Inventory 3883
Ceylon · 1,486 pages · 291 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
the coolies for our transport to Mature, which they wanted to provide to us this morning at six o'clock, which is why we decided to send our goods ahead to Oekgodde with our few Colombo coolies that we have with us, and after their return early tomorrow morning to set out on the journey to Oekgodde, and from there down the river to Mature, which we nevertheless did not intend to do before having spoken further with the headmen of the mutineers and having recommended what is necessary. After we had prepared and dispatched a letter to the Second Dessave of Mature, wherein we among other things communicated the aforesaid, the Aratchy Don Seemon and some others appeared upon our message sent to them, and excused themselves for not providing the coolies because they had to be sought far and wide, but that they would still deliver the coolies this afternoon for our departure to Oekgodde. Yesterday afternoon, over 200 heads arrived from the Morruakore with beating tambours, and previously a party of them had also appeared among the assembled crowd. Because it was very quiet yesterday afternoon, we had people look around to see where the crowd might be, and we were informed that a party had gone to the Wolleboddepattoe Kahawatte, and would apparently go to the Willebaddepattoe, because its Modliar had arrived there with some fishermen and had seized some people. This morning the people of the Belligamkore and Morauakore departed again with beating tambours to their korles; when they passed our rest house, although somewhat far off, they stopped the tambours. In the name of the inhabitants of the Magampattoe, of whom, as it is said, more or less 40 to 50 heads have arrived, a complaint ola was presented to us this morning, and a dismissed Aratchy of the Morruakorla also delivered an ola to us, wherein he stated his grievance regarding his dismissal from his service, for which he had given Rds 250 to the Honorable Dessave Sparwaart, and the beating he received, of which he showed us the stripes on his back, to make it known. We thereupon answered them that the olas would be translated, and we would then proceed further with them as appropriate; after having first said to the former Aratchy of the Morruakorse that he had probably deserved the punishment. We subsequently spoke in confidence with Don Siemon, Aratchy of the Kandebaddepattoe, who gave us a long account of his innocence, and how he himself had rendered good services, with the request to remember him favorably. He furthermore promised us to send that account in writing to us, and because he is a man of great esteem, especially among the people of this pattoo, we thought to make use of him in order to derive benefit from him. We therefore especially recommended him to apply his further efforts toward the promotion of peace, and especially that no one should appear with any weapons anymore, but that everyone who was needed for the investigation and settlement of the complaints should appear at the place and time to be determined without them, and in the meantime that everyone should attend to his domestic affairs and cultivate and sow his fields. During the conversation, he also mentioned that the people were fearful that, even if their complaints were settled, they would later get into trouble on account of this revolt, and therefore desired to be assured by a certificate from Your Honorable Vigorous Great Respectable that no harm or reproach would befall them on that account. We thereupon gave him in reply that it would greatly depend on the further conduct of the headmen and the inhabitants to obtain such a favor, and that we would gladly exert our efforts thereto when the other matters of their complaints were somewhat arranged, and they listened to us and conducted themselves peacefully. During this conversation, we received a letter from the Honorable Dessave van Angelbeek of yesterday's date, accompanied by an attestation granted by the Honorable Captain Baron De Prophalow, whereby we were assured that no commandos had been sent into the dessavony since our arrival, other than for the relief of a corporal and 3 privates at Belligam, so that all the mutineers' alarm regarding the arrival of commandos in the Baygams and the Willebaddepattoe is false, and must probably have been caused by wicked scoundrels; into which we shall make inquiry as much as possible, especially inquiring into it upon our arrival in the Baygams, because the mutineers were notified by an unsigned ola in the name of an Aratchy of the Baygams that a commando had arrived. Concerning that false rumor, we addressed the headmen and lesser persons among the mutineers who were present with us in an appropriate manner, and recommended to them not to believe so easily and take to heart without complete certainty anymore. They were also somewhat embarrassed about that matter, and gave virtually no answer, other than that they excused themselves with the received ola, which they, however, since we demanded it, said not to have in their hands. It has furthermore appeared to us from the letter of the Honorable Dessave van Angelbeek that His Honor is displeased by our course of action regarding the letter that we sent yesterday to
Dutch transcription
de koelies tot ons transport na exature die ze ons heeden morgen om ses uuren wilden besorgen alwaarom wij beslooipen hebben om onze goederen voor uit na oek godde tesenden met onse weijnige kolembose Roolies, die we bij ons heb„ ben, en na hun wederkomst morgen vroeg op reijs tegaan na oek godde en van daar de rivier af na Mature t geen wij egter niet meerden te doen da na alvoorens de Hoofden den Muij„ delingen nader te hebben gesprooken en 't noodige aangerecommandeerd. Na dat wij een brief vervaardigd en af „gesonden hadden aan den 2: Dessavi van Mature waarbij wij 't voorschr „ne onder anderen bedeeld hebben, „scheenen den arraatje Den seemon eenige andere op onse aan hun gesa „dene boodschap, en exjcuseerden hun wegens het niet besorgen der koel wijl dezelve wijt en tijd bij een gesog moesten worden, dog dat zij nog heef middag 1406 middag de koelijs zouden leeveren tot ons vertrek na oek godde. Gisteren namiddag zyn nog ruim 200 koppen uit de Morruakore met slaande tam„ „blijntjes aangekoomen, en bevoorens naa„ „ren er ook al een partij onder de gezae„ „mentlijke meenigte verscheenen. wijl het gisteren namiddag seer stil was, dieten we rondsien waar de meenigte hun mogte bevinden en wij wierden onderrigt dat een partij na de volle„ bed de pasta Kahawatte gegaan was, en apparent na de willebaddepattoe gaan soude, wijl dies modliaar met eenige vissers daar gekoomen, waaren en eenige menschen opgevat hadden. heeden morgen zijn de volkeren der Bel„ „ligamkore en Morauakore met slaande tamblijntjes weder na hunne korles vertrokken, doen ze ons rust huijs„ schoon wat verre, verbijgingen lieten ze de Jamblijntjes op beaden. dut de naam van de inwoonders der Ma „gampattoe, waar van er, zo men heeft gesegd. gesegd, men of meer 40 â 50. koppen aange„ „koomen zijn, wierd ons heeden morgen een klagt ola gepresenteerd, en een afgezette „araatje van de Marruakorla gaf ons meede een ola over, waarbij hij zeijde zijne besnaarnis, wegens zijne af zet„ ting van zijn dienst, waarvoor bij t 250: aan den E. Dessave Bparwas gegeven had, en het ontfangene pak slaagen, waa van hij ons de streepen op zijn rug tl zien, bekend testaan. wij gaaven hun v daar op ten andwoord dat de olas souden getranslateerd worden, en wij dan daa mede verder na behooren zouden han delen; na alvoorens aan den geweesen araatsje der morruakorse tehebbe gesegt dat hij waarschijnlijk der stad zoude verdient hebben. nij spraaken vervolgens in vertrouwen met Don sienen araatsje van de kan de Paddepattoe, die ons een groot verha deed van zijne omschuld, en hoe hij self goede diensten gedaan hadde met ver om hem ten goede tewillen gedenken bij 1407 hij beloofde ons woorts dat verhaad schriftelijk aan ons te zullen senden en wijl hij een man is van groot aanzien, inzonderheid bij het volk deser pattoo, zo meender wij van hem temoe„ „ton gebruijk maaken om nut van hem de„ „trekken. wij recommandeerden hem derhal„ ven inzonderheid om zijne verdere devoijren aantewenden ter bevordering van de rust, en wel inzonderheid dat niemand meer met eenig napentuijg voor den dag kwam maar dat een ieder die bij het ondersoek en afdoen der klagte noodig was, op de te bepalene plaats en teyd, sonder het zelve verscheen en inmiddels een ieder zijne huijselijke zaaken gade sloeg, en zijne veeden bewerkte, en bezaaijde, onder het gesprek bragte hij ook bij, dat de menschen bedugt waaren dat, off schoon, hunne klagten afgedaan wierden, zij naderhand in ingeleegentheeden wee„ „gens dit oproer soude koomen en daar„ „om verlangden om door een bewijs van uwel Edele gestrenge groot agtbaare verzekerd temoogen worden dat hun „derwegen de derweegen geen leet, of verwyd zoude geschi„ „den, wij gaaven hem daarop tot bescheid dat het grootelijks van 't verder gedaag der hoofden, en van het Hoofden souden afboan„ „gen om zodanige genst te verwerven, „daartoe en dat nij „ gaarne onse vermoogens wil „den tewerk stellen, wanneer zig de ove„ „rige zaaken hunner klagten wat schik „den, en zij na ons luijsterden en hun vreedsaam gedroegen onder dit gesprek kreegen wij een brief van den E. Dessave van Angelbeek van gisterigen datum, ver„ „zeld van een attest door den 8. Kapitein Baron De Prophalou verleend, waarbe wij verseekerd weerden dat 'er geene kommandos zederd onze komst in de dessavonij in't gesonden waaren, dan t aflossing van een korporaal en 3. op meene te Belligam, zo dat hiet allen der Muijtelingen wegens het aankoom van Kommandos in de Baijgams, en de willebaddepattoe valsch is, en wan „schijnlijk door kwaade schurken moet veroorsaakt 1408 veroorsaakt zijn; waarna wij zoo veel doen„ „lijk ondersoek zullen doen in zonderheid zullen wij ons in de Baijgams komende, daarna informeeren, weijl de muijtelin„ „gen bij een ongeteekende ola op de naam van een arraatje der baijgams g'ad ver„ „teerd zijn dat 'er een komando gekoomen was. over dat valschen gerugt hebben wij de Hoofden en mindere der Muijtelingen die bij ons present waaren op een gepaste wijze onder„ „houden, en hun aan gerecommandeerd om niet meer zo legt te gelooven en ter berk teneemen, zonder volkomen ver„ zekering zy waaren over die zaak ook wat verleegen, en gaaven genoegsaam geen antwoord, dan dat zij hum met de ontfangene ola verschoonden die zij egter, derwijl wy hem requireerden, zeijden niet in hunne handen tehebben. ons is voorts bij de brief van VE. Dessave van Angelbeek gebleeken dat sijn E: ho ontvreeden is doer onze handelwijze ten op zigt van de brief die ne gisteren aan
English
have written to his Honour, of which we have had the honour of presenting a copy to your Right Honourable Sirs, yet we believe we may hold ourselves assured that if his Honour could for a moment imagine himself in the situation in which we found ourselves, his Honour would indeed feel that there was no middle course open for us in writing, but that we had to be decisive; and this we have done—as we believe—as amiably yet as to the point as could be done given the time and the nature of the matter, on which account we undertake, upon being further required, to justify ourselves to your Right Honourable Sirs, and to set forth the further reasons for our conduct. We must, to our regret, report in concluding this that we cannot yet state with any certainty to your Right Honourable Sirs what the consequences of the gathering will be; nevertheless, we flatter ourselves with somewhat well-founded hope that everything will turn out well if a number of their requests are granted, for they stand firm in their position, although they are at the same time very fearful. If this dissension existed in open country and not in so many mountains, forests, and roads that can easily be made impassable, and if we then had nothing to fear from the side of the Kandians, then a good detachment would have the best effect and could restore everything to the complete satisfaction of the Honourable Company; but as it is, we dare not advise such a course, and thus we shall apply ourselves with all our might to continue working by gentle means, with God's blessing, toward the restoration of peace; with which assurance we have the honour, with all due reverence and respect, to subscribe ourselves as: Underneath was written: Right Honourable, Most Commanding Sirs, Your Right Honourable Sirs' humble and obedient servants, Was signed: D. J. Fretz and A. Samlant In the margin: Hakman, the 14th of March 1790. Lower down: Postscript: Just now there arrived from Hakman certain Poontje Kangaan with various lascorins of the Roenemahabadde, carrying a complaint ola against their Modliaar, saying that as many as 100 heads of the Mahabadde were with the mutineers; but we answered them somewhat gravely that they did wrong to betake themselves to the mutineers, as they could well have submitted their complaints without doing so, ordering them to return to their homes at once, with the promise that after we had translated the olas, they would receive justice in the matter. We do not think that this affair will be of any consequence among the Mahabadde people, and we believe that the assertion that there were 100 heads among the mutineers is untrue, as we have neither discovered nor observed anyone. Agrees, Corns. Johannis Idé, Sworn Clerk Examined, Maas Kolombo To the Right Honourable Sir, Willem Jacob van De Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its Dependencies. Right Honourable, Most Commanding Sir, In the trust that our humble letter of the 14th instant will have been, or will be, delivered to your Right Honourable Sirs, we have the honour further to report to the same that yesterday before noon, after long waiting, we finally obtained enough coolies to be able to continue our journey to Ookgodde, from whence we sailed down the river and arrived here in the evening. En route, we and our men were entertained at some places by the inhabitants, and at various places we saw people who were busy cultivating and sowing their fields. Along the way, several more complaint olas were handed over to us, on which we promised to provide an answer after translating them. In the Baijgams, we questioned the Aratchy Niemelle Goevejegere regarding the ola that the mutineers received, which stated that this Aratchy made known to them that a commando had arrived in the Baijgams; but he denied having written such an ola or knowing anything about it, and testified that there was no commando either, but only the Mohanderam of the Baijgams who had been in that district to fetch his rice, as he had heard; however, the mutineers had made him turn back. We have also begun to translate the olas, and this will be diligently pursued. This afternoon we received word that a crowd of mutineers had arrived at Dondure from Rahawatte, who had caused the people to take flight; whereupon we dispatched some men to reprimand them for that behaviour, which was contrary to our recommendation, but when they arrived at Dondure, the mutineers had already departed again for the Gangebadde Pattoe, without causing anyone any trouble. Several Kangaans, along with as many as 70 lascorins of the Roenemahabadde, came to us to complain about some of their comrades who had handed a complaint ola to us at Hakman against their Modliaar, saying that these were bad subjects who complained falsely against the Modliaar, whereas he treated them well and came to their aid in times of need, requesting therefore that we place no faith in the complaint olas of those wicked people; they furthermore handed over an ola to us in favour of the Modliaar, which
Dutch transcription
aan zijn E: geschreeven hebben, en waarvan wij de eere hebben gehad uwel Edele Gescr: groot agtb: een kopij aan kebieden, dog wij meenen ons te kunnen verzekerd hou„ den dat wanneer zijn E. zig voor een ogenblik in de omstandigheid konde verbeelden debevinden, waar in wij geweegt zijn, zijn E. dan wel soude gevoelen dat er geen middelweg in het schrijven wor ons op en was maar dat wij decessief moesten zijn en dit hebben wij /: zo mg nemen:/ zo vriendelijk, dog zakelijk „gedaan, als dat na den tijd en 't gewijs der zaake geschieden konde en wes„ wegen wij aanneemen om ons nader gerequireerd wordende, bij uwel Edele Gestr: groot agtb: te verantwoorden, en de verdere reeden van onze handel„ „wijze op en teleggen. wij moeten tot besleit deses tot ons leed„ weesen meeden, dat wij nog met geen zekerheid aan uwel Edele Gestr: groot agtbaare kinnen opgeeven wat de gevolp van 1409 van de tezamenrotting zullen zijn egter vlyen wij ons wat eenigsints gegronde hoop dat zig alles wel zal schikken, wanneer hun een partij versoeken worden in gewilligd, want zij staan sterk op hun stuk schoon zij dog devens ser vreesagtig zijn. bestond dese des savonij, in blanland, en niet in zoo veele bergen, bosschen en wegen die ge„ „makkelijk ontoegankelijk kunnen gemaakt worden, en hadden wij dan van de zeijde der Randienen niets te duchten, dan soude een goed detac hemint van de beste uitwerking zijn, en alles tot volkome repectatie van de E. kompanie konnen herstellen, maar nu duurven wij zulx niet aanraaden en dus zullen wij ons beddens bevlijtigen om door zagte middelen, met Godes zeegen, aan de herstelling der rust voort te arbeijden, met welke verseekering wij de eene hebben met al schuldige eerbied en res„ pect ons te onderschrijven als: /onderstond:/ wel Edele Gestrenge Groot agtbaare Hoog Hoog Gebiedende Weer, uwel Edele Gestren„ Groot agtbaare onderdaenige en gehoorsaeme B „naaren /:was geteekend:/ D: J: Fretz: en A samlant /in margine:/ Hakman den 14:' Ma 1790. /:lager:/ P: S zo even komt Wakman nejjenige Poontje kangaan, met verschri las korijns der Roenemahabadde met een klagt ola tegens hun Modliaar, onder het zeggen, dat 'er wel 100. koppen den Mah „badde bij de muijtelingen waaren, m gaaven hun wat serieus tot antwoord, dat zij slegt deeden om hun bij de Mo delingen te begeeven, wij zij sonder dat te doen wel hunne klagten hadden R „nen inbrengen onder aankundiging om den eersten na hunne huijsen deg met belofte dat ne de olas soude „den translateeren en dat zij dan daar regt souden erlangen. wij denken niet dat deese zaak van gevolg zijn zal onder de mahabass volkeren, en gelooven dat het voorge als ofder 100. koppen onder de Muiyteling waaren - 1410 waaren onwaar is aangezien wij niemand der kunnen ontdekt, of ontwaard hebben. Akkordeert Corns Johianns: Idé gezaklerk Nagezien Maas 1411 Kolombo Aan den wel Edalen Gestrengen Groot Agtbaaren Heer willem Jacob van De Graaff Raad, ordinair van Neederlands Jndia Gouverneur en Direkteur van 't eyland Cijlon met dies onderhoorigheeden Wel Edele Gestrenge Groot Agtbaare Hoog Gebledende Wer Jn vertrouwen dat onsen nedrigen van den 14. ' deser bij uwel Edele Gestrenge Groot agtbaare zal besteld zijn, ot worden, hebben wij de de eere voogst den zelven te berigten dat wij eijndelijk gisteren voormiddag, nae lang wagtens, zo veel Roelies bekoomen hebben om onze reijs na ook godde te hebben kun„ „nen voortsetten, van waar wij de rivier afgevaaren, en des avonds alhier aange„ „koomen zijn. onder onder wegens zijn wij en ons volk, op eenige plaatsen door de inwooners getrakteerd, en op verscheide plaatsen sagen wij men schin die beezig waaren met hunne velden v „bewerken en bezaaijen. onder weegen weer „den ons ook nog eenige klagt olas over „gegeeven, waar op na beloofden na Jaars lateering derzelve beschaid te zullen be„ „zorgen. Jn de Baijgams stelden wij den arraatse niemelle goevejegere bereeden weegens de ola die de suijtelingen ontfangen hebben en waarbij stond dat die araatje dum bekend maakte dat 'er een komman in de Baijgams was gekoomen, dog hi ontkende den dusdanigen ola te hebben geschreeven, of iets daarvan teweeten, betuijgde dat 'er ook geen kommando maar alleen den Mohanderam der Baijge in dat distrekt zijn geweest om zijn m afbehaalen, zo als hij gehoord had; dog de Muijselingen hem hadden doen deri keeren. weeden hebben wij begonnen om de olassen jaans lateeren 1412 Translateeren, en daarmede zal ijverig voortge„ „vaaren worden van namiddag kreegen wij bij„ „ding dat 'er een menigte Muijtelingen be D'ondure van Rahawatte waaren aan gekoo„ „men, die de menschen seer in de vlugt ge„ bragt hadden; waar op wij eenige menschen afzonden om hun over dat gedoente, tegens onze recommandatie, te onderhouden, dog toen die te Dondure aan kwaamen bij al weder na de gangebadde pattoe vertrocken, sonder eemand eenig over last aan te doen. verscheijde kangaans neevens wel 70. lasko„ rijns van de Roenemahabadde kwamen bij ons klagen over eenige hunner makkers„ die de Hakman een klagt ola aan ons hadden overgegeeven, ten laste van kunnen Modliaar, die zij zeijden slegte sub Jek„ „ten te zijn, die valschelijk voor den Mo„ „dliaar klaagden, terwijl hij hun wel be„ handelde, en in verleegentheid bchulp kwom verzoekende dus dat wij geen geloof wil„ „den slaan aan die klagt vlas dier bosse menschen zij gaaven voorts aan ons een ola over, ten voordeele van den Modliaar, die
English
which we promised to have translated, with the promise to act thereafter as we shall find proper. We asked some Chiefs whether it would not be good if they went to their korles and pattus to assist their subordinates with good counsel, but they showed no inclination to do so, out of fear of ill-treatment. We have the honour to call ourselves, with the utmost high esteem, Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed, High and Mighty Lord, Your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed obedient servants. Was signed: D: J: Fretz and A: Samlant. In the margin: Mature, the 16th of May 1790. Agrees, Corns Johann:s Sdé, sworn clerk. Checked, Maas. No. 8. 1413 Kolombo. To the Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Lord, Willem Jacob van De Graaf, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the island of Ceylon with its dependencies: Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed, High and Mighty Lord! We felt most highly honoured by Your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed secret letter of the 16th and general letters of the 17th of this month, by which we observed to our great pleasure that Your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed has been pleased to crown our conducted policy with Your fullest approval, for which we hereby have the honour to thank Your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed most humbly, with the assurance that we shall further employ all effort to direct matters so that the chief objective, to bring the insurgents to tranquility, is achieved in the first place, and matters of lesser importance according to the circumstances of the time, in the best possible manner. That which was recommended to us by Your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed in the aforementioned letters shall serve for our dutiful observation, as we have also already handed the translation of the general complaint ola to the Honourable Dessave van Angelbeek, in order that His Honour may note what is necessary for his vindication and for our elucidation regarding such points as appear therein and require clarification; and as soon as this has been done regarding what appears in the aforementioned and all other olas, we shall have the honour to present the one and the other, furnished with our considerations, to Your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed. To the Honourable Cinnamon Captain of Sijllengen we have delivered the complaint ola of some lascoreens of the Roenemahabadde against their mudaliyar, which was handed to us at Hakmana, as well as the olas delivered to us here since then against that complaint ola by fully 70 to 80 rangaans and lascoreens in favour of the said mudaliyar, indicating that we deemed it advisable that His Honour should go with those olas to Naaudunna to see what was happening there, and whether anyone might come forward with complaints against the mudaliyar of the Roenemahabadde, in order then to be able to act according to findings, either by deciding one thing or another, or by promising proper justice, after those complaint olas have been translated, with the recommendation to keep themselves quiet in the meantime and above all not to join the gathering of the korle peoples of this Dessavony. His Honour accordingly went to Naaudunna yesterday and, upon returning, told us 1414 told us that no complainants had come forward, but indeed the opposing parties who had declared themselves in favour of the mudaliyar, and that the Chiefs thought there was nothing to fear from the few complainants, nor for the cinnamon peelers who were about to depart for the forests to peel cinnamon. Setting aside all kinds of false rumours, we currently believe nothing other than that the gathering is still kept alive, though it does not consist of a large number, and that they go now here and then there, without however causing anyone any nuisance. We have the honour to call ourselves with all due respect, Right Honourable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord, Your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed faithful and obedient servants. Was signed: D. J. Fretz and A. Samlant. In the margin: Matura, the 19th of May anno 1790. Agrees, Corns: Johanns: Sdé, sworn clerk. Checked, Maas. 1415 Kolombo. To the Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, together with the Council. Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed, High and Mighty Lord. Since our respectful letter of the 19th of this month, nothing remarkable has occurred, the state of the insurgents remaining as we reported therein. Yesterday we had the honour of duly receiving Your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed, highly respected secret letter of the 18th of this month, whereby we are ordered to make a brief report to Their High Excellencies the High Indian Government concerning the further outcome of our Commission since our dispatched letter to Your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed under date of the 13th of this month. We have then, in compliance with that high order, prepared a letter to Their High Excellencies, and last night at 1416 at 12 o'clock dispatched it to Gale, of such content as Your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed will be pleased to observe from its copy, which we have the honour to present herewith to the same. We furthermore have the honour to call ourselves with the utmost high esteem, Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed, High and Mighty Lord, Your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed humble servants. Was signed: D: J: Fretz and A: Samlant. In the margin: Mature, the 21st of May 1790. Lower: P.S. Today we have recommended by a sannas ola to all the inhabitants of this Dessavony the work of the sowing fields and what pertains thereto, such as the making of dams in the rivers and streams in order to make the water flow onto the fields. Agrees, Corns Johanns Sdé, sworn clerk. Checked, Schrader.
Dutch transcription
die wa beloofden te zullen laaten Translateeren, met belofte van dan daarna te zullen han„ „delen, zo als wij zullen bevinden tebehooren. wij hebben eenige Hoofden gevraagd of het niet goed zoude zijn dat zij na hunne korles en pattoos gingen om hun ondergeschikten met goeden raad aan den hand tegaan, maar zy betuijgd daartoe geene genegentheid, uit vreese wor kwade behandeling. wij hebben de eere met de volmaakste Hoog ag„ „ting ons tenoemen /:onderstond:/ wel Edie Ge„ „strenge Groot agtbaare Hoog Gebiedende weer uwel Edele Gestrenge Groot agtb: gehoorsaame Dienaaren /was geteekend:/ D: J: Gretz: en A: Jamlant /:in margine:/ Ma„ ture den 16:' Maij 1790. Akkordeert Corns Johann:s Sdé gezw:klerk Nagezien Maas N 8. 1413 Kolombo. Aan Den wel Edelen Gestrengen Groot agtbaaren Meer. willem Jacob van De Graaf. Raad ordinair van Neederlands Jndia, gouverneur en Direkteur van het eijland Cijlon met dies onderhoorigheeden: Wel Edele Gestrenge Groot agtbaare Hoog Gebiedende Heer! wij hebben ons hoogst vereerd gevonden met uwel Edele gestrenge groot agtbaare secreeten brief van den 16. ' en gemeene letteren van den 17:de dezer waar bij wij tot ons groot ge„ „noegen ontwaard hebben, dat uwel Edele Gestrenge Groot Agtbaare ons gehouden be„ „leid met hoogst derzelven volkome goed„ keering hebben gelieven tebekroonen, waar voor wij dus bij deesen de eere hebben uwel Edele gestrenge groot agtbaare needrigst te bedanken, met verzekering dat wij verder verder alle moeijte zullen aan wenden om de zaaken daar heen tebrangen dat 't Hoof oogmerk, om de opvoerigen tot rust debaen „gen, in de eerste plaats, en de dingen van mindere aangelegendheid na tyds omstan„ „digheid, best mogelijk bereijkt worden. het door uwel Edele Gestrenge groot agtbaar ons aanbevoolene bij voormelde brieven ons tot schuldige observantie strekken„ gelijk wij ook reeds het translaat s algemeene klagt vlas aan den 8. Dess„ van Angelbeek ter hand gesteld hebben ten eijnde zijn E: 't noodige tot zijne change en tot onze Elucidatie, noopen zodanige posten als daarbij voorkoom en opheldering ver Eijschen, mooge aan „merken en zodra dit noopens he voorkoomende bij voorschreeve, en alle andere olas zal geschied zijn, zullen wij het een en ander, versien met on consideratien de eere hebben mueld Gestrenge groot agtb: aan tebieden. Aan De E. kanneel Kapitein van sijlen „gen hebben wij de klagt ola van een las Ron 1414 laskorijns van de roenemahabadde tegen hun modleaar, die ons te sakman overgegeeven is, zoo wel, als de zederd alhier tegen die klagt ola door wel 70 â 80. Rangaans en laskoryns aan ons overgegeevene olas ten voordeele van gedagte modliaar, ter hand gesteld onder tekennen geeving dat wij raadsaam oordeelden, dat zijn E: met die olas na Naaudorm ging, om tesien wat daar om ging, en of daar iemand mogte ten voorschen koomen wat klag ten tegen den modliaar der Roene„ „mahabadde, ten eijnde dan na bevinding te kunnen handelen, het zij door het een of ander te decideeren, dan wel goed ragt te belooven, na dat die klagt olas zoude getranslateerd zijn, met aanbe„ veeling om hun inmiddels stil tehouden en voor al niet bij de tezamerotting, der korles volkaren van deese Dessavon te gaan. zijn E is dan ook gisteren na Naardoene geweest en heeft ons, terug koomende, gezegt. o baen van Aan„ Nagezien gezegt, dat er geene klagers ten voorschein waaren gekoomen, maar wel de tegenparten die hun ten voordeele van den modliaar ver klaard hadden en dat de Hoofden meender dat en niets tedugten was voor de wijnige klagers, nog ook niet voor de Banne„ schilders die na de bosschen stonden te vertrekken tot het schilden van kannen Met der zeijde stelling van allerhande van „sche gerugten, vermeenen wij tans nietsa ders dan, dat de tesamenrotting nog leve „dig gehouden word dog in geen groot get bestaat en dat zij eens hier en dan dat gaan, sonder egter iemand eenige over last aan te doen. wy hebben de eere met al verschuldigste agting ons tenoemen /:onderstond:/ wel Ed Groot agtb: Hoog Gebiedende Heer! Moel Edele gestrenge groot agtb: getrouwe en gehoorsaeme Dienaaren /:was geteekend D: J. Pretz: en A. Samlant /in margin Matura Den 19. ' Maij Annot 791 Akkordeert Maces Corns: Johanns: Pde gezwe klerk 1415 Kolombo. Aan den wel Edelen Gestrenge Groot agtb: heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlandsch Jndia Gouverneur en Direkteur van 't Eyland Ceilon met dies onderhoorigheeden ne= vens den raad Wel Edele Gestrenge Groot agtb: Hoog Gebie „dende Heer. zedert onzen eerbiedigen van den 19. de= zer is niets bijzonders voorgeval „len, als blijvende den staat der oproerigen nog zodanig als wij daar daar bij vermeld hebben Gisteren hebben ij de eere gehad wel te ontvangen uwel Edele Geste Gron agtb: hoog gerespecteerden secreeten brief van den 18. dezer, waar bij wij geardonneerd zijn om korte lijks verslag te doen aan hunne Hoog Edelh: de hooge Indische Regeering nopens den verdeeren uitslag onzer Commissie zevert onzen afgezonden brief aan uwel Edele Gestr: Groot agtb: onder dato 13. dezer wij hebben dan, ter voldoen aan dat hoog bevel een brief aan Hunne Hoog Edelh: ver =vaardigd, en gepasseerde nagt om 1416 om 12. hur na Gale afgesz onde„ van zodanigen inhoud als uwel Edele Gestr: Groot agtb: bij dies Copij, die we de eere hebben hoogst denzelven hiernevens aantebieden zullen gelieven te beoogen. wij hebben voorts de eere van ons met de volmaakste hoog ag= =ting te noemen. /:onderstond: wel Edele Gestr: Groot agtb: Hoog Geb: week uwel Edele Gestr: Groot agtb: onderdanige Dienaaren. /:was geteekend: D: G: fretz: en A: sam =lant /:in margine Mature den 21. Meij 1790. /:lager: /: P: S: Weeden hebben, vn wij alle de ingezeetenen dezer ers des savonij 't werk der Zaaijvelden 310- en wat daar toe betrekking heeft, Zoo Nagesien Schrader. zoo als het maaken van dammen in de riveeren en spruijten, om 't water op de velden te doen loopen, bij een sannas ola aange =recommandeerd. Accordeert. - Corns: Johanns Sdé gezwklerk ƒ
English
1417 Batavia To His High Excellency, The Highly Noble, Stern, Highly Respected, Widely Commanding Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General on behalf of the state of the free united Netherlands in the General East India Company, Together with The Highly Noble and Stern Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc., etc. Highly Noble, Stern, Highly Respected, Widely Commanding Lord, and Right Noble and Stern Lords. The Venerable Ceylon Government has ordered us by secret letter of the 18th of this month, which we received here, to provide Your High Excellency with a brief report of the further outcome of our commission regarding the rebellious inhabitants in this dissavony, since the letter we wrote on the 13th of this month to the aforementioned Venerable Government in Colombo, up to this day. It is therefore in compliance with that highly esteemed order that we hereby have the high honor to report most humbly and respectfully to Your High Excellency: That in the afternoon of the 13th of this month, more than 200 men from the Morawakkorle arrived at Hakmana with beating drums, flying colors, and mostly armed with guns, pikes, and broadswords, who joined those who had previously appeared from that province in the gathering. After the aforesaid people had passed our resthouse and across the field toward the gardens, everything was very quiet, wherefore we had scouts look around to see where the crowd might be, and then we received word that a whole party had departed for Kapugama in the Girrewaye province, and apparently would proceed to the Wellabaddepattoo, because they had received news that the mudaliyar of that province was said to have appeared with some lascoreens and arrested some people. On the morning of the 14th of this month, a complaint ola was presented to us from a dismissed arachchi from the Morawakkorle, and a ditto from the inhabitants of the Magampattoo, who, as we were told, were among the gathering to the number of about 40 to 50 men. We gave them the answer that these olas, like all others, would be translated in Matara, and that justice would be done to them from there. Not long after, the people of the Korruwakorle and the Belligamkorle began their return journey to their korles with beating drums, and when they passed our resthouse, though from some distance away, the drums stopped beating, which signified a token of respect. Subsequently, we spoke in secrecy and confidence with Don Simon, arachchi of the Kandebaddepattoo, who is a leader of the disaffected and had appeared upon our summons. He gave us an account of his innocence, and how he even believed he had rendered good service, and therefore requested that we remember him favorably. And since he is a man of great standing, especially among the people of the Kandebaddepattoo, and thus has much influence over their minds, we thought we should make use of him. Consequently, we recommended to him, among other things, especially to employ his further efforts to promote tranquility, and to ensure that no one appeared with any weapons any longer, but that everyone went about tilling and sowing the fields, while in the meantime the complaint olas would be translated and dealt with as soon as possible. To this he made the best promises, adding, however, that the assembled people feared that, even if their complaints were settled, they would later get into trouble on account of this uprising, and therefore wished to be assured by a document from the Right Noble, Stern, Highly Respected Lord Governor of this island that no harm or reproach would come to them because of it. We replied to him, the arachchi, that it would largely depend on the further conduct of the headmen who were among the rebels and of the common people to obtain such a favor, and that we would also gladly use our influence for that purpose when the matters of their complaints were somewhat settled, and if they listened to us and behaved peacefully. During this conversation, a letter was delivered to us from the Honorable De Hase.
Dutch transcription
1417 Batavia Aan Zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edelen Gestrengen, Goodt achtbaeren wijd Gebievenden Heer M=r Willem Arnold Alting, van wegen den staat der vrije vereenigde Neverlanden in de Generaele oostjndische Benevens Maatschappij Gouverneur Generaal De wel Edele gestrenge Heeren Raeden van Nederlands- India Ac: AC: A: Hoog Edele, Gestrenge, Groot achtb: wijd Gebiedende Heer ! en welEdele Gestrenge Heeren. De gevenereerde Ceilonse regeering heeft ons bij sekreten brief van den 18. deezer, die we hieven ontfangen hebben ge- last, om aan uwe Hoog Edelh: een kort verslag te doen van den verderen uitslag onser kommissie nopens de oproerige ingezietenen in dese dessavonij, zederd de brief die wij op den 13. deser aan welgem: gevenereerde regeering na kolombo geschreeven hebben, tot op dezen dag. Het is dan ter nakoming van dat hoog geacht bevel, Dat wij bij deezen de hooge Eere hebben uwe Hoog edelh: nedrigst en eerbiedigst te berusten. Dat den 13. ' dezer des namiddags nog ruim 200. koppen uit de morauakorl met slaende Tamblijntjes, vliegende vendels en meest gewapend met geweeren, pikken en houwers te wakman zijn aangekomen, die Hun bij de geene die alvoo- rens uit die provintie bij de meenigte verscheenen waeren gevoegd hebben; Na dat de voorschreve volkeren ons rusthuijs, en over het veld na de tuinen waeren gepasseerd, was alles seer stil alwaarom wij lieten rondzien waer de menigte zig bevinden mogte en toen kregen we berigt, dat een heel partij na kapawatte in de Gerrewaise provintie vertrokken was„ en apparent na de wellebaddepattoe zoude gaan; wijl zij berij bekomen hadden dat den modliaer dier provintie met eenige visse zaer zoude verscheenen zijn, en eenige menschen opgevat hebben. Den 14. dezer des morgens wierd ons een klagt ola gepresentee van een afgezette araetje uit de morruakorle, en een d=o van de inwoners der Magampattoe, die hun; zoo men ons zeide, ten getalle van omtrend 40. â 50. koppen bij de Tesamenrotting bevonden wij gaven hun tot bescheid, dat deeze olas even als alle ander te Mature zouden overgezet, en hun van daar op goed regt gedaan worden niet lang daar na namen de volkeren van de korruakorl en de Belligamkirle met slaende tamblijntjes de terug reise na hunne korls aan, en toen ze ons rust; huijs, schoon wat van verre, passeerden hielden de tamblijntien op met slaen, het geen een bewijs van eerbied beteekende; vervolgens spraken wij in secretesse en vertrouwen met Don Simon, arraetje van de kandebaddepattoe die een hoofd van de misnoegden is, en op onse boodschap verscheenen was. hij deed ons een vertael van zijne onschuld, en hoe hij zelfs goede dienst meende gedaan te hebben, en daarom verzogte dat wij hem ten goede„ wilden gedenken en aangezien hij een man is van groot aanzien, in zon derheid bij het volk der kandebaddepatioe, en dus veel vermo„ gen, op de gemoederen heeft; zoo meende wij van hem te moeten gebruik maeken: en dienvolgens recommandeerden wij hem, onder anderen insonderheid om zijne verdere devoiren aantewenden ter bevordering van de rust, en dat niemand meer met eenig wapentuig voor den dag kwam, maar een ider aan het bewes„ ken en bezaeijen der velden ging terwijl inmiddels de klagt olassen zouden getranslateerd, en zoo spoedig doenlijk, afdoening daar op bezorgd worden hier op deed hij de beste beloften, onder het bijbrengen echter„ Dat de tezamengerotte volkeren bedugt waeren dat, ofschoon„ hunne klagten afgedaan wierden, zij naderhand wegens dit opr in ongeleegentheid zouden komen, en daarom verlangde om door een bewijs van den welEdelen Gestr: groot achtb: Heer Gouverneur desses Eylands verzekerd te mogen worden, dat hun derwee„ gen geen leed, of verwijt zoude geschieden. wij gaven hem araetje daar op tot andwoord, dat het gro delijks van het verder gedrag der hoofden, die onder de oproe rigen waeren, en van het gemeene volk zoude afhangen om zodanigen gunst te verwerven; en dat wij daar toe ook gaarne onse vermogens wilden te werk stellen, wan= neer zig de zaeken hunner klagten wat schikten, en zij na ons luijsterde, en hun vreedzaam gedroegen. onder dit gesprek wierd ons een brief van den E: De Hare
English
1418 Disava van Angelbeek of yesterday's date was brought from Mature, which was accompanied by an attestation granted by the captain and commandant of the Militia, the Honorable De Prophalou; whereby we were assured that no commando had been sent out in this disavaship since our arrival, other than solely a corporal and 3 privates to relieve an equal number at Pelligam: so that the alarm of the mutineers, because Detachments had supposedly arrived in the Raygams and the Willebaddepattoo, was caused by false reports. About which we addressed some headmen of the insurgents, along with a number of commoners who happened to be present with us at that time, in an appropriate manner; with the recommendation not to believe such things so lightly henceforth, nor to take them to heart: but, upon learning of anything, to inform us of it immediately and to place trust in our words. They seemed embarrassed about this and gave virtually no answer, other than that they appealed to the news they had received by an ola, stating that a commando was supposed to have arrived in the Raygams; however, when we demanded this ola, which was written in the name of Wiemelegoenesigere Aratchi of the Raygams, they testified that they did not have it in their hands. We also took the opportunity to confer in secrecy with the younger brother of the aforementioned Don Siemon Aratchi, who also has much influence over the people, but lives in discord with his brother; and he likewise promised us to do everything possible to restore tranquility. He also told us, as well as his brother did, that they have no reason to complain about the Honorable Disava, but certainly about His Honor's second interpreter and about the Mohandiram of the Kandebaddepattoo. Subsequently, a complaint ola was delivered to us by a kangan and several lascars of the Roenemahabadde against their Mudaliyar, and upon arriving at Mature, an ola counter to the aforementioned complaint ola and in favor of the said Mudaliyar was also handed to us by as many as 70 to 80 persons, consisting of kangans and lascars of the said Roenemahabadde; accompanied by further verbal assurances that the aforementioned complaint ola had been submitted by some bad, disobedient subjects, and that we should therefore pay no heed to it, since the Mudaliyar treated them well and there were no reasons to complain about him. Both of these olas we subsequently handed over on the 16th of this month to the Honorable Cinnamon Captain, who happened to appear here to send the cinnamon peelers off to the forests to peel cinnamon, so that he might further inform himself according to the state of affairs and do what His Honor would find proper. His Honor, accordingly, upon our advice, went to Naudoene, 2½ hours from here, where many of his subordinate people live; and upon his return he informed us that the complainants had not appeared before His Honor, and that the people present at Naudoene had declared that they were very well satisfied with their Mudaliyar; and likewise that all the headmen had testified to having no reason for apprehension regarding any discontent among the cinnamon peelers who were on the verge of departing for their peeling work. So that those few complainants do not come into consideration, whom we shall nonetheless notify upon a future meeting that they may pursue their complaint further with their captain. On the 15th of this month, we finally, with much effort, obtained enough coolies at Wakman so that, with those we still had with us from Colombo, we were able to depart for Ockgodde, from where we sailed down the river to Mature that afternoon. On the way, we still found several posts of the mutineers, who, however, did not hold their weapons in their hands, but had them standing before their dwelling place, and treated us as well as our retinue to fruit. We also saw with much pleasure people here and there cultivating the fields, and sowing some of them with paddy. Several more complaint olas were also delivered to us, upon which we promised proper justice after they had been translated and examined by us. At Ockgodde in the Raygams we also questioned the aforementioned Wiewelegoenesegere Aratchi regarding the ola written in his name to the mutineers about a commando that was supposed to have arrived in the Raygams; however, he testified to knowing nothing of such an ola and that no commando
Dutch transcription
1418 Dessave van Angelbeek van gisterigen datum van Mature aangebragt, die verzeld was van een attest door den kapitain en kommandant der Militie De E: De Prophalou verleend; waar bij wij verzeekerd wierden dat 'er geen kommando zederd onse komst in deeze dessavonij uitgezon„ den was, dan alleen een korporael en 3. gemeene, ter aflos- sing van een gelijk getal te pelligam: zoo dat het allaar der muitelingen, wegens dat Detachementen in de Raij- gams, en de willebaddepattoe waeren aangekomen, door valsche berichten veroorsaekt is. waar over wij eenige hoofden der oproedigen, nevens een partij gemeene„ die toe juist bij ons present waeren, op een gepaste wijze onderhouden hebben; met recommandatie om voortaan niets diergelijks meer zoo ligt te gelooven, en ter herte te neemen: maar iets vernemende ons dadelijk daar van kennis te geeven, en vertrouwen op onze gezegvens te stellen, zij scheenen hier over overleegen te zijn, en gaven genoegzaam geen antwoord, dan dat zij hun beriepen op de tijding die ze bij een ola ontfangen hadden, dat 'er een kommando in haijgams gekomen zou- de zijn, dog welke ola, die op de naam van wiemelegoene, sigere araetje van de Baijgams geschreeven was, zij betuig= den niet in hunne handen te hebben toen we hem requireer- den wij hebben ook de geleegentheid waargenomen om den onderen broeder van den hier vooren gemelden Don Siemon araetje, die meede veel vermogen op het volk heeft, dog met zijn broeder in onmin leeft, in secretesse te onderhouden; en hij heeft ons mede beloofd alles te zullen aanwenden tot zer- stel der rust, hij heeft ons ook, zoo wel als zijn broeder gezegd, dat zij geen reeden hebben over den E: Dessave te klagen, maar wel over zijn E: tweede tolk, en over den Mohanderam van de kandebaddepattoe vervolgens wierd ons door een kangaan, en verscheide Laskorijns van de Roenemahadadde een klagt ola over- gegeeven, ten laste van hun Modliaar, en te Mature komen= de wierd ons door wel 70. â 80. koppen, in Kangaens en lasko- rijns van gem: Roenemahabadde bestaende, meede een ola tegen voorm: klagt ola, en ten voordeele van evengem: mod= liaat ter hand gesteld; onder verdere mondelinge betuij ging ri =ging, dat bovengem: klagt ola door eenige slegte ongehoorsaeme subjekten ingediend was, en wij denzelven dus in geene aanmerking neemen wilden: aangezien de modli„ aen hun welbehandelde, en 'er geene reedenen van klaegen over hem waeren dese beide olas hebben wij vervolgens aan den E: kaneel kapitain, die juist hier verscheen om de kaneelschillers na de bosschen te doen vertrekken, tot het schillen van kaneel, op den 16. deser overgegeeven ten einde zig na de zaeksgesteld. heid verder te kunnen informeeren, en te doen wat zijn E: zoud bevinden te behooren. Gelijk zijn E: dan ook op onse aanra- ding na Naudoene 2½. uur van hier, alwaer veele zijner ondergeschikte volkeren woonen, is geweest; en na zijne terugkomst ons onderrigt heeft, dat de klagers niet bij zijn E: waeren verscheenen; en dat de aanwezende mensch te naeuzoene verklaerd hadden, dat zij heel wel met hunne modliaar te vreeden waeren; zoo meede dat alle de hoofden betuijd hadden van geene reeden van bedugting te hebben nopens eenig misnoegen der kaneelschillers die op hun vertrek na hun schilwerk stonden. zo dat die wynige klagers in geene aan„ merking komen die we echter bij nadere ontmoeting zullen aankundigen, dat zij hunne klagte bij hun kapitain verder kunnen voortzetten. Den 15=e dezer hebben wij eindelijk, met veel moeijte„ zoo veel koelies te wakman gekregen dat we met de geene die we nog van kolombo bij ons hadden, na ockgodde kon„ =den vertrekken, van waar we dien nademiddag de rivier of na mature zijn gevaeren. op de wegvonden wij nog verscheide Posten van de Muntelingen, die egter hunne wapens niet in handen, maar voor hun verblyfplaats staan hadden; en ons nevens ons gevolg met vrugten tracteerden. wij zagen ook met veel genoegen hier en daar menschen die de velden bewerkten, en sommige„ derzelve met nelij bezoeden ook wierden ons nog eenige klagt olas overgegeeven, waar op we goed regt beloofden, na dat dezelve getranslateerd, en door ons ingezien zoude zijn te oekgoede in de paijgams stelden wij ook den hier vooren gem: wiewele goenesegere aractje te reeden, wegens de ola die op zijn naam aan de muntelingen geschreeven was, nopens een kommando dat in de Baijgams zoude gekomen zijn; dog hij betuigde van zodanigen ola niets teweeten en geen komman= do.
English
seen, or to have heard anything about it, but that he had indeed learned that the vidaan mohandiram of the Haygams, who was said to have come to collect the areca nuts, was turned away by the rebels. We have further recommended to this arachchi and other minor chiefs who were present at Oekgodde, to take care above all that the work of the fields be performed properly without loss of time, and that the inhabitants keep quiet, since we would provide them as soon as practicable with an answer and proper justice regarding their complaint olas. They promised to do their best in this regard, but at the same time requested to be discharged from their vidaan mohandiram, since he had done them much injustice, whereupon we assured them that fair consideration would be given to this request of theirs. Since our arrival here, we learn that the gathering is still kept alive by a small number of insurgents, without their doing any harm to anyone. We have conferred with those of the primary chiefs against whom no complaints have yet been submitted, to go to their respective provinces merely to assist their subordinates with good counsel, but they have raised difficulties against this out of fear of being mistreated. For which reason, and because it even seems to us that they will be of no use in the provinces as long as tranquility is not fully restored, we have not urged them any further to do so. However, the mudaliyar of the Girrewail is in his province, namely at Pangale, where a detachment is stationed for the protection of the warehouses, and the sabandaar of the Seigniory of Belligam is also at Belligam, where a European corporal as post-holder and an Eastern corporal and 3 privates are stationed. We are currently engaged in having the complaint olas translated, and thereafter, with the advice of the Honorable Disava van Angelbeek, we will take such resolutions as are consistent with the interests of the Honorable Company and its customary equity toward its subjects, and in accordance with the instructions and further orders we have received and may yet receive. Meanwhile, we have the high honor of being able to assure Your High Nobility that we are in the best confidence, and have well-founded hope, that we shall soon be able to fully restore tranquility in this disavany. Yet this will not be able to happen otherwise than by suspending some native great and small chiefs at the request of the crowd and on account of the complaints they bring against them, and if necessary deporting them and sending them under arrest to Gale or Colombo. And we shall even have to do this even if those chiefs might not be found so guilty, because otherwise that unruly mob will not be appeased. Likewise, we shall also have to settle and grant some other matters about which the crowd complains. Yet may Your High Nobility be pleased to rest assured that we shall keep the Company's interests and the justice of the matter as much in view as will ever be possible and the circumstances of the times will permit; since our chief object will and must be to effect the restoration of tranquility, and in which we hope, through God's blessing, to succeed in the least disadvantageous manner for the Company. We trust that Your High Nobilities will be pleased to take some satisfaction in our conduct and applied efforts, and will be pleased to favor the same with Your Highest approval. While we have the high honor to call ourselves with all due respect and deepest deference, was signed below: High Noble, Strict, Right Honorable, Widely Ruling Lord and Right Honorable, Strict Lords! Your High Nobilities' most loyal and obedient servants, was signed: D. T. Fretz and A. Samlant. In the margin: Matara, the 20th of May 1790. Below stood: Agrees. Was signed: D. T. Fretz and A. Samlant. Agrees. Cornelis Johannes Idé, Sworn Clerk. Examined. Schrader. Colombo. To the Right Honorable, Strict, Greatly Respected Lord, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, along with the Council. Right Honorable, Strict, Greatly Respected, High Ruling Lord. We have the honor to most respectfully inform Your Right Honorable, Strict, Greatly Respected Lordship that since our letter of the 21st of this month nothing noteworthy has occurred, other than that the four arrested chiefs, being the second interpreter Mohandiram, the Mudaliyar of the Wellebaddepattoe, and the Mohandirams of the Baygams and the Kandebaddepattoe, have requested their discharge in a petition to the Honorable Disava van Angelbeek, because they themselves believe that this will contribute much to the promotion of the restoration of tranquility, and because the Honorable Disava shares our view that declaring those offices vacant will have a marked influence on the minds of the rebels, we have therefore granted that request to those chiefs and declared their offices vacant, with the announcement that the complaints against them will subsequently be further investigated and settled. And as we further believe that their removal from this disavany for some time will be of much use at this juncture, we have sent the latter three to Gale this afternoon, to remain there until further orders. However, we have permitted the second interpreter to remain here in his house on account of illness. And because those chiefs feared that the rebels, who sometimes roam around between here and Belligam, might cause them some trouble, we have given them an escort of 24 Easterners
Dutch transcription
1419 =do gezien, of iets daar van gehoord te hebben, maar dat hij wel vernomen had, dat den viedaan mohandiram der haijgams, die men gezegd had gekomen te zijn omnelij afbehaelen, door de muitelingen afgeweezen zy. wij hebben voorts deezen araetje, en andere mindere hoofden die te oekgodde present waeren aengerekom- mandeerd om voor al te zorgen, dat het werk der velden na behooren zonder teid verzuim verrigt wierde; en de in- wooners hun stilhielden: wijl wij hun so spoedig doenlijk op hun klagt olas bescheid en goed regt bezorgen zouden zij beloofden daar op wel hun best te zullen doen maar verzogten teffens om van hunne vidaen mohandiram te mogen ontslagen worden wijl die hun veel onregt had gedaen waar op wij hun verzekerde dat 'er een billijke reflectie zoude worden geslagen op dit hun verzoek. zeeverd onse komst alhier verneemen wij dat de tezamenrotting door een klijn getal oproerigen nog leven- dig gehouden word, sonder dat zij eenigleid aan iemand doen wij hebben de geene der eerste hoofden, waar over„ nog geene klagten zijn ingekomen, onderhouden om na hun ne respective provintien te gaan, alleen om hunne onder geschikten met goeden raad te assisteeren, maar sij hebben daar teegen swarigheeden ingebragt, uit beduchting van kwalijk behandeld te zullen worden. alwaarom„ en om dat het ons zelfs toe schend dat zij geen nut zullen doen in de provintien, zoo lange de rust niet geheel hersteld is, wij hun niet verder daar toe aangezet hebben, echter is den modliaar van de Girrewail in zijne provintie, en wel te Pangale, alwaar een Detacte ment legt tot bewaering der Pakhuisen en den sabandaar van de Heerlijkheid Helligam bevind zig meede te Belligam alwaer, een europees korporaal als post- houder en een oostersche korporaal en 3. gemeene leggen. wij zijn tans bezig om de klagt olas te laeten trans- lateeren, en daar op zullen wij vervolgens met advies„ van de E: Dessave van Angelbeek, zodanige besluij„ ten nemen als over een komstig zijn met de belan- gens van de E: kompenie, en Haere gewoone achtreed digheid tegen haere onderdanen, en navolgens de onsdruk- tie, en verdere ordres die we ontfangen hebben, en nog zullen komen te ontfangen Inmiddels hebben wij de hooge eere van uwe Hoog Edelh: te kunnen verzeekeren, dat wij in het beste vertrouwen. zijn zijn, en gegronde hoop hebben, dat wij de rust in deeze dessavonij wel haast ten vollen zullen konnen herstellen. dog dit zal niet am ders kunnen geschieden dan door eenige inlandse grote en klijne hoofden op verzoek van de menigte, en uit hoofde ver klagte, die zij tegen hun inbrengen, te suspendeeren; en des noods te deporteeren, en na Gale of kolombo in arrest op te zenden. en dit zullen wij zelfs wel moeten doen of schoon die hoofden ook zoo schuldig niet mogten bevonden worden, wijl anders die woesten koop niet te bevredigen zijn zal. desgelijks zullen wij ook eenige andere dingen, waar, over de menigte klaegt, moeten schikken en toestaen. dog uwe Hoogedelh: gelieven hun verzeekerd te houden dat wij 'skomp:s belangens, en de rechtveerdigheid der zaeke zoo veel in het oog zullen houden als maar immers doenlijk zijn zal, en de teids omstandigheeden willen gedooge: aangezien ons, hoofd oogmerk zijn zal, en zijn moet„ om de herstilling verrust te wege te brengen. en waar in wij /:door Godes zegen:/ hoopen te zullen slagen op de minst nadeelige weize voor de kompenie. wij vertrouwen, dat uwe hoog Edelheedens in onse handel, wijse, en aangewende Pogingen eenig genoegen zullen gelieven te neemen, en dezelve met hoogst derzelven aprobatie zullen gelieven te begunstigen Terwijl wij de hooge eere hebben van ons met alverschul digsten respectt en diepst onzag te noemen /:onderstond:/ Hoog Edele, Gestrenge, Groot achtb: wijd Gebiedende Heer en welEdele Gestrenge Heeren! uwel Hoog Edelheedens, Trouw schuldigste en gehoorsaeme Dienaeren /:was geteekend:/ D: T: fretz en A: Samlant /:in margine:/ Mature de 20: Meij 1790. /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ D: T: fretz: en A:samlant Akkondeert Corn:s Johanns Idé gezwklerk Nagezien. Schrader 1420 Kolombo, Aan den wel Edelen Gestrengen Groot achtb: Heer Willem Jacob van de Graaff, Raad ordinair van Nederlandsch India, Gouver„ neur en Dierekteur van 't Eiland Ceilon met dies onderhorigheeden Nevens den Raad. WelEdele, Gestrenge, Groot achtbaare Hoog Gebiedende Heer. Wij hebben de eere uw welEdele Gestrenge Groot achtbaare eerbiedigst te berigten dat zedert onzen brief van den 21:e deezer niets naamwaardigs voorgevallen is, dan dat de gearresteerde vier hoofden zijnde den tweeden tolk Mohandiram, de Modliaar van de wellebaddepattoe en de Mohandi„ rams van de Baijgams en de handebad„ depattoe, hun ontslag bij een Request aan de E: Dessave van Angelbeek gevraagd heb„ ben, uit hoofde zij zelfs vermeenen dat zulx veel zal toebrengen ter bevordering van van de herstelling der rust, en weil de E: sessave met ons van het zelfde begrip is, dat de vakant verklaring dier bediening een merkelijken invloed op de gemoederen der muijtelingen zal hebben zoo hebben wij aan die hoofden dat verzoek toegestaan en hunne ampten vakant verklaard, onder deeze aankondiging dat de klag„ ten tegen hun vervolgens verder zullen onderzogt en afgedaan worden, en al wij alverder vermeenen dat hunne ver¬ wijdering uit deeze Dessavonij voor en tijd lang in deezen tijd van veel nit„ zal zijn, zoo hebben wij de drie laaste heeden nademiddag na Gale gezonden om hun daar tot nader order op te houden dog den tweeden tolk hebben wij toege„ staan om alhier in zijn huijs te moogen blijven, wegens ziekte en wijl die hoof„ den bedugt waaren dat de muijtelingen die somwijlen tusschen hier en Belli„ „gam rond swarven, hun eenige ongelee„ „gentheid zouden konnen aandoen zoo hebben wij hun een es corte van 24: oos„ „terlingen
English
given along with the necessary non-commissioned officers, to escort them to Ardahawatte, in the Galle Korle, just as we have also given them our coolies from the Colombo Dessavony for their transport since none were to be had here. Furthermore, we have decided to have the vacant offices provisionally filled as follows: The Kandebaddepattoo by the Gajanayake Mudaliyar Ilangakoon, who previously held that post. The Baygams by Don Constantyn Samerekoon Wijeyesinghe, who resigned 10 years ago as Mohandiram of the woodcutters. The Wellebaddepattoo by Mudaliyar Wijeyesinghe, who resigned a few years ago at his own request. Presently, we are busy taking into consideration the points mentioned in the complaint olas, in order to be able to deliver an answer to the mutineers as soon as possible concerning the general and principal articles that appear therein. We have further the honour, with all due respect, to call ourselves, Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed, High-Commanding Lord, Your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed, Obedient Servants, signed D. J. Fretz and A. Samlant. In the margin: Matara, the 24th of May 1790. Agrees, Cornelis Johannes Ide, sworn clerk. Colombo. To the Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of Dutch India, Governor and Director of the Island of Ceylon, with its dependencies, together with the Council. Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed, High-Commanding Lord, We have the honour to inform Your Right Honourable and Highly Esteemed that no change has yet taken place concerning the revolt, because the mutineers keep the matter alive, now here, now there, sometimes in a small number and then again in a large number, without however committing any acts of insolence of any consequence. During the past watch at twelve o'clock we finished the revision of a mandate translated into Sinhalese, which we presented to the assembled principal chiefs, announcing that they would have to give us their opinion on each article. And as they fully approved its contents, declaring that they did not in the least doubt its good effect, but assuring us that the assembled people would gladly make use of the opportunity that was so favourably granted to them and come to repentance, we have set a number of scribes to work this morning to make fair copies of several sets of the Sinhalese mandate, which will only be ready in the coming watch, and which we shall thus send out tomorrow very early to the different Korles and Pattoos. Meanwhile, we shall also send the Chiefs to their districts on the following day with the necessary recommendations, which we have already announced to them. We have the honour to offer Your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed a copy of that mandate, in which Your Excellency will notice at the 29th article how we, by virtue of our secret instruction, with the advice of the Honourable Dessave van Angelbeek, have taken it upon ourselves to grant a pardon regarding the unlawful assembly. We felt absolutely obliged to do this, both on account of the reports that have reached us concerning unrest among the people in some places in the Colombo Dessavony, and because of the rumor that the fire was also smoldering in the Galle Korle and under the Mahabadde, as well as because we believe to have obtained sufficient assurance that nothing good is to be expected without a general pardon. And although we have since learned that no unrest has yet been observed among the cinnamon peelers or other peoples of the Mahabadde, except among a few lascorins of the Ranbadde who complained against their Mudaliyar, and of which we ourselves hear nothing further; we are nevertheless of the opinion that no time should be lost in restoring calm, if possible, so that the fire does not grow larger and ignite other provinces, seeing that it would then be more difficult to extinguish. We trust, therefore, that our course of action will fully merit Your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed's approval, and that we may be so fortunate as to report the good effect thereof to Your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed in a few days. But if, contrary to all expectation, it should turn out otherwise, and the mutineers should persist in their evil ways under one pretext or another, or if they should demand things of us that would tend greatly to the disadvantage of the Company's interests and reputation, and could not be dissuaded therefrom, then we are, subject to the correction of Your Excellency's better judgment, of the opinion that a command ola from Your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed should still be sent to them, excluding all further delays and ordering them to make use of the favour that we have promised in our mandate, or else that they would be deprived of that favour, and be treated and punished as rebellious subjects; provided that if they did not turn back from their evil ways within certain fixed days, the utmost severity would be used against them by the power that the Company holds in its hands, etc.
Dutch transcription
142 „terlingen onder de noodige onderofficie„ ren meede gegeeven, om hun te begeleiden tot Ardahawatte, in de Galekaal, gelijk wij hun ook onze koelies uit de kolombo„ „sche Dessavonij tot hun transport gegee„ ven hebben alzoo 'er hier geene te krijgen voorts hebben wij beslooten om de vakan„ te ampten Provisioneel te laaten waar„ neemen als volgt. De kandebaddepattoe door den Gajenaik modliaar Zillekeratne die eerst in die bediening is geweest de Baijgams door Don Constantijn sammerkoon wieresinge die voor 10. Jaaren als Mohandiram van den houd„ sheep zijn ontslag genomen heeft. De wellebaddepattoe door den voor eeni„ „tje Jaaren op zijn verzoek ontslaagen Wiedjesinge Madliaar. Pans zijn wij beezig om de Poinkten ver„ „meld bij de klagt olas in overweeging teneemen, ten leinde zoo spoedig doenlijk bescheid aan de muijtelingen te konnen zijns. bezorgen aan Nagesien „schraden. bezorgen, op de generaale en princi„ „paale artikelen, die daarbij voorkoo„ men Wij hebben voorts de eere met alverschile digsten eerbied ons te noemen /:onder„ stond:/ welEdele Gestrenge Groot achtbaare Hoog gebiedende Heer! uw wel Edele Gestrenge Groot achtbaa„ re Gehoorzaame Dienlaaren /: wat„ „getekend:/ D: J: F: retz en A: Samlant /:in margine:/ Mature den 24:e Maij 1790. — Akkordeert Corns: Johanns: Ide gezee klerk 1422 Kolombo. Aan Den wel Edelen Gestrengen Groot agtbaaren Heer willem Jacob van De Graaff Raad ordinair van Nederlands Jndia Gouverneur en Direnteur van 't Eijland cijlon, met dies onderhoorigheeden Neevens den Raad. Wel Edle Gestrenge Groot Achtbaare Horg Gebiodende Heer Wij hebben de eere uwelEdele Groot agtbaare te berigten, dat 'er als nog geene verandering noopens den oproer plaats heeft, wijl de Muij„ „telingen dan hier, dan daar, somwijlen in eene Rlijne Hoeveelheid en dan weder eens met met een groven getal,„ de zaak leevendig houd sonder egter baldadigheedens van eenige aan gelegentheid te pleegen De gepasseerde wagt zijn we om twaalf uu klaar gekoomen met de resumtie van een Mandaat die in het Zingalees overgezet en wij de gezamentlijke principaale wa „den voorgehouden hebben, met aankund „ging dat zij ons op ider artikue huun meening zouden hebben te zeggen. en aa zij dies inhoud volkomen goedgekeurd ben, met verklaaring dat zij geen zind aan het goede effekt twijffelen, maar hun verzeekerd heebden dat de tesamen gerotte volkeren hum wel de gebegon „heid, die hun zo gunstig gegeeven wier zouden willen te nut maaken, en tot inkeer koomen; zoo hebben wij heeden morgen een partij schrijvers aan het werk gezet om verscheide stellen van de zin galeese mandaat in het net tedoen schrijven, die in de aanstaande wagt eerst zullen klaar komen, en wij dus morg heel 1423 heel vroeg na de deferente korles in Pat„ „toes zullen afsenden. Terwijl wij de Hoofden 'sdaags daar aan met de noodige recommandatie meede na hunne Distrikten zullen afsenden, het geen we hun reeds aangekundigt hebben. van die mandaat hebben wij de eene uwel Edele Gestrenge groot agtbaare een afschrift aan te bie„ „den, waarbij hoogst deselve bi het 29:te arti„ „kel zullen ontwaaren hoe dat wij (uit Hoofde van onze secreek Jnstructie /:met advies van den E. Dessave van Angelbesz op ons genoomen hebben om Pardon ne„ „gens de tezamenrotting te verleenen. hier toe vonden wij ons absolut verpligt„ zo uit hoofde van de tijdingen die bij ons ingekoomen zijn wegens onrustig„ heeden van 't volk op eenige plaatsen in de kolembose Dessavonij, en wegens het gemempel dat 't vuurtje in de Gale korl, en onder de Mahabasde ook aan 't smeulen zoude zijn, als meede om dat wij meenen genoegzaame verzekering bekoomen bekoomen tehebben, dat 'er buijten een Gen „raal Pardon niets goeds te verwagtenm en of schoon we zederd weder verstaan „ben dat 'er nog geen onrust onder de ka neebschillert, of andere volkeren der Ma babaddo bespeurd is, uit gesonderd onder een wynige laskorgns van de Ro# nebadde, die tegen kunnen modliaar ge„ „klaagd hebben, en waar van we zeeft niets verders meer verneemen; zo sijn „we egter van oordeel dat 'er geene tijd m verlooren gaan om, was 't mogelijk, de curst deherstellen, op dat het vuur met ge „ter worde, en andere provintien aan„ „steeke aangezien 't dan moeijllijker te blussen zoude zijn wij vertrouwen dus, dat onze handelwijze uwel Edele Gestrenge groot agtbaare of „probatie volkoomen zal verdienen; en dat ne zo geluckig moogen zijn om uwel Edele Gestrenge groot agtbaare de goede uit werking daarvan over een paa daagen bekonnen melden. Dog indien het 1424 het teegen alle verwagting anders mogte uit„ „vallen, en de Muijtelingen in hun kwaad„ onder 't een of ander protext, mogten voors„ vaaren, dan wel dingen van ons kwamen tevongen die alle zeer tot nadeel van 'sCom„ „panies belangen, in reputatie strek den„ en daar van niet aftebrengen waaren, zo zijn wij. /:onder correctie van Hoogmij„ „zer beter oordeel:/ van gevoelen, Dat hun nog een bevel ola van uwel Edele Gestr. groot agtb: zoude moeten toegezonden worden, die alle verdere uit verigten Bren uit tesl uijten, en hun gelaste om gebrijk temaaken van de gunst die wij aimlan onze mandaat toegesegd hebben, of dat zij anders van die genst zouden ver„ „stooken, en als revolteerende onderdaa„ „nen behandeld, en gestraft worden; mitsgaders dat zij binnen zekere k„ „bepaalene dagen, wanneer zij niet van hunnen boosen weg terug kwaamen, den strengsten zouden vervoegt worden, door de mogt die de kompt in handen heeft TC:s
English
We repeat that we do not flatter ourselves with unfounded hope regarding what will be restored on our mandate; however, in order not to lose time, we request to be provided tomorrow morning with the orders of Your Right Honourable and Highly Esteemed Sir, so that we may know tomorrow what we are to do, in the presumed and unhoped-for unfortunate event. The rumour of the gatherings in Colombo is quite public here; however, it is still recounted in various ways. This is therefore likely water on the mill of the mutineers; nevertheless, we are of the opinion that they will not want to neglect the good opportunity which we offer them in the mandate ola, both regarding the pardon and with respect to the promise that their further complaints will be investigated and proper justice administered thereupon, in exchange for an uncertain outcome in the future. We have the high honour to call ourselves with all faithfulness and deep respect, Right Honourable, Highly Esteemed, High and Mighty Sir! Your Right Honourable and Highly Esteemed Sir's obedient servants, Signed: D: F: Prehn: and S: Janlaart In the margin: Mature, the 29th of May 1790. Agreed Corns. Johanns: [illegible] Sworn Clerk Examined Maas 1426 Draft Mandate Ola To all the principal and lesser headmen, as well as the other inhabitants of the Dissavany of Mature. Whereas a number of lesser headmen and many other inhabitants had gathered together and written complaint olas concerning grievances, it has pleased the Right Honourable and Highly Esteemed Sir Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Island of Ceylon and its Dependencies, together with the Council, to send us, handing over those complaint olas, as special commissioners to investigate the state of affairs and to restore peace among the inhabitants. And having accordingly appeared before the multitude at [illegible], we received from them several more complaint olas, with the request first to take the general complaint olas into consideration and provide an answer thereto, and thereafter to take the necessary action upon the remaining olas. It is therefore on that account that we shall make known below, by articles, the necessary orders and answers to the general complaint olas, as well as to some points from the other olas in which many people have an interest; and we trust that you, as well-intentioned and obedient subjects of the Illustrious Company, will take to heart and properly observe what is mentioned and recommended therein, in order thereby to earn further favours from the mighty Company. The four headmen about whom you have complained in general, being the Mudaliyar of the Wellabaddepattoe, the Mohandiram Second Interpreter and Baddekorale, the Vidaan Mohandiram of the Baygams, and the Mohandiram and head of the Kandebaddepattoe, have been under arrest, and since they subsequently requested their discharge from their respective offices, we have 1427 granted their request and not only declared their offices vacant, but also ordered three of them to depart for Gale until further orders, while the fourth, being the discharged Second Interpreter Mohandiram, has remained in his house due to illness. 2. The specific complaints of various individuals against the aforesaid headmen will subsequently be carefully investigated by appointed European servants, and a fair judgment will follow upon that report. For the provisional execution of the offices of the aforesaid headmen, the following have been appointed: The Maha Mudaliyar Tillekaratne over the Kandebaddepattoe. The previously discharged Mudaliyar Wijesinge, upon his request, over the Wellabaddepattoe. The Mohandiram of the timber-hauling Wijesinge, discharged upon his request, over the Baygams. However, for the performance of the service of Second Interpreter, no one has been deemed necessary, because there is a First Interpreter, being the Atapattu Mudaliyar Ilangakoon. 3. It has at all times been customary that, in addition to the fixed obligation for that year, Porrewede kareas have also been taken into the Company's service whenever any work of importance was to be performed, and this ought therefore to remain so; however, all headmen are earnestly enjoined to ensure that a fair and equal standard is maintained in this regard, and that one person is not exempted out of favour, whereby another is doubly burdened. 5. Punishments inflicted upon the guilty, both men and women, are practiced throughout the entire world, and without this no government can exist; thus this has also always occurred in this Dissavany. However, the customs and usages regarding this must certainly be observed, and this will likewise take place in the future. 6. Although everyone is naturally impelled to cultivate and sow his fields in order to find his livelihood, it is nevertheless well known that some people
Dutch transcription
wij herhaalen het, dat wij ons niet gegronde koop vleijen wat de reist op onze mandaat ver zal hersteld worden; dog om geen tijd te verliesen verzoeken wij met uw el Edele Gestrenge groot agtbaare ordre bemorgen versien worden, op dat mij morgen weeten was ons tedoen staat, in hes veronder„ stelde onverhoop de ongelukkige geae„ wet gerugt van de tesamen rottingen in 11 kolmmbose is hier genoegsaam publik„ egter word 't nog vop verschillende wijzen verhaald, dit is dus denkelijk water op der Muijtelingen moolen egter vermeenen oi dat ze de goede geleegend,„ die we hun bij de mandaat ola aan bieden, zoo noopens het Parden, als ten op sigte der beloft, dat hunne klagten verdre zullen onderzogt en daarop goed regt besorgd worden, niet zullen willen verwaarlossen, voor een onzekere uit„ komst en het vervolg. wyj hebben de Hooge eere van ons met alle tavouwe en diep ontzag tenoemen /onderstons/ 1425 /ondeestond:/ welE dele Gestrenge groot agtb: Hoog Gebiedende Heer! uwelEdele Gestr Groot agtbaare gehoorsaame Dienaaren /was geteekend:/ D: F: Pretz: en 8 Janlart /in margine/ Mature Den 29:' Maij 1790. Akkordeert Corns. Johanns: Sdé gezee klerk Nagezien Maas 1426 Concept Mandadt ola aan de gezaamentlijke Princi„ „pale en mindere Hoofden, ne„ „vens de verdere inwooners der Dessavonij van Mature. Aangezien een partij mindere hoofden en veele andere ingezeetenen bij een vergadert waaren, en klagt olassen weegens verongelijkin„ „gen geschreeven hebben zoo heeft het den wel„ Edelen Groot Achtb: Heer Willem Jacob van de Graaff; ordinaire Raad van neederlands India, mitsg:s Gouverneur en direkteur van het Eijland Ceijlon en dies Ralarten, Neevens den Raed, behaegd om ons onder ten handstel„ „ling dier klagt olas als expresse Kommis„ „sarissen te zenden om onderzoek na de zaake gesteldheid te doen en de rust onder de ingezeetenen te herstellen gelijk wij dan ook ten dien Eijnde bij de meenigte te stakman verscheenen zijnde, van dezelve nog ver„ „scheide klacht olas hebben ontvangen, met verzoek om, voor eerst de Generaale klagt olas in overweeging te willen neemen, en daarop bescheid bezorgen: en dan daarna het noodige op de overige olassen te werk te te stellen. Het is dan uit dien hoofde dat wij hieronder de nodige orders en antwoor den op de geneeraale klacht olas, zo wel als op eenige Posten uit de andere olas, waarbij veele mensen belang hebben, bij artikuls zullen bekend stellen; en vertrou„ wen dat gij lieden als welmeenende en gehoor zaame onderdaanen van de Doorlugtige kom panie, het daarbij vermeld en aanbevoolen wordende zult ter herten en in behoorlijke observantie neemen ten Einde daar door verder gunsten van weegens de magtige kompenie te verdienen. „De vier hoofden, waarover gijlieden in het generaal geklaagt hebt, zijnde den Moo„ „liaar der Wellebaddepattoe, de Mohandi „ram tweede Tolk en Baddekorn, de vidaa Mohandiram van de Baijgams en Mohan„ „diram en hoofd van de kandebab de patto zijn gearresteerd geweest en wijl zij vervol „gens hun ontslag uit hunne respektive ampten verzogt hebben, zo hebben wij hun 1427 hun verzoek ingewilligd en hunne bedie„ „ningen niet alleen vakant verklaard, maar ook drie van hun na Gale doen ver„ „trekken tot nadere ordre terweil de vier„ „de, zijnde den uit zijn dienst ontslaagene tweede Tolk Mohandiram weegens ziekte in zijn huijs verbleeven is. 2. De speciaale klagten van deesen en geenen teegen voorsz: hoofdan zullen vervolgens nauwkeurig door gekommitteerde Europeese Dienaaren onderzogt worden, en op dat rapport zal een billijk regt volgen. Tot het provisioneele waarneemen van de bedieningen der voorsz: hoofden zijn benoemt Den Gajenaike Modliaar Tillekaratne over de kande baddepattoe. Den op zijn verzoek bevoorens ontslaagenen Modliaar wijesinge over de wille baddepattoe. Den op zijn verzoek ontslaagen en Mohandi„ „ram der hout sleeperij wiejesinge over de Baij„ „gams. Dog tot het waarneemen van den Dienst van tweede Tolk heeft men niemand noodig ge„ „oordeelt, weil er een eerste Tolk is, zijnde den Attoepattoe Modliaar Hangakoon„ g/ Het is van alle tijden in gebruijk geweest, dat booven den vasten verpligting voor dat Jaar, ook Porrewede kareas tot 'skomps dienst genoomen zijn, wanneer er eenig werk van Aangeleegentheid te verrigten was, en dus behoord dit ook zo te blijven, dog de gezaa„ „mentlijke hoofden werd serieus aanbevoolen om te zorgen dat daar omtrend een billijken en egaalen voet gehouden, en den eenen niet uit gunst vrijgelanten, en den anderen daer door duppeld bezwaert word. 5: strafgeffeningen omtrent schuldigen zoo mannen als vrouwen worden door de gant„ „sche wereld gepraktiseerd, en zonder dat kan geen Gebied bestaan, dus is dit in deeze Dessavonij ook steeds geschied dog de Gewoontens en gebruijklijkheeden daer „omtrent dienen zeker in agt genoomen te worden en dit zal in het vervolg almeede geschieden. 6:/ schoon een ieder van zelfs genoopt word, om zijne velden te bewerken en bezaaijen, om zijn Leevens onderhoud te vinden, zoo is het evenwel zeer bekend dat sommige menschen
English
people are negligent in that regard, and thus thereby not only cause harm to themselves and their families, but also to the public interest, which is why it is urgently necessary that proper orders be established to direct that work accordingly; just as, for that reason, in the Instruction given by the Right Honourable Present Governor to the respective chiefs, it has been ordered that the sowing of the fields had to take place at the most suitable time, namely for the great harvest before Ultimo July or at the latest before 6 August, and for the small harvest before the Sinhalese New Year, unless the particular condition of the fields requires otherwise. Furthermore, it has been demonstrated by the chiefs and shown by the books that the orders given by the Lord Dessave have brought great benefit, as in the previous and current financial year there have been much richer paddy harvests than in many years before. 7. If any appuhamis or others mistreat the workers in the plantations, a complaint must immediately be made about it to the Lord Dessave, whereupon, after proper investigation and finding of guilt of any garden overseer, the same shall be severely punished. This serves hereby for their information, because all the Company's bound subjects must be treated with proper modesty, and the mistreatments and the extortion of money, paddy, and pingos shall also be further investigated and proper justice administered in that regard. 8. The first signatory hereof has, as Dessave of these lands, had several deed-agreements passed to lay out plantations of cinnamon, pepper, coffee, areca, teak, cardamom, and sappan wood saplings by chiefs who were in their offices, because they could easily do so, and others wished to undertake to do so when they were placed in those offices, and also by those who have voluntarily offered themselves for the laying out of plantations for the offices that they requested and also obtained, and for which previously a gift of money was given. The chiefs who were in their offices have bound themselves only on pain of forfeiture of their offices, but with respect to those who obtained vacant offices, a fine has additionally been set if they had not fulfilled their engagement within the specified years. Regarding the first-mentioned chiefs, it is certainly to be considered that they have already made customary gifts to obtain those offices, and that their subject peoples work in the Company's plantations on mantementos; wherefore one shall cancel these deed-agreements, and it shall furthermore be up to themselves to continue working further in the plantations already partly laid out, or, in case of their inability, to give notice thereof to the Lord Dessave, in order that His Honour may make the necessary arrangements therein, so that the work already done not be neglected. Whereas in the second place, regarding the chiefs who bound themselves to lay out plantations in order to obtain offices, it is nothing more than most reasonable that they still fulfill that engagement. Yet, to meet them halfway in that regard, they are given another term of just as much time as was determined by deed to complete the accepted plantations, calculated from today onwards, leaving the freedom to anyone who finds difficulty in fulfilling it to request his discharge within three months, upon which it shall be granted to him, and the deed-agreement shall be canceled. 9. When a cow or buffalo is seized in any plantation, the owner must pay one schelling to the overseers of the plantations for its release, unless he can show that the animals were yoked together or provided with a piece of wood bound around the neck, or that the fences of the plantation are improper, in which case those who have seized the beast shall be punished for their improper conduct. But when the owner does not come to redeem his animal within 3 periods of 24 hours, the same must be brought to the nearest chief and subsequently redeemed for 2 schellingen, of which one schelling, as said hereinbefore, shall be for the overseers of the plantations, and the second schelling must be given to the person who has provided sustenance to the said animal. And it is hereby particularly recommended to ensure that these animals receive feed and do not perish of hunger, upon pain of punishment according to the findings of the case. Furthermore, it has not appeared to us that any express order was given to be permitted to sell the animals seized in the plantations, and this shall therefore not happen. 10. If any soursop trees have been felled without the consent of the owner, the same may further submit his complaints to the Lord Dessave, whereupon the same shall be investigated and proper justice done in that regard, since such a deed has occurred contrary to the express order of the Lord Dessave. Furthermore, no one shall [illegible]
Dutch transcription
1428 menschen daeromtrent nalatig zijn, en dus daar door niet alleen aen hun en hunne familie maar ook aan het algemeen nadeel toe brengen alwaarom het hoog nodig is dat er behoorlijke orders gesteld worden om dat werk daarna te bestieren; gelijk ook om die reeden bij de door den wel Edelen Groot Achtb: Heer Presente Gou„ verneur aan de respective hoofden gegaeve Instruktie geordonneerd is, dat de be„ „zaaijing der velden op de bekwaamste tijd moest geschieden, en wel voor den groo„ „ten oogst voor Ult„o Julij of uiterlijk voor den 6 Aug:s, en voor den kleinen oogst voor het singaleese nieuwe Jaar, ten zij de besondere geleegentheid der velden dat anders vordert, voorts is door de hoofden beweesen en bij de boeken gebleeken, dat de gegeeve ordres van den Heer Dessave veel voordeel aangebragt hebben, wijl in het voo„ „wige in dit loopend Boekjaar veel rijkere nelij oogsten zijn geweest dan in veele Jaa„ „ren bevoorens. 7:/ Jndien eenige apoehamis of andere de wer„ „kers in de plantagies kwalijk behandelen, zo moet daar over daadelijk bij den Heer Dessave geklaagd worden, als wanneer na behoorlijk ondersoek en schuldig bevinding van eenig tuins opziender, de„ zelven strengelijk zal gestraet worden. het geen hun mits deezen tot narigt dient weil alle 'skomp„s verpligtelingen met behoorlijke bescheijdentheid moeten behandelt worden en zullen ook de kwaar behandelingen, en het afknevelen van geld, nelij, en pingos nader onderzogt en daar op goed regt bezorgd worden. 8: Den eersten teekenaar deses heeft als Des„ save deser Landen verscheide verbintenis. Attens laaten passeeren, om plantagies van kanneel, peper, koffij; arreek, kiate kardamon en sappan houte plantzoenen aan te leggen door hoofden die in hunne bedieningen waeren, wijl zij dat gemak„ „kelijk doen konden, en andere wilden aanneemen om zulks te doen, wanneer zij in die bedieningen gesteld wierden en ook door de geene die hun zelfs vrij„ willig hebben aangebooden tot het aanleggen van Plantagies voor de bedieningen die zij 1429 zij verzogt en ook verkreegen hebben en waar voor bevoorens paresse van Geld gegeeven wierd, de hoofden die in hunne bedienin„ „gen waaren hebben hun alleen verbonden op verbeurt van hunne Ampten, dog ten opzigte der geenen die vakante bedieningen verkreegen hebben is nog een boete daar en boven bepaald, wanneer zij binnen de bepaalde Jaaren aan hun„ „ne verbintenis niet voldaan hadden. nopens de eerstgem: hoofden komt zeeker in aanmerking dat zij reets ter Erlanging van die Ampten ge„ „parresseert hebben, en dat hun onderhebbende volkeren in 's komp:s plantagies werken op mantementos; alwaar men van deeze, de ver„ „bintenis aktens zal vernietigen; en zal het voorts aan hun zelve staan om in de reeds ten deele aangelegde plantagies verder voort te werken, dan wel bij dies onvermogen kennis„ daar van aan den Heer Dessave te geeven; ten einde zijn Edele daar in de nodige schikking kan maaken, op dat het reeds gedaane werk tweede niet verwaarloost worde terwijl in de plaats de hoofden die ter verkrijging van diensten hun hebben verbonden om plantagies aan teleggen, niet niet meer dan hoogst billijk is dat zij aan die verbintenis als nog voldoen dog om hun ook daaromtrent te gemoed te konnen word aan dezelve nog een ander Termijn gegae „ven van even zo veel tijd als bij Anta bo „paald is, om de aangenaame plantagies te voltooijen, en zulks van heeden af te reekenen met vrijheid lating aan de geene die swaa„ „righeid vind, om daaraan te voldoen, om zijn ontslag binnen drie maanden te konnen vraagen, als wanneer hem zulks zal ge„ „akkordeert, en de verbintenis Akte ver„ „nietigd worden. 9:/ Wanneer er een koebeest of buffel in eenige plantagie opgevat word, zo zal den eijgenaar voor dies lossing een schelling moeten be„ „taalen aan de oppassers der plantagies ten zij hij kan aantoonen dat de beesten gekoppeld of met een hout om den hals ge„ „bonden voor zien zijn geweest dan wel dat de paggers van de plantagie onbequaam is, als wanneer de geene die het beest hebben opgevat wegens hun onbehoorlijk bedrijf zullen worden gestraft. dog wanneer den eijgenaar 1430 Eijgenaar zijn beest binnen 3 Etmalan niet komt te lossen zo zal het zelve bij het naaste hoofd moeten gebragt en vervolgens voor 2 schel„ „lingen moeten gelost worden, waar van dan een „schelling, gelijk hier vooren gezegd is, zal zijn voor de oppassers der plantagies en de tweere schelling zal moeten gegeeven worden aan degn die het onderhoud aan gemeld beest heeft bezorgt, en werd bij deezen in„ „sonderheid aangerekommandeert om te zorgen dat die beesten te vreeten krijgen en niet van honger omkoomen, op peene van straf na bevinding van zaaken, het is ons voorts niet gebleeken dat er eenige Expresse ordere gegeeven is om de beesten die in de plantagies opgevat worden te mogen verkoo„ „pen, en dit zal dus ook niet geschieden. 18) Indien er eenige soorsaks boomen sonder bewilliging van den eijgenaar gekapt zijn, zo kan den zelven zijne klagten nader opgee„ „ven aan den Heer Dessava, als wanneer de zelve zal onderzogt, en daarop goed regt gedaan worden, wijl een zulk gedoen„ „te tegen de uitdrukkelijke ordre van den Heer Dessava is geschied voorts zal niemand eenige ver„
English
to have any soursop tree felled, except with the consent of the owner, from whom, in proof thereof and of the receipt of the money for which he sold that tree, a receipt must be taken by the buyer. And should it happen that the Company, requiring soursop trees, cannot obtain them, and a headman is thus obliged to have a tree felled, no other tree may be felled than one that yields little or no fruit, for which the headman shall then make payment against a receipt, while he may receive the money for that purpose from the Company treasury. 11. It is the duty of the Dessave to travel into the country from time to time, and especially to such places where his presence is most required. This, together with some headmen who are sent on commissions into the country, cannot be a burden to the Majorals, because they have an ample income from hoewandiram, from which they can easily make good those expenses. And if in an individual case it should happen that they had reason for grievance, they may immediately submit their grievance, whereupon they will receive a fair decision. Furthermore, the esteemed Ceylon Government has ordered that all headmen must reside in their korles and pattoos and that the Majorals need not provide provisions to the headmen of the korle or pattoo, which was announced by sannas ola of 19 May 1770 by the Lord Dessave Burnat. 12. From the chena lands, the Company is entitled to the ottoe dues from the paddy sown thereon just as well as from the sowing fields, and that due has of old been paid in the Galle Korle and the Colombo Dessavony. In this Dessavony, however, it has only been paid to the Company for the past 5 years, whereas before that time the headmen enjoyed it. But since its farming out has caused some dissatisfaction, and we also understand that unreasonable farmers can greatly trouble the chena owners, and moreover the chena lands lie very widely scattered, which also causes much trouble to the farmer and prevents the chena owners from being assisted so quickly, we shall bring this matter to the notice of the esteemed Ceylon Government and favorably propose to no longer have the ottoe dues of the chenas farmed out, but to have them assessed by commissioners and subsequently collected. 13. Because it occurred without the order of the Lord Dessave that the customary New Year's paresse of provisions was increased and the rest houses were furnished in an extraordinary manner, the respective headmen are recommended henceforth to adhere to the old intention. 14. Although only one coolie from each household ought to be taken for ordinary services, it has nevertheless been customary in all times that more are summoned on extraordinary occasions; therefore, this must remain according to the old custom. Care shall be taken, however, that the said servants are not employed beyond fairness, while the respective headmen must above all take good care that those services are performed equally by everyone and one is not burdened more than another, and also that no naindes are taken for carrying palanquins, as this is improper and forbidden of old. 15. It has never been the intention of the Right Honorable Lord Governor and his Council, nor of the Lord Dessave of Matara, to send any person, except for condemned evil-doers, against his will to Baddegirie in the Magampattoo for any work. But since that region is so situated that according to reports the greatest benefit for this entire island, and especially for its inhabitants on this side of the same up to Colombo, can be derived through paddy cultivation, if one only assists that land somewhat by repairing the old dams and performing some other necessary work, the Lord Dessave spoke to all the headmen together about it and asked them whether they could not provide a good number of people voluntarily and out of affection for the Dessave and their headmen to perform some work for a short time in the Magampattoo. And because the said headmen agreed to this and subsequently also reported to the Lord Dessave that everyone would undertake that journey and provide themselves with subsistence out of love and esteem for their Dessave, the said Lord Dessave trusted that everyone would go to that proposed useful work with full willingness. In that hope, His Honor had already set out on the journey, after previously giving orders that arrack and some foodstuffs should be delivered to Baddegirie, along with some parras of paddy, for whose transport the Mudaliyar Jayakon was ordered, who also made a beginning with it, all to serve as provisions for those who might need them, as His Honor well thought that taking along subsistence would be very deficient. But arriving in Dickwella, the said Lord Dessave learned to his greatest astonishment the discontent of the people and their unwillingness to go to Baddegirie. Wherefore His Honor also excused from it all those who had no inclination for it. From this you people see
Dutch transcription
eenige soor zaks boom mogen laten kappen dan met bewilliging van den eijgenaar van wien dan ook ten blijke van dien; en van den ontvangst der penningen, waar voor hij die boom verkogt heeft, eene quitantie door den koper zal moeten genarmen worden en wanneer het mogte gebeuren dat de kom„ „penie soor zaks boomen nodig hebbende, an„ dezelve niet te krijgen waaren, en een hoofd dus in de verpligting was om een boom te laaten kappen, zo zal geen anderen boom mogen gevelt worden, dan die wijnige of geen vrugten geeft, en waarvan voor dan het hoofd de betaaling teegens Quitantie zal doen terwijl hij het Geld daartoe uijt skompt kas kan ontvangen. 1/ Het is de pligt van den Dessave om van tijd tot tijd in het Land te gaan, en in zonderhe na zodaanige plaatsen als waar zijne pre„ „sentie het meest vereischt word, en dit nevens eenige hoofden die in kommissies in het Land gezonden worden, kan de Majoraal tot geen bezwaar strekken, weil zij een ruin inkoomen hebben aan hoeandiram, waar uit zij 1431 zij die gastos gemakkelijk konnen goed maaken, en indien het in een enkeld geval mogte ge„ „beuren dat zij reeden van bezwaarnis hadden, zo kunnen zij daadelijk hun bezwaar op„ „geeven, als wanneer zij daarop een billijk be„ „scheid zullen bekoomen, voorts heeft de ge„ „venereerde Ceijlonsche regeering gelast dat alle hoofden in hunne korles en pattoes moeten woonen en dat de Majoeraals geens verstrekkingen aan de hoofden van de korle op pattae behoeve te geeven het welk lij san„ „nas ola van den 19. ' Maij 1770 door den Heer Dessave Burnat aangekondigd is. 12/ van de fyenassen komt de komp van de nelie die er op gezaaijd word even zo goed ottoa gerechtigheid toe als van de Zaaijvelden en die gerechtigheid word in de gale korle en de kolombose Dessavonij van ouds gegee„ „ven, dog in deeze Dessavonij word dezelve eerst zeedert 5 Jaaren aan de kompanie voldaan terwijl voor die tijd de hoofden dies genot hebben gehad maar aangezien dies ver„ „pagting eenig ongenoegen verootzaakt heeft, an wij ook begrijpen, dat onreedelijke pagters de sijenas eigenaar zeer konnen plaagen, en ook bovendien bovendien de syenassen werden seid versprijd leggen, en dit dus ook veel moeite aan den pagter heeft, en de sjenas eigenaars zo spoedig niet kunnen geholpen worden. Zo zullen wij de gevenreerde Ceijlonse Regeering deeze zaak ter kennis brengen, en gunstig voordraagen om de ottoe geregtigheid, der sgenassen niet meer te willen laaten verpagten, maar door gecommitteerdens te doen taxeeren en nader in de uitvordering laaten doen. 13/ vermits het buiten oizer van de Heer Dassave geschied is dat de gewoone nieuwe Jaars pa¬ „resse van Eetwaaren is vermeerdert en zal de Rusthuisen op een buijten gewoone wijze zijn versiend so werd de respective hoofden aanbevoolen om voortaan bij de oude insentie te blijven. 9. schoon uit ieder huisgezin tot ordinaire Dien„ „ten maar een koelie behoore ganoeman te worden zo is het evenwil van alle lijden ook in gebruijk geweest, dat bij Extra or„ „dinaire Geleegendheeden meerder opgeroe„ „pen zijn, dus zal dit bij de oude gewoont moeten blijven. echter zal er gezorgd worde dat gemelde dienstelingen niet boven de billit „huijs 1432 heijd geemploijeerd worden - terwijl respective hoofden voor al goede zorg zullen moeten draagen, dat die diensten egaal door een ider gedaan en den eenen niet boven den anderen bezwaard word zo meede dat 'er geene naindes tot het draagen van palenkeins genoomen worden al„ zoo dits niet betaamt en van ouds verboo„ „den is. 15:/ Nimmer is de Jntentie van den wel Ed: Groot Achtb: Heer Gouverneur, en dies Raad, nog van den Haer Dessave van Mature geweest, om eenig mensch /: buiten de gekondemneerde kwaad doen„ „ders:/ teegen zijn zin tot eenig werk na Bad„ „degirie in de Magamp: te zenden maar wel van die landstreek zodanig gesitueerd is, dat daar en volgens berigten een aller groost voor„ „deel voor dit geheele Eijland en in zonderheid voor dies bewoonders aan deze zeide van het zelve tot na kolombo kan behaald worden, door de nalij kulture wanneer men dat Land maar wat te hulp komt door de oude Dammen te herstellen, en eenig ander nodig werk te verrig„ „ten, zo heeft de Heer Dessave de gezaament„ „lijke hoofden daar over onderhouden en hem ge„ vraagd of zij niet een goede parthij volk goed„ „willig en uijt geneegentheid voor den Dessave en hunne hoofden, zoude kunnen bezorgen om om Een korten tijd in de Magampattoe eenig werk te verrigten en weil gedagte hoofden zulks aangenoomen en naderhand ook aan den Heer Dessave berigt hebben, dat een ider uit Liefde en agting voor hunnen Dessave die Reize zoude onderneemen, en zich verzien van onderhoud zo heeft gedagte Heer Dessave vertrouwd dat een ieder met volle geneegenheid tot dat aangelegde nuttige werk zoude gaan en in die hoop was zijn Edele ook reeds op reis gegaan na alvoorens orders gegeeven te hebben dat er Arrak en eenige dingen tot toe„ spijs te Baddegerije bezorgd wierd, nevens door parras nelij tot welkers transport daar heen den Modliaan Jinnekoon heeft last gehad die ook daarmeede een begin heeft gemaakt het een en ander om te dienen tot verstrekkin gen aan de geenen die zulks nodig zouden hebben weil zijn Edele wel konde den ken dat het meede neemen van Leevens onderhoud seer gebrekkig gaan zoude, maar te Diekwil „le koomende vernam gedagte Heer Dessava tot zijne grooste verwondering het misnoegen van het volk en hunne onwilligheid om na Bat„ deginije te gaan. alwaarom zijn Edele ook alle de geene daar van excuseerde die daar toe geene geneegendheid hadden hier uijt ziet gij lieden
English
1433 you now how the Lord Dessave had no knowledge of your unwillingness to go to Baddaginije, whereas His Honour would have informed everyone in time to stay at home, just as we also now hereby excuse you from that expedition. To have a close survey made of the areca trees and gardens by a commission would not only take a long time, but would also cause the Mayorals many expenses; therefore we think it better that the headmen who might have no rolls of the areca registration of 1769 in their possession should request them, which will then be given to them from the secretariat without any cost, while they must then provide an extract from it for each village, garden by garden, so that everyone can see how much areca he must deliver; whereupon anyone who still believes he has reason for grievance can report it to the head of the korle or pattoe, who must then subsequently deliver a general report to the Lord Dessave, whereupon the necessary investigation concerning those gardens will take place, and proper justice will be done in that regard. However, should you further request that a general new registration be held, then 67 then that request will be brought before the Right Honourable Lord Governor. Regarding the complaint that Wellales were also taken for the carrying of the cinnamon out of the King's Land, it serves that no people of the other castes may be taken other than those who were used for that purpose in earlier years, and thus the headmen who also took Wellales for this have acted very improperly, which is also now further forbidden. 18. Regarding the accomodessans, which you say are bad for some, while others have managed to obtain good accomodessans through assistance, further investigation will be made when you point out the particulars, and a report will be made about it to Colombo, in order to obtain orders on that matter. 19. To the Mohandiram of the timber-hauling, the Mayorals are not obliged to provide more pehindos and adukus than three months in the year, and that in three turns of one month each, and this time is also very sufficient to haul the timber works, provided that the Mohandiram takes the full number of Lascorins as is proper each time, which is seriously recommended to him; and should it occasionally happen that hauling had to be done for more days, then this will have as its reason 1434 that the Mohandiram did not put the full number of Lascorins to work, and this may therefore not result in any disadvantage to the Mayorals regarding provisions beyond the regulations. In order to save the hauling of much driftwood, 20 thonies will be felled, hollowed out, and branded with the Company's mark for the Company, for which the headmen must therefore point out good thick Angelique and horgas or other trees, and with these the timber works can be brought down, just as is done in the Galle Korle and the Colombo Dessavonie; however, the Mayorals are free to make rafts of driftwood as has been customary to date for the transport of the timber works from places where no thonies can be used or otherwise, while furthermore all other services in timber-hauling must remain on the old footing. 20. All those who have lost their deeds or extracts of their parveny lands, and whose possessions people wish to confiscate for the Company, may apply further to the Lord Dessave, whereupon their complaints will be properly investigated by the Reverend Land Council and decided in all equity, because the Company desires nothing that does not belong to Her Honour. 21. No complaints have ever been received by the Lord Dessave that any piece of land was taken from anyone and incorporated into the Company's plantation at Koleotte or elsewhere; if this has indeed happened, however, the interested parties may report further, whereupon proper justice will be granted to them after due investigation. 22. The excavation in the Morruakorle for the supply of water through the stream of Kattoene to the Girrewaypattoe for the sowing fields belonging under the resthouses of Marakadde and Kanne is entirely a very useful work, even though too much water also entered the Girrewais in the last year, because the entire Dessavonie suffered that same fate due to the extraordinary heavy and prolonged rains, in addition to which it must furthermore be noted that the water would have drained into the sea at Kahandoewemodere more quickly if the streams had been better cleared, and that if the water that drained through the new canal to the Gerewaij had kept its old course in the River of Mature, then apparently little 1435 of the necessary crops in the Belligam Korle, Gangebaddepattoe, and the Baygams would have succeeded, but would instead have been lost through flooding. 23. If the inhabitants of the Girewaijpattoe have reason to complain about the taking of their parveny fields, they must report this to the Mudaliyar Jinnekoon, who will then report on it to the Lord Dessave, whereupon the complaints will be further investigated and settled, while on the complaint of the accomodessans the 17th article serves as an answer. 24. The complaint regarding the receipt of paddy in the Tangalle Warehouse will be investigated with all accuracy and settled in the most equitable manner. 25. The delivery of horned cattle, buffaloes, and calves to qualified gentlemen, and to commandos marching from one place to another, shall take place as economically as possible, and payment for them shall then be made properly to the owner against receipts, for which the money from the Company's treasury through
Dutch transcription
1433 gijlieden nu hoe de Heer Dessave geen kennis heeft gehad van uwlieder ongeneegenheid om na Baddaginije te gaan, terwijl zijn Edele onder een ider in tijds zoude hebben doen weeten om te huijs te blijven gelijk wij ulieden ook nu bij deezen Excuseeren van die togt. om een nauwen opneem van de arreeks boomen en tuijnen te laaten doen door eene kommissie zulks zoude niet alleen van langen duur zijn maar zoude ook aan de Majoraals veele kos„ „ten veroorzaaken, daarom denken wij dat het beeter zij dat de hoofden die geene rollen van de arreeks beschrijving van 1769 in handen mog„ „ten hebben, de zelve dienen te vraagen die hun dan van de secretarij sonder eenige kosten zullen gegeeven worden, terwijl zij dan daar uijt een uittreksel voor ieder Dorp, tuijn voor tuijn zullen moeten geeven op dat een ieder kan zien hoeveel Arreek hij leeveren moet als wanneer de geene die nog meent reeden van be„ „swaarnis te hebben dezelve aan hoofd van de korle of pattoe kan opgeeven, die dan daarna eene generaale opgaave aan den Heer Dessave zal moeten bezorgen, als wanneer het nodig onderzoek omtrent die tuijnen zal geschieden, en daarop goed regt gedaan worden. Echter in„ „dien gijlieden nader mogte verzoeken dat er eene generaale nieuwe beschrijving mag geschieden Zo 67 zo zal dat verzoek onder het oog van de wel Edele Groot Achtb: heer Gouverneur worden gebragt. op de klagte dat tot het afdraagen van de kanneel uijt 's konnings Land ook Wellales genoomen zijn, dient dat geene volkeren van de andere kas tas moogen genoomen worden, dan die in vroegere Jaaren daartoe zijn gebruijkt en dus hebben de hoofden die daartoe ook Wellales genoomen hebben zeer qualijk gedaan het welk ook als nu nader verbooden word. 18/ Nopens de akomodessans, die gijlieden zegt, dat van zommige slegt zijn, ter weil andere door hulp goede akkomo dessans hebben weeten te ver„ „krijgen zal nader onderzoek gedaan worden, wanneer gij lieden de aanwijzing van het een en ander komt te doen, en zal daarvan berigt op dat gegeeven worden na kolombo, ten Eijnde &padet stuk orders te erlangen. 19:/ Aan der Mohandiram van de houtsleep zijn de Majoraals niet verpligt meerder pijhendoos en adoekoos te verstrekken dan drie maanden in het Jaar en zulks in drie keeren ider van een Maand en dese tijd is ook zeer voldoende om de houtwerken te sleepen, wanneer de Mohan„ „diram heet volle getal Laskorijns gelijk dat behoord telkens neemt, het welk hem sericus aan bevoolen word en zo het ook een enkeld maa mogte gebeuren dat er meer der Daagen moesten gesleept worden dan zal zulks tot reeden hebben 1434 hebben dat den Mohandiram het volle getal van Las„ „korijns niet aan het werk heeft gezet en zal dit dus niet tot nadeel van de Majoraals omtrend verstrekkingen boven de bepaalingen mogen koomen„ om het sleepen van veele drijfhouten uijt te win„ „nen zullen 20 thonies voor de komp: gekapt, uijt „gehold en met 's komp=s mark gebrand worden, waar toe dus de hoofden goed dikke Angelijke en horgas of andere boomen moeten laaten aan„ „wijzen, en daarmeede kunnen de houtwerken worden afgebragt, even zo als in de Galekorl, en de kolombose Dessavonie geschied, egter staat het de Majoraals wrij om tot transport der hout„ „werken van plaatsen waar geen thonies konnen gebruijkt worden als andersints vlotten van drijfhouten te maaken zo als tot dato gebruij„ „kelijk is terwijl voorts alle de verdere dien„ sten bij den hout sleep op den ouden voet moe„ „ten blijven. 20: Alle de geene die hunne brieven of Extrakten van hunne parvenij Landerijen verlooren hebben en waar van men de bezittingen voor de komp wil intrekken, kunnen hun nader bij den Heer Dessave vervoegen als wanneer hunne klagten na behooren bij den Eerwaarde Land„ raad onderzogt en na alle billikheid zul„ len beslist worden weil de komp„n niets begeert begeerd wat haar Edele niet toe komt 21 Nimmer zijn er klagten bij den Heer Dessavi ingekoomen dat van imand eenig stuk Land is afgenoomen en in 's komp:s plantagie te koleotte of elders ingetrokken zo dit egter geschied is dan kunnen de belanghebben de hun nader melden als wanneer hun goed regt na behoorlijk onderzoek zal geworden. 22. /: De Doorgraaving in de Morruakorle ter bezorging van waater door de spruijt van kattoene na de Givewaijpattoe ter besaaijen „velden gehoorende onder de rusthuijsen van van de „ Marakadde en Kanne, is allesints een seer nuttig werk, schoon er ook in het jongste Jaar te veel waater in de w Gire„ „waijs gekoomen is weil de heele Dessavon door het Extra ordinaire veele en langduu„ „rende reegens dat zelfde lot heeft ondergas waar bij nog boven dien aan temerken is dat het waater spoediger te kahandoe„ wemodere in zee zoude afgeloopen zijn, indien de spruijten beter waaren opgeruimt geweest en dat het wanneer het water dat door het nieuwe kannaal na de Gerewaij is afgeloopen zijn ouden loop in de Revier van Mature had gehad en als dan apparent wijnig 1435 wijnig van het nodig gewasch in de Belligam korle Gangebaddepattoe en de Baijgams te regt gekoomen maar het zelve door overstroo„ „ming zoude verlooren gegaan zijn. 23. /. Jndien er de ingezeetenen van de Girewaijpat„ „toe reeden hebben van klaagen over het afnee„ „men hunner parvonij velder zo moeten zij zulks aan den Modliaar Jinnekoon opgeeven die dan daar van Rapport zal doen aan den heer Dessave, als wanneer de klagten nader zullen onderzogt en afgedaan worden terweil op de klagte der akmodessans het 17. artikkel tot Antioord dient: 29/ Der klagte over den ontvangst van nelij in het Tangaalse Pakhuijs zal met alle nauwkeurigheid onder zogt en op de billijk„ ste wijze afgemaakt worden. 29 Het leeveren van korbeesten, buffels en kal„ „veren aan gequalificeerde Heeren, en aan kommandoos die van de eene na de an„ „dere plaats marscheeren, zal zoo menageus geschieden als doenlijk zij en dan zal daar voor de betaaling behoorlijk aan den Eij„ „genaar teegens quitanties moeten geschie „den, waar toe het Geld uijt komp:s kas door
English
can be received by the chiefs. 26. Regarding the textiles that the subordinates of the hunt master say are due to them for certain elephant hunts that were held, it serves to state that no specification thereof has been submitted, although order thereto was given by the first-signed and the present Lord Dessave, so that this could also not be presented to Colombo, while hunt master Ginnekom is now nonetheless further ordered to provide a specification thereof as soon as possible so that it can be sent to Colombo, whereupon the Right Honorable and Most Venerable Lord Governor will certainly give orders to give the Etbandenies what is due to them. 27. The grievance of the inhabitants of the Morruakorles, that they cannot deliver 10,000 lb of cardamom and that they have to pay more for the cardamom than the four stuivers that the Company gives, we shall present in detail and favorably to the Right Honorable and Most Venerable Lord Governor and the Council, because we are informed of the state of affairs, and we can meanwhile give sufficient assurance that concerning that delivery as well as regarding its price and further grievance, a favorable and reasonable arrangement will be made. 28. All further complaints that could not be answered in this document owing to lack of time, or that must be brought into a proper state of adjudication by hearing both sides, will be further investigated by European commissioners and settled in all fairness, of which you may hold yourselves assured. 29. During our presence in this Dessavony, we have learned from many people, both through messages and through conversation with certain persons of the gathered crowd, that many if not all of the gathered minor chiefs and others are fearful that, even if their complaints were settled, some harm might be done to them, and this fear has even gone so far that they have been unwilling to entrust coolies to us for Mature, even though we gave the best assurance that they had nothing to fear and would be escorted out of Mature again by the Lascorins of the first-signed, and as we have come here to restore peace and have assured the assembled crowd that was at the stockade of our good intentions, provided they also listened to our good counsel and order, we have taken the aforementioned anxiety and unease very much to heart, and since, as said before, we seek nothing but your collective well-being by restoring peace, we have resolved to give you the very best proof thereof, consisting in this, that we take it upon ourselves to grant you all a general pardon, as we do hereby, with promises and assurances that no one will be prosecuted in any manner whatsoever on account of this gathering, nor need be afraid of anything or anyone, so that you may all remain quietly in your houses, and as usual come to Mature to conduct your affairs, and go away again without anyone being called to account over the gathering, neither by us, nor by the Lord Dessave, nor by anyone else; and to give you a tangible proof of this our promise, we have also at this moment, after the reading of this mandate ola, set at liberty the people of Makawitte who, according to the obtained papers, are guilty of punishment, and other arrested persons over the gathering. 30. Lastly, it serves for your information that we have ordered the respective chiefs to depart to their korles and pattus to support you with good counsel and properly perform the Company's service, with the further recommendation that they likewise may not cause anyone any trouble over the revolts; and as it is now, through this favor, not necessary for us to go into the country again because you may without the least fear come to us quietly, we shall eagerly look forward to seeing those of you who still have something to say, or who merely wish to come to greet us. But in conclusion we must also earnestly warn you that if anyone among you, after the receipt of this mandate, contrary to all expectation should fail to heed what is mentioned therein with such cordial goodwill, we shall then exclude such persons from the aforementioned pardon, and they shall thus be regarded and held as subjects rebelling against their sovereign lord, who deserve severe punishments and will therefore also be pursued everywhere, in which unhappy event we leave all the consequences that shall arise therefrom to their own account and responsibility, withdrawing our cordial goodwill from them. Mature, the 28th of May, Year 1790. Was signed: D: F: Fretz and P=r Jamland. Underneath stood: agrees. Signed: P: A: Decooa, sworn clerk. Agrees, Corns. Johann Ide, sworn. Examined, Schaader. Colombo To the Honorable, Strict, and Most Venerable Lord Willem Jacob van De Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch East Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon, with its dependencies, alongside the Council. Honorable, Strict, Most Venerable, High-Commanding Lord. Herewith we have the honor to present to Your Right Honorable the reports of the appuhamies who carried our mandate olas of the 28th of May last to the Belligamkorle
Dutch transcription
door de hoofden kan ontvangen worden. 26. /. Noopens de Lijnwaaden die de onder geschikte van den Jaegmeester zeggen hun toete koo„ „men voor eenige gehoudene Elefants Jagten, dient dat daar van geene opgaave gedaan is of schoon door den eerstgeteekende en den presenten Heer Dessave daar toe order gegee„ „ven is zoo heeft zulks ook niet na koloms konnen voorgedraagen worden terweil egter als nu den Jaagmeester Ginnekom nader gelast word, om daar van ten eersten eene opgaave te bezorgen ten einde deselve na kolonibo kan worden gezonden als wanneer den Wel Edelen Groot Achtb: Heer Gouverneur wel orders zal stellen om aan de Etban„ denies te geeven, wat hun toekomt: 27/ De bezwaarnis der Jnwoonders van de Mor„ „ruakorles, dat zij geen 10, 000 lb: kardamon leevenen konen eelven, en dat zij meerder voor de kardamon moeten betaalen dan vier st die de komp: geeft: zullen wij aan den wel Edelen Groot Achtb: Heer Gouverneur en den Raad omstandig en gunstig voordraagen weil wij van de zaaks gesteldheid onderrigt in zij 1436 zijn en wij kunnen inmiddels genoegzaame verzeekering geeven, dat omtrend die Leveran„ „tie zo wel als nopens. dies Prijs en verdere bezwaernis een gunstige en reedelijke schikking zal gemaakt worden. 28:/ Alle verdere klagten die in desen niet be„ „antwoord hebben kunnen worden, weegens gebrek aan tijd of die door het hooren en weeder hooren in staat „ wijzen moeten gebragt worden zullen nader door Europee„ „se gekommitt„s onderzogt en na alle bil„ „lijkheid afgedaan worden, waer van gijlieden u kunt verzeekerd houden. 29/ geduurende onze aanweezen in dese Des„ „sawonij hebben wij van veele Menschen zoo door boodschappen als door gesprek met sommige perzoonen van de te zaamen ge„ „rotte menigte verstaan, dat veele zoo niet alle van de te zaamen gerotte minderhoof„ „den en andere bedugt zijn, dat schoon hunne klagten afgedaan wierden, hun eenig leed mogte geschieden, en deese vrees is zelfs zo verre gegaan dat men ons geene koe„ „lies tot Mature heeft willen aan vertrou„ „wen, schoon wij ook de beste verzeekering hebben hebben gegeeven, dat zij voor niets te vree¬ „sen hadden, en door de Laskorijns van den eersten Jeekenaar weederom uit Ma„ „turie zouden begeleid worden en wei wij hier gekoomen zijn om de rust te herstellen, en de gezaamentlijke mee„ „nigte, die te stakman was, verzeekert hebben van onze welmeenentheid, mits zij ook na onzer goeden Raad en ordre kwaamen te luisteren zo hebben wij de voormelde bekommering en ongerustheid seer ter harte genoomen en alzo gelijk voor zegt wij niets dan ul ieder gezaa„ „mentlijk wel zijn zoeken door den rust te herstellen, zo zijn wij te raade geworden om u lieden daer van het aller beste beweis te geeven, hier in bestaande dat wij het op ons neemen om ulieden gezaamentlijk Pardon toe te zeggen gelijk wij doen bij dee„ „zen met beloften en verzeekering dat niemand weegens deze te zaamen rotteng op eeniger hande wijze zal vervolgd worden, of voor iets of iemand behoeven bevraest te zijn, waaer dat gijlieden alle gerust 1437 gerust in uwe huijzen kunt blijven, en als na gewoonte op Mature koomen uwe zaa„ „ken verrigten, en weeder kunt heenen gaan zonder dat iemand over de te zaamen rottinge te reede gesteld zal worden, nog door ons, nog door den Heer Dessave, of iemand an„ „ders, en om ulieden van deese onze toe zeg„ ging een dadelijken blijk te geeven zoo hebben ook op dit oogenblik, na het leesen „van deese Mandaat ola, de volkeren van Makawitte, die volgens de ingewonne papieren straf schuldig zijn, en andere ge„ „arresteerdens: over de tezaamen rottinge op vrije voeten gesteld. 30. / Laastelijk dient tot ulieder narigt dat wij de respective hoofden gelast hebben om na hunne korls en Pattoes te ver„ „trekken om u: met goeden Raad te onder„ „steuren, en 'skomp:s dienst na behooren te verrigten; onder verdere aanbeveeling dat zij meede niemand eenige moeijenis mogen aandoen over de revoltes en al zoo nu door deese gunst niet nodig is dat wij weeder in het Land gaan wijl gijlie„ „den sonder de minste vrees gerust bij ons ons kunt koomen, zo zullen wij de geene die van ulieden nog iets te zeggen hebben, of die ook maar enkeld koomen willen om ons te groeten, met verlangen te gemoet zien Dog wij moeten ulieden ook ten besluit ern„ stig waarschouwen, dat wanneer iemand van ulieder na den ontvangst van deeze Man„ „daat buiten alle verwagting aan het daar„ inne zo hartelijk welmeenend vermelde geen gehoor mogte geeven dat wij dan de zulke van het voormelde Pardon uit sluiten, en zij dus zullen aangemerkt en gehouden worden als teegens hunnen Lands Heer rebelleerende onderdaanen, die de swaare straffen verdienen en dus ook over al zullen vervolgd worden in welke ongelukkig geval wij alle de ge„ „volgen die daar uijt zullen ontstaan, voor hunne reekening en verantwoording laaten, bij onze hartelijke welmeenendheid van hun Perweideren. Mature den 28:' Maij Ao 1790 /:was geteekend:/ D: F: Fretz en P=r Jamland. /onderstond:/ accordeert /:getekend:/ P: A: Decooa Koum scriba. Akkordeert Corns. Johann Ide gezuklert Nagesien Schaader 1438 Kolombo Aan Den wel Edelen, Gestrengen Groot Achtb=r Heer Willem Jacob van De Graaff Raad ordinair van Nederlands India Gouverneur en directeur van 't Eyland Ceijlon, met dies onderhoorigheeden Nevens den Raad Wel Edele Gestrenge Groot Achtbaere Hoog Gebiedende Heer Hiernevens hebben wij de eere uwel edele Groot Achtbaare aan te bieden de Relaasen van de appoehamies die onse Mandaat-olas van den 281 Maij Jongstleeden na de Belligamkorl
English
have brought to Wellebaddepattoe and Girrewaij pattoe, and although it does not yet show any certainty of the submission of the rebels, we nevertheless still maintain good hope that everything will settle into tranquility; we shall probably, after a couple of days, receive more certain news by olas before the conclusion, if they do not come to bring it to us themselves, for we cannot possibly imagine that they would not want to make use of the pardon granted to them by us, mentioned in the 29th article of the Mandate, but would continue to persist in their stubbornness. To the inhabitants of the Girrewaijpattoe we shall dispatch another sannas ola today, for their further instruction that there certainly are articles in the Mandate ola that concern them, and that we shall provide the answer to their further complaints as soon as the elucidation ola, which Tennekoon Modliaar had given us regarding this a few days ago, shall have been translated and taken into consideration; likewise we shall, through a sannas ola, further instruct the people of the Belligam korle regarding what was reported by the appuhamies concerning the journey to Baddegierieje, that it is stated in clear words in the 15th article of our mandate that they are exempt from that journey, and thus do not need to go there. We furthermore have the honor to be with the most perfect respect, Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Sir, Your Right Honorable, Highly Esteemed, Humble Servants, was signed: D: I: Fretz: and A: Samlant. Agrees. The sannases for the Girewaijpattoe and the Belligam korle we have dispatched to their Modliaars, in order to have them published if deemed necessary, and otherwise to excuse them. We further append hereto the reports of the commissioned appus who brought the Mandate to the Kandebaddepattoe and the Baygams. Sworn Clerk Corns: Johanns: Ide P.S. Revised 1440 Reports of the appus and lascoreens sent on 30 May 1790 to the Kandebaddepattoe and the Baygams with a Mandate ola to the assembled inhabitants by the Right Honorable Commissioners Diederich Thomas Fretz and Abraham Samlant. From the Kandebaddepattoe, the following persons by name, Pattehege Daniel of Colombo and Donsimon Sinnewire, appu of Mature, report the following: That by high order of the above-mentioned Right Honorable Commissioners, they proceeded yesterday before noon to the Kandebaddepattoe at the rest house of Hakman; that upon their arrival there, they found no more than five or six persons, to whom they made known the reason for their mission, whereupon some of them went away and returned shortly thereafter, being accompanied by the vidaan arachchi of Hakman Wallekadde and a [illegible] arachchi, which two last-named took the mandate ola from the hands of the second deponent and, having read it, had said that they would publish it to the collective minor headmen and communities who had now dispersed and were to assemble again, and would submit a further report of their sentiments regarding it to the Right Honorable Great Dessave of Colombo. That, in token that this Mandate ola had been properly delivered to them by the deponents, one of the group, being the vidaan arachchi, had handed to the second deponent a receipt ola reading as follows: That the investigation report ola made by the Gentleman of Colombo Fretz and the Gentleman Samlant, which was sent hither, was received by him on Monday noon at 12 o'clock, is attested by the vidaan arachchi of Hakman Wallekadde, at the head of the ola, signed with an illegible hand. The deponents further declared that near the rest house at Hakman, aforesaid, they saw twenty to thirty Chalias standing, who left them unmolested; that on their return hither, when they arrived in the village of Kongelle, they were met there by the guard-holding kankaan, whom the deponents could not name, [illegible] of the assembled crowd; that the said kankaan, being the spokesman, said to them: "Two persons with a sannas passed by here before you, whom we [illegible] so that they have not returned; and now you people are passing through here; if you come here another time with a sannas, we will surround and capture you," and they subsequently began to scold and abuse the deponents. Thus reported on this day, 1 June 1790, inside the fortress of Mature at the secretariat there. was signed with an illegible character.
Dutch transcription
Wellebaddepattoe en Girrewaij pattoe hebben gebragt en of schoon daar bij nog geene Zeeker¬ =heid van de onderwerping der manrtetingen blijkt, zoo blyven wij echter nog goede hoof behouden dat zig alles tot rust zal schikken denkelijk zullen we, nae een paar dagen zeekerder tijding bij olas vor de opvoerige bekoomen, zo zij ons dezelve niet zelfs koomen brengen, want wij kunnen ons onmogelijk voorstellen, dat ze geen gebruijk van het door ons aan hun verleende parder vermeld bij het 29=te artikel van de Mandaet zouden willen maaken, maar in hunne harstrigheid zoude blijven volharden, Aan de inwoonders van de Gerrewaijpattoe zullen we heeden nog een sonnas Olas afzenden, ter hunner nadere onderrigting, dat er wel degelijk bij de Mandaet Ola articule voor koomen die hun raaken en dat wij op hunne verdere klagter mat 1439 Matura den 1 Iunij 1790 Het andwoord zullen bezorgen zoo dra de Elucitatie ola die Tinnekoon Modliaar ons der weegen voor een paar dagen, gegeven had) zoude getranslateert, en in overweeging genoomen zijn gelijker wijs zullen we vak de Volkeren der Belligam kort ten opzigten van het door de apoehamies gerelateerde nopens de neise na Baddegierieje na der bij sannas Ola onder rigter, dat met duij= delyke woorden bij het 15=de artikul van onse mandaat vermeld staat, dat zij van die reise ontslagen zijn, en dus daar niet behoeven te gaen, Wij hebben voorts de eere met de volmaakste hoogachting te zijn Wel Edele Gestenge, Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer U wel Edele, Gestr Groot Achtbere Gehoorzaame Dienaaren /: was geteekend:/ D: I: Fretz: en A: Samlant. Akkordeert De Cannanssen voor de Girewaij„ „pattoe, en de Belligamkore hebben wij aan dies Modliaars afge„ zonden, om dezelve des nodig bevindende te laaten publiceeren en anders te excusseeren wij voegen nog hier bij de relasen van de gecommitterde apoes die de Mandaat na de handebandde„ pattoe en de Baijgams gebragt hebben gezeeklerk Corns: Johanns: Ide P. S. Nagesien schaaden. 1440 Relaasen van de door de Wel Edele Gestrenge Heeren Kommissarissen Diederich Thomas Fretz en Abraham Samlant op den 30 Maij 1790 naar de kandebaddepattoe en de Baijgams, met een Mandaat ola, aan de tzaamen gerotte in wooneren gezondene appoes en Laskorijns Van de kande baddepattoe relateeren de ondervolgende persoonen met naamen Pattehege Daniel van Kolombo, en Donsimon Sinnewire appoe van Mature, het volgende Dat zij haar op hooge ordre van de boovengemelde Wel Edele Gestrenge, Heeren Kommissarissen gisteren voor den middag hebben laaten vinden in de kandebaddepottoe aan het rust huis van Hakman: Dat zij bij hunne aan„ „komst aldaar niet meer dan vyff a ses persoonen gevonden hebben gehadt, aan welken zij de reeden van hunne zending hebben bekend gemaakt, waar op eenige van hun weggegaen en kort dat nae weder gekoomen waaren, zijnde verzeld van den vidoon awatje van Hakman wallekadde een Jode handike anatje, welke twee laast genoembde de mandaat olan uit handen van den twee der relatant genoomen en geleesen hebbende gezegt hadden, dat zij dezelve aan de gezaamentlijke minderhoofden en gemeenten due haar tans verspreid hadden, en weder bij Honden te koomen zouden publiceeren en van hunne gevoelens daar omtrend nader van rapport doen dienen aen den welEdelen Gestrenge Heer groot Dessave van Kolombo Dist Dat ten blijke dat deeze Man daat ola behoorlijk door de retatanten aan hun geentrageert is geworde een uit der hoop zynde, de Vidaan aroatje aan den tweeten relatant had ter hand gesteld, en quitantie ola luidende als Volgt Dat de door den Heer van Kolombo Irrett in den Heer Samlant gedaene onderzoeks rapport ola welke aan hier toe gesonden is geworden, bij hem op mandag middag ten 12 uuren ontvangen is betuigt de Vidaan, matje van Hakman Wallekadde„ aan het hoofd der ola, geteekend) met een onleesbaare han Alverder verklaarden derelatanten dat zij bij eene om trent het rust huis te Hakman, voormoemd hebben zien staan twintig en dertig Saliassen, wa welke hun, ongemoid gelaaten hebben, Dat bij hunne te rugkomst, naa herwards toen zij in het dorp kongelle gekoomen waaren aldaar hem ontmoete waren de wagt hebbende kaus aan die zij retatanten bij naam niet en konde neven agt en regen, des te zamen gerotten hoop, dat de gem kankaan, het woord voorende, tegens haar gezeg heeft gehad) hier zijn voor u twee persoonen met een sarnas gepasseert welken wij zoo geprek hebben za niet weder om gekoomen zijn: en tans passeert gij lieden hier zoo gijlieden- ander keaell Mier weder met een sannas komt, dan zullen wij in ompaggerm en bezetten, en hebben vervolgens op de relanten beginn te schilden en te Smalen Alduus gerelateerd op heeden den 1 Juny 1791, binnen de fortresse van Matase ter sekretarij aldaar door was geteekend, met een onleesboere karakti
English
1441 An illegible Low Dutch signature From the Baijgam relators, the undermentioned persons Booles gammoewe Hendrik and Don Aberam Kaddewotte Aratie appoe, report the following: That they, upon the high order of the Honorable Severe Lord Commissioners aforementioned, last Sunday proceeded to the Baijgams, and on the way found two posts occupied with lascoreens from the gathering, namely one at Bandabte with 5 to 6 persons, where wannambie aratie was present, who, having read the mandate ola aloud, ordered them to bring it to the Baijgam aratie; and the other guard post at Pillangahuwatte, where they saw three lascoreens, without saying or asking anything to them; that they proceeded to the dwelling of the Baijgam aratie, whom they did not find at home, as according to the information received, he had gone to a village to his wife, who was lying ill there; that they, the relators, coming yesterday to the said Baijgam aratie, found that his wife had died, and handing him the mandate ola, requested an answer, and a proof that it had been properly received by him. That the aratie thereupon brought forward in excuse the sad circumstances in which he then found himself, his wife being deceased and Examined schrader and the corpse still unburied; that for this reason he could by no means satisfy them; that besides this, the complaints which the discontented had against their chiefs had already been brought in by them, and they were only waiting for the verdict, in which confidence the discontented had also dispersed; that he, after he had caused his wife to be buried, would make the mandate ola known to the other minor chiefs and the common people. Subscribed: thus related on the day and place aforesaid. Below was signed with a character and an illegible signature. Below it for the translation was signed: M. J. Palm authorized. In the margin for the oral translation was signed: Don Simon Senerat sworn interpreter. Lower down stood: agrees. Signed: M. J. Palm authorized. Agrees. Corns: Johanns Idé sworn clerk. 1442 Reports of the appoes who, on Sunday the 30th of May, anno 1790, were sent by the Honorable Severe Lords Commissioners Diderich Thomas Fretz and Abraham Samlant, with a mandate ola, to the gathered inhabitants of the Belligam Korle and the Lordship of Belligam, to those of the Wellebaddepattoe and the Girewaijpottoe. From the Belligamkorle and the Lordship of Bellegam, Ettawoede aratiga Don Nikolaas appochamie of Kolombo, and Don Siman kondare appoe of Mature, report the following: That they, in dutiful compliance with the abovementioned honored order, proceeded to the Bellingam korle, and arriving at Malpelle, found the assembled community there to the number of well over a hundred persons gathered together, to whom, having read aloud the abovementioned mandate ola, they communicated that they had also received orders to publish the said mandate ola in the Lordship of Belligam. That these people thereupon answered that the people of the said Lordship also belonged to the assembly of the Belligen korle, and that they were to come to them again the following day, to whom they would then themselves impart the contents of this mandate ola, and after they had made it known to them and the others who belonged to this assembly, would send a written answer to the Honorable Severe Dissave of Kolombo aforementioned. The said Appoes further report having heard the gathered common people speak and say that the matter of Boddigienie seems to be left unfinished by the said mandate ola. Furthermore, that upon the publication of the said mandate ola, they found present there the following chiefs, namely: the attoekoorle aratie of the Bellagam korle and his brother the aratie of the native Lascoreens, Roepesinge korle aratie, and Aroeman peroema kodditoeakkoe aratie and several others. Subscribed: thus related within the fortress at the Secretariat of Mature, today the 1st of June 1790. Was signed with a Sinhalese, and an illegible Low Dutch signature. From the Wellebaddepattoe, the undermentioned appoes named Soebesinge appoehamie of Kolombo and Don Siman gammage appoe of Mature report the following: That they, with the aforementioned mandate ola, proceeded to Bamberende, where they found an assembly of three hundred to four hundred persons gathered together; that, having read aloud the aforementioned mandate ola to these people, they listened to it with much satisfaction, and there
Dutch transcription
1441 En onlaesbaare neder duitsche handteekening van de Baijgame relaturen, de onderstaande persoenen Booles gammoewe Hendrik en Don Aberam Kaddewotte Aratie appoe, het volgende Dat zij op de hooge ordre van den welEdelen Gestrengen Heer Kommissarissen voornoemd voorleden zondag haar na de Baijgams begeeven hebben, en onderweegen, twee posten beset met loskoraijns uit de tzaamenrotting gevonden hebben gehad naamlijk de eene te Bandabte met 5 a 6 koppen waar bij geweet is wannambie aratie, die de mandaat ola overluid geleesen hebbende haar gelast heeft gehad, dezelve bij de Baijgam aratie te brengen, en de andere wagt post te Pillangahuwatte daar zijn drie laskorijns gezien hebben, zonder haar iets te zeggen ofte te vragen dat zij haar begeeven hebben gehad, na de wooning van den Baijgam aratie, welke zij niet te huis gevonden hebben, alzoo volgens bekoomen berigt, dezelve naar een dorp bij zijn Vrouw die aldaar ziek lag was gegaen, dat zij „elatanten gistern, zij gemelde, Baijgam aratie koomende gevonden hebben dat zijn vrouwe overleeden was, en aan hem den mandaat ola overrijkende, verzogt hadden antwoord, en een bewijs dat dezelve door hem wel ontvangen is geworden. Dat de aratie daar op tot verschooning bij gebragt heeft gehadt, de droevige omstandigheden dat hij zig toen in bevond, als zijnde zijn vrouw overleeden en Nagesien schrader en het lijk nog onbegraaven; dat hij deswege met geen mogelijkheid haar konde konten„ teeren: dat behalven dien de klagten die de misnoegden tegens hunne hoofden hadden reeds door hun ingebragt waaren wagten zij maar naar de uitspraake, en welk vertrouwen ook de misnoegden, van een gegaan waaren, Dat hij de Mandaat ola, na dat hij zijn vrouw zoude hebben doen begraav aan de Verdere minderhoofden en het geme zoude bekend maaken onderstond/ aldus gerelateerd ten dage en plaatse voorschreeven /:lager was getekent met een karakter en een onleesbaare hand teikening: / daar onder voor de trans= „latie was geteekend:/ mt Palm geauth=d in margine voor de mondelinge vertaalinge was geteekend) D=n S=n Senerat gezw: tolk / lagen: stend:/ alcordeerd / geteekend. / M. f. Palm geanth: Akkordeert Corns: Johanns Idé gezue klerk 1442 Relaasen der appoer die op zondag den 30 Maij Anna 1790, door de Wel Edele Gestrenge Heeren Kommissa„ „nissen Diderich Thomas Fretz Abraham Samlant. met een Mandaat ola, naar tzaamen ge„ „rotte inwoonders van de Belligam„ Korle, en de Heerlijkheid van Belligan„ naar die van de Wellebaddepattoe en de Girewaijpottoe gezonden zijn geworden Van, de Belligamkorle, en de Heerlijkheid van Bellegam relateeren Ettawoede, aratiga Don Nikolaas appochamie van Kolombo, en Don Siman kondare appoe van Mature het volgende Dat zijn in schuldpligtige naarkoominge van booven gem: ge„ „eerde ordre hun naer de Bellingam korle begeeven hebben en te Malpelle koomende, aldaar de verzammelde gemeenten. ter getale van ruim honderd koppen bij malkander gevonden hebben gekodt, aan welken zij de bovengedagte mandaat ola voorgeleesen hebbende, gekommuniceert hebben dat zy tevens ordre hadden gekreegen om gemelde mandaat ola ook in de Heerlykhied van Belligam te publiceeren, Dat deese lieden daar op geantwoord hebben dat de Volkeren van gemelde Heerlykheiden al„ „meede tot de verzammeling van de Belligen korle behoorden, en dat zij des anderen daags ook bij hun weder stonden te koomen aan welken zij als dan, den in houd van deeze Mendaat ola, zelve zouden bedeelen, en na dat zij het haar en de anderen die tot deeze verzommeling behoorden, dezelve zouden bekend gemaakt hebben en schriftelijk antwoord ƒ aan den /: wel Edelen Gestrengen:/ Dessave van Kolombo senden t voorm: zouden vermelde Appoes relateeren, alverder ven ter zijnden het zamen gerotte gemeene volk te hebben hooren-spreeken, en zeggen dat de zaak van Boddigienie bij gedachte mandaat ola on af„ gedaen scheint te zijn. Voorts dat zij bij het publiceeren van meergedagt Mandaat ola aldaar present gevonden hebben de volgende hoofden naamlijk de attoekoorle aratie van de Bellagam korle en zijn broeder de wxatie van de nantus Lastorijns Roepesinge korle avatie en Aroeman peroema kodditoeakkoe aratie en meer anderen. /onderstond:/ aldus gerelateerd) binne de fortressen ter Sekretarij van Mature Heeden den 1. Iunij 1790- /was geteekend/ met een singaleese, en een onleesbaare nederduitsch haare teekening„ Van de Wellebaddepattoe nelateeren ondervolgende appoes in naamen Soebesinge appoehamie van Kolombo Don Siman gammage oppoe van Mature het volgende, Dat zij met de hier vooren gemelde mandoas ola haar begeeven hebben gehad naar Bamberende, daar zij eene verzammalinge van drie hondert a Vier honderd koppen bij malkanderen gevonden hebben dat zij de voormelde, mandaat ola deese lieden voor geleesen hebbende, zij dezelve met veel vergenoegingen aan gehoord hebben, en daar
English
had expressed their joy about it and had said that, once they had spoken with the others of the assembly concerning the contents of the said mandate ola, they would send word or an answer regarding it, and that among others present there were the undersigned headmen Bamberende Porrepolge aratie, the vidaan of the kwellewehelle bitmeraal. Underneath stood: thus related on the day and place aforesaid. Was signed: with a Sinhalese signature, and one written in Dutch, illegible signature. From the Girewaij pattoe the Appoes sent thither relate, namely Narangas Pittihe allegie wanne appochamie of holomen and Don Samuel Hittie aratie appoe of Mature: That they had proceeded with the aforementioned mandate ola to the rest house of kahawatte, and that they had found there a gathering estimated at three hundred head strong; that they read the mandate ola to those people, and subsequently handed the same over to them; that the assembled commoners replied thereto that it did not appear from the said mandate ola that their affair had been settled in accordance with their request, and that as soon as the same should be concluded according to the request they had made, each of them would then return to their home village, schrader home village, and perform the work of sowing. That they would, however, speak about this matter with the rest of the assemblies, and provide further answer; that among others the following headmen were present in this crowd, namely kahawatte vidaan aratie of Orangwelle Aukonrigodde Nallegamme bitmiraals etc. Underneath stood: related there on the day and place aforesaid. Was signed: with two illegible signatures. Lower down stood: signed for the translation, with a mark; in the margin: signed for the oral translation, J: D D: Perera. Agrees, sworn clerk. Examined, Corns: Johanns. Pde. 1444 Account of the appoe and lascorijn sent out by the Right Honorable Strict Gentlemen Commissioners Diederich Thomas Fretz and Abraham Samlant on the 30 May of the current year to the Gangebaddepattoe with a mandate ola to the assembled inhabitants there. From the abovementioned Gangebaddepattoe the persons below relate in the name of Wieretoenge atiege Joean de Cossa of Colombo and Don andries Jatoenge appoe of Matera the following, namely: The second informant, that having received a mandate ola from the abovementioned Right Honorable Strict Gentlemen Commissioners, they had proceeded therewith according to the order received to the Gangebadde pattoe; that on the way to Toedawe they found a lascorijn guard post stationed by the assembled community, manned with eight head, who asked them where they were going; they, the informants, gave them in reply that they had received a mandate ola to go and publish the same among the assembled inhabitants of the Gangebaddepattoe, whereupon they allowed the informants to pass unhindered. That the informants, arriving at attoedawe, arriving found a ditto post manned with six head, where, having been questioned just as at the first post, they likewise passed; subsequently arriving at the ferry at welletotte, they also found there a similar stationed guard post of the gathered crowd, two head strong, who questioned them as the previous ones had and allowed them to pass; just as this also occurred at a ditto post in the village of katdoewa, where they found three persons. That the informants, continuing on their way, finally arrived at Attoerlije, where they found maddoe godde Appoe together with the vidaan Arraatje of Bilpagam, and the son of the deceased vidaan attoerlije, and nearly one hundred head of commoners. That Madegodde appoe, upon the presentation of the mandate ola, ordered the second informant to read the same aloud. That he, the informant, having done this, the said Madoegodde appoe ordered him to remain waiting there until they should have answered him thereon. That on that account they, the informants, had to stay there for three days; that yesterday the vidaan Arraatje of Bilpagam and the son of the deceased vidaan Aratie of Atoerlije said to them that they, who had never been inclined to such gatherings, had been induced and coerced by the Aratie of the Gangepaddepatta and 1445 and by the vidaan Aratie of Attoerlije, who were currently the trusted servants of the gentleman Dessave of Mature in Mature, and who nevertheless also agreed with the gatherings of the Bolligam korle or joined the gatherings of the Belligamkorle, under threats that, if they did not act in concert with this insurrection, they would then destroy their dwellings and possessions, set them on fire, and inflict every evil upon them. That the vidaan Aratie of Bilpagam and the son of the late vidaan Aratie of Attoerlije further told them that they should bring that mandate ola to the aratje of the Gangebaddepattoe and the vidaan Aratie of Attoerlijie, who had sent signed olas to Gale to the Honorable Respected Gentleman Commander; of which proceeding the Right Honorable Strict Gentleman Commissioner Dessave Fretz had now also received knowledge. That they, namely the vidaan Aratie of Bilpagam and the son of the deceased vidaan Aratie of Attoerlije and the commoners, held the mandate ola in high esteem and considered its contents communicated, that they respected the same highly and would uphold it, and that they also thereupon
Dutch transcription
daar over hune blijdschap te kennen hadden gegeeven en gezegd hadden dat zij wanneer zij, met de anderen der verzammelen, over den inhoud van gedagte Mondaat ola, zouden gesprooken hebben, bescheid of antwoord daar op zouden zenden dat onder meer anderen daar bij present gewest waaren, de onderteekenden hoofden Bamber ende Porrepolge aratie, de vid aan van de kwelle„ wehelle bitmeraal, /onderstond:/ aldus geretateerd ter dage emplatse Voorsen„ /was geteekend:/ met een singaleeje, en een in het neder3 =duitsch, geschreeven, onleesbaare handteekening Van de Girewaij partoe relateeren de daar naa toe gezondene Appoes naamentlijk Narangas Pittihe allegie wanne appochamie van holomen Don Samuel Hittié aratie appoe van Mature Dat zij met de hier voor en vermelde Mandaat ola naar naar het rust huis van kahawatte haar begeeven hebben gehad en dat zij aldaar eene verzammeling van, naar gissing, drie hondert koppen sterk bij malkanderen gevorden hebben: dat zij de mandant ola, haar lieden voor geleesen hebben, en vervolgens dezelve aan haar lieden ter hand gesteld hadden Dat de verzammelde gemeeten, daar op geantwoord hebben dat uit gedagte mandaat ola niet konsteerde dat huure zaak, naar volgens hun verzoek af gedaen was gewoorden en dat zoo dra dezelve naar hun gedaane verzoek zoude of gemaakt zijn zij als dang een ijder, naar hun Woondorp schrader Woondorp zouden te rug keeren, en het Zaaijers werk verrigten, Dat zij egter oover deeze zaak met de overige der verzammelingen zouden spreeken, en nader van antwoord doen dienen; Dat onder meer anderen onder deese hoop de volgende hoofden present geweest waaren namentlijk kahawatte vidaan aratie van Orangwelle Aukonrigodde„ Nallegamme bitmiraals etc. /onderstond:/ aldaar gerelateerd ter dage en plaatse voorschreeven) /was geteekend/ met twee onleesbaare hand„ „teekeningen. /laager stond / voor de translatie was geteekend/ mt salm geantk: / in margine/ voor de mondeeling vertaaling was getekend J: D D: Perera Akkordeert gezee klerk Nagesien Corns: Johanns. Pdé 1444 Relaas van de door de welEdele gestrenge Heeren kommissa„ „rissen Diederich Thomas Fretz, en Abraham Samlant op den 30 May J:r C=mo, naar de Gan„ gebaddepattoe, met een Mandaat ola aan de tzaamen gerotte Jn„ wooners aldaar, uitgezonden appoe en Laskorijnt van bovengemelde Gangebaddepattoe relateeren de onderstaande perzoonen in naame Wieretoenge atiege Ioean de Cossa van kolombo en Don andries Jatoenge appoe van Matera het volgende namentlijke de tweede relatant, dat zij een Mandaat ola van boven gem: welEdele Gestrenge Heeren kommis„ „sarissen ontvangen hebbende, daar meede inge„ „volge bekoomen ordre gegaan waaren naar de Gange badde pattoe: dat zij op weg te Toeda„ we, een, door de tzaamen gerotte gemeenten uitgezette Laskorijns wagtpost, bemand met agt koppen gevonden hebben, welke aan hun gevraagd hebben gehad waar zij naar toe gongen! zij relatanten haar ten Ant„ „woord gegeeven hebben, dat zij een Mandaat ola ontvangen hebben, om dezelve bij de verzaamelde inwooneeren van de Gangebad„ depattoe te gaan pupliceeren, waar op zij hun Relatanten ongemoeid hebben laaten passeeren. Dat zij relatanten te attoedawe koomende koomende een dito Post met ses koppan beset hebben gevonden, daar zij even als bij de eer„ „ste post ondervraagd zijnde insgelijks ge„ passeerd waaren; vervolgens aan de veer te wel „komende, aldaar, ook letotte „ een gelijke uijtgezegte Wachtpost, der 'tzaamen gerotten, sterk twee koppen gevonden hebben die hun, als de voorigen ondervraagd en passeeren hebben laaten: gelijk zulks ook bij een d„o Post in het dorp katdoewa, daar zij drie perzoonen gevonden hebben, geschied is. Dat zij relatanten hun weg vervorderende eijndelij te Attoerlije gekoomen waaren, daar zij maddoe godde Appoe nevens de vidaan Arraatje van Bilpagam, en den zoon van den overleeden vedaa „attoerlije en bijkans hondert koppen Gemeenen gevonden hebben. Dat Madegodde appoe, op het vertoonen van de mandaat ola den tweeden rela„ tant belast heeft gehadt den zelven op te leesen. Dat hij relatant dit gedaan hebbende, gemelde Madoegodde appoe hem gelast heeft aldaar te moeten blijven toeven, tot zij hem daarop zouden geantwoord hebben. Dat zij relatantie aldaar haar deswegen drie dagen „ hebben moeten ophou¬ den, Dat gistern de vidaan Arraatje van Bilpagam en de zoon van den overleeden vi „daan Aratie van Atoerlije teegens hun gezegd hadden, dat zij die nimmer tot zulken 't zaamen rottinge geinklineerd waaren ge„ weest, door de Aratie van de Gangepaddepatta en 1445 en door den vidaan Aratie van Attoerlije, welke tans te Mature, de vertrouwde Dienaaren van den Heer Matureesen Dessave waaren, en die het nogtans ook eens, met de 'tzaamen rottingen daar toe van de Bolligam korle waaren „ ofte tot de 't zaa„ „men rottingen van de Belligamkorle, onder drei„ „gementen dat, zo wanneer zij lieden met dee„ „ze opvoerige geen een zijn trokden, zij als„ dan, hunne wooningen en bezittingen zouden vernielen en in den brand steeken, en haar alles kwaads doen weedervaaren, gepermoveerd en ge„ „dwangen waaren geworden. Dat de vidaan Aratie van Bilpagam en de zoon van wijlen de vidaan Aratie van Attoe„ lije teegens hun al verder gezegd hebben, dat zij die mandaat ola moesten brengen bij de aratje van de Gangebaddepattoe en de vidaan Aratie van Attoerlijie die geteeken„ de olassen naar Gale, aan den Edelen Achtb: Heer Commandeur gezonden hebben gehad; van welk gedoente de wel Ed Gestr: Heer koramissa„ ris „ Dessave Fretz tans meede kennis gekree„ gen hadt. Dat zij naamentlijk de vidaan Aratie van Bilpa„ gam en de zoon van den overleeden vidaan Ara „tie van Attoerlije en gemeenten, de Mandaat ola zeer estimeerden en deszelve inhoud voor gecommuniceerd hielden, dat zij dezelve hoog agteden en zouden aanhouden, dat zij ook daarop
English
Examined Schrader. would send word about it and appear before her, whenever they were not prevented therein by the conspirators. The first relator conforms with the second relator. Underneath was written: Thus related today, the 3rd of June in the year 1790. Was signed with two illegible characters, being the signatures of the relators. Lower down was signed for the translation M. F. Palm, authorized. In the margin: for the verbal translation was signed Don Pn Senerat gezi secer koll. Underneath was written: Agrees. Was signed: M. F. Palm, authorized. Agrees. Corns. Johanns. Idé Sworn clerk. O No. 13 1446 Kolombo To the Right Honorable, Rigorous, Highly Esteemed Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and its dependencies, together with the Council. Right Honorable, Rigorous, Highly Esteemed, High-Commanding Sir. Trusting that our humble letter of the 1st of this month will have been duly delivered, we now have the honor to inform Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir that we have had to appoint the Mohandiram of the Woods as provisional supervisor over the Kande Badde Pattu, because Pilleratne Mudaliyar has made known that he is ill, and that the headmen of the korales and pattus who had departed for their districts, with the exception of Tinnekoon Mudaliyar, have reported by olas that they were stopped at the gravets of the mutineers, and thus remained in the Four Gravets. However, the Mudaliyar of the Belligam Korale went as far as Malimada, from where he nevertheless returned, because he was warned to do so, or else he was about to be surrounded and captured. Just as said Mudaliyar and others have also reported that they had heard that the house of the Mudaliyar Ilangakoon at Malimada, in which the Mudaliyar of the Belligam Korale had his lodging, was searched during the night after his departure 1447 by Madugodde Appu and some people he had with him. Of these reports by olas from the headmen, we have had that of the Mohandiram of the Gravets and charcoal-producing villages translated, because it states therein that the mutineers supposedly answered to the people sent by him, the Mohandiram, that if he, the Mohandiram, should go to the charcoal-producing villages against their orders, he would be punished with death; which translation of the 3rd of this month we have the honor to present to Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir. The Disawa, with our approval, has thereupon informed the headmen that they should just return hither if they could not proceed to their districts. Tinnekoon Mudaliyar, on the other hand, departed for Kahawatta, and yet he informed us that only a few people had come to him, but that he had sent messages to the lesser headmen and the people to come to him. Since then we have received no news from him, but rumor says that a large portion of the mutineers had gone to the Giruwas to speak with Tinnekoon Mudaliyar. Saram, Mudaliyar of the Gangabadda Pattu, has related that he had heard that the mutineers were dissatisfied with the contents of our mandate, because little was settled therein to their liking, and that they also said they must have pardon by a plakkaat from the Right Honorable and Highly Esteemed Lord Governor, because otherwise His Honor might have them punished, as had happened before; and that they had two red flags made, signifying their discontent. 1448 In order to bring minds to greater calm and to inspire them with more confidence, as well as to remove all fear of the Disawa, we deemed it fit to have a sannas issued by Mr. van Angelbeek, in which His Honor came to assure everyone that no one had anything to fear, because His Honor would adhere to the 29th article of our mandate of the 28th of May last, whereby pardon was promised to everyone. The two delegates who brought one of the aforementioned sannas to the Belligam Korale came to report that they had read that sannas to as many as 100 people, who had expressed their satisfaction with its contents as well as with the contents of our mandate of the 28th of May, with the remark, however, that only some of their complaints were properly settled thereby, and that they would send a letter by ola to us the following day concerning this, as well as that they would try to separate themselves from the main crowd. Today they have also actually written an ola to the Disawa van Angelbeek, which, however, contains nothing other than a request for permission to present their further complaints later by an ola, to which Mr. van Angelbeek will reply that they could do so, as this conforms with the liberty left to them in that regard by the mandate of the Commissioners. Herewith we have the honor to present to Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir a report made on the 2nd of this month by three cinnamon-peeler headmen who, along with their cinnamon peelers, were stopped at Hakmana when they wanted to go to their peeling work in the King's territory; behind which the first signatory has noted by a memorandum that the
Dutch transcription
Nagesien schrader. daarop bescheid zouden zenden, en haar koom vertoonen, zoo wanneer zij door de 'tzaamen gerotten daarin niet verhindert wierden. De Eerste relatant konformeerd zig met de tweede relatant. onderstond/ aldus gerelateerd heeden den 3=de Iunij ao 1790. /was geteekend/ met twee onleed baare karakters zijnde de handteekeninge der relatanten lager was / geteekend voor de translatie m. f. Palm geauth in mar„ gine / voor de mondelinge vertaalinge /was geteekend/ D=n Pn Senerat gezi secer koll /onderstond:/ Akkordeert / was geteekend:/ M: f: Palm geruth: Akkordeert Corns: Johanns: Idé gezw klerk O No. 13 1446 Kolombo Aan Den wel Edelen Gestrengen Groot Acht= baaren Heer Willem Iacob van De Graaff. Raad ordinair van Nederland=s India Gouverneur en Direkteur van 't Eijland Ceijlon met dies onderdaanigheeden Nevens den Raad Wel edele Gestrenge Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer. In vertrouwen dat onzen nedrigen brief van den 1=e deezen wel besteld zal zijn hebben wij groot tans de eere uwel edele Gestrenge AAchtbaare te te berigten Dat weden Mohandiram van de houts hebben moeten benoemen als provisione op sigter over de kande badde pattoe, wijl Pilleratne Modliaar heeft laaten weeten zi te zijn, en Dat de Hoofden der Koales en pattoes, die na hunne destrikten ver= „trokken, waeren Excepto Tinnekoton Modliaar bij vlas gemeld hebben dat zij aan de Gravetten der muijtelingen te rug gehouden zijn, en hun dus in de vier gra= „vetten ophielden, dog de Modliaan van de Belligamkorl „ tot na Malimande geweest, van waar hij echter weeden te rug is gegaan, wijl hij gewaarschouwd wierde om zulx te doen, off dat hij an= „ders stond omsingeld, en opgevat te worden. gelijk dan ook gedagte Mod„ liaan en andere hebben opgegeven dat zij gehoord hadden, dat 't huijs van den Modliaan Hangakoon, te Malie= „mande waar in de Modliaar den Belle „ gamkorl zijn verblijf heeft gehad na zijn vertrek in de nagt was door zogt geworden d 1447 gewoorden door Maadoegodde apoe, en eenige bij hem gehad hebbende volkeren, van deeze berigten bij olas van de Hoofden hebben wij die van den Mohandiram der Gra= vetten en Kool gevende dorpen laeten trans= „lateeren, wijl daar bij gezegd word dat de muijtelingen aan het door hem Mohandiraan gesonden volk zouden ten andwoord gegeven hebben, dat hij Mohandiraam, wanneer hij tegen hunne Order na de koolgevende dor= „pen mogte gaan, met de dood zoude ge= „straft werden, welke translaat van den 3' dezes wij de eere hebben, uwel Edele gestrenge groot Achtbaare aan te presenteeren. De Hoes De Heer Dessave heeft daar op met onse goedkeuring, aan de Hoofden doen weeten dat zij maar weeder herwaards koomen moesten, wanneer zij niet na hunne dis„ „trikten gaan konden Sinnekorn modliaas is daar in teegen na na Kahawatte vertrock en echter heeft hij ons laaten weeten dat er maar eenige weijnige mi schen bij hem waaren Gekoomen, maar Ja hij boodschappen aan de mindere hoofden en het volk gezonden had om bij hem te koomen. zederd hebben wij van hem geene tijding bekoomen, dog het gerucht zegt, dat een groot Gedeelte der muijtelingen na de Gir„ wais waaren gegaan, om Sinne koon Modlia te spreeken Saram Modliaan van de Gange baddepattos heeft verhaald, dat hij gehoord had dat de muijtelingen over den inhoud van onze Manda te onvreeden waeren, weil daar bij wijnig na hun zin was afgemaakt en dat zij ook zeide bij een Plakaat van den wel Edelen Groot Achtbaaren Heer Gouverneur Pardon te moeten hebben, wijl anders hoogs den zelven hun zoude konnen laeten straffen, glijk meer gebeurd was: en dat zij twee roode ven= dels hadden laeten maeken beteekenende hun Ontevreedentheid. om 1448 Om de Gemoedenen tot meerder bedaeren, te bren= „gen en hun meerder vertrouwen in te boesemen zoo meede alle Vrees voor den Heer Dessave weg te neemen hebben wij goedgevonden om door den Heer van Angelbeek een Samas te laten afgaan, waar bij zijn Edele een ider kwam te verzeekeren, dat niemand voor iets te vreezen had wijl zijn Ed. zig zig houden zoude aan het 29 ste artiku„ van onze Mandaat van den 28 Maij Jongst leeden, waar bij aan een ider pardon was toegezegt. De twee gekommitteerdens die een der voor schreve Sanas na de Belligamkorl hebben gebragt, zijn koomen rapporteeren, dat zij die Parmas aan wel 100 menschen hadden voorge= „leezen die over dies inhoud, zo wel als over den „hun inhoud van onze mandaat van den 28 e maij ver= ste „genoegen hadden betuigd, met aanmerking agter, dat daar bij maar sommige hunner klagten wel waaren afgedaan, en dat zij sanderen sanderen daags een brief ola derweegen aan ons zouden zenden, zoo meede dat zij zien zouden om kun van den grooten hoop aftescheiden. „een heeden hebben zij ook werkelijk „ ola aan den Heer Dessave van Angelseek geschreeven die egter niets anders inhoud, dan verzoek van verlof om hunne verdere klagten nader bij een Pla te moogen inbrengen, waar op de Heer van Angelbeek zal andwoorden dat zij dat doen konden als overeenkoomende met de aan hun daer omtrend gelaetene Vrij„ heid bij mandaet van kommissarissen Hierneevens hebben wij de eere Uwel edele Gestrenge Groot Achtbaare aante bieden een relaas op den 2e dezer door drie kannee „schillers hoofden die met hunne kanneel„ schillers, toen ze na hun schilwerk in 's konings land wilden gaan te Hakman te „rug gehouden zijn waar agter den eersten teekenaar per nota heeft aangemeerkt dat De
English
The statement of those informants regarding the number of people they say they encountered is to be held as untrue. Furthermore, this is accompanied by a report dated the 3rd of this month from the commissioners who brought the mandate ola of the 28th of May to the Gangebaddepattoe, from which it appears that the people encountered promised to send an answer to it, and would also come to present themselves, provided they were not hindered therein by the congregated people. Yet until now, to our regret, we have obtained no proper answer from the mutineers, so we do not even know where we stand, and can form no conception of what their further intentions might be. The Cinnamon Peelers' Chiefs of Raygam have promised us that they would try to enter the King's Land by other roads, and since then the Mudaliyar of the Roenebadde has told us that he had learned that they had indeed continued their journey, for which reason we wrote regarding this to the Vidane Mohandiram of the cinnamon peelers of Roene, and also advised him to see to it that he too arrived in the King's Land with his people; but he appeared before us yesterday evening and raised difficulties regarding this, saying that we were also aware what bad people the cinnamon peelers of the Roenebadde were and that besides this he was also expecting an answer to his ola from the Cinnamon Captain, whereupon we answered him that he could then do as he found best advised. Yesterday we had the honor of receiving your Noble Rigorous Highly Respected letter of the 2nd of this month, accompanied by ten pieces of blank signed olas from your Noble Rigorous and Highly Esteemed Sir, together with a draft mandate, in order to have the same written on those olas, either as it is or with the changes deemed necessary by us, and to dispatch them to the Korales and Pattoes, should we find it necessary. We then immediately took the contents of this mandate into consideration and decided, instead of paying 8 stuivers for the pound of cardamom for the last 2 years, only to pay out the 50 percent advance again, because on the one hand we believe that they will be satisfied with that and with the price of 8 stuivers in the future, and also because of the apprehension that if one grants 8 stuivers for 2 years, such would provide occasion to demand this increased price for more years. On that basis we wished to have the Sinhalese translation written onto the olas, but as it was then found that this was not feasible because the olas were too small, we resolved to have a separate Sannas written concerning the item of cardamom, solely for the Moruakorle; and since the rest of the contents could still not be written on the olas, we shortened the same somewhat, as your Noble Rigorous Highly Esteemed Sir may observe from the copies of the mandates that accompany this. We subsequently had the mandates read aloud and handed over to the Chiefs to have them published in their Districts, with a serious recommendation not to let themselves be turned away so easily, but to go without fail to the mutineers and assist them with good counsel for the restoration of peace. We have the honor to call ourselves with all due high respect and loyalty, Noble Rigorous Highly Esteemed, High Commanding Sir, Your Noble Rigorous Highly Esteemed Sir's obedient servant, signed D: F: Retp and A: Samlantjinmarginij Matara the 5th of June A-o 1790. Postscript: This could not be dispatched earlier than today, the 6th of June. We still have the honor to present to your Noble Rigorous Highly Esteemed Sir a report dated the 4th of June from the commissioners who brought our mandate of the 28th of May to the Moruakorle and the territory of Katuwana, as well as a report dated the 5th of June from the Appuhamys who brought a Sannas ola from the Dessave van Angelbeek to the Lordship of Weligama and the Weligamkorle, with an accompanying translated ola letter addressed to the Dessave van Angelbeek. Checked. The Mohandiram of the timber transport, to whom we had entrusted the provisional authority over the Kandebaddepattoe and whom we wished to send there with the mandate of your Noble Rigorous Highly Esteemed Sir, has requested to be excused, because he was not in favor with the mutineers. We have therefore dispatched Mudaliyar Ilangakoon with that mandate to the said Pattoe, whose inhabitants still seem to us the most malicious, and we expect from that Mudaliyar the best effect upon the recommendation given to him by us. Because the former second interpreter Mohandiram is no longer so sick, we shall also send him to Galle today. Agrees. Cornelis Johannes de Mans Clerk
Dutch transcription
1449 De opgave dier relatanten nopens het getal van het volk dat zij zeggen ontmood te hebben voor onwaar te houden is. voorts verzeld dezen nog een relaas gedatteerd 3de deezer van den kommissianten die de mandaat ola van den 28 sten maij „ de Gangebadde= „pattoe hebben gebraagt, waar bij blijkt dat de ontmoete Volkeren belooft hebben van ant= woord daar op te zullen zenden; en hun ook zouden koomen vertoonen, wanneer zij door de zamengecotte volkeren niet daar in ver= hinderd wierden Dog tot als nog hebben wij tot ons leed weezen geen behoorlijk Bescheid van de Muijteling en bekoomen, dus weeten we selfs niet waar aan ve zijn, en kunnen ons geen begrip formeeren wat Han verdere zoeken zijn mag De kanneelschillers Hoofden van Raijgam „andere hebben ons beloofd dat zij door „ weegen zouden traagten in 's Konings Land te koomen, en en zedert heeft onst de modliaan der Roene„ ^hij „badde gezegd dat zij „ vernomen had dat zij wer „kelyk hunne reis voortgezet hadden, al waarom wij zulx aan den vied aan Mohandiram der kanneel schillers van roone geschreeven, en hem tevens aangeraaden hebben, om te maaken dat hij ook met zijn volk in s Konigs Land kwam maar hij verscheen gisteren avond bij ons en maekte des weegen swaarigheid, onder het zeggen, dat ons ook bekend was welk slegt Volk de kannelschillers den Roene= „ badde waeren en dat hij buijten dien ook andwoord op zijn Ola van den Heer kannel kapitein verwagtende was, waar op wij hem konde. hebben geandwoord dat hij dan „ doen, zo als hij best geraaden vond. Gisteren hebben wij ons vereert gevonden met uwel edle Gestrange Groot Achtbaare hoog gerespekteerde brief van den 2=de dezer verzeld 1450 verzeld van tien stux door uwel edele gestrenge groot achtbaare in blanko geteekende olassen nevens een koncept mandaat, ten einde denzelven zo= „danig dan wel met de door ons nodig geoordeelt wordende veranderingen, op die Plassen te laeten schrijven, en na de korles en Pattoes afte zenden: indien we zulx noodzaakelijk vonden wij hebben dan dadelijk den inhoud van dee mandaat in overweeging genoomen en beslooten Stuivers om in steede van voor de jongste 2 jaeren 8 kikes voor het lb hardenom te betaelen, maar alleen de 50 procento advans weeder uijt te keeren wijl we aan de eene zeide vermeenen dat zij daar meede en met de prijs van 8 stuijvers in den vervolge wel zullen te vreede zijn, als ook om de Bedugting dat wanneer men voor stuivers 2 Jaeren 8 kuks toestaat zulk geleegentheid zoude geeven om dee verhoogte prijs voor meerdere Jaaren te eischen Op die voet hebben wij de Zingaleeze overzet ling overzetting op de Olas willen laten schrijven maar weijl toen bevonden wierd, dat zulks niet doenlijk was, wijl de olas te kleijn zijn zoo resolveerden wij om van de post der kardamom een aparte Sannas, alleen voor de Morieakorl te laeten schrijven, en alzoo toen den verderen inhoud nog niet op de vlas konde geschreeven worden, zoo hebben wij den zelven wat verkort, gelijk uwel Edele Gestren„ Achtbaare het een en ander kan beoogen bij de afschriften der mandaaten, die deezen verzellen. wij hebben vervolgens de Mandaaten laets opleezen en aan de Hoofden ter hand geseld om ze in hunne Distrikten te doen Publi= „ceeren met Serieuse rekommandatie om hun zoo ligt niet te laeten afwijzen, maa zonder mankement na de muijtelingen te gaan, en hun met goeden raad aan de hand te gaan, ter herstelling van de rust wij 1451 wij hebben de eere met al verschuldigste Hoogachting en Trouwe ons te noemen. /:onderstond:/ wel edele Gestrenge Groot Acht= baare Hoog Gebietende Mar Geha a uwel edele Gestrenge Groot Achtbaar 1 Gehoorzame Dienaar /:was geteekend/ D F: Pretp en A: Samlan tjinmarginij Mature den 5 Iunij A=o 1790 /:laager:/ P: S: Deezen heeft niet eerder dan heeden den 6 Junij konnen afgaan, wij hebben nog de eere uwel edele gestrenge groot Achtb aantebieden een relaas gedatteerd 4 Junij van de Gekom= mitteerdens die onze mandaat van den 28 May na de Meraukorl van den 28 amaij en het Gebied van Kattoene gebragt hebben zomeede een relaas gedatteerd 51 Junij van de oppoeha= „mies die een Sannas ola van de Heer Dessave van Angelbeek na de Heerlijkheid van Bel= ligam en de Belligamkorb hebben gebragt met een een daar bij gehoorende translaat brief ola geregt aan den Heer Dessave van Angelbeek De Nagezien De Mohandiram van de houtsleep: die we het Provisioneel gezag over de kande bae= „ depottoe opgedragen hebben, en met de man= „daat van Uwel Edele gestrenge groot Achtb: daar heen wilden afzenden, heeft verzogt geven„ „seert te moogen worden, weil hij bij de muijtelingen niet wel stond. wij hebben daerom Hangakoon modliaan met die mandaat afgezonden na ge: dogte Pattoe, welkers inwoonders ons nog het kwaadaardagst vookoomen, en wij verwagten van die modliaan het beste effect op de door ons aan hem gegeve recommandatie wijl de Geweeze tweede tolk Mohandiram zoo ziek niet meer is, zoo zullen we hem ook heeden nog na Gale Senden„ Akkordeert Corns: Johann:s I de gezeeklert Mans
English
1452 Account given by the below mentioned persons, namely 1: Merinje dinees Mendies Mahadoerea of Ratgam in the gale korle 2: Daniel Salomon Mahadoerea of Lanoemoddere in the gale korle 3: karane Gabriele Ratgamme aratie The first-mentioned reports that he, along with the 2nd and 3rd informants and about eighty cinnamon peelers, about five days ago, set out on their way to go peel cinnamon in the King's country. That when they had arrived in the village of Medde oejanggodde, located in the gangebaddepattoe, they there by a Na tree met two persons, who according to information were araties, along with a band of two to three hundred heads of the gathered commoners: who detained him and the two aforementioned informants along with the said cinnamon peelers for a day, without allowing them to pass further: and that the gathered crowd in the meantime had sent some persons from their midst to the rest of the gatherings, to inquire whether they would let him along with the other informants and further cinnamon peelers pass or not. That he, the informant, and the rest the next day, under escort of some of the gathered persons, were led to the village of Poehoelwelle, at which place they, by estimation, found about two hundred heads of the gathered inhabitants: from where they were further escorted to the village of koongelle, located in the kandebaddepattoe, where, by estimation, three hundred heads were gathered together. That from there they were taken to the resthouse of Hakman, where they, last Monday, found the vidaan aratie of Hakman, wallekadde Jodie kandi aratie, and yet a third aratie, which latter they did not know by name. That he, the informant, at the resthouse of hakman, at that time, found about one thousand heads of the gathered crowd. That the aforementioned vidaan aratie and araties asked him, the informant, and the other persons who were with him, where they were going: to which they answered that they, according to custom and upon order, were marching to the King's country to peel cinnamon. That the said vidaan aratie and araties answered them that he, the informant, along with all those who had come with him, had to stay with them: since they, who belonged to the general assembly of the malcontents, could or would allow no one 1453 no one to pass to perform any service for the Honorable Company, as long as the general complaints remained unredressed: and on account of which they still remained gathered: That he, the informant, along with the persons who were with him, unanimously declared that they had no complaints to submit, and for this reason wished to perform their Company's services, which was entirely denied and not permitted to them by the gathered crowd: That he, the informant, along with the persons who were with him, thereupon requested that, since they could hardly obtain shelter and lodgings at Hakman, they might be allowed to go to Poehoelwelle, which was granted to them. That, instead of going to Poehoelwelle, they undertook the journey hither, and along the way passed two posted guard posts of the malcontents, who asked them where they were going, to which they answered that since the assembly refused to permit them to go to the King's country to peel cinnamon, they were forced to return to their residential villages. The account of the second and third informants corresponds entirely with that of the first informant and they conform with the same. Below stood: thus resolved on 2 June Anno 1790 within the Fortress of Mature at the Secretariat there. Was signed with two Sinhalese and one Dutch signature. Lower stood: the translation was signed M: J: Palm, authorized. In the margin: for the translation was signed D:n S: Senerat, sworn interpreter. Lower: agrees. Signed M: J: Palm, authorized. Note serves That from the account of the 2 commissioners who went to the kandebaddepattoe to deliver the Mandaat-ola, dated 1 June last, it appears that there were only few people at the gravets and at Hakman, and they also saw the cinnamon peelers, so that the account given hereabove by 3 headmen of the cinnamon peelers is stated with exaggeration, and is to be held as untrue with respect to the number of people they say they encountered. Below stood: Mature, 3 June 1790. Was signed: D: T: Fretz. Agrees. Cornelis Johannes Idé sworn clerk 1454 The brief contents of the letter from the mohandiram of the gravets dated 2 June 1790. According to the order received, I departed on the 1st of this month from Mature and arrived at Bandattere where I found a guard post of one wandurumba aratse and 50 to 60 men, who told me that no one can go inland without permission from the assemblies, and they detained me there until the evening and afterwards gave me freedom to leave there, saying that there would be more guard posts in the gangebodde that will prevent the journey; then I departed from there and toward evening arrived at the house of the korle modliar; furthermore, on Wednesday the 2nd I proceeded to the ferry Gorkegode moodere and there found a guard post of one Malewaregeij oepasake minihaa and Marambegeij maddoema minihaa along with about 100 men, who having asked me why I had come into the country without permission from the assembly, [illegible] me and my retinue
Dutch transcription
1452 „ Merinje dinees Mendies Mahadoerea van Hat„ „gam in de gale korle 2: Daniel Salomon Mahadoerea van Lanoemoddere in de gale koale 3: karane Gabriele Ratgamme arcetie De Eerstgemelde relateerd dat hij nevens de 2=e en 3 de relalanten en omtrend tagentig kanneel schillers, nu een dag of vijf geleeden, haar op weg begeeven hebben, om naar 'skonings land kanneel te gaan schillen. Dat toen zij gekoomen waeren in het dorp Medde oe„ „janggodde, in de gangebaddepattoe, gelegen, zij aldaar bij een Naghaboom, twee persoonen, die volgens opgave aratiest waeren, nevens een troup van twee a: drie honderd koppen der tezaamen geootte gemeenten: dewelke hem en de twee voorm: aela„ „tanten nevens gedagte kanneel schillers een dag opgehouden hebben, zonder haar verder te laaten passeeren: en dat de tzaamen gerotte inmiddels eenige persoonen uit hun gezonden hebben gehad naer de overige der tzaamenrottingen, om te ver„ „neemen, of zij hem nevens de overige relatan„ „ten en verdere kanneel schillers zouden laaten pas„ „seeden of niet. Dat hij relatant en de overige 'sanderen daags, onder eskoote van eenige deo tzaamen gerotten persoonen Relaas gedaan door de onder te melden persoonen, namelijk waeren waeren geleid geworden naar het doop Poehoel op welke plaats zij naar gissing omtrend twee derd koppen der tzaamen gerolten ingezeetenen, vonden hebben gehadl: van waer zij alverderg „eshorteerd zijn geworden naar het dorp koongell in de kandebaddepattoe geleegen, daar, naa gissing, drie honderd koppen bij den anderen waar Dat zij van daar naar het rusthuijs van Hak „man gevoerd zijn geworden, daar zij Jongstleeden maandag, gevonden hebben gehad de vidaan an van Hakman wallekadde Jodie kandi arati en nog een derde axatie, welke laatste zij niet g „kend hebben bij naame. Dat hij relatant bij rusthuijs van hakman, te deer tijd, omtrend duizend koppen der tzaamen gerotten gevonde heeft gehadt. Dat de voormelde vidaan aratie en axaties hem reloteu en de overige bij hem zynde persoonen gevraagd hebbe gehad, waar zij naar toegongen: zij daar op ten antwoord gedient hebben gehadt, dat zij naarvolge gewoonte en op order naar 's koningsland trokke om hanneel te schillen, Dat gem: vidaan aratie en araties daar op hun ten andwoord gevoerd hebben dat hij delatant nevens alle die met hem gekoome weesen, bij hun moesten blijven: alzoo zij die tot de algemeene verzaameling der malkontenten beho niemand 1453 niemand konden of zouden laaten passeeren om eenige dienstwrerk voor de E: kompagnie te verrigten, zo lange de algemeene klachten en afgedaan blee„ „ven: en om welke, zij lieden als nog verzameld bleeven: Dat hij relatant nevens de bij hem zijnde persoonen eenpaarig verklaard hebben gehadt, dat zij geen klachten in tebrengen hadden, en dees„ wegens hun kompagnies diensten wilden verrigten, het geen hien door de tzaamen gerottene belet vol„ „strekt niet toegelaaten is geworden: Dat hij re„ „latant nevens de bij hun zijnde perzoonen, daar op verzogt hebben gehad, om, wijl zij op Hakman kwaalijk besgjing en logies zouden konnen bekoomen, naar Pchoolwelle, te mogen gaan, het geen hun getikkordeert is geworden. Dat, in plaatse van naar Pohoolwelle tegaan zij de reize naar herwaerds genomen hadde, en onder wegen twee uitgezette wagtposten der malkonten„ „ten gepasseerd waeren, die hun gevraegd hebben gehad, waer zij naar toegongen ten antwoord ge„ „geeven hadden, dat vermids de verzaameling hun niet hebben willen permitteeren, om naer 's konings land kanneel te gaan schillen, zij genood„ „zaakt waeren om naar hunne woondorpen terug te keeren. de tweede en derde Relatanteas verhael komt behoo Nagezien komt allezints over een, met dat van de earste relatant en konformeeren haar met dezelve onderstond:/ aldus geresolveerd den 2: Junij A:o 1791 Binnen de Fortresse van Matuure tea Sekaetan aldaar /:was geteekend:/ met twee singaleese e een nederduitse handteekening /:lagerstond:/ de translatie /:was geteekend:/ M: J: Palm gean /:inmargine:/ voor de vertaeling /:was getekend/ D:n S: Senerat, gesw: tolk /:lager:/ akkordeerd: /: gete „kend:/ M: V: Palm geauth: Per nota dient Dat bij relaas van de 2: gecommitteerdens die na de kandebaddepattoe gegaan zijn om de Man„ „dacct-ola te bestellen, gedateert 1: Junij J:o L: blijkt, dat 'er maar weinige volk aan de gra„ vetten, en te Hakman is geweest, en zij ook de kaneelschillers gezien hebben, dat is het hier vooren gedaane relaas door 3: hoofden der kaneelschillers bij vergrooting opgegeven, en voor onwaes te houden, ten opdigte van het getal der volkeren, die zij zeggen ontmoet te hebben /:onderstond:/ Mature den 3: Junij 1790: /:was getekend:/ D: T: Fretz Akkordeert. Coor:s Johann:s Idé gezee klerk Maal 1454 Den korten Jnhoud van de brief van den mohandiaam der gravet¬ „ten gedateert den 2. Junij 1790. Ik ben volgens verkreegene ordre den 1: deezer van Mature vertrokken en gekoomen te Bandattere alwaer ik een wagt Post gevonden hebbe van eene wandein bij aaratse en 50: â: 60: manschappen dewelke mij zijden dat er niemand Landwaerds kan gaan zonder verlof van de verzamelingen en hebben dezelve mij tot 'savonds toe aldaer aangehouden en daer na vrijheid gegeven om van daer weg te gaan zeggende dat er nog meer wagt Posten in de gangebodde zoude zijn die de rijze beletten zullen; toen ben ik daer van vertrokken en tegen den avond gekoomen ten huijse van de korle mod„ „liaaa voorts ik heb op woensdag den 2: mij begeeven naar het veer Gorkegode moodere en aldaer gevonden een wagt Post van eene Malewaregeij oepasake minihoa en Maram„ „begeij maddoema minihaa nevens van omtrent 100: manschappen, dewelken mij gevraagt heb„ „bende waarom ik zonder verlof van de verzameling in het Land was gekoomen hebben mij en mijn gevolg
English
retinue detained there, and notice thereof given to the great crowd of the assemblies that are at Mamande, both by two of my people and 1 of the stationed people, whereupon the great crowd of the assemblies are said to have stated that the people of the kool-yielding villages are with them, and therefore that the mohandiram has no need to proceed to the kool-yielding villages, but if he should go to the said places contrary to this order, he would then be punished with death. Besides this, I have also been insulted with foul words, and warned up to two times by Madogodde Appu and Bandewake Kodituwakku Aratchi, who remain assembled with thousands of people, that I must depart for Mature with preserved honor, and thereafter I was set free and arrived at Godelawake. Consequently, I take the liberty hereby to make known that I am prevented from carrying out the highest order, requesting that a written answer hereunto be sent promptly. At the head of the ola signed D. F. D. S. Bandarnaike. For the translation, Mature, the 3rd of June 1740. Was signed D. D. Perera. Agrees, Cornelis Johannes Idé, sworn clerk. Examined, Maas. 1456 We, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, To all those who shall see this or hear it read, greeting, make known: Whereas we have sent the Senior Merchant and Dissave of the Colombo Dissavany, the Honorable Diederich Thomas Fretz, and the Merchant and Colombo Trade Bookkeeper, the Honorable Abraham Camlant, as our commissioners to Mature to hear, investigate, and equitably settle the complaints of a party of minor headmen and other inhabitants of the said dissavany who were gathered together; and these our commissioners have reported to us that they caused the received complaint olas to be translated, attentively considered the complaints presented therein, and subsequently made such provision therein as has been circumstantially made known by them in a mandate of the 28th of May last. So it is that we, having attentively reviewed the received copy of the aforesaid mandate in our Council, and having maturely deliberated upon its contents, and gladly wishing to give the good inhabitants of the Mature dissavany an equitable [illegible] of how much we are inclined to promote their peace and prosperity, have resolved in our meeting on the 1st of this month to approve and ratify the contents of the aforesaid mandate in full, as we do approve and ratify the same hereby, and everything that has been granted by our aforesaid commissioners in the said mandate shall be observed just and in such manner as if it had been done by ourselves. And whereas our repeatedly mentioned commissioners have deferred to us the disposal over some articles about which the inhabitants have felt aggrieved, we have upon their proposal further seen fit and understood: 1. That the otu duty of the paddy that is sown in the Mature Dissavany shall henceforth no longer be farmed out, but that the same shall be appraised by commissioners in order to make the collection thereafter. 2. That if the inhabitants of the Mature Dissavany, according to what was announced to them in the 16th article of the aforesaid mandate, and notwithstanding the demonstration made therein, should nevertheless request that a new areca description may take place, the necessary order for that purpose shall be issued. 1457 3. That a separate mandate shall be sent to the inhabitants of the Morawak Korle regarding the cardamom delivery. We hereby further most earnestly admonish all inhabitants of the Mature Dissavany, in so far as contrary to our expectation it might not yet have occurred, immediately to repair each to his village and dwelling and to conduct themselves as peaceful inhabitants of the Company; in which confidence we hereby further specially confirm the pardon granted to them by our commissioners in the aforesaid mandate, and as a consequence thereof promise that no one shall now nor in the future be questioned or punished on account of the occurred unlawful assemblies, complaints made, nor on account of any other acts committed during the aforesaid unlawful assemblies, provided that each person, as soon as possible after this our further order shall have come to their knowledge, repairs to his village and dwelling house and conducts himself quietly and peacefully, as befits good and faithful inhabitants. All those on the contrary who shall neglect the aforesaid favor, and further make themselves guilty of any unlawful assemblies and other acts of rebellion, shall be regarded as instigators and disturbers of the public peace, and as such upon apprehension shall be punished according to the severity of the laws; and this our mandate shall be published at Mature and handed over to the headmen in order to cause it to be published in the korles and pattus as well. Thus done in the Castle of Colombo on the Island of Ceylon, the 2nd of June, Anno 1790. Was signed W. J. v. de Graaff. Cornelis Johannes Idé, sworn clerk. Agrees. Examined, Maas.
Dutch transcription
gevolg aldaar aangehouden en daar van aan de groote menigte der verzamelingen die op Maa mande zyn den weet gegeven zoo door twee van mijn volk als 1: van de g'Posteerde volk waer op de groote meenigte der verzamelingen zouden gezegt hebben, dat het volk van kom geevend dorpen bij hen zijn en daerom dat mohandiaam niet noodig heeft naar de Kool geevende dorpen te begeeven, dog zoo hij teegen deeze ordre naar gemelde plaatsen mogte goe zoude hij als daen met den dood gestraft word behalven dien ben ik ook met slegte wond gescholden en tot twee keeren toe / door Maa dogodde appoe en Bandewake kodetoewakkoe aratse die met duijsenden van volk verza„ „melt blijven :/ gewaesschouwt geworden als dat ik met behouden eere naar mature vertrekken zal en daer na ben ik vrij geloo en gekoomen te goedoelawake Midsdien gebruijke ik de vrijheid bij deezen bekend te maaken dat mij word belet om de ealang ordre te volbrengen verzoekende hier op een schriftelijke antwoord spoedig tewillen afslen den. /:onderstond:/ Aan het hoofd der ola /:getekend:/ D: F: D: S: Bandarnaijke voor voor de Translaatsie Mature Den 3. Junij 1740: /:was getekend:/ D D: Perera. Ackordeert Corns Johann: Idé gezeeklerk Nagezien Maas 1456 Wij Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlandsch Indie Gouverneur en Direkteur van het Eiland Ceilon met dies onderhoorigheeden Allen den geenen die deezen zullen zien ofte hooren leezen salut doen teweeten Nademaal wij de opperkoopman en Dessave van kolombosche ommelanden D'E: Diederich Thomas Fretz: en de koopman en kolombosche Negotie Boekhouder DE: Abraham Camlant als onze kommissarissen na Mature hebben gezonden om de klagen van een partij klijne hoofden en andere ingezetenen van gem: dessavonij dewelke tezaamen vergaedert waeren, aante hooren: te onderzoeken en na billijkheid aftedoen en deese onze kommissarissen ons besigt hebben, datse de ontvangene klagt olas hebben doen trans„ „lateeren, de daar bij voorgestelde klagten met attentie overwoogen, en vervolgens daar in zo„ „daenig voor zien hebben, als door hun bij een mandaat van den 28:' Maij J=oleeden, omstan„ „dig is bekend gemaakt. zoo is het dat wij het ontfangene afschrift van voorsz: Mandaat in onzen Raede met aendagt geresumeerd gealsumeerd en over dies inhoud rijpelijk gede „libereerd hebbende, en aan de goede ingezetenen van de Matuaesche des savonij gaerne een billijk willende geeven hoe zeer we geneigt zijn om hunne rust en welvaeat te bevorderen op den 1: deeser: in onze vergaedering beslooten hebben den inhoud van de voorsz: Mandaat tevollen te approbeeren en te ratificeeren zo als we deselve approbeere en aatificeeren door deezen en zal alles dat door voorsz: onze kommissarissen bij gemelde Manctaat is toegestaen, worden naegekomen even en zodanig als of het door onze zelve geschied waere En vermids meermelde onze kommissarissen de dispotie over eenige tekelen waer over de ingezetenen zig hebben, beswaerd, aan ons hebb gedefereerd, zo hebben we op hun voordragt nog goud gevonden en verstaan „Dat de ottoegeregtigheid van de Nelij die gezoeig word of de n de Maturesche Dessavon hencis „verpogt, maar dat dezelve zal worden voortaen niet meer zal worden „ getaxeerd door gekommitteerdens ten einde daer na de invorde„ „ring te doen. 2. / Dat indien de ingezeetenen van de Matureehe Dessavonij volgens het huen aangekundigde bij het 16=de artikul van de voorsz: Mandaat en niet 1457 niet tegenstaande de aanwijzing daar bij gedaen nogtans mogte verzoeken dat er een nieuwe arreeks beschrijving mag geschieden daer toe de nodige ordre zal worden gesteld. 3.: / Dat aan de ingezeetenen van de Morauakoal een Lapparte Mandaat zal gezonden worden wegens de kaadamom leverantie wij vermanen hiermeede alle ingezetenen van de Matureesche Dessavonij naeder zeer ernstig om in zo verre dat tegens onze verwagting nog niet mogte zijn gescheed zig dadelijk een elk na zijn dorp en wooning te begeeven en zig als vreed„ „zaeme ingezetenen van de komp: tegedraegen, in welk vertrouwen we door deezen naeder specialijk bekragtigen het door onze gekom„ „mitteerden bij voorschreeven Manetaat aan hun verleend pardon en als een gevolg van dien belooven dat niemand over de geexteerde samen„ „rottingen, gedaene klagten, nog over eenige an„ „dere bedrijven geduurende de voorsz: saemen rot„ tingen gepleegd, nu nog in den aanstaande zullen worden gesprooken, of gestraft, mits dat een iegelyjk ten spoedigsten, na deeze onze nadere ordre ter hunner kennis zeel zijn gekoomen zig na zijn dorp en woonhuijs begeeft en zig stil en vreedzaem e vreedzaam gedraegd, gelijk dat goede en getrouw ingezetenen betaamd. Alle zulke daer en teegen die voorsz: ginst zullen verwaarloosen en hun verder schuldig Maeken aan eenige samenrottingen en andere oproeren bedrijven zullen worden aangemaakt als op aa „maekers en reastoorders van de gemeene rust en zullen als zodanig bij agterhaling worden gestraft naer strengheid der wetten en zal deer onze maendaat te Mature worden gepubl ceerd en aan de hoofden ter hand gesteld worde om hem in de korles en pattoes ook te doen publiceeren. Aldus gedaen in het kasteel kolombo op het Eiland Ceijlon Den 2: Junij A:o 1790. /:was getekend:/ W: J: v: de Graaff„ Corns: Johanns Idé gezee klerk Ackordeert Nagezien Maas
English
The Joint Headmen and inhabitants of the Morrua Korle are hereby ordered that no higher delivery of cardamom shall be imposed upon the inhabitants of the Morruce Korle than they can comfortably provide, in proportion to whether the crop there has succeeded well or poorly, and for which, in the future, eight stivers per pound shall be paid instead of four stivers, since cardamom must now be purchased by those obliged to do so at a noticeably higher price than formerly; and since it has appeared to our commissioners upon inquiry that the former and present Modliars of the Moraua Korle, Dissanaijke Tillekeratne and Wikkremeratne Ameakom Ekenaijke, have received back from the inhabitants a portion of the money advanced for the purchase of cardamom, for which no cardamom could be delivered, with a 50 percent advance, the said Modliars are therefore ordered to submit forthwith a list of those who have paid back the surplus of the money received with 50 percent, indicating how much each has paid, while the present Modliar shall refund to the inhabitants against receipt the excess money thus received back both by himself and by the retired Modliar Tillekeratne as soon as he shall arrive in the Korle. Thus written in the Castle of Kolombo, the 2nd of June 1798. Was signed: W. J. van de Graaff. Agrees: Cornelis Johannes Schelle, sworn clerk. Examined: Maies. Report of the Appoos dispatched on the 30th of May last to the gatherings of the Morwa Korle and Kattoene Oedoe Wokke with a mandate ola by the Honorable and Severe Lords Commissioners Diederich Thomas Fretz and Abraham Samlant, who were debriefed today, namely: Hittie Aratsige Abram Appoehamie of Kolombo, and Don Philip Hiasinga Appoe of Mature, who report that last Sunday, upon the most respected order of the abovementioned Honorable and Severe Lords Commissioners, having departed from here with a mandate ola, they first arrived in the village of Nadoegelle, where they found a guard post of 7 to 8 heads strong; that from there they halted at Wattegiddere, where they found ten to twelve heads; at Attbedawe fifteen to sixteen heads; at Talgahagodde three heads; at the ferry at Welletotte likewise three heads; at Kaddoewe ten to twelve heads. That at each of these places they, the relators, had to declare where they were going and to what end this took place; that, having made this known, they passed unmolested and arrived at a place in the Attoealise named Gommedieur, where they found the gathering of the Gangebadde Pattoe, estimated to be five hundred heads strong; that having made known there the purpose of their coming, as well as that it was their intention to carry a mandate ola, which they had also received, to the Moraua Korle and Kattoene Oedoe Wokke, the assembled persons replied: It is well, we have also received one; that they then took up their quarters that evening with a majoral named Gammege Appoe; the next day, pursuing their journey, they met with nothing remarkable the entire day; that in the evening they arrived in the village of Mourewokke, belonging under the Morwa Korle, and took up their quarters with a majoral, without having heard anything particular; that from there, on Tuesday morning, they went to the village of Kottepolle to the Korale Aratje, who was not at home, but had departed for Oedoe Wokke; that they, leaving a message at the house of the said Aratje to warn the said Aratje that he must come to Birlepanatie, whither they were going in order to publish a mandate ola from the Honorable and Severe Lords Commissioners; that they, the relators, thereupon departed and late in the evening arrived at the resthouse at Bialapanatero, where they took up their quarters with a Sienne Aatsile. That the day after that they requested two majorals to gather the minor headmen and common people in order to publish a Samas to them. That thereupon there appeared the Vidane of Birlepanatie, the Pattoewe Kangaan, and the former Wiere Koon Aratje, besides another three majorals and five to six commoners, to whom the first relator read the Samas aloud. That the Pattoe Kangaan answered thereto that the people with them had not gathered together, and they were prepared to execute whatever their Moddeliaar or another Moddeliaar who might be sent thither should order them; but that they, against their will and inclination, are in the position of having to listen to the orders of the mutineers from the other places, for fear that otherwise their dwellings and possessions would be set on fire if they did not appear at the first orders. That they, the relators, having been treated peacefully there, departed for Kattoene Oedoe Bokke, and spent the night in the village of Roekmalpettie with a majoral, but heard nothing particular; that subsequently in the morning they went to the place of the Kattoene Aratje, who then
Dutch transcription
1458 De Gezaamentlijke Hoofden en ingezeetenen van de Morrua„ „korl, worden bij deezen gelast. Dat aan de ingesteetenen van de Morrucekoal geene hoogere leverantsie van kardamom zal worden opgelegd dan ze zonder ongemak na maate het gewas daar in wel of kwalijk geslaagt is, kunnen bezorgen, en waer voor in den aanstaande in steede van vier stvr: agt st:s voor het pond zal worden betaald, dewijl de kardam om tans meakelijk duurder dan eertijds door de verpligtelingen moet worden ingekogt, en wijl het aan onze kommissarissen bij onderzoek gebleeken is, dat de geweeze en presente Modliaaas der Morauakoalo Dis„ „sanaijke Tillekeratne; en wikkremeratne A„ „meakom Ekenaijke een gedeelte van het geld dat verstrekt is tot den inkoop van karda„ „mom, waer voor geen kardamom heeft kunnen geleeverd worden, van de ingezeetenen terug ontvangen hebben met 50: procento advans, zoo zijn gedagte modliaaas gelast om ten eersten een lijste overteleggen van de geene die het overschot van het ontfangene geld met 50: p:s Cento hebben hebben uijtgekeerd, aanwijsende hoeveel een ik heeft voldaan: terwijl den presenten modliaan dat meerdere zoo door hem als door den afge „ganen Modliaaa Tillekeratne terug ontfang geld aan de ingezeetenen tegens quitantsie zal restitueeren, zoo dra hij in de koal zal kom Aldus geschreeven in het kasteel kolombo Den 2: Junij 1798. /:was geteekend:/: W: J: van Graaff Ackordeert Corns: Johanns: Sclé gezweklerk Nagezien Maies 1459 Relaas van de door de wel Edele Gestrenge Heeren kommissarissen Diederich Thomas Fretz: en Abraham Samlant op den 30: Maij Jleeden naar de tesamen„ „rottingen van de Morwakorle en kattoene oedoewokke met één Mandaat ola uijtgezonden appoes welke heden gedeverteerd zijn Naamelijk Hittie aratsige abram appoehamie, van ko„ lombo, en Don Philip Hiasinga appoe van Mature, dewelke relateeren dat zij voorleeden zondag op de zeer gedespekteerde ordre van boven „gem: wel Edele gestrenge Heeren kommissarissen met een mandaat ola van hier vertrokken eerst aangekoomen zijn in het Dorp Nadoegelle, daar zij een wagtpost van 7: â: 8: koppen sterk ge„ „vonden hebben, dat zij van daar halte gemaakt hebben te wattegiddere daar zij tien â: twaalf koppen, te Attbedawe vijftien â: sestien koppen te Talgahagodde drie koppen aan het veer te welletotte meede drie koppen te kaddoewe tien à twaalf koppen gevonden hebben. dat zij Relatanten aan ieder deeser plaatze hebben moeten aangeeven waar na toe zij gongen, en tot wat Eijnde zulks geschiede, dat zij zulks tekennen gegeven hebbende ongemoeit gepasseert en en in plaats ter attoealise genaamd Gommedieur gekoomen waeren alwaar zij de tesamenrottinge de Gangebadde pattoe naar gissing vijfhondert he „pen sterk gevonden hadden: dat zij daer de velden van hunne komste behand gemaakt hebbende, als meede tot hun voorneemen was om een mandaat ola die zij meede gekreegen hadde naar de Moraua„ „koole en kattoene oedoewokke tebrengen, de te laa „mengerotten geantwoorden hadden, het is wel wij ha „ben ook een ontvangen dat zij toen dien avond haer introk genoomen hebben bij eene masorael genaamd gammege appoe sanderen daags hun reise vervorderende den gantschen dag niets aan„ „merkelijks ontmoed hebben gehad dat zij sevond gekoomen zijn in het Dorp Mourewokke sorteeren onder de Morwa Koale en bij een masoraal haer intrek genoomen hebben, zonder iets bezonders vernoomen te hebben dat zij van daar Dingsdag morgen naar het Dorp kottepolle bij den koa„ aratje die niet tehuijs was maar naar oedoe„ „wokke vertrokken was, gegaan zijn, dat zijn aan het huijs van gem: arntse een boodschap laatende, om gemelde aaatse tewaarschouwen, Dat hij te Birlepanatie moeste koomen, daer zij na toe gongen om een mandaat ola van de wel Edele gestrenge heeren kommissarissen te publiceeren dat zij relatanten daer op weggegaen zijn en 's avonds Laat aan het Rusthuijs te Biala„ „panatero gekoomen zij, daar zij hun intrek genoomen 1460 genomen hebben bij eene sienne aatsile Dat zij daags daar op aan twee majoraals verzogt hebben gehad om de mindere hoofden en gemeenten tewil„ „len vergaederen om een samias aan haar lieden te publiseeren. Dat daar op verscheenen zijnde de viedaan van Bir„ „lepanatie, de pattoewe kangaan en de geweesene wiere koon aratje nevens nog drie majoraals en vijf â: ses gemeenen, aan welken de eerste rela„ „tant de samas voorgeleesen heeft gehaedt: Dat de Pattoekangaan daar op geandwoord heeft dat het volk bij hun niet zaamen gerot waeren, en zij bereid waeren, wat hun moddeliaar, ofte een ander moddeliaaa, die daar mogte gezonden worden hun zoude ordonneeren te verrigten: maer dat zij tegens wil en dank, en het geval zijn, van aan de ordres der muijtelingen van de andere plaatsen temoeten Luijsteren, uijt vreese dat an„ „ders hunne wooningen en bezittingen wanneer zij op de eerste ordres niet kompareerden, brand zouden vermelden in de „ band gestooken worden Dat zij relatanten vreedig aldaer behandelt naer kattoene oedoebokke vertrokken zijn, en snagts in het Dorp Roekmalpettie bij een majorael vernagt dog niets bijzonders vernommen hebben dat zij vervolgens den smorgens gegaan zijn nada de plaats van den kattoene aratje, die toen