VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3883

Ceylon · 1,486 pages · 291 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3883_0217 view scan ↗

English

1227 The request presented by you to us, made by the Honorable Dessave of Mature on behalf of himself and the Matara native chiefs, that a commission may be sent directly by us, we shall take into further consideration. You must ask the Honorable Dessave of Mature whether he considers it necessary that the company of Easterners mentioned in our letter of yesterday, and which has departed today for Mature, should come; if not, it must remain at Gale until further orders; and also then the two field pieces and the two light mortars etc. must not be sent until further orders. For the rest, after greetings, we remain, it was undersigned and signed, As before, in the margin, Kolombo the 22nd of April 1790. Lower, P. S. Attached hereto is a nominal roll of the company of Malays that departed thither today, in which their pay is also stated. To the same as before. We have received your letters of the 22nd and 23rd of this month, with the enclosures mentioned therein. The instruction given by you to the commissioners by virtue of the resolution adopted by you and communicated to us in your letter of the 23rd, when they were already among the mutineers, directly contradicts our order upon which this your resolution was taken, and we can therefore regard this step as nothing other than an act of far-reaching disobedience, reserving the right to take such decisions regarding it as we shall deem necessary. We further note for the present only that, in order to remove the apprehension that suspending the commission, when the commissioners were indeed already among the mutineers, might have placed them in great danger and difficulty, and might have agitated the minds of the rebels even more instead of calming them, it would only have been necessary to instruct the commissioners that they should suspend their commission in a decent manner, by pretending either that they were provisionally going to make a report of their activities, or that they needed to make a trip home to ask for further instructions, or something similar. If you, despite the repeated order on this subject in our letter of the 22nd of this month, nevertheless have persisted in your aforementioned decision, this must still be done. 1228 In our aforementioned letter of the 22nd we informed you that regarding the request presented by you to us from the Honorable Dessave of Mature, made on behalf of himself and the Matara native chiefs, that a commission might be sent directly by us, we would take it into further consideration. Since then, this commission has been appointed by us, which is to depart within a few days. In neither of the two olas sent to us by you, not even in the one that is unsigned, have we found anything that could constitute a sufficient reason to have the mudaliyar of the Gangebaddepattoe and the baddekoon arrested. You must therefore rectify what was written by you on this subject to the Honorable Dessave of Mature, and instruct his Honor not to proceed lightly and without proper evidence to such steps. We trust that you will have ordered the deliverers of the signed ola, mentioned in your aforementioned letter of the 22nd of this month, to remain at Gale until it becomes clear who handed this ola over to them for delivery to you, and that you will therefore have inquired from them, as well as from the deliverers of the other ola, from whom they received these olas. To the same as before. The resolutions that you have taken regarding this matter, and which are mentioned in your letters of the 19th and 23rd of this month, must be sent to us. You must also send us copies of the instructions granted to your aforementioned commissioners and to the captain of Prophalow, as well as of the mandate ola which you sent off to the mutineers, and of all other letters and papers relating to this matter, in so far as they have not been sent to us. Although in our letter of the 22nd of this month we wrote that the commissioners van Schuler and de Vos had to be recalled to Gale, we are willing to permit that, in accordance with the request of the Honorable Dessave van Angelbeek, they remain for a time at Mature to assist him. For the rest, after greetings, we remain, it was undersigned, unsigned, As before, in the margin, Kolombo the 25th of April 1790. We have just received your secret letter of the

Dutch transcription

1227 Het door uE: aan ons voorgedragen verzoek, van den E: Dessave van Mature gedaan, uijt naam van Item ende Maturese Jnlandsche Hoofden, dat er een kommissie door ons direkt mag worden gezonden, zullen we nader in over weeging neemen. UE: moeten den E: Dessave van Mature vraegen of hij het nodig agt, dat de kompenie oosterlingen vermeld bij onsen brief van gisteren, en welke heden is ver„ „trokken na Mature komt zo neen, moet deselve tot nader order op gale blijven; en moeten ook als dan de twee veldstukken en de twee ligte mortiers etc. niet wor„ „den gezonden tot nader last. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ en geteekend:) Als vooren /:in makgiene:/ kolombo den 22. April 1790. — /:Lager:/ P: S: Hieunevens gaat een naamlijst van de kompanie maleijers, die heden na derwaarts vertrokken is, waar bij ook hun genot bekend staat. Aan als vooren wij hebben ontfangen uE: brieven van den 22. en 23: deezer, met de daar bij vermelde bijlaagen. Het aanschrijven aan de gecommitteerdens door uE: gedaan uijt kragte van de bij uE: genoome resolutie, ons bij uwen brief van den 23: bedeeld, wanneer ze zich reets bij de muijte„ „lingen bevonden, strijd rechtstreeks met onze order, waar op deeze erwaerds r naar stinus ever ig sto S: lom deezer gis„ Schuler karten wae„ om zeedert bij we is, en Zullen nament„ kommit„ gedragene dezelv sde voors e ken in 1 No. 5 salitien. deeze uE: resolutie genoomen is, en kunnen we mitsdien deezen stap niet anders aanzien, dan voor een daad van verke gaande ongehoorzaamheid= ons reserveerende daarover te neemen zoodanige besluijten, als we zullen noodig ach„ „ten, metken we wijders voor het teegenwoordige daak op„ alleen aan, dat om weg te neemen de bedugting dat het staaken van de Commissie, wanneer de gecommitteerd, „dens zich werkelijk reets bij de muijtelingen bevonden, hen in groot gevaar en ongeleegentheijd zoude hebben, kunnen brengen, en de gemoederen der rabellen in plaats van te bedaaren, nog meer zoude hebben kun„ „nen brengen in beweeging, het alleen waare noodig ge„ „weest; de gecommitteerdens aanteschrijven, dat ze op eene welvoegelijke wijze hunne commissie moesten staaken, door voortegeeven, het zij dat zij bij provisie van hunne verrigtingen zouden gaan rapport doen, dan wel dat ze, noodig hadden een keer naa huijs te doen om naade „ne instrecten te vraagen, of ielts diergelijks. zoo uE: op„ de bij onzen brief van den 22: deezer op dit onder„ „werp herhaalde order, nochtans mogten zijn blijven pon „sisteeren, bij voorsz: uE: besluijt, moet dit als nog ge„ schieden. Bij 1228 Bij voorsz: onzen brief van den 22. hebben we uE: aange„ „schreeven, dat in 't door uE: aan ons voorgedraegen ver„ „zoek van den E: Dessave van Mature, gedaan 'heijt naam van hem en de Matureesche inlandsche hoofden, dat 'er eene Commissie door ons direct mogte worden gesonden, zouden neemen in naadere overweeginge Zee„ „dert is deeze commissie door ons benoemd, dewelke binnen weijnige daagen staat te vertrekken. Bij geen der twee olassen ons door uE: gezonden zelfs niet bij die geene die ongeteekend is, hebben we iets gevonden, dat een voldoende reeden zoude moogen uijtmaaken, om den modliaar van de Gangebaddepattoe en den baddekoon te doen arresteerten, uE: moeten mitsdien het door uE: op dit onderwerp aangeschreevens aan den E: Dessave van Mature rertificeeren, en zijn E. daar bij aanschuij„ „ven, om niet ligtvaaudig en zonder behoorlijke bewijsen, onde miats dagtevandig eem zondere babanlijker bewijsen te koomen tot diergelijke stappen. We vertrouwen dat uE: de aanbrengens vande onderge„ „teekende ola, vermeld bij uwen voorsz: brief van 22: deezel, zullen hebben doen aanzeggen, om te gale te „moeten vertoeven, tot dat het blijkt, wie hun deeze ola terbestelling aan uE: heeft overgegeeven, en dat uE ien 16 No. 5 solictien. Aan als Vooren. UE mitsdien van hun, zoo wel, als van de aanbrengers van de andere ola, zullen hebben doen verneemen, van wienze deeze olas hebben ontfangen. De resolutien, die UE: over deeze zaak hebben genoomen, en vermeld staan bij uE: brieven van den 19: en 23. deezels, moeten ons worden toegezonden. Ook moeten uE: ons toezenden copijen van de instructien, die aan de voorsz: uE: gecommitteerdens en aan den capitein van Prophalow verleend zijn, zoo meede vande mandaat ola, die uE: aande muijtelingen afgezonden hebben, en van alle andere brieven en papieren tot deeze zaak relatie hebbende voor zoo veuue ze aan ons niet zijn toegezonden. schoon we bij onzen brief van den 22: deezer geschreeven hebben, dat de gecommitteerdens van Schuler en de Vos naa gale moesten worden terug geroepen, moogen we wel lijden, dat ze, volgens het verzoek van den E: Des„ „save van Angelbeek tot desselfs assistentie voor eend te Matihue blijven. wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ ongeteekend Als rooorten /:in matgiene:/ kolombo den 25. April 1798. We ontfangen zoo daedelijk uwen sekreeten brief van den

NL-HaNA_1.04.02_3883_0221 view scan ↗

English

1229 24. which provisionally serves as an answer: that since the proceedings of the commission of the junior merchants van Schuled and De Vos have already advanced so far, we acquiesce in what Your Honour has written to the aforesaid commissioners, namely to act according to the circumstances of the time. It must furthermore be recommended to them that, in the state in which their proceedings currently are, they must above all avoid anything that could lead the native to believe that one would not be inclined to take cognizance of their grievances and to pay heed to them in fairness. For the commission from here, of which we informed Your Honour yesterday, we have appointed the senior merchant and Dessave of Kolombo, H: Fretz, with the merchant and trade bookkeeper R: E: Samlant; and if in the meantime matters cannot be brought to any improvement, Your Honour must at least try to keep them stalled as much as possible, until our aforesaid commissioners shall have arrived at Mature. For the rest, after greetings, we remain, was signed: As before. No. 5 Resolutions. To the same as before. As before, in the margin: Kolombo, the 26th of April 1790. Under the order given in our letter of the 30th of April, paragraph 3, to hand over to our commissioners, the senior merchant and Kolombo Dessave D: E: Fretz and the merchant and trade bookkeeper D: E: Samlant, all ollas of whatever nature they may be, written by the mutineers and in the Mature dissavony to the Lord Commander, over and above those mentioned in your secret letter of the 26th of April and in earlier letters, it goes without saying that it must also be understood that the answers sent by the Lord Commander to all the ollas received from the mutineers must likewise be delivered to our said commissioners, whether given orally or in writing; and if that has not already been done, it must still be done upon receipt of this letter. This must likewise be done with all ollas that have been received since, or are yet to be received, as well as with the answers, if any answer 1230 might have been sent to them. In short, there must be imparted to them everything that can give them full knowledge of all that has occurred, without exception; and in order that these our commissioners may be informed of it as soon as possible, we cannot recommend to Your Honour enough the prompt delivery of all these documents. In case any sannas or orders have been issued by the Lord Commander to the mutineers, these must likewise be sent as soon as possible to our said commissioners. If also any depositions or whatever documents it might otherwise be, concerning this mutiny, might have been obtained, whether secret or public, these must likewise immediately be sent to our said commissioners, so that they remain ignorant of nothing whatsoever. Of all these aforementioned documents, both those already sent and those that will be sent hereafter, proper signed registers must be drawn up and sent to our said commissioners. No. 5 Resolutions. To the same as before. proper signed registers. For the rest, after greetings, we remain, was signed: As before, in the margin: Kolombo, the 5th of May 1790. I have just received your separate letter of the 15th of this month. It is by my special order that the Moor Segoe mentioned therein was sent to Kolombo by the Honourable Dessave van Angelbeek, under the supervision of a kangan and three lascars of my guard, who were sent by me to Mature to bring him over here. However, the said Dessave of Mature did wrong in not informing Your Honour, when dispatching this Moor, that I had given him the order to send him to Kolombo. I shall write to the Dessave van Angelbeek about this, and order him to apologize to Your Honour in this regard. The aforesaid Moor Segoe must immediately be sent hither under the supervision of the aforesaid kangan and lascars of the guard, 1231 To the same as before. if they are still in Gale upon receipt of this letter; if not, under other proper and sufficient security. If the Honourable Dessave van Angelbeek should have failed Your Honour in any other respects in the service, I shall await further reports from Your Honour in this regard. For the rest, after greetings, I remain, was signed: As before, signed: W: J: van de Graaff, in the margin: Kolombo, the 17th of May 1790. We have received your secret letter of the 16th of this month. Our commissioners, the Gentlemen Fretz and Samlant, are authorized by the enclosed letter, which Your Honour must forward to Mature as soon as possible, to report to Their High Mightinesses on the outcome that their commission has had thus far. We have ordered them to send this report of theirs for Their High Mightinesses to Your Honour as soon as possible, and if therefore the ship De Schelde should already be ready to sail upon receipt of this letter, it must wait for it for a couple of days and even, if necessary, for three days. No. 5 Resolutions.

Dutch transcription

1229 24. waak op bij voorraad tot antwoord dient; dat wijl de verwigtingen van de kommissie van de onderkooplieden van schuled en De vos, dog nu reeds zoo verke gevordert zijn, we berusten in het geen uE: de voorsz: gecommitteer„ „dens hebben aengeschreeven om zig namentlijk na tijds omstandigheeden te gedraagen. Aan dezelve moet daar bij worden gerekommandeut „ ze in de termen waar in hunne verrigtingen tans reeds zijn, voor al moet metjn den alles wat den inlander zoude kunnen brengen in den waar, dat men niet geneigt zoude zijn, om van hunne beswaarnissen kennis te neemen, en daar op na billijk„ „heijd agt te slaen. Tot de kommissien van hier waar van we uE: gesteken hebben kennis gegeven, hebben we benoemd den opperkoop„ „man en Dessave van kolombo H: Fretz: met den koop„ „man en Negotie boekhouder RE. Samlant, en zoo ook intusschen de dingen tot geen beterschap te brengen zijn, moeten UE: dezelve ten minsten zoo veel mogelijk zien draalende te houden, tot dat voorsz: onze gekommit„ „teerdens te Mature zullen zijn aangekomen. wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ en geteekend) Als van en zek, 1: 60 No. 5 e Resolutien. van den Aan als Vooren. Als vooren /:in margiene:/ Kolombo den 26. April 1790 Onder de order gegeeven bij onsen brief van den 30. April §: 3. om alle olassen van welken aart ze ook mogen zijn, door de muijtelingen en in de Matureesche des„ „savonij aan den heer kommandeur geschreeven, buijten en behalven de geene die vermeld zijn bij uwen sekre „ten brief van den 26. april, en bij vroeger brieven, 't doen ter hand stellen aan onse kommissarissariss„ den opperkoopman en kolombosche Dessave DE: Frela ende koopman en negotie boekhouder DE: Samlant, spree„ het van zelve, dat ook moet worden verstaan, dat de antwoorden door den Heer kommandeur gezonden op alle de olassen van de muijtelingen ontfangen, insge„ „lijks aan gem: onse kommissarissen moeten worden be„ „zorgt, het zij die mondeling of schriftelijk gegeeven 2 en zo dat niet bereeds gedaan is, moet dat als nog op de ontvangst deses geschieden. Dit moet inselvervoegen geschieden van alle olassen die zedert nog ontfangen zijn, of nog staan te worden ont„ „fangen, als meede van de antwoorden, zoo daar op eeni antwoord 1230 antwoord mogte zijn gezonden. kort om aan dezelve moet worden bedeeld alles wat hun een volleedige kennisge¬ „ven kan van alle het voorgevallene niets uijtgezon„ „dent, en op dat deze onzen kommissarissen daar van hoe eer zoo beter mogen zijn geinformeert, kunnen- wo uE: de spoedige bezorging van alle deze stukken, niet genoeg rekommandeeren. Sannar„ Ingevalle 'er door den heer kommandeur, eenige sas„ „sen of orders aan de muijtelingen mogten zijn afge„ „vaardigt, moeten die inselvervoegen aangem: onse kommissarissen ten spoedigsten worden toegezonden. Zo 'er ook eenige declaratoiren of wat stukken het anders zoude mogen zijn, deze muijterij specteerende, mogte zijn ingewonnen, het zij schreete of publike„ moeten die insgelijks aan meerm: onse kommissa„ „rissen ten eersten worden toegezonden, ten eijnde ze van niets, hoe genaamt onkundig blijven. van alle deze voorgem: stukken, zo wel die neess. ge„ „zonden zijn, als die na dezen nog zullen worden ge„ zonden, moeten worden opgemaakt en aan meerm: onse kommissarissen worden toegezonden behoorlij„ „ke April 1790 ma sche des„ ven ssarisj DE Fredr spree t Kra buijten 1„ 10 No. 5 solutien. ar d Aan als vooren. „ke geteekende registers. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ ongee„ „teekend/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 5. Maij 1790. Ik ontfang zoo daedelijk uwen approrten brief van den 15. dezer Het is op mijn bijzondere last, dat de Moor segoe daer bij vermeld, door den E: Dessave van Angelbeek na kolombo is opgezonden, onder toe zigt van een kangaan en drie laskorijns van mijn gar„ „de, die door mij, om hem na herwaards overtebaen„ „gen, na Mature gezonden zijn- Wiek, in intusschen heeft gem: Dessave van Mateere qualijk gedaan, dat wij uE: bij verzending van deze Moor, geen kennis gegeeven heeft, dat ik hem order gegeeven had, om htem na kolombo te zenden. Ik zal den Dessave van Angelbeek hier over schrij„ „ven, en hem gelasten, dat wij zig derweegens bij ul: zal hebben teverschoonen. De voorsz: Moor segoe moet ten eersten onder opzigt van voorsz: kangaan en laskorijns van de garde zoo Aa 1231 Aan als vooren. zoo ze bij ontvangst dezes nog te gale zijn, worden het„ „waards gezonden. zoo niet onder andere behoorlijke en „toerijkende verzekering. Indien den E: Dessave van Angelbeek uE: in eenige ande„ „ne opzigten, in den dienst mogte hebben gemankeert zal ik derwegens van uE: nadere berigten verwagten. Ik blijve voor het overige nagroete /:onderstond:/ Als vooren /geteekend:/ W: J: van de graaff, /:in mangiene:/ kolom„ „bo den 17:' Meij 1790. — Wij hebben ontvangen uwen sekreeten brief van den 16. deser. Onse gecommitteerden, DE:s Fretz en Samlant, worden bij den ingeslooten brief, die uw ten eersten na Matu„ „ve moeten voortschikken, geauthoriseerd, om van den uitslag, die hunne commissie tot dus verre heeft gehad, verslag aan Hunne Hoog Edelheeden te doen. We hebben deselve gelast, om dit hun verslag aan sun„ „ne Hoog Edelheeden, uwE: ten spoedigsten te moeten toezenden, en zo mits dien het schip de schelde bij ontvangst deses ook reeds mogte zijlvaardig zijn, moet het daar na een paar en zelfs des noods drie, etmaalen gee„ van n 24 6 „1 8. No. 5 solutien.

NL-HaNA_1.04.02_3883_0226 view scan ↗

English

To the Same as Before. be detained for 24 hours. Your Honors must then forward therewith to Batavia at the same time our letter to Their High Excellencies, which is also enclosed herewith. The first undersigned governor has, by a separate letter, informed Commander Sluijsken that it is by his order that the Moor who was detained at Amblangadde was sent in custody from Mature to Kolombo; and we therefore further instruct Your Honors to send the said Moor hither in accordance with the order already given for that purpose. For the rest, after greetings, we remain, was signed, As before, in the margin Kolombo, 18 May 1790. From the reports which we received yesterday, among others, from our commissioners at Mature, the Senior Merchant and Dissava of Kolombo the Honorable Fretz and the Merchant and Trade Bookkeeper the Honorable Samlant, it appears that the mutineers continue to pretend that the mandate ola issued by our aforesaid commissioners in response to their general grievance, a copy of which accompanies this, has not properly, according to their expectations, redressed those complaints which they submitted to Their Honors, without them making any distinct statement of their further dissatisfaction, notwithstanding the invitation made to them by Their Honors in the aforesaid mandate ola and since to address themselves further to Their Honors with their grievances, but instead they continuously proceed in their disorderly practices, which even still seem to increase. We have deliberated thereon in our meeting today, and whereas the gentlemen of the military commission, during whose presence at Gale the presence of Mr. Sluijsken there could not be spared, have communicated that Their Honors intended to depart on the 10th of this month, we have resolved to write to Your Honors, as is done hereby, that Commander Sluijsken please cross over in person for some time to Mature, not only to calm the people in the best possible manner, but also to investigate the reasons for their further discontent, and to institute such orders therein as His Honor shall find to be proper for the greatest service of the Company and the welfare of its inhabitants. Our aforesaid commissioners, whom we have meanwhile relieved of the further progress of their commission in the most honorable manner, have been notified by us of our resolution, and we have written to Their Honors therewith that they must consider their commission ended as soon as Commander Sluijsken shall have arrived in Mature. We leave it deferred to His Honor to take along a couple of members from the Council of Gale for his assistance according to his own choice, should His Honor deem it necessary. Our oft-mentioned commissioners have been ordered by us to hand over to Commander Sluijsken upon his arrival at Mature a short statement of the present state of affairs, and to add thereto under a proper register all incoming written complaints and reports, as well as all documents issued by them to the mutineers. In addition, Their Honors are generally ordered to further provide Commander Sluijsken with all such information regarding their proceedings as His Honor shall come to request of them for a complete assessment of the state of affairs. We wish Commander Sluijsken all possible success in His Honor's proceedings at Mature, and it will be most agreeable to us if His Honor would please expedite his departure to Mature as much as possible. Your Honors must forward the enclosed letter for our oft-mentioned Commissioners to Mature as securely and promptly as possible. For the rest, after greetings, we remain, was signed, As before, in the margin Kolombo, 12 June 1790. We have received your secret letter of the 10th of this month, with the appendices mentioned therein. If Your Honors should judge that there are reasons to fear that the mutinous people of the Maturese dissavony, as the Honorable Dissava van Angelbeek communicated to Your Honors, will attempt to incite the inhabitants of the Gale Korle to rebellion as well, Your Honors must take all possible precautions to prevent this. In the Kolombo dissavony, for the preservation of peace, we have armed a party of lascorins and other trusted natives and stationed them in the korles, and this seems to have a good effect. We authorize Your Honors to be allowed to do likewise in the Gale Korle for the preservation of peace in all places where Your Honors deem it necessary. This could particularly be done to cover the Talpattoe against any desertion or crossing over of the Maturese people. Your Honors could arm a part of these people with firelocks and the rest with native weapons. In addition, if Your Honors deem it necessary, a non-commissioned officer with a few Easterners could follow under a European officer, and when some good native headmen are placed with the natives, we imagine that quite a lot of good may be expected from that. We have given no other orders to our Commissioners, the Honorable Fretz and Samlant, than those which pertain solely to the uprising in the Maturese dissavony; but now that it is feared that attempts are also being made to disturb the Gale Korle, it meets with our full approval that Your Honors have entered into correspondence with the said

Dutch transcription

Aan als Vooren. etmaalen worden opgehouden. uwE: moeten als dan daarmede tegelijk na Batavia voortschikken, onze nog hiernevens gaande brief voor Hunne Hoog Edelheeden. De eerst ondergeteekende gouverneur heeft gesteken, by een aparten brief, den heer commandeur sluijsken onderrigt, dat het op desselfs order is, dat de moor, die te Amblangadde is aangehouden, van Mature in ver „zeekering na kolombo is gesonden; en we gelasten uwE: derhalven nader, om overeenkomstig de daar toe reeds gegeeve ordre, gem: moor herwaards te zenden. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ en geteeken Als vooren (:in margiene:/ Kolombo den 18. Maij 1790 Uit de berigten die we onder anderren, gisteren ontvangen hebben van onze kommissarissen te Matiere, den opperko„ „man en dessave van kolombo DE. Fretz en de koopma en negotie boekhouder DE: Samlant, blijkt, dat de mi„ „telingen blijven voorwenden, dat bij de mantaat ola, door voorsz: onze kommissarissen op hunne algemeer klagte uitgevaardigt, en welke deze in kopij verzeld, niet 1232 niet na behooren volgens hunne verwagting zoude zijn voorzien in die klagten, die ze aan hun E:s hebben ingelevert, zonder dat ze, niet tegenstaande de uit„ „noodiging door hun Ed:e bij voorsz: mandaat ola en ze„ „dert gedaan, om zig met hunne bezwaarnissen nader aan hun E:s te addresseeren, geene distencte opgave doen van hunne verdere te onvreedentheid, maars Hteedt, in hunne ongeregelde bedrijven blijven voortgaan, die zelfs nog scheijnen te vermeeudenen. We hebben daar over op heden in onze vergadering gedelibereerd, en wijl de heeren van de militaire kommissie gedeurende welkers aan wezen te gale de presentie van den heer sluijsken aldaar niet was te ontbeeren, hebben bedeeld, dat hun Edelens het voorneemen hadden, om op den 10:' deser tevertrekken, hebben we be„ „slooten uwE: aanteschrijven, gelijk geschied bij desen, dat de heer kommandeur sluijsken in perzoon voor eeni„ „gen tijd na Mature gelieve overtestappen, om niet alleen op de best mogelijke wijze het volk tot bedaalen tebren, „gen, maar ook te onderzoeken de reedenen van hun ver„ „der misnoegen, en daar in testellen zodanige orders, als zijn avia 15. No. 5 olictien. e zijn E: ten meesten dienste van de kompenie, en tot wel zijn van haare ingeezeetenen, zal bevinden te behoo„ „ken. — De voorsz: onze kommissarissen, die we mids dien op de ho„ „norabelste wijze van den verderen voortgang hunner kom„ „missie hebben ontslaegen, hebben wo van het ons besluijt kennis gegeeven, en hebben we hun Ed:s daar bij aange„ „schreevene, dat ze hunne kommissie moeten houden voor g' eindigd, zo dra de heer kommandeur sluijsken te mature zal aangekoomen zijn. we laeten het aan zijn E: gedeferteert, om tot zijn assistentie na desselfs verkiesing, een paar leeden uit de gaalse raad mede te neemen, indien zijn E: het nodig vind. Meerm: onze kommissarissen zijn door ons gelast, om aan den heer kommandeur sluijsken met zijn komst te Maturie, over tegeeven een korte staat van de tegens„ „woordige gesteldheid der zaeke, en daar bij onder een be„ „hoorlijke register tevoegen, alle de ingekomene klagt schriften, en relaasen, als mede alle de door hun uitge„ „vaardigde stukken aan de muijtelingen. hier bij zijn hun E:s nog in 't algemeen gelast, om aan den heer kommandeur O 1233 Aan als Vooren, yp. kommandeur sluijsken voorts te geeven alle zoda„ „nige onderrigtingen, nopens hunne verrigtingen, als zijn E: ten volkomenen beoordeeling van den staat der zaeke van hun zal komen te verzoeken: We wenschen den heer kommandeur sluijsken in zijn Ed: verrigtingen te Mature, alle mogelijke sucessen, en zal het ons ten hoogsten aangenaam zijn, dat zijn te Ed: zijn vertrk naar Mature, ze vel mogelijk glieve te re verhaasten. De ingeslotene brief voor meermelte onse Commissarissen, moeten uE: ten spoedigsten secuur na Mature voortschek„ „ken. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ engeteekend:/en Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 12:' Junij 1790. Wij hebben ontvangen uwen sekreeten brief van den 10: dezer, met de bijlaegen daer bij vermeld. Indien uE: mogten oordeelen, dat er reedenen zij om te moe„ „ten dugten, dat 't muijtend volk van de Matureesche dessavonie gelijk de E: Dessave van Angelbeek uE be„ „deeld, zal tragten om de ingezeetenen van de Gale korle mede tot opstand te brengen, moeten uE: alle mogelijke voorbehoedselen gebruiken om dit te voorkomen. In 1 No. 5 slictien. ell In de kolombosche dessavonij hebben wij ter bewaring de rust een parthij laskorijns en andere vertroude„ „landers gewapend, en in de korles geposteerd, en dit sch„ van goed effect te zijn. wij qualificeeren uE: om dat i „gelijks in de hale korle te mogen doen, ter bewaering de rust op alle plaatsen daer uE: dat noodig vinden Dit zoude inzonderheid kunnen geschieden, om de Tac „pattoe te dekken, tegen alle overloop van 't Maturee„ „sche volk. Een gedeelte van dit volk zouden uE: met „woiren, en de rest met inlandsche wapenen kunnen armeeren. Hier bij zouden uE: het nodig agten de een „ters officier met eenige wijnige oosterlingen kunnen volg onder een Europees officier, en wanneer bij de inlande eenige goede hoofden geplaast worden, verbeelde we on dat daer van nog al veel goeds te wagten is. Wij hebben aan onse Commissarissen de E: Fretz en samlant, geene andere onders gegeeven, dan die alleen „trekking hebben tot den opstand in de Matureesche dessavoni; doch nu en gevreesd word, dat ook getragt word, om de gale korle te beroeren, is, het zeer van „den „se approbatie, dat uE: in Corresporitie zijn getreedenin gemelde e

NL-HaNA_1.04.02_3883_0231 view scan ↗

English

said our commissioners, in order to negotiate with them communicatively. We hope that no reasons will intervene which should prevent the departure of the Commander or at least make it very questionable. Should Mr. Sluijsken nevertheless judge that the disposition of the inhabitants of the Galle Korale is such that his departure for Mature is not advisable for the time being, then immediate notice must be given thereof to our aforementioned Commissioners; whom we meanwhile direct by the enclosed, which you must securely forward to them, to consider their Commission continued in such case. It has entirely our approval that you pointed out to Mr. van Angelbeek that the garrisoning of the Red Hill is of great importance for Mature, and we trust that this will have been done without delay, to prevent the mutineers from occupying that post, as it was rumored they would do. The two Chalia coolies, whom the Mohandiram and Vidana of Rayigam sent up to Galle, must be detained there until our further order, and you must ensure that they do not manage to escape. For the rest, after greetings, we remain: underneath was written and signed: As above. In the margin: Colombo the 13th of June 1790. We have received your secret letters of the 5th, 10th, and 13th of this month. We await more specific information regarding the order given to the Moor Segven, currently arrested here, who according to what was communicated by you, was sent into the Mature Dessavony by the Commander Sluijsken, with the foreknowledge of the Council, among others. We approve the mandates adopted by you by secret resolution of the 11th of this month to be published if the mutineers should actually attempt to penetrate into the Galle Talpepattoe. For the present, you must manage somewhat with the four officers who are still over there. For the rest, after greetings, we remain: underneath was written and signed: As above. In the margin: Colombo the 16th of June 1790. To the Political Council. Honorable, Discreet. We have received your secret letter of the 10th of this month, together with the resolution mentioned therein. The head of the Mahabadde, Van Teylingen, has been instructed to make an inquiry into what appears therein concerning the Chalias, and to provide for it in the best possible manner according to his findings. It was most agreeable to us that the overseer of the korale, the Junior Merchant Van Schuler, has succeeded in having apprehended the writer of the village Leelwelle, Don Abraham, his son Joean, one Willegodde Appu and his son-in-law Watte Widanalage Adriaan, and it is very well that you have appointed a Commission to examine these four detainees. But however this examination may turn out, and whether the writer of Leelwelle can prove his accusation or not, Willegodde Appu must be transferred to the Jailer, and there kept in irons, so that he does not escape. He is an old, well-known evildoer. The Writer of Leelwelle, Don Abram, also known to be a bad subject, must likewise be placed with the Jailer, and must be kept securely in a separate room, isolated from Welligodde Appu, the one as well as the other outside of all communication. The two other detainees, Joean and Adriaan, must likewise be placed under custody within the city, in one place or another from which they cannot escape. It is also best that these remain outside of all communication, and if one cannot otherwise be certain of that, they must likewise be placed with the Jailer. We would find no difficulty in having the inhabitants of the Galle Korale, and especially those of the Gangebaddepattoe, immediately promised everything that is granted to the Mature inhabitants; it is indeed most equitable that those who request redress in a becoming manner for the wrongs about which they think they may complain, are treated more favorably than those who do so in as tumultuous a manner as the inhabitants of the Mature Dessavony. Yet, to promise them that the same will be granted to them that is granted to the Mature inhabitants would naturally give rise to the thought in them that they owe the favorable settlement which we are very inclined to make in their regard to the rebellious actions of the Mature inhabitants, and that these rebellious actions have therefore consequently had advantageous outcomes for them as well. You must therefore have them assured, without speaking of the Mature affairs, that they will be treated all the more favorably to the extent that they make their requests in a becoming manner, and as befits good inhabitants, and that they may therefore freely and without fear put forward the grievances they believe to have, and the requests they have to make. We cannot recommend enough to you collectively, and to the overseer of the korale, Van Schuler, in particular, to be very attentive to everything that takes place in the country, and as soon as you perceive anything resembling rebellious movements, to immediately employ against it all such means as you shall find appropriate. We

Dutch transcription

1234 gemelde onse gecommitteerden, ten einde Communicatief met dezelve te handelen. We hoopen dat'er geene redenen zullen tusschen beide, treeden, die het vertrek van den Heer kommandeuk zoude moeten beletten of ten minsten zeer bedenkelijk, maken. Mogte de Heeke sluijsken nogtans oordeelen, 't dat de dispositie van de ingezeetenen van de gale 'e korle zoodanig is, dat zijn E:s vertrek na Mature voorse eerst niet aanteraaden zij, dan moet daer van daede„ „lijk kennis worden gegeeven; aan voorsz: onse Commissa„ „nissen; dien wetans bij den ingeslootenen, welke uE: se„ „cuur aan wun E:s moeten doen toekomen, aanschrijven, en om in zulk geval hunne Commissie te moeten houden voor gecontinueerd. Het is volkomen van onse approbatie, dat uE: den E: van Angelbeek hebben doen opmerken, dat het be„ „zetten van den roodenberg van groot belang is voor Mature, en we vertrouwen dat dit neets zal geschied zijn, om voortekoomen, dat de muijtelingen die post gerugt niet occupeeren, gelijk 't gedigt was dat ze doen zouden. De twee Tjaliasse koelies, die de Mohandiram en vidaan van bewaring vertroude. schip atis vinden. deTa Maturee met bewa No 5 olitien. Aan als Vooken: van Raijgam na gale hebben opgezonden, moeten aldaer tot onse nadere order worden aangehouden, en moeten uE: doen zorgen dat ze niet komen te ontvlugten. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond/en geteekend: Als vooren /:in margiene:/ Molombo den 13. ' Junij 1790. Wij hebben ontvangen uE: sekreete brieven vanden 5: 10: en 13:' deezer. We verwagten een speciaaler onderrigting, nopens den last, die gegeeven is, aan den tans hier gearresteerden moor segven die volgens het door uE: bedeelde, door den Heer kommandeúw sluijsken, met voorkennis van den staad onder meer andere, in de Maturesche dessavone is ge¬ „zonden. Wij approbeeren de door uE bij sekreete resolutie van den 11:' deezer gearresteerde mandaaten, om teworden ge„ „ publiceerd, wanneer de muijtelingen werkelijk mogten, onderneemen, om in de gaalsche Talpepattoe intedrin¬ „gen. UE: moeten zig voor eerst nog wat zien te stellen met de vier officieren, die tans ginter nog zijn. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/en geteekend/ Als 1235 Als vooren /: in margiene kolombo den 16:' Junij 1790. Aanden Politieken Raad. Eerzamen Diskreeten Wij hebben ontvangen uwen secreeten brief vanden 10. ' dezer, nevens de daar bij vermelde resolutie. Het hoofd der Mahabadde van Tijlingen is gelast, om onderzoek te doen, nopens het geen daer bij voorkomt met betrekking tot de sjaliassen, en om na maate van zijne bevinding daarin op de best mogelijke wijze te voorzien. Het was ons ten hoogsten aangenaam, dat het den op„ ziender van de korl den onderkoopman van Schuler is gelukt, om te doen op vatten de schuijven van 't dorp Leelwelle Don Abraham, Zijn Soon Joean, eenen wille godde appoe en zijn schoon zoon watte widanalage adriaan, en het is zeer wel dat uE: eene Commissie hebben benoemd, om deeze vier annestanten te ver„ hooren. Dan hoe ook dit verhoor mogte zijn uitge¬ vallen, en het zij dat den schuijver van Leelwelle zijne beschuldiging bewijzen kan of niet, moet welle„ „godde appoe bij den Cipier worden overgebragt, en daer in de boeijen worden bewaard, op dat hij niet ont„ „koome. Hij is een van ouds bekende kwaed doender. De en No. 5 olictien. De Schuijver van Leelwelle Don Abram Ook bekend voor een slegt subjekt, moet insgelijks bij den Cipier wor„ „den gezet, en moet hij in een appart vertrek, afgeson„ „derd van welligodde appoe, sekuur worden bewaert, de een zoo wel als den anderen buiten alle acces. De twee andere artestantan Joean en Adriaan, moeten insgelijks binnen de stad, in verzekering worden ge„ „steld, op de een of ander plaets, waar uit ze niet kun„ „nen ontsnappen. Het is ook best dat deeze buiten alle acces blijven, en zoo men zig daer van niet an„ „ders verzeekeren kan, moeten ze insgelijks bij den Cipier worden gezet. e We zouden er geen zwaetigheid en vinden om de ingeziete„ „nen vande gale korle, en inzonderheijd die van de gan„ „gebaddepattoe, nu zelfs aanstonds te doen toezeggen al„ „les wat aande Materesche ingezeetenen word toegestaan wet is zelfs ten hoogsten billijk dat die geene die op eene betaamelijk wijzo herstel verzoeken, vande onge„ „lijken waer over ze zig meenen te moogen beswaenen, gunstiger behandeld worden, dan die geenen die het doen op zoo een tumultieuse wijze als de ingezeete„ „nen vande Mateniesche Dissavonij, dog om hun toe te zeggen dat hun het zelfde zal worden toegestaan, dat toegestaan 1236 toegestaan word aan de Matenesche ingezeetenen zoude natuurlijke in hun doen ontstaan de gedagten, dat ze de gunstige schikking die we zeer geneigt zijn ten hunnen aanzien te maaken, schuldig zijn aan de opmoetige bedrijven der Matenesche ingezeetenen, en dat dus deze opvoetige bedrijven inde gevolgen ook voor hun voordeelige uitkomsten gehad heb¬ „ben. uE: moeten hen dus doen verzeekeren, zonder vande Matenesche zaaken te spreeken, dat ze ten meer gunstig zullen behandeld worden, na maete dat ze hunne verzoeken doen op eene betaeme„ „lijke wijze, en zoo als dat voegd aangoede ingezeete„ „nen, en dat ze daerom de bezwaeken die ze meenen te hebben, en de verzoeken die ze hebben te doen, vrijelijk en onbeschroomt mogen voor draegen. Wij kunnen uE tezaamen, en den opziender van de korl van schuler in het bizonder, niet genoeg aan„ „beveelen, om zeer oplettend te zijn op alles wat in het land omgaat, en zoo dra uE: iets bespeuken, dat na opnoemige beweegingen lijkend, daer teegen aanstonds te werk te stellen alle zulke middelen als uE: zullen bevinden te behooren. Wij en taan op No. 5 solutien.

NL-HaNA_1.04.02_3883_0236 view scan ↗

English

For the rest, after greetings, we remain, was signed: As before, in the margin: kolombo the 12th of July 1790. To Mr. Peter Sluijsken, Commander there, Valiant, Provident, Discreet. Sending two members from the Galle Council to Mature to assist the Honourable Disava Raket and the Honourable Trade Bookkeeper Samlant in investigating and settling the complaints of the inhabitants—as we see from the memorandum left by Your Honour to their Honours, that this was Your Honour's intention—is very good, insofar as this may serve to show the inhabitants that we are inclined to comply with what was promised to them in the Mandate ola. However, as it would take a very long time to hear the complaints of several thousand people in this manner and properly decide them, and because as long as one is engaged with them in this unusual way, there will always remain a kind of agitation among the people, which cannot be brought to an end too soon, it is well to shorten this commission as much as can conveniently be done. The Maha Mudaliyar of the Governor's Gate cannot be spared for the present, so if the Honourable Disava Raket should continually find that he cannot manage with the Matara chiefs alone, Your Honour must provide for this in another manner. Through the restored tranquility in the Matara district, provisions will most likely soon return to their usual price, and Your Honour must therefore discontinue, as soon as it can be done with fairness, the bonus granted to the military to accommodate them because of the dearness of provisions during the disturbances. For the rest, after greetings, we remain, was signed: As before, in the margin: kolombo the 26th of July 1790. We have received Your Honour's letter of the 31st of July, together with Your Honour's secret report of that same day, containing an account of Your Honour's proceedings in the Matara Disavony. The first-undersigned Governor also communicated to our meeting a separate letter received at the same time, written to His Honour separately by Your Honour on the 5th of this month. Our resolutions regarding the aforementioned secret report of Your Honour will be forwarded to Your Honour as soon as possible, and this serves in the meantime solely in reply to what appears in the aforementioned separate letter and secret report of Your Honour concerning a great many native chiefs in the Matara Disavony, who appear to Your Honour, if not fully proven guilty, at least under the strongest suspicion, and regarding whom Your Honour believes that the most prudent and vigorous measures must be taken. We have deliberated maturely on this subject in our meeting, and resolved, before establishing anything definitively in this regard, to ask beforehand, as is done herewith, not only for Your Honour's considerations regarding the measures that Your Honour deems necessary in this matter, but also how they could and should be put into effect in the most competent and prudent manner. If these chiefs, knowing that they cannot be considered to be included in the general pardon, are truly guilty of such crimes as are laid to their charge, it might prompt them anew to criminal actions when they learn that those to whom their committed crimes are known have already reported them. The various people who have already deposed against them, as well as those who appear in these depositions as having knowledge of the matters related therein, will likely not make any great secret of it. That which is known to so many people—if these depositions are otherwise true—is already no secret. It would therefore indeed be desirable if at least the principal of the accused chiefs could be removed in a discreet manner from the Matara Disavony, so as to be able to examine meanwhile the documents held against them. The native chiefs whom we think, in view of the received reports, should be removed from the Matara Disavony as soon as possible, are in particular the Mudaliyars Tinnekoon, Goeneratne, and de Saram. To summon them directly to kolombo would, if they are truly guilty, arouse too great a suspicion in them. We have therefore resolved to make known to them in a confidential manner that the Lord Governor desires to speak with them in person, and that it would consequently please His Honour if they were to come to kolombo for a short visit. Your Honour must therefore write in a secret letter to the Honourable Disava Raket, instructing him that whenever the aforementioned three Mudaliyars request his permission to make a short visit to kolombo, he may grant it to them, unless there should be weighty reasons that make it necessary for the time being that they remain a little longer in the Matara Disavony, which must then be conveyed to them in a discreet manner by way of a deferring reply, and we must then be informed of it immediately. And as it is of the highest necessity, owing to the great importance of the matter, that of everything that may be charged against the aforementioned chiefs, proper

Dutch transcription

Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ en getee„ „kend:/ Als vooren /:in mangiene :/ kolombo den 12. Julij 1790. — Aan den heer Peter Sluijsken kommandeur aldaar Manhafte voorzienige Diskneete. Het zenden van twee leeden uit den gaalschen Raad na Mature om den E: Dessave Raket en den E: Nego„ „tie boekhouder samlant te assisteeren in het onder„ „zoeken en afdoen der klagten vande ingezeetenen, zoo als we bij de door UE: aan hun Ed:s nagelaetene Memorie zien, dat dit uE: voorneemen was, is zeer goed, in zoo verre dit strekken kan om de inge„ „zeetenen te doen zien, dat men genigt is te voldoen aan het geen bij de Mandaat ola aan hun is toege„ „zegt. Wijl het nogtans zeer lange zoude aanloopen om op deze wijze eenige duizende Menschen haake klagten te verhooren, en die behoorlijk te beslissen, en dat zoo lange men daer meede op deeze ongewoone wijze bezig is, er nog altoos een zoort van beweeging onder het volk blijven zal, die men niet te spoedig kan 1757 Aan als Vooren kan doen ophouden, zoo is het goed om deeze kommis„ „sie zoo veel het gevoeglijk geschieden kan te verkorten. De Maha Modliaar van 's Gouverneur Porta, kan voor het teegenwoordige niet worden gemist, zoo dus E: Dessave Raket bij voortduuring mogte bevinden, dat wij het met de Matusiesche Hoofden alleen niet stellen kan, dient uE: daar in op een ander wijze te voorzien. Doorde herstelde rust in het Materesche, zullen de levens middelen naastdenkelijk spoedig wederom koo„ „men op haere gewoone prijs, en moet uE mids dien het douceur dat aande Militairen is toegelegd, om de„ „zelve wegens de duurte der levensmiddelen geduuren„ „de de strubelen te gemoed te koomen, zoo dra het met billijkheijd geschieden kan, doen ophouden. Wij blijven voor het overige naguoete /:onderstond:/ enge„ „teekend:/ Als vooren /:in margiene :/ kolombo den 26=e Juli 1790. We hebben ontfangen uE: brief van den 31. Julij, nie„ „vens uE: geheim rapport van dien zelfden dag, hou„ „dende verslag van uE: verrigtingen in de Matere„ „sche Dessavonij. Ook is door den eerst ondergetee„ „kende Gouverneur in onze vergaedering gekom„ „municeerd eene daar meede tegelijk ontfangene apparte brief, door uE: aen zijn Ed: afzonderlijk geschreeven 6o No. 5 1 Resolutien. Ra - geschreeven den 5. deezer. Onze besluijten op voorsz: uE: geheim rapport zullen we UE: ten eersten toeschikken, en is dee„ „ze bij voorraed alleen in antwoord van het gee„ „ne bij voorsz: UE: apparten brief en bij uE: ge„ „heim rapport voorkomt, weegens zeer veel inlan „sche hoofden in de Maturesche Dessavonie, die uE: voorkomen indien niet volkoomen schul„ „dig beweezen, ten wijnigsten onder de sterkste suspicie leggen, en waer omtrent uE: van be„ „grip is, dat de voorzigtigste en sterkste maat„ „regelen moeten worden genoomen. ipe Wij hebben op dit onderwerp rijpelijk in onze vergaedering gedelibereerd, en beslooten, om al„ „voorens derweegens iets vast te stellen, voor af niet alleen te vraegen, gelijk geschied bij deezen, uE: konsideratien noopens de maatse„ „gelen die uE: in deezen noodig oordeel, maar ook hoedaenig, die op de bekwaemste en voor„ „zigtigste wijze zouden kunnen en dienen te worden te werk gesteld. zoo deeze hoofden, weetende dat ze niet kun„ „nen geagt worden, te zijn begreepen in het gene„ „raal pardon, werkelijk schuldig zijn aan zul„ ke 1238 „ke misdaeden, als hun worden ten laste ge„ „legt, zoude het hun op nieuw kunnen brengen tot misdaedige stappen, wanneer ze weeten, dat zulke, die hunne gepleegde misdaeden daar bekent zijn van bereeds opgave gedaen hebben De verschijdene luijden, die teegens hun bereeds hebben gedeponeert, zoo wel, als de geene die bij deze dispositie voorkoomen, als kennis drae„ „gende van de dingen, die daer bij worden ver„ „haeld, zullen daer van vermoedelijk geen groot geheim maaken. Het geene dat aan zoo veele menschen bekent is, zoo anders deze de„ „positien waar zijn, is reeds geen geheim meek. Het waare dus wel te wenschen, dat men ten min„ „sten de voornaamste der beschuldigde hoofden op eene schikkelijke wijze uijt de Materesche Dessavoni konde verwijderen, om intusschen de stukken die ten hunnen laste leggen, te kun„ „nen onderzoekens i De inlandsche Hoofden die we uit hoofde van de iekken ontfangene schikken denken, dat hoe eer zoo bee„ „ter uijt de Materiesche Dessavonie dienen te wor„ „den verwijdert, zijn inzonderheid de Modli„ „aars 1607 1 41 No. 5 R„solutien. „aars Tinnekoon, Goeneratne en de Saram. Om hun direkt te opontbieden na kolombo, zoude, zoo zo werkelijk schuldig zijn, te groote agter dogt bij hun verwekken. We hebben daarom beslooten, om hun op een vertrouwelijke wijze tedoen bekent worden, dat de Heer Gouverneur ver„ „langt hun in perzoon te spreeken, en dat het zijn Edele mids dien wel gevallig zijn zal, dat ze voor een springtogt na kolombo koomen, UE: moet derhalven bij een sekreete brief aan den E: Dessave Raket aanschrijven, om wan„ „neer de voorsz: drie Modliaers zijn E: verzoe„ „ken, om een springtogt te doen na kolombo„ hun dat temoogen toestaen, ten zij er gewig„ „tige reedenen mogten zijn, die het voor eerst noodzackelijk maekten, dat ze nog wat in de Maturesche Dessavonie blijven, het geen hun als dan op een beschijdener wijze bij weege van e een uijtstellend antwoord moet worden aan„ „geregt, en moet ons als dan daar van ten eer„ „sten worden kennis gegeeven. En wijl het om het groot gewigt der Zaake ten hoogsten nodig zij, dat van alles wat er mog„ ƒ „te zijn ten laste van de voorsz: hoofden, be„ hoorlijke

NL-HaNA_1.04.02_3883_0241 view scan ↗

English

proper evidence may be obtained, we have furthermore resolved to ask your opinion on whether, in your view, there would be any objection to having judicial depositions taken thereof under oath of secrecy, immediately now and while these matters are still fresh in memory, upon the offering of an oath; if so, in what those objections would consist according to your view, and if not, then to authorize you, as we hereby authorize you, to cause the collection of that evidence to begin at once, either in Gale or in Mature, provided that it takes place before two members of the Galle Court of Justice and an official secretary. In this case, there must in the first place be obtained: 1. A deposition both from the bearer of the ola letter, which is signed with twelve Sinhalese signatures, and from the people who signed it, insofar as they are known or might yet become known. 2. A deposition from Don Dias Wienesinge Aatjele and from Don Diogoe Wikkneme, former arraatje, who made the report dated 30 July 1790, and 3. A deposition from Madoegodde appoe. Furthermore, you must also have depositions taken from all the people who appear in the aforesaid ola letter, report, and statement of the secretary of Albedijhl, containing the statement made to him by Madoegoddege appoe; as well as from all such persons who, upon the examination of the aforesaid documents, might still be indicated as having knowledge of these things. All those who are examined in the aforesaid manner must be enjoined not only to answer truthfully to all that shall be asked of them, but also that they must disclose all that might further be known to them regarding these matters, whatever it may be or against whomever it might be, and thus without distinction or respect of persons. To that end, there must be delivered to the Judicial Commission that will examine these people, copies of the aforesaid translated ola letter, signed with twelve Sinhalese signatures, of the report made by Don Dias Wiekesinge Aatjele and Don Diogoe Jajewikkreme, and of the statement of the Secretary of Albedijhl, speaking of the account given to him by Madoegoddege Appoe; with orders to put from these the necessary questions to the deponents, for the clarification of what is stated in these papers, and especially the questions which it has been deemed necessary to specify below, namely: To the twelve signatories of the ola letter: 1. How they know, and with what they can prove, that the unlawful gathering was instigated by the former Mohandinam and overseer of the Kandebadde, Ekenaike Ammertekoon, and the former priest Nikelampetie Annaatje. 2. Who the people are who mistreated the Mohandinam and head of the Kandebaddepattoe, Mananpettie, because he made every effort to pacify and satisfy the assembled crowd. 3. How they know and can prove that the aforementioned Eekenaijke Ammerekoon subsequently betook himself to the Modliaars Jinnekoon, de Saram, and Goeneratne and came to an agreement with them. 4. To state clearly regarding what the said Eekenaijke Ammertekoon came to an agreement with these three Modliaars; how they are informed of this agreement, and what proof they can produce thereof. 5. To name specifically the minor headmen to whom Eekenaijke Ammerekoon announced that if the inhabitants undertook the expedition to Baddegikie, they would surely all perish and be destroyed, and who were persuaded by him under all kinds of fine promises to help encourage the rebellious peoples to make the uprising greater. 6. Whether Eekenaijke Ammerchoon did this orally or in writing; if orally, on what occasion, in what place, and how the minor headmen came together for that purpose; but if in writing, who presently has this document in safekeeping. 7. What kind of first report or complaint ola it is, of which they, the signatories of the ola letter, say that it was drawn up by the said Modliaar himself and sent to them, the rebels; who precisely the Modliaar is who drew up this first report or complaint ola, by whom it was delivered to the rebels, and which persons signed it. 8. Which arraatjes and kangans they are who were continually sent by the aforesaid Modliaars to the discontented with oral and written orders that seduced them to become more and more active; as well as in whose possession the aforesaid written orders presently reside. 9. Why Don Simon arraatje and Allehaperoene can testify of that, and of many more other things, better than other people; and in what those many more other things consist, of which they say that these two persons could bring them to light if only they were summoned and interrogated. 10. How they know that the ola letter, which appeared to have been written by the Honorable former Dessave van Angelbeek to the Modliaar of the Gangebaddepattoe, De Saram, to bring up the people to Baddegikie, was not drawn up by the said Honorable Dessave, but by de Saram himself; what the contents were of the other complaint or report ola, and of the sealed ola letter, which were also drawn up by de Saram and, alongside the ola letter written in the name of the Honorable Dessave, were sent to Don Simon Arraatje; and in whose possession these three olas presently reside.

Dutch transcription

1239 „hoorlijke bewijzen worden ingewonnen, hebben we voorts nog beslooten uE: konsideratien te vraagen, of er na uE: inzien eenige bedenkelijkheid in zoude steeken, om daar van onder den eed van geheimhouding, nu aanstonds, en terwijl die zaa„ „ken nog in vers geheugen zijn, te doen inwinnen geregtelijke verklaringen onder aanbieding van eede, zoo ja, waar in die bedenkingen naar UE: inzien zouden bestaan, en zoo neen, als dan uE: te qualificeeren, gelijk we UE: qualificeeren door deezen, om met 't inwinnen van die bewijzen ten eersten te doen beginnen, het zij te Gale of te Matu„ „re, mits dat 't geschied voor twee leeden uit den gaalschen raad van Justitie en een beampt schrij„ ver. Jn dit geval moeten in de eerste plaats worden in„ gewonnen. 1. Een verklaering zoo wel van den brenger van de brief ola, die door twaalf singaleesche handtee„ keningen is onderteekend, als van de luijden die ze onderteekend hebben, in zoo verre ze bekend zijn, of nog mogten bekend worden. 2. Eene verklaering van Don Dias wienesinge Aatje„ „le en van Don Diogoe Wikkneme gew: arraat„ „je die gedaan hebben 't relaas onder den 30. Julij 1790. en 3. m hun t 10. 81 L „ Resolutien. No. 5 3. Een verklaering van Madoegodde appoe. Voorts moet uE: ook verklaeringen doen inwinnen van alle de luijden, die voorkomen bij de voorsz: brief ola, relaas en berigt vanden secretaris van Albedijhl, vervattende de opgave door Madoegod„ „dege. appoe aan hem gedaan; als meede van alle zulken, die bij het beleggen van de voorsz: stuk„ „ken nog mogten worden opgegeeven, van dezze dingen kennis te hebben. Alle de geenen, die invoegen voorsz: worden ver„ „hoord, moet worden gerecommandeerd, om niet alleen na waarheid te antwoorden, op al 't geene hun zal worden gevraagt, maar dat ze ook mo „ten opgeeven al wat hun verder aangaande dee„ „ze dingen mogte zijn bekent, het zij wat of ten laste van wien het ook zoude moogen weezen, en dus zonder onderscheid of aanzien van per„ Zoonen. Ten dien eijnde moeten aan de Justitieele Commis„ „sie, die deeze luijden zullen verhooren, wor„ „den ter hand gesteld, Copijen van de voorsz: ge„ „translateerde brief ola, met twaalf singaleesch handteekeningen onderteekend, van 't Relaas door Don Dias Wiekesinge Aatjele en Don Diogoe. Jajewikkreme gedaan, en van 't besigt van den Secretattis 1240 Secretaris van Albedijhl, spreekende van 't verhaal door Madoegoddege Appoe aan hem gedaan; met last om daar Uit de nodige vraagen aan de de„ „posanten te doen, tot opkeldening van 't geen bij dee„ „ze papieren word, opgegeeven, en wel inzonder, „heid de vraegen, wes nodig geoordeeld hebben hier onder specialijk aantewijzen, namelijk: Aan de twaalf onderteekenaars van de brief ola. 1. Hoe zij weeten, en waar meede zij bewijzen kun„ „nen, dat de Zamenrotting is aangestigt; door den gew: Mohandinam en opziender van de kande„ „badde rekenaike Amekekoon; en de gew: pries„ „ter Nikelampetie annaatje. 2. Welke luijden het zijn, die den Mohandinam en hoofd der kandebaddepattoe Mananpettie qua„ „lijk hebben behandeld, om dat hij alle moeijte heeft aangewend, om de verzamelde menigte tot bedaaken te brengen en te vreeden te stellen. 3. Hoe zij weeten en bewijzen kunnen, dat voorm: Eekenaijke Ammerekoon zig vervolgens bij de Moblikiars Jinnekoon, de Saram en Goenerat„ „ne vervoegt heeft en met hun overeengekoomen 4. Duijdelijk optegeeven, waar omtrend gem: Eeke„ naijke Ammertekoon met deeze drie modliaars is e innen voorsz: ris van d alle 10 41 No. 5 Resolutien. is overeengekoomen. hoe zij van deeze overeenkoms onderrigt zijn, en welke bewijzen zij daar van kunnen produceeren. 5. specialijk te noemen de mindeke hoofden, aan Wier Eekenaijke Ammerekoon aangekondigd heeft, dat indien de ingezeetenen de togt na Baddegikie ondernaamen, zij zekerlijk alle zouden vergaan en vernield worden, en die door hem onder aller¬ hande schoone beloften zijn gepersuadeerd, om de rebellige volkeren te helpen aanmoedigen, om de opstand grooter te maaken. 6. Of Eekenaijke Ammerchoon dit mondeling of schriftelijk gedaan heeft, in dien mondeling, bij welke geleegentheid, op wat plaats en hoe de mindere hoofden ten dien eijnde bij den ande„ „ren zijn gekoomen. dog indien schriftelijk, wie dit geschrift tans in bewaaring heeft. 7. Wat het voor een Eerste Rapport of klagt ola is, waar van zij teekenaars der brief ola seggen, dat ze door gem: Modliaar zelve opgestelt en bij hun kerrelles gezonden is, wie eijgentlijk de Modliaar is, die deeze eerste Rapport of klagt ola opgesteld heeft door wien dezelve aan de kerrelles toegebragt is, en welke perzoonen de zelve geteekend hebben. — 1241 8. Welke arraatjes en kangans het zijn, die geduurtig door voorsz: Modliaars aan de misnoegden zijn ge„ zonden, met mondelinge en schriftelijke orders, die hun verleijden, om meer en meer aan de gang te ge„ „raaken:k zoo meede onder Wien de voorsz: schrifte„ „lijke orders thans berusten. Waarom Don Simon arraatje en Allehaperoene daar van, en Van nog veel meer andere dingen, beeter dan andere luijden kunnen getuijgen. en Waar in bestaan die veel meerder andere dingen„ Waar van zij zeggen, dat deeze twee menschen die voor den dag zouden kunnen brengen, in„ dien ze maar opgeroepen en ondervraagt worden. 10. Hoe zij weeten dat de brief ola, die door den E: gew: Dessave van Angelbeek aan de modliaar van de Gangebaddepattoe De Saram geschreeven scheen te zijn, om de volkeren na Baddegikie optebrengen, niet door gem: E: Dessave, maar door de Saram zelve opgesteld is. Wat de inhoud was vande an„ dere klagt of rapport ola, en van de verzegelde brief ola, die meede door de Saram opgesteld, en nevens de brief ola, die Uit naam van den E: Dessave was geschreeven, aan Don Simon Arraa„ tje gezonden zijn. en onder wien deeze drie olassen tans berusten. 11. eenkoms a N heef degi ver aller gaan kie 9. lij a 12 No. 5 solutien.

NL-HaNA_1.04.02_3883_0246 view scan ↗

English

11. Which headmen they are who, by entertaining the discontented well during their presence in Mature, kept them in their interests and seduced them into not complaining about them. To Don Dias Wieresinge Aatjele, the first relator in the report of 30 July, must be asked: 1. Which inhabitants of the Gangebadde Pattoe they are who requested him to draw up the complaint ola of 26 articles of which he speaks in this report, and where the draft of the said complaint ola is. 2. To list the Mayorals and others who signed the said ola and sent the message to the absent minor headmen to come and sign that ola as well. 3. To provide the names of the nine signatories of the said ola whom the Korale Arachchi Don Johan Sammeresinge Dissenayake cum suis had arrested, as well as the names of the three of the nine persons whom the said Arachchi cum suis had punished. 4. When he, the relator, was released again from the jail in which the aforesaid Korale Arachchi cum suis had him locked up, and when he arrived in Galle to complain about it. Also why he did not lodge this complaint with the Honorable Dessave of Mature. 5. From whom he learned that during the unrest in Mature, the Mudaliyars of the said Dessavony had maintained continuous correspondence with the assembled people, and that the letter olas were carried back and forth in the evening. Also to name which Mudaliyars they are who conducted this correspondence, and who the people are who carried the letter olas back and forth. To Don Diogoe Jajewikkreme, the second relator in the aforesaid report, must be asked: 1. Which inhabitants of the village Karregodde, Uyangodde requested him to prepare a complaint ola against the Mudaliyar De Saram. 2. What those complaints consisted of, and where the draft of this complaint ola is. 3. To provide the name of the Jagerero who informed him that the Vidane of Attoerlie and some other people were coming down to arrest him for preparing the aforesaid ola. 4. Which people they are who, after he had escaped the aforesaid Vidane and his followers by flight, showed displeasure toward him upon his return to his home village, and scolded him and threw stones at him. To Madugodde Appu the following questions must be put: 1. Who it is that pressed the inhabitants to a man into the cinnamon and other plantations; and whether his statement that the inhabitants worked on them without reward should be understood as referring to those who performed service in the plantations of the Company, or to those who served in private plantations, and in both cases, if it is known to him, to name such plantations where the inhabitants had to work without reward. 2. To name, if not all, at least some of such inhabitants who, having brought their grievances concerning increasing injustices before the Honorable Dessave, instead of obtaining justice, were additionally punished and chastised, and also, if it is known to him, to cite the cases in which the headmen were always found in the right. 3. Who it actually is that wanted to send all the inhabitants to Baddegama; and if the orders that may have been given for that purpose, whether verbally or in writing, are known to him, to provide a detailed statement thereof, as well as who holds in custody the written orders dispatched for that purpose. 4. How he knows that the inhabitants wanted to leave for Baddegama with the intention of making a general uprising there and forcing the Dessave to follow their will, and which minor headmen they are who opposed this and told them to lodge their complaints collectively before their departure for Baddegama. 5. To provide the names of the Mudaliyars and headmen in Mature whom the aforesaid minor headmen informed of the state of the people. 6. How he knows and can prove that these Mudaliyars and headmen thereupon let the aforesaid minor headmen know to simply start the uprising and carry out the revolt, but especially not to begin with a trifle, but rather to bring about a general gathering. 7. Whether he can prove that the Mudaliyars Tennekoon and De Saram played the principal role in this. 8. Which other Mudaliyars they are of whom he says that the messages sent by them into the country, just as by Tennekoon and De Saram, most encouraged the inhabitants to pursue the revolt. 9. To provide the names of those who carried these messages back and forth, if the people are known to him; and if the messages were sent in writing, to state in whose custody those writings are. 10. To state how he knows and can prove that the Mudaliyars De Saram and Gooneratne, having been sent into the country by the Honorable Dessave Van Angelbeek to bring the discontented to a halt, stayed very quietly and peacefully in the house of the deceased Japa Mudaliyar in Kaduwela, and that they were joined there by Baraduwe, Korale Arachchi of the Weligam Korale, Pobagodde Schribaddene, Arachchi of the Gangebadde Pattoe, and Attoerlierjege Punchi Vidane, who spoke in secret with the said two Mudaliyars for a long time. 11. Whether he could also state and furthermore prove what the subject of the aforesaid secret conversation was. 12. Which minor headmen they are to whom the Mudaliyar Saram said in confidence to make the assembly as large as possible

Dutch transcription

11. Welke hoofden het zijn, die de misnoegden bij hun aanweezen te Mature, door ze wel te onthaalen, in hunne belangens gehouden, en verleijd hebben, om niet over hun te klaagen. Aan Don Dias wieresinge aatjele, eerste nelatant bij 't relaas van den 30. Julij, moet gevraagt worden. 1. Welke inwoonders van de gangebadde pattoe het zijn, die hem verzogt hebben om de klagt ola van 26. Artikels, waar van hij bij dit Relaas spreek„ op temaaken, en waar het slad van gem: klagt ola 2. Optenoomen de Marjoraals en anderen, die gem: ola geteekend, en aan de afweezige mindere hoofden de boodschap gezonden hebben, om ook die ola te koomen teekenen. 3. Optegeeven de naamen van de negen teekenaars van gem: ola, die de korle arraatje don Iocan Sammeresinge Dissenaijke C:s, heeft laaten op„ „vatten, zoomeede de namen van de drie vangem negen perzoonen, die gem: arraatje C: s: heeft laaten straffen. 4. Wanneer hij relatant uit de tronk waar in voorm korl arraatje C: s: hem had laaten sluijten, wi„ „der ontslagen is, en wanneer hij te Gale aangeko „men is, om daar over te klaagen. Zoo meede waar hij is. 1242 hij deeze klagte niet heeft ingebragt bij den E: Matureesche Dessave. 5. Van wien hij vernomen heeft, dat geduurende de onlusten te Mature, de Moddeljaars van gem. Dessavonij, eene geduurige Correspondentie met de te zamen gerotte volkeren gehad hadden, en dat de brief olassen des avonds over en weder ge„ „bragt waaren. Zomeede bij naame optenoemen, welke modliaars het zijn, die deze Corresponden„ „tie gehad hebben, en wie de luijden zijn die de brief olassen over en weder gebragt hebben. Aan Don Diogoe Jajewikkreme, tweede relatant bij voorsz: relaas, moet worden gevraagt. 1. Welke inwoonders van het dorp karregodde, oejangodde hem verzogt hebben, om eene klagt ola ten laste van den Modl=r de Saram te vervaar„ „digen. 2. Waar in die klagten bestaan hebben, en waak het klad van deeze klagt ola is. 3. Optegeeven de naam van den Jagerero, die hem heeft bekend gemaakt, dat de vidaan van attoer„ „lie en eenige andere volkeren afquamen, om hem over 't vervaardigen van voorm: ola opte¬ „vatten. 4. Welke luijden het zijn, die nadat hij de voorsz vidaan No. 5 41 101 solutien. Vidaan en zijn gevolg door de vlugt ontweeken was, bij zijne terug komst in zijn woondorp, zig op hem misnoegd betoond, en hem uitgescholden en met stee„ „nen gegooijd hebben. Aan Madoegodde appoe moeten de volgende vraagen worden gedaan: 1. Wie het is, die de inwoonderen met alle man ge„ „prest heeft aan de kanneel en andere aanplantin„ „gen. en of zijne opgave, dat de inwoonders daar aan zonder belooning hebben gewerkt; moet verstaan worden van zulken, die in de plantagien van de Comp:s dienst gedaan hebben, dan wel van de gee„ „nen, die in partikuliere plantagien hebben gediend, en in bij de gevallen, zoo het hem bekend is opte„ noemen zulke plantagien, waar in de ingezeete„ „nen zonder belooning hebben moeten werken. 2. Optenoemen indien niet alle; ten minsten eenige van zulke ingezeetenen, die hunne beswaaren over toe„ „neemende onregt vaardigheeden, bij den E: Dessave ingebragt hebbende, insteede van regt te erlangen, nog boven dien gestraft en gekastijd zijn, en ook zoo het hem bekend is, de gevallen optegeeven, in welken de hoofden altoos gelijk gekreegen hebben 3. Wie 't eijgentlijk is, die alle de inwoonderen na Bad„ „degerie had willen zenden; en zoo hem bekend zijn de 1243 de orders, die daar toe, het zij mondeling dan wel schriftelijk gegeeven mogten zijn, daar van eene om„ „standige opgave te doen, zoomeede wie de daar toe afgevaardigde schriftelijke orders bewaaring heeft. 4. Hoe hij weet, dat de ingezeetenen na Baddegorie hadden willen vertrekken, met voorneemens om al„ daar een generaale opstand te maaken, enden des„ „save te dwingen hun zinlijkheid te volgen, en wee„ ke mindere hoofden het zijn, die dit teegen gegaan en hun aangezegd hebben, om voor hun vertrek na Baddigvie, hunne klagten gemeenschaplijk in„ tebrengen. 5. Optegeeven de naamen van de modliaars en hoof„ den te Mature, aan wien de voorsz: mindere hoof„ „den van de gesteldheids des volks hebben kennis gegeeven. E. Hoe hij weet en bewijzen kan, dat deeze modli„ „aars en hoofden daar op, aan de voorsz: minder hoofden hebben laaten weeten, om maar de opstand te maaken, en de revolte te volbrengen, dog voor al met geen klijnigheid te beginnen, maar wel eene generaale te samen rotting te bewerken. 7. of hij bewijzen kan, dat de modliaars Tinnekoon en de Saram de voornaamste vol hier bij gespeeld hebben. 8: Welke overige modliaars het zijn, waar van hij zegt 10 No. 5 tien. zegt, dat de boodschappen door hun, even als door Tin„ „nekoon en de Saram, in t' land gezonden, de inge„ „zeetenen wel het meeste aangemoedigd hebben, om de revolte door te zetten. 9. Optegeeven de namen van de geenen, die deze bood„ „schappen over en weder gebragt hebben / indien de luij„ „den hem bekend zijn; en zoo de boodschappen schrif„ „telijk zijn gezonden optegeeven onder wiens berus„ ting die geschriften zijn. 10: Optegeeven hoe hij weet en bewijzen kan, dat de Mod„ „liaars de Saram en Goeneratne, door den E: Dessave van Angelbeek in het land gezonden zijnde, om de misnoegden tot stilstand te brengen, zig heel stil. en gerust in het huijs van den overleedene Japa mod„ „liaars te kaddoewe hebben opgehouden, en dat daar bij hun gekoomen zijn, Baradoewe Corl arraatje van de Belligamkorl, Pobagodde schribaddene arraatje van de gangebaddepattoe, en Attoerlierjege Poentje vidaan, die een langen tijd in het geheim met ged: twee modliaars hadden gesprooken. 11. Of hij ook zoude kunnen opgeeven een daar en boven bewijzen, wat het onderwerp was van voorsz geheim gesprek: 12. Welke mindere hoofden het zijn, aan de welken de modliaars Saram in vertrouwen gezegt heeft om de samenrotting maar zoo groot als mogelijk

NL-HaNA_1.04.02_3883_0251 view scan ↗

English

to make, and to persist in their complaints in the strongest manner, and which minor headmen they are, from whom he Madegoddege Appoe understood this. 13. How he knows that the modliaar de Saram maintained correspondence with the malcontents, and whether he also knows to whom these letter-olas were actually addressed, and delivered by Inderoewegewedde. 14. From whom he learned that the modliaar de Saram wrote to Siribaddene arraatje and Poentjie vidaan, that if he Madoegoddege Appoe made much trouble, to just shoot him in the head. 15. How he knows and can prove that the Colombo maha modliaar as well, during his presence at Mature, had an understanding with the malcontent peoples, and that he made use of the priest Welligamme Oennanse for this purpose. 16. To state the circumstances of this understanding, as far as they are known to him. 17. Who requested him Madoegoddege Appoe very strongly to please govern the peoples of the Belligamkorle and the Gangebaddepattoe, and wherein consist the injustices that caused him, out of discontent, to accept the governance over the aforesaid peoples. 18. How he knows that the modliaars de Saram and Tinnekoon are in an understanding with the Court of Kandia, and that they had assistance requested from the king. 19. To state the particulars thereof, namely regarding what and since when this understanding has taken place, what sort of help they requested, and regarding what and against whom this help was requested; as well as by what means the understanding occurred and the help was requested, that is to say, through letters or oral messages, and finally who the deliverers of these letters and messages are. 20. Why Poentjie Appoehamij and several others were at the Court of Kandia as envoys, who sent them thither, whether they also had any letter-olas to deliver, by whom these olas were written and signed, and in whose custody the drafts thereof remain. 21. By whom the reply from the Kandian Court was brought, whereby the malcontents were encouraged to simply proceed, and that, receiving no justice from the Company, they would obtain speedy help and assistance from the Court. 22. To whom this reply was delivered, whether the same took place orally or in writing, and if in writing, in whose custody it presently is. 23. Why, in his letter to Don Simon arraatje and to Rajapakse Dissenaike to exhort them to submission, he brought forward among other things as a motive that the Dessave was away. 24. Which modliaars they are who have always taken care to maintain the riots even longer, and who to that end secretly had made known to the people that four dessaves from Kandia would come down and bring many people along to free them from the Company and all obligations. 25. By whom these secret messages were brought to the people. 26. Which headmen of the mutineers, during the unlawful assembly, went by night and unseasonable hours to the modliaars Tinnekoon and de Saram and others to receive orders on how one ought to behave, and who these others, whom he does not name, actually are. 27. To explain clearly what he means by his statement that the dismissed headmen present at Gale ought to have been removed out of the way, because they did not belong to the family. 28. What proof he has for his statement that de Saram was the greatest ill-disposed person and instigator, who had caused the people much harm, and wherein this harm consists. 29. How he can prove that the modliaar Goeneratne made many arrangements among the mutineers in order to maintain the uprising. 30. Whether, with his statement that the aforesaid Baradoewe korl arraatje was at Gale these days and now and then visited the porta modliaar Don Balthazar Dias, he intended to indicate anything particular, and if so, to explain such clearly. 31. Who told him that this Barradoewe korl arraatje made a present of 30 amonams of paddy to the Colombo maha modliaar Dias for Diewetoere. All the proofs, olas etc., that the deponents state to be in the custody of themselves or of others, must be demanded from them; and the witnesses to whom they might refer to prove their statements must also be summoned and examined regarding this. The old custom that has been out of use for some time, and among other things was prescribed by letter of 24 October 1757, that the native headmen must come here in person to request their absolute confirmation from us, we shall cause to be reintroduced, and it would even be pleasing to us if this were done with the Mature headmen who have been appointed upon your proposal, and of whom the acts are sent with the general letter that with the same

Dutch transcription

1244 te maaken, en met haare klagten op het sterkste aantehouden! en welke mindere hoofden het zijn, van wien hij Madegoddege Appoe dit verstaan heeft. 13. Hoe hij weet, dat de modliaar de saram met de misnoegden brief wisseling gehouden heeft - en of hij ook weet aan wien eijgentlijk deeze briefolas„ „sen gerigt, en door Inderoewegewedde besteld zijn! 14. van wien hij vernoomen heeft, dat de modliaar de Saram aan siribaddene arraatje en Poentjie vidaan geschreeven heeft, om zoo hij Madoegodde„ „ge appoe veel spees maakte, hem maar voor de kop te schioten. 15. Hoe hij weet en bewijzen kan, dat ook de kolombo„ „sche maha modliaar, bij zijn aanweezen te Ma„ „ture, een verstand houding met de misnoegde volke„ „ren gehad heeft, en dat hij zig daar toe bediend heeft van den priester welligamme oennanse. 16. Op tegeeven de omstandigheeden van deeze ver„ „standhouding, voor zoo verre hem die bekend zijn. 17. Wie hem Madoegod dege appoe zeer sterk verzogt heeft, om dog de volkeren van de Belligamkor„ „le en de gangebaddepattoe te bestieren, en waar in de onregt vaardigheeden bestaan, die hem uit misnoegdheid, het bestier over de voorsz: volkeren hebben doen aanvaarden. 18. 1 10 „1 No. 5 Rosolutien. save zeg 109 18. Hoe hij weet, dat de Modliaars de saram en Ginne„ „koon met 't Hof van kandia in verstand houding zijn, en dat ze aanden koning om hulp hebben laaten verzoeken. 19. Optegeeven de bijzondereheeden daer van, name„ „lijk waar over en zedert wanneer die verstandhou„ „ding plaats heeft. hoedanige hulp zij verzogt hebben. en waar over en teegen wien de ze hulp verzogt is:? Zoomeede door welke middelen de verstandhouding geschied en de hulp verzogt is, te weeten, door brieven of mondelinge boodschapper en eindelijk wie de brengers deezer brieven en boodschappen zijn. 20. Waarom Poentjie appoezamij en meer andere / als afzondene aan 't Hof van kandia geweest zijn. uie hun derwaards gezonden heeft of ze ook ee„ „nige brieff olas in bestelling gehad hebben. door ure deeze olas geschreven en geteekend zijn en onder wien de klad den daar van berusten. 21. Door wien 't antwoord van 't kandiasche H of aange„ „bragt is, waar bij de misnoegden aangemoedigd wierden, om maar voorttevaaren, en dat ze geen regt van de Comp: bekoomende, van 't Hof spoedi„ „ge hulp en bijstand zouden erlangen. 22:' Aan wien dit antwoord toegebragt is op 't zelve mondeling F 1245 mondeling of ingeschrifte is geschied en indien schrif„ telijk onder wiens berusting het tans is. 23. Waarom hij in zijn schrijven aan Don Simon arraa„ „tje en aan riajapakse Dissenaike, om hun te ver„ „maanen, tot onderwerping „ onder anderen als een motief heeft bij gebragt, dat de Dessave weg was. Welke modliaars het zijn, die altoos gezorgd hebben de oproers nog langer aantehouden, en die ten dien eijnde in 't geheim aan 't volk hebben laaten bekend maaken, dat vier dessaves van kandia zouden af„ koomen, en veel volk meede brengen, om hun van de Comp: en alle verpligtingen vrij te maaken. 25. Door wien deeze geheime boodschappen aan 't volk zijn gebragten. 26. Welke hoofden der muijtelingen geduurende de sa„ „menrotting, bij nagt en ontijden bij de modliaars Tinne„ „koon en de saram en andere zijn geweest, om orders te ontvangen hoe men zig gedraagen moest, en wie deeze andere, die hij niet noemt, eijgentlijk zijn. 27. Duijdelijk te expliceeren, wat hij meend met zijn zig„ „gen, dat de zig te Gale bevindende gedemitteerde hoof„ „den, hadden moeten uit den weg geruijmt worden, om dat zij niet tot de familie behoorden. 28. Wat bewijs hij heeft voor zijn zeggen, dat de sa„ „ram de grootste quaad gezinde en opstoker geweest is, die 't volk veel quaad had toegebragt. en waar in dit quaad bestaat. 24. name„ 29. en Tinne„ houding en laaten standhou verzogt de Zchulp nde verzogt is, schapper Brieven en andere als zijn. ze ook ee„ ben door zijn en sten: H over aange moedigd te geen Hof spoedt, 't zelve deling 101 41 No. 5 Resolutien. 29. Hoe hij bewijzen kan, dat de modliaar Goeneratne veele bestellingen bij de muijtelingen gedaan, heeft, om de opstand te onderhouden. 30. Of hij met zijn zeggen, dat de voorsz: Baradoewe korl arraatje dezer daagen te Gale was, en nu en dan bij den porta modliaar Don Balthazar Dias quamsiets bijzonders heeft willen aanduijden! en zoo ja, zulx duij „delijk te expliceeren. 31. Wie hem gezegd heeft, dat deeze Barradoewe korl ar„ „vaatje, 30. ammonams nelie aan den kolomboschen Mah„ „modliaar Dias. voor Diewetoere prezent gedaan heeft. Alle de bewijzen, olas elc=a die de deposanten opgeeven, dat onder berusting van hun zelve, dan wel van andere zijn, moeten van hun worden afgevorderd; en moeten ook de getuigen, waar op zij zig mogten beroepen, om hunne opgaven te bewijzen, worden ontbooden en daar over verhoord. De oude gewoonte die een tijd lang in onbruijk geweest is, en onder anderen is aangeschreeven bij brief van den 24. October 1757. dat de inlandsche Hoofden in perzoon moeten hier koomen om hunne abzoluute be„ ging „vestingd van ons te verzoeken, zullen we weder om doen invoeren, en het zoude ons zelfs welgevallig zijn, indien dit met de Materesche Hoofden die op uE voordragt zijn aengestelt, en waer van de ak„ „tens gezonden worden, bij de gemeene brief die met dezel

NL-HaNA_1.04.02_3883_0255 view scan ↗

English

To the same as before, etc. could take place at the same time this departs, even if it were only to avoid arousing suspicion among them, that you upon handing over the acts would say to them, or have them told, that they are expected in Colombo for the aforementioned purpose, but that there is nevertheless no hurry in this matter and that they may do so according to how everyone's circumstances best permit it. It must nevertheless not take place if you believe you have reasons that ought to countermand it for this time. For the rest, after greetings, we remain. Below stood and signed: As before. In the margin: Colombo, the 17th of August 1790. The general pardon granted must certainly be observed sacredly and without any deviation of whatever nature it might be, and this in the broadest sense. In the same manner must be kept inviolate the certain assurances given by you according to your aforementioned letter, to whomever it might be, that no harm would befall them if the cultivation were carried out and they would conduct themselves properly in the future. We wish to have this laid down as a foundation in all dealings relating to this matter. Yet we do not see how it could in any respect conflict with this that the Modliaars Tinnekoon, de Saram, and Goeneratne are given permission to come to Colombo whenever they are inclined to do so and themselves make a request for it; and therefore the letter to the Honorable Dessave Raket, mentioned in our letter of the 17th of this month, must still be dispatched in the manner prescribed in this our letter. Whenever the aforementioned Modliaars, as well as all others who are in the same case with them, claim the general pardon, or even merely the aforementioned certain assurances given by you that no harm would befall anyone, they must certainly be allowed to enjoy the effect thereof in the broadest sense; but otherwise, we do not see how these Modliaars and other Chiefs, who have at least maintained the appearance of having remained faithful to their duty, could be considered to be included in the general pardon, or even merely in the aforementioned certain assurances given by you. To insist on including them therein without that could even offend them. In the uncertainty, however, as to how the aforementioned Chiefs will conduct themselves in this matter, we acquiesce, on account of what was alleged in your aforementioned letter, in your considerations to carry out for the present no conspicuous investigations that could arouse any disquiet in anyone whomsoever. Meanwhile, we do not see what difficulty there could be in having Madoegodde Appoe repeat his depositions already made before the secretary of Albedijhl before a couple of members from the Council of Justice, or otherwise before a couple of members from the Council of Policy, if you should deem that better, provided that these commissioners and the clerk or secretary assisting therein are enjoined to keep it secret upon the oath taken by them to the country, and that Don Simon Arraatje, if he is still in Gale, is also heard in the same manner, or at least provisionally heard by the secretary of Albedijhl, just and in the same manner as has already taken place with Madoegodde Appoe, upon the reference made to him in the report of the secretary of Albedijhl of the 26th of July last, bound behind your secret report. Furthermore, we also acquiesce in your considerations that it would be better for the present not to speak to the newly appointed Chiefs about going to Colombo. Meanwhile, we can hardly understand how you, among the reasons that would make them averse to it, count the fear that, if they came here, they would be made to make some considerable presents. Even if that might have taken place in former times, everyone knows that for at least 25 years no such presents have been made. That which appears in your aforementioned letter, that in Colombo, if one wishes to take into consideration what has been deposed, the root of all evil would be found, which, if anything were to be done, one certainly ought to tackle first, is so mysterious that we have resolved to ask you for a further, clear, and direct clarification thereof; as is done herewith. You must therefore inform us what we are to understand by the words that in Colombo, if one wishes to take into consideration what has been deposed, the root of all evil would be found, and who it is you mean that, if anything had to be done, one certainly ought to tackle first; and you must thereby not only clearly communicate to us the grounds upon which this opinion of yours rests, but you must also send us the documents relative thereto. For the rest, after greetings, we remain. Below stood and signed: As before. In the margin: Colombo, the 24th of August 1790. We have received your separate letter of the 27th of August last, and shall reply to it further; meanwhile, we observed with great regret that Madoegodde Appoe had returned to the Matara dessavony. Of what great weight must the influence of that scoundrel be considered to be on the minds of the inhabitants

Dutch transcription

1246 Aan als vooren xc deze tegelijk afgaet, konde geschieden, al was het ook, om geen agterdogt bij hun teverwekken, dat UE: hun bij het overgeeven der aktens zijde, of deed zeggen, dat ze ten einde voorsz op kolombo worden verwagt, dog dat dit nogtans geen haast heeft en dat zo dit kunnen doen, na maete dat een elks ge„ „legentheid dat best toelaaten. kan. Met moet nogtans niet geschieden, zoo UE: vermeend, reden te hebben, die dat voor ditmaal nog behooren te ontwaarden. Wij blijven voor het overige nagroete. /:onderstond:/ /:en geteekend:/ Als vooren /:in margiene :/ kolombo den 17. Augustus 1790. Het gegeven generaal pardon moet zeeker hij„ „lig en zonder eenige afwijking van wat natuur het ook zoude mooge weezen, worden nagekoomen, en zulks in den uijtgestreksten zin. In zelvervoegen moet ongeschonden worden gehouden, de zekere vooruijtzigten door UE: volgens voorsz: uwen brief gegeeven, aan wien of welke het ook zoude mo„ „gen zijn, dat hun geen kwaed zoude overkoo„ „men, indien de rult bewerkt wierd, en zij Zig. in den aenstaende behoorlijk zoude gedraegen Dit willen wij tot een grondslag gelegt hebben n hee t, n adoewe nu en dan quamsiets zulx duij korl sch heeft. geeven, dat andere zijn, nook pen de om daar geweest brief van ofden in zoluite be ederom gevallig die op de ak„ f die met Zf Mah„ ar„ 101 No. 5 solutien. hebben in alle handelingen hier toe betrekkelijk. We zien nogtans niet hoe hier teegens in eenig op„ zigt zoude kunnen strijden, dat aen de Modli„ „aers Tinnekoon, de Saram en Goeneratne verlof gegeeven word om na kolombo te koomen, wan„ „neer ze daer toe geneigt zijn, en zelve daer toe verzoek doen, en moet daarom het aanschrijven aen den E: Dessave Raket vermeld bij onzen brief van den 17. deezer, als nog geschieden, op dien voet, als dat bij dezen onzen brief is voor „geschreeven. Wanneer de voorsz: Modliaars en zoo ook alle andere die met hun in het zelfde geval zijn het generaal pardon naklameeren of ook meer alleen de voorsz: zeekere vooruijtzigten door uE: gegeeven, dat niemant eenig kwaet zoude overkoomen, moet men hun zeekerlijk het ef„ „fekt daer van in den ruimsten zin laeten genieten, dog zonder dat, zien we niet, hoe de„ ze Modliaers en andere Hoofden, die ten min„ „sten den schijn hebben behouden van te zijn getrouw gebleeven aan hun pligt, in het gene „raal pardon, of ook zelfs maer in de voorsz: door uE: gegeeve zekere voor uijtzigten, zoude kunnen 1247 kunnen geagt worden te zijn begreepen- Hun buij¬ „ten dien daar in tewillen begrijpen, zoude hun zelfs kunnen beleedigen. In de onzeekerheid nogtans, hoe de voorsz: Hoofden zig hier in zullen gedraegen, berusten we uijt hoofde van het geallegeerde bij voorsz: uE brief, in uwe konsideratien, om voor eerst geene gerucht maakende onderzoekingen te doen, die bij iemand wie het ook zij eenige ongerustheid zoude kun„ „nen verwekken, Jntusschen zien we niet wat zwaerigheid er insteeken zoude, om Madoegodde Appoe zijne depositien bereeds voor den sekreta„ „ris van Albedijhl gedaan, te doen herhaalen voor een paar Leeden uijt den Raed van Justitie, of anders voor een paar Leeden uijt den Raed van Politie, indien uE: dat beeter mogte oor„ „deelen, mids aen deze gekommitteerdens en de beamptschrijver of sekretaris, die daar bij as„ „sistoerd, het geheim houden daer van, word aen„ „bevoolen, op den eed door hun aen den lande ge„ „daen, en dat ook Don Simon Arraatje zoo hij nog te Gale is, in zelver voegen word gehoord, of dat wij ten minsten bij provisie door de sekre, „taris van Albedijhl word gehoord, even en op dien 2 10 11 Cct No 5 1. Resolutien. dien voet als met Madoegodde Appoe bereeds is geschied, op het beroep dat op hem gedaen word bij het bericht van den sekretaris van Albe„ „dijhl van den 26:' Julij I:o L: agter uE: geheim rap„ „port ingebonden. We berusten voorts ook in uE konsideratien dat het beeter zij de nieuw aengestelde Hoof„ „den voor eerst niet te spreeken om na kolom„ „bo te gaan, intusschen kunnen we kwalijk begrijpen, hoe UE: onder de reedenen die hun daer van zouden afkeerig maeken opteld, de vreeze, dat men hun, zoo ze hier kwaamen eenige aanzienlijke paressen zoude laeten doen. Zoo dat ook in vroegere tijden mogte hee„ ben plaats gehad, weet een elk dat in ten minsten 25. Jaeren diergelijke paressen niet zijn gedaan. Ny Het geen bij voorsz: uE: brief voorkomt, dat te ko„ „lombo indien men het gedeponeerde in aan„ „merking neemen wil, zig de wortel van al het kwaade zoude bevinden, die men zoo er iets moest gedaan worden zeekerlijk het een „ste zoude en moeten aantasten, is zoo geheid zinnig, dat we beslooten hebben UE: daerva eene 1248 Aan als vooren. eene nadere, duijdelijke en regtstreekse op hel„ „dering te vraegen; gelijk geschied bij deezen, uE: moet ons dus bedeelen wat we moeten ver„ staen door de woorden, dat men te kolombo indien men het geem gedeponeerde in aanmerking neemen wil, zig de wortel van al het kwaade zoude bevinden en wie het is die uE: meend, die men zoo ir iets moeste gedaen worden, zeekerlijk het eerst zoude en moeten aantasten, en moet uE: ons daer bij niet alleen duidelijk bedeelen de gronden, waer op dit uE: gevoelen rust, maar moet uE: ons ook toezenden de stukken daer toe relatief. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:) /:en geteekend:/ Als, vooren /:in margiene:/ kolom„ „bo. den 24. Augustus 1790. Wij hebben uwen aparten brief van den 27: Augustus Jongstleden ontvangen, en zullen daar op nader antwoorden; zeer ongaarne hebben we intusschen daar bij gezien, dat Madoe„ „godde appoe na de Maturesche dessavonie was te„ „riug gekeerd. rije Van wat gewigt moet geagt worden te zijn den in„ „vloed van dien deugeniet, op de gemoederen der in„ „gezeetenen 6. L: 10. e1 Cat t Resolutien. No. 5 C

NL-HaNA_1.04.02_3883_0260 view scan ↗

English

residents to stir up another rebellion, is something that Your Honour, better than we, can determine. In the uncertainty hereof it is certainly best that one seeks to get him back as soon as possible, and as we see by a private letter written by Your Honour on the 2nd of this month to the first undersigned governor, which was only delivered here yesterday and was communicated by His Honour in our meeting, that he, having been summoned, excused himself from coming, this act alone provides a lawful reason to have him apprehended. Regarding what Your Honour furthermore observes in this letter, that if Madoegodde appoe does not appear promptly, Your Honour would employ another means to master him, and in which Your Honour thinks to succeed by whatever manner, provided it is authorized that it may be unrestricted, even alive or dead, it serves that all new acts of disobedience, which Madoegodde appoe has already undertaken, or might undertake hereafter, give a lawful right to take the strictest measures against him, and that it would matter little in that respect what outcome, regarding his life or death, these measures might have, it nevertheless 1249 in our view is best, that the order, in case of necessity and if it cannot be otherwise, not even to spare his life, not be given publicly. It might sometimes inspire too desperate thoughts in others who are, whether wholly or in part, in the same situation as him, and we think therefore, that it is more advisable that the person to whom the execution of the order to apprehend Madoegodde appoe is given, be secretly instructed, that should he also perish, one shall consider him accounted for, and that consequently, if it cannot be otherwise, the most forceful means, whatever outcome they might have regarding his life or death, may be employed against him; if he then perishes, which matters little, it can pass for an accidental act which he brought upon his own head. By your aforesaid private letter, we also see that Your Honour had been informed that little or no attention is being paid to the arrangements made by Your Honour's mandate ola of the 7th of July, and that the common man appears to be not a little dissatisfied about this. Such a course of action would entirely conflict with our intention. The mandate ola published by Your Honour has been approved in its entirety by us, No. 5 10 resolutions. To the same as before. approved, and it must therefore be ensured by all possible means that it is observed and executed without exception. For the rest, after greetings, we remain, (was written below) (and signed:) As before (in the margin:) Colombo the 5th of September 1790. § 1. Upon review of Your Honour's secret letter of the 31st of July last, the separate letter of the 5th of August annexed thereto, and the secret report of the first-mentioned date, several articles have appeared to us which require further clarification, and others regarding which we deem Your Honour's further considerations necessary; this is therefore directed to require the same from Your Honour, and also to convey to Your Honour the requested instructions and explanations concerning some points presented in Your Honour's aforesaid secret report. § 2. In Your Honour's aforesaid separate letter, Your Honour says, among other things, that it could easily happen that something was included in Your Honour's secret report that would not entirely satisfy a favorable consideration thereof, and that honor, duty, and the prestige of Your Honour's public character require of Your Honour that Your Honour at least says something regarding Your Honour's sensitivity concerning inflicted 1250 insults, slights, and the mistaken mistrusts conceived against Your Honour. But as nothing has appeared in this secret report to which we, or the first undersigned governor in particular, to whom this separate letter was written, know how to apply this declaration of Your Honour, Your Honour must explain yourself more clearly and directly. 1. Whom Your Honour has in mind, to whom or for whom it might well be that something included in this secret report of Your Honour would not entirely satisfy a favorable consideration thereof, and regarding which, however, honor, duty, and the prestige of Your Honour's public character require that Your Honour at least says something regarding inflicted insult, slight, and mistaken mistrusts conceived against Your Honour, as well as why this something would not entirely satisfy a favorable consideration thereof by the person whom Your Honour refers to here. 2. In what do the insults, slights, and mistaken mistrusts conceived against Your Honour consist. § 3. Your Honour furthermore says in the aforesaid separate letter that Your Honour, wishing to be malicious, certainly not only more No. 5 101 11 insult explain. resolutions.

Dutch transcription

„gezeetenen, om weder een opstand te verwekken, is iets dat uE: beter dan wij, bestemmen kan. Jn de onzekerheid hier van is het zeker best dat men hem hoe eer zoo beter ziet terug te krijgen, en wijl we bij een partikuliere brief door uE: den 2. ' deezer aan den eerst ondergeteekende gouverneur geschreeven, # die eerst gisteren hier is besteld, en door zijn Edele in onze vergadering is gekommuniceerd, zien, dat hij geroepen zijnde, zig heeft verschoont te komen, geeft deeze daad alleen een wettige reden om hem te doen opvatten. Op het geen uE: voorts bij deezen brief aanmerkt, dat zoo Madoegod de appoe niet ten eersten komt op„ daagen, uE: een ander middel zoude bij de hand neemen, om hem magtig te worden, en waar in uE: denkt te zullen reusseeren op wat wijze het is, mits rub: worde gekwalificeert dat het onbepaald. zijn mag, zelfs levendig of dood, diend, dat alle nieuwe bedrijven van ongehoorzaamheid, die Ma„ doe godde appoe of reets bestaan, of na deezen nog bestaan mogte, een wettig recht geven om de streng „ste maatreegelen tegens hem te neemen, en dat er in zoo verre wijnig aan zoude geleegen zijn, wat uitkomste ter aanzien van zijn leven of dood, deeze maatregelen mogten hebben, het nogtans naak 1249 naar ons inzien best is, dat de ordre om des noods en zoo het niet anders zijn kan, zelfs zijn leven niet te spaaren, niet gegeven worde publiek. Het mogte anderen die met hem het zij geheel of ten deele, in het zelfde geval zijn, somtijds te wan„ hoopige gedagten inboezemen, en we denken daar„ om, dat het meer aanteraaden zij om den geenen aan wie de uitvoering der ordre, om Madoegodde appoe optevatten gegeven word, in het geheim wor„ de g'instrueerd, dat zoo hij ook mogte omkoomen men hem zal houden voor betaald, en dat mits dien, zoo het niet anders zijn kan, de geweldigste middelen, wat uitkomst die ook ten aanzien van zijn leven of dood hebben mogten, tegens hem mogen wor„ „den te werk gesteld, komt hij dan om, waar van wij„ nig geleegen is, kan het voor een toevallige daad doorgaan, die hij zig zelve heeft op den hals ge„ Bij voorschreeve uwen partikulieren brief, zien we nog, dat men uE: had g'informeerd, dat 'er wijnig of geen werk van de schikkingen, bij uE: mandaat„ ola van den 7. Julij, gemaakt word, en dat de ge„ „meene Man daar over niet wijnig te onvreeden schijnt te zijn. Een zulke handelwijze zoude ge„ „heel strijden met onze intentie. De mandaat-ola door uE: gepubliceerd, is in zijn geheel door ons ge„ „approbeerd No. 5 10 solutien. haald. Aan als vooren. „ approbeerd, en moet dus door alle mogelijke mid„ „delen worden gezorgt, dat die zonder uitzondering word nagekomen en uitgevoerd. Wij blijven, voor het overige nagroete /:onderstond:) /:engeteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolom den 5:' September 1790. § 1: Bij resumtie van uE: secreete brief van den 31. Jull„ I: L: apparte brief van den 5. aug=s daar aan, en g „heim rapport van eerst gem: datum, zijn ons ver „scheijde artikelen voorgekoomen, die nadere op „heldering vereijschen, en andere waar omtrend we uE: verdere Consideratien nodig oordeelen, is mits dien deezen gerigt, om dezelven van uE te requireeren, en om uE: teffens te doen toekoo„ „men de verzogte onderrigtingen en verklarin„ „gen, nopens eenige poinkten bij voorsz: uE: ge „heim rapport voorgesteld. §. 2. Bij voorsz: uE: apparte brief zegt uE: onder „deren, dat het ligtelijk zoude kunnen gebeurd dat iets bij uE: geheim Rapport was ingenoom dat Juist niet volkoomen aan een genoegelijk „ke bedenking daar over zoude voldoen, en dat eer, pligt en 't aanzien van uE: publiek Caracter van UE: vorderd, dat uE: ten minsten iets zegt wegens uE: gevoeligheid, wegens aan „gedaane 1250 „gedaane she, klijnachtigigen tegens uE: verkeer„ „de opgevatte mistrouwens. Dan wijl bij dit geheim Raport niets is voorgekoomen, waar op wij, of de eerst ondergeteekende gouverneur in 't bij„ „zonder, aan wien deze apparte brief geschreeven is, deeze uE: betuijging weeten toetepassen, moet UE: zig nader duidelijk en regt streeks verklaa„ 1. Wie uE: in 't oog heeft, aan wien of de welke het welkonde zijn, dat iets bij dit vuE: geheim Rap„ „port ingenoomen, Juist niet volkomen aan eene „genoeglijke bedenking daar over zoude voldoen, en waar van egter eer, pligt en 't aanzien van uE: publick Caracter vorderd, dat uE: ten min„ hoon „sten iets zegd, wegens aangedaane schoon, klijn agting en tegens uE: verkeerd opgevatte mis„ „trouwens, als meede waarom dit iets bij de geene, die uE: hier bedoeld, Juist niet volkomen aan eene genoeglijke bedenking daar over zoude vol„ „doen. hoon, 2. Waar in bestaan de uE: aangedaane Baer, kleijn agting en teegens uE: verkeerd op gevat„ „te mistrouwens. § 3. Nog zegd uE: bij voorsz: aparte brief, dat uE: boosaardig willende zijn, zekerlijk niet alleen meer No. 5 101 11 hoon ren. solutien.

NL-HaNA_1.04.02_3883_0264 view scan ↗

English

more, but could even have said much more, which could bring no small amount of unpleasantness upon the gentleman van Angelbeek. The Honorable Acting Head Administrator van Angelbeek noted in response that he, already in his letter of 19 April written from Mature to Gale, most emphatically requested that a precise inquiry be made into his conduct during his administration there, and that the complaints that might come in against him be investigated conscientiously and most rigorously with all precision, with the request that, since you state that you could have said not only more, but much more, if you were to be malicious, which could have brought him no small amount of unpleasantness, you might be instructed to state clearly, without any further reservation, wherein lies that which you believe to hold to his charge, not only more, but even much more, without letting yourself be restrained therefrom by any considerations whatsoever. We have therefore decided to order you, as is done by this present, in accordance with the aforesaid request of the Honorable van Angelbeek, clearly and without any further reservation to submit to us all that you believe to hold to the charge of him, van Angelbeek, and we shall postpone until such time the decision on your request made therein to have you obtain from the said Honorable van Angelbeek, in a public manner via Company papers, such a reparative honor as will be necessary in such a case before the public, before whom you consider yourself to have been belittled. Paragraph 4. Regarding your demand made in the secret report that the Honorable van Angelbeek ought to explain why His Honor declined a commission from the Council of Galle and instead requested another from Colombo, the said Honorable van Angelbeek declared that he had already stated this reason in his letter of 19 April written to you, which states in so many words: Above, I have already had the honor to request of your Honors, in my name and that of the chiefs, a commission from Colombo, which request I hereby repeat, and I therefore thank your Honors very much for the commission already appointed there, all the more so if merely an intake of the complaints of the mutineers is to take place, for which the second warehouse master, the Honorable de Moor, with the Commandant Bijer, are sufficient, who are known to the local inhabitants and, as far as I am aware, also respected and esteemed. It is, however, not only an intake of the complaints that I and my chiefs request, but especially a rigorous investigation of these complaints, and into our conduct, as well as into those who are the primary cause of this mutiny. and the said Honorable van Angelbeek has further declared that from your letter of the previous day he could see nothing other than that it was left to his option whether he considered this commission necessary or not necessary, and that he therefore cannot see that he, by declining the commission, would have insulted you in any respect; affirming at the same time that his request that a commission be asked of us was made with no other intention than because he conscientiously thought that such a commission would be of great use on this occasion. You must therefore report to us in more detail wherein, in your view, actually consists the insult regarding which you state on this subject that the prestige and honor of the Government of Galle demands a just redress. Paragraph 5. You must also explain in more detail wherein actually consists the contempt with which the Honorable van Angelbeek received the commissioners Schuler and De Vos at Mature, and how the proof follows from that which you deduce from it in your secret report, regarding how unwillingly His Honor saw this commission appear. Paragraph 6. Regarding your grievance concerning the little report or notification that the Honorable van Angelbeek had given you of the condition of the Dissavony, and that you, after the arrival of the Honorables Fretz and Samlant, remained almost entirely without any information, we have, at the request of the said Honorable van Angelbeek, had the copies received from Gale of the letters exchanged between you and him examined, and it has appeared to us from this that the said Honorable van Angelbeek wrote to you, in order to inform you from time to time about the state of affairs, on 18, 19, 20, 21, 25, 26, 29, and 30 April, 6, 9, 10, 12, 15, 25, and two of 29 May, 9, 13, 14, 15, and 18 June, and no reasons are known to us that could or should have prevented the Honorables Fretz and Samlant

Dutch transcription

meer, maar zelfs veel meer zoude hebben konnen zeggen, het geene niet wijnig onaangenaamheeden aan den heer van Angelbeek zoude kunnen toe„ brengen. De E: p:l hoofd administrateur van An„ „gelbeek heeft hier op aangemerkt, dat hij reeds bij zijn brieff van den 19. April van Mature na Gale geschreeven, op 't nadrukkelijkst heeft verzogt, om een naukeurig onderzoek te doen na zijn gedrag„ geduurende zijn bestier aldaar, en om de klag„ „ten, die teegens hem mogten inkoomen, met alle naukeurigheid gemoedelijk en op het scherpst te onderzoeken, met verzoek, dat wijl uE: zegt, dat UE: niet alleen meer, maar veel meer zoude heb„ „ben kunnen zeggen, zoo uE: boosaardig zoude willen zijn, 't geen hem niet weijnig onaange„ „naamheeden zouden hebben kunnen toebrengen, uE: mogte worden aangeschreeven, om zonder eene „ge verdere reserve, duijdelijk optegeeven, waar in bestaat, het geen UE: niet alleen meer, maar zelfs veel meer ten zijnen laste vermeend te hebben, zonder zig daar van te laaten wederhouden door eenige Consideratien, hoe genaamt. wij heb „ben derhalven beslooten uE: te gelasten, zoo als geschied door deezen, om overeenkomstig 't voorsz verzoek van den E: van Angelbeek, duijdelijk en 1251 en zonder eenige verdere reserve, aan ons opte„ geeven al het geen uE: ten laste van hem van An„ „gelbeek meend ter hebben, en zullen we tot zoo lange uitstellen de dispositie, op uE: daar bij ge„ „daan verzoek, om uE: door gem: E: van Angel„ „beek, op eene publieke weijze, bij Comp:s papieren zodanig eene repareerende eere te doen erlangen, als in zulk een geval voor het publiek, waar voor uE: zig agt verkleijnd te weezen, zal nodig weezen. §4. Op uE: gedaane vordering bij het geheim rapport, dat de E: van Angelbeek zig zal dienen te verklaaren, waarom zijn E: voor een Commissie uit den Gaalschen raad bedankte, en daar en teegen eene andere van kolombo verzogt heeft, heeft gem. E. van Angelbeek verklaard, deeze reden reeds te hebben op gegeeven bij zijn brief van den 19. April, aan uE: geschreeven, waar bij met zoo veel woorden staat: Hier boven heb ik reeds de eere gehad uw E: E: agtb: uit mijn naam en die van de hoofden, om eene kommissie van kolombo te verzoeken, welk verzoek ik bij deeze nadere herhaale, en bedanke uwE: E: Agtb: dus heel zeer voor de reeds benoemde Commissie aldaar, te meer, zoo enkeld eene opneeming der klagten van de C tia Kaelt Sekeets Resolutien. No. 5 de muijtelingen moet geschieden, hier toe de tweede pakhuijsmeester den E: de Moor, met den Com„ „man dant Bijer; voldoende zijn, welke bij de alhier bij de ingezeetenen bekend, en voor zoo voire ik bewust ben, ook gezien en geacht zijn. Het is egter niet alleenig eene opneeming der klagten, die ik en mijne hoofden verzoe„ „ke, maar wel inzonderheid een scherp onder„ „zoek van deeze klagten, en na onzer gedrag„ als ook na hun die de eerste oorzaak van deeze muijterij zijn. en heeft gem: E: van Angelbeek daar bij nog ver „klaard, dat hij uit uwen brief van 's daags te vooren niet anders heeft kunnen zien, dan dat het daar bij in zijn optie gesteld is, of hij deeze Commissie nodig of niet nodig agtede, en dat hij mids dien niet zien kan, dat hij door het bedan„ „ken voor de Commissie, uE: in eenig op zigt zoude hebben beleedigd; met betuijging teffens dat zijn verzoek, dat 'er eene Commissie van ons mogte worden verzogt, met geen ander oogmerk is ge¬ „schied, dan om dat hij in gemoede dagte, dat zulck een Commissie in deeze geleegentheid van veel nut zoude zijn. UE: moet ons derhalven na, „der berigten, waar in na uwen in zien eijgent„ „lijk bestaat te beleediging, waar van uE: nopens dit 1252 dit onderwerp zegt, dat 't aanzien en de eere van de Gaalsche regeering eene billijke herstelling vorderd. § 5: Ook moet uE: zig nader expliceeren, waar in eij„ „gentlijk bestaat de minagting, waar meede de E: van Angelbeek de gecommitteerden van schu„ „ler en de vos te Mature heeft ontvangen, en hoo daar uit volgd het bewijs, dat uE. daar uit bij uE: geheim rapport trekt, hoe ongaarne zijn E: deeze Commissie zag opdaagen. §: 6. Op uE: bezwaarnis over het weijnig verslag of narigt dat de E: van Angelbeek uE: van de gesteldheid der dessavonij had gegeeven, en dat uE: nade komst van de E:s Fretz en Samlant„ genoegzaam geheel buijten alle onderrigting bleef, hebben we ten verzoeke van gem: E: van Angel„ „beek laaten nazien, de van Gale ontvangene Copijen, vande gewisselde brieven tusschen uE: en den zelven en is ons daar bij gebleeken, dat gem: E: van Angel„ „beek aan uE: geschreeven heeft, om uE: van tijd tot tijd nopens den toestand der zaake te onderrigten, den 18, 19, 20, 21, 25, 26, 29, en 30. April 6. 9, 10, 12, 15, 25. en twee van den 29. Meij, 9, 13, 14, 15, en 18, Junij en ons zijn geene redenen bekend, die de E:s fretz en Samlant zouden hebben kunnen of behooren te belet¬ „ten 6. 1: 10 No. 5 Resolutien. ƒ 8 pens

NL-HaNA_1.04.02_3883_0268 view scan ↗

English

to proceed communicatively with you, and this would undoubtedly also have occurred had anything presented itself to Their Honours wherein this, in their view, could have been of service. 57. If the reports that the Honourable van Angelbeek has provided to you from time to time were not satisfactory, you would, in our view, have done just as well to ask His Honour himself for further clarification, rather than using for that purpose a man of such a stamp as the Moor Segoe, who is said to be a slave boy whose master is an inhabitant of Mature, without giving any notice thereof to the Honourable van Angelbeek, who consequently could not know with what motives, or to what ends, this man was roaming around in his Dessavony. The first undersigned Governor has already informed you by a separate letter of 17 May that the sending of the aforementioned Segoe up hither to Colombo took place on his express order. That the Honourable van Angelbeek gave you no notice thereof is certainly improper, and His Honour, having been questioned about this, declared that this arose solely through an inadvertence at a time when he was overwhelmed with business, and that in a letter written on 20 May he has since excused himself to you regarding this in the most decorous manner and requested that you be pleased to accept this excuse of his. 58. Concerning what appears in your secret report regarding the titular Mohandiram of the Belligamkorle, the Honourable van Angelbeek has undertaken to explain himself further in writing, with this provisional declaration, however: that His Honour, as he informed you and the council in his letter written on 30 April, had caused him to be arrested because, without need or necessity, and without prior knowledge and obtained permission, he had left the Mature Dessavony and, according to his own confession, had gone to Gale; just as the Dessaves of Mature, like all other regents, are entitled to do according to the standing orders, including among others the placard of 20 October 1758, whenever the headmen subordinate to them behave in such a rebellious manner, without it being customary to give notice thereof. Section 9. As regards the ola which you state was sent by a very ill-disposed person to the discontented, and regarding which you remark that it served in no small measure to increase the slight of which you complain, one would first need to know who that ill-disposed person is by whom it was sent to the discontented before anyone can be held to account for it. Section 10. It is, furthermore, difficult to comprehend how you can take offense at the fact that the first undersigned Governor summoned the Mohandiram of his gamekeepers to his residence. Section 11. It is unknown to us whence have arisen the suspicious sentiments that you display in several paragraphs of your secret report, especially where you compare yourself to someone who, lying under the gravest suspicions and pondering how to bring the purity of his conduct to light, is surprised by the agreeable news that he is recognized as innocent and that his innocence has been proven to the whole world. We do not recall ever having treated you with anything other than fitting trust; if you nevertheless believe you have reasons to complain about us in that regard, you may, if you see fit, explain yourself further directly on that matter. Section 12. It is easy to conceive that the Commissioners Fretz and Samlant needed some time to put such voluminous papers as they had to deliver to you into proper order; that in the meantime some papers were sent to you for perusal, you yourself state in your aforementioned secret letter of 31 July; nevertheless, concerning this and several other points of grievance appearing in your secret report against our aforementioned commissioners, we have requested and received from them the report that accompanies this in copy. Section 13. You were not bound by any instructions, but held full power from us for the settlement of the Mature troubles, and the instructions of the commissioners could only be relevant if you had found something in their actions that made it necessary to ask them about their mandate. This consideration probably caused the commissioners to think that delivering their instructions was not included under the mandate given to them to provide you with all such information regarding their proceedings as you should request from them for a complete assessment of the state of affairs. However, to satisfy your desire, a copy of these instructions is enclosed herewith, and we further declare for your reassurance by this that we gave no specific order to the aforementioned commissioners regarding the granting or withholding of the reading of these instructions. 514.

Dutch transcription

„ten om met uE: Communicatief te werk te gaan, en dit zoude ook ongetwijffeld zijn geschied, indien hun Ed=s iets waare voorgekoomen, waar in dit naar hun inzien van dienst hadde kunnen zijn. 57. Jndien de berigten, die de E: van Angelbeek van tijd tot tijd aan UE: gedaan heeft, niet voldeeden, zoude uE: naak ons inzien, al zoo wel gedaan hebben van zijn E: zelve nadere opheldering te vraagen, dan om daar toe te gebruijken een Man van zulk een stempel, als is de Moor segoe, die naar gezegt word„ een slaeve Jonge is, waar van de lijfheer is een in„ woonder te Mature, zonder daar van eenige kennis te geeven aanden E: van Angelbeek, die mits dien niet konde weeten, met welke oogmerken, of tot wat eindens, deze Man in zijn Dessavonie rondswerf. De eerst ondergeteekende Gouverneur heeft uuE- reed bij apparte brief van den 17. Meij bedeeld, dat het ^enden op zieeder na kolombo van gem: segoe, is geschied op deszelfs expresse last. Dat de E: van Angel„ „beek aan uE: daar van geen kennis gegeven heeft, is zekerlijk qualijk, en heeft zijn E: hier over gevraagt zijnde verklaard, dit alleen te zijn voortgekoomen bij inadvertentie, in een tijd dat hij overkropt was van bezigheeden, en dat hij zig bij een brief geschreeven den 20. Mij, zedert derwegens bij UE: op de welvoeglijkste wijze heeft 1253 heeft verschoond, en verzogt dat uE: in deeze zijne verschooning wilde genoegen neemen. 5. 8. Nopens het geen bij uE: geheim Rapport voorkomt, betrekkelijk den titulair Mohandiram van de Bel, „ligamkorle, heeft de E: van Angelbeek aangenoo„ „men zig nader schriftelijk te verklaaren, met dee„ „ze voorloopige betuiging egter, dat zijn E: hem, zoo als hij dat bij zijn brief, den 30. April aan UE. enden raad geschreeven, heeft bedeeld, hadde doen arresteeren, wijl hij buijten nood en noodzakelijk„ „heid, zonder voorkennis en erlangd verlof, de Ma„ „teresche Dessavonij verlaaten, en volgens zijne eijge bekentenis, zig na gale begeeven hadde, zoo als de dessaves van Mature, gelijk alle an„ „dere regenten „ geregtigd zijn volgens de leggende order, gelijk onder anderen het plakaat van den 20. 8ber: 1758. , Wanneer de aan hun onderge„ „schikte hoofden, zig dus weder hoorig gedraagen, zonder dat 't gebruijkelijk is daar van kennis §. 9. Wat aangaat de ola, die uE: zegt door eenen zeer quaad gezinden, aan misnoegden gezonden te zijn, en waar over UE: aanmerkt, dat ze niet weijnig gestrekt heeft om de verkleijning, waar men eerst dienen te over uE: klaagt te vermeerderen, zoude weeten, wie die kwalijk-gezinde is, door wien dezelve aan ,en ien hun hun ude heb zegt word 1 it ien nis in¬ een reed het d hier en Mij, kstewijke 20 te geeven. 10. 41 No 5 solutien. aan de misnoegden gezonden is, voor dat men daar over iemand aanspreeken kan. §. 10: Het is voorts niet wel te begrijpen, hoe uE: zig aan„ „trekken kan, dat de eerst ondergeteekende gouver„ „neur den Mohandiram van deszelfs wild schut„ „ters aan deszelfs porta heeft ontboden. §. 11. Met is ons niet bekend, Waar uit zijn ontstaan de mistrouwende gevoelens, die uE in verschijde paragraphen van uE: geheim Rapport vertoond, specialijk, daar uE: zig zelven vergelijkt bij iemand, die onder de swaarste verdenkingen leg„ „gende, en daar op pijnsende om de suiverheid van zijn gedrag, aan het dag ligt tebrengen, over„ „rast word; door de aangenaame tijding, dat men hem voor onschuldig kend, en zijne onschuld aan de geheele waareld is gebleeken. Wij herinneren ons niet, dat we uE: niet steeds met een gepast vertrouwen zouden hebben behandeld; zoo uE nog„ „tans mogte vermeenen, redenen te hebben om zig in dat stuk over ons te beklaagen; kan uE: zig daar over, des goedvindende, regtstreks nader ver„ „klaaren. § 12. Wet is ligt te bedenken, dat de P=s fretzen sam„ „lant eenige tijd nodig gehad hebben, om zulke volumnieuse papieren, als ze aan UE: moesten overgeeven, in behoorlijke order te brengen, dat in„ „tusschen 1254 „tusschen aan UE: eenige papieren: ter lectura ge„ „zonden zijn, zegd uE: zelve bij uwen voorsz: secree„ „ten brief van den 31. Julij, niet te min hebben we hier over, en over eenige andere bezwaar poincten, die bij uE: geheim Raport voorkoomen, teegen voorsz: onze gecommitteerden, van hun gevraagd en bekoo„ „men het berigt, dat in Copia hier nevens gaat. § 13. UE: Was aan geen Instructie gebonden, maar had van ons een plein pouvoir, tot de afdoening van de Matureesche onlusten, en de instructie van kom„ „missarissen konde alleen te pas koomen, wanneer UE: iets in denzelver verrigtingen had gevonden, dat het konde noodig maken om hun na der zel„ „ver last te vraagen, Deeze Consideratie heeft waar„ „schijnlijk de Commissarissen doen denken, dat 't overgeeven van hunne instructie niet was begreepen onder de aan hun gegeevene Last, om aan UE: no„ „pens hunne verrigtingen alle sodanige onderrig„ „ting te geeven, als uE: ter volkoomene beoordeling van den staat der zaake, van hun zoude ver„ „zoeken. om egter aan uE: verlangen te voldoen, gaat hier nevens een Copij van deze Jnstructie, en we verklaaren voorts tot deE: gerustheid door deezen, dat Wij omtrend het geeven of niet gee„ ven van lecture van deeze Instructie, aan voorsz: Commissarissen niets in't bij zonder hebben gelast. 514. No. 5 1d 1 Resolutien.

NL-HaNA_1.04.02_3883_0272 view scan ↗

English

Section 14. Statements by the assembled crowd that they would not quiet down until the Honorable Dissave van Angelbeek was removed from Mature have nowhere appeared to us to have been made in such a manner that one can reasonably attribute them to the general body of the people. Section 15. We have also resolved to ask you for further clarification regarding the difficulties that prevented you from naming to us in the said secret Report the spy who brought you the intelligence contained in account No. 1 appended to your secret Report, and what it means that you did not name him to us in order not to expose him to any danger; that is, what dangers you foresaw for this man should it become known to us that he had brought this intelligence from Kandia. Section 16. You state in the secret Report that the discontent of the inhabitants arose from accumulated mistreatment and extortion suffered over many years past, from new burdens imposed that are not in accordance with the caste, birth, and obligations of the inhabitants, without the addition of new rewards; while on the contrary, old rewards were taken away. Section 17. It is extremely difficult to provide adequately against the mistreatment and extortion of the inhabitants by the native chiefs, both high and low, and we have no doubt that this evil, in the Mature district as well as elsewhere, has not yet been entirely eradicated. We trust, however, that this will have been countered as far as possible, and insofar as it has not been possible to prevent it as completely as might be wished, it seems this must be attributed to the cleverness of these native chiefs in doing these things in such a way that it is not only very difficult, but usually entirely impossible, to convict them of it. That this must continuously be prevented by all possible means goes without saying. Section 18. The circumstances of the times frequently require various new arrangements that cannot be avoided; thus, for example, about 20 years ago the transport of cinnamon had to be imposed upon the Chalia people, because due to the scarcity of cinnamon there was otherwise not enough time left for peeling; however, the people are paid for this special service. Also, for the plantations that were carried out on account of the Company in the Dessavony of Mature, the inhabitants employed for that purpose were provided with maintenance allowances of paddy and money about five years ago; but because the work did not justify the expense, the principal chiefs themselves pointed this out, and therefore that distribution was discontinued; however, for some time now, maintenance allowances of two parras of paddy per month have again been provided to the plantation workers. Other new obligations that may have been imposed on the inhabitants are unknown to us, just as it is also unknown to us that any old rewards have been taken away from the inhabitants, unless this might refer to some adjustments in the accommodations made about 20 years ago by the Honorable Senior Merchant Burnat when he was Dissave of Mature, by virtue of standing orders which command that one must seek to grant accommodations as much as possible from those regions that are most remote, and from which it is proportionately difficult for the Company to collect the dues deriving therefrom. If, however, you should be aware of any new obligations under which the natives have been placed from which they ought to be released, or also that any rewards to which they are entitled are being withheld from them, we shall receive your indications in that regard with much pleasure. Section 19. That the chiefs in the Mature Dessavony have made use of the opportunity of the revolt of the inhabitants to release themselves from the engagements they had taken upon themselves is very credible; but that the complaining of the people that they had to work so excessively therein has been greatly exaggerated can already be judged from the fact alone that, in general, these engagements have been fulfilled either not at all, or only very defectively, which will become clearer when one examines all the plantations made, item by item, and sees what has been accomplished during 4 or 5 years; if one now considers the great multitude of people over whom this work was distributed, one readily sees how greatly these complaints have been exaggerated, in view of the truth that the inhabitants of the Mature Dessavony do not have such great reasons as they claim.

Dutch transcription

§ 14. Verklaaringen van de te samen gerotte menigte, dat ze niet eerder zouden tot rust komen, dan na dat den E: Dessave van Angelbeek van Mature zoude zijn verwijdert, zijn ons nergens voorgekomen te zijn gedaan, op eene wijze dat men die met ge„ „noegzaame grond kan stellen op reekening van het gros van het volk. §: 15. Ook hebben we beslooten om van UE: nadere ophel„ „dering te vraegen, over de swarigheden, die UE: heb„ „ben wederhouden om den spion, die uE: de berigten, bij het agter uE: geheim Rapport gevoegd relaas N:o 1:, heeft toegebragt, bij gem: geheim Rapport aan ons tenoemen, en wat 't zeggen zal, dat uE: hem aan ons niet genoemd heeft, om hem niet bloot te stellen aan eenig gevaar, dat is, wat gevaaren uE= er voor deezen Man in voorzag, indien het bij ons bekend wierde dat hij deeze berigten uit kandia gebragt 5. 16. ub: zegt bij het geheim Rapport, dat 't misnoegen der ingezeetenen is ontstaan, door zedert veele jaaren herwaats ondergaane en opgestapelde mishandelingen en knevelarijen, door opgelegde, en niet met de Casta of geboorte en verpligting der ingezeetene overeenstemmende nieuwe lasten zonder toevoeging van nieuwe belooningen; ter„ „wijl in tegendeel de oude belooningen afgenoomen wierden S. 17. 2 had. 1255 §. 17. Tegens mishandelingen en knevelarijen der inge„ „zeetenen door de inlandsche hoofden, zoo groote als mindere is het ten hoogsten moeijelijk op een toe„ „rijkende wijze te voorzien, en we twijffelen geenzins dat dit kwaad, zoo wel in het matureesche als elders, nog niet geheel is uitgevoerd we vertrouwen nog„ „tans dat dit na mogelijkheid zal zijn tegenge„ „gaan, en voor zoo verre men dat niet zoo volkoomen als wel te wenschen waare, heeft kunnen voor koo„ „men, scheijnd men dit te moeten stellen op deeke„ ning van de behendigheid deezer inlandsche hoof„ „den, om deeze dingen te doen op eene wijze, dat het niet alleen zeer moeijelijk, maar zelfs door„ „gaans geheel niet doendelijk is, hun daar van te overtuigen Dat dit bij voortduuring door alle mogelijke middelen moet worden belet, spreekt van Zelven. §: 18. De omstandigheeden van tijden vorderen, dik„ „wils deeze of geene nieuwe inrigtingen, dit niet te ontwijken zijn; zoo heeft men bij voorbeeld het afdraagen van de kanneel, omtrend 20. Jaaren geleeden, de korls volkeren moeten opleg„ gen; wijl er door de schaarsheid van de kan„ „neel, anderzints geen tijd genoeg overschoot tot 't schillen, dog voor deeze bezondere dienst word 't volk betaald ook zijn voor de aanplantin„ „gen 9 dat dat oude a 2 he te 16 9 agt end voor an gen de pligting uwe lasten ter„ wierden 10. 41 Lt ƒ Resolutien. No. 5 „gen, die voor reekening van de Compagnie zijn gedaan, in de Dessavonij van Mature, aan de ingezeetenen, die daar toe zijn g'emploijeerd, voor omtrend vijf jaaren, maintementos van nelij en geld verstrekt; dog wijl 't werk aan de onkosten niet voldeed, hebben de principaale hoofden dit selfs vertoond, en is daarom die verstrekking niet meer gedaan; dog zedert nu eenigen tijd zijn weder maintementos van twee parias Nelij 'smaands, aande plantagie wer„ „kers verstrekt Andere nieuwe verpligtingen, die de ingezeetenen zouden zijn opgelegd, zijn ons onbekend, zoo als ook ons onbekend is, dat aan de ingezeetenen eenige oude belooningen zouden zijn afgenoomen, ten zij dit mogte zien op eenige verschikkingen in de akkomodesans, nu voor omtrend 20. Jaaren gedaan, door den E: opperkoopman Burnat, ten tijde hij des„ „save van Mature geweest is, uit hoofde van de leggende orders, die beveelen, dat men zo veel mogelijk, de akomodesans moet zoeken te gee„ „ven uit zulkn streeken, die 't meest afgelee„ „gen zijn, en waar van 't de Comp: na mate va„ dien moeijelijk is, om de geregtigheid die erva„ inkomt, te doen afhaalen, zoo uE: nogtans eenige nieuwe 1256 nieuwe verpligtingen, waar onder de Jnlan„ „dere gebragt zijn mogte bekent weezen, waar van ze zouden dienen te worden ontslaagen, of ook dat hun eenige belooningen, waar toe ze gewettigd zijn, worden onthouden, zullen we uE: aanwijzingen: daar omtrend met veel wel gevallen ontvangen. § 19. Dat de hoofden in de Matureesche Dessavonij van de geleegendheid vanden opstand der in„ „gezeetenen gebruijk gemaakt hebben, om zig van de verbintenissen die ze op zig genoomen hadden te ontslaan, is zeer geloofbaar; dog dat 't klagen van het volk, dat ze daar in zoo buijten matig hebben moeten werken, zeer vergrootend is opgegeeven, is reets daar uit alleen te beoordeelen, dat over het alge„ meen of geheel: niet, of niet dan zeer gebrekkig aan dee„ „ze verbintenissen is voldaen, het geen nader zal blij„ „ken, als men alle de gedaane aanplantingen van stuk: tot stuk na gaat, en ziet wat 'er geduurende 4 of 5. Jaaren verrigt is; Als men nu daar bij be„ „denkt de groote meenigte van menschen, waar over dit werk heeft gerouleerd, ziet men ligt, hoe zeer deeze klagten zijn geëxagereerd, om van de waar„ „heid, dat de ingezeetenen van de Materesche Des„ „savonij geen: zoo groote redenen hebben, als ze voorgee„ „ven e ezijn de van aade aale die tnu e a a twee wer„ ingen, di ions da n ans, des„ van zo veel te geen afgelee„ mate van.. ervan eenige e e ƒ 2 den op ouden aan a v 1 No. 5 Resolutien.

NL-HaNA_1.04.02_3883_0276 view scan ↗

English

give, to complain about the labor they performed for the native chiefs who had bound themselves to certain plantations; and also to be able to see what measures are necessary for the future toward the further promotion of this work, we have resolved to order you, as is done hereby, to have a special survey made of all these plantations established by the chiefs in the Dessavony of Matara, as soon as circumstances shall allow. In which investigation it will also be most convenient to examine the validity of the inhabitants' complaints that their own lands and gardens have come to suffer on account of these plantations. § 20. Regarding the complaint of the discontented, cited by you in your secret report, that in the garden of Happoegamme four hundred seventy persons had to labor while receiving only a single parra of nelij a month, the Honorable van Angelbeek has testified that no more than 30 people of the gajanayaka have ever worked in this garden; and because this is a specific case that can be quickly investigated, you must have this inquiry conducted promptly, and thereby have the bookkeeper Frankena, who made the disbursements, prove how much nelij he distributed to each man monthly. § 21. In the investigation currently at hand, the validity or invalidity of the complaints that the overseers of the gardens had applied themselves to having the fences broken down in order to have an opportunity to seize the cattle of the inhabitants will also likely become clearer. The Honorable van Angelbeek has declared regarding these complaints that he cannot recall that any complaints were ever brought to him concerning such malicious conduct of the overseers of the gardens; that he tried as much as possible to accommodate the public regarding the seizure of the animals; that it would certainly be very hazardous to attempt to provide an exact list of all animals seized in the plantations and brought up to Mature, nor of which inhabitants paid any fine for the seizure of their animals in the plantations, as it is hardly possible that one can recall such petty settlements among thousands of matters of greater importance. That he believes, however, that it is estimated very high if he assumes that there are ten persons who paid a small fine of two or more schellingen, according to the means of the owners, for their seized animals, which fine was divided among those who had seized the beasts, whereas on the contrary there are perhaps a hundred who received their animals back without paying any fine; that this fine was taken only in such cases where it appeared that the owners, out of malice, would not look after their animals, and to whom their seized animals had repeatedly already been returned without any fine; that such animals for which, after the lapse of several days, no owners came to Mature, were handed over according to ancient custom to the usual cattle herders, so that when the owners subsequently appeared, they could also be returned to them, as has always occurred as soon as the owners made themselves known. We therefore order you, following these statements of the Honorable van Angelbeek, to have a further investigation conducted with all accuracy, so that it may be known what the merits of these complaints are, and so that better provisions may also be made against it in the future. § 22. Regarding what appears in your secret report that several such animals were still pointed out, either in the garden at Talarme belonging to the former Dessave van Angelbeek and the free merchant Franchell, or in an oil mill of the latter close to Mature, the Honorable van Angelbeek, being questioned on this matter, answered that nothing of this is known to him; that Franchell alone held the management of the garden at Talarme, and that he requests that a further statement under oath be demanded from Tranchell on this point. You must consequently send orders to Mature that a statement under oath must be required from the free merchant Tranchell as to whether he ever received any cattle from the Dessave van Angelbeek, or by his order, whether for the service of the garden Tallarme, his oil mill, or whatever else it might be, and that he must specifically state therein

Dutch transcription

„ven, om zig te beklaagen over den arbeijd, die ze ge„ „daan hebben voor de inlandsche hoofden, die zig tot eenige aanplantingen hadden verbonden; en om tevens te kunnen zien, wat maatregelen er voor den aanstaande nodig zijn, ter verdere bevordering van dit werk, hebben we beslooten uE: te gelasten, gelijk geschied bij deesen, om een speciale opneem van alle deeze door de hoofden gedaane aanplantingen in de Materesche Dessa„ „vonij, te laaten doen, zoo dra de omstandigheeden het zullen kunnen gehengen. Bij welk onderzoek ook bekwaamelijkst zal zijn na te gaan, de ge„ „grondheid van der ingezeetenen klagten, dat hun„ „ne eijge landerijen en tuijnen bij deze aanplan„ „tingen zijn komen te loijden. §20. op de door uE: bij deszelfs geheim Rapport aange„ „haalde klagte van de misnoegden, dat in de tuijn van Happoegamme vier honderd zeventig koppen, onder 't genot slegts van een enkelde parraneli smaands, hebben moeten arbeijden, heeft de E: van Angelbeek betuijgd, dat in deeze tuijn nooijt meer dan 30. luijden van den gajenaijke gewerkt hebben, en wijl dit een speciaal geval is, dat spoe„ „dig kan worden onderzogt, moet uE: dit onder„ „zoek ten eersten laaten doen, en daar bij door den 82 1257 den boekhouder Frankena, die de verstrekking gedaan heeft, laeten bewijzen, hoe veel nelij hij aan een elk Man maandelijks heeft verstrekt. §21. Bij het onderzoek dat 'tans onderhanden is, zal waarschijnlijk ook nader blijken de gegrondheid of ongegrondheid der klagten, dat de opzigters der tuijnen zig daar op zouden hebben toegelegd, om de hijningen telaaten stukken breeken, ten eijnde daar door geleegentheid te hebben, om de koebeesten der ingezeetenen te kunnen opvatten. DE: van An„ „gelbeek heeft omtrend deeze klagten verklaard; dat hij zig niet weet te herinneren dat er immer of ooit bij hem, omtrend een zulk boosaardig ge„ „drag der opzigters van de tuijnen, eenige klagten zijn ingebragt; Dat hij zoo veel mogelijk, 't alge„ „meen in't opvatten der beesten heeft zoeken tege„ moet te koomen; Dat 't zeeker zeer gehasardeerd zoude zijn, om eene Juiste opgave van alle beesten, die in de plantagies opgevat, en na Mature opge„ „bragt zijn, te willen doen, nog ook welke der in„ „woonderen, voor 't opvatten van hunne beesten in de plantagien, eenige boete betaald hebben, also het niet wel mogelijk is, dat men zig dier„ „gelijke kleine afdoeningen van zaaken, onder duizenden C. h. D. e1 Leh C. . Resolutien. N 5 duizenden van meer belang alle te binnen kan bren„ „gen. Dat hij intusschen gelooft, dat 't zeer hoog geree„ „kend is, zoo hij aanneemt dat er tien perzoonen zijn, die eene klijne geld boete van twee en meer schellingen, na maate van 't vermoogen der eijg „naats, voor hunne opgevatte beesten hebben be„ „taald, en welke boete onder hen, die de beesten op gevat hadden, verdeeld wierd, terwijl daar en teigen misschien honderd zullen zijn, die hunne beesten, zonder eenige boete te betaalen, weder terug bekoomen hebben; dat deze boete alleenig genoome is in zulke gevallen, waar bij het bleek, dat de eijgenaars dit kwaadaardigheid op hunne beest„ niet wilden passen, en aan dewelke te meermaa„ len reeds hunne opgevatte beesten, zonder eenige boete waaren terug gegeeven; Dat zulke beesten, waar van, na verloop van eenige daagen, geene eijgenaars op Mature gekoomen. zijn, na ouder gewoonte zijn over gegeeven aan de gewoone voe„ „hoeders, ten einde wanneer de eijgenaars nader„ „ hand opdaagden, ook die aan hun te doen terug geeven, zoo als steeds is geschied, zoo dra de eijgen „naars zig hebben bekent gemaakt. We gelasten uE: derhalven, om na deeze betuijgingen van de E: van Angelbeek, met alle naukeurigheid nader onderzoek 1258 onderzoek telaaten doen, op dat men magweeten wat van de gegrondheid dezer klagten zij, en men ook daar teegen in den aanstaande te beter ka„ voorzien. § 22. Omtrend het geen bij uE: geheim Rapport voor„ „komt, dat er nog verscheijde zulke beesten aan„ „getoond zijn, of in de aan den gew: Dessave van Angelbeek en den vrij koopman Franchell toe„ „behoorende tuijn, te Talarme, of in een olie moole van den laatsten, digte bij Mature, heeft de E: van Angelbeek, hier nagevraagd zijnde, geant„ „woord, dat hem hier van niets bekent is; dat Jran„ „Chele de directie over de tuijn te Talarme alleen heeft gevoerd, en dat hij verzoekt, dat van Tran„ „chell op dit stuk, een nadere verklaaring onder eede mag worden afgevraagd. UE: moet mits dien, na Mature orders zenden, dat vanden vrij koopman Tranchell moet gevraagd worden een verklaering onder eede, of hij immier van den Dessave van Angelbeek, of door desselfs bestel„ „ling, eenige koebeesten ontvangen heeft, het zij ten dienste van de tuijn Tallarme, zijne olie moole, of wat anders het ook zoude moogen zijn, en dat hij daar bij speciaal zal moeten opgeeven„ . 2: 10. e1 Cat c. Rasolutien. No. 5

NL-HaNA_1.04.02_3883_0280 view scan ↗

English

1. How he came into possession of the cattle that were found in the aforesaid garden or in the oil mill, and which, according to your secret report, have been returned to the owners. 2. For what reason he appealed to the testimony of the former Dessave van Angelbeek, claiming that the latter would know that he had properly paid for the aforesaid cattle, or had obtained them in a proper manner, as far as he personally is concerned; whereas the Honorable van Angelbeek declares never to have interfered with helping him in any way to obtain cattle, other than giving him, just as to all other inhabitants who have requested it, permission to purchase some beasts in the country for his business. Paragraph 23. That the regulation allocates 2 ammanams to the lascoreens, whereas it gives only 12 ammanams to a Mudaliyar, has no proportion and is a visible error. If one wished to comply with it, few of the Company's rights would remain. This has been seen throughout all times; yet, rather than making a change in fixed arrangements known to the people, one has always tried to arrange things as well as possible with the accommodations of the lascoreens. One will nevertheless have to grant that now to the lascoreens in the Matara district, in order not to deviate from what has been promised to them, unless one can find another means in its place. Paragraph 24. We have already noted above in Paragraph 18 that the reallocations concerning the accommodation lands took place about 20 years ago now, and it will appear from the investigation instituted into the matter whether the interested parties, who according to your secret report have complained that many maintenance lands, which through their care and effort had been cultivated and were more fertile than others, have for some time been taken from them and withdrawn and leased out for the Honorable Company, were truly wronged thereby. But because, however this may be, one can already foresee in advance that it will be exceedingly difficult to make changes therein again, we have resolved to ask your considerations, as we do hereby, whether it could not be viable to allocate, for example, four parras of paddy for each month that they are employed by the Company according to their obligation, to each of those who declare that they are not satisfied with the accommodation that they currently possess, in lieu thereof, and that in return the accommodations with which they are not satisfied be withdrawn for the Company, whereby many difficulties would be prevented, besides the fact that it will also, most likely, yield a much better account for the Company, and why it would even be very good if one could introduce such an arrangement generally throughout the entire Matara Dessavony. Paragraph 25. To what extent the complaints of the inhabitants—that they were employed by the headmen entirely improperly, beyond their obligation, to cultivate the Company's fields—are grounded, will further appear from the investigation. In the meantime, you must serve us with your considerations as to whether, in order to prevent all reasons for complaining about this in the future, it would not be viable that henceforth only the obligatory goy-naimdes be used for cultivating the Company's lands, on the same footing as they are obligated of old and have hitherto always done, and that furthermore no others be used for this work than those who are inclined to do so of their own free will and as one can best come to an agreement with them. That consequently, in so far as the aforesaid goy-naimdes alone are not sufficient to cultivate the Company's fields, the native headmen who are charged with the care thereof will have to come to an agreement concerning the remaining fields with the inhabitants who are inclined to do so, as best they can, in the same and identical manner as is customary among private individuals who have some lands that they have cultivated by others. Paragraph 26. The vidaans and the mayorals are nowhere better endowed than in the Matara Dessavony; yet because they are nevertheless not satisfied, and likely will not be satisfied whatever reasonable arrangements one might wish to introduce, we have resolved, because it will also likely yield a better account for the Company, to ask your considerations, as is done hereby, whether, in order to cut off these complaints once and for all, it would not be better to exempt the vidaans and mayorals throughout the entire Matara Dessavony for the future from supplying pehindoes and adookoes, and that in return the hwandirams that they enjoy be withdrawn for the Company to be leased out, whether separately or under the usual leases, and that in return all servants who travel in the Company's service and to whom adookoes and pehindoes have hitherto been provided according to the custom of the country, be paid the amount thereof in money. Paragraph 27. Although, on account of the necessity that gave occasion thereto, we approve that you have given preference to the Sinhalese in leasing the paddy duty over the Moors, we have nevertheless, since it is likely

Dutch transcription

1. Hoe hij gekoomen is aan de koebeesten, die inde voorsz: tuijn off in de olie moole gevonden zijn, en die volgens uE: geheim rapport, aan de eijge„ „naars zijn terug gegeeven. 2. Om wat reden hij zig op het getuijgenis van den geweezen Dessave van Angelbeek beroepen heeft, dat deeze zoude weeten, dat hij de voorsz: koe„ „beesten behoorlijk hadde betaald, of daar aan op eene betamelijke wijze, zoo verre hem person „neel aangaat, gekoomen was; wijl de E: van Angelbeek betuijd, zig nimmer te hebben de„ „moeijd, met hem op eenigerhande wijze aan koebeesten te helpen, dan niet aan hem ge„ „lijk aan alle andere ingezeetenen die daarom verzogt hebben, verlof te geeven, om eenige bee„ „ten in't land te moogen inkoopen, tot zijn bedrijf„ §23. Dat 't reglement de laskorijn 2. amm:s toe„ „legt, daar 't aan een Modliaar maar 12. amm=s geeft, heeft geen proportie, en is een zigtbaar abuijs, al duijs zoo men daar aan wilde voldoen, zoud er wijnige van sComp: geregtigheeden Overschie„ „ten. Men heeft dit door alle tijden heen gezien„ dog, liever dan verandering te maken in een vast gestelde schikkingen, bij het volk bekent, heeft men het met de akkomodessans der las Corijns 1259 lascorijns steeds zoo goed mogelijk zien te schikken men zal dat noctans aan de lasko„ „rijns in het Matureese nu moeten toestaan, om niet aftewijken van het geen aan dezelve is toegezegt, ten zij men een ander middel kan in vinden ###de plaats. § 24. Ws hebben hier vooren § 18: reeds aangemelrket, dat de verschikkingen omtrend de akkomoden „sans landen, voor nu omtrend 20. Jaaren is ge„ „schied, en het zal bij het onderzoek daer over aangesteld blijken, of de geinteresseerdens, die volgens uE: geheim Rapport, zig bezwaard hebben, dat veele onderhouds landen, die door hunne sorge en moeijte waaren gekultis„ veerd geworden, en meerder vrugtbaar waaren daen anderen, hun zedert eenigen tijd zouden zijn afgenomen, en voor de E: Comp:s inge„ „trokken en verpagt geworden, werkelijk daar door zijn verongelijkt, dan wijl, hoe dit ook mogte zijn, men reeds voor af kan voorzien, dat 't ten hoogsten moeijelijk zijn zal daar in wederom verandering te maaken, hebben we beslooten uE: Consideratien te vraagen, gelijk 1: 10. 11 No. 5 lt 1. Resolutien. 9 eijge„ te den gelijk we doen. door deezen, of 't niet zoude kun„ „nen aangaan, om aan een elk der geenen, die ver„ „klaaren niet te vreeden te zijn met 't akkomod „san, dat ze tans bezitten, insteede van dien toet „leggen bij voorbeeld vier parras nelij voor elke maand, dat zo volgens hunne verpligting bij de Comp:e worden geemploijeerd, en dat daar en teegen de akkomodessans, waarmeede ze niet te vreeden zijn, voor de Compe: worden ingetrokken, waar d veele moeijelijkheeden zoude worden voorkomen, behalven, dat 't ook naastdenkelijk, veel beetere reek: voor de Compenie geeven zal, en waarom het zelfs zeer goed waare, zoo men een zulke schikking door de geheele Matureesche Dessa„ „vonij generaal konde invoeren„ § 25. Jn hoe verre de klagten der ingezeetenen, dat ze door de hoofden gants oneijgen, boven hunne verpligting, tot 't bearbeijden van sComp:s velden zijn geëmploijeerd, gegrond zijn, zal bij 't onder„ „zoek nader blijken jntusschen moet uE: ons dienen van uE: Consideratien, of het, om in't vervolg te voorkoomen alle redenen van klagen daar over, niet zoude kunnen aangaan, dat voor„ „taan 174 1260 „taan alleen, de verpligte gooij naimdes wier„ „den gebruijkt, tot het bearbeijden van sComp: landen, op dien voet als ze dat van ouds ver„ „pligt zijn, en tot nog toe altoos hebben ge„ „daan, en dat voorts geene andere tot dit werk worden gebruijkt, dan zulke die ge„ „neijgt zijn dat uit vrije wil, en zoo als men zig daar over met hun best verstaan kan, te doen. Dat mitsdien voor zoo verre de voorsz: gooij-naimn des, alleen niet genoeg zijn om s Comp: velden te bearbeijden, de inlandsche hoofden, die met de zorge daar over zijn belast, zig nopens de overige velden met de ingezeete„ „nen, die geneijgt zijn dat te doen, daar over zullen moeten verstaan, zoo als ze best kun„ „nen, en even en zodanig, als dat de gewoonte is onder partikuliere, die eenige landen heb„ „ben, die ze door andere laaten bewerken. § 26. De vidaans en de Majoraals zijn nergens be„ „ter bedeeld, als in de Materesche Dessavonie, dan wijl ze des niet te min niet te vreeden zijn, „ook niet te vreeden zullen en waarschijnlijk„ weezen, daat ook nete wer„ „den No. 5 10. Resolutien. voor„ d sulden aerzon, wat reedelijke schikkingen men ook mogte willen invoeren, hebben we beslooten, wijl het ook waarschijnelijk beeter reek voor de Comp: geeven zal, uE: Conside„ „datien te vraegen, gelijk geschied door deezen, of 't om deeze klagte op eenmaal afte snijden niet en beeter waare, om de vidaans en Majo„ „raals in de geheele Materesche Dessavonie, voor den aanstaande te ontslaan van het opbren„ „gen van pehindoes en adoekoes, en dat daar en teegen voor de Comp: wierden ingetrokken de hoeandirams die ze genieten, om te worden verpagt het zij afzonderlijk, dan wel onder de gewoone pagten, en om daar en teegen aan alle dienaren, die in 'sComp:s diensten vijzen en aan dewelke tot hier toe naar 'slandsge„ „bruijk, adoekoes en pohindoes verstrekt zijn, het bedragen daar van te betaalen ingeld: §. 27. schoon we uit hoofde van de noodzakelijkheid, die daar toe aanleijding heeft gegeeven, approbeeren dat ub: aan de singaleeschen, de preferentie in het pag„ „ten van de nelij goregtigheid heeft gegeeven, boven„ de mooren, hebben we egterwijl het vermoedelijk is, „

NL-HaNA_1.04.02_3883_0285 view scan ↗

English

that the leases will noticeably decrease because of this, it has been decided to request your considerations, as we do by this, whether, in order to prevent this arrangement from having all too disadvantageous consequences, it would not be feasible that the nelij in the Matara Dissavany henceforth be leased out, instead of by Dutch auction, solely by English auction: Section 28. The pay of the Pandare or Kandyan, mentioned in your secret report, has not been taken away from him, but has merely not been paid to him for some time, pursuant to a private instruction from the first undersigned Governor, because this man is said to have sufficient means of his own to be able to subsist, and thereby to try out whether the Company could not be relieved of this encumbrance; in addition, the extradition of this Pandara has been requested several times by the first ambassador of the Court, though not publicly, yet with great emphasis, and it seemed somewhat offensive to pay him a monthly allowance for his maintenance at the same time that his presence in the Company's lands is denied. Upon your proposal, his pay may nevertheless, for the present and until it is seen whether it is further necessary, be disbursed again quietly. Section 29. Upon your request that the Honorable van Angelbeek should explain what reasons moved His Honor not to accept the junior merchants van Schuler and de Vos in the capacity of Commissioners of the Galle Government and to show them the obligated honor; the said Honorable van Angelbeek has declared not to know upon what part of his actions rests the supposition that he would have refused to receive the junior merchants van Schuler and de Vos as commissioners from the Galle Council; and since no evidence thereof has come before us either, we have decided that further clarification in this regard shall be requested from you, as is done by this, as well as a further indication of what the obligated honor consisted of which the former Dissave van Angelbeek is said to have refused to show to the said junior merchants. Section 30. Regarding the remaining 11 articles on which you requested clarification, what is necessary has already been remarked herebefore. Section 31. Furthermore, we rest in your unsolicited assurance that the proposal of the aforesaid 12 articles does not stem from any ill will or revenge; and we reiterate by this our satisfaction with the trouble taken by you to bring the Matara inhabitants to peace, for which we have already thanked you and now thank you further by this. We remain for the rest with greetings was signed As before in the margin Colombo the 17th September 1790. We have received your secret letter of the 17th of this month. The unserviceable and useless iron cannons, round and bar shot, mentioned in the accompanying specification received from Captain Cherret, may be sent along with the ballast iron of the packet boat Maria Louisa with the upcoming return ships as ballast to the Netherlands. In the resolution of Their High Mightinesses of 5 March 1789, of which a copy was sent to you along with our circular letter of the 11th of this month, the case of the very utmost necessity is expressly excepted from the prohibition against admitting foreign warships or armed troops, and you must therefore act accordingly. Ships that sail solely for trade, as according to your aforesaid letter the ship of Captain Daudsan did, are not warships, even though they might formerly have been used as warships. We approve your decision taken by secret resolution of the 4th of this month to have the arrested Weligodde Appu and his son-in-law released from their detention, provided that the first-named shall remain banished within the fortress until further orders; and to have the complaints of the people gathered at Mapalagama investigated by the council members Martheeze and de Lij. We also approve your decision taken by the aforesaid resolution to supply Matara with some weapons, ammunitions and provisions. We remain for the rest with greetings was signed As before in the margin Colombo the 23rd September 1790. We have received your separate letters of 27 August and the 9th of this month. To as before. We do not understand what is meant in your considerations, appearing in your aforementioned separate letter of 27 August with regard to the mudaliyars Tennekoon, de Saram and Gooneratne, that according to your opinion what was deposed must serve solely for guidance for the future and must not be taken into consideration in such a way as to summon the said chiefs to Colombo on that basis and have some formal inquiries conducted before a judicial commission. In our letter of 24 August, to which your aforesaid letter serves as an answer, we wrote nothing of the kind. With regard to these chiefs, we said verbatim in the letter of 27 August: "The native chiefs whom we think, on account of the received documents, should be removed from the Matara Dissavany the sooner the better, are in particular the mudaliyars Tennekoon, Gooneratne and de Saram. To summon them directly to Colombo would, if they are truly guilty, arouse too great a suspicion in them. We have therefore decided to have them in a

Dutch transcription

1261. 9 is, dat hier door de pagten merkelijk zullen daelen, beslooten, uE: Consideratien te vraagen, zoo als we doen door deezen, of ter voorkooming, dat deze schik„ „king geen al te nadeelige gevolgen heeft, het niet zoude kunnen aangaan, dat de nelij in de Mate„ „resche Dessavonij, voortaan wierde verpagt, insteede van bij afslag, alleen bij den opslag: § 28. De bezolding van de Pandare of kandiaan, ver„ „meld bij uE: geheim Rapport, is hem niet ontnoo„ „men, maar is dezelve hem alleen voor een tijd lang niet betaald, volgens een partikuliere aan„ „schrijving van den eerst ondergeteekende Gouverneur wijl deeze man gezegt word, van zig zelve ver„ „moogen genoeg te hebben, om te kunnen bestaan, en om mits dien eens te probeeren, of men de Comp van deeze lastpost niet zoude kunnen ont„ „slaan; Boven dien is de uitleevering van deeze Pandara, door den eersten gezant van 't Hof ver„ „scheijdene keren, schoon niet publicek, nogtans met veel nadruk verzogt, en 't scheen wat aan„ „stotelijk, te gelijker tijd, dat men het aanwee„ „zen van hem in 'sComp:s landen ontweinffst, hem een maand geld tot zijn onder houd te betaalen. op uE: voordragt mag hem zijne bezolding egter 10. „1 No. 5 Resolutien. egter voor eerst, en tot dat men ziet of 't verder no„ „dig is, instilte wederom worden uit gekeerd. §: 29. Op UE: verzoek, dat de E: van Angelbeek zig zoude verklaaren, welke redenen zijn E: bewoogen hebben, de onder kooplieden van schuler en de Vos niet in de qualiteit van Commissarissen van de Gaalsche Regeering te accepteeren, en het verpligt honneur te bewijzen; heeft gem: E: van Angel„ „beek betuijd, niet te weeten op welk gedeelte zijn„ „ner verrigtingen neerkomt, de onderstelling dat hij de onderkooplieden van schuler en de Vos, zoude hebben geweijgert te ontvangen als gecommitteer„ „dens uit de Gaalsche Raad; en wijl ook daar van geene blijken aan ons zijn voorgekoomen, hebben we beslooten dat derwegens, zoo als geschied bij dee„ „zen; nadere opheldering van uE: zal worden ge„ „vraagd, als mede een nadere aanwijzing, waar in bestaan heeft het verpligt honneur, dat de gew: Dessave van Angelbeek zoude geweijgert hebben, aan gem: onderkooplieden te bewijzen. §30. Op de overige 11. artikelen, waar omtrend UE: opheldering heeft verzogt, is reeds hier vooren het noodige geremarqueerd, §31. Voorts berusten we in uE: ongevergde betuijging dat 1262.9 Aan als vooren dat 't voordraagen van de voorsz: 12. artikelen, niet uit eenige quaad gezindheid of wraak voor„ „komt; en we herhaalen door deezen ons genoe„ „gen, over de moeijte door uE: genoomen, om de Matireesche ingezeetenen tot rust te brengen, waar voor we uE: beroeds hebben bedankt en nu nader bedanken door deeze. Wij blijven voor het overige nagroet /:onderstond:/ /:en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 17:' September 1790. Wij hebben ontvangen uwen secreeten brief van den 17. ' dezer. De onbequaame en onbruijkbaareijzere kanons, rond„ en langscherpen, vermeld bij de daarnevens ont„ „vangene opgave van den Capitain Cherret, moogen nevens 't ballast eijszer van de paket boot Maria Louisa, met de aanstaande retourscheepen voor ballast na Nederland worden verzonden. Bij de resolutie van Wunne Hoog Moogenden van den 5. Maart 1789; waar van uE: Copij is toege„ „zonden nevens onzen Circulairen brief van den 11. dezer, word van het verbod teegen het admittee„ „ren van vreemde oorlog scheepen of gewaapende Man„ „schappen stellig uitgezonderd, het geval van aller uitterstex 1: 10 „1 No. 5 Resolutien. de ging uitterste nood, en moeten UE: zig mits dien daar na rigten scheepen die alleen ter Koopvaardig vaa„ „den, gelijk volgens voorsz: uwen brief deed het schip van kapitein Daudsan, zijn geen oorlogschee„ „pen schoon ze eertijd tot oorlog scheepen mogte zijn gebruikt. Wij approbeeren deE: genoomen besluijt bij secreet resolutie van den 4. dezer, om den gearresteerden wiellegodde Appoe en zijn schoon zoon ait hunne detentie te laeten ontslaan, mits dat de eerst genoemde tot nader order binnen de vesting ge„ „bannen zal blijven; en om de klagten van het te Mapelgam zaamen gerotte volk, door de raadsleeden Martheeze en de Lij te laaten on„ „derzoeken. Ook approbeeren we uE: bij voorsz: resolutie genoo„ „men besluijt, om Mature van eenige wapenen /am„ monitien en provisien te voorzien. Wij blijven voor 't overige nagroete /:onderstond:/ /. en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ ko„ „lombo den 23. ' 7ber: 1790. Wij hebben ontvangen uE: apparte brieven van den 27. augustus en 9. dezer Aan als vooren. Wij 1263 Wij begrijpen niet, waar op het in uE: Conside„ „ratien, voor koomende bij voorm: uwrn apparten brief van den 27. aug=s met betrekking tot de med„ „liaars Tinnekoon, de Saram en Goeneratne, neerkomt, dat volgens uE: gevoelen, 't gedeponeer„ „de alleen tot narigt voor den aanstaande moet dienen, en niet zodanig in aanmerking moet koomen, om daar op gedagte hoofden na kolombo opteroepen, en voor eene Justitieele Commissie ee„ „nige formeele onderzoeken te laeten doen. Bij on„ „zen brieff van den 24. aug=s, waar op voorsz: uwe. brief in antwoord diend, hebben we niets dier ge„ „lijks geschreeven. wij hebben met betrekking „tot deeze hoofden, bij brieve van den 57. aug=s woor„ „delijk gezegt: „ De inlandsche hoofden, die wes uit „hoofde van de ontvangene stukken denken, dat „hae eer hoe beeter uit de Matureesche Dessa„ „vonij dienen te worden verwijderd, zijn in zon„ „derheid de modliaars Tinnekoon, Goeneratne „en de Saram om hun direct op te ontbieden „na kolombo, zoude, zoo ze werkelijk schul„ „dig zijn, te groote agterdogt bij hun verwek„ „ken. We hebben daarom beslooten, om hun op een 1: 10 „1 l No. 5 Resolutien. nvan

NL-HaNA_1.04.02_3883_0290 view scan ↗

English

to make known in a confidential manner that the Lord Governor desires to speak with them in person, and that it will therefore be pleasing to His Honour if they come to Colombo for a short visit. In this regard, we have found that the Dissave of Mature should be instructed by a secret letter that whenever the aforesaid three mudaliyars requested His Honour to make a short visit to Colombo, he might grant it to them, unless there were reasons that might initially advise against it. Regarding your explanation in your secret letter of the 27th of August concerning what appeared in your secret letter of the 20th prior, about which we requested further clarification in our secret letter of the 29th of the same month, we merely note for the present that if one wished to proceed upon such depositions as you lay down as the foundation of your opinion regarding the Maha Mudaliyar, no one henceforth would be secure in their honour or in their life. It would have been desirable if Madugoddelege Appu could have been detained at Galle, even if he showed some displeasure about it. He was appointed Mohandiram of the Galle guard for that very reason, so that there would be a reasonable motive to keep him out of the Matara Dissavany. It does not clearly appear from your secret letter of the 27th of August whether Madugodde Appu departed quietly and without your permission from Galle to Matara, but we believe, from what we have noted above, that it may be firmly established that you gave him no permission to do so. It would therefore have been desirable that, as soon as it became known that he had packed himself off from Galle, an opportunity had been found to send men immediately after him in order to recall him, and if necessary to bring him back against his will if he refused to come. We desire to know the reasons why this was not done. It was certainly not for lack of will, but for lack of ability, that he failed to bring the Matara Dissavany into unrest once again. No. 5. Resolutions. To the same as before. We shall shortly appoint some servants for Matara and have them depart thither immediately, so that they can be employed by the Honourable Dissave of Matara according to necessity and the state of affairs. Meanwhile, you must recommend the Honourable Matara Dissave to take care that the arrangements made by the Honourable Mandate of the 7th of July are precisely carried out. We remain for the rest, with greetings. Below was written and signed: As before. In the margin: Colombo, the 23rd of September 1790. According to incoming reports, Madugodde Appu, with Baddegama Arachchi of the palanquin-bearers and three other Matara inhabitants, passed through Ruwanwella on the 19th of this month, and they are said to have continued their way from there to go to Kandy. Further reports state that they returned to Ruwanwella on the 25th or 26th, and these reports further state that from there they went towards Sabaragamuwa. We notify you thereof for your information, and you must also immediately notify the Honourable Dissave of Matara thereof. We remain for the rest, with greetings. Below was unsigned: As before. In the margin: Colombo, the 29th of December 1790. We have received your secret letter of the 5th of this month. The report of the Honourable Dissave Raket mentioned therein—namely, that upon receiving the news that Madugodde Appu and Baddegama Arachchi had not only returned to the Matara Dissavany, but were also actually busy stirring up new unrest, he had, in consultation with Mudaliyar Ilangakoon and other native headmen, provided the Mudaliyars De Saram and Tilakaratne with two small military detachments to get the aforementioned ringleaders and, if possible, also some of their rabble into our power—was evidently made to you not only so that you would have knowledge thereof, but especially so as to receive your approval thereon, and further such orders as in this matter might serve for his further instruction. Your reply sent to the said Dissave, that you consider what His Honour saw fit to accomplish as merely communicated, is therefore entirely inappropriate.

Dutch transcription

„een vertrouwelijke wijze te doen bekend worden, „dat de heer Gouverneur verlangd hun in per„ „zoon te spreeken, en dat het zijn Edele mits „dien welgevallig zijn zal, dat ze voor een sprin„ „togt na kolombo koomen Hier bij hebben we „bevonden dat de dessave van Mature bij een se„ bevoolen becreete brief zoude worden aangeschreeven, om wanneer de voorsz: drie modliaars zijn E: verzog„ „te om een springtogt te doen na kolombo, hun dat te moogen toestaan, ten zij er redenen waa„ st „ren, die dat voor eerst mogten ontraaden. Op uE: explicatie bij uwen secreeten brief vanden 27. aug=s, over het geene voorkomt bij uwen secreeten brief van den 20. daer te vooren waar over wij een nadere op heldering gevraagt hebben bij onzen secreeten brief van den 29. der zelver maand, merken we voor 't teegenwoordige al„ „leen aan, dat zoo men op zulke depositien, als uE: legd tot grondslag van uE: opinie nopens den Mahamodliaars, wilde aangaan, niemand voortaan verzeekerd zoude zijn, van zijn eer, nog van zijn leven. - Het waare wel te wenschen geweest, dat Madoegodelege appoe 1264 10 appoe te gale hadde kunnen worden aangehouden al was het ook dat hij daar over wat misnoegen liet blijken. Wij was even daarom tot Mahandiram van de Gaalsche guarde aangesteld, op dat men een billijk motief zoude hebben, om hem uit de Matu„ „reesche Dessavonij te houden. Wet blijkt wel niet klaarlijk uit uwen secreeten brief van den 27. ' aug=s, of madoegodde appoe stil en zonder daar toe uE: verlof te hebben, is vertrokken van Gale na Mature, dog we denken, uit het geen we hier bo„ „ven hebben aangemerkt, te moogen vast stellen, dat uE hem daar toe geen verlof gegeeven heeft en het waare daarom wel te wenschen geweest, dat dib:, zoo dra het bekend wierd, dat hij zig van gale hadde weggepakt, geleegendheid had kun„ „nen vinden, om hem dadelijk volk agter na te zenden, ten eijnde hem terug te roepen, en hem des noods tegen wil en dank terug tebrengen, zoo hij wijgerde te koomen. We verlangen te wee„ „ten de reedenen, waar omdat zulx niet is geschied. Het heeft hem zeker niet aan de wil maar aan 'tt vermoogen gehaperd om de Materesche Dissavo„ „nij andermaal in onrust te brengen. We 6 No. 5 solitien. ge Aan als vooren. We zullen eerstdaags eenige bedienden appointeeren voor Mature, en die ten eersten laaten vertrekken na derwaards, om door den E: Dessave van Matu„ „de te kunnen worden geemploijeerd na benodigd„ „heid en bevinding van zaaken, Jntusschen moet uE: den E: Matureesche Dessave recommandeeren, om Aan te zorgen dat de schikkingen, gemaakt bij heE: Mandaat van den 7. ' Julij, naukeurig worden uit„ gevoerd. Wij blijven voor 't overige nagroete /:onderstond: /:engeteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolom„ „bo den 23: 7ber: 1790. Volgens ingekoomene berigten is Madagoode appoe met Baddewokke arraatje vande prinkhaar drae„ „gers en nog drie andere Materese inwoonders de„ 19: deezer te Roeanelle gepasseert, en zouden ze van daer hunne weg hebben vervolgt om tegaa na kandia. Nadere berigten zeggen, dat ze den 25. of 26. te Rocanelle zijn terug gekoomen, en zeggen deze berigten wijders, dat ze van daer zoude zijn gegaen na de kant vande saffregam. We geeven uE: daer van kennis tot uE: narigt, en moeten UuE: ook: Ey 10 „1 ren, om Aan als vooren ook hier van ten eersten kennis geeven, aen den E: Dessave van Mature. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ onge„ „teekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 29. xber: 1790. Wij hebben ontvangen uwE: sekreete brief van den 5. dezer Het berigt van den E: Dessave Raket daar bij vermeld, dat hij namentlijk op de erlangde tijding, dat Ma„ doegodde Apoe en Baddewokke Arraatje in de Matu„ reesche Dessavonij niet allen waaren terug gekoomen, maar ook werkelijk beezig waeren om op nieuw on„ „rust testooken, met overleg van de Modliaar Hangakoon en andere Inlandse Hoofden, aan de Modeliaars De Sa„ ram en Tillekeratne hadde gegeeven twee klijne Mili„ „taire detachementen, om gem: voervinken en was het mogelijk ook eenige van hun gespuijs, in onze magt te„ krijgen, is blijkbaar aan uE: gedaan, niet alleen op dat uE: daar van zoude kennis draegen, maar in zon„ „derheid, om daar op van uwE: te ontvangen derzelven goedvinden, en voorts zodanige beveelen als in dezen zou„ de kunnen strekken tot zijn verder instruksie. UE: antwoord daar op aangem: Dessave gezonden, dat uE het geene zijn E: goed gevonden heeft te bewerkstelligen, voor gekommuniceert houden, is mids dien gants niet „passelijk. 1265 Ook inteeren trekken Matu„ benodigd, moet uE: uit„ uE Ca d o tegaan den n oude UE: mot 21 ze den rae met No. 5 Resolutien.

NL-HaNA_1.04.02_3883_0294 view scan ↗

English

It would also have been better for Your Honour to have given a definitive answer to the said Dessave upon his request for strict orders, in the event that the prominent native Chiefs should come to request him for a stronger detachment up to forty to fifty heads in number under a European officer, in order to disperse the mutinous gang, rather than to fob him off with complicated observations and recommendations from which one can expect little else than that they will have placed the Dessave in considerable embarrassment, and that they especially can give occasion for indecisiveness, which in this instance could entail ruinous consequences. We especially do not see what purpose will be served for the Dessave in this circumstance by Your Honour's recommendation that he should carefully consider the difference that exists between an actual assembly of many consenting inhabitants from various provinces and the rebellion of a few mutinous rascals, such as Madoegodde appoe and his faction. That Madoegodde Appoe and his faction must be stopped in their evil intentions the sooner the better goes without saying. Consequently, it could not constitute a point of hesitation for Your Honour whether or not this should be done, and we therefore do not understand how Your Honour could have found difficulty upon his specific question, in the case assumed by him, strictly to authorize the Dessave to send out a detachment of forty or fifty heads under a European officer to disperse the mutinous gang, and even of a stronger detachment if it were necessary. We expect that Your Honour will let this our observation serve for your guidance, and regarding the sending of a few Council members we find nothing further to remark upon, other than that in circumstances such as these, prompt executions of what must be put into effect for that moment are more fitting than prolonged consultations. We can hardly understand how Madoegodde appoe has dared to risk entering the Maturese Dessavony again, but what surprises us in particular is that Don Simon Mohandiram and Chief of the kandebaddepattoe now still asks for orders as to what he ought to do if the said Madoegodde Appoe and Baddewokke arraatje, whom he allowed to pass unmolested through the kandebaddepattoe, should appear again in his pattoe, whereas we believe we may rest assured that Your Honour will already long ago have taken care to have him and all other Chiefs of the korles and pattoes properly instructed on that matter. If this has occurred, as we think we cannot doubt, the statement of this Don Simon in his ola, that he has until now received no order on this matter, would be so suspicious that one could not fail to think that he is in league with Madoegodde Appoe and Baddewokke arraatje. This very natural observation surely cannot have escaped Your Honour, and it surprises us therefore all the more that nothing is said in Your Honour's aforementioned letter to clarify it. Your Honour must inform us of what has been undertaken by Your Honour against Madoegodde Appoe after he cleared out of Gale, and copies of the orders that have since been issued by Your Honour to Mature regarding him must be sent to us, both before and after the receipt of our secret letter of 5 September last. For the rest, after greetings, we remain, beneath was written and signed, As above, in the margin, Kolombo, 8 October 1790. In accordance with the proposal made by Your Honour in the secret letter of the 10th of this month, Your Honour must instruct the Honourable Dessave Raket to recommend to all the Maturese Chiefs of the korles and Pattoes to pay all possible attention and to take the most reliable measures to apprehend Madoegodde appoe immediately when he appears again in the Company's territory, and to transport him to Mature, with all further such recommendations to the said Dessave as Your Honour shall find to be of service in this matter, and to him who shall deliver this ringleader, a reward of one thousand rixdollars may be promised. We do not even understand why the aforementioned orders have not already been drawn up long ago. Why these orders would have to be drawn up in secret, we likewise do not understand. We nevertheless leave it deferred to Your Honour to do so in such a manner as Your Honour shall find to be most to the service of the Company and to the further promotion of the objective of getting this evildoer into our hands. Nevertheless, to leave it further to depend on these means alone, we do not think advisable. Your Honour must therefore recommend to the Honourable Dessave Raket to cause some military detachments to be placed, in accordance with his proposal, in the Morrua korle and elsewhere in the country where he, after consultation

Dutch transcription

Ook zoude uE: beeter gedaan hebben aan gem: Dessave te geeven een bepaald antwoord op zijne vraage om stel„ „lige order, ingevalle de voornaeme inlandse Hoofden hem om een sterker kommando tot 40. â 50. koppen in getal onder een Europees officier, kwaamen te verzoeken, ten einde de muijtende bende tever sertrooijen, dan om hem aftescheepen met ingewikkelde aanmerkingen en rrekommandatien waar van men niet veel anders kan verwagten, dan dat ze den dessave in merkelijke ver„ „legentheid zullen hebben gebragt, en dat ze inzonder„ heid aanlijding kunnen geeven tot besluijten loosheid, digter dezer geleegentheid verdervelijke gevolgen zoude kunnen na zig sleepen. Jnzonderheid zien we niet waer toe den Dessave, in deeze geleegentheid, strek„ ken zal dE: aanbeveeling, van wel temoeten overwee„ „gen het onderscheid dat er is tusschen een werkelij„ ke zaemenrotting van veele overeenstemmende Jnge„ zeetenen, uijt verscheide provintien en het rebelleeren van eenige wijnige muijtzieke knaapen, gelijk Madoe„ „godde appoe en zijn aanhang. Dat Madoegodde Appoe en zijn aanhang hoe eer zoo beeter in hunne booze voorneemens moeten worden gestuijt spreekt van zelve Het konde mids dien bij uE: geen point van bedenking uijtmaaken, of dit al of niet zoude worden gedaan, en we begrijpen dus niet hoe diE: swaerigheid hebbe kunnen vinden om den Dessave op zijn speciaale vraage, in het door hem veronderstelde geval 1266 geval stellig te kwalificeeren tot het uijt zenden van een detachement van 40. of 50. koppen onder een Europees officier om de muijtende bende te ver„ „strooijen, en zelfs van een sterker detachement zoo het noodig was„ We verwagten dat uE: zig deeze onze aanmerking zullen laaten strekken tot naricht, en vinden op het zenden van een paer Raeds leeden voorts niets aante merken, dan alleen, dat in geleegentheeden als deeze meer te pas koomen, daadelijke uijt, „vooringen van het geene voor dat oogenblik moet worden tewerk gesteld, dan langduurige raadplee„ Wes kunnen kwalijk begrijpen hoe Madoegod de appoe het heeft durven waegen, om wederom in de Matti„ „reese Dessavonij te koomen, dog het geen ons inzonder„ heid verwondert, is, dat Don Simon Mohandiram en Hoofd van de kandebaddepattoe, nu noch om order vraegt wat hem te doen staat in dien gem: Madoegodde Appoe, en Baddewokke arraatje, die hij door de kandebaddepattoe ongemoeit heeft laa„ „ten passeeren, wederom in zijn pattoe mogten ver„ „scheijnen, daar we ons denken te moogen verzee„ „kert houden, dat diE: reeds lange zullen hebben zorg gedraagen, om hem en alle andere Hoofden van „gingen. de 1. 10 e1 No. 5 solutien. Aan als vooren. de korls en pattoes, op dat stuk behoorlijk te doen instrueeren. Jndien dit is geschied, gelijk we daar aen denke niet te moogen twijffelen, zoude het zeg„ „gen van deeze Don Simon bij zijn ola, dat wij op dit stuk tot nog toe geen order heeft, zo naden ke„ lijk zijn, dat men niet zoude kunnen nalaaten te denken, dat wij het met Madoegodde Appoe en Baddewokke arraatje eens is Deeze zeer natuurlijke aanmerking kan UE: zeekerlijk niet zijn ontslipt, en het verwondert ons daarom te meer, dat ter opheldering van dien bij voorsz: uwE: brief niets word gezegt. UE: moeten ons berigten wat door diE: is tewerk gesteld tegens Madoegodde Appoe nadat wij zig van gale heeft weggepakt, en moeten ons daarbij worden gezonden kopijen der orders, die door uE nopens hem zedert na Mature zijn uijtgevaer„ „digt, zoo voor als naden ontvangst van onzen sekreeten brief van den 5. ' September J:o Leeden Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ /:en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ ko„ „lombo den 8. October 1790. —. Overeenkomstig niet het voorstel door deE: gedaan, bij sekreeten brief vanden 10. deezer, moeten diE: den. 1267 den E: Dessave Raket gelasten, om aan alle de Ma„ „teresche Hoofden der korls en Pattoes aan te bevee„ „len, van alle mogelijke oplettentheid te besteeden, en de zeekerste maatregelen te neemen, om Madoe„ godde appoe, wanneer Wij weeder in sComp:s gebied verseijnd ten eersten op te vatten, en na Mature te transporteeren, met alle verdere zoodanige aan„ beveilingen aangem: Dessave, als uE: in deezen zullen bevinden te weezen van dienst, en magaan den geenen, die deezen belhamel zal leeveren, een premie worden toegezegt van een duizend aijxd=s. We begrijpen zelfs niet, waarom de voorsz: orders niet reets lange gestelt zijn. Waarom deeze orders zouden moeten worden gestelt in het geheim, begrijpen we insgelijks niet. We laa„ „ten het nogtans aan uE: gedefereerd, om dat te doen op zulk eene wijze, als UE: dat ten meesten dienste van de komp:, en ter meerdere bevordering van het oogmerk om deezen boosdoender in handen te krijgen, zullen bevinden te behooren. Om het nogtans op deeze middelen alleen verder te laaten aankomen, denken we niet dat raadzaam zij„ uE: moeten daarom den E: Dessave Raket aanbevee„ „len, om over eenkomstig niet zijn voorstel, eenige Mili„ „teure detachementen te doen plaatsen in de Morrua korl, en elders in het land, waar zijn, dat met over„ leg 1 „ No. 5 Resolutien.

NL-HaNA_1.04.02_3883_0298 view scan ↗

English

consultation of the Honorable Major Scheede shall deem necessary. It is better to make these detachments somewhat too strong rather than too weak, and it must therefore be recommended to the Honorable Dessave to confer further with the Honorable Major Scheede regarding the strength thereof, and whether an officer ought not to be placed at the head of each of them, so that military discipline may be better maintained, and that it may thereby be the better prevented that the soldiers cause any nuisance to any of the inhabitants. In addition, you must write to the Honorable Dessave that he must, by the most capable means, provide for the maintenance of these detachments at the posts where they are stationed, and arrange as much as possible that the inhabitants need deliver nothing for their maintenance that would cause them any burden; insofar as this is absolutely unavoidable, the things that are delivered must immediately be paid for in cash, not according to the usual Company prices, but according to the market prices, and in such manner as those things can best be agreed upon to the satisfaction of the sellers, even if the Company should thereby have to bear some greater expense. The commanders of the detachments, who must be made answerable for the proper compliance with this order, must be provided with the necessary cash, and no payments may be made except in their presence. These payments must also be made directly to those who have delivered something, so that one is assured that the money reaches the right person. To prevent the sending of these detachments from making a wrong impression on the inhabitants, you must order the Honorable Dessave, when issuing the aforesaid order, to write at the same time to the native chiefs of the Korales and Pattoos that these detachments are about to march out to lend them a strong hand in the apprehension of Madoegodde Appoe, if necessary, and we therefore think that it would even be better that the aforesaid orders be given to the chiefs of the Korales and Pattoos not in secret, but publicly, and just as the Dessaves are accustomed to issue their orders to them, so that not only the chiefs but also the inhabitants obtain knowledge of the motive for which the aforesaid detachments are sent. According to our letter of the 23rd of September, we shall forthwith send to Mature the servants appointed by us for that purpose; in the meantime, the junior merchant De Vos, who according to your aforesaid letter of the 10th instant returned to Gale for only a short time, must immediately depart back thither. Regarding the ola written by the Lord Commander to Madoegodde Appoe shortly after he departed from Gale and mentioned in your letter of the 11th instant, it was neglected to make the date known, and this must be stated to us. It must also be clearly stated to us in answer to this whether Madoegodde Appoe departed quietly from Gale and without having requested and obtained permission thereto, or how that took place. As for Baddewokke Arraatje, when he arrives in Gale upon the ola written to him by the Lord Commander, he must immediately be interrogated, which interrogation must be sent to us with the utmost speed, and he must subsequently be detained in Gale until our further reply. If it is his intention to come, we think that upon receipt of this he will already be in Gale, or at least that he will already have departed from the Maturese Dessavony for Gale before the Dessave of Mature receives the orders mentioned herein from you; if not, it would appear that one may safely assume that he has nothing but evil intentions, and that his message sent to the Lord Commander through Badderookke Araatjige Wattoehamie is nothing but pure deceit. We nevertheless leave it deferred to you, and in particular to the Lord Commander, to send such orders concerning him to the Honorable Dessave of Mature as you shall find proper. In the meantime, we think that if, when the Honorable Dessave Raket receives your orders, he should not yet have departed from the Maturese Dessavony for Gale, the sooner the better he ought to be seized by the head, along with all those who belong to his faction and behave rebelliously. With great astonishment we have seen that which appears in your secret letter of the 12th instant regarding the conduct pursued by Captain Propholow; a written declaration must immediately be taken from him as to how the matter occurred, and what moved him to proceed to such far-reaching acts of violence with such precipitation and without having previously reported to the Honorable Dessave Raket that which gave cause thereto and having requested his orders, which declaration must immediately be sent to us.

Dutch transcription

„leg van den E: Majoor scheede zal nodig vinden Dee„ ze detachementen is het bester wat te sterk dan te zwak te neemen, en moet den 8: Dessave daarom worden aanbevoolen, om de sterkste daar van naa „der te overleggen, met den E: Majoor schelde, en of niet aan het hoofd van elk derzelve behoord te worde gesteld een officier, op dat de krijgstugt te bieter derhouden word, en dat daar door te meer worden voor „gekoomen, dat de zoldaaten aan niemand der in„ „zeetenen eenigen overlast doen. Hier bij moeten uE: den E: Dessave aanschrijven, dat Wij door de bekwaamste middelen moet zorgen, voor het onderhoud van deeze detachementen op de posten daer ze gelegd worden, en zoo veel mogelijk „schikken dat de ingeteekenen tot huen„ de dingen daarna moet„ onderhoud niets behoeve te leeveren, dat haar tot eenigen last zoude wer „nen verstrekken; Jn zoo verre dat volstrekt nie te ontwijken is, moeten de dingen die geleverd worden, aanstonds in kontant worden betaald, mie na de gewoone komp=s prijsen, maer na de mark „prijsen, en zoo die dingen ten genoegen vande verkoopers best kunnen worden bedongen, als is het ook, dat de komp:e daarom eenige meerder kosten zoude moeten draagen. Aan de komman „danten van de detachementen, die voor de behoor „lijke nakooming deezer ordre moeten wordens aanspreekelijk 5 1268 aanspreekelijk gemaakt, moeten de noodige kontanten worden meede gegeeven, en zullen geene afbetaalingen mogen worden gedaan dan in hunne presentie- Ook moeten deeze afbetaalingen geschieden aan die geene zelve, die iets geleverd hebben op dat men verzeekert zig, dat het geld komt aanden regten Om te voorkoomen dat het zenden van deeze deta„ „chementen, geen verkeerden indruk maakt, op de ingezeetenen moeten uE: den E: Dessave gelasten, om bij het stellen van voorsz: ordre, aan de inlandsche Hoofden van de Korls en Pattoes tevens te schrijven, dat deeze detachementen staan uit te rukken om aan hun tot het opvatten van Madoegodde appoe te verleenen de sterke houd, indien het noodig zij, en we denken daarom dat het zelfs beeter zij, dat de voorsz: orders aan de Hoofden der Korls en Pat„ „toes gegeven worden, niet in het geheim, maar pli„ „bliek, en zoo als de Dessaves gewoon zijn hunne orders aan dezelve uit te vaardigen, op dat niet alleen de hoofden maer ook de ingezeetenen kennis krijgen, van het motief, waartoe de voorsz: deta„ „chementen gezonden worden. Volgens onzen brief van den 23. ' 7ber:, zullen we ten eersten na Mature zenden de bediendens door ons daar toe geappointeerd; intusschen moet de onder„ „koopman 1. 1 „ No. 5 Resolutien. man. lj 6 „ koopman De vos, die volgens voorsz: uE: brief van den 10. ' deezer, maer voor een korten tijd na Gale is terug gekomen, ten eersten wederom naderwaarts vertrekken. Bij de ola door den Heer kommandeur aan Madoegodite appoe geschreeven, kort na dat Wij van Gale is weg„ „gegaan en vermelt bij uE: brief van den 11. deezer is verzuimt de dagteekening bekent te stellen, en moet ons die worden opgegeven. Ook moet ons in antwoord deezes duidelijk worden opgegeven, of Madoegod de appoe stil van Gale vertrokken is, en zonder daar toe verlof te hebben gevraagde bekoomen dan wel hoe dat is in het werk gegaan. Wat Baddewokke Arraatje aangaat, wanneer Wij op de ola door den Heer kommandeur aan hem geschree„ „ven te gale komt, moet Hij ten eersten worden gehoord welk verhoor ons ten aller spoedigsten moet worden toegezonden, en moet wij vervolgens tot ons naader ant „woord te Gale worden aangehouden. zoo het zijne inten„ tie is te koomen, denken we dat wij bij den ontfangst deezes reets te Gale zijn zal, of ten minsten dat wij reets uit de Materesche Dessavonie na gale Zal zijn vertrokken, voor dat de Dessave van Mature van UE: ontfang de orders in deezen vermielt, zoo niet dan zoude het schijnen dat men het gerust daar 1269 daar voor houden mag, dat wij niet dan kwaade oogmer„ „ken heeft, en dat zijn boodschap, gezondert aanden Heer kommandeur door Badderookke Araatjige wattoehamie/ niet dan loutere bedriegerij, is we laaten het nogtans aan UE:, en in dat bezonder aan den Heer kommandeur gedefereert, om noopens hem aan den E: Dessave van Mature zoodanige beveelen te zenden, als uE: zullen bevinden te behooren. We denken intusschen dat zoo Hij wanneer de E: Dessave Raket uE: orders ontfangt, nog niet uit de Materesche Dessavonie na Gale mogte vertrokken zijn, wij hoe een zoo beeter mog te vertrok„ „koor zijn, Hij, hoe eer zoo beeter diens te worden bij de kop gevat, met alle de geenen die van zijn aanhang zijn, en zig wederhoorig gedraagen. Met veel bevreemding hebben we gezien, het geen, noopens de gehoudene kondustes van kapitain Propholow, voor„ „komt, bij uwen sekreeten brief van den 12. deezer van hem moet, ten eersten worden genomen en schriftelijk de klarathijden, hoe zig de zaak heeft toegedraagen, en wat hem heeft bewogen, om niet zulk eene preci„ „pitaacie en zonder alvoorens van het geene daar toe wer„ oor¬ „zaak gegeven heeft rapport te hebben gedaan aan den E: Dessave Raket, en deeze zijne orders te hebben gevraagt, te zijn getreeden, tot zulke verregaande daadelijkheeden, welk deklarataijr ons ten eersten moet worden toege„ „zonden Ook moet ons ten eersten maet worden toegezonden, Ook 1. 4 „ No 5 Resolutien.

NL-HaNA_1.04.02_3883_0302 view scan ↗

English

To the same as before. Also, the report of the Honorable Major scheede concerning the course of this matter must be sent to us at once, and the said Honorable scheede must, for the present and until our further orders, remain in Mature. For the rest, after greetings, we remain, subscribed and signed: As before; in the margin: Kolombo, the 15th of October 1790. It is not only ridiculous, but it is even more or less dangerous, to allow such a vagabond as Madoegodde appoe to continue in such criminal acts as are mentioned in your secret letter of the 15th of this month, without taking such measures against him as are necessary to preserve the peace in the country and to protect the good residents of the Company against the nuisance he causes them. If one can lay hands on Madoegadde appoe, that will be very pleasing to us; however, what matters most is the preservation of peace in the country, and that the Company's residents are not further mistreated by this evildoer. Your Honors must therefore inform us what the means consist of which, according to your aforementioned letter, have been devised by Your Honors. Merely by sending a couple of small military detachments, Madoegodde appoe was made to clear out of the Maturese Dissavany, and we expect to learn in reply to this from Your Honors why similar means have not also been employed by Your Honors. In case Madoegodde appoe might have continued and still continues in his criminal acts, Your Honors must, upon receipt of this, take into further consideration the most suitable means against it, and the Captain of the Korle, as land regent under the Commandeur, shall have to submit his written advice, not only to what extent he thinks that a military detachment should or should not be sent, but also, in case one must in his view be sent, where it should be stationed, and how it can best be provided with what is necessary. For the rest, after greetings, we remain, subscribed and signed: As before; in the margin: kolombo, the 17th of October 1790. However hard we can believe that Madoegodde appoe will come to gale upon the ola sent to him by Baddewocke arraatje with two of his trusted persons, we have nevertheless decided, upon your secret letter of the 15th of this month, to await the effect thereof. The written advice from the overseer of the gale Korle, mentioned in our letter of the 17th of this month, must nevertheless be sent to us at once, and he must be asked for a written report of what has been done by him since the news was brought to him of the criminal steps taken anew by Madoegodde appoe in the Gale korl, according to your aforementioned secret letter. From the native shahbandar a written report must likewise be requested of what has been done and accomplished from his side against it. Meanwhile, while Your Honors await the effect of the aforementioned ola sent by Baddewocke arraatje to Madoegodde appoe, we trust that Your Honors will not neglect to keep in view everything that may serve and is necessary for the preservation of peace in the country, and to protect the Company's residents against the nuisance that Madoegodde appoe has already begun to cause them, as well as to ensure that no damage is done by him to the peeled cinnamon that was about to be conveyed to Gale. The declaration of Baddewokke arraetje must be sent to us at once. For the rest, after greetings, we remain, subscribed and signed: As before; in the margin: kolombo, the 19th of October 1790. To the same as before. That we ordered Your Honors in our secret letter of the 15th of this month to instruct the Honorable Dissave Raket to station, in accordance with his proposal, some military detachments in the Morruakorle and elsewhere in the country where His Honor, in consultation with the Honorable Major scheede, should find it necessary, was done not so much to capture Madoegodde appoe and Baddewocke arraatje, but rather to preserve the peace in the country, and especially to prevent anything from being undertaken, whether by Madoegodde appoe or by whoever else it might be, to disturb it anew. That we therein instructed Your Honors to direct the Honorable Dissave Raket to write at the same time to the native chiefs of the korles and pattus that these detachments are about to march out in order to lend them a helping hand in capturing Madoegodde appoe, should it be necessary, was done primarily to remove from the residents in the country all suspicion concerning the sending of these detachments. We therefore order Your Honors to write to Mature after all what We prescribed to Your Honors in our aforementioned letter of the 15th of this month that must be recommended by Your Honors to the Honorable Dissave Raket on this subject. For the rest, after greetings, we remain, subscribed and signed: As before.

Dutch transcription

Aan als vooren. Ook moet ons ten eersten worden toegezonden het rapport van den E: Majoor scheede, noopens den toedragt dee„ „zer zaake, en moet gemelde E: scheede, voor eerst en tot nature onse nadere order op Adr blijven. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ engelee„ „kond:/ Als vooren /:in margiene:/ Kolombo den 15. Octo„ „ber 1790. Het is niet alleen bespottelijk, maar het es zelfs min of meer gevaarlijk, zoo een vagabond als is Madoe„ „godde appoette laaten voortgaan in zulke misdate „ge bedrijven, als vermeld zijn bij uwen secreeten brief van den 15: deezer, zonder daar teegen te neemen zulke maatregelen, als noodig zijn om het land in ruist te bewaaren, en de goede ingezeetenen van de komp:s teegens den overlast, die hij hun aandoet, te beschermen: zoo men Madoegadde appoe kan in handen krijgen, zal ons dat zeer welgevallig zijn, doch het ge„ waar op het voornaamelijk aankomt, is, het bewaaren van de rust int land, en dat 's comp:s ingezeetenen doo dezen boosdoender niet verder worden mishandelt. uE: moeten ons mits dien bedeelen, waar in de mid„ „delen bestaan, die volgens uwen voorsz. brief bij Eed= beraamd zijn. Wet zenden alleen van een paar klijne militaijse detachementen, heeft Madoegodde appoe de Matu„ „reesche A 1270 Aan als voordn: „reesche Dessavonij doen ruimen, en verwagten we in ant„ „woord deezes van uE: te verstaan, waarom diergelijke middelen ook bij uE: niet zijn tewerk gesteld. Jnge„ valle Madoe godde appoe mogte zijn voortgegaan, en nog voortgaat in zijne misdadige bedrijven moeten uE: op den ontvangst deezes, de bekwaamste midde„ „len daar teegen nader in overweeging neemen, en zal de Capitain der Korle, als land regent onder den heer Commandeur, schriftelijk moeten opgeeven zijn advies, niet alleen in hoe verre hij denkt, dat een mili„ „taire detachement al of niet behoord te worden gezon„ „den, maar ook ingevalle er een na zijn inzien moet worden gezonden, waar het moet worden gelegd, en hoe het op de beste wijse van het nodige kanwor„ „den voorzien. Wij blijven voor het overige na Groete /:onderstond /: en getee„ „kend:) Als vooren /: in margiene kolombo den 17. 8ber: Hoe zeer we kwalijk denken klunnen, dat Madoegodde appoe naar gale koomen zal op de ola door Badde„ „wocke arraatje, met twee zijner vertrouwde per„ zoonen aen hem afgezonden, hebben we niet te min op uwen sekreeten brief van den 15. deezer beslooten het effekt daer van aftewagten. Het schriftelijke advies vanden opziender van de zale Korle 1. 1 „ No 5 Resolutien. 1790. korle, vermeld bij onzen brieff van den 17. dezer moet ons niet temin ten eersten worden toegezonden, en moet hem daar bij worden afgevraagt, een schrifte, „lijke opgaave van het geen door hem is te werk gesteld, zeedert hem de tijding is toegebragt van de mis daedige stappen door Madoegodde appoe, vol„ „gens voorsz: uwen sekreeten brief, op nieuw in de Gale korl gedaan. van den inlands sabandaer moet insgelijks een schriftelijk berigt worden gevraagt van het geene van zijn kant daer teegen is te werk ge„ „stelt en verrigt Intusschen dat uE: afwagten het effekt der voorsz: ola door Baddewocke arraatje aan Madoegodde. appoe gezonden, vertrouwen we dat uE: niet zul„ „len verzuijmen om in het oog te houden, alles wat strekken kan en noodig is, tot de bewaaring van de ruste in het land, en om sComps ingezeetenen te dekken teegen den overlast die Madoegodde appoe hun be„ reeds begin aente doen, als meede, dat door hem geen schoe„ „de word toegebragt aan de geschilde kanneel die naar Gale stond teworden afgebragt. De verklaering van Baddewokke arraetje moet ons ten eersten worden toegezonden. Wij blijven voor het overige na Groet /:onderstond:/ ngteekend/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 19:' 8ber: A:o 1790. Aan 1271 Aan als vooren. Dat wij uE: bij onzen secreeten brief van den 15. deezer hebben gelast, den E: Dessave Raket aan tebeveelen, om overeenkomstig met zijn voorstel, eenige Militaire deta„ „chementen te doen plaatsen in de Morruakorle, en elders in 't land, waar zijn E: dat, met overleg van den E: Majoor scheede zoude noodig vinden, is niet zoo zeer geschied om Madoegodde appoe en Baddewocke arraatje tevangen, als wel om de rust in het land te bewaren, en inzonderheid te voorkomen, dat nog door Madoegodde appoe nog door wien het anders zoude mo„ „gen zijn, iets worde onder noomen, om die op nieuw te stoven. Dat we UE: daar bij hebben aangeschreeven, den 8: Dessave Raket aanteb eeveelen, om aan de inland„ „sche hoofden van de korls en pattoes tevens te schrij„ „ven, dat deeze detachementen staan uit te rukken, om aan hun tot 't opvatten van Madoegod de appoe„ te verleenen de sterke hand, indien het nodig waare, is hoofdzakelijk geschied om aan de ingezettenen in het land alle erge gedagten over het zenden van dee„ „ze detachementen te beneemen. We gelasten uE: der„ halven, om als nog na Mature aanteschrijven het geen Wij uE, bij onzen voorsz: brief van den 15. dee„ „zer, hebben voorgeschreeven, dat op dit onderwerp den E: Dessave Raket door UE: moet worden aanbe„ „voolen. Wij blijven voor het overige na groete /: onderstond:/en geteekend/ Als No. 5 Resolutien.

← previousnext →