VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3883

Ceylon · 1,486 pages · 291 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3883_0306 view scan ↗

English

To the same as before. As before in the margin: Colombo, the 22nd of October 1790. Upon receipt of this, the six days that Your Honours, according to your resolution of the 19th of this month, proposed to us to await the outcome of the measures taken by Your Honours regarding Madoegodde Appoe will have well passed. If he has therefore not yet arrived in Galle upon receipt of this, it is becoming high time to take such measures as may serve to prevent the Company from being further insulted in so shameful a manner by this villain on its own ground and territory. To prevent that, Your Honours must, in the aforementioned case, send a detachment of at least 50 men, commanded by a European officer, to Maplegam. The commanding officer must be ordered by written instructions to maintain, and cause to be maintained, the strictest military discipline among his men, and that he will be held responsible if the least mischief occurs or any nuisance in whatever respect is done to the inhabitants in the country, whether on the march back and forth or during the time that this detachment is stationed in the country. In order that this our objective may be the better fulfilled, the Captain of the Korale must go along himself and remain there until all necessary arrangements and provisions have been made. In order that the troops are provided with proper provisions, we allow, as we already wrote in our letter of the 15th of this month, that in so far as it may be necessary, some extraordinary expenses may be incurred for this purpose. The Captain of the Korale must also ensure that the inhabitants in the country, before the detachment marches out, are properly informed that the aforementioned detachment is only sent to protect them against the nuisance that Madoegodde Appoe or other ill-disposed persons might wish to cause them. The commanding officer of the detachment must also be instructed that he will have to guard against that, and furthermore such orders must be given to him as Your Honours shall find further necessary. If the Captain of the Korale is hindered by other business and cannot go along himself, the Mohandiram of the Porta and Native Sabandaer Dias must be sent in his place. To the aforementioned detachment Your Honours must add one or two squads of armed lascorins, taken from the guard or other men who are best suited and most trustworthy for the purpose. The crimes committed by Madoegodde Appoe against the Sovereign of the country are so great and so notorious that no summons against him is necessary. Your Honours must therefore, at the same time the aforementioned detachment is sent into the country, cause a proclamation to be made, both in the Galle Korale and in the Matara Dissavony, whereby everyone is ordered to apprehend Madoegodde Appoe whenever he comes onto the Company's territory, whether alive or dead, with the promise of a reward of 1000 rixdollars to whoever delivers him alive into the hands of the Company, and of 500 rixdollars to whoever brings him in dead, whether in Galle or in Matara. If Your Honours have no other means that make Your Honours completely secure against the escape of Baddewokke Aratchy, he must provisionally be placed under civil arrest, and Your Honours must have him guarded there in such a manner that he cannot escape. In our separate letter of the 17th of August last written to the Honourable Commandeur Sluisken, we have already ordered His Honour, if in his opinion there was no objection to it, to proceed at once with conducting the necessary investigation to elucidate the accusations against the native chiefs that appeared in the documents sent to us along with his secret report, and it is only on account of the considerations raised by him against it that we, by letter of the 24th following, agreed not to make any formal investigations for the present that could cause any unease to anyone whosoever. But since Your Honours, in your secret letter of the 21st of this month, ask for our orders as to whether what Badewokke Aratchy stated in his declaration sent to us shall be further investigated and elucidated, we must assume that this investigation can now, in Your Honours' opinion, take place without objection. It is for that reason that we hereby order Your Honours to cause a most thorough investigation to be made, not only into all that Badewokke Aratchy states in his aforementioned declaration, but also into everything that has been stated elsewhere and may serve towards any elucidation of what occurred in the recent Matara disturbances. For the rest, after greetings, we remain. Below stood and signed: As before. In the margin: Colombo, the 26th of October 1790. Although it is shameful to engage further with such an abandoned villain as Madoegodde Appoe is, we have nevertheless, in response to your letter of the 24th of this month, decided to overlook this consideration, and

Dutch transcription

Aan als vooren. Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 22. ' 8ber: 1790. Bij ontfangst deezes zullen ruijm verloopen zijn de ses daagen, die diE: volgens uw rezolutie van den 19. deezer, ons hebben voorgesteld om aftewagten den uijt „slag der maatregelen door uEE: nopens Madoegodde appoe genoomen. zoo wij dus bij ontfangst deezes nog niet te Gale is, begind het hoog tijd te worden om te ne „men zodanige maatregelen als strekken kunnen, om te de „letten, dat de komp: niet verder door dezen boswigt op„ haaren eijgen grond en bodem, op zoo een schandelijke wij „ze worde gehoond. Om dat te voorkoomen, moeten uE: in het voorsz: geval, een detachement van ten minsten 50. Man, gekommandeerd door een Europese officier zenden,/ na Maplegam De kon manderende officier moet bij schriftelijke instruktie worden bevoolen, om de strikste krijgstugt onder zijn volk te onderhouden, en te doen onderhouden, en dat bij er voor verantwoordelijk zal zijn zoo er de minste baldadigheid geschied of eenigen overlast in wat op„ „zigt het ook zoude moogen zijn, worde gedaen aan de ingezeetenen in het land, het zij op de heen en wei„ „der marsch dan wel geduurende de tijd dat dit de„ „tachement in het landlegt. De kaptijn van de korl moet op dat aan dit ons oogr„ „merk merk te beeter worde voldaan zelfs meede gaan en daar blijven tot dat alle noodige schikkingen en inrigtingen zijn gemaakt ten einde de troepes van behoorlijke leeftogt worden voorzien, staen we toe zoo als wel reedst bij onzen brief van den 15.:' dezer geschree„ „ven hebben, dat in zoo verre het noodig zij daar toe eenige buijten gewoone ongelden worden gedaan; De kaptijn van de korl moet ook zorgen dat de ingezee„ tenen in het land voor dat het detachement uijtrukt behoorlijk worden onderrigt, dat voorsz: ditachement alleen gezonden word, om hun te dekken tegen den overlast die Madoegodde appoe of andere kwaadgezin„ de hun zouden willen aandoen. De kommandee„ „rende officier van het detachement moet ook worden aanbevoolen, dat hij daer teegens zal hebben te wa„ „ken, en moeten voorts aan hem gegeeven worden zo„ danige beveelen als uE: verder zullen noodig vinden zoo de kaptijn van de korl door andere besigheeden gehindert, niet zelve kan meede gaen; moet de Modli„ „aar van de Porta, en Jn lands Sabandaer Dias in zijn plaets worde gezonden. Bij het voorsz: deta„ „dament moeten uE: voegen een â twee randjes ge„ wapende laskorijns, genoomen uijt de garde of an„ „dere volk, dat zig daer toe het beste schikten meest tevertrouwen is. Madoegodde appoe zijne misdaeden teegen den Heere van 10 „ No 5 Resolutien. 1272. van den lande bedreeven, zijn zoo groot en zoo te over bekent, dat er geen indaginge teegens hem noodig zijn uE: moeten derhalven tegelijker tijd het voorsz: detachement word in het land gezonden, een be„ „kentmaeking laaten doen, zoo wel in de gale korl als in de Materesche Dessavonie, waer bij een elk word aanbevoolen, om Madoegodde appoe, wanneer Wij op 'skomp:s territoir komt, op tevatten, het zij leven„ „dig of dood, met belofte van een premie van 1000: 1 d=s aan de geene die hem levendig in handen van de komp:e zal leveren, en van 500. rd=s aan de geene die hem dood opbrengt, het zij te gale of te Mature zoo UE: geen andere middelen hebben, die uE: volkoo„ „men zeeker stellen teegens het ontkoomen van Bad„ „dewokke arraatje, moet wij bij provisie worden ge„ „zet in Civiel arrest, en moeten UE: hem daar doen bewaeken op eene wijze dat wij niet ontkoomen kan. Bij onzen apparten brief den 17. aug=s I:o L: aanden heer Commandeur sluisken geschreeven, hebben we zijn E: reeds gelast, om zo 'er na desselfs in zien geene bedenkelijkheid in stak, ten eersten te laaten voortwaa„ „ren met 't doen van 't noodig onderzoek, ter ophelde„ „ring vande beschuldigingen teegen de inlandsche hoofden, die voorkwaamen bij de stukken ons nee„ „vens desselfs geheim rapport toegezonden en het is alleen 1273 Aan als vooren. alleen uit hoofde van zijn daar tegen ingebragte konsideratien, dat we bij brief van 24. daar aan, heb„ „ben bewilligt, om n eerst geen geregt maakende onderzoekingen te doen, die bij iemand wie 't ook zij, eenige ongerustheid zoude kunnen verwekken Dan wijl uE: bij uwen sekreten brief van den 21. de„ „zer, onze order vraagen, of 't geen Badewokke ar„ „vaarje bij zijne aan ons toegezondene verklaaring heeft opgegeven, nader zal onderzogt en opgehel„ „derd worden, moeten we onderstellen, dat dit on„ „derzoek na deE: inzien nu zonder bedenking kan geschieden, 't is daarom dat we uE: door dee„ „zen gelasten, om niet alleen na al 't geen Bade„ „wokke araatje bij voorsz: zijn verklaring op geeft, maar ook na alles wat elders is opgegegaen en tot eenige opheldering van het voorgevallene inde onlugten Jongste Mattirese ondersig strekken kan, te laaten doen een allernaukeurigste onderzoek. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond./ /:engeteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 26. Oktober 1790. schoon het schandelijk zij, zig verder intelaaten met zoo een overgegeeve booswigt als is Madoegodde appoe, hebben we nogtans op uwen brief van den 24:' deezer beslooten, over deeze konsideratie heen te stappen, en LI. C No. 5 tolitien.

NL-HaNA_1.04.02_3883_0310 view scan ↗

English

and to authorize them, as is done hereby, to allow Madoegodde appoe, in accordance with Your Honour's proposal in this your letter, to come up to Gale under promise of pardon for what has passed, provided he proves his accusations, as he undertakes to do, and provided that he arrives at Gale within a short term that must be set for him, and of which we leave the determination deferred to Your Honour. As soon as he shall have arrived at Gale, this must be communicated to us, and he must then immediately and without any delay be heard before two members of the Political Council, who must instruct him to state distinctly at once: 1) the points of accusation which he has to bring against each of the persons accused by him in particular; 2) that he shall immediately have to specify not only the witnesses by name whom he has, to prove each point of his accusations, but also that he shall distinctly have to specify what each of these witnesses can testify with regard to each of these points. Until the term that Your Honour shall set for Madoegodde appoe, and which term must be communicated to us at once, shall have expired, we permit that our orders given by letter of today may remain suspended in so far as Your Honour shall find that necessary. Your Honour must send us at once a copy of the ola that is to be dispatched to Madoegodde appoe. Furthermore, full translations must be sent to us of the two olas, of which only the brief contents were communicated to us alongside the aforesaid your letter of the 24th. For the rest, after greetings, we remain, was signed: As before. In the margin: Kolombo, the 26th of October 1790. We consider it most improper that Your Honour could have seen fit to leave unexecuted the strict orders given to Your Honour by our letter of the 26th of October last concerning Madoegodde appoe. We repeat the same hereby, and command with the greatest seriousness to comply with them and have them complied with now at once, and without any further delay. If Madoegodde appoe should excuse himself further in that regard or ask for a further postponement, he must at once be transferred to the criminal prison. This must likewise happen if the accusations he makes, and what he states to prove those accusations, are not of such a nature that the investigation of the accusations brought by him against many prominent native Chiefs can be founded upon it according to the style of law, namely that they were the causes both of the recent rebellion in the Materesche Dessavonie and of the continuation thereof. In the meantime, it must be adequately ensured that Madoegodde appoe does not escape, and if that cannot be done otherwise, in a manner that completely secures his person for Your Honour, he must without delay be taken into military arrest. As soon as Madoegodde appoe shall have made his statements, Your Honour must at once examine the same in Your Honour's meeting, and decide thereon as Your Honour shall find most appropriate for the service of the Company. Until such time as this shall have happened, no people named by Madoegodde appoe from the Materiese Dessavonie or elsewhere must be summoned or heard. As regards Baddewolke arraatje, if no other measures can be taken against him either that assure Your Honour that he cannot escape, he must also at once be placed in military arrest, as we ordered in our letter of the 26th of October last. From those who carried away the ola to Madoegodde appoe, of which we received the copy with your letter of the 30th of October last, a declaration must be taken as to when they departed, along which road and to where, and whether they met Madoegodde appoe before he arrived at Gale, and if so, where and when, as well as whether they delivered the ola to him, and if so, where and when, and who were present there. This declaration must be sent to us at once. Also, upon receipt of this, the report and the note of the members of the Political Council, mentioned in Your Honour's resolution of the 1st of this month, must be sent to us. Since the sending of commandos into the country had the sole objective of preventing Madoegodde appoe from further offending the Company on its own territory, and of apprehending him, if possible, either dead or alive, and as these reasons have now lapsed, it goes without saying that these commandos do not need to be sent. We await an immediate answer to this. For the rest, after greetings, we remain, was signed: As before. In the margin: Kolombo, the 4th of November 1790. Agrees: Hijbrands Eiklerk Copy of Gale Secret Resolutions.

Dutch transcription

en die te artoriseeren, gelijk geschied bij deezen, om Madoegodde appoe, over eenkomstig met uE: voorstel bij deeze uwen brief, telaaten opkoomen na gale„ onder belofte van vergiffenis voor het gepasseerde mits hij zijne beschuldigingen bewijst, gelijk hij dat aanneemt te doen, en mits dat wij te gale komt ^termijn binnen een kort gen dat hem moet worden ge„ steld, en waar van twe de bepaaling aan UE: laaten gedefereerd. zoo dra Wij te gale zal zijn aangekoomen, moet ons dat worden bedeeld, en moet wij als dan dadelijk en zonder eenig uitstel worden gehoord voor twee lee„ „den uit den raad van polietsie, die hem moeten aanbeveelen om ten eersten distinktelijk op tegeven. 1:) de poinkten van beschuldigingen die wij tegens een elk der door hem beschuldigde persoonen in het bezonder heeft intebrengen. 2:) dat wij aanstonds zal moeten opgeven niet al„ „leen de getuijgens bij naamen die hij heeft, ten bewijze van elks point zijner beschuldigingen, maar ook dat hij distinktelijk zal moeten opgeven, wat een elk deezer getuigens, met betrekking tot een elk deezer pinten, getchrij„ „gen kan. Tot dat zal zijn verloopen het termijn dat diE: aan 1274 Aan als vooren: aan Madoegodde appoe, zullen stellen, en welk ter„ mijn ons ten eersten moet worden bedeeld, staan we toe, dat onze orders gegeven bij brief van heden mogen blijven opgeschort in zoo verre uE: dat zullen nodig vinden. UE: moeten, ons ten eersten toezenden een kopij der gla, die aan Madoe godde appoe staat te worden afgevaardigt: Nog moeten ons worden gezonden volleedige translaaten van de twee olassen, waar van ons nevens voorsz: uwen brief van den 24:' al„ „leen den korten inhoud is bedeeld. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ /:engeteekend:/ Als vooren (:in margiene:) kolombo den 26. Oktober 1798. Wij vinden het ten hoogsten kwaalijk, dat uE: hebben kunnen goetvinden, om onuijtgevoert te„ laaten de stellige beveelen, aan UE: gegeeven bij onzen brief van den 26. 8ber: Jol: nopens Madoegodde appoe Wij herhaalen dezelve door deezen, en gelas„ „ten met de grootste ernst, om daar aan nu aan„ „stonds, en zonder eenig verder uijtstee, te voldoen en telaeten voldoen. Zoo Madoegodde appoe zig derwegens verder verschoond of om nader uijtstel vraegen mogt, moet wij aanstond/ 1875 worden No. 5 10 d1 D t d Ratalictien. worden overgebragt in crimineele gevangenis. Dit moet insgelijks geschieden, indien de beschuldigin„ „gen die hij doet, en 't geen hij opgeeft om die beschue„ „digingen te bewijsen, niet is van dien aart, dat naar stijl van rechten daar op kan worden gefundeert 't onderzoek der beschuldigingen, door hem teegen veele voornaame jnlandsche Hoofden ingebragt, dat ze naamelijk zouden zijn de oorzaeken, zoo van den jongsten opstand in de Materesche Des„ „saionie, als van de voortduuring daer van spittis„ „schen moet op eene toerijkende wijze worden ge„ „zorgd, dat Madoegodde appoe niet ontkomt, en zoo dat niet anders geschieden kan, op een wijze„ die uE: volkomen van zijn perzoon verzekert, moet wij zonder uitstel worden genoomen in Militair arrest. zoo dra Madoegodde appoe zijne opgaven zal heb„ „ben gedaen, moeten uE dezelve ten eersten in uE: vergaedering examineeren, en daar op zoda„ „nig besluijten, als uE: ten meeste dienste van de komp: zullen bevinden te behooren. Tot zoo lange dat dit zal zijn, geschied, moeten geen luiden door Madoegodde appoe opgegeeven, uit de Materiese Dessavonie of elders worden op ontboden, nog gehoort. Wat B. L: 1. es lat t Resolutien. Wat Baddewolke arraatje aangaat, zoo, ook tegen hem geene andere maatregelen kunnen worden genomen, die uE: verzeekeren dat hij niet kan ontkomen, moet hij ook ten eersten worden gesteld in militaijre arrest, zoo als we dat aangeschreeven hebben bij onsen brief van den 26. October I:o L: Van de geenen die de ola aan Madoegod de appoe„ waar van we de Copij bij uwen brief van den 30. October I: L: hebben ontvangen, hebben weg„ „gebragt, moet eene verklaaring genoomen wor„ den, wanneer ze zijn vertrokken, langs welke weg en waar na toe, en of ze Madoegodde appoe„ voor dat hij te Gale is aangekoomen, hebben ontmoet, en zoo Jaa, waar en wanneer, als meede of ze de ola aan hem besteld hebben, en zoo ja, waar en wanneer, en wie daar bij present zijn geweest. Deze verklaaring moet ons ten eersten worden toegezonden. Ook moeten ons op den ontvang deezes worden toegezonden, t' rapport ende aanteekening van de Leeden van politie, vermeld bij UE: resolutie van den 1. deezer. Wijl 't zenden van Commandos in't land, al „leen ten oogmerke had, om te voorkoomen dat No. 5 1275 Naagatien Lourman dat Madoe godde appoe de Comp:s, op haar eij„ „gen grond gebied niet verder beleedigde, en om hem - des moogelijk op te vatten, 't zij leven„ dig of dood, en dat deeze redenen nu zijn vervallen, spreekt 't van zelve, dat deeze Com„ „mandos niet behoeven te worden gezonden. We verwagten hier op ten eersten antwoord. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ /:engeteekend:/ Als vooren /:in margiene :/ kolombo den 4. November: 1790. Accordeert Hijbrands Eiklerk Katoia Gaalse Pekreote Resolutien. even„ Com„ Com No. 5 Kopia Gaalde Schreete Resolutien. No 5

NL-HaNA_1.04.02_3883_0319 view scan ↗

English

The Right Honorable and Respected Commander Peter Sluijsken, The Honorable Administrator Mattheus van der Spar, The Honorable Captain and Commandant Johan Lodewijk Schede, The Honorable Sea Captain and Master of Equipage Lucas Aams, The Honorable Pay Bookkeeper Nicolaes Bernardus Martheze, The Honorable Provisioner Christiaen Frederik Willem De Ranitz, The Honorable Fiscal and Cashier Jean Jacque David D'Estandau, The Honorable First Warehouse Master Master Andreas Everardus De Lij, The Honorable Superintendent of the Galle Korle Pieter Willem Ferdinand Adriaen van Schuler, The Honorable Shopkeeper and Commissioner of Areca Pieter De Vos, and The Honorable Secretary Carel Ludewig Baron van Albedijhl. Absent. The Honorable Junior Merchant Hendrik Levin Martheze, due to illness. Were read the letters inserted here from the Honorable Disava van Angelbeek and the documents sent therewith, relating to an unlawful assembly of several disgruntled inhabitants of the Matara Disavany. Monday the 19th of April Anno 1790. Present. Resolution adopted in the Council of Galle. Galle. To the Honorable Respected Mister Peter Sluijsken, Commander of the city and lands of Galle, Matara, etc. Honorable, Respected Sir! Due to the following unpleasant circumstance, I was forced to discontinue my journey to Baddigama, which had already begun, to stay at Dikwella until this morning, and finally to return here. Last Tuesday morning, I learned indirectly that in the Kandebodapattu, a few people from two villages were dissatisfied with the order of their Headman to also depart for Baddigama. My second interpreter came to me shortly thereafter and reported that he had also received news about this to inquire into the matter, although he had received an ola from the Mohandiram of that pattu, by which that Mohandiram had informed him of this displeasure, requesting, however, that nothing be said to me about it, as it was a small matter and he, the Mohandiram, would go to those people himself to satisfy them. Thus that day and the following day passed; I only learned that, besides these few people, more in the Kandebodapattu were dissatisfied about that journey. The next day, the interpreter received a report from his messenger, in which he wrote that the people of the Kandebodapattu were dissatisfied because their Headman had ordered that all able-bodied men had to go along, but that they were nevertheless prepared to go if I would only send them the order. I therefore, before my departure from Matara, dispatched a samas to the people, informing them that I had not commanded a single man to Baddigama, but only workmen such as carpenters, masons, etc.; that I therefore did not wish to command any further people, as through the agency and upon the personal and voluntary offer of my brave Headmen, as a token of their love and gratitude toward me, I would be assisted by as many people as I would need to finish the work that must be carried out at Baddigama within a few days; that therefore everyone who did not wish to go along voluntarily could remain at home; and that since I saw from their conduct that they were not inclined, I even ordered them to remain in their native villages. Likewise, I ordered the Mudaliyar Ilangakoon and the Mudaliyar Gajanayaka to go to the Kandebodapattu, there further to calm the minds, after which the former would join me at Baddigama and the latter return to Matara, in order to perform the Company's services entrusted to him there in the meantime. Arriving at Dondra, the Mudaliyar De Saram, who had gone ahead with me, received an ola from the Interpreter Mohandiram, who was to follow us a few hours later, which the Mohandiram of the Kandebodapattu had written to him, from which it appeared that the unlawful assembly was growing larger and larger; and that the mutineers were sending messages in all directions, that the people of Kirama and six randies of other Headmen had joined the assembly, and that the other korles and pattus would follow their example. However incomprehensible this appeared to me and De Saram, since all the people and especially the minor headmen, whom I had spoken to from time to time, had assured not only me but also the Headmen that they had nothing against this expedition and did it with pleasure: I nevertheless sent further orders to the Mudaliyar Ilangakoon and the Gajanayaka to depart at once. I also decided to remain at Dikwella the following day, should it be necessary. Upon my arrival there, I learned from the Mudaliyar of that pattu that two of his villages had likewise joined the mutineers, and that it was likewise rumored that two vidanes of the Gangabodapattu had defected, and that some people of the Weligam Korle, under the leadership of a very well-known rogue who is regarded as the pest in the Weligam Korle, had gathered together. This news was contradicted by the Mudaliyar De Saram as impossible, because the people of his pattu, being

Dutch transcription

De wel Edele Achtbaere Heer Commandeur Peter Sluijsken, De E: Administrateur Mattheus van der Spar„ De E: Kapitain en Commandant Johan Lodewijk Schede„ De E: Kapitain ter zee en Equipagiemeester Lucas Aams„ De E: zoldij Boekhouder Nicolaes Bernardus Martheze, De E Dispensier Christiaen Frederik willem De Ranitz; De E: fiskaal en Cassier Jean Jacque David D'Estandaw De E: Eerste pakhuijsmeester M:r Andreas Everardus De Lij De E: opziender der Gale Korle Pieter willem Ferdinand Adriaen van Schuler„ De E: winkelier en Commissaris der Arreek Pieter De Vos en. De E: secretaris Carel Ludewig Baron van Albedijhl. Abzeut. De E: onderkoopman Hendrik Levin Martheze wegens ziekte. sijn geleesen de ter deesen geinsereerde Brieven van den E: Des „save van Angelbeek en de daar bij overgezondene bescheid betrekking hebbende tot eene samenrotting van verscheijde misnoegde ingezeetenen der Matureesche Dessavonij Gale Aan den E: E: Achtbaeren Heer. Peter Sluijsken Commandeur der stad en Land van Gale Mature etc=ra E: E: Achtbaeren Heer! Door de ondervolgende onaengenaeme omstandigheijd ben ik genoodzaekt geweest om mijne reeds aengevangene reijze in Raddigirie te staeken, op Dikwelle tot heden morgen te vertoeven en eindelijk weder na herwaerds te keeren. voorleeden Dingsdag morgen vernam ik van ter zijden dat in de kandebaddepattoe, eenige wijnige menschen uijt twee dorpe op de ordre van hun Hoofd om meede na Baddigierie te vertrekken onvergenoegd waeren. Mijn tweede tolk kwam kort daerop bij mij, en berichtede mij, dat hij hier om„ Maandag Den 19:' April Anno 1790. Present. Resolutie benomen in Raede van Gale trend 12 „trend ook tijding bekoomen had om te verneemen wat hier van was of schoon hij van de Mohandiram van die Pattoe een ola Gekreegen had, bij dewelke die Mohandiram hem van dit ongenoegen kennis gegeeven had, met verzoek egter om daer van aen mij niets tezeggen, alzoo het eene kleijnigheid was, en hij Mo„ „handiram zelfs bij die menschen zoude gaan om hun te vreeden te stellen. zodanig liep dien dag en de volgende dag voorbij alleen vernam ik dat behalven, deese wijnige menschen, nog meerre in de kandebadde„ pattoe onvergenoegd over die rijze waeren. Des anderen daegs kreeg de tolk bericht van zijnen zendeling, waer bij die schreef, dat de menschen van de kandebad„ de pattoe onvergenoegd waeren, wijl hun Hoofd Gelast had, dat alle dienstbaere mannen meede moesten gaen, dat zij egter bereijd waare om te gaen, zo ik hun maer de ordre wilde zenden. Jk vaardigde dus nog voor mijn vertrek van Mature aan de menschen een samas af, waer bij ik hun melde dat ik geen een enkeld man op Baddigierie gecommandeerd had, dan alleenig werkluijden als timmerlieden Met„ „zelaers, enz: dat ik dus ook verder geene men„ „schen wilde kommandeeren alzo ik door toedoen en op de eigene en vrijwillige aenbieding van mijne braeve Hoofden tot een teeken van hunne Liefde en dankbaerheijd Jegens mij met zo veele volke„ „ren zoude geadsisteerd worden, als ik noodig zoude hebben om het werk, dat te Baddigierie moet verrigt worden, binnen weijnige dagen klaer te krijgen, dat dus een ijder die niet vrijwillig wilde meede gaen, te huijs konde blijven: en dat terwijl ik uijt hun bedrijf zag, dat ze niet geneegen waeren, ik hun zelfs gelaste om in hunne „29di ƒG woondorpen te verbleiven Gelijk idig gelaste ik aen den Modliaer Jlangakoon, en den Modliaer Gazenaik om na de kandebaddepattoe te gaan, aldaar aldaar de gemoederen verder te bedaeren, als wan„ neer de eerste mij op Baddigierie zoude vinden en de tweede na Mature terug keeren, om aldaar intusschen de hem opgedraegene 'skomp:s diensten te verrigten. op Dondure komende ontfing de Modliaar De saram die met mij vooruijt gegaen was, van den tolk mohandiram, die ons een paar uuren laeter stond te volgen, een ola, die de Mohandirai van de kandebaddepattoe hem geschreeven had, waer uijt bleek dat de zamenrotting, hoe langer hoe grooter wierd; en dat de muijtelij„ „gen na alle kanten boodschappen zonder, dat de volkeren van kreeme en 6. randies van ander Hoofden zig, bij de zamenrotting gevoegd, en de andere Korles en Pattoes hun voorbeeld zoude volgen. Hoe onbegrijpelijk dit egter mij en de Saram voor Kwam, alzoo alle men schen en, inzonderheijd de minderhoofden, die ik van tijd tot tijd gesprooken had mij niet alleenig maar ook aen de Hoofden verzeeker hadden, dat ze niets teegens deese togt hadde en die met plaijzier deden: zoo zond ik „ter nadre order aen de Modliaer Jlangake en de Jajenaik om ten eersten te vertrekken, ik besloot tevens om op Dikwelle de volgende dag te bleiven, zo het noodig mogt zijn Bi mijne komste aldaar vernam ik van den Mo „liaer dies pattoe, dat twee van zijne dorpen in „gelijks zig bij de muijtelingen gevoegd hadden, en dat insgelijks het gesprek was, dat hwn twee vidanien van de Gange baddepattoe overge „gaen waeren, en dat eenig volk van de Belli„ „van „gam Korle, onder aenvoering „ een zeer bekenddeng „niet, die als de pest in de Belligamkorle vervoegt word zig bij den anderen vergaderd hadden Deeze tijdingen wedersprak de Modliaer De Caram als onmogelijk, wijl de volkeren van zijn Pattoe, zynde t de Z de 127

NL-HaNA_1.04.02_3883_0322 view scan ↗

English

being that the Jangebaddepattoe were all equally inclined to that expedition, and he had been present at the questioning by the Modliaer of the Belligam Korle even the day before my departure from Mature to his minor headmen, whether the people of his korle went along willingly; and that these minor headmen had even testified under oath that there was no person who had anything against it, or had shown any displeasure. I had also indeed passed a large part of the people of the Jangebaddepattoe on the road, who were going up the road to Dikwelle with their minor headmen. Meanwhile the interpreter Mohandiram arrived at Dikwelle and confirmed all too well that what was heard by the Modliaer of the Wellebaddepattoe was true. De Saram as well as the Modliaer of the Belligam Korle, Goeneratue, who was on the way to Dikwelle, immediately departed to their districts in order to bring their peoples back to tranquility. The reports that I received in the meantime yesterday evening were by no means pleasant, as I had to deduce from them that the entire Gangebaddepattoe was in revolt, while the peoples who were already on the road had also turned back. Concerning the Belligam Korle the news was better; the Modliaer De Saram is feared and loved among his people, and he has a few minor headmen who are honest people; the minor headmen of Belligam Korle are such that I think one can rely firmly on them, and they are also loved by the people. I hope, therefore, that with these peoples now that their headmen are there matters will turn out well. On the other hand, the Mohandiram of the Kandebaddepattoe came to me yesterday afternoon at Dikwille, who assured me that his people were beginning to come to a halt, and that a further samas from me would entirely calm them down. With this samas he immediately departed again. By a trusted servant of the Modliaer of the Wellebaddepattoe, sent to the mutineers and returned yesterday evening, I have likewise been assured that the people of the Kandebaddepattoe were truly coming to good senses, that not many minor headmen were with the mutineers, and that several among them remained with them solely out of fear. By this same messenger I was informed that the Modliaars Ilangakoon and Tillekeratne had wanted to speak with the mutineers, but that they had not been willing to do so; that the Modliaer Ilangakoon had thereupon written an ola to them, and they then had him told that if he should send another message or any servants, these servants would not be received in a friendly manner; but that they would combine that evening with the people of Kattoene, the Morwakorle, the Gangebaddepattoe, and the Belligamkorle, and that if the Modliaer would wait that long, they would then see whether they would speak with him or not. And according to the report of this messenger, the Modliaers are waiting for this conversation. Their intention was to come that night into the Wellebaddepattoe, and thus go to the Gerewais; however, they have abandoned this intention of theirs upon hearing that I was at Dikwelle. During the night I received word from the Modliaers De Saram and Goeneratne that both of them were on their way to Attoerlie to seek out the mutineers. Upon this news I immediately departed back to Mature, since the people of the Wellebaddepattoe all seem to be well-disposed, and there is nothing to be done in the Girrewais yet, and I also trust that it will remain quiet there. After my arrival here I received a report both from the Modliaers Ilangakoon and Tillekeratue, and from the Modliaers De Saram and Goeneratue. The former inform me that, arriving at Kotewatte in the Jangebaddepattoe, they had sent a clerk from there to the mutineers, who were close by, to ask whether they were inclined to have the Modliaers, who are sent by my order, come to them in order to bring forward whatever they had to say against whoever it might be; that upon this message the leaders of this conspiracy, being the two brothers Don Simon Aratje and Dodampa Aratje, served as answer that they have a great deal to bring forward and to request, and to that end have agreed with all the peoples of this Dissavany to make their requests with all of them together, so that they cannot bring these complaints to the headmen alone in order to present them further to their master. That after receiving this answer, the said Modliaers further sent two aratchies, a kangany, and a clerk to the mutineers, with the express request to tell them what they have to say, in order to make it known to me. That to this second message no other answer came than the first, and that thereupon the mutineers immediately withdrew. The Modliaars De Saram and Goeneratne report that, having departed on my order, they first arrived at Attoedawe, and being there gave the necessary orders, and from there arrived early this morning at Malimande, to proceed further from there to Kadoewe in the Belligamkorle to the mutineers and ask for what reason they have committed such mischief without the foreknowledge of both of them. That thereupon the mutineers, having learned that these headmen would come to Kadoewe, immediately betook themselves to Akkuresse; that both headmen have learned indirectly that they say they have ample requests to make to their authorities; that although the mutineers are thus far disobedient and do not wish to submit to both headmen, nevertheless both headmen hope that this revolt will be of no consequence; and they assure me at the same time that they will apply every effort to bring the people to calm, and this joyful news tomorrow

Dutch transcription

zijnde de Jangebaddepattoe alle evengeneegen tot die togt waeren, en hij present geweest was op de onder„ „vraegingen van den Modliaer van de Belligam Korle nog sdaegs voor mijn vertrek van Mature aen zijne minderhoofden, of het volk van zijn korl, wel te vreeden meede gingen: en dat deese minder hoofden zelfs bij eede getuijgd hadden, dat er geen mensche was die er iets tegen had, of eenig ongenoegen had laeten bleijken. Jk had ook werkelijk een groot deels volk van de Jangebaddepattoe op weg gepasseerd, die niet hunne minderhoofden de weg na Dikwelle opgingen Jntusschen kwam de tolk Mohandiram, op Dik„ „wellet en bevestigde maer al te zeer dat het ge„ „hoorde door den Modliaer van de wellebaddepattoe waer wat. De Saram zo wel als de Modliaer van de Belligam Korle Goeneratue, die op weg na Dikwelle was zijn ten eersten na hunne Distrikten vertrokken, om hunne volkeren weder in rust te brengen. De berigten die ik intusschen Gisteren avond ontfing, waeren geenzints aengenaem, alzoo ik daer uijt moest opmaeken, dat de geheele Gan„ „gebaddepattoe in oproer was, terwijl ook de vol„ keren die reets op weg waeren weder terug gekeerd waeren. omtrent de Belligan Korle waeren de tijdingen beter de Modliaer De Saram is onder zijn volk gevreest en bemind, en hij heeft een paer minderhoofden die braeve luijden zijn de minderhoofden van Belligamkorle zijn zodanig dat ik denke dat men op dezelve vast staat kan maeken, en zijn zijn tevens bemind van het volk Jk hoope dus, dat het zig met deeze volkeren nu hunne Hoofden daer zijn wel zal schikken daar en teegen kwam de Mohandiram van de kandebaddepattoe gisteren nademiddag bij mij op Dikwille, die mij verzeekerd heeft, dat zijn volk begon tot stilstaen„ te koomen, en dat een nadere samas van mij hun geheel zoude bedaeren. Met deese samas is hij terstond weder vertrokken. Door een vertrouwd dienaer van de Modliaer van de wellebaddepattoe bij de muijtelingen gezonden gezonden en gisteren avond terug gekoomen ben ik ins „gelijks verzeekerd geworden, dat het volk van de kande baddepattoe werkelijk tot goede gedagten kwaemen dat met veele minderhoofden bij de muijtelingen. waeren, en dat verscheijdene onder hun, alleenig uijt vreese bij hun bleeven. Door deeze zelfde boodschapper wierd ik berigt dat de Modliaar Jlangakoon en Tillekeratne de muijtelingen hadden willen spreeken; maar dat die dat niet hebben willen doen: dat de Modliaer Jlangakoon hun daar op eene ola geschree„ „ven, en zij hem toen hebben laeten zeggen, dat zoo hij nog eens boodschap of eenige dienaars zoud, deeze dienaers niet vriendelijk ontfangen zoude worden: maar dat ze dien avond zig met het volk van Kattoene, de Morwakorle, de Gangebad de pattoe en de Belligamkorle zouden kombineeren; en dat als de Modliaer zoo lange wilde wagten, zij als den zien zouden of ze hem zouden spreeken of niet. En volgens berigt van deese boodschapper, wagten de Modliaers na dit Gesprek. Hun voorneemen was dien nagt in de wellebaddepat „toe tekoomen, en zoo na de Gerewais tegaen, zijn zijn egter van dit hun voorneemen, op het hooven dat ik te Dikwelle was afgezien. van de nagt ontfing ik berigt van de Modliger De Sarain en Goeneratne dat ze met hun bijde op weg na Attoerlie waeren, om de muijtelingen op„ tezoeken. op deese tijdingen ben ik ten eersten, wijl het volk van de wellebaddepattoe alle wel gezindschei= „nen te zijn, en in de Giirewais nog niets te doen is, en ik ook vertrouw dat het daar in rust zal blijven weder na Mature vertrokken. Na mijne komste alhier ontfing ik zoo wel van de Modliaer Jlangakoon en Tillekeratue, als van de Modliaer de Saram en Goeneratue berigt de eerstere geeven mij kennis dat ze te kotewatte in de Jangebaddepattoe koomende, van daer een schrij= ver na de muijtelingen, die daar digt bij waeren gezonden hadden om te vraegen of ze genegen zijn, dat de Modliaers die op mijne order gezonden zijn bij hun zouden koomen, om het geene dat zij het zij teegen 6 tat i staet telingen stond - t teegen wie :/ te zeggen hadden intebrengen, dat op deeze boodschap de Hoofden van deese zamenspanning, zijn„ „de de twee Gebroeders Don Simon Aratjes en Dodam„ pa Aratje tot antwoord gediend hebben, dat zij rijkelijk intebrengen en te versoeken hebben, tot dien einde met alle de volkeren van deese Dessavonij afgesprooken hebben om hunne verzoeken met hun alle tedoen, dus dat zij alleenig deeze klagten aan de Hoofden niet kunnen inbrengen om verders aen hunne Gebieder voortedraegen. Dat na het ontfangen van dit antwoord, gemelde Modliaers nader, twee arraatjes, een kangaen en een schrijver bij de muijtelingen gezonden hebben, met expres verzoek van het geen zij te zeggen hebben aen hun te zeggen, ten einde het aen mij bekend te maeken Dat op deese tweede boodschap geen andere and„ „woord als de eerste gekoomen is, en dat daer op de muijtelingen ten eersten zig terug getrokken hebben. De Modliaar de Saram en Goeneratne berigten dat zij op mijne ordre vertrokken zijn eerst op Attoedawe gekoomen, en daar zijnde de noodige orders gegeeven hebben en van daer heden morgen vroeg op Mali„ „mande gekoomen zijn, om verders van daar naar Kadoewe in de Belligamkorle bij de muijtelingen te gaen en te vraegen om wat reeden zij zulke bal„ „dadigheeden zonder voorkennis van hun bijde gedaen hebben: Dat daarop de muijtelingen vernoomen, hebbende dat deese bij de Hoofden op Kadoewe zou= „den koomen, zig ten eersten na Akkuresse begeeven hebben: dat de bijde Hoofden van ter zijden ver„ „noomen hebben dat zij zeggen, rijkelijk versoeken te hebben, om bij hunne overheijd tedoen, dat hoewel de muijtelingen tot nog toe ongehoorzaem zijn en zigd aen de bijde hoofden niet onderwerpen willen, egter de bijde Hoofden verhoopen dat dit oproer van geene gevolgen zal zijn; en zij verzeekeren mij tevens dat zij alle moeijte zullen aenwenden om het volk tot bedaeren te brengen, en deese blijde tijding morgen„

NL-HaNA_1.04.02_3883_0325 view scan ↗

English

or the day after tomorrow. A few hours after the receipt of the ola from the Modliaars Ilangakoon and Tillekeratne, both of these headmen came to me, and verbally repeated to me the written report and asked for my orders. I immediately sent them away again, with instructions not to tarry with messages, but to present themselves in person to the mutineers, and with the strictest orders to bring the mutineers to reason. I also trust that this will happen quickly, since these people, in their harmful mischief, still speak of me with the greatest respect, and seem to have not the slightest complaints against me. The Modliaar de Saram is not only beloved among his subordinate peoples, but also feared, and he has a few good lesser headmen. The Modliaar Goeneratne is also much beloved, and his lesser headmen are such that I believe one can rely upon them completely. From the Mohandiram Manamperie I have until now received no tidings. What actually the reasons are why these people have gathered together cannot be said with the least certainty. As far as I am informed, it concerns especially the plantations, the bridge and bazaar leases; besides these, they still have 12 requests which, however, I do not yet know. The Head of the gathering in the Belligam Korle is a certain Madoegodde Appoe, a known rascal, and one who has only recently come out of chains; that of the Gangebadde Pattoe is a certain Koeroepe Arraatje, likewise a bad subject. Until now, and as matters stand at present, I think that it is not advisable to proceed to violent means, and that the gentle path will be the best. I request meanwhile to be provided with Your Honorable's much-esteemed orders. As soon as I receive further news I shall communicate it to Your Honorable, and for the rest I have the honor to be with the greatest respect, Honorable Sir, Your Honorable's obliged friend and Servant, was signed C. van Angelbeek. In the margin: Mature, the 18th of April Anno 1790. To the Honorable Sir Peter Huijsken, Commander of the city and Lands of Gale, Mature, etc., Gale. Just now I receive news concerning the gathering which I can communicate to Your Honorable as certain. Time is too short for me to have the report translated, which is why I send the same herewith in copy in the Sinhalese language to Your Honorable. The same comes from the Modliaar Tinnekoor; from it Your Honorable will see that the gathering has grown so greatly that, however much I have been inclined to use gentle means, more serious measures will have to be employed to bring this wild and unruly mob to calm. I therefore request Your Honorable to be provided with as many soldiers, and particularly Malays, as can be spared, and at the same time authorization to use forceful means. From the accompanying reports Your Honorable will be able somewhat to discern the sentiments of the mutineers. I have the honor to be with the greatest respect, Honorable Sir, Your Honorable's obliged friend and Servant, was signed C. van Angelbeek. In the margin: Mature, the 18th of April 1790. Honorable Sir! Translation of an unsigned Sinhalese ola letter. To my very good friend, the Mohandiram and second Interpreter of Mature, Wiekkremme Ratne, this is written with much respect. On the occasion that the peoples of this Pattoe were assembled to go to Baddegirie, in order to perform there the work undertaken by the Lord High Dissave of Mature for the benefit of the General Public, I received tidings that the unwilling and disobedient peoples of the Kandebadde Pattoe, Gangebadde Pattoe, Wellebadde Pattoe, Four Gravets, Belligamkorle, Lordship of Belligam, twelve charcoal-supplying Villages, the four Baygangs, Kattoene, Oedoebokke, and Morruakorle, along with the subordinates of the Gajanayake Modliaar and the combined Native Warriors of the three Mandoes, likewise also Abesegere Araatje, inhabitant of Narandenie, Weepelteire Don Simon Araatje, Joodekandi Araatje, Poehoelwelle Koditoeak Arraatje, Wiejewikreine Araatje who is to become Interpreter Mohandiram of the Magampattoe, Dodampe Araatje, two former Vidaan Araatjes of Kandeepitte, Wallekadde, and Hakmanwallekadde, Bandewerkke Araatje, and a certain Madoegodde Appoe, as well as some lesser Headmen, numbering together about 7 to 8,000 men armed just as if they were going to war, had gathered together at the boundary line of the Girrewai Pattoe, in order subsequently to enter the said Pattoe. I thereupon immediately sent Gajeman Araatje with his subordinates, as well as the Vidaan Araatje of Kahawatte, to the four Resthouses and also to the Bitmi Raales, had about 500 men from the inhabitants of this Pattoe assembled and provided with the necessary weapons, and subsequently proceeded with the said men to the Resthouse of Kahawatte in order, armed as aforesaid at the boundary line of the Girrewai Pattoe,

Dutch transcription

of overmorgen aen mij hoopen te brengen. Een paar uuren na de ontfangst van de ola van de Modliaers Jlanga„ „koon en Tillekeratne zijn deeze bijde hoofden bij mij gekoomen, en hebben mij het schriftelijk gedaen rap= „port mondelings herhaeld en om mijn orders gevraegd. Jk hebbe hun terstond weder doen vertrekken, met last om zig niet met boodschappen op te hou= „den, maar zig inperzoon aen de muijtelingen te ver= „toonen en met de stelligste orders om de muijtelingen tot reeden te brengen. Jk vertrouwe ook dat dit schielijk zal geschieden, alzoo deeze menschen in hun schadelijk kwaed, nog steeds met de grootste achting van mij spreeken, en geene de minste klagten tegens mij scheij„ „nen te hebben. De Modliaa de Saram is bij zijne onder„ geschikte volkeeren niet alleenig bemind, maar ook gerreest en heeft een paer goede minderhoofden. De Modliaer Goeneratne is ook zeer bemind en zijne minderhoofden zijn zodanig dat ik vermeene dat men op hun volkoomen staat kan maeken van den Mohandirai Manamperie hebbe ik tot nu toe geene tijdingen bekoomen, wat eigentlijk de reedenen gerot zijn waerom deese menschen te zaemen „ graat zijn, is met geene de minste zekerheijd te zeggen. zo ver„ „re ik berigt ben zijn het inzonderheijd de aan „plantingen, de brugge en bazaarspacht: behalven deese. hebben zij nog 12. verzoeken die egter tot nog toe niet weete. det Hoofd van de samenrotting in de Belligam„ „Korle is eene Madoegodde appoe; een bekende deug „niet, en die nog maar voor weijnig tijd eerst uijt de ketting gekoomen is, die van de Jangebad„ de pattoe eene Koeroepe Arraatje insgelijks een slegt subject. Tot nu toe, en zoo als de zaeken thans staen denke ik dat niet raedzaem is om tot weldige middelen overtegaen en dat de zagte weg de beste zullen zijn Jk versoek intusschen met uw E: E: Achtb: veel ge eerde ordres temoogen voorzien worden zoo dra ze D tot dien agten jes, den 1279 dra ik nadere berigten ontvangen zal ik die aen uw E: E: Achtb: bedeelen, en hebbe voor het overige de eere met de meeste achting tezijn /:onderstond:/ E: E: Achbaere: Weer uw E: E: agtb: dienstschuldige vriend en Dienaar /: was geteekend:/ C: van Angelbeek /:in margine:/ Mature den 18.:' April Ao 1790. — Gale Aan den E: E: Achtbaeren Heer: Peter Huijsken Kommandeur der stad en Landen van Gale, Mature &=a Eerst zo even krijge ik tijdingen wegens de zamenrotting die ik aen uw E: E: Achtb: als zeeker kan bedeelen. De tijd is te kort, dan dat ik het berigt kan laeten translateeren, waerom ik het zelve hier nevens in kopij in het singalies aen uw E: E: Achtb: toezende. Het zelve komt van den Modliaer Tinnekoor, uijt het zelve zal uw E: E: Actb: zien dat de zamenrotting zo zeer aengegroeit is, dat hoe zeer ik ook geneegen ben geweest om zagte middelen te gebruijken erns „tigere middelen tot het in bedaeren brengen van dese woest „te en ongebonde hoop zullen in het werk gesteld moeten worden. Jk verzoeke dus uw E: E: Achtb:r: met zoo veele Militairen en inzonderheid met Malaiers voor „zien te worden als zullen kunnen gemist worden; en tevens qualifikatie om geweldige middelen te moogen gebruijken. Uit de nevens gaende relaesen zal uw E: E: Achtbaere de gevoelens der muijtelingen eenigsints kunnen ontwaeren. Jk hebbe de eere niet de meeste achting te zijn /:on„ /:derstond:/ E: E: Achtbaere Heer! uw: E: E: Achtb: dienstschuldige vriend en Dienaar /:was geteekend:/ C: van Angelbeek /:in margine:/ Mature den 18:' April 1790. E: E: Achtbaere Heer! Translaet zeer goeden vriend, de Mohandiram en tweede Aan mijnen Tolk van Mature wiekkremme Ratue, word deezen met veel eerbied geschreeven. Bij geleegenheid dat de volkeren van deeze Pattoe verzoemeld wierden om na Baddegirie tegaen, ten einde aldaar het door den Heer Groot Dessave van Mature ten nutte van het Algemeen aengelegd werk te verrigten, heb ik teijding erlangd dat de onwillige en ongehoorzaeme volkeren van de Kandebadde= Pattoe, Gangebadde - Pattoe, wellebadde Belligamkorle, Heerlijkheijd van Belligam, Pattoe „vier gravetten twaalf koolgeevende Dorpen vier Baijgang, kattoene, oedoebokke en Morruakorle, nevens de ondergeschikten van den Gajenaik=Modliaar en de Gezamentlijke Jnlandsche Krijgers van de drie Mandoes, item ook Abesegere Araatje inwooner van Narandenie weepelte „ire Don Simon Araatje, Joodekandi Araatje Poe„ „hoelwelle koditoeak arraatje wiejewikreine arantje„ die Tolk Mohandiram van de Magampattoe staat teworden, Dodampe araatje, twee geweesene vidaen araatje van Kandee= Pitte, wallekadde en Hakmanwalle„ „kadde, Bandewerkke Araatje en eenen Madoegodde appoe, zoo meede nog eenige mindere Hoofden uijt „maekende tezaemen omtrend 7. â 8000. koppen ge„ „waapend even als ofze ten krijggaen wilden, in de Limiet scheijding van de Jirrewai= Pattoe bij= een gekoomen waeren, om vervolgens in gedagt Pattoe te koomen. Jk heb daar op daedelijk Gajeman Araatje met zijne ondergeschikten zoo ook den -vid aen Araatje van Kahawatte, na de vier Rust= „huijsen en ook bij de Bitmi= Raeles gezonden, omtrent 500 koppen van de ingezeetenen dezer patre laeten verzaemelen en met de noodige waepenen voorzien, en vervolgens Mij met gedagte Manschappen na het Rusthuijs van Kahawatte begeeven ten einde voorsz: in de Limietschijding van de Girrewaipattoe, ge„ Translaet Singaleesche ongeteekende Brief ola „waepend,

NL-HaNA_1.04.02_3883_0328 view scan ↗

English

gathered people, to drive them away from there. A few hours after my arrival at the aforementioned rest house with my people, the aforementioned people came into the villages, having seized the inhabitants by force. And subsequently, after they had shown themselves in seven different places with great violence and shouting and with full music, having arrived at a certain plain called Danmoellewille to subsequently come into the rest house: thus I had them asked for what reasons they had actually come in that posture. To which they let me know in reply that they in that posture were going via Marra Kadde and Ranne to Baddegirie, and there destroy the rest houses and erected mandoes, as well as take with them the exiles who are there, after having previously brought the head of the Magam Pattoe along to Mature and left him there, and would then go to Jale and Kolombo to make known the injustices that had happened to them in the course of five years. I thereupon sent word to them that they must not take the inhabitants of this Pattoe with them by force: upon which they gave me such answers that I had to conclude that they were mocking me. And whereas I did not have so much power and assistance to go against their intention and foil it, as well as to make them calm down: so I, without lingering there any longer, departed and arrived here at Tangale today, being Saturday, at one o'clock in the night. In case it should now happen that this very night, without the least delay, two commandos and the necessary orders were sent hither with the accompanying lascorins, to foil this intention of theirs and have them seized, then I promise to contribute my best ability to that end; even if I should have to lose my life in the process. This and that is communicated to your Honor herewith, to be brought to the knowledge of the Lord Dessave. I am your faithful friend Sinnekoon Modliaar. At the head of the ola stands 17 1/7 90. Underneath stood: For the translation, Gale the 19th of April 1790. Was signed: J. H. Brechman, sworn clerk. In the margin: For the translation, signed: S. De Zilva, sworn interpreter. Report made by order of the Right Honorable Commanding Lord Dessave of this place, Mr. Christiaan van Angelbeek, by 1. Don Abrahham Widiewante Saffermadoe Appoe, 2. Kattepodige Abraham Tantile, both inhabitants of Noepe, 3. Amineresinge Jajetilleke Sahabandoewe Kangaan, inhabitant of Kodagodde in the Gale Korle, 4. Roemerapperoenie Ammerewiere Aatsele, inhabitant of Noepe, and 5. Don Constantinoe Wieremeratue Cammeresinge, former arraatje, also of Noepe. The first reporter relates that he went along on the 15th of this month at the departure of the Lord Dessave to Dikwille. Coming there, His Honor learned that there was a gathering here and there of inhabitants; that upon this he received orders to proceed quietly to the place where those mutineers were located and secretly learn what the reason for that uprising was. That he, the reporter, together with the 2nd reporter, set out and, coming on the road to Hakman to the place where a Nagaha or ironwood tree stands, had seen standing a crowd of circa 800 to 1000 heads with flying banner and beating drum, among whom he recognized no one other than Don Simon Aratje, inhabitant of Wepette-iire, Wadie Jegeij Arratje, inhabitant of Kaddeweddoewe, and one Koeroeppa Aratje, together with one Dissanaike Appoe; the first three, and especially the first-mentioned Don Simon Aratji, having grumbled about various injustices that are presently being done to the inhabitants, saying that they do not even have time to enjoy in peace the blessing that has fallen to them through the flourishing of their fields, and which they owe to the good order and management of the present Lord Dessave, because they continually have to work in the cinnamon plantations, now of the Right Honorable Highly Respected Lord Governor, then of the aforementioned Lord Dessave, or else of the Modliaars and other chiefs. Hereupon the thought three persons keeping silent, a large group called out as if with one mouth: Yes, do not conceal that we must also work in the cinnamon garden of the Arratjes. Furthermore, they complained that when they went to perform their duty and took something along for sustenance, they are obliged upon crossing the ferries and passing over the bridges to pay dues to the ferryman and the lessee, as also one stuijver to the so-called Bazaar Lessee if they sold any provisions at the market to buy something else in return. That besides this tax, they have meanwhile also received orders, leaving behind their wives and children, to depart for Baddegieriese to

Dutch transcription

gewaeseerd vergaderde volkeren, van daar te verdrijven Eenige uuren na mijne aenkomst in gemelde Rust„ „huijs met mijn volk voorm: volkeren in de Dou„ „pen koomende de inwooners met geweld opgevat hebbende en vervolgens na dat zij met een groot geweld en geschreeu en met volle Musiek op seven „haar differende plaetsen zig geschied vertoond habden, op zeeker flijn gen„t Danmoellewille aengekoomen zijn „de om vervolgens in het Rust huijs tekoomen: zoo heb ik hun laeten vragen om welke reedenen zij eij= „gentlijk in dat Postuur gekoomen waeren! waer op zij mij lieten andwoorden, dat zij in dat pol= tuur over Marra Kadde en Ranne, na Baddegirie gaen en aldaar de Rusthuijsen en opgeslaegene Man„ „does vernielen midgaders de Bannelingen, die zig daar bevinden, na alvoorens het Hoofd van de Magam- Pattoe te Mature zullen meede ge„ „bragt en aldaar gelaeten hebben, tot hun neemen en „gaan zouden vervolgens na Jale en Kolombo „ ter bekendmae„ „king van de ongeregtigheeden die hun in de tijd van vijf Jaeren weeder vaeren waeren. Jk heb Hug daar op laeten zeggen, dat zij de Jngezeetenen dezer Pattoe niet met geweld bij hun neemen moesten: waer op zij mij zodanige andwoorden zouden, dat ik daer uijt opmaeken moest, dat zij met mij den ppot dreeven En dewijl Jk zoo veele Magt „tegen en hulp niet had, om hun voorneemen te gaen en te verijdelen, mitsg:s hun tedoen bedaeren: zoo heb ik, zonder daar meer tevertoeven vertrokken en op heden, zijnde zaturdag, des nagts ten een uure, hier op Tangale aengekoomen. Jngevalle het nu gebeurde dat in dezen nagt zelven, zou „der het minst vertoef twee kommandos en de noodige ordres, met de hiermede gaende Laskorijns, herwaerds gezonden wierden, om dit hun voorneemen te vereijdelen en hun telaeten opvatten opvatten, zo beloof ik mijn best vermogen daar toe te Contribueeren; al, zoude ik ook mijn leeven daar bij moeten inschieten. Dit een en-ander word uw E: bij desen bedeeld, om aen de Heer Dessave te worden ter kennis gebragt. Jk ben uwen getrouwen vriend Sinnekoon Mod= „liaar. aen het hoofd der ola staat 17 1/7 90. /:onderstond:/ voor de Translatie Gale den 19: April 1790 /:was ge„ „teekend:/ J: H: Brechman gesw: klerk /:in margine:/ voor de vertaeling /:geteekend:/ S: De Zilva gesw: tolk Relaes afgelegd ter order van den wel Edelen Gebiedende Heer Dessave deezer plaetze M:r Christiaan van Angelbeek door s:' Don Abrahham wi diewante saffermadoe Appoe, 2 Kattepodige Abraham Tantile Beide Inwoonders van Noepe, 3. Amineresinge Jajetil leke sahabandoewe Kangaan Jnwoonder van Kodagodde in de Gale Korle 1. Roemerapperoenie Ammerewiere aat „sele Jnwoonder van Noepe en 5: Do„ Constantinoe wieremeratue Camme„ „resinge geweeze arraatje meede van De Eerste Relatant verhaeld dat Wij op den 15. deezer bij het vertrek van den Heer Dessave naar Dikwille meed gegaen is. Daer koomende vernam zijn wel Edele dat er een te zaemen Rotting hier en daar van Jngezietenen was; Dat hij daar op ordre kreijgende zich in stilte te begeeven ter plaetse daar die muijtelingen zich bevonden en geheimelijk te verneemen wat de reede van die opstand was. Dat hij Relatant nevens den 2. Relatant zich op uijt begeeven en de weg naar Hakman ter plaetze daar 24 Noepe daar een Nagaha of eijzerhoute boom staat, koomende een schaere van Circa 800: â 1000 koppen met vligende vaandel en slaende Tamblijn had zien staen waeronder hij niemand anders heeft gekend als Don Simon Aratje inwoonder van wepette-iire, wadie Jegeij Arras Jnwoonder van kaddeweddoewe en eene koeroeppa Arat„ „je, beneevens eenen Dissanaike Appoe, hebbende de drie Eerste en wel voornaementlijk den Eerst gem: Den Simon Aratji gemurmureerd over verscheidene onregtvaerdigheeden die tans de Jngezeetenen aengedaen worden, zeggende dat zij zelvs geen tijd hebben om den zeegen die Hun door het floreeren Hun„ „ner velden is toegevallen, en het geen zij aen den goede order en bestelling van den tegenswoordigen Heer Dessave verschuldigd met rust te genieten, wijl zij geduurig moeten werken in de kaneel plantagies nu eens van den wel Edelen Groot Achtbaeren Heer Gouverneur, dan van wel gemelde Heer Dessave of ook wel van de Modliaers en an„ „dere Hoofden- Hier op gedagte drie persoonen zich quam stil houdende, er een groot groep als uijt eenen mon„ „de, Ja verswijgt niet dat wij ook moeten werken in de kanneel thuijn van de Arratjes. —. Voorts beklaegde zij zich wanneer zij tot het waerne„ „men van hunne post gingen en het een of ander tot onderhoud meede naemen zij verplicht zijn bij het overvaeren der veeren, en overgang der Bruggen, gereg„ „tigheijd aen den veerman en den Pagter te betaelen gelijk ook aan den zoogenaemde Bazaar=Pag„ „ter een stuijver als zij op de Markt eenige provisie verkogten om daer voor iets anders inte koopen. Dat zij behalven deeze belasting intusschen ook order gekreegen hebben, met agterlaeting van Hunne vrouwen en kinderen na Baddegieriese te vertrekken om

NL-HaNA_1.04.02_3883_0331 view scan ↗

English

to make that district suitable for the Company. That this obligation of the plantations had its beginning during the administration of the Dessave Mr. Burnat some 10 to 15 years ago and was then daily, but has nowadays increased so much that they can no longer endure it. Lastly, they declared that besides these, there are yet more injustices, which make up a number of 15 articles, and which they would make known at a proper time and place. After the aforementioned three persons had voiced the prescribed complaints, the Deponent heard the aforementioned Dissanaike Appu say aloud: we who are born to be men must do men's work and also die as men. Lastly, the Deponent says that after the conclusion of this conversation, the aforementioned Don Simon Aratchy called him aside and told him in confidence that he had been forced to join the mutineers and that if he had shown himself unwilling to do so, his poor wife and children ran the risk of being mistreated by them and his house and property set on fire. The second Deponent relates the same as the first, up to the point where the aforementioned three first mutineers complain that they are allowed no time to harvest the crop of their flourishing sown fields, upon which statement the first deponent went to the second deponent, who was not among the crowd but far from it, saying to him that they should go and prepare some food for the two of them. The Deponent further posits that although he was, as stated, too far from the crowd to be able to discern which of the mutineers spoke, he nevertheless saw from afar the person of Don Simon Aratchy in their midst. The third Deponent relates that on the morning of the 15th of this month, before the departure of the Dessave to Dikwelle, having been sent with two olas from the Mohandiram and second interpreter from here with orders to proceed to the place where the mutineers had assembled and to deliver one of those olas to Wepetteire Don Simon Aratchy and the other to whoever he should find at the head of the assembly: thus the Deponent, arriving on the plain called Naaijwille situated near the rest-house of Hakman, saw a crowd of people numbering more or less 900 men, where he was surrounded by an entire multitude and forced to hand over the olas. That after delivering those olas, he asked for the person of the abovementioned Don Simon Aratchy and where he might be, but those who had surrounded him did not answer his question, untied the bindings of both olas and, having merely glanced over them in haste, tore them to pieces, saying: that is something that does not concern us. That shortly thereafter Don Simon Aratchy came to the Deponent, asking who he was, and upon his answering that he was an inhabitant of Galle, he gave orders to let him go unmolested, whereupon the Deponent asked them why they had assembled, and whether, if they had any complaints to submit, they could not properly make them known. To which they answered him that they had nothing to complain of to the charge of the Dessave nor of his Honor's interpreters, indeed, that on the contrary they owed a great obligation to the good care and administration of the Dessave for the fortunate outcome of what was sown in the past year, the crop of which was very flourishing; but that their complaints consisted of 15 articles, which they would submit further whenever they might be asked for them; the deponent having furthermore learned that the notorious Magadugodde Appu was due to arrive there that same afternoon with more people. The fourth Deponent posits that having gone out yesterday morning by order of the Dessave to inspect the movement of the mutineers, he, arriving yesterday towards evening at Kaddewedduwa, saw the rebellious crowd, more or less 1000 men strong, hearing them say as with one voice that neither the honorable Dessave nor his Honor's interpreters had given them even the slightest reason to rebel, but that they are too much oppressed by unbearable new obligations, notwithstanding that the old obligations imposed upon them are heavy enough, which they are very willing and pleased to observe as of old, and that if asked about it, they would submit their interests further. The fifth Deponent says the same as the fourth, namely that at or about the time stated by the fourth Deponent, he heard the same words spoken by the mutineers on the plain of Kaddewedduwa, on the occasion that he, the fifth Deponent, being not far from that place at his brother-in-law's, went out of curiosity to spy upon the mutineers in secret. Thus related at the Fortress of Matara, the 17th of April 1790 (was signed) with five Sinhalese signatures, for the drawing up P. A. De Moor, for the translation D. S. Senerat, sworn secretarial interpreter (underneath was written) Agrees with the minute sent by the Honorable Ruling Dessave Mr. Christiaan van Angelbeek, which is deposited here at the secretariat and drawn up by the second Galle warehouse keeper P. A. De Moor on the 18th of April 1790 (was signed) M. F. Palm, authorized. And upon the proposal of the Commander it was approved and agreed to send a detachment of 150 men this very afternoon.

Dutch transcription

om dat Landschap voor de komp:e bekwaem te maeken. Dat deeze verpligting van de plantagies in het Be„ stier van den Heer Dessave Burnat voor nu 10 â 15 Jaeren een begin genoomen heeft en dezelve toen dage„ lijk geweest, dog tegenswoordig, zoo toegenoomen is, dat zij het niet langer kunnen tuijthouden. Laestelijk betuijgden zij, dat behalven deeze, er nog meer onregtvaerdig heeden zijn, die een ge„ „tal van 15. Artikels uijtmaeken, en die zij ter behoorlijker tijd en plaetze zouden tekennen geeven Na dat gedagte drie persoonen voorschreevene klagten ge„ „uijt hadden hoorde den Relatant voorschreeven Dis fanaike Appoe, overluijt zeggen. wij die voor Man„ „nen gebooven zijn moeten Mannen werk doen en ook als Mannen sterven. Laestelijk zegd de Relatant dat na het afloopen van dit gesprek voorm: Don Simon Aratje hem ter zijden geroepen en in vertrouwen gezegt heeft, dat hij gedwongen is geworden zig onder de muijtelingen te vervoegen en dat indien hij zich daar toe onwil„ „lig getoond had, zijne arme vrouw en kinderen ge„ „vaar liepen van door Hun mishandeld en zijn Huijs en goed in brandgestooken te worden De tweede Relatant verhaeld als de Eerste tot zoo verre de voorsz drie eerste muijtelingen zich beklaegen dat hun zelve geen tijd gegund word het gewas Wunner welgefloreerde zaeijvelden inteoogsten op welk zeggen de eersten relatant zig bij Item tweede relatant, die zich niet onder het gedrang maar verre van daar bevond vervoegde htem zeggende om eenig kost voor Hhun beiden te gaen klaarmaaken. Nog poseerd den Relatant dat schoon Wij gelijk ge„ „zegt te ver van het gedrang was om te konnen onderscheijden welke van de Muijtelingen gesprooken hebben, Wij Even wel van verre den persoon van Don Simon Aratje in het midden van Hun gezien heeft. De kken rtrek .. De derde Relastant verhaeld dat Wij op den 15 deezes smorgens voor het vertrek van den Heer Dessave na Dikwelle met twee olassen van den Mohandiram en tweede tolk van hier gezonden zijnde niet order van zich te vervoegen ter plaetze daar de muijtelingen te zaemen gerot waeren en een van die olassen te bestellen aen wepetteire Don simon aratje en de andere aen den geenen die hij aen het Hoofd van de te zaemen rotting zoude vinden: zoo heeft bij Relatant op de vlakte genaemt Naaijwille geleegen aen het Rusthuijs van Hakman koomende, een hoop volk ten getalle van min of meer 900. man gezien al„ „waer hij door een geheel menigte omsingelden ge„ „dwongen wierd de olassen aftegeeven. Dat Hij na de afgave dier alassen had gevraegd na den persoon van Boven gem: Don Simon Aratje en waer of Wij dich bevond. dog de geenen die Item omsingeld hadden op zijn vraeg niet antwoordende, maekte de beide olassen van haere bindzels Los en dezelve maar ter loope ingezien hebbende scheurder zij dezelve aen stukkend zeggende; dat is iets mat dat ons niet raekt. Dat kort daar op Don Siman Aratje bij den Relatant kwam vragende wie of Hij was, en Wij daar op antwoordende dat Hij een Jnwoonder was van Gale, gaf Hij order them ongemoeijd te laeten gaen, waar op den Relatant Hun vroeg, waerom zij te zaemen gerotwaeren, en of zij eenige klagten intebrengen hebbende de„ „zelve niet behoorlijk konden te kennen geeven. gevende zij hem daar op tot antwoord dat zij niets te klaegen hadden ten lasten van de Heer Dessave nog van zijn Ed:s Tolken, Ja dat zij in„ „teegendeel groote verpligting hadden aen de goede zorge en bestiering van den Heer Dessave over den gelukkige uijtslag van het gezaeijde in het verleeden Jaar welks gewasche zeer flovisant is geweest; maar dat Wunne klagten en 15. Artikulen bestonden 128 bestonden die ze nader zouden inbrengen, wanneer zij er na mogten gevraegd worden; hebbende voorts den relatant vernoomen dat de befaemden Magadoe„ „godde Appoe dien zelvden nademiddag met meerder volk daer stond aente koomen. De vierde rebatant poseerd dat Hij gister voormiddag tevorden van den heer Dessave op uijt gaende om igt „spectie te neemen van de beweeging der muijtelin= „gen hij gister tegens den avond op Kad deweddoewe koomende den oproerigen Hoop min of meer 1000 mannen sterk gezien had hoorende Hhun als uijt eenen mond zeggen, dat nog den wel Edelen Heer Dessave nog zijn wel Edelens Tolken thun eenig de minste reeden tot rebelleeren gegeeven hadden maar dat zij te veel onderdrukt worden door ondraegelijke nieuwe verpligting, ongeagt de oude verpligtingen die op Haar leggen zwaar genoeg zijn en die zij gelijk van ouds zeer gaarne en met veel genoegen willen waerneemen, en dat „nader zij daar over gevraagd wordende Hunne belangen zoude inbrengen. De vijfde Relatant zegt even als de vierde, namentlijk tegens of omtrend die tijd, die hij vierde Relatant op geeft dezelfde woorden door de muijtelingen op de vlakte van kaddewedoewe te hebben hooren zeggen ter geleegendheid hij vijfde Relatant niet verre van die plaets bij zijn zwager zijnde uijt nieuwsgie„ „righeijd de muijtelingen in stilte ging bespieden. Aldus Geralateerd ter Fortresse Mature den 17. ' April 1790 (:was geteekend:/ met vijf singaleesche handteekeningen, voor het opmaeken P: A: De Moor voor de vertaeling D: S: Se„ „nerat gez: sekr: tolk /:onderstond :/ Akkordeert met de „ „door den wel Edelen Gebiedenden Heer Dessave M:r Christiaen van Angelbeek toegezonden minuut het welke alhier ter sekretarij geseponeerd en door den tweeden Jaalse Pakhuijs„ Noor meester P: A: opgemaekt is den 18. April 1790 /:was geteekend:/ M: F: Palm geauthoriseerde En is „ propositie van den Heer Commandeur goedgevonden en ver„ staen nog heeden agter middag een ditachement van 150. Koppen : den tikulen is

NL-HaNA_1.04.02_3883_0334 view scan ↗

English

heads Europeans and Malays under the command of Captain de Prophaloe, provided with the necessary and good weapons in fixed cartridges, to march to Belligam in order to await there the order of the Honourable Dessave van Angelbeek; to the end of being employed in such manner as the said Honourable Dessave shall find necessary according to the circumstances of the matter. Furthermore, it has been understood to commission the overseer of the Gale Korle van Schuler and the commissioner of the areca Pieter de Vos, as they are commissioned hereby, to depart from here tomorrow morning, assisted by a competent clerk and the porta Mudaliyar Don Balthazar Dias, in order to proceed in the name and on behalf of this government to the congregated dissatisfied inhabitants of the Matura Dessavony, to bring them to rest as best as possible and in the gentlest manner, to hear their complaints and grievances, to trace the true origin of their dissatisfaction, and to promise them a proper justice and equitable protection from this government. Furthermore, it has been approved to furnish the said Honourable Commissioners van Schuler and De Vos with the following Instruction, issued by the Lord Commander, for their guidance. Just as it has also been resolved to furnish Captain De Prophalow with the Instruction likewise inserted herein. Pro Memoria for the Honourable junior merchants Pieter Willem Ferdinand Adriaen van Schuler and Pieter De Vos. Pursuant to the resolution of this government taken this morning, Your Honours must proceed to Belligam, and from there, being informed where the mutineers or dissatisfied inhabitants in the Matura Dessavony actually are, Your Honours must proceed to them in order to learn the reason for their rebellious conduct. The Honourable Dessave van Angelbeek has already been informed of Your Honours' arrival at Belligam, and he has at the same time been written to in order to inform Your Honours of all the circumstances concerning the said dissatisfied persons; following which information Your Honours must guide their conduct as much as possible, and furthermore proceed communicatively with the said Honourable Dessave, if the state of affairs permits this in any way. I have issued and dispatched an ola mandate to the rebels; of which a copy is imparted to Your Honours herewith, to serve for Your Honours' guidance. The principal purpose of Your Honours' mission is to calm the rebellious people and bring them to a halt; therefore, upon arrival at Belligam, Your Honours must directly dispatch a suitable person to announce to the congregated people that Your Honours have come thither to hear their complaints and grievances, and to cause them to obtain justice, and that they may assure themselves of the protection and justice of this government if they are willing to present their concerns in a calm and proper manner and state and point them out clearly. I have ordered my porta Mudaliyar Don Balthazar Dias to depart with Your Honours; this man, as the first head of the natives of this Commandement, will likely, because he is respected and feared among the inhabitants, be able to be of some help to Your Honours; should it however appear to Your Honours that he is not as useful to Your Honours as I imagine, then Your Honours will be able to make use of other trusted persons, and be able to send this Mudaliyar back again. At the request of the Honourable Dessave van Angelbeek, I have already caused a detachment of 150 military men to march to Belligam in order to be employed from there in such manner as the said Honourable Dessave shall find necessary; with this detachment Your Honours shall not have to interfere, unless unforeseen circumstances make such strictly necessary, in which case Captain de Prophalow is hereby ordered to employ the command under him in such manner as shall be deemed necessary by Your Honours and indicated to him. When Your Honours come to the rebels, Your Honours must hear all their complaints, grievances, and concerns; and promise them to their satisfaction that proper justice and protection shall be granted to them, of all of which the most precise notes must be kept; and Your Honours must furthermore attempt as much as ever possible to obtain the best information regarding the reasons and circumstances of this congregation; and of all Your Honours' findings and actions I trust that Your Honours will inform me successively and as quickly as possible, just as I also expect that Your Honours upon their return will present me with a comprehensive written report of everything. I deem it unnecessary to prescribe any further rules to Your Honours: the entire government, which is represented by Your Honours on this occasion, has complete confidence that Your Honours will accomplish their commission with the utmost policy, gentleness, and manly courage. Gale the 19th April 1790. was signed: P: Sluijsken. Instruction for the Honourable, Pious, Valiant Captain Baron De Prophalow Your Honours

Dutch transcription

koppen Europeesen en Malaijers onder Commando van den Capitain de Prophaloe voorsien van de noodige en goede wa„ „pentuijgen in vaste pattroonen na Belligam te laeten mar„ „cheeren om aldaar de order van den E: Dessave van Angel„ „6 „beek aftewagten; ten einde zodanig geemploijeerd te„ „worden als gedagte E: Dessave na omstandigheeden van zaeken zal bevinden, noodig te zijn. Voorts is verstaen de opziender der Gale Korle van schu„ „ler en den Commissaris der arreek Pieter de Vos te Committeeren gelijk zij gecommitteerd worden door dezen om morgen vroeg geassisteerd door een bekwaem Don schribent en den porta Modliaer „ Balthazar Di„ „as van hier te vertrekken ten einde zig uijt naem en van weegen dezer Regeering bij de samenge„ „rotte misnoegde inwoonderen van de Matureesche Dessavonij te begeeven hun best doenlijk en op de sagtste wijse tot rust te brengen hunne klagten en beswaeren aantehooren den waeren oorsprong van hun misnoegen natespeuren en hun een goed regt en billijke bescherming van deeze Regeering te belooven. Voorts is goedgevonden de gemeld E: Commissarissen van Schuler en De vos, de volgende Jnstruktie, door de Heer Commandeur uijtgevaardigd, tot hunne na„ „rigt meede te geeven. Gelijk ook beslooten is de meede ten desen Geinsereerde Jnstruktie aen den Capitain De Prophalow meede tegeeven. Jngevolge besluijt dezer Regeering op heeden morgen ge„ „noomen, moeten uwE:s zig na Belligam begeeven, en van daer, geinformeerd zijnde waar zig eigentlijk de muijtelingen of misnoegde ingezeetenen in de Pro Memorie voor DE:s onderkooplie„ „den Pieter willem Ferdinand Adriaen van Schuler en Pieter De vos. Matureesche 1284 Matureesche Dessavonij bevinden, moeten uwE- zig bij hun begeeven ten einde de reeden van haer aproerig ge„ „drag te verneemen. De E: Dessave van Angelbeek is reets van uwE: komst te Belligam onderrigt, en hem is teffens aangeschreeven uw E=s van alle de omstandigheeden aengaen= „de Gedagte misnoegden te informeeren; na welke infor„ „matie u E:s zo veel mogelijk derzelve gedrag moeten bestieren, en voorts met gemelden E: Dessave, zo de ge„ „steldheeden der zaeken dit eenigsints toelaeten Commu„ „nicatief tewerk gaan. Jk heb aen de oproerigen een Mandaet ola uijtgevaerdigd, en afgezonden; waar van uw E=s bij deese een kopij word toegedeeld, om tot uw E:s narigt te dienen. Het voornaemste oogmerk uwer E:s zending is om het oproerige volk te bedaeren en tot stilstand te brengen dierhalven moeten uwE:s bij aankomst te Belligam direkt een geschikt persoon afzenden, om het zamen„ „gerotte volk, aantekondigen dat uw E=s derwaerts zijn gekoomen om hunne klagten en beswaeren aen„ „tehooren, en hun regt te doen erlangen, en dat ze zig van de bescherming in rechtvaerdigheijd dezer Regee„ „ring kunnen verzeekeren indien zij hunne bekom „meringen op eene bedaerde en betaemelijke wijse willen voorbrengen en duijdelijk opgeeven en aenwijsen. Jk hebbe mijne porta Modliaar Don Balthazar Dias gelast met uwEs meede te vertrekken deese man als het eerste Hoofd der Jnlanderen van dit Commandement zal denkelijk wijl hij bij de Jngezeetenen gezien en gevreesd is uwE=s tot eenige hulpe kunnen strekken; zoude het egter uwE voorkoomen dat wij uw E=s niet zo nuttig is als ik mij verstelle dan zullen uw E=s gebruijk kunnen maeken van andere vertrouwde perzoonen; en deeze Modliaar weder terug kunnen zenden. Op verzoek van den E: Dessave van Angelbeek heb ik reets van den goede we„ aten mar„ Angel„ ar Di„ e sche de klagten van „ den kooplie„ Adriaen lijk de e waem door vos reets een detachement van 150 Militairen na Belli„ „gam doen marcheeren om van daar zodanig geem„ „ploijeerd teworden als gedagt E: Dessave zal bevinden noodig te zijn, met dit detachement, zullen uw E=s zig niet hebben te bemoeijen ten zij om te voorziene om„ „standigheeden zulks vostrekt noodzaekelijk maekten, in welk geval de kapitain de Prophalow bij deese gelast word zijn onderhebbend Commando zodanig te emploijeeren als door uwE=s zal noodig geoordeeld en hem aengeduijgd worden Wanneer uw E:s bij de oproerige koomen moeten uw E:s alle derzelve Klagten, beswaeren en bekommeringen aanhooren; en hun tot hunne bevreediging belooven dat hun een goed regt en bescherming zal toekoomen van welk een en ander de nauwkeurigste aantee„ „keningen moeten gehouden worden; en moeten uw E:s voorts tragten zoveel immers mogelijk is van de reedenen en omstandigheeden deezer samen= „rotting de beste onderrigtingen te verkrijgen; en van alle uw E:s bevindingen en verrigtingen vertrou„ „we ik dat uw E:s mij successive en zoo spoe„ „dig doenlijk zullen onderrigten, gelijk ik ook verwagte dat uwE:s na derzelver terug komst mij van alles een uijtgebreijd schriftelijk rap„ „port zullen overleggen. Jk agte onnoodig uw E:s eenig verdere regelen voorte„ schrijven: De geheele Regeering die door uwE:s bij dese geleegenheijd gerepresent word, heeft een volkoomen vertrouwen dat uw E:s derzelver Com„ „missie met het meeste beleijd zagtsinnigheid en Mannemoed zullen volbrengen. Gale den 19. ' April 1790. /:was geteekend:/ P: Sluijsken. Jnstruktie voor den Eerzaeme vroome Manhafte kapitain Baron De Prophalow uwE:s

NL-HaNA_1.04.02_3883_0337 view scan ↗

English

1286 1285 Your Honour is hereby commanded to march to Belligam with Europeans and Malays, totalling 150 men, of which the brief strength returns will be handed to Your Honour by the adjutant, and there to await the orders of the Dessave Mr van Angelbeek, to whom Your Honour must show the required obedience. Of the armaments being taken along by the command under Your Honour, a list will likewise be provided to Your Honour by the adjutant, and each man is to be supplied with 36 fixed cartridges. For the rest, I have complete confidence that Your Honour will, on all occasions that may arise, display all those qualities that always distinguish an officer of merit. Gale, the 19th of April 1790. Was signed: P: Sluijsken. Furthermore, it was agreed to dispatch the draft mandate ola inserted herein and drawn up by the Mr Commander to the discontented and assembled inhabitants of the Matura Dessavony, in order to calm their minds if possible and to prepare them for the arrival of the said Commission. Draft Mandate Ola Yesterday it was reported to me that certain inhabitants in the Matura Dessavony have gathered together and are behaving as discontented persons, intending to throw the entire country into commotion. Until now, I have been reluctant to believe that such an evil design would exist among you; however, since I have received such a report and that you harbour ill intentions, I am sending this forth in order to notify you that all those who may find themselves here must immediately proceed to their home villages in order not to make themselves guilty of an insurrection, of which some of you are accused, and whereby you will bring the greatest misfortune upon yourselves; for you already know from old orders that unwillingness in the service and rioting are punished most severely. Yet, as it might well be possible that you have some reasonable grievances to present, two of my members from the Political Council, being the Captain of the Gale Korle van Schuler and the Junior Merchant De Vos, together with my Maha Mudaliyar of the Gate Abesinge Siriwardene, will depart from here to you tomorrow morning, to whom you may present your grievances; after which an investigation will subsequently be conducted and justice will be done to you, whereas on the contrary those who complain without foundation shall undergo the most severe and harsh punishments. You must present your complaints calmly to this Commission and not behave as rebels, for in such a case I would be compelled to employ measures that would certainly be disagreeable to you and of the worst consequences for your well-being. Trust further in my justice and conduct yourselves as pious and good inhabitants. Thus written and dispatched on the 19th of April A:o 1790. Was signed: P: Sluijsken. It was also agreed, subject to the approval of the honoured Ceylon Government, to call up the burgher company here under arms in order to assist in performing the regular military garrison duties during the absence of the aforementioned detachment. Thus resolved in the city of Gale on the day aforesaid. Was signed: 1286 Was signed: P: Sluijsken, M: van der Spar, J: L: Schede, L: Aams, N: B: Martheze, C: F: W: De Ranitz, J: J: D: D'Estandau, A: E: De Lij, P: W: F: A: van Schuler, P:r De Vos, and C: L: B: van Albedijhl. Below stood: Agrees. Was signed: J: H: Breehman, sworn clerk. Agrees. Sijbrands First sworn clerk Elaas Examined 1287 Tuesday the 20th of April A.o 1790 Present The Right Honourable Mr Commander Peter Sluijsken. The Administrator Mattheus van der Spar Commander of the Militia Johan Lodewijk Schede Master Attendant Lucas Aams Pay Bookkeeper Nicolaas Bernardus Martheze. First Warehouse Keeper Master Andreas Everardus De Lij Secretary Carel Lodewijk Baron van Albedijhl Absent Junior Merchant Hendrik Levin Martheze Dispenser Christiaan Fredrik Willem De Ranitz Fiscal and Cashier Jean Jacques David D'Estandau Overseer of the Gale Korle Pieter Willem Ferdinand Adriaan van Schuler Shopkeeper and Commissioner of Areca Pieter De Vos. The Mr Commander made known that he had convened the honourable members in order to deliberate upon the contents of a letter from Matara, inserted herein, written by the Honourable Dessave van Angelbeek, and subsequently to take the necessary decisions thereon. Gale Right Honourable Mr Peter Sluijsken Commander of the city and lands of Gale, Mature, etc. Right Honourable Sir This morning I had the honour of duly receiving Resolution taken in the Council of Gale on the

Dutch transcription

1286 1285 uw E:s word door deese gecommandeerd om met Europeeschen en Malaijen tezaemen 150. koppen waer van uw E:s de korte sterktens door den adjudant ter hand gesteld zullen worden, na Belligam te marcheeren, en aldaar de orders van den Heer Dessave van Angelbeek waer aen uw E:s de verpligte ge„ hoorzaemheid moet bewijsen; aftewagten. Van de door uw E:s onderhebbende Commando mee„ „de genoomen wordende wapengoederen zal uw E:s insgelijks een Lijst door den adjudant bezoogd en elk man met 36. vaste patroonen voorzien worden Jk heb voor het overige het volkoomen vertrouwen dat uw E: zig in alle voorkoomende geleegenheid alle die hoedanigheeden zal betoonen die altoos een officier van verdiensten distigneeren. Gale den 19. ' April 1790 /:was geteekend:/ P: Sluijsken Wijders is verstaen het ten deese geinsereerde en door: den Heer Commandeur ontworpen Consept Mandaet ola„ aen de misnoegde en samengerotte inwoonderen der Ma„ „tureesche Dessavonij aftevaerdigen ten einde hunne ge„ moederen waere moogelijk te bedaaren en tot de kom„ „ste van de gemelde Commissie te prepareeren. Consept Mandaat ola Op gisteren is mij berigt geworden dat sommige in= „woonders in de Matureesche Dessavonie tezaemen zijn gekoomen, en als onvergenoegde zig aanstellen met voorneemens om het geheele land in beweeging te brengen. Jk geloove tot nog toe ongaere dat zulk een boos„ bestaen bij uwlieden zal plaets hebben dan dewijle ik sulk een narigt hebbe en dat Gijlieden kwaede voorneemens hebt zo laete ik deese afgaen ten einde uwlieden aentekundigen, dat alle die geene die zig hierbij hier bij mogte bevinden zig in mediaet naar hunne woon„ „dorpen zullen hebben te begeeven ten einde zig niet schuldig te maeken aen een oproer; waermeede men sommige van uwlieden beschuldigt, en waar door uwlieden zig zelve het grootste on„ „geluk op den hals zullen haelen; want onwilligheijd in den dienst en oproermakerij weet gijlieden, reeds, oude orderen, dat op het aller swaerste Gestraft worden. Dan dewijl het ook wel mogelijk zoude kunnen weesen, dat gijlieden eenige billijke beswaernisse hebt intebrengen zo zullen op morgen ochtend van hier na uwlieden toe vertrek„ „ken twee van mijne leeden uijt den Palitiken Raed zijnde de Capitijn van de Jale Korle van schuler en den onderkoopman De Vos, nevens mijne Modlaer van de porta Abesinge siriwardene aen dewelke sijlieden uwe beswaernissen kunt opgeeven; waer na vervolgens onderzoek zal gedaen en uwlieden recht zal geworden waer en tegen de zulke die onge„ grond klaegen de slimste en sterkste straffe zullen ondergaen. Gijlieden moet uwe klagten bedaerd aen deese Com„ „missie opgeeven en zig niet als revolteurs aenstellen want in zulk een geval zoude ik genoodzaekt weesen, middelen te moeten gebruijken die uurlieden zeekerlijk onaangenaem en voor uw welzijn van de slegste gevolgen zoude weesen. vertrouwd voorts op mijne regtvaerdigheijd en gedraegd uwlieden als vroome en goede inwooners. Aldus geschreeven en afgezonden den 19. ' April A:o 1790 /:was geteekend:/ P: sluijsken. Nog is verstaen op approbatie der geeerde Cijlonse Re„ „geering de burger Kompanie alhier onder de wapenen te trekken ten einde geduurende de afweezigheijd van het voorschreeven detachement de gewoone Militaire guarnisoens diensten te helpen verrigten. Aldus Geresolveerd in de stad Gale ter dage voorschreeven /: was geteekend/ 1286 /: was geteekend:/ P: sluijken M: van der ppar J: L: schede, L: Aams N: B: Martheze, C: F: w: De Ramitz, J: J: D: DE Standauw, A: E: De Lij, P: w: F: A: van Schuler, P„r de vos en C: L: B: van Albedijhl. /:onderstond:/ Akkordeert /:was geteekend:/ J: H: Breehman gklerk Accordeert. Sijbrands VEgklerk Elaas Nagezien 1287 Dingsdag Den 20:e April A. o 1790 Present Den wel Edele achtb Heer Commandeur - Peter Sluijsken. DE: Administrateur Mattheus van der Spar „„ kommandant der Militie Johan Lodewijk Schede „ Equepagiemeester Lucas Aams „ „ zoldij boekhouder Nicolaas, Bernardus Martheze. „ „ Eerste Pakhuijsmeester M:r Andreas Everardus De Lij„ „ „ Sekretaris Carel Lodewijk Baron van Albedijhl Abzent „ „ onderkoopman Hendrik Levin Martheze „ Dispencier Christiaan Fredrik willem De Ranitz: „ „ fiskaal en kassier Jean Jacques David D' Estandauw „ „ op ziender der Gale korle Pieter willem Ferdinant Adriaan van Schuler„ Pieter De vos. „ „ winkelier en kommissaris der arreek De Heer Commandeur gaf te kennen de E:s Leeden bij een geroepen te hebben ten eijnde den inhoud van een /: ten desen geinsereerde:/ Matursche brief door den E: Dessave van Angelbeek geschreeven in de liberatie te trekken en vervolgens daar op de noodige besluijten teneemen. Gale EE: Achtb: Heer Peter Sluijsken kommandeur der stad en lande van Gal Mature etc: E: E: Achtbaare Heer Heden morgen hebbe ik de eere gehad van wel te Resolutie Genoomen in Raade van Pale ontvangen op e

NL-HaNA_1.04.02_3883_0342 view scan ↗

English

received your Honorable's highly esteemed letter of yesterday. I have waited until now to answer it, partly because I was awaiting some certain reports from the country, and also because I hoped to receive some answer to my letter of yesterday afternoon. The mutineers are currently in the resthouse of Marchadde. They do no harm to the Company's effects nor to the goods of the inhabitants, except only to those who stubbornly refuse to go along with them. The mudaliyar of the Gangaboda pattu and Weligam korale have just departed from me to go back to their pattus, from where they came hither this afternoon upon my summons. In the Gangaboda pattu matters are again as good as at rest, and none of the minor headmen is at the gathering, except only the pattu arachchi, who was sent thither by the mudaliyar to bring back the people of that pattu who are still with the conspiracy. A single titular arachchi of this pattu is at the gathering as head of the still disobedient people of this district. I hope therefore that matters will quickly settle themselves in that pattu. In the Weligam korale things also looked reasonably well; only four petty minor headmen from that district are at the gathering. The principal minor headmen have also been dispatched to the mutineers to bring them back. At the first sight of them, the famous Madugoda appu took flight, and the minor headmen have informed the mudaliyar that they hoped to return tomorrow with their people. Although this news is more favorable than that of yesterday, I nevertheless request to be provided with some military men for the greater reassurance of the inhabitants, and at the same time authorization, if it should be necessary, to be allowed to use forceful measures. Very willingly, if it pleases your Honorable to authorize me, I would go to meet the mutineers. However, I as well as my headmen whom I have with me are certain that I shall achieve nothing with them, although I am convinced that they have nothing against me. This uprising is of a completely different nature than the previous one, as there are indications which must make me think that these people have been made to believe things by secret enemies of your Honorable and of myself that refute themselves. It is also for that reason that I request your Honorable, both in my name and in that of my headmen to whom I communicated your Honorable's favorable offer to send a commission thither from Galle, to be pleased to request in its stead a commission from the revered Ceylon Government, either from the Noble Political Council or from the Court of Justice in Colombo, and that their Honors may come hither as speedily as shall be feasible, and this indeed at the expense of the native headmen themselves, who request a thorough investigation of this matter to the end that it may appear who is the cause of this uprising, and so that the guilty may be punished as an example to others. Along with this, I simultaneously request that these gentlemen may be ordered to conduct a thorough investigation into my conduct during my administration here, and to investigate the complaints that might come in against me with all precision, conscientiously and strictly. Likewise, I request that a good interpreter may come with these gentleman commissioners who has no family ties here in Matara with the native headmen. I have the honor to be with the highest esteem, Honorable Sir, your Honorable's dutiful friend and servant, was signed, C. van Angelbeek. In the margin: Matara, 19 April 1790. Lower: P.S. At the closing of this letter I have the honor to receive your Honorable's highly esteemed letter of the 19th of this month. For the detachment that was sent I am very much obliged to your Honorable. I hope, however, that I shall not need to use the same. In the meantime, I shall have the Honorable Bijer march to Jangale tonight with some men of the garrison here, in order to cover the warehouse there. Above, I have already had the honor to request your Honorable, in my name and that of the headmen, for a commission from Colombo, which request I hereby further reiterate, and I thank your Honorable very much for the commission already appointed there, the more so if merely a recording of the complaints of the mutineers is to take place, for which the Honorable De Mon with the second warehouse keeper and the Honorable Commander Bijer would suffice, who are known to the inhabitants here and, as far as I am aware, are also respected and esteemed. It is, however, not only a recording of the complaints that I and my headmen request, but a thorough and strict investigation of these complaints and into our conduct, as well as into those who are the primary cause of this mutiny. According to what I hear, the titular mohandiram of the Weligam korale, Dahanaike, is in Galle, and since I might at times in this situation have some

Dutch transcription

ontvangen uw E: E: Achtb: veel geherde van gisteren. Ik helbe tot nu toe gewagt om die te beantwoorden, ten deele wijl ik na eenige zekere berichten uit het land verwagten als ook, wijl ik hoopte op mijne brief van gisteren nademiddag eenig antwoord te ontvangen. De muijtelingen zijn teegenswoordig in het austhuis van Marchadde. zij doen aan 'skomp:s effekten en de goederen van de ingezetene geenkwaad, als allenig aan de zulke die halsterrig weigeren om met hun meede te gaan. De modliaar van de Gangebadde pattoe en Belligam„ korle vertrekken zoo even van mij om weder na hunne Pattoes te gaen, van waar ze deeze namid„ dag op mijn op ontbod na herwaards gekomen zijn In de Gangebadde pattoe is het weder zoo goed als in rust en geene der minderhoofden is bij de za„ menrotting dan alleenig de pattoe aaratie, die na derwaards door den modliaat gezonden is, om de volkeren van die pattoe die nog bij de zamen„ sweering zijn weder te rug te haalen. Een enkelde titulair aratie van dit Pattoe is als hoofd van de nog ongehoorzaame volkeren van dit destrikt, bij de samenrotting. Ik hoope dus dat het met die Pattoe zig schilijk schikken zal. In de Belligam korle Liet het ook reedelijk wel uit alleenig vier klijne minderhoof„ „den bevinden zich uit dat distrikt bij de zamen, rotting. De voornaemste minderhoofd en zijn ook na de muntelingen verzonden, om hun weder te rug te brengen op het eerste gezigt van dezelve heeft de besaamde Madoegod de appo de 1288 de vlugd genoomen, en de minderhoofden hebben dens modliaar doen weeten dat ze verhoopte morgen met hunne volkeren weder te rug teko„ „men Hoewel deeze tijdinge gunstiger zijn dan die van gisteren, zoo verzoeke ik niet te min niet eenige militairen te mogen voorsien worden tot meerdere gerustheid van de ingesetenen en tevens kwalifikatie om zoo het noodig is ge„ weldige middelen te mogen gebruiken. zeer gaer„ „ne wel ik zuw E: E: Achtb: mij gelieft te kwa„ „lificeeren de muijtelingen te gemoet gaen. te ben egter zoo wel als mijne Hoofden die ik bij mij hebbe verzekerd, dat ik bij hun niets uitrichten zal, hoe wel ik verzekerd ben, dat ze niets tegens mij hebben. Deese op voek is van eene geheel andere aart dan de voorige, alzoo er ondicien zijn die mij moeten doen denken, dat dee„ „ze menschen door hennelijke vijanden van uwE. Achtb: en van mij dinge wijs gemaakt zijn die„ zig zelve te niet doen. Het is ook uit dien hoof„ „den, dat ik uw E: E: Achtb: zoo uit mijn naam als uit die van mijne Hoofden, aan dewelke ik uw E: E: Achtb: gunstig aan bood, om nadier„ waards eene kommissie van Gale te zenden, ver„ zoeke van in dies plaatse eene kommissie het zij voor 8 den Edelen Politikeen Raad of van de justitie te kolonde bij de gevenereerde Ceilonsche Regeering te willen verzoeken en dat hun E:s na herwaards zoo spoedig moogen bkoomen als doenlijk zal zijn en dit wel op kosten van de Jnlandsche Hoofden zelvs, die een nauwkeurig onderzoek van deese zaak verzoeken ten emd en het blijken mooge wel oorzaak van deeze op voer zij„ en op dat de schuldige tot exempel van andere mogen gestraft worden. Hiernevens verzoeke ik tevens dat aan deese Heeren mag worden gelast om een naukeurig onderzoek te doen na min ge„ drag geduurende mijn bestuur alhier de klagten die tegens mij mogten inkoomen met alle nauw: „keurigheid, gemoedelijk en op het scherpst te on„ derzoeken. Insgelyks verzoeke ik dat met deeze Heeren gekommitteerden eene goede tolk mag koomen die geene verwamtschap alheer op Mature met de Jnlandsche Hoofden heeft Jk hebbe de eere met de meeste hoog achting. te zijn /:onderstond:/ E: E: Achtbaare Heer/ uw E: E: Achtb: dienst schuldige vreend en die„ „naar /:was geteekend:/ C: van Angelbeek /: in„ /: maagine:/ Mature Den 19:' April 1790: /:Lager:/ P: S: Bij het sluijten deezes hebben ik de eere te ontvangen uw E: E: Achtb: veel geagte van den 19 deezer O 1709 deeser, voor het gezonden kommando ben ik uu Achtb: zeer verpligt. jk hoope egter dat ik de zelve niet noodig zal hebben te gebruiken. Den E: Bijer zal ik intusschen dee„ ze nacht met eenige manschappen hier in het quar„ insoen na Jangale doen marscheeren, om aldaer het Pak„ huijs te dekken. Hier boven hebbe ik reeds de eere gehad uwE: E: Achtb: uit mijn naam en die van de hoofden om eene kommissie van kolombo te verzoekken welke verzoek ik bij deeze nader hersaale en bedanke uwE: E: agtb dus heel zeer voor de reeds benoemde kommissie al „daer, te meer zoo enkeld eene opneeming der kla „ten van de muijtelingen moet geschieden, hier toe „ den E: de Mon met de tweede Pakhuijsmeester „ den E: kommandant Bijer voldoende zijn welke bij de alhier bij de ingezetenen bekend en voor zoo verre ik berust ben ook gezien en geagt. Het is egter niet alleenig eene opneeming der klagten, die ik en mijne hoof„ den verzoeke van deeze klagten, en na onzer ge„ drag, als ook na hun die de eerste oorzaek van deeze munterij zijn. Volgens ik hoore bevind zig de titulair mohandiram van de Belligam korle Dahanaike te Gale en vermits ik van hem in deeze geleegend zom tijds eeni„ „ge

NL-HaNA_1.04.02_3883_0346 view scan ↗

English

might need his services, I therefore request Your Honorable Respected Sir, if he is in Gale, to have him depart for here at once: Whereupon, after extensive deliberation was held, it was approved and understood to send the Honorable Dessave van Angelbeek the following letter in reply. Mature To the Honorable Mr. Christiaen van Angelbeek Senior Merchant and Second of the Gale Commandment together with Dessave Honorable, Pious, Discreet: In answer to Your Honor's letter of yesterday, which was only delivered to the undersigned Commander this afternoon at 12 o'clock, serves that we have resolved regarding several propositions appearing in the said letter to reserve our opinion until a further opportunity, and only to take into consideration the most necessary, namely whether Your Honor shall bring the mutineers to their duty by force, which we for the present still consider unnecessary and irresponsible, and therefore recommend Your Honor hereby that all the force Your Honor presently has with you must only serve to act defensively and not offensively. Our dispatched Commission must proceed in that order as such has been assigned by us to Your Honor, whilst we shall meanwhile propose Your Honor's request to have a commission from Colombo to the esteemed Government: The objective at this moment must solely be to disperse the unlawfully assembled mob from one another by gentle means. This cannot happen unless by hearing the revolting people's complaints and grievances against whomever they might be. And our Commission is also solely suitable to that end, being able in the future, when we succeed therein, to conduct a closer and even the sharpest investigation. We recommend Your Honor all caution and therefore also to divide the troops into small detachments as little as possible. Experience has taught us in earlier days that this has been of the very worst consequences, and therefore we also leave particularly to Your Honor's care, responsibility, and discretion whether it is advisable to remove Lieutenant Bijer with so few men so far from Mature, yea even to detach him to Cangale, unless Your Honor believes and holds yourself assured that such could have taken place without the least peril of being attacked or besieged or cut off. Our dispatched Commission thus remains in those terms in which it presently is, and we most strongly recommend Your Honor to render them all assistance in the execution thereof. We remain after greetings /below stood/ Your Honor's good friends /was signed/ P: Sluijsken, M: van der Spar, J: L: Schede, C: Aems, N: B: Martheze, A: E: De Lij, and C: L: B: van Albedijhl /in the margin/ Gale the 20 April 1790 /Lower/ P: S: Your Honor receives herewith a copy of a letter just dispatched by us to the Honorable van Schuler and de Vos, to serve for Your Honor's information. The titular Mohandiram Dahenaike is not known here, unless it is the one who was promoted by Your Honor at the request of the undersigned Commander. This person has already departed back thither about a month ago. Thus Resolved in the town Gale on the day aforesaid: /was signed/ Sluijsken, M: vander Spar, J: L: Schede, L: Aems, N: B: Martheze, A: E: de Lij, and C: L: B: van Albedijhl /below stood/ Agrees /signed/ I: H: Brechman, Sworn Clerk. Agrees. Hijbrands Sworn Clerk Wednesday the 21 April A:o 1790. — Present The Right Honorable Respected Lord Commander Peter Sluijsken The Honorable Administrator Mattheus van der Spar The Honorable Captain Commandant of the Militia Johan Lodewijk Scheede The Honorable Equipage Master Lucas Aems The Honorable Pay Bookkeeper Nicolaas Bernardus Martheze The Honorable Purveyor Christiaan Frederik Willem De Rants The Honorable Fiscal Jean Iacques David D'Estandau The Honorable First Warehouse Master Mr. Andreas Everardus De Lij and The Honorable Secretary Carel Lodewijk Baron van Albedijhl Absent The Honorable Junior Merchant Hendrik Levin Martheze The Honorable Overseer of the Gale Korle Pieter Willem Ferdinand Adriaen van Schuler and The Honorable Shopkeeper and Commissioner of the Areca Pieter De Vos. — The meeting being opened, there was read the letter inserted herein from the Commissioners presently on a mission in the Mature Dessavony, the Honorable van Schuler and De Vos, and attached thereto a note from the Honorable Dessave van Angelbeek. To the Right Honorable Respected Lord! Pieter Sluijsken Commander, alongside the Council there Resolution Taken in the Council of Gale. at Gale Right Right Honorable Respected Ruling Lord and Gentlemen. We departed from Belligam today in the afternoon at four o'clock, for reasons mentioned in our letter dispatched from there to Your Right Honorable Respected, and indeed mainly to proceed communicatively with the Mr. Dessave in a more convenient manner, according to our instructions: We had completed this journey of ours up to the bridge of the Mature River, when the Assistant Rabinel met us and made known on behalf of the Mr. Dessave that His Honor was very displeased that we had already let small drums be beaten on his territory for so long, and that His Honor at the same time let us know that if we continued therewith, entry would be prevented at the gate. We could hardly believe this, under the firm assumption that we, as delegates of Your Right Honorable Respected and the Gale Council, had the right to let the small drums be beaten in whatever part of the Gale Commandment we might find ourselves. Nevertheless, and for the reason that we might sometimes have been mistaken in the customary practices, we questioned the gentlemen Modliar

Dutch transcription

„ge diensten zoude kunnen hebben, zoo verzoeke ik uw E: E: Achtb: hem zoo hij te Gale is, ten eersten na herwaards te willen doen vertrekken: Waer op na genomene uijt gebrijde deliberatie goedgevon„ den en verstaen is den E: Dessave van Angelbeek de vol„ gende brief in andwoord toe te zenden. Mature Aan den E: M:r Christiaen van Angelbeek opperkoopman en sekunde van het Gaalsch Commandement mitsgaders Dessave Eerzaame, Vroome, Diskreete: Jn andwoord op uw E: breef vem gisteren, die eerst heeden middag om 12 uuren aan den ondergetee„ „kende kommandeur besteld is diend dat wij be„ slooten hebben omtrend verscheide bij gedagte brief voortkoomende stellinge ons gereserveerd te houden tot eene nadere geleegentheid, en alleen het nood„ zaakelijkste in overweeging te neemen nament„ „lijk of uwE: met geweld de Muijtelingen tot haar pligt zult brengen het geen wij voor eerst nog ons„ noodig en om erandwoordelijk agten, en uE daer om bij deese aanbeveele dat alle uwE: thans bij zig hebbende sterkte alleen moet dienen om diffin„ „cief en niet offenlieff te ageeren Inze gesonder Commissie 1290 Commissie moet zijn voortgang hebben in die ordre als zulx door ons aan uwE: bedeeld is, zullende wij intusschen uwE: verzoek om een kommissie van kolom bo te mogen hebben aan de g:'eerde regeering voordraegen: Het buit moet op dit moment alleen zijn om de zamen gerotte hoop door zagte middelen uit e van malkanderen te verwijderen. Dit kan niet geschieden als door het revolteerende volk hae„ „re klagte en beswaarenissen teegens wee deselve ook mogte zijn aente hooren. En onze Commis„ sie is ten dien einde ook alleen geschikt konnen„ „de in het vervolg wanneer wij daer in reus„ „seeren een nader en zelvs scherpst onderzoek gedaen worden. Wij beveelen uw E. alle voorzigtigheid aan de daerom dan ook om de troup en zoo min als moogelijk en klijne gedeeltens aftedeelen. De onder vinding heeft ons in vroeger daagen geleerd, dat dit vande aller slegtste gevolgen is geweest, en daer om dan ook laaten wij in't bisonder aan uwE: zorgen ver„ andwoording en overdekking over, of het gevaaden is de Luijtenant Bijer niet zoo wij nig man„ schappen zoo verre van Mature te verwijderen Ja zelfs tot Cangale te detacheeren ten zij uwE: vermeend en zig verzeekerd hout dat zulx zonder de nagezien Porupeus de minste perikel van g'attakeert of beset dan wel afgesneeden te worden heeft konnen geschieden onze gezondene Commissie blijft dan dus in die ter„ „me waar in dezelve tans is, en wij recomman„ „deeren uwE: op het sterkste aan haar alle hulpe in de volbrenging daer van toe te brengen. Wij blijven na Groete /:onderstond/ uwE: goede vaenden /:was geteekend:/ P: Sluijsken, M: van der spar„ J: L: Schede C: Aems N: B: Martheze, A: Po De Lij en C: L: B: van Albedijhl /:in= =margine:/ Sale Den 20 April 1790 /Lager/ P: S. uwe bekomt bij deese een afschrift van een zoo even door ons aan d: E: van schuler en de vos afgevaar„ „digde brief om tot uwE narigt te dienen. De titulaer Mohandiram Dahenaike is heer niet bekend ten zij het de geene is die door uwE: op verzoek van den ondergeteekende Commandeur bevordert is. Deeze perzoon is reeds voor omtrend een maand vea derwaards terug vertrekken. Aldus Geresolveerd in de stad Tale ten dage voorsz: Sluijsken M: vander Spal /:was geteekend:/ J: L: Schede, L: Aems, N: B: Martheze A: Z: de Lij, en C: L: B: van Albedijke /:onder„ stond:/ Accordeert /:geteekend. / I: H: Brechman, G: klerk. Akkordeert. Hijbrands VEgklerk Woensdag Den 21. April A:o 1790. — Present De Wel Edele Achtb: heer kommandeur Peter Sluijsken De E: Administrateur Mattheus van der Spar De E: Kapiteijn kommandant van de Militie Johan Lodewijk scheede De E: Equipagiemeester Lucas Aems De E: Zoldij boekhouder Nicolaas Bernardus Martheze De E: Dispensier Christiaan Frederik Willem De Rants De E: piskaal Jean Iacques David D' Estandau De E: Eerste Pakhuismeester M:r Andreas Everardus De Lijen De E: Secretaris Carel Lodewijk Baron van Albedijhl Abseut De E: onderkoopman Hendrik Levin Martheze De E: opziender der Gale korle Pieter willem Ferdinand Adriaen van Schuleren De E: Winkelier en Kommissaris van den arreek Pieter De Vos. — De vergadering geopend zijnde wierden geleezen de ten dezen geinsereerde brief, van de zig tans in de Maturesche Des„ „savonij in Commissie bevindende gecommitteerden, dE:s van Schuler en De vos. en daar bij gevoegd briefje van de E: Dessave van Angelbeek. Aan den WelEdelen Achtbaaren Heer! Pieter Sluijsken Kommandeur, Nevens den Raad aldaar Resolutie Genomen in Raade van Gale. op Gale Wel WelEdele Achtb: Gebiedende Heer en Wij zijn Weeden Naaden Middag ten vier uure van Belligam vertrokken, om Reeden vermeld in onzen Brief van daar aan uwel Edele achtb: afgezonden en wel Hoofd„ „zaakelijk, om naar Zuid onzer Iustruktie, op eene Gemakkelijker weijze met den H=r Dessave komminukatief te werk te gaan: Deeze onze Reijs hadde wij volbragt tot aan de brugder Matureesche Rivier, wanneer de Assistend Rabinel ons ontmoete en te kennen gaf uit naam van den H=r Dessave, dat zijn Ed: zeer te onvree„ „den was wij reeds zoo lange Jamlijntjes op zijn gebied hadden laaten slaan, en dat zijn Ed: ons teffens liet weeten, dat indien wij daarmeede kon„ „tinueerden, aan de Poort het inkoomen zoude belet worden wij konden dit kwaalijk geloo„ „ven in de vaste veronderstelling, dat wij, als afgevaardigden van uwelEd: achtb: en den Gaalschen Raad, het Recht hadden de Tamblijnt„ „jes te laaten slaan in welk gedeelte van het Gaalsch kommandement wij ons ook zoude kunnen bevinden. Des niet te min en om Reeden wij ons zomwijlen in de gewoone gebruiken zuden hebben kunnen vergissen ondervroegen wij den Heeren. Moddeljaar

NL-HaNA_1.04.02_3883_0351 view scan ↗

English

Modliar Dias, who fully supported our sentiment, which is why we then requested the assistant Rabinel to inform the lord Dissave of our opinion in the most polite manner, and that if his Honor should persist in his view, he would have the goodness to communicate this to us in writing: whereupon we received a note, a copy of which accompanies this; and since this note contained merely a request, we asked the assistant Rabinel whether the lord Dissave had indeed given orders to prevent the entry within the Gate with beating tom-toms! Who answered us with yes, and as the lord Dissave later also assured us verbally. Upon this we deliberated in the best possible manner on what was our duty, and decided to turn the entire retinue back and look for an enclosure here and there where they could lodge, in order thereby to prevent any unpleasantness happening to your Honorable and Right Worshipful Lascoreens and further accompanying retinue. We trust we have done well and await your Honorable and Right Worshipful orders as to how we are to conduct ourselves, and whether your Honorable and Right Worshipful Lascoreens shall enter or not. We then crossed over with the boat and met the lord Dissave in his back residence, where immediately after exchanging mutual compliments we protested against what had happened, leaving this to the responsibility of the lord Dissave. We have likewise learned that his Honor has declined the commission from the Galle Council and has requested another from the Supreme Government of this island, as well as that the mandate-ola sent by your Honorable and Worshipful to the mutineers, in which our arrival was made known, has been detained here. Of our departure from Galle the lord Dissave was not informed, as the cannouwa was most likely lost between here and Belligam. Before we undertake anything further, we shall await the answer of your Honorable and Worshipful, and have meanwhile the honor to be with the highest sentiments of esteem, was written below: Honorable, Right Worshipful, Commanding Lord and Gentlemen, Your Honorable and Right Worshipful's humble servants, was signed: P:r W:m F: A:n van Schulek and P:r de vos, in the margin: Mature the 20th of April A:o 1790. Lower down was written: From the note of the lord Dissave it might be inferred that we had requested the honors due to the lord Commander; we therefore report at the same time that asking for this or any other honor has not at all entered our minds. My Lords! I have not been written to from Galle that I must pay to your Honors the honors due to a lord Commander or other gentlemen who are of equal rank with me; although your Honors are sent on a commission, I nevertheless remain commander of the place. This authority of mine I must especially maintain and uphold in these times, and it is for that reason that I had the assistant Rabinel request your Honors to have the tom-toms cease; and since your Honors wish to have this request of mine in writing, I hereby repeat this request. I have the honor to be with all due respect, was written below: My Lords, your Honors' most obedient servant, was signed: C: van Angelbeek, in the margin: Mature the 20th of April 1790. Upon this was read the following reply of the Honorable Dissave van Angelbeek to a letter of this Government dated the 19th instant, reading as follows: Galle. To the Right Honorable, Worshipful Lord! Peter Sluijsken, Commander of the city and lands of Galle, Mature, etc., together with the Council. Right Worshipful Lord! Specially good friends, Letter of the 19th of April 1790: Pursuant to the contents of our Government dispatch of this afternoon, Captain De Profalou with a detachment of 150 heads, of which the brief strength accompanies this, departed today toward evening for Belligam, with orders to await and carry out your Honor's orders there. Tomorrow morning the Honorable Junior Merchants van Schulde and de Vos are likewise to depart for Belligam with such Instructions as are herewith presented to your Honor in copy. To these commissioners your Honor must provide all possible clarification, information, and such orders regarding the mutineers as your Honor shall deem necessary to accomplish the purpose of their mission in the best manner. Reply: Captain the lord de Profalowis marched in here this afternoon with his detachment, leaving behind however 25 men under a non-commissioned officer at Belligam to cover this district pursuant to my instruction to his Honor. Beyond all my expectations, these gentleman commissioners have not only come to Belligam, but even here to Mature, and that with an outward display which in this Dissavony belongs to no one except my masters, myself, and those who have equal prestige and rank with me in this government. These gentlemen have seen fit to proceed even past the redoubt of Van Eck and close to the great bridge over

Dutch transcription

1292 Modeljaar Dias, die ons in het geheel in ons gevoelen staafde waarom wij dan den assistend Rabinel verzogten den „melden te leepen en dat zo sijn Ed: bij zijne meening h=r Dessave op de beleefdste weijze onze meening mogt blijven persisteeren, de goedheid zoude hebben ons zulks in geschrefte te bedeelen: waar op wij ont„ „vingen een Briefje, waar van kopij deezen verzeld; En dewijl dit briefje enkeld een ver„ „zoek behelsde, vroegen wij den assistend Rabi„ „nel, of weezendlijk de H=r Dessave order gegee„ „ven had om dat het inkoomen met slaande sam„ „blijfjes binnen de Poort te beletten! Die ons dit met Ja beandwoord heeft, en zoo als de Heer Des„ „save ons naderhand ook Mondeling verzeekerde. wij hebben hier op best moogelijk overlegd wat ons te doen stond en bepaald de Geheele statie te doen te rug keeren en hier over daar een Juin opte zoeken, waar in zij zouden kunnen logeeren, om daar door voortekoomen dat aan uwer welEd: achtb: Lasko„ „rijns en verdere meede gegeevene statie, geen Disaggre„ „ment gebeurde. Wij vertrouwen wel gedaan te hebben en verwagten uwer wel Ed: achtb: Beveelen hoe wij ons zullen hebben te gedraagen en of uwer welEd: achtb: Laskorijns zullen binnen trekken dan wel niet wij zijn vervolgens met de schut overgegaan en ontmoetten den h=r Dessave in sijne agter wooning, alwaar wij derekt, naa het afleggen onzer komplimenten over en weeder geprotesteerd hebben teegen het gebeurde en zulks gelaaten gelaaten voor de verandwoording van den H:r Dessave wij hebben teffens vernoomen, dat sijn Ed: voor de kom„ „missie uit den gaalschen Raad bedankt en om eene andere uit der Hooge Regeering deezes Eilands ver„ „zogt heeft, zoo meede dat de door uwel Edele agtb. afgezondene Mandaat=ola aan de Muitelingen, waar in onze komst bekend gesteld is, alhier is aangehouden. van ons vertrek van Gale, was de H=r Dessave niet onder rigt wijl de samuas, naast denkelijk, tusschen dit en Belligam is te zoek ge„ „raakt. wij zullen voor dat wij iets verders verrichten, op deezen andwoord van uwelEd: achtb: afwachten en hebben intusschen de Eer met de meeste gevoelens van hoog achting te zijn /:onderstond:/ wel Edele Achtb: Gebiedende Heer en Heeren Uwer wel Edele achtb: onderdaanige Dienaaren (:was geteekend:/ P:r W:m F: A:n van Schulek en P:r de vos (:in margine:/ Mature den 20. April A:o 1790. (:lager stond:/ uit het Briefje van den H=r Dessave, zoude kun„ „nen afgeleijd worden, dat wij het Honneur„ toekoomende aan den H=r kommandeur, gevraagd hadden; wij melden dus teffens, dat het vraagen van dit of eenig ander Honneur in het geheel niet in onze gedachten is opgekoomen Mijne 1293 Mijne Heeren! Van Gale is mij niet aangeschreeven dat ik aan uw wel Edeles het honneur toekomende aan een heer Kommandeur of verdere Heere, die met mij ge„ „lijkstandig zijn moet bewijzen; hoewel uw wel„ „ Edelens in kommissie gezonden worden: zoo blijf ik des niet te min gebieder van de plaats. Dit mijn gezag moet ik voornamentlijk in deeze tij„ „den bewaaren en mainstineeren en het is uijt het dien hoofde dat ik uw wel Edelens door den assistend Rabi„ „nel hebbe laten verzoeken om de tamelijntjes te laaten ophouden en vermits uw wel Edeles dit mijn verzoek schriftelijk gelieven te hebben. zoo is het dat ik dit verzoek bij deezen herhaale. Jk hebbe, de Eere met alle verschuldigde achting te zijn. /:onderstond:/ Mijne Heeren. uw wel„ „Edeles zeer dienstwillige Dienaar /:was geteekend:/ C: van Angelbeek, /:in margine:) Mature den 20. April 1790. — Hier op is geleesen de ondervolgende rescriptie van den E: Dessave van Angelbeek op een brief de„ „zer Regeering van den 19. deser aldus luijdende Gale Aan den E: E: Achtbaaren Heer! Peter Sluijsken Kommandeur der stad en Lande van Gale Mature etc:a benevens den Raad. 3 E: Achtbare Heer! Bijzonders goede vrienden Brief van den 19. ' April 1790. De heer Kapitijn de Profa„ 3. 1. Ingevolge den Inhoud onser Regeering Missive van heeden middag is de „lowis heeden nademiddag alhier met zijn onderhebbende Detachement Kapitijn De Profalou met een ingerukt, met agterlating egter van 25. man, onder een onderofficier te Detachement van 150. koppen, waar Belligam tot dekking van dit van de korte sterkte deezen verzeld, heeden, teegen den avond na Belli„ districht ingevolge mijne aan„ „gam vertrokken, met last om „schrijving aan zijn Ed:s — aldaar uwEd: order aftewag„ „ten en optevolgen. — Buijten alle mijne verwagting e. 2. Morgen vroeg staan insgelijks zijn deeze Heeren gecommitteer„ na Belligam te vertrekken „dens niet alleen tot Belligam maar zelvs tot hier op Ma„ dE:s onderkooplieden van schulde „ture gekoomen, en wel meteene en de vos met zodanige Instruc„ „tie als UE: bij deezen in afschrift uitterlijkheid, die in deeze Dessavonij niemand toekomt, word aangebooden. aan deeze ge„ dan mijne gebieders, mij zel„ „committeerdens moeten UE: aan„ „ven en Hhun die niet mij gelij„ „gaande de Muijtelingen alle moo„ „ke aanzien en rang in dit gou„ „vernement hebben. Deese heeren „ gelijke opheldering, onderrigting 6 hebben konnen goedvinden en zoodaanige aanschrijvingen tot zelvs voorbij het redoet laaten toekoomen als UE: zal noodig van Eek en digt bij de groote Brug oordeelen, om het dogmerk hunner zending op de beste wijze te volbrengen. over

NL-HaNA_1.04.02_3883_0355 view scan ↗

English

1294 across the river here to sound their tom-toms. There are no moments that require it more than these, that I preserve and maintain my authority before the native. For that reason, I also had the mentioned gentlemen commissioners requested through the assistant Rabinel not to have the tom-toms beaten any further, with the announcement that if Their Honours nevertheless wished to do so, I would be obliged to have the tom-toms detained at the gate. The mentioned gentlemen thereupon informed me that they had even departed from Gale with beating tom-toms, and thus also believed they were permitted to enter the fort here with tom-toms, and that they had with them the tom-toms of the Honourable and Respected Lord Commander, but that they would comply with my will if I ordered them to do so in writing. This I believed I had to and was permitted to do, and I have done it, trusting that Your Honours would be pleased to take into consideration the circumstances of the time in which I find myself, and would thus readily be assured that it has not arisen from any peculiarities that I have been so scrupulous in the matter of ceremonial on this occasion, thinking as I do that every commander in his post can show such honours to his subordinates as he sees fit, without this being a law or prescription for another and lesser commander, all the more so if no order regarding the granting of greater honours has been given. Your Honour receives herewith the copy of a sannas ola that was dispatched to the mutineers by the undersigned commander, and the copy of the instruction also given to Captain the Proffalow. Two appoos of lascoreens have been with me this afternoon with this sannas, yet because it is stated therein that the Honourable Commissioners van Schuler and de Vos would come to the mutineers, and I have requested Your Honours, seeing that Your Honours, in your much-esteemed secret letter of the 19th of this month, leave it entirely to me whether I want to have these commissioners or not, not to send Their Honours, but that in their stead commissioners from Colombo may come, for whom I still hereby most respectfully and 1295 and firmly request, so I have not sent this sannas and will also hold it back as long as I receive further orders. I do not doubt in the least that Your Honours will be so good as to comply with this urgent request of mine and of my headmen, and thus recall the Honourable Messrs. van Schuler and de Vos. The gathering is currently, according to reports, assembled together at Hekman, and I expect to receive their complaints at any moment. They have at least promised as much to the Moodliars Ilangakoon and Tillekaratne. They have also drawn some people of the Giruways to themselves by force. What their intentions and complaints actually are is very uncertain. The reports regarding this differ so much from one another that one can make absolutely no sense of them. As soon as I receive further reliable reports, I shall have the honour to give dutiful notice thereof to Your Honours, and have meanwhile the honour to be, with the highest esteem, (underneath was written:) Honourable and Respected Lord and special good friends, Your Honours' dutiful friend and servant, (was signed:) J. van Angelbeek (in the margin:) Mature, the 20th of April 1790. Whereupon it was approved and agreed to let the commission of the Honourable Messrs. van Schuler and De Vos proceed; and to recommend afresh to the said commissioners, by separate letter, the proper execution of the task assigned to them by this government; to send the Honourable Dessave van Angelbeek the following in reply; and to inform the esteemed Government of Ceylon of all that has occurred. Mature To the Honourable Mr. Christiaen van Angelbeek, Senior Merchant and Second of the Galle Commandment, as well as Dessave. Honourable, Pious, Discreet. Experience has shown and taught us in earlier years that in all gatherings among the native on this island, nothing has been of greater effect in bringing the same to a halt, and in extinguishing the smouldering fire as quickly as possible in the gentlest manner, than to 1296 go out to meet the gathered people, to hear their grievances, and to pacify them with kindness. We thought that this would also have been put into effect by Your Honour upon the order to depart thither alongside a couple of Landraad members and to hear the mutineers, and this all the more because Your Honour held yourself so very assured that the mutineers were well-disposed and well-intentioned toward Your Honour, and thought and spoke everything for Your Honour's good. Whereas we have seen again from a subsequent letter of Your Honour that Your Honour believed, indeed even held yourself assured, that by going to the mutineers you would accomplish nothing, we were moved all the more to let the already appointed commission proceed. Our council members who departed from here yesterday are at this moment those who will take Your Honour's place with the mutineers, representing moreover in their commission even the entire Galle Council and thus also Your Honour's supreme authority, as has also clearly appeared to Your Honour from the memorandum given to the mentioned commissioners. We will and require that these commissioners to

Dutch transcription

1294 over de Rivier alhier Hunne Jamblenties te laaten slaan. gee„ „ne oogenblikken zijner, die het meer vereisschen dan deese, dat ik mijn gezag voor den Jnlander bewaare en maintineeren. Ik hebbe uit dien hoofde ook gem: heeren gekommitteerden door den assistend Rabinel laaten verzoeken om de Jamkleinties niet verder te willen laaten slaan, onder aankun„ „diging, dat zoo Hun E: dit egter wilden doen, ik genoodzaakt zou„ „de zijn de Jambleinties bij de Poort te laaten terug houden. Gem: heeren lieten mij daarop weeten, dat ze met slaande Jambleinties uit Ga„ „le zelvs vertrokken waren, en dus ook vermeenden hier bin„ „nen het fort met sambleinties te mogen komen, en dat ze de tambleinties van den E: E: achtb: heer Commandeur bij zig hadden dog dat ze aan mijne wille zou„ „den voldoen, zoo ik hun dit schriftelijk gelaste. Dit hebbe Ik vermeend te moeten en te moogen doen, en hebbe het gedaan, vertrouwende dat uw E: E: achtb: de tijds omstandigheeden waarin Ik mij bevinde, zouden gelieven # in in aanmerking te neemen en dus wel zouden willen verzekerd zijn, dat het uitgeene particulari„ „teiten voortgekoomen is, dat ik bij deeze geleegendheijd, soo serupulens in het stuk van het Ceremohieel geweest ben denkende Ik datien ieder Gebiedet in zijne plaats aan zijne ondergeschikten zoodanige hon„ „neurs kan aandoen als hij goedvind„ zonder dat dit een wet of voorschrift voor een ander en minder gebieder is, te meer zoo geene aanschrij„ „ving omtrent het geeven van meer„ „der honneurs geschied. — UE: bekomt bij deezen het af„ Twee aposen Laskorijns zijn deezen nademiddag met deese „schrift van een samas ola, die door de ondergeteekende Comman„ sannas bij mij geweest, wijl bij „deuk aan de Muijtelingen is afge„ Deselve egter gesteld is, dat de Ed:s Gecommitteerdens van „vaardigd, en het afschrift van Schuler en de Vos na de Muij„ de aan den Capitijn de Profa„ „telingen zouden komen, en Ik uw E: E: achtb: verzogt hebbe gehad, al„low meede gegevene Instructie d „zo uw E: E: achtb: bij veel ge„ „eerde sekreete van den 19. deezer het aan mij ten vollen overlaaten of ik deeze gekommitteerdens hebben wil of niet, van hun E:s niet te zenden, maar dat in Cs dies plaatse gecommitteer„ „dens van Kolombo moogen komen, om Dewelke Jk als nog bij deeze, op het eerbiedigst en 1295 en stellingst verzoeke, zoo heb ik deeze sannas niet gezonden en zal deselve ook zo lange Ik na„ „dere orders ontvangen aanhouden. Ik twijffele geenzints of uw E: E: achtb: zullen wel zo goed zijn, om aan dit instandig verzoek van Mij en mijne Hoofden te voldoen, en dus de E:s van Schuleren de vos weeder terug ontbieden. — De zaamenrotting is teegenwoordig volgens berigten, bij den een verzaameld op Hekman, en ik verwagten alle oogenblikken Hunne klagtens te ontvangen. te hebben ten minsten aan De Mondeljaars Plangakoonen Tellekaratne zulks beloofd. Eenige volke„ „ren van de girewaijs hebben ze ook met ge„ „weld tot zig getrokken. wat eigentlijk Hou„ „ne voorneemens en klagtens zijn, zijn zeer onzeeker: De Rapporten verschillen hier omtrend zoo zeer van den anderen dat men er volstrekt niet wijs uit worden kan. Zoo dra ik nadere zeekere berigten bekoo„ „me, zal ik de eer hebben uw E: E: achtb: daar van plichtschuldig kennis te geeven, en hebbe intusschen de eere met de meeste Hoog agting te zijn, /:onderstond:) E: E: achtb: Heer bijzondere goede vrienden. uw E: achtb: Dienst schuldigen vrienden Dienaar /:was geteekend:/ J: van Angelbeek (:in margine:) Ma„ „ture den 20. April 1790. — gee Waar op goedgevonden en verstaan is de Commis„ „tie van D:' E:s van Schuler en De vos te laaten voor „gang neemen; en gemelde gecommitteerdens het wel volbrengen van de hun, door deze Re„ „geering, opgedrage last op het nieuw, bij afsen„ „derlijke brief, aantebeveelen; den E: Dessave van Angelbeek het volgende in andwoord te zenden; en de geeerde Ceijlonsche Regeering van al het voorgevallene te onderrigten. — Mature Aan den E: M:r Christiaen van Angelbeek opperkoopman en secunde van het gaalsch kommandement, mits„ „gaders Dessave. Eerzaeme vroome Diskreete. De ondervinding heeft ons in vroeger Jaaren doen zien en geleerd, dat in alle zaamenrottingen onder den Jnlander ten deezen Eilande niets meerder van vrugt is geweest om deselve tot stilstand te brengen en om zoo spoedig doenlijk op de zagtste wijze het smeulende vuur te blussen; als om de 1296 de zaamen gerotte volken te gemoed te gaan haar beswaarenisse aantehooren, en haar door vriendelijkheijd ter needer te zetten. — Dit dagten wij ook dat door uwE: op het aan„ „schrijven van om neffens een paar Landraads leeden daar na toe te vertrekken en de Mijtelingen aante hooren zouden zijn in het werk gesteld en zulks te meer, wijl uwE: zig zoo zeer verseekerd hield dat de Muijtelingen te doen omtrend uwEd: geneegen en welmeenende waaren, en alles ten goede van uwE: dagten en spraken. Terwijl wij bij een nadere schrijvens van uwE: weeder gezien hebben dat uwE: ver„ „meende Ia zelvs, zig verseekerd hield door na de Muijtelingen toe te gaan niets te zullen uitrigten. Nog meer bewoogen wier„ „den de reeds benoemden Commissie te laaten voortgaan. — Onse gisteren van hier vertrokkene raadsleeden zijn op dit moment die geene die uw E: plaats bij de Muijtelingen zullen vervullen; repre„ „senteerende boven dien nog in haare Commis„ „sie zelvs den geheelen Gaalschen raad en dus ook uw E: oppergesag. gelijk uwE: bij de aan. gem: gecommitteerdens meede, gegeevene memorie duijdelijk is gebleeken. Wij willen en begeeven dat deeze Commissarissen naar ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3883_0360 view scan ↗

English

will fulfill their commission according to the charge given to them by us and will thus be recognized by every subordinate, and that they will therefore also enjoy everywhere in this Commandment the honor that is due to those whom they represent. Furthermore, we refer to our order given in our dispatch of yesterday evening, and we still command you to let the written sannas ola go out to the mutineers by the first-signed Commander and to allow the Commission to proceed, while we leave it to your accountability if this order is not complied with; we shall, moreover, in due time express ourselves regarding the failure to respect our given orders, and in the meantime report what has occurred to the Government of Ceylon. After greetings, we remain, underneath stood: your Honors' good friends, was signed: P:r Sluijsken, P: L: Scheede, N: B: Martheze, and B: van Albedijhl. In the margin: Gale, 21 April 1790. Hereafter was read the translation of the unsigned complaint ola inserted herein, which was brought in by a lascorijn of the Gravet, which lascorijn, upon explicit questioning in that regard, declared that this ola was brought from Post to Post. Translation of the Sinhalese unsigned and undated complaint ola of the Sinhalese inhabitants of the Matara Dissavony. Just as the full moon emerges from dark mists and the darkness disappears, so too is our present Honorable Commander of Galle, together with the Right Honorable Dutch Councilors who have come from Batavia to investigate the advantages and disadvantages of the Honorable Company on this Island and in all places, as well as the justice and injustices, to whom and to Their Right Honorable and Honorable sirs the following matters are made known. Now for two years, the present Dessave of Matara, under the pretext that the Honorable Company would gain greater benefit, has had a piece of land of one and a half miles in length and three quarters of a mile in width, consisting of mountains, forests, and valleys, cleared and fenced in by four hundred and seventy people and the necessary overseers placed over them, as well as having that same piece of land planted with cinnamon, areca, teak, coffee, and sappanwood trees, as well as pepper vines, while nevertheless providing each of them with the usual mainstementos due to them from the Company's storehouse and all the tools required for that work. This has continually been the work of the said four hundred and seventy men and their overseers for two years now, without the slightest benefit for the Honorable Company having appeared from this plantation up to the present day. The Company only loses the mainstementos provided for this from its Honorable storehouses and the tools already issued for it. In addition, during the clearing of that piece of land, timber trees, carrying poles, binding rattans, and cinnamon trees that serve to the benefit of the Honorable Company were chopped down and destroyed at the same time, and gardens and fields of poor people were enclosed within the perimeter of that land. Some of these people who satisfied the second interpreter and Baddekorne of the Dessave were even left in possession of the said gardens and fields, but those who did not satisfy him were surrendered to the overseers of these laborers who were placed over the said place. Therefore, we request that the damage caused thereby to the Honorable Company as well as to the inhabitants be inspected and investigated in order to be able to judge it. Secondly, nine hundred people and the various overseers placed over them, while receiving the necessary mainctementos and tools from the Company, have dug a canal or channel from the Morruakorle to the Kattoe River for a length of two miles and over the course of eight months. A previously non-existent union of water from the Morruakorle with that of the Kattoe River was thereby made possible, and that water was diverted into the Girrewaijpattoe. However, through a strong drainage from this canal, for the first time, a portion of the Company's as well as private fields were flooded, and thereby the young paddy crop of the Girrewaijpattoe was lost. The paddy crop which had remained undamaged for the other part and, having reached maturity, was cut, threshed, and partly heaped up from the area of sowing lands to the size of hundreds of amonams, was picked up by a second flood and washed away into the sea, which caused a great loss. Notwithstanding this loss, upon the request of the poor inhabitants for remission of the paddy rent that was lost from the Company's fields, no consideration was given, and with the continued collection of the Company's paddy rent, many of the inhabitants were forced to pawn their goods as well as lands, borrow much money, and pay their debts. Prior to the excavation of the aforesaid canal, such a loss was never before caused in the Girrewaijpattoe by such a flood. Thirdly, the former Dessave Crijtsman had several dams constructed in the Girrewaijpattoe in order to be able to sow the fields, as they were indeed sown, and before that time a multitude of dams were also constructed and the fields sown there, but it was continuously found that there were no people

Dutch transcription

naar de door ons aan haar gegeevene Last haare Commissie zullen volbrengen en door een ijder dus ondergeschikten zullen erkend worden, en dat zij dus ook over al in dit Commande„ „ment het Honneur zullen genieten, dat die geenen, welke zij representeeren toekomt. wij refereeren ons voorts aan onze gegeevene ordre bij onse afgegaane van gisteren avond, en beveele uwE: als nog den geschreeven san„ „nas ola, door den eerste geteekende kom„ „mandeur aan de muijtelingen, te laaten afgaan en de Commissie haar voortgang te laaten hebben; jerwijl wij het ter uwer verant„ „woording laaten zoo niet aan deeze ordre vol„ „daan word. zullende wij voorts ter zyner teid over het niet respekteeren van onze gegee„ „vene beveelen, ons verklaaren en intusschen de Ceilonsche Regeering van het voorgevallen „ne verslag doen. — wij blijven na groete /:onderstond:) uwelE: Goede vrienden (:was geteekend:) P=r sluijs„ „ken P: L: Scheede, N: B: Martheze en B: van Albedijhl (:in margine:/ Gale Den 21. April 1790. - Hier na is geleezen de ten deeze geinsereerde trans„ „laat ongeteekende klagt ola die door een Laskorijn van de Gravet is 1297 is aangebragt welke laskerijn op expresse afvrage dien aangaande verklaard heeft, dat dese ola van Post tot Post is aangebragt. Translaat Singalesche ongeteekende en ongedateerde klagt ola van de singaleesche inwoonen der Ma„ „turesche Dessavonij Gelijk de volle Maan uit duistere neevelen te voorschijn komt en de duisternisse verdwijnt, zo is ook onzen teegenwoordigen Edelen Achtb: Heer Gaalschen kommandeur nevens de wel edele Gestr: Hollandsche Raads Heeren die van Batavia ge„ „koomen zijn om de voordeelen en nadeelen van DE: komp: op dit Eiland en op alle plaatsen als ook de gerechte en ongeregtigheeden te onderzoeken, aan welgem: en Hun wel Edele Achtb: en Edele gestr: de volgende zaaken te kennen gegeeven worden. — Geduurende nu twee Jaaren heeft den teegenwoordigen Heer Matureesch Dessave onder voorgaave dat D'E: Kompenie meer voordeel zoude hebben een stuk lands ter lengte van een en een half mijl en breedte van drie quart mijl, bestaande uit Bergen, Bosschen en valijen laatenschoon maaken en ompaggeren door vier honderden seeventig Menschen en de benoodigde en daar toe over hun gestelde Hoofden, mitsgaders het zelve stuk Landslaaten beplanten met met kaneel, arreek kiaaten koffijen sappanhoute boomen als meede Peperranken, onder verstrek„ „kinge egter aan een ieder van hen de gewoone mainstementos zo als hun toekomt uit skom„ „penies Maguazijn en alle de tot dat werk be„ „noodigde gereedschappen. Dit is geduurig het werk van gemelde vier honderd en Seeven„ „tig Manschappen en hunne hoofden nu twee Jaa„ „ren geweest, zonder dat van deeze aanplanting eenig de minste voordeel voor de E: Komp: gebleeken is tot heeden. Alleen verliefd de kompenie de Mainstemen„ „tos die daar toe uit haar Ed: Magazijnen word verstrekt en de gereedschappen daar toe reeds afgegeeven. Buijten dien zijn bij het schoonmaa„ „ken van dat stuk land te gelijk omgekapt en vernield hout boomen draagstok bindrottings en kanneel boomen, die tot voordeel van DE: komp: strekken van arme menschen zijn in den omtrek van dat Land ingeslooten geworden tuijnen en velden. Eenige van deeze luijden die den sweeden tolk en Baddekorne bij den Heer Dessave te vreeden gesteld hebben zijn zelfs in de bezitting van gem: tuijnen en velden gelaa„ „ten, dog van die hem niet bevreedigd hebben zijn overgegeeven aan de hoofden dese Arbeijders 1298 Arbeijders, die gesteld zijn over gem: plaats. weshalven wij verzoeken de nadeelen hier door aan de E: komp: zo wel als aan de ingezeetenen toegebragt te laaten bezigtigen en onderzoe„ „ken om daar over te kunnen oordeelen. Ten tweeden zijn door Neegen honderd koppen en de over hun gestelde verscheijde hoofden onder genieting van de daar toe benoodigde Ma„ „inctementos en gereedschappen van de kom„ „penie, gegraaven een kanaal of spruijt uit de Morruakorle tot aan het kattoe„ „sche Rivier ter lengte van twee mijlen en geduurende den tijd van agt maanden. Een nimmer bestaan hebbende vereeniging van water uit de Morruakorle met dat van het kat„ „toensche rivier is daar door mogelijk ge„ „maakt en dat waater in de Girre waij„ „pattoe afgeleijd. Door eene sterke afwaa„ „tering uit dit kannaal zijn egter voor de eerste reijs een gedeelte van skomp:s zo wel als partikuliere velden overstroomd en daar door het Jong Nelie gewasch van de girre„ „waijpattoe verlooren geraakt. Het ielie gewasch dat toe nog onbeschadigt ge„ „bleeven is voor het ander gedeelte en tot rijp„ „hijd gekoomen zijnde, gesneeden, getrapft en en gedeeltelijk opgehoopt lag uit den omtrek van Zaaij„ „landen ter grootte van honderden Ammonams, is door een sweede overstrooming opgenoomen en in zee weggespoeld, waar door een groot ver„ „lies is veroorzaakt Niet teegenstaande dit verlies is op het verzoek der arme Jnge„ „zeetenen om quitscheldinge van de Pagt Ne„ „lie die verlooren is geraakt uit 'skomp:s velden, niet gereflecteerd en bij vervolgen voortzetting van de invordering van 'skomp:s Pagt Aelie, zijn veele der inwoonders ge„ „noodzaakt geweest, hunne goederen zo wel als Landerijen te verpanden, veel geld optenee„ „men en hunne schulden te betaalen. voor de doorgraving van het voormeld Kannaal is nooijt bevoorens een zodanig verlies in de girrie waijpattoe door een diergelijke over„ „strooming veroorzaakt. sen derde, heeft de voor deeze geweest zijnde Heer Dessave Crijtsman in de Girrewaij„ „pattoe laaten aanleggen, verscheijde Dammen om de velden te konnen bezaaijen, zo als ze ook bezaaijd zijn en voor die tijd zijn ook een een menigte dammen aangelegden de velden aldaar bezaaijd geworden, dog men heeft bij Continuatie ondervonden dat er geen volk

NL-HaNA_1.04.02_3883_0365 view scan ↗

English

1299 people, there were not enough people in the Giruway to be able to maintain that work, as a result of which it had to be stopped or abandoned as useless, thus causing great damage. This being so, attention is now turned to the work of a place which, before the time of the Portuguese, had remained unsown on account of the breaking of a dam by King Magantisse, a place called Baddegirie, being desolate and filled with wild beasts such as elephants, bears, tigers, buffaloes, cobras, polongas, vipers, and many other venomous beasts, fitted to the ruin or killing of human beings. For the rebuilding of a broken dam situated in such a place, in order to make the lands lying there fit for sowing, there were initially sent two hundred twenty-eight men and the necessary headmen with them, after the Company's warehouse had first provided them with maintenance and tools. Part of them were killed by the elephants and bears, and part perished from fever and dysentery through unaccustomedness to the water and the food that they had consumed there. Only about eleven persons returned to Mature with fever, who, having been seized again for this transgression of theirs and chained in irons, were sent back together with their wives. After that, after that, three hundred servants and the necessary headmen were again sent to Baddegirie for the erection of resthouses and mandus, after they had also been provided with the Company's maintenance. Of these, part were killed by the elephants and bears, and part died on the spot from dysentery and fevers; of that portion which was still alive and set out on the road to Mature, several died on the way from illnesses, and thus only a small portion remained who arrived in their native villages. Now, over ten thousand men have anew been assembled for the work of the aforementioned Baddegirie, who have received orders to provide themselves with their own food for thirty days, and each person also with a kattie and an enchiado, with such an order simultaneously stipulating that even if there were five persons in one house, all five would have to depart, without one of them being able to remain behind. This gathering takes place and so many people are sent to a place that tends toward their destruction and ruin, without any utility or advantage being obtainable thereby. That in so unjust a manner so many people 1300 are destroyed, and the country thereby depopulated and ruined, we request that Your Right Honorable Worships may examine this lawfully and equitably, and that justice may be done in this matter. If no equitable verdict follows upon this, those who are now destined to end their lives in such a manner will, out of fear of death, attempt in whatever way they can to save their lives; and if they, on that account, should make themselves guilty in any other manner, they request that it not be regarded as punishable, but that they be pardoned for it. Fourthly, over and above this, the Lord Dessave grants an audience to no one else than the Mudaliyar of the Gangaboda Pattu and the Baddekorale and the second interpreter at His Honor's portal. If any other headman, whoever he may be, should make anything known to the Lord Dessave concerning things that cannot be done, His Honor pays no regard to it. The reasons that the two first-named are so trusted and familiar with the said Lord Dessave are these: that the Mudaliyar of the Gangaboda Pattu first presented His Honor with thirty-five amunams of mud sowing lands; secondly, that what was never a custom so long as the Dutch gentlemen have possessed this country has been newly introduced by him, namely that all the vidanes and mayorals of the Gangaboda Pattu, notwithstanding that they are unable to produce the usual weekly pingos of each village, must bring as a New Year's present, each mayoral: one can of butter, six fowls, 30 eggs, limes and sweet oranges, bunches of table bananas and ash bananas, pumpkins, and ten kurunis of rice; and from each vidane: 40 kurunis of rice. Thus he had this collected and brought with great pomp to the Lord Dessave and presented. Thereafter, the Baddekorale and second interpreter, intending to make such a presentation better and more considerable through some headmen who were his good friends and acquaintances, had their subordinates bring together more of such presents as the Mudaliyar of the Gangaboda Pattu had presented, adding to it 130 a considerable procession, such as sunshades, flags, white linen, dancers, and native music. Because both the said persons have become so accustomed and trusted with the Lord Dessave, all the other headmen, out of fear that it would not be well if they did not also do so, have gathered New Year's presents and betaken themselves with them to the Lord Dessave, so that for the future it will now always remain a custom. Because the aforementioned two persons stand so well with the Lord Dessave and behave faithfully and obediently, those who bring any complaints against them concerning committed injustices are seized and placed under arrest. Several times such persons have also been punished so that for the future such complaints would cease of themselves and everyone would remain silent out of fear. Concerning this, when injustice was done to a fisherman of Mirissa, he, being fearful, betook himself directly to Galle to the Right Honorable Lord Commander and made his case known; in which case, after his return, the Lord Dessave had him seized and punished in such a manner that

Dutch transcription

1299 volk gaan volk genoeg in de Gerrewaij was om dat werk te konnen onderhouden, waar door het als onnut heeft moeten gestaakt of vorlaaten worden en dus een groote schaade veroorzaekt. Dit alzo zijnde betracht men tans het werk van een plaats die voor der Portugeezen tijd door den koning Magantisse weegens het doorbreeken va een dam en daar door zonder te konnen bezaaijen gebleeven zijnde plaats die genaamd word Baddegirie, zijnde weest en opgevuld met wilde gediertens als Elephanten, Beeren, fijgers, buffels, koberkappels, Polongas, Biebers, en meer andere venijnige beesten, geschikt tot ondergang of dooding van den Mensch Tot weeder oprichting van een afgebrooke Dam, ge„ „leegen in zulk een plaats om daar door de al„ „daar geleegene gronden ter bezaaijing te konnen bequaam maaken, zijn voor eerst gezonden twee hondert agten twintig Manschappen ende daar bij benoodigde hoofden, na alvoorens uit skomp: Pakhuijs Mainctementos en gereedschappen aan hun te zijn verstrekt gedeeltelijk van dezelve hebben de Elphanten en beeren omgebragt en gedeeltelijk zijn omgekoomen aan de koorts en Persing door ongewoonte van het waater en de spijze die ze aldaar hadden genuttigd. Alleen zijn daar van omtrend elf persoonen te rug gekoomen op Mature met de koorls„ die om deeze hunne overtreeding weeder opge„ „vaten in de ketting geklonken zijnde, nevens hunne vrouwen zijn terug gezonden. Daar na na zijn tot oprigting van Rusthuijzen en Mandoes op Baddegirie weeder gezonden drie honderd dienstelingen en de noodige hoofden, na dat ze almeede van skomp:s Mainstementos voorzien waaren. van deeze zijn gedeeltelijk door de Elephantenen beeren omgebragt en gedeelte„ „lijk door Persingen koortsen aldaar zelfs overleeden van dat gedeeltebijnk 't welk nog in leeven wasen zig op weg na Mature be„ „gaf zijn onderweegs door ziek ten verschijde gestorven en dus nog maar een gering gedeelte overgebleeven die in hunne woondorpen te recht zijn gekoomen. Tans zijn tot het werk van voorm: Baddegerie op nieuws over de tien duijzend Man verzaameld, die last hebben bekoomen om elk voor zig van eige kost te voorzien voor dertig daagen en een ieder tevens van een kooijta en een in Chiado„ bij zulk Een ordre te gelijk bepaalende dat alwaaren er vijf perzoonen in een Huijs alle vijf zouden moeten vertrekken, zonder daar een van te konnen agterblijven. Deeze verzaameling geschied en zo veele Menschen worden geschikt naar eene plaats die tot hunne vernieling en „daar ondergang strekt, zonder dat door eenig nut of voordeel kan behaald worden. Op zo eene onrechtvaardige wijze zo veele Menschen He 1300 te vernielen en daar door het land te doen ontvol„ „ken en ondergaan, verzoeken wij dat door uw „wel Edele achtb: Regtmaatig en billijk mag worden nagegaan en daar op recht gedaan worden, zo geene billijke uitspraak daar op volgd, zullen de geene die nu geschikt zijn om op zodanige wijze hun leeven te eindigen, uit vreeze voor de dood, hoeda„ „nig het ook zij hun leeven trachten te redden en indien zij uit dien hoofde op eenige ande„ „re wijze hun mogten schuldig maaken, verzoeken zij het niet voorstraf schuldig aantemerken, maar hun zulx te verschoo„ „nen. Ten vierden Buiten en behalven dien verleend den Heer Dessave aan niemand anders gehoor als aan de Modliaar van de Gangebadde„ „pattoe en de Baddekorn en Tweede Jolk aan zijn Ed:s Porta. zo eenig ander hoofd het zij wie hij ook wil den heer Dessave iets mogte te kennen geeven aangaande dingen die niet geschieden konnen slaat zijn Ed: geen reflexie daar aan. De reeden dat de twee eerstgenoemden zo getrouw en gewent zijn bij gemelden Heer Dessave zijn deeze dat de Modliaar van de Gangebadde des gangebadde pattoe voor eerst vijf en Dertig ammonams modder Zaaijgronden aan zijn Ed: heeft prezent gedaan: sen sweeden dat nimmer een gewoonte geweest is zo lange de heeren Hollanders dit Land bezitten door hem nieuw is ingevoerd, namelijk dat alle de vidaan en Majoraals van de Gangebadde„ „pattoe, niet teegenstaande zij onvermoo„ „gende zijn de gewoone weekspingos van elke dorp optebrengen, tot een nieuwe Jaars pares„ „se moeten opbrengen elk Majoraal-Een kan booter, ses hoenders, 30. ijven, Limoen en zoetapfeelen, tafel pisang en asch pisangs trossen, pampoenen en tien koernies Rijst en van elk vidaan 40. koernies Rijst- zoda„ „nig heeft hij dit laaten verzaamelen en met een groote staatsie bij den heer Dessave gebragt en geparresseert - Daar na heeft de Hadde kornen sweede jolk voorneemende zulk een Paresse beeter en aanzienelijker te maaken door eenige hoofden die zijne goede vrienden en bekenden waaren en deeze door hunne onderhoorigen laaten bij een brengen meerdere van diergelijke presenten als waar„ „meede de Modliaar van de Gangebadde„ „pattoe was geparesseerd, daar bij voeren„ „de 130 „de een aanzienlijke staaksie als sammereel, vaar„ „del, wit linnen, Daussersen Inlands mu„ „ziek. — Wijl gemelde beide perzoonen zodaanig gewend en aan den heer Dessave getrouw geworden zijn, heb„ „ben alle de andere Hoofden uit vreese dat het niet goed zijn zoude indien zij meede zulx niet kwaamen te doen, Nieuw Jaars parressen vergadert en zig daar meede voor den Heer Des„ „save begeeven, zo dat het voor het vervolg nu altijd eene gewoonte blijven zal, om dat voorm: twee luijden, zo wel bij den heer Des„ „save staantgen zig getrouw en gehoorzaam gedraagen, worden de geene die over Hun eeni„ „ge klagten over gepleegde ongeregtigheeden inbrengen opgevat en in arrest gesteld. Verscheijde maalen zijn ook de zulken afge„ „straft op dat voor het vervolg zulke klag„ „ten zig van zelfs ophouden en elk een zwijgen zoude uijt vreeze. Over zulks herft boij ongeregtigheijd aan een vis„ „ser van Mirisse aangedaan heeft hij bevreesd zijn„ „de direkt zig na Gale begeeven bij den wel„ „ Edelen achtb: Heer kommandeur en zijn zaak te kennen gegeeven. op welk geval na zijn terugkomst de heer Dessave hem heeft laaten opvatten en afstraffen zodaenig dat

NL-HaNA_1.04.02_3883_0370 view scan ↗

English

that from this he suffered a hemorrhage and died three days later. Noting these things, no one, whoever he may be and no matter how great an injustice is done to him, shall dare to bring any complaints against both the aforementioned favorites; they will not dare to do so, out of fear, not only in Mature, but also in Gale. If the aforementioned Lord Dessave, the Mudaliyar of the Gangeboda Pattu, and the Baddekorale, the latter who at the time of the Lord Dessave Crijtsman had also been a Baddekorale and second interpreter, but had been deported as a rogue and removed from the Porta, being by origin of the low caste of Polwatte, and together with him four persons or another three from his family who have been placed in considerable offices and in the same power and authority as other Chiefs, making together six persons in the Land of Mature, were permitted thus to continue, because they undertake things that have never before been heard of, abolishing the customs that have existed from ancient times and setting up others again that have never existed, which in the manner of speaking can be compared to the difference between Heaven and earth, none of the Honorable Company's work or the Lord's services shall be recognized, accepted, or obeyed by the Sinhalese of Gaijapane or those who reside further in the Mature Disavany, without distinction of person, whoever he may be. This they make known most submissively and humbly submit for investigation to the Noble and Honorable Lord Commander of Gale and Mature, alongside the High Noble and Stern Councillors who have arrived from Europe to investigate all matters. Below was written: For the translation, Gale, 21 April 1790. Was signed: M: J: Gratiaen, First Sworn Clerk. In the margin: For the translation, was signed: I: dezilva, Sworn Interpreter. Whereupon, considering that this Government does not deem itself authorized to retain writings that, besides being addressed to the Lord Commander, are also directed to the Gentlemen of the Military Commission, it has been approved and agreed to have a copy of the aforesaid translated ola delivered to the said Gentlemen Commissioners by the secretary of this assembly, with the request at the same time to the aforementioned Gentlemen Commissioners to consider this ola as being of no significance whatsoever, as it is unsigned and the authors are unknown. Thus resolved in the City of Gale on the day aforesaid. Was signed: P: Sluijsken, M: van der Spar, J: L: Scheede, Lucas Atems, N: B: Martheze, C: G: W: De Ranitz, J: J: D: Estandau, Mr A: E: De Lij, and C: L: Baron van Albedijhl. Below was written: Agrees. Was signed: J: A: Brechman, Sworn Clerk. Agrees: Hijbrands, First Sworn Clerk, Maas. Friday, 23 April Anno 1790. Present: The Noble and Honorable Lord Commander Peter Sluysken The Honorable Administrator Mattheus van Der Spar Commander of the Militia Johan Lodewijk Scheede Equipage Master Lucas Atems Fiscal and Cashier Jean Jacques David D Estandau First Warehouse Master Mr Andreas Everardus De Lij, and Secretary Carel Lodewijk Baron van Albedijhl Absent: Pay Bookkeeper Nicolaas Bernardus Martheze Junior Merchant Hendrik Leven Martheze Dispenser Christiaan Fredrik Willem de Ranitz Overseer of the Gale Korale Pieter Willem Ferdinant Adrian van Schuler, and Shopkeeper and Commissioner of Arecanut Pieter De Vos The first three due to indisposition, and the last two on commission to Mature. Initially, the Lord Commander submitted for consideration whether it would not be advisable, pursuant to the written order of the esteemed Government of Ceylon of the 21st of this month, to send the two field pieces destined for Mature, with their appurtenances and ammunition, by a Company thoni to Mature, and to let their artillerymen, covered by a detachment of 40 men, march overland, considering that the necessary coolies for the transport of these field pieces are difficult to collect together, and that, even if one could actually assemble the required number, sending them might possibly cause a great shortage and lack thereof upon the arrival of the military awaited from Colombo, at which time one might be placed in great perplexity to gather together the necessary coolies for transport to Mature. Whereupon, having deliberated, it has been approved and agreed to send the aforesaid 2 field pieces with their appurtenances and ammunition under the supervision of a good gunner and four assistants by sea with a Company thoni to Mature early tomorrow morning, and at the same time to let Lieutenant De Rachard with another 16 artillerymen, covered by a detachment from this garrison of 40 men under the command of Lieutenant Weder, march overland to Mature. After this were read the letters inserted herein from the Honorable Commissioners van Schuler and De Vos, and from the Honorable Dessave van Angelbeek, as well as a record kept at Mature in a conference between the said Honorable Dessave, the aforementioned Commissioners, and Captain De Prophalou. Gale. To the Noble and Honorable Lord Peter Sluysken, Commander, together with the Council there. Noble and Honorable Commanding Lord and Gentlemen. We have had the honor to receive Your Noble and Honorable's much esteemed letter of yesterday with the copies mentioned therein, and shall take the contents thereof for our bounden guidance and observance.

Dutch transcription

dat wij daar van aan een bloed afgang geraakt en drie daagen daarna gestorven is. — Deeze dingen opmerkende zal niemand wie hij ook zij en hoe groot een ongelijk hem word aangedaan, over beide gemelde gunstelingen zig onderstaan moogen eenige klagten inte„ „brengen zij zullen het uit vreeze niet alleen te Mature, maar ook te gale niet onder„ „staan moogen te doen. Jndien gem: Heer Dessave, den Modliaar der gan„ „gebrode pattoe en de Baddekorn de laat„ „ste dien ten tijde van den heer Dessave Crijts„ „man meede als Baddekornen tweede tolk geweest dog als een schelm gedeporteerden van de porta verwijdert geweest is, zijnde uit de natuur van kielies afkomste van Polwatte en met hem te zaamen vier persoonen ofte nog drie andere uijt zijn familie die in aanzienelijke diensten en in dezelfde magt en vermoogen als andere Hoofden gesteld zijn, uitmaakende tezaamen ses perzoonen in het Land van Mature zodaenig mog„ „ten blijven Continueeren (:wijl ze dingen bestaan die nooijt voor deeze gehoord zijn afschapfende de gewoonten die van ouds plaats gehad hebben en andere weeder op„ „rigtende die nimmer geweest zijn en die bij de 1302 de spreek wijze van het onderscheid dat tusschen Hemel en aarde is kan vergeleeken worden:/ zal geen der Ed: komp:s werk of 'sheeren diensten erkend en aangenomen of gehoor„ „zaamd worden, door de singaleeschen van Gaijapane of en die verder in de Matu„ „resche Dessavonij woonachting zijn zonder onderscheijd van perzoon wie hij ook zij Dit geeven zij voetvalligst te kennen en draagen needrig of ter onderzoeking aan den Edelen achtb: Heer Kommandeur van Gale en Mature nevens de hoog Edele Gestr: Raads heeren die uijt Europa aangekoomen zijn om alle zaaken te onderzoeken /:onderstond:) voor de Translatie Gale den 21. April 1790. (:was geteekend:/ M: J: Gratiaen E: G: Klerk (:in margine:/ voor de vertaaling (:was geteekend:) I: dezilva gesw: tolk Waar op uijt aanmerking dat deeze Regeering sig niet bevoegd agt geschriften, die buijten en behalven aan den heer Commandeur ook aan de Heeren van de mili„ „taire Commissie gerigt zijn te moogen aanhouden, goedgevonden en verstaan is, aan gemelde heeren Commissarissen door den secretaris deser ver„ „gadering van voorsz: Translaat ola Copij te laaten bestellen. met verzoek teffens aan wel gem: Nagezien gemelde heeren Commissarissen van deese ola als van hoegenaamt geene beduijding te willen aanmerken als zijnde ongeteekend en de au„ „teuren onbekend. — Aldus Geresolveerd In de Stad Gale ten dage voorsz: (:Was getee„ „kend:/ P: Sluijsken, M: van der Spar„ J: L: Scheede, Lucas Atems, N: B: Martheze C: G: W: De Ranitz. J: J: D: Estandan, M=r A: E: De Lij, en C: L: Bavon van Albedijhl. (:onder„ „stond:/ Akkordeert /:was getee„ „kend:/ J: A: Brechman g: klerk Accordeert Hijbrands Egklerk Maas 1303 Vrijdag Den 23:' April A:o 1790: Present De wel Edele Agtb: Heer kommandeur Peter Sluijken dE: Administrateur Mattheus van Der Spar „ kommandant der Militie Iohan Lodewijk schede Equipagiemeester Lucas Atems „ fiskaal en kasseer, Iean Iacques David D Estandau „ Eerste pakhuijsmeester M:r Andreas Everardus De Lij en „ sekretaris Carel Lodewijk Baron van Albedijhl Absent „ soldij boekhouder Nicolaas Bernardus Martheze „ onder koopman Hendrik Leven Martheze „ Dispensier Christiaan Fredrik Willem de Ranitz. „ opziender der Gale korle Pieter Willem Ferdinant Adrian van Schuler en „ winkelier en kommissaris der arreek Pieter De vos. de drie eerste weegens onpasselijkheid om de twee laatsten in Commissie na Mature Aanvankelijk gaf de Heer kommandeur in overweging of het niet goed zoude zijn de, ingevolge aanschrijving der g'eerde Cijlonsche Regeering van den 21. dezer voor Mature gedestineerde twee veldstukken met der„ „zelver toebehooren en ammonitie met een Comp:s thonij na Mature te zenden, en dies arthilleristen gedekt door een kommando van 40. koppen over den landweg te laaten Marcheeren aanmerkende Resolutie Genoomen in Raade van Pale dat op dat de noodige koelijs tot transport van deeze veldstukken beswaarlijk bij den anderen te behooren zijn en dat, zoo men ook werkelijk het noodig getal mochte bij malkanderen vinden het versenden van deselve moo„ „gelijk een groot gebrek en mankement daar aan zoude te weege kun„ „nen brengen bij de aankomst van de overdewagtworde militairen van Colombo; wanneer mogelijk in groote verleegentheid zoude raaken om de benodigde koelijs ter versending na Mature bij malkanderen te brengen. Waar over gedlibereerd zijnde is goedgevonden en verstaen voormelde 2: veld„ stukken met dies toebehooren en ammonitie onder opzigt van een goed kanonier en vier handlangers over zee met een kompanies Thonij morgen vroeg na Mature te versenden en te gelijken tijd den Luite„ „nant De Rachard met nog 16. arthilleristen gedekt door een detachement uit dit Guarnisoen van 40. koppen onder kommando van den Luijtenant weder over de Landweg na Mature te laaten marcheeren: Hier na zijn geleesen de ten deeze geinsereerde brieven van dE: gecom„ mitteerdens van Schuler en De vos en van den E: Dessave van Angelbeek, gelijk ook een gehoudene aanteekening te Mature in een Converentie tusschen ged:t E: Dessave, gem: gecommitteerdens en den Capitain De Prophalou Gale Aan den wel Edelen achtb: Heer Peter Sluijken kommandeur, nevens den Raad aldaar Wel Edelen Agtb: Gebiedende Heer en Heeren. Wij hebben de Eer gehad te ontvangen uw wel E: achtb: veel geeerde Brief van Gisteren met de daar bij vermelde aschriften en zullen den Inhold derzelven tot onze schuldige Naaricht en observantie neemen o. P

NL-HaNA_1.04.02_3883_0375 view scan ↗

English

Although we have not yet received any answer from our envoy to the mutineers regarding the mandate ola which we dispatched to them yesterday afternoon from Billigan to make known the instructions of our commission, as well as that we were about to come over to them, we nevertheless intended to continue our journey this afternoon upon the receipt of Your Honorable Worships' aforementioned letter. However, because our coolies were very weary and exhausted, and we also learned from the Sabandaar Dire that the mutineers attempted to burn the resthouse of Hakman yesterday evening, and that they have also mistreated the Moddiliaars Ilangakon, Tinnekoor, and Tillekeratie, who are the most prominent chiefs, by subjecting them to far-reaching humiliations, we have therefore—as well as because we will find no resting places on the road tonight if the resthouse of Hakman has indeed been burned as reported—resolved to depart from here early tomorrow morning, as we shall do, and we will successively inform Your Honorable Worships of all our proceedings and encounters on the journey. If the bad reports which we expect with good reason at any moment, and which will be communicated to Your Honorable Worships by the Dessave, make it necessary, we will take some soldiers with us for our protection, so as not to expose ourselves unnecessarily to any danger, although we will not resort to this except in case of utmost necessity. The Dessave has offered us all possible assistance, which we will also accept if deemed necessary. We are currently busy dispatching a further mandate ola to the mutineers, as our envoy from yesterday has not yet returned, and we will send a copy thereof to Your Honorable Worships in due course. The sannas from Your Honorable Worships, which the Dessave had detained, was dispatched this afternoon, and we have the honor to remain with all feelings of high esteem, Honorable, Worshipful, Ruling Lord and Lords, Your Honorable Worships' humble servants, was signed, W. F. A. van Schuler and P. de Vos. In the margin: Mature, 21 April 1790. Galle. To the Honorable Worshipful Lord Peter Sluijken, Commandeur, together with the Council there. Honorable, Worshipful, Ruling Lord and Lords, We duly received Your Honorable Worships' esteemed letter of yesterday, the contents of which will serve for our dutiful information and observance. The copy of the mandate ola mentioned in our letter of yesterday accompanies this, and we trust that it will meet with Your Honorable Worships' high approval. After receiving Your Honorable Worships' letter of yesterday, the Dessave told us that Your Honorable Worships' indigenous music, which we have with us, could enter in order to depart from here with it, and besides this, he offered us his tamblinjeros and springhaanen, which latter we also accepted, so that all circumstances in that regard have been settled. According to our letter of yesterday, we would indeed have departed from here this morning, but since we have learned that the mutineers are not in one place, but scattered in large and small groups across various places, and the Attepattoe Modliaar of the First Signatory, who went to the mutineers this morning with the aforementioned mandate ola and returned to us at seven o'clock in the evening, also brought us the same report and requested on behalf of the mutineers that we should not come to them until the scattered groups had joined together again, we thought it best to postpone our journey until this evening. We shall depart from here for Gandere immediately after the evening meal, because the largest group, according to the latest news, is at Dikwelle, and we shall have the honor to report further what is necessary to Your Honorable Worships from there. Meanwhile, we report hereby that according to the notes of the conference held with the Dessave yesterday evening, of which a copy will be sent to Your Honorable Worships by the Dessave, a detachment of 106 men is going into the country, which, however, we shall not use against the mutineers except in case of extreme and pressing necessity. We hope soon to receive the complaint olas of the mutineers sent to Your Honorable Worships, a translation of which was promised to us in the postscript of Your Honorable Worships' letter of yesterday, as the same will be of great use to us. For the rest, we have the honor to remain with all high esteem, Honorable, Worshipful, Ruling Lord and Lords, Your Honorable Worships' humble servants, was signed, P. W. F. A. van Schuler and P. de Vos. In the margin: Mature, 22 April 1790. Mandate olas. Yesterday we dispatched to you people from Belligam a sannas, communicating therein that we have been expressly commissioned on behalf of the Commandeur from the Council of Galle

Dutch transcription

134 of schoon wij van onse sendeling bij de Muitelingen tog nog geen andword gekreegen hebben op de Mandaat ola, die wij hun Gesteren Middag van Billigan afgezonden hebben ter bekend maaking van den Last onzen kommissie, zo wel, als dat wij bij win saan over tekoomen zan wilden wij echter Heden Middag, op den ontvang van voormelden inme Ed: achtb: Brief, onze Reijze verder voortzettn dooh vermils onze korilues zeer vermoed en afgemad waren, en wij ok van den Sabandaa Dire vernoomen hebben, dat de Meetelingen Gesteren avond het Rust„ Huis van Hakman hebben willen verbranden, en dat zij ook de modsil„ Jaars Hlangakon, Tinnekoor, en Tillekeratie, die de aan zenlijkste Hoofden zijn, mishandeld hebben door het doen ondergaan, van ver„ negaande vernederingen, zoo hebben wij daarom zo wel, als om dat wij heden nacht op den weg geene Rustplaatsen vinden zullen, zoo het Rusthuis van Hakman ook weezendlijk mogt verbrand en vermeld zijn geresolveerd om Morgen vroeg van hier te vertrekken, gelijk wij het ook doen en uwel Edele achtb: succief bedeelen zullen, alle omze verrigtingen en ontmoetingen op de Reijze zo de slegte Berichten, die wij alle oogenblikken gegrond verwachten en Dewelken door den Heer Dessave aan uwel Ed: achtb: zullen be„ „deeld worden, het noodzaakelijk maaken zullen wij eenige Mili„ „tairen tot onze Dekking meede neemen, ten einde ons niet onnodigt aan eenig gevaar bloot testellen, alhoewel wij daar toe niet zullen koomen dan in de uitterste Noodzakelijkheid. De Heer Dessave heeft ons alle mogelijke Assistentien aangebooden, die wij ook des Nodig geacht wordende accepteeren zullen Tans zijn wij beezig om een naadere Mandaat olaaande Meitelingen aftevaardigen, wijl onze zendeling van Gisteren tot nog niet terug is en wij zullen uwel Edele achtb: naarder een afschrift daar van toezenden. De Sannas van uwel Edele achtb: die de Heer Dessave aange„ houden had, is heben Middag afgezonden, en wij hebben de Eer met alle gevoelen gevoelens van hoog achting te zijn /:onderstond:/ wel Edele, Achtb: Geb: Heer en Heeren! uwer wel Edele achtb: onderdanige Dienaren /: was„ „geteekend:/: W: F: A: van Schuler en P: de vos /: in margine Mature den 21. April 1790. Gale Aan den wel Edelen achtb: Heer Peter Sluijken kommandeur nevens den Raad aldaar el Edele, Achtb: Gebiedende Heer en Heeren Wij hebben wel ontvangen uw wel Edele achtb: Geeerden van Gisteren waar van den Teneur tot onze schuldige Narigt en observantie zal dienen. Het afschrift van de bij onzen Brief van Gisteren vermelde Mandaal ola, verzeld deezen en wij vertrouwen dat het uwer wel Edele achtb: Hooge Goedkeuring zal wegdragen De Heer Dessave heeft ons, na den ontvangst van uwel Edele achtb: Brief van Gisteren gezogd, dat de Inlandsche Musiek van uwel Edele achtb:, die wij bij ons hebben, kon binnen koomen om Daarmede van hier te vertrekken en heeft ons buiten dien zijne Tamblinjeros en springhaanen aangebooden welke laatsten wij ook aangenoomen hebben zo dat alle omstandigheden dien aangaande uit den weg geruimd zijn. Wij zouden wel, volgens onzen brief van Gesteren Heeden morgen van hier vertrokken zijn doch vermits wij vernomen hebben, dat de Meitelingen niet op eene Plaats, maar bij groote en kleine Hoopen, op verscheide Plaatzen verstrooid zijn ende Attepattoe Modliaar van den Eersten Tekeenaar, die Heeder Morgen met voorschreeven Mandaat ola nade Meitelingen gegaan 1305 gegaan en des avonds ten seeven uuren weder bij ons terug gekoo„ „men is, ook ons het zelfde Bericht toegebragt en uit Naam van de Meitelingen verzogt heeft, dat wij tot Hun niet komen zouden tot dat de verstrooijde Hoopen zich weeder Tezaamen zouden gevoegd hebben zoo hebben wij goedgevonden onse Reijke tot Heeden avond uittestellen wij zullen daadelijk naar het Aoond maal„ van hier na G'andere vertrekken, wijl de Grootste Hoop, volgen elang „de Tijding, zich op Dikwelle bevind en zullen de Eer hebben uwel, Ed: achtb: van Daar verder het nodige te berigten. Intusschen melden wij bij deezen dat volgens Aantekening van de op „ waar van Copia door den heer dessave steden avond gehoudene Conferentie met den Heer Dessave „ aan uwel Ed: achtb: zal toegezonden worden:/ een Detachement van 106. koppen in het Landgaat het welk wij echter niet teegen de Muitelingen gebruiken zullen, dan bij hooge en dringende Noodzakelijkheid. Wij hoopen de klacht olassen van de Muitelingen aan uwel Ed: Achtb: toegezonden en waar van bij Pottscribtum van vaar uwel Ed: achtb: Brief van Gisteren aan ons een Translaat beloofd is spoedig te zullen ontfangen, dewijl dezelve ons van Niet zal kunnen zijn. Wij hebben voor het overige de Eer met alle hoog achting te zijn /:onderstond /: wel Edelen achtb: Gebiedende Heer en Heeren uwer wel Edele achtb: onderdanige Dienaren /:was getekend/ P: W: F: A: van Schuler en P: de vos /: in margine:/ Mature Den 22. April 1790. Mandaat olas. Wij hebben op Gesteren aan u lieden van Belligam afgevaardigd een sannas en daar in bedeeld; dat wij uit Naam van den Heer kommandeur uit den Gaalschen Raad expresselijk gekommitt.ds zijn

NL-HaNA_1.04.02_3883_0378 view scan ↗

English

are to hearing your grievances. An ola mandate was sent to you on the orders of the Commander, as also one from the Disava containing the same. We meanwhile send this to you for greater security, repeatedly informing you therein that we shall come to you to investigate and hear your well-founded grievances, and to provide you with swift and proper justice, in the firm confidence that you shall immediately conduct yourselves as faithful subjects ought to do, and that each person shall return to his home village the sooner the better, in order to prevent your own utter ruin, which your present manner of acting must inevitably cause. Below was written: Matara, 21 April 1790. Was signed: P. W. F. A. van Schuler and P. De Vos. Lower was written: Agrees. Was signed: A. J. van Zitter, scribe. To the Right Honorable Peter Sluijken, Commander of the city and lands of Galle, Matara, etc., together with the Council, Galle. I have the honor to present herewith to Your Right Honor a copy of the minutes of the conference held today between myself and the Messrs. van Schuler and De Vos, along with Captain Propholou, to which minutes I take the liberty to refer by this, as time is entirely lacking for me to add anything more to this, since I shall have the honor tomorrow to confer further with Your Right Honor about its contents and also to answer Your Right Honor's letter of today. Right Honorable Sir and Particular Good Friends, Secret. I 1306 I meanwhile request that I may be favored with Your Right Honor's approval of this conference. I have the honor to be with all respect, below was written: Right Honorable Sir and Particular Good Friends, Your Right Honor's dutiful servant, was signed: C. van Angelbeek. In the margin: Matara, 22 April Anno 1790. Minutes held at the session of: The Honorable Ruling Lord Disava, Mr. Christiaan van Angelbeek; The Commissioners on behalf of the Galle Government: The Messrs. Pieter Willem Ferdinand Adriaan van Schuler, junior merchant and overseer of the Galle korale, and Pieter de Vos, junior merchant, shopkeeper, and commissioner of the areca; as well as The Honorable Valiant Lord Hironimus Casimirus Baron de Prophalou, captain and commandant over the military stationed here. Thursday, 22 April Anno 1790, at five o'clock in the evening. The Lord Disava made known that he had just received news that the largest body of the mutineers has gathered in the Wellaboda Pattu and has moved down as far as Bamberende, attempting to draw the good residents of that province, who have not yet joined them, into their ranks by threatening to burn down their houses and by other acts of violence; that these mutineers are being reinforced from day to day with even more people, as they act in the same manner with the inhabitants of the other korales and pattus; and that it is to be feared, if one uses palliative measures any longer, that all the inhabitants of this Disavany, seeing that they were not protected and that one abandoned them to the fury of an unruly mob, would all defect to the mutineers to preserve their possessions and to prevent mistreatment. That it is very certain that a multitude, and indeed by far the largest part of the gathering, is well-disposed and has only gone over to the troublemakers because they cannot withstand their violence and remain with them out of fear. That it is conceivable, and indeed seems very certain, that if one makes a movement to give the mutineers the impression that one will resort to direct action, that this will result in the well-disposed separating themselves from the mutineers and returning to their homes, while this will at the same time bring the mutineers themselves to some reflection. That it is true that one of the lascorins, who with the two Jaffnamadu appoos had delivered the olas of the Right Honorable Commander to the mutineers notifying them that the commissioners would come to them, had returned and communicated that the mutineers had requested the said appoos to remain with them in order to send them back with an answer to the commissioners, which they could not give now because their band was divided. That, however, no reliance can be placed on this promise of the mutineers, because they had sent such messages to His Honor all too often, and it therefore appeared that they seem to want to shelve the matter to gain time and make their following increasingly larger. That His Honor therefore weighed with the commissioners whether it would not be advisable, while Their Honors are about to depart for the Wellaboda Pattu as being the nearest way to meet them, that the detachment be ordered, leaving behind 50 men under the command of an officer for the defense of this place, to march out as well, with no intention

Dutch transcription

zijn tot het aanhooren van uwe klachten Eene Mandaat olas op reeden van den Heer kommandeur aan u lieden gezonden, zo meede een van den Heer Dessave behelst het zelve wij zenden intusschen tot meerdeere securitijt aan ulieden nog deeze en bedeelen daar in bij herhaling, dat wij tot u zullen koomen om uwe gegronde klach„ „ten te onderzoeken en aantehooren, en u een kort en goed Recht teverschapfen, in het vast vertrouwen; dat u lieden zich van stonden aan zult gedraagen zodanig getrouwe onderba„ „nen behoort, en dat zich een Ieder hoe eerder zo beeter na zijn woon Dorp zal begeeren ten einde u Eigen geheele Ruine, die uw teegens woordig Mannier van doen ten gevolge moet hebben; voorte„ koomen /:onderstond:/ Mature Den 21. April 1790. /: was geteekend :/ P: W: F: A: van Schuler en P: De Vos /:Lager stond:/ akkordeert. /:was geteekend:/ A: J: van Zitter sCriba Aan den E: E: Achtb: Heer Peter Sluijken kommandeur der stad en Landen van Gale Mature Etc:a Nevens den Raad Gale Jk heb de eer uw E: E: Achtb: hier nevens aante bieden een afschrift van de aanteekening der op heeden tusschen Mij en de Heeren van schuler en De vos nevens de heer kapitain Propholou gehoudene konferentie aan welke aanteekening ik zo vrij ben mij bij deeze refereeren, vermits de tijd mij volkomen ontbreekt om hier bij iets meer te voegen zullende ik de eere hebben op morgen uwE: E: Achtb: nader over derzelven inhoud te onderhouden en tevens uwE: E: Achtb: brief van heeden te beantwoorden. E: E: Achtbaare Heer en Bijzondere Goede vrienden secreet JK 1306 Jk verzoeke intusschen met uwE: E: Achtb: goedvinden op deeze konse„ „rentie te mogen begunstigd worden. Jk hebbe de Eere met alle achting te zijn /: onderstond:/ E: E: Achtb Ver en Bijzondere goede vrienden uwE: E: Achtb: Dienst schuldige vrunden Dienaar /: was getekend:/ C: van Angelbeek /: in margine/: Matture den 22. April A:o 1790. Aanteekening Gehouden bij sessie van Den wel Edelen Gebiedenden Heer Dessave M:r Cristiaan van Angellak De kommissarissen van wegen de Gaalse Regeering De heeren Pieter willem Ferdinand Adriaan van Schuler, onderkoopman en opziender der Gals korle en Pieter de Vos, onder koopman, winkelier en kommis„ „saris van den arreek benevens. De Ed: Manh: Heer Hironimus Casimirus Baron de Prophalou kapitain en kommandant over de alhier gebtachen„ „de Militairen. Donderdag Den 22. ' april A:o 1790. savonds te vijf uuren De Heer Dessave gaf te kennen zo even teiding bekoomen te hebben dat de grootste koop der Muitelingen in de wellebaddepattoe te zaemen gerot en wel tot bamberende afgesakt is, tragtende de goede Jngezeteenen dier Provintie, die zig tot nog toe met hun niet vereenigd hebben, door het drijgen van het in brandsteeken hunner huisen en van meer andere geweldenarijen onder hun te trekken, dat deeze murtelingen van dag tot dag met nog meer volkeren verstrekt weerden alzo zij op dezelfde wijze met volkeren van de andere korles en Pattoes handelenden, en dat het te weesen is zoo men langer zich van Paliature middelens bediend dat alle de volkeren deze Dessavonij als ziende dat zij niet bescherend wierden en men . men hun aan de woede van een ongebonde hoop overliet tot behoud van hunne bezittingen en ter voorkomingen van mishandelingen, alle tot de Meitelingen zouden overgaan. Dat het zeer zeker is dat eene menigte en wel op verre na de grootste hoop der samenrotting wel gezind is in alleenig tot de opvoermaekers overgegaan zijn wijl zij tegens hun geweld met bestand zijn en zich nog uit vreese bij hun vinden. Dat het ous te Denken is, en zelfs wel zeer zeeker scheind dat zoo men eene beweeging maekt om de muitelingen in de gedagten te brengen dat men tot dadelijk heeden zal komen, dat ten gevolge zal hebben dat de welgezinde zig van de muitelingen zullen afzonderen en weder na hunne huijsen gaan terwijl dit tevens de muitelingen zelfs tot eenig nadenken zal brengen. Dat het wel waar is, dat een van de Laskorgus die met de twee saffermadoe appoes die de samas van den E: E: agtbaaren Heer Com„ „mandeur ter bekendmaking dat de Heeren kommissarissen bij hun zouden koomen, aan de Muitelingen besteld hadden te rug gekoomen, en gecom„ „miniceerd had, dat de Muitelingen gemelde appoes verzogt hadden om bij hun te blijven, ten eende hun met een antwoord aan de Heeren gekommitteerdens te rug te zenden, het geen ze tans niet konden geven wijl hunne bende verdeelt was. Dat egter op deeze belofte van de Muitelingen geen staat te maaken is, wijl zij zulke boodschap„ „pen alte meer malen aan zijn Ed: gezonden hadden en het dus toescheen dat ze het op de lange bank scheinen te willen schurven om tijd te winnen en hunne aanhang hoe langer hoe groter te maken. Dat zijn Ed: dus de heeren kommissarissen afwoeg of het niet Raadzaem zoude zijn dat terwijl hun Ed: naar de welle„ „baddepattoe staan te vertrekken als de naaste weg zijnde om hun te gemoet te gaan, het Detachement gekommandeerd word met agterlating van 50: Manschappen onder kommando van een officier per beschuting dezer plaatze, mede uitterukken met geen oog merk

NL-HaNA_1.04.02_3883_0381 view scan ↗

English

intention whatsoever to inflict any violence upon the mutineers, but to protect the well-disposed inhabitants from all nuisance and furthermore to promote peace, whereupon both gentlemen commissioners are unanimous and of the full opinion to accept the proposal of the Dessave, provided that the rabble keep quiet and promise to submit their grievances properly, in which case the detachment could return, and that accordingly notice of the marching out of the detachment also be given immediately to the mutineers through the dispatch of the Maha Mudaliyar of Galle, so that they may know that this is not done with any hostile intention. The gentlemen commissioners subsequently agreed, following the advice of the Dessave, upon departing from here this evening, not to travel further for now than to Gandara, and once there to inform the Dessave how matters stand over there and what further the designs of the mutineers are, as well as what their Honours shall deem advisable to do next. Furthermore, the Dessave testified to having received certain tidings from the Gangaboda Pattu Mudaliyar de Saram that the mutineers are currently so unruly and malicious that a crowd of mutineers consisting of the Gangaboda Pattu and Weligam Korale people did not even hesitate, when he, de Saram, approached them to hold a parley, to thrust him back with a pike leveled across his chest, saying: we have nothing to do with you; but that, notwithstanding, the Pattu Aratchi of the Gangaboda Pattu had told him, de Saram, yesterday evening that he would endeavor to lead his people in that pattu back in peace; that the Dessave is assured that the principal chiefs, namely the mudaliyars and mohandirams, have no hand in it, and that a striking proof thereof is that the mutineers, according to the latest tidings, having arrived in a great multitude on the plains of Nalagama and Tangalle, became frightened by a handful of people, primo plano 36 men strong stationed at the last-mentioned place, and did not dare approach the fort. Captain Prophalou, who as commander of the detachment was drawn into this held conference and consultation in order to consider military affairs, likewise gave his consent to the marching out of the detachment, at the head of which his Honour promised to execute everything that the gentlemen commissioners, according to the circumstances of the matters, might deem fit and recommend to him, provided that 50 men, who shall be left behind here, be placed under the command of the honourable Ensign Stoffel. It was also understood to obtain the advice of all the native chiefs jointly, consisting of the mudaliyars Ilangakoon, Tillekeratne, Goederatne, de Saram, and Wickremeratne, as well as the mohandirams of the Kandaboda Pattu, of the Atapattu, of the Four Gravets, of the timber-hauling service, and those of Uda Walave, since the Dessave repeatedly testified to having tested them in every way to discover whether they might have had a share in this rebellious conduct of the inhabitants, but to be assured so far that there is nothing to their charge; to which end his Honour, having presented the state of this Dissavany to them in the most earnest manner and having asked them whether they were of the opinion that the rebels should be brought to reason by gentle means or rather by force, the chiefs jointly answered that they must necessarily be brought to reason by force. To which giving of advice the Sabandaar Mudaliyar Don Balthazar Dias also being admitted, he was likewise of the same opinion as the other chiefs, the Mudaliyar of the Gangaboda Pattu and the Weligam Korale moreover giving as reason that one is especially compelled to proceed to this because the Dessave has already used all possible gentle means, but the ringleaders have not even hesitated to tear to pieces and burn an ola which his Honour wrote to the Kandaboda Pattu Mohandiram and a letter which his Honour wrote to the overseer of the plantation in the Morawak Korale, as well as to treat not only them but also the other chiefs in a most improper and disgraceful manner, having even wished to set fire to the rest house of Hakmana, where the Mudaliyars Ilangakoon and Tillekeratne were staying, and compelled them to leave this rest house in such a manner. Lastly, it was approved to authorize the Second Warehouse Master of Galle, P. A. De Moor, presently in loco on account of the indisposition of the authorized Palm, to keep these notes and to attend to everything that relates to the troubles and is dispatched from here by the Dessave, and to admit him thereto on the oath of allegiance which he took to the Honourable Company and his lawful rulers as a member of the Reverend Landraad at Galle. In witness whereof these notes have been kept. Thus recorded at the fortress of Matara, date and in the presence as mentioned at the head of this. Underneath stood: Known to me, was signed: P. A. De Moor, Sworn Secretary. Underneath stood: Agrees, was signed: P. A. De Moor, Sworn Secretary.

Dutch transcription

1307 oogmerk hoegenaamd om de Meutelingen, eenig geweld aante doen maar de welde ingezetenen voor alle onrlast te beschermen, en voortschreeven een„ „dens te bevorderen waar op de boiede Heeren kommisarisen een gezent en van volkomen gevoelen zijn het voorstel van den Heer Dessave te amplek „teeren, niets dat het gespuijd zig stil houdende, en beloovende kilenn beswaarnissen ordentelijk in tebrengen, als dan 't detaclement kondet rugkeeren en dat mits dien ook oogenblikkelijk aande Mutlingen door het versenden van de Porta Modliaar te Gale van de utruk¬ king van het Detachement kennis gegeeven word op dat zij weten dat zulks met geen vyandelijk inzigt geschied De Heeren kommissaressen kwamen vervolgens advies van den Heer Dessave over een om heden avond van hier vertrekkende voor eerst de doer met verder af te leggen dan tot Gandure en daar zijnde de Heer Dessave te bedeelen hoe de zaeken ginter gesteld en wat verders de Desseinen zijn van de Muitelingen mitsgaders wat hun Ed: verders veraden zullen vinden te doen. Voorts betuigde de Heer Dissave zeekere teidingen van de gangebaddepattoe Modliaar de Saram gekreegen te hebben dat de Muitelingen tans zoo baloorig en kwaadaardig zijn dat en hoop van Mustelingen be„ „staande uit de gangebaddepattoe en Belligaikorlse volkeren zelfs niet onzien hebben hem de saram toen hij zo naderde tot het houden van een mondgesprek met hun, met de piek, dwars over zijn borst geligt te rug geslooten zeggende, wij hebben met u niets te doen, dog dat; niet dat al de Pattoe arraetje van de gangebaddepattoe aan hem de Saram gisteren avond gezegd had te zullen tragten zijn volk in die pattoe in vreede te zullen te rug brengen dat de Heer Dessave verzekerd is dat de voornaemste hoofden namelijk de mod„ „liaars en mohandirams er niet de hand aan hebben en dat daar van een doorslaande blijk is, dat de Muitelingen de volgens vlangshe tijding tijding in een groote meenigte op de vlaktens van Nallegam en Tangale gekoomen voor een handge vol volks, primo plano sterk 36. man, op laatst gem: plaats gedateerd bevreest zijn geworden en het fort met hebben durven naderen. De Heer kapitain Prophalou, die als kommandant van het detachement bij deeze gehouden konferentie en raadpleeging getrokken is, om over het militaire wezen te overweegen, gaf insgelijks desselfs toestem„ „ tot de uittukking van 't detechement „ment „ aan welks hoofd zijn Ed: beloofde alles te volbrengen wat de Heeren Commissarissen, na de omstandigheid der zaeken mogten goed vinden en den zelven aanheveelen, mits stellende 50. manschappen, die alhier zullen terug gelaaten worden, onder kommando van den E: vaandrig stoffel ook is verstaan het advies van de gezamentlijke Jnlandsche hoofden, bestaande in de modliaars Jlangakoor Tillekeratne goedierat inde de Saram en wikkremeratne mitsgaders de mohandirams van de kandebaddepattoe van de attepattoe, van de viergravetten van de houtsleperij en die van Aoedawe intewinnen alzo den Heer dessave bij herhaling betuijgde hun op alderhande wijze getoest te hebben om te ontwaeren of ze deel mogten hebben aan dit opvoerig bestaan der ingezetenen maar en zo verre verzekerd te zijn dat en niets ten hunnen Laste legjt, ten welken eijnde zijn Ed: hun den staat dezer Dessavonij op het gemoedelijkst voorgesteld en hun afgevraagd hebbende, op zij van oordeel waaren dat de rebellen met sagte middelen dan wel met geweld moesten tot reden gebragt word zo hebben de gezamentlijke hoofden geandwoord dat zij noodwendig met geweld dienen tot reden gebragt te worden. Tot welke advijs geevende ook den Sabendaar Modliaar Don Balthazar Dias toege„ „laaten zijnde is hij almeede van het zelfde gevoelen als andere hoofden geevende daar en booven de modliaar der gange baddepattoe en de belligan „korle tot reden dat men wel inzonderheid daar toe genoodzaakt is 1308 is over te gaan vermits de Heer Dessare reets alle mogelijke slagte middelen gebruijkt heeft maar de belhamers niet ontzien hebben zelfs een ola die zijn Ed: aan den kanrdebaddepattoe, mohandenam in een brief die zijn Ed: aan den opzigter van de plantagie in de „morpuakorle geschreeven heeft stukkend te scheuren en te verbran „den als meede hun niet alleenig maar ook de verdere hoofden op eene verrigdende onbetamelijke wijze te behandelen als hebbene zelfs het rusthuis van Hakman, alwaar de modliaan Hangakoon en Tilkaatne ziol bevonden in brand willen steeken en hun genoodzaakt om dit rusthuis op eene zulke wijze te verlaaten Laastelijk is goedgevonden den Tweede Pakhuis meester van Gale P: A: De Moor tans in Loco mits indisposietie van den g' authoriseerde Palm, tot het houden dezer aanteke„ „ning en tot het waarneemen van al het geen dat afpectie heeft tot de troubles en door den Heer Dessave van hier ge expidieerd word authoriseeren en hem daar toe te abmiteeren op den Eed van trouwe die hij aan de Edele Maatschappij en zijne wettige gebieders als Lid van den Eerw: Landraad te Gale gedaan heeft wordende ten blijke van het gunt gehouden deeze aanteekening. Aldus aangeteekend ter fortresse Mature dato en ter presentie als in den hoofde deezes vermeld /: onderstond /: Mij bekend:/ was geteekend /: P: A: De Moor geh: Sekretaris /:onderstond /:akkordeert:/ was geteekend/: P: A: De Moor geh: sekretaris. waar zaakt

NL-HaNA_1.04.02_3883_0384 view scan ↗

English

Whereupon, after deliberation, it was approved and agreed to abide by the decision made and the aforementioned conference, in the hope that it may have had the desired consequences. Furthermore, to write to the Honorable Dessave immediately to take into observance and execution the letter from this Government dispatched to his Honor this very day, and for the rest to proceed with all caution, and especially after the return of the commando of 106 men under Captain De Prophalou not to send out any further detachment until a sufficient force has been assembled at Mature to be able to execute something with effect, and circumstances make it necessary to repel the mutineers by force. It was also agreed, trusting in a favorable approval of the esteemed Ceylon Government, to swear in under oath the junior assistant Luik and the trainee Jacob Frederik Claasz before two members of this gathering, in order to be employed as copyists and expediters of such letters and papers as warrant secrecy under these circumstances. Thus resolved in the city of Gale on the day aforesaid. Was signed: P: Sluijken, M: van der Spar, J: L: Scheede, L: Aems, J: J: D: De Estendau, A: E: De Lij, and C: L: B: van Albedijhl. Underneath stood: agrees. Was signed: I: H: Preelman, sworn clerk. Agrees. Hijbrands, sworn clerk. Examined. Pampens Resolution taken in Council of Gale. Secret. Friday the 23rd April Anno 1790. Present: The Right Honorable Commander Peter Sluijsken; The Honorable Administrator Mattheus van der Spar; The Honorable Captain and Commandant Johan Lodewijk Scheede; The Honorable Sea Captain and Master of Equipage Lucas Aems; The Honorable Dispenser Christiaen Fredrik Willem de Ranitz; The Honorable Fiscal and Cashier Jean Jacques David D'Estandau; The Honorable First Warehouse Master Mr. Andreas Everardus De Lij; The Honorable Secretary Carl Ludwig Baron van Albedijhl. Absent: The Honorable Pay Bookkeeper Nicolaas Bernardus Martheze, on account of indisposition; The Honorable Overseer of the Gale Corle Pieter Willem Ferdinand Adriaen van Schuler, on commission to Matare; The Honorable Shopkeeper and Commissioner of Areca Pieter de Vos, on commission to Matare; The Honorable Junior Merchant Hendrik Levin Martheze, due to illness. Was read a secret Government missive from Colombo of the 21st of this month, of the following content: Gale. To Mr. Peter Sluijcken, Commander, together with the Council there. Valiant, Prudent, Discreet. Since it appears from the Matara reports sent to us by you along with your secret letter of the 19th, which we received this morning, that the unrest among a large part of the inhabitants of that Dessavony not only still continues, but even seems to have increased, you have done very well to send thither a military detachment of 150 men under Captain Prophalow. Tomorrow a company of Easterners is to depart from here, which must be sent on to Mature immediately; one half after the men have rested a day at Gale, and the other half 2 or 3 days thereafter. If it is necessary, we shall send you for Mature another company of Easterners, with one and if needed two companies of Europeans, and you must give notice of this to the Honorable Dessave of Mature immediately, so that in the meantime he may have the necessary lodgings prepared for these soldiers. You must immediately send to Mature a few light field pieces with their accessories and the necessary ammunition, as well as some artillerymen, and the Honorable Dessave of Mature must be asked whether he thinks he has enough gunpowder and other ammunition stores. If not, what is lacking must be sent to him immediately, with everything that you judge Mature may need under these circumstances. Until all the military force that we have decided to dispatch to Mature has been assembled there, no military detachments whatsoever must be sent into the country to bring the restless inhabitants to reason. Small detachments cannot help to that end. This would uselessly fatigue the men and, what is even worse, could sometimes bring them into the most precarious circumstances. In the meantime, and until the aforementioned military force is assembled at Mature, the Honorable Dessave must make use of all such means as can be employed suitably and without compromising the respect of the Company, to bring the people to calm through persuasive means. It is very probable that the sending of so great a reinforcement to Mature will noticeably contribute to bringing the disobedient inhabitants to reflection. If it has this effect,

Dutch transcription

Waarop na deliberatie goedgevonden en verstaan is, bij het genoome besluijt en voorsch: confrentie te berusten in hoop dat het zelve de ge„ „wenschte gevolgen moogen gehad hebben Voorts den E: Dessave ten eersten aante schrij„ „ven om als nog de heeden aan zijn E: afgevaar„ „digde brief deezer Regeering tot observantie en verrigt te neemen en voor het overige niet alle voorzigtigheid te werk te gaan en voor al na de te rugkomst van het kommando van 106. koppen onder den kapitain De Prophalou geen getachement meer uit te zenden voor en al eer eene toerijkende macht te Mature ver„ „zameld is, om met effekt iets te kunnen uitvoeren en dat de omstandigheeden het noodzaa„ kelijk maaken de Muitelingen met geweld te keer te gaan. Nog is in vertrouwen van eene gunstige approbatie der g'eerde Ceilonsche Regeering verstaan den Jonkassitent Luik en den aankweekeling Iacob fre„ „denryjk Claasz voor twee Leeden deezen verga„ dering onder den Eed te neemen ten einde als copiester 1309 Expiester van zodanige brieven en papieren die in deeze omstandigheeden geheimhouding meriteeren geemploijeerd te worden Aldus geresolveerd in de stad Gale ten daege voorsz: /: was getekend:/ P: Sluijken, M: van der Spar, J: L: Schee L: Atems, J: J: D: De Estendau, A: E: De Lij en C: L: B: van Albedijhl. /: onderstond:/ akkordeert /:was geteekend:/ I: H Preelman. g: klerk Alkordeert Hijbrands lgklerk nagezien Pampen's 1310 Resolutiie genoomen in Raade De wel Edele Achtbaare Heer Commandeur Peter Sluijsken: De E: Admisistrateur Mattheus van der Spar De E: kapitain en Kommandant Iohan Lodewijk Scheede, De E: kapitain ter zee en Equipagiemeester Lucas Aems De E: Dispencier Christiaen Fredrik Willem de Ranitz: De E: fiskaal en Kasper Iean Jacques David D' Estandau De E: Eerste Pakhuijsmeester M:r Andreas Everardus De Lij Do E: Secretaris Carl Ludeig Baron van Albedijhl absent Do E: zoldij boekhouder Nicolaas Bernardus Martheze mits in dispositie „ E: opziender der Gale Corle Pieter Willem Ferdinand Adriaen in Commissie van Schuler na Matare „ „ winkelier en Commissaris der arreek Pieter de Vos „ „ onderkoopman Hendrik Levin Martheze wegens ziekte. Is geleesen een kolombosche sekraete Regeerings missive van den 21. deeser van den volgenden inhoud Gale Aan den Heer Peter Sluijcken Kommandeur, nevens den Raad aldaar Manhaften, voorzienigen Diskreeten. Wijl het blijkt uit de Materse berigten, ons door UE: gezon„ „den nevens uw in sekreaten brief van den 19. e, die we heeden mor„ „gen hebben ontvangen, dat de beweeging onder een groot ge„ „deelte der ingezeetenen van die Dessavonij niet alleen nog voort= Sekreet Vrijdag den 23:' April Anno 1790. Present. van Sale. =duuart =duurt, maar zelvs nog schunt te zijn toegenomen, hebben UE: zeer wel gedaane na derwaards te zenden een militair detachement van 150. man onder de kapitain Pro= phalow: Morgen staat van hier te vertrekken een kompenie oos„ „terlingen, die ten eersten naar Mature moet worden, versonden. De eene helft na dat het volk een dag te Gale zal hebben uitgerust, en de andere helft 2. of 3. daagen daar aan We zullen UE: zoo het noodig is nog voor Mature zenden een kompanie Oosterlingen, met een en des noods twee kompanien Europeesen en moeten UE: den E: dessave van Mature hier van ten eersten kennis geeven, op dat hij in= „tusschen de nodige logementen voor dezen militairen doet vervaerdigen. UE: moeten ten eersten naar Mature zenden een paar ligte veld stukken met derzelver toebehooren en de noodige ammo„ „nitie, als meede eenige artilleristen, en moet den E: dessave van Mature worden gevraagt, of hij denkt kruit en andere ammonitie goederen genoeg te hebben. zoo nen, moet hem het ontbreekende, ten eersten worden toegezonden, met alle het geene dat UE: oordeelen dat Mature in deese omstandigheeden kan noodig hebben Tot dat al de militairen magt, die we beslooten hebben Ma„ „ture toeteschikken, aldaar zal zijn verzameld moeten er geene militaire detachementen hoe genaamd in het land geson„ „den worden, om de onrustige ingeezeetenen tot reeden te brengen klijne detachementen kunnen tot dat einde niet helpen Dit zoude het volk nutteloos afmatten en het geen nog slim„ „mer is, het zelve zomteids kunnen brengen in de allerbeden= „kelijkste omstandigheeden. Intusschen en tot dat de voorsch militaire magt te Mature zal zijn versaemeld, moet den E: dessave gebruik maaken van alle zoodanige middelen als betaemelijk en zonder de agting van de kompanien te kompromitteeren kunnen worden te werk gesteld, om het volk door persuasive midde„ „len tot bedaaren te bringen, het is zeer vermoedelijk dat het zenden van een zoo groote versterking na Mature, merkelijk meede werken zal om de ongehoersame inge „zeetenen tot nadenking te brengen. Doet het deese uitwerking 0

← previousnext →