proceed mistakenly and contrary to the intention of the Government at Colombo, and because if the unrest also spreads to the Galle Korle, the understanding that will then certainly exist between the dissatisfied inhabitants of the Matara Dissavany and those of the Galle Korle will necessarily require a harmonious conduct and course of action of this Government with the Honorable Commissioners Fretz and Samlant; 1345 this Council must be informed not only of the actual present circumstances, movements, and intentions of the mutineers, but also of the plan that has been prescribed to the Honorable Commissioners Fretz and Samlant and is being pursued by their Honors. That on the grounds of the aforementioned and considering that there is possibly no time to lose, one should immediately ask the Honorable Commissioners Fretz and Samlant for a most adequate disclosure of affairs, and propose to their Honors to communicate to this Government, if their instructional papers contain any qualification to that effect, decisions as to how one ought to act in order to promote the intention of the Government at Colombo and thus the interests of the Honorable Company and its good subjects in the best manner; which their Honors will certainly not refuse unless their received orders forbid such. That a copy of this communication to the Honorable Commissioners should be sent to the esteemed Ceylon Government; to present to their Honors the observation of this Council, and at the same time to request positive orders whether this Government shall not interfere in any way whatsoever with the unrest that currently exists in this Commandery, whether it shall be confined solely to the Matara Dissavany or extend further; and if so, to what extent this Government may and can engage with it, and what the actual intentions of the Government are in this matter. That furthermore, if it should happen that the mutineers were to penetrate into the Galle Korle before one receives the requested information from the Honorable Commissioners Fretz and Samlant and the requested orders from Colombo, it is necessary to take a decision as to how this Government must conduct itself in this case. And upon this, it was approved and agreed unanimously to respectfully communicate the deliberations of this Council to the esteemed Ceylon Government this very day and to request their supreme honored orders; to make known the observation of this Government to the Honorable Commissioners Fretz and Samlant; furthermore, if it should unfortunately happen that the unrest also spreads to the Galle Korle, this Council shall then be convened immediately in order to take the necessary measures according to the findings of the news that will then be brought. After this, the Lord Commander informed the Council that his Honor, in the first days of the most recently passed month of January, had received an unsigned complaint ola, wherein several complaints, appearing to come from the inhabitants of the Talpepattoe against the Mohandiram and Korale of that pattoe, were presented, concerning the contents of which complaint ola his Honor, having interviewed his first Maha Mudaliyar Don Balthazar Dias as well as the said Korale, both of these native chiefs had individually testified and assured that this complaint ola could have been drawn up by none other than secret enemies of the said Korale; that the same was false; and that they vouched for it.
Dutch transcription
Ten eijnde de klagten der zaamen gerotte ingezeetenen in de Maturesche Dessavonij uijt naam en van weegen welgemelde Regeering te onderzoeken en afte doen; het dus deese Vergadering niet vrij staat zig met deese zaak, zoo lange de onlusten zig niet verder dan de Maturesche Dessavonij uijtstrekken, te bemoeijen; te meer wijl gedagte Regeering niet raadzaam geoordeelt heeft deeze vergadering eenige kennis neeming van den Last en de verrigtingen van gem: Commissarissen toetedeelen, waar door deese vergadering zeekerlijk buijten alle verandwoording van Kwade gevolgen gesteld is; hoe teer ook de Maturesche Dessavonij door Heeren Meestern aan deese Regeering ondergeschikt is. Dog dat volgens voorschreeve brief: de opstand der misnoegde Ingezeetenen zig moogelijk ook aan de gale korle zullende meede deelen, het gevaar, dien aangaande alte mets zeer na bij is, en het niet blijkt dat de Commissie van de E=d Fretz en Samlant zig ook tot die provintie bepaald; deese vergadering verpligt is om de tot nu toe gehoudene stil- =swijgenhijd te breeken en haare aandagt tot 's meesters wel sijn aan het werk te stellen; om zig niet bij de hooge opper Regeeringen deeser Landen aan eene al te verre gaande stilswijgenheid schuldig en verandwoordelijk te maaken Dat om de in deese gesteldheijd te neemene maatreegelen te beraamen, en om niet verkeerdelijk en tegen de intentie der Regeering te Colombo te werk te gaan, en wijl de onlusten zig ook aan de gale Korle meede deelende, de verstandhouding die als dan tusschen de misnoegden Jngezeetenen der Maturesche Des savonij, en die der gale Korle, zeekerlijk zal plaats vinden noodzaakelyk een overeenstemmend gedrag en handelwijse van deese Regeering met DE=s Commissarissen Fretz en Samlant. 1345 Samlant vereijschen; deese Vergadering onderrigt dient te worden niet alleen van de weesentlijke teegenwoordige omstandigheeden, beweegingen en voorneemens der muijtelingen maar ook van het plaan Dat HE: Commissarisse Fretz en Samlant is voorgeschreeven en dat door hun Es opgevolgt word. Dat men uijt hoofde van het voorschreeven en uijt aanmerking dat er moogelijk geen tijd te versuijmen is ten eersten aan DEs. Commissarissen Fretz en Samlant eene best voldoende opening van zaaken dient te vraagen, en hun E=s voorstellen van aan deese Regeering indien dezelve instruktive papieren hiertoe eenige kwalifikatie besluijten meede te deelen hoedanig men zig zal moeten gedraagen om de intentie der Regeering te Kolombo en dus het belangen der Ed: Compt: en haare goede Onder= =daanen op de beste wijse te bevorderen: Het welk een en ander Hun E= zeekerlijk niet zullen wijgeren ten zy hunne ontfangene ordres zulks verbieden. „aan Dat men van deese „ afschrijving aan D. Commissarissen de geeerde Eijlonsche Regeering een afschrift dient te zenden; haar E=s de opmerking deezer vergadering voor- =stellen, en teffens positive ordres te versoeken, off deeze Regeering zig met de onlusten die tans in dit Comman= dement existeeren hoe genaamd niets zal hebben te bemoeijen! Het zij dat dezelve zig alleenlijk tot de Maturesche Dessaronij dan wel verder zullen bepaalen. en zoo Ja:! in hoe verre deese Regeering zig daarmeede zal moogen en kunnen inlaaten! en welk eijgentlijk de intenties der Regeering in deese zijn Dat voorts indien het mogte gebeuren dat de muijtelingen in de gale Korle kwaamen in te dringen voor en al eer men de gevraagde onderrigting van DE=s Commissarissen Fretz en Samlant en de versogte ordres van Kolombo ontvangt men noodzaakelijk een besluijt dient te neemen hoe zig deeze Regeering in dit geval zal moeten gedraagen En is hierop met een paarigheijd van stemmen goed gevonden en verstaan nog heeden aan de geeerde Ceijlonsche Regeering de Deliberatien deezer Vergaadering eerbiedig meede te deelen en hoog derzerver geeerde ordre te versoeken; den HE=s Commissarissen Fretz en Samlant de opmerking deezer Regeering te kennen te geeven; voorts indien het onge¬ =lukkig mogte gebeuren dat de onlusten zig ook aan de Gale Korle meede deelen- deese vergadering als dan ten eersten zal bij een geroepen worden om na bevinding, der tijding die als dan zullen aangebragt zijn de noodige maatreegeln te neemen. Hier na gaf de Heer Commendeur aan de Vergaadering kennis dat zijn E: in de eerste daagen van de jongst gepas„ =seerde maand Januarij een ongeteekende klagt ola had ontfangen, waarbij verscheijde klagten, als van de ingezee- „tenen der Talpepattoe teegen den Mohandriam en Koraal dier pattoe koomende voorgestelde waaren over den Inhoud van welke klagt ola zijn Ed: Desselvs eerste porta Moddeljaar Don Balthazar Dias onderhouden hebbende gelijk ook gemelden koraal deese bijde Jnlandsche Hoofden elk in het bijzonder betuijgt en verzeekerd hadden dat deese klagt ola niet anders dan door hijmelijke Vijanden van gedagten hora opgesteld konde zijn; dat dezelve Valsch was; en zij 'er voor instonden
English
nevertheless That none of the inhabitants of the Talpe pattoe had brought or would bring any complaints. That the overseer of the Galle Corle, the Honorable van Schuler, had at that time also testified to having no reasons to suspect any dissatisfaction among the inhabitants in the Talpepattoe, for which reason His Honor had also treated this matter with silence. That His Honor, a few days thereafter, had again received a complaint ola provided with 5 illegible signatures, of virtually the same content and also against the repeatedly mentioned Korale, whereupon the already named Porta Modliar had again most solemnly assured that this Ola was false, and that he would vouch and be responsible if the inhabitants of the Talpe pattoe should bring forward any complaints whatsoever. That the overseer of the Galle Korle, the Honorable van Schuler, had also at all times testified that he could not assume that any grievance or dissatisfaction existed in the Talpepattoe. That His Honor, notwithstanding this assurance from a trusted porta servant and the testimony of the Honorable overseer van Schuler, had nevertheless deemed it proper and had agreed with the overseer of the Galle Korle van Schuler to have the following Sannas Ola published in the country, in order to assure himself thereby all the more of the true internal condition in the country. On the 18th of this month there was delivered to me a complaint ola against the Mohandiram and Korale of the Talpepattoe, Widjeswae Groeneratne Obejesegre, whereby it was announced to me Draft Mandate Ola. that that the same committed many injustices against his subordinates and that the same caused many damages to the Honorable Company. This complaint Ola was signed with 5 illegible signatures, whereby I do not know who the complainants actually are, and the content of this Ola is also so unclear that one cannot trace what the damages caused to the Honorable Company consist of. I cannot through this manner of complaining be convinced of the wrong that the Korale or other chiefs do to you or regarding the Company's interests, and thus by investigating such I would undertake fruitless effort, as I have experienced such more often in earlier days. If you therefore have complaints in the future, bring them forward, but with such proofs as was done clearly and plainly in 1758, and doing this with notice of what the complaints consist of and by what proofs the same are supported, then I will send European commissioners for a proper investigation; but otherwise, if it does not appear clearly and I am thus rendered unable to assure myself of the matter, I will consider the complaints as false and out of malice, and will have such complaint Olas burned by the executioner. Thus written and dispatched the 23 January 1790 by the Right Honorable Lord Commander Pieter Sluijesken. That His Honor had thereupon received from the said Korale a vindication Ola signed by nearly all minor chiefs, schoolmasters, village writers, mayorals, and other inhabitants to the number of 461 persons; which Ola, after completed translation, was found to be of the following content content: Translation of Sinhalese Vindication Ola against the accusations of the Mohandiram Korale of the Talpepattoe. To the Right Honorable, commanding, and generous Lord Commander, who governs well over all people present in Galle, Matara, and its dependencies with unchangeable love, compassion, deliberate consideration, and forbearance, the Vidane Mohandiram, Vidane Aratchi, Village Vidane, Mayorals, all other servants, and inhabitants of the Talpepattoe make known with all humility That since Your Right Honor arrived here as Commander, it has favorably pleased Your Right Honor, out of a continually nurturing love and compassion to all and every one of the Sinhalese people from all places who reside in Galle and Matara, upon the appearance of Your Right Honor on the most recent New Year's Day, to have publicly read out to us a mandate Sannas ola, which was written under the date 13 December 1789, containing: That whatever injustice or mistreatment the native chiefs, great great or small they may be, might do to us, and we have to report it, to be able to do such each time freely and unhesitatingly. That shortly thereafter a Sannas ola written of the same content was received in our Pattoe, which was published everywhere throughout the entire Pattoe; and while that matter was still fresh in our memory, there was received on the 23rd of January of the past year a Sannas ola which Your Right Honor had sent in our name, which has been published by two Nannayakkara people named Talpekoorleege Appu and Metterembe Ekenaijeke Appu in all the villages of this entire Pattoe by beat of tom-tom; from which we came to know that Your Right Honor had received a Sinhalese falsely fabricated ola with illegible signatures, containing that Wijesvu Goeneratne Obejezeegere, Mohandiram Korale of the Talpe pattoe, whereas he is a good, upright, and reasonable person, nevertheless does much evil and injustice to the Company as well as to us, and if such an injustice should have occurred, that we then can make it known freely and unhesitatingly, which sustaining, comforting word of yours had made us rejoice unspeakably; thus we, to such a Lord who investigates and inquires after our good and bad state of us poor and helpless people, pray to the most high God, who sustains the whole earth, for the blessing of a long
Dutch transcription
„niestonden Dat van de Ingezeetenen der Talpe pattoe niemand eenige klagten had nog zoude inbrengen. Dat de opziender der gale Corl DE: van Schuler te dier tijd ook betuijgt had, geen reedenen te hebben om eenig mis= noegen der ingezeetenen in de Talpepattoe te vermoeden waarom zijn Ed: dan ook deese zaak met stilswijgen behan- „delt had. Dat zijn Ed: hier op eenige daagen daarnae weeder een met 5. onleesbaare handteekeningen voor ziene Klagt ola genoegzaam van dezelve inhoud en ook teegen meermelden Kooraal had ontvangen waarop de reeds genoemde Porta Modliaer weeder op het heijligst verzeekerd had dat deese Ola valsch was, en dat hij er zoude voor instaan en verandwoordelijk zijn indien de ingezeetenen van de Talpe pattoe hoegenaamd eenige klagten zouden voorbrengen. Dat ook den opziender der gale Korle DE: van Schuler alletijd betuijgt had niet te kunnen veronderstellen dat eenig beswaar off misnoegen in de Talpepattoe plaats had. Dat zijn Ed: ongeacht deese verseekering van een vertrouwden porta bedienden, en de betuijging van DE: opziender van Schuler egter goed geoordeelt had en met den opziender der gale korle van Schuler over een gekoomen was de Volgende Pannas Ola in het Land te laaten publiceeren om zig daar door te meer van de weesentlijke innerlijke gesteldheyd in het Land te verseekeren. Op den 18 deeser is mij ter hand gesteld een klagt ola tegens de Mohandiram en Koraal der Talpepattoe widjes vae groeneratne obejesegre waarbij my wierd aangekundigt Consept Mandaat Ola. dat. dat dezelve veel onregtvaardigheeden aan zijne ondehoorige Pleegde en dat dezelve veele nadeelen aan DE: Comp: toebragt. Deese klagt Ola was geteekend door 5 onleesbaare kand= „teekeningen waardoor ik niet weet wie eijgentlijk de klagers zijn, en den inhoud van deese Ola is ook zoo onduijdelijk dat men niet kan nagaan waarin de toegebragte schaden aan DE: Comp=e bestaan. Ik kan door deese wijse van klaagen niet overtuijgt worden van het kwaad dat de koraal opander Hoofde aan uwlieden of omtrend 'sComp=s belangen doet, en dus zoude ik door zulx natezoeken, vergeefsche moeijte doen, gelijk ik zulx wel meer ondervonden hebbe in vroegere daagen. Heeft uwes dan in het vervolg klagten, brengt ze aan maar met zoodanige bewijsen zoo als zulks in 1758. Klaar en duijdelijk is gedaan en dit doende met bekendstelling waar in dat de klagten bestaan, en door wat bewijsen dezelve gesterkt zijn, dan zal ik Europeesche gekommitteerdens senden, ten behoorlijke ondersoek dog anders zoo het niet duijdelijk blijkt en ik dus buijten staat gesteld ben om mij van de zaak te kunnen verzeekeren zal ik de Klagten als fals en uijt kwaadaardigheid aanmerken en zulke klagt Olas door den beul laaten verbranden Aldus geschreeven en afgezonden den 23 Januarij 1790. door den WelEdelen Achtbaeren Heer Kommen= „deur Pieter Sluijesken. Dat zijn Ed hierop van gedagten kooraal een verantwoordings Ola ontvangen had door meest alle minderhoofden, Schoolmeesters, Dorps schrijvers, majoraals en andere ingezeetenen ten getalle van 461. persoonen onderteekend; welke Ola na volbragte Translatie bevonden was van den volgenden inhoud a at. inhoud te zijn: Translaat Singaleese Verandwoor= dings ola, tegen de Beschuldigingen van den Mohandriam Koraal der Talpepattoe. Aan den WelEdelen Achtbaaren gebiedenden en genereusen Heer. Commendeur, die over alle te gale, Mature en dier onderhoorigheeden, aanweesende men- =schen, met onveranderlijke Liefde¬ meede doogendheijd, losselijk overleg en langmoedigheid wel Regeert, geeven de Vidaan Mohandriam, ridaan Araatje, Dorps ridaan, Majoraals, alle andere dienstelingen, en inwoon= =ders van de Talpepattoe, met alle needrigheid te kennen Dat zeedert uwel Edele Achtbaare, als Commandeur alhier aangekoomen is, het uwel Edele Achtbaare uijt een geduurig voedende Liefde, en meedogendheyd, aan alle en een ieder der Singaleese menschen, van alle plaatsen die te gale en Matura woonagtig zijn, bij verschijning van uwel Edele Achtbaare op de jongstleeden nieuwe jaars dag, goedgunstiglijk behaagt heeft een mandaat Sannas ola, die onder dato 13 xb=r 1789 geschreeven was, publik te laaten voor ons opleesen, houdende — Dat, wat ontregt of mishandeling de inlandsche Hoofden, groot. Groot of klijn zij ook zijn, ons mogten aan doen en wij het te zeggen hebben, zulks telkens vrij en onbeschroomd, te kunnen doen. Dat kort daarnae in onse Pattoe een Sannas ola van dezelve inhoud geschreeven, ontvangen zijnde die over al in de gantsche Pattoe gepubliceerd wierd en terwijl die zaak ons nog versch in geheugen was ontring men op den 23:' sten Januarij J=o Leeden een Sannas ola die uwelEdele Achtbaare op onsen naame gezonden had, dewelke door Twee Nanaje Kareas genaamd Talpekoorleege Appoe en Mette= =rembe Ekenaijeke Appoe in alle de Dorpen van deese gantsche Pattoe bij Tamblijnslag gepublceerd geworden is; waaruijt wij te weeten gekreegen hebben, dat uwel Edele Achtbaare een Singaleese valsch verdigte ola met onleesbaare handteekenings ontvangen hadde, behelsende dat wijesvu goeneratne oebeje zeegere Mohandriam Koraal van de Talpe pattoe daar hij een goed opregt, en reedelijk mensch is, nog- thans aan DE Companie zoo wel als aan ons veel kwaat en onregt doet, en indien er zulk een onregt mogte geschied zijn, wij het dan Vrijelijk en onbeschroomd kunnen te kennen geeven, welk ons onderhoudend troos „telijk woord, ons onuijtspreekelijk had doen verheugen dus wij dan zoo eenen Heer, die ons arme en hulpeloose menschen, na ons goed en slegten staat, onderzoekt en vraagt, smeeken wij den allerhoogsten god, dien de gansche aarde, onderhoudt, om den zeegen van een lang. inge
English
long life, and health. Furthermore, we have heard that afterwards such a false fabricated ola was found again, which these two false olas were not made upon any complaint of any of us all, or to our knowledge, and were thrown away somewhere; further, that from the beginning of time it was forbidden by the Lord of the Land to make false complaints, and since that is so, evildoers and scoundrels nevertheless did not shrink from accusing us, who are innocent in this matter. Therefore we most humbly pray Your Honorable Worship to have such scoundrels and evildoers investigated, and, so that justice may continue, to punish them upon apprehension in such manner as Your Honorable Worship, according to your own high and wise judgment, might find fitting. Furthermore, that besides the aforementioned Mohandiram Koraal having so long had the heavy Company services performed according to custom as done before, now also with wise and good deliberation, all attention to be light and well, without any deterioration of the services, and without change of rank and respect of our persons, which belongs to each of us, causes them to be performed; that we have never given him any of our gardens, sown fields, cattle, money, or grains, nor had he, the Mohandiram Koraal, taken anything from us; nor by newly taking grounds to make gardens and sown fields, not planting coconut or soursop trees, made gardens; nor done any damage, injury, or any injustice; nor to our knowledge has he done any damage to the Honorable Company, nor had he caused such to be done by us; and so that an oath may be taken upon this; hereby all matters are written for Your Honorable Worship's highly esteemed consideration, in order to be translated into Dutch, and we urge with all humble prayer that, at a convenient time when Your Honorable Worship's highly esteemed attention enjoys some rest, you kindly and favorably take it in hand, as well as read and examine it. In which manner written in the year 1790, on the 20th of February, was signed with four hundred and sixty-one signatures, under which on the minute of this document stands: translated, Gale the 5th of June anno 1790. Signed: J. P. S: Cadenski, Landraad Secretary. In the margin: Translated, and signed: P. de S. Wijenaike, Mohandiram and sworn interpreter. Below stood: Conforms. Was signed: J: P: S: Cadenski, Landraad Secretary. This aforementioned ola having been read out, the Honorable Commander asked the assembled members whether their Honors, also considering the reports that the mutineers would cross over into the Gale Korle, and that some inhabitants of the Talpe pattoe might possibly stay with the mutineers, had anything to remark regarding the aforesaid, and judged any conduct necessary to be maintained. Whereupon, after deliberation, it was unanimously approved and understood to take no steps whatsoever in this matter before and until one had well-founded reasons to suppose that any dissatisfaction among any of the inhabitants in the Talpe pattoe actually exists. Thus resolved in the city of Gale on the day aforesaid. Was signed: P: Sluijsken, M: van der Spar, J: L: Scheede, L: Adams, J J: D: D' Estandau, A: E: Delij, P: W. F: A: van Schuler, P: de Vos, and C. L. B. van Albedijhl. Below stood: Conforms. Was signed: J H: Brechman, sworn clerk. Conforms. Hybrands Egklenk Pompens considering Secret Friday the 11th of June anno 1790. Present: The Honorable Worshipful Commander Peter Sluijsken The Honorable Administrator Mattheus van der Spar The Honorable Captain Commandant Johan Lodewijk Schede The Honorable Equipage Master Lucas Atems The Honorable Dispenser Christiaen Fredrik Willem de Kamitz The Honorable Fiscal and Cashier Jean Jacques David D: Estendau The Honorable First Warehouse Master Mr. Andrias Everhardus de Lij The Honorable Shopkeeper and Commissioner of the [illegible] Pieter de Vos The Honorable Secretary Carel Lodewijk Baron van Albedijhl Absent: The Honorable Pay Bookkeeper Nicolaes Bernardus Martheze The Honorable Junior Merchant Hendrik Levin Martheze and The Honorable Overseer of the Gale Korle Pieter Willem Ferdinand Adriaen van Schulen the first two on account of indisposition and the latter occupied in the service. Initially, the resolution of this board of yesterday the 10th of this month was reviewed, and the same having been approved, it was understood to keep this record thereof. After this, the Honorable Commander made known that reports had reached his Honor which make the assumption somewhat probable that the discontented inhabitants in the Matara Dessavony would cross over into the Gale Korle, and that for this reason this assembly should take into its attention its resolution adopted in council of Gale.
Dutch transcription
lang jaarig Leeven, en gesondheijd Voorts hebben wij gehoort, dat daarna weeder een zulk valsch gedigte ola gevonden was, welke deese twee Valsche Olas, niet op eenige klagte van iemand onser alle, off onses weetens vervaardigt, en ergens weg gesmeeten zijn, vervolgens, dat van den beginne des Tijds af aan, het van den Heere van den Lande, het maaken van Valsche klagten verbooden, en daar dat zoo is, hebben kwaat doenders en booswigten 't egter niet ontzien, ons, die daarin onschuldig zijn te beschuldigen; ooverzulks bidden wij uwel Edele Achtbaare op het ootmoedigst, na zulke Boos- wigten en kwaatdoenders te laaten na vorschen, en, op dat het regt mag blijven Continueeren, hen, bij atrapeering, zoodanig te Corrigeeren, als het uw wel Edele Achtbaare, naar hoog desselfs wijzer Oordeel, bevinden mogte behooren. Wijders dat behalven voormelde Mohandriam Koraal, naar usancie van de te vooren gedaane swaare Compenies diensten, zoo lang had laaten doen, nu ook nog met een wijs; en goed Overleg, alle aandagt, ligt en wel te weesen, zonder eenige verag= =tering der Diensten, en zonder verandering van Rang, en Respekt, van onse persoonen, die ieder onzer competeerd, laat verrigten, wij hem, geen van onse Tuijnen, zaaijvelden, Koebeesten, geld, of graanen, ooijt gegeeven, nog hij Mohanidiram Koraal van ons, iets genoomen, had; nog geen nieu genoo¬ =mene =mene gronden, om Tuijnen en zaaijvelden te maaken geen Kokus off Zoorzak Boomen laatende aan =planten, Tuijnen aangemaakt; geen schade nog ongelijk, off eenig onregt aangedaan; nog onses weetens, dan DE: Companie ook geen Schade toegebragt heeft, nog zulks door ons ook, niet had laasen toebrengen; En op dat hier over den eed kan gedaan worden; hierbij alle zaaken tot uwer welEdele Achtbaare hoog geagte speculatie, „duijsts geschreeven, om in het Needer „ nds vertaald te worden en het ter geleegentheijd, dat uwel Edele Achtb: hooggeachte, Attentie wat rust geniet, genee= =gentlijk en gunstig in handen te neemen, mits= =gaders te leesen en te zien, insteeren wij met alle needrige Beede. In welker voegen geschreeven in den Jaar 1790. den 20 Februarij, was getee= „kend / met Vier hondert en een en sestig handtee= =keningen :/ waaronder bij het ninuut dee ses staat:/ getranslateerd, gale den 5 Junij Anno 1790. /:geteekend:/ J. P. S: Cadenski Landraad- Sekretaris /:in margine :/ Tertaald /: en geteekend:/ P. de S. Wijenaike M: en gesw. Tolk /:onder- stond /:Accordeert /:was geteekend:/ J: P: S: Cadenski Landraad Secretaris. Deese Voorschreeven Ola opgeleesen zijnde vroeg de Heer Commendeur aan de gezaamentlijke Leeden off. off hun E=ds. ook aangezien de berigten dat de Muijte= lingen, in de gale Korle zouden Overkoomen, en zig eenige ingezeetenen van de Talpe pattoe mooglijk bij de muijtelingen ophouden, omtrent het voorschreevene iets aantemerken hadden, en een off ander te houden gedrag noodzaakelijk oordeelden. Waarop na Deliberatie eenpariglijk goedgevonden en verstaan wierd hoe genaamd geene Demarches in deesen te neemen voor en al eer men gegronde reeden had te veronderstellen dat eenig misnoegen bij eenige der ingezeetenen in de Talpe pattoe werkelijk plaats heeft. Aldus geresolveerd in de Stad gale ten daage Voorsz: /:was geteekend:/ P: Sluijsken, M: van der Spar, J: L: Scheede, L: Adams, J J: D: D' Estandau, A: E: Delij, P: W. F: A: van Schuler, P: de Vos, en C. L. B. van Albedijhl /:onderstont:/: accordeert /:was geteekent:/ J H: Brechman gesw: Clerk. Abkordeert. Hijbrands Egklenk Pompens. agezien Secreet Vrijdag den 11:' Junij anno 1790. Present Den wel Ed: agtb: heer kommandeur Peter Sluijsken De E: Administrateur . - - -. . Mattheus van der Spar„ De E: kapitain Commandant Johan Lodewijk Schede, De E: Equipagiemeester - - - - - Lucas Atems, De E: dispencier - - - - - - - - Christiaen fredrik willem de Kamitz De E. fiscael en kassier - - -. . . Jean Jacques David D: Estendau De E: Eerste Pakhuijsmeester - - - M:r Andrias Everhardus de Lij De E: Winkelier en Commissaris den aweeck Pieter de Vos. De E: secretaris - - - - - - - Carel Lodewijk Baron van Albedijhe absent. De E: soldij boekhouder - - - - - Nicolaes, Bernardus Martheze De E: onderkoopman - - - - - - Hendrik Levin Martheze en De E: opzienden den Gdele korle Pieter willem Ferdinand Adriaen van Schulen de twee eerste weegens indispositie en de laatste geoccupeerd in den dienst Aanvankelijk wierd geresumeerd de resolutie deeser tasel van gisteren den 10:' deeser en deselve geapprobeerd zijnde is verstaan daar van deese aanteekening te houden Hier na gaf de heer kommandeur te kennen dat er bij zijn Ed: berigten ingekoomen waaren die de ver onderstelling dat de misnoegde inwoonderen in de Matursche Dessavonij in de Gale korle zouden over koomen eenigkints waarschijnelijk maeken, en dat duese vergadering uit dien hoofde haare Resolutie genoomen in raede van Gal aandagt. op.