VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3884

Ceylon · 1,016 pages · 160 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3884_0685 view scan ↗

English

as is said, at the Court of Candia. De Saram, moddeliaer of the Gangebadde pattoe, seems to me to be a sly and secretive fellow; he shows the mask of honesty, and if I am not mistaken, his nature completely contradicts this outward appearance. He had known how to gain the trust of Mr. van Angelbeek in particular; and I believe, if I may give any credence to the reports I have received privately, that he may be regarded, if not as the first, then at least as the second mainspring of the plot. Goeneratne, or the moddeliaer of the Belligam Corle, who is actually a stranger in the Mature Dessavony and a native of the Gale Corle, has managed to push his way into that family through a marriage with the widow of the late Moddeliaer Hangakoon. According to outward appearances, one would have to take him for a quiet and simple man; however, as I have been assured, he also belongs among the number of the ill-disposed, and among those who know how to display the opposite of their nature. I myself have not been able to fathom him sufficiently. The Mohandiram of the Mature Four Gravets has also been described to me as one of the principal of the ill-disposed; although during the recent rebellions and unlawful gatherings, the inhabitants within the Four Gravets took no part in them. One should well take into consideration here that all native chiefs and modliaers have their possessions, wealth in movable goods, and their dwelling houses within the Four Gravets. Concerning this Mohandiram of the Four Gravets, however, several complaints have been received, and he would certainly not have been able to maintain his position had he not also belonged among the great crowd; and the inhabitants of the Four Gravets would certainly have revolted just as well as the other districts of the Mature Dessavony, had they not been restrained by the power of the chiefs who, as already said, reside therein. The former Mohandiram of the Magampattoe, Rajapakse Dissanaike, to whom on this occasion I have given an act of appointment as second moddeliaar of the Girrewais, and who also found himself at the head of the discontented, is, as it appears to me and as I have been told, a very capable and competent man. He has a great deal of influence among the native population; his discontent was likely the cause of his joining the malcontents publicly. I have had much service from him, and if I am not mistaken, he deserves to be considered in the future as well. Don Simon arraatje, whom I have proposed as Mohandiram of the Kandebaddepattoe, enjoys particularly great respect among the common people. He seems to be an intelligent man who deliberates well on what he undertakes. He has much knowledge of the Court. For the rest, I believe that he placed himself at the head of the discontented only in the hope of making his fortune and obtaining a distinguished post, and on the advice of the native chiefs of Mature, to whose family he does not belong and who could thus easily sacrifice him. Don Constantino is in the same situation as his brother just mentioned. He seems to me, however, not to have anywhere near as much discretion and deliberation in his undertakings. I have provisionally entrusted him with the service as Chief of the Magampattoe. Madoegodde appoe I regard as a wild man, without a bad nature however, of a good spirit and good judgment, who on account of various bad deeds has already served in chains, and thus, discontented over the harsh treatment endured, and possibly even more because he had nothing else to do, chose the party of the discontented on the advice of others and in the hope of making a name for himself. One may say that he is the one who maintained good order among the malcontents, and who taught the other chiefs how they should conduct themselves in order to prevent any irregularities, especially against the Honourable Company, from being committed among the people. He had an extraordinary influence and a large following. The modliaars and other grandees treated him with very great distinction and respect, although behind his back they always portrayed him to me as a bad fellow, a drunkard, and a great malefactor. I must declare to have had particularly great service and use from this Madoegodde appoe. And I believe that without him I would not have achieved my objective so quickly; for I believe that the interested parties were doing their best to let the unlawful gatherings continue even longer. And had Madoegodde appoe not been received in a friendly manner upon his arrival to see me, and had my pardon-ola not been confirmed thereby, the other discontented would possibly not have dared to present themselves to me so soon. After Madoegodde appoe had once joined me, I can say that everything I desired of them was faithfully executed. When the multitude of the discontented arrived in Mature, I and all the modliaers could not prevent, without violence, the common people from overturning the Bazaar, attacking and even stripping several women of the Malays, and committing acts of violence at the houses of some Moors. I conveyed my displeasure regarding this to Madoegodde appoe

Dutch transcription

2095 zoo als men zegd, aan het Hoff van Candia. De Saram, moddeliaer vande Gan„ „gebadde pattoe scheind mij een slim„ „me en agter houdende knaap te zijn hij vertoond het masker van eerlijk„ heid, en zoo ik mij niet bedriege, weederspreekt zijn inborst ten vol„ „len, deeze uitterlijke voorstelling. wij had in het bijzonder het ver„ trouwen van den Heer van Angel„ „beek weeten te verkrijgen; en ik geloof indien ik eenig geloof mag slaan aande berigten die ik onder„ hands heb gekreegen, dat hij zoo niet als de eerste ten minsten als de tweede drijf veer van het spel mag aangemerkt worden. Goeneratne, of de moddeliaer van de Belligam Corle, die eigentlijk een vreemdeling in de Maturee„ sche Dessavonije, en inde Gale Corle geboortig is, heeft zig door een huwelijk met de weduwe van den overleedene Moddeliaer Han„ „gakoon meede in die familie wee„ ten inte dringen, men zoude rem na het uitterlijke aanzien moeten aanneg men Zaaij „men voor een stil en eenvoudig man„ edog, gelijk men mij verzeekerd heeft hoord hij meede onder het ge„ „tal der kwaad gezinden, en on„ der die geenen die het teegen ge„ „stelde van hun in borst weeten te „vertoonen. Jk zelve heb hem niet genoeg kunnen door gronden. De Mohandiram van de Maturee„ „sche vier gravetten is mij meede als een der voornaamste van de kwaad gezinden beschreeven; schoon geduurende de laatste opstanden zaamenrottingen, de Jnwoonders binnen de vier gravetten daar aan geen deel hebben genoomen. Men neeme hier bij wel in aanmerking, dat alle jnlandsche Hoofden en Modliaers hunne bezittingen, Rijk„ „dommen aan losse goederen, en hunne woonhuisen binnen de vier gravet„ „ten hebben. Over deese Mohandiram der vier gravetten zijn egter verscheide klagten ingekoomen en hij zou„ „de zig zeeker niet hebben kun„ „nen staande houden zoo hij niet meede onder de groote hoop gehoorde; en de ingezeete nen 2096 „nen vande vier gravetten zouden zeekerlijk zoo wel als de overige landschappen van de Matureesche Dessavonie gerevolteerd hebben, indien zij niet door het vermoogen der Hoofden, die gelijk reeds gezegd daar in woonen, waaren teegen gehou„ den. —. De geweezene Mohandiram van de Magampattoe Rajapakse Dissa„ „naike, die ik bij deeze geleegen„ heid een bewijs van tweede mo„ „deliaar van de Girrewais gegeeven heb en die zig meede aan het Hoofd: der misnoeg den bevond is gelijk mij voorkomt, en gelijk men mij gezegd heeft, een zeer geschikt en kundig man, Wij heeft zeer veel invloed bij den Jnlander; zijn onver genoegen was denkelijk oorsaak dat zij zeg publiek bij de mesnoegden heeft vervoegd, Jk heb van hem veel dienst gehad, en zoo ik mij niet mis„ „gissen verdiend hij ook in het vervolg geconsidereerd te worden. Don Simon arraatje dien ik tot Mo„ handiram van de kandebad depattoe heb voorgedraagen, geniet in het bij„ zonder veel Consideratie bij het gemeen ig ker het man et mij gemeen volk. Hij scheind een verstandig man te zijn, die wel overlegd wat hij onderneemd. Wij heeft veel kennis ten Hoove voor het overige geloove ik dat hij zig alleen aan het Hoofd der mis„ „noegden gesteld heeft, op hoop om for„ „tuijn te maeken en een aanzienlijke dienst te verkrijgen; en op aanraaden der Inlandsche Hoofden van Mature tot welkers familie hij niet bchoord, en die hem dus gemakkelijk konden op offeren. Den constantino bevind zig in het zelf„ „de geval van zijn zoo evengenoemde broeder: Wij scheind mij egter lange zoo veel beleid en overleg in zijnen on„ derneemingen niet te hebben. Jk heb hem provisioneel den dienst als Hoofd van de Magampattoe opgedraagen. Madoegodde appoe, merk ik aan als een dolle man, zonder kwaade in borsteg„ „ter van een goede geest en goed overleg die weegens verscheide kwaade stukjes reeds in de ketting ge„ loopen heeft, en dus onverge„ „noegd over de ondergaane har„ „de behandelingen en mooge¬ „lijk 2097 „lijk nog meer wijl hij niets anders te doen had, de partij der misnoegden op aanvaeding van anderen en op hoop zig een naam te zullen maaken ge„ „dat koosen heeft Men mag zeggen „ hij die geene is die de goede order onder de misnoegden heeft gehouden, en die de overige Hoofden heeft geleerd hoe zij zig moesten gedraagen om te bee„ „letten dat onder het volk geene onge„ reegeldheeden, voor al teegens de Ed: Companie, gepleegd wierden. Wij had een bijzonder vermoogen en een grooten aanhang - De Mod„ „liaars en andere grandes befee„ genden hem met zeer veel onder„ „scheid en achting, schoon ze agter zijn rug hem, mij altoos als een slegt kaerel en dronk aart en groo„ „te kwaad doender afschilderden. Jk moet verklaaren van deezen Madoegodde appoe bij zonder veel dienst en nut gehad te hebben. En dat ik niet gelooven dat ik buiten hem zoo spoedig mijn oog„ merk zoude breijkt hebben; want, ik a dig ge¬ ge„ 1 ge ik meene dat de belanghebbende hun best deeden om de zaamen rot„ „tingen nog langer te laaten aanhou„ „den. En waare Madoegodde appor, niet bij zijne komste bij mij, op eene vrien, „delijke wijze ontvangen en hier door mijn Pardon-ola bevestigd gewor„ „den, moogelijk zoude de overige mis„ „noegden het zoo spoedig niet hebben duwven waagen zig aan mij te vertoo„ „nen. Na dat Madoegod de appoe, zig eens bij mij gevoegd had, kan ik zeggen dat alles wat ik van hun begeerde getrouwelijk geexecuteerd wierd: Toen de meenigte der misnoeg den te Mature aankwaemen, konde ik en alle de modliaers, zonder ge„ „weld, niet beletten dat door het ge„ „meene volk de Bazaar om ver geworpen, verscheide vrouwen van de Malijers aangedaan en zelfs ontkleed wierden, en dat ze bij eenige Mooren aan Huis geweldenarijen pleegden; Jk liet Madae„ „ godde appoe mijn, misnoegen hier over

NL-HaNA_1.04.02_3884_0691 view scan ↗

English

testify thereto, and he declared on forfeit of his head that he would see to it that the Bazaar was restored again and no further disorders were committed; and indeed, the following day in the afternoon, the Bazaar was open, provided with provisions, and almost no further disorders took place. I could certainly mention several more things concerning this Madoegodde Appoe to prove that he is a man who dares to undertake bold things, who considers his undertakings well, and who has great influence over the minds of the inhabitants in the Matara Dessavony. Yet let it suffice that I declare to have found him as such, furthermore that I have had real services from him; and that this man, if he remains attached to us, is very useful. This is the reason why I have nominated him to your Right Honourable and Highly Respected Sir as Mohandiram, and I believe that if he holds this rank in the guard of the Commander of Galle and Matara, and is treated with some consideration, he will be of great use. Among those who have been of great service to me during the recent unrest in the Matara Dessavony, I cannot pass over commending my Porta Modliaer Don Balthazar Dias as a person whose services can be employed to great benefit, and from whom I have indeed had much service. He is certainly related to the principal native chiefs; however his heart may have been inclined, I repeat that he has done me great service. I have also derived much benefit from a Bandara or born Kandyan, who came over to us from the Kandyan territory about eleven or twelve years ago, and after he became a Christian enjoyed a certain salary monthly from the Honourable Company. When this man became a Christian, I was, with the approval of the late Governor Falck, his godfather. This caused him to always be attached to me, and I was able to rely on his trust; I learned many things from him in particular, both of what was going on in Kandy and in the Matara Dessavony. Because I have indeed had much benefit from him, I have promised him to recommend him in the most favorable manner to your Right Honourable and Highly Respected Sir, for the recovery of his monthly allowance, which has been taken from him for some time. In the future, if he remains devoted to us, much benefit can also be drawn from him, and I do not think it advisable to despise him. For however much one believes that he is not respected in Kandy, it has nevertheless appeared to me that he still has many connections and friends there. The salary of this Kandyan was not taken away here; it was merely not paid to him for a time, in accordance with a private written instruction from the Governor, as this man is said to possess enough wealth of his own to subsist, and thus to try once whether the Company could not be relieved of this burdensome charge. Moreover, the extradition of the said Bandara was requested several times by the first ambassador of the Court, though not publicly yet with great emphasis, and it seemed somewhat offensive to pay him a monthly allowance for his maintenance at the same time that his presence in the Company's lands was acknowledged. Upon the recommendation of Mr. Sluysken, however, his salary will, for the present and until it is seen whether it is further necessary, be paid out to him again in secret. I have also had much service, indeed more than from all others, from the titular Mohandiram of the Weligam Korale mentioned in the beginning of this, who, as already stated, had the misfortune of falling under suspicion and arrest with Mr. van Angelbeek. According to Mr. van Angelbeek's own testimony, this Mohandiram also had to suffer because his Honour, based on incorrect reports, was wrongly and improperly prejudiced against me. Through this Mohandiram, I knew absolutely everything that was planned and executed among the chiefs and the people; and I can say that I have practically never found his reports to be false. He is, by his birth and descent, entitled to aspire to the highest positions among the Sinhalese, and as I have furthermore found him to be a faithful person, I take the liberty respectfully to request of your Right Honourable and Highly Respected Sir that a favorable fate and

Dutch transcription

2098 over betuigen, en hij verklaarde bij verbeurte van zijn Hoofd, dat hij zorgen zoude, dat de Bazaar wee„ „der hersteld en geene ongereegeld, „heeden meer gepleegd wierden; en werkelijk des anderen daags nade„ „middags was de Bazaar open, met levens middelen voorzien, en geene ongeregeldheeden hebben bij na meer plaats gevonden. Jk zoude zeekerlijk van deeze Ma„ „doegodde appoe nog verscheide din„ „gen kunnen aanhaalen, om te be„ wijzen dat hij een man is die iets stouts durfd onderneemen, die zijn onderneemingen wel overlegd, en die veel vermoogen in de Ma„ tureesche Dessavonie op de gemoe„ „deren der Jngezeetenen heeft; E„ E dog het zij genoeg dat ik verklaaren hem zoodaenig te hebben bevonden, voorts dat ik werkelijke diensten van hem gehad heb; en dat deeze man„ in dien hij ons blijft aankleeven zeer nuttig is, Dit is de reeden waarom ik hem uwel Edele Gest=r Groot Achtb: als, Mohandiram heb voorgedraagen en ik meene dat hij dit Character bij bij de garde van den Commandeur van Gale, en Mature bekleedende, en eenigzints streekende behandeld, wor„ „dende, van veel niet zal zijn. Onder de geenen die mij geduurende de laatste onlusten in de Maturee„ sche Dessavoni van veel dienst ge„ „weest zijn, kan ik niet voor bij mij „nen Porta Modliaer Don Baltha„ zar Dias, als een persoon aante prij„ „zen, waar van men zig met veel nut bedienen kan, en waar van en waar van ik werkelijk veel diens gehad heb. Hij is zeekerlijk aan de voornaemste Jnlandsche Hoof„ „den gepaventeerd, Edog, hoe zijn wart ook gesteld geweest is, ojk kerhaale dat hij mij veel dienst heeft gedaan. Nog heb ik veel nut gehad aan een Bandare of geboore Candiaen, die De bezolding van deze kandiaen voor omtrend, elf â twaalf Jaaren is hier niet ontnoomen; ze is hem alleenig voor een tijdlang bij ons uit het Candiasche is over„ niet betaald, volgens een gekoomen, en na dat hij Chris„ partikuliere aanschrijving ten geworden was eene zeekere van den Heer Gouverneur wijl deze man gezegt word bezolding van d' E: Comp: maande„ van zig zelve vermoogen ge„ noeg te hebben om te kunnen, lijks heeft genooten. Toen deeze ma„ bestaan, en om mits dien Christen wierd ben ik met eens goed keuring 2099 eens te probeeren, of men de komp: goed keuring, van den wel zaligen Heer Gouverneur Falck zijn doop va„ van deze last post niet zoude kunnen ontslaan. Bovendien „der geweest, dit heeft veroorsaakt is de uitlevering van de re Pandana door den eersten gezant dat hij mij altoos geattacheerd was, van het wot verscheidene keeren, schoon niet publiek nochtans en ik op zijn vertrouwen heb kun„ met veel naduuk verzogt, en nen staatmaaken; ik heb van het scheen wat aanstootelijk, hem in het bijzonder veeldingen tegelijker tijd dat men het aen„ weezen van hem in 's omp:s te weeten gekreegen, zoo wel van landen ontveingst, hem een het geene in Candia als in de maand geld tot zijn onder- Matureesche Dessavonie omging„ houd te betaelen. op de voordragt van den Heer sluijs„ Wijl ik werkelijk van hem veel ken, zal hem zijne bezolding egter voor eerst, en tot dat nietgehad heb, zoo heb ik hem be„ men ziet of het verder noo- „ loofd hem bij uwel Edele gestren„ dig is in stilte wederom „ge groot achtbaare op het gunstig„ ste te zullen voordraagen, ter wee„ worden uitgekeert der erlanging van zijne maandgel„ den, die hem zeederd eenige teid zijn afgenoomen. van hem zal men ook in het vervolg, indien hij ons blijft toegedaan veel nut kunnen trekken en ik denke niet dat het raadzaam is hem te veragten. Want, hoe zeer men ook vermeend dat hij in Candia niet geagt word, is mij egter voorgekoomen dat hij daar nog veel verbintenis rij g verbintenis en vrienden heeft. Nog heb ik veel dienst gehad, en wel meer als van alle anderen, aan den in den beginne deezer gemelden titu„ lair Mohandiram van de Belligam „corle, die gelijk reeds gezegd het on„ „geluk gehad heeft bij den Heer van Angelbeek in verdenking en arrest te geraaken. volgens eige betuiging van de Heer van Angelbeek heeft deese Mohandiram ook moeten lij„ „den, wijl zijn E: op verkeerde Ra„ „porten kwalijk en verkeerd teegen mij ingenoomen was. Door deeze Mohandiram heb ik volstrekt alles geweeten wat bij de Hoofden en het volk geprojecteerd en uitge„ „voerd wierd; en ik kan zeggen zijne berigten genoegzaam nooijd valsch bevonden te hebben. Wij is door zijne geboorte en afkomst geregtigd na de eerste plaatzen onder de singa„ „leesen te moogen tragten en wijl ik hem boven dien bevonden heb een getrouw persoon te zijn, zoo neem ik de vrijheid uwel Edele Gestrenge groot Achtb: eerbiedig te ver„ „soeken dat item een gunstig lot en

NL-HaNA_1.04.02_3884_0695 view scan ↗

English

By letter of 6 July it was written to Mr. Sluijsken that, in the view of this Government, it was very necessary that he should go into the country himself; because no matter how favorable a mandate were to be sent to the mutineers, it would be nullified by him, by those who considered it in their interest to cause the unrest to continue and would always find something against it; and that he, on the contrary, speaking with the people, could always give way or hold back somewhat according to necessity, as the circumstances might permit. The true purpose was thus to cut off the way for the native chiefs who find themselves in the revolt, and to whose incitement it may be attributed that it has lasted so long, if they considered it in their interest to cause it to continue even longer, and that in due course a good office might fall to his share. During my presence at Mature, several were of the opinion—Your Right Honourable and worshipful Sir yourself was pleased to repeat this to me several times in his letters of later date—and the discontented people kept insisting so much on this, that I should go into the country to the gatherings in order to bring about peace there. I could, however, not resolve to do this, partly because Your Right Honourable and worshipful Sir had left me the freedom to proceed according to my best judgment, and partly because I foresaw little or no advantage in this journey inland, but rather detriment. My considerations in this regard were the following. Either the discontented were truly inclined to come to peace after just redress had been provided to them, or they were not inclined to this. If the discontented were truly inclined to peace, then my journey into the country was unnecessary, and I could order and manage everything much better in and around Mature than in the country, as experience and the outcome have taught. If, on the contrary, the discontented intended to continue their rebellion longer and bring it to open hostilities, then my journey could certainly have availed nothing; for I assume in the latter case that the Court of Candia would then certainly have to take part in the game, because without the help or support of this Court our subjects could certainly accomplish nothing of permanence; and assuming the Court was against us, having some hostile intentions, then I could certainly accomplish nothing by this journey, but on the contrary exposed myself personally to danger and the Company to a certain dishonor. To danger, because upon the outbreak of a Sinhalese war they might possibly have begun by abducting me and my Council members, if nothing worse had happened to us, as happened to the late Mr. Leembruggen; and had this happened, the dishonor of the Company was inherently contained within it. The distrust that I had against the native chiefs in general contributed not a little to keeping me from this journey inland. I thought it better to have them only close to and near me, when I could have watch kept on all their actions and even on everything that went on in their houses, and in time of trouble immediately secure their persons, rather than to remove myself from Mature. The outcome has taught that I overlooked nothing or acted wrongly in this. Besides this, the character—I dare say it—of the Sinhalese is all too well known to me, and I have learned by experience how he must be treated at times with rigor, but mostly with patience and merely justly, always keeping in view his birth and inborn obligation, not to be in some degree confident that I should, if it were still possible or feasible, bring him to rights and back to his duty, at least if the matter had not already gone too far and he were not directly incited and supported by the Court and his chiefs. I hope and trust that the peace and tranquility which I, through God's goodness, have restored in the Mature Dessavony, and which I see re-established in the Galle Corle after my return, may be of long duration. It is, however, necessary that a watchful eye be kept in this regard. The Court of Candia might well take it into its head to make war upon us through our own subjects. The Sinhalese is no longer nearly as pliable as I knew him thirty years ago. He is now much more resentful, bold, and disobedient. I remember very well that formerly an ordinary European soldier was treated with more respect and awe than distinguished officials are at present. Formerly the Sinhalese led a simple way of life and confined himself only to his agriculture; but now that arrack and all kinds of games of chance, cockfights, top-boards, etc., are known, drunkards and gamblers are found everywhere. These are burdens that the Sinhalese have in common with all other peoples, against which provisions are nevertheless made as much as possible. The Moors roam all around the country, and by them many pawns on the crops are made and other usury practiced, whereby the inhabitants naturally fall into a bad way of life, and this causes many insolent and dissolute people to be met with at present. From all this it also appears clearly that at present one must be even more watchful concerning the native than before, and that one must endeavor to have those means in hand to maintain the Company's authority.

Dutch transcription

2100 Bij brief van den 6: ' Julij is en bij geleegenheid een goede bedie„ ning mooge te beurt vallen. Geduurende mijn aanweezen te Ma„ „tiore, waaren verscheide van gevoelen; uwel Edele Gestrenge groot achtbaare den Heer sluijsken aange„ zelve geliefden mij dit te herhaalen, schreeven, dat het naer het inzien dezer Regeening te noo„ „ de maalen bij desselfs brieven aan„ diger was, dat hij zelf in 't land ging; om dat hoe gunstig „ter daden, en de misnoegde volkeren ook een Mandaat ola, om aen hielden zoo gaar hier om aan, dat de muijtelingen te wonden ge„ ik in het land: bij de 't zaamenrot„ zouden, door hem wierde ongenigt, zulke die het van „tingen moesten gaan om aldaar de hun belang reekenden, om de rust te bewerken. onrust te doen voortduuren, Jk heb hier toe egter niet kunnen en altoos wat op zouden weeten uittevinden, en dat hij besluijten gedeeltelijk wijl uwel Ede„ „le Gestrenge Groot achtbaare mij de daer en teegen met 't volk spreekende, naer maate van vrijheid overgelaaten had, na mijn de noodzaekelijkheid altoos wat vieren of inhouden konde, best overleg te werk te moogen gaan en gedeeltelijk wijl ik bij deeze zoo als de omstandigheeden dat zouden geheugen. Het landtogt weinig of gaar geene waare oogmerk was dus om zoo de inlandsche hoofden, die voordeelen; maar wel nadeel voor„ zag. Mijne bedenkingen deswee„ zig in de revolte bevinden en aan wier beduijd men het „gens waaren de volgende. mag toeschrijven, dat ze zoo lang geduurd heeft, het ver-Of de misnoegden waaren werke„ den van hun belang reeken„ lijk geneegen tot rust te koo„ den, om te nog langen te doen voortduuren, hunden „ men nadat men hun een weg daar toe aftesnijden. billijk regt bezorgd had, of zij waa„ „ren hier toe niet geneegen Waaren ga„ wijl! en in ver¬ Waaren de misnoeg den werklijk tot rust geneegen, dan was mijne reize in het land onnoodig, en ik konde alles, veel beeter om en bij Mature bestillen en bestieren dan in het land; gelijk de ondervinding ende uitkomst geleerd heeft. Waaren daaren teegen de Misnoegden voorneemens, hunnen opstand lan„ „ger aante houden en die tot openbaa„ „ve vijandelijkheeden te brengen, dan zoude zeekerlijk mijne reize niets hebben kunnen baaten, want ik veronderstel in het laatste ge „val dat als dan het Hoff van candia zeekerlijk in het spel moest meede werken, want zonder meede hulp of ondersteuming van dit Ht of konden onse onderdae„ „nen zeeker niets van duuruit„ „rigten en verondersteld het Hoff was teegen ons /: hebbende eenige vijandige oogmerken:/ dan kon ik zeekerlijk door deeze reize niets uitvoeren; maar stelde mij in„ „teegendeel personeel aan gevaaren D6: 2101 dE: Companie aan een zeeker dis hon„ „neur bloot. aan gevaar wijl men bij het uit breeken van een singaleese oorlog moogelijk zoude begonnen hebben mij en mijne Raadsleeden opteligten zoo ons niets slimmer was overgekoomen, gelijk den /:Z:/ Heer Leembruggen overgekoomen is; en was dit gebeurd, lag het dis„ „honneur van dE: Companie hier in van zelven opgeslooten. Het mistrouwen dat ik teegen de Jnlandsche Hoofden in het algemeen had; droeg niet weinig toe, om mij van deese land-reize te weeder, houden: Jk dagt het beeter, hun al„ „leen digt om en bij mij te hebben, wanneer ik op alle hunne hande„ ling en zelfs op alles wat in hunne huisen omging kon laaten agt gee„ „ven, en mij in teid van ongeleegent„ heid ten eersten van hunne persoo„ „nen verseekeren, dan mij van Ma„ „tivie te verwijderen. De uitkomst heeft geleerd dat ik hier door niets verzien, of kwalijk gehan„ „deld heb. Behalven dien is mij den imborst/ ik durfd. het het zeggen:/ vanden singalees al te wel bekend, en ik heb door ondervinding geleerd hoe hij bij wijle met rigeur, dog meest met gedulden slegts regt„ vaerdig, zijne geboorte en aangeboore verpligting altoos in het oog houden„ „de, moet behandeld worden, om niet eenigzints verseekerd te moe„ „gen zijn, dat ik hem zoo het nog moogelijk of doenlijk was te regt en weeder aan zijne verpligting zoude brengen, ten minsten in„ „dien de zaak niet reeds al te ver„ „ve mogte gekoomen zijn, en hij niet door het Hoff en zijne Hoofden aangehits direct wierd aengeschift en onder„ „steund; Jk hoop en vertrouw dat de rust en vreede die ik door Gods goedheid in de Matureesche Dessavonie her„ „steld heb, en die ik na mijne terug komst in de gale Corle weeder geves„ tigd zie, van langen duur mag weezen. Het is egter noodzaekelijk dat men hier omtrend een wakend oog houde. Het H of van Candia zoude wel eens in het begrip kunnen koomen om ons door onze eige onderdaenen te doen beoorloogen Den singalees is lange niet zoo buigzaam meer, als ik hem voor dertig Jaaren gekend heb„ hij 2102 Dit zijn lastens die de singaleezen met alle andere volkers gemeen„ hij is nu vrij wreevelmoediger, stouten en ongehoorsaemen; Jk her innere mij zeer wel dat eer„ teids een Europeese gemeene zol„ daat met meer eerbied en ontzag bejeegend wierd, als teegenwoordig aanzienelijke amptenaaren. Eer, teids voorde den singalees eene simpele leevensweize en bepaal„ „den zig alleen tot zijne landbouw, Edog tans dat de Arrak en allerlij zoorten van dobbel speelen Hane vegterijen, Topborden &=a bekend zijn, vind men overal dronkaartsen speelders- De mooren swerven rondsom in het land en door hun worden veele be„ leeningen op het gewas gedaan en andere woeker gedreeven waar„ door de Jngezeetenen natuurlij„ ker wijze tot eene slegte leevens„ ven weize voorvallen, en, hier door ver„ „oorsaakt word dat men thans veel brutaal en ongebonden volk ontmoet. Uijt dit een en ander blijkt dan ook duijdelijk dat men teegenwoordig zelvs meer als te vooren omtrend den Inlander op lettende moet zijn, en dat men moet tragten die middelen in handen te hebben om 'sComp:s aanzien hebben, waer tegen niet te min zoo veel moogelijk word voor- zien. staande ver„ n

NL-HaNA_1.04.02_3884_0700 view scan ↗

English

and to hold the subjects to their duty. It is therefore, in my understanding, necessary that Mature must always have a permanent garrison that ought always to consist of one company of Europeans and one company of Malays or sepoys, and upon the outbreak of an indigenous war must be increased to at least six hundred men. With such a garrison, which according to the circumstances of the time must be provided with the necessary supplies, and with a prudent conduct supported by knowledge, I presume that one will then always be able to command respect in the Mature Dissavony. Since upon my arrival at Mature I could not foresee, or at least could not be assured, that I would bring about peace and quiet through gentle means, I considered it my duty to familiarize myself as much as possible with the manner in which Mature could be defended in a time of actual unrest. 2103 In addition to my own thoughts and that which experience in the last Sinhalese war of Mature showed me, I took the advice of those in Mature who seemed to me most knowledgeable in this matter, among the officers as well as others; in this, the honorable secretary Van Albedijht, who has served in the military both in Europe and in India, was also helpful to me. I have formed the following idea concerning the defense of Mature. As I have already stated, I believe that Mature, in case of defense against a Sinhalese enemy, must have a garrison of at least six hundred men, at the head of which a capable officer ought to be placed as Commandant. Furthermore, one ought to have no lack of the necessary provisions and munitions of war. I do not judge it strictly necessary that one needs to construct many more new works; only that which is decayed must be restored to good condition. Furthermore, I believe it good that two small earthen batteries should be thrown up at the mouth of the river, as well as behind the cinnamon warehouse, in order to maintain a post there and, if required, to be able to employ some field pieces. On the Roode Berg, in my understanding, a small work of a few cannons should also be constructed. This Roode Berg, the entire plain outside Mature, all the small islands located in the river, and the surrounding area of the small fort of Eck, must be cleared of all fruit trees, shrubs, and other impediments to an unobstructed view. The small fort of Eck, which I had cleared, must be maintained and provided with a few cannons in such a manner as to be able to sweep both sides of the river with them. The Mature garrison ought to detach a post to the Roode Berg, as well as on both sides 2104 both sides at the foot of this mountain; namely, on the sea side on the road to the Moorish temple, and on the river side near the coconut garden in which a Sinhalese temple stands. A smaller post ought to be placed on the river side in the Roman church, and on the sea side on the beach, approximately halfway between the Roode Berg and Mature. And when, in addition, the small fort of Eck and the projected batteries at the mouth of the river and behind the cinnamon warehouse are properly occupied, and all these posts obtain proper connection with Mature itself through a cordon of sentries, then I believe that under watchful supervision one may rest easy in Mature against all hostile and unexpected contingencies. Not wishing to weary Your Right Honorable and Stern Sir with an extensive plan, I shall rest upon these remarks of mine regarding the defense of Mature; only noting further that one must be very frugal with the detachment of posts, and must send out nothing other than good and sufficient detachments, and in this case employ such force against which the Sinhalese cannot stand. Experience has taught us that we can lose our men in small groups, and therefore, in my view, if matters should proceed so far that the native must be attacked, it would be best if a large detachment of 4 or 500 men could march out together, which, supplied with the necessary provisions, could then make their way in the manner of a flying corps, such as, for example, from Mature to Jangale, from Jangale to Mariekadde and Kahawatte, and that subsequently it would have to return via Hakman or the road from Kahawatte. In a similar manner, one could also make other ways through the other Korles, and thereby, whether by force or otherwise, bring those who did not wish to submit back to their duty. 2105 duty. Succeeding in this, one could subsequently, as also occurred previously, place detachments of at least 200 men, or as was necessary, at Tangale, Kattoene, Hakman, Barlebentotte, and Akkuresse, by which detachments the native is then kept in order. The road to Gale must always be kept open, and therefore in times of unrest two strong communication posts must be placed at Goijapaene and at the river of Polwatte, the latter being required to place an outpost on the mountain of Miresse and not abandon this mountain for as long as possible. I think that with these two posts, by having them patrol back and forth properly with no fewer than fifty men each time, one will keep open the communication between Gale and Mature; at least until such time as a great superiority of the enemies makes this mode of action impossible. I

Dutch transcription

staande, en de onderdaanen in hun pligt te holeden. Het is dies na mijn begrip noodzaekelijk dat Mature al„ „loos een vast Guarnisoen moet heb„ „ben dat uit een Companie Europeesen en een Companie Malijers of sipaij„ „ers, altoos diend te bestaan en bij het uitbreeken van een Jnlandsch oorlog„ ten minsten tot seshonderd man moet vermeerderd worden. Met een diergelij„ ken Guarnisoen, dat na omstandig„ „heeden van teid met het noodige moet voorsien weezen; en met een voorzigtig, gedrag, door kunde on„ dersteund, veronderstel ik, dat men zig in de Matureesche Dessa„ vond als dan altoos zal kunnen doen respecteeren. Wijl ik bij mijn aankomst te Ma„ „ture niet voorzien kan, ten minste mij niet konde verseekeren, dat ik door zag te middelen de ruste en vreede zoude bewerken heb ik het voor mijn pligt geagt mij zoo veel doenlijk bekend te maa„ „ken met de wijze waar op Mature in teid van werkelijke onlusten zoude kunnen gedefendeerd worden. Jk 2103 Jk heb bij mijne eigene gedagten, en het geen mij de ondervinding in den laatsten singaleezen oorlog van Mature heeft doen zien, het advies ingenoomen van zoodani„ „gen die mij te Mature in deeze taak het meeste kundig scheenen, zoo wel onder de Heeren officieren als van anderen, ook is mij hier in behulpig geweest den E: secre„ „taris van Albedijht, die zoo wel in Europa als in India in het mi„ heb litaire gediend heeft. Jk mij om„ „trend de verdeediging van Mature het volgende denkbeeld geformeerd. Gelijk ik reeds gezegd heb vermee„ „ne ik dat Mattre in kas van de„ fensie teegen een singaleesen vij„ „and een Guarnisoen van ten min„ „sten seshondert man moet hebben aan welker Hoofd zig een kundig officier als Commandant diend te bevinden. Voorts diend men aan de noodige krijgs en mond behoef„ „tens geen gebrek te hebben. Nieuwe werken oordeele ik Juist niet noodig dat men veel meer be„ „hoefd aanteleggen, alleen diend. het het vervallene weeder in goede staat gebragt te worden; vervol„ „gens geloove ik het goed te zijn, dat men aande mond van de Rivier, gelijk ook agter het kaneel pak„ „huis twee klijne aarde bauerijen diend op tewerpen om aldaar post te houden en bij vereisch eenige veld stukken te kunnen emploij„ „eeren. op de Roode Berg diend meede na mijn begrip een klijn werk van eenige kannons aange„ „legd te worden. Deeze Roode-berg, de geheele vlakte buiten Matiore, alle zig in het ri„ vier bevindende Eilandsjes, ende omstreek van het fortje van Eck, dienen van alle rrugtens, bosschage „ en en andere belemmeringen aan de vrije uitzigt gezuiverd te koor Het forth van Eck dat ik heb laaten schoonmaaken, diend zoodanig on„ „der houden en met eenige kannons om daar meede de Rivier aan weezen „kanten te kunnen bestrijken, voor„ „zien te worden. Het Matureesche Guarnisoen dienden„ post op de Roode berg te de„ „tacheeren, gelijk ook aan Weerskanten e den. 2104. weerskanten aan de voet van deeze Berg; namentlijk aan de Zeekant op de weg na de moorse Tempel en aan de rivier kant bij de kokus thuin waar in een singaleesche Tempel staat. Een klijnder post diend aan de Rivier kant in de Roomsche kerk, en aan de Zee„ „kant opstrand, omtrend in het mid„ „den tusschen de Roodeberg en Ma„ „ture, gesteld te worden. En wan„ „neer daar bij het Fortje van Eck„ en de geprojecteerde Baterijen aan de mond van de Rivier en agter het kaneel pak huis gelijk behoord bezet worden, en alle dee„ „ze posten door een Cordon van schildwagten met Mature zelve de behoorlijke Connektie verkrij„ „gen, dan geloove ik dat men on„ „der een waakzaame toezigt teegen alle vijandelijke en onverhoop te toevallen in Mature gerust mag zijn uwel Edele Gestrenge groot Achtb: met geen uitgebreid ontwerp willende verveelen, zal ik bij dee ze mijne aanmerking nopens de defensie van Mattore berusten; Alleen„ nog nog aanmerkende dat met het de„ „tacheeren van posten wel zeer Zui„ „nig moet zijn en niet anders aan goede en toerijkende Commandos moet uitzenden en in dit geval zulk ge„ „weld moet emploijeeren, waar teegen de singaleesen niet bestaanbaar is. Bij klijne gedeeltens heeft ons de ondervinding geleerd, dat wij ons volk kunnen verliesen en daarom zoude het na mijn insien, indien het zoo verre mogte koomen dat den Jnlan„ der moet aangetast worden, het beste zijn dat er een groot Comman„ 8o van 4. of 500. man gelijk konde uittrukken, die van het noodige voorzien, bij weize van een verligend Corps, als dan hunne weg zouden kunnen maaken, als per orempel, van Mature na Jangale, van Jan„ „gale na Mariekadde en Kaha„ „watte, en dat vervolgens over Hak„ „man of de weg van kahawatte weeder terug moeste keeren. Op een gelijke weize zouden men an„ „dere weegen door de andere Corles ook kunnen maaken en hier door het zij met geweld als andersints, die „geenen die zig niet onder„ „werpen wilden tot hunne pligt E. 2105 pligt kunnen brengen. Hier in reusseerende zoude men vervolgens zoo als bevoorens ook plaats heeft gehad kommandos, ten minste van 200. man, of na dat het noodig was, kunnen leg„ „gen op Tangale, kattoene, Hak„ man Barlebentotte en akkuresse„ door welke detachementen als dan den Jnlander in order word ge„ houden. De weg na Gale diend altoos open gehouden en dus inteid van onlus„ „ten twee sterke Communicatie pos„ „ten te Goijapaene en aan de rivier van Polwatte gelegd te worden, moetende de laatste een voorpost op de berg van Miresse stellen en zoo lange het moogelijk is dee„ „ze berg niet verlaaten: Jk denk „dat men niet deese twee posten, door wel te laaten heen en weeder patrouilleeren, met niet minder aan vijftig man telkens, de Com„ „municatie tusschen Galeen Matti„ „re zal openhouden; ten min„ „sten tot zoo lange, dat een groote overmagt der vijanden deeze wijze van ageeren onmoggelijk maakt. Jk

NL-HaNA_1.04.02_3884_0706 view scan ↗

English

I hereby offer to the same in this regard the written thoughts of the Honorable Captain-Commandant Scheede, which he handed over to me at my request after my return from Mature, and which closely agree with mine. I also attach hereto a plan of Mature and its situations, as it currently is found. I hope, and have reason to trust, that as far as the Company's subjects are concerned, we have no more disturbances to fear in the Mature Dessavony, but for this it is necessary that the authority of this Dessavony be entrusted to a man knowledgeable about the country, who has enough courage and composure to keep the native to his obligation, without prejudicing the same in his ancient privileges. The Dessave must also ensure that worthy and deserving native chiefs are appointed in and over the districts; and the country be purged of those who are ill-intentioned, for besides that I do not foresee that one can and may be assured of a continuous peaceful dwelling. Concerning the native chiefs, I further note that at present almost all of them stand in an all too close relationship, from which an all too arbitrary dealing with the inhabitants, and the harmful unanimity among them to keep each other's injustices concealed, naturally arises; and through which, if this is not provided for with good deliberation, certainly even more unpleasantries are to be foreseen in the future. In the course of this secret report I have mentioned to your Right Honorable Worships that I have been obliged to make promises to some of the principal chiefs of the dissatisfied, and to give them a written proof thereof, that after the restoration of peace and quiet they would be favored with the same: The former Mohandiram of the Magampattoo Don Joean Rajapakse Dissanaike to Second Modliaar of the Girrewaipattoo. Don Simon Constantinoe Widjesoendere Abenaijke Aratchi, to Mohandiram and chief of the Kandebaddepattoo. Don Constantinoe to Mohandiram and chief of the Magampattoo. And Madoegodde Don Simon Dissanaike Appuhamy to Mohandiram with the Galle Guard. The Bitmeraals of the Girrewaipattoo to be allowed to wear hangers, further: Don Fredrik Christiaen Abesinge Jajewardene, a very respected and capable man, who had not a little influence on the latest disturbances, to be confirmed in the service of Vidane Mohandiram and chief over the vidany of Kattoene, which service is being performed by him. I respectfully request your Right Honorable Worships that all the aforementioned persons may obtain their acts of confirmation in those services in which I have proposed them, as peace now prevails in the Mature Dessavony. The guard posts of the lascorins in all the districts of the Dessavony have, according to official letters from the Honorable Dessave Raklet as well as according to my private advices, been occupied again according to old custom, and the inhabitants in general have returned to cultivating their fields and performing their obligatory Company services. Furthermore, may it be permitted to me to most respectfully request of your Right Honorable Worships, in my public character that I hold in the service of the Honorable Company and in my office as Commander and President of the Galle Government, and as by repetition most humbly urge, that the following may be taken into consideration and put into effect by the honored Ceylon Government: 1. That the Master Chief Administrator van Angelbeek may be obliged to declare what reasons may have moved his Honor to decline a commission from the Galle Council and on the contrary request another from the Government at Colombo. 2. What reasons moved his Honor not to accept the gentlemen van Schulen and de Vos in the capacity of Commissioners of the Galle Government and to pay the requisite honor. The Honorable Principal Chief Administrator and former Dessave of Mature van Angelbeek, being questioned about this, says he does not know to which part of his actions this refers, it being assumed here that he would have refused to receive the junior merchants van Schulen and de Vos as commissioners from the Galle Council; and since no evidence of this has appeared before this Government either, it has been approved and agreed that regarding this, as is done hereby, further clarification will be requested from Mr. Sluijsken, as well as a further indication of what the requisite honor consisted of, which the former Dessave van Angelbeek is supposed to have refused to pay to the said junior merchants. Whether his Honor or someone else arrested the Moor Segoe; on what foundation this Moor was arrested; why neither to me nor to the Galle Council was anything reported about the arrest of this Moor, who is an inhabitant of Galle, and thus Concerning all these items the necessary remarks have already been made above; and only out of particular discretion is it not noted here that the question occurring at No. 8 does not become Mr. Commander Sluijsken all too well.

Dutch transcription

Jk biede Hoogst denselven dienaan„ „gaande bij deeze aande gedagten in geschrifte van den E: kapitain Commandant scheede, die mij de„ „zelve na mijne terug komst van Mature op mijn versoek, heeft over„ „gegeeven en die na genoeg met de mijne overeenkoomen. Ook voege ik bij deeze een Plan van Mature en dies situatien, zoo als het zelve zig teegenwoordig bevind. Jk hoop, en heb reeden te vertrouwen dat wij, zoo verre sCompanies on„ derdaenen aangaat, geene onlus„ „ten meer in de Matureesche Dessa„ „vonie te vreezen hebben, dog hier toe is noodig dat aan een landkundig man het gezag van deezen Dessavo„ nie word opgedraagen, die man moe„ „digheid en bedaardheid genoeg heeft den Jnlander tot zijn verplig„ ting te houden, zonder dat den sel„ „ven in zijne oude voorregten te kort gedaan word. De Dessave diend meede te zorgen dat er waar„ „dige en verdienstige Jnlandsche Hoofden in en over de landschap„ „pen gesteld worden; in het land van zoodanigen gezui„ „verd- worden die kwaad geintentioneerd 60 2106 geintentioneerd zijn, want buiten dat voor zie ik niet dat men zig van eene aanhoudende vreedige inwooning kan en mag verzeeke, „ren. Omtrend de Jnlandsche Hoofden merke ik nog aandat zij teegen, „woordig- meest allen in eene acte„ naeuwe verwantschap staan, waar uit eene alte wille ketirige hande, „ling met de Jngezeetenen, en de scha„ delijke eensgezindheid onder Hun„ van malkanders onregtvaardig, heeden te moeten bedekt houden, natuurlijker weize ontstaat; en waar door dan ook, zoo hier in niet met goed overleg voorsien word, zeekerlijk nog meerder on„ „aangenaamheeden in den aanstaa„ „de te voorzien zijn. Jn den loop van dit secreete Rap„ port heb ik uw wel Edele gestren„ ge groot achtbaare gemeld, dat ik verpligt geweest ben aan eenige van de voornaamste Hoofden der misnoegden beloften te doen, en daar van een schriftelijk beweis te geeven, dat ze na herstel van rust en vreede zouden begunstig woordte De aan„ ten re zelve De geweese Mohandiram van de Magampattoe Don Joean Raja„ „pakse Dissanaike tot Sweede Mod„ „liaar van de Girrewaipattoe. Don Simon Constantinoe wid jesoen, „dere Abenaijke arraetje, tot Mo„ „handiram en hoofd van de kande„ „baddepattoe. Don Constantinoe tot Mohandiram en Hoofd van de Magampattoo. en Madoegodde Don Simon Dissa„ „naike appoehami tot Mohan„ „diram bij de Gaalsche Garde„ De Bitmeraals vande Girrewaij, „pattoe om houwers te moogen draagen voorts. Don Fredrik Christiaen Abesin¬ „ge Jajewardene, een zeer gezien en bekwaam man, die niet weinig invloed op de laatste onlusten gehad heeft, om in den dienst van vidaan Mohan„ „diram en Hoofd over de vidanie van kattoene, welke dienst door hun waargenoomen word bevestigd te worden. Ik 2107 Jk verzoek uwel Edele Gestr: Groot achtb. eerbiedig dat alle de voorsz: perzoonen, hunne acten ten bevestiging in die diensten waer in ik ze voorge„ draegen heb moogen erlangen, wijl thans de rust in de Maturesche dessavonie is. zijnde volgens officieele brie„ ven van den E: Dessave Raklet zoo wel als volgens mijne partikuliere narigten de wagt posten den laskonijns in alle de landschappen der Dessavonie na oude gewoonte weder bezet, en de inge zeetenen in het algemeen aan het bearbeiden hunnen velden, en het volbrengen hunner verpligte kompe„ nies diensten, terug gekeend. voorts zij het mij gepermit„ teerd uwel Edele Gestr Groot achtb:, in mijn publiek Chanac„ ten dat ik in den dienst der Ed. 12 Dit is reeds op 89. gedaan. Ed: Companie bekleede en in mijn ampt als Commandeur en President van de zaalsche Regeering, eerbiedigst te ver= soeken, en als bij herhaeling needrigst aan tehouden, dat het volgende door de g'eende Ceilonsche Regeering moo„ gen in overweeging genomen en werkstellig gemaekt wor= den. 1. / dat de Heer hoofd adminis„ trateur van Angelbeek ver- pligt mooge worden zig te verklaaren welke reedenen zijn E: mooge bewoogen heb- ben om voor eene Commissie int uit den haalschen raed te bedanken en daar en tee„ gen een andere van de Re„ geering te Colombo te ver- soeken. 2. / welke reedenen zijn E: bewoo„ gen hebben dh:s van schulen: en 2108 en de vos niet in de quali„ den E: p:l hoofd administ:t en ge„ teit van Commissarissen weekene dessave van Mature van de Zaalsche Regee„ van Angelbeek hier over onder- houden zijnde, zegt niet te ring te accepteeren en het weeten op welk gedeelte zij„ het geen hier word veronder- verpligt honneur te bewij- nen verrigtingen neeukomt steld dat hij de onderkooplie„ zen! den van schulen en de vos, zoude hebben gewijgert te ontvangen als gecommitteerden uit de Faalsche raed, en wijl ook daar van geene blijken aan deze Regeering zijn voorgekoomen, is goedgevonden en ver- staan, dat derwegens zoo als geschied bij deezen, nadere op- heldering van den heer sluijsken zal worden gevraagt, als mede een nadere aanwijzing waerin bestaan heeft, het verpligt honneur dat den geweze dessave van Angel„ beek zoude gewijgert hebben aan gem: onderkooplieden te bewijzen. Tot zijn E: dan wel anders wie„ den Moor Segoe gearres Nopens alle deze posten is hier boven reeds het noodige teerd heeft geremankeert; en word alleen op welke fondament deze uit bezondene diskreetie de vnalgje op N:o 8. voor- Moor, gearresteerd is! hier niet aangemerkt, dat waerom aan mij of de Taalsche koomende den heer Com„ Raed van het arresteeren mandeur sluijsken niet van deeze Moor, die een al te wel voegt. inwoonder van Zale is, en dus de

NL-HaNA_1.04.02_3884_0712 view scan ↗

English

thus not belonging under the Mature jurisdiction, no notice was given. why this Moor was sent to Colombo, and no written notice of this sending reached me. what statement this Moor made at Colombo! 8. on what basis this Moor was released again. why the Honorable former Dessave van Angelbeek did not, as His Honor wrote in his letters of the 19. and 21. April last to Gale, employ the titular Mohandiram Dahanaike in the latest unrest, but on the contrary kept him thirty-four days in arrest and very closely guarded. It has been noted above that Angelbeek has requested to declare himself in writing concerning this Dahanaike, and that this was consented to by this Council. 9 10. why It has already been noted above. 10. why the undersigned Commander and the Gale Council were not allowed to have any disclosure of the charge entrusted to the Honorable Commissioners Setz and Samland, in the Mature Dessavony subordinate to this Council. The necessary has also already been noted above on this matter, that the Honorable Commissioners were sent from here upon the proposal of the Gale servants themselves. 11. what the reasons are why the Honorable Commissioners Setz and Samland refused me the reading of their Instruction and other papers, of which I requested inspection! and finally 12. what reasons moved the respected Ceylon Council not to charge me directly with the investigation of complaints and the restoration of peace among the inhabitants residing in the lands entrusted to my care by the High Government at Batavia. I beg Your Noble Rigorous Greatly Respected in the most well-meaning and respectful manner not to presume that the proposing of these points arises from any malice or revenge; no, I do not know such a base manner of thinking, and I would keep silent about all this and even step over it, were it not that my public character, and the honor of the Gale Council, at whose head I find myself, makes this step from my side strictly necessary. It has been agreed to abide by this openhearted statement of the Commander Sluijsken. For the rest I hope that by my conduct in this commission now so happily accomplished, and by the indication that I have given in this secret report, I shall have at the same time fulfilled the trust with which I find myself favored. I commend myself to Your Noble Rigorous Greatly Respected's high favor and sincerely wish that the same may soon taste the pleasure of seeing peace restored and enduring throughout the entire Island. With due respect and a particular high esteem I have the honor to be. (it was signed) This Council has already expressed its satisfaction, by letter of 21 July last, regarding the trouble taken by Mr Sluijsken to bring the Mature inhabitants to peace, for which His Honor was thanked in that letter, just as he is further thanked for it hereby. Thus Done and Resolved in the Castle Kolombo on the day, month and year aforesaid. (signed) W. J. van de Graaff, C. d. Kraijenhof, C. van Angelbeek, D. J. Greth, J. Reintous, B. L. van Zitter, and J. A. Vollenhove Agrees First Clerk Noble Rigorous Greatly Respected High Commanding Lord! Your Noble Rigorous Greatly Respected's very humble Servant (was signed) P. Sluijsken (in margin) Gale the last of July a:o 1740. G. Hijbrands Examined Ledulx Don Simon Aratje the Younger, Hebbelige Palle Vidaen, and Pattadenisje Vidaen, Atjele, went with 9 other persons to Candia, to lodge their complaint with the king about the unreasonable treatment which the Company inflicts on its subjects, and particularly the inhabitants of the Mature Dessavony. Only the above-mentioned three headmen named by name, along with one of the 9 others, appeared before the king; and requesting to be permitted to make their interests known, they were appointed to appear, some days later, outside the palace at an assembly of priests for whom a royal meal had been prepared and where the king would also be present, and there present their interests. On the appointed day they repaired thither and submitted a whole multitude of injustices suffered, but these two were the principal ones: namely, the laying out of the district of Badegorije and the cinnamon and other plantations, requesting that the king would be pleased to patronize the subjects of the Honorable Company in that regard. Thereupon the king had satisfied them with the following answer, namely: that the Dutch nation, with respect to its administration of justice, is the best of the other European nations that are ruled by sovereign princes. But that the oppressed people Report

Dutch transcription

dus niet onder de Maturee„ sche Jurisdictie gehoord, geen kennis is gegeeven. waerom deze Moor na Colombo is gezonden, en mij van deeze zending geen aen„ schrijving is toegekoomen. ' welke verklaaringe dezer Moor te Colombo gedaan heeft! 8/ op welke fondament deeze Moor weder ontslaegen s. waerom de Heer van Angel„ den E: gewezene dessave van beek den Titulairen Mohan„ Hier booven is aangetekend, dat Angelbeek heeft verzogt zig, diram Dahanaike niet, gelijk zijn E: bij desselvs omtrent dezen Iachanaijke brieven van den 19. en 21. schriftelijk te verklaeren en dat daerin bij deze april J:o leden na Gale Regeering is bewilligt. geschreeven heeft in de laatste onlusten geemploijeerd, maer daaren tegen vier en dertig daagen in arrest en zeer naeuw bewaekt heeft. 9 10/ waerom ƒ 2109 merkt. hier boven is reeds aange„ 10 waerom de ondergetekende Commandeur en de Paalsche ook hierop is hier boven raed geen opening heeft mogen hebben van den aan de E:e Commissarissen setz: en Samland opgedraegene last, in de aan deeze Re„ georing ondergeschikte Ma„ tunesche Dessavonie. reeds het nodige aange„ 11) welke de redenen zijn, wae„ rom de E: Commissarissen setz: en Iamland aan mij de lectura van desselfs Jn„ structie en andere papie„ nen, waar van ik visie gevraagd heb, geweigerd hebben! en eindelijk 12) welke reedenen de g'eerde Ceilonsche Regeering bewoo„ gen hab heeft, van mij niet merkt dat dE: Commissarissen voordragt van de Paalsche directelijk te chargeeren van hier gezonden zijn, op met het onderzoeken van bediendens zelve. klagten en de bevonde„ ring e geen ring van rust, der Jngezeetenen, in de, door de hooge Regee„ ring te Batavia mijne zor„ gen aanvertrouwde landen woonagtig. Jk did uwel Edele Gestr: Groot achtb: op de welmeenendste Is verstaan in deze onge„ en eerbiedigste wijze van vende betuiging van den heer Commandeur sluijs„ niet te veronderstellen dat het voordraegen dezen poinc„ ken te berusten. ten uit eenige kwaedgezind, heid of wraak voortkomt; Neen, ik kenne een dierge„ lijke slegte weize van den- ken niet, en ik zoude dit alles verzwijgen en zelvs daer over heenen stappen indien niet mijn publiek character, en de Eere van de Zaalsche Regeering, aan welken hoofd ik mij bevinde„ deeze demaache van mijnen kant volstrekt noodzaeke lijk maekt. voor 2110 voor het overige hoop ik dat Deeze Regeering heeft reeds bij door mijn gedrag in deze genoegen betuigt, over de moeit nu zoo gelukkig volbragte brief van den 21. Juli I:L: haar Commissie, en door de aan- door de Heer sluijsken, genomen weizing die ik bij dit secreet om de Materesche ingezeetenen zijn Ed: bij deeze brief is bedankt, rapport gedaan heb; teffens tot nust te brengen„ waer voor voldaan zal hebben aan het zoo als hij daar voor nader be„ vertrouwen waermede ik dankt word bij deezen. mij begunstigd vinde. Jk beveele mij in uwel Edele Gestr: Groot achtb: hooge gunste en wensche oprecht dat hoogst dezelve spoe„ dig het genoegen mogen smaeken van de rust over het geheel Eiland her steld en aanhoudende te zien. Met een verschuldigd ont„ zag en een bijzondere hoog achting heb ik de eere te zijn. /:onderstond) wel - Aldus Gedaan ende Geresolveerd in het Kasteel Kolombo ten dage Maand en Jaere voorsch: (:getekend) w: J: van de Graaff, C: d: Kraijenhof, C: van Angel- beek, D: J: Greth:, J: Reintous, B: L: van Zitter, en J: A: vollenhove accordeert VEgklerk wel Edele Gestr: Groot, achtb: Hoog Gebiedende Heer! uwel„ Edele Gestr: Iaoot achtb: zeer onderdanigen Dienaer /:was getekend:/ P: Sluijsken /:in margine) zale den den Laasten Julij a:o 1740: G Hijbrands Nagezien Ledulx L: C: 2111 Pa C Don Simon Aratje de Jonge, hebbelige palle verdaen, en Pat„ tadenisje vidaen, atjele, zijn met nog 9. koppen naar Can„ „dia gegaen, om hun beklag te doen bij den koning over de onredelijke behandeling die de Comp: haare onderdaa„ nen en wel voornamelijk, de Jngezetenen van de Matu„ „vese Dessavonij aandoed. alleen zijn boven gem: drie bij naamen genoemde hoofden met nog een van de g. ande„ ven voor den koning verscheenen en verzoekende hunne belangen te mogen te kennen geeven, wierden zij bepaeld eenige dagen daar na buiten het paleis bij een te zamen komste van priesters, voor dewelke een koninglijke Maal„ tijd aangerigt was en daer de koning ook prezent zoude zijn, te verscheinen en hunne belangen voortedragen. zij hebben, zich op den gestelden dag daar ter plaetse vervoegd en een geheele menigte van gedaene verongelijkingen op„ „gegeeven dog deeze twee waeren de voornaemste name„ „lijk het aanleggen van het landschap, Badegorije en de kaneel en andere plantagies, verzoekende dat de ko„ „ning de onderdanen van de E: Comp: daar omtrend, gelie„ „ve te patrocineeren. Daar op had de koning hun te vree„ den gesteld, met het volgend bescheid namelijk Dat de hollandsche natie ten opzigte harer regtsoeffening de beste is van de andere Europese naties, die door souverijne vorsten bestierd worden. Dog dat het onderdrukt Relaes volk

NL-HaNA_1.04.02_3884_0718 view scan ↗

English

Examined people had to wait until the Kataragama offering was finished, whereupon the King would send an envoy here to mediate the matter, but if that should not help, that the complainants should then send a Mohandiram, unspecified who, provided he be a sedate man and a man of knowledge and experience, together with several knowledgeable people to the Court, whereupon the King would give them the necessary assistance to bring the Company to reason by fair means, or else compel them thereto by force of arms. From the side of Colombo, several minor chiefs have likewise addressed the Court with the complaints of the inhabitants from there, and have returned with gifts, but what the King replied to them cannot be said. That there are said to be, or at least were said to have been, two field pieces at Hakmana, the relator says is fabricated, although it is true that the place where the Rest House stands is provided with a firm and strong thorn fence. Mature, the 15th of July, in the year 1790. Below stood: Agreed. Was signed: C: L: B: van Albedijho, Secretary. Agrees, Clerk Sijbrands Ledulx La 2: 6: 2112 Right Honorable Commanding Lord, In dutiful compliance with Your Right Honorable highly esteemed orders, mentioned in a missive of the 19th of this month concerning the defense and resistance of Mature in enemy disturbances, I am of the opinion: Since Mature is an open place, and only has a fortification facing the Red Mountain, so that this place cannot be defended with few men in disturbances that might occur between us and the Sinhalese and should break out into a war, because one must keep an eye everywhere at the same time, both toward the sea side and toward the mouth of the river, so that the enemy does not enter the fortress from behind; to that end, in order to rest secure against all unexpected attacks, it seems to the undersigned that Mature should also be fortified on the sea side and toward the mouth of the river, which is to say, so far fortified that the ammunition and powder magazine come to stand within this fortress, To the Right Honorable Lord Peter Sluijsken Commander of the City and Lands of Gale and Mature, etc. since Mature is covered on the river side by the redoubt; the Dissavony of Mature is very extensive and populous, and since one cannot rely on the Sinhalese being faithful subjects of the Company, and one must always be on one's guard, many troops are required for this, and in particular, Mature should first of all maintain a garrison of 300 European heads and 300 native troop heads, namely 50 heads in the redoubt under a European officer, a picket in a small entrenchment that should be constructed at the bend of the river to maintain communication between Mature and the redoubt, in which 30 men should take post, who should also have a guardhouse, and an outgoing picket at the mouth of the river of 15 heads under a sergeant at night, which however can be reinforced according to circumstances, and which can also always retreat, since this post is regarded as an alarm post, to alert the fortress in time in case of an enemy undertaking on that side; at the same time a field redoubt should be constructed on the Red Mountain, in which 50 heads should also be placed, with some small field pieces and the artillerymen belonging thereto, which post I find very necessary, and if we have a steady postholder on the same, then Mature is well covered on all sides 2113 and free from surprise attack; one could also reinforce this post according to the circumstances of the time, and a competent European officer should hold the command here, with a native officer, for above all, one must not let the Sinhalese become masters of this mountain. The remainder would keep garrison in the fortress, and the duty would have to be arranged according to the circumstances of the time, where a competent officer should hold the command over all the troops, with the corresponding number of subordinate officers; forty artillerymen should be placed at Mature, 13 in the redoubt, and 12 on the Red Mountain, under a competent artillery officer; one must have 24 pieces of cannon at Mature of various calibers from 3 to 12 lb, swivel guns in the redoubt, and cannon of 3 pounds and 2 small mortars in the field redoubt; provisions should always be in stock, and brought in during the good monsoon from Gale, so that there is no lack thereof during the bad monsoon; 20,000 lb of powder, balls for heavy and small arms, firearms with their appurtenances must always be in stock; medicines for the sick and a good hospital with some surgeons should also be taken into account, as well as clothing

Dutch transcription

Nagezien volk moeste wagten tot dat de katergamsche offerhande zal afgeloopen zijn, als wanneer de koning een envoie dit heen zoude schikken om de zaek te bemiddelen, dog dat niet willende helpen, dat de klagers dan een Mohan„ „divam, onbepaeld wie, mits dat hij een bezadigd Man, en een man van kennis en ervarendheijd moet zijn, ne„ „vens: verscheide kundige lieden, naer het hof moesten zenden, als wanneer de koning hun de nodige hulp zoude geeven, om de Comp:e met goede tot reden te bren„ „gen, dan wel door geweld van wapen daer toe te dwin„ „gen. van de kant van kolombo hebben zich insgelijks verscheide mindere hoofden met de klagten der jnge„ „zetenen van daer aen het Hof, geaddresseerd, en zijn met geschenken terug gekomen, dog wat de koning hun reeft geantwoord weet men niet te zeggen. Dat op Hakman twee veldstukken zouden zijn of, ten minsten zouden geweest zijn, zegt de Relatant is verdigd wel is het waer dat de plaets daer het Rusthuijs staet met een hegte en sterke doornepagger is voorzien. Mature den 15=' Iulij A=o 1790. /:onderstond:/ Ak„ kordeerd /:was geteekend:/ C: L: B: van Albedijho Secretaris. accordeert klerk Sijbrands ledulx La 2: 6: 2112 Wel Edele Achtbaare Gebiedende Her: Jn schuldige opvolging van uwel Edele achtbaare hoog geagte beveelen, vermeld bij eene missive van den 19. ' dee„ zer behelzende de Defensi en teegenweer van Mature, in vijandelijke onlusten zoo ben: van gevoelen. Terwijl Mature een open plaats is, en maar teegens den roodenberg eene fortificatie heeft, zoo dat deeze plaats in onlusten die tusschen ons in de singaleezen mogten, voorkoomen, en tot een oorlog kwaamen uit te bersten, met weinig volk niet kan gedefendeerd worden, wijl men overal, zoo wel na de Zeekant als na de mond van de rivier diend teffens het oog te houden, op dat„ de vijand niet van achteren in den fortres kome in„ te dringen; tot dien einde, om teegen alle onverwagte aanvallen zig gerust te stellen: zoo dunkt den teeke„ naar dat Mature diend ook aande Zeekant en na de mond van het rivier, dit is te verstaan, zoo verre diend gefortificeerd te zijn, dat het ammonitie en kruidhuis binnen deeze fortres te staan koomen, Aan den Wel Edelen Achtbaaren Heer Peter Rluijsken Commandeur der stad en Landen van Gale en Mature &r:a wijl wijl Mature aan de zeide van het Rivier door de Redoute gedekt word; De Dessavonie van Mature is zeer uitge„ „strekt en volk rijk, en wanneer men op de singaleesen geen staat kan maaken, dat zij getrouwe onderdaenen van de Comp:s zijn, en altoos op zijn Hoede diend te zijn, zoo vereischen hier toe veele troupen, en in het bijzon„ „der zoo dienen, op Mature voor eerst 300. koppen Europee„ „schen en 300. koppen Inl: troupen guarnisoen te houden, namentlijk in de Redoute 50. koppen onder een Europee„ „schen officier, een siquet in een kleene thans die aan de terug van de rivier diend aangelegd te worden, om de Com„ municatie met Mature en de Redoute te onderhouden, waarin 30: man post dienen te vatten, die ook een wagt„ „huis dienen te hebben, in een uitrukkend piquet aan de, mond van het rivier van 15. koppen onder een serge„ ant des nagts, die egter na de omstandigheeden kun„ „nen verstrekt worden, en die ook altoos zig kunnen terug trekken, terwijl deeze post als een allarm post aangemerkt word, om te adviteeren in de fortres bij tejds als vijands onderneeming aan die kant; teffens diend op de Roodeberg eene veld schans aangelegd te worden, waarin ook 50. koppen dienen geplaatst te werden, met eenige kleene veldstukken en de daartoe gehoorende artilleristen, deezer post vinde ik zeer noodzaakelijk, en wanneer wij op denselven eenen was „ten posthouder, zo is Mature aan alle zijden wel ge„ „dekt 2113 rom „dekt en van overempelig vrij, men zoude na teids ome„ standigheeden deeze post ook kunnen versterken, en hier diend om kundig Europeeschen officier het Com„ Een „mando te voeren, met en Inlandsche officier, want men moet vooral de singaleeschen van deezen Berg geen meester laaten. In de fortres zouden de overrest quar„ „nisoen houden, en den dienst na teids omstandighee„ den ingerigt moeten worden, alwaer een kundig offi„ cier het Commando, over alle de troupen zoude moe„ „ten voeren, met het daartoe gehoorende getal onderge„ „schikte officiers veertig artilleristen dienen op Ma„ „ture, 13. in de redoute en 12. op de Roode berg geplaatst te worden, onder eenen kundigen artillerie officier, men moet 24.: p:s kannonnen op Mature van verschei„ dene kalibers van 3. tot 12. lb: hebben, in de Redoute Draaijbossen, en in de veldschans kannonnen van 3. ponden en 2. kleene mortiers; vivres dienen actoos in voorraad te zijn, en in de goede mousson van gale aangebragt te worden, op dat in de kwaade mous„ „son geen gebrek daar aan was; 20, 000 lb: krluid, koge, „len voor grof en kleen geschut, schiet geenderen met dies toebehooren moet altoos in voorraad zijn, Mediceinen voorzieken en een goed Hospitael met eenige chirugijns dienen ook in agt genoomen te werden, midsgaders kelee„ „ding agt nde. n

NL-HaNA_1.04.02_3884_0724 view scan ↗

English

thing for the troops etc. I find occupying the inland areas to be unnecessary, unless one wishes to undertake expeditions against the enemy, which must however take place in the best season, and then return again to Matioie in winter quarters during the rainy monsoon, for to penetrate the inland areas and to wage war, one would indeed need 2000 men in troops alone for such expeditions if one wishes to accomplish anything, because otherwise it is best that one acts merely defensively. Since Tangale is a place that is now fortified, it is necessary that 100 men are stationed there, who can take up positions both in the fort and in the residence of the Heer Dessave, with 24 artillerymen and 6 pieces of cannon of small caliber, and this post ought to be well supplied with all required provisions and war materials, so that there will be no lack thereof in the bad monsoon; in the good monsoon everything can be brought thither by sloops. But regarding Kivinde, it ought to be abandoned immediately, for the reason that it was experienced during the previous Sinhalese unrest that the Magampattoe has been the graveyard of the Europeans, and furthermore it is also needless to maintain many posts when one has a shortage of troops. But if one wishes to station a detachment because of the Lewaij, where salt is collected, such would have to consist of Eastern soldiers, and one ought to detach two companies of those troops for that purpose under an active European officer, who should maintain their position there in the good monsoon, and in any case retreat to Tangale in the bad monsoon, since during that time even the Kandyans and inhabitants partially depart from there because of the unhealthiness of the country; and these two Eastern companies could form a camp outside the Tangale fort, whereby the fort would also be covered. During hostile unrest of the Sinhalese, it was very necessary that one attempts to keep the road open between Gale and Mature, for which detachments must be stationed at fixed places, as for example at Goyapaene a detachment of 100 men of Eastern troops under a European officer, and one of 150 men, both Europeans and Easterners, near the river of Poliatte, under the command of a competent officer, should take up a post, whereby the road could always be kept open; and when any transports had to take place from Gale to Mature, then one ought always to escort such transports with 100 men, and never provide small escorts, since the enemy will always try to seize the provisions or war goods in order to cause us harm thereby. I am by no means of the opinion to detach small commands, or to let them take up posts elsewhere, which are after all always half lost, and when they are attacked, are immediately overthrown, indeed even completely destroyed; we therefore have no advantage to expect from that, but rather great detriment through the loss. But when it was necessarily required that one had to detach troops to one or another place, one must then ensure that the detachment was not too weak, but always above 150 men with some artillerymen, carrying with them two or three small mortars, commonly called cat heads, of which the Sinhalese are most afraid, and when one comes before batteries, one can use them with much effect; the undersigned has experience of this, since during the march to Ganderoebbe, where in 1765 he commanded the vanguard as a lieutenant with 136 men, he captured two batteries in this manner. For the rest, in order to be certain of choosing a well-qualified Commandant at Mature, who at the same time ought to be present himself during large expeditions and to command in person, I am of the opinion to request from the Heer Captain van Prophalow also a plan of defense concerning Mature, the arranging of the outposts in that Dessavonie likewise to be determined by His Honor, together with everything that His Honor assumes to be useful for the defense of so weighty a work, since at present His Honor is even placed in command there; thus His Honor ought also to bring his thoughts on this weighty matter in writing before Your Honorable Worships' eyes, and the same ought to be taken into consideration by Your Honorable Worships, which according to my modest knowledge can also be examined, if Your Honorable Worships should deem it worthy to be necessary. I propose this for no other reason than that I find it fair and also according to military custom that one takes several opinions on a matter of importance, the more so from that person to whom one has already entrusted the military authority; this proposal from me must therefore not be regarded as if I were to doubt the capacity of the Heer Captain van Prophalow, but on the contrary

Dutch transcription

„ding voor de Troupen etC:a De binnen landen te bezetten vinde de noodeloos, ten zij dat men expedities teegens den vijand wilde onderneemen en die egter in de beste teid moesten geschieden, en dan in de Reegen mousson weeder na Matioie in de winter quartiere terug koomen, want in de binnen landen, inte dringen en te oorloo„ „gen, zoo zoude men wel voor zulke togten 2000. man aan Troupen alleenig noodig hebben, wanneer men iets wilde uitvoeren, want anderzinds is het beste dat men maar diffensier handeld. Vermids Tanga„ „le een plaats is, die thans gefortificeerd is, zoo is noodzaekelijk dat men 100. man aldaar plaatste, dewelke zoo wee in het fort, als in de wooning van den Heer Dessave kunnen post vatten, met 24. ar„ „tilleristen en 6. p=s kannonnen van kleen Caliber, en men diende deezen post met alle vereischte mond en krijgsbehoeftens wel te voorzien, op dat in d' kwaade mousson daar aan geen gebrek mogte zijn in de goede mousson kan alles met sloep„ „pen daar na toe gebragt werden. Dog aangaande kivinde diend ten eersten verlaaten te worden, uit reeden, men in de voorige singaleeze onlusten on„ „dersonden heeft, dat de Magampattoe de kerk-hoff der Europeesen geweest is, dus het ook booven dien noodeloos 2114 noodeloos is om veele posten te houden, wanneer men gebrek aan Troupen heeft; Dog wanneer men weegen de Lewaij alwaar zout vaet, wilde een Com„ mando plaatsen, zoo zoude zulx uit oostersche zol„ „daaten moeten bestaan, en men diende daartoe wel twee Companien dier troupen onder eenen wakke„ den Europeeschen officier te detacheeren, en die zig al„ daar in de goede mousson diende staande te houden, en in allen geval in de kwaade mousson, na Janga„ le terug trekken, vermids in die teid zelfs de kandi„ „aenen en Jnwoonders gedeeltelijk daar van daar zig be„ „geeven, weegens de ongezondheid des lands, en deeze twee oostersche Companien zouden buiten het fort Tangale eenen kamp kunnen formeeren, waar door het fort ook gedeket wierde. In vijandelijke onlusten der singaleesen, was zeer noodzaekelijk dat men tusschen gale en slature den weg tracht open te houden, en waartoe op vasteplaat, sen Commandos moeten gelegd worden, als bij voorbeeld op Goijapaene een Commando van 100. koppen ooster„ sche troupen onder een Europeesen officier en een van 150. koppen zoo wel Eieropeesen als oosterlingen bij de rivier van Poliatte, onder Commando van een ge„ „schikten officier moeste Post vatten, waar door de weg altoos konde open gehouden werden, en wanneer eenige Transporten van Gale na Mature moesten geschieden n a van on„ n geschieden, dan diende men diergelijke transportenr„ raar altoos door 100. man te gelijden, en nooijt klee„ „ne bedekkingen te geeven, vermids de vijand ae„ „toos zal trachten, de provisies ofte oorlogs goede„ „ren tot zig te trekken, om ons daar door schaade toete „brengen. Ik ben in geenen deele van gevoelen, om kleene Com„ mandos te detacheeren, ofte ook te laeten elders post te vatten, die dog altoos half verlooren zijn, en wan„ neer zij attaquurd werden, ten eersten overhoop ge„ „worpen, ja wel gantschelijk vernield werden; wij hebben dus daar geene voordrel van te wachten, maa„ wel door het verlies grooten nadeel; Maar wanneer het noodzaakelijk vereischt wierde, dat men na de eene ofte ander plaats moeste volk detachee„ „ren dat men dan zorgen moet, dat het detachement niet al te zwak was, maar altoos booven de 150. man met eenige artilleristen, die twee ofte driekleene Mortiers, in„ de wandeling genaamd katten koppe, met zig voeren, waar voor de singaleesen het meeste bevreesd zijn, en wanneer rrien voor Batterijen komt, dezelve met veel niet kan„ gebruiken, de ondergeteekende heeft hier van ondervin„ „ding, vermids hij in de optogt naar Ganderoebbe daar hij 1765. de avantguarde als luitenant met 136. koppen Commandeerde, twee Batterijen op deeze weize heeftin„ „genoomen. Voor 2115 Voor het overige om overtuigd te zijn, van eene welgeschik„ „ten Commandant op Mature te verkiesen, die teffens bij groote expedities zelvs diende teegenwoordig te zijn, en en persoon te Commandeeren zoo ben van gevoelen, om den Heer Capitain van Prophalow aftevraagen ook een plan van Defensie omtrend Mature het bestellen der buiten posten in dier Dessavonie teffens door zijn E: te bepaalen, midsgaders alles wat zijn E: ondersteld nuttig te zijn, tot Defensie van zoo een gewigtig werk, vermids teegenwoordig zijn E: zelfs aldaar en Commando gesteld is, zoo diend zijn E: dienaangaende zijne ge„ „dagten ook in geschrifte over deeze wigtige stoffe, uwel„ „Edele achtbaare onder dogen te brengen; en het zelve door uwel Edele achtbaere en overweeging diend genoo„ „moen te werden 't welk na mijne geringe kundigheeden ook, kan geexamineerd werden, indien uwel Edele acht„ „baere het noodig te zijn mogte waardig oordeelen; Jk proponeere dit uit geen andere reeden, als dat ik zulks billijk en ook volgens krijgsgebruik bevinde, dat men over eene zaak van gewigte verscheidene gevoe„ „len opneemd, te meer van die persoon waar aan men het militaire gezag reeds heeft aanvertrouwd, in dit voorstel dus van mij niet moet aangemerkt werden, als ofze ik aan de Capacierteid van den Heer Capitain van Prophalow kwam te twijffelen, maar neen ancon„ „traire

NL-HaNA_1.04.02_3884_0728 view scan ↗

English

contrary, from various opinions one chooses the best and safest. But finally, if one has nothing to fear from the Sinhalese in the Matara Dessavony, and everything has been brought to a standstill, then one also does not need such a large garrison there, while at present there are not so many troops present on Ceylon and one also still needs to occupy important places as fortresses; namely Colombo, Galle, Jaffnapatnam, and Trincomalee, the more so when one is prepared for a war with a European power, so I am of the opinion in this regard that under such peaceful circumstances with our subjects, one company of Europeans and one company of Easterners in Matara would be enough, from which Tangalle and Kirinda could also be occupied with small detachments, since one can send troops from Galle immediately, and two companies can well hold out for two days against an indigenous enemy, especially when a good number of suitable artillerymen also remain stationed there. Meanwhile, I hope to have complied as much as possible with your Honorable Worship's highly esteemed intention, but submitting myself to your most Wise judgment, and have the honor to be with all high esteem, below stood, Honorable Worshipful commanding Sir, your Honorable Worship's very obedient servant, was signed, J. L. Scheede. Beside, Galle, 20 July 1790. Below stood, Agreed, was signed, C. L. J. B. van Albedijhl, Secretary. Agrees, Lijbrands, clerk. Examined. Note: this Ekenaike Ammerekoon is the father-in-law of the first Maha Mudaliyar Illangakoon. Note: this Manamperie is one of the four headmen removed from their offices and residing in Galle. Translation of a Sinhalese ola letter, addressed by the lesser headmen and inhabitants of the Matara Dessavony, to the Honorable Worshipful Sir Commander of Galle and Matara. We hereby bring to the notice of your Honorable Worship that the conspiracy was instigated by the former Mohandiram and overseer of the Kandaboda Pattu, Ekenaike Amerekoon, and the former priest Nirelanpetie Aratchi, a great friend of the first mentioned; this latter, together with a certain Koelittienne Gamme Aatjele and the former Kankan Moenesinge Kankan, gathered the people of the Kandaboda Pattu virtually by force and brought them from Hakmana Walakada, and having spoken there with Gangodagamme Dodampe Aratchi, tried to make the uprising larger and more formidable. This came to the knowledge of the Mohandiram and effective Head of the Kandaboda Pattu, Manamperie, who thereupon spoke about this with Don Simon Aratchi and made every effort to calm the assembled crowd and to satisfy them. This caused the said Manamperie Mohandiram to be mistreated by many, and to be forced to go to Matara. Subsequently, the said Ekenaike Amerekoon went to the Mudaliyars Tinnekoon, De Saram, and Goeneratne, and having come to an agreement with them, announced to us, the lesser headmen of the Korales and Pattus, that if the inhabitants undertook the expedition to Baddegiri, they would certainly all perish and be ruined; persuading us, under all kinds of fair promises of obtaining offices according to our choice, to help encourage the rebellious peoples to make the uprising larger, which we also did, but the Company and we have suffered much damage from it; and although the intention of the Mudaliyars has been carried out, we nevertheless have received no reward. The first report or complaint ola was drawn up by the said Mudaliyars themselves and sent to our Korales. The same was signed by some persons, yet most of the lesser headmen and the common man had no knowledge of it. The daily increase and the persistence of the gatherings was caused solely by the said Mudaliyars constantly sending their Aratchis and Kankans to us and the other discontented persons, who brought orders both verbally and in writing, and enticed us to become more and more active, with orders at the same time not to lodge any complaints against them, the Mudaliyars. This has brought us all into grief. Don Simon Aratchi and Allehapperoeme can testify to the aforesaid and to many more other things, and bring them to light if they are only summoned and questioned. The ola letter that seemed to have been written by the Lord Dessave van Angelbeek to the Mudaliyar of the Gangaboda Pattu, De Saram, to bring the people up to Baddegiri, was not drawn up by the Lord Dessave, but indeed by this De Saram himself, as well as another complaint or report ola, and a sealed letter-ola, all three of which he drew up together, sealed, and sent to Don Simon Aratchi. These olas were taken over at Hakmana by Iodekandi Aratchi and Hakmanwalle Kadde Bassanaike Kankan, opened, and read; subsequently, these olas were also read by Don Simon Aratchi, Allehaperoeme Aratchi, and several others, who, when asked about this later, will readily admit it and testify to more other things. When the discontented people appeared before your Honorable Worship in Matara, the headmen prepared many meals and kept the people in their interests by entertaining them well, whereby these people were enticed not to complain about these headmen, which will also be well known to your Honorable Worship. All of us, lesser headmen as well as all other good inhabitants, very humbly request your Honorable Worship, after all the aforesaid, a strict inquiry

Dutch transcription

„traire, uit verscheidene gevoelen verkiest men het beste en zeekerste - Dog eindelijk, wanneer men van de singa„ leesen in de Matureesche Dessavonie niets te vreezen heeft, en alles tot stilstand gebragt is, zoo heeft men ook zulk groot guarnisoen aldaar niet noodig, terwijl op Ceilon zoo veele troupen tans niet present zijn en men ook importante plaatzen, nog diend te be„ „zetten, als vestingen; namentlijk Colombo, Gale, Jaefna „patnam en Trinconomale, te meer wanneer men voor eenen oorlog met eene Europeese Moogendheid bedagt is, zoo ben hier omtrend vangevoelen, dat in zulke vreedi„ „gen omstandigheeden met onze onderdaenen dan eene Com„ panie Europeesen, en eene Companie Oosterlingen op Ma„ „ture zouden genoeg zijn, waar van Tangale en kirin de met kleine datachementen konde meede bezet werden, vermids men van Gale ten eersten trouppen zonden kan, twee en twee Companien wel 2e daagen kunnen teegens ee„ „nen jnlandschen vijand uithouden, te meer wanneer een goed getal geschikte artilleristen ook aldaar be„ „scheiden blijft. - Ondertusschen zoo verhoop ik, zoo veel als moogelijk aen uwel Edele achtbaare hoog g'eeerde intentie voldaen te hebben, dog mij onderwerpende aan hoogst derselver Hoog wijzer oordeel, en hebbe de eere met alle hoog achting te zijn /:onderstond:/ wel Edele achtbaare gebiedende Heer uwel Edele achtbaare Zeek 211 p zeer gehoorzaeme Dienaar /:was geteekend:/ J: L: scheede /:bezijden:/ Gale den 20:= Julij 1790: /:onderstond:/ Akkordeerd: /: was geteekend:/ C:s L:J: B: van Albedijhl secret=s accordeert Lijbrands liklerk Nagezien 1 ga„ wijl in na =Leduly a0 2117 Nota deeze Ekenaike ammerekoon is de schoonwader van de eerste olk en modi„ aan Illangakoon Nota deze Manampenie is een der uit hunne diensten gestelde es zig te sale bevinden„ de vier hoofden. Wij brengen bij deesen ter kennis van uwel Edele acht„ „bare dat de zaamenrotting is aangestigt, door den gewee„ zen Mohandiram en opziender van de kandebaddepattoe Eekenaike Amerekoon; en de gew:n priester Nirelanpe„ tie arraatje en groote Vriend van de eerst genoemde, dee„ ze laatste heeft met eenen koelittienne gamme aatjele„ en de geweeze kangaan Moenesinge kangaan, de volke„ ren van de kandebaddepattoe genoegsaam met geweld vergaderd en van Hakman walle hadde gebragt en ae„ daar met Gangoddegamme Dodampe arraetje gesproo„ ken hebbende, getraegt de opstand grooter en aanzienlij„ „ker te maaken: Dit heeft de Mohanderam en effectueel Hoofd der kandehaddepattoe, Manamperie te weeten ge„ kreegen; die daarop met Don Simon arraetje hier over gesprooken en alle moeite aangewend heeft om de versae„ „melte meenigte tot bedaaren te brengen en te vreede te stellen. Dit heeft veroorsaakt dat gedagte Manamperie Mohandiram door veele kwalijk is behandeld, en gedwon„ „gen geworden zig na Mature te brengen. begeeven. Vervolgens heeft gem: Ekenacke amerekoon zig bij de Mod„ „liaars Tinnekoon, De Saram en goeneratne vervoegd, en met hun overeengekoomen zijnde; heeft hij ons minder„ Translaat Singaleese brief ola, door de minder Hoofden en ingezzeetenen van Maturesche Dessavoni, gerigt, aan den wel Edelen achtbaaren Heer Com„ „mandeur van Gale en Mature. „hoofden 2 16: S „hoofden van de Corles en pattoes aan gekondigd, dat indien de Ingezeetenen de togt na, Baddegiri ondernaemen zij zeekerlijk allen zouden vergaan en vermeld worden: Ons onder allerhande schoone beloften; van diensten na onze keuse te zullen erlangen perfuadeerende, om de rebellige volkeren te helpen aanmoedigen om de opstand grooter te maaken; het welk Wij ook meede gedaan hebben, maar de Comp:s en wij hebben daar door veel schaede geleeden; en hoe wel de modliaars haare intentie volvoerd is gewor„ „den, hebben wij egter geene belooning gekreegen. Het eerste Raport of klagt ola is door gem: Modliaars zelve opgesteld, en bij ons kervelles gezonden; Het zelve is door eenige persoonen geteekend, edog de meeste mindere Hoofden en de gemeene man hebben daar van geen kennis gehad. Het dagelijks vermeerderen en het aanhouden van de tezaa„ „menrottingen, is alleen veroorsaekt, door dat gem: Modli„ „aers gedetterig hunne arraetjes en kangaans bij ons, ende overige misnoegden zouden die zoo wie bij monde als bij geschrift, orders bragten, en ons verleeden om meer en meer aan degang te geraaken; met last tef„ „fens om teegens hun Modliaers geene klagten intebren„ „gen. Dit heeft ons allen in verdriet geholpen. Don Simon arraetje en Allehapperoeme kunnen dit voorsz:, en nog veel meeder andere dingen getuijgen, en voor den dag brengen indien zij maar op geroepen en ondervraagd worden. De 2118 De brief ola die door de Heer Dessave van Angelbeek aan de Modliaer van de Gangebaddepattoe/: De Saram„ geschreeven scheen te zijn, om de volkeren na Badde„ „girie op te brengen, is niet door de Heer Dessave maar wel door deeze, De Saram zelve opgesteld, gelijk ook nog een ander klagt off Raport ola, en een verse„ „gelde brief-ola, die hij alle drie te zaamen opgesteld, verseegeld en aan Don Simon arraetje gesonden heeft. Deeze olassen zijn te Hakman aan Iodekan„ di arraatje en Hakmanwalle kadde Bassanaike kangaan, overgenoomen, geopend en geleezen vervol¬ „gens zijn deeze olassen ook door Don Simon arraa„ „tje Allehaperoeme arraetsje en meer anderen gelee„ „zen. Die dit, daarna gevraagd wordende, wel bekennen, en meer andere dingen getuijgen zullen. Wanneer de misnoegde volkeren bij uwel Edele achtb: te Mature verscheenen zijn, hebben de Hoofden veele maaltijden bereid en de volkeren door wel te onthaa„ „len in hunne belangens gehouden; waar door dee„ „ze lieden verleid zijn geworden om niet over deeze Hoofden te klaagen; het welk uwel Edele achtb: ook wel bekend zal zijn. Wij allen mindere hoofden zoo wel als alle andere goede Jngezeetenen verzoeken uwel Edele achtb: zeer ootmoedig na al het voorschreevene een scherp onder„ „soek

NL-HaNA_1.04.02_3884_0736 view scan ↗

English

request, and to have equitable justice administered concerning it. Was signed with twelve Sinhalese signatures. Agrees Examined Sijbrands Clerk Leduly 2119 C Pa 6 To the Honorable, Venerable Lord Peter Sluijsken. Commander of the city and lands of Gale, Mature, etc. Honorable, Venerable, Commanding Lord. Pursuant to your Honorable's esteemed order, I have had Madoegodde appoe come to my house, where he related the following to me. He said that the gatherings in the Matureese Dessavonij truly originated solely from the dissatisfaction of the inhabitants. 1. On account of the cinnamon and other plantations, to which the inhabitants had been pressed with every man, without remuneration and without being obliged to do so. 2. That, when the inhabitants had addressed the Lord Dessave to make known their grievances concerning injustices, which daily increased more and could no longer be endured, they, instead of obtaining justice, were moreover punished and chastised, the Headmen always being upheld. Because they had wanted to send all the inhabitants to Baddegirie, which was regarded by every Sinhalese with terror and dread as a murder pit of humanity. That the inhabitants had intended to depart for Baddegirie with the intention of making a general uprising there and forcing the Dessave to comply with their wishes. But that the lesser Headmen had opposed this, telling them that they would do wrong, and that it was better to submit their complaints jointly before their departure for Baddegirie, and not when the Lord Dessave was already in the country, because they would then certainly detain this Lord and make themselves guilty of a punishable offense. That these lesser Headmen had informed some Modliaars and Headmen at Mature of the condition of the people; who had secretly sent them an answer and let them know to just make the uprising and carry out the revolt, but above all not to begin with a small affair, but rather to bring about a general assembly; for if not all inhabitants in general revolted, possibly nothing proper would come of it. That the Modliaars Tinnekoon and de Saram had played the principal role in this; and that the messages which these Headmen, as well as the other modliaars, had sent into the country, had most encouraged the inhabitants to pursue the revolt; and that nothing had been done by the mutineers without the foreknowledge and approval of the modliaars at Mature. That the uprising having begun, the Modliaars de Saram and Goeneratne had been sent into the country by the Lord Dessave van Angelbeek to pacify the discontented. But that these, arriving at Kaddoewe, 2120 had stayed very quietly and calmly in the house of the deceased Jaba Modliaer of the Gangebaddepattoe. That to these both Modliaars at Kaddoewe had come three persons who from beginning to end had played the principal role among the discontented, and had gone back and forth between the mutineers and the Headmen to manage affairs. Being Barradoewe Corl arraetje of the Belligamcorl, a great and trusted friend of the Colombo Mahamodliaar Abesinge Dias, who presented him with 30 ammonams of paddy for Diwitoere, and is loved by the same as his own son or brother; Pabagodde Siribaddene arraetje of the Gangebaddepattoe; and Attoerliejege Poentje vidaan; which three persons had spoken for a long time in secret with the said two Modliaars de Saram and Goeneratne, and subsequently had told the discontented that these Modliaars agreed with them, and that they should just gather in larger crowds, whereby their cause would gain more weight. That the Modliaer De Saram himself had also told the lesser headmen in confidence to make the gathering as large as possible and to persist in their complaints as strongly as possible, from which much good would result for them. This last statement he, Madoegodde appoe, had heard from some lesser Headmen themselves, but could get nothing more out of them, because they well knew that he is very loose-tongued, and in the end would reveal everything anyway. That the Modliaer de Saram had maintained a correspondence with the discontented even from Mature, and that the letter-olas had been delivered by a certain Inderoewege wedde, native physician and inhabitant of Attoerelege. That he, Madoegodde appoe, had himself once detained this native physician with an ola sent by de Saram to Siribardene arraetje and Attoerlige Poentje vidaan, but that the same had freed himself from them again and denied the ola. That he had also questioned the said Siribardene arraetje and Poentje vidaan about this, but that they had also denied the ola. That this had been reported by the aforesaid persons to de Saram, who had written in reply to that, that if he, Madoegodde appoe, made much trouble, to just shoot him in the head. That during the presence of the Colombo Mahamodliaar at Mature, the latter had also maintained an understanding with the discontented people, making use of Welligamme Oenansse, priest of the temple at Makawitte, who had repeatedly carried messages to the discontented; that this priest had once come to the village of Boelwelle, where the same, in the hearing of him, Madoegodde appoe, had exhorted the people to strengthen the gathering as much as possible, and not

Dutch transcription

„soek, en daar op een billijk regt te willen laaten doen. /:was geteekend:/ met twaalf singaleese handteeke„ ningen. accordeert Nagezien Sijbrands lejklerk Leduly 2119 C Pa :6: & Aan den Wel Edelen Achtbaaren Heer Peter Sluijsken. Commandeur des stad en landen van # Gale, Mature &r=a: Wel Edele Achtbaare Gebiedende Heer. Jngevolge uwel Edele achtbaare g'eerde order, heb ik Madoegodde appoe bij mij aan huis laaten koomen, alwaar hij mij het volgende verhaalde. —. Hij zijde dat de zaamenrottingen in de Matureesche Dessavonij haaren oorspronk werkelijk alleen in de misnoegdheid der Jngezeetenen genoomen hadden. 1.) Om de wille van de kaneel, en ander aan plantingen, waar toe den inwoonder met alle man geprest was geworden, zonder belooning en zonder hier toe verpligt te zijn. 2. ) Dat, wanneer de ingezeetenen zig bij de Heer Dessave geaddresseerd hadden, om hunne beswaeren weegens onregtvaardigheeden, die daagelijks meer toenaemen; „te en niet meer uit„houden waaren te kennen tegeeven, zij insteede van regt te erlangen nog boven dien gestraft en gekasteid waaren; krijgende de Hoofden altoos gelijk Wijl men alle de inwoonderen na Baddegerie had willen zenden, het welk bij Een ieder singalees met schrik en vrees als een moord kuil van het menschdom aangemerkt. wierd. Dat de ingezeetenen na Baddegivie had den willen vertrek„ „ken, ken met voorneemens aldaar een generaale opstand te maaken, en den Dessave te dwingen hun zinlijkheid te vol„ gen. Dog dat de mindere Hoofden, dit teegen gegaan waeren, hun zeggende dat zij zouden kwaelijk doen; en dat het beeter was; al voor hun vertrek na Baddegirie hunne klagten gemeenschaplijk intebrengen, en niet wanneer de Heer Dessave reeds in het land was, omdat zij deezen Heer als dan zeekerlijk zouden ophouden, en zig strafschuc„ „dig maaken. Dat deeze mindere Hoofden aan eenige Modliaers en Hoofden te Mature van de gesteldheid des volks hadden kennis gege„ „ven; die hun in het geheim hadden laaten antwoorden en weeten, van maar de opstand te maaken, en de nevolte te volbrengen, dog voor al met geen klijnigheid te beginnen, maar wel een generaalen tezaamen rotting te bewerken; want dat indien niet alle ingezeetenen in het generaal revolteerden, er moogelijk nog niets ordentlijks zoude uit„ „gevonden worden. Dat de Modliaars Tinnekoon en de Sa„ „ram de voornaemste rol. hier bij gespeeld hadden; en dat de boodschappen die deeze Hoofden, gelijk, ook de overige mod„ „liaars in het land gesonden hadden, de ingezeetenen wel het meest aangemoedigd hadden om de revolte door te zetten; en dat buiten voorkennis en goedvinden van de modliaars te Mature niets bij de Mluijtelingen gedaan was. Dat den opstand begonnen zijnde, de Modliaars de Saram, en Goeneratne in het land gezonden waaren, door de Heer Dessave van Angelbeek, om de misnoegden tot Aelstand te brengen. Dog dat desze te kaddoewe koomen„ „de 2120 „de heel stil en zig gerust in het huis van de overlee„ dene Jaba Modliaer van de gangebaddepattoe, hadden opgehouden. Dat bij deese beide Modliaer te kaddoewe drie persoonen waaren gekoomen die van begin tot het einde de voornaemste val bij de misnoegden gespeeld hadden, en heenen weer tusschen de Mluijtelingen en de Hoofden waaren gegaan omde zaaken te bestieren. zijnde Barradoewe Corl arraetje van de Belligam„ „corl, een groote en vertouwde vriend van den colombo„ „schen Mahamodliaar Abesinge Dias, die hem 30. ammo„ „nams nelie voor Diwitoere present gedaan, en door den„ „selven als een eigen zoon of broeder bemind, word. Paba„ godde scribaddene arraetje vande Gangebaddepattoe, en Attoerliejege Poentje vidaan, welke drie persoonen een langeteed in 't geheim met ged=e twee Modliaars de Saram en Goeneratne hadden gesprooken en vervolgens „aan de misnoegden hadden gezegd, dat deeze Modliaers het met Hun eens waaren; en dat zij zig maar in grooter hoopen moesten versaemelen wanneer haare zaak meer klem zoude krijgen. Dat de Modliaer De Saram zelve ook aan de minder hoof„ „den in vertrouwen gezegd had, om de zaamenrotting maar zoo groot als moogelijk te maaken. en met haare klagten op het sterkste aantehouden, wanneer daar door voor hun veel goeds zoude voortspruijten: Dit laatste gezegde had hij /: Madoegoddeappoer / van eenige minder „ ui't Hoofden zelve verstaen, dog niets meer „ hun kunnen krijgen krijgen, wijl ze wel wisten dat hij zeerlos met de mond is, en aan het einde dog alles openbaaren zoude. Dat de Modliaer de Saram met de misnoegden zelvs van Mattre brief wissel gehouden had, en dat de briefolassen door eenen Inderoewege wedde, geweesmeester en in woon„ „der van Attoerelegd waeren overgebragt. Dat hij Madoegodde appoe deezen geweesmeester zelve eens met een ola door de Saram aan Siribardene arraetje en At„ toerlige Poentje vidaan gesonden, had opgehouden, dog dat „dezelve zig weeder van hun losgemaakt, ende ola ontkend had. Dat hij ged=e scribardene arraetje en Poentje vidaan hier over ook onserhouden dog dat die meede de ola ontkend had„ „den. Dat dit door evengem: persoonen aan de Saram was be„ „deeld, die daar op weeder in antwoord geschreeven had, van hem Madoegodde appoe zoo hij veel spulsmaakte maar voor de kopte schieten. Dat bij aanweesen van de Colombosche Mahamodliaar te Mature deeze ook, een verstandhouding met de Mis„ „noeg de volken gehad had, zig bedienende van welligam„ „me oenansse, Priester van de Tempel te Makawitte, die telkens boodschappen bij de misnoeg den gedaan opshad, dat deeze priester eens in het dorp Boelwelle was gekoomen, alwaar denselven ten aanhooren van hem Madoe god de appoe het volk had aangemaand om de zaamenrotting zoo veel moogelijk te versterken, en niet

NL-HaNA_1.04.02_3884_0741 view scan ↗

English

3180 2121 not to come to peace quickly; and that this priest had even dared to make use of the name of the Mahamodliaar to encourage the gathered crowds. That they had very strongly requested him, Madoegoddeappoe, to direct the peoples of the BelligamCorle and the Gangebaddepattoe, under the fairest promises of making his fortune; that he had also accepted this on account of many experienced injustices, and out of discontent, but had ensured during his command that no irregularities were committed in the provinces. That the Modliaars de Saram and Tinnekoon are in communication with the Court of kandia, where they have some relatives, and that they had sent to ask the king for help. That one Poentje appoehami, a nephew of Don Simon arraetje (though never Simon arraetje himself), and another village writer of Hakman (commonly named Hakman Lina aratjie), accompanied by several others, had been as envoys to the kandian Court. That one day before he, Madoegodde appoe, appeared at Mature, an answer had come from the kandian Court, in which the discontented were encouraged to proceed, and that, if they obtained no justice from the Honorable Company, they would receive speedy help and assistance from the Court. That he, Madoegodde appoe, being informed of this, and having been so generously received by Your Honorable Esteemed, had immediately written to Don Simon arraatje in the kandebaddepattoe and to Rajapakse Dissanaike in the Girewaijpattoe, making known to them that they could rest assured of all goodwill from Your Honorable Esteemed; that it would moreover be unreasonable to revolt any longer because the Dessave was gone, and indeed nothing could be undertaken against the Honorable Company if it chose to let troops come in, but they would only bring misfortune upon themselves; that they should all simply submit, as he (Madoegodde appae) had done, in which case it would go well with them, but not otherwise. That the Modliaars had always taken care to sustain the uprising even longer, and to that end had secretly made known to the people that four Dessaves from kandia would come down and bring much people with them to free them here from the Company and all obligations. That during the gathering, the heads of the mutineers had always been with the Modliaars Pinnekoon and de Saram and others by night and unseasonable hours to receive orders on how one ought to behave. That the dismissed chiefs residing in Gale had indeed, like other chiefs, committed injustices; but that they had not been nearly so guilty and not so unfaithful to the Company as others, such as Tinne koon and De saram; and 2122 218 and that they had had to be cleared out of the way because they did not belong to the family. That De Saram had been the greatest ill-disposed person and instigator, and had caused the people much harm. About which they had also wished to complain, and a general complaint ola had already been drafted, but De Saram, being informed of this, had the drafters of the ola locked up in prison among the mutineers. That the Modliaer Goeneratne had also always sent many messages to the mutineers to maintain the uprising, and that he had employed for this purpose his writer, commonly named singele appoe. That the friend of the Colombo Mahamodliaer Abesinge mentioned in the course of this, by name Baradoewe korl arractje, who had worked perhaps the most toward the continuation of the rebellion, was still here in Gale in these days, and now and then came to the Porta Modliaar Don Baethazar Dias, and departed from there again. Finally, that he, Madoegodde appoe, was able and ready to prove everything appearing in this clearly and fully, only requesting that, if an investigation should be made hereafter, all the people he would name should be granted to him. I have the honor to be, with due respect (lower down stood) Your Honorable Esteemed very obedient servant (was signed) C: L: B: van Albedijhl (in margin: Gale, the 26th of July 1790. Below stood: agreed, signed:) C: L:B: van Albedijhl Secretary agreed Examined Sijbrands Clerk 2123 2 La C: L: Report made by 1) Don Dias poieresinge Aatjele, native proctor and inhabitant of the village Paletouwe, and 2) Don Diogoe Jajewikkreme, former Arraatje and inhabitant of the village kannattegodde within the Mature four gravets. The first reporter: That at the request of the inhabitants of the Gangebaddepattoe in the Mature Dessavony, he prepared a complaint ola in 26 articles, containing the injustices that the Moddeljaar De Saram and the Mohandiram Abojewikkreme Goenezegere, chiefs of the said pattoe, had done to the inhabitants, and some requests that these inhabitants had to make, and brought it to Attoerlie, where most of the discontented inhabitants of the said pattoe were assembled, for signature by the interested parties. That the Mayoraals and others present there signed the said ola and immediately sent a message to several other minor chiefs who were not present at Attoerlije to come sign the said ola with them. That before the bringer of the said message had returned, the following persons had arrived at Attoerlie, namely: The Corl Arraatje, Don Joean Sammeresinge Dissanaijke, Bopagodde siribaddene arraatje, The vidaan Araatjes of the village Bilpagan, The

Dutch transcription

3180 2121 niet spoedig tot Rust te koomen; en dat deeze priester zig zelfs van de naam van den Mahamodliaar had durven bedienen, om de zaamen gerotte volken aantemoedigen. Dat men hem Madoegoddeappoe zeer sterk verzorgd had om dog de volkeren van de BelligamCorle en de Gangebadde„ „pattoe te bestieren, onder de schoonste belofte van zijn vor„ tuin te zullen maeken; dat hij zig dit ook wegens veele ondergaene onregtvaardigheeden, en uit misnoegdheid had laaten wel gevallen, maar geduurende zijn Comman„ do gezorgd had, dat in de provintien geene ongereegeld„ gepleegd „heeden opgpleegd waeren. Dat de Modliaars de Saram en Tinnekoon, met het Hoff¬ van kandia, alwaar zij eenige aanverwanten hebben, in verstand houding zijn. en dat zij aan de koning om hulp hebben laeten versoeken. Dat eenen Poentje appoehami, een neef van Don Simon ar„ „raetje /:dog nooid dog simon arraetje zelve:/ en nog een dorp schrijver van Hakman /: in de wandeling Hakman aalsele Lina aratjie gp genaamt :/ verseld van meer andere als afgezondene aan het kandiasche Hof geweest waarien. Dat een dag, voor dat hij Madoegodde appoe op Mature is verscheenen een antwoord van het kandiasche Hof gekoomen was, waar bij de misnoegden aangemoe„ „digd wierden maar voort te vaaren, en dat zij, geen regt van de E: Companie bekoomende van het Hoff spoedige Hulp en bijstand zouden erlangen. Dat hij Madoegodde appoe hier van onderrigt, en zoo genereuslijk genereuslijk door uwel Edele achtb: ontvangen zijnde, ten eersten, aan Don Simon arraatje, in de kandebadde„ „pattoe, en aan Rajapakse Dissanaike in de Girewaij„ „pattoe had geschreeven Hun bekend maakende, dat zij zig van uwel Edele achtbaare alles goedskonden ver„ seekerd houden; dat het boven dien overstandig zoude langer zijn langst te revolteeren wijl de Dessave weg was, en dogt teegen d' Ed: Compagnie wanneer deselve volk in troupen wilde laaten koomen, niets aantevangen was; maar zij dan alleen ongelukkig zouden worden; dat zij maar allen zig zouden onderwerpen gelijk wij /:Madoegodde appae:/ gedaan had, wanneer het hun wel zoude gaan dog anders niet. Dat de Modliaars altoos gezorgd hadden, de op voer nog langer aantehouden, en ten dien einde in het geheim aan 't volk laaten bekend maaken, dat vier Dessaves van kandia zouden afkoomen, en veel volk meede brengen, om Hier vande Comp: en alle verpligtingen vrijte maeken. Dat geduurende de zaamenrotting de Hoofden der muij„ telingen altoos bij nagt en onteiden bij de Modliaars Pinnekoon en de Saram en andere waaren geweest om orders te ontvangen, hoe men zig gedraagen moest. Dat de zig te Gale bevindende gedemitteerde Hoofden, wel, gelijk andere Hoofden, onregt vaardigheeden gepleegd hadden; dog dat zij lange zoo schuldig en niet zoo ontrouw aan de Companie geweest waaren, gelijk anderen, als Tinne koon en De saram„ en 2122 218 en dat zij hadden moeten uit de weg geruimt wor„ „den om dat zij niet tot de familie behoorden. Dat De Saram de grootste kwaad gesinde en opstooker geweest was; en het volk veel kwaad had toege„ „bragt. Waar over deselven ook hadden willen klaa„ „gen en ook reeds een generaale klagt ola ontwor„ „pen was, dog dat De Saram hier van onderrigte de opstellers der ola onder de muijtelingen in de tronk had laaten sluiten. Dat de Modliaer Goeneratne ook altos veele bestel„ de „lingen bij de muitelingen gedaan had om v op, „stand te onderhouden en dat hij hier toe zijnen schrijver, singele appoe in de wandeling genaamd, geemploijeerd had. Dat de in den loop deezer gemelde vriend van de kolombosche Mahamodliaer Abesinge, in naame Baradoewe korl arractje, die wel het meest aan de voortduuring van den opstand geweekt, heeft, nog in deeze daagen hier te Gale was, en nu dan bij de Porta Modliaar Don Baethazar Dias, kwam„ en van daar weeder vertrok. Eijndelijk dat hij Madoegodde appoe in staat en gereed, was „om alles wat in deeze voorkomt duijdelijk en wel te bewijzen, alleen versoekende dat men hem, zoo men hier na een ondersoek wilde doen, alle de lieden wilde toestaan die hij zoude opnoemen. Ik heb de eere met verschuldigde ontzag te zijn /:lager:) „stond:/) uwel Edele achtb aare zeer gehoorsaame Dienaer„ /:was geteekend:) E /:was geteekend:/ C: L: B: van Albedijhl /:in man„ giene./ Gale den 26. Iulij 1790. /:onderstond:/ accor„ „deerd /:geteekend:/ C: L:B: van Albedijhl Sectz: accordeert Nagezien Sijbrands Egrlerk Le 2123 2„ La C: L: Relaas gedaan door 1. ) Don Dias poieresinge Aatjele inlands procureur en inwoonder van het Dorp Paletouwe en 2. ) Don Diogoe Jajewikkreme ge„ „weezene Arraatje en inwoonder van het Dorp kan natte godde binnen de Mature„ „se vier gravetten. De Eerste Relatant, Dat hij op verzoek van de Jnwoo„ „ders van de Gangebaddepattoe in de Maturesche Des„ „savonie, een klagt ola in 26. Artikels, behelsende de onregt, „vaerdigheeden die de Moddeljaar De Saram en de Mohan„ „diram Abojewikkreme Goenezegere, Hoofden der gem Pat„ „toe den Jnwoonerens aangedaan hadden, en eenige verzoeken die deeze inwoonder te doen hadden, vervaardigd en na Attoerlie, alwaar de meeste misnoegd inwoonderen van gem: pattoe vergaderd waaren ter teekening door de belang„ hebbenden gebragt. Dat de aldaar present geweest zijnde Maijoraals anderen, de gem ola geteekend en dadelijk een bootschap aan nog eenige andere mindere hoofde die te Attoerlije niet prezent waaren, gezonde hadden, om bij hun de gem: ola te koomen teekenen. Dat, voor dat den brenger van gem: Boodschap toug gekoo„ „men was, de volgende perzoonen te Attoerlie aangekoo„ „men waaren, namentlijk. Den Corl Arraatje, Don Joean Sammeresinge Dissanaijke„ Bopagodde siribaddene arraatje. De vidaan Araatjes van de Dorpen Bilpagan. De

NL-HaNA_1.04.02_3884_0746 view scan ↗

English

The Korale Aratchi of the Weligam Korale, Paradua Rupasinghe, and The Punchi Vidane of Aturaliya. That the last-mentioned Punchi Vidane had asked him, the deponent, whether he dared to draft a complaint ola against his superior chiefs. That the said Punchi Vidane and the other aforementioned Aratchis then had the deponent and his two servants seized and, while uttering many insults, placed the deponent in the middle and his servants on either side, locking both their legs in the stocks. While the first-mentioned Korale Aratchi, Don Juan Samarasinghe Dissanayake, [took] the aforementioned signed complaint ola to Zignam. That the deponent, out of fear, had not spoken a single word during all this unjust treatment. That the next day the aforementioned Aratchis had nine persons of those who had signed the said ola seized, had three of them punished, and further locked all nine in the stocks with the deponent and his servants. That the deponent and his two servants, having been released from the stocks at the request of a certain Vidane Aratchi of Kankanangoda, he, the deponent, had come here to Galle to complain about this injustice to the Honourable Commander. That he, the deponent, had learned a few days ago from one of his servants arriving from his native village that the first-mentioned Korale Aratchi had taken four of his buffaloes for himself. That he, the deponent, had furthermore heard indirectly that during the unrest at Matara the Mudaliyars of the said Dissavany had maintained a continuous correspondence with the assembled rebels, and that letter olas were carried back and forth in the evening; however, the deponent cannot prove the truth of this. The second deponent states that, having gone to Karagoda Uyangoda to perform some private services, the inhabitants of the said village had requested him, the deponent, to draft a complaint ola to the charge of the Mudaliyar of the Gangaboda Pattu, De Saram, for submission to the Commissioners, which he, the deponent, had done. That four days thereafter the deponent had learned from a certain Jageregero that the Vidane of Aturaliya and some other people were coming down to seize him, the deponent, for drafting the aforementioned ola; whereupon he, the deponent, having gone outside the house and having seen that some people were coming towards him, fled into the woods and returned to his native village by circuitous ways; where everyone showed their displeasure with him, the deponent, reviled him, and threw stones at him. Reported in the town of Galle on 30 July 1790. Below stood: translated from the sworn Sinhalese interpreter and rendered into Dutch by, was signed, C:s A:s Prins; in the margin: for the translation from the Sinhalese, signed, S:r de Silva, sworn interpreter; below stood: Agreed, was signed, C: L: B: van Albedijll, secretary. Sybrands First Clerk agreed C. Ledeboer Examined No. 74. Register of such papers as are sent today by a separate letter from the Commander Sluysken, dated 31 July, to the Honourable Ceylon Government in Colombo. The just-mentioned separate letter, and annexed under No. 1 Instructions for Lieutenant Weber, who is to take post at Weligama, dated 14 June 2. Mandate ola, to all the inhabitants of the Matara Dissavany, dated 6 June 3. Notes kept at the political meeting at Matara on 17 June 1790. 4. A sannas ola, to all the chiefs and inhabitants of the Matara Dissavany, dated 17 June 1790. 5. Ditto, dated 21 ditto 6. Mandate to the dissatisfied inhabitants of the Matara Dissavany, of 24 June 1790. 7. Draft mandate pardon ola of 30 June 8. Ratification ola of the Governor Van de Graaff 9. Order for Ensign Schwallie, of 30 June 1790. No. 10. A brief account of the proposals, proceedings, and settlement of the submitted grievances of the inhabitants of the Matara Dissavany, so far as it concerns them all. 11. Notes kept in an extraordinary meeting at Matara, on 5 July 1790. 12. Memorandum for the Dissavas Raket and Samlant, dated 15 July 1790. 13. The secret report with its annexes, namely: 1 translation of a Sinhalese letter ola. 1 report dated Matara, 15 July 1790. The report of Captain Schelde addressed to the Commander. 1 situation map of Matara. 1 report, dated Galle, 30 July 1790. Report of the undersigned secretary to the said Commander. Galle, 1 August 1790. was signed, C: L: B: van Albedijll, Secretary Agreed Sybrands First Clerk Examined T. Sinke No. 1. Instructions for Lieutenant Weber, who is to take post at Weligama. Article 1: Your Honour will depart today at one o'clock in the afternoon from here to Talalla, taking for your protection 1 corporal and 11 native privates, from where this detachment must return, and Your Honour will march with the 23 men of the first plan at Talalla to Weligama. 2. At Weligama Your Honour will find a detachment of 26 men under a sergeant; thus Your Honour's detachment, including Your Honour, will consist of 50 men. 3. The purpose of Your Honour's detachment is solely to reassure the natives in that region regarding the movements of the insurgents, keeping the latter in view as much as possible; Your Honour will therefore remain there until my further orders, reporting to me continuously on everything Your Honour might encounter and observe there that deserves any attention, whereupon I shall provide Your Honour with an answer as soon as possible. Article 4.

Dutch transcription

De Corl Arraatje van de Belligam Corle Paredoewe Roepesinge en. De Poentsje vidaane van Attoerlije. Dat de laast gem: Poentje widaane hem Relatant ge„ „vraagd had of hij een klagt ola teegen zijne meerdere Hoofden durvde vervaardigen. Laatende gem: Poen„ „tje vis aane en de overige hier vooren genoemde Arraatjes voorts den Relatant en zijne twee dienaars om opvatten en onder het uijtten van veele scheldwoorden den Relatant in het midden en zijne Dienaaren aan weeder zijden met de bijde beenen in de Tronk sluijten. Terwijl de eerstge„ „noemde Corl Arraatje Don Joean Sammeresinge Dis„ „sanaijke de voorm: geteekende klagt ola tot Zignam. Dat den Relatant op alle deeze onregtvaerdige behande„ „lingen geen enkeld woord, uijt vrees, gesprooken had. Dat 's anderen daags de voorm: Arraatjes, negen perzoo„ „nen van de geenen die gem: ola geteekend hadden, hebben laaten opvatten, drie daar van afstraffen en voorts alle negen bij den Relatant en zijne Dienaaren in de Tronk sluijten. Dat den Relatant en zijne twee Dienaaren op verzoek van zeekeren vidaan arraatjes van kannan kawalle, „hadde uijt de tronk onslaagen zijnde, hij /: Rela„ tant. / alhier:/ op Gale gekoomen was om over deeze onregtvaardigheid bij den welEd: Achtb: heer Comman„ „deur te klaagen. Dat hij /: Relatant:/ voor nu eenige daagen van een zijner, uijt zijn woondorp koomende Dienaar vernoo„ „men 2124 „men had dat de eerstgem: Corl Arraatje vier zijner Buffelf na zig genoomen had. Dat hij /: Relatant:/ voorts van ter zijden vernoomen had, dat, geduurende de onlusten te Mature de Mod„ „deljaars van gem: Dessavonie, eene geduurige Cor„ „respondentie met de te zaamen gerotte volkeren ge„ „had hadden, en dat de briev olassen des avonds over en wedergebragt waaren Dog dat den den Relatant de waarheijd daar van niet bewijzen kan. Den tweeden Relatant zegd dat hij ter verrigting van eenige particuliere diensten na karregodde oejan„ „godde gegaan zijnde, de Jnwoonders van gem Dorp hem /: Relatant :/ verzogt hadden om eene klagt= ola ten laste vanden Moddeljaar vande Gangebad„ „de pattoe /: De Saram :/ ter aanbieding aan E: Com„ „missarissen, te vervaardigen, het welk hij Rela„ „tant ook gedaan had. Dat den Relatant vier daagen daar na van zeekeren Jagerero vernoomen had dat de vidaan van Attoer„ „lie en eenige andere volkoren af kwaamen om hem Relatant over het vervaardigen van voorm: ola„ op tevatten; waar op wij /: Relatant:/ buijten 't huijs„ gegaan, en gezien hebbende dat eenige eenige volke„ „ren op hem afkwaamen, in de bossen gevlugd en door omweegen weeder in zijn woondorp terug gekoomen. was; alwaar zig een ieder op Hem /: Relatant:/ mis„ „noegd 218„ noegd betoonden en hem uijtscholden en met steenen gegooijd hadden. —. Eerelateerd in de stad Gale den 30. Julij 1790. — /:onderstond:/ volgens de vertaaling van den geswo„ „ren singaleeschen Tolk in het Nederduijtsch gesteld door /:was geteekend:/ C:s A:s Prins /: bezijden:/ voor de overzetting uijt het singalees /:geteekend:/ S:r de silva gezw: tolk /:onderstond:/ Akkordeerd /: was, geteekend:/ C: L: B: van Albedijhe sect=r: = Sijbrands Egklerk accordeerd Cledier Nagezien 2125 118„ No. 74. Register van zoodanige papieren als heden by een apparte brief van den Heer Comman„ soure Sluijshen in dato den 31 Iulij J=o 8: aan de gecaste Ceilomsche Regeering na Colombo gesonden word. — Eeven gemelde aparte brief, en daar bij onder no„ 1 Instruktie voor den Luitenant Weber, die op Billi„ „gam gaat Post vatten, gedateerd den 14:' Iunij 2. Mandaat ola, aan alle de Inwoond: vande Matureesche Dessavenie, in dato den 6 Iunij 3. Aanteekeningen gehouden in de Politique Bij eerhomist te Mature op den 17. ' Iunij 1790. 4. een sannas ola, aan alle de Hoofde en in woonders van de Matuaeesche Desserveni„ dato 17. ' Iunij 1790. „ 21. d„o b. Marllaat, aande misnoeg de Jnwoonders dier Mat:„ Dessavonie van den 24: Iunij 1790. — Consept Mandaat Pardon ola van den 30: Junij Ratificatie ola vande Heere Gouverneur van de Graaff „ 9. Onder voor de vandrig Schwall i, van den 30 Junij 1790. d„o 10 ne do 5 8 . N:o 10. een korte vertooning van de voorstellen verhan„ deling en afdoening der ingebragte beswaaren vanden inwonderen der Maturusche Descaroonie zoo verre hun alle aan gaat. 11. Aan teekenningen in éen expresje tezaamen komst. gehouden te Mature, op den 5. Julij 1790. — 12. Momorie voor de E:s Dessave Rakit en Samlant gedateerd de 15. Julij 1790 — Het secreete Raport met dies bijlaagen als: 1 Taanslaat sin galeesche briev olle. 1 Relaas ged=e. Mature den 15. Julij. 1790. t berigt van d Cap„ schelde aan den Heer Commanduur geaddresseerd. 1. situatie haart van Mature 1 Relaas, gedateerd Gale den 30. Julij 1790 berigt van de ondergeteekende secretaris aan welgem: hur Commandeur. Gale een at agust 1790. /:was geteekend:/ C: L: B van Albedghh. Sec=os Accordeert Lijbrands W Eijklerk 13. Nagezien T. Sinke No 1. 2126 18„ Instruktie voor der Luijte„ „nant Weber, die op Bel„ „ligam gaat post vatten, Art: 1: UWE: vertrekt heden middag om een uur van hier naar Salarm, moedeneemende tot desselfs dekking 1. korporaal en 11 Gemeene Oosterlinge, van waar dit Commando moet terug keeren, en Uw E: marcheerd met de op Talarm zijnde 23 koppen primo plan, tot naar Bollegam. Op Belligam zal Uw E„ vinder een kommando van 26. koppen, onder een Zergant, dus zal Uw E: de tachement, met UwE: te zaamen gereekend bestaan in 50. koppen. De intertie van, UwE„ de tachement is eene „lijk om de inlanden, aan die kunt, Gerust te stellen omtrent de beweeging der meegij te„ lingen en de laatsten zo veel doenlijk in het oog houderde, dus blijve Uw E aldaar tot mijn nader onder doende aan mij tekkers verslag van al het geen UwE Gin„ ter mogte ontmoete en weerneemen dat eenige attentie verdeind, waar op ik Uw E: zo ala mogelijk met and word voor zie zal Are 4 2. 3. „ 3

NL-HaNA_1.04.02_3884_0754 view scan ↗

English

No: 4: In case they should approach the rest house in which Your Honor is staying with the detachment, and also fire some shots from afar that cannot harm Your Honor, Your Honor must, by gentle means, seek to keep them from doing so, and act as though wishing to initiate some force in order to master the game; however, should Your Honor be attacked by the mutineers and placed under the necessity of curbing them by serious means, Your Honor must counter force with force. Article 5. Regarding the posting of watch posts, I leave that entirely to Your Honor's good judgment and prudence, in the confidence that Your Honor will constantly strive for all that pertains to the office of an honorable commander. Mature, 14 June Anno 1790. signed: C van angelbeek underneath stood agreed, signed: C: L: B van Albedijhl Secretary First Clerk Sijbrands Agreed 185 Examined [illegible] No. 2. 2127 3130 Mandate Ola to all those inhabitants of the Matara Dissavany who are currently gathered in the country and desire to present their complaints or grievances to the undersigned Commander. I have announced my arrival here at Mature to you through my Aratchi of the guard and a Nanaiekarea sent out today. I have also had them tell you that my arrival was solely in the hope and trust of securing complete quiet and peaceful dwelling for everyone, and that tomorrow I would go to live in a garden across this river, where I have also lodged previously, in order to give you the full opportunity to come to me in person, to declare to me orally what your general complaints are, and what your desire is, in order to be able to effect a speedy settlement of affairs, and also subsequently to ensure proper justice. If I were to listen to each person individually, you easily understand that an endless time would pass before everything would be settled, and thus I only desire first of all to know from you, and even more to hear orally from you, wherein the general complaints and requests of the inhabitants consist; for once these are settled, it will be easy to deal with all remaining complaints one after the other successively, and thereby ensure proper justice for everyone. The trust that I firmly assume you have in me, through my dealings and conduct that I have always practiced toward the native population, makes me hope that you will send me some of your spokesmen who are best informed of your complaints and reasonable requests, in order to be able to speak with them about everything in particular and thereby provide speedy rest to everyone. I promise you by this my signature that those who come to me and are your delegates need not have the least apprehension that any harm will befall them; for my arrival, I repeat once more, is solely aimed at satisfying Your Honors, hearing your complaints, and providing complete rest and proper justice to everyone. Thus written and dispatched the 16 June 1790 by signed PCr Sluijsken. underneath stood: agreed: signed: C: L: B van Albedyhl. Secretary Agreed Sijbrands First Clerk 2129 Examined G No 3. Minutes. Held in the Political Council meeting at Mature On 17 June 1790. The Honorable Commander Peter Sluijsken, The Honorable Colombo Dissava Diederich Thomas Fretz, The Honorable Matara Dissava Mr. Christian van Angelbeek, The Honorable Colombo Trade Bookkeeper Abraham Samlant, The Honorable Galle Equipment Master Lucas Jansz, The Honorable Galle Secretary Carel Ludewich Baron van Albedijhl. This meeting was opened with prayer; and the Commander thereupon made known that His Honor, pursuant to obtained qualification of the esteemed Government of Ceylon by a secret letter of the 12th of this month, had arrived here in Mature to calm and bring to rest the discontented people of this Dissavany in the best possible manner, to investigate the reasons for their continuous discontent; and to establish therein such orders as His Honor should find appropriate for the best service of the Company and for the welfare of its inhabitants. That His Honor, before declaring what clarifications His Honor deemed necessary in that regard and what His Honor judged concerning the present state of affairs, requested to know whether the Honorable Samlant also had any remarks concerning the handover of the Dissavany, which, pursuant to the order obtained from the Government of Ceylon by letter of the 14th of this month, which was to be read hereafter, was to be made to His Honor by the Honorable Dissava van Angelbeek. The Honorable Samlant having stated that he had no remarks, the Commander continued, that His Honor, before being able to testify to having accepted this commission pursuant to the order of the Government of Ceylon, the Honorable Commissioners Fretz.

Dutch transcription

Nrt: 4: Jn gevalle zij het Rusthuijs waarin UwE: zig met het Detachement ophoude, mogte naderen en ook eenige schoote van verre doen, die Uw E Juijse niet deezen kunnen, moet Uw E, over zagte middelen, hun daar van zien afte houde, en doen als of meer eenig geweld wilde beginnen, om het spel meester teworden, dog werd uwE: door de muijte lin„ gen, overvallen en in de nood zakelykheijd Gesteld om hun door ernstige middelen te beteugelen, moeten uwE gemeld met ge„ meld tegen gaan, Ant 5. Omtrent het uytzetten van wagt posten vecta laat ik volkoomen aan uw E goed beleid en voorzigtigheijd, over als zijnde in dat vertrouwe dat Uw E: steeds tragte zult alles wat aen het ampt van een konman„ dant van eere behoord Matur den 14: Junij A„o 1790. /:was geteekend:/ C van angelbeek /:onderstond akkordeerd, /:was geteekend:/ C: L: B van Albedijhl Se C=s eiklerk Sijbrands Accordeert 185 Nagezien Slse inder No. 2. 2127 3130 Mardaat Ola aan alle die Jnwoonders van de Matieree„ sohe Dessavonij, die tans in het land versaameld zijn, en verlangen hune klagten of beschwaaren bij den ondergeteekerd„ de Kommandeur uitbrengen. Mijne aankomst hier op Mature hebbe Jk uw lieden door mijn op heeden afgezonden Arraatje van de guarde en een Nanajekarea laaten aankondigen, Jk hebbe aan uw lieden door haar ook teffens laaten zeggen, dat mijne komst alleenlijk was in hoope en vertrouwe van een volkoome ruio, en vreedige inwooning aan ieder te bezorgen, en dat Jk op morgen aan de over kant van deeze Rivier in een thuijn zoude gaan woonen; waar Jk bevoorens ook gelogeerd hebbe, ten einde uw„ lieden volkoome geleegendheijd te geeven in persoon bij mij te koomen, om mij mondelings te hunnen ver„ klaaren wat derselver Generaale klagten zyn, en wat uwlieden begeerte is, ten einde een spoedige af„ doening van zaaken te kunnen maken, en eek ver„ volgens een goed regt te besorgen, Soo ik gelk in 't bezonder zoude moeten aanhooren, begrijpt um lieder ligtelijk, dat er een oneyndige teyd zoude verloopen, voor dat alles zoude afgedaan zijn, en dus verlange Jk voor eerst maar, van uwlieden te wee„ ten, en nog liver van un lieden mondeling te hooven, waar in de Generaale klagten en verzoeken by de Jnwooners bestaan, want deeze eens afgedaan zynde zal het gemakkelijk zijn alle overige klagten den een na den anderen suppessive aftedoe„ en en daar door elk goedregt te besorgen Het vertrouwen, dat Jk vast stelle, dat Gijlieden in mijne handelingen en gedrag, dat Jk altoos by den inlander geoef send hebbe, in mij hebt, doet mij hoopen, dat gilieden mij eenige van uwe voorspreekers die het best onder legt zin van uwlieden kagten en billijke verzoeken, zult toezenden, ten einde met haar over alles in 't bezonder te hunnen spreeken en daar door een spoedige rust aan ieder te besorgen, Jk beloove uw lieder door deeze mijne hand tee kenning, dat die geene welke by mij koomen en zendelingen van uw lieden zijn, geene de minste bekommernissen hoever te hebben, dat haar eenig knaad zal overkoomen, want mijne komst hersegge, Jk nogmaals, is alle en gerigt om uw E= te bevreedigen, Derselver klagten aantehooren en eene volkoome rust en goed regt aan een besorgen Aldus geschreeven en afgezonden den 16 Junij 1799 door (was geteek:t / PC=r Sluijsken. /onder stond:/ /:akkordeerd:/ was geteekend:/ C: L: k van Albedyhl. sec=s Akkordeerd Sijbrands WEgklerk 2129 Nagezien G No 3. Aanteekeningen. Gehouden in de Politique bij een komst te Mature Op den 12. Junij 1790. Den E: E: Achtbaeren Heer Commandeur Peter Sluijsken, Den E' Ebo Colomboscher Dessare Diedarich Thomas Fietz, Der E: E: Matureesche Dessave M:r Christian, van Angelbeek Den E: Colombosche Negotie Boekhouder Abraham Camlant Den E: Gaalschen Equipagie meester Lucas Aams, Gaalschen sekretaris Carel Ludewich Baron van Albedijhe Den E„ Doeze bij een komst wird door het gebed geopend; en, de Her Com„ mandeur gaf daar op te kennen dat zijn Ed: ingevolge erlangde aaali„ „fikatie der geerde Ceilonsche Regeering bij een, secreete briev van den 12. deezer hier te Mature aangekoomen was, om op de best mooge„ lyke wijze het misnoegde volk deezer Dessavonij tot bedaaren en in rust te brengen, de reedenen van hun aanhoudend misnoegen te onversoeken; en daar in te stellen zoodaanige orders als zijn E„ ten meester dienste van de komp=e en tot wel zijn haaren Jngezeeteren zoude bevinden te behooren. Dat zijn Ed: voor en al eer zig te verklaaren welke ophelde rin„ gen zijn Ed: dien aangaande vermeende noodig te hebben, en wat zin Ed: over de teegenwoordige gesteldheijd van zaaken oordeelde verzogt te moogen weeten off de E: samlant ook iets, omtrend de overgaave van de Dessavonij, die, ingevolge erlang der ordre der Cijlonsche Regeering bij Brieve van den 14. deezer, die hier na stond op geleezen te worden, door DE: Dessave van Angel beek aan zijn E: moest geschieden, aan te merken had. De E„ samlant betuijgd hebbende geene aanmerkingen te hebben, vervolgd de Heer Commandeur, Dat zijn Ed: al voorens te kunnen betuijgen deeze Commissie in gevolge order der Ceijlon sche Regeering te hebben aangenoomen, D' E= Commissarissen Fretz.

NL-HaNA_1.04.02_3884_0762 view scan ↗

English

Fretz and Samlant were requested to hand over, the sooner the better, a short and accurate statement of the present condition of this Disavany, with all incoming petitions and reports, as well as documents issued to the malcontents and the answers and messages received thereon, along with a statement of the effects that the measures taken have had; furthermore, the reading of their Honors' received instructions and of all the correspondence maintained with the Governor and Council at Colombo. His Honor also requested of them that he might have their written advice on what, according to their view and understanding, ought now to be done and executed further from this moment on, and what means their Honors considered to be the best to restore once more a desired peace and calm to this Disavany; what one should do if all gentle means might be of no effect, taking into consideration whether the present military troop strength of Mature, and what further is needed in terms of both ammunition and provisions, is indeed sufficient to proceed either offensively or defensively; what is then to be done to provide for this; and finally, what one will have to do if this could not be provided for, whether due to scarcity or because the route by sea to bring in any transport is closed, given the expiry of the monsoon. His Honor is of the opinion that the present garrison of Mature troops, which numbers only 229 heads, besides 50 men who are stationed on detachment at Belligam and 3 men at Jan Gale, and 50 who stay by night in the Redoubt of Eck, of whom a portion is already sick and many incapable, and the supply of military and food provisions are not at all sufficient, even for a secure defense, much less for a campaign; and that if one wished to defend Mature alone, even the few pieces of cannon that are present are unfit for use, as none have carriages; and the place in itself is difficult to defend, being open on all sides and dominated by the Roode Berg, which during the 25 years that one has lived in peace has become entirely overgrown with heavy woods, for the clearing of which one presently has no hands available. His Honor further declared that he would do everything possible to pacify the native without compromising the interest and prestige of the Honorable Company, and that it would very soon have to become apparent whether this can be achieved. If His Honor should unfortunately not succeed, he had decided, in that case, considering his presence here no longer necessary, to return to Gale, where His Honor's presence might then be of greater use; moreover, if peace were not restored, further consequences were then likely to be feared, and thus His Honor would need to be in Gale, in order not only to provide Mature from there as much as possible with what is necessary and, if there are means and troops arrive from Colombo, to bring it to such strength as to be secure and confident against enemy attacks, but also to direct His Honor's further care and attention to the remaining interests of the Company in the Gale Commandement. Finally, His Honor declared once more, as by repetition, that he could not consider the commission of the Honorable Fretz and Samlant as concluded, before and until their Honors should have complied with his above-mentioned requests and had submitted their remarks and thoughts in writing. The Disava Fretz and Trade Bookkeeper Samlant submitted in response to this that their Honors would most dutifully and best as possible endeavor to comply with the received order from the revered Ceylon Government, and accordingly with all possible speed [illegible] of the papers concerning the unlawful assembly of the discontented inhabitants of this Disavany, for handing over to the Honorable Commander. That their Honors very willingly, during their further stay at Mature, although considering their commission ended by the arrival of the Commander, as well-meaning servants of the Honorable Company would communicate their views and observations to the Commander, and that their Honors had nothing particular to remark at this moment regarding the present state of affairs in this Disavany; that regarding the assembled inhabitants, their Honors had for the past 2 days gained very good hope that these people would soon calm down, regarding their uprising as a disease that had risen to the highest crisis and had now turned toward the recovery of the patient, and that their Honors therefore assumed that the desired peace in this Disavany would very soon be restored. That their Honors, furthermore, would also submit their advice and thoughts regarding the present condition and the measures to be taken for the security of the Mature Disavany, and [illegible] the Commander all possible

Dutch transcription

Fretz: en Camlant verzogt hoe spoediger zoo beeter, te willen overgee„ ven eene korte en Jugste vertooning van de teegenwoordige gesteldheid deezer Dessavonij, met alle ingekoome klagtschriften en Relansen als meede uijtgevaardigde stukken aan de misnoegden en daar op ontvangen antwoorden en berigten, met bekendstelling van de uijt werkingen die de genoomene maatzegelen gehad hebben, voorts lectuur van hun E:s ontvangene Jnstruktie en van alle de ge„ houdene Correspondentie met den Heere Gouverneur en Raad te Colombo. Ook verzogt zyn Ed: aan Hun E: derselver adriesen schriftelyk te moogen hebben, wat naar hun inzien en begrip nu verder van dit moment aan, diende gedaan en gewerkstelligd te worden en welke middelen hun E=d vermeender de besten te zijn om weder een gewenschte rust en vreede aan deeze Dessavonij te besorgen: wat men zoo alle Lagte middelen van geen efsekt mogte weezen„ als dan zoude moeten doen! in overweeging neemende, of de teegenwoordige sterkte van Mature, aan Militaire Troupen, en het verder benoodigde zoo aan ammunitie als leevens middelen wel toerijkende het bij aan vallende of verdeedigende te werk te gaan wat er dan te doen is, om hier in te voorzien, en eijndelijk wat zoo hier in niet mogte kunen voorzien werden, het zy wegens gebrek, of wijl de weg over zee, om eenig transport, aan te„ brengen, aangezien het verloopen der mouson geslooten is, men als dan zal moeten doen. zynde zyn Ed: van gevoelen dat de teegenwoordige bezetting van Matureshaan troupen. die slegts in 229 koppen buijten 50 Man die te Belligam en „ 50 3 Mhan te Jan gale gedetacheerd leggen en 50 die in der Resoutr van Eck des nagts leggen, waar van reed=s een gedeelte zich en veele onbequaam, en de voorraad aan krijgs en mond„ „behoeftens gantsch niet toerijkende zyn, zelffs niet tot eene gerueste geruste diffensie, veel minder tot een veldtogts en dat zoo men Mature alleen wilde defendeeren zelvs de weijnige stukken kannons die aanweeser zijn, allen geen affuijten hebbende tot gebruijk onbe quaam zyn; en de plaats op zig zelve beswaarlijk te verdeeligen is, als aan alle kant en open en gecommandeerd door de Roede Berg die 't zeederd 25. Jaaren, dat men in vreede leeft geheel met zwaare boschagien is begroeijd, tot welkers zuijvering men trans geen volk aan handen heeft. Zijn Ed: betuijgde voorts alles te zullen aanwenden, wat moogelijk is om den Jnlander, zonder het belang en het aan„ zien der Ed: Companie te kort te doen, te bevroedigen; en dat het zig heel spoedig zoude moeten aanwyzen of dit zal konnen geschieden: Dat indien zyn Ed: ongelukkig niet mogtie slaagen; beslooten had, als dan, desselvs teegenswoordigheijd hier niet langer noodig oordeelende, na Gale te rug te keeren; alwaar zij w Ed: teegenwoordigheijd dan van meerder nut konde zijn; dat boven dien zoo de vreede niet hersteld wierd als dan waarscheijne lijk verdere gevolgen te dugten zoude weezen en dus zyn Ed te Gale zoude moeten zyn, ten einde niet alleen van daar uijt Mature zoo veel moogelijk van het noodige te voorzien en, zoo er middelen zijn en van Colombo troupen overkoomen, in die sterkte te brengen om voor vijandelijke aan vallen gebekt en gerust te zijn; maar ook zijn Ed: verdere zorge en aandagt op de nog overige belangen der komp in het Gaals Comman„ „dement te vestigen. Eindelijk verklaarde zijn Ed: nog, als bij herhaaling; van de Commissie, der EE Fretz en samlant niet voor afgedaan te kunnen aanmerken, voor en al eer Hun E=de aan Desselvs hier bovengem: verzoeken zouden hebben voldaan en derselver aanmerkingen verge„ uijt Raad en en wat aanmerkingen en gedagten in geschrifte hadden over gezegd. D E= Dessave Fretz: en Negotie Boekhouder Camlant diender heir op in antword, Dat Huer E. pligts huldigst en best mogelijkst aan de ontvangene order van de gevenereerde Ceijlonsche Regaering zoude tragten te woldoen, en dien volgens allen mo„ „gelijk spoed 0 2 der papieren, raakende de te zaanvergetting van de misnoegde Jnwoorderen deezer Dassavonij, ter overgaave aan den wel Edelen Heer kommandeur. Dat Huen E=s zeer gaarne geduurende hun verder aanweezen te Muture, schoon tune Commissie door de komste van den Heer Commandeur voor geeijndigd houden„ „de, als welmeenende Dienaarn der Ed: Comp=e Hunne gevoelen op merkingen den Herre Commandeur zoude mee„ „de deelen, en dat Hun Ed omtrend de teegenwordige gesteldheijd van zaaken in deeze Dessaronij op dit mo„ „ment niets bijzonders aan te merken hadden dat aan gaande de zaamen gerotte Jn woorderen Hun E: zeederd 2 daagen heel goede hoop hadden gekreegen, dat deeze menschen spoedig tot rust zouden koomen, merkende hunen opstand als eene ziekte aan die tot de hoogste Crisis was gesteegen en nu tot de herstelling van den sieken was overgeslaagen, en dat hun E= dus ver onderstelden dat de te wenschene rust in deeze Descavoni heel spoedig zoude hersteld zijn Dat tun E=s voorts hun advisen en gedagten nopens den teegenwoordigen toestand en de te neemene maatreegelen ter bewijliging van de Nature sche Dessavonij meede zouden overleggen, en den Heer kommandeur alle mogelij„ ke„

NL-HaNA_1.04.02_3884_0765 view scan ↗

English

would give all possible clarifications of their thoughts and remarks at a further meeting, as they could not do so in writing because of the manifold writing work they had to perform. Their Honors at the same time submitted 44 pieces of translations of incoming complaint olas and a batch of accounts and reports; with the request, however, to be allowed to have the same back successively after perusal by His Honorable Worship, in order to be able to make fair copies of them for complete delivery along with all the other papers. After this, two Colombo Government letters of the 14th of this month were read, one directed to the Lord Commander and Council at Gale, and the second to the Honorable Commissioners Fretz and Samlant, containing that the well-mentioned honored Government had seen fit to appoint the Colombo Chief Administrator the Honorable Mattheus Petrus Raket as Disava of Mature, and in His Honor's place as Chief Administrator of Colombo the Honorable Mature Disava Mr. Christian van Angelbeek. Furthermore, that the authority over the Disavany should be handed over to the Honorable Commissioners Fretz and Samlant to be exercised by them both until their departure, and that the transfer of the administrations of this Disavany should be made to the merchant and Colombo Trade Bookkeeper the Honorable Samlant, to whom the well-mentioned Government had resolved to entrust the authority of the Disavany after the termination of the repeatedly mentioned commission until the arrival of the new Disava the Honorable Raket. These letters having been read and the Lord Commander having asked whether anyone present also had any remark to make, the Honorable Colombo Chief Administrator van Angelbeek testified that he submitted himself with all respect and very gladly to the pleasure of the honored Government of this administration, and therefore also requested that the authority of this Disavany might be transferred at this very moment to the Honorable Commissioners Fretz and Samlant, and that His Honor might begin the transfer of the administrations to the Honorable Samlant tomorrow. However, that His Honor reserved the right to present to the honored Ceylon Government in due time and opportunity his further remarks regarding this transfer of his, which might very easily make a bad impression on the world, since His Honor had not requested this transfer and the same might easily have its origin in the present unrest of this Disavany, concerning which His Honor felt free of all unpleasant reflections, although His Honor, like all other men, was not free from faults; that His Honor furthermore hoped and felt assured, and that it would appear, that His Honor during the exercise of the authority of this Disavany had always sought to keep in view the rules of an honor-loving servant. Hereupon it was resolved to entrust the authority of this Disavany, as far as the Disava is concerned, to the Honorable Fretz and Samlant, and to have the transfer of the administrations made by the Honorable van Angelbeek to the mentioned Honorable Samlant. Subsequently were read three petitions from Captain de Trephalouw and the other officers detached here, whereby they request that, pursuant to the resolution taken in the Council of Ceylon on 20 October 1764, there may be granted to them, above their ordinary salaries, as long as they remain detached, a monthly gratuity of 30 rixdollars to a captain, 15 rixdollars to a subaltern officer, and furthermore, since in view of the dearness of provisions the monthly wages of the soldiers are not sufficient to provide them with the necessary food for the usual payment, an additional twelve stivers may be credited and furnished to each soldier. On which written requests, after deliberation, it was approved and agreed to offer the same respectfully to the honored Ceylon Government. Thus resolved in the Fortress Mature on the day aforesaid. Was signed: P. Sluijsken, D. T. Fretz, C. van Angelbeek, A. Samlant, L. Itens, and C. L. B. van Albedijll. Below stood: Agrees. Was signed: C. L. van Albedijll, Secretary. Agrees, Sybrands, First Clerk Examined 6855 No. 4: 2130 To all Headmen and Inhabitants of the Mature Disavany. This morning I received a letter whereby the Ceylon Government has written to me that the Lord Disava van Angelbeek has, at his request, been discharged from his service as Disava of Mature, and that in his place has been appointed the present Chief Administrator the Lord Mattheus Petrus Raket, who will shortly come over hither to assume this Disavany, and that in the meantime this will be administered by the Lord Samlant until the abovementioned Lord Raket shall have arrived here; and thus all Headmen and Inhabitants must govern themselves accordingly with their complaints in the service, and make report of all their Company's duties to the just-mentioned Lord Samlant; while furthermore the undersigned Commander will remain here in Mature until all general complaints and requests of the dissatisfied and assembled people shall have come in, and all possible justice shall have been done thereon. Thus written and dispatched the 17th of June 1790 by /:was signed:/ P. Sluijsken /:below stood: agrees; was signed:/ B. van Albedijll, Secretary. Agrees, Sybrands, First Clerk Examined, J. Kinde

Dutch transcription

moogelijke ophelderingen van Hunne gedagten en op mer Vine„ gen, bij eene nadere bij eenkomst, zouden geeven, alzoo zij wegens het meenig vuldige schrijvwerk dat zij mogte ver„ rigtten hadden, zulks niet schriftelijk doen konde Hun E=s leiden teffens over 44. stuks Translaaten van ingekoo„ me klagt- glassen en een partyj relaasen en berigten; met verzoek egter om dezelve successive na lecturra van zijn wel= Edele Achtb: te rug te moogen hebben, om ze in het net te konnen brengen ter kompleete overgave nevens alle de ver„ „dere papieren. Hier na wierden geleezen twee Oolombosche Regeerings missiven van den 14 deezer, een aan den Heer Commanduur en Raad te Gale, en de tweede aan d' E=s Commissarissen Fretz „en Cambant gerigt in houdende dat wel gemelde geeerde Regeering goed gevonden had den Colombeschen Hoofd admi„ nistrateur DE Mattheus Petrus Rathet tot Dessave van Mature, en in zijn E= plaats als Hoofd Administra„ „teur van Colombo den E Maturesche Pessave M Chris„ „tiam van Angelbeek aantestellen. voorts dat het gezag over de Dessavonij zoude overgegeeven worden aan DE. Com„ missarissen Fretz en Camlant om door Hun beijde, tot derzelver vertrek te worden waargenoomen, en dat het Transport van de Administratieen deezer Dessavonij zouder gedaan worden aan den koopman en Calomboschien Negotie Boekhouden dE Sam„ lant, dier wel gem: Regeering beslooten had het gezag der dessavonij na het eijndigen der meermelde kommissie tot de komste van de nieuwe Dessave DE: Raket ter waarneeming op te draagen. Deeze brieven geleezen zynde en den Her Commandaur gewraagd hebbende of iemand der aanweezende ook iets aan te merken had, bes„ tuijgde sche de lij „ betuijgde dE: Colombosche Hoofd Administrateur van Angelbeek zig met alle eerbied en zeer gaarne aan het goedvinden der ge„ eerde Regeering deezes Goevernements te ouderwerpen en daarom ook verzogt dat het gezag van deeze Dessavonij op dit moment zelve aan dh=s Commissarissen Prietz en samlant mooge opgedraag„ zyn, en zijn E. op morgen het Transport van de administrie tien aan den E Samlant mooge begiennen. Dog dat zyn E zig voorbehield om nader, desselvs op en aan„ merkingen omtrend deeze zijne verplaatsing, die heel ligt een quade indruk bij de waareld konde maaken, bij de geëerde Ceijlon sche, Regeering bij tijd en geleegendleijd voor te stellen wijl zijn E: om deeze verplaatsing niet verzogt, en deselve ligtelijk haaren oorsprong konde hebben uijt de teegenwoordige onlusten deezer Dessavonij, waaromtrend zijn E: zig vrij van alle onaangenaame nagedagten gevollde, schoon zijn E: zoo wel als alle andere menschen niet vrij van veilen was, Dat zijn E: voorts hoopte en zig verzeekerd hield, en dat zoude koomen te blijken, dat zijn E: geduurende het waarneemen van het Gezag deezer Dessavonij, altoos de regelen van een eerlie rende Dienaar in het oog had zoeken te houden: Hier op wierd beslooten het gezag van deeze Dessavonij zoo verre den Dessave aangaat, de Ed= Fretz: en Camlant op„ te draagen; en het Transport der alministratien door den E: van Angelbek aan gem: E: Samlant te laaten doen. vervolgens zijn geleezen drie adressen van den Caepitijn de Trophalouw en de verdere alhier gedetecheerde offi„ cieren, waar bij ze verzoeken dat ingevolge genoome be„ sluijt in Raade van Ceilon op den 20 8br. 1764. aan thun boven tsuame ordinarre appoinetementen zoo lange zij gedetacheerd. Gt: gedatacheerd loggen, moog toegestaan woeden maandelijks een douceur, aan een Capitijn 30 rd=s, aan een subaltern officier 15 rd=s, voorts wijl aangezien de duurte der leevens middelen de maandgelden der zoldaaten niet teerij kende zijn om thun voor de gewoone betaaling de benoodigde kost„ te besorgen, aan elk zoldaat nog twaalf stuijvers moo„ gen goed gedaan en verstrekt worden. Op welke verzoeke schriften na de liberatie goedgevondene en verstaan is dezelve aan de ge eerde Ceijlonsche Regaa„ „ring eerbiedig aantebieden. Aldus geresolveerd in de Fortresse Mature ten daage voorschreeve /:was geteekend:/ P: Sluijs „ken, D: T: Fretz:, C: van Angelbeek. A: Cam„ lant, L=s Items en C: L: B: van Albedijze /:onderstond:/ Akkondeerd :/ was geteekend:/ C E van Albedy hb — secs Akkordeerd Sijbrands aag ien 1 aan„ ten ien O W EiCklerk Nagezijen 6855 No 4: 2130 Aan alle Hoofden en Inwoonders van de Matureeschen Dessavonij Op heede morgen hebbe ik een Briev ontvangen waar bij de Ceilonsche Regeering mij heeft aangeschreeven dat de heer Dessare van Angelbeek, op sijn versoek ont„ =slagen is geworden, uit sijn dienst als Dessave van Mature en dat in diesplaats is aangesteld den tegen„ =woordige Hoofdadministrateur de heer Mattheus, Petrus Raket welke binne korten na herwaards zal overkoomen om deeze Dessaronij te aanvaarden, en dat in tusschen deeze zal waargenoomen worden, door den Heer Pamlant, tot zoo lange bovengem: heer Raket hier zal aangekoomen weezen, en dus moeten alle Hoofden en Inwoonders zig met hunne klagten in den dienst hier na reguleeren; en van alle hunnen s'Comp:s verrigtingen rapport doen aan evengem: heer Samlant terwyle voorts den ondergeteekende Commandeur zig zoo lange hier op nature zal ophouden, tot alle Generale klagten en verzoeken der onvergenoegden en zaamen gekoomen volkeren zullen ingekoomen weezen, en daar op al het moogelijke recht zal zyn geschied. Aldus geschreeven en afgezonden den 17 Junij 1790 door /:was geteekend:/: P: Sluijsken /:onderstond akkordeerd; was geteekend:/ B: van Albedyhl se C=s Akkordeerd Sijbrands VEgklerk Nagezien J Kinde

NL-HaNA_1.04.02_3884_0773 view scan ↗

English

No No 5: 2131 Sannas Ola. The desire I had to restore peace in this Dessavonie quickly and to promote it as much as possible caused me to come over here from Gale to hear your complaints and grievances, to settle them according to reasonableness, trusting that you will request nothing that will be unreasonable; I also hope then that I shall soon see the objective of my journey fulfilled. I expect that without further loss of time some of the spokesmen of the discontented peoples will present themselves to me, to speak with me about all interests and to settle them with me; while I assure you once again that everyone can approach my person without fear. The answer brought to me from you by my deputies Arvaatjen and Nanajekarea satisfies me in the highest degree; and as the trust placed in me must have the best consequences, I have well-founded hope that the inhabitants will each also be willing to cooperate in their own interests, whereby at the same time the Honorable Company will be benefited. You easily understand, and it is also generally known, that the work of sowing is the sustenance of the Ceylonese; the harvest yield of this year has been much impaired by the delay in the sowing work, and because of this your livelihood and the advantages that the High Honorable Company ought to have from it are certainly greatly diminished; I can therefore not recommend enough to you to carry out the sowing work henceforth at the times best suited for it and with all care, in order to obtain a more ample measure of provisions for you, whereby your well-being and the advantage of the High Honorable Company will then also be promoted. These my well-intentioned advice and instructions I hope you will take to heart and be willing to obey, whereby care will thus be taken that the sowing of the fields now takes place again at the proper times. 2132 Herewith is also sent to you a sannas, by which you are informed that the new Lord Matura Dissave Mattheus Petrus Raket is soon to come over to take over the authority of this Dessavonie. You must respect the contents of this sannas and show your new Dissave all respect, love, trust, and submission, to prove that you wish to be good and worthy subjects of the Honorable Company. Thus written and dispatched the 21 June 1790 by was signed P. Sluijsken underneath Agreed signed C. L. B. van Albedijhl First Secretary Agreed G. Sijbrands Sworn Clerk Examined L. v. D. Linde No 6: 2133 The day before yesterday your letter ola was delivered to me, containing various complaints and requests. I have sent it to Gale to be translated into Dutch; within 3 or 4 days I hope to receive it back translated; and then I shall take with it the other general requests and complaint olas that you handed over and sent to the Commissioners Fretz and Samlant before my arrival; subsequently take everything into mature consideration, and reply thereto in such a manner as can be done to the greatest benefit of you and for the High Honorable Company. Your request to come to Kaddoewe I would gladly grant, and betake myself thither, if my sickly and heavy physical condition and old age did not make quiet rest necessary, and even require that I may take but little exercise. Mandate ola to the discontented inhabitants of the Matura Dessavonie dispatched the 24 June 1790. I cannot, therefore, travel any further than where I am now, and trust that you, understanding this, will send me some of your spokesmen, with whom I shall treat concerning everything that further needs to be done, and for the rest be at peace. was signed P. Sluijsken underneath Agreed was signed C. L. B. van Albedijhl Secretary Agreed Sijbrands Sworn Clerk Examined [illegible] No 7: 2134 Draft Mandate Pardon Ola. In order to assure and reassure you that the inhabitants of this Dessavonie gathered together can return peacefully to their dwellings without further anxiety, I issue this sannas provisionally, declaring that each and everyone, whoever he may be, has pardon and is pardoned for all that he may have contributed to the rebellion that recently arose in this Dessavonie. These my writings further serve as an assurance that everyone, whoever he may be, is declared free of any punishments that he might imagine he could incur through his conduct in this rebellion; no further thought will be given to it in the future, nor will such ever be imputed to them. This pardon will be further confirmed by the Lord Governor, of which I assure everyone herewith. I am currently busy examining all the written complaints submitted to me and preparing from them a general answer in which you will receive your anciently acquired privileges, and everyone will be restored and encouraged to his innate obligation. Finally, I assure you once more that everyone, whoever he may be, may come to me with an easy mind, which I even very much desire, in order to promote the general peace by hearing him and giving my well-intentioned advice, and subsequently to see everyone again at peace in his peaceful dwellings and active in his former labor, to the benefit of the Illustrious Company and themselves. Thus written and dispatched the 30 June 1790 by was signed P. Sluijsken underneath was signed C. L. B. van Albedyhl Secretary Agreed Sijbrands Sworn Clerk 2127 Examined W. V. S. Linde

Dutch transcription

No No 5: 2131 Jannas Ola. De zugt die ik had, om de rust in deeze Dessaroni spoedig„ te Herstellen en zoo veel moogelik te bevorderen; „deed my van Gale herwaards over koomen; om uwlieder klagten en beswaaren aantehooren; dezelve na reedelykheyd aftedoen; vertrouwende dat uw lieden niets zullen verzoeken het welke on„ billyk zal weezen; hoop ik dan ook dat ik spoedig het oogwerk mijner ryze zal ver„ „vult zien Ik verwagten dat zig zonder verder tijd verzuijm eenige der voorspreekers van de Misnoegde volkeren bij mij zullen koomen aandienen, om over allen belangen met mij te spreeken en die met my af te handelen; terwyl ik uwlieden nogmaals, ver„ „zeekeren dat elk een onbevreesd myn Perzoon kan naaderen Het andwoord dat my van uwlieden door mijnen afgezondenen Arvaatjen en nanajekarea is toe„ gebragt voldoed mij ten hoogsten; en wyl het in mij gestelden vertrouwen de besten gevolge moet hebben; zoo hoop ik gegrond dat den In„ =woonders ook elk in zyn eijgen belangen wel zal waar door teffens den zal willen meede werken; Ed: Komp: bevoordeeld zal worden Ligtelijk begrijpt Gijlieden en het is ook in het algemeen bekend dat het zaaijers werk het onderhoud der Cylonisten is, het gewas van de oogst van dit Jaar is door het vertraagen van het zaaijers werk veel verag„ =terd, geworden en hier door is Uwlieden leevens„ onderhoud en de voordeelen die de hoog Ed: Comp:e daar van moest hebben zeekerlijk grootelyks vermindert; ik kan uwlieden daar om niet genoeg aanbeveelen om het zaaijers werk voor„ taan op de best daartoe geschikte tijden en met alle zorgen te volbrengen ten bekoo„ =ming van een ruijmer maat van leevensmid„ voor Uwlieden waar door uw wel zyn en delen en het voordeel van de hoog Edele Komp: dan ook zal bevonderd worden. Deeze mynen welmeenende Raad en onderrig„ „tingen hoop Jk zult gylieden behartigen en wel willen gehoorzaamen, waar door dus gezong: zal worden dat het bezaaijen der velden nu : weeder op de behoorlijken tyden geschied. By 2132 Bij deeze word uwlieden ook een sannas gezonden waar by uwlieden bekend gemaakt word dat de nieuwen Heer Maturesche Dessare Matts Petrus Raket spoedig staat overtekoomen om het Gezag deezer Dessaronij overteneemen Den inhoud deezer Pannas moet gylieden res„ =pecteeren en uwen nieuwen Desjaren alle eerbied„ liefden, vertrouwen en onderwerping toedraagen om te bewijzen dat Gij goede en braave Jngezeetenen van de Ed. Comp:s wilt zijn. Aldus geschreeven en afgezonden den - 21 Junij 1790 door /:was geteekend:/ B Sluijsken (:onderstond:/ Accordeerd. /: ge„ L: B: van Albedij EE. fect:s tekend:/ G Accordeerd Sijbrands Wegkeerk g„ zoug: nu Nagezien LvD Linde N: 6: 2133 Eergisteren is my besteld uwlieder brief ola, be„ helsende verscheiden klagten en verzoeken. Ik heb dezelve naar Gale gezonden om in het Hollandsch overgezet te worden; binnen 3 of 4. dagen hoop ik dezelve vertaald weder terug te zullen ontfangen; en dan zal ik daar by neemen de overige generaale verzoeken en klagt=olassen die gy lieden voor mynen komst aan de Heeren kommissarissen Fretz: en Samlant hebt overgegeeven en toegezonden; vervolgens alles in Rijpe overdenking neemen, en daar op zodanig antwoorden als ten meester nutten van uw: lieden en voor de hoog Ed: Comp: zal konnen geschieden. UW: lieden verzoek om op kaddoewe te koomen zouden ik gaarne toestaan, en mij na derwaards begeeven, indien myn ziekelijke en zwaare lighaams gesteldheyd en ouderdom niet een stille ruste noodzakelyk maakten, en zelfs vorderder dat ik maar wynig beweeging mag neemen Mandaat ola aan de mis„ =noegde Inwoonderen der Matu„ reesche Dessavonie den 24 Junij 1790. afgezonden ik Ik kan dus niet verder, als waar ik tans ben voortreijsen, en vertrouwen dat gylieden dit begrijpende my eenige van Uw: lieden voorspree„ =kens zult Toezenden, waar meede ik over alles dat verder gedaane diend te worden zal han„ =delen en overiegens gerustig zyn. /: was geteekend:/: P: Pluijske. /:onderstond/ Accordeerd :/ wat geteekend:/ C: L: B: van albe„ dijEl secret:s Accordeerd Sijbrands WEgklerk .. . . Nagezien zekende No 7: 2134 Consept Mandaat Pardon Ola„ Om uw lieden te verzeekeren en gerust te stellen dat de te zaamen vergaderde ingezeetenen deezer Dessavonie zonder verdere bekomme„ =ringen, vreedig naar hunne wooningen kunnen te rug koeren; vaardige Ik by voorraad deeze Sannas af: verklaarende dat elk en een ieder wie hy ook zy, Poerden heeft en gepardonneerd wordt weegens al het geene hy by de onlangs gereeze opstand in deese Dessavonie daar toe mogt hebben toegebragt. Deeze myne handschrift strekken voorts tot verzeekering, dat een Ieder wie hy ook zij vrij word gekend van eenige straffen die hij zig mogten voorstellen, door zyn gedrag in deeze opstand te kunnen erlangen; daar aan zal niet meer in den vervolge gedagt of ten eenigen tyd hun zulks toegereekend worden. Dit Pardon zal nader bevestigd worden door den heer gouverneur waar van ik ieder bij deeze verzeekeren. Ik ben tans beezig om alle aan mij overgelegden klagt= geschriften nategaan en daar uit op te maaken een generaal antwoord waarin gij gylieden Desselfs van ouds verkreegen voorregten zult erlangen; en een ieder tot zijne aangebooren verpligting weder gesteld en aangemoedigd worden. Eijndelyk verzeekeren ik uw lieden nog dat een ieder, wie hij ook zij, gerustelyk tot mij mag koomen, het welke ik zelfs zeer verlangen om, door hem te hooren, en mijnen welmeenende Raad te geeven, de generaale rust te bevorderen en vervolgens een ieder weder in zijnen vreed„ saamen wooningen gerust, en zijne voorige arbyd, tot nut van de Doorlughtige Komp: en hun zelve werksaam te zien Aldus geschreeven en afgezonden den 30 Junij onderstond 1790. door / was geteekend:/ P: Pluijsken /:akkordeerd /:was geteekend: sJ van Albedyhl se C=os Eikeerk Akkordeerd. Sijbrands 2127 Nagezien WV: SLinde

NL-HaNA_1.04.02_3884_0785 view scan ↗

English

No. 8: 2127 2135 We, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of Dutch India, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, together with the Council. To all superior and subordinate Headmen, and all further Inhabitants of all the Korales and Pattus of the Dessavony of Maturen. To all those who shall see or hear read these presents, Greeting, make known: In the firm trust that you would have returned to rest and peace upon the Pardon-ola dispatched by the Galle Commander Peter Sluijsken, whom We have expressly authorized for that purpose, the more so because the said Commander has assured Us that the admonitions and efficacious promises given by him began to exert some influence on the dissatisfied, and that his Honour thus hoped that the Mandate-ola, prepared for dispatch to all the Inhabitants of the said Dessavonies, would have the desired effect; and in the trust likewise that you, taking to heart our said admonitions and obeying our order, would already have dispersed from one another, and would have made known your grievances to your aforementioned Commander in order to obtain fair justice thereupon; We have therefore thought fit and resolved to approve the aforementioned Pardon-ola issued by your Commander and hereby to ratify the same, just as you are fully pardoned by this our letter of amnesty, with the promise that you will not be punished on account of your unlawful assembly, nor shall any harm come to you, but that all that has passed shall be forgiven and forgotten, and moreover each person shall be maintained in justice and equity by your aforementioned Commander, before whom the aforementioned subordinate Headmen and other Inhabitants—if, contrary to expectation, it should not already have occurred—may appear freely at once without the least hesitation or fear of punishment, and make known their grievances to obtain justice thereupon, as well as quietly and peacefully perform their obligatory services as is proper. You being 2127 2136 most powerfully assured of these our cares and protection; however, in case of wilful disobedience, you shall remain deprived thereof. Below was written: Given in the Castle of Colombo on the Island of Ceylon, the 11th of July 1790. Was signed: W. J. van de Graaff. In the margin: By order of his Right Honourable Noble Grand Reverence and the Council. Signed: B. L. van Zitter, Secretary. Below was written: Agrees. Was signed: C. L. B. van Albedijll, Secretary. Agrees: Lijbrands, Clerk. Checked: G. V. Linde No. 9: 2137 Order for Ensign Swailbje You shall march with the detachment under your command to Belligam to relieve Lieutenant Weeber and his command. On the way, you must, as is proper, keep your detachment together and ensure that no irregularities are committed. Lieutenant Weeber is hereby ordered to hand over the said post to you, to inform you accurately of the situation there, and to march back hither with his command. The post at Belligam is established for no other purpose than to keep the communication with Galle open; you must therefore keep only this in view and undertake nothing, save in the case of the absolute highest necessity, without having previously requested and obtained my orders. A third or at least a fourth of the detachment must always be on guard, and such posts must be stationed therefrom, by day and by night, as you shall deem necessary to be secured against all surprises by ill-disposed persons. You must ensure that the men under your command do not absent themselves from your post, much less commit any irregularities, as this, naturally, shall be to your responsibility. For the rest, you must be very attentive to your post, cause the service to be properly performed, have the Reveille, Assembly, and Tattoo beaten at the appointed times; have the Roll called in the morning and evening as is proper; have the guard relieved regularly; issue the Parole in the evening at sunset, and have patrols go along your stationed posts from time to time during the night to ensure that the sentinels are watchful and attentive. You must keep a proper Journal, secretly inform yourself as much as possible about what is taking place in the country, and inform me of everything that merits any notice. Should you require anything, notice thereof must likewise be given to me at once. Finally, having recommended good military discipline to you and wished you a good journey, I place the greatest trust in your conduct, the care to be taken, and your vigilance. Outside Mature, the 30th of June 1790. Was signed: P. Sluijsken Below was written: Agrees. Was signed: C. L. G. van Albedijll. Agrees: Sijbrands, Clerk. 2138 G. V. D. Linde Checked

Dutch transcription

N: 8: 2127 2135 Wij Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlandsch India, Gouverneur en Directeur van het Eijland Ceijlon met dies onder hoorigheeden Nevens Den Raad Aan de gezamentlyke meerder en minder Hoofden, en alle verdere Ingezeetene van alle de Korles en Pattoes der Des„ =saronie van Maturen. Alle den geenen, die deeze zullen zien ofte hooren leezen Palut doen te weeten. In vast vertrouwen dat gylieden op de door den Heer Gaalsch kommandeur Peter Sluijsken afgezondene Pardon- ola, wien wy daar toe expres gequalificeerd hebben, tot rust en vreeden zoud gekoomen zijn, te meer om dat ged: Heer kommandeur ons verzeekerd heeft dat desselfs gegeevene vermaningen en kragt„ dadigen beloften eenige invloed op de onvergenoeg„ „den begonden te krijgen, en dat zijn Ed: dus verhoopten dat de ter afvaardiging aan de gezamentlyke Ingezeetenen den gem: Dessavonies in gereedheid gebragte Mandaat ola van een gewenschten uytwerking zouden weezen, en in vertrouwen tevens dat Gijlieden gem: onze verm: Vermaningen ten harte neemende en onze order gehoorzamende van den anderen reets zoud geschei„ =den zyn, mitsgaders uwlieden beswaarnissen aan voorm: uwen Commandeur zoud te kennen gegeeven hebben, om daar op een billyk recht te erlangen, zoo hebben wy goedge„ „vonden en verstaan voorsz: door uwlieden Heer Commandeur uijtgevaardigde Pardon -ola te approbeeren en dezelve hier by te ratificeeren, gelyk gylieden by dezen onzen brief van amnesti ten vollen word gepardonneerd, met beloften dat gilieden wegens uwe ongeoorloofden te zaamenrotting niet gestraft zult worden of uw eenig leed overkoomen zal, maar dat al het gepasseerde vergeeven en vergeeten mitsgaders nog daar en boven een iegelyk naar regt, en billykheijd gemaincineerd zal worden, door meerm: uw: lieden kommandeur, voor mien dan de voorm: mindere Hoofden en verdere Ingezeetenen, zo het buiten verwag„ „ting niet bereeds mogten geschied zyn; ten eersten zonder eenige de minste schroom of vreezen voor straffe vryelijk mogen verschynen en hunne beswaarnissen ten kennen geeven, om daar op regt te erlangen mitsgaders hunne verpligten diensten stil en gerust na behooren te verrigten. wordende 2127 2136 wordende uwlieden van deze onze zorgen en bescherming kragtigst verzeekerd, dog in Cas van eene moedwillige ongehoorzaamheijd zult gy lieden daar van verstooken blyven /: onder stond Gegeeven in het kasteel Kolombo op het Eyland Cijlon den 11 Julij 1790 / was geteekend :/ W: J: van de Graaff. /: bezijden:/ Ter ordonnantie van welgem: zyn WelEdele Groot Achtb: en den Raad /geteekend:/ B: L: van Zitter Secretaris. /:onderstond:/ Accordeerd /:was geteekend:/ C: L: B: van Al„ bedijzl secret. s Accordeerd Lijbrands Vliklerk ge ge„ don e in 3 d 1 d eerden Nagezien GV:Linde No 9: 2137 Order voor den vaendrig Swailbje UE: marcheerd met derselver by zig hebbende de tachement na Belligam om den Luilenant Weeber en zyn Commando aftelossen. Onderwegens moet uwE: gelyk behoord uw detachement by malkanderen houden en sorgen dat er geene ongereegeldheeden gepleegd worden. De Luitenant weeber word bij deeze gelast ge„ „dagde post aan UE: over te geeven; van de Pituatie aldaar naauwkeurig te onderrigten en met zyn Com„ „mando na herwaards te rug te marcheeren. De Post op Belligam is tot geen ander eijnde ge„ „rigt dan om de Communicatie met Gale open te houden dit moet UE: dus alleen in 't oog houden en niets, buyten de allerhoogste noodzaakelyk„ „heijd onderneemen zonder voor af myne orders gevraagd en verkreegen te hebben. Een derde of ten minsten een vierde van het detaca „gement moet altoos de wagt hebben en daar van zoodaanige posten, by dag en by nagt uytge„ „steld worden, als UE: zal noodig oordeelen om voor alle surprices van kwaadgezinden gedekt te zijn. UE: moet onderstellen dat UE: onderhebbende manschappen zig niet van UE: post verwyderen, nog minder eenige ongereegeldheeden pleegen zulledn zullende dit gelyk van zelve spreekt tot u verant„ woording koomen. Voor het overiegen moet UE: zeer oplettend op: UE: post zyn, den dienst na behooren laaten verrigten ter bepaalde teyd Reveille, Appel en Taptoe laaten slaan; 's morgens en s' avonds gelyk behoord, de Rol laaten leezen; gereegeld de wagt laaten aflossen; s'avonds met 'sons ondergang het Parrool uijtgeeven en in de nagt van teyd tot leyd-Pattroilles langs UE: uyjtge„ „stelde posten laaten gaan, om zig te verzeekeren dat de schildwagten waaksaam en oplet„ „tenden zyn. UE: moet een behoorlyk Journaal houden, zig zoo veel moogelijk na het geen in het Land om gaat op eene geheime wijze informeeren en mij van alles wat maar eenige aan„ merking verdiend onderrigten. Indien UE: iets mogte noodig hebben, moet mij daar van insgelijks ten eersten worden kennis gegeeven. UE: eyndelyk nog eene goede krijgstugt aanbevoolen en een goede rijze gewenscht te hebben stel ik het grootste vertrouwen in In UE: belyd, te neemene zorgen, en waak„ Zaamheyd. Buyten Mature den 30 Iunij 1790. /:was geteekend:/ P: Sluijsken /:onderstond:/ Akkordeerd:/ was geteekend:/C: l: G: van Albedij El. Accordeert Sijbrands VEyklerk o 2138 ht en GV DLinde Nagezien

NL-HaNA_1.04.02_3884_0793 view scan ↗

English

Official Report of the proposals, discussion, and settlement of the submitted objections of the inhabitants of the Matara Disavany, in so far as it concerns them all. Complaints Decision Refutation Resolution To the Honorable Commissioners and further complaints of the inhabitants drawn from different olas of 28 May 1790. By mandate, two olas were submitted, of which one was addressed to the Honorable Commissioners and the second to the Lord Commander. From the Lord Commander Sluysken, drawn by mandate from the ola of 7 July 1790. Art. 10 That since the arrival of Mr. van Angelbeek as Disava at Matara, not only their own gardens and lands have been taken, when some work on Company land was to be carried out, and thus some distinction of persons and castes ought to have taken place; That furthermore, from each house of the liable persons, all men from one house were summoned to perform such services that do not correspond with their castes and obligations; That they, out of fear of punishments, have subjected themselves to this; That they have not done this before. § 17 It has been the practice of all times that besides the fixed obligation to the ordinary porrewede hareas, for that year also the auxiliary workers of the services are considered, which do not correspond with their birth or castes and obligations, when they cannot produce any capacity, and are not to be held as employees; where, if urgent and demanding work is to be performed, the native headmen must be mindful of the said services, in accordance with the established quota determined by order and custom, where even from one house only one man was seen to be taken each time, and not without the highest necessity are multiple persons from one and the same house allowed to be pressed. That this decision henceforth shall seek no auxiliary workers for any services that do not correspond with their birth and obligations, for which the headmen shall watch and care, and also remain responsible; The koraals and other auxiliary workers of the lascorins, baddannas, mayorals, and other service people shall be kept under an equitable and equal standard, with the provision of maintenance rations, and one person shall not be exempt out of favor while another is thereby double-burdened. That in the future, none of the service-liable sowing fields shall be pressed. Art. 1 No. 10 Complaints Decision Refutation Resolution Even arachchis and cancapans have been treated in an improper, harsh manner unbecoming their character, and punished with rattan strokes and the chain. That a just ruling on this matter is of great importance to them all; Furthermore, that the lascorins, according to ancient custom, may stand guard once every three months, and may be somewhat relieved from other services. — Maintenances provided. — In the same manner, in case of necessity, the auxiliary workers of the lascorins, baddannas, mayorals, and other service people shall also be employed. The lascorins shall not be placed on guard more than once every three months, and furthermore shall remain spared as much as possible from other services not belonging to them. Art. 2 Complaints Decision Refutation Resolution That contrary to ancient custom, women have been imprisoned in a completely unusual and unaccustomed manner, physically punished, clamped in chains, and many sent to Baddegama, which not only served as punishment to them, but also brought great shame; Requesting this to be taken into consideration and to grant proper justice thereon. That even the widow of a certain Abeyesekere Mohandiram of good birth and standing was arrested in the Atapattu Mandu to the great shame of her and her family. § 5 Punishments concerning offenders, both men and women, are practiced throughout the whole world, without which no territory can exist; thus this has also continually happened in this Disavany, but the customs and practices prevailing there before must certainly be observed. That while it is true that punishments on men and women ought everywhere to be observed according to customs and habits, the administration of Mr. van Angelbeek has indeed seen more punishments than had previously taken place; And this shall also in the future be taken into account, so that henceforth men and women may be punished according to the country's custom and with regard to the status of the person, by imposing fines on them, holding them in arrest, and suspending them from service, but not treating all equally, which occurs to the sorrow and disdain of the onlookers. All punishments shall be observed according to the country's use and custom. Everyone who makes himself guilty shall, according to the offense and in accordance with his birth and standing, be punished either by fine, arrest, suspension from service, or corporal punishment. The post-servants and headmen of the korales and pattus shall make their representations to the Honorable Disava with dutiful respect and modesty, in case His Honor should determine any punishments contrary to the country's custom, and these headmen shall also be held responsible if actions contrary to order are taken herein, in the event the Honorable Disava should proceed. Art. 2 Art. 2 10th day

Dutch transcription

Adrie Verlooning van de voorstellen verhandeling en afdoening der ingebragte Bewaaren Van de Inwoonderen der Maturasche Dessavonij, zoo verre hun alle aangaet Klagten Besleessing wederlegging Besluijt Den Ingezeekenen uit Den E„ Commissarissen en nadere klagten ƒ Van de Heer Kom„ dofferente, vlossen Feets en Samlant der Inagezeetenen uit „mandeur sluysken getrokken die aan Bij Mandaat twee brief olassen ge„ D. 2. Kommissarissen „trokken waar van de Bij ola van den 28 Freth en Samlant eene aan d E. Commissa=„ Mandaat ola en de tweede aan de heer Maij 1790. zijn in gedient van den 7 Julij 1790 Comandeur geadrassert Art, 10 tijden in gebruijk van den heer van Angel. de vasten verpligting Matire niet allen „beek, als Dessave te geweest dat booven tot de gewoone maar voor dat Jaar ook „houd, zoeken voor porrrewede hareas agt is wij de nood hulp„ volkeren tot eenige „pers der dienstellingen diensten die niet hunne eigene onder„ met hunne geboorte of kastes en ver„ hunne tuijnen en ook veele te vooren. on „plegting over een bekende, en niet tot koomen moegen genoomen zijn, wan„heid opbrengen als g'emplojerd woorden hunne verpligting ge in 'sCompanies landen hier voor zullen de „neer en eenig werk hoorende diensten ge„ van en geleegendend woorden, Dat het hoofden waaken en „bruijk zijn zonder te verragten was billijk zoude zijn, zorgen, en ook aan dat eenige onderschij, en dus behoord dit wanneer haast spreekelijk zijn vereeschend werk te „ding van perzoonen ook zoo te blijven De Covaals en andere verrigten, is dat de Dog de gezaamentlijke noodhulpers van las„ Inlandsche Hoofden Kastees plaats gehad heeft Hoofden werd Serieus Corijns Baddannos moeten verdogt zijn Dat zij nog boven dien n bevoolen, om te gem: diensten niet met Maijoraals en andere uit ieder huis der het bij de ordre en vol„ zorgen dat daar om„ dienstelingen, op ent verpligtelingen zo veel „gens ufantie bepaald „trend een billike booden worden om onder mogelijk tot den getaal waar zelfs met alle mannen en egale voet, ge„ Verstrekking van dienst telkens maar uit een huis gezien houden, en den eenen maictementos zoor een man te neemen moeten verrigter, dat niet uijt gons vrij danige Diensten die en niet buijten de zij zig uit vrees, voor „gelaaten In den die met hunne kastas hoogste noodsakelijk straffen daaraan anderen doar door en verpligting over meerder perzoonen onderworpen hebben een koomen te uit een en het zelfde dubeld beswaard zijnde de geene die woord verrigten Dat zij zeedert de komste § t7 Het is van allen. Dat deese besleessenq uit voortan zullen geene ot 's Comp:s dienster zaaijvelden geregtig huis; moogen prassen dit niet gedaen hebben Art: 1. en dat 200. No. 10 Klagten Boslessing Wederlegging Besluijt Zelfs Arraatjes en kan gaans op eene onbehoorde harde en aan hunne kanakter oneigen wijze behandeld en met de retting slog en de ketting ge„ straft Dat aan een regt maar, zoo dit niet ten eene „tige uit sprook en maal kan of geschep deesse hun allen zeer egter zoo veel moge veel geleegen legt „lijk moet gemena„ voorts dat de las Corijns „ geerd, en bij zodanig volgens oud gebruijk noodzaakelijk vereisch om die drie maanden van een andere schikking eens de wagt mogen dar om trent, egter waarneemen, en met een goed over„ eenigzints mogen, leg te werk gegaen ontheft woorden van woorden, zullende by andere diensten zulke geleegenheeden ook de gewoone — Mainetementos ver. „strekt woorden In zelver voegen Zul „len, bij noodzaake „lijkheid de, nood„ „hulpers van las Corija„ Baddannas: May „poraals en andere dienstelinge ook ge„ emploijeerd woorden De laskorijns Zul„ „len niet meer dan om de drie maanden eens op op de wagt moogen gesteld woorden, en voorts zoo veel moo„ „gelijk van andere diensten hun niet toe koomende ver Schoond blijven Art 2 „ „ Klagten Besliessing Wederlegging Besluyt Dat teegens de aloude §: 5 straf oeffeningen om Dat terweijl het waar Alle trafoeffeningen gewoonte de vrouwen, triend schuldigen, zoo is dat stheaf effeningen. zullen na slands ge„ op eene gantsch van mannen als vrouwen, over mannen en „bruijk en gewoonte eige, en niet gebruyt worden door de gans„ vrouwen, over al in agt genoomen gebruijkelijk zijn kelijke mannier ge„sche waereld waerden vangen gezit aan gepraktizeerd en en de gewoontens en agt Elk die zich schuldig maakt zal na dat de de lijve gestraft in zonder dat kan geen dienen genoomen te de ketting geklonken, gebied, bestaan worde dande den misdaat is over een komstig zijne ge„ en veelen na Badde, dus is dit in deese is dat andere het girie gezonden Dessaronij ooksteeds bestier van den heer, „ boorte en anzien zijn het welk geschied, dog de van Angelbeek het zij door boete arrest uit den deselve niet alleen, gewoontens en gebruij„ meerder straff dienststelling of aan staf maar ook „kelykheeden daar oeffeningen dante den live gestraft maar ook groote vooren plaats ge„ om trend dienen woorden, De Porta schande aan gebragt zeeker in agt ge„ „vonden hebben, bedienten en Hoofden noomen te woorden verzoekende dit der korels en pattoes heeft en dit zal in het zullen met ver„ in overweeging te Dat zelfs de weduwe „pligt ontzag van zekere Abesigere vervolg almeede neemen, en een goed en bescheidenheid regt daar op te doen Mohandiram van ten einde in het den Ed. Dessave goede geboorte en vervolg mannen hunne worstel„ aan zien inde atte„ „lingen, moegen doen en vrouwen na pattoe Mandoe tot groote s Lands gebruijk in dien zijn Ed. eeni schande van haar en met aanzien van „ge„ staffoeffeningen haare familie gear„ perzoon mogen gestak tegens slands ge„ „resteerd is geworden worden, door hun woote mogte bepaan boetens op te leg„ „len, en deesse hoofden „gen in arreet te zullen meede verant= houden, en uit den woordelijk zijn zoo dienst te sellen. hier in buijten de ordre gehandelt maar niet allen gelijk stan„ word dog in geval„ „dig te behandelen te dE: Dessave aan tot droefheid en veragting vande aan schouwers geschieden Art 2: Art 2. 10n den

NL-HaNA_1.04.02_3884_0796 view scan ↗

English

Complaints Decision Rebuttal Resolution Reasonable representations of the onlookers be allowed to be struck on the back for so long and in such a manner that marks thereof remain, that according to the crime the punishment must also be regulated, and whenever women might commit something minor, they may be pardoned and the requisite consideration be shown to them. Art. 3 § p. Although everyone is naturally inclined to cultivate and sow his fields in order to find his livelihood, it is nevertheless very well known that some people are negligent in that regard, and thus cause disadvantage not only to themselves and their families, but also to the general interest. Wherefore it is highly necessary that proper orders be issued to sow those fields, like Het 6550 Art 31 in after That the order regarding the sowers' work has served not to any benefit but indeed to their disadvantage. That no time was granted to sow the fields as before, namely the fields for the maha monsoon before the account of maha and the fields for the jalla monsoon before the account of jalla, that the extensive fields of the girrewaij pattoe are sown in four different ways and with all restriction. That the sowers' work shall henceforth be performed at the most competent and suitable time of the year, and when the monsoons set in, early or late, and the chiefs shall be held responsible if this work is not done to the greatest benefit of the illustrious Company and its inhabitants. The leasings of the crop must remain on the old footing, with this addition: Complaints Decision rebuttal Resolution cattle have perished, which they have recorded and thereafter described in their report, whereby these fields were auctioned very high at the leasing, and through this the lessees and inhabitants have visibly suffered damage. In the highest degree, to govern justly, as also for that reason in the instruction given by the Right Honorable Lord Governor to the respective chiefs, it is ordained that the sowing of the fields had to take place at the most suitable time, and indeed for the great harvest before the end of July or at the latest before 1 August, and for the small harvest before the Sinhalese New Year, unless the special situation of the fields requires otherwise. Furthermore, it has been proven by the chiefs and shown in the accounts that the orders given by the Lord Dessave have brought much advantage, because in the past and the current year there have been much richer paddy harvests than in many years before; and also was the as however occurred, whereby the crop was lost through the rain, that the high grounds in rainy weather and the low grounds in dry weather had to be worked and sown, that through the loss of the crop the inhabitants were not able to obtain so much as even to pay back the borrowed seed corn, that without pointing out this damage, by agency of the vidaan majoraals the crop was bid at the leasing for high prices, and that although the high prices stood on the record, the lessees nevertheless did not receive so much paddy that they could produce a third or a fourth part of the lease sum. Through all this were the The crop must not be leased until after it is fully ripe, because the lessees can then best make their calculation as to what the harvest will yield, from all the districts of this Dessavony, except that in the geerewaij pattoe the leasing of the maha crop shall be held in the month of January, as it is then completely ripe. The leasing of the jalla crop shall take place in the month of August or September. The leasing of the intermediate three- and four-month crop, or the doenoete maha, shall be held at the end of the month of April or in the beginning of the month of May. In the gerrewaij pattoe, kandeland man Rebuttal Decision Complaints Resolution crop lost, because two or three fields were assigned to one person for sowing. That besides this the inhabitants had no time to cultivate the chenas, that they were punished under the pretext that the sowers' work was delayed, that through the reinforcement of hoekkoes and pehiendoens, which lasted until the end of the work, they fell into debt, that being unable to pay the borrowed seed corn they can borrow nothing more, and they request that the Honorable Company may provide them with the seed corn, as was always customary of old, to be appraised by commissioners at the harvesting of the crop, in order if the most Company fields shall, because of the different elevation of the fields, bind themselves to no fixed time to work and sow the fields; and thus in the gerrewaijs the leasing of the aforementioned shall be held each time when it is ripe, of which notice must be given by the sowers to the village chiefs, who shall communicate such to the sow-master, and he to the Honorable Dessave, who then subsequently shall issue the necessary orders to be able to hold the leasing. Because the Honorable Company does not wish that any of its inhabitants be oppressed, it shall be made known at the leasing that no one bid higher than he is capable of paying. To no one shall

Dutch transcription

Klagten Besliessing Wederlegging Besluyt Debillike voor aanschouwers zo lange stellingen der en dusdanig op de Hoofd en geen ge rug te laaten slaan dat hoor verleend zul er de teekens van over „len zij vryheid „blyven hebben daar van tot Dat na dat de misdaad hunne dokking is ook de straf moet ingerigt worden en ter sekretarij te wanneer doen aanteekening Vrouwen „ zij iets gerings mogten begaarn Verschoont en aan dezelven het verplagt egard gege„ ven mogen worden houden Art. 3 § p. schoon een ieder van Dat men hun tot Dat de ordre omtrend Het zaaijers werk zelfs genoopt woord het bezaaijen der het zaaijers Werk zal voortan op de Velden de tyd ende om zijne velder te tot geen voordeel maar bekwaamste en ge bewerken en bezaagen maand heeft bepaald wel tot nadeel „schikste tijd van waar door zij buijten om zijn levers onderhoud gestrekt heeft het Iaar en dat de geleegen heid gen te vinden, zoo is het Dat ergen tijd ge„ de Moussons in Vallen steld zijn, zich na het evenwel zeer bekend gunt is om de Velden verrigt worden dat zomige men„ Iaar geheijden vroeg gelijk voor heen en de hoofden zullen of laet en vallende „schen, daar omtrend te bezaagen, na„ verantwoordelijk neegen, of de hoogen nalaattig zijn en dus „mentlijk de Velden laage legging van het zijn in diek detwerk daar dor niet alleen G aan hun en hunne tot de mousson matta niet ten meesten land te kunnen rigten, het welk de vorige Dessaves, aln familie- maar ook aan voor de reek=n van nutte van de door „toes in het oog gehou, het algemeene na„ Maha en de Velden lugtige komp: en haare ingezeetenen voor de Mousson „den, hebben, Dat zij „deel toe brengen Jalla voor reek:n gedaen word door deesse bepaaling alwaar om het hoog De verpagtingen veel koorn verlooren nodig is dat en van galladat de behoorlijke ordre uit gestrekte velden van het gewasch hebben. Dat de in„ gesteld worden om van de girrewaij moeten op den „landsche gekom„ patkoe op vierderleij ouden Voet blyven dat werk daar „miteerdens de wijze en met alle tegelijk kunnen met deese Voegen bezaaijd woorden de restrictie Velder gelijk Hes 6550 Art 31 in na Klagten Besliessing wederlegging Besluijt koebeesten gekrepeerd In de hoogste pleur nate bestieren gelijk gelijk egter geschied Het gewasch moet hebben op genoomen ook om die reedenbij is waar door het niet verpagt worden en daar na bij hun de door den welEdelen gewas door het en na dat het volkoomen Rapporte beschreeven groot Achtbaaren heer rijp is om dat de is verlooren ge„ waar doo deese Vel„ Grieteret gouvern pagters, dan het raakt „den bij de verpagting neur aan de respek„ Dat de hooge gronden, best hunne reet zeer hoog zijn op, tive hoofden, gegeeven in reegen waer en kunnen maaken, geveijld, en hier „nen Instruktie de laage gronden wat de oegst wel door de pagters en geordonneert is, dat in droog wierden zal opbrengen van ingezeetene blijkbaar dat de bezaijing der arbeid en bezaaijd, alle de Distrikten schaade hebben geleeden Velden, op de bequamste moeten worden deeser Dessavonij uijt„ tijd moest geschieden Dat door het verlies „ gezondert de geerewaij pattoe zal en wel voor den groeten van het gewas de oegst, voor ult=o Julij engezeetenen niet de verpagting van het of uijterlijk voor den zoo veel hebben kun„ maha gewas en de E. augustust en voor„ nen magtig worden maand van Januarij den klijnen oegst omzelfs het geleende wijl het dan door voor het singoleesche zaat korm weeder gans rijp is gehouden worden Nieuwe Zaar ten te betaalen De verpagting van het zij de besondere ge„ Dat zonder deese zalla gewas zal leegenheid der schade aan te wijzen in maand van rugust„ Velder, dat anders voor„ door toe doen van „tus of September dert, voorts is door de Vidaan Majoraals geschieden de hoofden beweesen het gewasch bij de De verpogting tus„ en bij de broekenge, verpagting voor schen lyden van „bleeken, dat de gegeve hooge preijzen gemijnd drie en vier maan, ordres van de heer woord en dat schoen dinse gewas of en Dessave veel vooder de hooge prijzente Doenoete Maha zal zal in het laast van „aan gebragt hebben beekstaan de de maand Aprill weil in het vorige pagters echter zoo of in den beginnen en diet loopendbeek veel nelie niet ge„ van de maand Mei Jaar veel rijkere„ kreegen hebben gehouden woorden nelie oegster zijn dat zij em derde of een qaart„ gedeelte van de pagtschap in de gerrewaij„ geweest, dan in hebben kunnen opbrengen „ pattoe kandeland man Veele Jaaren bevoorens Door dit alles waarende en ook was het Zag tot ing k zullen wederlegging Beslissing Klagten Besluyt gewasch verlooren gen„ zig weegens deffe„ gaen, wijl aan een perzon „rente legging der velder aan geene be„ twee ee drie velden „paalde tyd binden ter bezaijing toe ge„ voegd zijn„ Dat om de Velden te be„ buijten de JInwoonders „arbeijder en bezaaijen en duus zal in de geen tijd gehad gerrewaijs de ver„ hebben, om de Chenas „pagtting van het genaam te bewerken, dat telkens gehouden zij gestraft zijn worden, wanneer het onder voorgave dat het zaayers werk zelve rijp is, waar veragterd was, Dat van door de Zaaijers ze door de versterk„ aan de dorps hoofden ken„ „king van Hoek „nio, moet gegeeven woorden koes en pehiendoens die zulks aan den zaaij„ die tot aan het eijde „meester zullen bedeelen van het werkgeduurt en deesen aan, aan den E„ heeft in schulden Dessave, die dan vervolgen de noodige ordres, om geraakt zijn, Dat te verpagting te kunnen ze het geleende houden uit vaardigen zaat koorn niet zal kunnende betaalen wijl de Ed, komp: niet niets meer ter leen kunnen krijgen wil dat eenige van en zij verzoeken dat haare ingezeetenen, qe„ de Ed: komp: hun drukt woorden, zal gelijk van ouds altoos, bij de verpagting gebruijkelijk was bekend gemaakt worden het zaat hoorm moge dat niemand hooger mijna verstrekken om dan hij in staat is om bij het in oegsten te brengen, van het gewas door gecommiteerden Aan niemand zullen getaxeerd te woorden „ten eijde zo het meerss Komp=e gewasch velden

NL-HaNA_1.04.02_3884_0799 view scan ↗

English

Decision Rebuttal Complaints Decision the crop succeeds, the fields are to be designated for sowing, to account for the ottoe duty, which is consistent with one's inborn obligation in fairness. The chiefs shall be responsible for this. Every inhabitant shall have the freedom to submit his grievances regarding this, and justice shall be done to him according to the findings of the matter, trusting further that everyone will exert himself to act herein to the best advantage of the Company and of himself. Through the prescribed arrangement, everyone will also be put in a position to properly cultivate and sow his chenas. That because the delivery of two pelles in advance, one ommonam in duties, has been discontinued in the Gerrewoijpottoe, and the duties are farmed out, and thus the duties cannot be delivered, the inhabitants therefore request to be exempt from this tax farming, the more so because the tax farmers delay greatly in arriving at the distant places, whereby the crops are not reaped and threshed at the proper time and are thus greatly lost to elephants, cattle, and wild animals, the remainder being seized by the tax farmers. Complaints Decision Rebuttal Decision That under the authority of an expert appoehamy, as overseers, four to five hundred men are assigned monthly to establish plantations here and there, that these overseers, though appointed as capable persons, are known as ignorant idlers and boys disobedient to their parents; That the work of the plantations is conducted without the least consideration and advantage, whereby the Company is prejudiced, many wild cinnamon and other heavy trees being destroyed, that the people are oppressed and beaten half to death in an improper manner by the said overseers with sticks and ropes; That these overseers also make some of the people Section 7. If any appoehamies or others treat the workers in the plantations badly, complaint must be made immediately to the 12th; if upon proper investigation any such is found guilty, they shall be severely punished, which serves herewith for guidance, because all Company subjects must be treated with proper modesty, and the ill-treatment and extortion of money, nelly, and pingos shall be further investigated and proper justice provided thereon. That the decision in this matter is sufficient, but that for the furtherance of the plantations and the welfare of the common people, experienced and knowledgeable overseers over the plantations should be appointed, and the ignorant and bad people who hold these posts removed; these overseers can be placed under a higher authority or chief, who otherwise shall have no authority in the land and is appointed solely to observe the work of the plantations and to be accountable that the minor overseers placed under him properly perform their duty, and that the inhabitants work according to that order; whenever he finds that any negligence or unfairness takes place among the minor overseers, he shall report immediately to the Honorable Dissave; the overseers who have exceeded their bounds, if their offense is known and proven, shall according to the findings of the matter be exemplarily punished. As overseers of the plantations, capable and knowledgeable people shall henceforth be taken, and the ignorant and bad ones who occupy these offices removed. Complaints Decision Rebuttal Decision work for their own services, and exempt others upon payment of a sack of nelly, a rixdollar, and a pingo, and that these misbehaving overseers are nevertheless appointed to considerable offices, which would become apparent upon an investigation of the matter. Article 5. That several chiefs, aratchies, village vidanes, and other lesser persons, in order to obtain considerable offices and services, have undertaken to establish plantations for the Honorable Company, to which they have bound themselves by deed under forfeiture of the obtained office and a fine in money besides. Article 8. The first signatory of this, as dissave of these lands, has caused several bonds to be passed to establish plantations of cinnamon, pepper, coffee, cardamom, and sappanwood, which chiefs who were in their offices could easily do. Article 5. That the decision in this is fair, but they nevertheless request that the said bonds may be verified in their presence without further delay, and that those who have not yet fulfilled their obligations may still be allowed to do so for the preservation of their prestige and office. The Honorable Company, out of a particularly great generosity, consents to the request that the bonds concerning the making of plantations for the Company be canceled and annulled; those who have passed the said deeds may address the secretariat here to have the cancellation performed.

Dutch transcription

Beslugt Wederlegging Klagten Beslissing gewas wel slaagd, de Velden ter bezaaijeng ottoe geregtigheid te opgedraagen worden verantwoorden dan over een koomande Dat wijl het opbrengen is met zijne aangebooren van twee pelles voor verpligting in de bellyk aan, een. ommonam „heid zal meede brengen, aan geregtigheid, in De Hoofden zullen hier de Gerrewoijpottoe voor verantwordelijk in getrokken is, en zijn, de geregtigheiden ver Elk in gezeetenen „pagt woord, en dus zal vryheid hebben de geregtigheiden niet zijn beswaaren dien op gebragt, kan worden aan gaande in te de ingezeetenen daar „brengen, en hem, zal om verzoeken van dese na bevinding van verpagting v rij te belijven zaaken, regt geschieden te meer, wijl de pag„ vertrouwende voorts „ters, zeer tardeeren dat een ieder zig om in de verafgele„ zal bevlijtigen om „gene plaatsen te in deese ten meesten niette van de komp=n koomen, waar door het en van hem zelve te gewasden, niet ter Ge„ werk te gaan „hoorlijker tijd gemaijd Door de vooschrevene en getrapt word en schikking zal ook een dus door de Elephanten ieder in de geleegen„ Koebeesten, en arkerts„heid koomen zijne grootelijks verlooren Chenassen na behooren gaat, woordende te kunnen bewer„ hiet overschuitensde „ken en bezaaijen door de pagters aan zig genoomen, ae g en en ƒ Klagten Beslessing wederlegging Besluijt Dat onder het gezag S. 7. Indien eenige appoe„ Dat de beslissing en Tot opzigters van de plantagien zullen deesen voldoende is van een kundige appoe hamies of andere de voor taar bequaame dog dat tot het voort„ hamies, als opzigters werkers in de „queeten der plantan en kundige rieden maandelijk vier, â plantagien kwae „gien en tot welzijn genoomen, en de on„ vijff hondert mersken „ lijk behandelen„ „kondigen en slegte van den gemeenenen gesteld zijn, om hier zoo moet daar over 1750 lieden die deesse be en daar plantagies man. vanstandige da dijk bij den dieringen Jhana „teer 60 en kundige opztug„ aan te leggen dat „Den: 12 geklaagd „ben, daar uit gesteld „ters over de plan„ deesse opzigters woorden als wan„ worden, deese opzienders „tagien dienen ge„ als beqeeaame men„ „neer naar behoor„ zullen onder een hooger „schen, moeten door „lijk onderzoek gezag of hoofd kunnen en schuldig bever„ gaar, schon zeals gesteld woorden, die onkondige leedign„ding van eenig overigen geen gezag thuijns opzienders „gangers en hunne. in het land zal hebben ouders ongehoorzame deselven strengelijk en maar alleen gesteld is om het werk der knaapen bekend zal gestraft worden;; aan plantingen gade te het geen hier mits slaar en aan spreke„ Dat het werk der deesen, tot narigt „lijk te zijn dat de plantagien zonder dient, weil alle onder huen gestelde het minste overleg Comp: verpligte„ mindere opsichters en voordeel geschied linge met behoor„ zig behoorlijk van waar door de Kompn „lyke beschijdent„ hunne pligt kwijten benadeeld woord en dat de Ingeseetene „heid moeten be„ wordende weelbosch„ die ordre hun werken behandeld worden, Kanreel en andere worden, wanneer en zullen ook de swaare boomen hij bevind dat vernield dat de monschen, kwaade, behande„ eenige regligentie verdrukt en op een „lingen en het of onbillijkheid onbehoorlijke wijze door gedagte op af Kneemwelen bij de mindere op zigters met Kiindier van geld Nelij en zigters pingos nader onder wel Ranken half dood geslaagen zijn zogt en daar op Dat deesse opzigters goed regt besorgt eenige van het volk worden „steld te worden Amntr. A. plaats ook Art: 4. H zijn, b Klagten Beslissing wederlegging Besluijt ook voor hunne eigene diensten laa„ „ten werken, en andere teegers be„ taaling van een Zak Nalij een r„s en een pingo Vrij„ laaten en dat deese quad doende op Zigters echter in aanzienlijke amp. „ten gesteld zijn het welke bij onder„ „zoek van zaaken zoude koomen te blyken Art 5 P8 D en eersten tee„ Dat verscheide hoofden „kenaar, desses heeft Dat de belissing De Ed. Komperes arraatjes Dorps als dessave deesser in deese beleik bewillagt uit een Viedaars en andere landen verscheide is, dat zij egter besonder groot„ mindere perzoonen verbintenis aktens verzoeken, dat „nodigheid in gem: verbintenis voor het verkrijgen laaten passeeren het verzoeek dat aktens zonder Ver„ van aanzierlijke om plantagies van verbinten tenis „der uitstel in ampter en dien ter kaneel peper aktens aangaande bij haare tegenwoordig„ aan genoomen hebben wreek, krate het doen van aan „heid moge geve„ plantingen voor plantagien voor kardemom, en sappan „ijeerd worden en de Rompeni geroij„„ D: E. komp: aan te„ houte planzoenen dat die geene die legger waar toe „eerd en vernietigt aan te leggen hunne verbinte„ zij zig bij acte door hoofden die worden kunnende „nessen, nog niet van beden hebben in hunne bedie„ vervuld hebben de geenen die gemelde onder verbeurte „ nirgen waaren dit als nogterbehou„ aktenes gepasseerd van het verkreege hebben, zig tersekren wijl zij dat ge„„ding van hune aan ampt en eene geld „tarij alhier ver makkelijk doen zien en bediening mogen boete bovendien voegen, om de wijering Art: 5 plaats heft zal hij van Rappord doen aan den E Dessave zullende de opzig„ „ters die zig te buyten gegaen hebben in dien hun mesdrijf bekend en aan getoond word, na bevinding van zaaken voor beeldelijk gestraft worden honden doen dadelyk de eld ders en n ie H

← previousnext →